BEREN

°

BEREN ( ursidae).docx (2.6 MB) <– archief 

Bears ,

WIST U DAT……de mens de holenbeer waarschijnlijk dakloos maakte?

Arctotherium angustidens

De restanten van de grootste beer ooit

ontdekt 01 februari 2011

Bronmateriaal:
World’s largest known bear identified” - News.discovery.com

http://www.scientias.nl/uitgestorven-beren-gevonden-in-een-onderwatergrot/19273

Een foto van een brilbeer. Waarschijnlijk leek de Arctotherium-beer op de brilbeer.

Agriotherium africanum.

Oude ( tot nu toe grootse )beer  met  grote bijtkracht …

Ontroont in grote  de  arcotherium  angustidens (zie hierboven )

04 november 2011

 04 november 2011   2

We mogen blij zijn dat hij is uitgestorven: de grootste beer die ooit geleefd heeft, blijkt nu ook de sterkste kaken te hebben.

Onderzoekers bestudeerden schedels van de Agriotherium africanum. Ook maakten ze 3D-beelden van de schedel om vast te stellen hoeveel druk er op de schedel van de beer kon worden uitgeoefend en hoe sterk de kaken nu echt waren. De resultaten zijn terug te vinden in het blad Journal of Zoology.

Sterk
“Onze analyse laat zien dat Agriotherium africanum een enorm sterke beet had,” vertelt onderzoeker Stephen Wroe. “Onze analyse laat zien dat het (de beer, red.) de sterkste beet van elk bekend landdier dat tot op heden is bestudeerd, had.” De beer kon de grootste kracht uitoefenen met zijn grote hoektanden.

A. africanum

De A. africanum leefde zo’n vijf miljoen jaar geleden. De beer kwam voornamelijk in Afrika voor. Het moet een gigantische verschijning zijn geweest met een lengte van 2,7 meter.

Hypercarnivoor?
“Er is geen twijfel over mogelijk dat dit beest de kracht had om vrijwel alles wat het te pakken kon krijgen, te doden. De beer kan op andere roofdieren hebben gejaagd, maar het kan ook een heel effectieve aaseter zijn geweest.” Mogelijk was de beer een ‘hypercarnivoor’. Dat betekent dat hij voor een beer uitzonderlijk veel vlees at.

De onderzoekers bestudeerden niet alleen de grote beer , maar keken ook naar de kaken van de ijsbeer en panda. Daaruit blijkt dat de ijsbeer de zwakste beet heeft. Mogelijk zelfs de zwakste beet van alle levende beren. Logisch: de ijsbeer eet voornamelijk zacht voedsel.

Bijvoorbeeld zeehonden.

“Je kunt het (de ijsbeer, red.) waarschijnlijk beter categoriseren als een gespecialiseerde vetzuiger in plaats van een echte vleeseter.”

De panda daarentegen kan wel wat meer hebben. De schedel van een panda kan veel meer druk verwerken. Ook dat is goed te verklaren: het beest moet lang en veel kauwen om bamboe te kunnen verwerken. 

Bronmateriaal:
Ancient bear had the strongest bite” - BBC.co.uk
De foto bovenaan dit artikel laat de kaak zien. Foto: via BBC.co.uk.

°

Hart van beer werkt heel anders tijdens winterslaap

08 februari 2011 2

Een grizzlybeer gaat elk jaar zo’n vijf tot zes maanden in winterslaap. Zijn hartslag daalt in die periode van 84 naar 19 slagen per minuut. Normaal gesproken zou zo’n lage frequentie tot hartfalen leiden, maar de grizzly heeft daar iets op bedacht, zo blijkt uit een nieuwe studie. Het lijf van de beer gaat een andere soort proteïnen produceren om de winterslaap zonder kleerscheuren te overleven.

Door de lage hartslag verzamelt het bloed zich in de vier hartkamers en deze kamers zetten langzaamaan uit. De spieren worden zodoende zwakker en minder efficiënt. En dat leidt weer tot hartziektes. Maar niet bij de beer. “Beren zijn in staat om dat te vermijden,” vertelt onderzoeker Bryan Rourke.

Spieren
De onderzoekers stelden eerder al vast dat de spieren van de linker hartkamer van de beer tijdens de winterslaap stijf werden. Zo wordt voorkomen dat deze uitrekken. Maar die verstijving heeft nadelen. Het wordt namelijk lastiger om bloed door te pompen, doordat de kamer zo stijf is. “We bedachten dat er een soort mechanisme moet zijn dat ervoor zorgt dat de spier in de kamer niet slijt.”

Proteïne
De onderzoekers bestudeerden de harten van zowel wilde als in gevangenschap levende beren en ontdekten dat de beer zichzelf goed weet te beschermen. De samentrekking van spieren in het hart wordt geregeld door een proteïne. Dit proteïne komt in twee varianten voor: alfa en bèta. De alfa-versie produceert een snelle, maar iets zwakkere samentrekking dan de bèta. “We ontdekten dat de spier in de linkse kamer tijdens de winterslaap meer alfa-proteïnen produceert en dat resulteert in een iets zwakkere hartslag. Die kleinere kracht zorgt ervoor dat de kamer niet beschadigd raakt.” Zodra de beren wakker worden, winnen de bèta-proteïnen weer terrein en trekt het hart zich op een ‘normale’ manier samen.

De studie kan ook implicaties hebben voor mensen, zo menen de wetenschappers. “Beren zijn geen perfect model voor mensen, maar de manier waarop het hart van een beer verandert, kan ons helpen om menselijke ziektes te begrijpen.”

Bronmateriaal:
A change of heart keeps bears healthy while hibernating” - Eurekalert.org

Bruine beer met gereedschap gespot

p 05 maart 2012   10

Wetenschappers zijn voor het eerst getuige geweest van een wilde bruine beer die met gereedschappen werkt.

Dat is te lezen in het blad Animal Cognition. Onderzoeker Volker B. Deecke bestudeerde een volwassen bruine beer in het zuidoosten van Alaska toen hij de ontdekking deed.

Stenen
De beer pakte wat stenen uit het water en gebruikte deze om zijn nek te ‘masseren’. Ook krabde de beer met de stenen over zijn snuit. Waarschijnlijk had het dier last van een geïrriteerde huid. Het is echter ook mogelijk dat hij de gereedschappen gebruikte om voedselresten uit zijn vacht te verwijderen.

Voor het eerst
Het is reeds bekend dat beren stenen gebruiken om jeuk te verhelpen. Maar het gaat dan om grote stenen waar de beer zijn lichaam tegenaan schuurt. Het is voor het eerst dat onderzoekers er getuige van zijn dat een beer de stenen echt zelf te hand neemt.

Handig
De bruine beer in kwestie ging overigens heel handig met de stenen om. Dat wijst erop dat de dieren in staat zijn om vaardigheden die nodig zijn om gereedschappen te gebruiken, kunnen leren.

Op deze foto’s van Deecke is goed te zien hoe een beer de steen opvist, laat vallen, opnieuw opvist en gebruikt om te krabben. Foto: Volker Deecke (via Livescience.com).

°
Uit eerder onderzoek is al gebleken dat ook primaten heel handig zijn met gereedschappen. Naast primaten zijn er slechts vier diersoorten bekend die gereedschappen gebruiken. De bruine beer is er daar dus één van. De onderzoekers hopen in de toekomst meer te weten te komen over het gebruik van gereedschappen onder beren.

Weet U dat  … kraaien en mogelijk ook vissen gereedschappen gebruiken?  Ook  papegaaien (kaketoes )  zijn  handige  jongens

   <–Archief

zie ook

Intelligente neven en nichten doc   <–archief

LIFE  CAM   

http://explore.org/channels/bears/view-all/

Screen shot 2013-07-16 at 12.25.58 PM

http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2013/07/16/bearsalmon-cam/

  • Marsicaanse bruine beer op randje uitsterven
 09 mei 2011   0

 Een subsoort (= ras )  met nog maar vijftig leden.

In de jaren ’80 leefden er in Italië nog zo’n honderd Marsicaanse bruine beren. Maar anno 2011 zijn hun aantallen gehalveerd en leven er in twee nationale parken nog maar vijftig exemplaren. Dat is te weinig om het ras  in stand te houden, zo concluderen experts.

Mens
Dat het  ras het zo moeilijk heeft, heeft met diverse factoren te maken. Belangrijkste reden is dat de mens steeds dichter bij de beer komt te wonen waardoor confrontaties niet kunnen uitblijven. En de beer verliest keer op keer. Zo zijn er nogal wat beren verongelukt doordat ze in botsing kwamen met een auto. En met behulp van gif maken jagers regelmatig beren af.

Mensenvriend
De beren zijn inmiddels zo aan mensen gewend dat ze er niet echt bang meer voor zijn. Het resultaat? De dieren komen de dorpen binnen en richten een hoop schade aan. Op die manier gooien ze hun eigen glazen in, want mensen pikken het niet langer en nemen het recht in eigen hand.

Om de beren zover te krijgen dat ze van de dorpen vandaan blijven, zijn duizenden fruitbomen in de nationale parken geplaatst. Zo moet de schade die beren jaarlijks aanrichten (met een waarde van zo’n 50.000 euro) worden teruggedrongen. En het zou de soort tegen de mens moeten beschermen. Maar of het genoeg is? Experts hebben hun twijfels.

Bronmateriaal:
Extinction Likely for World’s Rarest Bear Subspecies” - Scientificamerican.com

°

 

Eén, twee, drie, vier: ook zwarte beren kunnen tellen

 18 juni 2012 1

Voor het eerst is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat ook zwarte beren in staat zijn om hoeveelheden te schatten en op basis van die schatting een keuze te maken.

De onderzoekers verzamelden drie Amerikaanse zwarte beren (Ursus Americanus) en zetten ze voor een computerscherm. De beren kregen twee groepen stippen te zien en moesten een keuze maken. Eén beer kreeg een beloning wanneer hij de grootste groep aanraakte. De andere twee groepen werden beloond als ze de kleinste groep aanraakten. En uit het experiment bleek dat de beren daar prima tot in staat waren.

Nog een experiment
Om er zeker van te zijn dat de beren ‘telden’, werd het de dieren wat lastiger gemaakt. Zo volgden de stippen niet altijd hetzelfde patroon: soms waren er bijvoorbeeld minder stippen, maar waren deze wel groter en namen deze dus meer ruimte in beslag. Soms waren er meer stippen, maar waren deze kleiner en vulden ze het scherm dus niet zo snel. Ook bewogen de stippen soms.

 

Resultaten
Eén beer zelfs als de stippen bewogen in staat te zijn om de grootste hoeveelheid aan te wijzen. Wel had de beer daar ietsje meer moeite mee dan wanneer de stippen niet bewogen. En ook wanneer de stippen groter of kleiner werden afgebeeld, kon deze nog aanwijzen welke groep de meeste stippen telde. Voor de onderzoekers het bewijs dat de beren echt een soort van ‘telden’ en niet zomaar kiezen voor iets wat er groter of als zijnde meer uitziet, want dan hadden ze moeite moeten hebben met stippen die groter of kleiner werden afgebeeld.

Onderscheid
“Dit is de eerste demonstratie van het schatten van hoeveelheden onder beren,” zo concluderen de onderzoekers in het blad Animal Cognition. De beren lijken daarbij ook wel naar het gebied te kijken dat objecten beslaan, maar laten zich vooral leiden door het aantal objecten an sich. De beer kan dus onderscheid maken tussen verschillende objecten (in dit geval stippen). Wel presteerden de dieren beter wanneer ze de opdracht kregen om de grootste hoeveelheid aan te wijzen.

Uit eerdere onderzoeken was al gebleken dat ook diverse apen in staat zijn om te tellen. Deze studie wijst erop dat beren daar minstens net zo goed in zijn.

Bronmateriaal:
Bears ‘count’ too: quantity estimation and comparison in black bears, Ursus americanus” - Animal Cognition
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door U.S. National Oceanic and Atmospheric Administration (via Wikimedia Commons).

Zwarte beer blijft opvallend warm tijdens winterslaap

 18 februari 2011   0

Wanneer een beer in winterslaap is dan vertraagt zijn stofwisseling met wel 25 procent. Wetenschappers dachten dan ook dat het lichaam van het dier ongeveer in dezelfde mate als de stofwisseling vertraagt, af moest koelen. Maar dat blijkt onjuist: de beer weet een temperatuur van zo’n 33 graden Celsius te handhaven. En daar kunnen wij mensen nog een hoop van leren!

De onderzoekers bestudeerden de stofwisseling, de hartslag, de lichaamstemperatuur en de hersenactiviteit van de beren. Zoals verwacht was de stofwisseling flink vertraagd, maar de lichaamstemperatuur daalde relatief weinig.

Stofwisseling
“We verwachtten dat de beperkte stofwisseling parallel zou lopen aan de daling van de temperatuur,” legt onderzoeker Craig Heller uit. Bij kleinere dieren die er een winterslaap op na houden, is dat namelijk wel zo. “In dit geval lijkt een groot deel van de afname in stofwisseling los te staan van de daling in temperatuur. Dat wijst erop dat een biochemisch mechanisme de stofwisseling onderdrukt.”

Mechanisme
Hoe dat mechanisme precies werkt, is nog onduidelijk. Maar dat de dieren het zo aanpakken, is ergens logisch. Een kleiner dier heeft minder moeite om zijn lichaam na de winterslaap weer op temperatuur te brengen en bij de start van de winterslaap weer te verlagen. Voor de grote zwarte beer is die cyclus lastiger, zo legt bioloog Peter Klopfer aan de hand van een voorbeeld uit. “Als je een hot tub in een koud klimaat zet dan is het in de meeste gevallen goedkoper om deze warm te houden in plaats van elke keer af te laten koelen en weer op te warmen.”

De trucjes van de beer in winterslaap zijn van grote waarde voor ons mensen. “Tijdens de zeven maanden inactiviteit worden de spieren of botten van de beren niet minder,” vertelt Heller. Als we erachter kunnen komen hoe de dieren hun lichaam zo goed weten te beschermen, kunnen we dat gebruiken in de medische wetenschap. Zo zouden mensen die ongeneeslijk ziek zijn in een soort winterslaap kunnen worden gehouden totdat er een behandeling is. Of astronauten zouden op lange reizen kunnen slapen om zo te voorkomen dat hun lichaam onder de reis lijdt.

Bronmateriaal:
Sleepy black bears stay warm through the winter” - Newscientist.com

Beer heelt zijn wonden tijdens winterslaap

Geschreven op 21 maart 2012 om 09:37 uur door 2

Wetenschappers hebben ontdekt dat wondjes die een beer voor of tijdens de winterslaap oploopt in de winterslaap verdwijnen.

Dat schrijven de onderzoekers in het blad Integrative Zoology. Ze baseren hun conclusies op observaties onder Amerikaanse zwarte beren.

Amper littekens
Wondjes die de beren in een vroeg stadium van hun winterslaap opliepen, waren aan het einde van hun winterslaap (na twee tot drie maanden) helemaal genezen. In veel gevallen was er op de plaats van de wond zelfs al haar te vinden en was er vrijwel geen sprake van een litteken. En dat is opvallend. Want tijdens de winterslaap eet, drinkt, plast en poept een beer niet. Ook is de lichaamstemperatuur van de beer heel laag (zo’n 30 tot 35 graden Celsius). Niet de ultieme gelegenheid om energie te besteden aan het helen van wonden, zou u denken.

 

Voordeel
Maar het tegendeel is waar. En dat is maar goed ook, zo leggen de onderzoekers in hun paper uit. “Het helende vermogen van zwarte beren in winterslaap is een duidelijk voordeel wanneer dieren kort voor of tijdens de winterslaap gewond raken.”

Hoe het helingsproces tijdens de winterslaap in gang wordt gezet, is nog niet helemaal duidelijk. De onderzoekers hopen dat in de toekomst uit te gaan zoeken. Want wij mensen kunnen daar nog wel eens baat bij hebben. Mogelijk kunnen we van de beren leren hoe we mensen die ondervoed en/of onderkoeld zijn het snelst kunnen genezen.

Ook kunnen de beren ons leren hoe we wonden zonder al te erge littekens kunnen laten helen.

  • de beren zijn echter  wereldwijd  met uitsterven bedreigd;  nog even en de beren kunnen helemaal  niet meer gebruikt worden voor ” onderzoek  naar wat de mens “ten goede” zal komen.”

    • in China worden zelfs   beren( en tijger )  farmen opgezet , zodat ze ook als de beren en tijgers ( mede door het chinese toedoen )   uitsterven  hun gal kunnen  blijven aftappen, en beren nagels kunnen uittrekken,tijgerpenissen kunnen   blijven   bemachtigen en  tijgersoep kunnen blijven   koken van hun beenderen  , om dan te verwerken in  de volksmedicaties van de pseudowetenschap/geneeskunde ( samen met   gestroopte gemalen neushoorn  )  ,  “ten goede van de goedgelovige   inboorlingen ( ook op zoek naar potentie verhogende middeltjes )

      ….om nog maar te zwijgen van de  gastronomische  “wild”delicatesse  “berepoten ” in trek in grote delen van azie ….

      bruine beer “berepoten ” verhandeld door smokkelaars

       

      ° De Chinese keuken gebruikt al eeuwenlang berenpoten als ingrediënt , ook wordt het als duur geschenk gegeven.
      °  Berenboerderijen maken de situatie alleen maar erger omdat ze de poten illegaal verkopen, wat de handel doet toenemen…..

      http://www.hln.be/hln/nl/2661/Dieren/article/detail/1654399/2013/06/18/Russische-smokkelaars-met-213-berenpoten-betrapt.dhtml

Bronmateriaal:
Wound healing during hibernation by black bears (Ursus americanus) in the wild: elicitation of reduced scar formation” - Integrative Zoology
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Alan Vernon (cc via Flickr.com).


Hybriden brengen ijsbeer op randje van afgrond

 16 december 2010  6

Biologen waarschuwen in het Britse wetenschappelijke blad Nature dat de ijsbeer met uitsterven bedreigd wordt. Door de opwarming van de aarde betreden steeds meer grizzlyberen het leefgebied van de ijsberen. Vervolgens gaan deze dieren paren, waardoor zogenaamde hybriden ontstaan. Hierdoor krimpt de populatie ijsberen, waardoor dit dier op lange termijn kan uitsterven.

Hybriden

In april schoot een Canadese jager een hybride beer dood. De neergeschoten beer had een dikke witte vacht, net zoals een ijsbeer. Toch had het dier een brede kop, bruine poten en bruine klauwen, net zoals een grizzlybeer. Het dier bleek het resultaat te zijn van een paring tussen een vrouwelijke grizzlybeer-ijsbeer-hybride en een mannelijke grizzlybeer. De moeder van de beer was een eerste generatie hybride (het resultaat van een kruising tussen een ijsbeer en een grizzlybeer). De doodgeschoten beer was het kind van een hybride moeder en dus een tweede generatie hybride.

NAUW  VERWANT

https://www.sciencemag.org/content/336/6079/344.figures-only

of

Polar bear mtDNA science[1]  <—PDF

°

Vijandige grizzly’s
De geboorte van hybriden is geen nieuw verschijnsel. In het Canadese Wapusk National Park, waar normaal enkel poolberen leven, is tussen 1996 en 2008 negen keer een grizzlybeer gezien. Naast het paren met ijsberen is er sprake van een ander groot probleem. Robert F. Rockwell van de City Universiteit in New York beweert dat grizzlyberen vijandig zijn:

Het is mogelijk dat grizzlyberen jonge poolbeertjes doden. Zowel grizzlyberen als poolberen komen dezelfde tijd uit hun winterslaap.”

Geen goede zwemmers
In de nieuwste editie van Nature schotelen biologen nog een derde probleem voor. Poolberen jagen op zeehonden en daarvoor moeten zij het water in. Grizzlyberen zijn echter geen goede zwemmers. Hybride ijsberen kunnen dus wellicht niet overleven in de buurt van de noordpool als zij de morfologie van een grizzlybeer overnemen.

Broeikaseffect
Het noordpoolgebied wordt volgens wetenschappers twee tot drie keer harder geraakt door het broeikaseffect dan andere gebieden op aarde. Daarom zullen de gevolgen voor ijsberen nog groter zijn. Zo krimpt de Arctische ijskap met als gevolg dat de ijsbeer op lange termijn zijn leefgebied moet verlaten.

Oplossing?
Zijn er al concrete oplossingen? Nee, op dit moment niet.

Wellicht is het een idee om een speciaal natuurpark voor ijsberen te maken, dat grizzlyberen niet kunnen betreden.

Bronmateriaal:
Inter-species mating could doom polar bear: experts” - Yahoo

ijSBEER  GRIZZLY  GROLAR

  • Beide  verwante  beer soorten stammen met zekerheid af van 1 en dezelfde voorouderlijke   soort, gezien ze beide kunnen paren, nakomelingen geven en deze zijn dan nog eens vruchtbaar.
    In dit geval spreken we nog even over kruisingen, toch binnen enkele generaties spreken we over een nieuwe soort.
    Heel waarschijnlijk gaat deze nieuwe soort zich gaan vestigen op de rand van ijs-sneeuw en het groenere land gedeelte…lijkt me het perfectie biotoop voor deze nieuwe soort.( als de mens ze nog genoeg plaats gunt en ze niet  opnieuw snel  moeten verhuizen  )Evolutie van heel dicht bij, soorten verdwijnen en nieuwe komen in de plaats..adapt or die out.Maar  hoe dan ook  verdwijnt de ijsbeer zoals we hem nu nog kennen  :………dat is een  verarming van zowel de (huidige )biodiversiteit als van de menselijke  culturen die de ijsbeer kennen   ( denk maar aan de eskimo’s )   :

    •  Dat is het  beschamend resultaat van de over-industrialisatie door de mens, en daardoor de ontdooing van de hele aarde, zelfs Siberie.

      The point of no return is  waarschijnlijk al  bereikt, ook al zou de hele wereld vandaag stoppen met CO2 uitstoot..

    °  Evolutie is  inderdaad   een natuurlijk proces … dit soort (massa) uitstervingen echter  ( waar de ijsbeer een opvallend voorbeeld van kan worden )  is veroorzaakt door de overdonderende   menselijke aanwezigheid  die van langs om meer een globale overbevolking  bewerktstelligde en een steeds grotere ecologische voetafdruk achterlaat    …. zeker het vooruitgangs- en  ongbreidelde groei idee   zal  vroeg op laat   op deze planeet  stuiten  op de   inperkende  grenzen …..en deze klimaatsverandering is wel degelijk antropogeen( =  de mens is de druppel die de emmer doet overlopen )De aarde en de biosfeer zullen dat  wél (weliswaar  erg  gehavend  en uitgedund , maar herstelbaar   ) overleven, zoals dat al eerder voorkwam in de geologische geschiedenis   … De menselijke  leefwereld ( onze biologische niche ) echter niet  ...

Arctische  hybriden

Schedel van ijsbeer zware handicap bij omschakeling  naar ander klimaat

30 november 2010   8

Wetenschappers hebben een computersimulatie gemaakt van de schedel van een ijsbeer en de kracht die deze tijdens het eten te verduren krijgt. Ze ontdekten dat de schedel zeer zwak is. Dat betekent dat de ijsbeer alleen maar zacht voedsel kan nuttigen. Slecht nieuws, nu kieskeurigheid mede door het veranderende klimaat en de oprukkende grizzlybeer geen optie meer is.

De ijsbeer stamt af van de bruine beer en evolueerde de afgelopen miljoenen jaren tot een heel nieuwe soort. Zo zijn ijsberen de enige beren die alleen maar vlees eten. Hun dieet bestaat voornamelijk uit zacht zeehondenvlees. Dat zachte dieet heeft ervoor gezorgd dat hun schedel door de miljoenen jaren heen zwakker is geworden; een sterke schedel is immers alleen nodig als er veel gevochten moet worden of als er veel kracht nodig is om voedsel te kauwen.

Kiezen
Door het dieet raakten de ijsberen ook hun sterke, malende kiezen kwijt. Al die veranderingen kunnen de beren nu de kop kosten, zo concluderen de onderzoekers van de universiteit van Californië.

Grizzlybeer

Grizzlyberen – familieleden van de bruine beer – trekken sinds 1996 namelijk steeds verder naar het noorden. Ze nemen het leefgebied van de ijsberen in en de competitie om voedsel barst los. Die strijd wordt overduidelijk verloren door de ijsbeer: diens zwakke schedel is niet geschikt om te vechten of een ander dieet te kiezen.

Daarbij zorgt de klimaatverandering er nog eens voor dat ijsberen hun leefgebied door smeltend ijs steeds kleiner zien worden.

De grote vraag is: kan de beer zich aanpassen? Bijvoorbeeld door een ander dieet aan te nemen of tegenstanders – zoals de grizzlybeer – op afstand te houden? De onderzoekers denken van niet.

De zwakke schedel kan wel eens de nekslag zijn voor het bedreigde dier

Bronmateriaal:
Polar bear skulls can’t take the stress” - News.discovery.com

°

25 juli 2012

Vroegere klimaatverandering zichtbaar in DNA bruine beren

De aanwezigheid van DNA van de ijsbeer in dat van de bruine beer verraadt vroeger contact tijdens warmere periodes.

Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers van de Universiteit van Pennsylvania en Buffalo deze week in PNAS.
De wetenschappers namen bloed af van verschillende ijsberen en bruine en zwarte beren en isoleerden daar DNA uit. Ook haalden ze DNA uit een monster van een ijsbeer die circa 120.000 jaar geleden leefde.

Van alle monsters werd vervolgens de volgorde van het DNA bepaald.

Seksueel contact

Uit de analyse van de DNA-volgordes bleek dat ijsberen al 4 tot 5 miljoen jaar geleden afscheidden van hun meest naast verwanten, de bruine beer. Opvallend was dat bij een aantal van de meeste noordelijk levende bruine beren, specifiek die in Alaska, sporen gevonden werden van jonger ijsbeer-DNA, tot wel 10 procent.

Dat betekent dat er na de initiële splitsing van de soorten nog weer seksueel contact is geweest tussen de ijsbeer en de bruine beer.

Volgens de onderzoekers kan dat alleen maar plaats hebben gevonden tijdens een warmere periode, als de leefomgeving van de bruine beer en de ijsbeer overlap vertoont. Het ijsbeer-DNA in de bruine beer is daarmee een afdruk van klimaatverandering.

Opgaan

Nu het klimaat opwarmt, verwachten de onderzoekers dat het contact binnenkort ook weer plaats kan gaan vinden. Als dat contact lang genoeg duurt, kan een van de soorten opgaan in de andere. Vanwege de kleine populatie en de al aanwezige gebrekkige genetische diversiteit bij de ijsbeer, loopt vooral die het gevaar te verdwijnen, zo concluderen de onderzoekers.

Door: NU.nl/Hidde Boersma

IJsbeer zwemt 687 kilometer tijdens zoektocht naar ijs

 25 januari 2011 r 3

De ijsbeer heeft het niet gemakkelijk. Het dier heeft ijs nodig om te kunnen jagen.

En als dat er niet is..tja, dan moet ernaar gezocht worden. Wetenschappers volgden een ijsbeer op diens zoektocht en waren er getuige van hoe het dier maar liefst negen dagen rondzwom en in die periode zo’n 687 kilometer aan één stuk aflegde. Indrukwekkend, maar vooral levensgevaarlijk.

IJsberen zijn echte landdieren. Maar om op zeehonden te jagen, verlaten ze het land en zwemmen ze naar drijvende stukken ijs. De afstand die ze daarbij af moeten leggen, wordt steeds groter, omdat steeds meer ijs smelt.

De onderzoekers zagen tot hun stomme verbazing dat de ijsbeer in staat is om negen dagen lang in ijskoud water (twee tot zes graden Celsius) rond te zwemmen. In totaal zocht het dier twee maanden lang naar een geschikte jachtplaats. De lange reis ging het dier niet in de koude kleren zitten.

Het vrouwtje verloor 22 procent van haar lichaamsgewicht en haar jong was overduidelijk nog niet klaar voor zo’n lange, koude reis en stierf.

Polar bear and cub (c) Andrew Wilson / naturespicsonline.com

Swimming long distances puts cubs at  severe risk

De wetenschappers bestudeerden de ijsberen rondom de Beaufortzee. Juist in dit gebied hebben de dieren het moeilijk. De zomers zijn er relatief warm, waardoor meer ijs smelt dan er in de winter bijkomt. De afstanden die de ijsberen in hun zoektocht naar voedsel moeten afleggen, groeien gestaag.

A polar bear swimming in Arctic waters (c) Mila Zinkova

Bronmateriaal:
Polar bear’s epic nine day swim in search of sea ice” - News.bbc.co.uk

het artikel: http://www.springerlink.com/co…

Steeds minder jonge ijsberen door vroeg smeltend ijs

Geschreven op 09 februari 2011 om 11:38 uur door 3

Het ijs in de Noordelijke IJszee neemt af en dat heeft grote gevolgen voor de ijsberen in de Hudsonbaai, zo blijkt uit nieuw onderzoek. Er worden steeds minder jonge ijsberen geboren. Als de trend doorzet, kunnen de ijsberen hier wel eens verdwijnen. Bovendien zijn de wetenschappers bang dat de populaties op de gehele noordpool op korte termijn ook deze problemen krijgen.

Wetenschappers van de universiteit van Alberta bestudeerden de hoeveelheid zee-ijs en jonge ijsberen gedurende lange tijd. Ze ontdekten dat de temperaturen in de Hudsonbaai opliepen, het ijs sneller begon te smelten en het aantal jonge ijsberen afnam.

Zwanger
Wanneer ijsberen zwanger zijn, verstoppen ze zich een tijdje en eten ze gedurende acht maanden niet. Om zolang zonder eten te kunnen, moeten ze voorafgaand aan hun zwangerschap flink eten. Dat doen ze door intensief te jagen. IJs is daarbij hard nodig: de beren gebruiken het om zeehonden in diepere wateren te vangen. Doordat de lente steeds eerder begint en het ijs steeds eerder smelt, wordt het jachtseizoen steeds korter. De moeders kunnen daardoor minder vet verzamelen en zijn niet in staat om acht maanden zonder voedsel te overleven.

Model
Met behulp van wiskundige modellen brachten wetenschappers de exacte impact van het terugtrekkende ijs in beeld. Als het ijs in de Hudsonbaai een maand eerder dan in de jaren ’90 verdwijnt, dan is tussen de 40 en 73 procent van de zwangere ijsberen niet in staat om een gezond jong op de wereld te zetten. Als het ijs zich twee maanden eerder verdwijnt, lukt het zelfs 55 tot 100 procent van de zwangere beren niet om te jongen.

Zuidelijk
De ijsberen in de Hudsonbaai zijn de meest zuidelijke populatie. Het is dan ook logisch dat zij als eerste door de klimaatverandering worden getroffen. Wetenschappers zijn bang dat het scenario dat zich nu in de baai voltrekt later ook op de noordpool gaat plaatsvinden.

Het complete onderzoek is terug te vinden in het blad Nature Communications.

Bronmateriaal:
Loss of Arctic Ice Imperils Polar Bear Births” - Ouramazingplanet.com

Panda dineert met bacteriën

18 oktober 2011 1

Panda’s zijn van binnen echte vleeseters en toch prima in staat om taaie grassen en bamboe te verteren. Het geheim? Bacteriën!

De panda is een mysterie. Het dier eet voornamelijk bamboe: een zeer taaie en moeilijk te verteren plant. Toch lijkt de panda er prima mee overweg te kunnen. En dat is verwonderlijk. Want het dier is geen echte planteneter. Planteneters hebben namelijk een extra lang spijsverteringskanaal. Panda’s niet. En ook enzymen die planteneters helpen om vezels van planten af te breken, missen bij de panda.

 

Bacterie
Wetenschappers vermoedden dan ook dat bacteriën in de maag van het dier ervoor zorgden dat deze toch planten kon verteren. Maar bewijs daarvoor werd nooit gevonden. Tot nu.

Dertien
Wetenschappers bestudeerden de uitwerpselen van acht reuzenpanda’s die in gevangenschap leefden. Ook werden de uitwerpselen van zeven wilde reuzenpanda’s geanalyseerd. In de uitwerpselen troffen de onderzoekers bacteriën aan die ook in de ingewanden van planteneters voorkomen. Ze vonden dertien soorten bacteriën die in staat zijn om cellulose (plantvezels) af te breken. En zeven ervan lijken enkel in panda’s voor te komen, zo is in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences te lezen.

 

Ondanks de bacteriën kunnen de panda’s nog maar weinig voedingswaarden uit planten halen. Slechts zeventien procent van hun voedsel weten ze te verteren. Het lijkt er dan ook op dat de panda er niet zo verstandig aan heeft gedaan om vegetariër te worden. Maar waarschijnlijk moest het dier wel een planteneter worden toen de mens het leefgebied van het dier innam en de panda naar grotere hoogtes dwong. Daar leefden al vele vleesetende beren en om die concurrentie uit de weg te gaan, zouden de panda’s zijn overgestapt op planten.

Bronmateriaal:
How Do Giant Pandas Survive on Bamboo?” - Nationalgeographic.com
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Becky Lai (cc via Flickr.com).

Klimaatverandering bedreigt het menu van de panda

 12 november 2012   3

Nieuw onderzoek wijst erop dat bamboe het veranderende klimaat mogelijk niet bij kan benen. En dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor de wilde panda’s in China die eigenlijk enkel bamboe op hun menu hebben staan.

De onderzoekers voorspellen met behulp van modellen hoe verschillende soorten bamboe in het noordwestelijke deel van China gaan reageren op een ander klimaat. Zelfs de meest gunstige scenario’s schetsen een somber beeld. Namelijk eentje waarin het afsterven van bamboe ervoor zorgt dat de leefgebieden die nu zeer geschikt zijn voor panda’s tegen het eind van de 21e eeuw onleefbaar zijn geworden voor de indrukwekkende beren.

Mens
Maar hoe moet het als de bamboe verdwijnt? Dan ziet het er slecht uit voor de panda, zo stellen de onderzoekers in het blad Nature Climate Change. Zij kunnen wel op zoek gaan naar een andere bron van voedsel, maar zullen daarbij in veel gevallen gehinderd worden door de mens die zich steeds dichter naar het leefgebied van de panda toe beweegt en naast het verdwijnen van bamboe een serieuze bedreiging vormt. “De populatie reuzenpanda’s wordt ook bedreigd door andere menselijke stoorzenders,” vertelt onderzoeker Mao-Ning Tuanmu. “Klimaatverandering is slechts één uitdaging waar de reuzenpanda’s mee te maken hebben.”

Panda’s in China

In het noordwestelijke deel van China leven zo’n 275 wilde panda’s. Dat is ongeveer zeventien procent van het totale aantal wilde panda’s. Wanneer zo’n groot percentage het moeilijk krijgt, kan dat een flinke klap opleveren voor de soort als geheel.

Aanpassen
Hopen dat bamboe zich bijtijds aanpast aan het nieuwe klimaat en zo toch het vege lijf nog weet te redden, lijkt vergeefse moeite. De onderzoekers wijzen erop dat bamboe slechts één keer in de 30 tot 35 jaar bloeit en zich voortplant. Hierdoor wordt het lastig voor de plant om snel te evolueren en zich aan te passen.

Andere soorten
Voor panda’s levert dat naar verwachting het grootste probleem op, omdat zij op dit moment alleen bamboe op het menu hebben staan. Maar er zijn meer diersoorten die voor hun welzijn (deels) afhankelijk zijn van bamboe. Heel wat (bedreigde) diersoorten gebruiken bamboe als bron van voedsel of als schuilplaats bij gevaar. Ook voor hen kan het afsterven van bamboe grote gevolgen hebben.

De onderzoekers hopen dat hun studie mensen helpt om de panda nog beter te beschermen tegen wat komen gaat.

“Mensen steken zeker in vergelijking met andere bedreigde soorten heel veel energie in de panda,” vertelt onderzoeker Mao-Ning Tuanmu. “Wij willen ze gegevens geven om die inspanningen in goede banen te leiden.”

Bronmateriaal:
Climate change threatens giant pandas’ bamboo buffet” - MSU.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door J. Patrick Fischer (via Wikimedia Commons).

  • Is niets  anders  dan   evolutie… niets om je zorgen over te maken
    • Als je enig idee had hoe belangrijk biodiversiteit en ecologisch
      evenwicht zijn om onze planeet leefbaar te houden, zou je zoiets niet
      zeggen. Rijkdom aan soorten en de interactie daartussen zijn hiervoor
      bittere noodzaak. De 182 landen die het Biodiversiteitsverdrag
      ondertekend hebben, denken hier gelukkig wat genuanceerder over.Leven in een artificieele  bubbel is leuk: alleen kan deze bubbel waarin de mens leeft  ook barsten en teloor gaan  … en dan ?  Paradise Lost ?

°

WASBEREN   en neusberen  …. 

neusberen

wasbeerachtigen°

http://en.wikipedia.org/wiki/Olinguito

°

Wetenschappers hebben in het Smithsonian National Museum of Natural History in Washington een nieuw roofdier ontdekt.

15 augustus 2013.

De olinguito (bassaricyon neblina) lijkt op een kruising tussen een kat en een teddybeer en leeft in de bossen van het Andesgebergte in Zuid-Amerika, meldden de wetenschappers deze week in het vakblad ZooKeys.

Het roofdier werd bij toeval ontdekt toen onderzoekers vergelijkend onderzoek deden naar verschillende berensoorten, olinguo’s. Ze merkten op dat bepaalde exemplaren in het museum afwijkende schedels en tanden hadden. Een genetische studie heeft uitgewezen dat het ook daadwerkelijk om een nieuwe soort ging.

Volgens de onderzoekers is het voor het eerst in 35 jaar dat een nieuw soort carnivoor wordt ontdekt op het westelijk halfrond. De olinguitos behoren tot de familie van wasberen (procyonidae), waar ook neusberen toe behoren.

Bestaande informatie over de dieren in het museum bleek vrij oud. De dieren waren gevangen aan het begin van de 20e eeuw. Het onderzoeksteam wilde dan ook graag onderzoeken of olinguitos nog steeds in het wild voorkomen. Tijdens een recente expeditie naar de Andes bleek dat zo te zijn.

Olinguitos have now been spotted in several different locations in the cloud forests of Ecuador and Colombia (black dots), and scientists plan to search for them in other cloud forest habitats (red area). (National Museum of Natural History)
Olinguitos have now been spotted in several different locations in the cloud forests of Ecuador and Colombia (black dots), and scientists plan to search for them in other cloud forest habitats (red area). (National Museum of Natural History)

Read more: http://www.smithsonianmag.com/science-nature/For-the-First-Time-in-35-Years-A-New-Carnivorous-Mammal-Species-is-Discovered-in-the-Western-Hemisphere–219762981.html#ixzz2c3xOxVwo
Follow us: @SmithsonianMag on Twitter

Het voortbestaan van deze (was) beer wordt echter wel bedreigd doordat een steeds groter deel van zijn leefomgeving wordt gebruikt voor bebouwing of landbouwgrond.

Geheimen

”De ontdekking van de olinguito toont ons dat de wereld nog niet volledig is onderzocht en dat niet alle fundamentele geheimen zijn onthuld”,’ zei onderzoeker Kristofer Helgen.

”Als er nog steeds nieuwe roofdieren ontdekt kunnen worden, welke verrassingen staan ons dan nog te wachten?”

Door: ANP

The olinguito, a small mammal native to South America, was announced as the first new carnivorous mammal species discovered in the American Continents in 35 years today. (Mark Gurney )
The olinguito, a small mammal native to South America, was announced as the first new carnivorous mammal species discovered in the American Continents in 35 years today. (Mark Gurney )
A comparison of olinguito skulls (far right) with those of other olingos shows their smaller size and slightly different shape. (Lauren Helgen)
A comparison of olinguito skulls (far right) with those of other olingos shows their smaller size and slightly different shape. (Lauren Helgen)
These long-furred, reddish olinguito skins in the Field Museum’s collection were the first hints that they might be a distinct species. (Lauren Helgen)
These long-furred, reddish olinguito skins in the Field Museum’s collection were the first hints that they might be a distinct species. (Lauren Helgen)

 

 

http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-23701151

http://www.livescience.com/38920-olinguito-new-species-ecuador.html

http://newsdesk.si.edu/releases/smithsonian-scientists-discover-new-species-carnivore

Pseudosuchia

 

 REPTIELEN  

Class: Reptilia
Clade: Crurotarsicrurotarsans  <—DocX      archief 
Clade: Archosauria   
Cope, 1869http://en.wikipedia.org/wiki/Archosaurs
Subgroups
Synonyms
Arctopoda Haeckel, 1895
Avesuchia Benton, 1999

PSEUDOSUCHIA

http://en.wikipedia.org/wiki/Pseudosuchia

 Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.archosaur phylogeny <—

http://www.bloggen.be/tsjokfoto/archief.php?ID=2268078


°

POOLSE   DRAAK

http://en.wikipedia.org/wiki/Smok_(archosaur)

polish_theropod smog

(Kacper Pempel/Reuters)

Onderkaak fragment /  Polish palaeontologist Doctor Tomasz Sulej of the Polish Science Academy,presents a bone of a predator” dinosaur” at the Polish Academy of Science in Warsaw, August 1, 2008. found near   Lisowice

http://www.academia.pan.pl/pdfen/system_en_34-35_sulej.pdf

(2008) 

****-

OP dezelfde vindplaats   werden ook  overblijfselen gevonden van een  dicynodon —  een reptiel dat er uitzag als een  zeer  grote  neushoorn ( maar dan zonder de hoorns ) en een   lid blijkt te zijn in de reptiel- zoogdieren lijn

“We verdenken de  “draak”  ervan dat hij dergelijke  plantenetende  reptielen  bejaagde  …  ”  zei Sulej  nog

http://test-naukawpolsce.pap.pl/en/news/news,195199,polish-team-discover-dinosaur-remains.html

Polish palaeontologist Tomasz Sulej presents the bones of dicynodonts at the Polish Academy of Science in Warsaw, August 1, 2008.   REUTERS/Kacper Pempel

http://www.reuters.com/article/2008/08/02/us-poland-dinosaur-idUSL148207720080802

http://english.sina.com/technology/p/2008/0803/175781.html

lisowice reptiles

 UPDATE 

Latere  studies hebben  aangetoond  dat  de restanten van de predator  behoren tot één enkel individu

http://chinleana.fieldofscience.com/2011/08/smok-wawelski-new-late-triassic.html

In 2008  kondigden Poolse paleontologen  aan  in 2005 een  nogal bijzondere ” theropode  dinosaurus” ontdekt  te hebben in de kleigroeve ” Lipie Śląskie clay-pit “- Formation ” – althans, dat dachten ze.

Het beest kreeg  de  naam Smok wawelski , hetgeen vertaald kan worden als “De Draak van Wawel” ( De draak  “Smaug” uit het werk van Tolkien  /de hobbit )  – een bekend sprookjesfiguur uit de Poolse folklore.

Recent  analytisch  onderzoek heeft echter uitgewezen dat Smok helemaal geen dinosaurus is!

Het is niet vreemd dat Smok aanvankelijk als” dinosaurus” ( en zelfs als een onbekende voorvaderlijke  verwant van de allosaurus  )werd beschouwd: het is immers  een groot, tweevoetig roofdier met een lichaamsbouw zoals dat van alle grote Theropoden .(1)

Smok bezit echter   eigenschappen   die bij geen enkele ( toen  bekende )  dinosaurus gevonden worden.( Wat er   oorspronkelijk  eerst   toe leide  het  fossiele dier  speculatief  te beschouwen  als een  basale voorouderlijke dino uit de theropoda lijn   )

Daarboven op  zijn er sleutel- kenmerken aanwezig  die alleen gevonden worden bij heel primitieve Archosauriërs

Kortom het was / is  een boeiende puzzel  van een  merkwaardig  beest dat leefde aan het einde van het Trias, zo’n 200 miljoen jaar geleden. Destijds moet het dier aan de top van de voedselketen gestaan hebben in het toenmalige Europa. Geen enkel ander Europees roofdier kon destijds tippen aan de indrukwekkende grootte van Smok

Een gedetailleerde analyse(2011)  van de fossiele   restanten van Smok( in het bijzonder sommige  gevonden   kenmerken van heupbeenderen  en schedel )  heeft uitgewezen dat hij wellicht behoort tot de Pseudosuchia – en wel  grof ingeschat  ,   tot de tak der krokodilachtigen onder de archosauriers

Het skelet van het beest laat bovendien  overeenkomsten zien met   bepaalde primitieve eigenschappen die bij maar weinig Archosauriërs gevonden worden.

Volgens de wetenschappers die de(nieuwere )  cladistische analyse hebben uitgevoerd moet Smok waarschijnlijk beschouwd worden als een “basaal” lid van de Pseudosuchia”…. Het laatste woord over deze kwestie  is ( zoals  altijd in dergelijke  classificatie pogingen ) nog niet gevallen maar  het is tegenwoordig wél de  algemene (finale ? ) consensus ….. 

Het dier is hoe dan ook ….een mooi staaltje van  convergente evolutie – het proces waarin diersoorten die niet nauw verwant aan elkaar zijn, bijna exact dezelfde lichaamsbouw ontwikkelen (meestal als gevolg van vergelijkbare ecologische niches).

°

Convergente evolutie  <–doc

 

°

 

 

 

 

smog II

scientificillustration: <–

A Large Predatory Archosaur from the Late Triassic of Poland. Grzegorz Niedźwiedzki, Tomasz Sulej and Jerzy Dzik. Acta Palaeontologica Polonica 57(2):267-276. 2012

http://blogs.smithsonianmag.com/dinosaur/2011/08/the-dinosaur-that-wasnt/#ixzz2Y9qtXjWn

A skeletal restoration of Smok wawelski. The black parts are missing elements of the skeleton.

From Niedźwiedzki et al,2011.      SMOG archosaur app20100045  <— pdf doi:10.4202/app.2010.0045

Niedźwiedzki, G., Sulej, T., and J. Dzik. in press A large predatory archosaur from the Late Triassic of Poland. Acta Palaeontologica Polonica
Abstract - We describe a new large predatory archosaur, Smok wawelski gen. et sp. nov., from the latest Triassic (latest Norian-early Rhaetian; approximately 205-200 Ma) of Lisowice (Lipie Śląskie clay-pit) in southern Poland.
The length of the reconstructed skeleton is 5-6 m and that of the skull 50-60 cm, making S. wawelski larger than any other known predatory archosaur from the Late Triassic and Early Jurassic of central Europe (including theropod dinosaurs and rauisuchian crurotarsans).
The holotype braincase is associated with skull, pelvic and isolated limb-bones found in close proximity (within 30 m), and we regard them as belonging to the same individual.
Large, apparently tridactyl tracks that occur in the same rock unit may have been left by animals of the same species.
The highly autapomorphic braincase shows large attachment areas for hypertrophied protractor pterygoideus muscles on the lateral surface and a wide, funnel-like region between the basal tubera and basipterygoid processes on the ventral surface.
The skeleton (cranial and postcranial) possesses some features similar to those in theropod dinosaurs and others to those in large crocodile-line archosaurs (rauisuchians), rendering phylogenetic placement of S. wawelski difficult at this time.

Figure 1. The skeleton of Smok compared to Postosuchus and other smaller archosaurs. Note the great similarity in the shape of the pelvis. 

The skull of Smok reconstructed.
(1)
Het is niet de eerste keer  dat een   tweevoetige  roof -archosaurier  met dergelijke door convergentie veroorzaakte  kenmerken , wordt verward met een theropode ( en zelfs met een voorouder van de tyrannosaurus  )
Een vroeger  voorbeeld betreft de  POSTOSUCHUS  die door Chatterlee wezrd beschouwd alsd een v oorouderlijke tyrannosauride  ….en zelfs van( om eventjes  sensationeel te doen ? )  tyrannosaurus Rex
Maar  alleen al het feit  dat Tyrannosaurus  rex in het laat-  krijt  ten tonele  verscheen  vele miljoenen jaren later dan postosuchus maakt deze claim al ongeloofwaardig  …. Uiteindelijk werd postosuchus  een raisuchia 

References:

Chatterjee, S. (1985). Postosuchus, a New Thecodontian Reptile from the Triassic of Texas and the Origin of Tyrannosaurs Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences, 309 (1139), 395-460 DOI: 10.1098/rstb.1985.0092

Dzik, J., Sulej, T., & Niedźwiedzki, G. (2008). A Dicynodont-Theropod Association in the Latest Triassic of Poland Acta Palaeontologica Polonica, 53 (4), 733-738 DOI: 10.4202/app.2008.0415

Niedźwiedzki, G., Sulej, T., Dzik, J. (2011). A large predatory archosaur from the Late Triassic of Poland Acta Palaeontologica Polonica DOI: 10.4202/app.2010.0045

Zie ook

https://tsjok45.wordpress.com/2012/09/06/dinosauricon-a/

Extante Reptielen foto’s , Links

°

http://www.scientias.nl/oudste-voorouder-van-de-plantenetende-landdieren-ontdekt/99854

reptiel

de vleesetende Eocasea martini. Dit organisme leefde zo’n 300 miljoen jaar geleden. E. martini zit in de voetstappen van de grootste planteneter die zo’n 270 miljoen jaar geleden leefde.

 

 

 

http://www.naturephoto-cz.com/reptiles-amphibians-fishes.html

Lizards

Reptile Photo Gallery
ANOLIS      anolis hagedissen <–doc  archief(updated )
Anolis carolinensis:
Relationships of anoles, from Alfoldi, et al. 2011.
    
Basilic vert      inguane       
The plumed basilisk, Basiliscus plumifrons
     The green iguana, Iguana iguana               Iguana standing on sand Iguanas
Galapagos land iguana - Conolophus subcristatusGalapagos Land Iguana  Galápagos land iguana close-up Galápagos land iguana
Marine iguana - Amblyrhynchus cristatusMarine Iguana  Marine iguana feeding on underwater algae Marine iguana
HAZELWORMEN
°
Snakes (Serpentes)         Bullsnake coiled and ready to strike Snakes
fer de lance
Fer-de-lance, terciopelo, Bothrops asper                 Coiled fer-de-lance snake Fer-de-lance
°
°
Reptile Photos
 Recent  Genome studies (, Shaffer et al. 2013; see Gilbert and Corfe 2013Wang et al. 2013)

1.-  Shaffer, H.B. et al. 2013. The western painted turtle genome, a model for the evolution of extreme physiological adaptations in a slowly evolving lineage. Genome Biology in press. pdf

   

Sierschildpad  (Chrysemys picta)
De sierschildpad is een waterbewonende schildpad uit de familie moerasschildpadden. Het is de enige soort uit het monotypische geslacht Chrysemys.
De sierschildpad is familie van de veel bekendere roodwangschildpad

EASTERN PAINTED TURTLE
Chrysemys picta picta

Meer afbeeldingen

Painted Turtle

2.-  Wang, Z., et al. 2013. The draft genomes of soft-shell turtle and green sea turtle yield insights into the development and evolution of the turtle-specific body plan. Nature Genetics 45 701-706. pdf

http://en.wikipedia.org/wiki/Trionychidae

Florida softshell turtle (Apalone ferox)  Hatchlings 

Tortue Ridley    
Olive ridley sea turtle, Lepidochelys olivacea
                            Olive ridley turtle on wet sand with a reflection of the turtle visible Olive ridley turtle
Image: Sea turtle swimming off of Florida's Atlantic coast.  100s of Gulf Turtle Eggs Relocated
°
TUATARA
tree_graphEvolutionary relationships among reptiles.The Tree diagram t is derrived form “Tuatara Cladogram“, by wikipedia user Benchill. Two extra lineages are illustrated thanks to PhyloPic The (non-avian) dinosaur is Dryptosaurus aquilunguis as illustrated by contributor Conty, and the turtle is from Scott Hartman. Our figure is released under a CC BY-NC-SA 3.0 license.
°
tuatara_02
Tuatara (Sphenodon punctatus), ….
°

Reptiles   BBC

We currently have videos and information on 80 Reptiles.

Find out more about Reptiles

Uitstervende en terug opduikende Amfibiëen

 amfibieen 

http://www.endangeredspeciesinternational.org/amphibians4.html

Geen enkele diergroep  wordt meer bedreigd dan de amfibieën. (2010) Op zijn minst een derde van de soorten zou met uitsterven bedreigd zijn. Dat heeft te maken met het verdwijnen van traditionele habitats van amfibieën, zoals bossen en moerasland. 1.- Ziektes slaan zwaar toe De kikkers krijgen bovendien af te rekenen met schimmelziektes en   rana – virussen  . Vooral de schimmel   chytridiomycosis houdt lelijk huis. De ziekte heeft ( als hoofdoorzaak ? ) bijvoorbeeld de in Costa Rica overvloedig aanwezige gouden pad in minder dan een jaar van de kaart geveegd. chytridiomycosis

°

°Een patholoog ontdekte sporen van een organisme bij een mysterieuze huidziekte bij kikkers in een dierentuin. Bij nader onderzoek aan de Amerikaanse Universiteit van Maine herkende men het eencellige organisme van de onbekende schimmel. De grote vraag is nu of dit eencellige organisme wel de werkelijke oorzaak is. Het kan ook zijn dat het nu pas toeslaat omdat de kikker reeds aan een opeenstapeling van ernstige milieuverstoringen is blootgesteld. Hierdoor kan de weerstand dermate zijn verzwakt dat deze schimmel de druppel is die de emmer doet overlopen.

°

http://www.scielo.sa.cr/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S0034-77442002000200033

*De rode pad of gouden pad Incilius periglenes, Bufo periglenes of Ollotis periglenes http://nl.wikipedia.org/wiki/Rode_pad Bufo periglenes     – De beroemde Rode Pad (ook wel Gouden Pad genoemd) Bufo periglenes uit Costa Rica. Dit land is een dorado wat betreft amfibieën en reptielen.

°

Alleen al in het bekende gebied Monteverde kwamen ( 1999 )  zo’n 154 soorten voor. De mannetjes van de Rode Pad zijn fraai oranjerood van kleur, de wijfjes meer bruinachtig. De dieren komen alleen voor in het ‘Monteverde Nevelwoudreservaat‘.

°

Met uitzondering van de enkele dagen per jaar dat ze te voorschijn komen om aan de voortplanting mee te doen, verblijven ze hun verdere leven in holtes tussen het wortelgestel van de bomen. Helaas werden in 1987 de laatste dieren gezien en ondanks naarstig speurwerk zijn ze daarna niet meer gevonden. Gevreesd moet worden dat  deze soort is uitgestorven. Ook over deze doodsoorzaak tast men nog volledig in het duister. De aantasting van de ozonlaag lijkt te ver gezocht voor dieren die zich overwegend in holtes tussen boomwortels ophouden.

°

Wat misschien wel een oorzaak zou kunnen zijn, is de verhoogde activiteit van de nabij gelegen vulkaan de Arenal. De zure gassen die door de krater worden uitgebraakt, worden met de regen weer over de oerwouden uitgestort in de vorm van zure regen.

°

Een feit is echter dat er in de Monteverde de laatste tijd opvallend weinig amfibieën worden gevonden.

°

chytrid  menace

°

2.-  POLLUTIE

°

Afwijkingen

Naast het plotseling verdwijnen van kikkersoorten, worden er de laatste jaren opvallend veel misvormde kikkers gesignaleerd. Bij vissen was dit al langer bekend en wordt er een verband gelegd met de lozing van schadelijke stoffen.

 

°

Berucht zijn in dit geval vooral de kwikverbindingen. De verontrustende berichten over kikkers met afwijkingen komen o.a. uit Japan, Amerika en Canada, maar ook dichter bij huis zoals bijvoorbeeld Engeland. De afwijkingen treden vooral op in het achterlijf van de kikker waar dan teveel of te weinig poten aanwezig zijn, mismaakte poten of poten op verkeerde plaatsen. Ook kunnen ogen ontbreken of op een vreemde plaats zitten. Het meest aangetast zijn die soorten die vooral in het water leven. Omdat er weinig langdurige studies naar amfibieën zijn gedaan is het moeilijk te achterhalen of er werkelijk een toename van afwijkingen valt te constateren. Uitgezonderd misschien de staat Minnesota in de USA, waar in 1996 een groot aantal misbaksels zijn gevonden, waarvan voorgaande jaren geen sprake was.

°

Omdat het wel duidelijk is dat amfibieën door hun dunne en naakte huid en hun vaak dubbele levenswijze uitstekende milieu-indicatoren zijn, vinden er de laatste tijd wereldwijd vele amfibieëninventarisaties plaats, met het gevolg dat ook afwijkingen vaker worden gesignaleerd. Duidelijk is in ieder geval wel dat sinds 1994 een stijging van het aantal misvormingen te bespeuren valt. Aangezien bij chromosomenonderzoek bij de volwassen dieren geen afwijkingen zijn gevonden, sluit men genetische oorzaken eigenlijk uit. Men vermoedt dat er reeds tijdens het ei- of larvestadium iets verkeerd gaat. Langere tijd is al gedacht aan een parasiet en ook chemicaliën blijven in beeld. Zo bleek in een poel met flink wat pesticiden 12% van de kikkers misvormd, tegen 1 tot 2% in betrekkelijk schone gebieden.

°

Stralingsgevaar?

Chernobyl  amfibieen

Nederland  1975

Een uitputtend onderzoek naar afwijkingen bij kikkers is bij mijn weten in Nederland nog nooit uitgevoerd. Wel heeft de specialistisch bioloog dr. Dick Hillenius in 1975, toen verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, geëxperimenteerd om er achter te komen welke uitwerking radioactieve straling op kikkereitjes had. Dit naar aanleiding van de vondst in dat jaar van talloze mismaakte kikkers en hun bijna volgroeide larven in een slootje in Amsterdam. In dit slootje loosde het toenmalige Instituut voor Kernfysisch Onderzoek in die jaren vermoedelijk haar afval. De afwijkingen betroffen vooral de ledematen van de kikkers. Zo hadden veel dieren teveel vingers aan de handjes en teveel tenen aan de voetjes (polydactylie). Bij sommige ontbraken de armpjes en zaten de handjes op softenon-achtige wijze aan het lichaam vast en werden dieren gevonden met meerdere achterpoten. Hoewel dr. Hillenius altijd overtuigd is geweest dat radioactieve straling de oorzaak van de afwijkende Amsterdamse kikkers is geweest, is een bewijs nooit geleverd. Directie en medewerkers van het Instituut voor Kernfysica voelden zich vooral gesteund door de uitspraak van de Fransman Jean Rostant, die gespecialiseerd was in afwijkingen bij kikkers, en die verkondigde dat dit soort van afwijkingen wel vaker voorkwam, zelfs op plaatsen waar van stralingsgevaar geen sprake was. Dat dit laatste inderdaad een feit is ontdekte ik in 1990 toen ik me bezig hield met het opkweken van kikkers. In juli van dat jaar werd namelijk in Friesland groot alarm geslagen omdat men meende de Amerikaanse Brulkikker (Rana catesbeiana) in een vijver aan de Parklaan in Franeker te hebben ontdekt. Een potje met meerdere klompjes dril werd toen door mij meegenomen en thuis op een zolderkamer uitgebroed. Van de vermeende Brulkikker was echter geen sprake. Alle geboren kikkertjes behoorden tot onze inheemse groene kikker. Wat bleek echter wel? Tussen de opgroeiende kikkerlarven zaten enkele misbaksels met dezelfde afwijkingen als toen in Amsterdam. Bij sommige diertjes waren de achterpootjes vergroeid, hadden ze handjes met zes in plaats van vier vingers, voetjes met zeven in plaats van vijf tenen, ontbraken de armpjes en zaten de handjes direct tegen het lichaam, terwijl bij één exemplaar zelfs vier voetjes aan de achterste ledematen zichtbaar waren.

Kleurafwijkingen

Albino kikkers

Tot voor kort waren albinistische kikkervondsten in ons land vrij zeldzaam. Slechts twee meldingen waren tot 1995 bekend. Beide keren betrof het een mannelijke Bruine Kikker. Eén werd in 1947 in het Noordhollandse Koedijk ontdekt, terwijl de andere melding een dier betrof dat in 1990 in een plantsoen in Den Helder werd gevonden. Dit veranderde plotseling in 1995. In Friesland kwamen in dat jaar vier meldingen binnen, terwijl uit de rest van het land ook nog eens negen gevallen van albinisme werden gesignaleerd. Ook in omringende landen zoals buurland België, maar vooral ook in Engeland deed dit verschijnsel zich voor. Het betroffen hier steeds zowel bruine als groene kikkers. Albinisme kent twee oorzaken en wel het ontbreken van het enzym tyrosinase of het ontbreken van melanocyten. Zodra er een storing optreedt in de productie van tyrosinase – een noodzakelijke katalysator voor de pigmentvorming – dan wordt er in het geheel geen pigment aangemaakt. Deze totale pigmentloosheid wordt albinisme genoemd en heeft een genetische grondslag. Afwezigheid van melanocyten (pigmentcellen) kan plaatselijk (partieel) optreden. In sommige delen van de huid kan het pigment ontbreken, terwijl het in andere gedeelten wel aanwezig is. Bij partiële albinisme worden als oorzaken o.a. omgevingsinvloeden en zelfs een virus genoemd. Albinokikkerlarven komen onder normale omstandigheden zelden tot wasdom. Om te groeien hebben de larven behalve veel voedsel, nogal wat warmte nodig. Normaal gepigmenteerde larven hebben geen moeite om met hun donkere huid de warmte te absorberen. Bij albinolarven ligt dit een stuk moeilijker. Dat er in 1995 zoveel albino’s zijn ontdekt ligt vermoedelijk aan de voorafgaande fraaie zomer. Sommigen gaan zelfs verder en schrijven dit fenomeen toe aan de geleidelijke opwarming van de aarde, het zgn. broeikaseffect. In 1997 kwamen er plotseling zes meldingen binnen van blauwgekleurde groene kikkers en in 1998 werden zelfs negen exemplaren gezien. De pigmenten geel en blauw geven samen de groene kleur aan onze ‘boerennachtegaal’. Door een genetische afwijking ontbreekt in dit geval de factor geel, waardoor de kikker blauw kleurt. Voor eerdere meldingen van blauwgekleurde groene kikkers moest in de literatuur maar liefst 45 jaar terug worden gegaan.

Conclusie

Blauwgroene kikker

Een duidelijke oorzaak aan te wijzen voor bovengenoemde afwijkingen bij kikkers is vooralsnog niet mogelijk. Het is te hopen dat we de waarschuwing die de kikkers voor ons in petto hebben binnen afzienbare tijd op de juiste wijze kunnen interpreteren en dat er op de juiste wijze naar wordt gehandeld. Als het voor kikkers onleefbaar is geworden op onze aarde, zullen de gevolgen voor het mensdom op den duur ook niet uitblijven. Onderzoeken zijn volop in gang. Met name in Amerika is o.a. een onderzoek gaande naar het synthetische hormoon methopyreen, dat vanaf het midden van de jaren tachtig in zwang raakte om te voorkomen dat muskieten volwassen zouden worden en om vlooien bij honden en katten te bestrijden. In de Cascade Mountains in Oregon bestudeert o.a. dr. Andy Blaustein de invloed van de ultraviolette stralen op kikkers. Men kwam op de ultraviolette-hypothese omdat de omgeving wat betreft aanwijsbare vervuiling onaangetast is. De invloed van de zon wordt hier op dikkopjes getest. Voor sommige soorten schijnt inderdaad het gat in de ozon zijn tol te eisen. Ook het parasietenonderzoek is zeker nog niet afgerond en een grondige analyse van het water zal steeds nodig zijn.

°

bedreigde-amfibieen-1

_________________________________________________________________________________

bedreigde amfibieen 1   doc archief

index[1]bedreigde amfibieen europa pdf ..

°

LIST   OF   ENDANGERED   AMPHIBIA  http://earthsendangered.com/search-groups2.asp?search=1&sgroup=AM http://www.guardian.co.uk/environment/gallery/2008/jan/09/conservation.endangeredspecies#/?picture=331991942&index=4 Short link for this page: http://gu.com/p/xx25b

 http://amphibiaweb.org/aw/declines/extinct.html

_ http://www.edgeofexistence.org/amphibians/top_100.php (2012)

°

Family 2012Scientific name Common name(s) Red List status Population trend
Amphibians-Caecilians Amphibians-Frogs Amphibians-Salamanders

_____________________________________________________________________________________

 Rhinoderma  rufum  mogelijk uitgestorven

 20 juni 2013 5
°

darwinkikker

°

In 1834 vond Charles Darwin een bijzondere kikker in Chili, namelijk de Rhinoderma rufum. Deze kikker werd voor het laatst gezien in 1980.

°

Wetenschappers zochten de afgelopen vier jaar naar bewijs dat het diertje nog steeds bestaat, maar helaas vonden zij helemaal niets.

°

De Rhinoderma rufum is een bijzondere kikker. De kikkervisjes groeien namelijk in de kwaakblazen van volwassen mannetjes. Een unicum!

Daarnaast ziet de kikker er vreemd uit. Het internationale team van Chileense en Britse onderzoekers onderzochten 2.244 museummonsters van twee Rhinoderma soorten: de hoogstwaarschijnlijk uitgestorven R. rufum en de R. darwinii. Vervolgens reisden de wetenschappers naar 223 verschillende locaties om de kikkers te zoeken. In totaal vonden zij 36 groepen van R. darwinii kikkers met een gemiddelde grootte van 33,2 kikkers per groep.Helaas troffen zij geen R. rufum kikkers aan.

°

Categoriseren ……..Biologen categoriseren de Rhinoderma darwinii al een tijdje als een bedreigde diersoort. Op basis van dit onderzoek adviseren de onderzoekers om de status te veranderen naar ‘kwetsbaar’. Ook de status van R. rufum moet veranderd worden van ‘ernstig bedreigd’ naar ‘mogelijk uitgestorven’.

°

De onderzoekers hebben nog stille hoop dat de Rhinoderma rufum niet uitgestorven is. Wellicht leven deze kikkers in een onherbergzaam gebied in het noorden van Chili.

°

Bedreigingen De kikkers in Chili en in andere delen van de wereld hebben het niet heel erg makkelijk. Door ontbossing wordt het leefgebied steeds kleiner. Daarnaast krijgen de kikkers te maken met invasieve soorten en de chytrid-schimmel.

°

http://www.edgeofexistence.org/amphibians/species_info.php?id=590&search=possibly_extinct

The Northern Darwin’s frog is one of only two frogs in the world where the young undergo part of their development in the parent’s mouth. Eggs are laid on damp ground and, when the developing tadpoles start to wriggle in their egg capsules, the guarding male swallows them into his vocal sac. Here they stay until their jaws and digestive tracts are fully formed, where upon the male carried them to a stream. This species has not been seen since around 1980 and it could have been driven to extinction by a mystery disease, possibly the fungal disease chytridiomycosis (responsible for many amphibian declines globally), although this has not previously been reported from Chile.

°

Bronmateriaal: The Population Decline and Extinction of Darwin’s Frogs” – PLOS One

°

Wetenschappers wekken uitgestorven kikker – voor heel even – weer tot leven

°

 18 maart 2013r 4
°
-

kikker

Wetenschappers zijn er door klonen in geslaagd om het genoom van een uitgestorven Australische kikker weer te activeren. Ze brachten de uitgestorven kikker zo – het zij voor even – weer tot leven.

°

Het draait allemaal om de kikker Rheobatrachus silus. De kikker stierf in 1983 uit en hield er een bijzondere manier van voortplanting op na. De kikker slikte zijn eieren in, broedde ze uit in zijn maag, waarna de jongen via de mond ‘geboren’ werden. Weefsel Hoewel de kikker al enige tijd is uitgestorven, hebben we zijn DNA nog.

°

Wetenschappers hebben in de jaren zeventig namelijk weefsel van de kikker verzameld en opgeslagen. Wetenschappers hebben uit dat weefsel celkernen gehaald. Die dode celkernen plaatsten ze in de eieren van een andere kikkersoort. Sommige van de eitjes begonnen zich daarop spontaan te delen en groeiden uit tot embryo’s: een klomp levende cellen.

 °

Goed nieuws …….Geen van deze embryo’s bleven langer dan een aantal dagen in leven, maar toch zijn de onderzoekers blij met de resultaten. Genetisch onderzoek toont namelijk aan dat de gedeelde cellen genetisch materiaal van de uitgestorven kikker bevatten. “We hebben dode cellen geactiveerd en het genoom van de uitgestorven kikker tot leven laten komen,” benadrukt onderzoeker Mike Archer.

°

De onderzoekers hopen uiteindelijk natuurlijk jonge R. silus te mogen verwelkomen. “We zijn er steeds zekerder van dat de hindernissen die nog voor ons liggen van technologische en niet van biologische aard zijn en dat het ons zal lukken.” En als het met R. silus eenmaal lukt, lijkt de weg vrij om andere amfibieën die op het punt van uitsterven staan, op deze manier te redden. De onderzoekers presenteerden hun resultaten tijdens het TEDx DeExtinction Event in Washington. Behalve het werk van Archer en zijn collega’s passeerden hier ook andere projecten de revue. Wetenschappers van over de hele wereld bespraken onder meer de stand van zaken als het gaat om het middels klonen tot leven wekken van uitgestorven soorten zoals de dodo, de wolharige mammoet en de moa

°. Bronmateriaal: Scientists produce cloned embryos of extinct frog” - UNSW.edu.au De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Peter Schouten. https://nl.wikipedia.org/wiki/Rheobatrachus

Gastric Brooding Frog (Rheobatrachus silus)

Another victim of the amphibian disaster was a fascinating little frog from Australia that was only discovered in 1973, yet by 1981, it had vanished without a trace.

06.06.2013 …..De Australische zeester Smilasterias multipara legt uit de geslachtsporiën in haar armen eitjes van zo’n één millimeter diameter. Vervolgens eet ze deze op, soms wel honderdvijftig in totaal. De eitjes ontwikkelen  zich in de ouderlijke maag tot larven en na een maand of twee metamorferen ze tot miniatuurzeesterretjes van drie millimeter in doorsnede – zo’n tien keer kleiner dan volwassen exemplaren. Weer een maand later braakt de moeder de jongen het natte buitenleven tegemoet.

°

Hoe bizar maagbroeden ook is, het blijkt in ieder geval twee keer onafhankelijk van elkaar geëvolueerd te zijn: in 1972 ontdekten biologen in Australië Rheobatrachus silus: de maagbroedende kikker.

°

Ook deze dieren slikken hun eitjes zonder kauwen door en wachten tot deze zich hebben ontwikkeld tot volwaardige juveniele kikkers. Om te zorgen dat ze haar dril niet prematuur verteert last de moeder een vastenperiode in en legt ze de productie van maagzuur volledig plat. Pas na een broedtijd van zes weken kruipen de jongen haar bek uit. Het kikkervermogen om de productie van maagzuur gedurende het broedseizoen uit te schakelen intrigeerde ook artsen, die in de late jaren zeventig nog vele door maagzweren geteisterde mensen behandelden.

°

In 1982 bewezen de latere Nobelprijswinnaars Warren en Marshall dat het gros van de maagzweren veroorzaakt wordt door kolonisatie van het maagslijmvlies door Helicobacter pylori en dat antibiotica deze bacteriën kunnen bestrijden, maar voor deze ontdekking vestigden de meeste klinici voor de behandeling hun hoop op het remmen van het sterke zuur dat de maag maakt. °

Het plan was om te ontdekken hoe de kikker haar zuurproductie platlegde, om die strategie vervolgens ook in ulcuspatiënten toe te passen.

°

Begin jaren tachtig bleek echter dat maabroedende kikkers plotseling waren uitgestorven. Dit, en de herontdekking van de maagzweerveroorzakende bacteriën, aborteerde de kikkermaagzuur-onderzoekslijn in een vroeg stadium.

°

Ingevroren exemplaren …….Toch kunnen de kikkerprojecten binnenkort wellicht weer uit de ijskast komen: in ‘project Lazarus’ proberen Australische biologen de maagbroeders nieuw leven in te blazen, door het DNA uit ingevroren exemplaren van Rheobatrachus silus met DNA-loze eicellen van een andere soort te combineren. Tot een volledige kikker is het nog niet gekomen, maar in maart berichtten de onderzoekers wel dat de eerste barrière – de eicel laten beginnen met delen – is geslecht.

°

http://en.search.wordpress.com/?q=Rheobatrachus+silus

http://en.wikipedia.org/wiki/Gastric-brooding_frog

°

Wetenschappers redden piepklein kikkertje met gigantisch probleem

25 maart 2013 r 9

kikker Piepklein zijn ze en tegelijkertijd kampen ze met een gigantisch probleem: de kikkertjes hierboven dreigen uit te sterven. Maar wetenschappers zijn er nu voor het eerst in geslaagd om met de kikkertjes te fokken. En dat biedt hoop… De onderzoekers ‘hielpen’ twee kikkertjes om negen gezonde jongen op de wereld te zetten. En een ander kikkerstel hielpen ze aan honderden kikkervisjes. En dat is enorm goed nieuws, zo vertelt onderzoeker Brian Gratwicke. “Deze kikkers vormen de laatste hoop voor hun soort.” Leefgebied Gemakkelijk was het zeker niet om met de kikkertjes – Atelopus limosus – te fokken. Eerst bouwden de onderzoekers de omgeving waarin de kikkers zich normaal voortplanten nauwgezet na. In een speciale watertank legden ze meerdere stenen neer zodat onder water een soort grotten ontstonden. Hier konden de kikkers hun eitjes leggen. Om er vervolgens voor te zorgen dat de kikkervisjes het zouden redden, moest er zuurstofrijk water – met een temperatuur tussen de 22 en 24 graden – langs de rotsen stromen. En natuurlijk moest er voedsel zijn: de kikkervisjes eten algen die op de rotsen groeien. De onderzoekers kweekten deze en stelden ze ter beschikking van de jonge kikkers.

 

Inspirerend Uiteindelijk resulteerde het harde werk in negen gezonde jonge kikkers en vele gezonde kikkervisjes met de potentie om uit te groeien tot gezonde kikkers. Ook voor de wetenschappers is dat goed nieuws. Ze zijn er in het verleden in geslaagd om verschillende bedreigde kikkersoorten een handje te helpen bij de voortplanting. Maar A. limosus wilde in eerste instantie maar niet lukken. Dat het nu toch gelukt is, betekent dat er weer hoop is. “Deze nieuwe generatie is heel inspirerend voor ons terwijl we deze soort en andere soorten proberen te behouden en te verzorgen,” merkt Gratwicke op. Amfibieën hebben het wereldwijd moeilijk. En zeker kikkers vechten om te overleven. Naar schatting zijn er de afgelopen decennia tientallen kikkersoorten uitgestorven. De belangrijkste oorzaken? Het verlies van hun leefgebied, klimaatverandering, een schimmelziekte en vervuiling. Bronmateriaal: Smithsonian Conservation Biology Institute and Collaborators Successfully Breed Endangered Frog Species” – SI.edu De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Brian Gratwicke / Smithsonian.

Verloren gewaande kikker duikt weer op

 28 maart 2012  1

Eigenlijk dacht iedereen dat hij was uitgestorven, maar het tegendeel is waar. De kikker met de lange vingers leeft nog! In 1949 zagen de onderzoekers de kikker Cardioglossa cyaneospila voor het laatst. Het beestje leefde in Burundi: een land dat het in de decennia erna niet al te gemakkelijk had. Er was sprake van politieke onrust, de bevolking groeide rap en het leefgebied van de kikker werd steeds kleiner. Eigenlijk dachten de meeste wetenschappers dan ook wel dat de kikkersoort het loodje had gelegd. Verrassing Maar 62 jaar nadat C. cyaneospila voor het laatst werd gezien, duikt de kikker weer op. Eind vorig jaar ontdekten wetenschappers het bijzondere kikkertje in Burundi. De onderzoekers vonden in een bos in het zuidwesten van Burundi één exemplaar terug. Maar ‘s nachts waren kreten van nog veel meer van deze kikkers te horen. Dat wijst erop dat zich in het bos een gezonde populatie C. cyaneospila ophoudt.

Lange vingers De kikker is bijna vier centimeter lang en is blauw met grijs gekleurd. De mannetjes hebben één uitzonderlijk lange vinger. Waarom deze vinger zo lang is, is onbekend. Naast deze kikker hebben de onderzoekers nog veel meer soorten amfibieën in het bos aangetroffen. Ook zijn enkele soorten gevonden die mogelijk nog niet beschreven staan. Het is nu van belang dat duidelijk wordt hoeveel exemplaren elke soort ongeveer telt en welke maatregelen eventueel moeten worden getroffen om de dieren te beschermen. Bronmateriaal: Elusive long-fingered frog found after 62 years” - Calacademy.org De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door David Blackburn (via Eurekalert.org).

Uitgestorven kikker duikt weer op

 22 november 2011  1

Iedereen had de moed al opgegeven, maar na meer dan vijftig jaar radiostilte laat de Palestijnse schijftongkikker plots weer van zich horen. Tientallen jaren geleden veroorzaakte het leefgebied van de Palestijnse schijftongkikker problemen. Het moerasachtige gebied bleek een belangrijke bron van malaria te zijn. Direct werden acties ondernomen: het water werd weggepompt en daarmee verdween ook het leven uit het gebied.

 

Ecosystemen verdwenen en diverse soorten stierven uit. Lang werd gedacht dat ook de Palestijnse schijftongkikker het loodje legde. Het feit dat niemand de kikker in zo’n vijftig jaar tijd gezien had, onderschreef die gedachte. Wie schetst dan ook de grote verbazing van natuurbeschermers wanneer ze onlangs op een onbekende kikkersoort stuiten en dat – jawel – een Palestijnse schijftongkikker blijkt te zijn? Ondanks de vernietiging van zijn leefgebied heeft de kikker het toch gered. Een klein beetje hulp kreeg de kikker van de natuur. Overstromingen zorgden er tientallen jaren nadat de mensen het water wegpompten voor dat het leefgebied van de kikker weer onder water kwam te staan. De mensen lieten het zo en boden de kikker zo zonder het te weten de mogelijkheid om van het randje van de afgrond terug te keren.

Herontdekte kikker is eigenlijk levend fossiel

Discoglossus nigriventer

 palestijnse schijftongkikker 1223844958

di 04/06/2013 – Dominique Fiers

Het in 2011 herontdekte exemplaar van de zwartbuikschijftongkikker Discoglossus nigriventer, oftewel Palestijnse schijftongkikker, ( ook wel Hula painted frog ) blijkt eigenlijk een nazaat te zijn van een 15.000 jaar geleden uitgestorven amfibieënsoort. Dat is de opmerkelijke conclusie van een internationaal onderzoeksteam dat de als uitgestorven beschouwde kikkersoort jaren bestudeerde.

De Palestijnse schijftongkikker werd begin jaren 40 van de vorige eeuw in de Houla-vallei in Israël ontdekt. Maar de strijd tegen malaria en meer bepaald het droogleggen van de moerassen, werd de soort fataal. Men ging ervan uit dat de kikker met de opvallende zwarte en witte stippen op de buik sinds de jaren 50 uitgestorven was. In 1996 werd de kikkersoort officieel als dusdanig geregistreerd.

Tot in 2011 onderzoekers een levend exemplaar ontdekten in het natuurreservaat van Houla. Sindsdien werden in hetzelfde gebied nog een tiental andere exemplaren aangetroffen.

Een team van Israëlische, Duitse en Franse onderzoekers die de kikkers onderzochten, vielen van de ene in de andere verbazing toen bleek dat de nieuw ontdekte Palestijnse schijftongkikkers een ander dna-patroon vertoonden dan verwacht.

Hun dna kwam overeen met dat van de Latonia-kikkers, een kikkersoort die gedurende vele miljoenen jaren overal in Europa voorkwam, maar – op de Palestijnse schijftongkikker na- 15.000 jaar geleden uitstierf.

De onderzoekers publiceerden hun bevindingen vandaag in het tijdschrift Nature Communications.

Prehistorische familie
Genetische analyse wijst uit dat de Palestijnse schijftongkikker sterk verschilt van andere schijftongkikkers, die in het noorden en westen van Afrika leven. Een verband tussen deze soorten is onwaarschijnlijk. In plaats daarvan is de Palestijnse schijftongkikker gerelateerd aan kikkers van het geslacht Latonia, die vanaf de prehistorie in Europa leefden

File:Latonia seyfriedi 001.jpg

Latonia seyfriedi, Discoglossidae; Miocene, Öhningen layers, Öhningen, Germany; Staatliches Museum für Naturkunde Karlsruhe, Germany

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Palestijnse_schijftongkikker

http://en.wikipedia.org/wiki/Hula_painted_frog

De Palestijnse schijftongkikker is een tot 2011 uitgestorven gewaande kikker uit de familie Alytidae. De soort werd lange tijd tot het geslacht Discoglossus gerekend, maar is in 2013 in het geslacht   Latonia ingedeeld. Wikipedia

Meer afbeeldingen <–

http://en.wikipedia.org/wiki/Discoglossidae

°

Bronmateriaal: Hula Painted Frog Bounces Back From Extinction” - Wired.com De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Conservation International / Professor Heinrich Mendelssohn (via Wired.com). WIST U DAT… allerkleinste gewervelde dieren deze piepkleine kikkertjes zijn?

…onlangs ook al een uitgestorven schildpad is teruggevonden?
________________________________________________
RODE LIJST    BELGIE (2013 -)

Regionaal uitgestorven

Geelbuikvuurpad Bombina variegata

Ernstig bedreigd

Boomkikker Hyla arborea boomkikker   koen 2013 Knoflookpad Pelobates fuscus

Bedreigd

Vroedmeesterpad Alytes obstetricans 

Kwetsbaar

Heikikker Rana arvalis  Kamsalamander Triturus cristatus  Rugstreeppad Bufo calamita  Vuursalamander Salamandra salamandra 

Bijna in gevaar

Poelkikker Pelophylax lessonae 

Momenteel niet in gevaar

Alpenwatersalamander Ichthyosaura alpestris  Bastaardkikker Pelophylax kl. esculentus  Bruine kikker Rana temporaria  Europese meerkikker Pelophylax ridibundus Gewone pad Bufo bufo  Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris  Vinpootsalamander Lissotriton helveticus 

° LINKS   evodisku  WP  over kikkers en padden<— doc archief amfibieen nieuws  <— doc archief multiply photo’s   <—doc archief ° Jaaroverzichten 2006   doc  archief   = Gouden pad  (pijlgifkikker )

°

overzicht pijlgifkikkers  <— doc archief

Atelopus

Klompvoetkikkers, (Atelopus) behoren tot een geslacht van kikkers uit de    familie padden (Bufonidae).

Er zijn zo’n 80 soorten die ondanks dat ze kikkers worden genoemd eigenlijk tot de padden behoren. Een aantal soorten is al langere tijd niet meer gezien en men vermoedt dat een deel hiervan inmiddels helaas reeds is uitgestorven Een deel van deze sterfte wordt toegeschreven aan  een schimmel waar de amfibieën in alle stadia gevoelig voor zijn, kikkers over de gehele wereld aantast en doet sterven. De naam van deze schimmel is Batrachochytrium dendrobatidis. Er is wel een behandeling tegen in de vorm van een antibioticum, maar het is onmogelijk om alle amfibieën daar mee in contact te brengen. Wat wel gebeurt is dat kikkers uit de natuur worden gevangen en in gevangenschap worden nagekweekt omdat de nakweek met het antibioticum is  te behandelen waardoor de resistent worden tegen de schimmel. Daar zijn aantoonbaar goede resultaten mee geboekt

Een van de bekendste Atelopus soorten is Atelopus zeteki, de zogenaamde Gouden Pad van Panama. Dit dier is de nationale trots van Panama en staat voor welvaart en geluk. Ze werden vroeger wel gevangen en gehouden in hotels en restaurants, om toeristen te trekken. Deze soort is in de afgelopen eeuw met meer dan 80% in aantal in de natuur teruggelopen en er werd zelfs gevreesd dat de soort zou zijn uitgestorven. Momenteel worden ze in fokprogramma’s bij verschillende dierentuinen over de wereld gekweekt.

atelopus zeteki

 Atelopes zeteki

De Gouden Pad van Panama moet niet worden verward met de Gouden Pad van Costa Rica (Bufo periglenes), deze pad is vrijwel zeker uitgestorven en werd sinds 1989 niet meer gezien.

Datzelfde leek het geval te zijn voor de Harlekijnpad (Atelopus varius) die ook niet meer te vinden zou zijn. Inmiddels zijn er weer wat kleine populaties bekend, maar deze soort is ook uitermate bedreigd

Atelopus varius   atelopus varius

harlekijn kikkers

harlekijn  man en  vrouw

harlekijn atelopus flavescensIn de buurt van Cayenne een klompvoetkikker met helder gele rug en roze buik. Die voldeed helemaal aan het verwachtingspatroon van Atelopus flavescens (Duméril & Bibron, 1841), de typesoort van het geslacht.

 In februari 2006 vonden Lotty Sonnenberg en Loek aan het eind van het Kawgebergte op de Montagne Favard een aantal Atelopus flavescens die net zo geel waren als die welke Hans en Loek eerder in de buurt van Cayenne aantroffen.

Evengoed als Atelopus flavescens variabel (gele rug normaal, donkere rug met tekening als variatie) zou kunnen zijn, kan dat  ook  gelden voor Atelopus franciscus

atelopusfranciscus text  francescus

 


°

 

zwarte andespad

De Jambato pad (Atelopus ignescens), ook wel zwarte Andespad, was endemisch in de bergbossen in enkele valleien van de Andes in Ecuador. Vroeger kwam hij daar op veel plaatsen (Paramo de Guamaní) in grote aantallen voor. Echter sinds 1988 wordt hij daar niet meer gezien. In 1999-2001 werden er nog enkele uitvoerige onderzoeken naar deze soort gedaan. O. Pronk weet te melden: “Ze waren toen enorm algemeen in droog grasland onder het overhangende gras in ijskoud, stromend water. Ik heb begrepen dat de soort inmiddels volledig uitgestorven zou zijn volgens I.U.C.N., door de Chytrid schimmel. Heel triest dus.”

° suriname <— doc archief
Atelopus spumarius hoogmoedi.

°

° 2008  doc  archief    =  schimmel en rana virus  kikkersterfte in Nederland

LIJST FOSSIELE AMFIBIEEN E

 GLOS A 

 

E

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

http://tolweb.org/Dissorophoidea/17607

 Ecolsonia cutlerensis

Elginerpeton,

The very earliest discovered amphibian is Elginerpeton, which was found in Scotland and dates back 368 million years.

eogyrinius

eogyrinus3

 

  • Eryops was a temnospondyl from the Early Permian of North America. It had a massive skeleton and heavy limbs. Eryops was about 2 m long and was the top carnivore, eating fish and small tetrapods.

  

Artistic reconstruction of Eryops, from http://www.myherp.com

Eucritta (Dmitri Bogdanov)

eucritta

Eucritta (Dmitri Bogdanov)

Early Carboniferous (350 million years ago)Small size; long tail / Isectivore ?

The name Eucritta (“creature”) doesn’t seem particularly informative, unless you combine this Carboniferousgenus with its only known species: Eucritta melanolimnetes, or “creature from the Black Lagoon.” Unlike the star of that 1950′s horror flick, Eucritta was extremely tiny, less than a foot long and only weighing a few ounces. The reason it earns its “creature” status is that Eucritta presents a puzzling mix of tetrapodamphibian and reptilian characteristics, which makes it a bit of a monster–at least in evolutionary terms, if not in terms of its size or temperament.

F

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Fedexia striegeli

 

G

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

H

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

I

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

  • Ichthyostega was a large carnivore, ranging in size from 0.5 – 1.2 m. The earliest known Ichthyostega comes from 363 million year old deposits in Greenland. It was largely aquatic but had massive broad ribs that could have been used for support of internal organs while on land.

Rekonstruktion von Ichtyostega

ICHTYOSTEGIA (orde )

The earliest well known amphibians come from the Late Devonian, some 360 million years ago, and areAcanthostega and Ichthyostega.

Figure 1. Reconstruction of Ichthyostega, showing skull, vertebral column, and limbs, and its hind limb based on a specimen collected in 1987. Note the seven digits on the hind limb (from Clack).
Reconstructions of (a) Acanthostega and (b)Ichthyostega, from Benton, 1997.

Artistic reconstruction of Ichthyostega, fromhttp://www.myherp.com

J

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

K

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

 

 

 

REGENERATIE

REGENERATIE EN DOOD 
Voor de overgrote meerderheid van de dieren is veroudering een onvermijdelijk proces. Een dier dat telkens weer weet te ontsnappen aan roofdieren of andere doodsoorzaken sterft uiteindelijk toch na enkele jaren, decennia of eeuwen. Er is geen ontkomen aan.
Ondertussen hebben bepaalde levensvormen op deze planeet in de loop van vele miljoenen jaren van evolutie een uitzonderlijk regeneratievermogen ontwikkeld.
Regeneratie is het vermogen van een  levensvorm om delen van zijn lichaam te herontwikkelen na de vernietiging van die welbepaalde delen. Het kan hier gaan over eenvoudige cellen alsook over organen of andere functionele delen.
Geleidelijk aan ontdekken onderzoekers atypische levensvormen met een sterk verhoogt regeneratievermogen.
Sommige van deze vermogens, zoals de staart van een hagedis die terug aangroeit, zijn al bekend sedert mensenheugenis.
Andere van deze vermogens zijn nog niet lang bekend, zoals die van de hydra, een minuscule zoetwaterpoliep. Als men het doormidden snijdt, groeit elk van de twee delen terug aan en worden er twee identieke individuen gevormd.
Dit is niet het enige voorbeeld van dierlijke regeneratie: kikvorsachtigen slagen erin om gehele ledematen te regenereren. Op deze manier groeit, in het geval van sommige salamandersoorten, de verwijderde poot van een jong dier, dat voor het overige in goede gezondheid verkeert, na ongeveer een maand terug aan.
Is de mens in staat om zichzelf te regeneren?
Het goede nieuws is dat een mens wel degelijk in staat is om zichzelf te regeneren. Hetslechte nieuws is dat dit vermogen slechts gedeeltelijk is. We kunnen onze huid regeneren wanneer we een wonde oplopen. In het geval van de lever bedraagt ons regeneratievermogen niet minder dan 75%.
Welk onderscheid dient gemaakt te worden tussen de verschillende vormen van regenatievermogen?
Hoe primitiever een dier is, hoe meer het in staat zal zijn zich te regeneren. Dieren die verschillende ontwikkelingsstadia doorlopen (de metamorfose) kunnen hun organen veel vlotter hersamenstellen. Maar bij de aan de mens meest aanverwante levensvormen is dit vermogen spijtig genoeg het allerminst ontwikkeld.
Sinds de laatste jaren boeken onderzoekers snelle vooruitgang.
Ze hebben reeds bepaalde cellen ontdekt die veel meer dan normaal toegerust zijn om zichzelf te hersamenstellen.
Ze hebben ook opgemerkt dat, in tegenstelling tot wat we tot dusver dachten, de  hersamenstelling van organen uit enkele cellen niet langer een oogmerk is dat zich aan de uiterste grenzen van de wetenschap bevindt maar eerder een nabijgelegen doel van dierproeven.
°
Zie ook -hieraan verwant onderwerp:      
°
MUIS 

Het ’ hoogste’  dier waarvan we weten dat hij stukjes lijf (vingerkootjes) terug kan krijgen en in zijn algemeenheid van vrij ernstige verwondingen kan herstellen, is de muis.

Regeneratie (biologie)

Regeneratie is het verschijnsel in de biologie waarbij beschadigde delen (organen) van een dierlijk organisme volledig worden hersteld. Het komt ook wel eens voor dat dieren bij predatie ter verdediging sommige lichaamsdelen opofferen, zoals hagedissen die de staart afwerpen, maar dit wordt  autotomie genoemd; het vermogen lichaamsdelen los te laten, waarna uit de stomp een klein aanhangsel groeit. Ook het genezen van de menselijke huid door littekenweefsel is geen regeneratie, omdat er geen volledig herstel plaatsvindt; de originele cellen worden slechts vervangen door bindweefsel.

Regeneratie werkt bij verschillende diersoorten op verschillende manieren, hoewel de basisprincipes hetzelfde zijn. Na amputatie zijn de stappen van regeneratie in chronologische volgorde als volgt:

  • Wondheling: Het vlak van amputatie wordt afgedekt, zodat de wond niet geïnfecteerd raakt of verder beschadigt;
  • Blastemavorming: Stamcellen of gededifferentieerde cellen vormen een structuur die zich zal specialiseren in de verschillende te vervangen organen en weefsels;
  • Expansie: De blastema groeit uit tot een zowel morfologische als functionele replica van het geamputeerde lichaamsdeel
  • lees verder op   —>    Regeneratie (biologie)   —>http://nl.wikipedia.org/wiki/Regeneratie_(biologie)

Het kan bij alle dieren, zelfs bij mensen,  niemand heeft zin om vijftien jaar met een open wond rond te lopen.

Het is bekend van salamanders in de waterfase, maar in principe kan het altijd als de wond maar vochtig en open blijft in een soort celkweekvloeistof, dan is al de informatie nog aanwezig om weer een compleet lichaamsdeel te maken. Het probleem is dat mensen en andere landdieren littekenweefsel aanmakenDe regeneratie van de staart bij hagedissen is verre van volmaakt en het nieuwe stompje is niet erg fraai. Bij insecten en kreeften groeien de lichaamsdelen wel weer terug, bij elke vervelling, worden ze weer wat groter.

EEN KLEINE WORM 

is tot grote dingen in staat; het diertje kan een geamputeerd lichaamsdeel geheel regenereren. Hoe de worm dat doet, was lang een raadsel, maar wetenschappers hebben het betreffende gen nu gevonden. Goed nieuws, want wij mensen kunnen de techniek van de worm goed gebruiken.

Een worm kan zelfs wanneer hij zijn eigen hoofd kwijtraakt, een nieuw brein en omhulsel ‘kweken’. De dieren hebben volwassen stamcellen die continu worden aangemaakt en in vrijwel elke soort cel kunnen worden veranderd. Ook hebben ze genen die ervoor zorgen dat de cellen vervolgens op de juiste plaats terecht komen en de juiste vorm, grootte en oriëntatie hebben.

Wonderlijk. Maar nu ook verklaarbaar.

Wetenschappers hebben ook hier  het gen gevonden  dat de cellen aanstuurt

. “Wij wilden begrijpen hoe stamcellen in elk dier kunnen samenwerken en beschadigde of missende organen en weefsel kunnen vervangen,” vertelt onderzoeker Aziz Aboobaker.

De techniek van de wormen kan volgens de wetenschappers ook voor de mens veel betekenen.

“Als we weten wat er gebeurt wanneer weefsel onder normale omstandigheden wordt geregenereerd, kunnen we uitvogelen hoe we beschadigde en zieke organen, weefsels en cellen op een georganiseerde en veilige manier kunnen vervangen. Bijvoorbeeld na een ongeluk of ziekte. Dat zou bijvoorbeeld ook een goede behandeling van alzheimer kunnen zijn.”

Ook geeft de worm inzicht in wat er gebeurt wanneer cellen zich tijdens het proces van regeneratie verkeerd ontwikkelen en bijvoorbeeld leukemie veroorzaken.

PLANARIA

Het soort wormen Planaria kan helemaal teruggroeien vanaf de staart als je hem doormidden snijd.

ZEESTERREN 

Zeesterren hebben een enorm herstellingsvermogen. Wordt een arm afgerukt, dan groeit deze weer aan. Zelfs als een zeester vier armen verliest, kan zij deze regenereren. De nieuwe armen blijven wel korter dan de oorspronkelijke, waardoor het dier er soms uitziet als een staartster.

Bronnen:

KWALLEN 

Kwallen hebben ook een ongelooflijk regeneratievermogen. Bij een proef waarbij een kwal door een gaas werd geperst (en dus in honderden stukjes uiteenviel) waren er na een paar weken honderden kleine kwalletjes.

autotomie

DNA  (Telomeren) SCHADE 

01 april 2010  
Living life in the fast lane (Image: Danel Heuclin/NHPA)Living life in the fast lane (Image: Danel Heuclin/NHPA)

Sommige hagedissen weten aan hun aanvallers te ontkomen door hun staart te laten vallen. Maar is dat efficient ?

Uit onderzoek blijkt dat de hagedis niet alleen staartloos, maar ook met een schadelijke veranderingen in het DNA achterblijft.

Als de hagedis zijn staart kwijtraakt, dan beschadigen de telomeren: ze worden korter. Telomeren bevinden zich aan het uiteinde van een chromosoom en kunnen ook in natuurlijke situaties korter worden. Zo wordt een telomeer bij mensen korter wanneer zij ouder worden.

Dat ook hagedissen een kortere telomeer krijgen als zij hun staart verliezen, bewijst dat stress in de omgeving negatieve effecten heeft op het DNA. Dat concludeert onderzoeker Mats Olsson

Vrouw vs. man
Olsson bestudeerde de lengte van de telomeren in diverse wilde hagedissen. De diertjes zonder staart hadden allemaal kortere telomeren. Vooral bij de mannetjes was er sprake van een sterke verkorting.

“Vrouwtjes leven van nature een rustiger leven met relatief weinig druk van roofdieren,” legt Olsson uit.

Groot
Hoe groter een mannetje was, des te korter de telomeren werden zodra hij zijn staart verloor. En dat is volgens Olsson goed te verklaren. De grote hagedissen leiden een stressvoller leven dan de kleine exemplaren. De grote dieren moeten harder vechten voor de vrouwtjes en worden sneller door roofdieren gepakt.

Minder actief
Het verlies van de staart heeft dus grote gevolgen. En niet alleen in het DNA. Ook de kansen om een nieuwe aanval te overleven, worden kleiner. De hagedis krijgt een nieuwe staart, maar dit is een minderwaardige versie van de eerste: geen bot, alleen kraakbeen. Deze staart kan de hagedis ook niet zomaar laten vallen, dus in de volgende aanval staat het dier er alleen voor. De hagedis is zich daar van bewust en gaat een minder actief leven leiden.

“Het korter worden van telomeren is ingewikkelder dan we dachten,” concludeert bioloog Steve Donnellan. We weten dat er een verschil is tussen het telomeerverlies van de één en de ander en dat stress een rol speelt, maar de exacte oorzaak is onbekend.

Olssons onderzoek toont nu aan dat stress de oorzaak is en dat de verschillen verklaard worden door het geslacht.

Bronmateriaal:
Close call with death leaves its mark on DNA” – Newscientist.com
LINKS 
TELOMEREN
Menselijke Telomeren
°

Nieuwe staart van hagedis is lang niet zo goed als de oude

10 oktober 2012  
Groene anolis 
anolis hagedissen <-)-doc  archief
De foto l is gemaakt door Natalie Barletta (cc via Flickr.com).

Wanneer een roofdier een hagedis bij de staart pakt, kan de hagedis de staart af laten breken en daarna zonder moeite een nieuwe staart laten groeien. Nieuw onderzoek toont nu aan dat die nieuwe staart echter lang niet zo goed is als het oorspronkelijke exemplaar.

De onderzoekers bestudeerden de roodkeelanolis (Anolis carolinensis). Dit is zo’n hagedis die zijn staart af kan laten breken en vervolgens weer moeiteloos terug kan laten groeien. Maar wie denkt dat die nieuwe staart net zo goed is als het originele exemplaar heeft het mis. “De geregenereerde staart van de hagedis is geen perfecte replica,” vertelt onderzoeker Rebecca Fisher. “Er zijn belangrijke anatomische verschillen.”

In de oorspronkelijke staart zijn bijvoorbeeld wervels van kraakbeen terug te vinden. Ook zijn de spieren in de nieuwe staart veel langer, zo schrijven de onderzoekers in het blad The Anatomical Record.

“Deze verschillen suggereren dat de geregenereerde staart minder flexibel is, aangezien noch de kraakbenen staaf, noch de lange spierweefsels in staat zijn om de fijne bewegingen van de originele staart met in elkaar grijpende wervels en korte spierweefsels te maken. De teruggegroeide staart is niet simpel een kopie van de originele staart, maar in plaats daarvan een vervanger die enkele functies (van de oude staart, red.) herstelt.”

De vaardigheid om een staart te laten regenereren, fascineert wetenschappers.

Ze hopen dat ze in de toekomst kunnen achterhalen hoe de hagedis het precies doet en die wetenschap kunnen gebruiken om mensen met de meest uiteenlopende medische problemen te helpen.

“Met behulp van nieuwe technologieën kunnen we achterhalen welke genen nodig zijn om de staart van hagedissen te laten hergroeien,” vertelt onderzoeker Kenro Kusumi.

“Door deze genen in menselijke cellen meer energie te geven( of anders  te “stimuleren”  ?   ) , kan het wel eens mogelijk zijn om nieuwe spieren of een nieuw ruggenmerg te laten groeien.”

LINKS     24 nieuwe soorten hagedissen  ontdekt
SALAMANDERS
Salamanders, , hebben een hoog regeneratie vermogen.
Een ribbensalamander kan makkelijk een pootje missen, en alle vier pootjes of de staart kan ook.
Er groeit dan een nieuw pootje of staart aan. welke  volwaardig is bij jonge salamanders, maar onvolwaardig  en onderontwikkeld is bij oudere dieren.
Naar het  regeneratievermogen is veel onderzoek gedaan.
Het blijkt  dat het regeneratie door een erg simpel hormoon wordt  geregeld.
Regeneratie van een lichaamsdeel bij de ribsalamander  kan worden  versneld door uiterst geringe hoeveelheid jodium aan het water toe te voegen.

Ribbensalamander

Pleurodeles Waltl 
Ribbensalamander is een grote en sterke salamander. Oorspronkelijk uit uit het zuiden van Europa. Mannetjes zijn tenger , de vrouwtjes wat meer  gedrongen en steviger.

Ribbensalamanders zijn niet echt mooi: hun huid is  bezet met kleine bobbeltjes en vlekken. Ze leven het grootste deel van het
jaar in het water, bij mij leven ze met zijn vieren in een hol.
S’avonds gaan ze met zijn allen op zoektocht naar eten. Ribbensalamanders zijnverdraagzaam, ook naar andere salamanders, kikkers en vissen toe.
Ze worden erg  oud coor hun afmetingen  (meer dan twintig jaar )
Ze verdragen ook matig verontreinigd water.
Jonge ribbensalamder, lengte 10cm
Een jonge ribbensalamander onder de miscroscoop, het  dier is grotendeels nog doorzichtig, maar in de huid zijn de pigmentvlekken zichtbaar. In dit stadium worden algen  en infusoriagegeten.
Jonge ribbensalamder, lengte 10cm
voeding
Deze dieren eten al het gangbare voedsel: rode muggenlarvewitte muggelarvemysis, tubifex, regenwormen.
Maar ook een in het water gevallen fruitvliegje of en krekel wordt gegeten.

 

AXOLOTL

Een van de meest bijzondere dieren is toch wel de axolotl. Niet alleen omdat deze salamandersoort er zo gek uitziet. Maar ook omdat hij speciale cellen heeft. Daardoor kunnen delen van zijn lichaam opnieuw aangroeien! Is hij een poot kwijt, dan krijgt hij na een tijdje gewoon een nieuwe. Zelfs delen van zijn hersenen kunnen teruggroeien!

 

 

 

LIJST D FOSSIELE AMFIBIEEN

 GLOS A

 

D

 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

File:Dasyceps1DB.jpg

No 10 Deltasaurus

File:Deltasaurus kimberleyensis.jpg

diadectidfootwhite        diadectidfootwhite2

File:Diadectes phaseolinus.JPG

  • Order Diadectomorpha. A Late Carboniferous to Early Permian group that were close to amniotes. Most were herbivorous leaf strippers, although some were carnivorous. Diadectes, from the Western USA, Was heavily built with massive limb girdles, but short limbs.

Reconstruction of Diadectes, from Benton, 1997.

The weirdest species the team has found in the Red Beds is officially known, the species Diplocaulus, meaning “two tailed,” a reference to its double-spined tail bones.

It has an extrememly odd-looking body, with a flattened body and legs. The head, however, is pulled out to the sides in the shape of a boomerang – so extremely that by adulthood, the head could be 4 to 6 times wider than it was long. It was armor plated as well, with extremely strong jaws.
Some scientists contend that this shape may have helped Diplocaulus glide through the water – but the flattened lower body could not have contained the muscles of a strong swimmer. It’s much more likely that this was an ambush predator, who waited unseen on the bottom of a murky river until unwary prey came along.
It’s also possible that the skull served as a defensive mechanism – in which Diplocaulus may have used the points of its head as sideways horns to punch with – or as an aid for mating. Since Diplocaulus’ eyes were on the top of its head, finding and impressing a mate by sight would be near impossible. So, a larger skull makes a love connection much more likely.

Source: Wikipedia

File:Diplocaulus magnicornis Exhibit Museum of Natural History.JPG

Diplocaulus magnicornis. Exhibit Museum of Natural History, University of Michigan, 1109 Geddes Avenue, Ann Arbor, Michigan, USA.27 January 2011

Diplocaulus was an aquatic amphibian that grew up to 3 feet in length. Unlike most of the other reptiles and amphibians of the time, Diplocaulus was completely adapted to a water environment. They had tiny legs of little use, a boomerang shaped head and a long slender body. They also possessed a long, powerful tail that propelled them through the water, while the broad, flat head may have acted to guide the animal. The location of the eyes and nostrils on the surface of the skull suggest that this animal may have quietly laid on the bottom of pools or rivers waiting for food to get close. Diplocaulus probably fed on crustaceans, insects, and possibly carrion.
.

Age: Guadalupian Stage, Permian
Locality: Whitehorse Group “Red Beds” Baylor County, Texas

Diplocaulus Diplocaulus magnicornis – cast

Lower Permian  /Taylor Co. Texas / Texas Memorial Museum at Austin

Model of Diplocaulus,
Permian Amphibian

3-feet long
The Denver Museum of Nature and Science
and The American Museum of Natural History

http://www.reptileevolution.com/diplocaulus.htm

diplocerapsis16

20050708133001.jpg

http://mrogers.wikispaces.com/Diplocaulus

The origin and evolution of that “boomerang” head – part 2. Click to enlarge. Here are the taxa Beerbower (1963) associated with Diploceraspis burkei (Romer 1952). I’ve addedTuditanus which did not fuse the supratemporal and tabular and had a concave ventral maxilla among other traitsshared with Diplocaulus. These taxa are representatives from a very bushy tree. The nectrideans, like Urocordylus, do not include the supratemporal in the “horn”. Keraterpeton did not wrap the squamosal within the supratemporal. In the second example of Diplocaulus (on the right) the tabular extends beyond the supratemporal, as in Diploceraspis.

diplocaulus reconstructions

diplocaulus.jpg


  • Discosauriscus  
Preserved heads of fossil amphibians

Credit: SINCLAIR STAMMERS/SCIENCE PHOTO LIBRARY

: Discosauriscus pulcherrimus. Amphibian fossils from the Lower Permian, Boskovice, Moravia, Czech Republic

Discosauriscus-pulcherrissimus

Discosauriscus polcher was one of the primitive amphibians which had large solid skulls. This specimen, in fact, somewhat resembles a salamander with a huge head. Found near Brunn in the Czech Republic, it is over 250 million years old

is een amfibie uit het Onder-Perm. Zijn fossielen zijn gevonden in afzettingen van zoetwatermeren in midden- en west-Europa, vooral in Tsjechië. Tot nu toe zijn alleen fossielen van jonge dieren gevonden, niet van volwassen exemplaren. Dit komt waarschijnlijk omdat de volwassen dieren deze meren gebruikten om hun eieren in af te zetten, maar zelf in een andere habitat leefden. Er zijn twee soorten bekend: D. austriacusen D. pulcherrimus. Van de laatste zijn maar een paar exemplaren bekend.

Dissorophoida   http://tolweb.org/Dissorophoidea/17607

  Ecolsonia cutlerensis

File:Dissorophus multicinctus.JPG

http://en.wikipedia.org/wiki/File:Dissorophus_multicinctus.JPG

ドビノサウルス
Dvinosaurus primus

LIJST C FOSSIELE AMFIBIEËN

GLOS A

 

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

C

Callobatrachus sanyanensis

Name: Chordata: Vertebrata: Amphibia; Anura; Discoglossidae: Callobatrachus sanyanensis

Geological Time: Lower Cretaceous

Size (25.4 mm = 1 inch): Frog: 65 mm long (snout-vent length) Foreleg: 47 mm Hindleg: 97 mm Matrix: 115 mm X 95 mm

Fossil Site: Yixian Formation, Jinzhou, Liaoning Province, China

Description: This plaque holds a very rare fossil: a frog of the Family Discoglossidae, or disk-tongued frogs. The family derives its name from its fixed disk-like tongue. There are two extant genera known from Europe, Noth Africa, the Middle East, and Asia: Alytes (midwife toads) and Discoglossa, a frog that resembles the Ranidae (common frogs). Callobatrachus is the oldest known Discoglossid, and was very briefly described in 1999. A complete description was done in 2001 (See Journal Of Vertebrate Paleontology 21 (3) 460-476).

Frogs of any age are most rare specimens; one from the Cretaceous, so far back in geological time in their history, is almost unheard of. This fine specimen shows most all of the bones in articulation. The left radioulna is visible as it proceeds under the upper body. I do not know if any carpals or phalanges are present to the manus. The matrix has been stabilized to prevent loss of any of the specimen


Skull of the temnospondyl amphibian Cyclotosaurus intermedius

http://www.discussfossils.com/forum/printer_friendly_posts.asp?TID=615

Cyclotosaurus intermedius – rekonstrukcja

CYCLOTOSAURUS

CYCLOTOSAURUS sp  (MASTODONSAUROIDEA  (Lydekker, 1885))

fragment de mâchoire on distingue l’empreinte des dents.

Czatkobatrachus

LIJST B FOSSIELE AMFIBIEEN

GLOS A

 

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

B

  

    Fig. 3 Reconstructions of amphibian skeletons. (a) Carboniferous temnospondyl Balanerpeton (from A. R. Milner and S. E. K. Sequeira, The temnospondyl amphibians from the Visean of East Kirkton, West Lothian, Scotland, Trans. Roy. Soc. Edinburgh Earth Sci., 84:331–362, 1994). (b) Permian microsaur Rhynchonkos (as Goniorhynchus, from R. L. Carroll and P. Gaskill, The order Microsauria, Mem. Amer. Phil. Soc., 126:1–211, 1978).
Balanerpeton Balanerpeton.

(Milner & Sequeira 1994) [Balanerpetonskeletal reconstruction and life restoration immediately below is from Milner & Sequeira (1994), and borrowed from here].

i-a6a15b511ac2097808c68e8e16c85a0f-Balanerpeton.jpg(Milner & Sequeira 1994) [Balanerpetonskeletal reconstruction and life restoration  from Milner & Sequeira (1994), and borrowed from here].                   http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2007/07/09/temnospondyls-the-early-years-1/

Abbreviated Dendrogram
TETRAPODA
|–+–LEPOSPONDYLI
|  `–REPTILIOMORPHA
|
TEMNOSPONDYLI
`–+–+–Edopoidea | | |–Edops
|  |  `–+-Cochleosauridae
|  `–Saharastega
`–+-+–Balanerpeton | `–+–Dendrerpeton
|     `–+–Eugryinus | `?–Dvinosauria (if basal – Ruta et al 2007)
`–+–Capetus
|–+–Iberospondylus
|   `–Euskelia | |==Dissorophoidea
|       |     `–LISSAMPHIBIA
|       `–Eryopoidea
`–+?–Dvinosauria (if Limnarchia – Yates &Warren 2000)
`–Stereospondyli
|–Rhinesuchidae
`–+–Lydekkerinidae
|–+–Plagiosauroidea | `–+–Rhytidosteidae | `–Brachyopoidea
`–+–Capitosauria
`–Trematosauria
|–TrematosauroideaBalanerpeton woodi - reconstruction of skullBalanerpeton woodi, reconstruction of skull; from Milner & Sequeira 1994 (via Tetrapoda – Balanerpeton)
http://palaeos.com/vertebrates/temnospondyli/temnospondyli2.html
  • Banksiops       A replacement name for Banksia townrowi

http://palaeos.com/vertebrates/temnospondyli/brachyopoidea.html  http://www.paleofile.com/Labyrinthodons/Banksiops.asp

Bashkirosaurus is an extinct genus of archegosauroidean temnospondyl within the family Archegosauridae  http://paleodb.org/cgi-bin/bridge.pl?a=basicTaxonInfo&taxon_no=37059.

  • Batrachiderpeton

 Batrachiderpeton reticulatum (= B. lineatum)

Batrachosauroididae indet.
Stereophotograph 1 : lateral view of the right side of the vertebra ; the picture is taken slightly from the above. Magnification X6.
Stereophotograph 2 : anterior view of the vertebra. Magnification X6.

http://2dgf.dk/publikationer/dgf_on_line/vol_1/duffaud.htm

  Batrachosuchus browni was a temnospondyl amphibian of the Triassic.
The  systematic paleontology of Batrachosuchus is:Amphibia Linnaeus 1758
Temnospondyli Zittel 1888
Stereospondyli von Zittel 1887
Trematosauria Yates and Warren 2000
Brachyopoidea Lydekker 1885
Brachyopidae Lydekker 1885
Batrachosuchus Broom 1903
Batrachosuchus browni Broom 1903    The type locality of Batrachosuchus browni is in the Burgersdorp Formation at Aliwal North Area in South Africa. The strata in which the remains were found is dated to a span of 249.7 – 237 million years ago (Olenekian-Anisian).
The length of Batrachosuchus browni was about 50 cm. (1.6 ft.).
batrachosuchus skull
This excerpt from Palaeos Vertebrates tells about physical characteristics of the family Brachyopidae:The Brachyopids were a group of medium-sized tetrapods characterized by short,broad flat skulls with large eyes situated far forward.
The legs are relativelysmall; the creature would have spent most of its life in streams and lakes,although it may have been quite capable of moving about on land.
The uppermargin of the mouth was armed with large fangs, indicating fish-eating habits.
The different species are distinguished mainly by details of skull shape.
( Neal Robbins)
  <–pdf  AMNH     Temnospondyl phylogeny

beelzebufo devil frog

Sluit dit venster
Zo zal het hele skelet van Beelzebufo ampinga eruit hebben gezien. Alleen de witte delen zijn daadwerkelijk gevonden. Het streepje rechts stelt vijf centimeter voor. (PNAS) Evans en haar collega’s bestudeerden de meer dan 60 fossiele fragmenten die in het Bassin Mahajanga ( Madagascar) werden verzameld. Het team kon geen volledig skelet samenvoegen, maar was wel in staat om een bijna volledig beeld van de schedel te reconstrueren ( er waren genoeg schedelbeenderen aanwezig om minstens de linkerhelft te reconstrueren :de andere helft is dan gebaseerd op symetrie ) , die “groot ,dik en uitgerust met een reusachtige mond” bleek te zijn .

Belzebufo (left) was 2-3 times bigger than the largest living South American frog in this family (top right), and 4-5 times bigger than the largest living Malagasy frog (bottom right).PNAS
Fig. 3.          <–
Fig. 3.

Representative elements of Beelzebufo ampinga, Late Cretaceous of Madagascar. (A and B) Left premaxilla (UA 9622), labial and lingual views. (C and D) Left maxilla, anterior region (FMNH PR 2510), labial and lingual views. (E) Right nasal, rostral process (UA 9674), dorsal view reflected. (F) Partial left nasal (UA 9629), dorsal view, within scaled nasal shape. (G) Immature right nasal, maxillary process (UA 9625, reflected for comparison with F), dorsolateral view. (H) Right squamosal, maxillary process (FMNH PR 1959), lateral view. (I) Left squamosal, partial maxillary process (UA 9639), lateral view. (J) Left frontoparietal, anterior region (FMNH PR 2512), dorsal view. (K) Right squamosal, otic process (FMNH PR 2536), dorsal view. (L) Sacral vertebra, right half with left side added by reflection (FMNH PR 2003), dorsal view. (M and N) Urostyle, anterior part (UA 9636), anterior and dorsal views. (O) Left tibiofibula (UA 9628), posterior view. (P) Left frontoparietal and exoccipital in posterior view with right side added by reflection (UA 9675). Small arrows indicate unbroken edges. ams, absence of medial shelf; ap, alary process; aps, absence of palatal shelf; mxa, maxillary articulation; occ, occipital condyle; pa, premaxillary articulation; pp, posterior process. (Scale bar: 10 mm.)

Beelzebufo ampigna rana huesos

Beelzebufo was the largest frog that ever lived, weighing about 10 pounds and measuring nearly a foot and a half from head to tail. Judging by its unusually wide mouth, it probably feasted on the occasional baby dinosaur as well as the usual insects.
Late Cretaceous (70 million years ago) / Large size; unusually large, wide-opening mouth
Slightly outweighing its contemporary descendant, the Goliath Frog of Equatorial Guinea,http://savenaturesavehuman.blogspot.be/2012/11/goliath-frog.html
Beelzebufo was the largest frog that ever lived, weighing about 10 pounds and measuring nearly a foot and a half from head to tail. Unlike contemporary frogs, which are mostly content to snack on insects, Beelzebufo (at least by the evidence of its unusually wide and capacious mouth) must have chowed down on the smaller animals of the late Cretaceous period, perhaps including baby dinosaurs and full-grown “dino-birds” in its diet.
Reprising a common theme, this prehistoric amphibian evolved to its giant size on the relatively isolated Indian Ocean island of Madagascar, where it didn’t have to deal with the large, predatory, theropod dinosaurs that ruled the earth elsewhere.
Goliath frog eating another frog
°
Skull of Benthosuchus sushkini, an amphibian that lived 230 million years ago. This fossil originates from the Triassic rocks of the Scharzhenga River, Russia.
NaturalHistoryMuseum  London 
Fossil skull of the amphibian Benthosuchus sushkini

BRANCHIOSAURUS PERMIAN AMPHIBIAN FOSSIL

This is a fine exemple of a Branchiosaurus sp. from the Lower Permian of Germany. Approximately 260,000,000 years old.

Branchiosaurus

Branchiosaurus   http://www.biolib.cz/en/image/id61951/

ブランキオサウルス

Four Rare Fossil Amphibians  - Pfalz, GermanyFour Rare Fossil Amphibians  - Pfalz, GermanyFour Rare Fossil Amphibians  - Pfalz, Germany

three adults and one larval Branchiosaurs. These salamander-like amphibians once inhabited swamps in what is now Southwest Germany. This fossil plate comes from a  quarry near Pfalz, Germany

Although Branchiosaurs look like modern day salamanders they are not related and are classified in a separate order and family of amphibians. The name branchiosaur means “gill lizard”. As adults Branchiosaurs retained their external gills similar to a modern day amphibians like the mudpuppy (Necturus). Google fossilream to see more of our incredible fossils.

Branchiosaurus Geologic Age: Lower Permian Location: Odenheim, Rhineland-Pfalz, Southwest Germany

LIJST A fossiele amfibieen

GLOS A

 

Amfibieen 

http://www.prehistoriclife.nl/BeschrijvingAF.html  

De moderne land- en watersalamanders, kikkers en padden zijn de nakomelingen van de eerste Amphibia, oftewel amfibieën die zich 370 miljoen jaar geleden op het land waagden. Hun verovering van het land was echter geen volledig succes – voor de voortplanting moesten de amfibieën nog steeds terug naar het water. Het zijn hun afstammelingen – de reptielen – die pas echt het land veroverden. De naam Amphibia betekend ‘beide levens’ en refereert naar het vermogen van deze dieren om in twee werelden te leven – de wereld van het water, nog steeds bewoond door hun voorouders de vissen, en de wereld van het land, dat hun afstammelingen de reptielen zouden erven. De pas uit het ei gekropen larve van een amfibie is aangepast aan het leven in het water – ze heeft kieuwen en een zwemstaart. Later treedt er een vrij snelle gedaantewisseling op waarbij deze kenmerken verloren gaan. De larve krijgt dan longen en sterkere ledematen waarmee ze later aan het leven op het land was aangepast. Er zijn verschillende redenen om aan te nemen dat ook de fossiele amfibieën uit het Palaeozoïcum een dergelijk aquatisch larvaal stadium doorliepen. Er is een aantal vondsten gedaan van kleine individuen met sporen van kieuwen, die via een reeks van steeds grotere exemplaren verbonden zijn met volwassen dieren zonder sporen van kieuwen. In andere gevallen, zoals bij Seymouria werden in de kop van jonge dieren de restanten van kanalen van het zijlijnorgaan aangetroffen. Dit zijlijnorgaan kan alleen werkzaam zijn geweest onder water. Ten slotte is er een aantal nog levende amfibieën, zoals de mudpuppy uit Noord-Amerika, die weer zijn teruggekeerd naar een volledig aquatisch bestaan en in het volwassen stadium hun kieuwen hebben behouden. Dit gold ook voor een aantal Palaeozoïsche amfibieën zoals Gerrothorax, die drie paar veervormige kieuwen had. Een van de karakteristiekste kenmerken van de hedendaagse amfibieën is hun vochtige huid. Het is tegelijkertijd ook het kenmerk dat hen het duidelijkst onderscheidt van hun Palaeozoïsche voorouders. Moderne amfibieën ademen zowel door de longen als door de huid. Deze huidademhaling legt echter wel beperkingen op aan hun grootte en levenswijze. Veel amfibieën uit het Palaeozoïcum hadden zware schubben of een pantser over het lichaam en bereikten bovendien een respectabele omvang. Ze konden niet door de huid ademhalen en hadden om vochtverlies tegen te gaan een ondoorlaatbare leerachtige huid. Mede hierdoor waren het trage, nogal plompe dieren. Paleontologen zijn het er over eens dat de amfibieën zijn ontstaan uit een van de drie groepen spiervinnigen. Deze drie groepen zijn de longvissen (Dipnoi) met een aantal nog levende soorten, de Coelacanthida of Actinistia met nog één levende soort en de uitgestorven Rhipidistia, die zijn opgesplitst in de Osteolepiformes en de Porolepiformes. De structuur van de spieren en beenderen in de gepaarde, vlezige vinnen konden zich zonder veel moeite hebben ontwikkeld tot de ledematen van een primitief amfibie. Bovendien bezaten deze vissen net als amfibieën longen. Dit is in ieder geval zeker bij de nog levende longvissen; ook de enig levende Coelacanth heeft een, zij het enkelvoudige, op longen lijkende structuur. Het is op grond hiervan aannemelijk dat ook de uitgestorven Rhipidistia longen gehad zullen hebben. Verder hebben zowel de longvissen als de Rhipidistia openeningen in het verhemelte, die overeenstemmend zijn met de inwendige neusopeningen van de amfibieën. Paleontologen verschillen echter van mening over de groep waaruit de amfibieën zouden zijn ontstaan. De meesten geloven dat dit de Rhipidistia waren. De bouw van de schedel en de vinnen/poten van deze vissen vertoont een verbluffende overeenkomst met die van de primitieve amfibieën. Andere paleontologen houden het erop dat de longvissen de voorouders waren. Zij baseren dit op de ontwikkeling van longen, neusgaten en vinnen die overeenkomt met de ontwikkeling van deze lichaamsdelen bij levende amfibieën. Ongeacht tot welke groep de voorouders van de amfibieën hebben behoord, blijft de vraag waarom zij aan land zijn gegaan. Immers, de temperatuurwisselingen op het land zijn veel groter en het gevaar van uitdroging ligt constant op de loer. Aanvankelijk dacht men dat deze evolutionaire verandering tot stand was gekomen in een milieu waar periodieke droogten optraden. Vissen die hun uitdrogende poel konden verlaten en over land op zoek konden gaan naar andere nog waterhoudende poelen, zouden sterk in het voordeel zijn geweest. De meest recente theorie gaat er evenwel van uit dat de vissen het land op trokken om te ontkomen aan de vele roofzuchtige waterbewoners. Eenmaal aan land ontdekten zij de grote voedselrijkdom van de sappige begroeiing langs de oevers met slakken, wormen, insekten en andere ongewervelden. Dit was de gelegenheid voor cruciale evolutionaire veranderingen die uiteindelijk leidden tot de ontwikkeling van de eerste amfibieën. De oudst bekende amfibieën zijn gevonden in gesteenten van het Laat-Devoon op Groenland. In die tijd, zo’n 370 miljoen jaar geleden, maakte Groenland deel uit van het Euramerikaanse continent, dat toen ter hoogte van de evenaar lag. Opvallend is dat bijna lle vroege amfibieën en hun afstammelingen, de reptielen, tot in het Midden-Perm, zo’n 270 miljoen jaar geleden, slechts op dit continent zijn aangetroffen. Hieruit kan worden afgeleid dat deze dierenop dit continent moeten zijn ontstaan. Pas na het Midden-Perm, nadat Azië en de zuidelijke landmassa’s van Gondwanaland aan Euramerika waren vast komen te liggen en gezamenlijk het supercontinent Pangea vormden, verspreidden de amfibieën en reptielen zich over de gehele wereld. In het Perm bereikten de Palaeozoïsche amfibieën hun grootste vormenrijkdom. Uit deze periode zijn meer dan honder geslachten bekend, verdeeld over veertig families. In de Trias werden de laatste antieke amfibieën door de Therapsiden van het land verdreven. Er zijn uit deze periode weliswaar nog meer dan tachtig geslachten bekend, maar deze behoorden tot slechts vijftien families, alle temnospondyle labyrinthodonten. Aan het lange bestaan van de labyrinthodonten was nu bijna een eind gekomen. In het Jura kwamen nog slechts twee geslachten voor, één in Australië en één in China. De voorouders van de hedendaagse amfibieën met hun vochtige huiden waren ook al verschenen, zoals de eerste kikker Triadobatrachus. Beenderen van de eerste Urodela, waartoe de hedendaagse salamanders behoren, zijn gevonden in gesteenten uit de Jura

amfibieen evolutie en geologie    <–Docx

http://www.biolib.cz/en/taxon/id304/

Uitgestorven voorlopers van extante groepen 

  • Lissamphibia. Modern amphibians are known first from the Triassic, but they might have arisen earlier. Triassic fossils are rare, but the fossil record for frogs and urodelans after the Jurassic is quite extensive, but it is not for caecilians, probably because of their reduced skeleton.
  • Early frogs are from the Lower Jurassic of Argentina and Arizona, but there are some ‘proto-frogs’ from the Lower Triassic of Madagascar (Triadobatracus) and Poland (Czatkobatrachus).
  • The earliest salamanders are from Middle Jurassic Europe (Marmorerpeton) and Asia (Karaurus), while most later fossils are from all over the Northern Hemisphere.
  • The earliest fossil caecilian is Eocaecilia from the Lower Jurassic of Arizona, a form that still has reduced limbs, although in modern caecilians the limbs are absent.

Illustrations of what some prehistoric amphibians may have looked like:

prehistoric-amphibians-12622

 

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

°

A

_______________________________________________________________________________________

Capitosauroid / ‘ Abi Adi Lizard ‘  / Ethiopia

Jurassic   Triassic

______________________________________________________________________________________

Acanthostega was redescribed in the 1990s by Jenny Clack and Mike Coates, and represents the most primitive tetrapod that has hands and feet for which we have a full skeleton. It had toes (eight per limb), no fin rays, a large load-bearing pelvis and is thought to have retained gills into adulthood.

Figure 2. Acanthostega in a swimming posture (from Clack)

Figure 3 The left forelimb of Acanthostega, showing the eight digits (from Clack)
____________________________________________________________________________________.
°
_____________________________________________________________________________________


Holotype (RSM 1967/13/1) of Acherontiscus caledoniae. From Carroll, 1969.              lepospondyli

http://www.palaeocritti.com/by-group/lepospondyli/acherontiscus

_______________________________________________________________________________________


Acroplous vorax Hotton, 1959, DMNH 44396. Skull in A, dorsal view; B, ventral view (displaced pterygoids and parasphenoid removed during preparation); C, left lateral view; D, occipital view; E, right mandible, labial view (image reversed); F, lingual view (image reversed); G, dorsal view. Scale bar equals 1 cm.

http://dinosauria.ucoz.com/news/2008-07-02-4

_______________________________________________________________________________________

un-actinodon-(a-gauche)-decouvert-au-chemin-de-muse-et-un-onchiodon-(a-droite)-photo-dr

Un actinodon (à gauche) découvert au chemin de Muse et un onchiodon (à droite). Photo DR

http://www.bienpublic.com/cote-d-or/2011/08/25/des-fossiles-de-poissons-qui-nous-attendent

A rare fossil Amphibian :   Actinodon frossardi, from the Lower Permian of Autun,

http://fossilspictures.wordpress.com/2009/03/11/actinodon-frossardi-permian-france/Adamanterpeton

http://www.dinofan.com/dfanimals/LifeForm_Detail_Images.aspx?SBID=28106

Crâne d’Actinodon.
Crâne d'Actinodon.

Aedua Graudryi (Dauvage), Igornay, Saône-et-Loire.

Adelogyrinus simnorhynchus 89980f278576

  

Adelospondylus

amphibamushttp://dinosaurs.about.com/od/dinosaurpictures/ig/Prehistoric-Amphibian-Pictures/Amphibamus.htm

Late Carboniferous (300 million years ago)/Small size; salamander-like body/insectivore ?

It’s often the case that the genus that lends its name to a family of creatures is the least understood member of that family. In the case of Amphibamus, the story is a bit more complicated; the word “amphibian” was already in wide currency when the famous paleontologist Edward Drinker Cope bestowed this name on a fossil dating from the late Carboniferous period.

Amphibamus seems to have been a much smaller version of the larger, crocodile-like “temnospondyl” amphibians (such as Eryops and Mastodonsaurus) that dominated terrestrial life at this time, but it might also have represented the point in evolutionary history when frogs and salamanders split off from the amphibian family tree. Whatever the case, Amphibamus was a small, inoffensive creature, only slightly more sophisticated than its recent tetrapod ancestors.

Saurerpeton (× 1/2, after Romer, 1930, fig. 6); Amphibamus, the palatal view × 2-1/4, from Watson, 1940, fig. 4 (as Miobatrachus), the dorsal view × 2-1/2, from Gregory’s revised figure of Amphibamus (1950, Fig. 1); Protobatrachus, × 1, from Watson, 1940, fig. 18, 19.

http://www.gutenberg.org/files/37350/37350-h/37350-h.htm

found in Ohio, USA //Medial Pensylvannian  //3 x 2.8 cm  Amphibamus lyelli

http://fossils.valdosta.edu/fossil_pages/fossils_pen/a5.html

AMPHIBIANS  (FOSSIL)

http://http://dc152.4shared.com/doc/gAtoYuue/preview.html

°  ANURA  

De moderne kikkers en padden worden gegroepeerd in de Anura. De volwassen dieren zijn zeer gespecialiseerde gewervelde dieren met de kortste wervelkolom van alle vertebraten en met geweldige springpoten. Een anure ondergaat tussen het larvale en het volwassen stadium een ware metamorphose. Hij verandert van een pootloze, zwemmende herbivoor (kikkervisje) met een lange staart in een springende, staartloze insectivoor met grote ogen. Paleontologen zijn er vrij zeker van dat de temnospondyle labyrinthodonten, bijvoorbeeld van eryopide vormen. De eerste amfibie met kikkerachtige trekken dateert uit de vroege Trias

 

.Anthracosauria    

De anthracosauriërs, ook wel bekend onder de naam batrachosauriërs, waren labyrinthodonten die verschenen in het Carboon en in het Midden-Perm uitstierven. De groep was lang niet zo talrijk en vormenrijk als de temnospondylen, maar onder hen bevonden zich wel de voorouders van de reptielen. In tegenstelling tot de temnospondylen, zijn bij de anthracosauriërs de zijdelings gelegen elementen aan de wervels behouden gebleven en ontwikkeld tot de wervelkolom. Bij primitieve dieren zijn deze beide elementen nog in de vorm van 2 halve ringen. Bij latere soorten smelten deze samen en vormen zo de wervelkolom van de amnioten.

  • Order Anthracosauria, also known as coal lizards, are early stem-amniotes (not true amniotes though, as they still had a larval from) known from the Carboniferous to the Triassic. They were fish-eating carnivores that seem to have been terrestrial animals that became secondarily adapted for life in water. An example is Proterogyrinus from the Early Carboniferous of the USA and Scotland. This was 1 m long with an elongated skull, well developed limbs, a tail for swimming and may have had an eardrum.

 

  • Apateon                       Apateon Lower Permian Fossil Amphibian    Apateon pedestris (a Permian tetrapod)

Apateon Permian Fossil AmphibianThis is a rarely seen amphibian; known as Apateon pedestris, thought to be a precursor of the salamanders. The family derives its name from the gill structures that are present from larvae to adult. Some salamanders demonstrate neoteny, or the capability of reproducing while in what is ostensibly the larval state. Neoteny is not all that uncommon among modern-day Apateonsalamanders (some 40 species in 9 different families demonstrate this strategy), with the Mexican Salamander, Axolotl, being an example; this means that it retains its gills and fins, and it doesn’t develop the protruding eyes, 
eyelids and characteristics of other adult salamanders. It grows much larger than a normal larval salamander, and it reaches sexual maturity in this larval stage. The detail is amazing for a specimen nearly 300 million years old. Note the soft tissue outlines preserved. Apateon pedestris grew to a maximum length of 9 cm.

click fossil pictures to enlarge

Phylum Chordata, Subphylum Vertebrata, Superclass Tetrapoda, Class Amphibia, Order Temnospondyli, Family BranchiosauridaeGeological Time: Lower Permian (Asselian Age – 290 million years ago)Size: 42 mm long (tip of skull to tip of tail along backbone). Matrix: 50 mm by 55 mm    Fossil Site: Red Beds, Odernheim, Germany

apateon wl-am1bapateon wl-am2bapareon wl-am3bapateon wl-am5bapateon wl-am6bapateon wl-am7bBranchiosaur Amphibian genus apateon, species pedestris Permian swamps in Pfalz, Germany    280 Million years old

  Archegosaurus schedel/replica / Lebach/Saarland (germany) 

Archegosaurus 

Archegosaurus behoort tot de klasse der Labyrinthodonta, een groep uitgestorven amfibieën. Deze amfibieën waren de eerste vertebraten die in het Devoon het land veroverden. Zij hadden zich uit de Sarcopterygii ontwikkeld, een klasse waartoe de kwastvinnigen en longvissen behoren. In een groep uit deze klasse ontwikkelde zich in het Devoon de longen uit de zwemblaas, toen ze om onbekende redenen het water verlieten.
Archegosaurus kon 1 m lang worden. Samen met Sclerocephalus en Actinodon behoorde hij tot de grootste amfibieën in Europa in het Perm.

Archegosaurus decheni fossil. This amphibian, which lived in the Permian period (280-248 million years ago), was the first vertebrate to begin the conquest of solid ground. The fossil was found in deposits in Saarland, Germany. Taken from Mines and Miners L. Simonin, 1868.    http://www.sciencephoto.com/media/172180/view

http://www.henskensfossils.nl/NETH0001.htm

http://dinosaurs.about.com/od/tetrapodsandamphibians/p/archegosaurus.htm

Late Carboniferous-Early Permian (310-300 million years ago)/Stubby legs; crocodile-like build  / Fish eater

Considering how many complete and partial skulls of Archegosaurus have been found–almost 200, all of them from the same fossil site in Germany–this is still a relatively mysterious prehistoric amphibian. To judge from reconstructions, Archegosaurus was a large, crocodile-like carnivore that prowled the swamps of western Europe, feasting on small fish and (perhaps) smaller amphibians and tetrapods. By the way, there are a handful of even more obscure amphibians under the umbrella “archegosauridae,” one of which bears the amusing name Collidosuchus.

http://palaeos.com/vertebrates/temnospondyli/metoposauroidea.html

  • Asaphestra         Asaphestra is an extinct genus of microsaur within the family Tuditanidae


Holotype of A. chiton. After Broili, 1904.

Holotype of A. glascocki. From Case, 1911.


Skull (UC 673) of A. novomexicanus. From Case & Williston, 1913.

http://www.palaeocritti.com/by-group/temnospondyli/aspidosaurus

________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________

australerpeton preview010

preview009

 

http://dc307.4shared.com/doc/gUOgboVx/preview.html

http://www.dinofan.com/dfanimals/LifeForm_Detail_Images.aspx?SBID=28144

_______________________________________________________________________________________

Austrobrachyops Аустробрахиопс
Austrobrachyops jensei holotype, left pterygoid, dorsal view.
Trading card - Lost Worlds by William Stout - Large Thecodont and Austrobrachyops

________________________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 254 andere volgers