Hadrosauridae /Eendesnavel-dinos

     

http://qilong.files.wordpress.com/2011/08/hadrosaur-phylogenies-compared.jpg

http://qilong.wordpress.com/2011/08/09/o-crest-less-one/

Dinotand laat eetgewoonten zien

Een belangrijke groep plantenetende dinosaurussen had een unieke manier om voedsel te verwerken. Zij konden (in tegenstelling tot veel andere dino’s) kauwen, maar deden dit op een heel andere manier dan dieren die vandaag de dag leven. Dat blijkt uit onderzoek van het Natuurhistorisch Museum in Londen. Wetenschappers analyseerden de krassen op dinotanden en ontdekten daarbij ook nog dat de planteneters waarschijnlijk grazers waren.

Het is nog niet zo lang geleden dat men algemeen aannam dat dinosaurussen hun voedsel kauwen.

Ondertussen weten we dat er maar weinig kauwende dino’s op aarde rondliepen. Een belangrijke groep planteneters, de Hadrosaurussen, vormt een uitzondering.

Scharnier

Wetenschappers van het Natuurhistorisch Museum in Londen keken met behulp van microscopie in detail naar krassen op de tanden van de dino’s. Zulke krassen vertellen precies hoe de kaken van het dier hebben bewogen. Die beweging bleek erg complex te zijn. De kaken van de Hadrosaurus konden van boven naar beneden, van voor naar achter en opzij bewegen. Dit suggereert dat de dino kon kauwen, maar wel op een heel andere manier dan dieren die vandaag de dag leven.

Hadrosaurustand met krassen

Microscopische opname van de oppervlakte van de tand van een Hadrosaurus. Hierop zijn de krassen, die 67 miljoen jaar geleden werden aangebracht door het vermalen van voedsel, duidelijk zichtbaar. Op de plaatsen van de zwarte rechthoekjes hebben de onderzoekers de krassen nader geanalyseerd. Elk van deze plaatsen is minder dan een halve millimeter breed (zo breed als enkele menselijke haren) en toch is er een hele hoop informatie aan af te lezen. © Vince Williams, University of Leicester

Moderne kauwers hebben een flexibele onderkaak. De Hadrosaurus had in plaats daarvan een scharnier tussen de bovenkaak en de rest van de schedel. Tijdens het kauwen bewoog de bovenkaak naar buiten, buigend langs het scharnier. Op die manier glijden de tanden zijdelings langs elkaar en wordt het voedsel gesnipperd en vermalen.

Paardenstaarten

Krassen op de tanden vertellen niet alleen iets over hoe de dino’s aten, maar ook over wat zij aten. Het voedsel moet kleine korreltjes zand (een kenmerk van grondvegetatie) of silica (dat onder andere voorkomt in gras) hebben bevat. Hiermee is het uitgesloten dat de Hadrosaurus leefde van blaadjes en twijgjes, zoals giraffen en herten vandaag de dag doen.

Complex gebit maakt deze dino tot meest succesvolle vegetariër ooit

 05 oktober 2012  3

De dinosaurussen uit de groep Hadrosauridae waren zonder enige twijfel de meest succesvolle vegetariërs die onze planeet ooit gehad heeft. En wetenschappers kunnen nu verklaren waarom. Ze bestudeerden het gebit van de dino’s en dat blijkt verrassend complex voor een dino.

Dat schrijven wetenschappers in het blad Science. De dino’s hadden tot wel 1400 tanden die goed met elkaar samenwerkten. En er kwamen regelmatig tanden bij. “Deze jongens leken wel wandelende pulpfabrieken,” stelt onderzoeker Gregory Erickson.

Paarden
Toen de onderzoekers zich over het gebit van de Hadrosauridae bogen, zagen ze dat het sterk leek op dat van paarden. En paarden hebben één van de best ontwikkelde gebitten die we kennen. Dat Hadrosauridae een soortgelijk gebit hadden, is verrassend. Het zijn namelijk reptielen en die hebben meestal een heel simpel gebit en hun tanden boven en beneden raken elkaar niet wanneer ze ergens in bijten. Hoe anders waren de tanden van Hadrosauridae: de dinosaurus kon allerlei taaie planten en zelfs bladeren van bomen eten.

Over deze dino’s

De Hadrosauridae leefden zo’n zeventig miljoen jaar geleden. De dinosaurussen wandelden op vier poten, maar konden zich ook alleen op hun achterpoten verplaatsen. Het waren echte kuddedieren: ze reisden in kuddes die soms wel honderden of duizenden exemplaren telden.

Weefsels
Maar hoe hadden de dino’s dat gebit ontwikkeld? Het onderzoek van Erickson onthult dat. De dino’s waren zo goed in staat om allerlei planten te verorberen, omdat ze hele complexe weefsels hadden. De tanden bestonden uit wel zes verschillende soorten weefsels en waren daarmee bijzonder complex. Elke tand bleek ook weer een iets andere samenstelling te hebben, waardoor deze verschillende vormen en functies kon aannemen.

Waarschijnlijk is het mede dankzij dit complexe gebit dat de Hadrosauridae zo succesvol kon worden. Maar het is vooral dankzij de effectieve spijsvertering dat de Hadrosauridae (en hun verwanten, waarmee ze de groep Iguanodontia vormen) de ‘heerschappij’ van de plantenetende Sauropoden (‘langnekken’)., overnamen
Dat hield verband met de opkomst van de bloeiende planten in het Krijt, waar sauropoden meer moeite mee hadden.

Deze dino’s konden van alles eten: planten, stukken van bomen en zelfs hele taaie grassen. Met een dieet dat letterlijk voor het oprapen lag, was het niet zo lastig om hun 4,5 tot 15 meter lange lichaam te onderhouden.

Bronmateriaal:
Biologist examines how duck-billed dinos chomped their way through Cretaceous” – FSU.edu
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Derbivort (via Wikimedia Commons).

Hadrosaurus eetgewoonten

Hadrosaurus_eetgewoonten

Afbeelding: © Natural History Museum Londen

Deze tekening laat de eetgewoonten van de Hadrosaurus zien, zoals deze 67 miljoen jaar geleden waarschijnlijk waren. De plant op de voorgrond is een magnolia; net als de paardenstaart ook een belangrijk onderdeel in het dieet van de plantenetende dino. © Natural History Museum Londen

Ook het eten van gras lijkt onwaarschijnlijk. De dino’s leefden ongeveer 67 miljoen jaar geleden. De eerste grassen kwamen rond die tijd net opzetten en waren zeker nog niet veel voorkomend. De belangrijkste voedselbron van de Hadrosaurus was waarschijnlijk een soort uit de familie van de paardenstaarten. Deze planten kunnen niet alleen de vorming van krassen op de tanden verklaren, maar zij kwamen ook volop voor in het leefgebied van de dino.

http://blogs.smithsonianmag.com/dinosaur/2012/06/how-hadrosaurs-chewed/

Bronnen

Quantitative analysis of dental microwear in hadrosaurid dinosaurs, and the implications for hypotheses of jaw mechanics and feeding (Vincent Williams, Paul Barrett en Mark Purnell), PNAS, 29 juni 2009

Zie ook

Succes van de dinosauriërs was grotendeels toeval (Kennislinkartikel van Geonieuws)
Dino’s eerder uitgestorven (Kennislinkartikel)
Toch snelle uitsterving dino’s? (Kennislinkartikel)
Dino’s overleefden de Krijt-Tertiair grens (Kennislinkartikel)
Dino-doder zaaide leven (Kennislinkartikel)

Gryposaurus monumentensis

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Dino met een mond vol tanden
Oct , ’07
 
Amerikaanse wetenschappers groeven drie jaar geleden het fossiel van de nieuwe soortGryposaurus , op en zijn nu klaar met de beschrijving ervan.
De nieuwe dinosaurussoort die in Utah ontdekt werd,( late Campanian Kaiparowits Formation of southern Utah.) had maar liefst achthonderd tanden.
Daarmee was de dinosaurus een gevaar voor elke plantensoort uit zijn tijd,want vlees at hij niet.
Het gaat om de hadrosaurus Gryposaurus monumentensis
(Gryposaurus naar het Griekse “hagedis met een haakbek”; monumentensis naar de vindplaats Grand Staircase-Escalante National Monument in Utah, VS)
Het is niet de eerste keer dat de site waar het fossiel werd gevonden waardevolle vondsten prijsgeeft.
Eerder werden er al een soort Tyranosaurus en een Velociraptorachtige vleeseter opgegraven, maar ook krokodillen en schildpadden.
Tijdens de opgraving van de Gryposaurus troffen paleobotanisten er twintig onbekende fossiele plantenresten aan.
Het zuiden van Utah was toentertijd geen woestijn maar een warm, vochtig gebied met een rijkelijke begroeiing
Deze dino leefde in het late Krijt, ongeveer 75 miljoen jaar geleden.
Alleen de kop is teruggevonden.
 
 

The Gryposaurus monumentensis skull was preserved in river sediments found in Grand Staircase-Escalante National Monument, Southern Utah.
 

Gryposaurus monumentensis had powerful jaws that could have allowed it to eat woody plants.
 

Uit de afmetingen daarvan leiden Amerikaanse paleontologen af dat hij zo’n tien meter lang moet zijn geweest,woog een paar ton, bewoog zich voort op
twee poten en had vooral een indrukwekkende snuit.
Hij behoorde tot de familie van de Hadrosauridae of eendensnaveldinosaurussen.
 
Dit exemplaar had in zijn onderkaken veertig rijen tanden.
De achthonderd tanden van de plantenetende dino waren niet allemaal gelijktijdig in gebruik: naast een driehonderdtal ‘actieve’ tanden had hij in zijn kaakbeen een paar honderd vervangtanden in de wacht staan.
 
Het is de tot nu toe vierde bekende soort Gryposaurus, die op een aantal punten verschilt van de andere leden van het geslacht.
Zijn snuit is robuust, veel groter en waarschijnlijk veel sterker dan die van de anderen”,
zegt Sampsons collega Terry Gates aan BBC.
Bovendien maakt hij een meer verticale hoek, waardoor hij waarschijnlijk een stevigere beet had.
Door de combinatie van 800 tanden met een grote, sterke kaak en bek is hij een planteneter die formidabele hoveelheden sterk houterig en vezelrijk materiaal kon doorbijten ”
Dr Gates zei er wel bij dat de wetenschappers nog niet met zekerheid hebben uitgmaakt wat het dieet van dit dier was
we weten gewoonweg niet wat deze dino opat “zei hij
 
 
Het doopceel van de nieuwe dino werd op 03 october 2007 gelicht in het vakblad Zoological Journal of the Linnean Society.
 
 
 
 
 
Velafrons coahuensies
 

Skull of Duck-Billed Dinosaur from Mexico

 http://www.eurekalert.org/pub_releases/2008-02/uou-ndf020808.php

Reconstructed skull of Velafrons coahuilensis, a 72-million-year-old duck-billedspecimen discovered in Coahuila, Mexico.

 
 
 
  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Aan de Mexicaans kust leefde gedurende het krijt ( 72 miljoen jaar geleden ) een Eendenbek -dinosaurus ( Hadrosauridae Hadrosaurs )
 
<  skull_cast.jpg
Scientific Name: 
Velafrons coahuilensis 
Location:: Coahuila Mexico 
Formation: Cerro del pueblo 
Cretaceous 
Specimen: Museo del Desierto  skull_cast_side_
 
Deze dino is nu in de publieke belangstelling gekomen dank zij de bekendmaking van de resulaten( en de ontdekking van nieuwe veelbelovende dino vindplaatsen )
van een paar expedities van amerikaanse , canadese en mexikaanse teams …
 
De versteende overblijfselen van de Velafrons coahuensies werden in 1995 ontdekt in het droge landschap noordelijk Centraal-Mexiko in de deelstaat Coahuila, nabij de stad Saltilloin , in de afzettingen van de ” Cerro del Pueblo Formation”
De Velafrons-schedel kon eerst in 2002 worden bestudeerd nadat met een pneumatische hamer de schedel uit de harde rots van de Rincon Colorado vindplaats was bevrijd
Tenslotte is men er nu in geslaagd een zeer volledig skelet samen te stellen
De onderzoekers menen dat het om het meest complete dinosaurus-skelet gaat dat zij tot op heden hebben gevonden in Mexico.
 
 
De dinosaurus, werd door de onderzoekers
Velafrons coahuilensis genoemd …
dr. Terry Gates, paleontoloog van het Utah Museum of Natural History :
” Het prehistorische dier, was een planteneter die leefde aan de welig begroeide vlakke mexicaanse kusten , mangroves en rivierdeltas van een warme zee in een aangenaam
mediterraan klimaat ”
dr. Scott Sampson;
” en moest constant op zijn hoede zijn voor de neefjes van de Tyrannosaurus rex om te kunnen overleven. “
Net zoals andere Hadrosauriers staan de neusbeenderen bovenop de kop – met nasale holtes die drasties verlengd zijn en , ook bij deze Velafrons ,
een grote holle gekronkelde zeilvormige kuif vormen
De functie van de kuif is onbekend …maar wetenschappers denken dat het een rol zal hebben gespeeld als statussymbool en /of in (mogelijke )paringsrituelen
en in de sexuele selectie
Misschien ( suggereren weer andere dino-wetenschappers ) kon lucht worden geblazen door de neusholtes en kam , waardoor mogelijks een “trompet-achtig “geluid werd voortgebracht ?

 ZACHT WEEFSEL bewaard ?

03-12-2007
 
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<– DAKOTA & LEONARDO
“Gemummificeerde ” dinosaurus
 
 
Dakota & Leonardo
Dinosaurusmummie geeft geheimen prijs
door Tina De Gendt
 

Paleontoloog Phillip Manning:
“Deze eerste dinosaurus ooit die gevonden werd mét vlees en huid is goed op weg de hele paleontologie door elkaar te schudden.

Uit scans van de mummie blijkt immers dat alle dinosaurussen op de wereld minstens een meter langer zouden moeten zijn dan tot nu toe gedacht. “
 
 
 
 
 
Een stuk vel van de gevonden Hadrosaurus, bijgenaamd Dakota. De dino bleef uitzonderlijk goed bewaard.
 

De dinosaurusmummie is een 3.600 kilogram zware Hadrosaurus, een eendpotige planteneter die 67 miljoen jaar geleden leefde, vlak voor alle dinosaurussen uitstierven. Het beest mat 7,5 bij 9 meter en leefde, net als de meeste van zijn soortgenoten, in het toen rivierachtige Noord-Amerika.

De mummie werd eigenlijk al ontdekt in 1999 door Tyler Lyson.
Na de ontdekking duurde het nog vijf jaar voor de Hadrosaurus werd opgegraven en de relevantie pas echt duidelijk werd.
 
Tot nog toe moesten paleontologen zich immers tevreden stellen met skeletten van dinosaurussen. Van ‘Dakota’, zoals de dino werd gedoopt, zijn echter grote delen van de huid, de ligamenten en mogelijk zelfs de ingewanden intact gebleven
 
. “In vergelijking met deze dinosaurus zijn alle andere dinosaurussen niets meer dan verhakkelde verkeers-slachtoffers (‘road kill’ )”, besluit doctor Phillip Manning van de universiteit van Manchester, die samen met Lyson het onderzoek leidt.
Nu al heeft de mummie enkele werkhypothesen over dinosaurussen omvergeworpen. Zo blijkt de Hadrosaurus aanzienlijk langer dan eerst werd gedacht. Dat komt omdat de wervels van de ruggengraat blijkbaar veel verder uit elkaar staan dan eerst werd gedacht en zoals alle dinosaurussen in alle musea worden getoond.
 
“Elke ( gereconstrueerde )dinosaurus in de wereld moet minstens met een meter groeien “, zegt Manning.
Dat de staart en de ruggegraat van de dino tot 25 procent langer waren, zou ook betekenen dat de Hadrosaurus een pak sneller kon lopen dan werd aangenomen.
 
Bovendien
“De achterste ledematen zijn duidelijk meer ontwikkeld dan we dachten”, verklaart Manning.
“Met die spiermassa zou de dinosaurus tot 45 kilometer per uur gehaald kunnen hebben.”
 
Dat is een pak sneller dan de Tyrannosaurus rex, wat volgens de wetenschappers niet zo verwonderlijk is. Zoals zij het zelf stellen:
“De T rex moest enkel rennen voor zijn maaltijd, dit dier moest rennen voor zijn leven.”
 
 

Verder blijkt de Hadrosaurus ook gekleurde strepen te hebben gehad. Kleuren vergaan, zelfs bij een” gemummificeerde” dinosaurus, maar de schubben vertonen stroken die tegenwoordig ook gezien worden op hagedissen met verschillende kleuren.

 
 
 
Waarschijnlijk moesten de verschillende kleuren als camouflage dienen.
Het feit dat Dakota zo goed bewaard is gebleven, zet de wetenschappers wel voor een vraagstuk.
 
Normaal gezien verteren huid en vlees heel snel als ze in contact komen met zuurstof.
 
Manning:
“Blijkbaar is hier in de modder, waar het dier gestorven is, een chemische reactie gebeurd waardoor mineralen zich sneller hebben kunnen vormen dan de microben het zachte weefsel konden aantasten.”
 
Dat zou erop kunnen wijzen dat de Hadrosaurus in of vlak bij het water is gestorven en snel door een modderlaag werd bedekt voor zijn vlees kon wegrotten.
Verder onderzoek met een CT-scanner, die normaal gebruikt wordt om ruimtetuigen van de NASA te testen, moet de komende weken meer inzicht geven over leven en dood van het dier.
 
Daarna hopen de wetenschappers ook andere vraagstukken op te lossen over hoe dinosaurussen bewogen.
 
“Ik ben nu veertig”, zegt Manning.
Ik denk dat ik op mijn tachtigste nog bezig zal zijn met dit beest.”
 
Publicatiedatum : 2007-12-04 / De Morgen
 

zie ook :

DAKOTA & LEONARDO

Leonardo

EDMONTOSAURUS

Edmontosaurus mummy The Trachodon mummy

http://en.wikipedia.org/wiki/Trachodon_mummy

The Senckenberg mummy

Edmontosaurus

Edmontosaurus annectens/ site :Wyoming (USA) /original in Senckenberg: 75-65 million years (Upper Cretaceous) Diet : plants, approx. 3-4 tons,approx.10 metres, Ornithischia ,Cerapoda,Ornithopoda

The only original skeleton of an Edmontosaurus in Europe is in the Senckenberg Museum. In this specimen, even the structure of the skin has been preserved by a fossilized imprint. Worldwide, there are only two examples in this state of preservation! The neck and front legs are sharply curved backward. It can be surmised from the cramped bodily posture of the animal, that these dinosaurs had already been dried up like mummies, before the body was covered up by sandy deposits. This way, the hardened skin could make an impression on the sediment and be preserved as a fossil imprint.
The mouth of the Edmontosaurus was surrounded by a horny beak. Its dentition was equipped with several hundred teeth. Together they formed a striking surface used to effectively crush the plants it took in.
To date, only a few dinosaurs have been found which still contained the fossilized stomach contents. In theuniquely well-preserved “petrified mummy” in the Senckenberg Museum, in 1921 Prof. Kräusel discovered this animal’s last meal. It consisted of needles of a common tree of the Cretaceous period, numerous small seeds and fruits, as well as the remains of twigs from conifers and deciduous trees.
The skin imprints on the feet show that Edmontosaurus ran on the balls of its feet, which is reminiscent of the modern camel.
The Edmontosaurus was a representative of the widespread family of hadrosaurus. Previously, it was also known by the name Anatosaurus or Trachodon .(Gift of Arthur von Weinberg)

http://palaeoblog.blogspot.com/2011/09/anatotitan-no-more.html

ANATOTITAN

http://nl.wikipedia.org/wiki/Anatotitan

Anatotitan=Anatosaurus

Brett-Surman vide Chapman & Brett-Surman, 1990


Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 1.5X1.5m
‘Reuzeneend’
Dinosauria
Ornithischia
Cerapoda
Ornithopoda
Hadrosauridae

 

Maastrichtian 71.3 - 65 mjg

Anatotitan Parasaurolophus Lambeosaurus Saurolophus

Dit is een dinosaurus van de Hadrosaurussenfamilie, een goed te herkennen familie want dit zijn de zogenoemde Eendesnavel dinosaurussen. Waarom is wel duidelijk (zie tekening onder).
Er bestaan 2 typen hadrosauriers, de hadrosauridae zonder kam en de lambeosauridae met een kam op het hoofd. Anatotitan was een twee/viervoetige plantenetende dinosaurus van 12 meter lengte. Hij leefde in het Boven-Krijt. Zoals je kunt zien is Anatotitan een kamloze hadrosaurier. Niemand, zelfs de beste paleontoloog kan niet vertellen wat voor een kleur dinosaurussen hadden omdat kleuren niet bewaard blijven. Men neemt aan dat net als in de moderne wereld er dinosaurussen zijn geweest met camouflagekleuren, waarschuwingskleuren en kleuren om op te vallen bij de vrouwtjes. Omdat er ook nu nog dieren zijn met opvallende kleuren kunnen de hadrosauriers er best zo uitgezien hebben. De hadrosauriers zijn de meest geavanceerde plantenetende dino’s en leefden tot het laatst in grote kuddes, en hadden waarschijnlijk een sociale structuur van dominante dieren en minder dominante dieren, een rangorde dus. Ook hadden zij waarschijnlijk een of andere broedzorg, dat is voor tenminste een van de hadrosaurussen-soorten bewezen. Van Maiasaurus zijn nesten gevonden met daarin eieren en nog jonge dieren. Van Anatotitan zijn trouwens 2 verschillende soorten bekend, Anatosaurus longiceps die je links boven in het kader ziet staan en Anatotitan copei waarvan je de schedel onder ziet staan.



© J. Arts
Bovenaanzicht en zijaanzicht van Anatotitan Copei.

http://eesc.columbia.edu/courses/v1001/twomed.html


Saurolophus
 May 17, 2011

Filed under: Ornithopoda — muzillu @ 9:30 pm 
Despite rows of teeth and its crested head, Saurolophus was unable to defend itself against attack.
Saurolophus is one of the so-called duckbill dinosaurs, known as hadrosaurs. It used its toothless beak to nip off twigs, tough leaves and pine needles, which it ground up between its many rows of teeth.Confusingly, Saurolophus is only very distantly related to the much more popular Parasaurolophus. The type species S. osborni is known from the remains of at least three individuals. Another species, S. angustirostris, is known from the Gobi desert. Some palaeontologists think it should be the same species as S. osborni, but others think it is a different genus altogether.

Factbox
Name: Saurolophus, meaning ‘lizard crest’Size: 9-12m long and about 3m highFood: tough plants and leaves, seeds, fruit Lived: about 80-66 million years ago in western North America and eastern Asia in the Late Cretaceous Period
About as long as a bus, Saurolophus walked on its hind legs, but supported its body on its shorter front legs when feeding. It had no claws on it toes and no way of defending itself directly against carnivorous dinosaurs. However, Saurolophus, like other hadrosaurs, probably relied on keen senses of sight, hearing and smell, as well as their legs, to get out of trouble fast.
Scientists believe that Saurolophus had a pouch of skin on its face. It blew this up like a balloon to send warning signals to the herd or to attract a mate. It may also have used this pouch to increase the noises it made, just as frogs blow out their throats when croaking.
The distinguishing feature of Saurolophus is the prominent spine that rises above the eyes and projects backwards – the uniting feature between the species of Saurolophus is the presence of the backward-pointing spike above the eye. This is formed from the nasal bones that extend backwards and may have been associated with some sound-producing mechanism. The skull is quite narrow for a hadrosaurid, especially across the snout where we would expect to see the duck-like bill. The original species was the most complete to have been found in Canada at the time (1911). The Asian species is much larger.
http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0031295

http://ffd2009.multiply.com/journal/item/238

http://www.curriemuseum.ca/2012/02/07/skin-deep-identifying-dinosaurs-by-their-scales/

 

  zie ook    —>

Cretaceous, Mongolia
a rarely seen dinosaur from Mongolia. Saurolophus sports an unusual “handle-like” crest rarely seen in other dinosaurs  http://en.wikipedia.org/wiki/Saurolophus

 

http://archosaurmusings.wordpress.com/2012/05/05/yet-more-hadrosaur-heads/

Saurolophus angustirostris

Discovered in Mongolia, Nemegt formation 
Age: Late Cretaceous 
Saurolophus (meaning “reptile crest”) is a genus of large hadrosaurine duckbill dinosaur that lived in North America (Canada) and Asia (Mongolia); it is one of the few genera of dinosaurs known from multiple continents. It is distinguished by a spike-like crest which projects up and back from the skull. Saurolophus was a herbivorous dinosaur which could move about either bipedally or quadrupedally. 

The distinctive spike-like crest of Saurolophus has been interpreted in multiple ways, and could have had multiple functions. brown suggested it could provide an area for muscle attachment and a connection point for a nonbody back frill like that seen in the basilisk lizard. Peter Dodson interpreted it as having use in sexual identification. Maryanska and Osmolska, noting the hollow base, suggested that the crest increased the surface area of the respiratory cavity, and helped in thermoregulation. James Hopson supported a function as a visual signal, and further mentioned the possibility that there were inflatable skin flaps over the nostrils that could have acted as resonators and additional visual signals.

Pterosauria

 

 INHOUD —-> https://tsjok45.wordpress.com/2012/09/03/evodisku/

 

LINK

http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2014/04/11/pterosaurs-take-manhattan/

 

AMNH  exhibition :   The accompanying website is chock full of images, videos and information– go have a look.

Here’s a nice summary video.

 

 

 

 

A to Z List of Pterosaurs

They weren’t technically dinosaurs, but these flying, gliding pterosaurs crowded the skies of the Mesozoic Era.
________________________________________________________________________________________________

Aetodactylus
This Cretaceous pterosaur had an unusually narrow beak.

 ________________________________________________________________________________________

Alanqa
This giant pterosaur stalked the swamps of northern Africa.

________________________________________________________________________________________

Anhanguera
This pterosaur had crests on the top and bottom of its head.

AnhangueraAnhanguera2Anhanguera-santanae

°http://nl.wikipedia.org/wiki/Anhanguera_(pterosauri%C3%ABr)

http://museumvictoria.com.au/melbournemuseum/discoverycentre/dinosaur-walk/meet-the-skeletons/anhanguera/

 

_________________________________________________________________________________________________

Anurognathus

One of the smallest pterosaurs of prehistoric times.

__________________________________________________________________________________________________

Azhdarcho
A giant pterosaur from central Asia.

_________________________________________________________________________________________________

Bakonydraco
The remains of this pterosaur were found in Hungary.

_________________________________________________________________________________________________

Caulkicephalus
This pterosaur was recently discovered on the Isle of Wight.

_________________________________________________________________________________________________

 

Cearadactylus
A fish-eating pterosaur from South America.

_________________________________________________________________________________________________

Coloborhynchus
The largest toothed pterosaur yet identified.

De Krijt-pterosauriër Coloborhynchus spielbergi

http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i002072.html

Hoewel de eerste pterosauriërs reeds in de  Trias (248-213 miljoen jaar geleden) verschijnen, duurt het tot het Krijt (144-65 miljoen jaar geleden) dat de vliegende reptielen enorme groottes bereiken, met spanwijdtes tot 12 meter. Pterosauriërs waren tijdgenoten van de dinosauriërs, maar ze behoren tot een andere groep reptielen. Binnen de paleontologie is afgesproken dat de naam dinosauriërs alleen gebruikt mag worden voor op het land levende dieren; alle reptielen die kunnen vliegen of in zee leven zijn geen dinosauriërs.

Prepareren

De grote pterosauriër in Naturalis is zo’n groot vliegend reptiel uit het Krijt. Het fossiel komt uit Brazilië, en toen het naar het museum kwam, zaten de botten nog in kalksteen. Een bedrijf in Duitsland dat gespecialiseerd is in het uitprepareren van botten, heeft de botten ontdaan van het omringend gesteente. Het was hiervoor nodig om het gesteente met de botten eerst onder een röntgenapparaat te leggen, zodat de preparateurs in ieders geval bij benadering wisten waar ze bot konden verwachten. Dit maakte het uitprepareren gemakkelijker. Toen dit na ongeveer één jaar klaar was, kon de studie van de botten beginnen.

Studie

Het wetenschappelijke werk bestaat uit het bestuderen, beschrijven en tekenen van de botten. Dit geeft niet alleen informatie over de vorm van het dier maar ook over de manier waarop het lichaam functioneerde. En dit geeft weer aanwijzingen voor de manier van leven. Als dit gedaan is, moet het skelet vergeleken worden met andere skeletten van pterosauri챘rs. Dit is belangrijk omdat je dan uit kunt maken of het om een nieuwe soort gaat of niet. Het belang van het bepalen of een fossiel een nieuwe soort is of niet komt voort uit het feit dat in principe iedere soort zijn eigen manier van leven heeft. Meer soorten (een grotere diversiteit) wijst erop dat er een noodzaak was voor dieren om zich aan te passen aan andere omstandigheden dan hun voorouders, wat bijvoorbeeld veroorzaakt kan zijn doordat in de oude situatie niet genoeg voedsel meer te vinden was. Aanpassing aan een andere omgeving zorgt voor anatomische veranderingen en die worden door paleontologen in kaart gebracht en gebruikt om een nieuwe soort te defini챘ren.

De pterosauriër in Naturalis is een nieuwe soort van het genus (= geslacht) Coloborhynchus. Vertaald betekent dit zoiets als “snuit die onvolgroeid is.” In de 19de eeuw bedacht de paleontoloog sir RichardOwen deze naam, toen hij een in Engeland gevonden pterosauri챘rsnuit beschreef, die volgens hem onvolgroeid was

Hij vond het heel raar dat er dieren bestonden met een stompe snuit, waar dan ook nog eens twee tanden uitstaken. Er ontstond direct een discussie of het allervoorste stuk van dit fossiel misschien was afgebroken.

Anderen dachten dat de twee ronde structuren op de platte voorkant, de tandholtes, wellicht waren veroorzaakt door erosie; het fossiel was immers zeer slecht bewaard gebleven. Maar recente vondsten hebben duidelijk gemaakt dat de snuit inderdaad stomp is en twee tanden heeft. Andere kenmerken van dit genus zijn de grote kam op de snuit en een kleinere aan de onderkaak. De kam op de snuit zit tot helemaal vooraan, in tegenstelling tot de kam van het zeer nauw verwante genus Anhanguera; hier zit de kam namelijk meer naar achteren (maar er zijn nog andere verschillen). De verschillen tussen de soorten zijn minder duidelijk.

fig 2 – Coloborhynchus spielbergi verschilt in enkele details van andere Coloborhynchus soorten

Het gaat hier om kleine details. Zo zijn de rami (= opstijgende takken) van de onderkaak meer gebogen dan bij andere soorten en is de richel op het verhemelte veel minder goed ontwikkeld. En ook het borstbeen ziet er anders uit, maar hier moet wel bij gezegd worden dat er maar twee andere borstbeenderen bekend zijn, waarvan er maar een is gepubliceerd.

Levenswijze

Gezien het gebit en de omgeving waar het fossiel gevonden is, is het aannemelijk dat het dier vis at, die hij uit het water hapte tijdens het maken van een duikvlucht. De kam op zijn kop zou dan misschien gediend kunnen hebben als een soort kiel om door het water te ploegen. Maar hier moet nog meer onderzoek naar worden gedaan, omdat eenzelfde functie ook wordt toegeschreven aan de kam vanAnhanguera, die, zoals hierboven reeds vermeld, op een andere plaats zat. De verschillen in het gebit van Anhanguera (meer en kleinere tanden dan Coloborhynchus) wijzen ook op een andere manier van leven. Er is nog niet veel bekend hoe deze dieren verder geleefd hebben, bijvoorbeeld of ze in groepen leefden of niet. Slechts van een enkele pterosauriërsoort is hierover meer zekerheid. Zo leefdePterodaustro, de ‘flamingo’-pterosauri챘r, in grote groepen. Hoewel de dieren, gezien hun bouw, zeer zeker in staat waren grote afstanden af te leggen, is het niet met zekerheid te zeggen of ze dit ook deden. Hiervoor is het aantal gevonden fossielen te beperkt. Ook is er nog te veel onduidelijk over welke kenmerken uniek zijn voor deze pterosauriërsoorten. En zolang we daar niet over eens zijn, wordt ook de systematische indeling lastig en weten we niet zeker of die ene soort op een bepaalde plaats voorkomt of dat dit een verwante, maar toch nieuwe soort is. Onzeker is ook of de dieren eieren hebben gelegd of niet; er is tot op heden nog geen ei gevonden.

Toekomst

Het lijkt erop dat we al veel weten over deze prehistorische dieren. En dat is ook zo als het gaat om de botten, hoewel ook hier nog veel onduidelijk is, zoals blijkt uit het voorgaande. Maar over hoe het dier geleefd heeft, zowel met betrekking tot het functioneren van zijn lichaam als met betrekking tot zijn plaats in het ecosysteem, is nog veel te onderzoeken. Toekomstig onderzoek richt zich hier dan ook met name op.

auteur: André J. Veldmeijer

 

_________________________________________________________________________________________________

Ctenochasma
This pterosaur had over 200 needle-like teeth.

_________________________________________________________________________________________________

°

Darwinopterus

Photograph courtesy Atlantic Productions/ZOO EFX

Darwinopterus, a pterosaur that lived 160 million years ago, is shown flying through a Jurassic forest. About the size of a crow, Darwinopterus had an anatomy that contained elements of both early and more advanced pterosaurs and is therefore considered a transitional animal. Its sharp teeth and flexible neck have led some paleontologists to speculate that it may have hunted in the air.
An important “missing link” in pterosaur evolution.

Photo: A Darwinopterus flies through a Jurassic forest in an image from the movie Flying Monsters 3D

 

_______________________________________________________________________________________________

 

°

Dimorphodon

Dimorphodon

Dimorphodon macronyx   // Dimorphodon was a midsize pterosaur with a blunt, bulky head and two types of teeth.

Dimorphodon Fossil

Dimorphodon fossil  //With a skull shaped to snap jaws fast, this animal likely caught insects mid-air.

Dimorphodon
This big-headed pterosaur had two distinct types of teeth.

D Macronyx

dimorphodon 1dimorphodon (R Owen ) dimorphodon°

http://www.dinosaurfact.net/Pterosaurs/Dimorphodon.php

http://en.wikipedia.org/wiki/Dimorphodon

http://nl.wikipedia.org/wiki/Dimorphodon

File:Dimorphodon2DB.jpg

____________________________________________________________________________________________________

°

Dorygnathus   A typical pterosaur from western Europe.

°

Dsungaripterus
A typical pterosaur of the early Cretaceous. /  -145 a -99.6 MY                                                                                                                                                 Asia: Mongolia, China

http://www.palaeocritti.com/by-group/pterosauria/dsungaripterus

http://laignoranciadelconocimiento.blogspot.be/2011/09/dsungaripterus.html

Dsungaripterus

  skull

http://paleodb.org/cgi-bin/bridge.pl?a=home

Dsungaripterus

Dsungaripterus weii
This pterosaur’s rugged skull shows adaptations for digging and eating shellfish.

Dsungareptirus Fossil

Dsungaripterus fossil
These crushing teeth could have pulverized clams like a nutcracker.

_______________________________________________________________________________________________

Eudimorphodon
This pterosaur flew the skies of Europe well over 200 million years ago.

________________________________________________________________________________________________

 

Eurazhdarcho
This giant pterosaur was recently discovered in Transylvania.

________________________________________________________________________________________________

Feilongus
This narrow-beaked pterosaur was recently discovered in China.

________________________________________________________________________________________________

Germanodactylus
This flying reptile was once thought to be a species of Pterodactylus.

________________________________________________________________________________________________

Gnathosaurus
This “jaw lizard” was discovered in 1833.

_________________________________________________________________________________________________

Hatzegopteryx
Might this pterosaur have been bigger than Quetzalcoatlus?

_________________________________________________________________________________________________

Hamipterus tianshanensis

June 5, 2014
Source:Cell Press
Summary:
Researchers have discovered the first three-dimensionally preserved pterosaur eggs in China. The eggs were found among dozens, if not hundreds, of pterosaur fossils, representing a new genus and species (Hamipterus tianshanensis). The discovery reveals that the pterosaurs — flying reptiles with wingspans ranging from 25 cm to 12 m — lived together in gregarious colonies.
This image depicts ecological reconstructions of Hamipterus.
Credit: Chuang Zhao
Pterosaurs and their  3D  eggs from China

Eieren van Pterosaurus ontdekt

Het gaat om vijf goed bewaard gebleven eieren die zijn ontdekt temidden van veertig fossielen van mannelijke en vrouwelijkePterosauriërs.

Uit de vondst blijkt dat de vliegende reptielen waarschijnlijk in grote kolonies leefden en broeden .

Dat melden Chinese onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschriftCurrent Biology.

De wetenschappers ontdekten de gefossiliseerde Pterosauruseieren tijdens een opgraving in de Chinese provincie Xinjiang. Het gaat niet om afdrukken van eieren in gesteentes, maar om driedimensionale structuren.

“Vijf van de eieren zijn driedimensionaal bewaard gebleven, sommige zijn bijna helemaal compleet”, verklaart hoofdonderzoeker Xiaolin Wan op nieuwssite ScienceDaily.  

Om de gefossiliseerde eieren zit een kalkrijke schil, aan de binnenkant bevindt zich een dik membraan. Daarmee lijken de fossielen erg op moderne slangeneieren.

De aanwezigheid van de veertig skeletten suggereert dat de vliegende reptielen zich hadden verzameld in een broedgebied. Waarschijnlijk begroeven de vrouwtjes hun eieren in vochtig zand nabij een meer om ervoor te zorgen dat hun jongen niet zouden uitdrogen.

“Vindplaatsen als deze leveren veel informatie op over het gedrag van deze vliegende reptielen die met geen enkele moderne diersoort zijn te vergelijken”, aldus Wan.

De opgegraven Pterosuariërs leefden ongeveer 120 miljoen jaar geleden. De vleugels van de dieren hadden in sommige gevallen een spanwijdte van maar liefst twaalf meter.

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis


driedimensionaal ei 

 

Wetenschappers hebben in China voor het eerst in 3D bewaard gebleven eieren van pterosaurussen ontdekt. Nabij de eieren ontdekten ze bovendien de resten van zeker tientallen volwassen pterosaurussen. Het gaat om een nieuwe soort.

Nieuwe soort
De ontdekte pterosaurussen en hun eieren zijn nieuw voor de wetenschap. De onderzoekers hebben de nieuwe soort de naam Hamipterus tianshanensis gegeven. Waarschijnlijk begroeven deze pterosaurussen hun eieren in het zand nabij een meer om te voorkomen dat deze zouden uitdrogen. Het feit dat er nabij de eieren zoveel resten van volwassen pterosaurussen zijn ontdekt, wijst erop dat ze in groepen leefden.

De eieren
De eieren van deze nieuwe soort hebben een vrij dunne, kalkachtige schaal. Daaronder bevindt zich een zacht, maar dik membraan. De eieren lijken daarmee op de eieren van moderne slangen.

De volwassenen
De onderzoekers bestudeerden bovendien de fossiele resten van veertig mannelijke en vrouwelijke volwassen pterosaurussen. Uit dat onderzoek blijkt dat er de nodige verschillen waren tussen de mannetjes en vrouwtjes. Onder meer de grootte, vorm en de hoofdkam was bij de vrouwtjes anders dan bij de mannetjes.

 

De ontdekte eieren. Afbeelding: Maurilio Oliveira.

Bijzonder
De ontdekking in het noordwesten van China is heel belangrijk. Met name omdat er ook eieren zijn aangetroffen.

Tot op heden zijn er maar enkele eieren van pterosaurussen teruggevonden en die waren allemaal ‘plat’. Het is voor het eerst dat in 3D bewaarde eieren zijn ontdekt. Ook is het uniek dat de eieren in gezelschap van hun ouders worden teruggevonden.Hoewel de vondst ons veel kan vertellen over het leven, gedrag en de voortplanting van de pterosaurus is er nog genoeg wat we niet weten. Wellicht dat meer opgravingen in ditzelfde gebied daar verandering in kunnen brengen.

Bronmateriaal:
First 3-D pterosaur eggs found with their parents” – Cell Press (via Eurekalert.org).
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door HombreDHojalata (via Wikimedia Commons).

 

___________________________________________________________

°

Huaxiapterus jii

SKULL  Top: from left to right, anterior portions of the skull of Huaxiapterus jii, H. corollatus and skull of H. benxiensis. Bottom: photography of the holotype (BXGM V0011) of H. benxiensis. After Lü, 2007

huaxiaperus-skullsHuaxiapterus-RS

°

Life reconstruction of Huaxiapterus jii (© Rafael Silva do Nascimento)

http://www.dinodinosaurs.com/f1605/huaxiapterus-information-1324.html

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_____________________________________________

°

Istiodactylus
This “sail finger” flew the skies of Cretaceous England.

 

______________________________________________

Jeholopterus
This fanged pterosaur looked like a flying vampire.

°

 Jeholopterus ningchengensis

http://www.reuters.com/article/2009/08/05/us-china-pterosaur-idUSTRE5745GJ20090805

__________________________________________________________________________________

Liaoningopterus
This Asian pterosaur was a close relative of Anhanguera.

___________________________________________________________________________________-

Nemicolopterus
This tiny pterosaur was discovered in China in early 2008.

Mini-pterosauriër/ Remy van den Brand

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/39232189/

Sluit dit venster

 Nemicolopterus crypticus[Afbeelding: Michael Skrepnick].

Onderzoekers beschrijven begin februari 2008 in PNAS een van de kleinste pterosauriërs ooit.

Het fossiel van deze vliegende, tandeloze dino werd gevonden in een Chinees gesteente dat stamt uit het Krijt en 125 tot 120 miljoen jaar oud is.

Lang was het leven van het dier niet, want volgens de wetenschappers, onder leiding van de Chinese paleontoloog Xiaolin Wang, gaat het nog maar om een jonkie. En met een spanwijdte van pak ‘m beet 25 centimeter is het een van de kleinste pterosauriërs die tot nu toe bekend zijn. Latere familieleden konden een spanwijdte van meer dan zes meter bereiken.

Opvallend zijn onder meer de erg gekromde tenen, die erop wijzen dat het beestje voornamelijk in bomen rondhing.

Waarschijnlijk ving en verorberde het daar insecten.

Mini-Pterodactyl Found in China

small pterosaurs

 http://news.nationalgeographic.com/news/2008/02/photogalleries/reptile-pictures/photo3.html

_____________________________________________________________________________________

 

Nyctosaurus
This pterosaur came equipped with its own mast and sail.

______________________________________________________________________________________

Ornithocheirus
One of the largest pterosaurs of the Cretaceous period.

_______________________________________________________________________________________

Peteinosaurus
One of the earliest known pterosaurs.

________________________________________________________________________________________

Preondactylus
The earliest pterosaur yet identified.

________________________________________________________________________________________

Pteranodon
What folks usually refer to when they say “pterodactyl.”  —>( in  gewone spreektaal   worden beiden  gebruikt als  synoniem voor “pterosaurier …”-)

 

 

 Pterosauriers ; 

 pterosauriers

 

Pterodactylus

 

Bekende geslachten zijn de Rhamphorhynchus (afb. links), Pterodactylus en Pteranodon.
De Pterosauria waren reptielen met een lange schedel, een kort lichaam, een lange staart (althans in de oudste primitieve vormen).
De voorste twee ledematen hadden zich ontwikkeld tot vleugels, gevormd door een huidplooi (zoals ook bij vleermuizen), die gesteund werd door één zeer lang uitgegroeide vinger. De overige vingers van de voorpoot fungeerden als een kleine klauw halverwege de vleugel. De beenderen zijn licht en hol, zoals bij vogels.

Uit de Archosauromorpha ontwikkelden zich aan het eind van het Trias (ca. 210-190 miljoen jaar geleden) de Pterosauria (Vliegende Hagedissen).
De Pterosauria (Gr. Pteron = vleugel; sauros = hagedis) vormen de enige groep reptielen die ooit gevlogen hebben. Zij kwamen in het Jura en het
Krijt, veel voor in Europa en Noord-Amerika, al zijn er ook soorten bekend uit Afrika. De bloeitijd van deze dieren ligt in de Jura; slechts weinig soorten zijn tot in het Krijt blijven voortbestaan.

°
Voorouders : Pterosauria (Gr. Pteron = vleugel; sauros = hagedis) worden gezien als Archosauria en bovendien als zustergroep van
(of althans nauw verwant aan) de Dinosauria. Dit is echter omstreden: veel onderzoekers menen dat de Pterosauria van hagedisvormige dieren als
Cosesaurus afstammen. Dit diertje leefde tijdens het Midden-Trias (ca. 220 mjg) in Spanje en behoort tot de Prolacertiformes, een groep van uiteenlopende primitieve reptielen en een onderverdeling van de Archosauromorpha. Anderen plaatsen de Pterosauria zelfs in de Lepidosauromorpha (Eosuchia) een zustergroep van de Archosauromorpha als vrije nauwe verwanten van de hagedissen en slangen.

°

De Vliegende reptielen moeten niet worden beschouwd als de voorlopers van de vogels. Uit goed bewaard gebleven materiaal is o.a. komen vast te staan dat de Pterosauria geen veren bezaten. De Vogels hebben zich langs een andere weg ontwikkeld, namelijk uit de Ornithosuchia (orde Thecodontia) of uit de Theropoden (Dinosauriërs)
Cosesaurus, de mogelijk voorouder van de Pterosauria.

Cosesaurus aviceps (Ellenberger and DeVillalta 1974) Middle Triassic ~225 mya, ~16cm long, was originally considered an ancestor of birds, then a juvenile Macrocnemus (Sanz and López-Martinez 1984) and finally an ancestor of pterosaurs (Peters 2000b). Here Cosesaurus was derived from a sister to Huehuecuetzpalli Jesairosaurus and MacrocnemusCosesaurus was a basal fenestrasaur that phylogenetically preceded SharovipteryxLongsiquama and pterosaurs. Once again, as important changes took place, the taxon had a smaller adult size.
http://www.reptileevolution.com/cosesaurus.htm

*Tot de Pterosauriërs (Vliegende Reptielen) uit het Krijt behoorde de Hesperorinis. Dit dier was uitstekend zwemmer en duiker, dankzij zijn zwemvliesachtige poten. De vleugels waren daarentegen klein en onontwikkeld, waardoor het dier niet kon vliegen. De Hesperorinis kwam alleen aan land om haar nest te bouwen.

 

°

 

 

Pteranadon

Pteranodon longipens
With wingspans up to 20 feet, this was one of the largest pterosaurs.

 

Pteranodon Fossil

Pteranodon fossil
Pteranodon fossils were first discovered in western Kansas, U.S.

 

_________________________________________________________________________________________

Pterodactylus
The first pterosaur ever to be discovered–and still the most famous.

_________________________________________________________________________________________

Pterodaustro
A weirdly beaked cousin of Pterodactylus.

Pterodaustro

Pterodaustro guinazui
This pterosaur’s teeth were so thin they resembled the bristles of a brush.

Pterodaustro Fossil for DL

Pterodaustro fossil
Its teeth were not for biting; the animal likely scooped up water to strain it for food.

 

Groeicurve van een vliegend draakje

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/39308259/

Een pterosaurus( Pterosauriërs )die zijn voedsel waarschijnlijk uit het water filterde, begon al aan de voortplanting als hij de helft van zijn uiteindelijke grootte had bereikt.

Dat leidt een drietal onderzoekers af uit geplette fossiele botten die gevonden zijn Argentinië. Ze zijn van ‘Pterodaustro guiñazi’, een vliegend reptiel met een merkwaardig gevormde bek. In die bek zaten talloze haarachtige tanden, die doen denken aan de baleinen van een walvis.

De gevonden botten zijn van verschillende grootte, en er is zelfs een fossiel embryo bij, compleet met eierschaal. Hoewel veel van de beenderen geplet waren, konden Anusuya Chinsamy (universiteit van Kaapstad, Zuid-Afrika) en collega’s uit de VS en Argentinië ze dankzij groeiringen in het bot gebruiken om vast te stellen hoe oud de vliegende draakjes geweest waren toen ze stierven. Ook is uit de structuur af te leiden of ze veel energie staken in iets anders, vermoedelijk voortplanting.

Jonge dieren groeiden in hun eerste twee jaar snel en werden dan seksueel actief, concluderen de onderzoekers. Op dat moment hadden ze iets meer dan de helft van hun uiteindelijke omvang. In de drie à vier jaar erna groeiden ze langzaam verder door, tot een uiteindelijke vleugelspanwijdte van tegen de tweeënhalve meter.

Elmar Veerman

Sluit dit venster

Van Pterodaustro zijn honderden skeletten gevonden.

_________________________________________________________________________________________

Quetzalcoatlus
One of the largest creatures ever to take to the sky.

°

De Quetzalcoatlus leefde in het laat-Krijt. Het dier had een vleugelspanwijdte van 12 meter, wat overeenkomt met een gevechtsvliegtuigje uit de tweede wereldoorlog. Hij jaagde voornamelijk op vis in de Amerikaanse binnenzee en viel zelden andere dinosauriërs aan.

°

Two Quetzalcoatlus Scavenge a Dinosaur

Photograph courtesy Atlantic Productions/ZOO EFX

A pair of Quetzalcoatlus scavenge a dinosaur carcass, as some paleontologists believe they might have. Quetzalcoatlus had an enormous beak the size of a man. It is the largest known pterosaur, and its height, standing, would have been eye-to-eye with a giraffe.

Quetzalcoatlus, which lived right up until the end of the Cretaceous period and the extinction of the dinosaurs, is considered in some ways to be at the top of the pterosaur family tree.

Photo: Two Quetzalcoatlus scavenge a dead dinosaur carcass in a scene from the movie Flying Monsters 3D

__________________________________________________________________________________________

Rhamphorhynchus
This pterosaur is hard to spell, but its remains are unusually well preserved.

_____________________________________________________________________________________________

Scaphognathus
A small, rhamphorhynchoid pterosaur of the late Jurassic period.

_____________________________________________________________________________________________

Sordes
A pigeon-sized pterosaur of the late Jurassic.

______________________________________________________________________________________________

°

Tapejara Head

Photograph courtesy Atlantic Productions/ZOO EFX

A close-up view of the head of Tapejara is shown here. The name is derived from Tupi Indian mythology and means “the old being.”

Some scientists have proposed that, in addition to being able to fly, Tapejara could perhaps manipulate its body to “sail” across the surface of the ocean in search of prey. Like a boat, the “hull” of the pterosaur could be formed by the breastbone dipping into the water, and the two hind legs directed backward would function like lateral hulls.

Other scientists have suggested that the Tapejara’s enormous head was not used as a sail, but instead to attract a mate. It could be that the animals with the biggest and most spectacular head crests were able to demonstrate to potential mates that they were the fittest individuals in the population

Tapejara

Photo: A Tapejara head at close range, with a huge, colorful crest, from the movie Flying Monsters 3D
A colorful pterosaur from South America.

 

________________________________________________________________________________________________

Thalassodromeus
This South American pterosaur had a gigantic head crest.

________________________________________________________________________________________________

°

Tupandactylus imperator

Tupandactylus
No other pterosaur had a bigger crest in relation to its body size.

Tupandactylus crest fossil

Tupandactylus fossil
This rare specimen shows signs of the soft tissue between the bones of the crest.

_____________________________________________________________________________________________

 

Tupuxuara
A colorful pterosaur closely (and confusingly) related to Tapejara.

 

_______________________________________________________________________________________________

Vectidraco
This pterosaur was discovered by a five-year-old girl.

________________________________________________________________________________________________

Zhejiangopterus
One of the best-preserved of the giant pterosaurs.

 

________________________________________________________________________________________________

***************************************************************************************************************

 

 

NADER   BEKEKEN  (Diverse artikels  ) 

 

 

 

Vroege vogels en pterosauriërs zaten elkaar niet in de weg

http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsnr.php?nummer=105

15 November 2005, jaargang 7 nr. 22

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Vroege vogels en pterosauriërs zaten elkaar niet in de weg De provincie Liaonin in noordoost China levert een voortdurende stroom van interessante nieuwe fossielen op. De afzettingen zijn vooral bekend geworden door de vondsten van gevederde dinosauri챘rs, maar zijn minstens zo interessant door het gelijktijdige voorkomen van pterosauri챘rs en vroege vogels. Daarover zijn net nieuwe gegevens beschikbaar gekomen, die ook meer inzicht geven in de onderlinge verhoudingen tussen beide groepen.

De schedel van Feilongus youngi

In de Yixian Formatie zijn de schedel en de onderkaak een nieuwe pterosauri챘r gevonden, Feilongus youngi. Het gaat om een (nieuw) geslacht dat tot de Archaeopterodactyloidea moet worden gerekend. Met zijn spanwijdte van ca. 2,4 m is hij de grootst bekende vertegenwoordiger uit deze groep. De tanden (het moeten er in totaal 76 zijn geweest) zijn naaldvormig. In de Jiufotang Formatie is het grotendeels complete skelet gevonden van een exemplaar dat eveneens een nieuw geslacht representeert, Nurhachius ignaciobritoi, dat tot de Istiodactylidae moet worden gerekend. De spanwijdte bedroeg 2,4-2,5 m, en deze soort had 54 tanden. Beide nieuwe vondsten komen uit afzettingen (de Jehol Groep) die ongeveer 225 miljoen jaar oud zijn (Vroeg-Krijt), en beide behoren tot taxa die tot nu toe alleen uit Europa bekend waren. Dat betekent volgens de onderzoekers dat er waarschijnlijk een levendig ‘verkeer’ tussen Europa enerzijds en Siberi챘 en Oost-Azi챘 anderzijds bestond.


Het complete skelet van Nurhachius ignaciobritoi

De oudste formatie van de Jehol Group, de Yixian Formatie, heeft nu 7 soorten pterosauriërs opgeleverd. De op de Yixian volgende Jiufotang Formatie heeft nu 6 soorten opgeleverd. Het is daarbij interessant dat de beide formaties verschillende fauna’s van pterosauriërs hebben, die resp. relatief primitief en relatief ver ontwikkeld zijn. Dat is opvallend omdat vindplaatsen van pterosauriërs elders ter wereld alleen betrekkelijk primitieve vormen bevatten (Solnhofen) of juist alleen betrekkelijk ontwikkelde vormen (Santana Fm.). De onderzoekers vermoeden dat de relatief lange tijdspanne waarin de Jehol Groep werd afgezet (5 miljoen jaar) verantwoordelijk is voor deze zichtbare evolutie. Die evolutie lijkt overigens complex en moet nog grotendeels ontrafeld worden.


Reconstructie van een pterosauriër uit de Jehol groep

Naast de ca. 40 resten van pterosauriërs die de Yixian Formatie heeft opgeleverd, zijn er ook meer dan 1000 fossiele vogels uit afkomstig. De Jiufotang Formatie heeft, naast zo’n 1090 pterosauriërs, ook meer dan 1000 vogels opgeleverd. In totaal zijn er nu uit de Jehol Groep 21 vogelsoorten beschreven (terwijl nog tenminste vijf nieuwe soorten niet zijn beschreven). Voor de pterosauriërs gaat het om 13 beschreven en minstens 3 nog onbeschreven soorten. Door deze aantallen is nu een redelijk beeld van de vliegende fauna van destijds verkregen. Duidelijk is dat er veel meer vogels waren dan pterosauriërs, zowel in soortenrijkdom als in aantal. De verspreiding van deze fossielen wijst erop dat beide groepen elkaar in het Vroeg-Krijt (en mogelijk gedurende het grootste deel van het Mesozoïcum) niet in de weg zaten: de vogels leefden vooral in het binnenland, terwijl de pterosauriërs meer de kustgebieden bevolkten.

Referenties:
  • Wang, X., Kellner, A.W.A., Zhou, Z. & Almeida Campos, D. de, 2005. Pterosaur diversity and faunal turnover in Cretaceous terrestrial ecosystems in China. Nature 437, p. 875-879.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Xiaolin Wang, Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology, Chinese Academy of Sciences, Beijing (China).

Jachtwijze van pterosauriërs moet worden herzien

1 November 2007, jaargang 9 nr. 11 artikel 862

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=862

502171-e6ff8abef93adbee81f0af15586e74ea

Over de wijze waarop de pterosauriërs leefden en hun voedsel verkregen, bestaat nog veel onduidelijkheid. Deze opmerkelijke diergroep, waarvan sommige soorten een spanwijdte hadden van 12-15 m, leefde volgens de huidige opvattingen voor een belangrijk deel van vis. Op basis van de anatomie van hun kop, en ook van hun bek, werd tot nu toe verondersteld dat ze (zo niet alle dan toch in ieder geval sommige soorten zoals Thalassodromeus en Quetzalcoatlus) dat deden door dicht over het wateroppervlak te scheren, waarbij ze de onderste helft van hun snavel door het water haalden, in de hoop om zo een vis te vangen. Die wijze van vissen wordt recent onder meer toegepast door schaarbekken (Rynchops).
Het beeld van de reusachtige pterosauriërs die scherend over het water, met hun snavel het water doorklievend op jacht naar vissen, lijkt echter niet langer houdbaar. Op basis van nagebouwde snavels vanTupuxuara en van Thalassodromeus sethi – een soort die in 2002 veel aandacht kreeg juist omdat de gevonden restanten de karakteristieken van kop, hals en snavel vertoonden die op het vissen op deze methode lijken te wijzen – hebben onderzoekers van de Universiteit van Portsmouth namelijk vastgesteld dat deze in het water een zeer grote weerstand zou hebben ondervonden. Die moet een orde van grootte groter zijn geweest dan die van de schaarbek. Als gevolg daarvan zou deze manier van foerageren aan Thalassodromeus zeer veel energie hebben gekost; zoveel energie dat de zo gewonnen prooidieren daarvoor geen compensatie zouden bieden. Bij de stern gaat het al om zo’n 20% van de energie die het voedsel oplevert (en dat is waarschijnlijk ook de reden waarom zo weinig vogelsoorten op deze wijze vissen), en bij de grote pterosauriërs zou de balans dus zelfs negatief zijn geweest.

In principe zouden kleinere pterosauri챘rs (de onderzoekers noemen een drempelwaarde van 2 kg) deze jachtmethode wel kunnen hebben toegepast met een positieve energiebalans, maar bij de aangetroffen restanten van zulke kleine pterosauri챘rs (onder meer Rhamphorhynchus) ontbreken juist de aanpassingen van de kop en de nek die voor een dergelijke wijze van vissen nodig zijn.

Een en ander impliceert natuurlijk niet dat de pterosauriërs niet op vis jaagden. Ze moeten daarvoor echter andere methoden hebben gebruikt. Ook de stern doet dat overigens frequent, waarbij hij op 3-5 m boven het water vliegend naar vis aan het wateroppervlak speurt, en zich vervolgens loodrecht op een waargenomen prooi laat vallen, vergelijkbaar met de wijze waarop sommige roofvogels andere vogels vangen.

Referenties:
  • Humphries, S., Bonser, R.H.C., Witton, M.P. & Martill, D.M., 2007. Did pterosaurs feed by skimming? Physical modelling and anatomical evolution of an unusual feeding method. PloS Biology 5(8): e204. doi:10.1371/journal.pbio.0050204.

donderdag, 20 augustus 2009
In het Zuid-Franse Crayssac hebben paleontologen landingssporen van een pterosaurus gevonden.

http://rspb.royalsocietypublishing.org/content/early/2009/08/14/rspb.2009.1161.full?sid=cdc2579c-7701-4130-b021-6073962d1328

De onderzoekers hebben hun vondst bekend gemaakt in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society. Het is voor het eerst dat er sporen van de ‘landingsbaan’ van een pterosaurus zijn gevonden.

De pterosauria, voor zover bekend de enige reptielen die ooit gevlogen hebben, kwamen voor van het Trias tot het Krijt en leefden voornamelijk in Europa en Noord-Amerika. De vondst van het landingsspoor van een pterosaurius geeft onderzoekers een uniek inkijkje in hoe de dieren landden.

De onderzoekers laten weten dat het reptiel ongeveer 150 miljoen jaar geleden landde in zachte klei en zo sporen achter liet. De pterosaurius zou bij deze landing zijn vleugels hebben gebruikt om af te remmen. De eerste afdrukken die gevonden zijn waren namelijk die van achterpoten. Zodra de vaart verminderd was bracht de pterosaurius ook zijn voorpoten naar de grond, maakte hij een ‘hupje’ en liep hij vervolgens verder. Bij het lopen gebruikte het dier ook de punten van de vleugels.

Vermoed wordt dat de gevonden sporen afkomstig zijn van een kleine pterosaurius.
De klauwen van het dier dat de afdrukken achterliet waren ongeveer vijf centimeter lang.

Of grotere pterosauriërs op dezelfde wijze landden is niet bekend.
Pterosaurus landde op twee poten
http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2009/augustus/Pterosaurus-landde-op-twee-poten.html
 

Een spoor in 140 miljoen jaar oude Franse modder laat zien hoe een vliegend reptiel geland moet zijn: eerst op zijn achterpoten, waarna hij op vier poten verder liep.
Er zijn de afgelopen jaren al veel meer loopsporen van pterosauriërs gevonden op ‘Pterosaur Beach’, een rotsformatie in het zuidwesten van Frankrijk. Maar nu presenteert het team van Jean-Michel Mazin iets unieks.

De paleontologen beschrijven  een serie afdrukken die een klein exemplaar van zo’n vliegend reptiel heeft gemaakt tijdens een landing. Het dier had voetzolen van zo’n 5 centimeter lang, is te zien aan de ondiepe afdrukken in wat destijds modder was.

Uit het spoor blijkt dat de pterosauriër bijna stilstond in de lucht voor hij neerkwam, dan z’n twee achterpoten naast elkaar neerzette, twee sprongetjes maakte en vervolgens voet voor voet begon te lopen. Hij steunde daarbij met zijn voorpoten op de grond. Kortom: hij landde als een vogel, maar liep als een vleermuis. Of het beest met zijn vleugels flapperde om af te remmen, zoals je bij vogels vaak ziet, is niet uit het spoor af te leiden. Hij kan ook vaart verminderd hebben zoals paragliders en grotere vogels dat doen: op het laatste moment optrekken en dan bijna loodrecht uit de lucht vallen, met gespreide vleugels.

Een grote wens van de onderzoekers is om een spoor te vinden van een opstijgende pterosauriër, want daarover zijn nog veel vragen. Ze blijven dus verder zoeken.

Elmar Veerman

Pterosaurus was lange afstandsvlieger
maandag 18 oktober 2010 (Knack )-

http://nl.wikipedia.org/wiki/Pterosauriërs 

Pterosauriërs, de grootste vliegende dieren die ooit hebben geleefd, konden 16.000 kilometer aan één stuk door vliegen.
Dat verklaarden onderzoekers van de Chatham Universiteit in Pittsburgh op een bijeenkomst van de Society for Vertebrate Paleontology.

De reptielen leefden ongeveer 200 miljoen jaar geleden.
Ze waren zo groot als een moderne giraf en hadden vleugels met een spanwijdte van 10 meter.
Hiermee konden ze zich laten voortdrijven door stijgende luchtstromen.

Zweeftechniek

Michael Habib, de hoofdonderzoeker die de nieuwe berekeningen maakte, gaat ervan uit dat de Pterosaurus tijdens een vlucht steeds maar enkele minuten na elkaar met zijn vleugels klapperde, waarna hij op de luchtstromen zweefde om zijn spieren te laten rusten. Op deze manier kon hij 16.000 kilometer of meer afleggen zonder te landen.
Volgens de onderzoekers is hun berekening van de maximale vliegafstand van de dieren redelijk conservatief. Zo wordt er geen rekening gehouden met de atmosfeer in de Krijtperiode. Die was warmer en had meer opstijgende warme luchtstromen. “De laagste schattingen liggen rond de 8.000 kilometer”, aldus Habib, “maar bij de hoogste schattingen loopt de afstand op tot wel 32.000 kilometer.”
Het onderzoek spreekt eerdere bevindingen, die zeggen dat zulke grote dieren gewoonweg niet kunnen opstijgen, tegen. Daar stellen de onderzoekers nu tegenover dat de Pterosaurus weliswaar bijna 300 kilo woog, maar dat hij veel vetreserves verbrandde om zo lang in de lucht te blijven. Tijdens een vlucht van 16.000 kilometer verbrandde het dier bijna 80 kilogram vet.
Als Habibs bevindingen kloppen, is het mogelijk dat Pterosaurussen die in verschillende continenten zijn teruggevonden, toch tot dezelfde soort behoren.

http://news.nationalgeographic.com/news/2010/10/101015-science-giant-pterosaurs-longest-nonstop-flight-distance-record/
‘Pterosaurus vloog als zweefvliegtuig’ 
Nu nl   25 november 2010
– De pterosaurus kreeg in de loop van de evolutie waarschijnlijk reusachtige vleugels om voorzichtiger te kunnen vliegen en landen.
Dat blijkt uit een onderzoek van Britse wetenschappers.
De pterosaurus had vermoedelijk een vleugelspan die kon oplopen tot ruim tien meter, omdat het dier daardoor een extra zachte landing
konden maken. Pterosauriërs gebruikten hun vleugels waarschijnlijk ook niet om hard te vliegen, maar om langzaam door de lucht te zweven.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Bristol in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the Royal Society B.
http://www.bristol.ac.uk/news/2010/7335.html
http://rspb.royalsocietypublishing.org/

Breekbaar

“Aangezien de botten van de pterosaurus erg lang en dun waren en dus breekbaar, was het vermogen om zacht te landen erg belangrijk om verwondingen
te voorkomen”, verklaart hoofdonderzoeker Colin Palmer op BBC News.
http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-11815320

“Door deze manier van landen konden ze veel groter worden dan moderne vogels”, aldus Palmer.
Windtunnel

De wetenschapper kwam tot zijn conclusies door modellen van pterosaurusvleugels te bouwen en deze te testen in een windtunnel. Hij ontdekte al snel dat de vleugels weinig aerodynamisch waren, omdat ze relatief veel bot bevatten. Daardoor waren ze erg kwetsbaar bij snelle en plotselinge bewegingen.

Volgens Palmer is het daarom aannemelijk dat pterosauriërs nauwelijks klapwiekten, maar met gespreidde vleugels door de lucht zweefden en gebruik maakten van stijgende luchtstromen.
Landing

De windtunneltest wees verder uit dat de dieren door hun grote vleugels een zeer langzame en  zachte landing konden maken. Dat was volgens Palmer ook noodzakelijk om te voorkomen dat hun lange en dunne botten zouden breken. .

“Een pterosaurus die aankwam op zijn plaats van bestemming, wilde niet tegen een rots aan botsen”, aldus Palmer. “Deze dieren moesten absoluut zacht en gecontroleerd landen.”

Darwinopterus Modularis een perfecte mix tussen twee pterosauriers -groepen .(1)

bron : eosmagazine.eu – 10/14/2009 –
zie ook( voor meer achtergrondinfo) ;
http://www.ucmp.berkeley.edu/diapsids/pterosauria.html

Maar vooral
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pterosauri%C3%ABrs
http://en.wikipedia.org/wiki/Pterosaur

 deel van een van de gevonden skeletten

Britse en Chinese wetenschappers (2) hebben een nieuw soort vliegend reptiel (1)ontdekt.
Ze hebben twintig fossiele skeletten onderzocht die eerder dit jaar zijn gevonden in Noordoost-China, in rotsen die 160 miljoen jaar oud bleken te zijn.(ongeveer de grenslijn tussen Midden- en Laat – Jura )
Deze pterosurier vloog rond tijdens de overgang van de midden- naar de late jura, en minstens tien miljoen jaar eerder dan de eerste vogel, archeopteryx.

De onderzoekers doopten de nieuwe pterosaurus of vliegend reptiel (1-) Darwinopterus (‘de vleugel van Darwin’), omdat hij het bewijs kan zijn voor een ongewone vorm van evolutie.

Wetenschappers kennen al langer twee verschillende groepen pterosauria-morfen :
* De oudste zijn de”basale” pterosauriers rhamphorhynchoidae’ :primitieve vliegende reptielen met relatief korte schedels voorzien van verschillende dinstinctieve “openingen “, lange cervicale ( nek) ribben , een korte metacarpus ( zoiets als een handpalm of een voetzool ) , lange staarten( met de onvermijdelijke uitzonderingen en een groot vliegmembraam dat is gespannen tussen de achterpoten= het cruropatagium ) Deze pterosaurus-groep dateert van die in het begin van het mesozoïcum (220-65 miljoen jaar geleden/ –>ze duiken voor het eerst op in het laat trias ) :ze zijn van (relatief)klein tot medium postuur


 Jeholopterus nichengensis
http://www.universitario.com.br/noticias/noticias_noticia.php?id_noticia=8577 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jeholopterus


* De jongste groep zijn de Pterodactyloidae complexere pterosauria met een korte staart .De schedels zijn lang en smal , er is vooraan een enkele grote opening ( ipv twee ) voor beide ogen …de cervicale riben ontbreken, ze bezitten een lange metacarpus, het cruropatagium is allometrisch gereduceerder geworden ….Ze duiken op in het laat Jura en konden soms gigantische proporties aannemen ….
*De laatste groep (pterodactyloidae) evolueerden uit de eerste groep, ( rhamphorhynchoidae)
maar tussen beide groepen zat een enorm evolutionair gat.


http://www.bertsgeschiedenissite.nl/geschiedenis%20aarde/pterosauria.htm

Pterodactylus kochi, Jura afdrukken van de vleugel membranen zijn bewaard gebleven .De vleugelspanwijdte van pterosauriamorfen varieerde van 20 centimeter tot 12 meteres
Deze reptielen uit het laat jura zaten in dezelfde “predator” niches van/als de huidige vogels
Courtesy of J.M.V.Rayner 
http://blackwellpublishing.com/ridley/image_gallery/Jurassic_pterosaur.asp 


De ‘nieuwe’ Darwinopterus zit met zijn 160 miljoen jarige ouderdom zowat ( met zijn groep )in het midden van het plaatje.
Het roofdier had lange kaken, scherpe tanden en een vrij flexibele nek en was ongeveer zo groot als een kraai.
Volgens de onderzoeker kan je hem waarschijnlijk het best vergelijken met de hedendaagse havik.

‘Darwinopterus betekende ook
een aantal niet bevestigde meer algemene (speculatieve )verwachtingen (=educated guesses ) voor ons’
,
zegt David Unwin van de University of Leicester, een van de onderzoekers. (2)
Maar dat leverde dcus wel heel veel nieuw fossiel (bewijs)materiaal op, ter ondersteuning van ” gewijzigde ” en nieuwe werkhypothesen over de evolutie van ( in dit geval) deze tussengroep van pterosauriers ..

‘We hadden verwacht dat de transitie-groep ( waartoe deze darwinoptgerus als soort hoort ) tussen beide pterosauriers( de primitieve en de geavanceerde ) een
 geleidelijke overgang zou tonen, zoals bijvoorbeeld een staart die noch lang noch kort zou zijn.
Maar Darwinopterus heeft vreemd genoeg het het hoofd en de nek van de geavanceerde pterosaurus, terwijl de rest van het skelet, inclusief de erg lange staart, identiek is aan dat van de“primitieve “pterosaurussen.

‘De geologische ouderdom van Darwinopterus en de bizarre combinatie van geavanceerde en primitieve kenmerken openbaart heel wat over de evolutie van deze pterosaurus.
Die evolutie ging vooral heel snel met veel grote verandering op korte tijd.(Op geologische tijdschaal ).
Voorts valt op dat hele groepen kenmerken die belangrijke structuren vormen, zoals de schedel, de nek of de staart,
 samen blijken te zijn geëvolueerd: eerst het hoofd en de nek, later gevolgd door het lichaam, de staart, de vleugels en de poten. Het lijkt er dus op dat natuurlijke selectie op hele ‘modules’ inwerkte, en niet, zoals we verwachtten, op specifieke kenmerken zoals de vorm van de bek of van de tanden. Dat gegeven ondersteunt het controversiële idee van relatief snelle ‘modulaire’ evolutie.’(3)
( in de citaten staan de het rood gemaakte zinsneden voor mijn persoonlijke (vervangende ) interpreterende vertalingen (van bepaalde termen en zinnetjes ) of mijn toegevoegde nota’s) 

Het onderzoek staat in het britse Proceedings of the Royal Society B.
zie bijlage ( onderaan /aan te klikken )

Figure 2. Holotype ZMNH M8782 (a,b,e) and referred specimen YH-2000 ( f ) of D. modularis gen. et sp. nov.: (a) cranium and mandibles in the right lateral view, cervicals 1-4 in the dorsal view, scale bar 5cm; (b) details of the dentition in the anterior tip of the rostrum, scale bar 2cm; (c) restoration of the skull, scale bar 5cm; (d) restoration of the right pes in the anterior view, scale bar 2 cm; (e) details of the seventh to ninth caudal vertebrae and bony rods that enclose them, scale bar 0.5 cm; ( f ) complete skeleton seen in the ventral aspect, except for skull which is in the right lateral view, scale bar 5 cm. 

Abbreviations: a, articular; cr, cranial crest; d, dentary; f, frontal; j, jugal; l, lacrimal; ldt, lateral distal tarsal; m, maxilla; mdt, medial distal tarsal; met, metatarsal; n, nasal; naof, nasoantorbital fenestra; p, parietal; pd, pedal digit; pf, prefrontal; pm, premaxilla; po, postorbital; q, quadrate; qj, quadratojugal; sq, squamosal; ti, tibia.




Figure 4.
Phylogenetic relationships and evolutionary context of

Darwinopterus. (a) Phylogenetic analysis of Pterosauria (see the
electronic supplementary material for details), possible alternative locations for 
Darwinopterus 
indicated by D1 and D2.

(b) Schematic restorations of a basal pterosaur (above), Darwinopterus (middle) and a pterodactyloid (below) standardized

to the length of the DSV, the arrow indicates direction of evolutionary transformations; modules: skull (red), neck (yellow),
body and limbs (monochrome), tail (blue); I, transition phase one; II, transition phase two. 

(c) Time-calibrated phylogeny
showing the temporal range of the main pterosaur clades;
basal clades in red,
pterodactyloids in blue; known ranges of
clades indicated by solid bar, inferred ‘ghost’ range by coloured line; footprint symbols indicate approximate age of principal
pterosaur track sites based on 
Lockley et al. (2008); stratigraphic units and age in millions of years based on Gradstein et al.(2005)
.
1, 
Preondactylus
; 2, Dimorphodontidae; 3, Anurognathidae; 4, Campylognathoididae; 5, Scaphognathinae; 6, Rhamphorhynchinae;
7, 
Darwinopterus; 8, Boreopterus; 9, Istiodactylidae; 10, Ornithocheiridae; 11, Pteranodon; 12, Nyctosauridae; 13, Pterodactylus
;
14, 
Cycnorhamphus; 15, Ctenochasmatinae; 16, Gnathosaurinae; 17, Germanodactylus
; 18, Dsungaripteridae;
19, 
Lonchodectes
; 20, Tapejaridae; 21, Chaoyangopteridae; 22, Thalassodromidae; 23, Azhdarchidae. Abbreviations:M, Monofenestrata;
P, Pterodactyloidea; T, Pterosauria; ca, caudal vertebral series; cv, cervical vertebral series; mc, metacarpus; na,
nasoantorbital fenestra; r, rib; sk, skull; v, fifth pedal digit.

Darwinopterus is in there, too—it’s the small purple box numbered “7”. You can see from this diagram that it is a pterosaur in a very interesting position, just off the branch that gave rise to the pterodactyls. How it got there is interesting, too: it’s basically a pterosaur body with the head of a pterodactyl. Literally

http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/10/15/darwinopterus-and-mosaic-modul/

Phylogenetic analysis confirms that, as strongly suggested by its apparent transitional nature, Darwinopterus is the sister-taxon to Pterodactyloidea (it has to be outside of this major clade, as published definitions are node-based*).

Pterodactyloidea [adjacent ‘family tree’, from Unwin (2003), Basal pterosaurs, aka ‘rhamphorhynchoids’, are down at the bottom in blue; pterodactyloids are in purple].
Diverse Links over pterosauriers

http://www.nsf.gov/od/lpa/news/03/pr03124.htm
http://pandasthumb.org/archives/2009/10/darwinopterus-a.html#more
Zie vooral http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2009/10/darwinopterus_transitional.php

°

NOTEN

(1) Er wordt herhaaldelijk in dit artikel nogal ergerlijk en slordig gesproken over ” vliegende dino’s Maar pterosauriers( = zoals ze gebruikelijk genoemd worden in in de spreektaal /maar eigenlijk zijn het pterosauria-morfen ) zijn zeker GEEN dinosauriers (= deze vliegende reptielen zijn zelfs geen dinosauro-morfen ) Het zijn archosauriers
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pterosauri%C3%ABrs
…..Om een structuur te krijgen die de volle verwantschappen weergeeft en direct aansluit bij de resultaten van wetenschappelijk onderzoek, kunnen we een 
cladogram gebruiken zoals dit van Unwin:[16]

(2) Hoofdonderzoeker is Junchang Lü /Institute of Geology, Chinese Academy of Geological Sciences, Beijing

(3) Modulaire evolutie levert de zogenaamde ” mozaik”-types op
(PZ MEYERS)” …..The transitional form between two species isn’t necessarily a simple intermediate between the two in all characters, but may be a mosaic: the anatomy may be a mix of pieces that resemble one species more than the other. In this case, what happened in the evolution of the pterodactyls was that first a pterodactyl-like skull evolved in a pterosaur lineage, and that was successful; later, the proto-pterodactyls added the post-cranial specializations. Not everything happened all at once, but stepwise….”

Prachtige site
http://www.pterosaur.net/index.php

Oerreptiel legde een ei

dinoegg

Voor het eerst is het geslacht van een pterosaurus vastgesteld
Een ei van drie centimeter lag bij de cloaca van de pterosaurus. Het was dus een vrouwtje
.

23.08.2011

Onderzoekers van de Chinese academie van aardwetenschappen in Beijing hebben als eersten met zekerheid het geslacht van een pterosaurus kunnen vaststellen. Dat komt doordat een boer in de Chinese provincie Liaoning onlangs een ei heeft gevonden bij een 160 miljoen jaar oud, vrijwel compleet fossiel van de pterosaurus Darwinopterus. Het fossiel is zonder twijfel een vrouwtje, aldus de paleontologen.

Het ei bevindt zich net iets buiten het geboortekanaal van de pterosaurus en is waarschijnlijk naar buiten gestuwd door de gassen die bij de ontbinding van het dier vrijkwamen.

De paleontologen konden zien dat de linkervleugel is gebroken. Mogelijk is de pterosaurus daardoor gestorven, waarna ze naar de bodem van een meer is gezonken en werd geconserveerd. De onomstotelijke bepaling van het geslacht is heel belangrijk voor de paleontologen.

http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2011/02/10/darwinopterus-pterosaur-with-egg/

dinoskelet

MRS-T

Het fossiel dook op in de Chinese provincie Liaoning.


Eerder hebben zij namelijk pterosaurussen met én zonder kam op hun kop gevonden, en ze betwijfelden of het wel om één en dezelfde soort ging, ook al waren de skeletten verder identiek. Maar de vondst van deze vrouwtjespterosaurus, die geen kam heeft, neemt de twijfel weg – in elk geval wat de Darwinopterus betreft.

Het staat vast dat bij deze soort alleen het mannetje een kam had. De hanenkam was een teken van kracht bij de strijd van de mannetjes om de vrouwtjes. En voor de vrouwtjes was de kam een teken dat het mannetje een goede partner was.

Vrouwtjes hadden een groter bekken
In het gebied waar het fossiel gevonden is, zijn nog tien exemplaren gevonden van de Darwinopterus. En doordat het geslacht is bepaald, kunnen de paleontologen nu vaststellen dat de vrouwtjes een groter en flexibeler bekken hadden dan de mannetjes. Dat is ook logisch, want daardoor konden de vrouwtjes makkelijker eieren leggen.

Uit onderzoek naar het ei blijkt dat dit geen harde kalkschaal had, zoals bij vogels, maar een zachte, perkamentachtige schaal, zoals bij reptielen van nu. De schaal bevatte poriën, waardoor de foetus van water werd voorzien. Dat duidt erop dat de eieren van de pterosaurus werden begraven, net zoals die van schildpadden en krokodillen.

Zo is de theorie weerlegd dat pterosaurussen op de huidige vogels leken, in de zin dat zij nesten bouwden en goed voor hun jongen zorgden. De onderzoekers trekken juist de conclusie dat de voortplanting en kraamtijd van pterosaurussen meer gemeen heeft met die van reptielen dan met die van vogels.

Sexueel dimorphisme 

i-f83f754d279bb433f02400c1a77be1af-Darwinopterus-female-&-male-background-Witton-Feb-2011.jpg

Het vrouwtje van de Darwinopterus (l) had geen kam, alleen het mannetje had er een. of was het een rode kam ? 

File:Darwinopterus NT.jpg


http://www.eosmagazine.eu/home/ctl/Detail/mid/485/xmid/2934/xmfid/12.aspx

  21 jan 2011

Pterosaurus legde zachte eieren

Een spectaculair fossiel van een pterosaurus en haar ei geven inzicht in hoe de gevleugelde reptielen zich voortplantten. De paleontologen die de vondst deden, denken dat ze bewijs hebben dat het dier meerdere eieren legde en dat de pasgeboren jongen zelfstandig konden overleven en dus konden vliegen.

Pterosaurus waren de eerste gewervelden die konden vliegen. De gevonden fossielen zijn om en bij de 220 miljoen jaar oud, uit het trias. 65 miljoen jaar geleden stierven ze uit. De dieren waren de grootste vliegende dieren ooit, sommige hadden vleugels met een spanwijdte van 10 meter.

Over hun levenswijze en gedrag is nog weinig geweten. Vogels en krokodillen zijn de dichtste nog levende verwanten van de pterosaurus, maar de drie groepen zijn evolutionair enorm uit elkaar gegroeid. Uit eerder ontdekte fossielen bleek al dat pterosaurus eieren legde, maar er bleven weinig eieren bewaard en direct bewijs over hoe ze hun jongen opvoedden is er niet. Deze nieuwe vondst, beschreven in Sciencedeze week, biedt een paar opmerkelijke uitkomsten.

‘Mrs T’ of ‘Mrs Pterodactyl’, zoals het fossiel werd gedoopt, is in China gevonden. Het behoort tot het geslacht Darwinopterus, waarvan de vleugels een spanwijdte van één meter hadden. De resten van een vleugel zijn 160 miljoen jaar oud en waren op de bodem van een meer gezonken. Het dier broedde nog net een ei uit vlak voor het met sediment werd bedekt.

De afmetingen van het ei komen overeen met de pelvis van het dier, zodat de kans dat het ei per toeval bij de pterosaurus terechtkwam, uiterst klein is. Uit verdere analyse bleek het ei niet uit calciumcarbonaat te bestaan, zoals vogeleieren. In hetzelfde meer werden nochtans andere eieren opgegraven die wel kalk bevatten. Dat bewijst volgens de onderzoekers dat pterosaurus zachte eieren legde, zoals reptielen. Dat bevestigt eerdere theorieën.

Het ei is ook relatief klein, met een geschat gewicht van zes gram. Het dier zelf zou tussen 110 en 220 gram gewogen hebben. Moderne vogels met een gelijkaardig gewicht leggen eieren die tot drie keer zo zwaar zijn. Volgens onderzoeker David Unwin legde pterosaurus, net zoals huidige reptielen, verschillende kleine eieren in bodems waar vocht door kan sijpelen. Door het vocht verdubbelen de eieren in gewicht voor ze openbarstten.

De pasgeboren pterosaurussen waren kleine versies van de volwassene en konden vermoedelijk zelfstandig overleven en vliegen. Moderne vogels daarentegen komen uit het ei met onontwikkelde vleugels en hebben ouderlijke zorg nodig om te overleven.

Mannetje had hanenkam
Het fossiel Mrs T lost ook een andere vraag op: wat zijn mannetjes en wat zijn vrouwtjes? Van de dertig al opgegraven Darwinopterussen hadden sommige een grote hanenkam, andere niet. Van het pas beschreven fossiel ontbreekt een deel van het fossiel maar er blijft genoeg over om te concluderen dat Mrs T geen hanenkam had. De hanenkammen waren volgens de onderzoekers dus pronkstukken bij de mannen. Die hadden ook een smaller bekken dan Mrs T, wat te verwachten was.

Toch is niet iedere paleontoloog overtuigd. Kevin Padian van de University of California denkt dat Mrs T geen kam had omdat het dier nog te jong was, en niet omdat het vrouwelijk was. Hij denkt ook dat het ei te groot was om er meerdere ineens te kunnen leggen. (rvb)

Bijlagen:

rspb.2009.1603.full.pdf pterosaurs.pdf (945.4 KB)   

Grootste vliegende reptiel moest taxiën om in de lucht te komen

http://www.scientias.nl/grootste-vliegende-reptiel-moest-taxien-om-in-de-lucht-te-komen/75533

Geschreven op 09 november 2012 

Met een spanwijdte ietsje groter dan die van een F16 had het vliegende reptiel uit het geslacht Quetzalcoatlus zeker het benodigde materiaal om het luchtruim te kiezen. Maar als ‘ie al vliegen kon, hoe kwam het beest ter grootte van een giraf dan ooit de lucht in? Door te taxiën, zo stellen wetenschappers.

Reptielen uit het geslacht Quetzalcoatlus kent u waarschijnlijk van die prachtige platen waarop indrukwekkende vogelachtige reptielen met enorme vleugels pronken. Vaak worden ze vliegend voorgesteld waarbij hun spanwijdte van tien meter of meer gebruikt wordt om indruk te maken op de toeschouwer. Maar hoe kwamen deze giganten ooit de lucht in?

Simulatie
Onderzoekers van de Texas Tech University beten zich in dat vraagstuk vast. Ze maakten gebruik van computersimulaties om te achterhalen hoe het dier met succes het luchtruim zou kunnen kiezen. In hun simulatie maakten ze gebruik van de grootste Quetzalcoatlus ooit gevonden.

Helling
De onderzoekers berekenden dat de Quetzalcoatlus in kwestie ongeveer 70 kilo moet hebben gewogen. En met zo’n gewicht en met het oog op de grootte en omvang van de vleugels was er eigenlijk maar één manier waarop deze reptielen heelhuids in de lucht konden komen. Door te taxiën. “Als Quetzalcoatlus zich op de grond bevond, moest deze waarschijnlijk een helling vinden en dan daar heel snel op vier poten vanaf rennen, dan op twee poten en vervolgens voldoende kracht opbouwen om het luchtruimte kiezen,” vertelt onderzoeker Sankar Chatterjee. “Het had een gebied nodig om te taxiën.”

De Quetzalcoatlus in vergelijking met een mens een giraf en daarnaast (van bovenaf gezien) in vergelijking met een F16. Afbeeldingen: Texas Tech.

Photo: A Quetzalcoatlus soars alongside a gilder in a scene from the movie Flying Monsters 3D

Quetzalcoatlus With Glider

A Quetzalcoatlus is shown flying along with a glider (piloted by David Attenborough) in a composite image from a film. Quetzalcoatlus’s wingspan reached up to 35 feet, the longest wingspan of any animal ever known to live on Earth.

This animal—the biggest that has ever flown—was probably a tremendous glider. With hollow bones and lightweight construction, it would have had an ideal form to exploit natural up-currents to stay aloft without flapping.

°

Katapult
De resultaten van de onderzoekers staan haaks op eerdere studies. Zo stelden onderzoekers recent nog vast dat de Quetzalcoatlus zo’n 250 kilo woog. En dat het reptiel ondanks dat enorme gewicht nog steeds het luchtruim kiezen kon, door zijn voorpoten als een katapult te gebruiken en zichzelf de lucht in te schieten. Vandaag de dag zijn er nog dieren die dat doen: de vampiervleermuiz bijvoorbeeld. Chatterjee durft echter met zekerheid te stellen dat deze aanpak onmogelijk gewerkt kan hebben bij de Quetzalcoatlus. Wat mogelijk is voor een vleermuis van 25 gram is onmogelijk voor een dier dat vele malen keer zwaarder is. Dat komt onder meer door de enorme vleugels van het dier. “Met een spanwijdte van 10,4 meter zou Quetzalcoatlus niet in staat zijn om na zo’n sprong krachtig met zijn vleugels te slaan en daarbij met die kwetsbare vleugels niet de grond te raken.”

In de lucht
Maar ook opstijgen door te taxiën was een hele klus, zo benadrukt Chatterjee. De onderzoekers vermoeden dan ook dat Quetzalcoatlus het grootste deel van zijn tijd in de lucht doorbracht. Het reptiel moet zich eenmaal in de lucht prima hebben kunnen redden; met de grote vleugels kon deze heerlijk door de lucht glijden zoals grote vogels dat vandaag de dag doen.

In hun simulaties gaan de onderzoekers ervan uit dat de Quetzalcoatlus zo’n 70 kilo woog. Dat is weinig voor een reptiel dat ongeveer zo groot is als een giraf en meer dan tien meter brede vleugels had. Toch denkt Chatterjee er niet ver vanaf te zitten. Hij wijst erop dat de botten van het dier hol waren en dat dat al heel veel gewicht scheelde.

http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2013/01/23/palaeontology-of-sw-germany-3-1-13-hauff-pterosaurs/

Campylognathoides liasicus,

hauff_68

File:Campylognathoides sp AMNH 1713 cast skull.jpg

File:Campylognathoides-Ghedo.JPG

Wingspan about a meter./Cast of the Pittsburgh specimen of Campylognathoides liasicus  AMNH

hauff_69

hauff_74

Cast – this original is at the SMNS. A bigger one, with a wingspan of about 230 cm.

Interestingly, both specimens are labelled as C. zitteli, but the Pittsburgh one is definitely C. liasicus

Dorygnathus banthensis

Dorygnathus banthensis with a wingspan of a good meter (105 cm). A rhamphorhynchid

hauff_80

File:Dorygnathus.JPG

A cast in the Urwelt-Museum Hauff at Holzmaden of UUPM R 156, a specimen sold by Bernhard Hauff to the University of Uppsala in 1925

File:Dorygnathus banthensis 2.jpg

Dorygnathus banthensis, unterer oder schwarzer Jura, etwa 188 Millionen Jahre alt, Holzmaden, Württemberg

hauff_77

De vliegende reptielen ….. een nieuwe soort ontdekt. De nieuwe soort moet met een spanwijdte van drie meter redelijk indrukwekkend zijn geweest.

De onderzoekers hebben de nieuwe soort de naam Eurazhdarcho langendorfensis gegeven. Ze vonden de fossiele resten van de soort – die zo’n 68 miljoen jaar oud zijn – terug in Roemenië.

Lopen en vliegen
Eurazhdarcho behoort tot een groep pterosauriërs die we de azhdarchiden noemen,” vertelt onderzoeker Darren Naish. Deze reptielen hadden lange nekken en lange koppen.

Hun vleugels waren zeer geschikt voor een leven in de lucht, maar ook op de grond redden ze zich prima. De reptielen vouwden hun vleugels dan op en liepen op hun achterpoten en de punten van hun vleugels (die dienst deden als voorpoten). Dat schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE.

 

Roemenië
De nieuwe soort die wetenschappers van de universiteit van Southampton nu ontdekt hebben, was met een spanwijdte van drie meter redelijk groot, maar niet gigantisch. “Dat geldt voor veel dieren die we tot op heden in Roemenië ontdekt hebben,” stelt Naish. “Ze zijn vaak klein in vergelijking met familieleden in andere gebieden.”

Voedsel
Hoe vliegende reptielen zoals de nieuwe soort aan eten kwamen, daar waren de meningen lang over verdeeld. Vlogen ze over wateren en pikten ze hun voedsel tijdens hun vlucht op? Of liepen ze langs het water en haalden ze met hun lange snuiten prooien uit de modder? “Eén van de nieuwste ideeën is dat azhdarchiden door de bossen, velden en andere gebieden liepen op zoek naar kleinere prooien. Eurazhdarcho onderschrijft dit beeld van de azhdarchiden, aangezien deze fossielen afkomstig zijn van een landinwaarts gelegen gebied waar zowel bossen en velden als lange, meanderende rivieren en moerasachtige gebieden zijn,” vertelt onderzoeker Gareth Dyke.

De vondst van de nieuwe soort is best bijzonder. Het is het meest complete voorbeeld van een azhdarchide die tot op heden in Europa is teruggevonden.

http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0054268

Figure 4 Eurazhdarcho langendorfensis (EME VP 312) in situ bone map.
Figure 4. Eurazhdarcho langendorfensis (EME VP 312) in situ bone map.

 

Figure 5 Preserved elements of Eurazhdarcho langendorfensis re-assembled as found in partial articulation.
Figure 5. Preserved elements of Eurazhdarcho langendorfensis re-assembled
Figure 6 Line drawings of preserved Eurazhdarcho langendorfensis cervical vertebrae.
show less
Figure 6. Line drawings of preserved Eurazhdarcho langendorfensis cervical vertebrae.
show more

EME VP 312. (a) Cervical four in lateral view. (b) Cervical four in dorsal view. (c) Cervical four in anterior view. (d) Cervical three in dorsal view. (h). Cervical three in lateral view. For scales see figures 7–9. Abbreviations: ns, neural spine; prz, prezygapophysis; nc, neural canal.

Figure 7 Eurazhdarcho langendorfensis, cervical vertebra three.

MOSASAURUS and VARANEN (MONITOR LIZARDS )

 Mosasauridae zijn hagedissen en behoren tot de Varanoidea.
De huidige varanen zijn de nauwste verwanten van de Mosasauridae. Mogelijk behoren ook de slangen tot de varanen + mosaurus-clade.
Varanus salvator, een bij het water levende
soort uit het Lichfield National Park in Australië
 Varanus Bitawa 
Varanus   exanthematicus

KOMODO VARAAN 

http://www.geologischevereniging.nl/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=1114
voorouderlijke verwanten van de komodovaraan 

Holmes, R.B., Murray, A.M., Attia, Y.S., Simons, E.L. & Chatrath, P., 2010. Oldest known Varanus (Squamata: Varanidae) from the Upper Eocene and Lower Oligocene of Egypt: support for an African origin of the genus. Palaeontology 53, p. 1099-1110.

Voorouder /verwant komodo-varaan

megalania priscus ( “oude” maar gepasseerde wetenschappelijke   naam ) = Varanus prisca

J. J. HEAD & all

https://tsjok45.wordpress.com/2011/01/10/test-2/varanus-prisca/

klik op de foto voor een grotere versie

°

Over de komodovaraan

De komodovaraan is de grootste hagedis die vandaag de dag nog in leven is. En met de dieren valt niet te spotten: het zijn echte roofdieren die grote prooien kunnen verslinden. Van waterbuffels tot herten.
Ook zijn er verhalen bekend waarin ze mensen doden.
°

komodo media_l_4112381    komodo media_xl_3597640   KOMODO media_xl_4112385

Gifcocktail

De Komodovaraan, ’s werelds grootste en gevaarlijkste hagedis, blijkt zijn slachtoffers niet te doden met een cocktail van dodelijke bacteriën in zijn mond – zoals altijd werd aangenomen –
maar is wel degelijk erg giftig.   Pas in 2009 werd ontdekt dat hij gifklieren bezit en  dat die ( in combinatie met de bacteriën in zijn bek) dodelijk uit de hoek kunnen komen.

Door scans te maken van het hoofd van een Komodovaraan hebben wetenschappers van de Universiteit van Melbourne complexe gifklieren in de mond van de hagedis ontdekt.
Die werken zoals bij gifslangen.

Lange tijd werd gedacht dat varanen hun slachtoffers  alleen doodden door bacteriën in het speeksel, die een verwoestende uitwerking hebben als ze na een beet in het weefsel of de bloedbaan  van prooidieren terecht komen.

 Geen dodelijke bacteriën in de mond

 02 juli 2013 8

komodovaraan

Nieuw onderzoek toont aan dat de komodovaraan zijn mond zorgvuldig schoon houdt en dat daar dus geen dodelijke bacteriën te vinden zijn.

Komodovaranen leven in Indonesië. Ze eten onder meer reeën en zwijnen. Zo’n 75 procent van de reeën en zwijnen die slachtoffer worden van de komodovaraan sterft binnen dertig minuten. Nog eens vijftien procent legt binnen drie tot vier uur het loodje. Dat de beet van de komodovaraan zo dodelijk is, werd lang geweten aan bacteriën die in de mond van de komodovaraan voor zouden komen. Maar een nieuw onderzoek rekent  verder  af met die aanname. “Komodovaranen zijn eigenlijk heel schone dieren,” concludeert onderzoeker Bryan Fry, van de universiteit van Queensland.

Poetsen
“Wanneer komodovaranen klaar zijn met eten, besteden ze zo’n tien tot vijftien minuten aan het likken van de lippen en schuren ze met hun hoofd langs bladeren om hun mond schoon te maken. Bovendien houdt de tong de binnenkant van hun mond ook extreem schoon. In tegenstelling tot wat mensen denken, hebben komodovaranen geen stukken rottend vlees (afkomstig van hun slachtoffers, red.) waar bacteriën goed op gedijen, tussen hun tanden zitten.”

Waterbuffel
Maar hoe is die mythe dan ontstaan? Ook dat zochten de onderzoekers uit. Het blijkt alles te maken te hebben met de waterbuffel. Ook dit dier kan slachtoffer worden van de komodovaraan, maar in tegenstelling tot reeën en zwijnen overleeft de waterbuffel een aanval vaak wel.

“Waterbuffels ontkomen bijna altijd, maar hebben dan wel diepe wonden in hun poten,” vertelt Fry. In het verleden bestudeerden onderzoekers de aangevallen waterbuffels. En in hun wonden vonden ze zeer gevaarlijke bacteriën terug.

De link was snel gelegd: die moesten wel uit de mond van de komodovaraan komen. Maar die conclusie is onjuist, legt Fry uit. Een gewonde waterbuffel vlucht naar warm, stilstaand water vol met uitwerpselen van andere waterbuffels en dus ook vol met bacteriën. “Wanneer de waterbuffel met zijn gapende wonden in dat water gaat staan, raken die wonden geïnfecteerd.” En dat is dus niet de schuld van de onhygiënische komodovaraan.

Wellicht vraagt u zichzelf af waarom de waterbuffel zo onverstandig is en in het vieze water gaat staan. Dat heeft alles te maken met ons: de mens.
Waterbuffels zijn door mensen naar Indonesië gebracht; van oorsprong komen waterbuffels daar niet voor. In het oorspronkelijke leefgebied van de waterbuffel zijn grote, schone plassen water te vinden: de ideale plek om de wonden veilig uit te spoelen. Op Indonesië moeten de dieren het met kleine, vieze waterplassen doen. De waterbuffels gedragen zich alsof ze in hun oorspronkelijke leefgebied zijn,   dus dat baden  in indonesie  is niet zo gezond  :   het tegendeel is waar.
Wanneer ze hun toevlucht zoeken in het water worden hun wonden blootgesteld aan de uitwerpselen en urine van andere buffels. “Dat is een ideale situatie voor het ontstaan van infecties.”… En natuurlijk hebben de overlevende generaties  waterbuffels in indonesie   gereageerd    aan de slechtere omstandigheden …. hun ras  kan  nu  iets  beter  tegen een  infektie- stootje

Dat de mythe van de komodovaraan met de fatale bacteriën in de mond zo lang overeind bleef, heeft ook met de komodovaraan zelf te maken. Tijdens onderzoeken werden bij sommige komodovaranen gevaarlijke bacteriën in de mond aangetroffen. Dit onderzoek toont echter aan dat die bacteriën daar niet thuishoren. Ze belanden in de mond van de komodovaraan wanneer deze uit vieze waterbronnen drinkt. Maar de komodovaranen hebben te weinig gevaarlijke bacteriën in hun mond om waterbuffels aan een infectie te helpen. Sterker nog: de populatie bacteriën in de mond van de komodovaraan is vergelijkbaar met die in de mond van andere vleeseters.

Bronmateriaal:
Fear of Komodo dragon bacteria wrapped in myth” – UQ.edu.au
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Neil (via Wikimedia Commons).

Komodovaraan dodelijker dan gedacht

 EOS

Artikel | 19 mei, 2009 – 12:52

De prooien van de Komodovaraan sterven niet aan bloedvergiftiging veroorzaakt door toxische bacteriën in de muil van het dier, zoals eerder werd gedacht. Het zelfgeproduceerd gif maakt een hagedissenbeet fataal.De Komodovaraan (Varanus komodoensis) is de grootste hagedis ter wereld – mannetjes kunnen tot drie meter lang worden en meer dan honderd kilogram wegen. De varanen beschikken over een zestigtal gezaagde tanden waarmee ze hun prooi dodelijk kunnen verwonden.Australische wetenschappers hebben met behulp van gesofisticeerde medische beeldvormingtechnieken ontdekt dat de kaken van de dieren bovendien gifklieren bevatten. Daarmee ontkrachten ze de algemene veronderstelling dat de prooien van varanen sterven aan bloedvergiftiging veroorzaakt door toxische bacteriën in de muil van de hagedissen. In plaats daarvan is het de combinatie van een bloederige beet en zelfgeproduceerd gif die prooien de das om doet.Komodovaranen bijten hun slachtoffers en laten ze vervolgens weer los, waarna ze wachten tot de prooi doodbloedt. Het gif dat tijdens de beet wordt afgescheiden zorgt voor een snelle daling van de bloeddruk, waardoor de prooi in een shock terechtkomt en als verlamd blijft zitten, en stimuleert het bloeden.Hoewel de bijtkracht van een varaan veel zwakker is dan die van een krokodil, kunnen de reuzenhagedissen dankzij hun speciale jachttechniek waarbij het contact met de prooi tot een minimum wordt beperkt, toch relatief grote prooien aan.(ddc)

  • In 2008 werd ontdekt dat de Komodo varaan gifklieren heeft. Het gif in kwestie voorkomt stolling van het bloed (INR —>  het is dus een anticoagulans  zoals ” bloedverdunners ” en ” rattenvergif ”   )  en verlaagt de bloeddruk, als gevolg waarvan de gebeten prooi in shock raakt en doodbloed.
    Zie Fry et al., PNAS 106 (2009), p. 8969-8974

°

Vrouwelijke komodovaraan sterft eerder

 18 oktober 2012  

De vrouwelijke komodovaraan heeft het niet gemakkelijk: ze moet enorme nesten bouwen en zes maanden lang heel intensief op haar eieren passen. En die zware huishoudelijke taken eisen hun tol, zo blijkt nu uit onderzoek: ze kosten het vrouwtje heel wat levensjaren.

Mannelijke komodovaranen kunnen rond de zestig jaar oud worden. Vrouwtjes leven aanzienlijk korter: gemiddeld 32 jaar. Onderzoekers vroegen zich af hoe dat enorme verschil te verklaren valt en bestudeerden gedurende tien jaar 400 komodovaranen in het oosten van Indonesië.

Groeien
De lange periode van onderzoek stelde de wetenschappers in staat om precies vast te stellen hoe snel de komodovaraan groeit. Het leverde opvallende resultaten op. Mannetjes en vrouwtjes zijn ongeveer even groot, totdat ze ( beiden ) op zevenjarige leeftijd seksueel volwassen worden. Vanaf dat moment groeien de vrouwtjes veel trager. Het resultaat? Een volwassen mannelijke komodovaraan is zo’n 160 centimeter lang en weegt 65 kilo. Een volwassen vrouwtje is ongeveer 120 centimeter lang en weegt ongeveer 22 kilo.

Prioriteiten
Het vertelt iets over de prioriteiten van de komodovaraan, zo schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE. Wanneer ze seksueel volwassen zijn, steken de vrouwtjes in tegenstelling tot de mannetjes aanzienlijk minder energie in groeien. Maar waar gaat die energie dan heen? Het huishouden.

Hard werken
“De verschillen in grootte tussen de twee geslachten lijken verband te houden met de enorme hoeveelheden energie die vrouwtjes investeren in het produceren van eieren, het bouwen en bewaken van hun nesten,” vertelt onderzoeker Tim Jessop. Het is zwaar werk. Vooral dat bewaken van de eieren: dat duurt zo’n zes maanden en in die periode eet het vrouwtje niets, waardoor ze veel gewicht verliest en zeker niet groeien kan.

Het onderzoek kan wetenschappers mogelijk helpen om de komodovaraan te beschermen. De soort staat te boek als kwetsbaar. Als we precies weten hoe de dieren zich ontwikkelen, kunnen we betere maatregelen nemen om ze te behouden.

Bronmateriaal:
Extreme ‘housework’ cuts the life span of female Komodo Dragons” – Melbourne.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Raul654 (via Wikimedia Commons).

°
Op zesjarige leeftijd is het mannetje seksueel rijp
Van zodra hij volwassen is, heeft hij geen natuurlijke vijanden meer.
Een volwassen reuzenhagedis kan drie meter lang worden en tot 200 kilo wegen.
Deze varanen zijn de grootste hagedissen ter wereld .
Gemiddeld worden de imposante dieren zowat dertig jaar oud.

°

Beschermde soort
De komodo leeft solitair en staat in zijn geïsoleerde leefomgeving bovenaan de voedselketen. Hoewel het om een beschermde diersoort gaat, blijft het aantal in de natuur levende komodo’s afnemen.
De voornaamste oorzaken zijn de illegale jacht en het steeds kleiner wordende leefgebied.
Er zouden nog 6000  a  4.000 exemplaren in het wild leven op de Indonesische eilanden Komodo, Padar, Rinco maar ook in enkele reservaten op het grotere eiland Flores.

KOMODOmedia_xll_5536720

Komodovaraan verwant met fossiele hagedis uit Afrika
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

http://www.geologischevereniging.nl/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=1114

De komodovaraan (Varanus komodoensis).

Draken bestaan, al hebben ze niet alle eigenschappen uit de talrijke Middeleeuwse legendes. De komodovaraan (Varanus komodoensis), die meters lang kan worden, is een hagedis die echter in veel opzichten uiterlijk op een draak lijkt, en het is dan ook geen wonder dat zijn Engelse naam komodo dragon (komododraak) is. Ook zijn gelijkenis met dino’s is frappant. Het dier komt alleen nog in Indonesië voor, waar zijn leefgebied in de laatste eeuwen echter ook sterk in omvang is afgenomen.

Varanen komen ook elders in Azië en Afrika voor, maar hoe hun voorouders zijn geëvolueerd en waar dat gebeurde, was onduidelijk omdat er nauwelijks fossiele restanten van dit taxon (de Varanidae) bekend zijn. Daarin is nu verandering gekomen doordat in een woestijngebied meer dan honderd wervels van een fossiele varaan zijn gevonden. Die wervels zijn gedateerd als 33 miljoen jaar oud (Laat-Eoceen en Vroeg-Oligoceen).

De vindplaats van de fossiele
wervels in Fayum-woestijn in Egypte.

De fossiele wervels vertonen volgens de onderzoekers een zo grote gelijkenis met die van de huidige varanen – en speciaal met de komodovaraan – dat het heel nauwe verwanten moeten zijn. Dat is opvallend, want de oudste fossiele restanten die aan de komodovaraan worden toegeschreven zijn slechts zo’n 700.000 jaar oud. Dit zou betekenen dat deze varaan in enkele tientallen miljoenen jaren niet of nauwelijks is veranderd, en dus met recht als levend fossiel kan worden beschouwd.

wervels uit de hals

(boven: recent; onder fossiel).


<—-wervels uit de rug
(boven: recent; onder fossiel)

<—wervels uit de staart
(allemaal fossiel).

Toch moet er in die lange tijd wel iets gebeurd zijn, want de fossiele wervels werden gevonden in Egypte, in de Fayum-woestijn. Dat is min of meer de tegenpool van Indonesië waar de komodovaranen nu leven. Deze varanen moeten vroeger dus hetzij een veel grotere verspreiding hebben gehad dan nu, of ze zijn – om wat voor reden dan ook – in de loop der tijd ver gemigreerd.

De fossiele varaan, waaraan nog geen officiële naam is toegekend, was meer dan anderhalve meter lang. Het moet een goede zwemmer zijn geweest, en het is dus geen wonder dat de fossiele wervels werden gevonden in een door winderosie uitgeblazen vlakte die ooit de bodem van een rivier of en meer moet zijn geweest. Of het dier volledig in het water leefde, of deels op het land, is vooralsnog onduidelijk, maar sommige recente varanen, zoals Varanus salvator, zijn ook uitstekende zwemmers.

Varanus Salvator

De fossiele varaan leefde duidelijk in of bij zoet water. Het lijkt dan ook uitgesloten dat die varaan uit Afrika naar Indonesië is gezwommen. Daarbij moet worden bedacht dat Afrika van 100 tot 12 miljoen jaar geleden volledig geïsoleerd in de oceaan lag. De onderzoekers opperen de mogelijkheid dat de migratie gedurende miljoenen jaren plaatsvond doordat kleine landmassa’s of kleine aardschollen zich van Afrika afsplitsten en van positie veranderden, daarbij hun fauna en flora met zich meevoerend.

Dat is een intrigerende hypothese. Vanwege het voorkomen van min of meer nauw verwante dieren in Azië en Afrika (o.a. bepaalde zoetwatervissen, maar ook varanen!) werd to nu toe namelijk algemeen aangenomen at deze dieren vanuit Azië naar Afrika zijn gemigreerd. Dat lijkt nu dus juist omgekeerd.

Referenties:
  • Holmes, R.B., Murray, A.M., Attia, Y.S., Simons, E.L. & Chatrath, P., 2010. Oldest known Varanus (Squamata: Varanidae) from the Upper Eocene and Lower Oligocene of Egypt: support for an African origin of the genus. Palaeontology 53, p. 1099-1110.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Rob Holmes, Department of Biological Sciences, University of Alberta, Edmonton

(Canada).

Full-size image (78 K)

Fig. 1. Location map, geological sketch of the Salas de los Infantes area (Burgos, Spain), and stratigraphic position of the Viajete fossiliferous level.

arcanosaurus ibericus

Fig. 3. Arcanosaurus ibericus n. gen. et sp. (Late Barremian–Aptian; Viajete, Burgos, Spain). A–B, posterior cervical vertebra MDS-VJ 17; C, posterior cervical vertebra MDS-VJ 9; D–E, posterior cervical vertebra MDS-VJ 8; F–J, dorsal vertebra (holotype) MDS-VJ 5; K–L, caudal vertebra MDS-VJ 19; M, caudal vertebra MDS-VJ 20; N, caudal vertebra MDS-VJ 23 and O, caudal vertebra MDS-VJ 28; in A, I, K, M – ventral, B, C, J, N – left lateral, D, F, L – anterior, E, G – posterior, H – dorsal, and O – right lateral views. Scale bar equals 5 mm.

http://rhamphotheca.tumblr.com/post/44880733337/arcanosaurus-ibericus-o-a-new-varanoid-squamate
http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0195667112001723

Fig. 2. Arcanosaurus ibericus n. gen. et sp. (Late Barremian–Aptian; Viajete, Burgos, Spain). A–F, axis vertebra MDS-VJ 1; G–J, anterior cervical vertebra MDS-VJ 2; in A, H – anterior, B – posterior, C,I- dorsal, D,J – ventral, E – right lateral and F,G – left lateral views. Scale bar equals 5 mm.

Full-size image (71 K)
Fig. 4. Arcanosaurus ibericus n. gen. et sp. (Late Barremian–Aptian; Viajete, Burgos, Spain). A, mid-sagittal and B, neutral transverse X-ray tomographic sections of MDS-VJ 6. PPB: primary periosteal bone. Scale bars equal: A – 1 mm; B – 5 mm.

http://colectivosalas.blogspot.be/2013/01/arcanosaurus-ibericus-un-lagarto-entre.html
http://en.wikipedia.org/wiki/Arcanosaurus

°

°

MOSASAURUS

MOSASAURUS

Mosasaurs are close relatives of the monitor lizards (family Varanidae).

“As early as 1800, the Dutch palaeontologist Adriaan G. Camper recognised the monitor (varanid) lizard affinities of these fossil vertebrates (Camper, 1800; Mulder, 2003), well before they were described as Mosasaurus(Conybeare, 1822). Points of similarity between mosasaurs and snakes were recognised by Edward D. Cope. This inspired him to introduce the order Pythonomorpha (Cope, 1869a).”

Lee (1997) suggests that snakes evolved from a marine mosasaur. The monitor lizards undoubtedly share a common ancestor with the mosasaurs, although their exact relationship remains controversial. There are suggestions that mosasaurs descended from a monitor lizard or from an aigialosaur, which is itself considered a close relative of the monitor lizards.
http://www.njgonline.nl/publish/articles/000258/article.pdf

Therefore monitor lizards, snakes and mosasaurs all appear to be closely related. Their exact relationship with each other would need to be worked out
http://www.oceansofkansas.com/mus-mosa.html

   <– phylogenie

Amateurvondst blijkt ‘missing link’    //zaterdag, 19 november 2005

Een 16 jaar geleden gevonden fossiel in Texas, blijkt een belangrijke schakel te zijn in de evolutie van mosasaurussen.
Dat bericht de Southern Methodist University in Dallas, die de vondst uitvoerig heeft onderzocht.
Erkenning
Fossielenjager Van Turner vond 16 jaar geleden een fossiel bij een bouwplaats in de buurt van Dallas en had direct door dat dit iets bijzonders moest zijn.

De kenner van fossielen kon zijn vondst niet plaatsen en bracht het voor onderzoek naar het Dallas Museum of Natural History,dat over een grote collectie fossielen beschikt.

Bijna 16 jaar later krijgt de amateur-fossielenjager inderdaad de erkenning die hij verdient: het fossiel blijkt een vroege vertegenwoordiger te zijn van een uitgestorven tak van de hagedissen die evolutionair gezien een belangrijke omschakeling maakten: van landdieren ontwikkelden zij zich tot reptielen die volledig in het water leefden.

Het reptiel is deze maand wetenschappelijk beschreven in een speciaal nummer van het Netherlands Journal of Geosciences en vernoemd naar zijn ontdekker: Dallasaurus turneri.
Belangrijke schakel
De Dallasaurus turneri leefde ongeveer 92 miljoen jaar geleden in de kustgebieden van Texas en vertegenwoordigt een belangrijke schakel in de evolutie van de Mosasauridae : Mosasaurussen.

Deze prehistorische dieren ontstonden op land, maar geleidelijk aan zochten ze het water op.
In de zeeën evolueerden ze verder en wisten ze de oceanen net zo te domineren zoals de dinosaurussen dat op het vasteland deden.

De Texaanse vertegenwoordiger is een vroege variant van de de mosasaurussen en de eerste die in Noord-Amerika is gevonden.

Het dier heeft nog duidelijke kenmerken van een bewoner van het vastland, zoals voor- en achterpoten die geschikt zijn om om mee te lopen.Bij latere mosasaurussen ontwikkelden de poten zich tot vinnen.
Komodo-varaan
Op basis van het fossiel, dat circa 80 procent van het dier weergeeft, hebben curators een recontructie gemaakt die een tijd in het Dalles  museum te zien was. Het reptiel lijkt wel wat op een kleine Komodovaraan , de nauwste verwant in de dierenwereld van tegenwoordig.

here is a reconstruction of D Turneri what it is believed to look like   //Some fossils./ One with a person in it for scale.:

 For a quick overview of Mosasaurs you can do no better than Oceans of Kansas

New Transitional Fossil Found: Dallasaurus turneri

http://mcdougald.blogspot.com/2005/11/new-transitional-fossil-found.html

John Wilkins at Evolving Thoughts has some interesting thoughts on the subject as well.
The Hairy Museum of Natural History has more.

Including links to pics of the fossil, the paper it was described in and more!
The mosasaurs are species of aquatic reptiles that are related to lizards (to be more precise the varanoid lizards – of which the Komodo 
dragon is a good example).During the upper cretaceous they reached their peak. Almost 20 genera are recognized for this period with the largest approaching 30 feet.They were ocean going carnivores that ate almost anything that swam in the sea.

*Below is a list of some representative species 

However, we are not concerned with one of the larger species. We are interested in a little three foot long specimen discovered in Texas..Most Mosasaurs have flippers, Dallasaurus turneri has limbs similar to other land lizards.

From Science Daily: // Until the discovery of Dallasaurus, however, only five primitive forms with land-capable limbs were known, all of them found in the Middle East and the eastern Adriatic.  The advanced fin-bearing mosasaurs have been grouped into three major lineages. Although a small number of primitive mosasaur have been known to retain land-capable limbs, they were thought to be an ancestral group separate from the later fin-bearing forms. Dallasaurus represents a clear link to one lineage of the later forms and the first time researchers can clearly show mosasaurs evolved fins from limbs within the different lineages of mosasaurs.

Ancestor ?      MOSASAUROID AIGIALOSAURIDAE

Aigialosaurus was a semi aquatic lizard that was developed to enter the water yet still return to land.‭ ‬This is similar to many other lizards at this stage of the Cretaceous that would eventually evolve into the mosauridae,‭ ‬the last major group of marine reptiles that would adapt to ocean life during the Mesozoic.‭

Aigialosaurus (Opetiosaurus) bucchichi Skeleton on Matrix http://www.bhigr.com/…/product.php?&#8230; – Verenigde Staten –

http://reptileevolution.com/aigialosaurus.htm http://en.wikipedia.org/wiki/Aigialosaurus

Aigialosaurus

  • A. dalmaticus Kramberger, 1892 (type)
  • A. bucchichi Kornhuber, 1901
  • (synonym)Opetiosaurus Kornhuber, 1901
Sauropsida
Order: Squamata
Suborder: Scleroglossa
Superfamily: Varanoidea
Family: Aigialosauridae
Genus: Aigialosaurus
Kramberger, 1892

MOSASAURUS en Co

.Halisaurus family 

H. platyspondylus
H. ortlebi
H. arambourgi
H. onchognathus

2.Eonatator family 

E. sternbergii

3.Clidastes family 

C. liodontus
C. “moorevilensis”
C. propython

4.Mosasaurus family 

(links ) M. hoffmanni (=M. maximus)  

(hierboven  rechts ) skelet van Bèr (M hoffmani Maastricht )   
M. conodon
M. dekayi
M. missouriensis
M. mokoroa

5.Moanasaurus family 

M. mangahouangae

6.Amphekepubis family 

A. johnsoni

7.Liodon family

L. anceps
L. sectorius
L. mosasauroides

8.Plotosaurus family 

P. tuckeri
P. bennisoni

9.Globidens family 

G. alabamaensis
G. dakotensis

10.Prognathodon family 

P. overtoni
P. giganteus
P. rapax
P. waiparaensis
P. stadtmani
P. solvayi

11.Plesiotylosaurus family 

P. crassidens

12.Carinodens family

C. belgicus

13.Goronyosaurus family 

G. nigeriensis

14.Pluridens family

P. walkeri

15.Platecarpus family 

P. tympaniticus (=P. coryphaeus, P. ictericus)
P. planifrons
P. bocagei (=Angolasaurus; Lingham-Solair 1994)

16.Ectenosaurus family 

E. clidastoides

17.Selmasaurus family

S. russelli

18.Igdamanosaurus family 

I. aegyptiacus

19.Yaguarasaurus family

Y. colombianus

20.Plioplatecarpus family 

P. primaevus
P. houzeaui
P. marshii

20.Tylosaurus family 

T. proriger
T. nepaeolicus
T. kansasensis
T. ivoensis

21.Hainosaurus family 

H. bernardi
H. pembinensis
H. gaudryi

22.Taniwhasaurus family

T. oweni (=Tylosaurus haumuriensis)

23.Lakumasaurus 

L. antarcticus

Maashagedis had gespleten tong

29/09 – De zeereptielen die 65 miljoen jaar geleden op de plaats van het huidige Maastricht in een tropische zee rondzwommen, hadden een enigszins gespleten tong. Dat concludeert de Maastrichtse paleontoloog Anne Schulp in zijn proefschrift.

gebaseerd op de analyse van de kolossale schedel van mosasaurus ‘Ber’, die in 1998 in de ENCI-groeve in de stad werd gevonden.Schulp is verbonden aan het Natuurhistorisch Museum Maastricht, waar de schedel permanent wordt tentoongesteld. Schulp gebruikte een veelheid aan onderzoekstechnieken om te komen tot een beeld van de levende mosasaurus. Behalve scanners gebruikte hij ook een nagebouwde kaak en een bijtkrachtmeter om oesters, krabben en inktvissen door te bijten.

De tong van de mosasaurus is volgens Schulp vooral uit museaal oogpunt van belang. Die moet in eventuele reconstructies correct zijn. Uit vergelijkingen van de bouw en vermoedelijke voedingsgewoonten van het prehistorische Maasmonster met die van hedendaagse reptielen, komt hij tot de conclusie dat die tong aan het uiteinde waarschijnlijk gespleten is geweest. Hard bewijs daarvoor is er niet, zachte delen als de tong worden niet in fossielen teruggevonden.

In zijn proefschrift geeft Schulp een overzicht van de evolutionaire verwantschappen tussen de gevonden mosasaurusachtige zeereptielen uit Nieuw-Zeeland, Israël, België en de VS. Hij denkt dat een onlangs gevonden fossiel in Angola een missing link kan zijn tussen de Maastrichtse Ber en de andere mosasaurussen.

Onze bloedeigen ‘Maashagedis’ “Bèr”

De Mosasaurus: zwemmende gigant, trots van Maastricht, cruciale schakel in de evolutie, schrik van menige haai, oerstom en hartstikke uitgestorven

Nederland is niet rijk bedeeld met dinosauriërs. De oorzaak is simpel. Toen de dino’s over de aarde liepen, was er helemaal geen Nederland.

Nederland is immers piepjong. Althans, in geologische termen. Een paar miljoen jaar oud, ontstaan uit slib dat bezonk in de monding van enkele grote rivieren. Toen Nederland zich vormde, waren de dinosauri챘rs al lang en breed uitgestorven.

In de tijd van de dino’s bevond zich op de plek waar nu Nederland is, een ondiepe tropische zee met heuse koraalriffen. Er heerste een superbroeikaseffect en de zeespiegel was aanzienlijk hoger dan nu. Noordwest-Europa was een archipel en het dichtstbijzijnde eiland waar destijds dino’s (hele kleintjes) voorkwamen, was zo’n 100 kilometer ver, ergens in Duitsland.

Toch waren er op de plek die nu Nederland heet destijds wel degelijk angstaanjagende monsters. Voor het ongeoefende oog leken ze in vrijwel elk opzicht op dino’s. Ze konden ruim 15 meter lang worden, vraten alles op wat bewoog (inclusief haaien) en hadden net als dino’s het brein van een schoothondje.

Deze zwemmende monsters heten Mosasaurussen, Latijn voor Maasreptielen.

Ze leefden van ongeveer 90 miljoen jaar geleden tot 65 miljoen jaar geleden, toen ze met de dinosauriërs door een meteorietinslag in het huidige Mexico tot uitsterven werden gedoemd. Officieel mag de Mosasaurus geen dino worden genoemd, benadrukt Anne Schulp. Deze paleontoloog en conservator bij het Natuurhistorisch Museum in Maastricht promoveert in oktober op de Mosasaurus. ‘Het was ook een reptiel, maar wezenlijk anders dan een dino. Vogels staan dichter bij dinosauriërs dan de Mosasaurus.’

Maar, eerlijk is eerlijk, ook Anne Schulp is er niet vies van om de Mosasaurus af en toe toch een beetje met een dinosauriër te vergelijken. Zo is de kracht waarmee de grootste Mosasaurus kon bijten ongeveer dezelfde als die van de Tyrannosaurus rex, de beroemdste dino, heeft Schulp uitgerekend. ‘De Mosasaurus was een zwemmende Tyrannosaurus.’

Feit is ook dat de dino en de Mosasaurus elkaar een beetje in de weg zitten. Althans in museaal opzicht. De Mosasaurus is in Nederland wereldberoemd: bij de kennismakingstocht van prinses Máxima werd ze ook langs het Natuurhistorisch Museum in Maastricht geleid om daar onze Mosasaurussen te aanschouwen. Maar die beroemdheid dankt hij aan de afwezigheid van echte dino’s. In andere landen (de Verenigde Staten, Argentinië) hebben ze ook fossielen van Mosasaurussen, maar die zijn daar minder beroemd. Anne Schulp: ‘Als je in je museum een dino van 30 meter hebt, is een Mosasaurus van 15 meter niet zo bijzonder.’

Haaienvreter

De Mosasaurus was de grootste vleeseter die ooit in zee heeft gezwommen. Een beest dat net als haaien om de paar jaar een nieuwe rij tanden kreeg. Een beest ook dat, zoals Anne Schulp het uitdrukt, ‘de haaien kort hield’. Voor het ontstaan van de Mosasaurus waren er al haaien (de haai is oeroud), daarna ook, maar tijdens de heerschappij van de Mosasaurus veel minder, zo blijkt uit de fossielen.

De Mosasaurus concurreerde met de haai en heeft deze – gezien zijn formaat en zijn enorme bek – zo goed als zeker bejaagd. Andersom trouwens ook: haaien hebben zich te goed gedaan aan dode Mosasaurussen, blijkt uit afdrukken die op de fossielen in Maastricht zijn aangetroffen. Ook liggen op het fossiel van de recentste Maastrichtse Mosasaurus her en der haaientanden.

Wetenschappelijk is de Mosasaurus fascinerend. Hij vertegenwoordigt de terugkeer naar de zee. In de evolutie zijn eerst de vissen ontstaan. Op een gegeven moment zijn er vissen het land op gekropen en hebben zich daar verder ontwikkeld tot onder andere zoogdieren. Sommige dieren zijn vervolgens later in de evolutie teruggekeerd naar de zee. De walvis (een zoogdier) is daar een voorbeeld van, net als de Mosasaurus.

De oudste dateren van zo’n 90 miljoen jaar geleden, blijkt uit Kroatische fossielen. ‘Toen waren het nog een soort walvissen met pootjes.’ Daarna heeft de Mosasaurushet fantastisch gedaan. Er ontstonden tal van verschillende soorten, die zich specialiseerden. Grote Mosasaurussen die haaien aten, middelgrote reuzenreptielen met een gespecialiseerd gebit waarmee ze reuzenschildpadden konden kraken, en kleintjes die schelpen dan wel visjes te grazen namen. Vooral in de laatste 5 miljoen jaar van zijn bestaan, tussen 70 en 65 miljoen jaar geleden was de Mosasaurus heer en meester der zeeën en oceanen. De fossielen die in Maastricht zijn gevonden, stammen uit deze hoogtijdagen.

Vooral de Pietersberg, nabij Maastricht, is een ongekende en wereldberoemde bron voor Mosasaurussen. De kalksteen die hier, en elders in Zuid-Limburg, aan de oppervlakte komt, zit barstensvol fossielen. Zelfs stukjes echte dino komen hier voor. Dino? Er zijn toch nooit echte dino’s in Nederland geweest? Inderdaad, maar er spoelden vanaf het dichtstbijzijnde vasteland via de rivieren soms dinoresten naar de tropische zee die Nederland toen was. Via fossilisering zijn die resten in het kalksteen van Zuid-Limburg beland.

Oorlogsbuit
Er zijn in Zuid-Limburg diverse min of meer intacte Mosasaurussen gevonden. De beroemdste is aan het eind van de achttiende eeuw door het Franse leger dat toen Maastricht veroverde, mee naar Parijs genomen en ligt in een museum aldaar.

Deze fossiele schedel heeft een grote wetenschappelijke, historische en zelfs religieuze betekenis. Op basis van de studie van deze uit Maastricht geroofde schedel (plus de vondsten van mammoeten) concludeerde de Franse wetenschapper baron Georges Cuvier destijds dat er in het grijze verleden dieren hebben geleefd die zijn uitgestorven. Bovendien vermoedde hij dat deze dieren van voor de bijbelse zondvloed stamden. Met andere woorden, het Oude Testament was als historisch document onbetrouwbaar.

Later baseerde Darwin zich mede op Cuvier (en dus op de ‘Nederlandse’ Mosasaurus) toen hij met zijn evolutietheorie kwam: diersoorten kunnen onder druk van de natuurlijke omgeving in andere soorten ‘evolueren’, en het uitsterven van de ene soort biedt ruimte aan andere soorten.

De Parijse Mosasaurus is een van de belangrijkste fossielen uit de geschiedenis – te vergelijken met de eerste Neanderthaler die in de buurt van Düsseldorf is gevonden. Des te triester is het dat dit fossiel niet in Nederland te bezichtigen is, maar nog steeds als oorlogsbuit in een Parijs museum ligt. Er zijn de afgelopen jaren diverse pogingen geweest om deze beroemde Mososaurus terug te krijgen naar Maastricht – inclusief vragen in het Europees Parlement – maar tot dusver zonder resultaat.

Een van de problemen is de precedentwerking: als erkend wordt dat de Mosasaurus door Frankrijk als oorlogsbuit is geroofd en dus moet worden teruggegeven, hoe moet het dan met de talloze kunstschatten in het Louvre en het British Museum (onder andere de door Griekenland teruggeëiste ‘Elgin marbles’) die eveneens zijn gepikt?

De Mosasaurus die in Parijs ligt, was niet de eerste Mosasaurus die in Limburg is gevonden: de eerste is te bezichtigen in het Haarlemse Teylers Museum. Het was ook niet de laatste: in 1998 is er opnieuw een tamelijk complete Mosasaurus in de Pietersberg ontdekt. Dit fossiel (op zijn Limburgs B챔r gedoopt) is te zien op de buitenplaats van het Natuurhistorisch Museum in Maastricht. Dat zal vast en zeker ook niet de laatste zijn: de Pietersberg herbergt er vermoedelijk nog wel een paar.

Maastricht

De Maashagedis,

Mosasaurus hoffmanni (Mantell,1829), heeft nooit in de rivier de Maas gezwommen. Daar waar nu de Maas stroomt, bevond zich in het Krijt – 65 miljoen jaar geleden – een diepe, warme zee. Als de in zee levende dieren stierven, werden ze door kalk ingekapseld en konden ze fossiliseren. Veel later kwam die kalk aan de oppervlakte en werd het gebruikt als meststof. In de kalkgroeves en ook in de gangen die door de kalkwinning in de Sint-Pietersberg ontstonden, vond men in het midden van de achttiende eeuw reusachtige kaken met grote tanden. Men had in die tijd nog een statisch beeld van de wereld: “God had de aarde geschapen zoals zij was.” Die grote kaken moesten dan ook toebehoord hebben aan tandwalvissen of krokodillen, zoals die nog steeds voorkwamen.

Het ‘eerste’ uitgestorven dier

Volgens Hoffmann, een arts die ook in naturali챘n ge챦nteresseerd was, waren de kaken van een krokodil. De wetenschapper PetrusCamper meende dat ze hadden toebehoord aan een tandwalvis, waarschijnlijk een potvis. Maar de Fransman Cuvier stelde aan het einde van de achttiende eeuw dat dieren ook konden uitsterven. In 1796 vergeleek hij een schedel van een mammoet uit Siberi챘 met een Afrikaanse olifant en Indische oIifant en kwam tot de conclusie dat ze verschillend waren. Omtrent de mammoet had hij drie hypothesen: het dier leefde nog ergens, de mammoet was een overgangsvorm, of hij was uitgestorven. Dat zo’n groot dier als de mammoet nog ergens onopgemerkt zou leven, geloofde Cuvier niet. En een overgangsvorm paste niet in het statische wereldbeeld. Zodoende kwam Cuvier op het idee dat dieren konden uitsterven. Adriaan Gilles Camper zette het wetenschappelijk werk van zijn vader Petrus voort. Hij wilde aantonen dat zijn vader het met zijn ‘potvis’ bij het rechte eind had. Maar na vergelijking van de schedel met verschillende nog levende dieren, kwam Adriaan Camper tot de conclusie dat noch zijn vader noch Hoffmann gelijk had. Camper meende eveneens dat dieren konden uitsterven. In zijn optiek was de Maashagedis een uitgestorven varaanachtig reptiel. In 1829 gaf Mantell het ‘grote beest van Maastricht’ de wetenschappelijke naam Mosasaurus hoffmanni, ter ere van Hoffmann.

Eerste fossielen

De eerste fossielen van de Maashagedis werden al in 1764 in de Sint-Pietersberg gevonden door J.B. Drouin. De beroemdste is echter in1780 ontdekt. In dat jaar vonden arbeiders in één van de gangen van de Sint-Pietersberg een aantal kaken. Barthlemy Faujas de Saint Fond (1742-1819) geeft een beschrijving van de lotgevallen van de kaken. Volgens hem riepen de groeve-arbeiders de hulp in van de arts Hoffmann. Hoffmann liet de kaken voorzichtig uitgraven en naar zijn huis brengen. Pater Godin claimde de kaken op grond van het feit dat ze in zijn grond waren gevonden en maakte er een rechtszaak van. Hij won en stelde de kaken tentoon in een huisje aan de voet van de Sint-Pietersberg. In 1795 veroverden de Fransen Maastricht en eisten de kaken op. Godin had intussen de kaken in de stad verstopt. Het verhaal gaat verder dat een zekere Freichine een beloning van 600 flessen uitmuntende wijn uitloofde voor degene die het stuk onbeschadigd bij hem thuis bezorgde. De andere dag al brachten 12 grenadiers de kaken bij Freichine. De fossielen werden naar Parijs verzonden, waar ze nu nog te zien zijn in het natuurhistorisch museum. Een afgietsel werd aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (nu Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis) geschonken. Volgens de studente Peggy Rompen klopt dit verhaal echter niet. Hoffmann zou de fossielen nooit in bezit hebben gehad; er heeft nooit een rechtszaak tegen Hoffmann plaatsgevonden en er zijn nooit flessen wijn uitgeloofd voor het opsporen van de fossielen. Het verhaal van Faujas werd volgens Rompen verzonnen ter rechtvaardiging van het feit dat het Franse leger een burger zijn eigendom had ontnomen.

De aard van het beestje

Het was de beroemde zoöloog Hermann Schlegel, van1858 tot 1884 directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, die in 1854 aantoonde dat de Maashagedis flippervormige ledematen moest hebben gehad en dus een zeedier moest zijn geweest. Tot dan toe had men aangenomen dat de Maashagedis zowel op het land als in het water kon leven en daaraan aangepaste ledematen had. Mosasauriërs vormden een soortenrijke groep. Sommige soorten waren enkele meters groot, andere konden zo’n 15 meter lang worden. Alle soorten voedden zich met ammonieten en bewogen zich voort door middel van horizontale bewegingen van rug en staart. De flippers werden voornamelijk gebruikt om te sturen en het lichaam stabiel te houden.

Oeroud zeereptiel had gruwelijke kaakontsteking

Zeereptiel in het Natuurhistorisch Museum Maastricht. (ANP)

ANP

MAASTRICHT – Een 66 miljoen jaar oud zeereptiel heeft maandenlang rondgezwommen met een forse ontsteking in de achterste kaakbotten. Waar normaal het kaakscharnier zit, heeft de infectie grote stukken botweefsel weggevreten.

Dat zeggen onderzoekers die de versteende kaak met een röntgenscanner hebben doorgelicht. Het fossiel van de mosasaurus werd in 1953 gevonden bij Bemelen. Hoewel de ongezond uitziende kaakbotten destijds de aandacht trokken, kon de oorzaak er van niet worden achterhaald. Met ct-scans is dat wel mogelijk. Het ontstoken kaakbot is sinds vrijdag te zien in het Natuurhistorisch Museum Maastricht.

Uit het onderzoek blijkt niet alleen dat de ontsteking een forse hoeveelheid botweefsel heeft weggevreten, ook is er aan de buitenkant van het bot nieuw botweefsel gevormd. Dat betekent dat het dier de ontsteking geruime tijd heeft overleefd.

Mosasauriërs hielden er ruwe omgangsvormen op na. Sporen van botbreuken of bijtincidenten worden vaker gevonden, maar de omvang van de ontsteking waarmee de Bemelse mosasaurus nog lang heeft rondgezwommen noemen de onderzoekers zeer uitzonderlijk.

Mosasauriërs waren zeereptielen, nauw verwant aan slangen en hagedissen. Ze werden zes meter of groter, met uitschieters tot boven de zestien meter. Aan het eind van het Krijt, ruim 65 miljoen jaar geleden, stonden de mosasauriërs in zee bovenaan de voedselpiramide. De enige dieren waar ze echt voor moesten uitkijken waren àndere mosasauriërs. Er zijn fossiele aanwijzingen van kannibalisme bij mosasauriërs bekend. De omgeving van Maastricht was rond die tijd bedekt door een ondiepe, tropische zee.

(kleine )Mosasauriers waren prooi van haaien en/of grotere mosasaurier-soorten

Fossiele botten vertonen vaak sporen van tanden. Dat geldt bijv. ook voor mosasauriërs, de enorme marine reptielen die onder meer in het Krijt van Zuid-Limburg zijn aangetroffen. Het was echter tot nu toe onduidelijk of de bijtsporen (soms zelfs in de vorm van in het bot losgelaten tanden) afkomstig waren van aaseters of van jagers die het op levende mosasauriërs hadden voorzien.
Grote mosasauriërs zoals Mosasaurus en Prognathon waren zelf grote rovers: uit de maaginhoud van sommige fossiele exemplaren blijkt dat ze vooral vis aten, maar ook vogels. Afdrukken van hun tanden zijn ook gevonden op de schilden van schildpadden, de schelpen van grote ammonieten, en de resten van tal van andere dieren, die kennelijk ook op hun menu stonden. Deze dominerende jagers bereikten lengtes tot zo’n 14 m (misschien zelfs 18 m). Daarom bestond er altijd veel twijfel of deze dieren zelf ook als prooi dienden van diergroepen, hoewel wel vaststaat dat sommige relatief kleine mosasauriërs (zoals Clidastes) zeker bejaagd werden door hun grotere verwanten (zoals de grote Tylosaurus). Of haaien, waarvan talrijke bijtsporen op de botten van mosasauriërs zijn aangetroffen, de dieren levend aanvielen, of dat ze alleen de kadavers van reeds gestorven mosasauriërs aten, was tot nu toe onduidelijk.

De twijfel omtrent haaien als jagers van mosasauriërs berust vooral op het feit dat de meeste haaien veel kleiner waren dan de mosasauriërs (hun lengte was gewoonlijk minder dan 3 m); voor zover bekend kon alleen de haai Cretoxyrhina mantelli zo’n 5 m groot worden

Het is alleen vast te stellen dat bijtsporen veroorzaakt zijn door de aanval op een leven dier, als dat dier de aanval lang genoeg overleefde om de veroorzaakte wonden en beschadigingen te laten helen.

Dergelijke herstelverschijnselen zijn nu aangetroffen. Een exemplaar van Platecarpus vertoont bijtindrukken in zijn staartwervels; langs deze indrukken van tanden – die aan een haai moeten worden toegeschreven – is het bot hersteld.

Het dier overleefde dus de aanval van een haai.

Andere exemplaren van Platecarpus vertonen bijtwonden in de hals- en (deels vergroeide) ruggewervels. In een van die vergroeide ruggenwervels zijn maar liefst zeven tandafdrukken te zien aan één kant, en acht aan de andere kant.

De ruimtes die de tanden bij de beet hebben achtergelaten, blijken in een doorsnede van het bot te liggen onder abcessen, die erop wijzen dat het dier door of na de beet geïnfecteerd is geraakt, en dat het lichaam daarop heeft gereageerd. De abscessen zijn bewaard gebleven doordat ze zijn opgevuld met kleine calcietkristalletjes.

Overigens betekenen deze vondsten niet dat haaien niet ook de kadavers van gestorven mosasauriërs aten. Ook daarvoor zijn nu duidelijke aanwijzingen gevonden.

Referenties:
  • Rothschild, B.M., Martin, L.D. & Schulp, A.S., 2005. Sharks eating mosasaurs, dead or alive? Netherlands Journal of Geosciences 84, p. 335-340.

Coccolieten in het abces dat bij Platecarpus ontstond na een haaiebeet

     Vergroeide wervels van een mosasauriër met talrijke tandafdrukken van een haai

In het bot van Platecarpus vastgegroeide haaietand

Lange wijd uit elkaar liggende groeven in de staartwervels van Platecarpus, veroorzaakt door een haaiebeet

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Bruce Rothschild, University of Kansas Museum of Natural History, Lawrence, KA (Verenigde Staten van Amerika).

http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsnr.php?nummer=108

Ook rivieren werden geregeerd door enorme zeereptielen

 20 december 2012  6
Bronmateriaal:
The First Freshwater Mosasauroid (Upper Cretaceous, Hungary) and a New Clade of Basal Mosasauroids” – PLoS ONE
First freshwater mosasaur discovered” – PLoS ONE (via Eurekalert.org).
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Dmitry Bogdanov (via Wikimedia Commons).

mosasaurus

Voor het eerst hebben wetenschappers bewijs gevonden dat Mosasauridae – flinke geschubde zeereptielen – ook in zoet water leefden. In Hongarije vonden ze een nieuwe soort terug die – net als rivierdolfijnen – in zoet water leefde. Een primeur!

De nieuwe soort heeft de naam Pannoniasaurus inexpectatus gekregen en was ongeveer zes meter lang. De fossiele resten zijn het eerste voorbeeld van een Mosasauridae die in zoet water kon leven. Dat schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE.

Meerdere exemplaren
De onderzoekers vonden meerdere exemplaren van de soort terug – zowel volwassen als jonge dieren. Daardoor hebben ze al een goed beeld van hoe het dier er zo’n 84 miljoen jaar geleden uit moet hebben gezien. De poten van P. inexpectatus waren vergelijkbaar met die van landhagedissen. Hun schedel doet denken aan de schedel van een krokodil.

Fossiele resten van P. Afbeelding:

De bouw van Pannoniasaurus inexpectatus. Afbeelding: Makádi L, Caldwell MW, Ősi A (2012) The First Freshwater Mosasauroid (Upper Cretaceous, Hungary) and a New Clade of Basal Mosasauroids. PLoS ONE 7(12): e51781. doi:10.1371/journal.pone.0051781.

Aanpassen
De vondst wijst erop dat Mosasauridae zich in een rap tempo aan een grote verscheidenheid aan watergebieden konden aanpassen. En blijkbaar waren er zelfs exemplaren die zich de zoete wateren eigen maakten. In die wateren moet het zeereptiel een machtige verschijning zijn geweest. “De grootte van Pannoniasaurus maakt het het grootste bekende roofdier in de wateren uit die tijd,” vertelt onderzoeker Laszlo Makadi.

In zee
De familie der Mosasauridae wordt traditioneel gezien als een familie bestaande uit gigantische reptielen met vinnen, die in oceanen en zeeën leefden. Ook in Nederland zijn al regelmatig fossiele resten van deze zeereptielen teruggevonden. Onlangs werd in een groeve bij Maastricht nog het fossiel van een dertien meter lang exemplaar ontdekt. In de tijd waarin dit reptiel leefde, was Nederland (net als een groot deel van de rest van Noord-Europa) bedekt met een ondiepe zee. Nu is dus duidelijk dat de enorme reptielen ook over de zoete wateren regeerden.

De Mosasauridae verdwenen ongeveer tegelijkertijd met de dinosaurussen. En toen konden andere grote waterdieren de touwtjes in handen nemen. Haaien bijvoorbeeld. Geschubde reptielen komen we vandaag de dag überhaupt nog maar zelden in het water tegen. Slechts enkele soorten reptielen leven in zoet water en nog minder treffen we er in de oceanen aan.

Op de afbeelding bovenaan dit artikel ziet u niet P. inexpectatus, maar een andere Mosasaurus.

°

Maashagedis jaagde als een haai

De prehistorische maashagedis was snel en wendbaar als een haai, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.

De Mosasaurus, ook wel maashagedis genoemd, had een soort haaienstaart met vinnen, waarmee het dier waarschijnlijk al zijn prooien te snel af was.

Het zeereptiel stond zeventig miljoen jaar geleden bovenaan de voedselketen in oceanen over de hele wereld. Tot nu toe werd aangenomen dat de Mosasaurus een lange, spitse staart had waarmee het dier slechts korte stukken hard kon zwemmen.  Dat melden Zweedse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Fossiel

De onderzoekers vonden bewijs voor de haaienstaart van de maashagedis bij een inspectie van een bijzonder goed bewaard gebleven fossiel uit Jordanië. De staart en de vinnen van het individu zijn nog bijna volledig intact. Zelfs het zachte weefsel van het fossiel is niet helemaal vergaan.

De studieresultaten werpen een volledig nieuw licht op de zwemcapaciteiten van deze prehistorische dieren 

Krachtig

“Aangezien Mosasaurussen hagedissen waren, werden ze traditioneel ook gezien als hagedisachtige dieren met lange, kronkelige lichamen en een lange staart, waarmee ze slechts korte sprintjes door het water konden trekken tijdens achtervolgingen”, verklaart hoofdonderzoeker Johan Lindgren op Discovery News.

De haaienstaart doet  echter  vermoeden dat de dieren zich op dezelfde manier door het water bewogen als moderne haaien: snel, krachtig en wendbaar.

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

http://www.nature.com/ncomms/2013/130910/ncomms3423/full/ncomms3423.html

http://www.readcube.com/articles/10.1038/ncomms3423?utm_campaign=readcube_access&utm_source=nature.com&utm_medium=purchase_option&utm_content=thumb_version

Prognathodon sp  <— doc archief

°

SAUROPODOMORPHA

°

De groep sauropodomorpha  wordt traditioneel onderverdeeld in de Sauropoda en de Prosauropoda, maar omdat de Sauropodomorpha als stamklade zijn gedefinieerd, is deze onderverdeling wellicht niet helemaal sluitend: er zouden dus, afhankelijk van de definitie van de Prosauropoda, in principe sauropodomorfen kunnen bestaan die niet tot de Sauropoda of Prosauropoda behoren. Daarbij kunnen de traditionele Prosauropoda zeer wel parafyletisch zijn, zodat de sauropoden nauwer verwant zijn aan sommige “prosauropoden”.

Strikt genomen behoren de  sauropodomorpha( —>  sauropod-vormigen  )   tot een (mogelijk) voorouderlijke  zustergroep  van de ” sauropoden”   en de hun  ( allicht verondersteld  )aanverwante groepen
Het zijn maw. organismen die misschien  colaterale  verwanten  zijn   van de sauropoden
Sommige van de  de(bekende )  alleroudste sauropoden   zijn   enigmatisch =  want (mogelijke )afstammelingen  van  overgansvormen die  allerlei “mozaieken ”  van kenmerken (tussen sauropoden en sauropodomorpha  ) vertonen
Uiteraard zijn er ook een paar bekend  die als   strikte sauropodomorpha zijn te klasseren    (voor zover dit vaststelbaar is= zie hieronder over “kenmerken die de sauropoden niet bezitten   “)
°
Prosauropode dinosaurussen
Prosauropoden verschijnen ongeveer 230 mjg en verdwijnen 178 mjg. Gedurende deze tijd waren de prosauropode dinosaurussen de talrijkste grote landbewonende dieren. Hun overblijfselen zijn over de gehele wereld gevonden inclusief Antarctica. Het schijnt dat Prosauropoden de eerste groep tetrapoden zijn geweest, aangepast aan het grazen op grotere hoogten.
Prosauropoden worden traditioneel in drie families verdeeld.
Thecodontosauridae
Kleine tot 2 meter lange tweebenige dieren zoals Thecodontosaurus.
°
(deze website is NIET  altijd   wetenschappelijk verantwoord, maar  bevat veel goed materriaal )
  
°
°
Late Triassic (225-208 million years ago)
About 7 feet long and 100 poundsSquat body; long, narrow headOne of those dinosaurs that sounds more like a disease than a living creature, Thecodontosaurus (“socket-toothed lizard”) was among the earliest prosauropods, slender, sometimes bipedal herbivores that were ancestral to the house-sized giants of the Jurassic and Cretaceous periods. As one of the first “sauropodomorph” dinosaurs, Thecodontosaurus wasn’t all that distant, evolutionary speaking, from the earliest theropods of the Triassic period like Herrerasaurus and Staurikosaurus.Thecodontosaurus received its mouthful of a name thanks to its distinctive teeth, which resembled those of a modern monitor lizard but were anchored firmly into sockets in its jaws.
This is also one of the few dinosaurs that seems to have lived entirely on (what is now) the British Isles.
°
Melanorosauridae
De minst bekende familie van grote 8-11 meter lange vierbenige Prosauropoden zoals Riojasaurus.
Melanosauriden werden algemeen beschouwd als de voorlopers van de sauropoden.
Dit kwam door hun oppervlakkige gelijkenis zoals hun grootte, vierbenige loop en rechte dijbenen.
°
Massospondylidae
°
°
*
Recent hebben enkele paleontologen echter opgemerkt dat Prosauropoden enkele kenmerken hebben die sauropoden niet bezitten.
Deze kenmerken zijn:
een keratine bek
wangzakken
grote rugwaarts aflopende botuitgroeisel in de maxilla (bovenkaak)
de handbeenderen
een ‘driehoekig’ uiteinde van het ischium
reductie van de 5e metatarsus (kwam ook bij andere dinosaurussen voor, maar niet bij de sauropoden)
Sauropoden en prosauropoden worden daarom beschouwd als zustergroepen. De prosauropoden kunnen dan worden omschreven als: Thecodontosauridae, Plateosauridae, Melanorosauridae en alle Sauropodomorpha dichter bij hen dan bij Sauropoden.
Omdat prosauropoden gekartelde tanden hebben werd vroeger aangenomen dat ze vleeseters waren, maar latere studies hebben aangetoond dat het planteneters zijn geweest. Het feit dat er zogenaamde maalstenen zijn aangetroffen in enkele prosauropode skeletten lijkt die opvatting te steunen.
De handen van prosauropoden zijn ook interessant omdat ze een grote klauw aan hun duim hebben. De handen bestaan uit 5 vingers waarvan de vingers I,II en III robuuster zijn dan de vingers IV en V. De grote klauw van vinger I (duim) heeft een grote draaiboog en kan bij het lopen op 4 benen net zoals bij de Dromaeosauridae omhoog gehouden worden zodat hij de grond niet raakt. Fossiele sporen lijken dit te bevestigen aangezien deze eerste vinger alleen wordt aangetroffen in diepe sporen. Wat de prosauropoden deden met zo’n klauw is nog niet geheel duidelijk. Het kan zijn ter verdediging maar het is ook goed mogelijk dat een prosauropode met zo’n klauw takken of gebladerte bij elkaar hield om het beter te kunnen pakken met zijn bek.
°
File:Plateosaurus arm and hand.jpg
Left lower arm and hand of Plateosaurus engelhardti IFGT “Skelett2” from Trossingen, Germany on exhibit at the museum of the Institute for Geosciences of the Eberhard-Karls-University Tübingen, Germany.
Mount created under the direction of Friedrich von Huene.
°
Waarom prosauropoden verdwenen van het toneel is nog niet geheel duidelijk maar waarschijnlijk heeft competitie er ook mee te maken. Waarschijnlijk waren de Ornithischia beter uitgerust met kauwapparaten en moesten ze de strijd om voedsel aangaan met de Ornithischia voor laaggroeiende planten en met de sauropoden voor de hooggroeiende bladeren.
*
PLATEOSAURIDAE   
Meestal 3-6 meter lange dieren zoals Plateosaurus en Lufengosaurus.
Waarschijnlijk 2 en 4 benig.
°
LUFENGOSAURUS 
°
 lufengosaurus hueni
Lufengosaurus hueni skeleton cast replica
Late TriassicOriginal discovered in Yunnan

Lufengosurus magnus

lufengosaurus_magnus

2   Lufengosaurus magnus skeleton cast replicas
Lufengosaurus, meaning “Lufeng Lizard”), was a prosauropod dinosaur which lived during the Early and Middle Jurassic period in what is now southwestern China.

This Lufengosaurus dinosaur skeleton cast was molded from the original fossil discovered in Yunnan

Early Jurassic (200-180 million years ago)   / About 20 feet long and half a ton  / PlantsDistinguishing Characteristics:
Long neck and tail; quadrupedal posture
About Lufengosaurus:
An otherwise unremarkable prosauropod (the line of quadrupedal, herbivorous dinosaurs that preceded the giant sauropods) of the late Jurassic period, Lufengosaurus had the honor of being the first dinosaur ever mounted and displayed in China, an event that was commemorated in 1958 with an official postage stamp. Like other prosauropods,
Lufengosaurus probably nibbled on the low-lying branches of trees, and may have been capable of (occasionally) rearing up on its hind legs. About 30 more-or-less complete Lufengosaurus skeletons have been assembled, making this herbivore a common exhibit in China’s natural history museums.
°
PLATEOSAURUS   
Plateosaurus engelhardti skull cast replica
Plateosaurus was an early dinosaur, a long-necked plant-eater from the late Triassic.
Plateosaurus is a basal sauropodomorph dinosaur, a so-called prosauropod. The latest research recognizes two species: the type species P. engelhardti from the late Norian and Rhaetian, and the slightly earlier P. gracilis from the lower Norian.
Dinosauria, Order: Saurischia, Suborder: Sauropodomorpha, Infraorder: Prosauropoda, Family: Plateosauridae, Genus: Plateosaurus

      plateaosaurus AMNH , sauriermuseum frick

Late Triassic (220-210 million years ago)
About 25 feet long and 2 tons

Partially opposable thumbs; small head on long neck

Plateosaurus was the prototypical prosauropod–the sub-order of small-to-medium sized, four-legged herbivorous dinosaurs closely related to the giant sauropods of the later Jurassic and Cretaceous periods. Because so many of its fossils have been found, paleontologists believe Plateosaurus may have roamed the plains of late Triassic Europe in vast herds.

One feature of Plateosaurus that has caused raised eyebrows among paleontologists is the partially opposable thumbs on its front hands. We shouldn’t take this to indicate that this (fairly dumb) dinosaur was well on its way to evolving fully opposable thumbs, which are believed to have been one of the necessary precursors of human intelligence.
Rather, it’s likely that this feature evolved in order to enable Plateosaurus to grasp the leaves or small branches of trees, and wouldn’t have developed any further over time.

°
Plateosaurus engelhardti
°
Plateosaurus engelhardti
Dinosaur Cast
°
Group: Dinosauria – Sauropodomorpha
Original Specimen Location: Stuttgart
Specimen Number: SMNH 13200
Age: Late Triassic
Where Found: Trossingen, Germany
Date Found: 1932
Size: 20ft
Original Material: 70%
Source: DINOLAB

Class: Sauropsida
Superorder: Dinosauria
Order: Saurischia
Suborder: Sauropodomorpha
Infraorder: Prosauropoda
Family: Plateosauridae
Genus: Plateosaurus

Plateosaurus was an early sauropod dinosaur, and (once  considered ) one of the earliest specimens named in all of dinosauria. It was a   ‘forerunner’, in that it had many primitive characteristics which would later be refined by its descendents. It was a stocky biped, and balanced a long neck with an equally long tail. The heavy, narrow skull was lined with leaf-shaped teeth, ideal for herbivorous grazing. There was a spiked thumb on each hand, which would have been used for defence or stripping vegetation from plants. Superficially, Plateosaurus resembles a long-necked ornithopod, although the phylogenetics of such a relationship have yet to be understood.

Type Species: Plateosaurus engelhardti

Von Meyer, H. (1837). Mitteilung an Prof. Bronn (Plateosaurus engelhardti). Neues Jahrbuch für Geologie und Paläontologie Vol. 316.

Locality: Nuremberg, Germany.

Scientific Resources:

Gunga, H-C; Suthau, T; Bellmann, A; Friedrich, A; Schwanebeck, T; Stoinski, S; Tirppel, T; and Hellwich, O. (2007). Body mass estimations for Plateosaurus engelhardti using laser scanning and 3D reconstruction methods. Naturwissenschaften, Vol. 94, No. 8, pp. 623-630.

Klein, N. (2004). Bone histology and growth of the prosauropod dinosaur Plateosaurus engelhardti MEYER, 1837 from the Norian bonebeds of Trossingen (Germany) and Frick (Switzerland).Universitaet Bonn, Faculty of Mathematics and Sciences Dissertations, 2004.

Sander, PM. (1992). The Norian Plateosaurus bonebeds of central Europe and their taphonomy. Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology, Vol. 93, No. 3-4, pp. 255-299.

°
Plateosaurus, or “flat lizard”, evolved in the Late Triassic and lived through to the Early Jurassic period. It was a forerunner ( tho!ug not an ancestor ) of the first giant dinosaur herbivores, growing to around 9 metres long and 3-4 metres high. It had a long tail, long hind limbs, and a small head at the end of a fairly long neck. The teeth were leaf-shaped and the jaws beak-like. Although it walked on four legs, palaeontologists believe it could rear up on its hind legs and use its powerful clawed hands to pull in succulent branches.
Many fossils of these dinosaurs have been found throughout Europe and several species have been identified. The abundance of Plateosaurus fossils at some localities has prompted the suggestion that they lived in herds and even that they migrated to avoid seasonal droughts.
Plateosaurus belonged to a group known as the prosauropods( a nomen dubium ? )  and was a relative – though not an ancestor – of the gigantic sauropods of the Jurassic and Cretaceous. Plateosaurus and the other prosauropods were the first dinosaur group to feed exclusively on vegetation and were the first animals on Earth to evolve the ability to feed on relatively high vegetation. Until their appearance all herbivores had been squat, short-necked animals incapable of reaching high foliage.
°
PLATEOSAURUS   von Meyer ,1837
Een in Europa gevonden prosauropode dinosaurus van zo’n 6-8 meter lengte. Hij leefde in de late Trias ongeveer 220 mjg. Er zijn bijna 100 skeletten van deze dinosaurus gevonden waarvan enkele compleet. Er zijn resten bekend uit Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Zweden.
Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 1X1m
‘Plat reptiel’
Dinosauria
Saurischia
Sauropodomorpha
Prosauropoda
Plateosauridae

Norian 220.7 - 209.6 mjg

(Naturalis)

°

http://www.whatsontianjin.com/news-209-new-dinosaur-species-found-in-argentina-is-missing-link-of-dinosaur-evolution.html

http://jurassicjourneys.net/?p=991

°

SEITAAD RUESSI 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Seitaad

°

UNAYSAURUS

http://en.wikipedia.org/wiki/Unaysaurus

°

°

°

http://en.wikipedia.org/wiki/Leonerasaurus

VULCANODON

Inguanodon & Co

 

Iguanodon orientalis

Iguanodon means “Iguana tooth”.It is classified as: ORNITHOPODA; Iguanodontia; Iguanodontidae
Early Cretaceous (Aptian), Barum Bayan Formation
Discovered in the Gobi Desert, Southwestern Mongolian Peoples’ Republic.
Iguanodon orientalis from Mongoliais very similar to iguanodonts from Europe (below) except for its huge, bulbous ‘nose.’This hollow structure may have been used as a resonating chamber for making ‘dinosaur music or mating calls.
Its hands had four fingers and a spike-like thumb, which it may have used to defend itself.
Its teeth are reminiscent of those in hypsilophodonts, flattened side to side, and leaf-shaped. They probably sliced up plant material like a pair of scissors.

Because of the large number of skeletons of these dinosaurs frequently found together and evidence from fossil track ways, palaeontologists think they may have formed herds. Their remains are most often found in sediments deposited in swampy, lake and river edge environments suggesting that is the place they spent most of their time munching on horsetails (like the living Equisetum), ferns, cycads and various kinds of conifers.

Iguanodon sp. skeletoncast replica.Early Cretaceous
Molded from the original discovered in Alashanqi, Neimenggu

 

 

 

 

 

PROBACTROSAURUS gobiensis skeleton

“Before the Bactrian reptile”
Probactrosaurus is classified as: ORNITHOPODA; Iguanodontia; Iguanodontidae
It’s fossils have been found in the Early Cretaceous (Aptian-Albian) sediments.
Discovered in the Alashan Desert, Inner Mongolia, China.

 

Europese inguanodont

 

 

 

 

Tenontosaurus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedkundig en cultuurhistorisch belang   ;

http://www.geol.umd.edu/~tholtz/G104/lectures/104hist.html 

* Inguanodon  is de tweede  “officieele” dino  vondst  uit de geschiedenis  en  komt op naam van Dr. Gideon and Mary Ann Mantell: …

Het gebeurde allemaal  in de  Weald regio van zuid-oost  Engeland en  de   inguanodon vondst  betrof    tanden  …De tanden zijn   bladvormig  , wat doet denken aan de extante   Iguana een  voornamelijk harbivoor reptiel .. Daarom noemden de Mantells het  fossiel  Iguanodon (“iguana tand”)

  • Formeel beschreven   in 1825

Bestand:Mantell's Iguanodon teeth.jpg

Enkele exemplaren van de tanden, zoals getoond door Mantells publicatie van 1825, met onderaan ter vergelijking leguanentanden

  • het dier werd gereconstrueerd als een immense versie van  iguana hagedis

 

 

 

 

 

(helemaal rechts   :   “L’équipe de Louis Dollo ” bij de reconstructie van een   Iguanodon in 1880, in de   chapelle Saint-Georges.
De beenderen waren met koorden  opgehangen aan een stelling  . De lengte van de koorden kon  door knopen  worden veranderd  , om zodoende de  “beste natuurlijke“(?) posities  te vinden  Verschillende  beenderen  bevatten meer dan een kilo  pyriet .
Om vervormingen  na de verwijdering van het pyriet te vermijden  werden ze in een  bad schrijnwerkers-houtlijm gedoopt  .

De eerste opstelling van een iguanodon op twee poten werd uitgevoerd door L. De Pauw onder de leiding van L. Dollo.

Volgens deze laatste waren iguanodons tweevoeters;het skelet van een kangoeroe (de staart) en van een struisvogel (het bekken en de achterpoten) stonden model.  In rusttoestand  lag de staart als steun op de grond en bij het lopen werd hij opgelicht als tegengewicht voor de rest van het lichaam.Nu wordt meestal aangenomen dat bij het stappen de vier poten gebruikt werden, bij het rennen de twee achterpoten.)

In 1841, gaf  Sir Richard Owen  een  publieke lezing  over de tot dan toe in  ontdekte zuid engelse reptielen  ….  Hij concludeerde  dat  Megalosaurus ,( de allerseerste  dino die werd  ontdekt en beschreven in 1824  door Reverend William Buckland:  ) IIguanodon , and Hylaeosaurus (eveneens ontdekt door het Mantell’ echtpaar  ) een aparte groep vormden  … Hij stelde de naam  Dinosauria (“verschrikkelijke grote hagedissen “) voor  …

Eind maart 1878  komt dan de belangrijke ontdekking in  BERNISSART

Nog steeds is deze vindplaats en vondst  belangrijk  ..Bernissart  werd beroemd  door de  fossiele  rijkdom die werd ontdekt  tussen  1878 en 1884 in de steenkoolmijn charbonnage Sainte-Barbe: Men ontdekte in Bernissart   29 komplete inguanodon  skeletten , 2 krokodillen, l fragment van een insekt  , tientallen coprolieten en duizenden  planten fragmenten .De fossielen van Bernissart  werden gevonden  in zwarte kleilagen  die met “wealdenian” noemt ( naar de lagen in  Zuid -Engeland )

http://gigadino.pagesperso-orange.fr/images_dossiers/bernissart3.JPG
Extraction “d’argiles wéaldiennes  ”   dichtbij   Bernissart

 

De eerste   door Dollo   opgestelde  inguanodon werd onmiddelijk  tentoongesteld  op de binnenkoer  van de mijn van Bernissart         De eerste  inguanodon in Brussel  dateert van 1883

De geleerden uit die tijd  maakten hun reconstructies op basis van struisvogel en kangoeroe voorbeelden -modellen    ; zodoende  verzonnen  ze gedeeltelijk  een  bipedale positie voor de inguanodons . Maar deze  houding is fout gebleken …Toch worden  (om historische redenen ) nog veel van die belangrijke  vondsten nog steeds in die  houding tentoongesteld  ….

http://gigadino.pagesperso-orange.fr/images_dossiers/bernissart5.JPG

http://gigadino.pagesperso-orange.fr/images_dossiers/bernissart10.JPG

*  Over de ontdekking van mijnwerker Jules Créteur liet de goegemeente zich aanvankelijk slechts schertsend uit.

     Achterkant van een belgisch  50 centimes muntstukje  met de beeltenis van  Jules Créteur , geslagen in de jaren  1950  

Hij zelf hoopte dat zijn vondst een fossiele boomstronk gevuld met goud betrof zodat hij het mijnwerkersplunje voor eens en altijd aan de wilgen kon hangen.
Onderzoek bevestigde dat Créteur 322m onder de grond van Bernissart, een spreekwoordelijk door God vergeten dorp op de grens met Noord-Frankrijk, 17km ten westen van Bergen, op een fossiel bot was gestuit.

Hij bleek achteraf  de enige geweest te zijn die zich vragen bij het bot had gesteld (of erbij weggedroomd was): zijn collega’s hadden zich reeds door een compleet skelet gewerkt.

De vondst leverde hem geen goud op (het bot bevatte pitriet, een geelachtig mineraal gelijkend op goud), maar wereldwijde bekendheid.

Jules Créteur was in het zog terechtgekomen van een kudde prehistorische dieren die in de wereld haar evenknie niet kende.
Wetenschappers zetten reconstructies op waaruit bleek dat de reusachtige dieren omstreeks 130 miljoen jaar geleden aan hun einde waren gekomen.

Hoogstwaarschijnlijk waren ze overvallen door een storm met ongekende kracht waarvoor ze begrijpelijk maar nodeloos op de vlucht waren geslagen: de iguanodons werden verrast door grondverzakkingen en kolkende rivieren die misschien ook  het gevolg van het noodweer waren.
De reuzenhagedissen stortten de diepte in, braken in hun val de beenderen en botten van hun vijf ton zware lijven en werden begraven in een vaalgrijze sarcofaag gevonden in  een samengeperste kleilaag  ingebed in een  steenkoolgordel  die van Mons overLa Louvière naar Luik liep

Glazen kooi
’s Lands begaafdste eminentie inzake geologie en paleontologie, Louis De Pauw, die in 1860 te Lier het grootste skelet van een ‘Belgische’ mammoet had opgedolven, werd uitgenodigd om in Bernissart voor opheldering te zorgen.

Onder zijn toedoen kwamen naast beschrijvingen, nog eens 28 geraamtes aan de oppervlakte.
Het Museum van Natuurwetenschappen te Brussel legde onmiddellijk beslag op de complete vondst, het gemor in Bernissart ten spijt.

In Brussel werden ze opgenomen in de collecties van het KBNI  en op verschillende  manieren  opgesteld

 

 

 

uiteindelijk  werden ze  ondergebracht in de nieuwe galerij der dinosauriers in 2007

Mocht de eerste gereconstrueerde iguanodon in 1883 in het Hof vanNassau te Brussel in een glazen kooi plaatsnemen , in Bernissart zetten de bewoners een hartverscheurend klaaglied in, La complainte de l’iguanodon.
In 1972 kreeg de gemeente één exemplaar terug dat in een museum met te laag plafond op halve hoogte werd tentoongesteld.
Het lang beloofde museum kwam er dertig jaar later, in 2002.


De opening van het museum was meteen de inleiding van een reeks nieuwe opgravingen. Daar er drie dieren per are zijn gevonden, hopen de onderzoekers nu veel meer iguanodons op te graven. Optimisten rekenen zelfs op dertig exemplaren. De huidige politici schelen overigens in niets met hun 19de-eeuwse collega’s: velen waren toen gewonnen voor de verkoop van de gouden monsters van Jules Créteur om een eenmalige belastingverlaging (voor de rijken) door te voeren. Begrotingstrucs zijn de monstres sacrés van alle tijden.

De Inguanodons  van Bernissart  zijn de  allereerst ontdekte komplete  en gearticuleerde  dinosaurusvondsten ter wereld  . Ook vandaag nog  zorgt hun exellente conservatiestatus ervoor  dat ze nog steeds worden beschouwd als relevant referentie en onderzoek materiaal voor paleontologen over de hele wereld  ..

een van de bernissart inguanodons  uitgeleend aan het museum van Madrid 
http://gigadino.pagesperso-orange.fr/bernissart.html

inguanodon

“Met de tand van een leguaan”

Gewicht: ongeveer 4,5 ton Houding: Zowel tweevoeter als viervoeter Voedsel: Herbivoor Vindplaatsen Azië, Noord-Amerika en Europa Bijzonderheden: zijn twee duimen in de vorm van een puntige kegelLengte: tot 10mHoogte: staand op de achter poten: 5m                                          Tijdperk: 110 – 130 miljoen jaar geleden (Vroeg Krijt)

De wetenschap weet veel over de inguanodontidae  Van inguanodon zelf   zijn in 120 miljoen jaar oude rotsen in Europa en Azië duizenden fossielen gevonden Soms is zo’n skelet in z’n geheel bewaard gebleven. Ook in Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en Australië zijn er resten van Iguanodonachtige dinosaurussen gevonden

Inguanodon  had geen voortanden    Waarom niet? Het voorste stuk van z’n kaak had de vorm van een harde snavel. Daarmee kon hij geen vlees snijden en  eten, maar waarschijnlijk kon het dier  wel bladeren en stengels afrukken.

Z’n kiezen verraden hem .De Iguanodon had brede, platte kiezen net als andere planteneters. Met wat weweten over de snavelvormige bek, kunnen we aannemen dat de Iguanodon planten heeft gegeten en geen vlees.

‘Handige handen’  Omdat de dinosaurus  op z’n achterpoten liep, had hij z’n voorpoten vrij voor anderedingen. De Iguanodon had hoefvormige tenen, waar hij op kon leunen bij het eten. De kleine teen zat apart, zodat hij daarmee zijn voedsel beet kon pakken. Zijn grote teen leek wel een beitel. Hiermee kon hij zich verdedigen tegen z’n vijanden ?  .

Schubben    De weke delen van een dier, zoals z’n huid fossilifieren bijna nooit , omdat ze te snel wegrotten. In een paar gevallen is de structuur van de dinosaurushuid in het gesteente afgedrukt; dan kunnen we zien dat het dier een geschubde, taaie huid heeft gehad.Maar we weten(nog)  niets over de kleur van de huid, ook niet of hij gevlekt of gestreept was.

Kon hij goed zien en horen?Aan de stukken van de schedel van de dinosaurus kunnen we zien hoe de vorm van zijn kop is geweest. Naar de zachte delen zoals de ogen, de oren en de neusgaten moeten we maar raden. We weten ook niet of de Iguanodon goed kon horen en zien. Omdat er zoveel fossielen bewaard zijn gebleven, weten we dat er heel veel van deze dieren geweest zijn.

De omvang van zijn hersenen     We kunnen wel raden hoe groot de hersenen van een dinosaurus geweest zijn als we de ‘holte’ in zijn versteende schedel bekijken. Net als bij de tegenwoordige reptielen zijn de hersenen van de Iguanodon en zijn soortgenoten klein in vergelijking met hun enorme lijven. We kunnen alleen niet peilen hoe slim ze waren

Twee of vier poten       Al zijn er nog zoveel versteende resten van de Iguanodon gevonden, toch kunnen de geleerden het er niet over eens worden of de dinosaurus op twee of op vier poten heeft gelopen. Waarschijnlijk liep hij op zijn achterpoten, maar af en toe bukte hij zich misschien om op vier poten te kunnen grazen. Dat doet een kangoeroe ook.

Een kolossaal lijf ?                 Om in leven te blijven moest de Iguanodon enorme hoeveelheden planten eten. Hij moet dus een geweldig grote maag en buik hebben gehad om al dat voedsel te verteren. Sommige plantenetende dinosaurussen hebben waarschijnlijk steentjes mee ingeslikt om het voedsel in hun maag fijn te kunnen maken.

Het gemak van de staart      Bij alle dinosaurussen is de staart ongeveer hetzelfde. De Iguanodon kon met zijn staart van alles doen – net als met de rest van zijn lijf. Als hij hard wilde lopen tilde hij zijn staart van de grond op; ook kon hij er zijn evenwicht mee bewaren. Als hij tegen een boom leunde om de bladeren te eten ging hij er ook wel op ‘zitten’.

 

de juiste  manier waarop  het dier zich bewoog  …..word gedemonstreert in dit stuk speelgoed

inguanodon skelet   in de  foute  opstelling  zoals die gebruikelijk was eind 19de begin xx eeuw  …deze “kangoeroe ” opstelling  maakte het noodzakelijk  de  manier  waarop  de staart werd gedragen ,te breken  

 

 

 

 

 

 

 

 


Inguanodon bernissartensis

Bestand:Iguanodon bernissartensis skull.JPG

Iguanodon bernissartensis  Een afgietsel van de schedel; het brokkelige en beschadigde oppervlak is een gevolg van de “pyrietziekte”

Museum / Brussel De sterren van  het Museum van het   Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen blijven de iguanodons (Iguanodon bernissartensis), die werden gevonden in een mijnschacht in het Belgische dorp Bernissart.

 

 

Inguanodon  van Bernissart
Iguanodon heeft enkele  kernmerken die  ook bij andere inguanodontiae voorkomen  ;diamantvormige  maar asymetrische   tanden die  staan geordend in een tandboog , een dolkachtige “duim ” ,.Deze  dino bezat  ,als volwasssen dier, realtief lange sterke voorpoten . wat erop wijst dat ze het grootste deel van hun wakkere tijd  op vier poten rondliepen

Het mag de belangrijkste dinosaurusvondst ter wereld worden genoemd door de uitzonderlijke volledigheid van de skeletten én het grote aantal individuen dat werd gevonden.

http://www.natuurwetenschappen.be/museum

in de vernieuwde zaal der dinosaurussen /

….maar nog steeds in de “kangoeroe” houding

De collectie van het Museum voor Natuurwetenschappen ( Brussel ) (KMNIB is uniek in de wereld.   In 1878, het jaar waarin de “kudde” iguanodons werd ontdekt in de ondergrond van het steenkoolbekken van Bergen, kregen wetenschappers voor het eerst zulke volledige en goed bewaarde skeletten in handen.  Van de 30 skeletten van fossiele iguanodons ontdekt in de koolmijn van Bernissart, werden er in een vitrine in Brussel  enkele in rechtopstaande positie tentoongesteld, naast andere exemplaren in de positie zoals ze werden gevonden  Zo’n 135 miljoen jaar geleden moet de soort bernissartensis hebben rondgedoold in een subtropisch deltagebied dat ook het westen van Henegouwen bestreek en dat destijds veel meer naar het zuiden gelegen was: op ongeveer 35° noorderbreedte.

Deze soort die behoort tot de orde van Ornithischia (dit zijn de dinosauriërs waarvan de heupbeenderen doen denken aan die van de huidige vogels) was rechtopstaand 5 meter hoog en 10 meter lang.

In de omgeving waren beslist predatoren aanwezig, maar de krachtige staart, scherpe tanden en lange duimsporen van de iguanodon zullen vast het nodige respect hebben afgedwongen. Hoe het komt dat een zo groot aantal exemplaren op dezelfde plaats werd aangetroffen, blijft een raadsel. Werden zij hier naartoe gedreven door een vijand? Misschien was de natuurlijke put waarin de kadavers zich in de loop der tijd opstapelden gewoon heel gunstig voor hun bewaring.

Reconstructie van een kudde in de juiste loophouding

Iguanodon  bernissartensis 

Iguanodontidae

Gemiddeld om de zeven weken wordt een  nieuwe dinosaurussoort ontdekt.

In 1878 deed men in een mijnschacht van Bernissart (Henegouwen) een ongelofelijke vondst: op  322 meter onder de grond ontdekten nietsvermoedende mijnwerkers toevallig een dertigtal skeletten van iguanodonten, een gigantische dinosauriërsoort. Een wereldprimeur: voor het eerst kon men een volledige reconstructie maken van een dinosauriër van dieomvang. Even uitzonderlijk was dat samen met de iguanodonten honderden andere  fossiele dieren en planten werden gevonden waardoor men ook meteen een idee kreeg van het leven inonze contreien tijdens de prehistorie. België moet toen een moerassig gebied zijngeweest met een warm  klimaat.

De iguanodonten werden voor het eerst aan het publiek getoond in 1882, toen het Natuurhistorisch museum nog gevestigd was in het toenmalige Paleis van Nassau aan het Koningsplein.
Een twintigtal jaar later kwamen ze terecht op de plaats waar ze nu nog altijd (én eindelijk opnieuw) in volle glorie te bewonderen zijn, in de speciaal voor hen gebouwde zaal, een ontwerp van architect Janlet. Een architectonische parel van 3000 m² met veel metaalwerk en glas, op zich al een bezoek waard.

   

   
“We hebben de ruimte zoveel mogelijk gereconstrueerd in haar oorspronkelijke staat, met restauratie van de originele monumentale trap en de balustrades, tot en met de vloeren toe.“,

zo vertelt Hugo Vandendries, hoofd van de educatieve dienst. Hij gidst met veel aanstekelijk enthousiasme door de gerenoveerde zaal die op dat ogenblik nog volop een bouwwerf was, maar wel al voldoende onthult om te zien dat de langdurige verbouwing het wachten meer dan waard was. “De verbouwingen zijn effectief begonnen in 2005, maar daarvoor was er al een team van experten bezig met het uitdenken van het nieuwe concept.”
De iguanodoncollectie, nog steeds uniek overigens, is ondergebracht in twee grote vitrines.
De eerste vitrine bevat de bekende rechtopstaande skeletten, negen in totaal waarvan er zeven een grondige facelift hebben gekregen.
De liggende, meer fragiele skeletten (elf in totaal) zijn te vinden in een tweede vitrine, onder de grond.

“Daarom heet het eerste deel van de expo ‘Onder onze voeten’. Je kan in gedimd licht naar  beneden gaan om de skeletten te bekijken, dat moet je het gevoel geven dat de mijnwerkers hadden toen ze op hun zoektocht naar steenkool op de iguanodonbeenderen stootten; Het grote voordeel van de nieuwe opstelling in deze twee vitrines is dat je alle delen van de anatomie van de dinosauriër vanaf een welbepaalde plaats van heel dichtbij kunt bekijken.” 

En inderdaad, eerst kijk je bijna letterlijk in het gebit van zo’n beestje, en op een ander, lager niveau in de zaal kan je  als het ware zijn vingerkootjes of ribben tellen.

“De iguanodonten werden van bij het begin op twee poten opgesteld, wat wetenschappelijk gezien niet fout maar ook niet helemaal correct was. Eigenlijk waren het viervoeters. Maar ze richtten zich wel regelmatig op om te eten bijvoorbeeld, of om zich te verdedigen. Hun volle lengte bedroeg dan ongeveer vijf meter!”

In het eerste deel van de tentoonstelling heeft men verder nog aandacht voor hoe een levend dier een fossiel is geworden en voor de inmiddels sterk ontwikkelde studie van de fossielen, de paleontologie.

In deel twee, ‘Levende dieren’, kom je op een interactieve manier heel wat te weten over de levenswijze van de dino’s: hoe ze liepen, communiceerden, zich verstopten, zich voortplantten…  Je krijgt er ook een beeld van de vele verschillende soorten dino’s die er waren.
Daarvoor heeft men een tiental skeletten (originelen of afgietsels) van over de hele wereld aangekocht.
De iguanodon krijgt dus voortaan het gezelschap van de werkelijk kolossale tyrannosaurus rex, een 27 meter lange diplodocus en de imponerende triceratops
Met de hulp van multimediale technieken lijken die prehistorische creaturen vaak letterlijk tot leven te komen. 

“De tijd van veel te lange saaie teksten op panelen is natuurlijk voorbij. We willen met onze ‘hernieuwde’ aanpak zoveel mogelijk mensen op verschillende niveaus aanspreken, van een kleuter die vooral zintuiglijk wil ervaren, tot een bezoeker die eerder op wetenschappelijke kennis uit is. We hebben geprobeerd om het geheel zo aantrekkelijk en interactief mogelijk te maken; zo kan je bijvoorbeeld een dansje doen met een pachycephalosaurus: via een projectie zal die gigantische dino al je bewegingen nabootsen, ongetwijfeld een hit bij kinderen.”

Gediplomeerd dinoloog
Deel drie, ‘Nog steeds bij ons?’, zoekt naar een verklaring voor het uitsterven van de dino’s, maar wil vooral duidelijk maken dat ze eigenlijk nog altijd onder ons zijn. 

“Vogels zijn de rechtstreekse afstammelingen van dinosauriërs; er zijn zelfs theorieën die zeggen dat vogels de dino’s van vandaag zijn. Sinds een tiental jaar heeft men meer en meer dino’s ontdekt met veren en zelfs vleugels. We hebben bij elke dino ook telkens een vogel geplaatst, zoals een struisvogel, om duidelijk te maken dat de verwantschap zeer groot is. Dat was vroeger ondenkbaar, het is pas door de evolutie van het onderzoek van de laatste jaren dat we dat nu met zekerheid kunnen stellen.”

Een volledig nieuw onderdeel is het paleoLAB, een ontdekkingsruimte waar ouders en kinderen zich tot paleontoloog kunnen ontpoppen: je kunt er fossielen opgraven en er dan afgietsels van maken, dinopoten aantrekken en nagaan welke sporen je zo achterlaat, dinotanden in de juiste kaken plaatsen of een levensgrote stegosaurus in mekaar puzzelen. 

“Ons publiek bestaat voor 50% uit scholen en voor 50% uit families of groepen. We droomden er allang van om dat gemengde publiek iets aan te bieden waardoor ze zelf aan de slag kunnen gaan. Er zullen ook animatoren zijn om wat te begeleiden, maar het is zo geconcipieerd dat je eigenlijk alles autonoom kan doen. In het eerste deel van de tentoonsteling, ‘Onder onze voeten’, zie je op een video professionele paleontologen aan het werk, en hier kan je wat je gezien hebt dus zelf eens proberen. In schoolverband kan men verschillende modules doorlopen om een gediplomeerd ‘dinoloog’ te worden, maar in familieverband is het wat vrijblijvender. We willen kinderen vooral prikkelen om zich spelenderwijs te verdiepen in de prehistorische tijd. Je kunt zelfs meerdere keren komen want we zullen regelmatig nieuwe activiteiten aanbieden.”
Bij het verlaten van de zaal geeft Hugo Vandendries nog mee dat ze er deze keer bewust voor hebben gekozen om geen dinorobots in de expo op te nemen. 

“Enkele jaren geleden hadden we een special op poten gezet, ‘Dinos en co’, die toen grotendeels was gewijd aan de namaakdino’s, zoals ze bekend zijn geworden door de film Jurassic Park van Steven Spielberg. Maar weet je, de authentieken spreken toch meer tot de verbeelding; het is opmerkelijk dat deze beesten jong en oud zo sterk blijven fascineren. Ik denk dat de verklaring onder meer te vinden is in het feit dat ze niet meer leven, en dat je dus grotendeels kunt fantaseren hoe ze moeten hebben geleefd. En natuurlijk ook het feit dat ze zo reusachtig groot en sterk waren, en dan toch ineens – bij wijze van spreken – hebben opgehouden te bestaan; het is en blijft voor een deel altijd een mysterie.”

Iguanodon bernissartensis        http://www.rescast.com/specimens/show_specimen.php?SpecimenID=41

http://www.senckenberg.de/images/content/museum/daueraustellungen/dinos/iguanodon.jpg 

Musea met  fossielen 

http://www.fossiel.net/informatie/musea.php

De volgende informatie over  fossielen is (op de  site  van fossielnet )beschikbaar:

Naast de skeletten van de Iguanodons staan in het KBIN   ook afgietsels van originele skeletten van andere dinosauriërs in de galerij, zoals de  

Stegosaurus

Stegosauridae Stegosaurinae

Maiasaurus
Maiasaura

Tyrannosaurus rex

Tyrannosauridae   Tyrannosaurinae   Tyrannosauroidea

Diplodocus
Diplodocidae   Diplodocoidea   

Pachycephalosaurus               
Pachycephalosauria

SPINOSAURS

Baryonyx

 

 


Baryonyx walkeri is een bijzondere vleesetende dinosauriër uit wat tegenwoordig Groot-Brittannië heet, stammend uit de periode van het vroege Krijt.Hij werd in 1983 ontdekt en in 1986

beschreven.Uiterlijk …. Het ongeveer twaalf meter lange dier heeft de kenmerkende bouw van de Theropoda maar veel langere armen. Deze dragen aan de duim een grote klauw van ongeveer 30 centimeter lang. De nek en schedel zijn ook afwijkend van de andere theropoden. Ten eerste staat de nek niet in een S-vorm zoals bij veel andere theropoden.

Ten tweede lijkt de 1.20 m lange schedel op die van een krokodil en heeft hij rechte, kegelvormige, tanden. De stijve staart en wat langere kop zijn ook kenmerken voor de Baryonyx.
De staart was (werd verondersteld ) voornamelijk om het evenwicht te bewaren als dit dier voorover gebogen stond om vissen te vangen, het hoogste punt is dan ook de 2,5 m hoge heup.
<p> <P/>
CT scan van een hagedis schedelNIEUWE TECHNIEKEN :
Modern Paleontology =CT scans & reconstruction by computer

Baryonyx jaw

This image shows the results of the CT scan reconstruction. The Baryonyx snout bone is transparent brown. This shows us that the teeth (yellow) had extremely deep roots and that Baryonyx had independently evolved a bony palate (the pink structure), also seen in crocodilians — another feature that makes this dinosaur even more ‘crocodile-like’. (Credit: Emily Rayfield)

http://www.sciencedaily.com/releases/2008/01/080113212741.htm

 

baryonyx-tmk.avi (1.3 MB) <–klik  voor video fragment 

 

  
   
           
Not many actual Spinosaurus bones have been found, so the British-found Baryonyx fossil remains were used, along with other more stylised dinosaur body parts, as templates for the skeleton building .Baryonyx is intriguing because it’s the most complete spinosaur skeleton ever found and so has been really important to recent research on these fish-eating dinosaurs. And Baryonyx was the first-known dinosaur to like eating fish.
 
Spinosaurus
  
Spinosaurus (meaning thorn lizard) giant.
At 17 metres, possibly the biggest killer ever to walk the earth, this beast dominated the first episode of the Planet’s Dinosaur history.
NHM (uk)
Natural History Museum

NHM (uk)
Natural History Museum

Spinosaurus aegyptiacus

was een vleesetende dinosauriër uit het midden van het Krijt, een theropode uit de groep van de Spinosauroidea, een onderverdeling van de Tetanurae. Spinosaurus behoort per definitie tot de Spinosauridae en de Spinosaurinae.

De fragmentarische fossiele resten werden in 1912 in Egypte gevonden door de Duitse verzamelaar Markgraf en in 1915 beschreven door de Duitse paleontoloog Ernst Stromer. Zij zijn in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan tijdens een bombardement op München.

Hoewel we geen compleet beeld hebben van dit dier, maken de bekende gegevens het om drie redenen opmerkelijk:

  • Spinosaurus heeft, net de andere leden van Spinosauridae zoals Baryonyx en Suchomimus, een langwerpige schedel met kegelvormige tanden die sterk op die van krokodil gelijkt. Er wordt verondersteld dat het dier dus net als een krokodil van vis leefde. De conische tanden, die gespecialiseerd zijn in het vasthouden – en niet het verwonden -van de prooi, wijzen er in ieder geval op dat hij joeg op vrij kleine dieren.
  • Spinosaurus bezat enorm lange doornuitsteeksels (spinae) op de ruggenwervels waar het dier ook naar genoemd is. Meestal wordt aangenomen dat die een hoog zeil droegen, mogelijkerwijze voor een verbeterde afkoeling in het extreem hete klimaat dat in die periode in Afrika heerste.
  • Spinosaurus was gigantisch en verreweg de grootste bekende theropode. Hoe groot precies is zeer omstreden. Het in 1915 beschreven fragmentarische skelet bestond uit voornamelijk uit ruggenwervels en een kaakfragment. Uit de wervels kan men door vergelijking met Baryonyx de lengte schatten. Gregory S. Paul kwam in 1988 in zijn Predatory Dinosaurs of the World tot een schatting van vijftien meter. Omdat hij aannam dat Spinosaurus een stuk eleganter gebouwd was en een relatief langere staart bezat dan Tyrannosaurus, schatte hij het gewicht losjes op zo’n vijf ton. Latere nauwkeuriger analyses toonden aan dat de lengte zo’n zestien meter moet hebben bedragen — anderhalf keer langer dan Sue, het grootste tentoongestelde skelet van Tyrannosaurus rex— en het gewicht eerder tegen de negen ton lag. Deze spinosaurus was echter nog niet volgroeid. Het kaakfragment dat erbij gevonden werd, duidt op een schedellengte van een kleine anderhalve meter. De laatste jaren werden er illegaal opgedolven fragmenten uit Noord-Afrika naar de VS gesmokkeld. Een daarvan is het kaakfragment MSNM V4047. Een publicatie uit 2006 van Dal Sasso komt tot een schatting van 1,75 meter voor de schedellengte. Combineren we dit met de schedel van het holotype dan krijgen we dus een spinosaurus van negentien meter lang en een gewicht van vijftien ton. Zo’n exemplaar zou een rughoogte hebben van een kleine zes meter, bekroond met een zeil van ruim twee meter hoog. Hij zou 150 kg vis per dag hebben moeten eten om in zijn energiebehoefte te voorzien. Dal Sasso onthield zich van zo’n extrapolatie, hield rekening met de mogelijkheid dat Stromer resten van twee individuen gevonden had en combineerde de schedellengte met de verhoudingen bij Suchomimus, wat de schatting weer terugbracht tot een voorzichtiger zeventien meter. Er is een zich in particuliere hand bevindend schedelfragment bekend dat een eerste analyse op een 2,5 meter lange schedel vond wijzen. Mocht dit correct zijn dan moet de lengte nog eens met anderhalf en het gewicht met drie vermenigvuldigd worden: bij de hoge schatting leidt dit tot een dier van een 27 meter lengte met een gewicht van ruim veertig ton!

 
January 11, 2012

Revisiting the Fisher King

by Scott Hartman
 
 
 
 

Spinosaurus is probably the longest theropod we know of, and may have been the heaviest as well. Yet counter-intuitively it shows specialization for piscivory

Tongue firmly out of cheek now, Spinosaurushas lit up imaginations partially due to its size, but also because there was so much you had to imagine to try and reconstruct the animal.

Until the last decade or two it was sort of a theropod Rorschach test where you could project any sort of oversized monster theropod onto its scant (and now lost) remains.
This brings a thrilling “Sherlock Holmes” quality when trying to imagine the living animal, but for most of the last century serious attempts to reconstruct Spinosaurus have been more frustrating than titillating.Darren Naish has an excellent write up of the history (and tragedy) of the type specimen of Spinosaurus, which I won’t duplicate here. The long and short of it is that WWII claimed the fossils as another victim of the conflict. The already-meager remains lost, paleontologists were stuck with the original description and some somewhat uninspired sketches as the only link to the past.A series of fortunate events occurred in the latter half of the 20th century that allowed for a more accurate interpretation of Spinosaurus to emerge.
For one, other spinosaurids were found.
Baryonyx from the U.K.,
and Nigerian Suchomimus, started to paint a more complete picture of what these animals were like.
They had bizarrely long snouts that seemed to resemble a gharial as much as a traditional theropod.
Suchomimus even had a smaller version of the enlarged neural spines on the back:

The amusingly-named Irritator from South America further clarified the relationships and anatomy of spinosaurids. But the real breakthrough was the re-discovery of several photographic plates of the original material.

While Spinosaurus wasn’t the most complete specimen, having photographs at least made it possible to ensure that what was found is incorporated accurately into a reconstruction.

Among other details, the image also shows what had been the basis of attempts to restore the shape of the elongate sail or hump on the back: Stromer’s original interpretation for the position of the elongated neural spines.

In particular, notice that the tallest one is set directly in front of the sacrum here, while the only associated tail vertebra (at the far left of the picture) has a very short spine. That has lead most people to infer that the spine started quickly after the neck, grew to ridiculous heights over the pelvis, and then quickly dropped off again.
Indeed, this is the interpretation that I used in my first attempt, and has been widely seen in such disparate and reputable scientific endeavors as Jurassic Park 3, the Carnegie Collection of “museum quality replicas”, and Greg Paul’s reconstruction in his Princeton Field Guide to Dinosaurs.
I had been concerned with Stromer’s original interpretation for the placement of the tallest neural spinse – no vertebral body (centrum) was preserved, but the change in the angle of the spine seemed pretty extreme compared to the previous dorsals, especially right in front of the sacrum.
My solution was to assume it was a sacral neural spine.
This largely preserved the traditional appearance of the “sail”, but provided a bit of breathing room for the change in orientation

Luckily for us, Andre Cau and Jamie Headden were busy mulling over this specific issue, and came to a much more likely conclusion, that the backward-oriented neural spine was actually an anterior caudal. Looking at a host of dinosaurs with elongate neural spines, they noted that in general you never seen backward-canted spines in front of the hips, you always see them after it.

There is a bit more detailto the argument (which I encourage you to read on their blogs), but in essence they make a very compelling case.I made some other corrections from my previous attempt – there had been some scaling issues with the neck vertebrae that had given my reconstruction a thinner Baryonyx-like profile in the neck.
Also, it appears that the necks of these animal don’t have as much of the traditional theropod S-curve, so that was changed as well (although I still don’t buy the extreme hang-dog look that Greg Paul has started to restore his spinosaurs with).

The results are a stockier animal, with a more elongate sail (or hump):

Looking at the rigorous reconstruction, it’s clear that there’s still quite a bit of uncertainty in the skeleton, although not all of the missing parts are created equal. Much of the pelvic girdle is known from Irritator, as is the back of the skull.

Also, some unpublished specimens shed light on this, even if they aren’t documented well enough to be official parts of the reconstruction.
Still, there’s a bit of ambiguity about the exact limb proportions, the length of the tail, and the exact shape of the sail.

Carcharodontosauridae

Carcharodontosauridae zijn nog het best van al te omschrijven als landhaaien … het waren in hun tijd top predatoren :ze behoorden tot de meest efficiente moordmachines op land , die ooit evolutionair zijn ontwikkeld

stamboom <–

Carcharodontosauridae

Acrocanthosaurus     http://nl.wikipedia.org/wiki/Acrocanthosaurus

dc card acroc big Acrocanthosaurus

Acrocanthosaurus Skull e1286031149657 Acrocanthosaurus
An Acrocanthosaurus’ skull

Stovall & Langston, 1950


Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 2X2m
‘Boven gestekelde hagedis’
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Tetanurae
Carnosauria
Allosauridae

 

Aptian-Albian 121-98.9 mjg

North Carolina Museum of Natural Sciences

 J. Arts

Acrocantosaurus behoort tot de familie Allosauridae en dat is niet zo verwonderlijk want als je je een beeld wilt vormen van hem dan moet je je gewoon een Allosaurus voorstellen met over zijn nek en rug een 35 tot 50 cm lang zeil. Zijn zeil was dus beslist niet zo groot als van Spinosaurus. Hij leefde in de vroege Krijtperiode zo’n 120 mjg. Hij werd ongeveer 13 meter lang


 

Carcharodontosaurus   

Restanten van Carcharodontosaurussen  werden  opgegraven in Egypte en Marokko, maar de Nigeriaanse fossielen wijken zo af van de eerder beschreven soorten dat het volgens Brusatte echt om een nieuwe soort gaat. Die moet zo’n 95 miljoen jaar geleden over de aarde hebben rondgestapt.

http://archive.southcoasttoday.com/daily/05-96/05-17-96/1adino.htm

Photo by The Associated Press
University of Chicago paleontologist Paul Sereno walks behind a model of a 5-foot-long Carcharodontosaurus skull his team discovered in the Moroccan Sahara along with the fossils of an unknown dinosaur. With a brain about 1/15 the size of man’s, Carcharodontosaurus was similar to the T-Rex but hungrily roamed around about 25 million years earlier


In diezelfde tijd liepen er meer grote vleesetende dino’s in de Sahara rond: de Spinosaurus bijvoorbeeld, een achtien meter lange vleesmachine, en de Abelisaurus (Abelisauridae /Abelisauroidea. )Die laatste mat van kop tot staart negen meter: een onderdeurtje, vergeleken met Spinosaurus ….

Sluit dit venster

Bovenkaak van Spinosaurus, een achtien meter lange vleesmachine.

Carcharodontosaurus /Stromer, 1931

Deze dino heeft zaagachtige tanden, die sterk lijken op de witte haai of op de tanden van de mensenhaai.

De kartels van de tanden van de Carchardontosaurus vertonen grote gelijkenissen met de tanden van een haai.

Fossils from “Taouz” region of the Sahara Desert, Morocco/Carcharodontosaurus by the great TODD MARSHALL.http://www.paleodirect.com/dt211.htm

Deze enorme dinosaurus dankt zijn naam aan zijn dodelijke tanden

Deze enorme theropode dinosaurus is in het jaar 1931 in Afrika ontdekt. Opmerkelijk was dat de kop van de Carcharodontosaurus behoorlijk smal was. Ook opmerkelijk was dat het achterlijf van deze dino hoger was dan het voorlijf: een diagnostisch kenmerk van een uitstekende jager. Ook de bovenbenen van deze dino waren indrukwekkend: de meest gespierde bovenbenen van alle (gevonden) dinosaurussen : die spieren staan garant voor snelheid en wendbaarheid

  • Hoogte: 4 meter,
  • Lengte: 11 meter,
  • Gewicht: 6 ton,
  • Kopgrootte: 1,6 meter.

Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 2X2m
‘Haaietand-reptiel’
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Tetanurae
Neotetanurae
Allosauridae
Charcharodontosauridae

 

Aptian-Cenomanian 121 - 93.5 mjg

Een van de zeer grote vleesetende dinosaurussen, zijn schedel had een lengte van tussen de 1.53 en 1.60 meter en was daarmee van de orde van grootte van Tyrannosaurus en Giganotosaurus(ook een carchanodontosauride ) . Carcharodontosaurus Saharicus was (tot nu toe) de grootste theropode die in het huidige Afrifa leefde. Zijn resten zijn gevonden in Marokko, Egypte, Sudan, Niger en Algerije. Maar tot nu toe is er nog geen geheel sklelet van deze theropode dinosaurus gevonden. Daarom wordt zijn lengte ook geschat van 8 tot 15 meter. Hij leefde in de late Krijt-periode. Hieronder zie je de in 1995 in Marokko gevonden schedel.



© J. Arts


© J. Arts

Klik hierboven om te vergroten.

Bron: dinosauromorpha.de
Hier is een gereconstrueerde skelet van Carcharodontosaurus.

 

Carchadontosaurus iguidensis.

Student vindt nieuwe dino

Dec 12, ’07,

Een Britse student heeft een nieuw type vleesetende dino gevonden. Het is meteen een van de de grootste in zijn soort.

Carcharondontosaurus iguidensis heet het monster, en hij heeft een kop van bijna twee meter en tanden ‘zo groot als bananen’, aldus het persbericht.

Sluit dit venster

‘Tanden zo groot als bananen’, volgens het persbericht. Zo groot zijn ze nu ook weer niet: de zwartwitte blokjes bovenin zijn een centimeter breed. Minibanaantjes dus, die tanden van Carchadontosaurus iguidensis.

Steve Brusatte, een masterstudent aan de universiteit van Bristol, had de eer het beest als een nieuw type dinosaurus te herkennen. De fossielen van het dier werden in 1997 in Niger opgegraven door een team onder leiding van de beroemde dino-jager Paul Sereno.

Deze week beschrijven Sereno, Brusatte en collega’s de vondst in het tijdschrift Journal of Vertebrate Paleontology.

The enigmatic dino killing crocThe enigmatic dino killing croc

THE ENIGMATIC DINO KILLING CROC   (Collected by Neal )

The Echkar formation of Niger, which overlies the El Rhaz, has a unusual assemblage. Crocodilians diversified and even appear in terrestrial niches. The El Rhaz has the giant Sarcosuchus, but it appears to have occupied a familiar niche–aquatic ambush predator (or piscivorous or both). In contrast, the Echkar had the diminutive Anatosuchus, the ferocious Kaprosuchus, and Laganosuchus. What was responsible for this?

In part, it could’ve been due to the warm climate of Niger, in contrast to cooler climates of the Nemegt and Hell Creek, which were disadvantageous to ectotherms. The main reason, however, was the ascendancy of a single dominant theropod, and its ecological effects.
The Echkar has yielded Carcharodontosaurus iguidensis. At 14m and 3.2 tons, it was undoubtedly the top predator in its environment. Like other predatory giants, such as Acrocanthosaurus and T. rex, C. iguidensis may have been unable to coexist with other large theropods. The transition from the El Rhaz to the Echkar may have been similar to the transition from the Morrison to the Antlers, or the transition from the Dinosaur Park to the Hell Creek. In all these cases, a variety of predators gave way to a single dominant one. Whereas Allosaurus, Ceratosaurus and Torvosaurus coexisted in the Morrison, only one big hunter, Acrocanthosaurus, existed by the Albian in North America. Likewise, Eocarcharia and Krytops in the E Rhaz appear to have given way to one theropod giant, Carcharodontosaurus iguidensis, in the Cenomanian Echkar.
To understand what effect this may have had on crocodilians, Bakker noted evidence for resource partitioning in the Morrison. Only Allosaurus may have hunted dinosaurs regularly. In contrast, Torvosaurus appears to have eaten turtles and crocodilians. No doubt, it played a key role in suppressing crocodilian radiations. Only small, aquatic species had much chance of surviving the terrestrial hunter.
Like Allosaurus and Acrocanthosaurus, Carcharodontosaurus iguidensis was almost certainly a dinosaur hunter. By eliminating other theropods, which may have had the same niche as Torvosaurus, C. iguidensis apparently liberated crocodilian evolution. The dominance of a single theropod which specialized in eating sauropods may best explain why Kaprosuchus, in particular, was able to evolve.
Kaprosuchus was almost certainly a terrestrial ambush predator. It must have preyed on dinosaurs–perhaps small sauropods or ornithopods. Orbits which faced somewhat anteriorly bear witness to predatory habits while a keratinous shield in front of its snout suggest it leaped at its prey. Kaprosuchus also had three sets of tusk-like teeth, projecting above and below its skull. The size of the teeth reflect the need to kill quickly, due to ectothermy. As an ectotherm, Kaprosuchus did not have the energy for a prolonged gladiatorial battle with a dinosaur. Its modest (6m) size wasn’t the only problem.*
Dinosaur prey was endothermic therefore had much more energy than the croc. It was essential, therefore, to kill or fatally injure a dinosaur with the first bite. Very large teeth increased the likelihood of a decisive initial strike. The teeth could’ve quickly penetrated the skull of a low browser. Or, Kaprosuchus might’ve sunk its fangs into the underbelly of a sauropod, ripping it open and causing disembowelment.
*Kaprosuchus was only about 6m long because an ectotherm had no hope of outrunning endothermic dinosaurs so it had to lie in ambush; excessive size would’ve made hiding too difficult and may also have attracted the attention of C. iguidensis.

   

Eocarcharia       Kryptops palaios & Eocarcharia dinops

2008-02-15
Onderzoekers hebben in de Saharawoestijn in Niger resten gevonden van twee vleesetende dinosaurussen. De dieren leefden 110 miljoen jaar geleden tijdens het Krijttijdperk en leveren nieuwe informatie op over de vroege evolutie van deze soorten.Door Thea Swierstra
De dinosaurussen werden blootgelegd tijdens een expeditie onder leiding van paleontoloog Paul Sereno van de Amerikaanse University of Chicago in 2000, maar pas nu hebben de wetenschappers ze kunnen identificeren en er een naam op kunnen plakken
Familie:Abelisauridae
Het ene fossiel behoort toe aan de kortsnuitige Kryptops palaios , door de onderzoekers ook wel ‘old hidden face’ genoemd vanwege het eelt dat zowat zijn hele hoofd bedekte.
In zijn korte bek staken kleine tanden, waarmee de snelle tweebenige aaseter met gemak een karkas uiteenreet. Voor het pakken van levende prooien leenden de kleine kaken van het circa 7,60 meter grote beest zich minder.
De Eocarcharia dinops, het tweede dier dat is aangetroffen, is ongeveer van dezelfde lengte, dus even groot of zelfs groter dan de T-rex. Hij wordt ‘fierce-eyed dawn shark’ genoemd, omdat hij bijzonder bonkige wenkbrauwen en lemmetvormige tanden heeft.
Deze tanden waren uiterst geschikt om levende prooien uit te schakelen.
De nieuwe fossielen geven een blik op een vroeger moment in de evolutie van de vleeseters op het zuidelijke continent. Tot de vondst was er maar weinig bekend over de vroege ontwikkeling van deze dinosaurussen.
Alles wat je tegenkomt, is een prettige aanvulling op wat we al wisten, maar hiermee krijg je de vroege evolutie net iets scherper”, zegt Anne Schulp, paleontoloog van het Natuurhistorisch Museum in Maastricht.
Voor mensen die onderzoek doen naar de dinosaurussen op de zuidelijke continenten, is deze vondst alsof je een Neanderthaler van je eigen soort vindt”, zegt Steve Brusatte, een student van de Britse Bristol University, die deelnam aan het onderzoek.
“Dit zijn de eerste sporen van de twee belangrijkste vleesetende groepen die Afrika, Zuid-Amerika en India gedurende 50 miljoen jaar zouden domineren.”

Het onderzoek wordt deze maand gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Acta Palaeontologica Polonica.Publicatiedatum : 2008-02-15

Midden Krijt (Aptianian Albian, ca. 112 My) Elrhaz Formation / Niger

Artist’s impression of Kryptops palaios./Het dier bezat een hoornachtige (eelt ) bedekking op zijn snuit
Die kon waarschijnlijk gediend hebben in de balts
Tot nu toe oudst bekende Abelisauride , Kryptops palaios gen. et sp. nov
Maxilla , bekkengordel ,wervels en ribben van een individu
De uitwendige indrukken van de bloedvaten op een maxilla en een nauw antorbitale fossa plaatsen de fossielen binnen de abelisauridae

Artist’s impression Eocarcharia dinops./ Het dier bezat scheermesachtige dolktanden
De Carcharodontosauride, Eocarcharia dinops gen. et sp. nov
Schedelbeenderen , en losse tanden
Phylogenetic analysis plaatst de fossielen van Eocarcharia dinops aan de basis van de carcharodontosaurida, gelijkend op Acrocanthosaurus maar vroeger te plaatsen in de stamboom dan Carcharodontosaurus and Giganotosaurus
Sereno, P.C. and Brusatte, S.L. 2008. Basal abelisaurid and carcharodontosaurid theropods from the Lower Cretaceous Elrhaz Formation of Niger. Acta Palaeontologica Polonica 53 (1): 15–46.
De twee vleeseters waren tijdgenoten van een andere carnivoor in dezelfde regio : Suchomimus, een grote vis-etende theropode 
Het is duidelijk uit hun anatomie af te leiden dat zij verschillende dingen aten: Suchomimus at vissen, Kryptops at kleinere dieren en Eocarcharia was het grootste roofdier van zijn tijd ,
In de hedendaagse Afrikaanse savanne moeten leeuwen, cheetahs en hyenas verschillend voedsel eten om zij aan zij te kunnen overleven. Het is fascinerend om ditzelfde gegeven te zien in een 110-miljoen-jaar-oud ecosysteem

 

Giganotosaurinae            Giganotosaurus /Coria & Salgado, 1995

  • Hoogte: 4,5 meter,
  • Lengte: 12 meter,
  • Gewicht: 8 ton,
  • Kopgrootte: 1,8 meter.

De naam van deze dinosaurus, Giganotosaurus, doet vermoeden dat dit de grootste dinosaurus ooit op aarde was. Zijn naam mag dan kolossaal klinken, maar de Giganotosaurus was niet de grootste dinosaurus op aarde. Hij was ongeveer even groot als de T-Rex: 12 meter lang. De grootste dinosaurus ooit was de Spinosaurus

Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 2X2m
‘Gigantische zuidelijk reptiel’
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Tetanurae
Carnosauria
Allosauridae

 

Albian-Cenomanian 112.2 - 93.5 mjg

Dit is de tot nu toe grootste vleesetende dinosaurus ooit gevonden. Tot nu toe was deze eer voorbehouden aan Tyrannosaurus Rex, maar de in 1993 ontdekte Giganotosaurus was met zijn 14.5 meter nog een stuk langer dan zijn rivaal. Zijn kop alleen al had een lengte van 180 cm. Een gedeeltelijke onderkaak die is gevonden en in 1998 beschreven is 8% groter dan de onderkaak van de Type species en zou dus zo’n 195 cm lang moeten zijn. Toch was Tyrannosaurus Rex waarschijnlijk sterker, want de tanden van Giganotosaurus waren smaller, zijn herseninhoud geringer en hij was in zijn geheel wat minder robuust gebouwd dan Tyrannosaurus. Giganotosaurus leefde ongeveer 90 mjg in Argentinie waar hij in 1993 bij het plaatsje El Chocon door een amateur-paleontoloog werd gevonden.



“Image: John Conway (http://jconway.co.uk)”


© J. Arts

Een tekening van een cast van Giganotosaurus zoals opgesteld in The Academy of Science in Philadelphia.


© J. Arts

© J. Arts

Tijdens het dinosaurus tijdperk, heersten de dinosaurussen over het supercontinent Pangaea, waaruit onze huidige continenten zijn ontstaan.

Tijdens het Krijt zijn de continenten uit elkaar gevallen, waardoor unieke dinosaurussoorten konden ontstaan. Fossielen van de Giganotosaurus zijn gevonden in Argentinië. Van de Giganotosaurus is (nog) geen compleet skelet gevonden. De ontdekking van de Giganotosaurus vond pas in het jaar 1993 plaats

De Giganotosaurus was een rechtopstaande carnivoor en een jager. Hij at – vermoedelijk – het middenformaat dinosaurussen zoals bijvoorbeeld de Andesaurus

 

Mapusaurus  

Mapusaurus

De opgravingen van de versteende restanten van de Mapusaurus zijn in Argentinië begonnen in het jaar 1995 en duurde tot 2001. Na jarenlang onderzoek kwam pas in 2006 naar buiten dat wetenschappers vermoedelijk de grootste carnivoor onder de dinosaurussen hadden gevonden.

Inmiddels is bekend dat de Mapusaurus bijzonder groot is, maar niet de grootste onder de dino´s is. Na de eerste vondsten, is er op dit moment een nagenoeg compleet skelet van de Mapusaurus

Mapusaurus was een geducht jager : deze dino jaagde vermoedelijk in groepsverband. Door het teamwork was het mogelijk om grotere dinosaurussen( waaronder dus reusachtige sauropoden ) aan te vallen

Dinosaurus Mapusaurus jaagt in groepen  

  • Hoogte: 4 meter,
  • Lengte: 12 meter,
  • Gewicht: 4 ton,
  • Kopgrootte: 1 meter

http://www.dinosaurisle.com/neovenator.aspx

This image is of a reconstructed skull, part of a full size model displayed at Dinosaur Isle of wight which contains a mix of real fossilized bones from the type specimen and reconstructed elements.
The reconstruction is 7.5 metres long, it is one of Dinosaur Isle’s prized exhibits and part of a unique dinosaur.

Neovenator / Hutt, Martill & Barker, 1996

Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 1 X 1m
‘Nieuwe Jager’
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Tetanurae
Avetheropoda
Carnosauria
Allosauroidea
Allosauridae?

 

Verenigd Koninkrijk Ongeveer 8 meter lang

Aptian 121 - 112.2 mjg

Neovenator salerii werd al in 1978 gevonden, tenminste een gedeelte. Het duurde echter verscheidene jaren voor alle beenderen geborgen waren en pas in 1996 werd deze dinosaurus beschreven en benoemd. Ongeveer 70% van het dier is teruggevonden en de fossiele resten verkeren in een goede staat. In de week van 11 juni 2001 is een team paleontologen bezig nog meer resten van deze dinosaurus op te graven. Er wordt gehoopt dat de handbeenderen zullen worden gevonden en de achterkant van de schedel.
Neovenator lijkt wat op Allosaurus maar is kleiner, en lichter gebouwd. Toch is dit een van de grotere vleesetende dinosaurussen die in het Verenigd Koninkrijk is gevonden. Een van de voornaamste voedselbronnen zal de ook hier veelvuldig voorkomende Iguanodon zijn geweest. In de site die nu (11 juni 2001) wordt uitgegraven liggen trouwens de beenderen van een Neovenator en een Iguanodon bij elkaar. Neovenator is tot nu toe alleen op de Isle of Wight gevonden dat toen trouwens (120 mjg) geen eiland was maar een deel van het vaste land.


Neovenator salerii
© J. Arts, based on an image from Walking With Dinosaurs from the BBC

Shaochilong

/shaochilong maortuensis.

.

.

.

 

 

 

  1. Another Look at Asia’sSharkToothed Dragon” – Blogs – Smithsonian


 

 

 

Tyrannotitan   

Tyrannotitan chubutensis

saurischians
Sub-Orde: theropoden
Groep: Carcharodontosauridae
Periode
Onder-Krijt (-114 tot -108 mijn)

Tyrannotitan Chubutensis

photo

Museo Egidio Feruglio – Trelew

*Novas, F.E, S. de Valai, P. Vickers-Rich & T. Rich (2005). A large Cretaceous theropod from Patagonia, Argentina, and the evolution of carcharodontosaurids. Naturwissenschaften online advance publication (Apr. 16, 2005Abstract.

Afmetingen


Lengte: 13 m(?)
Gewicht: (?) 2 ton

De Tyrannotitan chubutensis , wiens naam betekent << >> tirannieke titan van de provincie Chubut (Argentinië) was een grote carnosaurier en een groot roofdier. Hij jaagde op andere dinosaurussen van het titanosaurus , Amargasaurus type en waarschijnlijk ook op andere carnivoren die kleiner wqren dan hemzelf (Megaraptor, neuquenraptor etc …). Hij was te vinden in een droog steppe landschap met struiken, Araucaria en een aantal coniferen.

© Unlobogris, Deviantart

Beschreven in 2005 door Novas, Wallis, Vickers-Rich & Rich: het fossiel was toen, van een van de grootst geachte bekende vleesetende dinosauriers . …

Tyrannotitan

Yangchuanosaurus.
 airport exhibit =loan from Fernbank Museum of Natural History