Archeologie : Griekenland / Macedonische periode

°

°

 

Amphipolis

was een oude handelsstad, gebouwd op de oostelijke oever van de rivier de Strimon, ongeveer vijf kilometer van de monding

Amphipolis is built on a raised plateau overlooking the east bank of the river Strymon where it emerged from Lake Cercinitis, about 3 m from the Aegean Sea.

Amphipolis is built on a raised plateau overlooking the east bank of the river Strymon where it emerged from Lake Cercinitis, about 3 m from the Aegean Sea.

http://en.protothema.gr/faq-ancient-tomb-of-amphipolis/

 

area map

 

 

Afbeeldingen van amphipolis   <—

Amphipoli--The-Eldorado-of-Ancient-Greece

The tomb of Amphipolis has made an impression across the world for its large size. However, ancient Amphipolis was a powerful city with big, tall walls, which still exist today. When the town was under Macedonian control, it used to operate as the “mint” for King Philip II and Alexander the Great. In other words, Amphipolis was the Eldorado of ancient Greece. – See more at:

 

http://greece.greekreporter.com/2014/08/22/amphipolis-the-eldorado-of-ancient-greece/#sthash.Ht5ru54R.dpuf

 

 

 

 

 

 

THE AMPHIPOLIS  TOMB

 

Afbeeldingen van amphipolis tomb  <—

http://www.theamphipolistomb.com./

The Amphipolis Tomb – Map, photos and information

 

  • The Tomb

    The Tomb

    The world is looking for the answer to an old mystery! What or who is in the Ancient Tomb…

    more

  • The 3rd Chamber

    The 3rd Chamber

    At the moment and while the excavations are in progress, the 3rd Chamber of the Amphipolis Tomb has a small door, 96…

    more

     

     

  • The 2nd Chamber

    mozaik in situ

    mozaik in situ

     

    The second chamber, the one behind the two Caryatids, is 4,5 meters wide and 3,0 meters long. The chamber floor is covered…

    more

    Groot mozaïek in antieke Griekse tombe ontdekt

    °Archeologen hebben in een eeuwenoude tombe in Amphipolis in het noorden van Griekenland een groot mozaïek aangetroffen.

    Zondag 12 oktober 2014  // Dat meldt het Griekse ministerie van Cultuur zondag.

    Het kunstwerk beslaat de hele vloer van een voorportaal naar de eigenlijke grafruimte in de tombe. Het meet 3 meter bij 4,5 meter lang en stelt een man met een lauwerkrans op een kar voor die een span paarden ment. Ook is Hermes te zien, de god die volgens de Griekse mythologie zielen naar de onderwereld begeleidt.

    Het mozaïek bestaat uit een groot aantal steentjes in vele kleuren. Een rond gedeelte in het midden van het mozaïek ontbreekt, maar volgens de autoriteiten zijn genoeg stukjes gevonden om het voor een groot deel te kunnen reconstrueren.

    Volgens het ministerie hebben oudheidkundigen vastgesteld dat het mozaïek dateert van 325 tot 300 jaar voor Christus. Zij gaan ervan uit dat in het graf de overblijfselen liggen van een tijdgenoot van Alexander de Grote. Het zou kunnen gaan om een familielid of een generaal van de koning uit Macedonië.

     

    Alexander zelf stierf op 32-jarige leeftijd in 323 voor Christus in Babylon, in wat nu Irak is. Hij is vermoedelijk begraven in Egypte, hoewel zijn graf nooit gevonden is.

    Door: Novum

     

    tekening van het vloermozaik thema

    tekening van het vloermozaik thema

    detail mozaik

    detail mozaik

     

    Detail vloer  tweede kamer

    Detail vloer tweede kamer

     

     

     

     

     

     

     

     

  • The Entry & 1st Chamber

    The Entry & 1st Chamber

    The Tomb entry includes amazing works: a stone arch, an open Portal and two headless – wingless Sphinxes. In front of…

    more

  • The Caryatids

    The Caryatids

    The excavation has brought to light two exceptional Caryatids. The West Caryatid has a wonderful, almost intact face,…

    more

  • The Sphinxes

    The Sphinxes

    The entrance Arch of the great Tomb at Amphipolis, with the two headless-wingless Greek Style Sphinxes also known as…

    more

  • The surrounding Wall

    The surrounding Wall

    The surrounding wall of the Tomb is 500 meters long and it is almost a perfect circle. The diameter of the Tomb is 158.4…

    more

  • The Lion

    The Lion

    This magnificent Lion was originally located on the top of the Great Tomb at Amphipolis and at some time in the past…

    more

  • The Tumulus Hill

    The Tumulus Hill

    The Tomb of Amphipolis lies on the hill of Kasta, near Amphipolis and Nea Mesolakkia….

    more

  • The People

    The People

    Archaeologists and architects that are directing the excavation of the Amphipolis Tomb.There are many other dedicated…

    more

  • Map

    Map

    View the exact point on the map of the Tomb of Amphipolis and get directions. …

    more

     

     

°

Macedonisch  graf met  KARIATIDEN 

http://www.hln.be/hln/nl/961/Wetenschap/article/detail/2043944/2014/09/08/Opgravingen-in-Griekenland-leveren-vondst-kariatiden-op.dhtml

Door: redactie  //8/09/14 Bron: DPA, AFP© reuters.

 

griekenland  articleGal_5780_4913.w_hr

Archeologen hebben bij opgravingen in Griekenland twee standbeelden opgegraven die als wachten gelden bij de binneningang van een graftombe uit de tijd van Alexander De Grote. Dat melden plaatselijke media.

articleGal_5780_4916.w_hr Griekenland

articleGal_5780_4914.w_hr  Griekenland


© reuters.

http://www.thetoc.gr/eng/culture-arts/article/exquisite-new-discovery-at-the-amphipolis-burial-monument-reveals-karyatids

o-megalos-fobos-twn-arxaiologwn-gia-tis-karuatides-2114542  griekenland

Archeologen hebben bij opgravingen in Griekenland twee standbeelden opgegraven die als wachten gelden bij de binneningang van een graftombe uit de tijd van Alexander De Grote. Dat melden plaatselijke media.

© ap.
articleGal_5780_4912.w_hr Griekenland
© ap.
6281080 griekenland
media_l_7095258  griekenland

De ontdekking gebeurde in het kader van een grootschalige opgraving in het noordelijke Amphipolis die het land in de ban houdt en die een geruchtenmolen op gang heeft gebracht over wat het precies gaat.

De gevonden standbeelden nemen de vorm aan van kariatiden: beelden van vrouwen in een lange tuniek en met gekruld haar dat tot op de schouders valt, aldus het dagblad Kathimerini. Van één van de marmeren beelden ontbreekt het gezicht terwijl het andere nagenoeg intact is.

De linker- en rechterarm van respectievelijk de ene en de andere lijken zo te zijn aangebracht dat ze toegang tot de graftombe weigeren. Tevens wijst dit erop dat het om een zeer belangrijk monument gaat.

Speculaties zwollen aan dat het graf, daterend van 356 à 323 voor Christus, samen met zijn schatten ongeschonden is. Hoewel de archeologen nog niet weten aan wie het graf toebehoort, wachten velen met ingehouden adem het einde van de opgravingen af. Stel immers dat het van Alexander De Grote zelf is.(sommigen denken dat het graf dat van de moeder van Alexander De Grote   is )

KAR2_07092014185208  griekenland

Eén van grootste tombes ooit
Het Griekse ministerie van Cultuur zegt niettemin dat dit onwaarschijnlijk is. Maar met een lengte van 590 meter is het wel één van de grootste graftombes die ooit in Griekenland is gevonden.

De precieze vindplaats van het graf van de Macedonische koning-krijgsheer is één van de grootste mysteries van de archeologie. Hij overleed op 32-jarige leeftijd in Babylon. Sommige deskundigen denken dat hij in het Egyptische Alexandrië is begraven. Anderen denken aan Amphipolis omdat daar zijn familie werd vermoord.

articleGal_5780_4920.w_hr   griekenland

 

 

 

 

http://www.thetoc.gr/eng/culture-arts/article/exquisite-new-discovery-at-the-amphipolis-burial-monument-reveals-karyatids

 

 

 

http://www.thetoc.gr/eng/culture-arts/article/exquisite-new-discovery-at-the-amphipolis-burial-monument-reveals-karyatids

Lees ook

 

redactie  18/09/2009

Geboorteplaats Alexander de Grote geeft geheimen prijs

 

Ancient golden jewells found during excavations at the ancient necropolis of Archontiko, in northern Pella prefecture

 

Archeologen die opgravingen uitvoeren in de geboorteplaats van Alexander de Grote in Noord-Griekenland, hebben tientallen wapens en gouden sieraden van krijgslui ontdekt.

 

gioielli-doro-nella-tomba-di-una-donna-afp-getty-images

 

Ancient earings found during excavations at the ancient necropolis of Archontiko, in northern Pella prefecture

Graven van vijftig strijders
Bij de opgravingen in de uitgestrekte begraafplaats van het Griekse Pella werden vijftig graven uit de zesde eeuw v. Chr. blootgelegd. Ze geven meer informatie over de vroege ontwikkeling van het Macedonische Koninkrijk, dat zich ten tijde van de veroveringen van Alexander de Grote uitstrekte tot India.

Onder de meest interessante ontdekkingen waren de graven van vijftig strijders. Sommigen waren begraven met bronzen helmen en ijzeren wapens. Hun ogen, mond en borstkas waren bedekt met bladgoud, opgesmukt met tekeningen van dieren die de koninklijke macht symboliseren. Ook tientallen beeldjes en aardewerk werden ontdekt.

15708329 bronzen helm met goudun-elmo-in-bronzo-ansa

resten skelet en helm

resten skelet en helm

 

 

una-maschera-doro-e-un-elmo-di-bronzo-con-lamine-in-oro-trovati-nella-tomba-di-un-guerriero-macedone-ad-archontiko-gianluca-colla-a

 

un-elmo-di-bronzo-un-copri-occhi-doro-e-una-lamina-doro-per-il-petto-epa
Achtjarig project
De opgraving maakt deel uit van een achtjarig project dat al meer dan 900 graven blootlegde en bewijs leverde voor een oude Macedonische maatschappij die al sinds de tweede helft van de 7e eeuw v. Chr. gebaseerd was op overzeese handel langs militaire routes.

Alexander de Grote, wiens vader Filip van Macedonië de krachttoer lukte de Griekse stadstaten een te maken, veroverde het volledige Perzische Rijk alvorens hij in Babylon op 32-jarige leeftijd aan zijn dood kwam. (dpa/ka)

 

 

 

http://ilfattostorico.com/2009/09/18/50-nuove-tombe-nel-cimitero-macedone-di-archontiko/

 

 

°

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

ENHANCERS

°

°

http://nl.wikipedia.org/wiki/Enhancer                                                                                               http://en.wikipedia.org/wiki/Enhancer_(genetics)

 

De rol van enhancers in de evolutie van dieren

 27 november 2013 2

dna

Deze maand bracht het wetenschappelijke tijdschrift Philosophical Transactions of the Royal Society B een speciaal nummer uit over de rol van bijzondere stukjes DNA, enhancers, in de evolutie van dieren. Tijd om deze enhancers eens aan het brede publiek voor te stellen.

Het menselijk genoom bevat slechts 2 procent DNA dat codeert voor eiwitten. Deze coderende regio’s (exonen) liggen in een zee van niet-coderende sequenties die meestal ‘junk DNA’ genoemd worden. In dit deel van het genoom vinden we toch functionele regio’s terug, die de expressie van genen reguleren. Een bepaalde klasse van deze regio’s zijn zogenaamde enhancers, korte stukjes DNA die gebonden kunnen zijn aan eiwitten om de expressie van bepaalde genen te verhogen (vandaar de naam enhancer).

Ontstaan van enhancers
Enhancers kunnen op verschillende manieren ontstaan in het genoom:

(1) nieuwe mutaties,

(2) insertie van transposons, of

(3) tijdens chromosomale herindelingen.

De laatste twee manieren worden mooi geïllustreerd door recent onderzoek. Transposons zijn stukjes DNA die door het genoom kunnen springen en zichzelf op bepaalde plaatsen vestigen.

Een bepaald transposon sprong naar de zij-regio van een gen dat codeert voor het amylase-enzym. Dit zorgde ervoor dat primaten de mogelijkheid ontwikkelden om de zoete smaak van suikers te proeven tijdens de afbraak van zetmeel. Het transposon dat zich vestigde nabij het gen werkte dus als enhancer voor het amylase-gen.

Een grootschalige chromosomale herindeling bij Teleostei (een bepaalde groep vissen) zorgde ervoor dat enkele genen die hun functie verloren door andere genen ‘gebruikt’ werden als enhancers.

Rol in evolutie
In de evolutie kunnen enhancers een belangrijke rol spelen. Enkele recente studies tonen aan dat enhancers morfologische diversificatie van dieren kunnen sturen.

Sommige driestekelige stekelbaarzen verloren een specifieke enhancer van het Pitx1-gen dat zorgt voor de aanmaak van stekels in de heupregio. Door het verlies van deze enhancer ontwikkelden deze vissen geen stekels meer.

Mogelijk leidde het verlies vadn bepaalde enhancers in andere taxa tot grotere morfologische verschillen. Een belangrijke stap in de evolutie van vertebraten, e overgang van vin naar poot, werd waarschijnlijk bepaald door een (of meerdere) enhancers. Zo zorgt een over-expressie van het Hoxd13-gen bij zebravissen voor een extra aanmaak van weefsel in de vinnen, waardoor deze anatomisch en moleculair op voorpoten lijken.

Door de activiteit van enhancers tussen mensen en chimpansees te vergelijken, kunnen we inzicht krijgen in de evolutionaire geschiedenis van de mens. Een voorbeeld is de enhancer HACNS1, die een versnelde evolutie vertoont in de mens in vergelijking met de chimpansee en de makaak. Het gen dat verbonden is met deze enhancer bepaalt de ontwikkeling van de hand. In een ander voorbeeld ontdekten onderzoekers dat enhancer 2xHAR142 ook een snellere evolutie vertoonde. Deze enhancer reguleert de expressie van het gen NPAS3 dat een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van de hersenen. Zulke studies kunnen belangrijke inzichten bieden in het ontstaan van onze soort.

Jente Ottenburghs

dna

Bronmateriaal:
Rubinstein, M., de Souza, F.S.J. Evolution of transcriptional enhancers and animal diversity (2013) Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences, 368 (1632).
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Mushii (via Wikimedia Commons).

 

De Staat van het KLIMAAT ‘

°

http://www.demorgen.be/zoek/?query=global+warming+&date=LAST_YEAR

 

Kernwoorden

Geowetenschappen , , ,

°

opwarming  <—Doc archief  //

klimaatsceptici en  journaille  over opwarming  :  the great warming up swindle  <–archief doc

°

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2010/december/Klimaatboek-kraakt-IPCC.html

ELMAR  VEEMAN   BESPREEKT KLIMAATBOEK

(Lees ook de bespreking van de afzonderlijke hoofdstukken:  12,345678

Klimaatboek kraakt IPCC

Een ‘koele blik’ door een sterk gekleurde bril

Gevestigde klimaatonderzoekers krijgen er flink van langs in ‘De staat van het klimaat’ van Marcel Crok.

Deels is dat terecht.

Dat zijn betoog niet de koele, rationele afweging is die hij zegt te maken, valt niet meteen op.

Geen journalist in Nederland heeft zich meer in klimaatwetenschap verdiept dan Marcel Crok. Hij deed dat al als redacteur bij het populair-wetenschappelijke tijdschrift NWT, maar nam ontslag om zich uitsluitend op dit onderwerp te kunnen storten.

Het resultaat is het boek ‘De staat van het klimaat – een koele blik op een verhit debat’. Het is tot nu toe enthousiast onthaald. Het lijkt erop dat andere journalisten het boek beschouwen als een eerlijk overzicht van feiten over het klimaat. Ook bij staatssecretaris Joop Atsma vindt Crok een gewillig oor.

VOORWOORD

In het voorwoord schrijft Crok:

‘Ik vind dat je met een ‘koele blik’ naar de wetenschap moet kijken en een rationele afweging moet maken of er een klimaatprobleem is, en zo ja, hoe groot het is. Dat heb ik in dit boek proberen te doen.’

Helaas wordt al vroeg in het eerste hoofdstuk duidelijk dat hij daar niet in is geslaagd.

Zonder steekhoudende argumenten

– verwijt hij wetenschappelijke tijdschriften censuur toe te passen,

-negeert hij de rol van ‘klimaatontkenners’ bij het beïnvloeden van de publieke opinie en

–  probeert hij met een bizarre redenering de schuld van falend klimaatbeleid in de schoenen te schuiven van het Wereld Natuurfonds en Greenpeace.

In dit artikel ga ik daar uitgebreider op in.

°

Tegen ‘klimaatalarmisme’
Als onpartijdige gids door de wereld van de klimaatwetenschap is Crok niet te beschouwen, blijkt ook uit de rest van het boek.

Verbazend is dat niet, want hij zet zich al jaren fel af tegen wat hij ‘klimaatalarmisme’ noemt.

Toch is zijn werk niet de zoveelste tirade van iemand die het probleem botweg ontkent.

Hij plaatst wel degelijk zinnige kanttekeningen bij de klimaatwetenschap in het algemeen en het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het IPCC, in het bijzonder.

Want laten we wel wezen: er zit hier en daar een vlekje aan de klimaatwetenschap. De afgelopen tien jaar is de aarde nauwelijks warmer geworden, en dat had het IPCC niet voorzien. De reactie van IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri op ‘gletsjergate’ was stuitend. Uit gehackte e-mails (‘climategate’) bleek dat informatie delen niet het sterkste punt is van de klimaatonderzoekers in kwestie. Onzekerheid over terugkoppelingen in het klimaat worden soms gebagatelliseerd. En zo is er meer.

Per hoofdstuk neemt Marcel Crok een heldere vraag als uitgangspunt.  :  

Ja, de aarde warmt op, maar hoe veel?

Is de huidige opwarming uniek?

Komt de recente opwarming door CO2, kan hij door iets anders veroorzaakt zijn, is hij echt zo desastreus?

Is het IPCC nog te vertrouwen?

En is het klimaatprobleem op te lossen?

Stuk voor stuk belangrijke vragen, daarom heb ik aan ieder hoofdstuk een aparte bespreking gewijd.

°

Ogenschijnlijk goed onderbouwd
Steeds komt Marcel Crok tot de slotsom dat er lang niet zo veel vaststaat als het IPCC zegt, en dat de vooruitzichten minder donker zijn dan ons wordt voorgespiegeld.

Die conclusies lijken voor een lezer met basiskennis waarschijnlijk goed onderbouwd, maar zijn het lang niet altijd.

De hoofdstukken over temperatuurmetingen en reconstructie van het klimaat in de afgelopen duizend jaar leggen bijvoorbeeld sterk de nadruk op mogelijke missers van gevestigde wetenschappers, terwijl claims van critici zonder enig voorbehoud worden weergegeven.

Helaas zal dat de meeste lezers niet opvallen; zij zullen vooral de indruk overhouden dat er van alles mis is met de temperatuurgrafieken. (Waarom dat onterecht is? Lees mijn opmerkingen over hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3).

Wat Crok goed duidelijk maakt, is dat de klimaatdiscussie niet gaat over het directe opwarmende effect van CO2, maar vooral over de mechanismen die deze opwarming versterken of afzwakken.

Daarover bestaat nog heel wat wetenschappelijke onzekerheid, die uiteraard invloed heeft op de voorspellingen. Toch is de onduidelijkheid minder groot dan hij vertelt. Zie mijn bespreking vanhoofdstuk 4.

°

De andere kant van de discussie
Bovendien heeft hij nauwelijks aandacht voor de andere kant van de discussie.

Hij doet alsof het IPCC een extreem scenario schetst, terwijl sceptici redelijker alternatieven presenteren (waarover meer indit artikel over hoofdstuk 5).

In werkelijkheid neemt het IPCC een nogal conservatieve middenpositie in. Er zijn ook heel plausibele scenario’s waarin de opwarming van de aarde zichzelf gaat versterken, bijvoorbeeld doordat oceanen minder broeikasgassen gaan opslaan of dit zelfs gaan uitstoten en doordat rottend veen als CO2 de lucht in gaat.

De vraag die uiteindelijk iedereen het meest interesseert, gaat over de toekomst van onze planeet.

Hoe veel warmer zal het de komende eeuwen worden, en welke gevolgen zal dat hebben?

Daarover is nog veel onzeker, en dat geven klimaatwetenschappers ook best toe. Maar anders dan Crok beweert, kan het klimaat van de komende eeuw zowel beter als slechter uitpakken dan het IPCC vertelt. Over de gevolgen voor de landbouw is het waarschijnlijk wel te pessimistisch, zie de bespreking van hoofdstuk 6.

Voor Marcel Crok staat vast dat het allemaal zo’n vaart niet loopt.

Hij is ervan overtuigd dat het IPCC ons voorliegt (zie bespreking hoofdstuk 7), het effect van CO2 overschat wordt, en hij rekent op verzachtende terugkoppelingsmechanismen om de aarde koel te houden.

In bestaande maatregelen tegen broeikasgassen ziet hij niets, schrijft hij in het laatste hoofdstuk.

‘De staat van het klimaat’ is vooral een boek dat verkent hoe het er met het klimaat voor zou kúnnen staan als je steeds de meest rooskleurige interpretaties kiest van wat er allemaal bekend is, en bovendien allerlei belangrijke feiten negeert.

Geen rationele afweging met een koele blik, wel een vlot geschreven betoog. Al is het soms wel storend dat Crok pagina’s lang steeds dezelfde klimaatsceptici napraat, alsof die de waarheid in pacht hebben.

Elmar Veerman

Marcel Crok: ‘De staat van het klimaat – Een koele blik op een verhit debat’, Uitgeverij Paradigma, Amsterdam. ISBN 978 90 499 6040 7

(Lees ook de bespreking van de afzonderlijke hoofdstukken:  12,345678

Is de wetenschap er nu echt uit?

Klimaatboek vliegt al vroeg uit de bocht

Een blik op hoofdstuk 1.

Marcel Crok merkt in het eerste hoofdstuk van zijn boek ‘De staat van het klimaat’ (p. 17) op dat de term ‘scepticus’ niet meer de positieve klank heeft die hij van oudsher had. Elke goede wetenschapper heeft immers een sceptische houding. ‘Maar in het klimaatdebat heeft sceptisch zijn allang geen positieve associatie meer’.

°

Hoe komt dat?

Crok legt de schuld helemaal bij de voorstanders van klimaatbeleid, die andersdenkenden zo veel mogelijk zouden tegenwerken.

Het komt blijkbaar niet in hem op dat ook iets te maken zou kunnen hebben met mensen als Fred Singer, Christopher Monckton, James Inhofe en Hans Labohm, die zichzelf sceptisch noemen, maar in werkelijkheid regelmatig betrapt worden op het bewust verdraaien van feiten.

Dat Crok in zijn boek nagenoeg geen aandacht wijdt aan de door grote bedrijven gefinancierde, invloedrijke ‘ontkenningsindustrie‘ is wonderlijk. Wie pretendeert ‘een koele blik op een verhit debat’ te bieden, mag hiervoor niet zijn ogen sluiten.

Het enige moment dat dit wel aan bod komt (op p. 17), verwijt hij ‘bladen als Science en Nature‘ dat ze in redactionele commentaren geen namen noemen als ze het over ‘ontkenners’ hebben, waarmee ze volgens hem de indruk wekken dat alle wetenschappers die kritiek hebben op de klimaatconsensus, bij die zogenoemde ontkenners horen. ‘Dit is verontrustend omdat het daarmee uitgesloten lijkt dat dergelijke wetenschappers een kans maken hun werk gepubliceerd te krijgen in die twee topbladen. En inderdaad verschijnen in Scienceen Nature zelden tot nooit sceptische artikelen over de broeikastheorie.’

Bijgestelde verwachtingen
Sceptische artikelen, het is maar wat je daaronder verstaat. Er verschijnen regelmatig artikelen in de twee tijdschriften waarin nieuwe feiten over het klimaat worden belicht en verwachtingen worden bijgesteld, zowel richting meer als minder rampspoed. En zoals Crok zelf schrijft (p.36): ‘Strikt genomen hebben broeikasaanhangers gelijk dat de aarde wel moet opwarmen als de concentratie aan broeikasgassen stijgt. De cruciale vraag is alleen: hoeveel?’

Doen alsof Science en Nature geen ruimte bieden om daar met wetenschappelijke argumenten over te debatteren, is misleidend. Of verdienen alleen wetenschappelijke artikelen die opwarming door extra broeikasgas volledig ontkennen het predicaat ‘sceptisch over de broeikastheorie’?

In dat geval zou het weigeren daarvan ook in de ogen van Marcel Crok terecht zijn, want hij erkent dat de concentraties broeikasgassen stijgen door menselijk handelen én dat dit leidt tot opwarming.

Onbewezen verdachtmakingen
In zijn boek bezondigt Crok zich vaker aan onbewezen verdachtmakingen.

Over het rapport van werkgroep 2 van klimaatpanel IPCC, nadat hij er vijf fouten uit heeft benoemd (p. 31): ‘Veel van de fouten zijn niet zo moeilijk te ontdekken als je er eenmaal naar gaat zoeken. Er staan vermoedelijk nog tientallen, zo niet honderden van dit soort ‘overdrijvingen’ in werkgroep 2 van het rapport.’ Het zou in ieder geval netjes zijn geweest als hij er dan wat meer had genoemd dan die vijf waarover al heel veel is geschreven.

Dat had waarschijnlijk ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gewaardeerd, want dat heeft begin dit jaar iedereen opgeroepen dergelijke fouten te melden. Het leverde 38 meldingen op, maar die sneden zo weinig hout dat hieruit uiteindelijk geen enkele echte fout in het rapport van werkgroep 2 naar boven kwam.

Zelf ontdekte het PBL nog wel enkele missers, maar daar bleef het bij.

Kortom: ‘tientallen, zo niet honderden overdrijvingen’, dat is een schromelijke overdrijving.

Helemaal merkwaardig omdat Crok in hoofdstuk 6 uitgebreid op het uitpluiswerk van het PBL ingaat en het bureau prijst om zijn kritische verslag (p. 186). Terwijl hij dat verslag in hoofdstuk 7 een ‘geruststellend rapport’ noemt: ‘Er waren bij 32 onderzochte hoofdconclusies niet of nauwelijks fouten te bespeuren’(p. 233).

Nog een citaat (p. 18): ‘In het laatste deel van dit boek (hoofdstuk 8) zal ik laten zien dat de redenering van sommige voorstanders van klimaatbeleid – dat er wetenschappelijke eensgezindheid nodig is voor beleid – niet klopt.’

Een merkwaardige opmerking.

Er bestaan vast enkele voorstanders die wetenschappelijke eensgezindheid nodig vinden, maar het zijn meestal juist de ‘sceptici’ die wijzen op (echte of vermeende) wetenschappelijke onenigheid om het nut van klimaatbeleid te betwisten. Voorstanders van klimaatbeleid vinden onheilsvoorspellingen van een groot deel van de wetenschappers meestal wel genoeg om in actie te komen.

Twijfel zaaien
We lezen verder. Op p. 19: ‘Het uitblijven van effectief beleid komt in ieder geval niet door twijfel zaaiende wetenschappers en lobbyisten. Het komt simpelweg doordat politici zich tot dusver te veel hebben beziggehouden met het formuleren van doelstellingen en te weinig met de vraag in hoeverre zulke doelstellingen politiek en technologisch haalbaar zijn.

Deze redenering is bijzonder.

Laten we beginnen met de constatering dat Crok er geen onderbouwing bij geeft.

En dan: zou er echt geen verband zijn tussen de activiteiten van twijfel zaaiende lobbyisten en de politieke haalbaarheid van maatregelen?

Zelf denken de lobbyisten er anders over, anders zouden ze niet zo veel moeite doen om het publiek en de politici ervan te overtuigen dat klimaatmaatregelen onnodig en schadelijk zijn. Nog steeds komen veel mensen met al lang ontkrachte argumenten als ze moeten toelichten waarom ze niet geloven dat de mensheid de aarde opwarmt. Zou het toeval zijn dat dit dezelfde argumenten zijn die de lobbyisten steeds herhalen?

Greenpeace heeft het gedaan
Maar het hoofdverwijt van Crok is hier dus dat politici vooral doelen stellen, in plaats van te kijken wat haalbaar is. Het is waar dat er bij internationale conferenties, ook over bijvoorbeeld natuurbehoud, vaak concrete doelen worden afgesproken zonder dat helder wordt vastgelegd welke straffen er volgen wanneer een land die niet haalt.

Wiens schuld is dat?

Crok vervolgt: ‘Overigens kun je de schuld daarvan moeilijk alleen in de schoenen van politici schuiven. Politici zijn immers onder grote druk gezet (‘als we nu niets doen, is het te laat!’) door vooral ngo’s (niet-gouvernementele organisaties waaronder grote milieuorganisaties als Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds) om met grote ambities te komen. Ambities die, zo zal blijken in hoofdstuk 8, op dit moment niet haalbaar zijn.’

Kortom: het falen van klimaatbeleid is in de ogen van Marcel Crok mede te wijten aan Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds!

Dat politici ook onder grote druk worden gezet door lobbyisten van de olie- en kolenindustrie, die bovendien miljoenen aan de (Amerikaanse) campagnekassen bijdragen, vindt hij blijkbaar niet belangrijk genoeg om te vermelden.

Dit soort passages maken al vroeg in het boek duidelijk dat ‘De staat van het klimaat’ geen rationele afweging is, maar een eenzijdig betoog. Een ‘koele blik’ en een gekleurde bril gaan nu eenmaal niet samen.

Elmar Veerman

Hoe hard gaat de opwarming?

De temperatuur van de aardbol meten is lastig

Een blik op hoofdstuk 2.

Nederland is de afgelopen 150 jaar met 1,5 graden Celsius opgewarmd. Dat is bijna twee keer zo veel als de wereld als geheel, want daarvoor hanteert het internationale klimaatpanel IPCC een stijging van 0,8 graden. Het eerste getal betwist Marcel Crok niet in zijn boek ‘De staat van het klimaat’. De Nederlandse metingen zijn betrouwbaar, zegt hij. Maar die 0,8 graden, daar gelooft hij niet in. Dat getal zou te hoog zijn.

Mainstream klimaatwetenschappers hebben ‘een vrijwel blind vertrouwen’ in de grafieken waarin de wereldtemperatuur wordt weergegeven, schrijft Crok (p. 39). Niet bij naam genoemde critici vinden dat ‘er zo veel problemen kleven aan de temperatuurmetingen dat die eigenlijk onbruikbaar zijn voor het detecteren van klimaatverandering’ (p. 42). Een logische vraag is dan: wat willen die critici dan wel? Helemaal geen temperatuurgrafiek?

Het is waar dat het reconstrueren van de temperatuur van de hele planeet niet simpel is. Er zijn sinds 1850 wel veel metingen gedaan, maar niet overal op aarde, niet steeds op dezelfde manier. Bovendien zijn ze meestal niet gedaan om klimaatverandering mee te documenteren, maar om het dagelijkse weer op de meetplekken in de gaten te houden.

Drie wereldgrafieken
Slechts drie onderzoeksgroepen in de wereld richten zich op de enorme klus om van al die gegevens een wereldgrafiek te bakken. Die drie grafieken stemmen goed met elkaar overeen.

Voor Crok is dat eerder reden voor achterdocht dan voor vertrouwen. Makers van de grafieken kunnen of willen desgevraagd niet al hun originele meetgegevens overleggen, klaagt hij. Inderdaad niet fraai, maar feit is wel dat er helemaal geen ‘kritische’ klimaatwetenschappers zijn die er een eigen reconstructie tegenover zetten. Terwijl de ruwe gegevens voor iedereen beschikbaar zijn. Ze verzamelen is alleen wel een rotklus.

De grafieken zijn niet werkelijk onafhankelijk, gaat de schrijver verder, omdat ze grotendeels gebaseerd zijn op één en dezelfdedatabank, die van het Global Historical Climatology Network. Nogal wonderlijke kritiek, want die databank probeert de resultaten van zo veel mogelijk meetstations uit de hele wereld samen te brengen. Het zou eerder zorgelijk zijn als reconstructies van het globale temperatuurverloop níet voor een groot deel op dezelfde gegevens zouden berusten.

Verdwenen meetstations
‘Waar zijn alle weerstations gebleven?’, vraagt Crok zich in een tussenkop af (p. 50). Helaas geeft hij het antwoord niet. Ja, hij schrijft dat het aantal meetstations na 1990 ‘helemaal in elkaar stort’. In de jaren zeventig leverden bijna zesduizend stations data voor het netwerk, in 1990 duikelt dat naar tweeduizend, in 2005 verder naar twaalfhonderd. Waarom?

Klimaatsceptici en -ontkenners doen nogal eens alsof het weghalen van meetstations een truc van wetenschappers is geweest om te verhullen dat de aarde niet opwarmt, of zoiets. In werkelijkheid hadden ook zij liever meer dan minder metingen gehad. Maar de stations sneuvelden. Enerzijds omdat de Koude Oorlog was afgelopen, en veel militaire meetstations bij gebrek aan dreiging werden wegbezuinigd. Anderzijds omdat satellietmetingen de rol van landmetingen steeds meer overnamen. Maar die verklaring geeft Crok niet.

Wel schrijft hij: ‘Relatief veel stations op hogere breedtegraden (richting de polen) vielen af en ook relatief veel hoger gelegen weerstations. Er verdwenen dus relatief ‘koude’ stations.’ Het siert hem dat hij daar meteen aan toevoegt dat dit geen probleem hoeft te zijn, omdat de klimaatwetenschappers geen absolute temperatuur bepalen, maar veranderingen ten opzichte van een referentieperiode. Hij had er ook nog bij kunnen zeggen dat de temperatuur bij de polen juist sterker is gestegen dan elders, zodat door de vermindering van het aantal meetstations eerder een onderschatting van de opwarming dreigt dan een overschatting.

Vliegvelden
Een groot deel van hoofdstuk 2 van ‘De staat van het klimaat’ gaat over weerstations in de Verenigde Staten en wat daar allemaal mis mee zou zijn. Het is opvallend hoe veel vertrouwen Crok daarbij stelt in bloggers, met name ex-weerman Anthony Watts. Die stelt dat de meetstations bijna allemaal veel te hoge temperaturen aangeven, vooral omdat ze tegenwoordig te dicht bij bebouwing zouden staan. Met name op vliegvelden.

De bevindingen van Watts klinken zorgwekkend: ‘Van de onderzochte stations is 90 procent zo slecht gesitueerd dat dit volgens criteria van NOAA zelf moet resulteren in fouten van meer dan 1 graad Celsius. Bijna 70 procent van de stations valt zelfs in de categorie ‘fout groter dan 2 graden’.’ (p. 46) Zeer opmerkelijke claims, waarvan je zou verwachten dat Crok ze kritisch onderzoekt. Maar nee.

Toch gaat dit verhaal als een nachtkaars uit. Er is inmiddels eenwetenschappelijke vergelijking gedaan tussen een groot deel van de ‘goede’ en ‘slechte’ weerstations (volgens Watts), die aantoonde dat de ‘slechte’ stations de temperatuur niet overschatten, maar eerder licht onderschatten. Watts ziet het anders en zint op een tegenpublicatie, maar die laat inmiddels verdacht lang op zich wachten.

Zeewater
De wereldtemperatuur wordt natuurlijk niet alleen met landmetingen bepaald. Het zeewater is belangrijk, en daar zijn fouten mee gemaakt. Satellieten en weerballonnen spelen ook een belangrijke rol. Hier en daar is discussie mogelijk over de resultaten, en af en toe wordt er iets gecorrigeerd. Maar voor grote misstanden zijn geen serieuze aanwijzingen.

Wat Crok hier trouwens negeert, is dat er behalve temperatuurmetingen nog veel andere tekenen zijn van een drastische klimaatverandering. Planten bloeien vroeger, insecten komen eerder uit hun ei, steden zakken door grond die duizenden jaren bevroren was, om maar iets te noemen. Op het Antarctisch schiereiland en in Siberië is de opwarming veel uitgesprokener dan bijvoorbeeld in de VS.

En dat is belangrijk, want dat zijn de plaatsen waar veel ijs kan smelten en waar enorme methaanvoorraden in de bodem zitten, die bij opwarming kunnen vrijkomen. Waaraan Crok overigens geen woorden vuil maakt, terwijl dit probleem nu al speelt.

Elmar Veerman

Is deze opwarming uniek?

Er is meer dan die ene hockeystick.

Een blik op hoofdstuk 3.

Als je verder terugkijkt dan 150 jaar, hoe zit het dan met het klimaat?

Marcel Crok betoogt in hoofdstuk 3 van zijn boek ‘De staat van het klimaat’ dat er nog veel onduidelijk is, en dat het heel goed mogelijk is dat de wereld duizend jaar geleden warmer was dan nu. Hij richt zich bijna uitsluitend op zijn stokpaardje: de hockeystick-grafiek. Jammer genoeg kijkt hij niet nog wat verder terug.

Er zijn nauwelijks metingen van vóór 1850, dus moet de temperatuur op andere manieren gereconstrueerd worden, zo goed en zo kwaad als het gaat. Onder meer groeiringen van bomen, isotopen in koraal, ijskernen, boringen in zeebodems en stalactieten uit grotten geven aanwijzingen over de temperatuur ten tijde van hun vorming. Maar uiteraard alleen lokaal, en met een foutenmarge. Bovendien kun je al die gegevens niet zomaar optellen. Er komen statistische bewerkingen bij kijken.

Met die bewerkingen waren in de eerste versies van de grafiek dingen mis, waardoor de conclusies op losse schroeven kwamen te staan, schreef Crok in 2005 in een artikel voor NWT. Daarbij leunde hij sterk op het werk van twee ijverige klimaatsceptici, Stephen McIntyre en Ross McKitrick. Zij zijn ook voor dit boek belangrijke bronnen geweest.

Sleutelpositie
De belangrijkste maker van de hockeystickgrafiekMichael Mann, heeft ook een sleutelpositie in het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties dat iedere vijf à zes jaar een rapport uitbrengt over de staat van het klimaat.

Hij was en is niet bepaald toeschietelijk als hij wordt bekritiseerd, en Crok ergert zich daar terecht aan.

Ook lijkt het er op dat verdedigers van de grafiek een streepje voor hadden bij het IPCC, terwijl kritiek er te gemakkelijk werd weggewuifd.

Dat is allemaal niet zo mooi. Maar het betekent niet dat de hockeystick voorgoed onderuitgehaald is, zoals Crok beweert.

—> Integendeel: er komen voortdurend gegevens bij, die een steeds gedetailleerder beeld opleveren van de temperatuur in de afgelopen duizend jaar. En dat beeld blijft bevestigen wat de oorspronkelijke grafiek liet zien: de wereld is al die tijd niet zo warm geweest als nu. Waarschijnlijk is de huidige wereldtemperatuur zelfs de hoogste in de afgelopen honderdduizend jaar.

De invloed van de zon
Een groot gemis in het boek van Marcel Crok is, dat hij bijna nergens verder terugkijkt dan tweeduizend jaar.

Alleen wanneer hij het heeft over de invloed van de zon, doet hij dat wel.

Het is regelmatig warmer geweest op aarde dan het de komende eeuwen zal worden, zelfs volgens de zwartste doemscenario’s van het IPCC.

Zowel aan deNoordpool als aan de Zuidpool was het ooit subtropisch, met watertemperaturen tot meer dan 30 graden Celsius. Dat gebeurde natuurlijk in tijden dat er nog geen mensen waren. Maar er was wel CO2. Heel veel CO2. Een plotselinge toename van dat gas leidde niet alleen tot een temperatuursprong, maar ook tot een verwoestende oceaanverzuring.

Is CO2 in onze tijd dus ook de grote boosdoener waarvoor het wordt aangezien?

Elmar Veerman

Komt het door CO2?

Effect van broeikasgas zou mee kunnen vallen.

Een blik op hoofdstuk 4.

Er wordt regelmatig te simpel gedacht en gepraat over het klimaat, alsof CO2 de enige factor is die voor opwarming zorgt. Als we onze CO2-uitstoot maar beperken, kunnen we ‘het klimaat redden’.

Wetenschappers weten wel beter. Andere broeikasgassen helpen ook mee aan de opwarming: met name methaan, stikstofoxiden,koelmiddelen en doodgewone waterdamp doen een flinke duit in het zakje. En dan is er nog de invloed van aerosolen, roetdeeltjes en wolken, die opwarming zowel kunnen versterken als verzwakken.

Het is dus complex.

In hoofdstuk 4 van zijn boek ‘De staat van het klimaat’ doet Marcel Crok alsof het IPCC en de klimaatonderhandelaars nauwelijks aandacht hebben voor iets anders dan CO2.

‘Klimaatbeleid is in de internationale onderhandelingen synoniem geworden aan CO2-beleid of koolstofbeleid’, schrijft hij op p. 19 (dus in hoofdstuk 1).

Dat is niet helemaal waar, al zou je het soms denken als je de krant leest.

Onderhandelaars rekenen met ‘CO2-equivalenten’ (CO2-eq), een woord dat in Crok’s hele boek niet voorkomt. Terwijl het heel belangrijk is. Het betekent dat het effect van andere broeikasgassen omgerekend wordt naar de hoeveelheid CO2 die hetzelfde effect zou hebben.

Maximaal twee graden
Het begrip leidt geregeld tot verwarring en dat is een ernstige zaak. Veel mensen, ook vooraanstaande politici, denken dat het IPCC beweert dat een concentratie van 450 ppm CO2 (ppm staat voor delen per miljoen) in de lucht tot maximaal twee graden opwarming zal leiden, in vergelijking met de tijd voor de industriële revolutie.

Ze gaan er dus van uit dat er nog ongeveer 60 ppm bij mag komen voor het zover is, want de huidige CO2-concentratie is zo’n 390 ppm. In werkelijkheid schat het IPCC dat 450 CO2-equivalent uiteindelijk tot die twee graden warmere wereld leidt.

Over de precieze waardes die je voor zo’n omrekening naar CO2-eq zou moeten gebruiken, valt te twisten, en ook over de vraag of het verkoelende effect van deeltjes luchtvervuiling en veranderd landgebruik hierin meetellen of niet. Tel je die effecten niet mee, dan was de stand volgens het IPCC in 2007 455 CO2-eq, dus al boven de veronderstelde tweegradengrens.

Maar het IPCC gaat ervan uit dat aerosolen – druppeltjes luchtvervuiling – de temperatuur drukken door zonlicht terug te stralen voordat die het aardoppervlak bereikt. Met die koeling komt de huidige broeikasdruk volgens het klimaatpanel uit op 375 CO2-eq, toevallig dus dicht bij de werkelijke CO2-concentratie. Dat verklaart misschien een deel van de verwarring hierover.

°

Minder verkoeling?
Uiteraard zijn er onzekerheden in deze berekeningen. Als het verkoelende effect van luchtvervuiling en/of veranderingen in landgebruik kleiner blijkt te zijn dan gedacht – en daar zijnaanwijzingen voor – dan is ook het opwarmende effect van de broeikasgassen overschat.

Dat Crok zich daarover opwindt, is terecht.

De laatste jaren lijkt het erop dat roet meer opwarming veroorzaakt dan verwacht, en aerosolen minder afkoeling.

Beide effecten laten minder ruimte voor opwarming door broeikasgassen. Misschien was het IPCC in 2007 dus te pessimistisch.

Het is alleen niet eerlijk om daar verontwaardigd over te doen, want deze onderzoeksresultaten dateren van na 2007.

Theoretisch zal een verdubbeling van de CO2-concentratie leiden tot ongeveer 1 graad opwarming op aarde, schrijft Crok terecht.

Dat is het directe effect, waarover geen serieuze discussie is.

Hij vermeldt ook dat er allerlei terugkoppelingen zijn, die zowel meer als minder opwarming kunnen veroorzaken.

Maar vervolgens doet hij alsof er heel weinig bekend is over die terugkoppelingen, en het nog helemaal de vraag is hoe hun effect zal uitpakken.  —-> In werkelijkheid is er redelijk solide kennis over sommige mechanismen. Zo houdt warmere lucht meer van het broeikasgas waterdamp vast, absorberen kale grond en ijsloos water meer zonnestraling dan besneeuwde oppervlakken en liggen er in bodems miljarden tonnen broeikasgas te wachten op ontdooiing.

°

Allemaal in de vingers
Voor Marcel Crok is dat kennelijk niet overtuigend genoeg. Hij schrijft: ‘Er zijn kortom nogal wat potentiële feedbacks aanwezig in het klimaat. Alleen als je die allemaal in de vingers hebt, kun je iets zeggen over het toekomstige verloop van het klimaat.’ (p. 110)

Dat is een boude bewering. Om niet te zeggen: klinkklare nonsens.

Het is alsof je zegt: ik ken mijn basissalaris en ik weet mijn vaste lasten, maar omdat ik niet al mijn uitgaven en bijverdiensten voor het komende jaar kan voorspellen, heb ik geen enkel idee wat mijn financiële situatie zal zijn in het komende jaar.

Crok wijst op enkele dwarse klimaatonderzoekers die vooral negatieve terugkoppelingen ontwaren in het klimaat, waardoor de opwarming dus gedempt zou worden. Hij zet dat af tegen klimaatmodellen van het IPCC, die voornamelijk uitgaan van positieve terugkoppeling door smeltend ijs, meer waterdamp in de lucht en extra wolken. Hij gaat daarbij voorbij aan het feit dat die klimaatmodellen het temperatuurverloop van de afgelopen eeuwen redelijk kunnen nabootsen, terwijl de critici daar nauwelijks iets tegenover stellen.

Nutteloze modellen
Bij de presentatie van zijn boek vroeg ik Marcel of hij vond dat klimaatmodellen nutteloos waren, omdat ze te weinig voorspellende waarde zouden hebben. Dat beaamde hij. Liever geen model dan een slecht model, was zijn stelling. Blijkbaar realiseert hij zich niet dat voorspellingen doen zónder model ook een model is, een heel primitief model.

En dan nog iets.

Uit paleoklimatologisch onderzoek blijkt keer op keer dat grote temperatuurstijgingen steeds samenvallen met verhogingen van de CO2-concentratie.

Sceptici beweren graag dat dit CO2 vrijkomt doordat het opwarmt, en niet andersom. Maar het is veel waarschijnlijker dat het beide kanten op werkt: meer CO2 maakt warmer, en meer warmte zorgt voor uitstoot van extra broeikasgas vanuit moerassen en de oceaan. Een domino-effect dus, waarmee het IPCC geen rekening houdt.

Voor Marcel Crok is deze cruciale kwestie het bespreken niet waard.

Elmar Veerman

Iets anders dan CO2?

Het is geen geheim dat er meer klimaatinvloeden zijn

Een blik op hoofdstuk 5.

In discussies over klimaat wordt CO2 meestal genoemd als de grote boosdoener, althans door mensen die de gevestigde wetenschap vertrouwen. In feite is de boodschap ingewikkelder: andere mechanismen dragen ook bij aan de opwarming, maar omdat CO2 duizenden jaren in de lucht blijft én de sterkste invloed heeft, staat dat gas met stip op één.

Volgens Marcel Crok is dat niet zo zeker. In hoofdstuk 5 van ‘De staat van het klimaat’ geeft hij een overzicht van alternatieve opvattingen. Want, zoals hij zelf schrijft (p. 130): ‘Waar het IPCC al twintig jaar dezelfde boodschap uitdraagt – het is CO2! – bestaat er onder de ‘twijfelaars’ een grote diversiteit aan opvattingen.’ De grove simplificatie daargelaten, legt hij daarmee wel de vinger op de zere plek. Al bedoelt hij dat vast niet zo.

Weinig bewijzen
Klimaatsceptici worden vooral verenigd door hun verzet tegen de meerderheidsopvatting, niet door hun eendrachtig gepresenteerde alternatief. Ze kunnen over het algemeen weinig bewijzen bij hun stellingen leveren, en komen vooral met onbewezen theoriën.

Crok schrijft dan dingen als ‘Er is nog een lange weg te gaan om de iris-hypothese aan te tonen en te bewijzen dat ditzelfde wolkenmechanisme de opwarming van de aarde door broeikasgassen afzwakt’ (p. 136), wat toch anders klinkt dan: in de wetenschappelijke literatuur is er tot nu toe vooral bewijs voor een opwarmend effect van wolken.

Bij de bespreking van de nieuwste zonnetheorie van Henrik Svensmark doet hij hetzelfde: ‘Bewijs voor de theorie is echter nog vrij zwak’. Vanwaar dat ‘nog’? Het bewijs is gewoon zwak, punt.

Als overzicht van mogelijke mechanismen die invloed hebben op het klimaat, terwijl ze nog slecht begrepen zijn, is dit hoofdstuk geslaagd. Want dat die bestaan, staat wel vast. Veranderende oceaanstromingen, zonnestraling, wolkenvorming, luchtverontreiniging en interacties tussen al die factoren, bijvoorbeeld. Het zijn trouwens lang niet altijd uitgesproken sceptici die hiermee op de proppen komen. Het is geen geheim dat ook andere klimaatwetenschappers op zoek zijn naar verklaringen voor de afvlakkende temperatuurcurve van de afgelopen tien jaar.

°

Periodieke opwarming 

°
Een van de interessantste theorieën wijst naar de zee. Er lijken cycli van tientallen jaren zijn, die zorgen voor periodieke wereldwijde opwarming en afkoeling: de Atlantic Multidecadal Oscillation (AMO) en de Pacific Decadal Oscillation (PDO). Het zou kunnen dat die cycli (deels) hebben gezorgd voor stagnatie van de opwarming tussen 1940 en 1970, en versnelde opwarming in de dertig jaar daarna. In de oceanen zit ruim duizend keer meer warmte opgeslagen dan in de atmosfeer, dus het ligt voor de hand dat een kleine verandering in het water grote gevolgen kan hebben in de lucht.

Als de oceaancycli de afgelopen eeuw voor klimaatschommelingen hebben gezorgd, en dat is misschien wel het belangrijkste punt van het hele boek, dan wordt de invloed van broeikasgassen waarschijnlijk overschat. Je moet dan namelijk niet kijken naar de opwarming sinds 1970, maar sinds 1940. En dan kom je uit op zo’n 0,6 graden in 70 jaar, dus minder dan 0,1 graad per decennium. Zou dit in hetzelfde tempo doorgaan, dan ziet de toekomst er beter uit dan in de meest optimistische voorspellingen van het IPCC.

Maar ja, dat staat allerminst vast.

De kennis over AMO en PDO staat nog in de kinderschoenen, en stelde ten tijde van het laatste IPCC-rapport nog minder voor. Bovendien is er in die tijd meer veranderd dan alleen de concentraties van broeikasgassen. Met name de invloed van luchtvervuiling is nog niet goed bekend – onzekerheid waaraan het IPCC wel wat meer ruchtbaarheid had mogen geven, trouwens.

De macht van de zon
En hoe zit het met de zon? In het verleden hebben veranderingen in zonneactiviteit waarschijnlijk geleid tot stevige klimaatschommelingen, zoals de Kleine IJstijd – hoewel nog niet duidelijk is in hoeverre dit een lokaal effecten waren, en ook niet hoe die koppeling eigenlijk werkt. Toch zijn er geen redenen om de zon de schuld te geven van de recente klimaatverandering.

Aan het eind van het hoofdstuk roert Crok nog een belangrijke kwestie aan: regionale klimaatverandering voorspellen is nog moeilijker dan globale, en klimaatmodellen geven dus geen keiharde voorspellingen —–> Dat klopt, maar het gaat ver om ze dan maar helemaal te negeren, zoals hij bepleit.

Overigens stelt Roger Pielke senior (overduidelijk één van Crok’s helden) voor om Nederland te wapenen tegen de ergste klimaatextremen uit het verleden, plus 10 of 20 procent. Dus niet alleen tegen hitte, maar ook tegen kou.

Elmar Veerman

Hoe erg is die opwarming?

Zuur voor de natuur, maar landbouw kan profiteren.

Een blik op hoofdstuk 6.

Marcel Crok schreef ‘De staat van het klimaat’ niet helemaal alleen. Een groot deel van het hoofdstuk ‘Is die opwarming echt zo desastreus?’ werd geschreven door Rypke Zeilmaker, een wetenschapsjournalist die zich graag tegendraads opstelt. Zo ook hier.

Hij probeert meer CO2 vooral neer te zetten als zegen voor de landbouw en de natuur.

Maar het eerste deel komt voor rekening van Crok. Hij neemt daarin nog eens de fouten onder de loep in deel twee van het IPCC-rapport uit 2007, dat over de toekomstige gevolgen van klimaatverandering gaat. Die loep is nogal gekleurd. Omdat ik al eerder over deze fouten schreef, ga ik dat nu niet nog een keer doen.

Voor één fout maak ik een uitzondering, namelijk de kwestie over schade door rampen. Crok stelt terecht aan de kaak dat het IPCC-rapport beweerde dat die schade sterker was toegenomen dan verwacht mocht worden op grond van economische ontwikkeling, terwijl dat niet klopt. Of dat een staaltje bewuste bangmakerij is, kan hij niet hardmaken, maar het lijkt er sterk op.

Oproepen tot verbetering

Dat er fouten zijn gemaakt bij het IPCC, staat als een paal boven water. Oproepen om het beter te doen, komen niet alleen van skeptici, maar bijvoorbeeld ook van de Inter  Academy Council, die er dit jaar een rapport over uitbracht met stevige aanbevelingen. In hoeverre die uitgevoerd gaan worden, is nog onduidelijk. IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri zit in ieder geval nog steeds op zijn plek, en je hoeft geen klimaatscepticus te zijn om dat jammer te vinden.

°

Over stijging van de zeespiegel, voor Nederland van groot belang, ging het boek tot nu toe nog niet. Zeilmaker kijkt er wel naar, en richt om te beginnen zijn pijlen op onderzoeker Stefan Rahmstorf, die een sterkere stijging voorziet dan het IPCC. Verfrissend, want in de rest van het boek wordt het klimaatpanel vooral neergezet als uiterst pessimistisch. Overigens meldt de schrijver wel dat er kritiek is op het werk van Rahmstorf, maar geeft hij geen inhoudelijke argumenten om deze voorspellingen niet serieus te nemen. Dat deDeltacommissie dat wel doet, is hem desondanks een doorn in het oog.

Discutabele malariaclaim

Is malaria aan het oprukken doordat de wereld warmer is geworden? Het IPCC heeft dat herhaaldelijk beweerd, en Zeilmaker stelt terecht dat dit erg discutabel is. —-> Feitelijk is er meer bewijs voor andere oorzaken, zoals bevolkingsgroei in malariagebieden.

Verdwijnt biodiversiteit door klimaatverandering?

Volgens het IPCC zal wereldwijd 20 tot 30 procent van de soorten een verhoogd risico op uitsterven lopen, wanneer de temperatuur meer dan twee à drie graden is gestegen. Een vrij voorzichtige formulering, maar voor Zeilmaker is dit al veel te ‘alarmistisch’.

Hij wijst erop dat dieren zowel hun gedrag als hun verblijfplaats kunnen aanpassen, en daarmee de gevolgen van klimaatverandering kunnen opvangen. Inderdaad houden onderzoekers daar vaak geen rekening mee.

Bij flinke opwarming zijn het vooral koudeminnende soorten die moeten wijken. Soms zullen ze uitsterven, omdat er bijvoorbeeld geen hoger en dus kouder plekje meer is op de berg waarop ze leven. Maar in andere gevallen kunnen ze best hun leefgebied verplaatsten. Mits ze niet omringd zijn door ongeschikte gebieden, wat steeds vaker zo is. Zeilmaker ‘vergeet’ daar rekening mee te houden.

Bomen kunnen niet vluchten
Voor planten, en met name bomen, zijn de directe gevaren nog groter. Zij kunnen niet vluchten voor hitte, droogte of vernatting. Dieren die sterk afhankelijk zijn van één of enkele plantensoorten, kunnen dus ook niet vluchten voor klimaatverandering. Dat vermeldt het boek niet.

Al met al kun je stellen dat het voorbarig is om klimaatverandering voor te stellen als bedreiging nummer één voor de biodiversiteit. Maar een stelling als ‘Voor veel soorten is opwarming zelfs gunstig’ (p. 207) kan de lezer zand in de ogen strooien. Uitbreiding van de ene soort gaat meestal ten koste van een of meer andere soorten.

Over planten schrijft Zeilmaker nog meer. Bij een verhoogde CO2-concentratie verbruiken ze minder water en groeien ze harder, en dat ziet hij als gunstig voor de natuur. Discutabel, want niet elke soort zal hier evenveel van profiteren. Doorgaans vind je de meeste biodiversiteit juist in schrale gebieden, niet op overbemeste grond. Hij gaat hier totaal aan voorbij.

Een zegen voor de landbouw?
Voor de landbouw is extra groei en meer droogtebestendigheid uiteraard wel een zegen. Hij heeft gelijk dat het IPCC erg pessimistisch is bij het inschatten van de toekomst van de boeren in de wereld. Lokale droogte kan problematisch zijn, maar is moeilijk te voorspellen. Het positieve effect van CO2 is een stuk robuuster.

En hoe zit het met de verzuring van de oceanen door het oplossen van extra CO2? Daarover komen veel doemverhalen de wereld in, maar de laatste tijd ook relativeringen. Sommige soorten algen en dieren met een kalkskelet blijken er goed tegen te kunnen. Maar het is te gemakkelijk om dit tot een non-probleem te verklaren, zoals Zeilmaker doet.

Hij vindt dat de pH-daling door CO2 er niet toe doet, omdat die binnen de natuurlijke variatie valt. Waarbij hij vergeet dat die natuurlijke variatie intussen ook blijft bestaan, zodat er wel degelijk grenzen kunnen worden overschreden.

Natuurlijke buffers
Ook mist hij een ander belangrijk punt. Hij stelt dat de oceaan vol zit met natuurlijke buffers, zoals kalk. Maar bij verzuring draait het vooral om het bovenste laagje water, waarin het meeste leven zit. Het CO2-gehalte stijgt daarin veel sneller dan in de rest, omdat het oceaanwater slecht mengt. En juist daar zijn weinig buffers. Hij heeft wel een punt wanneer hij stelt dat het zeeleven tijd krijgt om zich aan te passen aan verzuring, en er dus minder last van zal hebben dan bij plotselinge blootstelling in een laboratorium.

Ten slotte geldt ook voor plankton wat voor landplanten geldt: extra CO2 kan werken als meststof, die de algengroei kan stimuleren. Maar uiteraard alleen als er geen gebrek is aan andere voedingsstoffen. Dat vermeldt Zeilmaker wel, alleen vergeet hij erbij te zeggen dat dit gebrek er vrijwel altijd is, in de hele oceaan. CO2 beschouwen als ‘oceaanfertilisatie’, zoals hij doet, is dus misleidend.

Elmar Veerman

Is het IPCC te vertrouwen?

Klimaatpanel laat steken vallen, critici ook

Een blik op hoofdstuk 7.

‘Dit boek laat zien dat de hoofdconclusies voor het IPCC alleen overeind blijven staan door veel gepubliceerde kritiek te negeren of te bagatelliseren’, schrijft Marcel Crok in het voorlaatste hoofdstuk van zijn boek ‘De staat van het klimaat’. Dat is maar zeer ten dele waar. Wat niet wegneemt dat het internationale klimaatpanel steken heeft laten vallen.

Crok’s boek is een stuk eenzijdiger dan de rapporten van het IPCC. Toch maakt hij

 ‘De opwarming zelf wordt hoogstwaarschijnlijk overschat, de beweerde ‘uniekheid’ van de opwarming is niet hard te maken, en wat betreft de oorzaken heeft het IPCC opvallend weinig oog voor alternatieve verklaringen.’(p. 222) Die vermeende misstanden zijn volgens hem te wijten aan een verkeerde organisatie, waarin sceptische wetenschappers te weinig invloed hebben.

Hij heeft gelijk dat de werkwijze van het klimaatpanel eerlijker en transparanter moet worden, met minder macht voor een kleine groep mensen aan de top. Daarin staat hij niet alleen, maar hij was wel één van de eerste journalisten in Nederland die daarop hamerden.

Wat natuurlijk niet wil zeggen dat al zijn kritiek terecht is.

°

Overheden kiezen hoofdauteurs
Om een voorbeeld te noemen: ‘De voordracht van hoofdauteurs verloopt via nationale overheden. De meeste overheden in de wereld, ook in de Verenigde Staten, hebben al jaren een klimaatbeleid dat erop gericht is de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Wie uit hun land zullen ze voordragen als hoofdauteur, een onderzoeker die aanhanger is van de broeikashypothese, of een scepticus?’ (p. 238)

Wil Marcel Crok hier nu echt beweren dat overheden, inclusief de regering-Bush, doelbewust overdrijvers van het broeikaseffect naar voren schoven voor het IPCC, omdat ze zo graag strenge CO2-reducties wilden doorvoeren?

—>  In werkelijkheid stribbelen regeringen, zeker de Amerikaanse, voortdurend tegen en vinden ze de doelen de reducties die volgens het IPCC nodig zijn onmogelijk te halen.

Een kwestie van geloof
Iets anders is zijn bewering dat het al dan niet accepteren van de hoofdconclusie van het laatste IPCC-rapport – dat het merendeel van de opwarming sinds 1950 zeer waarschijnlijk veroorzaakt is door onze uitstoot van broeikasgassen – een kwestie van geloof is. Voor veel mensen zal dat zo zijn. Toch blijft het een stelling die de overgrote meerderheid van de klimaatwetenschappers onderschrijft, op grond van solide kennis.

Is het IPCC te vertrouwen?

Ja, in grote lijnen wel. Kritisch kijken blijft altijd nodig, maar dat geldt ook voor alternatieve klimaatscenario’s.

Zoals klimaatonderzoeker Mark Serreze tegen Crok zei: ‘Als je niet accepteert dat de recente opwarming door broeikasgassen komt, dan heb je een groot, groot probleem.’ Zelf voegt Crok daar nog aan toe (p. 230): Met andere woorden: sceptici, leg maar eens uit welke klimaatfactoren volgens jullie dan de recente opwarming veroorzaakt kunnen hebben.

°

Het is geen rechtszaak
Daar zit ‘m inderdaad de crux. We hebben het hier niet over een rechtszaak, waarbij de verdachte vrijuit gaat tenzij z’n schuld onomstotelijk bewezen is.

Het draait om de vraag: hoe veel risico willen we nemen met onze planeet?

Ongebreideld broeikasgassen blijven uitstoten omdat niet voor honderd procent vaststaat hoe veel schade dat veroorzaakt, is nogal extreem.

Toch is dat wel zo’n beetje waarvoor Crok uiteindelijk pleit, in zijn laatste hoofdstuk.

Elmar Veerman

CO2, hoe komen we er vanaf?

Effectief beleid is niet eenvoudig

Een blik op hoofdstuk 8

.

Marcel Crok is ervan overtuigd dat de meeste zorgen over klimaatverandering onterecht zijn. Het is zelfs niet uitgesloten dat het hele klimaatprobleem een schijnprobleem is, schrijft hij in het slothoofdstuk van ‘De staat van het klimaat’.

Tegelijk geeft hij toe dat niemand kan voorspellen hoe veel opwarming CO2 (de simplificatie is van hem) in de toekomst zal veroorzaken. Moeten we dus het zekere voor het onzekere nemen en zo snel mogelijk de uitstoot van broeikasgassen afbouwen?

Voor hij aan die vraag toekomt wil Crok eerst even uitleggen waarom hij het Kyoto-protocol een mislukking vindt, een aanpak die ‘totaal ongeschikt is om CO2-emissies naar beneden te krijgen’. Ideaal is het inderdaad niet, wat onderstreept wordt door omvangrijke fraude met emissierechten en de onbevredigend afgehandelde zaak van Chinese fabrieken die broeikasgassen produceerden om vervolgens te verdienen aan hun vernietiging.

°

Lage prijs

°
Toch slaat hij de plank hier mis. Hij gaat voorbij aan het feit dat er in de beginjaren sowieso weinig te verwachten is van een systeem waarin emissierechten worden verhandeld, maar later des te meer. De prijs van die emissierechten is nu nog te laag om veel uit te maken. Bij schaarste neemt hij echter snel toe, en dat zal ook de druk vergroten om die emissies te verlagen. Door handel gebeurt dat doorgaans op de goedkoopste manier. Dat zo’n ‘cap-and-trade’-systeem een ‘oneindig ingewikkelde boekhouding’ (p. 260) zou vergen, is een stevige overdrijving. Je zou hetzelfde kunnen zeggen van BTW.

Crok concludeert: ‘Kortom, praktisch gezien blijkt CO2-handel niet de juiste weg te zijn om CO2-emissies naar beneden te krijgen. Maar los van deze praktische tekortkomingen ligt er een fundamentele denkfout aan het huidige klimaatbeleid ten grondslag. En dat is dat CO2-beleid hetzelfde is als klimaatbeleid.’(p. 261)

De denkfout is hier van Marcel Crok zelf. Hij beklaagt zich nota bene enkele pagina’s daarvoor over de perverse prikkel die het Kyoto-protocol deed ontstaan rond het broeikasgas HFK-23. Hij weet dus dat de emissie handel niet beperkt is tot CO2, maar ook andere broeikasgassen omvat. In een nieuw verdrag zou dat kunnen worden uitgebreid, zodat ook roet eronder valt, en het in stand houden en/of aanplanten van bossen.

°

Geld voor onderzoek

°
Uiteindelijk is zo’n marktmechanisme waarschijnlijk goed in staat om de race naar betaalbare, schone energie te versnellen. Om de één of andere reden gelooft Crok daar niet in.

Hij wil liever dat overheden direct geld investeren in onderzoek om dit te bereiken, want dat zou veel minder kosten.

Opvallend is, dat Crok anderen er voortdurend van beschuldigt dat ze simplificeren. Het lijkt hem te ontgaan dat hij dit zelf voortdurend doet, met uitspraken als ‘het is zinloos en eindeloos inefficiënt om CO2 te zien als een magische knop waarmee je tal van processen op aarde zou kunnen aansturen.’

In publiciteitscampagnes wordt het af en toe zo voorgesteld, maar beleidsmakers weten echt wel beter.

Nee, voor Marcel Crok heeft het terugdringen van broeikasgassen geen prioriteit. We moeten ons gewoon aanpassen aan mogelijke klimaatverandering. Hij stelt: ‘Als de wereldleiders twintig jaar geleden massaal hadden gestemd voor adaptatie, dan waren we nu veel en veel verder geweest in onze ‘strijd’ tegen klimaatverandering’. ’ (p. 266)

Misschien begrijp ik hem verkeerd, maar ik zie de logica hier niet.Met alleen adaptatie hadden we helemaal niets gedaan tegen klimaatverandering, alleen tegen de gevolgen ervan. Gevolgen die minimaal even groot, maar waarschijnlijk nog iets groter zouden zijn dan zonder pogingen om de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen te verminderen.

°

Belasting aan de bron
Willen we toch beperkingen aan de CO2-uitstoot, dan zouden wevolgens sceptische deskundigen die Crok met klaarblijkelijke instemming citeert, eerder moeten denken aan een koolstofbelasting, die aan de bron van fossiele brandstoffen geheven zou moeten worden. De opbrengst zou naar de ontwikkeling van schone energie moeten gaan. Inderdaad, dat zou ook kunnen, al heeft het zijn eigen organisatorische problemen.

Het is onvermijdelijk dat de CO2-uitstoot nog decennialang zal blijven stijgen’, schrijft hij tegen het einde van het boek. ‘Dit boek heeft duidelijk proberen te maken dat het nog lang niet zeker is dat die CO2-toename forse opwarming tot gevolg zal hebben, laat staan dat het zal leiden tot een klimaatcatastrofe. Dat is goed nieuws, want er is tijd nodig om de energievoorziening revolutionair te veranderen. Die tijd zal dan wel goed benut moeten worden.’

Met zijn boek maakt Crok de kans daarop niet groter.

Op grond van schamel bewijs betogen dat het heus wel meevalt met de gevolgen van het verstoken van fossiele brandstoffen, zal eerder averechts werken.

Elmar Veerman

°

VERDERE    ” DISCUSSIES”   op  ALGEMENE PUBLIEKS- PODIA  ……

°

  I .-   De inbreng van het  JOURNAILLE 

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2012/okt/Opwarming-al-16-jaar-gestopt.html

‘Opwarming al 16 jaar gestopt’

Nederlandse media praten misleidend stuk uit de Daily Mail na

  • DOOR: ELMAR VEERMAN   //16 oktober 2012
aarde & klimaat

Het is zwaar overdreven, die zogenaamde wereldwijde opwarming. Tenminste, volgens de Britse schandaalkrant Daily Mail. Veel Nederlandse media namen het bericht over dat de opwarming van de aarde al zestien jaar zou stilstaan. Maar dat is niet waar.

Decoratieve thermometer
© shar / sxc.hu

Global warming is 16 jaar geleden gestopt, toont stilletjes uitgebracht rapport van het Meteorologisch Instituut… en hier is de grafiek die het bewijst’, kopte de Britse krant Daily Mail afgelopen zondag.

In het stuk van David Rose staat een grafiek van de wereldtemperatuur, die begint in 1997. De kronkelige lijn gaat op en neer, en eindigt in 2012 zo ongeveer op dezelfde hoogte waar hij begon. Zestien jaar temperatuurmetingen, zonder enige opwarming.

*UPDATE: die grafiek deugt trouwens niet.*

De opwarming van de aarde staat al die tijd al stil, en de klimaatwetenschap probeert dat onder het tapijt te schuiven, is de strekking van het artikel.

°Waarna de focus verschuift naar de hoge extra kosten van groene energie die de Britse burger moet ophoesten.

°

Nederlandse media namen het bericht snel over, en deden er soms nog een schepje bovenop. De Telegraaf bijvoorbeeld: ‘Geleerden zijn het er niet over eens of er nu een definitief einde is gekomen aan de opwarming van de aarde.’ De internetversies van de Volkskrant, het AD en de Belgische krant De Morgen hadden ook een versie van het verhaal, met een verwijzing naar de Mail, maar hebben die inmiddels weer weggehaald – hoewel het soms toch nog te lezen is.

(Intermezzo )_____________________________________________________________________________________________

http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20121014_073

waaruit volgende  comments  

°—-> Als reisgids ga ik elk jaar naar Canada en Alaska,de gletsers smelten zienderogen, de noordpool is bijna weg en de NW doorvaart is open in de zomer.
Moeten jullie nog meer bewijzen hebben?

(antwoord )

—-> de doorvaart aan de noordpool was ook al ijsvrij op het einde van 19e eeuw. . Vergeet niet dat we nu (normaliter ) op het einde van het Holoceen zitten, en dat een nieuwe ijstijd  * achter de deur stond .                                                                                 —-> Maar de mens heeft dat verhinderd door de honderd jaar latere cumulerende antropogene opwarming als slaghoedje van een verandering van het globale klimaatsysteem met al haar versterkende terugkoppelings mechanismen : Maak je geen illusies de rampzalige gevolgen van een ijstijd zijn dus vermeden , maar de gevolgen van de opwarming zijn minstens even erg(althans voor een mensvriendelijke wereld ) …..

(*Overigens  proberen  veel klimaatsceptici   ons nog  steeds   te doen geloven dat “het afgelopen is met de opwarming” en dat een “nieuwe ijstijd” voor de deur staat.   —-> http://www.zeeburgnieuws.nl/nieuws/kv_sceptici_014.html   )

—> Alle artikels die ‘het G(lobal) W(arming ) model onderuithalen’ zijn van een bedroevend niveau zoals bovenstaand (Daily Mail  en  belabberd  Nieuwsblad  doorslagje ervan  ) artikel en haar volkomen onbruikbare statistiek …..

(jan Modaal ) —->” de aarde warmt op , maar we zaten wel te bibberen in de winter van 2012-2013 “

GW wil enkel zeggen dat de warmte inhoud van de globale aardse biosfeer stijgt.
-Het overgrote deel van die extra warmte wordt opgenomen door oceanen.
-Lokaal kan dit betekenen dat er zelfs een afkoeling waarneembaar is…

Maar plaatselijk “weer” is geen globaal klimaatsysteem —->
en dat  globaal klimaatsysteem is aan het veranderen
en merkbaar op enkele sleutelplaatsen : waaronder  de Polen  , de opschuiving van de tropische stromen gordels … de toenemende  exoten-invasies, de  verschuivingen van de boomgrens  , het smelten van de toendra’s    …… etc 

(*en dat is MISSCHIEN ook enigzins
aan het lokaal “weer ” te zien : dat nu meer dan  ooit  schommelt  tussen  extremere weer-types  en dito  overlast )

°

Daily Mail Statistiek ?

Warmt de aarde dan toch niet meer op?

……een soort van  (vooringenomen en gemanipuleerde )  data selectie   ?(* Met  (geselekteerde  maar onvoldoende (of zelfs gemanipuleerde )  gedeeltes  van  )   statististische  gegevens  kan je  alles” bewijzen” )

Wat een grap.

-Men begint net voor 1998 te meten, een jaar met een zeer sterke El Nino.
-Men stopt net na een paar kort op éénvolgende La Nina’s, een zeer kalme zon én een sterk toegenomen vervuiling door zwavel aerosolen.

…….en nog eens in detail gekeken :
De “daily mail ” mensen hebben trouwens zeer bewust de eerste maanden van 2012 ook nog meegenomen…
–>Tot april was een matig tot sterke la nina actief wat altijd zorgt voor lagere temperaturen wereldwijd. ( plaatselijk was dat  het zeer slechte voorjaar )
—> Een veel correctere studie is bijvoorbeeld deze , die de warmte inhoud van de aarde bestudeert zoals de recente van Nuccitelli.

Maakt u zich maar geen illusies.
De opwarming gaat verder en gaat ieder decennium sneller.
°Tsja  de klimaat wetenschappers   het natuurlijk weer beter   …… en  Jan Modaal heeft geen recht van spreken  …..en
uiteraard past dit argument   prima in een calimero kramp van de klimaatontkenners om te gaan jammeren dat er kritiek is op de hun welgevallige artikelen .

____________________________________________________________________________________________________________________

°

Slordig en misleidend


Deugde het verhaal dan niet? Dat kun je wel zeggen. Er staan slordigheden en misleidende passages in.

Er is bijvoorbeeld geen rapport uitgebracht dat is stilgehouden, er zijn slechts gegevens aan een database toegevoegd, zoals dat regelmatig gebeurt. En de kosten van groene energie zijn lang niet zo hoog als de berichten suggereren. Daar publiceert de Mail wel vaker misleidende berichten over.

Maar de hoofdvraag is natuurlijk of er inderdaad geen opwarming te zien was, de afgelopen zestien jaar.

Het Britse Met Office (zeg maar het equivalent van ons KNMI) bestrijdt dat. Het warmde 0,03 graden per tien jaar op, zegt het instituut – maar in grote lijnen klopt het wel, want dat is bijna niets.

De atmosfeer warmde sinds 1997 dus inderdaad nauwelijks op. En dat is echt iets anders dan klimaatmodellen hadden voorspeld.

Alleen mag je daaruit beslist niet de conclusie trekken dat de aarde niet verder is opgewarmd.

De zeeën werden namelijk wél gestaag warmer, en er smolt ook flink wat ijs.

Maar vooral die warmere zee is van belang. De temperatuur van water omhoog brengen kost namelijk veel meer energie dan het opwarmen van lucht, en er is gigantisch veel water op aarde. Van de extra warmte die het systeem aarde opneemt, gaat het leeuwendeel in zee zitten.

Dit is berekend voor de periode 1993-2003. De zee nam toen 93,4 procent van de extra energie op, de atmosfeer maar 2,3 procent.

Het zegt dus niet zo veel als de lucht in een periode van zestien jaar geen opwarming laat zien, als de oceanen in dezelfde tijd wel warmer werden. En dat deden ze, kijk maar naar onderstaande grafiek, afkomstig uit dit wetenschappelijke commentaar.

Ocean Heat Content
© Nuccitelli et al.
De warmte-inhoud van de oceanen is sinds 1997 verder gegaan met stijgen.

°

Het is duidelijk dat het zeewater dus wel degelijk is doorgegaan met de opname van warmte. Wat trouwens ook te zien is aan de zeespiegel, die tegenwoordig met satellieten in de gaten wordt gehouden. Die steeg gewoon door, voornamelijk doordat water uitzet als het warmer wordt.

Maar toch: klimaatmodellen hadden de recente de stilstand van de atmosferische opwarming niet voorzien.

°

Betekent dit nu dat ze niet deugen?

Ook daarop valt heel wat af te dingen.

 De activiteit van de zon was bijvoorbeeld bijzonder laag, de afgelopen jaren, en dat heeft een licht verkoelend effect gehad. Hetgeen niemand had zien aankomen, want het begrip van de zon is nog heel beperkt.

De oceaan gedroeg zich ook anders dan verwacht. Een sterke El Niño, het fenomeen waarbij veel hitte uit zee de lucht ingaat, is tot nu toe merkwaardig lang uitgebleven.

Ook niet goed in de modellen meegenomen was de enorme groei van vooral de Chinese industrie, die veelal op energie uit steenkool draait. De verbranding van al die kolen zorgde niet alleen voor opwarmende CO2-uitstoot, maar ook voor aerosolen, kleine deeltjes die licht weerkaatsen en zo op korte termijn voor verkoeling zorgen. Ook vulkaanuitbarstingen droegen daaraan bij.

°

Korte termijn


Deze verkoelende mechanismen werken alle drie op de korte termijn. De zon zal weer actiever worden, er komt onvermijdelijk een keer een flinke El Niño-periode aan en aerosolen uit vuile kolencentrales en vulkanen blijven maar kort in de lucht, dus als vulkanen zich even koest houden en de industrie schoner wordt, valt die koeling weg.

Wat gebeurt er met de temperatuurgrafiek als je de verkoelende invloeden van de inactieve zon, de ontbrekende El Niño-invloed en de extra aerosolen wegrekent?

Dat is vorig jaar beproefd door klimaatwetenschappers Grant Foster en Stefan Rahmstorf. Dit is het resultaat:

Aangepaste Temperatuurgrafiek
© Foster & Rahmstorf / Environmental Research Letters
De gemiddelde temperatuur op aarde, berekend door verschillende onderzoeksgroepen en gecorrigeerd voor bekende kortdurende verkoeling door aerosolen, de zwakke zon en het afwijkende oceaangedrag.

°

Kortom:

de opwarming van de lucht heeft even stilgestaan, maar dat ‘plafond aan de opwarming’ is maar tijdelijk. De echte opwarming van de aarde is helaas gewoon doorgegaan, en zal binnenkort weer zijn tanden laten zien.

Hoewel dat de afgelopen jaren lokaal ook al is gebeurd: de extreme hitte en droogte in de Verenigde Staten en het grotendeels verdwijnen van het zee-ijs aan de Noordpool kunnen met grote waarschijnlijkheid worden toegeschreven aan door de mens veroorzaakte klimaatverandering.(2)

_

En de economische kosten van vergroening van de economie

° …..Die zijn op korte termijn groter dan doorgaan op de oude weg, dat staat vast.

—-> Maar op wat langere termijn wordt energie er goedkoper door én wordt een deel van de schade voorkomen die klimaatverandering aanricht. Investeringen lonen wat dat betreft overduidelijk.

—>Maar burgers voelen de pijn nu, en dat bevalt ze vaak niet.(3)

Kijk maar naar de honderden reacties die het misleidende stuk op de site vande Telegraaf opleverde. (A)

(A)

—> Jan modaal met 3 jaar mavo trekt daar zijn conclusie uit dat het weer de Groene maffia is die zijn portemonnee aan het leeg maken is.

Wil Nederland ooit over de streep getroken worden, dan moeten ook deze mensen overtuigd worden. Het zou goed zijn als de schrijver (Elmar Veenman ) of   welbespraakt klimaatdeskundige weerwoord  zouiden  geven in de populaire media als er weer eens zo’n onbehouwen klimaat sceptisch stukje geplaats wordt. Een weerwoord gewoon met argumenten

______jammer genoeg is iets dergelijks  misschien  tijdverspilling  ?  Net zoals  discussies met creationisten  en negationisten dat ook is

—>  In december 2012   weer een bericht in” De Telegraaf ” over klimaat opwarming.

De reacties warenweer tenenkrommend  

° In het kort komt het erop neer dat :

-het allemaal onzin is,                                                                                                                                                                                                                                   -dat de aarde in het verleden ook opwarmde                                                                                                                                                                                      – dat het eigenlijk  wel goed is met een hoger temperauurtje.

-Een quote van een reaguurder   op mijn reactie:

“De trend van 100 jaar (laat de opwarming zien )  ?                                                                                                                                                                             En de trend van zeg maar 100 miljoen jaar wat laat die zien?                                                                                                                                               Hou op en denk zelf eens een keertje na                                                                                                                                                                                            en geloof niet alles wat zogenaamde onderzoekers zeggen en zeker als ze gesponsord worden door bepaalde lobbyisten.”.

Het gebrek aan argumentatie in deze reactie is stuitend                                                                                                                                                               Dat mensen echt denken dat ze met 3 jaar mavo het beter weten dan wetenschappers die ervoor doorgeleerd hebben, het stemt mij allemaal niet vrolijk.

°

(B) (klimaatscepticus )  “opwarming  Ja  ….. en   ?  ” 

(  )  :  (Elmar Veenman ) —->   Als je het niet erg vindt als deze eeuw driekwart van de diersoorten uitsterft, ecosystemen zoals koraalriffen, regenwouden en zee-ijs worden weggevaagd, orkanen in kracht toenemen en de zeespiegel met ongeveer een meter stijgt, dan kun je rustig je schouders ophalen.

—-> Het waterniveau blijft bij het smelten van (drijvend) ijs (= de noordelijke ijszeeen = arctische zee )gelijk dankzij de wet van Archimedes.Landijs ( Groenland , Antarctica , gletchers  ... is natuurlijk iets anders  ) Zie voor een uitleg

http://www.goeievraag.nl/vraag…

Als het landijs (zuidpool) betreft dan stijgt de zeespiegel (logisch), als het zeeijs betreft (noordpool) dan niet.

Het smelten van zeeijs heeft geen directe gevolgen voor de zeespiegel, zo leert ons de Wet van Archimedes. Drijvend zeeijs verplaatst net zoveel water als het eigen gewicht. Als zeeijs smelt, wordt het verplaatste water vervangen door smeltwater.

Hoe werkt dat dan precies?

De wet luidt:
“Een in een vloeistof gedompeld lichaam ondervindt een opwaartse kracht die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste vloeistof”. Als bewezen wordt dat het volume van het verplaatste zeewater gelijk is aan het volume van het gesmolten ijsblok, dan zal het zeewaterniveau niet stijgen.
Bij een drijvend ijsblokje is er evenwicht: het gewicht van het ijsblokje is gelijk aan het gewicht van de verplaatste vloeistof.
Het gewicht van het ijsblokje bedraagt: Volume ijsblok x s.m. ijs in kg.

Het gewicht van de verplaatste vloeistof bedraagt: Volume verplaatst zeewater x s.m water in kg.

Hieruit volgt;

Volume ijsblok x s.m. ijs = Volume verplaatst zeewater x s.m water.
Als het ijsblokje smelt blijft de massa behouden.

De massa van het ijsblokje is: Volume ijsblok x s.m. ijs.

Door het smelten verandert de dichtheid tot de s.m. van het zeewater en neemt het volume van het smeltend ijs af. Het nieuwe volume bedraagt: Vol. gesmolten ijsblok = Vol ijsblokje x s.m..ijs : s.m.water. Maar dat is precies gelijk aan Vol. verplaatste zeewater !

Dus past het smeltwater precies in het volume dat door het ijsblokje verplaatst werd. Een moeilijkheid bij de bovengenoemde formulering van de Wet van Archimedes is vaak de betekenis van de term “verplaatste vloeistof”. Hiermee bedoelt men het volume onder de vloeistofspiegel dat door het gedeeltelijk ondergedompelde lichaam ingenomen.

Als je de proef probeert uit te voeren, zul je merken dat het water vroeger of later even zakt en stijgt. Dat komt omdat water tussen 0 en 4 graden Celsius krimpt, en daarboven uitzet.

De bovenstaande redenering geldt dus alleen bij constante temperatuur.

°

( C)

Elmar, het eerste deel van je stuk vind ik best goed en het is heel relevant dat je verwijst naar de Ocean Heat Content.

Helaas sla je in het tweede deel van je stuk zelf aan het speculeren en sla je daardoor de plank ook geregeld mis.
(1)Het is goed dat je constateert dat de modellen deze stagnatie van de temperatuur aan het oppervlak niet zagen aankomen. Maar de redenen die je geeft zijn hooguit balletjes die opgegooid zijn en geen sluitende verklaringen.

—–> Een veel fundamenteler probleem van de modellen is dat ze oceaanschommelingen als ENSO, PDO, AMO etc. nog altijd niet (goed) kunnen simuleren.

Aangezien de PDO en AMO schommelingen geven op multidecadale tijdschalen is de grote vraag in hoeverre de wereldwijde  temperatuurveranderingen daarmee te maken hebben. (4) 

Nu er ‘zo lang’ stagnatie is terwijl CO2 blijft stijgen komen die oceaanoscillaties meer in beeld (denk aan opmerkingen van Mojib Latif een paar jaar geleden). De vraag is dan echter ook welk deel van de opwarming tussen 1975 en 2000 toe te schrijven is aan dergelijke oscillaties.
Op het eind

(2)  sla je door als je zegt dat de extreme warmte in de VS hoogst waarschijnlijk het gevolg is van menselijke klimaatverandering.

—>Het SREX rapport van het IPCC was heel duidelijk over trends in en schade door extremen (orkanen, overstromingen, droogte): een duidelijke relatie met CO2 is er (nog) niet.

—->Natuurlijk zijn er onderzoekers die de verleiding van dit verband niet kunnen weerstaan (Hansen, Trenberth) maar dan is het aan jou om te melden dat je hier voor het gemak maar even afwijkt van het recente IPCC SREX-rapport.(5)

—-> Zoals Pielke Jr hier http://rogerpielkejr.blogspot…. schrijft is dat je goed recht zolang je dan maar wel stevig bewijs komt waarom IPCC ernaast zit.

Tenslotte schrijf je:

(3)”Maar burgers voelen de pijn nu, en dat bevalt ze vaak niet. Kijk maar naar de honderden reacties die het misleidende stuk op de site van de Telegraaf opleverde.”

—->  Ik denk dat het niet zozeer of zeker niet alleen de pijn is, maar meer een reactie op de eindeloze stroom doemberichten die de burger de afgelopen jaren over zich heen kreeg.

—-> Zowel wetenschap als media zijn daar mee schuldig aan. De burger is dat zat en voelt zich gesterkt door dit soort berichten dat de opwarming gestagneerd is (zonder uiteraard goed te kunnen inschatten of dat nu wel of niet waar is).

Marcel Crok

°

Antwoord van Elmar Veenman : 

(2)                                                                                                                                                                                                                                                                          —–>Een duidelijke relatie van de droogte van dit jaar en de VS, en die van 2010 in Rusland, is er wel met vreemd gedrag van de straalstroom. En dat vreemde gedrag wordt overtuigend toegeschreven aan de veranderende omstandigheden aan de Noordpool (warmer, minder zee-ijs). En die omstandigheden zijn te wijten aan de wereldwijde opwarming. Waarvoor de belangrijkste verklaring is: extra broeikasgassen, uitgestoten door menselijk handelen.

Het is een keten van oorzaak en gevolg waar natuurlijk onzekerheden inzitten, maar samen wel de meest waarschijnlijke verklaring voor al die weerrecords.

(3)
—->Wat de burger betreft: uiteraard is het niet leuk en ‘eindeloze stroom doemberichten‘ over je hen te krijgen. Zeker niet als die ook nog op waarheid berusten. Maar dat is geen reden om dan maar rooskleuriger vooruitzichten te schetsen. Overigens zijn juist de lezers van de Telegraaf voortdurend getrakteerd op verhalen waarin de ernst van de situatie wordt ontkend. Juist dat maakt ze wantrouwig, denk ik.

°

Andere  reacties op Marcel 

(4)

Die schommelingen over meerdere decennia lijken aan te geven dat hoe langer de tijdsperiode waarop gekeken wordt, hoe betrouwbaarder de daaruit blijkende opwarmingstrend……

—-> Wat betreft de oceanen zijn er voor langer geleden minder temperatuurdata, maar de stijging van de zeespiegel geeft aan dat ook de oceanen al geruime tijd opwarmen. Ook de reconstructies voor het Arctisch zeeijs geven dat aan. Hoewel ik het me je eens ben dat de klimaatmodellen verbeterd kunnen en moeten worden, lijken ze de grote lijn toch al heel behoorlijk weer te geven. Naar mijn idee legt Marcel   de focus te veel op enkele bomen en verdwijnt daardoor het zicht op het bos.

(5)

Discussie over weerextremen tussen IPCC en Hansen/Trenberth                    //  Volgens Jim Hansen en collega’s ging de afgelopen jaren circa 8% van de extra warmte zitten in het smelten van ijs. Circa 88% zat in opwarming van de oceanen en de resterende 4% in opwarming van atmosfeer en land:
http://www.giss.nasa.gov/resea…

Deze percentages fluctueren over langere perioden, waarbij Hansen cs verwachten dat een groeiend deel van de extra warmte gaat zitten in het smelten van ijs.

dinsdag 16 oktober 2012  Kennislink

Warmt de aarde nog wel op?

Een aantal kranten en websites  kwam  met het nieuws dat de aarde gestopt was met opwarmen.

‘Zie je wel!’, riepen de klimaatsceptici in koor. ‘Klinkklare onzin!’, twitterden anderen. Intussen bleef de geïnteresseerde lezer achter met de vragen. Hoe zit het nou eigenlijk?

door

Glacial_iceberg_in_argentina

Ilya Haykinson, via Wikimedia Commons

Warmt de aarde niet meer op?

De afgelopen 16 jaar is de atmosfeer rond de aarde inderdaad nauwelijks opgewarmd. Gerekend van augustus 1997 tot augustus 2012 kom je uit op een gemiddelde opwarming van 0,003 °C per jaar, terwijl het de 15 jaar daarvoor ongeveer 10 keer sneller ging. Dit blijkt uit gegevens van het Met Office Hadley Centre, het Engelse zusje van het KNMI, op basis van continue temperatuurmetingen aan zowel het aard- als het zeeoppervlak. Dat de aarde gestopt is met opwarmen valt daaruit overigens niet te concluderen. Het klimaat is grillig, hoogstwaarschijnlijk hebben we hier te maken met een tijdelijke verstoring van de opwarmende trend.

En het Met Office gebruikt de beste gegevens die er zijn, mogen we aannemen?

Het zijn prima gegevens, maar er bestaan ook andere meetreeksen die weer op andere locaties gemeten zijn. Het KNMI gebruikt metingen van de NASA, en rekent vanaf januari 1997 en niet vanaf augustus. Hier komt men uit op een opwarming van 0,008 ºC per jaar sinds 1997. Ook dat is overigens een stuk lager dan het gemiddelde over de afgelopen 30 jaar.

Wat is El Niño ook alweer?

El Niño wordt veroorzaakt door abnormaal zwakke passaatwinden boven de Stille Oceaan. Deze zwakke wind is niet in staat om het warme water zoals gebruikelijk in de richting van Indonesië te drijven. Hierdoor kan het water in de centrale en oostelijke Stille Oceaan ter hoogte van de evenaar tot ruim vijf graden warmer worden.

Hoe komt dat dan?

De twee hoofdverdachten bij dit soort tijdelijke veranderingen van het klimaat zijn altijd weer dezelfden: El Niño en La Niña. Dit zijn verstoringen in de stroming en temperatuur van het oceaanwater: El Niño is een opeenhoping van relatief warm oceaanwater in de buurt van de evenaar, bij La Niña koelt de oceaan in dit gebied juist af.

In 1998 was door de sterkste El Niño van de eeuw de zeewatertemperatuur hoger dan normaal in grote delen van de wereld. Dit veroorzaakte een eenmalige piek in de wereldgemiddelde temperatuur. De afgelopen paar jaar was La Niña juist actief, waardoor de temperatuur weer wat lager lag dan je zou verwachten. Dit verklaart ongeveer de helft van het verschil tussen de langjarige trend en de trend over 1997-2011.

Opwarming-trend

De temperatuur van de atmosfeer boven land en zee, gemiddeld over de wereld, sinds 1880. Gegevens van GISS/NASA. Ta = afwijking van het gemiddelde in de periode 1951-1980. KNMI, de Bilt

En de andere helft?

Een klein deel kan verklaard worden uit de variatie in zonnevlekken. In 1997 bevonden we ons in een piek van de zonnevlekkencyclus, terwijl de zon de laatste paar jaren juist ongebruikelijk rustig was. Omdat dit echter slechts een klein verschil (van ongeveer 0.06%) geeft in de totale hoeveelheid zonnestraling die de aarde bereikt, kan het de luchttemperatuur op aarde met hooguit 0,001 tot 0,005ºC per jaar doen afnemen.

Over de rest van de afname in de opwarming wordt door wetenschappers nog volop gediscussieerd. Het zou te maken kunnen hebben met de luchtvervuiling boven Oost- en Zuid-Azië, met waterdamp in de stratosfeer, of met afkoeling van het oppervlaktewater rond Antarctica door het smelten van het landijs.

Hoe lang moet een verstoring duren om het als trend te kunnen beschouwen?

Het klimaatdebat is een tijdschaaldebat, schreef Kennislink al in een eerder artikel. Of de aarde opwarmt hangt er immers vanaf over hoeveel jaar je de verschillen bekijkt. De grilligheid van het klimaat zie je op de schaal van enkele jaren, voor een trend moet je tientallen jaren bekijken, is het idee. De 16 jaar waarin het nu nauwelijks warmer is geworden vallen een beetje tussen deze tijdschalen in, en kan dus naar voorkeur voor één van beide scenario´s worden gebruikt. Dat zweept de discussie dus lekker op ..

Creatief met trends

Soms geeft een trendlijn een vertekend beeld. Een valkuil (of truc – er wordt ook wel bewust gebruik van gemaakt) is het kiezen van een uitzonderlijk moment als startpunt van een meting, of het zover inzoomen op een grafiek dat het grote plaatje letterlijk uit beeld verdwijnt. Een bekend voorbeeld zijn de volgende twee figuren.

Skepticall

Temperatuurverloop volgens sceptici. skepticalscience.com

Realistsncdc

Temperatuurverloop volgens ‘realisten’. skepticalscience.com

Ook in het geval van de gegevens van Met Office maakt het wel iets uit welk startpunt je kiest. In augustus 1997 zaten we midden in een uitzonderlijk sterke El Niño, schrijft Met Office in een commentaar op zijn website. Daarmee kies je dus een relatief hoge temperatuur als startpunt. Als je vanaf 1999 gaat rekenen kom je al op een hogere opwarming uit – hoewel de afvlakking van de temperatuurcurve niet zomaar verdwijnt.

En was er ook geen warmte opgeslagen in de diepe zee?

De temperaturen dieper dan 700 meter worden pas sinds tien jaar redelijk gemeten, dus we hebben alleen van het ondiepere deel een lange reeks van betrouwbare gegevens. Ook hier leek de opwarming een paar jaar geleden gestopt te zijn: van 2003 t/m 2010 was er geen trend in deze reeks. Daarna warmde het water wel weer gewoon op.

Hoe gaat het nu verder?

Dat is de moeilijkste vraag om te beantwoorden. Er bestaan inmiddels een enorme hoeveelheid klimaatmodellen, die ontwikkeld zijn om de processen die het klimaat aansturen beter te begrijpen, en die om die reden ook elk de nadruk op verschillende processen leggen. Belangrijker nog is dat het klimaat in de toekomst afhankelijk is van factoren die zelf ook moeilijk te voorspellen zijn.

Luchtvervuiling met stofdeeltjes remt de opwarming bijvoorbeeld af, omdat deze het zonlicht tegenhouden. Met name in Zuid en Oost Azië is deze vervuiling de laatste tientallen jaren sterk toegenomen, maar hoe zal dat zich verder ontwikkelen? En hoe reageren dit soort stofdeeltjes bijvoorbeeld met de wolken? Het zijn dit soort onbekende factoren die ervoor zorgen dat klimaatmodellen vaak zeer uiteenlopende voorspellingen laten zien – en vaak ook sterk afwijken van de waarnemeningen tot nu toe.

De verwachting bij bijna alle klimaatwetenschappers is wel dat de opwarming zich gewoon doorzet. De grote vraag is vooral wat deze opwarming zelf weer teweeg gaat brengen – dus bijvoorbeeld wat de reactie zal zijn van wolken op de opwarming, en van de oceaan op het smelten van landijs van Groenland en Antarctica.

Lees meer:

Klimaatverandering is tijdschaaldiscussie (Kennislinkartikel)
Temperatuur daalt wereldwijd (Kennislinkartikel uit 2008)
´Opwarming al 16 jaar gestopt´ (Wetenschap24-artikel)

panel 2013

GIST

Gist2  <— Doc archief

°

Kernwoorden   

, , , , , , ,

De schimmels (Fungi) vormen een rijk in de supergroep van de Unikonta, naast de Dieren (Animalia) en de Amoebozoa. Schimmels zijn organismen die veelal eencellig zijn, maar meestal in lange schimmeldraden voorkomen.

Paddenstoelen zijn de meercellige vruchtlichamen van bepaalde schimmels.

Algemene kenmerken van schimmels zijn:

  • Een celwand
  • Een celkern
  • Een vacuole
  • Veel organellen, maar ‘géén’ bladgroenkorrels. Schimmels doen niet aan fotosynthese.

Gisten zijn de grote concurenten van de bacterieen … Ze ontwikkelden  evolutionair   bepaalde  antibacterieele middelen (–> waaronder de eerste natuurlijke antibiotica )

(*OPMERKING  : Overdreven   preventieve  behandelingen met  breed spectrum  antibiotica doden veel bacteria ( bijvoorbeeld in de darmflora )  ; er kunnen dus meer schimmmels gedijen op  en in het  lichaam van de patient   en  onder de overlevende bacterieen  kunnen  gemakkelijker  resistentere exemplaren   gaan  voorkomen …..)

– Gisten worden op hun beurt bedreigd door fungiciden  …..waaronder   vooral de bacterie   Bacillus subtilis , succesvol specigfieke verdedigingsmechanismen   heeft opgebouwd  ( trouwens ook andere  groepen organismen hebben fungicides ontwikkeld …waaronder ook   een  bepaalde schimmel  , Ulocladium oudemansii ,  specifieke concurenten onder de schimmels uitschakelt  ;.Daarnaast zijn allerlei  chemische middelen ontwikkeld door de mens  ….maar ook schimmels worden van langs om meer resistent tegen allerlei fungiciden en geneesmiddelen  ….Onderzoeker Paul Verweij noemt het ”zorgwekkend’’ dat er steeds meer resistente schimmels komen.

°

Wat zou een wereld zijn zonder schimmels?

Het zou bijvoorbeeld betekenen dat we geen kaas meer hebben.Of bier. Maar een belangrijkere functie is het recyclen van plantenresten in de bodem zodat andere planten weer iets hebben om op te groeien. Ook zitten er talloze schimmels in ons lijf. Je kan met behoorlijke zekerheid zeggen dat er zonder schimmels weinig leven op aarde mogelijk was.

°

 

http://www.nu.nl/gezondheid/3504836/nieuwe-resistente-schimmel-gevonden-in-huizen.html

Mensendarm zit vol goedaardige schimmels

8 juni 2012

– Darmen van zoogdieren zitten niet alleen barstensvol bacteriën, maar ook vol goedaardige schimmels.

Die schimmels zorgen er mogelijk zelfs voor dat schadelijke      schimmels (en  sommige bacterieen ?  )  geen kans krijgen om ontstekingsziekten te veroorzaken.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van California in Los Angeles en de Universiteit van Aberdeen in het Verenigd Koninkrijk, in een speciale editie van weekblad Science over ons darmmicrobioom. Dat zijn  alle micro-organismen in ons verteringsstelsel.

http://www.sciencemag.org/content/336/6086/1314.figures-only

 Ze toonden de schimmels aan in de darmen van ratten, cavia’s, varkens, honden en mensen. De gemeenschap van schimmels was niet eerder zo uitgebreid beschreven en de functie ervan helemaal niet.

In navolging van het microbioom hebben de onderzoekers deze schimmelkolonies mycobioom genoemd. Mycologie is een ander woord voor schimmelonderzoek.

Dikkedarmontsteking

Om de functie van de schimmels te bestuderen, schakelden de onderzoekers in muizen een eiwit uit dat een belangrijke rol speelt bij het onder controle houden van schimmels in de darm: Dectine-1.

Deze muizen bleken vatbaarder te worden voor colitis, dikkedarmontsteking.

Dectine-1 houdt normaal de wacht in de darm, waardoor de goede schimmels worden toegelaten en de slechte geweerd. Wanneer dit eiwit niet meer werkte, ging het muizenafweersysteem heftig te keer tegen alle schimmels, door een ontstekingsreactie op te wekken.

Wijkagent

Het eiwit lijkt als een soort wijkagent die goed weet wie hij wel en niet hard moet aanpakken. Wanneer die wegvalt en de gemoederen hoog oplopen moet de M.E. er wild op los slaan.

Mensen die in hun darmen door een genetische afwijking een slecht werkend Dectine-1 hebben, lopen ook een grote kans op darmontsteking, ontdekten de onderzoekers.

Of de ‘goede schimmels’ daadwerkelijk de slechte weren is nog niet helemaal duidelijk. Het zou ook kunnen dat Dectine-1 de kwade van de vriendelijke schimmels onderscheidt en die laatste groep met rust laat.

Door: NU.nl/Jop de Vrieze

tussen de 150  en  200 verschillende schimmels

24 mei 2013

Wetenschappers hebben ontdekt dat de voeten van mensen bijna tweehonderd verschillende schimmels bevatten.

Schimmels leven over het hele lichaam, maar de voeten zijn favoriet. Vooral op de hiel, onder teennagels en tussen de tenen. Dat melden Amerikaanse onderzoekers van het National Human Genome Research Institute in het tijdschrift Nature.

Monsters

Onschuldige schimmels leven van nature op de huid, maar kunnen een infectie veroorzaken als ze zich vermenigvuldigen. Bij het onderzoek werd het DNA in kaart gebracht van schimmels die waren afgenomen bij tien gezonde proefpersonen. Er werden monsters genomen van het hele lichaam: in en achter de oren, tussen de wenkbrauwen, rond de teennagels, tussen de tenen, op de rug, de onderarm, de borstkas, de handpalmen, de ellebogen, het achterhoofd en de neus.

Naast de voeten blijken ook de handpalm, de onderarm en de binnenkant van de elleboog verzamelplekken voor schimmels te zijn. Hier komen gemiddeld 18 tot 32 typen voor. Op het hoofd en de borstkas zijn relatief weinig schimmels te vinden, gemiddeld slechts twee tot tien.

“De gegevens van onze studie bieden voor het eerst basisgegevens over normale individuen”, aldus hoofdonderzoekster Julie Segre Segre op BBC News.

http://www.bbc.co.uk/news/health-22622689

Door: Gezondheidsnet

Fungal skin infections

  • Fungal infections are common and include athlete’s foot, ringworm and yeast infections
  • Athlete’s foot, also called Tinea pedis, is a very common fungal infection of the foot, causing peeling, redness, itching, burning, and sometimes blisters and sores
  • Fungal nail infections affect about three in every 100 people in the UK
  • The most common symptom of a fungal nail infection is the nail becoming thickened and discoloured. it can turn white, black, yellow or green.
OPMERKINGEN : 
  1.  Schimmels zijn een uitstekende afweer tegen  bepaalde  bacteriën.
  2. Op je voeten is een grote biodiversiteit aan schimmels waardoor één schimmel of bacterie niet kan gaan woekeren , wenselijk  . Een ontsteking door  één schimmel waarbij weefsel beschadigt kan dan moeilijk plaatsvinden.
  3. Hetzelfde afweermechanisme vind je ook met bacteriën op de huid , de darmen en de mond.
  4. Hou de  microbieele  biodiversiteit zo hoog mogelijk  … Teveel hygiene  en smetvrees  manieen    , veroorzaakt het uitblijven  of zelfs afbouwen   van verworven immuniteit 
Een kleine greep  uit de  Microbieele flora /—>  het zo genaamde   microbioom
°

http://en.wikipedia.org/wiki/Fungicide                                                                                                       http://nl.wikipedia.org/wiki/Fungicide

 

-Net zoals veel bacteria zijn ook veel gisten  experimenteele    modelorganismen geworden in  veel  laboratoria 

– ze hebben ook veel nieuwe inzichten geleverd in de   Genetica en  de moleculaire  evolutie-biologie …..

Voor eeuwig jong ?

13 september 2013   2

voor eeuwig jong

Voor eeuwig jong blijven: dat is toch onmogelijk? Niet voor de gist microbe Schizosaccharomyces pombe, , zo hebben wetenschappers van de universiteit van Bristol ontdekt. Elke keer als de microbe zich voortplant, verjongt deze zichzelf en zo blijft deze in essentie voor eeuwig jong.

Microben planten zich voort door zich te delen. Maar zelden delen ze zichzelf in twee identieke helften. Eerder onderzoek wees uit dat microben aan de ene helft al het oude, vaak kapotte celmateriaal meegeven, terwijl de andere helft het volledig functionele materiaal meekrijgt. Dat betekent dus dat microben net als mensen nageslacht produceren dat jonger is dan zijzelf: er is immers altijd een oudere helft (de ouder) en een jongere helft (het kind).

Andere aanpak
Maar er is een microbe die het – onder bepaalde omstandigheden – anders aanpakt.

Het gaat om de gistsoort  S. pombe: .

Wanneer S. pombe goed behandeld wordt, vermenigvuldigt deze zich – net als andere micro-organismen – door zichzelf in tweeën te delen.

Die twee helften delen echter alles eerlijk: dus zowel het oude als volledig functionerende celmateriaal wordt evenredig over de twee helften verdeeld.

“Aangezien beide cellen slechts de helft van het beschadigde materiaal krijgen, zijn ze eigenlijk jonger dan daarvoor (voor de deling, red.),” stelt onderzoeker Iva Tolic.

Dus elke keer dat S. pombe zich deelt, verjongt deze. Dat betekent dat de gistsoort aan de ouderdom kan ontsnappen, zolang deze zichzelf maar snel genoeg voortplant.

Slechte omstandigheden

Maar kan de gistsoort onder alle omstandigheden voor eeuwig jong blijven?

Nee, zo blijkt uit een tweede experiment. De onderzoekers stelden S. pombe bloot aan zware omstandigheden. De gistsoort kreeg te maken met ultraviolette straling en beschadigende chemische stofjes. Hierdoor groeiden de microben trager en konden ze zich niet snel genoeg voortplanten om voor altijd jong te blijven.

Zodra de microben met die zware omstandigheden te maken kregen, gingen ze zich namelijk voortplanten zoals andere microben dat doen: ze gaven hun ene helft al het oude, kapotte celmateriaal mee en de andere helft kreeg al het goed functionerende spul.

S. pombe wordt dus op dezelfde wijze als andere microben ouder, maar kan aan het verouderingsproces ontkomen als de omstandigheden gunstig zijn.

“Het is geweldig om te zien dat zelfs zulke simpele organismen er hele krachtige strategieën op nahouden om te kunnen overleven,” vindt onderzoeker Thilo Gross.

Bronmateriaal:
A microbe’s trick for staying young” – Bris.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).

MODELORGANISME   // SCHIZOSACCHAROMYCES  POMBE

 

http://microbewiki.kenyon.edu/index.php/Schizosaccharomyces_pombe

http://www.bris.ac.uk/news/2013/9739.html

The yeast microbe called S. pombe

http://www.scientias.nl/microbe-ontdekt-eeuwig-jong-blijft/91996

http://en.wikipedia.org/wiki/Schizosaccharomyces_pombe

 

The yeast microbe called S. pombe

Schizosaccharomyces_pombe_tsentrosoom

Centrosome of S. pombe.

 

S Pombe yeast3a

“The fission yeast, Schizosaccharomyces pombe, a species which has proved a valuable model organism for research into the cell cycle and cancer (Photo courtesy of Mary Parker, Institute of Food Research)”.

MAX PLANCK  INSTITUTE

http://tuebingen.mpg.de/en/news-press/press-releases/detail/new-tasks-attributed-to-aurora-proteins-in-cell-division.html

Rasterelektonenmikroskopieaufnahme von sich teilenden Spalthefez

°

GEOLOGIE TREFWOORD E

         zie onder GEOLOGIE   —->  GEOLOGIE TREFWOORD 

°

Earthquake  

A series of elastic waves propagated in the earth, initiated where stress along a fault exceeds the elastic limitof the rock so that sudden movement occurs along the fault.

SeismogramNIU LogoNorth Illinois University

A seismogram from the March 11 Japanese earthquake recorded at the NIU seismic station in Davis Hall. – See more at: http://www.niutoday.info/2011/03/14/niu-seismic-station-detects-japanese-quake/#sthash.OGTFjUZi.dpuf

—>-beving (-en) 2 3  *Aardbeving ( earthquakes)   

  japan 2011

°

Ecology  : The study of relationships between organisms and their environments.

______________________________________________________________________________


Edele metalen = metalen, die in de natuur niet worden aangetast door oxydatie.

Het gewicht van edelstenen en  het edel metaal goud wordt uitgedrukt in karaat. Karaten waren de zaadjes van een Johannesbroodboom. Ze werden in het Midden-Oosten gebruikt voor het wegen van edelstenen.
Nu is 1 karaat = 0.2 gram.
In Engeland is 1 ounce = 20 pennyweight. 1 pennyweight = 24 grains. Volgens een wet van 1066 is een pennyweight het gewicht van 32 tarwekorrels, die midden uit de aar zijn geplukt.

_________________________________________________________________________________

Eembodem

°
Eerstelingen  / Bij een vast gesteente is de korrelgrootte de gemiddelde doorsnede van de mineraalkorrels. De korrelgroottewordt vastgesteld aan de grondmassa, waarin overigens soms flinke grote kristallen kunnen liggen.

Vb.fenokristen eerstelingen bij porfieren.  (overigens liggen deze grote(grofkorrelige )   fenokristen (= grote kristallen ) meestal in een fynkorrelige massa

°

Effluent
Eilandenbogen

°

Ejecta :  Rock fragments, glass, and other material thrown out of an impact crater or a volcano.

Ejecta (from the Latin: “things thrown”, singular “ejectum”) refers to particles ejected from an area. In volcanology, in particular, the term refers to particles that came out of a volcanic vent, traveled through the air or under water, and fell back on the ground surface or on the ocean floor.

Ejecta can consist of:

  1. Juvenile particles – (fragmented magma and free crystals)
  2. Cognate or accessory particles – older volcanic rocks from the same volcano
  3. Accidental particles – derived from the rocks under the volcano.

In planetary geology, this term includes the debris that is ejected during the formation of an impact crater,

Volcanic Ejecta

Volcano Ejecta
I was initially drawn to this rock by the folded and distorted lines around the edges.  As I looked at it closer and rotated it in the light I saw that it might be a geode.  The crystals are at the far left in the dark place.  I feel sure that the distortion of the lines was caused my heat and pressure.  The yellowish center may be lava.  That is why I think it was ejected from a volcano
Volcano Ejecta
As I looked closer, I saw the granularity in the “lava.”  And my attention was drawn to that dark area with crystals.
Volcano Ejecta
These crystals may not be diamonds but a diamond is one crystal which is ejected from a volcano.
Volcanic ejecta around Montana Colorado

Montana Colorado

°

Ejecta blanket   :      Rock material (crushed rock, large blocks, breccia, and dust) ejected from an impact crater or explosion   crater and deposited over the surrounding area.

Meteorite impact ejecta (left) compared with volcanic deposits (right) showing closely similar structures made of dust particles. The top two photos show accretionary lapilli in density current deposits, whereas bottom two photos show pellets that formed when dust in the atmosphere clumped together and simply fell onto the land surface.
Credit: From Branney and Brown 2011 (Journal of Geology 199, 275-292) 

http://www.livescience.com/30855-gas-blast-from-meteorite-strike-resembled-volcanic-eruption.html

http://en.wikipedia.org/wiki/Ejecta_blanket

A view of the south (shadowed) and west (sunlit) crater walls and floor from the rim. The crater is about 550 feet deep and is deeper than the surrounding plain outside the crater. Studies indicate that between 100 and 150 feet of post-impact material has washed into the enclosed crater.See the following image to know something of the size of the bolide that created the crater.

http://earthly-musings.blogspot.be/2010/12/ground-zero-hike-into-meteor-crater.html

°

Elastic deformation : Temporary deformation of a substance, after which the material returns to its original size and shape. Example: the bending of mica flakes.

°

Elastic limit :  The maximum stress that a given substance can withstand without undergoing permanent deformation either by solid flow or by rupture.

°

Elastic-rebound theory :  The theory that earthquakes result from energy released by faulting; the sudden release of stored strain creates earthquake waves.

°

Elementen

°
Elsterien   –> Begin deze eeuw benoemden Penck en Brückner vier glacialen van het Pleistoceen met namen van Zuid-Duitse riviertjes:

Günz,                Mindel,          Riss en Würm.                           (In Noord Europa zijn voor perioden met ijstijden namen in gebruik als:)

Elsterien,     Saalien en       Weichselien.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Elsterien

Indeling van het Pleistoceen
Internationaal Noordwest Europa
Serie Sub-serie Etage Super-etage Etage Tijd (Ma)
Holoceen jonger
Pleistoceen Laat Tarantien (onbenoemd) WeichselienGlaciaal of Stadiaal 0,0115 – 0,116
Eemien 0,116 – 0,128
Midden Ionien SaalienGlaciaal of Stadiaal 0,128 – 0,238
Oostermeer 0,238 – 0,243
(onbenoemd)Glaciaal of Stadiaal 0,243 – 0,324
Belvédère 0,324 – 0,338
(onbenoemd)Glaciaal of Stadiaal 0,338 – 0,386
Holsteinien 0,386 – 0,418
ElsterienGlaciaal of Stadiaal 0,418 – 0,465
Cromerien diverse etages 0,465 – 0,850
Vroeg Calabrien
Bavelien diverse etages 0,85 – 1,07
Menapien diverse etages
Waalien diverse etages
Eburonien diverse etages
Gelasien Tiglien diverse etages 1,80 – 2,40
Pretiglien diverse etages 2,40 – 2,588
Plioceen Piacenzien Reuverien ouder

°
Eltvillertuf 2
Endemisch

°

End moraine : / Terminal moraine   :  A ridge of till that accumulates at the margin of a glacier.

form-moraine

Melting at a glacier margin causes the ice to thin, and ground-up rock debris carried in the base of the ice or dragged along beneath the glacier is deposited. When the ice margin remains in the same place for a relatively long time (tens to hundreds of years), enough debris flows to the glacier’s leading edge and piles up to form a large end moraine on the landscape.

http://crystal.isgs.uiuc.edu/maps-data-pub/publications/geobits/geobit2.shtml

What are end moraines made of?

end-moraine

The unsorted mixture of debris deposited by a glacier is called till. Most end moraines in Illinois are thick ridges of till. A ground moraine, the relatively flat, low-lying landscape across which the melting glacier retreated, consists of a thinner layer of till. Sheetlike deposits of sand and gravel, called outwash plains, were left behind by meltwater streams flowing away from the glacier.

During the Wisconsin glacial episode, a vast sheet of ice formed over most of Canada. Glaciers flowed away from the center of the ice sheet. The glacier that flowed through the Lake Michigan basin and into northeastern Illinois reached its southernmost extent at Shelbyville about 20,000 years ago.

bylot_island_moraine_large

End moraine of a piedmont glacier, Bylot Island, Canada The sharp-crested ridge of till end moraine) was pushed up at the ice margin during the glacier’s maximum advance, probably during the Little Ice Age.
Source: Natural Resources Canada. Unattributed photograph. Copyright Terrain Sciences Division, Geological Survey of Canada.

http://nsidc.org/cryosphere/glaciers/gallery/moraines.html

°
Endichnia

°
Endogene krachten

Endogene processen

°
Endorheïsche gebieden  Endorheische  gebieden = gebieden zonder afvloeiing naar zee. Het water verdwijnt hier alleen door verdamping.

http://en.wikipedia.org/wiki/Endorheic_basin

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_endorheic_basins

Caspian Sea —>  vb Kaspische zeegebied  ….

°
Ensemble

°

ENTHALPIE   <  Enthalpie is warmte-inhoud (begrip uit de thermodynamica).

°

Entrenched meander  : A meander cut into the underlying rock as a result of regional uplift or lowering of the regional base level.

°
Eoceen 2

http://nl.wikipedia.org/wiki/Eoceen

eoceen

in MA

Eolian : Pertaining to wind.

Eolian environment  :The sedimentary environment of deserts, where sediment is transported and deposited primarily by wind. epicenter The area on the earth’s surface that lies directly above the focus of an earthquake.
Eolisch(e) 2 3 4 5
-ablatie
-corrasie
-transport

°
Epicentra

°
Epicentrum  <Een epicentrum is de plaats aan het aardoppervlak recht boven de aardbevingshaard.     Zie ook:  Hypocentrum

°
Epichnia
Epicontinentale bekkens
Epicontinentale zeeën 2
Epidermisplooiing
Epidootgroep

Epigenese
Epigenetisch dal
Epigenetische mineralen

Epigenetische rivier
Epilimnion
Epilithe
Epirogene meren
Epirogene verbuiging
Epirogenese 2 3 4 5 6
Epirogenetische opheffingen
Epixatie
Epizoair

Epoch   :  A division of geologic time; a subdivision of a period. Example: Pleistocene epoch.
Equisetophyta 2

Era
Eratheem

°

Eratosthenian period :

The period of lunar when large craters, the rays of which are no longer visible, such as Eratosthenes, were formed (from 3.1 billion to 0.8 billion years ago).

°

Eratosthenian system :The system of lunar rocks formed during the Eratosthenian period. It is older than the Copernican system but younger than the Imbrian system.

°
Erg

°  

Erosie :  ook wel afbraak genoemd, is het gecombineerde effect van alle processen die meewerken aan de afbraak van losse en vaste gesteenten. Hiertoe behoren o.a. verwering, transport, chemische en mechanische werking van stromend water en de mechanische werking van wind, ijs, enz.

Erosie 2 3
-achterwaartse
-basis 2
-breedte
-glaciale 

Snelheid  //Erosiesnelheid..Uit statistieken, gebaseerd op sediment-afvoer door rivieren bleek iets van 0,3 mm/jaar voor het Rhône-stroomgebied.De Alpen eroderen dus ongeveer even hard als ze groeien. In vlakke gebieden gaat stroomgebied -erosie véél langzamer. Voor  de Niger kom je uit op 0,05 mm/jaar:                                        http://ks360352.kimsufi.com/redbooks/a144/iahs_144_0285.pdf

De grond-erosie in de vlaktes van Australië gaan nog veel langzamer

-terrassen
-vlakte

Erosion  :The processes that loosen sediment and move it from one place to another on the earth’s surface. Agents of erosion include water, ice, wind, and gravity.

°

Erratic  : A large boulder carried by glacial ice to an area far removed from its point of origin.

http://history.alberta.ca/historicsites/

“The Big Rock” is the world’s largest known glacial erratic–rock transported far from its place of origin by glacial ice. Big Rock, also known as the Okotoks Erratic, is the largest rock in the Foothills Erratics Train, a group of rocks that were carried by ice along the mountain front and dropped as the glacier melted some 10,000 years ago.

Okotoks Erratic     Okotoks Erratic

Okotoks Erratic

°
Erratica

°

Ertsgangen
Ertswinning

___________________________________________________________________________________
Erupties

°

Escarpment  : A cliff or very steep slope.

Ancient cedars on escarpment cliff face. Photo: Fiona Reid

http://en.wikipedia.org/wiki/Escarpment

°

Esker:  A long, narrow, sinuous ridge of stratified glacial drift deposited by a stream flowing beneath a glacier in a tunnel or in a subglacial stream bed.

The Cap Sauer Esker (Illinois )

°
Estuaria

°

Een estuarium is een vaak min of meer trechtervormige monding van een rivier, die binnen het bereik der getijdestromingen ligt. Zie ook:–> Delta
Estuarium

Estuary : A bay at the mouth of a river formed by subsidence of the sand or by a rise in sea level. Fresh water from the river mixes with and dilutes seawater in an estuary.

°   Een etage is een eenheid binnen de chrono(= tijd)stratigrafische indeling. Zie ook:  Serie
Etage

_____________________________________________________________________________________________________

Eugeocline (plate tectonics)  :

geocline in which volcanism is associated with clastic sedimentation. Eugeoclines are usually associated with an island arc.                    An association of calcalkaline volcanics, greywackes, and shales. The word is now little used, unlike the contrasting term ‘miogeocline’.

Eugeosyncline  :geosyncline situated seaward from a continent and characterized by sediments deposited by turbidity currents and derived in part from a volcanic arc.

°

Eutroof

 

_________________________________________________________________________________________
Eustatische 2 3

Eustatic change of sea level: A worldwide rise or fall in sea level resulting from a change in the volume of water or the capacity of ocean basins.

 

_________________________________________________________________________________________

°Evaporieten zijn door indamping van zeewater of zoutmeren ontstane zoutafzettingen.

Boorkern van Rötzout © TNO-NITG
Zie ook: Halokinese   Zoutkussen   Zoutpijler
Evaporieten 2 3 4
-fossiele

_

Evaporite  : A rock composed of minerals derived from evaporation of mineralized water. Examples: rock salt, gypsum.               Evaporite: –> A rock formed by the evaporation of saline water, e.g. rock salt.

http://www.wisegeek.com/what-is-rock-salt.htm

http://en.wikipedia.org/wiki/Halite

_____________________________________________________________________________________________________
Evolutie 2 3

______________________________________________________________________________________________________
Exfoliatie 2

Exfoliation  : A weathering process by which concentric shells, slabs, sheets, or flakes are successively broken loose and stripped away from a rock mass.                                                                                                                                                                                         Exfoliation: A form of weathering where, due to expansion and contraction during varying thermal conditions, thin layers split away from rocks.

_____________________________________________________________________________________________________
Exichnia

__________________________________________________________________________________

Exogene processen 2
Exogeologie
Explosiekrater

ExposureBedrock not covered with soil or regolithoutcrop. extrusive rock A rock formed from a mass of magma that flowed out on the surface of the earth. Example: basalt.                                                                                                                                                     Exposure: An exposed area of in situ rock.

Extraterrestrische
Extrusiegesteente

 

Geologie trefwoord J

         zie onder GEOLOGIE   —->  GEOLOGIE TREFWOORD 

°

Jama’s     Open karstpijpen =jama’s  /  JAMA (servo kroatisch ) —> Een schoorsteenvormige pijp van /tot 100 meter lengte veroorzaakt door karstificatie en in de ondergrond uitmondend in een grottenstelsel

http://nl.wikipedia.org/wiki/Karstpijp

afb21.jpg
Een karstpijp of orgelpijp is een verticale koker gevormd in kalksteen.
De pijp ontstaat door karstverwering op zwakke plekken zoals diaklazen, breuken en dolines, en kan tot honderd meter diep worden.
Een actieve karstpijp wordt steeds breder en dieper.
Soms kan men niet meer spreken over een koker, maar is deze uitgegroeid tot een onregelmatige, brede en hoge ruimte, die via een gat in de plafond in verbinding staat met de buitenwereld.

stad

De Aven d’Orgnac is een van de belangrijkste karstpijpen van Europa. Je daalt tot 135m onder de grond in een uniek netwerk van stenen zalen

pa Gorges de l’Ardèche pa Ardèche

°
Jura 2

JURA         —>  http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/JURA/1

Berggroep   / Bergketen  , Europees gebergte   ,Duits gebergte   , Frans-zwitsers gebergte   ,   Eiland bij Schotland/ Hebrideneiland           Frans wijngebied   http://wvw.frankdiekstra.nl/?page_id=3                                                                                                                                                              Frans departement   ,

 

 

1.-

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jura_(gebergte)   –

De Jura is een gebergte aan weerszijden van de grens tussen Frankrijk en Zwitserland

http://www.digischool.nl/ak/onderbouw-vmbo/materiaal/begrip/b_frankr.htm                                                  http://www.digischool.nl/ak/onderbouw-vmbo/materiaal/begrip/b_landsc.htm                                                            http://www.encyclo.nl/lokaal/10536

 

Geologie van de Jura

De Jura, ten noordwesten van de Alpen, ligt tussen de Rhône-bocht ten westen van Chambéry in Frankrijk (zuiden), de Doubs (noordwesten) en de benedenloop van de Aare in Zwitserland (noordoosten). De Schwäbische Alb in Württemberg en de tot 657 m hoge Fränkische Alb (Frankische Jura) in Beieren, vormen een geologische voortzetting van het Jura plateau.
overzichtskaart 

Afbeelding

Samenstelling
De Jura stamt uit de middelste periode van het Mesozoïcum, tussen Trias en Krijt, met afzettingen van donkere en bruine mergels en wit kalksteen (dolomiet). Radiometrische datering geeft als ouderdom voor de Jura ca. 205 tot 135 miljoen jaar.
In Nederland komt het Lias slechts bij Winterswijk in enkele beekbeddingen aan de oppervlakte. In Zuid-België komen Lias en Dogger aan de oppervlakte aan de oostrand van het Parijse bekken. De Jurassische gesteenten zijn rijk aan planten- en dierenfossielen. De plantenwereld was goed ontwikkeld met nieuwe groepen van Varens en Naaktzadigen. De dierenwereld werd beheerst door reptielen (dinosauriërs); zij bevolkten in uiteenlopende vormen en afmetingen zowel land, zee als luchtruim. Beroemd is Archaeopteryx, de ‘oervogel’, die een schakel vormt tussen reptielen en moderne vogels (Teylersmuseum in Haarlem).

Afbeelding

Opbouw
De boogvormige gebergteketen scheidt zich in het zuiden af van de Alpen; verder noordelijk ligt het Molassebekken tussen Alpen en Jura. De stratigrafie bestaat van oud naar jong uit: Bontzandsteen, Muschelkalk, Keuper, Lias, Dogger, Malm, Krijt en plaatselijk Onder-Tertiair. Men onderscheidt twee gedeelten: de Keten-Jura en de Tafel-Jura. De Keten-Jura vormt het binnenste deel van de boog en is sterk geplooid. Deze plooien zijn vaak doorgebroken en opgeschoven met een beweging die naar het noordwesten gericht is. De Tafel-Jura is veel eenvoudiger geplooid, met brede, horizontaal liggende kruinen. De Keten-Jura is op de Tafel-Jura geschoven.

Plooiingsgebergte
De Jura is een goed voorbeeld van een plooiingsgebergte waar de plooiing niet diep in de ondergrond reikt: alleen het Tertiair en het Mesozoïcum zijn geplooid, terwijl het grondgebergte niet aan deze plooiing deelnam, ofschoon het wel aan breukvorming onderhevig is geweest. Een dergelijke oppervlakkige plooiing was mogelijk doordat vrijwel de gehele Mesozoïsche en Tertiaire formaties over de plastische zout- en gipslagen in de Muschelkalk gegleden zijn. Aan beide uiteinden van de Jura vindt men slechts enkele plooien, terwijl in het middengedeelte er wel tien tot vijftien voorkomen. Een ander belangrijk tektonisch verschijnsel zijn de horizontale verschuivingen, die scheef op de plooibundel staan. Breukvorming en plooiing staan met elkaar in direct verband. De plooiing vond plaats in het Plioceen. 

 

 

 

2.-Jura(departement/regio  )  is onderdeel van de regio Franche-Comté. Jura grenst aan de departementen Doubs, Haute-Saône, Côte-d`Or, Saône-et-Loire en Ain. Daarnaast grenst het aan het Zwitserse kanton Vaud. Het meest kenmerkende is natuurlijk het Juragebergte. De Jura is een gebergte aan weerszijden van de grens tussen Frankrijk en Zwitserland. Het is een oud gebergte  http://www.landenweb.net/jura                                                                                                                            http://www.reisgraag.nl/vakantie_frankrijk/jura/ 

3.-  Jura (eiland) – Wikipedia    nl.wikipedia.org/wiki/Jura_(eiland)

Jura (Schots-Gaelisch: Diùra) is een Brits eiland, onderdeel van de Binnen-Hebriden. Er wonen ongeveer 180 mensen. De hoofdplaats is Craighouse, waar 

http://en.wikipedia.org/wiki/Jura,_Scotland

4.-

Jura (periode) – Wikipedia     nl.wikipedia.org/wiki/Jura_(periode)               —> Het Jura is een periode in de geologie (en een systeem in de stratigrafie) die duurde van ongeveer 201,3 tot 145,0 miljoen jaar geleden (Ma). Het Jura is de 

Naamgeving en indeling – ‎Paleogeografie – ‎Gesteenten uit het Jura – ‎Leven

http://nl.wikipedia.org/wiki/Categorie:Jura_(tijdperk)

°

http://www.ucmp.berkeley.edu/mesozoic/jurassic/jurassic.php

GEOLOGISCHE  FORMATIE /Geologisch tijdperk  

Jura

Geologisch tijdperk vanaf 200 tot 146 miljoen jaar geleden.

Dit is de bloeitijd van de reptielen (dinosauriers), waarvan er tientallen soorten ontstonden. Ook onstonden vliegende dinosauriers zoals de Archaeopteryx Dit waren primitieve voorlopers van de vogels. Het aantal zoogdieren breidde zich uit en de eerste krokodillen verschenen. Opkomst van naaktzadige planten en uitbreiding van de hoeveelheid schaaldieren. Veel ammonietenKlik hier voor info ! en zee-egelsKlik hier voor info !.
De Jura is onder te verdelen in het Onder Jura (Toarciaan, Pliensbachiaan, Sinemuriaan, Hettangiaan), het Midden Jura of Dogger (Calloviaan, Bathoniaan, Bajociaan en Aaleniaan) en het Boven Jura of Malm (Tithonien, Kimmeridgiaan en Oxfordiaan).

Periode Epoch Etage Tijd (in Miljoen jaar) *
JURA Boven (Malm) Tithoniaan 146 – 151
Kimmeridgiaan 151 – 155
Oxfordiaan 155 – 161
Midden (Dogger) Calloviaan 161 – 165
Bathoniaan 165 – 168
Bajociaan 168 – 172
Aaleniaan 172 – 176
Onder (Lias) Toarciaan 176 – 183
Pliensbachiaan 183 – 190
Sinemuriaan 190 – 197
Hettangiaan 197 – 200

* Ouderdom is afgerond

Klik hier voor vindplaatsen uit dit tijdperk.

°

 INLEIDEND  OVERZICHT        Jura          http://www.prehistoriclife.nl/Jura.html

De aarde was in het Jura, 170 miljoen jaar geleden, veel warmer en minder gevarieerd dan tegenwoordig. Er waren gedurende het grootste deel van deze periode vermoedelijk geen ijskappen aan de polen en door het milde klimaat was de zeespiegel veel hoger. Hierdoor was er minder droog land, maar waren er uitgestrekte ondiepe zeeën die wemelden van het leven. Het reusachtige continent Pangea was langzaam aan het uiteenvallen en de bekende hedendaagse landmassa’s als Noord-Amerika en Eurazië kregen geleidelijk vorm. De noordelijke en zuidelijke Atlantische Oceaan openden zich, maar tegelijkertijd sloot de oude Tethyszee zich.

De periode van 206 miljoen jaar geleden tot 142 miljoen jaar geleden wordt het Jura genoemd. De periode is vernoemd naar gesteenten die zijn gevonden in het Jura-gebergte in westelijk Europa op de grens van Frankrijk en Zwitserland. Het Jura is bekend als ‘het tijdperk van de dinosauriërs‘, maar is tevens de periode waarin het mariene leven floreerde en de bloemplanten evolueerden. Hoewel sommige groepen geleden hadden onder de massa-extinctie aan het einde van het Trias, was de vormenrijkdom van planten en dieren halverwege het Jura weer op peil. Dit herstel was het begin van een lange periode van groei, die zou aanhouden tot het einde van het Mesozoïcum. In het Jura begon het supercontinent Pangea uiteen te vallen.

Gondwana verplaatste zich verder nar het zuiden, waardoor er een westelijke uitloper van de Tethyszee in de Panama-regio kon ontstaan. Laurazië (Noord-Amerika en Eurazië) werd gescheiden van Gondwana en de landverbinding tussen Noord- en Zuid-Amerika ging verloren. Het splijten begon langs een lijn waarlangs Noord-Amerika van Afrika zou loskomen.

Verspreid over het oppervlak van Pangea begonnen ondiepe zeeën te ontstaan. Hierdoor werd het klimaat vochtiger in het binnenland. Het laaggelegen land tussen Noord-Amerika en Afrika werd overstroomd. Tegen die tijd bestond Groot-Brittanië en een groot deel van het vasteland van Europa uit eilanden in een ondiepe zee. Deze veranderingen hadden grote gevolgen voor de ontwikkeling van verschillende milieus en de evolutie van dieren en planten op het noordelijk en zuidelijk halfrond. Omdat de scheiding van de continenten onvolledig was, leken de dinosauriërs van verschillende continenten echter nog steeds veel op elkaar. Zo zijn de reusachtige brachiosauriërs van Noord-Amerika en Afrika nagenoeg identiek, evenals een aantal kleinere, beweeglijkere planteneters. Toch kwamen er al enkele subtiele en merkwaardige verschillen voor. In Afrika leefde naast de brachiosauriërs de met grote stekels uitgeruste stegosauriër Kentrosaurus, die sterk afweek van de klassieke, met platen uitgeruste Stegosaurus die in dezelfde tijd in Noord-Amerika leefde.

De Chinese dinosauriërs begonnen ook af te wijken van de dinosauriërs elders in de wereld. Dit schijnt erop te wijzen dat China al vroeg geïsoleerd was van de gebeurtenissen elders. Aan het begin van deze periode daalden de aardse temperatuur en de vochtigheidsgraad. Na afloop van het Vroeg-Jura keerde deze trend zich om en aan het einde van de periode steeg de temperatuur snel. De zeespiegel fluctueerde maar steeg gemiddeld naar een hoger niveau dan in het Trias. Hierdoor werden de kustregio’s van de continenten langzaam overspoeld en ontwikkelden zich in het binnenland geleidelijk ondiepe binnenzeeën. Deze warme, zonovergoten wateren vormden een ideaal voortplantingsgebied voor een vormenrijk en complex marien leven. Vanaf het Vroeg-Jura vormden zich opnieuw grote riffen in de ondiepe zeeën. Het fytoplankton, microscopische plantachtige organismen die nog altijd de basis vormen van de meeste voedselketens in zee, evolueerde in twee nieuwe groepen die nog steeds het microleven in oceanen beheersen: de dinoflagellaten en het nanoplankton. Aan het einde van de periode gingen de beenvissen steeds meer op bekende soorten lijken. Ze werden bejaagd door de spectalaire zeemonsters van de Jurassische zeeën, de roofzuchtige ichthyosauriërs (‘vishagedissen’) en de plesiosauriërs (‘bijna’-hagedissen).

Op het land waren verschillende groepen Triassische reptielen uitgestorven. De zoogdieren gedijden, zij het in de schaduw, maar de synapsiden (oude verwanten van de zoogdieren) zijn in deze periode uitgestorven. De lucht werd steeds drukker omdat zich steeds meer soorten vliegende reptielen (pterosauriërs) ontwikkelden die verschillende ecologische nissen bezetten. In het Laat-Jura kregen deze pterosauriërs gezelschap van dinosauriërs die veren hadden en waarvan sommige konden vliegen: de evolutie van de vogels was begonnen.

Het landschap kreeg een ander aanzien doordat nieuwe planten evolueerden. De globale temperaturen daalden tot onder die aan het eind van het Trias en er viel veel meer regen, waardoor er weelderiger en uniform tropische omstandigheden heersten. Aan het begin van het Jura werden dezelfde typen planten aangetroffen als in het Laat-Trias, maar de zaadvarens die in Gondwana gedomineerd hadden, verdwenen geleidelijk en werden vervangen door palmvarens en naaldbomen, terwijl de bodem bedekt was met varens.

Tegenwoordig vindt men de gefossiliseerde zaadkegels van naaldbomen uit het Jura, nadat ze eerst door beken ver bij de moederboom vandaan zijn gevoerd. Sommige soorten naaldbomen produceren al sinds het Jura hars.

Insecten die in de hars gevangen raken blijven in de hars bewaard. De planten die zich in het zuidelijk deel van het noordelijke continent ontwikkelden schijnen zich ten koste van de andere planten verbreid te hebben.

De steenkoolvelden die gevormd werden door talrijke bomen, zijn een bewijs van de omvang en de dichtheid van de bossen in deze periode.

Een belangrijke gebeurtenis in het Jura was de ontwikkeling en de diversificatie van de hoogontwikkelde bloemplanten, de angiospermen, die de terrestrische vegetatie uiteindelijk zouden domineren.


DUITSLAND

http://en.wikipedia.org/wiki/Swabian_Jura

Baden wurtemberg

http://paleoelegance.com/the-holzmaden-shale

posidonia shale

http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2012/04/12/palaeontology-sg-1/

FRANKRIJK  :  

-de Boulonnais  ligt aan de kust ten zuiden van Calais aan de noord Franse kust. Er zitten veel fossielen in de verschillende sedimenten uit het Jura tijdperk. Op verschillende locaties aan de kust zijn fossielen te vinden:

http://www.geologie-info.com/articles.php?Article=geologie-boulonnais

cap griz nez

  • Wimereux / Pointe aux Oies Gelegen ten zuiden van Cap Gris Nez aan de kust. Er zijn hier bivalven, brachiopoden, gastropoden en houtresten uit het Jura tijdperk te vinden. In de lagen waar ook grindsteentjes zitten (grove zandsteen, de grote blokken op het strand) kunnen tandjes bevatten van vissen en reptielen. Soms kun je in de zandsteen wat grotere ammonieten aantreffen.

KaartgegevensKaartgegevens ©2013 Google Afbeeldingen ©2013 TerraMetrics
cap gris nez
-Syam  :  De heuvels van de Jura zijn voornamelijk opgebouwd uit kalksteen uit,  het Jura-tijdperk en deels uit het Krijt-tijdperk (ongeveer 210 tot 130 miljoen jaar geleden). Kalksteen wordt gevormd in ondiepe zeeën, na verkitting van mariene organismen die carbonaten bevatten.
Gorges  Du Tarn  ….De “Causses” zijn opgebouwd uit kalksteenlagen uit het Jura-tijdperk (208-144 miljoen jaar geleden). Het vóórkomen van kalksteen geeft aan dat dit gebied tijdens het Jura-tijdperk een zee was.Na het Jura-tijdperk werd het gebied door tektonische krachten opgeheven, waardoor een groot kalksteen-plateau ontstond. Hierna begonnen rivieren zich in het plateau in te snijden en vormden ze 400 m diepe canyons (“gorges” in het Frans) die het plateau in verschillende stukken, de “Causses”, verdeelden.
De 400 m diepe Gorges du Tarn  De rivier “de Tarn”, heeft  diepe “Gorges du Tarn”uitgesleten, waardoor het plateau werd verdeeld in de”Causse de Sauveterre” (rechts) en de “Causse Méjean” (links). Ongeveer 40 ondergrondse rivieren voegen zich vanuit de beide Causses in de Tarn

-In het Tarn gebied in het zuiden van Frankrijk is een vindplaats waar diverse fossielen kunnen worden gevonden in mergel afzettingen uit het Toarcien (onderdeel van het onder Jura tijdperk).

Net ten zuiden van Florac, in St-Laurent-de-Trèves is een zeer aardig curiosum te bezichtigen: op een klein plateau zijn tientallen voetafdrukken van dinosauriërs in de kalksteen bewaard gebleven. Deze zijn gratis te bezichtigen en de locatie is voorzien van duidelijke infopanelen. Welke soort de sporen heeft achtergelaten is niet bekend.

 GROOT  BRITTANIE  

Groot-Brittanië tijdens het Jura

°
Rotsen uit de Jura-periode leveren uitstekende bouwstenen en waardevol ijzererts op. Ze bevatten ook een grote verscheidenheid aan fossielen, waaronder de overblijfselen van monsterachtige reptielen.

De beroemde Engelse geoloog William Smith was de eerste die de rotsen uit de Jura-periode onderscheidde en ze in kaart bracht. Vele van de kleurrijke omschrijvende benamingen die hij in 1799 aan de rotsen gaf, worden nog steeds gebruikt.

In Engeland komen rotsen uit de Jura-Periode aan de oppervlakte in een brede gordel die zich uitstrekt van de kust in Dorset tot de kust van Noord-Yorkshire. Ze ‘duiken’ geleidelijk naar het oosten en ze zijn aanwezig onder latere rotsen in de meeste delen van Zuid- en Oost-Engeland.

Tegen het eind van de Trias-periode brak de zee, die tot dan ver naar het zuiden lag, door en overstroomde de vlakke woestijnen die toen de Britse eilanden bedekten. Aanvankelijk vormde het zoute water lagunes, waarin zich bezinksel vormde. De rotsen uit deze tijd zijn niet dik en ze bestaan uit grijze leisteen en een dunne laag kalksteen. Bovendien bevatten ze een beenderenlaag: waarschijnlijk van de reptielen die verdronken toen de zee het land binnendrong. Later veranderde de diepte van de zeebodem voortdurend. In diep water kon zich modder en klei afzetten, maar in het ondiepe water werden de bezinkseldeeltjes verstoord door de golfslag en daar bezonken alleen groter, zwaardere zandkorrels, waaruit later kalksteen ontstond.

De vroege Jura-periode wordt in Engeland ook wel Lias genoemd. De rotsen zijn van de soort die ontstaan in diep water en ze bevatten afwisselende lagen blauwe leisteen en dunne, onzuivere kalksteen. In deze rotsen zijn opzienbarende overblijfselen van ammonieten en reptielen gevonden, vooral in de klippen van Dorset.

De Lias-bodem vormt een gordel van goede landbouwgrond, die dwars door Engeland loopt. Tegen het eind van de Lias-periode werd de zee ondieper en kalksteen en bezinksel hoopte zich erin op, vooral in Zuid-Engeland. In het midden van de Jura-periode werd de zee steeds ondieper. In de heuvels van Cotswold vormt de dikke laag leisteen een steile wand, die uitziet over de Severn-vallei. De kalksteen is oöliet (van het Griekse oon = ei en lithos = steen; eiersteen) – opgebouwd uit talrijke kleine bolletjes die op de eieren van vissen lijken. Ieder ‘ei’ bestaat uit een kleine zandkorrel of een schelpdeeltje, dat voortbewogen werd over de bodem van de Jura-zee en overdekt werd met kalksteen dat zich in de warme zee vormde. Meer naar het zuiden, in Somerset en Dorset, zijn de Jura-rotsen gevormd van bezinksel uit dieper water. De laag kalksteen is dun en het modderige bezinksel deed meer glooiende heuvels dan steile hellingen ontstaan. In het noorden zijn de rotsen uit het midden van de Jura-periode zanderiger en in Northampton komt ijzersteen voor (dat vrij wordt gewonnen), maar de ‘Rug van Lincolnshire’ bestaat uit kalksteen. In het uiterste noorden van Yorkshire is er een opzienbarende verandering in het landschap. Rotsen uit het midden van de Jura-periode vormen er een kale barre heidevlakte en de heuvels van Cleveland. De rotsen bestaan voornamelijk uit zand, met dunne laagjes modder en steenkool. Hier was in het midden van de Jura-periode een delta, opgebouwd uit ruwe afzetting die werd aangevoerd van de omringende landmassa. De delta leek veel op die uit de Carboon-periode en had eveneens wouden, hoewel de bomen meer op die van tegenwoordig leken dan de bomen uit het Carboon. Er vond geen vorming van steenkool op grote schaal plaats.

In Schotland zijn nog enkele brokken van deltazandsteen bewaard gebleven. William Smith noemde de eerste rotsen uit de late Jura-periode Cornbrash. De dunne laag blauwe leisteen is onderbroken, waardoor een bodem vrijkwam die uitstekend geschikt was voor het verbouwen van graan. Het Cornbrash loopt van Dorset naar Noord-Yorkshire en aangezien het duidelijk is gevormd door zeebezinksel, met zeefossielen, is het aannemelijk dat de delta werd overstroomd. Een laag zand vormde de daarop volgende Kallaway-rotsen, maar toen werd de zee dieper (behalve in Yorkshire), want de volgende laag van Oxford-klei werd gevormd in diep water. Daarna werd de zee weer ondieper en de volgende laag van koraalrots bevat op de meeste plaatsen kalksteen of zand en tevens fossielen van koraalriffen. Daarna volgde de laatste diepwaterperiode uit de Jura-tijd, vertegenwoordigd door de dikke blauwe Kimmeridge-klei. Ten slotte werden de Portland-rotsen en de Purbeck-rotsen gevormd. Tegen deze tijd was het gebied waarin bezinksel werd afgezet ingekormpen tot een kleine baai, die Zuidoost-Engeland bedekte. De Portland-rotsen bestaan hoofdzakelijk uit dikke, oöliete kalksteen, bekend in de bouwwereld. De groeven in Portland en Dorset hebben een groot deel geleverd van stenen voor gebouwen in Londen. De Jura-periode begon met het binnendringen van de zee. De periode werd afgesloten met de terugdrijving van het zeewater naar het zuiden. De Purbeck-rotsen bestaan uit zoetwaterbezinksel en kalksteen met weinige zeebezinksel. Verrassend zijn de ‘vuilnis’-beddingen: fossiele bodem met boomstronken in de oorspronkelijke stand van hun groei.Noord-Amerika tijdens het Jura

De Jura-periode begon in Noord-Amerika met de voortzetting van de ontwikkeling uit de voorafgaande periode. Ten oosten van de rijzende gordel van hoogland verspreidde de zee zich in zuidelijke richting, toen de geosynclinale van de Rocky Mountains zich langzaam vormde. Een bepaalde zee, die tegenwoordig Sundance Sea wordt genoemd, strekte zich over het vasteland van Noord-Amerika uit naar het zuiden. In het westen scheidde deze zee de jonge Rocky Mountains van de rest van het continent in het oosten. Tijdens het verdere verloop van de Jura-periode kwam het land naar het oosten toe tot in het midden van North Dakota en naar het zuiden toe tot in New Mexico soms onder water te staan. Maar daarna trok de zee zich terug en de vroegere zeebedding werd vruchtbaar laagland, bedekt met weelderige plantengroei en doorsneden door talrijke traagstromende rivieren uit het hoogland in het westen. Deze verspreidden grote hoeveelheden slib en grind over het gebied, waardoor de huidige Morrison-formatie ontstond, die zich uitstrekt van Colorado in het oosten tot Utah in het westen en van New Mexico in het zuiden tot Montana in het noorden. Deze formatie, die hoofdzakelijk bestaat uit leisteen en zandsteen, is zelden meer dan 125 meter dik. Er komt echter een schitterende verzameling van landdieren en planten uit de Jura-periode in voor, waaronder zeventig exemplaren van dinosauriërs en vijfentwintig exemplaren van primitieve zoogdieren. De warme, vochtige streek van het laagland waar deze rotsen werden gevormd, had een grote verscheidenheid van dierlijk leven en de snelle afzetting van sediment door ontelbare kronkelende rivieren schiep uiterst gunstige omstandigheden voor het ontstaan van fossielen. Het is moeilijk de juiste ouderdom van de Morrison-formatie te bepalen, want de samenstelling van fossielen is er uniek voor Noord-Amerika. Door vergelijking met soortgelijke rotsen op andere vastelanden, neemt men aan dat ze uit de late Jura-periode stammen. In deze zelfde periode werd de daling van de bodem langs de Stille Oceaan, die in de Trias-periode was begonnen, voortgezet. De geosynclinale werd steeds dieper en er zette zich een grote hoeveelheid bezinksel in af, die werd aangevoerd door de rivieren uit het hoogland in het oosten. De aardbewegingen tussen de twee geosynclinalen, die het land reeds enigszins hadden doen rijzen in de voorafgaande periode, werden steeds heftiger. Dit leidde ten slotte tot een uitbarsting, waardoor een keten van plooiingsbergen ontstond die in de plaats kwam van hethoogland

.1Basford; pag. 96-100

2Dixon; pag. 24-27
7Palmer; pag. 32-33, 98-99

FOSSIELE VINDPLAATSEN   JURA 
Robelmont, België
Tontelange, België
Aichelberg, Duitsland
Ammelhofen, Duitsland
Bad Boll, Duitsland
Balingen, Duitsland
Bischberg, Duitsland
Buttenheim, Duitsland
Dotternhausen, Duitsland
Drügendorf, Duitsland
Geisingen, Duitsland
Gosheim, Duitsland
Gräfenberg, Duitsland
Holzmaden, Duitsland
Ludwag, Duitsland
Mistelgau, Duitsland
 
Pilgerndorf, Duitsland
Rohden, Duitsland
Rosenfeld, Duitsland
Sengenthal, Duitsland
Solnhofen, Duitsland
Wallücke, Duitsland
Wehrendorf, Duitsland
Wellendingen, Duitsland
 
Wilsum, Duitsland
Airvault, Frankrijk
Arromanches, Frankrijk
Belmont, Frankrijk
Borrèze, Frankrijk
Boussagues, Frankrijk
Caen, Frankrijk
Cap Gris Nez, Frankrijk
Florac, Frankrijk
La Motte Bourbon, Frankrijk
Landaville, Frankrijk
Lion-sur-Mer, Frankrijk
Lixhausen, Frankrijk
Mende, Frankrijk
Millau, Frankrijk
Naves, Frankrijk
Pointe du Chay, Frankrijk
Ravenoville Plage, Frankrijk
Saint-Maixent, Frankrijk
Thin le Moutier, Frankrijk
Trouville-sur-Mer, Frankrijk
Vaches Noires, Frankrijk
Vallon Pont d Arc, Frankrijk
Cromarty, Groot-Brittannië
Devon coast, Groot-Brittannië
Dorset coast, Groot-Brittannië
East Riding of Yorkshire coast, Groot-Brittannië
Helmsdale, Groot-Brittannië
Isle of Skye, Groot-Brittannië
Ketton, Groot-Brittannië
Melton Mowbray, Groot-Brittannië
North Yorkshire coast, Groot-Brittannië
Northern Ireland coast, Groot-Brittannië
Saltburn-by-the-Sea, Groot-Brittannië
Somerset coast, Groot-Brittannië
South Wales coast, Groot-Brittannië
Whitby, Groot-Brittannië
Tardos, Hongarije
Brouch, Luxemburg
Dudelange, Luxemburg
Haller, Luxemburg
Rumelange, Luxemburg
Tulear, Madagaskar
Beni Tajjite, Marokko
Oued Dades, Marokko
Twente, Nederland
Kali Gandaki, Nepal
Spitsbergen, Noorwegen
Hallein, Oostenrijk
Bałtów, Polen
Dzialoszyn, Polen
Faustianka, Polen
Malogoszcz, Polen
Zalas, Polen
Zawiercie, Polen
Agua de Madeiros, Portugal
Cabo Mondego, Portugal
Penela, Portugal
Peniche, Portugal
Praia Grande, Portugal
Sao Martinho do Porto, Portugal
Ulianovsk, Rusland
Ajdovscina, Slovenië
Albarracin, Spanje
Alcaine, Spanje
Mallorca, Spanje
Holderbank, Zwitserland
Liesberg, Zwitserland 

USA

Uiteraard was  de ontdekking  en de  studie  van de meeste   dinosauriers uit het jura , in het begin  een amerikaanse aangelegenheid …. De VS is dan ook rijk aan afzettingen uit het  mesozoicum ….

https://geoinfo.nmt.edu/tour/landmarks/ghost_ranch/home.html

chimney rock

View from Chimney Rock trail toward Chimney Rock. Js is basal Jurassic Summerville sandstones and Jt is Jurassic Todilto.

Ethiopia  : 

  • Blue Nile Gorge, Ethiopia: Come along on a fossil-hunting trip to Ethiopia with UCMP researchers and see the first dinosaur fossils found there.

°

JURASSIC    COAST  :

 http://www.jurassiccoasttrust.org/

A map of the Jurrassic Coast

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jurassic_Coast

Broad-Bench-Jurassic-Coast-Dorset-England

Broad Bench Jurassic Coast Dorset England

Achtergrond zondag 18 augustus 2013 door

Kusterosie legt fossielen bloot

Twee eeuwen geleden werden de eerste complete reuzenreptielen gevonden aan de zuidkust van Engeland, zoals de ichthyosaurus en de plesiosaurus. Langs de Jurassic Coast worden nog steeds met regelmaat bijzondere vondsten gedaan, zoals grote schedels van de ichthyosaurus. De instabiele rotskust geeft voortdurend nieuwe fossiele schatten bloot.

De Britse zuidkust in de graafschappen Dorset en Devon is een waar fossielenmekka, met name in de wintermaanden als de regen en golven op het strand en de cliffs beuken.

“Dagelijks worden er fossielen van reuzenreptielen gevonden,” vertelt Paddy Howe, als geoloog werkzaam bij het Lyme Regis Museum. “Meestal zijn het kleine stukjes bot, hele schedels en grote delen zijn zeldzamer”.

Mary_anning_plesiosaurus

Tekening van een plesiosaurus door Mary Anning.In 1823 ontdekt zij de allereerste complete plesiosaurus. Wikimedia Commons

Primeur van complete reuzenreptielen

Twee eeuwen geleden vond het Engelse meisje Mary Anning de eerste (vrijwel) complete fossielen van reuzenreptielen uit het Mesozoïcum: de ichthyosaurus en de plesiosaurus.

Ook vond ze er de eerste Britse pterosauriër, een vliegend reptiel. Sinds de tijd van Anning is Lyme Regis uitgegroeid tot het fossielencentrum van de Engelse zuidkust. Zowel voor (amateur-)paleontologen als in fossielen geïnteresseerde toeristen is het een populaire plek. Behalve Engelsen komen er ook veel Duitsers en Nederlanders.

Maar de belangrijkste vondsten komen niet van wetenschappers of het grote publiek, maar van – meestal lokale – commerciële fossielenjagers.

In 2008 werd nog een anderhalve meter lange schedel van een ichthyosaurus gevonden, even ten oosten van Lyme Regis, die voor ca. 25.000 euro door het museum in Lyme Regis werd gekocht. Van recentere datum is een twee meter lange schedel van dezelfde soort: Temnodontosaurus platydon.

P8070416-detail

°

Een heel gepuzzel

“Alleen al rond Lyme Regis zijn ca. twaalf verschillende soorten van ichthyosauriërs gevonden,” vertelt Howe. “Voor de hele Jurassic Coast gaat het om een stuk of twintig soorten.” Ook wat de plesiosaurus betreft blijft het niet bij één soort. In Lyme Regis zijn drie soorten gevonden en langs de hele kust loopt het tegen de tien.

“Het is vaak een heel gepuzzel om de verschillende botjes van één exemplaar weer tot een geheel te maken,” vertelt Howe, en hij spreekt uit ervaring. In 2010 vond hij, ‘gewoon’ op het strand, bij laagwater, een botje van een plesiosaurus (Plesiosaurus dolichodeirus) dat uit de versteende kleimodder stak. De rest van het dier lag enkele meters verderop begraven.

Duria_antiquior

Dierenwereld in de vroege Jura, gebaseerd op de door Mary Anning gevonden fossielen. Volledige exemplaren zijn zeldzaam omdat de dode cadavers op de zeebodem meestal werden verscheurd door aaseters. Henry De La Beche

Vóór Darwin

Mary Anning vond niet alleen de allereerste complete fossielen van zeereptielen. In een tijd, nog vóór Darwin, waarin de meeste mensen – ook wetenschappers – dachten dat de aarde slechts enkele duizenden jaren oud was en evolutie een nieuw begrip was, maakte zij gedetailleerde tekeningen van haar vondsten.

Mary_anning

Mary Anning aan het werk. Wikimedia Commons/Henry De La Beche

Van de kleinste botjes wist ze de diersoort te achterhalen. Zo kwam Anning als autodidact – mede dankzij alle kennis die zij van haar vader kreeg – in aanraking met wetenschappers in een tijd waarin het zeer ongebruikelijk voor iemand van haar afkomst was om de in paleontologie geïnteresseerde en welgestelde heren uit de hogere kringen persoonlijk te leren kennen en haar kennis met hen te delen.

De 19e eeuwse afbeelding hiernaast suggereert ten onrechte dat Mary Anning al het werk alleen zou hebben gedaan. Soms huurde ze een groep arbeiders in uit de lokale steengroeven om de vaak grote en zware fossielen uit te graven en te transporteren. Howe hierover: “Twee jaar geleden hebben we Annings ichthyosaurus een jaar lang in Lyme Regis geëxposeerd, maar zelfs met een groep volwassen mannen kregen we het skelet nauwelijks de trap op getild”.

Golden_cap_from_charmouth_beach

Kust ten oosten van Lyme Regis met helemaal rechts Golden Cap, waar Anning veel fossielen vond. Als broodwinning verkocht zij haar vondsten. Deze zijn nu te bezichtigen in de vele natuurhistorische musea die Groot-Brittannië rijk is, waaronder het Natural History Museum in Londen. Wikimedia Commons/Kevin Walsh

Van Trias naar Krijt

Aan de hand van bepaalde soorten slangsterren uit de verzameling van Anning weten we nu dat ze ook verder naar het oosten op fossielenjacht is geweest. In 2001 kreeg de zuidkust van Devon en Dorset de status van Werelderfgoed, en wordt deze als Jurassic Coast onder de aandacht gebracht. Geologisch bestrijkt het echter veel meer tijden dan alleen de Jura; de 155 km lange kust loopt van het Trias in het westen (Orcombe Point) tot Old Harry Rocks uit het Krijt.

Lyme_regis_oosten

Kust tussen Lyme Regis en Charmouth waar Anning vaak moet hebben gezocht en waar nog steeds regelmatig fossiele zeereptielen tevoorschijn komen. De aardlagen zijn hier goed zichtbaar; het zijn 190 miljoen jaar oude sedimenten uit een modderige zee, destijds op 40 graden noorderbreedte. DigitalGlobe 2013

Snelle erosie

“Gemiddeld verdwijnt er hier één meter kust per jaar,” vertelt Howe. “De rotsen bestaan afwisselend uit kalksteen en schalies, een soort kleigesteente. Het zachtere schaliegesteente erodeert veel sneller dan kalksteen. Je kunt het zelfs met je nagels kapot drukken.” Het is dan ook dit schaliegesteente waaruit de meeste fossielen afkomstig zijn. Door de golven, vooral bij vloed en tijdens storm en regen, komen voortdurend nieuwe fossielen tevoorschijn. Toeristen zijn dan ook vrij hier fossielen te zoeken, al moeten ze bijzondere vondsten wel aan de autoriteiten rapporteren.

P8090641-detail2

Krijtrotsen in Dorset met helemaal rechts: Old Harry Rocks. Deze markeren het meest oostelijke en geologisch jongste deel van de Jurassic Coast. Dit spierwitte en in zowel letterlijk als figuurlijk opzicht schitterend witte gesteente bestaat volledig uit eencellige kalkorganismen, de Emiliania huxleyi. Annemieke van Roekel

Beitels en spijkers

“Van een afstand zien de 19de eeuwse fossielen er wel goed uit,” vertelt Howe. “Maar als je nauwkeurig kijkt valt dat behoorlijk tegen. De botten zijn soms zelfs met beitels en spijkers uit het gesteente gehaald. In die tijd gebruikten ze nog geen zure oplossing, zoals wij dat nu doen. Zo komt het fossiel langzaam vrij, zonder dat het beschadigd raakt.”

P8070423-detail

Een model van de Scelidosaurus Harrisoni. Annemieke van Roekel in Lyme Regis Museum

Maar de regio rond Lyme Regis is niet alleen bekend van de vele fossiele zeereptielen. Hier is ook de Scelidosaurus Harrisoni gevonden, een dinosauriër uit de vroege Jura die tot nu toe nog nergens anders ter wereld is gevonden.

Het zijn echter niet alleen wetenschappers en fossielenzoekers die zich laten inspireren door de Jurassic Coast. Ook kunstenaars worden er door aangetrokken. De overvloed aan (afdrukken van) fossielen in brokken gesteente en het feit dat je relatief vrij bent om ze ook mee te nemen, komt ook hen goed van pas.

P8070401-detail

Kunstenaars laten zich inspireren door grote keien met soms levensgrote afdrukken van ammonieten op het strand van Lyme Regis. Eén van de kunstenaars is Adrian Gray. Hij gebruikt een combinatie van zwaartekracht en wrijving om de rotsblokken op elkaar te laten balanceren. Het tijdelijke ‘kunstwerk’ kan minuten tot uren staan, totdat – meestal – de wind het precaire evenwicht verstoort. Annemieke van Roekel

Bronnen en meer lezen

http://www.ramireziblog.wordpress.com/fossielen/

In 2007 werd na vier jaar opnieuw de Jurassic Coast bezocht, met mooie resultaten:

Second Jurassic Coast Fossil Hunt 2007 (1) – Belemnites

Second Jurassic Coast Fossil Hunt 2007 (2) – Ammonites

Second Jurassic Coast Fossil Hunt 2007 (3) – Ichthyosaur

Second Jurassic Coast Fossil Hunt 2007 (4) – Leftovers

http://www.dorsetlife.co.uk/2012/03/the-geology-of-dorset-the-jurassic-rocks/

Portland Limestone forming Pulpit Rock at Portland Bill

Ammonite in Kimmeridge Clay, Brandy Bay

Kimmeridge Clay in Kimmeridge Bay

Lees verder

Opschudding over oude inktvissen

24 september 2012 · door Adiël Klompmaker

Dino’s met veren kwamen meer voor dan gedacht

6 juli 2012 · door Marlies ter Voorde

Uitsterving niet door methaanscheet?

30 mei 2012 · door Adiël Klompmaker

Wereldrecord opgeraapt: samenscholende fossiele kreeften

8 maart 2012 · door Adiël Klompmaker

Dino’s duiken dankzij buikveren

12 december 2011 · door Klara Elwenspoek

 

Jurassisch reliëf 2

 <Bepaalde  (  jonge )   geplooide structurele reliëfs

<Een plooiing kan zich voordoen diep onder het aardoppervlak, in het gehele gesteentepakket of alleen of hoofdzakelijk in de lagen dicht bij de oppervlakte. Een plooiing in de oppervlakkige lagen, die het reliëf en het landschap beïnvloedt, kan een epidermisplooiing zijn. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in de Jura.: Hier heeft zich een typisch ruggenreliëf gevormd door epidermisplooiingen.

<Ook  een reliëf, ontstaan onder invloed van actieve invloed van de tektoniek op het vooraf  bestaande  reliëf ( bijvoorbeeld  door   opheffing  en nieuwe gebergtevorming ) noemt wel eens een Jurassisch reliëf.

<  Jurassisch reliëf bezit  onder andere    geen epigenetische rivieren.( in het schoon vlaams: doorbraakrivier omdat die zich doorheen een harde laag heeft gewurmd),   

Een Jurassisch reliëf is een recente plooiing , waarbij  de  voornaamste aanwezige   rivier(en) vooral antecedent( bijvoorbeeld Rhein … Donau ) is /zijn  ( =  ze bestonden al voor deze   Jura  plooiing plaatsvond). Vermits het nog zo(relatief)  jong is heeft erosie nog maar weinig kans gehad dus zijn de heuvels de anticlines en de valleien de synclines. …..

Uiteraard is de (veronderstelde ? ) afwezigheid  van dergelijke epigenetische  rivieren niet het beslissende  hoofdkenmerk  bij het identificeren van dergelijk relief    ….

<   in oude  reliefs  zijn  heel duidelijk de zeer strikt rechtlijnige ketens  te zien  die toch wel doen aanvoelen dat er afwisselend harde en zachte lagen in het spel zijn die worden geërodeerd    : —>   in  een jurassisch ( = jong ) relief is de  strikte oplijning minder duidelijk. —->  Daar zijn nog veel meer onregelmatigheden te vinden die het gevolg zijn van actieve opheffing.      De bergen daar hebben nog niet de kans gehad om zich volledig te nivelleren opdat enkel de meer regelmatige oplijning van harde vs. zachte lagen tot uiting komen in de structuur

Juveniel                  jong ( in de geologie –> fossiel–>)  exemplaar van een organisme.

<In de geologie wordt het woord  ook  gebruikt als synoniem voor ‘nieuw gevormd’, zoals in ‘juveniel (grond)water’, ‘juveniel gesteente’ en ‘juveniel magma’ (zie bijvoorbeeld stollingsgesteente en palingenese).

Juveniel water     

<  Water dat ontstaat bij het uitkristalliseren van magma’s of dat diep in de korst bij hoge temperatuur en druk uit atmosferische zuurstof en waterstof uit het inwendige van de aarde gevormd.

<   water gevormd op grote diepte in de aardkorst, als gevolg van endogene processen (magmatische en thermometamorfe processen) en voor het eerst voorkomend aan of dichtbij het aardoppervlak.

http://www.encyclo.nl/lokaal/10880

<interstitieel water van dezelfde geologische ouderdom als de omringende rots of laag, dikwijls van slechte kwaliteit en niet geschikt voor normaal gebruik(bijv. als drink- of bedrijfswater, of als water voor de landbouw)

zie ook

http://www.nu.nl/wetenschap/3475792/oudste-water-wereld-ontdekt.html

http://www.nature.com/nature/journal/v497/n7449/full/nature12127.html

https://tsjok45.wordpress.com/2012/11/13/water/

Water flowing out of a mine.

GEOLOGIE TREFWOORD G

 zie onder Geologie

NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING


GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL

door F.C. Kraaijenhagen

Een gezamenlijke uitgave van de NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING en de NGV afdeling LIMBURG September 1992

1992 © Copyright Nederlandse Geologische Vereniging.

Voor Internet herzien en bewerkt in 2006 door George Brouwers Oisterwijk.

***

AAngevuld en uitgebreid met

http://www.natuurinformatie.nl/ndb.mcp/natuurdatabase.nl/i000448.html#A

Geologische begrippen   

Klik op een begrip voor de definitie. Wil je meer weten over een bepaald begrip, bekijk dan het thema‘De ondergrond van Nederland’, of gebruik de zoekmachine.  De  Geologische  tijdvakken zijn niet opgenomen in deze begrippenlijst. Zie voor de beschrijving van deze tijdvakken het thema ‘Ondergrondse tijdmachine’.

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

&

Glossary of Terms for Geology

(From The Earth’s Dynamic Systems, Fourth Edition by W. Kenneth Hamblin. Macmillan Publishing Company, New York, NY. Copyright © 1985) 

[A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ] http://www.evcforum.net/WebPages/Glossary_Geology.html

Gabbro

 /Gabbro   : A dark-colored, coarse-grained rock composed of Ca-plagioclasepyroxene, and possibly olivine, but no quartz

  gabbro/stollingsgesteente 

Gabbro : on voit bien les pyroxènes aux teintes vives et les plagioclases en pyjama rayé.

http://www2.ac-lyon.fr/enseigne/biologie/photossql/photos.php?RollID=images&FrameID=gabbro

http://nl.wikipedia.org/wiki/Gabbro

°

Galeniet     LOODSULFIDE  :   PbS  (erts )

http://nl.wikipedia.org/wiki/Galeniet

Galeniet

Galeniet, een mineraal dat zowel gebruikt kan worden om levens mee te redden als om levens mee te vernietigen. Het is namelijk de belangrijkste bron (erts)  voor lood, dat zowel gebruikt wordt voor de fabricage van schilden tegen radioactieve straling als voor mitrailleurkogels. Het is ruim zeven keer zwaarder dan water.

http://www.geologievannederland.nl/mineralen/beschrijvingen/galeniet

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

°
Gammastralen  (γ-straling)hoog energetische elektromagnetische straling die vrijkomt bij bij allerlei kernnucleaire processen (verval , invangen neutron etc … ) 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Gammastraling          —> ( diagrammen ) Afbeeldingen van gamma straling

°

Ganggesteenten

II Ganggesteenten.
Ze bezitten meestal een fijne tot middelmatig korrelige textuur en komen voor in meestal plaatvormige stollingslichamen, ontstaan in spleten en scheuren in de aardkorst.

°
1) —> Gangen  of aders ( Veins )  zijn plaatvormige intrusielichamen, die discordant het nevengesteente doorbreken.
De gangen in deze zwerfsteen  zijn wat fijnkorreliger als het omringende gesteente.                http://www.aardkundigewaarden.nl/zwerfsteneneiland/detailpagina.php?tuin_ID=166

http://de.wikipedia.org/wiki/Gang_(Geologie)

File:Quartz vein cape jervis.jpgQuarzgang

File:Goldveins1.jpgGold Bearing Quartz Veins, Blue Ribbon Mine, Alaska

2—> Volgen  de intrusielichamen de  gelaagdheid van het gesteente dan zijn het sills.


Photo by Marli Miller, University of Oregon. Used by permission. (fair use policy)

°

3   Ganggesteenten

Ganggesteenten worden gevormd onder het aardoppervlak.
De diepte waarop dit gebeurt kan variëren.
Vorming heeft vaak plaats gevonden op plaatsen, waar het magma geprobeerd heeft door de aardkorst heen te breken, maar waar dit niet is gelukt.
Bovendien moet het magma dusdanig langzaam afkoelen, dat in het gesteente nog kristallen van een redelijke grootte worden gevormd.
Het verschil met uitvloeiingsgesteenten en dieptegesteenten is dus vooral de diepte waarop de kristallisatie heeft plaatsgevonden. (8-9 km)
Een scherpe definitie van het verschil tussen ganggesteenten en dieptegesteenten is er niet.
Over het algemeen echter rekent men gesteenten waarin de kristallen gemakkelijk van elkaar zijn te onderscheiden tot de dieptegesteenten.
Ganggesteenten hebben gewoonlijk een typerende structuur.
Vaak zijn ze opgebouwd uit zeer fijnkorrelige mineralen, die nog een granietstructuur hebben. (Micrograniet) Als in zo’n fijne granitische grondmassa zwarte mineralen bijna geheel ontbreken spreken we van apliet.
Ook de porfierstructuur komt veel voor bij ganggesteenten. Als in een porfier de samenstellende mineralen van de grondmassa herkenbaar zijn, spreken we van een granietporfier en wordt het gesteente tot de ganggesteenten gerekend.
Een afwijkend type ganggesteente zijn de pegmatieten. Dit vanwege de soms zeer grote kristallen.
Het is soms moeilijk om te bepalen of we te maken hebben met een gang- of een uitvloeiingsgesteente. Hoewel diabazen lange tijd bij de uitvloeiingsgesteenten zijn ingedeeld, gaat men er tegenwoordig van uit, dat misschien wel de meeste diabaassoorten, met name de porfirische, tot de ganggesteenten behoren. Ook porfieren kunnen tot de ganggesteenten behoren, met name de soorten, die een korrelige grondmassa bezitten. Over het algemeen worden ze benoemd als granietporfieren. Veel granietporfieren maken deel uit van de gidsgesteenten.De term ganggesteenten wordt alleen nog in de Zwerfrsteenkunde gebruikt. In de geologie horen ze tegenwoordig thuis bij de dieptegesteenten.
Deze rhombenporfier hoort duidelijk bij de ganggesteenten. De temperatuur was hoog genoeg om nog afzonderlijke eerstelingen te vormen. De grondmassa is daarna afgekoeld in een tempo, dat de mineralen zich nog konden scheiden, waardoor de korrelige grondmassa is ontstaan.  http://www.zwerfsteenweb.nl/steensoorten/Ganggesteenten.html

–>  Afbeeldingen van ganggesteente

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ganggesteente

Voorbeelden van ganggesteenten(–> ondergrondse  stollingsgesteenten )  zijn:

–>
Porfieren en Porfierieten. Enkele mineralen zijn het eerst gestold tot duidelijke kristalvormen. De mineralen in de grondmassa zijn niet met een loep te onderscheiden.

–>
Dolerieten. Vb. Diabasen. Veel overeenkomst met diorieten en gabbros. AplietFijn kristallijn. Inhoud ongeveer als van graniet.

–>
PegmatietZeer grof kristallijn. Van granietische samenstelling. De kristallen van de erin voorkomende  veldspaten en kwartsen zijn soms groot!

Ook de kristallen van Biotiet en Muscoviet kunnen méér dan l. m. groot zijn.

°
Gangopvullingen

Deze vindt men terug als aders(veins) in veel gesteenten. Veelal bestaat de opvulling uit kwarts of calciet.

°

Galeniet   // Galeniet is een loodhoudend mineraal en is grijs van kleur. De chemische formule is PbS, loodsulfide. Galeniet is een belangrijke soort looderts.

°

GAS :  The state of matter in which a substance has neither independent shape nor independent volume. Gases can readily be compressed and tend to expand indefinitely

Gasbronnen

°
Gassen

°

°
Gebergte
-residuair
-rest
-vorming 2

 °

Gelaagdheid

Gelaagdheid is de door de afzetting van sedimenten gevormde structuur van lagen.

 

Gelaagdheid   //Sedimenten zijn over het algemeen gelaagd. Steeds opnieuw vormen min of meer horizontale lagen zich bovenop oudere lagen. Binnen de lagen komen vaak sedimentaire structuren voor, niet te verwarren met de gelaagdheid.

Gelaagdheid komt ook in vulkanische afzettingen voor. Soms is zelfs in metamorf gesteente nog resten van de oorspronkelijke gelaagdheid te vinden. De bestudering van de opeenvolging van de gelaagde sedimenten word stratigrafie genoemd.

In geplooide lagen is het vaak lastig de oorspronkelijke gelaagdheid te bepalen. Door de druk van de plooiing is vaak de splijtingsrichting van het gesteente veranderd. Deze loopt dan niet meer parallel met de gelaagdheid. In deze gevallen helpt het om in detail de gesteenten te bestuderen op verschillen in structuren, korrelgroottes en soort sediment.

Gelaagdheid
-gegradeerde
-jaar
-kriskras
-scheve

°

Gelede wormen
Geleedpotigen 2
Gelifluctie 2
Gelivatie
Gemmologie
Genese
Genetische eenheden
Genus
Geo

Geochemie

Geochemistry  // The science that deals with chemical changes in and composition of the earth’s crust.Geologic TimeThe period of time extending from the formation of the earth to the present.

Geoclinal : an  elongate prism of sedimentary rock deposited in a subsided part of the continental margins and adjacent oceanic crust. A modern example is the continental margins of the eastern United States. See also eugeocline,miogeocline

_________________________________________________________________________________________

GEODE  :A hollow nodule of rock lined with crystals; when separated from the rock body by weathering, it appears as a hollow, rounded shell partly filled with crystals

Geoden 2  /Geode / GEODES   Een geode, ook wel druse genoemd, is een knol met een holle ruimte die gedeeltelijk is opgevuld met kristallen. Kleine geodes komen vaker voor dan grotere. Geoden ontstaan doordat bellen in magma of lava na het stollen holle ruimtes achterlaten. Na het stollen kunnen opgeloste mineralen in het grondwater neerslaat aan de binnenkant van deze holten. Als dit proces doorgaat zal de ruimte geheel opgevuld worden en ontstaat agaat.

De kristallen in geodes bestaan meestal uit kwarts. Amethyst is hier ook een vorm van. Ook Rutiel en Calciet kan worden aangetroffen in geodes. Geodes worden op grote schaal verhandeld.

Inside and outside views of the same geode

Meer afbeeldingen

  • Een geode of druse is een holle of gedeeltelijk holle, globevormige knol die aan de binnenkant begroeid is met kristallen. Meestal zijn geodes tussen de 2,5 en 30 centimeter groot, maar dit kan sterk variëren. Wikipedia

_______________________________________________________________________________________

Geodynamica 2
Geofysica

°Geohydrologie :  is de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van het voorkomen en stromen van ondergronds water en de eigenschappen van het gesteente in relatie hiermee.      Geohydrologie 2

 

°Geologie  : Geologie is de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van de geschiedenis van de aarde en de hierop ontwikkelde levensvormen, de samenstelling van de aardkorst en de krachten en processen die hierop plaatsvinden.

Geologie 2
-algemene
-dynamische 2
-fysische 
-historische
-kwartair
-structurele
-tektonische 2
-toegepaste

GEOLOGIC  COLUMN 

/ A diagram representing divisions of geologic time and the rock units formed during each major period

: a columnar diagram that shows the rock formations of a locality or region and that is arranged to indicate their relations to the subdivisions of geologic time
: the sequence of rock formations in a geologic column 
: An ideal sequence of rock layers that contains all the known fossils and rock.
Geologic Column 

(or stratigraphic column), a diagram that uses special symbols to represent in a certain scale the sequence of strata in a standard geologic section and the nature of the contacts between adjacent stratigraphic units. A geologic column usually gives the names or index numbers of the stratigraphic units, the geologic ages of the units, the thicknesses of the units, and the units’ lithologic and paleontological characteristics. A geologic column that has been constructed by comparing two or more local geologic sections is called a composite geologic column.

(The Great Soviet Encyclopedia, 3rd Edition (1970-1979). © 2010 The Gale Group, Inc. All rights reserved.)

Stratigraphic column

A Dictionary of Earth Sciences | 1999 | AILSA ALLABY and MICHAEL ALLABY | 384 words | © A Dictionary of Earth Sciences 1999, originally published by Oxford University Press 1999.

stratigraphic column
1. A succession of rocks laid down during a specified interval of geologic time. The phrase ‘the stratigraphic column’ often refers to the whole sequence of strata deposited throughout geologic time.

2. A simplified columnar diagram relating a succession of named lithostratigraphic units from a particular area to the subdivisions of geologic time.

http://en.wikipedia.org/wiki/Stratigraphic_column

Geologische kolom ISTRIË

http://nl.wikipedia.org/wiki/Stratigrafische_colom

Geologische kolom*(= beter is  “Stratigrafische kolom” )

http://nl.wikipedia.org/wiki/Stratigrafische_colom

het  woord/begrip   “geologische kolom” (= een  letterlijke vertaling uit het amerikaans  evo-crea  discussion jargon )  is  belangrijk en veel gebruikt   in de diskussies met    YEC  creationisten / het is trouwens ook een gidswoordje( in het Nederlands ) dat duidt op een creationistische  informatie-bron i ndien al geen creationistische insteek ….

geologische kolomhttp://www.evolutietheorie.ugent.be/node/102

http://www.talkorigins.org/faqs/hovind/howgood-gc.html

…..representative strata from the Cambrian to the Tertiary have been discovered lying in their proper order in Iran, by the Caspian, the Himalayas, Indonesia, Australia, North Africa, Canada, South America, Japan, Mexico, and the Philippines! ….

Glenn R. Morton, a professional geophysicist, has reported that portions of Alaska also contain strata representing all these geologic periods lying in their exact textbook order…..

Sometime later he identified three wells for me in McKenzie County, North Dakota, which had penetrated all the geologic periods in their correct order. Morton also indicated that the East China Sea, the Juixi (pronounced jewshi) basin in China and many more areas could be added to the list. So, the geologic column definitely does exist!

That is to say, there are a number of locations where every period of the geologic column from the Cambrian on up is present and in proper order. (Wherever we find relatively undisturbed areas without any of the obvious signs of mountain building, that strata is always in the textbook order. Some of the geologic periods may be missing, either because they were never laid down at that location or because they have since eroded away. However, the relative order of those present is preserved. See Topics G4b and G4c for a discussion of missing and out-of-order strata.)….

En natuurlijk ook de “GRAND CANYON ” 

http://capitaldistrictskeptics.wordpress.com/2010/03/31/the-geologic-column-doesnt-exist-anywhere/

Grand Canyon Geoloic Column

File:Grand Canyon geologic column.jpg

Key

6 – Hermit, Coconino, Toroweap, and Kaibab
5 – en:Supai Group
4 – Temple Butte, Redwall, and Surprise Canyon
3 – en:Tonto Group
2 – en:Grand Canyon Supergroup
1 – en:Vishnu Group

Photo of a display in the Grand Canyon visitor’s center. Taken and modified by Daniel Mayer.

Indicated below are the Vishnu Group at the deepest exposure within the Grand Canyon, and above it, exposures of each of the fourteen Paleozoic Era spanning formations from the Tapeats Sandstone to the Kaibab formation at the rim. This ~200mm telephoto view is to the northwest from Yavapai Point, and takes in Osiris Temple. Its summit is the cone shaped feature with a base of Hermit Shale and a cap of Coconino Sandstone, to the right and above center.

KF = Kaibab Formation
TF = Toroweap Formation
CS = Coconino Sandstone
HS = Hermit Shale
Supai Group:
ES = Esplanade Sandstone, Wes = Wescogame Formation, Man = Manakacha Formation, Wat = Watahomigi Formation
SCF = Surprise Canyon Formation
RF = Redwall Formation
TBF = Temple Butte Formation
Tonto Group:
ML = Muav Limestone, BAS = Bright Angel Shale, TS = Tapeats Sandstone
VG = Vishnu Group

The Paleozoic Formations Overlying the Vishnu Group

 ( en creationisme )

°

Geologic cross section

A diagram showing the structure and arrangement of rocks as they would appear in a vertical plane below the earth’s surface.

°

Geologic time scale

The time scale determined by the geologic column and by radiometric dating of rocks   //
Geologic Time ScaleAn arbitrary chronologic sequence of geologic events, used as a measure of the age of any part of geologic time, usually presented in the form of a chart showing the names of the various rock-stratigraphic, time-stratigraphic, or geologic-time units.

° Geologische barrière : Een geologische barrière is een laagpakket dat de ondergrondse verspreiding van erin aanwezige of opgeslagen (vloei)stoffen en gassen belemmert.

°

Geologische
-geschiedenis
-tijdschaal
-verzameling

°Geologische kaart  :  is een kaart waarop de geologische gesteldheid van een gebied staat aangegeven./Geologic map : A map showing the distribution of rocks at the earth’s surface.

Voorbeeld van een geologische kaart van Nederland met de verbreiding van aardlagen (Carboon en ouder) en breuken © TNO-NITG

Geologiekaart  van Belgie 

Drie grote geologische eenheden :

· Gebied ten Noorden van Samber en Maas   – ongeplooid  – lichtjes naar het noorden afhellend  – Mesozoicum en Kenozoicum

· Gebied tussen Samber-Maas en de Semois– oude sterk geplooide Paleozoïsche lagen (< Hercynische plooiing)- de Grote Ardennen (= onderdeel van het Rijnleisteenmassief van Duitsland)

· Gebied ten zuiden van de Semois– Mesozoïcum (Jura)- hellend naar het zuiden- is een onderdeel van het Bekken van Parijs ( = één van de grote geologische eenheden van Frankrijk)

http://users.telenet.be/hhs-heist1/aardrijkskunde/Geologie.htm

1= Massief van Rocroi, 2= massief van Serpont, 3= Massief van Stavelot, 4= Massief van Brabant

http://aardrijkskunde.dbz.be/graad3/geologie/geologie_belgie.htm

http://www.natuurwetenschappen.be/institute/structure/geology/gsb_website/research/carto/brabant/txtdet

______________________________________________________________________________________

°
GeologyThe study of the planet Earth – the materials of which it is made, the processes that act on these materials, the products formed, and the history of the planet and its life forms since its origin

___________________________________________________________________________________

°Geomorfologie    :  is een geowetenschap die zich bezighoudt met het beschrijven en verklaren van de vormen aan het aardoppervlak.

Geomorfologie 2 3

http://www.geoscience.be/geo6/geomorfologie.htm

Geomorfologie is de wetenschap die vorming van het (natuurlijke) landschap bestudeert en de geologische processen die daarbij een rol spelen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen endogene processen die het landschap vormen vanuit de aarde vormen en exogene processen die het landschap vormen vanuit de atmosfeer. Een voorbeeld van een endogeen proces is vulkanisme, erosie is een endogeen proces.

Op een geomorfologische kaart staat voor een bepaald gebied aangegeven welk gedeelte van een landschap is ontstaan door bijvoorbeeld rivierwerking, invloed van de wind, massabewegingen, ijs, vulkanisme etcetera.

_____________________________________________________________________________________

GEOSYNCLINALEN

Geosynclinalen 2   /  :  a   subsiding part of the lithosphere in which thousands of meters of sediment accumulate. / See also eugeosyncline, miogeosyncline

GEOTEKTONIEK 

Geotektoniek 2

GEOTHERMAL

  : Pertaining to the heat of the interior of the earth

° Geothermal ernergy : Energy useful to human beings that can be extracted from steam and hot water found within the earth’s crust

°Geothermie :  Geothermie betekent aardwarmte, interne warmte en temperaturen van de aarde.

°

 geothermische dieptemaat is de diepte waarop de aardkorst 1 graad Celsius warmer wordt en is daarmee de temperatuurgradiënt van de aardkorst. Een dergelijke opwarming vindt gewoonlijk iedere 33 meter plaats, waarbij men op grond hier van ook vaak een gradiënt van 3 °C per 100 meter aangeeft. Er treden echter aanzienlijke afwijken van dit gemiddelde op, bijvoorbeeld in de Schwäbische Alb met 11 meter of in Zuid-Afrika met 125 meter. Deze afwijking zijn in het bijzonder afhankelijk van de plaatselijk variërende mineralogie, geologie, morfologie en in het bijzonder vulkanische activiteit. De hogere temperaturen worden veroorzaakt door een hogere warmtestroom naar de oppervlakte.
De warmte in het binnenste van de aarde is voor 70 procent afkomstig van radioactieve vervalsprocessen in de aardmantel en aardkern en voor 30 procent uit de opstijgende restwarmte uit de tijd dat de aarde ontstond.
De geothermische dieptemaat is bijvoorbeeld voor geothermie maar ook voor iedere vorm van diepboring van belang. In vulkanisch actieve gebieden is ze bijzonder klein, waarbij het echter in de buurt van subductiezone’s op grotere diepte ook tot een omkering van de temperatuurgradiënt kan komen.

°

°Geothermische gradiënt  :De geothermische gradiënt is de toename met de diepte van de temperatuur in de ondergrond, uitgedrukt in graden Celsius temperatuurstijging per 100 m dieptetoename.  / Geothermal Gradient The rate at which temperature increases with depth

Geothermische gradiënt
Geprecipiteerd
Geresedimenteerd
Geslacht 2

°

GESTEENTE 

Geologisch gezien is een gesteente(n) een vast materiaal onder het oppervlak van de aarde. Gesteenten bestaan uit fragmenten (klasten) of uit mineralen. Geologisch gezien worden ook afzettingen die nog niet zijn verhard tot de gesteenten gerekend. Een losse zandlaag, of kleipakket is dus ook een gesteente.  Zelfs een pakket landijs zou je als een gesteente kunnen zien.

Gesteenten kunnen Afhankelijk van hoe ze gevormd zijn worden ingedeeld in sedimentaire gesteenten, metamorfe gesteenten en stollingsgesteenten. De bouwstenen van gesteenten zijn mineralen, die in vele soorten voorkomen.  // Voor meer informatie, zie de informatiepagina over soorten gesteenten.

Gesteente    =  Gesteente is het materiaal waaruit de aardkorst is opgebouwd. De meeste sedimentaire gesteenten bestaan uit een verbinding van diverse mineralen.

Zandsteenbanken uit het Carboon in de Heimansgroeve in Zuid-Limburg © TNO-NITG

Balegemse kalkzandsteen   /  ” Zand  en Steen groeve Verlee ” :   De enige zandgroeve waar nog Balegemse steen (kalkzandsteen) ontgonnen wordt is nog in volle exploitatie. In het atelier wordt de steen verwerkt en bewerkt voor de restauratie van oude gebouwen (o.a. het stadhuis van Oudenaarde) en nieuwe gebouwen waarin Balegemse steen gebruikt wordt (voor vloeren, schouwen, portieken enz.).

http://nl.wikipedia.org/wiki/Balegemse_steen

File:Balegemse steen 27-04-2009 14-47-44.JPG

Zeefossielen in de laag waar Balegemse steen wordt ontgonnen (Balegem, België)

Gesteenten
Gesteentetellingen

________________________________________________________________________________________
Getijgolven
Getijstromen 2 3

°Getijdegeul  :   is een door getijwerking gevormde aan- en afvoergeul van water en sediment.

°Geul.  : Watererosie is een proces waarbij bodemdeeltjes door de impact van regendruppels en stromend water worden losgemaakt en getransporteerd, hetzij laagsgewijs over een grote oppervlakte, hetzij geconcentreerd in ‘rills‘ of geulen. Dit leidt onder meer tot een afname van de bodemkwaliteit en -productiviteit, maar ook tot belangrijke schade door modderoverlast in stroomafwaarts gelegen (woon)gebieden. Wanneer kale aarde op een heuvel ligt en het regent, dan stroomt met het water grond langs het oppervlak naar beneden. Wanneer die grond beplant is, wordt de grond door de begroeiing vastgehouden. Ook krijgt het water minder kans om af te stromen, aangezien het nu beter in de grond kan infiltreren.

GEUL-EROSIE 

GEUL-EROSIE Geulerosie
Treedt op wanneer geconcentreerd afstromend water de bodemdeeltjes losmaakt en verplaatst, waarbij kleine kanaaltjes worden uitgeschuurd. Zolang die nog kunnen weggewerkt worden door een normale bodembewerking zoals met een tandcultivator of een ploeg, spreekt met van geultjes.
°

Getrapt
Getuigeberg
Gewervelde dieren

____________________________________________________________________________
Geysers 2  /

Een geyser is een heetwaterbron die periodiek water en stoom in de lucht spuit. Dit gebeurt meestal min of meer met vaste tussenpozen. De naam geyser komt van de beroemde “Geysir” op IJsland.

Het water wordt opgewarmd door grote hitte nabij de oppervlakte. Dit komt door vulkanisme. In ondergrondse holtes wordt water sterk verhit. Er hoopt zich stoom op in de ondergrondse holtes. Als de druk te groot wordt perst de stoom een fontein met water en stoom omhoog. Het water koelt af en stroomt weer in het gat waardoor het proces zich kan herhalen. Geysers komen onder andere voor op IJsland, Yellowstone park (USA), Nieuw Zeeland en Alaska.

Geyser  : A thermal spring that intermittently erupts steam and boiling water

_____________________________________________________________________________________ 

°

 

GEYSIR 

De beroemdste geiser van IJsland is Geysir. Deze geiser spuit iedere paar minuten een flinke hoeveelheid heet water de lucht in. Een toeschouwer ziet precies wanneer dit gaat gebeuren. Net voor het spuiten transformeert het water van een vlakke plas in een perfecte bol. Op een bepaald moment klapt de bol en spuit het water de lucht in. Een bezoekje brengen aan Geysir in het Haukadalur? Vanaf Reykjavik is het ongeveer anderhalf uur rijden naar dit prachtige gebied. Onderweg wel even stoppen bij Pingvellir. Dit natuurgebied ligt op de scheidingslijn van twee platen, waardoor er verzakkingen, breukvlakken, kloven en barsten te zien zijn.

geysir1

geysir2

geysir3geysir4

geysir5

__________________________________________________________________

°

 

Gidsfossielen zijn fossielen die karakteristiek zijn voor een bepaalde laag in de stratigrafie. Deze worden veel gebruikt voor onderzoek naar de biostratigrafie. Geschikte gidsfossielen zijn fossielen die een beperkte verspreiding in de tijd hebben, een groot verspreidingsgebied hebben en niet zeldzaam zijn. De beste gidsfossielen zijn snel geëvolueerd en hebben een korte levensduur. Aan de hand van gidsfossielen kunnen op een snelle en eenvoudige wijze lagen worden gedateerd. Voor een uitgebreidere datering is het belangrijk om verschillende dateringsmethoden te combineren.

Graptolieten zijn belangrijke gidsfossielen in het Siluur en Ordovicium tijdperk. Ammonieten zijn belangrijke gidsfossielen voor het Jura en Krijt tijdperk. Vroeger gebruikte men vooral macrofossielen, zoals ammonieten en graptolieten. Tegenwoordig worden vooral microfossielen zoals conodonten en foraminiferen gebruikt. Voor datering van gesteentemonsters uit bijvoorbeeld boringen gebruikt men liever microfossielen, omdat die vele malen meer in een klein monster voorkomen.

Gidsfossiel : is een fossiel dat gebruikt kan worden om een  gesteentelaag(relatief) tedateren ;

Het gebruik van gidsfossielen is gebaseerd op de aanname dat verschillende gesteentelagen die dezelfde fossielen bevatten in de zelfde periode zijn afgezet. Een goed gidsfossiel is makkelijk identificeerbaar en afkomstig van een diersoort  of een plantensoort die een grote verspreiding kende gedurende een korte periode. Hoe korter een bepaalde soort leefde, hoe preciezer een gesteentelaag gedateerd kan worden.
guide fossils
Gips 2 / GYPSUM   An evaporite mineral composed of calcium sulfate with water (CaSO4· 2H2O)

Gips is een mineraal dat uit calciumsulfaat (CaSO4) bestaat. Gips ontstaat door indamping van water dat calcium (Ca) en sulfaat (SO4) ionen bevat. Gips kan hele pakketten sediment vormen en behoort tot het sedimenttype evaporieten.

Gips lost erg gemakkelijk op in grondwater en door neerslag. In natte gebieden zoals de tropen en gematigde streken komt gips dan ook vrijwel nooit aan de oppervlakte voor. Geologische processen (tektoniek) kunnen het gips niet snel genoeg naar de oppervlakte brengen. Voordat het gips het oppervlakte bereikt is het al opgelost.

In droge gebieden zoals woestijnen en rond de Middellandse Zee komen gipsafzettingen wel aan de oppervlakte voor. Er is te weinig water om het gips snel op te lossen. Het gesteente is erg zacht en heeft een soort ei achtige glans en kan gedeeltelijk doorschijnend zijn.

Git

°

°Glaciaal :   Een glaciaal is een relatief koude periode met uitbreidende landijskappen (ijstijd).

http://nl.wikipedia.org/wiki/Glaciaal_proces  

Glaciale processen

  • welke processen bepalen het lengteprofiel van een gletsjerdal ? 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Glaciaal_(tijdperk)      

http://nl.wikipedia.org/wiki/Glaciaal_sediment

°

°Glaciaal bekken :  is een door de uitschurende werking van een gletsjer of landijstong en onder het ijs aanwezig smeltwater gevormde topografische laagte in het terrein.

Glaciaal(e) 2
-dal
-erosie   gletschererosie = glaciale erosie.  //   erosie door gletchers  vroorzaakt  twee categorieen van  effecten  : abrasie(abrasion )  en plucking  


-meren

°Glacial abrasion  (erosion ) 

glacial abrasion

° Glacial environment : The sedimentary environment of glaciers and their meltwaters
Glaciatie
Glaciologie

Glans

°GLASS  1 A state of matter in which a substance displays many properties of a solid but lacks crystal structure. 2 An amorphous igneous rock formed from a rapidly cooling magma

°GLASSY TEXTURE  : The texture of igneous rocks in which the material is in the form of natural glass rather than crystal
Glassponzen
Glauconia
Glauconiet
-korrels

°Glauconiet : een groen gekleurd mineraal dat ontstaat op de bodem van zeeën, vooral daar, waar de sedimentatie zeer langzaam gaat.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Glauconiet

Steekboring met glauconietrijk zand. De donkergroene korrels zijn glauconiet, de lichtgekleurde bestaan uit kwarts © TNO-NITG

Glauconiet is een groen blauw mineraal dat behoort tot de groep van Mica. Het mineraal komt veel voor in sedimenten. Het voorkomen van Glauconiet is sedimenten duidt op zuurstofarme condities, en kan helpen bij milieureconstructie in de sedimentologie. Glauconiet heeft de chemische formule (K,Na)(Fe3+,Al,Mg)2(Si,Al)4O10(OH)2.

°

GLETSJER 

Een gletsjer is een ijsmassa op het land die genoeg massa heeft om bergafwaarts te stromen. De gletsjer gedraag zich als een soort rivier van ijs die langzaam naar beneden stroomt. Dit gaat met eensnelheid van centimeters tot in uitzonderlijke gevallen een tiental meters per jaar. Gletsjers en ijskappen bevatten het allergrootste gedeelte van het zoet water op aarde. Gletsjers kunnen ontstaan in gebieden waar de temperatuur laag genoeg is én waar genoeg neerslag valt om ijs te kunnen laten ophopen. Gletsjers en ijskappen komen voor in de poolgebieden en in gebergten.

Gletsjers en ijskappen zorgen voor erosie door uitslijting van de boden waar ze overheen stromen. De Noorse fjorden zijn op deze manier ontstaan. Aan het uiteinde van de gletsjers wordt het steenmateriaal en puin wat is meegevoerd weer afgezet in de zogenaamde morene van de gletsjer. Als puin en stenen over grotere afstand worden vervoerd kunnen lagen keileem en zwerfstenen ontstaan.


Een gletsjer op IJsland stroomt totaan de bodem van het rivierdal. Foto: Herman Zevenberg

GLETSJEREen grote ijsmassa die op het land is ontstaan door compactie van sneeuw, en die onder zijn eigen gewicht beweegt.

Gletchers & glacology   <—Doc archief  

http://nl.wikipedia.org/wiki/Gletsjer

schema

Gletsjer(s)  / GLACIER :  A mass of ice formed from compacted recrystallized snow that is thick enough to flow plastically
-erosie
-krassen
-tong

Gletsjerpoort 

http://users.skynet.be/geografie/geomorfologie.htm

Gletsjertong 

Terugtrekkende gletsjer vanuit de ruimte

06 november 2013  7

gletsjer

Een astronaut aan boord van het internationale ruimtestation heeft een prachtige foto gemaakt van de Argentijnse Upsalagletsjer. Hoewel de gletsjer op de foto indrukwekkend groot oogt, is deze toch al zo’n drie kilometer korter dan enkele jaren geleden het geval was.

Het ijs komt uit het noorden (op deze gedraaide foto van rechts) en komt uit in het Argentinomeer. De gletsjer eindigt met een muur van ijs die zo’n 2,7 kilometer breed is en een schaduw op het water werpt. Een deel van die muur is recentelijk ingestort en brokstukken ervan kleuren het meer waarin de gletsjer uitmondt, wit.

De donkere strepen in het ijs worden veroorzaakt door rotsachtig puin. Op de foto is ook goed te zien hoe zich op de valreep nog een tweede gletsjer bij de Upsalagletsjer voegt.

Foto: NASA / M. Justin Wilkinson / Jacobs at NASA-Johnson Space Center.

Foto: NASA / M. Justin Wilkinson / Jacobs at NASA-Johnson Space Center.

Onder meer op basis van dit soort foto’s kunnen onderzoekers de ontwikkeling van de gletsjer goed in de gaten houden. Zo blijkt uit beelden die in januari 2001, januari 2004 en oktober 2009 verzameld zijn, overduidelijk dat de gletsjer zich aan het terugtrekken is. Inmiddels is deze al zo’n drie kilometer korter geworden. Onderzoekers wijten dat aan de opwarming van dit deel van Zuid-Amerika. Door die opwarming trekt het ijs zich niet alleen terug, maar wordt het ook dunner.

Bronmateriaal:
Upsala Glacier Retreat” – NASA.gov
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door NASA / M. Justin Wilkinson / Jacobs at NASA-Johnson Space Center.

°

 

°

Glimmers
Glimmerschist

°GLOBAL TECTONICS  The study of the characteristics and origin of structural features of the earth that have regional or global significance.

°GLOSSOPTERIS FLORA :An assemblage of late Paleozoic fossil plants named for the seed fern Glossopteris, one of the plants in the assemblage. These flora are widespread in South America, Africa, Australia, India, and Antarctica, and provide important evidence for the theory of continental drift

http://en.wikipedia.org/wiki/Glossopteris

Location of Glossopteris remains shown in green in the former Supercontinent Gondwana.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Glossopteris

Voorkomen van Glossopteris over Gondwana. 1 Zuid-Amerika, 2 Afrika, 3 Madagaskar, 4 India, 5 Antarctica, 6 Australië.

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0034666702000787

Abstract    / The Permian–Triassic boundary in Gondwana has traditionally been based on lithology and a change from the glossopterid-dominated flora in the Permian to the Dicroidium-dominated flora in the Triassic. There have, however, been a few reports of Glossopteris occurring in the Lower Triassic of Tasmania, Antarctica, South Africa and India, usually as a minor element in floras dominated by Dicroidium. The material described here was collected from a lens of silicified peat from Collinson Ridge in the central Transantarctic Mountains, Shackleton Glacier area of Antarctica. Based on lithology, this site appears to be in the lower part of the Fremouw Formation, which has previously been dated as Early Triassic. However, the discovery of a dominant Glossopteris flora, including petrified leaf fragments, Vertebrariaand Araucarioxylon-type wood, along with the absence of Dicroidium, suggests a latest Permian age.

  • Antarctica;  DicroidiumGlossopteris; Permian–Triassic boundary; flora; biostratigraphy; Shackleton Glacier area

Plate I & II 
Glycymeris
Gnathostomata 2

___________________________________________________________________________________

°

Gneis(s)  //  Gneis is een middel tot hooggradig metamorf gesteente en bestaat uit langgerekte kwarts en veldspaatkristallen. Onder invloed van hoge druk en temperatuur in de aardkorst is het gesteente gedeformeerd. Hierdoor zijn de kristallen in een bepaalde richting komen te liggen waardoor het gebande uiterlijk van de gneis ontstaat. Van oorsprong is een gneis vaak graniet of zandsteen geweest voordat het door metamorfose werd vervormd.


Biotietrijke gneis. Zwerfsteen uit Emmen. Foto: Tom Koops

°  Gneis 2  / GNEISS :A coarse-grained metamorphic rock with a characteristic type of foliation (gneissic layering), resulting from alternating layers of light-colored and darkcolored minerals. Its composition is generally similar to that of granite

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gneis

https://en.wikipedia.org/wiki/Gneiss

Makes up the lower crust

Gneiss is a typical rock type formed by regional metamorphism, in which a sedimentary or igneous rock has been deeply buried and subjected to high temperatures and pressures. Nearly all traces of the original structures (including fossils) and fabric (such as layering and ripple marks) are wiped out as the minerals migrate and recrystallize. The streaks are composed of minerals, like hornblende, that do not occur in sedimentary rocks.

In gneiss, less than 50 percent of the minerals are aligned in thin, foliated layers. You can see that unlike schist, which is more strongly aligned, gneiss doesn’t fracture along the planes of the mineral streaks. And thicker veins of large-grained minerals form in it, unlike the more evenly layered appearance of schist. With still more metamorphism, gneisses can turn tomigmatite and then totally recrystallize into granite.

Despite its highly altered nature, gneiss can preserve geochemical evidence of its history, especially in minerals like zircon which resist metamorphism. The oldest crustal rocks known are gneisses from western Greenland. Their carbon isotopes show that life existed there at that time, nearly four billion years ago.

http://www.geus.dk/publications/review-greenland-97/gsb180p94-99.pdf

Gneiss makes up the largest part of the Earth’s lower crust. Pretty much everywhere on the continents, you will drill straight down and eventually strike gneiss.

Gneiss is an old German word meaning bright or sparkling.

This sample of gneiss rock shows layering of two different kinds of rock, leading to its classification as a metamorphic rock. The layering also shows bending, suggesting that it has been subject to pressures.

This rock was included in a display of geologic ages at the Smithsonian Museum of Natural History. The suggested age was 2 billion years.

This sample, which was also classified as gneiss, was identified as having come from Wyoming, from the North Laramie Mountains. One part of it was associated with an age of 2.6 billion years, and another part as 1.8 billion years.

°

GNEISSIC LAYERING  : The type of foliation characterizing gneiss, resulting from alternating layers of the constituent silicic and mafic minerals

________________________________________________________________________________________

°

GOBI Woestijn

http://en.wikipedia.org/wiki/Gobi_Desert

Dieren uit de Gobi

Kaart van Mongolië en de Gobi woestijn

Enorme zandduinen van Khongoriin Els

Enorme zandduinen van Khongoriin Els

(Hieronder )De spectaculaire Mongol Els zandduinen
Foto 5 van 20

De spectaculaire Mongol Els zandduinen

oase in de Gobi woestijn NW china

°

Bayanzag ofte 'Fleming Cliffs' waar dinosauruseieren werden gevonden  °
Bayanzag, vindplaats van dinosaurus-eieren
 foto’s van de Bayanzag ofte ‘Fleming Cliffs‘ ; Het rotsachtige gebied  waar dinosauruseieren
en  veel  dinosaurussen  resten werden gevonden
Van de 12 soorten roofdierachtige dinosauriërs werden er alleen al in Mongolië 8 gevonden
Van  roofdierachtige dinosauriërs werden er alleen al in  de  Mongoolse  Gobi  minstens  de restanten van  8 a 12  species  gevonden
°

Goethiet   —>  is een mineraal dat veel wordt gewonnen als ijzererts en heeft de chemische formule FeO(OH).

°

Gondwana  //   is een niet meer bestaand supercontinent dat aan het einde van het Jura uit elkaar is gevallen. Gondwana is uiteengevallen in de huidige tektonische platen waarop Afrika, Zuid-Amerika, Antarctica, India, Australië, Nieuw Guinea en Nieuw Zeeland liggen. De continenten van Noord Amerika, Europa en Azië waren destijds nog verenigd in het supercontinent Laurazië. Tussen het einde van het Perm en het Trias tijdperk maakten Gondwana en Laurazië deel uit van het oudere gecombineerde supercontinent Pangea.

Tijdens het bestaan van Gondwana lag het continent rond de plek van het huidige Antarctica, maar het klimaat was redelijk mild. Aan het einde van het Jura tijdperk maakte Afrika zich los van Gondwana en bewoog zich naar het noorden. Vervolgens maakte de Indiase plaat zich los en bewoog zich richting Azië. In het onder Krijt volgde de Nieuw Zeelandse plaat. De Indiase plaat kwam zo’n 10 miljoen jaar geleden in botsing met de Euraziatische plaat waarbij het gebergte Himalaya is ontstaan.

Gondwana  / GONDWANALAND : The ancient continental landmass that is thought to have split apart during Mesozoic time to form the present day continents of South America, Africa, India, Australia, and Antarctica

Hoe viel  Gondwana uiteen?

Geschreven op 05 juli 2013 om 11:29 uur door 1

supercontinent

200 miljoen jaar geleden was er slechts één supercontintent: Gondwana. Kort daarna braken diverse werelddelen af, zoals India, Australië en Antarctica. Maar hoe gebeurde dit exact? Wetenschappers komen nu met een computersimulatie.

De video begint 165 miljoen jaar geleden, toen Australië, India en Antarctica nog één waren. India drijft veel sneller weg dan Australië. Pas 40 miljoen jaar geleden raast Australië met hoge snelheid naar Zuid-Oost Azië.

“De tektonische platen van de aarde bewegen continu”, zegt Dr Lloyd White van de Royal Hollaway universiteit. “Dit proces duurt vele miljoenen jaren, dus het is lastig om goede kaarten te maken waar de continenten in het verleden lagen.”

Puzzel
“We gebruikten een computerprogramma om de geologische kaarten van Australië, India en Antarctica in elkaar te schuiven, tot de legpuzzel van het supercontintent Gondwana gereed was”, zegt White. “Tijdens dit proces kwamen we erachter dat veel eerdere onderzoeken de posities van de platen niet goed hadden vastgesteld.”

De wetenschappers gebruikten een oude techniek om de video te produceren. Zij keken namelijk naar de geologische grenzen van iedere plaat. “Deze grenzen ontstonden al voordat de continenten uit elkaar dreven, dus op deze manier konden we de puzzel goed in elkaar zetten”, aldus White.

Toekomst van de aarde
In de toekomst verwachten wetenschappers dat alle continenten weer naar elkaar toedrijven. Dit betekent dat de Atlantische oceaan over ongeveer 200 miljoen jaar verdwenen is.

Bronmateriaal:
A reassessment of paleogeographic reconstructions of eastern Gondwana: Bringing geology back into the equation” – 

ScienceDirect | 

. Een team van Engelse en Australische geologen redeneerde dat overeenkomstige bodemstructuren op verschillende continenten in een ver verleden aan elkaar vastzaten. Op basis van vergelijkbare structuren in Australië, India en Antarctica konden ze de continenten als puzzelstukken in elkaar schuiven en de vorm van het oercontinent reconstrueren. Dat schrijven ze deze week in het tijdschrift Gondwana Research.

Gondwana is een van de twee supercontinenten die ontstonden uit Pangea, het continent waar alle huidige werelddelen onderdeel van uitmaakten. Naast India, Antarctica en Australië behoorden ook Afrika en Zuid-Amerika tot Gondwana.

Onenigheid in aardwetenschap
Onder geologen is veel onenigheid over de vorm van het oercontinent. Het is zeker dat India, Antarctica en Australië 165 miljoen jaar geleden aan elkaar vastzaten, en in de loop der jaren zijn veel modellen ontworpen over de precieze positie die de continenten ten opzichte van elkaar innamen. Geen enkele reconstructie wist tot nu toe echter uitsluitsel te geven. Het onderzoeksteam bekeek in hoeverre de bodemstructuren in de verschillende modellen aan elkaar pasten.

Door de kloppende stukjes uit verschillende modellen samen te voegen creëerden ze vervolgens een reconstructie waarin de oerpuzzel het beste past.

Het vergelijken van de bodemstructuren is een relatief simpele techniek, die al werd gebruikt door de allereerste aardwetenschappers die het verschuiven van continenten onderzochten. Moderne geologen zien de methode echter vaak over het hoofd. De studie van de Engelse en Australische geologen verschaft niet alleen duidelijkheid over de vorm van Gondwana, maar toont volgens hen ook aan dat je geologische bodemstructuren niet mag negeren bij het onderzoek naar oercontinenten.

°

NOVOPANGEA 
Geschreven op 26 mei 2013 om 09:00 uur door 51

aarde

Zo’n 200 miljoen jaar geleden zag de aarde er heel anders uit dan nu het geval is: de zeven continenten zoals we die nu kennen, vormden één supercontinent. Hoe zal het over 200 miljoen jaar zijn: is de aarde dan weer zo’n metamorfose ondergaan? Hoogstwaarschijnlijk wel!

Onlangs kon u op Scientias.nl lezen hoe de aarde door de miljoenen jaren heen voortdurend van uiterlijk veranderd is. Supercontinenten ontstonden, braken uiteen, kwamen weer samen, enzovoort. Maar dat was niet alleen in het verleden zo. Die veranderingen – die heel geleidelijk plaatsvinden – gaan ook vandaag de dag nog gewoon door. In de toekomst zal het uiterlijk van de aarde dus opnieuw flink gaan veranderen. Nieuwsgierig hoe precies? We zetten enkele scenario’s op een rij.

Pangea Ultima
Sommige wetenschappers denken dat we over 250 miljoen jaar het eerstvolgende supercontinent mogen verwelkomen: Pangea Ultima. In dit scenario klonteren vrijwel alle continenten samen. Deze continenten vormen één grote landmassa met in het midden een flinke zee (het restant van de Atlantische Oceaan). Alleen Australië en Antarctica maken geen onderdeel uit van het supercontinent, maar vormen samen een tweede continent.

Pangea Ultima. Afbeelding: C.R. Scotese.

Pangea Ultima. Afbeelding: C.R. Scotese.

Bewegingen
De onderzoekers baseren hun voorspellingen omtrent Pangea Ultima op bewegingen die nu reeds gaande zijn. Zo is Afrika al miljoenen jaren bezig om zich bij Europa te voegen. “De Middellandse Zee is het restant van een veel grotere oceaan die de laatste honderd miljoen jaar steeds verder gesloten is en zich verder zal blijven sluiten,” vertelt onderzoeker Christopher Scotese. Ondertussen beweegt ook Australië zich naar het noorden. “Australië is al aan het botsen met de zuidelijke eilanden van Zuidoost-Azië.” Na verloop van tijd zal Australië zich dan ook tegen Azië aanvlijen. Over zo’n vijftig miljoen jaar zou de situatie er dan ook al heel anders uitzien dan nu het geval is. En nog eens zo’n tweehonderd miljoen jaar later is Pangea Ultima wellicht een feit.

De situatie over zo'n vijftig miljoen jaar, waarna 150 miljoen jaar later wellicht Pangea Ultima ontstaat. Afbeelding: C.R. Scotese.

De situatie over zo’n vijftig miljoen jaar, waarna 150 miljoen jaar later wellicht Pangea Ultima ontstaat. Afbeelding: C.R. Scotese.

Amazië
Wetenschappers van de universiteit van Yale kwamen begin vorig jaar met een ander idee op de proppen. Over zo’n 50 tot 200 miljoen jaar zouden de zeven werelddelen zoals we die nu kennen plaats hebben gemaakt voor het supercontinent: Amazië. Het continent zou ontstaan doordat Noord- en Zuid-Amerika zich naar het noorden gaan bewegen, fuseren en in botsing komen met Europa en Azië. Als een gevolg van die beweging, verdwijnt de Noordelijke IJszee en de Caribische Zee. “Nadat deze wateren zich sluiten, zijn we hard op weg naar het volgende supercontinent,” stelt onderzoeker Ross Mitchell. Het gefuseerde Noord- en Zuid-Amerika ontmoet Eurazië ergens op de Noordpool en daar ontstaat dan Amazië (een samentrekking van Amerika en Azië).

Amazië. Foto: Yale University.

Amazië. Foto: Yale University.

Magnetisme
De theorie omtrent Amazië staat haaks op de ideeën die veel onderzoekers over de totstandkoming van het volgende supercontinent hebben. Veelal wordt namelijk gedacht dat het volgende supercontinent op 0 of op 180 graden van het centrum van het vorige supercontinent zou ontstaan. Het vorige supercontinent was Pangea en het centrum ervan lag ongeveer waar Afrika zich nu bevindt. Volgens deze theorie zou het volgende supercontinent dus op dezelfde plek als Pangea (de locatie van het huidige Afrika) of juist precies aan de andere kant van de wereld (in de Stille Oceaan) moeten ontstaan. En nu komen wetenschappers met een supercontinent dat op de Noordpool ontstaat! Bewijs voor de totstandkoming van zo’n supercontinent denken de onderzoekers te vinden in magnetisme. Sommige gesteenten op aarde bevatten magnetische mineralen en zijn dus magnetisch. De richting van hun magnetische veld wordt bepaald door de locatie waarop deze stenen zijn ontstaan: de magnetische mineralen nemen namelijk de richting van het aardmagnetisch veld aan. Door de magnetische mineralen te bestuderen, kunnen onderzoekers achterhalen waar stenen tot stand zijn gekomen en welke weg ze dankzij de platentektoniek hebben afgelegd. Het onderzoek levert geen bewijs voor de 0 tot 180 graden-regel. In plaats daarvan vonden onderzoekers bewijs dat het volgende supercontinent zich op 90 graden van het vorige zou vormen.

Novopangea.

Novopangea.

Novopangea
Naast Pangea Ultima en Amazië opperen onderzoekers de laatste jaren nog één mogelijkheid: Novopangea. Het is een idee van Roy Livermore. In dit scenario sluit de Stille Oceaan zich, komt Australië tegen oost-Azië aan te liggen en gaat Antarctica zich naar het noorden begeven. In het boek ‘Supercontinent‘ legt Livermore uit hoe hij op het idee van een Novopangea kwam. “We beginnen met de huidige situatie, we weten hoe de platen zich bewegen en extrapoleren dat een paar miljoen jaar in de toekomst.” Zo belanden we op de situatie die over vijf miljoen jaar ontstaat. Heel spannend is het dan nog niet. “Dat krijg je als je alles een beetje versneld vooruit draait. Er gebeurt niets opwindends totdat ze 100 miljoen jaar verder zijn. Maar wanneer je zo ver gaat, bereik je onvermijdelijk het punt waarop je een beslissing moet nemen.” Wat Livermore hiermee bedoelt, is dat onderzoekers niet kunnen blijven extrapoleren, ze moeten er op een gegeven moment ook rekening mee gaan houden dat er gebeurtenissen kunnen optreden die de uitkomst van het hele proces veranderen. “De grootste beslissing die ik maakte, was dat de Atlantische Oceaan zich zou blijven openen en dat de Stille Oceaan zou blijven krimpen.”

De drie scenario’s verschillen sterk van elkaar. Welke het wordt? We weten het niet. Wellicht zitten alle scenario’s er wel naast. Want het blijft tenslotte toch koffiedik kijken, zo benadrukt Scotese. “We weten natuurlijk niet wat er in de toekomst gaat gebeuren. Het enige wat wij kunnen doen, is voorspellen hoe platen zullen blijven bewegen, welke nieuwe dingen wellicht gaan gebeuren en waar het uiteindelijk op uitkomt.”

Bronmateriaal:
Continents in Collision: Pangea Ultima” – NASA.gov
As next supercontinent forms, Arctic Ocean, Caribbean will vanish first” – Yale.edu
Boek: Supercontinent. Door: Ted Nield
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door DonkeyHotey (cc via Flickr.com).

°

Goniatites
Gors
Graafgangen
Graafvoetigen

°GRABEN : An elongate fault block that has been lowered in relation to the blocks on either side

°GRADATION:  Leveling of the land due to erosion by such agents as river systems ground water, glaciers, wind, and waves.

° Graded  Bedding  : A type of bedding in which each layer is characterized by a progressive decrease in grain size from the bottom of the bed to the top

°GRADED  STREAM ; A stream that has attained a state of equilibrium, or balance, between erosion and deposition, so that the velocity of the water is just great enough to transport the sediment load supplied from the drainage basin, and neither erosion nor deposition occurs

Gradiënt 2 3

-stromen 2  / Gradient (Stream ) : The slope of a stream channel measured along the course of the stream

°GRAIN : A particle of a mineral or rock, generally lacking well-developed crystal faces

Granaatgroep

° GRANIET  Graniet is een grofkorrelig stollingsgesteente vooral bestaande uit kwarts, kaliveldspaat en glimmers.  Een stollingsgesteente dat vooral voorkomt op de continenten  ….

Graniet is een stollingsgesteente dat bestaat uit de mineralen kwarts, veldspaat (kaliveldspaat of plagioklaas) en mica (biotiet of muscoviet). Het ontstaat door het ondergronds stollen van magma en behoort hiermee tot de dieptegesteenten. De grootte van de kristallen in de graniet hebben een relatie met de afkoelingstijd van het magma. Hoe langer de afkoeling heeft geduurd, hoe groter de kristallen hebben kunnen groeien.

In de graniet is kwarts de hardste component en deze is meestal grijswit van kleur. Plagioklaas veldspaat is crème van kleur, kaliveldspaat is meer roze. De zachtste component is de glimmer mica en is herkenbaar aan de dungelaagde structuur. In verweerde stenen kan dit wat bruinig worden.

Graniet komt wereldwijd voor. In Scandinavië zijn echter grote gebieden waar diverse typen graniet aan de oppervlakte te vinden zijn. Brokstukken hiervan zijn in de ijstijden als zwerfsteen over Noord Europa verspreid  .….

GRANITE  A coarse-grained igneous rock composed of K-feldspar, plagioclase, and quartz, with small amounts of ferromagnesian minerals

http://nl.wikipedia.org/wiki/Graniet

Graniet 2

GRA NITIZATION :Formation of granitic rock by metamorphism without complete melting
Granietische magma

____________________________________________________________________________________

Granuliet
Graptolieten 2
Graptolites
Graptolithina 2
Grauwacke

Gravitatieve bewegingen

°GRAVITY ANOMALY  An area where gravitational attraction is greater or less than its normal value

°GRAYWACKE  :An impure sandstone consisting of rock fragments and grains of quartz and feldspar in a matrix of clay-size  particles.    –> Grauwak

°GROUNDMASS  The matrix of relatively fine-grained material between the phenocrysts in a porphyritic rock

°

°Grind :     Een grindlaag is een klastisch sediment die afgeronde stenen bevat in een fijnere matrix. Dit sediment ontstaat vaak in rivieren met een steile gradiënt waarin afbraakproducten (erosie) van gebergten worden getransporteerd. Als het verhard is tot een gesteente, dan wordt het conglomeraat genoemd.

 Grind is een gesteentefragment met een korrelgrootte tussen de 2 en 63 mm.
Min of meer afgeronde stukjes gesteente die grover zijn dan zand (> 2 mm).

Grind © TNO-NITG
Grind is een erosieproduct, ontstaan uit vast gesteente en wordt meestal door rivieren getransporteerd en afgezet. Grind kan ook op rotskusten ontstaan door de werking van de branding.
Grind komt meestal voor in een mengsel met zand.
Men kan dan spreken van een grindig zand of een zandig grind.
Grind wordt voor allerlei toepassingen gewonnen en gebruikt.
In Nederland zijn langs de Maas veel plassen ontstaan op plaatsen waar grind met behulp van cutterzuigers is gewonnen. Tegenwoordig wordt grind voornamelijk gebruikt als bestanddeel van beton.

afb11.jpg

Grind
-niveaus
-tellingen
-vloertjes
Groenschist
Groenschistfaciës
Groep
Grondboringen

°Gronddeformatie :  is de vervorming van de (onder)grond onder invloed van externe krachten.

°GROUND MORAINE : Glacial deposits that cover an area formerly occupied by a glacier; they typically produce a landscape of low, gently rolling hills

Grondmorene : is het door landijs aangevoerde en aan de basis daarvan afgezette mengsel van klei tot grote blokken gesteente.

Grondmorene © TNO-NITG
Met grondmorene wordt het sediment bedoeld dat door gletsjers wordt meegevoerd en wordt afgezet als de gletsjer smelt. Grondmorenes bestaan zo uit allochtoon materiaal.
Grondmorenes zijn te vinden in onder andere de Utrechtse Heuvelrug, waar ze gekenmerkt worden door keien van Scandinavische granieten en metamorf gesteente.
Ze zijn gevormd na het voorlaatste glaciaal, dat tijdens het Saalien heerste. Het materiaal dat als grondmorene wordt afgezet heet keimergel. Als dit materiaal later verweerd is, wordt het keileem genoemd.

schema morene vorming

Schema morene vorming
800px-Receding_glacier-nl.svg
Eindmorene  
 
   Eindmorene                                          
zijmorene
°

°Grondsoort : is een soort van grond, aarde of sediment die in een bepaald gebied worden aangetroffen.

____________________________________________________________________________________

°

GROUNDWATER  : Water below the earth’s surface. It generally occurs in pore spaces of rocks and soil

°

Grondwater :  

Grondwater is het geheel aan water dat zich ondergronds bevindt, in de bodem en in gesteenten. Grondwater bestuderen behoort tot het vakgebied van de hydrologie.

 Grondwater is het water beneden het grondoppervlak, meestal beperkt tot water beneden de grondwaterspiegel.

Water © TNO-NITG

zie ook  Bodemwater    Bronwater

Grondwater
-veen
Grondwaterspiegel 2
-gespannen
-schijn
-zwevende

°Grondwatermeetnet:Een grondwatermeetnet is een stelsel van meetlocaties om grondwaterstanden periodiek waar te nemen.

°Grondwaterstand :De grondwaterstand is de hoogte van het grondwater ten opzichte van een referentieniveau.

°Grondwaterstroming:Grondwaterstroming is de verplaatsing van het grondwater onder invloed van de zwaartekracht of van andere factoren.

________________________________________________________________________________________

°

Grotten

grottenGrotten,meestal uitgegroeid tot grotsystemen. Geologisch gezien zijn grotten jong en hebben ze geen lange levensduur. Maximaal een paar miljoen jaar. Veel grottensystemen zijn opvallend horizontaal en in meer etages. Ze zijn dan ook vaak te correleren met rivierterrassen of met andere tijdelijke erosiebases.
Grubben
Gryphaea
Guano
Günz

°

GYOT  : A seamount with a flat top.

http://en.wikipedia.org/wiki/Guyot                                                                                                                                                                                                            —>  also known as a tablemount, is an isolated underwater volcanic mountain (seamount), with a flat top over 200 metres (660 feet) below the surface of the sea. The diameters of these flat summits can exceed 10 km (6.2 mi).[1]

File:Greatmeteorseamount3d.svg

http://en.wikipedia.org/wiki/Great_Meteor_Seamount

http://www.britannica.com/EBchecked/topic/250080/guyot

°
Gymnospermae 2
Gyrolithes

°Gyttja : s een in de Kwartairgeologie gangbare Zweedse term voor modder, rijk aan organisch materiaal.