REGENERATIE

REGENERATIE EN DOOD 
Voor de overgrote meerderheid van de dieren is veroudering een onvermijdelijk proces. Een dier dat telkens weer weet te ontsnappen aan roofdieren of andere doodsoorzaken sterft uiteindelijk toch na enkele jaren, decennia of eeuwen. Er is geen ontkomen aan.
Ondertussen hebben bepaalde levensvormen op deze planeet in de loop van vele miljoenen jaren van evolutie een uitzonderlijk regeneratievermogen ontwikkeld.
Regeneratie is het vermogen van een  levensvorm om delen van zijn lichaam te herontwikkelen na de vernietiging van die welbepaalde delen. Het kan hier gaan over eenvoudige cellen alsook over organen of andere functionele delen.
Geleidelijk aan ontdekken onderzoekers atypische levensvormen met een sterk verhoogt regeneratievermogen.
Sommige van deze vermogens, zoals de staart van een hagedis die terug aangroeit, zijn al bekend sedert mensenheugenis.
Andere van deze vermogens zijn nog niet lang bekend, zoals die van de hydra, een minuscule zoetwaterpoliep. Als men het doormidden snijdt, groeit elk van de twee delen terug aan en worden er twee identieke individuen gevormd.
Dit is niet het enige voorbeeld van dierlijke regeneratie: kikvorsachtigen slagen erin om gehele ledematen te regenereren. Op deze manier groeit, in het geval van sommige salamandersoorten, de verwijderde poot van een jong dier, dat voor het overige in goede gezondheid verkeert, na ongeveer een maand terug aan.
Is de mens in staat om zichzelf te regeneren?
Het goede nieuws is dat een mens wel degelijk in staat is om zichzelf te regeneren. Hetslechte nieuws is dat dit vermogen slechts gedeeltelijk is. We kunnen onze huid regeneren wanneer we een wonde oplopen. In het geval van de lever bedraagt ons regeneratievermogen niet minder dan 75%.
Welk onderscheid dient gemaakt te worden tussen de verschillende vormen van regenatievermogen?
Hoe primitiever een dier is, hoe meer het in staat zal zijn zich te regeneren. Dieren die verschillende ontwikkelingsstadia doorlopen (de metamorfose) kunnen hun organen veel vlotter hersamenstellen. Maar bij de aan de mens meest aanverwante levensvormen is dit vermogen spijtig genoeg het allerminst ontwikkeld.
Sinds de laatste jaren boeken onderzoekers snelle vooruitgang.
Ze hebben reeds bepaalde cellen ontdekt die veel meer dan normaal toegerust zijn om zichzelf te hersamenstellen.
Ze hebben ook opgemerkt dat, in tegenstelling tot wat we tot dusver dachten, de  hersamenstelling van organen uit enkele cellen niet langer een oogmerk is dat zich aan de uiterste grenzen van de wetenschap bevindt maar eerder een nabijgelegen doel van dierproeven.
°
Zie ook -hieraan verwant onderwerp:      
°
MUIS 

Het ’ hoogste’  dier waarvan we weten dat hij stukjes lijf (vingerkootjes) terug kan krijgen en in zijn algemeenheid van vrij ernstige verwondingen kan herstellen, is de muis.

Regeneratie (biologie)

Regeneratie is het verschijnsel in de biologie waarbij beschadigde delen (organen) van een dierlijk organisme volledig worden hersteld. Het komt ook wel eens voor dat dieren bij predatie ter verdediging sommige lichaamsdelen opofferen, zoals hagedissen die de staart afwerpen, maar dit wordt  autotomie genoemd; het vermogen lichaamsdelen los te laten, waarna uit de stomp een klein aanhangsel groeit. Ook het genezen van de menselijke huid door littekenweefsel is geen regeneratie, omdat er geen volledig herstel plaatsvindt; de originele cellen worden slechts vervangen door bindweefsel.

Regeneratie werkt bij verschillende diersoorten op verschillende manieren, hoewel de basisprincipes hetzelfde zijn. Na amputatie zijn de stappen van regeneratie in chronologische volgorde als volgt:

  • Wondheling: Het vlak van amputatie wordt afgedekt, zodat de wond niet geïnfecteerd raakt of verder beschadigt;
  • Blastemavorming: Stamcellen of gededifferentieerde cellen vormen een structuur die zich zal specialiseren in de verschillende te vervangen organen en weefsels;
  • Expansie: De blastema groeit uit tot een zowel morfologische als functionele replica van het geamputeerde lichaamsdeel
  • lees verder op   —>    Regeneratie (biologie)   —>http://nl.wikipedia.org/wiki/Regeneratie_(biologie)

Het kan bij alle dieren, zelfs bij mensen,  niemand heeft zin om vijftien jaar met een open wond rond te lopen.

Het is bekend van salamanders in de waterfase, maar in principe kan het altijd als de wond maar vochtig en open blijft in een soort celkweekvloeistof, dan is al de informatie nog aanwezig om weer een compleet lichaamsdeel te maken. Het probleem is dat mensen en andere landdieren littekenweefsel aanmakenDe regeneratie van de staart bij hagedissen is verre van volmaakt en het nieuwe stompje is niet erg fraai. Bij insecten en kreeften groeien de lichaamsdelen wel weer terug, bij elke vervelling, worden ze weer wat groter.

EEN KLEINE WORM 

is tot grote dingen in staat; het diertje kan een geamputeerd lichaamsdeel geheel regenereren. Hoe de worm dat doet, was lang een raadsel, maar wetenschappers hebben het betreffende gen nu gevonden. Goed nieuws, want wij mensen kunnen de techniek van de worm goed gebruiken.

Een worm kan zelfs wanneer hij zijn eigen hoofd kwijtraakt, een nieuw brein en omhulsel ‘kweken’. De dieren hebben volwassen stamcellen die continu worden aangemaakt en in vrijwel elke soort cel kunnen worden veranderd. Ook hebben ze genen die ervoor zorgen dat de cellen vervolgens op de juiste plaats terecht komen en de juiste vorm, grootte en oriëntatie hebben.

Wonderlijk. Maar nu ook verklaarbaar.

Wetenschappers hebben ook hier  het gen gevonden  dat de cellen aanstuurt

. “Wij wilden begrijpen hoe stamcellen in elk dier kunnen samenwerken en beschadigde of missende organen en weefsel kunnen vervangen,” vertelt onderzoeker Aziz Aboobaker.

De techniek van de wormen kan volgens de wetenschappers ook voor de mens veel betekenen.

“Als we weten wat er gebeurt wanneer weefsel onder normale omstandigheden wordt geregenereerd, kunnen we uitvogelen hoe we beschadigde en zieke organen, weefsels en cellen op een georganiseerde en veilige manier kunnen vervangen. Bijvoorbeeld na een ongeluk of ziekte. Dat zou bijvoorbeeld ook een goede behandeling van alzheimer kunnen zijn.”

Ook geeft de worm inzicht in wat er gebeurt wanneer cellen zich tijdens het proces van regeneratie verkeerd ontwikkelen en bijvoorbeeld leukemie veroorzaken.

PLANARIA

Het soort wormen Planaria kan helemaal teruggroeien vanaf de staart als je hem doormidden snijd.

ZEESTERREN 

Zeesterren hebben een enorm herstellingsvermogen. Wordt een arm afgerukt, dan groeit deze weer aan. Zelfs als een zeester vier armen verliest, kan zij deze regenereren. De nieuwe armen blijven wel korter dan de oorspronkelijke, waardoor het dier er soms uitziet als een staartster.

Bronnen:

KWALLEN 

Kwallen hebben ook een ongelooflijk regeneratievermogen. Bij een proef waarbij een kwal door een gaas werd geperst (en dus in honderden stukjes uiteenviel) waren er na een paar weken honderden kleine kwalletjes.

autotomie

DNA  (Telomeren) SCHADE 

01 april 2010  
Living life in the fast lane (Image: Danel Heuclin/NHPA)Living life in the fast lane (Image: Danel Heuclin/NHPA)

Sommige hagedissen weten aan hun aanvallers te ontkomen door hun staart te laten vallen. Maar is dat efficient ?

Uit onderzoek blijkt dat de hagedis niet alleen staartloos, maar ook met een schadelijke veranderingen in het DNA achterblijft.

Als de hagedis zijn staart kwijtraakt, dan beschadigen de telomeren: ze worden korter. Telomeren bevinden zich aan het uiteinde van een chromosoom en kunnen ook in natuurlijke situaties korter worden. Zo wordt een telomeer bij mensen korter wanneer zij ouder worden.

Dat ook hagedissen een kortere telomeer krijgen als zij hun staart verliezen, bewijst dat stress in de omgeving negatieve effecten heeft op het DNA. Dat concludeert onderzoeker Mats Olsson

Vrouw vs. man
Olsson bestudeerde de lengte van de telomeren in diverse wilde hagedissen. De diertjes zonder staart hadden allemaal kortere telomeren. Vooral bij de mannetjes was er sprake van een sterke verkorting.

“Vrouwtjes leven van nature een rustiger leven met relatief weinig druk van roofdieren,” legt Olsson uit.

Groot
Hoe groter een mannetje was, des te korter de telomeren werden zodra hij zijn staart verloor. En dat is volgens Olsson goed te verklaren. De grote hagedissen leiden een stressvoller leven dan de kleine exemplaren. De grote dieren moeten harder vechten voor de vrouwtjes en worden sneller door roofdieren gepakt.

Minder actief
Het verlies van de staart heeft dus grote gevolgen. En niet alleen in het DNA. Ook de kansen om een nieuwe aanval te overleven, worden kleiner. De hagedis krijgt een nieuwe staart, maar dit is een minderwaardige versie van de eerste: geen bot, alleen kraakbeen. Deze staart kan de hagedis ook niet zomaar laten vallen, dus in de volgende aanval staat het dier er alleen voor. De hagedis is zich daar van bewust en gaat een minder actief leven leiden.

“Het korter worden van telomeren is ingewikkelder dan we dachten,” concludeert bioloog Steve Donnellan. We weten dat er een verschil is tussen het telomeerverlies van de één en de ander en dat stress een rol speelt, maar de exacte oorzaak is onbekend.

Olssons onderzoek toont nu aan dat stress de oorzaak is en dat de verschillen verklaard worden door het geslacht.

Bronmateriaal:
Close call with death leaves its mark on DNA” – Newscientist.com
LINKS 
TELOMEREN
Menselijke Telomeren
°

Nieuwe staart van hagedis is lang niet zo goed als de oude

10 oktober 2012  
Groene anolis 
anolis hagedissen <-)-doc  archief
De foto l is gemaakt door Natalie Barletta (cc via Flickr.com).

Wanneer een roofdier een hagedis bij de staart pakt, kan de hagedis de staart af laten breken en daarna zonder moeite een nieuwe staart laten groeien. Nieuw onderzoek toont nu aan dat die nieuwe staart echter lang niet zo goed is als het oorspronkelijke exemplaar.

De onderzoekers bestudeerden de roodkeelanolis (Anolis carolinensis). Dit is zo’n hagedis die zijn staart af kan laten breken en vervolgens weer moeiteloos terug kan laten groeien. Maar wie denkt dat die nieuwe staart net zo goed is als het originele exemplaar heeft het mis. “De geregenereerde staart van de hagedis is geen perfecte replica,” vertelt onderzoeker Rebecca Fisher. “Er zijn belangrijke anatomische verschillen.”

In de oorspronkelijke staart zijn bijvoorbeeld wervels van kraakbeen terug te vinden. Ook zijn de spieren in de nieuwe staart veel langer, zo schrijven de onderzoekers in het blad The Anatomical Record.

“Deze verschillen suggereren dat de geregenereerde staart minder flexibel is, aangezien noch de kraakbenen staaf, noch de lange spierweefsels in staat zijn om de fijne bewegingen van de originele staart met in elkaar grijpende wervels en korte spierweefsels te maken. De teruggegroeide staart is niet simpel een kopie van de originele staart, maar in plaats daarvan een vervanger die enkele functies (van de oude staart, red.) herstelt.”

De vaardigheid om een staart te laten regenereren, fascineert wetenschappers.

Ze hopen dat ze in de toekomst kunnen achterhalen hoe de hagedis het precies doet en die wetenschap kunnen gebruiken om mensen met de meest uiteenlopende medische problemen te helpen.

“Met behulp van nieuwe technologieën kunnen we achterhalen welke genen nodig zijn om de staart van hagedissen te laten hergroeien,” vertelt onderzoeker Kenro Kusumi.

“Door deze genen in menselijke cellen meer energie te geven( of anders  te “stimuleren”  ?   ) , kan het wel eens mogelijk zijn om nieuwe spieren of een nieuw ruggenmerg te laten groeien.”

LINKS     24 nieuwe soorten hagedissen  ontdekt
SALAMANDERS
Salamanders, , hebben een hoog regeneratie vermogen.
Een ribbensalamander kan makkelijk een pootje missen, en alle vier pootjes of de staart kan ook.
Er groeit dan een nieuw pootje of staart aan. welke  volwaardig is bij jonge salamanders, maar onvolwaardig  en onderontwikkeld is bij oudere dieren.
Naar het  regeneratievermogen is veel onderzoek gedaan.
Het blijkt  dat het regeneratie door een erg simpel hormoon wordt  geregeld.
Regeneratie van een lichaamsdeel bij de ribsalamander  kan worden  versneld door uiterst geringe hoeveelheid jodium aan het water toe te voegen.

Ribbensalamander

Pleurodeles Waltl 
Ribbensalamander is een grote en sterke salamander. Oorspronkelijk uit uit het zuiden van Europa. Mannetjes zijn tenger , de vrouwtjes wat meer  gedrongen en steviger.

Ribbensalamanders zijn niet echt mooi: hun huid is  bezet met kleine bobbeltjes en vlekken. Ze leven het grootste deel van het
jaar in het water, bij mij leven ze met zijn vieren in een hol.
S’avonds gaan ze met zijn allen op zoektocht naar eten. Ribbensalamanders zijnverdraagzaam, ook naar andere salamanders, kikkers en vissen toe.
Ze worden erg  oud coor hun afmetingen  (meer dan twintig jaar )
Ze verdragen ook matig verontreinigd water.
Jonge ribbensalamder, lengte 10cm
Een jonge ribbensalamander onder de miscroscoop, het  dier is grotendeels nog doorzichtig, maar in de huid zijn de pigmentvlekken zichtbaar. In dit stadium worden algen  en infusoriagegeten.
Jonge ribbensalamder, lengte 10cm
voeding
Deze dieren eten al het gangbare voedsel: rode muggenlarvewitte muggelarvemysis, tubifex, regenwormen.
Maar ook een in het water gevallen fruitvliegje of en krekel wordt gegeten.

 

AXOLOTL

Een van de meest bijzondere dieren is toch wel de axolotl. Niet alleen omdat deze salamandersoort er zo gek uitziet. Maar ook omdat hij speciale cellen heeft. Daardoor kunnen delen van zijn lichaam opnieuw aangroeien! Is hij een poot kwijt, dan krijgt hij na een tijdje gewoon een nieuwe. Zelfs delen van zijn hersenen kunnen teruggroeien!

 

 

 

Advertenties

Ecosysteem : Diepzee netwerken en waardplanten-netwerken

biodiversiteit diepzee <–doc archief

BIODIVERSITEIT POOLZEEËN <–doc archief

voedselketen =ecosystemen.docx (2.5 MB)   —> Voedselpyramides 

________________________________________________________________________________
HET  ECOSYTSTEEM 
Wij leven in een ecosysteem van mensen, dieren, planten en water. Maar er zijn talloze ecosystemen op de wereld. En iedereen is daarin afhankelijk van elkaar.
‘Ik ben een toppredator op een uitloper van een zandrug in een verstedelijkt landschap met gematigd zeeklimaat.’
Op deze manier zou een ( Groningse )ecoloog  het eigen  leven kunnen omschrijven.
°
Ik zal het uitleggen.
Als ecoloog onderzoek je ecosystemen.
Je zou een ecosysteem als volgt kunnen omschrijven:
‘het is het geheel van planten, dieren en micro-organismen in een bepaalde omgeving’.
En in de voedselketen zijn die planten, dieren enzovoort allemaal afhankelijk van elkaar.
Anders gezegd:
in de ecologie gaat het om eten en gegeten worden.
Aan het begin van een voedselketen staan de ‘groene organismen’, je moet dan denken aan bomen, struiken, kruiden, algen en mossen.
Zij worden gegeten door planteneters, ook wel herbivoren genoemd. Bijvoorbeeld konijnen.
Die worden weer gegeten door vleeseters, oftewel carnivoren, zoals roofvogels en vossen.
Weer een stapje verder vind je de alleseters, ook wel omnivoren genoemd.
En dan heb je ook nog de parasiet; die leeft op, van en dankzij een ander levend wezen.
Bijvoorbeeld de maretak (mistletoe) of de vogellijm  die we met Kerst ophangen.
Maar niet alle ecosystemen zijn hetzelfde.
Neem bijvoorbeeld een vijver.
Hier bepaalt onder andere de zuurgraad welke waterplantjes er groeien.
Die planten worden weer door bepaalde planteneters gegeten, enzovoort.
In een ecosysteem kan er veel veranderen. Er is sprake van een zogenoemd ‘dynamisch evenwicht’.
Zo kan er bijvoorbeeld een vogelgriepvirus toeslaan onder blauwe reigers. Omdat die vogels in kolonies leven, verspreidt het virus zich snel en legt een groot deel het loodje.
In zo’n situatie ontstaat vanzelf een nieuw evenwicht!
Door de uitdunning leven de reigers minder dicht op elkaar, zodat het virus zich niet meer goed verspreidt.
De overgebleven gezonde reigers brengen jongen groot.
En zo neemt het aantal reigers weer toe.
Met de verandering van ons klimaat komt de ecologische kennis goed van pas. Simpelweg omdat in een warm klimaat andere planten groeien dan in een koeler klimaat. Maar ook om natuurgebieden met elkaar te verbinden zodat dieren kunnen ‘verhuizen’ naar een koeler gedeelte, met meer voedsel.
De aarde kun je als één groot ecosysteem zien.
En de druk die wij daar als mens op uitoefenen is enorm.
We zijn met steeds meer mensen, we zijn steeds mobieler, we eten steeds meer en gevarieerder en we gebruiken steeds meer energie. Iedereen heeft zijn eigen ecologische voetafdruk; de impact van zijn leefstijl op de aarde.
Geschat wordt dat die voetafdruk van de mens ongeveer 25 procent groter is dan de aarde duurzaam kan leveren.
Als we op deze manier doorgaan wordt het op een gegeven moment voor steeds meer ecosystemen onmogelijk om een nieuw evenwicht te vinden. We moeten dus echt zuiniger met onze aarde omspringen.

_________________________________________________________________________________________

Antarctica’s eerste walvisskelet met  negen nieuwe soorten  Diepzee organismen   ontdekt

 19 maart 2013  

Wetenschappers van de universiteit van Southampton in het blad Deep-Sea Research II: Topical Studies in Oceanography.De ontdekking verschaft onderzoekers nieuwe inzichten als het gaat om het leven op grote diepte.

Lastig te vinden
Wanneer walvissen sterven, zakken hun lichamen naar de bodem. Maar de stoffelijke resten worden maar zelden teruggevonden: wereldwijd zijn tot op heden nog maar zes van deze skeletten teruggevonden. Dat komt doordat wetenschappers echt met een onderzeeër of onderwaterrobot over de skeletten moeten varen, willen ze deze kunnen waarnemen. “We waren net een duik met een op afstand bestuurbare onderzeeër aan het afronden, toen we een rijtje bleke blokken in de verte zagen: dat bleken de wervels van de walvis te zijn,” vertelt onderzoeker Jon Copley.

 

Nieuwe soorten
De onderzoekers bestudeerden het skelet met behulp van camera’s en ontdekten dat tal van dieren nabij en van het skelet leefden. Enkele van die dieren bleken helemaal nieuw te zijn voor de wetenschap. Onder die nieuwe soorten bevindt zich een worm die van de botten van de walvis leeft en een nieuwe soort pissebed die over het skelet wandelde.

dwergvinvis fauna
Organismen die op en nabij het skelet van de dwergvinvis werden aangetroffen. Plaatje F laat de worm zien die botten verteert. Foto’s: via Deep-Sea Research II: Topical Studies in Oceanography –

Dwergvinvis fauna

http://dx.doi.org/10.1016/j.dsr2.2013.01.028.

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0967064513000489

De onderzoekers vermoeden dat de walvis al enkele decennia op de bodem van de zee ligt. “Het bestuderen van de restanten van deze dwergvinvis geeft ons inzicht in hoe voedingsstoffen in de oceaan gerecycled worden,” stelt onderzoeker Diva Amon. Een walvis die sterft, wordt door aaseters eerst van zijn vlees ontdaan. Daarna komen kleinere diertjes op het skelet af. Bacteriën breken het vet dat in de botten opgeslagen zit af en sommige wormen zijn in staat om de botten te verteren. 

________________________________________________________________________________________

WAARDPLANTEN   als SYMBIOTISCH   NETWERK 

°

Een nieuw gevonden familielid van de plant de zwarte peper blijkt een divers ecosysteem te huisvesten.

peperplant

9 februari 2014

De ontdekking van de nieuwe plant wordt deze week beschreven in het tijdschrift  Phytokeys.

Amerikaanse wetenschappers vonden de plant in het Ecuadoriaanse en Peruviaanse gedeelte van het Andesgebergte.

De plant, die een wild familielid is van de zwarte peper, heeft de Latijnse naam Piper kelleyi meegekregen  Uit nader onderzoek bleek de plant meer dan veerig insectensoorten te huizen, die totaal afhankelijk waren van het kruid. De plant is daarmee een uniek ecosysteem op zich.

Dat de plant zoveel insectensoorten huist, schrijven de wetenschappers toe aan de unieke cocktail van chemische stoffen die de plant uitscheidt. Een groot deel van die stoffen is giftig, waardoor veel planteneters de pepersoort links laten liggen.

Een aantal rupsensoorten zijn echter door de giftigheid heen gebroken en hebben zich zo ver gespecialiseerd dat ze louter en alleen deze pepersoort eten.

De rupsen hebben allemaal hun eigen natuurlijke vijanden(parasitoiden en predatoren  )  in bepaalde wespen en vliegen, die zich op hun beurt ook hebben gespecialiseerd en alleen leven van de rupsen op de peperplant. Zo is er een uniek micro-ecosysteem ontstaan met allemaal organismen die afhankelijk van elkaar zijn.

De wetenschappers kijken op dit moment of het unieke ecosysteem zich nog verder uitstrekt naar vogels of vleermuizen. Andere pepersoorten vormen vaak een belangrijke voedselbron voor deze dieren.

Volgens de Amerikanen hebben zulke vondsten belangrijke implicaties voor natuurbehoud. Sterft zo’n bijzondere soort uit, dan zullen ook de meer dan veertig insectensoorten het niet redden. 

Door: NU.nl/Hidde Boersma

The newly described species of wild black pepper, Piper kelleyi, in its native habitat (left). The pinkish undersides of the leaves (upper right) gave this species the nickname “pink belly” among members of the research team. The flowers (center right) and fruits (lower right) are not very showy, but the fruits do have some of black pepper’s familiar pungency. Credit: E.J. Tepe
These are some of the insects that depend on the newly described species of wild black pepper, Piper kelleyi, including two of the herbivorous caterpillar species known by team members as “rare brownie” (lower left) and “pink spots funky” (lower right), along with examples of their wasp (upper left) and fly (upper right) predators. Both caterpillars are ca. 1 cm long, the wasp is ca. 2.5 mm, and the fly is ca. 0.8 mm. Credit: C. Morrison (caterpillars), J.B. Whitfield (wasp), and D.J. Incl‡n (fly)
Piper kelleyi Tepe. A leaf and inflorescence B Stamen C fruit in lateral view D Fruit in apical view E Bracts in apical view.
colony of Pheidole ants nesting inside a petiole of Piper kelleyi.
PhytoKeys-034-019-g004
TEGEN KANKER

Familieleden van de peperplant zijn bijzonder interessant. Ze produceren namelijk diverse chemische stofjes om zich te beschermen tegen planteneters. Een aantal van die stofjes hebben een medicinale werking.
Zo worden verschillende stofjes die de nieuwe plantensoort aanmaakt momenteel verder bestudeerd omdat ze mogelijk kanker kunnen bestrijden.

“GOD VAN DE GATEN”- argument

ANTI-CREATO ;

GOD  VAN DE GATEN  

De term God van de gaten (Engels: God of the Gaps) wordt vaak gebruikt om het contrast aan te duiden tussen religieuze verklaringen van de natuur en verklaringen die gebaseerd zijn op de natuurwetenschappen.

De term heeft een duidelijk pejoratieve klank en de personen die hem bezigen gaan ervan uit dat de godsdienst zich voortdurend verder zal moeten terugtrekken tegenover de voortschrijdende wetenschap. Het argument daarvoor is dat steeds meer zaken die vroeger met het ingrijpen van een goddelijk wezen verklaard werden, thans een duidelijke natuurwetenschappelijke verklaring hebben gevonden.

Sinds Newton is God is niet meer nodig om de planeten in hun banen te houden, maar Newton meende dat alleen God de zon en de planeten had kunnen scheppen en in hun banen plaatsen. Sindsdien heeft de wetenschap daarvoor een natuurwetenschappelijke verklaring gevonden. Toen Napoleon omstreeks 1800 aan Laplace vroeg waarom hij in zijn boek over de astronomie geen enkele maal het woord “God” had genoemd, antwoordde de beroemde astronoom hem: “Je n’ai pas besoin de cette hypothèse” (Ik heb deze hypothese niet nodig).

Sinds Darwin de evolutietheorie formuleerde, is het idee van God ook niet meer noodzakelijk om het ontstaan van de vele soorten levende wezens te verklaren.

Heel wat malen hebben tegenstanders van het materialisme verklaard dat de evolutie onmogelijk bepaalde complexe structuren zou hebben kunnen creëren, en dat daarvoor zeker de interventie van een intelligente schepper vereist is (zie: Intelligent design). In heel veel gevallen zijn Darwinisten erin geslaagd om voor de ontwikkeling van dergelijke ogenschijnlijk wonderbaarlijke structuren plausibele verklaringen te vinden in het kader van de evolutietheorie. Vaak werden er ook in het fossiel archiefontbrekende schakels” gevonden, die getuigen van tevoren door velen voor onmogelijk gehouden evolutionaire sprongen (Australopithecus, Homo erectus, Archaeopteryx, Pakicetus, enz.).

De “gaten” in dat wat de wetenschap kan verklaren zijn dus veel kleiner geworden. Beoefenaars van de evolutionaire psychologie en de cognitieve wetenschap hebben al heel wat interessante hypothesen ontwikkeld voor de ontwikkeling van de dierlijke en menselijke intelligentie, maar deze wetenschappen staan nog in hun kinderschoenen. Ook is er voor de oorsprong van het heelal (zie Big bang) nog geen sluitende verklaring gevonden, en hetzelfde geldt voor het ontstaan van het leven. Het ontbreekt hier niet aan hypothesen, maar het is een kwestie van geloof of wetenschappers er ooit in zullen slagen spijkerhard wetenschappelijk bewijsmateriaal te vinden dat deze hypothesen ondersteunt.

Aanhangers van het materialisme voeren daartegen aan dat de natuurwetenschappers voor het bewezen achten van een theorie veel hogere eisen aan zich zelf stellen dan decreationisten, die menen geen enkel rationeel bewijs te hoeven leveren voor het bestaan van een schepper.

Het argument van de “God van de Gaten” gaat ervan uit dat het bij voorrang zoeken naar bovennatuurlijke verklaringen meer vragen oproept dan het beantwoordt (b.v. waar komt die almachtige schepper vandaan?) en daarom niet de test van het Scheermes van Occam doorstaat.

De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett maakt het onderscheid tussen hemelhaken en kranen. Hij is van oordeel dat er eerst moet worden gezocht naar “kranen”, verklaringen die in overeenstemming zijn met de natuurwetten, en dat “hemelhaken”, bovennatuurlijke verklaringen, met groot wantrouwen moeten worden bekeken.

ay 5, ’08

Religie als virus

01-05-2008 Tomaso Agricola

…is de titel van een recentie in de Academische boekengids (ABG) van mei 2008. Bijna 2 jaar na het uikomen van The God Delusion van Dawkins (Science was laat, maar dit slaat alles) en Breaking the spell van Dennett is het eindelijk gelukt om beide boeken in de ABG te bespreken.

Het stuk is geschreven door Gerard Nienhuis, hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit Leiden. Het stuk heeft als ondertitel God en Darwin sluiten elkaar niet uit, want net als kunst staat godsdienst buiten de wetenschap.


Het stuk begint met een samenvatting van beide boeken.

De overeenkomsten en verschillen worden besproken.

Dawkins is bijvoorbeeld wat agressiever en ziet geen voordelen in geloof, terwijl Dennett wat voorzichtiger is, ook voordelen ziet voor de samenleving, en de lezer hoogstens een spiegel voorhoudt.

In het laatste deel komt Nienhuis met een argument (dat men veel tegenkomt in discussies met de alpha zweefrek-artisten en de verwarde “goed”gelovigen ) .

Het begint er mee dat Nienhuis stelt dat Dawkins en Dennett wetenschap beschouwen als de betrouwbaarste bron van kennis en als het antwoord op alle zinvolle vragen.

Nienhuis stelt dat dit voor veel mensen helemaal niet zo duidelijk is.

Ons beeld van de werkelijkheid wordt beperkt door wat voor ons waarneembaar is. Als de mens bijvoorbeeld geen gezichtsvermogen had, zouden we het begrip ‘kleur’ niet kennen.Ook als onze kennis van de natuurkunde daar niet onder geleden had, en als we onze huidige kennis van elektromagnetische straling bij verschillende golflengten hadden eigen gemaakt, dan was het verband tussen de meetbare golflengte en de gewaarwording van kleur ons vreemd gebleven. Ons beeld van de wereld zou anders zijn geweest. Hetzelfde geldt voor alle zintuigen die we wel hadden kunnen hebben, maar nu eenmaal niet hebben.

En meteen daarna komt dit:


Er is dan ook grond voor het besef dat de wereld groter en rijker is dan wij kunnen waarnemen en ons kunnen voorstellen. Dat geeft ruimte voor een wereld- en levensbeschouwing in de brede zin van het woord: als duiding van het leven, als een interpretatie van de wereld waarin zin en bedoeling kunnen worden ervaren waarvoor geen wetenschappelijk fundament geldt. Dat is een mogelijke basis van menselijke activiteiten naast de wetenschap, zoals religie en kunst.

Ik heb dit gedeelte een paar keer doorgelezen en kom tot de conclusie dat Nienhuis zich niet aan zijn eigen ondertitel houdt. Deze passage is mijns inziens een zeer omslachtige omschrijving van de God-van-de-gaten.

In het kort zegt Nienhuis (terecht) dat er dingen bestaan die we niet (rechtstreeks) kunnen waarnemen en

dat dat een reden is om een God te aanvaarden en het leven toch zin en richting te geven.

( dat tweede is ) Onzin.

Tenminste, voor mij.

Ik erken dat er dingen zijn die we (nog) niet kunnen zien of (nog) niet begrijpen, maar om dan meteen maar een God in te schakelen is nogal een sprong.

Er is, ondanks de poging van Nienhuis om de religie en wetenschap gescheiden te houden, op deze manier wel degelijk een strijd gaande tussen Darwin en God (overigens ook tussen Einstein en God).

Wetenschap gaat over het zichtbare en het (bijna) begrijpbare.

God gaat over het onzichtbare en onbegrijpbare.

Wetenschap maakt echter voortdurend iets wat eerst onzichtbaar en onbegrijpbaar was zichtbaar en begrijpbaar.

Het is onvermijdelijk dat het werkterrein van deze God in de loop van de tijd, bij voortschrijdend inzicht van de wetenschap, steeds kleiner wordt.

Het enige wat een ( denkende in leven zijnde )gelovige nog kan doen is stellen ( =verhopen ) dat de individuele mens altijd zal opgescheept blijven zitten met onbegrijpelijke gaten in de verworven kennis en het begrip ….

Dat er m.a.w. altijd gaten genoeg zullen overblijven om een voortdurend verhuizende persoonlijke god in te verstoppen ….Dit soort god is eigenlijk een synoniem voor ” ik weet het (nog) niet ” , maar meestal eerder een smoes om het nooit te leren weten( = want ik kan het toch nooit allemaal weten ) , zodat men kan blijven wensdenken en/of intuitief en impulsief handelen vanuit persoonlijke /subjectieve drijfveren___ wars van rationele overwegingen en data ____ binnen een aanvaarde sociale consensus ( van de particulier groep waartoe men zich rekent ) en die van bovenuit niet – bediscusieerbare beperkingen ( alnaar gelang depersoonlijke rangorde in die groep ) represssief of psychologisch dwingend/vervormend oplegt

met verwijzing naar een heilige bovennatuurlijke absolute en eeuwige wetgever …

Dat is meestal de grondslag van de “befehl ist befehl” attitude ….

God is de ongrijpbare top van een zeer goed uitgedokterd pyramidaal paraplu-systeem waarbij de uiteindelijke verantwoordelijkheid nooit is op te eisen noch te verhalen … Net zoals dat het geval is met multinationele ondernemingen ( of een staat ) waar loyaliteit met de “geest” van de firma primeert …en de vervangbare leiding slechts “de belangen van de firma dient ” ( althans dat beweren ze )

Mar 12, ’07

De oudste residentie van het goddelijke
Jan Riemersma schreef :

http://evolutie.blog.com/1586983/?page=7#cmts

comment 70


(Knip ) …..De hamvraag is natuurlijk: kunnen mensen iets ervaren dat op de aanwezigheid zou kunnen duiden van een god of een transcendente werkelijkheid?
Als er zoiets bestaat, dan zul je dat tenslotte in de hersenen moet kunnen merken: zo niet, is het einde verhaal
(nog steeds overigens niet omdat dan bewezen zou zijn dat er niets kan zijn, maar omdat het dan twijfelachtig is of wij iets kunnen zeggen over een transcendente werkelijkheid).

Ik ben er van overtuigd dat er tenslotte wel iets gevonden wordt.
Het punt is dat je dit pas kunt meten -first things first- als je alle andere verklaringen kunt uitsluiten. (opmerking A )

…..Dit betekent dat we er pas echt iets over kunnen zeggen, als het brein in kaart gebracht is (als dat ooit gebeurt, zie de enorme problemen die het onderzoek naar bewustzijn meebrengt).


Dat is zeker zo
Maar de draai die eraan kan worden gegeven ( en ik denk dat hier daartoe in deze uitspraken wordt geinspireerd )
1.- betekent slechts ___volgens mij ____dat men de officiele zetel -residentie van god (*1) steeds weer opnieuw verhuisd naar
de nieuwe “gaten in onze kennis ” …
2.-Ook het aannemen van het bestaan van een god is ( voor de zoeker vanuit de (natuur)wetenschappelijke invalshoek ) meestal altijd gebaseerd op ,argumenten uit ” persoonlijke onwetendheid .”(*2)…
3.- Wanneer god’s troon wordt gevestigd in een “kennisgat” dat wordt verondersteld nooit te zullen worden opgevuld door (natuur)wetenschap …dan
wordt de positie van God als ultieme verklaring des te vaster …
2.- de axiomatische aanname “god(en)”als afdoende verklaring van en opvulling van die “gaten ” is zelfs een “afsluiter” of “struikelsteen”
voor verder onderzoek(*3) …
De “god van de gaten”( naar believen in te vullen of wisselend te definieren ) is een wetenschaps-stopper (*4)

Dat is volgens mij allemaal voldoende besproken en aangebracht in het debat over het nu (als “wetenschap ” ineengestorte ) ID ….

De traditionele persoonlijke god is verjaagd in zijn functie van de intelligente en plannenmakende agens( = klokkenmaker van paley ) achter de biologische evolutie ….

Maar blijft ( vooralsnog ) zetelen in de grootste opgave waar de (natuur) wetenschappen voor staan ;
Het menselijke brein …

We hebben doodeenvoudig geen hersenen (=verzamelde en toegankelijke kennis ) genoeg om onze hersenen en de vele functies en emergenties ervan ( reeds ) te kunnen begrijpen ( en degelijk op te lappen in noodgevallen )…..
…oftewel ” God overstijgt ( vooralsnog ) het menselijk begrijpen ” ….maar dat wil ook terzelfdertijd zeggen dat we over god (vooralsnog ) niets met enige toetsbare zekerheid
( tenzij dan vanuit de persoonlijke , anecdotische en motiverende intuities en onontwarbare introspectieve waarheden/wanen )
kunnen zeggen of universeel compatibel en eenduigig kunnen meedelen ( inclusief over zijn essentieele conditio sine qua non : zijn bestaan ) …

NOTEN

Noot *1
god en goden staan voor de entiteiten binnen het “bovennatuurlijke” (waar dus de goden een veronderstelde manifestatie van zijn)

Noot *2
en uiteraard ook op motiverende factoren zoals wensdenken , het intuitieve , het irrationele en het emotionele aanwezig bij ieder mens in
verschillende gradaties en verhoudingen

Noot *3
wetenschap wordt dan soms gezien als verboden en “heiligschennend” gemorrel aan het domein van god zelf
en/ of als een volkomen nutteloze en verspillende / shade berokkennende onderneming

Noot*4
Het onvoorwaardelijk aannemen van “Absolute , finale en ultieme waarheid” maakt bijvoorbeeld het zoeken naar omschrijvend maar
gedeeltelijk begrip en benaderingen van de ( voorlopige )waarheid tot een (kinderachtige ) verspilling , en tot het minachten van de zoekers ….
Het is de wortel van de anti-wetenschap en de bron van complot-theorieen en versterkt (bij)geloof of (blind) goed-geloof …

Noot * 5 ook het collectieve–> dwz het netwerk van inter-individuele communicaties


Opmerking A

Jan Riemersma

http://evolutie.blog.com/1586983/?page=8#cmts

Als je wilt onderzoeken of God bestaat, dan dien je het onderzoeksgebied af te bakenen (werk voor neurologen, theologen en filosofen), te kijken of er andere verklaringen voorhanden zijn (evolutionaire verklaringen), enz.

Vergelijk het eens met een ander heet hangijzer:

bewustzijn- of nog een ander onderwerp: het ‘zelf’. Dit zijn vreemde objecten, maar je kunt proberen om ze te bestuderen.

Als zoveel mensen zeggen dat ze last/weet van iets ‘bovennatuurlijks’ hebben, als ze dit ervaren, nou, dan moet het mogelijk zijn om uit te maken of dit uiteindelijk een vorm van ‘functionele verbeelding’ is of niet.

°

tsjok–>zie ook

hersenen en ziel <—doc archief 

hersenen en evolutie hersendossier 2  <— Doc archief

NEUROTHEOLOGIE <—Doc archief

 

Wel illustratief is het onderzoek van Libet naar het bestaan van een zelf: dat jij jezelf beschouwt als een ‘ik’, de kapitein op het schip, is volgens zijn proeven niet goed te verdedigen (het lichaam reageert autonoom, het bewustzijn wordt pas ingelicht nadat het lichaam een beslissing heeft genomen).

Wat volgt hier uit?

Dat je ‘zelf’ een illusie is?

Dat de werking van het zelf niet kan worden gemeten?

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ik een zelf heb.

Zou ik op gezag van Libet moeten aannemen dat mijn ervaring vals is?

Kortom, langzamerhand betreedt de wetenschap nieuw terrein- en waarom niet?

Zoals we eiwitten niet kunnen onderzoeken in een deeljesversneller, zo heeft het geen zin om God te meten op een andere plaats dan in de menselijke geest- zoveel is inmiddels wel duidelijk

(zie: P.Clayton, The emergence of mind, Oxford.)

°

Ter aanvulling ;

http://evolutie.blog.com/1586983/?page=7#cmts

comment 70

Een mooi begin is het vakgebied dat ze ‘neurophenomenology’ noemen (zie: E.Thompson, Neurophenomenology and Contemplative Experience, in: Clayton, Science and Religion, Oxford).[Volgens mij is dit artikel ook te googelen]. Dit is een prima overzichtsartikel: verdere literatuur kun je daar wel in vinden.

Maar er is veel onderzoek dat aan religie raakt. Het eerder genoemde artikel van Keneman is er een van, maar bijvoorbeeld ook het werk van Jelena Djordevic: zij heeft ontdekt dat iets in verbeelding ‘zien’ net zo echt is als iets in werkelijkheid ‘zien’ (zij heeft haar onderzoek overigens gedaan aan ‘ruiken’).

Voor godsdienstwetenschappers is dit interessant omdat het samenhangt met de in veel religies (boeddhisme, hindoeisme) aangehangen leer van de schijnwerkelijkheid. Kortom, de komende jaren moet al dergelijk materiaal worden verzameld en bestudeerd.

Verder moeten religies nog in kaart worden gebracht: wat zijn religies? Zijn er niet-inhoudelijke verklaringen voor religies te vinden die steekhoudend zijn? Het is bepaald geen eenvoudige klus om ze af te bakenen en te naturaliseren.

Dit vakgebied: is een deelgebied voor antropologen, neurologen, evolutiebiologen en filosofen.

Het mooiste overzichtsartikel is dat van Scott Atran: Religions Evolutionary Landscape, in: Behavioral and Brain Sciences, 2004, 27.

Zie ook

Een toegankelijk ( voornamelijk uit antropologische hoek ) artikel ( waar veel kritiek op is losgekomen ) in the NY times, ” Darwin’s God ” Evolutionaire verklaringen van het “geloven en de religie ? “Spandrel hypothese ? bijprodukt ( epifenomeen )? Adaptationistische verklaringen ?

http://www.nytimes.com/2007/03/04/magazine/04evolution.t.html?_r=2&oref=slogin&pagewanted=print&oref=slogin

Kritiek op Atran en diens artikel

Darwin’s God and the problem of Civil War reenactments

http://scienceblogs.com/pharyngula/2007/03/darwins_god_and_the_problem_of.php

Memes- als metaforen voor de culturele evolutie ?

___________________________________________________________________________________________________

°

DE  WEDERGEBOORTE   VAN   DE  NATUURLIJKE  THEOLOGIE  ;HET GOD-VAN -DE- GATEN   ARGUMENT  & HET  “GOD- DID- IT “ARGUMENT 

°( een poging tot  vertaling van

http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2013/03/16/god-of-the-gaps-still-with-us/      )

Dietrich Bonhoeffer, een dappere predikant en theoloog die door de nazi’s werd “uitgezuiverd  en gevangen gezet “vanwege zijn vermeende aandeel in een samenzwering tegen Hitler, was ervan overtuigd dat “ de neiging van religieuze mensen om mysterieuze natuurverschijnselen toe te schrijven aan God’s wilsdaden ,” de grondslag is van

theologische ” god van de gaten ” argumenten

“Als in feite de grenzen van de kennis (door de voortdurende aangroei ervan ) alsmaar verder worden gelegd dan wordt God ( controleerbaar  feitelijk en per natuurlijk te verklaren geval per geval ) verder terug gedrongen op  de terugtocht.”

(Brieven en papieren uit de Gevangenis, 1997, p. 311)

Bonhoeffer, zo lijkt het toch , was slimmer dan veel moderne theologen en religieuze wetenschappers( accomodationisten en theistische evolutionisten incluis ) , die, terwijl ze lippendienst bewijzen aan zijn

ideeën , toch nog steeds proberen om “de gaten in onze wetenschappelijke kennis op te vullen met God.” Dat is niets anders dan het recycleren van het oude idee van de natuurlijke theologie: nml dat het bewijs voor God in overvloed
aanwezig is in de natuur-
……..Alhoewel die redenering wat op losse schroeven gezet door het werk van Darwin , die een groot deel van de natuurlijke theologie (de veronderstelde “design” van planten en dieren), onderuit haalde , zoeken de “oude getrouwen “nog steeds God op andere plaatsen of “gaten in onze kennis die hun vluchtende god(jes)  een schuilplaats kunnen bieden .”

Hieronder volgt een korte lijst van natuurlijke fenomenen die nog steeds rechtstreeks worden toegeschreven aan Gods handelen / ingrijpen/ sturen …

De ‘onvermijdelijkheid’ van het verschijnen van de ” mens”
(sommige, zoals Conway Morris en Kenneth Miller, beweren dat wezens met een hoge intelligentie, in staat om begrijpen en God te aanbidden, “onvermijdelijk”moeten zijn geëvolueerd ( zals eindresultaat van dat proces hier op aarde ? ) ,
en dat dit in zekere zin niet alleen voorzien werd door God, maar ook doelgericht gestuurd door hem).

Bewustzijn

“Vrije wil” (die (volgens het standpunt van vele moderne hersenwetenschappers ) niet bestaat ( althans niet in de dualistische zin geponeerd door religie).

De oorsprong van het universum uit “niets” ( creatio ex Nihilo )

De wetten van de fysica

■ De veronderstelde “fine tuning” van de natuurkundige wetten, die het mogelijk maakt  dat  mensen  bestaan ​​op Aarde

De ‘onredelijke/(ongehoorde ) optimale effectiviteit van de wiskunde “die ons succesvol helpt bij het ” begrijpen” het universum

1-Wat betekent echter de “onredelijke effectiviteit van de wiskunde” eigenlijk?
2-Betekent dit dat het te goed werkt?
-Het is ” te mooi om waar zijn ” ?

°1 Het is eigenlijk de titel van een essay van Eugene Wigner
http://www.dartmouth.edu/ ~ matc / MathDrama / reading / Wigner.html

°2 Het betekent dat een bepaald toespasbaar formeel instrument dat geconstrueerd (uitgevonden ) is door de mens om nuttig toepasbaar te kunnen zijn in de werkelijke wereld ( landmeten bijvoorbeeld/ en van daaruit verder
ontwikkeld meten ) toch kennelijk verrassend wordt bevonden om inderdaad empirisch nuttig te zijn .( je kan trouwens ook sommen op je “vingers”of “tenen ” emipirisch natellen in het “tientallig stelsel “ bijvoorbeeld )
Let  ook  dus eventjes niet op de wiskunden die niet gebaseerd zijn op gehele getallen en reële of complexe getallen, maar meer esoterische( en zelfs kunstig ) bezig zijn met andere formele uitgangspunten per consensus
Moraliteit, dat wil zeggen, ons ” aangeboren gevoel van wat’ goed en slecht’ is

  is alleszins   niet exlusief menselijk  … Samenwerking is  “voordelig “(zelfs voor microben ) 

Het feit dat onze zintuigen voldoende betrouwbaar zijn voor ons om aan wetenschap te kunnen doen en ons algemene vermogen om de “waarheid ” te (h)erkennen ( of minstens aan te voelen ) wanneer ze zich manifesteerd
(bijv. Plantinga’s argument dat de evolutie dat vermogen niet kon hebben ontwikkeld , en ergo het daarom voortkomt uit de” sensus divinitatus” ons geschonken door God en daarom ook voorbeeld is van de Goddelijke genade
(onder meer ook gekoppeld aan die andere gaven van het geloof , de hoop en liefde )

°
*Sommige punten van deze lijst zijn op hard op weg om te worden verklaard door de wetenschap
(bijvoorbeeld, waar het universum vandaan kwam, waarom we moraal hebben ),
*sommige reeds uiteengezet door de wetenschap
(bijvoorbeeld, waarom zijn we in staat om nauwkeurig uiterlijke verschijnselen waar te nemen) ,
*en nog anderen die, waar ik ten volste op betrouw , uiteindelijk zullen worden verklaard door de wetenschap (bijvoorbeeld bewustzijn).en ja dat is nog steeds niet het geval en dus voorwaardelijk ….

* Dient verder opgemerkt te worden dat uitspraken als “effectiviteit van de wiskunde”, eigenlijk een “red hering ” fallacy zijn ,
want indien het heelal niet ” regelmatig” was , konden we ook niet bestaan __laat staan wiskunde ontdekken en bedrijven (trouwens ook niet de gaven van liefde , hoop en geloof bezitten en vooral  zelf bedrijven   ).

Maar het belangrijkste argument tegen de natuurlijke theologie is nog altijd hetzelfde: Op grond van welk recht kan iedereen ( die de gave van het (h)erkennen van de ” waarheid” bezit ) elk wetenschappelijke mysterie gaan verklaren door een goddelijke daad, en (nog minder waarschijnlijk ) dat dan ook nog eens  op het conto van een of andere  variant ( tussen de velen ) van  de Abrahamitische God schrijven ?


Robert M. Price en Edwin A. Suominen,” Evolving uit Eden:. Christian Responses to Evolution “

http://evolvingoutofeden.com/

Price en Suominen ontmantelen zowel creationisme, theïstische evolutie, als andere apologetiek.

Ze nemen daarbij geen blad voor de mond of maken het geloof niet mooier dan het is en/ of het restant ervan nog  een tijdje verkoopbaar ….
Maar ze maken vooral het punt dat “God van de gaten” argumenten zijn nog steeds springlevend onder ons zijn , ondanks de nadruk van sommige gelovigen dat zij niet langer die strategie gebruiken.

°
Theistische evolutionisten / meestal goed onderlegde wetenschappers ;

In feite zijn het nog altijd dezelfde mensen die zeggen dat we God niet vinden in de hiaten van onze kennis om dan verder nieuwe (volgens hen ) “onneembare “gaten(1) (en onderaardse bunkers ) te gaan zoeken en te construeren
om hun god in te laten schuilen en te laten overleven … of zelfs aan de Baxters te leggen  !

°
Twee van hen dienen hier als voorbeeld  en   zijn degelijke en beroemde (Amerikaanse )wetenschappers :
*Francis Collins,  directeur van het National Institutes of Health , evangelische christen,  en was bovendien  een stichter van BIOLOGOS 

De andere is
_*Kenneth Miller van Brown University , bioloog, leerboek auteur, kroongetuige in Dover en vroom katholiek.

°
1. Francis Collins:
A.
Collins klaagt de ” God van de gaten ” argumenten aan :

“Als God al enige betekenis heeft dat gaat het om een God die buiten de natuurlijke wereld staat . Het is daarom compleet onmopgelijk om de instrumenten van de wetenschap toe te passen bij discussies daaromtrent . ”

“Als de troon van God wordt vastgezet op een plek waar de wetenschap op dit moment nog niet voldoende informatie over heeft , dan gebeurt de afbraak erzan toch vroeg of laat , en bij uitbreiding van de wetenschappelijke kennis en haar
vakgebieden
Maar mijn god is groter dan dat soort schuilend opgejaagd godje Mijn god wordt niet bedreigd door het nietige menselijke verstand dat probeert de werking van het universum te begrijpen ”

(Collins citaten hierboven uit blz. 34-36 in de collectie van Steve Paulson’s van interviews, Atomen en Eden: Conversations on Religion and Science ).

“Een woord van voorzichtigheid is geboden bij het plaatsen van specifieke goddelijke acties binnen dit of dat gebied waar wetenschappelijke kennis op dit moment ontbreekt.
Van de zonsverduisteringen in de oudheid , de beweging van de planeten in de Middeleeuwen, tot en naar de” oorsprong van het leven”, vandaag de dag, heeft deze ‘God van de gaten’ benadering maar al te vaak een slechte dienst
bewezen aan de religie (en bij implicatie, ook aan God, als dat al mogelijk is ). . Geloof dat God plaatst in de gaten van de huidige kennis over de natuurlijke wereld kan leiden tot zowel een crisis/afremmen van de vooruitgang in de
wetenschap (science stopper ) als een finale mislukking van de religieuze opvulling van het specifieke “schuil” gat voor het godje , omdat uiteindelijk deze lacunes toch worden opgevuld door de wetenschap die zich desondanks toch
verder blijft ontwikkelen in een overvolle wereld die(hoe je het ook draait of keert ) niet meer buiten de wetenschap kan, wil de mensheid leefbaar blijven ”

(Naar Collins, 2006, De taal van God: A Scientist Presents Evidence for Belief, pp 92 – 93/ en vooral voorzien van een paar kanttekeningen en bedenkingen van de vertaler die de strekking van het betoog duidelijker moeten maken en
hopelijk kunnen ontdoen van een paar dubbelzinnigheden, newspeech en theististische obscurantismen maar dan vooral ten gerieve van het niet-theistische standpunt ).

B.
maar  Collins  gebruikt toch weer ” God van de hiaten” argumenten:

“Het is een cruciaal deel van mijn geloof om voor waar te houden dat God er belang bij heeft dat , ergens in het heelal, wezens met intelligentie, met een vrije wil, met de morele wet, met het verlangen om Hem te zoeken., bestaan ”
(In Paulson , blz. 37.)

“Als je kijkt vanuit het perspectief van een wetenschapper naar het universum, dan lijkt het erop alsof dat heelal ” wist “dat we kwamen.
Er zijn 15 constanten-
de gravitatieconstante, verschillende constanten over de sterke en zwakke kernkracht, etcetera, en die zijn “ingesteld “op precieze waarden.
Als een van deze constanten iets anders zou zijn “ingesteld” geworden ( zelfs een deel op een miljoen, of in sommige gevallen, een deel op een miljoen miljoen) , kon het ontwikkelend (afwikkelend ? ) universum eigenlijk niet zijn
aanbeland bij het punt wat we nu waarnemen .
Materie zou niet in staat zijn geweest om samen te smelten( en zich te configureren zoals we het nu zien ) , dan zouden er geen Galaxies , sterren, planeten, en of mensen zijn geweest .
Dat is een fenomenaal verrassende waarneming.
Het lijkt haast onmogelijk dat we hier zijn.
En dat maakt dat je je afvraagt- wat is dat ( = de oorzaak van die afgestelde constanten ? ) eigenlijk?
Wetenschappers zijn niet in staat geweest om dat uit te vinden. “(Idem, pag. 39).

“…..mensen zijn uniek op een manier die de evolutionaire verklaring trotseren(= de evolutionaire processen niet kunnen verklaren ) ; dat heeft te maken met onze ” geestelijke “(spirituele ) natuur(ons deelhebben aan het bovenantuurlijke
= De ziel ? ) .
Dit omvat het bestaan ​​van de Morele Wet (de kennis van goed en kwaad ( Het ingebouwde geweten ? ) en het zoeken naar God (= het aanvoelen van gods aanwezigheid ?( 1) , die alle menselijke culturen door de geschiedenis kenmerkt. ”
(Collins 2006, p. 200).

°

2. Kenneth Miller:

A.
klaagt het gebruik van een “God van de hiaten” argumentatie , aan :

“Zoals Richard Dawkins heeft opgemerkt, waren oorspronkelijk de goden zelf ,een soort van wetenschappelijke theorie,( de goden hypothesis ) uitgevonden om de werking van de natuur te verklaren.
Toen mensen begonnen om materieele verklaringen te geven voor gewone gebeurtenissen , gingen de goden in “retraite” . De goden verloren de ene veldslag na de andere, en zo werd tenslotte een verklarings patroon opgezet dat zonder goden
verder kon .

De goden struikelden door deze verklaarde verschijnselen totdat uiteindelijk, zoals de( verder te ontdekken ) hele natuurlijke orde leek de juiste verklaringen te kunnen prijs geven, de conventionele wijsheid kon stellen
dat we met de goden-hypothesis( en met elk godje ) klaar waren “
(Miller, 1999, Het vinden van Darwin’s God, p. 193).

“Het trieste spook van God, verzwakt en gemarginaliseerd, drijft trouwens  de voortdurende oppositie tegen de evolutietheorie en wetenschap  aan  .
Het is nml de reden waarom de God van de creationisten vereist, boven alles, dat ( volgens die gelovigen )de idee van de evolutie niet ( in de werkelijkheid ) heeft gefunctioneerd in het verleden en ook nu niet werkzaam is Om de religie van de tirannie van het darwinisme te redden , is hun enige overgebleven  hoop gelegen in hun eis de wetenschap als onmachtig , onbetrouwbaar , methodisch onvolledig  en bijgevolg ook  blijvend  partieel  af te schilderen ___ in het bijzonder in haar hovaardige pogingen de   werkelijke aard van de natuur en de werkelijkheid waarvan het een onderdeel is, te verklaren   ….


De belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van het leven kunnen (volgens creationisten )alleen worden verklaard als het resultaat van bovennatuurlijke processen.
Botweg gezegd, is de creationistische zaak toegewijd aan het vinden van een permanent, hardnekkige overblijvend mysterie in de natuur. “(Idem, pag. 288).

B.
Toch gebruikt  Miller  vervolgens zelf “God van de Gaten ” argumenten

“Het lijkt bijna, dat de fijne details van het fysieke universum op een zodanige wijze zijn gekozen dat ze het leven mogelijk maken.” (Idem, pag. 228).

“Als we ooit dachten dat we niets anders hebben behandeld dan een typische (mechanistische interactieve )”onzichtbare kosmische hand ” ( zoiets als de “onzichtbare hand” van adam smith in de ekonomie ) ,: oftewel
een selectie van getrokken kaarten , met willekeurige waarden  en in een willekeurige volgorde uit een gegeven  kaartenboek- boek van stof en de chaos van de oerknal,
dan hebben we een aantal ernstige tekortkomingen van dat model uit te leggen.” (Ibid , pp 232)

“Opmerkelijk is dat de critici van de evolutie systematisch die onbepaaldheid van de getrokken kaarten van de evolutionisten , verkeerd zien als een loutere uiting van blinde, onbewuste / domme en derhalve niet-geleide willekeur ,
terwijl dat volgens hen per definitie ( en terecht ) als een belangrijk kenmerk van de doelgerichte geest van God moet worden gezien .” (Idem, p. 213)“Gelukkig( en in wetenschappelijke termen, ) : als er een God is, heeft Hij toch genoeg materiaal voorhanden om ( ondetecteerbaar )doelgericht mee te werken. ( zelfs al is het schijnbaar het gevolg van blind toeval )

Om maar een voorbeeld te vernoemen , zou de onbepaaldheid van quantum gebeurtenissen een slimme en subtiele God kunnen toelaten ​​ om gebeurtenissen drastisch te sturen op een wetenschappelijk niet (voor ons ) aantoonbare manier .
Deze “goddelijke ingrepen” kunnen zowel een repertorium van mutaties, als de activering van individuele neuronen in de hersenen en de overlevingskansen van individuele cellen en organismen beïnvloed door de kansprocessen  van radioactief verval., omvatten “(Ibid, p. 241).

(maw … net zoals  door  andere woo-meisters (en  in sommige  pseudowetenschap) wordt  QUANTUM-KWAK  ten tonele gevoerd als een serieuse optie …. )

“Na te hebben besloten het levende te baseren op de “intrinsieke met wetten beschrijfbare ” inhoudelijke eigenschappen van de materie en haar verfijnde kenmerken(en diverse constellaties ), kan een Schepper al de modus bedacht hebben
waarop “ de esthetische  verrukking   van de orde” en dat zonder de rem van het determinisme(=predestinatie ) te gebruiken,en  zich kon ontwikkelen … Waarbij Zijn grootste wonder(= de mens ) voor het laatst werd bewaard .

°

Na te hebben gekozen om het” leven” van Zijn schepselen te baseren op de eigenschappen van de materie waarom zou HIj dan niet ook “de oorsprong van Zijn schepselen” putten uit precies dezelfde bron?

*
Gods hang aan (en wens naar ) consistentie in Zijn relatie met de natuurlijke wereld maakte dat meteen tot een perfecte keuze.
Als zijn grootste creatie kan getuigen van de eigenheid van haar oorsprong, dan zitten ook Zijn wetten in de kiemen van sterrenstelsels, sterren en planeten, het potentieel voor het leven, de onvermijdelijkheid van verandering,
en het vertrouwen van de opkomende intelligentie. “(Ibid , p. 252).

______________________________________________________________________________________________________

De heropleving van de natuurlijke theologie, vaak van verse zuurstof voorzien door de mensen die de ” god van de gaten ” argumenteringen afkeuren , tonen een fundamentele zwakte van de gesoofistikeerde theologie en het
accommodationisme , aan .
Wanneer dergelijke mensen willen laten zien dat wetenschap en geloof geen concurrenten zijn , maar vrienden, dan voeren zij aan dat religie de wetenschap niet kan tegenspreken, omdat het beiden onafhankelijk methodische
manieren van ‘weten’ over het universum zijn ( Magistera )

Zij voegen daaraan toe dat men geen wetenschappelijk bewijs hoeft  te  gebruiken om God te vinden, ( bijvoorbeeld, de letterlijke  Bijbel “is niet een schoolvoorbeeld van de wetenschap.” )

°
Evolutie -vriendelijke theologen zeggen dat het een vergissing was om het ontwerp in de natuur toe te schrijven aan God, en dat evolutie in feite precies de manier is waarop God Zijn schepselen heeft gecreëerd.
Veel van deze apologeten keuren intelligent design (ID) af , omdat ID gewoon probeert God te vinden in de gaten van onze kennis over de complexiteit van de cel, de( voorlopige ) onbekenden in de biochemische evolutie, en ga zo maar door.

Maar deze theistische evolutionisten doen precies hetzelfde bij de behandeling van het menselijk bewustzijn, rationaliteit en moraal, en zelfs wanneer ze het hebben over kosmologie, de mysterieuze effectiviteit van de wiskunde, en de wetten van de fysica.

Het is  alweer  ( wat meer gesofistikeerde )natuurlijke theologie, puur en simpel.

En het is ook gewoonweg hypocrisie (3) in een nieuw jasje

…. oftewel   eeen amalgaam van  apologetische kontdraaierijen , het verder samenstellen van woordsalades en het breien van nieuwe truien die de schepper terug aan moeten kleden .
Want ook hier maken de kleren de man … en (hopen ze ) de naaktheid van die keizer te bedekken ….
maar vooral zijn intrinsieke onzichtbare ” aanwezigheid” , ogenschijnlijk zichtbaar te maken door een leeg maar gekleed omhulsel  mits veel huisvlijt aan elkaar te breien en dan maar te hopen dat het (een tijdje ) stijf en zelfstandig overeind kan blijven staan

Tenslotte

Alle gelovigen  willen toch wel enig empirisch bewijs voor hun geloof ( voor zover dit mogelijk is ) , zelfs de Geavanceerde Theologen-die beweren dat de mysteries van het universum het godsbewijs leveren .

Zoals altijd, is ook het theistische evolutionisme een verliezende “god van de gaten ” strategie,
maar het toont zonder enige twijfel aan dat bijna alle gelovigen tastbare bewijzen voor hun geloof verder wensen te ontdekken : een geloof dat niet alleen maar genoegen neemt met eeuwenlang
gefluister van de openbaring en traditie .
Een deel van die wens is afkomstig is van hun afgunst van de successen van de wetenschap, en een rechtstreeks gevolg van de twijfels die veel ( niet meteen breindode en in de reeele wereld levende ) gelovigen teisteren. ….

(1)
Parasitologie troeft de natuurlijke theologie af .
Neurocysticercosis heeft zelfs betrekking op “gaten in de kennis “, zonder enige hulp van goddelijke mysteries en invullingen als oorzaak ( tenzij varkenslintwormen ” goden” zijn )
http://nl.wikipedia.org/wiki/Cysticercose
http://en.wikipedia.org/wiki/Cysticercosis

zie ook

(2)
Onder alle theologische “god van de gaten “argumenten ligt de  TELEOLOGIE

°

Het lijkt erop dat Collins en Miller het argument gebruiken dat de wetten van de natuurkunde ” echte” dingen zijn , dus God. ipv slecht menselijke beschrijvingen van geldende patronen in het universum

°

Misschien zijn de wetten van de fysica slechts waargenomen patroonsmatige regelmatigheden in de natuur, geformaliseerd door wetenschappers.

-Zijn de ‘wetten (van bijvoorbeeld de zwaartekracht)’ daarom meteen de voorgeschreven * regie * van het universum ( en slechts een toepassing van een bepaalde vorm en inhoud.(één (partieel en voorlopig” kenbaar” ) universum onder vele ) ?
De vorm en de inhoud van het “ons” universum resulteren in ( voorlopige en herzienbare ) menselijke beschrijvingen en benaderingen van de werkelijkheid van het universum die men de ‘wetten (van bijvoorbeeld de zwaartekracht)’ noemt .

Daar is toch geen bovennatuurlijk gehanteerde teleologie voor vereist ?

°Emma Goldman’s punt
°Een anarchistische universum(= van alle mogelijke universa ) ?

– Het is nog maar de vraag wat het eerst komt.
De wetten van de fysica produceren een heelal of uit het universum kunnen de wetten worden afgeleid waaruit de wetten van de fysica als denkbaar patroon kunnen worden afgeleid .
Of er is het idee van een multiversum waarin alle mogelijkheden en instellingen aanwezig zijn ( inclusief deze die bevorderlijk zijn voor het levende ) en af ​​en toe, of toch op zijn minst een keer, leven voortbrengen dat in staat is
om dat universum te aanschouwen
(3) Price opent bijna altijd een eventueel debat met een uitgebreide aanval op de motieven en methoden van de typische apologeet, en vooral gericht op diens dubbelhartigheid
( van bijvoorbeeld Craig Lane , in het bijzonder. Price heeft ondertussen te kennen gegeven dat een dergelijke discussie (-met Craig zo misselijk makend was dat hij het niet meer zal doen …
…….Robert Price, Sam Harris, Victor Stenger en Shelly Kagan zijn wel in staat de argumenten van Craig te counteren maar ze worden vervolgens “ad nauseam” onder een niet aflatende stroom braakverwekkende drogredenen bedolven
zodat ze er wijselijk mee zullen stoppen )

°
Tegenwerping  van  bepaalde creationisten en gelovige apologeten :

……..Maar het probleem is niet de “gap” argumenten op zich.

Hier is het waarom. :

( Het Manifest teleologisch bewijs voor goddelijke actie , en noodzakelijk wegens de ontoereikendheid van autonome (of ontologisch fundamenteel) natuurlijke oorzaken./ in gebruik bij atheisten )
“ik heb eerder een soort bewijs nodig voor een goddelijk wezen, dat ik voorlopig zou kunnen accepteren en dat steunt op goddelijke eigenhandig gerschreven berichten /handtekeningen geschreven in ons DNA en/ of in een of ander
patroon van sterren …”

Vermoedelijk, zou een bepaalde atheist dergelijk bewijs accepteren als wijzend naar goddelijke actie(en omdat de verschijnselen( het bericht ) in kwestie niet kunnen worden uitgelegd dmv natuurlijke oorzaken. )
Met andere woorden, zou de “gap” waar zijn (dat wil zeggen, in de daadwerkelijke wereld zelf, en niet in onze beperkte kennis) en kunnen ze in dit geval niet worden ingevuld door de vooruitgang van de wetenschappelijke kennis,
simpelweg omdat natuurlijke oorzaken niet leiden tot het patroon in kwestie.
Dus – mits voormeld sterk genoeg bewijs – zou die atheist dus ook gap argumenten kunnen gebruiken ( de auteur van die boodschap is een buitenaards (of zelfs een bovenantuurlijk)wezen bijvoorbeeld ) die net zo evenwaardig zijn
als redelijke gevolgtrekkingen gegevens.
°

“Insufficiëntie van autonome (of ontologisch fundamenteel) natuurlijke oorzaken” is gewoon een oneerlijke manier om te zeggen dat je geen bewijs hebt en je gewoon bewijzen gaat uit je duim zuigen”

° Maar ook een bericht in de sterren of in ons DNA is nog steeds niet het bewijs van een bovennatuurlijke god….. het zou gewoon een raar ding zijn dat we niet kunnen begrijpen ergo “god” ( eentje zelfs die wil dat er in hem geloofd wordt ) en
evengoed als elke andere ( zelfs natuurlijke )verklaring. (= bijvoorbeeld de auteur van het bericht is een buitenaards maar natuurlijk wezen )

°

Antwoord van Jerry Coyne  op de voorgedragen   creationistische opmerking :   :
Er is een fundamenteel verschil
– “Ik weet niet , ergo God. ‘ is het echte gap-argument

Het andere (veronderstelde atheistische (zogenaamde ) gap argument )=
het bovennatuurlijke heeft zich gemanifesteerd en ik kan niet in zien hoe dat anders kan zijn veroorzaakt dan door een truc van of door een buitenaards/bovenantuurlijk wezen dat daadwerkelijk een boodschap naliet in sterren of DNA  …misschien om copy-right , merknaam , handtekening of auteurs-recht redenen   ?  “

er is met andere woorden een positief ( en controleerbaar ) bewijs vopr het bestaan van dat wezen als auteur van het “kunstmatige “/”bovenantuurlijke ” bericht .

De relevante vraag is niet de logische basis ( structuur) van het gap-argument maar het juiste en kontroleerbare eenduidige empirische bewijs( in de vorm van een herleesbaar dokument dat de boodschap uitdrukt )

– een dergelijk bericht van de goden   zou onmiddellijk een hypothese testen.
maar ID/ en zelfs  elke  god (ook een deistische ) en ook die van de evolutionaire theisten  , is gebaseerd op een onfysische agentschap(nooit waarneembare of testbare kwaliteit ) nml een bovenantuurlijkheid die ontestbaar blijft en op zichzelf per definitie een mysterie is (god is on(be)grijpbaar )

°

Het is een uiteraard ook   theologisch betwistbaar punt, omdat er
1. – geen bericht in de sterren of iets dergelijks is , en bovendien
2.- een dergelijke “echte” god die in staat zou zijn om bewijs te leveren, zodat de mensen zouden geloven wat hij / zij / het / zij wilde dat demensen geloven, dat  dit “geloven ” als zeer belangrijk  voor Hem zou beschouwen

Dat kan niet in aanmerking komen als “gap” bewijs (wat neerkomt op “science kan het niet uitleggen, dus de onzichtbare magische godje” deed het .) omdat het in strijd is met de goddelijke natuur die alwetend en almachtig is en derhalve
geen onvervulde wensen hoeft te koesteren nog plannen om toch zijn doelen/wensen te bereiken ( die hij niet heeft ) en die hij dus nog niet op een ander wijze kan trachten te bereiken en die hij met zijn almacht onmiddelijk kan oplossen …

°
G.(rote ) O.(nbegrijpbare)D. (oener )   is zelf een  nog Groter Heilig  Mysterie om een  als  mysterie  ervaren   indruk   te verklaren ….
°

Twee soorten van kennis ? (Magisteria ) 
of is de empirische kennis slechts menselijke kennis (= kennis die onbelangrijke is voor de ziel ? )

ofwel =

“Kan religie nog steeds   zeer lang overleven door te stellen dat empirisch bewijs een fictieve werkelijkheid voorstelt of onbelangrijk is ?
Kan religie met succes  en nog serieus  blijven  stellen dat de wetenschap die enorme technische kennis en verbetering aan de kwaliteit van leven heeft gebracht , tegelijkertijd fundamenteel in gebreke blijft ?
Mijn vermoeden is ‘nee’, maar het lijkt erop dat een groot aantal apologeten het toch blijft proberen. ”

Maar dat is te verwachten   want :

Apologetiek is altijd gedoemd om de ” god-van-de-gaten” te gebruiken .
De enige manier om dat te vermijden is uitleggen hoe God iets heeft gemaakt(of maakt ) , zodat het kan worden getest ……
maar die uiteenzettingen lijken altijd te ontbreken en/of als onbelangrijk (en zelfs schadelijk voor uw zieleheil)
weggezet …..

Empirisme is  trouwens  een kern taak van alle wereldbeelden verkondiging  :  omdat het onderscheid tussen wat is verondersteld om het geval te zijn en wat feitelijk  (ervan aan )  is ,eigenlijk niet kan worden vermeden.
De enige betrouwbare manier om geloof te valideren is om te zoeken naar intersubjectieve bewijs dat onafhankelijk staat  van de eigen ervaring.
Je zou immers  de sterke overtuiging kunnen hebben dat je door buitenaardse wezens ontvoerd werd en dat  op basis van uw eigen levendige(mogelijk hallucinerende ) ervaringen …. Maar zonder onafhankelijk bewijs voor  de ontvoering,
moeten we u op uw woord te geloven. Deze fundamentele epistemische norm wordt routinematig genegeerd, en niet alleen door supernaturalisten ……maar  bijvoorbeeld  ook door allerlei vormen van  bijvoorbeeld wensdenken , en in navolging van  belegen   filosofietjes die beweren dat de feiten die  een theorie ontkrachten  NOOIT   serieus te nemen of belangrijk zijn 

Microbieele ecosystemen

Schimmels blijken wereldwijd diep onder de zeebodem actief

 19 februari 2013  

schimmel

Nieuw onderzoek wijst erop dat schimmels die onder de zeebodem leven wereldwijd op grote schaal voorkomen en actief zijn. “Ze zijn overal!” stelt onderzoeker Jennifer Biddle.

Zo’n tien jaar geleden ontdekten wetenschappers schimmels in sedimenten uit de oceaan. Ze verwijderen enkele schimmels en zetten deze in het laboratorium op de kweek. Het lukte zo om de schimmels te laten groeien. Grote vraag was echter of deze schimmels ook op de zeebodem actief waren en groeiden of dat ze daar inactief rondhingen.

Biddle en haar collega’s besloten zich enkele jaren geleden in dat vraagstuk vast te bijten. Ze verzamelden enkele schimmels voor de kust van Chili en stelden dat de schimmels waarschijnlijk ook op de zeebodem actief waren.

rRNA
Dat onderzoek krijgt nu een vervolg. De onderzoekers verzamelden wereldwijd monsters en analyseerden de schimmels die ze daarin aantroffen. Ze ontdekten dat de schimmels – ondanks dat deze in extreme omstandigheden en enkele meters onder de zeebodem leven – gewoon actief waren.

“We verzamelden monsters wereldwijd, op verschillende dieptes en wat dit onderzoek laat zien is dat er een indrukwekkende hoeveelheid rRNA van schimmels in de sedimenten zit.”

rRNA is een celcomponent dat heel belangrijk is voor het maken van proteïnes. Wanneer onderzoekers rRNA aantreffen, is dat een sterke aanwijzing dat de producent ervan leeft en groeit.

Rol

Onduidelijk is nog welke rol de schimmels precies onder de zeebodem spelen. Het is mogelijk dat ze voedsel afbreken dat vervolgens weer door microben die nog dieper onder de zeebodem leven, wordt opgegeten.

Elementen
Maar de onderzoekers vonden nog een aanwijzing dat de schimmels actief waren. Zo bleek er een verband te zijn tussen de hoeveelheid koolstof, stikstof en zwavel in bepaalde delen van de oceaan en de aan- of afwezigheid van schimmels. Daarmee hebben de onderzoekers stevig bewijs gevonden dat erop wijst dat schimmels onder de zeebodem geen inactieve sporen zijn die zomaar de oceaan in zijn gewaaid, naar de bodem zijn gezakt en daar in de modder begraven zijn. “Ze zijn erop aangepast om hier te leven,” stelt Biddle.

Complexe levensvorm
Uit eerder onderzoek bleek al dat (oer)bacteriën in staat zijn om direct onder de zeebodem te leven.

Dat ook schimmels daartoe in staat blijken, is opvallend. Schimmels zijn namelijk een veel complexere levensvorm dan bacteriën: ze zijn groter en bestaan uit meerdere cellen. Dat ze in deze extreme omstandigheden kunnen leven, wijst erop dat ook complexe levensvormen meer kunnen hebben dan gedacht. Dat schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE.

Dat wil echter niet zeggen dat de schimmels onder de zeebodem het gemakkelijk hebben.

De druk van de zee is er enorm, er is geen zuurstof en ook het voedsel is beperkt. Vandaar dat de groei van de schimmels daar een stuk langzamer gaat dan die van schimmels aan het oppervlak. 

Bronmateriaal:
Fungi, fungi everywhere” – Udel.edu
De foto bovenaan dit artikel is afkomstig van de universiteit van Delaware.
°
°

Diepe aardkorst bevat waarschijnlijk meer leven dan gedacht

 18 december 2014 
De diepe aardkorst bevat mogelijk veel meer micro-organismen dan tot nu toe werd aangenomen, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.

Miljarden jaren oude rotsen die zich diep in de aardkorst bevinden, produceren door chemische processen honderd keer zo veel waterstof als tot nu toe werd aangenomen.

Aangezien micro-organismen zich kunnen voeden met deze gassen, leven er waarschijnlijk ook veel meer microben in waterrijke delen van de aardkorst dan tot nu toe werd geschat.

Dat melden Canadese onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

 

 

Boorgaten

De wetenschappers brachten de waterstofproductie in de diepe aardkorst in kaart door gegevens te verzamelen uit tweehonderd boorgaten in Canadese, Zweedse, Finse en Zuid-Afrikaanse mijnen.

Met de verzamelde informatie maakten ze een schatting van de totale productie van waterstof in de oudste delen van de aardkorst. Het gaat dan om rotsen uit het Precambrium, een geologisch tijdperk dat 4,6 miljard jaar geleden begon en 550 miljoen jaar geleden eindigde.

De onderzochte rotsen beslaan meer dan 70 procent van de totale aardkorst waaruit de continenten op aarde zijn opgebouwd.

 

Kolonies

De onverwacht hoge productie van waterstof wijst op een onverwacht grote hoeveelheid water en energie in de diepere aardlagen waar miniscule levensvormen op kunnen teren.

In 2006 werd er al eens een populatie waterstof-etende microben ontdekt, vier kilometer onder de grond in de Zuid-Afrikaanse plaats Witwatersrand.

De nieuwe bevindingen suggereren dat dit soort kolonies van microben op veel meer plekken voorkomen.

“Deze ontdekking zorgt voor een gigantische verandering in de bestaande theorieën over waar levensvormen kunnen bestaan op deze planeet”, aldus hoofdonderzoekster Barbara Sherwood Lollar op Nature News.”

http://www.nature.com/news/earth-s-deep-crust-could-support-widespread-life-1.16575

Gallo Images/Superstock

Hydrogen-eating microbes live in rock 4 kilometres below the surface of the Witwatersrand basin in South Africa.

°

‘Helft van alle organismen verborgen onder aardoppervlak’

  10 maart 2010 
 – De helft van alle organismen op aarde leeft mogelijk verborgen onder het aardoppervlak of in rotsen. Dat blijkt uit een schatting van Amerikaanse wetenschappers.

Wetenschappers van de University of Southern California vermoeden dat zeker vijftig procent van al het leven op onze planeet zich bevindt in rotsen, mijnen, oliebronnen en op of onder de bodem van de oceaan.

Ze maakten hun schatting bekend op een conferentie van de American Geophysical Union, zo meldt nieuwssite Physorg.com.

“De leefbare zone van de aarde strekt zich uit tot een diepte van honderden tot duizenden meters”, verklaart onderzoekster Katrina Edwards. “De organismen die in deze omgeving leven, hebben allemaal bij elkaar een massa die ongeveer overeenkomt met de organismen die boven de aardbodem leven.”

Boringen

Om een beter beeld te krijgen van de organismen in de zogenaamde ‘onderaardse biosfeer’ willen de wetenschappers gaten boren in de bodem van de wereldoceanen. In die gaten moeten metingen worden verricht met apparaten die via satellieten en kabels gegevens kunnen versturen naar bovengrondse laboratoria.

De eerste van de ondergrondse observatoria moeten nog deze zomer worden geïnstalleerd. Volgens de onderzoekers kan hun werk ook nuttig zijn met de zoektocht naar buitenaards leven.

°

Buitenaardse zoektocht

“Veel van wat wij doen bij het ontdekken en begrijpen van de diepe biosfeer heeft relevantie voor de zoektocht naar leven elders in het universum”,

aldus Edwards.

“Het heeft allemaal te maken met de detectie van leven. De binnenkant van de aarde is een natuurlijke testruimte voor buitenaardse zoektochten naar leven”, verklaart de onderzoekster.

°
°

Lazarus bacterieen   in  oeroude KLEI SEDIMENTEN  

 

 18 mei 2012   2

Hangin’ on. Scientists have found that microbes living in cores of ancient, deep-sea mud, such as the one shown above, consume oxygen at extremely slow rates.
Credit: Bo Barker Jørgensen

Wetenschappers hebben in 86 miljoen jaar oude klei levende microben teruggevonden.

De microben houden er een wel heel langzame levensstijl op na.

De bacteriën leven. Maar daarmee is ook eigenlijk alles wel gezegd.

Dat schrijven de onderzoekers in het blad Science.

Sedimenten
De onderzoekers voerden hun onderzoek op de Stille Oceaan uit. Ter hoogte van de evenaar boorden ze in de zeebodem en verzamelden sedimenten. Deze sedimenten liggen opgestapeld: de nieuwste bovenop, de oudste daaronder.

Bijzonder
Het is niet heel ongewoon om in klei van onder de zeebodem microben aan te treffen. Ongeveer 90 procent van alle eencellige organismen op aarde leeft onder de zeebodem.

Wat wel bijzonder is, is dat de microben die de onderzoekers in de diepere sedimenten aantroffen, nog leefden. Blijkbaar hadden ze al die jaren genoeg gehad aan de weinige zuurstof die in de sedimenten zat opgeslagen.

Zuinig
De microben namen nog zuurstof op, maar deden dat wel zo langzaam dat er eigenlijk maar amper sprake kan zijn van echt ‘leven’. Deze microben waren er in de tijd van de dinosaurussen al en moeten het tot op de dag van vandaag doen met de grondstoffen die ze toen werd toebedeeld. En dus leven ze langzaam en zuinig. Ze verbruiken uitzonderlijk weinig energie. Om hun biomassa te verdubbelen, trekken ze zo’n 1000 jaar uit. Waarschijnlijk duurt de celdeling ook ongeveer zo lang.

De kans is groot dat alles wat wetenschappers over bacteriën waar we vandaag de dag mee in aanraking komen, geleerd hebben, niet van toepassing is op deze microben.

Het lijkt erop dat deze organismen er hun eigen regels op nahouden. En blijkbaar werkt dat prima voor deze microben: ze zijn er tenslotte al zo’n 86 miljoen jaar oud mee geworden.

Het onderzoek laat maar weer eens zien dat sommige organismen bijzonder taai zijn: ze kunnen zelfs in moeilijke omstandigheden lang mee.

http://www.the-scientist.com/?articles.view/articleNo/32102/title/Live-Slow–Die-Old/

image: Live Slow, Die Old

Deep-sea sediment bacteriaShelly Carpenter, NOAA Ocean Explorer 

https://theabysmal.wordpress.com/2012/05/22/life-continues-to-define-itself-well-past-our-extremest-expectations/

Bronmateriaal:
Science
– Aerobic Microbial Respiration in 86MillionYearOld DeepSea Red Clay
Barely alive deep-sea microbes” – Eurekalert.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Bo Barker Jørgensen / © Science/AAAS.
°
Lazarus bacterieen ;
°
°
°
BACTERIA BACTERIEËN  <—Doc archief
Bacterie onder stress

Microben vormen honderden meters onder de zeebodem een heus ecosysteem

 15 maart 2013   C 1

in het lab

Whack here. By taking great care to eliminate possible contamination of rock samples — including sterilizing the outer surfaces of rocks and then removing their outer layers to expose fresh material within—researchers found the strongest evidence yet that microbes live deep within the sea floor.
Credit: Jesper Rais/AU Communication

Nieuw onderzoek wijst erop dat honderden meters onder de zeebodem, diep ingegraven in de oceanische korst heel veel micro-organismen leven. Sterker nog: hoogstwaarschijnlijk bevindt zich onder de zeebodem het grootste ecosysteem op aarde.

Dat schrijven wetenschappers in het blad Science.

Ze boorden door zo’n 2,5 kilometer water en honderden meters sediment heen. Vervolgens haalden ze 3,5 miljoen jaar oud basalt boven.

We leveren het eerste directe bewijs voor leven diep in de oceanische korst,” vertelt onderzoeker Mark Lever.

Energie
Maar hoe komen die microben zo diep in de oceanische korst aan energie? Normaal gesproken is zonlicht een belangrijke bron van energie: fotosynthetische organismen gebruiken het om koolstofdioxide om te zetten in organisch materiaal.

Maar zonlicht komt niet in de oceanische korst terecht.

“Onze resultaten suggereren dat dit ecosysteem grotendeels gebaseerd is op chemosynthese,” legt Lever uit.

“In de basaltische oceanische korst zitten kleine aderen en daar loopt water doorheen.” Dit water reageert waarschijnlijk met stofjes in het basalt (bijvoorbeeld het mineraal olivijn) en daarbij komt waterstof vrij. “Micro-organismen gebruiken waterstof als een bron van energie om koolstofdioxide om te zetten in organisch materiaal.”

Direct bewijs
Wetenschappers vermoeden al langer dat leven in de oceanische korst voorkomt. Maar bewijs ervoor was altijd indirect: het was gebaseerd op chemische aanwijzingen in gesteenten.

“Direct bewijs ontbrak,” stelt onderzoeker Olivier Rouxel. Lever en zijn collega’s hebben dat directe bewijs nu gevonden.

“Het begon allemaal toen ik DNA haalde uit de gesteenten,” vertelt Lever.

“Tot mijn verrassing identificeerde ik genen die we normaal vinden in methaan-producerende micro-organismen.”

De onderzoekers kweekten enkele micro-organismen afkomstig uit het basalt in het lab en maten daar de methaanproductie. En met elk experiment kwamen ze tot dezelfde conclusie: in het basalt leefden microben die methaan produceerden. “Ons werk bewijst dat microben een belangrijke rol spelen in de chemie van basalt en zo invloed uitoefenen op de chemie van de oceanen.”

Groot
De oceanische korst bedekt ongeveer zestig procent van het oppervlak van de aarde. Daarmee is het ecosysteem waarvoor de onderzoekers nu direct bewijs gevonden hebben, het grootste dat op aarde voorkomt.

Wetenschappers blijven de oceanische korst bestuderen, want hun studie heeft nogal wat implicaties.

“Het is mogelijk dat leven gebaseerd op chemosynthese ook op andere planeten gevonden kan worden.Onze toekomstige studies gaan hopelijk onthullen of dat het geval is.”

Ook hopen de onderzoekers te achterhalen welke rol het leven in de oceanische korst speelt als het gaat om de koolstofkringloop op onze planeet.

Bronmateriaal:
Energy from the interior of the Earth supports life in a global ecosystem” – Aarhus University (via Eurekalert.org).
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Jesper Rais / AU Communication.

 

 

PLANKTON  

Plankton

LAN

http://tsjok45.multiply.com/photos/album/1270#photo=1

Zoom into the freshwater portrait

Zoom into the marine portrait

of ga naar “attachment ” voor links op bovenstaande individuele organismen

http://micropolitan.org/drawings/1/index.html

plankton<— doc

fresh water marine

Bell
animallcules


dinoflagellate

Desmids

rotifer

Heliozoa

Copepod


Noctiluca

diatom

diatoms

diatom

red algae

°

Zoöplankton

start > geleedpotigen > kreeftachtigen > watervlo

525px-Daphnia_pulex

foto’s : paul hebert, ralf wagner, carmen rodriguez

°

800px-Evadne_spinifera

 °

800px-Polyphemus_pediculus

Eenoogkreefje springt op uit water

21 maart 2012
_59185537_copepod_12a
Scientists studied escapes by the Anomalocera ornata copepod in the north-western Gulf of Mexico
– Aan het wateroppervlak levend plankton blijkt uit het water te kunnen springen om vis die op hen jaagt te ontvluchten.

Dat melden biologen van de Universiteit van Texas in de nieuwste editie van Proceedings of the Royal Society B. Proceedings of the Royal Society B,

Het gaat om twee soorten eenoogkreeftjes, uiterst kleine schaaldiertjes van 2 tot 3 millimeter groot.

Dat deze diertjes uit het water kunnen springen was al aan het eind van de negentiende eeuw ontdekt, maar toen dacht men dat ze dat tijdens de rui deden om van hun oude uitwendige skelet af te komen.

De Amerikanen tonen nu op basis van video-opnamen in wild en in het laboratorium aan dat de sprongen die de minikreeftjes maken een uitstekende manier zijn om aan de greep van plankton-etende vis te ontkomen.

Gemiddeld legden de kreeftjes veertig keer hun lichaamslengte door de lucht af en 3,4 keer de lichaamslengte van de vis die op hen joeg. De hoogste sprong die de onderzoekers waarnamen was 17 cm.

De onderzoekers rekenden uit dat de sprong veel energie kost, maar toch efficiënter is dan een vlucht door het water. De stroperigheid van water is hoger dan die van lucht, waardoor voortbeweging bij hoge versnelling relatief meer energie kost dan in lucht.

De meeste dierlijke planktonsoorten zijn doorzichtig en blijven daardoor uit de greep van vissen. Omdat eenoogkreeftjes aan het oppervlak leven, beschikken ze over pigment dat hen beschermt tegen UV-straling, maar ook zichtbaar maakt.

De mogelijkheid om te springen is hier een evolutionair antwoord op

De kracht waarmee het eenoogkreeftje zichzelf door het water lanceert is uniek in het dierenrijk.

Het eenoogkreeftje is volgens Deense onderzoekers tien tot dertig keer sterker dan elke andere diersoort waarvan de kracht ooit is gemeten. Het waterdiertje met een gemiddelde lengte van ongeveer een millimeter kan zichzelf lanceren met sprongen waarbij een snelheid wordt bereikt van 500 keer zijn eigen lichaamslengte per seconde.

Dat melden de onderzoekers van de Technische Universiteit van Denemarken in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of the Royal Society Interface.

Trillende ledematen

“De sprongen van eenoogkreeftjes laten zien dat ze in relatie tot hun formaat maarliefst 10 keer sterker zijn dan andere dieren waarvan de kracht tot nu toe is gedocumenteerd”, verklaart hoofdonderzoeker Thomas Kiørboe.

De wetenschappers kwamen tot hun conclusie door de sprongen van het eenoogkreeftje tot in detail te bestuderen op vertraagde videobeelden. Uit het onderzoek is gebleken dat het dier beschikt over twee mechanismen om kracht op te wekken. Ten eerste trillen de ledematen van het eenoogkreeftje onophoudelijk, waardoor energie wordt opgewekt om te zwemmen. Ten tweede kan het dier zich met diezelfde trillende ledematen afzetten op het water voor een sprong.

ontkomen aan jagers
De dieren gebruiken hun grote sprongkracht voornamelijk om te vluchten voor roofdieren. Eenoogkreeftjes zijn erg populair als snack bij andere zeedieren. Onder meer haringen, kwallen en makrelen jagen op de kreeftachtigen.

©

NU.nl/Dennis Rijnvis

start > geleedpotigen > kreeftachtigen > eenoogkreeftje(ook roeipootkreeftje genoemd)

foto’s : uwe kils, j liebig, thomas bjorkan, public

°

Fytoplankton

phytoplankton

Fytoplankton is plankton dat voor de energievoorziening afhankelijk is van fotosynthese. Hiertoe behoren zowel bacteriën met chloroplasten, zoals blauwalgen, als de overige algen.

Fytoplankton is de grootste producent van zuurstof op aarde. Het is de voedselbron van zoöplankton en van hogere dieren.

Er zijn erg veel soorten fytoplankton die ieder eigen optimale omstandigheden kennen, factoren die hierin een rol spelen zijn:

Belangrijke groepen algen in het fytoplankton zijn de diatomeeën en de dinoflagellaten.

Dinoflagellates

http://ocw.unu.edu/international-network-on-water-environment-and-health/unu-inweh-course-1-mangroves/phytoplankton.pdf

°

De grote ontgroening

Basis van het zeeleven ruim 40 procent afgekalfd

De afgelopen eeuw zijn de oceanen drastisch veranderd. Zonder dat iemand het merkte is het water veel minder groen geworden, wat erop wijst dat het hele ecosysteem sterk is verarmd. Waarschijnlijk is opwarming van het zeewater de belangrijkste oorzaak.

Het water in de meeste oceanen wordt steeds helderder. Voor een leek klinkt dat misschien als goed nieuws, maar in werkelijkheid is het een zich voltrekkende ramp. Het betekent dat er minder fytoplankton is. En die minuscule plantjes zijn de voedselbron waarvan vrijwel al het leven in zee afhankelijk is. Een drietal oceaanonderzoekers komt in Nature met schokkende cijfers. Minstens 40 procent van het plantaardige plankton is sinds 1950 verdwenen en waarschijnlijk zelfs meer.
Eigenlijk is het vreemd dat Boris Worm, Daniel Boyce en Marlon Lewis van de universiteit van Dalhousie (Canada) de eersten zijn die zoiets belangrijks boven water weten te krijgen. Misschien omdat het zo’n lastige klus was. Worm: ‘De meeste oceanografen kijken vooral naar satellietbeelden, die direct duidelijkheid geven. Mooi, alleen meten satellieten pas sinds 1979 hoeveel fytoplankton er is, en geven ze pas vanaf 1997 een echt gedetailleerd beeld van de toestand. Hun metingen leken op een daling te wijzen, maar de periode is te kort om daar zeker van te zijn. Dus hebben wij gegevens over de tijd daarvoor bij elkaar gezocht. Dat, en vooral de statistische bewerking daarvan, kostte in totaal drie jaar. Maar nu hebben we dan ook een veel completer beeld.’
Het belangrijkste meetinstrument waarop Worm en zijn collega’s hun conclusies baseren, is doodsimpel: een witte schijf aan een touwtje, de zogenoemde Secchi-schijf. Laat die in het water zakken, meet de diepte waarop je ‘m nog net kunt zien en je hebt een maat voor de helderheid van het water. Dit soort eenvoudige metingen is sinds het einde van de negentiende eeuw overal ter wereld gedaan. Op open zee is de uitkomst daarvan sterk verbonden aan de hoeveelheid fytoplankton in de bovenste 25 meter water. Het drietal onderzoekers combineerde zulke meetresultaten met directe metingen van de hoeveelheid groene kleurstof in het water, die in 1900 voor het eerst gedaan zijn. In totaal verwerkte het team bijna een half miljoen waarnemingen.
Schokkende uitslag
De uitslag was ook voor hen een schok. ‘We vonden een opvallend sterke, wereldwijde achteruitgang die minstens 50, en waarschijnlijk al 100 jaar gaande is,’ vertelt Worm. ‘Acht van de tien oceaanregio’s lieten die achteruitgang zien. Van de omvang in de eerste helft van de eeuw zijn we niet zo zeker, omdat daarvan te weinig waarnemingen zijn, maar vanaf 1950 bedraagt die zeker 40 procent. Alleen in de Indische Oceaan nam de hoeveelheid fytoplankton juist toe.’
Over de oorzaken van de grootschalige achteruitgang is wel iets zinnigs te zeggen. Al is niet alles duidelijk, zegt Worm. ‘We vonden regionaal een duidelijk verband met opwarming van de bovenste waterlaag. En we menen ook te snappen waarom. In de oceaan heb je altijd verschillende waterlagen, waarvan de bovenste de warmste is. Hoe groter het temperatuurverschil is met de laag eronder, hoe slechter die twee lagen mengen. Daar gaat het mis, want de diepere waterlagen bevatten voedingsstoffen die het fytoplankton nodig heeft. Is er minder menging, dan zul je ook minder groen zien.’
Aan de polen gaat deze verklaring niet op, want daar is niet voedsel-, maar lichtgebrek de voornaamste rem op de groei van het groene plankton. Toch zijn de minuscule plantjes ook daar in de problemen – al is het aantal waarnemingen van de Zuidpoolregio wat magertjes. Toegenomen wind zou een oorzaak kunnen zijn, zegt Worm, omdat de waterlagen daardoor sterker mengen. ‘Dat is aan de polen ongunstig voor het plankton, omdat het in de diepte minder licht opvangt.’ In de Indische Oceaan ging het ook harder waaien, wat daar juist zou kunnen verklaren dat het water groener werd.
Weggevangen walvissen
Zou het wegvangen van bijna alle walvissen er ook iets mee te maken kunnen hebben? Voor 1950 wemelde het rond de polen van de zeezoogdieren, en de rondzwemmende kreeftachtigen die zij aten, leefden vooral van fytoplankton. Nu zijn er nauwelijks walvissen meer, dus vreet dit krill misschien meer groen weg. ‘Ja, die suggestie hebben meer mensen gedaan,’ reageert Worm. ‘Het is ook iets waarin we vanaf het begin geïnteresseerd waren: welke effecten hebben de walvisvaart en de visserij gehad op de groenheid van de oceanen? Jammer genoeg is het nog niet gelukt de nodige gegevens bij elkaar te krijgen. Dat wordt ons volgende project.’
Als ver 40 procent minder groenvoer in de oceaan is, wil dat dan ook zeggen dat de rest van het oceaanleven 40 procent achteruit is gegaan? Dat staat volgens Worm nog niet vast. ‘Het is mogelijk dat de omloopsnelheid hoger is geworden door de opwarming. We weten dat kleine zeediertjes actiever worden bij warmte, en dat zou kunnen betekenen dat het fytoplankton sneller wordt opgegeten. In dat geval zijn de effecten voor de rest van het voedselweb kleiner, omdat de productie van het fytoplankton op peil blijft.’
Nog een laatste vraag. Hoe zit het met zuurstof? Minder groen in de oceaan betekent minder zuurstofproductie, terwijl oceanen geacht worden ongeveer de helft daarvan voor hun rekening te nemen. Heeft dat gevolgen voor onze lucht? ‘Er is de laatste decennia een langzame, maar significante daling van het zuurstofgehalte in de oceanen en in de atmosfeer zichtbaar,’ antwoordt de zeeonderzoeker. ‘Die wordt vooral toegeschreven aan het verbranden van fossiele brandstoffen. Maar de achteruitgang van het fytoplankton zou er ook een rol bij kunnen spelen.’
Elmar Veerman
Daniel G. Boyce, Marlon R. Lewis en Boris Worm: ‘Global phytoplankton decline over the past century’, Nature, 30 juli 2010

750px-Cwall99_lg

Opstoot van Emiliania huxleyi

Bronmateriaal: “Phytoplankton Bloom off Iceland” – NASA

FYTOPLANKTON kleurt water bij IJsland lichtblauw

De Atlantische Oceaan voor de kust van IJsland is helderblauw op een nieuwe foto van NASA’s Aqua-satelliet. Miljoenen microscopische, plantachtige organismen – fytoplankton – zijn verantwoordelijk voor de explosieve jaarlijkse bloei. Na de lente dooft het helderblauwe licht langzaam uit.

Hoe komt het dat fytoplankton zo aanwezig is in de lente? Wetenschappers denken dat dit komt door de plotselinge stijging van het zonlicht en warme temperaturen. Toch is het ook mogelijk dat de bloei een connectie heeft met winterstormen. Analyses van de SeaStar-satelliet laten namelijk zien dat fytoplankton in het midden van de winter begint te bloeien.

Maar waarom groeit fytoplankton in een seizoen met de slechtste weersomstandigheden? Waarschijnlijk zorgen winterse stormen ervoor dat het water aan het oppervlak van oceanen wordt gemixt met koud, diep water. Het fytoplankton op het oppervlak wordt naar de bodem getrokken, waar het de gelegenheid krijgt om te groeien. Hoe lager het plankton zich bevindt, des te moeilijker het voor roofdieren is om het fytoplankton op te eten. Omdat de organismen niet zo snel worden opgegeten, krijgen ze meer tijd om te groeien.

Fytoplankton
Fytoplankton is plankton dat voor de energievoorziening afhankelijk is van fotosynthese. Hiertoe behoren zowel bacteriën met chloroplasten, zoals blauwalgen, als de overige algen.

DIATOMEËN

Fytoplankton is de grootste producent van zuurstof op aarde. Het is de voedselbron van zoöplankton en van hogere dieren.

Illustrations of types of phytoplankton.

°

Fytoplankton ‘bloeit’ steeds eerder

Caroline Hoek4/ maart 2011

Als het zomer wordt op de noordpool dan verandert het water in een azuurblauw palet waarvan de kleuren lijken uit te lopen. Dat bijzondere effect wordt veroorzaakt doordat fytoplankton zich verzamelt. Uit onderzoek blijkt nu dat het fytoplankton zich in sommige gebieden sinds 1997 steeds ietsje eerder begint te verzamelen en dus ook steeds eerder ‘bloeit’.

De onderzoekers baseren hun conclusies op satellietbeelden die tussen 1997 en 2009 van de Noordelijke IJszee worden gemaakt. Fytoplankton is piepklein, maar wanneer het zich in grote concentraties verzamelt, is het zelfs op satellieten goed zichtbaar. Dat komt doordat de planten zonlicht absorberen. In grote hoeveelheden veranderen ze de reflectie van het zonlicht en dus de kleur van het water.

Te vroeg
Lang niet alle satellietbeelden waren even geschikt, zo benadrukken de wetenschappers. Soms gooiden wolkenvelden of ijs roet in het eten. Maar de beelden die wel geschikt waren, spreken voor zichzelf. In de bestudeerde gebieden bloeide zo’n elf procent van het fytoplankton te vroeg. Slechts één procent van de planten was te laat zichtbaar.

Groot verschil
Soms liepen de verschillen sterk op. Zo was er een gebied waar fytoplankton in 1997 nog in september bloeide en nu al in juli begon.

Fytoplankton is klein, maar zeer belangrijk. Het bevindt zich namelijk helemaal onderaan de voedselketen en draagt deze als het ware: als er geen fytoplankton is, is dat in de gehele voedselketen merkbaar. De dieren die fytoplankton eten, hebben hun hele ritme afgestemd op de periode waarin fytoplankton ‘bloeit’. Het is onduidelijk of de dieren last hebben van het feit dat fytoplankton er steeds vroeger bij is, maar onderzoekers zijn bang dat de dieren die fytoplankton op het menu hebben staan er hinder van ondervinden.

°

Fytoplankton verzamelt zich en geeft het water prachtige kleuren. Foto: NASA

 

Satelliet ziet fytoplankton opbloeien voor kust van Alaska

 

Het is lente in de Golf van Alaska. En dat is goed te zien op foto’s die NASA’s Aqua-satelliet eerder deze maand maakte. Op de foto’s kleurt het water voor de kust van Alaska donkergroen door een explosieve toename van fytoplankton.

Lente betekent meer zonlicht en meer voedingsstoffen. En daar houdt fytoplankton wel van. De microscopisch kleine plantachtige organismen gedijen prima onder die omstandigheden. De hoge concentratie fytoplankton zorgt er zelfs voor dat het water voor de kust van Alaska donkergroen kleurt.

De Aqua-satelliet maakte er op 2 mei diverse foto’s van. Samen vormen zij het kiekje dat u hieronder ziet. U ziet de zuidkust van Alaska en vlak voor de kust zijn de donkergroene sporen die wijzen op de aanwezigheid van fytoplankton duidelijk zichtbaar.

Lente in Alaska fyto2

 

De foto helemaal boven aan dit artikel  laat eveneens de Golf van Alaska zien en werd op 9 mei door dezelfde satelliet gemaakt.

Wie goed kijkt, ziet behalve het donkergroen ook een grijzere tint vlak voor de kust van Alaska. Het wijst erop dat hier sedimenten in het water beland zijn: waarschijnlijk zijn rivieren – die smeltwater afvoeren – daarvoor verantwoordelijk.

Dat het fytoplankton het voor de kust van Alaska zo goed doet, heeft te maken met een samenloop van omstandigheden. As van de vele vulkanen in de buurt vult het water met voedingsstoffen die het fytoplankton nodig heeft. De rivieren dragen ook hun steentje bij door sedimenten in zee te dumpen. De turbulente wateren woelen bovendien het sediment op de bodem van de zee los. Wanneer het lente wordt en er meer zonlicht komt, kan het dan ook niet anders dan dat de hoeveelheid fytoplankton hier explosief toeneemt.

Tot grote vreugde van onder meer krabben, vissen en walvissen die fytoplankton op hun menu hebben staan.(1)

 

Bronmateriaal:
Springtime in the Gulf of Alaska” – NASA.gov
De foto’s in dit artikel zijn gemaakt door Norman Kuring / Aqua / Modis.

(1)

Stond “fytoplankton “niet aan de basis van die milieuramp in Griekenland (massale vis sterfte door eutrofieering ) een paar jaar geleden?

 

Milieuramp Koroniameer in Griekenland

De toestand van het Koroniameer met een omtrek van 52 kilometer is een regelrechte milieuramp, ofschoon dit meer wordt beschermd door internationale verdragen als “Ramsar” en “Natuur 2000”.

Een maand geleden zijn duizenden vogels in het meer omgekomen en onlangs kwamen duizenden dode vissen aan de oppervlakte bovendrijven.

Uit microscopische analyse van het water blijkt dat de massale vissterfte verband houdt met de massale toename van fytoplankton, en volgens verklaringen van deskundigen is de storting van onbewerkt stedelijk huisvuil in het meer de vermoedelijke oorzaak van de ecologische ramp.

<Is de Commissie van plan onmiddellijk onderzoek te doen naar de oorzaken van deze ramp?

< Zal zij maatregelen nemen om het Koroniameer te redden en het natuurlijke milieu in deze streek te herstellen, en een einde te maken aan het gebruik ervan als stortplaats van stedelijk huisvuil?

http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+QT+H-2004-0409+0+DOC+XML+V0//NL

De Commissie is op de hoogte van de aantasting van het ecosysteem van het Koronia-meer als gevolg van de intensieve landbouwactiviteiten, het irrationele gebruik van waterbronnen en de verontreiniging die wordt veroorzaakt door de lozing van gevaarlijke stoffen en stedelijk afvalwater.

De Commissie heeft een inbreukprocedure ingeleid uit hoofde van artikel 226 van het Verdrag, op grond van de niet-naleving door Griekenland van zijn verplichtingen in het kader van Richtlijn 79/409/EEG(1) inzake het behoud van de vogelstand, Richtlijn 92/43/EEG(2) inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna en Richtlijn 76/464/EEG(3) betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd.

In december 2003 besloot de Commissie een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Griekenland heeft op deze beschuldigingen gereageerd door informatie te verschaffen over de maatregelen die zijn genomen om het Koronia-meer te beschermen. Het antwoord van de Griekse autoriteiten wordt momenteel door de Commissie geëvalueerd.

De Commissie neemt alle maatregelen die binnen haar bevoegdheid liggen om ervoor te zorgen dat Griekenland de voorschriften van de communautaire wetgeving naleeft, en zij zal, mocht dit noodzakelijk blijken, niet aarzelen om de inbreukprocedure voort te zetten.

In ieder geval dient te worden benadrukt dat de Griekse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de selectie van projecten uit hoofde van de verordening tot oprichting van een Cohesiefonds.

 

°

 

 

Plantje zwemt weg uit angst voor roofdierenPlantje zwemt weg uit angst voor roofdieren

Wetenschappers hebben ontdekt dat fytoplankton, microscopisch kleine zeeplantjes, in staat is om het hazenpad te kiezen wanneer het…
Shell heeft toestemming gekregen en mag voor de kust van Alaska gaan…

 

 

°
Biological Pump. Courtesy: DOE Center for Research on Ocean Carbon Sequestration
Koolstofcyclus<– Archief doc
°

Plankton in oceanen slaat veel meer koolstof op dan gedacht(1)

 18 maart 2013
°

oceaan

Nieuw onderzoek wijst erop dat plankton in de grote oceanen tot wel twee keer meer koolstofdioxide tot zich neemt dan gedacht. Tijd om de modellen die onderzoekers gebruiken om de hoeveelheid koolstofdioxide in de oceaan vast te stellen, grondig te herzien.

In 1934 stelde oceanograaf Alfred Redfield dat zowel plankton als het materiaal dat plankton uitscheidt dezelfde verhouding koolstof, stikstof en fosfor bevat. Namelijk: 106:16:1. Het maakte daarbij volgens Redfield niet uit hoe diep het plankton zat: zowel aan het oppervlak als op de bodem van oceanen verhielden koolstof, stikstof en fosfor zich op deze wijze tot elkaar.

Wetenschappers hebben nu ontdekt dat Redfield ernaast zat. De verhouding is niet overal hetzelfde. Zo blijkt warm water zonder veel voedingsstoffen nabij de evenaar een heel andere verhouding te hebben dan het koude water dat rijk aan voedingsstoffen is en zich nabij de polen bevindt. Nabij de evenaar is de verhouding koolstof, stikstof en fosfor in plankton 195:28:1. Terwijl het bij de polen uitkomt op 78:13:1.

Het is voor het eerst dat met observaties wordt aangetoond dat Redfield ernaast zit. “Daarom is dit (onderzoek, red.) zo belangrijk,” benadrukt onderzoeker Adam Martiny.

Redfields theorie komt in tal van tekstboeken terug en is in diverse modellen gebruikt. Zowel de tekstboeken als de modellen zullen moeten worden herzien.

Bronmateriaal:
Ocean plankton sponge up nearly twice the carbon currently assumed” – University of California, Irvine (via Eurekalert.org).
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).
°
(1) Naast de opslag van CO2 door het plankton , lost ook een gedeelte van het atmùosferische Co2 op in het water met vorming van zuren = dat verhoogd de PH van der oceanen  dat op zijn beurt ….het afsterven van het plankton veroorzaakt
Maar in hoeverre  deze (daadwerkelijk ) verzuring  gemeten is  ( of berekend door de (voorlopig  bekende ) opname van de co2 door door het phytoplankton af te trekken van de( in principe )  berekenbare  oplossing  van  het atmosferische Co2 percentage  is nog niet duidelijk an allezins ingewikkeld  ) … Te onthouden   is dat de  voortschrijdende verzuring van de oceanen een feit is : maar in hoeverre  , waar(bijvoorbeeld lokaal klakrijke gebieden )   en vooral aan welke snelheid dat PH veranderd  is zeker nog niet uitgeplozen …….
°
°

Plankton een derde lichter door zure zeeën

 10 maart 2009

 Verzuring van de oceanen, als gevolg van de stijgende CO2-concentratie, zorgt nu al voor aantasting van plankton, meldt een Australisch onderzoeksteam.

Oceanen nemen CO2 op uit de lucht. Hoe hoger de CO2-concentratie van de atmosfeer, hoe hoger ook de concentratie in de oceanen. In dat proces lost het CO2 op tot koolzuur, waarbij het water langzaam zuurder wordt.

En dat kan verstrekkende ecologische gevolgen hebben, waarschuwen wetenschappers. Wanneer de verzuring een kritische grens bereikt kunnen veel organismen geen kalkskeletjes meer maken, of zelfs geheel oplossen.

William Howard van de Universiteit van Tasmanië, hoofd van het Antarctic Climate and Ecosystems Cooperative Research Centre, zegt dat de zuurgraad nu al zo hoog is dat hij en zijn onderzoekers de ecologische schade kunnen meten.

Howard en zijn co-auteur, Andrew Moy, hebben de skeletjes van foraminiferen, een microscopische planktonsoort, onderzocht in de wateren tussen Australië en Antarctica en deze vergeleken met tot 50.000 jaar oude fossielen van dezelfde diertjes.

Hun bevindingen, die zullen worden gepubliceerd in Nature Geoscience, laat zien dat het gewicht van de skeletjes in de laatste decennia met 30 tot 35 procent is afgenomen.

Wat de gevolgen zijn voor het ecosysteem weten we nog niet goed”, zegt Howard.

“De implicaties voor klimaatverandering zijn echter een stuk duidelijker.” Foraminiferen spelen namelijk een belangrijke rol in de koolstofkringloop.

Tijdens hun groei slaan ze CO2 op in de calciumskeletjes. Wanneer ze sterven zakt al dat koolstof naar de bodem, waar het tot miljoenen jaren in kalksteenpakketten blijft opgeslagen, aldus Howard.

“En foraminiferen vormen een significant deel van alle carbonaatmassa in de oceanen. Hoe minder foraminiferen, hoe sneller de CO2-concentratie van de oceanen én de atmosfeer toeneemt.”

De oceanen zijn volgens de Australiërs al een derde zuurder geworden.

Alles dat calciumcarbonaat wil maken, waaruit ook vissenbotjes, koraal en schelpen bestaan, zal het zwaar krijgen”, zegt Howard.

°

donderdag 29 juli 2010

Voedselketen in de oceanen bedreigd

De hoeveelheid fytoplankton is de laatste decennia dermate sterk achteruitgegaan dat het de voedselketen in de oceanen bedreigt. Dat blijkt uit een studie van het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

http://www.nature.com/nature/journal/v466/n7306/abs/nature09268.html

http://www.nature.com/nature/journal/v466/n7306/fig_tab/nature09268_ft.html

Fytoplankton is plankton dat door fotosynthese zijn eigen voedsel aanmaakt en zuurstof produceert. Het bestaat uit microscopisch kleine organismen en daalt volgens de studie van Amerikaanse en Canadese wetenschappers gemiddeld met 1 procent per jaar.

De opwarming van de aarde zou de oorzaak zijn.

Volgens de wetenschappers is er een verband tussen het verdwijnen van het
plankton en de stijging van de oppervlaktetemperaturen van de oceanen. Fytoplankton bestaat uit microscopisch kleine, plantaardige organismen.

De verdwijning ervan bedreigt de stabiliteit van het klimaat, het welzijn van de visserij en van oceanen. Dat blijkt uit onderzoek van aquatisch ecoloog Daniel Boyce…

Cruciale rol
“Het fytoplankton speelt een cruciale rol in het ecosysteem van onze planeet. Het produceert 50 procent van de zuurstof die we inademen, het reduceert de koolstofdioxide en het is belangrijk voor de visserij : het is nml een voedselbron voor veel vissen.

Een oceaan met minder fytoplankton zal anders functioneren“, zegt onderzoeker Boris Worm

Belangrijk

“Ik denk dat het heel moeilijk voor te stellen is dat fytoplankton zo belangrijk kan zijn, omdat de meeste mensen het niet zien in hun dagelijks leven… Maar alles dat met ze gebeurt heeft effect op de gehele mariene voedselketen, en op ons.”

Een blauwe oceaan is niet per se iets goeds. Recente satellietfoto’s lieten zien dat de oceaan van groen naar blauw is veranderd, als gevolg van de vermindering van fytoplankton. Maar die gegevens zijn maar tot dertien jaar terug te bekijken.

Daarom hebben Boyce en zijn collega’s een half miljoen metingen van de helderheid van de oceaan bestudeerd. Zo konden ze een gedetailleerder beeld krijgen en verder terug in het verleden kijken.

Analyse

Uit hun analyse bleek dat de hoeveelheid fytoplankton decennialang per jaar met gemiddeld één procent daalde in acht van de tien grote oceanen. De grootste afname vond plaats in de poolregio, de tropische gebieden rond de evenaar en op de open zee.

De wetenschappers kunnen niet met zekerheid zeggen wat de oorzaak is van de massale verdwijning van het fytoplankton, maar temperatuurdata geeft een aanwijzing. De afname was het sterkst op plaatsen waar de oppervlakte van de zee het meest was opgewarmd.

De waterlagen mengen slechter als het temperatuurverschil groter is. Warmere oceaanwateren verminderen de hoeveelheid voedingsstoffen die vanuit de koude diepte naar het oppervlak kunnen komen. Het fytoplankton leeft van die voedingsstoffen.

Voedselketen

Als er minder fytoplankton is, hebben vissen minder te eten. De verdwijning van het plankton zal vanzelf de rest van de voedselketen raken. Vissers zullen minder vis vangen en de dieren die van vis leven zullen minder te eten hebben.

Het fytoplankton beïnvloedt ook het klimaat, doordat het koolstofdioxide reduceert en warmte opneemt

http://news.discovery.com/earth/phytoplankton-oceans-food-web.html

°
Figure 2: Phytoplankton species
Photos by Josje Snoek and Petra Visser
Compilation by Ellen Spanjaard / 
Michael Stringer, Pleurosigma (marine diatoms),

Het geweld van de oceanen

Gevoelige oceaanstromen en fytoplankton reageren heftig op opwarming

Een opwarmende atmosfeer zet het leven van algen in de oceanen onder druk. Zij staan aan de basis van de voedselketen en zijn een grote afnemer van koolstof uit de atmosfeer. Samen met veranderende oceaanstromen hebben ze een groot aandeel in de wereldwijde klimaatverandering.

Diatomeeën behoren tot de meest voorkomende typen fytoplankton.

Bij een opwarmende aarde denk je al snel aan het warmer worden van de lucht boven het land waar je je bevindt. Eigenlijk best gek, omdat het aardoppervlak voor zeventig procent uit watermassa bestaat. Het grootste deel van onze planeet is bedekt met oceanen. En ook die zijn aan het opwarmen. Maar daar merken wij vast niets van. Of toch wel? Ik vroeg het aan Herman Ridderinkhof, adjunctdirecteur van het NIOZ en als wetenschapper gespecialiseerd in onderzoek naar oceaanstromingen.

Ridderinkhof legt uit: ‘Net als sommige luchtstromen boven land veranderen bij een wisselende temperatuur oceaanstromen ook. En denk ook aan hoe dieren en planten zich op land aanpassen aan de warmte. Een dergelijk proces vind ook plaats in de oceanen. De oceanen zijn wat dat betreft een hele wereld op zichzelf.’ Wat gebeurt er in die wereld eigenlijk tijdens het opwarmen van onze planeet?

Oceaanstromingen

‘We weten inmiddels dat de oceanen over de hele wereld constant in beweging zijn. Maar de grote stromingen zijn zelf ook verder op te delen,’ aldus Ridderinkhof.
Hij vertelt dat er een gelaagdheid in de diepte van de oceaan bestaat. ‘Dit komt doordat water niet overal even zwaar is. Warm water is namelijk lichter dan koud water en verplaatst zich zo over het oppervlak van de oceanen. Water dat door de sterkere instraling van de zon rond de evenaar opwarmt verplaatst zich van daaruit richting de polen. Aldaar koelt het water af en zakt het weer de diepte in. Dit diepere koude water warmt dan rond de evenaar weer op waarna het zich weer richting de polen beweegt.’

El Niño

‘Hoe oceanen stromen hangt ook samen met luchtstromen, zoals de passaatwind,’ zegt Ridderinkhof. Hoe deze winden waaien bepaalt voor een deel hoe het water zich verplaatst over het aardoppervlak. Dit resulteert in verschillende verschijnselen. ‘Een van de verschijnselen die we inmiddels goed begrijpen is El Niño. Dit laat goed zien wat een verandering in winden en oceaanstroming teweeg kan brengen. Passaatwinden stuwen het rond de evenaar opgewarmde water in de Grote Oceaan richting Indonesië waar het zich ophoopt, terwijl aan de kust van Peru het koude water juist opwelt. Vervolgens stuwen westenwinden vanaf Indonesië het warme water weer terug naar Zuid-Amerika waardoor het water daar soms wel vijf graden warmer kan zijn dan normaal.’

En wat heeft dat voor gevolgen? Ridderinkhof: ‘Door meer verdamping van het water komt er meer neerslag dan normaal en kunnen hele oogsten op land weg geregend worden. Omdat we een El Niño nu al een half jaar van tevoren kunnen voorspellen, kan de landbouw en de visserij zich er beter op aanpassen.’

Nieuwe verschijnselen

Maar onderzoekers snappen nog lang niet alles. ‘Wat het smelten van de gletsjers in Groenland met de oceanen gaat doen is nog hartstikke onzeker. Het zoete koude water wat dan aan de oceaan wordt toegevoegd zou de warme stroming richting Europa kunnen blokkeren. We hebben echter geen idee of dit effect er werkelijk zal zijn. We hebben dit als mensen immers niet eerder meegemaakt,’ verklaart Ridderinkhof. ‘Over deze theorie worden gigantische Hollywood producties gemaakt, maar het is vooralsnog vooral speculatie. Laten we eerst meer proberen te begrijpen van variaties in oceaanstromingen over lange tijdsperiodes voordat we hier uitspraken over doen.’

De mens is niet de enige die zich probeert aan de passen aan deze variaties in activiteit van oceanen als gevolg van een opwarmende aarde. Ook het leven in de oceanen zelf speelt een grote rol in hoe het wereldwijde klimaat in zijn geheel bestand is tegen een verdere opwarming. Katja Philippart, ook werkzaam bij het NIOZ, bij de afdeling Mariene Ecologie, legt uit hoe gevoelig het leven in de oceaan is voor opwarming. ‘Deze gevoeligheid kunnen we goed aflezen aan de hand van de reacties van het fytoplankton in de oceaan.’

Wat is dat? ‘Fytoplankton betekent letterlijk zwevende plantjes. De meeste soorten fytoplankton zijn zo klein dat ze niet met het blote oog te zien zijn. Toch is het de basis van de voedselketen in de zee. Alle andere wezens in de oceaan zijn van hun overleven uiteindelijk afhankelijk van het fytoplankton, de bron van voedsel waar de hele voedselketen mee begint.’

Opname CO2

‘Deze kleine eencellige algen nemen licht en CO2 op om te kunnen groeien. Doordat deze algen CO2 opnemen spelen ze een grote rol in de wereldwijde opname van koolstofdioxide. Ze zijn namelijk over de hele wereld in alle oceanen te vinden en in een zeer grote hoeveelheid. Kunnen de algen goed groeien, dan wordt er dus meer CO2 opgenomen. Een deel van deze algen zinkt met koolstof en al naar de zeebodem, waardoor er zo minder CO2 in de atmosfeer blijft hangen.’

Philippart benadrukt dat de algenpopulatie zeer gevoelig is voor een opwarmende oceaan en een hoge concentratie CO2 in de atmosfeer. ’De algen hebben kalkskeletjes die kwetsbaar zijn voor verzuring van de oceaan. Als er meer CO2 in de oceaan komt dan kan worden opgenomen, dan verzuurt het water. Dit verzuurde water brengt schade aan de kalkskeletjes van de algen, en zorgt ervoor dat ze niet zwaar genoeg meer zijn om af te dalen naar de zeebodem. Het CO2 dat ze bij zich dragen zal dan niet afvallen naar de zeebodem, maar weer opstijgen naar de atmosfeer.’

Opwarming en fytoplankton

Wat het effect van een opwarmende oceaan op het fytoplankton is, en wat de gevolgen daarvan zijn voor het klimaat, vat Philippart als volgt samen: ‘Omdat het fytoplankton zijn voeding vooral uit het koude water haalt, zal een opwarmende oceaan ervoor zorgen dat de algen minder goed toegang hebben tot hun voedsel, waardoor de wereldwijde hoeveelheid fytoplankton zal afnemen. Gezien het fytoplankton zo veel minder CO2 kan opnemen en de oceanen verzuren blijft er meer CO2 in de atmosfeer hangen, waardoor het broeikaseffect versterkt wordt.’

Met een door mensen verder opwarmende aarde zouden de grootste klimaatveranderingen weleens het gevolg kunnen zijn van hoe de oceanen reageren op deze verwarming. Ridderinkhof en Philippart wijzen op het belang van meer onderzoek naar de rol van oceanen in het wereldwijde klimaatsysteem.

carboon in water

°

NATUURLIJKE    OLIEVRETERS   ? 

 

°

Buffercapaciteit van de  wereldwijde OCEANEN is groot ( naar menselijke maatstaven ) maar niet oneindig   

Overbevissing, verzuring, zuurstofloze zeewoestijnen ... het zijn maar enkele van de ecologische rampen  en instortende  (vooralsnog  plaatselijke  )ecologische systemen , die zich onder het wateroppervlak van de oceanen afspelen.

Het wordt zo langzamerhand duidelijk  dat  “wir haben es nicht gewusst” tot een nog schadelijk   excuus is verworden… en als we zo doorgaan  krijgen we ( of minstens ook  onze nakomelingen   )sowieso de rekeningen  gepresenteerd

Iglo pakjes  en  alle  andere  producten  van de “welvaart ”  en de massale galloperende bevolkingstoename  zorgen  daar wel voor  …

Huidige  politici ?  ……  die proberen  steeds  weer  de kool en de geit te sparen

PLUTO en andere dwergplaneten

INHOUD COSMOS 

°

Mogelijk toch negende planeet in ons zonnestelsel

28/02/08,
°
  • De nieuwe planeet zou half zo groot zijn als de aarde

De astronomische gemeenschap heeft in 2006 Pluto de status van planeet ontnomen, maar wetenschappers van de universiteit van Kobe in Japan zeggen nu dat er aan de rand van ons zonnestelsel, voorbij de baan van Neptunus, een hemellichaam te vinden is dat aan de criteria van een planeet zal beantwoorden.

Planeet
Op basis van computersimulaties gewaagt een team rond Tadashi Mukai van een “grote waarschijnlijkheid” dat er zich in het grensgebied van ons planetair stelsel een hemellichaam zou bevinden met 0,3 tot 0,7 keer de massa van onze Aarde. Indien wetenschappers de nodige middelen krijgen, zou deze mysterieuze planeet binnen de tien jaar worden gevonden. De vorsers zijn er ook zeker van dat het hemellichaam de status van planeet zal krijgen.

°

Pluto


In 2006 hebben astronomen de definitie van een planeet scherper gesteld omdat er discussie was rond de status van Pluto. Die werd officieel tot “dwergplaneet” gedegradeerd, zodat ons zonnestelsel plotsklaps maar acht planeten meer telde. (belga/gb)

 

Discussie

Is Pluto nu wel of geen planeet?
Astronomen en ‘Pluto-fans’ kunnen het er maar niet over eens worden.
Door de kleine massa van de ijsplaneet is Pluto sinds enkele jaren een dwergplaneet.
°

 Pluto is meer dan terecht gedegradeerd tot kuiper object  maar   heeft uiteindelijk nog steeds de naam dwerg planeet…in the end is het dus nog   altijd ergens   een ” planeet.”

  •  Pluto  werd door de General Assembly of the International Astronomical Union tijdens hun congres in Praag, eind augustus 2006,  als  planeet democratisch  ‘weggestemd’.Vijf manen en een krachtig elektromagnetisch veld zijn best veel voor een ‘brokstuk’ ergens aan het eind van ons zonnestelsel  en zekereen tegenargument    om Pluto  als  een onbelangrijke  ( dwerg) -planeet af te voeren ….
NOTA  =  Uiteraard zijn het vooral die neppers  van   astrologen   die deze “degradatie “ ( =  in   feite een kwestie van bereikte   naamgevings-consensus in het betreffende  wetenschappelijke  vakgebied  )” ontoelaatbar “vinden … Immers :  in hun  “voorspellings pseudo-wetenschap “ blijft  PLUTO een” belangrijke planeet die de 12 huizen(= 12 maanden ) van de zodiac  zo af en toe bezoekt ” : een planeet/”gesternte “dus waaronder men kan geboren worden … Allemaal gelieerd  aan   dikke bijgelovige  midden oosten  zever uit de bronstijd n natuurlijk   …..maar ,  waaraan nog steeds hele  goedgelovige volksstammen allerlei magisch denken , bijgelovigheden    en mystieke  onzin  blijven   ophangen  …… zoals van ouds   ….  
°

Pluto wordt roder ?

05/02/2010
    

De dwergplaneet Pluto is in enkele jaren tijd zowat 20 procent roder geworden. Dat blijkt uit beelden die de ruimtetelescoop Hubble maakte tussen 2002 en 2003. Naast het kleurverschil valt ook op dat het stikstofijs op de noordpool verdampt en zich terug neerzet op de zuidpool.

Seizoenen
De veranderingen deden zich volgens de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA voor tussen 2000 en 2002, en zijn wellicht het gevolg van seizoenswisselingen. Pluto doet er 248 jaar over om alle seizoenen te doorlopen, maar door zijn specifieke baan kan één seizoen wel tot 120 jaar duren.

Sonde
In 2015 arriveert de onbemande ruimtesonde New Horizons op de dwergplaneet. Vanaf dan zullen veel gedetailleerdere beelden beschikbaar zijn. (afp/sam)

Verrassend veel methaan in atmosfeer Pluto

02/03/09, 20u39

In de atmosfeer van de dwergplaneet Pluto zijn er onverwacht grote hoeveelheden methaangas gevonden. De VLT-telescoop onthulde ook dat de temperatuur van de dunne dampkring van het hemellichaam 40 graden hoger is dan het oppervlak, zo heeft de Europese Zuidelijke Sterrenwacht ESO meegedeeld.

Zeer koud
Het qua status gedegradeerde Pluto is zowat vijf keer zo klein als onze planeet en bestaat in hoofdzaak uit gesteente en ijs. Gezien de dwergplaneet gemiddeld 40 keer zo ver van de Zon staat als wij, is het er zeer koud, met een oppervlaktetemperatuur van minus 220 graden.

Gas wordt ijs
Sinds de jaren tachtig is bekend dat Pluto een zeer dunne atmosfeer heeft die bestaat uit een dunne enveloppe van hoofdzakelijk stikstof, met sporen van methaan en wellicht koolstofmonoxide.

Terwijl Pluto zich tijdens zijn 248 jaar durende baan rondom de Zon geleidelijk van onze ster verwijdert, bevriest zijn atmosfeer geleidelijk en komt op het oppervlak terecht. In de periodes waarin de ijswereld dichter tot de Zon komt, zoals nu, neemt de temperatuur van het vaste oppervlak weer toe en zet het ijs zich in gas om.

Dampkringen zijn warmer
Tot zeer onlangs waren enkel de buitenste lagen van de atmosfeer van Pluto te analyseren. Maar de techniek van stellaire occultatie leerde astronomen dat de buitenste lagen van de atmosfeer zowat 50 graden warmer zijn dan het oppervlak.

Observaties met het Crires-instrument op de Europese reuzentelescoop VLT in Chili onthulden dat de atmosfeer van Pluto globaal een gemiddelde temperatuur van minus 180 graden heeft, dus “veel warmer” dan het oppervlak.
Kometen
Dat het zo koud is op het oppervlak van Pluto heeft te maken met de atmosfeer van de ex-planeet en met de sublimatie van het oppervlakte-ijs. Met name heeft die sublimatie een koelend effect op het oppervlak van Pluto, waardoor de dwergplaneet iets gemeen heeft met kometen, aldus de ESO waarvan België stichtend lid is.

Methaan
Voorts gaven de observaties aan dat methaan het tweede meest voorkomende gas is in de atmosfeer van Pluto, waarbij het een half procent van de molecules vertegenwoordigt.

“Wij konden aantonen dat deze hoeveelheden methaan een cruciale rol spelen in de opwarmingsprocessen in de atmosfeer en de hoge temperatuur in de atmosfeer kunnen verklaren”, beklemtoont Emmanuel Lellouch van het Observatorium van Parijs.

Twee verklaringen
De eigenaardigheden in de atmosfeer van de dwergplaneet zijn op twee wijzen te verklaren: ofwel is het oppervlak van Pluto bedekt met een dun laagje methaan wat de sublimatie van het bevroren stikstof tegenhoudt, ofwel zijn er pure methaanvlekken op dat oppervlak.

Het eind van het Plutoliedje is aldus (alweer) dat nader onderzoek vereist is. (belga/edp)

Pluto’s atmosfeer blijkt veel groter dan gedacht

 27 november 2012 0

Pluto’s atmosfeer blijkt een flink stuk groter te zijn dan aanvankelijk gedacht. Dat concluderen wetenschappers van de Universiteit van Virginia na het bekijken van diverse modellen.

De atmosfeer van de dwergplaneet is zelfs zo enorm, dat sommige moleculen zelfs Pluto’s maan Charon kunnen bereiken. De atmosfeer strekt zich uit tot ruim 10.000 kilometer boven het oppervlak van Pluto. Dit is indrukwekkend, want Pluto zelf heeft maar een doorsnede van ongeveer 2300 kilometer.

Ontsnappende moleculen
De onderzoekers bekeken twee eerdere modellen over de atmosfeer van Pluto, en letten speciaal op de zogenoemde ontsnappingshoeveelheid van moleculen. Omdat Pluto zo ver van de zon staat, zitten er veel bevroren ijs- en gasmoleculen in de atmosfeer. Wanneer Pluto’s elliptische baan de planeet dichter bij de zon brengt, ontdooien die moleculen en ‘ontsnappen’ ze soms aan de atmosfeer. Door dat proces te meten, konden de wetenschappers berekenen hoe groot de atmosfeer precies is.

New Horizons
De studie werd uitgevoerd in het kader van het New Horizons-programma. New Horizons is een sonde van NASA die de verste gebieden in ons zonnestelsel gaat bezoeken. De sonde vliegt in 2015 langs Pluto en zijn manen om deze te observeren. Met deze studie worden vast voorbereidingen getroffen, zodat de wetenschappers weten waar ze de sonde op moeten richten. Dit is van groot belang, want New Horizons vliegt langs Pluto en zal dus niet lange tijd bij de dwergplaneet verblijven.

Enigmatische planeet
Er is nog maar weinig bekend over Pluto, die zo’n 5 miljard kilometer van de aarde staat. Vanwege die grote afstand is het bijzonder moeilijk goede observaties te doen. Daarom was vooralsnog niet goed bekend hoe de atmosfeer van het planeetje er uit zag. Zelfs Pluto’s precieze maat is onbekend; in verschillende modellen variëren de schattingen soms wel 100 kilometer.

Wel geven de wetenschappers zelf toe dat het lastig is om Pluto’s atmosfeer aan te wijzen, omdat er altijd debat is geweest over wat Pluto’s atmosfeer precies is. Astronomen twijfelen namelijk waar het ene gedeelte van de atmosfeer stopt en het andere begint. Maar feit blijft dat ook de nieuwe grens veel verder ligt dan de oude.

Bronmateriaal:
Hybrid fluid/kinetic modeling of Pluto’s escaping atmosphere” – Arxiv.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door C m handler (via Wikimedia Commons).

Hubble ontdekt vijfde maantje rondom Pluto

Geschreven op 12 juli 2012 om 08:33 uur door 5

Pluto is veel rijker dan gedacht. De dwergplaneet heeft niet vier, maar vijf maantjes. Dat blijkt uit waarnemingen van Hubble. De nieuwe maan heeft een diameter van 10 tot 25 kilometer.

In 1978 ontdekten wetenschappers de grootste maan van Pluto: Charon. In 2006 voegden ze de kleine maantjes Nix en Hydra eraan toe. En in 2011 dook het vierde maantje, P4, op. En nu, een klein jaartje later kunnen we daar een vijfde maantje aan toevoegen.

WIST U DAT…

Groot
Het nieuwe maantje heeft voorlopig de naam S/2012 (134340) 1 gekregen. Het maantje is niet mooi rond, maar onregelmatig gevormd. Wel draait deze in een mooie cirkelvormige baan met een diameter van zo’n 93.000 kilometer om Pluto heen.

Bijzonder
Vijf manen. Dat is best bijzonder voor zo’n kleine planeet. Maar hoe komen al die manen daar? Wetenschappers zijn er nog niet helemaal over uit, maar hebben wel een theorie. De manen zouden een overblijfsel zijn van een botsing tussen Pluto en een ander groot object in de Kuipergordel. Die botsing vond miljarden jaren geleden al plaats.

Pluto en zijn manen. De nieuwe maan is omcirkeld. Afbeelding: NASA / ESA / M. Showalter (SETI Institute).

( Astronomen hebben het publiek opgeroepen mee te denken over een naam voor de twee kleinste maantjes van Pluto ……. ‘Vulcan’  stond  op     21 februari 2013  met ongeveer 120.000 stemmen(!) aan de leiding.

Traditioneel krijgen de maantjes van Pluto namen uit de Griekse en Romeinse mythologie. Bovendien hangen de namen van de manen samen met verhalen omtrent de onderwereld. Vulcan is ook een figuur uit de Romeinse mythologie: de god van het vuur.)

—————————————————————————————————————————————————

Gevaar
“De ontdekking van zoveel kleine manen vertelt ons indirect dat er nog heel veel ongeziene kleine deeltjes in het systeem van Pluto verstopt zitten,” stelt onderzoeker Harold Weaver. En dat is een klein probleempje. Want op dit moment is de ruimtesonde New Horizons onderweg naar Pluto. En die sonde gaat hard. Op het moment dat deze bij Pluto arriveert (ergens in juli 2015), heeft deze een snelheid van zo’n 48.000 kilometer per uur. Een botsing met zelfs relatief kleine deeltjes kan de sonde – die al in 2006 gelanceerd werd – fataal worden. Daarom proberen wetenschappers met behulp van de Hubble-telescoop een zo’n goed mogelijk beeld van de omgeving van Pluto te krijgen.

In een later stadium hopen wetenschappers nog veel meer over de manen van Pluto te weten te komen. Ze hopen daarvoor de nog in aanbouw zijnde James Webb-telescoop te gaan gebruiken. Deze telescoop is sterk genoeg om ons meer te vertellen over het oppervlak van Pluto en de vijf manen.

PLUTO-CHARON  systeem 

  • Het is nog wel de vraag of deze nieuwe maan, wel degelijk  bij  Pluto hoort al dan niet.
    Dit maantje is nog niet eerder waargenomen door eerdere observaties en dat zijn er ondertussen al heel wat.
    Dus waarom is het geen ingevangen maan ?( door het zogenaamde pluto systeem )    en  , al is het een  maan van elders afkomstig  , waarom zou deze maan in de plaats dat het bij  Pluto hoort, niet  bij   NIx of Hydra horen.?

    http://articles.adsabs.harvard.edu/cgi-bin/nph-iarticle_query?bibcode=2006MNRAS.370L..19N&db_key=AST&page_ind=3&plate_select=NO&data_type=GIF&type=SCREEN_GIF&classic=YES

    • P5 draait om Pluto, omdat dat blijkt uit de waarnemingen. Uit de berekeningen volgt dan een baanstraal van 35.000 +/- 2.000 km:

      http://en.wikipedia.org/wiki/P….

      Nix en Hydra spelen geen rol van betekenis voor de baan van P5. Pluto is 30.000 keer zo zwaar als Nix, en 15.000 keer zo zwaar als Hydra. Zie referentie.

     

Pluto heeft mogelijk vijftien manen

 14 maart 2013     2

pluto en charon

Pluto heeft er al vijf: Nix, Hydra, Charon, P4 en P5.

Maar een nieuw onderzoek wijst erop dat het dwergplaneetje meer maantjes telt dan die vijf  . Wellicht zelfs nog tien meer!

Dat schrijven onderzoekers van het Smithsonian Astrophysical Observatory en de universiteit van Utah in dit paper.

Stofschijf
De manen rondom Pluto – we kennen er momenteel dus vijf – zijn hoogstwaarschijnlijk ontstaan uit een stofwolk die zich ooit rondom de dwergplaneet bevond. Hoe deze stofwolk daar precies terecht is gekomen, daarover tasten onderzoekers in het duister. Mogelijk is deze ontstaan doordat Pluto in botsing kwam met een ander hemellichaam (Charon wellicht?) of ontstond deze doordat Pluto stof uit de protoplanetaire schijf waar het zonnestelsel uit ontstond naar zich toe trok.

 

Simulaties
Wat hebben de onderzoekers nu gedaan? Met behulp van een computer simuleerden ze hoe de bekende manen van Pluto ontstonden. Simulaties die resulteerden in een situatie die de werkelijkheid het beste nabootste, leverden een verrassing op. In die simulaties doken namelijk niet alleen natuurgetrouwe weergaven van de vijf bekende manen op. Er doken meer maantjes op.

Zo ziet de baan rondom Pluto er wellicht uit: met een aantal extra maantjes. Afbeelding:

Zo ziet de baan rondom Pluto er wellicht uit: met een aantal extra maantjes. Afbeelding: arXiv:1303.0280v1 [astro-ph.EP] 1 Mar 2013.

Kleine maantjes
Op basis van de simulaties stellen de onderzoekers dat Pluto hoogstwaarschijnlijk meer dan vijf manen heeft. Hoeveel meer is lastig te zeggen: het kan er één zijn, maar het kunnen er ook tien zijn. Deze extra maantjes zijn waarschijnlijk klein: tussen de één en drie kilometer breed.

De maantjes zijn vanaf de aarde waarschijnlijk niet te zien. Maar op dit moment is een ruimtesonde naar Pluto onderweg: New Horizons. En deze kan de maantjes wellicht wel opsporen.

Bronmateriaal:
The Formation of Pluto’s Low Mass Satellites” – Arxiv.org
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door ESO.
Dan wordt het toch eens tijd om van Pluto ( = een  TNO)weer een volwaardige planeet  te maken.?

  • Veel belangrijker dan dit nooit ophoudend  gezeik over een terminologische  kwestie ( waarbij al met, al iederen ondertussen  weet  wat er wordt bedoeld met deze nieuwe consensus definitie  )  is dat het   ook zou   kunnen  betekenen dat andere grote TNO’s (Eris) ook een hele familie van manen bezitten

Meer dwergplaneten in de Kuiper- &  Asteroiden  gordels?

 12 april 2010  

Pluto is al een paar jaar geen planeet meer. Samen met vier andere Kuipergordelobjecten en een voormalige asteroïde behoort Pluto tot de groep dwergplaneten. Astronoom Mike Brown van Caltech vindt dat er te weinig dwergplaneten zijn. Hij is een campagne gestart.

Op dit moment zijn de Kuipergordelobjecten Eris, Makemake, Haumea, Quaoar en Pluto dwergplaneten. Ook Ceres in de asteroïdengordel is een dwergplaneet. Toch zijn er nog zo’n vijftig objecten in de Kuipergordel die volgens Mike Brown gepromoveerd moeten worden tot dwergplaneet.

Een van de belangrijkste voorwaarden of een object een dwergplaneet is, is of een object rond is.

Als een object groot genoeg is om met haar eigen zwaartekracht rond te worden, dan moet zij geclassificeerd worden als een dwergplaneet”, vindt Charley Lineweaver van de Australische nationale universiteit in Canberra.

Er zijn genoeg ronde, grote asteroïden  als kandidaat  dwergplaneet .

Momenteel moeten dwergplaneten een minimale radius hebben van 420 kilometer. Australische astronomen willen deze grens verlagen naar 200 kilometer voor ijzige hemellichamen en 300 kilometer voor stenen objecten. Waarom? Wel, dat is het limiet voor hemellichamen om over te gaan van een onregelmatige aardappelachtige vorm naar een sferische vorm. Het is het zogenaamde aardappel-limiet.

Als de wijziging wordt doorgevoerd door de Internationale Astronomische Unie, die over dit soort zaken oordeelt, dan wordt de groep dwergplaneten plotseling veel groter. Zowel in de asteroïdengordel als in de Kuipergordel.

Of dit echt gaat gebeuren? Het valt te betwisten. De traditionele Internationale Astronomische Unie gaat er waarschijnlijk niet mee akkoord.

Maar dat dacht iedereen voor 2006 ook van de degradatie van Pluto.

Bronmateriaal:
Pluto’s Dwarf Planet Family Could Get Bigger” – Discovery

Sonde Dawn

vertrok in 2007 en kwam eerst  aan bij Vesta.

VESTA


Het camerasysteem schonk een beeld van kraters en bergen op het hemellichaam, onder meer dankzij een driedimensionale kleurenfoto.

Het noordelijke deel is met kraters doorspekt, op het zuidelijke staat de hoogste berg van Vesta,

 

Op de zuidpool van de asteroïde Vesta torent een berg van ongeveer twintig kilometer, (dat schrijft de Nederlandse Volkskrant.) Dat is ruim twee keer hoger dan de Mount Everest, de hoogste berg op aarde. Het was de Amerikaanse sonde Dawn, die sinds juni in een baan rond Vesta draait, die de ontdekking deed. 

De vulkaan Olympus Mons op Mars is met bijna 22 kilometer de hoogste berg in ons zonnestelsel. De berg op Vesta, die pas ontdekt werd en nog geen naam heeft gekregen, is bijna even hoog.

Vesta is een brokstuk dat tussen Mars en Jupiter staat en in een baan rond de zon draait. De asteroïde heeft een doorsnede van  525 kilometer en is zo’n 4,5 miljard jaar oud. Vesta’s oppervlak lijkt voornamelijk bedekt met bevroren lava. 

Vesta heeft de laatste twee miljard jaar twee kolossale impacten overleefd.

 

“Dawn heeft nu al onze kennis van het zonnestelsel veranderd”, aldus Holger Sierks van het Max-Planck Instituut voor Zonnestelselonderzoek (MPI). “De door ons uitgewerkte data tonen aan dat Vesta één van de weinige bekende vertegenwoordigers van een nieuwe klasse van hemellichamen is”. Volgens de NASA leverde Dawn ook “context” op voor een toekomstige bemande missie naar een asteroïde.

Pre-planeet
Eigenlijk is Vesta met zijn diameter van 525 km en zijn onregelmatige vorm een asteroïde. Dawn leerde echter dat Vesta zoals de Aarde bestaat uit een korst, mantel en kern. Het is één van de kleinst bekend hemellichamen met zo’n opbouw. Wetenschappers beschouwen het dan ook eerder als een “pre-planeet” die 4,5 miljard jaar geleden in haar ontwikkeling is blijven steken.

Vesta werd in 1807 ontdekt en cirkelt in de asteroïdengordel tussen Mars en Jupiter. Vesta en Ceres zijn daar de twee grootste objecten, aldus de NASA.

Ceres

−07/09/12 Bron: belga.be

© ap.

De Amerikaanse sonde Dawn heeft afscheid van de asteroïde Vesta genomen om naar de dwergplaneet Ceres te vliegen, meldt de NASA.

De Dawn verwijderde zich woensdag om 08.26 uur Belgische tijd van het hemellichaam dat volgens de projectwetenschappers de kennis over ons zonnestelsel reeds heeft bijgespijkerd. Vertrokken op 27 september 2007 was de Dawn in juli 2011 bij Vesta aangekomen. Via ionenvoortstuwing moet de onbemande sonde binnen 2,5 jaar Ceres bereiken.

Vesta, in 1807 ontdekt, cirkelt in de asteroïdengordel tussen Mars en Jupiter. Vesta en Ceres zijn daar de twee grootste objecten, aldus de NASA.

Ceres is in 1801 ontdekt. Het ding heeft een sferische vorm en omvat 25 procent waterijs rondom een kern van gesteente. Hoe groot het hemellichaam precies is, is niet geweten.

In 2006 kreeg Ceres de status van dwergplaneet, samen met Eris en het toen ‘gedegradeerde’ Pluto.

Volgens de NASA leverde de 1,21 ton wegende Dawn ook al “context” op voor een toekomstige bemande missie naar een asteroïde.

De Dawn-missie kost 466 miljoen dollar.

ERIS

Haumea

20/09/08,

Een in 2005 ontdekte dwergplaneet in het zonnestelsel heeft de naam Haumea gekregen, naar de Hawaiiaanse godin van de aarde en vruchtbaarheid. De naam is woensdag goedgekeurd door het Internationale Astronomische Instituut in Parijs.

Het is de vijfde dwergplaneet in het zonnestelsel en valt in de categorie waarin ook Pluto zich bevindt. Haumea heeft een eivorm, volgens wetenschappers door haar vlugge rotatie, die veroorzaakt kan zijn door een botsing met een ander object miljarden jaren geleden.

. (novum/ap/tdb)

Dwergplaneet Haumea “glinstert” van de ijskristallen

12/05/11, 20u16

Voorbij de baan van de planeet Neptunus licht de vijfde dwergplaneet van ons zonnestelsel op. Europese astronomen hebben donderdag bekendgemaakt dat Haumea bedekt is door ijskristallen.

De miniplaneet heeft de vorm van een rugbybal en is 2.000 km lang. Op minder dan vier uur draait het hemellichaam rond zijn as.

Dankzij de enorme VLT-telescoop van de Zuidelijke Europese Sterrenwacht ESO in Chili hebben wetenschappers vastgesteld dat Haumea bedekt is door goed geordende ijskristallen. Gezien de zonnestraling de kristallijne structuur van een ijsoppervlak vernietigt, moet er een energiebron zijn om dit te behouden, aldus Benoît Carry, die mee publiceerde in het vakblad Astronomy and Astrophysics.

Die energie komt volgens de onderzoekers van twee bronnen: enerzijds de getijdenwerking van de twee manen van Haumea, Hi’iaka en Namaka, en anderzijds de aanwezigheid binnen de dwergplaneet van radioactieve elementen zoals potassium-40, thorium-232 en uranium-238.

Haumea zou aan de uithoeken van ons zonnestelsel in botsing zijn gekomen met een ander object van gesteente, waardoor de twee manen ontstonden. De botsing kan ook de snelle rotatie van het hemellichaam en zijn vorm verklaren.

De dwergplaneet bevindt zich op meer dan 5 miljard km van de Zon, binnen de Kuipergordel. (belga/jv)

Makemake 

Dwergplaneetje Makemake blijkt geen atmosfeer te hebben

 22 november 2012 4

Voor het eerst hebben wetenschappers kunnen nagaan of het dwergplaneetje Makemake de verwachte atmosfeer werkelijk bezit. Het resultaat is verrassend: het planeetje moet het zonder atmosfeer doen.

De onderzoekers richtten maar liefst drie telescopen op Makemake op het moment dat de dwergplaneet voor een verre ster langs bewoog. “Terwijl Makemake voor de ster langs bewoog en het licht ervan blokkeerde, verdween en verscheen de ster heel abrupt, in plaats van langzaam minder helder en weer helderder te worden,” vertelt onderzoeker José Luis Ortiz. “Dat betekent dat de kleine dwergplaneet geen atmosfeer van betekenis heeft.”

Verrassing
En dat is toch wel verrassend: wetenschappers dachten dat Makemake een atmosfeer zou hebben die vergelijkbaar is met die van Pluto. “Dat er geen spoor van te bekennen is, laat zien hoe veel we nog over deze mysterieuze hemellichamen moeten leren.”

Over Makemake

Makemake reist op flinke afstand om de zon heen. De baan van het planeetje ligt verder dan die van Pluto, maar ietsje dichterbij dan die van Eris (voor zover wij weten de meest massieve dwergplaneet in ons zonnestelsel). Wetenschappers bogen zich eerder al eens over Makemake en toen bleek de planeet wel wat overeenkomsten te vertonen met andere dwergplaneten. Vandaar dat onderzoekers er eigenlijk ook van uitgingen dat Makemake net als veel van deze dwergplaneten een atmosfeer zou hebben.

Geduld
Makemake werd in 2005 ontdekt. Dat het zolang geduurd heeft om vast te stellen dat de dwergplaneet geen atmosfeer heeft, is logisch. De afstand tussen ons en Makemake is groot. Bovendien moest Makemake voor een ster langs bewegen om onderzoekers in staat te stellen meer over de dwergplaneet te weten te komen. En dat gebeurt niet iedere dag, zeker niet in het geval van Makemake; de dwergplaneet bevindt zich in een gebied met relatief weinig sterren.

Zonlicht
De onderzoekers hebben niet alleen vastgesteld dat Makemake geen atmosfeer heeft. Ze berekenden ook hoeveel zonlicht Makemake reflecteert. De planeet blijkt evenveel zonlicht te reflecteren als vieze sneeuw en reflecteert daarmee ietsje meer dan Pluto, maar ietsje minder dan Eris.

De onderzoekers hopen dat de onderzoeksresultaten er uiteindelijk tot leiden dat we een beter beeld krijgen van de hemellichamen die zich op flinke afstand van de zon bevinden. Hun volledige onderzoek is terug te vinden in het blad Nature.

Bronmateriaal:
Dwarf Planet Makemake Lacks Atmosphere” – ESO.org
De artistieke impressie bovenaan dit artikel is gemaakt door ESO / L. Calçada / Nick Risinger.

Quaoar

Prehistorische Culturen

°ARCHEOLOGIE  antropologie   :  

Oudste muurtekeningen van  Frankrijk  ontdekt

 15 mei 2012  

Wetenschappers hebben in het zuiden van Frankrijk één van de eerste vormen van muurtekeningen ontdekt.

De muurtekeningen zijn ongeveer 37.000 jaar oud en het werk van de Aurignacien-cultuur. “De eerste Aurignacien-mensen functioneerden min of meer net zo als de mensen vandaag de dag,” vertelt onderzoeker Randall White in een persbericht. “Ze hadden relatief complexe sociale identiteiten die ze communiceerden door persoonlijke versieringen en ze maakten beelden en afbeeldingen.”

Kalksteen
De gevonden kunst bevindt zich op een kalkstenen blok. Dat blok werd in 2007 al in een grot waar de Aurignacien-mensen leefden, teruggevonden. Het blok vormde ooit het plafond van de grot en bevond zich zeker op zo’n twee meter hoogte. Het is versierd met afbeeldingen van onder meer dieren.

Enkele fragmenten van de tekeningen. Foto: Raphaëlle Bourrillon (via NYU.edu).

Dagelijks leven
Niet alleen de ouderdom van deze vondst, maar ook de plaats ervan is heel bijzonder. De mensen leefden in deze grot en de kunst maakte blijkbaar deel uit van dat dagelijkse leven.

“De kunst lijkt ietsje ouder te zijn dan de beroemde schilderingen in de Grotte Chauvet in het zuidoosten van Frankrijk, maar in tegenstellingen tot de Chauvet-schilderingen en etsen die zich diep onder de grond en ver van de woonplaats bevinden, worden deze (nieuwe, red.) schilderingen geassocieerd met het alledaagse leven.”
De schilderingen bevinden zich dicht bij het vuur dat de mensen ooit maakten, hun gereedschappen en de plaats waar ze die gereedschappen vervaardigden.De muurtekeningen zijn voor zover nu bekend waarschijnlijk de oudste muurtekeningen van  frankrijk  . Eerder zijn wel muurtekeningen uit ongeveer dezelfde periode in Italië, Duitsland en een ander deel van Frankrijk aangetroffen. De oude muurtekeningen kunnen ons dan ook veel meer vertellen over het leven van de mensen die tienduizenden jaren geleden in Europa leefden.Het volledige onderzoek naar de tekeningen is verschenen in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Bronmateriaal:
Anthropologists Discover Earliest Form of Wall Art” – NYU.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Raphaëlle Bourrillon (via NYU.edu).

Oudste Europese rotskunst ontdekt: gemaakt door

Neanderthalers?

 TEKENINGEN  

Wetenschappers hebben in Spanje mogelijk de oudste tekeningen ooit ontdekt. De  houtskool  schetsjes zijn wellicht door Neanderthalers gemaakt.

Dat meldt New Scientist. En ook diverse Spaans kranten maken melding van de ontdekking. De tekeningen werden ontdekt in de Cueva de Nerja: de Nerja-grotten. De grotten zijn enkele kilometers lang en bevinden zich in Andalusië, in Spanje.

Zeehond
De tekeningen laten volgens de archeologen zeerobben of zeehonden zien. Nabij de tekeningen is houtskool teruggevonden dat gedateerd is en tussen de 43.500 en 42.300 jaar oud is. Naar verwachting is de leeftijd van de tekeningen vergelijkbaar. Daarmee zouden het de oudste tekeningen ooit gevonden, zijn.

Foto’s

Foto’s van de rotstekeningen kunt u hier bekijken.
Were these seals painted by Neanderthals? (<i>Image: Nerja Cave Foundation</i>)

Were these seals painted by Neanderthals? (Image: Nerja Cave Foundation)

Neanderthalers?
Gezien de leeftijd van de tekeningen vermoeden de onderzoekers dat deze door Neanderthalers zijn gemaakt. De Neanderthalers bevonden zich in die tijd namelijk in dit deel van Europa. Bovendien is bekend dat Neanderthalers zeeroofdieren als zeehonden en zeerobben aten. Zij kenden de afgebeelde dieren dus goed.

Revolutionair
Als de tekeningen inderdaad aan Neanderthalers toebehoren dan is dat revolutionair. Tot op heden zijn alle artistieke uitingen – van tekeningen tot beeldjes – aan Homo sapiens toegeschreven. In 2010 schreven onderzoekers zelfs nog dat de Neanderthaler helemaal niet zo creatief was.

Dat alles kan nu dus veranderen. Maar dan moet wel eerst de leeftijd van de tekeningen onomstotelijk worden vastgesteld. New Scientist weet te melden dat dat echter nog wel even op zich zal laten wachten: pas na 2013 worden de tekeningen gedateerd.

Bronmateriaal:
Fundación Cueva de Nerja” – Cuevadenerja.es
¿La obra de arte más antigua de la Humanidad?” – Elmundo.es
First Neanderthal cave paintings discovered in Spain” – Newscientist.com
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door NASA.
  • De schilderingen waarover in het artikel wordt gesproken zijn al tientallen jaren bekend. Bijvoorbeeld J.L. Sanchidrian, wijdde er zelfs een speciale studie aan, gepubliceerd 1986. El arte prehistorico de la Cueva de Nerja. 

    • Laat ze nu eerst die grotschilderingen zelf proberen te dateren met AMS en Raman en microstratigrafie en dan kunnen we verder kijken of ze wellicht in verband kunnen worden gebracht met de Neanderthalers. Tot nu toe is dit een onzinnig bericht. In de grotten met paleolithische tekeningen wordt allerhande materiaal gevonden, van jong tot heel oud. Die Nerja grotten zijn door allerlei mensen bezocht... Om de houtskool te associeren met de tekeningen is al een hele stap. EERST DE TEKENINGEN ZELF DATEREN. (Bert Schaap, Studiecentrum voor Prehistorische Kunst, Maastricht. )

 15 juni 2012  2

Onderzoekers hebben in het noorden van Spanje rotskunst ontdekt die zeker 40.800 jaar oud is. Daarmee is het veruit de oudste rotskunst die ooit in Europa is teruggevonden.

Wetenschappers dateerden vijftig tekeningen in elf grotten in het noorden van Spanje. En dat klinkt eenvoudiger dan het is. Normaal gesproken wordt voor datering vaak gebruik gemaakt van een methode die ook wel koolstofdatering wordt genoemd. Maar hier kon dat niet, omdat er geen organische resten zijn. Om toch vast te kunnen stellen hoe oud de tekeningen waren, dateerden de onderzoekers de totstandkoming van kleine stalactieten op de tekeningen. Om de leeftijd daarvan te berekenen, gebruikten ze de uranium-thoriumdatering. Dat vertelde ze hoe oud de rotskunst minimaal was.

De alleroudste
De oudste tekeningen bleken zeker 40.800 jaar oud te zijn, zo schrijven de onderzoekers in het blad Science. Daarmee is het de oudste rotskunst die ooit in Europa is teruggevonden. De tekeningen zijn al blazend op de wanden aangebracht en laten onder meer handen in rode schijven zien. In de grot Altamira zijn ook tekeningen teruggevonden die zeker 35.600 jaar oud zijn. Dat toont aan dat in deze grot al 10.000 jaar eerder dan gedacht werd getekend. Ook blijken mensen deze grot over een periode van 20.000 jaar herhaaldelijk te hebben bezocht en daar ook hun artistieke sporen te hebben achtergelaten.

Tekening
Veel van de oude tekeningen die in het verleden zijn teruggevonden, laten dieren zien. Deze oudste afbeeldingen doen dat niet. “Dat suggereert dat de oudste kunst niet figuratief was,” stelt onderzoeker Paul Pettitt. “En dat kan belangrijke implicaties hebben voor de wijze waarop kunst is geëvolueerd.”

Neanderthalers?
Grote vraag is natuurlijk van wiens hand de 40.800 jaar oude tekeningen zijn. Het oudste bewijs voor de aanwezigheid van moderne mensen in dit deel van Spanje is 41.500 jaar oud. Voor de komst van de moderne mensen leefden de Neanderthalers in dit gebied. Er zijn dus eigenlijk drie mogelijkheden. Of de moderne mensen tekenen en schilderden al voor ze het gebied betrokken of ze zijn daar kort nadat ze hier kwamen mee begonnen, wellicht in een reactie op de competitie met de Neanderthalers. Een andere mogelijkheid is dat de tekeningen van de hand van Neanderthalers zijn.

Wetenschappers aan het werk. Foto’s gemaakt door (v.l.n.r.): Rodrigo de Balbin, Pedro Saudra, Rodrigo de Balbin en Rodrigo de Balbin.

Modern mens versus Neanderthaler
“In Afrika is al bewijs voor eerder menselijk symbolisme aangetroffen in de vorm van 70.000 tot 100.000 jaar oude geperforeerde stenen, gegraveerde eierschalen en pigmenten, maar dit lijken de oudste rotstekeningen van Europa te zijn,” vertelt onderzoeker Alistair Pike. “Een argument voor de ontwikkeling van deze rotstekeningen kan zijn dat de eerste groepen moderne mensen gedwongen werden tot een culturele innovatie om de competitie met Neanderthalers te overleven. Een andere optie is dat schilderen in grotten al voor de komst van moderne mensen begon en door Neanderthalers werd uitgevoerd. Dat zou een fantastische vondst zijn, want het zou betekenen dat de handafdrukken op de muren de omtrekken van de handen van Neanderthalers zijn. Maar we moeten meer tekeningen dateren om te achterhalen of dat het geval is.”

Het onderzoek is niet alleen belangrijk vanwege de ontdekkingen, maar ook vanwege de methodiek. De onderzoekers hebben aangetoond dat het mogelijk is om kunst op basis van hele kleine monsters te dateren.

Bronmateriaal:
Uranium-series dating reveals Iberian paintings are Europe’s oldest cave art” – Bris.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Pedro Saudra.
°
PECHE-MERLE 
STIPPELPAARD 
08 november 2011 5

Gestippelde paarden die in rotstekeningen zijn aangetroffen, zijn niet door de kunstenaars verzonnen, zo blijkt. Ze bestonden echt.

Zo’n 25.000 jaar geleden tekenden kunstenaars op rotsen niet langer enkel wild vee en neushoorns. Ook dook er plotseling een bijzonder paard op. Het paard is wit met zwarte stippen.

Populair
Tegenwoordig is dat niets bijzonders: paarden met stippen komen veelvuldig voor en zijn populair. Maar onderzoekers dachten altijd dat de paarden met stippen pas ontstonden nadat de mens het paard als huisdier ging houden. Dat was zo’n 5000 jaar geleden. Hoe kon het paard dan 25.000 jaar geleden al opduiken in tekeningen? Wetenschappers concludeerden dat de kunstenaars het paard verzonnen.

Ze putten voor sommige afbeeldingen blijkbaar uit hun verbeelding.

 

Ouder
Maar nieuw onderzoek bewijst nu dat de gestippelde paarden veel ouder zijn dan gedacht en zelfs 25.000 jaar geleden al op aarde voorkwamen.

De onderzoekers analyseerden het DNA van 31 paarden die tussen de 20.000 en 2200 jaar oud waren. Zes paarden bleken genen te hebben die erop wijzen dat ze stippen hadden.

De onderzoekers bestudeerden daarop nog eens tien paarden die allemaal uit het westen van Europa kwamen en gemiddeld 14.000 jaar oud waren. Maar liefst vier hadden weer genen die leidden tot stippen.

Blijkbaar kwamen gestippelde paarden in ieder geval in Europa veelvuldig voor, zo schrijven de onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Drie varianten
Uit het onderzoek blijkt dat paarden in de tijd van de rotstekeningen in drie varianten voorkwamen: in het roodbruin, in het zwart en met stippen.

En dat zijn ook de drie varianten die opduiken in rotstekeningen in Europa.

“Grottekeningen zijn realistischer dan vaak wordt gesuggereerd,” moet onderzoeker Arne Ludwig concluderen.

Paarden met stippen kwamen tot zo’n 14.000 jaar veelvuldig voor. Waarschijnlijk bleven ze dankzij de stippen goed gecamoufleerd in bijvoorbeeld sneeuw. Toen de ijstijd voorbij was, werden de stippen overbodig en werd het paard met de stippen zeldzamer. Later zouden fokkers deze  variant weer ontdekt hebben en ermee aan de slag zijn gegaan.

  • Appaloosa (ras)

    De Appaloosa is een bekend paardenras dat vooral opvalt door zijn gestipte vacht. De appaloosa is het meest bekende gestipte paardenras. Daarom worden vaak alle gestipte paarden appaloosa’s genoemd, dit is echter niet juist. Er zijn namelijk meer gestipte rassen, zoals de Knabstrupper uit Denemarken en de Pinzgauer uit Oostenrijk. Deze paarden zijn gestipt, maar bezitten geen van de raskenmerken van de appaloosa.
    We kennen in de  Nederlanden  vooral  twee soorten appaloosa’s. Namelijk de Amerikaanse Appaloosa, deze zijn  vooral voor  westerns  gefokt, en de Nederlandse Appaloosa, sportpaarden met een stippenpatroon.

    http://www.bokt.nl/wiki/Appalo…

  • Op de rotstekening zie ik stippen boven het paard en eronder dus als je het mij vraagt stonden er eerst een boel stippen en heeft er iemand een paard overheen getekent.

    • Het DNA van paarden is min of meer in kaart gebracht, daarmee dus ook de genen die instaan voor de kleuren..denk maar aan de wetten van Whendel.

Rotstekeningen van kinderen ontdekt

 30 september 2011 5

Archeologen hebben in Frankrijk 13.000 jaar oude rotstekeningen ontdekt die zijn gemaakt door twee- tot zevenjarigen.

De Grotte de Rouffignac is heel bekend. Wetenschappers vonden er eerder al prachtige tekeningen van bijvoorbeeld mammoeten en neushoorns. Maar toen onderzoeker Jessica Cooney zich over de tekeningen boog, ontdekte ze iets bijzonders.

Sommige tekeningen stelden niet echt iets voor. Het waren enkel lijnen. En die lijnen waren zo uitzonderlijk smal dat ze niet door de dikkere vingers van volwassenen kunnen zijn aangebracht. Aan de hand van de lijnen achterhaalden de onderzoekers de werkelijke leeftijd van de kunstenaars. Ze ontdekten zo diverse kunstwerken die gemaakt zijn door zevenjarigen, zesjarigen en zelfs peuters van een jaar of twee.

“Je kijkt naar de tekeningen en je weet direct dat ze gemaakt zijn door kinderen,” stelt Cooney.

Waarschijnlijk tekenden de kleintjes de rotstekeningen terwijl hun ouders met hun eigen tekeningen bezig waren. En waarschijnlijk kregen de kinderen hulp. Veel van de tekeningen bevinden zich namelijk op flinke hoogte. De kleintjes moeten dus door volwassenen zijn opgetild om hun tekeningen te kunnen maken.

Bronmateriaal:
Archaeologist’s find ancient ‘cave art’ in the Dordogne” – BBC.co.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Sharpe & Van Gelder / Reesvalley (via Wikimedia Commons).

°

BRONSTIJD 

Sociaal uitnodigende rotskunst en tijdslijnen

 21 mei 2012 r 4

De kunst vormt een tijdlijn waar mensen door de eeuwen heen met elkaar communiceerden.

Onder meer over trends en dingen die ze bevielen.

Archeoloog Mark Sapwell bestudeert de kunst.

Het gaat om twee ‘tijdlijnen’: eentje in Zweden en eentje in Rusland.

Elke ‘tijdlijn’ bestaat uit zeker 2500 afbeeldingen waarop onder meer dieren, mensen, de jacht en boten te zien zijn. Met speciale software bewijst Sapwell dat het echt een ‘tijdlijn’ is waarin sprake is van ontwikkeling.

Ontwikkelingen
De analytische software stelt Sapwell in staat om afbeeldingen met elkaar te vergelijken en aan te tonen dat latere generaties voortborduurden op de kunst van eerdre generaties.

Zoals een Facebook-status uitnodigt tot een reactie, zo lijkt de rotskunst ook heel sociaal en uit te nodigen tot toevoegingen,” vertelt Sapwell.

 

Zweden
Neem bijvoorbeeld de rotskunst in Zweden. De oudste afbeeldingen zijn 6000 jaar oud en laten voornamelijk dieren zien. Aan dit werk werden nieuwe tekeningen toegevoegd. Maar opvallend genoeg zijn deze sterk vergelijkbaar met de eerdere afbeeldingen. En daarmee gaven de mensen eigenlijk aan dat de eerdere kunst ze beviel.  Naast dieren worden ook mensen afgebeeld. Er zijn zelfs mengelingen van mensen en dieren zichtbaar: mogelijk het begin van de eerste mythes.

“Hybriden zoals bijvoorbeeld half mens half vis, werden steeds vaker geïntegreerd alsof het door de kunst steeds gangbaarder werd.” Ook worden er later steeds meer boten afgebeeld: dat laat zien dat de jagers en verzamelaars meer gingen reizen.

Oude tijdlijn
De ‘tijdlijn’ toont hoe de kunst, maar ook de samenleving waarop deze gebaseerd was, zich ontwikkelde. Welke nieuwe elementen hun intrede deden en wat de mensen goed vonden en wat dus bleef. Duizenden jaren lang kwamen mensen naar deze ‘tijdlijn’ om er hun gedachten over dingen te spuien en te reageren op eerdere gedachten van anderen.

“Ik denk dat mensen hier kwamen, omdat ze mensen kenden die hier voor hen waren geweest. Net als vandaag de dag willen mensen zich met elkaar verbonden voelen.”

De rotskunst bevindt zich op plekken waar mensen wel langs moesten lopen. Op plaatsen nabij waterversnellingen en watervallen. Mensen moesten hun boot uit het water halen en een stukje over land wandelen alvorens ze weer met de boot verder konden. En precies daar – op de plaats waar ze het land op moesten – is de kunst te vinden.

Mobiel
Ook deze rotskunst ging op een gegeven moment ‘mobiel’. Mensen maakten hun afbeeldingen op gereedschappen en die gereedschappen verspreidden zich over een groot gebied.

De kunst is bijzonder interessant voor archeologen.

Doordat mensen hier duizenden jaren actief waren, zijn ontwikkelingen in hun samenlevingen en ideeën heel goed zichtbaar.

Bronmateriaal:
Bronze Age Facebook” – Cam.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Mark Sapwell.
ABORIGINALS 

Oudste tekening Aboriginals ontdekt

Geschreven op 31 mei 2010 om 11:28 uur door 0

Archeologen hebben in het noorden van Australië een rotstekening van de Aboriginals ontdekt.

Op de tekening zijn emoe-achtige vogels te zien. De afbeelding zou meer dan 40.000 jaar oud zijn en is daarmee de oudste nog bestaande tekening van de Aboriginals.

De tekening bevindt zich op gesteente en toont twee gigantische vogels, zogenaamde Genyornis.

Deze vogels zijn volgens de archeologen zo’n 40.000 jaar geleden uitgestorven en dat zegt veel over de leeftijd van de tekening.

“De details van deze schildering wijzen erop dat de tekening is gemaakt door iemand die deze dieren heel goed kende,” vertelt onderzoeker Ben Gunn.

“Dus: of de tekening is 40.000 jaar oud of de genyornis leefde veel langer dan de wetenschap denkt.”

Het is heel lastig om de exacte leeftijd van de tekeningen vast te stellen.

Om die reden zullen de wetenschappers vooral af moeten gaan op de afgebeelde dieren.

Volgens Wes Miller, één van de afstammelingen van de Aboriginals, bewijzen de afbeeldingen dat zijn volk al tienduizenden jaren in dit gebied woonden.

“Het toont aan dat de Jawoyn-mensen al heel, heel lang in dit land woonden. Mensen zeggen dat altijd wel, maar dit is duidelijk bewijs dat de Jawoyn-mensen samen met andere inheemse volken allang in dit land waren. En dat is geweldig.”

In de buurt van deze zeer oude tekening zijn ook andere afbeeldingen van uitgestorven dieren gevonden. Onder meer een Tasmaanse tijger en een gigantische kangoeroe. 

Bronmateriaal:
Painting believed to be Australia’s oldest Aboriginal rock art ” – Monstersandcritics.com

Kleurrijke rotstekeningen

 28 december 2010  

De Australische rotstekeningen zijn al 40.000 jaar oud, maar nog steeds zeer kleurrijk. Hoe kan dat? Wetenschapper Jack Pettigrew concludeert dat de kunst leeft. Letterlijk. Kleurrijke bacteriën en schimmels hebben de tekeningen gekoloniseerd. Dat verklaart tevens waarom onderzoekers zoveel moeite hebben met de datering van de kunst: de tekeningen vernieuwen zichzelf voortdurend.

Normaal gesproken worden rotstekeningen steeds vager. Maar de bekende Bradshaw-tekeningen niet. Deze blijven kleurrijk.

Pigment
Toen de wetenschappers de tekeningen van dichtbij bekeken, ontdekten ze dat deze helemaal geen pigmenten bevatten. De oorspronkelijke kleurstoffen zijn vervangen door gekleurde micro-organismen: bacteriën en schimmels. “Deze organismen leven en kunnen zichzelf duizenden jaren op rij geregenereerd hebben,” legt Pettigrew uit. Dat verklaart waarom de tekeningen er nog zo ‘fris’ uitzien.

Schimmel
Er leven verschillende organismen op de kunst, maar een zwarte schimmel komt wel heel vaak voor. Deze soort blijft in leven door diens voorgangers op te eten. Mogelijk zat er in de verf die de maker van het kunstwerk gebruikte al sporen van deze schimmel. Als dat het geval is, zijn de schimmels afstammelingen van deze tienduizenden jaar oude sporen.

Het onderzoek verklaart waarom het zo moeilijk is om de duizenden jaren oude kunst te dateren. De schilderingen zijn wel oud, maar het leven dat erin zit, is nog tamelijk recent. Nu blijkt dat bacteriën en schimmels in de kunst opgesloten zitten, ontstaan er nieuwe mogelijkheden voor de datering. Door de genen en mutaties van de soorten in kaart te brengen, kan de leeftijd ervan worden vastgesteld. “We zijn daar reeds mee begonnen, maar dat kan een langlopend project worden.”

Bronmateriaal:
Ancient rock art’s colours come from microbes” – BBC.co.uk
Close-up of Bradshaw art (J Pettigrew)
Black fungi with yellow “fruiting bodies” (left), alongside red bacteria, give one work its colours
Bradshaw art (J Pettigrew) The indicated region (white box) shows black fungi at a sharp boundary
AMERIKA ‘S 

Zeer oude tekening van mammoet ontdekt

Geschreven op 22 juni 2011 om 15:42 uur door 0

In Florida is een bot met een tekening van een mammoet ontdekt. Het is de enige oude afbeelding van een mammoet die ooit in  Noord – Amerika werd aangetroffen.

Het bot en de tekening zijn ongeveer 13.000 jaar oud. “Dit is een ongelofelijk spannende ontdekking,” stelt onderzoeker Dennis Stanford. “Er zijn in Europa honderden afbeeldingen van olifantachtigen op de muren van grotten en op botten teruggevonden, maar in Amerika nog nooit. Tot nu.”

Klein
De afbeelding is zo’n zeven centimeter lang en 4,5 centimeter hoog. Het bot waarop de tekening is gemaakt, behoorde waarschijnlijk toe aan een groot zoogdier. Mogelijk een mammoet.

Echt
Archeologen, paleontologen, kunstenaars en antropologen hebben zich over het bot gebogen en concluderen dat de tekening echt oud is. Het bewijst dat de mensen in Amerika tijdens de laatste IJstijd kunstwerken maakten van de dieren waar ze op joegen. Aangezien de laatste mammoet zo’n 13.000 jaar geleden uit Amerika verdween, moet het bot zeker zo oud zijn.

Het bot met de afbeelding wordt op dit moment tentoongesteld in het Museum of Natural History in Gainesville, Florida.

Bovenstaande afbeelding laat de tekening zien. Foto: Chip Clark / Smithsonian.

Oudste rotstekening van Amerika gevonden

Geschreven op 23 februari 2012 om 15:18 uur door 4

In Brazilië hebben wetenschappers de oudste rotstekening van Zuid-Amerika gevonden.

De tekening is zeker 9000 jaar oud.

Zij vonden een oude rotstekening van een mensachtig figuur in de kalksteengrot Lapa do Santo in Brazilië. De tekening is tussen de 9.000 en 12.000 jaar oud. Dit zou betekenen dat het de oudste rotstekening is die ooit in de nieuwe wereld is gevonden. Ook wijst de tekening erop dat het land eerder door mensen bewoond werd dan voorheen werd gedacht.

 

De grot bevindt zich in Lagoa Santa in het centrale oosten in Brazilië, op zestig kilometer van de stad Belo Horizonte. De grot waarin de tekening werd gevonden is één van de grootste in de streek. De grot heeft namelijk een oppervlakte van 1300 vierkante meter.

Er is weinig bekend over vroege kunst in Amerika; de afgelopen jaren werden maar weinig betrouwbare rotstekeningen gevonden in dit werelddeel. Dat stellen de onderzoekers in hun paper. Hierdoor weten zij maar weinig over de verschillen die er in die tijd in de gedachtegang over symboliek waren. Door de vondst weten de archeologen nu wat meer. De tekening lijkt namelijk veel op de grotkunst die werd gevonden in grotten in dezelfde regio: Lapa do Ballet en Lapa das Caieiras. In het noordoosten van Brazilië is ook grotkunst gevonden die erg veel lijkt op dat uit de regio van Lagoa Santa. Dit geeft volgens de onderzoekers aan dat er contact moet zijn geweest tussen groepen verspreid over 1600 kilometer.

Rotstekening Lapa do Santo

Een rotstekening van een mensachtig figuur werd gevonden in de grot Lapa do Santo in Brazilië. Bron: PloS ONE

  • Een mensachtig figuur?
    Ik zie eerder een soort gekko of iets dergelijks

Bronmateriaal:
Rock Art at the Pleistocene/Holocene Boundary in Eastern South America” – plosone.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door MSeses (cc via commons.wikimedia.org).

 

DRAAGBARE   KUNSTWERKEN
reindeer antler Neschers

Versierd gewei kunstwerk uit steentijd

Een versierd gewei van een rendier dat is gevonden in Frankrijk, is mogelijk het eerst ontdekte draagbare kunstwerk uit het stenen tijdperk.

Het gewei met een ingekerfde tekening van een paard werd naar schatting 14.000 jaar geleden gemaakt door jager-verzamelaars die aan het einde van het stenen tijdperk in het huidige Frankrijk leefden.

Het kunstwerk werd al bijna 200 jaar geleden ontdekt, maar pas nu is duidelijk geworden hoe groot de historische waarde van het voorwerp is.

Waarschijnlijk is het gewei achteraf bezien het eerst ontdekte kunstvoorwerp uit het stenen tijdperk, zo melden onderzoekers van het Britsh Museum of National History in het vaktijdschrift Journal of Antiquity.

Uit het onderzoek blijkt dat de tekening van het paard in de hoorns in twee fases werd gemaakt. Eerst kerfde de tekenaar de grote lijnen van het lichaam in het gewei. Vervolgens bracht hij kleine anatomische details aan.

Het versierde gewei werd tussen 1830 en 1848 opgegraven in de Franse plaats Neschers en in 1849 aangekocht door het British Museum of Natural History.

Destijds was er echter nog te weinig bekend over de menselijke historie om het voorwerp op waarde te schatten, waardoor het primitieve kunstwerk in het archief belandde.

Pas in 2011 werd het gewei herontdekt en opnieuw bestudeerd met behulp van een CT-scanner en een 3D-microscoop, zodat de ouderdom kon worden bepaald. Ook werd in kaart gebracht hoe het kunstwerk is gemaakt. 

“Met dit soort technologie kunnen we de metrische eigenschappen van een inkerving beter en objectiever in kaart brengen dan met een beschrijving”, verklaart hoofdonderzoeker Silvia Bello op de nieuwssite van het Natural History Museum.

Door het gebruik van de nieuwe technieken zal het gewei niet opnieuw in de vergetelheid raken, benadrukt Bello. “Doordat we nu ook digitale gegevens over het kunstwerk hebben, blijft dit kunstwerk in zekere zin beter geconserveerd voor toekomstige generaties.”

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0305440312005377

‘FINE TUNING’ ARGUMENT

ANTI-CREATO    ;  

INHOUD COSMOS 

Wat verstaat men onder het fine-tuning argument , en wat

kan men er tegen in brengen?

Auteur: Theodore Drange – Professor Emeritus te West Virginia University

HOE MEN HET ARGUMENT FORMULEERT

Laat ons deze welbepaalde versie van het ontwerpargument onder de loep nemen, die beroep doet op het zogezegde precies op elkaar afstellen of fijn afstellen van fysische constanten in het universum.

We spreken af dat we dit het “Fine-tuning Argument” noemen. Het is namelijk een argument dat veel aanhangers heeft, zowel op het internet als in geschriften.

In verband met enkele internetartikelen, kan men bijvoorbeeld http://www.reasons.org/resources/papers/ raadplegen.

Voor een voorvechter ervan in de gedrukte pers kunnen we verwijzen naar George Schlesinger, die het volgende stelt:
In de laatste decennia is een duizelingwekkend groot aantal, buitengewoon zeldzame toevalligheden ontdekt, die onontbeerlijk zijn voor het bestaan van een minimaal stabiel universum en waarzonder nergens één enkele vorm van leven zou kunnen voorkomen. […. G]egeven het feit van een oneindig aantal universums zal er een of andere combinatie of andere fysische rangorde moeten verwezenlijkt worden. Hoewel, de combinatie die nu domineert is niet slechts één van de onbepaald vele; het is tevens een voorbeeld van een oneindig zeldzaam type universum; het soort dat in staat is leven mogelijk te maken. De veronderstelling dat het gemaakt werd door een Wezen dat interesse heeft in voelende organische stelsels, verklaart zeer toepasselijk dit verbazingwekkende feit dat anders onbegrijpelijk zou zijn. [NEW PERSPECTIVES ON OLD-TIME RELIGION, Oxford U.P., 1988, pp. 130,133]

Een meer precieze formulering van het argument is de volgende, waarbij de premisses worden aangeduid met “P”, en de besluiten met “C”.

(P1) De samenloop van fysische constanten die we observeren in ons universum is de enige die in staat is het leven mogelijk te maken zoals we het nu kennen.
(P2) Andere combinaties van fysische constanten zijn denkbaar.
(C3) Daarom is een verklaring vereist voor het bestaan van onze hedendaagse combinatie van fysische constanten, eerder dan voor een andere.
(P4) De beste uitleg van de gegeven feiten is dat ons universum, met de specifieke combinatie fysische constanten waaruit het bestaat, gecreëerd werd uit het niets door één enkel wezen dat almachtig, alwetend, vredelievend, eeuwig en geïnteresseerd is in gevoelige organische stelsels, en dat hij die constanten op elkaar afstelde op een manier die zou leiden tot de evolutie van zulke stelsels.
(P5) Maar zo’n wezen, zoals beschreven in (P4) is wat men als “God” bestempelt.
(C6) Uit [(P4) & (P5)] volgt dat er sterk bewijs is voor het bestaan van God.
Er kunnen verschillende bezwaren geopperd worden tegen dit argument. Om niet te zeer uit te weiden, zal ik slechts twee bezwaren betreffende premisse (P4) in beschouwing nemen. Men kan ze onderverdelen in “Het Ontoereikendheidsbezwaar” enerzijds en het “Andere-verklaringsbezwaar” anderzijds.

HET ONTOEREIKENDHEIDSBEZWAAR

De beschreven verklaring in (P4) kan men “de God-hypothese” noemen, of kortweg “G”.

Ik vind niet dat G een goede uitleg is, noch geschikt om de feiten te verklaren.

Ten eerste voorziet het niet in informatie over hoe God wordt verondersteld iets te hebben gecreëerd, noch hoe hij de fysische constanten van het universum op elkaar heeft “afgesteld”.

Het slaagt er met andere woorden niet in te behandelen wat Paul Edwards (in zijn boek REINCARNATION: A CRITICAL EXAMINATION, Prometheus Books, 1996, pp. 301-303) het “modus operandi probleem” noemt.

Omwille van die reden is het een verklaring die op flagrante wijze onvolledig is. Niet alleen wordt creatio ex nihilo (De Latijnse omschrijving voor “Schepping uit het niets”) niet beschreven in G, het is op de koop toe een idee dat helemaal in strijd is met de wetten op behoud van de moderne fysica.

Het is daarnaast een gedachte die moeilijk te bevatten valt. En we hebben bovendien geen voedingsbodem waarop we ons kunnen baseren voor een goed begrip. Geen enkele daad van schepping waarmee we vertrouwd zijn (zoals die van kunstenaars) gaat gepaard met een schepping uit het niets. G is dus niet alleen onvolledig, het is tevens behoorlijk onbegrijpelijk.

Ten tweede hebben we een invulling nodig betreffende de eigenschappen die worden toegekend aan het wezen – vernoemd in G –, naar hetwelk ik op basis van vooropstelling (P5) zal verwijzen als ‘God’.

Wat wordt er precies bedoeld als men zegt dat God almachtig, alwetend, vredelievend en eeuwig is? Elk van deze eigenschappen behoeft enige verheldering.

Welke logische of conceptuele bepalingen – als ze er al zijn – moeten er geplaatst worden bij een almachtig en alwetend wezen? Kan een dergelijk wezen zichzelf zwak of onwetend maken?

Kan hij zichzelf ervan weerhouden een handeling te stellen waarvan hij weet dat hij ze zal stellen?

Er dienen zich dus enkele raadselachtige moeilijkheden aan. Vermoedelijk moet God reeds bestaan hebben vóór het universum er was, opdat hij het fysische universum heeft kunnen creëren. Maar hoe kon hij dan de gegeven eigenschappen bezitten als er geen fysisch universum bestond?

Welke handelingen stelde hij dan bijvoorbeeld (als almachtig wezen) in die vorige periode en welke zaken had hij (als allesliefhebbende god) lief?

Aanhangers van G doen het simpelweg van de hand als “een groot mysterie”, maar dat is eerder onbevredigend als verklaring. We begonnen immers met een mysterie (waarom de fysische constanten zijn zoals ze zich voordoen). En niets werd op gepaste wijze verklaard of verhelderd als we eindigen met een nog groter mysterie (de aard van God en zijn daden).

G is te obscuur om het te beschouwen als een geschikte verklaring voor alles.

Ten derde had, volgens G, God een interesse in voelende organische systemen. Waarom deed hij er dan zo lang over om die te veroorzaken?

En waarom begrensde hij zijn inspanningen tot de planeet aarde?(1)

De wetenschap vertelt ons dat er meer dan 10 miljard jaar zijn verstreken gerekend vanaf de Big Bang tot aan het ontstaan van voelende organische stelsels op onze wereld.

Waarom liet God toe dat het proces zo lang duurde?

Waarom creëerde hij, als almachtig en alwetend wezen, niet gewoon van bij het begin het soort stelsels waarin hij zelf geïnteresseerd was?

En waarom schiep hij ze niet overal in het hele universum in plaats van gewoon in één onbeduidend deel. Het lijkt onredelijk te denken dat een wezen met de eigenschappen die aan God worden toegeschreven in G, de dingen zou gedaan hebben die G zegt dat hij deed.

G is een armtierige uitleg, want het is onredelijk en contra-intuïtief. Men kan niet met zekerheid stellen dat het toereikend is als verklaring voor om het even wat.

Ten slotte, gesteld dat God bereid was een hele poos te wachten en zijn belangen te beperken tot slechts een kleine ruimte, is er de vraag waarom hij dan geen beter werk verrichtte wat betreft evolutie.

Hij wordt immers verondersteld allesliefhebbend te zijn. Waarom construeerde hij de evolutie dan niet op een manier dat het minder leed veroorzaakt aan de organismen die erin betrokken zijn? Eén iets dat hij had kunnen doen, was het aandeel voordelige mutaties vergroten binnen de totale verzameling mutaties. In de plaats van slechts één op de duizend voordelige mutaties voor organismen en soorten, waarom geen, laat ons zeggen, één op vijf? Dat zou in elk geval het evolutionair proces versneld hebben en onderweg veel onnodig leed geëlimineerd hebben.

Het is op zijn minst een soort van bijkomstige “fine-tuning” of afstelling die men toch zou mogen verwachten van het type wezen dat is omschreven in G.

Verder nog, God zou de dingen op zo’n manier kunnen geregeld hebben dat de beginvoorwaarden op planeet aarde stabieler en gunstiger werden voor het welzijn van voelende organische stelsels. Althans toch voor diegene waarvan men zegt dat hij in hen geïnteresseerd is. Er zouden bijvoorbeeld zowel minder stormen, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, droogtes, enz. kunnen zijn, als een meer gunstige balans tussen de kracht van ziektekiemen en het immuniteitssysteem van de meer ontwikkelde organische systemen op de planeet. G is onvolledig en afwijkend als verklaring voor het falen van God, voor het feit dat dit wezen waarvan wordt beweerd dat hij de meer geavanceerde systemen liefheeft, de dingen niet heeft geregeld op een manier die past bij onze perceptie van zijn aard.

Omwille van al de opgesomde redenen kan G beschouwd worden als een zeer povere uitleg voor wat moet verklaard worden.

Het is namelijk onvolledig, onbegrijpelijk, obscuur, onredelijk, afwijkend, en contra-intuïtief.

Het evoceert ook nog grotere mysteries dan het feit dat moet toegelicht worden, dus kan men het moeilijk accepteren als een geschikte verklaring.

Het slaagt er niet in ook maar iets op te helderen of ons begrip van de zaken te vergroten. Men kan dit dus als het Ontoereikendheidsbezwaar bestempelen.

Om tot “de beste” onder haar concurrenten te behoren dient een verklaring ten minste minimaal toepasselijk te zijn, maar G slaagt niet in dat opzet. Bijgevolg is (P4) van het Fine-tuning Argument een valse premisse.

HET ANDERE-VERKLARINGSBEZWAAR

Een andere manier om vooropstelling (P4) aan te vallen, is het aanreiken van andere verklaringen dan G voor het gegeven fenomeen (het feit dat ons universum net déze fysische contacten heeft). Ten eerste, als inleidende bemerking, lijkt het mij mogelijk dat er een fysische theorie moet zijn die kan uitleggen waarom ons universum die precieze samenstelling moest hebben die het nu heeft. Het is mogelijk dat wetenschappers in de toekomst zullen komen aanzetten met een “theorie van alles” die ons zal aantonen waarom andere natuurwetten en andere samenstellingen van constanten – alhoewel denkbaar – fysisch gezien onmogelijk zijn. Niemand heeft ooit bewezen dat een dergelijke theorie zich nooit zal ontwikkelen. Uiteraard zou Schlesinger kunnen stellen dat vooropstelling (P4) in het Fine-tuning Argument enkel beroep doet op eigenlijke, en niet op hoogstens mogelijke verklaringen. Dat terwijl de suggestie van een “theorie van alles” enkel impliceert dat er de één of andere verklaring kan zijn, zonder er echt één te verstrekken. Maar laten we nu onszelf opleggen onze aandacht te beperken tot eigenlijke verklaringen en beweren dat de God-hypothese, of G, gewoon de beste verklaring is van al degene die heden ten dage naar voren worden geschoven. Toch is het niet zonder belang vast te stellen dat aanhangers van het Fine-tuning Argument nog nooit hebben aangetoond dat andere parallelle universums mogelijk zijn.

Het Andere-verklaringsbezwaar zegt dat er voor het gegeven feit andere verklaringen zijn die men momenteel naar voren kan schuiven, en die op zijn minst even goed zijn als G. Eén ervan is de stelling dat de combinatie van fysische constanten die we in ons universum waarnemen puur toeval is. Daarmee bedoelt men dat het zich gewoon op die manier voordoet en dat daar geen verklaring voor is, behalve dan dat het simpelweg een bruut feit is. Dit kunnen we de “Brute-feithypothese” noemen, of kortweg B. Een voordeel van B ten opzichte van G is dat het niet de tekortkomingen heeft die hierboven zijn vermeld in het Ontoereikendheidsbezwaar. Een bijkomend voordeel is dat B, in tegenstelling tot G, niet meer dan nodig eenheden vermenigvuldigt. Het lijkt me dat B niet alleen een verklaring is die op zijn minst even degelijk is als G – eigenlijk de enige voorwaarde die nodig was om aan te tonen dat de gegeven premisse kon weerlegd worden –, maar zelfs dat het klaarblijkelijk een betere verklaring is!

Schlesinger zou kunnen antwoorden dat B onvolwaardig is, omdat het er niet in slaagt rekenschap te geven van het feit dat ons universum “één uit de duizend” is. Hij vindt dus B niet bevredigend, want voor hem is ons universum speciaal. Maar is dat wel een feit? Gelijk wat voor type combinatie van fysische constanten zich voordoet, is er één uit de duizend. Hij zou waarschijnlijk volhouden dat ons soort universum – hetgene de ontwikkeling toelaat van leven zoals wij het kennen – een speciaal type is en dat geen enkel ander type speciaal kan zijn. Maar ik zie geen enkele reden om dat te geloven. Gesteld dat andere combinaties van constanten fysisch mogelijk zijn, dan nog zie ik geen reden om te geloven dat die allemaal zouden resulteren in een universum met minder variatie en complexiteit dan het onze. Wie weet, misschien heeft één of meerdere van die parallelle universums wel veel méér variëteit en een hogere graad van complexiteit dan het onze. Misschien bevindt zich daar geen leven zoals wij dat nu kennen, maar zijn daar eventueel zaken gaande die op zijn minst interessant kunnen zijn voor ons. Weliswaar indien we er op de één of andere manier een kijkje zouden kunnen gaan nemen zonder te worden vernietigd, en zo de situatie te begrijpen. Het probleem is dat niemand er enig idee van heeft welke zaken zich na verloop van tijd kunnen manifesteren in universums die andere fysische constanten hebben dan de onze. Op dit punt in haar ontwikkeling beschikt onze wetenschap niet over de middelen om dit soort informatie te extrapoleren van wat we reeds weten.

Er is daarnaast een punt dat men zeker in acht moet nemen. Namelijk dat, zelfs als we in staat zouden zijn aan te tonen dat leven zoals wij het kennen, onmogelijk zou kunnen bestaan in een ander universum, er toch geen bewijs is dat andere vormen van leven met verstand of intelligentie hoe dan ook uitgesloten zijn. Meer nog, als theïsten geloven dat God al eerder bestond dan ons universum, moeten zij rekening houden met het eventuele bestaan van een levensvorm met verstand en intelligentie, apart van de fysische constanten van ons feitelijke universum. Daarom zouden ze de mogelijkheid moeten erkennen dat doorheen de tijd een andere combinatie van fysische constanten een universum zou kunnen produceren dat verstand en intelligentie bevat, ook al is het vormelijk vrij verschillend van gelijk welk leven op onze planeet. De bewering van Schlesinger dat enkel de combinatie van fysische constanten in ons universum van een speciale aard is, is helemaal niet onderbouwd en gestaafd. Er is geen enkele reden om die te aanvaarden.

Neem nu even de volgende analogie in overweging met betrekking tot het punt over speciale soorten universums. Veronderstel dat er tien dobbelstenen gegooid worden en dat wij de som van al die ogen optellen. Dat moet een getal opleveren van 10 tot 60. Ik wil aantonen dat, bij gelijk welk getal men uitkomt, er niet alleen slechts een geringe kans is dat men net dat getal treft, maar dat het daarnaast ook tenminste één unieke en interessante eigenschap zal hebben. Met andere woorden, een eigenschap die één van de andere vijftig getallen niet bezit. Zo hebben we bijvoorbeeld het nummer 25: dat nummer zou het enige kwadraatje zijn dat op zichzelf de som is van twee andere kwadraten (9 & 16) en is ook het enige oneven getal dat het kwadraat is van zijn laatste cijfer. Het getal 27 is dan weer de enige derde macht (Men bedoelt: van alle getallen tussen 10 en 60. 2³ is 8 en 4³ is 64 en die liggen beiden niet tussen de 10 en de 60). En alleen het getal 28 is de som van al zijn delers, kleiner dan het getal zelf (1, 2, 4, 7, 14). Dertig is het grootste getal X waarbij alle getallen kleiner dan X met geen deler gemeenschappelijk met X (anders dan 1) zelf priemgetallen zijn. Het getal 32 is de kleinste macht van 2 zodat het volgende getal geen priemgetal is (aangezien het volgende getal na 16 een priemgetal is). Het getal 36 is het enige dat het product is van twee kwadraten (4 & 9) en is het enige even getal dat het kwadraat is van zijn laatste cijfer. Het getal 11 is het kleinste palindromisch getal en 55 is het grootste. Het getal 59 is het grootste priemgetal. En 60 is het getal dat ontleed kan worden op meerdere manier dan gelijk welk ander getal. Met dit alles toon ik aan dat elk getal van 10 tot en met 60 ten minste één unieke en interessante eigenschap heeft, en des te meer als de niet-wiskundige eigenschappen inbegrepen zijn (zoals 26 = het aantal letters in het Engelse alfabet; 29 = het aantal dagen in februari tijdens een schrikkeljaar; 31 = de meeste punten die gescoord kunnen worden in een cribbagespel (Engels kaartspel), enzovoort). In verband daarmee, van elke mogelijke som van de tien dobbelstenen, kunnen we zeggen: “Amai, zo verbazingwekkend: het is niet alleen behoorlijk onwaarschijnlijk dat we net dit getal uitkomen, maar is ook het enige nummer dat …” en ga zo door met het specifiëren van de interessante eigenschap of eigenschappen die dat nummer uniek maken.

We zouden onszelf het volgende kunnen afvragen: “Wat is nu de verklaring voor het feit dat we precies dát getal uitkwamen, veeleer dan een ander?” Het correcte antwoord is dat het gewoon toeval is (of een absoluut feit). Trouwens, bij gelijk welk getal er verschenen was, zou het heel onwaarschijnlijk zijn om dat met opzet te bekomen. Meer nog, er zou in elk geval wel één of andere boeiende eigenschap of meerdere eigenschappen zijn die geen enkel ander getal zou bezitten. Hetzelfde kan eventueel over ons universum gezegd worden. Het is gewoonweg een absoluut feit dat het nu éénmaal de wetten en fysische constanten heeft die het bezit. Daarnaast; ook al was er geen enkel ander universum denkbaar met andere wetten en constanten, waarbinnen leven zoals we het kennen zich kon ontwikkelen, toch zou gelijk welk gerealiseerd universum in één of ander opzicht een ander uniek kenmerk (of meerdere) bezitten. Een eigenschap die op zijn minst even interessant is als de levensvatbaarheid zoals wij die kennen. Vanuit dit perspectief bekeken is er NIETS SPECIAALS aan ons universum, en dat maakt hypothese B een perfect toepasselijke of geschikte verklaring voor de wetten en constanten die het concreet heeft.

Sommige schrijvers hebben B’s aantrekkelijkheid ten opzichte van toeval verkeerd begrepen. Dit herkent men gemakkelijk in de slechte analogieën die deze soms aanwenden. Neem bijvoorbeeld Hugh Ross’s gebruik van de scherpschutteranalogie aan het einde van zijn essay “Astronomical Evidences for the God of the Bible” (dat op de reeds vermelde site verschenen is). In dit voorbeeld wordt een gevangene geëxecuteerd door een vuurpeloton van 100 scherpschutters. Hoewel ze allemaal schieten, wordt de veroordeelde niet geraakt. Aangaande deze merkwaardige gebeurtenis kan men een tweetal hypothesen naar voren schuiven. De ene, analoog met B, is dat alle 100 scherpschutters door puur toeval gemist hebben. De andere hypothese, meer zoals G, is dat er een complot was om te executie te verhinderen. Uiteraard is de complottheorie redelijker en aannemelijker dan het toevallig-gemistverhaal. En dat zou volgens sommigen G waarschijnlijker maken dan B. Persoonlijk vind ik dit een zeer slechte analogie met betrekking tot het geval van de fysische constanten in het universum. Er is hier niets dat overeenkomsten vertoont met een georganiseerde executie door een vuurpeloton. We weten perfect hoe vuurpelotons te werk gaan, gebaseerd op hoe ze dat hebben gedaan in het verleden. We weten dat als ze van plan zijn hun job goed uit te oefenen, dat ze dan gewoonweg NIET allemaal kunnen missen. Maar er is geen overeenkomstige informatie over het proces waarbij universums hun fysische constanten zouden gebruiken. We zouden een minimum aan kennis moeten verwerven over het verband tussen het proces van de fysische-constantenformatie en de aan- of afwezigheid van levensvormen in het universum. Maar we hebben eenvoudigweg niet die informatie, en dat is meteen het einde van de analogie. Mensen die zulke zwakke analogieën naar voren schuiven demonstreren enkel hun verwarring omtrent de kwestie.

Er is nog een andere manier om B te verdedigen tegen de aanklacht dat het zou nalaten te verklaren waarom ons universum deze specifieke kenmerken heeft. Het is mogelijk dat er ruimte-tijdregio’s zijn die volledig buiten ons observationeel veld functioneren en dat zich in vele van die regio’s andere wetten en fysische constanten voordoen dan in de onze. Bijgevolg zou het misplaatst zijn aan te nemen dat de enige wetten en fysische constanten die bestaan, slechts degenen zijn die we al konden observeren. Indien er dergelijke tijd-ruimtelijke regio’s bestaan, dan zou er niets merkwaardigs zijn aan het feit dat we net deze huidige specifieke fysische constanten observeren. Het kan gewoonweg op de rekening worden geschreven van het toeval.

Overweeg ook eens de volgende analogie. Stel dat er reeksen dobbelstenen in een groot aantal diverse delen van het universum worden gegooid. Iedere reeks bevat 100 dobbelstenen. En in het geval men plots 100 keer een zes zou uitkomen met één enkele worp, dan zouden de dobbelstenen een bewustzijn krijgen; alle andere keren bleven ze onbewust. Gezien er een voldoende aantal worpen zouden zijn, wordt het plausibel dat er plots ergens 100 zessen tevoorschijn komen. Waar zich dat dan ook zou voordoen, de dobbelstenen zouden bewust worden en de vraag “waarom is dat nu net hier gebeurd?” zou gesteld worden. Het antwoord is dat het simpelweg een toeval is dat er in deze regio honderdmaal zes ogen bovenliggen, maar ook dat het ons helemaal niet hoeft te verbijsteren dat deze situatie zich enigszins op de één of andere plaats daadwerkelijk voordoet, gezien het aantal worpen. En het zou net zo kunnen zijn bij de fysische constanten. In andere delen van het universum gelden andere fysische constanten, maar in ons afzonderlijk deel verkrijgen we de onze. Als onze constanten ergens anders zouden voorkomen, dan zouden de resulterende wezens op die plaats zich afvragen: “Waarom hier?”. En het correcte antwoord zou daar hetzelfde zijn als hier en dat is dat het simpelweg zuiver toeval is, wat een andere manier is om het concept van de Brute-feithypothese uit te drukken.

Ik besluit hieruit dat de kritiek met betrekking tot B, namelijk dat het er niet in slaagt het feit te verklaren dat alleen ons specifieke universum een speciaal soort universum is, ongeldig is. Ten eerste, aangezien er geen reden is het opgevoerde feit (dat ons universum speciaal is) te geloven, is het onterecht ernaar te verwijzen als zijnde een ‘feit’. Daaruit volgend is er geen feit waarin B niet slaagt te verklaren. En ten tweede verklaart B wel degelijk waarom de specifieke fysische constanten zoals we die observeren zijn zoals ze zijn: het is simpelweg puur toeval, en men hoeft wat dat betreft geen verwarring te zaaien. Ik ben mij helemaal bewust van enige voordelen van G ten opzichte van B, maar ik ken evengoed enkele overtuigende sterktes van B tegenover G (en die zijn hiervóór reeds vernoemd). Ik maak daaruit op dat B een betere verklaring is voor het gegeven fenomeen, boven G, wat betekent dat premisse (P4) van het Fine-tuning Argument een valse premisse is.

Van al de mogelijke verklaringen voor het feit dat we bepaalde fysische constanten in ons universum observeren, beschouw ik B (de Brute-feithypothese) als de beste van een hele hoop. Maar er zijn nog steeds andere verklaringen, verschillend van zowel B als G, die op zijn minst evenwaardig zijn aan G. Eén dergelijke verklaring is dat er een groepje wezens bestaat – laat ons deze de ‘finetuners’ of ‘afstellers’ noemen – dat wat rondloopt en occasionele aanpassingen maakt aan de fysische constanten van het universum. De finetuners zijn wezentjes die erg machtig zijn maar niet almachtig, hoogbegaafd maar niet alwetend, en algemeen gezien goed van aard, maar niet alleslievend. Ze zijn eeuwig zoals God, maar ze hebben ons huidige universum niet uit het niets gecreëerd. Ik zal de vraag aangaande de oorsprong van ons universum naast me laten liggen, aangezien de kwestie hier van een andere aard is, namelijk de vraag waarom ons universum deze specifieke combinatie van fysische constanten heeft. De verklaring die we in beschouwing nemen is dat de finetuners hiervoor verantwoordelijk zijn, daar ze de macht en de motivatie hebben om het zo te maken. Laat ons stellen dat ze belang hebben gehad in de evolutie van mieren, vooral in situaties waar deze geconfronteerd werden met lastposten als miereneters en mensen. De finetuners maakten doelbewust aanpassingen aan deze fysische constanten waarvan ze voorzagen dat die tot de uiteindelijke uitroeiing van miereneters en mensen zouden zorgen – die laatsten werken hun eigen uitroeiing in de hand door overbevolking, vervuiling en de uitputting van grondstoffen. Dat zou net het soort wereld voortbrengen waarin de finetuners geïnteresseerd zijn: eentje waarin de mieren de wereld in handen hebben. We zouden dit ‘de Finetunershypothese’ kunnen noemen, of kortweg ‘F’.

Ik denk dat B een betere verklaring is dan F en dat omwille van meerdere redenen. Eén ervan is dat F de onduidelijke (misschien zelfs onbegrijpelijke) notie bevat van eeuwige wezens. Een andere is dat F niet uitlegt hoe de finetuners hun werk doen. De hele idee van een wezen of groep wezens die de fysische constanten van het universum veranderen, is ongehoord obscuur. F heeft tevens het tekortkoming dat het veel grotere mysteries introduceert. B, langs de andere kant, bevat geen dergelijke gebreken.

Ik denk dat, hoewel F niet zo’n goede verklaring is voor de fysische constanten van het universum als B, en in feite compleet terecht een ‘ontoereikende verklaring’ kan genoemd worden, F niettemin nog zo slecht niet is als G. Ten eerste heeft G alle gebreken van F die hierboven aangehaald werden. Tegelijk echter bevat F geen vaagheden aangaande eigenschappen als almachtigheid, alwetendheid en het alles liefhebben, omdat de finetuners die eigenschappen ontbreken. Noch is F besmet met de duisterheid en onbegrijpelijkheid van de schepping uit het niets, omdat zoiets niet voorkomt in die idee. Noch is er een probleem voor F omtrent de lange tijd die de mieren nodig hadden om te veranderen, of omtrent het feit dat het (waarschijnlijk) net hier op deze wereld is dat er zich zo’n evolutie voordeed.
De finetuners zouden het sneller en op meer plaatsen hebben laten gebeuren, maar zij hadden de macht en kennis niet zoiets te verwezenlijken. En tot slot is het enorme lijden dat doorheen de eeuwen op aarde is voorgekomen geen probleem voor F. Ofwel voelden ze zich niet slecht over al dat lijden (niet vredelievend zijnde), ofwel ontbrak het hen aan de macht en kennis nodig om dat te verhinderen. Bijgevolg, hoewel G en F verscheidene tekortkomingen delen, en allebei “ontoereikende verklaringen” zijn, blijven er nog steeds vele andere gebreken die enkel G bezit, maar F niet. Voorts zijn er geen tekorten bij F die G niét heeft. Omwille van al deze redenen is G een slechtere verklaring dan F, die nogmaals de leugenachtigheid van premisse (P4) van het Fine-tuning Argument aantoont. Door beroep te doen op de andere verklaringen over de feiten in kwestie, wordt die premisse weerlegd, waardoor het argument in zijn geheel ook wordt weerlegd.

De meeste andere argumenten voor het bestaan van God zijn, net zoals het Fine-tuning Argument, een verzoek om de Godhypothese als ‘de beste verklaring’ te beschouwen voor het één of het ander. Ik zou al die argumenten willen aanvallen op dezelfde manier zoals hierboven aangegeven: door middel van het Ontoereikendheidsbezwaar en het Andere-verklaringsbezwaar. Ze kunnen allemaal weerlegd worden door één van deze of beide bezwaren. Er zijn nog meer argumenten van een andere aard, zoals het Ontologische Argument, waar men op een verschillende manier mee zou moeten omgaan, maar ook deze kunnen allemaal weerlegd worden. Dat zijn projecten die ik voor een andere gelegenheid zal houden.
Vertaler: Brecht Decoene en Ebe Ryheul

(1) Volgens de katholieke kerk … kan god zeer goed elders nog  leven hebben geschapen … Hij heeft zelfs  al  andere “bovenantuurlijke “(=buitenaardse ?/ Boven-maanse ?)wezens geschapen  = de Engelen …en de gevallen Engelen …. 

LINKS 

“FINE TUNING “

Fysica , Cosmology
& Philosophy , theology , Creationisme

http://en.wikipedia.org/wiki/Fine-tuned_Universe
http://wiki.ironchariots.org/index.php?title=Fine-tuning_argument

Fine Tuners en astrobiologie

Is de perfecte ordening in het heelal
en van de planeten en manen gewoonweg toeval?
1.-
het universum IS NIET doelbewust  GEORDEND ( of ge -fine tuned ) OM HET LEVEN MOGELIJK TE MAKEN
MAAR  het leven  HEEFT ZICH AANGEPASt aan de heersende condities’, en binnen de mogelijkheden ) van het universum en de natuurwetten
: Het levende onstaat , ontwikkeld en past zich aan ,  aan  de gegeven condities en plaatselijke omstandigheden , niet andersom.
Alle omstandigheden in dit zonnestelsel (van afstanden tot sterkte zwaartekracht en kleur van de hemel)zijn  ‘toevallig’ de juiste voor het leven?
Dat de aardse zwaartekracht geschikt is om ons in leven te houden komt omdat wij  aan de gegeven zwaartekracht zijn aangepast( en zijn  ontwikkkeld
in overeenstemming met de aardse massa ) niet andersom.
Was er een andere zwaartekracht geweest( op deze planeet )  dan zouden wij als “mensen”  waarschijnlijk niet bestaan, : andere organismen die zich konden ontwikkelen  binnen  onder die “andere” zwaartekracht en massa-instellingen , wellicht wel.
De baan die de aarde om de zon maakt,  hoeft  niet circulair te zijn zoals deze nu is ;  maar kan voor het bestaan van leven net zo goed elliptisch zijn.
Daarnaast blijkt dat de marges van de zogenaamde “perfecte” bewoonbare afstand ( “levens-gordel” in ons zonnestelsel )tot de zon nogal breed kunnen worden genomen.
In een elliptische baan, waarbij de aarde zich zelfs een gedeelte van het jaar binnen de baan van Mercurius (planeet die het dichtste bij de zon staat) bevindt, zou er nog  leven op aarde mogelijk zijn.
Door het toeval dat de aarde  op een  “perfecte”  afstand van de zon staan is het ontwikkelen van leven op deze planeet mogelijk geweest  . ?
*Er zit binnen een jaar zo’n 5 miljoen kilometer (!) verschil in de afstand
aarde <-> zon (variatie van 147-152 miljoen km)
*De veronderstelde ‘perfecte’ ordening bestaat alleen in onze gedachten. Wij hebben een ordening nodig om de wereld (of zelfs het heelal) om ons heen te
begrijpen.
Echter denk aan alle opgestelde wetten en de uitzonderingen die daarop van toepassing zijn.
Er is geen perfecte ordening, die ordening is er omdat wij die erin willen zien!
Mijns inziens is de ordening zeker geen toeval, omdat de kans dat een aarde als de onze met het leven daarop ontstaat zo klein is, dat deze kans verwaarloosbaar is.
2.-
Er  zijn miljarden X miljarden X miljarden sterren zijn waarvan een groot gedeelte( naar alle waarschijnlijkheid )planeetstelsels  bezitten  (‘ zie exoplaneten )
Er zijn miljarden andere plaatsen in het heelal, maar die zijn – voor zover we weten – niet voldoende voor het doen ontstaan van het leven …
Hoe “toevallig “is het dan dat er planeten tussen zullen zitten die zich in een een “levensvatbare” baan rond hun zon bevinden?
Die kans lijkt me alleszins aannemelijk.
Hier is bijvoorbeeld nog een mogelijk zonnestelsel gevonden om een andere ster:
http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/3041220.stm
Laten we stellen dat er een bepaald gebied rond een ster is waar leven mogelijk is, dit is dan ongeveer de afstand die de
aarde tot de zon heeft. Ik zeg ongeveer omdat die marge behoorlijk groot blijkt te zijn . We hebben dus miljarden sterren, waar net zo’n levensvatbare marge/gordel  is als bij onze zon. Er zijn dus miljarden plaatsen waar leven zou kunnen zijn.
Je kan niet de conclusie trekken dat we er geen leven vinden, om de eenvoudige reden dat we die plekken nog niet kunnen zien, onderzoeken, laat staan bereiken.
3.-
En als het heelal om onzen ’t wille  ” geschapen”  is, waarom is dan 90% (als het niet meer is) van het universum niet
beschikbaar/bruikbaar of bewoonbaar  voor ons? —-> Donkere materie, neutrino’s e.d.
Laten we ook niet vergeten dat de aarde en de zon slechts 1% van 1 triljoenste van de normale materie in het universum
uitmaakt en  waarmee we enige vorm van interactie kunnen  hebben. Al die materie die we niet kunnen zien en niet mee kunnen interacteren,: …. Het heeft
er alle schijn van dat we niet zo’n belangrijke positie in het heelal innemen als creationisten  zouden  willen.
MARS
De planeet Mars is ongeveer even oud als de aarde, heeft de beste dampkring en atmosfeer zoals de aarde, bevat water, de temperaturen zijn goed;
kortom: de planeet lijkt het meeste op de aarde.
Deze planeet lijkt het meest op de aarde  in ons eigenste  zonnestelsel
De omstandigheden zijn  heel  wat anders op Mars en die planeet heeft zeker niet de beste of een vergelijkbare dampkring voor
“leven zoals wij dat kennen.”
Water is aangetoond , maar bevroren en/of bevind zich onder het oppervlak
Toch is er daar geen leven ontstaan?
Waarom als het leven zich toch aanpast aan de omstandigheden?
Op aarde lukt het wel, maar op Mars niet?
Het leven  moet /kan niet noodzakelijk onder  ALLE  omstandigheden ontstaan en/of kan  zich aan alle omstandigheden aanpassen  .
Vloeibaar water bijvoorbeeld is waarschijnlijk noodzakelijk voor het bestaan van leven. Op mars is er op dit moment weinig, of geen vloeibaar water.
Daarbij komt dat  Yec -creationisten  ( soms ) stelden  dat ” omdat er op Mars (nog) geen leven wordt gevonden er dus nergens anders leven kan zijn? “
Een vreemde redenering omdat we zelfs over Mars, nog niet weten of er  al dan niet leven is.
Hoe kunnen we dan concluderen dat die anderen miljoenen/miljarden planeten die duizenden/miljoenen lichtjaren van ons afstaan, waarover we helemaal niks weten, geen levensvormen bevatten
De zoektocht naar “leven”( of fossiele getuigenis van “leven “)  op mars is nog niet be-eindigd ::  er is nog geen uitsluitsel
Als we nu eens kijken naar al onze vergaarde data en kennis van de planeten in ons zonnestelsel.
We zien dan, dat enkel onze planeet levensvatbaar is.
–> “Wij”  zouden het niet uithouden in een andere omgeving dan onze veilige aarde.
Maar dat wil niet zeggen dat al de vormen van leven het niet zouden uithouden onder andere omstandigheden
…. extremofielen  bijvoorbeeld …
extremofielen <klik
—> Voor hetzelfde geld zijn er ( misschien ) anders-levende  wezens die onder ,niet -aardse  omstandigheden   prima kunnen overleven
(en “denken ” de “aliens”  onder hen  dat de omstandigheden waarin wij ons bevinden onmogelijk zijn om in te overleven)
zolang wij zulke wezens niet vinden  is het toch eerder aannemelijk dat de omstandigheden van ons zonnestelsel zo zijn (gemaakt) dat wij kunnen leven.?
Alle feiten van het zonnestelsel (de meestal wel perfecte afstanden) en van de aarde (zwaartekracht, kleur van de hemel, …) passen zowel in het
evolutiemodel als in het (Yec en literalistisch )scheppingsmodel, maar nog meer in het tweede.
De feiten  passen  niet  ‘meer’ in  het  “YEC scheppingsmodel ” dan in het “evolutiemodel“. (Hardnekkige misverstanden < klik )
Want als God de omstandigheden anders had gemaakt, had hij ook ander soort leven gemaakt, en dan had het ook precies geklopt.
En dan geld opnieuw het argument dat het een voor ons perfecte orde lijkt omdat wij aan de omstandigheden zijn aangepast en niet andersom
Is het  niet vreemd dat er zoveel ‘toevalligheden’ zijn?
Of wijst het eerder op een bouwplan?
Ofwel geloof je dat deze feiten er zijn omwille van een bouwplan, ofwel geloof je dat het gewoonweg toeval is.
—>Het is een kwestie van “geloof “…
—>geloof valt buiten de wetenschap …
—> Toeval bestaat …
TOEVAL < klik  (anticreato 2) Algemeen : TOEVAL
 
zie ook
ABIOGENESIS  < klik

Archief Govert Schilling  ” exoplaneten “

http://www.govertschilling.nl/artikelen/archief/onderwerpen/exoplaneten.htm

2003

2002

2001

http://users.telenet.be/kosmonet/astronomie/extrasol.html

Als er rond onze zon negen planeten en een hoop andere objecten konden ontstaan, waarom zou dat dan niet rond andere sterren kunnen gebeuren? Men heeft lang gezocht naar planetenstelsels rond andere sterren, maar pas sinds een jaar of tien boekt men successen.
Het probleem was altijd dat planeten over grote afstanden bijna niet kunnen waargenomen worden. Er moeten dus andere manieren gezocht worden.

Werkwijze

De eerste manier die men probeerde, was te kijken naar schommelingen van sterren. Als een ster op haar weg door het melkwegstelsel op een regelmatige manier schommelt, wijst dit op een begeleider, zoals een planeet. De eerste planeten die zo werden waargenomen bevonden zich echter rond een pulsar, niet meteen de meest vriendelijke omgeving in de melkweg. Daarom dacht men eerst dat het een foute waarneming was, maar na controle bleek de pulsar nog altijd te schommelen.
sindsdien zijn er op deze manier nog enkele tientallen mogelijke planeten ontdekt.

Een andere manier is om te kijken naar sterren, en hopen dat er toevallig op dat moment een grote planeet voor de ster door beweegt. De helderheid van de ster neemt dan iets af. Dit is echter een vrij omslachtige manier. Ze steunt teveel op geluk.

Enkele planeten

Vele planeten die tot nu toe bekend zijn, blijken bizarre eigenschappen te hebben. Zo zijn er bijvoorbeeld de hete Jupiters. Rond 51 Pegasi werd een planeet ontdekt die ongeveer half zo zwaar is als Jupiter, maar ze staat maar op een achtste van de afstand van Mercurius van zijn zon, vandaar de naam.
Men dacht eerst dat dit een geïsoleerd geval was, maar er blijken veel meer van deze planeten te bestaan. Hun ontstaan is een raadsel. Normaal zouden ze al vroeg tijdens hun geschiedenis door hun zonnen uit elkaar moeten geblazen zijn. De enige mogelijkheid is dat ze op grotere afstand zijn ontstaan, zoals de gasreuzen in ons zonnestelsel, en dan naar binnen zijn gespiraliseerd.

Een ander type zijn de excentrieke gasreuzen. In ons zonnestelsel bewegen de gasreuzen zich in min of meer cirkelvormige banen rond de zon. Er zijn nu gasreuzen ontdekt die in vrij elliptische banen zitten, vergelijkbaar met Pluto. Ze zijn waarschijnlijk het gevolg van botsingen tussen twee grote planeten. Een voorbeeld is de planeet rond 16 Cygnus. De baan van deze planeet variëert tussen de afstand zon-venus en zon-mars. Een ander voorbeeld is 70 Virginis B.

Gelukkig zijn er ook enkele meer normale planeten gevonden. Zo draait rond de ster HD190360 een vrij normale Jupiterachtige planeet, op een afstand van zijn zon tussen die van Mars en Jupiter.

http://www.kennislink.nl/web/show?id=117143

http://www.kennislink.nl/web/show?id=129438

http://www.astronieuws.nl/archief-SETI-exoplaneten.html

Encyclopedie / Zonnestelsel ;
 Gert korthofhttp://64.233.183.104/search?q=cache:retfBvuLI8oJ:home.planet.nl/~gkorthof/korthof73.htm+onherleidbaar+ontwerp+&hl=nl&lr=lang_en|lang_nlIs de kosmos afgestemd op leven?Dat er een relatie bestaat tussen het leven op aarde en het universum is een belangrijk en fascinerend wetenschappelijk inzicht. En het is geen controversieel inzicht. Het is alleen een inzicht van vooral de laatste tien jaar.Het houdt o.a. in dat de bouwstenen van het leven, de elementen van het periodieke systeem, geproduceerd zijn in sterren.Dit inzicht legt de verbanden tussen biologie, scheikunde, natuurkunde en kosmologie, die ik in mijn middelbare schooltijd zo gemist heb. Dat inzicht had een eenheid kunnen maken van wat een losse verzameling geisoleerde vakken was.Er is nog een tweede belangrijk inzicht.Kosmologen  zijn gewend  om in evolutionaire termen te denken over het ontstaan van sterren en de chemische elementen.De chemische elementen waren er niet vanaf het begin. Kosmologen hebben het geluk dat Genesis niet vertelt dat helium, koolstof en zuurstof door God geschapen zijn. Aangezien kosmologen weten dat de chemische elementen die het heelal produceert uiterst geschikt zijn als bouwstenen voor het leven, verbazen zij zich er niet echt over dat het leven spontaan ontstaat. Dit geldt meestal ook voor hun houding ten opzichte van biologische evolutie.De controverse begint pas echter wanneer sommigen beweren dat de afstemming van de natuurwetten onwaarschijnlijk precies is (‘fine-tuning‘ genaamd) en niet door toeval of natuurwetten verklaard kan worden.

.De levensduur van de zon is lang genoeg om evolutie de tijd te geven complexe organismen te ontwikkelen. Evolutie is traag omdat het berust op toevallige mutaties. Ik zou daar aan willen toevoegen: evolutie is traag omdat evolutie niet ‘gestuurd’ wordt. Als evolutie ‘gestuurd’ zou zijn, zou het in een fractie van de 3 – 4 miljard jaar mensen geproduceerd kunnen hebben.
Als twee zaken op elkaar afgestemd zijn, zijn er nu eenmaal twee kanten aan de zaak: fine-tuning van de natuurwetten en het leven zoals wij het kennen.

Het onvermijdelijk dat je tot de conclusie komt dat op koolstof gebaseerd leven niet kan bestaan zonder de huidige eigenschappen van het heelal.

Als men de abstracte, ruimere definitie van het leven van Tibor Gánti zou hanteren, dan zijn er veel meer vormen van leven mogelijk en universums die ‘leven’ kunnen bevatten. Leven is niet per definitie afhankelijk van koolstof en zuurstof.

Dan verdwijnt het ‘probleem’ van fine-tuning als sneeuw voor de zon (7).

De ‘fine-tuning van natuurwetten voor het leven’, heeft in ieder geval geen betrekking  op het leven, maar op stabiele atomen.

De eigenschappen van het koolstofatoom garanderen alleen een complexe koolstofchemie. Er bestaat geen enkele natuurkundige constante die leven, laat staan menselijk leven (‘de kroon der schepping’!) garandeert.

Niemand spreekt dan ook over een universum ‘afgestemd op de mens’. Het is duidelijk dat aan vele natuurkundige randvoorwaarden voldaan moet zijn, om het leven zoals wij dat kennen, mogelijk te maken. Het is nog niet duidelijk aan welke voorwaarden voldaan moet zijn om het ontstaan van leven te garanderen.

Wanneer de hoogste vorm van leven in ons heelal bacteriën waren, zou dit geheel in overeenstemming zijn met de claim dat de kosmos was ‘afgestemd op leven’.

kosmische en komische effecten

Men  citeert  graag 5 natuurkundige grootheden die het ” leven”  mogelijk maken. Maar deze grootheden zijn slechts noodzakelijk voor het ons bekende soort leven, en garanderen het ontstaan van dit leven geenszins.

Ze garanderen slechts het ontstaan en voortbestaan van atomen.
 7 voorwaarden die het voortbestaan van het leven moeten garanderen. ? 
Deze grootheden, zoals de snelheid van de rotatie van de aardas en de transparantie van de aardse atmosfeer, zijn niet vanaf het moment van de Big Bang te programmeren. Het zijn ‘schitterende ongelukken’.
Als de aarde langzamer om zijn as zou draaien, dan zou de temperatuur te hoog oplopen  Maar dit ‘ontwerp’ zou met een alternatief ontwerp zoals grotere afstand tot zon weer gecompenseerd kunnen worden.
Het gebrek aan inzicht in evolutionaire processen resulteert in het omdraaien van oorzaak en gevolg.
Het leven op aarde past zich aan de omstandigheden op aarde aan en niet andersom. Planten en dieren zijn bijvoorbeeld aangepast aan het leven in droge en hete woestijnen en niet andersom.
Met een transparantere atmosfeer zou het leven aan meer UV straling blootgesteld worden, waardoor er meer huidkanker zou ontstaan, 
het leven  zou zich  echter aangepast hebben. Een aanpassing bij de mens is bijvoorbeeld huidskleur.
Tussen haakjes, als het heelal echt ontworpen was voor het leven, waarom bestaat er dan überhaupt schadelijke straling? (14).
En als je het hebt over voorwaarden die het voortbestaan van het leven op aarde moeten garanderen: de zon heeft een eindige levensduur, dus de garantieduur is slechts 10 miljard jaar en daarna bekijk je het maar.
 De functie van Jupiter zou zijn dat meteorieten afgevangen worden. Waarom heeft de jonge aarde dan zo’n last gehad van bombardementen dat het ontstaan van leven vertraagd werd? Waarom zijn de dinosauriërs dan uitgestorven? Dit is aan te vullen met vele voorbeelden, die deels de selectiviteit van data verzamelen en deels de irrelevantie van  deze voorbeelden aantonen (4).


Het idee achter fine-tuning is doelgericht denken. 

Iedereen  kan  (h)erkennen dat doelgericht denken uit de moderne wetenschap is verdrongen en in de religie thuis hoort .


Er  ontstaan komische effecten: 

ID-ers  doen hun best om de lezer uit te leggen dat het ontstaan van leven ontzettend moeilijk is, terwijl de fine tuner  kosmologen  uitleggen dat de kosmos op maat gemaakt is voor het leven.
Tenslotte een relativerende opmerking over zogenaamde ‘fine-tuning’.
Ondanks alle fine-tuning is het heelal vijandig voor het leven zoals wij het kennen. Niets overleeft in het heelal zonder aardse omstandigheden na te bootsen.

 

Schoonheid

Een origineel argument voor ontwerp: is af en toe schoonheid (esthetiek).
Schoonheid is volgens een bepaald  soort  creationisten  niet evolutionair te verklaren.
Schoonheid is een gift van de Ontwerper.
Fout!
Schoonheid komt niet uit de lucht vallen!
Zo is er een relatie tussen gezondheid en schoonheid.
Vergelijk gezonde mensen met mensen met pokken, rode hond, geelzucht, mazelen, lepra. Gezondheid heeft een relatie met Darwiniaanse fitness.
 Bij pauwen is experimenteel vastgesteld dat het wegknippen van de ogen op de pauwenstaart tot gevolg heeft dat de mannetjes minder aantrekkelijk zijn voor de vrouwtjes (12).schoonheid is wat vrouwtjes in het verleden hebben gekozen
peacock
Darwin noemde het verschijnsel dat individuen hun partnerkeuze baseren op een ideaalbeeld sexuele selectie. Bij de mens zijn er behalve culturele, ook biologische determinanten van schoonheid.
 In alle culturen die bestudeerd zijn hebben mannen voorkeur voor vrouwen met fysieke eigenschappen die een indicatie zijn voor vruchtbare leeftijd en gezondheid. Wat door mannen wordt gezien als vrouwelijke schoonheid komt niet uit de lucht vallen, maar heeft in het verleden geleid tot voortplantingssucces (13).
schoonheid is wat vrouwen  ( en  mannen, (maar in mindere mate ? ) in  het verleden hebben gekozen
Venus de Milo
Ook hier hebben we geen ontwerper nodig als verklaring.
Of misschien toch nog voor mooie zonsondergangen?
Draait de aarde daarom om zijn as?

 

A Case Against Accident and Self-Organization (Dean Overman).   http://home.wxs.nl/~gkorthof/kortho50.htm

The Anthropic Cosmological Principle. (Barrow and Tipler).  http://home.wxs.nl/~gkorthof/kortho17.htm

Alles in deze wereld is uiterst nauwkeurig berekend …..
En omdat het nauwkeurig berekend is, moet er een meesterlijke intelligentie achter zitten.
Neen ,
1.- De dingen  bestaan niet omdat ze  ( al dan niet “uiterst  nauwkeurig”  ) “berekend ” zijn —> ze kunnen  evengoed  gewoon  bestaan als primaire  gegevens / fenomenen / referenties  die verschijnen aan onze  bewuste “ervaringen  ”  en door onze   mentale  uitrusting worden  omgezet in   “geheugeninhouden ”  , verder  beschreven en verwerkt  ….


2.- Berekeningen  zijn zelf  menselijk ontwikkelde   methodes van kennisvergaring  en denkinstrumenten  die leiden   tot    formele en    mathematische  modellen  die   verschillende dingen  die we waarnemen /meten  ordenen/ trachten te verklaren  en ( de nog niet waargenemonen ” dingen ” en gevolgen van die modellen )   voorspellen ( of  “berekenen”  )  …


3.- de dingen bestaan niet omdat ze worden  beschreven  of benoemd of
(h)erkend ….
De wereld stopt niet  omdat de mens niet meer bestaat … we kunnen niet  absoluut weten of een  daardwerkelijk boom die omvalt  bij afwezigheid van enig  mens  , “geluid  “maakt ; maar dat betekend dat hij waarschijnlijk ( buiten alle redelijke twijfel ) wel geluid maakt ….Want  er bestaan ( tot nu toe ) geen beschrijvingen van omvallende bomen die geen  meetbaar  geluid maakten   ….
4.- Het   “intelligentie-gehalte / symptoom  ”  van  modellen is van menselijke oorsprong ; de modellen zijn mentale kaarten  en   zoekmachines afkomstig  uit menselijke breinen , die het collectieve enindividuele  geheugen  structureren en  publiek toegankelijk maken
 

Prof.dr. Ed van den Heuvel.
Hoewel Van den Heuvel bepaald geen voorstander is van intelligent design, onderstreepte hij wel dat er iets vreemds aan de hand is met ons heelal.
De natuurconstanten staan namelijk precies zó afgesteld dat er leven mogelijk is .
Volgens voorstanders van ID een duidelijk teken dat er iemand aan de knoppen van het heelal heeft gedraaid.
Of misschien zijn er nog heel veel méér heelallen, met andere natuurconstanten.
 “Maar eigenlijk is dat niet een elegante verklaring, dat ben ik met Dekker eens”, aldus Van den Heuvel.
De Amsterdammer wijkt echter op één cruciaal punt af van Dekker:
Volgens Van den Heuvel is er niet iets intelligents in het spel,
maar gewoon een stuk nog onbekende natuurkunde.
“Ik denk dat er een onderliggende verklaring is, een dieper niveau waarop we nu nog geen zicht hebben.
Een theorie van waaruit we bijvoorbeeld ook het raadsel van donkere materie kunnen begrijpen.”
°

, MAY 20, 2008

 De voorlopers van Intelligent Design in de klassieke oudheid
Creationism and Its Critics in Antiquity
Ik heb het boek Creationism and Its Critics in Antiquity van de filosoof David Sedley (1) in mijn vakantie gelezen en ik moet zeggen dat het mijn verwachtingen overtrof. Ondanks het feit dat ik hier en daar wat pagina’s heb overgeslagen omdat ze me minder interesseerden, ben ik meer dan voldoende interessante en verrassende zaken tegengekomen. Ik lees en schrijf al jaren over de evolutietheorie en haar critici (zie ook mijn website), maar toch was het lezen van dit boek een openbaring. Kritiek op evolutie, Intelligent Design, fine-tuning, de oorsprong van het leven en het heelal: ik dacht dat dit toch allemaal vrij moderne onderwerpen waren. Niets is minder waar: over al deze ‘moderne’ onderwerpen werd al door Socrates, Plato, Aristoteles, Zeno, en Empedocles gedebatteerd! En niet alleen waren er toen vertegenwoordigers van het ‘design argument’, zoals je kunt verwachten, maar ook van atheïsme en naturalisme (‘the atomists’ genaamd). Je komt uitspraken als:

“To show how accident is fully capable of accounting for even te most purposive seeming features of the world”

Dat een expert als Sedley het woord ‘atheïsme’ van toepassing acht op filosofen die een paar honderd jaar voor Christus leefden is toch best verbazingwekkend als je bedenkt dat Richard Dawkins gezegd heeft dat men pas ná Darwin een ‘intellectually fulfilled atheist’ kan zijn. Je wordt dan nieuwsgierig hoe die antieke atheïsten hun wereldbeeld rond kregen. Hoe deden ze dat? Voor mij was er veel nieuws te vinden in dit zeer leesbare boek. Ik moet aannemen dat Sedley’s boek ook nieuws voor filosofen zal bevatten.

Sedley overdrijft waarschijnlijk niet echt wanneer hij de term Creationism in de titel van zijn boek gebruikt en wanneer hij het boek Timaeus van Plato ‘the ultimate creationist manisfesto’ noemt. En over Aristoteles schrijft hij: “Aristotle was no creationist”. Maar het is toch wel even wennen als je paragraaftitels ziet als ‘Scientific Creationism’ (p.25) of ‘The origin of species’(p.127). Het effect van het boek is dat ik met geheel andere ogen naar filosofen als Plato (de creationist) en Aristoteles (de naturalist) ben gaan kijken. Eigenlijk naar de gehele Griekse filosofie. Ondanks een tijdsverschil van 2300 jaar, ondanks Darwin, DNA, en de Big Bang, acht Sedley de begrippen toevalontwerpcreationismeatheisme van toepassing op de antieke filosofie. Dat maakt de Griekse filosofie onverwacht actueel. Dit boek gaf mij vaak het gevoel dat al onze actuele discussies over Darwin versus Intelligent Ontwerp, theisme versus atheisme, etc. slechts voetnoten zijn bij de gedachtewereld van de Griekse filosofen. De grote ‘moderne’ dichotomietoeval of ontwerp is helemaal niet door Intelligent Design creationisten uitgevonden. Extra leuk is dat hun argumentaties enige eeuwen vóór het Christendom werden ontwikkeld. Het zijn dus géén Christelijke argumenten, maar eerder zuiver filosofische-theologische argumentaties. Ze zijn aantrekkelijk doordat ze oorspronkelijk en authentiek zijn. Die kwaliteiten vind je tegenwoordig niet meer.

Ik had niet verwacht dat er gedetailleerde, amusante, en ontwapenende argumenten voor de stelling dat de cosmos ontworpen is voor de mens. Tegenwoordig heet dat ‘fine-tuning’. FT is eigenlijk een speciale vorm van intelligent ontwerp. Behalve biologische zaken, zijn ook geologische en cosmologische zaken als aarde, maan, zon, het hele universum ontworpen voor het welzijn van de mens. Het lichaam van de mens is ontworpen voor zijn geluk. Een tot de verbeelding sprekend biologisch argument dat ik in het boek tegenkwam en dat onovertroffen is door zijn eerlijke naïviteit is de reden waarom de anus van de mens ver van het hoofd is geplaatst (p.215).Als de anus dicht bij het hoofd geplaatst zou zijn, dan zouden onze zintuigen geconfronteerd worden met de vreselijkste stank en de walgelijke aanblik van onze eigen uitwerpselen. Daarom is de anus onderaan het lichaam geplaatst. Dit bewijst intelligent ontwerp! Met een overduidelijke aandacht voor het welzijn en geluk van de mens! Wat een wijsheid! Ik weet niet of men toen de giraffe kende, maar die lijkt mij wel de kampioen afstand hoofd-kont. Mijn conclusie: de Kosmische Ontwerper hield méér van de giraffe dan de mens. Vraag: waarom zijn we zo geschapen dat we vinden dat poep stinkt? Natuurlijk zijn de meeste dieren volgens het holle buis principe gebouwd. Het eten gaat er aan de voorkant in en aan de achterkant weer uit. Zie: de worm als prototype. Een soortgelijk argument dat ik aantrof in het boek is de wijsheid die spreekt uit het feit dat onze ogen aan dezelfde kant van het hoofd zitten als onze looprichting! (Plato) Wat een voortreffelijk ontwerp! Ik moet er niet aan denken dat mijn ogen aan de achterkant van je hoofd zouden zitten (2). En verder: de staart van de mannetjes pauw is er voor de mens om van te genieten (p.235); waarom ons hoofdhaar en niet onze wimpers en wenkbrauwen groeien (p.241). Deze voorbeelden prikkelen de verbeelding. Wat een wijsheid spreekt er uit het feit dat de mens eetbare en voedzame planten en dieren aantreft op de aarde: sla, andijvie, koeien, varkens en kippen. Anders zouden we omkomen van de honger! Stel je voor dat er alleen maar giftige paddestoelen, schorpioenen, dennenbomen, kakkerlakken, kevers en cactussen op de aarde voorkwamen (3) en uitsluitend zeewater om te drinken. Zelfs in die tijd kwam er een reactie tegen dit soort design argumenten. Aristoteles wees op zelfverdedigingsmiddelen van dieren (stekels, hoorns) en concludeeerde dat iedere eigenschap of orgaan van een dier bestaat voor het dier zelf. Een zeer belangrijke stap. Achteraf gezien onmisbaar voor de Darwinistische visie op de natuur.

Al dit soort argumentaties komt op ons over als bizar, kinderachtig, romantisch en achterhaald, maar in wezen zijn alle fine-tuning argumenten, inclusief de moderne, hopeloos antropocentrisch of zelfs egocentrisch. Tegenwoordig zijn ze wat aangepast aan de tijd en nieuwe ontdekkingen. Een voorbeeld: de aarde is uniek ontworpen voor de mens, want de aarde heeft precies de juiste afstand tot de zon (niet te dicht bij zodat hij te heet zou worden, niet te ver weg zodat hij te koud voor leven zou worden), groot genoeg om voldoende zwaartekracht te hebben (zodat we kunnen lopen) en een atmosfeer vast te houden (om te kunnen ademhalen, etc), voorzien van voldoende water en allerlei handige kringlopen, een ‘handige’ 24-uurs rotatie en rotatie om de zon (zodat we daar onze tijdrekening en kalender op kunnen baseren), etc, etc. (4). Modern, maar het blijft schaamteloos antropocentrisme. En vooral onwetenschappelijk. Selectie van feiten doet wonderen. Dat mensen dit hardnekkig blijven proberen verklaar ik door een diep verlangen naar een paradijselijke wereld waarin inderdaad alles is ingericht ten behoeve van de mens. Wie zou er niet in een paradijs willen leven? Als men in zo’n romantisch wereldbeeld gelooft is men waarschijnlijk snel gelukkig. Ook de toenmalige anti-FT argumenten kunnen engiszins vermakelijk zijn: als de aarde er voor de mens is, waarom is dan niet de hele aarde bewoonbaar? Maar het feit dát er kritiek was is belangrijk genoeg om hier te vermelden.

Behalve deze romantiek, kan men ook geniale inzichten in de antieke denkers vinden, die men alleen ziet als men van de moderne evolutiebiologie op de hoogte is. De genialiteit van sommige argumentaties ontgaat de filosoof Sedley. Zo argumenteert Lucretius dat het onjuist is om organen als artefacten op te vatten die ontworpen zijn voor hun huidige functie. “We must conclude that the limbs and organs came into being before their use was discovered or even existed” (p.154). Dit is een geniale, profetische uitspraak. Precies dit is de moderne hypothese over het ontstaan van poten uit vinnen van vissen (‘pre-adaptatie’). De poot-achtige uitsteeksels zouden in het water ontstaan zijn en pas later verder geëvolueerd op het land voor de loop functie. Ook zouden de vleugels van vogels in eerste instantie niet gediend hebben om te vliegen, maar de veren zouden voor warmte-isolatie gediend hebben. Idem: gehoorbeentjes, longen, etc.

Tenslotte nog iets wat je zeker niet mag missen in Creationism and Its Critics in Antiquity en dat is een voorloper van survival of the fittest (p.150-153). Het is afkomstig van de Epicurean school en is overgeleverd door Lucretius. De aarde was in de begintijd veel vruchtbaarder en produceerde organismen die uit random onderdelen bestonden en niet konden overleven en zich reproduceren. Alleen degenen die de juiste combinatie van organen hadden konden overleven. Het komt dus neer op random variatie en natuurlijke selectie, maar zonder evolutionair (common descent) te zijn. De theorie zou teruggaan op Empedocles (5). Deze theorie is de enige niet-creationistische theorie vóór Darwin om het ontstaan van soorten en adaptatie te verklaren. William Paley argumenteerde tegen het Epicurean argument.

Er komen nog veel meer inzichten en argumenten voor in het boek. Teveel om op te noemen in deze blogpost. Je kunt er een proefschrift aan wijden. Een heerlijk, inspirerend en nuttig boek als je geinteresseerd bent in de voorlopers van Darwin en ID.

Noten:

  1. In een eerdere blog maakte ik reeds melding van dit boek. Het boek werd op 13 March 2008 gereviewed in Nature (gratis toegangelijk).
  2. George C. Williams merkte al op dat het handiger was geweest als we behalve twee ogen aan de voorkant, ook een oog aan de achterkant hadden, zodat we roofdieren en ander gevaar zouden kunnen zien aankomen (The Pony Fish’s Glow And Other Clues To Plan And Purpose In Nature). Dat zou makkelijk kunnen, er moet alleen op die plek wat haar weggelaten worden. Geen probleem voor een Intelligente Ontwerper.
  3. Verder schrijft Dick Swaab (nrc 17 mei) over onreine dieren in de Bijbel. Hoe kunnen er nu onreine dieren bestaan die je niet mag eten, als alles ten behoeve van de mens geschapen is? Waarom is een menstruerende vrouw onrein als het menselijk lichaam perfect geschapen is? Verder staat het eeuwenoude ‘probleem van het kwaad’ (pijn, ziekte, dood, natuurrampen), dat een hele theologische traditie heeft van wegmoffelen en goedpraten, in schril contrast met fine-tuning.
  4. Een voorbeeld is: The Privileged Planet van Gonzalez en Richards. Overigens is onze tijdrekening en kalender hopeloos complex omdat het ontwerp van ons zonnestelsel nodeloos complex is. De belangrijkste oorzaak is volgens mij dat de rotatietijd van de aarde om de zon niet een exact veelvoud is van de aardas rotatietijd. Als de moderne fine-tuners eerlijk zouden zijn, zouden ze ook oude maar mislukte FT-argumenten behandelen. Het zou dan kunnen blijken dat FT-argumenten in de loop der tijd een terugtrekkende beweging vertonen (naar analogie van Herman Philipse’s claim over religieuze claims in het algemeen).
  5. Sedley verwijst nog naar publicatie’s van G. Campbell (2000,2003) waarin gekeken wordt naar de precieze verschillen tussen Darwinistische evolutie en de antieke versie van survival of the fittest.Dat probeer ik zeker nog te pakken te krijgen. Ik zie een grote gelijkenis met de bizarre theorie ‘Independent Birth of Organisms’ van de computerwetenschapper Periannan Senapathy (zie mijn review).

Literatuur:

  1. Michael Behe (2007) ‘The Edge of Evolution‘ heeft een bizarre wending aan het fine-tuning argument gegeven door te stellen dat malaria intelligent ontworpen is (in gewoon Nederlands: door God). Wat kan fine-tuning ten behoeve van de mens dan nog betekenen? Zie mijn review.
  2. Ernst Mayr (1982) The Growth of Biological Thought heeft een paragraaf Antiquity, waarin hij heel kort Epicurus en Lucretius vermeld (p.90). Epicurus had een weldoordacht materialistische verklaring van de levenloze en levende natuur en verklaarde alles door natuurlijke oorzaken. Lucretius gaf een goed beargumenteerd argument tegen het idee van ‘ontwerp’. Leeuwen en eiken ontstonden door puur random interacties tussen de elementen water en vuur. De Stoicijnen geloofden in een geschapen wereld ten behoeve van de mens. Dat is zo ongeveer alles wat hij te zeggen heeft. De essentie is er, maar je leest er makkelijk overheen. Mayr lijkt zich niet te verbazen over een ‘atheistische’ verklaring van de wereld in die tijd. In die zin zijn ze immers ook voorlopers van Darwin. Hoe deden ze dat? En die oplossingen zijn van belang om de tegenwoordige discussie te begrijpen. Uberhaupt belangrijk om de presaties van Darwin te begrijpen. Sedley legt veel gedetailleerder uit hoe ze dat deden (infinity). [26 mei 2008]
  3. De voorlopers van Intelligent Design in de 17e en 18e eeuw‘ blogde ik op 4 dec 2007.
  4. In Amazon heb ik een review toegevoegd (22 mei) bij het boek van P. Senapathy (1994) die claimde dat hij als eerste een niet-creationistische en niet-evolutionaire verklaring voor de oorsprong van soorten had bedacht. Sedley heeft ons duidelijk gemaakt dat de Atomisten de eersten waren. Dit heb ik ook toegevoegd aan hetreview van Senapathy´s boek op mijn site.
  5. Ik zie dat mijn blog van 18 april over Johan Braeckman eigenlijk al de essentie van Sedley bevat! Bijvoorbeeld: “100%-toeval-theorie (dat idee was al door Griekse filosofen ontwikkeld)”. Dat moeten de Atomisten zijn geweest. Het lijkt alsof Braeckman Sedley al gelezen had! [28 mei 08]
  6. Ik heb vandaag een Engelstalig review van Sedley’s boek op mijn website gepubliceerd met de nadruk op de Atomisten als voorlopers van Darwin. [ 29 mei 2008 ]