Extended Evolutionary Synthesis (EES)

   ( evolutie & evolutie theorie ) 

°

http://rationalwiki.org/wiki/Extended_evolutionary_synthesis

°

Gert Korthof describes the ‘Extended Evolutionary Synthesis’ as:

”Neo-Darwinism plus molecular genetics (Watson & Crick, 1953). That is about 50 years ago. Furthermore, there are or probably will be included: developmental biology (evo-devo), genomics, epigenetics, ecology, symbiosis, life history, hybridization, horizontal gene transfer, systems biology, Earth System Science (including Niche Construction and Gaia), origin of life, astrobiology, sociobiology (incl. evolutionary psychology), evolution of the brain and mind (consciousness).

http://wasdarwinwrong.com/

 (Zie verder ook onderaan )

°

Review: Massimo Pigliucci, Gerd B. M¨ller Evolution, The Extended Synthesis

http://www.scienceforums.net/topic/70332-evolutionary-mechanisms/

°
Extended Evolutionary Synthesis (EES) 

 evolutietheorie onder vuur?

( * “voor de zoveelste maal ?” )

Een groep evolutiebiologen stelt dat de evolutietheorie uitgebreid moet worden met vier concepten (embryonale ontwikkeling, plasticiteit, niche constructie en niet-genetische overerving). Aanhangers van het huidige evolutiemodel reageren gevat.

Sinds de Moderne Synthese  ( MES )in de jaren 30, waarin natuurlijke selectie, genetica, paleontologie en taxonomie verenigd werden, ligt de focus van evolutionair onderzoek op genen.

aula / T. Dobzhansky

aula / T. Dobzhansky

…..Was een  invloedrijk  populair-wetenshappelijk  boek van een van  de vaders van de uitgekristaliseerde  Moderne synthesis midden vijftiger jaren  vorige eeuw  ….

(klik op de afbeeldingen voor vergrotingen )

T. Dobzhansky  Enkele citaten uit het voorwoord

T. Dobzhansky
Enkele citaten uit het voorwoord

°

Een groep evolutiebiologen stelt nu dat deze synthese uitgebreid moet worden met nieuwe concepten. Deze nieuwe synthese, Extended Evolutionary Synthesis (EES) gedoopt, betoogt dat evolutie meer is dan enkel genen. In het vaktijdschrift Nature werden beide kampen tegenover elkaar gezet.

Vier concepten
Volgens de aanhangers van de nieuwe synthese ontbreken er vier concepten in de standaard evolutionaire theorie, namelijk embryonale ontwikkeling, plasticiteit, niche constructie en niet-genetische overerving.

Deze concepten zijn weliswaar het onderwerp van talloze studies, ze worden echter gezien als uitkomsten van andere, meer fundamentele evolutionaire processen.

De EES-verdedigers stellen dat deze vier concepten ook een belangrijke rol spelen als drijvende krachten in de evolutie.

  1. Plasticiteit (uiting van verschillende kenmerken afhankelijk van de omgeving) en bepaalde trends in de embryonale ontwikkeling kunnen bijvoorbeeld de eerste stap zijn in de oorsprong van nieuwe kenmerken.
  2. Niche constructie (de invloed van organismen op hun omgeving, zoals een beverdam) kan ervoor zorgen dat organismen zelf hun selectiedruk sturen.
  3. Tenslotte, niet-genetische processen, zoals epigenetica, kunnen het evolutionaire proces sterk beïnvloeden.

Het antwoord
In het andere kamp reageert men dat de vier voorgestelde concepten reeds onderdeel uitmaken van diverse onderzoeksprogramma’s. Maar de basis van evolutiebiologie blijft nog steeds het gen.

–Het is zeker waar dat niet-genetische processen soms een rol spelen in de evolutie van bepaalde organismen, en plasticiteit in genexpressie is meermaals aangetoond.

°

Maar om embryonale ontwikkeling of plasticiteit een fundamentele rol toe te bedelen, daarvoor is er voorlopig nog geen overtuigend bewijs.

°

Mijn visie
Als evolutiebioloog, wil ik ook graag mijn eigen visie op dit debat met de lezers delen. Ik neig ernaar me aan te sluiten bij het kamp dat de standaard evolutionaire theorie verdedigt.

De vier concepten waarvan geopperd wordt dat zij ook een fundamentele rol spelen, zijn zeker de moeite waard om te bestuderen. Maar uiteindelijk kan alles teruggebracht worden op de genen.

Bijvoorbeeld,

—-plasticiteit is een gevolg van de expressie van verschillende genen, maar deze patronen in genexpressie worden weer gereguleerd door de andere genen.

°

—-Het komt mij voor dat het EES-kamp niet zo zeer het huidige evolutiemodel aanvalt, maar eerder genetisch determinisme: de idee dat alles voorgeprogrammeerd is in het genoom en dat er bij gevolg geen vrije wil bestaat.(1)(2) 

(Jente Ottenburghs (1988) heeft sinds zijn Master Evolutie en Gedragsbiologie aan de Universiteit van Antwerpen (= Nelissen ) een brede interesse voor evolutionaire biologie. Sinds mei 2012 werkt hij als PhD-student bij de Resource Ecology Group aan de Universiteit van Wageningen. Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier. En neem ook eens een kijkje op zijn blog waarop – hoe kan het ook anders – de evolutie eveneens centraal staat.)

___________________________________________________________________________________________

REACTIES    en  zijspoortjes  :

comments op

http://www.scientias.nl/huidige-evolutietheorie-onder-vuur/105914

°

” …..Ik zie niet wat voor nieuws er aan de evolutie theorieën word toegevoegd door de EES’ers. Allemaal gewoon al lang bekend en perfect passend in de evolutie wetenschappen  ….” 

–> Maar , dat de aangetoonde feitelijke  bevindingen en ontdekkingen  ook kunnen worden verklaard (en ingepast) in de  MES betekent nog niet dat ze de definitief  zijn verklaard  …….

°
Het is altijd zeer moeilijk te bepalen welke factoren de belangrijkste zijn of primair zijn in een proces als de evolutie. Meestal berusten deze beoordelingen op gewoontes en disciplines van de wetenschappers.

In de natuur is het proces echter een geheel en zijn alle factoren onmisbaar.

°
Verder valt op dat Darwin deze zg nieuwe factoren ook al kende en toepastte wel op andere wijze als hier bedoeld is, maar toch.

*

EES zou natuurlijk   goed gebruikt kunnen worden als springplank voor de ID-oten. …..Maar dat is niet de reden dat  EES  kan worden veroordeeld . Dat k an ook   gewoon odat  EES   een  overbodige stellingname is.

°PANSPERMIA ?

1.- Tijd om  Panspermia  in de evolutietheorie op te nemen  ?

2.- Bewijzen voor panspermie + bewijzen voor de bouwstenen van leven elders in het universum = bewijs dat leven niet op Aarde of alleen maar op Aarde is ontstaan  ….

Bewijs van buitenaards leven in meteorieten gevonden?

http://www.scientias.nl/bewijs…

Diamonds may have been life’s best friend on primordial Earth

http://phys.org/news136473549….

Life Forms Ejected on Asteroid Impact Could Survive to Reseed Earth According to a Study Published in Astrobiology

http://www.spaceref.com/news/v…

Key To Life Before Its Origin On Earth May Have Been Discovered

http://www.sciencedaily.com/re…

Mysterious Compound Seen as Key to Ocean Life

http://www.livescience.com/228…

Can meteorites carry primitive life from one planet to another?

http://phys.org/news105804274….

COSMIC ANCESTRY

Life comes from space because life comes from life

http://www.panspermia.org/

The Science of the Astrophysics & Astrochemistry Laboratory

http://www.astrochem.org/sci.p…

Life As We Know It Nearly Created in Lab

http://www.livescience.com/321…

Panspermia and the Origin of Life on Earth

http://www.panspermia-theory.c…

Did Earth Life Come from Space? Tough Algae Suggests Panspermia Possibility

http://www.space.com/22880-lif…

Extremophile

http://en.wikipedia.org/wiki/E…

Murchison meteorite

http://en.wikipedia.org/wiki/M…

Building Block for Life Found in Mars Meteorite

http://news.discovery.com/spac…

NASA Scientists Find Evidence of Water in Meteorite, Reviving Debate Over Life on Mars

http://www.jpl.nasa.gov/news/n…

Alien life found living in Earth’s atmosphere, claims scientist

http://www.telegraph.co.uk/sci…

Genetics Indicates Extraterrestrial Origins for Life:

This does not mean that life began over 10 billion years ago, but rather that the first gene was fashioned billions of years before the creation of Earth.

http://journalofcosmology.com/…

Sea plankton ‘found living outside International Space Station’

http://www.telegraph.co.uk/sci…

Building Blocks of Life Found in Galactic Cloud

http://news.discovery.com/spac…

(antwoord 1) ……de panspermie theorie valt buiten de fundamenten van de evolutietheorie

…….of leven nu op aarde of  buitenaards  is ontstaan breekt niets af van de evolutietheorie. Dit is hetzelfde nonargument als dat van  fundamentalisten aangaande dat evolutietheorie

” het ontstaan van leven niet kan verklaren en derhalve fout is.”

–Het ontstaan van leven op aarde (of het nu panspermie of abiogenese is) staat los van de evolutietheorie.

–Abiogenese IS NIET  = /= de evolutietheorie (correct genaamd de Modern Evolution Synthesis maar voor het plebs is het gemakkelijk om het over de evolutietheorie te hebben omdat ze dan het woordje theorie kunnen aanvallen (waarmee ze ook laten merken nog steeds niet te snappen wat een theorie of een hypothese is)).

– De evolutietheorie (= MES   en zelfs uitbreidingen  daarvan  )   omvat niet de oorsprong van het leven op Aarde. Of dat leven nu van andere sterren komt, van Mars, van goden of elfjes, of op Aarde is ontstaan vanuit abiotische chemische processen, dat maakt voor evolutieleer niet uit.
–Trouwens waar is  panspermisch leven dan  onstaan ?                                                                                                                                                 ( uit het “oneindige “ , allicht ?–>(of) ” het is gewoon overal aanwezig in de kosmos /(of)  het is een eigenschap van de kosmos en haar  materieele manifestaties   , die  overal  moet onstaan  “ )

Panspermia is waarschijnlijk een overbodige complicatie.
Ik wil best geloven dat een aantal van de chemicalien die op Aarde meehielpen leven te kickstarten in de circumstellaire ruimte zijn ontstaan – astronomische waarnemingen suggereren tenslotte dat een aantal protoplanetaire schijven rijk zijn aan complexe organische moleculen –    Maar dat zegt nog niet dat *leven* elders MOET  zijn ontstaan.

(antwoord 2)

DE”aangehaalde”   BEWIJZEN  voor panspermia  ?  

* ik zie maar één stuk bewijs in je lijst met links dat iets meer is dan speculatief, en dat is de link naar het artikel over

de leeftijd van bepaalde genen.   

http://journalofcosmology.com/Life100.html

Dat is echter geen wetenschappelijk artikel, en als je serieus bent in je wens de panspermia-positie te verdedigen zul je toch met wetenschappelijke bevindingen moeten komen, niet met populaire artikelen.

“de bewijstukken  dat  panspermia  MOGELIJK   is stapelen zich in de loop der jaren op  ….”

—> Mee eens  … Maar bewijzen dat iets mogelijk is is niet hetzelfde als bewijzen dat het waarschijnlijker is dan de alternatieven

–> Evolutiekennis  is (net als  in alle  (natuur)wetenschappen ) wat we (met grote en minder grote graden van zekerheid, afhankelijk van het niveau van detail) weten.

Om erachter te komen wat we nog niet weten moeten we teruguit redeneren vanuit wat we weten. Evolutie is het platform van waaruit we de oorsprong-van-leven proberen te achterhalen, niet andersom.
—> Panspermia   zil vol graten … Er is om te beginnen te weinig  dat ons zekerheid geeft dat ONS leven van ergens anders afstamt .
Maar  tenslotte moet leven ergens beginnen en dat kan net zo goed HIER  zijn.

Wat  echter NIET verandert ( in die context )  is de evolutietheorie, ( en haar toepassing ) die blijft gelden ( =  is wellicht universeel geldig   , van zodra er sprake is van replicatoren ) of aards  ” leven “nu van elders komt of niet…..

°  Panspermie zegt ook niet dat het leven van elders MOET komen  en zo onze planeet als het ware heeft bezaaid met leven.

Panspermie zegt voornamelijk dat  :
leven ook elders, andere planeten, andere planetenstelsels kan zijn ontstaan,
-dat dit leven ook kan overleven in gesteente afkomstig van die planeten met leven, en zo dus ook op onze planeet Aarde kan terecht  zijn  gekomen.
-Maar ook andersom :  leven van onze Aarde kan ook terecht zijn gekomen op andere planeten, en mits gunstige omstandigheden daar ook gedijen en evolueren.

-Dit neemt uiteraard niet weg dat leven  ook  op Aarde ook is ontstaan, want mist gunstige omstandigheden kan en zal trouwens hier op Aarde ook wel leven zijn ontstaan, gedijen  en  evolueren.

Maar met het grote verschil, dat we uiteindelijk niet over de  ene  aardse  boom des levens spreken, maar wel over meerdere” bomen des levens.”uit de kosmos   (dat is ook het gene waar ik meestal op hamer)

-Na verloop van tijd-miljoenen jaren zijn al die bomen zo in en door elkaar gegroeid, dat het haast onmogelijk is om het Aardse leven (leven dat op Aarde is ontstaan) te onderscheiden van het buitenaards leven (leven dat van elders afkomstig anders dan onze Aarde)

En daarom, gezien het opstapelen van de bewijzen, mogelijkheden dat panspermie wel degelijk kan en heeft kunnen plaatsvinden hier op Aarde, daar serieus rekening mee moet gehouden worden wat betreft het leven hier op Aarde maar ook elders, ook de evolutie wat betreft van het aanwezige leven.

—> Er zijn bezwaren tegen de these dat er nu leven uit verschillende bronnen zou kunnen bestaan op Aarde.

Op DOMEIN niveau , ja misschien, maar zodra je specifieker dan domein gaat kijken: nee.

En zelfs op domeinniveau is de match op biochemisch en zelfs genetisch niveau zo groot dat je de conclusie van een enkele LUCA ( de overlevende  stamvader van het aardse leven  van een aantal concurende   luca’s ? die zowel buitenaards als onafhankelijk kunnen  zijn onstaan op aarde  ) eigenlijk niet meer ontkomt.

–>  Om daar tegenin te gaan moet je dus met wel heel bijzonder bewijs aan komen zetten.

(tsjok)

Uiteindelijk merken  NU  niets meer  van (eventueel) ”  nieuw  onstaan  allereerste leven “( of zelfs van elders primitief  en alternatief ingevoerd leven  op deze aarde ) omdat ze van zodra ze onstaan (of hier arriveren ) worden opgegeten door het reeds aanwezige leven dat afstamt van de succesrijkste  ( prehistorische ) luca(s) die het(nog grotendeels )” onzichtbare”    aanwezige ” wortelnetwerk ” van de aardse stamboom vormen   …..

°

(Tenslotte )

– Het lijkt mij  ook  sterk dat leven onbeschermd interstellaire afstanden overleeft.
Daarbij komt nog eens dat een aantal van de hypotheses mbt het op Aarde ontstaan van leven bijzonder plausibel zijn.
-Op dit moment acht ik dus het lokaal ontstaan van leven – al dan niet met in circumstellair ontstane chemicalien – waarschijnlijker dan panspermia.

“Although computer models suggest that a captured meteoroid would typically take some tens of millions of years before collision with a neighboring solar system planet,[32]there are documented viable Earthly bacterial spores that are 40 million years old that are very resistant to radiation,[32][38] and others able to resume life after being dormant for 25 million years,[141] suggesting that lithopanspermia life-transfers are possible via meteorites exceeding 1m in size ”
http://en.wikipedia.org/wiki/Panspermia

Echter
Of de gegevens (uit bovenstaand citaat ) nu direct van toepassing is op de preservatie van leven over interstellaire afstanden of niet durf ik zo niet te zeggen, maar dat vergroot de kansen natuurlijk wel wat.

Soit.
Leven moet ergens zijn begonnen, en de meest spaarzame aanname ( parsimonie principe ) is nog steeds dat leven dat hier bestaat , hier is begonnen.

°

–De gehele panspermia – hypothese  verschuift alleen maar “het onstaan van het leven (uit “dode” stof )  “vraagstuk  …. maar daarmee is het niet opgelost …..

  • Wanneer (eventueel) echter buitenaards ” leven ” ( of populaties van replicatoren )  ontdekt wordt : moet men zich gaan afvragen of  die replicatoren ook de wetmatigheden van  evolutionaire algorythmes ( eventueel zelfs andere dan de aardse ?) volgen en de titel “levend ” verdienen …..
  • Evolutietheorie is veel breder dan alleen maar “Darwin” en ” dieren.”Het is universeel en digitaal.
    Het zal optreden van zodra opeenvolgende generaties van replicatoren erfelijk gecodeerd materiaal gaan doorgeven … en die hoeven niet perse “levende ” stof /organismen (of extended artefacten ervan ) te zijn in de huidige betekenis …..Het is een menselijke tekortkoming om de wetmatigheid van evolutie los te gaan zien van het universele
  • “virussen”  en  de  “voorgestelde  “memen(= vergelijkende  metaforen voor eenheden van(bijv oorbeeld)  evoluerende ideeen en/of  diverse   culturele gebruiken  )  zijn  replicatoren die NIET (formeel en  conventioneel )tot het “levende”   worden gerekend ….
  •  Wat is de definitie van leven anders  dan een(voorlopig en  omschrijvend/benaderend  )understatement  ?

(zie ook) Wat is leven —> (als start )

http://korthof.blogspot.be/2014/10/what-is-life-addy-pross-boek-bespreking.html

NATURE-NURTURE

 

  • (1)………… De(verouderde )  strijd   tussen het  genetisch determinisme  en de invloed van de omgeving ( …. de omgeving tijdens de ontwikkeling van een individu  ,  de opvoeding / cultuurinvloed  ) als leidend en vorm-gevend principe in de evolutie ___ net zoals Lamarckisme en Darwinisme ____   is  een   gemoderniseerde  (heroprakeling) discussie   van het  klassieke nature/nurture debat.( vooral in de evolutionaire  psychologie , de menswetenschappen  en aanverwanten  ) oftewel de vraag               “ Hoeveel generaties nurture is nodig voor een verandering in nature?
  • Wie het weet mag het zeggen….Al met  al gaat het(wetenschappelijk )  om de (vermeende ) onderlinge samenhangen  tussen  geno- en feno-types zoals ze verschijnen binnen de opeenvolgende generaties van  populaties  …….
  • (2)………….De vrije wil discussie  is al met al, bijzonder  sterk  gekleurd door  een filosofische  (en religio-theologische )kwestie(s ): tussen enerzijds de predestinatieleer van de   calvinisten (deterministen en  fatalisten incluis ) en  de vrije wil leer die individueel  kiest voor of tegen de stem van het  eigen  door god ingbouwde “geweten” in de individuele  ziel   van de contrareformatische katholieken  ( maar evenzeer bij   verlichte   libertaire /”tabula rasa “(jean jacques Rousseau )vertegenwoordigers  en de  uitlopers van het  Dialectisch marxisme  ( = die zweren bij een maakbare mens  (bijvoorbeeld het ideologisch gekleurde  semi-wetenschappelijke ) oude lysenkoisme en de “heropvoedingskampen”/goelags  )en het dialectisch   historicisme  van Hegel

*

FILOSOFIE  ?
“…..Evolutieleer is een verzameling mathematische modellen, biologische en genetische wetmatigheden, op basis waarvan harde, testbare voorspellingen worden gedaan.
Wat is daar nu filosofisch aan?…..”

* Evolutietheorie; beschrijft het proces waarbij erfelijke eigenschappen binnen een populatie van organismen veranderen in de loop van de generaties als gevolg van genetische variatie, voortplanting en natuurlijke selectie.
De(evolutiewetenschap ) populatiegenetica beschrijft alleen het deel over genetische variatie.

–>Nee. Populatiegenetica beschrijft ook middels mathematische en statistische modellen hoe natuurlijke selectie de frequentie van allellen beinvloed – over korte en langere periodes.
Populatiegenetica ligt dus aan de basis van evolutie per natuurlijke selectie.

Er is niets filosofisch aan  de  (MES ) evolutieleer.

*
(JENTE )
De sterkte van de evolutietheorie is zogenaamde consiliëntie (of convergentie van bewijs).
Evolutie wordt ondersteund door waarnemingen en experimenten uit diverse disciplines, waarvan de populatiegenetica er een is.
Hierdoor kan evolutie beschouwd worden als een wetenschappelijke theorie en niet als filosofie.

Hier is meer info over consiliëntië:
http://en.wikipedia.org/wiki/Consilience
*

EES  is nog té filosofisch ( =nog te weinig wetenschappelijk bewijs )

Het artikel hierboven, waar alle discussie hier over zou moeten gaan, is zeer filosofisch van aard.
Links en rechts ondersteund, maar ook ondermijnd door wetenschappelijke waarnemingen.

°Onderaan het artikel staat :

(1)(2)”Het komt mij voor dat het EES-kamp niet zo zeer het huidige evolutiemodel aanvalt, maar eerder genetisch determinisme: de idee dat alles voorgeprogrammeerd is in het genoom en dat er bij gevolg geen vrije wil bestaat”

en dan kom je mi. toch in een deels filosofische discussie terecht.  ( * ) (**)

(  en verder  :   Wat is de vrije wil? Hoe is het van invloed?
En dan een kip en het ei verhaal.
Zetten de genen aan tot keuzes of worden de genen veranderd door keuzes?)

(* Grailgathor )

“..deels (in een)filosofische discussie terecht …”

……..En daarom valt dat dan ook buiten het onderwerp evolutietheorie. Kortom, als EES-ers iets dergelijks als reden voor hun voorstel aanvoeren, dan is het tijd dat ze met  voldoende  wetenschappelijke bewijsstukken   te komen ipv te teren op  speculaties en  (zweverige ) filosofietjes ……

(**JENTE ) Dat klopt inderdaad.
Ik heb het gevoel dat de discussie tussen EES en de huidige theorie voorlopig nog te filosofisch is door het gebrek aan bewijs in het EES-kamp.
En die laatste paragraaf was ook bedoeld om wat discussie uit te lokken 🙂

Filosofische definities “evolutie “ | Tsjok’s blog

tsjok45.wordpress.com/2013/02/19/filosofische-definities-evolutie/

Buskes 19 feb. 2013 – E = VSR oftewel Evolutie(mechanisme ) is Variatie, Selectie en Replicatie. Nota Uiteraard is E … http://evodisku.multiply.com/journal/item/245.  ……..

*

HOND  EN WOLF

 ………”zet een puppy van je lieve hond bij een wolf en het wordt weer een wolf.” Imprinting heet dat.

  1. Imprinting is een  verschijnsel  uit de ethologie  (dierpsychologie ) :  dat is ontdekt door Konrad Lorenz ( en verder ontwikkeld door  Nico Tinberger )      …..     (klik )                                                                                                     Het is sterk gelieerd  als verschijnsel  “conditionering ” maar verschilt er duidelijk van  : 

DOC]CONDITIONERING.docx – Bloggen.be

blogimages.bloggen.be/evodisku/attach/167770.docx

 

Ethologist Konrad Lorenz showed that newly hatched birds imprint on the first moving object seen after hatching. At one point, Lorenz raised ducks, and they  …

—>  Het gaat  bij inprenting  over  de invulling  van een  gedragspatroon bij pasgeboren dieren ( bijvoorbeeld  de  stelregel /opdracht  volg het eerste dier (of zelfs bewegend voorwerp ) dat je ziet als zijnde je moeder )

Merk op dat deze(reflexachtige ?)     opdracht  die ( in dit geval ) een relatie vastlegt ( een invulling die daarna blijkt afgesloten ) )wel degelijk “hardwired ” is   en dus  derhalve erfelijk  aanwezig )   … Bovendien is imprinting alleen mogelijk in een erg jong stadium van de levensloop  omdat deze eigenschap nogal vlug verdwijnt   ( NOOT : bij mensen kan de  imprinting eigenschap   misschien langer duren ,zeker indien men de homo sapiens beschouwd als een paedomorfe  primaat )

inprenting

Eenden – kuikens veranderden  niet  in mensen omdat ze achter Konrad Lorenz aanliepen ……

  • ….. Een wolf  wordt geen  hond   omdat hij  door een  lieve hond werd geadopteerd …. Net zoals   het “wolfskind” Mowgli geen  genetische   wolf werd ….. wordt een juveniele  wolf geen  “hond”  omdat hij werd geadopteerd door een vriendelijke en goed opgevoede hondenteef  ….

zie ook  Feral children  <—

Feral Children | An anthropology of wild, savage and feral

feralchildren.info/

 Often the reality is more about child abuse and neglect, rather than incredible Mowgli- or Tarzan-style heroics. The fates of these feral children can reveal ..
Boys and girls who have grown up outside the normal structures of family and society, who have survived life in the wild or in the company of animals, are deeply fascinating to us.

Boys and girls who have grown up outside the normal structures of family and society, who have survived life in the wild or in the company of animals, are deeply fascinating to us.

Honden verschillen  nu eenmaal  genetisch van wolven.

Ja, veel wolf-eigen instincten hebben de transitie naar hond overleefd, en zullen zich doen gelden onder de juiste omstandigheden. Maar daarmee worden honden geen basale wolven:                                                                                                                                                          Veel eigenschappen zijn uniek voor de hond, en vind je in wolven niet terug.

(Voorbeelden ) …….honden kunnen enkele weken eerder zien dan wolven, hetgeen helpt honden aan te passen aan menselijke omgevingen( al dan niet met imprinting  verschijnselen ?).                                                                                                  Een hond socialiseert daardoor eerder met mensen dan wolven, met als gevolg dat de kans dat een hond zich onderdeel voelt van de familie (en/of beter opgevoed kan worden )  veel groter is dan bij wolven ( die trouwens ook  de leiding door  de alpha wolf in hun roedel zonder meer  aanvaarden ) .

En zo zijn er nog veel meer eigenschappen, ontwikkelingsmatige, gedragskundige, morfologische, die wolven niet hebben maar honden wel.

Honden zijn aangepast aan hun niche. ( al dan niet met antropogene kweekmethodes en arftificieele selectie door de mens )Honden zijn een andere richting op geevolueerd dan de wilde wolf.                                                                                                                                                      Je draait tienduizend generaties aan evolutie niet terug eenvoudigweg door een individu in een andere omgeving te plaatsen.

Wederom: dat een hond die in het wild wordt losgelaten verwildert dat zal niemand tegenspreken. Maar een wilde hond is nog steeds geen wolf.

Dus als je een hond tussen de wolven plaatst zal het ten hoogste een wilde hond worden – niet een basale wolf.

  • Wordt natuurlijk een andere zaak als deze hond zich met wolven gaat kruisen, en je na een X aantal generaties het nageslacht gaat bekijken.

Honden  zijn  in de eerste plaats gefokt door mensen, niet door de evolutie.  ….Sommige wolfshonden waren  afkomstig uit wolvennesten …. Bovendien kunnen ook andere hondachtigen (vossen) ervengoed  “getemd “en (bewezen)gedomesticeerd worden

  • No difference. Blijft een zaak van genetische divergentie. Hoe die divergentie tot stand is gekomen maakt geen drol uit.

-artificieele (fokkerij) of natuurlijke  evolutie bij replicatoren die een “drunkard walk” route binnen een  evolutielandschap volgen  :  het zijn twee kanten van eenzelfde munt ….

Het langdurige gezelschap ( en  gedeeltelijke  afhankelijkheid ) van de mens kan op de lange duur dus wel genetische veranderingen in de stamlijnen en populaties van deze “huisdieren” veroorzaken  …. Sommige hondenrassen (chiuhua ’s bijvoorbeeld ) kunnen moeilijk zonder de mens …

°

De mens doet  dus  aan niche constructie.

Dieren die sympathie ervaren, (oftewel emotionele  voorkeuren   vd mens om een bepaald dier voorrang te verlenen, )of “gewild” zijn , worden gefokt en   hebben  daardoor  een grotere overlevingskans.

___________________________________________________________________________________________

Tenslotte : (mijn mening  inzake  “Nurture -nature ”  en    evolutie   ) 

  • wetenschappelijk is de zaak al (gedeeltelijk )opgelost door beide concepten( nurture en nature )  te (h)erkennen als ( in de tijd gespreide )  interactieve elementen en tegenkoppelingen   waarbij de omgeving en de genenconfiguraties zowel de (voorhanden )  ingredienten als  de receptuur leveren voor een  ongestuurde ” blind Watchmaker ” ( =dat laatste is  een (antropomorfische ? ) metafoor van Dawkins  voor  allerlei  evolutieprocessen en ineengrijpende mechanismen  )

ZIE OOK 

  • [DOC]NURTURE NATURE HERSENDOSSIER 5.docx – Bloggen.be

    blogimages.bloggen.be/evodisku/attach/167813.docx

                ——->  “ Momenteel is het mogelijk om het genoom van bacteriën op enkele weken te bepalen. Het frappante is                                   dat de resultaten parallel lopen …”

  • FENOTYPE en GENOTYPE | Tsjok’s blog

    tsjok45.wordpress.com/2012/10/21/3190/

                ——–>   21 okt. 2012 – evodisku inhoud GLOS F → INHOUD G → Fenotype en Genotype NOTES •                                                                                    ” Fenotype  en Genotype:

                                  informatie  ; … Het resultaat van “nature & nurture “.

    blogimages.bloggen.be/evodisku/attach/167810.docx

               ——–>” Volgens de toonaangevende Amerikaanse psycholoog Steven Pinker moeten we het vooral niet                                                moeilijker maken dan het is. In zijn boek Hoe de menselijke …. “

http://en.wikipedia.org/wiki/Nature_versus_nurture

°

STEVEN  PINKER 

Why nature-nurture  won’t go away (Steve Pinker ) 

http://pinker.wjh.harvard.edu/articles/papers/nature_nurture.pdf

http://www.nytimes.com/2002/09/17/science/scientist-at-work-steven-pinker-in-nature-vs-nurture-a-voice-for-nature.html

http://nl.wikipedia.org/wiki/The_Blank_Slate

http://stevenpinker.com/files/pinker/files/the_blank_slate_general_psychologist.pdf

http://tannerlectures.utah.edu/_documents/a-to-z/p/pinker00.pdf

 Geoffrey Miller 

blogimages.bloggen.be/evodisku/attach/159948.docx

————> ” 7 jun. 1996 – De Amerikaanse psycholoog Geoffrey Miller denkt zelfs dat er maar één soort ….”

Tabula rasa geoffrey miller   <—

°

Kunnen organismen hun eigen evolutie sturen?Kunnen organismen hun eigen evolutie sturen?Evolutionaire verandering is het resultaat van willekeurige mutaties en natuurlijke selectie. De suggestie dat evolutie mogelijk een doel…
Aziatische genen in Europese varkensAziatische genen in Europese varkensTijdens de industriële revolutie werden Aziatische varkens naar Europa gehaald om de lokale rassen te verbeteren. Onderzoek toont…
Bronmateriaal:
Kevin Laland, Tobias Uller, Marc Feldman, Kim Sterelny, Gerd B. Müller, Armin Moczek, Eva Jablonka, John Odling-Smee, Gregory A. Wray, Hopi E. Hoekstra, Douglas J. Futuyma, Richard E. Lenski, Trudy F. C. Mackay, Dolph Schluter, Joan E. Strassmann.
Does evolutionary theory need a rethink?
Nature 514, 161–164 (09 October 2014)
 

13 oktober 2014

Moet de evolutietheorie grondig herzien worden?
©Nature 8 Oct 2014

Does evolutionary theory need a rethink?

is de kop van een opvallend artikel in de Nature van 8 Oct (gratis). Het is geschreven door 15 auteurs, zo lijkt het, maar het bestaat uit twee delen.

Het eerste deel betoogd dat de evolutietheorie grondig herzien moet worden (8 auteurs) en het tweede deel dat dat helemaal niet nodig is (7 auteurs).

Het is geen research artikel, maar een opinie artikel.

Wat de aanleiding is weet ik niet.

Hier een korte impressie van het artikel. Het is ondoenlijk om hier een evenwichtig, goed onderbouwd oordeel te vellen over het vraagstuk.

Het gaat hier in feite over de ontwikkeling van de evolutietheorie sinds Darwin in 1859 zijn Origin of Species publiceerde.

De voorstanders van de herziening (ik noem ze ‘de progressieven’) verwijten een deel van hun collega’s (ik noem ze ‘de conservatieven’) dat ze de evolutietheorie na Darwin versmald hebben tot populatiegenetica.

Hier komt het op neer:

random genetische variatie, natuurlijke selectie, aanpassing.

Evolutie werd en wordt door hen simpelweg gedefinieerd als verandering van genen in de loop van de tijd.

Maar daardoor raken een aantal zaken die niet herleid kunnen worden tot genen buiten zicht.

En die zaken beinvloeden evolutie wel, en die moeten dan ook erkend worden als drijvende krachten van evolutie. Deze vier:

  1. developmental bias: [phenotypische] variatie wordt gestuurd door de embryonale ontwikkelingswijze en is daarom niet random
  2. phenotypic plasticity: de omgeving bepaald rechtstreeks het fenotype van het individu (buiten genen om)
  3. niche construction: organismen veranderen hun omgeving en daardoor beinvloeden ze natuurlijke selectie
  4. extra-genetic inheritance: organismen erven méér over dan alleen hun genen (ook wel epigenetica genoemd)

Als U dat te technisch wordt, hier is de rode draad: genen zijn niet alleen-bepalend voor evolutie.

De progressieven claimen dat ze een aantal verschijnselen beter kunnen verklaren dat het standaard model. Ze gaan zelfs zover te claimen dat hun 4 mechanismes de centrale feiten van evolutie, aanpassing en soortvorming, kunnen verklaren. Het wordt hoog tijd dat dit erkend wordt menen ze.

De ‘conservatieven’ menen -heel toepasselijk- ‘all is well!

Ze beginnen hun betoog met een enigszins misleidende opmerking over Darwin. Darwin had zich al gerealiseerd in een van zijn laatste boeken over wormen dat wormen hun eigen milieu creëren

. Een lesje voor de Niche Construction theoretici: er is niets nieuws onder de zon.

Darwin had eigenlijk al een Niche Construction theory and wij evolutiebiologen hebben dat altijd al gevolgd.

Die opmerking is niet geheel terecht want in zijn meest gelezen en invloedrijkste hoofdwerk The Orgin of Species komen wormen niet aan bod [1].

Verder zeggen ze dat in de jaren 1936 – 1947 (klassieke) genetica geïntegreerd werd in de evolutietheorie. Dat is waar, maar dat genetica tot een soliede begrip van aanpassing en soortvorming leidde lijkt mij behoorlijk overdreven.

Het klopt dat de ontdekking van DNA in 1953 een grote revolutie teweegbracht in de evolutietheorie. De conservatieven voeren dit op als bewijs dat de evolutietheorie niet in steen gebijteld is en continu verandert.

De vier processen die de progressieven opvoeren (zie boven) hebben voldoende aandacht in de evolutietheorie (ze geven enige bewijzen uit de literatuur) en daarom is een nieuwe revolutie en een nieuwe naam voor de evolutietheorie niet nodig.

Het is niet gebrek aan aandacht, maar van voldoende bewijs voor de 4 alternatieve processen dat het probleem is.

Bovendien zijn /hebben veel evolutiebiologen eigen verlanglijstjes van onderwerpen die ook meer aandacht verdienen. Maar daar kunnen we niet aan beginnen.

Evolutiebiologie is levendig, modern en open-minded. Maakt U zich geen zorgen. Alles komt goed.

°

De progressieven verwijten de conservatieven dat in hun evolutietheorie alles om genen en DNA draait (minachtend: ‘gene-centric’).

Maar dat is toevallig –zowel theoretisch als empirisch– het meest soliede gedeelte van de hele evolutietheorie!

Evolutie is niets anders dan natural selection, drift, mutation, recombination and gene flow.

De vier alternatieve niet-Darwiniaanse processen zijn slechts kleine toevoegingen aan deze hoofdprocessen en zijn niet essentieel voor evolutie. Alleen onder bepaalde omstandigheden kunnen ze invloed op evolutie uitoefenen. Eerlijk gezegd zijn punt 1 en 4 sowieso nog lang niet voldoende onderbouwd om opgenomen te worden in de evolutietheorie.

Geen gepraat!

Aan het werk!

De conservatieven reageren alsof zij in de regering zitten. De progressieven worden tot oppositie gedwongen.

Uw problemen hebben onze aandacht en alles wat nuttig en waar is hebben we al opgenomen in ons beleid. Wij nodigen U uit om constructief met ons mee te werken aan de toekomst van ons mooie land.

°

Er zit een grote tegenstrijdigheid in de boodschap van de gevestigde orde: Darwin heeft, en in navolging van Darwin hebben wij altijd al aandacht aan Uw kritiekpunten besteed, én die punten zijn niet belangrijk en slecht onderbouwd.

°

Ikzelf vind de evolutietheorie zoals voorgesteld door ‘de gevestigde orde’ een verarming.

Als ‘natural selection, drift, mutation, recombination and gene flow’ de kern is van de evolutietheorie, dan zijn we niet veel verder gekomen dan de populatiegenetica van de jaren dertig.

We hoeven ons niet te verbazen dat dit zijn weerslag vindt in de evolutiehandboeken die studenten voorgeschoteld krijgen [3]. Evolutiehandboeken worden door ‘de gevestigde orde’ geschreven.

Zoals ik eerder op dit blog [2] en op mijn website [4] heb beschreven, is evolutie een planetair verschijnsel en moet ook in die context bestudeerd en onderwezen worden.

En zelfs dat is niet voldoende.

De alles-overkoepelde context van biologisch evolutie is Big History: voortgekomen uit cosmologische evolutie en zich voorzettend in menselijke culturele evolutie.

Mijn droom: een evenwichtig evolutiehandboek dat door beide partijen is geschreven…

Noten

  1. Je kunt makkelijk een search doen op de site Darwin Online van  John van Wyhe. Het woord ‘worm’ komt maar 4x in The Origin voor, waarvan 1 in de literatuurlijst en de andere 3 zijn niet relevant.
  2. blog: Big History: een synthese van kosmologie, evolutie, en cultuurgeschiedenis
  3. blog: Evolutiehandboeken beoordeeld vanuit het Big History perspectief. Tien miljard jaar in de prullenbak?
  4. o.a. hier: About this site en verspreid over de hele WDW website.
LEES VOORAL DE ZEER INTERESSANTE  REACTIES  op dit blog van KORTHOF    
Een poging tot samenvatting  —>
1.-  NC (NICHE CONSTRUCTION)
°
Evolutie mechanismen
 http://mechanismsevo.blogspot.be/
°
 °
°
 °
°
EVO-DEVO ( +  development biology ) 

Evo-Devo and an Expanding Evolutionary Synthesis: A Genetic Theory of Morphological Evolution

Abstract 


Biologists have long sought to understand which genes and what kinds of changes in their sequences are responsible for the evolution of morphological diversity. Here, I outline eight principles derived from molecular and evolutionary developmental biology and review recent studies of species divergence that have led to a genetic theory of morphological evolution, which states that (1) form evolves largely by altering the expression of functionally conserved proteins, and (2) such changes largely occur through mutations in the cis-regulatory sequences of pleiotropic developmental regulatory loci and of the target genes within the vast networks they control.

°
  • Mûller 

PDF]Extended Synthesis: Theory expansion or alternative?

door GB Muller – ‎Geciteerd door 2 – ‎Verwante artikelen

Discussion. Lindsay Craig—The So-Called Extended Synthesis and …. Wiley-Blackwell. Müller GB (2007) Evodevo: Extending the evolutionary synthesis.

 
°
EXTENTED   PHENOTYPE  
°
APPENDIX 
(Een beetje) gechiedenis van de modernere ontwikkelingen in de evolutiebiologie en aanverwanten kan helpen bij een genuanceerder insteek …..
Maar het gaat vooral over de weergave van de ” problemen” met de evolutietheorie ,  in de journalistiek en in de blogosfeer————————————————————————————————————-
(Uit het archief ) 2004
(bewerkte bron) :
http://www.wetenschapsforum.nl/index.php/topic/4726-evolutietheorie-wat-zijn-de-problemenonduidelijkheden/
°
Binnen de evolutietheorie___ zoals binnen elke (wetenschappelijke) theorie, zijn er vast problemen , moeilijkheden en/of onduidelijkheden in de vceronderstelde  verklaringen gegeven door  de theorie…

Binnen de (subatomaire) natuurkunde worden deze altijd breed uitgemeten, maar van de evolutietheorie zijn ze eigenlijk nog niet zo goed ( en vooral volgens de huidige stand van kennis wetenschappelijk verantwoord )in het daglicht gesteld in de algemene persberichtgeving en blogosfeer (buiten de creationistische stemmingmakerij dan ) met haar zogenaamde gebalanceerde “gelijkwaardigheid van allerlei “opiniemakers en meningenspuiers … vandaar dus : ” ….. over wat de huidige problemen (2004 ) van de evolutietheorie zijn, en in welke richting er aan een oplossing wordt gedacht? …)
(1)

Volgens sommigen zitten de meeste problemen, voornamelijk in de details van o.a. de evolutie-wetenschappen ;( bijvoorbeeld ) paleontologie , de palaeoantropologie en de fylogenetica ;
“……Hoe zagen de voorouders van vleermuizen en Pterosauriërs er uit, de eerste insecten, enzovoort. Allemaal beesten die zelden fossilliseren…
…….. Details in de evolutionaire verwantschappen(fylogenetica ) is mogelijk nog erger,….(bijvoorbeeld,) welke soort heeft gestalte gegeven aan het geslacht homo?
A.afarensis of A.africanus ( Update 1) (2)
Daar kom je nooit helemaal uit, maar wat geeft het?
Dat wordt gesteld dat het Australopithecus was (waaruit het geslacht homo evoulueerde) vind ik al een goede verhelderende prestatie …

( Update 1) of het ondertussen ontdekte fossiel A. sediba ? De fossielen en vooral nieuwe technieken (allerlei comuter aided – scanss) die een fossiel kunnen analyseren en in 3D kunnen ananlyseren zonder het fossiel te beschadigen , en die al in deze eeuw ontdekt zijn betekenen een geweldige verfijning van de bestaande stambomen ter zake

(1)….Ik wil hier geen discussie beginnen over of het creationisme weer in ere hersteld moet worden; omdat creationisme een sectaire (fundamentalistische ) geloofsrichting is die uitgaat van absolute zekerheden ( zowel metafysische als religieuze en literatlistische interpretaties van “heilige ” geschriften , ficties en mythologieen gekleurd door wensdenken ) en derhalve geen bundel van herzienbare/uitbreidbare (natuur)wetenschappelijke hypotheses en theorieeen )

(2) … Het zoeken van de “missing link ” in rechte lijn …. zal wel altijd een zoektocht blijven …om de eenvoudige reden dat nog  geen enkel fossiel uit dat verleden ( de schakel tussen mens en mensaapachtige voorouder )met een “geboortebewijs / identitietspapieren en/of nog bruikbaar en ananlyseerbaar DNA profiel (reeds ) werd gevonden ”

°

2009
http://www.programmed-aging.org/theories/evolution_issues.html

http://evolution.berkeley.edu/evosite/evo101/IIIMechanisms.shtml

 °
Molecular biology :-Self directed evolution of bacteria ? :
http://www.quantamagazine.org/20140115-under-pressure-does-evolution-evolve/

Darwinjaar Be NL Fr UK Links

INHOUD —-> https://tsjok45.wordpress.com/2012/09/03/evodisku/

http://www.darwin200.nl/

98% aap

http://www.kennislink.nl/web/show?id=273874

Opening Darwin jaar /12 februari 2009

In 2009 is het 200 jaar geleden dat Charles Darwin werd geboren; 150 jaar geleden kwam zijn boek “On the origin op Species ” uit

Message WAARSCHUWING ( voor creationisten )
Het boek van Darwin noemt “On the Origin of Species”…niet “On the Origin of Life”!
Het ontstaan van leven uit levenloze materie valt niet binnen het gebied van de evolutietheorie.
Evenmin als het ontstaan van het heelal…
On the Origin of Species — “Over het ontstaan van soorten” — is het bekendste werk van Charles Darwin (1809 — 1882
Hierin ontvouwt hij de evolutietheorie die zoveel opschudding zou veroorzaken in de negentiende eeuw.
De impact van dit boek was enorm, zowel in natuurwetenschappelijke kring als daarbuiten.Het volgende is in het kort Darwins theorie:

via het natuurlijke proces van het selecteren van de best aangepaste (erfelijke) varianten onder de overproductie  van afstammelingen en  levensvormen, verandert het levende doorlopend, en zo ontstaan uiteindelijk wat men “soorten” noemt ( die niets anders zijn dan een punt in een continuum van stamlijnen  ) .

De nieuwe theorie maakte het scheppingsverhaal met de grond gelijk.
Om die reden is zij onophoudelijk bekritiseerd.
In 1859 verscheen de eerste druk.

Vanwege vele kritieken veranderde Darwin veel.  

Darwin is een grondlegger van de evolutieleer.
Wat niet inhoud dat de huidige denkbeelden nog steeds letterlijk dezelfde zijn , maar het is altijd in alle wetenschapsgebieden belangrijk te weten hoe de denkbeelden zijn ontstaan
Het oorspronkelijke   boek moet je  lezen als een wetenschap- historisch boek.
Er zijn sinds de publicatie van het boek veel nieuwe ontwikkelingen gekomen die dingen nuanceren , aanvullen , verbeteren  en  zelfs  verwerpen.
Toch is het interessant ook  om te lezen hoe darwin tot zijn evolutieleer is gekomen  ….


Vandaag de dag wordt de evolutietheorie weliswaar even algemeen aanvaard als de atoomtheorie of de gravitatietheorie, maar dat neemt niet weg dat zij de gemoederen nog steeds in beweging brengt,en dat ongetwijfeld nog geruime tijd zal blijven doen.
Regelmatig laait weer de discussie op over de juistheid van Darwins theorie (bv. in het natuurwetenschappelijk onderwijs en in kerkelijke kringen); daarom is herdruk en  een  vertaling naar modern taalgebruik nuttig.(voetnoot 1)

Darwins evolutietheorie is en blijft een van de meest revolutionaire visies op mens en natuur uit de wereldgeschiedenis, en het boek ” Over het ontstaan van soorten”  is een van de belangrijkste teksten  van de moderne tijd.

Man, this guy didn’t know anything

Tomasso 


Je hebt (als journalist of blogger  )al een aantal artikelen geschreven over evolutie, de evolutietheorie en Charles Darwin, maar je hebt nog nooit The origin of species… gelezen. ?
Dan is het in 2009, 150 jaar na de eerste druk, eindelijk zover.
Je leest eindelijk het boek waar alles mee begon (ok, ik overdrijf hier een beetje).
Hoe komt het dan op je over?

Dit experiment wordt onder de titel “Blogging the Origin” gedaan door John Whitfield.
Hij leest, voor het eerst The origin of species…, hoofdstuk na hoofdstuk, en blogged daarover (in het Engels).

Het is zeer interessant.

 

De uitspraak in de titel hierboven is de start van het blog over het eerste hoofdstuk: Variation under domestication.

http://scienceblogs.com/bloggingtheorigin/ 

Voetnoot

(1)

Overigens zijn er al ( met wisselend succes )pogingen ondernomen om “Darwin’s Origin” the up-daten …
Een van de bekendste is :
“ALMOST LIKE A WHALE ” van STEVE JONES

(2)

Een van de jongste :
ADAM RUTHERFORD 

http://www.guardian.co.uk/commentisfree/series/theoriginofspecies

Er waren reeds geruime tijd evolutietheorieën in omloop voor het werk van Charles Darwin in 1859 verscheen.

 

De belangrijkste innovatie van Charles betrof dus niet zo zeer het idee van evolutie op zich maar vooral dat van natuurlijke selectie; dit was ook het belangrijkste punt van onderscheid met de ideeën van zijn grootvader.

In de theorie van Charles treden biologische veranderingen tussen generaties op een geheel willekeurige manier op.
Veranderingen die in een bepaalde leefomgeving gunstig zijn leiden tot betere overlevings- en dus reproductiekansen.
De meest ‘fitte’ leden van een populatie, dat wil zeggen, zij die het best toegerust zijn op hun omgeving, zullen aldus de populatie
gaan overheersen.

 

 

 

( hierboven :  Giraffen evolutie volgens  het  Lamarckisme   )

Volgens Erasmus Darwin  hebben giraffes een lange nek omdat zij generaties lang hebben geprobeerd om bij blaadjes hoog in een boom te kunnen geraken(= dat isorthodox “Lamarckisme” ) ;

Volgens Charles Darwin  zijn giraffes met een toevallig langere nek de populatie gaan overheersen omdat zij zich beter konden voeden.

Om zijn evolutieleer te onderbouwen zou Darwin op latere leeftijd veel tijd doorbrengen met potten en planten in zijn eigen botanische kassen.

Darwin discovered two major forces in evolution — natural selection and sexual selection — and wrote three radical scientific masterpieces,
“On the Origin of Species” (1859),
“The Descent of Man and Selection in Relation to Sex” (1871) and
“The Expression of the Emotions in Man and Animals” (1872).

The “Origin,” of course, is what he is best known for.
This volume, colossal in scope yet minutely detailed, laid the foundations of modern biology.
Here, Darwin presented extensive and compelling evidence that all living beings — including humans — have evolved from a common ancestor,
and that natural selection is the chief force driving evolutionary change.

Sexual selection, ( in “Descent” ) he argued, was an additional force, responsible for spectacular features like the tail feathers of peacocks that
are useless for (or even detrimental to) survival but essential for seduction.

Before the “Origin,” similarities and differences between species were mere curiosities;
Questions as to why a certain plant is succulent like a cactus or deciduous like a maple could be answered only, “Because.”
Biology itself was nothing more than a vast exercise in catalog and description.
After the “Origin,” all organisms became connected, part of the same, profoundly ancient, family tree.
Similarities and differences became comprehensible and explicable.
In short, Darwin gave us a framework for asking questions about the natural world, and about ourselves.

He was not right about everything.
How could he have been?
Famously, he didn’t know how genetics works; as for DNA — well, the structure of the molecule wasn’t discovered until 1953.
So today’s view of evolution is much more nuanced than his.
We have incorporated genetics, and expanded and refined our understanding of natural selection, and of the other forces in evolution.

But what is astonishing is how much Darwin did know, and how far he saw.
His imagination told him, for example, that many female animals have a sense of beauty — that they like to mate with the most beautiful males.
For this he was ridiculed. But we know that he was right. Still more impressive: he was not afraid to apply his ideas to humans.
He thought that natural selection had operated on us, just as it had on fruit flies and centipedes.

As we delve into DNA sequences, we can see natural selection acting at the level of genes.
Our genes hold evidence of our intimate associations with other beings, from cows to malaria parasites and grains.
The latest research allows us to trace the genetic changes that differentiate us from our primate cousins, and shows that large parts of the human
genome bear the stamp of evolution by means of natural selection.

I think Darwin would have been pleased.
But not surprised.

The “Origin” changed everything. Before the “Origin,” the diversity of life could only be catalogued and described; afterwards, it could be explained and understood. Before the “Origin,” species were generally seen as fixed entities, the special creations of a deity; afterwards, they became connected together on a great family tree that stretches back, across billions of years, to the dawn of life. Perhaps most importantly, the “Origin” changed our view of ourselves. It made us as much a part of nature as hummingbirds and bumblebees (or humble-bees, as Darwin called them); we, too, acquired a family tree with a host of remarkable and distinguished ancestors.

The reason the “Origin” was so powerful, compelling and persuasive, the reason Darwin succeeded while his predecessors failed, is that in it he does not just describe how evolution by natural selection works. He presents an enormous body of evidence culled from every field of biology then known. He discusses subjects as diverse as pigeon breeding in Ancient Egypt, the rudimentary eyes of cave fish, the nest-building instincts of honeybees, the evolving size of gooseberries (they’ve been getting bigger), wingless beetles on the island of Madeira and algae in New Zealand. One moment, he’s considering fossil animals like brachiopods (which had hinged shells like clams, but with a different axis of symmetry); the next, he’s discussing the accessibility of nectar in clover flowers to different species of bee.

At the same time, he uses every form of evidence at his disposal: he observes, argues, compares, infers and describes the results of experiments he has read about, or in many cases, personally conducted. For example, one of Darwin’s observations is that the inhabitants of islands resemble — but differ subtly from — those of the nearest continents. So: birds and bushes on islands off the coast of South America resemble South American birds and bushes; islands near Africa are populated by recognizably African forms.

He argues that the reason for this is that new islands become colonized by beings from the nearest continents, and that the new inhabitants then begin evolving independently. He then asks: can animals and plants from the continents get to new islands, especially those that are far out at sea? To investigate this, he conducts experiments to see how long seeds from different plants can remain immersed in saltwater and still begin to grow. In short, he tests his reasoning over and over again.

He is also, in some respects, surprisingly far-seeing. The “Origin” does not just expound natural selection. It contains a wealth of additional ideas and hypotheses, some of which Darwin went on to elaborate in other books. Among them: sexual selection. This is the idea — and it remained controversial until recently — that males in many species are burdened with showy ornaments like enormous tails because the females of their species have, by repeatedly picking the showiest males as their mates, caused them to evolve them that way.

This is not to say that the “Origin” is flawless, or that Darwin was right in every respect. It isn’t, and he wasn’t. Nor is the book a definitive account of how evolution works. It wasn’t even definitive in his lifetime: he published six editions, revising, sometimes heavily, from one to the next. (In the third edition, which appeared in 1861, he introduced a historical sketch in which he discusses his precursors, including Matthew and Wells.) Yet his knowledge of the natural world is so immense, and the scrutiny to which he subjects his ideas is so thorough and scrupulous, that the “Origin” presents a grand new vision of the world. A vision that, as far as possible given the knowledge available at the time, he worked out in every detail. A vision that changed the world forever.

(Olivia Judson,)

Jerry Coyne :

The GALAPAGOS ISLANDS did not, as is often assumed, constitute a “eureka moment” for Darwin: he did not hit upon, nor even begin to formulate, his theory of “transmutation” until several years thereafter.

True, the Galápagos did constitute important evidence for the biogeographic chapters of The Origin, but this came as much from the plants (and Joseph Hooker’s analysis of them) as from the finches. Indeed, “Darwin’s finches” are not even mentioned in The Origin! This may be because Darwin botched his collections there, failing to put the island source on the collecting labels. He was forced to reconstruct the biogeography of the finches (which he at first didn’t see as a monophyletic group) using specimens collected — and properly labelled — by Darwin’s manservant and by Captain Fitzroy himself. Darwin’s failure to mention finches in The Origin may reflect his continuing uncertainty about the nature of the evidence. He knew by 1859 that the 14 species were indeed closely related (ornithologist John Gould had determined that for him), but the uncertainty about their biogeography led to confusion about what role geographic isolation played in the origin of species.

Darwin’s plant collections, on the other hand, were properly labeled, for pressing plants on the spot is more conducive to accurate recording of localities. And it was Joseph Hooker’s identification of the plants, their affinity, and especially the uniqueness of many species to specific islands, that helped convince Darwin he was on the right track.

Here, from Chapter 12, is the most famous mention of the Galápagos in The Origin. Notice Darwin’s clever use of rhetorical questions to attack creationism. How could a Victorian reader fail to be convinced by arguments like this?

The most striking and important fact for us in regard to the inhabitants of islands, is their affinity to those of the nearest mainland, without being actually the same species. Numerous instances could be given of this fact. I will give only one, that of the Galapagos Archipelago, situated under the equator, between 500 and 600 miles from the shores of South America. Here almost every product of the land and water bears the unmistakeable stamp of the American continent. There are twenty-six land birds, and twenty-five of those are ranked by Mr Gould as distinct species, supposed to have been created here; yet the close affinity of most of these birds to American species in every character, in their habits, gestures, and tones of voice, was manifest. So it is with the other animals, and with nearly all the plants, as shown by Dr. Hooker in his admirable memoir on the Flora of this archipelago. The naturalist, looking at the inhabitants of these volcanic islands in the Pacific, distant several hundred miles from the continent, yet feels that he is standing on American land. Why should this be so? why should the species which are supposed to have been created in the Galapagos Archipelago, and nowhere else, bear so plain a stamp of affinity to those created in America? There is nothing in the conditions of life, in the geological nature of the islands, in their height or climate, or in the proportions in which the several classes are associated together, which resembles closely the conditions of the South American coast: in fact there is a considerable dissimilarity in all these respects. On the other hand, there is a considerable degree of resemblance in the volcanic nature of the soil, in climate, height, and size of the islands, between the Galapagos and Cape de Verde Archipelagos: but what an entire and absolute difference in their inhabitants! The inhabitants of the Cape de Verde Islands are related to those of Africa, like those of the Galapagos to America. I believe this grand fact can receive no sort of explanation on the ordinary view of independent creation; whereas on the view here maintained, it is obvious that the Galapagos Islands would be likely to receive colonists, whether by occasional means of transport or by formerly continuous land, from America; and the Cape de Verde Islands from Africa; and that such colonists would be liable to modifications; the principle of inheritance still betraying their original birthplace.

On the Origin of Species: The Preservation of Favoured Traces
http://benfry.com/traces/
“Over het ontstaan van soorten door middel van natuurlijke selectie, of het behoud van bevoordeelde rassen in de strijd om het leven”
Charles Darwin
Dit is de veelgeprezen vertaling van Ludo Hellemans van de oorspronkelijke editie van On the Origin of Species uit 1859.
GRATIS DOWNLOAD
http://darwindownloads.nieuwezijds.nl/soorten.pdf

Over het ontstaan van soorten is het bekendste werk van Charles Darwin (1809–1882).
Hierin ontvouwt hij in ‘een lang argument’ de evolutietheorie die vanaf de publicatie op 24 november 1859 tot de dag van vandaag zoveel
opschudding heeft veroorzaakt.
De impact van dit boek op het denken is enorm geweest.
Vandaag de dag wordt de evolutietheorie weliswaar even algemeen aanvaard als de atoomtheorie, maar dat neemt niet weg dat zij de gemoederen
nog steeds in beweging brengt omdat ze de grens tussen geloof en wetenschap raakt.

Darwins benadering van het leven is rationeel en natuurwetenschappelijk.
Zijn wereldbeeld is opgebouwd uit louter kenbare en verifieerbare feiten.
Hij houdt zijn lezers voor dat alle levensvormen op aarde, de mens nadrukkelijk niet uitgezonderd, zijn geproduceerd door onbezielde en
doelloze natuurkrachten.

Darwins evolutietheorie is en blijft een van de meest revolutionaire visies op mens en natuur uit de wereldgeschiedenis,
en het boek Over het ontstaan van soorten is een van de belangrijkste teksten van de moderne tijd: een onbetwiste must in het wetenschappelijk canon.

http://www.nieuwezijds.nl/lees-darwin-nu/

‘There is grandeur in this view of life, with its several powers, having been originally breathed into a few forms or into one; and that, whilst this planet has gone cycling on according to the fixed law of gravity, from so simple a beginning endless forms most beautiful and most wonderful have been, and are being, evolved.’ Charles Darwin

Although Darwin had already presented his theory to fellow scientists, it was the publication of his book, On the Origin of Species by Means of Natural Selection, in 1859 that shook the rest of the world.

‘We must, however, acknowledge, as it seems to me, that man with all his noble qualities… still bears in his bodily frame the indelible stamp of his lowly origin.’ Charles Darwin

Initially greeted with controversy, Darwin’s ideas now form the foundation of modern biology.

‘It is interesting to contemplate an entangled bank, clothed with many plants of many kinds, with birds singing on the bushes, with various insects flitting about, and with worms crawling through the damp earth, and to reflect that these elaborately constructed forms, so different from each other, and dependent on each other in so complex a manner, have all been produced by laws acting around us.’ Charles Darwin

Title page of a first edition of On the Origin of Species by Means of Natural Selection.
Title page of a first edition of On the Origin of Species by Means of Natural Selection.

COPLETE ON LINE TEXT
http://www.literature.org/authors/darwin-charles/

The Voyage of the Beagle

The Origin of Species
Preface
Introduction
Chapter 1 – Variation Under Domestication
Chapter 2 – Variation Under Nature
Chapter 3 – Struggle for Existence
Chapter 4 – Natural Selection
Chapter 5 – Laws of Variation
Chapter 6 – Difficulties on Theory
Chapter 7 – Instinct
Chapter 8 – Hybridism
Chapter 9 – On the Imperfection of the Geological Record
Chapter 10 – On The Geological Succession of Organic Beings
Chapter 11 – Geographical Distribution
Chapter 12 – Geographical Distribution continued
Chapter 13 –
Mutual Affinities of Organic Beings: Morphology: Embryology: Rudimentary Organs
Chapter 14 – Recapitulation and Conclusion
Glossary

The Origin of Species – 6th Edition
The Descent of Man

MYTH’S ABOUT DARWIN’S TEXTS

Myth 1: > Myths about Darwin Darwin did not believe in the reality of species
> Myths 2: The origin of species Darwin did not explain the origin of species
> Myth 3: Darwin was a Lamarckian
> Myth 4: Darwin was a gradualist
> Myth 5: Darwin thought evolution relied on accidents and chance
> Myth 6: Darwin thought everything was due to natural selection
> Myth 7: Darwin thought that Australian aborigines were closer to apes than to Europeans

>Myth 8: Darwin was a social Darwinian

Een aantal organisaties besloten om 2009 uit te roepen tot Darwin jaar.

Voor het Darwinjaar 2009 in Nederland hebben musea, wetenschappelijke instellingen, science centers, openbare bibliotheken en media de handen ineen geslagen om Darwins gedachtengoed bij een breed publiek onder de aandacht te brengen. Door heel Nederland worden er activiteiten georganiseerd rond Darwin, het darwinisme en de evolutietheorie: tentoonstellingen, lezingen en symposia zowel voor een breed publiek als voor wetenschappers. Daarnaast zijn er activiteiten speciaal gericht op het onderwijs.

Kijk voor meer informatie en alle activiteiten op www.darwinjaar2009.nl.

Ook NWO-ALW doet mee aan verschillende activiteiten voor het Darwin jaar:

  • Negen onderzoeken zijn uitgewerkt tot artikelen, 5 uit het Open Programma, 4 uit het onderzoeksprogramma Evolutie en Gedrag. Deze worden geplaatst op de speciale educatieve website over Darwin en evolutie.
  • Iedere maand verschijnt er een artikel in Nvox, het blad van biologie docenten
  • In mei verschijnt er een boekje in de AO-reeks (Uitgeverij Actuele Onderwerpen)
  • In februari verschijnt er van de bij ALW ondergebrachte Stichting Biowetenschappen en Maatschappij een cahier over Darwin en genetica (kanker in het licht van de evolutie).
  • Niko Tinbergen lezing (mei) in samenwerking met NRC, Museum Boerhaave, Naturalis en Universiteit Leiden. Dit is een jaarlijkse publiekslezing over evolutie ter ere van de Nederlandse Nobelprijswinnaar en etholoog Niko Tinbergen. Organisatie: Universiteit Leiden, Museum Boerhaave, Naturalis, NRC en NWO. Plaats: Leiden.
  • Het NWO-programma Evolutie en Gedrag wordt op 17 en 18 september afgesloten met een wetenschappelijk congres.
  • De VPRO gaat de wereldreis van de Beagle nadoen. Hierbij is onder meer het NWO-instituut NIOZ bij betrokken.
  • NWO-ALW werkt mee aan de totstandkoming van een algemene brochure over het Darwin jaar. Deze publicatie zal in januari verschijnen.

Logo Darwinjaar

Op donderdag 12 februari, de geboortedag van Darwin, wordt het jaar geopend in het natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden.

De speciale educatieve website over Darwin en evolutie. van Naturalis

150 jaar denken over evolutie

Anderhalve eeuw nadat Charles Darwin zijn baanbrekende boek “Over het Ontstaan van Soorten” publiceerde, is de evolutietheorie nog steeds de krachtigste verklaring voor de ontwikkeling van het leven op aarde.
Hier vind je informatie over Darwin, zijn denkbeelden, de verdere ontwikkeling van Darwins theorie, en actueel evolutie-onderzoek.
En natuurlijk over LEVEN, want dat is waar Darwin naar keek en waar onderzoekers nog steeds naar kijken.

Wat is leven? Wanneer spreek je van leven? Hoe en wanneer is het ontstaan? En waar heeft miljoenen jaren leven toe geleid?

Ontstaan van het leven >
DNA, de erfelijke basis van evolutie >
De cel, de eenheid van het leven >
Organisatie van het leven >
Korte geschiedenis van aarde en leven >
Biodiversiteit >

Overleven Genoeg te eten vinden om de volgende dag te halen. En niet vroegtijdig in de maag van een ander verdwijnen. Met een beetje geluk kun je de voortplantingsleeftijd halen en nageslacht verwekken. Want daar is waar het uiteindelijk om draait: het overleven van de soort.


Strategieën om te overleven >
Overleven in extreme omstandigheden >
Hoe dieren elkaar versieren >

Evolutie-topstukken zien? Veel Nederlandse musea bezitten opgezette dieren, fossielen of andere voorwerpen waar een evolutieverhaal aan vast zit. Soms zijn ze in de tentoonstelling te zien, maar vaker bewaren musea ze liever veilig achter slot en grendel.


Nederlandse evolutie topstukken >

Wat betekenen al die evolutiebegrippen?Hoe kwam Darwin tot zijn evolutietheorie? Wat dachten wetenschappers voor hem? En wat betekenen die moeilijke woorden die evolutiebiologen gebruiken?


Darwins denken >
Evolutie >
Evolutiedenken op een tijdlijn >
Evolutiebegrippen >

Waar houden onderzoekers zich zoal mee bezig?Het onderzoek naar evolutie is nog lang niet klaar. Er is nog veel te ontdekken. Ook Nederlandse biologen houden zich volop met evolutie-onderzoek bezig.


Interviews met onderzoekers >
Kijken naar evolutie op verschillende niveaus >
Onderzoek aan modelorganismen >
Hoe kun je zelf onderzoeker worden? >

Evolutieshow in ArtisVerschillen tussen man en vrouw, aanpassing van lichaamsvorm aan leefgewoonten, het ontstaan van het oog, camouflage en misleiding. Zomaar een paar evolutionaire thema’s die je ‘in levenden lijve’ kunt zien bij dieren in Artis.


Dieren showen evolutie in Artis >

Evolueren wij ook?

Zijn wij speciaal? Of zijn we gewoon ver ontwikkelde zoogdieren? In ieder geval hebben we als mensen al een lange ontwikkeling achter de rug.


Evolutie van de mens >
Onze herkomst in vier stappen >
Op zoek naar de Missing Link >

Kunnen we de evolutie beïnvloeden?Jazeker, we kunnen de evolutie zelfs versnellen en de richting bijsturen. Door kweken en fokken sleutelen we al duizenden jaren vanaf de ‘buitenkant’ aan planten en dieren. Maar nu kunnen we ook sleutelen aan de ‘binnenkant’: de genen. En dat geeft een stuk sneller resultaat.


Snel sleutelen: biotechnologie >
Langzaam sleutelen: domesticatie >

Hoe krijg je evolutie in beeld? Evolutie is niet zomaar te zien. Eerst moet je de ‘chaos’ aan planten en dieren indelen in soorten of andere overzichtelijke eenheden. Pas dan kun je evolutionaire verwantschappen ontdekken.


Ordening van de natuur >
Overzicht van levende wezens >
Ordenen in stambomen >
De natuur in beeld >

Darwin on lineDirect op internet te lezen: de complete werken van Charles Darwin in de oorspronkelijke versie.


Origin of species UK > NL >
Descent of man >
Voyage of the Beagle >
Andere boeken van Darwin NL >

Webquests en lesmateriaalSpeciaal voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs is hier een educatief programma over evolutie te downloaden. Leerlingen uit de bovenbouw van Havo/VWO vinden hier vier webquests.


Lesmateriaal en webquests over evolutie >

Fossielen en evolutieFossielen zijn versteende overblijfselen van organismen die lang geleden leefden. Je kunt ze zien als het ‘harde bewijs’ dat evolutie daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Wat is een fossiel? >
Mammoet >
Dodo >
Fossiel ecosysteem Messel >
Levende fossielen >

Wat is er in het Darwinjaar te doen? In 2009 wordt de 150ste verjaardag van de evolutietheorie gevierd met allerlei activiteiten. Zoals tentoonstellingen, lezingen en debatten. En een Nederlands schip vertrekt om Darwins reis om de wereld over te doen.


Darwinjaar activiteitenoverzicht >
Darwins reis opnieuw >

Boeken /Pers /blogs

Charles Darwin. biografie

Video bespreking —> http://www.klara.be/cm/klara/1.104-searcharticle?directarticle=1.50772&article=1.50772
Auteurs Adrian Desmond en James Moore stellen hem voor als een gekwelde man, die worstelde met zijn diepgelovige milieu.
Darwin-kenner Geerdt Magiels las het boek en heeft er enkele kanttekeningen bij.

[“Darwin. De Biografie”. Adrian Desmond en James Moore. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2008]
http://www.nieuwamsterdam.nl/boekUitgave.aspx?ID=1181

“Darwin plaagde voortdurend. Hij had weinig geduld met mensen die van God en zijn creaties iets menselijks wilden maken.
Darwin stelde dat God geen behoefte had aan onze complimenten, dat het niet nodig was Hem te vertellen hoe sterk Hij op ons leek.
Voor hem was God gewoon God.
God maakte de wetten die planeten laten bewegen en soorten ontstaan, maar Hij is niet verantwoordelijk voor de beweging van elke planeet, noch voor het ontstaan van elke soort.
Darwin ging op zoek naar de universele wetten van het leven.
Zijn voornaamste verdediger, Thomas Huxley, vergeleek de klassieke mensengod met een soort supernatuurlijke duivenkweker die hier en daar wat beestjes selecteert om er een mooie variëteit mee te maken.
Darwin plaatste God boven dat beperkte beeld.”

bron : (Knack Ontdek: De theorie van een genie: Darwin: over mensen en andere dieren, januari 2009, vraaggesprek met wetenschapshistoricus James Moore, biograaf van Charles Darwin,
die twintig(!) jaar geleden, samen met Adrian Desmond, het boek ‘Darwin: The Life of a Tormented Evolutionist’ schreef…Nu, én volgens kenners in slechte vertaling, )

KENNISLINK ;

Evolutie, zo zit het!

Een pasgeboren baby, een vlinder die uit een cocon kruipt, een dolfijn die enthousiast uit het water springt: het leven op aarde heeft iets wonderlijks. Het is dan ook niet zo raar dat veel mensen het ervaren als heilig of goddelijk. Een wetenschappelijke theorie om al dit moois te verklaren voelt wat kil en zakelijk. Toch danken we al het leven op aarde aan de processen van de evolutie: een elegante theorie die ons meer vertelt over wie we zijn en waar we vandaan komen.

Kennislink folder: Evolutie – zo zit het (herziene versie april 2009)

‘s Winters stikt het van de musjes in de achtertuin. Leuk gezicht, maar ze komen niet allemaal even goed de winter door. Sommige mussen overleven het niet omdat ze badderen in een plasje smeltwater en doodvriezen op de schutting. Andere mussen vergaan van de honger, kleumend op een takje. Hun snaveltjes hebben net niet de juiste kromming om goed te kunnen snoepen van de vetbollen en pinda’s die mensen voor ze ophangen. Maar een derde soort mus – toevallig net iets anders dan de eerste twee – blaakt van gezondheid. Deze mussen blijven uit het water en overleven de vrieskou door hun buik rond te eten. In de lente gaan zij als eerste met takjes en wormpjes in de weer, helemaal klaar voor een nieuw nestje.

De snaveltjes van deze vinken brachten Darwin op het idee: soorten veranderen omdat alleen de meest succesvolle leden lang genoeg leven om nakomelingen te krijgen.

Dit is evolutie in actie. In een barre omstandigheid zoals een strenge winter blijkt een toevallige aanpassing aan de soort – een net iets handiger gevormde snavel – enorm belangrijk. Ze moeten immers lang genoeg leven om nakomelingen te maken. En omdat die nakomelingen ook weer die handige snavel erven, zullen zij de volgende winter beter doorkomen dan onhandig gesnavelde musjes. Die zijn dan na een vorstperiode zo verzwakt, dat ze niet meer aan kinderen maken toekomen. Als je er goed over nadenkt is het heel logisch: na verloop van tijd zijn er voornamelijk mussen van de derde soort, die elke winter smullen van de pinda’s aan de schutting.

Darwin trok in de 19e eeuw precies dezelfde conclusie na zijn reis naar de Galapagoseilanden. Op het ene eiland hadden vinken een stompe snavel en op de andere een scherpe. Dat was wel zo handig, want ze moesten ook in andere omstandigheden hun voedsel zoeken. Maar hier was nog iets extra’s aan de hand. Omdat de vinken helemaal van elkaar gescheiden leefden, waren ze zo uit elkaar gegroeid dat ze niet meer tot dezelfde soort behoorden. Dat bracht Darwin op een nieuw idee, namelijk dat in de natuur uit één diersoort andere soorten kunnen ontstaan.

Eigenlijk weten we dat allang. Uit de wolf is bijvoorbeeld heel lang geleden de hond ontstaan. En niet één soort hond, maar talloze soorten. Van Paris Hiltons Chihuahua tot de Husky die poolreizigers door sneeuwstormen heen loodst. Wij fokken de hondenrassen zodat ze het beste zijn aangepast aan hun omstandigheden, maar in de natuur werkt het net zo. Toevallig raakt één soort mus, of wolf, of giraf, beter aangepast aan de (moeilijke) omstandigheden, waardoor die soort meer kinderen krijgt die ook de goede aanpassing hebben. En zo veranderen soorten, oftewel: ze evolueren.

De Husky is maar één van de hondenrassen die door mensen is gefokt met een reden. Het ras gedijt goed in poolgebieden, waar ze mensen helpen door bijvoorbeeld sleeën te trekken.

Minder aap, meer mens

“Als evolutie voor elk ander dier geldt, waarom dan niet voor de mens?”, dacht Darwin later. De wetenschap geeft hem gelijk. Wetenschappers vonden overblijfselen van een soort aapmensen die langzaam rechtop gingen lopen, hun haar verloren en gereedschap leerden gebruiken. Dat waren onze voorouders. Ze hadden meer succes dan hun hurkende, harige tijdgenoten. Zo werden we in vijf à zes miljoen jaar langzaam maar zeker minder aap en meer mens.

Leven

Als de ene soort uit de andere ontstaat, hoe ontstond dan de eerste levensvorm? Hoe kwam het startsein voor de evolutie tot stand?

Lang voordat mensen, dieren en zelfs bacteriën de aarde bevolkten, waren er alleen hele eenvoudige moleculen in een ‘oersoep’. Wetenschappers gaan er van uit dat hierin de eerste bouwstenen voor het aardse leven ontstonden. Laboratoriumexperimenten hebben duidelijk gemaakt dat dit zeer wel mogelijk is. Onder omstandigheden die ook tijdens de aardse oertijd aanwezig waren, ontstonden de moleculaire bouwstenen van het huidige aardse leven.

Zomaar leven

De grote vraag is hoe uit ‘dode’ bouwstenen leven kon ontstaan. Het antwoord luidt: stapje voor stapje. Het idee is dat de bouwstenen in de oersoep zich door ‘toevalstreffers’ aaneenregen tot grotere moleculen. De kans op zulke treffers is héél klein. Maar in honderden miljoenen jaren kwamen ze toch vaak voor. Het is denkbaar dat zo een ‘oer-DNA’ ontstond, dat samen met andere nieuw gevormde moleculen de eerste levende cel vormde.

De opstelling van het Urey-Miller experiment zoals het in 1953 werd uitgevoerd. De wetenschappers Harold Urey en Stanley Miller stelden een nagemaakte oersoep bloot aan de condities die zich ook op de oer-aarde voordeden. Tot hun verbazing vonden ze na afloop aminozuren, de bouwstenen van al het leven op aarde. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Staartje

Nadat het eerste levende wezentje was ontstaan nam het evolutieproces het werk van toeval over. Hoe dat ging, kunnen we nu nog terugvinden. Daarvoor graven we in de grond. De grond bestaat uit aardlagen. In zo’n laag vinden we dieren en planten die in die periode hebben geleefd. Ze zijn in die periode doodgegaan en in de aardlaag blijven liggen, waardoor het fossielen zijn geworden. Tijdens miljoenen jaren bedekken nieuwe aardlagen de oude. Hoe dieper we graven, hoe ouder de aardlagen zijn. Door fossielen uit een oudere aardlaag te vergelijken met fossielen in jongere aardlagen zien we hoe soorten in die miljoenen jaren evolueerden.

Ook in de ontwikkeling van een foetus zien we de evolutie aan het werk. Alle zoogdieren hebben in aanleg poten. Aan de buitenkant van een walvis zie je deze poten niet terug, maar diep in zijn lichaam liggen wel degelijk kleine botjes waar normaal gesproken de poten zouden zitten. Of neem een mensenfoetus: die heeft een staartje. Dat staartje verdwijnt voor de tiende week van de zwangerschap. Het staartje is een overblijfsel van de tijd dat de voorouder van de mens nog een echte staart had.

Een plaatje van een menselijk embryo. De staart van de foetus is hierop duidelijk te zien.

Logisch

De evolutietheorie heeft drie ingrediënten. 1. In elke soort komen toevallige verschillen met andere leden van de soort voor. Het kan gebeuren dat een mus een net iets andere snavel heeft. 2. Soms is zo’n verschil handig bij het overleven in moeilijke omstandigheden. 3. Dat handigheidje geef je weer door aan je kinderen, die ook beter kunnen overleven dan hun soortgenoten. Zo verklaart de evolutietheorie op een logische manier hoe het leven op aarde zich heeft ontwikkeld. En door goed te kijken naar fossielen en aardlagen en na te denken over hoe we nu in elkaar zitten, kunnen we dat ook aantonen. Evolutie is geen kwestie van geloven. Kijk net als Darwin om je heen en zie dat het klopt.

Misverstanden over evolutie

Prikkende fossielen

Sommige mensen beweren dat alle fossielen tegelijk ontstonden door een grote ramp. Deze zorgde dat al het leven verdronk en werd begraven onder de aardlagen. Maar waarom liggen vissen dan in de onderste aardlaag? Die verdrinken namelijk niet.
Fossielen die door meer dan één aardlaag heen steken waren het slachtoffer van terugkerende vloed, stollend lava en modderstromen. In Nova Scotia, Canada, zien we nu hoe aardlagen zich razendsnel om bomen heen opbouwen.

Evoluerende foetus

In de 19e eeuw dacht Haeckel dat een foetus eerst van eencellige moest evolueren naar vis en reptiel voordat het een mensenfoetus werd. Haeckel tekende de embryo’s van vijf dieren en een mens naast elkaar om dit proces duidelijk te maken. Nu weten we dat dit idee niet klopt.

Geen beter dier

Evolutie is vaak synoniem voor verbetering. Maar dat klopt niet. De toevallige aanpassingen waarmee sommige dieren worden geboren zijn lang niet altijd nuttig. Een jong beertje heeft niks aan een witte vacht als hij in het bos opgroeit. Sterker nog, de kans is groot dat hij verhongert en geen kinderen krijgt. Zo verdwijnt de toevallige aanpassing weer en blijven alle beren in het bos bruin.

Evolutie

Wie Darwin denkt, denkt evolutie. Maar wat is evolutie eigenlijk precies? Hoe kwam Darwin aan zijn ideeën? Hoe ziet de evolutie van het leven op aarde er precies uit en hoe zijn we zelf ontstaan? Hoeveel invloed heeft Darwin nog in de moderne wetenschap? Op al deze vragen krijg je antwoord in dit evolutiedossier.

Op 12 februari 2009 is het 200 jaar geleden dat Charles Darwin, ontdekker van de evolutietheorie, werd geboren. Bovendien publiceerde hij zijn invloedrijke werk ‘On the origin of species’ precies 150 jaar geleden. Tijd dus voor een dossier over evolutie. Hierin lees je alles over de man achter de theorie, de evolutie van oersoep tot moderne mens en de invloed van Darwin in de rest van de wetenschap.

Wetenschappers hadden niet altijd zoveel bewondering voor Darwin’s evolutietheorie als nu. Toen hij zijn theorie net presenteerde, vonden veel onderzoekers en theologen de gedachte dat mensen zouden afstammen van apen maar aanstootgevend. Nu kunnen we ons dat niet meer goed voorstellen, maar toen was het idee van een Darwinjaar waarschijnlijk net zo raar als het idee dat iemand de evolutie ontkent nu is.

De jonge Darwin

Charles Robert Darwin werd in 1809 geboren in Shrewsbury, vlakbij Birmingham in West-Engeland. Al vanaf het begin las de jonge Darwin boeken over de natuur en hield hij zich bezig met het verzamelen van schelpen, insecten en mineralen. Zijn vader (zelf arts) zag geen toekomst voor zijn zoon als natuurwetenschapper en stuurde Charles daarom op zijn zestiende naar de universiteit van Edinburgh om medicijnen te studeren.

Darwin als jochie van 7 jaar. Zoals je ziet op dit schilderij was hij een grote liefhebber van de natuur.

Na twee jaar verliet Darwin de opleiding. Het belangrijkst dat hij geleerd had, was het opzetten en conserveren van vogels en andere dieren. Volgens zijn vader moest Charles dan maar dominee worden. Daartoe verbleef hij drie jaar op het Christ College van de universiteit van Cambridge, waar alle wetenschappers de natuurlijke theologie (zie kader) aanhingen.

Darwin’s inspiratiebronnen

In de tijd van Darwin geloofden mensen in de westerse wereld dat de aarde enkele duizenden jaren oud is. De planeet wordt bewoond door vormen van leven die onveranderlijk zijn. Dit idee is afkomstig van de filosofen Plato en Aristoteles (427 tot 322 jaar voor Christus), maar werd nog versterkt door het opkomen van de natuurlijke theologie rond 1700. Deze leer gaat er vanuit dat alle levensvormen in één week zijn gemaakt door een Schepper die eerst het heelal creëerde.

Een aantal wetenschappers zag halverwege de zestiende eeuw al barstjes in de natuurlijke theologie theorie. Zo realiseerde de Fransman Georges Cuvier zich dat de geschiedenis van het leven op aarde vastligt in afdrukken in de rotsen (fossielen). Ook ontdekte hij dat hoe dieper de fossielen in de rotsen lagen, hoe ouder ze zijn en hoe minder ze lijken op moderne soorten. Zelfs het uitsterven van soorten behoorde volgens Cuvier tot de mogelijkheden.

Twee Schotse geologen, James Hutton (1726-1797) en Charles Lyell (1797-1875), vormen de belangrijkste inspiratiebron van Darwin. Zij deden de ontdekking dat de aarde verandert door continue, langzame acties en niet door plotselinge gebeurtenissen. Dit betekent niet alleen dat de aarde veel ouder moet zijn dan duizenden jaren, de wetenschappers zagen ook in dat langzame processen op de lange termijn grote verschillen kunnen bewerkstelligen. Natuurlijke theologie zien we tegenwoordig nog terug in stromingen als het creationisme en intelligent design.
(Op de foto: Georges Cuvier)

Meer over creationisme en intelligent design:

Op reis met de Beagle

Darwin’s professor in de botanie (John Henslow) introduceerde hem na het behalen van zijn graad bij de kapitein (Robert Fitzroy) van het schip de Beagle. Fitzroy was van plan een reis rond de wereld te maken om de waarheid van natuurlijke theologie te bewijzen. In december 1831 vertrok de Beagle richting Zuid-Amerika. Darwin concentreerde zich tijdens de reis voornamelijk op het verzamelen van planten en dieren. Na bijna vijf jaar varen bestond zijn collectie uit duizenden exemplaren. Hij merkte op dat Zuid-Amerikaanse soorten hele andere eigenschappen hebben dan Europese soorten.

Darwin’s reis met de Beagle.

Meer over Darwin:

De evolutietheorie

Eenmaal weer thuis deed Darwin de ontdekkingen die hem op het spoor van de evolutietheorie zette. Aan zijn collectie van de Galápagos eilanden (vulkanische eilanden 900 km van de westkust van Zuid-Amerika) zag hij dat de meeste soorten die hij daar verzameld had nergens anders ter wereld voorkomen. Toch lijken zij wel een beetje op soorten van het Zuid-Amerikaanse vasteland. Zou het mogelijk zijn dat planten en dieren van de ene plek naar de andere plek verhuizen en zich aanpassen aan hun nieuwe omgeving? Darwin dacht van wel, maar was terughoudend met het introduceren van zijn theorie in de samenleving.

Een van de diersoorten die Darwin op het idee van evolutie brachten, waren de vinken op de Galápagos eilanden. Op het ene eiland zag hij een vink met een scherpe, spitse snavel. Op het andere eiland trof Darwin nagenoeg dezelfde vink aan, maar dan met een stompe snavel. Klaarblijkelijk was er ooit één soort vink, die zich door de verschillende omstandigheden op de beide eilanden net iets anders had ontwikkeld – oftewel: net iets anders was geëvolueerd.

Pas in 1859 publiceerde Darwin zijn ‘On the origin of species’. In dit werk maakte de natuurwetenschapper twee belangrijke punten. Elke soort die op dit moment op aarde leeft, is ontstaan uit een voorouder (met andere woorden: soorten zijn geleidelijk ontstaan). Een groep planten of dieren kan veranderen doordat sommige individuen gunstige eigenschappen hebben en daardoor meer nakomelingen krijgen dan anderen (voortbestaan van de best passende of ook wel survival of the fittest). Dit mechanisme staat bekend als natuurlijke selectie en zorgt er uiteindelijk voor dat soorten aangepast raken aan hun omgeving. De combinatie van deze twee punten vormt de basis van de evolutietheorie.

Geen twee wezens zijn hetzelfde. Dat komt ten eerste natuurlijk doordat we een combinatie zijn van de genen van onze vader en onze moeder. Maar er kan ook nog iets anders gebeuren: per ongeluk verandert een stukje van onze genetische code. Zo’n toevallige verandering noemen we een mutatie. Meestal is die mutatie niet handig of zelfs schadelijk. Dan is de kans niet groot dat hij wordt doorgegeven aan de volgende generatie. Maar als die mutatie er toevallig voor zorgt dat je beter aan je omgeving aangepast bent, dan heb je juist meer kans dat je veel nakomelingen krijgt die ook die mutatie hebben. Gefeliciteerd! Je kinderen zijn zojuist een beetje geëvolueerd.

Meer over evolutie:

Van oersoep tot moderne mens

Darwin stelde dat elke soort is ontstaan uit een voorouder. Dit betekent dat we de stamboom van het leven op aarde moeten kunnen reconstrueren van oersoep tot moderne mens. De aarde ontstond ongeveer 4,5 miljard jaar geleden, maar was toen nog onbewoonbaar. Onze planeet werd gebombardeerd door rotsen, afkomstig van de vorming van de rest van het zonnestelsel. De extreme hitte die hierbij vrijkwam, zorgde ervoor dat zeeën en oceanen niet ontstonden. Ook het feit dat de aarde zelf nog warm was, speelt een belangrijke rol.

Darwin had ongelijk

Darwin dacht dat er één enkele voorouder was. Vanuit deze voorouder – de stam van de ‘tree of life’ – waren alle levende soorten – de takken – ontstaan. Zodra een soort zich splitste in twee nieuwe soorten, kwamen die nooit meer bij elkaar. Op de afbeeldingen zie je een pagina uit zijn notitieboek waarin hij dat idee voor zichzelf op papier zette.

Ondertussen weten we dat dit niet helemaal klopt. Zo wisselen microbes van verschillende soorten links en rechts toch stukjes genetisch materiaal uit. En dat geldt niet alleen voor microben. Ook zoogdieren van twee soorten kunnen DNA uitwisselen. Dat doen ze op de ‘ouderwetse’ manier: door samen kinderen te maken. Zo zijn er aanwijzingen dat de Homo erectus en de neanderthalers samen succesvol hybride nakomelingen kregen.

Bron: Why Darwin was wrong about the tree of life (New Scientist, 21-1-2009)

Ongeveer 3,9 miljard jaar geleden was de stenenregen ten einde en koelde de aarde langzaam af naar een temperatuur waarbij vloeibaar water voorkwam. Vlak daarna ontwikkelden zich waarschijnlijk ook de eerste tekenen van leven. Het gaat voornamelijk om eencelligen zonder celkern (prokaryoten) die leven van koolstofdioxide en zuurstof uitstoten in de atmosfeer: cyanobacteriën. 2,7 miljard jaar geleden hadden deze cyanobacteriën zoveel zuurstof geproduceerd dat veel meer levensvormen een kans kregen.

Meer over ontstaan van het leven:

Al snel ontstonden eencelligen met een celkern (eukaryoten). 1,2 miljard jaar geleden voegden ook de meercelligen zich bij het leven op aarde. Dit gaf aanleiding voor het in gang zetten van een (geologisch gezien) snelle toename in de diversiteit aan levensvormen: de zogenaamde Cambrium explosie (543-510 miljoen jaar geleden) waarin de basis werd gelegd voor het ontstaan van de meeste moderne diergroepen. In de perioden daarna koloniseerden de eerste planten, schimmels en dieren het land. Op de komst van de zoogdieren moeten we wachten tot ongeveer 145 miljoen jaar geleden. De moderne mens is pas ontstaan ten tijde van de ijstijden (tussen 1,8 en 0,1 miljoen jaar geleden).

Meer over evolutie van het leven:

Over mensen en apen

Darwin meende dat ook de mens een product is van evolutie. Wij zouden zijn ontstaan uit een aapachtige voorouder. Het belangrijkste kenmerk van de groep apen, mensapen en mensen is de opponeerbare duim. Daarmee hebben soorten uit deze groep als enige de mogelijkheid om met hun duim de topjes van iedere vinger aan te raken. Deze eigenschap is waarschijnlijk ontstaan als aanpassing aan het leven in bomen, maar wordt door de moderne mens benut voor precisie bij het werken met voorwerpen. Mensapen zijn 25 tot 30 miljoen jaar geleden afgesplitst van de oude wereld (Afrika en Azië) apen. Uit DNA-onderzoek blijkt dat mensen het dichtst bij chimpansees en bonobo’s staan (met beide mensapen delen we 98 procent van ons DNA). De laatste gemeenschappelijke voorouder van mensaap en mens leefde waarschijnlijk vijf tot zeven miljoen jaar geleden.

De stamboom van de mensapen. Van de gemeenschappelijke voorouder splitste zich als eerste een aapsoort af, die zich sindsdien heeft ontwikkeld tot orang oetan. De volgende tak is voor de hedendaagse gorilla’s. De moderne mens is het meest verwant met de chimpansee en de bonobo. Het is overigens erg waarschijnlijk dat er ooit nog meer mensaapachtige soorten zijn geweest, die ondertussen zijn uitgestorven.

Meer over mensen en apen:

Evolutie van de moderne mens

De oudste mensachtigen behoorden tot de groep van de Australopithecus soorten. Deze groep ontstond vier miljoen jaar geleden en ontwikkelde het lopen op twee voeten. Er waren robuuste Australopithecus met sterke kaken en grote tanden, aangepast aan het eten van hard voedsel. Daarnaast leefden ook dunne, slanke soorten waarvan het gebit voornamelijk zacht voedsel verwerkte. Uit deze laatste groep zijn vermoedelijk de mensachtige soorten van het geslacht Homo ontstaan. Dit gebeurde ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden.

Lucy in the sky with diamonds

Op de afbeelding zie je de reconstructie van een vrouwelijke Australopithecus afarensis. Het meest bekende lid van deze voorouder is waarschijnlijk Lucy. Ze is genoemd naar het Beatlenummer ‘Lucy in the sky with diamonds’, dat op de avond dat ze werd ontdekt opstond in het kamp van de vinders van haar skelet.

Overigens zijn er wetenschappers, zoals de Amerikaanse archeoloog Lori D. Hager – die betwijfelen of Lucy wel echt een vrouw is. De voornaamste reden om dit aan te nemen is dat ze, hoewel volwassen, toch behoorlijk klein is. Dat past in de theorie dat bij de a. afarensis mannen veel groter en sterker waren dan vrouwen. Helaas zijn er maar een paar exemplaren van a. afarensis gevonden, dus er iets niet veel vergelijkingsmateriaal. Dat maakt de conclusie dat Lucy een vrouw was omdat ze klein was extra dubieus, aldus Hager. Je gebruikt dan namelijk je theorie om dezelfde theorie te bevestigen.

Bij de latere voorouders van de mens – die tot het geslacht Homo behoren is het gemakkelijker om te zien of een skelet aan een vrouw toebehoort. Omdat deze vroege mensen al hele grote schedels hebben zijn de heupen van de vrouw breder dan die van de man, zodat ze een baby met een groot hoofd kon baren.

Zo heeft de stamboom van de moderne mens en haar voorouders er waarschijnlijk uitgezien. Het is voor wetenschappers lastig om dit precies te weten, omdat er maar zo weinig skeletten van onze voorouders gevonden zijn. Bovendien zouden er nog best meer mensensoorten geweest kunnen zijn, waarvan de resten (nog) niet zijn gevonden.

Rond 1,8 miljoen jaar geleden was Homo erectus de eerste soort die Afrika verliet en Azië (en waarschijnlijk later ook Europa) koloniseerde. In Europa vormde erectus de voorouder van de Neanderthaler die 200.000 tot 40.000 jaar geleden ontstond. Ook vanuit Afrika ging de evolutie van de mens intussen door. De moderne mens ( Homo sapiens) verspreidde zich over de hele wereld door een tweede massale migratie vanuit Afrika, 100.000 jaar geleden. Deze groep verdreef regionale populaties (zoals de Neanderthalers in Europa), zodat uiteindelijk alle mensen van dezelfde voorouder afstammen. Dit scenario staat bekend als de ´Out of Africa´ theorie en wordt onderschreven door het meeste moderne DNA-onderzoek.

De verspreiding van Homo sapiens over de planeet. In het rood de Homo sapiens, in het geel de neanderthalers en in het groen de vroege homoniden, zoals Homo erectus en Homo ergaster.

Meer over evolutie van de moderne mens:

Andere overgangsfossielen

De geleidelijke ontwikkeling van een aapmens naar de moderne mens ( Homo sapiens) is één goed voorbeeld met overgangsvormen. Er zijn echter meer voorbeelden van overgangsvormen. Een schoolvoorbeeld is de overgang van een vis naar landdier tijdens de Devoon periode. In enkele tientallen miljoenen jaren ontwikkelden vissen poten die later dienden om het land te bevolken. Het moderne paard was er ook niet ineens. De veel kleinere, verre voorouder leefde ongeveer vijftig miljoen jaar geleden in de tropische bossen. Met de komst van de grassen en steppes evolueerde het paard tot wat het nu is. Een derde voorbeeld is de ontwikkeling van de walvissen. Deze zijn ontstaan uit dieren die eerst op het land leefden.

Overgangsfossielen liggen niet voor het oprapen. Slechts ongeveer 1% van alle leven is gefossiliseerd en nog lang niet alles heeft een naam gekregen. Dit bemoeilijkt het vinden van overgangsfossielen enorm. Voor heel veel fossielen is het niet mogelijk om DNA te gebruiken. DNA vergaat geologisch gezien snel.

De evolutie van vis naar vierpotigen. De in 2008 ontdekte Ventastega is hier in rood ingevoegd. Aangepaste bron: GNU

Meer over overgangsfossielen:

Wetenschap na Darwin

Tegenwoordig weten we dat DNA en genen belangrijk zijn bij het bepalen van evolutie. Darwin besefte wel dat er voor natuurlijke selectie een soort erfelijkheid nodig was, maar had op dat moment nog geen idee hoe dit eruit kon zien. In 1865 publiceerde Gregor Mendel zijn beroemde erfelijkheidswerk. Begin twintigste eeuw werd ingezien dat de natuurlijke selectie van Darwin een genetische basis moest hebben. Alleen de best passende genen worden doorgegeven aan de volgende generatie. Vanaf dat moment kwamen ook termen als ‘kin selection’ (oma investeert in de verzorging van kleinkinderen, omdat een kwart van haar genen daardoor in de populatie blijft) en ’ the selfish gene’ (evolutie werkt niet ten gunste van het voortbestaan van de soort, maar is slechts gericht op het doorgeven van gunstige genen).


Gelukkig zijn we na Darwin niet opgehouden met nadenken over de evolutie. In deze documentaire legt evolutiebioloog Richard Dawkins – bekend van zijn ‘zelfzuchtige genen’-theorie en ook wel Darwin’s pitbull genoemd – onder meer uit wat we na Darwin nog allemaal te weten zijn gekomen over de evolutie van de moderne mens.

Ook andere wetenschappelijke vakgebieden maken dankbaar gebruik van Darwin’s werk. Zo is er de sociobiologie dat probeert menselijk gedrag te verklaren aan de hand van evolutie. De exobiologie kijkt naar de mogelijkheden voor het ontstaan en ontwikkelen van leven op andere planeten. En dan is er nog de evolutionaire geneeskunde. Deze discipline zoekt verklaringen voor het voorkomen van bepaalde moderne ziekten en bestudeert ook de evolutie van allerlei ziekteverwekkende micro-organismen. Kortom 150 jaar na het verschijnen van zijn werk vormt Darwin nog steeds een inspiratiebron voor de moderne wetenschap.

Evolutie en sociobiologie:

Evolutie en exobiologie:

Evolutie en geneeskunde:

Meer weten over het Darwinjaar en evolutie?

Het hele jaar door zijn er allerlei activiteiten die te maken hebben met Darwin en de evolutie. Ook Kennislink doet mee – zo bespreken we op de pagina gedragswetenschappen elke week een boek over evolutie. Een link naar de Nederlandse website over het Darwinjaar en de reeds besproken boeken vind je hieronder.

Darwins drijfveren: geloof, racisme en passie

1 januari 2010

De wereld op zijn kop zetten. Het is het leven van meneer Charles Darwin in een notendop. 73 jaar zocht hij naar verklaringen waarmee de biologie – maar bovenal het geloof – in een ander daglicht zou komen te staan. Zijn theorieën kennen we allemaal. Wat hem dreef is echter tamelijk onbekend, maar niet minder interessant.

Het is 1859 als Charles Darwin het boek On The Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life publiceert. Het zou zijn meesterwerk worden en de biologische wereld op zijn kop zetten. Maar ook de kerk schudde op haar grondvesten. Het bestaan van een bovennatuurlijke intelligentie was eeuwenlang voor waar aangenomen, maar werd nu met een simpele armbeweging van tafel geveegd. Geen God. Geen bovennatuurlijke macht. Maar evolutie. Het werk veroorzaakte dan ook een schokgolf aan reacties. De één was lovend en zag de puzzelstukjes ineen vallen. Een ander dacht te zien hoe het boekje de muren van de kerk liet afbrokkelen. Het getuigt dan ook van moed dat Darwin zijn werk in een grotendeels christelijk Europa lanceerde. Maar waar haalde deze man die ooit een opleiding tot priester volgde de moed vandaan? Er zijn verschillende theorieën.

Geloof
Zonder het christelijk geloof was de evolutietheorie er wellicht nooit gekomen. Charles Darwin startte een studie om priester te worden en volgde diverse theologische vakken. Vooral het werk van William Paley maakte indruk. Paley brak een lans voor de intelligente ontwerper en sloot zich daarmee aan bij de heersende overtuiging dat God alles geschapen had en zich in de natuur openbaarde. Darwin geloofde dat, totdat hij tijdens zijn Beagle-reis op andere ideeën kwam. Hij zag hoe soorten veranderden. Die observaties zorgden voor twijfel en in 1849 liet hij het kerkbezoek varen. Niet alleen de tegenstrijdigheden die hij in de natuur aantrof, maar ook zijn persoonlijk leven veroorzaakten innerlijke strijd. Samen met Emma kreeg Charles tien kinderen. Drie van hen zijn nooit volwassen geworden. Darwins’ lievelingsdochter Annie was één van hen. Ze stierf op tienjarige leeftijd en zette zo Darwins leven op zijn kop. Velen geloven dat Annies dood ook het einde van Darwins geloof betekende. Het zou dan ook geen toeval zijn dat acht jaar later Origin of the Species ontstond.

Racisme
Ontdekkingsreizen maakten de wereld groter, boeiender en gevarieerder. Maar het zorgde ook voor racisme: vooral mensen met een andere huidskleur moesten het ontgelden. Volgens Darwins biografen, Adrian Desmond en James Moore, zou die racistische houding Darwin woedend hebben gemaakt en uiteindelijk zelfs tot de evolutietheorie hebben geleid. Darwin was tijdens zijn studietijd in contact gekomen met een slaaf die vrijgemaakt was: John Edmonstone. Hij leerde Darwin de kunst van het opzetten van dieren. Er ontstond een band tussen de beide mannen en Darwin zag in dat de verschillen tussen donkere en blanke mensen helemaal niet zo groot waren. De interesse voor de afkomst van de mensheid groeide uit tot de evolutietheorie en de daaruit voortvloeiende conclusie dat iedereen in beginsel gelijk is.

Passie
Darwin startte een studie medicijnen, leerde voor priester, maar werd uiteindelijk toch door de biologie en dan met name de ontwikkelingen daarbinnen aangetrokken. Als hij de kans krijgt om dieren of planten te bestuderen, dan grijpt hij die. De tweejarige reis met het schip The Beagle is dan ook een kolfje naar zijn hand. Hij onderzoekt de flora en fauna en alles wat hij ziet, draagt bij aan de evolutietheorie. Soorten die zich ontwikkelen naarmate hun omgeving verandert, soorten die uitsterven of juist overleven; het fascineert hem.

Pas als geloof, racisme en passie op een hoop geveegd worden, lijken we dichterbij de kern van Darwins moed, doorzettingsvermogen en drijfveren te komen. Op zoek naar houvast is de rationalisering van tot dan toe onverklaarbare of niet eens opgevallen veranderingen fantastisch. Gedreven door nobele doelen en geïnspireerd door de natuur zelf, krijgt Darwin grip op de werkelijkheid en komt zijn eigenlijk doel pas werkelijk bovendrijven: de waarheid.

http://www.scientias.nl/darwins-drijfveren-geloof-racisme-en-passie/1965

NOORDERLICHT VPRO

Darwin, Charles (1809-1882)
Dossier /Geschiedenis/
http://geschiedenis.vpro.nl/dossiers/24777873/

*Charles Darwin wordt op 12 februari 1809 geboren in Shrewsbury in midden Engeland, niet ver van Birmingham.
Zijn vader is arts. Zijn moeder overlijdt als Charles acht jaar is.
*Charles heeft al jong grote belangstelling voor de natuur. Vooral vogels en insecten trekken zijn aandacht.
*Op zijn zestiende gaat hij naar de universeit van Edinburgh om medicijnen te studeren.
Maar Charles voert niet veel uit. Zijn vader besluit dat hij dominee moet worden. Deze studie voltooit hij.
*Tijdens zijn studie reist hij veel. Hij doet tijdens die reizen al veel geologisch onderzoek.
*Darwin vormt een hypothese dat alle levende organismen zich hebben ontwikkeld uit een oervorm.
In zijn bekendste boek “The origin of Species by Means of Natural Selection” uit 1859 (22november )doet hij zijn theorie uit de doeken.

Brieven van Darwin in Tilburg
http://noorderlicht.vpro.nl/programmas/2848322/afleveringen/2144271/
http://darwin-online.org.uk/life20.html
Darwin’s Brieven (Noorderlicht)

Video /(VPRO, 1996, 26min 03sec)
Aflevering van Noorderlicht uit 1996 over de vondst van een aantal brieven van Charles Darwin die door de biograaf van hoogleraar botanie
Hugo de Vries in diens nalatenschap aangetroffen werden.
Hoofdstukken

1 Studeer met mate Charles Darwin was geen uitblinker op school
http://noorderlicht.vpro.nl/dossiers/41464163/hoofdstuk/41464718/
2 Zeeziek de wereld rond De zeiltocht die de wereld veranderde
http://noorderlicht.vpro.nl/dossiers/41464163/hoofdstuk/41464734/

3 De beste, niet de eerste
Waarom keek Darwin zo lang de kat uit de boom?
http://noorderlicht.vpro.nl/dossiers/41464163/hoofdstuk/41506301/

De beste, niet de eerste

Wallace (r) kwam onafhankelijk op hetzelfde idee als Darwin. Maar Darwin had er langer over nagedacht en kon met een vracht aan bewijzen komen. Daardoor krijgt hij tegenwoordig alle eer.

De aarde bruist van het leven, in talloze vormen. Hoe is dat zo gekomen? De verklaring van Charles Darwin was niet de eerste evolutietheorie, maar wel de beste. Hij had een zetje nodig om ‘m te publiceren.

“De evolutietheorie is een bijzondere theorie. Een theorie namelijk die niet onwaar kan zijn”, aldus filosoof Bas Haring in het decembernummer van biologenblad Bionieuws. “Ik vind het meer een logische theorie, of een wiskundige theorie. Een theorie die logisch volgt uit een aantal basale feiten of constateringen.” Geen theorie, maar een wet, zou je haast zeggen.

Dat vond Charles Darwin zelf ook. In 1876, 17 jaar nadat hij eindelijk met zijn ideeën over evolutie naar buiten was getreden, noteerde hij: “De oude redenering over ontwerp in de natuur, zoals Paley die heeft opgeschreven, en die me vroeger zo sluitend toescheen, faalt nu de wet van de natuurlijke selectie is ontdekt.”

William Paley was een christelijke filosoof die uit de verfijndheid van de natuur meende te kunnen afleiden dat God alles geschapen had. Net zoals een horloge niet vanzelf ontstaan kan zijn, maar overduidelijk door een horlogemaker in elkaar gezet is, schreef hij in 1802. En was een vlinder niet veel complexer dan een horloge?

Alternatieven voor de schepping
Paley had de natuur als onveranderlijk beschouwd. Maar zo dacht niet iedereen erover. Zo beschreef de Fransman Jean-Baptiste de Lamarck in 1809 een alternatief voor de kant-en-klare schepping. Individuele planten en dieren pasten zich volgens hem een beetje aan hun leefomstandigheden aan, en die verandering gaven ze door aan hun nageslacht. Hoewel dit het ontstaan van soorten in werkelijkheid niet verklaart, blijkt de laatste jaren dat De Lamarck toch niet helemaal ongelijk had.

Ook was er in 1844 een boek verschenen waarin een anonieme auteur de theorie ontvouwde dat het heelal, en alles erin, in de loop der tijd vanzelf ontstaan was dankzij de natuurwetten. Zonder verdere tussenkomst van god – wat voor de schrijver juist de grootsheid van het opperwezen benadrukte. Hij beriep zich daarbij trouwens wel op merkwaardige ‘feiten’: insecten zouden bijvoorbeeld spontaan kunnen ontstaan bij proeven met elektriciteit.

Dit boek, Vestiges of the natural history of creation (‘Sporen van de natuurhistorie der schepping’), leidde tot verhitte debatten. Hoewel wetenschappers en geestelijken het in de ban deden, bleef het tientallen jaren een bestseller. De naam van de auteur, de Schotse journalist Robert Chambers, werd pas dertien jaar na zijn dood onthuld, in 1884.

Acht jaar zeepokken
Wat deed Darwin in de jaren dat Chambers’ boek voor ophef zorgde? Niet veel opzienbarends. Hij besteedde bijna al zijn tijd aan het verwerken van geologische observaties tot een drietal boeken. Vervolgens richtte hij z’n aandacht acht jaar lang uitsluitend op zeepokken. En op zijn zwakke gezondheid, want hij was vaak ziek.

Toch had Darwin al veel nagedacht over evolutie, en daarmee bleef hij doorgaan. Hij noemt in zijn autobiografie drie hoogtepunten van zijn reis met de Beagle die hem daartoe aan hadden gezet. Fossielen van reuzendieren die hij had ontdekt, met pantsers als die van de hedendaagse gordeldieren. Het feit dat je uiterlijk verwante dieren tegenkomt met dezelfde rol in de natuur, als je van noord naar zuid reist in Zuid-Amerika.

En, last but not least, de merkwaardige dieren die hij tegenkwam op de eilanden van de Galápagos archipel. Die beesten leken op de fauna van het Zuid-Amerikaanse vasteland, en ze zagen er op ieder eiland net even anders uit. Darwin had aan het gesteente gezien dat deze vulkanische eilanden niet erg oud waren.

“Het was evident dat dit soort feiten, net als veel andere, verklaard konden worden vanuit de veronderstelling dat soorten geleidelijk veranderen”, schreef Darwin achteraf. “Het onderwerp liet me niet los.”

Huisdieren
Sinds hij in 1836 van zijn wereldreis terug was gekomen, had hij feiten verzameld over variatie binnen soorten, zowel bij huisdieren en gekweekte planten als onder wilde organismen. In oktober 1838 las hij het pamflet An essay on the principle of population van Thomas Malthus, waarin die stelde dat een ongebreidelde bevolkingsgroei zou leiden tot massale sterfte aan honger. Alleen de sterksten zouden overleven.

Dat leek op wat Darwin keer op keer bij planten en dieren had zien gebeuren. En voilà: “Toen trof het me ineens dat onder deze omstandigheden gunstige variaties de neiging zouden hebben om in stand te blijven, terwijl ongunstige zouden sneuvelen. Het resultaat daarvan zou een nieuwe soort zijn.”

Darwin durfde deze gedachte pas in 1842 aan papier toe te vertrouwen, en dan nog alleen met potlood. In de zomer van 1844, vlak voor het geruchtmakende boek van Chambers verscheen, maakte hij er een manuscript van 230 pagina’s van, maar dat hield hij voor zichzelf.

Wat toen nog miste in zijn theorie, realiseerde hij zich later, was het idee dat uit één soort meerdere soorten konden ontstaan als die zich aan verschillende omstandigheden zouden aanpassen. Bijvoorbeeld op verschillende eilanden.

Duizenden pagina’s
Op aandringen van zijn collega Charles Lyell, die wist dat een zekere Alfred Russell Wallace ook aan een evolutietheorie werkte , begon Darwin vroeg in 1856 eindelijk met het opschrijven van zijn theorie. In zijn streven naar volledigheid produceerde hij duizenden pagina’s tekst, die desondanks “maar een samenvatting” gaven van alle informatie hij in de 25 jaar daarvoor had verzameld.

En toen kwam er een brief. Wallace stuurde vanuit Zuidoost-Azië een wetenschappelijk artikel over soortvorming naar Darwin, met het verzoek om dat – als hij het interessant genoeg vond – door te spelen aan Lyell. De theorie die Wallace daarin ontvouwde, was vrijwel hetzelfde als die van Darwin.

Charles Darwin wilde zich niet laten aftroeven en besloot de tekst te publiceren samen met zijn eigen verhaal, een sterk verkorte versie van wat hij al in 1844 had geschreven. De twee artikelen verschenen op 20 augustus 1858 in de wetenschappelijke literatuur en werden met schouderophalen begroet. Het publiek kreeg er niets van mee.

Uitverkocht
De ophef kwam pas op gang nadat Darwin ruim een jaar later een verkorte versie van zijn enorme ‘samenvatting’ afleverde, toch nog ruim 500 pagina’s dik. Dat werd On the origin of species, by means of natural selection, or the preservation of favoured races in the struggle for life, een boek dat in een mum van tijd uitverkocht was.

Daarin zette hij geduldig uiteen hoe hij tot de conclusie kwam dat spontane variatie en natuurlijke selectie voldoende waren als verklaring voor de soortenrijkdom op aarde. Over afstamming van de mens liet hij zich niet uit, want hij wist dat dat nog een brug te ver zou zijn voor veel lezers.

Had Darwin spijt dat hij niet eerder met zijn idee naar buiten was gekomen? Nee. Hij dankte het succes van the Origin vooral aan het feit dat hij zo lang de tijd had genomen om uit heel veel informatie de meest aansprekende voorbeelden en conclusies te selecteren, meende de natuurvorser zelf. Bovendien had hij zich in al die jaren goed voorbereid op de onvermijdelijke tegenwerpingen die er zouden komen. Charles Darwin had zijn antwoorden klaar. Hij wist dat zijn theorie niet onwaar kon zijn.

4 Van god los

Hoe Charles Darwin het zelfbeeld van de mens overhoop haalde
http://noorderlicht.vpro.nl/dossiers/41464163/hoofdstuk/41731870/

Van god los

Darwin onthulde dat de mens afstamt van eerdere levensvormen en dus een dier onder de dieren is. Dat besef wierp een nieuw licht op alle menselijke eigenschappen en liet weinig ruimte meer voor een goddelijk plan. Onverdraaglijk, vonden velen. En dat is nog steeds zo.

Charles Darwins evolutietheorie was een keerpunt in de geschiedenis. Zijn verklaring voor de diversiteit van het leven op aarde had enorme implicaties. Vooral voor het zelfbeeld van de diersoort waartoe hij zelf behoorde, de mens. Hij voorzag dat wel, maar wilde er in ‘The Origin’ niet over uitweiden en heeft er ook niet in het openbaar over gediscussieerd.

Pas twaalf jaar later schreef hij er uitgebreid over. Toch wijdde hij er ook op de laatste pagina’s van zijn baanbrekende boek al een paar welgekozen woorden aan.

“De hele geschiedenis van de wereld zoals we die nu kennen, onbegrijpelijk lang als hij voor ons is, zal hierna worden beschouwd als niet meer dan een klein fragment van de totale tijd die is verstreken sinds het eerste levende wezen, de voorouder van ontelbare uitgestorven en levende afstammelingen, werd gecreëerd. In de verre toekomst zie ik mogelijkheden voor veel belangrijker onderzoek. De psychologie zal een nieuw fundament krijgen: dat van de noodzakelijke verwerving van alle mentale krachten en vermogens in geleidelijke stappen. Er zal licht worden geworpen op de oorsprong van de mens en zijn geschiedenis.”

Aap met kapsones
Darwin drukte zich voorzichtig uit, maar zegt eigenlijk dat uit zijn theorie onverbiddelijk volgt dat de mens niet door God is neergezet als hoeder van de schepping. Homo sapiens is niet meer dan een aap met kapsones, spontaan geëvolueerd uit eerdere levensvormen, zonder dat daar enig plan aan ten grondslag heeft gelegen. Een soort die nog maar net komt kijken in een wereld die al vele miljoenen jaren bevolkt is geweest met allerlei andere vormen van leven.

Intelligentie is geen cadeau van een hogere macht, maar het resultaat van miljoenen jaren van blinde mutatie en selectie. Goed en kwaad volgen niet uit een Goddelijke orde, maar blijken een constructie te zijn van door evolutie ontstane breinen. Is er nog wel plaats voor geloof in een wereld die geregeerd wordt door de wetten van de evolutie?

Zelf vond Darwin uiteindelijk van niet. Zijn geloof in de bijbel als bron van waarheid, ooit zo rotsvast, begon aan boord van de Beagle te wankelen en loste daarna geleidelijk op in het niets. Tegen het einde van zijn leven had hij niet alleen geconcludeerd dat het heilige boek van het christendom vol onwaarheden stond, maar was hij er ook van overtuigd dat een eventueel aanwezige Almachtige zich buiten zijn blikveld bevond. De oude Charles Darwin noemde zichzelf een agnost.

Diepgelovig christen
Uiteraard ging niet iedereen daarin mee. Mevrouw Darwin, bijvoorbeeld, was een diepgelovig christen en bleef dat haar hele leven. Het huwelijk hield desondanks stand. Charles Darwin zag de Tien Geboden dan wel niet als van God gegeven wetten, maar leefde er wel naar, omdat sociaal gedrag hem nu eenmaal voldoening gaf. Het zat in de aard van het beestje, besefte hij. Evolutie heeft zelf geen morele drijfveren, maar kan die wel opleveren.

In Nederland bleef het twaalf jaar stil voor de discussie plotseling op gang kwam, maar in Groot-Brittannië barstte het debat onmiddellijk na de publicatie van ‘The Origin’ los. Dat spitste zich vrijwel uitsluitend toe op de afstamming van de mens, waarover Darwin dus bewust vrijwel niets had geschreven. Sommige wetenschappers omarmden de nieuwe evolutietheorie, anderen probeerden hem te verwerpen.

De spotprenten en scheldkanonnades waren niet van de lucht, maar op wetenschappelijke gronden kon niemand hem iets maken. Darwin had namelijk gewoon gelijk. Hoewel natuurlijk kan nooit worden bewezen dat er naast de krachten van de evolutie niet nog iets anders meespeelt (de hand van god!), is daarvan in de afgelopen 150 jaar nooit een spoor gevonden. Hoezeer sommige mensen dat ook zouden willen.

Darwins theorie staat als een huis. Het gekke is, dat nog steeds maar een minderheid van de wereldbevolking het idee accepteert dat de mens afstamt van een aap. Vrijwel altijd is het religie die hier een stokje voor steekt. Daar heeft onze soort nu eenmaal aanleg voor. We zijn niet geëvolueerd om de evolutietheorie te aanvaarden.

Bewijsmateriaal
En zelfs bij gelovigen die zeggen dat ze de theorie wel omarmen, zoals de paus, klopt er vaak iets niet. Ze stellen zich meestal een god voor die zich actief met de wereld bemoeit. Maar helaas, blinde evolutie en een sturende god gaan echt niet samen. Voor het één is het bewijsmateriaal overweldigend, voor het ander is er helemaal niets.

Wordt het leven zinloos zonder goddelijk plan? Daarover zullen de meningen altijd verschillen. Darwin zelf zag het van de zonnige kant. Hij raakte niet in geestelijke nood door het verlies van zijn geloof.

Uit het principe van natuurlijke selectie volgt, dat er meer geluk dan ongeluk is, betoogt hij in zijn memoires. Want dieren – of mensen – die voortdurend lijden, worden depressief, zorgen slecht voor zichzelf en talen niet naar voortplanting. Plezier zal daarom, dankzij natuurlijke selectie, de overhand hebben over lijden.

God of Darwin http://www.vpro.nl/programma/buitenhof/afleveringen/25203667/

De Invloed Van Darwin in 2009

Zie de volledige “brief aan Darwin ” van Ludo Hellemans /

http://www.vkblog.nl/bericht/284329/Ludo_Hellemans%3A_Geachte_heer_Darwin%2C

” …..Keer op keer betoogt Darwin in “On the Origin of Species “dat zijn theorie waarnemingen en feitelijkheden verklaart die anders zonder verklaring blijven. Al in de inleiding legt hij vastberaden zijn kaarten op tafel: Hij gaat betogen dat

– soorten niet apart kunnen zijn geschapen, maar afstammen van andere soorten.

– Het leven op Aarde is even oud en veranderlijk als de aardkorst.
De evolutietheorie kan dat beschrijven en verklaren zonder een beroep te moeten doen op een deus ex machina, een bovennatuurlijke god. Keer op keer komt hij daarop terug, aan het eind van (bijna) ieder hoofdstuk stelt Darwin : mijn theorie verklaart wat het scheppingsverhaal niet verklaren kan. Dat zijn krachtige uitspraken vol emotie en durf. Bewonderenswaardig.
Precies een eeuw geleden, in 1909, voorspelde de Amerikaanse filosoof John Dewey dat de invloed van de evolutietheorie niet beperkt zou blijven tot de biologie, maar uiteindelijk álle sectoren van denken en kennen zou bereiken. Ook hoe we denken over de samenleving, over politiek, moraal en religie zou worden beïnvloed door deze biologische theorie.

Volgens Dewey zal het effect van de evolutietheorie op de filosofie traag maar radicaal zijn: oude vragen en denkbeelden zullen stilaan verdwijnen, en er zullen ‘nieuwe methoden, nieuwe voornemens en nieuwe vragen’ opkomen. Dewey deed deze voorspelling tijdens een lezing ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van On the Origin of Species.
We zijn nu honderd jaar verder, en ik denk dat Dewey’s voorspelling bezig is uit te komen. ….”

KBIN

Darwinjaar gaat van start!

2009 is het jaar van Charles Darwin, en daar kun je ook in ons Museum niet omheen. Met verschillende evenementen en activiteiten en een prachtige nieuwe vaste zaal focussen we het hele jaar op de grondlegger van de evolutieleer.

Sinds Darwin’s “On the Origin of Species” (1859) is de hele mensheid zich bewust van de evolutietheorie. Van ééncelligen over vissen naar reptielen, landdieren, vogels, apen en mensen. Alle soorten hebben een gemeenschappelijke afstamming en zijn -via natuurlijke selectie- voortdurend in evolutie. Darwin’s theorie had grote gevolgen. De mens was immers niet langer verheven boven alle soorten, maar een deel van de natuur geworden.

12 februari – Opening van de Galerij van de Evolutie

13.02.2009 – de “Galerij van de evolutie” in het Museum voor natuurwetenschappen in Brussel geopend.

De galerij vat 3.8 miljard jaar leven op aarde samen. Van de kleinste fossielen van eenvoudige organismen tot de dieren die we vandaag kennen. 1000 exemplaren zijn er…..In 6 ½ hoofdstukken en tijdperken ontdek je er het verhaal van het leven …. een reis door cambrium, devoon, carbon, jura, eoceen en heden

Een blik op de toekomst toont een hypothese over hoe het leven verder zou kunnen evolueren. De mechanismen van evolutie worden blootgelegd. Een adembenemende ontdekkingstocht…

Video http://www.klara.be/cm/klara/1.104-searcharticle?directarticle=1.58358&article=1.58358

PERS /blogs & boeken
Gwenny Cooman

Donderdag, 11 december 2008

Het succes van slechte seks

http://evolutie.filosofie.be/index.php?/archives/19-Het-succes-van-slechte-seks.html

Dirk Draulans is doctor in de wetenschappen en werkte aan de universiteit van Oxford. Hij is bekend als bioloog, journalist en schrijver. Zijn recentste publicatie ‘Het succes van slechte seks – hoe de evolutietheorie van toepassing is op elk van ons (ja, ook op u)’ belooft op de achterflap niet het zoveelste boek te zijn waarin de evolutietheorie wordt uitgelegd. Het wil de evolutietheorie vertalen op elk van ons.

Het succes van slechte seks is rijkelijk gedocumenteerd met voorbeelden en verhalen. We lezen over een chimpanseegemeenschap in Oeganda, over de eerste keer dat Draulans bonobo’s in de vrije natuur zag in Congo en over een dramatische ervaring met een ijsbeer op Baffin Eiland, Noord-Canada. Het boek volgt een vrolijke en luchtige toon, het verhaal van de ijsbeer is meer uitzondering dan regel. Het boek focust ook op de mens, op seks en op voortplanting. Het legt uit hoe seksuele selectiewerkt en vertelt ons bijvoorbeeld waarom mensenmannen jonge vrouwen met stevige borsten aantrekkelijk vinden terwijl mannelijke chimpansees op oude dames vallen.Geïnspireerd op het boek stelden we Draulans enkele vragen.Uit ‘het succes van slechte seks’ blijkt alvast uw rijkheid aan praktijkervaringen op diverse plaatsen ter wereld. Ervoer u ergens hardnekkige weerstand tegen wetenschappelijke kennis?
 

“Niet echt, nee. Maar ik heb daar nu ook niet overal mee te koop gelopen. Als ik al iets ervaren heb, is het het gebrek aan wetenschappelijke kennis. Niet alle mensen lijken daar hinder van te ondervinden, hoewel dat gebrek zich vooral manifesteerde in arme gemeenschappen.”

Wat verbreedde uw wereldbeeld meer: uw werk als journalist of uw onderzoek als wetenschapper – bioloog?

 

“Het is de combinatie geweest. De evolutietheorie heeft me echt veel bijgebracht over de manier waarop de mens functioneert, in die mate zelfs dat ik niet goed begrijp waarom er soms nog altijd zoveel weerstand is tegen die theorie. Mensen willen blijkbaar nog altijd niet allemaal weten dat ze ook een biologische sturing hebben, die op een aantal vlakken toch sterk bepalend is. Mijn werk als journalist heeft me wel veel meer inzicht in het functioneren van de mensheid als dusdanig bijgebracht, en dan zeker het werk in oorlogsomstandigheden, wanneer de franjes eraf gaan. Heel ontluisterend.”

Ongeveer gelijktijdig met Charles Darwin ontsproten bij Alfred Russel Wallace zowat dezelfde ideeën en vaststellingen inzake evolutie en haar basisprincipes. Wallace was een avonturier die diverse studiereizen ondernam. Hij zag dat soorten zich kunnen aanpassen en kunnen veranderen. Omdat Darwin als eerste soortgelijke bevindingen publiceerde in ‘The Origin of Species’ is hij algemeen bekend als de grondlegger van de evolutietheorie.
Volgens Wallace bestond er evenwel ook een ‘sturende kracht’ achter alles, een ‘overruling intelligence’. Zo lijkt hij een voorloper op het Intelligent Design van vandaag.

Krijgt u het op uw heupen van de aanhangers van het Intelligent Design?

 

“Niet echt. In ons land is het een marginaal probleem. Het is natuurlijk anders in de VS of in Turkije, waar wij met Knack wat aandacht besteed hebben aan ID als een maatschappelijk verschijnsel; maar zeker niet als iets wetenschappelijks. Ik maak me geen zorgen om de evolutietheorie. Die is zo sterk dat ze er altijd zal blijven. Dat niet iedereen ze ‘gelooft’, vind ik niet zo erg. Er zijn altijd mensen met afwijkende visies. Zolang men Intelligent Design maar niet op grote schaal als een valabel alternatief gaat presenteren.”

‘Het succes van slechte seks’ is een wetenschapspopulariserend werk. Niettemin schrijft u dat u het project van professor Johan Braeckman ter popularisering van de evolutietheorie niet helemaal volgt. Hoewel u heel wat inspanningen van het mannelijke geslacht verklaart als een poging om indruk te maken op vrouwen, is dat wellicht niet de (enige) reden waarom u een boek schrijft. Is het verspreiden van kennis en een beter begrip van de evolutietheorie dan geen doelstelling die u gemeenschappelijk heeft met professor Braeckman?


“Natuurlijk, maar ik volg Braeckman niet als hij zijn inspanningen wil verkopen als een kruistocht tegen het creationisme, om de redenen die ik hierboven heb uiteengezet. Het valt me op dat het vooral filosofen zijn die zich met het creationisme bezighouden, dat biologen zich daar blijkbaar minder zorgen over maken. Misschien heeft dat te maken met het feit dat filosofen de evolutietheorie heel eng in het kader van het interpreteren van de mensheid zien, en niet voldoende als het grote ecologische verhaal dat het toch wel is. Voor de rest zijn alle menselijke inspanningen om de evolutietheorie te promoten toe te juichen.”

“Het succes van slechte seks”

Dirk Draulans buigt zich over de evolutie van seks in onze maatschappij.
De focus is verschoven van voortplanting naar genot, van kwantiteit naar kwaliteit.
[“Het succes van slechte seks” – Dirk Draulans. Standaard Uitgeverij, 2008]

Ontdek Darwin = over mensen en andere dieren

15 januari / Dirk Draulans

Special knack

De man die het concept van de evolutie bedacht, werd 200 jaar geleden geboren, zijn theorie is 150 jaar oud. Langdurig minutieus onderzoek, talloze ontledingen van dieren en observaties van menselijk en dierlijk gedrag gingen vooraf aan de publicatie van het belangrijkste boek ooit geschreven: On the Origin of Species by Means of Natural Selection .

In een tijd waarin creationisten predikten dat niets op aarde ontsnapt aan de hand van God, sloeg de blasfemische verklaring voor de evolutie van soorten in als een bom.

Dirk Draulans over andere dieren dan de mens , planten en landschappen, maar ook over het geloof (1)en over de moegetergde Charles Darwin zelf

(1)Interview met Theoloog /oud-Rector Marc Vervenne + comments http://www.knack.be/articles/index.jsp?siteID=72&sectionID=45&articleID=27920

LEZINGEN

WALTER VERRAES http://www.vrijzinnigbrugge.be/sleutelbrug/2009-01.pdf

Biologische evolutie versus intelligent design”,
van dehand van Walter Verraes, ere-gewoon hoogleraar vak-groep biologie aan de Universiteit Gent.
Hij stelt wetenschappelijke verklaringen voor, behandelt problemen zoals
‘de levende materie, energie van buiten uit, hetontstaan van het leven, zin en onzin van de scheppings-verhalen, de endogene hypothese …’

Creationisme wordt meestal aanzien als een christelijke stroming binnen het Bijbelvaste protestantisme.
Maar ook de meerderheid van de moslimgemeenschapen het jodendom geloven dat het universum door een creator, een godheid of een bouwmeester, is geschapen.
Er zijn verschillende strekkingen in het creationisme: de jonge-aardecreationisten, de oude-aardecreationisten ende progressieve creationisten.
Tot de laatste groep behoren de aanhangers van de recent, ongeveer 15 jaar terug, opgedoken theorie vanhet ‘intelligent design’ (ID).
Deze” theorie” beweert dat biologische organismen of structuren (en de daar aan-verbonden fysisch-chemische processen) niet kunnenontstaan zijn door natuurlijke selectie.
ID gelooft in een (goddelijk) gestuurde evolutie.Het is de zoveelste poging, voornamelijk in de VS, om het creationisme ingang te doen vinden in het onderwijs

Johan Braeckman

Februari 2009

Maandag 23 februari, 19u, Vrije Universiteit Brussel.
Lezing door prof. dr. Johan Braeckman:
De betekenis van Charles Darwin en de evolutietheorie in de 21e eeuw.
Inaugurale lezing Callewaert Leerstoel 2009.

Abstract: Darwins evolutietheorie laat weinigen onberoerd. Het was van meet af aan duidelijk dat de publicatie van zijn On the Origin of Species een grote impact zou hebben, niet alleen op wetenschappelijke vraagstukken, maar evenzeer op de manier waarop we nadenken over levensbeschouwelijke- en zingevingskwesties. Jaren vóór de publicatie van zijn belangrijkste boek had Darwin zelf het reeds over zijn ‘moordbekentenis’, toen hij verwees naar de theorie die hij in het geheim aan het ontwikkelen was.
Niettemin stellen we vast dat in meerdere opzichten de ‘darwinistische revolutie’ zich nog moet voltrekken, ook al is Darwins evolutietheorie op zich de voorbije 150 jaar sterk geëvolueerd. Grote gebieden van de biologie erkennen dat evolutietheorie het centrale verklarende inzicht biedt in hun discipline, maar toch beginnen sommige levenswetenschappen, zoals bijvoorbeeld de geneeskunde, pas de laatste jaren na te denken vanuit evolutionair perspectief. Dat geldt nog meer voor de cultuur- en gedragswetenschappen en verschillende andere disciplines. Het belang van Darwin moet zich daar nog tenvolle laten gelden, waarbij methodologische problemen moeten worden opgelost en meerdere vooroordelen moeten sneuvelen.
Meer in het algemeen is Darwin van groot belang voor wat betreft ‘de grote vragen’: wie zijn we, waar komen we vandaan, waar gaan we naartoe? Maar ook hier stellen we vast dat slechts een minderheid, zowel in het westen als in andere delen van de wereld, het immense belang van Darwins ideeën, en de moderne uitwerking daarvan, begrijpt of erkent. Honderdvijftig jaar na Darwin is het tijd om zijn ideeën tenvolle ernstig te nemen.

Woensdag 25 februari, 19u, Vrije Universiteit Brussel.
Lezing door prof. dr. Johan Braeckman:
Darwin: leven & werk.
Callewaert Leerstoel 2009.

Abstract: Wie was Charles Darwin en in welk intellectueel klimaat groeide hij op? Hoe ontwikkelde hij zijn theorieën, en op welke vragen precies wilden ze een antwoord bieden? In deze voordracht wordt het leven van Charles Darwin besproken en tegen de brede achtergrond van zijn tijd geplaatst. Gaandeweg wordt verduidelijkt hoe zijn ideeën zich ontwikkelden, tot hij uiteindelijk tot de publicatie kwam van On the Origin of Species en andere meesterwerken, zoals The Descent of Man.

Darwin, evolutie en creationisme
Prof. Dr. Johan Braeckman
27 FEBRUARI 2009
Locatie: “De Geuzetorre”, Kazernelaan 1 te 8400 Oostende

Het creationisme is opnieuw in opmars. Honderdvijftig jaar nadat Charles Darwin de kern van zijn evolutietheorie uiteenzette in zijn boek Over de Oorsprong van Soorten, zijn er honderden miljoenen mensen, zowel in de christelijke als islamitische culturen, die de evolutietheorie naar het rijk der fabelen willen verwijzen. Nochtans, vanuit wetenschappelijk oogpunt, is er geen enkele goede reden om eraan te twijfelen dat de basisaspecten van de theorie correct zijn.

Het creationisme is de voorbije decennia ook zelf geëvolueerd. Om te ontsnappen aan de kritiek dat creationisme niet wetenschappelijk maar religieus is, introduceerden creationisten andere labels, zoals “scientific creationism” en, meer recent, “intelligent design”. Het mocht niet baten: in meerdere processen oordeelde de rechter dat de creationistische opvattingen, om het even in welke schapenvacht ze zijn gehuld, niks met wetenschap te maken hebben. Wie het creationisme grondig bestudeert, stelt vast dat de belangrijkste woordvoerders ervan dit intern ook toegeven. Wetenschappelijk staat men nergens, maar op zich is het de creationisten daar niet om te doen. Hun agenda wordt door religie, zingeving, moraal en politiek bepaald.

Maart 2009

Maandag 2 maart, 19u, Vrije Universiteit Brussel.
Lezing door prof. dr. Johan Braeckman:
Wetenschap versus creationisme en intelligent design.
Callewaert Leerstoel 2009.
Abstract: Het creationisme is opnieuw in opmars. Honderdvijftig jaar nadat Charles Darwin de kern van zijn evolutietheorie uiteenzette in zijn boek On the Origin of Species, zijn er honderden miljoenen mensen, zowel in de christelijke als islamitische en andere culturen, die de evolutietheorie naar het rijk der fabelen willen verwijzen. Nochtans, vanuit wetenschappelijk oogpunt, is er geen enkele goede reden om eraan te twijfelen dat de basisaspecten van de theorie correct zijn. Het creationisme is de voorbije decennia ook zelf geëvolueerd. Om te ontsnappen aan de kritiek dat creationisme niet wetenschappelijk maar religieus is, introduceerden creationisten andere labels, zoals ‘scientific creationism’ en, meer recent, ‘intelligent design’. Het mocht niet baten: in meerdere processen oordeelde de rechter dat de creationistische opvattingen, om het even in welke schapenvacht ze zijn gehuld, weinig of niks met wetenschap te maken hebben. Wie het creationisme grondig bestudeert, stelt vast dat de belangrijkste woordvoerders ervan dit intern ook toegeven. Wetenschappelijk staat men nergens, maar op zich is het de creationisten daar niet om te doen. Hun agenda wordt door religie, zingeving, moraal en politiek bepaald. Tijdens de lezing wordt uiteengezet hoe de evolutietheorie zich verhoudt tot religie en zingevingskwesties en waarom alle vormen van creationisme pseudo-wetenschappelijk en potentieel ook maatschappelijk en politiek gevaarlijk zijn.

Vroegere artikels van JB

Over evolutie & creationisme 17 mei 2008 http://johanbraeckman.filosofie.be/

Het creationisme is opnieuw in opmars. Honderdvijftig jaar nadat Charles Darwin de kern van zijn evolutietheorie uiteenzette in zijn boek Over de Oorsprong van Soorten, zijn er honderden miljoenen mensen, zowel in de christelijke als islamitische landen en culturen, die de evolutietheorie naar het rijk der fabelen willen verwijzen. Nochtans, vanuit wetenschappelijk oogpunt, is er geen enkele goede reden om eraan te twijfelen dat de basisaspecten van de theorie correct zijn. Het creationisme is de voorbije decennia sterk geëvolueerd. Om te ontsnappen aan de kritiek dat creationisme niet wetenschappelijk maar religieus is, introduceerden creationisten andere labels, zoals “scientific creationism” en, meer recent, “intelligent design”. Het mocht niet baten: in meerdere processen oordeelden Amerikaanse rechters, geheel terecht, dat de creationistische opvattingen niks met wetenschap te maken hebben. Op zich was daar uiteraard geen rechterlijke uitspraak voor nodig. Wetenschap heeft haar interne criteria om betrouwbare van onbetrouwbare kennis te onderscheiden.
Wie het creationisme grondig bestudeert, stelt vast dat, in elk geval in de Verenigde Staten, de belangrijkste woordvoerders ervan intern ook toegeven dat men wetenschappelijk nog geen potten heeft gebroken. Maar op zich is het creationisten daar niet om te doen. Hun agenda wordt door religie, zingeving, moraal en politiek bepaald. Hoewel nog niet grondig bestudeerd, lijkt het er sterk op dat ook in Europa, inclusief België, het creationistisch gedachtengoed de laatste jaren sterker op de voorgrond treedt. Een studie van Jon Miller, gepubliceerd in 2005 in Science, legde aan proefpersonen in diverse landen de volgende stelling voor: “Mensen, zoals ze vandaag de dag bestaan, zijn geëvolueerd uit vroegere, nu uitgestorven diersoorten.” Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dit een waarheid als een koe, maar Millers cijfers tonen aan dat ongeveer één op vier Belgen die stelling verwerpt, of er in elk geval sterk aan twijfelt.
Het is niet eenvoudig om daar de precieze redenen van te achterhalen, maar veel heeft ongetwijfeld te maken met een verkeerd begrip van de evolutietheorie op zich, enerzijds, en een hele reeks vooroordelen tegenover Darwins inzichten anderzijds. Dit merkt men niet alleen bij mensen die religieus geïnspireerd zijn, of politiek eerder conservatief denken. Ook veel progressief denkenden, die vaak niet religieus zijn, staan sceptisch tegenover Darwin. Ik betwijfel of men in die laatste groep veel creationisten aantreft, maar er is in elk geval een wantrouwen tegenover evolutietheorie omdat men haar associeert met racisme, anti-feminisme, status quo denken, kapitalisme, enzovoort. Sommige van deze aspecten overlappen met het religieus getinte wantrouwen tegenover Darwin, maar de christelijke en islamitische problemen met de evolutietheorie situeren zich vooral rond de vermeende aantasting van bepaalde fundamenten van het religieuze denken.
Klopt het dat evolutietheorie automatisch anti-religieus is? Ik denk niet dat dit het geval is, het hangt er maar van af waarop men religieuze overtuigingen baseert. Wie bepaalde teksten, die men als sacraal beschouwt, in meer of mindere mate letterlijk neemt, zal inderdaad de evolutietheorie als problematisch ervaren. Maar niet alleen de evolutietheorie; ook de moderne geologie, genetica, astronomie, enzovoort, en vele disciplines uit de cultuur- en gedragswetenschappen, zijn in strijd met een dergelijke vorm van religie. Mensen die daarentegen bereid zijn om de religieuze teksten die hen inspireren eerder metaforisch en meerlagig te interpreteren, hoeven geen moeite te hebben met wetenschap in het algemeen en evolutietheorie in het bijzonder.
Een belangrijke taak is weggelegd voor diegenen die goed geïnformeerd zijn over evolutietheorie om duidelijk te maken wat de theorie in essentie is, namelijk een wetenschappelijke theorie die uit meerdere onderdelen bestaat en duidelijk maakt hoe soorten ontstaan en vergaan, hoe ze verspreid raken over de wereld, hoe ze met elkaar in interactie treden, hoe organismen adaptaties ontwikkelen, hoe het leven op aarde samenhangend is, enzovoort. De mens, als soort en als organisme met talrijke fysieke, mentale en gedragsmatige aanpassingen, vormt hierop geen uitzondering. Daarnaast moet men ook duidelijk maken wat de theorie niet is: ze is geen levensbeschouwing, geen bron van waarden en normen, ze bevat geen politieke ideologie, ze levert ons geen economische richtlijnen op, ze leidt niet tot nihilisme, noch biedt ze een rechtvaardiging voor seksisme, racisme, enzovoort, en evenmin tast ze de waardigheid van de mens aan.
De diverse vormen van creationisme, waaronder het zogenaamde ‘intelligent design’, die vandaag de dag in meer of mindere mate in België bekend zijn, zijn problematisch omwille van enkele vrij voor de hand liggende redenen. Niet alleen geven ze een fout beeld van wetenschap, in casu evolutietheorie, maar ook maken ze impliciet of expliciet een koppeling tussen evolutietheorie en religie, politiek, moraal, enzovoort, terwijl die koppeling in feite onbestaande is.
Men kan dan uiteraard de vraag stellen: So what? Wat maakt het uit dat mensen bepaalde kerninzichten en verworvenheden van de moderne wetenschap niet kennen, of niet accepteren en verwerpen? Uiteindelijk hangt het antwoord hierop af van het soort maatschappij dat we wenselijk vinden. Zelf ben ik helemaal gewonnen voor een maatschappij waarin veel diversiteit bestaat: levensbeschouwelijk, cultureel, culinair, artistiek, enz. Maar het moet gezegd dat het verwerpen van inzichten die wetenschappelijk vrijwel onomstreden zijn, niet de meerwaarde van de diversiteit naar boven brengt, maar eerder dreigt te zorgen voor afzondering, isolatie en wederzijds onbegrip. Bovendien valt niet te ontkennen dat heel wat studies en jobs een basisinzicht in moderne wetenschap vereisen. Wie de evolutietheorie verwerpt, kan ook moeite hebben met wetenschappelijke kennis uit andere disciplines. Meer fundamenteel gaat het om het al dan niet aanvaarden van de wetenschappelijke methode, wat nagenoeg aan alles raakt dat in onze samenleving met wetenschap en technologie te maken heeft.
Daarom is het van belang dat men zo adequaat mogelijk kennis over moderne wetenschap verspreidt en misverstanden en vooroordelen uit de wereld helpt. Dat kennis van de evolutietheorie in de eindtermen is opgenomen, is dan ook een goede zaak, maar op zichzelf wellicht niet voldoende. Meer inspanningen, via teksten, films, lezingen, studiedagen enzovoort, zijn zeker niet overbodig. Ultiem kan men, nogal evident, mensen niet verplichten om wetenschappelijke kennis te accepteren. Fundamenteel mogen mensen denken wat ze willen, en daar ook naar handelen, zolang dat niet in strijd is met de wet of de mensenrechten. Maar in een maatschappij zoals de onze hebben we op zijn minst de opdracht om zoveel mogelijk mensen vertrouwd te maken met de beschikbare wetenschappelijke informatie. Ze kunnen dan nog altijd kiezen hoe ze er tegenover staan. Wie de kennis niet heeft opgedaan, heeft die keuzevrijheid niet.
(Dit stukje werd eerder gepubliceerd in het ledenblad van het Masereelfonds)

Woensdag 4 maart, 19u, Vrije Universiteit Brussel.
Lezing door prof. dr. Johan Braeckman: Darwinistisch denken buiten de biologie.
Callewaert Leerstoel 2009.

Abstract: Hoewel Darwin reeds in 1859 voorspelde dat de psychologie een nieuw, evolutionair fundament zou krijgen, is het pas relatief recent dat een discipline zoals de evolutiepsychologie zich ontwikkelt. Het pad werd hiertoe geëffend door ondermeer de ethologie en de sociobiologie. Ook in de sociologie, antropologie, economie, kunstwetenschappen en meerdere andere cultuur- en gedragswetenschappen ontstaat het inzicht dat evolutietheorie interessante nieuwe perspectieven biedt om onderzoeksvragen te stellen. Tegelijkertijd sijpelt darwinistisch denken ook binnen in uiteenlopende wetenschapsdomeinen zoals de geneeskunde, de informatica en de architectuur. Dat gaat evenwel niet zonder slag of stoot: er zijn zowel wetenschappelijke en methodologische problemen, als vooroordelen, misverstanden en zelfs vormen van regelrechte angst betreffende de toepassing van darwinistische ideeën in al deze gebieden. In deze voordracht bespreken we de vraag hoever Darwins arm reikt, en gaan we tevens in op de vele controverses die hierover zijn ontstaan.

http://www.johanbraeckman.be/lezingen.html

  • De Maakbare Mens
    Abstract
  • Darwins moordbekentenis. Over de inhoud en gevolgen van Darwins evolutietheorie.
    Abstract
  • Creationisme en Intelligent Design: een darwinistische kritiek.
    Abstract
    Lees hier een verslag van een lezing.
  • De schaal van Thomas. Over pseudowetenschap en kritisch denken.
  • Het morele apparaat. Over morele dilemma’s en ethiek.
  • Religie: een wetenschappelijke analyse.
    Bekijk een video van deze lezing bij
    Religie Nu.
  • Neurowetenschappen en de vrije wil.
  • Bewustzijn als de basis van dierenrechten.
Franstalig Belgie
http://www.hominides.com/html/darwin-anniversaire/charles_darwin-2009-belgique.php#evolutionaujourdhuicolloquebruxelles
Colloque “L’Évolution aujourd’hui : à la croisée de la biologie et des sciences humaines”
L’Académie royale de Belgique organise, les 29, 30 et 31 janvier 2009, un colloque consacré à l’Évolution.http://www.hominides.com/html/darwin-anniversaire/charles_darwin-2009-belgique.php#darwinoriginehommecharleroi
Darwin et la question des origines de l’homme : histoire d’une réception
Marc Groenen, professeur de préhistoire à l’Université Libre de Bruxelles
Le 12 février 2009http://www.hominides.com/html/darwin-anniversaire/charles_darwin-2009-belgique.php#expositiondarwinliege
Exposition Darwin, sa vie, son oeuvre
du 15 mai au 15 novembre 2009
Aquarium-Muséum –
Embarcadère du Savoir – Institut Zoologique – quai E.Van Beneden, 22 – 4020 Liège
 PRESSE Francophone PROLOGUE http://www.lalibre.be/culture/livres/article/463322/darwin-lemaitre-riche-rencontre.html
La Libre Belgique
28/11/2008
“Charles Darwin et Georges Lemaître, une improbable mais passionnante rencontre”, par Dominique Lambert et Jacques Reisse, Académie royale de Belgique, 290 pp
Charles Darwin (1809-1882).
Le naturaliste anglais est un géant de l’histoire des sciences, comme Kepler ou Einstein. Sa théorie de l’évolution des espèces vivantes et la loi de la sélection naturelle qui la guide ont révolutionné notre conception du vivant et de l’homme.
La célébration de son anniversaire est d’autant plus nécessaire que des “créationnistes” et tenants du “dessein intelligent” contestent le darwinisme de manière très dangereuse.Georges Lemaître (1894-1966), prêtre et très grand cosmologiste belge, à l’origine de la théorie de l’atome primitif ou Big Bang
….Ces deux géants ne se sont évidemment pas connus, mais tous deux ont révolutionné notre conception du monde, l’un en s’attaquant à l’origine de l’homme, l’autre à l’origine du monde.
Ils bouleversèrent ainsi les théories classiques (souvent tirées de la Genèse) d’un monde créé tel qu’on le voit. Cette rencontre audacieuse s’avère très riche. Les deux auteurs racontent la vie et l’œuvre des deux scientifiques, mais en insistant sur ce qui fait lien entre eux.Tous deux ont grandi dans la foi chrétienne. Darwin étudie même la théologie et est d’abord séduit par la “théologie naturelle” de William Paley, proche de la Bible. Le second devint prêtre et le resta toute sa vie.Mais tous les deux eurent le courage de séparer leurs convictions religieuses de leur démarche scientifique.Pie XII dérape
Le déclic, pour l’un comme pour l’autre, fut un voyage. Darwin effectua, pendant 5 ans, son célébrissime voyage sur le Beagle qui fit le tour du monde. Il y démontra ses immenses qualités d’observateur, de naturaliste et de scientifique. On sait comment l’étude des variations dans les pinsons des îles Galapagos joua un rôle clé dans sa théorie.
Lemaîtreaussi fit un voyage décisif dans les grands centres scientifiques américains pour étudier les théories d’Einstein qu’il rencontra.Darwinse détourna ensuite de la religion, écœuré par l’esclavage et la mort – jeune – d’une de ses filles, et il devint agnostique, mais sans jamais en faire une militance et en séparant ses recherches de ses croyances. De même, il respecta toujours les convictions de sa femme Emma.Lemaîtreaussi ne voulut jamais que les sphères de la foi et de la science se confondent.En 1951, Pie XII, qui suivait de près les évolutions de la science, fit un discours, “Un’Ora”, devant l’académie pontificale sur “les preuves de l’existence de Dieu à la lumière de la science actuelle de la nature”.Il y invoquait, sans jamais nommer ni Lemaître ni sa théorie, l’idée nouvelle que le monde serait en expansion et né d’une singularité qui, pour lui, était précisément la création par Dieu. Lemaître n’apprécia pas que le Pape récupère à son profit les théories du Big Bang, car elles n’étaient encore qu’une hypothèse, mais surtout parce qu’il voulait que religion et science restent bien séparées.Lemaître, qui bénéficiait de plusieurs entrées à l’académie pontificale, fit connaître son sentiment et – fut-il entendu? – le Pape ne se risqua plus jamais à voir dans le Big Bang une preuve de la Création. “

Darwin 2009 / Partout en France Toute l’annee

Le journal du CNRS

· Darwin 2009

http://www.darwin2009.fr/

Une introduction à l’évolution, une galerie photo de l’évolution en France et une bibliographie sélectionnéessaisonnent ce site.

Bibliographie sélectionnée

Sur l’Evolution

  • Barton, Nicholas H., Derek E.G. Briggs, Jonathan A. Eisen, David B. Goldstein, Nipam H. Patel. (2007). Evolution. Cold Spring Harbor Laboratory Press. Cold Spring Harbor, New York.
  • Darwin Charles (1999), La Filiation de l’homme et la sélection liée au sexe (1871, traduction française de Michel Prum), Paris, Syllepse.
  • Darwin Charles (1985), The Origin of species, First Edition (1859), Penguin Classics, London, Penguin Books.
  • Darwin Charles (1985), L’origine des espèces, (traduction française d’Edmond Barbier), Paris, La Découverte.
  • Futuyma Douglas J. (1986), Evolutionary Biology, Second Edition, Sunderland, Sinauer Associates.
  • Gould Stephen Jay (2006), La structure de la théorie de l’évolution, (Traduction française de Marcel Blanc), Paris, nrf Essais, Gallimard.
  • Grant Peter (1997), La sélection naturelle et les pinsons de Darwin. In « L’évolution », dossier Pour La Science, Hors Série n°14, janvier 1997.
  • Kimura Motoo (1990), Théorie neutraliste de l’évolution (1983), Paris, Flammarion.
  • Lafon Claude (2004), Idées reçues en Biologie, Paris, Ellipses.
  • Gouyon Pierre-Henri, Jean-Pierre Henry et Jacques Arnould, Les avatars du gène. Paris, Belin.
  • Lecointre Guillaume et Le Guyader Hervé (2001), Classification phylogénétique du Vivant, Paris, Belin (troisième édition revue, 2006).
  • Mayr Ernst (1993), Darwin et la pensée moderne de l’évolution, traduction de René Lambert, Paris, Odile Jacob.
  • Mayr Ernst (2006), Après Darwin. Paris, Dunod.
  • Cynthia L. Mills (2005) La théorie de l’évolution… et pourquoi ça marche (ou pas). Collection Quai des Sciences. Paris, Dunod.
  • Picq Pascal (2007). Faits et causes pour l’évolution. Pour La Science n° 357, juillet 2007.
  • Ridley Mark (2004), Evolution, Third Edition, Malden, Oxford, Blackwell publishing.
  • Samadi Sarah et David Patrice (2000), La théorie de l’évolution, une logique pour la biologie, Paris, Flammarion.
  • Selosse Marc-André et Godelle Bernard (2007), L’évolution mène toujours au progrès : idée reçue, La recherche. Lire.
  • Selosse Marc-André et Godelle Bernard (2008), Dieu menace-t-il Darwin ? Quelle leçon pour la France, La recherche. Lire.
  • Tassy Pascal (1991), L’arbre à remonter le temps, Paris, Christian Bourgois.

Epistémologie

  • Baillargeon Norman (2007), Petit cours d’autodéfense intellectuelle. Montréal, Lux editeur.
  • Barberousse Anouk, Kistler Max, Ludwig Pascal (2000), La philosophie des sciences au XXème siècle, Paris, Flammarion.
  • Bourdieu, Pierre (2001), Science de la science et réflexivité, Paris, Raisons d’agir éditions.
  • Bronner, Gérald (2008), Coïncidences, nos représentations du hasard. Paris, Vuibert.
  • Bunge, Mario (1981), Le matérialisme scientifique, Paris, Syllepse, 2008.
  • Dennett C. Daniel (2000), Darwin est-il dangereux ? Paris, Odile Jacob.
  • Dubessy Jean et Lecointre Guillaume (2001), Intrusions spiritualistes et impostures intellectuelles en sciences, Paris, Syllepse.
  • Dubessy Jean, Lecointre Guillaume et Silberstein Marc (2004), Les matérialismes (et leurs détracteurs), Paris, Syllepse.
  • Mayet, Laurent (2002) (Dir.), La science en dix questions. Hors Série de Sciences et Avenir n° 133.
  • Mayet, Laurent (2003) (Dir.), Le monde selon Darwin. Hors Série de Sciences et Avenir n° 134.
  • Mayet, Laurent (2006) (Dir.), L’univers est-il sans histoire ? Hors Série de Sciences et Avenir n° 146.
  • Nadeau Robert (1999), Vocabulaire technique et analytique de l’épistémologie, Paris, Presses Universitaires de France.
  • Quiniou Yvon (2002), Etudes matérialistes sur la morale, Paris, Kimé.
  • Tort Patrick (1983), La pensée hiérarchique et l’évolution. Paris, Aubier.

Sur le Créationnisme

  • Baudoin, Cyrille et Olivier Brosseau (2008). Les créationnismes, une menace pour la société française ? Paris, Syllepse.
  • Grimoult Cédric (1998) Evolutionnisme et fixisme en France, histoire d’un combat 1800-1882. Paris, CNRS Editions.
  • Grimoult Cédric (2008) Mon père n’est pas un singe ? Paris, Ellipses.
  • Lecourt Dominique (1992), L’Amérique entre la bible et Darwin, Paris, Presses Universitaires de France.
  • Mayet Laurent (2005) (Dir.), La Bible contre Darwin, Le Nouvel Observateur, Hors-Série n°61.
  • Picq Pascal (2007), Lucy et l’obscurantisme. Paris, Odile Jacob.
  • Tort Patrick (1997) (Dir.) Pour Darwin, Paris, Presses Universitaires de France.

Sur l’histoire des sciences

  • Charbonnat Pascal (2007), Histoire des philosophies matérialistes, Paris, Syllepse
  • Duris Pascal et Gohau Gabriel (1997) Histoire des sciences de la vie. Paris, Nathan université, coll. « réf. ».
  • Gayon Jean (1992) Darwin et l’après-Darwin. Paris, Kimé.
  • Gould Stephen Jay (1983), La mal-mesure de l’Homme, Paris, Ramsay.
  • Laurent Goulven (1987) Paléontologie et Evolution en France 1800-1860. Paris, Editions du CTHS.
  • Tort Patrick (1996) (Dir.) Dictionnaire du darwinisme et de l’évolution, (3 vol.).Paris, Presses Universitaires de France.
  • Tort Patrick (2000) Darwin et la science de l’évolution, Paris, Gallimard découvertes.

Disponible sur le site

  • Selosse Marc-André et Godelle Bernard (2007), L’évolution mène toujours au progrès : idée reçue, La recherche. Lire.
  • Selosse Marc-André et Godelle Bernard (2008), Dieu menace-t-il Darwin ? Quelle leçon pour la France, La recherche. Lire.

UK   DARWIN YEAR

Het geboorteland van darwin

www.darwin200.org
http://www.aboutdarwin.com/

The tree of life 

Attenborough over Darwin

…. Volgens Attenborough is Genesis de wortel van de menselijke exploitatie en verwoesting van de planeet aarde : Hij legt uit waarom de “evolutie”- idee van levensbelang is , omdat het de mens plaatst als en onvermijdelijk deel van de natuur

In 2000 had Steve Jones al het boek
‘Almost Like a Whale: The ‘Origin of Species’ Updated’ (Paperback) gepubliceerd,
In 2009 doet hij blijkbaar hetzelfde .

On the Origin of Species, Revisited

http://www.newscientist.com/special/on-the-origin-of-species-revisited

(Image: James Balog / Getty)This month marks the 150th anniversary of the most influential piece of popular science writing ever published.A few years ago, New Scientist listed reading On The Origin of Species as one of the 100 things to do before you die. To do so is to experience the extraordinary sensation of having a scientific genius enter your mind to guide you through his most important theory.Now we have asked the geneticist, evolutionary thinker and author Steve Jones to summarise and update the book for the 21st century – and, we hope, to inspire readers to experience Darwin’s astounding, world-changing writing first-hand.

ORIGIN OF SPECIES FOR THE 21ST CENTURY

Darwin’s masterpiece revisited

Unique among scientific theories, evolutionary biology finds its roots in a popular book by a single author. Darwin presented a new and radical view of existence: that life has changed over time and space, in part through a simple process called natural selection.To a modern reader Origin of Speciesseems lengthy indeed, with only a single illustration to enliven its 150,000 words. But Darwin was a clear thinker and the book is an impressive piece of advocacy.In just a fraction the length of its archetype, this account sketches out how Darwin might make his case today, a century-and-a-half on.Read more

CHAPTER 2

Variation under nature

Darwin was fascinated by the diversity of existence (Image: Niladri Nath/Flickr/Getty) In which Darwin considers individual differences and highlights the wide degree of variability within species upon which natural selection works

CHAPTER 3

Struggle for existence

Struggle for existence, wolves have been pushed out of their habitats by humans (Image: Niladri Nath/Flickr/Getty) In which Darwin describes the competition in nature for limited resources

CHAPTERS 4 AND 5

Natural selection and laws of variation

Sexual signals involve a trade-off, as they can attract predators too (Image: Dr. Paul Zahl/Spl) In which he explores the forces influencing the variation upon which natural selection works

CHAPTER 6

Difficulties on theory

Evolutionarily engineered (Image: Paul Sutherland/Getty) In which Darwin considers organs of extreme perfection and other apparent stumbling blocks for his theory

CHAPTER 7

Instinct

Bred to heard (Image: Nick Koudis/Getty) In which Darwin faces the issue of how behaviour might evolve

CHAPTER 8

Hybridism

The swordtail can produce strange hybrids further down the line when crossed with similar species such as platyfish (Image: FotoNatura/FN/Minden/FLPA RM) In which Darwin examines what keeps species apart

CHAPTERS 9 AND 10

On the imperfection of the geological record and the geological succession of organic beings

Top of the evolutionary chain (Image: Jens Kuhfs/Getty) In which Darwin considers why our palaeontological collections are full of gaps, and describes how his theory can account for the pattern of succession from fossils to living forms

CHAPTERS 11 AND 12

Geographical distribution

How did they get there? (Image: David Madison/Getty) In which Darwin demonstrates the importance of geographical barriers and climate change to explain the distribution of life as we see it today

CHAPTER 13

Mutual affinities of organic beings: Morphology: Embryology: Rudimentary organs

Evolutionary forms like this rat reveal a shared evolutionary history (Image: Science pictures ltd/SPL) In which Darwin considers classification and shows how his theory can be used to organise the living world along evolutionary lines

CHAPTER 14

Recapitulation and conclusion

In which Darwin expounds his “long argument” and addresses the “mystery of mysteries”: why there are so many different species

LINKS  wat is er nog bereikbaar  ? 

Basis vormt de prachtige lijst van

The Complete Work of Charles Darwin Online/ Contact the Director: Dr John van Wyhe.

______________________________________________________________________________

2009 was the 150th anniversary of the publication of On the Origin of Species (24 November 1859) and the 200th anniversary of Darwin’s birth (12 February 1809). This page aimed to list the associated worldwide events and publications.

Iems are loosely grouped into ‘Events’, ‘Publications‘ and ‘Films, documentaries & performances‘. Although this list is far from comprehensive, it is probably the largest list of worldwide Darwin events in 2009.

See also ‘1909: The first Darwin centenary


Events:

The [Dutch] Beagle project – reconstructing Darwin’s 5-year long voyage on HMS Beagle in one year.

Natural History Museum’s Darwin200 Events page here.

Darwin Day Celebration here.

Darwin Now. British Council. here.

The Darwin 150 Project (on facebook) here.


The HMS Beagle Project


16 Sept 2008 – 6 April 2009 The Darwin Bicentennial at Appalachian State University. http://universityforum.appstate.edu including ’13 lectures by distinguished scholars. Dr. James Costa, Director of Highlands Biological Laboratory, and Professor at Western Carolina University, will present a lecture on Feb 10, 2009 titled “On the Origin of the Origin”, which will detail his soon to be published book The Annotated Origin of the Species, from Harvard University Press. We will also have an Evolution Film Festival, music and art competitions, and theatrical productions of the Scopes Trial (from actual transcripts) and Inherit the Wind.’


Autumn 2008 – 2009 Celebrating Darwin and Evolution, Case Western Reserve University


Sept. 2008-Feb. 2009 Darwin Year Celebration. Davidson College Department of Biology. http://www.bio.davidson.edu/people/kahales/misc/Darwinyear0809/Darwin2009.html


14 Nov. 2008 – 19 April 2009 Darwin exhibition Natural History Museum, London.
Darwin is the biggest ever exhibition about Charles Darwin. It celebrates Darwin’s ideas and their impact for his 200th birthday in 2009. Discover the man and the revolutionary theory that changed our understanding of the world. See incredible, revealing and rare exhibits, some on display for the first time.


Dec. 2008-2009 ‘Charles Darwin in Australia’ National Museum of Australia


2009 The Vancouver Evolution Festival – UBC&SFU/Vancouver Canada. A year-long celebration of the joint anniversaries of Darwin’s birth and the publication of On the Origin of Species. Events throughout the year and throughout the city will explore Darwin’s many contributions to science, the latest findings in evolution & biodiversity, and the profound implications of these discoveries for society today. http://www.vanevo.ca.


Darwin Sesquicentennial Program at the University of Cincinnati, Ohio, USA. http://www.uc.edu/darwin/


2009. Zoology Museum, University of Cambridge. ‘Beetles, Finches and Barnacles: The Zoological Collections of Charles Darwin’. The exhibition will look at how Darwin’s experiences in Zoology shaped his ideas on evolution and natural selection, using many of the specimens he collected throughout his life (especially during the Beagle Voyage).


2 Jan. – 31 March 2009 The Lost World exhibition A display on Conan Doyle, Darwin and early portrayals of evolution to coincide with the Lost World Read 2009. In this initiative, thousands of people from Edinburgh, Glasgow, Hampshire, Shrewsbury, City of Westminster and most of South West England will be celebrating the bicentenary of the birth of Charles Darwin and the 150th birthday of Arthur Conan Doyle with a mass-read of The Lost World. Bristol Central Library, Bristol.


5-31 Jan. 2009 Voyage of the Beagle by Private Jet. follows highlights of Darwin’s voyage, beginning at Stanford’s campus near Palo Alto, California and ending in London. Stanford professors Bill Durham and David Abernethy, along with Harvard professor Janet Browne, will accompany the program as faculty leaders, delivering a comprehensive educational program focused on Darwin’s life, discoveries and legacy. Travelers will fly from destination to destination aboard a private Boeing 757, custom-fitted for just 92 passengers.


18 Jan. – 7 March 2009 Darwin College, Cambridge. Darwin Lecture Series


19 Jan. – 31 May 2009 Charles Darwin and the Origin of Species A small display at the National Portrait Gallery in London will celebrate Darwin’s life and work through the medium of photography, itself a rapidly changing product of nineteenthcentury science. Alongside portraits of Darwin at various stages of his life, the display includes images of those who were instrumental in the publication of his controversial theory. National Portrait Gallery, London.


22-24 Jan. 2009 To mark the 200th birthday of Charles Darwin (born Feb. 12, 1809) MIT will host a major conference January 22-24 that will celebrate the famed naturalist’s life and examine a wide spectrum of topics related to evolution. http://sites.google.com/site/darwinbicentennial/register


24 Jan. – 18 April 2009 Darwin’s Voyage of Discovery An exhibition including a timeline filled with anecdotes and stories to explore Darwin’s journey across the oceans. Take a closer look at our living ancestral heritage with specimens from the natural history collections. Plymouth City Museum and Art Gallery, Plymouth http://www.plymouth.gov.uk/museumdarwin200.htm


26 Jan. – April 2009 Walk in Darwin’s footsteps at ZSL London Zoo. ‘To celebrate Darwin200, the year of Darwin’s two hundredth birthday, ZSL London Zoo will be launching a free, fully interactive trail for 2009 on February 14th. For half term only, visitors will be able to join Darwin himself (or at least an actor playing Darwin!) on an exploratory walk around the Zoo.’ Press Contact: Rebecca Smith, rebecca.smith@zsl.org or 0207 449 6236


29 Jan. – 4 March The Leverhulme Centre for Human Evolution. Special Series of Seminars in Human Evolution http://www.human-evol.cam.ac.uk/


Darwin200 – ‘a collaboration of organisations across the UK who are celebrating Darwin’s 200th birthday in February 2009 with an exciting programme of activities.’


2 Feb. – 1 Oct. 2009 Charles Darwin: The Beginnings of a Continuing Journey A small exhibition exploring how Shrewsbury influenced Darwin. Rowley’s House, Shrewsbury http://www.shrewsburymuseums.com/exhibitions/001127.html


2 Feb. 2009, 8:30 pm. ‘Darwin Anniversary Cafe: Modern Living and Evolution’. Exeter Cafescientifique, Exeter Phoenix, Gandy Street, Exeter, EX4 3LS. (sponsored by Michelmores Solicitors).


5 Feb. CHAST Lecture – Is human evolution over? Steve Jones. University of Sydney


5-28 Feb. 2009, “Emory Evolving Arts: New Works Festival,” Emory College Center for Creativity & Arts and Emory University Creativity & Arts Initiative, http://www.creativity.emory.edu


5-6 Feb. 2009 Darwin Day meeting. Natural History Museum, Milan, Italy.


6 Feb- 28 Aug. 2009 Charles Darwin: A Man of Enlarged Curiosity An exhibition of publications and specimens representing Darwin’s work and life. Earth and Mineral Sciences Museum & Art Gallery, 19 Deike Building, The Pennsylvania State University, University Park, Pennsylvania, USA Opening reception and celebration, 12 February 2009


7-15 Feb. 2009, Ithaca Darwin Days. Sponsored by Cornell University and the Paleontological Research Institution. http://www.ithacadarwindays.org/


7 Feb. – 7 June 2009 Darwin at Down An exhibition of photographs of Darwin and his family 7 February – 7 June 2009, Horniman Museum, London


7 Feb. 2009 – Jan. 2010 The National Museum of Wales in conjunction with the Open University in Wales is hosting Darwin: A Revolutionary Scientist. http://www.museumwales.ac.uk/en/darwin200/


8-13 Feb. 2009 Evolution – The Event. Melbourne (Australia).


9 Feb. 2009 The Nature Darwin Debate 1: Are We Still Evolving? 7 pm. Is natural selection still shaping humans given that our survival is often more dependent on technology than genes? What are the implications for future generations from sedentary lifestyles, falling birth rates and older parents? What might our species look like 1000 years from now? Join three leading experts in evolutionary biology and evolutionary psychology including Henry Gee (British palaeontologist, evolutionary biologist and Senior Editor of Nature) and Susan Blackmore (freelance writer, lecturer, broadcaster and a Visiting Lecturer at the University of the West of England, Bristol) as they debate the latest evidence and its implications.


9 Feb. 2009 5pm John van Wyhe lecture. Environmental and Evolutionary Biology seminar series, School of Biology, University of St Andrews.


9 Feb. 2009 Why Darwin Matters Dr Michael Shermer, author of Why Darwin Matters: The Case Against Intelligent Design, talks about evolution and intelligent design. University of Bristol, Bristol.


9 Feb. 2009 The Darwin’s Sacred Cause book launch takes place at 6pm in the Great Hall on Imperial College London’s South Kensington campus. Entry is by advance free ticket only. Tickets can be reserved by emailing events@imperial.ac.uk


9-12 Feb. 2009 Darwin Days; Series of events including lectures, posters, exhibits, games, videos, etc. to celebrate the 20th anniversary of Darwin’s birth; sponsored by the Univesity of Northern Iowa Freethinkers and Inquirers; to be held in the Maucker Student Union on the campus of the University of Northern Iowa in Cedar Falls, IA, USA. For more information and details: http://darwinweek.com/


9-14 Feb. 2009 Darwin Week Festival Clemson University http://people.clemson.edu/~mchildr/Darwin/


9 Feb. 2009 6 pm. Exhibition Inauguration: Charles Darwin and his Links to St Andrews. School of Biology, University of St Andrews, St Andrews. http://darwin.st-andrews.ac.uk

10 Feb. 2009 4 pm. Evolution in the Century of Biology: Adaptation to Societal Need. Professor Thomas Meagher seminar, School of Biology, University of St Andrews, St Andrews. http://darwin.st-andrews.ac.uk


10 Feb. 2009 6 pm. Film – Inherit the Wind. New Picture House Cinema, St Andrews, Fife. http://www.nphcinema.co.uk


11 Feb. 2009 The Animals and Ourselves. Join Professor Aubrey Manning as he discusses the two key questions of do humans have instincts and do animals have intellects? Hawthornden Court, National Museum of Scotland, Edinburgh http://www.nms.ac.uk/talksandlectureseventslist.aspx.


11 Feb. 2009 Can British Science Rise to the New Challenges of the Twenty- First Century? For the 2009 Annual Darwin Day Lecture, organised by the British Humanist Association, Prof Sir David King will speak about the present state and future of science in Britain. Conway Hall, London.


10 Feb. 2009- Toulouse Museum (http://www.museum.toulouse.fr/), in conjunction with CNRS & University of Toulouse. ‘How Darwin changed our vision of the world?’ Public lecture series, events, and exhibitions throughout 2009, starting on Feb 10 with a celebration week, and a symposium on ‘Evolution & Medecine’ in Oct.


12 Feb. 2009 Darwin at the Museum The Natural History Museum will celebrate with a day of public talks and gallery performances celebrating the bicentenary, and in the evening the Museum will host the main Darwin200 VIP event. This will feature new works of art inspired through Darwin related programmes supported by the Wellcome Trust and Arts Admin, and by The Gulbenkian Foundation and The Galapagos Conservation Trust. http://www.nhm.ac.uk/.


12 Feb. – 3 May 2009 Yale Center for British Art: ‘Endless forms: Charles Darwin, Natural Science and the Visual Arts’


12 Feb. 2009 An exclusive dinner for 100 guests will be taking place at Christ’s College, Cambridge – part of the effort of the college to raise £500,000 to establish a Darwin Research Fellowship at Charles Darwin’s former college alongside a programme for visiting scientists from the Galapagos together with the Galapagos Conservation Trust. Special guests HRH Prince Philip, Duke of Edinburgh, Sir David Attenborough and Andrew Marr).


12 Feb. 2009 Reflections, Evolution of the Huxley Wilberforce Debate of 1860 A conversation between Richard Dawkins and Lord Richard Harries (recently Bishop of Oxford) celebrates Darwin’s contribution to modern biology and explores the Great Debate at the Oxford British Association meeting of 1860. 12 February 2009, Oxford University


12 Feb. 2009. THE 2009 OCEES DARWIN LECTURE Dr. Nina Jablonski will present “The evolution of human skin and skin color” 4:10 pm. Darwin Bicentennial Seminars at Ohio University. For the venue and further information visit the OCEES website: http://www.ocees.ohio.edu/


12 Feb 2009 Inaugural workshop entitled ‘Darwin Across the Disciplines’ hosted by the Sam Noble Oklahoma Museum of Natural History. First of a year-long series of events at the University of Oklahoma in Norman, Oklahoma, USA. For more information and contact details: http://www.ou.edu/darwin/Site/Home.html


12 Feb. 2009 Annual Darwin Day conference on the philosophy of biology and Darwinism, including a Café Scientifique public debate. University of Birmingham http://darwinday.bham.ac.uk/.


12 Feb. 2009 Exploring and Investigating Nature. The launch of a photographic competition, open to all ages. The winning entries will form a display in November 2009. Grant Museum, Horniman Museum, Institute of Biology http://www.horniman.ac.uk/darwin/.


12 Feb. 2009 Happy Birthday Mr Darwin A voyage of the Beagle trail around the zoo, revealing significant dates within the life of Charles Darwin and featuring some of his publications and discoveries. 12 February 2009, Edinburgh Zoo http://www.edinburghzoo.org.uk/.


12 Feb. – 12 May 2009 Mr Darwin’s Fishes An exhibition about the Beagle fish specimens and Darwin’s lifelong friend, the eminent naturalist Leonard Jenyns. Bath Royal Literary and Scientific Institution http://www.brlsi.org/darwin2009/index.html


12 Feb. 2009. Darwin 200 in St Andrews; a series of seminars, bringing together some of the greatest minds in the university to celebrate and appropriately honour one of Britain’s best known and respected scientists. School of Biology, University of St Andrews, St Andrews. http://darwin.st-andrews.ac.uk


12 Feb. 2009 7:00 pm – 8:30 pm Darwin: His Enduring Legacy in an Age of Ecological Crisis, Weedon Island Preserve Cultural and Natural History Center. Join Dr. H Bruce Rinker to learn how Charles Darwin conjoined decades of field observations with his investigative spirit and the knowledge of his day to produce what some consider the most significant scientific works ever authored. Free program, cake, and refreshments. Pre-registration required. http://www.weedonislandpreserve.org


12 Feb. MacLeay Museum Exhibition: Accidental Encounters. University of Sydney


12 & 14 Feb. 2009 ‘Beetle Buzz: Darwin’s Doings and the Bugs of York.’ Multimedia poetry show for adults and children alike by Anneliese Emmans Dean with live music from David Hammond. Part of ‘The Fruits of Heresy’ Darwin season at Unitarian Chapel, St Saviourgate, York, UK http://www.thebigbuzzbiz/see_a_show_.html


12-15 Feb. 2009 BioEd 2009 Conference to promote understanding of biodiversity and the importance of evolutionary biology through an international exchange of ideas and knowledge about current research and education. Christchurch, New Zealand. http://www.allanwilsoncentre.ac.nz


12 Feb. 2009-Sept. 18 2009 Charles Darwin: After the Origin Cornell University Library, Ithaca, NY http://rmc.library.cornell.edu/darwin/ Cornell University Library will begin the celebration of its major Darwin exhibition with a lecture by Dr. Frank H.T. Rhodes, a preeminent Darwin scholar and president emeritus of Cornell University, on Feb. 12. The exhibition runs until September and includes documents, rare books, engravings, photographs and artifacts.


13 Feb. 2009 The Home of Charles Darwin, Down House, opens to the public on 13 February 2009. Experience Darwin’s world as never before with a visit to Down House – his Kentish family home and the unconventional laboratory in which he researched and wrote On the Origin of Species. Rare and unique collections, including many of Darwin’s personal possessions, will be on display for the first time alongside an exciting new multimedia tour of the family rooms as well as the extensive gardens, known as Darwin’s ‘outdoor laboratory’. Interact with the rare Beagle notebooks via exciting new digital displays and imagine what life at sea was like with an impressive full scale replica of Darwin’s cabin on the Beagle.


13 Feb. 2009 Charles Darwin – The True Story. Lecture by John van Wyhe. 7.30pm Winchester Discovery Centre.


13 Feb. 2009 A Day For Darwin, Biology Department, Queens College, Lefrak Concert Hall, http://dennehylab.bio.qc.cuny.edu/dd.html Symposium and Panel Discussion, Free and Open to the Public.


13 Feb. at 8.15 pm: Screening of ‘Flock of dodos’ followed by a Q and A with the director Dr. Randy Olson. Murray Edwards College, Cambridge.

14 Feb. at 3 pm: Panel discussion on evolution, creationism and intelligent design chaired by Prof. Michael Akam. The panel includes Dr. Rob Asher (Museum of Zoology, Cambridge), Prof. Michael Reiss (Institute of Education), Prof. Robert Foley (LCHES), Dr. Randy Olson, Dr. David Rosevear (creation science movement) and Revd. Angela Tilby. Murray Edwards College, Cambridge.

14 Feb. at 8 pm: Screening of ‘Inherit the wind’. Murray Edwards College, Cambridge.


14 Feb. 2009 ‘Happy Birthday Charles Darwin’ The Manchester Museum www.manchester.ac.uk/museum Happy Birthday Charles Darwin will be a family Big Saturday including displays of specimens that Darwin collected, Museum and University of Manchester experts on hand, performances from “Darwin and his Dodo” and science experiments. Pride of place will be the Museum’s Giant Tortoise from the Galapagos Islands.


14 Feb. 2009 Logic and democracy: 4th Darwin Day in Correggio (RE) , Italy. Meeting with Domenico Massaro – Logic Academic at Faculty of Literature and Philosophy of Siena University. – 8 pm – Evening meeting – Symposium: “Around the table with Platone”. Table conversation with prof. Domenico Massaro. Promoted by Al Simposio Association and Biblioteca Comunale Correggio. Info: alsimposio@tiscali.it


14 Feb. 2009 Happy Birthday Charles Darwin This family Big Saturday includes displays, performances and science experiments with the museum’s giant tortoise from the Galapagos Islands taking pride of place. The Manchester Museum, University of Manchester


14-22 Feb. 2009 Walk in Darwin’s footsteps this half term, Step back in time this February half term at ZSL London Zoo ZSL London Zoo, and embark on an exciting walk with ‘Charles Darwin’, the pioneering scientist who penned the renowned ‘Origin of Species’. ZSL London Zoo has a historical relationship with Charles Darwin of which it is very proud. Darwin was a corresponding fellow to the Zoological Society of London throughout his famous voyage on the HMS Beagle, during which time he developed his groundbreaking ideas on natural selection.


17 Feb. February Sydney Ideas – Michael Ruse on Darwin. University of Sydney


20 Feb. – Dec. 2009 Christ’s College, Cambridge, Darwin’s restored student rooms, Darwin garden with new statue of student aged Darwin by Anthony Smith and Lady Margaret lectures. For Darwin’s room opening times click here.

Feb. – Nov. 2009 Christ’s College Old Library, exhibition: ‘Charles Darwin: On land and at sea’. http://www.christs.cam.ac.uk/current-students/library/darwin200/ Free admission.
‘An exhibition celebrating the two-hundreth anniversary of the birth of Charles Darwin is now open in the Old Library. The exhibition is open to the public between 10 and 12, and again between 2 and 4, every Wednesday and Thursday. It is also open on Saturday afternoons between 2 and 4. Please check this website frequently, as opening times are subject to change. For organized / group visits, please contact the Library.’


18 Feb. 2009 Darwin at the Movies: Alfred Russell Wallace and Genius-Charles Darwin. San Diego State University http://cal.sdsu.edu/darwin/darwinatmovies.html


18 & 22 Feb. 2009 Darwin in Carnival in Recife and Olinda: Photos of the traditional lauching of the National S&T Week in the Carnival of Olinda and Recife with commemoration of the Darwin Year and IYA. Several scientists´ big dolls [Darwin, Galileu, Einstein, Carlos Chagas, …] went to the streets: http://www.sbpcpe.org/fotos/2009/carnaval/olinda/
http://www.sbpcpe.org/fotos/2009/carnaval/
Sponsors: Ministry of Science and Technology, SPPC – PE, UFPE, IFET-PE

2009 The expedition “The Darwin Trails” has followed Darwin’s footsteps in his trip to the state of Rio de Janeiro (1832). The expedition had an intense participation of teachers, schools, scientists and general people. Commemorative plaques were launched in 12 cities or small towns with Randal Keynes. Many other activities will be realized in these cities in 2009. http://www.casadaciencia.ufrj.br/caminhosdedarwin/ Photos of the expedition in: http://picasaweb.google.com.br/casadaciencia
Sponsors: Ministry of Science and Technology, Casa da Sciencia/UFRJ, Departamento de Recursos Minerias – Rio de Janeiro

2009 Project Darwin in Bahia with several activities organized in 2008 and many others for 2009: http://www.cienciaartemagia.ufba.br/darwinnabahia/
Sponsors: FAPESB, Federal University of Bahia, Ministry of Science and Technology, SECTI – Ba


18 Feb. – 27 May 2009 Darwin lectures and workshops at the University of Bern, Switzerland. http://www.forum.unibe.ch/de/pro_Darwin.htm


22 Feb. 2009 Lectures by Peter Kjaergaard and John van Wyhe. National History Museum of Denmark, Copenhagen.


25-27 Feb. 2009 DARWIN IN SEVILLE 2009 http://www.institucional.us.es/darwin09/home.html


26 Feb. 2009 The reception of Charles Darwin in Europe. A colloquium at Christ’s College, Cambridge. http://www.clarehall.cam.ac.uk/rbae/Darwin_Colloquium.htm


26-28, Feb. 2009. Universidad Nacional de Colombia. Bogota DC Colombia (South America) ‘A Symposium on Evolution in commemoration of Darwin bicentenary will be held at The National University of Colombia. The three days meeting “Darwin 200 years and evolutionary thinking in 2009” will gather professors from several Latin-American countries that have previously worked together in what is named the Bogota group. An audience (ca 400) of students, teachers, researchers and science professors is expected. The organizing committee is conformed by Eugenio Andrade, Joao Mu�oz and Alejandro Rosas with the support of the Universidad Nacional de Colombia. To check more information, see http://www.darwin2009.unal.edu.co/index.html


27 Feb. 2009 ‘Early Influences on Darwin: The Beagle Years.’ Talk by Professor Alistair Fitter, of University of York. Part of ‘The Fruits of Heresy’ Darwin season at St Saviourgate Unitarian Chapel, St Saviourgate, York, UK http://www.yorkunitarians.org.uk/

28 Feb. 2009 ‘Darwin’s Influence: Intelligent Design Then and Now.’ Talk by Dr Simon Hardy, of University of York (retired). Part of ‘The Fruits of Heresy’ Darwin season at St Saviourgate Unitarian Chapel, St Saviourgate, York, UK http://www.yorkunitarians.org.uk/


March – Nov. 2009 The Natural History Museum, Mexico City. Two exhibitions, one to coincide with a major book fair in March and the other opening in November. For more information, contact Rosa Linda Fragoso, rosita.de.maiz@gmail.com.


c. March 2009 ‘Darwin’s Reach: A Celebration of Darwin’s Legacy Across Academic Disciplines‘ Hofstra University, Hempstead, NY. Contact: Stu Vincent, 516-463-6493, stuart.vincent@hofstra.edu


2 March 2009 Darwin lecture by author Edward J. Larson. San Diego State University http://cal.sdsu.edu/darwin/edwardlarson.html

4 March 2009 Darwin at the Movies: Angels and Insects. San Diego State University http://cal.sdsu.edu/darwin/darwinatmovies.html


3 March 2009 Convidamos VExª para assistir à Conferência “O GÉNIO DE DARWIN” a proferir pela Profª Doutora Ana Leonor Pereira, no dia 3 DE MARÇO DE 2009, às 17horas, na Sala de Conferências do CEIS20, integrada no Ciclo de Conferências “200 Anos de Darwin”.


3-7 March 2009 Conference: ‘Biological Evolution: Facts and Theories A Critical Appraisal 150 Years After “The Origin of Species” (http://www.evolution-rome2009.org/)’


6-7 March 2009 The Evolution of Biology at York: Past, Present, and Future. Association of Graduate Students in Biological Sciences (AGSBS)/York University, Toronto http://www.biol.yorku.ca/grad/symposium/index.htm


9 March – Nov. 2009 Darwin Today. The Joint Research Counci. A travelling exhibition booked for 25 sites across the UK. The exhibition is aimed at engaging young audiences in how Darwin’s ideas inform modern research. It opens simultaneously at three venues: The Centre for Life in Newcastle, Sensation – the Dundee Science Centre, and at Living Coasts in Torquay. The exhibition is supported by a website, events programme, school resources and a discussion forum. Find out more about the RCUK Darwin Today programme at http://www.darwin.rcuk.ac.uk/500/all/1/Events.aspx


9 March 2009 The Nature Darwin Debate 2: What Price Biodiversity? 7pm We pay for our food, water, healthcare and energy, so why not pay for the many ‘services’ currently obtained for free from biological diversity e.g. insect-pollination, central to food production; or healthy forests, which we need for clean water and to stop soil erosion. Shouldn’t we invest now in our biodiversity in order to secure our future needs? Join leading names from science and politics including James Lovelock (author of Revenge of Gaia), Michael Meacher MP (former Minister of State for the Environment) and Sir Crispin Tickell (Director of the Policy Foresight Programme, James Martin Institute, Oxford University) as they debate the need to put a price on the Earth’s ecosystem services.


11 March 2009 Darwin and Genetics: 1909 and 2009. Christ’s College, Lady Margaret Lecture by Marsha Richmond


13 March – 24 April 2009 Darwin & the Golden Age of Zoology” exhibit: As part of the University of Wisconsin-Parkside’s Darwin 1809-1859-2009 commemoration of the 200th anniversary of Charles Darwin’s birth and the 150th anniversary of the publication of the Origin of Species, the Library presents “Darwin and the Golden Age of Zoology”. The exhibit consists of books, illustrations, specimens, and artifacts related to the many scientific surveys and expeditions of the late eighteenth to early twentieth centuries, of which Darwin’s voyage on HMS Beagle is among the best known, and perhaps the most momentous. Included are British or American editions of most of Darwin’s books, sumptuously illustrated systematic and zoogeographic monographs from the period, and more recently collected zoological and geological specimens. Highlights include a first American edition of Darwin’s Life and Letters (1887), P.H. Gosse’s Birds of Jamaica (1847), and a copy of J.E. Gray’s Synopsis of the Crocodilia (1867) perhaps once owned by Darwin, and bearing what may be his signature. The materials exhibited are from the Library, the Department of Biological Sciences, and the personal collections of Frank Egerton, Gregory Mayer, and Sean Murphy.


15-19 March 2009 British Council/CSIC Workshop on Evolution, Spain (details tbc)


16-28 March 2009 Origins ’09: A Celebration of the Birth & Life of Beginnings 2009 Sponsored by The Florida State University.


18 March 2009 Darwin at the Movies:The Darwin Adventure. San Diego State University http://cal.sdsu.edu/darwin/darwinatmovies.html


20 March – 23 Aug. 2009 Charles Darwin – Voyages and ideas that shook the world Australian National Maritime Museum – Darling Harbour, Sydney.
In the 200th anniversary year of Charles Darwin’s birth and 150 years after the publication of his famous evolutionary theory On the Origin of Species join Charles Darwin aboard HMS Beagle on the voyage of a lifetime. Explore the world of Darwin and his colleagues and see how their work continues on new scientific frontiers. Charles Darwin-Voyages and ideas that shook the world incorporates material from diverse collections including the British Museum, the National Maritime Museum Greenwich, the Oxford University Museum of Natural History, the National Library of Australia and the State Library of New South Wales. View watercolours that vividly record the places and people encountered by voyage artists. Examine specimens and artefacts collected during a series of ground-breaking surveying voyages. See how Darwin lived aboard the Beagle, Learn how Darwin’s captain Robert FitzRoy is linked to modern weather forecasting and listen to his first impressions of a tropical rainforest. Admire the craft of model making in our specially commissioned ship model of HMS Beagle or get close and personal with insect-eating plants in Darwin’s glasshouse!


26-28 March 2009 Darwin’s legacy: exploring diversity and evolution in the history of field biology. Society for the History of Natural History. National Museum of Wales, Cardiff.

28 March 2009 John van Wyhe ‘In Darwin’s pocket: the voyage of the Beagle from Darwin’s field notebooks’ – Ramsbottom Lecture, Society for the History of Natural History, National Museum of Wales, Cardiff.


30 March 2009 John van Wyhe lecture, Boston University.


30 March – 11 Sept. 2009 Kents Cavern: The Darwin anniversary excavations. The country’s leading experts in the palaeolithic are planning to conduct the first major excavations in Kents Cavern since the 1920s. They hope the information recovered from new fieldwork will contribute to widely-debated issues in palaeoanthropology. Most notably, they will concentrate on the origins of the cave’s use as a human shelter, and they hope to establish firmer dates for the first occupation of the cave by Neanderthals and early members of our own species. Kents Cavern Caves, Torquay, Devon http://www.kents-cavern.co.uk/


26 – 29 March 2009 Special Interest Weekend: Darwin’s Impact on Science and Culturem Christ Church, Oxford http://www.chch.ox.ac.uk/index.php?option=com_content&task=view&id=775&Itemid=633


1-4 April 2009 University of California at San Diego Dean’s Symposium on Evolutionary Biology


2-3 April 2009 ‘Mind the Gap: Charles Darwin’s true story’ lecture by John van Wyhe. American Association of Physical Anthropologists, Chicago.


3-4 April 2009 Boston Colloquium for the Philosophy & History of Science: a two-day symposium on: “The Reception of Darwinism: Trans-Cultural Differences”


3-4 April 2009 Charles Darwin’s Legacy in European Cultures. Organised jointly by CRINI, Nantes, and GRER (ICT), Paris VII (Denis Diderot).
Proposals of about 300 words and a short biographical note to be sent (in English or French) before September 15, 2008 to: – Georges LETISSIER ( georges.letissier@univ-nantes.fr) – Françoise LE JEUNE ( francoise.le-jeune@univ-nantes.fr) – Michel PRUM (prum.michel@wanadoo.fr)


4 April 2009 Lecture by John van Wyhe. Rocky Mountain Dinosaur Resource Center, Woodland Park, Colorado.

4 April – 4 Oct. 2009 Darwin and Dinosaurs. A special exhibition at the Rocky Mountian Dinosaur Resource Center, Woodland Park, Colorado (http://www.rmdrc.com/). The exhibition features the early dinosaur discoveries by Mantell, Buckland and Owen and the complete works of Charles Darwin, all 1st editions and in remarkable condition, including On the Origin of Species (1859). [This is probably the finest collection of Darwin’s works on public display anywhere in the world.] Celebrating the Darwin anniversary in 2009, the exhibition is designed to illustrate the impact the discovery of dinosaurs had on geology in the early 19th century, and the subsequent impact on Darwin. The exhibition highlights Darwin’s voyage and includes a museum-quality model of H.M.S. Beagle. The exhibit is accompanied by a richly illustrated full colour brochure that summarizes Darwin’s discoveries and gives an overview of evolution and the theory of natural selection.


6-9 April 2009 10-5pm. Discover Evolution (part of the Edinburgh International Science Festival). National Museum of Scotland, Edinburgh. To celebrate the 200th birthday of Charles Darwin, Edinburgh University are taking a closer look at evolution this year in the Discover Evolution section of the Edinburgh International Science Festival. Free drop-in activities are being held in the National Museum for children and families aged 7 and upwards. Come along for some fun and to see how evolution is still very much a current issue.


8 April 2009 John van Wyhe lecture, 7pm University of Wisconsin-Parkside, Kenosha, WI


8 April 2009 Darwin at the Movies: Inherit the Wind. San Diego State University http://cal.sdsu.edu/darwin/darwinatmovies.html

16 April 2009 Round Table Discussion: Science and Religion – Irreconcilable Differences? San Diego State University http://cal.sdsu.edu/darwin/Eventschedule.html


9 April 2009 John van Wyhe lecture, 6:00-7:30pm, Oklahoma University


16 April 2009 John van Wyhe lecture “Mind the Gap: Did Darwin Avoid Publishing his Theory for 20 Years?”, 4 pm (EST) in ERC Building, Room 427 (Auditorium), on the West Campus of the University of Cincinnati.


17 April 2009 John van Wyhe lecture, “Charles Darwin – the true story”. Public Library of Cincinnati and Hamilton County, Cincinnati.


19 April – May 2009 The year of evolution. University of Pennsylvania, in conjunction with Penn Museum.


20 April 2009 John van Wyhe lecture, Colby College, Waterville, Maine

21 April 2009 John van Wyhe lecture, Mid-Maine Global Forum, Waterville, Maine


23-24 April 2009 Evolution today and tomorrow Darwin evaluated by contemporary evolutionary and philosophical theories. FCUL, Centro de Filosofia das Ciências da Universidade de Lisboa. Portugal


28 April 2009, the Faraday Institute termly public lecture on ‘God, Darwin and Design’ will be given by Prof. Kenneth Miller (Brown University, USA) in the Queen’s Lecture Theatre, Emmanuel College, Cambridge, at 5.30 p.m. http://www.st-edmunds.cam.ac.uk/faraday/Lectures.php.


30 April 2009 Darwin in the Classroom: Workshop for K-12 educators and parents. San Diego State University http://cal.sdsu.edu/darwin/Eventschedule.html


6 May 2009 Socrates versus Darwin. Christ’s College, Lady Margaret Lecture by David Sedley.


6 May 2009 John van Wyhe lecture. Cambridge University atheist & agnostic society, Cambridge Union.


6 May 2009 In Barcelona (Spain) there is a complete, public and uninterrupted Reading of “the Origin of the Species” of Charles Darwin. Fent Historia, the Catalan Association of Historical Studies, organizes their Tribute to Charles Darwin with the voice of the citizens of Barcelona. With the academic support of the Universitat of Barcelona, the Universitat of them Illes, Balears and Humboldt-Universitat zu Berlin (Germany), read in Spanish, Catalan, English, or German. Also, with the purpose of promoting the Accessible Reading and without barriers, some chapters will be able to be read in Braille thanks to the aid of Blind the National Organization of Spain, Territorial Delegation of Catalonia. The Day of Darwinian Lecture, will co-incide with the 150th anniversary of the death of Alexander Von Humboldt. For more information consult http://www.fenthistoria.org/.


12 May, 2009, at 6.30pm, there will be a high profile debate in Westminster Abbey, London, chaired by the BBC’s John Humphrys and sponsored by Theos and the Faraday Institute for Science and Religion. This will explore the compatibility of belief in God and Darwinian evolution. The panellists will include Lord Robert Winston, Professor Steve Jones, Dr Denis Alexander, and Professor Nancy Rothwell.


13 May 2009. Charles Darwin and Karl Marx – public meeting, International Students for Social Equality, University of Sheffield, England

15 May 2009. Charles Darwin and Karl Marx – public meeting, International Students for Social Equality, University of Manchester Student Union, Manchester, England

19 May 2009. Charles Darwin and Karl Marx – public meeting, International Students for Social Equality, London School of Economics, London England

20 May 2009. Charles Darwin and Karl Marx – public meeting, International Students for Social Equality, University of Sussex, Brighton, England http://www.wsws.org/articles/2009/may2009/isse-m09.shtml


16 May 2009 Darwin’s London. From London’s influence on the young Charles Darwin to the effect of Darwinian theory on the reshaping of the city, this day of talks will offer an entertaining and enlightening insight into the relationship between man and metropolis. Organised jointly by the Hunterian Museum at the Royal College of Surgeons and the Grant Museum of Zoology. http://www.rcseng.ac.uk/museums/events/spring-events/darwins-london


-17 May 2009 In Pursuit of Knowledge: Voyages of Scientific Exploration. This exhibition at St Andrew’s Museum, Fife, explores themes of exploration, adventure and discovery from pioneers such as Cook, Darwin, Scott and Shackleton as well the Scotia expedition.


20 May 2009 Science Biography (Sydney Writers’ Festival) University of Sydney


-22 May 2009 Voyage of the Beagle at the Life Science Centre, Newcastle-upon- Tyne, is a stunning planetarium show based on Darwin’s epic five year voyage around the southern hemisphere.


22 May 2009 John van Wyhe lecture. University of Birmingham.


22-24 May 2009 Evolution Rocks. Lyme Regis Fossil Festival 2009.


22-25 May 2009 Charles Darwin: A Floral Celebration. A flower festival depicting the life of Charles Darwin in the rural church where his parents and two sisters are buried. St Chad’s Church, Montford, Shropshire.


22 May -12 June 2009 Philosophy, Science and Society after Darwin. Cycle of Conferences celebrating the 200th birthday of Charles Darwin and the 150th anniversary of the publication of The Origin of the Species. The National University of San Marcos, Perú. To check more information, see http://alvarorevolledo.blogspot.com/


25-29 May 2009 Ciclo de Estudos do Curso de História da URI aborda vida e obra de Darwin. Universidade Regional Integrada, Brazil. http://www.uricer.edu.br/informacao.php?default=eventos/ev_his.php


25-29 May 2009 ‘Darwin’s Legacy: Natural Selection as an Organising Principle in Science’, an international conference hosted by the Origins Institute (OI) at McMaster University, Hamilton, Canada. http://origins.mcmaster.ca/conferences.php


27 May – 2 June 2009 Evolution: The Molecular Landscape. Celebrating the 200th birthday of Charles Darwin and the 150th anniversary of the publication of The Origin of the Species. Cold Spring Harbor Symposium.


June – Sept. 2009 Cambridge University Botanic Garden. Teaching Charles Darwin.


-20 Sept. 2009 A duck for Mr Darwin, a contemporary art show exploring the discourse around evolutionary thinking and the theory of natural selection is now open at the Baltic Centre in Gateshead.


13 June – 7 Nov. 2009 Simple Beginnings: The Story of Evolution at Bolton Museum in Lancashire will look at the historical background to Darwin’s theory, setting it in the context of the time it was written, and how the theory was received in Bolton and on the wider stage.


13 June 2009 Darwin in Cambridge. Lecture by John van Wyhe. Cambridge Local Girton Association, Girton College, Cambridge.


15 June 2009– Darwin by Post: “A dynamic on-line exhibit which showcases the Lloyd Library and Museum’s (Cincinnati, Ohio) comprehensive collection of Darwin’s publications and the multitude of books written by his contemporaries in natural science. It is also a tribute to the history of correspondence, communication, and letter writing. Designed with modern-day on-line social networking and media sites in mind, Darwin by Post offers a glimpse into the life of Darwin and his vast network of friends, colleagues, and even a few adversaries. Visitors to this exhibit will be able to read excerpts of letters, view images of plants, animals, landscapes, and maps, and peruse inventories of titles in the Lloyd collection. Updates and additions to the exhibit will be made throughout the year.”


16 June – 4 Oct. 2009 Endless forms: Charles Darwin, Natural Science and the Visual Arts. Fitzwilliam Museum, Cambridge. A major exhibition exploring the influence of Darwin’s discoveries on visual artists and their work. Works from all over the world including paintings, drawings, prints, photographs, sculpture, taxidermy and fossils will be displayed. The exhibition has been co-curated by Jane Munro, Senior Assistant Keeper of Paintings, Drawings and Prints at the Fitzwilliam Museum, and by Professor Diana Donald, a scholar of international distinction. They have also co-edited the accompanying substantial book, which includes essays by several contributors.


18 June 2009 Darwin’s Canopy. Natural History Museum.

18 June 2009 Expressions. Natural History Museum.


22 June 2009 John van Wyhe lecture. National University of Singapore.


26 June 2009- Garden Detectives at the National Museum of Scotland, Edinburgh.
Visit a special summer holiday exhibition for families at the National Museum of Scotland based on the simple methods of observation at the heart of Darwin’s work.


26 June – 29 Nov. 2009 After Darwin: Contemporary Expressions. The Natural History Museum’s Jerwood Gallery will be transformed into an observational laboratory, exploring the emotional and cultural relationships between humans and other animals and their physical behaviour and emotions. Darwin’s The Expression of the Emotions in Man and Animals is referenced in this arts and literature project, which will include works from Diana Thater, writer Mark Haddon and poet and Darwin descendent Ruth Padel. http://www.nhm.ac.uk/visit-us/whatson/ expressions/index.html


– 27 June 2009 Species, a new exhibition at Falmouth Art Gallery, displays work by the Surrealist artist Patrick Woodroffe, who has created new and fantastic species by taking characteristics from distinct families of animals.


– 27 June 2009 Cartooned 3: Evolution at the Museum of Barnstaple and North Devon looks at how cartoonists dealt with evolution in the 19th century and how the concept of evolution has influenced political cartooning over the past 150 years.


27 June 2009. Darwin day. University of Northampton.


– 27 June 2009 Darwin is a community art exhibition at Tunbridge Wells Museum and Art Gallery showcasing work created by local professional artists working alongside three local community groups, inspired by the Museum’s collections and by the 200th anniversary of Darwin’s birth.


26-27 June 2009 “Darwin Festival”, University of Northampton http://www2.northampton.ac.uk/appliedsciences/appliedscience/envsci/darwin


28 June – 1 July 2009 What would you tell Darwin? The Society of Experimental Biology (SEB) conference will be cross-disciplinary with fundamental science put into a broader relevance to natural selection, variation, reproduction, adaptation and speciation. The Society is also organising hands-on exhibits and public lectures on an evolutionary theme at the Glasgow Science Centre. Scottish Exhibition and Conference Centre, Glasgow


Darwin’s Microscope. A new temporary exhibition at the Whipple Museum of the History of Science, University of Cambridge. Produced by special guest curators Melanie Keene, Boris Jardine and Jim Secord, from the Department of History and Philosophy of Science, University of Cambridge.
The Whipple Museum is open Monday to Friday, 12.30-4.30 Free admission for all
Whipple Museum of the History of Science Free School Lane Cambridge CB2 3RH +44 (0)1223 330906


July – Aug. 2009 Darwin Summer Talks. Every Wednesday evening in July and August the Chelsea Physic Garden is hosting a Darwinthemed talk. Subjects include Darwin’s love of plants, Darwin and Victorian visual culture and retracing Darwin’s travels through Patagonia and Chile.


1-4 July 2009 The Art of Evolution: Charles Darwin and Visual Cultures, at the Courtauld Institute of Art, Somerset House. Convened by Barbara Larson and Fae Brauer, editors of The Art of Evolution: Darwin, Darwinisms and Visual Culture, which will be launched at the conference by The University Press of New England. For more information, contact Fae Brauer faebrauer@aol.com


2-4 July 2009 Kenneth Clark Lecture Theatre, The Courtauld Institute of Art Somerset House, Strand, London WC2R 0RN http://www.courtauld.ac.uk/researchforum/conferences/darwin


3 July – 15 Sept. 2009 Seeing the Light: Finch by Finch. An exhibition of cast glass Galapagos finch beaks by glass artist Tolly Nason is being held at the University Museum of Zoology in Cambridge. In this project, Tolly has cast the beaks of 14 Galapagos finches collected by Darwin in solid red glass at 20 times their original size. http://www.zoo.cam.ac.uk/museum/events/


5-10 July 2009 Darwin 2009 Festival, University of Cambridge, UK. A week long event in Cambridge where Darwin was an undergraduate student. The Festival will feature over 100 big name, big issue talks, debates, workshops, performances, exhibitions (from the Cambridge museums, collections/archives) and film, exploring Darwin’s impact on science, society, literature, history, philosophy, theology, art and music. Collaboration with The British Council and The Naked Scientists Radio show for global outreach.


11-12 July 2009 Darwin in the field: Collecting, Observation and Experiment. The Sedgwick Museum of Earth Sciences, University of Cambridge. Download the programme here.


6 July 2009 Reception at Christ’s College following Janet Browne’s lecture at the Darwin 2009 Festival.


6 July 2009- A new permanent exhibition opening on Monday July 6th 2009 during the Cambridge Darwin 2009 Festival: Darwin the Geologist. This new exhibition will build upon Charles Darwin: Becoming a Geologist’ which opened in April 2008 and which tells the story of how Charles Darwin settled on career in geology after studying medicine in Edinburgh and for the clergy at Cambridge. The new exhibition will detail the tools that Darwin would have used as a field geologist in the 1830s. The exhibition will show artifacts and specimens from the Voyage of HMS Beagle and Darwin’s published work in geology will also be displayed. For more information on the development of the Sedgwick Museum Darwin exhibitions go to the blog (darwinthegeologist.org).


6 July – 9 Dec. 2009 “A voyage around the world”. Cambridge University Library houses the world’s major archive of Darwin manuscripts, books, and letters. This exhibition explores the Beagle voyage as a pivotal experience in Darwin’s life; it was born out of his studies at Cambridge, and his specimens and notes were sent back to Cambridge and disseminated from there. The exhibition will reunite Darwin’s manuscripts and specimens from the University’s collections, many of them not seen in public since the voyage, and show how his experiences on the Beagle played an essential role in the formulation of Darwin’s theories throughout the rest of his life. The exhibition will be co-ordinated with temporary and permanent exhibitions throughout the University’s departments and museums and together these will provide an unparalleled opportunity to explore Darwin’s life and work. http://www.lib.cam.ac.uk/exhibitions/Darwin/index.html


8 July 2009 Desmond and Moore book signing and talk, Heffers Bookshop, Cambridge UK.


8 – 10 July 2009 Making Good Theatre presents “1859 – A Meeting of Poets and Scientists”, a play by Rani Drew. At Judith E. Wilson Drama Studio, 9 West Road, Cambridge. Admission free.


9 July 2009 Jean Gayon – Darwin and Darwinism. University of Sydney


11 July 2009 Darwin in the field, Sedgwick Museum, University of Cambridge.


13 July 2009 Oxfam Bookfest with Ruth Padel 6.30pm Guildhall Small Hall, Cambridge £5 Ruth Padel reads, and talks to Sophie Lording Darwin: A Life in Poems. With sympathy and grace, the poet moves deftly between vast processes of evolution and Darwin’s personal life; between science, love and family in this homage to her great-great-grandfather.


19-24 July 2009 Darwin’s 200th Birthday and 50 years of conservation in the Galapagos: the role of science in developing a sustainable future Symposium hosted by the Charles Darwin Foundation on Santa Cruz, Galapagos. Further information: http://www.darwinfoundation.org/files/about-us/pdf/Symposium%202009%20PP%20-%20PC-Web-Distribute.pdf


24 July 2009 John van Wyhe lecture, Bath Royal Literary and Scientific Institution


15 – 18 July 2009 Religious Responses to Darwinism 1859 – 2009. Ian Ramsey Centre summer conference. Preliminary details can be found at http://users.ox.ac.uk/~theo0038/Conferenceinfo/General.html


10 Aug. – 20 Dec. 2009 San Diego State University’s Library & Information Access will unveil several exhibits in honor of Charles Darwin’s 200th birthday and the 150th anniversary of his book On the Origin of Species by Means of Natural Selection. In the Donors Hall, the Library will host “Darwin Now,” a traveling exhibit created by the British Council that explores Darwin’s life and the importance of the theory of evolution to the contemporary world and modern science. Additionally in the Donors Hall there will be “The fact of Evolution,” an exhibit incorporating animal specimens and plants mostly from the SDSU Museum of Biodiversity and Greenhouse, including a Galapagos Island tortoise shell and a terrarium of live plants. Concurrently, the Library’s Department of Special Collections will host the exhibit “The Book that Shook the World,” an exploration of Darwin’s masterpiece On the Origin of Species as well as first editions of all Darwin’s other books. Additional materials from the Special Collections Department will also be on display in support of the exhibit.


13 Aug. 2009 “Darwin en la Argentina” Centro Cultural Borges. www.ccborges.org.ar


Aug. 2009 Cambridge University Botanic Garden. Darwin’s botanical experiments tba


21-27 Aug. 2009 The Next 200 Years of Darwin: Exploring the Evolving Legacy. This festival is part of the Salzburg Global Seminar. http://www.salzburgglobal.org/2009/Sessions.cfm?IDSPECIAL_EVENT=2037 or contact Ian Brown, ibrown@SalzburgGlobal.org


23-27 Aug. 2009 Second Summit on Evolution (and the first meeting of the Asociacion Iberoamericana de Biologia Evolutiva) in the Galapagos Archipelago Institute for the Arts and the Sciences located in the San Cristobal Island.


24-27 Aug. 2009 The Second World Summit on Evolution (WSE).


Shrewsbury 2009 Multiple events. www.shift-time.org


Sept. 2009 (all month long). 200 years with Charles Darwin. His influence in all areas of present culture. Pontificia Universidad Católica del Perú/ British Peruvian Cultural Association. http://www.pucp.edu.pe/cef/conf_darwin.html


2-6 Sept. 2009 Uruguayan Darwin 200 event: “150 years of Darwin’s Evolutionary Theory:a South American celebration.” For information refer to http://www.darwin200.edu.uy. The Uruguayan Post Office will release a set of Darwin bicentenary stamps; a 150 Km horse back ride following part of Darwin’s path in Uruguay, between the city of Minas and Punta del Este-Maldonado; First edition of the Latin American School of Evolution, Montevideo-Uruguay.


3 -6 Sept. 2009 150 years of “Darwin’s Evolutionary Theory: a South American celebration” The meeting will be held in Punta del Este-Maldonado collecting point of Charles Darwin, where he spent more than 10 weeks during his voyage in the HMS Beagle. According to his accounts Darwin spent a productive time in this place, as he put it: “[last days have been employed]… in arranging & writing notes about all my treasures from Maldonado”. http://www.darwin200.edu.uy
This meeting is part of a series of meetings convened by IUBS and UNESCO. We are expecting to host several researchers, particularly young researchers, from South America and all over the world. Darwin200-Uruguay


8 Sept. – 9 Dec. 2009 “On the Origin of Species: Texts and Contexts for Charles Darwin’s Great Work.” Exhibition. DeGolyer Library, Southern Methodist University, Dallas, Texas. Drawing on the rich special collections of the DeGolyer Library at SMU, this major exhibition will focus on all the lifetime editions of On the Origin of Species, as well as Charles Darwin’s other publications, with the work of 18th-century and 19th.-century naturalists (Darwin’s predecessors and contemporaries) providing context. Reactions to Darwin, both from the popular press and the scientific community, will also be on display. The DeGolyer exhibition is part of a year-long celebration at SMU honoring the 150th anniversary of the first publication of On the Origin of Species and the 200th anniversary of Darwin’ s birth.


6-10 Sept. 2009 The 16th International Society for Developmental Biology Congress, Edinburgh, will include two symposia on ‘Darwin and Development’. www.isdb2009.com


10-12 Sept. 2009: International Congress: Darwin’s impact on science, socety and culture, a 21st century reassessment – 200th anniversary of Darwin’s birth -150th anniversary of the publication of Origin of Species – CATHOLIC UNIVERSITY OF PORTUGAL – Faculty of Philosophy Braga – Portugal Abstract and poster deadline: May 30, 2009 – http://www.congressos.facfil.eu/


12 Sept. – 7 Nov. 2009 Expressions Falmouth Art Gallery A new exhibition at Falmouth Art Gallery uses Darwin’s work to examine powerful images of expression. Featured will be a wide range of powerful images from an animal in anger to the more subtle expressions portrayed by leading portrait painters. http://www.falmouthartgallery.com/Seasonal%20Exhibitions/Seasonal%202009/expressions.html


14-17 Sept. 2009 INTERNATIONAL SYMPOSIUM ON ISLANDS AND EVOLUTION. University of Balearic Islands, Menorca Island (Balearic Islands, Spain) http://www.darwinislands.es


15-20 Sept. 2009 The European Science Foundation (ESF), in partnership with COST European Cooperation in Science and Technology: COMPLEX SYSTEMS AND CHANGES: DARWIN AND EVOLUTION – NATURE-CULTURE INTERFACE Hotel Eden Roc, Sant Feliu de Guixols, Spain. This conference is part of the 2009 ESF Research Conferences Programme and is accessible on-line from http://www.esf.org/index.php?id=5687.


16-20 Sept. 2009 Calpe Conference 2009 Human Evolution – 150 years after Darwin. The Gibraltar Museum/Gibraltar.


16 Sept. Darwin and Wallace: the true story. Keynote lecture by John van Wyhe. Life and Earth Scientists: SE Asian Gateway Meeting at Royal Holloway, University of London.


19-22 Sept. 2009 Darwin’s Mistake and what we are doing to correct it – CIBIO – Pólo Açores, Department of Biology, University of the Azores, Portugal – www.uac.pt/drouetia


22-23 September 2009 Apelo à participação no “Encontro Internacional Darwin, Darwinismos e Evolução (1859-2009)” (Coimbra, Portugal, 22-23 Setembro 2009)
Call for Papers “International Meeting Darwin, Darwinisms and Evolution (1859-2009)” (Coimbra, Portugal, 22-23 Sept 2009).


22 – 24 Sept. 2009 “Charles Darwin: Shaping our Science, Society & Future”. Charles Darwin University, DARWIN. http://www.cdu.edu.au/cdss2009/


23 Sept. John van Wyhe lecture. International Centre for Life in Newcastle upon Tyne.


24 Sept. 2009 at 7.30 pm. Darwin’s Sacred Cause. A talk by James Moore, at Danny House, Hurstpierpoint, BN6 9BB.


24-26 Sept. 2009 International Darwin Conference Bradford. A preliminary programme for this conference has now been posted on the website: http://www.brad.ac.uk/darwin2009/


26 Sept. 2009 Cambridge Library Group the most joyful years. Charles Darwin at Christ’s College lecture by John van Wyhe


28 Sept. – 2 Oct. 2009 A Symposium: LAMARCK-DARWIN: 1809-2009. DOSCIENTOS AÑOS DE EVOLUCIONISMO. Xalapa, the Capital City of the Sate of Veracruz, México. Information: Jorge Martínez-Contreras, UAM: pascalo696@mac.com & pascalo69@yahoo.com; Aralisa Shedden, UV: arazitl@gmail.com; Aura ponce de León, CEFPSVLT: auraponce@yahoo.com


1 Oct. 2009 Finished Proofs? A symposium to celebrate the 150th anniversary of the publication of On the Origin of Species (1859). Sponsored by the History of Medicine Division of the National Library of Medicine and the Office of History at the National Institutes of Health. Location: Lister Hill Auditorium, National Library of Medicine (NIH) 8600 Rockville Pike, Bldg. 38A Bethesda, MD. Time: 9:00 AM 6:15 PM


1-22 Oct. 2009 Charles Darwin exhibition. University of Reading Special Collections Service.
This exhibition features a number of early editions of important works by Darwin from the Cole Library, part of the University of Reading rare book collections, and specimens on loan from the Cole Museum of Zoology. http://www.reading.ac.uk/special-collections/news/exhibitions/sc-exhibition-darwin.aspx


2-4 Oct. 2009 Interspecies symposium. Part of the Interspecies project, in which artists have been working with animals, this is a three-day programme of exhibition tours, workshops and a family day taking place at the A Foundation in Shoreditch, London. http://www.artscatalyst.org/


3 Oct 2009 – July 2010 ‘Darwin at The Manchester Museum’ www.manchester.ac.uk/museum October 2009 will see the start of The Manchester Museum’s festival of exhibitions and events for Darwin.
‘Charles Darwin: the evolution of a scientist’ will be a major temporary exhibition exploring Darwin and Darwinism. The exhibition will help visitors to get a sense of who Darwin was and what he did; provide a whodunit of evidence for evolution and natural selection; look at the theme of controversy including social and post-Darwinism; explore effects of Darwin today and personal and faith views on Darwin, his work and its impact.
Darwin at The Manchester Museum will include a new permanent Museum exhibition about Darwin and evolution using objects and hands-on interactives in an environment designed for fun, family learning and exploration.


7-9 Oct. 2009 JORNADAS 200/150: Año Darwin en la UNSAM A 200 años del nacimiento de Darwin y a 150 años de EL ORIGEN DE LAS ESPECIES. Universidad Nacional de Gral. San Martín. http://www.unsam.edu.ar/home/2circular.pdf


9-30 Oct. 2009 This view of life – Evolutionary art in the year of Darwin. Hosts: College of Biological Sciences and College of Arts (University of Guelph, Ontario, Canada). http://arts.uoguelph.ca/eayd2009/
Ed Video Media Arts Center (Guelph, Ontario, Canada) www.edvideo.org/gallery-events/exhibitions/on-site/this-view-of-life-evolutionary-art-for-the-year-of-darwin
Description: This view of life – Evolutionary art in the year of Darwin The investigation of evolutionary theory is not limited to the lab, field or fossil bed. Darwinian theory, after a century and a half, continues to inspire creativity, which perpetuates the evolution of these ideas in their own right. Forms of expression can be compared to instruments of observation, magnifying some aspects of evolution while masking or distorting others. These exhibits offer unique perspectives into the nature and scope of biological novelty, organic variation, and evolving life forms. “This view of life” is the culmination of celebrations in the ‘Year of Darwin’ here at Guelph as it showcases a unique melding together of artistic and scientific disciplines little explored in other celebrations elsewhere. This group exhibition presents recent work from 10 contemporary Canadian artists (including a faculty and graduate of the University of Guelph) selected because of their interest in exploring evolutionary themes in their work. The reception will feature static and video artwork, biological specimens, and presentations by project participants. Artwork will be exhibited at the Ed Video Gallery and inside and outside of the Science Complex Atrium, University of Guelph for the duration of the show.


10 Oct. – 18 Jan. 2010 “Darwin at the Museum” exhibition at the Sam Noble Oklahoma Museum of Natural History. On display will be numerous artifacts and specimens from the collections of the Museum alongside a complete set of first editions of the printed works of Charles Darwin from the History of Science Collections of the University of Oklahoma Libraries. (Some of these works have been generously shared with Darwin Online here.)


10-17 October 10-13 (3 nights), 13-17 (4 nights) or 10-17 (7 nights) Charles Darwin in Tierra del Fuego. Cruceros Australis, aboard their cruise ship “Via Australis.” (capacity 136 passengers)
Venue: (3 nignts): Ushuaia, Argentina to Punta Arenas Chile, via Beagle Channel and Strait of Magellan (4 nights): Same in reverse (7 nights): Round trip
Other info — Guest Lecturers John Woram, author “Here Be Giants: Travelers Tales from the Land of the Patagons” Sergio Zagier, publisher/cartographer Gerardo Bartolomé, author of “Patagonia Through the Eyes of Darwin”
http://www.rockvillepress.com/details.htm
http://www.inca1.com/patagonia/patDarwin.html
http://www.inca1.com/patagonia/patDarwin.html INCA (International Nature & Cultural Adventures) site with similar info.


11 Oct. Darwin: myths and realities. Talks by Jon Hodge and John van Wyhe. Ilkley Literature Festival, 5.15pm Ilkley Playhouse Wildman Studio, Weston Road, Ilkley.


15 Oct. 2009 ‘UTTER!’ Evolution – A natural selection of the very fittest poets and comics to celebrate Darwin’s 200th anniversary year, including: Robin Ince, Niall O’Sullivan, Baba Brinkman, Kelley Swain, Richard Tyrone Jones, & the AjarMic contest.
7:30pm – 10:30pm 5 before 7.30pm, The Cross Kings, 126 York Way, east side of King’s Cross (the nearest tube & station)


15 Oct.-3 Dec. 2009 Problems in the History of Science: Darwin in History: Contexts and Issues. History Faculty, Oxford University.


17 Oct. 2009 “Beyond Paradise: The Wildlife of a Gentle Man”, a one man play by Sean Street. Christopher Robbie (who has played the part of King Lear for the Royal Shakepeare Company) is Charles Darwin. Performed at the Bath Royal Literary and Scientific Institute (BRLSI), 16 Queen Square, Bath BA1 2HN. Tickets are sold in advance at £7.50 (adults) or £5.00 (under 18s). Send a cheque with stamped addressed envelope to Janet Cunliffe Jones at the BRLSI address.


The Academy of Natural Sciences in Philadelphia and the Philadelphia Botanical Club will celebrate the 200th anniversary of Charles Darwin’s birth and the 150th anniversary of *On The Origin of Species* with a symposium on plants and evolution. *Darwin and Botany in a Changing World:150 Years after The Origin of Species* will feature talks on the historical and philosophical implications of evolution and current research on plant evolution.
Speakers include James Lennox, science historian from the University of Pittsburgh; Karl Niklas, evolutionary biologist from Cornell University; and Tatyana Livshultz, curator of botany at the Academy.
Registration is $10; $5 for students and members of the Academy and Botanical Club.
For more information and to register, please visit http://www.ansp.org/activities/darwin-botany.php


22 Oct. 2009 Darwin’s Bards by John Holmes. A Cambridge Festival of Ideas Event. Whipple Museum of the History of Science.


-23 Oct. 2009 The Deep, Hull’s award-winning aquarium is celebrating Darwin200 with Lost Oceans, featuring a new 3D movie Monsters of The Deep, Darwin exhibits and new aquatic displays.


23 Oct. – 12 Dec. 2009 Darwin in Scotland. Talbot Rice Gallery Two new exhibitions that celebrate Darwin’s anniversary in different ways will be shown side-by-side. Darwin’s Edinburgh will explore the two years, from 1825 until 1827, when Charles Darwin was a student at the Medical School of the University of Edinburgh. During this time, Edinburgh academics and curators had a lasting influence on the young and inquisitive scholar. An Entangled Bank will present a series of diverse but interrelated works by five contemporary artists, who have drawn inspiration from one of Darwin’s most famous visual metaphors. http://ace.caad.ed.ac.uk/Darwin/


24-26 Oct. 2009 Darwin-China 200 conference. Yingjie Overseas Exchange Center, Peking University, Beijing, China. http://www.darwin200.cn/


25-30 Oct. 2009 the British Council and the Wellcome Trust are holding an international education symposium in collaboration with the National Science Learning Centre and the Natural History Museum at the NSLC in York. The focus of the Communicating Darwin’s Ideas: Richness and Opportunity Symposium will be to share expertise in public engagement with evolution science, particularly among young people. The symposium will host an invited audience of policy makers, curriculum bodies, public engagement and education specialists and teacher educators. The symposium will examine policy issues relating to public engagement with evolution and Darwinism. It will address four major themes; the teaching of evolution and Darwinism in formal education; the challenges of working in differing social and cultural contexts; wider implications of teaching about the use of scientific evidence; newperimental work for teaching evolution.


29-31 Oct. 2009 Darwin/Chicago 2009, University of Chicago. Speakers include biologists, historians and philosophers of biology. http://darwin-chicago.uchicago.edu


29-31 Oct. 2009 “2009 Darwiniana Symposium: Darwinism, Science, Religion, and Society” co-sponsored by the Ohio Humanities Council , The Taft Research Center, and the University of Cincinnati.


31 Oct. – 1 Nov. 2009 Evolution: Past and Present. A symposium of Chinese scholars to commemorate the 150th anniversary of the publication of On the Origin of Species and the 200th anniversary of Darwin’s birth. Shanghai Normal University, Shanghai, China.


Nov. 2009 ‘ Revolution in science’ Kinki University, Osaka, Japan. Small exhibition the library collection of original Darwin works including a 1st edn of the Origin of species.


1 Nov. 2009 Darwin’s Ghost. Jonathan Zilberg. University of Plymouth.


1-3 Nov. 2009 “Darwin in the Twenty-First Century: Nature, Humanity and God.” A conference at the University of Notre Dame, sponsored by the John J. Reilly Center for Science, Technology and Values and the STOQ project. This is an international interdisciplinary conference that will bring into dialogue scientists, philosophers, theologians and historians. Contributed papers accepted, with proposals due June 12. Further information at: http://nd.edu/~reilly/darwinconference.html.


4 Nov. 2009 SciCafe – Darwin on Facebook: How Culture Transforms Human Evolution. The American Museum of Natural History. http://www.amnh.org/programs/scicafe/.


4 Nov. 2009- Darwin’s in the Hospital. An exhibition at University College Hospital, London, on Darwin’s life and work. Our exhibition commemorates the 200th anniversary of Darwin’s birth and the 150th anniversary of the publication of On the Origin of Species.


4 Nov. 2009 Celebration of Darwin conference at Virginia Tech to mark 150th anniversary of Origin of Species at The Inn at Virginia Tech and Skelton Conference Center from 8 a.m. to 9 p.m.

4-25 Nov. The Armory Gallery of the School of Visual Arts in the College of Architecture and Urban Studies will offer Singing Darwin: A New Media Exhibition < http://www.sova.vt.edu/singingdarwin.html&gt; (http://www.sova.vt.edu/singingdarwin.html) Singing Darwin, directed by Carol Burch-Brown, professor of art, will culminate in a 24-hour Web-streamed performance art event on Nov. 23 and 24, coinciding with the actual publication date of the Origin.

5 Nov. The Choices and Challenges<http://www.choicesandchallenges.sts.vt.edu/&gt; (http://www.choicesandchallenges.sts.vt.edu/) forum will bring several distinguished speakers to discuss the inner life of animals, a topic that Darwin addressed in his writings.


6 Nov. 2009 Darwin and the Greeks, 18.30-19.30, Stevenson Lecture Theatre, Clore Education Centre.
Worms, bumble bees, orchids – while working in his garden, Theo is reminded of some of the everyday living things that inspired Charles Darwin. His reflections on the Greek philosophers who previewed some of the great man’s ideas lead Theo finally to confront a discomforting truth about his own life. A rehearsed reading of a performance piece by classicist and playwright Sue Blundell.
£5, concessions £3
Book tickets through the British Museum Ticket Desk 10.00-16.45 daily
Telephone 020 7323 8181
http://www.britishmuseum.org


10 Nov. 2009 Is human evolution over? Ealing Central Library, London.


10 Nov. 2009 Charles Darwin: Live at the Linnean. A Lecture and Performance by Richard Milner FLS for the launch of his book ‘Darwin’s Universe’. 6pm Followed by a wine reception. The Linnean Society of London.


11 Nov. 2009 Robert Grant Lecture. A free early evening lecture by James Moore followed by a wine reception in the Grant Museum, on the site of Darwin’s London home. http://www.ucl.ac.uk/museums/zoology/whats-on/index.html


12 Nov. 2009 “When Evolution Evolves – L’évolution de l’évolution” AgroParisTech, Paris http://www.agroparistech.fr/-When-Evolution-evolves.html


12 Nov. Darwin Day at Aarhus University, Denmark.


14-16 Nov. 2009 Darwin’s living legacy, Bibliotheca Alexandrina, conference, Darwin Now, British Council.


14-29 Nov. 2009 Darwin and Barnacles at the Great North Museum, Newcastle University.


14 Nov. – 12 Dec. 2009 Exhibition: “Darwin: Modena and 200 years of evolution”, Modena, Italy.
‘Modena celebra con una mostra i 200 anni della nascita di Charles Darwin (1809-1882) ed i 150 anni dalla pubblicazione della sua opera più importante, L’origine delle specie. L’esposizione racconta di uno dei più grandi scienziati di tutti i tempi, delle sue osservazioni originali su animali, piante, fossili e minerali, della sua teoria dell’evoluzione e di come Modena trovò fin dall’inizio accesi sostenitori alle idee di Darwin e svolse un ruolo attivo nella loro diffusione. La mostra si articola in 4 sezioni: Darwin e Modena: storia di uno scienziato e divulgazione di un’idea Darwin naturalista: gli organismi, i continenti e la loro distribuzione Darwin geologo: le rocce, i fossili ed il tempo dell’evoluzione Darwin biologo: osservare la natura per capire l’evoluzione’


17 Nov. 2009 The Galapagos Archipelago: A Living Laboratory A joint meeting of the Galapagos Conservation Trust and the Linnean Society of London www.linnean.org/index.php?id=226


17 Nov. 2009 Darwin and Owen at Notre Dame: A Conversation After 150 years. 7-9 pm 105 Jordan Science Hall. University of Notre Dame.
To celebrate the 150th Anniversary of the publication of the Origin of Species, Professors Phillip Sloan, Program of Liberal Studies, and Ronald Hellenthal of the Department of Biological Sciences will perform a fictionalized dialogue between Charles Darwin the author of “On the Origin of Species by Means of Natural Selection…” and one of his harshest scientific critics, Sir Richard Owen, founder of the British Museum of Natural History. This will be followed by a tour of the Museum of Diversity and a showing of the Mirage IIID Fulldome production of “The Origin of Life.” Open to the public.


19-22 Nov. 2009 The struggle for existence: Darwin’s dreams. in Hall of evolution at the Exhibit Museum, University of Michigan.


20-21 Nov. 2009 Why Darwin Still Matters. Conference Commemorates the 150th Anniversary of On the Origin of Species. Pepperdine University. http://www.pepperdine.edu/pr/events/2009/november/why-darwin-still-matters.htm


20 Nov. 2009 Natural History Museum, London The Beagle Has Landed! comedy show – http://www.darwinshow.com. based on Darwin’s voyage on the Beagle. Developed for Shrewsbury’s Darwin Festival, the company is keen to offer the show to other Darwin200 events – either in its full form or in shorter versions depending on requirements. To find out more contact Ben Hawke (info@themissinginc.co.uk), or see http://www.themissinginc.co.uk.


20-22 Nov. 2009 150 Years of Evolution: Darwin’s Impact on the Humanities and Social Science Symposium. San Diego State University http://cal.sdsu.edu/darwin/index.html


21 Nov. 2009 Darwin Day at Keele University. In association with the Maer Festival, the University will host workshops on the effects of Darwin’s ideas on the present-day life sciences; a guided geological walk; creative writing workshops on Darwin’s ideas, a re-enactment by actor Andrew Bannerman, a keynote lecture and a performance by the Whitbread-award winning poet Michael Symmons Roberts whose work deals with genetics and evolution. http://www.keele.ac.uk/feature/darwin.html


21-24 Nov. 2009 “Origin of Species at 150: A Celebratory Conference” At the Institute for History and Philosophy of Science and Technology, University of Toronto. http://www.hps.utoronto.ca/darwin/


23 Nov. 2009- Exhibition dedicated to Charles Darwin’s life and work at the Faculty of sciences and mathematics University of Nis, Serbia.


24 Nov. 2009 7.30 pm “Darwin, Science and Christian Belief” – lecture by Professor Michael Reiss from the University of London, at Rochester Cathedral. http://www.rochestercathedral.org/news/special-events.asp


24 Nov. 2009 Commemorative dinner, Christ’s College, Cambridge.


24 Nov. 2009 Navegando no Beagle. Museo do Mar de Galicia (Galicia Maritime Museum in Vigo, Spain) is organizing an exhibition on scientific maritime expeditions with the Voyage of the Beagle as the main theme.


24 Nov. 2009 to 14 Feb. 2010 “Simple and Grand: An exhibit marking the 150th anniversary of On the Origin of Species” Amherst College Museum of Natural History, with concurrent exhibits at the college’s Mead Art Museum and the Robert Frost Library, Amherst, Massachusetts, USA https://www.amherst.edu/museums/naturalhistory


22-25 Nov. 2009 ‘Super Human: Revolution of the Species is a series of events run by the Australian Network for Art and Technology in Melbourne investigating collaborative art and science practices and their relationship with the human body. The focus of events is a symposium is being held from 22–25 November, currently calling for abstracts. There will also be an exhibition of intriguing and living artworks drawn from the worlds of nanotechnology, neurology, cognition, biology and augmentation, and an art science curating masterclass. For more information, see http://www.superhuman.org.au or contact Amanda Matulick amanda@anat.org.au


22-25 Nov. 2009 Super Human; Revolution of the Species. Melbourne Australia. Inspired by the 150th publication anniversary of Darwin¹s evolutionary treatise, On the Origin of the Species, the Super Human: Revolution of the Species suite of events turns the spotlight on contemporary art and science collaborative research and practice and its interpretations of – and impacts upon – the human body. www.superhuman.org.au


21-24 Nov. 150 Years After The Origin of Species: Biological, Historical, and Philosophical Perspectives. A Multi-disciplinary, international conference to celebrate the anniversary of Darwin’s Origin of Species. Five symposia have been organized consisting of a biologist, a historian of biology, and a philosopher of biology. Jointly sponsored by the Institute for the History and Philosophy of Science and Technology, the Department of Ecology and Evolutionary Biology and the Department of Philosophy at the University of Toronto. Call for papers deadline February 28, 2009. For a list of keynote speakers, schedule of events, registration or more details, visit http://www.hps.utoronto.ca/darwin.htm


23 Nov. 2009 Darwin the Geologist: His legacy. Meeting at the Geological Society of London, Burlington House


23-24 Nov. 2009 From Darwin to Evo-Devo: A Symposium in honor of the 150th anniversary of Darwin’s “The Origin of Species”, to be held at the Technion–Israel Institute of Technology http://darwin.technion.ac.il


24 Nov. 2009 150 years commemoration – Origin of Species: Then and Now, with Australian Museum and Botanic Gardens Trust University of Sydney


24. Nov. 2009 Darwin, ‘The Origin’ and the future of biology’ a panel discussion with E. O. Wilson, Peter Bowler, Randal Keynes, Sandy Knapp and Ian McEwan. Royal Institution, London.


24 Nov. 2009 Academy of Sciences and Arts of Bosnia and Herzegovina, Department of Natural and Mathematical Sciences organize SYMPOSIUM PANEL “DARWIN TODAY” in honour of marking the bicentenary of birth and 150. years publishing of Origin of Species, Sarajevo, Bosnia and Herzegovina. Panelists: Lj. Berberovic, P. Rudan, G. Karaman, M. Uscuplic, I. Cvitkovic, S. Redzic, B. Mehic, B. Pavlovic, T. Jozic, O. Milosavljevic, D. Pavicevic, N. Curak, A. Mujkic, D. Abazovic. Moderator: T. Saric. President of Organizing Board: S. Redzic.


25 Nov. 2009 Move over Darwin The Centre for Life in Newcastle, an informal evening to mark the end of Darwin’s bicentenary where you can taste your way through an evolution of cocktails while listening to Darwininspired songs and music from a jazz quartet. http://www.life.org.uk/


25 & 28 Nov. 2009 Writersvisit: Charles Darwin. A play by Ulf G. Eriksson at Bohusläns museum in Uddevalla, Sweden.


27 Nov. 2009 John van Wyhe lecture, 2.30pm Oundle School near Peterborough


28 Nov. Discovering Darwin. National Museum of Ireland, Dublin, Palatine Room, Collins Barracks, Dublin 7. 10am-4pm
A one-day seminar celebrating the 150th anniversary of the publication of the book that changed the world – the publication of “The Origin of Species.” Booking essential.


3 Dec. 2009 Darwin, Orchids and Kew Gardens. Ealing Central Library, London.


3 Dec. 2009 Charles Darwin: The Concise Story of an Extraordinary Man. Sponsor – The Columbus Zoo and Aquarium – in conjunction with The Ohio State University, Darwin: The Growth of an Idea. Venue – OSU Fawcett Center, Columbus Ohio. http://www.columbuszoo.org/


4-5 Dec. 2009 (Dis)Entangling Darwin: Cross-Disciplinary Reflections on the Man and his Legacy. University of Porto, Portugal. Keynote speakers: David Amigoni and John van Wyhe.


11 Dec. 2009 Prehistoric Minds: Darwinism, Culture and Human Origins during the 19th Century. Kohn Centre, Royal Society of London.
Conference Organiser: Dr Matthew D Eddy, Durham University, Department of Philosophy, 50/51 = Old Elvet, Durham, DH1 3HN (m.d.eddy@durham.ac.uk).
Reservations: felicity.henderson@royalsociety.org


14 Dec. 2009, 2-5 p.m. Darwin’s Impact on Science and Society: A Symposium Venue: College of Science Auditorium, University of the Philippines, Diliman, Quezon City, Philippines Sponsors: the College of Science and the School of Economics, University of the Philippines Links: http://www.econ.upd.edu.ph/?p=659 and http://www.science.upd.edu.ph


2 Dec. 2009 – 12 March 2010 “Le voyage de Darwin” an exhibition conceived by La Cité des Sciences et de l’Industrie, in Paris, in Montignac (Dordogne).


-4 April 2010 Darwin and Evolution is a new display at Kelvingrove Art Gallery and Museum, Glasgow investigating the life and legacy of the world famous naturalist, Charles Darwin.


Shrewsbury: Towards 2009 ‘The vision for this series of celebratory events has been to honour Darwin and his work and to firmly establish Shrewsbury, England on the worldwide Darwin map. The organisers have drawn together the arts and the sciences to create a constantly evolving and wide ranging programme that will expand over the coming years, culminating in 2009 with a calendar of events, which will form the epicentre of the global anniversary celebrations.’


National Library of Scotland. John Murray Archive exhibition.


The American Society of Human Genetics (ASHG) web page for the 200th anniversary of Darwin’s birthday with a short evolution quiz for students or the general public: http://www.ashg.org/education/darwinday_2009.shtml


Bristol Cultural Development Partnership


Cheltenham Science Festival


Hunterian Museum (Royal College of Surgeons) Exhibition; ‘Darwin and the Surgeons’


National Library of Scotland – planning a public lecture series in 2008, a large exhibition in 2009 and an academic conference.


Newquay Zoo


Darwin lecture series. Museum of natural sciences, Raleigh, North Carolina


Royal Botanic Gardens, Kew


Royal Institution: plans ‘a Darwin and Wallace themed display at our 2009 Summer Science Exhibition, speeches by some of the most eminent scientists in the field of evolutionary biology, a series of special scientific conferences looking at aspects of Darwinian theory and a variety of schools and public events.’


Royal Zoological Society of Scotland ‘Edinburgh Zoo will be running a full programme of celebrations beginning on 1 July 2008 with a day of events and activities around the zoo on the theme of evolution. Various trails, workshops and talks are planned during 2008-9 including a Darwin’s life trail on his 200th birthday on 12 February 2009, a book called Darwin in stamps published with Newquay Zoo and an evening talk from Dr Phil Stone from the British Geological Survey.’


The Wellcome Trust ‘For 2009 we are planning a series of Darwin-inspired experiments for schoolchildren, a major collaborative broadcast initiative, and a visual incursion into popular culture.’


University of Nebraska Symposium on Evolution 2009. The University of Nebraska at Kearney, Biology Department (BHS 211A) will sponsor a symposium on evolution.


North American Paleontological Convention 2009, with ‘a plenary session commemorating the bicentennial of the birth of Charles Darwin and the sesquicentennial of the publication of The Origin of Species‘.


State Darwin Museum, Moscow, Russia. Numerous Darwin exhibitions throughout 2009.


Universidade de Cabo Verde, Cape Verde Islands The Public University as UniCV – http://www.unicv.edu.cv/ is celebrating the Darwin 200 by many local events.


Houston Darwin 2009


2009 The Schirn Kunsthalle, Frankfurt. Darwin exhibition.


‘Collapsing Creation (or The Sex Life of the Barnacles)’ by Michael Burton, New Zealand.


2009 Otago Museum in Dunedin, Darwin exhibition.


2009 Darwin 200 Plymouth and Torquay


Bath Royal Literary and Scientific Institution ‘Darwin and Beyond‘ talks, events and exhibitions throughout 2009.


Darwin’s pioneering masterpiece: The Expression of the Emotions in Man and Animal (1872). A major exhibition at The Natural History Museum, London. In cooperation with Naturkundemuseum Berlin, Haus Konstruktiv, Zurich, Centre for Literature and Cultural Studies Berlin, and the Centre for the History of Knowledge, Zurich.


Darwin in Portugal The headquarters of the Calouste Gulbenkian Foundation are planning a Darwin bicentenary programme in Lisbon, including a large exhibition and potentially a programme of arts activities.

After its unprecedented success in Lisbon, Portugal, the Gulbenkian Darwin exhibition has now moved to Madrid, Spain, while plans are also being considered for a small exhibition for Portuguese speaking Africa.


Darwin-200 Anniversary Conference, Istanbul, Turkey. Organized by The Faraday Institute for Science and Religion, Cambridge, UK. Supported by a grant from The John Templeton Foundation. In association with The Darwin200 Initiative.


‘The Open University of Catalonia has an e-learning community that connects over 55,000 people from over 45 countries. Their Darwin programme includes a series of conferences and debates that will be filmed and posted online, an urban safari in Barcelona´s Parc de la Ciutadella, a guided trip to the Galapagos Islands and breakfast with Darwin to launch their new food area, bringing in experts to discuss Emma Darwin’s cookbook. For more information, contact Francesc Remoli, fremoli@uoc.edu’


2009- Beautiful Science: Ideas that Changed the World. Dibner History of Science Exhibition The Huntington Library, Art Collections, and Botanical Gardens. Including a display of Darwin’s works.


2009. Darwin year 2009 in Slovenia: A list of events and publications is available at http://dbs.biologija.org/darwin/index.php (in Slovenian). The website is hosted by The Biological Society of Slovenia.

Publications:

Limited Edition Casino quality twin-deck Playing Cards commemorating Darwin’s Bicentenary and 150 years of The Origin of Species. Illustrated with images from Darwin Online (click here for a sample). £12.50 per double pack. To order email margaret@mjcampbell.co.uk *


Postage stamps

Ten new Darwin stamps. The Royal Mail. 12 Feb. 2009. − a Galapogos-themed miniature sheet of four stamps pays homage to the influence of the islands on Darwin’s thought, while a set of six ‘jigsaw’ design stamps explore the breadth of the influence of Darwin’s idea’s across the natural sciences. The two sets of stamps will be issued on 12 February, with the first day issues also having special post marks designed for the occasion. www.royalmail.com/darwin200 *

The Portuguese Post Office has issued a set of seven Darwin bicentenary stamps featuring images from Darwin Online. *

Darwin 200th Anniversary issue. The Gibraltar Philatelic Bureau has issued stamps using images from Darwin Online. click here *

Cocos (Keeling) Islands stamps, 55c – 1836 Charles Darwin visited the islands on The Beagle, using images from Darwin Online. *

Bulgaria Darwin stamp 1 S/s- Charles Darwin (1809-1982), English naturalist – Special Issue of Sofia 2009 Philatelic exhibition.

2009 Italy: Darwin bicentenary stamp.

The 2009 UK Charles Darwin £2 Brilliant Uncirculated Coin. The Royal Mint.

Ascension Island Stamps issued 9th November 2009 http://www.postoffice.gov.ac

Falkland Islands Stamps issued 23rd April 2009 http://www.falklandstamps.com “The Falklands stamp issue has just been voted the 9th most popular stamp issue of any type from 2009 (and therefore the most popular Darwin issue) by the reader’s of Stamp and Coin Mart.”

Falkland Islands Commemorative Coin issued June 2009 http://www.pobjoy.com


Books etc.

Arends, Bergit. Expressions: From Darwin to Contemporary Arts.

Armstrong, P. Darwin’s Luck.

Arsuaga, Juan Luis. 2008. Darwin, el naturalista. [No place]: Accentura, pp. 1-174.*

Arsuaga, Juan Luis. Darwin: El naturalista. Charles Darwin. Accenture (Spain), 2008.

Ashby, Ruth. Young Charles Darwin and the Voyage of the Beagle. (15 Feb 2009)

Attenborough, David. David Attenborough: Life Stories. 2009.*

Ayres, P. The Aliveness of Plants: The Darwins at the Dawn of Plant Science.

Ballou, Emily. The Darwin poems. University of Western Australia Press, April 2009.

Bartolomé, Gerardo. Patagonia through the Eyes of Darwin, in English and Spanish, 2008 (Zagier & Urruty Publications).

Bateson, Dusha and Weslie Janeway. Mrs. Charles Darwin’s Recipe Book: Revived and Illustrated.

Beer, Gillian. ed., Darwin On the origin of species. new edn. (Oxford University Press)

Bellis, S. The curious mind of young Darwin. Oct. 2008, by Sara Bellis of Shropshire Wildlife Trust, with Caroline Cook and Jenni Taylor of Field Studies Council. Illustrations are by Lyanne Mitchell.

Berra, Tim M. Charles Darwin: The Concise Story of an Extraordinary Man.

Berry T.A. and Noble, R.J. Darwin, Creation and the Fall: Theological Challenges

Bolin, J. Darwin and Evolution: From a Catholic Perspective

Boulter, M. Darwin’s Garden: Down House and the Origin of Species. London: Constable, 2008.

Bowler, P. J. Monkey Trials and Gorilla Sermons: Evolution and Christianity from Darwin to Intelligent Design (New Histories of Science, Technology, and Medicine) (1 April 2009)

Braem, Guido. Charles Darwin: Eine Biographie. Fink, 2009.

Brasier, Martin. Darwin’s Lost World: The Hidden History of Life on Earth

Burkhardt, F. ed. Origins: Selected Letters of Charles Darwin 1822-1859. (Cambridge University Press).

Burkhardt, F. et al eds. The Correspondence of Charles Darwin. Vol. 16. (Cambridge University Press, 2009).

Burkhardt, F., Pearn and Evans eds. Evolution: Selected Letters of Charles Darwin 1860-1870. (Cambridge University Press, 2009).

Cain, Joe. ed. The Expression of the Emotions in Man and Animals (Penguin Classics, 2009) .

Cambridge University Press ‘The Cambridge Darwin Collection

Canclini, Arnoldo. Darwin y los fueguinos, in Spanish, 2008 (Zagier & Urruty Publications).

Carroll, Angus. Darwin and dinosaurs: the evolution of an idea. (booklet accompanying the eponymous exhibition) 2009.

Cavin, Lionel. 2009. Darwin et les fossiles: histoire d’une réconciliation. Chene-Bourg: Georg Editeur, pp. 1-237. *

Chancellor, Gordon and John van Wyhe eds. with the assistance of Kees Rookmaaker. Charles Darwin’s notebooks from the voyage of the Beagle. [With a foreword by Richard Darwin Keynes] (Cambridge University Press, 2009).*

Chapman, Anne. European Encounters with the Yamana People of Cape Horn, Before and After Darwin. (Nov. 2009)

Charles Darwin and evolution. 1809-2009. By students at Christ’s College, Cambridge.

Clack, T. A. R. 2009. Ancestral Roots: Modern Living and Human Evolution. Palgrave-Macmillan.

Colp, Ralph, Jr. Darwin’s Illness. 2d ed. University Press of Florida.

Cosans, Christopher E. Owen’s Ape and Darwin’s Bulldog: Beyond Darwinism and Creationism.

Costa, James T. ed. The annotated Origin. A facsimile of the first edition of On the origin of species.

Coyne, Jerry A. Why Evolution is True.

Darwin Art and the Search for Origins. Art Stock Books Ltd (30 Mar 2009)

Darwin Diary 2009 by Natural History Museum of London (1 Jun 2008)

Darwin, Charles. 2009. Arternes Oprindelse ved naturlig selektion eller bevarelse af de bedst tilpassede racer i kampen for tilvaerelsen. Translated by Jørn Madsen, introduction by Peter C. Kjaergaard. Forword by Hanne Strager. Copenhagen: State Natural History Museum, Copenhagen University.

Darwin, Charles. De Chiloé a los Andes, vol. 3 of Darwin’s Journal aboard the Beagle, in Spanish, 2009 (Zagier & Urruty Publications).

Darwin, Charles. De Galápagos a Oceanía, vol. 4 of Darwin’s Journal aboard the Beagle, in Spanish, 2009 (Zagier & Urruty Publications).

Darwin, Charles. Del Plata a Tierra del Fuego, vol. 2 of Darwin’s Journal aboard the Beagle, in Spanish, 2008 (Zagier & Urruty Publications).

Darwin, Charles. Del Trópico a la Patagonia, vol. 1 of Darwin’s Journal aboard the Beagle, in Spanish, 2008 (Zagier & Urruty Publications).

Darwin, Charles. Origin of Species And the Foundations of The Origin of Species: The Complete Text of Darwin’s Original Unpublished Papers Describing the Theory of Evolution, … of the Book That Presented It to the World (Paperback) Red and Black Publishers (2 Jan 2009)

Darwin, Charles. The Formation of Vegetable Mould Through the Action of Worms with Observations on Their Habits (Illustrated Edition) Dodo Press (26 Dec 2008)

Darwin, Charles. 2009. Variation of animals and plants under domestication. Italian critical edition and translation.

Davies, P. S. Subjects of the World: Darwin’s Rhetoric and the Study of Agency in Nature.

Delesalle, Nicolas; Portevin, Catherine and Zarachowicz, Weronika (eds.). 2009. 150 ans après la théorie de l’évolution Charles Darwin dérange encore. Télérama hors série, pp. 1-98. *

Derry, J. F. ed., Darwin in Scotland: Edinburgh, Evolution and Enlightenment. Whittles Publishing.

Desmond, A. and J. Moore. Darwin’s sacred cause: how a hatred of slavery shaped Darwin’s views on human evolution. (Houghton Mifflin Jan. 2009).

Donald, Diana and Jane Munro. Endless Forms: Charles Darwin, Natural Science and the Visual Arts. Lavishly illustrated and exploring Darwin’s impact on European and American visual arts in the later half of the nineteenth century. This new work is also the catalogue to the Fitzwilliam Museum exhibition in June 2009. Yale University Press, February 2009 Endless forms: Darwin natural science & the visual arts. Fitzwilliam Museum, Cambridge.

Driscoll, Marsha Elizabeth E. Dunn, Dann Siems, and B. Kamran Swanson. Charles Darwin, the Copley Medal, and the Rise of Naturalism 1862-1864 (Reacting to the Past) (28 May 2009)

Edmundson, W. A History of the British Presence in Chile: from Bloody Mary to Charles Darwin and the Decline of British Influence. (Nov. 2009)

Endersby, J. ed. Origin of species. (Cambridge University Press, 2009).

Engels, Eve-Marie and Thomas F. Glick The Reception of Charles Darwin in Europe (Reception of British and Irish Authors in Europe) (Reception of British and Irish Authors in Europe)

FitzRoy, Robert Philip Parker King, Viajes del Adventure y el Beagle, 4 vols., in Spanish, 2009 (Zagier & Urruty Publications).

Fukui Prefectural Dinosaur Museum. 2009. History of the flowering world [in Japanese]. Fukui, pp. 1-97. *

Ghiselin, Michael. The Descent of Man. (Oct. 2009)

Gibbons, Alan and Leo Brown. Charles Darwin: Discover the World of Darwin Through the Diary of a Ship’s Boy.

Glick, T. and E. M. Engels eds. The reception of Darwinism in Europe. 2 vols. 2009.

Gluckman, Peter and Alan Beedle and Mark Hanson. Principles of Evolutionary Medicine.

Gopnik, Adam. Angels and Ages: A Short Book About Darwin, Lincoln and Modern Life

Graham, Peter W. Jane Austen & Charles Darwin: Naturalists and Novelists.

Grant, K. Thalia & Gregory B. Estes. Darwin in Galápagos: Footsteps to a New World. Princeton, 2009.

Green, John. Charles Darwin. (17 Sep 2009)

Happy birthday Charles Darwin (book planned by Shrewsbury).

Heiligman, Deborah. 2009. Charles and Emma: The Darwin’s leap of faith. New York: Henry Holt and Company, pp. 1-268. *

Heiligman, Deborah. Charles and Emma: The Darwins’ Leap of Faith. Henry Holt Books for Young Readers. December 2008.

Heschl, Adolf. Darwins Traum: Die Entstehung Des Menschlichen Bewusstseins.

Hess, John. The Galapagos: Exploring Darwin’s Tapestry. (April 30, 2009)

Hessen, D. O. ed., Darwin: verden ble aldri den samme. 2009.

Hessen, Dag O., Lie, Thore & Stenseth, Nils Chr. (eds.). 2008. Darwin: Verden ble aldri den samme. Oslo: Gyldendal, pp. 1-407. [With contributions by E.K.Rueness, T.Lie, T.F.Hansen, T.H.Eriksen, J.Breivik, L.E.O.kennair, J.T.Faarlund, K.Moene, N.Heintz, T.Brekke, I.Nordal, O.Gjelsvik, N.C.Stenseth, D.O.Hessen.] *

Hodge, Jonathan and Gregory Radick. The Cambridge Companion to Darwin (Cambridge Companions to Philosophy) (Cambridge University Press). (5 Mar 2009)

Holmes, John. Darwin’s Bards: British and American Poetry in the Age of Evolution.

Hoorn, J. ed. Reframing Darwin: Evolution and the Arts in Australia. 2009.

Jones, R. and M. Steer eds. Darwin Praeger and the Clare Island Surveys.

Jones, Steve. Darwin’s Island: The Galapagos in the Heart of England. Little Brown, January 2009.

Keller, Michael and Nicolle Rager Fuller. Charles Darwin’s on the Origin of Species: A Graphic Adaptation.

Kress, J. W. and Shirley Shirwood. The Art of Plant Evolution.

Larkum, A. A natural calling: Life, letters and diaries of Charles Darwin and William Darwin Fox. Springer, March 2009.

Lasky, Kathy and Matthew Trueman. One Beetle Too Many: The Extraordinary Adventures of Charles Darwin.

Lawes, Caroline. Faith and Darwin: Harmony, Conflict of Confusion.

Lawson, Kristan. Darwin and Evolution for Kids: His Life and Ideas, With 21 Activities

Leone, Bruno. Origin: The Story of Charles Darwin.

Manning, Mick and Brita Granström. What Mr Darwin Saw. (11 Feb 2009)

Markle, Sandra and Daniela Terrazzini. Animals Charles Darwin Saw: An Around-the-world Adventure (Explorers (Chronicle Books))

McCalman, Iain. Darwin’s Armada: Four Voyagers to the Southern Oceans and Their Battle for the Theory of Evolution. 2009.

McGinty, Alice B. and Mary Azarian Darwin. (6 April 2009)

Menino, Holly. Darwin’s Fox and My Coyote. 2009.

Meyer, C. The True Adventures of Charley Darwin. Harcourt Children’s Books, 2008.

Meyer, Carolyn. 2009. The true adventures of Charley Darwin. Boston and New York: Harcourt, pp. 1-322 *

Milner, R. Darwin’s Universe. 2009.

Moore, Randy and Mark D. Decker. More than Darwin: An Encyclopedia of the People and Places of the Evolution-Creationism Controversy.

Naffine, Ngaire. Law’s Meaning of Life: Philosophy, Religion, Darwin and the Legal Person (Legal Theory Today).

National Museum of Australia. 2008. Charles Darwin: An Australian selection. Canberra: National Museum of Australia Press Ltd., pp. i-xi, 1-131. [With contributions by Craddock Morton, Michael Pickering, Tom Frame, Nicholas Drayson, Robyn Williams, and a substantial extract from Kees Rookmaaker’s transcription of Darwin’s Beagle Diary from Darwin Online (unacknowledged).] *

Nelson, C. E. ed. Darwin in the Archives: Papers on Charles Darwin from the Journal of the Society for the Bibliography of Natural History and Archives of Natural History. A volume of collected papers edited by Charles E. Nelson and Duncan M. Porter. Society of the History of Natural History and Edinburgh University Press, October 2009.

Nelson, R. W. Darwin, Then and Now: The Most Amazing Story in the History of Science

NYBG and David Kohn, Darwin’s Garden: An Evolutionary Perspective.

Padel, Ruth. Darwin: A life in poems. Random House, 12 February 2009.

Pallen, M. The Rough Guide to Evolution (Rough Guides Reference Titles) Autumn 2008. ‘Includes information on Darwin’s life, work and impact on all fields; evolutionary tourist guides; guides to music, plays, novels influenced by evolution and to Darwin 200 events and celebrations.’

Pearn, A. M. ed. 2009. A voyage round the world: Charles Darwin and the Beagle collections in the University of Cambridge. Cambridge: CUP, pp. 1-120. *

Pereira, J.N.G. and V. Neves. 2009. Darwin nos Açores. Diário pessoal come comentários. Horta: Observatorio do Mar dos Açores.*

Peters, Ted and Martinez Hewlett. Theological and Scientific Commentary on Darwin’s “Origin of Species”

Price, Bill. Charles Darwin: Origins and Arguments.

Prodger, Phillip. Darwin’s Camera: Art and Photography in the Theory of Evolution. (OUP 2009).

Quammen, D. ed. On the Origin of Species: The Illustrated Edition.

Quenby, John and John MacDonald Smith (eds) Intelligent Faith: a Celebration of 150 Years of Darwinian Evolution. Scientists and Theologians Unite in Opposition to Intelligent Design and Irreducible Complexity, September, 2009.

Radick, Gregory and Mike Dixon, Darwin in Ilkley. The History Press Ltd., 2009.

Reeve, Tori. Down House: The Home of Charles Darwin (English Heritage Guidebooks)

Reiss, J.O. Not by Design: Retiring Darwin’s Watchmaker.

Reznick, D. N. The “Origin” Then and Now: An Interpretive Guide to the “Origin of Species”

Richards, R. J. and M. Ruse eds. Cambridge Companion to Darwin’s Origin of Species. (Cambridge University Press). 2009.

Robbins, Richard H. and Mark Na Cohen. Darwin and the Bible: The Cultural Confrontation.

Runciman, W. G. The Theory of Cultural and Social Selection. (Nov 2009)

Ruse, M. Charles Darwin. Blackwell great minds series.

Ruse, M. Philosophy after Darwin: Classic and Contemporary Readings. (24 Sep 2009)

Sandman, A. AD – After Darwin: An Evolutionary Tale (Living Time World Fiction)

Schanzer, Rosalyn. What Darwin Saw: The Journey That Changed the World.

Schirn Kunsthalle Frankfurt. 2009. Darwin, Kunst und die Suche nach den Ursprüngen: Eine Einführung in die Ausstellung ab 12 Jahren. Schirn Kunsthalle Frankfurt, 5. Februar bis 14. Juni 2009, pp. 1-36. *

Schmitt, C. Darwin and the Memory of the Human: Evolution, Savages, and South America. 2009.

Schneckenburger, Stefan and Omlor, Ralf eds. Darwins Garten – Evolution entdecken: eine Ausstellung des Verbands Botanischer Gärten zum Darwin-Jahr 2009. Darmstadt and Mainz, Verband Botanischer Gärten, 2009. *

Secord, J. A. ed., Charles Darwin: evolutionary writings including the Autobiographies. (Oxford University Press)

Secord, J. A., A. Pearn and F. Burkhardt eds. The Beagle letters (Cambridge University Press).

Sewell, Dennis. The Political Gene: How Darwin’s Ideas Changed Politics. (6 Nov 2009)

Sheldon, R.W. ed. Darwin’s Origin of Species: A condensed version of the first edition of 1859.

Silvertown, J. 99% ape: How evolution adds up. Open University and the Natural History Museum, Nov. 2008.

Simons, Eric. Darwin Slept Here: Discovery, Adventure and Swimming Iguana’s in Charles Darwin’s South America.

Skybreak, Ardea. 2006. The science of evolution and the myth of creationism: knowing what’s real and why it matters. Chicago: Insight Press, pp. i-viii, 1-338. *

Smith, C. H. and G. Beccaloni eds., Natural selection and beyond: the intellectual legacy of Alfred Russel Wallace. (Oxford University Press)

Spencer, Nick and Denis Alexander. Rescuing Darwin: God and Evolution in Britain Today. 2009.

Swain, Kelley. Darwin’s Microscope. (9 Feb 2009)

Taylor, Bayard. 2008. The late great ape debate. Cincinnati, Ohio: Standard Publishing, pp. 1-208. *

Taylor, James. 2008. The voyage of the Beagle: Darwin’s extraordinary adventure aboard FitzRoy’s famous survey ship. London: Conway, pp. 1-192. (* unacknowledged maps reproduced pp. 16-17, 129).

Thayer, B. A. Darwin and International Relations: On the Evolutionary Origins of War and Ethnic Conflict. 2009.

The essential Darwin. Series includes: Voyage of the Beagle, Origin of species, Descent of man and Expression of the emotions. Folio Society.

Thomson, Keith. The Young Charles Darwin: Influences and Ideas.
This book concentrates on Darwin’s early life as a schoolboy, a medical student at Edinburgh, a theology student at Cambridge and a naturalist aboard the Beagle on its famous five-year voyage. Yale University Press, March 2009.

Tort, P. trans. L’origine Des Especes Par Le Moyen De La Selection Naturelle Ou La Preservation Des Races Favorises Dans la lutte pour la vie. Edition du bicentenaire sous la direction de Patrick Tort. Traduction par Aurélien Berra. Coordination par Michel Prum

Townshend, Emma. Darwin’s Dogs: How Darwin’s Pets Helped Form a World-Changing Theory of Evolution. (8 Oct 2009)

Turney, Jon. 2009. Darwin now. Manchester: British Council, pp. 1-60. *

Vala, Filipa (ed.). 2009. Darwin en Cabo Verde. Lisboa: Gulbenkian, pp. 1-88. [With contributions by Martim Pinheiro de Melo, Jose madeira, Luis Mendes, Antonio Bivar Sousa, Carlos Marques Silva, Armando Almeida, Maria Cristina Duarte, Margarida Pinheiro] *

Wainwright, Michael. Darwin and Faulkner’s Novels: Evolution and Southern Fiction.

Wallis, Diz, Ian Andrew, Emma Nicholls, and Amanda Wood. Charles Darwin and the Beagle Adventure. (1 Jan 2009)

Watkinson, Matthew. 2009. On the destiny of species by means of natural selection, or the elimination of unfavoured races in the struggle for life. Matador.

Werner, Petra. Darwin: die Entdeckung des Zweifels. Osburg Verlag.

Whitfield, Peter. In a Nutshell: Darwin.

Winston, Robert. The Evolution Revolution. A book for children, exploring the amazing story of evolutionary science and the way Charles Darwin’s revolutionary theories changed the world. Pub: Dorling Kindersley, February 2009.

Wood, Samuel E.; Green Wood, Ellen; Boyd, Denise and Hétu, Francine (eds.). 2009. L’Univers de la Psychologie. Québec: Editions du Renouveau Pedagogique, pp. 1-444. *

Wyhe, John. van ed. Charles Darwin’s Shorter Publications 1829-1883 . (Cambridge University Press, 2009).*

Wyhe, John. van. Darwin in Cambridge. (Christ’s College, 2009).*

Wyhe, John. van. Darwin. (Andre Deutsch, 2008; National Geographic, Oct. 2009).*

Zagier, Sergio. Islas Galápagos Historical Chart, map, 2008 (Zagier & Urruty Publications).

Periodicals and articles

Andalucia Innova (special issue on human evolution) [Spain] *

American Psychologist: Special issue: Charles Darwin and psychology, 1809-2009.

Abbott, Gail. ‘Origins of an evolutionist’. [Feature on the restoration of Darwin’s rooms at Christ’s College] The world of interiors (Sept. 2009) pp. 112-119.

Darwin in Argentina. Revisita de la asociacion geologica Argentina. vol. 64, no 1, Fenruary 2009. Special 2009 Darwin issue- with many important articles and photographs relating to Darwin’s time and geological work in Argentina.

Darwin’s Gifts special: The Lancet

Evolution Gems: Nature

History of Science. Darwin special issue edited by Iwan Morus.

International Journal of Biochemistry and Cell Biology. Special Darwin issue with an introduction by John van Wyhe.

Journal of Botany for the Botanical Society of America, special issue of the American in honor of Darwin’s Bicentennial. http://www.amjbot.org/current.shtml

Nature ‘Beyond the Origin’ Darwin 200 special

The journal Evolution Education and Outreach. Special Darwin issue.

2009, 01.30 Darwin’s home nominated as world heritage site The Guardian

2009, 02.09 Darwin Anniversary editorial The Guardian

2009, 02.09 Darwin, Ahead of His Time, Is Still Influential New York Times

2009, 02.12 Darwin Day in the UK The Guardian

2009, 02.12 Evolution of Darwin’s theories – 200 years on Irish News

The evolutionary review. edited by Joseph Carroll.

New Zealand Science Review, vol. 66 (3) 2009, the journal of the New Zealand Association of Scientists. “Darwin commemorative issue”.*

Science Progress (special Darwin issue)

The journal Science & Education will be publishing a special anniversary issue(s) … Researchers working on areas related to Darwinism and evolution education are invited to contribute. As noted in the announcement (available at: http://homepages.wmich.edu/~rudged/darwin.html), a science education perspective is welcome but not necessary. The due date for submissions … 31 Dec 2008 so as to encourage high quality contributions from as many scholars as possible…David Rudge (david.rudge@wmich.edu) & Kostas Kampourakis (kkamp@ath.forthnet.gr)’

Anon. NZ Science Review. *

Charles Darwin: On the origin of species. The definitive guide to the book that changed the world. The Guardian (Saturday supplement inserted booklet) 34pp. *

Journal of the Linnean Society of London. Special issue no. 9 Survival of the fittest: celebrating the 150th anniversary of the Darwin-Wallace theory of evolution.

Hotspot (Informationen des Forum Biodiversität Schweiz), no. 19, Februar 2009. Darwin und die Biodiversität. With contributions by Gregor Klaus, Jurg Stocklin, Reto Nyffeier, Heinz Richner, Walter salzburger, Dieter Ebert, Claus Wedekind, Daniel Prati, Markus Fischer, Bruno Baur, Eva Inderwildi. *

Tangled Bank Press. This year marks 200 years since the birth of Charles Darwin, and 150 years since the publication of The Origin of Species. To mark the anniversaries, submissions are invited for The Tangled Bank, an e-anthology of speculative fiction, artwork, and poetry exploring the legacy of Charles Darwin and the theory of evolution. Illuminate — or obscure — the line between the real and the fantastic. The fiction may be of any speculative genre or cross-genre; demand to be included by the quality of your submission. Artwork and poetry need not be strictly speculative in nature, but must engage with Charles Darwin or evolution. The Tangled Bank will be published by Tangled Bank Press in late 2009. For submission guidelines and more information, visit http://thetangledbank.com/.

The Daily Telegraph. Darwin: the man, his life and his legacy. 12.08.2009 Saturday supplement on the film Creation. (* includes numerous images from Darwin Online, though reproduced without permission or acknowledgement of the source.)

Grisolia, S. 2008. Félix de Azara, Alfred Wallace y Charles Darwin. Biodiversidad (Valencia), pp. 11-24. *

Ranta, Pertti. 2008. Amatööribiologi astui Beagleen. Tiede (Helsinki), 12/2008, pp. 34-41. *

2009 Call for papers for a special issue of the entomological journal Psyche with the theme “Endless Forms: The Frontiers of Biodiversity Discovery”. Authors may submit papers to http://mts.hindawi.com or contact Dr. Robert Sites at sites@missouri.edu for further information.

Journal of Victorian Studies a 2009 special on ‘Darwin and the evolution of Victorian studies’ edited by Jonathan Smith.

American Association for the Advancement of Science. 2009. Darwin 200 collection. Science Magazine 2009. *

Anon. 2009. Darwin bicentenary celebration. Galapagos Conservation Trust, UK News, Spring/Summer 2009, p. 4. *

Dahm, Ralf. 2009. Charles Darwin I: Die Anfaenge der Evolutionstheorie. Biospektrum (9 January): 96-97. *

Ghiselin, M.T. 2009. Darwin: A Reader’s Guide. Occasional Papers of the California Academy of Sciences 155: 1-185.

Gibson, Sally A. 2009. In Darwin’s geological footsteps. Galapagos News, no. 28, pp. 6-7. *

Leikola, Anto. 2009. Ihminen on osa luontoa, sanoi Darwin. Tiede (Helsinki), 1/2009, pp. 28-31. *

Marty, Christoph. 2009. Missverständnisse um Darwin. Spektrum der Wissenschaft, Februar 2009, pp. 46-53. *

Origins 2009 edition 2. (September) [Charles Darwin University]*

Pauli, Margarete. 2009. Vom Ursprung der Arten. Blick (Julius-Maximilians-Universität Würzburg), 1/2009, pp. 19-23. *

Plüss, Mathias. 2009. Was Darwin wirklich meinte. Das Magazin, Zürich, 01/2009, pp. 22-31. *

Sacks, Oliver. 2009. Darwin et le secret des fleurs. La Recherche, no. 427, pp. 44-48. *

Trontelj, Peter. 2009. Charles Darwin, evolucijska teorija in ptice. Svet ptic, no.2, pp. 36-37. *

Warne, Kennedy. 2009. Irritable in Aotearoa: Darwin & the Barbarians. New Zealand Geographic, no. 95, January-February 2009, pp. 58-69. *

Wynn-Jones, Elizabeth and Byers, Jenny. 2009. The most curious tourist. British and Commonwealth Society of Rio de Janeiro, Yearbook, 2009, pp. 4-6, 19-23, 49, 88. *

Anon. 2009. Samla pa Darwiniana. Penséer (Stockholm), no. 2, pp. 4-13. *

Research Horizons (University of Cambridge), issue 9, Summer 2009. Spotlight on Darwin. With contributions by Jim Secord, Alison pearn, Chris Jiggins, David Norman, John Parker, Robert Foley, Marta Mirazon Lahr, Geoff Parks, Jonathan Heeney, Raymond E. Goldstein. *

Wyhe, John van. 2009. Darwin vs God? BBC History Magazine, 10 (1), January 2009, pp. 26-31. *

Catalyst, seconday science review, vol. 19 no. 4, April 2009. With papers by Katie Edwards (Celebrating Darwin), Gary Skinner (A box of beetles), John Stacey (The Socotra Archipelago), Gary Skinner (The big picture: Charles Darwin at Down House), Peter Bentley (Darwin’s digital children), and a page on the Beagle Voyage. *

Heritage Learning (English Heritage), issue 40, March 2009. With contributions by Skandar Keynes, Sue Johnson, Kim Biddulph, Karen Goldie-Morrison. *

Topolino weekly n. 2825 (Mickey Mouse Magazine – Italy) celebrate 150 years of Charles Darwin’s first issue of On the origin of species… writing an educational editorial on the famous naturalist, enriched with some pictures of his manuscripts and beautiful drawings. 25th November 2009.

13 Nov. 2009 Naturwissenschaften. “Beyond the Origin: Charles Darwin and Modern Biology”. Special issue commemorates publication anniversary of Darwin’s seminal book On the Origin of Species.

et al…

Films, documentaries & performances:

Television/film

Darwin’s Garden. BBC2, Jimmy Doherty. *

2009, 02.01 Charles Darwin and the Tree of Life David Attenborough, BBC One. one part tv documentary. *

Life, ‘a ten programme series which captures the most extraordinary and awe-inspiring animal survival behaviours ever shown on TV.’

Darwin’s dangerous idea. ‘On BBC Two, Andrew Marr fronts a series examining the radical impact of Darwin’s theory not only on science, but also on society and religion. In Darwin’s Garden, a three-part series, Jimmy Doherty recreates many of Darwin’s plant experiments at Down House, Darwin’s family home in Kent.’

‘On BBC Four two documentaries have been commissioned. What Darwin didn’t know explores a new field of genetics, ‘evo devo’ – the combined study of evolution and development in the womb – which is allowing us to solve some of Darwin’s unanswered questions. Darwin: In His Own Words will use newly released documents from Cambridge University to chart Darwin’s thoughts during the long period before he made his theory known to the public.’

Darwin’s Dangerous Idea BBC2, Mar 2009 (Andrew Marr)

Jimmy Doherty in Darwin’s Garden BBC2, Mar 2009

Did Darwin Kill God? BBC2, Apr 2009

The Incredible Human Journey BBC 2, five-part series on human origins, May 09 – Newsnight Review: Darwin special BBC 2, 11 Sept 2009 (inc. Richard Dawkins, Ruth Padel, Kevin Spacey)

Darwin’s Secret Notebooks: upcoming National Geographic documentary about Darwin’s research

Evolve TV series: History Channel

Darwin Originals: Channel 4, short films to be broadcast in February.

Dawkins on Darwin National Geographic

Evolution moments The Daily Show

Essence of Darwin’s theory France 24 TV, Feb 2009

Charles Darwin on TV Burp Harry Hill

I, Darwin. National Geographic.*

Darwin’s Darkest Hour (website/watch online), 2-hour docudrama from NOVA/National Geographic, which aired on PBS on 6 October 2009.

TV documentary on Darwin. (French) CBC Radio-Canada.*

Darwin’s Brave New World. Origin: Australia/Canada, 2009 Producer: Mike Bluett/Screenworld, Andrew Ferns/Ferns Productions, with support from the Canadian Television Fund Format: Docu-fiction Runtime: 180′ Network: ABC Australia, CBC Canada, UK History, Arte, ZDF Director: Lisa Matthews, Jason Bourque Story: Based upon “Darwin’s Armada” by Iain McCalman.

Creation. (Film produced by Jeremy Thomas, written by John Collee with Randal Keynes) IMDb. http://creationthemovie.com/

Beagle: On the future of species VPRO Television (Netherlands) a 40-part series which will reconstruct Darwin’s 5-year long voyage on the HMS Beagle in the course of one year, and make an attempt to assess where the world stands today in light of Darwin’s evolution theory. http://beagle.vpro.omroep.nl/other-languages/

The Open University is producing a television series and a course about the modern relevance of Darwin’s legacy.

[TV Documentary.] 2009. Magazine Environnement – Sp飩al Darwin. Aired on France 24 in 2009. Produced by XD Productions, Paris. *

“Lost Paradise” Darwin’s voyage on the Beagle and the origin of the theory of evolution. Monaco Films.

Discovery Channel Canada – Darwin specials.

2009 Fathom Media (Australia) is making a documentary on Darwin and his life.

Oct. or Nov. 2009 “What Darwin never knew”. PBS/WGBH

Evolution’s captian. Windfall Films.

A Darwin documentary is being produced by the University of Valencia, Spain.

Radio/Podcasts

2009, 01 In our time. Four part series on Charles Darwin with Melvyn Bragg. BBC Radio 4.

2009, 01.05 Darwin and religion BBC Radio 4 ‘Beyond Belief’

2009, 01.5-9 Dear Darwin BBC Radio 4
1 Craig Venter
2 Jonathan Miller
3 Jerry Coyne
4 Peter Bentley
5 Baruch Blumberg

Swedish Radio Corporation – will produce five radio programmes adressing Charles Darwin’s life and work.

‘BBC Radio 3 is presenting a series of programmes which explore the roots of Darwin’s ideas and their subsequent influence across the intellectual spectrum, in the science, arts and philosophy. In The Origins of the Origins, historian Andrew Cunningham investigates how Darwin’s thinking was a product of the scientific ideas of his time. And in Darwin’s Conundrum, the Reverend Angela Tilby looks at how Darwin wrestled with religion through his letters to scientists, clergy, friends and family.’

http://www.bbc.co.uk/radio4/darwin/

2009, 01.27-02.17 Darwin: My Ancestor BBC Radio 4, four-part radio series by Darwin’s great great granddaughter and poet Ruth Padel.

2009, 01.09 Hunting the Beagle BBC Radio 4

2009, 01.30 David Attenborough with Simon Mayo, 30mins BBC Radio 5

2009, 02.01 The Forces That Shaped A Young Charles Darwin NPR

2009, 02.09 Darwin special Science Times

2009, 02.12 Darwin special Nature

2009, 02.12 Science Talk: Darwin Day Special pt 1: Bicentennial of the Birth of Charles Darwin Scientific American

2009, 02.12 Science Talk: Darwin Day Special pt 2: Evolutionary Psychology and Religion Scientific American

2009, 02.12 Science Talk: Darwin Day Special pt 3: Origins of Paleontology and the Impact of Religion on the Development of Evolutionary Theory Scientific American

2009, 02.12 Dawkins: Radio interview on Darwin BBC World Service

2009, 02.16 Science podcast: Happy Birthday Darwin The Guardian

2009, 02.19 Science in Action BBC World Service

2009, 02.15 Darwin’s Conundrum BBC Radio 3

2009, 04-05 Debating Darwin RTE Radio in Ireland, 6-part radio series:
1- s01e01 2- s01e02 1- s02e01 2- s02e02 3- s02e03 4- s02e04 5- s02e05 6- s02e06

Darwin Lecture series on Radio New Zealand

Celebrating Darwin’s Evolution Revolution NPR

Darwin In Australia Attenborough on Darwin Nature

Darwin Endless Forms podcasts Fitzwilliam Museum, Cambridge:
1. Darwin and the Ancient Earth: Dinosaurs and the ‘Deep Past’ in the 19th-Century Imagination Jim Secord
2. Darwin in Cambridge: from Christ’s College to the Beagle John van Wyhe
3. The Roots of a Theory: How Plants Specimens Led a Young Darwin to Discovery John Parker
4. Uncovering our Origins: Monkeys, Apes and “Primitive Man’ – and how Darwin got it wrong Richard Foley
5. ‘Flaunting It’ – Sexual Selection and the Courtship of Nature Tim Clutton-Brock
6. A Tour of ‘Endless Forms’ Sir Paul Nurse
7. Evolving Philosophy (with Philip Kitcher)
8. Darwin, Hooker and the Venus Flytraps (with Sir Peter Crane)
9. Humankind – A Troubling Future? (with Lord Robert May)
10. The Evolving Body (with Randolph Nesse)
11. Darwin, Design and Christianity (with John Brooke)
12. From ‘Missing Link Mania’ to Creationism.com: 150 Years of Popular Darwinism in Europe (with Peter Kjaergaard)
13. The Predatory Ape: Sex, Simians and Society in Nineteenth-Century Europe (with Gowan Dawson)
14. Evolving Images: race & popular Darwinism in 19th century photography (Elizabeth Edwards)
15. Between Apes and Angels: Representing the Darker Implications of Darwinisme (with Marek Kohn)
16. Struggle and Strikes: The ‘Survival of the Fittest’ in Art and Literature (w/ Gillian Beer)

Nov. 2009- CNRS ‘Darwin, a naturalist’s voyage around the world’ http://www.cnrs.fr/cw/dossiers/dosdarwinE/darwin.html

29 Dec. 2009 What Darwin never knew. Nova.

Performances

2009., 09.18- ‘Inherit the Wind’ which is going to be playing at the Old Vic Theatre, in celebration of the 150th anniversary of Darwin’s Origin of Species. “Trevor Nunn returns to direct Old Vic Artistic Director Kevin Spacey in Lawrence and Lee’s grippingly relevant drama, based on the 1925 Scopes ‘Monkey’ Trial. Two legal Titans confront each other when a community puts freedom of thought on trial.”

2009, 02.14 20:01 GMT. BBC World Service. Like confessing a murder. Radio play by Craig Baxter constructed using Charles and Emma Darwin’s own words. http://www.bbc.co.uk/worldservice/programmes/world_drama.shtml

2009, 01.21 Charles Darwin 200th anniversay concert. Wigmore Hall, 7.30pm A special concert at the Wigmore Hall will include the world premier of Michael Stimpson’s new Darwin inspired work, The Age of Wonders. Two of the four parts, The Man who walked with Henslow (violin and piano) and An Entangled Bank (sting orchestra) will be premiered in the programme, http://www.wigmorehall. org.uk.

British composer Michael Stimpson has been invited to the Northern Territory, Australia, to see the first full production of Age of Wonders, his new work written to celebrate the 200th anniversary of the birth of Charles Darwin. It was performed by the Darwin Symphony Orchestra in a celebration event called Origins held on 1 July in the city park. The complete work is in four parts. The Man Who Walked with Henslow is a piece for violin and piano, which explores Darwin’s early life and influences. The Beagle is a piece for a string quartet that follows the voyage and how Darwin and Fitzroy see the world begins to diverge during its course. The complexity of the Age of Wonders has further evolved in An Entangled Bank, the piece for a string orchestra, which focuses on Darwin’s life in Down House and the writing and publication of On the Origin of Species. The final section Transmutations is for a full orchestra. It is a complex piece of four sections weaving the strong elements from the previous sections which have survived by ‘natural selection’. The work reminds us of the complexity of Darwin’s ideas before returning to the solo violin from the first section, the warmth of Charles Darwin.

‘Re:Design’ by Craig Baxter, based on the correspondence between Darwin and Asa Gray. Read more on the Correspondence website.

2009, 05.7-9 After Darwin. Impetuous Theater Group / Access Theatre, New York City/ a play by Timberlake Wertenbaker. http://www.impetuoustheater.org/Events/Pages/After_Darwin.html

Gulbenkian theatre, cinema and cafe bar, Canterbury.

The LUX online-exhibition highlights four artist’s films that reflect Darwin’s legacy and explore concepts of his evolutionary theory. http://www.lux.org.uk/exhibition/lux-collection-darwin-related-films

Darwin’s worms (play to be performed across the north of England by bent architect).

Travelling Theatre presents The Voyage of Charles Darwin, an hour-long play with one or two performers in which Darwin reflects on what he discovered on the Beagle voyage and the stir it created in Victorian England. If partners are interested in hosting this play, please contact Geoff Hales on 01223 212104.

Darwin Song Project workshops and performance for folk musicians were a part of the Shrewsbury Darwin Festival. A CD of the superb performance at the new Shrewsbury Theatre has now been released: http://www.darwinsongproject.com

2009, 01.24-03-29 Interspecies Four new commissions by artists working closely with different species of animal and two existing works, stimulated by the anniversary of Darwin’s birth. Cornerhouse, Manchester See http://www.artscatalyst.org/

2009, 09.15 Collapsing Creation, part of the fifth Hurst Festival at the Players Theatre in Hassocks, West Sussex. See http://hurstfestival.org/overview.html.

2009, 09.16-12.04 Comedy of Change is a new contemporary dance performance celebrating Darwin from artistic director Mark Baldwin. The choreography, music and design is inspired by observations from evolutionary biology, from courtship dances and display to cryptic camouflage. The new work is performed by the Rambert Dance Company and is about to embark on a national tour including Plymouth, Shrewsbury, London and Bath. See http://www.rambert.org.uk/comedy_of_change.

2009, 10.7-9 Theatre Workshop in Science and Technology Studies will offer free showings of the Living Darwin stage productions at the Squires Studio Theatre, Blacksburg, Va.

2009, 10.27-11.21 Origin of the species is a work from the Tony-nominated writer of Frozen, Bryony Lavery, directed by Tom Littler and designed by Victoria Johnstone being performed at the Arcola Theatre. http://www.arcolatheatre.com/?action=showtemplate&sid=368

2009, 12.12 Darwin Originals With support from Wellcome Trust, ArtsAdmin and DVDance 8 3-minute art videos will be shown on Channel 4. These ‘Darwin Originals’ featuring the work of celebrated artists such as Heather Ackroyd and Dan Harvey and will also be shown at the Darwin Birthday VIP event at the Natural History Museum on 12 February 2009. All enquiries: Judith Knight judith@artsadmin.co.uk

Evolutionary drawing project Artist, Rachel Cohen, is keen to here from any Darwin200 partners interested in hosting her evolutionary drawing project. It can be tailored to different age groups and venues, is inexpensive − just needs paper and pens, some empty wall space and lots of participants. To find out more see http://www.rachelcohen.co.uk (Chinese Whispers pages).

2009, 09.02-11.28 Tomorrow, in a Year The Danish Arts Council is supporting the world premiere of Hotel Pro Forma and The Knife’s Darwin-opera, Tomorrow, in a Year (I morgen om et år). It premieres at the Royal Danish Theatre on 2 September 2009 with further performances on 4 and 5 September. The tour goes to Geneva (11, 12 September 2009), Dresden (8, 9 October 2009) and Århus (27, 28 November 2009). Details from: mail@hotelproforma.dk

2009, 10.01- Inherit The Wind. at the Old Vic, London.

Statues/installations

2009, 02.12 Unveiling at Christ’s College, Cambridge of a bronze statue of a student-age Darwin by Anthony Smith, commissioned by Christ’s College, Cambridge. here

Darwin’s Bells A new artwork has been commissioned by Darwin City Council to celebrate Darwin’s bicentenary. The HMS Beagle Ship Bell Chime has been created by Dr Anton Hassell. The work features a series of cast bronze bells and a replica of the Beagle ship’s bell cast in brass. While in Australia Darwin was amazed at the variety of parrot species and selection of these, cast in bronze, from the small budgerigar to the large black cockatoo, are perched on top of each bell.

Elisabeth Daynes created a wax figure of an eighteen-year-old Charles Darwin for the Calouste Gulbenkian Foundation, Portugal.

* Items marked with an asterisk (*) contain images provided by Darwin Online and a copy was sent to or acquired by the Darwin Online project.

Return to homepage

© 2002-10 The Complete Work of Charles Darwin Online Contact the Director: Dr John van Wyhe.

File last updated 1 January, 2010

februari 2010

Het blad Evolution: Education and Outreach is bedoeld voor een breed publiek, van student tot wetenschapper. Vorig jaar stond een speciale editie over overgangsvormen in zijn geheel gratis online (waarschijnlijk in verband met het Darwinjaar).

Toen ik een paar weekjes geleden weer keek op de site was het overgrote deel niet meer gratis toegankelijk.

Een aantal zijn dat nog wel zoals een artikel over weekdieren en over de evolutie van een paar groepen aquatische reptielen (ook interessant, daar niet van),

Do you know where I can get quality elearning opportunities?
elearning

elearning

DARWINJAAR

   
Darwinjaar trekt zich op gang I
Darwinjaar trekt zich op gang II <klik
Inhoud  
1.- Darwin
2.-Darwin vs lamarck
3.-Lessen in nederigheid
4.-Als darwin Mendel had gelezen
5.-Darwiniana
6.-Waarom wachten (Tomaso Agricola )
7.- Darwinjaar l959
8.-Nederland  in ’59 :  en Paul Storm
9.-Darwin’s  verjaardag  2007 2008   / Gert Korthof
10.-  Midas Dekker over Darwin
11.- Darwin’s theorie is minstens voor de helft achterhaald
12.- een update voor Darwin
13.- Revolutie in het denken over evolutie
14.-The Origin of Species: het grootste waagstuk aller tijden
Gert Korthof
15.-Darwin en Archaeopteryx
16.-NIEUWE SYNTHESE ? De ” NIEUWE ” biologie ?
De grenzen van het neodarwinisme
17.-micro en macro evolutie ( Gerdien De Jong )
18.-Darwinjaar 2009 en het Internationale Jaar van de Sterrenkunde.
19.-Na het Darwinjaar , ideologen / pseudowetenschap en creationisten
DARWIN
door Sander van Doorn op 08-02-2007,
‘Zo zien we in dat de mens afstamt van een harige viervoeter, uitgerust met een staart en puntige oren.’ Het zijn bij uitstek deze woorden uit het omvangrijke werk (http://darwin-online.org.uk) van Charles Darwin (1809 – 1882) die bij het grote publiek diepe indruk hebben achtergelaten. Dat is niet zo vreemd. Met zijn conclusies over de afstamming van de mens raakt Darwin ons zelfbeeld. We zouden bijna vergeten dat zijn evolutietheorie veel verder kijkt dan de menselijke soort oud is. Evolutie legt de verbinding tussen alle organismen die op aarde leven, geleefd hebben, of nog zullen leven. Het is een verklarend principe voor alle biodiversiteit.
Direct na zijn theologiestudie belandt de 22-jarige Darwin aan boord van H.M.S Beagle, een Brits onderzoeksschip op expeditie over het zuidelijk halfrond. Zijn taken: gezelschap bieden aan de kapitein en het verzamelen van planten, dieren, fossielen en gesteenten. Terug in Engeland buigt Darwin zich over het verzamelde materiaal. De resultaten zijn verbluffend. Met de hulp van experts ontdekt Darwin 13 verschillende, tot dan toe onbekende soorten vogels tussen de exemplaren die hij had meegenomen van de Galapagos eilanden. De vogels bleken alleen op de Galapagos voor te komen. Een ander verrassend inzicht ontleende Darwin aan zijn verzameling zoogdierfossielen. Ze gaf de indruk van een opeenvolgende serie op elkaar lijkende soorten, met de nu levende zoogdieren als meest recente vorm.
Darwin begon te twijfelen aan het dogma dat soorten onveranderlijk zijn. Hadden de unieke soorten op eilanden zich misschien ontwikkeld uit soorten die we nu nog tegenkomen op het vasteland? De gedachte wierp nieuw licht op patronen die biologen al veel eerder hadden opgemerkt. Volgens het systeem van Linnaeus werden soorten ingedeeld in een hierarchische structuur op basis van uiterlijke overeenkomst. Misschien was die structuur wel meer dan een handig classificatiesysteem, namelijk een afspiegeling van de afstammingsgeschiedenis van soorten. Het zou 22 jaar duren voordat Darwins gedachten hun uiteindelijke vorm vonden in zijn belangrijkste boek, ‘On the Origin of Species’. De uiteindelijke publicatie was alsnog een haastklus. De onafhankelijke ontwikkeling van soortgelijke ideeën door de Britse natuuronderzoeker Alfred Rusell Wallace dwong Darwin tot voortijdige publicatie.
De kern van Darwins theorie rust op drie biologische feiten:
1. Bij alle soorten worden meer nakomelingen geboren dan noodzakelijk voor de instandhouding van de soort; elke soort kan daardoor in potentie ongebreideld in aantal toenemen. 2. In de praktijk bereikt elke populatie vroeg of laat een stabiele omvang. Toenemende populatiegroottes leiden immers tot hogere sterftecijfers door toenemende concurrentie. Kortom, in elke stabiele populatie woedt een strijd om het bestaan die het geboortenoverschot compenseert. 3. Binnen alle soorten bestaan verschillen tussen individuen in uiterlijke en inwendige kenmerken. Een deel van deze verschillen erft over van ouders op nakomelingen.
Door expressie van de variatie (het fenotype) van erfelijke eigenschappen, redeneerde Darwin, zijn sommige individuen beter af in de strijd om het bestaan dan anderen. Individuen met gunstige eigenschappen hebben misschien een hogere overlevingskans of meer succes bij het grootbrengen van hun kroost. Hun erfelijke eigenschappen worden daardoor relatief sterk vertegenwoordigd in de volgende generatie. Zoals een plantenveredelaar selecteert op eigenschappen die hem aantrekkelijk voorkomen, zo selecteert de natuur dus eigenlijk als vanzelf op eigenschappen die van pas komen in de strijd om het bestaan. Over meerdere generaties leidt deze natuurlijke selectie tot micro-evolutie, het geleidelijk geschikter worden van individuen voor hun levensomstandigheden.
Het was voor Darwin welhaast vanzelfsprekend dat de langdurige werking van natuurlijke selectie zou leiden tot de vorming van nieuwe soorten. Hij beschrijft het ontstaan en uitsterven van soorten (macro-evolutie) als het groeien van een boom: ‘Zoals knoppen uitgroeien en weer nieuwe knoppen opleveren, en zoals deze -als ze sterk genoeg zijn- zich wijd vertakken en menig zwakkere tak overschaduwen, zo, geloof ik, is het ook gegaan met de machtige Boom van het Leven.’ Darwin voert de vergelijking nog wat verder door. Zoals de takken van een boom voortkomen uit 챕챕n stam, zo zijn alle levensvormen voortgekomen uit 챕챕n oervorm.
Als dat klopt, is de evolutionaire geschiedenis van elk willekeurig gekozen tweetal organismen vroeg of laat te herleiden tot een gemeenschappelijke voorouder. Het is een fascinerend idee. Stelt u zich maar eens voor dat u meereist met een magische bus; bij elke meter die de bus rijdt, gaat hij een eeuw terug in de tijd. De route voert langs uw moeder, uw moeders moeder en al uw verdere voorouders in de vrouwelijke lijn. Bij elke voorouder die u passeert, verschijnen nieuwe passagiers in de bus. Eerst uw broers en zussen, dan een paar neven en nichten, en daarna telkens hedendaagse aardbewoners die vanaf dat punt van de reis hun matrilineale afstammingsgeschiedenis met u delen. Al na minder dan twee kilometer reist u samen met de voltallige huidige wereldbevolking. Enkele tientallen kilometers later verschijnen chimpanzees in de bus. Na een paar honderd kilometer herkent u tussen de passagiers opeens uw kat. U krijgt gezelschap van uw goudvis na zo’n vierduizend kilometer, en na 15.000 kilometer (ruwweg de afstand van Amsterdam tot Sydney) reist u samen met de regenwormen uit uw achtertuin.
Evengoed zou Darwin veel hedendaagse evolutiebiologische labs niet als zodanig herkennen. Evolutiebiologen kunnen tegenwoordig niet meer zonder de technieken van de moderne erfelijkheidsleer. Dit vakgebied komt voort uit het werk van Gregor Mendel, een tijdgenoot van Darwin. Het duurde echter tot de 20e eeuw voordat Mendels inzichten in de overervingsregels voor erfelijke eigenschappen gecombineerd zouden worden met Darwins inzichten in de werking van natuurlijke selectie. Deze gebeurtenis, aangeduid als de moderne synthese, staat aan de wieg van de hedendaagse evolutiebiologie.
Door de moderne synthese zijn biologen soorten gaan zien als groepen organismen die onderling geen erfelijke informatie uitwisselen. Een nieuwe soort kan ontstaan als een deel van de individuen steeds minder goed kruist met de rest van de soort. Dat kan het gevolg zijn van langdurige ruimtelijke scheiding. Ruimtelijk gescheiden populaties passen zich afzonderlijk aan hun eigen omgeving aan. Ze kunnen daardoor z처 sterk gaan verschillen dat onderling kruisen onmogelijk wordt. Hoewel Darwin niet wist wat we nu weten over erfelijkheid, waren zijn vermoedens over het ontstaan van nieuwe soorten op afgelegen eilanden dus helemaal nog niet zo gek.
De ontdekking van het DNA als drager van het erfelijk materiaal heeft een nieuwe impuls gegeven aan de evolutiebiologie. DNA onderzoek geeft overtuigende nieuwe bewijzen voor gemeenschappelijke afstamming: alle organismen gebruiken dezelfde vertaalsleutel om informatie op te slaan in het DNA, en alle dieren gebruiken dezelfde genen in hun embryonale ontwikkeling. Het DNA is te lezen als een geschiedkundig archief dat inzicht geeft in de evolutionaire relaties tussen soorten. We begrijpen nu hoe nieuwe biologische variatie ontstaat door veranderingen in het DNA (mutaties) en de herschikking van erfelijke eigenschappen van de ouders in hun nakomelingen (recombinatie). We begrijpen steeds beter hoe variatie in het DNA (het genotype) wordt vertaald naar verschillen in uiterlijke kenmerken en inwendige(het fenotype). En we beginnen te begrijpen hoe natuurlijke selectie op fenotypische variatie door de generaties heen leidt tot veranderingen in het genotype.
De evolutietheorie vindt praktische toepassingen in de geneeskunde en het natuurbeheer. Ingenieurs gebruiken computermodellen van selectie- en mutatieprocessen om oplossingen te vinden voor lastige optimalisatie problemen. In de gedaante van de evolutionaire speltheorie en evolutionaire psychologie is evolutie zelfs doorgedrongen tot in de sociale wetenschappen en de ethiek. Ook binnen de taalwetenschappen en culturele studies staat evolutie in de belangstelling: de verandering van culturele informatie (culturele evolutie) laat zich misschien wel net zo beschrijven als de verandering van genetische informatie onder invloed van mutatie en selectie (biologische evolutie). Buiten de wetenschappen zijn Darwins ideeën -tegen zijn opvattingen in- soms misbruikt als verantwoording voor het recht van de sterkste. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de nazistische rassenleer en gedwongen sterilisatieprogramma’s.
Evolutie is een steeds terugkerend thema in discussies over de relatie tussen natuurwetenschap en geloof. Sinds het eerste beroemde debat in deze traditie -tussen ‘Darwins bulldog’ Thomas Huxley en bisschop Wilberforce- verlopen deze discussies soms buitengewoon fel. Voor de diep-gelovigen spelen sterke levensbeschouwelijke emoties mee. Verzet tegen de evolutietheorie leeft binnen verschillende godsdiensten. De conservatieve evangelisch-christelijke beweging in de VS is een drijvende kracht achter de ontwikkeling van alternatieven voor de evolutietheorie. Deze alternatieven doorstaan de toets der wetenschappelijke kritiek niet.
Hoe u er ook tegenaan kijkt, Darwin heeft ons diep geraakt. Misschien voelt u zich nog wat ongemakkelijk over uw evolutionaire familierelaties met uw hamster of de begonia in de vensterbank. Aan de andere kant is Darwins kijk op de levende natuur niet zonder grandeur: ‘eindeloze vormen, in al hun wonderlijke schoonheid, zijn ge챘volueerd, en zullen dat blijven doen’. Het maakt je toch nieuwsgierig naar wat er nog komen gaat.
Het belang van Charles R. Darwin( volgens Paul Brakefield)
Hester van Santen
Wanneer: 1809 – 1882
Bekend om: theorievorming over evolutie door natuurlijke selectie
Belangrijkste werken: On the Origin of Species (1859) en The Descent of Man (1871)

De bijzin ‘Onderzocht door Charles Darwin’ duikt nogal eens op in colleges of wetenschappelijke teksten. Niet alleen als blijk van historisch besef, maar lijkt het zelfs een keurmerk voor wetenschappelijke relevantie. En dat beperkt zich niet tot onderzoekers die zich dagelijks met evolutie bezighouden.

Het centrum voor reproductieonderzoek in Washington haalt de auteur van de Origin of Species graag aan over zijn waarnemingen aan orchideeën, de afdeling geologie van de Universiteit van Puerto Rico roept zijn geschriften over Pacifische atollen ter herinnering, een Californisch centrum voor agrarisch onderzoek wijst zijn studenten op Darwins observaties van het belang van wormen uit The formation of vegetable mould through the action of worms.

Voor de Leidse hoogleraar evolutiebiologie prof.dr. Paul Brakefield is de veelzijdigheid van Charles Darwin, die zijn wetenschappelijke carrière op 23-jarige leeftijd begon als onderzoeksmedewerker op het schip de Beagle, een toonbeeld van zijn talent.
‘Hij had echt zo’n brede kennis, hij gaf zo’n breed overzicht. Dat vind ik bijzonder.’

De suggestie dat Darwin vooral geluk had – hij kon na zijn thuiskomst met de Beagle in 1863 twintig jaar in alle rust aan zijn evolutietheorie en andere biologische onderwerpen werken, omdat hij een telg was uit de rijke Wedgewood-familie – wijst Brakefield resoluut van de hand.
‘Hij maakte zijn eigen geluk. Ik vind dat hij een fantastische waarnemer was, en dat hij ook zijn kennis van de geologie en de filosofie gebruikte.’

Ook in andere biologische onderzoeksvelden klinkt instemming. Moleculair geneticus prof.dr. Paul Hooykaas:
“In de moleculaire biologie zijn we er niet dagelijks mee bezig, de mechanismen voor het overleven in de natuur spelen in het lab niet dezelfde rol. Maar Darwin heeft wel het basisprincipe neergelegd, want de evolutie ligt ten grondslag aan ons werk.’

Theoretisch bioloog prof.dr. Hans Metz wijst erop dat veel verschijnselen in de natuur zonder het werk van Charles Darwin totaal onbegrijpelijk zouden zijn.
‘Darwins theorieën gaan niet meer uit van een soort van ‘maker-idee’. Je ziet dat bijvoorbeeld dat sommige stukken van het genoom iets anders wilden dan de rest, die zijn schadelijk voor het individu. Dat zijn hele rare dingen die je anders helemaal niet zou kunnen verklaren.’

Darwins hedendaagse vakgenoten roemen hem daarnaast omdat hij veel van zijn conclusies wist te trekken op basis van enkel gedachtekracht. Brakefield:
‘Hij schreef The Origin of Species zonder kennis van de genetica, maar hij voorspelde wel dat er een enkele informatiedrager moest zijn waarop de afstamming van alle organismen gebaseerd is.’

Ook voorspelde Darwin dat er al organismen moesten hebben geleefd in het Precambrium, een tijdperk waaruit op dat moment nog geen enkel fossiel bekend was. En prof.dr. Jacques van Alphen, plantenecoloog, citeert Darwins idee챘n over de vraag waarom er evenveel mannen als vrouwen zijn.
‘Hij had het bijna opgelost.’
Mathematische uitwerking liet nog zeventig jaar op zich wachten.De ecoloog hoopt eigenlijk dat de evolutietheorie wat meer erkenning krijgt.
Ik zeg altijd tegen Frans Saris (bèta-decaan en natuurkundige, HvS) dat wij een grand unifying theory hebben en zij niet.’
En Paul Brakefield concludeert
: ‘Pas was ik bij een promotie en wat kreeg de promovenda als cadeau: drie boeken, alledrie van Darwin. Dat hij na 150 jaar nog zo leeft, is echt bijzonder. Darwin is nog altijd een held onder biologen.’
lamarckhttp://steurh.home.xs4all.nl/darwin/darwin04.html  Lamarck              °

Er is waarschijnlijk op deze wereld geen mens meer die niet ten minste in algemene termen gehoord heeft over Charles Darwin (1809-1882). De evolutietheorie of -leer, of zoals de christenen het liever zeggen: de evolutiehypothese, heeft echter wellicht zoveel voor- als tegenstanders, indien niet bij wetenschappers, dan toch bij de bevolking in het algemeen. Er is waarschijnlijk vandaag ook niemand meer die iets van Darwin zelf leest; ook mijn exemplaar van The Voyage of the ‘Beagle’ staat al dertig jaar ongelezen in de kast. We weten dus ook niet precies, of zelfs niet ongeveer wat Darwin eigenlijk dacht en dat is spijtig, want het is heus wel interessant en ook ongemeen belangrijk, ook vandaag nog, eigenlijk vandaag zelfs nog meer en nog duidelijker dan toen Darwin het ontdekte en later publiceerde.Laat ons beginnen met het begin.

De evolutieleer, nemen we aan, zegt dat de mens van de aap afstamt. En hoe gebeurde dat? Doordat de aap zich aanpaste aan zijn omgeving, slimmer werd en dat slim zijn doorgaf aan zijn nakomelingen etc. Mmmm. Er blijven enkele vraagtekens. Hoe komt het dat de ene aap zich wel aanpaste aan zijn omgeving en de andere niet? Hoe werd de ene slimmer dan de andere? En hoe gaf hij zijn hogere intelligentie-status door? Darwin stelde vast dat er binnen een bepaalde soort van dieren, neem bijvoorbeeld vinken, verschillende soorten te vinden zijn die duidelijk van elkaar onderscheiden zijn. Hij ging ervan uit dat al die soorten oorspronkelijk afstammen van één enkele soort, dat er dus op zeker moment variatie gekomen is.

Darwin vs Lamarck 

In tegenstelling met wat de Franse botanist en naturalist Lamarck (1744-1829) zei, geloofde Darwin niet dat dit het rechtstreeks gevolg was van een aanpassing aan de omgeving. Hij meende dat die verschillen veeleer toevallige mutaties zijn, willekeurige herschikkingen van erfelijk materiaal, dingen die kunnen gebeuren en het dan af en toe ook doen: een vink wordt geboren met een wat langere snavel, zomaar, toevallig, omdat er ergens in het genetisch materiaal een mogelijkheid verscholen lag voor een dergelijke afwijking. Dat is het basisgegeven en deze inzichten zijn sindsdien onder meer door de wetten van Mendel en ook recentelijk door de moleculaire genetica bevestigd en verder uitgewerkt. Het tweede, noodzakelijke en onmisbare element van Darwins leer is de zogenaamde struggle for life and survival of the fittest, al is het laatste stuk van deze uitdrukking van de hand van Herbert Spencer en het eerste wel van Darwin maar gebaseerd op de theorie van Malthus over de groei van de wereldbevolking.

Darwin stelt dat individuen met elkaar in competitie treden om hun eigen genetisch materiaal zoveel mogelijk door te geven. De exemplaren van een soort die door hun toevallige individuele verschillen het best aangepast zijn aan de omgeving en daardoor het meest overlevingskansen hebben, of die toevallig het best geschikt blijken te zijn voor de competitie voor de voortplanting en dus het vaakst tot succesvol paren komen, die individuen geven hun genetisch materiaal het vaakst door en zo ontstaat er op termijn een ‘natuurlijke selectie’ en evolueren de soorten tot ze op den duur zo van elkaar verschillen dat ze niet meer onderling vruchtbaar zijn. De differentiatie van de soorten, de evolutie van het leven op aarde is dus niet het directe resultaat van een reeks van onmiddellijke aanpassingen aan de omgeving, maar het resultaat op lange, zeer lange termijn van het zich doorzetten van een toevallige mutatie die de drager ervan een doorslaggevend voordeel gaf in de strijd om het voortbestaan en de voortplanting.Een bekend voorbeeld van loutere aanpassing aan het milieu is dat van de vogeltjes die geleerd hadden om melk te drinken van de flessen die de melkboer vroeger aan de voordeur zette. Ze brachten het zo ver dat ze leerden hoe ze door het dun blikken dopje moesten prikken om aan de melk en vooral aan de room te kunnen die op de melk dreef. Dit is een duidelijk voorbeeld van een loutere aanpassing aan de leefomgeving. Die kennis kan onmiddellijk doorgegeven worden aan de nakomelingen, gewoon doordat ze zien hoe het moet, het wordt hen voorgedaan en zoals we weten is dat een goede manier van aanleren. Maar er is geen wijziging van het genetisch materiaal in dit proces. Er ontwikkelt zich geen bepaalde soort mussen die enkel room drinken van flessen en die niet meer paren met andere mussen. Er is in die zin nooit enig bewijs gevonden voor de stelling van Lamarck, namelijk dat aanpassingen aan het milieu genetisch kunnen overgedragen worden, noch enige duidelijkheid over hoe dat zou kunnen gebeurd zijn.De hals van de giraf is een voorbeeld van een echte, genetische aanpassing. Bij dat soort dieren, dat zich voedt met blaren van bomen, is het hebben van een lange hals een voordeel, want dan kan jij alleen de hogere blaren eten zonder competitie van je soortgenoten. Als er dus toevallig, zonder enige invloed van het milieu, een ‘giraf’ geboren wordt die een wat langere hals heeft, zoals sommige mensen ook een wat meer prominente neus hebben, dan krijgt die (giraf met de lange hals, niet die mens met de lange neus…) meteen een zeer duidelijk voordeel in de strijd om het overleven en dat leidt zonder meer naar meer nageslacht. Omdat de lange hals toevallig verkregen was door een genetische ‘fout’, is ze meteen erfelijk, althans voor 50%, want de voortplanting gebeurt met twee en slechts de helft van het genetisch materiaal komt van de ‘langhals’, tenzij twee langhalzen gaan paren etc. Als je lang genoeg bezig blijft, duizenden jaren, miljoenen generaties, dan kom je zo tot een diversifi챘ring van de soorten. Het is een langzaam proces, het is gebaseerd op toevallige genetische mutaties en op het voordeel daarvan in de strijd van het individu om het voortbestaan. Dat is Darwinisme. Snelle, oppervlakkige en tijdelijke aanpassingen aan het milieu noemen we Lamarckisme. Ze zijn niet genetisch overdraagbaar en leiden niet tot een diversifi챘ring van de soorten.

Creationisten en aanhangers van intelligent design zijn natuurlijk niet gelukkig met Darwiniaanse aanpassingen, met die freak accidents die ertoe geleid hebben dat vissen uit de zee kropen, dat dieren op hun achterste poten gingen lopen en een groter hersenvolume ontwikkelden waarmee ze stilaan leerden denken en tot zelfbewustzijn kwamen. Ook de christelijke scheppingsleer was er niet van gediend en heeft het er nog altijd zeer moeilijk mee: als God niets anders heeft gedaan dan een big bang veroorzaken, dan vallen zowat al zijn klassieke attributen weg en heeft het nog weinig zin om Hem God te noemen. Vandaar dat men dan maar spreekt van een intelligent ontwerp: God heeft de dingen zo geschapen dat ze in de juiste richting evolueerden. Dat redt de evolutie, die men nu toch nog moeilijk kan ontkennen zonder uitgelachen te worden, maar het is totaal in tegenspraak met het Darwinisme, dat geen tussenkomst van een hogere instantie inhoudt, niet bij de toevallige genetische mutaties, niet bij de volgorde van die mutaties, noch bij de competitie van de individuen voor het overleven en de voortplanting.Wallace, de geleerde die onafhankelijk van Darwin tot dezelfde basisconclusies kwam en Darwin zowat dwong om zijn resultaten, die al tientallen jaren in de kast lagen, eindelijk toch haastig te publiceren, aarzelde later ook. Hij ging met zowat de hele evolutiehypothese mee, maar kon niet aanvaarden dat ook de stap naar het zelfbewustzijn niet meer was dan een evolutie, een toevallige mutatie, een gelukkig toeval. Nochtans ziet het er naar uit dat het toch zo gelopen is. De hersenen hebben zich over een zeer lange periode ontwikkeld tot ze de omvang en de vorm hadden die de homo sapiens tot het succesnummer van de natuur gemaakt hebben, tot de meester van de schepping. Sindsdien is de genetische evolutie van de mens stilgevallen. Soms verbazen wij ons erover hoe modern de antieke auteurs wel waren, of hoe snel kinderen leren, of hoe mensen uit ontwikkelingslanden zich op zeer korte tijd vertrouwd maken met onze hypermoderne wereld, kijk maar naar de spectaculaire evolutie in China, India, de Filippijnen; men zegt dat men zelfs een Neanderthaler op enkele maanden zou kunnen leren met een computer te werken, omdat hij over dezelfde hersenen beschikte als wij… Wij zijn allemaal van dezelfde soort, kunnen dus met elkaar paren en doen dat ook vlot en met prachtig resultaat. Dus alsjeblief geen racistische onzin over negers die niet in staat zijn om zich te ontwikkelen tot op ons niveau: de feiten bewijzen dat het niet zo is. Dit is de duidelijkste weerlegging van het racisme: mensen die samen kinderen kunnen hebben, zijn evenwaardig, want ze behoren tot dezelfde soort. De enige verschillen die er de laatste 50.000 jaar tussen de mensen ontstaan zijn, zijn evidente maar oppervlakkige culturele Lamarck-aanpassingen aan de omgeving, die soms heel snel gaan, maar even snel vergeten worden omdat ze niet genetisch overdraagbaar zijn, die soms heel zichtbaar zijn, zoals de klederdracht en de taal, maar die op één generatie totaal kunnen wijzigen, net zoals de huidskleur en andere lichamelijke kenmerken bij gemengde voortplanting. Het kan dus perfect gebeuren dat een uitstekend aangepaste politicus van het Vlaams Belang kinderen of kleinkinderen heeft die, ten gevolge van hun al te gemakzuchtige aanpassing aan onze materialistische, decadente oververzadigde welvaartsmaatschappij, duidelijk achterop geraken bij kinderen van illegale inwijkelingen die, uitgedaagd door de vele mogelijkheden van onze kennismaatschappij, met hun even goede hersenen een uitstekende plaats voor zichzelf veroveren in die zelfde maatschappij. Zo zien wij nu al landen het voortouw nemen in de wereldeconomie waarvan wij dachten dat ze nog in de middeleeuwen verkeerden.

Als we niet opletten en teveel luisteren naar fundamentalisten, creationisten en racisten, belanden we daar zelf nog, binnen de kortste keren.

Bij Darwin ligt er ook een diepe en bepalende nadruk op het individu. Enerzijds ondergaat het individu de wetmatigheid van de erfelijkheid, te beginnen met een toevallige mutatie en zo verder tot de gewone wetmatigheden die ertoe leiden dat (sommige) kinderen (al meer) op hun ouders lijken (dan andere…) en de genetische kenmerken van de eigen soort. Anderzijds is het de overlevingsdrang en de ‘paringsdrang’ die het individu aanzetten om zijn genetisch materiaal door te geven. Het zijn wetmatigheden die ook in de moderne mens aanwezig zijn, vaak gemaskeerd en gesublimeerd maar duidelijk herkenbaar. Lijfsbehoud is nog altijd een primaire wet, selectie van een partner eveneens, voortplanting niet minder, al is dat laatste in grote delen van onze beschaafde wereld al lang geen brutale fysieke wetmatigheid meer maar het resultaat van overleg, gewoonte of, helaas, politieke inmenging.

Dat alles heeft Darwin en zijn leer anathema gemaakt bij christelijke en andere godsdiensten en in dezelfde mate en om dezelfde redenen ook bij alle autoritaire en dictatoriale staatsvormen: zij prediken een boodschap waarin het individu ondergeschikt is aan het belang van de maatschappij en waarin voortplanting wel verondersteld wordt en eigenlijk aangemoedigd, maar waar geen plaats is voor seksuele aandrift en meervoudige of consecutieve partnerkeuze, waarin lijfsbehoud vervangen wordt door of gesublimeerd tot naastenliefde, corporatisme of collectivisme. Bij Darwin is de maatschappij en de soort het resultaat van de persoonlijke inspanningen van het individu, gedreven door de drang naar eigen overleven en persoonlijke voortplanting. In die zin was hij een kind van zijn tijd, maar heeft zijn boodschap ook een vermanende, optimistische en profetische waarde voor onze tijd

Wij weten dat elke theorie maar een benadering is van de werkelijkheid, dat zelfs de aller-subtielste inductieve methode maar kan leiden tot hypothesen die opgaan tot er een betere gevonden wordt. Zowat de hele wetenschappelijke wereld is intussen overtuigd van het werkelijk niet te overschatten belang van de ontdekkingen en conclusies die Darwin al in 1844 neerschreef. Het duurt soms een tijdje, ja. En ondertussen is hij bijna al weer vergeten. Zo gaat het. Ons geheugen is selectief. Enkel wat over miljoenen jaren genetisch opgeslagen is, heeft kans om behouden te blijven.

Dat is wat Darwin zelf ons geleerd heeft.    

Darwin , R. Lewontin ,Steve Jones Lessen in nederigheid – na Charles Darwin (26/04/2001) door Geerdt Magiels

http://users.telenet.be/darwinwebquest/html/act021.htm

Zo’n 30.000 tot 40.000 genen hebben wij, de kroon op de schepping, anderhalve keer zoveel als een rondworm. …Charles Darwin zou dat waarschijnlijk niet verbaasd hebben.

Precies op de geboortedag van Charles Darwin, 12 februari, werd de kaart van het menselijk genoom voorgesteld. De timing kon moeilijk mooier. De resultaten van het Human Genome Project zijn een onrechtstreeks eerbetoon aan het werk van Darwin, die zo’n honderdvijftig jaar geleden van de biologie een moderne wetenschap maakte. De kennis van de genen schraagt Darwins theorie. Bovendien opent ze – net als het werk van Darwin – totaal nieuwe en opwindende perspectieven op het leven en op de mens.

De grote verrassing was dat de mens minder genen heeft dan verwacht. Dat de fruitvlieg een kleine veertienduizend genen heeft en de rondworm negentienduizend, wisten we al. Het aantal genen van de complexe Homo sapiens werd op meer dan honderdduizend geschat.Het zijn er dus maar iets van een dertig- of veertigduizend, en dat laagste getal is wellicht het plausibelste. Voor de zo geroemde complexiteit van de mens zijn dus maar anderhalve keer zoveel genen nodig als voor de rondworm. Dat we sterk lijken op de mensapen was ondertussen gemeengoed. Dat de genetische kloof tussen worm en mens niet zo verschrikkelijk groot is, is een nieuw idee om aan te wennen.

Zo verrassend is dat trouwens niet. Al het leven op deze aarde is verwant. Er is een rechte (weliswaar zeer lange) lijn tussen het eerste eencellige leven en de mens.

Dezelfde biochemische bouwstenen en processen vormen de lingua franca van heel de natuur. Met evenveel gemak wordt daar een groenwier, een darmparasiet, een zeboe of een mens mee gemaakt.

Die fundamentele verwantschap was de grondtoon van Darwins On the Origin of Species , dat op 22 november 1859 voor het eerst verscheen en waarvan de eerste druk dezelfde dag nog was uitverkocht.

Over het ontstaan van de soorten door middel van natuurlijke selectie of het behoud van bevoordeelde rassen in de strijd om het leven .

Niets in de zakken, niets in de mouwen: Darwin vat zijn hele vernieuwende theorie samen in een enkele zin. Geen smeu챦ge, sloganeske titel, maar de droge klap van een nagel die hard op zijn kop geslagen wordt. Het verhaal van de evolutie kent vier eenvoudige stappen:

*dankzij een rijke variatie (ieder individu is anders) gecombineerd met een natuurlijke selectie (alleen het organisme dat het best past in zijn leefomstandigheden overleeft) en de seksuele selectie (waarbij mannetjes zich aanstellen en de vrouwtjes kiezen), weten de best aangepasten zich voort te planten.

*Door wat isolatie en voldoende tijd ontstaan nieuwe soorten.

Darwin ging bij het formuleren van zijn theorie niet over 챕챕n nacht ijs. Hij liep al jaren met het idee rond voor hij het publiceerde, onder meer omdat een jonge avonturier, Alfred Russel Wallace, op zijn reizen door Indonesi챘 op hetzelfde spoor was gekomen. Darwin wilde zeker zijn van zijn zaak. In gedachten pareerde hij eerst alle mogelijke tegenwerpingen en bestookte hij zelf alle zwakke plekken of onbewezen beweringen met kritiek. Hij wou niet doceren, preken of polemiseren. Hij argumenteerde en deed dat zo helder mogelijk.

Hij hield bovendien rekening met een communicatieprobleem: hij wilde een totaal nieuw concept voorstellen aan een zo breed mogelijk publiek. Hij koos daarbij voor alledaagse, economische of industri챘le termen.

Hij ging omzichtig en precies te werk en staafde zijn beweringen met ontzaglijk veel feiten. Empirie was voor hem een vanzelfsprekendheid. Hij deed experimenten, liet andere mensen experimenten uitvoeren en verzamelde informatie van over de hele wereld via een uitgebreid netwerk van honderden correspondenten. Hij deelde informatie en trad openlijk in discussie, ook met wie zijn theorie niet zag zitten.

Het is onvoorstelbaar hoe actueel dit boek nog altijd is, terwijl Darwin maar een fractie van de kennis had die wij nu hebben. Intussen zijn disciplines zoals de genetica, de celbiologie en de moleculaire biologie ontstaan, die vanuit hun perspectief de theorie van Darwin onderbouwd en versterkt hebben.

Fenomenen zoals de verspreiding van het hiv-virus, resistente bacteri챘n of de lotgevallen van de cichlidevissen in het Victoriameer zijn alleen te begrijpen dankzij de evolutietheorie.

De evolutietheorie, zoals Darwin ze voor het eerst formuleerde, is een schitterend voorbeeld van de schoonheid van de wetenschap.

De basisideeën zijn eenvoudig, maar er is honderd vijftig jaar mee verder gewerkt en de inzichten zijn doorgetrokken naar de antropologie, de geneeskunde, de psychologie en de sociologie.

Darwins theorie heeft ook filosofische en religieuze implicaties. Een schepper is niet meer nodig om de wereld te begrijpen. Darwin heeft een fundamentele bijdrage geleverd aan de secularisering van het wereldbeeld. De kennis van de aarde en het heelal, van de planten en de dieren was stapsgewijs uit de invloedssfeer van de kerk losgeweekt, maar de mens en de menselijke geest leken onneembare bastions van het bovennatuurlijke. Met Darwin kreeg de natuurwetenschap ook op dat gebied impact

Om al die redenen wordt wel eens gezegd dat The Origin of Species het belangrijkste boek van het voorbije millennium is, en daar is heel wat voor te zeggen.

Almost Like a Whale

Voor wie toch zou opzien tegen het onbetwistbaar negentiende-eeuwse karakter van Darwins boek, is er nu een hedendaagse remake. Steve Jones, een gerenommeerd Brits geneticus, herschreef het boek van Darwin zoals die dat waarschijnlijk zelf anno 2001 zou gedaan hebben.In Almost Like a Whale haalt Jones een geweldige truc uit. Hij gebruikt dezelfde hoofdstukindeling als Darwin en het boek is ook ongeveer even lang. Jones heeft alleen een hoofdstuk toegevoegd, over het ontstaan van de mens, een onderwerp waarover Darwin zich bewust nog niet te veel in detail had uitgelaten.

Hele passages heeft Jones letterlijk overgenomen uit Darwins boek. Naadloos zitten de oorspronkelijke stukjes Darwin op hun originele plaats in dit nieuwe boek verweven. Dan valt nog meer op hoe helder, sprankelend en modern Darwin schreef en hoezeer hij het bij het rechte eind had. Het boek van Jones bewijst de kracht van Darwins theorie. Het hybride en ambitieuze Almost Like a Whale overtuigt. De terugblik werkt verhelderend. Jones put daarbij uit een rijke database vol illustratieve voorbeelden uit het dieren- en plantenrijk, uit de biochemie, de geologie en de geschiedenis. Het is alsof je met Richard Attenborough op stap bent, langs musea, biotopen, laboratoria en bibliotheken, van het ene straffe maar waargebeurde verhaal naar het andere.

Jones is een geneticus en het is dan ook aan hem besteed om op dat vlak Darwins verhaal te actualiseren. Darwin had geen flauw vermoeden van de fundamenten waarop de evolutie uiteindelijk werkt en wist niet hoe informatie van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven. Hoe genen de drager zijn van mutaties en dus de basis vormen van soorten, kon hij nog niet in zijn stoutste dromen verzinnen.

Ondertussen is het genoom beschreven en kan Jones het ontstaan van twee vormen van hiv ( hiv1 en hiv2 respectievelijk afkomstig van SIVcps (chimpansee) en SIV sm (soothy mangabey )populaties in centraal en west afrika ) uit 챕챕n gemeenschappelijke apenvirus voorouder ( SIV ? ) schetsen. En dat proces verschilt niet wezenlijk van dat waardoor de vinkensoorten op de Galapagos-eilanden het licht zagen.

Jones neemt tijdens zijn rondgang door de biologie geregeld nuchtere standpunten in over bijvoorbeeld biotechnologie of ecologie.

Hij waarschuwt ook iedereen die graag alle aspecten van het menselijke leven als adaptieve eigenschappen ziet.

Onze nood aan vitamine C of aan sociaal contact delen we inderdaad met onze voorgangers. Maar je kan van Darwins verhaal ook een verstikkende deken maken waarmee je alles overdekt.

Zoals Geoffrey Miller onlangs nog: hij verklaarde in het erudiete maar absolutistische De parende geest alles vanuit seksuele selectie. Elk gedicht of schilderij, elke wiskundige formule of popsong wordt dan een strategisch instrument voor meer nakomelingen. Zo wordt een dubieuze Freud vervangen door een misbruikte Darwin. (Zie je wel: het draait toch allemaal om seks!) Het blaast een antropologische souffl챕 met biologische lucht op tot onsmakelijke proporties, aldus Jones.

Er is niets dat aangeeft dat alles op deze wereld als gevolg van de evolutie moet verklaard worden.

Mannelijke kakkerlakken produceren enkele uren na hun volwassenwording alle spermacellen van hun leven, verpakken die in een mooi pakketje en zadelen daar een vrouwtje mee op. De rest van hun leven scharrelen ze wat rond, eten, wiebelen met hun antennes en jagen mensen de schrik op het lijf. Hun voortplantingswerk zit erop en toch leven ze nog maanden voort. Vanuit een strikt Darwiniaans perspectief is dat verspilling van schaarse biologische middelen. Dat geldt ook voor vele mensenmannetjes. Die verzinnen dan van alles om de tijd te doden en zo ontstaan literatuur, muziek en wetenschap.

Maar we weten het niet en elk verhaal is dus voorlopig even onderhoudend. De biologie mag in ieder geval nooit het excuus worden om pseudo-verklaringen te leveren die lijken te legimiteren wat beter of slechter zou zijn voor deze wereld of samenleving.

De biologie is er niet om te zeggen hoe het moet, hoogstens om te beschrijven hoe we denken dat het is.

Jones parafraseert in zijn laatste paragraaf Darwin zelf: ,,Zij die mijn theorie niet kennen, kijken tegen een organisme aan als wilden naar een helikopter, naar iets wat totaal buiten hun begripsvermogen ligt.”

De evolutietheorie benadrukt dat wij deel uitmaken van de natuur. Als er al een verschil is, dan zit dat tussen onze oren. In de mens heeft zich een stuk natuur ontwikkeld dat geen fossiele sporen achterlaat en geen genen nodig heeft: een ecosysteem van taal en gedachten.

Ook de theorie van Darwin is een onderdeel van dat systeem en moet zien te overleven in de genadeloze biotoop van de kritische wetenschap. Hoe levendig de evolutiebiologie is, ondervind je in Richard Lewontins The Triple Helix .

Lewontin is een bioloog van het niveau van Charles Darwin, Richard Dawkins, Jared Diamond of Stephen Jay Gould: heldere geest, goed onderzoek en scherpe pen. In zijn handzame en toegankelijke boekje maakt Lewontin duidelijk hoe onbegrijpelijk het leven zou zijn zonder de evolutietheorie.

Zijn kerngedachte is dat je een levend wezen alleen kan begrijpen vanuit het samenspel tussen genen, organisme en omgeving.

Hij zet zich af tegen mensen die zich met enthousiasme storten op een van deze drie aspecten en daarmee alles willen verklaren. Lewontin verzet zich tegen dit reductionisme. Dat is op zich een beetje vechten tegen windmolens omdat de discussie voor of tegen reductionisme een filosofisch tijdverdrijf is waar toch niet veel potten mee gebroken worden. Maar het is wel mooi omdat hij ondertussen illustreert hoe in de biologie de interactie binnen complexe systemen het eindresultaat bepaalt.

Hij gaat, terecht, terug tot het baanbrekende onderzoek van Clausen, Keck en Hiesey uit de jaren veertig.

Zij plantten stekjes van Gewoon Duizendblad op zeeniveau, op 1400 en op 3000 meter hoogte.

De genetisch identieke stekken van eenzelfde plant (met hetzelfde ,,genotype”) zagen er fysiek totaal verschillend uit op verschillende hoogten. En het uitzicht van de planten (het ,,fenotype”) was onvoorspelbaar: een stek van de ene plant deed het heel goed op grote hoogte, van een andere juist niet, of omgekeerd. Er is blijkbaar niet 챕챕n genotype dat de grootste overlevingskansen garandeert. Diezelfde conclusie is sindsdien al vele malen getrokken, zeker ook door plantenkwekers. Zo maakt Lewontin aan de hand van heel eenvoudige voorbeelden duidelijk hoe noch de genen, noch de omgeving alleen bepalen hoe een organisme eruitziet.

Natuurlijk leggen genen restricties op aan een organisme. Een fruitvlieg zal nooit, in welke omgeving dan ook, een boek over genetica schrijven. Ook het spraakvermogen hangt af van de juiste genen, maar die bepalen niet welke taal je spreekt. Mensen en chimpansees verschillen in hun lingu챦stische mogelijkheden en je kan best aanvoeren dat dat ligt aan hun genen. En mensen spreken omdat ze 챕n de juiste genen 챕n de juiste omgeving hebben. Toch wil dat niet zeggen dat organismen de slaaf zijn van hun omgeving. Ze bepalen voor een groot deel zelf hun omgeving.

Evolutie is voor een belangrijk deel co-evolutie. Een van de gevolgen daarvan is dat een Onvermogen om je aan te passen aan een (door jezelf) veranderde omgeving kan leiden tot uitsterven.

Een stabiel milieu heeft nooit bestaan en het verdwijnen van soorten is een frequent fenomenen in de evolutie. Negenennegentig procent van alle levensvormen is ondertussen uitgestorven, met of zonder milieubeweging.

Lewontin legt sterk de nadruk op de voortdurende interactie tussen de genetische informatie en de manier waarop een organisme daarmee omspringt, in wisselwerking met de omgeving.

Hij schetst een driedubbele streng van leven die om zichzelf gewonden is, een metaforische uitbreiding van de dubbele helix van het DNA. Dat staat ver af van de alleenheerschappij van de genen, zoals Dawkins die zo boud durfde te poneren. Maar toen zijn Onze zelfzuchtige genen verscheen, was het misschien wel nodig om aandacht te vragen voor de alomtegenwoordige invloed van de genen, in een tijd dat de sociologie dat als rechtse praat afdeed.

Nu is de subtielere benadering van Lewontin erg inspirerend. Hij maakt heel aannemelijk dat het geen zin heeft om te praten over een organisme als je het niet tegelijkertijd hebt over de omgeving waarin het leeft.

Menselijk insuline voor de behandeling van diabetes wordt tegenwoordig dankzij de biotechnologie geproduceerd door bacteri챘n in fermentatievaten. De bacteri챘n kregen het menselijke gen voor insuline ingebouwd en ze produceren braaf het nodige eiwit. Maar er was 챕챕n probleem. De bacteri챘n maakten weliswaar netjes het gevraagde eiwit aan in de precieze aminozuurvolgorde, maar de insuline vertoonde geen enkele fysiologische activiteit als een diabetespati챘nt het eiwit inspoot. Het eiwit werd blijkbaar verkeerd geplooid in de bacteri챘le cel. De vorm van een eiwit is cruciaal voor zijn werkzaamheid. Het probleem werd opgelost door de cultuur te veranderen waarin de bacteri챘n groeien. De omgeving bepaalt dus hoe en of iets werkt in de natuur, ongeacht welke informatie er genetisch beschikbaar is.

Het lijkt misschien zo, maar dit betekent niet dat we Darwin ver achter ons hebben gelaten. De honger naar kennis en inzicht van Darwin is nog steeds even levend. De vraag naar nieuwe meetinstrumenten of methoden is er ook nog steeds, de verwondering over de complexiteit van het leven al evenzeer.

Lewontin betreurt het een beetje dat de genetica, door het verbijsterende succes van de biotechnologie met haar gensequentiemachines en supercomputers, op dit moment de plak zwaait. Iedereen weet dat de kennis van de basenvolgorde van het DNA niet zaligmakend is, maar de complexiteit van organismen in hun ecologische en genetische omgeving sukkelt zo wel in het verdomhoekje van de wetenschappelijke onderzoeksagenda.

De hoogdagen van de slogan ,,챕챕n gen, 챕챕n eiwit” zijn voorbij. ,,Meer met minder” is de conclusie van de inventaris van de menselijke genen.

Bovendien hebben we voorlopig het raden naar het belang van 99 % van het menselijk genoom (oneerbiedig ,,junk-DNA” genoemd). Dat stemt tot nederigheid.

Zeker als je weet dat er in de biologie talloze voorbeelden zijn van hoe een miniem verschil in uitgangspositie tot dramatisch verschillende resultaten kan leiden. En wat nog merkwaardiger is: hetzelfde resultaat kan ook vanuit een compleet ander vertrekpunt bereikt worden. Je kan dat afdoen als het chaotische gedrag van complexe systemen, maar het zijn wel situaties die in de biologie eerder regel dan uitzondering zijn. En we hebben nog geen methoden waarmee we die complexiteit in kaart kunnen brengen.

De laatste hoofdstukken in het verhaal van de evolutie zijn nog lang niet geschreven.

CHARLES DARWIN, Over het ontstaan van soorten door middel van selectie, of het behoud van bevoordeelde rassen in de strijd om het leven . Vertaald door Ludo Hellemans, Nieuwezijds, Amsterdam, 398 blz., .

STEVE JONES, Almost Like a Whale. The Origin of Species Updated , Anchor, Londen, 500 blz.,

http://www.amazon.co.uk/Almost-Like-Whale-Species-Updated/dp/0385409850

http://boeklog.info/2007/02/10/almost-like-a-whale/

http://boeklog.info/2007/01/14/single-helix/

RICHARD LEWONTIN, The triple helix / Gene, Organism and Environment , Harvard University Press, Harvard, 136 blz.,

http://www.complete-review.com/reviews/lewontin/tripleh.htm

Als Darwin Mendel had gelezen

Als Darwin Mendel had gelezen, dan had hij een juiste erfelijkheidstheorie gehad en hij had geen tijd hoeven verspillen aan een speculatieve erfelijkheidstheorie die later ook nog eens volkomen onjuist bleek te zijn.

Dit is één van de intrigerende gedachtegangen van wetenschapshistoricus Bert Theunissen in de 6e lezing van de Utrechtse Studium Generale serie

‘Hoe de natuurwetenschappen ons denken veroverden’.

Zijn onderwerp was het Darwinisme. Zijn vak is de geschiedenis van de natuurwetenschap.
Interessant vond ik dat hij uiteenzette wat er allemaal vooraf ging aan de lancering van de evolutietheorie. Evolutie kwam niet uit de lucht vallen. Een aantal lastig te nemen obstakels moesten uit de weg geruimd worden.

Wat voor ons zo vanzelfsprekend is, dat fossielen overblijfselen zijn van uitgestorven dieren, werd v처처r 1859 gezien als strijdig met de Bijbel omdat God een perfecte wereld had geschapen.

Want waarom zouden dieren uitsterven als ze perfect waren? Een ander obstakel was de interpretatie van verschillende aardlagen door geologen. Deze aardlagen zouden door geleidelijke processen gevormd zijn en dat zou miljoenen jaren gekost hebben. Maar de aarde was maar 6000 jaar oud.

Mythen
Ook is het leuk en leerzaam om een aantal mythen te ontzenuwen: dat de vinken op de Galapagos eilanden, die later Darwins naam kregen, hem op het idee van evolutie gebracht hadden. Niets is minder waar, de Darwinvinken komen helemaal niet voor in de Origin of Species. Hij had ze wel verzameld, maar had niet het belang ingezien om vast te leggen van welk eiland ze kwamen! Hij had niet gezien dat ze ondanks verschillende snavels sterk verwant waren. De relatie snavel – voedsel werd pas veel later gelegd.

Hetzelfde voor de beroemde Galapagos schildpadden. Die werden aan boord van de Beagle meegenomen als voedsel en na consumptie werden de schilden overboord gegooid. Weg informatie!

Wat volgens Theunissen wel een belangrijke, misschien wel de allerbelangrijkste, inspiratiebron voor zijn evolutietheorie was, was Malthus met zijn theorie van overpopulatie bij mensen en de daaruit voortkomende hongersnood en strijd om het bestaan.

Darwin en Mendel
De relatie Darwin – Mendel is een intrigerende en tot de verbeelding sprekende geschiedenis. Darwin had Mendel in de boekenkast staan. Dat staat vast.

Maar had hij hem ook gelezen? En begrepen? Dat is niet meer te achterhalen. Wel staat vast dat Darwin een speculatieve en onjuiste erfelijkheidstheorie had.

Wonderlijk is dat erfelijkheid wel degelijk een belangrijk onderdeel van zijn evolutietheorie was. Erfelijkheid van variatie was een noodzakelijk onderdeel van evolutie. Maar, hoe variatie werd overge챘rfd was onduidelijk.
Ik betwijfel of Darwin iets had gehad aan Mendel. Eerlijk gezegd geloof ik daar niets van. Ten eerste had Mendel maar 1 publicatie over 1 plantensoort. Wie zegt dat Mendel daarmee de universele wetten van de erfelijkheid had ontdekt is slachtoffer van de ‘benefit of hindsight’. Mendel zelf twijfelde daar aan, omdat de getalsmatige verhoudingen in zijn kruisingsexperimenten niet reproduceerbaar bleken in een andere plant.
Ten tweede had Mendel helemaal geen reden om aan te nemen dat zijn ‘erfelijkheidswetten’ ook voor dieren golden. Hij had geen enkel experiment met dieren gedaan. Tegenwoordig is het zo vanzelfsprekend dat Mendel’s erfelijkheidswetten algemeen geldig zijn, maar toen was dat helemaal niet zo.
Ten derde, en dat kwam ook ter sprake in de lezing van Theunissen, moest er nog ontzettend veel werk verzet worden voordat de Mendelse genetica inpasbaar in de evolutietheorie was.

Nieuw voor mij was dat Tine Tammes als medewerkster van Hugo de Vries en de eerste Nederlandse hoogleraar in de genetica, een originele bijdrage aan dat integratieproces had geleverd.

Ook Hugo de Vries was niet (of wel?) op de hoogte van Mendels werk:http://www.gewina.nl/dutch/anwfiles/stamhuis_devriesbrieven.htm
Ten vierde, en zo heb ik nog nooit tegen de wetten van Mendel aangekeken, ze gaan uitsluitend over constantheid. Wat in de eerste generatie aanwezig is komt terug in de derde generatie. Er ontstaat niets nieuws. En voor evolutie heb je iets nieuws nodig.

Mijn conclusie: gelukkig maar dat Darwin Mendel genegeerd had! Het had hem een hoop zorgen en nog eens 20 jaar vertraging in de publicatie van The Origin of Species opgeleverd.

Mijn slotconclusie: het nut en het boeiende van de geschiedenis van de wetenschap is dat ze mythes over de helden van de wetenschap kan ontkrachten en tot ware proporties terug kan brengen.


Bert Theunissen: Diesels droom en Donders’ bril. Hoe wetenschap werkt.
Bert Theunissen: ‘Nut en nog eens nut: Wetenschapsbeelden van Nederlandse natuuronderzoekers, 1800-1900’.
John Waller: ‘Fabulous Science. Fact and Fiction in the history of scientific discovery’ was een eye-opener voor mij (review) en is een uitgesproken voorbeeld van het ontmythologiseren van wetenschappelijke helden.

NB

Het lijkt er wel op, dat de importantie van Mendels werk niet algemeen werd ingezien rond 1900.

Op het moment van de herontdekking, dat naderhand zo belangrijk werd geacht, vond de ‘herontdekker’ zelf zijn ‘herontdekking’ niet belangrijk“. Zelfs de belangrijkheid is een interpretatie achteraf!
Dat wijst er al weer op dat men niet door had dat men hier de universele wetten van de erfelijkheid te pakken had! En dat ondersteunt mijn stelling dat Darwin er al helemaal niet het belang van ingezien zou kunnen hebben. Zeker omdat men in 1900 meer wist van het gedrag van chromosomen tijdens celdeling, wat bijdraagt aan een juistere waardering van de wetten van de erfelijkheid

Charles Darwin (1809-1882)

was niet de eerste die de diversiteit van het leven probeerde te verklaren aan de hand van evolutie. Hij was wel de eerste die het mechanisme van die evolutie uitlegde: toevallige variatie en natuurlijke selectie. Hij moest snel zijn met de publicatie van On the Origin of Species, omdat Alfred Russel Wallace een soortgelijke theorie had ontwikkeld. Darwin wilde de primeur – en kreeg hem ook.

Charles was de zoon van een arts, en aanvankelijk wilde ook hij geneeskunde studeren. Hij zag daar echter van af omdat hij nogal gevoelig was en operaties in zijn tijd nog zonder verdoving werden uitgevoerd. Hij speelde even met de (door zijn vader geïnspireerde) gedachte om geestelijke te worden, maar vertrok in 1831 met de Beagle op een vijf jaar durende expeditie die hem onder meer naar de Galapagos-eilanden bracht. Daar zag hij hoe vinkenpopulaties op de eilanden van elkaar verschilden, wat in hem het idee van de opeenvolging van soorten deed postvatten.

Zijn theorie kreeg definitief vorm nadat hij econoom Thomas Robert Malthus over het bevolkingsvraagstuk had gelezen: populaties groeien sneller dan voedselbronnen. Vandaar, besloot Darwin, dat de natuur moet selecteren.

On the Origin of Species werd na publicatie uiteraard bestookt met kritiek uit religieuze hoek, maar was ook meteen een bestseller.

“Darwin was een zeer eigenaardig figuur”, vertelt professor Gautier. “Hij wordt in de biologie nog altijd beschouwd als een soort heilige. Maar hij had ook zijn tekorten, die sommige wetenschappers proberen weg te moffelen. Darwin had er net als zijn Victoriaanse tijdgenoten moeite mee om af te stappen van het idee dat er een plan achter de schepping zit. Hij was ook vaak ziek. Misschien een naïeve verklaring, maar het zou kunnen dat dat kwam omdat hij zo hard worstelde met de implicaties van zijn eigen theorie.”

“Naar verluidt zou Karl Marx ooit contact met hem hebben gezocht. Maar Darwin moest daar niets van weten: met de ideologische consequenties van zijn theorie wilde hij zich niet bezighouden.

Zijn vrouw was trouwens een fundamentaliste, die het niet allemaal even prettig vond wat hij schreef. Het is ook geen toeval dat Darwin zich pas twaalf jaar na On the Origin of Species aan een boek over de afstamming van de mens waagde:

C. Zimmer

DARWINIANA
The writings of Charles Darwin on the web run by John van Wyhe, at the British Library,
which has virtually all of Darwin’s published books and articles online ( Darwin wrote over 100 articles in addition to all his books).

And, less well known but very useful, all the volumes of The Correspondance of Charles Darwin are searchable at Google Print.

Darwin’s early notebooks — the “Red” and “Transmutation” notebooks — and manuscripts: the 1842 Sketch, the 1844 Essay, and the massive unpublished book for which Origin of Species was the “abstract”, Natural Selection.

The website is The Darwin Digital Library of Evolution at the American Natural History Museum

http://darwinlibrary.amnh.org


PublicationsManuscriptsBiography

http://darwin-online.org.uk/acknowledgements.html


WELCOME to the largest collection of Darwin’s writings ever assembled. For a basic, non-academic, entryway click here. For a complete list click contents.

This site currently contains more than 50,000 searchable text pages and 40,000 images of both publications and handwritten manuscripts. There is also the most comprehensive Darwin bibliography ever published and the largest manuscript catalogue ever assembled. More than 150 ancillary texts are also included, ranging from secondary reference works to contemporary reviews, obituaries, published descriptions of Darwin’s Beagle specimens and important related works for understanding Darwin’s context.Darwin Online

FEATURESMost of the editions provided here appear online for the first time such as the first editions of Journal of Researches [or Voyage of the Beagle] (1839), The descent of Man (1871), The Zoology of the Voyage of H.M.S. Beagle (1838-43) and the 2nd, 3rd, 4th and 5th editions of the Origin of Species. There are also many newly transcribed and never before published manuscripts such as Darwin’s Beagle field notebooks. Also appearing for the first time online are complete images of Darwin’s early notebooks on geology, transmutation of species and metaphysical enquiries.

Many of the scanned books provided here belonged to Darwin’s family or are signed by him. See for example The life of Erasmus Darwin (1879), Coral reefs (1842) or Variation (1868).

FORTHCOMINGThere is much still to come. The site currently contains about 50% of the materials that will be provided by 2009. New material is added almost daily. Forthcoming materials include more editions and translations, images of the majority of the Darwin Archive at Cambridge University Library, more editorial introductions and notes and transcriptions of Darwin manuscripts, and technical facilities for printing and larger images. Assistance with scanning, proof reading or transcribing is warmly welcomed.

For a detailed description of this website and its contents see the Guide.

Two other websites provide uniquely important, complementary Darwin materials: The Correspondence of Charles Darwin and The Darwin Digital Library of Evolution.


This document has been accessed 71310 times since 09 October 2006

Return to homepage

The materials provided on this website may be freely cited, downloaded and printed for private study or distribution to students but reposting on other websites, publishing, or other reproductions are subject to written permission. Contact: Dr John van Wyhe. See Terms of Use and Copyright declaration.

2002-6 The Complete Work of Charles Darwin Online – University of Cambridge – CRASSH 17 Mill Lane – Cambridge – CB2 1RX – fax: +-44 (0)1223 (7)65276

Waarom wachten?

Tomaso Agricola
darwin en wallace

Op 1 juli 1858 werden tijdens een bijeenkomst van de Linnean Society in Londen twee artikelen voorgelezen. De 1 was geschreven door Wallace, de ander door Darwin. De artikelen staan aan de basis van de moderne evolutietheorie. Wallace was pas recent, tijdens een koortsige droom, tot de conclusie gekomen dat alle huidige soorten uit 1 of enkele soorten zijn ontsproten en door geleidelijk verandering tot hun huidige vorm gekomen.

Darwin was hier al veel langer mee bezig. Al 20 jaar eerder had hij zijn ideeen opgeschreven, maar hij wachtte met publicatie. Waarom?

Sommigen zeggen uit angst voor uitstoting uit de (wetenschappelijke) gemeenschap. Anderen omdat hij eerst bewijzen wilde verzamelen en onderzoek doen.

Want dat hij de tussenliggende jaren helemaal niets deed is niet waar.

*Hij correspondeerde met collega’s over de hele wereld en deed daarnaast zelf veel onderzoek, thuis in zijn eigen laboratorium.

*Voor één van zijn proeven liet Darwin z’n tuinman een stukje grond van twee bij drie voet vrijmaken. Daarna plaatste hij elke dag bij ieder nieuw opgekomen plantje een stukje ijzerdraad. Aan het eind van het voorjaar stonden 62 plantjes en 357 ijzerdraadjes in zijn onkruidperkje. Het overgrote deel van de zaailingen was ten prooi gevallen aan slakken, rupsen, bladluis, droogte en noem het allemaal maar op. De 62 overgebleven plantjes waren, zo veronderstelde Darwin, kennelijk net iets sterker dan de rest.

*Voor een iets meer normale proef liet Darwin plantenzaadjes weken in zeewater. Zo wilde hij aantonen dat het mogelijk was dat oceaanstromingen bijdragen aan de verspreiding van plantensoorten. […]Darwin ging ook hier grondig te werk: hij gebruikte 87 verschillende soorten zaad die hij eerst zeven en daarna 28 dagen liet weken in zeewater. Daarna werden de zaden uitgezaaid en gekeken wat er nog opkwam.

Hij schreef ook artikelen/boeken .. Al tijdens de reis met de Beagle kwam hij met een theorie over het ontstaan van atoleilanden, waarin hij liet zien dat dit eerst ‘normale’ eilanden ware geweest die langzaam wegzakten in zee, waarbij de koralen bleven doorgroeien en zo het atol vormden. Een ondersteuning van het idee dat de aarde veel ouder was dan de ouderdom berekend op basis van de stamboom uit de bijbel.

Daarnaast heeft hij heel veel tijd besteed (ik schat 8 jaar) aan het beschrijven van alle mogelijk soorten rankpootkreeften (een type zeepok). Nog levende soorten, maar ook fossielen. Dit lijkt een nietserig onderwerp, maar juist in deze groep dieren kon hij aantonen dat er een graduele variatie was tussen de vele soorten die hij beschreef. Bovendien gaf dit hem de authoriteit om vervolgens over soortvorming te schrijven.

Internationeel Geofysich  Jaar  en  DARWINJAAR  1959

In het begin van de vorige eeuw werden Mendel en Darwin verenigd in een synthese die men de moderne synthesis “is gaan noemen

In 1959 greep aan de Universiteit van Chicago een zeer belangrijke Darwin herdenkings conferentie plaats die de toenmalige “ new synthesis ” van de evolutiewetenschappen ( van modern synthesis , “avant-garde” visies uit de zich (ook) wiskundig ontwikkelende (populatie) genetica , biofysica ,en tevens het prille begin van de impact van de ontdekkingen rond het DNA en de ontwikkeling van de verdere moleculaire genetica en de fylogenetica ) tot de legitieme vakconsensus promoveerde/ tot en met de erkenning van de’ evolutietheorie’ als dé basistheorie van de levenswetenschappen …

Na 50 jaar is de evolutiewetenschap dusdanig ge -updated , geprofessionaliseerd veranderd, verder gecorrigeerd , aangevuld en gedifferentieerd dat opnieuw een re-evaluatie van de natuur- wetenschappelijke biologische ” evolutietheorie” in de lucht hangt …. De zogenaamde “nieuwe biologie

Bovendien is de invloed van de evolutietheorie ook verder doorgedrongen buiten de strikte natuurwetenschappelijke basis /zoals door Dennett ( en niet te vergeten Dewey) al was voorspeld

2009 / Vrijdag : 30 oktober

1.-Richard Lewontin (Harvard University): “Genetic Determination and Adaptation: Two Bad Metaphors”

2.- Ronald Numbers (U. of Wisconsin): “Anti-Evolutionism in America: Scientific Creationism to Intelligent Design”

3.- Marc Hauser (Harvard University): “From Where do Morals Come? NOT Religion!”

Het jaar 1959 was ook een Darwin-jaar

Figure 1.—

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hermann_Joseph_Muller

H.J. Muller  deed zijn fameuze uitspraak “One hundred years without Darwin are enough”,in 1959 (*)

Evolutie als zodanig , was geaccepteerd maar slechts enkelen begrepen het deel-mechanisme van de NS ;, Darwin’s origineelste en belangrijkste bijdrage .

http://nobelprize.org/nobel_prizes/medicine/laureates/1946/muller-bio.html

De situatie was natuurlijk anders dan tegenwoordig
Toen was het honderd jaar geleden dat ‘The Origin of Species’ was
verschenen maar het ‘evolutie-vraagstuk’ stond ook toen volop in de belangstelling.

Bovendien waren de twee voorgaande jaren zeer belangrijk geweest voor de natuurwetenschap die eclatant een prominente plaats opeiste in het openbare publieke bewustzijn :de Russische
spoetnik ,Laika , het internationaal Geofysisch Jaar en de oproep van JFKennedy om binnnen afzienbare tijd een Amerikaan als eerste mens op de maan te laten landen
, hadden dat bewerkstelligd .

Het Darwinjaar van 1959 lag heel gunstig in het verlengde van al deze actualiteiten

– H. J. Muller, “One Hundred Years Without Darwin Are Enough” School Science and Mathematics 59, 304-305. (1959) . Reprinted in Evolution versus Creationism, J. Peter Zetterberg, ed., (ORYX Press, Phoenix AZ 1983).

Daarin zegt Muller ook iets beklijvends over het creationistische argument dat ” feiten ” niet bestaan , omdat de wetenschap nooit voor 100 % iets kan bewijzen

The honest scientist, like the philosopher, will tell you that nothing whatever can be or has been proved with fully 100% certainty, not even that you or I exist, nor anyone except himself, since he might be dreaming the whole thing. Thus there is no sharp line between speculation, hypothesis, theory, principle, and fact, but only a difference along a sliding scale, in the degree of probability of the idea. When we say a thing is a fact, then, we only mean that its probability is an extremely high one: so high that we are not bothered by doubt about it and are ready to act accordingly.

Now in this use of the term fact, the only proper one, evolution is a fact. For the evidence in favor of it is as voluminous, diverse, and convincing as in the case of any other well established fact of science concerning the existence of things that cannot be directly seen, such as atoms, neutrons, or solar gravitation…

“So enormous, ramifying, and consistent has the evidence for evolution become that if anyone could now disprove it, I should have my conception of the orderliness of the universe so shaken as to lead me to doubt even my own existence. If you like, then, I will grant you that in an absolute sense evolution is not a fact, or rather, that it is no more a fact than that you are hearing or reading these words.”

De zinsnede “One hundred years without Darwin are enough”, inspireerde later ook andere auteurs over evolutiewetenschap en aanverwanten

G. G. Simpson
http://www.stephenjaygould.org/ctrl/simpson_evolution.html en in Evolution: Oxford Readers (1997). Lees ook het kommentaar op dit artikel in 2006 door PZ Myers http://scienceblogs.com/pharyngula/2006/05/one_hundred_and_fifty_years_wi.php

Francisco J. Ayala http://genome.cshlp.org/content/19/5/693.extract 2009

Een paar belangrijke boeken verschenen zo rond die datum in het

Nederlandstalig gebied
waaronder(in de aula reeks( het spectrum) )

“Evolutie ” ( met een aantal essays van de toenmalige Nederlandse evolutie-wetenschapperswaaronder ook AGM Van Melsen en Von Koeningwald (1)


en in 1961 ( een spin off van het darwinjaar 59) een vertaling van een belangrijk basiswerk van T Dobzansky

Er is ook een aantal goede pop wetenschappelijke boeken in de elsevier pocket reeks verschenen ( o.m. over de australopithecus africanus en zijn vermeende materieele been-hoorn en hout ( osteodontkeratische )cultuur
en
een compendium-werk over geologie en paleontologie een paar jaar later
(Van der Vlerk- Kuenen, “Logboek der Aarde” , 1961,/ overigens voor die tijd prachtig geillustreerd maar goedkoop boekje ) waarin werd gemeld dat ” Darwin kwam met ‘overtuigende bewijzen’, dat de soorten ‘niet standvastig, maar veranderlijk’ zijn.”)

Overigens hebben deze “bewijzen” de vroegere en huidige Creationisten niet overtuigd( met het ook vandaag nog steeds als vanouds aangehaalde “argument “dat duidt op onbegrip over de aard van de natuurwetenschappelijke kennis en de gebruikte methode ) .
“Het grote probleem blijft wel, dat de evolutietheorie eenvoudig niet te bewijzen is,
maar alleen aannemelijk te maken”

Nu is dat ” eenvoudig niet te bewijzen ” m.i. een algemeen probleem buiten de strikte wiskunde.
Anderzijds geldt een bewering of betoog,( in de mepirische wetenschap ) dat niet ( materieel) gefalsifieerd kan worden, als niet -(natuur)wetenschappelijk.
Je moet in principe een situatie kunnen tegenkomen, dat de theorie onjuist
blijkt te zijn in een of meer nieuwe gevallen.

“Alle metalen zetten uit bij verhitting.” geldt in principe alleen totdat je een metaal
tegenkomt dat dan niet uitzet. (Er moeten betere voorbeelden zijn, want we hebben een
periodiek systeem. Misschien is er ook iets met metaallegeringen).
Sommige fossielenreeksen zouden m.i. moeten overtuigen.

http://forum.nedarm.nl/index.php?showtopic=1834

Maar er verscheen ook
‘De wieg der mensheid’, een studie over de afstamming van de mens , door Dr. J.H. Post.(1959)

De wieg der mensheid

Post zag het vooral niet zo somber in wat de frictie tussen geloof en wetenschap betreft.
Hij schreef, nadat hij in het kort de (toendertijd bekende ) menselijke afstamming had geschetst:

“Van de vele problemen, waarvoor de hedendaagse wetenschap zich geplaatst ziet en die zich gedurende de laatste tientallen jaren in een steeds groter algemene belangstelling mogen verheugen, is dat der oorsprong en afstamming van den mens een der meest fascinerende.”
Zo begint Post zijn overigens ongedateerde betoog

“Hoezeer deze opvatting in tegenspraak schijnt te zijn met de scheppingsverhalen der godsdiensten – en in bijzonder met het scheppingsverhaal van de Christelijke godsdienst – men mag ook hier niet uit het oog verliezen, dat in de loop van de ontwikkeling der wetenschappen zeer vele niet meer te loochenen feiten in scherpe tegenstelling staan tot uitspraken in de Bijbel en tot ernstige conflicten hebben geleid.

De erkenning van de waarheid dier feiten echter, zoals de wetenschap ze onomstotelijk had bewezen, heeft voor de godsdienst nooit een achteruitgang betekend, doch integendeel zijn godsdienst en wetenschap er door steeds meer naar elkaar toegegroeid, zijn beide hechter geworteld geraakt in het leven van den mens.” (= onverholen accomodationisme avant la lettre dus )

De meeste Nederlandse dominees en Pastoors uit die tijd ,gaven nog steeds catechesatie ,maar ze waren nog bij lange na niet zo ver als Post ( of hun zondagschool-leerlingen die meestal wel al deze boeken hadden verslonden )

Deze geestelijken ontkenden met overslaande stem enig verband tussen mens en evolutie. Voor hen was Darwin, als ze al van de man hadden gehoord, een demon van de eerste orde …

Maar de opvattingen van o.a. ook iemand als prof Lever (UVA )en een van zijn Utrechtste collega’s (met zijn ‘Protestantse opvattingen betreffende het evolutie-vraagstuk’, 1959) toonden duidelijk aan ( in een tijd dat “autoriteit “en expertise nog iets betekenden ) dat dit soort van opvattingen glad verkeerd waren …

Intermezzo ________________________________________________________

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Lever_(bioloog) <<< Prof. Lever (geboren in 1922) was tientallen jaren hoogleraar biologie (dierkunde) aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Een onderwerp dat hem door de jaren heen fascineerde, was de verhouding tussen het christelijk geloof en de wetenschappelijke theorieën over evolutie.
Bij beide voelde hij zich thuis en beide heeft hij in zijn leven en werk weten te integreren.
Natuurlijk is een hoofdstuk uit een boek uit 1959 in zekere zin gedateerd, maar opvallend is dat je nergens het onmiddelijke idee hebt erg verouderde teksten te lezen.
Lever houdt zich ver van alle concurrentie-denken tussen geloof en wetenschap en bezondigt er zich ook niet aan dat hij het geloof lokaliseert op plaatsen die voor de wetenschap( nog ?) niet toegankelijk zijn.

Maar hij is wel een theistisch evolutionist (en een accomodationist ? )tot zijn laatste dag ( althans publiekelijk )

*

http://members.chello.nl/~a.hekstra2/maart%202006%20De%20evolutie%20van%20professor%20Lever%20.htm
(Interview met prof Jan Lever )

‘Creatie en evolutie’.(1956 ) Wat dreef u?

,,In mijn inaugurele rede ging het nog niet over de schepping van de mens.
Ik heb me toen verdiept in het ontstaan van de mens en de mensachtigen, zodat ik er op den duur heel veel van wist.
Ik hield eens een lezing voor catechisanten in Utrecht… Tot mijn verbazing zat de beroemde geoloog en paleontoloog Von Koenigswald onder het gehoor, de vinder van talrijke menselijke fossielen op Java.
We raakten in gesprek, ik mocht op het laboratorium zijn fossielen bezichtigen en in mijn hand houden. Het inspireerde me tot het schrijven van het boek. Het heette” Creatie en evolutie” en was opgedragen aan J.H. Diemer.Ongeveer eens per week ging ik het land in om de mensen te vertellen over schepping en evolutie. Ik werd gevraagd en ik wilde niet weigeren.
Ik heb altijd zeer voorzichtig gesproken, want ik wist met welke exegeses van Genesis 1 ze waren opgevoed. En het had mezelf ook strijd gekost om tot een andere opvatting te komen.’

Hoe heeft die verandering zich bij u voltrokken?


,,Het is vrij geleidelijk gegaan. Toen ik student was, waren er nog niet zoveel argumenten voor de evolutie. Er was veel minder over fossielen bekend dan nu. Hoe meer er bekend werd, hoe meer ik overtuigd raakte van de juistheid van de evolutietheorie. Ook de toegenomen kennis van de cel en de ontwikkeling van de genetica hebben me nog verder overtuigd: in alle planten en dieren werken gelijke genetische principes.”

U bent aanhanger van Intelligent Design?

,,Wat wij intelligentie noemen, is een beperkte menselijke eigenschap die aan het eind van de evolutie is ontstaan. Onze intelligentie schiet tekort om de miljarden melkwegstelsels die al miljarden jaren bestaan, te bevatten, laat staan te begrijpen. En wat beseffen we van de atomen in ons eigen lichaam, waarvan de kernen miljarden maal miljarden keren per seconde rondtollen. Het is hoogmoedig om de ‘opperste bouwmeester’ met het begrip ‘intelligentie’ te typeren. Hier geldt een tekst uit Psalm 139:,’Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er niet bij.’ We moeten God geen vergrote menselijke eigenschap toedichten. *( Noot voor de goede verstaander ) …..Maar wanneer een (al dan antropomorfe ) god een mysterie moet blijven of is … dan kunnen we er ook nooit iets over zeggen en is ook alles wat erover gezegd wordt in een oud boekwerk , uiteindelijk slechts een gratuite mening .Waarover we niets kunnen over zeggen daar moeten we onze mond over houden

Intelligent Design “theoretici ” , komen allemaal uit christelijke kring.
Ze moeten er eerlijk voor uitkomen dat ze in de Schepper geloven. Maar dat doen ze vaak niet, ze willen vooral wetenschappelijk zijn, en daarin lijken ze weer op dr. W.J. Ouweneel en andere creationisten.
Tijdens een debat hier op de VU in 1977 heb ik Ouweneel in de pauze op mijn kamer gesmeekt om een discussie over zijn religieuze vooronderstellingen en zijn manier van bijbellezen, maar hij wilde niet.”

Ouweneel heeft het creationistische standpunt verlaten. Hoe ervaart u dat?

,,Als creationist heeft Ouweneel hoog van de toren geblazen. Nu gaat het gerucht dat hij ervan af is. Ik betreur het dat hij het niet openlijk en hardop zegt en er in een boek verantwoording van aflegt. Hij heeft tienduizenden mensen verkeerd geïnformeerd en neemt daar tot nu toe, voorzover ik weet, geen verantwoordelijkheid voor.
Ook Andries Knevel is er van af.
Hij heeft geen spijt betuigd, hij heeft niet deemoedig het hoofd gebogen, maar hij komt er openlijk voor uit dat hij geen creationist meer *is. Dat is moedig.”* theistische evolutionisten zijn echter wel degelijk ook creationisten …

In 1956 zegt u nog dat Adam en Eva echt geleefd hebben en in 1965 zegt u dat het paradijs niet heeft bestaan.
Hebt u niet een soortgelijke ontwikkeling als Ouweneel en Knevel meegemaakt?

,,Ja, heel lang geleden. Mijn opvatting dat Adam en Eva echt hebben bestaan, was een laatste snipper van het geloof dat Genesis 1 natuurwetenschappelijk gelezen moest worden.
Nadien zijn er belangrijke vondsten gedaan, zoals de Australopithecus, een voorloper van de mens. Hij leefde 4,5 miljoen jaar geleden in Afrika en liep rechtop.
Toen ik in 1961 gastcolleges gaf in Potchefstroom in Zuid-Afrika, heb ik de grot bezocht waar de Australopithecus gevonden was.
Door nieuwe vondsten en voortgaande studie kwam ik tot het inzicht dat het paradijs niet werkelijk heeft bestaan.”

Maar toch Theistisch evolutionisme ?
In uw bijdrage in het boek En God beschikte een worm, over Intelligent Design, zegt u dat de aarde planmatig is geschapen: alle facetten komen telescopisch tevoorschijn via variatie, mutatie en andere processen.

Hoe is dan het kwaad in de wereld gekomen?

Wat zal ik ervan zeggen? De Bijbel is helemaal geschreven vanuit een heel oud wereldbeeld.

De torenbouwers van Babel dachten dat ze met hun toren tot in de hemel konden komen. Jacob droomde dat een ladder tot in de hemel reikte. Vanuit ons gezichtspunt *is dat een achterhaalde voorstelling van de werkelijkheid)

(*).en eigenlijk vanuit ” elk “gezichtspunt dat niet natuur-wetenschappelijk is te onderbouwen /uit te testen of slechts terug grijpt op pschychologische noden …

Jan lever is geen (ouderwetse ) creationist maar wel een theistische evolutionist

___________________________________________________________________________

Uiteindelijk gingen later de meeste weldenkende Nederlandse geestelijken (schijnbaar?) achteloos toch de mogelijkheid overwegen van een verzoening tussen geloof en wetenschap inzake creatie en evolutie.

SJ Gould heeft daar later ongetwijfeld met zijn “ diplomatiek NOMA compromis” toe bijgedragen …
(1)
bionieuws 8, 02-05-2009
Vlees om de schedel
Door Bert Boekschoten, paleontoloog en emeritus hoogleraar aan de VU
© bionieuws

Wat betreft onderzoek naar de menselijke evolutie kent Nederland geen uitgebreide traditie.
Er zijn slechts drie onderzoekers die hun ervaringen in boekvorm hebben samengevat.
Vooral Von Koenigswald’s “Speurtocht in de prehistorie :Ontmoetingen met onze voorouders” (1962) is nog steeds lezenswaard.

Koenigswald, Prof.dr. G.H.R. von – Speurtocht in de prehistorie. Ontmoetingen met onze voorouders || Uitgeverij: Prisma-boeken, Utrecht/Antwerpen 2e druk 1962 || pocket Prisma-boeken nr. 722 Ill.: zw/w-ill. Oorspr. titel: Begegnungen mit dem Vormenschen Vert.: Jan vrijman
Paul Storm

Op levendige wijze vervlecht de auteur Paul storm persoonlijke ervaringen en paleoantropologische inzichten – inspirerende lectuur vergeleken met de algemenere werken die vaak de schone schijn van allesoverziende wetenschap hooghouden.

Juist in dit vak blijven onverwachte en onvoorspelbare vondsten van groot belang.

Paul Storm heeft het ware paleoanthropologische vuur.
Hij deed belangrijk onderzoek op Java, participeert in Australische projecten en draagt zijn
kennis over in colleges en voordrachten.
Zijn boek getuigt daarvan.
Het richt zich tot een algemeen publiek en heeft geen leerboekpretenties.
Het inventariseert vanuit fossielvondsten de hoofdlijnen en geeft verklaringen vanuit
Darwins principes van natuurlijke en seksuele selectie.

Opvallend is dat Storm, van huis uit archeoloog, nauwelijks ruimte biedt aan genetische
aspecten van menselijke evolutie.
Anderzijds is verfrissend dat hij de harde vondsten doet spreken, en niet de soms onbestendige kaders aanbrengt van de ethologie.

Anekdotisch

Het boek had echter gewonnen bij kritische redactie.
Von Koenigswald kon steunen op zijn voortreffelijke vertaler, Pier van der Kruk.
Storm geeft allerlei anekdotische illustraties, die soms niet eens van een onderschrift zijn
voorzien.
Ontwapenend zijn de foto’s van afgietsels van schedels en werktuigen.
Iets dergelijks zien we ook in het eveneens dit jaar verschenen boek
“Vroegste geschiedenis van de mens ” door Fiorenzo Facchini.
Sommigen zullen zo hun schoolpracticum kunnen herbeleven.
Er zijn onderschikte errors of fact, zoals het eerste verschijnen van Homo erectus,
ten minste 1,9 miljoen jaar geleden, en het sterk verouderde Neanderthalbeeld van een
kromme man met een knuppel.

Maar de geïnteresseerde leek zal tevreden ook dit boek lezen – voor dieper gaande discussies is het geschikt noch bedoeld

Paul storm :
http://www.museon.nl/nl/midas-dekkers-ontvangt-eerste-exemplaar-boek-%E2%80%98korte-hoektanden-lange-benen-en-een-sexy-brein%E2%80%99-museon

paul storm

http://www.teleac.nl/mmbase/images/2431364

De mens is een opvallende, zich slechts op twee benen voortbewegende, intelligente,
naakte mensaap, die op dit moment de aarde naar een catastrofe lijkt te doen afstevenen.
Paul Storm gaat er vanuit dat ons “opgeblazen” slimme brein is ontstaan onder druk van
seksuele selectie.

Ergens in de evolutie heeft de mens zijn grote dreigende hoektanden ingeleverd voor zielig
ogende stompjes, is hij rechtop gaan lopen met lange gestrekte benen, en is zijn brein zo
groot geworden dat het belachelijk veel energie kost om het te onderhouden.

Kernvraag:
is voor het ontstaan van een dergelijk wezen als de mens nog een logische natuurlijke
verklaring te bedenken?
Het antwoord: ja.
Paul Storm geeft een eenvoudig model over het ontstaan van de mens.
Een zienswijze die gebaseerd is op de ideeën van Darwin over natuurlijke en seksuele selectie.

Een berg mensachtige fossielen, verreweg de meeste gevonden na Darwin’s publicaties,
kan verklaard worden met behulp van diens ideeën

Storm geeft ook vaak een duidelijke verklaring voor het (soms vreemde) gedrag dat mensen kunnen
vertonen.
We zijn blijkbaar zo gek nog niet

Zoek verder op trefwoord ” paul storm ”
http://www.bionieuws.nl/

website Paul Storm :

http://www.oermens.nl/

12 februari: geboortedag Charles Darwin
2007

Darwin heeft na de Origin méér boeken geschreven en sinds die tijd is onze kennis over evolutie op onvoorstelbare wijze toegenomen. Gelukkig blijft er ook nog onvoorstelbaar veel te ontdekken.

Dat zal ik altijd het aantrekkelijke vinden van evolutie: de successen én de tekortkomingen …

Wat zijn de tekortkomingen van de huidige evolutiebiologie. ?

De vraag “over de tekortkomingen ” zou een boeklengte antwoord vereisen. …
Het kortste antwoord is: ieder succes, iedere innovatie in de evolutiebiologie bewijst een tekort dat daarvoor bestond. Dat kun je pas achteraf constateren.

Een grandioos voorbeeld is Hamilton’s verklaring voor altruisme en evo-devo.
Loren Eiseley citeert Darwin: “I will not specify any genealogies – much too little known at present”. Dit was naar aanleiding van de Vestiges waarin wilde speculaties voorkwamen.

Nog steeds kom ik publicaties tegen waarin het probleem van de phylogenetische relaties tussen hoofdgroepen van het leven ter discussie staat. Nog niet volledig opgelost.

De grootste tekortkoming is eigenlijk dat de evolutietheorie nog niet af is. Neo-Darwinisme (The neo-Darwinian Synthesis is eigenlijke nog een ‘abstract’, een samenvatting van een toekomstig groot werk waarin alles staat. Een ontbrekend onderdeel was: Evolutionary Developmental Biology: Finishing Darwin’s Unfinished Symphony?.

Verder kun je alle punten van alle kritici die op mijn site staan bij elkaar optellen (eerst de onjuiste kritiek er af trekken!). Dan heb je een idee. Maar zo’n soort samenvatting en conclusie is een onderneming waar ik nog niet eens aan begonnen ben. Ik moet nog een paar boeken lezen! De cognitieve ruimte van het neo-Darwinisme kan nog iets verruimd worden.

John Whitfield en Mark A. Ludwig zijn stimulerend. Maar ook: ‘Niche Construction – The neglected process in evolution’ van John Odling-Smee, de physische-planetaire context zoals door James Lovelock beschreven, de extreem belangrijke implicaties van de eigenschappen van een simpel molecuul als zuurstof (Nick Lane, 2002,2005), de astrobiologisch context van het leven zoals beschreven door Kevin W. Plaxco & Michael Gross (2006) moeten een plaats in krijgen in de nieuwe toekomstige synthese.

Daarom vind ik de aandacht die Monroe Strickberger in zijn Evolution handboek geeft aan de ‘physical and chemical framework’ van het leven ook zo goed.

Zo iets vind je niet in het handboek van Mark Ridley, die weer erg genetisch is georienteerd.

Maar een boek als Holistic Darwinism van Peter Corning vind ik grotendeels bullshit, hoewel de titel wel iets uitdrukt waar het mij omgaat. Je moet alleen van die nieuwe synthese geen vuilnisbelt maken!

Loren Eiseley (1961): ‘Darwin’s Century. Evolution and the men who discovered it’.
Eiseley is een bekende naam op het gebied van de geschiedschrijving van Darwin. Eiseley geeft een genuanceerd beeld van de tijd waarin Darwin leefde, met aandacht voor de voorlopers van Darwin. Aan de ondertitel ‘the men who discovered it’ kun je zijn benadering al aflezen. Evolutie was door een aantal mannen ontdekt
(of moet je zeggen uitgevonden?).
Evolution without Evidence. Charles Darwin and The Origin of Species’ van Barry Gale (1982).
Samenvattend:
Gale’s boek is provocerend en nodigt uit tot actief nadenken.
1.-…. Het boek blijkt géén creationistisch werkje te zijn dat probeert aan te tonen dat Darwin helemaal geen bewijs had voor zijn theorie.
2.- Gale is wetenschapshistoricus en probeert aan te tonen dat The Origin of Species eigenlijk een haastig geschreven boek was.
Darwin had het eigenlijk te snel gepubliceerd, ook tegen zijn eigen zin.
Het is wel bekend waarom dat was.
Hij kreeg een brief van Wallace die in Indonesie de plaatselijke flora en fauna bestudeerde. Die brief bevatte tot Darwin’s grote ontsteltenis zo ongeveer de samenvatting van Darwin’s evolutietheorie, die hij in het geheim aan het schrijven was.
Ondermeer dit gegeven gebruikt Gale om aan te tonen dat Darwin in de Origin niet veel bewijsmateriaal kon aanvoeren voor zijn theorie.
Om dit standpunt hard te maken onderzoekt Gale uitgebreid de notitieboeken van Darwin. Hij zet alle twijfels en aarzelingen van Darwin op een rijtje.
Ook speurt hij in the Origin alle plaatsen op waar Darwin gebrek aan kennis over een bepaald onderwerp erkent of waar Darwin vermeldt dat hij door gebrek aan ruimte niet alle bewijsmateriaal kan vermelden. Het is inderdaad bekend dat Darwin de Origin als een samenvatting zag van een veel groter werk dat hij in gedachten had.

Maar een haastwerk kun je het niet noemen als je er 18 maanden aan gewerkt hebt! Als je de interactie met de drukker er aftrekt dan houd je nog een jaar over voor het echte schrijfwerk.

Als je daarbij bedenkt dat Darwin al in 1842 en 1844 samenvattende essays had geschreven, dan valt het nog wel mee met met die haast.

De meest extreme opvatting van Gale is dat Darwin in de Origin niet méér bewijsmateriaal voor evolutie kon presenteren dan de creationisten voor hun opvatting.

Merkwaardigerwijs wordt deze bewering door informatie in Gale’s eigen boek weerlegd. In de Appendix staat nl. een lijst van 12 verschijnselen die wel verklaarbaar zijn met Darwin’s theorie, maar onverklaarbaar zijn vanuit creationistisch standpunt.

2008
In de Nature 7 feb geeft Kevin Padian een overzicht van de 10 belangrijkste elementen van de bijdrage van Charles Darwin aan de hedendaagse wetenschap.
Heel nuttig, maar ik vind het véél interessanter om te laten zien hoe met moderne methodes en technieken nieuwe antwoorden gegeven worden op oude vragen. Vragen die ook al in Darwin’s tijd bestonden, maar die volledig buiten bereik van de toenmalige technieken lagen.
Vragen zoals bijvoorbeeld hoe organismen er miljoenen of zelfs miljarden jaren geleden uitzagen.
In moderen termen:
hoe zag het DNA en eiwitten van de eerste levensvormen eruit?

In een tot de verbeelding sprekende publicatie in Nature 7 feb (1) komen de auteurs tot de reconstructie van een -voor het leven essentieel- eiwit zoals het geweest moet zijn tijdens de eerste miljoenen jaren na het ontstaan van het leven. Dus:

met een tijdmachine 3,5 miljard jaar terug in de tijd! Die reconstructie is niet alleen theoretisch, maar ook letterlijk. Die hypothetische enzymen zijn in het laboratorium gesynthetiseerd. Een soort Jurassic Park maar dan voor eitwitten. Daardoor konden de onderzoekers ook de fysisch-chemische eigenschappen zoals de optimale temperatuur van het eiwit vaststellen. En tot hun grote verrassing bleek dat hoe langer geleden de bacteri챘n leefden, hoe hoger de temperatuur was waarbij ze optimaal functioneerden. Zo bleek de optimale temperatuur van de oudste bacteriën (3,5 miljard jaar geleden) maar liefst 76°C te zijn! De meer recentere bacteriën (0,5 miljard jaar geleden) hadden optimale temperaturen van 39°C of 46°C. Ze baseren dit op een gereconstrueerde DNA en eiwit stamboom van bacterieën. Zoals je bij een stamboom van mensachtigen ziet dat tijdens de laatste 7 miljoen jaar het hersenvolume toeneemt, zo zie je bij de stamboom van bacterieën dat ze zich aanpasten aan dalende temperaturen. Dat zegt iets over de kracht en het nut van stambomen. Je kunt uit een stamboom de temperatuur afleiden waarbij die organismen geleefd moeten hebben. Alleen: hoe weet je of het echt waar is? Je kunt immers niet echt terug in de tijd? (2).
LUCA
Nature. Stamboom van de drie hoofdgroepen van het leven met voorkeurstemperaturen.
Mesophiles: 20–45 °C; thermophiles: 45–80 °C
; hyperthermophiles: >80°C.
Eurkaryotes: planten en dieren. Archaea: (‘Third Domain’): soort bacterieën.
Behalve (1) het maken van een stamboom en (2) het tot leven wekken van een ‘uitgestorven’ eiwit in het lab, deden de onderzoekers nog iets: (3) ze zochten op wat geologen hadden gevonden over de temperatuur van de zeeën van miljoenen jaren geleden. Wat bleek? “This temperature trend is strikingly similar to the temperature trend of the ancient ocean inferred from the deposition of oxygen and silicon isotopes”. Dus hun conclusies bleken overeen te komen wat geologen onafhankelijk hadden gevonden op basis van geologische en fysische studies van zuurstof en silicium in aardlagen. Dit geeft een prachtige bevestiging van de DNA en eiwit stambomen. Het is waar maar toch moeilijk voor te stellen: de eerste levensvormen leefden in de oceanen met temperaturen van 65°C ! Dat zijn temperaturen van de tegenwoordige hete bronnen (‘hot springs’). Langzamerhand koelden de oceanen tot de huidige temperaturen die ze 0,5 miljard jaar geleden bereikten. Een aparte groep bacterieën, de Archaea, heeft nog steeds een voorkeur voor extreme temperaturen (3).

Synthesis

Wat Darwin in 1959 in zijn The Origin of Species deed, was de eerste synthese van al zijn ideeën en feiten over evolutie. In de jaren 30 en 40 van de 20ste eeuw zagen we de toevoeging van de Mendelse genetica aan Darwin’s evolutietheorie. Dat werd de ‘Evolutionary Synthesis’ (4) genoemd, maar was eigenlijk de tweede synthese. De derde synthese is in aantocht: Towards The Third Evolutionary Synthesis (5). Want na de tweede synthese kwam de moleculaire genetica (1953: Watson en Crick ontdekken de structuur van DNA), evo-devo en nog veel meer wat allemaal geintegreerd moet worden in de evolutietheorie. Inmiddels staat al veel in de evolutiehandboeken, maar veel moet nog geintegreerd worden. In bovengenoemd onderzoek zien we nog een hele belangrijke component die geintegreerd moet worden en waartoe de auteurs een belangrijke stap gezet hebben: de geologische evolutie van de aarde. De auteurs drukken het zo mooi uit: “The results also show how ancestral sequence reconstruction can connect the physical and natural sciences.” Al eerder had Nick Lane dat op magnifieke wijze gedaan (6). Een nieuwe discipline is astrobiologie die het leven in de cosmologische context zet. Toenemende integratie van verschillende takken van wetenschap is ook het kenmerk van volwassen wetenschap. Onvolwassen wetenschappen of alternatieven voor evolutie (ID,etc) missen deze integratie met natuurkunde, scheikunde, geologie, klimatologie, astronomie. Juist die succesvolle integratie en consolidatie is een passend eerbetoon aan de geoloog en bioloog Charles Darwin.

Noten

  1. Eric Gaucher et al (2008) ‘Palaeotemperature trend for Precambrian life inferred from resurrected proteins‘, Nature 7 feb 2008. Tevens verscheen een begeleidend News and Views artikel: Manolo Gouy & Marc Chaussidon (2008) ‘Evolutionary biology: Ancient bacteria liked it hot‘. Het artikel van Kevin Padian is: ‘Darwin’s enduring legacy’.
  2. “The inability (other than by time travel) to know the true relationships of bacterial lineages and their divergence times should not preclude attempts to understand Precambrian life.”
  3. Zie mijn review van The Third Domain met Carl Woese als ondtdekker van de Archaea.
  4. Zie mijn review van ‘Unifying Biology. The Evolutionary Synthesis and Evolutionary Biology.
  5. En dat is tevens de nieuwe naam van mijn site ‘Was Darwin Wrong’. Sinds 13 april 1997 had ik me gericht op de critici van Darwin. Nu heb ik een net iets andere nadruk, nl datgene wat de moeite waard is om opgenomen te worden in de derde synthese.
  6. Nick Lane (2002) Oxygen. The molecule that made the World. Als geen ander heeft Nick Lane de relatie van de fysische condities en de evolutie van het leven op aarde gelegd.

Bioloog Midas Dekkers over Darwin

12.02.2009 – De Nederlandse bioloog Midas Dekkers, die met zijn omstreden theorieën wel eens tegen heilige huisjes durft te schoppen, is onvoorwaardelijk verknocht aan Charles Darwin, de vader van de moderne biologie. Met zijn evolutieleer toonde Darwin aan dat alle soorten met elkaar verbonden zijn en door middel van natuurlijke selectie evolueren. God zat daar voor niets tussen.

Dat net die onomstotelijk bewezen theorie van Darwin tegenwoordig in twijfel wordt getrokken door creationisten, daar moet Midas Dekkers hartelijk om lachen. Tweehonderd jaar na Darwins geboorte legt hij het nog eens klaar en duidelijk uit voor de moeilijke verstaanders.

http://www.klara.be/cm/klara/1.104-searcharticle?directarticle=1.58329&article=1.58329

Darwins theorie is minstens voor de helft achterhaald

Nico van Straalen
Gepubliceerd op 23 mei 2009 00:00, bijgewerkt op 22 juli 2009

In dit Darwinjaar is een ware stortvloed van darwiniana over ons neergedaald. Als oprechte darwinist vind ik dat prachtig, maar er zit ook een ongemakkelijke kant aan: door de nadruk op Darwin lijkt het wel alsof sindsdien in de evolutietheorie niets meer is gebeurd. Dat werkt contraproductief in de beeldvorming.

Creationisten richten zich vaak op een volkomen achterhaald beeld van de evolutietheorie, en dit wordt versterkt door de enorme aandacht voor Darwin als oervader van die theorie.

De klassieke versie van de evolutietheorie kreeg vorm toen begin 20ste eeuw de erfelijkheidswetten van Mendel in verband werden gebracht met Darwins evolutiegedachte. Deze klassieke theorie staat bekend als moderne synthese.

Daarin wordt evolutie als volgt gedefinieerd:

door mutatie ontstaan voortdurend nieuwe varianten van genen; deze nieuwe varianten zijn aanvankelijk zeldzaam, maar kunnen, als ze in een bepaald milieu een voordeel bieden aan de drager, per generatie in frequentie toenemen en zich verspreiden over de hele soort.

De klassieke evolutiegedachte legt dus een grote nadruk op het milieu, dat de beste varianten van nieuwe genen selecteert en de drijvende kracht achter de evolutie is.

Darwin zelf benadrukte het belang van het milieu door te spreken van een ‘tangled bank’, een verknoopte walkant waarin planten door elkaar groeien, insecten rondfladderen en wormen door de vochtige aarde kruipen.

In die verknoopte walkant is het een drukte van belang en iedereen moet knokken om zijn plaats te behouden.

Inmiddels heeft zich in de biologie sinds 1995 een ware revolutie voltrokken.

We weten nu dat de erfelijke eigenschappen van een organisme vastgelegd zijn in een heel speciaal molecuul, het DNA, en we hebben de volledige genetische code van dat DNA ontrafeld voor honderden bacteriën en meer dan twintig diersoorten.

Omdat we nu het DNA van alle dieren, planten en micro-organismen met elkaar kunnen vergelijken, hebben we een veel beter zicht op de boom van het leven gekregen.

Op essentiële punten blijkt die boom anders in elkaar te zitten dan lang is gedacht. Zaken die we jarenlang geleerd hebben, bijvoorbeeld de hoofdindeling van het leven (planten, dieren en micro-organismen), zijn inmiddels volkomen achterhaald.

Ook kunnen we nu vaststellen dat in het DNA veel meer beweging is dan gedacht.

Er is een continue herschikking van het genetisch materiaal aan de gang.

Stukken DNA kunnen van de ene naar de andere plaats springen door middel van virusachtige deeltjes,

genen kunnen plaatselijk verdubbelen en zelfs het hele DNA kan verdubbelen.

We weten ook dat DNA kan overspringen van de ene naar de andere soort, niet alleen tussen bacteriën, maar ook van parasieten naar hun gastheren.

Verder blijkt dat evolutie van nieuwe bouwplannen niet altijd het gevolg is van veranderingen van genen, maar ook van de manier waarop die genen geactiveerd worden tijdens de ontwikkeling, nota bene onder invloed van onderdelen van het DNA die geen herkenbare genetische code hebben.

Als klap op de vuurpijl is ontdekt dat in een aantal gevallen eigenschappen die tijdens het leven worden verworven, overgedragen kunnen worden op de nakomelingen, een mechanisme in de geest van Lamarck, overduidelijk niet-Darwiniaans, dat al in 1888 door AugustWeissmann naar de prullenbak verwezen was – naar men dacht voorgoed.

Die turbulentie in het DNA vormt als het ware een interne ‘tangled bank’.

Het is een bron van vernieuwing en evolutionair knutselen die los staat van de omgeving.

Uiteraard zullen veel moleculaire experimenten afgestraft worden door het milieu, bijvoorbeeld bij misvormingen of monsters. Het milieu stelt de uiterste grenzen vast voor de levensvatbaarheid van het moleculaire geknutsel, maar binnen die grenzen is van alles mogelijk.

Als we kijken naar de opeenvolging van soorten in de loop van de tijd, en willen verklaren waarom nieuwe lichaamsvormen ontstaan, dan schiet het principe van natuurlijke selectie tekort.

Dit is de moderne opvatting van evolutie:

niet alles is een aanpassing aan het milieu.

De bouwplannen van planten en dieren zijn veranderd door ongericht geknutsel dat spontaan optreedt in het DNA en waarvan alleen de allerberoerdste resultaten weggeselecteerd zijn.

Natuurlijke selectie is niet de oorzaak, maar het gevolg van evolutie.(1)

Hoe evolutie verloopt, daarvoor moeten we naar het genoom kijken, niet naar het milieu.

We kunnen het Darwin niet kwalijk nemen dat hij in 1859 niks wist van DNA, genetica en ontwikkelingsbiologie. Zijn gedachtengoed is nog steeds springlevend, maar biologen weten dat het evolutiemechanisme dat hij voor ogen had, maar één kant van het verhaal is.

De verheerlijking van Darwin in 2009 geeft een vertekend beeld van de moderne evolutiebiologie

(1)

Hier wordt door Nico van Straalen een enorme fout gemaakt. Jammer. Hij maakt een issue van iets dat geen issue is.

Darwin heeft helemaal nooit gezegd of geschreven dat natuurlijke selectie de oorzaak van evolutie is.

Evolutie is verandering. Levende wezens veranderen voortdurend. Mutaties treden als vanzelf op, we zijn niet van onveranderlijk materiaal gemaakt, en ook onze genetische informatie en de manier waarop die wordt gebruikt is aan een voortdurende verandering onderhevig.

Het is de natuurlijke selectie die bepaalt welke veranderingen stabiel worden in de populatie.(= welke mutaties worden geconserveerd / gefixeerd )

Natuurlijke selectie ( in het bijzonder purifying / stabilising selection / http://en.wikipedia.org/wiki/Stabilizing_selection ) komt dus na evolutie.

Als je dat wil zien als een “gevolg” dan mag dat, maar het is niks nieuws.

(Pierra )

Er is heel veel discussie over het feit dat evolutie zelf ook aan evolutie onderhevig is.

Er schijnen bepaalde genen te zijn die frequenter muteren dan andere bijvoorbeeld.(–> hot spots ? )
Maar goed, …. Defize en van Straalen samen suggereren dat evolutie samengaat met natuurlijke selectie.

Geen oorzaak en geen gevolg dus.

Reactie van Gerdien de Jong:

Evolutie en biologie

Wat is bij de evolutietheorie specifiek voor evolutiebiologie en wat is algemene biologie?

De oorzaak van evolutie is variatie – allerlei variatie in het genoom, van genverdubbeling, verandering in genregulatie, een heel ontwikkelingsgenetisch pad nieuw activeren in een ander weefsel, translocatie tussen chromosomen tot puntmutaties in het DNA. Al die variatie wordt bestudeerd, en voor sommige typen variatie zoals genregulatie zijn de technieken nog maar vrij kort aanwezig. Biologen hebben een begin van een catalogus genetische variatie, maar weten alleen in eenvoudige gevallen hoe genetische verandering invloed heeft op hoe een beest eruit ziet. Bij de ontcijfering van het menselijk genoom werd wel geroepen: nu weten we hoe een mens tot stand komt! maar niets is minder waar. Er is in de biologie geen Theorie van het Fenotype. Daarom is er geen theorie van de evolutie van het fenotype: omdat de ontwikkelingsbiologie nog te weinig verband tussen genoom en fenotype weet te leggen.

Variatie, erfelijkheid en natuurlijke selectie leiden tot aanpassing aan het milieu. Natuurlijke selectie is geen oorzaak vaNiemand kan beweren dat aanpassing aan het milieu de enige factor in evolutie is, en dat beweert ook niemand. Niemand beweert dat twee hoorns voor een neushoorn adaptief is in Afrika en één hoorn adaptief is in India; of dat hoorns versus geweien een verschil in aanpassing is. Naar al dat we weten gaat het bij dergelijke verschillen om toevallige ‘hikken’ in het genoom: het soort iets waar ontwikkelingsbiologie, en daardoor evolutiebiologie, niets over te melden weet.

Natuurlijke selektie en evolutie: het is een van de mechanismen, en een belangrijk mechanisme. Want of de variatie in het fenotype nu het gevolg is van puntmutaties in het DNA of van grote verschillen in regelsystemen, natuurlijke selectie komt er altijd overheen. Aan natuurlijke selectie valt niet te ontkomen. Variatie in bv geweigrootte en variatie in aantal verwekte jongen geeft statistisch altijd een covariantie tussen geweigrootte en aantal jongen: en daardoor selectie. Het doet er niets toe wat de genetische achtergrond van geweigrootte of aantal jongen is: alleen dat statistische verband is van belang voor het bestaan van selectie. Een tweede statistisch verband is nodig wil selectie ook gevolgen hebben: een statistisch verband tussen geweigrootte in ouders en kinderen.

Natuurlijke selectie is een statistische theorie. Dat betekent dat evolutiebiologie niet vastgepind kan worden op sommige mechanismen van de genetica. Soms denken ontwikkelingsbiologen dat evolutiebiologie veronderstelt dat er voor elke eigenschap een gen is, dat al die genen onafhankelijk overerven, en dat selectie alleen werkt volgens het leerboekjesschema voor selectie op twee allelen. Dat schema is voor leerboeken: het is gemakkelijker dan de formele statistische formulering.

Selectie is het mechanisme van aanpassing aan het milieu, en het is de verdienste van Darwin dat gezien te hebben. Ook is het de verdienste van Darwin een sluitend betoog voor afstamming onder verandering te hebben gepresenteerd.

De door biologen georganiseerde evenementen van het Darwinjaar als veeldoor hen georgqaniseerde tentoonstellingen , gaan over evolutiebiologie, niet over Darwin. De meest formele Darwinherdenking ( i academisch Nederland ) was een symposium over evolutie op eilanden. Persoonsverheerlijking is ver te zoeken.

Gerdien de Jong, Universiteit Utrecht

Symmetrische zeelelies

Interview met Nico van Straalen
© Annemieke van Roekel, maart 2009

80% van alle soorten die nu leven zijn ongewervelde dieren. Ook de Amsterdamse zeebeesten behoren tot die groep. Bioloog Nico van Straalen onderzoekt de evolutie van de ongewervelden. ‘De soortenrijkdom en diversiteit van bouwplannen zijn enorm groot.’ Nieuws over de aapmens volgt hij ook op de voet.

Nico van Straalen © Annemieke van Roekel

Waarom is er onder biologen steeds meer aandacht voor levende brachiopoden?
In de boom van het leven nemen brachiopoden een bijzondere positie in, omdat ze de typische kenmerken van de Lophotrochozoa bezitten. Die diergroep heeft een tentakelkrans, ook wel lophofoor genoemd, rondom de mond. De anus zit buiten die tentakelkrans. Dat is bijvoorbeeld anders bij de veel primitievere zeeanemonen, die wel een tentakelkrans rond de mond, maar geen aparte anus hebben. Behalve de brachiopoden – ofwel de armpotigen – rekenen we ook de weekdieren, ringwormen en mosdiertjes tot de Lophotrochozoa.

Hoeveel soorten brachiopoden leven er nu op aarde?
In de periode vanaf het Cambrium tot aan het Krijt moeten er zo’n 30.000 soorten geleefd hebben. Nu zijn dat er nog maar een paar honderd. Ook zeelelies leven al sinds het Cambrium op aarde. Het zijn de oudste vertegenwoordigers van de stekelhuidigen, de Echinodermata. Het zijn interessante dieren omdat de kelk van bepaalde fossiele zeeleliesoorten tweezijdig symmetrisch is. De meeste moderne stekelhuidigen, zoals zeekomkommers, zeesterren en zee-egels, hebben een radiaire structuur, met vijf armen.

Wat kun je daaruit afleiden?
Het idee is dat stekelhuidigen oorspronkelijk tweezijdig symmetrisch zijn geweest. In de evolutie zie je heel vaak dat een dier dat vastgehecht op de zeebodem of een ander substraat gaat leven, uiteindelijk radiair symmetrisch wordt. In dat geval heeft hij als het ware geen richting meer. Het water komt van alle kanten, dus moet hij ook alle kanten op kunnen kijken. Aan radiaire symmetrie alleen, kun je dus niet zien of het dier primitief is of niet. Dieren die zich voortbewegen zijn meestal tweezijdig symmetrisch. Ze hebben een linker- en een rechterkant en een boven- en een onderkant.

Waarom waren de tweekleppigen na het Perm succesvoller dan de brachiopoden?
Waarom de tweekleppigen het gewonnen hebben van de brachiopoden is moeilijk te zeggen. Waarschijnlijk is hun manier om voedseldeeltjes uit het water te filteren, door gebruik te maken van kieuwen, uiteindelijk efficiënter geweest. Een lophofoor is geschikter voor de iets grotere deeltjes. Wellicht waren die op een gegeven moment niet meer voorradig vanwege een milieuverandering. Maar het blijft speculeren.

Wat kan een bioloog met fossielen?
Fossielen geven de uiteindelijke ijking van de evolutietheorie. Een bioloog onderzoekt het DNA of de eiwitten van een organisme. Op grond van de mutatiesnelheid van het DNA van twee soorten, kan een bioloog uitrekenen wanneer een gemeenschappelijke voorouder van die twee soorten heeft geleefd. Zo kom je voor de gemeenschappelijke voorouder van mens en chimpansee uit op een ouderdom van 7 miljoen jaar. Als je als bioloog uitsluitend de DNA-methode tot je beschikking hebt, kun je bijzonder zwak staan omdat je alleen maar terugredeneert in de tijd. Als een paleontoloog nu een mensachtige zou vinden van 10 miljoen jaar oud, dan hebben we als biologen een groot probleem.

Wat betekent DNA voor de kennis over fossielen?
Door meer kennis over het genoom, krijgen we steeds meer inzicht in de evolutie. In 1953 is de structuur van het DNA bekend geworden. Pas in de jaren tachtig is het mogelijk geworden DNA te vermenigvuldigen. Na 1995 zijn methodes ontwikkeld die het hele genoom in kaart kunnen brengen. Dit sequencen van DNA maakt sinds 2005 een enorme vlucht door.

Tot hoe ver kun je met DNA-onderzoek teruggaan in de tijd?
Het hangt ervan af hoe het DNA is geconserveerd. Intact DNA uit Egyptische mummies is moeilijk te verkrijgen omdat het weefsel gedroogd is. Bevroren materiaal is vaak wel voldoende intact. Zo kon de ijsmummie Ötzi, die in een gletsjerdal in Oostenrijk is gevonden, gedateerd worden op 5000 jaar oud. Wetenschappers zijn nu bezig het DNA van een 30.000 jaar oude Neanderthaler uit Kroatië te inventariseren. Het gaat om brokjes en stukjes DNA, die alleen door specialisten uit een fossiel kunnen worden gehaald. Er zijn maar twee laboratoria in de wereld die dat goed kunnen.

Houdt u zich als evolutiebioloog vooral met de menselijke evolutie bezig?
Nee, dat is meer een hobby. Ik houd me nu vooral bezig met de evolutie van ongewervelde dieren. 80% van alle dier- en plantensoorten op aarde behoort tot de ongewervelde dieren. Meer dan de helft daarvan is insect. Niet alleen de soortenrijkdom van ongewervelden is groot, ook de diversiteit van bouwplannen is enorm.

Heeft kennis over DNA veel nieuwe inzichten over ongewervelden opgeleverd?
Ja, een mooi voorbeeld zijn de kokerwormen met knalrood pigment en zonder mond, die bij de hydrothermale vents in de buurt van de Mid-Atlantische rug leven. Door hun bijzondere uiterlijk dachten biologen vroeger dat het een hele aparte groep wormen was. Dankzij DNA-onderzoek weten we nu dat het gewone ringwormen zijn. Het rode pigment is een soort hemoglobine, dat sulfide bindt dat uit de zeebodem ontsnapt. Het sulfide wordt vervolgens omgezet door bacteriën die in het lichaam van die wormen leven. Die bacteriën zijn op hun beurt weer voedsel voor de wormen.

Hoe haal je die wormen naar boven?
Met onbemande duikbootjes. Ze zijn dan niet meer levend.

Hoe bent u in de biologie verzeild geraakt?
Toen ik op de middelbare school zat, verschenen de eerste boeken die de energiecrisis en de milieuproblematiek aan de kaak stelden, zoals ‘De biologische tijdbom’ van Rattray Taylor. Het was het begin van de interesse voor het milieu vanuit de biologie. Ook vond ik ‘De naakte aap’ van Desmond Morris machtig interessant. In eerste instantie koos ik biologie met biofysica voor een exacte insteek. Pas later ben ik me met evolutiebiologie gaan bezighouden. In die tijd was nog niet veel bekend over de menselijke evolutie. In 1974 is Australopithecus afarensis pas gevonden. Het duurde tot de jaren negentig voordat er meer bekend werd over de afstamming van de mens.

Welke wetenschapper inspireert u?
Charles Darwin, door zijn enorme kennis van de levende natuur. Hij was een echte veldbioloog die enorm veel wist van de soorten die hij onder ogen kreeg en die hij vanuit de hele wereld opgestuurd kreeg. Hij wist heel veel, zowel van planten als van ongewervelde en gewervelde dieren. Hij heeft zelfs een heel boek geschreven over regenwormen en hoe ze de bodem verbeteren.

Zou de biologie zich zonder Darwin anders ontwikkeld hebben?
Dat denk ik niet. De persoonsverheerlijking die nu in het Darwin-jaar aan de gang is, vind ik niet terecht. Ik bewonder Darwin, maar je moet hem wel in zijn tijd plaatsen. Voor zíjn tijd was hij een genie, maar hij had geen flauw benul van genetica. Hij heeft zwaar onderschat hoe evolutie afhankelijk is van processen die zich afspelen op het niveau van de cel. Evolutie is een proces van kleine veranderingen in het genoom, wat leidt tot kleine veranderingen in het fenotype, het organisme zelf. Natuurlijke selectie is een manier om hier de goede types uit te selecteren, maar het is geen scheppende kracht. Die kracht komt van binnenuit.

Is het geen tijdverspilling om in het Darwin-jaar zoveel over religie te praten?
Ik geef regelmatig lezingen over het thema hoe de moderne biologie omgaat met levensovertuiging en religie. Dat is gewoon iets dat de mensen bezighoudt. Je kunt niet ontkennen dat de evolutietheorie fundamentele vragen oproept over de zin van het bestaan. Dan kom je al snel bij religie terecht.

Welk land loopt voorop in het biologieonderzoek?
De Verenigde Staten loopt voorop met het onderzoek naar DNA. Het merendeel van de genomen die nu in kaart zijn gebracht, is het resultaat van Amerikaans onderzoek.

Ondanks de religieuze tegenkrachten?
In de Verenigde Staten kom je echt van alles tegen. Je hebt er de meest extravagante kunststromingen en tegelijkertijd het extreem-conservatieve gedachtegoed. De top van de evolutiebiologen werkt daar, maar tegelijkertijd laten de mensen die fel tegen de evolutietheorie zijn ook van zich horen.

Wordt de biologie tegenwoordig door de wiskunde gedomineerd?
Niet zozeer door de wiskunde, wel door de bio-informatica. Voor de moderne biologie is dataverwerking heel belangrijk. Het sequencen van het genoom gebeurt nu in een gigantisch tempo. Dat vereist hele grote systemen voor de opslag van veel data.

Welke raakvlakken heeft de biologie met de geologie?
Het klimaatonderzoek en de koolstof- en stikstofcyclus zijn belangrijke raakvlakken. Biologen werken ook met archeologen samen om de ouderdom van organische resten, zoals hout, te bepalen.

Wat is uw ideale invulling van het Darwin-jaar?
Een goede inhoudelijke discussie over de mechanismen achter de evolutie. Ik ben er niet van overtuigd dat evolutie alleen maar werkt volgens het principe dat Darwin heeft beschreven. In de evolutieleer wordt de vernieuwingskracht door veranderingen in het genoom sterk onderschat.

Welke voorbeelden van evolutie ziet u in uw dagelijkse omgeving?
In gebieden die verontreinigd zijn met metalen en bestrijdingsmiddelen zie je dieren verschijnen die tegen deze stoffen een tolerantie hebben opgebouwd.

Evolueert de mens nog steeds?
De evolutie van de mens is vrijwel tot stilstand gekomen, met uitzondering van bepaalde ziekteresistenties. Ik denk dat de mens onderworpen zal blijven aan seksuele selectie. Aantrekkelijkheid is belangrijk bij het vinden van een partner.

Gaan we met evolutie een kant op?
Dat denk ik niet. De evolutie lijkt doelgericht, maar is het niet. De natuur bepaalt welke kant de evolutie opgaat.

Foto: Nico van Straalen met een chimpansee op zijn werkkamer op de Vrije Universiteit © Annemieke van Roekel
Achtergrond: fossiele zeelelie

Een update voor Darwin

15 december 2009 /door René Fransen

150 geleden verscheen het boek Over de oorsprong der soorten van Charles Darwin verscheen. Zijn evolutietheorie vormt nog steeds de basis van de biologie.

Maar theoretisch biologen worstelen met soortvorming en veldbiologen zien soorten evolueren met een snelheid die niet te verklaren is.

De trek van kanoeten gaat gepaard met een heleboel veranderingen, in verenkleed, maaggrootte en vliegspieren.

Theunis Piersma,
hoogleraar dierecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, bestudeert al zo’n beetje zijn hele leven de kanoetstrandloper. Deze vogel leeft in noordelijke streken, van Siberië via Groenland tot Alaska, en trekt in de winter naar het zuiden, tot diep in Afrika en Zuid-Amerika. In verschillende gebieden wonen ondersoorten van deze rossige vogel, die onderling zeer divers trekgedrag hebben. De tijd waarop ze trekken, het aantal tussenstops dat ze maken, het verschilt sterk. ,,Die ondersoorten zijn relatief kort geleden ontstaan, in de periode na de laatste ijstijd”, legt Piersma uit. ,,Maar die tijd is eigenlijk veel te kort.”

 

Veranderingen
De trek van kanoeten gaat gepaard met een heleboel veranderingen, in bijvoorbeeld het verenkleed, de maaggroote en de vliegspieren. Wanneer al die verschillen stuk voor stuk zijn ontstaan door toevallige mutaties en natuurlijke selectie, zoals de standaard evolutietheorie voorschrijft, zou dat veel langer dan twaalfduizend jaar moeten duren.

,,Dat model, waar we allemaal mee werken, klopt dus niet. Daar loop ik nu al twintig jaar mee rond”, vertelt Piersma. Begin dit jaar besloot hij er nog eens stevig over na te denken. Hij trok zich een paar weken terug in een huisje in New York State, ver van alle beslommeringen, en ging lezen en nadenken. Hij las er onder meer boeken van de Amerikaanse theoretisch bioloog en sluipwespenexpert Mary West-Eberhard en Eva Jablonka, een Israëlische geneticus. Allebei beschrijven ze een idee dat tot voor kort ketters was: de omgeving kan een blijvende invloed hebben op hoe soorten zich ontwikkelen.

Omgeving
Al voor Darwin suggereerde de Franse naturalist Jean Baptiste Lamarck (1744-1829) dat soorten veranderden. Hij meende dat eigenschappen die zich tijdens het leven ontwikkelden, doorgegeven konden worden aan de volgende generatie. Dieren die hun nek uitrekken om bij de bovenste blaadjes te kunnen, krijgen jongen met een iets langere nek. Nadat Darwin zijn theorie van natuurlijke selectie had gepubliceerd, raakte Lamarck uit de gratie. Maar – al is het dan op een totaal andere manier dan de Fransman zich dit voorstelde – de laatste jaren komen er steeds meer aanwijzingen dat organismen inderdaad reageren op hun omgeving.

Onderzoekers van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam hebben laten zien dat de kinderen van vrouwen die zwanger waren tijdens de Hongerwinter vaker suikerziekte, hart- en vaatziekten of borstkanker kregen. Recent bleek dat ook de kleinkinderen een verhoogd risico hebben. De gevolgen van de Hongerwinter lijken dus erfelijk. En Amerikaanse onderzoekers hebben een muis gefokt, waarbij de vachtkleur van de nakomelingen via het dieet is te beinvloeden.

DNA-volgorde
Het mechanisme dat voor deze veranderingen is voorgesteld heet ‘epigenetica’. Het is een beetje een verzamelterm, maar komt er op neer dat door chemische veranderingen aan het DNA de activiteit van bepaalde genen kan worden beïnvloed. Epigenetische veranderingen in het DNA zijn dus geen mutaties: de DNA-volgorde is gelijk gebleven . Maar ze kunnen wel doorgegeven worden aan volgende generaties. Dit past bij de waarnemingen van Piersma.,,De soorten die het sterkst van elkaar verschillen in trekgedrag, bleken juist het meest overeen te komen in het DNA”, zegt hij. Het verschil lijkt dus niet in de DNAvolgorde te zitten. Epigenetische aanpassing van het DNA kan plaatsvinden onder invloed van de omgeving. Op die manier wordt het DNA aangepast aan de heersende omstandigheden. ,,Het DNA lijkt een actieve interface te zijn met de omgeving”, denkt Piersma

Ook theoretisch biologen hebben problemen met het klassieke neodarwinisme, dat voorschrijft hoe soorten zich ontwikkelen door het optreden van toevallige mutaties en natuurlijke selectie. ,,De theoretische modellen die we hiervan maken, kunnen eigenlijk niet verklaren hoe grootschalige veranderingen kunnen optreden binnen een redelijke tijd”, legt de Groningse hoogleraar theoretische biologie Franjo Weissing uit. ,,Die modellen richten zich op graduele veranderingen in een of een paar genen. Microevolutie is zo goed te verklaren, maar macro-evolutie niet.”

Standaardmodellen
De vraag is, hoe complexe aanpassingen – bijvoorbeeld een combinatie van uiterlijke kenmerken en gedrag, zoals bij de trek van de kanoeten – kunnen ontstaan binnen een realistische tijd. ,,In de standaardmodellen lukt dat niet, dan zijn er miljoenen generaties nodig.”

Weissing werkt aan nieuwe modellen die dit probleem moeten oplossen. Epigenetica hoort daar nog niet bij, maar in een publicatie die hij afgelopen vrijdag in het wetenschappelijke tijdschrift Science publiceerde, combineert hij verschillende factoren. Hij schreef het stuk samen met de christelijke evolutiebioloog Sander van Doorn. ,,Dit model combineert twee modellen over soortvorming, een waarin de ecologie de drijvende kracht is, en een waarin dat seksuele selectie is, de keuze van een vrouwtje voor een partner”, legt Van Doorn uit in een interview met Science. Tot nu toe werd aangenomen, dat vrouwtjes hun partners op min of meer willekeurige kenmerken selecteren

Als zo’n voorkeur eenmaal ontstaan is, houdt die zichzelf in stand. Wat Van Doorn in zijn model verwerkte, was het idee dat de kenmerken wel degelijk iets zeggen over de manier waarop een mannetje zich kan handhaven. ,,Het kenmerk waarop de vrouwtjes zich richten, is in mijn model relevant voor de aanpassing van het mannetje aan het milieu.”

Op die manier kiezen de vrouwtjes goed aangepaste mannetjes. ,,Het model laat zien dat door die combinatie van ecologie en seksuele selectie snel nieuwe soorten kunnen ontstaan”, zegt Van Doorn. ,,Het is niet meer dan een eerste stap”, benadrukt Weissing. ,,Hoe complexe eigenschappen kunnen ontstaan, is een compleet nieuwe denkrichting, we weten er nog weinig vanaf. Maar dit zijn grote vragen, waar ik graag de rest van mijn carrière aan wijd.”

Nieuwe ontdekkingen
Grootschalig DNA-onderzoek heeft de afgelopen jaren veel informatie opgeleverd over de manier waarop erfelijke eigenschappen kunnen veranderen. En het blijkt allemaal veel complexer te zijn dan gedacht. VUhoogleraar dierecologie Nico van Straalen voorziet tal van nieuwe ontdekkingen die duidelijk zullen maken hoe evolutie plaatsvindt.

Epigenetica is er maar één van. ,,We trekken nu een gordijn open waarachter een wereld van nieuwe verschijnselen zit”, zegt Van Straalen. ,,Veranderingen in elementen die de ontwikkeling van eicel tot individu reguleren lijken bijvoorbeeld ook belangrijk.” Een chimpansee en een mens beginnen allebei als een bevruchte eicel, daarna begint pas het echte wonder: hoe zo’n eicel uitgroeit tot een volwassen persoon – of een chimpansee. ,,Hoe wordt die ontwikkeling de ene of de andere kant op afgebogen? Dat is een vraag die we moeten onderzoeken.”

Ook denkt Van Straalen dat het belang van ”neutrale evolutie’ groter is dan werd gedacht. Bij neutrale evolutie ontstaan veranderingen die niet voor- of nadelig zijn. ,,Evolutie is misschien wel het resultaat van een heleboel veranderingen die geen direct nut hebben.”

De rol van natuurlijke selectie is volgens Van Straalen daarbij misschien minder groot dat gedacht. ,,Het is niet zo dat alles wat overbodig is onmiddellijk wordt weggeselecteerd. Mensen maken een defect eiwit aan dat meteen wordt afgebroken. Dat defect zit er al zo’n 2 miljoen jaar en is er nog steeds.” Dit soort ‘overtollige’ genen kan een bron zijn van nieuwe eigenschappen. ,,Eerst ontstaat de variatie, dan pas is er in sommige gevallen selectie. Onderzoekers moeten zich daarom vooral afvragen, hoe variatie ontstaat. Want daar is nog geen goede verklaring voor.”


Revolutie in het denken over evolutie

Op 24 november 1859, 150 jaar geleden, verscheen het boek On the Origin of Species waarin Charles Darwin zijn evolutietheorie uiteenzette. Hij liet zien dat soorten veranderen in de tijd, en toonde aan dat natuurlijke selectie van spontane variatie binnen een soort kan leiden tot allerlei aanpassingen. Op die manier zou het hele leven, van eencellige tot de moderne soorten planten, dieren en andere levensvormen zijn ontstaan. Dit is de eerste wetenschappelijke evolutietheorie.

Darwin wist niet hoe eigenschappen aan een volgende generatie werden doorgegeven. Daar kwam pas zo’n vijftig jaar na de ‘Origin’ enig zicht op. De erfelijkheidswetten van Mendel werden herontdekt, onder meer door de Nederlandse plantkundige Hugo de Vries. Erfelijkheid bleek via ‘genen’ te verlopen. Wiskundige modellen gaven een onderbouwing aan het idee dat natuurlijke selectie niet werkte op individuen, maar op genen. Het idee van evolutie werd als volgt: in een groep onstaat bij een individu een mutatie in een gen.

Die mutatie geeft een voordeel, individuen met dit gen krijgen meer nakomelingen, dus de mutatie zal zich verspreiden door de hele groep. Dit is de ‘neodarwinistische synthese’. Wanneer we tegenwoordig over ‘de evolutietheorie’ spreken, gaat het eigenlijk over deze neodarwinistische synthese.

Inmiddels is duidelijk dat dit neodarwinisme te simpel is. Wanneer je moet wachten totdat een gunstige mutatie zich door een hele goep (bijvoorbeeld alle vinken op een eiland) verspreid heeft, ben je enorm veel generaties verder. En voor sommige eigenschappen is niet één mutatie nodig, maar een hele reeks. De tijd die nodig is om al die mutaties te laten ontstaan, is enorm lang. Terwijl evolutionaire aanpassingen vaak relatief snel gaan. Dit probleem heeft biologen op het spoor gezet van nieuwe principes, zoals de epigenetica.

Deze recente ontwikkelingen betekenen volgens sommigen een nieuwe revolutie in het denken over evolutie. Anderen zijn daar niet zo zeker van, zij stellen dat het belang van epigenetica, en andere mogelijke mechanismen voor evolutie, nog bewezen moet worden.

Overigens twijfelt geen van de biologen in dit artikel aan de juistheid van de evolutietheorie. De vraag is alleen welke mechanismen de evolutie aandrijven.

The Origin of Species: het grootste waagstuk aller tijden

Gert Korthof

http://evolutie.blog.com/2009/11/24/the-origin-of-species-het-grootste-waagstuk-allertijden/

Op 24 november 2009, was het exact 150 jaar geleden dat The Origin of Species van Charles Darwin werd gepubliceerd.

http://press.princeton.edu/titles/9005.html

http://www.amazon.com/The-Origin-Then-Now-Interpretive-ebook/dp/B005Z67CFA

Precies op tijd -een paar weken voor 24 november- verscheen The Origin Then and Now‘ van de evolutiebioloog David Reznick.

Zoals de titel al suggereert vergelijkt hij Darwin’s hoofdwerk The Origin zoals het was in 1859 en zoals we er nu tegen aan kijken. Dat doet hij op een deskundige manier. In het voorwoord schrijft hij dat het opnieuw lezen van de Origin ook betekent dat je ontdekt dat sommige details die cruciaal waren voor Darwin’s theorie in 1859 gewoon ontbraken. Precies!

Dat was mij ook al opgevallen. Paradoxaal genoeg heeft de Origin die ontbrekende kennis juist heel duidelijk in de schijnwerpers gezet schrijft Reznick. En juist daardoor werd het een enorme stimulans voor verder onderzoek. Ook dat ben ik met hem eens.

Maar ik wil The Origin niet alleen maar bejubelen zoals vele blogs, tijdschriften en boeken in dit Darwinjaar al gedaan hebben (10). Ik wil een correct beeld hebben van de Origin, zonder vertekeningen.

Want bejubelen is vertekenen. Alleen een historisch correct beeld kan inzicht geven in de moeilijkheid van de taak die Darwin op zich genomen had.

Helaas wordt het ons door vrijwel alle moderne boeken over evolutie juist moeilijk gemaakt om een correct beeld van Darwin te krijgen.

Het is kennelijk erg moeilijk om alle kennis die we nu hebben aan de kant zetten en de Origin (en de evolutiethoerie) te beoordelen zoals hij was in 1859. Ook lijkt de interesse te ontbreken of ziet men het nut er niet van in (13). Er zijn echter zeer nuttige lessen te trekken uit dit soort onderzoek.

Steekproeven

Ik heb steekproeven genomen in de Origin en in moderne evolutiehandboeken aan de hand van de trefwoorden Archaeopteryx, Neanderthaler, Hyracotherium, Darwin finches, Iguanas, Tree of Life.

De eerste drie fossielen zijn de meest opvallende fossielen (’missing links’) die 1859, maar nog tijdens de nieuwe drukken van de Origin gevonden zijn.

Dus je verwacht dat die triomfantelijk in de nieuwe editie’s van de Origin opgevoerd worden als bewijsmateriaal. Tenminste, zó zouden we dat tegenwoordig toch doen? Zeker als je vrijwel geen fossiel bewijsmateriaal hebt! Ook het feit dat Darwin geen van die beroemde bewijsstukken kon opvoeren in de eerste druk is belangrijk genoeg om bij stil te staan.

De Darwinvinken en de Galapagos Iguanas (reptielen) worden altijd opgevoerd met de suggestie dat ze belangrijk bewijsmateriaal voor Darwin vormden.

Voor Darwin’s theorie van gemeenschappelijke afstamming van al het leven vormt de afstamming van vogels een probleem, omdat het een groep is die nergens bij lijkt te passen.

Ik beperk me hier tot Archaeopteryx, “one of the most famous non-missing links of all time” (12). Ik heb een search gedaan op het voorkomen van Archaeopteryxin alle 7 edities van de Origin op de website The Complete Works of Charles Darwin. Een onmisbare website voor dit soort onderzoek.

1859 1e druk Origin of Species
1860 2e druk Origin
1861 3e druk Origin
1861 eerste Archaeopteryx gevonden
1863 T.H. Huxley presentatie
1866 4e druk Origin: Archaeopteryx
1869 5e druk Origin
1872 6e druk Origin
1876 7e druk Origin
1877 tweede Archaeopteryx gevonden (mooiste!)

(herziene 6e druk wordt hier aangeduid als 7e druk).

Resultaat: In 1861 wordt het eerste Archaeotperyx fossiel gevonden; in 1863 houdt T.H. Huxley zijn beroemde pleidooi voor de Archaeopteryx als “missing link” tussen vogels en dinosauriers; in de 4e druk van de Origin vermeldt Darwin de Archaeotperyx. Maar: niet als triomfantelijk bewijs voor zijn evolutietheorie, maar notabene als bewijs hoe weinig we weten van uitgestorven diersoorten! (9). Dat is tamelijk bizar. Iedereen heeft dat over het hoofd gezien. In 1877 wordt de tweede Archaeopteryx, de mooiste, gevonden (te laat voor de 7e druk!). In totaal zijn er 10 exemplaren gevonden (zie: wiki).

Evolutie handboeken

Vervolgens heb ik gekeken wat verschillende hedendaagse auteurs over Darwin en Archaeopteryx schreven.

Dat is vaak nogal onduidelijk of vaag. Altijd laat men in het midden wat Darwin zelf geschreven had over Archaeopteryx, maar suggereerde wel dat Darwin onmiddellijk begreep dat de heteen belangrijke overgangsvorm was en als zodanig een belangrijk bewijs voor zijn theorie.

David Reznick (van het hierboven getoonde boek) schrijft doodleuk dat het fossielen bestand dat Darwin kende enige overgangsvormen bevatte zoals Archaeopteryx (1). Dat is wel erg suggestief en wekt de verkeerde indruk.

Steve Jones (2000) lijkt te suggeren dat Darwin de Archaeopteryx gebruikte als bewijs voor een missing link (2).

Nota bene: Reznick en Jones schreven beide expliciet over het boek ‘The Origin of Species‘, maar zijn niet in staat om gewoon weer te geven wat Darwin schreef over zo’n cruciaal fossiel.

Zelfs de autoriteit op het gebied van de geschiedenis van de evolutietheorie, de historicus Peter Bowler, vermeldt niets over wat Darwin over Archaeopteryx schreef, in zijn standaardwerk ‘Evolution. The history of an Idea‘.

Niet beter is het gesteld met schrijvers van evolutiehandboeken. Carl Zimmer (3) vermeldt in zijn pas verschenen boek The Tangled Bank dat 1 jaar na de Origin de eerste Archaeopteryx was gevonden, maar vermeldt niet wat Darwin er mee doet.

Strickberger (4) vermeldt dat het fossielen bestand in Darwin’s tijd bijzonder karig was (klopt), en dat Huxley het fossiel correct wist te interpreteren (klopt).

Ook Freeman and Herron (5) weten dat Archaeopteryx “shortly after” 1859 ontdekt is en dat T. H. Huxley “was among the first to recognize the skeletal similarities between dinosauriers and birds”, maar staan niet stil bij wat dat betekent voor de Origin.

Verhelderend is de opmerking van Michael Ruse (6) dat Huxley pas in 1868 het fossiel als cruciaal bewijsstuk voor evolutie beschouwde.

Zelfs de paleontoloog Donald Prothero (11), die uitgebreid over Archaeopteryx schrijft en zelfs het fossiel op de cover van zijn boek heeft staan, is niet geinteresseerd in wat Darwin zelf schreef.

Nu weet ik ook wel dat evolutie handboeken gewoon systematisch al het tot nu toe bekende bewijsmateriaal moeten presenteren ongeacht wanneer het ontdekt is. Typische voorbeelden hiervan zijn Barton et al (7) en Stearns, Hoekstra (8) die zelfs het jaartal van de vondst(en) niet vermelden. Begrijpelijk voor evolutie leerboeken, maar dit heeft het grote nadeel dat daardoor een goed zicht op de status van het bewijsmateriaal in 1859 onmogelijk wordt gemaakt.

Wat maakt dat nu uit?

Géén van de auteurs is in staat om de voor de hand liggende constatering te maken dat Darwin niets van al dat mooie fossiele bewijsmateriaal in handen had toen hij zijn theorie in 1859 aan het publiek presenteerde.

Wat maakt dat uit? We weten nu toch dat Darwin gelijk heeft gekregen? (13). Het gaat mij hierom: omdat je dan totaal niet in staat bent te beoordelen

1e) hoe moeilijk het was voor Darwin om zijn theorie te bedenken en aannemelijk te maken, 2e) hoe lastig het was voor zijn tijdgenoten om zijn theorie te accepteren op grond van het materiaal dat hij in de Origin presenteerde.

Het gevolg is dat we sterk geneigd zijn de Origin vanzelfsprekender en overtuigender te maken dan hij/zij is, en misschien wel de toenmalige critici voor zielige onwetenden te houden.

3e)Ten derde: als we de mate van onderbouwing die de evolutietheorie in 1859 had niet goed beschrijven, zouden we het dan wel goed kunnen voor 2009?

We stellen dan misschien niet eens de vraag: hoe compleet is de huidige evolutietheorie? Wat ontbreekt er nog aan? Hoe zullen wetenschappers over 100 jaar over de evolutietheorie anno 2009 oordelen? Allemaal zeer belangwekkende vragen.

Ook zonder fossielen

Het wonderlijke is dat mijn bevindingen verrassend goed overeenkomen met de opvatting van evolutiebioloog Gerdien de Jong dat “ook zonder fossielen zou de biologie tot de conclusie leiden dat alle levende wezens verbonden zijn door gezamenlijke afstamming” (pers. comm.).

Hoewel als hypothetische uitspraak gedaan, is ze perfect van toepassing op de status van de evolutietheorie in 1859! In 1859 was er géén fossiel bewijsmateriaal voor overgangsvormen en toch was The Origin of Species een overtuigend werk.

Dit werpt tevens een nieuw licht op de wetenschapsfilosofische vraag:

wanneer heeft de evolutietheorie voldoende bewijsmateriaal om als ‘bewezen’ theorie geaccepteerd te worden?

Is het te kwantificieren in welke mate we vertrouwen hebben in de evolutietheorie?

Is het te kwantificeren hoe compleet de evolutietheorie is?

Vooral aardig als we willen weten hoe ver we af zijn van het eindresultaat.

Het Grootste Waagstuk Allertijden

Eigenlijk is het best te begrijpen dat Archaeotperyx (en andere) geen ereplaats in de Origin kreeg, afgezien van het feit dat er maar 1 exemplaar was en het om herdrukken ging.

Immers, Darwin had uitgebreid betoogd dat de ‘geological record’ imperfect was (hoofdstuk 9) en als we een overgangsvorm zouden vinden we hem niet eens zouden herkennen (dit wordt ook door Reznick beschreven, p. 275).

Dus: Archaeopteryx kwam eigenlijk heel ongelegen! Daarom zag Darwin de Archaeopteryx als bewijs van hoe weinig we nog weten van het fossielen bestand.

Hij had gelijk. Toch lees ik deze verklaring bij geen enkele auteur. Het is niet zo moeilijk te begrijpen.

Tot 1970 waren er maar vier exemplaren bekend. Het vijfde werd op 8 december 1970 door de Amerikaanse paleontoloog Prof. John Ostrom in het Teylers Museum in Haarlem ontdekt (hier). Het was foutief gedetermineerd als Pterodactylus crassipes, een dinosaurier. De grootste ironie van de zaak was dat het Teylers fossiel in 1855, dus 4 jaar vóór het verschijnen van de Origin gevonden was! Toen wist niemand dat.

Het lijkt erop dat hedendaagse auteurs gewoon veronderstellen dat Darwin Archaeotperyx opvoerde als belangrijk bewijsmateriaal omdat ze precies beantwoorden aan zijn verwachtingen op grond van zijn eigen theorie.

Precies wat hij voorspeld had. Klinkt allemaal logisch, maar is feitelijk niet correct. Dat Darwin geen enkele fossiele overgangsvorm had, toont aan dat The Origin een risicovolle onderneming was. En erg ambitieus. Het Grootste Waagstuk Aller tijden.

Darwin vertrouwde op toekomstige ontdekkingen die zijn theorie zouden ondersteunen. Die zijn er in overvloed gekomen, maar dat kon Darwin natuurlijk niet weten. Er is een behoorlijke dosis moed voor nodig om een incomplete theorie ondersteund door incomplete data te publiceren.

Dat heb ik nog geen enkele evolutiebioloog horen zeggen (14). Dat wilde ik vandaag, 24 november 2009, 150 jaar na het verschijnen van de eerste druk van The Origin of Species van Charles Darwin, eens nadrukkelijk naar voren brengen.

Noten

  1. David Reznick (2009) The Origin Then and Now: “The fossil record known to Darwin had revealed some evidence for such transitions among taxa, such as Archaeopteryx“, p.403. Reznick heeft overigens zeer verhelderende dingen geschreven over de erfelijkheidstheorie van Darwin (blending inheritance, etc). Maar uiteraard heb ik nog niet het hele boek gelezen. NB: Google Books heeft het boek nu al gescand!
  • Steve Jones (2000) ‘Almost Like a whale. The Origin of Species Updated‘ : “Archaeopteryx was discovered just two years after the publication of The Origin. As the first ‘missing link’ it caused a sensation and was at once seized upon as proof that birds must have arisen in a single step” (p.269)
  • Carl Zimmer (2009) The Tangled Bank, p.71-72. Het was niet in 1860, maar 1861.
  • B.K. Hall, B. Hallgrimson (2008) Strickberger’s Evolution Fourth Edition, page 53.
  • Scott Freeman and Jon C. Herron (2007) Evolutionary Analysis, p. 46.
  • Michael Ruse (1999) The Darwinian Revolution, p. 257.
  • Nicholas Barton et al (2007) Evolution, Cold Spring Harbor Press.
  • Stephen Stearns, Rolf Hoekstra (2005) Evolution, An Introduction.
  • Darwin: “Hardly any recent discovery shows more forcibly than this how little we as yet know of the former inhabitants of the world” (chap. 9 p.367)
  • Slechts één recent voorbeeld: ‘Celebrating The Origin of Species’ schrijft het wetenschappelijk tijdschrift Geneticsnovember 2009.
  • Donald Prothero (2007) ‘Evolution. What the Fossils Say and Why it Matters‘.
  • Douglas Futuyma (2005) Evolution, p. 74. Ook hij is niet geinteresseerd in wat Darwin schreef over Archaeopteryx.
  • Dit is een goed voorbeeld: “We need not recount his arguments here since this mystery has since been solved” (Reznick, 2009, p.286). Hoewel dit niet representatief is voor het hele boek, is dit de kern van het hele probleem waarom de meeste auteurs niet geinteresseerd zijn in de status van de evolutietheorie op een bepaald moment in de geschiedenis.
  • Toevallig hoorde ik Midas Dekker zondagochtend op Vroege Vogels radio zeggen dat “Darwin’s theorie op drijfzand was gebouwd” in verband met het gebrek aan een goede erfelijkheids theorie. Dat is een leuke provocerende uitspraak, die natuurlijk wel nader toegelicht moet worden.

    Darwin en Archaeopteryx

    Het verhaal van Darwin en de Archaeopteryx (die rare vogel die het midden houdt tussen een dinosaurier en een vogel; zie foto) is leuker en interessanter dan ik in eerste instantie dacht. Ik heb nl. een tweede passage over de Archaeopteryx gevonden waardoor ik mijn mening over Darwin moet herzien. De tweede passage is niet terug te vinden via de index van de papieren editie’s van de Origin, omdat ‘Archeopteryx’ maar één keer in de index voorkomt. Daarom is deze passage vermoedelijk altijd over het hoofd gezien. Géén bibliotheek zal alle 7 drukken naast elkaar op de plank hebben staan. Behalve de online editie’s, is de enige andere praktisch haalbare methode om deze passage te vinden het raadplegen van een zogenaamde variorum uitgave van de Origin waarin alle wijzigingen van de 6 drukken naast elkaar gezet zijn (1). Maar ook in dat geval is het zeer tijdrovend als de index van het boek niet compleet is. En dat lijkt inderdaad het geval te zijn. Volgens google books staat ook daar ‘Archeopteryx’ maar 1x in de index. Ze hebben dus de originele index van de Origin (welke druk?) aangehouden, zo lijkt het. De online editie’s van de Origin hebben uiteraard ook die incomplete index (het zijn tenslotte scans van de papieren editie’s), maar daar kun je een full-text search doen.

    Eerste passage

    De eerste vermelding van de Archaeopteryx verscheen in de 4e druk van de Origin in hoofdstuk IX ‘On the Imperfection of the Geological Record’.

    “Until quite recently these authors might have maintained, and some have maintained, that the whole class of birds came suddenly into existence during the eocene period; but now we know, on the authority of Professor Owen, that a bird certainly lived during the deposition of the upper greensand; and still more recently, that strange bird, the Archeopteryx, with a long lizard-like tail, bearing a pair of feathers on each joint, and with its wings furnished with two free claws, has been discovered in the oolitic slates of Solenhofen. Hardly any recent discovery shows more forcibly than this how little we as yet know of the former inhabitants of the world”.

    Daarin zegt Darwin dat het een ’strange bird’ (rare vogel) is en dat deze vondst aantoont dat we nog zo weinig weten van het fossiele bestand. Echter, de opmerking staat wel in de context van het probleem dat er in de geschiedenis van het leven plotseling nieuwe diergroepen zouden ontstaan (2). Die kritiek wil Darwin weerleggen met behulp van die rare vogel Archaeopteryx. Die toont immers aan dat vogels niet uit de lucht zijn komen vallen. Er zijn uitgestorven ‘primitieve’ vogels gevonden. Darwin gebruikt het fossiel dus wel degelijk om zijn theorie te ondersteunen. Maar tegelijkertijd benadrukt Darwin dat het Archaeopteryx fossiel ook bewijst hoe weinig we nog weten van het fossielen bestand. Dat is logisch, want de context was immers het hoofdstuk ‘On the Imperfection of the Geological Record’. Dat we nog zo weinig weten gebruikt Darwin dus eigenlijk in zijn voordeel.

    Tweede passage

    In de 5e druk (1869), in het hoofdstuk (X) ‘On The Geological Succession of Organic Beings’, voegt Darwin een tweede zin toe (terwijl de eerste Archaeopteryx passage uit de 4e druk gehandhaafd blijft):

    “Even the wide interval between birds and reptiles has been shown by Professor Huxley to be partially bridged over in the most unexpected manner, by, on the one hand, the ostrich and extinct Archeopteryx, and on the other hand, the Compsognathus, one of the Dinosaurians -that group which includes the most gigantic of all terrestrial reptiles”.

    Deze zin is waarschijnlijk gebaseerd op de publicatie of lezing van Thomas Henry Huxley in 1868 (3) toen hij de beroemde claim verkondigde dat de kleine dinosaurier Compsognathus een voorouder van vogels zou kunnen zijn. Darwin vertrouwt op de deskundigheid van Huxley en neemt de claim met instemming over. Deze passage zie ik nergens in de handboeken geciteerd. Ook niet in een van de beste beschrijvingen van de ontdekking van de Archaeopteryx: Pat Shipman (1998) Taking Wing: Archaeopteryx and the evolution of bird flight (2). Ook niet in wikipedia.

    Toch komt de strekking van de passage het dichtst in de buurt van claims van auteurs als Reznick die beweren dat Darwin Archaeopteryx als missing link zag. Het is niet vast te stellen of het slechts een veronderstelling is, of dat ze zich zonder bronvermelding op de Origin baseren. Mijn eerdere claim dat Archaepteryx ‘ongelegen’ kwam voor Darwin vervalt, omdat Darwin het fossiel wel degelijk gebruikte ter ondersteuning van zijn theorie van gemeenschappelijke afstamming. Wel is het zo dat Darwin Archaeopteryx niet triomfantelijk opvoert, zoals Richard Dawkins en anderen het doen.

    The descent of man

    De Archaeopteryx komt ook voor in The Descent of Man and selection in relation to sex:

    1871 1e druk Descent: Archeopteryx aanwezig F937
    1874 2e druk Descent: Archeopteryx aanwezig F944
    1882 2e druk Descent: Archeopteryx aanwezig F955

    “and Prof. Huxley has discovered, and is confirmed by Mr. Cope and others, that the Dinosaurians are in many important characters intermediate between certain reptiles and certain birds—the birds referred to being the ostrich-tribe (itself a widely-diffused remnant of a larger group) and the Archeopteryx, that strange Secondary bird, with a long lizard-like tail.”

    Deze passage komt vrijwel identiek in alle drie editie’s voor. Darwin refereert niet naar het tweede fossiel van Archaeopteryx (Berlijn exemplaar) dat in 1877 was gevonden. De context is de vraagstelling of de 5 hoofdgroepen van de vertebraten, de zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën, en vissen van een gemeenschappelijke voorouder afstammen. De conclusie is dat er intermediaire vormen tussen zekere reptielen en zekere vogels zijn. Dus ook hier wordt de Archaeopteryx als bevestiging van Darwin’s theorie van gemeenschappelijke afstamming gebruikt.

    Wat blijft staan

    Ongeacht wat auteurs schrijven of juist niet schrijven over Archaeopteryx in de Origin, het blijft staan dat:

    (1) Darwin voorzichtig was met zijn claims: enerzijds weten we nog zo weinig, maar anderzijds hebben we toch een paar overgangsvormen. Tijdens het traject van de Origin kende hij maar één Archaeopteryx fossiel. Alle andere kwamen pas ná de laatste druk van de Origin. Het mooiste exemplaar (Berlijn exemplaar) heeft hij waarschijnlijk zelf nooit gezien. Het komt ook niet in Descent voor. Wij verkeren in een principieel andere situatie omdat wij tien exemplaren hebben.

    (2) Evolutiehandboeken maken het moeilijk om een correct beeld te krijgen van de hoeveelheid bewijsmateriaal dat Darwin in 1859 had om zijn theorie te onderbouwen. Dit is niet weg te redeneren door het feit dat leerboeken een niet-historisch perspectief hebben. Dat betekent: systematisch alle bewijsmateriaal presenteren in een niet-chronologische volgorde.

    (3) Dat Darwin soorten als de Darwinvinken (Geospiza) in zijn dagboeken of reisverslagen vermeldt is niet relevant, want die zijn slechts beschrijvend van aard. Daar worden ze niet als bewijs voor evolutie opgevoerd. Het is significant dat Darwinvinken niet in de Origin voorkomen. En 1859 was nu eenmaal hét moment dat Darwin zijn theorie aan de wereld bekend maakte. Dát moest het meeste overtuigende pleidooi voor evolutie zijn.

    Druk, druk, druk!

    Als je alleen de eerste druk leest, zoals sommigen (4) aanbevelen (omdat de latere drukken slechter geworden zouden zijn door de vele correcties die Darwin had doorgevoerd onder invloed van de critici), dan ontdek je nooit dat Darwin stapsgewijs nieuwe ontdekkingen (Archaeopteryx) heeft toegevoegd. Dat zijn uiteraard verbeteringen. Maar, als je alleen de 6e druk leest, dan ontdek je wel de Archaeopteryx, maar mis je het feit dat Darwin bij het wereldkundig maken van zijn theorie in 1859 geen fossiele overgangsvormen had.

    Waagstuk is geen gok

    Darwin’s Origin of Species was een waagstuk, maar géén gok. Iemand die gokt heeft geen informatie. Iemand die waagt heeft wel informatie, maar niet voldoende. Wie niet waagt, wie niet wint.

    Deze hele Archaeopteryx zaak brengt duidelijk de vraag naar voren hoe overtuigend de Origin in 1859 was. Dit is een omvangrijk probleem. Daar moet je de hele Origin voor lezen. Een andere fascinerende vraag is: had het na 1859 nog fout kunnen gaan met het Darwinisme?

    (zondag: kleine tekstuele verbetering)

    Noten

    1. Morse Peckham (editor) (1959, 2006) The Origin of Species. Variorum text. University of Pennsylvania Press, 820 pages. (amazon).
    2. Met dank aan Gerdien de Jong.
    3. het jaartal is afkomstig van: Adrian Desmond, entry: ‘Huxley, Thomas Henry (1825-1895)’ in: Michael Ruse, Joseph Travis (2009) Evolution. The First Four Billion Years, p.650
    4. Professor Wim Scharloo gaf in de 70-er jaren de aanbeveling aan biologiestudenten om de 1e druk van de Origin te lezen.

    Ik heb weliswaar in mijn vorige post aangegeven dat zodra Darwin van de Archaeopteryx hoorde, deze als missing link tussen vogels en dinosauriers opvoerde, maar ik heb de indruk gewekt dat Darwin in 1859 helemaal geen fossiel bewijsmateriaal had. Of andersoortig bewijs.

    Niets is minder waar! Dit moet ik dus rechtzetten! Een tweede reden om dit te doen is dat ID-ers en creationisten ‘vergeten’ dat Darwin andersoortig bewijsmateriaal had en denken dat ze met hun kritiek op het (moleculaire) mechanisme van evolutie, Darwin hebben neergehaald. Alle ID-ers maken die fout.

    Ik schreef: “In 1859 was er géén fossiel bewijsmateriaal voor overgangsvormen en toch was The Origin of Species een overtuigend werk”. De nadruk moet hier liggen op overgangsvormen en niet op fossiel bewijsmateriaal opzich. En ik moet nog uitleggen waarom de Origin toch overtuigend was. Ook schreef ik dat de uitspraak ‘ook zonder fossielen is er bewijs voor evolutie’ perfect van toepassing is op de status van de evolutietheorie in 1859. Maar ik bedoel daar zeker niet mee dat er in 1859 géén fossielen bekend waren. Want de geologie vóór 1859 was dan weliswaar niet-evolutionair en niet-Darwinistisch van aard, ze had ondertussen al honderden fossielen beschreven. Darwin zelf had op zijn Beagle tocht fossielen gevonden als Toxodont, Megatherium, Glyptodont

    Patronen

    Darwin gebruikte het fossielen bestand op een andere manier dan we tegenwoordig doen. Darwin wees op patronen in het fossielen bestand die beter door evolutie dan door schepping verklaard konden worden. Zo’n patroon was bijvoorbeeld dat hoe verder je terug gaat in de tijd, hoe meer de fossielen verschillen van tegenwoordige diersoorten. Dat patroon was al bekend bij pré-Darwinistische geologen, maar had geen verklaring. Darwin verklaarde dat patroon door descent with modification (afstamming en verandering). Soorten divergeren in de loop der tijd. Leefden ze langer geleden dan is er meer tijd geweest om te veranderen. Recentere uitgestorven soorten lijken meer op tegenwoordige omdat ze minder tijd gehad hebben om te divergeren. Voor meer voorbeelden zie in het boek van Reznick : de hoofdstukken over Geologie (H 16,17,18,19).

    Maar Darwin gebruikte ook gegevens uit de geografische verspreiding van soorten. Ook daar zag hij patronen. Hij redeneerde dat als soorten ontstaan door bovennatuurlijke schepping (’independent acts of creation’) we dan geen endemische soorten (soorten die alleen op bepaalde eilanden voorkomen) zouden moeten zien. Waarom zou de schepper juist op eilanden unieke soorten neerzetten en diezelfde niet op continenten? Grapje? Ons op een dwaalspoor brengen? (Unieke soorten kunnen niet overwaaien, die zouden geschapen moeten zijn).

    Nog een patroon: op eilanden komen significant vaker dieren voor die zich makkelijk verspreiden over grote afstanden (vliegende dieren: vogels en insecten) dan dieren die zich moeilijk verspreiden over oceanen zoals de grote viervoeters (olifanten, giraffen, leeuwen, paarden) en amphibieën. Waarom zou de schepper dit patroon gecreëerd hebben? Hij zou met het grootste gemak een giraf op een oceanisch eiland kunnen zetten. Meer voorbeelden staan in de Origin en het boek over de Origin van Reznick (zie cover hierboven). Ook staat er een zeer helder geschreven hoofdstuk in Jerry Coyne (2009) Why Evolution is True: ‘The Geography of Life’ (ch 4) (1). Aanbevolen! Let op: ook de biogeografische kennis is sinds 1859 enorm toegenomen (2). Over ‘t algemeen is Coyne zich daarvan bewust, maar zijn doel is de huidige stand van bewijsmateriaal weer te geven. Hetzelfde geldt voor het recente en zeer toegankelijk geschreven boek over biogeografie van Dennis McCarthy (3) dat ik op het moment aan het lezen ben. Wordt vervolgd.

    Noten

    1. “The biogeographic evidence for evolution is now so powerful that I have never seen a creationist book, article, or lecture that has tried to refute it” (p.95). Voorbeelden zijn: Phillip Johnson, Michael Denton, Michael Behe. Ik heb zijn boek nog niet gezien, maar ik voorspel dat ook Peter Borger biogeografie overslaat.
    2. Modern voorbeeld: moleculaire biogeografie van de Galapagos buizerd op het blog van Gerdien de Jong.
    3. Dennis McCarthy (2009) ‘Here Be Dragons: How the Study of Animal and Plant Distributions Revolutionized Our Views of Life and Earth‘.

    NIEUWE SYNTHESE ? De ” NIEUWE ” biologie ?

    De grenzen van het neodarwinisme

    door renefransen op dec.11, 2009,Sterrenstof

    Het gaat hier, voor alle duidelijkheid, om kritiek op het neodarwinisme vanuit de biologie zelf, dus niet vanuit Intelligent Design of creationisme. Ook Gert Korthof, heeft een speciale pagina over een ‘derde evolutionaire synthese’

    Carl Woese., een zeer eminente bioloog, heeft een indrukwekkend cv en is niet bang voor een beetje controverse. Ik heb wat van hem gelezen. Kijk maar eens op zijn homepage, onder ‘representive publications’.

    A New Biology for a New Centuryhttp://mmbr.asm.org/cgi/content/abstract/68/2/173.

    Daarin zet Woese zich af tegen het reductionisme. Niet het methodologisch reductionisme, maar het metafysisch reductionisme, het idee dat je iets begrijpt vanuit de werking van de afzonderlijke onderdelen. Biologie heeft bij uitstek te maken met ‘emergente eigenschappen’, aldus Woese.

    (Martin )

    Wat Woese zegt in “One last look” is nogal amateuristisch. Hij schrijft “The 19th century as a whole had a reductionistic world view, of for no other reason than because of the outlook of classical physics. Physics at the time saw a fundamentally reductionistic world, in which ultimate explanation lay completely in the properties and interactions of atoms: to know the positions and momenta of all of the fundamental particles at a given point in time was in principle to know their poitions and momenta at any other point in time, past or future. Nothing added, nothing subtracted; just the endless deterministic jumble of bouncing atomic balls in a directionless time”. Woese verwijst hier naar ref. 33, Prigogine, “The end of certainty …”.

    In de 19e eeuw was het atoomconcept nog grotendeels speculatief, en de eerste pogingen (Boltzmann) om een atomaire verklaring te geven van diffusiecoefficienten in simpele gassen etc. waren inderdaad gebaseerd op een model van atomen als losse biljartballetjes. Dat was gewoon wiskundig het simpelste. Sinds die tijd is er wel iets veranderd, zoals ook Prigogine uitlegt. De statistische mechanica is inmiddels heel wat verder dan in de 19e eeuw.

    Het is wel grappig dat in de moderne natuurkunde er eigenlijk geen reductionisme meer is. De dingen die we waarnemen (vaste stoffen, vloeistoffen, moleculen, etc.) zijn alijd “many body” systemen, waarin er eigenlijk geen wezenlijk verschil meer is tussen de deeltjes en de interacties tussen die deeltjes: zowel de deeltjes als de interacties zijn gekwantiseerd; zie b.v. systemen van atomen in een electromagnetisch veld. In de moderne theoretische vaste stof fysica wordt juist geprobeerd om grip te krijgen op many body dynamica, wat bepaald niet eenvoudig is. Zie b.v. “The evolving monogram on Many Body Physics” op http://www.physics.rutgers.edu/~coleman/

    Dus het idee van reductionisme als een verklaring op basis van losse microscopische componenten is onjuist. De vraag is eerder of de macroscopie afgeleid kan worden uit een microscopisch many body model. De chemische eigenschappen van een molecuul (many electron states, magnetisme, electrisch dipool moment, etc) volgen uiteraard uit de microscopische eigenschappen van de electronen en de nucleaire “componenten”. Bij vaste stoffen en vloeistoffen geldt hetzelfde, alhoewel daar het behappen van de many particle dynamica slechts bij benadering mogelijk is (wegens wiskundige problemen, beperkte computercapaciteit, etc); zie b.v. supergeleiding. De quantummechanica van “simpele” organische reacties van kleine moleculen staat eigenlijk ook nog in de kinderschoenen. Zie ook het probleem van “protein folding”, wat wel laat zien hoe moeilijk de theoretische fysica van de biochemie is. Biologische processen en structuren zijn, gezien vanuit many body physics, GIGA complex. Alleen dat al maakt geneuzel over “emergentie” lachwekkend. We weten gewoon zeer veel nog niet. Martin

    woese

    Carl Woese

    Hij schrijft er ook lezenswaardige dingen in over de oorsprong van het leven, een thema waar hij veel over gepubliceerd heeft.

    Hoe kan vanuit het niets een cel ontstaan? Woese presenteert een tussenstap, waarin bijvoorbeeld de productie van eiwit op basis van genetisch informatie niet zo gecontroleerd gaat als nu. Deze vroege genen leveren elk ’statistische eiwitten’ op, een mengelmoesje waarvan er misschien maar één een nuttige functie heeft. Maar dat is al beter dan niets.

    Ook was er vroeg in de ontwikkeling van het leven een cruciale rol weggelegd voor horizontale genuitwisseling (tussen organismen dus). Succesvolle genen konden zich zo snel verspreiden.

    Niet via een Darwiniaans mechanisme, overigens, dat kwam pas later aldus Woese.

    Gerdien de Jong over micro en macro evolutie

    ‘Macroevolutie’ is een normale term: het staat meestal voor de evolutiepatronen.

    Het boek van Skelton, Evolution, 1993 (Open University) heeft bv een hoofdafdeling Macroevolution, met de hoofdstukken: ‘evolutionary relationships and history’, fossilization and the record of past life’, ‘geography and macroevolution’, ‘the evolution of form’, ‘phylogenetic patterns’.

    Skelton is meer een all-round boek dan veel huidige boeken, omdat het veel meer geologie biedt.

    Macroevolution komt in de meeste boeken (Futuyma, Freeman & Herron) wel even langs, maar als een heel los woord voor grote veranderingen door evo-devo. Skelton is veel helderder in zijn opvatting.

    Het punt is dat ‘macroevolutie’ een patroon is, en ‘microevolutie’ een proces. Dit onderscheid hoor ik creationisten nooit maken.

    Wat ik wel vaak hoor is een vraag van creationistische kant dat ‘macroevolutie’ in het lab als mechanisme bewezen wordt. Dat kan niet, omdat macroevolutie geen mechanisme is.

    De overeenkomst in de termen doet kennelijk denken dat er een overeenkomst in de zaak is, en dat ‘macroevolutie’ het mechanisme zou zijn voor de grote verschillen, en ‘microevolutie’ het mechanisme voor de kleine verschillen.

    Met andere woorden, als je hoort zeggen er is geen micro- en macroevolutie, dat onderscheid bestaat niet’ betekent dit dat er maar één mechanisme is, microevolutie, dat als je lang genoeg doorgaat tot patronen op macroniveau leidt.

    Zoals ik al aanhaalde in een vorig comment in deze serie (Roeland Heeck, oktober 30th, 2009 on 4:37 pm zei)
    Over macro-evolutie stelde SCM:
    (Conway Morriss )

    “There is no macro evolution, there are only macro results.”
    Zodat SCM kennelijk ook de scheiding tussen processen en patronen maakt; hij ontkent kennelijk macroevolutie als proces, eerder dan dat hij macroevolutie als patroon ontkent.

    Evolutiebiologen maken veel te weinig het onderscheid tussen patronen en processen, maar bv dat boek van Skelton niet. Ook is er de neo-darwinian neiging om evolutie te definiëren als verandering in allelfrequentie of verandering in genetische samenstelling van de populatie: wat mij betreft een verarmende definitie die ook maakt dat macroevolutie niet naar voren komt, omdat het uit de definitie van evolutie wordt weggehaald.

    Maar er zijn grote namen die de geschiedenis van het leven uit evolutie weg willen halen: http://sandwalk.blogspot.com/2007/01/what-is-evolution.html

    Om de verwarring nog groter te maken, soms vind je ‘macroevolutie’ en betekent het alleen maar ‘soortvorming’.

    Darwinjaar 2009 en het Internationale Jaar van de Sterrenkunde

    2009 =

    Zelden zoveel uitvindingen en ontdekkingen , en zelden zoveel mensen die er geen sikkepit van geloven , en zelden zoveel politici die alle wetenschap negeren, doch wel kunnen profiteren van alle voordelen die de boze wetenschap met zich meebrengt

    In 2009 is het 200 jaar geleden dat Charles Darwinwerd geboren; 150 jaar geleden kwam zijn boek ‘On the origin of species uit’.

    Maar 2009 is het ook de 400ste verjaardag van het eerste astronomische gebruik van een telescoop door de italiaanse sterrenkundige Galileo Galilei in 1609.

    Het jaar van Ardi

    Steven Stroeykens — Ze was maar één meter twintig groot, ze is al 4,4miljoen jaar dood en al wat er van haar overblijft zijn 125 stukjes bot. –> Maar toch de felbegeerde trofee ‘Doorbraak van het Jaar’, die het Amerikaanse wetenschappelijke vakblad Science jaarlijks uitreikt.

    Ardi (kort voor Ardipithecus ramidus) onttroont Lucy (koosnaampje voor Australopithecus afarensis) als de oudste mensachtige waarvan een min of meer compleet skelet is overgebleven.
    Haar overblijfselen werden al in 1994 gevonden, in Ethiopië, maar de wetenschappers die haar opgroeven, hebben rustig de tijd genomen om alles grondig te onderzoeken.
    Dit jaar zijn eindelijk de conclusies gepubliceerd, in een reeks artikelen in Science.
    Het is nog maar het zesde goede skelet van een mensachtige ouder dan een miljoen jaar, en meteen het oudste.Mogelijk was Ardipithecus een voorouder van Australopithecus, die zelf een voorouder van de moderne mens was. Maar het zou ook kunnen dat Ardi een doodlopende zijtak van de menselijke familie vertegenwoordigt.
    Ze liep, volgens de reconstructie van haar verbrijzelde bekken, waarschijnlijk rechtop, maar nog niet zo goed als Lucy.
    Haar hersenen waren even groot als die van een chimpansee, maar haar schedel lijkt meer op die van latere mensachtigen dan op die van de gemeenschappelijke voorouder van mens en chimpansee.
    De vondst werpt op die manier een interessant nieuw licht op de evolutie van onze soort. Een van de conclusies die uit de analyse van Ardi te trekken zijn, is dat na het uiteengroeien van de mensentak en de mensapentak van onze grote familie, zo’n drie miljoen jaar vóór Ardi, niet alleen de menselijke tak maar ook de mensapentak (met onder meer de chimpansee) sterk geëvolueerd moeten zijn. Het is niet zo dat wíj veranderd zijn en zíj pas op de plaats hebben gemaakt, de twee takken zijn beide sterk veranderd.

    Wie waren de concurrenten die Ardi verslagen heeft, de ‘gewone’ doorbraken van 2009, die net niet de titel gehaald hebben?
    hier volgt de shortlist in willekeurige volgorde.De Amerikaanse satelliet Fermi Gamma-Ray Space Telescope heeft gammastraling waargenomen van voordien onbekende pulsars; dat zijn ineengestorte restanten van dode sterren, die flitsen als kosmische vuurtorens.Amerikaanse onderzoekers stelden vast dat rapamycine, een medicijn dat voorgeschreven wordt tegen nierkanker en bij transplantaties, de levensverwachting van muizen met veertien procent verlengt, ook als de dieren het product pas op middelbare leeftijd beginnen te nemen. Het is het eerste levensverlengende middel dat werkt bij zoogdieren. Helaas is het wegens zijn ernstige neveneffecten niet meteen bruikbaar voor grootschalig gebruik bij mensen.Een reeks publicaties heeft de eigenschappen opgehelderd van grafeen, een vorm van koolstof waarbij de atomen gerangschikt zijn in platte vlakken. Het materiaal zou toegepast kunnen worden in nieuwe elektronische onderdelen.Plantenonderzoekers hebben na lang zoeken eindelijk het geheim gekraakt van de ABA-receptor, een biochemisch mechanisme dat planten droogte helpt overleven. Dat kan helpen om toekomstige genetische gewijzigde planten meer droogtebestendig te maken.Amerikaanse fysisci hebben een röntgenstralenlaser gedemonstreerd, niet om Chinese ruimtestations of Talibanbunkers stuk te schieten, maar om het verloop van chemische reacties te bestuderen.In de VS en Europa hebben onderzoekers vorderingen geboekt met gentherapie, een behandelwijze die al lange jaren uiterst veelbelovend is, maar vaak op ernstige moeilijkheden stuitte.Fysici hebben in ‘spin-ijs’, een vreemde soort materialen, magnetische rimpels opgewekt die zich gedragen als ‘magnetische monopolen’, dat wil zeggen een magnetische noordpool zonder zuidpool (of omgekeerd). Het is alsof ze een worst met maar één uiteinde gemaakt hebben.De onbemande maanverkenner LCROSS heeft waterdamp waargenomen in het puin van een inslag nabij de zuidpool van de maan, het langverwachte bewijs dat daar ijs voorkomt.
    Water op Mars

    Het afgelopen jaar werd duidelijk dat zowel op de maan als op Mars waarschijnlijk watervoorraden aanwezig zijn. Op de rode planeet maakt de Marslander Phoenix in februari voor het eerst foto’s van een substantie die veel lijkt op vloeibaar water.Marslander Phoenix maakt foto’s van vloeibaar water op mars
    Op de maan wordt door de NASA in november een ‘significante hoeveelheid’ bevroren water aangetroffen in een krater. Buitenaardse waterbronnen zouden van pas komen de aanleg van een permanente basis op een andere planeetEn ten slotte is de ruimtetelescoop Hubble voor de laatste keer opgeknapt en gerepareerd.
    2010 wordt het jaar van de biodiversiteit : 2009 was in elk geval al
    een stevige aanzet
    Op aarde blijkt er ook nog genoeg te ontdekken in de natuur, en soms op de meest onverwachtse plekken. Britse onderzoekers komen in september een soort ‘reuzenrat’ van 1,5 kilo op het spoor in de krater van een vulkaan in Papoea-Nieuw Guinea.In Papoea-Nieuw Guinea werd een reuzenrat ontdektNog opmerkelijker is de ontdekking van een nieuwe kameleonsoort in Tanzania. De Amerikaanse onderzoeker Andrew Marshall stuit op de kameleon als een slang het dier vlak voor zijn voeten uitspuwt.17560 nieuwe soorten
    Onder zeeniveau lijkt er zelfs nog een hele wereld van onontdekte dieren te bestaan. In oktober wordt de diepst levende vis op het zuidelijk halfrond ontdekt. En in november beweren onderzoekers van het project Census of Marine Life zelfs dat ze 17560 nieuwe soorten hebben ontdekt in de diepzee.Niet voor alle wetenschappers is 2009 overigens een vruchtbaar jaar.

    Berichten over de Large Hadron Collider van CERN in Geneve waren vorig jaar nog bijna aan de orde van de dag. Maar de reusachtige deeltjesversneller ligt het grootste deel van het 2009 stil. Pas sinds oktober draait het gigantische apparaat weer. En als we sommige wetenschappers moeten geloven is de deeltjesversneller gedoemd om in 2010 weer kapot te gaan.In een van de meest bizarre wetenschappelijke papers van het jaar beweren een Deense en een Japanse natuurkundige dat de LHC zal worden gesaboteerd door tijdreizende deeltjes. 2010 zal mogelijk uitwijzen of de twee wetenschappers geniaal of gek zijn…
    klimaat
    Dramatisch dieptepunt = de min of meer mislukte top van Kopenhagen. Het is niet toevallig dat juist kort voor die top begon veel onderzoeksresultaten omtrent het veranderende klimaat uitlekten.
    Zo vertelden wetenschappers ons dat 24 miljoen mensen voor het broeikaseffect en de gevolgen daarvan op de vlucht zijn geslagen.
    Al Gore liet weten dat de ijskappen al in 2014 gaan smelten, ijsbergen naderen Australië en Finding Nemo wordt werkelijkheid.
    Maar wat er nu concreet allemaal gaat gebeuren en hoe realistisch de voorspellingen zijn, dat blijft koffiedik kijken.
    Eerste decenium 21 ste eeuw /Vk-decennium-Top-5: Wetenschappelijke doorbraken

    22 december, 2009 ·

    Het jaar 2009 loopt op z’n einde, het eerste decennium van de 21ste eeuw zit er bijna op. Een terugblik op de Jaren Nul. Wat waren de opmerkelijkste, bijzonderste, gezichtbepalendste, belangrijkste, opzienbarendste en mooiste gebeurtenissen of ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar? wetenschappelijke doorbraken.
    1. Voltooiing menselijk genoom

    Een makkelijke keuze, want de ontcijfering van de genetische blauwdruk van de mens is ongetwijfeld de belangrijkste wetenschappelijke mijlpaal van de jaren nul, en misschien wel de belangrijkste ooit. Lastiger is het een einddatum te hangen aan deze internationale onderneming; het Human Genome Project dat in 1990 van start ging en tientallen miljoenen dollars heeft gekost.

    In juni 2000 kondigden de Amerikaanse president Clinton en de Britse premier Blair de voltooiing aan, in februari 2001 werd de eerste ‘schets’ gepubliceerd, en in april 2003 werd het menselijk genoom voltooid verklaard. Maar de analyse en verfijning van de genenkaart gaan nog steeds door. Zo kwamen in 2006 zeven chromosomen officieel af. Met de ontcijfering van de exacte volgorde van de 3 miljard basenparen van het menselijk dna kennen we echter het hele genoom noch zelfs maar alle 20 tot 25 duizend genen.

    Het wordt de laatste jaren steeds duidelijker dat een groot deel van het dna bestaat uit weglatingen en verdubbelingen van stukken dna. Niettemin was de ontcijfering van het genoom een enorme boost voor het genomics-onderzoek. De genenkaart vergemakkelijkt onderzoek naar de invloed van genen op ziekte en gezondheid en naar de afstamming van de mens.

    2. Tweelingen van de Aarde

    Geen groene mannetjes te bekennen, maar in april 2007 is het nieuws er niet minder spectaculair om: in het sterrenbeeld Weegschaal staat een ster waar een planeetje omheen draait dat mogelijk behoorlijk wat wegheeft van de aarde.

    Exoplaneten worden al het hele eerste decennium van de nieuwe eeuw opgespoord, vooral dankzij nieuwe astronomische waarnemingstechnieken waarbij de lichtvariaties worden gemeten als de planeet voor de verre ster langs beweegt.

    Maar verreweg de meeste van die verre planeten zijn enorm groot en zwaar, vaak meer halfgelukte sterren dan serieuze hemellichamen. Zo niet Gleise 581-C, een planeetje van ongeveer 5,4 aardmassa’s dat wellicht ook vaste grond heeft. De eerste zeker vaste exoplaneet werd in 2009 gevonden: CoRoT 7-b, die een tot tweemaal zo zwaar is als de aarde. Leven kan er niet zijn, het is er aan de sterzijde zo’n 1500 graden. Gesteenten zullen dan ook gesmoten zijn, denken astronomen.

    3. Kluizenaar bewijst oud vermoeden

    Gewone stervelingen zullen er nooit van wakker hebben gelegen, maar toen de Russische wiskundige Grigori Perelman in 2002-2003 het beruchte vermoeden van Poincaré bewees, waren wiskundigen in alle staten. Tegen de tijd dat Perelmans bewijs in 2006 door collega’s was nagerekend en hem de Field Medal werd toegekend, de wiskundige pendant van een Nobelprijs, was Perelman van de aardbodem verdwenen.

    Volgens zijn familie was hij kluizenaar geworden, paddestoelen plukken in de ruisende Russische wouden. Hij weigerde de prijs. Dat neemt niet weg dat Perelmans bewijs een van de grote gebeurtenissen van de wetenschap in de jaren nul mag heten. Het vermoeden van Poincaré zegt dat ieder gesloten oppervlak waarop een cirkel tot een punt kan worden samengetrokken, een bol moet zijn. Ook in meer dan drie dimensies. Klinkt triviaal, maar bewijzen is een ander verhaal. Sinds Henri Poincaré in 1904 zijn vermoeden opschreef, hebben ook de grootste wiskundigen er hun tanden op stukgebeten. In 2000 loofde het Clay Institute een miljoen dollar uit voor de ontknoping. Ook die heeft Perelman niet opgehaald.


    4. Stamcellen, eeuwige belofte

    Het medische onderzoeksveld dat in de jaren nul de grootste beroering veroorzaakte is dat van stamcellen, de grote belofte van de regeneratiegeneeskunde. Aanvankelijk was de aandacht vooral gericht op embryonale stamcellen, flexibele cellen die eindeloos kunnen delen en uitgroeien tot allerlei typen lichaamscellen. Dit onderzoek veroorzaakte ook de grootste controverse, vanwege de ethische dilemma’s en het embargo op federale financiering dat in 2001 door president Bush werd opgelegd (en in 2009 door Obama ingetrokken).

    De eerste menselijk embryonale stamcellen werden in 1998 door de Amerikaan James Thomson geïsoleerd. Het bedrijf Advanced Cell Technology kloonde in 2001 als eerste menselijke embryo’s. In 2004-2005 claimde de Koreaan Hwang Woo-Suk als eerste uit gekloonde menselijke embryo’s stamcellen te hebben gehaald. Zijn resultaten bleken echter vervalst.

    Groot was het enthousiasme toen in 2007 de Japanner Shinya Yamanaka aantoonde dat je uit gewone menselijke huidcellen stamcellen kunt maken die bijna net zo veelzijdig en krachtig zijn als embryonale. Inmiddels kunnen uit allerlei lichaamscellen zulke stamcellen worden gemaakt. Omgekeerd kunnen uit stamcellen allerlei lichaamscellen worden gemaakt, zoals hartcellen en zenuwcellen. Steeds belangrijker worden ook de volwassen stamcellen, uit navelstrengbloed of vruchtwater of gewoon uit het lichaam zelf. Echte stamceltherapieën zijn er intussen nog maar weinig. De belangrijkste is nog altijd beenmergtransplantatie, een behandeling die al decennia succesvol is.

    5. Floresmens: klein en jong

    Het was een wetenschappelijke ontdekking met een hoog jongensboekgehalte: de vondst in 2003 van een onbekende mensachtige in de Liang Bua-grot op het Indonesische eiland Flores.

    De vondst was sensationeel om meerdere redenen: Homo floresiensis was om te beginnen een minimens, niet meer dan één meter hoog en met een brein van grapefruit-formaat. De overblijfselen van inmiddels negen individuen zijn aangetroffen bij sporen van (kamp)vuur en met stenen werktuigen, waarmee de uitgestorven mensachtigen, die al gauw de hobbits werden gedoopt, op eveneens uitgestorven mini-olifantjes hebben gejaagd.

    Daarnaast bleken de niet-gefossiliseerde botten tussen 38 duizend en 12 duizend jaar oud. Ze zijn dus mogelijk bijna 18 duizend jaar jonger dan de allerlaatste Neanderthalers, tot nu toe de meest recent uitgestorven familie van de mens.

    Speculaties dat de hobbits misschien wel tot in historische tijden in Flores hebben geleefd en dus moderne mensen hebben ontmoet, konden niet uitblijven. Sommige paleontologen denken dat de Floresmens een eilanddwergvorm is geweest van Homo erectus (Javamens).of zelfs een oudere mensachtige

    Maar tegenstanders ( en natuurlijk ook creationisten die met alle macht weigeren te herkennen dat er verschillende soorten ( species ) mensen naast elkaar hebben geleefd ) denken dat het een ziekelijke dwergvorm is geweest van de moderne mens, Homo sapiens.











    With so many incredible scientific advances and discoveries this year, Wired Science had a tough time choosing which 10 were the biggest. So, we went with the ones that stood out for us. From the amazing collective power of jellyfish, to a new human

    CREATIONISTEN NA  DARWINJAAR

    Na het Darwinjaar , ideologen / pseudowetenschap en creationisten

    Einde Darwinjaar

    darwinjaar-web-95

    PIERRA
    donderdag 3 december

    Het Darwinjaar is afgelopen . Het zou mooi zijn een overzicht te hebben van wat dit jaar heeft opgeleverd. Dat is natuurlijk voor iedereen anders, dus is het onmogelijk daar een allesomvattende samenvatting van te maken.

    . De tegenstellingen tussen creationisten, ID-ers, theïstische evolutie-aanhangers, en (atheïstische) voorstanders van de evolutietheorie kwamen uitvoerig aan bod.

    Het jaar begon met de atheïstische leuzen op de bussen in Londen, die gesponsord waren door Richard Dawkins. Tegelijkertijd lieten de creationisten in Nederland ook van zich horen d.m.v. folders die bij iedereen zomaar in de bus geduwd werden. Het hoogtepunt was de aanstelling van Francis Collins als hoofd van het NIH (National Institutes of Health: de grootste en belangrijkste onderzoeksinstelling van de VS), een aanhanger van theïstische evolutie.

    Deze zienswijze van theistische evolutie accepteert de evolutietheorie, maar gelooft dat God de schepper was, ook van de cosmos. Hij schiep op de Aarde leven dat uiteindelijk moest evolueren naar de mens, opdat deze een bewustzijn, eigen wil en de gave tot onderscheid tussen goed en kwaad door Hem ingeblazen kon worden.

    In Italië is in de kranten grote consternatie ontstaan (voor een keer niet over Berlusconi) n.a.v. de ventilatie van creationistisch gedachtegoed door de vice-voorzitter van het CNR (het Nationale Centrum voor [wetenschappelijk] Onderzoek). Hij heeft in februari j.l. een congres georganiseerd met creationisten als speakers. De voorzitter van het CNR distantieert zich van deze figuur. .

    Het definitieve einde van( het )Darwin(jaar ) is in italie op zeer ongepaste wijze ingezet door de opmerkelijke publicatie van een ( nauwelijks verholen ) creationistisch boek (inclusief zondvloed gezever en yadadada -gedram over o.a. dateringstechnieken )dat mede door de officieele organisatie voor ( een soort van ) wetenschappelijke alfabetisering (?) het “CNR. “ , is gefinancierd ( en zonder dat boek vooraf te hebben onderworpen aan enige ” peer review” vooraleer het financieel mogelijk te maken ) …
    Wat een blamage voor de italiaanse wetenschap … in zonderheid de evolutiewetenschappen , de biologen , geologen etc ….
    Zelfs wetenschappers uit het Vatikaan steigeren (op dit ogenblik )

    Blijkbaar is de meerderheid van de VS -bevollking niet het enige achtergebleven deel van de wetenschappelijk ongeletterden( en de pseudo-wetenschappers in laboratorium jas in het bezit van een uilenvel ) in de westerse wereld …De verantwoordelijken van dit initiatief van het Italiaanse sloddervos instituut ” ter “onbedoelde” (?) bevordering der desinformantie” hebben hiermee duidelijk aangetoond onbekwaam te zijn om hun functie verder uit te oefenen
    …. en dat geldt ook voor CNR president, fysicus Luciano Maiani
    en.wikipedia.org/wiki/Luciano_…
    ( zou die natuurkundige nog denken dat biologie en levenswetenschappen ( in het bijzonder evolutiewetenschappen ) geen echte wetenschap kunnen zijn ? het zou me niet verwonderen …)

    Oh ja :
    CNR’s ( politiek benoemde ) Vice President Roberto de Mattei, is auteur en lobbyist ( en gaf minstens groen licht ) voor het gewraakte boek ( wat trouwens wordt voorgesteld als een verslag van een congres over het ” falende darwinisme ” , eerder dit jaar gehouden onder de auspicieen van datzelfde CNR)

    “Evolutionism: The Decline of an Hypothesis. ”
    www.robertodemattei.it/index.p…

    Althans dat heb ik allemaal gemeend ( nogal gematigd ) te kunnen opmaken uit de nieuwsberichten
    pandasthumb.org/archives/2009/…
    www.scientificamerican.com/blo…
    blogs.sciencemag.org/sciencein…

    P.S.
    En natuurlijk gaat het ook over de “vrijheid van meningsuiting” , precies alsof dat een vrijbrief is om van officiële zijde de boel op te lichten
    Wetenschap gaat trouwens ook niet over een compromis tussen verschillende meningen en/of is geen democratisch vaststellen van de mening van de meerderheid als waar of onwaar ….

    -Creationisme is GEEN wetenschap , maar sectair geloof
    _Darwinisme is een “creationisten” woord bedoeld om van de evolutie-wetenschappen als een soort ideologie te kunnen brandmerken en om als een ” 19 eeuwse filosofie ” ( een stroman dus ) te kunnen worden onderuit gehaald …
    – zondvloedgeologie en daterings-tralalala zijn versleten dode paarden van het rabiaatste YEC creationisme die hier voor dezoveelste maal worden gereanimeerd …
    -Mooi land en mooi volk
    Intriest dat het ook moet ten prooi vallen ( als bruggenhoofd fungeren van ) aan de hersenloze amerikaanse pipo’s ….
    Blijkbaar is Italie naast pogingen in Nederland het tweede bruggenhoofd van de amerikaanse barbaren “ter hervorming van de cultuur en de restauratie van de theocratie ” in Europa

    De discussies (1)zullen natuurlijk aanhouden, ook na dit Darwinjaar.

    Ik kan me helaas niet aan de indruk onttrekken dat de tegenstellingen verscherpt zijn en dat de creationisten en hun verwanten zich steeds beter organiseren om hun gedachtegoed te verspreiden.

    Artikel in Science over de Proceedings, of het boek ‘Evolutionism: the decline of an hypothesis’ dat met geld van het CNR in Italie gepubliceerd werd.

    Zie ook de samenvatting van dit jaar door Dan Jones, en een artikel over de hedendaagse religieuze ‘oorlog’ van Nicholas D. Kristof gepubliceerd op de site van Sam Harris.

    Debat tussen Lawrence Krauss en Michael Behe.

    Debat tussen Sam Harris and Rabbi David Wolpe

    Debat in Mexico 11.08.2009 metHarris, Hitchens, & Dennett vs. Boteach, D’Souza, Wright, & Taleb (Zet het geluid op maximum)

    (1)Het zijn wél meestal allemaal non-discussies over allerlei interpretaties en meningen 😦 en de te hanteren wetenschappelijke methode ) . over de zo goed als “bewezen” (natuur)wetenschappelijke evolutiemodellen…..althans het zijn deze huidige modellen die het best de kontroleerbare werkelijkheid benaderen en van een meest waarschijnlijke verklaring voorzien

    Creationisme en het ID gebeuren zijn reeds lang een gepasseerd station. ( voor de reguliere wetenschap )
    * Zolang er geen en nog steeds geen evidente aanwijzing is voor een intelligente almachtige entititeit gaan we nog steeds uit van het meest waarschijnlijke..
    * Op de bijbel hoeft men zich niet te beroepen; dat is enkel een gecensureerd sprookjesboek.

    Was darwin nu gelovige , agnost of atheist ?

    Levend in de Victoriaanse tijd moest Charles Darwin erg voorzichtig zijn in verband met zijn zich ontwikkelend “ongeloof” . Toch komt het vrij duidelijk naar voor in zijn teksten.
    Hier een voorbeeld uit “Descent of Man”:

    Het geloof in God is vaak naar voren gebracht als het grootste en meest complete van alle verschillen tussen mens en de lagere dieren… Het is echter onmogelijk om te beweren dat dit geloof aangeboren of instinctief is bij de mens.
    Een geloof in alles doordringende spirituele werkingen schijnt universeel te zijn en is blijkbaar het gevolg van een aanzienlijke vooruitgang in de redeneervermogens van de mens en van een nog grotere vooruitgang in zijn verbeeldingskracht, nieuwsgierigheid en verwondering.

    Ik ben me ervan bewust dat het veronderstelde instinctieve geloof in God door tal van personen is gebruikt als een argument voor zijn bestaan.
    Maar dit is een onbezonnen argument, want aldus zouden wij verplicht zijn om te geloven in het bestaan van tal van wrede en kwaadaardige geesten die maar een beetje meer macht bezitten dan de mens; want het geloof in hen is veel algemener dan dat in een weldadige godheid.”

    Het is duidelijk dat

    -Darwin hier het godsbeeld toeschrijft aan het brein van de mens.
    -Een idee dat tegenwoordig door de meeste hersenspecialisten wordt aangenomen.

    De theorie die een feit werd

    • zaterdag 19 december 2009

    http://dsonline.be/artikel/detail.aspx?artikelid=QH2JV1OF

    MAARTEN BOUDRY Onderzoeker aan de UGent, schrijft samen met collega Stefaan Blancke.

    Evolutie is niet zomaar een theorie, maar een feit.
    Want De bewijslast is overweldigend.

    Gerard Bodifee verwijst naar Newtons fysica, een briljante theorie die sinds Einstein achterhaald is, om te waarschuwen dat ook de inzichten van Darwin niet onweerlegbaar zijn.

    Kan zijn, zegt MAARTEN BOUDRY, maar zoals de zwaartekracht na Einstein niet is verdwenen, zal ook evolutie blijven bestaan.

    Gerard Bodifee probeert in De Standaard ( 12 december) een kritische balans op te maken van het Darwinjaar, maar slaat hier en daar de bal mis.
    Volgens Bodifee is evolutie geen feit, zoals de Britse evolutiebioloog Richard Dawkins beweert, maar slechts een theorie. (1)
    Niemand kan met zekerheid zeggen wat de toekomst brengt voor de evolutietheorie, aldus Bodifee, en we hoeven maar naar het lot van Newtons fysica te kijken om dat beseffen.
    Echter, wetenschappelijke kennis mag dan al feilbaar zijn, zelfs wanneer een onwankelbaar geachte theorie het onderspit moet delven, zoals Newtons fysica voor de algemene relativiteitstheorie van Einstein, worden op zijn minst de ‘fenomenen gered’.
    De zwaartekracht hield niet op te bestaan toen Einstein zijn theorie formuleerde, net zomin als de zichtbare verschijnselen die ze veroorzaakt.
    Het echter ook klopt niet dat Einstein met een volledig andere theorie afkwam dan Newton.
    Einstein is een uitbreiding van de theorie van Newton, want Einstein ging ervan uit dat de ruimte door gravitatie kan krommen (iets wat Newton niet wist).
    Eens deze kromming gekend is, is het enkel wiskunde om vanuit de theorie van Newton die van Einstein te vinden.
    Zo zien we ook dat sinds Darwin er ( zeer veel) nieuwe elementen zijn opgedoken die niet helemaal in de oorspronkelijke theorie passen, zoals zijn foute veronderstelling van stabiele ecosystemen, maar de basis van de evolutietheorie is nooit wetenschappelijk aangetast geweest.
    Het ziet er dus wel degelijk naar uit dat de theorieën van Newton en Darwin de basis blijven voor nieuwe theorieën. We kunnen daar natuurlijk nooit volstrekt zeker over zijn. We zijn er wel zeker van dat nieuw onderzoek de theorieën zullen uitbreiden.
    Bodifee moet een onderscheid maken tussen evolutie en biologische adaptatie als feiten en natuurlijke selectie als verklarend mechanisme.
    Het is mogelijk – hoewel weinig waarschijnlijk – dat we in de toekomst radicaal nieuwe wetenschappelijke inzichten verwerven over de mechanismen achter evolutie, maar de gemeenschappelijke afstamming van de soorten zelf is boven elke twijfel verheven.De bewijslast voor evolutie is dus zo overweldigend dat ze de status van een ‘feit’ heeft verworven, zoals Richard Dawkins stelt, dat even solide is als het ‘feit’ dat de aarde rond de zon draait. Dawkins’ uitspraak is ook expliciet gericht tegen de wijdverspreide creationistische propaganda, die stelt dat de evolutietheorie ‘just a theory’ is, kortom, een hypothese, een gissing, een ideetje.

    Sociaal darwinisme

    Frappanter is echter Bodifees bewering dat het ‘doelgericht handelen’ bij mensen en dieren de ‘onvolledigheid’ van de moderne evolutietheorie aantoont.

    Als ons vermogen tot doelbewust handelen niet door een gradueel proces van evolutie en natuurlijke selectie is ontstaan, waar komt het dan volgens Bodifee wél vandaan? Evolutionaire biologen, neurologen en psychologen buigen zich al decennia lang over de evolutionaire wortels van ons intentioneel gedrag, onderzoek dat Bodifee klaarblijkelijk is ontgaan.
    Denk bijvoorbeeld aan de evolutionaire benadering van intentionaliteit door de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett.
    Even merkwaardig is Bodifees these dat intentioneel handelen niets met oorzaken te maken heeft. Mocht dat zo zijn, dan zou hij ’s morgens niet eens zijn bed uit geraken om opiniestukken te schrijven, aangezien zijn intentie daartoe geen causaal verband heeft met zijn handelen.Bodifee roept wetenschappers ook op om eens duidelijk te maken dat de natuurlijke mechanismen van meedogenloze selectie geen model mogen staan voor ons moreel handelen of het inrichten van de samenleving.
    (3)
    We zijn benieuwd welke wetenschapper volgens Bodifee tijdens het afgelopen Darwinjaar een dergelijk onversneden ‘sociaal darwinisme’ heeft gepredikt.
    Diezelfde Richard Dawkins bijvoorbeeld, die vaak als ‘ultradarwinist’ bestempeld wordt, schreef meermaals dat hij een ‘gepassioneerde anti-Darwinist’ is wanneer het politiek en moraliteit betreft. Dat standpunt deelde hij met zijn grote rivaal Stephen Jay Gould, hoewel beiden het vaak oneens waren over bepaalde wetenschappelijke aspecten van de theorie. Uit biologische feiten kunnen we immers geen morele waarden afleiden.
    Daarbij moeten we ons vanzelfsprekend proberen te ‘distantiëren van bepaalde natuurlijke reflexen’, zoals Bodifee schrijft; maar evenzeer kunnen we andere omhelzen.
    Ook onze vermogens tot empathie en samenwerking zijn immers geëvolueerde ‘natuurlijke reflexen’, zoals Darwin al vermoedde, die pas begrijpelijk zijn vanuit het besef dat we een zeer sociale diersoort zijn.

    Bodifee en de zoveelste tsjevenstamp van deze “verborgen” IDC-achtige zweefrekartiest
    http://www.bodifee.be/nl-BE/Layout001.aspx?PID=113

    Ach, nog nooit iets gelezen van Bodifee dat niet religieus filosofisch geïnspireerd was.De man is niet in staat zich te verzoenen met een rationeel wetenschappelijk wereldbeeld.

    http://jefboven.blogspot.com/2009/12/darwin-na-het-feest-de-standaard.html
    http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=J32JJQKR
    http://www.standaard.be/meningen/forum/index.aspx?pagename=detail&forumid=1380891

    http://blog.seniorennet.be/darwinisme_guido_k/

    ( 1) Bodifee probeert Darwin te beschadigen met de bewering dat zijn leer slechts een theorie is, en vergelijkt dat met de “theorie” van de zwaartekracht van Newton. De “gravitatiewet van Newton” werd echter door Einstein verfijnd en bijgesteld maar niet ongedaan gemaakt. Het is niet omdat er in de 150 jaar na Darwin nog veel correcties zijn aangebracht op de evolutieleer, dat hij moet worden afgevoerd. Ernstige biologen maken uitsluitend gebruik van het darwinisme bij hun studies van de natuur, omdat dit sinds “On the Origin of Species” (1859) de enige aanvaardbare verklaring is voor de evolutie.

    (2) Bodifee gebruikt creationistische argumenten wanneer hij schrijft dat wetenschappers ervoor zouden moeten uitkomen dat ze geen volledige verklaring hebben voor bepaalde natuurverschijnselen. Hij beticht evolutiebioloog Richard Dawkins van dogmatisme hoewel die altijd duidelijk zegt dat alle wetenschappelijke vaststellingen voor correctie vatbaar zijn, en dat honderd procent zekerheid alleen bij religies voorkomt.

    Het heeft weinig zin met woord- en taalspelletjes te beginnen , en evenmin in filosofische beschouwingen over het nominalisme.

    Wanneer men vandaag in de krant beweert dat het een feit is dat de aarde rond de zon draait, begint niemand daarover een twistgesprek, maar als men vandaag in dezelfde krant beweert dat evolutie een feit is, ho maar! dan moet men, mes op de keel, zich verantwoorden omtrent de inhoud en draagwijdte van het gebruikte woord “feit”

    Darwin stond aan het begin van de studie naar evolutie en haar mechanismen. Veel van zijn twijfels waren in zijn tijd zeer gegrond, maar zijn ondertussen na anderhalve eeuw intensief onderzoek al behoorlijk verklaard.

    Velen lijken onder de indruk dat Darwin een dogmatisch stelsel heeft ontwikkeld en dat sindsdien alle wetenschappers dit blind zijn gaan volgen. Het tegendeel is waar! Darwin’s boeken zijn niet zoals de bijbel of de koran, het is geen dogmatische leer die blind wordt gevolgd in de wetenschap… Men heeft blijkbaar ook nooit gehoord van Alfred Russell Wallace, die tegelijkertijd met Darwin de principes van evolutie ontdekte, maar er wel andere ideeën op nahield. Het is net deze Wallace die de eerste decennia na Darwin het meest werd gevolg… Men heeft ook niet begrepen dat de kennis van genetica nog niet bestond ten tijde van Darwin. Deze wetenchap heeft dan ook heel veel lacunes in Darwin’s onderzoek kunnen ophelderen! … Het is al té eenvoudig om Darwin’s wetenschappelijk verantwoorde twijfels vandaag de dag te gebruiken tegen evolutietheorie.

    Dat is zoals zeggen dat Columbus dacht dat hij in India was, dus iedereen die denkt dat het nu Amerika is, is verkeerd. Darwin was een pionier (rustend op de schouders van andere grote geesten), en leefde in een tijd waarin er nog geen enkel onderzoek naar genetica en biologische evolutie had plaatsgevonden. Ondertussen zijn we mijlen verder!

    (3) Dat de natuur geen model zou zijn voor gedrag – zoals Bodifee schrijft – wordt grondig weerlegd door professor Daniel C. Dennett in zijn indrukwekkend betoog “Freedom evolves” (vertaald als “Evolutie van de Vrije Wil”) waarin hij aantoont dat ook onze vrijheid van denken en beslissen, door de evolutie werd bepaald.

     

Hugo de Vries

(1848-1935),

Nederlands beroemdste botanicus, bedacht het begrip ‘mutatie’ en maakte daarmee een van de belangrijkste kanttekeningen bij Darwins evolutieleer.

Darwin dacht dat de evolutie traag en geleidelijk verliep: de natuur selecteert in wisselende omstandigheden steeds de best aangepaste individuen voor de voortplanting, en zo is dan in de loop der tijden stapsgewijs een onschatbaar aantal soorten ontstaan.

Natuurlijke selectie, survival of the fittest in de strijd om het bestaan, het is een bekend succesverhaal, dat ook de jonge botanicus De Vries in de ban hield.

Maar De Vries merkte dat Darwins elegante model niet helemaal klopte.

In zijn plantenlaboratorium observeerde hij hoe nieuwe soorten niet geleidelijk maar abrupt ontstaan, soms in de loop van één generatie.

Plotselinge veranderingen in het erfelijke materiaal geven het aanschijn aan levensvormen met geheel nieuwe eigenschappen: mutanten.

Niet de best aangepaste individuen, maar de best aangepaste mutanten die een soort van tijd tot tijd voortbrengt zijn de pionnen in het evolutiespel.

Evolutie verloopt sprongsgewijs. ( saltationisme )

De ontdekking van het mutatiemechanisme en de koppeling van de evolutie- aan de erfelijkheidsleer maakten De Vries algauw wereldberoemd.

Rond 1900 stonden tal van toen nog piepjonge universiteiten in de VS te popelen om hem een eredoctoraat aan te bieden.

Driemaal zou De Vries naar en door Noord-Amerika reizen, in 1904, 1906 en 1912. Niet alleen om lofbetuigingen in ontvangst te nemen en colleges te geven, maar ook om onverdroten verder te zoeken naar bewijsmateriaal voor zijn mutatietheorie.

MUTATIONISME VERSUS DE NIEUWE SYNTHESE
…..Veel 19e eeuwse biologen geloofden niet dat de soortgrenzen door graduele evolutie, door een opeenstapeling van micromutaties, overschreden konden worden.
De oorsprong van nieuwe soorten, van nieuwe eigenschappen dus, werd toegeschreven aan macromutaties. Biologen die deze manier van denken aanhingen waren o.a. William Bateson (1861-1926) en Hugo de Vries (1848-1935).

Men zou verwachten dat Bateson en De Vries zich ook met het probleem van irreducible complexity hebben ingelaten.

Irreducible complexity past wellicht niet in een Darwiniaans paradigma terwijl macromutaties, als ze mogelijk zouden zijn, in principe tot irreducibly complexe systemen zouden kunnen leiden.

De intermediaire stadia worden dan als het ware omzeild. Het systeem ontstaat ineens. We vinden hier inderdaad aantekeningen over terug.

Volgens De Vries kan graduele variatie niet tot het ontstaan van nieuwe eigenschappen leiden:

“Fluctuations [gradual differences] are linear, amplifying or lessening the existing qualities, but not really changing their nature. They are not observed to produce anything quite new, and evolution ofcourse, is not restricted to the increase of the already existing peculiarities, but depends chiefly on the continuous addition of new characters to the stock” (De Vries 1904, p. 18).

In zeker zin zijn nieuwe eigenschappen volgens De Vries dus irreducibly complex. Darwiniaanse variatie – graduele variatie – zou pas nuttig kunnen zijn als een eigenschap reeds aanwezig is. ( 1)

De oorsprong van de eigenschap zelf moest volgens De Vries aan andere mechanismen worden toegeschreven: macromutaties.

NB:

De Vries kende geen positieve rol toe aan de natuurlijke selectie. De macromutaties zelf zouden voldoende moeten zijn voor het evolutionaire proces.

In Bateson (1894, pp. 15-16) vinden we eveneens opmerkingen over irreducible complexity. Volgens Bateson zouden de beginstadia van bepaalde systemen niet functioneel kunnen zijn. Sommige biologische eigenschappen zijn dus irreducibly complex. Bateson ging uit van macromutaties. Ook hij marginaliseerde de rol van natuurlijke selectie in evolutionaire processen[5].

De 20e eeuwse exponenten van de nieuwe synthese, het huwelijk tussen genetica, Darwinisme, en andere takken van de biologie, keerden zich tegen de vroegere macromutationistische ideeën.

Zij waren overtuigd van de kracht van de natuurlijke selectie en het gradualisme. Het probleem van de irreducibly complexe systemen werd aanvankelijk genegeerd. Het probleem werd geassocieerd met als corrupt beschouwde macromutationistische ideeën en dus met een twijfelachtig onderzoeksgebied (Mayr 1960).

Later werd het probleem in de geest van Darwin geanalyseerd. Voorbeelden van evolutiebiologen die zich ten tijde van de nieuwe synthese met het probleem hebben beziggehouden zijn Bock (1959 en Mayr (1960). Volgens Mayr (1960) hebben de volgende Neodarwinisten zich eveneens met de problematiek beziggehouden: Huxley (1942), Sewertzoff (1931) en Rensch (1947).

De vroeg 20e eeuwse embryologen C.H. Waddington (1905-1975) en R. B. Goldschmidt (1878-1958) bliezen het macromutationisme nieuw leven in. Zij dachten dat evolutionaire sprongen mogelijk zouden zijn door epigenetische amplificaties en genetische reorganisaties (Goldschmidt 1940, Waddington 1957).

Over epigenetische amplificatie en genetische reorganisaties later meer.

In contrast met Bateson en De vries waren Goldschmidt en Waddington echter van mening dat natuurlijke selectie een belangrijke rol speelde in het evolutieproces.

Macromutaties waren selecteerbaar. Goldschmidt en Waddington probeerden hun idee챘n in de nieuwe synthese te krijgen. Dat mislukte. Aldus ging een mogelijke oplossing voor het irreducible complexity probleem verloren.

Goldschmidt (1940) bijvoorbeeld erkende het probleem. Hij dacht dat irreducible complexity niet in een Darwiniaans paradigma zou passen. – Irreducible complexity is echter niet problematisch in een macromutationistisch perspectief. Recente ontwikkelingen hebben het idee van de macromutatie weer respectabel gemaakt.

http://www.student.ru.nl/p.p.a.lestrade/studie/irreducible%20complexity.htm

http://www.fedde.eu/selectie/

NOTA

(1)

IC ; ondertussen is aangetoond dat irreducible complexity ( althans zoals het werd gebruik door de ID-creationisten ) wel degelijk kan onstaan door stapgewijze mutaties en natuurlijke selectie

Belangrijk is daarbij ook het werk van MÛLLER

http://www.talkorigins.org/faqs/comdesc/ICsilly.html

Hermann Joseph Muller

Hermann Joseph Muller

The Nobel Prize in Physiology or Medicine 1946 was awarded to Hermann J. Muller “for the discovery of the production of mutations by means of X-ray irradiation”.

Photos: Copyright © The Nobel Foundation

Richard DAWKINS

MEESTERBREINEN (3):
bioloog RICHARD DAWKINS

(Wilfried Hendrickx)
‘De mens is het enige wezen dat in opstand kan komen tegen zijn schepper: zijn genen’

Het heeft mij altijd verbaasd met welke hartstochtelijke intensiteit en klaarblijkelijke vanzelfsprekendheid ik de maatschappij in het algemeen, en de meeste van haar leden in het bijzonder, veracht – mezelf inbegrepen of course, we gaan niet flauw doen, he, klootzakken
Sedert ik – alweer zo’n vijftienjaar geleden – ‘The Selfish Gene'(‘Het zelfzuchtige gen’) van de in Oxford docerende evolutiebioloog Richard Dawkins (57) heb gelezen, ken ik ook de grond van mijn verachting.

‘The Selfish Gene’ begint als een atoomontploffing:
‘…Wij zijn overlevingsapparaten, robots die zijn geprogrammeerd om blindelings de zelfzuchtige moleculen die bekend staan als ‘genen’ in ons te bewaren… Via afstandsbediening bouwen, programmeren en regeren zij ons… Wij zijn de slaven, zij de meesters.

En zo gaat dat maar door, de hele tekst lang: de mens is niet het acme van de schepping, maar een vulgair vehikel voor de op overleving en werelddominantie beluste genen.Maar! Er is hoop! Zoals het iedere geleerde past die een echt harde theorie bedenkt – Kant, Galilei, Sartre, Wittgenstein – lijkt Dawkins op het einde van zijn carriere te schrikken van de vreselijke impact van zijn ;interpretatie van de leer van Darwin.Aan een latere editie van The Selfish Gene’ (1989)(-zie noot 1 ) heeft hij daarom twee hoofdstukken toegevoegd die een ontsnappingsroute bieden voor de doem van het zelfzuchtige gen, en ook in dit interview mildert hij zijn standpunt aanzienlijk.Richard Dawkins woont in een van de betere buitenwijken van de fraaie universiteitsstad Oxford, in een schitterend gerenoveerd oud-Engels huis.‘Don’t let Dawkins do you in -just say no,’
lees ik op een kleine pancarte aan de deur.
Grapje, / suppose.De begroeting is formeel en afstandelijk. Dawkins wijst mij een stoel aan en gaat zelf twee meter van mij vandaan zitten. Ik prevel in mijn niet al te briljante Engels mijn eerste vraag.Hij zucht even – alsof hem een vreselijke taak te wachten staat – legt dan minzaam de handen over elkaar en begint te doceren, in het mooiste Oxford English dat ik ooit mocht aanhoren.Schieten op de pianist
HUMO
U hebt na ‘The Selfish Gene’
heel wat verontwaardigde reacties gehad. Een boze leraar “uit een ver land’ schreef u dat een leerlinge bij hem was komen uithuilen omdat zij vond
‘dat het leven na lezing van uw boek geen zin meer had.’
Hoe verklaart u dezelfde meedogenloze impact die ‘ ‘The Selfish Gene’ op sommige mensen heeft?-
DAWKINS
Tot mijn verwondering ervaren nogal wat lezers dat boek als diep pessimistisch, om niet te zeggen nihilistisch. Zelf zie ik er dat helemaal niet in:
ik heb geen pessimistische boodschap,
ik ben geen zwartkijker,
ik wil de wereld niet beroven van zijn laatste illusies en hoop.Wie na het lezen van The Selfish Gene’ geen zin meer in het leven vindt, heeft een wat verwarde kijk op waarom wij hier zijn en waar wij vandaan komen.
Zingeving is een zaak van het brein – wij zijn onze eigen zingevers.
Als je die zin van het leven in het hogere zoekt, in religie bijvoorbeeld, zit je verkeerd.
Dat diepgelovige mensen onthutst The Selfish Gene’ dichtslaan en weggooien, komt wellicht door het onbewuste besef dat zij tot dan toe volkomen verkeerd zaten.
En dan moet ik, de boodschapper, het ontgelden (lacht).
Religie besmet mensen.”
.
HUMO Bent u zelf religieus opgevoed? (noot 2b )

DAWKINS
Niet echt. Mijn ouders hebben mij grootgebracht in de geest van het anglicanisme. Wij waren lid van The Church of England, maar het geloof is me nooit door de strot geramd. Anglicanisme is een zeer milde vorm van het Christendom – gelukkig maar.Zeer veel mensen met een katholieke opvoeding vallen in hun puberjaren van hun geloof af. Rationeel doorzien ze de hele hocus-pocus, maar emotioneel krijgen ze het nooit helemaal uit hun lijf.Gisteren stond toevallig in de krant dat de paus in het openbaar vergiffenis had gevraagd voor wat pedofiele priesters sommige kinderen hebben aangedaan.
Ik dacht meteen: dat is een stap in de goede richting, maar ik vrees dat de katholieke kerk een nog veel groter kwaad heeft begaan; de systematische indoctrinatie van jonge, weerloze, ongevormde breinen.

Humo:  Eigen voortplanting eerst HUMO Herinnert u zich nog het moment dat u voor het eerst de basisidee voor “The Selfish Gene’ ingefluisterd kreeg?

DAWKINS
Absoluut. Het moet rond 1965 zijn geweest. Ik had net het werk van de grote evolutiebioloog W.D. Hamilton gelezen – de man die later mijn collega in Oxford zou worden. Mijn prof en mentor was toen de Nederlandse Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen, die meer dan de helft van zijn wetenschappelijke carriere in Oxford heeft doorgebracht.Tinbergen nam een sabbat-jaar, en vroeg mij zijn leerstoel tijdelijk over te nemen. Nou, die kans wilde ik maximaal benutten; dus begon ik te zoeken naar een manier om de les voor de studenten zo boeiend mogelijk te maken.
Ik zocht naar een nieuwe retoriek, een nieuwe manier om de aloude wijsheden van de evolutieleer – de “darwiniaanse” theorie – zo bevattelijk en aanschouwelijk mogelijk uit te leggen.

Zo kwam ik op het idee de evolutie te bekijken vanuit het standpunt van de genen.Tijdens die lessen is de ‘taal’ van The Selfish Gene’ ontstaan (docerend) :‘Onsterfelijke genen springen van lichaam naar lichaam, van generatie naar generatie, en reizen door de tijd, terwijl ze de lichamen waarin ze wonen als niet meer dan tijdelijke overlevingsapparaten beschouwen.’
Enzovoort, enzovoort. Het zat allemaal al in die eerste lessen.”HUMO Gebruikte u woorden als ‘zelfzuchtige genen’ of ‘overlevingsapparaten’ als metaforen. of pretendeerde u er de werkelijkheid mee te beschrijven?DAWKINS
Het is beeldspraak, in die zin dat genen geen brein hebben en dus niet zelfzuchtig kunnen zijn.HUMO Heel wat mensen hebben die metaforen van u wel letterlijk genomen.

DAWKINS    Dat zijn dan mensen die niet goed kunnen lezen. Mensen die van een boek alleen de titel lezen, en vervolgens hun fantasie de vrije loop laten.

HUMO In uw jongste werk bent u veel milder geworden. Zou het kunnen dat u met het vorderen van de jaren terughoudender over de materie bent gaan schrijven?

DAWKINS
Ik kan alleen zeggen dat ik een beetje wijzer ben geworden over hoe je iets uitlegt. Ik ben nu meer dan vroeger op mijn hoede voor het gevaar dat mijn woorden verkeerd begrepen worden.
Maar de basistheorie heb ik zeker niet afgezwakt.
Kijk, basically is ‘The Selfish Gene’ niet meer dan mijn manier om de evolutietheorie uit te leggen. Darwin was er zich goed van bewust dat het individu niet probeert te overleven voor zichzelf, nee, het wil boven alles overleven om zich te kunnen voortplanten.
Maar toen ik aan “The Selfish Gene’ begon, dachten de meeste biologen nog altijd dat dat te maken had met de wil om de soort in stand te houden
.Uit talloze waarnemingen blijkt dat niet te kloppen:
het individu plant zich voort om zijn genen te laten overleven. Waarom? Omdat zijn genen hem daartoe dwingen – omdat de genen het individu op maximale voortplanting hebben ingesteld.
.
* Doen die genen dat bewust?
.

Nee – het gebeurt allemaal automatisch, mechanisch en onbewust. Alleen: als wij met ons menselijk brein naar het verloop en het resultaat van de evolutie kijken, en we zouden de genen menselijke eigenschappen toedichten, dan zou hun voornaamste eigenschap zijn: zelfzucht en egoisme.
Genen, dieren, planten, auto’s kunnen niet zelfzuchtig zijn, omdat zelfzucht een menselijke categorie is, maar als ze een brein zouden hebben, zou dat ongetwijfeld zeifzuchtig zijn. Genen ‘manipuleren’ de wereld en de lichamen waarin ze tijdelijk verblijven. Zij bouwen die zo dat ze een zo groot mogelijke kans krijgen om te overleven en zichzelf voort te planten.
.
Fitness.
HUMO
Als je honderd gestudeerde mensen vraagt wat de evolutieleer voor hen betekent, zullen er 99 antwoorden: ‘De wet van de sterkste’, maar er zijn toch veel situaties denkbaar waarin niet de sterkste of de grootste overleeft, maar de slimste, de kleinste, of zelfs de domste
.
DAWKINS
Dat is zeerjuist, en je kunt het niet genoeg benadrukken. Darwin zelf spreekt van Survival of the fittest , en daar ligt de kem van het probleem:
je kan dat op verschillende manieren interpreteren.
Daarom hebben evolutiebiologen een nieuwe definitie van fitness bedacht: het is het geheel
van die kenmerken die door de natuurlijke selectie worden begunstigd. In de genetische wiskunde bestaat zelfs een symbool om de hoeveelheid fitness uit te drukken.
.
HUMO Een andere veelgemaakte fout is te denken dat de natuurlijke selectie noodzakelijk steeds complexere levensvormen zou gaan scheppen, met De Mens -als toppunt van complexiteit –helemaal bovenaan de ladder.
.
DAWKINS
En dat is een kanjer van een dwaling.De complexiteit van een levensvorm heeft niets van doen met zijn overlevingskansen. De natuurlijke selectie begunstigt de levensvorm die het meest succesvol is in overleven en reproduceren ( noot 3) – in mijn theorie zou dat dan klinken: in het doorgeven van zijn genetisch materiaal.
.
HUMO Kortom: wij mensen zijn niet de koningen van de schepping?
.
DAWKINS
Kijk, de ‘modeme’ mens bestaat naar schatting nog maar 130.000 jaar, in evolutionaire termen is dat een vingerknip.
De evolutie heeft geen bedoeling of richting, ze heeft geen plan, ze reikt niet naar het hogere of het schonere. Het is een soort blinde rechter die simpelweg de levensvorm bevoordeelt die toevallig het best is uitgerust om een nieuwe situatie het hoofd te bieden.
Als je naar de verschillende levensvormen kijkt – vissen, vogels, krabben, insecten – dan zie je eigenlijk boven alles verschillende strategieen om te overleven.Sommige dieren gingen een schild ontwikkelen dat hen moest beschermen tegen hun natuurlijke vijanden. Sommige, pakweg de olifant, hebben het gezocht in hun lichaamsomvang. Er zijn dieren die zich aan hun jagers trachten te onttrekken door zich zo stil te houden dat het lijkt alsof ze een steen zijn.
Andere kiezen dan weer voor de aanval en hebben scherpe tanden en krachtige klauwen ontwikkeld.
Allemaal pogingen om overeind te blijven.
.
HUMO
Het is natuurlijk verleidelijk te denken dat die dieren zich bewust op die overlevings-strategieen zijn gaan toeleggen.
.
DAWKINS
Ook dat is een veelgemaakte fout.
Een giraf heeft geen langere hals gekregen omdat hij al die tijd hard zijn best heeft gedaan om zo lang mogelijk te worden, en zo bij de lekkerste blaadjes te kunnen komen.Dat zou op doelgerichtheid duiden, en als wij ons daaraan overgeven, belanden we meteen in de buurt van de wazige ideeen van Teilhard de Chardin, die de evolutieleer wel aanvaardde, maar het niet kon laten er toch nog een religieuze draai aan te geven.De waarheid is veel kouder en killer:
als een girafmoeder vier welpjes werpt, zal het welpje met de langste hals het dichts bij de blaadjes kunnen.
Stel nu dat er voedselschaarste komt, dan zal de giraf met de kortste hals het eerst van honger omkomen, terwiji die met de langste hals de grootste kans zal maken om in leven te blijven en zich alsnog voort te planten.
Hij zal de enige zijn die zijn genen kan doorgeven.
Het langehals-gen zal meer kans maken om te worden door-gegeven dan het kortehals-gen.
( noot 4)» Maar, aan de andere kant:stel dat er door een klimaatswijziging een overvloed aan voedsel ontstaat en dat een lange hals een handicap wordt – omdat je er meer door opvalt bij tijgers en leeuwen bijvoorbeeld, of omdat je er minder vlot mee door het bos kunt rennen, ik zeg maar wat – dan zal het lange hals-gen minder kans maken om zich te verspreiden.
Het is zelfs waarschijnlijk dat in die nieuwe situatie de lange hals helemaal uitsterft.
Of dat de giraf tout cour verdwijnt, omdat zijn plaats wordt ingenomen door meer aangepaste dieren.
Dat gebeurt uiteraard allemaal niet in een paar jaar:
de evolutie werkt uiterst traag.
(noot 6 )Maar stel datje zo’n opeenvolging van evolutionaire gebeurtenissen zou filmen, en je zou die film vervolgens razendsnel weer afspelen, dan zou je zien hoe halzen, staarten en slurven langer of korter worden, je zou klauwen of tanden of andere ‘wapens’ zien verschijnen of verdwijnen je zou soorten zien verdwijnen en nieuwe soorten zien ontstaan -je zou de ware aard van de evolutie zien: blind, traag. En boven alles: doelloos.Conclusie: niet het sterkste, langste of verstandigste dier overleeft, maar het dier dat toevallig – en ik druk op dat woord
– de juiste lichaamsbouw of kleur heeft om de nieuwe uitdaging met succes aan te gaan.

Parasieten

HUMO Acht u situaties mogelijk waarin complexe wezens een stapje achteruitzetten omdat de evolutie dat zo wil? :

DAWKINS
Zeer zeker. Het is best mogelijk dat in bepaalde gevallen intelligentie een handicap wordt.
Dan is het niet the fittest die overleeft, maar the stupidest, de domste.

De natuurlijke selectie kent geen moraliteit, geen goed of geen kwaad.
Wat gisteren een kwaliteit was, wordt morgen een handicap, en omgekeerd.

Er bestaat een mooi voorbeeld van hoe de evolutie minder complexe wezens verkiest boven complexe: de parasieten.
De meeste daarvan zijn minder complex dan hun voorouders.
Vaak gaat het om wezens die eerst buiten hun gastheer leefden: ze hadden ogen, een mond, een spijsverteringsstelsel en een bewegingsapparaat.
Langzaam zijn zij hun gastheer binnengedrongen en op diens kosten gaan leven, en beetje bij beetje zijn ze de organen en apparaten die ze niet meer nodig hadden, gaan afstoten.
Sommige parasieten zijn zo nauw met hun gastheer verweven dat ze er zelf deel van zijn gaan uitmaken: ze hebben niet eens een eigen spijsverteringsstelsel meer. Kortom: eenvoud kan een wapen zijn.

HUMO Dat is een wel bijzonder harde les voor ons, mensen?

DAWKINS

Oja. Het is niet omdat wij mensen duidelijk steeds complexer zijn geworden, dat dat proces eeuwig zai blijven doorgaan.
Evolutiebiologen maken weleens de kosten-baten analyse van een brein op:
bij hongersnood kan een brein een handicap zijn, simpelweg omdat het enorm veel energie, en dus voedsel verbruikt.

De hersens van een mens nemen meer dan 20% van zijn zuurstofverbruik voor hun rekening – terwijl een normaal brein toch maar 1200 cc groot is.
Een brein biedt natuurlijk enorme voordelen: wij hebben er onze – tijdelijke, en daar druk ik op – heerschappij over de rest van alle leven duidelijk aan te danken.Maar in tijden van nood zou het alleen maar een dure energieverslinder kunnen zijn, waar we verder niets aan hebben.
Mensen met kleinere, dus minder energie verbruikende breinen zouden dan in het voordeel zijn.
Hun genen zouden zich sneller verspreiden, en voor we het weten zouden we onze hogere hersenfuncties verliezen en misschien weer op handen en voeten lopen (lacht).
HUMO Tegelijk ligt in het hogere brein heel veel hoop besloten( noot 5 )
.DAWKINS
Precies. De darwiniaanse evolutie gaat angstwekkend traag – het is een zaak van miljoenenjaren.
( noot 6)Maar de culturele evolutie, die het resultaat is van het hogere brein, werkt razendsnel.
Via ons brein kunnen wij aan de doem van de evolutie en van de zelfzucht van onze genen ontsnappen.
De mens is tot nog toe het enige bekende levende wezen dat in opstand kan komen tegen zijn eigen schepper: zijn genen.
.
HUMO In een van de merkwaardigste hoofdstukken uit ‘The Selfish Gene’
lanceert u een nieuw begrip: het mem, meervoud: memen.
Niet memmen! (noot 7)
.
DAWKINS
Het idee van de memen( noot 1D ) komt voort uit mijn overtuiging dat de wetten van de evolutieleer niet alleen gelden voor genen, maar voor iedere mogelijke replicator – ieder systeem dat zich voortplant.
En toen kreeg ik het idee dat bewustzijnsinhouden, gedachten, in wezen ook als replicatoren konden worden gezien.
Naar analogie met het gen heb ik die nieuwe replicator memgenoemd.Memen kunnen zich razendsnel vermenigvuldigen en zich in een wip in de hoofden van een hele buurt, een land, een volk gaan nestelen.
.
HUMO Kun je stellen dat memen ook zelfzuchtig zijn?
.
DAWKINS
Absoluut. Ze ondergaan net als genen de wetten van de natuurlijke selectie.
Net zoals de genen via sperma en eicel van mens naar mens springen, springen memen via het proces van imitatie ( noot 8 ) van brein naar brein.
Maar daartoe moeten ze de strijd met de concurrentie aangaan, net als de genen.
.
HUMO Je zou memen kunnen beschouwen als een soort mentale virussen die ons brein binnendringen en besmetten? Waarna wij op onze beurt weer anderen besmetten?
.
DAWKINS
Precies. Er zijn honderden voorbeelden.
Popsongs, bijvoorbeeld.
Of moppen.
Of alles wat ‘in de mode’ is.
Een mem kan van alles zijn: een good idee, een politieke stellingname, een religieus concept.
Sommige memen is een kort leven beschoren,maar andere zijn oeroud en onverwoestbaar: de godsidee, bijvoorbeeld, lijkt rnij een schoolvoorbeeld van een halsstarrig en onuitroeibaar mem
.
HUMO De kracht van een mem heeft niets te maken met zijn waarheidsgehalte?
.
DAWKINS
Nee. De grootste kracht van een mem is of het ‘aanslaat’.
Een club, een sekte, een politieke partij: ze drijven allemaal op memen.
En net als genen hebben memen de dwingende behoefte zich voort te planten.
Een hype is niets anders dan een epidemie van een nieuw mem:
de hoelahoep, de twist, Harry Potter…
.
HUMO Het nazisme, het communisme, de jihad – allemaal memen?
.
DAWKINS
Waarschijniijk wel. Het is toch wel uiterst merkwaardig dat plotseling honderdduizenden mensen hetzelfde gaan denken, terwijl anderen precies het tegenovergestelde gaan beweren? Memen zijn stukjes machinecode die bezit vanje nemen. Onderwijs wordt dan: het doorgeven van welbepaalde, ‘interessante’ memen.
.
De kracht van het toeval.
HUMO Kunt u schetsen hoe de genen – en dus het leven – zich hier ontwikkeld hebben?
.
DAWKINS
Je kunt ruwweg stellen dat de aarde 4,5 miljardjaar oud is.
Helemaal in het begin was deze planeet niet meer dan een om zijn middelpunt roterende wolk van stof en heet gas,langzaam is gestold.
Die stollingsfase is ongeveer 3,8 miljard jaar geleden begonnen: dat kunnen we zien aan de leeftijd van de eerste gesteenten.Het leven zelf is vrij snel daama ontstaan, ongeveer 3,5 miljard jaar geleden.In het begin waren er op aarde alleen zeer eenvoudige verbindingen aanwezig: kooldioxide, water, methaan en ammoniak.
Door blikseminslagen en de inwerking van ultraviolet licht veranderde het water in een soort oersoep.
De aminozuren in die oersoep zijn zich spontaan tot complexere moleculen gaan verenigen, en die zijn zich vervolgens door toeval gaan vermenigvuldigen.
Zo zijn de eerste replicatoren . ontstaan.
.
HUMO U vergt wel erg veel van dat ‘toeval’. Zo kun je alles verklaren!
.
DAWKINS
Kijk, we hebben het nu over processen die vele honderden miljoenenjaren hebben gevergd. In zo’n tijdskader wordt het toeval uiterst krachtig.Als u morgen de lotto wint, zult u spreken van een ongelooflijk toeval, maar als u tweehonderd miljoenjaar na elkaar uw lottofor-mulier invult, zult u hoogstwaar-schijniijk een keer of vijf de grote pot winnen. Hoe groter de tijdsspanne, hoe waarschijniijker het onwaarschijniijke wordt.
.
HUMO Oke, terug naar de eerste replicatoren.
.
DAWKINS De rest-van het verhaal is eigenlijk een kwestie van organisatie: de eerste replicatoren zijn zich massaal gaan verspreiden.Vervolgens zijn ze aan elkaar gaan klitten tot complexere gehelen, die zich op hun beurt zijn gaan vermenigvuldigen.
En vervolgens is de natuurlijke selectie op die almaar groter wordende moleculen gaan inwerken:zo ontstond er variatie en specialisatie.De eerste primitieve wezens hadden wellicht een enkele rune-tie( basis regel )
in leven blijven en zich vermenigvuldigen.
Later zijn meerdere van die microscopisch kleine wezentjes zich in kolonies gaan verenigen, waarbij ze uiteenlopende funkties en run-ties gingen vervullen.
Wellicht ligt daar de oorsprong van onze organen: longen, hart, maag zijn verre overblijfsels van de eerste specialisatie binnen almaar complexer wordende levensvormen.In het begin gebeurde de voortplanting ongeslachtelijk:
een cel scheurde zich als het ware in tweeen.
Dat was een primitieve vorm van klonering: alle nakomelingen waren perfecte kopieen van hun moedercel.Later in de evolutie is de geslachtelijke voorplanting ontstaan:
het erfelijk materiaal van een vader en een moeder ging zich vermengen. Evolutionair gezien was dat een enorme sprong voorwaarts: geslachtelijke voortplanting betekent variatie – niemand is volkomen gelijk aan zijn broer of zus, de kenmerken verschillen.En, zoals gezegd: binnen die variatie zal door het proces van natuurlijke selectie
‘the fittest’ meer kansen krijgen om zich voort te planten en zijn genen te verspreiden.
.
Het grote medelijden.
HUMO
Volgens de theorie van het zelfzuchtige gen speelt de natuurlijke selectie niet alleen op het vlak van het individu, maar ook op het vlak van de genen zelf.
.
DAWKINS
Ja. De genen leveren onder elkaar strijd voor een plaats op de chromosomen.
Door de evolutionaire geschiedenis heen ontwikkelen en wijzigen genen zich, als waren het individuen.
Alle genen die zorgen voor bijvoorbeeld de aanmaak van hemoglobine, gaan terug tot een gemeenschappelijke voorouder.
.
HUMO Dat betekent dat wij niet alleen met dicht bij ons staande soorten zoals de chimpansee genen gemeen hebben, maar ook met de allerlaagste soorten?
.
DAWKINS
Zeker wel. Sommige van onze genen vinden wij ook bij pakweg de planten terug.
Wij delen genen met amoeben, met pantoffeldiertjes, noem maar op.
.
HUMO In wezen zijn wij dus allemaal dezelfden?
.
DAWKINS (lacht)In wezen zijn wij niet meer dan een complexe evolutie van de eerste replicatoren.HUMO U stelt dat ‘het gen de basiseenheid van zelfzucht is’. Dat is een vrij radicale stelling.DAWKINS
Ja, en daar blijf ik bij. Maar het is niet omdat het gen in de grond zelfzuchtig is, dat wij daarom ook noodzakelijkerwijs zelfzuchtig moeten zijn.Het zou best kunnen dat het gen zijn eigen zelfzuchtige belangen het best dient door ons altruistisch te maken.
Je mag mijn theorie zeker niet zien als een excuus voor menselijk zelfzuchtig gedrag.Ik zeg niet:
leef er maar op los,
tracht je medemens zoveel mogelijk uit te buiten en
doe vooral niks gratis voor een ander.
Ik zeg alleen:
aan de basis van alle leven ligt een replicator die om zich voort te planten niet anders kan dan het soort daden stellen dat – vanuit menselijk oogpunt -als ‘zelfzuchtig’ wordt geinterpreteerd.
.
HUMO
U schrijft:….

‘De genen zijn meester-programmeurs. Hun bouwwerken – de planten, de dieren, de mensen – worden beoordeeld voor de rechtbank van de natuurlijke selectie. Wij mogen, waar gemeenschappelijke belangen uit elkaar lopen of in conflict raken, leugen en bedrog en zelfzuchtige uitbuiting verwachten.
Kinderen zullen hun ouders verraden,
mannen zullen hun vrouw bedriegen,
broers en zussen zullen tegen elkaar liegen.
.
‘DAWKINS
(zucht)Well, dat is nu net een van die passages die ik vandaag de dag misschien niet meer zou schrijven, omdat ik ouder en milder ben geworden.
En voorzichtiger.
Die alinea heeft zeer veel mensen in verwarring gebracht.
Ik herhaal: ‘zelfzuchtige genen’ betekent niet ‘zelfzuchtige individuen’. Ik kan het niet genoeg benadrukken.”

.

HUMO Nog zo’n quote:…..
Voor de ene overlevingsmachine is de andere overlevingsmachine niet meer dan een brok voedsel.
Overlevingsmachines trachten andere overlevingsmachines voor hun eigen bestwil te gebruiken – binnen en buiten de eigen soort.’ Is dat ook een gedachte die u vandaag de dag niet meer zou neerschrijven?

.

DAWKINS  Nee. Daar sta ik nog altijd achter.

.
HUMO Omdat het het resultaat is van zuivere observatie?
.
DAWKINS
Nee. Het is het resultaat van deductie, van afleiding uit de theorie van Darwin. Het betekent dat er voor menselijke overwegingen als ‘medelijden’ en ‘passie’ en ‘liefde’ geen plaats is- In die in de wereld van Darwin – en dus ook niet in die van het zelfzuchtige gen.Als een luipaard een gazelle opjaagt en vervolgens aan stukken scheurt en opvreet, voelen wij medelijden met de gazelle. We denken aan haar arme man en haar lieve kindertjes die nu moederloos achterblijven. Dat zijn volkomen legitieme gevoelens, maar te verwachten dat de luipaard hetzelfde soort medelijden zou voelen, is menselijke sentimentaliteit.Om dat soort gevoelens te hebben, heb je een hoger brein nodig.
En de luipaard heeft dat niet.
In de darwiniaanse zienswijze is een gazelle voor een luipaard niet meer of niet minder dan een klomp vlees, brandstof voor zijn motor.*
.
Schone schijn
.
HUMO In The Selfish Gene’ geeft u meerdere voorbeelden van dierlijk gedrag dat op het eerste gezicht altruistisch lijkt, maar, vanuit het standpunt van de genen, als ‘zeifzuchtig’ dient te worden gemterpreteerd
.
.DAWKINS
De natuur krioelt van de voorbeelden, en iedere dag vinden de veldbiologen er nieuwe.
Als een wijfje haar eigen leven waagt om haar kroost te redden, doet ze dat in de eerste plaats omdat ze de helft van haar genen met die kroost deelt – ze redt eigenlijk zichzelf, of liever: haar genen.
Een toevallig voorbijlopend wijfje zal nooit haar leven wagen om een kroost te redden waar zij genetisch geen banden mee heeft.
Een vogel die bij het naderen van een roofdier alarm slaat voor de groep, vestigt daardoor de aandacht van het roofdier in de eerste plaats op zichzelf.
Maar ook hier blijkt genetische zelfzucht aan de basis te liggen: in de gewaarschuwde groep bevinden zich de ouders, de kinderen, de broers en zussen, de neven en nichten van de waarschuwer – en die dragen stuk voor stuk tot de helft van zijn eigen genen.En zo kan ik nog uren doorgaan: ‘The Selfish Gene’ staat vol met voorbeelden. En overal komen de biologen tot dezelfde conclusie: wat op het individuele vlak altruistisch lijkt, blijkt op het genenvlak zuivere zelfzucht.
.
HUMO U schrijft: ‘1k zie een moeder als een machine die is geprogrammeerd om alles te doen wat in haar macht ligt om kopies te maken van de genen die in haar leven.’ Maakt dat de zozeer be-zongen moederliefde niet verdacht?
.
DAWKINS
Nee. Ik ben voor moederliefde en geen haar op mijn hoofd denkt eraan die in twyfel te trekken. Het is een prachtig en persoonlijk gevoel.
Maar als darwiniaan zeg ik:
‘Het zou een grove foul zijn de omgang van een kat, een schorpioen of een krokodil met zijn kroost als moederliefde te interpreteren.’
Moederliefde is een zaak van mensen, je hebt er een hoger brein voor nodig.
Een echte darwiniaan, en dat ben ik, ziet een moeder als een voorgeprogrammeerde robot die alles doet om haar eigen genen -dezelfde genen die haar hebben geprogrammeerd! – in stand te houden en te vermeerderen. Het is een volledig automatisch proces.
Nu gaan we een stapje verder: menselijke moederliefde is een zaak van het hogere brein. Maar dat hogere brein is op zijn beurt het resultaat van het programmeerwerk van onze genen.
Je zou kunnen stellen dat mensen evolutionair gezien zo succesvol zijn, omdat de genen erin geslaagd zijn gevoelens als moederliefde, eerzucht, trots en al die andere vaak bezongen deugden te laten ontstaan.
Maar het feit dat je inziet hoe die prachtige gevoelens zijn ontstaan, doet niets af aan de schoonheid ervan.
Kijk naar seks. Waarom heeft de natuurlijke selectie iets als begeerte laten ontstaan?Om de bevruchting aangenamer en makkelijker en frequenter te laten gebeuren, natuurlijk.
Maar als je dat weet, betekent dat niet dat de begeerte verdwijnt.
Zelfs als je de trues doorhebt die je genen met je uithalen, blijf je in staat om lief te hebben en begeerte te voelen. Meer nog:je moet wel, of je nu wil of niet.‘Als je de film van de evolutie versneld zou afspelen, zou je halzen, staarten en slurven langer of korter zien worden, je zou klauwen en tanden zien verschijnen en weer verdwijnen, je zou soorten zien verdwijnen en ontstaan.
Je zou de ware aard van de evolutie zien: blind, traag, en boven alles: doelloos.’
.

LINKS R Dawkins ( Nederlands )

Skeptische  citaten van Dawkins  ;
‘  Faith is the great cop-out, the great excuse to evade the need to think and evaluate evidence. Faith is belief in spite of, even perhaps because of, the lack of evidence. ‘
— Richard Dawkins
(Intermediair
http://www.intermediair.nl/index.shtml?http://mmbase.intermediair.nl/artikel.jsp?id=68948.)
In een interview ( intermediair ) doet Dawkins een aantal opmerkelijke uitspraken en gaat hij onder meer in op de universele geldigheid van onze westerse normen en waarden.
.
Hij stelt:……..
‘Onze westerse waarden zijn niet universeel, maar relatief
Ik kan me voorstellen dat ergens een stam leeft die vindt dat je eigen grootmoeder opeten het beste is wat je kunt doen. Tja, dat is dan zo, bewijzen dat ze fout zitten kan ik niet.
Onze westerse ideeën over wetenschappelijke waarheid lijken me daarentegen wél universeel. Als diezelfde stam beweert dat de maan slechts 10 centimeter boven de boomtoppen zweeft, dan hebben ze het heel simpel fout.”
Tinbergen lezing 2004 Leiden
Bart Voorzanger
De Groene Amsterdammer
Dawkins over Darwin ( Engels )
The Selfish Gene van Richard Dawkins:
.
…….Boekbesprekingen
na dertig jaar nog altijd even revolutionair.
.
Elk wezen is van nature een egoïstisch schepsel
.
Mettertijd komt de waarheid altijd bovendrijven, wil een oud gezegde, en dit geldt ook in de wetenschap.
Vraag aan een evolutiebioloog wat de belangrijkste publicatie in zijn vakgebied is, en hij zal Darwins On the Origin of Species noemen.
Vraag hem wat zijn tweede keuze is, en hij komt ongetwijfeld met Richard Dawkins’ The Selfish Gene op de proppen.
Dertig jaar geleden verscheen dit boek voor het eerst en daarmee claimde Dawkins zijn plaats in het rijtje na Galilei, Darwin en Freud.
.
Door Marnix Verplancke
2006-08-30

.

Op het eerste gezicht zijn er weinig schattiger dieren dan keizerpinguïns, de statige slippendragers van de Zuidpool die – kwestie van de aanstaande baby warmpjes te houden – zo enig over het ijs kunnen schuifelen met een reusachtig ei op hun poten.
Soms gaan ze met z’n allen aan de rand van een ijsschots staan wiebelen, netjes op een rijtje en afwachtend wie als eerste een duik in het ruime sop zal nemen en zo tot zijn scha en schande zal uitvogelen of er vleesetende zeehonden in de omtrek zijn.
Het spreekt vanzelf dat geen enkel dier happig is om die primeur op zijn conto te schrijven en daarom kan dat gewiebel wel even duren.
Tot eentje het op zijn heupen krijgt, zachtjesaan naar zijn buur toe waggelt en doet alsof hij een praatje wil maken.
Nietsvermoedend zet die zijn bereidwilligste snavel op en heeft zo niet door dat de schouderklap die eraan zit te komen wel heel hard uitvalt om puur vriendschappelijk te zijn. Maar te laat is te laat. Buurman kukelt het zeewater in, waar hij met een beetje pech binnen de kortste keren met huid en veren opgevreten wordt, waarna de hele troep zich omdraait en besluit dat die zwempartij nu niet per se vandaag moet.
Dagen zat, daar op Antarctica.

.
Laten we van bij de aanvang duidelijk zijn, toen Richard Dawkins dertig jaar geleden over het zelfzuchtige gen sprak, doelde hij niet op het bovenstaande ‘egoïstische’ gedrag van de keizerpinguïn, noch op de ietwat wrede gewoonte die zwartkopmeeuwen erop nahouden om in het geniep de kroost van de buurman in één hap door te slikken of de al even gruwelijke trek van de vrouwelijke bidsprinkhaan om na het copuleren manlief op een wel heel bijzondere culinaire verrassing te trakteren, waarbij hij ongewild de hoofdrol speelt.
.
Dawkins had het niet over egoïstische dieren, maar wel over egoïstische genen, en dat is volstrekt iets anders.
Het kan raar lopen in het leven, en de ontstaansgeschiedenis van The Selfish Gene is daar een mooi voorbeeld van, want hadden de Britse vakbonden in 1972 tijdens de winter het land niet lamgelegd,
Dawkins was nooit aan zijn boek begonnen. De stakingen en blokkades zorgden er immers voor dat het elektriciteitsnet geregeld uitviel, er geen laboratoriumwerk verricht kon worden en Dawkins het plan opvatte om een populariserend boek te schrijven over de laatste inzichten op het vlak van de evolutiebiologie. Hij was immers bijzonder goed op de hoogte van wat mensen als Ronald Fisher, Bill Hamilton, George Williams en John Maynard Smith beweerden.
.
Een groot probleem in de evolutietheorie, zo wist Darwin al, was zelfopofferend gedrag.
.
Hoe is het te verklaren dat een vogel wanneer hij een roofdier ziet, een ijselijke schreeuw slaakt om de andere vogels te waarschuwen?
.
Hij vestigt de aandacht immers op zichzelf, en loopt daardoor meer kans om zelf de prooi te worden.
Waarom muist die vogel er niet stilletjes vanonder, in de hoop dat het grijsgevederde rotbeest dat hem nog maar pas een grandioze worm ontfutseld heeft, tussen de klauwen van het roofdier zal belanden? Dat ligt toch stukken meer voor de hand?
.
Op de kalender stond eind jaren zestig, begin jaren zeventig en altruïsme – peace, man – had de wind in de zeilen.
Nogal wat biologen geloofden in de intrinsiek altruïstische natuur van het leven.
Anderen – die wellicht nog nooit gezien hadden hoe een jonge chimpansee zijn broer kan afrossen – verklaarden dan weer dat de vogel zijn schreeuw gaf omdat hij zijn verwanten wou beschermen.
De evolutie was een kwestie van groepen en niet van individuen, zeiden zij.
Dat er één vogel verloren ging was niet belangrijk, wel dat er een paar honderd andere gered waren door zijn doodskreet.
(1)
Dawkins had meteen door dat er iets niet klopte.
Het individu stuurt inderdaad de evolutie niet, daar ging hij mee akkoord, maar die ‘groepsbiologen’ keken helemaal de verkeerde kant op.
Het was juist het heel kleine dat de natuurlijke selectie aandreef, namelijk het gen, de eenheidsdrager  van erfelijkheid.
En de drijfveer was helemaal niet altruïsme, maar wel egoïsme, de drang om te overleven.
.
Dawkins definieerde het gen als een hoeveelheid chromosomaal materiaal die potentieel lang genoeg bestaat om over verschillende generaties heen als een eenheid van natuurlijke selectie te kunnen dienen.
.
Zo’n gen wil maar één ding, en dat is voortbestaan, en dat doet het door zichzelf door de generaties heen voort te bewegen.
De mens is dus niet de drager van zijn genetische materiaal, zoals wij het nogal graag zien, maar omgekeerd, wij zijn niet meer dan een voertuig voor  onze genen, of zoals Dawkins het prachtig – en een beetje sf-hallucinant – beschrijft:
.
“They are the replicators and we are their survival machines. When we have served our purpose we are cast aside.
But genes are denizens of geological time: they are forever.”
.
Galilei ontnam de mens zijn centrale plaats in het heelal,
Darwin zei dat hij een dier was onder de dieren en Freud bewees dat hij zijn geest niet kon vertrouwen.
.
Met Dawkins is de onttovering van het mensenbestaan volledig.
Het enige wat ons nog restte – ons lichaam – blijkt nu niet meer te zijn dan een tijdelijk voertuig voor ons genetisch materiaal.
En dat is nog niet alles.
.
Neem nu bijvoorbeeld die alom geprezen moederliefde, die is niet meer dan genetisch egoïsme: het gen wil zich van moeder op kind doorgeven en daarom draagt de moeder zorg voor het kind, want als ze dat niet deed, stierf het kind en overleefde het gen niet meer.
Zo simpel is dat.
.
En die moeder wil natuurlijk wel zeker zijn dat het haar kind is waar ze al haar energie insteekt.
Vogels die hun eieren in een duidelijk afgebakend nest leggen, merken bijvoorbeeld niet dat je er een eitje bijlegt, terwijl ze maar al te goed zien dat er een vreemde eend tussen hun kuikentjes loopt.
.
Vogels daarentegen die hun eieren op de kale rotsen leggen, waardoor er per ongeluk weleens een ei van een andere vogel bij hun eigen eieren zou kunnen rollen, herkennen hun eieren daarentegen wel, en wanneer er tijdens hun afwezigheid eentje wordt bijgelegd, verwijderen ze het bij hun terugkomst meteen.
.
Dat Dawkins’ beweringen ook in wetenschappelijke kring op heel wat weerzin zouden stuiten, was te voorspellen en in bepaalde kringen deden ze dan ook hun uiterste best om Dawkins als een ordinaire rechtse zak voor te stellen die beweerde dat de mens van nature een egoïstisch wezen was en dat iedere sociale maatregel daardoor onnatuurlijk en ongewenst zou zijn. Samen met Edward O. Wilson, die in zijn Sociobiology: The New Synthesis op zoek ging naar de biologische wortels van ons sociaal gedrag, werd hij verketterd als een aanhanger van het biologisch determinisme en sommigen gingen zelfs zo ver om de
ideologische takkenbossen bij tientallen aan te slepen en in het midden daarvan een reusachtige staak op te richten: op de brandstapel met zulk gespuis.
.
Wanneer we de 30th Anniversary Edition van The Selfish Gene erbij nemen, is het moeilijk te vatten waarop die mensen zich baseerden.
.
In het hoofdstuk gewijd aan de vraag waarom sommige dieren duizenden eieren leggen en andere maar één, legt Dawkins bijvoorbeeld haarfijn uit dat een dier het optimale aantal eieren legt om zijn genetisch materiaal door te geven.
Een vis die geen aandacht hoeft te besteden aan zijn kleintjes en waarvan er duizenden nakomelingen al dan niet in ongeboren vorm opgegeten zullen worden, produceert dus heel veel eieren, terwijl een zoogdier dat veel zorg en energie besteedt aan zijn jong, er maar een paar heeft.
Dieren beperken hun aantal kleintjes dus niet om overbevolking te voorkomen, maar wel om hun kroost de maximale overlevingskansen te geven.
Het is dus logisch, en proefondervindelijk bewezen, dat een vogel bij overbevolking minder eieren legt dan anders.
Op die manier zal hij met het schaarse voedsel slechts een paar jonkies moeten voeden en dus zeker zijn dat zij het halen.
Dawkins trekt dat ook door naar
de mens en ontpopt zich – hoe raar voor een rechtse zak – als een hevig voorstander van geboortebeperking.
Er is de mens weinig beters overkomen dan de verzorgingsstaat, zo meent hij, en willen we die verzorgingsstaat van de ondergang vrijwaren, dan moeten we niet beginnen kweken als konijnen, want we weten allemaal wat er gebeurt wanneer er te veel konijnen zijn.
In het hoofdstuk waarin hij de invloed van onze zelfzuchtige genen op de moeder-kindrelatie beschrijft, zien we iets dergelijks.
Uitgaande van de theorie dat het gen wil overleven, moet een moederdier aan ieder van haar kinderen evenveel aandacht en energie schenken, en dat doet ze ook. Er zijn wel degelijk situaties waarin dat niet gebeurt, bijvoorbeeld bij zieke jonkies, die door de moeder uit het nest gegooid worden, maar ook dat is volkomen rationeel te verklaren: ze verder voeden zou verspilling zijn.
Genetisch gezien is het beter om het voedsel aan de dieren met reële overlevingskansen te geven.
Wanneer we nu de moeder-kindrelatie vanuit de andere positie bekijken, namelijk vanuit het kind, is het logisch dat ieder kleintje opkomt voor zijn eigen
genetisch materiaal. Iedere broer of zus is dus een concurrent, en wanneer die een hak gezet kan worden, zullen de jonkies dat niet nalaten.
Maar hoe zwaar er het soms toegaat, ze zullen elkaar nooit vermoorden.
Er is een grens, en die is te verklaren vanuit het gegeven dat kinderen heel wat genetisch materiaal delen en dit niet verloren mag gaan.
.
“If there is a moral to be drawn“, maakt Dawkins een uitstapje naar de mens,
“it is that we must teach our children altruïsm, for we cannot expect it to be part of their biological nature.”
.
En dat is wat we keer op keer lezen: de mens is een wezen dat tegen zijn eigen genen in kan gaan.
Hij heeft hersenen waarmee hij ethische regels kan opstellen en er is geen enkele reden waarom hij dat niet zou doen.
Het is immers niet omdat we genetisch materiaal bezitten dat we niet vrij zouden zijn.
Samen met de jubileumeditie van The Selfish Gene verscheen er een huldeboek, Richard Dawkins: How a Scientist Changed the Way We Think, waarin essays
opgenomen zijn van collega wetenschappers, filosofen en zelfs schrijvers want, zoals Philip Pullman terecht optekent, zijn er maar weinig wetenschappers
die zo meesterlijk en gevat met taal kunnen omspringen als Dawkins.
En dat blijkt ook uit de essaybundel zelf.
Niet alle bijdragen zijn even toegankelijk of relevant en sommige lopen nogal eens verloren in het ego van hun auteur.
Maar dan is er gelukkig Daniel Dennett, die op zijn onovertroffen manier ingaat op de filosofische waarde van Dawkins’ ideeëngoed.
Nu is Dennett geen onbekende van Dawkins, meer zelfs, Stephen Jay Gould, de man met wie Dawkins altijd en immer in de clinch lag omdat hij het evolutionaire belang van genen niet wou aanvaarden (en verdomme niets tegen God had) noemde hem niet voor niets Dawkins’ schoothondje, wat een knappe knipoog was naar Thomas Huxley, die indertijd Darwins buldog werd genoemd.
Maar dat speelt in feite geen rol, want Dennett ontpopt zich als een van de weinigen die kritiek hebben op Dawkins.
Na aan de hand van een prachtig voorbeeld uitgelegd te hebben wat een gen precies is (iets als Romeo and Juliet, er bestaan honderdduizenden kopieën van en elke kopie geeft dezelfde informatie door) bestrijdt hij het essentialisme waaraan nogal wat tegenstanders van Dawkins zich schuldig maken.
Het antropomorfisme waarvan Dawkins zich bedient – hij beschrijft een gen als iets met een wil, net zoals wij onze keizerpinguïns nogal menselijk hebben voorgesteld – vindt hij niet ongepast.
Dat is louter een manier om de zaak te beschrijven, zo zegt hij, en de vraag van welk moment we over een vrije wil kunnen spreken, is hier compleet ongepast. En toch tikt hij Dawkins hier op de vingers. Een controversiële vraag is of dieren kunnen liegen.
Volgens Dawkins moeten we dat functioneel bekijken. Neem nu de hengelvis, die aan zijn staart een uitsteekseltje heeft dat hij kan laten kronkelen als een worm. De vis gaat op de bodem van de zee liggen, kronkelt voor zijn muil met zijn staart, lokt zo een ander visje en speelt dat vervolgens binnen.
.
Zie je, aldus Dawkins, die vis liegt en bedriegt het andere visje.
.
Onzin, aldus Dennett, dat is geen liegen zoals wij dat kennen, bewust en met een welbepaald doel voor ogen en Dawkins gaat hier al te kort door de bocht.
.
Ook bijzonder interessant is de bijdrage van Steven Pinker,
die aantoont hoe Dawkins de studie van het leven en de menselijke geest dichter bij elkaar gebracht heeft.
.
Wat is een gen anders dan een informatiepakketje?
Dawkins schreef in The Blind Watchmaker bijvoorbeeld:
.
“If you want to understand life, don’t think about vibrant, throbbing gels and oozes, think about information technology.”
.
Met de introductie van de bio-informatica, gebruikt om het menselijk genoom in kaart te brengen, is die informatietechnologie gemeengoed geworden in de biologie, net zoals in de studie van de menselijke geest trouwens.
.
Het siert Alan Grafen en Mark Ridley, de samenstellers van de bundel, dat ze ook een aantal essays opgenomen hebben van mensen die het niet een klein beetje, zoals Dennett, maar zelfs volstrekt oneens zijn met Dawkins. Zo gaat Robert Aunger lijnrecht in tegen Dawkins controversiële stelling dat er ook culturele genen bestaan, memen: ideeën die doorgegeven worden van generatie op generatie, zoals bijvoorbeeld het godsidee.
.
Het probleem daarmee is dat een gen duidelijk gedefinieerd kan worden, terwijl dat niet geldt voor memen.
.
Is de Bijbel in zijn geheel er een?
Of bestaat hij uit verschillende memen waarvan het scheppingsverhaal er bijvoorbeeld maar eentje is?
.
Er zijn al honderden boeken geschreven over memen, maar een duidelijk antwoord op die vraag is er nooit gekomen.
Net zomin trouwens als op die of er al dan niet vooruitgang bestaat in de evolutie, zoals Michael Ruse schrijft.
.
Dawkins is een fel aanhanger van het(teleologische ) vooruitgangsidee.
.
Evolutie is als een wapenwedloop, zegt hij.
De ene partij verbetert haar wapens, waarop de tweede dat ook doet, en ga zo maar door, en dat is vooruitgang.
Omdat de haas sneller gaat lopen, moet de vos dat ook wel doen.
Vooruitgang is dus een kwestie van specialisatie, een idee dat ook Darwin al aanhing.
Maar dat is niet volgens alle evolutiebiologen zo.
.
Zo beweerde Julian Huxley bijvoorbeeld dat specialisatie de zekerste weg naar de dood is.
Op den duur ben je immers zo’n onaangepast gedrocht geworden dat je uitsterft.
.
Wat in deze bundel opvalt, is dat er wel een paar kanttekeningen te plaatsen zijn bij Dawkins’ introductie van het zelfzuchtige gen, maar dat niemand de basis ervan nog betwijfelt. Dat dit gen de motor achter de natuurlijke selectie is, is zo stilaan wel duidelijk, en dat Dawkins daardoor zijn plaats verdient op het einde van het rijtje Galilei, Darwin, Freud ook.
.
Richard Dawkins
The Selfish Gene. 30th Anniversary Edition
Oxford University Press,
Nederlandse vertaling /Olympus.
Alan Grafen & Mark Ridley
Richard Dawkins: How a Scientist Changed the Way We Think
Oxford University Press,
(1)
in werkelijkheid is de doods en pijn -kreet van een vogel die door het roofdier wordt gedood … evenzeer een alarmkreet ….
Best mogelijk dat de alarmkreet vooraf , van daaruit is geevolueerd ….
Immers
De “wachter”die vooraf roept en op de uitkijk zit ( bij huzaar-apen is dat een gespecialiseerde functie van mannetjes ) vooraleer de rover toeslaat ,heeft nog een goede kans dat de rover een andere prooi kiest uit de groep(zo is die roep ook een teken dat bijvoorbeeld het sluipen is mislukt en kiest de rover maar de troostprijs die hij gemakkelijker kan verschalken ) ,
Het is trouwens ook waargenomen dat sommige predatoren ( bijvoorbeeld het jachtluipaard ) gewoonlijk hun slachtoffer vooraf kiezen en alle andere prooien( hoe dichter bij ook ) dan ook negeren / schreeuwend of niet ….
.
Post-modernen ….
Sommige “alfa -wetenschappers “/’culturele ‘intellectuelen ;
sociaal constructionisten , de-constructionisten ___en de radicale postmoderne “ismen” – bestrijders____vinden dat wetenschap slechts één van de vele “grote verhalen/ideologieeen” en/of “(bij)geloven” is …..
.
.
Richard Dawkins
is een fervent tegenstander van dit soort “cultureel relativisme ”
Quote ;

” Een culturele relativist op 10.000 meter hoogte is een perfekte hypocriet ….
* Vliegtuigen zijn gebouwd naar wetenscheppelike principes en___vooral___ze werken …
* Ze blijven in de lucht en ze brengen je naar de gekozen bestemming …
* Vliegtuigen gebouwd volgens tribale/magische of mythologische principes __bjvoorbeeld de nep vliegtuigen van de cargo cultuur in ontboste plekken oerwoud en laren ,of de met bijenwas aan elkaar geplakte vleugels van Ikaros ___kunnen dat niet …”
.
NOTEN
Omdat veel van het materiaal in vorig interview uit 2001 voor veel controverse heeft gezorgd en ondertussen ook wat verouderd is ; deze bemerkingen en links ;
1)
2012 Groningen 
.
De genen staan centraal bij Dawkins
.
Richard Dawkins evolutie these :
.- de genen zijn de centrale spelers in evolutie.
– de enen zijn replicatoren,
– de genen vermenigvuldigen zich in lichamen ( van dieren of planten of schimmels etc.), en
– de genen die de best aangepaste lichamen (etc.) bouwen zullen zich het best repliceren en zo gaan domineren.
.
Maar of het nu gaat om sprongsgewijze evolutie, selectie op het niveau van soorten of ecosystemen of de cruciale rol van de ontwikkelingsbiologie,
Dawkins slaagt er altijd weer in om bij de genen uit te komen.
” …Daar gebeurt het uiteindelijk allemaal…”
.
MEMEN
.
‘Memen’, wat het culturele equivalent van genen zou moeten zijn.
Een meme is een idee, een liedje of een stopwoord dat zich verspreid door de populatie.
Dawkins introduceerde het begrip aan het eind van zijn boek ‘The Selfish Gene’ (1976)
en de ‘memetica’ leek zelfs een heuse tak van wetenschap te worden.
* Maar dat “veld” is echter geïmplodeerd.
* “ Memetica heeft ons niet geholpen bij het begrijpen van culturele veranderingen ? ”
Dawkins relativeert echter het belang dat hij aan memen heeft toegeschreven.
“Het was gewoon een voorbeeld dat alles dat zich repliceert ook blootstaat aan natuurlijke selectie.
Als computervirusssen in 1976 al hadden bestaan, zou ik die als voorbeeld hebben gebruikt.”
.
Toch blijven memen blijven ook in latere boeken van Dawkins terugkomen.
.
“The Selfish Gene ” =Natuurlijke Selectie gebeurt op genenniveau
want alle andere niveaus komen toch uiteindelijk weer bij de genen uit.
.
(Gerdien )….
Voor de komst van Dawkins was de bewering ‘het gen is de eenheid van selectie’ gelijk gesteld met absolute kul -___en het is goed mogelijk dat dit altijd het geval is gebleven,____, maar de goede schrijfstijl en welsprekendheid van Dawkins hebben veel invloed gehad.
Bovendien geeft ‘genen’ een gemakkelijk denkschema.
Een groot probleem is ook dat de reacties op Dawkins (zoals bv Jablonka) ook veel te ver doorslaan
* Wat is dan wel de eenheid van selectie, het gehele organisme?
Of bestaat er niets zoiets simpels als eenheid van selectie?
(Gerdien ) …. .
Formeel en hoe het werkt zijn hier weleens iets anders.
Selectie werkt met overleven en reproductie, en dat doen alleen individuele organismen.
Formeel kun je dan de gemiddelde selectiecoefficient per allel van een gen in een populatie berekenen, maar dat maakt een gen nog niet de eenheid van selectie.
Formeel kun je in een onderverdeelde populatie selectie door berekening splitsen in een deel tussen groepen en een deel binnen groepen.
Ook dan werkt selectie op individuen.
Ongeveer over hetzelfde tijdstraject als Dawkins’ werk is er ook de stroming die werkt met kenmerkwaarden en fitness, zonder enige referentie naar genen.
Het ’selfish gene’ is veel te letterlijk genomen.
.
Rob van der Vlugt
januari 13th, 2012
.
– Als je de genen (allelen) binnen de genenpool van een soort bekijkt zie je variatie.
– Sommige genen worden echter ook aangetroffen bij verschillende soorten/genenpools.
Een aantal genen heeft bij verschillende soorten een andere, nieuwe functie gekregen.
Het idee dat genen dus soorten kunnen overleven heeft m.i. geleid tot het bestempelen van het gen als overlever.
– Zo valt er in principe een overzichtelijke stamboom van genen/allelen te maken die aantoont dat die genen al veel langer meegaan dan de soorten die ze als tijdelijk ‘voertuig’ hebben gebruikt.
Is het dan niet aannemelijk om on,der die omstandigheden het gen als eenheid van selectie te zien
.
Gerdien
januari 13th, 2012 on 6:12 pm
-Nee, want zodoende krijg je genen als archief en vastlegger van het verleden, niet als eenheid van selectie.
– De vraag is in feite:
“is de eenheid van selectie : de grootheid die daadwerkelijk selectie ondergaat?”
Dat is het individu.
.
Roeland heeck )
– Maar , volgens Dawkins’ zelf houdt hij wél degelijk vast aan telbare frekwenties genen binnen de genenpool
.
.
( Gerdien )
-Dawkins heeft het tegenwoordig (‘ anno 2012 ) ook al een tijdje over
cartels of cooperating genes’ ‘archive’ ‘database of survival instructions’.
.
Allelen op een gen zijn telbaar in een populatie.
Allelfrequenties veranderen door selectie. —>
Dat is niet hetzelfde als ‘gen is de eenheid van selectie’.
Gen is de eenheid van registratie.
.
*Neem een locus met twee allelen A en a met frequentie p en q=1-p.
De genotypen zijn AA Aa en aa met frequenties p2 (p-kwadraat), 2pq en q2(q-kwadraat).
de fitnesses zijn w(AA) w(Aa) en w(aa).
Deze zijn ‘echt’, zaken die je zou willen achterhalen of meten.
Dan is de berekende fitness van allel A: w(A) = [p2w(AA) +pqw(Aa)]/p;
die van allel a: w(a)=[pqw(Aa)+q2w(AA)]/q.
Als W(A)>w(a) neemt A in frequentie toe.
de frequentie van A legt vast wat w(AA) w(Aa) w(aa) aan biologie inhouden.
{Als er een fitness interactie is met een ander locus krijg je een dergelijk soort middeling. }
.

<—
http://books.google.com/books?id=0ICKantUfvoC&printsec=frontcover&dq=the+selfish+gene&hl=nl#

1) The selfish gene
a) ( Modern /2002 ) Selfish Gene Theory
http://bovination.com/cbs/selfishGeneTheory.jsp

b) Opening pages
http://www.simonyi.ox.ac.uk/dawkins/WorldOfDawkins-archive/Dawkins/Work/Books/selfpage.shtml
c)
http://www.simonyi.ox.ac.uk/dawkins/WorldOfDawkins-archive/Dawkins/Work/Books/selfish.shtml

D) Chapter 11 from / Richard Dawkins, “The Selfish Gene”
the best short introduction to, MEMETICS,
(and, also, the text where Dawkins coined the term `meme’).
http://www.rubinghscience.org/memetics/dawkinsmemes.html

2) (other ) Books /articles by Dawkins
a) http://www.simonyi.ox.ac.uk/dawkins/WorldOfDawkins-archive/Dawkins/Work/Books/index.shtml

3)dat houd zelfs een “toevals” element in , zoals S. Jay Gould stelde —
http://groups.msn.com/evodisku/glosc.msnw?action=get_message&mview=0&ID_Message=665&LastModified=4675504640836454727
http://groups.msn.com/evodisku/glosc.msnw?action=get_message&mview=0&ID_Message=739&LastModified=4675497977417231555

4)GIRAF- EVOLUTIE
Dit voorbeeld stamt nog van Darwin en is zeer verouderd : ook deze versie van het “adaptationistische verhaaltje
‘ door Dawkins heeft voor heelwat misverstanden gezorgd


Zie over de moderne inzichten over de evolutie van de  GIRAF

( 6) Evolutiesnelheid ….Men denkt tegenwoordig meer in de richting van sexuele selectie

5) ondertussen weten we dat pygmee- vormen ( met inbegrip van vooral kleinere hersenmassa) binnen een afstammingslijn (en bijvoorbeeld onstaan op eilanden )eveneens een oplossing kunnen zijn om het energieprobleem ( en de beschikbaarheid van voedsel ) ietwat op te lossen en waarbij een zekere vorm intelligentie wel wordt bewaard –

Het is niet het hersengewicht maar de structuur van de hersenen dat belangijk is en het allometrische encefalisatie-coefficient dat de verhouding uitdrukt van de hersenen met het totaal lichaamsgwicht van het dier ….


(7) Memmen is vlaams ( ook wel synoniem van het vlaamse: “zagen” – van dik hout zaagt men planken” )
Staat als werkwoord voor zeuren , ‘ouwenelen’( éhéhéhéhé ) en ouwehoeren ….
Memmen (= zelfst naamwoord ; Mammen  de tepels van mama ) betekent ook “ aan de borst liggen “ , en (figuurlijk/overdrachtelijk ) duimzuigen en zelfs fopspeen (= Het middeleeuwse Gents : memme of een lokke (= zuigding/ Tutter / vodje gedrenkt in een zoete vloeistof )vandaar  zuigeling = mammelokker )

Het is hier gebruikt als een woordspeling op het dawkiniaans begrip meme(s)

‘Ik voer een kruistocht voor de waarheid’
KNACK 07/06/2004 16:11
(Richard Dawkins, ‘Kapelaan van de duivel’, uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 304 blz.)
Hij is wellicht een van de ongelovigste mensen ter wereld.
Richard Dawkins, de Britse bioloog die ‘het zelfzuchtige gen’ introduceerde,
over wetenschap, geloof en het cordon sanitaire rond God.
(Door Joël De Ceulaer)
Hoe houden we het vol?
Je kunt het je inderdaad afvragen, lacht Richard Dawkins:
‘Hier zitten we dan. In een grote stad, in een complex gebouw met centrale verwarming, we dragen kleren, hebben allerlei
instrumenten te onzer beschikking en zijn met een enorme snelheid hier naartoe gereisd…
Als je bedenkt hoe volstrekt onnatuurlijk deze situatie zou geweest zijn voor onze voorouders, niet eens zo lang geleden,
dan is het eigenlijk verbazend hoe goed we het er als menselijke soort afbrengen.
De biologische evolutie verloopt heel traag, de culturele evolutie almaar sneller.
De kloof tussen die twee zou voor hetzelfde geld allang ondraaglijk groot kunnen zijn, zodat we met z’n allen volslagen
krankzinnig zouden worden.
Er zijn natuurlijk heel wat mensen met mentale stoornissen, en sommige psychiaters wijten dat aan de stress van het moderne
leven.
Maar ons aanpassingsvermogen is toch verrassend groot.’
We zitten in de lobby van een Amsterdams hotel, waar Dawkins de Nederlandse vertaling van zijn laatste boek komt voorstellen:Kapelaan van de duivel bevat een selectie uit de talloze essays die hij de afgelopen twintig jaar heeft geschreven.
De titel komt uit een brief die Charles Darwin in 1856, drie jaar voor hij zijn evolutietheorie publiceerde, schreef aan een vriend: ‘
Wat een boek zou een kapelaan van de duivel kunnen schrijven over de
onhandige, verspillende, stompzinnige en afschuwelijk wrede werken van de natuur.’
Zo’n kapelaan is Richard Dawkins.
Behalve over de evolutietheorie schrijft hij ook over de intellectuele hansworsterij van postmoderne filosofen,
over paranormaal gezwendel,
genetisch onderzoek, natuurlijke verscheidenheid, menselijk chauvinisme…
Maar toch vooral, altijd weer, over Darwin en God, wetenschap en godsdienst.
Als er een overtreffende trap bestaat van ongelovig, dan is Dawkins wellicht een van de ongelovigste mensen ter wereld.
En waarschijnlijk de belangrijkste popularisator van de evolutietheorie.
Zijn officiële titel aan de universiteit van Oxford luidt sinds een paar jaar: professor for the public understanding of science. Een volksopvoeder, zeg maar, zo ziet hij zichzelf wellicht nog het liefst.
In 1976 publiceerde Dawkins Het zelfzuchtige gen, waarin hij de evolutie van het leven op aarde verklaart vanuit een genetisch standpunt.
Genen ‘denken’ alleen maar aan zichzelf, ze ‘willen’ maar één ding: overleven.
Om dat voor mekaar te krijgen, ‘bouwen’ ze lichamen: survival machines, overlevingsmachines. Ook wij zijn, uiteraard, zulke machines.
Het boek sloeg in als een bom en wekt bij velen nog altijd behoorlijk wat weerzin op. Egoïstische genen? We zijn toch altruïstische wezens! Het is een moeilijke boodschap, weet Dawkins, maar die twee gaan goed samen:
egoïstische genen kunnen voordeel hebben bij een altruïstisch organisme.
Een menselijk motief is namelijk niet hetzelfde als een biologisch mechanisme
.
‘Ons gedrag is trouwens in hoge mate on-darwinistisch’,
zegt hij.
‘Een goed voorbeeld is het feit dat wij onze reproductie tegenwoordig beperken en seks gebruiken voor ons plezier.
Als ik evolutionaire mechanismen uitleg, probeer ik het trouwens meestal niet over de mens te hebben, omdat dat voor de meeste mensen enorm verwarrend is.
Als je over planten praat, of andere diersoorten, aanvaarden ze veel makkelijker dat gedrag in hoge mate gestuurd wordt door onbewuste mechanismen die zijn ingebouwd door natuurlijke selectie.
In principe is er geen verschil tussen een olifant die haar jongen voedt en een mens die dat doet.
Maar omdat mensen wéten wat het is om van een kind te houden,
schrikken ze vaak als je moederliefde biologisch probeert te verklaren. Terwijl de evolutietheorie eigenlijk uitermate simpel is.
Elk kind zou in staat moeten zijn ze te begrijpen.’
Waarom is het dan zo moeilijk om ze te doorgronden?
RICHARD DAWKINS:
Een verbijsterende vraag, niet?
Het grootste probleem is volgens mij de enorme hoeveelheid tijd die ermee gepaard gaat.
Evolutionaire tijd is geologische tijd, en die bevindt zich totaal buiten het bereik van de menselijke ervaring.
Wij zijn het gewend om dingen voortdurend te zien veranderen.
Het immèns veel tragere proces van evolutie kunnen wij eigenlijk niet bevatten.
Een andere verklaring is dat wij omringd worden door voorwerpen die door de mens zelf zijn gemaakt.
(wijst naar de cassetterecorder) Machines zoals deze, die duidelijk op een erg ingenieuze manier zijn ontworpen en veel te gecompliceerd zijn om toevallig te zijn ontstaan, zoals een steen of een berg.
Planten en dieren lijken evenzeer ontworpen. Toch komt er geen echte ontwerper bij te pas.
Om dat uit te leggen, gebruikt u het beeld van de ‘blinde horlogemaker’, een ‘ontwerper’ zonder plan of vooropgesteld doel:
natuurlijke selectie.
DAWKINS:
Precies. Ik merk vaak dat ingenieurs niet in staat zijn om het darwinisme te begrijpen. ze zijn heel slim als ze zelf iets moeten maken, maar hopeloos dom
– ik gebruik het woord opzettelijk – als het over de evolutietheorie gaat.
Waarschijnlijk zijn ze zo gewend aan het idee dat dingen ontworpen worden, dat ze zich niet kunnen voorstellen dat elegante en gecompliceerde dingen ook op een andere manier tot stand kunnen komen.
De kern van het darwinisme is buitengewoon simpel. Je kunt de hele theorie in één zin samenvatten:
de niet-willekeurige overleving van willekeurig variërende, erfelijke eigenschappen. (lacht)Maar die zin volstaat niet echt om de boodschap over te brengen.
Hebt u ook een toegankelijke versie?
DAWKINS:
Wat ik vaak doe, is mensen vragen om terug te denken in de tijd, van voorouder naar voorouder: vader, grootvader, overgrootvader, betovergrootvader…
Het is duidelijk, en heel opmerkelijk, dat geen enkele van uw voorouders jong gestorven is, niet één van hen heeft de kans gemist om te copuleren met minstens één lid van het andere geslacht.
Massa’s andere individuen hebben die kans wel gemist, en zijn jong gestorven. Maar uw voorouders hebben alle mogelijke gevaren overleefd:
ze werden niet geveld door kinderziektes of opgegeten door een tijger, ze vielen niet in een afgrond… Stuk voor stuk overleefden ze al die gevaren lang genoeg om volwassen te worden en een partner te vinden om mee te paren.
Omdat wij dus afstammen van een elite van overlevers en voortplanters, hebben wij datgene geërfd wat nodig is om tot deze elite te behoren, om goed te zijn in overleven en reproduceren.
Succesvolle genen.
DAWKINS:
Wie erven zegt, zegt genen.
Nu, als je dat weet, dan kun je ook begrijpen dat er, door de generaties heen, een niet-willekeurige overleving van genen is.
Individuen sterven, generatie na generatie.
Maar de genen blijven leven, in potentie zelfs eeuwig _ tenminste, de goede, succesvolle genen. De genen die vandaag bestaan,en de genen die vroeger bestonden, zijn per definitie de elite die overleeft.
De manier waarop genen overleven, is door lichamen te bouwen, op allerlei manieren: sommige lichamen kunnen vliegen, sommige kunnen zwemmen, klimmen, graven, of denken.
Zo hebben de genen die vandaag bestaan, elk op hun eigen manier, overleefd. En daarom zitten alle planten en dieren zo mooi en elegant in mekaar dat het lijkt alsof ze bewust werden ontworpen.
Uw theorie over ‘het zelfzuchtige gen’ wordt vaak verkeerd voorgesteld. U schrijft dat genen ons ‘gebruiken’ om te overleven, wat niet wil zeggen dat ze ons ‘controleren’.
DAWKINS:
Er bestaat behoorlijk wat verwarring over twee verschillende rollen die genen spelen: de genetische rol en de embryologische rol.
Genen hebben een invloed op de ontwikkeling van het embryo: daarom hebben we deze vorm, deze kleur van ogen, enzovoort.
Bekijk het als een soort zijwaartse pijl, van genen naar lichaam.
Bij die ontwikkeling spelen ook andere invloeden een rol: omgeving, opvoeding, cultuur…
Maar het zelfzuchtige gen moet op een heel andere manier worden bekeken, niet zijwaarts maar longitudinaal:
over een lange periode brengen genen van generatie tot generatie genen voort. Dat is de puur genetische rol, en in die zin is het absoluut zo dat wij overlevingsmachines zijn.
Dat is iets heel anders dan zeggen dat onze genen ons controleren of determineren.
Wie mij verkeerd citeert, kan het onderscheid niet maken tussen embryologie en genetica. Dat wijst er nog maar eens op hoe moeilijk het is.
Terwijl het darwinisme toch lang niet zo complex is als pakweg de relativiteitstheorie.
Maar even universeel, volgens u. U schrijft dat de evolutietheorie, net zoals de relativiteitstheorie, ook geldig is op
andere plekken in het universum, dat eventuele levensvormen op andere planeten dus ook evolueren door ‘de niet-willekeurige
overerving van willekeurige variaties’. Bent u daar echt van overtuigd?
DAWKINS:
Ik maak me sterk dat het zo is, ja. Logisch gesproken is dat een delicate stelling: in principe is het altijd mogelijk dat iemand met een briljante theorie komt aanzetten waar niemand ooit aan heeft gedacht. Maar tot dusver bestaat er geen enkele andere theorie die de evolutie van het leven verklaart.
Natuurlijke selectie is wél een goede verklaring, en zou ook perfect kunnen werken in een systeem dat geen gebruik maakt van DNA, maar van een andere eenheid van overerving. Zodra je een systeem hebt van accurate zelfreplicatie, zou waarschijnlijk een of andere vorm van darwinistische evolutie waarschijnlijk in werking treden. Maar ik kan niet beweren dat een alternatieve theorie absoluut onmogelijk is.
In de VS viert het creationisme nog altijd hoogtij, in allerlei vermommingen: de zogenaamde ‘intelligent design theory’ meet zich zelfs wetenschappelijke pretenties aan.
DAWKINS:
Nieuw is dat niet. Ongeveer vijftig procent van de Amerikaanse bevolking denkt zelfs dat het hele universum ongeveer tienduizend jaar geleden is geschapen, met alles erop en eraan. (lacht) Dat land lijkt mij een verloren zaak, de idiotie druipt ervan af. Gelukkig is het in Europa niet zo erg.
Weet u, ik kan mij makkelijk voorstellen dat het leven op deze planeet wel degelijk ontworpen is door een intelligente levensvorm van een andere planeet.
Francis Crick (die samen met James Watson in 1953 de DNA-structuur ontdekte, nvdr.) doet in zijn boek Life itself een ietwat ironische, maar amusante suggestie: misschien, zo speculeert hij, zijn de eerste bacteriën op aarde hier aanbeland in de neus van een ruimteschip uit een ander zonnestelsel.
Gelooft u dat?
DAWKINS:
Nee. En ik denk ook niet dat Crick het zelf gelooft, maar het is natuurlijk perfect mogelijk dat er elders in het universum intelligente levensvormen zijn, die oneindig veel verder staan dan wij. En het zou kunnen dat zij zelf nieuwe levensvormen hebben ontworpen, zoals wij dat stilaan beginnen te doen.
En zodra je nieuw leven hebt gecreëerd, is het mogelijk dat je dat wilt exporteren naar een andere planeet. Dat is allemaal denkbaar. Maar die buitenaardse intelligentie moet dan wel een geëvolueerde levensvorm zijn.
En dat is niet wat de creationisten verstaan onder intelligent design: zij beweren dat het leven op aarde is ontworpen door God, die op zijn beurt niet ontworpen of geëvolueerd is. Als wij ontworpen zijn, moet je verklaren waar de ontwerper vandaan kwam. Als je zegt dat God het heeft gedaan, heb je helemaal niks verklaard.
Is atheïsme de enige verdedigbare houding voor een wetenschapper?
DAWKINS:
Persoonlijk denk ik van wel, maar ik ben er mij van bewust dat er heel intelligente wetenschappers bestaan, die geen atheïst zijn.
Ik begrijp hen niet, omdat ik niet inzie hoe ze zulke tegenovergestelde visies met elkaar kunnen verzoenen. Maar ze doen het en dus moet ik erkennen dat ze bestaan.
Wijlen Stephen Jay Gould, de Amerikaanse paleontoloog met wie u wel vaker van mening verschilde, vond dat godsdienst en wetenschap best uit elkaars vaarwater blijven.
DAWKINS:
Ik vind van niet.
Als je dat beweert, dan mogen godsdiensten ook geen mirakels meer hebben, want een mirakel is een overtreding van wetenschappelijke wetten.
En dan heb ik het niet alleen over de goocheltrucs, zoals het veranderen van water in wijn, maar over het mirakel van de schepping zelf.
De claim dat godsdienst en wetenschap niets met mekaar te maken hebben, is een truc om godsdiensten immuniteit te verschaffen. Het is een soort cordon sanitaire dat de wetenschap niet mag doorbreken, zodat elke kritiek uitgesloten is.
Maar het is het een of het ander.
Als godsdiensten immuniteit willen, moeten ze hun mirakels maar afzweren: geen onbevlekte ontvangenis meer, geen verrijzenis, geen schepping…
Maar dan lopen de kerken, moskeeën en synagogen allemaal leeg, want wat hou je dan nog over? Een soort gesofisticeerde theologie die misschien nog een beperkt aantal academici aanspreekt. Zodra je doet wat je moet doen om indruk te maken op gewone mensen, namelijk bovennatuurlijke verschijnselen inroepen, kàn je niet langer immuun zijn.
U voert echt een soort kruistocht tegen elke vorm van godsdienst.
DAWKINS:
Ik voer een kruistocht voor de waarheid. En dus ook tegen elke vorm van georganiseerd verzet tegen de waarheid, inclusief homeopathie, astrologie en andere vormen van mystificatie en obscurantisme. Ik vind dat allemaal nogal vernederend, want de waarheid is zo prachtig, zo opwindend.
Het is toch een voorrecht om te leven in een periode waarin we zoveel dingen ontdekken. Ik vind het bijzonder tragisch dat zoveel mensen nog altijd opzettelijk worden misleid om van kindsbeen af allerlei dingen te geloven, die in de middeleeuwen misschien nog wel redelijk klonken, maar nu allang zijn achterhaald.
Gaat atheïsme altijd samen met intelligentie of belezenheid?
DAWKINS:
Nee, het zou arrogant zijn om dat te beweren. Om een atheïst te zijn, hoef je helemaal niet slim of belezen te zijn.
Tenminste, dat is het officiële antwoord. (lacht)
Ik moet bekennen dat ik een duister vermoeden heb dat atheïsten over het algemeen wel degelijk slimmer zijn dan gelovigen.
Er bestaan weinig statistisch betrouwbare studies over dit onderwerp, maar van de leden van de Amerikaanse National Academy of Sciences blijkt ongeveer negentig procent atheïst te zijn: een dramatisch contrast met de tien procent atheïsten in de volledige Amerikaanse populatie. Dat zegt toch iets.
Zou u als darwinist niet meer begrip moeten hebben voor gelovige mensen?
Er bestaat ongetwijfeld een evolutionaire verklaring voor het bestaan van godsdiensten.
DAWKINS:
Dat zal wel. En het is interessant om die verklaring te zoeken. Maar zelfs als je die kunt vinden, wil dat nog niet zeggen dat godsdiensten onvermijdelijk zijn.
Hebt u zo’n verklaring?
DAWKINS:
Ik ben geneigd om godsdienstigheid te beschouwen als een neveneffect van een eigenschap van ons brein, die een andere evolutionaire functie heeft. Laat ik een analogie gebruiken. Waarom vliegen motten in de vlam van een kaars? Je zou dat suïcidaal gedrag kunnen noemen, en dan lijkt het vreemd. Maar er is een betere verklaring.
Voor de mens kaars en lamp had uitgevonden, waren hemellichamen de enige nachtelijke lichtbronnen. Die fungeren als kompas voor motten. Zulke diertjes hebben een ingebouwde vuistregel om hun weg te vinden. Zodra je kaarsen introduceert, zal die regel ertoe leiden dat de motten in de kaars vliegen en opbranden.
Ik vermoed dat godsdienstigheid iets gelijkaardigs is: ons brein is geëvolueerd om te overleven in het Stenen Tijdperk. Zo hebben kinderen een ingebouwde vuistregel die zegt: geloof alles wat je ouders of de ouderen van de stam je vertellen.
Erg nuttig: iemand moet het kind vertellen dat tijgers en slangen gevaarlijk zijn. Kinderen die dat geloven, zullen over het algemeen langer leven. Maar die vuistregel maakt ons ook kwetsbaar: behalve waarheden kunnen we evengoed geneigd zijn om onwaarheden te geloven.
Is godsdienst niet veel meer dan een verzameling ‘onwaarheden’? Religie versterkt toch ook de sociale cohesie tussen leden van dezelfde groep?
DAWKINS:
Het is mogelijk dat ook dat een evolutionair voordeel is geweest. Natuurlijke selectie kan ook werken op het niveau van de groep. Maar met zulke verklaringen op groepsniveau moet je voorzichtig zijn. Ik geloof dat de verklaring van godsdienstigheid als neveneffect beter is.
Op een bepaald moment kan iemand het in zijn hoofd gekregen hebben dat het zou regenen als de stam een geit zou slachten. Dat wordt van generatie op generatie doorverteld. Niemand zal ooit op het idee komen om het met een degelijk experiment te testen. Godsdienst is iets wat mensen gewoon geloven, zonder zich vragen te stellen.
Een soort ‘computervirus’ ook, schrijft u, met de ingebouwde instructie: ‘Kopieer mij!’
DAWKINS:
De analogie is dezelfde: een computer is gebouwd om bepaalde instructies uit te voeren.
Daarom is dat ding zo nuttig. Maar het betekent automatisch ook dat een computer kwetsbaar is voor instructies die de opdracht geven om een virus te verspreiden. Wetenschap, daarentegen, lijkt meer op een computerprogramma, dat constant wordt getest en verbeterd.
Is het niet erg laatdunkend om geloof te vergelijken met een besmettelijk virus?
DAWKINS:
Ik heb veel sympathie voor mensen die zijn opgegroeid met onwaarheden. Maar ik wil hen daaruit redden, omdat ze hun leven aan het weggooien zijn. En we hebben maar één leven. We hebben de gelegenheid om voor onze dood een aantal zaken echt te begrijpen.Ik vind het tragisch als mensen die gelegenheid verspillen aan Jehova, Allah of de God van de christenen. Al vind ik wel dat kinderen de godsdienst van hun voorouders moeten leren, dat maakt deel uit van hun culturele opvoeding.
Godsdienst ligt volgens u ook aan de basis van de meeste conflicten. Wordt geloof niet veeleer misbruikt in naam van totaal andere idealen?
DAWKINS:
Kijk naar Noord-Ierland en het conflict tussen katholieken en protestanten. Politici hebben de neiging om de rol van godsdienst in dat conflict te minimaliseren. Kranten ook. Als er ongeregeldheden zijn in Belfast, of waar dan ook, noemen ze het etnische rellen, of rellen tussen twee gemeenschappen…
Maar dat zijn allemaal eufemismen voor godsdienstige rellen. Ik bedoel daarmee niet dat mensen die een bom in een pub gooien, allerlei theologische argumenten hebben. Wat ze doorgaans doen, is simpelweg wraak nemen. En de enige manier waarop je in Noord-Ierland je vijand kunt herkennen, is godsdienst: dat is het label dat al die vendetta’s mogelijk maakt.
Je neemt geen wraak op een individu, maar op iemand die tot de andere groep behoort. En godsdienst is het énige wat hen al honderden jaren verdeelt. Zonder godsdienst zouden ze allang één gemeenschap hebben gevormd.
Na 11 september 2001 noemde u godsdienst ‘een geladen wapen’, dat je niet zomaar mag laten rondslingeren. Een interessante observatie, maar kun je daarmee de geweldspiraal in bijvoorbeeld het Midden-Oosten doorbreken?
DAWKINS:
Mijn aanpak is simpel: ik zal nooit zeggen dat ik tegen de islam ben, of tegen het jodendom, of tegen het katholicisme. Ik zeg: laten we allemaal samen tegen alle godsdiensten zijn! Al besef ik dat dat een ietwat hopeloze opgave is. (lacht) Zacht uitgedrukt.
U verzet zich ook fel tegen religieuze verbodsbepalingen als het over therapeutisch klonen of genetisch gemodificeerde organismen gaat. Maar hoe staat u tegenover het zogenaamde voorzorgsprincipe: zolang we niet weten of ggo’s volledig veilig zijn, moeten we ervan afzien? En kan dat eigenlijk wel: weten of iets volledig veilig is?
DAWKINS:
Nee, nooit met honderd procent zekerheid. Er moet een balans zijn, dat is duidelijk. Toen de gebroeders Wright hun eerste vlucht maakten, vreesden Victoriaanse schrijvers dat het menselijke gestel snelheden boven de zestig kilometer per uur nooit zou overleven. Als we hen ernstig hadden genomen, zouden we nu zelfs geen spoorwegen hebben.
Het is goed om risicovermijding in te bouwen als we ontwikkelingen zoals ggo’s willen beoordelen, maar geen oneindige risicovermijding. En we moeten consistent zijn. Neem antibiotica: de risico’s daarvan zijn veel groter dan die van ggo’s.
Misschien had men bij de ontdekking van penicilline beter het advies gevraagd van een paar darwinisten, die hadden kunnen waarschuwen voor de evolutie van resistente bacteriën. Maar het verzet tegen ggo’s is zo luid dat mensen vandaag helemaal niet meer luisteren naar de waarschuwingen over antibiotica.
Wat vindt u van de opmerking dat de mens hoogmoedig wordt, dat we voor God spelen?
DAWKINS:
We moeten de negatieve gevolgen van onze acties proberen te voorzien, zodat we preventieve maatregelen kunnen nemen. Maar God spelen? Daar lig ik niet per se van wakker. (lacht) Ik hou erg van het antwoord dat James Watson ooit gaf op die vraag: als wij niet voor God spelen, wie zal het dan doen?
Bioloog Richard Dawkins over de excessen en gevaren van
irrationeel denken
(Marnix Verplancke)
Onze postmoderne toegeeflijkheid is gewoon mensonterend, stelt Dawkins.
Religieuzen moet je ronduit negeren
Richard Dawkins : Kapelaan van de duivel
Oorspronkelijke titel: A Devil’s Chaplain
Vertaald door Peter van Huizen
De Morgen 19-05-2004
_____________________________________________________________________________________________________________________________
Kapelaan van de duivel, het nieuwe boek van de bioloog Richard Dawkins,is een selectie uit de essays die hij de voorbije vijfentwintig jaar heeft geschreven.
Uit het werk blijkt enerzijds hoe breed de man zijn aandacht weet te spreiden en anderzijds hoe standvastig hij is in zijn principes, want al heeft hij het over evolutie, God, rechtspraak of ethiek, rationaliteit staat bij hem voorop.

(ZIEKTE VAN HUTTINTON)
De ziekte van Huntington is een van de ergste aandoeningen waardoor een mens getroffen kan worden.
De symptomen ervan komen gewoonlijk pas aan het licht wanneer de zieke rond de veertig is: zijn persoonlijkheid verandert.
Het begint heel onschuldig.
De man in kwestie begint ruzie te maken zonder dat er echt een reden voor is, hij is niet langer bereid de verantwoordelijkheid op te nemen voor zijn eigen daden en blijkt opeens geobsedeerd door seks.
In een volgende fase lijkt hij onbeheersbare zenuwtics te vertonen in het gezicht en zijn handen schieten alle kanten op. Daarna is hij niet langer in staat zijn lichaam te beheersen en lijkt hij wel constant te dansen.
Maar ook de geestelijke aftakeling gaat verder: het geheugen wil niet meer mee, wanen steken de kop op en rationeel denken lukt niet meer. Uiteindelijk worden de spiercontracties zo erg dat de pati챘nt alleen nog maar kan liggen.
Hij verzwakt zienderogen, raakt in een coma en sterft.
Genezen kan men de ziekte van Huntington niet, voorkomen wel.
De aandoening is immers volstrekt genetisch bepaald.
Sommige mensen zijn drager van het gen, andere niet.
Bevruchte eicellen kunnen gescreend worden op de aanwezigheid van het gen en via in-vitrofertilisatie kunnen alleen zygoten ingeplant worden die geen drager zijn.
De kinderen die daaruit geboren worden zullen op latere leeftijd dus honderd procent zeker niet ziek worden. En toch is dit volgens sommigen een niet geoorloofde ingreep. Maken dat mensen niet langer Huntington moeten ondergaan noemen zij ‘God spelen’, en zoiets is zondig.
(ONZIN )
Als bioloog mag je dan nog zo wereldvreemd zijn, bij een situatie als deze kun je je mond niet langer houden.
Willen of niet, je bent geëngageerd, niet omdat je een barricadespringer bent, maar gewoon omdat je de waarheid en de wetenschap niet kunt laten insneeuwen onder de onzin.

Richard Dawkins is zo’n bioloog, met dit verschil dat hij nooit wereldvreemd is geweest.
Al vanaf zijn prille carrière is hij bezig te wijzen op de irrationele principes waardoor onze samenleving nog steeds geleid wordt.
Wetenschap is echt niet iets voor de nerds onder ons, zo heeft hij altijd benadrukt, maar een zaak van het dagelijkse leven, en als het dat nu nog niet is, zou het dat toch zeker in de toekomst moeten worden.
Ook in zijn nieuwe boek, Kapelaan van de duivel, staat rationaliteit voorop, wat zich over het algemeen uit in een nuchtere analyse van de waandenkbeelden van anderen, gevolgd door een overzichtelijke voorstelling van hoe de zaak werkelijk in elkaar zit.
(GENETISCH DETERMINISME ? )
Een voorbeeld:
zijn reactie op de heugelijke en frequente krantenberichten dat het gen voor deze of gene menselijke voorkeur ontdekt is.
Allemaal onwetenschappelijke nonsens,
zo zegt hij.
Neem nu het befaamde homo-gen dat heel wat maatschappelijke commotie en persoonlijk verdriet veroorzaakt heeft
– genre ‘mijn seksualiteit is een afwijking’. Afgezien van het feit dat de manier waarop dit ‘gevonden’ werd, op zijn best natte-vingerwerk genoemd zou kunnen worden,
weet iedere geneticus dat gedrag niet door een simpel gen bepaald wordt
.
De ziekte van Huntington is volstrekt genetisch,
homoseksualiteit kan dit gewoonweg niet zijn.
En Dawkins veegt alle flauwe trut van tafel met een prachtig beeld:
het effect van genen op lichaam en gedrag is te vergelijken met dat van sigarettenrook op longen. Als je een zwaar roker bent, verhoog je je kans op longkanker, maar dat betekent niet dat je er onherroepelijk aan zult sterven. En dat stelt niet-rokers ook niet vrij van longkanker.

Het zit dus allemaal een stuk ingewikkelder in elkaar dan we over het algemeen verondersteld worden te geloven.
(DE RELIGIE )
Wat ons meteen bij een van de grote stokpaardjes van Dawkins brengt: het geloof, en de maatschappelijke positie die priesters, imams en andere religieuze leiders innemen.
Op zich is het natuurlijk erg dat gelovigen zich van de realiteit afkeren, zo stelt Dawkins,
maar nog veel erger is de mate van sérieux waarmee rationele mensen religieuzen aan het woord laten.

Toen het schaap Dolly volop in het nieuws was, werd Dawkins meermaals gevraagd om in tv-panels te zetelen waarin de wetenschappelijke en ethische consequenties van klonen besproken werden.
De wetenschappers moesten daarbij hun uiterste best doen de klinkklare onzin van de religieuzen te ontkrachten en de presentators leken eerder aan de kant van de irrationaliteit te staan.
Onze postmoderne toegeeflijkheid is gewoon mensonterend
, zo stelt Dawkins en hij geeft het voorbeeld van de religieuze leider die voor het programma begon zelfs de hand niet wou schudden van de presentatrice omdat ze niet ‘rein’ zou kunnen zijn. Die presentatrice vond dat helemaal niet erg, want het ging over geloof en daar moet je respect voor hebben.
Nee, zo schrijft Dawkins terecht,
je kunt zulke mensen, net als de creationisten, maar beter negeren.
Door ze als gesprekspartner te nemen, geef je hen een podium en laat je impliciet verstaan dat ze evenwaardig zijn,
wat natuurlijk nooit het geval is.
(GOULD )
Op het einde van het deel van het boek dat over zijn collega en rivaal Stephen Jay Gould gaat, staat een e-mailcorrespondentie tussen de twee darwinistische grootheden waarin ze besluiten een open brief te sturen naar de New York Review of Books, met daarin de oproep aan al hun collega’s het creationisme gewoonweg te negeren wegens wetenschappelijke onzin.
Spijtig genoeg stierf Gould voor de brief gepubliceerd kon worden.
Maar Dawkins gaat ook nog verder in zijn strijd tegen de onzin.
Flagrante medische onwaarheden zouden volgens hem bestraft moeten worden.
Wie homeopathie propageert, hoort niet thuis in een mooie praktijk, maar wel in de gevangenis. Er is immers maar één geneeskunde en dat is degene die werkt, altijd, en de rest is profiteren van het ongeluk en de wanhoop van zieken.
(MENS EN DIER: Humanzee )
Dawkins is op zijn grootst wanneer hij erin slaagt de lezer persoonlijk aan te spreken en hem met tegenstrijdigheden in zijn denken te confronteren.
Een sterk staaltje daarvan vinden we in een essay over de manier waarop we de mens zien binnen het dierenrijk.
Er is geen oppositie, zo schrijft hij, maar een continue lijn.
De mens is gewoon een dier als een ander.
Praktisch iedereen gaat daar tegenwoordig wellicht in mee,
tot Dawkins een denkexperiment opzet en een hybride laat
ontstaan uit een chimpansee en een mens.
De wereld zou in rep en roer staan, zoveel is zeker.
De wetenschappers die dit voor elkaar zouden krijgen, zouden overal symbolisch opgeknoopt worden, want ze zouden de
menselijke waardigheid neergehaald hebben tot dierlijk niveau.
En hoe zou je daar zelf tegenover staan,
zo lijkt Dawkins te zeggen, ben je nu nog zo zeker van je stuk?
Dawkins zelf is dat overduidelijk wel.
Voor hem moeten we evenveel respect opbrengen voor een mensaap als voor een mens, en een kruising van de twee zou dus geen wangedrocht zijn.
(WETENSCHAPS-OPTIMISME )
Maar ook aan Dawkins’ wetenschapsoptimisme blijkt er een grens te zijn en die ligt waar de wetenschap de privacy aantast.
De toekomst van de genetica ziet er volgens hem rooskleurig uit.Momenteel kunnen we al de sequens van aminozuren berekenen uit de sequens van nucleotiden in een gen.(GENOMICS )
De volgende stap is de berekening van het driedimensionale vouwpatroon van een eiwit (= proteomics) vanuit de sequens van de aminozuren,
om ten slotte uit te komen bij de berekening van het embryo zoals dit zich ontwikkelt uit zijn genen en de interactie met de omgeving( EVO-DEVO).
Zodra dat achter de rug is – wat hij op zo’n vijftig jaar schat – kunnen we een computerbeeld maken van het gezicht van een misdadiger op basis van een druppel opgedroogd bloed.
Ongetwijfeld een gigantische sprong voorwaarts voor gerechtelijke speurders, maar wat als een algemene DNA-gegevensbank in handen valt van iemand die er geen goeie bedoelingen mee heeft?
Dawkins huivert voor dat soort toekomst en bewijst daarmee een beheerst wetenschapsman te zijn die over veel gezond verstand beschikt en doorheeft dat engagement in twee richtingen werkt.
Niet alleen wordt de maatschappij er rationeler door, de wetenschap houdt er ook een menselijker gezicht aan over.
(1)
Post-modernen ….
Sommige “alfa -wetenschappers “/’culturele ‘intellectuelen ;
sociaal constructionisten , de-constructionisten ___en de radicale postmoderne “ismen” – bestrijders____vinden dat wetenschap slechts één van de vele “grote verhalen/ideologieeen” en/of “(bij)geloven” is …..
Richard Dawkins
is een fervent tegenstander van dit soort “cultureel relativisme ”
Quote ;
” ….” Een culturele relativist op 10.000 meter hoogte is een perfekte hypocriet ….
* Vliegtuigen zijn gebouwd naar wetenscheppelike principes en___vooral___ze werken …
* Ze blijven in de lucht en ze brengen je naar de gekozen bestemming …
* Vliegtuigen gebouwd volgens tribale/magische of mythologische principes __bjvoorbeeld de nep vliegtuigen van de cargo cultuur in ontboste plekken oerwoud en laren ,of de met bijenwas aan elkaar geplakte vleugels van Ikaros ___kunnen dat niet ….
Links
Genetisch determinisme
INTERVIEW. Richard Dawkins en de mythe van de onbuigzame genenHendrik Spiering2   1/05/2004

Als er marsmannetjes zouden landen op aarde, zouden ze niet zozeer geïnteresseerd zijn in de ideeën van Freud of Marx, beweert de Britse bioloog Richard Dawkins, maar wel in die van Darwin. ‘Het darwinisme telt echt mee in het heelal.’ Dawkins’ nieuwste boek is een feest van de evolutiewetenschap.

Stel, er landen buitenaardse wezens op aarde, waarover moet je praten? Shakespeare, muziek en politiek zullen de ruimtereizigers waarschijnlijk niets zeggen. Je komt al gauw op wis- en natuurkunde. Maar verder? Darwinisme natuurlijk, is het voorstel van Richard Dawkins in zijn nieuwe boek, A Devil’s Chaplain, een artikelenbundel die afgelopen week in het Nederlands is verschenen onder de titel Kapelaan van de duivel. Freud of Marx zullen weinig opwinding veroorzaken bij de aliens, sneert Dawkins opgewekt, behalve misschien vanuit een etnografische belangstelling. De centrale vraag van Darwin daarentegen, zal ook de vreemde wezens interesseren: hoe is de ongelofelijke complexiteit van het leven tot stand gekomen? En, zo benadrukt Dawkins, ook Darwins antwoord op die vraag is interessant: dat de complexiteit ontstaat door de natuurlijke selectie van kleine toevallige veranderingen in erfelijke eigenschappen. Kortom: ,,Darwinisme telt echt mee in het heelal.”

Deze geestige, maar evengoed serieuze exercitie is typerend voor het werk van de Britse bioloog Richard Dawkins. Zijn boeken vormen één groot feest van de wetenschap en van de evolutiewetenschap in het bijzonder.

Zijn nieuwste boek is geen uitzondering. ,,Het is zo treurig te denken aan alles wat die new-agers met hun pseudo-wetenschap missen! Er is zoveel wonderbaarlijks in echte wetenschap,” schrijft hij in een stuk over kristalgenezers, waarin hij uitlegt hoe wonderbaarlijk alleen al die kristallen zelf zijn.

Dawkins is hoogleraar Public Understanding of Science in Oxford. Wat houdt dat eigenlijk in?

,,Ik schrijf boeken en krantenartikelen, geef openbare lezingen en treed op voor de radio en televisie,” vertelt Dawkins in een telefonisch interview. ,,Misschien zal mijn opvolger colleges geven aan wetenschappers hoe ze beter kunnen communiceren. Maar ik communiceer liever zelf over wetenschap.”

Dawkins is wereldberoemd geworden met zijn boek The Selfish Gene (1976), dat hem een levenslange polemiek opleverde met Stephen Jay Gould en Steven Rose, die hem verdachten van genetisch determinisme. Nog altijd roept het idee van het zelfzuchtige gen veel misverstanden op, vooral bij mensen die het boek niet hebben gelezen. ,,En lees anders ook het tweede hoofdstuk van mijn boek The Extended Phenotype (1982) nog maar eens,” verzucht Dawkins. ,,Het is allemaal nogal lang geleden. Word ik echt nog altijd als een selfish gene-boeman gezien?” De ironie is dat het boek niets van doen heeft met menselijk egoïsme, integendeel. ,,Met dat boek wilde ik juist verklaren hoe het menselijk altruïsme voortkomt uit egoïstische genen. Altruïstische genen bestaan niet, maar een egoïstisch gen kan wel degelijk altruïstisch gedrag programmeren op een hoger niveau.”

In dat tweede hoofdstuk van de The Extended Phenotype legt Dawkins helder uit wat nu eigenlijk zijn bedoeling was met de beruchte typering uit The Selfish Gene van mensen als ,,overlevingsmachines – blind geprogrammeerde robotvoertuigen ter bescherming van de egoïstische moleculen die genen worden genoemd.” De kern van zijn verweer is een scherp onderscheid tussen genenselectie (de kern van de evolutie) en genetisch determinisme, dat hij ,,verderfelijke flauwekul op een bijna astrologische schaal” noemt. Het ene gaat over evolutie en speelt zich af op haast geologische tijdschalen, het andere gaat over de ontwikkeling van een individueel organisme.

Genen vormen het recept om het organisme te bouwen, maar daarna hebben ze geen invloed meer, benadrukt Dawkins. In de ontwikkeling van een organisme, als embryo en daarna, zijn er zeer veel andere invloeden – in klaslokalen bijvoorbeeld, of door blootstelling aan chemische stoffen. Het enige wat telt in de evolutie is of de genen doorgegeven worden aan een volgende generatie. Dat is genenselectie. ,,Maar je hoeft echt geen genetisch determinist te worden om een genetisch darwinist te zijn,” herhaalt Dawkins nog maar eens door de telefoon.

De mythe van de onbuigzame genen lijkt moeilijk uit te roeien. Dawkins beschrijft in The Extended Phenotype zijn verbazing over de emotie van een vrouw die na een lezing van een sociobioloog vroeg of er werkelijk genetische sekseverschillen waren in de psychologie: ze weende bijna. Iemand, redeneerde Dawkins, moet haar hebben verteld dat genetische oorzaken eeuwigdurend en onveranderlijk zijn, en dat als er genetische sekseverschillen zijn, ze veroordeeld was tot het huishouden. Maar genetische oorzaken zijn maar statistische trends in een bepaalde omgeving, schrijft Dawkins. Als de omgeving verandert, verandert het genetische verschil ook.

– Die evolutie speelt op een totaal andere tijdschaal dan ons eigen leven. Wat hebben wij als mens eigenlijk met die genen te maken?
,,Tja, mensen zijn een stuk gecompliceerder dan andere organismen. Op dat niveau van complexiteit ontstaan allerlei nieuwe ‘emergente’ eigenschappen.

De grootste bron van die nieuwe, zelfstandige eigenschappen is waarschijnlijk het zenuwstelsel. Dat is ontstaan dankzij genetische selectie, maar als het er eenmaal is en de hersenen groot genoeg zijn, ontstaan er allerlei nieuwe dingen die ver verwijderd zijn van darwinistische selectie. Neem menselijke motivatie, dat heeft geen enkel direct verband met darwinistische selectie.”

– Maar wat betekent het dan om een ‘voertuig voor je genen’ te zijn?
,,Dat gaat om de kwestie op welk niveau natuurlijke selectie werkt. In de tijd dat ik dat schreef, was er een controverse over de vraag of de selectie werkte op het individuele organisme of op het gen. Mij leek dat geen serieus conflict. Organisme en gen zijn allebei object van selectie, zij het op een verschillende manier.

Het individuele organisme is onderworpen aan selectie als drager van de genen. De genen zijn onderworpen aan selectie omdat zij zelfreplicatoren zijn: de dragers van zichzelf kopiërende gecodeerde informatie. Die zelfreplicatoren zijn de basis van de darwinistische evolutie. Organismen ontstaan als de zelfreplicatoren samen gaan optrekken en grotere eenheden vormen waarin ze rond gaan reizen. Dat hoeft niet, maar het gebeurt wel. En deze voertuigen gedragen zich als eenheden die eigen handelingen uitvoeren, en dat is weer een heel nieuwe eenheid van handeling dan een gen.”

– Dat is dus onze vrijheid: als individuele mensen hebben wij eigenlijk geen directe rol in de evolutie. Als we ons maar voortplanten, kunnen we verder doen waar we zin in hebben?
,,Ja, en als je kijkt naar de menselijke drijfveren in het dagelijks leven, dan gaat het zelfs niet meer om reproductie in een normale betekenis. Wat dat betreft, is er echt iets vreemds met ons aan de hand.

We kunnen boeken lezen en schrijven, naar muziek luisteren en al die andere dingen die daar heel erg van verschillen. Dat zijn allemaal emergente eigenschappen die bij ons zijn ontstaan en ik zou ze niet graag bagatelliseren.”

– Toch heeft het ook iets treurigs. Ooit voelde de mens zich belangrijk als centrum van de schepping, daarna konden we nog troost putten uit onze rol als hoogtepunt van de evolutie. Maar nu blijkt die rol te worden gespeeld door onze passieve genen, niet door onszelf.
”Het is altijd goed als onze pretenties en waardigheid onderuit worden gehaald.”

– Maar wat is dan nog de zin van ons leven?
,,Fundamenteel gezien is de betekenis van ons leven de verbreiding van zichzelf gecodeerde informatie, de genen dus. Maar zoals ik net al zei, je kunt het menselijk leven een eigen betekenis geven, als een emergente eigenschap. De betekenis van jouw leven en van mijn leven kan dus heel erg verschillen van die fundamentele betekenis. Jouw leven kan zin krijgen door liefde voor de natuur, of liefde voor muziek, of wat dan ook. Dat kan werkelijk zin en betekenis geven aan een individueel menselijk leven.”

– Dat brengt ons op een ander idee waarmee u beroemd bent geworden: de memen, een soort zelfkopiërende basiselementen van de menselijke cultuur. Wat is de vernieuwing ten opzichte van ‘ideeën’ en ‘modieuze opvattingen’?
,,Ik denk dat er erg weinig verschil is met die begrippen. Het enige wat ik met die memen wilde laten zien, is hoe een darwinistische theorie van cultuur er zou kunnen uitzien. Dat is alles, ik zeg niet dat er zo’n theorie moet komen. Maar als je het darwinistische idee wil generaliseren, dan moet je iets hebben dat op een gen lijkt als zelfreplicator.

Dat idee is zo’n krachtige voortbrenger van bruikbare theoretische modellen, dat het de moeite loont te kijken of dat ook in cultuur kan bestaan. Maar ik ben er niet bijzonder aan gehecht als theorie van menselijke cultuur. Susan Blackmore, die het boek The Meme Machine (1999) schreef, heeft er veel intensiever over nagedacht. Ik heb er eigenlijk niet zoveel over te zeggen.”

– Maar in uw nieuwste boek schrijft u er toch weer over, altijd in verband met religie en opvoeding, over de religieuze memen waarmee goedgelovige kinderen worden ‘besmet’. Is daar dan wel duidelijk wat een meme is, zo’n ‘besmettelijk idee’?
,,Ja, daar vind ik het helderder. Neem nu de kwestie van de islamitische terroristen. Bush en Blair denken dat ze dat probleem kunnen oplossen door mensen te doden. Maar een memetische analyse zou duidelijk maken dat dat onzin is, je kunt geen besmettelijke ideeën bestrijden door mensen te doden. Als je Osama bin Laden doodt, zullen er alleen maar meer mensen worden zoals hij, omdat hij een martelaar wordt.”

– Maar voor die analyse heb je toch helemaal geen besef van memen of zichzelf kopiërende ideeën nodig?
,,Nee, dat is waar.”

– Waarom bent u zo fel gebeten op onbewezen ideeën en religie? Daar kunnen toch ook nuttige hypotheses voor de wetenschap uit voortkomen?
,,Ik denk dat u mij niet begrepen heeft. Ik heb niets tegen onbewezen ideeën. Die kunnen inderdaad een rijke bron van nieuwe toetsbare hypotheses zijn. Waar het mij om gaat, is dat heel veel ideeën, over astrologie, kristalgenezing enzovoorts, naar voren worden gebracht door mensen die helemaal niet geïnteresseerd zijn in experimentele tests. Ze willen gewoon geloven dat het waar is. Hooguit hebben ze een of andere anekdote over iets goeds dat hen is overkomen nadat ze boven een kristal hebben zitten bidden of zoiets. Mensen die hun ideeën niet willen bewijzen, daar ben ik tegen.”

– Wat is het grootste onbegrip dat bij het publiek over de wetenschap heerst?
,,Een belangrijk onbegrip is dat wetenschappers autoriteiten zijn en dat je naar ze zou moeten luisteren omdat ze wetenschappers zijn. Maar zoals ik net al zei: het gaat in de wetenschap om de tests. Het is niet waar omdat professor Zussemezo dat vindt, het is waar omdat het getest is. In onderdelen van wetenschap waar je niet genoeg van afweet om zelf tests te doen, komt het natuurlijk ook aan op een beetje vertrouwen. Maar het complete gebouw van de wetenschap is gebouwd op openbare verificatie, waarbij andere mensen over de hele wereld kunnen kijken of het wel klopt. Dat is het unieke van wetenschap. Dat begrijpen veel mensen niet.

De wetenschap gaat met enorme stappen vooruit, maar het begrip neemt veeleer af dan toe, tenminste in Groot-Brittannië. Dat zie je aan de ophef rond genetisch gemanipuleerde producten. Er is veel vijandigheid à la prins Charles, die vindt dat er meer waarheid is dan wetenschap. Dat soort new-agegedoe. Wetenschap wordt gezien als koud, hardvochtig, weerzinwekkend en genadeloos. Terwijl je het toch ook zou kunnen zien als poëtisch en fantastisch.”

– De opmerking in uw boek dat een kruising tussen mens en chimpansee helemaal geen slecht idee is, werpt niet echt olie op de golven.
,,Ach, dat is natuurlijk pesterig bedoeld, omdat zoveel mensen zeggen dat dat verschrikkelijk en walgelijk zou zijn. Het grootste voordeel van zo’n onderneming is dat zo de menselijke waardigheid een dreun verkocht kan worden, en dat is altijd goed.

Maar per saldo zou ik ertegen zijn, omdat de enige morele vraag in dit soort zaken is: wie lijdt eronder? En ik denk dat deze mens-chimpanseehybride geen prettig leven zal hebben, door alle media-aandacht alleen al. Maar ik zou er niet tegen zijn om de reden waarom prins Charles ertegen zou zijn, omdat het onnatuurlijk is of zoiets.”

NRC Handelsblad

De Tinberger lezingen ;

Verkorte versie van de lezing die Richard Dawkins hield in de Pieterskerk te Leiden. Bron: NRC Handelsblad d.d. 22 mei 2004

http://www.science.leidenuniv.nl/index.php3?m=139&c=99

De vier wie-vragen Richard Dawkins

Genen zijn niet belangrijker dan organismen

De Nederlandse Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen (1907-1988) stelde vier beroemde `waaromvragen’, over dierlijk gedrag. Zijn leerling Richard Dawkins stelt vier `wie-vragen’. Over wie er nu eigenlijk profiteert van al die eigenschappen en dat gedrag. Antwoord: de genen, de organismen, het genenreservoir en de ontwerper. Maar die laatste is er niet in de evolutie.

NIKO TINBERGEN was mijn hoogleraar, we noemden hem de Maestro. Tinbergen was naar Oxford gekomen nadat hij naam had gemaakt in Leiden (zie de geweldige biografie Niko’s Nature door Hans Kruuk, mijn Nederlandse collega in de Oxford Animal Behaviour group). Tinbergen wordt altijd in verband gebracht met Konrad Lorenz. Maar hun relatie was moeizaam, niet alleen vanwege de Tweede Wereldoorlog maar ook omdat hun karakters botsten. Ter ere van Lorenz’ zestigste verjaardag, in 1963, publiceerde Tinbergen een beroemd geworden analyse van de manieren waarop je biologische vragen kunt beantwoorden. Deze is bekend komen te staan als `De Vier Waaromvragen’ van Tinbergen, omdat hij vier manieren onderscheidde om antwoord te geven op de vraag: waarom gedraagt het dier zich zoals het zich gedraagt?
De eerste waaromvraag betreft de onmiddellijke voorgeschiedenis. De vogel zingt als gevolg van een opeenvolging van gebeurtenissen in het zenuw- en spierstelsel tijdens of vlak voor het gezang zelf.

De tweede waaromvraag richt zich op een langer tijdsbestek: de ontwikkelingsgeschiedenis. De vogel zingt omdat hij dat heeft geleerd van zijn vader.

De derde waaromvraag gaat over de langste periode in de biologie: de evolutie. De vogel zingt omdat dat in zijn genen zit, die zijn doorgegeven door vorige generaties. De derde waaromvraagis het evolutionaire waarom.

De vierde waaromvraag heeft extra aandacht nodig, omdat die oppervlakkig gezien lijkt op de derde waaromvraag. De vierde waaromvraag vraagt naar de zin. Wat is de functie van het zingen? Wat bereikt de vogel ermee? Hij lokt er een vrouwtje mee of weert een mannetje. `Functie’ is natuurlijk een breed begrip, maar biologen gebruiken het in de speciale betekenis van darwinistische functionaliteit. Als de voorouders van de nu zingende vogel op de juiste manier zongen, maakten ze grotere kans om zich voort te planten en zo werden vooral de goede zanggenen doorgegeven aan volgende generaties. Hierdoor is het vierde waarom, het functionele waarom, makkelijk te verwarren met het derde waarom, het evolutionaire waarom. Maar het vierde waarom gaat over de waarde voor het overleven terwijl het derde waarom gaat over wat er in de evolutie aan vooraf ging.

Tinbergen schreef een ander beroemd essay dat

`Derived Activities’ (afgeleide activiteiten) heet, waarin hij de signalen van dieren koppelt aan hetgeen daaraan in de evolutie vooraf is gegaan.

Zijn leerling, Desmond Morris, ontwikkelde deze theorie; hij opperde dat neveneffecten van het sympathische zenuwstelsel zoals haren of veren die overeind gaan staan in de kou zouden zijn geëvolueerd tot rituele signalen zoals een bange hond van wie de rugharen overeind gaan staan.

Dat is evolutionaire geschiedenis, het derde waarom.

Het overeind gaan staan van de haren moest natuurlijk ook een darwinistische overlevingsfunctie hebben, want anders zou het signaal zich nooit hebben ontwikkeld van een willekeurige reflex in een daadwerkelijk signaal.

Maar het ging Tinbergen erom onderscheid te maken tussen de vraag

`hoe past dit gedrag in een overlevingsstrategie? ‘en de vraag `uit welk gedrag van de voorouders komt het voort?’

Rechtzetten.

Tinbergen bepleitte een breed spectrum waarbij hij alle vier waaromvragen evenveel gewicht toekende. Hij onderzocht ze ook alle vier. In zijn publicatie uit 1963 (in Lorenz’ Festschrift) schreef hij dat de vierdewaaromvraag – die van het darwinistische overleven – was verwaarloosd en dat wilde hij rechtzetten. Om de vierde waaromvraag te beantwoorden waarom doet het dier X? moeten we ons afvragen: `wat zou er met dat individu gebeuren als het X n챠et deed?’ Tinbergen deed briljante experimenten rond deze vraag. Meeuwen, bijvoorbeeld, verwijderen lege eierschalen uit het nest. Tinbergen wilde weten waarom en zette nepnesten uit met lege eierschalen. Kraaien en andere nestdieven kwamen op d챠e nesten af, maar niet op nesten zonder eierschalen. Dit beantwoordde de vraag: wat zou er met dat individu gebeuren als het n챠et de lege eierschalen verwijderde? Let wel: dit is een compleet andere vraag dan: `uit welk gedrag van de voorouders komt dit gedrag voort?’. De vierde waaromvraag mag tot 1963 zijn verwaarloosd, maar daar klaagt nu niemand meer over. Sindsdien zijn juist de overige drie waaromvragen genegeerd. De huidige generatie ethologen, sociobiologen, gedragsecologen en evolutionaire psychologen lijkt geobsedeerd door de functionele vraag: waarvoor dient dit gedrag? Bovendien is sinds Tinbergen het denken over de vierde waaromvraag steeds geraffineerder geworden. En controversiëler. Dit is het onderwerp van de rest van mijn verhaal.
De controverse die ik wil behandelen gaat over de vraag `wie profiteert ervan?’ Het is de controverse over de eenheden van natuurlijke selectie die niet alleen veel aandacht heeft gekregen van biologen, maar ook van filosofen en dat heeft niet altijd geholpen.

Ik overdrijf niet als ik zeg dat dit het gesprek van de dag is geworden onder wetenschapsfilosofen.

Parallel aan Tinbergens vier vragen, blijkt het ook goed mogelijk om vier vragen te stellen over de kwestie: `wie profiteert ervan?’.

Vandaar de titel van dit verhaal:

`De vier wie-vragen’. Dat iets of iemand baat heeft bij genetische aanpassingen is duidelijk, maar wat of wie is dat?

Watervogels hebben poten met zwemvliezen, die hun overlevingskansen vergroten. Maar om wiens overlevingskansen gaat het? Die van de individuele eend? Die van de soort? Of die van de genen voor zwemvliezen?

In dit geval lijkt die vraag misschien onbelangrijk. Maar hoe zit het met de weerhaken op de angel van een bij? Als de wesp steekt, spuit hij wat gif in en trekt hij de angel onmiddellijk terug.

Maar de weerhaken van de bij houden de angel in de huid van het slachtoffer. Interne organen van de bij worden eruit gerukt en blijven gif pompen, terwijl de bij zelf gedoemd is te sterven. De steek is dus een sterkere afschrikking voor korfdieven maar die gaat ten koste van het leven van de individuele bij. Wie profiteert er dan van de fatale weerhaken?
En wat te denken van rituele agressie, zoals het onderling geworstel van gifslangen die hun dodelijke wapens op dat moment niet inzetten.

Je begrijpt waarom Konrad Lorenz en Julian Huxley meenden dat dit alleen maar in het belang van de soort kon zijn.

Maar een van de belangrijkste lessen die we sindsdien geleerd hebben is dat dit idee een absolute vergissing is, een veel voorkomend misverstand over de werking van natuurlijk selectie die helemaal niet op soort-niveau werkt.

Soms leek ook Tinbergen in deze valkuil te stappen. Maar toen de Schotse ecoloog V.C. Wyne-Edwards een expliciet pleidooi hield voor `groepsselectie’ dat is hier aan de orde was het glashelder hoe Tinbergen erover dacht.

Hij uitte openlijk zijn minachting voor dat idee, zoals ik me van persoonlijke gesprekken nog goed kan herinneren. Maar daar wil ik het vandaag niet over hebben.

De controverse over de eenheden van natuurlijke selectie is hardnekkig en verdient het om op een zorgvuldige manier te worden opgelost.
Mijn stelling is dat het probleem van de eenheden van natuurlijke selectie opgelost kan worden met de Vier Wie-vragen, net zoals de Vier Waaromvragen een eerdere controverse uit de wereld hielpen.

In beide discussies bestaat eigenlijk geen meningsverschil, alleen begripsverwarring.

Tinbergen toonde aan dat de vier verschillende waaromvragen geen concurrenten van elkaar zijn.

Ze zijn allemaal even belangrijk, in vier verschillende betekenissen van de vraag waarom.

Op dezelfde manier valt de vraag `wie profiteert?’ uiteen in vier betekenissen die alle vier even waar zijn, afhankelijk van het niveau waarop de analyse wordt gemaakt.

Ze zijn alle vier even belangrijk. Het zijn geen concurrenten van elkaar.
Om op mijn betoog vooruit te lopen:

de vier `wie-vragen’ vragen ten eerste naar de `replicator’: dat wat in een darwinistische selectie overleeft, doorgaans een gen.

De tweede vraag is naar het `voertuig’: het organisme of het instrument waarmee de replicator overleeft.

De derde vraag is naar het genenreservoir, de gene pool (de verzameling van genen van een soort): dat wat verbetert gedurende evolutionaire ontwikkeling.

En de vierde vraag is naar de ontwerper, maar dat heeft alleen zin in verband met menselijke ontwerpen.
Laten we maar gelijk met het laatste beginnen.

Het idee van doelmatigheid is diep geworteld in het menselijk bewustzijn. Al onze wakkere uren zijn we bezig met het ontwikkelen en uitvoeren van schema’s en plannen, we zijn omringd door sociale lotgenoten die precies hetzelfde doen en door voorwerpen die ontworpen zijn met een specifiek doel voor ogen. We leven in een wereld die gedomineerd wordt door moedwillige ontwerpen. Vanaf het moment dat we wakker worden en koffie drinken uit een kop die ontworpen is om koffie te bevatten, tot aan het moment dat we ons weer uitstrekken op een matras die ontworpen is om zacht te zijn en onder dekens liggen die ontworpen zijn om warmte vast te houden, al die tijd is het volkomen vanzelfsprekend om over vrijwel alles wat we tegenkomen te vragen: `Waar is het voor bedoeld?’. En op die vraag bestaat doorgaans ook een verstandig antwoord.

Tafel, stoelen, auto’s, treinen, computers, klokken – kijk om je heen en je ziet objecten waarvan het zinvol is om te vragen: `waar is het voor bedoeld?’, `wie heeft het ontworpen’, `welke functie stond de ontwerper voor ogen?’


Zo krachtig is die neiging, dat veel mensen te ver gaan en zich hetzelfde afvragen bij niet-ontworpen objecten, zoals de zon en de aarde, waar de vraag naar de bedoeling zinloos is. Voor gedomesticeerde dieren en planten heeft de vraag wel zin.

De grote uier van een Friese koe is ontworpen, door menselijke veefokkers, om meer melk te produceren dan haar kalf ooit nodig kan hebben. De vacht van een modern schaap is ontworpen om dikker en wolliger te zijn dan het schaap zelf nodig heeft om warm te blijven. Een pekinees is een wolf waarvan het ontwerp is aangepast om tegemoet te komen aan menselijke sentimenten.
Wanneer er een ontwerper in het spel is, heeft de vraag naar wie er baat bij heeft een speciale betekenis.

De andere drie niveaus van de wie-vraag hebben alleen maar te maken met de darwinistische ontwerpillusie.

Wilde dieren en planten roepen allemaal de onmetelijk grote illusie op van een ontwerp. Gierzwaluwen en gieren zijn superieur `ontworpen’ vliegmachines behalve dat er nooit een ontwerper aan te pas is gekomen. Haaien, jachtluipaarden, ratelslangen en spinnen zijn superier ontworpen moordmachines. Vleermuizen en dolfijnen hebben elegante sonarapparatuur die hen in staat stelt om met hoge snelheid obstakels te vermijden zonder hun ogen te gebruiken, en dan vangen ze nog prooien ook.

De illusie van een ontwerp is onmetelijk krachtig en vragen als: `waar is het voor bedoeld’ dringen zich aan ons op.

Dankzij Darwin kunnen we deze vraag beantwoorden. Maar we moeten wel voorzichtig kijken naar het mechanisme dat Darwin voorstelde en dat Tinbergen overnam: natuurlijke selectie.

En dat brengt me bij de resterende drie wie-vragen.
De tweede wie-vraag verwijst naar dat ik denk zelfs het enige waarover Tinbergen zelf gesproken zou hebben. Net als Darwin trouwens. De gelukkige is het individuele organisme. Vleugels, angels, echoapparatuur, tanden en klauwen, harten en ledematen, allemaal zijn het systemen voor het overleven van het organisme.

Maar ook Darwin en Tinbergen wisten natuurlijk wel dat overleven alleen maar een middel was voor het doel van de voortplanting. Beide mannen wisten dat het individuele voortbestaan best kon worden opgeofferd ten behoeve van voortplanting.

Darwin wijdde een heel boek aan zijn `andere’ theorie, die van de seksuele selectie. En daarin legde hij uit hoe bijvoorbeeld mannelijke paradijsvogels extravagante opschik ontwikkelden om vrouwtjes aan te trekken, een siertooi die onvermijdelijk ook roofdieren aantrok.
Tinbergen merkte op dat de gebroken-vleugel-afleidingsmanoeuvre wordt gebruikt door veel bodembroedende vogels. Als bijvoorbeeld een vos het nest nadert dan sleept de vader- of moedervogel zich naar een veilig heenkomen, de vleugel uitgestrekt alsof die gebroken is. De vos wordt verleid om zo’n kennelijk gemakkelijke prooi te volgen. De vogel leidt de vos weg van het nest en in de allerlaatste minuut schiet-ie in de lucht en vliegt weg met twee zeer ongebroken vleugels. De kuikens zijn gered. Net als de ouder, als het tenminste gaat zoals ik net geschetst heb. Maar onvermijdelijk loopt de ouder meer gevaar dan wanneer hij of zij gewoon zou wegvliegen als de vos verscheen.

Net als Darwin begreep Tinbergen heel goed dat individuele overleving alleen een middel is voor het doel van de reproductie.

In een darwinistische wereld zou iedere neiging om jezelf te redden ten koste van je nageslacht nooit worden doorgegeven aan de volgende generatie, en dus ook niet overleven in een darwinistische betekenis.

Om wat preciezer te zijn, wat is die darwinistische betekenis?Wat is zo belangrijk aan kinderen dat een vogel zijn leven zou wagen om hen te redden? Dit brengt ons terug naar het object van de eerste van de vier wie-vragen: het gen.

Dit is waar we verder gaan dan Darwin, die niets van genen wist.

Maar we gaan ook verder dan Tinbergen en de meeste van zijn tijdgenoten, want aan het einde van Tinbergens carrière vond er een revolutie plaats in het darwinisme.

Deze revolutie, die het thema was van mijn eerste boek, The Selfish Gene(1976), werd hoofdzakelijk veroorzaakt door de Amerikaan G.C. Williams en de Brit W.D. Hamilton, die allebei weer voortbouwden op R.A. Fisher en J.B.S. Haldane, de grote populatiegenetici uit de jaren dertig.
De argumentatie is als volgt.

Natuurlijke selectie betekent dat succesvolle dingen overleven ten koste van niet-succesvolle dingen. Dat succes bestaat er alleen maar uit dat succesvolle dingen relatief steeds talrijker worden in de wereld. Dat is darwinistisch succes. Maar individuele organismen die succes hebben worden zelf niet steeds talrijker. Hoe zouden ze dat kunnen, want ze zijn allemaal uniek? Wat kan dan wel talrijker worden? Alles wat dat succes veroorzaakt. En dat betekent: genen. Natuurlijk zijn er meer dingen die bijdragen aan het succes van een organisme, geluk bijvoorbeeld. Maar het zijn alleen de genen die naar volgende generaties gaan, in de vorm van exacte kopieën. Van die kopieën kan je wel zeggen dat ze talrijker of minder talrijk worden in de wereld.

Darwinmag dan niks van genen hebben afgeweten, hij zag wel een glimp van deze waarheid, zoals we kunnen zien in de ondertitel van zijn beroemdste boek:`Or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life.’ Soms wordt Darwin beschuldigd van racisme, om precies deze ondertitel. Maar dat is een dwaas anachronisme.

Naar moderne standaarden zal Darwin waarschijnlijk wel racist zijn geweest, zoals alle Victorianen. Maar in deze ondertitel betekent bevoorrechte rassen echt iets heel anders.

Bevoorrecht ras betekent hier: een groep van alle individuen met hetzelfde gunstige kenmerk. Bijvoorbeeld de groep van adelaars met heel scherpe klauwen die dit gunstige kenmerk overdragen. Als Darwin nu zou leven dan zou hij `bevoorrechte rassen’ vervangen door `bevoorrechte genen’.

Replicator.

Deze `selfish gene’-visie op het leven ziet natuurlijke selectie als een strijd tussen genen om talrijker te worden. Dit is het object van de eerste wie-vraag: de replicator. Individuele organismen zijn geen replicatoren, zij zijn de `voertuigen’ van genenoverleving. Genen rijden rond in individuele organismen en hun overleving hangt af van de overleving van deze voertuigen, maar ook van hun voortplanting. En dus zijn de genen die overleven in de gene pool die genen die goed zijn in het programmeren van een lange reeks van voertuigen om te overleven en zich voort te planten. Dat is de reden dat individuele organismen zo goed zijn in wat ze doen. Zij hebben de genen geërfd van een letterlijk ononderbroken lijn van succesvolle voorouders.
Laten we teruggaan naar de vier `wie-vragen’.

Wie profiteert er van het darwinistische `ontwerp’ (de aanhalingstekens geven aan dat het hier om een illusie gaat).

Op het niveau van de replicator dat wat overleeft of juist niet is het antwoord: het gen.

Op het niveau van het voertuig, of de eenheid van handeling waardoor de replicator overleeft, is het antwoord: het individuele organisme. Dat is de tweede `wie’.

Op het niveau van de eenheid die verbetert gedurende de generaties, is het antwoord: het genenreservoir, de collectie genen in een zich voortplantende populatie.

De statistische eigenschappen van die genenpool zijn gebeeldhouwd en vormgegeven door de natuurlijke selectie. Dat is de derde `wie’.

En de vierde, die niets met darwinisme heeft te maken, maar voor de volledigheid is toegevoegd, is de ontwerper, in die bijzondere gevallen waar we niet te maken hebben met de darwinistische ontwerpillusie maar met daadwerkelijke ontwerpen.

Deze vier wie-vragen zijn geen rivalen van elkaar, evenmin als Tinbergens vier waarom-vragen dat waren. Alle vier zijn tegelijk even belangrijk en helemaal niet met elkaar in strijd. Ze slaan gewoon op verschillende dingen. Tinbergen zou het prachtig hebben gevonden.

De wens om de wereld te redden, is heel anti-evolutionair

Knack-interview met Richard Dawkins /vrijdag 29 mei 2009/ door Dirk Draulans

De Britse bioloog Richard Dawkins begon zijn professionele loopbaan met wetenschappelijk onderzoek naar de pikorde van kippen, onder de vleugels van Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen aan de gerenommeerde universiteit van Oxford. Zijn eerste baanbrekende verwezenlijking bestond erin dat hij een toegankelijk verhaal brouwde rond de wiskundige analyse van het opereren van individuele genen, die geprogrammeerd zijn om zichzelf zoveel mogelijk naar de volgende generaties voort te planten. Het resulteerde in een boek dat de wereld rondging: het in 1976 gepubliceerde The Selfish Gene (Het zelfzuchtige gen). Daarna heeft Dawkins nooit meer doorgedreven wetenschappelijk onderzoek gedaan, maar hij heeft wel een keten van boeken geschreven waarin hij de evolutietheorie promootte. Hij kreeg uiteindelijk een hoogleraarschap waarmee hij zich uitsluitend kon bezighouden met het bevorderen van de ‘Public Understanding of Science’, zeg maar het voor een groot publiek begrijpelijk maken van wetenschap. Vorige week kreeg hij daarvoor ook een eredoctoraat aan de Universiteit Antwerpen, op voordracht van bioloog Herwig Leirs.

Dawkins is geen gemakkelijke man. Ten tijde van Charles Darwin werd de evolutietheorie vooral verdedigd door Thomas Huxley, op zéér assertieve wijze, waardoor de man de bijnaam ‘Darwins bulldog’ kreeg. Naar analogie daarmee wordt Dawkins soms als ‘Darwins pitbull’ omschreven. Van de keiharde manier waarop hij in zijn laatste bestseller, The God Delusion (vertaald als God als Misvatting), afrekent met godsdienst en gelovigen, schrok zelfs een aantal van zijn volgelingen. Het zal Dawkins worst wezen. Van het boek zijn ondertussen anderhalf miljoen exemplaren verkocht, en hij doet de controverse erover af als een ‘stormpje’. Ondertussen wordt er links en rechts wat aan zijn zelfzuchtige genen geknabbeld. Maar voor Dawkins blijft zijn verhaal van meer dan dertig jaar geleden stevig overeind.

‘Ik denk dat het zelfzuchtige gen als concept onaangetast is’, vertelt hij in Antwerpen naar aanleiding van de uitreiking van zijn eredoctoraat. ‘We weten nu veel meer dan vroeger over genen en hoe ze georganiseerd zijn, maar ik denk niet dat het veel verschil maakt voor het evolutionaire aspect van het verhaal. Het maakt de details wat ingewikkelder, en het maakt de embryologie complexer, maar daar sprak en spreek ik me toch niet over uit. Als je vraagt wat de eenheid van natuurlijke selectie is, van het proces waardoor evolutie gestuurd wordt, als je dus vraagt naar welke entiteit voordeel haalt uit de aanpassingen als gevolg van genetische veranderingen, dan lijken het me uitsluitend genen te zijn die het verschil maken.’

De ruggengraat van uw boek uit 1976 is niet gebroken?

Richard Dawkins: Zeker niet. Als ik het zou herschrijven, zou ik waarschijnlijk zelfs niet ingaan op de nieuwe details, omdat ze niet relevant zijn voor het vraagstuk van de evolutie.

Genen blijken intensief met elkaar samen te werken. Is dat geen uitdaging voor uw theorie?

Richard Dawkins: Samenwerking tussen genen was altijd een inherent onderdeel van mijn stelling. Het was opvallend aanwezig in het boek, hoewel niet iedereen dat zag. Veel mensen zijn verblind geweest door het zelfzuchtige aspect van het verhaal. Ik gebruik graag de analogie met een ploeg roeiers, waarbij genen de rol spelen van individuele roeiers, terwijl natuurlijke selectie de volledige ploeg stuwt. Ik heb altijd gezegd dat natuurlijke selectie in het voordeel is van genen die samenwerken met andere genen. Zo hebben ze statistisch gesproken ook meer kans om in contact te blijven in opeenvolgende generaties van lichamen.

De roeiers roeien voor zichzelf en niet voor hun team?

Richard Dawkins: Ze roeien voor zichzelf in de context van het team. De rest van de boot vormt een deel van de omgeving, een belangrijk deel van de omgeving zelfs, zodat samenwerking een kenmerk is dat bevoordeeld wordt.

Nederlandse cabaretiers lanceerden ooit de slogan ‘Samen voor ons eigen’. Vat dat het idee goed samen?

Richard Dawkins: (met gefronste wenkbrauwen) Het zou kunnen, maar daar zou ik toch even over moeten nadenken.

Vroeger was evolutie een kwestie van eenvoudige wijzigingen in een gen, maar nu blijken genen zichzelf te kunnen vermenigvuldigen, en zijn er stukken van genen die eindeloos herhaald worden. Maakt dat een verschil?

Richard Dawkins: Ik denk het niet. De kernvraag blijft altijd: wat is de basis van de verschillen tussen individuen? Als genetische verschillen ingewikkelder worden dan eenvoudige puntmutaties, blijft de vraag: wat is het gevolg voor natuurlijke selectie? Waarom gaan sommige individuen meer succes hebben in de voortplanting dan andere? Het fundamentele onderliggende proces van selectie wijzigt niet als de genetica complexer wordt.

De duplicatie van genen maakt geen verschil voor het zelfzuchtige karakter van een gen?

Richard Dawkins: Ik zou eerlijk gezegd geen verschil kunnen bedenken. Ik denk dus niet dat er een verschil is.

Zelfs niet als gedupliceerde genen verschillende dingen beginnen te doen?

Richard Dawkins: Ook dan moet je kijken naar de context waarin de genen functioneren. Die kan sterk beïnvloed zijn door de omgeving gecreëerd door andere genen. Maar dat betekent niet dat je kunt zeggen dat de hele groep van genen als een selectie-eenheid moet worden beschouwd.

Is het concept van andere genen als deel van de omgeving aanvaard door de wetenschappelijke wereld?

Richard Dawkins: Het wordt niet dikwijls besproken, maar ik heb nog niemand ontmoet die het er niet mee eens is.

Nieuw is ook epigenetica. Kenmerken die niet in maar op het DNA zitten, en die tijdens het leven kunnen worden verworven. Dat neigt naar lamarckisme, naar het doorgeven van verworven kenmerken naar de volgende generaties. Een ketterij, volgens uw inzichten.

Richard Dawkins: De kernvraag hier is: zullen epigenetische kenmerken voor een ongelimiteerd aantal generaties doorgegeven worden, of is het na enkele generaties gedaan? In het laatste geval kun je van epigenetica nooit een lamarckiaans verhaal maken. Je moet ook altijd iets hebben als verschillen in gebruik en niet-gebruik in het overerven van verworven kenmerken, want anders kan adaptatie niet spelen. Ik ken geen enkele studie waarin is aangetoond dat epigenetica gelinkt kan zijn aan het produceren van aanpassing in de zin van het klassieke voorbeeld van de armen van de smid: de smid die zijn sterke armen doorgeeft aan zijn zoon.

Het duurt te kort om adaptatie te laten spelen?

Richard Dawkins: Erger nog, ik denk dat het adaptief effect, zoals het sterker worden van de armen door veelvuldig gebruik, of het minder sterk worden van sterke armen die niet meer geoefend worden, niet op deze manier kán spelen. Er is momenteel zelfs niet de kleinste suggestie dat een verworven kenmerk kan worden overgeërfd, zelfs niet met epigenetica.

De epigenetische moleculen hangen gewoon aan het DNA, meer niet

Richard Dawkins: Ja. Ik betwijfel of epigenetica ooit een verschil zal maken voor het evolutieconcept.

Zijn er aanwijzingen voor het bestaan van epigenetische eigenschappen bij de mens?

Richard Dawkins: Ik ken er in ieder geval geen.

Er wordt met groeiende regelmaat gespeculeerd over nieuwe selectie-eenheden, naast het gen en het individu, zoals selectie op het niveau van de soort en van het ecosysteem. Zit daar iets waardevols in?

Richard Dawkins: De problematiek boeit me een beetje. Dat er een soort darwinistische selectie zou kunnen zijn op een ander niveau, zoals op het soortniveau met dieren in een populatie die kleiner blijven dan ze op basis van hun individuele mogelijkheden zouden kunnen worden. Maar ik vrees dat het vooral verwarrend zal zijn om het als alternatief voor individuele selectie te presenteren. Ik denk niet dat we ooit zullen kunnen zeggen: dit of dat dier heeft ogen of oren ontwikkeld als resultaat van ecosysteemselectie. Er kan wel een soort shift in balans tussen rovers en hun prooien ontstaan door ecosysteemselectie, waarin de ene combinatie beter is dan de andere, maar ik denk niet dat zo’n mechanisme zelfs maar in de verste verte even belangrijk kan worden als individuele selectie. Maar in dit geval acht ik het niet uitgesloten dat ik me vergis.

Kunnen biologische wapenwedlopen met een steeds verdergaande aanpassing van prooien en rovers in zo’n concept passen?

Richard Dawkins: Ik zou denken dat je zoiets probleemloos op het niveau van het individu kunt behandelen, en dat het de zaken nodeloos ingewikkeld maakt als je dat op het niveau van een ecosysteem gaat bekijken.

Was Darwin geen voorstander van een ander selectieniveau: dat van de groep? Dat de ene groep het beter kan doen dan de andere zonder dat er noodzakelijk voordelen op het niveau van het individu spelen.

Richard Dawkins: Darwin heeft het slechts één keer over groepselectie gehad, in de context van menselijke samenwerking, door te suggereren dat een stam met een doorgedreven coöperatie tussen haar leden het beter zou doen dan een stam waarin alle leden vooral voor zichzelf ageren. Maar los daarvan heeft hij nóóit met groepselectie geflirt.

In dat ene geval leek hij wel overtuigd van de juistheid van het idee.

Richard Dawkins: Ja, hoewel hij het nooit als meer dan een suggestie heeft gepresenteerd. Ik ben geneigd te denken dat zoiets beter als een vorm van ecologische successie wordt beschouwd, als de ene stam die de andere vervangt, net als grijze eekhoornen nu bezig zijn rode te vervangen.

Zijn onze kleine gezinnen geen voorbeeld van groepselectie: we krijgen minder kinderen dan we zouden kunnen, mogelijk als mechanisme om overbevolking te vermijden?

Richard Dawkins: Onze kleine families druisen radicaal in tegen onze biologische intuïtie. Als naïeve bioloog zou je verwachten dat de rijkste families de meeste kinderen krijgen – zo gebeurt het elders in de natuur. Maar mensen zijn op vele vlakken bizarre wezens. Je kunt eenvoudige darwinistische principes niet zomaar op de mens toepassen, omdat we zo’n vreemde soort zijn.

Is er dan geen logische biologische verklaring voor die kleine gezinnen?

Richard Dawkins: Ik zou niet durven te zeggen dat ze niet logisch zal zijn, maar ze zal in ieder geval niet op een naïeve manier darwinistisch zijn. Zelfs als het overbevolking zou counteren, zou ik het gegeven nog geen groepselectie noemen. Het is momenteel gewoon een onverklaarbaar feit.

Het gaat toch in tegen het voordeel voor een individu?

Richard Dawkins: Inderdaad, maar nogmaals, ik denk niet dat het nuttig is dat we het daarom groepselectie noemen.

Uw eerbiedwaardige collega Edward Wilson begint te geloven dat groepselectie belangrijk kan zijn.

Richard Dawkins: Hij is belachelijk. Hij wordt te oud.

Hoe verklaart u het feit dat wij bezorgdheid om de overleving van andere soorten kennen? Dat we biodiversiteit willen bewaren?

Richard Dawkins: De wens om de wereld te redden is heel anti-evolutionair. Er is nooit een evolutionaire druk geweest om ons biologische en andere erfgoed te beschermen, om altruïstisch te zijn ten opzichte van andere soorten. Maar het gebeurt wel, en het is interessant, dus moeten we proberen het uit te leggen. Al zou ik momenteel niet weten hoe.

Is het ontstaan van moraliteit niet te verklaren als groepselectie?

Richard Dawkins: Dat was Darwins idee. Ik zie moraliteit gewoon als een gevolg van selectie op het individuele niveau in de loop van de menselijke evolutie, net als muziek en poëzie en andere nogal onbiologische eigenschappen die mensen ontwikkeld hebben.

Een gevolg van het feit dat het netwerk van cellen in de hersenen zo dicht werd?

Richard Dawkins: Precies. Moraliteit en dergelijke zijn neveneffecten van biologische ontwikkelingen die ons een groot voordeel op het individuele niveau hebben opgeleverd.

Geldt dat ook voor bewustzijn?

Richard Dawkins: Bewustzijn is vanuit filosofisch oogpunt een van de grootste raadsels waar we mee zitten. Ik zou verheugd zijn mocht ik zelfs maar een greintje gevoel hebben dat we het ooit zullen begrijpen, maar momenteel heb ik dat gevoel helaas niet.

Veel mensen geloven in sprookjes en bovennatuurlijke verschijnselen. Is dat te verklaren?

Richard Dawkins: Ik weet het niet. Ik weet niet zeker of wij een natuurlijke neiging hebben om in zulke zaken te geloven, dan wel dat we ze aangeleerd krijgen door onze ouders en andere mensen in onze omgeving, door onze cultuur dus. We lezen sprookjes voor aan onze kinderen, waarin we vertellen dat een kikker een prins wordt als je hem kust. Ik weet nog altijd niet of dat goed of slecht is. Het zou kunnen dat je zo de ontwikkeling van een kritische ingesteldheid van kinderen remt, en dat zou erg zijn, maar sprookjes kunnen ook gewoon leuk zijn, en ik zou niet graag het plezier van de mensen bederven.

U hebt in ‘The God Delusion’ onwaarschijnlijk hard uitgehaald naar godsdienst en gelovigen. Was het echt nodig om zo zwaar uit de hoek te komen?

RD   Het is toch godgeklaagd dat zoveel mensen zo klakkeloos geloven in het bestaan van een opperwezen, als er geen enkel gegeven is dat het bestaan van zo’n wezen bewijst?

Toch is geloof bijna universeel verspreid.

Richard Dawkins: Inderdaad, je vindt het bijna overal in een of andere vorm. Maar ik heb sterk het gevoel dat op zijn minst bij ons steeds meer mensen het beu zijn om voortdurend, en vanaf het begin, geïntimideerd te worden met religieuze argumenten. Als je in de Verenigde Staten carrière wilt maken, moet je godsdienstig zijn, of je loopbaan wordt gefnuikt.

Zelfs verstandige mensen kunnen geloven.

Richard Dawkins: Kun je echt verstandig zijn als je blind gelooft in het bestaan van een mysterieus wezen waar je nooit iets van ziet? Als je gelooft dat er iemand was die water in wijn veranderde, kun je mijns inziens niet echt intelligent zijn.

Als godsdienst een probleem is, zou de natuur het dan niet wegselecteren?

Richard Dawkins: Niet noodzakelijk. Het kan biologisch voordelig zijn te geloven in iets dat niet bestaat, hoewel ik er niet van overtuigd ben dat dat ook voor godsdienst geldt. Godsdienst kan een psychologisch gevolg zijn van een voorbestemdheid tot gehoorzamen aan een soort autoriteit, zoals ouders of leiders. Wat niet wil zeggen dat het geen fundamenteel voordeel op zichzelf kan hebben.

U aanvaardt dat godsdienst een voordeel kan hebben?

Richard Dawkins: Het is mogelijk, maar dat verantwoordt niet dat godsdienst in eender welke vorm gepresenteerd wordt als alternatief voor de evolutietheorie. Ik vind het een schande dat in vele scholen godsdienst wordt onderwezen aan jonge kinderen, die nog openstaan voor alles wat ze te horen krijgen, zonder dat er over evolutiebiologie wordt gepraat. Godsdienst is dikwijls vooral een kwestie van indoctrinatie van kinderen. Ik hoorde zelf pas op mijn vijftiende over evolutie, en gelukkig was ik kritisch genoeg om meteen te beseffen dat alles wat ik tot dan toe over het ontstaan van de wereld en het leven vernomen had, onzin was.

Zou een wereld met alleen ongelovigen of atheïsten een betere wereld zijn?

Richard Dawkins: De wereld zou in ieder geval een stuk beter zijn als mensen genoeg kritische geest zouden hebben, genoeg gezond scepticisme, om niet zomaar alles wat ze horen voor waar te aanvaarden, als ze zich niet zomaar zouden overgeven aan geloof, godsdienst of traditie en alleen iets aanvaarden als er aanwijsbare bewijzen voor zijn. Wat ik met mijn boek vooral heb willen bereiken, is dat mensen in alle omstandigheden kritisch zouden nadenken en niet klakkeloos aanvaarden wat ze ingelepeld krijgen. Kinderen moeten leren alles ter discussie te stellen, en niet zomaar te geloven wat autoriteiten hen voorschotelen.

Waarom hebben wij het zo graag logisch?

Richard Dawkins: Omdat het volgen van logische redeneringen een excellent systeem blijkt om tot goede beslissingen te komen. Als je je ideeën op logica en redeneren steunt, ben je geneigd bruikbare antwoorden op je vragen te krijgen.

De wetenschap heeft ons vele nieuwe mogelijkheden geschonken. Wat vindt u van genetische manipulatie?

Richard Dawkins: Niets van mijn werk geeft enig inzicht of sturing in wat we daarmee moeten doen. Op die vraag kan ik alleen als burger antwoorden, door te zeggen dat we ons goed moeten afvragen wat me met die technieken willen bereiken.

De wetenschap maakt mensen sterk afhankelijk van een omgeving die ze zelf creëren. Is dat niet gevaarlijk, want als het misloopt met die omgeving zijn we ineens niet meer aangepast?

Richard Dawkins: Maar wat is het alternatief? Dat we onze technologische ontwikkeling afremmen? Dat is toch een volslagen onrealistisch uitgangspunt. Ik kan me niet indenken dat iemand met gezond verstand wetgeving zou maken om vooruitgang te stoppen. Dat zou belachelijk zijn. Zelfs onmenselijk.

Links http://www.knack.be/index.jsp

http://tsjok45.multiply.com/photos/album/2390/Boeken_#photo=2

The blind watchmaker = De blinde horlogemaker : Richard Dawkins

(Voorwoord. )

De kern van het darwinisme:

“… niet-willekeurige reproductie,(= dat is wat anders dan willekeurig toeval……. maar het betekent ook niet : geplande reproductie en/ of vaste reproduktie-manieren en keuzes ) waarbij sprake is van erfelijke variatie, levert resultaten op die ingrijpend zijn als de benodige (lange ) tijd voorradig is om te kunnen cumuleren ”

Moeilijkheid :
Helaas, de noodzakelijke en betrokken termijnen duren veel langer dan degene die we kunnen vatten met onze dagdagelijkse ervarings-capaciteiten dewelke dienen voor onze gewone doeleinden( en navigatie tijdens ons korte leven in de werkelijke wereld ) .

• Het heelal is ongeveer 13,7 miljard jaar oud. (± 100 miljoen jaar: Hartle).
• De aarde is ongeveer 4,5 miljard jaar oud.
• De eerste leven op aarde verschenen over 3,5 miljard jaar geleden.
• De oudste menselijke fossielen zijn 6-7 miljoen jaar oud.
• De oudste uitgesproken moderne menselijke fossielen zijn ongeveer 160.000 jaar oud.(*het boek van Dawkins dateert van enkele decennia geleden )
Hoofdstuk 1: Het verklaren van het zeer onwaarschijnlijke .
Onwaarschijnlijk is = het daadwerkelijke bestaan van “ingewikkelde dingen “of complexe (biologische) structuren of systemen.

Deze systemen “hebben eigenschappen die vooraf beschouwd , lijken aan te gegeven dat op voorhand een doelgerichte opstelling ( een “ontwerp ” ) eraan ten grondslag ligt ”

-Die bepaalde eigenschappen zijn ” statistisch “en verschijnen gradueel volgens de aanwezige uitrustingsstukken die ze mogelijk maken

Achteraf beschouwd ( wanneer men dus uitsluitend of alleen de resultaten kent of beschouwd van een mogelijk ontwikkelingsproces ) . lijkt het erg onwaarschijnlijk dat er geen gespecifeerde richting bestond die ten grondslaglag aan die resultaten(een “verschijnend “( vooraf schijnbaar bepaald ? ) ontwerp )

Maar misschien zijn diezelfde inrichtingen functioneel anders bruikbaar voor verschillende soorten systemen: = bijvoorbeeld de vermogens om te vliegen of te lopen door middel van vier ledematen
En/of
Misschien zijn dezelfde uitrustingen generiek : bv. weerstand biedend en/of daardoor in evenwicht zijnde met de specifieke omgeving. (Homeostase)

Een dergelijk dynamisch systeem wordt verklaard door het in sub- componenten op te delen , waarbij de efficientie van het systeem ( en zijn werking) afhangt van de reproduceerbaarheid (en vervaqngbaarheid ) van de uitrustingsstukken .

Deze subcomponenten kunnen zelf verder worden uitgelegd in termen van sub-sub- onderdelen …. enzovoort, totdat wij uiteindelijk aankomen bij de elementaire deeltjes.
Dawkins noemt dit “hiërarchisch reductionisme. “

Volgt een (Iconisch )voorbeeld van een complexe structuur = het menselijk oog .

Hoofdstuk 2. Goed(= of intelligent ) design.

Een levend lichaam of organisme is “goed” ontworpen wanneer het de attributen bezit die een intelligente en goed geïnformeerde ingenieur zou hebben ingebouwd om te komen tot een aantal verstandige doelfuncties , zoals vliegen, zwemmen,
, lopen , zien, eten, reproduceren….. of meer algemeen, het bevorderen van het overleven (door duplicatie en replicatie en aanpassern = verspreiding )van het programma -recept voor een organisme = met name zijn genen. “(21)

Het hoofdstuk handelt vervolgens over echolocatie bij vleermuizen.
“Dieren geven uiterlijk de indruk ontworpen te zijn door een theoretisch verfijnd en praktisch ingenieus natuurkundige of ingenieur, maar er is geen enkele aanwijzing ” dat de vleermuizen zelf iets weten of begrijpen van dat ontwerp in dezelfde zin als een fysicus dat begrijpt.
Het best kan men dergelijkes vleermuis vergelijken met volgend analogon ; net zoals de verkeerspolitie radar gebruikt om overtreders op te sporen zonder zich wat gelegen te laten aan de “ingenieuze ” ontwerper(s) van die radar
[En de mens kan op dezelfde manier worden gezien in wat betreft zijn eigen zintuiglijke systemen.]

RDawkins neemt ook nota van ” Het argument van Persoonlijke ongeloof ” . Het bewijst weinig, zelfs als het waar is……. sinds het onverklaarde =/= onverklaarbare.

Er zijn nog twee andere belemmeringen voor het waarderen van de kracht van evolutie.

Het gebrek aan begrip en waardering van/voor ” deep time” .
[Darwin ’s Origin van 1859, maar veel ideeën gaan terug naar de vroege jaren 1830 . Toen publiceerde zijn vriend Lyell een klassieke tekst in de geologie, dat begon met het opwaarderen van geologische tijdschalen.]

Het probabilistische IC argument dat stelt dat complexe aanpassingen vaak gepaard gaan met een aantal onafhankelijke, noodzakelijke functies (zoals bijvoorbeeld tijdens de levenscyclus van de koekoek ). en waarbij de kans dat deze onafhankelijke functies zich gezamelijk moeten voordoen uiterst klein is wanneer dat moet gebeuren op grond van een accumulatie van toevalsrtreffertjes ( dat wordt met redenen omkleed ) ….

Bovendien wordt beweerd dat het gezamelijk
( = een synergetisch afgestemd ) optreden van de functies noodzakelijk is van bij het begin …. wil dit nuttig en adaptief kunnen zijn ….. Het IC Concept dus

De IC bewering is echter onjuist.Want ( om maar iets te noemen ) ook een gedeeltelijke ontwikkeling van de verschillende functies kent meestal een aantal voordelen.

Hoofdstuk 3. Accumulerende kleine veranderingen

De basisidee ( volgens Dawkins interpretatie ) van “darwinistische evolutie” * :

“We hebben gezien dat levende dingen te onwaarschijnlijk en te mooi ‘ontworpen’ zijn , om te kunnen zijn ” ontstaan ” door toeval.
Hoe kunnen ze dan toch daadwerkelijk “bestaan” ?
Het antwoord, van Darwin = door geleidelijk, stap-voor-stap transformaties van een eenvoudig begin van voldoende ( aanwezige ) oer-stamvorrmen
die (uiteindelijk ) voortkomen uit voldoende simpel gestructureerde entiteiten om te kunnen ” ontstaan ” door toeval.

Alle opeenvolgende veranderingen ( waarbij elke mutatie afzonderlijk kon ontstaan door toeval.) in het geleidelijke evolutionaire proces was eenvoudig, ten opzichte van de voorganger

De hele reeks van cumulatieve stappen vormt echter iets anders dan een louter kans proces, als je bedenkt dat uiteindelijk een complex eindproduct ,ten opzichte het oorspronkelijke uitgangspunt, is onstaan , binnen de wetmatigheden van
de natuur en het evolutieproces zelf …. Het cumulatieve proces wordt geregisseerd door de eis van het “niet-willekeurige overleven. “(43)

Het is belangrijk het verschil te begrijpen tussen cumulatieve selectie (waarin iedere verbetering hoe klein ook,(kan) worden gebruikt als basis voor een volgende rondje selectie , ) en één- fase selectie
(waarin alles opnieuw vertrekt of “uitgelegd ” vanuit hetzelfde boek speelkaarten )

Het is uiterst onwaarschijnlijk dat een eenstaps selectie plotst een wonderbaarlijk aangepaste complexe structuur zal gaan veroorzaken ( saltationisme )
Cumulatieve selectie kan verrassend genoeg dit resultaat wél bewerkstelligen
De “ blind clockmaker ” these stelt (als voorbeeld ) dat er tussen het huidige menselijke gezichtsvermogen en de vroegste niet-oog bezittende organismen genoeg geologische tijd voorhanden was om een complex systeem alshet menselijk oog
te laten evolueren in die vele generaties ( geschat op 350.000 g wanneer je rekent met een generatiewissel van 10 jaar als gemiddelde gedurende 3,5 miljard jaar (geschat) sinds het begin van het leven op deze planeet ) geëvolueerd of ontwikkeld in die vele generaties door een proces van cumulatieve selectie?

Waarom niet?
Is er een continue reeks ( nog b estaande ) aansluitende tussenvormen tussen het moderne mensenoog en tussen oogloze organismen ontdekt ? ____met maximaal tot (ongeveer) 3.5 x 10 8 stappen in serie.

RD stelt dat kleine voordeel stappen in een dergelijke reeks (hoewel natuurlijk de meerderheid van de veranderingen in een bepaalde generatie nadelig kunnen zijn … maar dezen worden weggefilterd omdat ze de verspreidingskansen van
hun dragers (zowel individuen als voertuigen van de dragers = de genen -duplicaten ) verminderd door ze sneller te laten afsterven ) ruimschoots volstaan om complexere structuren te laten onstaan ijn het beschikbare(langdurige ) tijdsbestek

*Ook mimicry zou een organisme een voordeel kunnen bieden al was het maar in af en toe voorkomende marginale situaties.
Horlogemaker en muizenval

Godsbewijs ? ;
” Jarenlang is door theisten op krèk dezelfde manier het verhaaltje van de”godderlijke” (= intelligente ) horlogemaker(s) gebruikt”, zegt Joihan Braeckman.

Het verhaal komt van William Paley, die het in 1802 optekende.
….. Iemand die niets van onze wereld kent en op de heide een steen vindt, kan afleiden dat die steen het resultaat is van wind, water en erosie.
……Maar als hij een horloge vindt en niet weet wat het is, moet hij wel concluderen dat iets of iemand dat gemaakt moet hebben, want het ding is functioneel.
……Wind en erosie kunnen daar niet voor zorgen.
……Wat Darwin ons wil doen geloven, zo zeggen natuurtheologen, creationisten en IDaanhangers, is dat je
“… door wat te schudden met de schoendoos met daarin alle delen van een horloge, je per toeval plots een functioneel horloge zult hebben.”

Ook populair binnen de ID is het voorbeeld van de muizenval.
Die is alleen maar functioneel als geheel.
…..Neem de veer weg en je bent er niets mee.
Dat alles moet illustreren dat de principes van natuurlijke selectie niet kloppen, want de verschillende fases die nodig zijn om tot een nuttig en functioneel geheel te komen, bijvoorbeeld een stukje hout met kaas erop, zijn op zichzelf nooit functioneel.

Braeckman:
Maar … “Beide( Het “intelligent bewust en doelgericht ” ontwerp en het “IC concept” ) argumentaties slaan nergens op, want ze gaan alletwee over artefacten, voorwerpen die de mens gemaakt heeft.( waarvan we weten dat de mens (meestal)
intelligent is en bovendien ook daadwerkelijk bestaat )
Het is totaal onwetenschappelijk dat gelijk te stellen aan natuurfenomenen.”

http://evodisku.multiply.com/journal/item/94?&item_id=94&view:replies=reverse

Richard Dawkins :
over : Replicators en het lichaam /individu als ( tijdelijk) voertuig

( alleen )” …. onze (zielloze , onbewuste) genen leven( in hun duplicaten eeuwig )
voort in steeds weer nieuwe lichamen “.

Richard Dawkins over : “evolutie en teleologie ”

“Natuurlijke selectie is de blinde horlogemaker;
blind omdat het (proces ) niet vooruit ziet,
geen consequenties voorziet,
geen doelgerichtheid bezit.
Maar de levende resultaten van natuurlijke selectie maken een overweldigende indruk op ons door hun schijnbare ontwerp,
als van eenhorlogemaker; het maakt indruk op ons door de illusie van ontwerp en planning”.

(1) TOEVAL en De Blinde Horlogemaker

http://nl.wikipedia.org/wiki/De_blinde_horlogemaker
Richard Dawkins zegt in zijn boek “De blinde horlogemaker”:

“Op grond van eigenschappen die we zouden kunnen beschouwen als hun “vorm”, hebben atomen en kleine moleculen de natuurlijke neiging om zich op een vaste en ordelijke wijze samen te voegen.
Het is haast alsof ze op een bepaalde manier “willen” passen, maar deze illusie is slechts het onbedoelde gevolg van hun eigenschappen.”

Moeilijkheid :

“Als je het principe van evolutie door blind toeval uitlegt, kan dat een kind en zelfs zijn gezin heel diep raken.
Bijvoorbeeld als in dat gezin erg de nadruk ligt op zelfstandigheid, autonomie en vrije wil.
Wie de evolutieleer uitlegt, moet dus beseffen dat hij kinderlijke zekerheden onderuit kan halen, zelfs bij gasten die al tieners zijn.”
1) AKASDORP , 15 augustus 2010

De blinde horlogemaker en de ontelbare apen achter de schrijfmachine die ooit bij toeval de werken van Shakespeare zullen reproduceren, dat zijn de twee aansprekende vergelijkingen waarmee duidelijk gemaakt wordt dat de resultaten
van de evolutie niet door toeval tot stand kunnen zijn gekomen.

Aanhangers van de moderne intelligent design leer vinden dat daarmee meteen de ontoereikendheid van de evolutieleer is bewezen maar dat is niet zo.

Die werken van Shakespeare als het resultaat van blinde krachten, daar zou Darwin nooit in hebben geloofd.
King Lear was er niet gekomen ongeacht het aantal apen en schrijfmachines.
De blinde horlogemaker daarentegen, was een treffende vergelijking van de theoloog Paley, die hij als zijn leermeester beschouwde en wiens beschouwingen hem juist hadden geïnspireerd bij het ontwerpen van zijn theorie.

Anders dan veel tegenstanders van Darwin menen is natuurlijke selectie geen (uitsluitend ) van het toeval afhankelijk proces.
De keuzes die bij de natuurlijke selectie worden gemaakt zijn evenmin willekeurig als de keuzes van de horlogemaker,
” het enige verschil is dat er geen van te voren gemaakt plan aan ten grondslag ligt. “(= er is geen bedacht “werk”(constructie/monteer en bouw)plan of doelgerichte strategie aanwezig )
De keuzes van de natuurlijke selectie zijn afhankelijk van de( veranderlijke ) omstandigheden en leiden tot levensvormen die beter aan die omstandigheden zijn aangepast zonder de limieten
te snel te overschijden die het leven onmogelijk maken

De natuurlijke selectie bestaat uit twee componenten, de teeltkeuze die alleen bij seksuele voortplanting een rol speelt en de overleving die voor alle vormen van leven geldt.

Door overleving van individuen passen de soorten zich aan de gewijzigde omstandigheden aan.
Zij doen dat door gebruik te maken van de voortdurende recombinaties van de genen en ook door nieuwe wijzigingen in het genoom van de soort.
Het genoom is de voorraad alteratieve genen dat zich bevindt in de gene pool die de leden van de soort delen en waardoor ze in wezen als soort worden gedfinieerd.
Door de teeltkeuze blijven soorten in stand doordat de wijzigingen van het fenotype als gevolg van mutaties in de genen beperkt blijven, zolang de omstandigheden niet om serieuze aanpassingen vragen.
Seksuele partners blijken een voorkeur te hebben voor exemplaren die aan de normen van de soort voldoen boven afwijkende exemplaren, zolang de overlevingskansen van het nageslacht niet op beslissende wijze door
zo’n van de norm afwijkende keuze worden bevorderd.
Die bijzondere functie van de natuurlijke teeltkeuze is Darwin ontgaan.
Hij ging ervan uit dat evolutie een heel geleidelijk en ongeveer lineair proces was.
De punctuated equilibrium theorie van Niles Eldridge en Stephen Gould verklaart waarom veranderingen relatief snel optreden en niet geleidelijk, zoals Darwin meende.
Het succes van de intelligent design theorie is niet alleen een gevolg van een misverstand, een verkeerd begrip van wat natuurlijke selectie betekent.
Dat succes hangt ook samen met de mysterieuze en tot nog toe onopgeloste gelijkenis tussen de resultaten van natuurlijke selectie en daadwerkelijk intelligent design.
De constructie van veel levende wezens is veel gecompliceerder en succesvoller dan die van een horloge of een computer en zoiets vraagt om een verklaring.
Die verklaring is er niet echt.
Zoals je het intellect van Einstein moest hebben om in te zien dat er een probleem schuil ging in de gelijkenis tussen de zwaartekrachtmassa en de inertiemassa,
zo zit er een soortgelijk probleem in de gelijkenis tussen intelligent design en de resultaten van de evolutie.
Als Darwin en zijn leerlingen gelijk hebben met hun stelling dat de evolutie niet teleologisch is, dan kan het niet anders of het vermogen van mensen om plannen te maken en projecten volgens plan uit te voeren
is een variant op het mechanisme van de natuurlijke selectie.
Wat voor mensen geldt, geldt a fortiori voor hun antropomorfe projecties, d.w.z. de god van de joden en christenen en de Allah van de moslims.
Hoe het precies werkt is(nog) , niet helemaal duidelijk, maar de gelijkenis tussen de resultaten van de evolutie
en die van de horlogemaker is te groot om haar alleen aan het toeval te kunnen toeschrijven.

Nederlandstalige Video
“Evolutie IS een blinde horlogemaker ”

Blind Watchmaker algorithm
APPLET
http://www.phy.syr.edu/courses/mirror/biomorph/

GOD ALS MISVATTING ( The God Delusion
Veel dingen in de natuurlijke wereld werken zo goed dat het wel lijkt of ze zijn ontworpen.
Maar door wat?
Zou de natuur zelf, door processen waaronder dat van evolutie, de ontwerper zijn?
Of moeten hun complexe structuur en werking aan een intelligente ontwerper of God worden toegeschreven?
Is natuurlijk ontwerp verenigbaar met intelligent ontwerp?
Hoe goed is het argument van de aanwezigheid van intelligent ontwerp voor een intelligent ontwerper?
En als we op goede gronden het waarschijnlijke bestaan van een intelligent ontwerper zouden kunnen afleiden uit de aanwezigheid van ontwerp in de natuurlijke wereld, wat zouden we dan daaruit kunnen afleiden over het karakter van die ontwerper?

Dit zijn de belangrijkste voorliggende vragen.

Maar eerst ….

A) Een historisch perspectief op het debat over evolutie
Het geloof in God wordt verdedigd op grond van twee redenen: openbaring en ratio.
En de evolutie-theorie wordt door velen als bedreiging voor beiden gezien.

ET is duidelijk inconsistent met de prima facie betekenis van Gods boodschap aan de mensheid, als geopenbaard in het eerste hoofdstuk van Genesis.
Bovendien ondermijnt ze één van de belangrijkste rationele argumenten voor het bestaan van God:
het zogenoemde “Argument van ontwerp” (aan filosofen bekend als het Teleologisch Argument).

1 – De God van de Openbaring:
Zeven maal, in slechts drie verzen (21, 24 en 25) van Genesis 1 wordt ons verteld dat ieder levend schepsel dat God in de eerste zes dagen schiep, geschapen was om zich “naar haar/zijn aard” voort te planten.

Historisch gezien stellen deze verklaringen de Bijbel in tegenspraak tot de evolutie-theorie.
Genesis zegt ons niet alleen dat

God hemel en aarde heeft geschapen,

maar ook dat hij iedere soort nieuw heeft geschapen, onveranderlijk, en reproducerend volgens zijn soort.

En gegeven de aanname dat de Bijbel inderdaad het woord van God is en dat God geen onwaarheden zou verkondigen, zijn zij die in de Bijbel geloven gehouden aan de onveranderlijkheid van soorten te geloven.

Het probleem is dat dit in tegenspraak is met de belangrijkste stelling van de evolutie-theorie:
dat de soorten niet onveranderbaar zijn, dat iedere latere soort geëvolueerd is uit eerdere en andere soorten.

Toegegeven, sommige theïsten passen hun eigen interpretaties op Gods woord toe om daarmee een soort verzoening te bereiken tussen Bijbel en evolutie-theorie.
En sommigen daarvan zullen we straks nader onderzoeken.

Maar zelfs de meest liberale vertolkers van Gods openbaring wensen Gods hand te zien werken in evolutionaire processen.


Zich van openbaring tot rede wendend, beweren zij dat de immense diversiteit en complexiteit van levensvormen slechts konden ontstaan in overeenstemming met de ontwerpen van God.

Zij wenden zich tot:
2 – Het teleologisch argument: Ontwerp door een Intelligente Ontwerper
William Paley legde het teleologisch argument op de meest bekende wijze uit
1)
In zijn versie doet het een beroep op de analogie met een horloge waarvan de onderdelen zo complex en geschikt zijn voor het doel van de tijd aan te geven, dat het hele idee van door toeval te zijn ontstaan de rede tart.
Het ontwerp van een horloge vereist een intelligente ontwerper.

Op gelijke wijze vereisen het ontwerpen van het universum en zulke samenstellingen als het oog, het bestaan van een buitengewoon intelligente ontwerper, overigens bekend als God.
God is, om het zo maar te zeggen, de Grote Horlogemaker.

Maar hier moeten we voorzichtig worden. Als we bij het argument van ontwerp naar intelligente ontwerper cirkel-redenaties willen vermijden, hebben we twee opties.

Of we moeten volhouden dat we het over “blijkbaar ontwerp” hebben – een taalkundige zet die ik zal mijden omdat die ergerlijk pedant wordt wanneer die te vaak wordt herhaald – of we moeten een betekenis voor het woord “ontwerp” vinden die niet een synoniem is voor “datgene dat ontworpen is door een intelligent iemand”.
Er bestaan tenminste twee van zulke betekenissen.

Een daarvan is die waarin we over het ontwerp van een sneeuwvlok spreken, of over het ontwerp dat vorst op een bevroren raam maakt.
In die zin is “ontwerp” een virtueel synoniem voor “patroon” of “complexe structuur”.

Een andere is “ontwerp” in die zin waarin ze gebruikt wordt als bijna-synoniem voor “functionele doeltreffendheid”.

Tenslotte, als we aan Paley’s voorbeeld van het menselijk oog denken, maakt het weinig uit ,uit hoeveel onderdelen het menselijk oog bestaat.
Wat telt is het feit dat het effectief werkt (in de meeste gevallen) om onze weg te vinden.
Nogmaals, wanneer we later een voorbeeld gaan beschouwen van wat Paley’s latere exponent, Michael Behe, een “onherleidbare complexiteit” noemt, te weten de muizenval,____wat van belang is is niet hoe ingewikkeld het is of uit hoeveel onderdelen het bestaat, maar hoe goed het werkt.
De notie van complexiteit is voornamelijk een niet ter zake doende afleiding.

In deze niet voor tweeërlei uitleg vatbare betekenissen van het woord staat bewijs voor ontwerp in het universum – in het bijzonder in biologische context – niet ter discussie.
Wat ter discussie staat, is hoe zulk ontwerp tot stand komt.

Is voor de aanwezigheid van ontwerp in deze neutrale zin ‘intelligent design’ vereist?
Of kan het verklaard worden in termen van natuurlijk ontwerp – dat wil zeggen in termen van evolutie?
De evolutie-theorie stelt dat in het biologisch domein dat laatste alles is dat nodig is.
Vandaar de bedreiging die ze vormt voor het argument vanuit ontwerp naar intelligente ontwerper.

Noch de natuurwetten noch het toeval hebben enige voorkennis van hun eigen resultaat.
Ze dienen GEEN bewust gekozen doel.
Volgens evolutie is de natuur zelf de Grote Horlogemaker.
Maar dan wel een BLINDE .
Vandaar Richard Dawkins’ omschrijving van evolutie als de “Blinde Horlogemaker”.2)
B) De kwestie van compatibiliteit
De evolutionaire theorie is het ontbrandingspunt geworden voor een aantal zelfs grootsere vragen:
“Is ratio verenigbaar met geloof?”;
“Is wetenschap verenigbaar met religie?”;

en, meer in het bijzonder,
“Is geloof in evolutie verenigbaar met geloof in ontwerp door een opperste intelligentie, dat wil zeggen, God?”

Vervat in termen van dergelijke vage algemeenheden, moeten deze vragen gemeden worden totdat hun vooronderstelde betekenissen duidelijk zijn gemaakt.

Laat daarom duidelijk zijn dat met “verenigbaar” we “logisch consistent” zullen bedoelen, niet zoiets als “psychologisch in staat om gemeenschappelijk volgehouden te worden door sommige personen of gemeenschappen”.

Sommige mensen hebben er geen moeite mee tegenstrijdige geloven aan te hangen.

Verder moet ons duidelijk zijn dat consistentie en inconsistentie relaties zijn die gelden tussen verklaringen (waarin geloofd wordt of niet)
en dat twee of meer verklaringen – of stellen verklaringen – alleen dan consistent zijn als het logisch mogelijk is voor ze om gezamenlijk waar te zijn.

Laat me dit illustreren door te refereren aan nog een hoogst oppervlakkige vraag als “Is christendom verenigbaar met jodendom of islam?”

Opgevat als een sociologische vraag is het antwoord zeker “Ja”.
Want in sommige gemeenschappen, zowel nu als in het verleden, hebben alle drie religies harmonieus naast elkaar bestaan.
Maar opgevat als een logische vraag zou het antwoord wel eens niet zo voor de hand kunnen liggen.
We moeten eerst de specifieke doctrines van geloofsinhoud van de drie religies bepalen om te zien of het stel geloofsregels dat door de één wordt aangehangen, enig specifiek geloof bevat dat inconsistent is met enig deel van het stel geloofsregels dat door de anderen worden aangehangen.
In het kort, we moeten vanaf algemeenheden dieper ingaan op specifieke details.

Laten we dus eens kijken naar de specifieke verklaring “Jezus was de zoon van God”.
Dit wordt gesteld binnen de verzameling verklaringen die als geldig geaccepteerd zijn door het orthodoxe christendom, maar wordt ontkend door zowel het orthodoxe jodendom als de islam.
Vandaar, vanuit het gezichtspunt van de logica, is orthodox christendom logisch inconsistent met beiden.


Om over deze religies te spreken als gelovend in “dezelfde God onder verschillende namen of omschrijvingen” is puur obscurantisme.

Ongelukkigerwijze wordt de noodzaak om vanaf algemeenheden dieper in te gaan op details maar al te vaak veronachtzaamd door diegenen die over zelfs grootsere onderwerpen debatteren, zoals: “Is religie verenigbaar met wetenschap”.
Een ieder die probeert dit soort vraagstukken te beantwoorden in dergelijke abstracte termen is tot gewauwel gedoemd.
Te spreken over religie en wetenschap – zoals de befaamde evolutionist Stephen J. Gould doet – als “twee niet overlappende magisteria (expertisegebieden) ”, is geen uitzondering.

Er zijn zoveel lege en pretentieuze werken geschreven over deze en soortgelijke onderwerpen dat het tijd is voor een conceptuele schoonmaak en een diepere blik.

Waar het kwesties betreft die door ons onderwerp “Ontwerp: door God of evolutie” worden opgeroepen, moeten we duidelijk zijn over de specifieke verwijzing of verwijzingen van de termen “God” en “Intelligente Ontwerper”, en de betekenissen van “ontwerp” en “evolutie”.

Alleen als we duidelijk zijn over welke “God” we het hebben, over welk soort “ontwerp” we spreken, en wat precies de beweringen, implicaties en vooronderstellingen zijn van de evolutie-theorie, kunnen we bepalen in hoeverre inconsistenties echt zijn in plaats van schijnbaar: gebaseerd op logica in plaats van enkel psychologische opvattingen.

Laten we het eerst hebben over ….C) Eigentijdse, neo-darwinistische, evolutietheorie

1 – Haar kwalificaties als een wetenschappelijke theorie
De kern-stelling van de evolutietheorie, zoals voorgesteld door Darwin en verfijnd door zijn neo-darwinistische opvolgers, is dat natuurlijke soorten voortgebracht worden niet bij goddelijk decreet maar door natuurlijke processen van variatie, voortplanting, geografische afzondering en daaruit volgende overleving van bepaalde bevolkingen in tegenstelling tot andere; in het kort, door natuurlijke selectie. Deze bewering – waarvan gesteld wordt dat die voor alle natuurlijke soorten geldt – kan niet bewezen worden door een beroep op empirisch bewijs. Dit kan geen enkele geheel universele bewering. Maar dit betekent nog niet dat er geen overtuigende empirische steun voor bestaat. Telers van planten en fokkers van dieren maken gebruik van dezelfde processen. En zowel laboratorium- als veldproeven hebben herhaaldelijk aangetoond hoe snel nieuwe soorten kunnen evolueren binnen een paar generaties, gegeven genetische variaties, isolatie van de voortplantende bevolkingen, en factoren zoals competitie voor voedsel.

Maar experimenten en andere vormen van direct waarneembaar bewijs zijn net zo min nodig om de waarheid van de evolutietheorie te steunen, als de waarneming van schepen die over de horizon verdwijnen of foto’s vanuit de ruimte dit zijn om aan te tonen dat onze aarde ruwweg bolvormig is. Als de theorie van de bolvormige aarde niet juist zou zijn, zouden terrestrische geometrie, cartografie, chronometrie, luchtvaart of navigatie onbegrijpelijk voor ons zijn. Op gelijke wijze, als de theorie van evolutie niet juist zou zijn, zouden we een menigte aan andere empirisch gefundeerde wetenschappen niet kunnen begrijpen.

In tegenstelling tot wat veel van haar critici zeggen, is de evolutie-theorie niet slechts een “hypothese”. In plaats daarvan is het een “theorie” in die eervolle zin waarmee die term verleend wordt aan een heel systeem van door waarneming bevestigde wetten, principes en hypotheses – dingen die ons in staat stellen om oorzakelijke verklaringen te geven voor een wijd bereik aan fenomenen.

Het is in deze zin dat de evolutietheorie een belangrijke wetenschappelijke theorie is. Ze omvat een serie van samengebundelde en ruimschoots bevestigde bewijzen en principes die niet alleen aan de natuurgeschiedenis zijn ontleend, maar ook aan een menigte andere empirische wetenschappen – waaronder kosmologie, astronomie, fysica, biochemie, geologie, plaattektoniek, paleontologie, bevolkingsgenetica, ecologie, antropologie en vergelijkende anatomie. En haar verklarend vermogen reikt verder dan de evolutie van levende organismen. Als recente theoretici gelijk hebben, kan ze ons zelfs veel vertellen over de domeinen van menselijke psychologie en sociaal gedrag.

De evolutietheorie is daarom net zo min “alleen” een hypothese als de theorieën van Copernicus, Newton of Einstein dat zijn. En net als deze andere, enorm succesvolle theorieën voldoet de evolutietheorie aan een van de meest belangrijke criteria voor wetenschappelijke, als tegengesteld aan pseudo-wetenschappelijke, status. Ze is falsifieerbaar. Dat wil zeggen, ze heeft dusdanige consequenties dat als één daarvan onjuist blijkt te zijn, we dan moeten concluderen dat de theorie zelf onjuist is. Een voorbeeld, als de aarde inderdaad slechts zesduizend jaar oud zou zijn zoals de creationisten beweren, of enige tientallen miljoenen jaren oud zoals Lord Kelvin beweerde in Darwins tijd, in plaats van de huidig geschatte duizenden miljoenen, dan zou er niet genoeg tijd zijn geweest voor evolutie om haar werk te doen, en zouden we moeten concluderen dat de theorie onjuist is. En ook nog, als de feiten van de overdracht van erfelijke informatie – feiten ontdekt door immunologie, biochemie en moleculaire biologie – anders waren geweest, zou de evolutietheorie wel eens opgegeven kunnen zijn.

2 – Waar de evolutie-theorie logisch aan gehouden is, en waaraan niet
Bedenk dat de vraag niet gaat over welke aanvullende doctrines ook maar gesteld mogen zijn door verscheidene voorstanders van evolutie. Het gaat over wat de theorie zelf stelt of logisch impliceert. Uit het feit dat sommige aanhangers toevallig atheïst zijn, volgt nog niet dat evolutie atheïsme impliceert. Als dat zo zou zijn, zou uit het feit dat sommige aanhangers toevallig theïst zijn, volgen dat evolutie theïsme impliceert. De absurditeit is overduidelijk. Kwesties van logica worden net zo min bepaald door feiten over menselijke psychologie of de associatie van denkbeelden in iemands geest, als mathematische kwesties.

Hier zijn dan sommige van de vragen die we moeten beantwoorden:

(a) – Is de theorie logisch gehouden aan abiogenese, een verantwoording van hoe het leven zelf begon?
Het antwoord is: Nee. De vraag van hoe levende dingen ontstonden uit niet-levende dingen valt buiten het bereik van de evolutietheorie. En, althans voor nu, lijkt het de competentie van de wetenschap te boven te gaan om in enig soort definitief antwoord te voorzien. Maar er wordt naar gezocht, natuurlijk.

Maar iedere verklaring die wordt gegeven zou mechanismen anders dan die van natuurlijke selectie inhouden, het proces dat Richard Dawkins zo treffend heeft omschreven als “de langzame, cumulatieve, stapje-voor-stapje, niet-willekeurige overleving van willekeurige variaties”.3) Natuurlijk zou een theorie van abiogenese een welkome aanvulling van de wetenschap zijn. Het zou fijn zijn als we het hiaat tussen leven en niet-leven konden overbruggen en onszelf zo in staat te stellen een min of meer doorlopend verhaal te vertellen, beginnend met de oerknal en eindigend met onszelf nu. Dat wil zeggen, het zou fijn zijn om in staat te zijn een al-omvattend naturalistisch verhaal te geven over de geschiedenis van het universum. Maar de theorie van evolutie op zichzelf is evenmin logisch gehouden dat verhaal te leveren als de theorie van de oerknal dat is.

(b) – Is ze gehouden aan methodologisch naturalisme?
Ja. Net zo als ieder andere empirische wetenschap is ze gehouden aan onderzoek naar natuurlijke verklaringen voor gebeurtenissen in haar domein. Dit moet geen verrassing zijn. Want hoe zou een alternatieve methodologie er uit zien?

Wat te denken van wat we methodologisch supernaturalisme zouden kunnen noemen? We mogen aannemen dat het zou bestaan uit een terugkeer naar de voor-wetenschappelijke wijze van denken, waarin ieder hiaat in ons begrip van hoe de wereld werkt ingevuld werd door een beroep te doen op ingrepen door bovennatuurlijke wezens. We hebben nu enige vooruitgang geboekt. We hebben geen behoefte aan natuurgoden die het ritme van de natuur bepalen: lente, zomer, herfst en winter. We beroepen ons niet langer op de goden van de Grieks-Romeinse of andere mythologieën om zon- en maan-verduisteringen, bliksem en aardbevingen te verklaren. Tegenwoordig hebben de meesten van ons het idee prijsgegeven dat ziekten en rampen gebeuren omdat de goden boos zijn. We leven niet meer in wat Carl Sagan noemde “de door demonen geplaagde wereld”. In plaats daarvan adopteren we de principes van methodologisch naturalisme, naar de natuur zelf kijkend voor de oorzaken die onze bijgelovige voorouders ontgingen.

(c) – Is ze gehouden aan metafysisch naturalisme?

In de ene zin, nee. In een andere, ja. Metafysisch naturalisme (ook wel bekend als ‘materialisme’) is een filosofische – meer specifiek een ontologische – theorie over de aard van de werkelijkheid. Ze stelt dat de ultieme bestanddelen van de realiteit het soort dingen zijn die door fysica behandeld worden (sub-atomische deeltjes en hun basale eigenschappen), samen met complexe verbindingen daarvan en hun daaruit voortkomende eigenschappen (eigenschappen van complexe verbindingen die hun eenvoudigere bestanddelen niet bezitten).4)

Neo-darwinisme impliceert zeker niet materialisme in haar volle algemeenheid. Ze impliceert niet het niet bestaan een non-fysieke, of bovennatuurlijke, wereld. Het is duidelijk dat evolutionisten die metafysisch naturalisme (filosofisch materialisme) in haar volle algemeenheid onderschrijven, de grenzen van hun competentie overschrijden.

Echter, neo-darwinisme stelt wel dat homo sapiens geheel een product is van de natuurwetten, samen met zulke ogenschijnlijk willekeurige gebeurtenissen als mutaties. Ze is gehouden aan het standpunt dat de mens een dierlijke stamboom heeft, en niet minder zuiver dierlijk is dan zijn voorouders. Ze laat geen ruimte voor het idee dat de mens een samenstelling is, bestaande uit zowel een ziel als een lichaam – tenzij die ziel opgevat wordt als een loze toevoeging, zonder enige causale uitwerking.

Kortom, de evolutietheorie is gehouden aan beperkt, maar niet aan onbeperkt metafysisch naturalisme.
D) Concepties van “Ontwerp” en hun compatibiliteit met evolutie

De vier belangrijkste concepties van hoe een intelligente ontwerper zijn ontwerp zou kunnen uitvoeren zijn:

? Volgens deïstische evolutionisten werd Gods ontwerp volledig uitgevoerd ten tijde van de algehele schepping. Daarna liet hij de natuurwetten, inclusief die van natuurlijke selectie, hun werk doen zoals hij bedoeld had.

? Volgens theïstische evolutionisten werd Gods ontwerp slechts ten dele uitgevoerd tijdens de algehele schepping. Als theïsten geloven zij dat hij sindsdien van tijd tot tijd ingegrepen heeft om ontwerp afstellingen te doen, bijvoorbeeld om het hiaat tussen niet-leven en leven te overbruggen. Maar als door-en-door evolutionisten geloven ze dat evolutie natuurlijk verliep zonder enige noodzaak tot zijn ingrijpen.

? Volgens theïstische quasi-evolutionisten werd Gods oorspronkelijke ontwerp herhaaldelijk aangevuld met ontwerp-aanpassingen. Zij geloven dat vooral natuurlijke selectie zijn helpende hand nodig heeft gehad. Volgens hun opvatting is de evolutietheorie op zichzelf niet in staat de vorm of functie van levende wezens te verklaren.

? Volgens theïstische anti-evolutionisten manifesteert Gods ontwerp zich niet alleen in de algehele schepping, maar ook in zijn specifieke schepping van de verscheidene levensvormen waarmee we nu omringd zijn. Misschien dat een beetje micro-evolutie op natuurlijke wijze plaatsvindt. Maar macro-evolutie gebeurt niet. Gods ontwerp-afstellingen moeten voor iedere nieuwe soort in verleden, heden en toekomst opnieuw gemaakt worden.

1 – “Ontwerp” volgens deïstische evolutionisten
Deïsme bereikte haar hoogtepunt tijdens de Verlichting: in de werken van denkers als Thomas Hobbes, John Locke, David Hume, Lord Herbert of Cherbury, Thomas Paine en – op het continent – Voltaire. Haar wortels kunnen gevonden worden in scepticisme over de doctrinaire disputen, de conflict-veroorzakende hype’s, en de flagrante bevordering van mysticisme die zo typerend zijn voor geopenbaarde religies.

Het belangrijkste probleem is volgens deïsten dat de traditionele religies allen steunen op een of andere beweerde openbaring.

Alle geopenbaarde goden afwijzende, wendden deïsten zich in plaats daarvan tot een God van de rede. Hoewel ze er vaak van beschuldigd werden atheïst te zijn omdat ze de geopenbaarde God van het theïsme afwezen, blijft het een feit dat ze nog steeds in het bestaan van een soort god geloofden, zij het een non-theïstische god. Ze dachten dat er een soort God aangenomen moest worden, om de manier waarop het universum werkt te kunnen verklaren.

De meesten, hoewel niet allen, suggereerden een soort ontwerpende God of Universele Ontwerper, maar zijn ontwerp – zoals zij zich dit voorstelden – was a priori ontwerp, ontwerp dat geen opvolgende aanpassingen vereiste. Een goede ontwerper, zoals zij hem zagen, zou zijn ontwerp al vanaf het begin goed gemaakt hebben.5)
Is evolutie consistent met dit soort intelligent ontwerp?

Het moge duidelijk zijn dat als evolutie gehouden was aan universeel, onbeperkt, metafysisch materialisme, het antwoord ontkennend zou moeten zijn. Want de God van deïsten wordt voorgesteld als een bovennatuurlijk wezen. Maar evolutie, zullen we ons herinneren, is alleen gehouden aan beperkt materialisme. Vandaar dat er op dit punt geen conflict bestaat.

De intelligente ontwerper van deïstische evolutionisten kan vergeleken worden met een Grote Computer Ontwerper die niet slechts hardware ontwerpt die nooit gerepareerd hoeft te worden, maar die ook van te voren inricht met software (natuurlijke selectie) die nooit updates nodig zal hebben.
2 – “Ontwerp” volgens theïstische evolutionisten
In de meeste opzichten geldt als noodzakelijke voorwaarde om theïst te zijn als tegengesteld aan een deïst, dat men gelooft in een interventionistische God.

Nu kan God op verscheidene manieren ingrijpen. Men zou bijvoorbeeld over God kunnen denken als direct verantwoordelijk voor abiogenese, door in te grijpen in de natuurwetten om leven te scheppen in een universum dat voorheen zonder was. Of men zou hem zich voor kunnen stellen als veroorzaker van de catastrofale asteroïde inslagen die verantwoordelijk waren voor het uitsterven van de dinosauriërs.

Zulke overtredingen van de natuurwetten door een bovennatuurlijk iets zouden zeker een wonder inhouden volgens David Hume’s nu gestandaardiseerde betekenis van het woord. En het hele idee van wonderen kan niet gedoogd worden door iemand die gehouden is aan het methodologisch naturalisme zoals dat binnen de wetenschap in het algemeen wordt toegepast (hetgeen de reden is waarom veel liberale theïsten streefden naar het ontmythologiseren van de oude voorstellingen van God).

Maar in principe zou een verhaal over al deze miraculeuze ingrepen op zo’n manier verteld kunnen worden dat het geen inbreuk maakt op de waarheid van de kernstelling van de evolutietheorie: dat als eenvoudige levensvormen eenmaal ontstaan zijn, de daarop volgende vormen evolueren door processen van alleen natuurlijke selectie. Dit zou ook niet conflicteren met hetzij methodologisch materialisme, dan wel het beperkt materialisme, waaraan de evolutietheorie gehouden is.

Het concept van ontwerp volgens dit soort theïsme vormt geen bedreiging voor een geloof in evolutie. Het is niet alleen zo dat sommige theïsten in feite geloven in zowel een ontwerpende God als in evolutie. Er bestaat geen logische reden waarom ze dat niet zouden doen.
3 – “Ontwerp” volgens theïstische quasi-evolutionisten
Ik gebruik de term “quasi-evolutionisten” om al die theïsten te beschrijven die neigen te denken dat het neo-darwinisme in grote lijnen waarschijnlijk, zo niet geheel waar is, maar volhouden dat dit niet alle fenomenen kan verklaren. Gods directe tussenkomst, beweren zij, is als verklaring voor minstens sommige daarvan vereist. Kortom, zij accepteren evolutie met een beduidend voorbehoud. Een goed voorbeeld hiervan is Paus Johannes Paulus II, van wie gemeld werd dat hij katholieken toestond evolutie alleen te aanvaarden onder voorwaarde dat ze geloven dat God op een niet nader aangeduid tijdstip ingreep om aan onze evolutionaire voorouders een ziel te verlenen.

Andere voorbeelden worden gevonden onder de groep van hedendaagse theïsten die, de wat populair de “Intelligent Design” theorie genoemd wordt, aanhangen. Auteurs zoals moleculair bioloog Michael Behe en filosoof William Dembski beweren dat hoewel neo-darwinisme misschien de evolutie van eenvoudige samenstellingen kan verklaren, ze niet kan verklaren hoe, wat zij noemen “onherleidbaar complexe” samenstellingen, ontstonden. Zulke samenstellingen, houden zij vol, moeten letterlijk in een keer ontstaan zijn als gevolg van de tussenkomst van een intelligente ontwerper.
4 – “Ontwerp” volgens theïstische anti-evolutionisten
Het concept van ontwerp dat het sterkst in contrast staat tot de evolutietheorie is dat wat creationisten aanhangen: zij die geloven in de doctrine van speciale schepping, niet alleen in de doctrine van algehele schepping.

Voor creationisten is de bron van waarheid over de oorsprong van de soorten uitsluitend te vinden in bijbelse openbaring, in het geheel niet in de rede. Voor hen wordt het verhaal van Gods intelligent ontwerp geopenbaard in Genesis, hoofdstuk 1. Het begint met zijn schepping van de hemelen, de aarde en de zee (verzen 1-10), en vervolgt dan (verzen 11-30) met zijn schepping van de verscheidene soorten de novo, beginnend met grassen en bomen, om te vervolgen met schepselen van de zee zoals walvissen, schepselen van de lucht zoals vogels, en dieren die over land bewegen, om tenslotte te eindigen met de kroon op zijn werk – ons. Het hoofdstuk eindigt met ons te vertellen dat dit alles slechts zes dagen nam, en – belangrijker – dat God dacht dat hij dat goed gedaan had. Zoals vers 31 het stelt: “En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.”

Nu is het alleen maar fair er op te wijzen dat creationisten het onderling oneens zijn over hoe letterlijk dat gepraat over zes dagen genomen moet worden: of als perioden van 24 uur, zoals gesuggereerd wordt door ochtenden en avonden te noemen, of als eonen die zich over duizenden of zelfs miljoenen jaren uitstrekken. Maar over een punt zijn ze het allen eens.Wanneer God zegt dat iedere vorm van leven zou “voort brengen (reproduceren) naar zijn/haar aard” bedoelt hij wat hij zegt. Volgens creationisten is hier geen ruimte voor interpretatie. Dus, gegeven hun geloof in de onfeilbaarheid van de bijbel, hebben ze geen ander alternatief dan wetenschappelijke bevindingen die daarmee in conflict zijn af te doen als ijdele verbeelding van de beperkte intelligentie van de mens.

Dit geldt in het bijzonder voor de evolutietheorie. Gods verhaal is waar. Dat van evolutie moet dus onwaar zijn. Dat beweren zij tenminste.
E) Een cumulatieve kritiek op verscheidene teleologische argumenten

Hoe goed zijn deze verschillende argumenten uit ontwerp voor een intelligente ontwerper?

1 – De intelligente ontwerper van deïstische evolutionisten
Volgens deïsten, hebben we gezien, vertoont het universum in zijn geheel ontwerp in ten minste één van de onbetwistbare betekenissen van complexe samenstelling en/of functionele doeltreffendheid. En zulk ontwerp, concluderen zij, duidt op een ontwerper met oppermachtig intelligentie. Vandaar de God van de deïsten, het Opperwezen of Opperste Intelligentie.

Dit is ongeveer zo minimaal als het argument uit ontwerp maar kan zijn. Toch wordt dit, en iedere andere meer uitvoerige vorm van argument, geconfronteerd met een vernietigend dilemma:

Oftewel het is mogelijk dat iets goed kan functioneren zonder dat het waarschijnlijk is dat het door een intelligente ontwerper ontworpen was, of het is onmogelijk dat iets goed kan functioneren zonder dat het als zodanig ontworpen is. Als het mogelijk is, dan – gegeven het wetenschappelijk bewijs – is het waarschijnlijk dat de natuur zelf het ontwerpen doet. Maar als het onmogelijk is, dan volgt aangezien een intelligent ontwerper goed genoeg moet functioneren om een universum te kunnen ontwerpen dat goed werkt, dat die intelligente ontwerper ontworpen moet zijn door een tweede intelligente ontwerper, en die tweede door een derde, en zo verder ad infinitum.

Voor welk soort voorstanders van intelligent ontwerp dan ook – of ze nu deïst of theïst zijn – zijn beide alternatieven onaanvaardbaar. Tenzij ze zeggen dat er een oneindigheid aan intelligente ontwerpers bestaat (een absurde consequentie, en een die hun opvatting tegenspreekt dat er maar één intelligente ontwerper is), zullen ze moeten toegeven dat de aanwezigheid van ontwerp in het universum het niet waarschijnlijker maakt dat het door een intelligente ontwerper ontworpen was.

In ieder geval kan de hypothese van een intelligent ontwerper niet echt verklaren wat ze verondersteld wordt te verklaren. Herinneren we ons dat het hele argument zijn aantrekkingskracht ontleent aan het feit dat het een aannemelijke verklaring schijnt te geven voor schijnbaar ontwerp. Het probleem is dat het als een verklaring te veel verklaring biedt. Een “verklaring” die voorwendt de verklaring te zijn voor alles dat gebeurt is geen echte verklaring van waarom iets gebeurt. Een waarachtige verklaring over waarom iets gebeurt, moet een verklaring zijn die uitlegt waarom dit gebeurde en niet iets anders. Als manier om te verklaren waarom het universum orde, structurele complexiteit en functionaliteit omvat, biedt de intelligent ontwerp hypothese niets beters dan “Omdat God het op die manier ontworpen heeft.” Omdat deze hypothese ook ingeroepen kan worden zelfs in geval het universum uiterst chaotisch zou zijn, verklaart de intelligent ontwerp hypothese niet waarom het universum ordelijk is in plaats van wanordelijk. Dat is ongeveer net zo behulpzaam als te zeggen “Zo is het nu eenmaal”. Ons worden woorden geboden, maar geen uitleg.

Zelfs het minimale argument dat ontwerp naar een intelligente ontwerper leidt, is een miserabele mislukking.

2 – De intelligente ontwerper van theïstische evolutionisten
Wat de theïstische voorstelling van de intelligente ontwerper onderscheidt van die van de deïsten is dat zij hem als veel meer zien dan alleen de schepper en ontwerper van het universum. Zij zien hem als een interveniënt. Hun God is niet alleen verwant aan de Grote Computer Maker en Grote Software Provider; hij is ook de Grote Computer Reparateur die aan huis komt zonder dat wij hem werkelijk zien, om zijn producten bij te stellen, en om misschien de hardware te vervangen of de software te upgraden.

Wat zijn de referenties voor deze verrijkte voorstelling van hoe de intelligente ontwerper zijn ontwerp uitvoert?

Bedenk dat deze weergave haar belangrijkste bron vindt in openbaring, in plaats van rede. En iedere echte openbaring moet schending van een natuurwet door het bovennatuurlijke inhouden, moet dus een wonder zijn. Dus wat zijn de referenties voor geloof in ingrepen, in wonderen dus?

Aardig hopeloos.

Laten we eerst de openbarende wonderen beschouwen. Het meest voor de hand liggende probleem met een geloof in God die ingrijpt om zijn oorspronkelijke opstelling af te stellen is dat er zo veel weergaven zijn van wat die openbaringen zijn en dat de meeste, zo niet alle, onderling inconsistent zijn om eerder besproken redenen. Toch wordt ieder daarvan verondersteld zijn eigen referenties uit ervaring te hebben: in visioenen van Krishna of Moeder Maria; in gebedsgenezing door goeroes of evangelisten; en in ervaringen van toegesproken worden – misschien door een innerlijke stem – door Jahweh, de Heilige Geest of Allah.

Wat vooral zo vervelend is met al deze ervaringen is dat de manier waarop ze beschreven worden de al eerder gevormde religieuze geloven en verwachtingen van degenen die ze gehad hebben op zo’n manier weerspiegelen dat ze suggereren dat hun oorzaak ligt in een subjectieve staat in plaats van in een objectief feit. Hindoes rapporteren geen visitaties door Moeder Maria. En aan christenen verschijnt Krishna niet. Het was onder andere om dit soort redenen dat deïsten alle openbarende wonderen verwierpen.

Laten we nu de niet-geopenbaarde wonderen eens bezien. Voor echte theïstische evolutionisten – degenen die geloven dat de evolutietheorie zonder voorbehoud waar is – moeten die beperkt blijven tot gebeurtenissen buiten het domein van evolutionaire verklaring. Ze moeten bestaan in ingrepen in andere natuurwetten dan die van natuurlijke selectie. Maar waar kunnen die worden gevonden? Niet, mogen we aannemen, in gebeurtenissen als eclipsen, meteoor regens, aardbevingen, stormen of plagen, die allemaal door onze voor-wetenschappelijke voorouders gezien werden als “tekens van de goden, of God”. De hiaten in hun kennis over hoe de wereld werkte zijn al lang gevuld door naturalistische verklaringen, terugvallen op het bovennatuurlijke is niet meer nodig. Ik ben er zeker van dat de meeste ontwikkelde theïsten dat met me eens zullen zijn. Maar waar dan, buiten het verboden terrein van evolutionaire uitleg, zal onze theïstische evolutionist de ontwerp aanpassingen door zijn ontwerper plaatsen? Het meest geloofwaardig, heb ik voorgesteld, is het hiaat in onze huidige kennis over hoe abiogenese plaatsvond.

Maar dat is een nogal wankele positie, een die waarschijnlijk verstoord wordt door verdere ontwikkelingen in de wetenschappelijke speurtocht naar hoe de overgang van niet-leven naar leven werd bereikt. Het lijkt onwaarschijnlijk dat dit voorbeeld van een “God van de hiaten” argument het er beter van af zal brengen dan zijn voorgangers.

Hoe dat ook moge zijn, theïsten staan voor een veel ernstiger probleem, of ze nu in evolutie geloven of niet. Want het hele feit dat hun intelligente ontwerper ontwerp-aanpassingen moet maken toont aan dat hij zijn ontwerp niet meteen vanaf het begin goed kreeg. Natuurlijk, Genesis 1:31 verzekert ons dat “… God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed….” Maar iedere theïst zal moeten toegeven dat Gods “zeer goed” niet goed genoeg was. Waarom blijft hij er anders nog steeds aan knutselen? En waaruit bestaat dan de noodzaak voor ons, tegenwoordig, om te proberen van deze wereld een betere plaats te maken? Iets te zeggen over onze onmacht om Gods ondoorgrondelijke wil te doorgronden mag misschien bevredigend zijn voor degenen die een voorliefde voor het mysterieuze hebben. Voor de rest van ons is het dat niet.

3 – De intelligente ontwerper van theïstische quasi-evolutionisten
Uit het spectrum van mogelijke weergaven van dit soort ingrijpen zal ik er slechts twee kiezen: die van paus Johannes Paulus II en zijn volgelingen, en die van de exponenten van de Intelligent Design Theorie (IDT).

Paus Johannes Paulus II is een metafysische dualist. Meer in het bijzonder, hij is een dualist betreffende de aard van menselijke wezens. Hij is het er mee eens dat de voorouders van de mens terug getraceerd kunnen worden tot niet-menselijke hominiden, en hun afkomst nog verder terug tot meer primitieve primaten, en zo verder. Maar hij houdt vol dat we niet alleen een positie houden in de natuurlijke wereld, maar ook in de bovennatuurlijke. We zijn niet alleen dieren. Op enig onbepaald punt in onze afkomst, verklaarde de paus op 26 oktober, 1996, heeft God op miraculeuze wijze onze dierlijke lichamen doordrongen met zielen.

De kwesties die worden opgeworpen door dualistisch concepties van de menselijke aard zijn enorm in omvang. Maar het is de moeite waard de aandacht te vestigen op een paar problematische implicaties en vooronderstellingen. Als de ziel gezien wordt als een soort ontologisch onafhankelijke entiteit, voor zijn bestaan of overleving niet afhankelijk van het bestaan of overleving van het lichaam, dan is zijn bezit een alles-of-niets zaak. Oftewel die is aan een bepaald dierlijk lichaam toegevoegd, of die is het niet. Kijk dan eens naar de eerste ziel-bezittende hominiden. Noem ze Adam en Eva. Dan, aannemende dat Adam en Eva in feite afstammen van dierlijke voorouders, volgt hieruit dat Adam en Eva ouders hadden die, in tegenstelling tot hen, geen vooruitzicht hebben om naar de hemel te gaan om later bij hun kinderen te zijn. Sommige theïstische quasi-evolutionisten kunnen dit moeilijk te verteren vinden. Misschien dat anderen bereid zijn gevoelens aan de kant te zetten en dit in het geheel te slikken.

Maar dit suggereert alleen maar ernstiger problemen. Tenslotte wordt de vraag naar wanneer precies de zielen in de afstamming van mensen geïnjecteerd werden geëvenaard door de vraag wanneer een ziel precies wordt geïnjecteerd in de biologische ontwikkeling van individuele mensen. Erven we een beetje ziel van ieder van onze ouders, net zoals we sommige van onze genen van hen erven? Als dat zo is, wat gebeurt er dan met de zielen die verbonden zijn met al dat verspilde sperma en eitjes die niet worden gebruikt voor voortplanting? Zijn we min of meer gebonden door onze ziel-erfenis op min of meer dezelfde wijze als we in sommige opzichten dat zijn door onze genetische erfenis? Als onze ouders niet in onze ziel voorzien, geeft God ze ons dan op het moment van conceptie? Als onze zielen ons niet gegeven worden op het moment van conceptie, hoeveel celdelingen acht God dan noodzakelijk voordat hij deze gift verstrekt? En wat gebeurt er met de zielen van foetussen die, natuurlijk of kunstmatig, werden geaborteerd? En van meer betekenis vanuit filosofisch perspectief, hoe verhoudt dit dualistisch concept van de ziel zich tot andere mentalistische concepten zoals dat van verstand, bewustzijn, intelligentie en vrije wil? Is ons verstand bijvoorbeeld ook een entiteit die los staat van onze lichamen en zielen? Als dat zo is, gaan ons verstand dan met onze ziel mee wanneer we sterven? Of houdt ons verstand op te bestaan wanneer onze lichamen naar het graf gaan? Als we het laatste zeggen, worden we geconfronteerd met de onaantrekkelijke gevolgtrekking dat onze overlevende zielen geen verstand zullen hebben.

Mijn vragen kunnen haast zonder einde worden vermenigvuldigd. Ongelukkigerwijze heeft God de antwoorden niet geopenbaard. Dus de paus en gelijkgezinden hebben geen andere optie dan eigenmachtige antwoorden, of zich weer in mysterie terug te trekken.

Let wel, een andere voorstelling van waaraan we refereren als bewustzijn, intelligentie, vrije wil, verstand, de ziel zelfs, kan worden gegeven zonder toevlucht te zoeken tot mysterie, willekeur of metafysisch dualisme. Het is die welke deze mentalistische termen ziet als beknopte namen voor eigenschappen, niet onafhankelijke entiteiten. Het interpreteert ze als verwijzend naar de tevoorschijn tredende eigenschappen van bepaalde natuurlijke entiteiten, waaronder vooral intellectueel gerijpte menselijke wezens, eigenschappen die geleidelijk aan te voorschijn kwamen in de evolutionaire ontwikkeling van homo sapiens (en in beperkte mate in in die van bepaalde andere dieren), eigenschappen die ook verschijnen in de embryologische en postnatale ontwikkeling van individuele leden van onze soort. Dit is een weergave die zonder aanpassingen geloofwaardig verteld kan worden binnen het raamwerk van de evolutietheorie. Het is een verhaal dat ik al elders verteld heb 6) en een verhaal dat evolutionaire theoretici als Daniel Dennett nu in overtuigend detail aan het invullen zijn.

Laten we nu eens kijken naar twee van de meest prominente exponenten van IDT: moleculair bioloog Michael Behe, en filosoof William Dembski. Dat beiden theïst zijn en niet deïst, is duidelijk. Maar hun standpunten over het lichaam/ziel dualisme, en in hoeverre zij denken dat hun argumenten aanvullingen van de evolutietheorie noodzakelijk maken of zelfs de totale afwijzing daarvan, is in het geheel niet duidelijk. De intenties van hun argumenten zijn puur negatief, en blijven beperkt tot het aanduiden van wat zij beschouwen als onvoldoende verklaring in de evolutietheorie. En om die reden kunnen hun argumenten te hulp worden geroepen niet alleen door quasi-evolutionisten, maar ook door anti-evolutionisten, in casu creationisten. Het is echter interessant dat Behe beweert niet tot die laatste groep te behoren, en zelfs zo ver gaat als te schrijven: ”Ik vind het idee van gemeenschappelijke afkomst (dat alle organismen een gemeenschappelijke voorouder delen) redelijk overtuigend, en heb geen bijzondere reden daaraan te twijfelen.”

IDT maakt gebruik van Behe’s concept van “onherleidbare complexiteit” dat hij definieert als “een enkelvoudig systeem samengesteld uit verscheidene goed op elkaar afgestemde, interactieve delen die bijdragen aan de basisfunctie, waarin de verwijdering van enig deel veroorzaakt dat het systeem ophoudt effectief te functioneren. Een onherleidbaar complex systeem kan niet geleidelijk geproduceerd worden door kleine, successievelijke aanpassingen aan het voorafgaande systeem, aangezien ieder systeem voorafgaand aan een onherleidbaar complex systeem per definitie niet functioneel is.”7) Zijn voorbeeld van een muizenval is betrekkelijk onaanvechtbaar. En – verrassend genoeg – is de muizenval iets waarvan we al weten dat die ontstaan is door intelligent ontwerp, door een mens namelijk.

Waar het hier echter om gaat, is of veronderstelde onherleidbare complexiteit teweeg gebracht kan worden door non-intelligent ontwerp – in het bijzonder door de non-intelligente processen van natuurlijke selectie. Een aanvechtbare bewering als die van Behe, dat enige voorafgaande fase van een verondersteld onherleidbaar complex systeem “per definitie” niet functioneel is, is gewoon onvoldoende. Als al zo vaak is uitgelegd in de afgelopen honderdvijftig jaar, kan een orgaan even goed nuttig zijn in de vroegste fase van zijn ontwikkeling als in zijn definitieve staat, maar functioneel op een andere of mindere manier. De eerste veren bijvoorbeeld, kunnen gebruikt zijn voor isolatie in plaats van voor vliegen. Een beetje lichtgevoeligheid is beter dan geen. En een beetje functionaliteit van een organische molecule – het soort ding waar Behe het over blijft hebben – is ook beter dan geen.

Helaas verschaffen noch Behe, noch Dembski ons veel voorbeelden van wat zij zien als duidelijke gevallen van tussenkomst door een intelligente ontwerper, laat staan van het tijdstip van zulke ingrepen. Nog verrassender, proberen ze zelfs niet aan te tonen hoe concepten van onherleidbare complexiteit ingeroepen dienen te worden voor de uitleg van hoe goed bewezen grote evolutionaire overgangen hebben plaatsgevonden: bijvoorbeeld vanuit primitieve vissen met graat tot amfibieën, vanuit amfibieën tot reptielen, of vanuit reptielen tot zowel vogels als zoogdieren. Voor het grootste deel roepen zij Gods ontwerp van het onherleidbaar complexe in op een ad hoc basis. Vooral Behe is op zijn gelukkigst wanneer hij het over muizenvallen en moleculen heeft.

Maar om fair te zijn, als onherleidbare complexiteit van het soort dat alleen verklaard kan worden door intelligent design, aantoonbaar zou zijn op het niveau van moleculaire biologie, dan zou dat ingeroepen kunnen worden als cruciaal punt voor IDT om een houvast te krijgen. Behe zou dan kunnen zeggen dat God op een niet nader gespecificeerd tijdstip ingreep door de meest elementaire vormen van leven te voorzien van onherleidbaar complexe moleculen, en dan te zeggen dat al deze grootse transities van één soort in een andere slechts de uitwerking door natuurlijke selectie zijn van deze oorspronkelijke complexiteit. Ik zeg niet dat ze dat zouden zeggen; alleen dat ze dat zouden kunnen doen.

Maar hoe goed is de zaak voor intelligentie-vereisend ontwerp op moleculair niveau? Ik heb noch de tijd, noch de expertise om mijn eigen onafhankelijke beoordeling te bieden. Dus voor het huidige doel zal het voor mij volstaan een paar punten te citeren, gemaakt door een andere moleculaire bioloog, David Ussery.8)

In 1996 beweerde Behe dat er in de literatuur geen darwinistische verklaring gevonden kon worden voor de productie van de nucleotide AMP of voor de oorsprong van het immuunsysteem. Toch, wijst Ussery er op, werden al in 1998 zulke verklaringen voor beiden gepubliceerd. Ussery somt de bezwaren tegen Behe’s voorbeelden uit de moleculaire biologie op als volgt: Deze twee voorbeelden zijn slechts een klein voorbeeld van de letterlijk DUIZENDEN artikelen die zijn gepubliceerd over de details van moleculaire evolutie in de afgelopen twee jaar. Het is belangrijk deze voorbeelden op te werpen, omdat dit een reéle zwakte aantoont in de logica die zegt, “We weten niet hoe dit gebeurde, dus God moet het gedaan hebben!” Wat gebeurt er als iemand je bluf aantoont en werkelijk een stap-voor-stap mechanisme aanlevert voor de geleidelijke evolutie van het immuunsysteem?

Filosofen hebben een naam voor de drogreden waarop Ussery wijst. Het is het zogenoemde Argument uit Onwetendheid.

Deze drogreden infecteert ook de paar andere voorbeelden die Behe geeft voor beweerde onherleidbare complexiteit: de cilia en flagella van bepaalde bacteriën en het mechanisme van bloedstolling. Dit is geen echt argument. Alleen een verwijzing naar onze huidige onwetendheid – een onwetendheid waarvan we aan de remedie al begonnen zijn.

Als IDT werkelijk hout zou snijden, zou ze in staat moeten zijn de toekomst te voorspellen. Ze zou moeten voorspellen dat deze onwetendheid voor altijd zal blijven bestaan, niet alleen in de komende decade of eeuw, maar zolang als mensen of hun evolutionaire opvolgers zullen bestaan om hun wetenschappelijk onderzoek voort te zetten.

4 – De intelligente ontwerper van theïstische anti-evolutionisten
Ongeveer zeventienhonderd jaar geleden veroordeelde St. Augustinus degenen die de Bijbel gebruikten om wetenschap aan te vallen. In “De letterlijke betekenis van Genesis (boek 1, hoofdstuk 19) schreef hij:

“Vaak weet een niet-christen iets over de aarde, de hemelen, en andere delen van de wereld, over de bewegingen van de sterren en zelfs hun afmetingen en afstanden, …. en heeft hij deze wetenschap met zekerheid door rede en ervaring. Het is daarom kwetsend en schandelijk voor een ongelovige om een christen nonsens te horen spreken over zulke dingen, bewerend dat wat hij zegt gebaseerd is op de Bijbel.

We horen alles te doen wat we kunnen om zulk een gênante situatie te vermijden, welke mensen zien als onwetendheid in de christen en hem uitlachen. Roekeloze en aanmatigende vertolkers van de Heilige Schrift veroorzaken veel schade als ze betrapt worden op hun kwetsende meningen door diegenen die niet gehouden zijn aan onze heilige teksten. En zelfs nog meer wanneer ze hun onverantwoordelijke en duidelijk onware verklaringen proberen te verdedigen door een stortvloed van woorden uit de Heilige Schrift citeren, en zelfs uit het hoofd passages opzeggen waarvan zij denken dat die hun zaak zullen steunen “Zij willen de wet van God onderwijzen, maar weten niet wat ze zeggen en begrijpen niets van wat ze zo stellig beweren.” (1 Thimoteus 1:7).

Ondanks Augustinus’s waarschuwende woorden, vervolgen theïstische anti-evolutionisten hun kruistocht. Onder de meer intellectualistische van hen zijn twee bekende filosofen, Alvin Plantinga en Peter van Inwagen.

Net als de IDT theoretici zojuist besproken, vertrouwen deze filosofen voor het grootste deel op min of meer subtiele beroepen op argumenten van onwetendheid. Vooral Plantinga mag graag gebruik maken van waarschijnlijkheidsargumenten tegen de evolutietheorie. Maar de beiden waarmee ik bekend ben zijn erg gebrekkig. Zijn argument in hoofdstuk 12 van “Warrant and Proper Function” veronderstelt dat evolutie metafysisch naturalisme impliceert en dat dit inconsistent is met theïsme. Maar zoals we hebben gezien, hoewel onbeperkt metafysisch naturalisme inderdaad inconsistent is met theïsme, impliceert evolutie alleen beperkt naturalisme, dat dit niet is. Nogmaals, in zijn scriptie “When Faith and Reason Clash: Evolution and the Bible”,9) beweert hij dat alhoewel bewijzen uit de wetenschap samen met metafysisch naturalisme de evolutionaire these van gemeenschappelijke afstamming waarschijnlijk maken, bewijs uit de wetenschap samen met acceptatie van theïsme gemeenschappelijke afstamming onwaarschijnlijk maken. Nogmaals, dit faalt het beperkt naturalisme te onderscheiden van onbeperkt naturalisme. En, wanneer toegepast als argument voor bijbels theïsme, is het duidelijk niet geldig.

In tegenstelling tot Behe en Dembski, zijn Plantinga en Inwagen heel open over hun gehoudenheid aan bijbels theïsme. Zij zijn zelfverklaarde “mensen van het Woord”, mensen die geloven in bijbelse onfeilbaarheid.

Nu plaatst dit hen voor een dilemma. Hoe moeten zij het spreken over verschillende soorten die reproduceren “naar hun soort” interpreteren? Letterlijk of figuurlijk? Geen van beiden schijnt te neigen naar het letterlijke van fundamentalistische zes-dagen creationisten. Beiden denken dat een bepaalde mate van figuurlijke interpretatie toelaatbaar is.

Maar hoe kan een voorstander van de figuurlijke interpretatie het dilemma vermijden te zeggen dat God niet echt bedoelde wat hij zo duidelijk zei, of dat hij niet wist hoe hij moest zeggen wat hij bedoelde. Door voor het eerste alternatief te kiezen wordt Gods woord misleidend en God zelf een opzettelijke bedrieger gemaakt. Maar een keuze voor het tweede alternatief zou Gods taalkundige vaardigheid ontkennen.

Plantinga probeert het eerste probleem van het dilemma te omzeilen door te zeggen dat God inderdaad meent wat hij zegt, maar dat het voor ons moeilijk is uit te maken wat dat is. Maar wat is het nut van een openbaring als we niet weten wat geopenbaard wordt?

En het tweede alternatief van het dilemma dan? Inwagen probeert dat te vermijden door uit te leggen dat de boodschap van Genesis alleen aan Gods uitverkoren volk geopenbaard kon worden in het soort termen die zulke primitieve mensen zouden begrijpen. Een wetenschappelijk verantwoorde uitleg zouden zij niet begrepen hebben, daarom moest hij de simplistische – hoewel misleidende – verklaring geven die we in Genesis vinden.

Maar Inwagen faalt om God genoeg verbeelding en taalkundig vernuft toe te kennen om ze van een verklaring te voorzien die noch obscurantisch, noch onbegrijpelijk zou zijn. Hoe zo’n verklaring er uit zou zien? Wat dacht u hiervan?

“In het begin schiep God een grote bal van vuur. En uit dat vuur ontstonden na verloop van tijd de hemelen en een veelheid aan sterren. Tussen die sterren was de zon met de aarde daaromheen wentelend, en de maan die om de aarde wentelde. En uit de wateren en de klei in de aarde groeiden de zaden van alle leven. Door de tijden heen namen de zaden van leven verschillende vormen aan. Sommige groeiden tot planten.Sommige groeiden tot dieren. En anderen bleven zo klein dat het oog van de mens ze niet kon zien.

En zoals de eikel de eik wordt, zo verwekten de vroegste planten en dieren mettertijd nieuwe vormen van planten en dieren. En zoals de eik zijn takken uitreikt, zo spreidden deze nieuwe levensvormen hun takken in vele richtingen uit. Na verloop van tijd stierven veel van die takken uit en lieten hun geraamtes achter in het gesteente. Maar velen bleven zich vertakken tot aan de huidige dag. Uit de vroegste zaden van leven ontstonden aan de uiteinden van takken de vruchten van vandaag: de grassen en de oogst van het veld, de dieren die zich daaraan voeden, en de mens die zich aan beiden voedt.

En zoals een oogwenk zich verhoudt tot de levensduur van de mens, zo verhoudt zich de levensduur van vele generaties van mensen zich tot de tijd die verlopen is sinds de zaden van het leven ontstonden op het oppervlak van de aarde. En God was tevreden met alles dat gegroeid was uit de grote bal van vuur die hij had geschapen. Want alles was gegaan zoals hij het gepland had en het behoefde zijn verdere hulp of begeleiding niet meer.”

Mijn versie schetst in grote trekken een belangrijk deel van de kosmologie, astronomie en evolutie. Ze biedt de mogelijkheid voor een bestaan van miljarden jaren van het universum. Ze pleit Copernicus en Galileo vrij, voor het voorstellen van een heliocentrisch model van ons zonnestelsel. En het geeft Darwin’s evolutietheorie weer als volmaakt consistent met zowel de deïstische als de theïstische conceptie van God. Belangrijker nog, mijn versie nam me een paar minuten om te ontwerpen en uit te voeren. Terwijl God, zo vertelt men ons, een eeuwigheid had om zijn gezaghebbende, maar obscurantistische verklaring op te stellen.

Het is duidelijk dat voorstanders van figuurlijke interpretatie zoals Augustinus die verdedigt, de keuze hebben tussen het ene probleem en het andere.

Maar wat te zeggen van de voorstanders van het letterlijke, het standpunt van degenen die Isaac Asimov eens beschreef “legers van de nacht”: degenen met anti-wetenschappelijke gevoelens die geloven dat God niet alleen het universum schiep, maar dat hij dit deed op de manier en op het tijdstip zoals geopenbaard in Genesis? Deze creationisten accepteren het woord van God zoals het er staat. Zij geloven dat God inderdaad weet hoe hij moet zeggen wat hij bedoelt, en dat wanneer hij iets zegt, hij ook bedoelt wat hij zegt.

Wat kunnen we als weerwoord geven aan degenen die op deze manier openbaring – dat wil zeggen, zoals zij die opvatten – stellen tegenover het totaal van rede en ervaring, en de wetenschap die zo zorgvuldig daarop gefundeerd werd?

We kunnen ze wijzen op het feit dat er andere op openbaring gegronde religies zijn die inconsistent zijn met de hunne, en met net zulke overtuigde gelovigen. Maar dan zullen ze antwoorden dat hun geloof het enige ware is en die andere geloven dus vals zijn.

We kunnen ze wijzen op de simpele aard van veel van hun denken, op de valse dichotomie’s in de termen waarin zij zoveel van hun kwesties verpakken. Maar conceptuele helderheid zegt hen niets.

We kunnen ze wijzen op de pure bedrieglijkheid van veel van hun argumenten. Maar logica heeft geen vat op ze. Confronteer ze met een denkfout of een tegenspraak en ze zullen zeggen dat God voor de mens ondoorgrondelijk is.

We kunnen ze wijzen op de absurde anti-wetenschappelijk consequenties van hun letterlijke interpretatie. Maar ze zijn bereid ook die te slikken zonder zichtbaar ongemak. Laat me op dit laatste punt nog even uitweiden. Wanneer geconfronteerd met de fossielen van nu uitgestorven soorten zullen ze zeggen – het argument herhalend van Philip Gosse’s negentiende-eeuwse boek “Omphalos” – dat God die daar geplant heeft om ons geloof te testen. Wanneer geconfronteerd met bewijzen van de leeftijd van het universum en het feit dat licht vanuit zijn verst verwijderde regionen miljarden jaren naar ons onderweg is geweest, zullen velen zeggen dat God het universum slechts zes- tot tienduizend jaar geleden geschapen heeft, compleet met licht dat schijnbaar al naar ons onderweg was vanuit die verre sterrenstelsels. Het schijnt niet bij ze op te komen dat antwoorden als de laatste twee van God een grote bedrieger maken. Maar zou dat toch zo zijn, dan vinden ze daar ook wel weer een antwoord op.

Dus, om terug te komen op mijn vraag: Wat kan men zeggen tegen mensen van zulk onbuigzaam geloof? Wel, wat zegt men tegen een paranoïde die geen enkel bewijs accepteert tegen zijn ondoordringbaar geloofssysteem? Niet veel dat kan helpen. Wanneer de rede niet meer telt heeft men weinig ander alternatief dan de schouders op te halen en weg te gaan, in de hoop dat hij niet op een of andere manier wraak neemt.

Tot zover heb ik aangetoond dat geen van de argumenten voor intelligent ontwerp het er waarschijnlijker op maakt dat zo’n ontwerper bestaat. Nu, als laatste genadeslag, zal ik beweren dat als er zo’n ontwerper bestaat, we zouden moeten concluderen door al de tekortkomingen in zijn ontwerp, dat het meer dan waarschijnlijk is dat hij hetzij onbekwaam, hetzij boosaardig is. Kortom, ik zal de premisse’s van het argument van ontwerp (het teleologisch argument) gebruiken om te beweren dat het waarschijnlijk, zo niet zeker, is dat noch de opperst intelligente ontwerper van de deïsten, noch de almachtige en perfect goede God van de theïsten bestaat
.

F) Een teleologisch argument voor atheïsme

Hier kom ik op nogal bekend terrein. Dus ik hou het kort. En dit kan ik het best doen door eerst een paar passages te citeren uit Mark Twain’s postuum gepubliceerde boek “Letters from the Earth”10) en daar een paar opmerkingen aan toe te voegen.

1 – Satans morele verontwaardiging over het het ontwerp van zijn baas
Satan, die uit de gratie viel omdat hij onbezonnen en eerlijk genoeg was om kritiek op God te hebben, schrijft terug aan zijn collega aartsengelen Gabriël en Michaël, de andere leden van de hemelse Hoge Raad, en drukt zijn morele verontwaardiging uit over de manier hun baas de zaken geregeld heeft in het universum dat hij ontworpen en geschapen had. Hij schrijft:

“Het menselijk wezen … is samengesteld uit duizenden complexe en delicate mechanismen die hun functies harmonieus en perfect verrichten, in overeenstemming met de wetten die voor hun besturing werden ontworpen, en waarover de mens zelf geen autoriteit heeft, die niet beheerst, niet bestuurt. Voor elk van die duizenden mechanismen heeft de schepper een vijand gepland, wiens taak het is om die te teisteren, te kwellen, te achtervolgen, te beschadigen, om pijn en misère toe te brengen, en uiteindelijke vernietiging.

Niets wordt over het hoofd gezien. Vanaf de wieg tot aan het graf zijn deze vijanden altijd aan het werk; zij kennen geen rust, nacht of dag. Zij zijn een leger: een georganiseerd leger; een belegerend leger; een aanvallend leger; een leger dat paraat is, oplettend, gretig, genadeloos; het is het Grote Leger van de Schepper, en hij is de Opperbevelhebber. Langs de frontlinie wapperen zijn afgrijselijke banieren hun opschriften in het gezicht van de zon: Rampen, Ziektes en de rest.

Ziekte! Dat is de hoofdmacht, de ijverige macht, de vernietigende macht! Ze valt de zuigeling aan het moment dat die wordt geboren … Ze achtervolgt het kind tot in zijn jeugd … Ze jaagt op de jongeling tot aan zijn volwassenheid, vanaf zijn volwassenheid tot aan zijn ouderdom, en vanaf zijn ouderdom tot aan het graf.

Met deze kennis beschikbaar, willen jullie nu proberen te raden wat de belangrijkste koosnaam is die de mens toekent aan deze meedogenloze Opperbevelhebber? Ik zal jullie de moeite besparen – maar dan moet je niet lachen. Dat is Onze Vader in de Hemelen! Wat denken jullie van de menselijke geest? Ik bedoel, ingeval jullie denken dat een menselijke geest bestaat.”

Nu zal duidelijk zijn dat deze aanklacht tegen een ontwerper-god onverminderd van toepassing blijft hoe we ons die intelligente ontwerper ook voorstellen: hetzij als de god van het deïsme, of als die van de verscheidene vormen van theïsme.

Ook is duidelijk dat Mark Twain, met Satan als zijn spreekbuis, heel lang zou kunnen hebben doorgegaan om voorbeelden van de ziektes te geven waarmee God ons aanpakt. Hij kiest er twee om hun fatale gevolgen te kunnen schetsen: mijnworm en slaapziekte. Maar hij had verder kunnen gaan met een lijst van andere exquisiet ontworpen ziektes die alleen mensen aantasten: SARS, mazelen, longinfectie, tyfus, tyfeuze koorts, pokken, melaatsheid, polio, vijf types syfilis en gonorroe, AIDS, geelzucht, gordelroos, vier soorten malaria parasieten, twee types lintworm, darmworm, drie overbrengers van filariasis, twee soorten van schistosomiasis, draadworm, drie soorten luizen