Aardbevingen


  zie onder Geologie

Aardbevingen

Wat had Charles Darwin met aardbevingen?

04 December 2009,
Het Darwinjaar is ten einde  einde. Hoog tijd om de geoloog in Darwin eens te belichten.Tijdens de Beaglereis maakt Charles Darwin de grote aardbeving en tsunami mee die de wijde omgeving van Concepcion in Chili op 20 februari 1835 trof. Het is zeer opmerkelijk hoe minutieus Darwin de gevolgen van de aardbeving en tsunami beschrijft in zijn dagboek, hoe hij een inventaris maakt van zeer relevante waarnemingen nodig om uiteindelijk de fysische parameters van deze aardbeving te bepalen. Bovendien stelt hij juist die onderzoeksvragen die aardbevingswetenschappers ook nu nog steeds bezighouden. Wat hij in zijn dagboek heeft neergeschreven, is echt aardbevingsgeologie “avant la lettre”.Zeker als je beseft dat ten tijde van de Beaglereis er absoluut nog geen sprake was van het concept van continentendrift (daarvoor moeten we wachten tot het begin van de 20ste eeuw), laat staan van het paradigma van de platentektoniek (daarvoor moeten we zelfs wachten tot de tweede helft van de 20ste eeuw). Chapeau!De geologie ten tijde van Charles Darwin stond nog in zijn kinderschoenen en werd beheerst door de principes van het uniformitarianisme (actualiteitsprincipe of “the present is the key to the past”). Darwin kwam in contact met dit principe toen hij van Kapitein Fitzroy het eerste deel van de Principles of Geology van Charles Lyell kreeg. Anderzijds werd de tektoniek beheerst door de theorie van de geosynclines, vooropgesteld door de Amerikaanse geoloog James Hall. Deze theorie legde vooral de nadruk op verticale bewegingen in de aardkorst (in tegenstelling tot de horizontale bewegingen die Wegener later zal lanceerde in zijn concept van continentendrift.Charles Darwin had dan ook totaal geen besef van de mechanismen die aardbevingen veroorzaken, al suggereert hij in zijn dagboek “most certainly an earthquake feels very like the motion of a partially elastic body over a fluid in motion”. Zo ver zat hij er nu ook niet naast!Darwin beschrijft in detail de serie van schokken en naschokken die elkaar opvolgden; en hoe het patroon van de naschokken van dag op dag veranderde; hoe een rommelend geluid enkele seconden op voorhand de schokken aankondigden. Hij beschrijft hoe de zee terugtrekt voor de tsunami toeslaat; hoe van baai tot baai de effecten van de tsunami verschillen.Hij beschrijft de grondbewegingen en wijst erop dat zij schijnbaar uit één richting komen. Ook opmerkelijk is hoe hij waargenomen heeft dat de schade aan gebouwen afhankelijk was van de oriëntatie van de muren: “some whole walls, whose direction was south-east and north-west, were laid flat, the bricks still maintaining thier relative position, though end-wise, without scattered upon the ground. These walls fell, without expection, to the north-east. … Walls standing in the opposite direction, north-east and south-west, suffered far less …”. Deze directionaliteit van schade gebruiken we vandaag de dag nog steeds wanneer we typische schadestructuren in archeologische sites trachten te interpreteren, al leidt dit telkens weer tot geanimeerde discussies binnen de archeoseismologische gemeenschap.Hij beschrijft heel wat landschappelijke effecten en hoe de ondergrond bepalend is voor de schade: “three houses only, upon a rocky foundation, escaped the fate of all those standing upon the loose sandy soil, which lies between the sea-beach and the hills”. Ook deze landschappelijke effecten gebruiken we nu in macroseismologische studies om de lokale grondeffecten van een aardbeving (intensiteitschaal) kwantitatief te benaderen (bv. INQUA Environmental Seismic Intensity scale). Darwin hecht in zijn reflecties bijzondere aandacht aan de opheffing van het kustgebied. Al doet hij ons dan verbazen door op te merken dat een schelpenbank hoog boven het zeeniveau – het resultaat van herhaalde opheffing door aardbevingen – “a convincing proof of the universality of the deluge” is?!Opmerkelijk is ook zijn aandacht voor het gedrag van de inwoners tijdens de aardbeving en de tsunami. Hieruit blijkt duidelijk dat de toenmalige inwoners een zeer weerbare houding hadden ten opzichte van aardbevingen: “the constant habit of these people of running out of their houses instantly on perceiving the first trembling only saved them”. Of met betrekking tot de tsunami: “when an alarm was given that the sea was retiring … they hurried to the hills as fast as possible”. Deze 19de-eeuwe inwoners hadden blijkbaar geen nood aan hoogtechnologische tsunamiwaarschuwingsystemen?!Uiteindelijk maakt hij een inventaris van de schade in alle steden langsheen de kust. Deze beschrijving laat toe exact het gebied af te bakenen dat door de aardbeving is getroffen. Op basis hiervan kan een macroseismologische intensiteitskaart worden opgesteld, een eerste stap om uiteindelijk te komen tot het schatten van de magnitude van deze aardbeving. Er is immers een relatie tussen de zwaarte van een aardbeving (magnitude) en de groote van het gebied waarin schade is veroorzaakt (intensiteit). Vooral als vergeleken kan worden met gelijkaardige instrumenteel opgemeten aardbevingen in de regio (zoals de 1960 aardbeving).Tenslotte merkt hij op dat vulkanen na de aardbeving actief werden. Ook hier legt hij een causaal verband … zonder enige notie van platentektoniek! Ook dit is een onderzoeksvraag waarop nog steeds geen eensluitend antwoord is gegeven en dat leidt tot heel wat wetenschappelijk discussie (bv. Walter & Amelung 2007).De aardbeving van 20 februari 1835 heeft een onuitwisbare indruk gemaakt op Darwin: “… one second of time conveys to the mind a strange idea of insecurity, which hours of reflection would never create”. Maar ook in zijn wetenschappelijk denken heeft deze gebeurtenis zijn sporen achtergelaten: “To my mind since leaving England we have scarcely beheld any one other sight so deeply interesting. The Earthquake and Volcano are parts of one of the greatest phenomena to which this world is subject”. Het stapgewijze karakter van aardse processen speelde zich voor zijn eigen ogen af. Hij zag hoe bij elke aardbeving het land telkens een beetje omhoog kwam. En hij bedacht dat zo, met horten en stoten, de hele Andes moet gevormd zijn. Darwin besefte dan ook dat dit proces enorm veel tijd in beslag moet hebben genomen om uiteindelijk het landschap dat hij aanschouwde, te vormen. Deze twee elementen – stapsgewijze processen en een zee van tijd – zijn uiteindelijk cruciaal in het concept van evolutie dat hij later zal uittekenen.Enkele links:

Als de ‘kwajongens’ toeslaan

15 Januari 2010,
Aardbeving Port-au-PrinceDe zware aardbeving die Port-au-Prince op 12 januari 2010 van de kaart veegde, is exemplarisch voor ‘aardbevingscatastrofen’ die de wereld nog te wachten staat in de 21st eeuw: weinig frequente, zware aardbevingen op – al of niet gekende – sluimerende breuksystemen die dwars door of vlakbij dichtbevolkte gebieden en uit hun voegen barstende megasteden lopen, kortom de ‘kwajongens’ onder de aardbevingen.Onze kennis over actieve breuksystemen neemt met de dag toe. Voor heel wat breuksystemen kunnen we het aardbevingsrisico vrij nauwkeurig inschatten; deze breuksystemen worden ook nauwgezet in het oog gehouden. Denk bijvoorbeeld aan het San Andreasbreuksysteem dat dwars door Californië loopt. Al zorgt dit breuksysteem ook wel af en toe eens nog eens voor een onaangename verrassing (bv. Landers aardbeving in 1992). En het zijn dan ook deze onvoorziene verrassingsaardbevingen die doorgaans nog steeds schade en/of slachtoffers maken.Maar dan zijn er de ‘kwajongens’ onder de breuksystemen. Enerzijds zijn dit de breuksystemen waarvan we aan het aardoppervlak geen enkel spoor in het landschap terugvinden. We weten dus gewoonweg niet dat deze breuksystemen bestaan. Of deze breuksystemen laten hun bestaan slechts vermoeden door uiterst subtiele elementen in het landschap, enkel zichtbaar voor het getrainde oog. Een voorbeeld hiervan zijn de zogenaamde ‘blinde’ breuken, verborgen diep in de ondergrond maar actief. De aardbeving die in 2007 met een magnitude van 6,6 op de Richterschaal het gebied rond de Japanse stad Niigata trof en onverwachte schade berokkende aan de Kashiwazaki-Kariwa kerncentrale, is hiervan een mooi voorbeeld. Zelfs in het aardbevingsland bij uitstek – Japan – sloeg deze aardbeving als totale verrassing toe. En dan zijn er breuksystemen die we kennen, omdat ze onmiskenbare sporen nagelaten hebben in het landschap. Het Enriquillo-Plantain Garden breuksysteem dat verantwoordelijk is geweest voor de Port-au-Prince aardbeving is hiervan een voorbeeld. Gewoon de vorm van het zuidwestelijke deel van het eiland Hispaniola – het langgerekte schiereiland – doet vermoeden dat het door actieve breukwerking tot stand gekomen is. Een geoefend oog kan het breuksysteem zelfs op het Google Earth beeld doorheen het zuidelijke deel van Hispaniola vervolgen. Maar dergelijke breuksystemen langsheen actieve plaatranden kunnen uiterst gevaarlijk zijn. De terugkomtijd van zware aardbevingen valt immers in een tijdsbestek dat meerdere generaties overstijgt of zelfs de geschiedenis van de menselijke aanwezigheid in een gebied in het niets doet verdwijnen; we spreken hier over terugkomtijden in de grootteorde van eeuwen tot millennia. Als deze ‘kwajongens’ toeslaan, zijn de gevolgen dan ook meestal desastreus. Ook de 2003 Bam aardbeving (M 6,6), de 2004 Sumatra aardbeving (M 9,0) en tsunami, de 2005 Kasjmir aardbeving (M 7,6), of de 2008 Sichuan aardbeving (M 8,0) vallen onder deze categorie van kwajongens. En dus ook de Port-au-Prince aardbeving met een magnitude van 7 op de schaal van Richter.Dat op of vlakbij dergelijke breuksystemen ooit menselijke nederzettingen zijn ontstaan, is ook niet verwonderlijk. Vaak geven deze locaties een ideale plek om een landbouwgemeenschap op te starten, o.a. door een veelheid aan bronnen, natuurlijke terrassen, … Maar wat ooit kleine landbouwdorpen waren, zijn nu vaak uitgegroeid tot uitgebreide verstedelijkte gebieden of megasteden. En in hun lange geschiedenis – eeuwen lang – hebben deze gemeenschappen enkel kunnen genieten van de voordelen van hun ligging. In het merendeel van de gevallen is de demografische explosie ook iets dat zich heeft voorgedaan in de laatste decennia, een verwaarloosbare tijdspanne vergeleken met de terugkomtijden van de sluimerende breuken. Aardbevingen komen dan ook niet voor in de mondelinge en schriftelijke overlevering, laat staan in bouwcodes of andere voorzieningen en noodplannen. Het instorten van het presidentiële paleis en het parlement in Port-au-Prince is bijvoorbeeld iconisch voor de mate waarin de Haïtiaanse overheid voorbereid is op aardbevingen.Een aardbevingsramp zoals in Port-au-Prince, waar het dodencijfer ongetwijfeld de honderdduizend zal overschrijden, is dan ook spijtig genoeg geen verrassing voor de aardbevingsgeoloog. Maar het is uiteindelijke niet de zware aardbeving zelf die de ramp veroorzaakt. Het is het falende overheidsbeleid, het totaal ontbreken van enige degelijke infrastructuur en functionerende noodplannen, de armoede in het land, de uitgestrekte sloppenwijken, enz. Eigenlijk is het Haïti zelf dat verantwoordelijk is voor deze ongeziene ramp.De wereld kan nu massaal ter hulp komen, maar laat ons dan hopen dat deze aardbevingsramp een momentum creëert waarvan de overlevende Haïtiaan beter wordt. Misschien is deze aardbeving wel het beste wat dit land is overkomen …

Op bezoek in het land van aardbevingen

 (I) – de plaattektonische knoop

16 Januari 2010,
Japan is zonder twijfel het ‘land van aardbevingen’. En dat is niet toevallig. Japan ligt echt in een plaattektonische knoop. Niet minder dan vier tektonische platen laten van zich weten.
 

Dwars door het hoofdeiland Honshu loopt de diffuse continentale botsingszone tussen de Euraziatische en Noord-Amerikaanse platen. Zo ligt bijvoorbeeld Kyoto op de Euraziatische plaat – dus op dezelfde tektonische plaat als Europa – terwijl Tokyo dan weer op de Noord-Amerikaanse plaat ligt. Deze botsingszone is ongeveer noordzuid-georiënteerd en loopt verder naar het noorden doorheen het Siberische eiland Sakhalin, richting Arctische Zee. Terwijl in Siberië en Japan beide platen tegen elkaar duwen, drijven ze uit elkaar vanaf de Arctische oceaan, over de noordpool en zo verder de Atlantische oceaan in. Ten zuidoosten van Honshu, en de zuidelijke eilanden Shikoku en Kyushu duikt de oceanische lithosfeer van de Filippijnse plaat naar het noordoosten onder de Euraziatische plaat en vormt zich een subductiezone. Juist ten zuiden van Tokyo duikt ze dan ook nog gedeeltelijk onder de Noord-Amerikaanse plaat. En ten oosten van de eilandenarchipel duikt de oceanische lithosfeer van de Pacifische plaat naar het westen onder de Noord-Amerikaanse plaat van noordelijk Honshu en Hokkaido, maar ook onder de Filippijnse plaat. Hier vinden we de Japanse trog.
Het centrale deel van Honshu zit dan ook in een plaattektonische knoop. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit centrale deel van Japan – met de megastad Tokyo maar ook met het sterk verstedelijkte gebied rond Osaka-Kobe-Kyoto – een hoog seismisch risico loopt.

Op 17 januari werd de 15de verjaardag van de grote Hanshin-Awaji aardbeving herdacht. In het westen kennen we deze aardbeving eerder als de Kobe-aardbeving.

(II) – een serene herdenking

17 januari 2010,  vrieskou in een nachtelijk Awaji, een minuut stilte aan het Hokudan Memorial voor de 6.434 slachtoffers van de Kobe aardbeving. Als buitenlandse aardbevingswetenschappers hebben we het voorrecht deze serene herdenking bij te wonen. Er is ontzettend veel media-aandacht. 

  

 17 januari 1995, 5h46, het nachtelijk Awaji wordt opgeschrikt door een zware aardbeving. Met een magnitude van 6,9 op de schaal van Richter wordt het gebied rond Kobe dooreengeschud. Over een afstand van meer dan 10 km scheurt de aarde open op het Awaji eiland. Over een afstand van meer dan 50 km laat de aardbeving een spoor van dood en vernieling achter doorheen het stedelijke gebied van Kobe. Gebouwen worden met de grond gelijk gemaakt; branden breken uit; viaducten storten in. Meer dan 3 miljoen mensen worden getroffen door de aardbeving. Meer dan 100.000 huizen worden verwoest; meer dan 100.000 huizen lopen schade op. Er vallen bijna 40.000 gewonden en meer dan 6.000 doden. Het prijskaartje van deze aardbeving loopt op tot meer dan 100 miljard US dollar. Japan is in shock. Hoe is het mogelijk dat in het land van aardbevingen een aardbeving toch nog steeds zoveel slachtoffers en zoveel schade kan maken.

15 jaar later is de Kobe aardbeving nog steeds actueel. Voor Japan is “1.17” wat voor de Amerikanen “9.11” is. Er is voor en na Kobe! Maar Japan heeft ook zijn lessen geleerd uit Kobe. Bouwcodes zijn nog aangescherpt. Noodplannen bijgesteld. Japanners zijn nog meer bewust van het aardbevingsrisico.

Er is iets bijzonders aan deze 15de verjaardag van de Kobe aardbeving. Ze valt immers enkele dagen na de verwoestende aardbeving in Haïti. Er zijn bovendien opvallende parallelen te trekken met de aardbeving die Port-au-Prince verwoestte. De aardbevingsfocus van de Kobe aardbeving lag op 16 km diepte; die van Port-au-Prince op 13 km diepte, dus beide relatief ondiepe aardbevingen. De magnitude van de Kobe aardbeving was 6,9 op de schaal van Richter; die van Port-au-Prince was 7,0 op de schaal van Richter, dus nauwelijks een verschil in vrijgekomen energie. Het aantal getroffen inwoners schommelt in beide gevallen rond 3 miljoen. Het enige verschil is het aantal slachtoffers: 6.434 slachtoffers in Kobe en omgeving; waarschijnlijk iets tussen 100.000 en 200.000 in Haïti. Een veelzeggend verschil …

 (III) – een levende herinnering

18 Januari 2010,Op Awaji eiland brak na de Kobe aardbeving van 17 januari 1995 de discussie los wat er met de oppervlaktebreuk moest gebeuren die over meer dan 10 kilometer doorheen het eiland te vervolgen was.Weg ermee? of behouden?De overtuigingskracht van de Japanse aardbevingsgeologen heeft het uiteindelijk gehaald: “Kijk uw vijand recht in de ogen … dan zal je er veel minder schrik van hebben”. De lokale overheden waren snel overtuigd. Drie jaar later was meer dan 100 meter van de oppervlaktebreuk geïntegreerd in een aardbevingsmuseum. Tegen 2000 hadden reeds meer dan 4 miljoen mensen het museum bezocht.

Dit museum is uniek in de wereld. Het is een prachtig staaltje  van de maatschappelijke relevantie van wetenschapspopularisering, niet alleen met als doel de bezoeker basiskennis te geven over het hoe en het waarom van aardbevingen, maar vooral met als doel iedereen bewust te maken over de gevaren die verbonden zijn met aardbevingen en hoe men zich hierop het best kan voorbereiden. En opmerkelijk is dat deze voorbereidingen zo eenvoudig kunnen zijn en totaal geen grote investeringen vereisen, zoals bijvoorbeeld kasten verankeren tegen muren zodat ze niet kunnen omvallen (oorzaak van vele verwondingen) (zie foto onderaan), gordijnen om te vermijden dat het gebroken raamglas doorheen de kamer vliegt, zorgen dat je schoeisel naast het bed hebt staan, het aanschaffen van een overlevingskit, …  Bewustwording, kennis van zaken en voorbereiding zijn immers de beste ‘wapens’ waarover men kan beschikken om zich te beschermen tegen het onvermijdelijke, de volgende aardbeving.

Een bezoek aan het museum staat blijkbaar op het programma van elk toeristisch uitje naar Awaji eiland (naast hun specialiteit … ajuinen?!). Ook de éne buslading schoolkinderen na de andere wordt door het museum geloodst. Blijkbaar een verplichte uitstap in het lokale leerplan. Maar na het tochtje door het museum met de oppervlaktebreuk, het huis dat in oorspronkelijke staat na de aardbeving is bewaard, en de triltafel waar je de Kobe aardbeving (magnitude 6,9) kan herbeleven (!onvoorstelbare ervaring!), hebben aardbevingen geen geheimen meer voor elk van deze bezoekers.

Enkele impressies:
 

Een zicht op de centrale hal waarin de oppervlaktebreuk is bewaard vanuit de tuin van het bewaarde huis, dat opmerkelijk weinig schade heeft opgelopen. De oppervlaktebreuk loopt dwars door de omheining en de tuin (zie rode vlaggetjes).

In de centrale hal is over meer dan 100 meter de oppervlaktebreuk bewaard. In de voorgrond is ook een doorsnede gemaakt waar de breuk in de diepte te vervolgen is.

De keuken in het huis na de aardbeving. 

  Een groepsfoto van de klas aan het gedenkmonument voor de slachtoffers van de Kobe aardbeving.

(IV) – waarschuwing

21 Januari 2010,
Voorspellen van aardbevingen is vandaag de dag nog niet mogelijk. De vraag kan zelfs gesteld worden of het ooit mogelijk zal zijn … al zijn er recente wetenschappelijke ontwikkelingen die veelbelovend zijn.En toch is het mogelijk aankomende aardbevingsgolven aan te kondigen. Aardbevingsgolven zijn immers trager dan de elektromagnetische golven die we vandaag de dag gebruiken in allerlei vormen van telecommunicatie – van GSM en internet tot radio en TV. Op dit tijdsverschil is dan ook het “Earthquake Early Warning”systeem (EEW) gebaseerd. Stel dat er ergens zich een zware aardbeving voordoet. Het eerste seismische station dat de eerste aardbevingsgolven opvangt, maakt een uiterst snelle analyse van de kracht van de aardbeving en zendt een noodsignaal door dat verspreid wordt via GSM-berichten, radio- en TV-mededelingen, sirenes, e.a. Dit noodsignaal geeft u de aankomsttijd aan, alsook een inschatting van de intensiteit van de schokken. Op enige afstand van het epicentrum geeft dit de mensen een tijdspanne van enkele seconden tot enkele tientallen seconden om snel enkele, mogelijk levensreddende, maatregelen te treffen. Bedenk dat een gewaarschuwd man/vrouw er twee waard is In Japan is een dergelijk waarschuwingsysteem sinds 2007 in werking (zie Japan Meteorological Agency – Earthquake Early Warning). Over het ganse land is een netwerk van meer dan duizend seismografen uitgebouwd. De gemiddelde afstand tussen twee seismografen is ongeveer 20 kilometer. Sindsdien heeft het waarschuwingsysteem zijn nut al bewezen bij een twaalftal aardbevingen. Gemiddeld wordt ongeveer 4 seconden na de eerste aankomst van een aardbevingsgolf in een seismograaf een waarschuwing doorgestuurd.In een tijdperk dat bijna iedereen, ook in ontwikkelingslanden, een GSM heeft, of zelfs een radio en/of TV, heeft een dergelijke aardbevingswaarschuwingsysteem heel wat potentieel. Vooral in landen waar aardbevingen geregeld toeslaan, zoals Indonesië, de westkust van de Amerika’s, kan een dergelijk systeem heel wat menselijk leed voorkomen. 

(V) – een aardbevingscultuur

21 Januari 2010
Toen ik twee weken geleden aankwam in het land van aardbevingen, was mijn eerste reactie een van verbijstering: is dit het land dat het best voorbereid is op aardbevingen? Na twee weken ben ik echter overtuigd geraakt: Japan is een voorbeeld als het op aardbevingspreventie aankomt.Op de trein van Kanzai International Airport naar Kyoto kon ik mijn ogen niet geloven. De hele regio rond Osaka, Kobe en Kyoto is één gigantische metropool. In het centrum van Osaka en Kobe, en in mindere mate in Kyoto, staan heel wat wolkenkrabbers, iets wat ik al niet verwacht had. Maar wat me vooral direct opviel, waren de nauwe straatjes in de woonwijken vol met traditionele houten Japanse woonhuizen, vol met elektriciteitspalen en een wirwar van bovengrondse bekabeling; daarboven loopt de ene viaduct na de andere, dan weer voor autowegen, dan weer voor treinen. Ik kon me moeilijk voorstellen dat dit nu een voorbeeld was van hoe zich te wapenen tegen de volgende aardbeving. En dan al die stadgedeelten die gebouwd zijn op land dat op zee gewonnen is? Al wat fout was gelopen bij de Kobe-aardbeving, kregen we op die éne treinrit voorgeschoteld: branden die hele wijken in puin legden; een viaduct die instortte; grote delen van de haven die ‘wegzonken’ door liquefactie.Maar beetje bij beetje werd duidelijk dat het geheim in een veelheid van kleinigheden verscholen ligt, zonder al te veel de nadruk te leggen op een mogelijk aardbevingsgevaar. Al was het maar dat de picollo in het hotel die u naar de kamer begeleidde, expliciet de nooduitgangen en evacuatiewegen duidelijk maakt. Ook in andere publieke plaatsen, zoals de metro of shoppingcentra, zijn evacuatiewegen minutieus aangeduid. En dan merk je op dat tussen elk gebouw, woonhuis of wolkenkrabber, een spatie voorzien is; elk gebouw staat los van elkaar. Dit maakt dat elk gebouw op zijn eigen kan bewegen, los van het naburige gebouw. Dit maakt deel uit van de traditionele bouwstijl en vormt zeker een bescherming tegen aardbevingen. Maar er is meer: dan vallen de borden op aan de centrale parken en tempelcomplexen met de aanduiding ‘place of refuge’. Het is dus duidelijk dat deze toevluchtsoorden de knooppunten zijn van stedelijke noodplannen.Daarnaast is er natuurlijk ook de wetenschap die een handje toesteekt. Uitgebreid geologisch onderzoek zorgt ervoor dat de actieve breuksystemen in Japan in kaart gebracht zijn. Vele van deze breuksystemen hebben ook geen geheimen meer voor de geologen. Zo is het ook mogelijk het aardbevingsgevaar over heel Japan grotendeels correct in te schatten en die breuken te identificeren die ‘over tijd zijn’. Daarnaast hebben de seismologen het ‘earhtquake early warning’ systeem ontwikkeld (zie IV), dat bij een zware aardbeving toch nog de bevolking die gevaar loopt, kan waarschuwen. Ook bezochten we een opmerkelijk laboratorium – E Defence – waar een gigantische triltafel ontwikeld is, waarop gebouwen op ware grootte (dus geen schaalmodellen) onderworpen worden aan aardbevingen, van klassieke Japanse woonhuizen, schoolgebouwen tot appartementsgebouwen van 6 verdiepingen hoog. Impressionant. En ook weer uniek in de wereld. Maar ook met resultaat. Zo is sinds bijna 70% van alle schoolgebouwen in Japan ofwel aardbevingsveilig gebouwd, ofwel aardbevingsveilig gemaakt. Schoolgebouwen spelen dan ook een cruciale rol als toevluchtsoorden bij aardbevingen. Ook bij bijna 75% van alle woonhuizen blijken er aardbevingsveilige maatregelen te zijn getroffen. Maar dat is natuurlijk niet allemaal zichtbaar van de buitenkant. Het museum in het Hokudan Memorial Park (zie III) heeft ook nog iets belangrijks duidelijk gemaakt. Bij het tot stand komen van dit museum hebben de wetenschappers hun maatschappelijke rol ten volle gespeeld. De overheid kan wel investeren in uitgebreid onderzoek, maar als de resultaten niet doorstromen naar het brede publiek, heeft deze investering dan wel zin? Het aardbevingsmuseum is een uniek voorbeeld van de ‘vertaling’ van de wetenschappelijke kennis naar het brede publiek. En de bezoekers voelen zich echt betrokken. Jong en oud leren over breuken, over platentektoniek, maar ook over de schade die aardbevingen kunnen veroorzaken, en over kleinschalige maatregelen die ze kunnen nemen om zich te beschermen tegen aardbevingen. Ze kunnen de Kobe-trillingen herbeleven. Niet alleen voor mij, maar ook voor vele Japanners is de beleving van een aardbeving van bijna 7 op de schaal van Richter een openbaring. Ook de levende herinnering – en de uitgebreide media-aandacht – aan de Kobe-aardbeving (zie II), nu al 15 jaar geleden, maakt duidelijk dat Japanners het aardbevingsgevaar zeker niet vergeten of minimaliserenEn dat is misschien het belangrijkste. Ik heb het gevoel dat voor de Japanner een mogelijk aardbeving gewoon deel uitmaakt van het dagdagelijkse risico dat ze kunnen lopen, maar vooral dat ze er ook op voorbereid zijn, al is het heel subtiel. Misschien speelt ook hun religie hierin een rol. Hun Shinto-geloof staat heel dicht bij de natuur. Aardbevingen maken hiervan deel uit en zijn zeker geen ‘straf van God’, zoals wel eens te horen valt in het christendom, jodendom of islam. Japanners leven in een ‘aardbevingscultuur’. Voor jong en oud hebben aardbevingen geen geheimen. En dat maakt juist de Japanner zeer weerbaar tegen het onvermijdelijke: de volgende zware aardbeving. Een voorbeeld van een ‘place of refuge’ in Hiroshima.Twee smalle appartementsgebouwen in Hiroshima. Beide gebouwen staan volledig los van elkaar, zodat elk gebouw op zichzelf kan bewegen tijdens een aardbeving.Ook elk woonhuis staat los van elkaar. Dit is een typisch beeld van een Japans stadje in de omgeving van Kobe. Bemerk de wirwar van elektriciteitskabels hoog boven de woningen.Een ‘schaalmodel’ van een typische school, onderworpen aan een Kobe-aardbeving (E Defence). Bemerk dat de betonnen pijlers op het gelijkvloers schade oplopen, maar dat het gebouw niet instort.Het volgende filmpje is zeer instructief over wat een subductieaardbeving met de huisraad doet in kantoor, woonkamer en keuken … hoe huisraad dodelijke projectielen worden!

Een ‘seismisch gat’ gedicht

28 Februari 2010
De mega-aardbeving die centraal Chili op 27 februari 2010 trof, vulde een “seismische gat” op dat ontstaan was na de mega-aardbeving in 1960. Eigenlijk kwam deze aardbeving dan ook niet echt als een verrassing.Dit heeft alles te maken met de wijze waarop tektonische platen ten opzichte van elkaar bewegen. Vaak hoor je dat tektonische platen ten opzichte van elkaar bewegen met snelheden van enkele millimeter tot tientallen centimeter per jaar. Zo duikt ter hoogte van Chili de Nasca Plaat met een snelheid van 8 tot 10 cm per jaar onder de Zuid-Amerikaanse Plaat (zie figuur). Maar wat betekent dit eigenlijk? Deze ‘snelheid’ moet je zeker niet letterlijk nemen. De Nasca Plaat schuift elk jaar geen 8 cm onder Zuid-Amerika. Verre van! Deze ‘snelheid’ is een gemiddelde waarde over meerdere miljoenen jaren, eigenlijk sinds de huidige plaattektonische context actief was, een kleine 200 miljoen jaar geleden.De werkelijke beweging ter hoogte van de plaatranden gebeurt met ‘horten en stoten’, met andere woorden door een opeenstapeling van aardbevingen. En om deze gemiddelde snelheid te halen over gans het breuksysteem dat de contactzone tussen twee platen uitmaakt, moet deze opeenstapeling van aardbevingen grotendeels gelijkmatig verdeeld zijn over gans het breuksysteem. Maar bij een individuele aardbeving wordt slecht een deel van het breuksysteem opengescheurd. Bij de Chili-aardbeving van 27 februari 2010 – met een magnitude 8,8 – is een scheur ontstaan over een lengte van meerdere honderden kilometers, een diepte van meerdere tientallen kilometers (tot aan het aardoppervlak), waarover zich een verplaatsing heeft voorgedaan van enkele meters tot een tiental meters (dus heel wat meer dan de 8 à 10 cm/jaar). De magnitude van een aardbeving – ook wel de momentmagnitude genoemd – staat rechtstreeks in relatie met de grootte van het gescheurde breuksegment en de omvang van de verplaatsing.Bekijken we de plaatrand tussen de Nasca en de Zuid-Amerikaanse Platen ter hoogte van Chili (zie figuur), dan zien we dat er in de 20ste eeuw twee mega-aardbevingen delen van het breuksysteem ontlast hebben: de 1906 aardbeving die het segment ten noorden van Constitucion ontlast heeft en de 1960 aardbeving die het segment ten zuiden van Concepcion ontlast heeft. Deze laatste aardbeving (22 mei 1960) – met een magnitude van 9,5 – is de zwaarste aardbeving die ooit instrumenteel is opgemeten. Tussen beide segmenten zat een “seismisch gat” (“seismic gap”). De laatste maal dat dit segment – het Concepcion-Constitucionsegment – ontlast werd, was op 20 februari 1835 toen een aardbeving met magnitude van ongeveer 8,5 het gebied trof. Deze aardbeving is ontsterfelijk geworden omwille van Darwin (zie “Wat had Darwin met aardbevingen?“).Uit de verdeling van de naschokken van de aardbeving van 27 februari 2010 (zie figuur) wordt zo stilletjes aan de omvang van het verschoven breuksegment duidelijk. Opvallend is dat dit segment zo goed als overeenkomt met het segment dat in 1835 is verschoven en het “seismische gat” tussen de verschoven segmenten van 1906 en 1960 opvult. Eigenlijk betekent dit dat ter hoogte van Centraal Chili een seismische cyclus is afgesloten; alle segmenten zijn nu ontlast. Een nieuwe seismische cyclus kan aanvatten.Het ontdekken van dergelijke “seismische gaten” is in aardbevingsgeologie dan ook letterlijk van levensbelang om het toekomstige aardbevingsrisico correct te kunnen inschatten. Zo kennen we verschillende voorbeelden van dergelijke “seismische gaten”. Een van de meest beruchte “seismische gaten” vinden we bijvoorbeeld voor de kusten van Vancouver en Seatle langsheen de noordwestkust van de Verenigde Staten en Canada. Dit is de zogenaamde Cascadia subductiezone – waar de Juan de Fuca Plaat onder de Noord-Amerikaanse Plaat wegduikt. De laatste mega-aardbeving – met een geschatte magnitude van ongeveer 9 – deed zich voor in 1700. Sindsdien bouwt dit breuksegment spanning op. Het risico op een plotse ontlading – een mega-aardbeving dus – is dan ook niet verwaarloosbaar. Op dit Google Earth beeld is de zwerm van naschokken weergegeven (gele en oranje bollen) die zich heeft voorgedaan tot 24 uur na de hoofdaardbeving (met een magnitude van 8,8 = grote gele bol in het midden van de zwerm). De verspreiding van de naschokken bakent het breuksegment af dat bij de hoofdaarbeving is verschoven. De dikke witte lijn geeft de plaatrand weer waar de Nasca Plaat onder de Zuid-Amerikaanse Plaat wegduikt met een gemiddelde snelheid van 8 cm/jaar. De groene stippellijnen geven de segmenten aan die verschoven zijn bij de aardbeving van 1906 (noordelijk segment) en 1960 (zuidelijk segment). De gele pijl geeft ongeveer het segment weer dat moet verschoven zijn bij de aardbeving van 1835 (uit de beschrijvingen van Darwin). Dit segment komt opmerkelijk overeen met het segment dat op 27 februari 2010 is ontlast. Het “seismische gat” is dus blijkbaar gedicht.Bijhorend artikel:Campos et al. 2002. A seismological study of the 1835 seismic gap in south-central Chile. Physics of the Earth and Planetary Interiors 132, 177-195. (doi:10.1016/S0031-9201(02)00051-1)

Puur toeval!

08 Maart 2010

Al die dodelijke aardbevingen zo kort op elkaar, dat kan toch geen toeval zijn. Althans dat is wat velen onder u zich misschien afvragen. Op 8 maart 2010 een aardbeving van magnitude 5,9 in Oost-Turkije met ongeveer 50 dodelijke slachtoffers; op 27 februari 2010 een aardbeving van magnitude 8,8 in Chili die mogelijk 800 dodelijke slachtoffers achterliet; en op 12 januari 2010 een aardbeving van magnitude 7,0 in Haïti met meer dan 230.000 dodelijke slachtoffers.

Maar toch … dit is puur toeval! En bovendien hebben ze niets met elkaar te maken, buiten het feit dat ze allemaal het gevolg zijn van plaattektonische processen. Aardbevingen behoren nu eenmaal tot de dagdagelijkse realiteit op aarde. Elke dag doen zich honderden aardbevingen voor. Zij zijn onlosmakelijk verbonden met de interne werking van de Aarde. Het merendeel van deze aardbevingen worden enkel geregistreerd door seismografen. Kijken we echter naar de aardbevingen die we wel voelen en mogelijk schade kunnen veroorzaken, dan zien we dat er zich gemiddeld per dag meer dan 3 aardbevingen voordoen met een magnitude tussen 5 en 5,9 (zoals de aardbeving in Oost-Turkije). Aardbevingen met een magnitude tussen 6 en 6,9 doen zich 2 à 3 maal per week voor. Minstens één keer per maand komt een aardbeving met een magnitude tussen 7 (zoals de aardbeving in Haïti) en 7,9 voor. En uiteindelijk komt een aardbeving met een magnitude groter dan 8 (zoals de aardbeving in Chili) gemiddeld één maal per jaar voor.

Dit jaar heeft de USGS – de geologische dienst van de Verenigde Staten – al 1 aardbeving met magnitude van meer dan 8 geregistreerd; 3 met een magnitude tussen 7 en 7,9; en 7 met een magnitude tussen 6 en 6,9. Dus niets bijzonders. Trouwens, bekijken we de statistieken op lange termijn – de laatste honderd jaar – dan moeten we vaststellen dat er absoluut geen sprake is van enige toename – of afname – van het gemiddeld aantal aardbevingen per jaar.

En toch leeft de indruk dat het aantal aardbevingsrampen toeneemt. Deze indruk heeft mogelijk vele redenen. Vooreerst is het wereldwijde netwerk aan seismografen zeer dens geworden zodat geen aardbeving aan onze aandacht ontsnapt. Maar ook de media is ‘gevoeliger’ voor aardbevingen, vooral in perioden vlak na een zware aardbevingsramp. Zonder Haïti of Chili had de aardbeving in Turkije – met ‘amper’ 50 slachtoffers in enkele afgelegen dorpen – waarschijnlijk het nieuws niet gehaald. Zeker als het moet ‘concurreren’ met een zelfmoordaanslag in Irak of de Oscars. De tsunami, veroorzaakt door de aardbeving in Chili, kon ‘life’ gevolgd worden op CNN, van uur op uur! In 2004 kwam de grote tsunamiramp in de Indische Oceaan nog als een complete verrassing. Daarvoor was een tsunami zelfs gewoon een ongekend fenomeen.

Maar er is meer. Al neemt het aantal aardbevingen zeker niet toe, het aantal aardbevingsrampen zou wel eens kunnen toenemen. Door de demografische explosie zijn er steeds meer mensen die blootgesteld zijn aan een mogelijk aardbevingsrisico, en dus potentieel een slachtoffer kunnen worden van een volgende aardbeving. De kans op een aardbevingscatastrofe zoals Port-au-Prince zou wel eens meer de regel kunnen worden dan de uitzondering. Maar dat heeft niets te maken met het natuurfenomeen zelf …

 

Op deze wereldkaart staan alle aardbevingen die door de USGS geregistreerd zijn de laatste 30 dagen. De grote van de bol geeft de magnitude van de aardbeving aan; de kleur de diepte van de aardbevingshaard (zie kleurlegende onderaan). 

Op deze wereldkaart staan alle aardbevingen die door de USGS geregistreerd zijn in 2009. De grote van de bol geeft de magnitude van de aardbeving aan; de kleur de diepte van de aardbevingshaard (zie kleurlegende onderaan); alle plaatgrenzen worden zo duidelijk zichtbaar.

Bijbehorende links:

Onbetrouwbare aardbevingen

8,5 jaar lang aardschokken meten langs de San Andreas-breuk leverde nog geen inzicht in hoe aardbevingen nauwkeurig zijn te voorspellen.

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/43596271/

Zware aardschokken zijn nog moeilijker voorspelbaar dan gedacht, omdat de kleinere die eraan vooraf gaan zo onregelmatig plaatsvinden.

Niemand weet wanneer zware aardbevingen toeslaan. Er zijn er simpelweg te weinig om goede toekomstvoorspellingen te kunnen doen op basis van historische meetgegevens. Wetenschappers hopen dat kleine aardschokken, die wel veelvuldig voorkomen, meer duidelijkheid zullen geven. Maar onderzoeker David Shelly van de U.S. Geological Survey is pessimistisch. Hij heeft 8,5 jaar lang op de San Andreas-breuk kleine aardschokjes zitten registreren, maar is er niet veel wijzer van geworden. Alleen dat het gedrag chaotisch en onvoorspelbaar is. Shelly doet deze week in Science zijn verhaal.

Shelly begon halverwege 2001 aan zijn monnikenklus. Hij hoopte voorspelbaar gedrag te kunnen ontdekken in een bepaald type, veelvoorkomende aardschokken met een lage frequentie. Aanvankelijk zaten er tussen elke aardschok gemiddeld drie dagen. Maar er waren ook uitschieters van vijf tot zeven dagen. Shelly was aanvankelijk bang dat zijn apparatuur sommige schokjes miste. Tot het schokkenpatroon in 2003 opeens begon te veranderen. Gemiddelde intervallen vielen terug naar 2,5 en daarna naar twee dagen, om vijf jaar later abrupt weer terug te schieten naar drie dagen. Ook waren er af en aan periodes met afwisselend korte intervallen en dan weer langere intervallen, van gemiddeld een dag of zes.

Shelly trok de haren uit z’n hoofd. Zelfs wanneer hij aardbevingen had gemist, zo berekende hij, had hij dat bij een vast schokkenpatroon logisch terug moeten kunnen zien. Maar er was geen logica, zelfs niet in de manier waarop de schokken verliepen. Volgens Shelly heeft dit onder meer te maken met verschillende wrijvingseigenschappen tussen tektonische platen op verschillende dieptes in de breuklijn. Shelly zegt dat historische meetgegevens de beste indicator voor toekomstige aardbevingen blijven, maar er is veel en veel meer data nodig. We moeten dus vooral afwachten en blijven meten, in de hoop daarmee ooit nauwkeurig te kunnen voorspellen.

Paul Schilperoord

Onrustige aarde

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/43007006/

Benieuwd of er vandaag nog aardbevingen zijn geweest? Kijk op de actuele kaart van IRIS.

  •  Lees ook: ‘ Megabeving op komst?’ Noorderlog, 3 december 2008.
  •  Lees ook: “Aziatische aardbeving uitgeplozen – Langzaam glijden van aardplaten voorkwam een nog ergere ramp”, Noorderlicht nieuwsbericht, 20 mei 2005
  •  Lees ook: ‘Vervolg dreigt voor tsunami Azië – Ook Antillen bedreigd’, Noorderlicht nieuws, 16 maart 2005.
  •  Lees ook: “Geologische tijdbom – Gebied is nog tientallen jaren gevaarlijk”, Noorderlicht nieuws, 4 jan 2005
  • Terwijl de aarde in Haïti nog natrilt, richten wetenschappers hun blik alweer op volgende aardbevingen. Zo staan Istanbul en Sumatra nog steeds hoog op de lijst van potentiële rampgebieden. Eerdere zware bevingen hebben het aardbevingsgevaar daar niet verminderd. Integendeel.

    Rampen zoals in Haïti, waar de beving een kracht had van 7 op de schaal van Richter, maken duidelijk hoe verwoestend de aarde met haar bewoners kan omspringen. Gelukkig houden geofysici en seismologen een oogje in het zeil. In Nature Geoscience van deze week berichten ze over mogelijk grote, verwoestende aardbevingen in Istanbul en Sumatra.

    Duitse wetenschappers van het Helmholtz centrum in Potsdam namen de Noord Anatolische breuklijn onder de loep. Deze loopt van oost naar west door Noord-Turkije, tot onder de Zee van Marmara (ten zuiden van Istanbul). De kleine, onder Turkije gelegen Anatolische Plaat schuift langs deze lijn naar het westen ten opzichte van de noordelijke, veel grotere Euraziatische Plaat. Aardbevingen volgen elkaar hier op met tussenpozen van ongeveer tien jaar, steeds iets verder naar het westen. De laatste was in 1999, vlak bij de stad Izmit. Ruim 18.000 mensen vonden daarbij de dood.

    Van Izmit is het nog maar honderd kilometer verder naar het westen en je bent in Istanbul. De breuklijn ligt een luttele twintig kilometer ten zuiden van de metropool. Seismisch gezien was het er altijd erg rustig, maar daar zal zo goed als zeker een eind aan komen. De Duitsers voerden computersimulaties uit en berekenden de beweging van de platen en de opgebouwde spanning langs de breuk. Ze komen nu met de boodschap dat een serie kleinere bevingen waarschijnlijker is dan één grote klap. Maar dat is verre van geruststellend, merken ze op. Omdat Istanbul zo dichtbij ligt, zullen de gevolgen enorm zijn.
    Australische plaat
    Nature Geoscience publiceert ook een brief van geofysicus John McCloskey van Ulster University (Noord Ierland). Die klom in de pen om nog eens te waarschuwen voor een zware beving voor de kust van Sumatra. Daar is sprake van een seismologisch complexe situatie als gevolg van de botsing tussen de Indische, Australische en Euraziatische aardschollen. De afgelopen jaren is al duidelijk geworden dat het risico op aardbevingen er hoog blijft. De beving van tweede kerstdag 2004 en ook recentere bevingen hebben geen ‘kalmerende’  invloed gehad op de aardkorst. Sterker nog, vlak voor de kust van Sumatra lopen de geologische spanningen al meer dan 200 jaar op.

    McCloskey meldt nu in Nature Geoscience de resultaten van een Brits/Indonesisch onderzoek naar de zware aardbeving van 30 september 2009 bij Padang (Sumatra), die meer dan duizend mensen het leven kostte. Analyse van de seismische gegevens plaatst de oorsprong van die beving, die de zeebodem ongeveer 9 cm omhoogduwde, op de mantel van de Australische plaat. McCloskey en collega’s concluderen dat de Padang-beving vooral tot opbouw van spanning heeft geleid in het gebied even ten oosten van het eiland Siberut. De kans dat daar een nieuwe beving zal ontstaan is aanzienlijk toegenomen.

    De nieuwe resultaten onderstrepen het gevaar van zware aardschokken in de regio en de kans op tsunami’s, waarvoor McCloskey al herhaaldelijk waarschuwde. Hij staat daarin niet alleen: Kerry Sieh van het California Institute of Technology sprak drie weken geleden woorden van gelijke strekking ter gelegenheid van de herdenking van de tsunami van 2004. McCloskey voorspelt een beving met een kracht van 8,5 of groter en verwacht dat een eventuele tsunami nog veel erger zal zijn dan die van 2004. De hoeveelheid energie die daarbij vrijkomt, zal vele malen groter zijn dan vorige week in Haïti.

    Harm Ikink

    T. Hergert, O. Heidbach ‘Slip-rate variability and distributed deformation in the Marmara Sea fault system’, in: Nature Geoscience, 17 januari 2010 (advanced online publication).

    J. McCloskey e.a. ‘The September 2009 Padang earthquake’, in Nature Geoscience, 17 januari 2010 (advanced online publication).

     

     

    Nederlandse geologen verklaren heftigheid aardbeving Haïti 2010

    di 27/05/2014 – Floor Bruggeman
    Toen Haïti in 2010 door een zware aardschok werd opgeschrikt, waren de gevolgen veel ernstiger dan verwacht. De aardschok had namelijk “maar” een kracht van 7 op de schaal van Richter. Nederlandse onderzoekers menen nu, vier jaar later, een verklaring te hebben voor de heftigheid van de aardbeving. Een aardplaat zou namelijk zijdelings tegen de plaat onder Haïti bewogen zijn, waardoor de aarde ging beven.

    250.000 doden en anderhalf miljoen mensen dakloos, dat was de zware balans na de aardbeving in Haïti vier jaar geleden. De onderzoekers stonden voor een raadsel, want hoe kon een beving met “maar” een kracht van 7 op de schaal van Richter zo verwoestend zijn? Geologen van de universiteit van Utrecht menen nu een verklaring te hebben: de aardbeving was namelijk niet op conventionele wijze ontstaan. “Het is voor het eerst dat we zien dat een aardbeving wordt veroorzaakt door een opzij schuivende, in plaats van een neerwaarts buigende plaat”, zegt geoloog Rob Govers. De volgende stap nu is om te zien of het verschijnsel ook op andere plekken te vinden is, om dan zo andere zware aardbevingen te kunnen voorspellen.

    Nieuwe aardbeving op komst

    Geologen hebben bovendien al een nieuwe zware aardschok in Haïti voorspeld. Zo zou er zo’n 70 procent kans zijn dat het land binnen nu en 40 jaar te maken krijgt met een nieuwe aardbeving. “Maar wanneer dat precies zal zijn, kunnen we helaas nog niet zeggen. Daar heb je dus niets aan”, verzucht Govers.

    http://www.nu.nl/wetenschap/3786936/heftigheid-aardbeving-haiti-mogelijk-verklaard.html

    JAPAN  2010 AARDBEVING  TSOENAMIE  en KERNRAMP  

    2010

In  Maart   2011 had en zeer zware aardbeving( 9,5 op de schaal van >Richter  )  + tsunamie  in Japan plaats …. het aantal doden  en vermisten  was  enorm hoog  : bovendien  is dit natuurgeweld de rechtstreekse oorzaak geweest   van de nucleaire  ramp   die erop volgde  ….

tsoenamie  <— doc  
Maar ook voor de kust van Papua new guinea is er gisteren  1 geweest van 4.8. “stukje” verderop bij de solomon islands 1 van 4.9.Er zijn naast Japan, waar nog steeds aardbevingen en nachokken   zijn van behoorlijk formaat, langs de hele ring of fire bijna( al altijd )  constant aardbevingen van mindere kracht…vandaag 20 maart  zijn er een stuk of 5 langs de westkust van Amerika, ter hoogte van Californie. Gisteren  een stuk of 6 op noordelijker gelegen gebieden. Alaska, Rusland.

Maar niet echt met een clockwise logica.

De vernietigende tsunami volgend op de aardbeving die Japan op 11 maart trof, richtte buiten Japan  weinig schade aan

.

Al snel na de eerste berichten over de tsunami kwam het visualisatielab van de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration met het hier  afgedrukte   beeld , waarop de te verwachten hoogte van de vloedgolven met kleuren is aangegeven. Ook was er al voordat de golven de kust van Hawaii hadden bereikt een videosimulatie van hun verwachte gedrag

Wat een Utrechtse seismometer-station  registreerde
http://www.geo.uu.nl/Research/Seismology/rt_index.htm

Japan  is bij de beving 2,4 meter opgeschoven 

De verwoestende aardbeving in Japan heeft volgens wetenschappers met haar kracht grote landmassa’s verschoven en de loop van de wereld veranderd. Het Japanse hoofdeiland zou zowat 2,4 meter naar het oosten zijn verschoven, en de as van de aarde is met 10 centimeter aangepast en niet 15 centimeter zoals eerst gemeld. Het gaat wellicht om de grootste verschuiving door een aardbeving sinds 1960, toen Chili ten prooi viel aan een beving. De aardbeving in Japan is de vijfde grootste ooit opgemeten.Ook de aardschok in Chili in februari van vorig jaar, die een kracht van 8,8 had, beïnvloedde de aardas. Berekeningen van ruimtevaartorganisatie NASA wezen op een verschuiving met acht centimeter.

Daardoor is de tijd die de aarde voor een volledige omwenteling nodig heeft, met 1,26 microseconde ingekort. Een microseconde is het miljoenste deel van een seconde.

De aardbeving van vrijdag laat zijn invloed nog altijd voelen: de tsunami veroorzaakte waarschuwingen in 50 landen, er werden 160 naschokken geteld waarvan 141 met een kracht van 5.0 of meer op de schaal van Richter.

De aardbeving was het gevolg van een breuk in de aardkorst over een gebied van 400 op 160 kilometer. De tectonische platen zelf, die door het uitoefenen van druk uiteindelijk de aardkorst doen scheuren, werden 18 meter verplaatst.

Aardbevingen worden gemeten volgens een logaritmische schaal. Dit betekent dat de kracht bij een toenemende magnitude disproportioneel veel toeneemt. De aardbeving in Japan (8,9) was dan ook 8.000 keer sterker dan die in Nieuw-Zeeland (6,3) drie weken geleden. (belga/vsv/edp)

De top van de Tokyo Tower is verbogen door het natuurgeweld.

Ook in Antarctica heeft de beving gevolgen gehad: een gletsjer is er een stukje door opgeschoven, meldt New Scientist. Niets dramatisch, overigens.

Bij de grote beving in Chili, vorig jaar, gebeurde hetzelfde.

EN IN ONZE STREKEN  ?

De aardbeving in Portugal

De Afrikaanse plaat duikt vlak onder Portugal onder de Euraziatische plaat, vandaar ook de vorming van de Pyreneeën en de Alpen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Alpiene_orogenese).

In Portugal vindt de overschuiving can continentale  tektonische platen   plaats, de kans op een vernietigende aardbeving is daar reëel, net zoals bijvoorbeeld in Italië, Griekenland en Turkije.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Tectonic_m
http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Plates_tec

Bij Nederland vindt weliswaar afschuiving plaats (Peelrandbreuk) maar de krachten die daarbij ontstaan zijn veel kleiner, zeker gezien de grote afstand tot de daadwerkelijke continentale overschuiving. Aardbeving in 1992 door de Peellandbreuk.
Sterkte 5,8 op de schaal van Richter

Ruwweg de lijn NL – Rhônedal kan een keertje versneld zakken en dan heet dat ook een aardbeving
”Het gebied rond Bree, Roermond, Sittard, Aken en Keulen is echter wel een actief tectonisch systeem.

Dat is al 200 miljoen jaar zo, en dat zal ook nog wel een tijdje zo blijven”, zei geoloog Ronald van Balen van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam maandag.

”Bree, een plaatsje in Belgisch Limburg, is lang geleden al eens getroffen door een aardbeving van 7.0 op de schaal van Richter.
De kans bestaat dat daar ooit weer een grote aardbeving plaatsheeft, maar het is onmogelijk te zeggen of en wanneer dat zal gebeuren.”

Het grote gevaar hier  ter plaatste   is het zogenaamde ‘liquifaction‘, het als het ware tijdelijk vloeibaar worden van de ondergrond door trillingen.

Dit effect gaf zoveel schade in Christchurch, Nieuw-Zeeland, bij een aardbeving van  6.3 op de schaal van Richter. Die aardbeving zat erg ondiep = dit mag ook van (mogelijke) zwaardere aardbevingen in onze streken  worden verwacht.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Aardbeving

http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_zwaarste_aardbevingen_in_Nederland

http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_zwaarste_aardbevingen_in_Belgi%C3%AB

Grote aardbevingen blijven onvoorspelbaar

Grote aardbevingen die wereldwijd plaatsvinden blijken niet aan elkaar gerelateerd te zijn.

3 augustus 2012

Het blijft daarom lastig om deze gevaren te voorspellen. Dat schrijven seismologen van de US Geological Survey vrijdag in het Bulletin of the Seismological Society of America.

De onderzoekers wilden weten of grote aardbevingen elkaar veroorzaken. Dat zou mogelijk kunnen zijn omdat de interactie tussen tektonische platen over grote afstanden kan werken.

Ze bestudeerden alle grote bevingen (meer dan 8,3 op de schaal van Richter) van de afgelopen 112 jaar, en vergeleken de timing ervan met een scenario waarin die bevingen willekeurig plaatsvinden.

Conclusie     Het willekeurige scenario benaderde de werkelijkheid goed, en daarom is de conclusie dat er geen voorspellende waarde zit in een grote aardbeving. De naschokken van grote aardbevingen zijn hier natuurlijk een uitzondering op, maar die tellen niet als beving op zich.

De seismologen vinden het jammer dat dus ook het grote aantal zware aardbevingen van de laatste tien jaar geen voorspellende waarde heeft. Ze zeggen daarentegen wel dat omdat de timing van de rampen willekeurig is, de kans dat we snel wéér zo’n periode van veel destructie en leed krijgen ook klein is.

Door: NU.nl/Stephan van Duin

 

http://www.nu.nl/tag/aardbeving%20ha%C3%AFti/

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

3 Responses to Aardbevingen

  1. Pingback: GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL A | Tsjok's blog

  2. Pingback: GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL INLEIDEND | Tsjok's blog

  3. Pingback: GEOLOGIE TREFWOORD E | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: