HYENA

 

°

Trefwoord

Aardwolf

Meer afbeeldingen

  1. De aardwolf is een hyena uit zuidelijk en oostelijk Afrika. Het is de enige levende soort uit de onderfamilie aardwolven; de aardwolf verschilt sterk van andere hyena’s en kan worden beschouwd als het buitenbeentje van de familie. Wikipedia

Bruine hyena (Hyaena brunnea syn. Parahyaena brunnea Meer afbeeldingen

  1. De bruine hyena of strandwolf is een van de vier nog levende soorten hyena’s. Hij is nauw verwant aan de gestreepte hyena en samen worden ze ook wel tot hetzelfde geslacht, Hyaena, gerekend. Wikipedia

Civetkat

  1. Civetkatten zijn een geslacht van kleine, slank gebouwde roofdieren die voorkomen in Zuidoost-Azië. Wikipedia

Gevlekte hyenaMeer afbeeldingen

  1. De gevlekte hyena is de grootste, agressiefste en de luidruchtigste hyenasoort. In grote delen van Afrika is het het meest voorkomende grote roofdier. De gevlekte hyena is de enige nog levende soort uit het geslacht Crocuta. Wikipedia

Gestreepte hyenaMeer afbeeldingen

  1. De gestreepte hyena is één van de vier hyenasoorten. Ze danken hun naam aan de zwarte strepen over het hele lichaam. Wikipedia

HyaenadonMeer afbeeldingen

  1. Hyaenodon is een geslacht van uitgestorven Creodonta dat miljoenen jaren heeft geleefd en op bijna alle continenten voorkwam. Er zijn zo’n vijftien soorten in dit geslacht benoemd. Er zijn vele soorten gevonden, die sterk in grootte verschilden. Wikipedia

OxyaenaMeer afbeeldingen

  1. Oxyaena is een uitgestorven carnivoor zoogdier behorend tot de familie Oxyaenidae van de Creodonta. Oxyaena had een lichaamslengte van ongeveer een meter. Het was één van de algemeenste roofzoogdieren van de Noord-Amerika in het Wasatchian. Wikipedia

 

 

°

LINKS

http://www.pinterest.com/tsjok/hyenas/

 

Kruger park

http://www.bryerpatch.com/news/africa2000/animals.htm

 

Hyena

Hyena baby

pregnant hyena

Spotted hyena with pup in Kruger National Park, South Africa

Playing with mama

°

AFSTAMMING  & EVOLUTIE

De eerste  hyena achtigen

the early  cat line

 

 

 

 

Hyanodon.JPG

 

hyanodon

 

http://www.ansp.org/museum/leidy/paleo/hyaenodon.php

http://fingerlakesfossilfarm.org/mammal_fossils.htm

hyanodon skeleton

hyaenodon.skeleton jpg
Creodonts are an extinct group of carnivorous mammals that were long thought to be the ancestors of modern Carnivora. This is no longer thought to be the case. Creodonts were the dominant group of carnivorous mammals in the early Tertiary and were quite diverse. They ranged from very large, wolf-like animals as Hyaenodon to small mongoose-like forms such as Prototomus vulpeculus.

Creodonts lived in North America, Asia, Europe, and Africa.

.

civetkat

 

 

 

 

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Civetkatten

De vroegste hyena’s leken sterk op de hedendaagse Civetkatten, maar toen de bossen plaatsmaakten voor open vlaktes, werden de hyena’s snel rennende roofdieren in de Oude Wereld, vergelijkbaar met de honden in Noord-Amerika.

Zo’n 15 miljoen jaar geleden waren er ongeveer 30 hondachtige hyenasoorten, maar toen veranderde het klimaat. Naarmate de hyena’s in aantal terugliepen, trokken de honden (die ook leden onder de kou) vanuit Noord-Amerika naar het zuiden over de nieuwgevormde landbrug.

De hyena’s hebben zich weliswaar aangepast aan de nieuwe omstandigheden, maar omdat de honden reeds bezit hadden genomen van hun leefmilieu moesten ze zich ontwikkelen tot bottenkrakers (of termieteneters).

Phylogeny

nested hierarchy and phylogeny   of  cat  , bear and dog branch

 

Cat / bear /dog branches

 

phylogeny hyanidae

 

 

http://www.hyaenidae.org/uploads/images/kay%20phylogeny.jpg

http://www.hyaenidae.org/ancient-hyaenas.html

ICITHERIUM

ichterium

 

 

De eerste hyena’s verschenen 15 miljoen jaar geleden in het Midden-Mioceen en ontstonden vermoedelijk in Afrika, ze worden beschouwd als verwanten van de katten.

De hyena Chasmoporthetes was de enige van zijn familie die ook in Noord-Amerika voorkwam dit ten tijden van het Pleistoceen.

Dit genus had zich ook verspreidde ze zich over Azië, Europa en Afrika.

 

 

 

Chasmoporthetes

 

chasmaporthetes

 

 

Gemaakt 29-12-04

PACHYCROCUTA

 

http://en.wikipedia.org/wiki/Pachycrocuta

 

PACHYCROCUTA

 

 

 

 

 

Pachycrocuta brevirostris/ Carnivore /

pachycrocuta  and homo erectus

 

Where: Eurasia and eastern Africa/   MiddlePliocene to Middle Pleistocene

The Pachycrocuta brevirostris was largest of the prehistoric hyenas, and is frequently called: the Giant Hyena. It was about 100 cm tall and weighed about 190 kg. this would make it the largest hyena to have ever lived. It was a small-pack hunter of large animals, but it probably preferred to scavenge, because it was a heavyset animal not built for chasing prey over long distances.

 

hyena's

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hyena’s

carnivoraforum

 

carn

 

carnovofo

 

 

http://carnivoraforum.com/topic/9331029/1/

Spelonkhyena

Crocuta crocuta spelaea

Species: Crocuta crocuta Subspecies: Crocuta crocuta spelaea

spelonkhyena  schedel

 

 

The Cave Hyena (Crocuta crocuta spelaea)

is an extinct subspecies of spotted hyena (Crocuta crocuta) native to Eurasia, ranging from Northern China to Spain and into the British Isles. Though originally described as a separate species from the spotted hyena due to large differences in fore and hind extremities, genetic analysis indicates no sizeable differences in DNA between Pleistocene cave hyena and modern day spotted hyena populations. It is known from a range of fossils and prehistoric cave art. With the decline of grasslands 12,500 years ago, Europe experienced a massive loss of lowland habitats favoured by cave hyenas, and a corresponding increase in mixed woodlands. Cave hyenas, under these circumstances, would have been outcompeted by wolves and humans which were as much at home in forests as in open lands, and in highlands as in lowlands. Cave hyena populations began to shrink after roughly 20,000 years ago, completely disappearing from Western Europe between 14-11,000 years ago, and earlier in some areas.

 

 

 

 

 

skull spelonk hyenaA nearly complete skull of Crocuta spelaea from Europe. Photo from Diedrich & Zak (2006).

_

The main distinction between the spotted hyena and the cave hyena is grounded on different lengths of the hind and fore limb bones. The humerus and femur are longer in the cave hyena, indicating an adaptation to a different habitat to that of the spotted hyena. It is unknown if they showed the same sexual dimorphism of the spotted hyena. It has been estimated that they weighed 102 kg (225 lbs).

Little is known of their social habits. It is widely accepted that they used caves as dens, although sites in the open-air are also known. There is no indication of cave hyenas living in large clans or on a more solitary basis, though large clans are not considered likely in their Pleistocene habitat.

Crocuta_crocuta_spelaea_

 

 

 

 

 

 

grothyena schedel

 

http://carnivoraforum.com/topic/9331026/1/

 

°

EXTANTE  HYAENA’S

 

extante soorten

 

 

°gevlekte hyena

 

gevlekte hyena

Mensen zijn altijd weer verrast als ze horen dat hyena’s deel uitmaken van de katachtigen en helemaal niet nauw verwant zijn met de honden.Dat komt omdat ze binnen de katachtigen  de tegenhangers van honden zijn en zich tot langeafstandslopers hebben ontpopt op de vlaktes. Vandaag de dag zijn er nog maar vier hyenasoorten over. Drie daarvan hebben de “klassieke” verbrijzelende kaken en zijn jagers/aaseters.De vierde is de aardwolf, die zich voedt met termieten.

gevlekte hyena's

 

Hyena welpen

welpen

lachende hyena

lachende volwassen hyena

Hyena’s communiceren met behulp van bacteriën

12 november 2013 Caroline Kraaijvanger5

's nachts

Masai Mara National Reserve

 

 

Masai Mara National Reserve in Kenya

Hyenas recognize each other’s smell — or perhaps the smell of each other’s microbiome.  // ANUP SHAH / NATUREPL.COM

°

Hyena’s laten boodschappen aan elkaar achter in de vorm van uitwerpselen. Wetenschappers hebben nu ontdekt dat die uitwerpselen veel meer bacteriën bevatten dan gedacht en dat die bacteriën de boodschap van de hyena overdragen.

Wanneer hyena’s uitwerpselen achterlaten in het gras dan bevatten die zuur ruikende signalen héél veel informatie die andere dieren kunnen ‘lezen’,” vertelt onderzoeker Kevin Theis. “Hyena’s kunnen zo snel een gedetailleerde boodschap achterlaten en weer gaan. Het is een soort prikbord waarop te zien is wie er in de buurt zijn en hoe het met die hyena’s gaat.”

Wetenschappers hebben die geurige boodschappen van de hyena’s nu grondig bestudeerd. Ze ontdekten zo onder meer dat deze veel meer bacteriën bevatten dan gedacht. En dat die bacteriën degenen zijn die de boodschap overbrengen. “De plekken waar de hyena’s hun uitwerpselen neerleggen zijn prikborden, de uitwerpselen zijn visitekaartjes en de bacteriën zijn de inkt die letters en woorden vormen en informatie aan de bezoekers van het prikbord informatie bieden over diegene die het prikbord bezocht heeft. Zonder de inkt is het gewoon een bord met lege, niet-informatieve kaartjes.”  (1)

De geuren van de uitwerpselen verschilden sterk. Die verschillen bleken nauw samen te hangen met de soort hyena, het geslacht en de mate van vruchtbaarheid.

Geuren vertellen hyena’s dus iets over andere hyena’s. En die geuren worden geproduceerd door de bacteriën, zo schrijven de onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

 

Bronmateriaal:

“Bacteria may allow animals to send quick, voluminous messages”

 – MSU.edu                               

 

 http://msutoday.msu.edu/news/2013/bacteria-may-allow-animals-to-send-quick-voluminous-messages/

 

 Hyenas scent posts

Hyenas scent posts

may be short, relatively speaking, yet they convey an encyclopedia of information about the animals that left them. (Credit: Courtesy of MSU)

 

°

De bacteriën die in de geurklieren van hyena’s leven, zijn bepalend voor de geuren waarmee de dieren signalen afgeven aan elkaar.

De samenstelling van de micro-organismen bij gevlekte en gestreepte hyena’s is verschillend, zodat deze verschillende soorten hun soortgenoten aan hun geur kunnen herkennen.

 

Ook verandert de structuur van de bacteriën als vrouwtjes klaar zijn om te paren, zodat ze op dat moment een specifieke geur uitdragen.

 

Lichaamsvocht

De wetenschappers slaagden erin om met een speciale techniek een zeer groot aantal bacteriën in de geurklieren van hyena’s in kaart te brengen.

Met deze informatie kunnen ze verschillen meten in het lichaamsvocht dat hyena’s achterlaten op gras om geuren te communiceren.

 

http://www.sciencedaily.com/releases/2013/11/131111161510.htm

 

“De diversiteit van de bacteriën is genoeg om de origine van deze signalen te verklaren”, verklaart Theis op Nature News. http://www.nature.com/news/smelly-microbes-help-hyenas-to-communicate-1.14141

 

 

°

De wetenschappers vermoeden dat ook andere diersoorten gebruik maken van micro-organismen om verschillende geuren te communiceren. Meer onderzoek moet uitwijzen of dat ook echt zo is.

 

 

  • De term “visitekaartjes” is nogal vrij van interpretatie, haha. Maar goed, volgens mij kan deze studie naar behoorlijk wat diersoorten geëxtrapoleerd worden, omdat de ontlasting van iedereen uniek is en zeer veel over een individu kan zeggen. Het is namelijk een afbraakproduct van een systeem met ontelbaar veel processen.  Als je dat nauwkeurig gaan analyseren, krijg je een behoorlijke uitgebreide anamnese

Bruine hyena

 

 

Engels : Brown hyena
Duits : Schabrackenhyäne, Braune Hyäne, Strandwolf
Frans : La hyène brune

De bruine hyena of strandwolf (Hyaena brunnea syn. Parahyaena brunnea) is een van de vier nog levende soorten hyena’s.
Hij is nauw verwant aan de gestreepte hyena en samen worden ze ook wel tot hetzelfde geslacht, Hyaena, gerekend.

De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Thunberg (Carl Peter Thunberg was een Zweedse natuuronderzoeker. Hij was een student van Carolus Linnaeus.) in 1820.

De bruine hyena leeft in westelijk Zuid-Afrika, Zimbabwe, Namibië en Zuid-Angola.
Hij komt meer dan de andere hyena’s in woestijnen voor, voornamelijk in de Kalahari en de Namibwoestijn.
Ook komt hij voor in drogere, met struiken begroeide steppen en savannes.
Ook langs de woestijnkust van Namibië komen ze geregeld voor.

Bruine hyena

Bruine hyena
auteur : Southafrica.net op
www.dinosoria.com

De bruine hyena heeft een ruige, donkerbruine tot zwarte vacht, met een lichtgele kraag om de hals, die als maan dient bij volwassen dieren, en een grijzig gezicht.
Over de poten lopen witte horizontale strepen.
De staart is kort en donker van kleur.
De losse, ruige vacht kan bij conflicten worden opgezet, waardoor het dier groter en indrukwekkender lijkt.

Hij wordt ongeveer 110 tot 161 centimeter lang, met een 21 tot 30 centimeter lange staart.
De schouderhoogte bedraagt zo’n 72 tot 88 centimeter.
De bruine hyena weegt tussen de 28 en de 55 kilogram.
Mannetjes worden groter dan vrouwtjes.

 

bruine hyena Hyaena brunnea

Hyaena brunnea
auteur : Sally London op http://www.dinosoria.com    
CC 3.0

De bruine hyena is een nachtdier.
Overdag rust hij in een zelfgegraven hol (tot 150 centimeter diep), een natuurlijk hol tussen de rotsen of in het hol van een aardvarken.

Hij eet voornamelijk aas, maar ook afgevallen vruchten.
Soms maken ze actief jacht op kleine en middelgrote zoogdieren als de springhaas, jonge antilopen en de grootoorvos, kleine gewervelden als kikkers en hagedissen en ongewervelden.
Langs de kust van Namibië zoeken ze naar dode welpen van de Zuid-Afrikaanse zeebeer, aangespoelde walvissen en andere dode zeedieren.
Op de vuilnisbelten van Johannesburg, Pretoria en andere grote steden zoeken ze ook naar voedsel.
De bruine hyena eet per dag gemiddeld 2,8 kilogram.

De dieren foerageren alleen, omdat ze zelden voedsel vinden waar meer dan één hyena van kan leven.
Bij grote karkassen houden zich zelden meer dan drie dieren op.
Tijdens het foerageren kunnen ze afstanden afleggen van wel 54 kilometer

 

Brown Hyaena Portrait

De bruine hyena
auteur : © Martin Heigan    

 

Bruine hyena’s kennen geen vaste sociale structuur.
Ze leven solitair, in paren of in kleine, losse groepen, die kunnen bestaan uit zes tot vijftien dieren, en bestaan uit tot drie volwassen mannetjes en vijf volwassen vrouwtjes.
Als de dieren oud genoeg zijn om op zichzelf te staan, kunnen ze bij de groep blijven of gaan rondzwerven.
Sommige dieren blijven hun hele leven bij dezelfde troep. Een groep houdt een los territorium bij, die veelvuldig wordt gemarkeerd.
Markeren gebeurt door geurvlaggen en latrines(vaste plaats waar ze hun behoefte doen).

Bruine hyena’s planten zich het gehele jaar door voort.
Het vrouwtje paart met meerdere mannetjes, zowel groepsleden als rondzwervende mannetjes.
Een vrouwtje krijgt per worp één tot vijf (gemiddeld twee tot vier) jongen na een draagtijd van 120 dagen.
Ze worden blind en doof geboren in een ondergronds hol.
Het vrouwtje zondert zich de eerste paar maanden af van de rest van de groep.
Meestal krijgt één vrouwtje in de groep een nest, maar ook andere vrouwtjes mogen zich voortplanten.
Jongen worden in zulke situaties na enkele maanden door alle zogende vrouwtjes gezoogd, en de jongen worden bij elkaar verzorgd in een gezamenlijk hol.
De jongen worden twaalf tot vijftien maanden lang gezoogd.
Na drie maanden eten ze hun eerste vaste voedsel.

Na 18 maanden verlaten ze meestal het nest.
Vrouwtjes zijn na twee tot drie jaar geslachtsrijp.

Winnaars van klimaatverandering ?

°

°

Dit zijn de (vermoedelijke) winnaars van klimaatverandering

VOEDSELPYRAMIDES en ECOLOGIE

°

   ecosystemen

°

Planeet aarde  <—

Voedselpyramides <—  doc

°

VOEDSELWEB  

28 november  2012  /Wageningen University, Laboratorium voor Entomologie

Pas op voor de vijand van de vijand van jouw vijand

Planten die door rupsen worden aangevallen, roepen de hulp in van sluipwespen met behulp van vluchtige geurstoffen die de plant aanmaakt in reactie op de vraatschade. Daarbij helpen sluipwespen de plant om van zijn vretende belager af te komen. De geurstoffen worden echter ook door andere insecten waargenomen. Een nieuwe studie van een Wagenings onderzoeksteam in het ‘open access’ tijdschrift PLoS Biology van 27 november laat zien hoe weer ándere sluipwespen deze plantengeuren oppikken om hún gastheer, sluipwespen, op te sporen.

Lysibia nana parasiteert poppen van Cotesia glomerata

Foto: Lysibia nana parasiteert poppen van Cotesia glomerata, gemaakt door Nina Fatouros.Een team van Nederlandse onderzoekers onder leiding van onderzoeker Erik Poelman van Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR, en collega’s onderzocht het gedrag van zgn. secundaire sluipwespen (‘hyperparasitoïden’) die andersoortige sluipwespen aanvallen die een rups belagen. Het team toont aan dat deze hyperparasitoïden kunnen ruiken of planten worden aangevallen door gezonde rupsen of door rupsen die door andere sluipwespen zijn geparasiteerd, waarin de secundaire sluipwespen hun eigen eitjes leggen. In zowel gecontroleerde laboratoriumtoetsen als onder veldomstandigheden, vond het team dat hyperparasitoïden een voorkeur hebben voor plantengeuren die vrijkomen van planten waarvan geparasiteerde rupsen aten in vergelijking met planten waarvan gezonde rupsen aten. Deze resultaten laten zien dat deze vijanden van de vijand van de vijand een complex netwerk van interacties tussen de plant, rups, en sluipwesp gebruiken om hun gastheer, de sluipwesp, te lokaliseren.
Koolplanten (1) worden aangevreten door rupsen van koolwitjes (2) die op hun beurt worden geparasiteerd door sluipwespen (3). Hyperparasitoiden (4) leggen hun eitjes in de poppen van sluipwespen. Deze hyperparasitoiden vinden de poppen van sluipwespen door de planten geuren die vrijkomen bij vraatschade van geparasiteerde rupsen.
Koolplanten (1) worden aangevreten door rupsen van koolwitjes (2) die op hun beurt worden geparasiteerd door sluipwespen (3). Hyperparasitoiden (4) leggen hun eitjes in de poppen van sluipwespen. Deze hyperparasitoiden vinden de poppen van sluipwespen door de planten geuren die vrijkomen bij vraatschade van geparasiteerde rupsen.

Om te laten zien hoe dit complexe netwerk van interacties betrouwbare informatie over de aanwezigheid van sluipwespen kan bevatten, verzamelden de onderzoekers speeksel van de geparasiteerde en gezonde rupsen. Stoffen in het speeksel van de rups spelen een belangrijke rol in het veroorzaken van de verandering in geuren die de plant produceert bij vraatschade van rupsen. Poelman’s team ontdekte dat het aanbrengen van speeksel van geparasiteerde rupsen bij de plant een ander geurprofiel veroorzaakt dan speeksel van een gezonde rups. Bovendien zijn de plantengeuren die de plant maakt in reactie op het spuug van geparasiteerde rupsen aantrekkelijk voor de secundaire sluipwespen, die de parasiterende sluipwespen belagen.

Voedselweb

“Je moet de planten-geurproductie in reactie op planteneters zien in de context van het hele voedselweb, inclusief de vijanden van sluipwespen”, zegt onderzoeker Erik Poelman die met een Veni-subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) het onderzoek leidde:

“Dan pas kun je de ecologische functies van plantengeuren goed begrijpen”. In aanvulling op de ecologische aspecten van hun werk, benadrukken de auteurs ook dat hun bevindingen van belang zijn voor het ontwikkelen van strategieën voor geïntegreerde plaagbestrijding, waarin sluipwespen worden gebruikt om insectenplagen te reguleren. “Hoewel sluipwespen effectieve biologische bestrijders zijn, lijkt het erop dat het optimaliseren van biologische bestrijding met plantengeuren bijwerkingen kan hebben. Daardoor kan de effectiviteit van de plaagbestrijding verminderen”, aldus Poelman.

Veel meer insectensoorten in het regenwoud dan voorheen gedacht

15 maart 2014

Door parasitaire wespen te bestuderen die eitjes leggen in larven van tropische vliegen, leggen wetenschappers een complex web aan wisselwerkingen tussen vliegen, wespen en planten bloot

Biologen van verschillende Amerikaanse universiteiten tonen deze week in een artikel in Science aan waarom dit leidt tot veel meer soorten insecten.

Abstract :

Ecological specialization should minimize niche overlap, yet herbivorous neotropical flies (Blepharoneura) and their lethal parasitic wasps (parasitoids) exhibit both extreme specialization and apparent niche overlap in host plants.

From just two plant species at one site in Peru, we collected 3636 flowers(  Gurania flowers     ) yielding 1478 fly pupae representing 14 Blepharoneura fly species, 18 parasitoid species (14 Bellopius species), and parasitoid-host associations, all discovered through analysis of molecular data. Multiple sympatric species specialize on the same sex flowers of the same fly host-plant species—which suggests extreme niche overlap; however, niche partitioning was exposed by interactions between wasps and flies. Most Bellopius species emerged as adults from only one fly species, yet evidence from pupae (preadult emergence samples) show that most Bellopius also attacked additional fly species but never emerged as adults from those flies.

Fig. 1

http://www.sciencemag.org/content/343/6176/1240.figures-only

3089_mximage
1. Opius bellus lateral habitus f… Opius bellus lateral habitus female ↰ ↴
3090_mximage
2. Opius bellus lateral ha… Opius bellus lateral habitus male ↰ ↴
3096_mximage
3. Opius bellus propodeum and … Opius bellus propodeum and petiole lateral ↰ ↴
3097_mximage
4. Opius bellus propodeum a… Opius bellus propodeum and petiole dorsal ↰ ↴
3084_mximage
5.Opius bellus face
3086_mximage
6. Opius bellus face and man… Opius bellus face and mandible ↰ ↴
3094_mximage
7. Opius bellus showing occip… Opius bellus showing occipital carina absent ↰ ↴
3092_mximage
8. Opius bellus top of head … Opius bellus top of head and mesonotum ↰ ↴
3093_mximage
9. Opius bellus head late… Opius bellus head lateral view ↰ ↴
3083_mximage
10.Opius bellus fore wing
_______________________________________________________________________________
°

Het bestuderen van de wisselwerking tussen soorten is een grote uitdaging voor wetenschappers. Soorten bezetten vaak een stukje ruimte in een ecosysteem, ook niche genoemd.

Zo’n niche bevat alle middelen die de soort nodig heeft om te leven en zich voort te planten. Binnen de niche wordt het leven ook sterk bepaald door de wisselwerking tussen roofdieren en concurrenten.

Soorten proberen ervoor te zorgen dat ze zo min mogelijk afhankelijk zijn van hulpbronnen die anderen ook gebruiken. Op die manier creëert elke soort zijn eigen niche door bijvoorbeeld verschillende delen van eenzelfde plant te eten. Dit soort specialisatie zorgt voor steeds maar weer veranderende soorten en uiteindelijk het ontstaan van nieuwe.

In sommige ecosystemen is het aantal verschillende soorten enorm, veel groter dan het aantal wat je zou verwachten als er afgegaan zou worden op het aantal verschillende niches.

Door gebruik te maken van nieuwe moleculaire technieken konden de biologen minutieus onderzoek doen naar gemeenschappen van plant-etende insecten en parasitaire wespen die eitjes in de planteneters leggen. Op die manier is de wesp ook onderdeel van het maken van de niche, waardoor op één en dezelfde plant verschillende niches ontstaan.

 Regenwoud 

Daarvoor onderzochten de biologen duizenden plant-etende insecten waarvan de larven zich voeden met de sappige delen van de bloemen van komkommerachtige soorten in het Peruviaanse regenwoud.

De precieze methode toonde aan dat het aantal verschillende soorten vliegen en wespen op slechts twee verschillende typen plant extreem divers was, namelijk veertien vliegen en achttien wespen.

Door te kijken naar de vliegenlarven voordat de wespen uitkwamen, konden de wetenschappers zien welke wespen het uiteindelijk wel zouden overleven. Dit suggereert dat als de wespen hun eitjes in de verkeerde soort vliegenlarve leggen, de wespen niet uitkomen.

De complexe interactie tussen de vlieg en de wesp genereert een aantal unieke niches, die weer leiden tot extreme specialisatie en naast elkaar bestaan van grote aantallen vliegjes en wespen in slechts één simpel plant-systeem. Een systeem wat dus niet zo simpel is, als er beter naar gekeken wordt.

De auteurs stellen dat deze zeer specifieke interacties kunnen bijdragen aan de grote soortenrijkdom in tropische systemen.

Door: NU.nl/Krijn Soeteman

http://www.nu.nl/wetenschap/3726921/veel-meer-insectensoorten-in-regenwoud-dan-voorheen-gedacht.html  

°

Wereld zonder grote carnivoren ziet er heel anders uit

 10 januari 2014  33

leeuw

Een nieuw onderzoek stelt niet alleen dat de grote carnivoren verdwijnen, maar bewijst ook direct dat dat een enorm probleem is. De carnivoren hebben een enorme invloed op hun omgeving en hun verdwijning is een ramp voor het ecosysteem.

Meer dan 75 procent van de 31 grote vleeseters is aan het verdwijnen. Met name in het zuidoosten van Azië, het zuiden en oosten van Afrika en in de Amazone nemen hun aantallen af. In de meeste ontwikkelde gebieden – denk aan landen in West-Europa en het oostelijke deel van de VS – zijn zelfs al helemaal geen grote vleeseters te vinden. “We raken onze grote vleeseters kwijt,” concludeert onderzoeker William Ripple.

Poema
En het verdwijnen van die grote vleeseters heeft gevolgen, zo tonen de onderzoekers aan. Ze brachten voor hun studie de invloed die onder meer Afrikaanse leeuwen, luipaarden, wolven en lynxen op hun leefgebied hebben. Zo tonen ze bijvoorbeeld aan dat het verdwijnen van de poema en wolven ervoor zorgt dat het aantal grazende dieren – bijvoorbeeld herten en elanden – stijgt. Zij verstoren de vegetatie en hebben zodoende weer invloed op vogels en kleinere zoogdieren die van die vegetatie afhankelijk zijn.

Leeuw
En zo heeft het verdwijnen van elke grote vleeseter gevolgen. De verdwijning van de leeuw zorgt er op bepaalde plekken in Afrika bijvoorbeeld voor dat de groene baviaan aan een opmars begint en hij vormt een bedreiging voor gewassen en vee.

“Om deze diersoorten te kunnen behouden, moeten mensen ze tolereren,” stelt Ripple. “We zeggen dat deze dieren het recht hebben om te bestaan, maar ze bewijzen ons economisch en ecologisch gezien ook een dienst.” Een goede reden om ons nog meer in te zetten voor het behoud van de soorten, zou u zeggen.

Maar heeft dat nog wel zin? Ripple denkt van wel.

Op plaatsen waar grote vleeseters waren verdwenen en opnieuw zijn geïntroduceerd heeft het ecosysteem zich vrij snel hersteld.

Bronmateriaal:
Loss of large carnivores poses global conservation problem” – Oregonstate.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Oregon State University.

Afrikaanse leeuw ziet aantallen in vijftig jaar tijd meer dan halveren  <—

 

–>  Problemen?

°De natuur vindt bij verschuivingen  altijd wel  een ander evenwicht. 

°Er is nml  ALTIJD een (dynamische ) balans in de natuur.

° Maar dat betekent niet dat de uitkomst  van dergelijke  herschikklingen altijd   een mensvriendelijk evenwicht hoeft te zijn  

—>   Een ecosysteem is een zelf-organiserend systeem. Het zal altijd zoeken naar een bepaalde balans, dynamisch, met bijvoorbeeld voedselrijke periodes door het weer (goede mastjaren, goede muizenjaren) die voor dynamiek zorgen.

Het is wel zo dat je bij uitsterven “geesten van het verleden” ziet.

Zo zijn er bepaalde zaden die alleen door megafauna kunnen worden verspreid, of bepaald gedrag in soorten wat niet logisch is in moderne context (de gaffelbok’s snelheid wordt vaak genoemd, die hij zou hebben door een  “wapen”wedloop met de Amerikaanse cheetah die uitgestorven is, maar ik meende dat er alweer aan getwijfeld wordt).

In sommige gevallen kan het uitsterven van de ene soort de andere soort meenemen, maar ik geloof niet wat vaak wordt gezegd door ecologen dat een ecosysteem een jenga toren is. Ik zie het eerder als een soort sociaal netwerk.

Er onstaat een nieuw systeem als apex predatoren uitsterven. Mij maakt het niks uit*, maar ik heb er ook nauwelijks invloed op. En in de natuur bestaat ook niet zoiets als waarde, dat gaat gewoon door. Neemt niet weg dat het voor mensen wel eens negatief uit kan pakken.

*(ik heb wel “behoefte” aan natuur om mij heen (het platteland), en dat hoeft van mij ook niet “puur” te zijn met alleen “inheemse” soorten. Dat de wolf in Nederland terugkeert lijkt mij leuk, maar de kans dat ik die daadwerkelijk zie is klein.)

°

—>   Teveel  individuen  van de ene soort = kan dienen  als  voedsel   en  grotere  populatie-  groei bij   andere  soorten  en zelfs een tijdelijke bevolkingsexplosie  van die laatsten —> maar ook  daarna keert  het  evenwicht terug.

(en dat is niet alleen van kracht bij ecosystemen met roofdieren …..)

Jaarlijks is er een muizenplaag in AUS wanneer het graan rijp is, deze verdwijnt even snel als het graan van het veld is.

°

Hoe wolven  zelfs  de loop van de rivier veranderen

°

n 1995 werd een kleine groep wolven losgelaten in het Amerikaanse Yellowstone Park, nadat die diersoort er zeventig jaar lang afwezig was geweest. Er gebeurde in de jaren daarna iets wonderbaarlijks: het complete ecosysteem van het park veranderde – en zelfs de rivieren stromen anders sinds de komst van de wolf.

Hoe zit dat?

Dat legt een video uit die dit weekend online gezet werd door de organisatie Sustainable Man en gebruikmaakt van een TED-talk van schrijver en milieuactivist George Monbiot. Die legde in juni vorig jaar (met een stem die doet denken aan Sir David Attenborough) uit waarom hij zo enthousiast is over ‘re-wilding’.

Wolves were once native to the US’ Yellowstone National Park — until hunting wiped them out. But when, in 1995, the wolves began to come back (thanks to an aggressive management program), something interesting happened: the rest of the park began to find a new, more healthful balance. In a bold thought experiment, George Monbiot imagines a wilder world in which humans work to restore the complex, lost natural food chains that once surrounded us.

Hoe ging dat dan? In het kort: voordat de wolven kwamen had het park een overschot aan herten, die alles gretig kaalgraasden.

Na het uitzetten van de wolven werden er uiteraard enkele herten opgegeten, maar het zorgde er ook voor dat ze voortaan wegbleven uit bepaalde delen van het park, omdat het daar te gevaarlijk voor ze werd.

Op die plekken kwam de vegetatie weer helemaal tot bloei: bomen groeiden hoger, op dorre vlaktes verrezen populieren en wilgen, die op hun beurt weer vogels en bevers aantrokken. De bevers bouwden dammen op het water en daar kwamen weer otters, muskusratten, eenden, reptielen en vissen op af.

De wolven joegen ook op de coyotes, daardoor kregen konijnen en muizen meer kans en dat zorgde weer voor meer vossen, haviken en dassen. Zelfs beren hadden profijt van de nieuwe verhoudingen. Kortom: het complete ecosysteem veranderde omdat de wolf was geherintroduceerd bovenaan de voedselketen.

Maar het meest verbazingwekkende was dat zelfs de geografie van het park veranderde met de komst van de groep wolven: rivieren stromen nu anders dan voor 1995.

°

Mocht je de video willen overslaan en gewoon de tekst willen lezen, hier het bewuste stukje uit het transcript van de TED-talk van Monbiot:

“But here’s where it gets really interesting. The wolves changed the behavior of the rivers. They began to meander less. There was less erosion. The channels narrowed. More pools formed, more riffle sections, all of which were great for wildlife habitats. The rivers changed in response to the wolves, and the reason was that the regenerating forests stabilized the banks so that they collapsed less often, so that the rivers became more fixed in their course. Similarly, by driving the deer out of some places and the vegetation recovering on the valley sides, there was less soil erosion, because the vegetation stabilized that as well. So the wolves, small in number, transformed not just the ecosystem of the Yellowstone National Park, this huge area of land, but also its physical geography.”

Voor wie er meer over wil weten: hier een wetenschappelijke publicatie over ‘trophic cascading’, zoals het fenomeen genoemd wordt.

 

 

Als grote dieren verdwijnen, komt het knaagdier aan de macht

 

Europese bosmuis

(***)

Als de grote zoogdieren uit een ecosysteem verdwijnen, komen de kleinere knaagdieren aan de macht. En dat is zorgwekkend: veel van deze knaagdieren dragen gevaarlijke ziektes met zich mee en daarmee groeit ook de kans dat wij mensen ziek worden aanzienlijk.

 

Wereldwijd hebben de grote zoogdieren het moeilijk. Om verschillende redenen – ontbossing en de jacht bijvoorbeeld – lopen hun aantallen terug.

Kenia
Onderzoekers van de universiteit van Stanford besloten te achterhalen wat er precies gebeurt als grote zoogdieren uit de ecosystemen verdwijnen. Ze trokken naar Kenia en zetten vier hectare grote stukken savanneland af. Ze voorkwamen zo dat grote dieren als olifanten, giraffes en zebra’s gedurende twee jaar in die gebieden konden komen. Vervolgens keken ze wat er gebeurde.

“DIT IS EEN ONDERGEWAARDEERDE EN VERRADERLIJK EENVOUDIGE MANIER WAAROP VERANDERINGEN DIE MENSEN IN GANG ZETTEN, KUNNEN LEIDEN TOT EEN GROTER RISICO OP ZIEKTE”

Knaagdieren en vlooien
Het aantal knaagdieren in de stukken afgezette savanne verdubbelde.

Waarschijnlijk doordat er meer voedsel en land beschikbaar was.(1)

Met het aantal knaagdieren nam ook het aantal vlooien toe. Vlooien dragen vaak ziekteverwekkers bij zich en vergroten de kans dat ook mensen ziek worden. “Dit is een ondergewaardeerde en verraderlijk eenvoudige manier waarop veranderingen die mensen in gang zetten (door te jagen, bomen om te hakken, red.) kunnen leiden tot een groter risico op ziekte,” vertelt onderzoeker Hillary Young.

Oost-Afrika
De onderzoekers wijzen erop dat meer dan zestig procent van alle menselijke ziektes hun oorsprong vinden in ziekteverwekkers die dieren bij zich dragen. Dat vlooien ziektes aan mensen doorgeven, is heel normaal en gebeurt overal: zowel in tropische gebieden als in voorsteden. In Oost-Afrika, waar ziektes die door knaagdieren aan mensen worden doorgegeven vaak voorkomen, kunnen mensen door besmette knaagdieren aan te raken tyfus en zelfs de pest krijgen. Veel gezondheidsklinieken in het gebied kunnen die ziektes niet opsporen, laat staan behandelen.

Al met al kan het verdwijnen van grote zoogdieren en de opkomst van knaagdieren de kans dat mensen een dodelijke ziekte oplopen, verdubbelen. “Onze gegevens suggereren dat het handhaven van een gezonde populatie megafauna ons helpt om nare bacteriën te vermijden,” benadrukt onderzoeker Rodolfo Dirzo.

 

(***)

Beetje  verwarrend  een europese bosmuis te gebruiken  als illustratie  , als het gaat over  een onderzoek in een keniaanse savanna  ….. nogal  wiedes dat er  dan  vlug verkeerde conclusies op de loer liggen voor en door  de gewone  lezer

 

(1)

Grote  grazers kunnen   hele gebieden knaagdier onvriendelijk maken doordat deze dieren hele grasgebieden kaalvreten, waar de knaagdieren    meer voedsel tot hun beschikking hebben. ? (en of zich beter kunnen  verschuilen ( voor de roofvogels bijvoorbeeld ?(* )

–> Veel   knaagdieren zitten overdag ondergronds  en  foerageren  ’s nachts 

–> Veel knaagdieren zijn opportunistische eters die genoegen nemen met veel verschillend  voedsel  (denk aan muizen en ratten )

–> Olifanten en  giraffen  zijn vooral bladeters die heelwat jonge  bomen vernietigen en( in het geval van de olifant ) ontwortellen …. ( wat dus ( op lange termijn ) het savanna-karakter van het gebied  conserveert  ) –> op twee jaar tijd  bieden (eventueele ) opschietende  jonge boompjes geen  nuttige  schuilplaatsen  

(2) Met het verdwijnen  van de grote grazers  verdwijnen ook de grote katten , 

(3) hyena’s  , afrikaanse honden …konden ook niet over die  “begrenzingen”  

(4) reptielen , kleinere katten  en zeker roofvogels  gingen toch moeiteloos over die ” begrenzingen “  ?  Hangt er dus van af wat je “grote ” zoogdieren noemt ….en/of  wat die “afbakening”  voorstelt   ….

 

Aanpassingen aan het klimaat ? keizerpinguin

BIODIVERSITEIT —

I

°

KEIZERPINGUIN

porpoising p-6398-enz

Penguins are divers rather than fliers, but they still understand that air offers less resistance than water. When travelling at the surface, as opposed to chasing food, some species (including the Snares crested, shown here) commonly ‘fly’ out of the water at each thrust of their flippers, getting further than if they stayed in the water. This mode of travel is known as porpoising.

a14c1321b2_1381763393_Maar-je-raadt-het-al-ook-dat-blijven-ze-tot-in-den-treuren-proberen

keizerpinguins 1135250156

Vallende  keizerpinguin 

tumblr_llyntlrmnr1qzwyfio1_500

penguin-falling

WEBCAM en keizerpinguins  

Gemerkte pinguïn heeft het moeilijk

 13 januari 2011  2
Penguin_band
Banded_penguin

Om duizenden pinguïns uit elkaar te kunnen houden, maken wetenschappers vaak gebruik van metalen bandjes met daarop een nummer. Uit een studie naar deze onderzoeksmethode blijkt nu dat die metalen bandjes rondom de flipper het diertje flink in de weg zitten. Sterker nog: pinguïns met zo’n bandje sterven eerder en zetten minder nageslacht op de wereld.

De onderzoekers bestudeerden een groep koningspinguïns en volgden de dieren tien jaar lang. Ze ontdekten dat de pinguïns die met een ijzeren bandje gemerkt hadden 39 procent minder jongen kregen dan pinguïns met een elektronisch bandje. Ook leefden de met ijzer gemerkte pinguïns korter.

Langer onderweg
Maar er is nog meer. De met ijzeren bandjes gemerkte pinguïns laten hun jongen gemiddeld 12,7 dagen op rij in de steek om naar voedsel te zoeken. De andere pinguïns gingen gemiddeld 11,6 dagen op pad. Dat lijkt een klein verschil, maar dat is het niet, zo legt onderzoeker Claire Saraux uit. “Eén dag of twee dagen is een enorm verschil.” De jongen eten namelijk alleen als hun ouders met voedsel terugkomen.

Hinder                                 
Waarschijnlijk hindert het ijzeren bandje de pinguïns sterk tijdens het zwemmen. Uit experimenten blijkt dat een pinguïn met zo’n bandje gemiddeld 24 procent meer energie verbrandt.

De onderzoekers concluderen dat de bandjes eigenlijk niet meer gebruikt moeten worden. Niet alleen de pinguïns hebben er last van. Ook de onderzoeksresultaten kunnen door de bandjes weleens niet kloppen; de dieren gedragen zich immers anders.

Bronmateriaal:
Marking penguins for study may do harm” – Sciencenews.org

—-> waarnemingen/conclusies die gedaan zijn a/d hand van deze bandjes zijn  dus  hoogstwaarschijnlijk grotendeels en   praktisch waardeloos en de pinguins hebben er onder geleden. ….Jammer

Wereldwijd krijgen vogels zonder pardon een ring om hun pootje of vleugel gebonden. Reuze handig voor onderzoekers om individuele dieren in één oogopslag te herkennen, maar voor de vogels zelf zou het wel eens minder goed uit kunnen pakken.

Voor de koningspinguïn op Antarctica bijvoorbeeld.

Waarschijnlijk zorgt het metaal (1)om de vleugel voor extra weerstand wanneer ze in het water aan het jagen zijn. De extra energie die daardoor nodig is om een lekker visje te vangen, komt het nageslacht en de overlevingskansen dus niet ten goede.

Volgens de onderzoekers heeft dit resultaat grote gevolgen voor onderzoeken waarbij vogels op een vergelijkbare manier geringd zijn, voornamelijk pinguïns. Die resultaten kunnen – naar nu blijkt- behoorlijk gekleurd zijn door de negatieve effecten van het ringen. Veel van dat onderzoek gaat over het effect van klimaatverandering op pinguïnpopulaties.

Toch moeten we niet meteen alle geringde vogels over een kam scheren. Een gigantische metalen band zoals bij de pinguïns is nog altijd iets anders dan een klein ringetje om de poot van een koolmees.

Bron: Nature

  • (1)   Wat in het Nature artikel duidelijk wordt beschreven en hier ontbreekt; Het gaat om electronische banden. Banden die de activiteit en plaats van de vogel registreren.

    Overigens zijn er al regels voor. Onder een bepaald gewicht worden de electronische tags niet gebruikt.

    • Maar  of het nu elektronische banden zijn om de vogels te volgen of kleurringen, het resultaat blijft hetzelfde. Dat er al regels zijn, is natuurlijk geweldig, maar dit resultaat kan ook belangrijke gevolgen hebben voor onderzoeksresultaten uit het verleden. En dan met name voor klimaatonderzoek waarbij de gezondheid van een populatie toppredatoren(aan de top van een voedselpyramide ,)zoals de krill  inktbis en vis etende  keizers penguïn, gezien wordt als indicator voor hoe een ecosysteem ervoor staat.

°

Keizerspinguïn duikt op in..Nieuw-Zeeland

 21 juni 2011   4

Hannes Grobe / AWI (via Wikimedia Commons).

Een jonge keizerspinguïn is hopeloos verdwaald en in het warme Nieuw-Zeeland beland. Het is voor het eerst in 44 jaar dat daar een pinguïn opduikt.

Waarschijnlijk heeft de pinguïn zich tijdens de jacht op voedsel teveel mee laten slepen en is deze daardoor verdwaald en in Nieuw-Zeeland beland, zo meldt TVNZ. Het dier behoort tot de nieuwste lichting pinguïns en is dus nog zeer jong.

Peka Peka Beach
De pinguïn kwam aan de Kapiti Coast, ter hoogte van Peka Peka Beach aan land zetten. Dat een pinguïn zo noordelijk opduikt, is heel ongewoon. De laatste keer dat een pinguïn een bezoek bracht aan Nieuw-Zeeland was 44 jaar geleden.

Naar huis
Vooralsnog maakt de pinguïn geen aanstalten om terug naar huis te gaan. Maar deskundigen vermoeden dat het dier vroeg of laat toch weer het water in zal stappen om op zoek te gaan naar zijn eigen vertrouwde leefgebied.

http://www.scientias.nl/keizerspinguin-duikt-op-in-nieuw-zeeland/33476

Bronmateriaal:
‘Amazing’ visit by emperor penguin” – TVNZ.co.nz

 http://tvnz.co.nz/national-news/amazing-visit-emperor-penguin-1-46-video-4253772

Wachtende pinguïn houdt het hoofd koel

Geschreven op 17 augustus 2011 om 14:23 uur door 0

Jonge pinguïns moeten soms maanden op eten wachten. Maar ze houden het hoofd koel. Letterlijk. Dat blijkt uit onderzoek.

De ouders van jonge koningspinguïns gaan op zoek naar eten: een reis die wel vijf maanden kan duren. De jonge pinguïn zit al die tijd stilletjes te wachten.

Zuinig
In die periode is er ook geen voedsel voor de jonge pinguïn en dus moet deze zuinig omgaan met de energie. Wetenschappers hebben nu ontdekt hoe het dier dat doet.

Vijftien graden
De onderzoekers bestudeerden pinguïns van drie tot vier maanden oud. Ze letten met name op de lichaamstemperatuur van de dieren. Tot hun grote verbazing daalde die in de periode dat de jonge pinguïns moesten wachten flink. Hun lichaamstemperatuur daalde soms met wel vijftien graden Celsius. En dat is enorm. Zeker als u in gedachten houdt dat de kleine pinguïn een grote vogel met een gewicht van zo’n tien kilo is. Er zijn wel meer vogels die hun lichaamstemperatuur kunnen laten dalen, maar die zijn veel kleiner.

Overigens is de lichaamstemperatuur van jonge pinguïns ook in andere omstandigheden zeer flexibel. Wanneer ze een lekker koud maaltje voorgeschoteld krijgen, kan de lichaamstemperatuur ook met meer dan tien graden dalen.

Bronmateriaal:
ScienceShot: Baby Penguins Know How to Chill Out” –  Sciencemag.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Mark (cc via Flickr.com).

Waar zijn de keizerspinguïns gebleven?

 07 maart 2011    5
Photo: British Antarctic Survey/ Masons News Service

http://www.cambridge-news.co.uk/Home/How-to-pick-out-a-penguin-13042012.htm

Een kleine kolonie van keizerspinguïns is verdwenen.

De pinguïns leefden op een eiland voor de kust van Antarctica, maar door een nog onbekende reden is de groep verdwenen. Wetenschappers schuiven de schuld voorlopig in de schoenen van klimaatverandering, waardoor het ijs voor de kust van Antarctica smelt.

Toch is dit nog niet bewezen….. Er is immers  meer nodig dan de natte vinger in de lucht steken.

De kleine kolonie bestond uit 150 paren keizerspinguïns. De groep werd voor het eerst ontdekt in 1948. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw bleef het ledenaantal stabiel. In 1978 begon een sterke daling van het aantal pinguïns, dat decennialang voortzette.

In 2009 besloten wetenschappers het eiland per vliegtuig te verkennen. Helaas vonden zij geen enkele keizerspinguïn.

De kans bestaat dat de pinguïns zijn verhuisd.

Een andere mogelijkheid is dat alle leden van de groep zijn omgekomen.

Keizerspinguïns keren ieder jaar terug naar de plek waar ze zijn geboren. Aangezien pinguïns ongeveer twintig jaar oud worden, is het heel goed mogelijk dat alle leden ondertussen niet meer in leven zijn.

Zeeijs
Ijs is heel belangrijk voor keizerspinguïns, omdat zij op snelgroeiend zeeijs (oftewel ijs dat in de winter groeit en in de zomer smelt) paren en eieren broeden.

Uit gegevens van een weerstation blijkt dat het zeeijs tussen 1979 en 2004 54 dagen later groeit en dat het zeeijs 31 dagen eerder smelt. Deze trend geldt overigens niet voor alle wateren in Antarctica, maar alleen voor het gebied waar de kleine kolonie keizerspinguïns leefde.

Minder eten, meer vijanden
Maar er is meer: wellicht dat de stijging van globale temperaturen ervoor zorgt dat er minder vis, krill en inktvissen te eten zijn. Of misschien zorgt de klimaatverandering ervoor dat pinguïns meer vijanden hebben, zoals zeeluipaarden en stormvogels.

Andere kolonies
Wetenschappers kunnen erachter komen wat er is gebeurd door andere kolonies nauwlettend in de gaten te houden.

Bronmateriaal:
The Lost Emperor: A Colony of Penguins Disappears” – LiveScience.com

—> Het was een kolonie van 150 paren dus een kleine ramp die een zesde van dit aantal uitroeit kan een reden zijn voor de rest van de vogels om zich elders bij een andere kolonie aan te sluiten.

In iedere groep dieren zijn er altijd wel een aantal die bepalen waar de gehele groep naartoe gaat. Dus als de leiders van deze kolonie door locale zeeluipaarden worden opgegeten dan komen er nieuwe leiders die mogelijk een nieuwe plek zoeken voor de kolonie.

—> bovendien  ;  in  een gedecimeerde kolonie verhoogd de inteelt  —>constante inteelt leid naar de ondergang van een locale  populatie ….

Twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op Antarctica

 12 november 20122

Franse wetenschappers hebben twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op de Zuidpool. De koloniën tellen zo’n 6000 jonge pinguïns en daarmee zijn er ongeveer drie keer meer pinguïnparen op de Zuidpool dan wetenschappers altijd dachten.

De onderzoekers vonden de pinguïns op ijs rond de Mertz-gletsjer. Het idee dat zich hier onbekende groepen pinguïns zouden ophouden, ontstond al in 1999. Toen zagen onderzoekers duizenden keizerpinguïns naar en uit het gebied komen. In 2009 bevestigden waarnemingen vanuit de ruimte de vermoedens toen sporen van de pinguïns in het gebied werden aangetroffen. Maar in 2010 brak er een groot stuk van de gletsjer af en moesten de pinguïns wel verhuizen. En dus waren de onderzoekers weer terug bij af. Na dertien jaar onderzoek hadden ze de pinguïns nog steeds niet in het echt gezien en nu gingen de pinguïns weer verkassen.

Gevonden!
Franse wetenschappers lieten het er echter niet bij zitten en trokken er met een schip en helikopter op uit. Met succes! Ze hebben de pinguïns nu gevonden. Ze ontdekten dat de pinguïns zich op zeeijs nabij de Mertz-gletsjer opnieuw proberen te settelen.

Twee groepen
De groep heeft zich nadat de gletsjer een flink stuk ijs is verloren, in tweeën gesplitst. De onderzoekers troffen één kolonie met 2000 jongen aan. En vijftien kilometer verderop vonden ze een kolonie met 4000 jonge pinguïns.

Keizerpinguïns brengen elk jaar één jong groot. Dat er nu twee kolonieën met in totaal 6000 jongen zijn gevonden, is goed nieuws. Het betekent dat op de Zuidpool zo’n 8500 paartjes leven: ongeveer drie keer meer dan wetenschappers altijd dachten.

Bronmateriaal:
Two new emperor penguin colonies in Antarctica” – Institut-polaire.fr
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Giuseppe Zibordi / Michael Van Woert, NOAA NESDIS, ORA (via Wikimedia Commons).

Groep pinguïns is gebaat bij egoïstisch gedrag van haar leden

Geschreven op 19 november 2012 om 15:45 uur door 2

In een poging warm te blijven, schuiven pinguïns dicht tegen elkaar aan. Daarbij gedragen ze zich heel egoïstisch, maar een nieuw wiskundig model laat zien dat dat egoïstische gedrag verrassend genoeg positief uitpakt voor de groep. Door het egoïstische gedrag wordt de warmte eerlijk over alle pinguïns verdeeld.

Wiskundige Francois Blanchette lijkt niet de aangewezen persoon om pinguïns te bestuderen. Toch lieten de organismen hem niet meer los nadat hij ze in ‘The March of the Penguins‘ had gezien. Hij zag hoe de pinguïns, getergd door flinke kou, hun lijfjes tegen andere pinguïns aandrukten.

Model
Blanchette was nieuwsgierig naar de wiskunde in zo’n groep. Hoe werd de hitte in de groep verdeeld? En welke invloed had de vorm van de groep op die verdeling van de hitte? Samen met zijn collega’s maakte Blanchette een model waarin pinguïns zo dicht op elkaar stonden dat alleen de pinguïns aan de randen van de groep konden bewegen. Elke pinguïn genereerde warmte, die vervolgens door de wind werd weggenomen. De onderzoekers berekenden welke pinguïns aan de buitenste randen van de groep het koudst waren. Ze keken daarvoor naar verschillende factoren, zoals het aantal pinguïns in de groep en de kracht van de wind. Vervolgens lieten ze die pinguïns naar het midden van de groep bewegen (waar het warmer was). Dat resulteerde uiteindelijk in langgerekte groepen pinguïns. In werkelijkheid zijn groepen pinguïns ronder, en dus pasten de onderzoekers hun model aan.

Egoïsme
Zo bleven ze aan hun model sleutelen, totdat het overeenkwam met de werkelijkheid, zo meldt het blad PLoS ONE. Tot hun grote verbazing wees het model erop dat pinguïns hun hitte heel eerlijk delen. Ondanks het feit dat een pinguïn zich maar met één doel tegen andere pinguïns aandrukt: zijn eigen warmteverlies zo klein mogelijk maken. Dat is heel egoïstisch. Maar dat egoïstische gedrag doet de groep goed. “Ook al zijn pinguïns egoïstisch en proberen ze enkel de beste plek voor zichzelf te vinden en denken ze niet aan de groep, dan nog brengt elke pinguïn even veel tijd in de koude wind door,” vertelt Blanchette. “Een groep pinguïns is een zelfvoorzienend systeem waarin de dieren op elkaar vertrouwen voor beschutting en ik denk dat dat het tot een eerlijk systeem maakt.” Blanchette verwacht echter dat er maar weinig voor nodig is om dit eerlijke systeem aan te tasten. “Als je een soort obstakel hebt, zoals een muur, dan denk ik dat het al snel niet meer zo eerlijk zou zijn.”

De onderzoekers hopen dat biologen iets met het wiskundige model kunnen. Maar ze hopen ook dat hun studie een andere prettige bijwerking heeft. “Bijna iedereen lijkt van pinguïns te houden en te weinig mensen houden van wiskunde. Als we wiskunde gebruiken om pinguïns te bestuderen, kunnen we mogelijk meer mensen leren om van wiskunde te houden.”

Bronmateriaal:
New Model Reveals How Huddling Penguins Share Heat Fairly” – American Physical Society’s Division of Fluid Dynamics (via Sciencedaily.com).
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Glenn Grant / National Science Foundation (viaWikimedia Commons).

Keizerspinguïn heeft ijs nodig om uit te rusten

 23 november 2012 3

Wetenschappers hebben ontdekt dat de aanwezigheid van zee-ijs heel belangrijk is voor keizerspinguïns. In het seizoen waarin ze hun jongen grootbrengen en op zee zoeken naar voedsel gebruiken ze het ijs om tussen het harde werken door, ook om  uit te rusten.

Dat schrijven onderzoekers in het blad PLoS ONE. Ze voorzagen een aantal pinguïns van een zendertje en konden ze zo op de voet volgen.

Rust
Uit het onderzoek bleek dat de keizerspinguïns een groot deel van hun tijd in het water doorbrengen. Slechts dertig procent van hun tijd brengen ze op het zee-ijs door. Eenmaal op het ijs gearriveerd, leggen ze daar geen grote afstanden af. In plaats daarvan rusten ze uit.

De hele dag door
Dat rusten is heel belangrijk. Door zo af en toe korte perioden van rust in te lassen kunnen keizerspinguïns handig gebruik maken van het feit dat de zon 24 uur per dag schijnt: ze kunnen de hele dag door zoeken naar voedsel.

Roofdieren
De onderzoekers ontdekten ook dat pinguïns zodra ze bij zee aankomen om te gaan jagen, eerst een tijdje op de rand van het zee-ijs staan. Soms wel 38 uur. Pas daarna maken ze hun eerste duik.

“We vermoeden dat het rusten op het ijs en het lange wachten op de rand van het ijs te maken heeft met de aanwezigheid van roofdieren,” zo schrijven de onderzoekers.

Waarschijnlijk wachten de pinguïns op het randje van het ijs tot meer pinguïns zich daar verzameld hebben, zodat ze samen kunnen duiken en hun kansen om door een roofdier (zeeluipaarden bijvoorbeeld) gepakt te worden, te verkleinen.

De onderzoekers benadrukken in hun studie dat klimaatverandering leidt tot het korter worden van gletsjers, het ineenstorten van grote ijsschotsen en uiteindelijk een afname van de hoeveelheid zee-ijs. Het onderzoek suggereert dat de keizerspinguïn daar op lange termijn last van kan gaan krijgen

Bronmateriaal:
Activity Time Budget during Foraging Trips of Emperor Penguins” – Plosone.org
Emperor penguins use sea ice to rest between long foraging periods” – Plosone.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Sandwich (cc via Flickr.com).

Smeltend zee-ijs bedreigt de keizerspinguïn

 21 juni 2012  0

Hij ziet eruit alsof niemand hem iets maken kan: de flinke keizerspinguïn. Maar schijn bedriegt.

Sterker nog: de keizerspinguïn dreigt door het smeltende zee-ijs helemaal te verdwijnen.

Wetenschappers van het Woods Hole Oceanographic Institution (WHOI) trekken die conclusie na een uitgebreid onderzoek. “Als je wilt bestuderen welke effecten het klimaat op een bepaalde soort heeft dan zijn er drie puzzelstukjes die je bij elkaar moet leggen,” vertelt onderzoeker Hal Caswell.

“De eerste is een beschrijving van de gehele levenscyclus van het organisme en hoe individuen zich door die levenscyclus bewegen.

Het tweede stukje is hoe de cyclus beïnvloed wordt door klimaatvariabelen.

En het cruciale derde puzzelstukje is een voorspelling van hoe die variabelen er in de toekomst uit kunnen gaan zien.

Klimaatmodel
Voor hun studie gebruikten de wetenschappers klimaatmodellen. Die werden zorgvuldig geselecteerd. Er werd gekeken welke modellen een goed beeld gaven van de daadwerkelijke hoeveelheid zee-ijs in de 20e eeuw.

“Als een model een uitkomst voorspelde die goed overeenkwam met de werkelijkheid dan was het ons inziens waarschijnlijk dat ook de projecties van de hoeveelheid zee-ijs in de toekomst betrouwbaar waren,”

stelt onderzoeker Julienne Stroeve. Met behulp van deze klimaatmodellen werd vastgesteld hoe de temperatuur en hoeveelheid zee-ijs zou veranderen.

Vervolgens werd gekeken hoe deze veranderingen de keizerspinguïns op Adélieland, een gebied in het oosten van Antarctica, beïnvloeden.

Resultaten
Als we op deze voet doorgaan en ook in de komende jaren net zoveel CO2 uit blijven stoten, dan stijgen de temperaturen en neemt het zee-ijs af.

Dat resulteert tot 2040 in een voortdurende lichte daling van het aantal keizerspinguïns.

Na 2040 nemen hun aantallen opeens een stuk rapper af.

Zijn er nu nog ongeveer 3000 broedende paartjes( op Adélieland ) : tegen het jaar 2100 zijn dat er waarschijnlijk nog maar vijf- tot zeshonderd.

IJs
Hoe zorgen die hoge temperaturen er nu precies voor dat deze pinguïns het moeilijk hebben?

Pinguïns eten vissen, pijlinktvissen en garnaalachtige diertjes. De prooi van pinguïns eet weer plankton: kleine organismen die aan de onderkant van het ijs groeien. Als het ijs verdwijnt, verdwijnt het plankton en de prooi van pinguïns krijgt het zo ook moeilijk.

Er ontstaat eigenlijk een sneeuwbaleffect. En dat effect beperkt zich niet tot pinguïns.

Ook wij mensen kunnen er nog wel eens hinder van ondervinden.

“Wij vertrouwen op het functioneren van deze ecosystemen,” stelt Caswell. “We eten vis die van Antarctica komt. We vertrouwen op een cyclus van voedingsstoffen waar soorten in alle oceanen waar ook ter wereld bij betrokken zijn.”

En dat maakt het onderzoek ook zo belangrijk.

Bronmateriaal:
Melting Sea Ice Threatens Emperor Penguins, Study Finds” – WHOI.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Stephanie Jenouvrier / Woods Hole Oceanographic Institution.

Pinguïn blijkt soms een ijskoud jasje aan te trekken

 06 maart 2013 0

keizerspinguin

Wetenschappers hebben ontdekt dat keizerspinguïns er soms voor zorgen dat het oppervlak van hun verenpak kouder is dan de omringende lucht. Het klinkt niet heel verstandig, maar dat is het wel: het helpt de pinguïns om op temperatuur te blijven.

Onderzoekers bestudeerden keizerspinguïns op Antarctica. Deze pinguïns hebben het niet gemakkelijk. De temperaturen kunnen er ‘s winters dalen tot -40 graden Celsius. Bovendien staat er een genadeloos harde wind, waardoor de gevoelstemperatuur nog lager ligt. Gelukkig zijn pinguïns daarop voorbereid. Hun lichaam beschikt over tal van eigenschappen die de pinguïns in staat stellen om ondanks de snijdende kou toch op temperatuur te blijven. Eén zo’n eigenschap is het verenpak van de pinguïn: het is lekker dik, isoleert goed en is winddicht.

Kou
Maar de pinguïn kent nog wel meer trucjes om warm te blijven, zo blijkt uit een nieuw onderzoek. Wetenschappers richtten een warmtecamera op de dieren om te achterhalen hoe hun temperatuur zich tot de temperatuur van de omringende lucht verhoudt. Ze ontdekten iets bijzonders. Een groot deel van het oppervlak van het lichaam van de pinguïn (met uitzondering van de snavel en de ogen) bleek kouder te zijn dan de omringende lucht.

 

Warmte winnen
Dat klinkt niet echt logisch: hoe kan de pinguïn nu op temperatuur blijven als de bovenste laag van zijn verenpak al kouder is dan de omgeving? Toch zijn de pinguïns erbij gebaat, zo schrijven de onderzoekers in het blad Biology Letters.

“Onder deze omstandigheden zal het verenpak paradoxaal genoeg warmte winnen door convectie van de omringende lucht.”

Hoe werkt dat precies?

Wanneer wij op een koude winterdag naar buiten stappen, verliezen we warmte. Ons lichaam is immers warmer dan de omringende lucht. In het geval van de pinguïn kan het verlies van warmte al snel fataal zijn: de dieren moeten het lange tijd – zonder eten – zien vol te houden en kunnen zich het verlies van warmte niet veroorloven. Het verenpak helpt daarbij. Het oppervlak ervan is kouder dan de omringende lucht. De iets warmere lucht komt met deze laag in contact en geeft warmte aan de pinguïns af, in plaats van dat de pinguïns warmte aan de koude lucht verliezen.

Het is twijfelachtig of de pinguïns het daar echt warmer door krijgen. Hun veren geleiden warmte slecht, waardoor waarschijnlijk een heel klein deel van de warmte die het buitenste laagje van het verenpak verzamelt maar bij de huid van de pinguïn terecht komt. Maar goed: alle beetjes helpen.

Bovendien voorkomt het natuurlijk wel dat de pinguïn heel veel lichaamswarmte verliest.

Bronmateriaal:
Emperor penguin body surfaces cool below air temperature” – Royalsocietypublishing.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door NSF / Josh Landis.

 

Keizerspinguïns op Antarctica lijken zich aan hogere temperaturen aan te passen

 09 januari 2014 40

keizerspinguin

Satellietbeelden suggereren dat keizerspinguïns zich aan het veranderende klimaat aanpassen. Ze verlaten hun traditionele broedplaats – zee-ijs – wanneer deze later dan normaal ontstaat en broeden dan op de veel dikkere ijsplaten.

Keizerspinguïns broeden normaal gesproken op zee-ijs. Een ideale plek. Ze zijn dan namelijk altijd dicht bij het water: hun bron van voedsel. Satellietbeelden laten zien dat pinguïns in de jaren 2008, 2009 en 2010 ook inderdaad op dat zee-ijs broedden. Maar in 2011 en 2012 verplaatsten ze zich naar een nabijgelegen ijsplaat, omdat het zee-ijs zich in die jaren pas een maand nadat het broedseizoen begon, vormde.

ZEE-IJS VERSUS IJSPLAAT

Zee-ijs bestaat uit bevroren zout water. IJsplaten bestaan uit glaciaal ijs dat van het land afkomstig is en in zee is beland.

Dat de pinguïns het zee-ijs schijnbaar moeiteloos inruilen voor een ijsplaat is ronduit opmerkelijk. Het valt namelijk nog niet mee om op zo’n ijsplaat te klimmen: de randen kunnen wel dertig meter hoog zijn.

“Hoewel de pinguïns uitstekende zwemmers zijn, worden ze op het land vaak als klunzig gezien,” merkt onderzoeker Peter Fretwell op. Desalniettemin gaat de klim ze blijkbaar goed af.

Eerder stelden onderzoekers nog vast dat het er niet best uitzag voor de keizerspinguïn, omdat deze zo afhankelijk is van zee-ijs. Maar dit onderzoek suggereert dat de pinguïns in staat zijn om zich aan te passen.

“Deze nieuwe resultaten kunnen ons helpen begrijpen wat de toekomst voor deze dieren in het verschiet heeft,” stelt onderzoeker Barbara Wienecke. Tegelijkertijd waarschuwt ze dat we er niet automatisch vanuit moeten gaan dat alle pinguïnkoloniën zich op deze manier aanpassen.

“Dat deze vier koloniën in staat zijn om zich te verplaatsen naar een andere omgeving – van zee-ijs naar ijsplaat – om met lokale omstandigheden om te kunnen gaan, hadden we totaal niet verwacht. We moeten nog ontdekken of ook andere soorten zich aan de veranderende omstandigheden aanpassen.”

Bronmateriaal:
Antarctic emperor penguins may be adapting to warmer temperatures” – Antarctica.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door lin padgham (cc via Flickr.com).

http://dier-en-natuur.infonu.nl/vogels/2568-pinguin-niet-vliegende-vogel.html

—>  Uiteraard moeten Pinguins  zich aan het klimaat aanpassen omdat hun leefomgeving verandert. De klimaat verandering is bepalend voor hun leefomgeving en die klimaatverandering is overal anders. Maar de gemiddelden, die vaak gegeven worden, zeggen weinig over locale situaties.

Het feit dat de mensen het broeikas effect versterken en  dat  het klimaat opwarmt is een  vastgesteld  fenomeen

“Anthropogenic global warming wordt veroorzaakt door het verhoogd broeikaseffect door menselijk handelen. Daar bestaat naar het schijnt 96% consensus over .  Die overige 4% zijn klimaatnegationisten die betaald worden door de ontkenningsindustrie.

De modellen zijn steeds accurater en duiden inderdaad op de factor van broeikasgassen  Antropogene invloeden zijn er meerdere dan alleen co2. Massale onbossingen zijn bvb ook een antropogene invloed, menselijke verwoestijning ook.

° —-> De aangroei van zeeijs is later begonnen( maar voor dat onderzoek jaar sterker in aangroei.)
Doordat deze dus later begon heeft de penguin zijn broedplaats verlegt, ondanks dat het zeeijs op andere pkaatsen een maximum heeft bereikt wil dat niet zeggen dat dat homogeen verspreid is over de gehele kustlijn, ook weer misvattingen die voortkomen door overmatig te focussen op gemiddelden.

Men weet dat er in het verleden variaties waren en dus eeuwen waarop er een pak minder en een pak meer zeeijs geweest moet zijn. Maar dan ….  mag je niet zomaar aannemen dat die punguins  toen ook al dan niet verhuisden   aangezien je geen tijdmachine hebt  om ze dat gedaan te zien hebben.

Nu hebben we dat dus wel geobserveerd bij vier koloniën wier broedplaats nog niet  gereed was toen men deze ging opzoeken. Zelf in het artikel vermeld men dat dit niet bij alle koloniën dus gebeurd moet zijn.

—>Het betwijfelbaar  of je dit een evolutionaire aanpassing kunt noemen. Er komen immers(nog) , geen fysieke veranderingen aan te pas.

–> Ik zou het ook geen evolutionaire aanpassing noemen. Ik denk niet dat er een genetische basis is voor deze verandering in gedrag.   De verandering in  gedrag is  hier waarschijnlijk niet genetisch—->  wat ik bedoel is  dat er geen mutatie heeft plaatsgevonden waardoor de pinguins zich plots anders gingen gedragen.

°De Pinguins   zoeken nu broedplaatsen op die overeenkomen met hun natuurlijke habitat. Dat doen ijsberen ook die zich steeds noordelijker ophouden.

Als die pinguïns noodgedwongen op steeds-   hoger gelegen gebieden moeten kruipen dan past de soort zich na x aantal generaties aan.   Maar  als   het ijs drastisch snel verdwijnt zullen ze waarschijnlijk  deze snelle verandering niet aan kunnen   en  toch   gaan  echt uitsterven? 

Als het ijs echter verdwenen is, is het echter ook met de ijsberen en de pinguïns gedaan.                                     

Overigens valt deze  wedren  en  habitataanpassing bij meerdere soorten waar te nemen.

http://phys.org/news/2014-01-climate-animals.html

 

LINKS 

http://penguinology.blogspot.be/2009_06_01_archive.html

 

°

Keizerspinguïn wil best zo af en toe wel verhuizen

 

Welke invloed heeft klimaatverandering op de keizerspinguïn? Onderzoekers zien het iets zonniger in nu blijkt dat keizerspinguïns minder honkvast zijn dan gedacht en best wel willen verhuizen als dat moet.

Onderzoekers dachten lang altijd dat keizerspinguïns elk jaar naar exact dezelfde plek togen om te broeden. Maar een nieuw onderzoek laat zien dat dat niet klopt. Onderzoekers ontdekten dat verschillende pinguïns niet naar hun vertrouwde broedplek trokken. Blijkbaar zijn de pinguïns veel sterker dan men dacht bereid om te verhuizen.

Nieuwe kolonie
De onderzoekers onderschrijven die conclusie met de recente ontdekking van een geheel nieuwe pinguïnkolonie op het Antarctisch Schiereiland. “Als we aannemen dat deze vogels elk jaar naar dezelfde locaties trekken, dan zouden nieuwe koloniën die we op satellietbeelden zien, nergens op slaan. Deze vogels verschijnen niet vanuit het niets: ze moeten ergens ander vandaan zijn gekomen. Dit suggereert dat keizerspinguïns zich tussen koloniën verplaatsen.”

March of the Penguins
“Het betekent ook dat we de manier waarop we veranderingen binnen populaties interpreteren, opnieuw onder de loep moeten nemen.” Een mooi voorbeeld daarvan is een pinguïnkolonie die onderzoekers al meer dan zestig jaar bestuderen en die een hoofdrol speelt in de bekende film ‘March of the Penguins‘. Aan het eind van de jaren zeventig nam het aantal pinguïns in deze kolonie in vijf jaar tijd met de helft af. Men dacht dat de hogere temperaturen – de Zuidelijke Oceaan warmde in diezelfde tijd op – daarvoor verantwoordelijk waren: meer pinguïns dan normaal zouden het loodje hebben gelegd. De onderzoekers gingen er namelijk vanuit dat deze kolonie heel geïsoleerd lag en dat de pinguïns nergens anders naartoe konden gaan. Maar satellietbeelden tonen aan dat nabij deze kolonie verscheidene andere koloniën te vinden zijn. “Het is mogelijk dat de vogels de kolonie verlaten hebben en naar een andere kolonie zijn gegaan.”

De ontdekking dat keizerspinguïns niet zo honkvast zijn als gedacht, is hoopgevend. Wellicht zijn de vogels dus flexibeler en kunnen ze ook beter omgaan met (door klimaatverandering ingegeven) veranderingen in hun leefgebied.

 

 

Twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op Antarctica

Bronmateriaal:
New research using satellite images reveals that emperor penguins are more willing to relocate than previously thought” – UMN.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door lin padgham (via Wikimedia Commons).

°

Adélie Pinguin

 

 

°

WIST U DAT…

… in de prehistorie pinguïns van wel 1,27 meter hoog leefden?

* weggestopte studie naar ‘perverse adeliede  pinguïns hier                                                            … een lange relatie niet is weggelegd voor homoseksuele pinguïns?

… pinguïns regelmatig de ‘wave’ doen?
… winnende dwergpinguïns een triomftocht maken?

EVOLUTIE BIJ BACTERIEEN

°    rubriek BACTERIA        bacterieën en immuumsysteem.docx (807 KB) BACTERIA BACTERIEËN.docx (2.5 MB)   http://nl.wikipedia.org/wiki/Cholera          zie rubriek evolutie ° Trefwoorden :

I Evolutie is een  “OPEN ENDED”  proces   <Als je het proces van DNA duplicatie helemaal foutloos krijgt stopt de evolutie. <Als je efficient bepaalde delen van je DNA meer laat muteren dan andere delen kun je je evolueerbaarheid tunen.?   °

Evolueren tot perfectie lijkt onmogelijk

 18 november 2013   18

e. coli

°

Stel dat we evolueren in een omgeving die nooit verandert. Dan moet er uiteindelijk toch een moment komen dat we perfect aangepast  zijn: dat evolutie ons niet langer beter kan maken? Dat hadden “we” gedacht.(1)

°

Nieuw onderzoek suggereert dat evolutie nooit stopt en dergelijke   perfectie onhaalbaar is.

°

Biologen weten dat evolutie een voortdurend proces is zolang de omgeving waarin organismen leven, verandert.Maar hoe zit dat als een omgeving niet verandert, maar lange tijd hetzelfde blijft? Dan zou het organisme op een gegeven moment stoppen met aanpassen, simpelweg omdat er niets meer aan te passen is.

°

Het organisme is geëvolueerd en geëvolueerd en is nu..  optimaal tegen de ” perfectie”  aan ( m.a.w. = mischien zelfs erg gespecialiseerd en dus erg kwetsbaar bij  snelle veranderend omstandigheden ) .

Het beschikt over alle mutaties die nodig zijn in de  stabiele omgeving(stabiel binnen bepaalde grenzen )  waarin het  extante organisme momenteel leeft en elke mutatie die nu nog volgt, zou het organisme verzwakken in plaats van versterken( in die gegeven “stabiele”  omgeving ) . Biologen spreken in zo’n situatie ook wel van een ‘fitness-piek’: het organisme is perfect aangepast aan zijn omgeving.

°

Bacteriën Maar een nieuw onderzoek toont nu aan dat het hoogstwaarschijnlijk niet zo werkt. Onderzoeker Michael Wiser trekt die conclusie nadat hij 25 jaar lang bacteriën (Escherichia coli) bestudeerde. Hij liet de bacteriën allemaal al die jaren in dezelfde omgeving groeien en elke 500 generaties vroor hij een aantal bacteriën in. Zo af en toe ontdooide hij die oude generaties weer en liet ze concurreren met nieuwere generaties om te achterhalen in hoeverre de nieuwe generaties vooruitgang geboekt hadden (=of  door evolutie “beter “waren geworden in de competitie strijd met een of andere   oude (ontvroren )generatie  ).

°

°

Geen einde Men zou misschien verwachten dat de bacteriën door de jaren heen afkoersen op perfectie (2) . En dat doen ze ook, alleen bereiken ze die nooit.

°

“Er lijkt geen einde in zicht te zijn,” stelt Lenski. Ondanks dat de bacteriën altijd in dezelfde omgeving leefden, bleven ze zich maar aanpassen. Zelfs na 25 jaar evolueerden ze nog.

°

“We dachten altijd dat de fitness (geschiktheid, red.) van bacteriën af zou vlakken, maar nu zien we dat de geschiktheid niet afvlakt, maar langzamer toeneemt.” Om uit te leggen wat dat betekent, gebruikt Lenski een metafoor. Evolueren is als wandelen.

°

Wanneer je wandelt, is het heel gemakkelijk om te gaan klimmen naar iets wat lijkt op een top en er vervolgens achter te komen dat de echte top zich ergens in de verte bevindt. Stel je nu eens voor dat je 25 jaar aan het klimmen bent en nog steeds niet eens in de buurt van de top komt.”

°

“Het laat zien dat evolutie (in alle geval bij bacterieen ) een proces is met een open einde….” stelt onderzoeker Michael Wiser.

°

Dit is mogelijk heel belangrijk voor onze aannames omtrent hoe organismen op klimaatverandering gaan reageren. We gaan ervan uit dat heel veel organismen zich op de piek of nabij de piek van hun geschiktheid bevinden en dit onderzoek laat zien dat dat mogelijk niet het geval is.”

 

°

Bronmateriaal: No peak in sight for evolving bacteria” – MSU.edu De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Mattosaurus (via Wikimedia Commons). ° zie ook :    STASIS en PE <–    (<klik) 

°
(claim) ……..Wanneer een soort  goed is aangepast aan zijn milieu, dan hebben verdere mutaties weinig nut en zal zijn evolutie vrijwel tot stilstand komen. 
°
Nieuwe  mutaties verhogen dus in dit geval de fitness van de afstamminglijn niet echt ….
Integendeel ; velen menen (met natuurlijk enkele creationisten op kop ) dat  afwijkingen van de  bereikte norm  ( de stasisnorm) terug teniet worden doen … evolutie zou dan  gaan werken als een conserverende kracht (een tegenkoppeling ) ..…die elke  ingrijpende (= niet -neutrale) grote (en zichtbare )  afwijking van het bereikte optimum afstraft  ….
°
_
Maar  “neutrale” mutaties’ (dwz geen schade  berokkenende  mutaties  in dit  gegeven langdurige  stabiele millieu  ) zullen natuurlijk wel nog steeds plaats grijpen  …  die zijn immers alleen  afkomstig van mutagene  agens(o.a. kosmische stralingen en UV )  en staan niet perse obligaat  onder selectie ….
°
(theoretische  overwegingen = )
 Uiteraard  kunnen dergelijke neutrale mutanten makkelijk  degenereren tot (ongevaarlijke ) JUNK , maar er kunnen ook mutaties opduiken in die neutrale voorraad   die het mogelijk maken(voor haar drager )  een andere niche ( nu of in de toekomst ) te beginnen koloniseren of ze kunnen overtollige (redundante )  dubbels  van gensequenties  gaan vormen van reeds aanwezige gensequenties  , waardoor o.a.  de “robuustheid ‘ misschien kan  toenemen in uitzonderlijke gevallen  …. 

°

_ —>  Interessant. In de praktijk is het blijkbaar onmogelijk om ooit een fitness van 1(100%)  te behalen. 0.999999 enz. wel, maar dichterbij dan dat is blijkbaar niet mogelijk  ?   ° NOTEN ° (l) ….   Nee hoor    —->  ” We “= de  redacteur ?  Stop daar toch eens mee  om   te beweren  dat   iedereen  die  “bedenksels “onderschrijft    …

°

_ (2)….Aannemen dat “perfectie” zelfs bestaat vind ik wetenschappelijk onverantwoord.

°

II
°
°
GROTERE  EVOLUTIESNELHEDEN  //   voordelen     & VARIANTEN AANBOD  
°

Ook evolueerbaarheid evolueert

Het vermogen van een organisme om zich snel op veranderende omstandigheden aan te passen, is op zichzelf een eigenschap waarop de evolutie selecteert.

°

 

Borellia

Borrelia burgdorferi – a small organism that causes big problems!

 

Borrelia burgdorferi proves this quote true; it may be a microscopic organism, but it definitely puts up a fight.   B. burgdorferi is a spiral shaped  gram-negative bacteria that possesses an uniqueness in its ability to penetrate the tissue of other organisms.  Its motile success is due to its extraordinary flagella. Its ability to survive in a variety of environments is correlated with its linear, rather than circular, chromosomes.  The bacterium is generally 20-30 µm in length and 0.2-0.5 µm in width. B. burgdorferi is transmitted into humans through ticks and is responsible for causing Lyme disease.  This bacteria depicts advanced modifications that contribute to enhancing its fitness. The magnitude of success that this microscopic organism has attained is truly remarkable. 

This dark field microscopic image of Borrelia burgdorferi exhibits the extreme spiral shape of the organism. 

Onderzoekers van de Universiteit van Pennsylvania in Philadelphia deze week  in PLoS Pathogens. Ze deden dat op basis van experimenten met de bacterie Borrelia burgdorferi, die de ziekte van Lyme (1) veroorzaakt.

°

Het was al bekend dat deze bacterie razendsnel evolueert, zelfs zo snel dat hij daardoor aan de immuunrespons van het menselijk lichaam kan ontsnappen.(2)

°

Er waren al wel aanwijzingen dat de snelheid van evolutie een eigenschap is die deze bacterie een selectievoordeel geven in de strijd om overleving, maar nu is dit voor het eerst rechtstreeks aangetoond.

°

Herkenning door het immuumsysteem  bacterieën en immuumsysteem.docx (807 KB) <– Doc archief  B.

°

burgdorferi weet zo snel te evolueren door gebruik te maken van kleine cassettes met genetisch materiaal. De cassettes wisselen stukjes DNA uit met het gen dat de informatie bevat voor het belangrijkste oppervlakte-eiwit van de bacterie.(2b) Dit eiwit vormt het herkenningspunt voor het immuunsysteem.

°

Valt het immuunsysteem een bepaald eiwit op het B. Burgdorferi  oppervlak aan, dan kan B. burgdorferi dat eiwit veranderen en zo ongrijpbaar maken. De onderzoekers brachten de cassettes in kaart van verschillende stammen van B. burgdorferi. Vervolgens brachten ze deze stammen in bij muizen en keken hoe ze het ervan af brachten.  

°

Assortiment  ……De bacteriën met het grootste assortiment aan cassettes bleken het best te overleven. Dat is goed te verklaren, schrijven de onderzoekers. Bacteriën met een groter assortiment kunnen sneller de juiste combinatie vinden die hen onzichtbaar maakt voor het immuunsysteem.

°

_Ook brengen ze meer verschillende nakomelingen voort, waardoor de kans groter is dat daar individuen tussen zitten met de juiste eigenschappen om te overleven.

°

Door: NU.nl/Jop de Vrieze Zie ook :  http://www.nature.com/news/lyme-bacteria-show-that-evolvability-is-evolvable-1.14176

 

°

°

Borrelia burgdorferi, the bacterium that causes Lyme disease, is skilled at evading the immune responses of its animal hosts. ”

°

….natural selection seemed to favour bacteria with more genetic variability within their cassettes, and hence a greater capacity to generate different versions of the antigen.” “Greater diversity among the cassettes in itself shouldn’t be a selective advantage considering they aren’t expressed and don’t do anything else,” says Brisson. “But we did find evidence of selection, so the question is what else could it be for besides evolvability?” Brisson also examined samples of B. burgdorferi frozen in the 1990s by his co-author, Brian Stevenson, a Lyme disease researcher at the University of Kentucky in Lexington.

°

Stevenson had collected the samples after experimentally infecting mice with once strain of the bacterium and re-isolating the organisms a year later to see how they evolved. When he and Brisson re-examined the samples, they found that changes to the genetic sequences of the silent cassettes were more common than changes in other parts of the genome.

°

(1)    —>  http://visual.ly/10-scary-facts-about-lyme-disease

http://www.lymenet.de/literatur/abstracts.htm

°

(2)—->   “Borrelia omzeilt dus de immuunrespons” Dit IS bewijs dat de huidige ELISA eersterangs test die test op immuunrespons NIET Deugt als diagnostiek. Duizenden mensen worden met een vals negatief en geinfecteerd naar HUIS gestuurd…..  Het wordt tijd dat chronisch lyme SERIEUS wordt genomen!    De ziekte van Lyme is niet niks.

°

(2b)Genetic Variation of the Borrelia burgdorferi Gene vlsE Involves Cassette-Specific, Segmental Gene Conversion       http://iai.asm.org/content/66/8/3698/F3.expansion.html

°

(3)—> De gegeven  conclusie van dit onderzoek is weinigzeggend. Het spreekt voor zich dat ‘evolueerbaarheid’ een positief effect heeft op de overleefbaarheid van een levensvorm. Een soort die snel kan aanpassen, heeft meer kans op overleven en daarmee meer kans om de genen voor dit aanpassingsvermogen door te geven.Het principe is in ieder geval niet nieuw. In 1989 werd het al  uitgebreid besproken . Dit onderzoek is alleen een mooie experimentele onderbouwing van het principe. __________________________________________________________________________________________

°

Komisch intermezzo met de creato’s  

°

Eencelligen * zouden  dus   oneindig keer sneller evolueren dan iets zoals mensen.”  

°

……Dat klopt als een bus. Dan zijn ze mega in het voordeel, ... (°)  ook dat klopt. maar  er is   geen enkele reden is waarom andere ‘”complexere ” meer celligen (eukaryote)soorten niet naast die eencelligen zouden kunnen bestaan(in symbiose met die eencelligen eukaryoten  en prokaryoten     bijvoorbeeld )

 

°

* eencellige is  trouwens  een verouderde  verzamelnaam van alle microscopische wezentjes   van toen nog geen onderscheid werd gemaakt tussen eencellige  eukaryoten en van alle  “kernloze ” prokaryote voor-celligen

°

Overigens ZIJN er ook beduidend meer eenvoudige levensvormen dan complexe. Je hele lichaam zit er zelfs boordevol  vol mee  = het bionoom en dat  helpt je bij het  overleven … je zitten zelfs aan je buitenkant  en ze vomen een parate  gen voorraad of respons mogelijkheden  die groter zijn dan het soort- eigen genoom van de mens . diversity human microbiome Bovendien zijn er(waarschijnlijk  ) nog  veel meer  virussen(waaronder dus bacteriofagen )     dan bacterieen  … die evolueren (waarschijnlijk )nog sneller ? °

 ….bacteriofaag.docx (1 MB) _ (°)

°

” maar   dat die bacterieen  mega in het voordeel zijn  in vergelijking met de mens   is niet zo ” zo voegt de  creationist   er graag   aan toe  …—>  maar dat is fout ;  Dat lijkt maar zo omdat die creationist geen microscoop heeft (en geen verstand van biologie)……. ( en omdat hij ervan uitgaat dat de kroon der schepping (oorspronkelijk ) noodzakelijk perfect moet zijn geschapen tussen alle geschapen wezens )

°

Bacterien zijn wel degelijk enorm in het voordeel. )—> Zelfs het menselijk lichaam bevat 10x meer bacterien dan menselijke cellen.(en dat is maar goed ook ) Aarde is bacterieplaneet  

°

aarde  bacterieplaneet _________________________________________________________________________________________

°

Discussie over het  IMMUUMSYSTEEM 

°

—> Knap  ook  van ons lichaam om uberhaupt nog te kunnen vechten tegen die gigantisch snel muterende micro-organismen. ° Daarom  ook   hebben wij een adaptief immuunsysteem, dat zich probeert aan te passen aan de ziekteverwekkers. Genotypisch ( = in de afstammingslijn van het individu ) zou veel te traag gaan.—-> Maar het immuun systeem werkt  ook  wel met genetische hypermutaties en recombinaties van het DNA van immuuncellen( eigenlijk goed  te vergelijken met  zelfaangemaakte  “concurerende  “een -cellige” en “protocellig-achtige ”   stammen met grote variatie op microscopisch niveau ) …..  ° Het  is  misschien  zelfs  een beetje  verwant aan  de vraag;   “is er sprake van mutaties of is er sprake van een andere read-out van een niet-muterend genoom?” ° —>  Er is sprake van mutaties. Je kan die cellen namelijk gewoon sequencen, en dan zie je dat hun DNA anders is dan dat van de andere  somatische  cellen in het lichaam

°

Het immuunsysteem is niet immuun voor mutaties … maar het maakt meestal   genetisch  toch niets specifieks  aan  tegen ziekteverwekker A ( tenzij  wel een breed  standaard gamma aan verschillende types  pathogeen  destroyers ) omdat A véél sneller kan veranderen dan het immuunsysteem.?

  °

Tenzij … A niet veel verandert en een heel sterke selectiedruk uitoefent(omdat  bijvoorbeeld het  voorhanden  hagelschot er geen vat op heeft en het te lang duurt om betere varianten ervan   te mobiliseren/aan te maken   )?

°

Het immuumsysteem  werkt wel  niet perfect (bijv. allergie) maar is  toch heel mooi.Het leert zelfs bij  gedurende onze levensloop  vooral wanneer geinfecteerden  de   invasies van pathogenen  en pathogeen verwanten  overleven   —> verworven immumiteit ….Je kan bijvoorbeeld té hygienisch of té steriel zijn gehouden tijdens je vormingsjaren

°

—>  Het immuunsysteem genereert de  genetische  diversiteit van haar “killer cellen” met behulp van GERICHTE (maar daarom nog niet doel-gerichte )  DNA mutaties in het genoom van voorlopers van immuuncellen.  _*Gerichte mutaties ?  

°    

http://www.nature.com/news/lyme-bacteria-show-that-evolvability-is-evolvable-1.14176

°

“It makes a lot of sense that organisms should be predisposed to dealing with future environments, but when you get down to thinking about how this might come about, it’s not so obvious,” says Paul Rainey, an evolutionary geneticist at the New Zealand Institute for Advanced Study in Auckland and the Max Planck Institute for Evolutionary Biology in Plön, Germany. “These guys show quite clearly that natural selection(  alone)  can lead to the evolution of types that have a greater capacity to respond to future environments.” http://en.wikipedia.org/wiki/Somatic_hypermutati … http://en.wikipedia.org/wiki/T-cell_receptor#Gen …

°

“Unlike germline mutation, SHM affects only individual immune cells, and the mutations are not transmitted to offspring.”

°

—-> ” Ook al veranderen er genen, het lijkt me dus   toch  beter om dit   fenotypische plasticiteit te  noemen ?”  . Neen ….het feit dat  deze mutaties   niet aan het nageslacht(van het menselijke individu dat dit immuumsysteem herbergt  ) wordt doorgegeven doet  niets af aan het feit dat het wel degelijk genetisch is. Daarnaast is het zelfs erfelijk in de zin dat alle afstammelingen van die immuuncel deze mutaties wél erven.  Mutaties in DNA  zijn per definitie veranderingen in het genotype , en vallen   daarom  dus niet onder fenotypische plasticiteit . ° “The genotype is the genetic makeup of a cell, an organism, or an individual”.                                                                          “scientists and physicians sometimes talk for example about the (geno)type of a particular cancer”. In fact a cancertumor ( =particularly  an infectious one in dogs  ) is sometimes seen as a different “species “that originated in ( for example ) tissu from another species  . …. Einde van de discussie ….   ________________________________________________________________________________.

Antibioticum  Streptomyces platensis

°
22 februari 2014. //doodt andere bacteriën door twee antibiotica uit te scheiden.
°
Wetenschappers hebben nu ontdekt hoe deze bacterie voorkomt dat hij zelf aan zijn eigen wapens overlijdt. Deze  bevinding publiceren Amerikaanse onderzoekers in het nieuwste nummer vanChemistry & Biology.
°
Antibiotica kennen we als medicijnen die we toepassen om schadelijke bacteriën te bestrijden. Het eerste antibioticum dat ooit werd uitgevonden, is afkomstig van een schimmel. Ook bacteriën gebruiken dergelijke  moleculen om elkaar te doden.
°
Een schimmel kan vrij eenvoudig een stof produceren die alleen voor bacteriën schadelijk is. Penicilline onderbreekt de aanmaak van de celwand en werkt dus de aanmaak van nieuwe cellen tegen, maar breekt de  bestaande celwanden niet af (1)en verstoort  de  aanmaakt van de celwanden van de  schimmels niet . Voor een bacterie is de uitdaging groter om een stof te produceren waar hij zelf niet onder lijdt.
°
DNA 
°
Daarom waren de Amerikaanse onderzoekers erg geïnteresseerd in de truc die de bodembacterie Streptomyces platensis toepast. Om daar achter te komen bestudeerden ze het DNA van dit micro-organisme en schakelden ze specifieke stukjes DNA bij deze en andere bacteriën uit om de functies te onderzoeken. De stoffen die deze bacterie uitscheidt, verstoren de aanmaak van vetzuren bij andere bacteriën, door enzymen te blokkeren die deze synthese uitvoeren. Zelf blijkt de bacterie de twee betreffende enzymen ingewisseld te hebben voor andere enzymen, die niet gevoelig zijn voor het antibioticum.
°
Het is voor het eerst dat wetenschappers een mechanismen van antibioticaresistentie achterhalen op basis van het DNA van een bacterie. De afgelopen jaren raken steeds meer bacteriën resistent tegen de antibiotica die nu worden gebruikt. Vandaar dat wetenschappers hard op zoek zijn naar alternatieven.
°
De stoffen die S. platensis uitscheidt, platensimycine en platencine, staan nog wel op het lijstje met genomineerden, maar worden in het lichaam snel afgebroken. De onderzoekers hopen vooral inzicht te scheppen in de ontwikkeling van resistentie tegen andere toekomstige antibiotica.
°
Door: NU.nl/Jop de Vrieze
°
Bron :
°
 http://www.cell.com/chemistry-biology/retrieve/pii/S1074552114000283
°

Antibioticaresistentie.<–  Ziekte  en bacterieen 

°

* Bacteriën zijn levende wezens, die een veel snellere levenscyclus hebben dan de mens en dus ook snel muteren vergeleken met de mens .

°

* Wanneer een bacterieen populatie  ( en zelfs  bacterieele  bionomen )  door opeenvolgende mutaties en natuurlijke selectie sterk verandert kunnen nogal frekwent de gebruikelijke bactericide geneesmiddelen ( meestal dus tegenwoordig antibiotica)hun bacteride werking (= het doden van de  ziekteverwerkende ( en aanverwante ) bacterie ) verliezen ….

°

* Die mutaties  die leiden tot resistentie(en  zoals alle natuurlijk voorkomende mutaties ) zijn niet bewust, noch doelgericht , maar vinden willekeurig plaats. Daarom dat er ook duizenden AR-genen zijn, het zijn telkens andere mutaties.(Het zal daarom  dus altijd een (wapen)wedloop blijven tussen de mens (met antibiotica) en de bacteriën.)

°

* Bacterien zijn gebonden aan bepaalde niches , net zoals vele andere levende (gespecialiseerde ) wezens. Maar vele wezens zijn echte opportunisten en kunnen in erg veel millieu’s en niches overleven ….Bovendien verloopt het aanpassingsvermogen bij microscopische wezens (zowel evolutionair als acclimatiserend ) waarschijnlijk sneller : wegens de snelle voortplantingssnelheden en  generatiewisselingen ….en de daaruit voortkomende zeer grote hoeveelheden afstammelingen

°

*Bovendien  zijn vele  omgevingen van/voor  het succes  van  een bepaalde bacterie mede bepaald door de aanwezigheid van andere bionten : in feite is er sprake van  een microbieel  evenwicht (in bijvoorbeeld het menselijke lichaam dat functioneerd als de omgeving van die wezens  ) …

°

“Ziekte” kan dan ook betekenen  = een verstoord evenwicht … en uiteraard bestaan er ook “besmettingsziekten “veroorzaakt door allerlei pathogenen  … een  aanpak met geneesmiddelen van ernstiger besmettingen  ( die het eigen  verworven  immuumsysteem  niet tijdig kan bolwerken  ) veroorzaakt dan ook bijwerkingen die ondermeer te maken hebben met  die  verstoorde  biochemische bionoom – evenwichten ….

°

Antibiotica-resistente bacteriën ontdekt in koeienmest

°

koe-groot°
Koeienmest bevat heel wat bacteriën die resistent zijn tegen antibiotica. Als deze bacteriën of hun genen een weg vinden naar de mens, kan dit desastreuze gevolgen hebben.
°
Bacteriën kunnen resistentie tegen antibiotica ontwikkelen door specifieke mutaties in hun genen. Momenteel zijn er duizenden van deze antibiotica-resistentie (AR) genen bekend. De meerderheid van deze genen vinden we terug bij ongevaarlijke bacteriën, maar wanneer deze genen opduiken in bepaalde ziekteverwekkende bacteriën kan dit zorgwekkende gevolgen hebben voor de volksgezondheid.
°
Fabienne Wichmann (Universiteit van Yale) zocht met enkele collega’s naar deze AR-genen op een ongewone plaats: koeienmest. Er werden maar liefst 80 nieuwe AR-genen ontdekt, afkomstig van de bacteriën in de ingewanden van de koeien. De genen zorgden ervoor dat Escherichia coli bacteriën in het lab resistent werden tegen vier types antibiotica.
°
Ongeveer 75% van de nieuw ontdekte genen bleken ver verwant te zijn aan de reeds gekende AR-genen. Voorlopig zorgen deze AR-genen uit koeienmest niet voor problemen.
°
Maar coauteur Jo Handelsman geeft aan dat deze genen mogelijk hun weg naar het menselijke ecosysteem kunnen vinden: “Van de stal naar de tafel”.
°
Dit kan op twee manieren gebeuren: de bacteriën kunnen de mens rechtstreeks koloniseren of de AR-genen worden overgedragen naar bacteriën die reeds in het menselijke systeem aanwezig zijn. Het is niet ondenkbaar dat dit kan gebeuren, aangezien koeienmest gebruikt wordt om velden te bemesten. En als deze AR-genen hun weg vinden vanuit de koeienmest naar ziekteverwekkende bacteriën, zitten we pas echt in de shit!
°
(Jente Ottenburghs (1988) heeft sinds zijn Master Evolutie en Gedragsbiologie aan de Universiteit van Antwerpen een brede interesse voor evolutionaire biologie. Sinds mei 2012 werkt hij als PhD-student bij de Resource Ecology Group aan de Universiteit van Wageningen. Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier. En neem ook eens een kijkje op zijn blog waarop – hoe kan het ook anders – de evolutie eveneens centraal staat.)
°
Bronmateriaal: //
Wichmann F, Udikovic-Kolic N, Andrew S, Handelsman J. 2014. Diverse antibiotic resistance genes in dairy cow manure. mBio 5(2):e01017-13. doi:10.1128/mBio.01017-13.
°
http://mbio.asm.org/content/5/2/e01017-13.executive-summary
°
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Ian Britton (cc via Flickr.com).
°

Diverse Antibiotic Resistance Genes in Dairy Cow Manure// // // //

FIG 4 

(a) Phylogenetic tree inferred with maximum likelihood for the predicted amino acid sequences of four different beta-lactamases (bla) identified in metagenomic libraries constructed from the dairy cow microbiome and related sequences retrieved from GenBank. Numbers represent bootstrap values for 100 replications. Bootstrap values of >80 are shown. (b) Phylogenetic affiliations and genomic organization of chloramphenicol acetyltransferases (cat) identified in dairy cow manure small-insert libraries. The phylogenetic tree was inferred with maximum likelihood based on the predicted amino acid sequences of 29 chloramphenicol acetyltransferases and the most similar sequences retrieved from GenBank; one sequence was from the MG-RAST cow fecal metagenome data set 4444130.3 and is underlined (27). The aligned sequence was 148 amino acids. The genomic organization was assessed by a BLASTX search of the available flanking DNA. Dashed parts of arrows indicate regions for which only partial DNA sequences were available. Node tips with no arrows indicate that an insufficient amount of flanking DNA was present or that there were no significant BLASTX matches found. Percentage identity between cat sequences is indicated by a black/gray color gradation.

Diverse Antibiotic Resistance Genes in Dairy Cow Manure // // // //

°

Diverse Antibiotic Resistance Genes in Dairy Cow Manure

http://mbio.asm.org/content/5/2/e01017-13.figures-only

°
(1)
—>Bactericide middelen doden de bacterie. Zo verzwakt  penicilline de celwand van de bacterie , waarna de bacterie door zijn eigenosmotische druk ontploft.—> Bacteriostatische  antibiotica daarentegen doden de bacterieën niet, maar beletten wel dat ze zich vermenigvuldigen, zodat het lichaam de tijd krijgt ze op te ruimen”
______________________________________________________________________________________________
°
THE SPREAD OF  THE ENZYME THAT MAKES  ANY BUG ‘SUPER ‘ 
°
  • Nearly all  known bacteria multi(antiobiotica)-resistent  by  a new gene called NDM-1, or New Delhi metallo-beta-lactamose….

 °

Vulnerable: Young and elderly patients will be particularly susceptible to the ‘superbugs’, which have emerged recently and are immune to almost all antibiotics

°

* Rising levels of antibiotic resistance are a threat because there are few new drugs in the pipeline. Infection experts are alarmed about the spread of multi-drug resistance facilitated by the gene NDM-1 that can easily jump from one strain of bacteria to another. 

°

http://nl.wikipedia.org/wiki/Horizontale_genoverdracht

°

http://amrls.cvm.msu.edu/microbiology/molecular-basis-for-antimicrobial-resistance/acquired-resistance/acquisition-of-antimicrobial-resistance-via-horizontal-gene-transfer  

°

If it ends up in a bacterium which is already resistant to many other antibiotics then it could produce infections that are almost impossible to treat.

°

NDM-1-producing bacteria are resistant to many existing antibiotics including carbapenems – a class of drugs often reserved for emergency use and ‘last resort’ treatment

°

new superbug UK

 

 

 

 

http://www.dailymail.co.uk/health/article-1302035/Unbeatable-NDM-1-enzyme-make-bacterial-diseases-superbugs.html

°

E.coli is among a group of ‘gram-negative’ bugs, and the proportion of antibiotic-resistant cases of E.coli infection has trebled since the turn of the century.

°

There are about 20,000 E.coli bloodstream infections each year in England, Wales and Northern Ireland, of which more than one in ten is resistant to antibiotics.

°

There are just two antibiotics in the pipeline against this group of infections. This compares with several new medications for gram-positive infections like MRSA.

°

Figures suggest it costs between £500 million to £1 billion to bring new drugs to market.

°

GSK, one of a handful of giant pharmaceutial firms actively investing in antibiotic research, said: ‘New antibiotics that work in different ways to existing medicines are desperately needed to tackle the rising incidence of antibiotics resistance.’

 

°
medical tourism

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/1.1954663

WHO waarschuwt voor “post-antibiotisch tijdperk”

wo 30/04/2014  Joppe Matyn
°
 Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)
. “Resistente bacteriën zijn wereldwijd een bedreiging voor de volksgezondheid.We gaan een tijdperk tegemoet waarin mensen zullen sterven aan ziekten die al decennialang met succes bestreden kunnen worden”.

Apocalyptisch en niet echt rooskleurig. Zo kan je het nieuwe rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) misschien nog het best omschrijven. In het rapport waarschuwt de organisatie voor bacteriën die al jarenlang met succes bestreden konden worden, maar nu, door hun resistentie tegen antibiotica, opnieuw heel wat dodelijke slachtoffers zullen maken.

Het rapport is gebaseerd op een onderzoek in 114 landen. Daarbij werden zeven bacteriën onder de loep genomen die verantwoordelijk zijn voor de meest voorkomende ziekten, zoals longontstekingen, diarree en bloedinfecties. 

“De resultaten zijn verbazingwekkend”, klinkt het. “In heel wat landen werkten de twee belangrijkste soorten antibiotica niet meer bij meer dan de helft van de patiënten die behandeld werden”. Volgens één van de onderzoekers is “de wereld op weg naar een post-antibiotisch tijdperk, waarin mensen sterven aan ziekten die al decennialang met succes bestreden konden worden”.

Gevolgen van resistentie zullen verwoestend zijn”

Het duistere toekomstbeeld is volgens de onderzoekers het gevolg van het misbruik van de geneesmiddelen. “Bacteriën muteren voortdurend”, klinkt het. “Door te vaak te veel antibiotica te gebruiken worden de bacteriën uiteindelijk immuun voor de stoffen die ze eigenlijk moeten bestrijden”.

Volgens het rapport moeten er dan ook dringend maatregelen genomen worden om de manier waarop geneesmiddelen worden geproduceerd, voorgeschreven en gebruikt, te verbeteren. “Zo niet zullen de gevolgen voor de gezondheid van de hele wereldbvolking verwoestend zijn”, klinkt het.

Eén van de onderzoekers maakte zelfs een vergelijking met de problematiek van de klimaatopwarming. “Dit rapport moet een wake-up call zijn voor alle regeringen en de pharmaceutische industrie”.

°
CHEMISCHE   COMMUNICATIE

Bacterie blijkt net zo te communiceren als wij

bacterie

Wetenschappers hebben ontdekt dat een bacterie die in water en aarde leeft, net zo communiceert als wij. De ontdekking suggereert dat niet alleen mensen en andere primaten op deze manier communiceren en dat het grote brein van primaten niet kan verklaren waarom zij zo communiceren.

Wanneer wij mensen communiceren dan combineren we vaak twee signalen die gecombineerd iets anders betekenen (en bewerkstelligen) dan wanneer we die signalen apart gebruiken. Een mooi voorbeeld is een woord als ‘boothuis’. Wanneer we dat zeggen, denken we niet aan de twee losse componenten (boot en huis), maar aan een boothuis. Deze vorm van communicatie is tot op heden enkel aangetroffen bij mensen en enkele primaten. Maar een nieuw onderzoek brengt daar verandering in.

Onderzoekers van Durham Universitybestudeerden de bacterie Pseudomonas aeruginosa en ontdekten dat deze dezelfde techniek gebruikt om te communiceren. Natuurlijk gebruiken de bacteriën geen woorden, maar chemische boodschappen. De bacteriën laten elkaar zo weten welke eiwitten geproduceerd moeten worden om te kunnen overleven. De onderzoekers blokkeerden één signaal, vervolgens het andere. Ze tonen zo aan dat wanneer beide signalen afzonderlijk van elkaar gestuurd worden het effect anders is dan wanneer de twee signalen samen de deur uitgaan.

elkaar gestuurd worden het effect anders is dan wanneer de twee signalen samen de deur uitgaan.

“We voerden een experiment uit met bacteriële communicatie en ontdekten dat zij communiceren op een manier waarvan we eerder dachten dat alleen mensen – en misschien enkele andere primaten – deze gebruiken,” vertelt onderzoeker Thom Scott-Philips. “Dit heeft serieuze implicaties voor ons begrip van de oorsprong van menselijke communicatie en taal. Het toont met name aan dat we niet mogen aannemen dat het combineren van signalen iets is wat alleen primaten doen.”

Bronmateriaal: Microbes provide insights into evolution of human language” – Dur.ac.uk De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Janice Haney Carr / CDC (via Wikimedia Commons).

Domesticatie Hond en evolutie hondachtigen

°

INHOUD GLOS H <– 

°

http://multivu.prnewswire.com/mnr/pg/38879/

Dog lived 31,700 years ago,
– October 17, 2008
http://learningfromdogs.com/2011/02/22/most-beautiful-relationship/
http://www.msnbc.msn.com/id/27240370/

a large and toothy canine that lived 31,700 years ago and subsisted on a diet of horse, musk ox and reindeer, according to a new study.

The discovery could push back the date for the earliest dog by 17,700 years, since the second oldest known dog, found in Russia, dates to 15,000 years ago.

Another one comes from kesserloch
http://www.swissinfo.ch/eng/science_technology/Could_the_world_s_oldest_dog_be_Swiss.html?cid=19738642

A cranial fossil found more than 100 years ago in a cave near the northern Swiss city of Schaffhausen may well belong to the oldest domestic dog in the world.

http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0022821

—> Remains for the older prehistoric dog, which were excavated at Goyet Cave in Belgium, suggest to the researchers that the Aurignacian people of Europe from the Upper Paleolithic period first domesticated dogs.

Fine jewelry and tools, often decorated with depictions of big game animals, characterize this culture.

http://anthropology.net/2008/10/18/a-possible-domestication-of-dogs-during-the-aurignacian-31700-years-ago/

http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0022821

honden

De hond ontstond meer dan 18.000 jaar geleden in Europa

Moderne honden stammen waarschijnlijk af van wolven die 18.000 jaar geleden werden gedomesticeerd door jagerverzamelaars in Europa.

De viervoeters zijn waarschijnlijk niet verwant aan de wolvenfamilies in Azië en het Midden-Oosten die eerder werden beschouwd als hun voorouders.

Dat melden Finse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

15 november 2013  

hond

Europese jagers en verzamelaars waren de eersten die de wolf domesticeerden en stonden dus aan de wieg van de hond zoals we die vandaag de dag kennen. Dat suggereert een nieuw onderzoek. Europeanen zouden de wolf zeker 18.000 jaar geleden al gedomesticeerd hebben.

“We ontdekten dat niet recente wolven, maar oude Europese wolven direct verwant waren aan de hond,” vertelt onderzoeker Robert Wayne, verbonden aan de University of California, Los Angeles. De vondst is in lijn met eerder onderzoek waaruit bleek dat de oudste fossiele resten van honden in Europa terug te vinden zijn.

Genen
Wayne en zijn collega’s bestudeerden tien oude, ‘wolfachtige’ dieren en acht oude ‘hondachtige’ dieren. De dieren leefden meer dan 1000 jaar geleden (sommigen zelfs 30.000 jaar geleden) en waren allemaal afkomstig uit Europa. Op basis van de genen van de dieren concluderen de onderzoekers dat de gedomesticeerde honden genetisch nauw gerelateerd waren aan inmiddels uitgestorven wolven die in Europa leefden.

Palaeolithic dog from the Goyet cave (Belgium)
Some dog-looking remains are more than 30,000 years old

Jagers en verzamelaars
De onderzoekers vermoeden dat de eerste wolven door Europese jagers en verzamelaars gedomesticeerd werden.

“De wolf is het eerste gedomesticeerde dier en de enige grote vleesetende soort die mensen ooit hebben gedomesticeerd,” stelt Wayne.

“Dat vond ik altijd een beetje apart. Andere wilde dieren werden gedurende de ontwikkeling van de landbouw gedomesticeerd en moesten daarna in de nabijheid van mensen blijven. Dat zou voor een groot, agressief roofdier (zoals de wolf, red.) een lastige situatie zijn. Maar als de domesticatie van wolven samenviel met het bestaan van jagers en verzamelaars, kan men zich voorstellen dat wolven eerst voordeel haalden uit karkassen die mensen achterlieten – een natuurlijke rol voor een grote vleeseter – en later dichter bij de mensen gingen verblijven.” Het idee van wolven die gingen waar jagers en verzamelaars gingen, kan mogelijk verklaren hoe deze wolven uiteindelijk evolueerden tot de hond

Sommige wolven volgden deze jagerverzamelaars waarschijnlijk op afstand om zich te voeden met de resten van grote prooien, zoals mammoeten en buffels, die de mensen doodden.

“Het is duidelijk dat wolven door deze grote karkassen profiteerden van hun verblijf in de buurt van mensen”, verklaart hoofdonderzoeker Olaf Thalmann op BBC News.

Maar andersom profiteerden mensen volgens hem ook van de wolven “Je moet je voorstellen dat de wolven een goed alarmsysteem vormden voor aanvallen van andere roofdieren, zoals beren en hyena’s.” Waarschijnlijk besloten de jagerverzamelaars dan ook om de dieren te gedogen en zelfs te temmen.

De wolven die de mens volgden, zouden hun territorium hebben opgegeven en waarschijnlijk niet of nauwelijks meer gepaard hebben met wolven die in dat territorium achterbleven.

“We hebben vandaag de dag een vergelijkbaar proces,” vertelt Wayne. Hij denkt dan aan wolven in Noord-Amerika die het rendier tijdens zijn duizend kilometerlange reis vergezelt. Wanneer deze wolven tijdens de winter weer terugkeren naar hun eigen territorium, paren ze niet met wolven die daar leven en nooit migreren. De onderzoekers denken dat ditzelfde proces speelde onder de wolven die achter de mens aangingen, waardoor zij zich uiteindelijk tot een aparte soort ontwikkelden.

Het onderzoek van Wayne is ongetwijfeld niet onomstreden.

Eerdere studies wezen er namelijk op dat de hond in het Midden-Oosten ontstond.

Wayne denkt die resultaten echter wel te kunnen verklaren.

“Toen we eerder overeenkomsten ontdekten tussen wolven uit het Midden-Oosten en gedomesticeerde honden, waren die overeenkomsten waarschijnlijk het resultaat van kruisingen tussen honden en wolven. Het suggereert niet per se dat de hond in het Midden-Oosten ontstond.”

Om de voorouders van moderne honden definitief in kaart te brengen zijn echter meer genetische studies nodig. Door de vele hondenrassen en het feit dat sommige honden later weer zijn gekruist met wolven, is het voor Thalman lastig om zijn theorie goed te onderbouwen.

“Maar dit is zeker een plausibel scenario voor de domesticatie van honden”, vindt hij.

HOND VAN GOYET 

Ook de hond van Goyet, het oudst bekende fossiel van een hondachtige, werd in de studie betrokken. Paleontologe Mietje Germonpré beschreef in 2009 het 32.000 jaar oude fossiel, dat gevonden werd in de grotten van Goyet, nabij Namen. De nieuwe studie wijst uit dat de hond van Goyet geen directe voorouder is van de moderne hond, maar veeleer toebehoort aan een uitgestorven zustergroep. Dit suggereert dat de schedel van Goyet stamt uit een vroege domesticatieperiode, zonder nakomelingen. De resultaten van het onderzoek werden gepubliceerd in Science

(kv)

(EOS)

EERSTE HONDEN STIERVEN UIT IN DE IJSTIJD

29 juli 2011

De eerste gedomesticeerde wolven stierven uit in de de laatste ijstijd. Dat blijkt uit onderzoek van Canadese wetenschappers.
Sommige wolven werden zeker 33.000 jaar geleden al gedomesticeerd door mensen, maar deze dieren brachten geen nakomelingen voort die het Laatste Glaciale Maximum
http://nl.wikipedia.org/wiki/Laatste_Glaciale_Maximum
overleefden.  De dieren waren zeer waarschijnlijk niet bestand tegen de kou.

Dat schrijven medewerkers van het Canadese onderzoeksinstituut Pacific Identifications
http://www.pacificid.com/
in het wetenschappelijk tijdschrift PloS ONE.
http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0022821

SKELET
De onderzoekers kwamen tot hun conclusies op basis van de vondst van een 33.000 jaar oud skelet van een wolf in een grot in het Altajgebergte
http://nl.wikipedia.org/wiki/Altaj_(gebergte)
in Siberië.

razboinichya canid

razboinichya

Figure 1. The Razboinichya canid.
 

A) aerial view, B) profile, C) palate, D) left mandible, E) left lower tooth row (scale on ruler in cm). Sub-triangular hole in the skull is the place of initial sampling for 14C dating in 2007.

doi:10.1371/journal.pone.0022821.g001

Figure 2. Coronoid process (mandible) profiles, clockwise from bottom left.

Thule-age dog (<1000 years old) from Devon Island, central Canadian Arctic [17]; modern Alaskan malamute (Univ. Victoria, Canada 90/28); Razboinichya canid; and Neolithic Chinese dog from Jiahu site [31]. Many Neolithic dogs from the Middle East and North American wolves [32] have a straight profile like Arctic Thule-aged dogs illustrated on the left, while dingo and Chinese wolves [33] have the slightly hooked profile shown on the right. Prehistoric North American dogs outside the Arctic [32], [33] have a profile with a more pronounced hook than the Razboinichya and Jiahu specimens above. Photo credits: Jiahu dog, Yuan Jing; Devon Island dog, Robert W. Park; modern Malamute, Susan J. Crockford; Razboinichya canid, Nikolai D. Ovodov.

doi:10.1371/journal.pone.0022821.g002

Het skelet wees er op dat het dier enkele kenmerken van een hond had. Het gebit van het dier is echter identiek aan dat van wolven.

“De vondst van deze hond demonstreert dat de omstandigheden 33.000 jaar geleden al gunstig waren voor de domesticatie van wolven”, verklaart hoofdonderzoekster Susan Crockford op Discovery News.

STABIEL

“Maar zulke omstandigheden moeten vele generaties stabiel blijven om tot de ontwikkeling van een echte hond te leiden”, aldus Crockford. “Het lijkt er op dat zulke omstandigheden niet aanwezig waren tot de periode die aanbrak na de laatste IJstijd, ongeveer 19.000 jaar geleden.”

In de nabijheid van het wolvenskelet uit Siberië zijn geen andere resten van gedomesticeerde wolven aangetroffen. De wetenschappers gaan er dan ook vanuit dat het om een zeer primitieve hond ging die mogelijk niet bewust is getemd door mensen.

VOEDSEL

Volgens Crockford kan de domesticatie van honden ook op een natuurlijke manier plaatsvinden als wolven zich vaak ophouden in de omgeving van mensen, bijvoorbeeld omdat ze er gemakkelijk voedsel kunnen vinden.

Op die manier zijn de eerste gedomesticeerde wolven waarschijnlijk langzaam afhankelijk geworden van mensen.
Comments   Op een rijtje  ;

-Er is één skelet van een wolf/hond gevonden ergens in siberië. ouderdom is bepaald op 33.000jaar.

De huidige hond is niet hetzelfde als deze oude vertegenwoordiger van de siberische hond/wolf …
Een aantal wolven zijn geëvolueerd tot de huidige honden. Een proces dat misschien wel lang heeft geduurd …. , waarbij deze siberische wolf/hond en misschien wel, maar misschien ook niet een rol heeft gespeeld.
De vondst van slechts 1 skelet van – 33.000 lijkt mij niet statistisch voldoende om conclusies te trekken( Er is ook niet genoeg vergelijkingsmateriaal  ? ) 
* Er zijn wél wolf/hond -skeletten onderzocht uit de tijd tussen 33.000 en 20.000 jaar geleden : daar wordt (in het artikel )het gevonden skelet ook  mee vergeleken.
*-Deze Siberische hond leefde zo’n 12.000 jaar voordat de huidige hond bestond. Je kunt net zo goed zeggen dat Luxemburgers niet bestaan omdat hun aantal niet statistisch significant genoeg is in verhouding met de complete wereld bevolking.

-De oorzaak van het overlijden van de gevonden wolfshond is onbekend
Stel dat het een ‘gehandicapte’ wolf/hond was
* En dat  zou  dan statistisch gezien wel relevant wezen ? : een gehandicapte hond?= Een handicap die een wolf op een hond laat lijken, allicht  ?
Om toch maar te pogen en te blijven “ontkennen ” dat de hond(als soort )  uit de  grijze  wolf(als soort ) is geevolueerd ?

*In het artikel staat dat de onderzoekers vermoeden dat het in dit geval om een zeer primitieve hond ging, die mogelijk niet bewust is getemd door mensen.
Maar dat wil nog niet zeggen dat die ene gevonden wolfshond in de grot gehandicapt was.

Maw …
Is dat ene skelet van 33.000jaar terug wel maatgevend ?

Natuurlijk is dat ene skelet van 33.000 jaar terug , maatgevend.

* Die onderzoekers hebben toch enkele kenmerken in het skelet gevonden die overeenkomen met de hond?
* -Wat nu wel zeker is geweten door die vondst en het onderzoek van dat skelet uit een grot in het Altajgebergte in Siberië, is dat sommige wolven populaties  zeker 33.000 jaar geleden al gedomesticeerd werden ( “bewust ”  door  mensen.?)
In dit geval is dat de Siberische (grijze )wolf geweest die  gedomesticdeerd is geraakt

http://nl.wikipedia.org/wiki/Domesticatie

De eerdere jongen van het  uitgestorven Siberische wolfshonden ras,  zullen wel enkele  skeletkenmerken van (huidige ) honden hebben gehad, die ook bij het gevonden exemplaar zijn aangetroffen

Het gebit was nog wel geheel identiek aan dat van de Siberische wolf waarmee  het domesticatie proce si s gestart

En het skelet kon zich daardoor aanpassen aan de domesticerende  leefomstandigheden.
.

Daaruit  kan  vermoedelijk  geconcludeerd worden, dat dergelijke Siberische wolfshonden exemplaren heel dicht in de buurt van mensen geleefd moeten hebben, tot in de grotten dicht bij het vuur, en dat ze zelfs gevoerd werden door mensen, waardoor hun gebit zich ook kon aanpassen met enkele kenmerken aan die domesticerende leefomstandigheden.

Het is door die vondst geweten dat deze dieren geen nakomelingen voortbrachten die het Laatste Glaciale Maximum overleefden. 

1.-  Die gedomesticeerde dieren waren vast niet bestand tegen de kou van het Laatste Glaciale Maximum.
De omstandigheden zoals de kou, hebben er  dus  voor gezorgd dat de soort zich niet verder heeft kunnen ontwikkelen tot een hond  omdat de populatie uitstierf
Voor  domesticatie  heb  je  namelijk meerdere generaties over een langere periode nodig, met gunstige fok omstandigheden zoals genoeg voedsel, om tot de ontwikkeling van een echte hond te kunnen komen.

2.-  Misschien hadden de mensen de rest van het “kweek”roedel al lang opgegeten vanwege de kou tijdens het Laatste Glaciale Maximum. En zijn ze na de laatste IJstijd, ongeveer 19.000 jaar geleden, opnieuw onder gunstige omstandigheden weer begonnen met fokken van wolfshonden uit de Siberische wolf.

Dat laatste is ook niet helemaal betrouwbaar  , De siberische roedels  kunnen zichzelf grotendeels gedomesticeerd hebben voordat de mens er actief aan te pas kwam en dat staat ook in het artikel vermeld.
Dat die Siberische wolven zichzelf grotendeels gedomesticeerd hebben door zelf in de buurt van mensen te gaan leven voor het voedsel, voordat de mens er actief aan te pas kwam.

Wanneer de mens bewust is gaan fokken met de nakomelingen daarvan, om er verschillende rashonden van te kunnen maken ,dat is (mij ) eigenlijk niet bekend.

Wel  een  mooi filmpje van de Siberische wolf ,zodat je een kleine indicatie hebt, hoe koud het kan zijn in de winter voor de overlevende wolven en paarden in Siberië.Kan je nagaan,hoe bar de omstandigheden waren voor wolven in de IJstijd.

http://natgeotv.com/nl/wild-russia/videos/siberia-eurasian-wolves

18 Oct 2008

Hondenschedel uit Waalse grot is oudste ter wereld

Een prehistorische hondenschedel die werd gevonden in de grotten van Goyet (Condroz) is het oudst bekende fossiel van een hond ter wereld. De grote hond leefde zo’n 31.700 jaar geleden. Dat besluit onderzoekster Mietje Germonpré van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in een nieuwe studie, die binnenkort in het Journal of Archaeological Science wordt gepubliceerd. De hondenschedel lijkt erop te wijzen dat de domesticatie van de hond begon tijdens het Aurignaciaan (Jong-Paleolithicum).

Voor het onderzoek onderzocht paleontologe Germonpré, samen met collega’s uit onder meer Sint-Petersburg, Cambridge en Oxford, 117 schedels van recente en prehistorische honden, wolven en vossen. Volgens Germonpré vormt de grootte van de tanden het meest opmerkelijke verschil tussen de prehistorische hond en zijn moderne tegenhanger. Ze vergelijkt de tanden van de schedel dan ook eerder met die van wolven. Qua vorm leken de paleolithische honden wellicht op de Siberische husky, maar qua grootte hadden ze meer gemeen met grote herdershonden.

De analyse van de skeletten toonde aan dat paleolithische honden bredere en kortere snuiten hadden, en relatief bredere schedels dan fossiele en moderne wolven. DNA-onderzoek op Belgische fossiele wolven wees op een behoorlijk grote genetische diversiteit tussen de onderzochte exemplaren. Deze wolven uit het Laat-Glaciaal en het Pleniglaciaal jaagden vooral op paarden en bizons. Rendieren en muskossen daarentegen werden wellicht weinig bejaagd. Het dieet van de ‘hond van Goyet’ is nog niet gekend, aangezien het isotopenonderzoek op dit specimen nog bezig is. Ook het DNA van de hond werd nog niet onderzocht.

Germonpré vermoedt dat de domesticatie van honden begonnen zou kunnen zijn toen prehistorische jagers een vrouwelijke wolf doodden en haar jongen mee naar huis namen. Recent onderzoek op zilvervossen suggereert dat, als de meest volgzame puppies worden verzorgd en gekoesterd, er slechts tien generaties nodig zijn om morfologische veranderingen teweeg te brengen. Volgens Germonpré is het mogelijk dat de honden gebruikt werden voor de jacht op en het transport van wild. De honden konden ook gehouden worden voor hun vacht en vlees, als huisdier, of als dier met een rituele connotatie.

Lees meer: Fossil dogs and wolves from Palaeolithic sites in Belgium, the Ukraine and Russia: osteometry, ancient DNA and stable isotopes (Journal of Archaeological Science)
Bron: Discovery Channel

De hond van Goyet   <—Archief DOC 

_

Honden hielpen mogelijk honderden mammoeten om zeep

 

Als het om het uitsterven van de mammoet gaat, krijgen mensen vaak de schuld. Maar dat is niet helemaal terecht. Nieuw onderzoek suggereert dat de eerste honden een belangrijke bijdrage leverden aan de dood van vele mammoeten.

In het centrale en oostelijke deel van Eurazië werd meer dan één miljoen jaar geleden al door mensen op mammoeten gejaagd. Maar in de periode tussen 45.000 en 15.000 jaar geleden werden mensen er opeens verbazingwekkend goed in. In aardlagen uit die tijd worden in een vrij klein gebied soms wel de resten van honderden mammoeten teruggevonden. “Eén van de grootste vraagstukken omtrent deze gebieden is hoe met de wapens uit die tijd zulke grote aantallen mammoeten konden worden gedood,” vertelt onderzoeker Pat Shipman.

Techniek
Ze besloot zich in dat vraagstuk vast te bijten en stelde allereerst vast dat de mammoeten niet door een natuurramp of ouderdom of ziekte dood waren gegaan. Alles wees er dus op dat mensen in de eerdergenoemde periode een nieuwe techniek ontwikkelden om deze mammoeten te vangen en te doden en dat die techniek aanzienlijk beter werkte dan de technieken die ze in de duizenden jaren ervoor gebruikt hadden. Maar welke techniek was dat?

Dog man and mammoth

Op de foto ziet u de schedel van een hond. Na de dood van deze hond werd een groot bot – mogelijk van een mammoet – in zijn bek geplaatst. Mogelijk was het een soort begrafenisritueel waarmee mensen de hond erkenden als een succesvolle jager op mammoeten. De resten van de hond zijn afkomstig uit Tsjechië en zo’n 27.000 jaar oud.

Hond
Shipman komt met een hypothese: de allereerste honden hielpen mensen om de mammoeten te vangen. Ze baseert haar hypothese op recentelijk Belgisch onderzoek dat aantoont dat grote vleeseters in het gebied waar de mammoeten ontdekt werden geen wolven, maar honden waren. “Honden helpen jagers om hun prooi sneller en vaker te vinden en houden die prooi op zijn plaats door te grommen en aan te vallen terwijl de jagers eraan komen. Beide effecten zouden het succes van de jacht vergroot hebben.” Bovendien wijst het Belgische onderzoek erop dat deze honden bijzonder groot waren. “Ze konden helpen om de prooi naar huis te dragen of het karkas tegen andere roofdieren te beschermen en jagers in staat te stellen op de plek waar de mammoet gedood werd, te overnachten.”

Wolven
De hypothese van Shipman wordt onder meer onderschreven door het feit dat in gebieden waar de resten van veel mammoeten werden ontdekt, ook de resten van veel wolven en vossen werden aangetroffen. “Zowel honden als wolven zijn heel alert op de aanwezigheid van andere gerelateerde vleeseters en zij beschermen hun territorium en voedsel fel. Als mensen met gedomesticeerde honden of zelfs half gedomesticeerde wolven leefden en werkten, mag men verwachten dat er meer wilde wolven gedood werden.”

Nader onderzoek op plekken waar opvallend veel resten van mammoeten zijn teruggevonden, moet aantonen of de hypothese van Shipman klopt. Men zou dan op meerdere plekken met veel resten van mammoeten onder meer de resten van grote honden, wolven en vossen terug moeten vinden.

 

Bronmateriaal:
Domestication of dogs may explain large numbers of dead mammoths” – PSU.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Anthropos Museum / Mietje Germonpre.

 

_

_

 

 

 

Dog’s ancestry can be traced back 65 million years, from primitive carnivores called miacids,to around 16-23 million years ago Tomarctus appeared which nearly all canids descend.

afstamming 38879-hi-Dogs

°

EVOLUTIE   VAN DE  HONDACHTIGEN  

°hondachtigen<– doc archief 

Evolution_150dpi

stambom

In de loop van de zeventig miljoen jaar die ons scheiden van de aanvang het Tertiair, dat is het geologische tijdperk waarin de zoogdieren de overhand over de reptielen verwierven, verschenen talrijke hondachtigen  op aarde.

Deze hond-achtigen  waren zeer uiteenlopend van vorm : sommigen leken op beren, andere op hyena’s; weer andere op katten. Sommige waren heel klein, andere waren echte reuzen. Er moeten in het geheel minstens zeventig verschillende soorten geweest zijn.

Slechts enkele slaagden erin om die 700.000 eeuwen te overleven. De meeste zijn verdwenen, zoals ook de beer-honden (Amphicyonidae), de hyena-honden en de kat-honden niet meer bestaan.

Het is vrijwel onmogelijk voor de hondachigen  een afstamming vast te stellen die volkomen juist zou zijn. Niet echt bij gebrek aan punten van overeenkomst, maar omdat het bijzonder moeilijk is een keuze te maken tussen de talrijke dieren die enige gelijkenis met onze huidige hond vertonen.

°Miacidae

miacids

http://en.wikipedia.org/wiki/Miacids                                                                         http://nl.wikipedia.org/wiki/Miacidae

Uit de Miaciden   ontwikkelden zich in het  Vroeg Oligoceen   toen de bossen zich terugtrokken en plaats maakten voor graslanden, de familie Hondachtigen. Tot deze familie behoren onderfamilies:BorophaginaeHesperocyoninae (beiden uitgestorven wolfachtigen), Caninae (echte honden), Octocyoninae, en Symosyoninae

Borophaginae

Borophagus secundus

Borophagus is an extinct genus of the subfamily Borophaginae, a group of canids loosely known as “bone-crushing” or “hyena-like” dogs. Borophagus (boro = “carrion” or “flesh” and phagus = “to eat”) is the holotype genus. Though not one of the biggest Borophagines, it had a more highly-specialized capacity to crunch bone than larger genera such as Epicyon, which seems to be a trend of the group (Turner, 2004).

This specimen was discovered in Hemphill County, Texas in the Ogallala Formation.

Late Miocene

Borophaginae

Boraphaginae 2

°

Mesocyon, die zich ontwikkeld heeft uit de Hesperocyon leefde ca. 29 – 21 mjg. in Noord-Amerika.

____________________

A tree climber, Hesperocyon is the most common dog of the Oliogocene Hesperocyon is an extinct genus of canids (family Canidae, subfamily Hesperocyoninae). From the Duchesnean North American Land Mammal Age (NALMA).

Hesperocyon gregarius

_______________________________________________________________________________

Mesocyon,was de rechtstreekse voorvader is van de twee latere Hondachtigen uit het Oligoceen: deCynodesmus en de Tomarctus. De Mesocyon zou als schakel tussen de Daphoenus en deze  vermelde  typen kunnen worden beschouwd.

Van deze hondachtige zijn verschillende soorten bekend, met klauwen die vrijwel geen gelijkenis met die van de katachtigen vertoonden en die reeds goed aan het doel van hardlopen beantwoordden (de vijf functionele tenen bleven echter bestaan)

beer honden

bear dogs amphicyonidsmesonyx 2http://en.wikipedia.org/wiki/Bear_dog

Cynodesmus (35 – 30 mjg)

cynodesmus 1Cynodesmus

De Cynodesmus leek erg veel op een  Hyena  en had diverse katachtige trekken. Van dit dier lijken de wilde Zuid-Afrikaanse honden en de Afrikaanse hyena af te stammen. De Cynodesmus, ongetwijfeld het product van een hogere evolutie dan al zijn voorgangers, kan men als de windhond uit die tijden beschouwen, dus een hardloper bij uitstek.

afrikaanse wilde honden

afrikaanse wilde honden

African Hunting Dog Skull  // cast replica

Lycaeon pictus. Canidae. Single species. Lived in most of Africa south of Sahara and Egypt

 

Tomarctus (18 – 10 mjg )

Er zijn aanwijzingen dat deze Tomarctus minder intelligent was dan de huidige hond.

De Tomarctus, wiens schedel gelijkenis vertoont met die van de huidige hondenrassen, was eveneens een goed hardloper en leek op een das met een zware kastanjebruine vacht en een zeer dikke staart.

Tomarctus

De Canis (een benaming die niet uitsluitend de tamme hond, maar ook de wolf, de jakhals, de vos en alle soorten aanduidt die tot het geslacht ‘Canis’ behoren) verscheen in Europa, Azië en Afrika in het Plioceen, tien miljoen jaar geleden en in Noord-Amerika pas in het Pleistoceen, nauwelijks een miljoen jaar geleden.

De overgang van deze dieren van de Oude naar de Nieuwe Wereld hoeft ons niet te verbazen, daar die plaatsvond vanuit Azië dat in die tijd door een landtong met Noord-Amerika was verbonden. Nochtans bereikten deze migraties, wat betreft de honden, niet het zuidelijk halfrond. In die tijden migreerden dieren voortdurend over grote uitgestrekte gebieden heen en weer, op zoek naar gunstiger leefomstandigheden

De Hondachtigen (onze huidige gedomesticeerde hond, de wolf, de vos, de jakhals en vele wilde honden) stammen allen af van de Tomarctus.

°

CONCURENTEN . 

In het Mioceen (23,5 – 6 miljoen jaar geleden) werden de Hondachtigen door de Katachtigen voorbijgestreefd . De honden en wolven waren lichamelijk minder goed bedeeld dan de katachtige moordmachines, maar zij wisten een eigen manier van jagen te ontwikkelen door hun hersens te gebruiken en in groepen op jacht te gaan. Dus terwijl een kat het voornamelijk moest hebben van zijn geperfectioneerde lijf en ledematen gebruikte een wolf zijn verstand en sociale vaardigheden, net als de verwanten van de katten, de hyena’s die voor de hondachtige strategie hadden gekozen.

De honden ontwikkelden zich tot de Noord-Amerikaanse ‘achtervolgingsroofdieren’, zoals de hyena’s dat deden in de Oude Wereld.

Ze hebben allemaal (met uitzondering van de in het woud levende boshond) lange poten en lenige lichamen die geschikt zijn om te rennen.

De vroegste honden, in het Eoceen, hadden daarentegen korte poten en lange lijven en zagen eruit als de hedendaagse Viverridae (Civetkatten) uit de kattenfamilie. De honden hebben een bijzonder goed aanpassingvermogen.

De meesten eten vlees en wat vegetatie, maar de lepelhond eet termieten en andere insecten en af en toe een vogel of wat vruchten. Hun sociale karakter varieert eveneens sterk. Sommige leven in afzondering, terwijl anderen uiterst sociaal zijn en in groepen jagen. In feite kunnen er zelfs binnen één soort verschillende leefwijzen voorkomen.

Zo’n 5 miljoen jaar geleden wisten de honden de Oude Wereld binnen te komen en daar buitengewoon succesvol te worden. De rode vos heeft de wolf inmiddels onttroond als meest voorkomend zoogdier (afgezien van de mens) buiten de tropen.

In het verleden zijn er ook honden geweest die leken op katten (ze beslopen hun prooi in plaats van deze na te jagen) en bottenkrakende “hyenahonden” of borophaginae, maar deze stierven uit door de concurrentie van de katachtigen.

EXTANT  

Canidae

Dogs, Wolves, Foxes etc.

 

The Family Canidae is comprised of thirty-four species of wild dogs found throughout the world. They range from small foxes, coyotes, and jackals to large wolves and wild dogs, such as the dingo of Australia. Species may inhabit all terrains, from hot deserts to arctic ice fields. Many run in packs which may number up to thirty members, while others are solitary or hunt in pairs. Canids are cunning, skillful hunters with good hearing and an acute sense of smell. They utilize these skills to hunt and consume a variety of herbivorous animals, the staple of their diets. All canids belong to the Order Carnivora.

Species and taxonomy  //FAMILY CANIDAE 

Subfamily Caninae

  • True dogs – Tribe Canini
  • ** Coyotecoyte skull bc-143e-lgcoyte skullCanis latrans (also called Prairie Wolf)WTQ-105: Coyote  Skull ( Replica)WBC-143E: Coyote  Skull (Bone Clones) WSM-105: Coyote  Skull (Natural Bone Quality A)

WOP-04: Coyote  Baculum  (7cm) (Natural Bone)WCW-05: Coyote  Claw 2cm (Natural Bone)WK9-01: Coyote  Canine (SINGLE) (Natural Bone)

Coyote Baculum (7cm)                                      Claw  2cm                                                                   canines

WFP-07: Coyote  Footprint (Do Not Specify)WNT-05: Coyote  Negative Footprint (8.5x7cm) (Do Not Specify)

Thriving during the Pleistocene, the Dire Wolf is not a direct ancestor of any of today’s known species of canine. They once co-existed in North America with Grey Wolves. Dire Wolves had short, thick legs, a larger, broader skull and more massive teeth than the modern wolves. Their brain case is also notably smaller than their remaining canine cousins. Current belief is that they were likely scavengers rather than hunters. Remains of over 3,600 individuals have been recovered from the La Brea tar pits – more than any other species of mammal. This may also be an indication of their preying in packs on dead or incapacitated animals that were themselves trapped in the mire.

   

† Dire Wolf Skull  WBC-020T: Dire Wolf Skull (Tar Finish) (Bone Clones) WS-BC-020T: Dire Wolf Skull with Stand (Bone Clones)WS-BC-020A: Dire Wolf Skull with Stand (Bone Clones)WBC-020A: Dire Wolf Skull (Antique Finish) (Bone Clones)WRB-105: Dire Wolf Baculum (18cm) ( Replica)

† Dire Wolf Baculum (18cm)

 

 

 

 

  • ** Gray WolfCanis lupus (2.723 Ma to present)General , wolf (=canis lupus)

WBC-004: Gray Wolf Skull (Bone Clones)

WMO-17: Gray Wolf Canine (Museum Quality Replica)  WBC-172: Mexican Gray Wolf Skull (Bone Clones)

canine                                                                                        Mexican gray wolf

WRB-137: Gray Wolf Baculum (13cm) ( Replica)        WMO-16: Gray Wolf Claw (4cm) (Museum Quality Replica)

Baculum                                                                                 Claw

WBC-147: Red Wolf Skull (Bone Clones)Red Wolf Skull

*** Domestic DogCanis lupus familiaris

West Highland White Terrier

WSM-130: Domestic Dog Skull (Large) (Natural Bone Quality A)WSM-134: Domestic Dog Skull (small)  (Natural Bone Quality A)WSM-133: Domestic Dog Puppy Skull (Natural Bone Quality A)

Domestic Dog Skull                                                                                                                                   Puppy Skull                                                                                                                                                                           Boston Terrier

WBC-260: Bull Terrier Dog Skull (Bone Clones)Bull Terrier  WOK-2513: Boston Terrier Skull (Natural Bone) Boston terrier 

WBC-128: English Bulldog Skull (Male) (Bone Clones)WTQ-432: English Bulldog Skull (Female) ( Replica)

English Bulldog Skull (Male & female )

   

Neapolitan mastiff skull on top. Wolf skull on the bottom.

Wolf skull on the left. Neapolitan mastiff skull on right.

Bull Mastif

http://www.angelfire.com/mi/dinosaurs/dogs.html

Great dane dog

 File:Great Dane and Chihuahua Skeletons.jpg

Great  Dane                      Chihuahua Skeleton

mudwerks:</p><br /><br /><br /> <p>(via AMARANT CHIHUAHUA KENNEL - ILLUSTRATED CHIHUAHUA STANDARD)<br /><br /><br /><br /> [link via http://scientificillustration.tumblr.com/]</p><br /><br /><br /> <p>Skelechi! Even its skeleton is cute &lt;3

 

  

Lhasa Apso Dog

(shiu chiu) 

    

  • *** Dingo, most often classified as Canis lupus dingo (sometimes considered a separate taxon)

Dingo

  • ** Ethiopian WolfCanis simensis (also called Abyssinian Wolf, Simien Fox and Simien Jackal)
  • Genus Cuon
  • **
  • Cuon alpinus  ,  Aziatische wilde hond , rode hond, alpenhond , adjakDholeCuon alpinus or Canis alpinus (also called Asian Wild Dog)
  • Genus Lycaon
  • Genus Atelocynus
  • Genus Cerdocyon
  • Genus Dusicyon 

falkland island wolf

  • ** CulpeoLycalopex culpaeus
  • Genus Chrysocyon
  • manenwolf
  • Genus Speothos

 

  • True foxes – Tribe Vulpini

Poolvos

 

  • ** Red FoxVulpes vulpes (1 Ma to present)

red fox 1471-2148-13-114-4Red-fox_Flickr_Harley-Kingston

  • Genus Urocyon (2 Ma to present)
  • ** Gray FoxUrocyon cinereoargenteus

                                 

                                                       Gray Fox

      

 

  • Basal Caninae
  • Genus Otocyon (probably a vulpine close to Urocyon)

OCTOPUSSY

°

BIODIVERSITEIT  

MOLLUSCA  

WEEKDIEREN  

°

Trefwoorden

CEPHALOPODA   

°

27-03-2009

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<– oorspronkelijk  uit bloggen be  octopussy  =  (OCTOPUSSEN  EVOLUTIE  -)

1.- VONDSTEN   IN  LIBANON 

Keuppia levante sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâdjoula (Lebanon).
Middle Cretaceous in Lebanon,

The holotype specimen Keuppia levante (Image credit: Dirk Fuchs, )
http://www.examiner.com/x-1242-Science-News-Examiner~y2009m3d17-Against-the-odds-ancient-octopus-fossils-discovered
another  Source here

Keuppia levante is een van de  drie (1) zopas  in  libanon  ontdekte  -95a-100 MY oude ,  fossiele  octopus soorten
(Octopoda (=Incirrata)http://nl.wikipedia.org/wiki/Achtarm  )uit het krijt

—>  Octopus fossielen zijn  zeldzaam  en  ongebruikelijk :  
Ze  bezitten geen  inwendig skelet (2)   en  daardoor zullen  na hun dood  de  weke delen  binnen enkele weken compleet verschrompeld zijn.Dit exemplaar is  echter  uitzonderlijk  compleet :   zelfs de inktzak en zuignappen zijn nog  te onderscheiden

Bovendien  ging  vroeger  niemand   gericht   op zoek naar een fossiele octopussen  , om die bovenvermelde  redenen
Toch waren  en zijn er  reeds   fossiele octopussen  bekend

O.m. uit diezelfde site  Middle Cretaceous in Lebanon ____   een zogenaamde Lagerstaete  wat staat voor een bepaalde type  formatie die exceptionele bewaring  van  (ook zachte  )weefsels mogelijk maakt  _____,werd al 100 jaar geleden een  andere  fossiele  octopus  , de  Palaeoctopus  gerecupereerd

Cretaceous Octopus Fossil

Woodward’s 1896 specimen / Old Covent, Sahel-el-Alma, Mount Lebanon( British Museum of Natural History in London)
Order Cirroctopoda(?) familie ,  Paleoctopodidae
Palaeoctopus is preserved as a film, or tissue impression, in sandstone. It is a short squat eight-armed octopus with an indistinct head.
Much as with Pohlsepia and Proteroctopus, Palaeoctopus has a pair of triangular fins on either side of its head though these are smaller than Proteroctopus.( zie appendix )
A faint trace of a web uniting the arms is visible and the presence of suckers on the arms has been identified.

Palaeoctopus newboldi

°

Er  zijn daar bovenop  genoeg  andere   fossiele COLEOIDEA  (–>  inktvisachtigen  mét  inwendige schelp )gevonden
–>-Tegenwoordig worden fossielen zeer gericht gezocht.
De kennis van de tijdschaal van de evolutie en van de geologische vorming van de aardlagen is zo ver gevorderd  dat paleontologen gericht  op locaties kunnen zoeken naar tussenvormen om hun hypotheses te testen. 
In hoeverre dit   fossiel (mogelijks)  gericht is gezocht  , weet ik (nog ) niet
Maar de
 keuze van de  site is zeker niet toevallig  (zie hierboven )

_

De ontdekker van de huidige libanese  fossielen  ,    Dirk Fuchs van de Universiteit van Berlijn.,  zei
Deze dingen zijn 95 miljoen jaar oud, maar één van de fossielen is nauwelijks van levende soorten te onderscheiden,”

Dat is een “onvoorzichtige” uitspraak die natuurlijk  door allerlei creationisten zal worden  ge-quoted
( Nu door  bijvoorbeeld ..de( Belgische YEC-er ) Oneof   ,naprater  van    de (Nederlandse  fundamentalisten van   ) Schepper en zoon  (3)

Creationisten  zijn er natuurlijk,  ook zonder die quote,   al  als de kippen bij__ zoals een korte  lezing van lezersbrieven en reacties op blogs laat zien  ____ om te  verklaren dat  ;

” Vreemd  ,dat  octopussen  er na al die miljoenen jaren nog hetzelfde uitzien. “(3**)
en ook Harun Yayah  volgelingen zullen het gegeven beslist  gaan gebruiken 


°


Maar creationisten   vergeten een bepaald  gedeelte   van de anatomie dat  kompleet anders  is dan van  de huidige  octopussen  :
Er  is zelfs  geen enkele andere  huidige koppotige( cephalopoda )  die   een  zelfde   GLADIUS  bezit   als dit fossiel . 
°

Deze  fossiele en  de huidige octopussen  gelijken  alleen oppervlakkig  op elkaar .
Het kompleetste  fossiel  bezit een  herkenbaar  vestigale  schelp  de gladius

http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/18/octopods-from-the-cretaceous/

De gedetailleerde  schets (rechts ) met de  vestigale gladius  van het holotype, MSNM i26320a 


holotype, MSNM i26320a

(Click for larger image)
Keuppia levante sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâdjoula (Lebanon). A,
holotype, MSNM i26320a. B, sketch of the holotype

PZ MEYERS  :
” ….there is a shell gland a chitinous chunk of vestigial shell called the gladius…”

Gladius/Zwaard. 
Hoornige, veervormige schelp van inktvissen. 
Komt overeen met de opperhuid van een schelp.
 http://www.soortenbank.nl/soorten.php?so

(PZ MEYERS )
Octopods also have something similar, but in modern forms it is reduced to a delicate little rod-like bar, nothing more.

Note that in Keuppia above, the gladius is relatively robust — it looks like a pair of clamshells imbedded in the head. Next, here’s another of the specimens found in this locality, Styletoctopus annae.
Look at the gladius here. “

i-4c45d63a0a312e034a823a85d9e7fe0a-styletoctopus.jpeg

Styletoctopus annae sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâqel (Lebanon). 
A, specimen MSNM i26323. B, close-up of A showing the imprints of the stylets situated in the lateral mantle sac.

–> Deze ontdekking  is eveneens  biezonder omdat   het hier  gaat   om de   zoveelste (zogenaamde  )” transitionnal  “(4)
*het fossiel bevat een mix  van kenmerken  (= een mozaïk )
*K.Levante   bezit  een tweedelige  robustere  versie  van een vestigale  gladius , ( in elk geval  robuuster  dan de rudimentaire gladius-resten van de   huidige   leden  van de  moderne Familie Octopodidae

(nota ) Er wordt soms een andere classering gebruikt  waarbij  de hier  in dit  artikel en figuur  gebruikte 
(Engelse )Octopoda —>  =  ( ned ) Onderorde Incirrina (octopoda)     ,   (Engelse )   Ciroctopoda  —-> =  (ned) OnderordeCirrina  )

” ….If you put these data together with other observations of even older cephalopods, including more squid-like forms, you get a picture of an evolving morphology from an ancestral unpaired shell to a divided form to spread-apart lateralized stylets to the modern, even more reduced form…..”
i-84a4f08733ca149207ee361c9b486c52-oct_phylo.jpeg

(Click for larger image)

http://geology.about.com/b/2009/03/18/fossil-octopus-really.htm
http://www.sciencedaily.com/releases/2009/03/090317111902.htm
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/octopods_from_the_cretaceous.php
http://www.msnbc.msn.com/id/29757659

abstract 
NEW OCTOPODS (CEPHALOPODA: COLEOIDEA) FROM THE LATE CRETACEOUS (UPPER CENOMANIAN) OF HÂKEL AND HÂDJOULA, LEBANON
Authors: FUCHS, DIRK1; BRACCHI, GIACOMO2; WEIS, ROBERT3
http://www.ingentaconnect.com/content/bpl/pala/2009/00000052/00000001/art00005
Evolutie van giften
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/04/cephalopod_venoms.php

____________________________________________________________________________________________________________________________________

NOTEN EN COMMENTAREN

(1)
Keuppia levante gen. nov., sp. nov.,
Keuppia hyperbolaris gen. nov,. sp. nov.
Styletoctopus annae gen.

(2)
De    COLEOIDEA   bezitten echter  wel een   inwendige ( meestal  brose ) schelp =de  meeste  fossiele cephalopoden   werden voornamelijk  (en worden nog )  door paleontologen gedetermineerd  aan de  hand van de (uitwendige ) ” schelp“(bv.ammonieten )
en de inwendige schelp ( bv.Belemnieten )
Bij octopussen ( die tot de  Coleoidea  behoren  )  is dat een klein beetje  anders

http://www.geologie.ac.at/filestore/download/BR0046_045_A.pdf
(waaruit )
“…..Their (= the octopoda) evolution can be demonstrated by allometric growth and reduction of the middle field of the gladius.  ”
Toch zijn  fossielen van  weke delen  van organismen ___en van erg vluchtige  voorvallen ____ bewaard  gebleven  ….
er  zijn  bijvoorbeeld  “fossiele”  regendruppel-inslagen en voetafdrukken  in  vulkanische  as bewaard gebleven ; om nog maar te zwijgen van  allerlei  sporen  van dino’s
Er zijn ook  kwallen en” weke “skeletloze  overblijfselen  van andere  precambrische organismen bekend  –> bijvoorbeeld   Dicksonia

(3) Bijvoorbeeld de Nederlandse  YEC creationist  ;  Schepper & zoon heeft het  ook  over
Van ‘primitieve’ octopussen werd verondersteld dat ze vlezige vinnen aan hun lijf hadden, maar daarvan werd niets gezien bij deze fossielen, hoewel ze uitzonderlijk goed bewaard zijn gebleven.”
maar dat is mogelijk  een afleidings-manoeuvre (of een niet terzake doende  opmerking   , die alleen maar  een of andere    veronderstelde  (hypotghetische) “primitieve “octopus-voorouder   verder  weg  doet plaatsen  in de tijd  …)
Waar het om gaat is  de  vestigale  GLADIUS ( in vergelijking met de  rudimentaire  gladius-resten   van tegenwoordige octopus-soorten ) ,maar  daarover zwijgt men  …..

(3**)
Hier vind je enkele  antwoorden aan   (amerikaanse ) creationisten
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/in_which_i_am_woefully_accurat.php
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/even_dumber_than_denyse_oleary.php
Omdat nederlandstalige   creationisten veelal   clonen zijn van “amerikaanse”voorbeelden  , is het verantwoord te verwijzen naar  de
antwoorden  van de  amerikaanse “debunkers ” :  je zit dan meteen aan de bron  van die “eindeloze discussies ” …

( vertaalde  samenvatting uit bovenstaande  blogposts  )
a-
“…….Creationisten  beweren  dat   deze  nieuwe   vondsten  een  “voorbeeld zijn van  stasis ”  ( bijvoorbeeld hier –>  false conclusion that this is an example of stasis  )….
Maar  dat is niet zo  : deze fossielen zijn duidelijk verschillend van moderne vormen

  ( amerikaanse )Creationisten  beweren  verder , op grond van die valse conclusie ,   dat ;
De
 octopus (vulgaris?  ) “helemaal niet evolueerde  “

Noteer echter dat het bezit van  acht  tentakels   ,  een zeer algemeen kenmerk is van  de  octopodiformes   ….
De evolutionaire   veranderingen  die worden  beschreven kan je niet zomaar   verwerpen  omdat
je meent   dat  ”  alles met acht “armen “bezaaid  met herkenbare zuignappen   , wel hetzelfde soort  schepsel moet zijn  ”
Er zijn meer dan 200 verschillende  species opgenomen   in de familie Octopodidae, en er staan  meer dan  100  specima  te wachten op verdere  beschrijvingen en classificatie in die  familie   ___er zijn ongetwijfeld nog meer octopodidae  die op ontdekking wachten .
De octopodidae  zijn  van een  ongelofelijk diversiteit ( en dat alleen al wijst op een zeer  hoge ouderdom van hun  gemeenschappelijke  voorouder  met andere  octopusachtigen ( waarvan velen ook acht  “armen “bezitten  )

Deze blinde beunharen  en  morosofe  kwaks ( of misschien wel  regelrechte leugenaars ?) doen eigenlijk  steeds hetzelfde  .
Zo zouden  ze  ___ eenzelfde redeneertrant volgend ____ook  gemakkelijk  de paleontologen erop kunnen wijzen  dat  ;
Er   GEEN  evolutie heeft plaatsgevonden  , omdat  365 miljoen oude  tetrapoda …… net als  alle hedendaagse   zoogdieren  nog  steeds  vier  ledematen bezitten …..”

(Mijn commentaar )
In feite is  het hier aangevoerde  creationistische ” bezwaar ” de aloude mantra  :
” Hoe  gegeven  organismen  ( zoals hier  , de octopussen )   ook mogen varieeren
ze blijven  octopussen   ( = een bijbelse “geschapen  “soort   of  “baramin ( baranoom  )”
waarbij  micro-evolutie  wordt aanvaard  en macroevolutie  ontkent
(micro en macro evolutie uiteraard in de creationistische terminologie  / betekenissen  )

(anderen )
* Veel  volwassenen kennen  nauwelijks   het verschil  tussen  een  spin, een insect en  zelfs kleine schaaldiertjes  (= pissebedden ) ;
Ze  vatten dat alles  gemakshalve samen als  het   te verdelgen    “klein kruipend   (on)gedierte ”  :  de  “beestjes ”
Deze creationistische  artikels tonen  nogmaals aan dat  hun doelgroep  diegenen   zijn  met het grootst mogelijk  onbegrip  over de natuur  ___
en die er het meest  over willen  vertellen  . Ze  vinden  dat zij  serieus  moeten  worden  genomen   als  plaatselijke  “autoriteiten” ter zake  …
zelfs als ze worden herkend als  ignoramus
Iets waarop  creato’s  inspelen  opdat ze hun meningen  ( met een grote portie  populair appeal ) als  “wetenschappelijk valabele  en verantwoorde   kritiek  ”
verder kunnen slijten

*” ….De 95 miljoen-jaar-oude octopus evolueerde  uiteindelijk niet  als  puntje bij paaltje komt ” ( Denise O’Leary  )
Echter  deze gevonden  octopus is een  basale vorm  uit de  orde  der  octopoda ____net zoiets  als… de   afstand maki-Mens .
Iemand moet een  classificatie-cursus   volgen

.*…de morfologische  verschillen tussen de  voorbeelden  uit het krijt    en   de  moderne octopodae zijn op zijn  minst even  divers  als die tussen  chimpansees en mensen.
Indien er slechts  micro evolutie en variatie is  opgetreden in het  inkvis -baramin ….wat is dan  de reden  om  de mens NIET te zien als een variatie  van de chimp ? (of omgekeerd )

*Zelfs als de fossiele octopus morfologisch  identiek  moest  zijn   ( wat hij  niet IS )  aan eigentijdse , zou dat nog  niets zeggen  over  de genetische drift , welke zich niet noodzakelijk  dient te manifesteren in de  restanten van de  fysieke verschijning

b.-

(creato )
1  “Wetenschappers  zijn in verwarring   gebracht door de vondst  van  het recentste fossiel ”
2″ Het is een octopus die zij  op 95 miljoen  jaar oud hebben geschat  ”
3 “en,weet je  wat?
Het  ziet eruit als een moderne  hedendaagse  modern  octopus –  kompleet  met acht armen , met rijen zuignappen   en zelfs sporen van inkt. ”
4 “Het lijkt erop  dat in al die tijd  de octopus niet  is  geëvolueerd  – niet eens  één uiterst klein beetje.
 ”

(PZ)
1.- Wetenschappers  zijn helemaal   niet  door deze ontdekking in de war  gebracht.
2.-  Oppervlakkig gezien is dit juist
Alhoewel  – ze ” schatten”  het niet (zonder onderbouwing )  op – 95 miljoen jaar .
De creationist  probeert de indruk te wekken dat het hier omeen blote gissing  (= slechts een “‘claim”)gaat …
Het is een conclusie die door het geologische  bewijsmateriaal wordt gesteund.
De vondst is gedaan in een geologische formatie die minstens al honderd jaar bekend is  en  telkens weer  is gedateerd en gekontroleerd
3 .-Er zijn honderden octopus-soorten
De hierboven vermelde  beschrijving van de “octopus ”  is van kleuter niveau  ,een vierjarige die  met een kleurpotlood iets krabbelt
De fossielen  (er waren verscheidene geïdentificeerden species) lijken NIET  op  moderne octopods, maar hebben verscheidene veelbetekenende verschillen.
4 .-Compleet  vals.
De creationist heeft het wetenschappelijke   paper ( en uiteraard de argumenten ) niet gelezen  dat deze fossielen in de  lange geschiedenis van evolutieve veranderingen
en  vertakkingen binnen het   geslacht (plausibel )  inpast.

Ik kom toch nog eventjes terug op die  Schepper&zoon -figuur
die schrijft  o.a.   in het kader  van  een   soort  persoonlijk  kommentaar  op een  creationistisch  bewerkt  artikel over deze vondsten ;
Een evolutionaire voorloper van deze beesten kan niet worden getoond en in 95 miljoen jaar zou er niets aan ze veranderd zijn,
terwijl in diezelfde tijd dino’s in vogels veranderden.
Hier is iets niet in de haak als je het mij vraagt.”

1.- de evolutionaire voorloper  van “deze beesten”   is nog niet met zekerheid bekend …..heilaas zal  ook deze voorloper  niet worden  herkend  daar geen enkele van  al “deze beesten ” een   identiteitskaart op zak  heeft  of een  trouwboek  bezit
..Een beschrijving  , robotfoto’s    van   een mogelijke  kandidaat  binnen een  bekende  fossiele   groep waaruit ” deze  ( nu gevonden  fossiele)beesten ”   kunnen zijn voort gekomen , is echter  wél voorhanden
2.-” er zou niets veranderd zijn “=  is een  tendentieuze  sxuggestie die   een  ordinaire  ,   verdraaiende  leugen  tracht te  verbergen    – De huidige  verwanten /  collaterale  afstammelingen  van die  beesten  zijn dus wél veranderd  …  de gevonden  fossielen en  de hedendaagse octopussen  zijn  morfologisch  /anatomisch  wel  degelijk andere beesten
, terzelfdertijd vertonen ze ook veel  gelijkenissen  ….nogal duidelijk  toch ?
Lees   trouwens  de” paper ” , zodat je er iets meer  van afweet  dan de schijver van die creato- kwakkels en suggestieve truuks   …
3.-  Vogels  ZIJN  de   huidige  nog levende  dino’s….Niemand weet  op welk moment  of tijdstip  (een ) afstammingslijn( en ) uit  een bepaalde dino -groep  is afgetakt  die dieren heeft opgeleverd die men  “vogels” kan noemen ….Die creato  weet dat  blijkbaar wél ?
alhoewel  hij niet in evolutie “gelooft “( evolutiekunde   is trouwnes  geen geloof maar  een  interdiciplinaire wetenschap !!!   )
Er is echter  wel degelijk  genoeg  fossiel ( en  ander  vergelijkend ) materiaal  om de link   theropoda -moderne vogels , te kunnen maken  en te  ondersteunen …
4.- Wat hier ” niet in de haak”is ?   De  moedwillige onkunde   en  de mogelijke  leugenachtigheid  van deze creationist ….is voor iedereen duidelijk

(4)
Eigenlijk  is elk  fossiel (en  extant organisme )een ” transitionnal “ …
*
De term ( in het biezonder   het creationistische weggevertje  ” missing link “  )
heeft   bar  weinig  te  maken met  de wetenschap  zelf  maar  alles met  opherklopte en   sensationele persberichten  erover

——————————————————————————————————————————————————————————————————–

andere  CEPHALOPODA  

APPENDIX
(OPGEPAST  !!! de  volgende   artikels   zijn  wel   iets   verouderd  sinds deze nieuwe  vondsten  )

(Victor Strijdbos ) 

Evolutie van de Cephalopoda.
De oudste Cephalopoda zijn vermoedelijk ontstaan uit de monoplacophora, de oermollusken. Het lichaam verlengde zich in dorsoventrale richting en de voet verplaatste zich naar de kopstreek.

mollusca-phylog



Mogelijke evolutie series binnen de  mollusca 

evolutie mollusca(naar Salvini-PLawen )

crown group  and ancestors

crown group and ancestors 

°De mogelijke evolutie van de oermollusk  naar de Cephalopoda.

De voet ontwikkelde zich tot een nieuw bewegingsysteem, er vormden zich tentakels en 2 over elkaar liggende lappen, die samen een trechter vormen. Het dier bezit tentakels welke aan zijn kop bevestigd zijn, vandaar koppotigen. Uit deze traag voortbewegende vorm van Cephalopoda hebben zich weer actievere soortgenoten ontwikkeld. Een aantal tentakels reduceerde naar stevige armen en de trechterlappen vergroeiden met elkaar. De ingewandenzak werd nog langer, de mantel overgroeide de schelp die geleidelijk kleiner werd. Er zijn ook Cephalopoda met een inwendige schelp, zoals o.a. bij de belemnieten.

De uitwendige schelp, een ronde- of ellipsvormige conische rechte of opgerolde buis, is verdeeld in kamers. Een goed voorbeeld vanrecente Cephalopoda met een uitwendige schelp is de nautilus

Een ammonoida

ceratites

CERATITES 

nautilus 2

Nautilus

en met een inwendige schelp de sepia.

sepia zeekat
De uitwendige schelp van de Ammonoidea en Nautiloidea, werd omgevormd tot een hydrostatisch orgaan.
Bij Cephalopoda met een inwendige schelp verloor de schelp de drijffunctie.
De schelp werd achteraan verzwaard door materiaalafzetting, hierdoor krijgt men een betere gewichtsverdeling.
Het dier werd duidelijk mobieler en kon zich ook sneller horizontaal bewegen.

°
De evolutie ging nog verder,
nog meer actieve Cephalopoda reduceerden de schelp tot een dunne hoornpen zoals bij de pijlinktvissen.
Snel zwemmende Cephalopoda verloren hun schelp volledig, zoals bijvoorbeeld bij de Octopoda

Indeling van de Cephalopoda

De klasse Cephalopoda wordt onderverdeeld in 3 ordes: Ammonoidea, Nautiloidea en Coleoidea.
Ammonoidea hebben een uitwendige schaal, meestal planispiraal. De sutuurlijn is meestal complex en er is een eenvoudig siphokanaal aan de buitenrand van de venter.
Nautiloidea bezitten ook een uitwendige schaal, de sutuurlijn is eenvoudig en er zijn complexe siphonale trechters. Het siphokanaal ligt in het midden van de septa.


mollusca-nested-hierarchy

Bestand:Cuttlebone.jpg
Coleoidea
hebben een inwendige schaal, ( het zogenaamde “zeeschuim” ) zoals bij sepia.
de  sepia is trouwens  ook  een  achtarmige inktvis

Als fossiele Coleoidea denken wij aan de belemnieten.

Nautiloidea en Coleoidea zijn recent nog vertegenwoordigd.


OVERZICHT  OCTOPUS EVOLUTIE

http://www.tonmo.com/science/fossils/fossiloctopuses.php

 tree-of-life-mollusca
Phyllum MOLLUSCADE CLASSIFICATIE  VAN DE CEPHALOPODA  IS NOG STEEDS NIET  AFGEWERKTBOVENDIEN WORDEN OUDE EN NIEUWE  CLASSIFICATIE- SCHEMA’S ( EN VOLGENS DE  VERSCHILLENDE  TAALGEBIEDEN  ) NOG STEEDS  DOOR ELKAAR GEBRUIKT ( ook in de wetenschappelijke  publicaties  !!!  )…..1.- Encyclopedia of Life
http://www.eol.org/pages/2312Molluscs +

http://www.tonmo.com/science/public/vampyroteuthis.php