Wat als al het ijs is gesmolten ?

 

_________________________________________________________________ ZEESPIEGELSTIJGING<—- http://www.kennislink.nl/publicaties/zeespiegelstijging

Een natte nachtmerrie   1

 

°

Een natte nachtmerrie 2

foto :  Een uitloper van het dichtbevolkte en verpauperte eiland Tarawa, waar de hoofdstad van Kiribati is gevestigd ., een archipel in de stille oceaaan . Nog eventjes en deze atollen verdwijnen in zee …

°

Een natte nachtmerrie 3

_______________________________________________________________ INHOUD van deze pagina   ;

°

* Bijna 700 vierkante kilometer grote ijsberg belandt in de Zuidelijke Oceaan

* Smeltende gletsjers op West-Antarctica zijn niet te stoppen

* ALS AL HET IJS OP AARDE SMELT GEBEURT DIT VROEG OF LAAT ?

* VN-klimaatrapport: België gaat zware klappen krijgen

* Zeespiegel en temperatuurstijging

* Temperatuurrecords

* De les van het LAAT KRIJT

* te verwachten ZEESPIEGEL STIJGING

* RISING SEAS (New York times 03- 2014 ) KIRIBATI

* GREENLAND MELTING * PANAMA * FUJI * BANGLA DESH * USA ° Maatregelen ?

* De wereld is slecht voorbereid op klimaatverandering

* DROOGTE ‘Dertig procent van de aarde krijgt te maken met droogte’

°

ONDERTUSSEN OP ANTARCTICA

* Antarctica breekt alle records: nog nooit is er zoveel zee-ijs gemeten

* De wind voorkomt dat Antarctica snel opwarmt

* Hoe lang duurt het voor sneeuw en regen (firn) terug ijs worden ? _______________________________________________________________

Bijna 700 vierkante kilometer grote ijsberg belandt in de Zuidelijke Oceaan

ijsberg

In november vorig jaar kwam een enorme ijsberg los van de Pine Island-gletsjer. NASA volgde de ijsberg – die ongeveer drie keer zo groot is als Amsterdam – de afgelopen maanden en dat levert een mooi filmpje op.

Het is alweer iets meer dan vijf maanden geleden dat de bijna 700 vierkante kilometer grote ijsberg B31 zich losmaakte van de Pine Island-gletsjer. Kort na het losbreken van de ijsberg kondigden onderzoekers al aan dat ze deze nauwgezet zouden gaan volgen. En dat hebben ze de afgelopen maanden gedaan met behulp van satellieten. De Terra-satelliet fotografeerde de ijsberg regelmatig tussen 18 november en 10 december 2013, waarna een andere satelliet het stokje overnam en de ijsberg tussen 5 februari en 11 maart 2014 volgde. NASA heeft de beelden nu gebundeld en er een timelapse van gemaakt.

Verplaatsing De timelapse laat duidelijk zien hoe de ijsberg zich de afgelopen maanden verplaatst heeft. In eerste instantie blokkeerde het zee-ijs de weg, maar dat werd dunner en maakte zo de weg vrij richting de oceaan. “Het is heel interessant om te zien hoe weinig zee-ijs er in het gebied was,” vertelt onderzoeker Grant Bigg. “In de video zie je wolken die suggereren dat er in de eerste twee maanden een sterke valwind van de gletsjer komt zetten en die heeft de baai wellicht ijsvrij gehouden en geholpen om de ijsberg uit de baai te leiden.”

Grootte De ijsberg is ongeveer 33 kilometer lang en 20 kilometer breed. “We denken dat deze ongeveer 500 meter dik is,” vertelt Bigg. Hoewel de ijsberg wel al een beetje massa verloren is, is deze qua vorm eigenlijk onveranderd gebleven.

Normaal Wat het afkalven van deze ijsberg precies te betekenen heeft, daar zijn onderzoekers nog niet uit. “Het afkalven van ijsbergen is heel normaal,” benadrukt onderzoeker Kelly Brunt. “Maar de breuk die deze ijsberg creëerde bevond zich ver stroomopwaarts ten opzichte van de gemiddelde plek waar ijsbergen de afgelopen dertig jaar afkalfden, dus dit is een gebied om in de gaten te houden.” De Pine Island-gletsjer wordt in rap tempo dunner en brengt steeds meer water naar zee. Daarmee wordt deze gezien als één van de grootste bijdragers aan de zeespiegelstijging.

De onderzoekers blijven ijsberg B31 volgen, voor zover dat in de naderende winter op Antarctica mogelijk is. Ze doen dat niet alleen om meer te weten te komen over de ijsberg en oceaanstromingen, maar ook om te voorkomen dat deze een gevaar gaat vormen voor de scheepvaart. “De ijsberg is nu uit de baai en zal snel de stroming in de Zuidelijke Oceaan gaan volgen,” voorspelt Bigg.

Van boven naar beneden: de ijsberg op 18 november, 10 december en 5 februari. Foto's: Jeff Schmaltz / LANCE / EOSDIS Rapid Response.

__________________________________________________________________ zeespiegel , drinkwater en zoetwater behoud <—-    __________________________________________________________________ °

Smeltende gletsjers op West-Antarctica zijn niet te stoppen

 Thwaithes gletsjer  west antarctica       Thwaites Glacier  in West Antarctica is connected with its neighbors in ways that threaten a wholesale collapse if it recedes too far inland.
°
Een deel van de West-Antarctische ijskap smelt razendsnel. Nieuw onderzoek stelt nu dat dit smeltproces niet meer te stoppen is. Wat we ook doen of laten: niets kan ervoor zorgen dat de gletsjers in dit gebied stoppen met smelten. Dat schrijven onderzoekers in het blad Geophysical Research Letters. De wetenschappers baseren zich onder andere   op 40 jaar aan wetenschappelijke waarnemingen op West-Antarctica. (2)
°
De betreffende gletsjers leveren reeds een belangrijke bijdrage aan de stijging van de zeespiegel. Ze brengen jaarlijks ongeveer net zoveel ijs naar de oceaan als de gehele Groenlandse ijskap. En de gletsjers beschikken over nog genoeg ijs om de zeespiegel wereldwijd met 1,2 meter (1)(2)te laten stijgen. Bovendien smelten ze momenteel sneller dan onderzoekers dachten. antarctica2
°
De pijl wijst het gebied aan waar de onderzoekers in hun paper over spreken. Afbeelding: NASA
°
De gletsjers in het westelijk deel van Antarctica hebben in de afgelopen twee decennia 14 tot 35 kilometer aan lengte verloren. Dat is veel meer tot nu toe werd gedacht…..
°
Geen weg terug
°
En nu blijkt ook nog eens dat er geen weg terug is voor de gletsjers. Ze zullen blijven smelten. “Dit deel zal in de komende decennia en eeuwen een belangrijke bijdrage leveren aan de stijging van de zeespiegel,” voorspelt onderzoeker Eric Rignot. “Een behoudende schatting is dat nog enkele eeuwen tijd nodig is voordat al het ijs in de zee is gestroomd.”(1b ) (2)
°
Sneller
°
De onderzoekers baseren hun conclusies op drie argumenten. Ten eerste de snelheid waarmee de gletsjers in zee glijden. Die snelheid loopt op.
°
Op water en land
°
Daarnaast keken ze ook naar het deel van de gletsjers dat op zeewater drijft. Gletsjers liggen deels op land, maar hun ‘tongen’ rusten op het water.
*
Het punt waarop gletsjers het contact met het land verliezen, wordt grounding line genoemd. Wanneer gletsjers smelten, doen ze dat voorbij die grounding line, aan de onderzijde van het deel van de gletsjer dat op het zeewater rust. Net zoals een vastgelopen boot weer gaat drijven als u er bagage uit verwijdert, kan een gletsjer op plekken waar deze eerder op de aarde rustte (voor de grounding line) gaan drijven als deze smelt (en dus lichter wordt). De grounding line komt dan steeds verder landinwaarts te liggen. Uit het onderzoek van Rignot en zijn collega’s blijkt dat dat inderdaad gebeurt op West-Antarctica. De gletsjers zijn zo dun geworden dat ze nu ‘zweven’ op plekken waar ze eerder op het land rustten.
°

°
Steeds sterker 
°
De gletsjers stromen dus sneller. En het punt waarop ze niet langer op de aarde rustten, komt steeds verder landinwaarts te liggen. Die twee gebeurtenissen versterken elkaar ook nog eens. Wanneer gletsjers sneller gaan stromen, strekken ze zich uit en worden dunner, waardoor hun gewicht terugloopt en ze verder landinwaarts loskomen van het gesteente. Naarmate de ‘grounding line‘ zich terugtrekt, komt een groter deel van de gletsjer op het water te rusten en water geeft minder weerstand dan steen, dus gaat de gletsjer zich nog sneller verplaatsen.
°
°
Geen heuvels
°
Om deze veranderingen een halt toe te roepen, zijn hobbels of heuvels nodig in het landschap waar het ijs achter blijft haken. Uit het onderzoek blijkt dat op dit moment stroomopwaarts vanaf de grounding line van vijf van de zes gletsjers op West-Antarctica geen hobbels of heuvels te vinden zijn.
°
Alleen de Haynes-gletsjer beschikt over enkele hindernissen stroomopwaarts, maar trekt zich desalniettemin net zo snel terug als de andere gletsjers. De onderzoekers wijzen er bovendien op dat het bed waarin de gletsjers rusten, verder onder de zeespiegel ligt naarmate men verder landinwaarts komt. Als de gletsjers zich terugtrekken, kunnen ze niet aan de greep van de oceaan ontkomen en het warme water zorgt ervoor dat ze nog sneller smelten. Gletsjers stromen dus sneller.
°
De grounding line trekt zich terug. En de kenmerken van het Antarctische landschap faciliteren het smeltproces. “De ineenstorting van dit deel van West-Antarctica lijkt niet meer te stoppen.” Rignot wijst erop dat meerdere gletsjers in een groot gebied tegelijkertijd aan het smelten zijn en dat dat erop wijst dat alle gletsjers door toedoen van één en dezelfde oorzaak smelten. “Bijvoorbeeld een toename in de temperatuur van de oceaan onder de drijvende delen van de gletsjers. Op dit moment lijkt het einde van deze sector onvermijdelijk.”
°
12 MAY 2014
°
A computer model and radar data show that one melting glacier the size of Uruguay could wreak havoc at the bottom of the world—and far beyond

http://news.sciencemag.org/climate/2014/05/west-antarctic-ice-sheet-collapsing http://www.sciencemag.org/content/early/2014/05/12/science.1249055

 

°

Abstract :

°

Resting atop a deep marine basin, the West Antarctic Ice Sheet has long been considered prone to instability. Using a numerical model, we investigate the sensitivity of Thwaites Glacier to ocean melt and whether unstable retreat is already underway. Our model reproduces observed losses when forced with ocean melt comparable to estimates. Simulated losses are moderate (<0.25 mm per year sea level) over the 21st Century, but generally increase thereafter. Except possibly for the lowest-melt scenario, the simulations indicate early-stage collapse has begun. Less certain is the timescale, with onset of rapid (> 1 mm per year of sea-level rise) collapse for the different simulations within the range of two to nine centuries.

Gletsjers op West-Antarctica maken veel meer haast dan veertig jaar geledenGletsjers op West-Antarctica maken veel meer haast dan veertig jaar geledenOnderzoek toont aan dat maar liefst zes grote gletsjers in West-Antarctica momenteel sneller bewegen dan veertig jaar geleden.…
Gletsjers uit Groenland doen zeespiegel stijgenGletsjers uit Groenland doen zeespiegel stijgenNiet alleen het smelten van gletsjers doet de zeespiegel stijgen, ook het in zee stromen van gletsjers uit…

http://www.nu.nl/wetenschap/3773978/gletsjers-west-antarctica-zullen-helemaal-verdwijnen.html °

Hoofdonderzoeker Eric Rignot op nieuwssite ScienceDaily.

°

NOTEN

°

En dit alles  is alleen West-Antarctica,                                                                                  Groenland is ook goed zijn best aan het doen.

°

(1) > anderhalf meter zoet water in de zoute zee.


Ben benieuwd wat dat met het leven in zee zou kunnen doen

°

> (1b) Op het ganse continent  Antarctica  ligt in totaal  genoeg  ijs  voor zo’n 55 m zeespiegelstijging (als alles smelt )

°

(2) > De verwachting is dat de gletsjer waar ze het over hebben in 200 tot 1000 jaar smelt en zo’n 60 cm zeespiegel stijging verzorgt, maar als deze gesmolten is komen andere gletsjers vrij te liggen zodat er we een totale zeespiegelstijging tot 4 meter kunnen verwachten. 
http://www.nbcnews.com/science/environment/west- …

°

IJs op Antarctica smelt in sneltempo

ma 19/05/2014 Gianni Paelinck
Het ijs op de Zuidpool is de afgelopen 3 jaar met 160 miljard ton afgenomen, 2 keer zo veel als bij vorige vaststellingen. Dat blijkt uit metingen van de Europese satelliet CryoSat. De hoeveelheid gesmolten ijs is goed om het globale zeeniveau jaarlijks te doen stijgen met 0,43 mm.

Vooral in het westelijke deel van Antarctica verliezen 6 enorme gletsjers snel aan omvang door relatief warm oceaanwater dat via de Amundsen Zee de Zuidpool bereikt. De zeestroming wordt aangedreven door winden die – volgens wetenschappers – sterker zijn door de klimaatverandering. Eén bepaalde gletsjer verloor zo’n 9 meter per jaar.

De vaststellingen konden gedaan worden dankzij de CryoSat-satelliet van de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA. Die satelliet laat via gesofisticeerde apparatuur veel meer gedetailleerde observaties toe. De resultaten zijn gepubliceerd in het vakblad “Geophysical Research Letters”.

Twee andere studies zijn tot de bevinding gekomen dat het smelten van de gletsjers vrijwel onomkeerbaar is. Onrustwekkend als je weet dat de zeespiegel wereldwijd met 1,2 meter zou stijgen, mochten de 6 gletsjers in het westelijke deel van Antarctica helemaal wegsmelten. “Als de zeestromen in de Amundsen Zee op die manier het ijs blijven aantasten, dan zal dat ernstige gevolgen hebben voor het zeeniveau”, zegt professor Duncan Wingham van University College London. “Daarom is het belangrijk dat we blijvend onderzoek doen.”

°

Antarctica verliest jaarlijks 159 miljard ton ijs

ijsberg

De ijskap op Antarctica raakt elk jaar 159 miljard ton ijs kwijt. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. De studie toont aan dat Antarctica – en dan met name het westelijke deel van het continent – steeds sneller ijs kwijtraakt.

Het grootste verlies wordt nog altijd geboekt op West-Antarctica. Dit deel verloor tussen 2010 en 2013 gemiddeld elk jaar zo’n 134 miljard ton aan ijs. Het oosten van het continent zag in diezelfde periode jaarlijks drie miljard ton aan ijs verdwijnen. Het Antarctisch Schiereiland verloor jaarlijks 23 miljard ton ijs. Daarmee komt het totale verlies op 159 miljard ton per jaar.

West-Antarctica
Uit het onderzoek blijkt ook dat het ijs op West-Antarctica steeds sneller dunner wordt. De regio verliest jaarlijks ongeveer 31 procent meer ijs dan gemiddeld jaarlijks tussen 2005 en 2010 het geval was. “We ontdekten dat het verlies aan ijs het meest uitgesproken is in de regio van de Amundsenzee (een deel van West-Antarctica, red.),” vertelt onderzoeker Malcolm McMillan. Gletsjers verliezen er nabij het water tot wel acht meter ijs per jaar. Tijdens eerder onderzoek werd al geconcludeerd dat dit deel van Antarctica het meest kwetsbaar is. Dit onderzoek onderschrijft dat.

Dit onderzoek onthult het dunner worden van het ijs langs de Amundsen-kust en die metingen zijn consistent met onze theorieën en modellen die erop wijzen dat dit gebied op instorten staat,” vertelt onderzoeker Ian Joughin.

Zorgwekkend
“Het steeds sneller dunner worden van het ijs op West-Antarctica is een zorgwekkende ontwikkeling,” stelt onderzoeker Andrew Shepherd. “Het is concreet bewijs dat in dit deel van onze planeet – dat genoeg ijs bezit om de zeespiegel wereldwijd met meer dan een meter te laten stijgen – grotere veranderingen plaatsvinden.” Exact in kaart brengen hoeveel ijs er jaarlijks op het continent smelt, is belangrijk. De metingen helpen ons beter begrijpen hoe de ijskappen op een veranderend klimaat reageren. “De uitdaging is om dit bewijs te gebruiken om klimaatmodellen te toetsen en verbeteren.”

De onderzoekers trekken hun conclusie op basis van metingen van CryoSat-2. Deze satelliet meet onder meer zeer nauwkeurig de veranderingen in de hoogte van het pak ijs op Antarctica. Omdat de satelliet ook door wolken en in de duisternis kan ‘kijken’, kan deze voortdurend een goed beeld geven van de ontwikkelingen op het regelmatig aan stormen en donkerte onderworpen Antarctica. De satelliet geeft onderzoekers daarmee een compleet en nauwkeurig beeld van het verlies aan ijs op Antarctica.

Bronmateriaal:
Antarctica’s ice losses on the rise” – Leeds.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Peter Pawlowski (cc via Flickr.com).

 

 

Oost-Antarctica duwt West-Antarctica opzijOost-Antarctica duwt West-Antarctica opzijEllebogenwerk op de Zuidpool. Daar duwt het oostelijke deel van Antarctica het westen opzij. En daar kan West-Antarctica…
Gletsjers op West-Antarctica maken veel meer haast dan veertig jaar geledenGletsjers op West-Antarctica maken veel meer haast dan veertig jaar geledenOnderzoek toont aan dat maar liefst zes grote gletsjers in West-Antarctica momenteel sneller bewegen dan veertig jaar geleden.…

Smeltend ijs veroorzaakt dip in zwaartekrachtsveld Antarctica

 

Het ijs op West-Antarctica smelt. En dat smeltproces heeft gevolgen. Ook voor het zwaartekrachtsveld van dit deel van de wereld. Daar is de afgelopen jaren een ‘dip’ in gekomen, zo toont de GOCE-satelliet aan.

De zwaartekracht is niet overal op het aardoppervlak even sterk. Onder meer de rotatie van de planeet en de positie van bergen en oceaantroggen hebben invloed op het zwaartekrachtsveld. En ook veranderingen in de massa van grote ijskappen kunnen kleine lokale variaties in het zwaartekrachtsveld bewerkstelligen.

Dip
En wetenschappers hebben die veranderingen nu waargenomen met behulp van de GOCE-satelliet. Ze bogen zich over gegevens die de satelliet tussen november 2009 en juni 2012 verzamelden. Opvallend genoeg ontdekten ze dat de afname in de massa van het ijs op West-Antarctica terug te zien was in de zwaartekrachtsmetingen van GOCE, ook al was de satelliet eigenlijk helemaal niet ontworpen om veranderingen die door de tijd heen kunnen optreden, te detecteren. Het verlies aan ijs tussen 2009 en 2012 resulteerde in een dip in het zwaartekrachtsveld van dit gebied.

 

 

Beter beeld
In het verleden gebruiken onderzoekers al de Grace-satelliet om de aardse zwaartekracht te bestuderen en zo conclusies te trekken over veranderingen in de ijsmassa op aarde. Maar de metingen van Grace zijn een stuk minder nauwkeurig dan die van GOCE en Grace kan bijvoorbeeld niet – zoals GOCE – naar delen van de Antarctische ijskap kijken. Door de gegevens die GOCE verzamelt te combineren met de gegevens van Grace kunnen nu ook veranderingen in de ijsmassa van kleine glaciale systemen worden waargenomen en krijgen we een nog beter beeld van wat er op Antarctica speelt.

Wetenschappers maken zich zorgen over Antarctica. Uit recent onderzoek blijkt dat de snelheid waarmee ijs op West-Antarctica jaarlijks verloren gaat, sinds 2009 met een factor drie verhoogd is. En tussen 2011 en 2014 nam het volume van Antarctica als geheel met zo’n 125 kubieke kilometer per jaar af.

 

Bronmateriaal:
GOCE reveals gravity dip from ice loss” – ESA.int
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door DGFI / Planetary Visions.

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/09/140930195428.htm

Satellite measurements reveal gravity dip from ice loss in West Antarctica

September 30, 2014
European Space Agency
Summary:
Although not designed to map changes in Earth’s gravity over time, ESA’s GOCE satellite has shown that the ice lost from West Antarctica over the last few years has left its signature. More than doubling its planned life in orbit, GOCE spent four years measuring Earth’s gravity in unprecedented detail. Researchers have found that the decrease in the mass of ice during this period was mirrored in GOCE’s measurements.

 

______________________________________________________________

ALS  AL HET IJS OP  AARDE SMELT  GEBEURT DIT VROEG OF LAAT  ?  http://fieggentrio.blogspot.be/2013/12/als-het-ijs-op-aarde-smelt-dan-is-dit.html maandag 30 december 2013 °

Dit is ‘s werelds nieuwe aangezicht als de zeespiegel ongeveer 65 meter zou stijgen.
National Geographic showt deze beelden en toont ons het grote verschil. 
Veel kustlijnen veranderen en sommige landen zullen zelfs helemaal verdwijnen. 
Eigenlijk zie je hier de wereld zoals-ie nu is, met slechts één verschil: al het ijs op de wereld is gesmolten en afgevoerd naar de zee. 
En dan krijg je dus dit. 
Sommige wetenschappers zeggen dat dat over ongeveer vijfduizend jaar kan gebeuren.
Europa
Europa:De  Nederlanden(met uitzondering van ardennen en eifel )  een deel van Noord frankrijk   en Londen zullen dan slechts nog herinneringen zijn. 
Ook het meeste van Denemarken zal verdwijnen in het water.
Afrika
Afrika: Dit continent zal het meest van zijn land bewaren, maar het wordt door de continue opwarming van de aarde op een gegeven moment wel onbewoonbaar. 
Het zal simpelweg te droog en te heet zijn.
Azie
Azië: Een groot deel van China, Bangladesh en India zal overstromen.
Ook zal de Mekong Delta overstromen en er voor zorgen dat de Cardamom bergen in Cambodja slechts nog eilandjes zijn.
Australie
Australië: Dit zal vooral één grote woestijn worden.
En juist de steden die het meest bewoonbaar zijn, aan de kust, zullen grotendeels verdwijnen.
Ook krijgen ze een zee middenin het continent.
Antartica
Antartica: De oostkant van Antartica bevat zoveel ijs (4/5de van al het ijs op de wereld) dat het bijna lijkt alsof onsmeltbaar is. 
De westkant daarentegen zal bijna helemaal instorten.
Noord-Amerika
Noord-Amerika: De staat Florida zal bijna helemaal verdwijnen en ook van San Francisco zal niet veel meer overblijven dan een paar drijvende eilandjes.
Zuid-Amerika
Zuid-Amerika: Buenos Aires verdwijnt, de kust van Uruguay en het meeste van Paraguay verdwijnt. 
Bergachtige gebieden blijven alleen  bestraan  in centraal Amerika .
°
DE GLAZEN BOL ?
°
5000 jaar is een lange tijd om dijken op te hogen en pompen/molens verder te ontwikkelen die de grond droog kunnen houden, dat moet wel lukken.
—> << ja , maar het moet betaalbaar en doenbaar  blijven  / / zandzakjes alleen dammen zeker   geen   overstroming  af wanneer die zeewering  structuren het begeven of niet meer zijn te onderhouden wegens de  slinkende  achteruit boerende   ekonomie middellen en  dus duurder wordende  material en de  aankomende  schaarste  eraan
°
IJskappen smelten niet van het een op het andere jaar, mensen hebben millennia de tijd om zich aanpassen.
—> volksverhuizingen zullen al vroeger massaal toenemen
°
 misschien zijn er wel veel minder mensen op aarde over 5000 jaar.
De huidige toename van mensen kan niet eeuwig doorgaan.
—> als we daar niet in slagen om  dat in te perken zal de natuur wel  zelf de wereldbevolking  gaan uithongeren  en zullen ziekten vrij spel gaan krijgen
°
Vroeg of laat ontstaat er oorlog vanwege de beperkte hoeveelheid voedsel en materiaal op de planeet.
In dat geval zijn smeltende ijskappen wel de minste van onze toekomstige problemen.
—> Juist  ……. Oorlogen met de huidige wapens kunnen snel uitgroeien tot een  totale uitroeing van al het leven op deze planeet . Moderne oorlogen (met het huidige wapenarsenaal )  in dit overvolle terrarium ,  betekenen  :  collectieve  zelfmoord 
Doemdenken heeft geen zin”
1)  Non sequitur  / /  de  blinde  en automatische   verschuivende   evenwichts processen die deze  planeet  voor mensen  soms  leefbaar houden ; trekken er zich niets van aan  of de mens doemdenker of optimist is  ….het zijn slechts de consequenties van onze  groeiende  massale  aanwezigheid , toenemende ecologische  voetafdruk   en tomeloze  ( we weten het allemaal en we kunnen alles beheersen ) arrogantie   die bepalen naar welke kant deze  balans zal overslaan ….
—>2)    <   <     het is te laat de put gevuld als het kalf verdronken is , en dat geldt ook voor optimisten
—>3 )   <    <   de kop in het zand steken heeft ook al geen zin
—>4)    <    <   Denken ( ook doemdenken en/of optimistisch vooruitgangs-denken   ) en    nadenken   is slechts een luxe die men zich kan permiteren   als het  goed gaat en de basis behoeften zijn gedekt
°
—> Wat er over 5000 jaar gebeurt heeft weinig te maken met wat ons  al  de komende 100 jaar al  te wachten staat.( of zelfs tegen het einde van deze eeuw )
1.-   Lekker overdrijven   dmv   dergelijk    getheoretiseer  en  lange termijn  prognoses /extrapolaties  van tendenzen ,     speelt alleen  de non-believers in de kaart   …..
2.-  Halen we dan de volgende   5000 jaar nog  ?
___________________________________________________________________
°
Ondertussen  zet de ( door velen nog steeds ontkende )klimaatopwarming zich  onverminderd  door  en krijgen we  nu  al te maken  met de eerste  duidelijke  gevolgen  —>
zie ook ;
______________________________________________________________
°
VN-klimaatrapport: België gaat zware klappen krijgen
19/03/2014 om 05:29 – Bijgewerkt

Ons land krijgt tegen 2100 af te rekenen met zware overstromingen en torenhoge kosten als gevolg van de stijgende zeespiegel. Dat staat in het nieuwe klimaatrapport van de VN.

VN-klimaatrapport: België gaat zware klappen krijgen

Smog-alarm in Brussel: slechts het begin van de klimaat-ellende? © BELGA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De krant De Morgen kon het gelekte rapport inkijken. In de EU rijzen de directe kosten door de zeespiegelstijging tegen eind deze eeuw tot 17 miljard euro per jaar als er geen ingrepen komen om het zeeniveau te bedwingen. België zal, samen met Nederland, Spanje, Italië, Duitsland, Frankrijk en Denemarken, de zwaarste rekening gepresenteerd krijgen, zo staat in het langverwachte nieuwe VN-klimaatrapport dat eind deze maand  maart  in Japan wordt voorgesteld. Naast een hoge prijs voor de zeespiegelstijging moet België zich volgens het VN-klimaatpanel ook voorbereiden op “ernstige afname van de grondwaterbronnen”. Ons land wordt hier samen genoemd met Italië, Spanje en Noord-Frankrijk. Voor België merken de onderzoekers ook op dat we nu al kampen met “aftakeling van de bossen en dode bomen.”

Torenhoge kosten  ……  en misschien een  “economie collaps”  ? “Tijdens de 21ste eeuw zullen de effecten van de klimaatverandering de economie en de strijd tegen armoede vertragen, de voedselzekerheid aantasten en nieuwe armoedevalkuilen veroorzaken, vooral in stedelijke gebieden”, zo staat in het gelekte voorontwerp. Bij een temperatuursstijging met 2,5 graden ( *** )zou de wereldeconomie tot 1400 miljard dollar (1000 miljard euro) per jaar kunnen verliezen. Momenteel is de wereld op weg naar een opwarming met 3,7 graden tegen 2100. (1)   (Belga/TV)   _________________________________________________________________ Zeespiegel en temperatuurstijging http://nl.wikipedia.org/wiki/Zeeniveau De zeespiegelstijging is actueel geworden door het broeikaseffect en klimaatverandering. 1.- Wetenschappers die zich daar mee bezighouden schatten in dat de zeespiegel tot 1 m gestegen zal zijn in 2100 (1) en daarna in hetzelfde tempo zal doorgaan. Dat kan/zal er toe leiden dat delen van het door mensen bewoond land  ontoegankelijk worden,…Ook al   omdat het te duur wordt de zeewering in stand te houden. 2.- Een recent internationaal onderzoek[4] voorspelt 2 meter stijging per eeuw, dus veel meer dan het IPCC had voorspeld.(2) De oorzaak ligt in het ijs van Groenland dat al bij een lagere temperatuurstijging zou gaan smelten. Een aanzienlijk aantal wetenschappers twijfelt echter aan deze conclusies.

(1) 
Anderen  zijn pessimistisch  en  anticiperen  nog   slechtere cyfers  
woensdag 5 maart 2014
Levermann.
“De gemiddelde temperatuur is nu al met 0,8 graden gestegen. Als de uitstoot van broeikasgassen blijft stijgen, voorspellen de modellen een stijging van de temperatuur met 5 graden tegen het einde van deze eeuw.”
°
De gevolgen zijn  bij 3 graden al  desastreus .
Bij een stijging van 3 graden verliezen wereldwijd twaalf landen meer dan de helft van hun huidige oppervlakte. Nog eens dertig landen verliezen een tiende aan de zee.

Met name eilandstaten in de Stille Oceaan en de Caraïben zijn ernstig bedreigd. Maar liefst 7 procent van de wereldbevolking leeft in regio’s die op termijn onder de zeespiegel zullen liggen.Als die stijging van de zeespiegel vandaag zou gebeuren, zouden meer dan 600 miljoen mensen op de vlucht moeten slaan en een nieuwe thuis moeten zoeken”, zegt Marzeion. “Deze enorme uitdagingen langs onze kusten zullen naar alle waarschijnlijkheid de culturele structuren fundamenteel veranderen. Als we de klimaatverandering niet kunnen beperken, zullen de archeologen van de toekomt grote delen van ons cultureel erfgoed  en onze levenstijl  in de oceanen moeten zoeken.”   (2)  —> dateerd  van  27/09/’13   IPCC  : De zeespiegel zal duidelijk sneller stijgen dan verwacht. In het ongunstigste geval zal die tegen eind deze eeuw met 82 centimeter gestegen zijn. Dat blijkt uit het eerste deel van het vijfde klimaatrapport dat het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, vrijdag in Stockholm heeft voorgesteld. Zelfs als de klimaatbescherming aanzienlijk wordt uitgebreid, zal de zeespiegel tegen dan met minstens 26 centimeter gestegen zijn. “Terwijl de oceanen opwarmen en gletsjers en ijskappen smelten, zal de globale zeespiegel verder stijgen, maar sneller dan we de voorbije 40 jaar hebben meegemaakt”, zei een van de co-voorzitters, Qin Dahe.

Temperatuurrecords

De temperaturen op de Aarde kunnen tegen het einde van de eeuw volgens verschillende scenario’s met 1,5 tot 4 graden Celsius stijgen. Volgens meer onwaarschijnlijke modellen gaan de wetenschappers zelfs uit van 0,3 tot 4,8 graden. “Hittegolven zullen zeer waarschijnlijk vaker voorkomen en langer duren”, deelde het IPCC-klimaatpanel (Intergovernmental Panel on Climate Change)mee . In het verlengde van de klimaatopwarming verwachten de wetenschappers dat de vochtige regio’s op de wereld meer en de drogere nog minder neerslag zullen krijgen. “Maar er zullen uitzonderingen zijn”. Volgens het rapport was het sinds het begin van de weermetingen nooit warmer dan tussen 2001 en 2010. “In een decennium werden meer temperatuurrecords gebroken dan ooit tevoren”, zei de secretaris-generaal van de World Meteorological Organization (WMO), Michel Jarraud. De ijskappen in Groenland en Antarctica hebben de afgelopen twee decennia aan massa verloren, en gletsjers zijn wereldwijd verder gekrompen, schrijven de wetenschappers. Voor deel een van het huidige klimaatrapport hebben 259 hoofdauteurs de voorbije vier jaar duizenden wetenschappelijke studies geëvalueerd. Ze hebben hun hoofdstellingen samengevat in 30 bladzijden. Het volledige rapport verschijnt maandag. Deel twee en drie van het vijfde klimaatrapport behandelen de gevolgen van de klimaatverandering en de politieke mogelijkheden om die af te remmen. Ze worden in de lente van 2014 in Japan( eind Maart ? )  en Berlijn voorgesteld. ___________________________________________________________________   ( *** )  De les van het  LAAT  KRIJT   :  een  te verwachten opwarming van  ( geen  3 maar)  6 ° C  warmer bij een verdubbeling van het Co2  percentage   …..  ° Late Cretaceous Period was likely ice-free September 24, 2013 ……Previously, many scientists have thought that doubling CO2 levels would cause earth’s temperature to increase as much as 3 degrees Celsius, or approximately 6 degrees Fahrenheit. However, the temperatures MacLeod believes existed in Tanzania 90 million years ago are more consistent with predictions that a doubling of CO2 levels would cause Earth’s temperature could rise an average of 6 degrees Celsius, or approximately 11 degrees Fahrenheit …..    http://www.sciencedaily.com/releases/2013/09/130924153956.htm _______________________________________________________________ °

–>  te verwachten  ZEESPIEGEL STIJGING 
17/03/14 – 14u06  
Bron: The Independent

© ap.

Volgens een nieuwe studie zou de zeespiegel wel eens sneller kunnen stijgen dan verwacht. Wetenschappers hebben ontdekt dat een ijsplaat in het noordoosten van Groenland, waarvan men dacht dat ze koud en stabiel was, snel aan het smelten is. Sinds 2003 zou er in de regio al miljarden ton ijs verloren hebben. Dat schrijft de Britse krant The Independent.

Mocht de hele ijsplaat smelten, dan stijgt de zeespiegel zeven meter

Jeremy Bamber, professor aan de Bristol University

De opwarming van de regio betekende in 2003 de aanvang van het smeltproces, blijkt nu uit een studie. Sindsdien is er al ongeveer 10 miljard ton ijs per jaar in zee beland. De onderzoekers zijn naar eigen zeggen verrast door hun bevindingen. Ze vrezen nu dat Groenland een grotere rol zal spelen dan eerst verwacht in het voorspellen hoeveel de zeespiegel wereldwijd zal stijgen. De ijsplaat is nu al een van de grootste bijdragers van de stijgende zeespiegel de laatste twintig jaar. Ze zou verantwoordelijk zijn voor 0,5 mm per jaar, een zesde van de totale stijging van 3,2 mm per jaar. Omdat verontsteld werd dat de ijsplaat stabiel is, werd ze voorheen niet inbegrepen in berekeningen hoeveel de zeespiegel zou stijgen. Zeven meter “De ijsplaat van Groenland heeft meer dan eender welke ijsmassa bijgedragen aan de stijgende zeespiegel de voorbije twintig jaar. Mocht de hele ijsplaat smelten, dan stijgt de zeespiegel zeven meter“, zegt professor Jeremy Bamber van de Bristol University. “Het noordoosten van Groenland is heel erg koud. Het werd voordien beschouwd als het laatste stabiele stuk van de ijsplaat. Deze studie toont nu echter aan dat het verlies van ijs versnelt”, zegt Michael Bevis van de Ohio State University, coauteur van de studie.

Lees ook

________________________________________________________________ ° RISING   SEAS  (New York times    03- 2014 ) KIRIBATI Climate-Kiribati-slide-T6HV-master1050 kiribati

Climate-Kiribati-slide-GGUD-master1050
Kiribati consists of 33 tiny islands and atolls, some uninhabited, sitting just feet above sea level (today )and spread over an expanse of ocean the size of India.

The low-lying islands of Kiribati, just a few feet above sea level, are on the front lines of climate change. Globally, sea levels have risen eight to 10 inches since 1880, but several studies show that trend accelerating. If carbon emissions continue unchecked, a recent survey of expertsconcluded, sea levels may rise about three feet by 2100.     ° That could inundate most of Kiribati by the end of the century, and the islands, home to some 100,000 people, are already feeling the impact. The government of Kiribati says the intrusion of salt water caused by rising sea levels has contaminated fresh water supplies and crop soil, and President Anote Tong has predicted that his country will become uninhabitable in 30 to 60 years. According to the United Nations High Commissioner for Refugees, all the residents of Kiribati, along with other low-lying island states such as the Maldives and Tuvalu, could be forced to flee as a result of climate change. “Entire populations could thus become stateless,” the agency wrote. The remote nation, more than 1,200 miles south of Hawaii and 3,800 miles northeast of Australia, has already purchased 6,000 acres on the neighboring island state of Fiji to protect its food security as the sea encroaches on its arable land — and possibly, in the future, to relocate its residents.   GREENLAND MELTING  greenland A growing body of research shows that climate change is rapidly melting the Greenland ice sheet. In 2012, satellite observations revealed an“extreme melt event” in which ice melted at or near the surface of 98.6 percent of the ice sheet. The summer melt season has been lengthening as well: Simulated reconstructions show that it now lasts 70 days longer than it did in 1972, and the extent of the ice melt in 2010 was twice that of the average in the early 1970s. All of these factors increase the contribution of Greenland’s ice melt to the global rise in sea level. But while the effects of climate change threaten the lives and livelihoods of people in low-lying Pacific island states, they could be a boon in parts of Greenland. Some Greenlanders hope climate change will help them achieve independence from Denmark, which colonized the island in the 18th century. The immense weight of Greenland’s ice sheet pushes the island down into the ocean, so as the ice sheet melts and the weight decreases, the island rises. Melting ice and warmer weather are reshaping Greenland’s geography, making once-frozen land arable. The thaw is also opening up access to formerly iced-over reserves of oil, zinc, gold, diamonds and uranium. There is a small but growing political movement in Greenland to harness the new wealth of resources as part of a push for independence.   PANAMA    The San Blas archipelago, a chain of more than 350 white-sand islands sprinkled across the Caribbean coast of Panama, has been home to the indigenous Kuna people for thousands of years. Now, rising sea levels and higher storm surges are flooding their villages. Scientists at theSmithsonian Tropical Research Institute estimate that sea levels around the islands are rising at a rate of about three-quarters of an inch annually, and that the islands will be underwater in the next 20 to 30 years. The Panamanian government is developing a plan to relocate the Kuna to the mainland, but the fiercely independent group is distrustful of the government, and many are resisting the proposal.   KUNA The Kuna — about 40,000 indigenous people living on dozens of islands off Panama’s Caribbean coast — fear that their ancestral lands could be submerged within a generation “The government of Panama recognizes that many of the people don’t want to move,” said Scott Leckie, director of Displacement Solutions, a Geneva-based organization that works with people displaced by climate change. “The younger the person is, the more likely they are to accept the move. The most able-bodied and highly educated people will move first. Thus, the least employed, the most ill, the oldest and weakest and most disabled, the least willing to move, will be the ones left behind.”   FUJI  Toguru village       Like its Pacific island neighbor Kiribati, Fiji is seeing the effects of the encroaching ocean, and the government has begun relocating residents from the archipelago’s outer islands and low-lying coastal areas to the larger mainland. The government moved residents from the coastal village of Vunidogoloa after salt water ruined the region’s crop soil. Officials are also investing in other adaptation measures: They are building desalination plants and water tanks on the country’s vulnerable northern islands, while continuing to make plans to relocate people. At the same time, Fiji knows its plight is not as dire as that of nations like Kiribati and Tuvalu, which scientists say will probably disappear by 2100. Fiji’s president, Ratu Epeli Nailatikau, has said he will welcome the fleeing populations of those countries, a gesture that could strain his nation’s own waning land and resources.   °   BANGLA DESH 

DAKOPE, Bangladesh — When a powerful storm destroyed her riverside home in 2009, Jahanara Khatun lost more than the modest roof over her head. In the aftermath, her husband died and she became so destitute that she sold her son and daughter into bonded servitude. And she may lose yet more.

Ms. Khatun now lives in a bamboo shack that sits below sea level about 50 yards from a sagging berm. She spends her days collecting cow dung for fuel and struggling to grow vegetables in soil poisoned by salt water. Climate scientists predict that this area will be inundated as sea levels rise and storm surges increase, and a cyclone or another disaster could easily wipe away her rebuilt life. But Ms. Khatun is trying to hold out at least for a while — one of millions living on borrowed time in this vast landscape of river islands, bamboo huts, heartbreaking choices and impossible hopes.

 

27bangladesh-lede-articleLarge
Bangladesh, with its low elevation and severe tropical storms, is among the countries most vulnerable to the effects of climate change, though it has contributed little to the emissions that are driving it. CreditKadir van Lohuizen for The New York Times

At a climate conference in Warsaw in November, there was an emotional outpouring from countries that face existential threats, among them Bangladesh, which produces just 0.3 percent of the emissions driving climate change. Some leaders have demanded that rich countries compensate poor countries for polluting the atmosphere. A few have even said that developed countries should open their borders to climate migrants.

“It’s a matter of global justice,” said Atiq Rahman, executive director of theBangladesh Center for Advanced Studies and the nation’s leading climate scientist. “These migrants should have the right to move to the countries from which all these greenhouse gases are coming. Millions should be able to go to the United States.”

River deltas around the globe are particularly vulnerable to the effects of rising seas, and wealthier cities like London, Venice and New Orleans also face uncertain futures. But it is the poorest countries with the biggest populations that will be hit hardest, and none more so than Bangladesh, one of the most densely populated nations in the world. In this delta, made up of 230 major rivers and streams, 160 million people live in a place one-fifth the size of France and as flat as chapati, the bread served at almost every meal.

bangladesh-mid-jumbo

A woman stood where her house was before Cyclone Aila destroyed it in 2009. Scientists expect rising sea levels to submerge 17 percent of Bangladesh’s land and displace 18 million people in the next 40 years. CreditKadir van Lohuizen for The New York Times

As the world’s top scientists meet in Yokohama, Japan,( 03 .2014)  at the top of the agenda was  the prediction that global sea levels could rise as much as      three feet by 2100. Higher seas and warmer weather will cause profound changes.

Climate scientists have concluded that widespread burning of fossil fuels is releasing heat-trapping gases that are warming the planet. While this will produce a host of effects, the most worrisome may be the melting of much of the earth’s ice, which is likely to raise sea levels and flood coastal regions.

Such a rise will be uneven because of gravitational effects and human intervention, so predicting its outcome in any one place is difficult. But island nations like the Maldives, Kiribati and Fiji may lose much of their land area, and millions of Bangladeshis will be displaced.

“There are a lot of places in the world at risk from rising sea levels, but Bangladesh is at the top of everybody’s list,” said Rafael Reuveny, a professor in the School of Public and Environmental Affairs at Indiana University at Bloomington. “And the world is not ready to cope with the problems.”

The effects of climate change have led to a growing sense of outrage in developing nations, many of which have contributed little to the pollution that is linked to rising temperatures and sea levels but will suffer the most from the consequences.

USA 

boston

While seas are rising globally, the phenomenon is not occurring at even rates around the world. A 2012 study by the U.S. Geological Surveyconcluded that sea levels along the East Coast will rise three to four times faster than the global average over the next century. While levels worldwide are expected to rise an average of two to three feet by 2100, they could surge more than six feet along the Atlantic seaboard. The study named Boston, New York, and Norfolk, Va., as the three most vulnerable metropolitan areas. Another study found that just a 1.5-foot rise in sea level would expose about $6 trillion worth of property to coastal flooding in the Baltimore, Boston, New York, Philadelphia and Providence, R.I., areas. That raises huge questions about the fate of Boston Harbor, where developers have poured millions into construction projects. Planners are steeling for a future in which storm surges flood huge swaths of Boston. They have put together a climate action plan outlining how the city can better prepare for disaster. Miami, one of the nation’s most populous cities, is built atop a porous limestone foundation on the South Florida coast, making it extremely vulnerable to rising sea levels, according to the federal government’s 2013 draft National Climate Assessment. As Arctic ice continues to melt, the waters around Miami could rise up to 24 inches by 2060, according to a report by the Southeast Florida Regional Climate Change Compact. Residents say they are already experiencing the effects as roads and outdated sewage systems flood. The porous limestone creates a unique threat as seawater seeps through the city’s foundations. “You’re not necessarily getting water pouring up over a barrier — instead, it’s seeping through the limestone and coming up through drains,” said Leonard Berry, co-director of the Climate Change Initiative at Florida Atlantic University. “It’s already happening. And it’s not very pleasant.” A study by the Florida Department of Transportation concluded that over the next 35 years, rising sea levels will damage smaller roads in the Miami area, and that after 2050, major coastal highways will also experience significant flooding and deteriorate as the limestone beneath them becomes saturated and crumbles.
MIAMI

_____________________________

De wereld is slecht voorbereid op

klimaatverandering

bankje De wereld is nog lang niet klaar voor klimaatverandering. Desalniettemin zijn de gevolgen van klimaatverandering reeds op alle continenten voelbaar. Dat concludeert het IPCC in een nieuw rapport. In het rapport ‘Climate Change 2014: Impacts, Adaptation and Vulnerability‘ schrijft hetIntergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) over de invloed die klimaatverandering vandaag de dag al heeft. Maar ook de risico’s die een veranderend klimaat in de toekomst met zich meebrengt komen aan bod. Net als de mogelijkheden die er zijn om die risico’s te verkleinen.

RISICO’S

In het rapport identificeren de onderzoekers een aantal risico’s van klimaatverandering. Denk aan overstromingen, hittegolven, tekort aan water, verlies aan biodiversiteit en tekort aan voedsel. Die risico’s ontstaan door kwetsbaarheid (we zijn slecht voorbereid) en blootstelling (we leven in gebieden waar die risico’s een rol kunnen gaan spelen) en klimaatverandering zelf. Elk van die drie factoren kan worden aangepakt om de risico’s terug te dringen.

Voorbereiding “We leven in een tijdperk van door mensen veroorzaakte klimaatverandering,” stelt onderzoeker Vicente Barros. “In veel gevallen zijn we niet voorbereid op de aan het klimaat gerelateerde risico’s waar we reeds mee te maken hebben. Investeren in een betere voorbereiding kan zowel in het heden als in de toekomst zijn vruchten afwerpen.” Er worden door overheden reeds stappen gezet om de risico’s die klimaatverandering met zich meebrengt te beperken. Maar die stappen zijn vaak gericht op dingen die ons al overkomen zijn en onvoldoende op zaken die ons door toedoen van klimaatverandering nog kunnen gaan gebeuren. En dat terwijl we volgens het IPCC een redelijk goed beeld hebben van de risico’s die klimaatverandering met zich meebrengt. Beperkingen Tegelijkertijd benadrukt het IPCC dat ook de voorbereidingen die we treffen moeten, hun beperkingen kennen. De mate waarin klimaatverandering een probleem gaat vormen, is afhankelijk van de mate waarin de aarde opwarmt, oftewel de mate waarin wij broeikasgassen blijven uitstoten. Als de aarde heel veel opwarmt, zal het lastiger worden om de risico’s in de hand te houden. “En zelfs serieuze, constante investeringen in aanpassingen zullen hun beperkingen hebben,” voorspelt onderzoeker Chris Field. Kwetsbaar Verder stelt het rapport dat een aantal risico’s van klimaatverandering zich wereldwijd al aan het ontvouwen is. Landbouw, volksgezondheid, ecosystemen op het land en in het water en onze watervoorraden: op sommige plekken worden die zaken reeds door klimaatverandering aangetast. Hoewel klimaatverandering op elk continent voelbaar is, zijn er een aantal gebieden die verhoogde risico’s lopen. “Het rapport concludeert dat mensen, samenlevingen en ecosystemen wereldwijd kwetsbaar zijn, maar de kwetsbaarheid verschilt van plek tot plek.” Daar waar klimaatverandering gepaard gaat met andere problemen zijn de risico’s het grootst. ° De plekken waar klimaatverandering zich het duidelijkst openbaart, zouden ons er volgens het IPCC aan moeten herinneren dat klimaatverandering niet alleen bestreden kan worden door onze uitstoot terug te dringen. Ons aanpassen aan situaties is minstens zo belangrijk. “Een deel van de reden waarom aanpassen zo belangrijk is, is dat de wereld door toedoen van klimaatverandering een aantal risico’s loopt die reeds in het klimaatsysteem ingebakken zijn en dat is te wijten aan onze uitstoot in het verleden en de bestaande infrastructuur,” stelt Barros.

_________________________________________________________________
°
DROOGTE  

‘Dertig procent van de aarde krijgt te maken met droogte’

droogte Door toedoen van klimaatverandering krijgt bijna een derde van de aardse landmassa’s tegen het jaar 2100 te maken met droogte. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. De schatting valt een stuk hoger uit dan eerdere schattingen: eerder voorspelden onderzoekers dat 12 procent van de landmassa’s tegen 2100 te maken krijgt met droogte. Dat verschil is goed te verklaren. Tijdens eerdere onderzoeken keken wetenschappers enkel naar de regenval. Tijdens dit onderzoek hielden de onderzoekers ook rekening met warmere temperaturen die ervoor zorgen dat er meer vocht aan de grond onttrokken wordt. Zo komen ze uit op hun conclusie dat dertig procent van de landmassa’s te maken krijgt met droogte. Zelfs gebieden die naar verwachting in de toekomst meer regen krijgen, kunnen door de stijgende temperaturen en daarbij horende verdamping met droogte te maken krijgen. Verdamping “We weten van de basale fysica dat warmere temperaturen ervoor zorgen dat dingen uitdrogen,” stelt onderzoeker Benjamin Cook heel simpel. “Zelfs als de mate van neerslag in de toekomst onduidelijk is, zijn er goede redenen om ons zorgen te maken over de watervoorraad.”

Vochtbalans Wanneer we alleen kijken naar de regenval krijgt 12 procent van de landmassa’s op aarde te maken met droogte. Maar er zijn ook een aantal gebieden die het maar net nat genoeg houden. Die gebieden lijken echter ook met droogte te kampen te krijgen wanneer we de hogere temperaturen en mate van verdamping meenemen. “Voor de landbouw is de vochtbalans in de grond het enige wat er echt toe doet,” stelt onderzoeker Jason Smerdon. “Als de regen iets toeneemt, maar de temperaturen ook toenemen, is droogte een mogelijk gevolg.” Europa In de berekeningen van de onderzoekers lijken bijvoorbeeld het westen van de Verenigde Staten en het zuidoosten van China te maken te krijgen met droogte. Maar ook lijken droge gebieden in Centraal-Amerika en het zuiden van Afrika in omvang toe te nemen. En de dorheid die we ‘s zomers in Griekenland, Italië, Spanje en Turkije zien, gaat zich wellicht naar het noorden toe uitbreiden. “Veel gebieden krijgen in de toekomst meer regen, maar het lijkt erop dat weinigen genoeg regen krijgen om de verdamping bij te benen,” stelt onderzoeker Steven Sherwood. En dat is zeker reden tot zorg. Nu kunnen bepaalde weersomstandigheden ervoor zorgen dat een oogst in een specifiek deel van de wereld mislukt. In de toekomst kan het veranderende klimaat de oogsten in meerdere delen van de wereld doen mislukken. Het kan resulteren in hogere voedselprijzen. En ook kan een tekort aan drinkwater ontstaan, met name in grote steden in gebieden die te kampen hebben met droogte.

Bronmateriaal: Warming Climate May Spread Drying to a Third of Earth, Says Study” – Columbia.edu De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door bodgie (via SXC.hu).
°
__________________________________________________________________
°
ONDERTUSSEN OP ANTARCTICA 

Antarctica breekt alle records: nog nooit is er zoveel zee-ijs gemeten

  Het zee-ijs op Antarctica verpulvert alle records. Sinds de satellietwaarnemingen in 1979 begonnen, bevond zich rondom het continent nog nooit zoveel zee-ijs. Het gaat momenteel om een slordige 19,45 miljoen vierkante kilometer ijs. Het record lijkt haaks te staan op alle berichtgeving omtrent de opwarming van de aarde. Maar schijn bedriegt. Op Antarctica is het momenteel winter. In die periode groeit het zee-ijs rondom Antarctica aan. Binnenkort dient het hoogtepunt van die winter zich aan. Zodra dat hoogtepunt achter de rug is, groeit de hoeveelheid ijs niet meer en zal deze zelfs langzaam maar zeker weer gaan afnemen. Dat betekent dat de hoeveelheid zee-ijs op Antarctica nu dus nog steeds toeneemt. Maar het record is al gevestigd. Op 16 september concludeerde het National Snow & Ice Data Centerdat er rond Antarctica 19,45 miljoen vierkante kilometer zee-ijs lag. En daarmee wordt het record dat vorig jaar werd neergezet (19,44 miljoen vierkante kilometer) kort voor de finish al verbroken. Dertig procent Met de 19,45 miljoen vierkante kilometer zee-ijs ligt er momenteel 3,9 procent meer zee-ijs dan er gemiddeld in de periode tussen 1981 en 2010 in dezelfde periode rond Antarctica te vinden was. De toename in zee-ijs die we de laatste jaren op Antarctica zien, is opvallend. De aarde warmt immers op. En de gevolgen daarvan zien we op de Noordpool heel goed. Daar bevindt zich op het hoogtepunt van de zomer dit jaar ongeveer dertig procent minder ijs dan er gemiddeld in diezelfde periode tussen 1980 en 2010 lag. En vorig jaar brak de Noordpool zelfs nog alle records: nog nooit was er zo weinig zee-ijs gemeten (3,41 miljoen vierkante kilometer). antarctica ice extension     Het record van 2013. Afbeelding: University of Bremen / AMSR2   ° Raadsel Hoe kan het dat de gevolgen van de opwarming van de aarde op de Noordpool zo goed zichtbaar zijn, terwijl de Zuidpool aan die gevolgen lijkt te kunnen ontsnappen? “Het bewijs dat de Zuidelijke Oceaan opwarmt, is overweldigend,” stelt onderzoeker Jinlun Zhang. “Waarom zou de hoeveelheid zee-ijs toenemen? Hoewel de mate waarin de hoeveelheid zee-ijs toeneemt, klein is, is het voor wetenschappers een raadsel.” Wind Waarschijnlijk zijn er verschillende factoren aan het werk. Eén van die factoren is de wind, zo schrijft Zhang in het bladJournal of Climate. Boven de Zuidpool bevinden zich een hele sterke, westelijke wind. De wind is sinds de satellietmetingen begonnen sterker geworden. Ook treedt er meer convergentie op (samenstromen van lucht). Daardoor vervormt het ijs: het wordt samengedrukt, waardoor er ribbels ontstaan. Het resultaat is dikker ijs dat langer in stand blijft. Tegelijkertijd wordt omringend water en dunner ijs aan koude winden blootgesteld en dat leidt tot de totstandkoming van meer ijs. “Je krijgt dikker ijs, ijs met ribbels en tegelijkertijd neemt de hoeveelheid ijs toe, omdat het ijs langer in stand weet te blijven,” vat Zhang samen. De sterke winden zouden de trend (een toename in zee-ijs) voor tachtig procent kunnen verklaren. Veranderingen in de dichtheid van het water zouden de overige twintig procent verklaren. Overigens moeten we de toename in de hoeveelheid zee-ijs op Antarctica wel in het juiste perspectief plaatsen. De toename is namelijk vele malen kleiner dan de afname op de Noordpool. Dat betekent dat de hoeveelheid zee-ijs wereldwijd dus nog steeds afneemt. Bovendien denken onderzoekers dat de toename van het zee-ijs op Antarctica geen blijvende trend is. Als de opwarming doorzet, zal ook de hoeveelheid zee-ijs op de Zuidpool uiteindelijk af gaan nemen.
Zee-ijs op Noordpool stevent af op minimum, maar lijkt geen record te gaan breken
Zee-ijs op Noordpool stevent af op minimum, maar lijkt geen record te gaan brekenHet zee-ijs op de Noordpool nadert het minimum van 2013: het moment waarop het oppervlak van het zee-ijs…
_________________________________________________________________
°

De wind voorkomt dat Antarctica snel opwarmt

    Nieuw onderzoek verklaart waarom “Antarctica ” niet zo hard opwarmt als de andere continenten.
°
(1) Het heeft alles te maken met de wind boven de Zuidelijke Oceaan: die is in de afgelopen 1000 jaar nog nooit zo krachtig geweest.
°
(2)“Naarmate de wind krachtiger wordt, houdt deze meer koude lucht boven Antarctica gevangen,”
vertelt onderzoeker Nerilie Abram.
Daarom gaat Antarctica niet mee in de trend. Elk ander continent warmt sneller op en de Noordpool warmt het hardst op van allemaal.”
Hoewel het grootste deel van Antarctica dus nogal  koud blijft, smelt het ijs op het Antarctisch Schiereiland echter juist snel. De sterke winden bewegen er door de Straat Drake en zorgen ervoor dat dat antarctisch gebied juist uitzonderlijk snel opwarmt.De krachtigere winden boven de Zuidelijke Oceaan verklaren tevens waarom het zuidelijke deel van Australië de laatste tijd met zoveel droogte te maken heeft. De winden boven de Zuidelijke Oceaan brengen namelijk boven  het zuidelijke deel van het continent regen. Maar nu de winden krachtiger worden, gaat de regenval aan de neus van Australië voorbij en regent  het uit op antarctica
“Antarctica steelt de Australische regen. En dat is geen goed nieuws.”
De onderzoekers trekken hun conclusie op basis van jaarringen en ijskernen.
“De winden boven de Zuidelijke Oceaan zijn nu krachtiger dan op elk ander moment in de afgelopen 1000 jaar,” stelt Abram.
Met name de laatste zeventig jaar zijn de winden in kracht toegenomen.
“Door onze observaties te combineren met klimaatmodellen, kunnen we die krachtigere winden duidelijk verbinden aan een stijging van de broeikasgasssen.
°
Bronmateriaal:
Ocean winds keep Australia dry, Antarctica cold” – ANU.edu.au
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).
°
(1) Het continent  warmt echter wel op ( alleen maar veel trager  en niet  overal plaatselijk  even hard ) en dat belet ook  niet dat veel ijs wegsmelt( in bepaalde  regio’s op het continent )  
°
(1b) Hoeveel feiten (en meningen) er ook zijn, de opwarming van de aarde (en vooral de verschillende opwarming van verschillende delen van de aarde) blijft een uiterst discutabel onderwerp. Wachten tot wij alle feiten allemaal netjes op een rijtje hebben is uiteraard niet de goede aanpak. 
°
–> Maar hoe beslis je wat te doen, hoe te doen, wanneer te doen, en op tijd te doen, als de hebberige kiezer niet bereid is om een stapje terug te doen? 
°

–> Hoe overtuig je de mensheid toch in te grijpen voor het te laat is?
°
(2)  ……De westenwinden rondom Antarctica zijn altijd al sterk geweest. (2b)Aan gegevens uit ijsboringen en boom ringen hebben ze nu afgeleid dat deze winden de laatste tijd nog zijn toegenomen. Dat lijkt mij een vrij betrouwbaar onderzoek. De Westenwinden zijn zo sterk dat je altijd wel moet rekenen op windkracht 8 of meer dwars over het schip bij een vaartocht naar Antarctica. Het continent heeft daardoor een meteorologisch isolement, dat waarschijnlijk al heen, heel lange tijd zo is. De ijslagen zijn daar tot 1 miljoen jaar oud en dat is veel ouder dan op Groenland.
°
( 2b)…….ook  de streek rond  het uiterste punt van (Zuid)amerikaans continent  (Patagonie ) is  zeer windrijk : Patagonie , Vuurland en   Kaap Hoorn  liggen dan ook (van alle andere continentale  zuidpunten )  het  dichtst bij Antarctica   http://nl.wikipedia.org/wiki/Kaap_Hoorn
°
__________________________________________________________________ Waarom Antarctisch ijs groeit terwijl Antarctica smelt –
°
Planet Earth – Knack.be

Dat klimaatverandering een complex gegeven is, blijkt uit data van een Amerikaanse militaire satelliet °
antarctica ijsaangroei© Reuters

°
Het mysterie van het langzaam aangroeiende pakijs rond Antarctica terwijl de ijskap van Antarctica zelf afneemt, is opgelost. Het komt door veranderende windpatronen waarbij de koude wind het ijs wegblaast van de kustlijn. Dat blijkt uit een verslag dat in het vakblad Nature Geoscience is gepubliceerd.
°
Paul Holland, de hoofdauteur van het verslag, zei in een mededeling dat de totale oppervlakte van het Antarctica-pakijs heel langzaam aangroeit.
°
Aan de Noordpool neemt de ijsoppervlakte af, een zichtbaar gevolg van de klimaatsverandering. De voorbije 19 jaar nam de windactiviteit nabij de Zuidpool toe, met een tegengesteld gevolg voor het pakijs daar, aldus wetenschapper en co-auteur Ron Kwok.
°
De wetenschappers stellen aan The Guardian dat het pakijs aan de Noordpool vijf keer sneller afneemt, dan het aan de Zuidpool aangroeit.
°
Kwok merkt op dat er regionale verschillen zijn. In sommige gebieden, waar warme winden die van de tropen naar Antarctica waaien aan kracht toenamen, neemt het pakijs snel af. In andere gebieden blazen koude winden ijs dan weer weg van de kustlijn. Het netto-effect is dan een lichte groei van het pakijs rond Antarctica.
°
De wetenschappers voerden hun onderzoek in een laboratorium van het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA in Californië. (Belga/TE)

Afbeeldingen van ijs antarctica groeit

°
Hoe lang duurt het  voor sneeuw en regen (firn)  terug ijs worden  ? 
°

Het evenwicht is zoek

Klimaatverandering in Groenland

aarde & klimaat

http://www.npowetenschap.nl/nieuws/artikelen/2013/september/Het-evenwicht-is-zoek.html

Dit gaat over een van de gebieden waar klimaatverandering al duidelijk zichtbaar is. G/roenland was vorig jaar nog uitgebreid in het nieuws omdat op een zomerdag de hele ijskap aan het smelten was, waarschijnlijk voor het eerst in minstens honderd jaar.

Groenland
Zoom

Groenland heeft een grote ijskap in een relatief warm klimaat. Aan de rand van de ijskap is plaatselijk de jaargemiddelde temperatuur rond de nul graden. Dat betekent dat het ijs wel moet smelten als het warmer wordt. IJs kan immers niet warmer dan nul graden worden. Dus als het klimaat verandert, moet je het daar bij uitstek kunnen zien.

Deze ijskap vertegenwoordigt een volume aan water waarmee de zeespiegel gemiddeld over de gehele oceaan een kleine zeven meter kan stijgen. De consequenties van het afsmelten als gevolg van de klimaatverandering kunnen dan ook op z’n minst verontrustend genoemd worden. Uiteraard kan dat niet gebeuren op één mooie zomerdag. Hoe snel dan wel? Dat is een vraag waarmee meer en meer wetenschappers zich bezighouden.

Een van de best onderzochte gebieden ligt aan de westrand van de Groenlandse ijskap. De Universiteit Utrecht is daar twintig jaar geleden begonnen met metingen van de afsmelting, ijsbeweging en meteorologische condities. Dat was in een tijd dat GPS de militaire ontwikkelingsfase nog maar net ontstegen was, de mobiele telefonie nog geen vlucht genomen had en satellietwaarnemingen van ijskappen nauwelijks bestonden. Achteraf gezien mag dit best een gelukkige keuze genoemd worden, want de veranderingen waren toen nog niet zichtbaar.

Wit biljartlaken

Die beginperiode kan worden gezien als referentietoestand waarin de ijskap vermoedelijk nagenoeg in evenwicht was met het klimaat, dat wil zeggen: er kwam net zoveel ijs (in de vorm van sneeuw) bij als er afsmolt aan de randen en als er aan ijsbergen werd geproduceerd. De veranderingen sinds de laatste ijstijd waren uitgewerkt, en de door mensen gedreven verandering had nog niet echt toegeslagen. Uiteraard smolt de ijskap ook toen al aan de rand, maar hogerop de ijskap was het landschap als een wit biljartlaken zonder sporen van smelt.

In de uitzending zien we dat nu ook in de zomer afsmelting optreedt, rond een locatie die S10 wordt genoemd, op 1850 meter boven zeeniveau. Wat twintig jaar geleden nog ondenkbaar was, is langzaam toch aan het gebeuren. Juist deze hoger gelegen relatief vlakke gebieden zijn belangrijk, omdat ze omvangrijk in oppervlak zijn, en daarmee cruciaal zijn voor de gezondheidstoestand van een ijskap. Omdat het er vlak is spreidt een relatief kleine toename van de afsmelting zich direct over een groot gebied uit.

Twintig jaar na dato en een geweldige schat aan satellietgegevens rijker, weten we nu zeker dat de ijsmassa op Groenland kleiner aan het worden is. In een recente studie van Shepherd et al. (2012) inScience is gekeken naar zowel hoogtemetingen, verricht door satellieten, als veranderingen in het zwaartekrachtsveld, gemeten door het satellietenpaar GRACE, waarmee de massa van het ijs kan worden bepaald. Onderzoekers aan de TU Delft hebben deze satellietgegevens gebruikt om de verandering in kaart te brengen. Verder is gekeken naar de resultaten van regionale klimaatmodellen.

Zeespiegelstijging

Een recente schatting gebaseerd op deze verschillende technieken geeft de bijdrage van Groenland en Antarctica aan de zeespiegelstijging zoals weergegeven in onderstaande figuur. Verschillende onafhankelijke meetmethoden leveren een consistent beeld op: zowel Groenland als Antarctica als overige landgletsjers op aarde verliezen gestaag aan massa.

De veranderingen in de ijskappen dragen nu voor ongeveer een derde bij aan de waargenomen zeespiegelstijging. De overige tweederde van de zeespiegelstijging wordt veroorzaakt door uitzetting van oceaanwater dat warmte absorbeert en door het afsmelten van kleine gletsjers. De verandering in de mondiale zeespiegel zoals die waargenomen wordt met satellieten is nu ongeveer dertig centimeter per eeuw.

Versnelling?

Zeespiegelstijging Groenland Antarctica
Zoom
bijdrage van Groenland en Antarctica aan zeespiegelstijging in de afgelopen twintig jaar.

De reeksen zijn nog niet nauwkeurig en lang genoeg om vast te snellen of er sprake is van een versnelling over de laatste paar jaar, maar dat is een kwestie van tijd. Langere meetreeksen en nauwkeuriger metingen zullen daar het komende decennium uitsluitsel over geven. In de tussentijd wordt onderzocht of er terugkoppelingsmechanismes zijn die voor zo’n versnelling kunnen zorgen.

Een van de terugkoppelingsmechanismen waarnaar wordt gekeken is de rol van water op de stromingssnelheid van het ijs. Dit is belangrijk, omdat als het ijs harder gaat stromen er meer ijs in lagere gebieden komt, waar de temperatuur hoger is en er dus meer afsmelting is. Als dit gebeurt dan zou de ijskap sneller af kunnen breken dan de huidige modellen voorspellen. Bij S10 en in het gehele gebied in de omgeving wordt daarnaar gekeken aan de hand van GPS metingen, zoals Alun Hubbard in de uitzending uitlegt. Recente metingen van de Universiteit Utrecht geven inderdaad een aanwijzing dat op grote hoogte het stromingspatroon aan het veranderen is.

Terugtrekking

Jakobshavn
Zoom

Water kan echter ook een andere rol spelen, omdat het ijs zal smelten als het met zeewater in contact komt. ’s Werelds snelst stromende gletsjer is de Jakobshavns Isbrae, aan de westkust van Groenland, die met een snelheid van tien à vijftien kilometer per jaar de zee in stroomt. Deze gletsjer draineert een aanzienlijk deel van Groenland en is in de afgelopen vijftien jaar sneller gaan stromen en heeft zich sterk teruggetrokken. De gletsjer wordt daarom sinds een aantal jaren nauwkeurig met camera’s in de gaten gehouden.

De camera’s maken ieder uur een foto, het gehele jaar door, en tonen zo de variaties en trends in de productie van ijsbergen. Onderzoeker Jason Box laat dit in de buurt van Jakobshavn zien.

Indrukwekkende beelden ontstaan als deze foto’s achter elkaar gemonteerd de stroming van het ijs weergeven als een soort stroop die uit een gekantelde pot stroomt. De langzaam warmer wordende oceaan in de buurt van de gletsjer is de vermoedelijke oorzaak van een hogere afsmelting aan de onderkant van de gletsjer en een grotere productie van ijsbergen die de zee in storten.

Hoe de ijsbergproductie zich de komende honderd jaar zal ontwikkelen is nog met veel onzekerheden omgeven, maar met een camera de gletsjer in de gaten houden is een belangrijke stap om dit proces beter te leren begrijpen. Daarnaast zijn waarnemingen door satellieten van groot belang. De data die al deze waarnemingen opleveren zijn weer voer voor de modellen die processen beschrijven.

Getuigenverslag

Niet alleen directe metingen aan het natuurlijke systeem laten signalen van verandering zien. Ook een getuigenverslag van een bewoner uit een nederzetting in Noord-Groenland geeft uiting aan de veranderingen die gaande zijn. Voor de visvangst is men in sterke mate afhankelijk van het zee-ijs dat inmiddels later komt en eerder weggaat. En vooral: het is dunner en daarmee gevaarlijker geworden. Voor de lokale economie is het zee-ijs daarom van groot belang.

Voor de zeespiegel maakt de smelt van zee-ijs echter niet direct uit: het drijvende ijs verplaatst immers evenveel water als het zelf bij smelten oplevert. Het verdwijnen van zee-ijs leidt echter wel tot meer absorptie van zonlicht door de oceaan en daarmee tot verdere opwarming in de regio. Dit is een terugkoppelingsmechanisme dat de veranderingen in het gebied alleen maar groter kan maken.

Er mag dan nog wel onzekerheid zijn, omdat meetreeksen kort zijn en veel processen pas recentelijk onder de loep genomen worden, maar het klimaatbericht voor de Groenlandse ijskap is somber, met vooralsnog weinig vooruitzicht op verbetering. Misschien geen kantelpunt naar menselijke maat, maar op geologische tijdschaal gezien staan we op de rand van een wereld zonder Groenlandse ijskap.

Dr. Roderik van de Wal is glacioloog/klimatoloog, hij is onderzoeker bij het Institute for Marine and Atmospheric research Utrecht, van de Universiteit Utrecht.

°
“Groenland heet niet voor niets Groenland.”
 —>Groenland heet Groenland omdat Erik de Rode  zijn  noormannen zo gek wilde krijgen om zich daar te vestigen. Ze hebben het geprobeerd, maar niet lang vol kunnen houden. Het was gewoon te koud, met te weinig groen.
—> Overigens   trok de  mythische  “Eric de rode” ook  naar Rusland —>hij stichte er de eerste  (europese) russische dynastie (= de zogenaamde  Rurik dynastie   die zich de afstammelingen  van “eric de rode” noemden )    .. blijkbaar had de “kolonisatie “daar wel  meer  succes  ? 
Toen   Groenland  ontdekt  werd   was er helemaal geen sneeuw en ijs. Er hebben zelfs hazelaars gestaan met een zeewatertemperatuur van 15 graden Celsius
—>De ontdekking van Groenland ( Grœnlend )door ” Eric de Rode ” gebeurde  rond 970 tot 1030
—> “Vinland “ (Wijn land   =Oudnoords: vínber; wijn-bessen)waarvan wordt verondersteld dat het New Foundland is , is  eveneens een  mislukte kolonisatiepoging van de noormannen (Leif Eriksson )….Soms worden  Vinlend en Grœnlend  wel eens met elkaar verward  …..
—>Bomen en bossen  op groenland  in historische tijden  ? 

Sporen van Groenlands bos

DNA uit ijskernen onthult oud ecosysteem

  • DOOR: ELMAR VEERMAN (NOORDERLICHT)

Ze peuterden honderdduizenden jaren oud DNA uit het Groenlandse ijs. Daarmee heeft een internationale groep onderzoekers de eerste puzzelstukjes in handen die vertellen hoe het bos eruitzag dat op het immense eiland groeide voor het met ijs bedekt raakte.

Volgens de legende dankt Groenland zijn naam aan de Viking Erik de Rode. Hij noemde het zo in het jaar 982.

Niet omdat het eiland zo aangenaam begroeid was, maar als reclamestunt. Het klonk wel aantrekkelijk, dacht hij, en daarmee hoopte hij kolonisten aan te trekken. Dat lukte inderdaad. Maar, jammer voor die landverhuizers, in werkelijkheid was Groenland voor het overgrote deel bedekt met een ijslaag van duizenden meters dik, net als nu. De tijd van weelderig groen was al heel lang voorbij.

Hoe lang?

Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat het zuiden van Groenland voor het laatst ijsvrij was in de warme periode vóór de meest recente ijstijd begon, ongeveer 116 duizend jaar geleden.

Dat hebben ze afgeleid uit klimaatmodellen. Maar het zou natuurlijk veel overtuigender zijn om de resten van de laatste begroeiing in het Groenlandse binnenland aan een ouderdomsonderzoek te onderwerpen. Helaas, die liggen kilometers diep onder het ijs.

De Deense DNA-onderzoeker Eske Willerslev heeft nu als eerste de proef op de som kunnen nemen, en schrijft daarover in Science. Samen met een groep collega’s heeft hij DNA geprobeerd te isoleren uit stukken ijs die al een tijd in vriescellen opgeslagen lagen. Het waren de onderste delen van boorkernen. Eentje was in de jaren negentig in het midden van Groenland geoogst. Het ijs is daar ruim drie kilometer dik, dus zo lang was de hele boorkern ook. Maar hoe ze het ook probeerden, in de onderste, viezige stukken ijs was geen DNA te bekennen.
Meer succes hadden ze met een stuk ijs dat in 1981 omhoog was gehaald in het zuiden van het eiland, waar de ijslaag iets meer dan twee kilometer dik is. Daaruit konden ze DNA isoleren dat moet hebben toebehoord aan sparren, dennen, berken en planten uit de ondergroei van een bos.

Willerslev en zijn groep zochten ook erfelijk materiaal van dieren. Vogel- en zoogdier-materiaal konden ze niet vinden, maar er kwam wel DNA tevoorschijn van kevers, vlinders, spinnen en vliegen. Van welke soorten het precies was, was niet te achterhalen, omdat het steeds maar heel korte sliertjes waren. Er stond dus ooit een bos, daar in het zuiden van Groenland.
Uit de gevonden soorten is af te leiden dat het daar in juli gemiddeld boven de tien graden Celsius moet zijn geweest, en de wintertemperatuur zal niet lager hebben gelegen dan 17 graden onder nul. En dat terwijl het land ongeveer een kilometer boven zeeniveau lag, waardoor het er kouder moet zijn geweest dan in het laagland.
Vandaag de dag kan het ’s winters wel vijftig graden vriezen op die plaats.

Hoe lang is het nu geleden dat de vlinders en vliegen door het bos vlogen, daar in het zuiden van Groenland? Met vier verschillende technieken probeerden de onderzoekers de leeftijd te bepalen van het materiaal waaruit het DNA tevoorschijn kwam, en nog weten ze het niet zeker. Waarschijnlijk was het tussen de 450 en 800 duizend jaar geleden. Veel langer dus dan de klimaatmodellen hadden berekend. Het is alleen nog niet helemaal uit te sluiten dat de dateringsmethoden het verkeerde antwoord hebben gegeven, schrijven Willerslev en zijn medewerkers.
Als de datering wel klopt, dan is dit het oudste DNA dat ooit is gevonden. Het vorige record was ook van Willerslev: drie- tot vierhonderdduizend jaar oud erfelijk materiaal van onder meer mammoeten, bizons en mos dat hij uit de permanent bevroren grond van Siberië had weten te isoleren.

De nieuwe prestatie bewijst dat het waarschijnlijk mogelijk is om de flora en fauna van Groenland te reconstrueren aan de hand van ijsboringen. En Willerslev kijkt ook verlekkerd naar Antarctica, dat al veel langer bedekt is met ijs, en waar de temperaturen nog lager liggen. Misschien ligt daar wel DNA van miljoenen jaren geleden op ontdekking te wachten.
°

Eske Willerslev e.a.: ‘Ancient biomolecules from deep ice cores reveal a forested southern Greenland’, Science, 6 juli 2007

http://www.science20.com/news/oldest_dna_suggests_earth_was_warmer_than_believed

 
Greenland, Dye 3 Icecore drilling project. Credit: Martin Bay Hebsgaard, University of Copenhagen
Sample location and core schematics. (A) Map showing the locations of the Dye 3 (65°11’N, 45°50’W) and GRIP (72°34’N, 37°37’W) drilling sites and the Kap København Formation (82°22’N, W21°14’W) in Greenland as well as the John Evans Glacier (JEG) (79°49’N, 74°30’W) on Ellesmere Island (Canada). The inset shows the ratio of D– to L–aspartic acid, a measure of the extent of protein degradation; more highly degraded samples (above the line) failed to yield amplifiable DNA. (B) Schematic drawing of ice core/icecap cross section, with depth [recorded in meters below the surface (m.b.s.)] indicating the depth of the cores and the positions of the Dye 3, GRIP, and JEG samples analyzed for DNA, DNA/amino acid racemization/luminescence (underlined), and 10Be/36Cl (italic). The control GRIP samples are not shown. The lengths (in meters) of the silty sections are also shown.
Dye 3  groenlandse ijskap in de ijstijd
°

°

“IJskap Groenland en Antarctica smelt aan recordtempo”

wo 20/08/2014 –Freek Willems
°
De ijskappen in Groenland en op de Zuidpool verliezen in een jaar tijd ongeveer 500 kubieke kilometer volume. Dat heeft het Duitse Alfred Wegener Instituut (AWI) uitgerekend, op basis van satellietbeelden van de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA. Het ijs smelt er aan een recordtempo: het is het hoogste verlies sinds de satellietmetingen 20 jaar geleden van start gingen.
°

Dat de verandering van het klimaat een invloed heeft op de ijskappen aan de Noord- en Zuidpool, is al langer dan vandaag geweten. Dat het ijs er snel wegsmelt idem dito.

Uit satellietbeelden van de ESA-satelliet CyroSat-2 blijkt nu dat het erger gesteld is dan ooit tevoren. De ijskappen in Groenland en op Antarctica smelten namelijk sneller dan in de voorbije 20 jaar.

Op dit moment verliezen ze per jaar ongeveer 500 kubieke kilometer volume, zo rekende het Alfred Wegener Instituut uit. Dat is het hoogste verlies sinds de satellietmetingen 20 jaar geleden van start gingen. Om een vergelijking te maken: het per jaar verloren deel ijs komt overeen met de “totale metropolitane oppervlakte van Hamburg” en dat met een dikte van ongeveer 600 meter, rekende het instituut uit.

46 meter ijs per dag in zee

Sinds 2009 is het ijsverlies op het westelijke deel van Antarctica verdrievoudigd. In Groenland is het verdubbeld. Op het oostelijke deel van Antarctica groeit het ijs wel aan, maar dat zou niet opwegen tegen het verlies op het westelijke deel, stellen de wetenschappers van het AWI.

De gebieden waar het ijs volgens het AWI het snelst afneemt zijn de Jakobshavn-gletsjer in het westen van Groenland en de Pine Island-gletsjer in het westen van Antarctica. Van de Jakobshavn valt momenteel elke dag 46 meter ijs in zee.

Volgens de berekeningen van wetenschappers heeft de ijskap van Groenland een volume van 2,96 miljoen kubieke kilometer. Die van de Zuidpool heeft een volume van 27 miljoen kubieke kilometer.

_________________________________________________________________

Smeltend Arctisch zee-ijs tikt minimum aan: 5 miljoen km2

plaatje

 

 

In het Noordpoolgebied is nu, aan het einde van de zomer 5,02 miljoen km2 zee-ijs te vinden. Het is relatief weinig: er zijn – sinds de metingen startten – slechts vijf jaren waarin er in het gebied minder zee-ijs te vinden was.

In de winter neemt de hoeveelheid zee-ijs in het Noordpoolgebied toe. Het bereikt aan het eind van de winter (maart) een maximum. Daarna begint de hoeveelheid zee-ijs – onder invloed van hogere temperaturen – weer af te nemen om vervolgens aan het eind van de zomer (september) een minimum te bereiken. Dat minimum is nu bereikt, zo meldt NASA nu.

Net als vorig jaar
Op het moment waarop het minimum bereikt werd, was er in het Noordpoolgebied 5,02 miljoen vierkante kilometer aan zee-ijs te vinden. Dat is vergelijkbaar met de hoeveelheid die we vorig jaar in dezelfde tijd in hetzelfde gebied maten. Het minimum van dit jaar ligt wel sterk onder het gemiddelde minimum in de periode tussen 1981 en 2010 (6,22 miljoen vierkante kilometer).

Geen record
Het jaar 2014 is geen recordjaar. Er zijn – sinds de metingen begonnen – vijf jaren te noemen waarin er in deze periode minder ijs in het Noordpoolgebied te meten viel. “De zomer begon relatief koel en miste de grote stormen of sterke winden die ijs kapot kunnen maken en het smeltproces kunnen bevorderen,” vertelt onderzoeker Walter Meier.

2012 is nog altijd het recordjaar. Toen lag er in deze tijd slechts 3,41 miljoen vierkante kilometer zee-ijs. Dat we in 2013 en 2014 rond het zee-ijsminimum meer ijs zien, wil echter niet zeggen dat het Noordpoolgebied aan het herstellen is. Ook het minimum van dit jaar past in de neerwaartse trend die we over een langere periode kunnen waarnemen: de Noordelijke IJszee verliest per decennium ongeveer dertien procent van zijn zee-ijs.

Bronmateriaal:
2014 Arctic Sea Ice Minimum Sixth Lowest on Record” – NASA.gov
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door NASA / Goddard Scientific Visualization Studio.
°

Krimp Noordpoolijs is onnatuurlijk

IJsoppervlak krimpt niet sneller dan in het verleden, wel al langer

  • DOOR: NADINE BÖKE (NOORDERLICHT)
aarde & klimaat

Er ligt de laatste jaren, met name in de zomer, steeds minder ijs op de Noordpool. Is deze krimp van het ijsoppervlak een natuurlijk verschijnsel, of is er meer aan de hand?

Zoom
Er ligt steeds minder ijs op de Noordpool. Deze krimp van het ijsoppervlak is volgens nieuw onderzoek groter dan je op basis van natuurlijke variatie zou mogen verwachten.

Het nieuws zal niemand ontgaan zijn: de laatste jaren ligt er steeds minder ijs op de Noordpool. Wetenschappers denken zelfs dat deze pool binnen een paar jaar in de zomer volledig ijsvrij kan zijn.

Nu zijn er in het verleden wel vaker periodes geweest waarin het ijsoppervlak van de Noordpool een tijdlang kromp of juist groeide. Wat de vraag oproept: past de krimp die we nu zien in het plaatje van zulke natuurlijke variatie? Of is er meer in de hand?

Het beantwoorden van die vraag is, op z’n zachtst gezegd, nogal een opgave. Er bestaan namelijk geen betrouwbare historische waarnemingen van de hoeveelheid ijs op de Noordpool.

—> Tegenwoordig kan de grootte van het ijsoppervlak betrouwbaar gemeten worden met behulp van satellieten. Maar de precieze grootte van het ijsoppervlak vóór de uitvinding van satellieten kan alleen indirect worden bepaald.

Dat is wat een internationale groep wetenschappers nu heeft gedaan.

In Nature beschrijven zij hoe ze de omvang van het Noordpoolijs over de afgelopen 1450 jaar hebben weten te reconstrueren.

Smeltend of groeiend ijs laat sporen na in de omgeving. Zulke sporen zijn bijvoorbeeld terug te vinden in ijskernen die je uit het ijsoppervlak boort. Maar ook uit bodemafzettingen onder of in de buurt van het ijs. De aanwezigheid van ijs zorgt voor een andere samenstelling van het plankton in het water, en voor de verhouding waarin bepaalde versies van atomen voorkomen (de zogenoemde isotoop-ratio). Dit zie je terug in oude (zee)bodemlagen.

Nu levert één zo’n indirecte manier waarop je de historische ijsmassa kunt reconstrueren natuurlijk ook geen heel betrouwbaar beeld op.

Christophe Kinnard en zijn collega’s gebruikten daarom maar liefst 69 verschillende van zulke zogenoemde proxies.

Bovendien controleerden ze hun op deze manier verkregen data door deze naast satellietmetingen van de afgelopen decennia en historische oogwaarnemingen te leggen. Zo konden de onderzoekers toch een behoorlijk robuust beeld van de historische omvang van het poolijs krijgen.

Zoals verwacht blijkt uit Kinnards reconstructie dat de ijsmassa aan de Noordpool ook in het verleden regelmatig een dip heeft gekend.

Tussen de jaren 800 en 1200 na Christus bijvoorbeeld. Dit valt samen met een periode die het ‘Middeleeuws klimaatoptimum wordt genoemd, een warme periode die in allerlei reconstructies van het klimaat uit het verleden te zien is. De grootste dip in de hoeveelheid poolijs lag, als wordt gekeken naar het pre-industriële tijdperk, rond het jaar 640.

Maar de huidige dip in de hoeveelheid Noordpoolijs is flink groter dan toen.

Ook in het jaar 640 kwam de omvang van het ijsoppervlak niet onder de 9 miljoen vierkante kilometer.

De afgelopen jaren wel.

Afgelopen september(2011) , aan het eind van de zomer, lag er slechts 4,3 miljoen vierkante kilometer ijs op de Noordpool. Zoals altijd groeit het ijs op dit moment, aan het begin van de winter, weer aan.

Toch lag er afgelopen maand (oktober) ook maar 7,1 miljoen vierkante kilometer ijs. Dit is twee miljoen vierkante kilometer minder dan het gemiddelde voor diezelfde maand over de jaren 1980 t/m 2000.

Zoom
De grafiek hierboven toont de grootte van het ijsoppervlak van de Noordpool in de maand september, sinds 1950. De krimp gaat sneller dan op basis van klimaatmodellen van het IPCC was voorspeld (de gestippelde lijn).

De afname gaat dus rap. Erg rap.

Toch ligt de krimpsnelheid van de pool niet hoger dan deze in bepaalde periodes in het (historische ) verleden lag, zo laat de reconstructie van Kinnard zien.

Alleen: in het verleden hield deze hoge krimpsnelheid nooit zo lang aan. De huidige snelle krimp van de ijsmassa is begonnen rond 1970, en het einde is nog niet in zicht.

Uiteraard koppelen de auteurs van het Nature-artikel de huidige snelle, langdurige krimp van het Noordpoolijs aan het broeikaseffect.

En om precies te zijn aan de opwarming van de zeestroom die vanaf de Atlantische oceaan richting de Noordpool gaat.

Een recente studie in Science liet zien dat deze zeestroom de laatste jaren warmer is dan hij in de afgelopen 2000 jaar is geweest.

 

PDF

Enhanced Modern Heat Transfer to the Arctic by Warm …

instaar.colorado.edu/…/spielhagenscience11.pdf

28 jan. 2011 – Enhanced Modern Heat Transfer to the Arctic by Warm Atlantic Water. This copy is for your personal, non-commercial use only. clicking here.

 

sciencemag

sciencemag

 

 

 

 

Sowieso bestaan er inmiddels meerdere studies die aantonen dat de Noordpool twee keer zo snel opwarmt als andere plekken van de aarde.

Wat mede te maken heeft met het albedo-effect: ijs weerkaatst zonlicht, en daarmee warmte. Dus hoe minder ijs, hoe minder zon er weerkaatst wordt, en hoe sneller de pool opwarmt.

Al met al lijkt de kans steeds groter te worden dat de Noordpool inderdaad over een paar jaar in de zomer geen ijs meer zal bevatten.

Bron: Christophe Kinnard e.a., Reconstructed changes in Arctic sea ice over the past 1.450 years, in: Nature, 23 november 2011.

Map of the Arctic showing the location and type of proxies used in the reconstruction and ocean sediment cores used for comparison. Red and blue contours respectively delineate the ice edge in August 2007 and 1951, the years of minimum and maximum ice extent from gridded historical sea ice data3.

°

veel zee-ijs rond Antarctica gemeten (1)

 

 Zoveel zee-ijs is er momenteel op de wateren rond Antarctica te vinden. En dat is een record. Nog nooit werd er sinds de metingen in 1979 begonnen zoveel zee-ijs rond Antarctica geobserveerd.

 

Antarctica zette het record op 20 september – aan het eind van de winter – neer. Toen was er 20,14 miljoen vierkante kilometer zee-ijs rond het continent te vinden. Gemiddeld was er in de periode tussen 1981 en 2010 maximaal 18,72 miljoen vierkante kilometer zee-ijs te vinden. Nog nooit werd er sinds de metingen in 1979 begonnen zoveel zee-ijs rond Antarctica gespot.

Noordpool
Het bericht van de omvangrijke hoeveelheid zee-ijs op Antarctica komt op de hielen van een heel ander bericht. Eind september werd bekend dat op de Noordpool – waar het einde van de zomer in zicht is – weer bijzonder weinig zee-ijs is geobserveerd. Het ging om 5,02 miljoen vierkante kilometer zee-ijs. Hoe verhoudt wat we daar zien gebeuren zich tot wat er op Antarctica gebeurt? Onderzoekers benadrukken dat de toename van de hoeveelheid zee-ijs op Antarctica vergelijkbaar is met slechts één derde van de hoeveelheid zee-ijs die op de Noordpool verloren gaat.

“De planeet als geheel doet wat we op basis van de opwarming zouden verwachten,”vertelt onderzoeker Claire Parkinson. “De totale hoeveelheid zee-ijs neemt zoals verwacht af, maar net zoals niet elk gebied even sterk opwarmt zien we niet in elk gebied met zee-ijs dezelfde trend.”

Andere weerpatronen
Een warmer klimaat verandert weerpatronen. Soms brengen die weerpatronen koelere lucht naar bepaalde gebieden, zo legt onderzoeker Walt Meier uit. Bovendien, zo benadrukt hij, is er in Antarctica – waar zee-ijs rond het continent cirkelt en een enorm gebied beslaat – niet veel extra ijs nodig om een nieuw record neer te zetten. “Het is deels gewoon geografie en geometrie.” Wanneer de omstandigheden gunstig zijn en de hoeveelheid zee-ijs kan toenemen is er niets wat die toename geografisch gezien in de weg staat.

Antarctisch Schiereiland
Onderzoekers proberen momenteel een scherper beeld te krijgen van wat er precies op Antarctica gebeurt. Ze richten zich daarbij onder meer op het Antarctisch Schiereiland. Hier stijgen de temperaturen en in de aangrenzende Bellingshausenzee smelt het zee-ijs. Voorbij deze zee, en voorbij de Amundszenzee ligt de Rosszee. Daar neemt de hoeveelheid zee-ijs het sterkst toe. Het suggereert dat een lagedrukgebied boven de Amundsenzee krachtiger wordt of vaker voorkomt, waardoor de windpatronen veranderen en warme lucht over het schiereiland circuleert en koude lucht vanaf het continent over de Rosszee stroomt. “De wind speelt echt een grote rol,” stelt Meier. De winden cirkelen rond het continent en oefenen druk uit op het dunne ijs. Wanneer de winden van richting veranderen of krachtiger worden kunnen ze het ijs verder wegduwen, waardoor de omvang van de hoeveelheid ijs rond Antarctica toeneemt.

“HET IS ECHT NIET VERRASSEND VOOR KLIMAATWETENSCHAPPERS DAT NIET ELKE LOCATIE OP DE AARDE ZICH GEDRAAGT ZOALS WE ZOUDEN VERWACHTEN”

Smeltwater
Maar niet alleen de wind speelt een rol. Onderzoekers vermoeden bijvoorbeeld dat smeltwater ook belangrijk is. Het stroomt van het continent af en leidt tot meer zoet water met een temperatuur net boven het vriespunt. Dat water bevriest gemakkelijker. Ook veranderingen in de watercirculatie – kouder water dat aan het oppervlak komt – kan een rol spelen. Net als sneeuwval.

 

 

“Het is echt niet verrassend voor klimaatwetenschappers dat niet elke locatie op de aarde zich gedraagt zoals we zouden verwachten,” benadrukt Parkinson nog eens. “Het zou verbazingwekkend zijn als dat zo was. Het gebied rond Antarctica is één van de gebieden waar dingen niet helemaal gaan zoals we dachten. Dus het is heel natuurlijk dat wetenschappers zich dan afvragen ‘Oké, dit is niet wat we verwachtten, hoe kunnen we dit nu verklaren?’”

Bronmateriaal:
Antarctic Sea Ice Reaches New Record Maximum” – NASA.gov
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door NASA’s Scientific Visualization Studio / Cindy Starr.
°

HET NOORDPOOLIJS .
http://www.ijis.iarc.uaf.edu/s…

 

2012 was een laagte record, zoals deze grafiek prima laat zien.
Wat ook erg duidelijk is te zien   is dat vanaf 1980 (=  stippellijntjes ) het ijs steeds is afgenomen.
  • Het punt is dat op termijn de totale hoeveelheid zee-ijs zal afnemen tot een minimum.
 °
” De aarde blijft bestaan  ….” 
Nogal wiedes
…..Niemand claimt dat de Aarde “vernietigd” zal worden door de huidige opwarming (.gevolgen  van de  onbalansen  die  zijn   onstaan en  blijven  aangroeien  …. En deze keer is het door  toedoen van  de  mens en zijn groeiende populaties .) 
Waar het om gaat is economische schade,  een drastische afname van de biodiversiteit en de gevolgen daarvan op  de menselijke  leefbaarheids-condities  op deze planeet . en allemaal 
°

(1)  

  • Over de ‘overwachtheid’ van de toename van Antarctisch zeeijs:

Het is al heel lang bekend dat een oceaan omgeven door land (noordpool) heel anders reageert dan een continent omgeven door oceaan (zuidpool). Zelfs heel vroege klimaatmodellen voorspelden dat Antarctica anders, minder en later zou reageren op de opwarming van de aarde.

Zie bijvoorbeeld:
Manabe et. al. 1975 “The Effects of Doubling the CO2 concentration on the Climate of a General Circulation Model”

Bryan et. al. 1988 “Interhemispheric Asymmetry in the Transient Response of a Coupled Ocean–Atmosphere Model to a CO2 Forcing”

°
Zonneactiviteit   en temperatuur
De data  komen   van het NOAA en de NASA.
Alle metingen laten een toename in OHC van het oppervlaktewater zien, en een nominaal minimum van zonnekracht en activiteit.
(op aarde )Zonneactiviteit en zonneconstante zijn nominaal, terwijl opwarming nog steeds een exponentiele toename laat zien.
De opwarming over de afgelopen 15 jaar sluit niet aan bij de gemeten zonneactiviteit en zonnekracht.
Alleen modellen die bovendien nog CO2 in aanmerking nemen doen dat.
°
MAATREGELEN en beslissingen  
……..  100% zekerheid is een onmogelijkheid in de wetenschap, Wanneer dat wordt geeist als basisvoorwaarde  en veto  bij  het nemen van  anticiperende “juiste” beslissingen  is dat dus  een  stromanargument ( dat wordt gecamoufleerd als een  “wijze ” beslissing om “niets te doen “)…..
  • 100% zekerheid is ook niet nodig om  beslissingen te nemen.….
  • Sterker nog  : Vaak worden beslissingen genomen zelfs bij hele lage zekerheden. Immers, de kans is slechts één argument in een risicoanalyse: (risico = kans * schade. )
  • Als de verwachte schade potentieel  heel hoog is dan heb je aan een kleine kans genoeg om een hoog risico te lopen en dus reden genoeg om maatregelen te nemen.
“Antarctica ” op evodisku 

Zes procent van België ligt onder zeespiegel eind deze eeuw

08-10-14,
Bron: Belga

©PHOTO NEWS

België staat op de tiende plaats van landen die het meest bedreigd zijn door de stijging van de zeespiegel, wat voornamelijk te wijten is aan de opwarming van het klimaat. Dat blijkt uit een studie van Amerikaanse satellietgegevens waarover Le Soir vandaag bericht.

Volgens de studie zullen er aan het einde van de eeuw 619.000 personen in België onder de zeespiegel wonen. Als de stijging van de zeespiegel nog versnelt, zou dat zelfs kunnen oplopen tot 660.000 personen in risicogebied.

Masterplan
Het Vlaams gewest, dat ermee rekening houdt dat het water 30 centimeter zou kunnen stijgen, heeft een masterplan kustveiligheid klaar van ruim 300 miljoen euro. Dijken zullen verstevigd worden, stranden verhoogd en er wordt voorzien in tijdelijke bescherming.

Wereldwijd zullen eind deze eeuw ongeveer 177 miljoen personen, of 2,6 procent van de wereldbevolking, in een gebied wonen met “chronische overstromingen”. Het gaat om 146 miljoen in Azië, 17 miljoen in Europa en 5 miljoen in Noord-Amerika. De studie is gebaseerd op gegevens van de geologische diensten van de Verenigde Staten en van de satelliet Topex/Poseidon van de NASA en de CNES, het Franse ruimtevaartagentschap.

°
zie  ook     De Staat van het KLIMAAT ‘ <– 

 

BIGBANG 2014 : Doorbraak INFLATIE THEORIE ?

https://tsjok45.wordpress.com/2012/09/29/c-cosmos/

kernwoorden 

,,

 

balloons

° Kosmische Inflatie is het fenomeen dat plaatsvond in een hele korte periode direct na de oerknal 13,8 miljard jaar geleden. 

Daarin lijkt het dan bestaande prille heelal ‘over te koken’ en een extreem snelle uitzetting door te maken. Daardoor worden structuren die tot dan alleen op microscopische schaal bestonden plotseling tot kosmische afmetingen opgeblazen.

Deze theorie werd ooit opgesteld door Alan Guth en Andrei Linde en het lijkt er nu op dat het bestaan bewezen is. Met behulp van de Bicep2-telescoop op de Zuidpool is de vingerafdruk van de Kosmische Inflatie gevonden, in radiostraling uit het diepe heelal.

http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/311582

 

°

>>>Inflation for Beginners

JOHN GRIBBIN

INFLATION has become a cosmological buzzword in the 1990s. No self-respecting theory of the Universe is complete without a reference to inflation — and at the same time there is now a bewildering variety of different versions of inflation to choose from. Clearly, what’s needed is a beginner’s guide to inflation, where newcomers to cosmology can find out just what this exciting development is all about.

 

–> The reason why something like inflation was needed in cosmology was highlighted by discussions of two key problems in the 1970s.

<The first of these is the horizon problem — the puzzle that the Universe looks the same on opposite sides of the sky (opposite horizons) even though there has not been time since the Big Bang for light (or anything else) to travel across the Universe and back.
So how do the opposite horizons “know” how to keep in step with each other?

<The second puzzle is called the flatness problem This is the puzzle that the spacetime of the Universe is very nearly flat, which means that the Universe sits just on the dividing line between eternal expansion and eventual recollapse.

The flatness problem can be understood in terms of the density of the Universe. The density parameter is a measure of the amount of gravitating material in the Universe, usually denoted by the Greek letter omega (O), and also known as the flatness parameter. It is defined in such a way that if spacetime is exactly flat then O = 1. Before the development of the idea of inflation, one of the great puzzles in cosmology was the fact that the actual density of the Universe today is very close to this critical value — certainly within a factor of 10. This is curious because as the Universe expands away from the Big Bang the expansion will push the density parameter away from the critical value.

If the Universe starts out with the parameter less than one, O gets smaller as the Universe ages, while if it starts out bigger than one O gets bigger as the Universe ages. The fact that O is between 0.1 and 1 today means that in the first second of the Big Bang it was precisely 1 to within 1 part in 1060). This makes the value of the density parameter in the beginning one of the most precisely determined numbers in all of science, and the natural inference is that the value is, and always has been, exactly 1.

One important implication of this is that there must be a large amount of dark matter in the Universe. Another is that the Universe was made flat by inflation.

Inflation is a general term for models of the very early Universe which involve a short period of extremely rapid (exponential) expansion, blowing the size of what is now the observable Universe up from a region far smaller than a proton to about the size of a grapefruit (or even bigger) in a small fraction of a second. This process would smooth out spacetime to make the Universe flat, and would also resolve the horizon problem by taking regions of space that were once close enough to have got to know each other well and spreading them far apart, on opposite sides of the visible Universe today.

Inflation became established as the standard model of the very early Universe in the 1980s. It achieved this success not only because it resolves many puzzles about the nature of the Universe, but because it did so using the grand unified theories (GUTs) and understanding of quantum theory developed by particle physicists completely independently of any cosmological studies. These theories of the particle world had been developed with no thought that they might be applied in cosmology (they were in no sense “designed” to tackle all the problems they turned out to solve), and their success in this area suggested to many people that they must be telling us something of fundamental importance about the Universe.

The marriage of particle physics (the study of the very small) and cosmology (the study of the very large) seems to provide an explanation of how the Universe began, and how it got to be the way it is. Inflation is therefore regarded as the most important development in cosmological thinking since the discovery that the Universe is expanding first suggested that it began in a Big Bang.

Taken at face value, the observed expansion of the Universe implies that it was born out of a singularity, a point of infinite density, some 15 billion years ago (cosmologists still disagree about exactly how old the Universe is, but the exact age doesn’t affect the argument).

Quantum physics tells us that it is meaningless to talk in quite such extreme terms, and that instead we should consider the expansion as having started from a region no bigger across than the so-called Planck length (10-35m), when the density was not infinite but “only” some 1094 grams per cubic centimetre. These are the absolute limits on size and density allowed by quantum physics.

On that picture, the first puzzle is how anything that dense could ever expand — it would have an enormously strong gravitational field, turning it into a black hole and snuffing it out of existence (back into the singularity) as soon as it was born. But it turns out that inflation can prevent this happening, while quantum physics allows the entire Universe to appear, in this supercompact form, out of nothing at all, as a cosmic free lunch. The idea that the Universe may have appeared out of nothing at all, and contains zero energy overall, was developed by Edward Tryon, of the City University in New York, who suggested in the 1970s, that it might have appeared out of nothing as a so-called vacuum fluctuation, allowed by quantum theory.

Quantum uncertainty allows the temporary creation of bubbles of energy, or pairs of particles (such as electron-positron pairs) out of nothing, provided that they disappear in a short time. The less energy is involved, the longer the bubble can exist. Curiously, the energy in a gravitational field is negative, while the energy locked up in matter is positive. If the Universe is exactly flat , then as Tryon pointed out the two numbers cancel out, and the overall energy of the Universe is precisely zero. In that case, the quantum rules allow it to last forever. If you find this mind-blowing, you are in good company. George Gamow told in his book My World Line (Viking, New York, reprinted 1970) how he was having a conversation with Albert Einstein while walking through Princeton in the 1940s. Gamow casually mentioned that one of his colleagues had pointed out to him that according to Einstein’s equations a star could be created out of nothing at all, because its negative gravitational energy precisely cancels out its positive mass energy. “Einstein stopped in his tracks,” says Gamow, “and, since we were crossing a street, several cars had to stop to avoid running us down”.

Unfortunately, if a quantum bubble (about as big as the Planck length) containing all the mass-energy of the Universe (or even a star) did appear out of nothing at all, its intense gravitational field would (unless something else intervened) snuff it out of existence immediately, crushing it into a singularity. So the free lunch Universe seemed at first like an irrelevant speculation — but, as with the problems involving the extreme flatness of spacetime, and its appearance of extreme homogeneity and isotropy (most clearly indicated by the uniformity of the background radiation), the development of the inflationary scenario showed how to remove this difficulty and allow such a quantum fluctuation to expand exponentially up to macroscopic size before gravity could crush it out of existence.. All of these problems would be resolved if something gave the Universe a violent outward push (in effect, acting like antigravity) when it was still about a Planck length in size. Such a small region of space would be too tiny, initially, to contain irregularities, so it would start off homogeneous and isotropic. There would have been plenty of time for signals travelling at the speed of light to have criss-crossed the ridiculously tiny volume, so there is no horizon problem — both sides of the embryonic universe are “aware” of each other. And spacetime itself gets flattened by the expansion, in much the same way that the wrinkly surface of a prune becomes a smooth, flat surface when the prune is placed in water and swells up. As in the standard Big Bang model, we can still think of the Universe as like the skin of an expanding balloon, but now we have to think of it as an absolutely enormous balloon that was hugely inflated during the first split second of its existence.

The reason why the GUTs created such a sensation when they were applied to cosmology is that they predict the existence of exactly the right kind of mechanisms to do this trick. They are called scalar fields, and they are associated with the splitting apart of the original grand unified force into the fundamental forces we know today, as the Universe began to expand and cool. Gravity itself would have split off at the Planck time, 10-43 of a second, and the strong nuclear force by about 10(exp-35) of a second. Within about 10-32 of a second, the scalar fields would have done their work, doubling the size of the Universe at least once every 10-34 of a second (some versions of inflation suggest even more rapid expansion than this).

This may sound modest, but it would mean that in 1032 of a second there were 100 doublings. This rapid expansion is enough to take a quantum fluctuation 1020 times smaller than a proton and inflate it to a sphere about 10 cm across in about 15 x 1033 seconds. At that point, the scalar field has done its work of kick-starting the Universe, and is settling down, giving up its energy and leaving a hot fireball expanding so rapidly that even though gravity can now begin to do its work of pulling everything back into a Big Crunch it will take hundreds of billions of years to first halt the expansion and then reverse it.

Curiously, this kind of exponential expansion of spacetime is exactly described by one of the first cosmological models developed using the general theory of relativity, by Willem de Sitter in 1917. For more than half a century, this de Sitter model seemed to be only a mathematical curiosity, of no relevance to the real Universe; but it is now one of the cornerstones of inflationary cosmology.

When the general theory of relativity was published in 1916, de Sitter reviewed the theory and developed his own ideas in a series of three papers which he sent to the Royal Astronomical Society in London. The third of these papers included discussion of possible cosmological models — both what turned out to be an expanding universe (the first model of this kind to be developed, although the implications were not fully appreciated in 1917) and an oscillating universe model.

De Sitter’s solution to Einstein’s equations seemed to describe an empty, static Universe (empty spacetime). But in the early 1920s it was realised that if a tiny amount of matter was added to the model (in the form of particles scattered throughout the spacetime), they would recede from each other exponentially fast as the spacetime expanded. This means that the distance between two particles would double repeatedly on the same timescale, so they would be twice as far apart after one tick of some cosmic clock, four times as far apart after two ticks, eight times as far apart after three ticks, sixteen times as far apart after four ticks, and so on. It would be as if each step you took down the road took you twice as far as the previous step.

This seemed to be completely unrealistic; even when the expansion of the Universe was discovered, later in the 1920s, it turned out to be much more sedate. In the expanding Universe as we see it now, the distances between “particles” (clusters of galaxies) increase steadily — they take one step for each click of the cosmic clock, so the distance is increased by a total of two steps after two clicks, three steps after three clicks, and so on. In the 1980s, however, when the theory of inflation suggested that the Universe really did undergo a stage of exponential expansion during the first split-second after its birth, this inflationary exponential expansion turned out to be exactly described by the de Sitter model, the first successful cosmological solution to Einstein’s equations of the general theory of relativity.

One of the peculiarities of inflation is that it seems to take place faster than the speed of light. Even light takes 30 billionths of a second (3 x 10(exp-10) sec) to cross a single centimetre, and yet inflation expands the Universe from a size much smaller than a proton to 10 cm across in only 15 x 10(exp-33) sec. This is possible because it is spacetime itself that is expanding, carrying matter along for the ride; nothing is moving through spacetime faster than light, either during inflation or ever since. Indeed, it is just because the expansion takes place so quickly that matter has no time to move while it is going on and the process “freezes in” the original uniformity of the primordial quantum bubble that became our Universe.

The inflationary scenario has already gone through several stages of development during its short history. The first inflationary model was developed by Alexei Starobinsky, at the L. D. Landau Institute of Theoretical Physics in Moscow, at the end of the 1970s — but it was not then called “inflation”. It was a very complicated model based on a quantum theory of gravity, but it caused a sensation among cosmologists in what was then the Soviet Union, becoming known as the “Starobinsky model” of the Universe. Unfortunately, because of the difficulties Soviet scientists still had in travelling abroad or communicating with colleagues outside the Soviet sphere of influence at that time, the news did not spread outside their country.

In 1981, Alan Guth, then at MIT, published a different version of the inflationary scenario, not knowing anything of Starobinsky’s work. This version was more accessible in both senses of the word — it was easier to understand, and Guth was based in the US, able to discuss his ideas freely with colleagues around the world. And as a bonus, Guth came up with the catchy name “inflation” for the process he was describing. There were obvious flaws with the specific details of Guth’s original model (which he acknowledged at the time). In particular, Guth’s model left the Universe after inflation filled with a mess of bubbles, all expanding in their own way and colliding with one another. We see no evidence for these bubbles in the real Universe, so obviously the simplest model of inflation couldn’t be right. But it was this version of the idea that made every cosmologist aware of the power of inflation.

In October 1981, there was an international meeting in Moscow, where inflation was a major talking point. Stephen Hawking presented a paper claiming that inflation could not be made to work at all, but the Russian cosmologist Andrei Linde presented an improved version, called “new inflation”, which got around the difficulties with Guth’s model. Ironically, Linde was the official translator for Hawking’s talk, and had the embarrassing task of offering the audience the counter-argument to his own work! But after the formal presentations Hawking was persuaded that Linde was right, and inflation might be made to work after all. Within a few months, the new inflationary scenario was also published by Andreas Albrecht and Paul Steinhardt, of the University of Pennsylvania, and by the end of 1982 inflation was well established. Linde has been involved in most of the significant developments with the theory since then. The next step forward came with the realization that there need not be anything special about the Planck- sized region of spacetime that expanded to become our Universe. If that was part of some larger region of spacetime in which all kinds of scalar fields were at work, then only the regions in which those fields produced inflation could lead to the emergence of a large universe like our own. Linde called this “chaotic inflation”, because the scalar fields can have any value at different places in the early super-universe; it is the standard version of inflation today, and can be regarded as an example of the kind of reasoning associated with the anthropic principle (but note that this use of the term “chaos” is like the everyday meaning implying a complicated mess, and has nothing to do with the mathematical subject known as “chaos theory”).

The idea of chaotic inflation led to what is (so far) the ultimate development of the inflationary scenario. The great unanswered question in standard Big Bang cosmology is what came “before” the singularity. It is often said that the question is meaningless, since time itself began at the singularity. But chaotic inflation suggests that our Universe grew out of a quantum fluctuation in some pre-existing region of spacetime, and that exactly equivalent processes can create regions of inflation within our own Universe. In effect, new universes bud off from our Universe, and our Universe may itself have budded off from another universe, in a process which had no beginning and will have no end. A variation on this theme suggests that the “budding” process takes place through black holes, and that every time a black hole collapses into a singularity it “bounces” out into another set of spacetime dimensions, creating a new inflationary universe — this is called the baby universe scenario.

There are similarities between the idea of eternal inflation and a self-reproducing universe and the version of the Steady State hypothesis developed in England by Fred Hoyle and Jayant Narlikar, with their C-field playing the part of the scalar field that drives inflation. As Hoyle wryly pointed out at a meeting of the Royal Astronomical Society in London in December 1994, the relevant equations in inflation theory are exactly the same as in his version of the Steady State idea, but with the letter “C” replaced by the Greek “Ø”. “This,” said Hoyle (tongue firmly in cheek) “makes all the difference in the world”.

Modern proponents of the inflationary scenario arrived at these equations entirely independently of Hoyle’s approach, and are reluctant to accept this analogy, having cut their cosmological teeth on the Big Bang model. Indeed, when Guth was asked, in 1980, how the then new idea of inflation related to the Steady State theory, he is reported as replying “what is the Steady State theory?” But although inflation is generally regarded as a development of Big Bang cosmology, it is better seen as marrying the best features of both the Big Bang and the Steady State scenarios.

This might all seem like a philosophical debate as futile as the argument about how many angels can dance on the head of a pin, except for the fact that observations of the background radiation by COBE showed exactly the pattern of tiny irregularities that the inflationary scenario predicts. One of the first worries about the idea of inflation (long ago in 1981) was that it might be too good to be true. In particular, if the process was so efficient at smoothing out the Universe, how could irregularities as large as galaxies, clusters of galaxies and so on ever have arisen? But when the researchers looked more closely at the equations they realised that quantum fluctuations should still have been producing tiny ripples in the structure of the Universe even when our Universe was only something like 10(exp-25) of a centimetre across — a hundred million times bigger than the Planck length.

The theory said that inflation should have left behind an expanded version of these fluctuations, in the form of irregularities in the distribution of matter and energy in the Universe. These density perturbations would have left an imprint on the background radiation at the time matter and radiation decoupled (about 300,000 years after the Big Bang), producing exactly the kind of nonuniformity in the background radiation that has now been seen, initially by COBE and later by other instruments. After decoupling, the density fluctuations grew to become the large scale structure of the Universe revealed today by the distribution of galaxies. This means that the COBE observations are actually giving us information about what was happening in the Universe when it was less than 10-20 of a second old.

No other theory can explain both why the Universe is so uniform overall, and yet contains exactly the kind of “ripples” represented by the distribution of galaxies through space and by the variations in the background radiation. This does not prove that the inflationary scenario is correct, but it is worth remembering that had COBE found a different pattern of fluctuations (or no fluctuations at all) that would have proved the inflationary scenario wrong. In the best scientific tradition, the theory made a major and unambiguous prediction which did “come true”. Inflation also predicts that the primordial perturbations may have left a trace in the form of gravitational radiation with particular characteristics, and it is hoped that detectors sensitive enough to identify this characteristic radiation may be developed within the next ten or twenty years.

The clean simplicity of this simple picture of inflation has now, however, begun to be obscured by refinements, as inflationary cosmologists add bells and whistles to their models to make them match more closely the Universe we see about us. Some of the bells and whistles, it has to be said, are studied just for fun. Linde himself has taken great delight in pushing inflation to extremes, and offering entertaining new insights into how the Universe might be constructed. For example, could our Universe exist on the inside of a single magnetic monopole produced by cosmic inflation? According to Linde, it is at least possible, and may be likely. And in a delicious touch of irony, Linde, who now works at Stanford University, made this outrageous claim in a lecture at a workshop on the Birth of the Universe held recently in Rome, where the view of Creation is usually rather different. One of the reasons why theorists came up with the idea of inflation in the first place was precisely to get rid of magnetic monopoles — strange particles carrying isolated north or south magnetic fields, predicted by many Grand Unified Theories of physics but never found in nature. Standard models of inflation solve the “monopole problem” by arguing that the seed from which our entire visible Universe grew was a quantum fluctuation so small that it only contained one monopole. That monopole is still out there, somewhere in the Universe, but it is highly unlikely that it will ever pass our way.

But Linde has discovered that, according to theory, the conditions that create inflation persist inside a magnetic monopole even after inflation has halted in the Universe at large. Such a monopole would look like a magnetically charged black hole, connecting our Universe through a wormhole in spacetime to another region of inflating spacetime. Within this region of inflation, quantum processes can produce monopole-antimonopole pairs, which then separate exponentially rapidly as a result of the inflation. Inflation then stops, leaving an expanding Universe rather like our own which may contain one or two monopoles, within each of which there are more regions of inflating spacetime.

The result is a never-ending fractal structure, with inflating universes embedded inside each other and connected through the magnetic monopole wormholes. Our Universe may be inside a monopole which is inside another universe which is inside another monopole, and so on indefinitely. What Linde calls “the continuous creation of exponentially expanding space” means that “monopoles by themselves can solve the monopole problem”. Although it seems bizarre, the idea is, he stresses, “so simple that it certainly deserves further investigation”.

That variation on the theme really is just for fun, and it is hard to see how it could ever be compared with observations of the real Universe. But most of the modifications to inflation now being made are in response to new observations, and in particular to the suggestion that spacetime may not be quite “flat” after all. In the mid-1990s, many studies (including observations made by the refurbished Hubble Space Telescope) began to suggest that there might not be quite enough matter in the Universe to make it perfectly flat — most of the observations suggest that there is only 20 per cent or 30 per cent as much matter around as the simplest versions of inflation require. The shortfall is embarrassing, because one of the most widely publicised predictions of simple inflation was the firm requirement of exactly 100 per cent of this critical density of matter. But there are ways around the difficulty; and here are two of them to be going on with.

The first suggestion is almost heretical, in the light of the way astronomy has developed since the time of Copernicus. Is it possible that we are living near the centre of the Universe? For centuries, the history of astronomy has seen humankind displaced from any special position. First the Earth was seen to revolve around the Sun, then the Sun was seen to be an insignificant member of the Milky Way Galaxy, then the Galaxy was seen to be an ordinary member of the cosmos. But now comes the suggestion that the “ordinary” place to find observers like us may be in the middle of a bubble in a much greater volume of expanding space.

The conventional version of inflation says that our entire visible Universe is just one of many bubbles of inflation, each doing their own thing somewhere out in an eternal sea of chaotic inflation, but that the process of rapid expansion forces spacetime in all the bubbles to be flat. A useful analogy is with the bubbles that form in a bottle of fizzy cola when the top is opened. But that suggestion, along with other cherished cosmological beliefs, has now been challenged by Linde, working with his son Dmitri Linde (of CalTech) and Arthur Mezhlumian (also of Stanford).

Linde and his colleagues point out that the Universe we live in is like a hole in a sea of superdense, exponentially expanding inflationary cosmic material, within which there are other holes. All kinds of bubble universes will exist, and it is possible to work out the statistical nature of their properties. In particular, the two Lindes and Mezhlumian have calculated the probability of finding yourself in a region of this super- Universe with a particular density — for example, the density of “our” Universe.

Because very dense regions blow up exponentially quickly (doubling in size every fraction of a second), it turns out that the volume of all regions of the super-Universe with twice any chosen density is 10 to the power of 10 million times greater than the volume of the super- Universe with the chosen density. For any chosen density, most of the matter at that density is near the middle of an expanding bubble, with a concentration of more dense material round the edge of the bubble. But even though some of the higher density material is round the edges of low density bubbles, there is even more (vastly more!) higher density material in the middle of higher density bubbles, and so on forever. The discovery of this variation on the theme of fractal structure surprised the researchers so much that they confirmed it by four independent methods before venturing to announce it to their colleagues. Because the density distribution is non-uniform on the appropriate distance scales, it means that not only may we be living near the middle of a bubble universe, but that the density of the region of space we can see may be less than the critical density, compensated for by extra density beyond our field of view.

This is convenient, since those observations by the Hubble Space Telescope have suggested that cosmological models which require exactly the critical density of matter may be in trouble. But there is more. Those Hubble observations assume that the parameter which measures the rate at which the Universe is expanding, the Hubble Constant, really is a constant, the same everywhere in the observable Universe. If Linde’s team is right, however, the measured value of the “constant” may be different for galaxies at different distances from us, truly throwing the cat among the cosmological pigeons. We may seem to live in a low-density universe in which both the measured density and the value of the Hubble Constant will depend on which volume of the Universe these properties are measured over!

That would mean abandoning many cherished ideas about the Universe, and may be too much for many cosmologists to swallow. But there is a simpler solution to the density puzzle, one which involves tinkering only with the models of inflation, not with long-held and cherished cosmological beliefs. That may make it more acceptable to most cosmologists — and it’s so simple that it falls into the “why didn’t I think of that?” category of great ideas.

A double dose of inflation may be something to make the Government’s hair turn grey — but it could be just what cosmologists need to rescue their favourite theory of the origin of the Universe. By turning inflation on twice, they have found a way to have all the benefits of the inflationary scenario, while still leaving the Universe in an “open” state, so that it will expand forever.

In those simplest inflation models, remember, the big snag is that after inflation even the observable Universe is left like a mass of bubbles, each expanding in its own way. We see no sign of this structure, which has led to all the refinements of the basic model. Now, however, Martin Bucher and Neil Turok, of Princeton University, working with Alfred Goldhaber, of the State University of New York, have turned this difficulty to advantage.

They suggest that after the Universe had been homogenised by the original bout of inflation, a second burst of inflation could have occurred within one of the bubbles. As inflation begins (essentially at a point), the density is effectively “reset” to zero, and rises towards the critical density as inflation proceeds and energy from the inflation process is turned into mass. But because the Universe has already been homogenised, there is no need to require this bout of inflation to last until the density reaches the critical value. It can stop a little sooner, leaving an open bubble (what we see as our entire visible Universe) to carry on expanding at a more sedate rate. They actually use what looked like the fatal flaw in Guth’s model as the basis for their scenario. According to Bucher and his colleagues, an end product looking very much like the Universe we live in can arise naturally in this way, with no “fine tuning” of the inflationary parameters. All they have done is to use the very simplest possible version of inflation, going back to Alan Guth’s work, but to apply it twice. And you don’t have to stop there. Once any portion of expanding spacetime has been smoothed out by inflation, new inflationary bubbles arising inside that volume of spacetime will all be pre-smoothed and can end up with any amount of matter from zero to the critical density (but no more). This should be enough to make everybody happy. Indeed, the biggest problem now is that the vocabulary of cosmology doesn’t quite seem adequate to the task of describing all this activity.

The term Universe, with the capital “U”, is usually used for everything that we can ever have knowledge of, the entire span of space and time accessible to our instruments, now and in the future. This may seem like a fairly comprehensive definition, and in the past it has traditionally been regarded as synonymous with the entirety of everything that exists. But the development of ideas such as inflation suggests that there may be something else beyond the boundaries of the observable Universe — regions of space and time that are unobservable in principle, not just because light from them has not yet had time to reach us, or because our telescopes are not sensitive enough to detect their light.

This has led to some ambiguity in the use of the term “Universe”. Some people restrict it to the observable Universe, while others argue that it should be used to refer to all of space and time. If we use “Universe” as the name for our own expanding bubble of spacetime, everything that is in principle visible to our telescopes, then maybe the term “Cosmos” can be used to refer to the entirety of space and time, within which (if the inflationary scenario is correct) there may be an indefinitely large number of other expanding bubbles of spacetime, other universes with which we can never communicate. Cosmologists ought to be happy with the suggestion, since it makes their subject infinitely bigger and therefore infinitely more important!

Further reading: John Gribbin, Companion to the Cosmos, Weidenfeld & Nicolson, London, 1996.

°

 

 

*

oerknal 1  ,2014

oerknal 2014 , 2721288  pdf

oerknal2 ,2014

°

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/1.1912923

Amerikaanse wetenschappers hebben voor het eerst golven gezien in het weefsel van het universum, wat het eerste indirecte bewijs zou vormen voor het feit dat het universum een gigantische en zeer snelle uitbreiding heeft meegemaakt, onmiddellijk na de big bang.

indirect Bewijs voor gigantische en snelle uitbreiding van heelal na big bang

ma 17/03/2014 – Luc De Roy
Amerikaanse wetenschappers zeggen dat ze voor het eerst golven gezien hebben in het weefsel van het universum, wat het eerste indirecte bewijs zou vormen voor het feit dat het universum een gigantische en zeer snelle uitbreiding heeft meegemaakt, onmiddellijk na de big bang. Als de bevindingen bevestigd worden, kunnen ze de ontdekkers wel eens een Nobelprijs opleveren.

Geleerden zoeken al jaren naar de golven, die zwaartekrachtsgolven genoemd worden, sinds Albert Einstein ze in 1916 voorspelde in zijn algemene relativiteitstheorie. Einstein dacht dat ze misschien niet te ontdekken waren, maar toch werd er met meer dan een dozijn telescopen naar gezocht.

Amerikaanse geleerden hebben nu aangekondigd dat ze sporen hebben gevonden van de oer-zwaartekrachtsgolven die onmiddellijk na de big bang door het universum trokken. Hun bevindingen staan in het vakblad Nature.

Wow

Het gaat om kleine golven in de weefsel van het universum die zich door de ruimte verspreid hebben, zoals golven in een oceaan, een biljoenste van een seconde na de big bang of oerknal, zo’n 14 miljard jaar geleden.

Belga

De botsing van twee sterrenstelsels veroorzaakt zwaartekrachtsgolven.

De ontdekking kan nieuw licht werpen op het allereerste begin van het heelal, toen het heelal een minieme fractie van een seconde oud was en kleiner dan het punt aan het einde van deze zin. Ze kan ook een steun betekenen voor de theorie van “inflatie”, die stelt dat het universum in dat allereerste begin zich sneller dan het licht uitbreidde. De theorie van de inflatie verklaart ook waarom het universum zo eenvormig is, maar sommige geleerden vinden de theorie ontoereikend. De bevindingen kunnen ons ook vertellen hoe groot de big bang dan wel was.

Bij de eerste reacties van geleerden die geen deel uitmaakten van het onderzoek, waren er enkele sceptische, maar ook verbaasde en bewonderende reacties. Dominique Aubert, een astronoom aan de universiteit van Straatsburg in Frankrijk tweette dat de gegevens die wijzen op zwaartekrachtsgolven “bijzonder sterk zijn, geweldig belangrijk nieuws, wow”.

Achtergrondstraling

Het proces van de inflatie zou zwaartekrachtsgolven moeten veroorzaakt hebben, die de ruimte zelf samendrukken en vervormen. Dat proces zou op zijn beurt een afdruk nalaten op het eerste licht in het universum, dat nu nog steeds verspreid is in de kosmos in de vorm van de kosmische achtergrondstraling. Geleerden zijn zich er al lang van bewust dat een nauwgezette studie van die kosmische achtergrondstraling bewijzen zou kunnen leveren voor de zwaartekrachtsgolven.

. © afp

Beelden van de Planck-telescoop uit 2010.  Een kaart van de achtergrondstraling.

Het is echter niet genoeg om zomaar een telescoop naar de hemel te richten om de bewijzen te vinden. Water in de atmosfeer blokkeert de microstraling waaruit de kosmische achtergrondstraling bestaat, en dus de beste plaats om ze te bestuderen, is de Zuidpool, waar de erg droge, heldere lucht een uniek venster biedt op de achtergrondstraling.

Op de Zuidpool staan dan ook verschillende instrumenten die gebouwd zijn door rivaliserende geleerden, en het is de BICEP2-telescoop (Background Imaging of Cosmic Extragalactic Polarization), een radiotelescoop, die nu de hoofdvogel heeft afgeschoten.

De telescoop heeft een kenmerkende “krul”, een rotatie, gevonden in de oude microgolven, een patroon dat een soort vingerafdruk is van de zwaartekrachtsgolven.

De geleerden zeggen dat hun gegevens, die ze dus vandaag gepubliceerd hebben, sterk genoeg zijn om een nauwkeurig onderzoek te doorstaan. Als dat inderdaad het geval blijkt, gaat het om een zeer belangrijke doorbraak.

Zwaartekrachtsgolven

Een zwaartekrachtsgolf of gravitatiegolf is in de algemene relativiteitstheorie, een fluctuatie in de kromming van de ruimtetijd. Ze beweegt zich van de bron af naar buiten als een golf. In 1916 stelde Albert Einstein op basis van zijn theorie van de algemene relativiteitstheorie het bestaan van zwaartekrachtsgolven voor.

Zwaartekrachtsgolven zouden energie als zwaartekrachtsstraling of gravitatiestraling vervoeren en zich voordoen door de beweging van een hemellichaam, doordat de ruimte, die gekromd is rond het hemellichaam, verandert door de beweging.

Verwacht wordt dat ze kunnen optreden bij grote explosies in het heelal, zoals een supernova, of wanneer twee zeer zware hemellichamen op korte afstand om elkaar heen draaien. Het gaat dan om dubbelsterren, bestaande uit witte dwergen, neutronensterren of zwarte gaten.

–> Meer informatie over het ontstaan van het heelal en het hoe en waarom van de nieuwe ontdekking kunt u ook terugvinden op de website van VRT-weerman Frank Deboosere.

indirect bewijs gevonden voor oerknaltheorie: met dank aan zwaartekrachtsgolven

 17 maart 2014     103

oerknal

Astrofysici hebben een enorme ontdekking gedaan. Voor het eerst hebben ze indirect bewijs gevonden voor kosmische inflatie, oftewel de theorie dat het heelal zich vrijwel direct na de oerknal exponentieel uitbreidde. In hun onderzoek presenteren ze  de eerste beelden van zwaartekrachtsgolven: de naweeën van die oerknal.

Zo’n 13,8 miljard jaar geleden vond de oerknal plaats. Vrijwel direct erna begon het universum zich exponentieel uit te breiden. Tenminste: dat was de theorie. Een nieuw – baanbrekend onderzoek – steunt  die theorie nu. Wetenschappers hebben namelijk voor het eerst waargenomen  indirect bewijs gevonden voor die exponentiële uitbreiding van het universum (ook wel kosmische inflatie genoemd). En daar blijft het niet bij. In hun data duiken ook  de eerste beelden van zwaartekrachtsgolven op.

Zwaartekrachtsgolven

Zwaartekrachtsgolven

De polarisatie van de kosmische achtergrondstraling. 

Afbeelding waarop de polarisatie (de trillingsrichting) van de kosmische achtergrondstraling te zien is. De zwarte streepjes geven de richting aan. Dit patroon is vrijwel zeker veroorzaakt door zwaartekrachtsgolven die tijdens de inflatie-periode van het universum ontstonden.

Afbeelding: © BICEP2

WAVES FROM THE BIG BANG

The detection of gravitational waves in the afterglow of the Big Bang — if confirmed — opens a new chapter in astronomy, cosmology and physics. The signature, seen by the BICEP2 radio telescope at the South Pole, packs at least three discoveries into one: It provides the most direct evidence for the existence of the waves predicted by Einstein; it is the proof of ‘cosmic inflation’ that physicists had been eagerly awaiting; and it opens a window into the unification of the fundamental forces of nature and into quantum gravity. In this special collection, Nature News has the most comprehensive and up-to-date coverage of the breakthrough and its aftermath.

NET ALS GOLVEN IN DE OCEAAN HEBBEN ZWAARTEKRACHTSGOLVEN EEN VOORKEUR VOOR EEN BEPAALDE RICHTING: LINKS OF RECHTS.

Opwindend nieuws
“Dit is echt opwindend,” vindt onderzoeker Chao-Lin Kuo. “We hebben voor het eerst zwaartekrachtsgolven – oftewel rimpels in de ruimtetijd – in beeld gebracht en een theorie over de totstandkoming van het gehele universum geverifieerd.” De onderzoekers deden hun ontdekking met de BICEP2-telescoop. Ze zetten de telescoop in om de kosmische achtergrondstraling – de gloed die de oerknal achterliet te bestuderen.

Zwaartekrachtsgolven ‘persen’ de ruime terwijl ze zich voortbewegen. Hierdoor ontstaat er een specifiek patroon in de kosmische achtergrondstraling. Dit patroon hebben wetenschappers nu daadwerkelijk gezien met de BICEP2-telescoop. Net als golven in de oceaan hebben zwaartekrachtsgolven een voorkeur voor een bepaalde richting, bijvoorbeeld links of rechts. De wetenschappers ontdekten een specifiek patroon, dat wijst op een snelle uitdijing. “Volgens alternatieve theorieën zouden we dit niet moeten zien”, vertelt de Russische fysicus Andrei Linde van de universiteit van Stanford.

Het begint met Einstein
Het bestaan van de zwaartekrachtsgolf wordt voorspeld door Einsteins zwaartekrachtstheorie. In deze theorie beschrijft Einstein de zwaartekracht als een vervorming van de ruimtetijd. Die vervorming ontstaat door materie. Om te begrijpen hoe dat zit, wordt vaak de metafoor van een laken gebruikt (let op: het is een tweedimensionale metafoor, die desalniettemin kan helpen begrijpen hoe materie ruimtetijd beïnvloedt). Stel: u houdt de punt van een laken vast en drie andere mensen houden de andere drie punten vast. U trekt het laken strak. Vervolgens legt iemand in het midden van het laken een bowlingbal. Wat gebeurt er? Er ontstaat een kromming in het laken die het grootst is nabij de bal. En het laken wordt in het gebied nabij de bal wat uitgerekt. Het komt min of meer overeen met wat er gebeurt met de ruimtetijd in de buurt van een grote hoeveelheid materie (bijvoorbeeld een planeet, zie hieronder). Tijd en ruimte worden nabij zo’n massa uitgerekt.

Afbeelding: Atamari (via Wikimedia Commons).

Afbeelding: Atamari (via Wikimedia Commons).

En dan de zwaartekrachtsgolf
Diezelfde theorie van Einstein voorspelt ook het bestaan van de zwaartekrachtsgolf. Deze golven worden door veel onderzoekers beschreven als ‘golfjes in ruimtetijd’. Zwaartekrachtsgolven ontstaan onder meer wanneer twee hele zware objecten (denk aan twee zwarte gaten of twee hele zware dubbelsterren) om elkaar heen cirkelen. De objecten verliezen door die zwaartekrachtsgolven energie en daardoor wordt de afstand tussen de twee objecten steeds kleiner. Uiteindelijk worden de twee objecten één.


Fysicus Andrei Linde – de ‘founding father’ van de inflatietheorie – krijgt te horen dat zijn theorie nu te bewijzen is!

Zwakker
Hoewel die zwaartekrachtsgolven dus in theorie al jaren bekend zijn en ook flinke invloed uitoefenen op het heelal, hebben we ze tot nu nog nooit waargenomen. Dat komt voornamelijk doordat die golven wanneer ze door de ruimte reizen in kracht afnemen. Vergelijk het met een boot die op zee vaart. Een luchtbed dicht bij de boot zal veel sterker op en neer deinen dan een luchtbed dat tientallen meters van de boot verwijderd is. Zo is het ook met zwaartekrachtsgolven: zodra ze bij de aarde arriveren, zijn ze zo verzwakt dat we ze eigenlijk niet meer kunnen waarnemen.

BEGIN?

Was de oerknal het begin van alles? Nee, waarschijnlijk niet. Er zijn theorieën dat erveel meer heelallen zijn, namelijk in het zogenoemde multiversum. Ook zijn er wetenschappers die geloven dat ons heelal continu opnieuw ontstaat.

Gevonden!
Maar nu blijkt dus dat wetenschappers inderdaad in staat zijn om zwaartekrachtsgolven waar te nemen, en wel met de gevoelige BICEP2-telescoop. En deze zwaartekrachtsgolven wijzen er dus op dat het heelal kort na het ontstaan exponentieel uitbreidde. En er zijn meer mogelijkheden. Dankzij zwaartekrachtsgolven kunnen we bijvoorbeeld zware dubbelstersystemen opsporen. Ook kunnen we dankzij zwaartekrachtsgolven meer inzicht krijgen in het ontstaan van superzware zwarte gaten (wellicht het resultaat van samengesmolten zwarte gaten). Eén ding is zeker: er staat ons nog veel moois te wachten.

°

Nieuw (indirect)  ‘overtuigend bewijs’ voor inflatie-theorie

17 maart 2014

Dat meldt de BBC maandag.

Volgens onderzoekers is er een signaal gevonden dat het gevolg is van de ultra snelle inflatie van het heelal, fracties van seconden na het ontstaan.

Het heeft de vorm van een rimpeling in het oudste licht dat waargenomen kan worden met radiotelescopen. Het is voor het eerst dat deze gravitatiegolven zijn waargenomen.

Hoewel de ontdekking nog verder wordt onderzocht met alternatieve experimenten, is er al sprake van een vondst die de wetenschappers mogelijk een Nobelprijs op kan leveren.

“Dit is spectaculair”, laat professor Marc Kamionkowski van de Johns Hopkins Universiteit in Baltimore aan de BBC weten.

“Ik heb het onderzoek gezien en deze bewijzen zijn overtuigend. De wetenschappers die betrokken zijn bij het project horen bovendien bij de voorzichtigste en conservatiefste wetenschappers die ik ken.”

Telescoop

De doorbraak werd bekendgemaakt door een Amerikaans team, dat werkt aan het BICEP2-project. De onderzoekers gebruikten een telescoop op de zuidpool, waarmee een fractie van het heelal gedetailleerd in kaart werd gebracht.

Het doel was het vinden van een overblijfsel van de razendsnelle groei van de kosmos, die in de eerste biljoenste van een biljoenste van een biljoenste seconde van het ontstaan plaats moet hebben gevonden.

De theorie houdt in dat het kleine universum in dit tijdsbestek is gegroeid van iets onvoorstelbaar kleins tot ongeveer het formaat van een knikker. In de 13,8 miljard jaar die volgde is het universum continu verder gegroeid.

Oneffenheden

De theorie dat het universum zich telkens verder uitbreidt is voor het eerst voorgesteld door Alan Guth en Andrei Linde in de jaren tachtig, als antwoord op enkele tekortkomingen in de oerknal-theorie.

Zo vroeg men zich onder meer af hoe het komt dat het diepe heelal er alle richtingen op vrijwel hetzelfde uitziet. De bewering was dat alleen een razendsnelle inflatie oneffenheden heeft kunnen voorkomen..

De voorspelling was dat gravitatiegolven een spoor kunnen zijn van deze snelle inflatie, waarin sporen van het oudste licht in het universum moet zijn terug te vinden. De wetenschappers beweren nu dat dit spoor is waargenomen.

 

Door: NU.nl/Joost Nederpelt

Zwaartekrachtsgolven van de oerknal gesignaleerd

Sterk bewijs voor de inflatietheorie

Wetenschappers achter de BICEP2-detector op Antarctica zeggen dat ze zwaartekrachtsgolven van de oerknal hebben gesignaleerd. De vindingen zouden een sterk bewijs vormen voor de inflatietheorie die stelt dat het universum in de eerste fractie van een seconde na de oerknal met een enorme snelheid is uitgedijd.

door 

dinsdag 18 maart 2014

De gegevens zijn van januari 2010 tot december 2012 verzameld en laten een patroon zien in de trillingsrichting oftewel de polarisatie [1] van het licht dat we nu nog van de oerknal kunnen waarnemen. Dat licht wordt de kosmische achtergrondstraling genoemd en is te detecteren in alle richtingen waar astronomen hun telescopen op richten. Het is als het ware de nagloed van de oerknal.

De gemeten polarisatie van deze achtergrondstraling, ook wel de B-mode polarisatie genoemd, zou veroorzaakt zijn door zwaartekrachtsgolven die in de allereerste momenten van het universum ontstonden. Deze golven zijn door Albert Einstein voorspelde rimpelingen in de ruimtetijd [2].

Bewijs voor de inflatietheorie

De resultaten zijn een sterk bewijs voor de inflatietheorie die de Amerikaanse natuurkundige Alan Guth in 1981 presenteerde als aanvulling op de oerknaltheorie. Het belangrijkste bewijs voor de oerknal werd al in 1964 geleverd met de eerst detectie van de kosmische achtergrondstraling. Sindsdien is de oerknaltheorie algemeen geaccepteerd, alleen konden astronomen ermee niet het ontstaan van de grote structuren verklaren die de kosmische achtergrondstraling laat zien.

Kosmische_achtergrondstraling_planck

Een kaart van de kosmische achtergrondstraling gemeten door de Planck-satelliet. De kaart laat iets warmere gebieden (in rood) zien tussen gebieden waar de temperatuur lager is (blauw). Het wordt ook wel de babyfoto van het universum genoemd. ESA

De inflatietheorie biedt hiervoor een oplossing. Guth stelde dat het universum 10-36seconden na de oerknal begon aan een enorme uitdijingssprint. In een kleine fractie van die eerste seconde werd het universum opeens vele malen groter. Daarbij werden minuscule en toevallige variaties binnen de dichtheid van materie opgeblazen tot kosmische schalen. Na de korte inflatieperiode zou het universum blijven uitdijen, zij het langzamer.

Met de inflatietheorie konden veel observaties verklaard worden, maar nooit werd er echt bewijs voor gevonden.

Tot nu.

De gevonden polarisatie in de straling is volgens de astronomen het bewijs voor zwaartekrachtsgolven die tijdens de inflatieperiode ontstonden en als het ware hun afdruk hebben achtergelaten in de achtergrondstraling.

Bovendien is het gemeten signaal veel sterker dan eerder gedacht, waardoor een groot aantal inflatiemodellen weggestreept kunnen worden.

Bicep

Het gebouw op Antarctica waarin onder andere de BICEP2-detector is gevestigd. BICEP2/Dispatches from the Bottom of the World

Nobelprijsmateriaal

Veel wetenschappers reageren verheugd op de resultaten. De ontdekking wordt qua belang al vergeleken met de ontdekking van het Higgsboson in 2012 en ook de term Nobelprijs valt vaak.

Voordat het zover is zullen de resultaten eerst bevestigd moeten worden door teams van wetenschappers die met andere detectoren naar dezelfde signalen speuren. Maar dat lijkt slechts een kwestie van tijd.

De zoektocht naar zwaartekrachtsgolven in het huidige heelal gaat overigens gewoon door. Ze zouden ook veroorzaakt moeten worden door extreem zware objecten zoals zwarte gaten. Al jaren wordt er naar de hemel geluisterd, maar nog nooit werd er zo’n golf gevonden.

Big Bang Theory conceptual artwork

“Everything we see today – the galaxies, the stars, the planets – was imprinted at that moment”

Related Stories

Inflation

1.–>  Fred Hoyle ……named the “Big Bang” in an attempt to ridicule the already-existing theory  of Lemaître when he proposed his own,(then novel,)“Steady State” theory of cosmology.

2.- To be honest, there wasn’t really much of a scientific theory of cosmology until Hubble’s discovery of the redshift of (almost all) “external galaxies”, published in 1928.

3.- Hoyle (along with Bondi and Tom Gold started his work on the “Steady State” theory in about 1948.(see below Note  2c) 

NOTE 1  :

(Georges Lemaitre’s theoretical work and application of Hubble’s early results to his theories predate both ;
however since Hoyle accepted Lemaitre’s theoretical work on the metrics of space, but disagreed on the interpretation of the observations, then I think it’s best to leave this out of this issue dealing with the new findings .)

(Tsjok)

NOTE 2  : (a) Moreover:—->  the  inflation theory ( Allan Guth )  solved theoretical  problems  with the big bang  theory  and   the earliest model  of inflation theory dates from 1980  ….(Sir Fred Hoyle (born 1915 ) was  then  65 years old  )

—>(b) it took some years before  eleaborated and divers  models  of  the inflation theory (–> Linde )   —>  ( which is now seems to be   more of less  confirmed by the   new observational  data )  … The aging Hoyle (and  his  “intellectual  heir “ the panspermalist Wicramasinghe ) never  tried to explain consistentely (or even   interpret )  the  inflation theory  by their own   “steady state theory  —-> “Why should they  ever  have done  that  ?  = for them the  “Big bang” theory  was false ( see 1)

—>(c)  The steady state   was  further  detailed  by them   ;    The creation of new “space ” and matter was not the result of inflation  :  but the result of  a   continuous   de  novo creation of  matter and space  ; a proces that will go on infinitely

bron ;

http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2014/03/22/cnn-piece-suggests-that-cosmic-inflation-finding-is-evidence-for-god/#comments

________________

UPDATE 

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2014/April/Oerknalontdekking-nu-al-onder-vuur-.html

 

Oerknalontdekking nu al onder vuur?

Kosmische stofwolken zaaien twijfel

  • DOOR: BENNIE MOLS

16 april 2014

Een nieuwe publicatie betwijfelt het eerste experimentele bewijs van kosmische inflatie.

De ontdekking van een echo van de oerknal werd op 17 maart wereldnieuws. De Zuidpooltelescoop BICEP2  zou een signaal hebben gemeten dat verraadt dat het heelal net na de geboorte in een minuscule fractie van een seconde gigantisch snel is uitgedijd. Het heelal zou een factor 10^36 groter zijn geworden in een tijdsduur van 10^-32 seconde. Inflatie heet deze superuitdijing.

Inflatie werd voor het eerst voorspeld in 1980.

BICEP2   zou het eerste indirecte experimentele bewijs voor deze theorie hebben gevonden. Er ging meteen een schokgolf van opwinding door de natuur- en sterrenkunde. En als deze ontdekking klopt, dan ligt er zeker een Nobelprijs klaar voor de ontdekkers.

De waarneming van BICEP2 is gebaseerd op de meting van de polarisatie in de kosmische achtergrondstraling: een verdraaiing in de trillingsrichting van de elektromagnetische straling die als achtergrondstraling het gehele heelal vult. Minstens 80% van deze verdraaiing schreven de BICEP2-onderzoekers toe aan inflatie. Een kleine 20% kwam waarschijnlijk door het effect van kosmisch stof op de achtergrondstraling. Dit percentage is echter gebaseerd op modellen, niet op directe metingen.

Stofwolken
In een net gepubliceerd (maar nog niet gereviewd)wetenschappelijk artikel op de website arXiv.org trekken drie wetenschappers deze percentages in twijfels. ArXiv.org wordt door natuur- en sterrenkundigen veel gebruikt om artikelen snel te lanceren en op deze manier zo snel mogelijk kritisch beoordeeld te worden door collegawetenschappers.

Volgens de drie onderzoekers zou een veel groter deel, zo niet het hele effect, kunnen komen door kosmische stofwolken. Maar ook hun argument is gebaseerd op modellen en niet op keiharde metingen.

Onderzoekers van de BICEP2-telescoop hebben niet gereageerd op de nieuwe publicatie. Welk model het bij het rechte eind heeft, zal moeten blijken. In ieder geval is duidelijk dat er dringend behoefte is aan nieuwe, onafhankelijke metingen die de BICEP2-resultaten kunnen bevestigen dan wel falsificeren.(1)

Sterrenkundigen kijken nu al reikhalzend uit naar de nieuwste resultaten van de Europese PLANCK-satelliet, die in oktober worden verwacht. In principe zou PLANCK inflatie namelijk beter moeten kunnen meten dan BICEP2 (2) . Waar BICEP2 het signaal maar bij een golflengte mat, heeft PLANCK hetzelfde signaal bij meerdere golflengten gemeten. Die metingen worden nu geanalyseerd.

 

 

*

(1)   “Falsify” is niet te vertalen als  “falsificeren”( =van bijvoorbeeld een theorie)- in dit zinsverband, maar “ontkrachten”(=van meetgegevens ) .

(2)                                                                                                                                                                                                                                                                    a) Bicep2 “kijkt” op 150 GHz. Dat is een roodverschoven signaal. Wat is de oorspronkelijke frequentie toen de fotonen gegenereerd werden en welk fenomeen produceerde die fotonen?

b) Lofar werkt op 180MHz en 1,6GHz en kijkt ook naar de meest verre sterren–>  meer roodverschoven, verder weg(?).

c) Fotonen van de eerste ( vroegste ) sterren zijn erg zeldzaam.
Ik meen wel eens gelezen te hebben dat er maar 500 per seconde of zelfs per uur langs komen op een bepaald oppervlak.              Hoe bepaalt men daarvan een polarisatie  richting?

°

UPDATES  : 

 

19 May 2014 

http://news.sciencemag.org/physics/2014/05/doubts-shroud-big-bang-discovery

A reconstruction of the contaminated foreground map BICEP used (top) and the corrected map.

Raphael Flauger/Institute for Advanced Study

A reconstruction of the contaminated foreground map BICEP used (top) and the corrected map.

Perhaps it was too good to be true.

Two months ago, a team of cosmologists reported that it had spotted the first direct evidence that the newborn universe underwent a mind-boggling exponential growth spurt known as inflation. But last week a new analysis suggested the signal, a subtle pattern in the afterglow of the big bang, or cosmic microwave background (CMB), could be an artifact produced by dust within our own galaxy……

 

___________________________________________________________________

 

°

The Inflation Theory: Solving the Universe’s Problems of Flatness and Horizon

In trying to understand the universe, two major problems remained: the flatness problem and the horizon problem. To solve these, the big bang theory is modified by the inflation theory, which states that the universe expanded rapidly shortly after it came into existence ( was ” created ” )

Today, the principles at the heart of inflation theory have a profound impact on the way that string theory is viewed by many physicists.

The two problems can be stated simply as:

  • Horizon problem: The CMBR is essentially the same temperature in all directions.
  • Flatness problem: The universe appears to have a flat geometry.

The universe’s issues: Too far and too flat

The horizon problem (also sometimes called the homogeneity problem) is that no matter which direction you look in the universe, you see basically the same thing (see the following figure). The cosmic microwave background radiation (CMBR) temperatures throughout the universe are, to a very high level of measurement, almost exactly the same temperature in every direction. This really shouldn’t be the case, if you think about it more carefully.

image0.jpg

If you look in one direction in space, you’re actually looking back in time. The light that hits your eye (or telescope) travels at the speed of light, so it was emitted years ago. This means there’s a boundary of 14 billion (or so) light-years in all directions. (The boundary is actually farther because space itself is expanding, but you can ignore that for the purposes of this example.) If there is anything farther away than that, there is no way for it to have ever communicated with us.

So you look out with your powerful telescope and can see the CMBR from 14 billion light-years away (call this Point A).

If you now look 14 billion light-years in the opposite direction (call this Point B), you see exactly the same sort of CMBR in that direction. Normally, you’d take this to mean that all the CMBR in the universe has somehow diffused throughout the universe, like heating up an oven. Somehow, the thermal information is communicated between Points A and B.

But Points A and B are 28 billion light-years apart, which means, because no signal can go faster than the speed of light, theres no way they could have communicated with each other in the entire age of the universe. How did they become the same temperature if there’s no way for heat to transfer between them? This is the horizon problem.

The flatness problem has to do with the geometry of our universe, which appears (especially with recent WMAP evidence) to be a flat geometry, as pictured in the following figure. The matter density and expansion rate of the universe appear to be nearly perfectly balanced, even 14 billion years later when minor variations should have grown drastically. Because this hasn’t happened, physicists need an explanation for why the minor variations haven’t increased dramatically.

Did the variations not exist? Did they not grow into large-scale variations? Did something happen to smooth them out? The flatness problem seeks a reason why the universe has such a seemingly perfectly flat geometry.

Three types of universes <i>(l. to r.)</i>: Closed, open, and flat.
Three types of universes (l. to r.): Closed, open, and flat.

These three types of universes are simplified representations of the way space naturally curves in the universe:

  • Closed universe: There is enough matter in the universe that gravity will eventually overcome the expansion of space. The geometry of such a universe is a positive curvature. (This matched Einstein’s original model without a cosmological constant.)
  • Open universe: There isn’t enough matter to stop expansion, so the universe will continue to expand forever at the same rate. This space-time has a negative curvature (saddle-shaped).
  • Flat universe: The expansion of the universe and the density of matter perfectly balance out, so the universe’s expansion slows down over time but never quite stops completely. This space has no overall curvature.

Rapid expansion early on holds the solutions

In 1980, astrophysicist Alan Guth proposed the inflation theory to solve the horizon and flatness problems (although later refinements by Andrei Linde, Andreas Albrecht, Paul Steinhardt, and others were required to get it to work). In this model, the early universal expansion accelerated at a rate much faster than we see today.

It turns out that the inflationary theory solves both the flatness problem and horizon problem (at least to the satisfaction of most cosmologists and astrophysicists). The horizon problem is solved because the different regions we see used to be close enough to communicate, but during inflation, space expanded so rapidly that these close regions were spread out to cover all of the visible universe.

The flatness problem is resolved because the act of inflation actually flattens the universe. Picture an uninflated balloon, which can have all kinds of wrinkles and other abnormalities. As the balloon expands, though, the surface smoothes out. According to inflation theory, this happens to the fabric of the universe as well.

In addition to solving the horizon and flatness problems, inflation also provides the seeds for the structure that we see in our universe today. Tiny energy variations during inflation, due simply to quantum uncertainty, become the sources for matter to clump together, eventually becoming galaxies and clusters of galaxies.

One issue with the inflationary theory is that the exact mechanism that would cause — and then turn off — the inflationary period isn’t known. Many technical aspects of inflationary theory remain unanswered, though the models include a scalar field called an inflaton field and a corresponding theoretical particle called an inflaton.

Most cosmologists till today ,  believed that some form of inflation likely took place in the early universe.

http://www.dummies.com/how-to/content/the-inflation-theory-solving-the-universes-problem.html

________________________________________________________________________________________

govertschilling

1.
Oerknaltheorie (heelal was ooit heel heet en ‘compact’ en begon daarna uit te dijen) dateert uit 1920’s. bleef lange tijd speculatief.

2.
ontdekking van kosmische achtergrondstraling (1965) was 1e ‘bewijs’: is afgekoeld overblijfsel van energie uit beginfase van het heelal.

3.
om bepaalde problemen met klassieke oerknaltheorie op te lossen werd in 1980 inflatiehypothese voorgesteld (van ‘to inflate’ = opblazen).

4.
volgens inflatie was er in het begin (triljoenste van triljoenste seconde na t=0!) een extreem korte periode van exponentiële uitdijing.

5.
gewone (lineaire) uitdijing: heelal groeit als 1-2-3-4-5-6-7-8 etc. exponentiële uitdijing: heelal groeit als 1-2-4-8-16-32-64-128 etc.

6.
tijdens inflatietijdperk (extreem kort!) zou grootte van heelal ca 100x verDUBBELD zijn. na afloop nam de gewone uitdijing het over.

7.
inflatiehypothese sluit aan bij quantumtheorieën. oerknal-problemen leken opgelost. maar echt hard bewijs voor inflatie leek onmogelijk.

8.
reden: achtergrondstraling is oudste signaal in heelal dat astronomen kunnen bestuderen. 380.000 jr na t=0. inflatie was láng daarvoor.

9.
echter: als inflatie plaatsvond, moeten er zeer kort na t=0 zwaartekrachtsgolven zijn opgewekt in de ruimte, door hypersnelle expansie.

10.
zwk-golven (voorspeld door einstein in 1916) zijn trillingen in de lege ruimtetijd, vglb met trillende drilpudding, maar véél kleiner.

11.
bestaan van zwk-golven is nog nooit direct aangetoond (moeilijk te meten!); in 1974 werden er wel indirecte aanwijzingen voor gevonden.

12.
tgv inflatie-zwk-golven moet ruimte ook nog ‘getrild’ hebben toen achtergrondstraling werd uitgezonden (toen heelal 380.000 jr oud was).

13.
berekeningen: die ‘oer-golven’ laten spiraalvormige sporen na in patroon van polarisatie van achtergrondstraling. die zijn nu gevonden.

14.
polarisatie betekent dat licht in ene trillingsrichting iets helderder is dan in andere richting. vergt speciale 2-richtings-detectoren.

15.
achtergrondstraling is al erg moeilijk te meten. polarisatie ervan nóg moeilijker. spiraalvormige patronen NOG veel moeilijker. RESPECT!

16.
ca tien teams maakten er afgelopen jaren jacht op (oa met europese ruimtetelescoop planck). BICEP2-telescoop op zuidpool heeft nu beet.

17.
waarom op zuidpool? hoog/droog, dus geen last van absorptie in dampkring van bestudeerde oerknalstraling (op sub-millimeter golflengte).

18.
dus: spiraalpatronen in polarisatie > in allereerste levensfase van heelal waren er zwk-golven > er moet inflatie hebben plaatsgevonden.

19.
achtergrondstraling (380.000 jr na t=0) is ‘peuterfoto’ heelal; dit nieuwe resultaat is alsof je tijdens bevalling naast kraambed stond!

20.
wat is nu de grootste doorbraak? voor natuurkundigen: bevestiging zwaartekrachtsgolven. voor kosmologen: bevestiging inflatiehypothese.

21.
als BICEP2-ontdekking bevestigd wordt door andere teams (wsch snel!), levert deze ontdekking vrijwel zeker een nobelprijs op.
congrats!

°

(reacties )

–>      Wat men  heeft  gevonden zijn metingen die consistent zouden zijn met de idee van kosmische inflatie.

We kunnen  gewoon een hele hoop hypothesen over wat er net na de oerknal gebeurde , weggooien zodat we nu blijkbaar eindelijk Einsteins zwaartekracht met de kwantummechanica kunnen verzoenen.
Is inderdaad zeer spectaculair maar heeft verder  de ballen met de oerknal zelf te maken.

°  Het ware beter geweest moest men gesproken hebben  over de theorie van wat er juist  NA  het ontstaan van het heelal gebeurde toen het groter werd en de fysische wetten ruimte, tijd, materie, energie, zwaartekracht,… vorm kregen.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Inflatie_(kosmologie)

LINKS

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2672/Wetenschap-Gezondheid/article/detail/3616580/2014/03/17/Astronomen-presenteren-overtuigend-bewijs-voor-Oerknal-theorie.dhtml

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2014/Maart/Echo-s-van-de-oerknal.html

Permalink voor ingesloten afbeelding

http://www.newyorker.com/online/blogs/elements/2014/03/a-scientific-breakthrough-lets-us-see-to-the-beginning-of-time.html

°

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2014/Maart/Echo-s-van-de-oerknal.html

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2006/oktober/Rimpelingen-in-het-heelal.html

ALLAN GUTH
http://phys.org/news/2014-03-alan-guth-insights-big.html

http://www.sterrenstof.info/hele-mooie-wetenschap-bewijs-voor-inflatie/#more-2161

°

Echo’s van de oerknal

Sterk bewijs dat oerknal begon met ‘inflatie’

  • DOOR: ARNOUT JASPERS
 

Een telescoop op de zuidpool heeft de zwaartekrachtsecho’s van de oerknal ontdekt. Een enorme verrassing, volgens astrofysicus Daan Meerburg

Zoom
© Bicep2-cooperation
De ‘weerkaart’ van de kosmische achtergrondstraling waaruit blijkt dat de oerknal zwaartekrachtsgolven produceerde.

BICEP
Waar ging het over?

Op Antarctica staat een gespecialiseerde telescoop, BICEP, die uiterst gevoelig is voor radiostraling uit het heelal op een frequentie van 150 gigahertz, ofwel een golflengte van ongeveer twee millimeter. Met die telescoop is de afgelopen jaren een klein deel van de hemel gescand. Uit die data is een spectaculaire primeur gedestilleerd: voor het eerst is een signaal gedetecteerd dat ontstaan moet zijn in de eerste fractie van een seconde na de oerknal.
Het gaat om zwaartekrachtsgolven, die ons iets vertellen over het tijdperk van ‘inflatie’, een fase waarin het heelal onvoorstelbaar snel uitdijde.

Inflatie
‘Het is een enorme verrassing dat ze dit hebben kunnen meten’,’ aldus astrofysicus Daan Meerburg, die op de universiteit van Princeton dit onderzoek op de voet volgt. Dit betekent volgens hem ook, dat de zwaartekrachtsgolven die de inflatie opwekte, uitzonderlijk sterk waren. Van de inflatie-theorie zijn in de loop der tijd allerlei varianten in omloop geraakt, vooral omdat er geen experimentele check mogelijk was. Die is er nu dus wel, en die maakt het onwaarschijnlijk dat dat de simpeler versies van de theorie correct zijn. Het wordt voor de theoretici dus ingewikkelder, maar ook interessanter.

Meerburg bekeek via internet de technische presentatie voorafgaand aan de persconferentie, en besprak met collega’s de twee wetenschappelijke artikelen die gelijktijdig verschenen. Volgens hem zijn de metingen ‘behoorlijk solide’. De zwaartekrachtsgolven zijn niet direct gemeten, maar via de sporen die ze hebben achtergelaten in de kosmische achtergrondstraling, het ‘nagloeien’ van het heelal sinds de tijd dat dit nog heel heet was.

Rimpelingen
Zwaartekrachtsgolven zijn door Einstein voorspeld, maar nog nooit direct waargenomen. Het zijn rimpelingen in de ruimte-tijd zelf die zich met de lichtsnelheid voortplanten en elk voorwerp – bijvoorbeeld de aarde – even vervormen als ze voorbij komen. ‘Inflatie’ is ruim dertig jaar geleden bedacht door Alan Guth om een paar fundamentele problemen met de gewone oerknaltheorie te ondervangen. Als inflatie zich werkelijk voorgedaan heeft, moet dit heftige zwaartekrachtsgolven hebben opgewekt. Deze primordiale zwaartekrachtsgolven reizen dan nog steeds door het heelal, maar ze zijn nu te zwak om direct waar te nemen. Ze moeten echter wel sporen hebben achtergelaten in de kosmische achtergrondstraling, want die ontstond slechts 380.000 jaar na de oerknal, toen het heelal veel kleiner was en de zwaartekrachtsgolven veel sterker.

Weerkaart
Deze sporen zijn de zogeheten B-modussen. De kosmische achtergrondstraling vult als het ware de complete hemelbol, en je kunt er een kaart van maken die lijkt op een weerkaart.

In elk punt op aarde heeft de wind een bepaalde snelheid en een richting; net zo heeft de achtergrondstraling op elk punt van de hemelbol een bepaalde intensiteit en polarisatie (‘trillingsrichting’). De intensiteit is de afgelopen jaren al met grote nauwkeurigheid gemeten, onder andere door de Planck-satelliet. Maar nu is voor het eerst, van een klein deel van de hemel, ook de polarisatie in kaart gebracht.

De B-modussen zijn dan vergelijkbaar met orkanen of depressies op die kaart, en die kunnen eigenlijk alleen maar veroorzaakt zijn door primordiale zwaartekrachtsgolven. 

‘Dit is 100% zeker een Nobelprijs,’ schat Meerburg in. Hij denkt echter dat de prijs naar de experimentatoren zal gaan voor het ontdekken van de primordiale zwaartekrachtsgolven, en niet naar Alan Guth, omdat nu nog allerlei varianten voor inflatie mogelijk zijn.

Ook Nature kwam ten tijde van de persconferentie al met het nieuws.

 

°

zie ook 

http://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?f=19&t=13521&p=412816#p412816

°

http://profmattstrassler.com/2014/03/26/which-parts-of-the-big-bang-theory-are-reliable/

 

“De enige kracht die sterker is dan die uitdijende kracht (donkere energie) is de zwaartekracht. Daarom dijt de ruimte niet uit in bijv. ons zonnestelsel. Wanneer de zwaartekracht geen invloed heeft dan dijt de ruimte in zichzelf uit.”

 

°

Eerste sterrenstelsels ontstonden erg vroeg

Slechts 200 miljoen jaar na de oerknal ontstonden de eerste sterrenstelsels in het heelal. Dit is veel eerder dan astronomen eerder dachten.

“Volgens huidige theorieën kunnen sterrenstelsels niet zo vroeg geboren worden”, zegt wetenschapper Johan Richard.

Roodverschuiving
Het verre sterrenstelsel maakt deel uit van cluster Abell 383. Het sterrenstelsel heeft een roodverschuiving van 6,027, wat overeenkomt met een afstand van 12,75 miljard lichtjaar. Dit betekent dat wij het sterrenstelsel zien zoals het eruit zag toen het heelal 950 miljoen jaar oud was.

200 miljoen jaar
Het wordt nog spannender. Wetenschappers vonden in het sterrenstelsel meerdere sterren met een leeftijd van ongeveer 750 miljoen jaar. Dit betekent dat deze sterren 200 miljoen jaar na de oerknal werden gevormd.

James Webb-telescoop
“Het is zeer aannemelijk dat er veel meer sterrenstelsels in het jonge universum bevinden dan wij nu denken”, concludeert co-auteur Jean-Paul Kneib. Toekomstige telescopen, zoals de James Webb-telescoop, kunnen dit soort sterrenstelsels bestuderen. Helaas kwam vandaag het nieuws naar buiten dat de James Webb Telescope niet voor 2018 gelanceerd gaat wordenin verband met te hoge kosten.

°

HET  HEELHAL   10 MILJARD JAAR GELEDEN 

Massieve sterrenstelsels onthullen de expansiesnelheid van het jonge heelal

Wetenschappers van het Berkeley Lab zijn er in geslaagd om de expansiesnelheid in het jonge heelal te ontrafelen. Zij keken hiervoor naar quasars: massieve sterrenstelsels.

Twee onafhankelijke analyses zijn gebruikt om de expansiesnelheid van het heelal te bepalen, toen ons universum slechts drie miljard jaar oud was. Ter vergelijking: op dit moment is het heelal 13,7 miljard jaar oud. Ruim tien miljard jaar geleden bestond de aarde nog niet, en ook was de zon nog niet ontstaan.

De wetenschappers laten weten dat de expansiesnelheid drie miljard jaar na de oerknal 68 kilometer per seconde per miljoen lichtjaar was. Stel, een sterrenstelsel is één miljoen lichtjaar verwijderd van een ander sterrenstelsel, dan betekent dit dat deze sterrenstelsels met een snelheid van 68 kilometer per seconde van elkaar weg gaan. Nu – 13,7 miljard jaar na de oerknal – ligt de expansiesnelheidveel hoger, namelijk op 73 kilometer per seconde per megaparsec. Een megaparsec is ruwweg drie miljoen lichtjaar.

°

Hoe de Baryon Oscillation Spectroscopic Survey (BOSS) te werk gaat. Licht van quasars wordt deels geabsorbeerd door intergalactisch gas. Wetenschappers weten waar deze gaswolken zich bevinden en hoe groot ze zijn. Hierdoor kunnen zij ontrafelen hoe snel sterrenstelsels in het jonge universum uit elkaar dreven.

Veel mogelijkheden
Dankzij het werk van de onderzoekers kan de Hubbleconstante nog beter bepaald worden. Daarnaast leren astronomen nu meer over donkere energie en wat de vorm van het heelal is. Mogelijk is het heelal veel platter dan wij denken!

Bronmateriaal:
BOSS Quasars Track the Expanding Universe – the Most Precise Measurement Yet” – Berkeley

ANDROMEDA

Het is een algemene regel dat sterrenstelsels in het heelal uit elkaar drijven. De onderlinge afstand wordt dus steeds groter. Er zijn echter altijd uitzonderingen. Een goed voorbeeld is het Andromedastelsel. Dit buurstelsel beweegt zich juist naar ons toe en zal in de toekomst botsen met het Melkwegstelsel

http://www.scientias.nl/melkweg-zeker-op-ramkoers-met-andromedanevel/64830

°

universum1

 

 

http://www.scientias.nl/wetenschappers-creeren-eerste-realistische-virtuele-universum/100824

http://www.zie.nl/video/wetenschap/Wetenschappers-tonen-simulatie-van-ontstaan-heelal/5p8zsyjffi5e

 

Universum had eigenlijk amper één seconde moeten bestaan

stukje universum

Nieuw onderzoek toont aan dat het universum vrijwel direct na het ontstaan weer zou moeten zijn ingestort. Onderzoekers trekken die conclusie nadat ze onderzoeken naar het Higgs-deeltje combineerden met recent bewijs voor de oerknal.

Ongeveer 13,8 miljard jaar geleden vond de oerknal plaats. Onderzoekers vermoeden dat het universum zich vrijwel direct daarna begon uit te breiden (dat wordt ook wel kosmische inflatie genoemd). In maart kondigden onderzoekers aan voor het eerst direct bewijs te hebben gevonden voor die exponentiële uitbreiding. De resultaten van het onderzoek – dat wereldnieuws was – zijn echter omstreden en worden lang niet door elke onderzoeker omarmd.

 

Afbeelding: Royal Astronomical Society.

Stabiliteit van het universum
In een nieuwe studie besloten Britse kosmologen te kijken wat deze omstreden onderzoeksresultaten betekenen voor de stabiliteit van het universum. Om dat te doen combineerden ze de resultaten met onderzoeksgegevens omtrent het in juli 2012 ontdekte Higgs-deeltje. Onderzoekers hebben inmiddels aangetoond dat ons universum zich in een vallei van het zogenoemde ‘Higgs-veld’ bevindt (zie hiernaast) en deze beschrijft de manier waarop andere deeltjes aan hun massa komen. Maar de vallei waarin ons universum zich bevindt, is niet de enige vallei. Er is er nog eentje. Deze is veel dieper, maar een grote energiebarrière voorkomt dat ons universum in deze vallei kukelt (zie ook de afbeelding hiernaast).

Schoppen
Het probleem met het onderzoek dat in maart met veel bombarie werd aangekondigd, is dat de resultaten erop wijzen dat het universum tijdens de periode van kosmische inflatie grote ‘schoppen’ kreeg, waardoor het binnen een fractie van een seconde in de tweede, diepere vallei van het Higgs-veld zou zijn beland. Als dat gebeurd zou zijn, zou het universum snel zijn ingestort. “Als dat gebeurt zou zijn, zouden we daar nu niet over discussiëren,” concludeert onderzoeker Robert Hogan.

Als het Higgs-deeltje bestaat en de waarnemingen die onderzoekers in maart van dit jaar deden, kloppen, zou het universum dus helemaal niet meer bestaan. Daarmee lijkt dit onderzoek de omstreden studie die in maart werd gepresenteerd onderuit te halen. Maar het is nog niet bewezen dat die resultaten niet kloppen, zo benadrukt Hogan. Zo kan niet worden uitgesloten dat de onderzoekers het in maart bij het juiste eind hadden en andere – onbekende – processen aan de gang zijn die voorkomen dat het universum instort.

 

Bronmateriaal:
Should the Higgs boson have caused our Universe to collapse?” – Ras.org.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Hubble (ESA / NASA).

_

 

UPDATES  : 

‘Echo’s van de oerknal’ zijn bij nader inzien mist.

In maart kwam een team onderzoekers van een telescoop op Antarctica (BICEP-2) met spectaculair nieuws: ze hadden directe echo’s van de oerknal waargenomen.

Al snel gingen stemmen op die zeiden dat die vermeende echo’s ook veroorzaakt konden zijn door ordinair stof in ons Melkwegstelsel. Die twijfel is nu vrijwel zekerheid: onderzoekers van de ruimtetelescoop Planck publiceren vandaag een artikel waarin ze het BICEP-resultaat naar de prullenbak verwijzen. Voor het BICEP-team is dit extra pijnlijk, omdat die voortijdig met Planck-data aan de haal waren gegaan om hun claim te kunnen doen.

de Planck telescoop

 

de planck telescoop 

 

Bewijs voor versnelde oerknal nu echt van tafel

22/09/14 – Bron: volkskrant.nl

http://www.hln.be/hln/nl/961/Wetenschap/article/detail/2058113/2014/09/22/Bewijs-voor-versnelde-oerknal-nu-echt-van-tafel.dhtml

 

De Bicep2-radiotelescoop op de Zuidpool. © reuters.

Het team van Amerikaanse astronomen dat dit voorjaar spectaculaire eerste waarnemingen vanaf de zuidpool van de versnellende oerknal presenteerde, heeft voor zijn beurt gesproken. Wat ze voor veelzeggende kreukels in de oerknal hielden, is niet te onderscheiden van stof in de Melkweg.

Die vernietigende conclusie komt uit een nieuwe analyse van de waarnemingen van de kosmische achtergrondruis die eerder werden gemaakt met de Planck-satelliet. Stof, zo blijkt, geeft hetzelfde soort verstoringen van die ruis als het effect dat het Bicep2-team voor zogeheten inflatie hield.Inflatie is de extreem versnelde uitzetting van het piepjonge heelal, vlak na de oerknal zelf, zo’n 15 miljard haar geleden. Dat effect verklaart waarom het heelal op grote schaal zo gelijkmatig is, maar is tot nog toe nooit direct waargenomen. Bicep2 claimde dat nu wel te kunnen.

Inflatie is zo heftig, dat ruimte en tijd zelf rimpelingen vertonen. Die zijn in theorie nog steeds te zien aan de manier waarop de achtergrondstraling verdraaid is, de zogeheten B-modepolarisatie.

Lees ook

Het Dark Sector Lab op de Zuidpool. © Steffen Richter, Harvard University.

“Bewijs voor kosmische inflatie”
Dit voorjaar meldde het team van de Bicep2-radiotelescoop op de Zuidpool dat het die verdraaiingen op een stukje hemel had gevonden. Dat zou het rechtstreekse bewijs voor kosmische inflatie zijn. Kosmologen vierden het nieuws met champagne.

Het spectaculaire resultaat werd kort daarna echter al in twijfel getrokken, omdat experts meenden dat de Amerikanen het signaal van stof in hun analyses waren vergeten. Daarna was het wachten op het team van Planck, dat nu concludeert dat de claims van Bicep2 onhoudbaar zijn. Het stofsignaal, stellen ze vast, is niet te verwaarlozen en zelfs even sterk als wat Bicep2 voor oerknalrimpels hield.

De Groningse kosmoloog Diederik Roest noemt de Planck-resultaten overtuigend.

“Dit wil niet helemaal zeggen dat Bicep2 niets van vlak na de oerknal ziet, maar wat er na aftrek van stof overblijft, is binnen de foutenmarges niet veel.”

De teams van Planck en Bicep2 zeggen nu samen nog beter te gaan uitzoeken wat er eventueel nog wel uit de waarnemingen is af te leiden over kosmische inflatie. Uit de Planck-metingen is bijvoorbeeld af te leiden welke gebieden aan de hemel weinig stof bevatten, zodat nieuwe metingen op die plaatsen misschien wel bewijzen voor inflatie kunnen leveren.

 

Baanbrekende oerknalontdekking vergaat mogelijk tot stof

 

Het was in maart wereldnieuws: wetenschappers hadden sporen van zwaartekrachtsgolven – de naweeën van de oerknal – ontdekt en dus direct bewijs gevonden voor de oerknaltheorie. Maar een nieuw onderzoek trekt de studie in twijfel: zijn de sporen wel afkomstig van zwaartekrachtsgolven?

Einstein voorspelde in zijn algemene relativiteitstheorie al dat ze moesten bestaan: zwaartekrachtsgolven. Maar onderzoekers hadden ze nog nooit waargenomen. Tot begin dit jaar.

“Dit is echt opwindend,” zo stelde onderzoeker Chao-Lin Kuo toen. “We hebben voor het eerst zwaartekrachtsgolven – oftewel rimpels in de ruimtetijd – in beeld gebracht en een theorie over de totstandkoming van het gehele universum geverifieerd.”

Persen
Wanneer zwaartekrachtsgolven zich voortbewegen dan ‘persen’ ze de ruimte. En daarbij ontstaat een specifiek patroon in de kosmische achtergrondstraling. En dat patroon – dat ervan getuigt dat zwaartekrachtsgolven een voorkeur voor een bepaalde richting hebben – dachten Chao-Lin Kuo en collega’s met behulp van de BICEP2-telescoop gespot te hebben.

Andere bron?
In hun studie sloten de onderzoekers uit dat het waargenomen signaal door iets anders veroorzaakt werd. Maar misschien hebben ze dat iets te snel gedaan, zo stellen wetenschappers nu. Ze analyseerden gegevens van de Planck-satelliet en richtten zich daarbij op een deel van het heelal dat ook Chao-Lin Kuo en collega’s bestudeerden.

“Volgens onze analyse valt het effect van contaminatie (andere bronnen die hetzelfde signaal kunnen hebben gegenereerd, red.) en dan met name gassen die in ons sterrenstelsel aanwezig zijn, niet uit te sluiten,” vertelt onderzoeker Carlo Baccigalupi.

Frequenties
Wanneer Planck de ogen op de hemel richt, dan observeert de satelliet het universum op een groot aantal frequenties (negen banden van 30 tot 857 GHz). BICEP2 bestudeert het universum op slechts één frequentie (150 GHz). Juist omdat de blik van Planck zoveel breder is, denken Baccigalupi en collega’s een goede reden te hebben om te vermoeden dat er wel eens sprake kan zijn van contaminatie en dat het waargenomen signaal helemaal niet veroorzaakt wordt door zwaartekrachtsgolven.

Maar dat kan nu nog niet met zekerheid gesteld worden, zo benadrukt Baccigalupi.

“We zijn een samenwerking met BICEP2 gestart. We vergelijken hun gegevens met de Planck-gegevens (op dezelfde frequentie: 150 GHz).” Uiteindelijk moet zo duidelijkheid ontstaan over wat we nu daadwerkelijk zien. “Het zou kunnen dat inderdaad sprake is van contaminatie, maar – we zijn optimistisch – we kunnen die contaminatie wellicht ook met zekerheid uitsluiten. Op die manier zou Planck een cruciale bijdrage kunnen leveren aan de ontdekking van bewijs voor zwaartekrachtsgolven afkomstig van de oerknal, in de kosmische achtergrondstraling.”

 

 °

Bronmateriaal:
Gravitational waves according to Planck” – SISSA.it
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door ESA.

 

°