Hadrosauridae /Eendesnavel-dinos

     

http://qilong.files.wordpress.com/2011/08/hadrosaur-phylogenies-compared.jpg

http://qilong.wordpress.com/2011/08/09/o-crest-less-one/

Dinotand laat eetgewoonten zien

Een belangrijke groep plantenetende dinosaurussen had een unieke manier om voedsel te verwerken. Zij konden (in tegenstelling tot veel andere dino’s) kauwen, maar deden dit op een heel andere manier dan dieren die vandaag de dag leven. Dat blijkt uit onderzoek van het Natuurhistorisch Museum in Londen. Wetenschappers analyseerden de krassen op dinotanden en ontdekten daarbij ook nog dat de planteneters waarschijnlijk grazers waren.

Het is nog niet zo lang geleden dat men algemeen aannam dat dinosaurussen hun voedsel kauwen.

Ondertussen weten we dat er maar weinig kauwende dino’s op aarde rondliepen. Een belangrijke groep planteneters, de Hadrosaurussen, vormt een uitzondering.

Scharnier

Wetenschappers van het Natuurhistorisch Museum in Londen keken met behulp van microscopie in detail naar krassen op de tanden van de dino’s. Zulke krassen vertellen precies hoe de kaken van het dier hebben bewogen. Die beweging bleek erg complex te zijn. De kaken van de Hadrosaurus konden van boven naar beneden, van voor naar achter en opzij bewegen. Dit suggereert dat de dino kon kauwen, maar wel op een heel andere manier dan dieren die vandaag de dag leven.

Hadrosaurustand met krassen

Microscopische opname van de oppervlakte van de tand van een Hadrosaurus. Hierop zijn de krassen, die 67 miljoen jaar geleden werden aangebracht door het vermalen van voedsel, duidelijk zichtbaar. Op de plaatsen van de zwarte rechthoekjes hebben de onderzoekers de krassen nader geanalyseerd. Elk van deze plaatsen is minder dan een halve millimeter breed (zo breed als enkele menselijke haren) en toch is er een hele hoop informatie aan af te lezen. © Vince Williams, University of Leicester

Moderne kauwers hebben een flexibele onderkaak. De Hadrosaurus had in plaats daarvan een scharnier tussen de bovenkaak en de rest van de schedel. Tijdens het kauwen bewoog de bovenkaak naar buiten, buigend langs het scharnier. Op die manier glijden de tanden zijdelings langs elkaar en wordt het voedsel gesnipperd en vermalen.

Paardenstaarten

Krassen op de tanden vertellen niet alleen iets over hoe de dino’s aten, maar ook over wat zij aten. Het voedsel moet kleine korreltjes zand (een kenmerk van grondvegetatie) of silica (dat onder andere voorkomt in gras) hebben bevat. Hiermee is het uitgesloten dat de Hadrosaurus leefde van blaadjes en twijgjes, zoals giraffen en herten vandaag de dag doen.

Complex gebit maakt deze dino tot meest succesvolle vegetariër ooit

 05 oktober 2012  3

De dinosaurussen uit de groep Hadrosauridae waren zonder enige twijfel de meest succesvolle vegetariërs die onze planeet ooit gehad heeft. En wetenschappers kunnen nu verklaren waarom. Ze bestudeerden het gebit van de dino’s en dat blijkt verrassend complex voor een dino.

Dat schrijven wetenschappers in het blad Science. De dino’s hadden tot wel 1400 tanden die goed met elkaar samenwerkten. En er kwamen regelmatig tanden bij. “Deze jongens leken wel wandelende pulpfabrieken,” stelt onderzoeker Gregory Erickson.

Paarden
Toen de onderzoekers zich over het gebit van de Hadrosauridae bogen, zagen ze dat het sterk leek op dat van paarden. En paarden hebben één van de best ontwikkelde gebitten die we kennen. Dat Hadrosauridae een soortgelijk gebit hadden, is verrassend. Het zijn namelijk reptielen en die hebben meestal een heel simpel gebit en hun tanden boven en beneden raken elkaar niet wanneer ze ergens in bijten. Hoe anders waren de tanden van Hadrosauridae: de dinosaurus kon allerlei taaie planten en zelfs bladeren van bomen eten.

Over deze dino’s

De Hadrosauridae leefden zo’n zeventig miljoen jaar geleden. De dinosaurussen wandelden op vier poten, maar konden zich ook alleen op hun achterpoten verplaatsen. Het waren echte kuddedieren: ze reisden in kuddes die soms wel honderden of duizenden exemplaren telden.

Weefsels
Maar hoe hadden de dino’s dat gebit ontwikkeld? Het onderzoek van Erickson onthult dat. De dino’s waren zo goed in staat om allerlei planten te verorberen, omdat ze hele complexe weefsels hadden. De tanden bestonden uit wel zes verschillende soorten weefsels en waren daarmee bijzonder complex. Elke tand bleek ook weer een iets andere samenstelling te hebben, waardoor deze verschillende vormen en functies kon aannemen.

Waarschijnlijk is het mede dankzij dit complexe gebit dat de Hadrosauridae zo succesvol kon worden. Maar het is vooral dankzij de effectieve spijsvertering dat de Hadrosauridae (en hun verwanten, waarmee ze de groep Iguanodontia vormen) de ‘heerschappij’ van de plantenetende Sauropoden (‘langnekken’)., overnamen
Dat hield verband met de opkomst van de bloeiende planten in het Krijt, waar sauropoden meer moeite mee hadden.

Deze dino’s konden van alles eten: planten, stukken van bomen en zelfs hele taaie grassen. Met een dieet dat letterlijk voor het oprapen lag, was het niet zo lastig om hun 4,5 tot 15 meter lange lichaam te onderhouden.

Bronmateriaal:
Biologist examines how duck-billed dinos chomped their way through Cretaceous” – FSU.edu
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Derbivort (via Wikimedia Commons).

Hadrosaurus eetgewoonten

Hadrosaurus_eetgewoonten

Afbeelding: © Natural History Museum Londen

Deze tekening laat de eetgewoonten van de Hadrosaurus zien, zoals deze 67 miljoen jaar geleden waarschijnlijk waren. De plant op de voorgrond is een magnolia; net als de paardenstaart ook een belangrijk onderdeel in het dieet van de plantenetende dino. © Natural History Museum Londen

Ook het eten van gras lijkt onwaarschijnlijk. De dino’s leefden ongeveer 67 miljoen jaar geleden. De eerste grassen kwamen rond die tijd net opzetten en waren zeker nog niet veel voorkomend. De belangrijkste voedselbron van de Hadrosaurus was waarschijnlijk een soort uit de familie van de paardenstaarten. Deze planten kunnen niet alleen de vorming van krassen op de tanden verklaren, maar zij kwamen ook volop voor in het leefgebied van de dino.

http://blogs.smithsonianmag.com/dinosaur/2012/06/how-hadrosaurs-chewed/

Bronnen

Quantitative analysis of dental microwear in hadrosaurid dinosaurs, and the implications for hypotheses of jaw mechanics and feeding (Vincent Williams, Paul Barrett en Mark Purnell), PNAS, 29 juni 2009

Zie ook

Succes van de dinosauriërs was grotendeels toeval (Kennislinkartikel van Geonieuws)
Dino’s eerder uitgestorven (Kennislinkartikel)
Toch snelle uitsterving dino’s? (Kennislinkartikel)
Dino’s overleefden de Krijt-Tertiair grens (Kennislinkartikel)
Dino-doder zaaide leven (Kennislinkartikel)

Gryposaurus monumentensis

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Dino met een mond vol tanden
Oct , ’07
 
Amerikaanse wetenschappers groeven drie jaar geleden het fossiel van de nieuwe soortGryposaurus , op en zijn nu klaar met de beschrijving ervan.
De nieuwe dinosaurussoort die in Utah ontdekt werd,( late Campanian Kaiparowits Formation of southern Utah.) had maar liefst achthonderd tanden.
Daarmee was de dinosaurus een gevaar voor elke plantensoort uit zijn tijd,want vlees at hij niet.
Het gaat om de hadrosaurus Gryposaurus monumentensis
(Gryposaurus naar het Griekse “hagedis met een haakbek”; monumentensis naar de vindplaats Grand Staircase-Escalante National Monument in Utah, VS)
Het is niet de eerste keer dat de site waar het fossiel werd gevonden waardevolle vondsten prijsgeeft.
Eerder werden er al een soort Tyranosaurus en een Velociraptorachtige vleeseter opgegraven, maar ook krokodillen en schildpadden.
Tijdens de opgraving van de Gryposaurus troffen paleobotanisten er twintig onbekende fossiele plantenresten aan.
Het zuiden van Utah was toentertijd geen woestijn maar een warm, vochtig gebied met een rijkelijke begroeiing
Deze dino leefde in het late Krijt, ongeveer 75 miljoen jaar geleden.
Alleen de kop is teruggevonden.
 
 

The Gryposaurus monumentensis skull was preserved in river sediments found in Grand Staircase-Escalante National Monument, Southern Utah.
 

Gryposaurus monumentensis had powerful jaws that could have allowed it to eat woody plants.
 

Uit de afmetingen daarvan leiden Amerikaanse paleontologen af dat hij zo’n tien meter lang moet zijn geweest,woog een paar ton, bewoog zich voort op
twee poten en had vooral een indrukwekkende snuit.
Hij behoorde tot de familie van de Hadrosauridae of eendensnaveldinosaurussen.
 
Dit exemplaar had in zijn onderkaken veertig rijen tanden.
De achthonderd tanden van de plantenetende dino waren niet allemaal gelijktijdig in gebruik: naast een driehonderdtal ‘actieve’ tanden had hij in zijn kaakbeen een paar honderd vervangtanden in de wacht staan.
 
Het is de tot nu toe vierde bekende soort Gryposaurus, die op een aantal punten verschilt van de andere leden van het geslacht.
Zijn snuit is robuust, veel groter en waarschijnlijk veel sterker dan die van de anderen”,
zegt Sampsons collega Terry Gates aan BBC.
Bovendien maakt hij een meer verticale hoek, waardoor hij waarschijnlijk een stevigere beet had.
Door de combinatie van 800 tanden met een grote, sterke kaak en bek is hij een planteneter die formidabele hoveelheden sterk houterig en vezelrijk materiaal kon doorbijten ”
Dr Gates zei er wel bij dat de wetenschappers nog niet met zekerheid hebben uitgmaakt wat het dieet van dit dier was
we weten gewoonweg niet wat deze dino opat “zei hij
 
 
Het doopceel van de nieuwe dino werd op 03 october 2007 gelicht in het vakblad Zoological Journal of the Linnean Society.
 
 
 
 
 
Velafrons coahuensies
 

Skull of Duck-Billed Dinosaur from Mexico

 http://www.eurekalert.org/pub_releases/2008-02/uou-ndf020808.php

Reconstructed skull of Velafrons coahuilensis, a 72-million-year-old duck-billedspecimen discovered in Coahuila, Mexico.

 
 
 
  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Aan de Mexicaans kust leefde gedurende het krijt ( 72 miljoen jaar geleden ) een Eendenbek -dinosaurus ( Hadrosauridae Hadrosaurs )
 
<  skull_cast.jpg
Scientific Name: 
Velafrons coahuilensis 
Location:: Coahuila Mexico 
Formation: Cerro del pueblo 
Cretaceous 
Specimen: Museo del Desierto  skull_cast_side_
 
Deze dino is nu in de publieke belangstelling gekomen dank zij de bekendmaking van de resulaten( en de ontdekking van nieuwe veelbelovende dino vindplaatsen )
van een paar expedities van amerikaanse , canadese en mexikaanse teams …
 
De versteende overblijfselen van de Velafrons coahuensies werden in 1995 ontdekt in het droge landschap noordelijk Centraal-Mexiko in de deelstaat Coahuila, nabij de stad Saltilloin , in de afzettingen van de ” Cerro del Pueblo Formation”
De Velafrons-schedel kon eerst in 2002 worden bestudeerd nadat met een pneumatische hamer de schedel uit de harde rots van de Rincon Colorado vindplaats was bevrijd
Tenslotte is men er nu in geslaagd een zeer volledig skelet samen te stellen
De onderzoekers menen dat het om het meest complete dinosaurus-skelet gaat dat zij tot op heden hebben gevonden in Mexico.
 
 
De dinosaurus, werd door de onderzoekers
Velafrons coahuilensis genoemd …
dr. Terry Gates, paleontoloog van het Utah Museum of Natural History :
” Het prehistorische dier, was een planteneter die leefde aan de welig begroeide vlakke mexicaanse kusten , mangroves en rivierdeltas van een warme zee in een aangenaam
mediterraan klimaat ”
dr. Scott Sampson;
” en moest constant op zijn hoede zijn voor de neefjes van de Tyrannosaurus rex om te kunnen overleven. “
Net zoals andere Hadrosauriers staan de neusbeenderen bovenop de kop – met nasale holtes die drasties verlengd zijn en , ook bij deze Velafrons ,
een grote holle gekronkelde zeilvormige kuif vormen
De functie van de kuif is onbekend …maar wetenschappers denken dat het een rol zal hebben gespeeld als statussymbool en /of in (mogelijke )paringsrituelen
en in de sexuele selectie
Misschien ( suggereren weer andere dino-wetenschappers ) kon lucht worden geblazen door de neusholtes en kam , waardoor mogelijks een “trompet-achtig “geluid werd voortgebracht ?

 ZACHT WEEFSEL bewaard ?

03-12-2007
 
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<– DAKOTA & LEONARDO
“Gemummificeerde ” dinosaurus
 
 
Dakota & Leonardo
Dinosaurusmummie geeft geheimen prijs
door Tina De Gendt
 

Paleontoloog Phillip Manning:
“Deze eerste dinosaurus ooit die gevonden werd mét vlees en huid is goed op weg de hele paleontologie door elkaar te schudden.

Uit scans van de mummie blijkt immers dat alle dinosaurussen op de wereld minstens een meter langer zouden moeten zijn dan tot nu toe gedacht. “
 
 
 
 
 
Een stuk vel van de gevonden Hadrosaurus, bijgenaamd Dakota. De dino bleef uitzonderlijk goed bewaard.
 

De dinosaurusmummie is een 3.600 kilogram zware Hadrosaurus, een eendpotige planteneter die 67 miljoen jaar geleden leefde, vlak voor alle dinosaurussen uitstierven. Het beest mat 7,5 bij 9 meter en leefde, net als de meeste van zijn soortgenoten, in het toen rivierachtige Noord-Amerika.

De mummie werd eigenlijk al ontdekt in 1999 door Tyler Lyson.
Na de ontdekking duurde het nog vijf jaar voor de Hadrosaurus werd opgegraven en de relevantie pas echt duidelijk werd.
 
Tot nog toe moesten paleontologen zich immers tevreden stellen met skeletten van dinosaurussen. Van ‘Dakota’, zoals de dino werd gedoopt, zijn echter grote delen van de huid, de ligamenten en mogelijk zelfs de ingewanden intact gebleven
 
. “In vergelijking met deze dinosaurus zijn alle andere dinosaurussen niets meer dan verhakkelde verkeers-slachtoffers (‘road kill’ )”, besluit doctor Phillip Manning van de universiteit van Manchester, die samen met Lyson het onderzoek leidt.
Nu al heeft de mummie enkele werkhypothesen over dinosaurussen omvergeworpen. Zo blijkt de Hadrosaurus aanzienlijk langer dan eerst werd gedacht. Dat komt omdat de wervels van de ruggengraat blijkbaar veel verder uit elkaar staan dan eerst werd gedacht en zoals alle dinosaurussen in alle musea worden getoond.
 
“Elke ( gereconstrueerde )dinosaurus in de wereld moet minstens met een meter groeien “, zegt Manning.
Dat de staart en de ruggegraat van de dino tot 25 procent langer waren, zou ook betekenen dat de Hadrosaurus een pak sneller kon lopen dan werd aangenomen.
 
Bovendien
“De achterste ledematen zijn duidelijk meer ontwikkeld dan we dachten”, verklaart Manning.
“Met die spiermassa zou de dinosaurus tot 45 kilometer per uur gehaald kunnen hebben.”
 
Dat is een pak sneller dan de Tyrannosaurus rex, wat volgens de wetenschappers niet zo verwonderlijk is. Zoals zij het zelf stellen:
“De T rex moest enkel rennen voor zijn maaltijd, dit dier moest rennen voor zijn leven.”
 
 

Verder blijkt de Hadrosaurus ook gekleurde strepen te hebben gehad. Kleuren vergaan, zelfs bij een” gemummificeerde” dinosaurus, maar de schubben vertonen stroken die tegenwoordig ook gezien worden op hagedissen met verschillende kleuren.

 
 
 
Waarschijnlijk moesten de verschillende kleuren als camouflage dienen.
Het feit dat Dakota zo goed bewaard is gebleven, zet de wetenschappers wel voor een vraagstuk.
 
Normaal gezien verteren huid en vlees heel snel als ze in contact komen met zuurstof.
 
Manning:
“Blijkbaar is hier in de modder, waar het dier gestorven is, een chemische reactie gebeurd waardoor mineralen zich sneller hebben kunnen vormen dan de microben het zachte weefsel konden aantasten.”
 
Dat zou erop kunnen wijzen dat de Hadrosaurus in of vlak bij het water is gestorven en snel door een modderlaag werd bedekt voor zijn vlees kon wegrotten.
Verder onderzoek met een CT-scanner, die normaal gebruikt wordt om ruimtetuigen van de NASA te testen, moet de komende weken meer inzicht geven over leven en dood van het dier.
 
Daarna hopen de wetenschappers ook andere vraagstukken op te lossen over hoe dinosaurussen bewogen.
 
“Ik ben nu veertig”, zegt Manning.
Ik denk dat ik op mijn tachtigste nog bezig zal zijn met dit beest.”
 
Publicatiedatum : 2007-12-04 / De Morgen
 

zie ook :

DAKOTA & LEONARDO

Leonardo

EDMONTOSAURUS

Edmontosaurus mummy The Trachodon mummy

http://en.wikipedia.org/wiki/Trachodon_mummy

The Senckenberg mummy

Edmontosaurus

Edmontosaurus annectens/ site :Wyoming (USA) /original in Senckenberg: 75-65 million years (Upper Cretaceous) Diet : plants, approx. 3-4 tons,approx.10 metres, Ornithischia ,Cerapoda,Ornithopoda

The only original skeleton of an Edmontosaurus in Europe is in the Senckenberg Museum. In this specimen, even the structure of the skin has been preserved by a fossilized imprint. Worldwide, there are only two examples in this state of preservation! The neck and front legs are sharply curved backward. It can be surmised from the cramped bodily posture of the animal, that these dinosaurs had already been dried up like mummies, before the body was covered up by sandy deposits. This way, the hardened skin could make an impression on the sediment and be preserved as a fossil imprint.
The mouth of the Edmontosaurus was surrounded by a horny beak. Its dentition was equipped with several hundred teeth. Together they formed a striking surface used to effectively crush the plants it took in.
To date, only a few dinosaurs have been found which still contained the fossilized stomach contents. In theuniquely well-preserved “petrified mummy” in the Senckenberg Museum, in 1921 Prof. Kräusel discovered this animal’s last meal. It consisted of needles of a common tree of the Cretaceous period, numerous small seeds and fruits, as well as the remains of twigs from conifers and deciduous trees.
The skin imprints on the feet show that Edmontosaurus ran on the balls of its feet, which is reminiscent of the modern camel.
The Edmontosaurus was a representative of the widespread family of hadrosaurus. Previously, it was also known by the name Anatosaurus or Trachodon .(Gift of Arthur von Weinberg)

http://palaeoblog.blogspot.com/2011/09/anatotitan-no-more.html

ANATOTITAN

http://nl.wikipedia.org/wiki/Anatotitan

Anatotitan=Anatosaurus

Brett-Surman vide Chapman & Brett-Surman, 1990


Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 1.5X1.5m
‘Reuzeneend’
Dinosauria
Ornithischia
Cerapoda
Ornithopoda
Hadrosauridae

 

Maastrichtian 71.3 - 65 mjg

Anatotitan Parasaurolophus Lambeosaurus Saurolophus

Dit is een dinosaurus van de Hadrosaurussenfamilie, een goed te herkennen familie want dit zijn de zogenoemde Eendesnavel dinosaurussen. Waarom is wel duidelijk (zie tekening onder).
Er bestaan 2 typen hadrosauriers, de hadrosauridae zonder kam en de lambeosauridae met een kam op het hoofd. Anatotitan was een twee/viervoetige plantenetende dinosaurus van 12 meter lengte. Hij leefde in het Boven-Krijt. Zoals je kunt zien is Anatotitan een kamloze hadrosaurier. Niemand, zelfs de beste paleontoloog kan niet vertellen wat voor een kleur dinosaurussen hadden omdat kleuren niet bewaard blijven. Men neemt aan dat net als in de moderne wereld er dinosaurussen zijn geweest met camouflagekleuren, waarschuwingskleuren en kleuren om op te vallen bij de vrouwtjes. Omdat er ook nu nog dieren zijn met opvallende kleuren kunnen de hadrosauriers er best zo uitgezien hebben. De hadrosauriers zijn de meest geavanceerde plantenetende dino’s en leefden tot het laatst in grote kuddes, en hadden waarschijnlijk een sociale structuur van dominante dieren en minder dominante dieren, een rangorde dus. Ook hadden zij waarschijnlijk een of andere broedzorg, dat is voor tenminste een van de hadrosaurussen-soorten bewezen. Van Maiasaurus zijn nesten gevonden met daarin eieren en nog jonge dieren. Van Anatotitan zijn trouwens 2 verschillende soorten bekend, Anatosaurus longiceps die je links boven in het kader ziet staan en Anatotitan copei waarvan je de schedel onder ziet staan.



© J. Arts
Bovenaanzicht en zijaanzicht van Anatotitan Copei.

http://eesc.columbia.edu/courses/v1001/twomed.html


Saurolophus
 May 17, 2011

Filed under: Ornithopoda — muzillu @ 9:30 pm 
Despite rows of teeth and its crested head, Saurolophus was unable to defend itself against attack.
Saurolophus is one of the so-called duckbill dinosaurs, known as hadrosaurs. It used its toothless beak to nip off twigs, tough leaves and pine needles, which it ground up between its many rows of teeth.Confusingly, Saurolophus is only very distantly related to the much more popular Parasaurolophus. The type species S. osborni is known from the remains of at least three individuals. Another species, S. angustirostris, is known from the Gobi desert. Some palaeontologists think it should be the same species as S. osborni, but others think it is a different genus altogether.

Factbox
Name: Saurolophus, meaning ‘lizard crest’Size: 9-12m long and about 3m highFood: tough plants and leaves, seeds, fruit Lived: about 80-66 million years ago in western North America and eastern Asia in the Late Cretaceous Period
About as long as a bus, Saurolophus walked on its hind legs, but supported its body on its shorter front legs when feeding. It had no claws on it toes and no way of defending itself directly against carnivorous dinosaurs. However, Saurolophus, like other hadrosaurs, probably relied on keen senses of sight, hearing and smell, as well as their legs, to get out of trouble fast.
Scientists believe that Saurolophus had a pouch of skin on its face. It blew this up like a balloon to send warning signals to the herd or to attract a mate. It may also have used this pouch to increase the noises it made, just as frogs blow out their throats when croaking.
The distinguishing feature of Saurolophus is the prominent spine that rises above the eyes and projects backwards – the uniting feature between the species of Saurolophus is the presence of the backward-pointing spike above the eye. This is formed from the nasal bones that extend backwards and may have been associated with some sound-producing mechanism. The skull is quite narrow for a hadrosaurid, especially across the snout where we would expect to see the duck-like bill. The original species was the most complete to have been found in Canada at the time (1911). The Asian species is much larger.
http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0031295

http://ffd2009.multiply.com/journal/item/238

http://www.curriemuseum.ca/2012/02/07/skin-deep-identifying-dinosaurs-by-their-scales/

 

  zie ook    —>

Cretaceous, Mongolia
a rarely seen dinosaur from Mongolia. Saurolophus sports an unusual “handle-like” crest rarely seen in other dinosaurs  http://en.wikipedia.org/wiki/Saurolophus

 

http://archosaurmusings.wordpress.com/2012/05/05/yet-more-hadrosaur-heads/

Saurolophus angustirostris

Discovered in Mongolia, Nemegt formation 
Age: Late Cretaceous 
Saurolophus (meaning “reptile crest”) is a genus of large hadrosaurine duckbill dinosaur that lived in North America (Canada) and Asia (Mongolia); it is one of the few genera of dinosaurs known from multiple continents. It is distinguished by a spike-like crest which projects up and back from the skull. Saurolophus was a herbivorous dinosaur which could move about either bipedally or quadrupedally. 

The distinctive spike-like crest of Saurolophus has been interpreted in multiple ways, and could have had multiple functions. brown suggested it could provide an area for muscle attachment and a connection point for a nonbody back frill like that seen in the basilisk lizard. Peter Dodson interpreted it as having use in sexual identification. Maryanska and Osmolska, noting the hollow base, suggested that the crest increased the surface area of the respiratory cavity, and helped in thermoregulation. James Hopson supported a function as a visual signal, and further mentioned the possibility that there were inflatable skin flaps over the nostrils that could have acted as resonators and additional visual signals.

Pterosauria

 

 INHOUD —-> https://tsjok45.wordpress.com/2012/09/03/evodisku/

 

LINK

http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2014/04/11/pterosaurs-take-manhattan/

 

AMNH  exhibition :   The accompanying website is chock full of images, videos and information– go have a look.

Here’s a nice summary video.

 

 

 

 

A to Z List of Pterosaurs

They weren’t technically dinosaurs, but these flying, gliding pterosaurs crowded the skies of the Mesozoic Era.
________________________________________________________________________________________________

Aetodactylus
This Cretaceous pterosaur had an unusually narrow beak.

 ________________________________________________________________________________________

Alanqa
This giant pterosaur stalked the swamps of northern Africa.

________________________________________________________________________________________

Anhanguera
This pterosaur had crests on the top and bottom of its head.

AnhangueraAnhanguera2Anhanguera-santanae

°http://nl.wikipedia.org/wiki/Anhanguera_(pterosauri%C3%ABr)

http://museumvictoria.com.au/melbournemuseum/discoverycentre/dinosaur-walk/meet-the-skeletons/anhanguera/

 

_________________________________________________________________________________________________

Anurognathus

One of the smallest pterosaurs of prehistoric times.

__________________________________________________________________________________________________

Azhdarcho
A giant pterosaur from central Asia.

_________________________________________________________________________________________________

Bakonydraco
The remains of this pterosaur were found in Hungary.

_________________________________________________________________________________________________

Caulkicephalus
This pterosaur was recently discovered on the Isle of Wight.

_________________________________________________________________________________________________

 

Cearadactylus
A fish-eating pterosaur from South America.

_________________________________________________________________________________________________

Coloborhynchus
The largest toothed pterosaur yet identified.

De Krijt-pterosauriër Coloborhynchus spielbergi

http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i002072.html

Hoewel de eerste pterosauriërs reeds in de  Trias (248-213 miljoen jaar geleden) verschijnen, duurt het tot het Krijt (144-65 miljoen jaar geleden) dat de vliegende reptielen enorme groottes bereiken, met spanwijdtes tot 12 meter. Pterosauriërs waren tijdgenoten van de dinosauriërs, maar ze behoren tot een andere groep reptielen. Binnen de paleontologie is afgesproken dat de naam dinosauriërs alleen gebruikt mag worden voor op het land levende dieren; alle reptielen die kunnen vliegen of in zee leven zijn geen dinosauriërs.

Prepareren

De grote pterosauriër in Naturalis is zo’n groot vliegend reptiel uit het Krijt. Het fossiel komt uit Brazilië, en toen het naar het museum kwam, zaten de botten nog in kalksteen. Een bedrijf in Duitsland dat gespecialiseerd is in het uitprepareren van botten, heeft de botten ontdaan van het omringend gesteente. Het was hiervoor nodig om het gesteente met de botten eerst onder een röntgenapparaat te leggen, zodat de preparateurs in ieders geval bij benadering wisten waar ze bot konden verwachten. Dit maakte het uitprepareren gemakkelijker. Toen dit na ongeveer één jaar klaar was, kon de studie van de botten beginnen.

Studie

Het wetenschappelijke werk bestaat uit het bestuderen, beschrijven en tekenen van de botten. Dit geeft niet alleen informatie over de vorm van het dier maar ook over de manier waarop het lichaam functioneerde. En dit geeft weer aanwijzingen voor de manier van leven. Als dit gedaan is, moet het skelet vergeleken worden met andere skeletten van pterosauri챘rs. Dit is belangrijk omdat je dan uit kunt maken of het om een nieuwe soort gaat of niet. Het belang van het bepalen of een fossiel een nieuwe soort is of niet komt voort uit het feit dat in principe iedere soort zijn eigen manier van leven heeft. Meer soorten (een grotere diversiteit) wijst erop dat er een noodzaak was voor dieren om zich aan te passen aan andere omstandigheden dan hun voorouders, wat bijvoorbeeld veroorzaakt kan zijn doordat in de oude situatie niet genoeg voedsel meer te vinden was. Aanpassing aan een andere omgeving zorgt voor anatomische veranderingen en die worden door paleontologen in kaart gebracht en gebruikt om een nieuwe soort te defini챘ren.

De pterosauriër in Naturalis is een nieuwe soort van het genus (= geslacht) Coloborhynchus. Vertaald betekent dit zoiets als “snuit die onvolgroeid is.” In de 19de eeuw bedacht de paleontoloog sir RichardOwen deze naam, toen hij een in Engeland gevonden pterosauri챘rsnuit beschreef, die volgens hem onvolgroeid was

Hij vond het heel raar dat er dieren bestonden met een stompe snuit, waar dan ook nog eens twee tanden uitstaken. Er ontstond direct een discussie of het allervoorste stuk van dit fossiel misschien was afgebroken.

Anderen dachten dat de twee ronde structuren op de platte voorkant, de tandholtes, wellicht waren veroorzaakt door erosie; het fossiel was immers zeer slecht bewaard gebleven. Maar recente vondsten hebben duidelijk gemaakt dat de snuit inderdaad stomp is en twee tanden heeft. Andere kenmerken van dit genus zijn de grote kam op de snuit en een kleinere aan de onderkaak. De kam op de snuit zit tot helemaal vooraan, in tegenstelling tot de kam van het zeer nauw verwante genus Anhanguera; hier zit de kam namelijk meer naar achteren (maar er zijn nog andere verschillen). De verschillen tussen de soorten zijn minder duidelijk.

fig 2 – Coloborhynchus spielbergi verschilt in enkele details van andere Coloborhynchus soorten

Het gaat hier om kleine details. Zo zijn de rami (= opstijgende takken) van de onderkaak meer gebogen dan bij andere soorten en is de richel op het verhemelte veel minder goed ontwikkeld. En ook het borstbeen ziet er anders uit, maar hier moet wel bij gezegd worden dat er maar twee andere borstbeenderen bekend zijn, waarvan er maar een is gepubliceerd.

Levenswijze

Gezien het gebit en de omgeving waar het fossiel gevonden is, is het aannemelijk dat het dier vis at, die hij uit het water hapte tijdens het maken van een duikvlucht. De kam op zijn kop zou dan misschien gediend kunnen hebben als een soort kiel om door het water te ploegen. Maar hier moet nog meer onderzoek naar worden gedaan, omdat eenzelfde functie ook wordt toegeschreven aan de kam vanAnhanguera, die, zoals hierboven reeds vermeld, op een andere plaats zat. De verschillen in het gebit van Anhanguera (meer en kleinere tanden dan Coloborhynchus) wijzen ook op een andere manier van leven. Er is nog niet veel bekend hoe deze dieren verder geleefd hebben, bijvoorbeeld of ze in groepen leefden of niet. Slechts van een enkele pterosauriërsoort is hierover meer zekerheid. Zo leefdePterodaustro, de ‘flamingo’-pterosauri챘r, in grote groepen. Hoewel de dieren, gezien hun bouw, zeer zeker in staat waren grote afstanden af te leggen, is het niet met zekerheid te zeggen of ze dit ook deden. Hiervoor is het aantal gevonden fossielen te beperkt. Ook is er nog te veel onduidelijk over welke kenmerken uniek zijn voor deze pterosauriërsoorten. En zolang we daar niet over eens zijn, wordt ook de systematische indeling lastig en weten we niet zeker of die ene soort op een bepaalde plaats voorkomt of dat dit een verwante, maar toch nieuwe soort is. Onzeker is ook of de dieren eieren hebben gelegd of niet; er is tot op heden nog geen ei gevonden.

Toekomst

Het lijkt erop dat we al veel weten over deze prehistorische dieren. En dat is ook zo als het gaat om de botten, hoewel ook hier nog veel onduidelijk is, zoals blijkt uit het voorgaande. Maar over hoe het dier geleefd heeft, zowel met betrekking tot het functioneren van zijn lichaam als met betrekking tot zijn plaats in het ecosysteem, is nog veel te onderzoeken. Toekomstig onderzoek richt zich hier dan ook met name op.

auteur: André J. Veldmeijer

 

_________________________________________________________________________________________________

Ctenochasma
This pterosaur had over 200 needle-like teeth.

_________________________________________________________________________________________________

°

Darwinopterus

Photograph courtesy Atlantic Productions/ZOO EFX

Darwinopterus, a pterosaur that lived 160 million years ago, is shown flying through a Jurassic forest. About the size of a crow, Darwinopterus had an anatomy that contained elements of both early and more advanced pterosaurs and is therefore considered a transitional animal. Its sharp teeth and flexible neck have led some paleontologists to speculate that it may have hunted in the air.
An important “missing link” in pterosaur evolution.

Photo: A Darwinopterus flies through a Jurassic forest in an image from the movie Flying Monsters 3D

 

_______________________________________________________________________________________________

 

°

Dimorphodon

Dimorphodon

Dimorphodon macronyx   // Dimorphodon was a midsize pterosaur with a blunt, bulky head and two types of teeth.

Dimorphodon Fossil

Dimorphodon fossil  //With a skull shaped to snap jaws fast, this animal likely caught insects mid-air.

Dimorphodon
This big-headed pterosaur had two distinct types of teeth.

D Macronyx

dimorphodon 1dimorphodon (R Owen ) dimorphodon°

http://www.dinosaurfact.net/Pterosaurs/Dimorphodon.php

http://en.wikipedia.org/wiki/Dimorphodon

http://nl.wikipedia.org/wiki/Dimorphodon

File:Dimorphodon2DB.jpg

____________________________________________________________________________________________________

°

Dorygnathus   A typical pterosaur from western Europe.

°

Dsungaripterus
A typical pterosaur of the early Cretaceous. /  -145 a -99.6 MY                                                                                                                                                 Asia: Mongolia, China

http://www.palaeocritti.com/by-group/pterosauria/dsungaripterus

http://laignoranciadelconocimiento.blogspot.be/2011/09/dsungaripterus.html

Dsungaripterus

  skull

http://paleodb.org/cgi-bin/bridge.pl?a=home

Dsungaripterus

Dsungaripterus weii
This pterosaur’s rugged skull shows adaptations for digging and eating shellfish.

Dsungareptirus Fossil

Dsungaripterus fossil
These crushing teeth could have pulverized clams like a nutcracker.

_______________________________________________________________________________________________

Eudimorphodon
This pterosaur flew the skies of Europe well over 200 million years ago.

________________________________________________________________________________________________

 

Eurazhdarcho
This giant pterosaur was recently discovered in Transylvania.

________________________________________________________________________________________________

Feilongus
This narrow-beaked pterosaur was recently discovered in China.

________________________________________________________________________________________________

Germanodactylus
This flying reptile was once thought to be a species of Pterodactylus.

________________________________________________________________________________________________

Gnathosaurus
This “jaw lizard” was discovered in 1833.

_________________________________________________________________________________________________

Hatzegopteryx
Might this pterosaur have been bigger than Quetzalcoatlus?

_________________________________________________________________________________________________

Hamipterus tianshanensis

June 5, 2014
Source:Cell Press
Summary:
Researchers have discovered the first three-dimensionally preserved pterosaur eggs in China. The eggs were found among dozens, if not hundreds, of pterosaur fossils, representing a new genus and species (Hamipterus tianshanensis). The discovery reveals that the pterosaurs — flying reptiles with wingspans ranging from 25 cm to 12 m — lived together in gregarious colonies.
This image depicts ecological reconstructions of Hamipterus.
Credit: Chuang Zhao
Pterosaurs and their  3D  eggs from China

Eieren van Pterosaurus ontdekt

Het gaat om vijf goed bewaard gebleven eieren die zijn ontdekt temidden van veertig fossielen van mannelijke en vrouwelijkePterosauriërs.

Uit de vondst blijkt dat de vliegende reptielen waarschijnlijk in grote kolonies leefden en broeden .

Dat melden Chinese onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschriftCurrent Biology.

De wetenschappers ontdekten de gefossiliseerde Pterosauruseieren tijdens een opgraving in de Chinese provincie Xinjiang. Het gaat niet om afdrukken van eieren in gesteentes, maar om driedimensionale structuren.

“Vijf van de eieren zijn driedimensionaal bewaard gebleven, sommige zijn bijna helemaal compleet”, verklaart hoofdonderzoeker Xiaolin Wan op nieuwssite ScienceDaily.  

Om de gefossiliseerde eieren zit een kalkrijke schil, aan de binnenkant bevindt zich een dik membraan. Daarmee lijken de fossielen erg op moderne slangeneieren.

De aanwezigheid van de veertig skeletten suggereert dat de vliegende reptielen zich hadden verzameld in een broedgebied. Waarschijnlijk begroeven de vrouwtjes hun eieren in vochtig zand nabij een meer om ervoor te zorgen dat hun jongen niet zouden uitdrogen.

“Vindplaatsen als deze leveren veel informatie op over het gedrag van deze vliegende reptielen die met geen enkele moderne diersoort zijn te vergelijken”, aldus Wan.

De opgegraven Pterosuariërs leefden ongeveer 120 miljoen jaar geleden. De vleugels van de dieren hadden in sommige gevallen een spanwijdte van maar liefst twaalf meter.

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis


driedimensionaal ei 

 

Wetenschappers hebben in China voor het eerst in 3D bewaard gebleven eieren van pterosaurussen ontdekt. Nabij de eieren ontdekten ze bovendien de resten van zeker tientallen volwassen pterosaurussen. Het gaat om een nieuwe soort.

Nieuwe soort
De ontdekte pterosaurussen en hun eieren zijn nieuw voor de wetenschap. De onderzoekers hebben de nieuwe soort de naam Hamipterus tianshanensis gegeven. Waarschijnlijk begroeven deze pterosaurussen hun eieren in het zand nabij een meer om te voorkomen dat deze zouden uitdrogen. Het feit dat er nabij de eieren zoveel resten van volwassen pterosaurussen zijn ontdekt, wijst erop dat ze in groepen leefden.

De eieren
De eieren van deze nieuwe soort hebben een vrij dunne, kalkachtige schaal. Daaronder bevindt zich een zacht, maar dik membraan. De eieren lijken daarmee op de eieren van moderne slangen.

De volwassenen
De onderzoekers bestudeerden bovendien de fossiele resten van veertig mannelijke en vrouwelijke volwassen pterosaurussen. Uit dat onderzoek blijkt dat er de nodige verschillen waren tussen de mannetjes en vrouwtjes. Onder meer de grootte, vorm en de hoofdkam was bij de vrouwtjes anders dan bij de mannetjes.

 

De ontdekte eieren. Afbeelding: Maurilio Oliveira.

Bijzonder
De ontdekking in het noordwesten van China is heel belangrijk. Met name omdat er ook eieren zijn aangetroffen.

Tot op heden zijn er maar enkele eieren van pterosaurussen teruggevonden en die waren allemaal ‘plat’. Het is voor het eerst dat in 3D bewaarde eieren zijn ontdekt. Ook is het uniek dat de eieren in gezelschap van hun ouders worden teruggevonden.Hoewel de vondst ons veel kan vertellen over het leven, gedrag en de voortplanting van de pterosaurus is er nog genoeg wat we niet weten. Wellicht dat meer opgravingen in ditzelfde gebied daar verandering in kunnen brengen.

Bronmateriaal:
First 3-D pterosaur eggs found with their parents” – Cell Press (via Eurekalert.org).
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door HombreDHojalata (via Wikimedia Commons).

 

___________________________________________________________

°

Huaxiapterus jii

SKULL  Top: from left to right, anterior portions of the skull of Huaxiapterus jii, H. corollatus and skull of H. benxiensis. Bottom: photography of the holotype (BXGM V0011) of H. benxiensis. After Lü, 2007

huaxiaperus-skullsHuaxiapterus-RS

°

Life reconstruction of Huaxiapterus jii (© Rafael Silva do Nascimento)

http://www.dinodinosaurs.com/f1605/huaxiapterus-information-1324.html

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_____________________________________________

°

Istiodactylus
This “sail finger” flew the skies of Cretaceous England.

 

______________________________________________

Jeholopterus
This fanged pterosaur looked like a flying vampire.

°

 Jeholopterus ningchengensis

http://www.reuters.com/article/2009/08/05/us-china-pterosaur-idUSTRE5745GJ20090805

__________________________________________________________________________________

Liaoningopterus
This Asian pterosaur was a close relative of Anhanguera.

___________________________________________________________________________________-

Nemicolopterus
This tiny pterosaur was discovered in China in early 2008.

Mini-pterosauriër/ Remy van den Brand

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/39232189/

Sluit dit venster

 Nemicolopterus crypticus[Afbeelding: Michael Skrepnick].

Onderzoekers beschrijven begin februari 2008 in PNAS een van de kleinste pterosauriërs ooit.

Het fossiel van deze vliegende, tandeloze dino werd gevonden in een Chinees gesteente dat stamt uit het Krijt en 125 tot 120 miljoen jaar oud is.

Lang was het leven van het dier niet, want volgens de wetenschappers, onder leiding van de Chinese paleontoloog Xiaolin Wang, gaat het nog maar om een jonkie. En met een spanwijdte van pak ‘m beet 25 centimeter is het een van de kleinste pterosauriërs die tot nu toe bekend zijn. Latere familieleden konden een spanwijdte van meer dan zes meter bereiken.

Opvallend zijn onder meer de erg gekromde tenen, die erop wijzen dat het beestje voornamelijk in bomen rondhing.

Waarschijnlijk ving en verorberde het daar insecten.

Mini-Pterodactyl Found in China

small pterosaurs

 http://news.nationalgeographic.com/news/2008/02/photogalleries/reptile-pictures/photo3.html

_____________________________________________________________________________________

 

Nyctosaurus
This pterosaur came equipped with its own mast and sail.

______________________________________________________________________________________

Ornithocheirus
One of the largest pterosaurs of the Cretaceous period.

_______________________________________________________________________________________

Peteinosaurus
One of the earliest known pterosaurs.

________________________________________________________________________________________

Preondactylus
The earliest pterosaur yet identified.

________________________________________________________________________________________

Pteranodon
What folks usually refer to when they say “pterodactyl.”  —>( in  gewone spreektaal   worden beiden  gebruikt als  synoniem voor “pterosaurier …”-)

 

 

 Pterosauriers ; 

 pterosauriers

 

Pterodactylus

 

Bekende geslachten zijn de Rhamphorhynchus (afb. links), Pterodactylus en Pteranodon.
De Pterosauria waren reptielen met een lange schedel, een kort lichaam, een lange staart (althans in de oudste primitieve vormen).
De voorste twee ledematen hadden zich ontwikkeld tot vleugels, gevormd door een huidplooi (zoals ook bij vleermuizen), die gesteund werd door één zeer lang uitgegroeide vinger. De overige vingers van de voorpoot fungeerden als een kleine klauw halverwege de vleugel. De beenderen zijn licht en hol, zoals bij vogels.

Uit de Archosauromorpha ontwikkelden zich aan het eind van het Trias (ca. 210-190 miljoen jaar geleden) de Pterosauria (Vliegende Hagedissen).
De Pterosauria (Gr. Pteron = vleugel; sauros = hagedis) vormen de enige groep reptielen die ooit gevlogen hebben. Zij kwamen in het Jura en het
Krijt, veel voor in Europa en Noord-Amerika, al zijn er ook soorten bekend uit Afrika. De bloeitijd van deze dieren ligt in de Jura; slechts weinig soorten zijn tot in het Krijt blijven voortbestaan.

°
Voorouders : Pterosauria (Gr. Pteron = vleugel; sauros = hagedis) worden gezien als Archosauria en bovendien als zustergroep van
(of althans nauw verwant aan) de Dinosauria. Dit is echter omstreden: veel onderzoekers menen dat de Pterosauria van hagedisvormige dieren als
Cosesaurus afstammen. Dit diertje leefde tijdens het Midden-Trias (ca. 220 mjg) in Spanje en behoort tot de Prolacertiformes, een groep van uiteenlopende primitieve reptielen en een onderverdeling van de Archosauromorpha. Anderen plaatsen de Pterosauria zelfs in de Lepidosauromorpha (Eosuchia) een zustergroep van de Archosauromorpha als vrije nauwe verwanten van de hagedissen en slangen.

°

De Vliegende reptielen moeten niet worden beschouwd als de voorlopers van de vogels. Uit goed bewaard gebleven materiaal is o.a. komen vast te staan dat de Pterosauria geen veren bezaten. De Vogels hebben zich langs een andere weg ontwikkeld, namelijk uit de Ornithosuchia (orde Thecodontia) of uit de Theropoden (Dinosauriërs)
Cosesaurus, de mogelijk voorouder van de Pterosauria.

Cosesaurus aviceps (Ellenberger and DeVillalta 1974) Middle Triassic ~225 mya, ~16cm long, was originally considered an ancestor of birds, then a juvenile Macrocnemus (Sanz and López-Martinez 1984) and finally an ancestor of pterosaurs (Peters 2000b). Here Cosesaurus was derived from a sister to Huehuecuetzpalli Jesairosaurus and MacrocnemusCosesaurus was a basal fenestrasaur that phylogenetically preceded SharovipteryxLongsiquama and pterosaurs. Once again, as important changes took place, the taxon had a smaller adult size.
http://www.reptileevolution.com/cosesaurus.htm

*Tot de Pterosauriërs (Vliegende Reptielen) uit het Krijt behoorde de Hesperorinis. Dit dier was uitstekend zwemmer en duiker, dankzij zijn zwemvliesachtige poten. De vleugels waren daarentegen klein en onontwikkeld, waardoor het dier niet kon vliegen. De Hesperorinis kwam alleen aan land om haar nest te bouwen.

 

°

 

 

Pteranadon

Pteranodon longipens
With wingspans up to 20 feet, this was one of the largest pterosaurs.

 

Pteranodon Fossil

Pteranodon fossil
Pteranodon fossils were first discovered in western Kansas, U.S.

 

_________________________________________________________________________________________

Pterodactylus
The first pterosaur ever to be discovered–and still the most famous.

_________________________________________________________________________________________

Pterodaustro
A weirdly beaked cousin of Pterodactylus.

Pterodaustro

Pterodaustro guinazui
This pterosaur’s teeth were so thin they resembled the bristles of a brush.

Pterodaustro Fossil for DL

Pterodaustro fossil
Its teeth were not for biting; the animal likely scooped up water to strain it for food.

 

Groeicurve van een vliegend draakje

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/39308259/

Een pterosaurus( Pterosauriërs )die zijn voedsel waarschijnlijk uit het water filterde, begon al aan de voortplanting als hij de helft van zijn uiteindelijke grootte had bereikt.

Dat leidt een drietal onderzoekers af uit geplette fossiele botten die gevonden zijn Argentinië. Ze zijn van ‘Pterodaustro guiñazi’, een vliegend reptiel met een merkwaardig gevormde bek. In die bek zaten talloze haarachtige tanden, die doen denken aan de baleinen van een walvis.

De gevonden botten zijn van verschillende grootte, en er is zelfs een fossiel embryo bij, compleet met eierschaal. Hoewel veel van de beenderen geplet waren, konden Anusuya Chinsamy (universiteit van Kaapstad, Zuid-Afrika) en collega’s uit de VS en Argentinië ze dankzij groeiringen in het bot gebruiken om vast te stellen hoe oud de vliegende draakjes geweest waren toen ze stierven. Ook is uit de structuur af te leiden of ze veel energie staken in iets anders, vermoedelijk voortplanting.

Jonge dieren groeiden in hun eerste twee jaar snel en werden dan seksueel actief, concluderen de onderzoekers. Op dat moment hadden ze iets meer dan de helft van hun uiteindelijke omvang. In de drie à vier jaar erna groeiden ze langzaam verder door, tot een uiteindelijke vleugelspanwijdte van tegen de tweeënhalve meter.

Elmar Veerman

Sluit dit venster

Van Pterodaustro zijn honderden skeletten gevonden.

_________________________________________________________________________________________

Quetzalcoatlus
One of the largest creatures ever to take to the sky.

°

De Quetzalcoatlus leefde in het laat-Krijt. Het dier had een vleugelspanwijdte van 12 meter, wat overeenkomt met een gevechtsvliegtuigje uit de tweede wereldoorlog. Hij jaagde voornamelijk op vis in de Amerikaanse binnenzee en viel zelden andere dinosauriërs aan.

°

Two Quetzalcoatlus Scavenge a Dinosaur

Photograph courtesy Atlantic Productions/ZOO EFX

A pair of Quetzalcoatlus scavenge a dinosaur carcass, as some paleontologists believe they might have. Quetzalcoatlus had an enormous beak the size of a man. It is the largest known pterosaur, and its height, standing, would have been eye-to-eye with a giraffe.

Quetzalcoatlus, which lived right up until the end of the Cretaceous period and the extinction of the dinosaurs, is considered in some ways to be at the top of the pterosaur family tree.

Photo: Two Quetzalcoatlus scavenge a dead dinosaur carcass in a scene from the movie Flying Monsters 3D

__________________________________________________________________________________________

Rhamphorhynchus
This pterosaur is hard to spell, but its remains are unusually well preserved.

_____________________________________________________________________________________________

Scaphognathus
A small, rhamphorhynchoid pterosaur of the late Jurassic period.

_____________________________________________________________________________________________

Sordes
A pigeon-sized pterosaur of the late Jurassic.

______________________________________________________________________________________________

°

Tapejara Head

Photograph courtesy Atlantic Productions/ZOO EFX

A close-up view of the head of Tapejara is shown here. The name is derived from Tupi Indian mythology and means “the old being.”

Some scientists have proposed that, in addition to being able to fly, Tapejara could perhaps manipulate its body to “sail” across the surface of the ocean in search of prey. Like a boat, the “hull” of the pterosaur could be formed by the breastbone dipping into the water, and the two hind legs directed backward would function like lateral hulls.

Other scientists have suggested that the Tapejara’s enormous head was not used as a sail, but instead to attract a mate. It could be that the animals with the biggest and most spectacular head crests were able to demonstrate to potential mates that they were the fittest individuals in the population

Tapejara

Photo: A Tapejara head at close range, with a huge, colorful crest, from the movie Flying Monsters 3D
A colorful pterosaur from South America.

 

________________________________________________________________________________________________

Thalassodromeus
This South American pterosaur had a gigantic head crest.

________________________________________________________________________________________________

°

Tupandactylus imperator

Tupandactylus
No other pterosaur had a bigger crest in relation to its body size.

Tupandactylus crest fossil

Tupandactylus fossil
This rare specimen shows signs of the soft tissue between the bones of the crest.

_____________________________________________________________________________________________

 

Tupuxuara
A colorful pterosaur closely (and confusingly) related to Tapejara.

 

_______________________________________________________________________________________________

Vectidraco
This pterosaur was discovered by a five-year-old girl.

________________________________________________________________________________________________

Zhejiangopterus
One of the best-preserved of the giant pterosaurs.

 

________________________________________________________________________________________________

***************************************************************************************************************

 

 

NADER   BEKEKEN  (Diverse artikels  ) 

 

 

 

Vroege vogels en pterosauriërs zaten elkaar niet in de weg

http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsnr.php?nummer=105

15 November 2005, jaargang 7 nr. 22

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Vroege vogels en pterosauriërs zaten elkaar niet in de weg De provincie Liaonin in noordoost China levert een voortdurende stroom van interessante nieuwe fossielen op. De afzettingen zijn vooral bekend geworden door de vondsten van gevederde dinosauri챘rs, maar zijn minstens zo interessant door het gelijktijdige voorkomen van pterosauri챘rs en vroege vogels. Daarover zijn net nieuwe gegevens beschikbaar gekomen, die ook meer inzicht geven in de onderlinge verhoudingen tussen beide groepen.

De schedel van Feilongus youngi

In de Yixian Formatie zijn de schedel en de onderkaak een nieuwe pterosauri챘r gevonden, Feilongus youngi. Het gaat om een (nieuw) geslacht dat tot de Archaeopterodactyloidea moet worden gerekend. Met zijn spanwijdte van ca. 2,4 m is hij de grootst bekende vertegenwoordiger uit deze groep. De tanden (het moeten er in totaal 76 zijn geweest) zijn naaldvormig. In de Jiufotang Formatie is het grotendeels complete skelet gevonden van een exemplaar dat eveneens een nieuw geslacht representeert, Nurhachius ignaciobritoi, dat tot de Istiodactylidae moet worden gerekend. De spanwijdte bedroeg 2,4-2,5 m, en deze soort had 54 tanden. Beide nieuwe vondsten komen uit afzettingen (de Jehol Groep) die ongeveer 225 miljoen jaar oud zijn (Vroeg-Krijt), en beide behoren tot taxa die tot nu toe alleen uit Europa bekend waren. Dat betekent volgens de onderzoekers dat er waarschijnlijk een levendig ‘verkeer’ tussen Europa enerzijds en Siberi챘 en Oost-Azi챘 anderzijds bestond.


Het complete skelet van Nurhachius ignaciobritoi

De oudste formatie van de Jehol Group, de Yixian Formatie, heeft nu 7 soorten pterosauriërs opgeleverd. De op de Yixian volgende Jiufotang Formatie heeft nu 6 soorten opgeleverd. Het is daarbij interessant dat de beide formaties verschillende fauna’s van pterosauriërs hebben, die resp. relatief primitief en relatief ver ontwikkeld zijn. Dat is opvallend omdat vindplaatsen van pterosauriërs elders ter wereld alleen betrekkelijk primitieve vormen bevatten (Solnhofen) of juist alleen betrekkelijk ontwikkelde vormen (Santana Fm.). De onderzoekers vermoeden dat de relatief lange tijdspanne waarin de Jehol Groep werd afgezet (5 miljoen jaar) verantwoordelijk is voor deze zichtbare evolutie. Die evolutie lijkt overigens complex en moet nog grotendeels ontrafeld worden.


Reconstructie van een pterosauriër uit de Jehol groep

Naast de ca. 40 resten van pterosauriërs die de Yixian Formatie heeft opgeleverd, zijn er ook meer dan 1000 fossiele vogels uit afkomstig. De Jiufotang Formatie heeft, naast zo’n 1090 pterosauriërs, ook meer dan 1000 vogels opgeleverd. In totaal zijn er nu uit de Jehol Groep 21 vogelsoorten beschreven (terwijl nog tenminste vijf nieuwe soorten niet zijn beschreven). Voor de pterosauriërs gaat het om 13 beschreven en minstens 3 nog onbeschreven soorten. Door deze aantallen is nu een redelijk beeld van de vliegende fauna van destijds verkregen. Duidelijk is dat er veel meer vogels waren dan pterosauriërs, zowel in soortenrijkdom als in aantal. De verspreiding van deze fossielen wijst erop dat beide groepen elkaar in het Vroeg-Krijt (en mogelijk gedurende het grootste deel van het Mesozoïcum) niet in de weg zaten: de vogels leefden vooral in het binnenland, terwijl de pterosauriërs meer de kustgebieden bevolkten.

Referenties:
  • Wang, X., Kellner, A.W.A., Zhou, Z. & Almeida Campos, D. de, 2005. Pterosaur diversity and faunal turnover in Cretaceous terrestrial ecosystems in China. Nature 437, p. 875-879.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Xiaolin Wang, Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology, Chinese Academy of Sciences, Beijing (China).

Jachtwijze van pterosauriërs moet worden herzien

1 November 2007, jaargang 9 nr. 11 artikel 862

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=862

502171-e6ff8abef93adbee81f0af15586e74ea

Over de wijze waarop de pterosauriërs leefden en hun voedsel verkregen, bestaat nog veel onduidelijkheid. Deze opmerkelijke diergroep, waarvan sommige soorten een spanwijdte hadden van 12-15 m, leefde volgens de huidige opvattingen voor een belangrijk deel van vis. Op basis van de anatomie van hun kop, en ook van hun bek, werd tot nu toe verondersteld dat ze (zo niet alle dan toch in ieder geval sommige soorten zoals Thalassodromeus en Quetzalcoatlus) dat deden door dicht over het wateroppervlak te scheren, waarbij ze de onderste helft van hun snavel door het water haalden, in de hoop om zo een vis te vangen. Die wijze van vissen wordt recent onder meer toegepast door schaarbekken (Rynchops).
Het beeld van de reusachtige pterosauriërs die scherend over het water, met hun snavel het water doorklievend op jacht naar vissen, lijkt echter niet langer houdbaar. Op basis van nagebouwde snavels vanTupuxuara en van Thalassodromeus sethi – een soort die in 2002 veel aandacht kreeg juist omdat de gevonden restanten de karakteristieken van kop, hals en snavel vertoonden die op het vissen op deze methode lijken te wijzen – hebben onderzoekers van de Universiteit van Portsmouth namelijk vastgesteld dat deze in het water een zeer grote weerstand zou hebben ondervonden. Die moet een orde van grootte groter zijn geweest dan die van de schaarbek. Als gevolg daarvan zou deze manier van foerageren aan Thalassodromeus zeer veel energie hebben gekost; zoveel energie dat de zo gewonnen prooidieren daarvoor geen compensatie zouden bieden. Bij de stern gaat het al om zo’n 20% van de energie die het voedsel oplevert (en dat is waarschijnlijk ook de reden waarom zo weinig vogelsoorten op deze wijze vissen), en bij de grote pterosauriërs zou de balans dus zelfs negatief zijn geweest.

In principe zouden kleinere pterosauri챘rs (de onderzoekers noemen een drempelwaarde van 2 kg) deze jachtmethode wel kunnen hebben toegepast met een positieve energiebalans, maar bij de aangetroffen restanten van zulke kleine pterosauri챘rs (onder meer Rhamphorhynchus) ontbreken juist de aanpassingen van de kop en de nek die voor een dergelijke wijze van vissen nodig zijn.

Een en ander impliceert natuurlijk niet dat de pterosauriërs niet op vis jaagden. Ze moeten daarvoor echter andere methoden hebben gebruikt. Ook de stern doet dat overigens frequent, waarbij hij op 3-5 m boven het water vliegend naar vis aan het wateroppervlak speurt, en zich vervolgens loodrecht op een waargenomen prooi laat vallen, vergelijkbaar met de wijze waarop sommige roofvogels andere vogels vangen.

Referenties:
  • Humphries, S., Bonser, R.H.C., Witton, M.P. & Martill, D.M., 2007. Did pterosaurs feed by skimming? Physical modelling and anatomical evolution of an unusual feeding method. PloS Biology 5(8): e204. doi:10.1371/journal.pbio.0050204.

donderdag, 20 augustus 2009
In het Zuid-Franse Crayssac hebben paleontologen landingssporen van een pterosaurus gevonden.

http://rspb.royalsocietypublishing.org/content/early/2009/08/14/rspb.2009.1161.full?sid=cdc2579c-7701-4130-b021-6073962d1328

De onderzoekers hebben hun vondst bekend gemaakt in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society. Het is voor het eerst dat er sporen van de ‘landingsbaan’ van een pterosaurus zijn gevonden.

De pterosauria, voor zover bekend de enige reptielen die ooit gevlogen hebben, kwamen voor van het Trias tot het Krijt en leefden voornamelijk in Europa en Noord-Amerika. De vondst van het landingsspoor van een pterosaurius geeft onderzoekers een uniek inkijkje in hoe de dieren landden.

De onderzoekers laten weten dat het reptiel ongeveer 150 miljoen jaar geleden landde in zachte klei en zo sporen achter liet. De pterosaurius zou bij deze landing zijn vleugels hebben gebruikt om af te remmen. De eerste afdrukken die gevonden zijn waren namelijk die van achterpoten. Zodra de vaart verminderd was bracht de pterosaurius ook zijn voorpoten naar de grond, maakte hij een ‘hupje’ en liep hij vervolgens verder. Bij het lopen gebruikte het dier ook de punten van de vleugels.

Vermoed wordt dat de gevonden sporen afkomstig zijn van een kleine pterosaurius.
De klauwen van het dier dat de afdrukken achterliet waren ongeveer vijf centimeter lang.

Of grotere pterosauriërs op dezelfde wijze landden is niet bekend.
Pterosaurus landde op twee poten
http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2009/augustus/Pterosaurus-landde-op-twee-poten.html
 

Een spoor in 140 miljoen jaar oude Franse modder laat zien hoe een vliegend reptiel geland moet zijn: eerst op zijn achterpoten, waarna hij op vier poten verder liep.
Er zijn de afgelopen jaren al veel meer loopsporen van pterosauriërs gevonden op ‘Pterosaur Beach’, een rotsformatie in het zuidwesten van Frankrijk. Maar nu presenteert het team van Jean-Michel Mazin iets unieks.

De paleontologen beschrijven  een serie afdrukken die een klein exemplaar van zo’n vliegend reptiel heeft gemaakt tijdens een landing. Het dier had voetzolen van zo’n 5 centimeter lang, is te zien aan de ondiepe afdrukken in wat destijds modder was.

Uit het spoor blijkt dat de pterosauriër bijna stilstond in de lucht voor hij neerkwam, dan z’n twee achterpoten naast elkaar neerzette, twee sprongetjes maakte en vervolgens voet voor voet begon te lopen. Hij steunde daarbij met zijn voorpoten op de grond. Kortom: hij landde als een vogel, maar liep als een vleermuis. Of het beest met zijn vleugels flapperde om af te remmen, zoals je bij vogels vaak ziet, is niet uit het spoor af te leiden. Hij kan ook vaart verminderd hebben zoals paragliders en grotere vogels dat doen: op het laatste moment optrekken en dan bijna loodrecht uit de lucht vallen, met gespreide vleugels.

Een grote wens van de onderzoekers is om een spoor te vinden van een opstijgende pterosauriër, want daarover zijn nog veel vragen. Ze blijven dus verder zoeken.

Elmar Veerman

Pterosaurus was lange afstandsvlieger
maandag 18 oktober 2010 (Knack )-

http://nl.wikipedia.org/wiki/Pterosauriërs 

Pterosauriërs, de grootste vliegende dieren die ooit hebben geleefd, konden 16.000 kilometer aan één stuk door vliegen.
Dat verklaarden onderzoekers van de Chatham Universiteit in Pittsburgh op een bijeenkomst van de Society for Vertebrate Paleontology.

De reptielen leefden ongeveer 200 miljoen jaar geleden.
Ze waren zo groot als een moderne giraf en hadden vleugels met een spanwijdte van 10 meter.
Hiermee konden ze zich laten voortdrijven door stijgende luchtstromen.

Zweeftechniek

Michael Habib, de hoofdonderzoeker die de nieuwe berekeningen maakte, gaat ervan uit dat de Pterosaurus tijdens een vlucht steeds maar enkele minuten na elkaar met zijn vleugels klapperde, waarna hij op de luchtstromen zweefde om zijn spieren te laten rusten. Op deze manier kon hij 16.000 kilometer of meer afleggen zonder te landen.
Volgens de onderzoekers is hun berekening van de maximale vliegafstand van de dieren redelijk conservatief. Zo wordt er geen rekening gehouden met de atmosfeer in de Krijtperiode. Die was warmer en had meer opstijgende warme luchtstromen. “De laagste schattingen liggen rond de 8.000 kilometer”, aldus Habib, “maar bij de hoogste schattingen loopt de afstand op tot wel 32.000 kilometer.”
Het onderzoek spreekt eerdere bevindingen, die zeggen dat zulke grote dieren gewoonweg niet kunnen opstijgen, tegen. Daar stellen de onderzoekers nu tegenover dat de Pterosaurus weliswaar bijna 300 kilo woog, maar dat hij veel vetreserves verbrandde om zo lang in de lucht te blijven. Tijdens een vlucht van 16.000 kilometer verbrandde het dier bijna 80 kilogram vet.
Als Habibs bevindingen kloppen, is het mogelijk dat Pterosaurussen die in verschillende continenten zijn teruggevonden, toch tot dezelfde soort behoren.

http://news.nationalgeographic.com/news/2010/10/101015-science-giant-pterosaurs-longest-nonstop-flight-distance-record/
‘Pterosaurus vloog als zweefvliegtuig’ 
Nu nl   25 november 2010
– De pterosaurus kreeg in de loop van de evolutie waarschijnlijk reusachtige vleugels om voorzichtiger te kunnen vliegen en landen.
Dat blijkt uit een onderzoek van Britse wetenschappers.
De pterosaurus had vermoedelijk een vleugelspan die kon oplopen tot ruim tien meter, omdat het dier daardoor een extra zachte landing
konden maken. Pterosauriërs gebruikten hun vleugels waarschijnlijk ook niet om hard te vliegen, maar om langzaam door de lucht te zweven.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Bristol in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the Royal Society B.
http://www.bristol.ac.uk/news/2010/7335.html
http://rspb.royalsocietypublishing.org/

Breekbaar

“Aangezien de botten van de pterosaurus erg lang en dun waren en dus breekbaar, was het vermogen om zacht te landen erg belangrijk om verwondingen
te voorkomen”, verklaart hoofdonderzoeker Colin Palmer op BBC News.
http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-11815320

“Door deze manier van landen konden ze veel groter worden dan moderne vogels”, aldus Palmer.
Windtunnel

De wetenschapper kwam tot zijn conclusies door modellen van pterosaurusvleugels te bouwen en deze te testen in een windtunnel. Hij ontdekte al snel dat de vleugels weinig aerodynamisch waren, omdat ze relatief veel bot bevatten. Daardoor waren ze erg kwetsbaar bij snelle en plotselinge bewegingen.

Volgens Palmer is het daarom aannemelijk dat pterosauriërs nauwelijks klapwiekten, maar met gespreidde vleugels door de lucht zweefden en gebruik maakten van stijgende luchtstromen.
Landing

De windtunneltest wees verder uit dat de dieren door hun grote vleugels een zeer langzame en  zachte landing konden maken. Dat was volgens Palmer ook noodzakelijk om te voorkomen dat hun lange en dunne botten zouden breken. .

“Een pterosaurus die aankwam op zijn plaats van bestemming, wilde niet tegen een rots aan botsen”, aldus Palmer. “Deze dieren moesten absoluut zacht en gecontroleerd landen.”

Darwinopterus Modularis een perfecte mix tussen twee pterosauriers -groepen .(1)

bron : eosmagazine.eu – 10/14/2009 –
zie ook( voor meer achtergrondinfo) ;
http://www.ucmp.berkeley.edu/diapsids/pterosauria.html

Maar vooral
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pterosauri%C3%ABrs
http://en.wikipedia.org/wiki/Pterosaur

 deel van een van de gevonden skeletten

Britse en Chinese wetenschappers (2) hebben een nieuw soort vliegend reptiel (1)ontdekt.
Ze hebben twintig fossiele skeletten onderzocht die eerder dit jaar zijn gevonden in Noordoost-China, in rotsen die 160 miljoen jaar oud bleken te zijn.(ongeveer de grenslijn tussen Midden- en Laat – Jura )
Deze pterosurier vloog rond tijdens de overgang van de midden- naar de late jura, en minstens tien miljoen jaar eerder dan de eerste vogel, archeopteryx.

De onderzoekers doopten de nieuwe pterosaurus of vliegend reptiel (1-) Darwinopterus (‘de vleugel van Darwin’), omdat hij het bewijs kan zijn voor een ongewone vorm van evolutie.

Wetenschappers kennen al langer twee verschillende groepen pterosauria-morfen :
* De oudste zijn de”basale” pterosauriers rhamphorhynchoidae’ :primitieve vliegende reptielen met relatief korte schedels voorzien van verschillende dinstinctieve “openingen “, lange cervicale ( nek) ribben , een korte metacarpus ( zoiets als een handpalm of een voetzool ) , lange staarten( met de onvermijdelijke uitzonderingen en een groot vliegmembraam dat is gespannen tussen de achterpoten= het cruropatagium ) Deze pterosaurus-groep dateert van die in het begin van het mesozoïcum (220-65 miljoen jaar geleden/ –>ze duiken voor het eerst op in het laat trias ) :ze zijn van (relatief)klein tot medium postuur


 Jeholopterus nichengensis
http://www.universitario.com.br/noticias/noticias_noticia.php?id_noticia=8577 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jeholopterus


* De jongste groep zijn de Pterodactyloidae complexere pterosauria met een korte staart .De schedels zijn lang en smal , er is vooraan een enkele grote opening ( ipv twee ) voor beide ogen …de cervicale riben ontbreken, ze bezitten een lange metacarpus, het cruropatagium is allometrisch gereduceerder geworden ….Ze duiken op in het laat Jura en konden soms gigantische proporties aannemen ….
*De laatste groep (pterodactyloidae) evolueerden uit de eerste groep, ( rhamphorhynchoidae)
maar tussen beide groepen zat een enorm evolutionair gat.


http://www.bertsgeschiedenissite.nl/geschiedenis%20aarde/pterosauria.htm

Pterodactylus kochi, Jura afdrukken van de vleugel membranen zijn bewaard gebleven .De vleugelspanwijdte van pterosauriamorfen varieerde van 20 centimeter tot 12 meteres
Deze reptielen uit het laat jura zaten in dezelfde “predator” niches van/als de huidige vogels
Courtesy of J.M.V.Rayner 
http://blackwellpublishing.com/ridley/image_gallery/Jurassic_pterosaur.asp 


De ‘nieuwe’ Darwinopterus zit met zijn 160 miljoen jarige ouderdom zowat ( met zijn groep )in het midden van het plaatje.
Het roofdier had lange kaken, scherpe tanden en een vrij flexibele nek en was ongeveer zo groot als een kraai.
Volgens de onderzoeker kan je hem waarschijnlijk het best vergelijken met de hedendaagse havik.

‘Darwinopterus betekende ook
een aantal niet bevestigde meer algemene (speculatieve )verwachtingen (=educated guesses ) voor ons’
,
zegt David Unwin van de University of Leicester, een van de onderzoekers. (2)
Maar dat leverde dcus wel heel veel nieuw fossiel (bewijs)materiaal op, ter ondersteuning van ” gewijzigde ” en nieuwe werkhypothesen over de evolutie van ( in dit geval) deze tussengroep van pterosauriers ..

‘We hadden verwacht dat de transitie-groep ( waartoe deze darwinoptgerus als soort hoort ) tussen beide pterosauriers( de primitieve en de geavanceerde ) een
 geleidelijke overgang zou tonen, zoals bijvoorbeeld een staart die noch lang noch kort zou zijn.
Maar Darwinopterus heeft vreemd genoeg het het hoofd en de nek van de geavanceerde pterosaurus, terwijl de rest van het skelet, inclusief de erg lange staart, identiek is aan dat van de“primitieve “pterosaurussen.

‘De geologische ouderdom van Darwinopterus en de bizarre combinatie van geavanceerde en primitieve kenmerken openbaart heel wat over de evolutie van deze pterosaurus.
Die evolutie ging vooral heel snel met veel grote verandering op korte tijd.(Op geologische tijdschaal ).
Voorts valt op dat hele groepen kenmerken die belangrijke structuren vormen, zoals de schedel, de nek of de staart,
 samen blijken te zijn geëvolueerd: eerst het hoofd en de nek, later gevolgd door het lichaam, de staart, de vleugels en de poten. Het lijkt er dus op dat natuurlijke selectie op hele ‘modules’ inwerkte, en niet, zoals we verwachtten, op specifieke kenmerken zoals de vorm van de bek of van de tanden. Dat gegeven ondersteunt het controversiële idee van relatief snelle ‘modulaire’ evolutie.’(3)
( in de citaten staan de het rood gemaakte zinsneden voor mijn persoonlijke (vervangende ) interpreterende vertalingen (van bepaalde termen en zinnetjes ) of mijn toegevoegde nota’s) 

Het onderzoek staat in het britse Proceedings of the Royal Society B.
zie bijlage ( onderaan /aan te klikken )

Figure 2. Holotype ZMNH M8782 (a,b,e) and referred specimen YH-2000 ( f ) of D. modularis gen. et sp. nov.: (a) cranium and mandibles in the right lateral view, cervicals 1-4 in the dorsal view, scale bar 5cm; (b) details of the dentition in the anterior tip of the rostrum, scale bar 2cm; (c) restoration of the skull, scale bar 5cm; (d) restoration of the right pes in the anterior view, scale bar 2 cm; (e) details of the seventh to ninth caudal vertebrae and bony rods that enclose them, scale bar 0.5 cm; ( f ) complete skeleton seen in the ventral aspect, except for skull which is in the right lateral view, scale bar 5 cm. 

Abbreviations: a, articular; cr, cranial crest; d, dentary; f, frontal; j, jugal; l, lacrimal; ldt, lateral distal tarsal; m, maxilla; mdt, medial distal tarsal; met, metatarsal; n, nasal; naof, nasoantorbital fenestra; p, parietal; pd, pedal digit; pf, prefrontal; pm, premaxilla; po, postorbital; q, quadrate; qj, quadratojugal; sq, squamosal; ti, tibia.




Figure 4.
Phylogenetic relationships and evolutionary context of

Darwinopterus. (a) Phylogenetic analysis of Pterosauria (see the
electronic supplementary material for details), possible alternative locations for 
Darwinopterus 
indicated by D1 and D2.

(b) Schematic restorations of a basal pterosaur (above), Darwinopterus (middle) and a pterodactyloid (below) standardized

to the length of the DSV, the arrow indicates direction of evolutionary transformations; modules: skull (red), neck (yellow),
body and limbs (monochrome), tail (blue); I, transition phase one; II, transition phase two. 

(c) Time-calibrated phylogeny
showing the temporal range of the main pterosaur clades;
basal clades in red,
pterodactyloids in blue; known ranges of
clades indicated by solid bar, inferred ‘ghost’ range by coloured line; footprint symbols indicate approximate age of principal
pterosaur track sites based on 
Lockley et al. (2008); stratigraphic units and age in millions of years based on Gradstein et al.(2005)
.
1, 
Preondactylus
; 2, Dimorphodontidae; 3, Anurognathidae; 4, Campylognathoididae; 5, Scaphognathinae; 6, Rhamphorhynchinae;
7, 
Darwinopterus; 8, Boreopterus; 9, Istiodactylidae; 10, Ornithocheiridae; 11, Pteranodon; 12, Nyctosauridae; 13, Pterodactylus
;
14, 
Cycnorhamphus; 15, Ctenochasmatinae; 16, Gnathosaurinae; 17, Germanodactylus
; 18, Dsungaripteridae;
19, 
Lonchodectes
; 20, Tapejaridae; 21, Chaoyangopteridae; 22, Thalassodromidae; 23, Azhdarchidae. Abbreviations:M, Monofenestrata;
P, Pterodactyloidea; T, Pterosauria; ca, caudal vertebral series; cv, cervical vertebral series; mc, metacarpus; na,
nasoantorbital fenestra; r, rib; sk, skull; v, fifth pedal digit.

Darwinopterus is in there, too—it’s the small purple box numbered “7”. You can see from this diagram that it is a pterosaur in a very interesting position, just off the branch that gave rise to the pterodactyls. How it got there is interesting, too: it’s basically a pterosaur body with the head of a pterodactyl. Literally

http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/10/15/darwinopterus-and-mosaic-modul/

Phylogenetic analysis confirms that, as strongly suggested by its apparent transitional nature, Darwinopterus is the sister-taxon to Pterodactyloidea (it has to be outside of this major clade, as published definitions are node-based*).

Pterodactyloidea [adjacent ‘family tree’, from Unwin (2003), Basal pterosaurs, aka ‘rhamphorhynchoids’, are down at the bottom in blue; pterodactyloids are in purple].
Diverse Links over pterosauriers

http://www.nsf.gov/od/lpa/news/03/pr03124.htm
http://pandasthumb.org/archives/2009/10/darwinopterus-a.html#more
Zie vooral http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2009/10/darwinopterus_transitional.php

°

NOTEN

(1) Er wordt herhaaldelijk in dit artikel nogal ergerlijk en slordig gesproken over ” vliegende dino’s Maar pterosauriers( = zoals ze gebruikelijk genoemd worden in in de spreektaal /maar eigenlijk zijn het pterosauria-morfen ) zijn zeker GEEN dinosauriers (= deze vliegende reptielen zijn zelfs geen dinosauro-morfen ) Het zijn archosauriers
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pterosauri%C3%ABrs
…..Om een structuur te krijgen die de volle verwantschappen weergeeft en direct aansluit bij de resultaten van wetenschappelijk onderzoek, kunnen we een 
cladogram gebruiken zoals dit van Unwin:[16]

(2) Hoofdonderzoeker is Junchang Lü /Institute of Geology, Chinese Academy of Geological Sciences, Beijing

(3) Modulaire evolutie levert de zogenaamde ” mozaik”-types op
(PZ MEYERS)” …..The transitional form between two species isn’t necessarily a simple intermediate between the two in all characters, but may be a mosaic: the anatomy may be a mix of pieces that resemble one species more than the other. In this case, what happened in the evolution of the pterodactyls was that first a pterodactyl-like skull evolved in a pterosaur lineage, and that was successful; later, the proto-pterodactyls added the post-cranial specializations. Not everything happened all at once, but stepwise….”

Prachtige site
http://www.pterosaur.net/index.php

Oerreptiel legde een ei

dinoegg

Voor het eerst is het geslacht van een pterosaurus vastgesteld
Een ei van drie centimeter lag bij de cloaca van de pterosaurus. Het was dus een vrouwtje
.

23.08.2011

Onderzoekers van de Chinese academie van aardwetenschappen in Beijing hebben als eersten met zekerheid het geslacht van een pterosaurus kunnen vaststellen. Dat komt doordat een boer in de Chinese provincie Liaoning onlangs een ei heeft gevonden bij een 160 miljoen jaar oud, vrijwel compleet fossiel van de pterosaurus Darwinopterus. Het fossiel is zonder twijfel een vrouwtje, aldus de paleontologen.

Het ei bevindt zich net iets buiten het geboortekanaal van de pterosaurus en is waarschijnlijk naar buiten gestuwd door de gassen die bij de ontbinding van het dier vrijkwamen.

De paleontologen konden zien dat de linkervleugel is gebroken. Mogelijk is de pterosaurus daardoor gestorven, waarna ze naar de bodem van een meer is gezonken en werd geconserveerd. De onomstotelijke bepaling van het geslacht is heel belangrijk voor de paleontologen.

http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2011/02/10/darwinopterus-pterosaur-with-egg/

dinoskelet

MRS-T

Het fossiel dook op in de Chinese provincie Liaoning.


Eerder hebben zij namelijk pterosaurussen met én zonder kam op hun kop gevonden, en ze betwijfelden of het wel om één en dezelfde soort ging, ook al waren de skeletten verder identiek. Maar de vondst van deze vrouwtjespterosaurus, die geen kam heeft, neemt de twijfel weg – in elk geval wat de Darwinopterus betreft.

Het staat vast dat bij deze soort alleen het mannetje een kam had. De hanenkam was een teken van kracht bij de strijd van de mannetjes om de vrouwtjes. En voor de vrouwtjes was de kam een teken dat het mannetje een goede partner was.

Vrouwtjes hadden een groter bekken
In het gebied waar het fossiel gevonden is, zijn nog tien exemplaren gevonden van de Darwinopterus. En doordat het geslacht is bepaald, kunnen de paleontologen nu vaststellen dat de vrouwtjes een groter en flexibeler bekken hadden dan de mannetjes. Dat is ook logisch, want daardoor konden de vrouwtjes makkelijker eieren leggen.

Uit onderzoek naar het ei blijkt dat dit geen harde kalkschaal had, zoals bij vogels, maar een zachte, perkamentachtige schaal, zoals bij reptielen van nu. De schaal bevatte poriën, waardoor de foetus van water werd voorzien. Dat duidt erop dat de eieren van de pterosaurus werden begraven, net zoals die van schildpadden en krokodillen.

Zo is de theorie weerlegd dat pterosaurussen op de huidige vogels leken, in de zin dat zij nesten bouwden en goed voor hun jongen zorgden. De onderzoekers trekken juist de conclusie dat de voortplanting en kraamtijd van pterosaurussen meer gemeen heeft met die van reptielen dan met die van vogels.

Sexueel dimorphisme 

i-f83f754d279bb433f02400c1a77be1af-Darwinopterus-female-&-male-background-Witton-Feb-2011.jpg

Het vrouwtje van de Darwinopterus (l) had geen kam, alleen het mannetje had er een. of was het een rode kam ? 

File:Darwinopterus NT.jpg


http://www.eosmagazine.eu/home/ctl/Detail/mid/485/xmid/2934/xmfid/12.aspx

  21 jan 2011

Pterosaurus legde zachte eieren

Een spectaculair fossiel van een pterosaurus en haar ei geven inzicht in hoe de gevleugelde reptielen zich voortplantten. De paleontologen die de vondst deden, denken dat ze bewijs hebben dat het dier meerdere eieren legde en dat de pasgeboren jongen zelfstandig konden overleven en dus konden vliegen.

Pterosaurus waren de eerste gewervelden die konden vliegen. De gevonden fossielen zijn om en bij de 220 miljoen jaar oud, uit het trias. 65 miljoen jaar geleden stierven ze uit. De dieren waren de grootste vliegende dieren ooit, sommige hadden vleugels met een spanwijdte van 10 meter.

Over hun levenswijze en gedrag is nog weinig geweten. Vogels en krokodillen zijn de dichtste nog levende verwanten van de pterosaurus, maar de drie groepen zijn evolutionair enorm uit elkaar gegroeid. Uit eerder ontdekte fossielen bleek al dat pterosaurus eieren legde, maar er bleven weinig eieren bewaard en direct bewijs over hoe ze hun jongen opvoedden is er niet. Deze nieuwe vondst, beschreven in Sciencedeze week, biedt een paar opmerkelijke uitkomsten.

‘Mrs T’ of ‘Mrs Pterodactyl’, zoals het fossiel werd gedoopt, is in China gevonden. Het behoort tot het geslacht Darwinopterus, waarvan de vleugels een spanwijdte van één meter hadden. De resten van een vleugel zijn 160 miljoen jaar oud en waren op de bodem van een meer gezonken. Het dier broedde nog net een ei uit vlak voor het met sediment werd bedekt.

De afmetingen van het ei komen overeen met de pelvis van het dier, zodat de kans dat het ei per toeval bij de pterosaurus terechtkwam, uiterst klein is. Uit verdere analyse bleek het ei niet uit calciumcarbonaat te bestaan, zoals vogeleieren. In hetzelfde meer werden nochtans andere eieren opgegraven die wel kalk bevatten. Dat bewijst volgens de onderzoekers dat pterosaurus zachte eieren legde, zoals reptielen. Dat bevestigt eerdere theorieën.

Het ei is ook relatief klein, met een geschat gewicht van zes gram. Het dier zelf zou tussen 110 en 220 gram gewogen hebben. Moderne vogels met een gelijkaardig gewicht leggen eieren die tot drie keer zo zwaar zijn. Volgens onderzoeker David Unwin legde pterosaurus, net zoals huidige reptielen, verschillende kleine eieren in bodems waar vocht door kan sijpelen. Door het vocht verdubbelen de eieren in gewicht voor ze openbarstten.

De pasgeboren pterosaurussen waren kleine versies van de volwassene en konden vermoedelijk zelfstandig overleven en vliegen. Moderne vogels daarentegen komen uit het ei met onontwikkelde vleugels en hebben ouderlijke zorg nodig om te overleven.

Mannetje had hanenkam
Het fossiel Mrs T lost ook een andere vraag op: wat zijn mannetjes en wat zijn vrouwtjes? Van de dertig al opgegraven Darwinopterussen hadden sommige een grote hanenkam, andere niet. Van het pas beschreven fossiel ontbreekt een deel van het fossiel maar er blijft genoeg over om te concluderen dat Mrs T geen hanenkam had. De hanenkammen waren volgens de onderzoekers dus pronkstukken bij de mannen. Die hadden ook een smaller bekken dan Mrs T, wat te verwachten was.

Toch is niet iedere paleontoloog overtuigd. Kevin Padian van de University of California denkt dat Mrs T geen kam had omdat het dier nog te jong was, en niet omdat het vrouwelijk was. Hij denkt ook dat het ei te groot was om er meerdere ineens te kunnen leggen. (rvb)

Bijlagen:

rspb.2009.1603.full.pdf pterosaurs.pdf (945.4 KB)   

Grootste vliegende reptiel moest taxiën om in de lucht te komen

http://www.scientias.nl/grootste-vliegende-reptiel-moest-taxien-om-in-de-lucht-te-komen/75533

Geschreven op 09 november 2012 

Met een spanwijdte ietsje groter dan die van een F16 had het vliegende reptiel uit het geslacht Quetzalcoatlus zeker het benodigde materiaal om het luchtruim te kiezen. Maar als ‘ie al vliegen kon, hoe kwam het beest ter grootte van een giraf dan ooit de lucht in? Door te taxiën, zo stellen wetenschappers.

Reptielen uit het geslacht Quetzalcoatlus kent u waarschijnlijk van die prachtige platen waarop indrukwekkende vogelachtige reptielen met enorme vleugels pronken. Vaak worden ze vliegend voorgesteld waarbij hun spanwijdte van tien meter of meer gebruikt wordt om indruk te maken op de toeschouwer. Maar hoe kwamen deze giganten ooit de lucht in?

Simulatie
Onderzoekers van de Texas Tech University beten zich in dat vraagstuk vast. Ze maakten gebruik van computersimulaties om te achterhalen hoe het dier met succes het luchtruim zou kunnen kiezen. In hun simulatie maakten ze gebruik van de grootste Quetzalcoatlus ooit gevonden.

Helling
De onderzoekers berekenden dat de Quetzalcoatlus in kwestie ongeveer 70 kilo moet hebben gewogen. En met zo’n gewicht en met het oog op de grootte en omvang van de vleugels was er eigenlijk maar één manier waarop deze reptielen heelhuids in de lucht konden komen. Door te taxiën. “Als Quetzalcoatlus zich op de grond bevond, moest deze waarschijnlijk een helling vinden en dan daar heel snel op vier poten vanaf rennen, dan op twee poten en vervolgens voldoende kracht opbouwen om het luchtruimte kiezen,” vertelt onderzoeker Sankar Chatterjee. “Het had een gebied nodig om te taxiën.”

De Quetzalcoatlus in vergelijking met een mens een giraf en daarnaast (van bovenaf gezien) in vergelijking met een F16. Afbeeldingen: Texas Tech.

Photo: A Quetzalcoatlus soars alongside a gilder in a scene from the movie Flying Monsters 3D

Quetzalcoatlus With Glider

A Quetzalcoatlus is shown flying along with a glider (piloted by David Attenborough) in a composite image from a film. Quetzalcoatlus’s wingspan reached up to 35 feet, the longest wingspan of any animal ever known to live on Earth.

This animal—the biggest that has ever flown—was probably a tremendous glider. With hollow bones and lightweight construction, it would have had an ideal form to exploit natural up-currents to stay aloft without flapping.

°

Katapult
De resultaten van de onderzoekers staan haaks op eerdere studies. Zo stelden onderzoekers recent nog vast dat de Quetzalcoatlus zo’n 250 kilo woog. En dat het reptiel ondanks dat enorme gewicht nog steeds het luchtruim kiezen kon, door zijn voorpoten als een katapult te gebruiken en zichzelf de lucht in te schieten. Vandaag de dag zijn er nog dieren die dat doen: de vampiervleermuiz bijvoorbeeld. Chatterjee durft echter met zekerheid te stellen dat deze aanpak onmogelijk gewerkt kan hebben bij de Quetzalcoatlus. Wat mogelijk is voor een vleermuis van 25 gram is onmogelijk voor een dier dat vele malen keer zwaarder is. Dat komt onder meer door de enorme vleugels van het dier. “Met een spanwijdte van 10,4 meter zou Quetzalcoatlus niet in staat zijn om na zo’n sprong krachtig met zijn vleugels te slaan en daarbij met die kwetsbare vleugels niet de grond te raken.”

In de lucht
Maar ook opstijgen door te taxiën was een hele klus, zo benadrukt Chatterjee. De onderzoekers vermoeden dan ook dat Quetzalcoatlus het grootste deel van zijn tijd in de lucht doorbracht. Het reptiel moet zich eenmaal in de lucht prima hebben kunnen redden; met de grote vleugels kon deze heerlijk door de lucht glijden zoals grote vogels dat vandaag de dag doen.

In hun simulaties gaan de onderzoekers ervan uit dat de Quetzalcoatlus zo’n 70 kilo woog. Dat is weinig voor een reptiel dat ongeveer zo groot is als een giraf en meer dan tien meter brede vleugels had. Toch denkt Chatterjee er niet ver vanaf te zitten. Hij wijst erop dat de botten van het dier hol waren en dat dat al heel veel gewicht scheelde.

http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2013/01/23/palaeontology-of-sw-germany-3-1-13-hauff-pterosaurs/

Campylognathoides liasicus,

hauff_68

File:Campylognathoides sp AMNH 1713 cast skull.jpg

File:Campylognathoides-Ghedo.JPG

Wingspan about a meter./Cast of the Pittsburgh specimen of Campylognathoides liasicus  AMNH

hauff_69

hauff_74

Cast – this original is at the SMNS. A bigger one, with a wingspan of about 230 cm.

Interestingly, both specimens are labelled as C. zitteli, but the Pittsburgh one is definitely C. liasicus

Dorygnathus banthensis

Dorygnathus banthensis with a wingspan of a good meter (105 cm). A rhamphorhynchid

hauff_80

File:Dorygnathus.JPG

A cast in the Urwelt-Museum Hauff at Holzmaden of UUPM R 156, a specimen sold by Bernhard Hauff to the University of Uppsala in 1925

File:Dorygnathus banthensis 2.jpg

Dorygnathus banthensis, unterer oder schwarzer Jura, etwa 188 Millionen Jahre alt, Holzmaden, Württemberg

hauff_77

De vliegende reptielen ….. een nieuwe soort ontdekt. De nieuwe soort moet met een spanwijdte van drie meter redelijk indrukwekkend zijn geweest.

De onderzoekers hebben de nieuwe soort de naam Eurazhdarcho langendorfensis gegeven. Ze vonden de fossiele resten van de soort – die zo’n 68 miljoen jaar oud zijn – terug in Roemenië.

Lopen en vliegen
Eurazhdarcho behoort tot een groep pterosauriërs die we de azhdarchiden noemen,” vertelt onderzoeker Darren Naish. Deze reptielen hadden lange nekken en lange koppen.

Hun vleugels waren zeer geschikt voor een leven in de lucht, maar ook op de grond redden ze zich prima. De reptielen vouwden hun vleugels dan op en liepen op hun achterpoten en de punten van hun vleugels (die dienst deden als voorpoten). Dat schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE.

 

Roemenië
De nieuwe soort die wetenschappers van de universiteit van Southampton nu ontdekt hebben, was met een spanwijdte van drie meter redelijk groot, maar niet gigantisch. “Dat geldt voor veel dieren die we tot op heden in Roemenië ontdekt hebben,” stelt Naish. “Ze zijn vaak klein in vergelijking met familieleden in andere gebieden.”

Voedsel
Hoe vliegende reptielen zoals de nieuwe soort aan eten kwamen, daar waren de meningen lang over verdeeld. Vlogen ze over wateren en pikten ze hun voedsel tijdens hun vlucht op? Of liepen ze langs het water en haalden ze met hun lange snuiten prooien uit de modder? “Eén van de nieuwste ideeën is dat azhdarchiden door de bossen, velden en andere gebieden liepen op zoek naar kleinere prooien. Eurazhdarcho onderschrijft dit beeld van de azhdarchiden, aangezien deze fossielen afkomstig zijn van een landinwaarts gelegen gebied waar zowel bossen en velden als lange, meanderende rivieren en moerasachtige gebieden zijn,” vertelt onderzoeker Gareth Dyke.

De vondst van de nieuwe soort is best bijzonder. Het is het meest complete voorbeeld van een azhdarchide die tot op heden in Europa is teruggevonden.

http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0054268

Figure 4 Eurazhdarcho langendorfensis (EME VP 312) in situ bone map.
Figure 4. Eurazhdarcho langendorfensis (EME VP 312) in situ bone map.

 

Figure 5 Preserved elements of Eurazhdarcho langendorfensis re-assembled as found in partial articulation.
Figure 5. Preserved elements of Eurazhdarcho langendorfensis re-assembled
Figure 6 Line drawings of preserved Eurazhdarcho langendorfensis cervical vertebrae.
show less
Figure 6. Line drawings of preserved Eurazhdarcho langendorfensis cervical vertebrae.
show more

EME VP 312. (a) Cervical four in lateral view. (b) Cervical four in dorsal view. (c) Cervical four in anterior view. (d) Cervical three in dorsal view. (h). Cervical three in lateral view. For scales see figures 7–9. Abbreviations: ns, neural spine; prz, prezygapophysis; nc, neural canal.

Figure 7 Eurazhdarcho langendorfensis, cervical vertebra three.

MOSASAURUS and VARANEN (MONITOR LIZARDS )

 Mosasauridae zijn hagedissen en behoren tot de Varanoidea.
De huidige varanen zijn de nauwste verwanten van de Mosasauridae. Mogelijk behoren ook de slangen tot de varanen + mosaurus-clade.
Varanus salvator, een bij het water levende
soort uit het Lichfield National Park in Australië
 Varanus Bitawa 
Varanus   exanthematicus

KOMODO VARAAN 

http://www.geologischevereniging.nl/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=1114
voorouderlijke verwanten van de komodovaraan 

Holmes, R.B., Murray, A.M., Attia, Y.S., Simons, E.L. & Chatrath, P., 2010. Oldest known Varanus (Squamata: Varanidae) from the Upper Eocene and Lower Oligocene of Egypt: support for an African origin of the genus. Palaeontology 53, p. 1099-1110.

Voorouder /verwant komodo-varaan

megalania priscus ( “oude” maar gepasseerde wetenschappelijke   naam ) = Varanus prisca

J. J. HEAD & all

https://tsjok45.wordpress.com/2011/01/10/test-2/varanus-prisca/

klik op de foto voor een grotere versie

°

Over de komodovaraan

De komodovaraan is de grootste hagedis die vandaag de dag nog in leven is. En met de dieren valt niet te spotten: het zijn echte roofdieren die grote prooien kunnen verslinden. Van waterbuffels tot herten.
Ook zijn er verhalen bekend waarin ze mensen doden.
°

komodo media_l_4112381    komodo media_xl_3597640   KOMODO media_xl_4112385

Gifcocktail

De Komodovaraan, ’s werelds grootste en gevaarlijkste hagedis, blijkt zijn slachtoffers niet te doden met een cocktail van dodelijke bacteriën in zijn mond – zoals altijd werd aangenomen –
maar is wel degelijk erg giftig.   Pas in 2009 werd ontdekt dat hij gifklieren bezit en  dat die ( in combinatie met de bacteriën in zijn bek) dodelijk uit de hoek kunnen komen.

Door scans te maken van het hoofd van een Komodovaraan hebben wetenschappers van de Universiteit van Melbourne complexe gifklieren in de mond van de hagedis ontdekt.
Die werken zoals bij gifslangen.

Lange tijd werd gedacht dat varanen hun slachtoffers  alleen doodden door bacteriën in het speeksel, die een verwoestende uitwerking hebben als ze na een beet in het weefsel of de bloedbaan  van prooidieren terecht komen.

 Geen dodelijke bacteriën in de mond

 02 juli 2013 8

komodovaraan

Nieuw onderzoek toont aan dat de komodovaraan zijn mond zorgvuldig schoon houdt en dat daar dus geen dodelijke bacteriën te vinden zijn.

Komodovaranen leven in Indonesië. Ze eten onder meer reeën en zwijnen. Zo’n 75 procent van de reeën en zwijnen die slachtoffer worden van de komodovaraan sterft binnen dertig minuten. Nog eens vijftien procent legt binnen drie tot vier uur het loodje. Dat de beet van de komodovaraan zo dodelijk is, werd lang geweten aan bacteriën die in de mond van de komodovaraan voor zouden komen. Maar een nieuw onderzoek rekent  verder  af met die aanname. “Komodovaranen zijn eigenlijk heel schone dieren,” concludeert onderzoeker Bryan Fry, van de universiteit van Queensland.

Poetsen
“Wanneer komodovaranen klaar zijn met eten, besteden ze zo’n tien tot vijftien minuten aan het likken van de lippen en schuren ze met hun hoofd langs bladeren om hun mond schoon te maken. Bovendien houdt de tong de binnenkant van hun mond ook extreem schoon. In tegenstelling tot wat mensen denken, hebben komodovaranen geen stukken rottend vlees (afkomstig van hun slachtoffers, red.) waar bacteriën goed op gedijen, tussen hun tanden zitten.”

Waterbuffel
Maar hoe is die mythe dan ontstaan? Ook dat zochten de onderzoekers uit. Het blijkt alles te maken te hebben met de waterbuffel. Ook dit dier kan slachtoffer worden van de komodovaraan, maar in tegenstelling tot reeën en zwijnen overleeft de waterbuffel een aanval vaak wel.

“Waterbuffels ontkomen bijna altijd, maar hebben dan wel diepe wonden in hun poten,” vertelt Fry. In het verleden bestudeerden onderzoekers de aangevallen waterbuffels. En in hun wonden vonden ze zeer gevaarlijke bacteriën terug.

De link was snel gelegd: die moesten wel uit de mond van de komodovaraan komen. Maar die conclusie is onjuist, legt Fry uit. Een gewonde waterbuffel vlucht naar warm, stilstaand water vol met uitwerpselen van andere waterbuffels en dus ook vol met bacteriën. “Wanneer de waterbuffel met zijn gapende wonden in dat water gaat staan, raken die wonden geïnfecteerd.” En dat is dus niet de schuld van de onhygiënische komodovaraan.

Wellicht vraagt u zichzelf af waarom de waterbuffel zo onverstandig is en in het vieze water gaat staan. Dat heeft alles te maken met ons: de mens.
Waterbuffels zijn door mensen naar Indonesië gebracht; van oorsprong komen waterbuffels daar niet voor. In het oorspronkelijke leefgebied van de waterbuffel zijn grote, schone plassen water te vinden: de ideale plek om de wonden veilig uit te spoelen. Op Indonesië moeten de dieren het met kleine, vieze waterplassen doen. De waterbuffels gedragen zich alsof ze in hun oorspronkelijke leefgebied zijn,   dus dat baden  in indonesie  is niet zo gezond  :   het tegendeel is waar.
Wanneer ze hun toevlucht zoeken in het water worden hun wonden blootgesteld aan de uitwerpselen en urine van andere buffels. “Dat is een ideale situatie voor het ontstaan van infecties.”… En natuurlijk hebben de overlevende generaties  waterbuffels in indonesie   gereageerd    aan de slechtere omstandigheden …. hun ras  kan  nu  iets  beter  tegen een  infektie- stootje

Dat de mythe van de komodovaraan met de fatale bacteriën in de mond zo lang overeind bleef, heeft ook met de komodovaraan zelf te maken. Tijdens onderzoeken werden bij sommige komodovaranen gevaarlijke bacteriën in de mond aangetroffen. Dit onderzoek toont echter aan dat die bacteriën daar niet thuishoren. Ze belanden in de mond van de komodovaraan wanneer deze uit vieze waterbronnen drinkt. Maar de komodovaranen hebben te weinig gevaarlijke bacteriën in hun mond om waterbuffels aan een infectie te helpen. Sterker nog: de populatie bacteriën in de mond van de komodovaraan is vergelijkbaar met die in de mond van andere vleeseters.

Bronmateriaal:
Fear of Komodo dragon bacteria wrapped in myth” – UQ.edu.au
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Neil (via Wikimedia Commons).

Komodovaraan dodelijker dan gedacht

 EOS

Artikel | 19 mei, 2009 – 12:52

De prooien van de Komodovaraan sterven niet aan bloedvergiftiging veroorzaakt door toxische bacteriën in de muil van het dier, zoals eerder werd gedacht. Het zelfgeproduceerd gif maakt een hagedissenbeet fataal.De Komodovaraan (Varanus komodoensis) is de grootste hagedis ter wereld – mannetjes kunnen tot drie meter lang worden en meer dan honderd kilogram wegen. De varanen beschikken over een zestigtal gezaagde tanden waarmee ze hun prooi dodelijk kunnen verwonden.Australische wetenschappers hebben met behulp van gesofisticeerde medische beeldvormingtechnieken ontdekt dat de kaken van de dieren bovendien gifklieren bevatten. Daarmee ontkrachten ze de algemene veronderstelling dat de prooien van varanen sterven aan bloedvergiftiging veroorzaakt door toxische bacteriën in de muil van de hagedissen. In plaats daarvan is het de combinatie van een bloederige beet en zelfgeproduceerd gif die prooien de das om doet.Komodovaranen bijten hun slachtoffers en laten ze vervolgens weer los, waarna ze wachten tot de prooi doodbloedt. Het gif dat tijdens de beet wordt afgescheiden zorgt voor een snelle daling van de bloeddruk, waardoor de prooi in een shock terechtkomt en als verlamd blijft zitten, en stimuleert het bloeden.Hoewel de bijtkracht van een varaan veel zwakker is dan die van een krokodil, kunnen de reuzenhagedissen dankzij hun speciale jachttechniek waarbij het contact met de prooi tot een minimum wordt beperkt, toch relatief grote prooien aan.(ddc)

  • In 2008 werd ontdekt dat de Komodo varaan gifklieren heeft. Het gif in kwestie voorkomt stolling van het bloed (INR —>  het is dus een anticoagulans  zoals ” bloedverdunners ” en ” rattenvergif ”   )  en verlaagt de bloeddruk, als gevolg waarvan de gebeten prooi in shock raakt en doodbloed.
    Zie Fry et al., PNAS 106 (2009), p. 8969-8974

°

Vrouwelijke komodovaraan sterft eerder

 18 oktober 2012  

De vrouwelijke komodovaraan heeft het niet gemakkelijk: ze moet enorme nesten bouwen en zes maanden lang heel intensief op haar eieren passen. En die zware huishoudelijke taken eisen hun tol, zo blijkt nu uit onderzoek: ze kosten het vrouwtje heel wat levensjaren.

Mannelijke komodovaranen kunnen rond de zestig jaar oud worden. Vrouwtjes leven aanzienlijk korter: gemiddeld 32 jaar. Onderzoekers vroegen zich af hoe dat enorme verschil te verklaren valt en bestudeerden gedurende tien jaar 400 komodovaranen in het oosten van Indonesië.

Groeien
De lange periode van onderzoek stelde de wetenschappers in staat om precies vast te stellen hoe snel de komodovaraan groeit. Het leverde opvallende resultaten op. Mannetjes en vrouwtjes zijn ongeveer even groot, totdat ze ( beiden ) op zevenjarige leeftijd seksueel volwassen worden. Vanaf dat moment groeien de vrouwtjes veel trager. Het resultaat? Een volwassen mannelijke komodovaraan is zo’n 160 centimeter lang en weegt 65 kilo. Een volwassen vrouwtje is ongeveer 120 centimeter lang en weegt ongeveer 22 kilo.

Prioriteiten
Het vertelt iets over de prioriteiten van de komodovaraan, zo schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE. Wanneer ze seksueel volwassen zijn, steken de vrouwtjes in tegenstelling tot de mannetjes aanzienlijk minder energie in groeien. Maar waar gaat die energie dan heen? Het huishouden.

Hard werken
“De verschillen in grootte tussen de twee geslachten lijken verband te houden met de enorme hoeveelheden energie die vrouwtjes investeren in het produceren van eieren, het bouwen en bewaken van hun nesten,” vertelt onderzoeker Tim Jessop. Het is zwaar werk. Vooral dat bewaken van de eieren: dat duurt zo’n zes maanden en in die periode eet het vrouwtje niets, waardoor ze veel gewicht verliest en zeker niet groeien kan.

Het onderzoek kan wetenschappers mogelijk helpen om de komodovaraan te beschermen. De soort staat te boek als kwetsbaar. Als we precies weten hoe de dieren zich ontwikkelen, kunnen we betere maatregelen nemen om ze te behouden.

Bronmateriaal:
Extreme ‘housework’ cuts the life span of female Komodo Dragons” – Melbourne.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Raul654 (via Wikimedia Commons).

°
Op zesjarige leeftijd is het mannetje seksueel rijp
Van zodra hij volwassen is, heeft hij geen natuurlijke vijanden meer.
Een volwassen reuzenhagedis kan drie meter lang worden en tot 200 kilo wegen.
Deze varanen zijn de grootste hagedissen ter wereld .
Gemiddeld worden de imposante dieren zowat dertig jaar oud.

°

Beschermde soort
De komodo leeft solitair en staat in zijn geïsoleerde leefomgeving bovenaan de voedselketen. Hoewel het om een beschermde diersoort gaat, blijft het aantal in de natuur levende komodo’s afnemen.
De voornaamste oorzaken zijn de illegale jacht en het steeds kleiner wordende leefgebied.
Er zouden nog 6000  a  4.000 exemplaren in het wild leven op de Indonesische eilanden Komodo, Padar, Rinco maar ook in enkele reservaten op het grotere eiland Flores.

KOMODOmedia_xll_5536720

Komodovaraan verwant met fossiele hagedis uit Afrika
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

http://www.geologischevereniging.nl/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=1114

De komodovaraan (Varanus komodoensis).

Draken bestaan, al hebben ze niet alle eigenschappen uit de talrijke Middeleeuwse legendes. De komodovaraan (Varanus komodoensis), die meters lang kan worden, is een hagedis die echter in veel opzichten uiterlijk op een draak lijkt, en het is dan ook geen wonder dat zijn Engelse naam komodo dragon (komododraak) is. Ook zijn gelijkenis met dino’s is frappant. Het dier komt alleen nog in Indonesië voor, waar zijn leefgebied in de laatste eeuwen echter ook sterk in omvang is afgenomen.

Varanen komen ook elders in Azië en Afrika voor, maar hoe hun voorouders zijn geëvolueerd en waar dat gebeurde, was onduidelijk omdat er nauwelijks fossiele restanten van dit taxon (de Varanidae) bekend zijn. Daarin is nu verandering gekomen doordat in een woestijngebied meer dan honderd wervels van een fossiele varaan zijn gevonden. Die wervels zijn gedateerd als 33 miljoen jaar oud (Laat-Eoceen en Vroeg-Oligoceen).

De vindplaats van de fossiele
wervels in Fayum-woestijn in Egypte.

De fossiele wervels vertonen volgens de onderzoekers een zo grote gelijkenis met die van de huidige varanen – en speciaal met de komodovaraan – dat het heel nauwe verwanten moeten zijn. Dat is opvallend, want de oudste fossiele restanten die aan de komodovaraan worden toegeschreven zijn slechts zo’n 700.000 jaar oud. Dit zou betekenen dat deze varaan in enkele tientallen miljoenen jaren niet of nauwelijks is veranderd, en dus met recht als levend fossiel kan worden beschouwd.

wervels uit de hals

(boven: recent; onder fossiel).


<—-wervels uit de rug
(boven: recent; onder fossiel)

<—wervels uit de staart
(allemaal fossiel).

Toch moet er in die lange tijd wel iets gebeurd zijn, want de fossiele wervels werden gevonden in Egypte, in de Fayum-woestijn. Dat is min of meer de tegenpool van Indonesië waar de komodovaranen nu leven. Deze varanen moeten vroeger dus hetzij een veel grotere verspreiding hebben gehad dan nu, of ze zijn – om wat voor reden dan ook – in de loop der tijd ver gemigreerd.

De fossiele varaan, waaraan nog geen officiële naam is toegekend, was meer dan anderhalve meter lang. Het moet een goede zwemmer zijn geweest, en het is dus geen wonder dat de fossiele wervels werden gevonden in een door winderosie uitgeblazen vlakte die ooit de bodem van een rivier of en meer moet zijn geweest. Of het dier volledig in het water leefde, of deels op het land, is vooralsnog onduidelijk, maar sommige recente varanen, zoals Varanus salvator, zijn ook uitstekende zwemmers.

Varanus Salvator

De fossiele varaan leefde duidelijk in of bij zoet water. Het lijkt dan ook uitgesloten dat die varaan uit Afrika naar Indonesië is gezwommen. Daarbij moet worden bedacht dat Afrika van 100 tot 12 miljoen jaar geleden volledig geïsoleerd in de oceaan lag. De onderzoekers opperen de mogelijkheid dat de migratie gedurende miljoenen jaren plaatsvond doordat kleine landmassa’s of kleine aardschollen zich van Afrika afsplitsten en van positie veranderden, daarbij hun fauna en flora met zich meevoerend.

Dat is een intrigerende hypothese. Vanwege het voorkomen van min of meer nauw verwante dieren in Azië en Afrika (o.a. bepaalde zoetwatervissen, maar ook varanen!) werd to nu toe namelijk algemeen aangenomen at deze dieren vanuit Azië naar Afrika zijn gemigreerd. Dat lijkt nu dus juist omgekeerd.

Referenties:
  • Holmes, R.B., Murray, A.M., Attia, Y.S., Simons, E.L. & Chatrath, P., 2010. Oldest known Varanus (Squamata: Varanidae) from the Upper Eocene and Lower Oligocene of Egypt: support for an African origin of the genus. Palaeontology 53, p. 1099-1110.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Rob Holmes, Department of Biological Sciences, University of Alberta, Edmonton

(Canada).

Full-size image (78 K)

Fig. 1. Location map, geological sketch of the Salas de los Infantes area (Burgos, Spain), and stratigraphic position of the Viajete fossiliferous level.

arcanosaurus ibericus

Fig. 3. Arcanosaurus ibericus n. gen. et sp. (Late Barremian–Aptian; Viajete, Burgos, Spain). A–B, posterior cervical vertebra MDS-VJ 17; C, posterior cervical vertebra MDS-VJ 9; D–E, posterior cervical vertebra MDS-VJ 8; F–J, dorsal vertebra (holotype) MDS-VJ 5; K–L, caudal vertebra MDS-VJ 19; M, caudal vertebra MDS-VJ 20; N, caudal vertebra MDS-VJ 23 and O, caudal vertebra MDS-VJ 28; in A, I, K, M – ventral, B, C, J, N – left lateral, D, F, L – anterior, E, G – posterior, H – dorsal, and O – right lateral views. Scale bar equals 5 mm.

http://rhamphotheca.tumblr.com/post/44880733337/arcanosaurus-ibericus-o-a-new-varanoid-squamate
http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0195667112001723

Fig. 2. Arcanosaurus ibericus n. gen. et sp. (Late Barremian–Aptian; Viajete, Burgos, Spain). A–F, axis vertebra MDS-VJ 1; G–J, anterior cervical vertebra MDS-VJ 2; in A, H – anterior, B – posterior, C,I- dorsal, D,J – ventral, E – right lateral and F,G – left lateral views. Scale bar equals 5 mm.

Full-size image (71 K)
Fig. 4. Arcanosaurus ibericus n. gen. et sp. (Late Barremian–Aptian; Viajete, Burgos, Spain). A, mid-sagittal and B, neutral transverse X-ray tomographic sections of MDS-VJ 6. PPB: primary periosteal bone. Scale bars equal: A – 1 mm; B – 5 mm.

http://colectivosalas.blogspot.be/2013/01/arcanosaurus-ibericus-un-lagarto-entre.html
http://en.wikipedia.org/wiki/Arcanosaurus

°

°

MOSASAURUS

MOSASAURUS

Mosasaurs are close relatives of the monitor lizards (family Varanidae).

“As early as 1800, the Dutch palaeontologist Adriaan G. Camper recognised the monitor (varanid) lizard affinities of these fossil vertebrates (Camper, 1800; Mulder, 2003), well before they were described as Mosasaurus(Conybeare, 1822). Points of similarity between mosasaurs and snakes were recognised by Edward D. Cope. This inspired him to introduce the order Pythonomorpha (Cope, 1869a).”

Lee (1997) suggests that snakes evolved from a marine mosasaur. The monitor lizards undoubtedly share a common ancestor with the mosasaurs, although their exact relationship remains controversial. There are suggestions that mosasaurs descended from a monitor lizard or from an aigialosaur, which is itself considered a close relative of the monitor lizards.
http://www.njgonline.nl/publish/articles/000258/article.pdf

Therefore monitor lizards, snakes and mosasaurs all appear to be closely related. Their exact relationship with each other would need to be worked out
http://www.oceansofkansas.com/mus-mosa.html

   <– phylogenie

Amateurvondst blijkt ‘missing link’    //zaterdag, 19 november 2005

Een 16 jaar geleden gevonden fossiel in Texas, blijkt een belangrijke schakel te zijn in de evolutie van mosasaurussen.
Dat bericht de Southern Methodist University in Dallas, die de vondst uitvoerig heeft onderzocht.
Erkenning
Fossielenjager Van Turner vond 16 jaar geleden een fossiel bij een bouwplaats in de buurt van Dallas en had direct door dat dit iets bijzonders moest zijn.

De kenner van fossielen kon zijn vondst niet plaatsen en bracht het voor onderzoek naar het Dallas Museum of Natural History,dat over een grote collectie fossielen beschikt.

Bijna 16 jaar later krijgt de amateur-fossielenjager inderdaad de erkenning die hij verdient: het fossiel blijkt een vroege vertegenwoordiger te zijn van een uitgestorven tak van de hagedissen die evolutionair gezien een belangrijke omschakeling maakten: van landdieren ontwikkelden zij zich tot reptielen die volledig in het water leefden.

Het reptiel is deze maand wetenschappelijk beschreven in een speciaal nummer van het Netherlands Journal of Geosciences en vernoemd naar zijn ontdekker: Dallasaurus turneri.
Belangrijke schakel
De Dallasaurus turneri leefde ongeveer 92 miljoen jaar geleden in de kustgebieden van Texas en vertegenwoordigt een belangrijke schakel in de evolutie van de Mosasauridae : Mosasaurussen.

Deze prehistorische dieren ontstonden op land, maar geleidelijk aan zochten ze het water op.
In de zeeën evolueerden ze verder en wisten ze de oceanen net zo te domineren zoals de dinosaurussen dat op het vasteland deden.

De Texaanse vertegenwoordiger is een vroege variant van de de mosasaurussen en de eerste die in Noord-Amerika is gevonden.

Het dier heeft nog duidelijke kenmerken van een bewoner van het vastland, zoals voor- en achterpoten die geschikt zijn om om mee te lopen.Bij latere mosasaurussen ontwikkelden de poten zich tot vinnen.
Komodo-varaan
Op basis van het fossiel, dat circa 80 procent van het dier weergeeft, hebben curators een recontructie gemaakt die een tijd in het Dalles  museum te zien was. Het reptiel lijkt wel wat op een kleine Komodovaraan , de nauwste verwant in de dierenwereld van tegenwoordig.

here is a reconstruction of D Turneri what it is believed to look like   //Some fossils./ One with a person in it for scale.:

 For a quick overview of Mosasaurs you can do no better than Oceans of Kansas

New Transitional Fossil Found: Dallasaurus turneri

http://mcdougald.blogspot.com/2005/11/new-transitional-fossil-found.html

John Wilkins at Evolving Thoughts has some interesting thoughts on the subject as well.
The Hairy Museum of Natural History has more.

Including links to pics of the fossil, the paper it was described in and more!
The mosasaurs are species of aquatic reptiles that are related to lizards (to be more precise the varanoid lizards – of which the Komodo 
dragon is a good example).During the upper cretaceous they reached their peak. Almost 20 genera are recognized for this period with the largest approaching 30 feet.They were ocean going carnivores that ate almost anything that swam in the sea.

*Below is a list of some representative species 

However, we are not concerned with one of the larger species. We are interested in a little three foot long specimen discovered in Texas..Most Mosasaurs have flippers, Dallasaurus turneri has limbs similar to other land lizards.

From Science Daily: // Until the discovery of Dallasaurus, however, only five primitive forms with land-capable limbs were known, all of them found in the Middle East and the eastern Adriatic.  The advanced fin-bearing mosasaurs have been grouped into three major lineages. Although a small number of primitive mosasaur have been known to retain land-capable limbs, they were thought to be an ancestral group separate from the later fin-bearing forms. Dallasaurus represents a clear link to one lineage of the later forms and the first time researchers can clearly show mosasaurs evolved fins from limbs within the different lineages of mosasaurs.

Ancestor ?      MOSASAUROID AIGIALOSAURIDAE

Aigialosaurus was a semi aquatic lizard that was developed to enter the water yet still return to land.‭ ‬This is similar to many other lizards at this stage of the Cretaceous that would eventually evolve into the mosauridae,‭ ‬the last major group of marine reptiles that would adapt to ocean life during the Mesozoic.‭

Aigialosaurus (Opetiosaurus) bucchichi Skeleton on Matrix http://www.bhigr.com/…/product.php?&#8230; – Verenigde Staten –

http://reptileevolution.com/aigialosaurus.htm http://en.wikipedia.org/wiki/Aigialosaurus

Aigialosaurus

  • A. dalmaticus Kramberger, 1892 (type)
  • A. bucchichi Kornhuber, 1901
  • (synonym)Opetiosaurus Kornhuber, 1901
Sauropsida
Order: Squamata
Suborder: Scleroglossa
Superfamily: Varanoidea
Family: Aigialosauridae
Genus: Aigialosaurus
Kramberger, 1892

MOSASAURUS en Co

.Halisaurus family 

H. platyspondylus
H. ortlebi
H. arambourgi
H. onchognathus

2.Eonatator family 

E. sternbergii

3.Clidastes family 

C. liodontus
C. “moorevilensis”
C. propython

4.Mosasaurus family 

(links ) M. hoffmanni (=M. maximus)  

(hierboven  rechts ) skelet van Bèr (M hoffmani Maastricht )   
M. conodon
M. dekayi
M. missouriensis
M. mokoroa

5.Moanasaurus family 

M. mangahouangae

6.Amphekepubis family 

A. johnsoni

7.Liodon family

L. anceps
L. sectorius
L. mosasauroides

8.Plotosaurus family 

P. tuckeri
P. bennisoni

9.Globidens family 

G. alabamaensis
G. dakotensis

10.Prognathodon family 

P. overtoni
P. giganteus
P. rapax
P. waiparaensis
P. stadtmani
P. solvayi

11.Plesiotylosaurus family 

P. crassidens

12.Carinodens family

C. belgicus

13.Goronyosaurus family 

G. nigeriensis

14.Pluridens family

P. walkeri

15.Platecarpus family 

P. tympaniticus (=P. coryphaeus, P. ictericus)
P. planifrons
P. bocagei (=Angolasaurus; Lingham-Solair 1994)

16.Ectenosaurus family 

E. clidastoides

17.Selmasaurus family

S. russelli

18.Igdamanosaurus family 

I. aegyptiacus

19.Yaguarasaurus family

Y. colombianus

20.Plioplatecarpus family 

P. primaevus
P. houzeaui
P. marshii

20.Tylosaurus family 

T. proriger
T. nepaeolicus
T. kansasensis
T. ivoensis

21.Hainosaurus family 

H. bernardi
H. pembinensis
H. gaudryi

22.Taniwhasaurus family

T. oweni (=Tylosaurus haumuriensis)

23.Lakumasaurus 

L. antarcticus

Maashagedis had gespleten tong

29/09 – De zeereptielen die 65 miljoen jaar geleden op de plaats van het huidige Maastricht in een tropische zee rondzwommen, hadden een enigszins gespleten tong. Dat concludeert de Maastrichtse paleontoloog Anne Schulp in zijn proefschrift.

gebaseerd op de analyse van de kolossale schedel van mosasaurus ‘Ber’, die in 1998 in de ENCI-groeve in de stad werd gevonden.Schulp is verbonden aan het Natuurhistorisch Museum Maastricht, waar de schedel permanent wordt tentoongesteld. Schulp gebruikte een veelheid aan onderzoekstechnieken om te komen tot een beeld van de levende mosasaurus. Behalve scanners gebruikte hij ook een nagebouwde kaak en een bijtkrachtmeter om oesters, krabben en inktvissen door te bijten.

De tong van de mosasaurus is volgens Schulp vooral uit museaal oogpunt van belang. Die moet in eventuele reconstructies correct zijn. Uit vergelijkingen van de bouw en vermoedelijke voedingsgewoonten van het prehistorische Maasmonster met die van hedendaagse reptielen, komt hij tot de conclusie dat die tong aan het uiteinde waarschijnlijk gespleten is geweest. Hard bewijs daarvoor is er niet, zachte delen als de tong worden niet in fossielen teruggevonden.

In zijn proefschrift geeft Schulp een overzicht van de evolutionaire verwantschappen tussen de gevonden mosasaurusachtige zeereptielen uit Nieuw-Zeeland, Israël, België en de VS. Hij denkt dat een onlangs gevonden fossiel in Angola een missing link kan zijn tussen de Maastrichtse Ber en de andere mosasaurussen.

Onze bloedeigen ‘Maashagedis’ “Bèr”

De Mosasaurus: zwemmende gigant, trots van Maastricht, cruciale schakel in de evolutie, schrik van menige haai, oerstom en hartstikke uitgestorven

Nederland is niet rijk bedeeld met dinosauriërs. De oorzaak is simpel. Toen de dino’s over de aarde liepen, was er helemaal geen Nederland.

Nederland is immers piepjong. Althans, in geologische termen. Een paar miljoen jaar oud, ontstaan uit slib dat bezonk in de monding van enkele grote rivieren. Toen Nederland zich vormde, waren de dinosauri챘rs al lang en breed uitgestorven.

In de tijd van de dino’s bevond zich op de plek waar nu Nederland is, een ondiepe tropische zee met heuse koraalriffen. Er heerste een superbroeikaseffect en de zeespiegel was aanzienlijk hoger dan nu. Noordwest-Europa was een archipel en het dichtstbijzijnde eiland waar destijds dino’s (hele kleintjes) voorkwamen, was zo’n 100 kilometer ver, ergens in Duitsland.

Toch waren er op de plek die nu Nederland heet destijds wel degelijk angstaanjagende monsters. Voor het ongeoefende oog leken ze in vrijwel elk opzicht op dino’s. Ze konden ruim 15 meter lang worden, vraten alles op wat bewoog (inclusief haaien) en hadden net als dino’s het brein van een schoothondje.

Deze zwemmende monsters heten Mosasaurussen, Latijn voor Maasreptielen.

Ze leefden van ongeveer 90 miljoen jaar geleden tot 65 miljoen jaar geleden, toen ze met de dinosauriërs door een meteorietinslag in het huidige Mexico tot uitsterven werden gedoemd. Officieel mag de Mosasaurus geen dino worden genoemd, benadrukt Anne Schulp. Deze paleontoloog en conservator bij het Natuurhistorisch Museum in Maastricht promoveert in oktober op de Mosasaurus. ‘Het was ook een reptiel, maar wezenlijk anders dan een dino. Vogels staan dichter bij dinosauriërs dan de Mosasaurus.’

Maar, eerlijk is eerlijk, ook Anne Schulp is er niet vies van om de Mosasaurus af en toe toch een beetje met een dinosauriër te vergelijken. Zo is de kracht waarmee de grootste Mosasaurus kon bijten ongeveer dezelfde als die van de Tyrannosaurus rex, de beroemdste dino, heeft Schulp uitgerekend. ‘De Mosasaurus was een zwemmende Tyrannosaurus.’

Feit is ook dat de dino en de Mosasaurus elkaar een beetje in de weg zitten. Althans in museaal opzicht. De Mosasaurus is in Nederland wereldberoemd: bij de kennismakingstocht van prinses Máxima werd ze ook langs het Natuurhistorisch Museum in Maastricht geleid om daar onze Mosasaurussen te aanschouwen. Maar die beroemdheid dankt hij aan de afwezigheid van echte dino’s. In andere landen (de Verenigde Staten, Argentinië) hebben ze ook fossielen van Mosasaurussen, maar die zijn daar minder beroemd. Anne Schulp: ‘Als je in je museum een dino van 30 meter hebt, is een Mosasaurus van 15 meter niet zo bijzonder.’

Haaienvreter

De Mosasaurus was de grootste vleeseter die ooit in zee heeft gezwommen. Een beest dat net als haaien om de paar jaar een nieuwe rij tanden kreeg. Een beest ook dat, zoals Anne Schulp het uitdrukt, ‘de haaien kort hield’. Voor het ontstaan van de Mosasaurus waren er al haaien (de haai is oeroud), daarna ook, maar tijdens de heerschappij van de Mosasaurus veel minder, zo blijkt uit de fossielen.

De Mosasaurus concurreerde met de haai en heeft deze – gezien zijn formaat en zijn enorme bek – zo goed als zeker bejaagd. Andersom trouwens ook: haaien hebben zich te goed gedaan aan dode Mosasaurussen, blijkt uit afdrukken die op de fossielen in Maastricht zijn aangetroffen. Ook liggen op het fossiel van de recentste Maastrichtse Mosasaurus her en der haaientanden.

Wetenschappelijk is de Mosasaurus fascinerend. Hij vertegenwoordigt de terugkeer naar de zee. In de evolutie zijn eerst de vissen ontstaan. Op een gegeven moment zijn er vissen het land op gekropen en hebben zich daar verder ontwikkeld tot onder andere zoogdieren. Sommige dieren zijn vervolgens later in de evolutie teruggekeerd naar de zee. De walvis (een zoogdier) is daar een voorbeeld van, net als de Mosasaurus.

De oudste dateren van zo’n 90 miljoen jaar geleden, blijkt uit Kroatische fossielen. ‘Toen waren het nog een soort walvissen met pootjes.’ Daarna heeft de Mosasaurushet fantastisch gedaan. Er ontstonden tal van verschillende soorten, die zich specialiseerden. Grote Mosasaurussen die haaien aten, middelgrote reuzenreptielen met een gespecialiseerd gebit waarmee ze reuzenschildpadden konden kraken, en kleintjes die schelpen dan wel visjes te grazen namen. Vooral in de laatste 5 miljoen jaar van zijn bestaan, tussen 70 en 65 miljoen jaar geleden was de Mosasaurus heer en meester der zeeën en oceanen. De fossielen die in Maastricht zijn gevonden, stammen uit deze hoogtijdagen.

Vooral de Pietersberg, nabij Maastricht, is een ongekende en wereldberoemde bron voor Mosasaurussen. De kalksteen die hier, en elders in Zuid-Limburg, aan de oppervlakte komt, zit barstensvol fossielen. Zelfs stukjes echte dino komen hier voor. Dino? Er zijn toch nooit echte dino’s in Nederland geweest? Inderdaad, maar er spoelden vanaf het dichtstbijzijnde vasteland via de rivieren soms dinoresten naar de tropische zee die Nederland toen was. Via fossilisering zijn die resten in het kalksteen van Zuid-Limburg beland.

Oorlogsbuit
Er zijn in Zuid-Limburg diverse min of meer intacte Mosasaurussen gevonden. De beroemdste is aan het eind van de achttiende eeuw door het Franse leger dat toen Maastricht veroverde, mee naar Parijs genomen en ligt in een museum aldaar.

Deze fossiele schedel heeft een grote wetenschappelijke, historische en zelfs religieuze betekenis. Op basis van de studie van deze uit Maastricht geroofde schedel (plus de vondsten van mammoeten) concludeerde de Franse wetenschapper baron Georges Cuvier destijds dat er in het grijze verleden dieren hebben geleefd die zijn uitgestorven. Bovendien vermoedde hij dat deze dieren van voor de bijbelse zondvloed stamden. Met andere woorden, het Oude Testament was als historisch document onbetrouwbaar.

Later baseerde Darwin zich mede op Cuvier (en dus op de ‘Nederlandse’ Mosasaurus) toen hij met zijn evolutietheorie kwam: diersoorten kunnen onder druk van de natuurlijke omgeving in andere soorten ‘evolueren’, en het uitsterven van de ene soort biedt ruimte aan andere soorten.

De Parijse Mosasaurus is een van de belangrijkste fossielen uit de geschiedenis – te vergelijken met de eerste Neanderthaler die in de buurt van Düsseldorf is gevonden. Des te triester is het dat dit fossiel niet in Nederland te bezichtigen is, maar nog steeds als oorlogsbuit in een Parijs museum ligt. Er zijn de afgelopen jaren diverse pogingen geweest om deze beroemde Mososaurus terug te krijgen naar Maastricht – inclusief vragen in het Europees Parlement – maar tot dusver zonder resultaat.

Een van de problemen is de precedentwerking: als erkend wordt dat de Mosasaurus door Frankrijk als oorlogsbuit is geroofd en dus moet worden teruggegeven, hoe moet het dan met de talloze kunstschatten in het Louvre en het British Museum (onder andere de door Griekenland teruggeëiste ‘Elgin marbles’) die eveneens zijn gepikt?

De Mosasaurus die in Parijs ligt, was niet de eerste Mosasaurus die in Limburg is gevonden: de eerste is te bezichtigen in het Haarlemse Teylers Museum. Het was ook niet de laatste: in 1998 is er opnieuw een tamelijk complete Mosasaurus in de Pietersberg ontdekt. Dit fossiel (op zijn Limburgs B챔r gedoopt) is te zien op de buitenplaats van het Natuurhistorisch Museum in Maastricht. Dat zal vast en zeker ook niet de laatste zijn: de Pietersberg herbergt er vermoedelijk nog wel een paar.

Maastricht

De Maashagedis,

Mosasaurus hoffmanni (Mantell,1829), heeft nooit in de rivier de Maas gezwommen. Daar waar nu de Maas stroomt, bevond zich in het Krijt – 65 miljoen jaar geleden – een diepe, warme zee. Als de in zee levende dieren stierven, werden ze door kalk ingekapseld en konden ze fossiliseren. Veel later kwam die kalk aan de oppervlakte en werd het gebruikt als meststof. In de kalkgroeves en ook in de gangen die door de kalkwinning in de Sint-Pietersberg ontstonden, vond men in het midden van de achttiende eeuw reusachtige kaken met grote tanden. Men had in die tijd nog een statisch beeld van de wereld: “God had de aarde geschapen zoals zij was.” Die grote kaken moesten dan ook toebehoord hebben aan tandwalvissen of krokodillen, zoals die nog steeds voorkwamen.

Het ‘eerste’ uitgestorven dier

Volgens Hoffmann, een arts die ook in naturali챘n ge챦nteresseerd was, waren de kaken van een krokodil. De wetenschapper PetrusCamper meende dat ze hadden toebehoord aan een tandwalvis, waarschijnlijk een potvis. Maar de Fransman Cuvier stelde aan het einde van de achttiende eeuw dat dieren ook konden uitsterven. In 1796 vergeleek hij een schedel van een mammoet uit Siberi챘 met een Afrikaanse olifant en Indische oIifant en kwam tot de conclusie dat ze verschillend waren. Omtrent de mammoet had hij drie hypothesen: het dier leefde nog ergens, de mammoet was een overgangsvorm, of hij was uitgestorven. Dat zo’n groot dier als de mammoet nog ergens onopgemerkt zou leven, geloofde Cuvier niet. En een overgangsvorm paste niet in het statische wereldbeeld. Zodoende kwam Cuvier op het idee dat dieren konden uitsterven. Adriaan Gilles Camper zette het wetenschappelijk werk van zijn vader Petrus voort. Hij wilde aantonen dat zijn vader het met zijn ‘potvis’ bij het rechte eind had. Maar na vergelijking van de schedel met verschillende nog levende dieren, kwam Adriaan Camper tot de conclusie dat noch zijn vader noch Hoffmann gelijk had. Camper meende eveneens dat dieren konden uitsterven. In zijn optiek was de Maashagedis een uitgestorven varaanachtig reptiel. In 1829 gaf Mantell het ‘grote beest van Maastricht’ de wetenschappelijke naam Mosasaurus hoffmanni, ter ere van Hoffmann.

Eerste fossielen

De eerste fossielen van de Maashagedis werden al in 1764 in de Sint-Pietersberg gevonden door J.B. Drouin. De beroemdste is echter in1780 ontdekt. In dat jaar vonden arbeiders in één van de gangen van de Sint-Pietersberg een aantal kaken. Barthlemy Faujas de Saint Fond (1742-1819) geeft een beschrijving van de lotgevallen van de kaken. Volgens hem riepen de groeve-arbeiders de hulp in van de arts Hoffmann. Hoffmann liet de kaken voorzichtig uitgraven en naar zijn huis brengen. Pater Godin claimde de kaken op grond van het feit dat ze in zijn grond waren gevonden en maakte er een rechtszaak van. Hij won en stelde de kaken tentoon in een huisje aan de voet van de Sint-Pietersberg. In 1795 veroverden de Fransen Maastricht en eisten de kaken op. Godin had intussen de kaken in de stad verstopt. Het verhaal gaat verder dat een zekere Freichine een beloning van 600 flessen uitmuntende wijn uitloofde voor degene die het stuk onbeschadigd bij hem thuis bezorgde. De andere dag al brachten 12 grenadiers de kaken bij Freichine. De fossielen werden naar Parijs verzonden, waar ze nu nog te zien zijn in het natuurhistorisch museum. Een afgietsel werd aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (nu Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis) geschonken. Volgens de studente Peggy Rompen klopt dit verhaal echter niet. Hoffmann zou de fossielen nooit in bezit hebben gehad; er heeft nooit een rechtszaak tegen Hoffmann plaatsgevonden en er zijn nooit flessen wijn uitgeloofd voor het opsporen van de fossielen. Het verhaal van Faujas werd volgens Rompen verzonnen ter rechtvaardiging van het feit dat het Franse leger een burger zijn eigendom had ontnomen.

De aard van het beestje

Het was de beroemde zoöloog Hermann Schlegel, van1858 tot 1884 directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, die in 1854 aantoonde dat de Maashagedis flippervormige ledematen moest hebben gehad en dus een zeedier moest zijn geweest. Tot dan toe had men aangenomen dat de Maashagedis zowel op het land als in het water kon leven en daaraan aangepaste ledematen had. Mosasauriërs vormden een soortenrijke groep. Sommige soorten waren enkele meters groot, andere konden zo’n 15 meter lang worden. Alle soorten voedden zich met ammonieten en bewogen zich voort door middel van horizontale bewegingen van rug en staart. De flippers werden voornamelijk gebruikt om te sturen en het lichaam stabiel te houden.

Oeroud zeereptiel had gruwelijke kaakontsteking

Zeereptiel in het Natuurhistorisch Museum Maastricht. (ANP)

ANP

MAASTRICHT – Een 66 miljoen jaar oud zeereptiel heeft maandenlang rondgezwommen met een forse ontsteking in de achterste kaakbotten. Waar normaal het kaakscharnier zit, heeft de infectie grote stukken botweefsel weggevreten.

Dat zeggen onderzoekers die de versteende kaak met een röntgenscanner hebben doorgelicht. Het fossiel van de mosasaurus werd in 1953 gevonden bij Bemelen. Hoewel de ongezond uitziende kaakbotten destijds de aandacht trokken, kon de oorzaak er van niet worden achterhaald. Met ct-scans is dat wel mogelijk. Het ontstoken kaakbot is sinds vrijdag te zien in het Natuurhistorisch Museum Maastricht.

Uit het onderzoek blijkt niet alleen dat de ontsteking een forse hoeveelheid botweefsel heeft weggevreten, ook is er aan de buitenkant van het bot nieuw botweefsel gevormd. Dat betekent dat het dier de ontsteking geruime tijd heeft overleefd.

Mosasauriërs hielden er ruwe omgangsvormen op na. Sporen van botbreuken of bijtincidenten worden vaker gevonden, maar de omvang van de ontsteking waarmee de Bemelse mosasaurus nog lang heeft rondgezwommen noemen de onderzoekers zeer uitzonderlijk.

Mosasauriërs waren zeereptielen, nauw verwant aan slangen en hagedissen. Ze werden zes meter of groter, met uitschieters tot boven de zestien meter. Aan het eind van het Krijt, ruim 65 miljoen jaar geleden, stonden de mosasauriërs in zee bovenaan de voedselpiramide. De enige dieren waar ze echt voor moesten uitkijken waren àndere mosasauriërs. Er zijn fossiele aanwijzingen van kannibalisme bij mosasauriërs bekend. De omgeving van Maastricht was rond die tijd bedekt door een ondiepe, tropische zee.

(kleine )Mosasauriers waren prooi van haaien en/of grotere mosasaurier-soorten

Fossiele botten vertonen vaak sporen van tanden. Dat geldt bijv. ook voor mosasauriërs, de enorme marine reptielen die onder meer in het Krijt van Zuid-Limburg zijn aangetroffen. Het was echter tot nu toe onduidelijk of de bijtsporen (soms zelfs in de vorm van in het bot losgelaten tanden) afkomstig waren van aaseters of van jagers die het op levende mosasauriërs hadden voorzien.
Grote mosasauriërs zoals Mosasaurus en Prognathon waren zelf grote rovers: uit de maaginhoud van sommige fossiele exemplaren blijkt dat ze vooral vis aten, maar ook vogels. Afdrukken van hun tanden zijn ook gevonden op de schilden van schildpadden, de schelpen van grote ammonieten, en de resten van tal van andere dieren, die kennelijk ook op hun menu stonden. Deze dominerende jagers bereikten lengtes tot zo’n 14 m (misschien zelfs 18 m). Daarom bestond er altijd veel twijfel of deze dieren zelf ook als prooi dienden van diergroepen, hoewel wel vaststaat dat sommige relatief kleine mosasauriërs (zoals Clidastes) zeker bejaagd werden door hun grotere verwanten (zoals de grote Tylosaurus). Of haaien, waarvan talrijke bijtsporen op de botten van mosasauriërs zijn aangetroffen, de dieren levend aanvielen, of dat ze alleen de kadavers van reeds gestorven mosasauriërs aten, was tot nu toe onduidelijk.

De twijfel omtrent haaien als jagers van mosasauriërs berust vooral op het feit dat de meeste haaien veel kleiner waren dan de mosasauriërs (hun lengte was gewoonlijk minder dan 3 m); voor zover bekend kon alleen de haai Cretoxyrhina mantelli zo’n 5 m groot worden

Het is alleen vast te stellen dat bijtsporen veroorzaakt zijn door de aanval op een leven dier, als dat dier de aanval lang genoeg overleefde om de veroorzaakte wonden en beschadigingen te laten helen.

Dergelijke herstelverschijnselen zijn nu aangetroffen. Een exemplaar van Platecarpus vertoont bijtindrukken in zijn staartwervels; langs deze indrukken van tanden – die aan een haai moeten worden toegeschreven – is het bot hersteld.

Het dier overleefde dus de aanval van een haai.

Andere exemplaren van Platecarpus vertonen bijtwonden in de hals- en (deels vergroeide) ruggewervels. In een van die vergroeide ruggenwervels zijn maar liefst zeven tandafdrukken te zien aan één kant, en acht aan de andere kant.

De ruimtes die de tanden bij de beet hebben achtergelaten, blijken in een doorsnede van het bot te liggen onder abcessen, die erop wijzen dat het dier door of na de beet geïnfecteerd is geraakt, en dat het lichaam daarop heeft gereageerd. De abscessen zijn bewaard gebleven doordat ze zijn opgevuld met kleine calcietkristalletjes.

Overigens betekenen deze vondsten niet dat haaien niet ook de kadavers van gestorven mosasauriërs aten. Ook daarvoor zijn nu duidelijke aanwijzingen gevonden.

Referenties:
  • Rothschild, B.M., Martin, L.D. & Schulp, A.S., 2005. Sharks eating mosasaurs, dead or alive? Netherlands Journal of Geosciences 84, p. 335-340.

Coccolieten in het abces dat bij Platecarpus ontstond na een haaiebeet

     Vergroeide wervels van een mosasauriër met talrijke tandafdrukken van een haai

In het bot van Platecarpus vastgegroeide haaietand

Lange wijd uit elkaar liggende groeven in de staartwervels van Platecarpus, veroorzaakt door een haaiebeet

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Bruce Rothschild, University of Kansas Museum of Natural History, Lawrence, KA (Verenigde Staten van Amerika).

http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsnr.php?nummer=108

Ook rivieren werden geregeerd door enorme zeereptielen

 20 december 2012  6
Bronmateriaal:
The First Freshwater Mosasauroid (Upper Cretaceous, Hungary) and a New Clade of Basal Mosasauroids” – PLoS ONE
First freshwater mosasaur discovered” – PLoS ONE (via Eurekalert.org).
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Dmitry Bogdanov (via Wikimedia Commons).

mosasaurus

Voor het eerst hebben wetenschappers bewijs gevonden dat Mosasauridae – flinke geschubde zeereptielen – ook in zoet water leefden. In Hongarije vonden ze een nieuwe soort terug die – net als rivierdolfijnen – in zoet water leefde. Een primeur!

De nieuwe soort heeft de naam Pannoniasaurus inexpectatus gekregen en was ongeveer zes meter lang. De fossiele resten zijn het eerste voorbeeld van een Mosasauridae die in zoet water kon leven. Dat schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE.

Meerdere exemplaren
De onderzoekers vonden meerdere exemplaren van de soort terug – zowel volwassen als jonge dieren. Daardoor hebben ze al een goed beeld van hoe het dier er zo’n 84 miljoen jaar geleden uit moet hebben gezien. De poten van P. inexpectatus waren vergelijkbaar met die van landhagedissen. Hun schedel doet denken aan de schedel van een krokodil.

Fossiele resten van P. Afbeelding:

De bouw van Pannoniasaurus inexpectatus. Afbeelding: Makádi L, Caldwell MW, Ősi A (2012) The First Freshwater Mosasauroid (Upper Cretaceous, Hungary) and a New Clade of Basal Mosasauroids. PLoS ONE 7(12): e51781. doi:10.1371/journal.pone.0051781.

Aanpassen
De vondst wijst erop dat Mosasauridae zich in een rap tempo aan een grote verscheidenheid aan watergebieden konden aanpassen. En blijkbaar waren er zelfs exemplaren die zich de zoete wateren eigen maakten. In die wateren moet het zeereptiel een machtige verschijning zijn geweest. “De grootte van Pannoniasaurus maakt het het grootste bekende roofdier in de wateren uit die tijd,” vertelt onderzoeker Laszlo Makadi.

In zee
De familie der Mosasauridae wordt traditioneel gezien als een familie bestaande uit gigantische reptielen met vinnen, die in oceanen en zeeën leefden. Ook in Nederland zijn al regelmatig fossiele resten van deze zeereptielen teruggevonden. Onlangs werd in een groeve bij Maastricht nog het fossiel van een dertien meter lang exemplaar ontdekt. In de tijd waarin dit reptiel leefde, was Nederland (net als een groot deel van de rest van Noord-Europa) bedekt met een ondiepe zee. Nu is dus duidelijk dat de enorme reptielen ook over de zoete wateren regeerden.

De Mosasauridae verdwenen ongeveer tegelijkertijd met de dinosaurussen. En toen konden andere grote waterdieren de touwtjes in handen nemen. Haaien bijvoorbeeld. Geschubde reptielen komen we vandaag de dag überhaupt nog maar zelden in het water tegen. Slechts enkele soorten reptielen leven in zoet water en nog minder treffen we er in de oceanen aan.

Op de afbeelding bovenaan dit artikel ziet u niet P. inexpectatus, maar een andere Mosasaurus.

°

Maashagedis jaagde als een haai

De prehistorische maashagedis was snel en wendbaar als een haai, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.

De Mosasaurus, ook wel maashagedis genoemd, had een soort haaienstaart met vinnen, waarmee het dier waarschijnlijk al zijn prooien te snel af was.

Het zeereptiel stond zeventig miljoen jaar geleden bovenaan de voedselketen in oceanen over de hele wereld. Tot nu toe werd aangenomen dat de Mosasaurus een lange, spitse staart had waarmee het dier slechts korte stukken hard kon zwemmen.  Dat melden Zweedse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Fossiel

De onderzoekers vonden bewijs voor de haaienstaart van de maashagedis bij een inspectie van een bijzonder goed bewaard gebleven fossiel uit Jordanië. De staart en de vinnen van het individu zijn nog bijna volledig intact. Zelfs het zachte weefsel van het fossiel is niet helemaal vergaan.

De studieresultaten werpen een volledig nieuw licht op de zwemcapaciteiten van deze prehistorische dieren 

Krachtig

“Aangezien Mosasaurussen hagedissen waren, werden ze traditioneel ook gezien als hagedisachtige dieren met lange, kronkelige lichamen en een lange staart, waarmee ze slechts korte sprintjes door het water konden trekken tijdens achtervolgingen”, verklaart hoofdonderzoeker Johan Lindgren op Discovery News.

De haaienstaart doet  echter  vermoeden dat de dieren zich op dezelfde manier door het water bewogen als moderne haaien: snel, krachtig en wendbaar.

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

http://www.nature.com/ncomms/2013/130910/ncomms3423/full/ncomms3423.html

http://www.readcube.com/articles/10.1038/ncomms3423?utm_campaign=readcube_access&utm_source=nature.com&utm_medium=purchase_option&utm_content=thumb_version

Prognathodon sp  <— doc archief

°

SAUROPODOMORPHA

°

De groep sauropodomorpha  wordt traditioneel onderverdeeld in de Sauropoda en de Prosauropoda, maar omdat de Sauropodomorpha als stamklade zijn gedefinieerd, is deze onderverdeling wellicht niet helemaal sluitend: er zouden dus, afhankelijk van de definitie van de Prosauropoda, in principe sauropodomorfen kunnen bestaan die niet tot de Sauropoda of Prosauropoda behoren. Daarbij kunnen de traditionele Prosauropoda zeer wel parafyletisch zijn, zodat de sauropoden nauwer verwant zijn aan sommige “prosauropoden”.

Strikt genomen behoren de  sauropodomorpha( —>  sauropod-vormigen  )   tot een (mogelijk) voorouderlijke  zustergroep  van de ” sauropoden”   en de hun  ( allicht verondersteld  )aanverwante groepen
Het zijn maw. organismen die misschien  colaterale  verwanten  zijn   van de sauropoden
Sommige van de  de(bekende )  alleroudste sauropoden   zijn   enigmatisch =  want (mogelijke )afstammelingen  van  overgansvormen die  allerlei “mozaieken ”  van kenmerken (tussen sauropoden en sauropodomorpha  ) vertonen
Uiteraard zijn er ook een paar bekend  die als   strikte sauropodomorpha zijn te klasseren    (voor zover dit vaststelbaar is= zie hieronder over “kenmerken die de sauropoden niet bezitten   “)
°
Prosauropode dinosaurussen
Prosauropoden verschijnen ongeveer 230 mjg en verdwijnen 178 mjg. Gedurende deze tijd waren de prosauropode dinosaurussen de talrijkste grote landbewonende dieren. Hun overblijfselen zijn over de gehele wereld gevonden inclusief Antarctica. Het schijnt dat Prosauropoden de eerste groep tetrapoden zijn geweest, aangepast aan het grazen op grotere hoogten.
Prosauropoden worden traditioneel in drie families verdeeld.
Thecodontosauridae
Kleine tot 2 meter lange tweebenige dieren zoals Thecodontosaurus.
°
(deze website is NIET  altijd   wetenschappelijk verantwoord, maar  bevat veel goed materriaal )
  
°
°
Late Triassic (225-208 million years ago)
About 7 feet long and 100 poundsSquat body; long, narrow headOne of those dinosaurs that sounds more like a disease than a living creature, Thecodontosaurus (“socket-toothed lizard”) was among the earliest prosauropods, slender, sometimes bipedal herbivores that were ancestral to the house-sized giants of the Jurassic and Cretaceous periods. As one of the first “sauropodomorph” dinosaurs, Thecodontosaurus wasn’t all that distant, evolutionary speaking, from the earliest theropods of the Triassic period like Herrerasaurus and Staurikosaurus.Thecodontosaurus received its mouthful of a name thanks to its distinctive teeth, which resembled those of a modern monitor lizard but were anchored firmly into sockets in its jaws.
This is also one of the few dinosaurs that seems to have lived entirely on (what is now) the British Isles.
°
Melanorosauridae
De minst bekende familie van grote 8-11 meter lange vierbenige Prosauropoden zoals Riojasaurus.
Melanosauriden werden algemeen beschouwd als de voorlopers van de sauropoden.
Dit kwam door hun oppervlakkige gelijkenis zoals hun grootte, vierbenige loop en rechte dijbenen.
°
Massospondylidae
°
°
*
Recent hebben enkele paleontologen echter opgemerkt dat Prosauropoden enkele kenmerken hebben die sauropoden niet bezitten.
Deze kenmerken zijn:
een keratine bek
wangzakken
grote rugwaarts aflopende botuitgroeisel in de maxilla (bovenkaak)
de handbeenderen
een ‘driehoekig’ uiteinde van het ischium
reductie van de 5e metatarsus (kwam ook bij andere dinosaurussen voor, maar niet bij de sauropoden)
Sauropoden en prosauropoden worden daarom beschouwd als zustergroepen. De prosauropoden kunnen dan worden omschreven als: Thecodontosauridae, Plateosauridae, Melanorosauridae en alle Sauropodomorpha dichter bij hen dan bij Sauropoden.
Omdat prosauropoden gekartelde tanden hebben werd vroeger aangenomen dat ze vleeseters waren, maar latere studies hebben aangetoond dat het planteneters zijn geweest. Het feit dat er zogenaamde maalstenen zijn aangetroffen in enkele prosauropode skeletten lijkt die opvatting te steunen.
De handen van prosauropoden zijn ook interessant omdat ze een grote klauw aan hun duim hebben. De handen bestaan uit 5 vingers waarvan de vingers I,II en III robuuster zijn dan de vingers IV en V. De grote klauw van vinger I (duim) heeft een grote draaiboog en kan bij het lopen op 4 benen net zoals bij de Dromaeosauridae omhoog gehouden worden zodat hij de grond niet raakt. Fossiele sporen lijken dit te bevestigen aangezien deze eerste vinger alleen wordt aangetroffen in diepe sporen. Wat de prosauropoden deden met zo’n klauw is nog niet geheel duidelijk. Het kan zijn ter verdediging maar het is ook goed mogelijk dat een prosauropode met zo’n klauw takken of gebladerte bij elkaar hield om het beter te kunnen pakken met zijn bek.
°
File:Plateosaurus arm and hand.jpg
Left lower arm and hand of Plateosaurus engelhardti IFGT “Skelett2” from Trossingen, Germany on exhibit at the museum of the Institute for Geosciences of the Eberhard-Karls-University Tübingen, Germany.
Mount created under the direction of Friedrich von Huene.
°
Waarom prosauropoden verdwenen van het toneel is nog niet geheel duidelijk maar waarschijnlijk heeft competitie er ook mee te maken. Waarschijnlijk waren de Ornithischia beter uitgerust met kauwapparaten en moesten ze de strijd om voedsel aangaan met de Ornithischia voor laaggroeiende planten en met de sauropoden voor de hooggroeiende bladeren.
*
PLATEOSAURIDAE   
Meestal 3-6 meter lange dieren zoals Plateosaurus en Lufengosaurus.
Waarschijnlijk 2 en 4 benig.
°
LUFENGOSAURUS 
°
 lufengosaurus hueni
Lufengosaurus hueni skeleton cast replica
Late TriassicOriginal discovered in Yunnan

Lufengosurus magnus

lufengosaurus_magnus

2   Lufengosaurus magnus skeleton cast replicas
Lufengosaurus, meaning “Lufeng Lizard”), was a prosauropod dinosaur which lived during the Early and Middle Jurassic period in what is now southwestern China.

This Lufengosaurus dinosaur skeleton cast was molded from the original fossil discovered in Yunnan

Early Jurassic (200-180 million years ago)   / About 20 feet long and half a ton  / PlantsDistinguishing Characteristics:
Long neck and tail; quadrupedal posture
About Lufengosaurus:
An otherwise unremarkable prosauropod (the line of quadrupedal, herbivorous dinosaurs that preceded the giant sauropods) of the late Jurassic period, Lufengosaurus had the honor of being the first dinosaur ever mounted and displayed in China, an event that was commemorated in 1958 with an official postage stamp. Like other prosauropods,
Lufengosaurus probably nibbled on the low-lying branches of trees, and may have been capable of (occasionally) rearing up on its hind legs. About 30 more-or-less complete Lufengosaurus skeletons have been assembled, making this herbivore a common exhibit in China’s natural history museums.
°
PLATEOSAURUS   
Plateosaurus engelhardti skull cast replica
Plateosaurus was an early dinosaur, a long-necked plant-eater from the late Triassic.
Plateosaurus is a basal sauropodomorph dinosaur, a so-called prosauropod. The latest research recognizes two species: the type species P. engelhardti from the late Norian and Rhaetian, and the slightly earlier P. gracilis from the lower Norian.
Dinosauria, Order: Saurischia, Suborder: Sauropodomorpha, Infraorder: Prosauropoda, Family: Plateosauridae, Genus: Plateosaurus

      plateaosaurus AMNH , sauriermuseum frick

Late Triassic (220-210 million years ago)
About 25 feet long and 2 tons

Partially opposable thumbs; small head on long neck

Plateosaurus was the prototypical prosauropod–the sub-order of small-to-medium sized, four-legged herbivorous dinosaurs closely related to the giant sauropods of the later Jurassic and Cretaceous periods. Because so many of its fossils have been found, paleontologists believe Plateosaurus may have roamed the plains of late Triassic Europe in vast herds.

One feature of Plateosaurus that has caused raised eyebrows among paleontologists is the partially opposable thumbs on its front hands. We shouldn’t take this to indicate that this (fairly dumb) dinosaur was well on its way to evolving fully opposable thumbs, which are believed to have been one of the necessary precursors of human intelligence.
Rather, it’s likely that this feature evolved in order to enable Plateosaurus to grasp the leaves or small branches of trees, and wouldn’t have developed any further over time.

°
Plateosaurus engelhardti
°
Plateosaurus engelhardti
Dinosaur Cast
°
Group: Dinosauria – Sauropodomorpha
Original Specimen Location: Stuttgart
Specimen Number: SMNH 13200
Age: Late Triassic
Where Found: Trossingen, Germany
Date Found: 1932
Size: 20ft
Original Material: 70%
Source: DINOLAB

Class: Sauropsida
Superorder: Dinosauria
Order: Saurischia
Suborder: Sauropodomorpha
Infraorder: Prosauropoda
Family: Plateosauridae
Genus: Plateosaurus

Plateosaurus was an early sauropod dinosaur, and (once  considered ) one of the earliest specimens named in all of dinosauria. It was a   ‘forerunner’, in that it had many primitive characteristics which would later be refined by its descendents. It was a stocky biped, and balanced a long neck with an equally long tail. The heavy, narrow skull was lined with leaf-shaped teeth, ideal for herbivorous grazing. There was a spiked thumb on each hand, which would have been used for defence or stripping vegetation from plants. Superficially, Plateosaurus resembles a long-necked ornithopod, although the phylogenetics of such a relationship have yet to be understood.

Type Species: Plateosaurus engelhardti

Von Meyer, H. (1837). Mitteilung an Prof. Bronn (Plateosaurus engelhardti). Neues Jahrbuch für Geologie und Paläontologie Vol. 316.

Locality: Nuremberg, Germany.

Scientific Resources:

Gunga, H-C; Suthau, T; Bellmann, A; Friedrich, A; Schwanebeck, T; Stoinski, S; Tirppel, T; and Hellwich, O. (2007). Body mass estimations for Plateosaurus engelhardti using laser scanning and 3D reconstruction methods. Naturwissenschaften, Vol. 94, No. 8, pp. 623-630.

Klein, N. (2004). Bone histology and growth of the prosauropod dinosaur Plateosaurus engelhardti MEYER, 1837 from the Norian bonebeds of Trossingen (Germany) and Frick (Switzerland).Universitaet Bonn, Faculty of Mathematics and Sciences Dissertations, 2004.

Sander, PM. (1992). The Norian Plateosaurus bonebeds of central Europe and their taphonomy. Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology, Vol. 93, No. 3-4, pp. 255-299.

°
Plateosaurus, or “flat lizard”, evolved in the Late Triassic and lived through to the Early Jurassic period. It was a forerunner ( tho!ug not an ancestor ) of the first giant dinosaur herbivores, growing to around 9 metres long and 3-4 metres high. It had a long tail, long hind limbs, and a small head at the end of a fairly long neck. The teeth were leaf-shaped and the jaws beak-like. Although it walked on four legs, palaeontologists believe it could rear up on its hind legs and use its powerful clawed hands to pull in succulent branches.
Many fossils of these dinosaurs have been found throughout Europe and several species have been identified. The abundance of Plateosaurus fossils at some localities has prompted the suggestion that they lived in herds and even that they migrated to avoid seasonal droughts.
Plateosaurus belonged to a group known as the prosauropods( a nomen dubium ? )  and was a relative – though not an ancestor – of the gigantic sauropods of the Jurassic and Cretaceous. Plateosaurus and the other prosauropods were the first dinosaur group to feed exclusively on vegetation and were the first animals on Earth to evolve the ability to feed on relatively high vegetation. Until their appearance all herbivores had been squat, short-necked animals incapable of reaching high foliage.
°
PLATEOSAURUS   von Meyer ,1837
Een in Europa gevonden prosauropode dinosaurus van zo’n 6-8 meter lengte. Hij leefde in de late Trias ongeveer 220 mjg. Er zijn bijna 100 skeletten van deze dinosaurus gevonden waarvan enkele compleet. Er zijn resten bekend uit Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Zweden.
Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 1X1m
‘Plat reptiel’
Dinosauria
Saurischia
Sauropodomorpha
Prosauropoda
Plateosauridae

Norian 220.7 - 209.6 mjg

(Naturalis)

°

http://www.whatsontianjin.com/news-209-new-dinosaur-species-found-in-argentina-is-missing-link-of-dinosaur-evolution.html

http://jurassicjourneys.net/?p=991

°

SEITAAD RUESSI 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Seitaad

°

UNAYSAURUS

http://en.wikipedia.org/wiki/Unaysaurus

°

°

°

http://en.wikipedia.org/wiki/Leonerasaurus

VULCANODON

Inguanodon & Co

 

Iguanodon orientalis

Iguanodon means “Iguana tooth”.It is classified as: ORNITHOPODA; Iguanodontia; Iguanodontidae
Early Cretaceous (Aptian), Barum Bayan Formation
Discovered in the Gobi Desert, Southwestern Mongolian Peoples’ Republic.
Iguanodon orientalis from Mongoliais very similar to iguanodonts from Europe (below) except for its huge, bulbous ‘nose.’This hollow structure may have been used as a resonating chamber for making ‘dinosaur music or mating calls.
Its hands had four fingers and a spike-like thumb, which it may have used to defend itself.
Its teeth are reminiscent of those in hypsilophodonts, flattened side to side, and leaf-shaped. They probably sliced up plant material like a pair of scissors.

Because of the large number of skeletons of these dinosaurs frequently found together and evidence from fossil track ways, palaeontologists think they may have formed herds. Their remains are most often found in sediments deposited in swampy, lake and river edge environments suggesting that is the place they spent most of their time munching on horsetails (like the living Equisetum), ferns, cycads and various kinds of conifers.

Iguanodon sp. skeletoncast replica.Early Cretaceous
Molded from the original discovered in Alashanqi, Neimenggu

 

 

 

 

 

PROBACTROSAURUS gobiensis skeleton

“Before the Bactrian reptile”
Probactrosaurus is classified as: ORNITHOPODA; Iguanodontia; Iguanodontidae
It’s fossils have been found in the Early Cretaceous (Aptian-Albian) sediments.
Discovered in the Alashan Desert, Inner Mongolia, China.

 

Europese inguanodont

 

 

 

 

Tenontosaurus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedkundig en cultuurhistorisch belang   ;

http://www.geol.umd.edu/~tholtz/G104/lectures/104hist.html 

* Inguanodon  is de tweede  “officieele” dino  vondst  uit de geschiedenis  en  komt op naam van Dr. Gideon and Mary Ann Mantell: …

Het gebeurde allemaal  in de  Weald regio van zuid-oost  Engeland en  de   inguanodon vondst  betrof    tanden  …De tanden zijn   bladvormig  , wat doet denken aan de extante   Iguana een  voornamelijk harbivoor reptiel .. Daarom noemden de Mantells het  fossiel  Iguanodon (“iguana tand”)

  • Formeel beschreven   in 1825

Bestand:Mantell's Iguanodon teeth.jpg

Enkele exemplaren van de tanden, zoals getoond door Mantells publicatie van 1825, met onderaan ter vergelijking leguanentanden

  • het dier werd gereconstrueerd als een immense versie van  iguana hagedis

 

 

 

 

 

(helemaal rechts   :   “L’équipe de Louis Dollo ” bij de reconstructie van een   Iguanodon in 1880, in de   chapelle Saint-Georges.
De beenderen waren met koorden  opgehangen aan een stelling  . De lengte van de koorden kon  door knopen  worden veranderd  , om zodoende de  “beste natuurlijke“(?) posities  te vinden  Verschillende  beenderen  bevatten meer dan een kilo  pyriet .
Om vervormingen  na de verwijdering van het pyriet te vermijden  werden ze in een  bad schrijnwerkers-houtlijm gedoopt  .

De eerste opstelling van een iguanodon op twee poten werd uitgevoerd door L. De Pauw onder de leiding van L. Dollo.

Volgens deze laatste waren iguanodons tweevoeters;het skelet van een kangoeroe (de staart) en van een struisvogel (het bekken en de achterpoten) stonden model.  In rusttoestand  lag de staart als steun op de grond en bij het lopen werd hij opgelicht als tegengewicht voor de rest van het lichaam.Nu wordt meestal aangenomen dat bij het stappen de vier poten gebruikt werden, bij het rennen de twee achterpoten.)

In 1841, gaf  Sir Richard Owen  een  publieke lezing  over de tot dan toe in  ontdekte zuid engelse reptielen  ….  Hij concludeerde  dat  Megalosaurus ,( de allerseerste  dino die werd  ontdekt en beschreven in 1824  door Reverend William Buckland:  ) IIguanodon , and Hylaeosaurus (eveneens ontdekt door het Mantell’ echtpaar  ) een aparte groep vormden  … Hij stelde de naam  Dinosauria (“verschrikkelijke grote hagedissen “) voor  …

Eind maart 1878  komt dan de belangrijke ontdekking in  BERNISSART

Nog steeds is deze vindplaats en vondst  belangrijk  ..Bernissart  werd beroemd  door de  fossiele  rijkdom die werd ontdekt  tussen  1878 en 1884 in de steenkoolmijn charbonnage Sainte-Barbe: Men ontdekte in Bernissart   29 komplete inguanodon  skeletten , 2 krokodillen, l fragment van een insekt  , tientallen coprolieten en duizenden  planten fragmenten .De fossielen van Bernissart  werden gevonden  in zwarte kleilagen  die met “wealdenian” noemt ( naar de lagen in  Zuid -Engeland )

http://gigadino.pagesperso-orange.fr/images_dossiers/bernissart3.JPG
Extraction “d’argiles wéaldiennes  ”   dichtbij   Bernissart

 

De eerste   door Dollo   opgestelde  inguanodon werd onmiddelijk  tentoongesteld  op de binnenkoer  van de mijn van Bernissart         De eerste  inguanodon in Brussel  dateert van 1883

De geleerden uit die tijd  maakten hun reconstructies op basis van struisvogel en kangoeroe voorbeelden -modellen    ; zodoende  verzonnen  ze gedeeltelijk  een  bipedale positie voor de inguanodons . Maar deze  houding is fout gebleken …Toch worden  (om historische redenen ) nog veel van die belangrijke  vondsten nog steeds in die  houding tentoongesteld  ….

http://gigadino.pagesperso-orange.fr/images_dossiers/bernissart5.JPG

http://gigadino.pagesperso-orange.fr/images_dossiers/bernissart10.JPG

*  Over de ontdekking van mijnwerker Jules Créteur liet de goegemeente zich aanvankelijk slechts schertsend uit.

     Achterkant van een belgisch  50 centimes muntstukje  met de beeltenis van  Jules Créteur , geslagen in de jaren  1950  

Hij zelf hoopte dat zijn vondst een fossiele boomstronk gevuld met goud betrof zodat hij het mijnwerkersplunje voor eens en altijd aan de wilgen kon hangen.
Onderzoek bevestigde dat Créteur 322m onder de grond van Bernissart, een spreekwoordelijk door God vergeten dorp op de grens met Noord-Frankrijk, 17km ten westen van Bergen, op een fossiel bot was gestuit.

Hij bleek achteraf  de enige geweest te zijn die zich vragen bij het bot had gesteld (of erbij weggedroomd was): zijn collega’s hadden zich reeds door een compleet skelet gewerkt.

De vondst leverde hem geen goud op (het bot bevatte pitriet, een geelachtig mineraal gelijkend op goud), maar wereldwijde bekendheid.

Jules Créteur was in het zog terechtgekomen van een kudde prehistorische dieren die in de wereld haar evenknie niet kende.
Wetenschappers zetten reconstructies op waaruit bleek dat de reusachtige dieren omstreeks 130 miljoen jaar geleden aan hun einde waren gekomen.

Hoogstwaarschijnlijk waren ze overvallen door een storm met ongekende kracht waarvoor ze begrijpelijk maar nodeloos op de vlucht waren geslagen: de iguanodons werden verrast door grondverzakkingen en kolkende rivieren die misschien ook  het gevolg van het noodweer waren.
De reuzenhagedissen stortten de diepte in, braken in hun val de beenderen en botten van hun vijf ton zware lijven en werden begraven in een vaalgrijze sarcofaag gevonden in  een samengeperste kleilaag  ingebed in een  steenkoolgordel  die van Mons overLa Louvière naar Luik liep

Glazen kooi
’s Lands begaafdste eminentie inzake geologie en paleontologie, Louis De Pauw, die in 1860 te Lier het grootste skelet van een ‘Belgische’ mammoet had opgedolven, werd uitgenodigd om in Bernissart voor opheldering te zorgen.

Onder zijn toedoen kwamen naast beschrijvingen, nog eens 28 geraamtes aan de oppervlakte.
Het Museum van Natuurwetenschappen te Brussel legde onmiddellijk beslag op de complete vondst, het gemor in Bernissart ten spijt.

In Brussel werden ze opgenomen in de collecties van het KBNI  en op verschillende  manieren  opgesteld

 

 

 

uiteindelijk  werden ze  ondergebracht in de nieuwe galerij der dinosauriers in 2007

Mocht de eerste gereconstrueerde iguanodon in 1883 in het Hof vanNassau te Brussel in een glazen kooi plaatsnemen , in Bernissart zetten de bewoners een hartverscheurend klaaglied in, La complainte de l’iguanodon.
In 1972 kreeg de gemeente één exemplaar terug dat in een museum met te laag plafond op halve hoogte werd tentoongesteld.
Het lang beloofde museum kwam er dertig jaar later, in 2002.


De opening van het museum was meteen de inleiding van een reeks nieuwe opgravingen. Daar er drie dieren per are zijn gevonden, hopen de onderzoekers nu veel meer iguanodons op te graven. Optimisten rekenen zelfs op dertig exemplaren. De huidige politici schelen overigens in niets met hun 19de-eeuwse collega’s: velen waren toen gewonnen voor de verkoop van de gouden monsters van Jules Créteur om een eenmalige belastingverlaging (voor de rijken) door te voeren. Begrotingstrucs zijn de monstres sacrés van alle tijden.

De Inguanodons  van Bernissart  zijn de  allereerst ontdekte komplete  en gearticuleerde  dinosaurusvondsten ter wereld  . Ook vandaag nog  zorgt hun exellente conservatiestatus ervoor  dat ze nog steeds worden beschouwd als relevant referentie en onderzoek materiaal voor paleontologen over de hele wereld  ..

een van de bernissart inguanodons  uitgeleend aan het museum van Madrid 
http://gigadino.pagesperso-orange.fr/bernissart.html

inguanodon

“Met de tand van een leguaan”

Gewicht: ongeveer 4,5 ton Houding: Zowel tweevoeter als viervoeter Voedsel: Herbivoor Vindplaatsen Azië, Noord-Amerika en Europa Bijzonderheden: zijn twee duimen in de vorm van een puntige kegelLengte: tot 10mHoogte: staand op de achter poten: 5m                                          Tijdperk: 110 – 130 miljoen jaar geleden (Vroeg Krijt)

De wetenschap weet veel over de inguanodontidae  Van inguanodon zelf   zijn in 120 miljoen jaar oude rotsen in Europa en Azië duizenden fossielen gevonden Soms is zo’n skelet in z’n geheel bewaard gebleven. Ook in Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en Australië zijn er resten van Iguanodonachtige dinosaurussen gevonden

Inguanodon  had geen voortanden    Waarom niet? Het voorste stuk van z’n kaak had de vorm van een harde snavel. Daarmee kon hij geen vlees snijden en  eten, maar waarschijnlijk kon het dier  wel bladeren en stengels afrukken.

Z’n kiezen verraden hem .De Iguanodon had brede, platte kiezen net als andere planteneters. Met wat weweten over de snavelvormige bek, kunnen we aannemen dat de Iguanodon planten heeft gegeten en geen vlees.

‘Handige handen’  Omdat de dinosaurus  op z’n achterpoten liep, had hij z’n voorpoten vrij voor anderedingen. De Iguanodon had hoefvormige tenen, waar hij op kon leunen bij het eten. De kleine teen zat apart, zodat hij daarmee zijn voedsel beet kon pakken. Zijn grote teen leek wel een beitel. Hiermee kon hij zich verdedigen tegen z’n vijanden ?  .

Schubben    De weke delen van een dier, zoals z’n huid fossilifieren bijna nooit , omdat ze te snel wegrotten. In een paar gevallen is de structuur van de dinosaurushuid in het gesteente afgedrukt; dan kunnen we zien dat het dier een geschubde, taaie huid heeft gehad.Maar we weten(nog)  niets over de kleur van de huid, ook niet of hij gevlekt of gestreept was.

Kon hij goed zien en horen?Aan de stukken van de schedel van de dinosaurus kunnen we zien hoe de vorm van zijn kop is geweest. Naar de zachte delen zoals de ogen, de oren en de neusgaten moeten we maar raden. We weten ook niet of de Iguanodon goed kon horen en zien. Omdat er zoveel fossielen bewaard zijn gebleven, weten we dat er heel veel van deze dieren geweest zijn.

De omvang van zijn hersenen     We kunnen wel raden hoe groot de hersenen van een dinosaurus geweest zijn als we de ‘holte’ in zijn versteende schedel bekijken. Net als bij de tegenwoordige reptielen zijn de hersenen van de Iguanodon en zijn soortgenoten klein in vergelijking met hun enorme lijven. We kunnen alleen niet peilen hoe slim ze waren

Twee of vier poten       Al zijn er nog zoveel versteende resten van de Iguanodon gevonden, toch kunnen de geleerden het er niet over eens worden of de dinosaurus op twee of op vier poten heeft gelopen. Waarschijnlijk liep hij op zijn achterpoten, maar af en toe bukte hij zich misschien om op vier poten te kunnen grazen. Dat doet een kangoeroe ook.

Een kolossaal lijf ?                 Om in leven te blijven moest de Iguanodon enorme hoeveelheden planten eten. Hij moet dus een geweldig grote maag en buik hebben gehad om al dat voedsel te verteren. Sommige plantenetende dinosaurussen hebben waarschijnlijk steentjes mee ingeslikt om het voedsel in hun maag fijn te kunnen maken.

Het gemak van de staart      Bij alle dinosaurussen is de staart ongeveer hetzelfde. De Iguanodon kon met zijn staart van alles doen – net als met de rest van zijn lijf. Als hij hard wilde lopen tilde hij zijn staart van de grond op; ook kon hij er zijn evenwicht mee bewaren. Als hij tegen een boom leunde om de bladeren te eten ging hij er ook wel op ‘zitten’.

 

de juiste  manier waarop  het dier zich bewoog  …..word gedemonstreert in dit stuk speelgoed

inguanodon skelet   in de  foute  opstelling  zoals die gebruikelijk was eind 19de begin xx eeuw  …deze “kangoeroe ” opstelling  maakte het noodzakelijk  de  manier  waarop  de staart werd gedragen ,te breken  

 

 

 

 

 

 

 

 


Inguanodon bernissartensis

Bestand:Iguanodon bernissartensis skull.JPG

Iguanodon bernissartensis  Een afgietsel van de schedel; het brokkelige en beschadigde oppervlak is een gevolg van de “pyrietziekte”

Museum / Brussel De sterren van  het Museum van het   Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen blijven de iguanodons (Iguanodon bernissartensis), die werden gevonden in een mijnschacht in het Belgische dorp Bernissart.

 

 

Inguanodon  van Bernissart
Iguanodon heeft enkele  kernmerken die  ook bij andere inguanodontiae voorkomen  ;diamantvormige  maar asymetrische   tanden die  staan geordend in een tandboog , een dolkachtige “duim ” ,.Deze  dino bezat  ,als volwasssen dier, realtief lange sterke voorpoten . wat erop wijst dat ze het grootste deel van hun wakkere tijd  op vier poten rondliepen

Het mag de belangrijkste dinosaurusvondst ter wereld worden genoemd door de uitzonderlijke volledigheid van de skeletten én het grote aantal individuen dat werd gevonden.

http://www.natuurwetenschappen.be/museum

in de vernieuwde zaal der dinosaurussen /

….maar nog steeds in de “kangoeroe” houding

De collectie van het Museum voor Natuurwetenschappen ( Brussel ) (KMNIB is uniek in de wereld.   In 1878, het jaar waarin de “kudde” iguanodons werd ontdekt in de ondergrond van het steenkoolbekken van Bergen, kregen wetenschappers voor het eerst zulke volledige en goed bewaarde skeletten in handen.  Van de 30 skeletten van fossiele iguanodons ontdekt in de koolmijn van Bernissart, werden er in een vitrine in Brussel  enkele in rechtopstaande positie tentoongesteld, naast andere exemplaren in de positie zoals ze werden gevonden  Zo’n 135 miljoen jaar geleden moet de soort bernissartensis hebben rondgedoold in een subtropisch deltagebied dat ook het westen van Henegouwen bestreek en dat destijds veel meer naar het zuiden gelegen was: op ongeveer 35° noorderbreedte.

Deze soort die behoort tot de orde van Ornithischia (dit zijn de dinosauriërs waarvan de heupbeenderen doen denken aan die van de huidige vogels) was rechtopstaand 5 meter hoog en 10 meter lang.

In de omgeving waren beslist predatoren aanwezig, maar de krachtige staart, scherpe tanden en lange duimsporen van de iguanodon zullen vast het nodige respect hebben afgedwongen. Hoe het komt dat een zo groot aantal exemplaren op dezelfde plaats werd aangetroffen, blijft een raadsel. Werden zij hier naartoe gedreven door een vijand? Misschien was de natuurlijke put waarin de kadavers zich in de loop der tijd opstapelden gewoon heel gunstig voor hun bewaring.

Reconstructie van een kudde in de juiste loophouding

Iguanodon  bernissartensis 

Iguanodontidae

Gemiddeld om de zeven weken wordt een  nieuwe dinosaurussoort ontdekt.

In 1878 deed men in een mijnschacht van Bernissart (Henegouwen) een ongelofelijke vondst: op  322 meter onder de grond ontdekten nietsvermoedende mijnwerkers toevallig een dertigtal skeletten van iguanodonten, een gigantische dinosauriërsoort. Een wereldprimeur: voor het eerst kon men een volledige reconstructie maken van een dinosauriër van dieomvang. Even uitzonderlijk was dat samen met de iguanodonten honderden andere  fossiele dieren en planten werden gevonden waardoor men ook meteen een idee kreeg van het leven inonze contreien tijdens de prehistorie. België moet toen een moerassig gebied zijngeweest met een warm  klimaat.

De iguanodonten werden voor het eerst aan het publiek getoond in 1882, toen het Natuurhistorisch museum nog gevestigd was in het toenmalige Paleis van Nassau aan het Koningsplein.
Een twintigtal jaar later kwamen ze terecht op de plaats waar ze nu nog altijd (én eindelijk opnieuw) in volle glorie te bewonderen zijn, in de speciaal voor hen gebouwde zaal, een ontwerp van architect Janlet. Een architectonische parel van 3000 m² met veel metaalwerk en glas, op zich al een bezoek waard.

   

   
“We hebben de ruimte zoveel mogelijk gereconstrueerd in haar oorspronkelijke staat, met restauratie van de originele monumentale trap en de balustrades, tot en met de vloeren toe.“,

zo vertelt Hugo Vandendries, hoofd van de educatieve dienst. Hij gidst met veel aanstekelijk enthousiasme door de gerenoveerde zaal die op dat ogenblik nog volop een bouwwerf was, maar wel al voldoende onthult om te zien dat de langdurige verbouwing het wachten meer dan waard was. “De verbouwingen zijn effectief begonnen in 2005, maar daarvoor was er al een team van experten bezig met het uitdenken van het nieuwe concept.”
De iguanodoncollectie, nog steeds uniek overigens, is ondergebracht in twee grote vitrines.
De eerste vitrine bevat de bekende rechtopstaande skeletten, negen in totaal waarvan er zeven een grondige facelift hebben gekregen.
De liggende, meer fragiele skeletten (elf in totaal) zijn te vinden in een tweede vitrine, onder de grond.

“Daarom heet het eerste deel van de expo ‘Onder onze voeten’. Je kan in gedimd licht naar  beneden gaan om de skeletten te bekijken, dat moet je het gevoel geven dat de mijnwerkers hadden toen ze op hun zoektocht naar steenkool op de iguanodonbeenderen stootten; Het grote voordeel van de nieuwe opstelling in deze twee vitrines is dat je alle delen van de anatomie van de dinosauriër vanaf een welbepaalde plaats van heel dichtbij kunt bekijken.” 

En inderdaad, eerst kijk je bijna letterlijk in het gebit van zo’n beestje, en op een ander, lager niveau in de zaal kan je  als het ware zijn vingerkootjes of ribben tellen.

“De iguanodonten werden van bij het begin op twee poten opgesteld, wat wetenschappelijk gezien niet fout maar ook niet helemaal correct was. Eigenlijk waren het viervoeters. Maar ze richtten zich wel regelmatig op om te eten bijvoorbeeld, of om zich te verdedigen. Hun volle lengte bedroeg dan ongeveer vijf meter!”

In het eerste deel van de tentoonstelling heeft men verder nog aandacht voor hoe een levend dier een fossiel is geworden en voor de inmiddels sterk ontwikkelde studie van de fossielen, de paleontologie.

In deel twee, ‘Levende dieren’, kom je op een interactieve manier heel wat te weten over de levenswijze van de dino’s: hoe ze liepen, communiceerden, zich verstopten, zich voortplantten…  Je krijgt er ook een beeld van de vele verschillende soorten dino’s die er waren.
Daarvoor heeft men een tiental skeletten (originelen of afgietsels) van over de hele wereld aangekocht.
De iguanodon krijgt dus voortaan het gezelschap van de werkelijk kolossale tyrannosaurus rex, een 27 meter lange diplodocus en de imponerende triceratops
Met de hulp van multimediale technieken lijken die prehistorische creaturen vaak letterlijk tot leven te komen. 

“De tijd van veel te lange saaie teksten op panelen is natuurlijk voorbij. We willen met onze ‘hernieuwde’ aanpak zoveel mogelijk mensen op verschillende niveaus aanspreken, van een kleuter die vooral zintuiglijk wil ervaren, tot een bezoeker die eerder op wetenschappelijke kennis uit is. We hebben geprobeerd om het geheel zo aantrekkelijk en interactief mogelijk te maken; zo kan je bijvoorbeeld een dansje doen met een pachycephalosaurus: via een projectie zal die gigantische dino al je bewegingen nabootsen, ongetwijfeld een hit bij kinderen.”

Gediplomeerd dinoloog
Deel drie, ‘Nog steeds bij ons?’, zoekt naar een verklaring voor het uitsterven van de dino’s, maar wil vooral duidelijk maken dat ze eigenlijk nog altijd onder ons zijn. 

“Vogels zijn de rechtstreekse afstammelingen van dinosauriërs; er zijn zelfs theorieën die zeggen dat vogels de dino’s van vandaag zijn. Sinds een tiental jaar heeft men meer en meer dino’s ontdekt met veren en zelfs vleugels. We hebben bij elke dino ook telkens een vogel geplaatst, zoals een struisvogel, om duidelijk te maken dat de verwantschap zeer groot is. Dat was vroeger ondenkbaar, het is pas door de evolutie van het onderzoek van de laatste jaren dat we dat nu met zekerheid kunnen stellen.”

Een volledig nieuw onderdeel is het paleoLAB, een ontdekkingsruimte waar ouders en kinderen zich tot paleontoloog kunnen ontpoppen: je kunt er fossielen opgraven en er dan afgietsels van maken, dinopoten aantrekken en nagaan welke sporen je zo achterlaat, dinotanden in de juiste kaken plaatsen of een levensgrote stegosaurus in mekaar puzzelen. 

“Ons publiek bestaat voor 50% uit scholen en voor 50% uit families of groepen. We droomden er allang van om dat gemengde publiek iets aan te bieden waardoor ze zelf aan de slag kunnen gaan. Er zullen ook animatoren zijn om wat te begeleiden, maar het is zo geconcipieerd dat je eigenlijk alles autonoom kan doen. In het eerste deel van de tentoonsteling, ‘Onder onze voeten’, zie je op een video professionele paleontologen aan het werk, en hier kan je wat je gezien hebt dus zelf eens proberen. In schoolverband kan men verschillende modules doorlopen om een gediplomeerd ‘dinoloog’ te worden, maar in familieverband is het wat vrijblijvender. We willen kinderen vooral prikkelen om zich spelenderwijs te verdiepen in de prehistorische tijd. Je kunt zelfs meerdere keren komen want we zullen regelmatig nieuwe activiteiten aanbieden.”
Bij het verlaten van de zaal geeft Hugo Vandendries nog mee dat ze er deze keer bewust voor hebben gekozen om geen dinorobots in de expo op te nemen. 

“Enkele jaren geleden hadden we een special op poten gezet, ‘Dinos en co’, die toen grotendeels was gewijd aan de namaakdino’s, zoals ze bekend zijn geworden door de film Jurassic Park van Steven Spielberg. Maar weet je, de authentieken spreken toch meer tot de verbeelding; het is opmerkelijk dat deze beesten jong en oud zo sterk blijven fascineren. Ik denk dat de verklaring onder meer te vinden is in het feit dat ze niet meer leven, en dat je dus grotendeels kunt fantaseren hoe ze moeten hebben geleefd. En natuurlijk ook het feit dat ze zo reusachtig groot en sterk waren, en dan toch ineens – bij wijze van spreken – hebben opgehouden te bestaan; het is en blijft voor een deel altijd een mysterie.”

Iguanodon bernissartensis        http://www.rescast.com/specimens/show_specimen.php?SpecimenID=41

http://www.senckenberg.de/images/content/museum/daueraustellungen/dinos/iguanodon.jpg 

Musea met  fossielen 

http://www.fossiel.net/informatie/musea.php

De volgende informatie over  fossielen is (op de  site  van fossielnet )beschikbaar:

Naast de skeletten van de Iguanodons staan in het KBIN   ook afgietsels van originele skeletten van andere dinosauriërs in de galerij, zoals de  

Stegosaurus

Stegosauridae Stegosaurinae

Maiasaurus
Maiasaura

Tyrannosaurus rex

Tyrannosauridae   Tyrannosaurinae   Tyrannosauroidea

Diplodocus
Diplodocidae   Diplodocoidea   

Pachycephalosaurus               
Pachycephalosauria

SPINOSAURS

Baryonyx

 

 


Baryonyx walkeri is een bijzondere vleesetende dinosauriër uit wat tegenwoordig Groot-Brittannië heet, stammend uit de periode van het vroege Krijt.Hij werd in 1983 ontdekt en in 1986

beschreven.Uiterlijk …. Het ongeveer twaalf meter lange dier heeft de kenmerkende bouw van de Theropoda maar veel langere armen. Deze dragen aan de duim een grote klauw van ongeveer 30 centimeter lang. De nek en schedel zijn ook afwijkend van de andere theropoden. Ten eerste staat de nek niet in een S-vorm zoals bij veel andere theropoden.

Ten tweede lijkt de 1.20 m lange schedel op die van een krokodil en heeft hij rechte, kegelvormige, tanden. De stijve staart en wat langere kop zijn ook kenmerken voor de Baryonyx.
De staart was (werd verondersteld ) voornamelijk om het evenwicht te bewaren als dit dier voorover gebogen stond om vissen te vangen, het hoogste punt is dan ook de 2,5 m hoge heup.
<p> <P/>
CT scan van een hagedis schedelNIEUWE TECHNIEKEN :
Modern Paleontology =CT scans & reconstruction by computer

Baryonyx jaw

This image shows the results of the CT scan reconstruction. The Baryonyx snout bone is transparent brown. This shows us that the teeth (yellow) had extremely deep roots and that Baryonyx had independently evolved a bony palate (the pink structure), also seen in crocodilians — another feature that makes this dinosaur even more ‘crocodile-like’. (Credit: Emily Rayfield)

http://www.sciencedaily.com/releases/2008/01/080113212741.htm

 

baryonyx-tmk.avi (1.3 MB) <–klik  voor video fragment 

 

  
   
           
Not many actual Spinosaurus bones have been found, so the British-found Baryonyx fossil remains were used, along with other more stylised dinosaur body parts, as templates for the skeleton building .Baryonyx is intriguing because it’s the most complete spinosaur skeleton ever found and so has been really important to recent research on these fish-eating dinosaurs. And Baryonyx was the first-known dinosaur to like eating fish.
 
Spinosaurus
  
Spinosaurus (meaning thorn lizard) giant.
At 17 metres, possibly the biggest killer ever to walk the earth, this beast dominated the first episode of the Planet’s Dinosaur history.
NHM (uk)
Natural History Museum

NHM (uk)
Natural History Museum

Spinosaurus aegyptiacus

was een vleesetende dinosauriër uit het midden van het Krijt, een theropode uit de groep van de Spinosauroidea, een onderverdeling van de Tetanurae. Spinosaurus behoort per definitie tot de Spinosauridae en de Spinosaurinae.

De fragmentarische fossiele resten werden in 1912 in Egypte gevonden door de Duitse verzamelaar Markgraf en in 1915 beschreven door de Duitse paleontoloog Ernst Stromer. Zij zijn in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan tijdens een bombardement op München.

Hoewel we geen compleet beeld hebben van dit dier, maken de bekende gegevens het om drie redenen opmerkelijk:

  • Spinosaurus heeft, net de andere leden van Spinosauridae zoals Baryonyx en Suchomimus, een langwerpige schedel met kegelvormige tanden die sterk op die van krokodil gelijkt. Er wordt verondersteld dat het dier dus net als een krokodil van vis leefde. De conische tanden, die gespecialiseerd zijn in het vasthouden – en niet het verwonden -van de prooi, wijzen er in ieder geval op dat hij joeg op vrij kleine dieren.
  • Spinosaurus bezat enorm lange doornuitsteeksels (spinae) op de ruggenwervels waar het dier ook naar genoemd is. Meestal wordt aangenomen dat die een hoog zeil droegen, mogelijkerwijze voor een verbeterde afkoeling in het extreem hete klimaat dat in die periode in Afrika heerste.
  • Spinosaurus was gigantisch en verreweg de grootste bekende theropode. Hoe groot precies is zeer omstreden. Het in 1915 beschreven fragmentarische skelet bestond uit voornamelijk uit ruggenwervels en een kaakfragment. Uit de wervels kan men door vergelijking met Baryonyx de lengte schatten. Gregory S. Paul kwam in 1988 in zijn Predatory Dinosaurs of the World tot een schatting van vijftien meter. Omdat hij aannam dat Spinosaurus een stuk eleganter gebouwd was en een relatief langere staart bezat dan Tyrannosaurus, schatte hij het gewicht losjes op zo’n vijf ton. Latere nauwkeuriger analyses toonden aan dat de lengte zo’n zestien meter moet hebben bedragen — anderhalf keer langer dan Sue, het grootste tentoongestelde skelet van Tyrannosaurus rex— en het gewicht eerder tegen de negen ton lag. Deze spinosaurus was echter nog niet volgroeid. Het kaakfragment dat erbij gevonden werd, duidt op een schedellengte van een kleine anderhalve meter. De laatste jaren werden er illegaal opgedolven fragmenten uit Noord-Afrika naar de VS gesmokkeld. Een daarvan is het kaakfragment MSNM V4047. Een publicatie uit 2006 van Dal Sasso komt tot een schatting van 1,75 meter voor de schedellengte. Combineren we dit met de schedel van het holotype dan krijgen we dus een spinosaurus van negentien meter lang en een gewicht van vijftien ton. Zo’n exemplaar zou een rughoogte hebben van een kleine zes meter, bekroond met een zeil van ruim twee meter hoog. Hij zou 150 kg vis per dag hebben moeten eten om in zijn energiebehoefte te voorzien. Dal Sasso onthield zich van zo’n extrapolatie, hield rekening met de mogelijkheid dat Stromer resten van twee individuen gevonden had en combineerde de schedellengte met de verhoudingen bij Suchomimus, wat de schatting weer terugbracht tot een voorzichtiger zeventien meter. Er is een zich in particuliere hand bevindend schedelfragment bekend dat een eerste analyse op een 2,5 meter lange schedel vond wijzen. Mocht dit correct zijn dan moet de lengte nog eens met anderhalf en het gewicht met drie vermenigvuldigd worden: bij de hoge schatting leidt dit tot een dier van een 27 meter lengte met een gewicht van ruim veertig ton!

 
January 11, 2012

Revisiting the Fisher King

by Scott Hartman
 
 
 
 

Spinosaurus is probably the longest theropod we know of, and may have been the heaviest as well. Yet counter-intuitively it shows specialization for piscivory

Tongue firmly out of cheek now, Spinosaurushas lit up imaginations partially due to its size, but also because there was so much you had to imagine to try and reconstruct the animal.

Until the last decade or two it was sort of a theropod Rorschach test where you could project any sort of oversized monster theropod onto its scant (and now lost) remains.
This brings a thrilling “Sherlock Holmes” quality when trying to imagine the living animal, but for most of the last century serious attempts to reconstruct Spinosaurus have been more frustrating than titillating.Darren Naish has an excellent write up of the history (and tragedy) of the type specimen of Spinosaurus, which I won’t duplicate here. The long and short of it is that WWII claimed the fossils as another victim of the conflict. The already-meager remains lost, paleontologists were stuck with the original description and some somewhat uninspired sketches as the only link to the past.A series of fortunate events occurred in the latter half of the 20th century that allowed for a more accurate interpretation of Spinosaurus to emerge.
For one, other spinosaurids were found.
Baryonyx from the U.K.,
and Nigerian Suchomimus, started to paint a more complete picture of what these animals were like.
They had bizarrely long snouts that seemed to resemble a gharial as much as a traditional theropod.
Suchomimus even had a smaller version of the enlarged neural spines on the back:

The amusingly-named Irritator from South America further clarified the relationships and anatomy of spinosaurids. But the real breakthrough was the re-discovery of several photographic plates of the original material.

While Spinosaurus wasn’t the most complete specimen, having photographs at least made it possible to ensure that what was found is incorporated accurately into a reconstruction.

Among other details, the image also shows what had been the basis of attempts to restore the shape of the elongate sail or hump on the back: Stromer’s original interpretation for the position of the elongated neural spines.

In particular, notice that the tallest one is set directly in front of the sacrum here, while the only associated tail vertebra (at the far left of the picture) has a very short spine. That has lead most people to infer that the spine started quickly after the neck, grew to ridiculous heights over the pelvis, and then quickly dropped off again.
Indeed, this is the interpretation that I used in my first attempt, and has been widely seen in such disparate and reputable scientific endeavors as Jurassic Park 3, the Carnegie Collection of “museum quality replicas”, and Greg Paul’s reconstruction in his Princeton Field Guide to Dinosaurs.
I had been concerned with Stromer’s original interpretation for the placement of the tallest neural spinse – no vertebral body (centrum) was preserved, but the change in the angle of the spine seemed pretty extreme compared to the previous dorsals, especially right in front of the sacrum.
My solution was to assume it was a sacral neural spine.
This largely preserved the traditional appearance of the “sail”, but provided a bit of breathing room for the change in orientation

Luckily for us, Andre Cau and Jamie Headden were busy mulling over this specific issue, and came to a much more likely conclusion, that the backward-oriented neural spine was actually an anterior caudal. Looking at a host of dinosaurs with elongate neural spines, they noted that in general you never seen backward-canted spines in front of the hips, you always see them after it.

There is a bit more detailto the argument (which I encourage you to read on their blogs), but in essence they make a very compelling case.I made some other corrections from my previous attempt – there had been some scaling issues with the neck vertebrae that had given my reconstruction a thinner Baryonyx-like profile in the neck.
Also, it appears that the necks of these animal don’t have as much of the traditional theropod S-curve, so that was changed as well (although I still don’t buy the extreme hang-dog look that Greg Paul has started to restore his spinosaurs with).

The results are a stockier animal, with a more elongate sail (or hump):

Looking at the rigorous reconstruction, it’s clear that there’s still quite a bit of uncertainty in the skeleton, although not all of the missing parts are created equal. Much of the pelvic girdle is known from Irritator, as is the back of the skull.

Also, some unpublished specimens shed light on this, even if they aren’t documented well enough to be official parts of the reconstruction.
Still, there’s a bit of ambiguity about the exact limb proportions, the length of the tail, and the exact shape of the sail.

Carcharodontosauridae

Carcharodontosauridae zijn nog het best van al te omschrijven als landhaaien … het waren in hun tijd top predatoren :ze behoorden tot de meest efficiente moordmachines op land , die ooit evolutionair zijn ontwikkeld

stamboom <–

Carcharodontosauridae

Acrocanthosaurus     http://nl.wikipedia.org/wiki/Acrocanthosaurus

dc card acroc big Acrocanthosaurus

Acrocanthosaurus Skull e1286031149657 Acrocanthosaurus
An Acrocanthosaurus’ skull

Stovall & Langston, 1950


Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 2X2m
‘Boven gestekelde hagedis’
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Tetanurae
Carnosauria
Allosauridae

 

Aptian-Albian 121-98.9 mjg

North Carolina Museum of Natural Sciences

 J. Arts

Acrocantosaurus behoort tot de familie Allosauridae en dat is niet zo verwonderlijk want als je je een beeld wilt vormen van hem dan moet je je gewoon een Allosaurus voorstellen met over zijn nek en rug een 35 tot 50 cm lang zeil. Zijn zeil was dus beslist niet zo groot als van Spinosaurus. Hij leefde in de vroege Krijtperiode zo’n 120 mjg. Hij werd ongeveer 13 meter lang


 

Carcharodontosaurus   

Restanten van Carcharodontosaurussen  werden  opgegraven in Egypte en Marokko, maar de Nigeriaanse fossielen wijken zo af van de eerder beschreven soorten dat het volgens Brusatte echt om een nieuwe soort gaat. Die moet zo’n 95 miljoen jaar geleden over de aarde hebben rondgestapt.

http://archive.southcoasttoday.com/daily/05-96/05-17-96/1adino.htm

Photo by The Associated Press
University of Chicago paleontologist Paul Sereno walks behind a model of a 5-foot-long Carcharodontosaurus skull his team discovered in the Moroccan Sahara along with the fossils of an unknown dinosaur. With a brain about 1/15 the size of man’s, Carcharodontosaurus was similar to the T-Rex but hungrily roamed around about 25 million years earlier


In diezelfde tijd liepen er meer grote vleesetende dino’s in de Sahara rond: de Spinosaurus bijvoorbeeld, een achtien meter lange vleesmachine, en de Abelisaurus (Abelisauridae /Abelisauroidea. )Die laatste mat van kop tot staart negen meter: een onderdeurtje, vergeleken met Spinosaurus ….

Sluit dit venster

Bovenkaak van Spinosaurus, een achtien meter lange vleesmachine.

Carcharodontosaurus /Stromer, 1931

Deze dino heeft zaagachtige tanden, die sterk lijken op de witte haai of op de tanden van de mensenhaai.

De kartels van de tanden van de Carchardontosaurus vertonen grote gelijkenissen met de tanden van een haai.

Fossils from “Taouz” region of the Sahara Desert, Morocco/Carcharodontosaurus by the great TODD MARSHALL.http://www.paleodirect.com/dt211.htm

Deze enorme dinosaurus dankt zijn naam aan zijn dodelijke tanden

Deze enorme theropode dinosaurus is in het jaar 1931 in Afrika ontdekt. Opmerkelijk was dat de kop van de Carcharodontosaurus behoorlijk smal was. Ook opmerkelijk was dat het achterlijf van deze dino hoger was dan het voorlijf: een diagnostisch kenmerk van een uitstekende jager. Ook de bovenbenen van deze dino waren indrukwekkend: de meest gespierde bovenbenen van alle (gevonden) dinosaurussen : die spieren staan garant voor snelheid en wendbaarheid

  • Hoogte: 4 meter,
  • Lengte: 11 meter,
  • Gewicht: 6 ton,
  • Kopgrootte: 1,6 meter.

Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 2X2m
‘Haaietand-reptiel’
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Tetanurae
Neotetanurae
Allosauridae
Charcharodontosauridae

 

Aptian-Cenomanian 121 - 93.5 mjg

Een van de zeer grote vleesetende dinosaurussen, zijn schedel had een lengte van tussen de 1.53 en 1.60 meter en was daarmee van de orde van grootte van Tyrannosaurus en Giganotosaurus(ook een carchanodontosauride ) . Carcharodontosaurus Saharicus was (tot nu toe) de grootste theropode die in het huidige Afrifa leefde. Zijn resten zijn gevonden in Marokko, Egypte, Sudan, Niger en Algerije. Maar tot nu toe is er nog geen geheel sklelet van deze theropode dinosaurus gevonden. Daarom wordt zijn lengte ook geschat van 8 tot 15 meter. Hij leefde in de late Krijt-periode. Hieronder zie je de in 1995 in Marokko gevonden schedel.



© J. Arts


© J. Arts

Klik hierboven om te vergroten.

Bron: dinosauromorpha.de
Hier is een gereconstrueerde skelet van Carcharodontosaurus.

 

Carchadontosaurus iguidensis.

Student vindt nieuwe dino

Dec 12, ’07,

Een Britse student heeft een nieuw type vleesetende dino gevonden. Het is meteen een van de de grootste in zijn soort.

Carcharondontosaurus iguidensis heet het monster, en hij heeft een kop van bijna twee meter en tanden ‘zo groot als bananen’, aldus het persbericht.

Sluit dit venster

‘Tanden zo groot als bananen’, volgens het persbericht. Zo groot zijn ze nu ook weer niet: de zwartwitte blokjes bovenin zijn een centimeter breed. Minibanaantjes dus, die tanden van Carchadontosaurus iguidensis.

Steve Brusatte, een masterstudent aan de universiteit van Bristol, had de eer het beest als een nieuw type dinosaurus te herkennen. De fossielen van het dier werden in 1997 in Niger opgegraven door een team onder leiding van de beroemde dino-jager Paul Sereno.

Deze week beschrijven Sereno, Brusatte en collega’s de vondst in het tijdschrift Journal of Vertebrate Paleontology.

The enigmatic dino killing crocThe enigmatic dino killing croc

THE ENIGMATIC DINO KILLING CROC   (Collected by Neal )

The Echkar formation of Niger, which overlies the El Rhaz, has a unusual assemblage. Crocodilians diversified and even appear in terrestrial niches. The El Rhaz has the giant Sarcosuchus, but it appears to have occupied a familiar niche–aquatic ambush predator (or piscivorous or both). In contrast, the Echkar had the diminutive Anatosuchus, the ferocious Kaprosuchus, and Laganosuchus. What was responsible for this?

In part, it could’ve been due to the warm climate of Niger, in contrast to cooler climates of the Nemegt and Hell Creek, which were disadvantageous to ectotherms. The main reason, however, was the ascendancy of a single dominant theropod, and its ecological effects.
The Echkar has yielded Carcharodontosaurus iguidensis. At 14m and 3.2 tons, it was undoubtedly the top predator in its environment. Like other predatory giants, such as Acrocanthosaurus and T. rex, C. iguidensis may have been unable to coexist with other large theropods. The transition from the El Rhaz to the Echkar may have been similar to the transition from the Morrison to the Antlers, or the transition from the Dinosaur Park to the Hell Creek. In all these cases, a variety of predators gave way to a single dominant one. Whereas Allosaurus, Ceratosaurus and Torvosaurus coexisted in the Morrison, only one big hunter, Acrocanthosaurus, existed by the Albian in North America. Likewise, Eocarcharia and Krytops in the E Rhaz appear to have given way to one theropod giant, Carcharodontosaurus iguidensis, in the Cenomanian Echkar.
To understand what effect this may have had on crocodilians, Bakker noted evidence for resource partitioning in the Morrison. Only Allosaurus may have hunted dinosaurs regularly. In contrast, Torvosaurus appears to have eaten turtles and crocodilians. No doubt, it played a key role in suppressing crocodilian radiations. Only small, aquatic species had much chance of surviving the terrestrial hunter.
Like Allosaurus and Acrocanthosaurus, Carcharodontosaurus iguidensis was almost certainly a dinosaur hunter. By eliminating other theropods, which may have had the same niche as Torvosaurus, C. iguidensis apparently liberated crocodilian evolution. The dominance of a single theropod which specialized in eating sauropods may best explain why Kaprosuchus, in particular, was able to evolve.
Kaprosuchus was almost certainly a terrestrial ambush predator. It must have preyed on dinosaurs–perhaps small sauropods or ornithopods. Orbits which faced somewhat anteriorly bear witness to predatory habits while a keratinous shield in front of its snout suggest it leaped at its prey. Kaprosuchus also had three sets of tusk-like teeth, projecting above and below its skull. The size of the teeth reflect the need to kill quickly, due to ectothermy. As an ectotherm, Kaprosuchus did not have the energy for a prolonged gladiatorial battle with a dinosaur. Its modest (6m) size wasn’t the only problem.*
Dinosaur prey was endothermic therefore had much more energy than the croc. It was essential, therefore, to kill or fatally injure a dinosaur with the first bite. Very large teeth increased the likelihood of a decisive initial strike. The teeth could’ve quickly penetrated the skull of a low browser. Or, Kaprosuchus might’ve sunk its fangs into the underbelly of a sauropod, ripping it open and causing disembowelment.
*Kaprosuchus was only about 6m long because an ectotherm had no hope of outrunning endothermic dinosaurs so it had to lie in ambush; excessive size would’ve made hiding too difficult and may also have attracted the attention of C. iguidensis.

   

Eocarcharia       Kryptops palaios & Eocarcharia dinops

2008-02-15
Onderzoekers hebben in de Saharawoestijn in Niger resten gevonden van twee vleesetende dinosaurussen. De dieren leefden 110 miljoen jaar geleden tijdens het Krijttijdperk en leveren nieuwe informatie op over de vroege evolutie van deze soorten.Door Thea Swierstra
De dinosaurussen werden blootgelegd tijdens een expeditie onder leiding van paleontoloog Paul Sereno van de Amerikaanse University of Chicago in 2000, maar pas nu hebben de wetenschappers ze kunnen identificeren en er een naam op kunnen plakken
Familie:Abelisauridae
Het ene fossiel behoort toe aan de kortsnuitige Kryptops palaios , door de onderzoekers ook wel ‘old hidden face’ genoemd vanwege het eelt dat zowat zijn hele hoofd bedekte.
In zijn korte bek staken kleine tanden, waarmee de snelle tweebenige aaseter met gemak een karkas uiteenreet. Voor het pakken van levende prooien leenden de kleine kaken van het circa 7,60 meter grote beest zich minder.
De Eocarcharia dinops, het tweede dier dat is aangetroffen, is ongeveer van dezelfde lengte, dus even groot of zelfs groter dan de T-rex. Hij wordt ‘fierce-eyed dawn shark’ genoemd, omdat hij bijzonder bonkige wenkbrauwen en lemmetvormige tanden heeft.
Deze tanden waren uiterst geschikt om levende prooien uit te schakelen.
De nieuwe fossielen geven een blik op een vroeger moment in de evolutie van de vleeseters op het zuidelijke continent. Tot de vondst was er maar weinig bekend over de vroege ontwikkeling van deze dinosaurussen.
Alles wat je tegenkomt, is een prettige aanvulling op wat we al wisten, maar hiermee krijg je de vroege evolutie net iets scherper”, zegt Anne Schulp, paleontoloog van het Natuurhistorisch Museum in Maastricht.
Voor mensen die onderzoek doen naar de dinosaurussen op de zuidelijke continenten, is deze vondst alsof je een Neanderthaler van je eigen soort vindt”, zegt Steve Brusatte, een student van de Britse Bristol University, die deelnam aan het onderzoek.
“Dit zijn de eerste sporen van de twee belangrijkste vleesetende groepen die Afrika, Zuid-Amerika en India gedurende 50 miljoen jaar zouden domineren.”

Het onderzoek wordt deze maand gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Acta Palaeontologica Polonica.Publicatiedatum : 2008-02-15

Midden Krijt (Aptianian Albian, ca. 112 My) Elrhaz Formation / Niger

Artist’s impression of Kryptops palaios./Het dier bezat een hoornachtige (eelt ) bedekking op zijn snuit
Die kon waarschijnlijk gediend hebben in de balts
Tot nu toe oudst bekende Abelisauride , Kryptops palaios gen. et sp. nov
Maxilla , bekkengordel ,wervels en ribben van een individu
De uitwendige indrukken van de bloedvaten op een maxilla en een nauw antorbitale fossa plaatsen de fossielen binnen de abelisauridae

Artist’s impression Eocarcharia dinops./ Het dier bezat scheermesachtige dolktanden
De Carcharodontosauride, Eocarcharia dinops gen. et sp. nov
Schedelbeenderen , en losse tanden
Phylogenetic analysis plaatst de fossielen van Eocarcharia dinops aan de basis van de carcharodontosaurida, gelijkend op Acrocanthosaurus maar vroeger te plaatsen in de stamboom dan Carcharodontosaurus and Giganotosaurus
Sereno, P.C. and Brusatte, S.L. 2008. Basal abelisaurid and carcharodontosaurid theropods from the Lower Cretaceous Elrhaz Formation of Niger. Acta Palaeontologica Polonica 53 (1): 15–46.
De twee vleeseters waren tijdgenoten van een andere carnivoor in dezelfde regio : Suchomimus, een grote vis-etende theropode 
Het is duidelijk uit hun anatomie af te leiden dat zij verschillende dingen aten: Suchomimus at vissen, Kryptops at kleinere dieren en Eocarcharia was het grootste roofdier van zijn tijd ,
In de hedendaagse Afrikaanse savanne moeten leeuwen, cheetahs en hyenas verschillend voedsel eten om zij aan zij te kunnen overleven. Het is fascinerend om ditzelfde gegeven te zien in een 110-miljoen-jaar-oud ecosysteem

 

Giganotosaurinae            Giganotosaurus /Coria & Salgado, 1995

  • Hoogte: 4,5 meter,
  • Lengte: 12 meter,
  • Gewicht: 8 ton,
  • Kopgrootte: 1,8 meter.

De naam van deze dinosaurus, Giganotosaurus, doet vermoeden dat dit de grootste dinosaurus ooit op aarde was. Zijn naam mag dan kolossaal klinken, maar de Giganotosaurus was niet de grootste dinosaurus op aarde. Hij was ongeveer even groot als de T-Rex: 12 meter lang. De grootste dinosaurus ooit was de Spinosaurus

Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 2X2m
‘Gigantische zuidelijk reptiel’
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Tetanurae
Carnosauria
Allosauridae

 

Albian-Cenomanian 112.2 - 93.5 mjg

Dit is de tot nu toe grootste vleesetende dinosaurus ooit gevonden. Tot nu toe was deze eer voorbehouden aan Tyrannosaurus Rex, maar de in 1993 ontdekte Giganotosaurus was met zijn 14.5 meter nog een stuk langer dan zijn rivaal. Zijn kop alleen al had een lengte van 180 cm. Een gedeeltelijke onderkaak die is gevonden en in 1998 beschreven is 8% groter dan de onderkaak van de Type species en zou dus zo’n 195 cm lang moeten zijn. Toch was Tyrannosaurus Rex waarschijnlijk sterker, want de tanden van Giganotosaurus waren smaller, zijn herseninhoud geringer en hij was in zijn geheel wat minder robuust gebouwd dan Tyrannosaurus. Giganotosaurus leefde ongeveer 90 mjg in Argentinie waar hij in 1993 bij het plaatsje El Chocon door een amateur-paleontoloog werd gevonden.



“Image: John Conway (http://jconway.co.uk)”


© J. Arts

Een tekening van een cast van Giganotosaurus zoals opgesteld in The Academy of Science in Philadelphia.


© J. Arts

© J. Arts

Tijdens het dinosaurus tijdperk, heersten de dinosaurussen over het supercontinent Pangaea, waaruit onze huidige continenten zijn ontstaan.

Tijdens het Krijt zijn de continenten uit elkaar gevallen, waardoor unieke dinosaurussoorten konden ontstaan. Fossielen van de Giganotosaurus zijn gevonden in Argentinië. Van de Giganotosaurus is (nog) geen compleet skelet gevonden. De ontdekking van de Giganotosaurus vond pas in het jaar 1993 plaats

De Giganotosaurus was een rechtopstaande carnivoor en een jager. Hij at – vermoedelijk – het middenformaat dinosaurussen zoals bijvoorbeeld de Andesaurus

 

Mapusaurus  

Mapusaurus

De opgravingen van de versteende restanten van de Mapusaurus zijn in Argentinië begonnen in het jaar 1995 en duurde tot 2001. Na jarenlang onderzoek kwam pas in 2006 naar buiten dat wetenschappers vermoedelijk de grootste carnivoor onder de dinosaurussen hadden gevonden.

Inmiddels is bekend dat de Mapusaurus bijzonder groot is, maar niet de grootste onder de dino´s is. Na de eerste vondsten, is er op dit moment een nagenoeg compleet skelet van de Mapusaurus

Mapusaurus was een geducht jager : deze dino jaagde vermoedelijk in groepsverband. Door het teamwork was het mogelijk om grotere dinosaurussen( waaronder dus reusachtige sauropoden ) aan te vallen

Dinosaurus Mapusaurus jaagt in groepen  

  • Hoogte: 4 meter,
  • Lengte: 12 meter,
  • Gewicht: 4 ton,
  • Kopgrootte: 1 meter

http://www.dinosaurisle.com/neovenator.aspx

This image is of a reconstructed skull, part of a full size model displayed at Dinosaur Isle of wight which contains a mix of real fossilized bones from the type specimen and reconstructed elements.
The reconstruction is 7.5 metres long, it is one of Dinosaur Isle’s prized exhibits and part of a unique dinosaur.

Neovenator / Hutt, Martill & Barker, 1996

Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 1 X 1m
‘Nieuwe Jager’
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Tetanurae
Avetheropoda
Carnosauria
Allosauroidea
Allosauridae?

 

Verenigd Koninkrijk Ongeveer 8 meter lang

Aptian 121 - 112.2 mjg

Neovenator salerii werd al in 1978 gevonden, tenminste een gedeelte. Het duurde echter verscheidene jaren voor alle beenderen geborgen waren en pas in 1996 werd deze dinosaurus beschreven en benoemd. Ongeveer 70% van het dier is teruggevonden en de fossiele resten verkeren in een goede staat. In de week van 11 juni 2001 is een team paleontologen bezig nog meer resten van deze dinosaurus op te graven. Er wordt gehoopt dat de handbeenderen zullen worden gevonden en de achterkant van de schedel.
Neovenator lijkt wat op Allosaurus maar is kleiner, en lichter gebouwd. Toch is dit een van de grotere vleesetende dinosaurussen die in het Verenigd Koninkrijk is gevonden. Een van de voornaamste voedselbronnen zal de ook hier veelvuldig voorkomende Iguanodon zijn geweest. In de site die nu (11 juni 2001) wordt uitgegraven liggen trouwens de beenderen van een Neovenator en een Iguanodon bij elkaar. Neovenator is tot nu toe alleen op de Isle of Wight gevonden dat toen trouwens (120 mjg) geen eiland was maar een deel van het vaste land.


Neovenator salerii
© J. Arts, based on an image from Walking With Dinosaurs from the BBC

Shaochilong

/shaochilong maortuensis.

.

.

.

 

 

 

  1. Another Look at Asia’sSharkToothed Dragon” – Blogs – Smithsonian


 

 

 

Tyrannotitan   

Tyrannotitan chubutensis

saurischians
Sub-Orde: theropoden
Groep: Carcharodontosauridae
Periode
Onder-Krijt (-114 tot -108 mijn)

Tyrannotitan Chubutensis

photo

Museo Egidio Feruglio – Trelew

*Novas, F.E, S. de Valai, P. Vickers-Rich & T. Rich (2005). A large Cretaceous theropod from Patagonia, Argentina, and the evolution of carcharodontosaurids. Naturwissenschaften online advance publication (Apr. 16, 2005Abstract.

Afmetingen


Lengte: 13 m(?)
Gewicht: (?) 2 ton

De Tyrannotitan chubutensis , wiens naam betekent << >> tirannieke titan van de provincie Chubut (Argentinië) was een grote carnosaurier en een groot roofdier. Hij jaagde op andere dinosaurussen van het titanosaurus , Amargasaurus type en waarschijnlijk ook op andere carnivoren die kleiner wqren dan hemzelf (Megaraptor, neuquenraptor etc …). Hij was te vinden in een droog steppe landschap met struiken, Araucaria en een aantal coniferen.

© Unlobogris, Deviantart

Beschreven in 2005 door Novas, Wallis, Vickers-Rich & Rich: het fossiel was toen, van een van de grootst geachte bekende vleesetende dinosauriers . …

Tyrannotitan

Yangchuanosaurus.
 airport exhibit =loan from Fernbank Museum of Natural History
  

 

DINOSAURICON XYZ

X

Xenoceratops 

Artist reconstruction of Canada’s oldest ceratopsid, Xenoceratops foremostensis , from southern Alberta 78 million years ago. The new species of horned dinosaur was identified from fossils originally collected in 1958. Approximately 20 feet long and weighing more than 2 tons, the newly identified plant-eating dinosaur represents the oldest known large-bodied horned dinosaur from Canada. Research describing the new species is published in the October 2012 issue of the Canadian Journal of Earth Sciences. (Credit: © Julius T. Csotonyi 2012)

http://www.sciencedaily.com/releases/2012/11/121108074008.htm

  Xiongguanlong

http://www.palaeocritti.com/by-    group/dinosauria/tyrannosauroidae/xiongguanlong

Artist’s restoration of Xuwulong.

Y

http://crossroadsmag.eu/2008/02/9-feb-27-april-chinese-dinosaures-in-maastricht/

Saurischia: Theropoda : Late Jurassic : Sichuan 
Length: 9.5 meters Width: 1.8 meters Height: 3.2 meters Weight: 300 Kg

The largest Jurassic carnosaur ever found in Asia. It was 8 metres long with powerful bipedal back legs, enabling it to run fast. The head was nearly 1 meter long. Its dagger-like teeth helped this dinosaur to tear off and kill its prey, which included the various kinds of herbivorous(vegetarian) dinosaurs of this period.

Yangchuanosaurus, a carnivore that roamed Asia about 150 million years ago in the Late Jurassic.
Countless pointy teeth, that have lost none of their ferocity over time, are visible in the open jaws of the massive almost one metre long skull.
The species was discovered during construction works on the Shangyou dam.
Since then more fossils of its kind have been found throughout Asia.
Don’t let the resemblance fool you though. In spite of its eight-metre long body, its 2.000 kg of weight and its ferocious looks, the Yangchuanosaurus is not a small Tyrannosaurus.
The T.rex lived much later, about 66 million years ago, in America, when the Yangchuanosaurus was long extinct.

°

Younginidae

Youngina

 

Youngina is een uitgestorven geslacht van reptielen, dat voorkwam in het Laat-Perm. Deze dieren konden tot 30 cm lang worden. Fossielen werden gevonden in Zuid-Afrika

De schedel van Youngina, die aan een korte hals zat, had een bijna driehoekige vorm. Achter elke oogholte bevonden zich twee schedelopeningen. De korte snuit liep naar voren spits uit. Het gebit met lange en spitse tanden doet vermoeden, dat het dier over een krachtige beet beschikte en waarschijnlijk schaaldieren op het menu had staan. De ledematen leken op die van de huidige hagedissen.

 

Youngina – Wikipedia, la enciclopedia libre // // //

YOUNGINA  CAPENSIS

http://en.wikipedia.org/wiki/Youngina

http://whyihatetheropods.blogspot.be/2010/11/new-paper-braincase-of-youngina.html

Upoungina capensis Braincase

°

  • Yongjinglong datangi

31/01/14 – 15u50  Bron: Volkskrant.nl

Een onderzoeksteam, geleid door paleontologen van de Universiteit van Pennsylvania, heeft in het noordwesten van China een nieuwe dinosaurussoort ontdekt. De nieuwe dino heeft de naam  gekregen.

De nieuwe dinosoort is een plantetende Sauropoda. Deze leefde in het Krijt (het geologische tijdperk dat van ongeveer 145 tot 66 miljoen jaar geleden duurde). De Sauropoda behoort weer tot de Titanosauria: een groep waarin we de grootste levende organismen die ooit op aarde rondliepen, aantreffen.De paleontologen concludeerden, aan de hand van fossielen die al in 2008 ontdekt waren, dat de nieuwe dino niet de grootste in de groep Titanosauria was. Geschat wordt dat de Yongjinglong ongeveer 15 tot 20 meter hoog was. Maar de fossielen behoorden waarschijnlijk tot een jong exemplaar, een volwassen Yongjinglong zou dus nog een stuk groter kunnen zijn.Schouderblad van twee meter
De anatomische kenmerken van de botten kwamen grotendeels overeen met die van een andere Titanosaur die al in 1929 in China werd ontdekt, de Euhelopus zdanskyi. “Het schouderblad was erg lang, bijna twee meter. Beide zijden lopen bijna paralel, in tegenstelling tot veel andere Titanosauria, waarbij de schouderbladen meer naar buiten buigen”, vertelt paleontoloog Liguo Li.Voorheen werden voornamelijk in de Verenigde Staten veel nieuwe dinosoorten ontdekt, maar sinds 2007 gebeurt dat steeds vaker in China. De fossielen van het laatste exemplaar werd in de provincie Gansu gevonden. Eerder werden daar ook de Huanghetitan liujiaxiaensis en Daxiatitan binglingi ontdekt. “Gansu is nu een zeer belangrijk gebied in China. Deze dinosaurus is nog een van de schatten van Gansu”, zegt onderzoeker Peter Dodson in een persbericht.De studie van de paleontologen is gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift PloS One.

Paleontologen maakten aan de hand van de fossielen deze tekening van de Yongjinglong datangi.
© University of Pennsylvania.

Yueosaurus Tiantaiensis.

Artist’s restoration of Yunnanosaurus.

  • Yurgovuchia doellingi

    .

http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0036790
http://nl.wikipedia.org/wiki/Yurgovuchia
http://geology.utah.gov/whatsnew/news/new0512b.htm

Ontdekt in de Amerikaanse staat Utah.
De dinosaurus maakte naar schatting 120 tot 130 miljoen jaar geleden het gebied onveilig en was ongeveer zo groot als een coyote,
De dromaeosauride (=raptor-pop naam ) is waarschijnlijk een voorouder van de veel grotere en bekendere Utahraptor
Paleontologen vonden naast de overblijfselen van het roofdier ook de botten van twee andere vermoedelijk onbekende soorten dinosauriërs

Z

Zephyrosaurus

Pic from © Natural History Museum, London 
Zephyrosaurus was an ornithopod dinosaur. Its fossils were found in strata dating to the early Cretaceous. The type species, Zephyrosaurus schaffi was described by Sues in 1980. The fossils include one partial skeleton, found in Montana, United States.

Order: Ornithischia
Suborder: Ornithopoda
Family: Hypsilophodontidae
Genus: Zephyrosaurus

 

 

Ziapelta sanjuanensis

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ziapelta                                                                                                                     http://en.wikipedia.org/wiki/Ziapelta

Artist's conception of the newly discovered ankylosaur,

 

 

http://uofa.ualberta.ca/news-and-events/newsarticles/2014/september/new-dinosaur-from-new-mexico-has-relatives-in-alberta

Artist’s conception of the newly discovered ankylosaur,

°

In 2011 vonden wetenschappers de resten van de Ziapelta sanjuanensis in de Amerikaanse staat New-Mexico.

Deze gepantserde dino blijkt nauwe banden te hebben met andere ankylosauria in de Canadese staat Alberta.

In 2011 vonden wetenschappers de resten van de Ziapelta sanjuanensis in de Amerikaanse staat New-Mexico. Deze gepantserde dino blijkt nauwe banden te hebben met andere ankylosauria in de Canadese staat Alberta.

statenIn een paper in PLOS One staat dat er genoeg verschillen zijn om de Ziapelta sanjuanensis als een aparte soort te zien. Denk bijvoorbeeld aan de opvallend grote stekels in de nek. Ook de schedel van de New Mexicaanse dino verschilt van die van andere ankylosauria.

“De hoorns aan de achterkant van de schedel zijn en buigen naar binnen”, vertelt de onlangs afgestudeerde onderzoeker Victoria Arbour. “Op zijn snuit heeft de Ziapelta sanjuanensis een mix van vlakke en hobbelige schubben. Dit is erg ongebruikelijk voor een ankylosaurus.”

 

 

 

In een paper in PLOS One staat dat er genoeg verschillen zijn om de Ziapelta sanjuanensis als een aparte soort te zien. Denk bijvoorbeeld aan de opvallend grote stekels in de nek. Ook de schedel van de New Mexicaanse dino verschilt van die van andere ankylosauria.

 

De Ziapelta sanjuanensis leefde in de late Krijt-periode, toen Noord-Amerika nog gesplitst was door een grote zee. De staten Alberta en New Mexico lagen hierdoor allebei aan de zee, zoals rechts te zien is. Opvallend is dat wetenschappers nog geen ankylosauria-fossielen in Alberta gevonden hebben uit dezelfde periode dat de Ziapelta leefde, oftewel 76 miljoen tot 66 miljoen jaar geleden. “Misschien dat de Ziapelta toen ook wel in Canada wandelde, maar daar hebben we nog geen bewijzen voor gevonden”, verklaart Arbou

Bronmateriaal:
New dinosaur from New Mexico has relatives in Alberta” – Universiteit van Alberta

 

Complete skull of Ziapelta sanjuanensis; abbreviations: asca – anterior supraorbital caputegulum; bas – basioccipital; ch – choana; fm – foramen magnum; j – jugal; laca – lacrimal caputegulum; loca – loreal caputegulum; ltf – laterotemporal fenestra; mnca – median nasal caputegulum; nar – external naris; oc – occipital condyle; orb – orbit; pal – palatine; par – parietal; parocc – paroccipital process; pmx – premaxilla; psca – posterior supraorbital caputegulum; pt – pterygoid; q – quadrate; qj – quadratojugal; qjh – quadratojugal horn; snca – supranarial caputegulum; socc – supraoccipital; sqh – squamosal horn; tr – tooth row; v – vomer. Image credit: Arbour VM et al.

Complete skull of Ziapelta sanjuanensis; abbreviations: asca – anterior supraorbital caputegulum; bas – basioccipital; ch – choana; fm – foramen magnum; j – jugal; laca – lacrimal caputegulum; loca – loreal caputegulum; ltf – laterotemporal fenestra; mnca – median nasal caputegulum; nar – external naris; oc – occipital condyle; orb – orbit; pal – palatine; par – parietal; parocc – paroccipital process; pmx – premaxilla; psca – posterior supraorbital caputegulum; pt – pterygoid; q – quadrate; qj – quadratojugal; qjh – quadratojugal horn; snca – supranarial caputegulum; socc – supraoccipital; sqh – squamosal horn; tr – tooth row; v – vomer. Image credit: Arbour VM et al.

Complete skull of Ziapelta sanjuanensis;

http://www.sci-news.com/paleontology/science-ziapelta-sanjuanensis-ankylosaur-new-mexico-02170.html?utm_source=feedburner&utm_medium=feed&utm_campaign=Feed%3A+BreakingScienceNews+(Breaking+Science+News)

 

°

Life restoration of Zuniceratops.

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

DINOSAURICON UVW

trefwoorden 

Bhart-Anjan Bhullar,Biologie,dinosaurus,EvolutiefossielenHarvardKrokodil,Paleontologiepedomorfschedelvogels

_____________________________________________________________________________________________________

U

uberabatitan reconstructies

Uberabatitan ribeiroi e abelissauro viveram no final da Era dos Dinossauroshttp://www.casadaciencia.ufrj.br/AtividadesExtras/uberabatitan/album/pages/Um%20gigante%20de%2065%20milh%F5es%20de%20anos.htm

uberabatitan ribeiro

°

Uberabatitan Ribeiroi

A model of Uberabatitan Ribeiroi, a Late Cretaceous period dinosaur, is seen at the Federal University, in Rio de Janeiro, Wednesday, Sept. 24, 2008. Three specimens were found in different fossil sites of Uberaba County, in the Brazilian state of Minas Gerais. The Uberabatitan Ribeiroi, which lived in what is currently Brazil some 65 million years ago, had a length of more than 20 meters and weighed some 16 tons. (AP Photo/Silvia Izquierdo)
°
uberabatitan riberoi
 model of the head of Uberabatitan Ribeiroi, a Late Cretaceous period dinosaur, is seen at the Federal University, in Rio de Janeiro, Wednesday, Sept. 24, 2008.
_____________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________

uenlagia  phylogenetic position

Cladogram depicting the phylogenetic relationships of Unenlagia comahuensis,
and indicating the actual record of each theropod lineage (solid bars).

 

Unenlagia

Unenlagia was a type of theropod dinosaur, more specifically a dromaeosaur (‘raptor’). It was first described in 1997 from a semi-articulated partial skeleton found in Neuquén, Argentina. The skeleton was found in Upper Cretaceous aged sediments. A second species was described in 2004, it was discovered in the same locality as the holotype. This second species is based on fragmentary remains including a humerus, hand claw and more. Besides the type species, U. comahuensis, a second species, U. paynemili has been described from the same formation in 2004 based on fragmentary remains.

Unenlagia comahuensis

Novas and Puerta, 1997 Half-bird 2 m Holotype (MCF PVPH 78): Semi-articulated partial skeleton. Portezuelo Formation, Upper Cretaceous (Turonian-Coniacian) Type Locality: Sierra del Portezuelo, Neuquén, Argentina

Unenlagia paynemili

Calvo, Porfiri and Kellner, 2004 Half-bird Holotype (MUCPv-349): Humerus and pubes Paratypes: MUCPv-343 (hand claw); MUCPv-409 (partial ilium); MUCPv-415 (toe bone); MUCPv-416 (partial dorsal vertebra). Portezuelo Formation, Upper Cretaceous (Turonian-Coniacian) Type Locality: Neuquén, Argentina

Posted Image
Casts of U. paynemili fossils; today the claw is considered one of the hand unguals =   not of the foot as shown here          


Theropoda   Family: †Dromaeosauridae   Subfamily: †Unenlagiinae     Genus: †Unenlagia Novas & Puerta, 1997

Species

  • U. comahuensis Novas & Puerta, 1997 (type)
  • U. paynemili Calvo, Porfiri & Kellner, 2004

         

 http://carnivoraforum.com/topic/10011391/1/                                                                                                            http://www.palaeocritti.com/by-group/dinosauria/deinynochosauria/unenlagia

_____________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Utahraptor
Utahraptor (Utah Thief) is the biggest dromaeosaur. It lived on earth 127 million years ago, in the Early Cretaceous period. Utahraptor can grow up to 7 meters long and about 4 meters high. It has no evidence of feathers; however scientists speculate that it does have feathers since other dromeosaurs have feathers.
Utahraptor-BW
 Utahraptor-drawings
Utahraptor was a large, terrifying mid-Cretaceous predator with 9-15 inch long middle-toe claws. It was a lightly built, fast-moving, agile, bipedal (walked on two legs), bird-like dinosaur. It had a curved, flexible neck and a big head. Sharp, serrated teeth were set into very powerful jaws. Each of its three fingers on each arm had large, sharp, curved claw.
It had four-toed feet; the second toe had a 9-15 inch (23-38 cm) sickle-like claw and the other toes had smaller claws. Its long tail had bony rods running along the spine giving it rigidity; the tail was used for balance and fast turning ability. It had a relatively large brain and large, keen, eyes. Up to 6.5 meters (22 feet) long, 2 meters (over 6 feet) tall and 700 kg (1500lbs) in weight, Utahraptor would have been a formidable predator.
125 million years ago in the Early Cretaceous period.
Utahraptor was a carnivore, a meat eater. It probably ate just about anything it could slash and tear apart. When hunting in packs, Utahraptor could probably kill any prey it desired.
The Utahraptor is known to have co-existed with a number of large, plant-eating dinosaurs including the heavily-spined and armored nodosaur, the two-legged, spike-thumbed iguanodons, and massive, long-necked Sauropod.
Utahraptor was the most intelligent animal in its world and information about Deinonychus suggests it may have been a pack hunter.
As it is thought that packs of Deinonychus hunted 30-foot-long relatives of the iguanodons, it is easy to envision a pack of Utahraptors taking on a 50-foot elephantine sauropod.
Locomotion
Utahraptor walked on two slender, bird-like legs; it must have been a fast runner, considering its legs and light weight. When it ran, it rotated its huge middle-toe-claw upwards and ran on the other toes.
Discovery
James Kirkland, Rob Gaston, and Don Burge discovered Utahraptor in 1993 in Grand County, Utah, within the Cedar Mountain Formation. The Utahraptor ostrommaysorum specimen is currently housed at the College of Eastern Utah, although Brigham Young University currently houses the largest collection of Utahraptor fossils.
Utahraptor is also the oldest known dromaeosaurid.
It closely resembles Deinonychus except for the large, much more blade-like claws on its hand.

 

Utahraptor ostrommaysi hand claw ( replica) : Formation: Cedar Mountain

 Such claws suggest that besides piercing and holding, the Utahraptor’s hand claws may have been nearly as important in cutting the hide of it s victim as the sickle-claw on its foot.
This specialization alone suggests there must be both an older and smaller common ancestor to both Utahraptor and the rest of the known dromaeosaurids that is closer to the origin of birds.
Posted Image
super-slashing claw on each hind foot,
Utahraptor would have been an extraordinary killing machine. It is estimated that it reached 20 feet in length and weighed close to a ton.
Two inch serrated “steak knife” teeth in a skull a foot and a half long, blade-like claws up to 10 inches long on its hands combined with 15-inch killing sickle-laws on its feet, and a fast, highly agile body.
Posted Image
Posted Image
  
Utahraptor

Long de 6 m, Utahraptor “prédateur de l’Utah” est un dinosaure de la famille des Dromaeosauridés.

Sa taille est exceptionnellement grande. En effet, Utahraptor qui ressemble beaucoup à Deinonychus, était deux fois plus grand que lui

Les restes très fragmentaires d’Utahraptor ont été découverts dans l’Utah. Ils sont datés du Crétacé inférieur.

Ce dinosaure a été décrit en 1993 par Kirkland, Burge et Gaston. Utahraptor ostrommaysorum est l’espèce type et la seule espèce décrite à ce jour.

Utahraptor

Utahraptor. (Museum of Ancient Life, Utah). By Steve le walready

Il faut souligner que la reconstitution a été effectuée avec des fragments provenant de plusieurs individus.

Tout en muscles et doté d’une longue queue, Utahraptor possède la morphologie d’un animal actif.

Comme pour les autres Dromaeosauridés, son arme la plus redoutable était la griffe recourbée terminant le deuxième orteil de chaque pied.
Nul doute que ce dinosaure était un redoutable prédateur surtout s’il chassait en bande.

Griffe Utahraptor

Griffes d’Utahraptor. By Zachary Tirrell

Les paléontologues savent très peu de choses sur le mode de vie de ce dinosaure. On peut simplement faire des suppositions en se basant sur d’autres Dromaeosauridés mieux connus.

On sait par exemple que Velociraptor chassait en bande ainsi que Deinonychus.
On sait également que les Droameosauridés possédaient des plumes.

Utahraptor

Utahraptor. By Zachary Tirrell

On imagine avec terreur une bande d’Utahrators de 6 m de long parés de plumes colorées attaquer un sauropode comme Cedarosaurus ou un Iguanodon qui vivaient à la même époque dans cette région.

Classification : Saurischia Theropoda Tetanurae Coelurosauria Dromaeosauridae    (V.B (05.2003). M.à.J 02.2008)

Les Dromaeosauridés

_____________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________

V

______________________________________________________________________________________________________

.

_______________________________________________________________________________________________________

Life restoration of Velociraptor

  • velociraptor_mongoliensis.gif
VELOCIRAPTOR MONGOLIENSIS Genus of clawed theropod dinosaur (family Dromaeosauridae) that flourished in central and eastern Asia during the Late Cretaceous Epoch (99–65 million years ago). It was related to an Early Cretaceous (144–99 million years ago) North American genus, Deinonychus. Both genera had a sickle-shaped claw on each foot and ossified tendon reinforcements in the tail that enabled them to keep their balance while striking and slashing at prey. Swift, agile predators of small herbivores, they grew up to 6 ft (1.8 m) long and weighed up to 100 lb (45 kg).Velociraptor [Gr.,=swift robber], swift bipedal carnivorous dinosaur of the late Cretaceous period. It was relatively small, being approximately 6 ft (1.8 m) long. It was similar to Deinonychus in appearance and, like that dinosaur, had a lethal sickle-shaped claw on the second toe of each three-toed foot, which was used for attacking prey. Fossil skeletons have been found in Mongolia. A find of particular interest, discovered in the Gobi desert in 1971, revealed a Velociraptor in the act of attacking another dinosaur, the herbivorous Protoceratops. Velociraptor belongs to the group of saurischian theropods [Gr.,=beast feet] that includes Tyrannosaurus, Deinonychus, and living birds.
Popularized by the movie Jurassic Park in 1993, the Velociraptor stood between six and 12 feet tall, allowing it to hunt man-sized prey very easily . Though hiding in a cave may seem like a good “escape plan” in evading most dinosaurs such as the T-Rex, the Raptors could easily follow into nearly any structure.
Vicious(supposed ) pack hunters, the Raptors’ abnormally large brain capacity gave them problem-solving abilities and rudimentary thinking skills, enabling them to form a social order or even to execute attack plans for hunting prey. Michael Crichton’s book Jurassic Park (on which the movie was based) shows them tempting prey with one visible Raptor while two others circle around to take it by surprise from both sides. Not only were they vicious and moderately intelligent, they were also extremely fast, capable of speeds approaching 40 miles per hour. And their powerful legs allowed them to jump roughly 30 feet off the ground. This skill was most effectively used to attack large prey like Stegosaurs and possibly even Brachiosaurs.
Accompanying their powerful bodies and intelligent brains, the Raptors came equipped with human-like arms rarely seen in other dinosaur species. The long arms were jointed at the elbow and had three long fingers with sharp claws on the ends. Despite these powerful appendages that could have grabbed and latched onto prey, their main attack came from the legs. Backed up by powerful muscles, the Raptors had a long, curved toe claw on the middle toe of each foot that was retractable and controlled by a set of tendons.
The claws on the average Raptor were about seven inches long and very sharp. When attacking large prey, the Raptors would run and jump, using their toe claw to slice down the belly of the animal, spilling its internal organs within a few seconds’ time.

Velociraptor May 14, 2011

Filed under: Theropoda

Perhaps the best-known of the dromaeosaurids, Velociraptor is known from several specimens, the first found by the American Museum of Natural History expedition to Mongolia in the 1920s. Found in 1971, a famous fossil consisted of a complete Velociraptor skeleton wrapped around that of a Protoceratops. The two had been preserved in the middle of a fight, possibly engulfed in a sandstorm.
Velociraptorwas a redator and could run very fast on its long hind legs. It chased through the Cretaceous forests after small mammals or small herbivorous dinosaurs
Factbox   Name: Velociraptor, meaning ‘fast hunter’ Size: about 2m long and 1m high Food: meat, especially other dinosaurs Lived: about 90 million years ago during the Cretaceous Period in Mongolia

The 80 very sharp curved teeth in a long snout, flattened from side to side, the three-fingered hands, each finger equipped with eagle-like talons, and the curved killing claw, 9cm long, on the second toe of each foot, show this to have been a ferocious hunter. Its long, stiff tail functioned as a balance while running and making sharp turns. A covering of feathers would help to keep the animal insulated, a necessity for its active, warm-blooded lifestyle.Creatures that it pursued were(probably )  terrified of it and stood little chance of escape. Velociraptorstood on one back leg, attacked with the other. The long, sharp claw on each foot faced inwards and was used to stab and slash at its helpless prey.Before the discovery of Velociraptor in Mongolia in 1924, scientists had thought of dinosaurs as slow and stupid creatures. But Velociraptorwas built for speed. It was also perhaps one of the most intelligent of all dinosaurs.In September 2007, researchers found quill knobs on the forearm of a Velociraptor found in Mongolia. These bumps on bird wing bones show where feathers anchor, and their presence on Velociraptor indicate it definitely had feathers. However, these feathers were not used for flight. Rather, they were probably used for display, for covering their nests while brooding, or for added speed and thrust when running up inclined slopes.

http://news.nationalgeographic.com/news/bigphotos/images/071108-dinosaurs_big.jpg
Velociraptors (such as the one depicted by the model above) and some other dinosaurs had similar respiratory systems to those of modern-day diving birds, a new study says. Air sacs along the dinosaurs’ spines would have helped make the animals speedy predators, the researchers add.Photograph by Gary Ombler/Dorling Kindersley Collection/Getty Images
Velociraptor

C’est en 1912 en Mongolie que l’image du dinosaure bête et pataud prend fin. En effet, le squelette exhumé se révèle être celui d’un animal agile et rapide. Il est baptisé Velociraptor mongoliensis ” prédateur rapide “.

Velociraptor est le type même du théropode agile et intelligent. Depuis 1912, de nombreuses découvertes ont été effectuées sur Velociraptor. Les derniers fossiles exhumés prouvent que ce dinosaure possédait des plumes.

Jusqu’ en 1993, les scientifiques pensaient que Velociraptor ne mesurait guère plus d’ un mètre de haut. Mais un squelette de 1,80 m, retrouvé en Utah, a mis fin à ce portrait bien établi. Cependant, il est impossible d’établir une taille standard car le nombre de fossiles n’est pas suffisant.

Tout en muscles, doté d’une longue queue, sa morphologie est celle d’un animal hyperactif.

Les premiers restes de Velociraptor viennent de la formation Djadochta de Shabarak Usa, en Mongolie. Velociraptor mongoliensis a été décrit par Osborn en 1924.

Velociraptor

Squelette d’un Velociraptor. © dinosoria.com

A ce jour, les paléontologues disposent d’une dizaine de spécimens. Le plus ancien fossile remonte au début du Crétacé, il y a environ 150 millions d’années.

Crâne Velociraptor

Crâne de Velociraptor. © dinosoria.com

La tête de Velociraptor, longue, basse et au museau plat, est le caractère principal qui le différencie des autres dromaeosaures, aux têtes courtes et épaisses. Cette différence de morphologie reflète peut-être un régime alimentaire différent mais ce n’est qu’une hypothèse.

On peut constater sur le crâne que les orbites sont grandes et que les dents sont nettement crénelées.

Dents de Velociraptor

Dents de Velociraptor. © dinosoria.com

Il fait partie de la famille des Dromaeosauridés comme Deinonychus ” Terrible griffe”. Ce prédateur chassait en bande à la manière des loups. D’après plusieurs fossiles découverts, Velociraptor en faisait autant.

Aujourd’hui, l’image que l’on a des dinosaures et en particulier des théropodes a changé. On sait que certains d’entre eux possédaient une intelligence similaire à celles de certains mammifères actuels. De plus, la découverte, il y a quelques années, de deux nouveaux fossiles présentant des traces de plumes a radicalement modifié éontologues sur les dinosaures.

Les dinosaures à “plumes” Velociraptor à plumes

Velociraptor ne possédait pas une peau semblable aux reptiles. Certains musées n’hésitent d’ailleurs plus à exposer des reconstitutions de spécimens arborant un bien joli duvet.

Velociraptor

Velociraptor avec des plumes. © BBC

En septembre 2007, des points de fixation de plumes ont été retrouvés le long des membres antérieurs d’un Velociraptor.Le paléontologue Alan Turner ainsi que Peter Makovicky et Mark Norell peuvent donc prouver que Velociraptor avait bien des plumes.

_________________________________________________________________________________________intermezzo___

FEATHERS  <—> VEREN

21-09-2007

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN PLUIM WAARD

http://www.bloggen.be/evodisku/archief.php?ID=27

http://www.kennislink.nl/web/show?id=178384

….. Nu, negen jaar na de fossiele vondst, bekijken Amerikaanse onderzoekers het armbot nog eens goed en komen tot een verrassende ontdekking. Op het bot zitten aanhechtingspunten voor secundaire veren, ofwel slagpennen.

De pijlen geven de aanhechtingen voor slagpennen aan.De ‘slagpenknobbels’ op het gevonden bot zitten op een regelmatige afstand van vier millimeter van elkaar. Het zijn er zes, maar vanwege de lengte van het bot hadden het er veertien kunnen zijn. Bij andere vliegende dino’s zijn soorten bekend met tussen tien en achttien van zulke veren, dus dit exemplaar valt er netjes tussenin. Ook bij nu levende vogels bestaat die variatie.” Het ontbreken van deze veerschachtknopen betekent niet dat een dino noodzakelijkerwijs geen veren had …. maar het vinden van deze veerknopen op dit fossiel , bewijst dat de velociraptor veren had …. iets dat we al langer vermoedden, maar nog nooit konden bewijzen”, aldus de hoofdonderzoeker Alan Turner.

Het feit dat de velociraptors een verenkleed bezaten , betekent overigens niet automatisch dat ze konden vliegen. …..
De auteurs stellen dat misschien een voorvader van velociraptor de capaciteit verloor om te vliegen, maar zijn veren behield wat dan weer nuttig was —> .Niet om te vliegen, maar voor uiterlijk vertoon en baltsgedrag ( sexuele selectie ? ) , om te helpen het evenwicht te bewaren en te manoeuvreren tijdens een snelle ren , om het nest beter te kunnen beschermen en als isolerende vacht .

Hoe meer wij over deze dieren leren , hoe meer we ontdekken dat er fundamenteel geen verschil is tussen vogels en hun dicht verwante dinosauriers-voorvouders zoals deze velociraptor,” zei Dr Norell, Curator in de paleontologie van het Amerikaanse Museum en mede-auteur van de studie .
“Allebei hebben een
Furcula (of vorkbeen ), leggen eieren in / en broeden ( vermoedelijk ) op nesten, bezitten holle beenderen en veren . Als dieren zoals velociraptor vandaag in leven waren zou onze eerste indruk zijn dat zij eigenlijk zeer ongebruikelijke vogels vertegenwoordigen ”

Scientists found evidence of six quill knobs–locations where feathers are anchored to bone–on the forearm of a Velociraptor fossil
Credit: M. Ellison/AMNH

http://www.amnh.org/science/papers/velociraptor_feathers.php

Science 21 September 2007:
Vol. 317. no. 5845, p. 1721
DOI: 10.1126/science.1145076Brevia<?xml:namespace prefix = o ns = “urn:schemas-microsoft-com:office:office” />

Feather Quill Knobs in the Dinosaur Velociraptor  //Alan H. Turner,1* Peter J. Makovicky,2 Mark A. Norell1

Some nonavian theropod dinosaurs were at least partially covered in feathers or filamentous protofeathers. However, a completeunderstanding of feather distribution among theropod dinosaursis limited because feathers are typically preserved only inlagerstätten like that of <?xml:namespace prefix = st1 ns = “urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags” />Solnhofen, Germany or Liaoning, China.Such deposits possess clear taphonomic biases toward small-bodiedanimals, limiting our knowledge regarding feather presence inlarger members of feathered clades. We present direct evidenceof feathers in Velociraptor mongoliensis based on the presenceof quill knobs on the posterior forearm. This report of secondariesin a larger-bodied, derived, and clearly flightless member ofa nonavian theropod clade represented by feathered relativesis a substantial contribution to our knowledge of the evolutionof feathers.

1 Division of Paleontology, American Museum of Natural History, Central Park West at

79th Street, New York, NY100245192, USA
2Department of Geology, The Field Museum, 1400 South Lake Shore Drive, Chicago, IL 606052496, USA.

* To whom correspondence should be addressed. E-mail: turner@amnh.org

Some nonavian theropod dinosaurs were at least partially coveredin feathers or filamentous protofeathers (1). However, a completeunderstanding of feather distribution among theropod dinosaursis limited because feathers are typically preserved only inlagerstätten like that of Solnhofen, Germany or Liaoning,China. Such deposits possess clear taphonomic biases towardsmall-bodied animals, limiting our knowledge regarding featherpresence in larger members of feathered clades.

We present direct evidence of feathers in Velociraptor mongoliensisbased on the presence of quill knobs on the posterior forearm.In many living birds, raised knobs along the caudal margin oftheulnarevealwhere the quills of the secondary feathers areanchored to the bone by follicular ligaments. Quill knobs arevariably present in extant bird species and are present in onlya few basal taxa such as Ichthyornis (2), so their absence doesnot necessarily indicate a lack of feathers. Their presence,however, is a direct indicator of feathers of modern aspect(e.g., feathers composed of a rachis and vanes formed by barbs).

The specimen IGM (Geological Institute of Mongolia) 100/981was collected at the Gilvent Wash locality near Ukhaa Tolgod(Campanian Djadokhta Formation). The specimen is estimated tohave been 1.5 m long and to have weighed roughly 15 kg. It possessesseveral characteristics found in V. mongoliensis, a common dromaeosauridin the Djadokhta Formation. IGM 100/981 preserves six low papillaeon the middle third of the caudal margin of the ulna (Fig. 1).These are regularly spaced about 4 mm apart. Topographically,these papillae correspond to the quill knobs in living birds.Given their spacing in IGM 100/981, we estimated that thereis space for eight additional secondary feathers. This suggeststhat 14 secondaries were present in Velociraptor, which compareswell with the 12 or more secondaries in Archaeopteryx (3). About18 secondaries are suggested for the dromaeosaurid Microraptor(4), whereas its close relative Rahonavis appears to have possessedjust 10 (5).

Fig. 1. (A) Dorsal view of right ulna of Velociraptor IGM 100/981. (B) Detail of red box in (A), with arrows showing six evenly spaced feather quill knobs. In (B), a cast of IGM 100/981 was used. (C) Dorsal view of right ulna of a turkey vulture (Cathartes). (D) Same view of Cathartes as in (C) but with soft tissue dissected to reveal placement of the secondary feathers and greater secondary coverts relative to the quill knobs. (E) Detail of Cathartes, with one quill completely removed to reveal quill knob. (F) Same view as in (E) but with quill reflected to the left to show placement of quill, knob, and follicular ligament. Follicular ligament indicated with arrow

Such variation is expected because extant birds display variablecounts even within species (3).

Known coelurosaurs with wing feathers of modern aspect are smallbasal members of their respective clades. Some have been consideredpossibly volant (4, 5), and it has been suggested that the large-bodied,derived members of the feathered theropod clades may not haveretained feathers or only retained feathers while juveniles(6). This Velociraptor specimen indicates this is not the casefor at least one lineage of dromaeosaurids. An examination ofthe living families of birds shows a significant correlationbetween the absence of ulnar papillae and the loss and/or reductionin volancy, even though some strong flyers lack papillae (7).This raises the possibility that ulnar papillar reduction orabsence in large-bodied derived dromaeosaurids reflects lossof aerodynamic capabilities from the clade’s ancestral members.Quill knobs in Velociraptor could reflect retention of feathersfrom smaller possibly volant ancestors, but such feathers mayhave had other functions. Although thermoregulatory effectsof secondaries on the ulna would be negligible, such featherscould have been used for display (1), in shielding nests forthermal control (8), or for creating negative lift during inclinerunning (9). Whether this feature represents retention of anancestral function or the cooption for other purposes, the presenceof quilled feathers on the posterior of the arms in a medium-sizedderived, clearly nonvolant dromaeosaur can now be established.

References

  • · 1. M. A. Norell, X. Xu, Annu. Rev. Earth Planet. Sci. 33, 277 (2005). [CrossRef] [ISI]
  • · 2. J. A. Clarke, Bull. Am. Mus. Nat. Hist. 286, 1 (2004). [CrossRef]
  • · 3. A. Elzanowski, in Mesozoic Birds, Above the Heads of Dinosaurs, L. M. Chiappe, L. M. Witmer, Eds. (Univ. California Press, Berkeley, CA, 2002), pp. 129159.
  • · 4. X. Xu et al., Nature 421, 335 (2003). [CrossRef]
  • · 5. C. A. Forster, S. D. Sampson, L. M. Chiappe, D. W. Krause, Science 279, 1915 (1998).[CrossRef] [ISI] [Medline]
  • · 6. X. Xu et al., Nature 431, 680 (2004). [CrossRef] [Medline]
  • · 7. Materials and methods are available on Science Online.
  • · 8. T. P. Hopp, M. J. Oren, in Feathered Dinosaurs, P. J. Currie, E. B. Koppelhus, M. A. Shugar, J. L. Wright, Eds. (Indiana Univ. Press, Bloomington, IL, 2004), pp. 234250.
  • · 9. K. P. Dial, Science 299, 402 (2003).[Abstract/Free Full Text]
  • · 10. We thank S. Nesbitt for comments, L. Barber and A. Balcarcel for preparation and casting, M. Ellison for photography, P. Sweet, P. Capainolo, and the 1998 Gobi field crew. This study was supported by NSF Division of Earth Sciences (M.A.N. and P.J.M.) and a NSF Doctoral Dissertation Improvement grant (A.H.T.).

Supporting Online Material   www.sciencemag.org/cgi/content/full/317/5845/1721/DC1

Materials and Methods   Fig. S1

References

_____________________________________________________________________________________________________

En effet, ces points de fixation sont identiques aux points d’ancrage des pennes c’est-à-dire les plumes qui sont indispensables au vol des oiseaux modernes.

Pour l’équipe de paléontologues du Museum d’histoire naturelle de New York, cette découverte implique que contrairement à ce qui avait été soutenu jusqu’à présent, les dromaeosauridés de grande taille n’ont pas perdu leurs plumes au cours de l’évolution. Cependant, Velociraptor ne pouvait pas voler. Par contre, les chercheurs pensent que les ancêtres des dromaeosauridés avaient cette capacité.

A quoi servaient ces plumes ? Pour l’instant, les paléontologues ne peuvent faire que des hypothèses. Peut-être s’agissait-il d’un « ornement » utile lors de la parade sexuelle, peut-être que les femelles les utilisaient pour garder à bonne température leurs œufs ?

Comme l’autruche, Velociraptor pouvait peut-être également se servir de ses plumes dans les changements rapides de direction.

Une griffe aiguisée comme un rasoir

A près de 40 km/h, ces bipèdes bondissaient sur leurs proies, balançaient leurs deux pieds sur le torse de l’adversaire et leur plantaient leur redoutable griffe dans le corps.

Griffe d’un Velociraptor (Museum of Natural History). © dinosoria.com       Cette griffe, capable de se relever presque à la verticale, était idéale pour s’agripper. Après avoir lacéré leur proie, ils pouvaient tout à loisir la déchiqueter grâce à leur quinzaine de dents en forme de rasoir.

Comme chez de nombreux théropodes, la main n’a que trois doigts. Cette main, de structure simple, forme un crochet très efficace pour agripper fermement les proies. Les petits os du poignet en forme de galet sont disposés de manière à rendre l’articulation souple pour améliorer la prise.

Griffes velociraptor

Griffes fossiles de Velociraptor. © dinosoria.com   D’après des empreintes fossiles, on sait également que Velociraptor n’utilisait que 2 doigts pour marcher et courir.

Griffes Velociraptor

Reconstitution des pattes par la BBC     Le troisième doigt restait relevé afin probablement d’en éviter l’usure.

Souvenirs d’un combat

La scène fossilisée est extraordinaire. Elle a été découverte en 1971. Un Velociraptor tient dans ses bras unProtoceratops et s’apprête à le déchiqueter.

Combat Velociraptor et Protoceratops

Velociraptor et Protoceratops. © dinosoria.com     Velociraptor est mort en tenant dans ses mains la tête cuirassée de Protoceratops, tout en lui lacérant le ventre avec ses griffes.

Mais, Protoceratops avait percé la poitrine de son adversaire avant de mourir lui aussi. La patte arrière du Velociraptor était restée coincée dans les mâchoires de sa proie. Ensevelis depuis 80 millions d’années dans le désert de Gobi, leur position témoigne de la fureur du combat.

Pourquoi le combat s’est-il interrompu ? Une tempète de sable a peut-être enseveli les deux animaux en plein combat. Nul ne saura jamais qu’elle aurait pu en être l’issue.

Classification   Saurischia Theropoda Tetanurae Coelurosauria Dromaeosauridae  

V.Battaglia (05.2003) M.à.J 02.2008

Dossier complémentaire sur le Velociraptor

Dernières découvertes sur le Velociraptor . Velociraptor contre Tarchia et Protoceratops

Sources. Liens externes

Article sur la découverte des points de fixation de plumes. Science magazine (pdf en anglais)

Classification du Velociraptor (en anglais)
The Society of Vertebrate Paleontology (en anglais)

La grande encyclopédie des dinosaures, David Norman, éditions Gallimard 1991

< Lexique dinosaures

Velociraptor mongoliensis was een theropode dinosauriër uit de groep van de Maniraptora, levend in het Late Krijt, meer bijzonder in het Campanien, in formaties tussen de 80 en 73 miljoen jaar oud.

De soort werd in 1922 ontdekt in Mongolië door Chapman Andrews en in 1924 beschreven door Henry Osborn, op basis van holotype AMNH 6515. De geslachtsnaam Velociraptor is afkomstig uit het Latijn en betekent “snelle rover”; de soortaanduiding verwijst naar Mongolië.

Velociraptor was een kleine vleeseter van ongeveer 1,8 meter lengte, met een heuphoogte van een halve meter en een massa van zo’n vijftien kilogram – ongeveer zo groot als een fikse kalkoen met een lange staart. De schedel was vrij langwerpig en zo afgeplat dat hij zelfs een beetje hol was aan de bovenkant. De romp is relatief kort.

Velociraptor behoort tot de Deinonychosauria, vermoedelijk tot de Dromaeosauridae (net als Deinonychus), en per definitie tot de Velociraptorinae en deelde de vogelachtige kenmerken van die groepen: een groot borstbeen, opklapbare lange armen met grote drievingerige handen, een horizontaler schouderblad, ribuitsteeksels om luchtzakken aan te drijven, een naar achteren stekend schaambeen en vermoedelijk warmbloedigheid gecombineerd met een verenkleed. Door de vorm van de wervels, met lange naar achteren wijzende uitsteeksels was het achterste deel van de staart onbuigzaam; dit kenmerk wordt wel verklaard door aan te nemen dat dit deel als stabilisator fungeerde bij het bespringen van de prooi. De tweede teen droeg een sterk vergrote gekromde klauw die in opgetrokken stand meegedragen werd. De grootste gevonden klauw heeft een lengte van 67 mm; met de hoornschacht mee zou de klauw dan zo’n tien centimeter geweest zijn.

De functie van de zeer karakteristieke ‘raptorklauw’ wordt verduidelijkt door de beroemde vondst in de jaren zeventig van een velociraptor en een protoceratops die, in een strijd op leven en dood verwikkeld, door duinzand bedolven werden; terwijl de bek van de planteneter de arm van de vleeseter in een fatale greep omklemt, klauwt de voet van Velociraptor in de nekwervels van Protoceratops. De klauw had dus vermoedelijk vooral een steekfunctie.

Sommige auteurs, zoals Gregory S. Paul, stellen dat Velociraptor, net als de rest van de familie Dromaeosauridae, niet zozeer een vogelachtige dinosauriër is, als wel een echte vogel in de meest strikte zin van het woord, die dus dichter bij de moderne vogels staat dan Archaeopteryx. Volgens dit alternatieve model is Velociraptor — of zijn voorouder, het vermogen om te vliegen secundair kwijtgeraakt, op een soortgelijke manier als struisvogels. Primitieve dromaeosauriërs konden misschien wel vliegen (Microraptor is het beste voorbeeld). Overigens impliceert het hebben van een vliegende voorouder niet dat men tot de vogels behoort.

____________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________

VEREN  <—> Velociraptor 

Veren kwamen voor bij dinosauriërs, maar waren eerder uitzondering dan regel.

Dat meldt het wetenschapsblad Nature op haar website.

Lang werd gedacht dat de meeste dinosauriërs kaal waren, tot in 2002 meerdere fossielen werden gevonden die wezen op de aanwezigheid van een verendek.

Sindsdien wordt er volop gespeculeerd. Veren zouden de standaard zijn geweest(1). Sommige soorten verloren ze in de loop van hun evolutie, andere behielden ze.

Uit deze soorten kwamen de vogels voort.

Onderzoekers van het Natural History Museum in Londen en het Royal Ontario Museum in Toronto hebben nu alle gegevens over ontdekte dinosaurushuiden op een rij gezet.

Het resultaat presenteerden ze eind oktober tijdens een bijeenkomst van de Society of Vertebrate Palaeontology in Los Angeles.

Alleen soorten zoals de Tyrannosaurus rex en de Velociraptor waren gevederd, van soorten zoals de Triceraptops en de Stegosaurus en giganten zoals de Brachiosaurus hadden alleen minder voorkomende ondersoorten veren, aldus de onderzoekers.

Het onderzoek kent nog wel een beperking: er zijn geen fossielen met voldoende bewaard gebleven huid uit de eerste fase van het dinosauriërstijdperk.

Wanneer die wel gevonden worden én inderdaad sporen van veren bevatten, verandert dat de zaak weer.

Door: NU.nl/Jop de Vrieze

°
Wat er door wetenschappers wordt beweerd klopt niet altijd. Het is waarschijnlijk erg lastig om, door middel van fossielen, te bepalen welke soorten veren hadden. Dat neemt nog niet weg dat ze waarschijnlijk overtuigende theorien en bewijzen hebben, aangezien er anders een horde andere wetenschappers klaar zit om hun stellingen te ontkrachten. Dat is hoe de wetenschap werkt!
Afdrukken van veren zijn gevonden in diverse dino- fossielen.
chicken tyranno  leg
Daarnaast hebben de skeletten van een aantal dino’s verdomd veel weg van een aantal vogels. Door deze bevindingen kunnen wetenscheppers  een uitspraak doen en vervolg onderzoek gaan doen welke soorten dinosauriers veren hadden. Het is dus 100% zeker dat er een aantal dino’s veren hadden, welke dat waren is dus onduidelijk. 
http://en.wikipedia.org/wiki/Feathered_dinosaur
(1)
(L-R): The skeleton of an ornithomimid dinosaur with preserved evidence of fossil feathers and an artist's impression of the feathered ornithomimid dinosaurs found in Alberta, Canada

The skeleton of an ornithomimid dinosaur with preserved evidence of fossil feathers (L)
and an artist’s impression of the feathered ornithomimid dinosaurs found in Alberta, Canada (R) Photo: PA

 

De veren die de vogels overerfden  zijn (convergent ? )  ontstaan bij de raptors, de voorouders van de vogels;  toen de raptors kleiner werden konden ze moeilijker warmte vast houden en begonnen er zich veren te ontwikkelen in de huid.

De eerste primitieve  veren dienden  dus(mogelijk eerst en vooral )  voor de thermische regulering( en voor kleine warmbloedige dieren ( velociraptors en co  worden   tegenwoordig verondersteld warmbloedig te zijn geweest ) is dat een levensnoodzaak   .

Een allosaurus weegt vele tonnen terwijl de vogels 5 – 7 kilo wogen. Warmte vasthouden is lastiger voor kleine dieren. De veren evolueerden om lichaamswarmte vast te houden toen deze dieren, kleiner werden in hun ezvolutie stamlijnen . Veren
om te vliegen waren de laatste fase ( tot op de dag van vandaag ) in deze evolutie.

°  

Er is niet zoveel verschil tussen een T.rex en een kip.

Als je een vogel ziet, is hij voor een groot gedeelte een theropode dinosaurier.
De holle botten kwamen voor bij de theropoda.

Die hebben 210 miljoen   jaar bestaan.

Theropoda hadden een vorkbeen lang voordat er een dier  vloog. Ze hebben allemaal een polsbot, de semi lunit carpal, dat sterk
kan buigen wat handig is om een prooi te grijpen. Met dezelfde beweging slaat een vogel z’n vleugel omlaag. Zo zijn er veel kenmerken waaruit blijkt dat vogels dinosauriers zijn. Maar deze kenmerken ontstonden niet om te gaan vliegen. Ze bleken toevallig nuttig /bruikbaar voor dat fladder en later  vlieg-gedrag van de eerste vogels.

KIp :

http://nl.wikipedia.org/wiki/Kip_(vogel)

Klik om toegang te krijgen tot 1867906.pdf

 Een kip is een gedomesticeerd bankivahoen (Gallus gallus). Hoewel dit een klein boshoen is kan het wel degelijk  wat vliegen bv om rivieren over te steken of om   een klimpartij te ondersteunen  en  daarna  veilig   te kunnen rusten in de boomtoppen.

Aan de vorm van de slagpennen kan je zien of ze voor vliegen hebben  gediend. De pennen moeten op de lucht drukken als de vleugel naar  beneden gaat en de lucht doorlaten bij het liften. Daarvoor is een   asymmetrische slagpen nodig.

Kippenveren  zijn ook nog wel goed om de vogel  lekker warm te houden . (vooral de donsveertjes)Die veren hebben duidelijk ook nog een ander gebruik dan wat korte afstand  vliegen  of  fladderend klimmen  .

°

_______________________________________________________________________________________________________

1.- VOGELS ZIJN DINO’s 

–> Het idee dat vogels dinosauriërs zijn is  al oud . De Britse bioloog Thomas Huxley opperde het voor het eerst in 1868, een paar jaar nadat Darwin zijn Origin of Species publiceerde.

Maar Huxley stond alleen: de algemene opvatting was lang dat dinosauriërs en vogels aparte evolutionaire afstammingslijnen vormen.

–> Vanaf de jaren ’70 is het tij gaan keren (deze periode wordt door paleontologen liefkozend de “‘Dinosaur Renaissance”  genoemd).

—> Sinds de ontdekking van tientallen fossielen van gevederde dinosauriërs in de jaren ’90 staat het als een paal boven water: vogels stammen rechtstreeks van dinosauriërs af.

2.- Vogels zijn onvolgroeide dinosauriërs

door   1 06 2012

De schedel van een kerkuil. Let op de grote ogen en het bolle schedeldak.

Dinosauriërs kropen uit het ei met een korte snuitje, grote ogen en een bolle hersenpan. Vogels en krokodillen, hun naaste nog levende verwanten, doen dat nu nog steeds. Maar waar de schedels van volwassen krokodillen en dinosauriërs plat en langwerpig zijn, blijven vogelschedels steken in de kuikentijd. Vogels behouden hun enorme ogen en hersenen een leven lang. Ze zijn pedomorf, zou een bioloog zeggen. Die observatie kunnen Spaanse en Amerikaanse paleontologen nu ook met cijfers staven. Afgelopen zondag publiceerden zij een grote studie naar vogel- en dinosaurusschedels in Nature.

Het komt misschien als een verrassing, maar volgens de geldende taxonomische mores zijn vogels dinosauriërs, net zoals mensen zoogdieren zijn. Vogels stammen rechtstreeks af van een groep tweebenige, vleesetende roofdinosauriërs, de theropoden. Dat maakt de verschillen tussen vogelschedels en die van hun uitgestorven verwanten alleen maar interessanter: wanneer kregen vogels die jonge kop?

Een schedel van Herrerasaurus, een primitieve theropode, met daarop de 45 ijkpunten die Bhullar voor elke schedel bepaalde.Een schedel van Herrerasaurus, een primitieve theropode, met daarop de 45 ijkpunten die Bhullar voor elke schedel bepaalde.

Om die vraag te beantwoorden, zocht Bhart-Anjan Bhullar samen met zijn collega’s naar foto’s en reconstructies krokodillen-, dinosaurus- en vogelschedels. Ze vertaalden de vorm en omtrek van bijna 50 schedels in digitale schedelprofielen, aan de hand van 45 verschillende ijkpunten. Waar mogelijk deden ze dat voor jonkies én volwassen dieren.

Alle schedels gingen hierna door de statistische molen. Het bewijs voor pedomorfie was overduidelijk. De dinosauriërs die nauw verwant zijn aan vogels, zoals de ‘oervogel’ Archaeopteryx, behoorden tot hetzelfde statistische cluster als de allerjongste dinosauriërs en krokodillen. De schedel van een volwassen Confuciusornis, de oudste vogel met een snavel, was qua vorm bijvoorbeeld nauwelijks te onderscheiden van een baby-Byronosaurus. Voor moderne vogels was dit effect nog sterker. Hun gezichten zijn nóg platter, hun ogen nóg boller.

De onderzoekers vonden aanwijzingen dat de pedomorfose van vogels in vier stappen verliep:

Het is niet zo dat kleine vogels of dino’s per se kinderlijker waren dan grote. Struisvogels (Struthio) en emoes (Dromaius) zijn dan wel de reuzen van het vogelrijk, ze hebben toch een kuikenkop. En Compsognathus had als piepkleine vleesetende dino een volwassen schedel.

Bhullar vond één onderdeel van de vogelschedel dat niet pedomorf is: de snavel. Het voorste puntje van het bovenkaakbeen groeit bij vogels veel verder uit dan bij dinosauriërs. Toen klauwen vleugels werden, gingen de voorouders van moderne vogels hun snavel gebruiken om voorwerpen vast te grijpen, vermoedt Bhullar.

°

“As we noted, flight probably followed the evolution of paedomorphosis, and small size is required to be able to fly.

However, this doesn’t address what may have selected for paedomorphosis in general.

Obviously animals of a radically different size can exploit a range of ecological niches their ancestors can not, or can only transiently during their own ontogenies. Early stem-group birds clearly found a fruitful existence living the small-predator life. Moreover, after the end-Cretaceous extinction, everything above about 1 kg on land died, and only the small animals were left, including a couple of lineages of paedomorphic dinosaurs representing the ancestors of modern birds. In the now depauperate world, they were able to explosively radiate into the bewildering diversity of birds we see today.”

Er lopen dus een aantal dingen door elkaar: in de overgang van Guanlong-achtige schedels naar die van Archaeopteryx in de figuur hierboven (a) worden schedels pedomorf, (b) krimpt de lichaamsgrootte en (c) gaan voorouders van vogels zweven/vliegen.

°

Vogels zijn (o.a.) zeer sterk visueel gespecialiseerde dieren, waardoor de grote ogen en daaraan verwante schedelaanpassingen verklaard kunnen worden.(*)

(*)

vogelhersens en -ogen zijn relatief groot voor hun schedels, ten opzichte van krokodillen en andere dinosauriërs. Neem de overgang van Guanlong naar Archaeopteryx in de figuur hierboven. In Archaeopteryx zijn de hersens gekanteld, en beslaan ze een groter gedeelte van de schedel dan in Guanlong. Ook aan het schedeldak is dat te zien (helemaal rechtsboven): die wordt in de loop van de vogelevolutie steeds groter.

In de laatste alinea van hun artikel speculeren de onderzoekers over de rol die het gezichtsvermogen en het brein gespeeld heeft in de evolutie van vogels. Ik kan  me voorstellen dat een kleine, op insecten jagende vogelouder gebaat is bij goed zicht. Ogen worden groter, alsmede de hersenen om die visuele input te verwerken (pedomorfose).

–> Dat deze dieren uiteindelijk gaan vliegen/zweven heeft misschien niet zoveel te maken met hun pedomorfe kop, maar meer met hun leefwijze en kleine lichaamsgrootte? Maar dat is speculatie van mijn kant.

Het zou mij niet verbazen dat de functionele reden(en) van grote oogkassen en bolle hersenpan van jonge dinosauriërs inclusief jonge vogels te vinden zijn in de gemeenschappelijke vereisten en/of beperkingen van hun vroege ontwikkeling, en dat die vereisten andere zijn dan visuele specialisatie enz.

In deze visie zou de relatief weinig veranderde schedelvorm van volwassen vogels toevallig maar ook opportuun genoemd kunnen worden.

Een andere vraag zou daarom kunnen luiden: waarom veranderen de schedels van volwassen dinosauriërs gedurende hun ontwikkeling in tegenstelling tot die van vogels?

Waren de functionele eisen van bv. vroege dinosauriërs zodanig dat hun volwassen schedelvorm weinig veranderde, zoals bij vogels, of was dat niet meer dan een optie waarvan door de later onstane vogels (opnieuw?) handig gebruik gemaakt werd?

*

Waarom_ juist de vliegende  tak van de dinosaurus familie de neotene hoofdvorm heeft ontwikkeld. ? 
Het lijkt mij voor de hand dat dit geen toeval is maar juist iets met het vliegen te maken heeft.

-L aat ik er een gooi naar doen.

Een gewone dinosaurus-kop  is te zwaar om goed mee te kunnen vliegen.

Wachten op de vele gunstige mutaties die onafhankelijk moeten plaatsvinden om zon dinosaurus kop om te vormen in een lichtgewicht vogelkopje duurt te lang.

Mogelijk is een enkele mutatie echter voldoende om die dinosaurus kop halverwege in zijn ontwikkeling te stoppen, en kan daarmee de vereiste lichte en kleine kopvorm bereikt worden (Saltationisme ? )(**)

°  De hierboven  aangekaarte  evolutionaire  ontwikkelingen zijn natuurlijk deels met elkaar vervlochten, waardoor waarom-vragen( in verband met deze ontwikkelingen)   niet zo makkelijk te beantwoorden zijn …….  en uiteraard stammen ( volgens der huidige geldende  consensus( zie hierboven de engelse quote  ) de vogels af van kleine raptors //Blijkbaar hebben de   kleine  vogelachtige dino’s zich weten te handhaven  na het grote uitsterven  en alle overige soorten dinosauriërs niet.

°(** ) Pedomorfie is de gemakkelijkste vorm van evolutie,het vraagt weinig veranderingen in de genetische opmaak Blijkbaar is de huidige vorm van vogels  functioneel bepaald. Deze functionele vorm is ook een vorm die gemakkelijk in een ei past. Dinosauriers en krokodillen moeten deze vorm na geboorte snel verlaten: met een brede lange bek is het makkelijker prooien te grijpen of te grazen.

Bronnen:
Uilenschedel door Didier Descouens
Bhullar, B., Marugán-Lobón, J., Racimo, F., Bever, G., Rowe, T., Norell, M., & Abzhanov, A. (2012). Birds have paedomorphic dinosaur skulls Nature DOI: 10.1038/nature11146

—> De termen   pedomorf/ pedomorfose/ pedomorfisme  en  Neotenie .

1.-pedomorfose is een algemenere term dan neotenie.? 

2.- Neotenie heeft betrekking op het (excessief) veel langer duren van een vroeg – jeugdig – groeistadium van een voorouder in een volwassen dier   Neotenie is een uitvinding van de anatoom Louis Bolk uit NL in de context van de kwestie intelligentie en ras Voor details zie De mens gemeten, over de geschiedenis van de intelligentietest (S. Gould, Amsterdam 1996).

3.- ‘pedomorf’   omvat   zowel neotenie ( een blijven steken  in de ontwikkeling  ) als progenese (een versnelling van de seksuele rijping = waardoor een juveniele vorm toch geslachtrijp wordt  ).

______________________________________________________________________________________________________

File:Bird Diversity 2013.png

__________________________________________________________________________________________________

Sauropoda
|-?Kunmingosaurus 
|-Vulcanodon  
|-?Kotasaurus 
     |
     |-Barapasaurus  
     |-?Zizhongosaurus
     |-?Ohmdenosaurus 
         |
         |-?Euhelopidae
         |    |-Shunosaurus 
         |    |-Klamelisaurus 
         |    |-?Bellusaurus 
         |    |-Nurosaurus 
         |    |-?Datousaurus 
         |    |-?Hudiesaurus
         |    |-?Tehuelchesaurus
         |         |
         |         |-Euhelopinae
         |              |-Euhelopus 
         |              |-Omeisaurus  
         |              |-Mamenchisaurus
         |              |-?Tienshanosaurus
         |
         |-Eusauropoda
              |-Amygdalodon 
                   |
                   |-?Volkheimeria 
                        |
                        |-?Patagosaurus 
                             |
                             |-?Cetiosaurus 
                             |-?Cetiosaurus 
                                 |
                                 |-Jobaria 
                                     |
                                     |-Neosauropoda

Sauropoda incertae sedis:
Asiatosaurus 
Asiatosaurus
Cariodon
Moshisaurus
"Pleurocoelus" 
Macroscelosaurus
Qinlingosaurus 
Teishanosaurus
"Titanosaurus" 
Ultrasaurus tabriensis

Eusauropoda incertae sedis:
Dachongosaurus 
Lancajiangosaurus 
Lapparentosaurus 
"Morosaurus" 
?Oshanosaurus 
Protognathosaurus
Rhoetosaurus 
Cetiosaurus
"Rebbachisaurus"

volkheimeria_chubutensis_skeletal_by_paleo_king-d6ng8qn

Vulcanodon dinosaur


___________________________________________________________________________________________________

W

______________________________________________________________________________________________________

°WARMBLOEDIG  ? 

Reptielen waren ooit warmbloedig’

 11 juni 2010  1

Uit een analyse van enkele prehistorische reptielen blijkt dat zij naar alle waarschijnlijkheid warmbloedig waren. De warmbloedige varianten van de tegenwoordig koudbloedige (1)  reptielen zijn uitgestorven, maar zouden nog opvallend laat in de evolutie naast de koudbloedige dieren hebben bestaan.

De onderzoekers bestudeerden de ichthyosauria , plesiosauria  en mosasaurus .

De eerste twee dieren bleken inderdaad warmbloedig te zijn.

De wetenschappers baseren zich daarbij op de gefossiliseerde tanden. Ze vergeleken de verhouding tussen zuurstof-16 en zuurstof-18. Deze verhouding verandert wanneer de lichaamswarmte verandert. Door de verhouding in beeld te brengen, wisten de onderzoekers te achterhalen hoe warm het lichaam van de dieren ten tijde van de groei van hun tanden was.

Volgens de onderzoekers is het niet zo dat de koudbloedige dieren de warmbloedige dieren per direct vervingen; de twee soorten hebben naast elkaar bestaan. Dat dat ook geldt voor de ichthyosauria en plesiosauria is overigens wel bijzonder; dat betekent dat de koudbloedigen en warmbloedigen veel later in de evolutie nog naast elkaar leefden.

De onderzoekers menen dat er nu eerst onderzocht moet worden welk dier als eerste tot een koudbloedige evolueerde. Maar andere onderzoekers trekken de conclusies in twijfel en vinden dat er eerst meer onderzoek gedaan moet worden naar de lichaamswarmte. Want waren de dieren wel echt warmbloedig? Waren ze niet gewoon goed in staat om hun lichaamswarmte op peil te houden?

Vandaag de dag zijn alle reptielen koudbloedig. Dat betekent dat ze hun lichaamstemperatuur niet intern regelen, maar aanpassen aan de temperatuur van hun omgeving. Dat heeft als gevolg dat de reptielen in periodes van kou zeer langzaam zijn en bij hitte pas echt actief worden.

(1) Endotherm en Ectotherm zijn mogelijk wat lastigere termen, maar geven veel meer ruimte om te speculeren over hoe het complete thermoregulatiesysteem van dergelijke dieren in elkaar zat.

Grote dino

 24 juni 2011 0

Uit onderzoek blijkt dat sauropoda – één van de grotere dinosaurussoortengroepen  – ongeveer net zo’n lichaamstemperatuur hadden als wij mensen.

Over het algemeen geldt: hoe groter het dier, hoe hoger de lichaamstemperatuur. Maar dat geldt niet voor de enorme dinosaurussen, zo blijkt. Het is dan ook aannemelijk dat deze dieren een soort mechanisme hadden waarmee ze zichzelf konden koelen.

Tanden
De onderzoekers trekken die conclusie na het bestuderen van tanden van dinosaurussen zoals deBrachiosaurus brancai en Camarasaurus. Ze letten daarbij op concentraties van isotopen: koolstof-13 en zuurstof-18.

Deze isotopen kunnen zich aan elkaar binden. Hoe vaak ze dat doen, is afhankelijk van de temperatuur. En dus kan op basis van deze isotopen iets gezegd worden over de lichaamstemperatuur van de dieren.

Koelbloedig
Uit dit onderzoek bleek dat de dinosaurussen ongeveer dezelfde lichaamstemperatuur als wij mensen hadden.

De sauropoda gaan overigens de boeken in als koudbloedig: ze vertrouwden voor warmte op hun omgeving en regelden de lichaamstemperatuur niet intern.

De onderzoekers wijzen erop dat de buiten temperaturen in de tijd van de dinosaurussen waarschijnlijk hoger waren dan nu het geval is en dat de dieren zichzelf koelden, om te voorkomen dat ze te warm zouden worden.

Schaduw
De dinosaurussen zouden vooral veel warmte hebben verloren via hun lange nekken en staarten. “Sauropoda hadden waarschijnlijk nog wel andere mogelijkheden om zich af te koelen,” stelt onderzoeker Robert Eagle. Zo zouden ze bijvoorbeeld ook de schaduw op hebben gezocht als het te warm werd.

De onderzoekers hopen in een later stadium ook de lichaamstemperatuur van jonge en kleinere sauropoda te kunnen bestuderen. Ze willen zo achterhalen of de grootte en leeftijd van de dieren nog invloed had op hun temperatuur. Uiteindelijk willen ze vaststellen wanneer vogels – afstammelingen van de dinosaurussen – de overstap maakten van koelbloedig naar warmbloedig.

Bovenstaande afbeelding is gemaakt door Steveoc 86 (via Wikimedia Commons).

Bronmateriaal:
Big dinos stayed cool” – News.discovery.com

Toch warmbloedig?

 28 juni 2012   13

Lang dachten onderzoekers dat de enorme reptielen koudbloedig waren, maar een nieuwe studie schoffelt het belangrijkste bewijs daarvoor ongenadig hard onderuit.

Er zijn heel wat fossiele resten van dinosaurussen teruggevonden. En die resten kunnen ons ook veel vertellen. Bijvoorbeeld hoe zo’n dinosaurus gebouwd was. Maar er zijn ook heel veel dingen die ze op het eerste gezicht lijken te verzwijgen. Bijvoorbeeld of dinosaurussen koud- of warmbloedig waren. En dus was het even zoeken naar bewijs voor de stelling dat dinosaurussen koudbloedig waren.

Lines of Arrested Growth
Uiteindelijk vonden onderzoekers dat bewijs in de Lines of Arrested Growth (LAG). Deze lijnen zijn terug te vinden in de botten van dinosaurussen en doen denken aan de jaarringen van bomen. De lijnen ontstaan in seizoenen waarin de dieren het lastig hebben (bijvoorbeeld de winter of tijdens droogte) en hun groei door een gebrek aan voedsel stil komt te liggen. Onderzoekers stelden dat dieren die LAGs hadden, wel koudbloedig moesten zijn. In tegenstelling tot warmbloedige dieren, regelen koudbloedige dieren hun temperatuur niet zelf: deze wordt sterk beïnvloed door de temperaturen van de omgeving. En dat heeft gevolgen voor de groei, zo dachten onderzoekers. Een warmbloedig dier heeft altijd dezelfde temperatuur en dezelfde snelle stofwisseling en dus altijd dezelfde hoeveelheid energie om te groeien.

Het resultaat: een warmbloedig dier groeit altijd even hard.

Een koudbloedig dier daarentegen heeft niet altijd dezelfde temperatuur en ook de snelheid van de stofwisseling verschilt en dus groeit deze met horten en stoten.

De conclusie van de onderzoekers: dieren met LAGs zijn koudbloedig. Dat was direct het belangrijkste argument voor de stelling dat ook dinosaurussen koudbloedig waren.

Hier zijn twee LAGs te zien. Het bot behoort toe aan een edelhert. Foto: Meike Köhler / ICP.

Nieuwe studie
In een nieuwe studie bestudeerden de onderzoekers de groei van warmbloedige dieren. Ze waren er niet op uit om het fundament onder de koudbloedige dinosaurus weg te schoffelen. Ze wilden alleen weten hoe de omgeving de groei van diverse dieren beïnvloedde. Om dat te achterhalen, bestudeerden ze de botten van verschillende dieren. Tot hun grote verbazing troffen ze ook bij warmbloedige dieren LAGs aan. De onderzoekers moeten dan ook concluderen dat LAGs niet wijzen op koudbloedigheid, maar in plaats daarvan laten zien hoe de stofwisseling van een dier in reactie op veranderingen in de omgeving verandert. En dat geldt zowel voor koudbloedige als warmbloedige dieren, zo schrijven de onderzoekers in het blad Nature.

 

Voedsel
De onderzoekers zochten ook uit om wat voor veranderingen in de omgeving het ging. Ze ontdekten zo dat veel regenval en een beperkte hoeveelheid voedsel de grootste invloed had op de stofwisseling. Groter nog dan de temperatuur. Wanneer er weinig voedsel voorhanden is, dan past het lichaam de behoefte van het dier daaraan aan. De stofwisseling vertraagt, waardoor dieren minder voedsel nodig hebben. Gevolg is wel dat de groei ook iets langzamer plaatsvindt.

 

Verrassend
“Het lijkt verrassend dat er tot op heden nog geen systematisch onderzoek is gedaan om te bewijzen of ontkrachtigen dat alleen koudbloedigen tijdens hun groei deze kenmerken (LAGs) in hun botten ontwikkelen,” bekent onderzoeker Meike Köhler. Ze wijst erop dat eerdere studies de theorie al in twijfel trokken en dat nu voor het eerst bewezen is dat die twijfel terecht is.

Het onderzoek is niet alleen interessant voor paleontologen en anderen die zich in de geschiedenis van het leven op aarde vastbijten. Ook voor mensen die zich met het huidige leven op aarde bezighouden, is het enorm nuttig. Nu blijkt dat ook warmbloedigen LAGs hebben en dat die LAGs iets vertellen over de reactie op veranderingen in de omgeving, hebben onderzoekers een manier gevonden om vast te stellen of die veranderingen een populatie bedreigen.

Bronmateriaal:
 According to a study published in Nature dinosaurs were warm-blooded reptiles” – ICP.cat

19 juli 2013  6

Onvoldoende spierkracht
…..wetenschappers van de universiteit van Adelaide  herbben nieuwe aanwijzingen   nieuw  gevonden dat dinosaurussen warmbloedig waren. Professor Roger Seymour beweert dat koudbloedige dinosaurussen niet genoeg spierkracht zouden hebben om op andere dieren te jagen in het Mesozoïcum. Hij stelt dit in een paper in het wetenschappelijke blad PLOS One.

Als voorbeeld noemt Seymour zoetwaterkrokodillen. Een krokodil met een gewicht van 200 kilo heeft slechts 14% van de spierkracht van een zoogdier. Dit percentage daalt naarmate een krokodil zwaarder is. “Een koudbloedige krokodil heeft  naar verhouding    niet hetzelfde  uithoudingsvermogen als warmbloedige zoogdieren”, beweert Seymour.

“Een krokodilachtige dinosaurus zou het nooit kunnen winnen van een zoogdierachtige dinosaurus van dezelfde grootte”, beweert Seymour. De onderzoeker vermoedt dat krokodilachtige dino’s daarom warmbloedig waren. Dit komt overeen met eerder bewijs dat Seymour vond, namelijk dat dinosaurussen actiever waren dan zoogdieren.


Of dinosaurussen koud- of warmbloedig waren? Er is slechts een  ‘aantal  aanwijzingen  voor warmbloedigheid bij (velen ? van  ) die prehstorische reptielen  ……’wetenschappers komen echter   langzaam maar zeker in de buurt van een antwoord.

Bronmateriaal:
New evidence for warm-blooded dinosaurs” – Universiteit van Adelaide

_Als we naar de grote grazende zoogdieren kijken dan zien we dat deze dieren ongeveer het grootste gedeelte van de tijd (17 uur) per dag aan de voedselopname (grazen) besteden. Dit heeft vooral te maken  met  het  geringe  energiepotentieel   en verwerking van het   voedsel dat grazen en het lange proces van voedselvertering bij    herbivore   soorten met zich meebrengt.

Dat zal voor de plantetende dinosaurussen niet anders zijn geweest. Daaruit volgt haast logischerwijs dat de plantetende dinosaurussen sowieso niet koudbloedig geweest kunnen zijn omdat er anders veel te veel van de beschikbare graastijd door de noodzakelijke warmteopname verloren zou gaan.

Daarmee zouden ze sowieso ’s nachts amper kunnen grazen en dat heeft weer tot gevolg dat de noodzakelijke voedselopname in het geding zou komen.

Op dit terrein maakt het evolutieproces geen onderscheid tussen grazende dinosaurussen of grazende zoogdieren.

______________________________________________________________________________________________________

Life restoration of Wintonotitan.

wintonotitan_wattsi_reconstruction_by_2195razielim-d5c3snc

  • Wintonotitan-caudalsMiddle and posterior caudal vertebrae of Wintonotitan wattsi. Middle caudal vertebra in lateral (A), dorsal (B) and anterior (C). Posterior caudal vertebrae in lateral (D, G, H, J, M, P, S, V), dorsal (E, H, K, N, Q, T, W) and anterior (F, I, L, O, R, U, X) views. Abbreviations: bic, incipient biconvexity.

SA Hocknull, MA White, TR Tischler, AG Cook et al. New Mid-Cretaceous (Latest Albian) Dinosaurs from Winton, Queensland, Australia „PLoS ONE”. 4 (7), ss. e6190 (2009). doi:10.1371/journal.pone.0006190 (en). Image found at: http://www.plosone.org/article/slideshow.action?uri=info:doi/10.1371/journal.pone.0006190&imageURI=info:doi/10.1371/journal.pone.0006190.g014

_____________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

DINOSAURICON T

T

TALOS SAMPSONI

http://nl.wikipedia.org/wiki/Talos_(dinosauri%C3%ABr)

Skeletal elements of Talos and Troodon illustrating select diagnostic characters of Talos sampsoni (UMNH VP 19479). (Credit: Zanno LE, Varricchio DJ, O’Connor PM, Titus AL, Knell MJ (2011) A New Troodontid Theropod, Talos sampsoni gen. et sp. nov., from the Upper Cretaceous Western Interior Basin of North America. PLoS ONE 6(9): e24487. doi:10.1371/journal.pone.0024487)

http://www.sciencedaily.com/releases/2011/09/110919171338.htm

Bones of the left foot of Talos sampsoni, showing an enlarged claw or talon on the second digit, which is thought to have been held off the ground.
CREDIT: copyright Lindsay Zanno.

Black and white skeletal drawing ofTalos sampsoni.
CREDIT: copyright Scott Hartman. Used with permission.

http://www.livescience.com/16129-raptor-dinosaur-fossil-talon-weapon.html

–> Afbeeldingen van Tangvayosaurus

a) Left ischion, b) Right pubis c) Right femur d) Left fibula, e) Left tibia, f) Caudal vertebra, of Tangvayosaurus hoffeti. From Allain et al., 1999.

°

foot of  tangvaoyosaurus hoffeti 1239269193_nYB64-M

foot of tangvaoyosaurus hoffeti

°

  • Tanius  

http://en.wikipedia.org/wiki/Tanius

°

 

Roemeense dwergen
De Transsylvaanse bergen waren het leefgebied van de mysterieuze, bijna huisdiergrote dwergdinosauriërs. Waarom deze dieren uit het Hateg gebied zo klein bleven is nog steeds niet duidelijk; het zou met hun leefmilieu en geografische situatie aan het eind van het Krijt te maken kunnen hebben.
Mede door het voortgaande onderzoek in dit gebied, met name door het Muzeul Civilizatiei Dacice si Romane in Deva, behoren de Hateg dinosauriërs tot de best bestudeerde fauna’s in Europa.
De Roemeense dinosauriërs leefden mogelijk geïsoleerd in kleine, afgelegen gebieden, met slechts een beperkte hoeveelheid voedsel. Het is gebleken dat eiland-dieren vaak kleiner dan hun soortgenoten op de vaste wal zijn.
Was het Hateg gebied dan een klein eiland? De geologie biedt daar geen bewijs voor. En… waar zouden deze geïsoleerde dinosauriërs dan oorspronkelijk vandaan gekomen zijn?
Kwamen ze van één van de grotere Europese eilanden of van het verder weggelegen vasteland?
Veel vragen wachten nog steeds op een antwoord.
Zijn o.a. in de lokale dino-fauna aanwezig
desauropode : Magyarosaurus
de hadrosauriden Telmasaurus en( nauw verwante) Rhabdodron

In het Hateg gebied zijn ook de gevonden vleesetende dinosauriërs minuscuul.
De tanden, nog geen centimeter groot…. het zijn fragmentjes van de schedel van een dromaeosauriër, hooguit anderhalve meter lang van kop tot staart.
Deze dieren waren sluwe jagers: de onderkant van het schedeldak laat een afdruk van de hersenen zien. Ongeveer ter grootte van die van een kat. Voor een dinosaurier is dit enorm groot: een slimme dino dus.
Deze ‘raptors’ (dromaeosauriërs ) renden op hun achterpoten, en scheurden de buik van hun prooi met hun sikkelvormige teenklauwen open.

Telmatosaurus
Marshlizard
: 5 mt: 2 m: 500 kg: Cretaceous (69 MYA): Europe
Telmatosaurus (meaning “marsh lizard”) was a genus of basal hadrosaurid dinosaur from the Late Cretaceous. It was a relatively small hadrosaur, approximately 5 meters (16 ft) long, found in what is now Romania.
The type species, Telmatosaurus transylvanicus, was described by Franz Nopcsa von Felso-Szilvas, in 1903.

In 1895 some peasants presented Ilona Nopcsa, the daughter of their lord, with a dinosaur skull they had found at the estate Sacele in the district Hunedoara (then named Hunyad) in Transylvania. Ilona had an elder brother, Ferenc or Franz Nopcsa von Felso-Szilvas who was inspired by the find to become a paleontology student at the University of Vienna. In 1899 Nopcsa named the skull Limnosaurus transsylvanicus. The generic name was derived from Greek limne, “swamp”, a reference to the presumed swamp-dwelling habits of hadrosaurs. The specific name referred to Transylvania. Later Nopcsa discovered that the name Limnosaurus had already been used by Othniel Charles Marsh in 1872 for a crocodilian (later reclassified as Pristichampsus), so in 1903 Nopcsa renamed the genus Telmatosaurus. Telma again means “marsh”. In 1910 Barnum Brown, unaware of Nopcsa’s replacement name, named the genus Hecatasaurus, but this is a junior objective synonym.
The holotype, BMNH B.3386, was found in the Haţeg Basin in a layer of the Sanpetru Formation dating from the Maastrichtian, about 68 million years old, at the time part of the Hateg Island, one of the islands of the European Archipelago. It consists of a skull with lower jaws.
In 1915 Nopcsa referred his species to the genus Orthomerus, as an Orthomerus transsylvanicus. However, since the 1980s, Orthomerus has been considered a nomen dubium, leading to a revival of the name Telmatosaurus. Fragmentary hadrosauroid material from Spain, France and Germany, that had been referred to Orthomerus, is now often assigned to Telmatosaurus, but an identity is hard to prove; the same is also true of many Romanian fragments and eggs.
The relatively small size of Telmatosaurus with a length of five metres and a weight of half a tonne, has been explained as an instance of insular dwarfism.

: Ornithopoda: Hadrosauridae: Telmatosaurus Nopcsa, 1903 ; T. transylvanicus Nopcsa, 1903 


Juvenile Theropod (Tarbosaurus) Skull.


Adult Theropod (Tarbosaurus) Skull.

http://www.gondwanastudios.com/info/tarc.htm

http://www.oucom.ohiou.edu/dbms-witmer/dinoskulls03.htm

TARCHIA GIGANTEA
Khermin Tsav, Gobi Desert, Southern Mongolia
Late Cretaceous (Campanian), Barun Goyot Formation, 75 million years ago
Estimated to be 3-4 metres long, although only the skull is known

MEANING OF NAME:’Brain’

CLASSIFICATION:
ANKYLOSAURIA: Ankylosauridae

Tarchia in Mongolian means ‘brain’. This name was applied because although the other ankylosaur from the Barun Goyot Formation, Saichania chulsanensis, has a skull twice the size, Tarchia has a larger braincase. However, the brain of Tarchia was still tiny in comparison to any mammal of the same size.
All that is known of this armoured dinosaur is a skull, so there is much more to be learned about it in the future.

Klik om toegang te krijgen tot app20110081.pdf

 

Tenontosaurus ) is a genus of medium- to large-sized ornithopod dinosaur. It was formerly thought to be a ‘hypsilophodont’, but since Hypsilophodontia is no longer considered a clade, it is now considered to be a very primitive iguanodont.

The genus is known from the Aptian to Albian stages of the Early to Middle Cretaceous sediments of western North America, dating to around 125 to 105 million years ago. It was about 6.5 to 8 meters (22 to 27 ft) long and 2.2 meters (7 ft) high, with a mass of somewhere between 1 and 2 tonnes (1 to 2 short tons). Its tail was longer than other members of the family, and it walked on four feet most of the time.

Anatomy
The presence of medullary bone tissue in the thigh bone and shin bone of one specimen indicates that tenontosaurs used this tissue, today only found in birds that are laying eggs, in reproduction. Additionally, like Tyrannosaurus and Allosaurus, two other dinosaurs known to have produced medullary bone, the tenontosaur individual was not at full adult size upon her death at 8 years old. Because the theropod line of dinosaurs that includes Allosaurus and Tyrannosaurus diverged from the line that led to Tenontosaurus very early in the evolution of dinosaurs, this suggests that dinosaurs in general produced medullary tissue and reached reproductive maturity before maximum size.

Discovery and species
The genus contains two species, Tenontosaurus tilletti (described by John Ostrom in 1970) and Tenontosaurus dossi (described by Winkler, Murray, and Jacobs in 1997). Many specimens of T. tilletti have been collected from the Cloverly Formation of Wyoming and Montana, and from the Antlers Formation of southern Oklahoma. T. dossi is known from only a handful of specimens collected from the Twin Mountains Formation of Parker County, Texas.

Fossil evidence
Deinonychus teeth and a number of skeletons were discovered associated with Tenontosaurus tilletti specimens, implying that this dinosaur was hunted and/or scavenged by Deinonychus.

Copyright © 2009 Answers Corporation.

Tenontosaurus

La taille de Tenontosaurus est exceptionnelle pour un Hypsilophodonte. De plus, l’anatomie de son crâne pousse certains paléontologues à le classer comme Iguanodonte.

Les liens entre Tenontosaurus et les autres ornithopodes sont méconnus.

Tenontosaurus possédait une queue géante de 4 m de long soit quatre fois plus longue que la partie centrale du corps. Elle était renforcée par les multiples tendons, rattachés aux divers os du dos et de la queue.

Cependant, ses dents sont typiques des Hypsilophodontes, point particulièrement important parce qu’il est rare que des dents de type identique évoluent de deux façons différentes.

Tenontosaurus

Reconstitution de Tenontosaurus dossi. By Diorama SkyLicence

Ses bras longs et musclés se terminaient par des mains larges pourvues de 5 doigts.
Comme les autres ornithopodes, Tenontosaurus se déplaçait sur ses quatre membres quand il mangeait, bien qu’étant bipède.

Comme il pesait plus d’une tonne, il pouvait aussi se reposer dans cette position. On l’a surnommé “Lézard à tendons” car ses vertèbres étaient recouvertes de nombreux tendons ossifiés, qui aidaient à maintenir rigide la colonne vertébrale jusqu’au bout de la queue.

Tenontosaurus

Squelette de Tenontosaurus. By Ryan Somma . Licence. (Site de l’auteur)

On a souvent retrouvé des dents de Deinonychus près des squelettes de Tenontosaurus. Peut-être ce prédateur chassait-il en meute cet herbivore.

Espèces décrites:

Tenontosaurus tilletti (Ostrom, 1970). Taille estimée: 7,5 m. Epoque: Crétacé inférieur. Les fossiles ont été découverts en Amérique du Nord.

Tenontosaurus dossi (Winkler, Murry et Jacobs, 1997). Fossiles découverts en Amérique du Nord. 7,5 m de long environ

Classification: Ornithischia . Ornithopoda. Iguanodontia . Iguanodontidae

…… (Véronique Battaglia (11.2004). M.à.J 05  2009 )

Tenontosaurus June 20, 2011

Filed under: Ornithopoda —

Tenontosaurus was a bulky, powerful herbivore that weighed about the same as a large car and was about the same size as a double-decker bus. It had long, powerful limbs and a parrot-like beaked mouth.

Judging by the number of remains that have been found, including 25 skeletons and scattered bones and teeth, Tenontosaurus must have been one of the most abundant herbivores in early Cretaceous North America. It was certainly attractive to carnivores – one skeleton has been found surrounded by the bodies of several Deinonychus that had been killed while attacking it.

Factbox

Name: Tenontosaurus, meaning ’tendon lizard’

Size: 6.5m long

Food: plants

Lived: 110 million years ago in the Middle Cretaceous Period in North America

Tenontosaurus is like a hypsilophodontid but lacks the teeth on the front part of its jaw. Otherwise it is like an iguanodontid, but the classification is still not clear. Its distinctive feature is its very long tail – longer than the rest of the body – and the network of tendons that support the spine. Its long forelimbs and strong finger bones suggest that it walked on all fours for most of the time.

A bulky dinosaur, Tenontosaurus could walk on all fours or pick its way across the landscape on its hind legs. At the end of its front limbs were stocky hands with five fingers on each. Tenontosaurus balanced on the four long toes on each back foot when it stretched into the treetops for a mouthful of leaves or twigs. When it ran, it gripped the ground with its toes, and raised its long, wide tail to balance the weight of its heavy chest and bulging stomach.

Tenontosaurus’ beak had no teeth, but it had ridged teeth running along the side of its beaked mouth. It used these to chew leaves it nipped off trees. When it was attacked, it would lash out with its tail.

Theropoda 

theropods <—documentatiemap & beeldmateriaal  

  

JONGE   ROOFDINOSAURIERS    waren bedekt met dons.

Dat hebben onderzoekers uit München ontdekt. Hierdoor lijkt het stereotype beeld van de koudbloedige dinosauriër te wankelen, meldt het vaktijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

De onderzoekers bestudeerden een jonge roofdinosauriër  ( Otho )van 150 miljoen jaar oud, verwant aan de Tyrannosaurus, uit de omgeving van het Duitse Kelheim. Met behulp van ultraviolet licht vonden ze overblijfselen van veren en huid, in plaats van schubben. Het is niet met zekerheid te zeggen of het dons op latere leeftijd zou verdwijnen om alsnog plaats te maken voor schubben.

Het  eventuele verenkleed in volwassen  exemplaren  is waarschijnlijk niet gebruikt door de roofdinosauriër om te vliegen, maar als bijkomende  bescherming tegen de kou en/of sexueel  praalvertoon  ?   .

Deze ontdekking suggereert dat dinosauriërs op een of andere manier warmbloedig waren. Dit betekent dat de dinosauriërs verder ontwikkeld waren dan aanvankelijk gedacht werd.

Volgens conservator dr. Oliver Rauhut van de Beierse Collectie voor Paleontologie en Geologie in Beyeren moeten we “afscheid nemen van het beeld van de  koude naakte  reptielenreuzen. Waarschijnlijk waren ze (zeker als juvenielen ) eens pluizig …”en/of in de adulte stadia   gevederd = maar dat zal wel niet  opgaan voor allemaal  .

De meeste bekende “gevederde dinosauriërs” zijn vleeseters, de zogenaamde Theropoda. De laatste vondsten tonen echter dat ook sommige plantenetende Ornithischia een vacht hadden.

Dit wijst erop dat alle kleine dinosauriërs een vacht of veren hadden; voor  volwassen dieren van grotere soorten was dat echter niet obligaat    die  konden warm blijven dankzij hun lichaamsmassa.

Cretaceous Theropods

Triassic & Jurassic Theropods

Teratophoneus

  • Teratosaurus – actually a non-dinosaurian archosaur
  • Termatosaurus – actually a phytosaur, with some Internet sources accidentally transposing species of Tetragonosaurus onto it
  • Tethyshadros
  • Tetragonosaurus – junior synonym of Lambeosaurus

    Tyrannosaurus skeleton.

     therizinosaurus_cheloniformis.gif

    Cretaceous  Therizinosaurus cheloniformis

    This “scythe lizard” is notable for it’s almost sloth-like appearance as well as the obviously large arms with enormous claws. WhileTherizinosaurus is related to theropod dinosaurs like Megalosaurus and Dryptosaurus the consensus is that this animal is most likely an herbivore.

    Therizinosaurus was named in 1954 by paleontologist, Evgeny Maleev. The find was acquired on a joint Soviet-Mongolian fossil expedition in 1948 in the Nemegt Formation in southwestern Mongolia.

    Like most fossils discovered,Therizinosaurus’s remains are somewhat incomplete unfortunately. What were found by the expedition were the ribs and arm bones with the scythe-like claws. The arms themselves were anywhere between 2.5 meters to 3.5 meters (8 feet to 11.5 feet).

    In The Princeton Field Guide to Dinosaurs, Gregory Paul gave Therizinosaurus a size measurement of at least 10 meters (33 feet) and around five tons in weight. While the feeding habits of Therizinosaurus are largely unknown we can possibly look at the adaptations of the animals to possibly determine what they were. Therizinosaurus is built mostly like a sloth. The claws on the forearm are mostly flat and this could be used in a similar fashion to how a sloth uses their own claws to strip leaves from trees. This would make the animal an herbivore if we draw a conclusion from looking at animals today with the same traits. Therizinosaurus lived around the late Campanian stage of the Cretaceous period about 70 million years ago and would have been living along side such dinosaurs as Tarbosaurus (Tyrannosaurus bataar in certain circles) and possibly Velociraptor, and Protoceratops.
    References

    Paul, G.S., 2010, The Princeton Field Guide to Dinosaurs, Princeton University Press p. 160

    Lindsay E. Zanno (2010). “A taxonomic and phylogenetic re-evaluation of Therizinosauria (Dinosauria: Maniraptora)”. Journal of Systematic Palaeontology 8 (4): 503–543.

    Therizinosaurus (‘scythe lizard’, from the Greek therizo meaning ‘to reap’ or ‘to cut off’ and sauros meaning ‘lizard’) was a very large therizinosaur (previously known as segnosaur). It could grow up to 10-12 meters (33-40 feet) long and reach 3-6 tons in weight. Therizinosaurus lived in the late Cretaceous Period around 70-75 million years ago, and was one of the later and largest representatives of its unique group. Its fossils were first discovered in Mongolia and when it was discovered it was originally thought to be a turtle (hence the name cheloniformis – turtle-formed) but it is now accepted as a maniraptoran theropod dinosaur.

    Discovery and SpeciesThe first fossils now attributed to Therizinosaurus were discovered in the late 1940s by a joint Soviet-Mongolian fossil expedition. The expedition unearthed several giant claws which measured up to a meter in length – but to what creature these belonged was unknown until the early 1950s, when further fossil expeditions unearthed more bones – several more sets of claws and parts of a forelimb and hindlimb. Subsequent finds in northern China allowed paleontologists to assemble the general skeletal structure of the animal, which was determined to be a dinosaur and not a turtle. In 1954, the animal was named Therizinosaurus (‘scythe lizard’), referring to the enormous claws. At present, there is one accepted species – T. cheloniformis. The recent discovery of several related dinosaurs – Alxasaurus in 1993 and Beipiaosaurus in 1996 – helped clarify the position of the therizinosaurs as a whole. Various theories had been proposed to explain the ancestry of these dinosaurs, with some scientists even suggesting they were descendents of the sauropodomorphs – but these new, well-preserved finds, giving details about the bird-like pelvis, feet and skulls, helped confirm that the therizinosaurs were all maniraptoran, theropod dinosaurs.

    Therizinosaurus had a small head with a beaked mouth, atop a long neck. It was bipedal and had a large, heavy, deep body, as evidenced by the wide pelvis, 2.5 meter (8 foot) long ‘arms’ and hind legs that ended in four toes (three of which supported the animal’s weight), which were tipped by short, curved claws. The most distinctive feature of the animal was the presence of three gigantic claws on its front limbs. Each of the three digits of its ‘hand’ bore these claws, which reached nearly a meter (approximately 2-3 feet) in length. The largest claw was on the first digit. The feeding habits of Therizinosaurus are still debated, but it was most probably an herbivore, using its big claws to push leaves into its mouth. Other hypotheses suggest that it was a termite eater, using its claws to open large termite nests – but it seems highly unlikely that an animal the size of Therizinosaurus could survive on a diet based on insects and features of the skull (including a beaked mouth and flattened teeth) suggest a herbivorous diet. It is thought that Therizinosaurus lived a similar lifestyle to modern gorillas or prehistoric ground sloths, using its long arms and sharp claws to grab food and foliage from trees. There are other possible functions that could have been served by the claws of Therizinosaurus, such as defense against predators (e.g. the contemporary Tarbosaurus) and in intraspecific fighting, such as fighting for territory or for mating. The claws may even have served all these functions.
    It is highly likely that Therizinosaurus was feathered, given that its close relative Beipiaosaurus certainly was.

    : Theropoda
    Infraorder: Coelurosauria Family: Therizinosauridae Genus: Therizinosaurus
    Species: T. cheloniformis

    Therizinosaurus is a genus of very large theropod dinosaur. Therizinosaurus lived in the late Cretaceous Period (late Campanian-early Maastrichtian stages, around 70 million years ago), and was one of the last and largest representatives of its unique group, the Therizinosauria. Its fossils were first discovered in Mongolia and they were originally thought to belong to a turtle-like reptile (hence the species name, T. cheloniformis — “turtle-formed”). It is known only from a few bones, including gigantic hand claws, from which it gets its name. Though the fossil remains of Therizinosaurus are incomplete, inferences can be made about its physical characteristics based on related therizinosaurids. Like other members of its family, Therizinosaurus probably had a small skull atop a long neck, with a bipedal gait and a heavy, deep body (as evidenced by the wide pelvis of other therizinosaurids). Its forelimbs may have reached a length of 2.5 meters (8 ft) long. Its hind limbs ended in four weight-bearing toes, unlike other theropod groups, in which the first toe was reduced to a dewclaw. The most distinctive feature of Therizinosaurus was the presence of three gigantic claws on each digit of its front limbs. These were especially large in Therizinosaurus, and while the largest claw specimens are incomplete, they probably reached just under 1 meter (3.28 feet) in length.

    Theropoda; relationships uncertain
    Late Cretaceous, 70 million years ago      
    Gobi Desert, Southern Mongolia , Nemegt Formation,Omnogov,

    Therizinosaurus cheloniformis    Claws
    70 centimeters

    70 centimeters
    Hand 1 metres

    27 centimeters Therizinosaurus-like eggs
    Eggs and embryos

    http://www.dinocasts.com/prod_catalog.asp
    Therizinosaurus

    Therizinosaurus a été découvert dans le désert de Gobi, en Mongolie. Il possédait de gigantesques bras terminés par des griffes de 70 cm minimum !Ce dinosaure vivait en Asie il y a environ 70 millions d’années, au Crétacé supérieur. Therizinosaurus était contemporain de Tarbosaurus, un cousin asiatique de Tyrannosaurus.
    Therizinosaurus signifie « Reptile à faux ». Une seule espèce a été décrite en 1954, Therizinosaurus cheloniformis.Les restes les mieux conservés de ce dinosaure se composent d’un énorme bras et d’une omoplate.
    Aucun crâne n’a encore été retrouvé. Il est donc impossible de déterminer son mode alimentaire.
    Ces restes sont beaucoup trop fragmentaires pour que l’on puisse reconstituer sa morphologie avec précision.
    On estime, d’après les restes fossilisés, que Therizinosaurus mesurait environ 12 m de long. Les mensurations sont très incertaines.Son mode de vie fait l’objet de nombreuses controverses.TherizinosaurusReconstitution de Therizinosaurus. By AKMALes premières griffes de Therizinosaurus ont été retrouvées en 1948. On a d’abord pensé qu’elles appartenaient à une tortue géante.Mais, les découvertes ultérieures d’os fragmentaires ont confirmé qu’il s’agissait bien d’un dinosaure.Ce n’est qu’en 1990 que Therizinosaurus fut classé comme théropode. Cependant, sa morphologie est tellement différente qu’il forme une famille à lui tout seul.La plupart des théropodes ont des griffes assez courtes et des bras peu puissants.
    Ce n’est pas le cas de cet étrange dinosaure. Ses bras mesuraient 2,60 m de long et se terminaient par trois grandes griffes de 70 cm à près d’un mètre de long.TherizinosaurusBras de Therizinosaurus. By SonniesEdgeL’apparence de ce dinosaure reste une énigme. Certains scientifiques pensent qu’il ressemblait à Plateosaurus, un dinosaure prosauropode primitif, avec un cou assez long et une petite tête.
    D’autres imaginent qu’il avait une queue et des membres postérieurs plus courts. Therizinosaurus aurait alors adopté une posture étrange quand il était debout: semblant toujours assis, avec le dos redressé et très droit.Beaucoup d’os de Therizinosaurus ressemblent à ceux de deux dinosaures trouvés en Mongolie: Segnosaurus et Erlikosaurus.
    Ces trois dinosaures sont apparentés. Théories sur le mode de vie de TherizinosaurusLa BBC, lors de son émission “Sur la Terre des Dinosaures.Les Inédits”, nous a proposé une des théories émises par les paléontologues. Cependant, il faut tout de même souligner que les paléontologues disposent de peu d’indices et qu’aucune preuve ne vient confirmer une théorie plus qu’une autre.Synthèse de cette théorie:Therizinosaurus était un paisible herbivore. Certains spécialistes pensent qu’il utilisait ses énormes faux pour couper des branches avant de s’en nourrir. Il est pourtant étrange qu’un théropode soit herbivore.TherizinosaurusTherizinosaurus reconstitué par la BBCUne autre théorie intéressante suggère que les immenses griffes ne servaient pas à cisailler les branches mais à éventrer des fourmilières ou des termitières afin d’en dévorer les insectes.Les paléontologues ont émis cette hypothèse car les fourmiliers actuels possèdent également d’énormes griffes pour ouvrir les nids d’insectes. Les Thérizinosauridés seraient alors les seuls dinosaures entomophages (mangeurs d’insectes), du moins parmi ceux qui sont connus.Une chose est sure, les prédateurs devaient se méfier de ses armes mortelles.Griffe de TherizinosaurusGriffe de Therizinosaurus. By Matt Martyniuk . LicenceUne découverte effectuée en mai 2005 a démontré que les Thérizinosauridés ne sont pas originaires d’Asie. Le tout dernier thérizinosaure, Falcarius utahensis, a été découvert aux Etats-Unis.Classification : Saurischia Theropoda Tetanurae Coelurosauria Therizinosauroidea TherizinosauridaeVideo Therizinosaurus . Un Therizinosaurus combat un Tarbosaurus. BBC (V.Battaglia (11.2003. M.à.J 05.2005)Thérizinosauridés                  Falcarius utahensis
    • Titanosauridae    Sauropod
    • Mogelijk ‘s werelds ‘grootste’ (?)dinosaurus ontdekt

      Op de foto ziet u het dijbeen van één van de ontdekte dinosaurussen. Ernaast onderzoeker Pablo Puerta. De foto is gemaakt door José María Farfaglia.

      °

      Wetenschappers hebben in Argentinië mogelijk de grootste dinosaurus die ooit geleefd heeft, ontdekt. Een voorzichtige schatting stelt dat de dino veertig meter lang was en het gewicht van veertien Afrikaanse olifanten had.

      De onderzoekers deden hun ontdekking in Chubut, een zuidelijke provincie van Argentinië. Ze ontdekten er zeven gigantische plantenetende dinosaurussen die ongeveer 95 miljoen jaar geleden leefden. Ze behoren tot de sauropoda: grote dinosaurussen met lange nekken en staarten en een kleine schedel. Binnen de sauropoda is ook weer een onderverdeling te maken: de ontdekte dinosaurussen behoren tot de titannosauria, een groep die verschillende giganten kent.

      t on

      De grootste?
      De ontdekte dinosaurussen spannen zowel binnen als buiten die groep mogelijk de kroon. Op basis van de ontdekte resten schatten de onderzoekers dat de dinosaurussen zo’n veertig meter lang waren en ongeveer tachtig ton wogen. “De equivalent van meer dan veertien Afrikaanse olifanten samen,” benadrukt onderzoeker Luis Carballido. Als de schattingen kloppen, zijn dit de grootste dinosaurussen die – voor zover we weten – op aarde hebben rondgelopen. Onderzoekers waarschuwen echter dat er nog veel onderzoek nodig is alvorens we deze dino’s – die nog geen naam hebben – tot de grootste exemplaren uit kunnen roepen.

      Wervels en tanden
      De onderzoekers ontdekten veel nek- en rugwervels, maar ook fragmenten van staarten en voor- en achterpoten. De resten behoren waarschijnlijk aan zeven dinosaurussen toe. Het is aannemelijk dat de dino’s op de plek waar ze zijn aangetroffen, stierven. Hoe ze precies aan hun einde kwamen, is niet duidelijk. Mogelijk bevond zich hier een poeltje waar de dino’s in perioden van droogte samenkwamen om te drinken en kwamen ze vast te zitten in de modder. Naast de resten van deze grote dinosaurussen ontdekten de onderzoekers ook meer dan zestig tanden van vleesetende dinosaurussen. Mogelijk deden de vleeseters zich tegoed aan de resten van de grote dinosaurussen en gingen daarbij heel wat tanden verloren. “De huid en het vlees van deze giganten was hard.”

      grootste titanosaurus  opgravingen

      opgravingen. Foto: MEF.

      Site

      Belangrijk
      De vondst is – ongeacht of dit nu de grootste dinosaurussen op aarde zijn of niet – heel belangrijk. “Het is een paleontologische schat. Het zijn meerdere dino’s en de resten zijn praktisch intact en dat gebeurt niet vaak. Sterker nog: de resten van ons bekende gigantische titannosauria zijn vaak gefragmenteerd.”

      De onderzoekers zetten hun studie nog even voort. Tot op heden is nog maar een klein deel van alle fossiele resten in het massagraf opgegraven. In de toekomst zullen de dinosaurussen ook een naam krijgen en zal er hopelijk meer duidelijkheid komen over hun werkelijke omvang.

       

      Bronmateriaal:
      Descubren en Chubut el dinosaurio más grande del mundo” – MEF.org.ar
      De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door José María Farfaglia (via Facebook-pagina van MEF).

       

       

      za 17/05/2014 – 10:23 Alexander Verstraete

      http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/1.1970188

      za 17/05/2014
      Alexander Verstraete

      In Argentinië heeft een team paleontologen bij opgravingen de botten blootgelegd van wat de grootste dinosaurussoort ooit zou zijn. Dat meldt de BBC. Sterker nog: het zou gaan om het grootste dier dat onze planeet ooit heeft bevolkt. Het leefde ongeveer 100 miljoen jaar geleden en woog evenveel als 14 Afrikaanse olifanten. Een naam heeft het beest nog niet gekregen.
      De “grootste dinosaurus ooit” werd bij toeval ontdekt door een landbouwer die over de resten van het prehistorische dier struikelde in de woestijn op 250 kilometer ten westen van Trelew in Patagonië, Argentinië.

      Vervolgens begon een team paleontologen van het Museo Paleontológico Egidio Feruglio opgravingen en legde zo de gedeeltelijke skeletten van een zevental dinosauriërs bloot, goed voor 150 botten in totaal.

      De onderzoekers waren meteen onder de indruk van de omvang van de dieren. Op basis van het dijbeen stellen ze dat de dinosaurussoort van kop tot staart 40 meter lang was en zo’n 20 meter boven het aardoppervlak uittorende. Het dier woog 77 ton wat evenveel is als 14 Afrikaanse olifanten.

      Als deze geschatte afmetingen kloppen, dan zijn de pas ontdekte dinosauriërs de grootsten die ooit zijn ontdekt. Meer nog: het zou van hen de grootste dieren maken die ooit op de aarde hebben rondgelopen. Tot nu toe stond dat record op naam van nog zo’n gigant, de Argentinosaurus.

      De nieuwe soort heeft nog geen naam gekregen. “De naam zal verwijzen naar de gigantische afmetingen van het dier, maar ook naar de regio waar het is gevonden en naar de landbouwers die het hebben ontdekt”, laten de onderzoekers weten. Wel is al geweten dat de naamloze dinosaurussoort 95 tot 100 miljoen jaar geleden leefde en een herbivoor was.

      http://www.bbc.com/news/science-environment-27441156

      Measuring

       

      °

      Maarten Keulemans 
      19/05/14  Bron: Volkskrant.nl

      Een enorme dinosaurus maakte zo’n 100 miljoen jaar geleden het huidige Argentinië onveilig, ………maar was het de grootste ooit?

      Tandenknarsend zagen paleontologen de afgelopen dagen toe hoe een bericht van precies die strekking wereldwijd de nieuwskoppen domineerde.

      Het begon allemaal eind vorige week

      Wetenschappers in Argentinië, zo maakte de BBC bekend, hadden in de regio Chubut de grootste dinosaurus ooit opgegraven.

      Het zou gaan om een plantenetende langnekdino van twintig meter hoog, veertig meter lang en haast 80 ton zwaar, net een slag groter dan de grootst bekende dino (Argentinosaurus) tot dusver.

      Er kwamen imposante beelden van opgravers die poseerden bij enorme dijbenen, want “een filmploeg van de BBC was erbijom het moment vast te leggen waarop de wetenschappers beseffen hoe groot hun ontdekking eigenlijk is”, aldus de Britse nieuwszender.

      “Er is altijd wat”
      Terwijl er toch alle reden is de vondst diep te wantrouwen, vindt paleontoloog Anne Schulp van het Nederlandse Naturalis.

      “Ze zijn nog niet klaar met opgraven en uitprepareren en een wetenschappelijke publicatie is er niet.”

      Reuzendino’s van het nu gevonden formaat duiken voortdurend op, zegt Schulp. “Maar er is altijd wat. Of de staart is er vanaf geknabbeld, of de nek is weg. Dat maakt schattingen van afmetingen zo moeilijk.”

      Ook hoofdonderzoeker Diego Pol is desgevraagd een stuk voorzichtiger dan de BBC. Op basis van de huidige vondsten zou de dino inderdaad wel eens de grootste en zwaarst bekende tot dusver kunnen zijn, legt hij uit.

      Maar, tekent hij direct aan, bij gebrek aan een compleet skelet kun je dat eigenlijk niet zeggen: “Schattingen van de lichaamsmassa van deze dinosauriërs hebben altijd een grote onzekerheid, van meerdere tientallen tonnen. Welke dino de grootste is, is lastig te zeggen.”

      Onderzoekers wisten ongeveer 150 botten op te graven van zeven dinosaurussen. Geen van de skeletten is compleet. © afp.

      Pol vindt daarom het belangrijkste niet zozeer de maat, maar de compleetheid van de vondst: “Eindelijk hebben we een groot aantal skeletonderdelen van een reuzendinosaurus. Zo kunnen we voor het eerst een relatief complete kennis van de anatomie en biologie van deze reuzen samenstellen.”

      Fatsoenlijk inschatten hoe groot de dieren eigenlijk waren, wordt dan ook voor het eerst mogelijk, verwacht Pol. “Met een precisie die we nu nog niet hebben.”
      °

      “Hufterig gedrag vleeseters”
      Wetenschap per persbericht, is de term voor het bekendmaken van een “ontdekking” zonder deugdelijke onderbouwing in een vaktijdschrift.

      “Mijn dino is langer dan jouw dino”, vat Schulp de huidige ophef samen. “Ik ben bang dat de BBC wat visserslatijn op deze vondst heeft geprojecteerd.”

      Na enig aandringen geeft Pol toe dat zijn team zo zijn redenen had om de pers erbij te halen: de opgraving wordt bedreigd door bouwwerkzaamheden. “Hoewel we wetenschappers zijn, hebben we ook de verantwoordelijkheid om de plekken waar we werken te behouden. En deze site is zo uniek dat een omweg via niet-wetenschappelijke communicatie nodig was.”

      Op de filmbeelden van de BBC is te zien hoe Pol en een collega een dijbeenbot opmeten en tegen elkaar zeggen: “Het is echt de grootste.

      In het Engels, en met duidelijk geacteerde verwondering –  en dat  alles om de graafmachine te keren? 

       

    • Titanosaurus  adaffa 

    http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0084041

  • titanosurus adaffa

    Torosaurus

    Torosaurus était un dinosaure de la famille des Cératopsidés, contemporain de Triceratops. Ces deux espèces font partie des derniers dinosaures à avoir fat leur apparition dans la dernière partie du Crétacé.
    Torosaurus vivait en Amérique du Nord au Crétacé supérieur et a côtoyé Tyrannosaurus.

    Depuis septembre 2009, il existe une controverse sur la validité de cette espèce. En effet, Torosaurus est très semblable à Triceratops. A tel point, que certains spécimens ont été reclassés en tant que Triceratops.

    Ce dinosaure est surtout connu par les caractéristiques de son crâne qui est remarquable. Deux espèces sont considérées comme valides :

    • Torosaurus latus (espèce type). (Marsh, 1891) Amérique du Nord
    • Torosaurus utahensis (Gilmore, 1946). Amérique du Nord

    Torosaurus gladius (Marsh, 1891). Amérique du Nord: Synonyme de Torosaurus latus

    7 autres espèces ont été décrites mais il semblerait que tous ces fossiles ne soient que des variantes de Triceratops.

    Les premiers fossiles proviennent du Wyoming. Torosaurus latus et Torosaurus gladius ont été décrits par O.C Marsh d’après deux crânes isolés et incomplets.

    Torosaurus

    Torosaurus. By Jvstin

    Le crâne de Torosaurus latus devait atteindre environ 2,40 m de long. La corne nasale est assez courte et les cornes, au-dessus des yeux, longues et pointues.

    La collerette est très allongée et très basse. Elle possède des fenêtres circulaires de taille moyenne.
    Par rapport aux autres Cératopsidés, la collerette de Torosaurus se distingue par un contour lisse et régulier.

    Torosaurus gladius est connu d’après un crâne incomplet qui devait atteindre une longueur de 2,60 m.
    Il s’agit là de l’un des plus grands crânes connus de n’importe quel animal terrestre. Ce record est pour le moment partagé avec un autre Cératopsidé du Crétacé supérieur : Pentaceratops sternbergii, décrit par Osborn en 1923.

    Torosaurus

    Crâne de Torosaurus. By Reinagnoma

    Le crâne de Torosaurus gladius diffère légèrement de celui de Torosaurus latus, de part la disposition des cornes au-dessus des yeux, le contour de l’orbite et l’inclinaison de la collerette. On sait aujourd’hui qu’il s’agit simplement de variations liées à l’âge ou au sexe.

    La longueur de Torosaurus est estimée à 7,5 m de long.

    Torosaurus ou Triceratops ?
    Jusqu’à présent, Torosaurus était une espèce à part entière. Mais, des recherches sur des fossiles découverts dans le Montana ont abouti à la conclusion que Torosaurus et Triceratops ne sont qu’une seule et même espèce, du moins pour certains spécimens.

    Le paléontologue John Scannella a remis ses conclusions à ses confrères lors d’une conférence à Bristol en septembre 2009.
    Jack Horner a appuyé ces conclusions.

    Comparatif Torosaurus et Triceratops

    Comparatif entre Torosaurus et Triceratops. (Photos Torosaurus By Reinagnoma . Triceratops © dinosoria.com)

    John Scannella a en fait reclassé les spécimens les plus âgés car leur crâne et leur corne aux caractéristiques particulières ne se seraient qu’une variante due à l’âge et probablement au sexe.

    Torosaurus utahensis , toujours considéré comme une espèce à part entière, pourrait être également qu’une variante plus âgée de Torosaurus latus.

    En définitive, on ne sait pas encore avec certitude si Torosaurus latus est vraiment une espèce. Les fenêtres circulaires qui apparaissent sur la collerette de Torosaurus se développaient probablement avec l’âge pour alléger le crâne.

    Maladie osseuse chez les dinosaures

    Le premier fossile de Torosaurus latus est intéressant car la face interne de certaines parties de la collerette de ce spécimen présente des signes de maladie osseuse.

    Elle a été examinée dans les années 1930 par Roy.L.Moodie, spécialiste en matière de pathologie osseuse.

    Ses conclusions ont suscité des surprises car il montra que ces lésions étaient identiques à celles qui avaient été observées sur les squelettes d’Indiens préhistoriques.

    Il diagnostiqua un myélome multiple ou du moins l’équivalent chez les dinosaures de cette affection humaine : une surface grêlée résultant de la prolifération de petites tumeurs cancéreuses à l’intérieur de l’os.

    Approche du mode de vie

    Cet impressionnant dinosaure herbivore ne pouvait brouter que la végétation basse comme les fougères en dépouillant le feuillage avec son bec. Il laissait ensuite la nourriture se décomposer par fermentation dans son intestin rempli de bactéries.

    Combat territorial entre deux Torosaurus

    Combat territorial entre deux Torosaurus. By Soon

    Les paléontologues disposent de preuves fossiles qui démontrent que certains cératopsiens comme Chasmosaurus vivaient en troupeaux.
    On pense qu’ils formaient des cercles défensifs pour protéger les jeunes derrière une palissade de cornes menaçantes.

    Cependant, concernant Torosaurus, rien n’indique qu’il vivait en troupeaux. Ce type de Cératopsidé à grande corne nasale unique pourrait aussi être comparé aux rhinocéros actuels qui sont des animaux solitaires.

    Faute de fossiles suffisants, nous en sommes réduits à des hypothèses.

    Classification: Ornithischia Cerapoda Ceratopsia Ceratopsidae Ceratopsinae        V. Battaglia (04.2003). M.à.J 11.2009

    Tricératops   Cératopsidés

    torvosaurus skull reconstructions°

    Torvosaurus gurneyi

    De grootste vleesetende dinosaurus van EuropaSergey Krasovskiy      De grootste vleesetende dinosaurus van Europa    06/03/2014Luc De Roy

  • Geleerden hebben in Portugal een nieuwe dinosaurus ontdekt, die de grootste vleeseter ooit in Europa geweest moet zijn. Torvosaurus gurneyi zal zo’n 10 meter lang geweest zijn en 4 tot 5 ton gewogen hebben.

    De beenderen van Torvosaurus gurneyi werden gevonden in een klif bij Praia da Vermelha, ten noorden van Lissabon. Torvosaurus gurneyi (“woeste hagedis van Gurney”) was een theropode, een tweebenige vleeseter met korte armen, waarbij iedereen onmiddellijk aan een tyrannosaurus rex denkt. Maar Torvosaurus leefde veel vroeger, in het late Jura, zo’n 150 miljoen jaar geleden, Tyrannosaurus daarentegen leefde in het Krijt.

    “Onze dinosaurus stamt uit het Jura”, zei professor Octavio Mateus, een van de ontdekkers aan de BBC. Het verschil in ouderdom is opvallend – het bedraagt 80 miljoen jaar. Toen de T. rex rondliep op aarde, was Torvosaurus al een fossiel.”

    Een kaak van het dier werd al in 2003 gevonden door de Nederlandse dinosaurus-restaurateur Aart Walen en de onderzoekers hebben nu nog een aantal lichaamsdelen gevonden. Ze beschrijven de vondst in het laatste nummer van PloS ONE.

    File:Torvosaurus.png

    Comparison of the maxillae of Torvosaurus gurneyi and Torvosaurus tanneri.

    Left maxillae of the holotype specimen of Torvosaurus gurneyi (ML 1100) in A, lateral; B, medial; E, ventral; F, dorsal; I, anterior; and K, posterior views. Left maxillae of a specimen referred to Torvosaurus tanneri (BYUVP 9122) in C, lateral; D, medial; G, ventral; H, dorsal; J, anterior; and L, posterior views. Abbreviations: adc, anterodorsal crest; adr, anterodorsal ridge of the anteromedial process; afo, anterior foramina; al1, first alveolus; al8, eighth alveolus; al10, tenth alveolus; amp, anteromedial process; aor, antorbital ridge; avg, anteroventral groove of the anteromedial process; avr, anteroventral ridge on the anteromedial process; idw, interdental wall; ldr, laterodorsal ridge within the anterior corner of the lateral antorbital fossa; mfo, maxillary fossa; nuf, nutrient foramina; nug, nutrient groove; nvo, neurovascular opening. Scale bars = 5 cm.

    http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0088905

    Torvosaurus tanneri

    In eerste instantie dachten de onderzoekers dat ze te maken hadden met een Torvosaurus tanneri, een soort die vooral in Noord-Amerika leefde en waarvan resten gevonden werden in rotsen van dezelfde ouderdom, de zogenoemde Morrison-formatie. Maar uit onderzoek van de tanden, de bovenkaak, het scheenbeen en de staart bleek dat het om een nieuwe soort ging.

    Dat betekent dat beide soorten een gezamenlijke voorouder moeten hebben gehad, lang voor de Atlantische Oceaan zich gevormd had. “150 miljoen jaar geleden was Portugal al afgescheiden van Amerika en dat betekent dat het mechanisme van de soortvorming kon gaan spelen”, zei de belangrijkste auteur van de studie, Cristophe Hendrickx. “En daardoor hebben we een nieuwe soort van Torvosaurus in Europa.”

    Top van de voedselpiramide

    Een van de meest indrukwekkende kenmerken van Torvosaurus waren zijn tanden, lemmet-vormig en meer dan 10 centimeter lang. Die wijzen erop dat hij aan de top van de voedselpiramide gestaan moet hebben in het Iberische schiereiland.

    Dentition of Torvosaurus gurneyi (ML 1100).

    A, C, E–H, Second maxillary tooth; and B, D, third non-erupted maxillary tooth of the holotype specimen of Torvosaurus gurneyi in A–B, labial; C–D, lingual; E, mesial; F, distal; G, basal; and H, apical views. I–J, Distal; and K–M, mesial denticles of the second maxillary tooth in lateral view. M, Distal serrations showing the interdenticular sulci; and N, enamel texture of the third non-erupted tooth in labial view. Abbreviations: cd, cervix dentis; dca, distal carina; del, dentine layer; ent, enamel texture; ids, interdenticular sulci; idsp, interdenticular space; mca, mesial carina; lic, lingual concavity for the erupting tooth; puc, pulp cavity; ro, root; uet, unerupted tooth; und, transversal undulation. Scale bars = 5 cm (A–F), 3 cm (G–H), 3 mm (I, K, M–N), 1 mm (J, L).

    doi:10.1371/journal.pone.0088905.g007

    torvosaurus gurneyi

    “Naast dinosaurussen had je toen schildpadden, krokodillen, de vliegende reptielen die we pterosaurus noemen, en ook kleine zoogdieren”, zei professor Hendrickx. Prof Mateus voegde daar aan toe: “Dit was een gebied met veel rivieren, veel zoet water, en veel vegetatie. Dat zal dus goed geweest zijn voor planteneters, en met planteneters komen ook vleeseters zoals Torvosaurus.”

    Hoewel Torvosaurus gurneyi waarschijnlijk de grootste vleeseter uit Europa geweest is, zijn er nog grotere exemplaren bekend van elders. De Carcharodontosaurus, Gigantosaurus en Tyrannosaurus uit andere delen van de wereld en uit de latere Krijt-periode, waren allemaal groter. En er leefden ook vleeseters in het water, zoals pleisiosaurussen, die minstens even groot waren.

    De grootste planteneter in Europa was waarschijnlijk een sauropode, een viervoetige dinosaurus met een lange nek, uit Spanje die meer dan 40 ton woog.

    Deze reconstructie toont hoe groot Torvosaurus gurneyi moet geweest zijn. (Scott Harman/Carol Abraczinskas/Simão Mateus)

    *
    De grootste vleesetende dinosaurus van   ….. (<– bronpagina met video )
    • Torvosaurus tanneri is een vleesetende theropode dinosauriër, behorend tot de Spinosauroidea, die tijdens het late Jura leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika. Het eerste fossiel van Torvosaurus werd in 1971 gevonden in Colorado.
    One of the original upper mouth palates of the Torvosaurus gurneyi is pictured. T. gurneyi had blade-shaped teeth up to 10 cm long, which indicates it may have been at the top of the food chain

    One of the original upper mouth palates of the Torvosaurus gurneyi is pictured. T. gurneyi had blade-shaped teeth up to 10 cm long, which indicates it may have been at the top of the food chain

    Read more: http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-2573834/The-fearsome-beast-roam-Europe-New-species-33ft-long-dinosaur-largest-carnivorous-predator.html#ixzz2vG0t12mC

    Hij was iets kleiner dan een bus en zo zwaar als vijf stadsautootjes. Torvosaurus gurneyi was ooit het grootste landroofdier in Europa. Onderzoekers hebben een fossiel van deze agressieve soort gevonden in Portugal. De fragmenten wijzen op een tot tien meter lange en vijf ton zware vechter, schrijven de onderzoekers in het tijdschrift PlosOne.

    Paleontologen van de Universidade Nova de Lisboa hebben vooral de kaakfragmenten onderzocht, die een paar jaar geleden zijn ontdekt in de buurt van de Portugese stad Lourinha. De conclusie is dat het gaat om een nieuwe soort die leefde in de Boven-Jura-periode, ongeveer 150 miljoen jaar geleden.

    Het moet een indrukwekkend dier zijn geweest, de top van de lokale voedselketen. Zijn tanden waren bijvoorbeeld twee keer zo lang als die van een witte haai

    500x500torvosaurus.jpg

    Ze dienden waarschijnlijk vooral om andere dinosaurussen te verorberen, denken de onderzoekers.

    Het is niet voor het eerst dat een dergelijke dino is gevonden. Al in 1972 trokken Amerikanen in Colorado vergelijkbare botten uit een rotswand. Alleen werden die  toegeschreven aan een andere soort, de Torvosaurus tanneri. Maar de Torvosaurus gurneyi is toch echt een nieuwe soort.

    Dat blijkt onder andere uit het gebit van het dier dat nu in Portugal is gevonden. Dat bevat minder dan elf tanden, minder dan de T. tanneri.

    _________________________________________________
     

    Triceratops

    Torosaurus en Triceratops waren één soort Tim Kraaijvanger op 19 juli 2010

    Lange tijd dachten wetenschappers dat de Torosaurus en Triceratops twee verschillende soorten dinosauriërs waren. Dit is niet waar. Uit nieuw onderzoek blijkt dat beide dinosauriërs één soort waren, waardoor de Torosaurus definitief uit de encyclopediën verdwijnt.

    Paleontologen dachten dat de Torosaurus een groter nekschild had dan de Triceratops. Onterecht, want paleontologen John Scannella en Jack Horner van de Montana staatsuniversiteit beweren dat Torosauriërs gewoon volwassen Triceratops waren.

    Het misverstand is goed te verklaren, want jeugdige dinosauriërs zagen er niet uit als miniatuurversies van volwassen dino’s. Ze waren heel anders. Wanneer een dino volwassen werd, veranderde zijn schedel radicaal. Hierdoor lijken Torosauriërs en Triceratops twee soorten, maar eigenlijk zijn het verschillende groeifases van één dinosaurussoort.

    “Helaas kunnen we geen levende Triceratops observeren, waardoor we de groeifase van baby tot volwassene missen”, zegt Scannella. “Toch krijgen we een goed beeld van deze fase door fossielen te combineren. Om een volledig beeld te krijgen, zijn veel verschillende fossielen van individuen nodig.”

    Scannella hoopt dat paleontologen in de toekomst niet te snel beweren dat ze een nieuwe dinosaurussoort hebben ontdekt. Het is goed om rekening te houden met de ontwikkelingsfysiologie (ontogenie) van de dinosaurus.

    De Triceratops leefde in het late Krijt in het huidige Noord-Amerika. Van alle Ceratopidae had de Triceratops het langste nekschild. Het schild kon gemakkelijk een lengte van enkele meters bereiken.

    Torosaurus latus = Triceratops
    http://www.amnh.org/exhibitions/dinosaurs/images/exhibit/gallery/lg/markhallett_triceratops.jpg

    May 14
    triceratops-slide-490-12251-1
  •          

    TriceratopsPic © University of California Museum of Paleontology
    triceratops-nmnh

    triceratops-horridus-Triceratops – tri ser’ a tops – meaning ‘three-horned face’ (derived from the Greek tri -/ meaning ‘three’, ceras/ meaning ‘horn’ and meaning ‘face’) was a ceratopsid herbivorous dinosaur genus, from the Late Cretaceous Period (from around 70-65 million years ago) of what is now North America. It lived at around the same time and place as Tyrannosaurus, Ankylosaurus and another well-known ceratopsid, Torosaurus. Although no complete skeleton has been found, it has been estimated that Triceratops was about 9 m (30 ft) long, 3 m (10 ft) tall, and weighed around 5,400 kg (12,000 lb).

    Discoveries and species
    Triceratops was discovered by John Bell Hatcher, in 1888. Its declaration as a legitimate dinosaur came when an intact skull was found. It was named by Othniel Charles Marsh in 1889 (some time earlier, however, in 1887 near Denver, Colorado, USA, he had misidentified the Triceratops as a type of bison, giving it the name Bison alticornis). The sturdy nature of the animal’s skull has ensured that many examples have been preserved as fossils, allowing variations between species and individuals to be studied. Triceratops remains have subsequently been found in Montana, South Dakota, and Wyoming, in the USA and in Saskatchewan and Alberta, in Canada.

    How many species?
    In the first decades after Triceratops was described, various skulls were collected, which varied to a lesser or greater degree from the original Triceratops, named T. horridus by Marsh (from Latin horridus; “rough, rugose”, suggesting the roughened texture of the bones, which Marsh later admitted belonged to an aged individual). Discoverers would write these up as separate species (listed below). Eventually, however, the idea that the differing skulls might be representative of individual variation within one (or two) species gained popularity. In 1986, Ostrom and Wellnhofer published a paper where they proposed there was only one species – Triceratops horridus. Part of the rationale is that generally there are only one or two species of any large animal in a region (e.g. elephant or giraffe in modern Africa). A few years later, Cathy Forster reanalysed Triceratops material more comprehensively and concluded that the remains fell into two species, T. horridus and T. prorsus, although the distinctive skull of T. (now tentatively Diceratops) hatcheri differed enough to warrant a separate genus.

    Paleobiology
    Although Triceratops is commonly portrayed as a herding animal, there is currently no solid evidence that it lived in herds. Unlike other horned dinosaurs, some of which are known from sites preserving dozens or hundreds of individuals, all Triceratops finds known at present preserve only solitary individuals.

    Order: Ornithischia
    Suborder: Marginocephalia
    Infraorder: Ceratopsia
    Family: Ceratopsidae
    Subfamily: Ceratopsinae
    Genus: Triceratops

    Triceratops (“driehoorngezicht”; het Griekse keras, genitief keratos, betekent “hoorn”; ops, meervoud opia, “gezicht”) was een ornithischische dinosauriër uit de groep van de Ceratopia die negen meter lang en drie meter hoog kon worden.

    Triceratops was een enorm dier, de grootste bekende ceratopiër, met de afmetingen van een olifant. Hij kon tot negen meter lang worden en acht ton zwaar.

    Triceratops valt vooral op door de eigenaardige vorm van de kop. In tegenstelling met vele andere dinosauriërs had Triceratops in verhouding tot het lichaam een grote kop. Zijn kop bestond grotendeels uit zware beenderen. Vergeleken met de grootte van de schedel is de herseninhoud van deze reus heel klein. De kop droeg drie hoorns (vandaar de naam), twee boven de ogen en een, een kortere op de neus. Deze hoorns gebruikte hij waarschijnlijk om eventuele vijanden af te schrikken maar ook bij onderlinge krachtmetingen tussen de mannetjes. Opvallend aan de schedel is het grote pantserschild, dat uit slaap- en wandbeenderen bestaat en de nek beschermde. Ook op andere plaatsen was het lichaam door pantserplaten in de huid en door hoornstekels beschermd. De nek van Triceratops moest heel erg sterk zijn, om het gewicht van de kop te dragen. Ook gebruikte hij zijn nek om taaie begroeiing af te scheuren.

    Voor zo’n zwaar dier was Triceratops een opvallend snelle loper. Vaak denkt men bij deze dieren dat ze vergelijkbaar zijn met hedendaagse reptielen. De kop van het dijbeen van de Triceratops is echter rond en past zo in de heupholte dat de poten recht onder het lichaam staan, in tegenstelling tot huidige reptielen, waarvan de poten meer naar bezijden uitsteken. De knieën en ellebogen werden echter gebogen gehouden wat een snelle gang mogelijk maakte. De musculatuur was daarbij heel zwaar. De paleontoloog Robert Bakker meende dat het beest in galop een snelheid van wel 50 kilometer per uur kon bereiken; anderen denken echter dat de beweeglijkheid van het schouderblad onvoldoende was om te galoperen. De zware poten waren van hoeven voorzien; de voorpoot had vier tenen, de achterpoot drie. De korte staart stak naar achteren.

    Triceratops leefde alleen in Noord-Amerika (Montana, Wyoming, Colorado en Dakota) aan het eind van de Krijtperiode, het laatste Maastrichtien, 68-65 miljoen jaar geleden. Hij was daarmee één van de laatste dinosauriërs tijdens het Mesozoïcum. Er heerste in die tijd een warm, mild en stabiel klimaat.

    Om zich voort te planten legde Triceratops vermoedelijk elk jaar eieren in een nest. Triceratops leefde wellicht niet alleen maar in kudden. Hiervoor bestaat echter geen direct bewijs in de vorm van een door een modderlawine bedolven kudde, zoals wel aangetroffen bij sommige andere ceratopiërs. De kuddevorm leverde voordelen op bij de verdediging. Waarschijnlijk zal Tyrannosaurus, de belangrijkste predator in het ecosysteem waarin Triceratops leefde er niet aan gedacht hebben het directe gevecht met zo’n troep aan te gaan en beperkte zich tot hinderlagen of het met een jachtgroep opdrijven. Het is wel verondersteld dat de uitzonderlijke grootte en zware bouw van Tyrannosaurus een aanpassing was aan het jagen op zo’n gevaarlijke prooi als Triceratops. Veel alternatieven waren er niet want Triceratops vormde in zijn habitat verreweg de meest voorkomende planteneter. Dit gegeven is wel als een argument gebruikt dat over de hele planeet de soortenrijkdom terugliep, maar het kan ook een lokaal verschijnsel geweest zijn.

    Triceratops May 13, 2011

    Filed under: Ceratopsia

    Triceratopswas a large, powerful ceratopsian, having one horn on its nose, which was small and stumpy, and one above each eye, which were up to a metre long. Triceratops probably used these long horns as weapons. It walked on all fours and had sturdy pillar-like legs. Its front legs were especially strong because they had to support the weight of its extremely heavy head.

    Although Triceratops was the biggest of the long-frilled chasmosaurine ceratopsians (the living animal weighed something like 4.5 tonnes), its frill wasn’t as long as that of its relatives. It was more in the proportion of its short-frilled cousins, the centrosaurines. When it was discovered, it was only known from a pair of horn cores. However, the whole skulls were so solid that they began to turn up quite regularly as complete fossils. Over the years, so many different skulls of Triceratops have been unearthed that at one time there were 16 species attributed to the genus. These have now been combined, so that only the two given here are acknowledged, the common T. horridus and the bigger, but rarer, T. prorsus. Some authorities regard these as male and female T. horridus.

    Factbox

    Name: Triceratops, meaning ‘three-horned face’ Size: up to 9m long and 3m high Food: all types of plants Lived: 70-66 million years ago in the Late Cretaceous in North America

    Triceratops is the biggest and best-known of all ceratopsians. Its three magnificent horns give it its name. The horns on the fossilised skulls are only cores – they would have been covered in horny sheaths that made them much bigger. The neck shield is massive, with no holes in it, and is bordered by little knobs of bone. The teeth are arranged to work as shears, and powered by strong jaw muscles.

    Around Triceratops’ neck was a huge, bony frill which protected its shoulders and could withstand shattering blows from other dinosaurs. Although nobody really knows what colour dinosaurs were, some scientists think that Triceratops’ neck frill was brightly coloured. They believe that Triceratops was so well armed, it didn’t need to be a green or brown colour for camouflage, but had a brightly coloured frill to attract females.

    Triceratops was a herbivore. It nipped off shoots and leaves with its bony parrot-like beak. It ground them up with rows of teeth at the back of its mouth. As the teeth wore down, new ones grew in their place.

    On its massive head, Triceratops had three horns: above each eye and another on the end of its nose. It used the horns to defend itself from hunting dinosaurs, such as Tyrannosaurus. It also used the horns to fight other male Triceratops for the females, before mating.

    The males probably fought each other to become leader of a herd and to attract females. They did not use their horns to wound. Instead, two males shoved and butted each other with their massive heads, locking horns in a bruising battle to prove which was the strongest. A Triceratops’ neck frill would protect its shoulders and body from a head-on attack by another male. Scientists have found damaged neck frills, which show that these fights between males were fierce enough to cause injuries.

    Even dinosaurs as large as Tyrannosaurus would have thought twice about attacking Triceratops, because it could cause serious wounds by stabbing the enemy with its sharp horns. Triceratops was well-protected against attacking dinosaurs. Its bony neck frill was a good defence against sharp teeth and claws and it had tough skin with occasional hard knobs along its back.

    Triceratops could charge at its enemies by sprinting at a top speed of 35km/h. A charge from this rhinoceros-like dinosaur would probably have been enough to scare off many predators.

    Triceratops

    Trois cornes, mélange de buffle et de rhinocéros, plantées sur la tête. Une collerette osseuse qui ressemble à une véritable cuirasse. Tel est le portrait du Triceratops.
    Avec ses 9 mètres de long, ses 3 mètres de haut et ses 6 à 8 tonnes, cet herbivore détient le record de fossiles exhumés

    Les espèces de Triceratops (Triceratops signifie “Face à trois cornes”.)

    Triceratops horridus, l’espèce type, a été décrite en 1889. Sa taille est estimée à 9 m de long. La deuxième espèce valide est Triceratops prorsus. décrite en 1890 et découverte dans le Montana.

    Tous les fossiles de Triceratops ont été mis au jour en Amérique du Nord et datés du Crétacé supérieur.

    Plusieurs autres espèces ont été décrites mais, aujourd’hui, les paléontologues s’accordent à dire que ces espèces ne sont en réalité que des Triceratops horridus de sexe et d’âge différents. Les mâles auraient des crânes plus massifs et des cornes plus imposantes que les femelles.

    Triceratops prorsus est pour le moment considéré comme une espèce à part entière mais il se pourrait que les différences morphologiques ne soient qu’à mettre sur le compte du dimorphisme sexuel.

    Les analyses des différents fossiles sont toujours à l’étude.

    En septembre 2009, John Scannella a reclassé certains spécimens de Torosaurus comme Triceratops. Il est persuadé que les spécimens les plus âgés ont développé certaines caractéristiques et qu’il ne s’agit en réalité qu’une seule et même espèce.

    Une étrange collerette

    Pourquoi Mère Nature a-t-elle accouchée d’un animal aussi étrange ?

    Les paléontologues pensent que cette cuirasse servait au Triceratops à se défendre bien sûr mais surtout à rivaliser avec les autres mâles pour conquérir des femelles.
    Rien ne dit que leur collerette ne changeait pas de couleur pour impressionner leurs adversaires. De même que les cerfs actuels pratiquent le corps à corps dans des rituels sauvages, le Tricératops pouvait engager des combats pour évincer les autres prétendants.

    Triceratops

    Grande collerette du Triceratops. © dinosoria.com

    En examinant de près la collerette, on s’aperçoit qu’elle est constituée d’os parcourus en tout sens de sillons plus ou moins profonds. Il s’agit de traces de vaisseaux sanguins. Du vivant de l’animal, ces vaisseaux étaient recouverts de peau et devaient donner une couleur vive à la collerette. Elle servait probablement de régulateur de chaleur.

    Corne de Triceratops

    Corne de Triceratops . (Musée d’Histoire Naturelle de Londres). © dinosoria.com

    Ces dinosaures, les cératopsiens, avec de grands collets osseux apparurent au Crétacé. En quelques millions d’années, ils triplèrent leurs dimensions et peuplèrent la Terre. Les Triceratops vivaient en groupe avec très certainement une hiérarchie sociale bien établie.

    Triceratops

    Le Triceratops était bien armé contre les prédateurs. © dinosoria.com

    Le crâne très développé du Tricératops lui servait à se défendre mais aussi à dépouiller les plantes. Rien ne dit que sa collerette ne changeait pas de couleur pour impressionner les autres prétendants. Les plaques pointues protégeaient son cou des prédateurs.

    Combat entre deux titans : Triceratops contre Tyrannosaurus

    Tricératops avait développé une défense active hors du commun. Il est vrai qu’à la même époque vivait le plus grand des prédateurs : Tyrannosaurus Rex. Il est certain qu’aucune autre confrontation proie-prédateur n’a été aussi dantesque.

    Soutenir la lutte contre le Tyrannosaure nécessitait des armes surpuissantes. Tricératops portait le crâne le plus large et le plus lourd jamais développé : 2 m de long au moins, plus d’1 m et demi de large. Ses cornes pouvaient atteindre 1,20 m de long.

    Triceratops contre Tyrannosaurus

    Combat entre les deux titans. © Maingeot (avec son aimable autorisation)

    Cette perfection défensive en action devait être extraordinaire, avec son crâne de 2 m pivotant de part et d’autre et sa collerette décrivant de larges arcs de cercle.
    Une question reste en suspend : Qui remportait la victoire ?

    Classification: Ornithischia Cerapoda Ceratopsia Ceratopsidae Ceratopsinae  (V. Battaglia (05.2003). M.à.J 11.2009)

    Cératopsidés

    Triceratops

    19 februari 2012 Caroline Kraaijvanger 1

    De Triceratops is een indrukwekkende dino die het soms zelfs van een T. rex won.

    De Triceratops is misschien niet zo beroemd maar dit dinosaurussengeslacht is voor veel mensen toch zeker geen onbekende. De beesten zijn namelijk een opvallende verschijning in de geschiedenis van onze planeet.Met indrukwekkende hoorns op de kop en hun bijzonder robuuste bouw waren het ooit organismen om rekening met te houden of zelfs voor op de loop te gaan.

    Resten   De eerste restanten van de Triceratops werden aan het eind van de negentiende eeuw ontdekt in de VS. En ook na die tijd werden in het noorden van Amerika regelmatig (delen) van Triceratops teruggevonden.

    Hoorn   De Triceratops heeft zijn naam te danken aan de hoorns op zijn lijf. Triceratops betekent letterlijk zoiets als ‘gezicht met drie hoorns’. De dinosaurussen uit dit geslacht hadden een hoorn op hun neus en twee op de kop. Hoewel dit de meest kenmerkende eigenschappen van de Triceratops zijn, is nog altijd onduidelijk waar de hoorns voor dienden.

    Sommige wetenschappers denken dat de dino’s de hoorns gebruikten om te vechten. Anderen vermoeden dat de hoorns daar te zwak voor waren en eerder dienst deden als machtsvertoon.

    Indrukwekkend
    En het moet worden toegegeven: mede dankzij die hoorns waren de dino’s uit dit geslacht een indrukwekkende verschijning. Naast de drie hoorns had de dinosaurus in zijn nek ook nog een enorm schild dat één van zijn kwetsbaarste lichaamsdelen (de hals) beschermde. Daar komt nog eens bij dat dinosaurus vrij groot was: het beest kon wel drie meter hoog en negen meter lang worden en woog al snel zo’n 5000 kilo.

    Een bijzondere vondst wijst erop dat tyrannosaurus en tricerarops soms met elkaar in de clinch lagen … Wetenschappers hebben de resten van een Triceratops teruggevonden en de hoorn die zich links op de kop bevindt, is zwaar beschadigd.

    Een T. rex zou deze hoorn ernstig hebben toegetakeld. Hiermee ontnam hij zijn prooi één van de manieren waarop deze zichzelf kon verdedigen.

    Toch wil dat niet zeggen dat de Triceratops geen schijn van kans meer maakte. Het beest had nog meer scherpe hoorns.

    En inderdaad: de Triceratops trok aan het langste eind. De gevonden resten wijzen er namelijk op dat de schade aan de hoorn zich herstelde. Het bewijs dat de Triceratops het gevecht overleefde.

    Mogelijk zag de T. rex ook wel in dat hij deze strijd niet zou gaan winnen en koos hij het hazenpad. Of misschien liet Triceratops de dino eerst nog even voelen dat hij ook met zijn twee overgebleven hoorns tot heel wat in staat was.

    We weten het niet.Maar één ding staat vast. De Triceratops was zelfs voor de carnivore giganten uit die tijd een factor om rekening met te houden.

    Kudde
    Daar komt nog eens bij dat een (jonge) Triceratops er hoogstwaarschijnlijk niet zo snel alleen voor kwam te staan. Wetenschappers zijn er tamelijk zeker van dat deze dinosaurussen in kuddes leefden.
    Hoe weten we dat?  Enkele jaren geleden troffen wetenschappers drie jonge dino’s uit het geslacht Triceratops bij elkaar aan. De dinosaurussen legden het loodje tijdens een overstroming.

    Onder andere dinosaurussoorten is het zeker niet ongewoon dat jonge dino’s samen leven en reizen. Deze vondst wijst erop dat ook jonge Triceratops dat deden.

    Mogelijk deden ze het omdat het veiliger was. Toch wil dat niet zeggen dat de Triceratops alleen maar in kuddes rondhing.

    Wetenschappers vermoeden dat ze soms ook wel eens alleen op weg gingen.

    Planteneter

    Hoewel het niet verstandig was om ruzie te krijgen met een Triceratops hadden de meeste dieren weinig van de flinke dinosaurus te vrezen.Deze dinosaurus hield het bij planten.

    Zoals gezegd legde de laatste Triceratops ongeveer 65 miljoen jaar geleden het loodje.
    Een meteorietinslag maakte een einde aan de tijd van de dinosaurussen. En opvallend genoeg wijst op dit moment alles erop dat een gigant als de Triceratops het zelfs na die catastrofe het langste volhield.
    In juli vonden wetenschappers naar eigen zeggen de jongste dinosaurus ooit. En dat was een Triceratops.

    Vooralsnog betekent dat dat de Triceratops het het na de massa-extinctie het langst op aarde heeft volgehouden.

    Op basis van het ( aangenomen ) levensverhaal van de Triceratops kunnen we dan ook wel concluderen dat het beest ‘een taaie’ was.

  • Trigonosaurus
  • Trimucrodon

Coelurosauria Maniraptora Troodontidae : Late Cretaceous : Canada, Mexico, US, Tadzhikistan, Uzbekistan
Length: 2 meters Width: 0.35 meters Height: 1.2 meters Weight: 20 Kg

Named in 1856 from a small, sharp tooth, the turkey-sized troodon (wounding tooth) was at first believed to resemblance one of the lateral denticles of the great extinct shark, Carcharodon angustidens… Nopcsa (1901) and Hay (1902) reclassified Leidy lacertian genus as a megalosaurid dinosaur. Gilmore (1924), however, interpreted the premaxillary teeth of the pachycephalosaur Stegoceras as generically indistinguishable from Leidy type tooth, and claimed Troodon was the valid name for the dome-headed ornithopod. C.M. Sternberg (1945) rejected Gilmore proposed synonymy and showed that Troodon teeth had characters typical of the maxillary and dentary teeth of carnivorous dinosaurs.
Troodon tooth was not matched with bones until the 1980s.
The bones showed that this dinosaur had been a sharp eyed, bird-like theropod with a bigger brain for its body size than almost any other dinosaur. Its hands couls grasp, and they possessed large, sharp, hook-like claws. Its extremely long slim legs ended in elongated feet with three weight-bearing toes, the second toe armed with a deep, curved claw a bit like that of Deinonychus.
Despite the simmilarity, some scientist believe that troodon and Deinonychus were not closely related.
Scientist suspect that Troodon anatomy made this theropod a deadly hunter of small mammals that ventured out to feed at dusk.
Most dinosaurs had eyes on the sides of their heads, but Troodon large eyes faced partly forwards, more like ours. This would probably had given it binocular vision, making this predator particularly good at focusing upon small, swiftly moving animals no bigger than rats.

Troodon   ….Si l’on compare son volume cérébral à sa taille, Troodon était l’un des dinosaures les plus intelligents.

Les griffes en forme de faucille de ses pieds et les trois griffes de ses mains lui permettaient de saisir ses proies.
Ses yeux particulièrement développés en faisaient un excellent chasseur de jour comme de nuit

Troodon signifie ” Dent qui blesse”. Plusieurs espèces ont été décrites:

  • Troodon asiamercanus
  • Troodon bexelli
  • Troodon edmontonensis
  • Troodon formosus
  • Troodon isfarensis
  • Troodon sternbergi
  • Troodon wyomingensis

Troodon formosus, l’espèce type, a été décrite en 1856. Il vivait au Crétacé supérieur.

La taille de Troodon est estimée à 2 m de long.

Les fossiles ont été découverts au Canada, aux Etats-Unis et au Mexique. Troodon isfarensis, décrit en 1995, a été exhumé en Tadjikistan (Asie).

Troodon asiamercanus a lui été trouvé en Ouzbékistan (Asie).

Le crâne de Troodon révèle de larges orbites et un espace suffisant pour un cerveau volumineux.

Pendant de nombreuses années, Troodon était surtout célèbre pour ses dents acérées aux arêtes crénelées d’où son nom de “dent qui blesse”.

Outre cette fameuse dent, il possédait des dents singulièrement variées que l’on a longtemps attribuées à d’autres dinosaures.

Troodon

Ce crâne montre des orbites très développées. © dinosoria.com

Maigre et énergique, les illustrations le montrent toujours avec une peau nue mais il est possible qu’il ait été recouvert d’un plumage duveteux et isolant. Si Troodon chassait après le crépuscule, ce que suggère la taille de ses yeux, ses proies principales pouvaient être des mammifères presque tous nocturnes au Crétacé.

Troodon était un parent attentif. Il prenait soin de ses petits et les protégeait. Des nids fossilisés ont été trouvés dans le Montana. Certains oeufs contenaient encore des petits. Près d’eux, gisaient des squelettes d’adultes.

Classification: Saurischiens Theropodes Tetanoures Coelurosaures Troodontidés

V.Battaglia (11.2003. M.à. J 05.2004)

troodont Mei,

Troodont

A second specimen of the troodontid Mei, preserved in a bird-like sleeping position. From Gao et al., 2012
Read more: http://blogs.smithsonianmag.com/dinosaur/2012/10/how-did-dinosaurs-sleep/#ixzz2IhEXm3P4
Follow us: @SmithsonianMag on Twitter

Een Troodon werd zo’n 2,4 meter lang.

© thinkstock.

Dat dinosaurussen eieren legden is al lang geweten. Hoe ze die eieren precies uitbroedden echter niet. Deden ze dat zoals moderne vogels door erop te zitten, of stopten ze ze onder de grond zoals krokodillen?

Een onderzoek aan de universiteiten van Calgary en Montana toont aan dat de nakomelingen van ten minste een dinosoort ter wereld kwamen zoals een moderne vogel. Het gaat om de Troodon, een relatief kleine dino die 2,4 meter lang werd en ongeveer 75 miljoen jaar geleden leefde in het Boven-Krijt.Verschil
Het verschil tussen eieren die worden uitgebroed en eieren die worden begraven is te zien aan de schaal. Vogeleieren die blootgesteld worden aan de lucht hebben namelijk minder poriën dan krokodilleneieren, waarvan de schaal onder de grond genoeg zuurstof en water moet doorlaten omdat de kleine krokodillen anders stikken. De vogeleieren lopen dan weer meer risico uit te drogen en hebben dus minder poriën. Sommige vogelsoorten begraven hun eieren trouwens ook in een soort heuveltje.Dinospecialiste Darla Zelenitsky van de universiteit van Calgary en paleontoloog David Varricchio van de Montana State University vergeleken gefossiliseerde clusters eieren van de Troodon met moderne varianten. Ze ontdekten dat de poreusheid varieerde langs de schaal, wat suggereert dat de dino de eieren bijna verticaal in zand of modder legde, maar ze niet helemaal begroef. De ouder zou dan rechtstreeks contact hebben gehad met de bovenkant van de deels begraven eieren, zegt Varricchio.Overeenkomsten
“Er zijn overeenkomsten met een bijzondere vogel, de krokodilwachter. Die vogel broedt zijn eieren uit terwijl ze deels begraven zijn in de zanderige ondergrond van het nest”, luidt het. De waadvogel legt zijn eieren in warm zand en zit er dan op met een natte buik, waardoor hij de eieren afkoelt van bovenaf.De ontdekking toont volgens de wetenschapper aan dat vogelachtig gedrag evolueerde bij theropoda, de groep tweepotige dino’s die verwant zijn met de hedendaagse vogels. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het tijdschrift Paleobiology.22/04/13 –   Bron: LiveScience

 

zie

http://www.pinterest.com/tsjok/dinosauricon-s-saurolophus/

Pin op DINOSAURICON S SAUROLOPHUS – Pinterest

tsjintaosaurus collage

Here is a more correct reconstruction of the “crest ”

Tsintaosaurus

 

Tuojiangosaurus (‘Tuo River lizard’) is a dinosaur from the Late Jurassic Period, recovered from the Upper Shaximiao Formation of what is now Sichuan Province in China. It is a stegosaur. Physically similar to the North American Stegosaurus, Tuojiangosaurus is the best understood of the Chinese stegosaurs. It was around 7.0 m (23 ft) long and 2 m (7 ft) high, with a postulated weight of around 2.7 tonnes (6000 lbs).

Discovery and species
The only species, T. multispinus, was named in 1977 (exactly a hundred years after Stegosaurus) on the strength of two specimens, one over half complete. Like its compatriot Kentrosaurus, it had spikes above the hips and it had two rows of 15 pointed plates along the spine. It also had two outward-pointing spikes on each side of the end of the tail, angled approximately at 45 degrees to the vertical. In stegosaurs, this spike arrangement has become affectionately known as the “Thagomizer”.

Order: Ornithischia
Suborder: Thyreophora
Infraorder: Stegosauria
Family: Stegosauridae
Genus: Tuojiangosaurus

Tuojiangosaurus

Tuojiangosaurus vivait il y a 161-155 millions d’années à l’époque du Jurassique supérieur en Chine. Ce dinosaure fait partie des Stégosauridés.

Tuojiangosaurus multispinus est le seul représentant de cette famille découvert en Asie. Les paléontologues ont eu la chance de mettre au jour plusieurs squelettes de spécimens adultes et juvéniles assez bien conservés

Avec une longueur atteignant 7 mètres, Tuojiangosaurus ” Lézard de la rivière Tuo ” ressemblait de par sa constitution à Stegosaurus, qui se caractérisait par des plaques osseuses sur le dos.

Tuojiangosaurus multispinus, l’espèce type, a été décrite en 1977. Le portrait est pour le moment encore incertain sur de nombreux points car les fossiles constituent en fait un mélange de plusieurs individus.

Ce dinosaure possédait une queue épineuse. A l’extrémité de la queue se trouvaient deux à quatre paires de longues épines, qui représentaient une arme dangereuse.

Tuojiangosaurus

Squelette reconstitué de Tuojiangosaurus. © dinosoria.com

Sa caractéristique la plus étrange est la longue pointe qui sort de chacune de ses épaules. Les paléontologues pensent qu’elles servaient à protéger les flancs vulnérables de l’animal.

Les plaques situées sur le dos constituaient par contre une faible protection car il s’agit de sept grandes paires de plaques qui courent le long de la colonne vertébrale et disposées en parallèle.

Plaques dorsales de Tuojiangosaurus

Plaques dorsales de Tuojiangosaurus (Musée d’Histoire Naturelle de Londres). © dinosoria.com

Si elles ne servaient pas de protection, quelle était leur utilité ? Cette question fait l’objet de nombreux débats mais reste pour le moment sans réponse.

Avec sa tête petite et mince et ses mâchoires pourvues de dents basses en forme de couronnes, Tuojiangosaurus cherchait probablement sa nourriture parmi les plantes basses et les fougères.

Plaques dorsales de Tuojiangosaurus

Tête fine et allongée de Tuojiangosaurus. © dinosoria.com

Il ne pouvait pas se dresser sur ses pattes arrière comme Stegosaurus, car il lui manquait les apophyses vertébrales indispensables au développement de la musculature adéquate.

Classification: Ornithischia Thyreophora Stegosauria Stegosauridae

tyrannosaurus casts

Australian tyrannosaurus  ?

tyrannosaur-bone australia

australian tyrannosaur

Tyrannosaurus

Tyrannosaurus

Tyrannosaurus-rex  model

Tyrannosaurus

Tyrannosaurus meaning ‘tyrant lizard’ is a genus of tyrannosaurid theropod dinosaur. The species Tyrannosaurus rex, commonly abbreviated to T. rex, is one of the dinosaurs most often featured in popular culture around the world. It comes from what is now western North America. Like other tyrannosaurids, Tyrannosaurus was a bipedal carnivore with a massive skull balanced by a long, heavy tail. Relative to the large and powerful hind limbs, Tyrannosaurus forelimbs were small and retained only two digits. Although other theropods rivaled or exceeded T. rex in size, it was the largest known tyrannosaurid and one of the largest known land predators, measuring over 12 metres (40 feet) in length and up to 7.5 tons in weight.

In 1993 a rival to T-rex was discovered in Argentina, which was approximately 50% larger, and had sharper teeth – Gigantosaurus !

Tyrannosaurus rex

Tyrannosaurus meaning ‘tyrant lizard’) is a genus of tyrannosaurid theropod dinosaur. The species Tyrannosaurus rex, commonly abbreviated to T. rex, is one of the dinosaurs most often featured in popular culture around the world. It hails from what is now western North America. Some scientists consider the slightly older Tarbosaurus bataar from Asia to represent a second species of Tyrannosaurus, while others maintain Tarbosaurus as a separate genus.

Like other tyrannosaurids, Tyrannosaurus was a bipedal carnivore with a massive skull balanced by a long, heavy tail. Relative to the large and powerful hindlimbs, Tyrannosaurus forelimbs were small and retained only two digits. Although other theropods rivaled or exceeded T. rex in size, it was the largest known tyrannosaurid and one of the largest known land predators, measuring over 12 metres (40 feet) in length and weighing as much as an elephant.

Fossils of some T. rex have been found in North American rock formations dating to the very end of the Cretaceous Period (late Maastrichtian stage, 65 million years ago); it was among the last dinosaurs to exist prior to the Cretaceous-Tertiary extinction event. More than 30 specimens of T. rex have now been identified, some nearly complete, which has allowed significant research into many aspects of its biology, including its life history and biomechanics. The feeding habits and potential speed of T. rex remain controversial.

Tyrannosaurus rex was one of the largest land carnivores of all time, about 12 to 13 meters (40 to 43.3 feet) long, and 4.5-5 m (14-16 ft) tall, when fully-grown.[1] Mass estimates have varied widely over the years, from more than 7,200 kilograms (8 short tons), to less than 4,500 kg (5 tons), with most modern estimates ranging between 5,400 and 6,800 kg (between 6 and 7.5 tons).

The largest known T. rex skulls measure up to 1.5 m (5 ft) in length. Compared to other theropods, the skull was heavily modified. The skull was extremely wide posteriorly, with a narrow snout, allowing some degree of binocular vision. Some of the bones, such as the nasals, were fused, preventing movement between them. Large fenestrae (openings) in the skull reduced weight and provided areas for muscle attachment. The bones themselves were massive, as were the serrated teeth which, rather than being bladelike, were oval in cross-section. Like other tyrannosaurids, T. rex displayed marked heterodonty, with the premaxillary teeth at the front of the upper jaw closely-packed and D-shaped in cross-section. Large bite marks found on bones of other dinosaurs indicate that these teeth could penetrate solid bone. T. rex had the greatest bite force of any animal. Worn or broken teeth are often found, but unlike those of mammals, tyrannosaurid teeth were continually replaced throughout the life of the animal.

The neck of T. rex formed a natural S-shaped curve like that of other theropods, but was short and muscular to support the massive head. The two-fingered forelimbs were very small relative to the size of the body, but heavily built. In contrast, the hindlimbs were among the longest in proportion to body size of any theropod. The tail was heavy and long, sometimes containing over forty vertebrae, in order to balance the massive head and torso. To compensate for the immense bulk of the animal, many bones throughout the skeleton were hollow. This reduced the weight of the skeleton while maintaining much of the strength of the bones.

Tyrannosaurus is the type genus of the superfamily Tyrannosauroidea, the family Tyrannosauridae, and the subfamily Tyrannosaurinae. Other members of the tyrannosaurine subfamily include the North American Daspletosaurus and the Asian Tarbosaurus, both of which have occasionally been synonymized with Tyrannosaurus. Tyrannosaurids were once commonly thought to be descendants of earlier large theropods such as megalosaurs and carnosaurs, although more recently they were reclassified with the generally smaller coelurosaurs. In 1955, Soviet paleontologist Evgeny Maleev named a new species, Tyrannosaurus bataar, from Mongolia. By 1965, this species had been renamed Tarbosaurus bataar. Despite the renaming, many phylogenetic analyses have found Tarbosaurus bataar to be the sister taxon of Tyrannosaurus rex, and it has often been considered an Asian species of Tyrannosaurus. However, a recent redescription of the skull of Tarbosaurus bataar has shown that it was much narrower than that of Tyrannosaurus rex and that during a bite, the distribution of stress in the skull would have been very different, closer to that of Alioramus, another Asian tyrannosaur. A related cladistic analysis found that Alioramus, not Tyrannosaurus, was the sister taxon of Tarbosaurus, which, if true, would suggest that Tarbosaurus and Tyrannosaurus should remain separate.

Other tyrannosaurid fossils found in the same formations as T. rex were originally classified as separate taxa, including Aublysodon and “Albertosaurus” megagracilis. However, these fossils are now universally considered to belong to juvenile T. rex. A small but nearly complete skull from Montana, 60 cm (2 ft) long, may be an exception. This skull was originally classified as a species of Gorgosaurus (“G.” lancensis) by Charles W. Gilmore in 1946, but was later referred to a new genus, Nanotyrannus. Opinions remain divided on the validity of N. lancensis. Many paleontologists consider the skull to belong to a juvenile T. rex. There are minor differences between the two species, including the higher number of teeth in N. lancensis, which lead some scientists to recommend keeping the two genera separate until further research or discoveries clarify the situation.

Manospondylus controversy

The first fossil specimen which can be attributed to Tyrannosaurus rex consists of two partial vertebrae (one of which has been lost) found by Edward Drinker Cope in 1892 and described as Manospondylus gigas. Osborn recognized the similarity between M. gigas and T. rex as early as 1917 but, due to the fragmentary nature of the Manospondylus vertebrae, he could not synonymize them conclusively.

Controversy erupted in June 2000 after more tyrannosaur bones unearthed in South Dakota by the Black Hills Institute were found at the type locality of M. gigas and judged to represent further remains of the same individual. These more recently-discovered remains clearly belong to T. rex. According to the rules of the International Commission on Zoological Nomenclature, the system that governs the scientific naming of animals, Manospondylus gigas should therefore have priority over Tyrannosaurus rex, because it was named first. However, in the Fourth Edition of the International Code of Zoological Nomenclature, which took effect on January 1 2000, Chapter 6, Article 23.9 states that “the prevailing usage must be maintained” when “the senior synonym or homonym has not been used as a valid name after 1899” and “the junior synonym or homonym has been used for a particular taxon, as its presumed valid name, in at least 25 works, published by at least 10 authors in the immediately preceding 50 years…” Tyrannosaurus rex more than qualifies as the valid name under these conditions and is considered a nomen protectum (“protected name”) under the ICZN, making Manospondylus gigas a nomen oblitum (“forgotten name”).

Paleobiology

As with all dinosaurs known only from the fossil record, much of Tyrannosaurus biology, including behavior, coloration, ecology, and physiology, remains unknown. However, many new specimens have been discovered in the last twenty years, which has allowed some informed speculation on growth patterns, sexual dimorphism, biomechanics, and metabolism.

Tyrannosaurinae; Tyrannosaurus : T. rex

Tyrannosaurus

Le Tyrannosaure avait tout pour faire frémir. Un corps gigantesque de 12 mètres de long ; debout, planté sur ses deux jambes surpuissantes, il dépassait les 6 mètres.
Un poids écrasant : plus de 6 tonnes. Le dernier poids estimé d’un Tyrannosaurus est de 13 tonnes pour 15 m de long !
Le plus terrifiant était sans doute sa mâchoire, capable de s’ouvrir sur plus d’un mètre avec une soixantaine de dents de 20 cm de hauteur minimum. Tyrannosaurus Rex est l’espèce la plus connue, mais il existe d’autres espèces appartenant au genre Tyrannosaurus.

Les Tyrannosauridés

Il y a 65 millions d’années, régnaient sur l’Ouest américain et l’Asie, les plus féroces des prédateurs : les Tyrannosauridés.

Apparus au Crétacé inférieur, leur lignée s’est diversifiée jusqu’à la fin du Crétacé avec son représentant le plus connu : Tyrannosaurus Rex.

Comparés à la plupart des autres théropodes, les Tyrannosauridés avaient un crâne plus massif et des mâchoires plus puissantes. Pourvus d’un cou épais, ils possèdent tous des dents longues à la morsure certainement redoutable.

Tyrannosaurus

Tyrannosaurus . Squelette de Sue . By Sebastian Bergmann . Licence

Ce qui frappe le plus chez les Tyrannosauridés, ce sont leurs bras ridiculement petits par rapport à leur taille. Il semble évident que leur mâchoire était leur principale arme.

Cependant, tous les Tyrannosauridés n’étaient pas des géants. Raptorex kriegsteini, décrit en 2009, est une version miniature du Tyrannosaurus.

Un cousin du Tyrannosaurus, baptisé Yutyrannus huali, a été découvert en Chine. Ce théropode géant était partiellement recouvert de plumes.

Plusieurs espèces de Tyrannosaurus

Tyrannosaurus bataar mesure environ 14 m de long. Il a été découvert en Mongolie. Cette espèce a été décrite par Maleev en 1955. Il vivait au Crétacé supérieur.

Tyrannosaurus lanpingensis. On le connaît grâce à des fossiles fragmentaires notamment des dents datées du Crétacé inférieur. Il a été décrit par Yeh en 1975. Il vivait en Chine.

Tyrannosaurus . Squelette de Sue

Squelette de Tyrannosaurus stanwinstonorum qui permet de voir les minuscules membres antérieurs. By Rich Anderson ( La célèbre Sue au Field Museum de Chicago) . Licence

Tyrannosaurus luanchuanensis est connu par des dents et des fragments de crâne. Il a été découvert en 1979 en Chine et décrit par Dong. Les fossiles sont datés du Crétacé supérieur.

Tyrannosaurus Rex a été découvert en 1905 et décrit par Osborn. Il vivait en Amérique du Nord au Crétacé supérieur. Le célèbre squelette baptisé Sue fait partie de cette espèce (anciennement classé comme Tyrannosaurus stanwinstonorum). Taille et poids estimés : environ 12 à 15 m de long pour un poids de 13 tonnes (dernier poids maximum avancé)

Qui était vraiment Tyrannosaurus ?

Presque tout chez le Tyrannosaure était plus grand et plus meurtrier que chez les premiers théropodes comme Allosaurus.

Tyrannosaurus Rex

Squelette de Tyrannosaurus Rex. By Ideonexus . Licence

C’est l’un des prédateurs le plus efficace du monde animal. Ses énormes mâchoires sont pourvues de dents très longues qui peuvent arracher jusqu’à 35 kg de viande sur une carcasse fraîche. Il ne peut pas mâcher et donc avale tout rond.

On a d’ailleurs retrouvé le squelette d’un Tyrannosaure mort étouffé alors qu’il essayait d’avaler deux énormes os. Des confrontations entre Tyrannosaurus n’étaient pas rares. Des dents d’autres congénères enfoncées dans la cage thoracique de fossiles ont été retrouvées. De même, des fragments de vertèbres avec des marques de morsures ont été découverts.

Dents fossilisées d'un Tyrannosaurus

Dents fossilisées d’un Tyrannosaurus. By Taro tastic . Licence

Ces fossiles prouvent que non seulement les Tyrannosaures se battaient entre eux, mais également qu’ils se dévoraient.

L’énigmatique Tyrannosaurus Rex

A ce jour, plus de 15 spécimens ont été découverts. Grâce à eux, l’histoire du « Reptile Tyran Roi » a pris forme. Pourquoi avait-il des bras aussi ridicules (75 cm à peine) ? Comment faisait-il pour courser ses proies alors qu’il pesait plus lourd qu’un éléphant ?

Tyrannosaurus

Squelette d’un Tyrannosaurus exposé au Royal Tyrell Museum. By Micro serf . Licence

En fait, T Rex est tout simplement « le plus sophistiqué » de toute une lignée. La parfaite machine à tuer. Son plus vieil ancêtre est sans doute Alectrosaurus.
La théorie du Tyrannosaure charognard si bien défendue par J.Horner est-elle fiable ?

Le Tyrannosaure : une parfaite machine à tuer

Grâce à son poids, Tyrannosaurus a su trouver le bon équilibre tout au long de son évolution. Sa queue faisait office de contre-balancier. Petit à petit, ses bras se sont raccourcis, faute de quoi, il aurait piqué du nez.

Reconstitution d'un Tyrannosaurus Rex

Reconstitution d’un Tyrannosaurus Rex. By Jundoeforty . Licence

Le célèbre squelette surnommé « La beauté d’ébène » a permis de belles découvertes. Tel l’espace laissé autour de son sacrum qui suggère que, à l’image des crocodiles, les Tyrannosaures ne cessaient de grandir jusqu’à leur mort.

D’après une étude, ses bras pouvaient soulever jusqu’à 300 kg et servaient certainement à maintenir ses proies.Ils étaient trop petits pour atteindre sa bouche, mais sûrement utiles pour déchiqueter les carcasses.

Le plus remarquable est sans doute sa dentition extrêmement perfectionnée : sur chacune de ses dents, les denticules se sont espacées et allongées et on peut voir entre ces dents de scie, des petits rasoirs. Un arsenal parfait pour arracher des gros bouts de chair ou percer des peaux très dures.

Tyrannosaurus Rex

Ce crâne montre les grandes cavités entre les os (fenestrations temporales) caractéritiques des reptiles. Elles allègent le poids du crâne. By Stu-spivack Licence

De plus, Tyrannosarus était équipé d’une vue binoculaire ce qui lui permettait de couvrir un large champ.

Il semblerait que Tyrannosaurus était doué pour les marathons avec des pointes de 28 km/h. Bien suffisant pour battre n’importe quel Homo sapiens. Les paléontologues sont encore très divisés quant à la vitesse de pointe de ce dinosaure (entre 23 et 40 km/h selon les paléontologues). Cependant, ce portrait est plus proche de celui d’un chasseur que d’un charognard.

Tyrannosaurus Rex

Tyrannosaurus Rex. By Stu-spivack Licence

Albertosaurus, son cousin, chassait en bande d’après des traces retrouvées dans l’Alberta. Pourquoi notre star n’en aurait-elle pas fait autant ? Jusqu’à ce jour, on estime qu’il vivait en solitaire, mais nous avons encore beaucoup à apprendre sur ce fabuleux animal.

Tyrannosaurus : Charognard ou Prédateur ?

Le premier fossile de Tyrannosaurus a été découvert en 1900. Tous les paléontologues étaient alors certains d’être en présence du plus grand prédateur terrestre de tous les temps.

Depuis, certains chercheurs et notamment Jack Horner, s’interrogent.

Tyrannosaurus

Dessin d’un Tyrannosaurus . © Benjamin Mulot (avec son aimable autorisation)

Le crâne du Tyrannosaurus était énorme et sa mâchoire faite pour tuer. Pourtant, malgré son volume, son crâne était léger. De larges trous à l’intérieur de celui-ci en réduisaient le poids. Sa mâchoire, composée de dents incurvées, pouvait broyer n’importe quelle proie. Où est donc le problème, me direz-vous ?

La controverse provient d’une anomalie dans sa morphologie : cet animal, haut de 5 m pour un poids de 7 t, possédait des bras guère plus grands que ceux d’un homme.

Machoire Tyrannosaure

Bras Tyrannosaurus

Le Tyrannosaure pouvait soulever au minimum 200 kg, ce qui est plus que ce que l’on avait imaginé. Cependant, ses membres antérieurs sont bien chétifs pour un animal aussi imposant.

Jack Horner en a conclu qu’ils étaient inutiles pour attraper une proie. En effet, ils ne pouvaient, ni atteindre sa gueule, ni se toucher. Il est donc impossible qu’il ait pu attraper ou maintenir une proie avec ses bras. Il ne pouvait la stabiliser comme le faisait son aïeul Allosaurus.

Bras tyrannosaurus

Bras de Tyrannosaurus. © dinosoria.com

Bras Allosaurus

Bras d’Allosaurus. © dinosoria.com

Comment faisait-il alors pour chasser ?

Ce qui semble prouver que Tyrannosaurus était un prédateur est le développement de ses sens. Il possédait une vue stéréoscopique qui lui permettait d’enregistrer le moindre mouvement. Si on observe ses yeux, on remarque qu’ils sont très grands. Le globe oculaire, lui, était petit. Le lobe du cerveau correspondant à l’odorat est également très développé. Son importance est même exceptionnelle. On ne trouve cette particularité que chez un autre animal : le Vautour. N’était-il donc qu’un animal nécrophage ? Un gigantesque vautour préhistorique ?

Tyrannosaurus

La dernière découverte (ci-dessous) de Jack Horner aurait tendance à démontrer que Tyrannosaurus n’était peut-être pas aussi solitaire que ce que l’on pensait. Prédateur ou charognard, il chassait peut-être en bande comme Velociraptor.

Les dernières découvertes sur le tyrannosaure

Clonage d’un Tyrannosaure ? (Mars 2005 – AFP )

Des paléontologues américains ont annoncé jeudi la découverte de tissus cellulaires d’un tyrannosaure (Tyrannosaurus rex) vieux de 70 millions d’années, dont ce qui paraît être des vaisseaux sanguins.

Ces tissus ont été prélevés dans le fémur d’un Tyrannosaurus, baptisé MOR 1125, découvert dans des formations de grès dans le Montana (nord-ouest), ont précisé ces scientifiques dans un article publié dans la revue Science.

Le fémur, mesurant 1,07 m, a été brisé au moment où il a été retiré du site ce qui a conduit ces chercheurs à analyser la substance à l’intérieur de l’os, a expliqué Mary Schweitzer et ses collègues.

« Les vaisseaux (sanguins) et leur contenu sont similaires à ceux observés dans les os d’autruche” a fait ressortir un examen à l’aide d’un microscope électronique à balayage, a dit Mary Schweitzer.

Tyrannosaurus

Dessin d’un Tyrannosaurus très détaillé. © Maingeot (avec son aimable autorisation)

Si les scientifiques peuvent isoler des protéines dans les tissus de ce tyrannosaure âgé d’environ 18 ans au moment de sa mort, on pourrait alors apprendre davantage sur la physiologie et la vie des dinosaures, a souligné Mme Schweitzer, de l’université de Caroline du Nord.

Elle a souligné que « ces tissus de dinosaure sont dans un état de conservation sans précédent ».

Tyrannosaurus

Reconstitution d’un crâne. © Maingeot (avec son aimable autorisation)

Jusqu’alors, on avait parfois découvert parmi les restes de dinosaures des plumes et des organes internes fossilisés, mais leur composition interne n’était pas préservée en tant que « tissus mous » comme ceux trouvés à l’intérieur du fémur de ce T-rex, a-t-elle expliqué.

L’équipe de paléontologues a dissout avec une solution acide les dépôts de minéraux entourant les tissus qui ressemblent à de petits vaisseaux sanguins. Ils ont également pu observer des taches rougeâtres ressemblant à de l’acide nucléique cellulaire.

Machoires d'un Tyrannosaure

Gros plan sur les mâchoires d’un Tyrannosaure. By Rich Anderson . Licence

Ces chercheurs ont comparé ces tissus à ceux d’autruches, car au cours des dernières années une accumulation d’indices tend à montrer que les oiseaux d’aujourd’hui sont les descendants des dinosaures qui se sont éteints il y a environ 65 millions d’années.

Dans une autre communication publiée également dans la revue Science, le paléontologue Lawrence Witmer, qui n’a pas participé à cette découverte, écrit que « si on a des tissus (de dinosaure) qui ne sont pas fossilisés, il est alors potentiellement possible d’extraire de l’ADN (acide désoxyribonucléique) ».

Mais Mme Schweitzer ainsi que d’autres experts ont expliqué que des analyses supplémentaires de ces tissus étaient nécessaires pour être certain de leur état de conservation.

Dent de Tyrannosaure

Dent de Tyrannosaure retrouvée dans le Montana de 28 cm. National Museum of Natural History, Washington. By Mr T in DC . Licence

En outre, l’extraction d’ADN de dinosaure afin d’étudier le code génétique et éventuellement procéder à un clonage de l’animal n’est pas pour demain, ont insisté les scientifiques en référence au film de science-fiction Jurassic Park.

Le tyrannosaure chassait peut-être en bande (Février 2005)

Récemment, Jack Horner a émis certaines théories suite à sa découverte d’un nouveau spécimen de Tyrannosaurus Rex. Cet individu avait un poids estimé entre 10 et 13 tonnes. Il est donc nettement plus massif que la célèbre Sue.

Le plus intéressant c’est que ce fossile a été découvert avec cinq autres squelettes de Tyrannosaurus. J.Horner en conclut qu’ils chassaient en bande quand ils sont morts. De là, notre paléontologue vedette revient sur sa théorie du T Rex charognard.

Tyrannosaurus

Dessin d’un Tyrannosaurus contre un Triceratops . © Maingeot (avec son aimable autorisation)

Se peut-il que les Tyrannosaures n’aient pas été des prédateurs solitaires comme on les a toujours décrits ?

Chassaient-ils en bande à la manière de nos hyènes ?

Personnellement, je pense que même si c’est le cas, cela ne signifie nullement que notre star était un simple charognard. Contrairement aux idées reçues, la hyène, bien que charognard, est également un fantastique prédateur.

Classification : Saurischia . Théropoda . Tyrannosauria . Tyrannosauridae

V.Battaglia (05.2003). M.à.J 02.2005

Plus d’informations sur les Tyrannosaures

Des paléontologues font “revivre” les dinosaures . Tyrannosaurus contre Triceratops

La croissance et la longévité du Tyrannosaure enfin dévoilée . Dilong paradoxus: un tyrannosaure à plumes

Videos

Combat Tyrannosaure contre Ankylosaure Combat entre une femelle et un mâle Tyrannosaure alors qu’un astéroïde menace la Terre

Dinosaures. Espèces

T. rex: een vleesetende gigant

05 februari 2012  

 

T. rex – voluit: Tyrannosaurus rex – was een echte gigant. Uit recent onderzoek is zelfs gebleken dat het beest veel groter was dan altijd al werd gedacht. De zwaarste T. rex ooit gevonden – Sue genaamd – zou zo’n 9500 kilo hebben gewogen. De schedel van dit enorme exemplaar is maar liefst anderhalve meter lang. Natuurlijk is dit wel een uitzondering.

Een ‘normale’ T. rex zou ‘slechts’ 6000 tot 8000 kilo hebben gewogen.

Kleintje
Natuurlijk zijn ook deze giganten ooit heel klein geweest. Wanneer ze uit hun ei kropen, moeten ze minder dan tien kilo hebben gewogen. Maar de aandoenlijk kleine T. rexjes werden rap groot. Uit onderzoek blijkt dat de jonkies met name in hun tienerjaren (tussen de tien en twaalf en zeventien en achttien jaar in het bijzonder) heel snel groeiden. Dan konden ze in een jaar tijd wel 1000 kilo zwaarder worden.

Over T. rex

De dinosaurus leefde ongeveer 66 miljoen jaar geleden in wat nu de VS en Canada is. De gemiddelde T. rex werd niet veel ouder dan 28 jaar, maar er zijn ook exemplaren die dertig jaar en ouder werden. Hoewel de dinosaurus een echte gigant was, gaat deze zeker niet de boeken in als de grootste vleesetende dinosaurus ooit. Die eer is weggelegd voor de Zhuchengtyrannus magnus.

Rennen!
De wetenschap is er nog niet helemaal uit hoe snel de T. rex was. Tenslotte moest het beest natuurlijk wel alle kilo’s meeslepen. Het is niet aannemelijk dat de T. rex kon rennen. Waarschijnlijk waren snelle, kleine stapjes de beste manier voor T. rex om een beetje vaart te maken. Hoe hard de dinosaurus exact kon lopen, blijft onduidelijk. Maar waarschijnlijk niet veel sneller dan een mens. In de tijd van deze dino leefden genoeg dinsosaurussen die ook niet zo snel konden lopen en dus prima op het menu van de T. rex pasten.

Tyrannosaurus Walk Cycle from Tom Spilman on Vimeo.

Het skelet van een T. rex. Foto: Pierre Camateros (via Wikimedia Commons).

°

Op jacht
Als de T. rex tenminste joeg. Want dat laatste is helemaal niet zo aannemelijk als u misschien denkt. De dinosaurus moest ongetwijfeld flink eten om zijn lichaam te kunnen onderhouden. Maar de jacht vergde ook weer heel veel van zijn lichaam. Daarom is het helemaal niet zo’n gek idee dat de T. rex helemaal niet of zelden joeg. Wellicht schoof hij gewoon bij andere dinosaurussen aan en was hij geen jager, maar een aaseter. Met zijn imposante verschijning moet het tenslotte niet heel lastig zijn geweest om de prooi van andere jagers af te pakken.

Toch is uit recentelijk onderzoek gebleken dat de T. rex hoogstwaarschijnlijk zijn eigen boontjes moest doppen. Hij zou simpelweg niet in de gelegenheid zijn geweest om prooien te stelen: deze waren al weg voor hij het wist.

°Leeuwen – tegenwoordig toch wel één van de meest indrukwekkende landdieren – jagen zelf ook relatief weinig. Vaak stelen ze de prooien van andere jagers zoals hyena’s.

Zwak
Wetenschappers stelden vast dat de armen van de T. rex vrij zwak waren. Daarmee zijn ze heel geschikt om een dier dat toch al dood is naar binnen te werken. Bovendien had de T. rex een hele gevoelige neus en dat is een handige eigenschap als er dode dieren moeten worden opgespoord.

Concurrentie  Het  nieuw onderzoek kijkt echter verder dan de bouw van het lichaam van de T.rex. De wetenschappers richtten zich op de concurrentie. Met welke diersoorten had de T. rex te maken als hij voedsel wilde stelen? En wat voor voedsel stal hij dan? In totaal namen de wetenschappers achttien herbivoren en tien carnivoren in beschouwing.

Overvloedig
Ze voorspellen dat ongeveer de helft van alle herbivoren die door de T. rex werden genuttigd tussen de 55 en 85 kilo wogen. De herbivoren werden opgejaagd door kleinere roofdieren die veel sneller waren en overvloediger voorkwamen dan de T. rex.

Mede door die snelheid konden deze diersoorten dagelijks een jachtgebied bestrekken dat zo’n zestig keer groter was dan dat van de T. rex. Omdat de kleinere roofdieren ook nog eens veel overvloediger voorkwamen, is het aannemelijk dat de prooien in no-time weg waren.

De T. rex zou dan ook geen kans hebben gehad om deze te stelen.

De T. rex, maar ook andere grote dinosaurussen moeten dan ook voornamelijk zelf voor hun eten hebben gezorgd.

De grote vraag is: hoe? De T. rex was gigantisch en de jacht moet veel van zijn lichaam gevergd hebben.

Wellicht ging het dier dan ook niet echt achter zijn prooien aan, maar wachtte het de prooi op en sloeg daarna toe

Dus  de T. rex  zou niet heel actief gejaagd hebben. Dat kostte waarschijnlijk teveel energie. Het is aannemelijker dat hij zijn prooi opwachtte en deze zodra de gelegenheid zich voordeed, greep.

CANNIBALEN  

18 oktober 2010  

Eigen soortgenoten op het menu .

Dat concluderen wetenschappers aan de hand van fossielen. De studie bevestigt wat veel experts allang vermoedden. De onderzoekers denken bovendien dat nog veel meer vleesetende dinosaurussen zich aan de eigen soort vergrepen.

“Veel grote carnivoren neigen naar kannibalisme: leeuwen, hyena’s, alligators, ijsberen,” somt onderzoeker Nicholas Longrich op. “Ze zijn gebouwd om grote dieren te doden en eten. En als je hongerig genoeg bent dan zijn soortgenoten ook gewoon een groot dier.”

Fossiel
De onderzoekers baseren hun conclusies op fossielen. Longrich en zijn collega’s troffen in het westelijk deel van Noord-Amerika de overblijfselen van een T. rex met grote tandafdrukken in diens botten aan. De afdrukken zijn veel te groot om van een andere vleesetende dinosaurus afkomstig te zijn en lijken sterk op de afdrukken van de T. rex.

Jacht
Longrich denkt wel te weten wanneer de dinosaurussen elkaar opaten: na een goed gevecht. “Je doodt een tegenstander en krijgt er een gratis maaltijd bij. De jacht gaat beter als je de andere jagers opeet.

Honger
“Ik denk dat een hele groep volgroeide T. rex moeite heeft gehad om genoeg eten te vinden,” meent Longrich. Dat zou verklaren waarom ze zich aan elkaar vergrepen.

Er is slechts één andere dinosaurussoort waarvan men weet dat dit een kannibaal was: de Majungatholus. Paleontologen vermoeden echter dat nog veel meer soorten – waaronder de Gorgosaurus – kannibalen waren.

Bronmateriaal:
Tyrannosaurus rex was a cannibal” – News.discovery.com

Hard bewijs ontdekt dat T. rex een jager was

16 juli 2013  

Sinds T. rex voor het eerst in Montana ontdekt werd en aan het begin van de twintigste eeuw een naam kreeg, wordt er gediscussieerd oer de vraag of deze grote vleeseters aaseters of jagers waren,” vertelt onderzoeker David Burnham.

“De meeste mensen nemen aan dat het jagers waren, maar waar is het wetenschappelijk bewijs daarvoor?

Ja, we hebben wel veel dinosaurusskeletten met daarin tandafdrukken ontdekt, maar wat bewijst dat nu eigenlijk? Het bewijst dat deze grote vleeseters andere dinosaurussen aten, maar aten ze deze terwijl deze dinosaurussen nog leefden?

Waar was het bewijs dat ze erop joegen?”

Wetenschappers konden het maar niet vinden.

Tot nu. Burnham en zijn collega’s hebben namelijk hard bewijs ontdekt dat erop wijst dat T. rex een echte jager was. Dat schrijven ze in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

De onderzoekers troffen dat harde bewijs aan in South Dakota. Ze ontdekten er een tand van een T. rex die in de staart van een plantenetende Hadrosaurus zat. En – nu komt het – deze dinosaurus overleefde de aanval van T. rex. “We wisten dat we een tand van een T. rex in de staart van een Hadrosaurus hadden,” vertelt Burnham. “Beter nog: we wisten dat de Hadrosaurus ermee weg was gekomen, want het bot was aan het genezen.”

Mogelijk werd de dino achterna gezeten door de T. rex toen deze gebeten werd. “Het grootste deel van de tijd reisden Hadrosauriërs in groepen. Deze Hadrosaurus is wellicht een beetje traag geweest of deze T. rex was een beetje sneller. In ieder geval bijna snel genoeg om een eendesnaveldinosauriër te grijpen.”

Een tandje minder

De T. rex die op deze Hadrosaurus joeg, moest het na deze ontmoeting dus met een tand minder doen. Maar dat was geen probleem, zo stellen de onderzoekers. Een T. rex wisselde zijn tanden regelmatig en wanneer hij een tand verloor, groeide er vanzelf weer eentje voor in de plaats.
Fossiele staartwervels met T rex tand© David A. BurnhamRobert A. DePalma II houdt de dubbele staartwervel vast,
David A. Burnham laat met een potlood zien waar de tand zit.
Tyrrannosaurus rex had een verbijsterend klein brein (blauw), onthult een CT scan. Het binnenoor (roze) is er goed op te zien. In rood is de luchtstroom aangegeven die onder meer naar het reukgebied leidt (kleine rode pijl). Beeld: L. M. Witmer & R. Ridgely, Ohio University, en W. Parsons
In denken was hij niet zo goed, getuige zijn minieme brein, maar voor ruiken had Tyrannosaurus rex een indrukwekkende uitrusting aan boord.

De beschadigingen aan de schedel van Sue. Afbeelding: Chris Glen / University of Queensland.

Parasiet
De T. rex was met zijn omvang en sterke kaken een geduchte tegenstander voor veel tijdgenoten.

Maar had de dinosaurus zelf ook iets te vrezen?

Jawel, maar dat gevaar kwam niet van andere giganten. Sterker nog: het gevaar was uitzonderlijk klein. Uit onderzoeken is gebleken dat de T. rex veel hinder ondervond van parasieten.

Op de schedel van Sue  zijn beschadigingen aangetroffen. Eerst werd gedacht dat de T. rex die beschadigingen opliep tijdens gevechten met soortgenoten. Maar toen onderzoekers nog eens beter keken, deden de beschadigingen ze wel heel erg denken aan parasieten die tot op de dag van vandaag vogels lastig vallen.

En jawel, hoogstwaarschijnlijk zorgden parasieten al in die tijd voor grote problemen. Ze veroorzaakten infecties in de keel en mond van de T. rex. In het geval van de machtige Sue kan de parasiet wel eens verantwoordelijk zijn voor de ondergang van de machtige dinosaurus. Door die infecties kon Sue mogelijk niet meer eten en stierf de dino een hongerdood. Mogelijk droegen de dinosaurussen de parasiet op elkaar over tijdens gevechten of liepen ze de parasiet op wanneer ze soortgenoten opaten.

Vragen
We weten best veel van de T. rex. Maar er is ook nog heel veel onduidelijk. Zo is de intelligentie van de Tyrannosaurus rex nog altijd in nevelen gehuld. Was de dino heel intelligent of juist niet? Was deze voldoende ontwikkeld om in een groep te kunnen leven? We weten het niet.

Ook de opvoeding van de jonge T. rex levert veel vragen op. Zo is nog altijd onduidelijk of de jongen (grotendeels) door hun ouders verzorgd werden of het vooral op eigen houtje moesten redden.

Mede door al die vragen wordt er nog intensief onderzoek gedaan naar de T. rex en zijn soortgenoten. En dat is maar goed ook, want het verhaal van deze bijzondere dinosaurus is nog lang niet af. Tegelijkertijd is het lastig gebleken om aan de hand van fossiele resten een compleet levensverhaal te vertellen.

Botten kunnen laten zien hoe een dier er ongeveer uitzag, maar het gedrag van het dier is er lastig aan af te zien. En dus blijven veel factoren een beetje gissen. Of we ooit nog een antwoord krijgen op al die vragen? Misschien wel als we nieuwe manieren vinden om nog meer informatie uit botten te halen

Eén ding lijkt wel vast te staan: de T. rex is nog mysterieus genoeg om de mensheid tientallen jaren bezig te houden.

° tyrannosaur decapitated his prey

tyrannosaurus casts  <– word document ( Documentatiemap  &  beeldmateriaal )

Tyrannosaurs
Ancestors
Introduction
Herrerasaurus
Eoraptor
Coelophysis
Eustreptospondylus
Species
Albertosaurus
Alectrosaurus
Alioramus
Daspletosaurus
Dilong
Eotyrannus
Gorgosaurus
Nanotyrannus
Tarbosaurus
Tyrannosaurus
Other Tyrannosaurs
New Discovery
Information
Anatomy
Hunter v Scavenger
Family Life
Growth Rate
Exhibits

Tyrannotitan