ZUURSTOF

°

   GEOLOGIE  

°

LINKS  ;

http://www.daeme104.centerall.com/page506_5.php   (aardse atmosfeer )

De samenstelling van de dampkring is sinds het ontstaan van de aarde, 4,6 miljard jaar geleden, sterk veranderd.We weten niet precies hoe onze atmosfeer is ontstaan, maar wel weten we dat de samenstelling ervan flink is veranderd sinds onze planeet zo’n 4,6 miljard jaar terug uit een wolk van gas en stof om de jonge zon ontstond.

De aarde was te klein en te heet om zijn eerste atmosfeer van waterstof en helium vast te houden. Daarna werd hij geleidelijk kouder en is er een vaste korst met vulkanen ontstaan, waaruit de tweede atmosfeer van waterdamp en kooldioxide werd gevormd; met kleine hoeveelheden stikstof, ammoniak en andere gassen, maar nog steeds zonder zuurstof.

Hierna gebeurden er twee dingen die van belang zijn voor het ontstaan van de huidige atmosfeer. Ten eerste werd de aarde door ijskometen gebombardeerd, waardoor er enorme massa’s water naar de aarde zijn aangevoerd. Zeer waarschijnlijk is het water in de oceanen grotendeels van buitenaf gekomen. Daarin losten grote hoeveelheden kooldioxide op, die op die manier uit de atmosfeer verdwenen.

Het leven op aarde ontstond ongeveer drie miljard jaar geleden, toen ook de zuurstofproducerende cyanobacteriën zich begonnen te verbreiden. Gedurende lange geologische periodes produceerden die zuurstof.

De zuurstof belandde in eerste instantie echter niet in de atmosfeer, want veel elementen, zoals ijzer, reageerden namelijk direct met de zuurstof en gingen er een verbinding mee aan.
Uiteindelijk kwam de zuurstof toch in de atmosfeer terecht, en bleef daar ook.

Toen ontstond ook de ozonlaag, die het leven tegen de ultraviolette zonnestraling beschermt. De afgelopen twee miljard jaar had de aarde een zuurstofrijke atmosfeer, die op de huidige lijkt; onderzoeken tonen aan dat het zuurstofniveau met tussenpozen van miljoenen jaren wisselt. 

http://www.museumkennis.nl/nnm.dossiers/museumkennis/i002642.html

http://nl.wikipedia.org/wiki/Marine_Isotope_Stage                                                                                      http://nl.wikipedia.org/wiki/Proterozo%C3%AFcum                                                                                   http://www.webelements.com/oxygen/geology.html

°

Het ontstaan van meercelligheid ging gepaard met de sterke stijging van het zuurstofgehalte in de atmosfeer. (1)

14 januari 2013

Fossilized cyanobacterial endoliths: Eohyella dichotemata of Late Protetozoic and Eohyella fossil assemblage or Eohyella campbellii ~ at 1.5 Ga, the oldest known microbial endolith

     

compare withHyella stella ~ similar to Eohella dichotemata of Late Proterozoic /

Compare a modern Lyngba sp.
with fossil thin-section of filamentous Palaeolyngbya, Bitter Springs chert, Late Proterozoic

  

http://cyanophyta.blogspot.be/2006/12/fossilized-cyanobacteria.html

Het is voor het eerst dat het ontstaan van meercelligheid in verband wordt gebracht met de ‘Grote Zuurstofcatastrophe ‘. Wetenschappers schrijven dat maandag in PNAS.

De “Grote Zuurstofcatastrophe ” is het moment in de prehistorie dat het gehalte aan zuurstof in de atmosfeer sterk steeg, en daarmee de verdere  ontwikkeling van leven gemakkelijker maakte.  (2)

Dit gebeurde zo rond 2,4 miljard jaar geleden. (UPDATE  —> zie volgend artikel ) 

Blauwalgen

Cyanobacteriën of blauwalgen, een groep van zuurstofproducerende, vroege levensvormen, bestonden al ver voor de Zuurstofgebeurtenis. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat deze bacteriën meercelligheid begonnen te vertonen precies rond de tijd van de zuurstoftoename.

De onderzoekers bekeken daartoe fossielen van oude exemplaren en verzamelden genetische gegevens van de nu nog levende cyanobacteriën.

Ze concluderen dat de twee gebeurtenissen aan elkaar verwant kunnen zijn, omdat meercelligheid de bacteriën de mogelijkheid bood om niches, of ‘rollen’ in de natuur, efficiënter te vervullen.

De snelle groei die daar het gevolg van was, zou, met de snel toegenomen zuurstofproductie, kunnen verklaren waarom de Grote Zuurstofgebeurtenis plaatsvond.

Basis

“We beginnen nu te begrijpen dat het ontstaan van meercelligheid in cyanobacteriën waarschijnlijk aan de basis heeft gestaan van de grote zuurstofgebeurtenis”, zegt onderzoeker Jurriaan de Vos. “Die gebeurtenis heeft mogelijk de loop van de evolutie van al het leven op aarde beïnvloed, inclusief die van cyanobacterien zelf.”

Door: NU.nl/Stephan van Duin

REACTIES 
(1) —-> … of meercelligheid was mogelijk op het moment dat er meer zuurstof was … ?

  1. Ik heb altijd gelezen, dat de enorme toename van het atm. zuurstofgehalte meercelligheid mogelijk maakte. Dus eerst meer zuurstof, toen meercelligheid.                                                                                                                                                                                                 De hogere cellen  (Eukaryote cel), waar alle planten en dieren uit bestaan, heeft itt de primitievere Prokaryote cel (bacteriën, blauwalgen) veel meer energie en O2 nodig.                                                                                                                                                                          Dit werd dus pas mogelijk toen er vanaf 2.4 gigajaar (gj) geleden O2 in de atmosfeer kwam, vermoedelijk in eerste instantie door cyanobacteriën (blauwalgen, dus Prokaryoten), later ook door gewone groene algen (dus Eukaryoten).                                                —>  Meercelligen hebben nog veel meer O2 nodig en dat gebeurde pas vanaf plm. 0.8 gj (dus 800 miljoen jaar) geleden, toen het vrije O2 gehalte in de atmosfeer enorme ging stijgen. Dit kon, doordat toen de aardkorst verzadigd was met O2 en er dus een overschot voor de atmosfeer overbleef.                                                                                                                                                                           Relatief niet zo lang daarna, vanaf zo’n 0,6 gj (600 miljoen jaar) geleden zie je ineens de explosieve toename en diversificatie van het meercellig leven. ( cambrische  explosie )                                                                                                                                                                                   

    1. De vraag is inderdaad of meercelligheid het gevolg is van het grote zuurstofgebeuren of andersom. Voor beide valt wat te zeggen, maar het artikel staat dus dat de wetenschappers aantoonden dat de meercelligheid  begon bij de  cyanobacterien zelf.

      1. dat de cyanobacterien meercellig werden en toen in aantal konden toenemen. We kennen  (volgens mij) geen meercellige cyanobacterien, zelfs helemaal geen meercellige bacterien, dus eerlijk gezegd begrijp ik het artikel niet zo goed

      Als je je verder bedenkt dat zuurstof voor deze bacterien een afvalproduct is, kan de ” grote zuurstofcatastrophe ” dus niet de oorzaak zijn voor de  beginnende  meercelligheid van de cyano’s. De tijd die genoemd word: 2,4 miljard jaar geleden komt overeen met het begin van de grafiek van het zuurstofgehalte in de atmosfeer (die grafiek staat in de wikipedia pagina  hieronder  gepost ) Die hele zuurstoftoename heeft 500 miljard jaar geduurd dus om het een ‘event’ te noemen is misschien wat overdreven. Het klinkt iig niet onredelijk.

    2. of je  met de taaie cyanobacteriën (blauwalgen) het O2 gehalte van een planeet de zuurstof  in de atmosfeer  veel boven de pakweg 3% zult krijgen?  Je zou daarmee kunnen beginnen en dan later andere (groene) algen , etc.   —->Zit je met een jonge aarde nog wel met de issue van de opname van O2 door de oceanen en korst. Dat is echt enorm en voordat dat verzadigd is. ….  Maar mogelijk zou die opname en het wegvangen van geproduceerde O2 naar menselijke maatstaven redelijk langzaam kunnen zijn  gaan, zodat er toch een opbouw van O2 in de atmosfeer mogelijk was   ??
    1.  O2 is wel verdraaid reactief.
      Dus mijn vraag is en blijft: –>  raak je op een jonge aardachtige planeet niet erg snel je meeste geproduceerde O2 weer kwijt aan binding door de korst (met name ijzer!) en de oceanen? ( zie mars )

(2)  —->

http://en.wikipedia.org/wiki/Great_Oxygenation_Event

File:Oxygenation-atm-2.svg

Estimated evolution of atmospheric  P_{{O_{{2}}}}. The upper red and lower green lines represent the range of the estimates. The stages are: stage 1 (3.85–2.45Gyr ago (Ga)), stage 2 (2.45–1.85Ga), stage 3 (1.85–0.85Ga), Stage 4 (0.85–0.54Ga )and stage 5 (0.54Ga–present)

.

 interessante gebeurtenis in de evolutie. Ik denk dat wij er anders uit zouden zien als het zuurstofgehalte een stuk lager  had           gelegen .

–> Ik denk dat de mens er dan helemaal niet was geweest .                                                                                                                                                         —–>  De wereld zou er dan stukken anders uit zien, dat is met heel veel dingetjes het geval.   ( contingency )

Het was ook een catastrofe ( en de eerste grote uitsterving ?) 

  1. Zuurstof is giftig voor de meeste anarobe bacterien dus die legden het loodje, en bovendien kreeg de Aarde te maken met een lange sneeuwbal-aarde periode. Dus het was wel degelijk een ‘catastrofe’. 

http://www.geologievannederland.nl/tijd/reconstructies-tijdvakken/precambrium

 

°

Zuurstof veel eerder in atmosfeer dan gedacht

Zuurstof verscheen 700 miljoen jaar eerder in de lucht dan tot nu toe werd gedacht.

29 september 2013

Dat schrijven Amerikaanse en Deense wetenschappers van respectievelijk de Universiteit van Brits Columbia en van de Universiteit van Denemarken deze week in Nature.

Ze kwamen tot deze conclusies nadat ze drie miljard jaar oude bodems onderzochten in Zuid-Afrika.

De bodems zijn de oudste ter wereld.

 

Het is algemeen bekend dat de aarde 2,3 miljard jaar geleden zuurstofrijker werd tijdens de zuurstofcrisis. Toen kwam de vorming van zuurstof door fotosynthese in een stroomversnelling. Wetenschappers van de universiteit van Kopenhagen en de universiteit van Brits-Columbia hebben echter aanwijzingen gevonden dat de atmosfeer van de aarde drie miljard jaar geleden een klein beetje zuurstof bevatte  (1).

De eerste honderden miljoenen jaren na het ontstaan van de aarde was de atmosfeer zuurstofloos. Pas toen er bepaalde bacteriën, zogenaamde cyanobacteriën, verschenen, die fotosynthese in hun repertoire hadden, kwam de eerste zuurstof in de lucht.(1)

Dat baande uiteindelijk het pad voor al het leven dat we nu kennen.

Zuurstofcatastrofe

Tot dusver werd er vanuit gegaan dat de bacteriën hun werk pas deden vanaf ongeveer 2,3 miljard jaar geleden, in een periode die de grote zuurstofcatastrofe wordt genoemd.

De onderzoekers vonden in de drie miljard jaar oude bodems echter ook sporen van zuurstof. Dat betekent dat zuurstof al 700 miljoen jaar eerder in de atmosfeer kwam dan gedacht.

De wetenschappers concluderen hieruit dat de cyanobacteriën waarschijnlijk eerder ten tonele kwamen dan gedacht, maar dat de snelheid waarmee ze de atmosfeer met zuurstof vulden lager was dan aangenomen.

Langdurend proces
“We weten dat fotosynthese zorgde voor de productie van zuurstof, waardoor de atmosfeer zuurstofrijker werd en er organismen ontstonden die tegen zuurstof konden”, vertelt onderzoeker Sean Crowe van de universiteit van Brits-Columbia. “Nu leren we dat dit proces al heel vroeg begon, zo’n drie miljard jaar geleden.”

Toch duurde het nog 1,5 miljard jaar totdat er ongeveer net zoveel zuurstof was geproduceerd als tegenwoordig.

“Onze bevindingen impliceren dat het erg lang duurde voor geologische en biologische processen nader tot elkaar kwamen om zuurstof te produceren”, zegt hoofdonderzoeker Lasse Døssing van de universiteit van Kopenhagen

Door: NU.nl/Hidde Boersma

 

Bronmateriaal:
Ancient soils reveal clues to early life on Earth” – Universiteit van Brits-Columbia

 

  • (1) Heden ten dagen bevat de atmosfeer 20% zuurstof  …..  Maar men zegt duidelijk  in het artikel  dat men bewijzen vond die aanduiden dat er voorafgaand aan de   de zuurstofcrisis – katastrofe  LAGE concentraties zuurstof gevonden werden.
    Er was dus  nog niet  volop fotosynthese aan de gang …. en

    —> het ontstaan van leven gelijk staat natuurlijk  niet gelijk   aan organismen die zuurstof produceerden.                                                                   —> De eerste prokaryoten dateren  trouwens  van ver voor de zuurstofcrisis.

    • Zwavelisotopen zijn   ook een atomen die  gebruikt kunnen  worden voor de datering  van  geologisch- chemische -biochemische anaerobe processen die energie opleverden(   aan  chemotrofen ? ) ……   Daar was 4 miljard jaar genoeg van op aarde.

     

    °

    Organismen begonnen veel eerder met zuurstofproductie dan gedacht

    Nieuw onderzoek toont aan dat zuurstofproducerende organismen zo’n drie miljard jaar geleden op aarde aanwezig waren. Dat is vele miljoenen jaren eerder dan gedacht. Deze organismen maakten de weg vrij voor complexere levensvormen.

    Onderzoekers trekken die conclusie nadat ze onderzoek deden in India. Ze vonden er bewijs voor chemische verwering van gesteenten, een proces dat leidde tot de vorming van grond in de aanwezigheid van zuurstof. En dat gebeurde allemaal zeker 3.02 miljard jaar geleden.

    Fotosynthese
    De hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer was in die tijd opvallend groot, zo stellen de onderzoekers. Zo groot dat die zuurstof alleen maar geproduceerd kan zijn door organismen die lichtenergie en koolstofdioxide omzetten in zuurstof en water. Dit proces – bekend als fotosynthese – wordt vandaag de dag door miljoenen verschillende soorten planten en bacteriën gebruikt. Maar in die tijd was het een cruciaal proces dat de geschiedenis van onze planeet een heel andere wending gaf. Fotosynthese zorgde ervoor dat de atmosfeer van de aarde – die daarvoor rijk aan methaan en koolstofdioxide en arm aan zuurstof was – veel meer zuurstof ging bezitten. Doordat organismen zuurstof gingen produceren, werd de atmosfeer zuurstofrijk. Die zuurstof maakte de evolutie van complexer, meercellig leven mogelijk.

    Eerder
    Lang dachten onderzoekers dat de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer zo’n 2,4 miljard jaar geleden door toedoen van zuurstofproducerende organismen steeg. Maar nu blijkt dat dus al miljoenen jaar eerder gebeurd te zijn. “Dit is een heel opwindende ontdekking,” vertelt onderzoeker Quentin Crowley. “Het vult een gapend gat in onze kennis over de evolutie van de jonge aarde.”

    Er was 3,4 miljard jaar geleden vrijwel geen zuurstof in de atmosfeer te vinden. Recent onderzoek suggereert dat de hoeveelheid zuurstof 2,96 miljard jaar geleden begon toe te nemen. Deze nieuwe ontdekking duwt dat moment zo’n zestig miljoen jaar dieper de geschiedenis in.

     

    Bronmateriaal:
    Trinity geologists re-write Earth’s evolutionary history books” – Trinity College Dublin (via Eurekalert.org)
    The study site landscape is shown with boulders of the paleosol in the foreground.
    °
    Working with Professors Joydip Mukhopadhyay and Gautam Ghosh and other colleagues from the Presidency University in Kolkata, India, the geologists found evidence for chemical weathering of rocks leading to soil formation that occurred in the presence of O2.
     °
    Using the naturally occurring uranium-lead isotope decay system, which is used for age determinations on geological time-scales, the authors deduced that these events took place at least 3.02 billion years ago. The ancient soil (or paleosol) came from the Singhbhum Craton of Odisha, and was named the ‘Keonjhar Paleosol’ after the nearest local town.
    °
     (1) REACTIES : 
    SNOWBALL EARTH   –> zuurstofcrisis  
    °
    Ben wel benieuwd naar wat dan juist de factor geweest kan zijn die tot de snowball aarde heeft geleid, ik herinner me dat vooral de opkomst en grote productie van zuurstof hiervoor verantwoordelijk was.
    °
     het kan hier aan gelegen hebben ?
     °
    of gewoon een misrekening
    An extraordinary episode of global cooling hundreds of millions of years ago that some experts say caused earth to completely freeze over has been miscalculated, a new study says.
     °

    Onvoldoende zuurstof zorgde voor uitblijven dieren

    http://www.nu.nl/wetenschap/3917845/onvoldoende-zuurstof-zorgde-uitblijven-dieren.html

    01 november 2014

    Door: NU.nl/Krijn Soeteman

    Tussen de komst van complex leven in de vorm van eencelligen en het ontstaan van dieren zit een gat van ongeveer een miljard jaar. Wetenschappers denken dat het uitblijven van voldoende zuurstof de belangrijkste reden was.

    Geologen van verschillende universiteiten schrijven dat deze week in het tijdschrift Science.

    Zo’n zevenhonderd tot achthonderd miljoen jaar geleden ontstond vrij plotseling complex leven op aarde. De grote vraag was of dit kwam door genetische veranderingen van organismen of dat het te maken had met de omstandigheden op aarde.

    De geologen gaan uit van het laatste. Door onderzoek te doen aan sedimenten uit Australië, Canada, China en de Verenigde Staten, ontdekten de geologen dat de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer in het Mesoproterozoïcum (tussen de 1 en 1,6 miljard jaar geleden) toen minder dan 0,1 procent bedroeg van de huidige hoeveelheid.

    Er bestonden al wel vermoedens over de hoeveelheid zuurstof, maar die lagen tussen de één en veertig procent van wat er nu in de lucht zit. Nu bestaat de atmosfeer voor ongeveer 21 procent uit zuurstof.

     

    Meer zuurstof

    Langzaamaan ging de hoeveelheid zuurstof achthonderd miljoen jaar geleden omhoog. Dat zorgde voor allerlei reacties over de hele aarde, zoals sterke afkoeling. Niet veel later, zo’n 542 miljoen jaar geleden, nam de verscheidenheid van diersoorten ineens heel snel toe. Deze periode heet ook wel de Cambrische Explosie.

    Toch is er ook kritiek op de studie. Het onderzoek naar afzettingen in beddingen van ondiep water, betekent niet per se dat een vergelijkbare hoeveelheid zuurstof ook in de oceanen voor kwam.

    Misschien zat daar wel meer zuurstof in, aldus geochemicus Robert Frei van de Universiteit van Kopenhagen.

     

    ____________________________________________________________________________________

    I —> zuurstof kwam pas vrij toen chlorofyl in de eerste algencellen het als asfvalproduct tijdens hun groei uitscheidden. Het was er altijd al; chemisch gebonden aan andere elementen. En het zuurstof-verbruikende leven kon pas ontstaan toen er een kritische hoeveelheid zuurstof in -eerst- het zeewater was opgelost, en later in de atmosfeer was terecht gekomen. Dat kostte een paar jaartjes; een miljardje of twee 
    Dus van een plotseling verschijnen ervan  is absoluut geen sprake.

    We weten niet precies hoe onze atmosfeer is ontstaan, maar wel weten we dat de samenstelling ervan flink is veranderd sinds onze planeet zo’n 4,6 miljard jaar terug uit een wolk van gas en stof om de jonge zon ontstond.

    De aarde was te klein en te heet om zijn eerste atmosfeer van waterstof en helium vast te houden. Daarna werd hij geleidelijk kouder en is er een vaste korst met vulkanen ontstaan, waaruit de tweede atmosfeer van waterdamp en kooldioxide werd gevormd; met kleine hoeveelheden stikstof, ammoniak en andere gassen, maar nog steeds zonder zuurstof.

    Hierna gebeurden er twee dingen die van belang zijn voor het ontstaan van de huidige atmosfeer. Ten eerste werd de aarde door ijskometen gebombardeerd, waardoor er enorme massa’s water naar de aarde zijn aangevoerd. Zeer waarschijnlijk is het water in de oceanen grotendeels van buitenaf gekomen. Daarin losten grote hoeveelheden kooldioxide op, die op die manier uit de atmosfeer verdwenen.

    Het leven op aarde ontstond ongeveer drie miljard jaar geleden, toen ook de zuurstofproducerende cyanobacteriën zich begonnen te verbreiden. Gedurende lange geologische periodes produceerden die zuurstof.

    De zuurstof belandde in eerste instantie echter niet in e atmosfeer, want veel elementen, zoals ijzer, reageerden namelijk direct met de zuurstof en gingen er een verbinding mee aan.
    Uiteindelijk kwam de zuurstof toch in de atmosfeer terecht, en bleef daar ook.

    Toen ontstond ook de ozonlaag, die het leven tegen de ultraviolette zonnestraling beschermt. De afgelopen twee miljard jaar had de aarde een zuurstofrijke atmosfeer, die op de huidige lijkt; onderzoeken tonen aan dat het zuurstofniveau met tussenpozen van miljoenen jaren wisselt.

     

    NASA/JPL/UCSD/JSC

    De huidige atmosfeer bevat zuurstof, in tegenstelling tot de luchtlagen van vroeger.

    nu is het 18% zuurstof, en ooit was het 26% en ooit onder de 10, zelfs 0% hebben we gehad.

    Planeet is niet een geheel gesloten systeem, zuurstof (en koolzuur ook trouwens) kan worden opgeslagen in de vorm van mineralen en in vloeistoffen, dat kan dus ook weer vrijkomen

     

    °

    II .-  Bij de huidige stand van de wetenschap gaat men er van uit dat de aarde bijna 4.6 miljard jaar oud is. …..

    .Maar  er zijn inmiddels al zoveel daterings onderzoeken geweest die allemaal rond de zelfde tijd uit komen dat het onomstotelijk te noemen is

    –> De ouderdom van de aarde is prima en reproduceerbaar vast te stellen via ouderdomsbepalingen van gesteenten.

    Meer op:

    http://home.hccnet.nl/g.vd.ven/dateringsmethodes.htm                                          http://www.natuurkunde.nl/opdrachten/1493/ouderdomsbepaling-vwo-2012-2-opg-2

    -Veel zaken  zijn  via de ‘wetenschappelijke methode’ perfect  aan te tonen, en dat daarbij   herhalingen van de bepalingen en de onderzoeken   steeds dezelfde waardes geven.

    -Een wetenschappelijk opgeleid iemand weet dat ” er  zeer veel   “onomstotelijk vaststaat”. 

    °
    ____________________________________________________________________________________

    Making oxygen before life: Oxygen can form directly from carbon dioxide in upper atmosphere

    October 3, 2014    //  University of California – Davis

    http://www.sciencedaily.com/releases/2014/10/141003092259.htm

    Summary:

    About one fifth of the Earth’s atmosphere is oxygen, pumped out by green plants as a result of photosynthesis and used by most living things on the planet to keep our metabolisms running. Scientists have now shown that oxygen can be formed directly from carbon dioxide in the upper atmosphere, changing models of how the atmosphere evolved early in Earth’s history.

     

    zuurstof uit koolzuur en UV

    zuurstof uit koolzuur en UV

     

     

    UC Davis chemists have shown how ultraviolet light can split carbon dioxide to form oxygen in one step.

    Credit: Zhou Lu

     

    °

     

     

     

Advertenties

Notes S ; Selectiedruk

° 

°

SELECTIEDRUK

Selectiedruk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Selectiedruk is in de evolutiebiologie het effect dat de natuurlijke selectie uitoefent op de genetische variatie of genfrequentie binnen een bepaalde populatie van een   soort(species ) . Bepaalde eigenschappen van individuen beïnvloeden hun relatieve kans om nageslacht achter te laten. Deze interactie tussen die eigenschappen en hun omgevingsfactoren in ruimste zin heet de “selectiedruk”. Als een bepaalde selectiedruk geacht wordt aanwezig te zijn, impliceert dat een overeenkomende verwachting ten aanzien van de verandering van de genfrequentie, ofwel de evolutie.

  1. selectiedruk
    Invloed van milieufactoren, waardoor genfrequenties veranderen.
    Gevonden op http://www.digischool.nl/bi/pbb/search.php

Selectiehandvat ….de genetische  varianten in een populatie   die in een bepaald millieu de   betere    (hoe klein die ook mogen zijn  in vergelijking met het geheel van de populatie )  verwachte   overlevings en voortplantingskansen (fittness) bezitten

°

http://en.wikipedia.org/wiki/Evolutionary_pressure

Any cause that reduces reproductive success in a proportion of a population, potentially exerts evolutionary pressure or selection pressure.[1] With sufficient pressure, inherited traits that mitigate its effects – even if they would be deleterious in other circumstances – can become widely spread through a population. It is a quantitative description of the amount of change occurring in processes investigated by evolutionary biology, but the formal concept is often extended to other areas of research.

In population genetics, selection pressure is usually expressed as a selection coefficient.

 

(Microbiology ) Any cause that reduces reproductive success in a proportion of a population, potentially exerts evolutionary pressure or selection pressure.  (wiki) 

Examples of selective pressure in the following topics:

°

SELECTION PRESSURE  is any phenomena which alters the behavior and fitness of living organisms within a given environment. It is the driving force of evolution and natural selection.

http://wiki.answers.com/Q/What_is_selection_pressure_in_biology

°

selective pressure

  • Environmental conditions leading to differential fitness based on the value of any  particular trait …
    – the pressure of competition to survive and have surviving offspring. The word “selection” refers to the fact that some variants (the “fittest”) are better at doing this than others.

 

selective pressure(evolution)

Those  factors  and processes that influence the direction of natural selection.
(Medical ) impact of effective reproduction  due to environmental impact on the phenotype.

_

“THE PRESSURE  OF SELECTION  ” 

http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2013/09/29/selection-pressures-are-metaphors-so-are-the-laws-of-physics/

“Selection pressures” is a shorthand term for something a bit more complicated.

°

—it is a metaphor, a descriptor of what happens when different genes (i.e. “alleles”, or forms of a single type of gene) leave different number of copies.   That differential reproduction of genes is what constitutes natural selection,, and it is a process of gene sorting.

There are no “pressures” of selection imposed on the organism from the outside.

What happens, as everyone knows who learns introductory evolution, is that, in a given environment, some genes leave more copies than others, usually because they increase the reproductive output of their possessor.

Take, for example, a population of brown bears that somehow find themselves in a white-colored environment, like the Arctic.

There are genes affecting coat color, and imagine that a given gene comes in several forms, one of which makes the bear lighter in color than do the alternative forms.  This being a population of bears, there will be variation among their genes due to mutation. Those bears carrying the “light” forms of genes might do better than their browner confrères because they’re more camouflaged in the snow, and thus better at sneaking up on seals and killing them.  “Light-gene” bears will be better fed, and thus have better survival and (crucially) more offspring. (If the color change affects survival but not reproductive output, no natural selection ensues.)  In the next generation, the proportion of color genes having the light form will be higher than before. And the average color of the bear population will be a bit lighter.

If this continues over many generations, and other mutations occur that yield even lighter coats, natural selection will move the bears from brown to white. Presumably this is what happened in polar bears, whose ancestors were probably brown. And it’s happened in many Arctic animals whose ancestors were brown but evolved white color (either pemanently or seasonally) via natural selection.

Such animals include the Arctic fox, the Arctic hare, the ptarmigan, the snowy owl, the harp seal, and so on (see a list here).

arctic-animals-main
What “selection” pressures can do: white Arctic mammals.

Note that the environment isn’t exerting any “pressure” here. It is simply providing a milieu in which one gene has an advantage over another. The environment cannot see the genes and their constituent DNA.

°

We speak of “selective pressure to become light-colored” as simple shorthand for the process I’ve described above.

°

—> Is the use of metaphors confusing ?                                                                                                                                                                                      Metaphors are useful if as they enlighten rather than confuse.

–>   I claim that both “selection pressures” and “selfish genes” are enlightening,

—>The term “laws of physics” is also a metaphor, or a  enlightening  shorthand descriptor.                                                                                             There are no “laws of physics,” but just regularities in the universe that appear to be ubiquitously “followed”. 

 

BIOLOGISCHE KLOKKEN

°

°

Evodisku2 biologische klokken.docx   <— Archief document 

Slaap en de biologische klok

Slaap is zo gewoon dat we er pas over na gaan denken als we er problemen mee hebben. Toch verslapen we zo’n 30% van ons leven. Er zijn aanwijzingen dat onze totale dagelijkse hoeveelheid slaap de laatste 100 jaar sterk is afgenomen, met alle gevolgen van dien. De ontwikkeling van een 24-uurs maatschappij, waarin we vaak moeten werken op tijden dat we behoren te slapen en slapen op onnatuurlijke en vaak sociaal onacceptabele tijden, is hier debet aan. In een enquête gaf ongeveer 40% van de ondervraagden boven de 18 jaar aan wel eens een periode met slechte slaap te hebben ervaren. Ongeveer 5 % van de bevolking gebruikt wel eens een slaapmiddel, 2 % slikt het dagelijks. De gevolgen van slaapgebrek, zoals ongelukken of fouten, brengen grote financiële kosten met zich mee voor de maatschappij. En ook al gebeuren er misschien niet direct ongelukken, toch moet rekening gehouden worden met een sterke afname in productiviteit en de alertheid .

Wat is slaap?

Slaap is een toestand die wordt gekenmerkt door lichamelijke rust en een laag bewustzijnsniveau.

Algemeen wordt aangenomen dat slaap vooral een herstellende functie heeft voor het lichaam en de hersenen. Deze aanname wordt ondersteund door waarnemingen dat de slaap een periode van fysieke opbouw is, waarin de productie van het groeihormoon een piek vertoont, het tempo van celdeling maximaal is en de aanmaak van eiwitten de afbraak overtreft. Ook zijn er aanwijzingen dat er in de hersenen herstelprocessen plaatsvinden. In deze zogenaamde hersteltheorie speelt de wisselwerking tussen slapen en waken een centrale rol. Verstoring van de één blijft niet zonder gevolgen voor de ander, zodanig dat de kwaliteit van de slaap samenhangt met de kwaliteit van het functioneren overdag.
Als we in slaap vallen blijven onze hersenen wel actief, maar zijn niet zo goed in staat zintuiglijke prikkels waar te nemen en er op te reageren. Metingen van de elektrische hersenactiviteit (het electro-encefalogram ofwel EEG) geven aan dat de rust tijdens de slaap wat betreft de hersenen zeer betrekkelijk is. Tijdens grote delen van de slaap zijn de hersenen zeer actief, maar op een andere manier dan tijdens de waaktoestand.

Tijdens de periode van indoezelen (aangeduid als ‘slaapstadium 1’)

worden we ons geleidelijk minder bewust van de omgeving en kunnen onze gedachten soms meer en meer op dromen gaan lijken (‘hypnagoge hallucinaties’). Ook lopen we de kans kortdurende, onwillekeurige spiertrekkingen in benen of armen te maken (‘hypnic jerks’), die soms hevig kunnen zijn.

Ook onze geheugenfunctie verandert, zodat we ons de gebeurtenissen die direct aan het inslapen voorafgingen niet meer goed kunnen herinneren.
Na het moment van inslapen treedt nog een korte periode lichte slaap op, gevolgd door een aanzienlijke periode diepe slaap.

Diepe slaap

concentreert zich vooral aan het begin van de slaap, ongeacht de tijd van de dag waarop geslapen wordt. De hoeveelheid diepe slaap is per persoon van dag tot dag vrij constant. Tenslotte is tijdens diepe slaap de kans dat een persoon spontaan ontwaakt het kleinst, is hij het moeilijkst te wekken en blijft de persoon ná het wekken nog enige tijd gedesoriënteerd (slaapdronkenschap ofwel ‘sleep inertia’ genoemd).
Het volgende slaapstadium is REM-slaap.

REM is de afkorting van ‘rapid eye movements’, de snelle oogbewegingen die zo kenmerkend zijn voor dit type slaap. Wordt iemand uit deze fase gewekt, dan is de kans groot dat hij een redelijk samenhangend, visueel gekleurd verslag uitbrengt: een droom. Bij andere slaapstadia is die kans veel kleiner. Andere kenmerken van de REM-slaap zijn de drastische verlaging van de spierspanning, zodat slechts af en toe enkelvoudige spiertrekkingen zijn waar te nemen, en het optreden van erecties bij mannen.
Het slaappatroon (‘hypnogram’) volgt in de regel een vast verloop, gekenmerkt door een regelmatig optreden van REM-slaap, afgewisseld door lichte en diepe slaap (samen ook wel aangeduid als nonREMslaap).

NonREM-slaap en REM-slaap vormen een cyclus van ongeveer 100 minuten die zich een aantal malen herhaalt. Naarmate de nacht vordert neemt het aandeel van de REM-slaap toe en dat van de diepe slaap af, zodat de slaap lichter van aard wordt. Vooral in de tweede helft van de slaap treden bovendien korte tussentijdse waakperioden op, waaraan we overigens nauwelijks enige herinnering bewaren.

Een volwassene slaapt gemiddeld 7 à 8 uren per nacht. Sommigen kunnen duidelijk met minder slaap toe (‘kortslapers’), anderen slapen gemiddeld langer (‘langslapers’). Deze slaapduur is sterk individueel bepaald en verandert met de leeftijd. Een korte slaapduur betekent dus niet automatisch een slaapstoornis, tenzij de persoon problemen heeft met de korte slaapduur.
Naast de slaapduur is ook de diepte van de slaap van belang. Hoe langer men wakker is des te dieper men daarna slaapt. Als men eens een keer laat naar bed gaat wordt dat dus niet alleen ingehaald door langer te slapen, maar vooral door dieper (‘intenser’) te slapen.

zie ook artikel : Slaperigheidstest

De biologische klok

We kunnen niet op elk gewenst moment van de 24 uur even gemakkelijk in slaap komen. De optimale tijd om te slapen wordt gedicteerd door de biologische klok die zich in de hersenen bevindt( suprachiasmatische kern )  en die de 24-uurs ritmen (ook wel circadiane ritmen genoemd) van de vele lichaamsfuncties coördineert.

suprachiasmatische kern
Deze interne klok zorgt ervoor dat we in de loop van de avond slaperig worden zodat we ‘op tijd’ naar ons bed verlangen. Hij zorgt er ook voor dat ons lichaam ‘s morgens vóór het wakker worden ‘op temperatuur’ is en over de energie kan beschikken die nodig is voor de verschillende activiteiten overdag. Kortom, de verschillende vitale functies worden door de biologische klok optimaal op elkaar afgestemd. Signalen uit de omgeving, met name de afwisseling van licht en donker, zorgen bovendien voor een goede en stabiele afstemming van onze biologische klok op de dag/nacht afwisseling. Dat dit niet voor iedereen op dezelfde manier gebeurt blijkt wel uit de verschillen tussen ochtend- en avondmensen.

zie ook artikel : Test je bioritme

Omdat deze klok biologisch verankerd is, is het moeilijk om ons ritme snel te veranderen. Dat merken we bijvoorbeeld als we een drastische verandering aanbrengen in ons dag-nacht ritme door bijvoorbeeld naar Japan te vliegen. Het duurt een aantal dagen voordat de circadiane ritmen van onze lichaamsprocessen zich aan de nieuwe situatie hebben aangepast. Dit kan gepaard gaan met klachten over vermoeidheid, slaapproblemen en slecht functioneren: de zogenaamde —> ‘jetlag’.
Ook mensen die in ploegendienst werken hebben last van een ‘verschoven’ levenspatroon ten opzichte van het ritme dat hun biologische klok aangeeft.

De signalen uit de omgeving kunnen nu niet helpen om de interne klok aan te passen aan de nieuwe situatie (het is donker als je juist actief moet zijn in de nachtdienst) en daarom zal aanpassing moeilijk zijn.

Ook is slapen overdag moeilijker, niet alleen doordat men afwijkt van wat de biologische klok aangeeft maar ook door het aanwezig zijn van meer geluid en licht.

zie ook artikel : Licht en het slaap-waakritme

Slaapstoornissen en hun behandeling

De meeste mensen hebben op enig moment van hun leven wel te maken met een tijdelijk slaapprobleem.

Als de slaapproblemen langdurig zijn en het dagelijks leven ernstig verstoren spreken we van een slaapstoornis. Er zijn op dit moment bijna 80 slaapstoornissen bekend. Ze worden gekenmerkt door problemen met in slaap vallen, tussendoor vaak wakker worden, of ‘s morgens erg vroeg wakker worden en niet meer in slaap kunnen vallen. In enkele gevallen is ook een overmatige slaapbehoefte aanwezig. Soms komen de verschillende klachten samen voor.
Er zijn slaapstoornissen waarvoor een duidelijke lichamelijke oorzaak aanwezig is. Ook psychiatrische stoornissen, zoals bijvoorbeeld een depressie, gaan vaak gepaard met slaapklachten. In andere gevallen kan er een duidelijke aanleiding vanuit de omgeving zijn of denkt men aan een verstoorde werking van de biologische klok. Echter in vele gevallen is de oorzaak van een slaapstoornis moeilijk te
achterhalen. Dit kan consequenties hebben voor de behandeling.
Er is al veel bekend over slaapstoornissen en de behandeling daarvan, met name in gespecialiseerde slaapklinieken. Soms kunnen algemene ‘slaaphygiënische’ adviezen de klachten al verhelpen. In andere gevallen is een specifiek op de slaap
gerichte gedragstherapie de aangewezen behandelwijze, terwijl in weer andere gevallen het gebruik van slaapmedicatie een oplossing kan bieden. Al deze behandelingen moeten onder deskundige begeleiding plaats vinden.

zie ook artikel : Slaapproblemen

WAARSCHUWING :

Bij problemen ga je  altijd  een arts raadplegen  ….zelf een “oplossing “zoeken op het internet  of in medische  informatieve artikeltjes  voor leken of zo  ….   is NIET de juiste manier 

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/lifestyle/110733-goed-slapen-leer-je-biologische-klok-kennen.html                       http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/diversen/17605-slaapfasen-en-de-biologische-klok.html

°

Biologische klok beïnvloedt immuunsysteem

17 februari 2012   9

Worden we ziek of blijven we gezond? Nieuw onderzoek wijst erop dat onze biologische klok daar invloed op uitoefent.

De biologische  etmaal klok bij de mens  kent o.a.  een cyclus van ongeveer 24 uur( = een etmaal ). In die cyclus regelt de biologische klok de stofwisseling en de activiteiten die daaruit voortvloeien. Wanneer die biologische klok verstoord wordt, leidt dat vaak tot problemen: het immuunsysteem reageert minder alert en mensen worden sneller ziek. Onduidelijk was echter hoe het immuunsysteem precies door de biologische klok beïnvloed werd. Maar daar is nu verandering in gekomen.

TLR9
Wetenschappers van de universiteit van Yale experimenteerden met muizen. Zo ontdekten ze dat de biologische klok invloed heeft op het TLR9-gen. Dit gen is weer verantwoordelijk voor het functioneren van het stofje TLR9. Dit stofje detecteert bacteriën en virussen en waarschuwt het immuunsysteem. Maar er is niet de hele dag door evenveel TLR9 voorhanden: de activiteit van TLR9 volgt namelijk de cyclus van de biologische klok. De biologische klok beïnvloedt dus de mate waarin ons immuunsysteem op verschillende momenten in staat is om ziekteverwekkers op te merken.

Invloed
Wanneer er meer TLR9 voorhanden was, reageerde het immuunsysteem sterker en waren de muizen beter bestand tegen infecties, zo is in het blad Immunity te lezen. De onderzoekers zorgden ervoor dat de muizen een bloedvergiftiging opliepen. Het moment waarop de muis deze opliep, bleek bepalend voor het ziekteverloop. Wanneer er meer TLR-9 voorhanden was, verliep de infectie minder heftig. Dat is in lijn met eerdere observaties waaruit bleek dat bloedvergiftiging veel ernstiger is als mensen deze tussen 2 en 6 uur ‘s nachts oplopen.

Jetlag
De studie heeft ook implicaties voor mensen bij wie de biologische klok niet altijd even lekker loopt.

“Het lijkt erop dat verstoringen van de biologische klok onze vatbaarheid voor ziekteverwekkers beïnvloedt,” concludeert onderzoeker Erol Fikring.

Zo zou een jetlag bij kunnen dragen aan ziekten. En patiënten die in ziekenhuizen door lawaai de slaap niet kunnen vatten, lopen mogelijk ook een verhoogd risico op nog meer gezondheidsproblemen.

Maar ook wanneer we het immuunsysteem kunstmatig beïnvloeden, moeten we wellicht rekening houden met de biologische klok.( hie  =  Circadian clock )Fikring denkt dan bijvoorbeeld aan vaccinaties.

De biologische klok(ken)  van mensen kan mede bepalen wanneer deze beinvloedingen  het meest effectief zijn.

Bronmateriaal:
When body clock runs down, immune system takes time off” – Yale.edu
Circadian clock governs highs and lows of immune response” – Eurekalert.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Aaron Geller (cc via Flickr.com).

°

Biologische klok verklaart waarom we  ’s avonds willen eten

 01 mei 2013 r 4

Trek in ‘iets lekkers’ ‘s avonds: We weten dat het slecht is. Wetenschappers ontdekken nu dat er weinig aan te veranderen is, het zit namelijk van nature in ons biologische ritme om ’s avonds meer te eten.(1) 

We eten de hele nacht niets omdat we slapen, en toch hebben we ’s ochtends geen enorme eetzin. Onderzoekers van de Oregon Health & Science University en Harvard zochten naar een verklaring hiervoor. Hun onderzoek dat in het blad Obesitiy staat, toont aan dat de interne biologische klok, het circadiaanse ritme, de veroorzaker is van de minimale honger in de ochtend tegenover de honger voor het slapengaan in de avond.

Het onderzoek
De wetenschappers onderzochten twaalf gezonde volwassenen zonder overgewicht gedurende dertien dagen op al hun slaap- en eetgedrag. De deelnemers beoordeelden zelf hun eetlust en voedselvoorkeur op visuele analoge schalen. Met dit onderzoek konden de onderzoekers patronen vastleggen. Er was een circadiaans ritme te herkennen in honger met een dieptepunt in de ochtend (08:00 uur) en een piek in de avond (20:00 uur). Eenzelfde patroon zagen de onderzoekers bij de inschatting van de deelnemers over hoeveel zij konden eten en de voorkeur voor soorten voedingsmiddelen: bijvoorbeeld of iets zoet, zout, vezelrijk of eiwitrijk was.

Nachtvasten
Wanneer u gewoon ’s nachts slaapt blijkt de interne biologische klok ervoor te zorgen dat u voor de ‘vastperiode’ grotere maaltijden wil consumeren. U krijgt meer honger en heeft vooral trek in zoet, zout of vezelrijk eten. Een eetlustpiek die waarschijnlijk bedoeld is om u voor te bereiden op de nacht waarin u niets eet en het dus met de opgeslagen hoeveelheid energie moet doen.

Onze voorouders moesten overleven in tijden dat voeding schaars was en dit zou volgens de onderzoekers wel eens geleid kunnen hebben tot ons ingebouwde eet-ritme en ons verlangen naar iets lekkers voor het slapengaan.

Nu we genoeg kunnen eten – we hoeven maar naar de supermarkt te lopen en kunnen bij wijze voor 50 cent al een zak chips kopen – veroorzaakt de biologische klok overgewicht. We worden ‘aangestuurd’ ’s avonds meer te eten om een voorraadje aan te leggen terwijl we eigenlijk niets tekort komen.

Hoofdauteur van de studie, Steven Shea legt uit dat het lichaam anders omgaat met voedingsstoffen afhankelijk van het tijdstip. Zo kan het lichaam ’s avonds suiker minder goed verwerken. Het lichaam slaat de onnodige energie ’s avonds op, want we hebben deze, in tegenstelling tot de energie die we ‘s ochtends gebruiken om te werken, sporten of andere activiteiten te doen, niet meer nodig.

Toch skippen we ‘s ochtends vaker het ontbijt en dat heeft volgens de auteurs alles te maken met de biologische klok; van nature zijn we geneigd in de ochtend minder te eten zodat we ’s avonds juist meer kunnen eten.(2)

Bronmateriaal:
Study explains what triggers those late-night snack cravings” – Oregon Health & Science University.

  • (1)”Wetenschappers ontdekken nu dat er weinig aan te veranderen is”. Hebben ze werkelijk  ook  onderzocht of het te veranderen is? 

  • (2)  Simpel gezegd  ;   Hele dag werken ( of jagen , of anders actief zijn = energie opgebruiken )  tov hele nacht maffen, logisch dat je dan (meer) honger  zult  hebben . En ja het lichaamsritme zal daar ook wel op gesynchroniseerd zijn geraakt 

Molecule kan biologische klok resetten

Geschreven op 17 december 2010 1

Wetenschappers hebben een nieuwe molecule ontdekt met de naam ‘longdaysin’.

Deze molecule kan mogelijk onze biologische klok beïnvloeden, waardoor er wellicht betere medicijnen komen tegen jetlags en slaapproblemen. De nieuwe verbinding heeft de biologische klokken van larvale zebravissen al met meer dan tien uur weten te verlengen.

Om de molecule te ontdekken onderzocht een genetische onderzoeksrobot meer dan 120.000 moleculaire verbindingen die verantwoordelijk zijn voor veranderingen in het circadiane ritme in een cel. Uiteindelijk vonden de wetenschappers één verbinding die verantwoordelijk was: longdaysin.

Uiteindelijk achterhaalden onderzoekers van het Scripps onderzoeksinstituut welke drie enzymen verantwoordelijk zijn voor de chronobiologische effecten van de molecule. Vervolgens werden er testen uitgevoerd met het weefsel van muizen en met zebravissen.

De verbinding kan gebruikt worden om de biologische klokken van reizigers te resetten.

En wat te denken van nachtwerkers met een verstoord dag-nacht ritme?

Het klinkt als een grote vooruitgang!

Bronmateriaal:
Jet lag pill that slows down body clock to help you ‘catch up’ one step closer” – Bioscholar

°

Het ‘wekker-gen’

 04 oktober 2011  

Ook als we de wekker niet zetten, worden we vroeg of laat wakker.

“Het lichaam is eigenlijk een verzameling klokken,” legt onderzoeker Satchindananda Panda uit. “We wisten ongeveer welk mechanisme de klok vertelde om ‘s avonds langzamer te gaan lopen, maar we wisten niet welk mechanisme de klok ‘s ochtends weer activeerde.”

Gen
Dankzij een uitgebreid onderzoek is dat echter nu ook helemaal duidelijk.

Het gen KDM5A zorgt er middels proteïne JARID1a voor dat ons lichaam wakker wordt.

De biologische klok gaat wat sneller lopen en zorgt ervoor dat onze stofwisseling weer op gang komt. Hierbij worden ook allerlei lichaamsfuncties actief en weet ons lichaam dat het nu toch echt tijd is om wakker te worden en op te staan.

Experimenten
Experimenten wijzen erop dat de onderzoekers op het goede spoor zitten. De wetenschappers zorgden ervoor dat fruitvliegjes te weinig van het proteïne JARID1a aanmaakten. Hierop verloren de dieren hun gevoel voor tijd: ze wisten niet meer wanneer ze moesten gaan slapen of wakker moesten worden en dutten ook gedurende de dag. Toen de vliegjes het proteïne weer kregen, herstelde hun biologische klok zich.

Het onderzoek kan meer duidelijkheid verschaffen over tal van slaapproblemen. “Nu kunnen we grondiger onderzoeken hoe onze biologische klok faalt als we ouder worden en chronisch ziek worden,” stelt Panda. “We kunnen nu onderzoeken waarom het ritme van sommige mensen niet klopt en misschien zelfs nieuwe manieren vinden om ze te helpen.”

Bronmateriaal:
‘Alarm Clock’ Gene Explains Wake-Up Function of Biological Clock” – Sciencedaily.com
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Alan Cleaver (cc via Flickr.com).

°

Winterslaap

°

De winterslaap van de egel

Een voorbeeld van een dier dat een winterslaap houdt, onze stekelige vriend de egel. Zijn normale lichaamstemperatuur is 39°C, maar die kan dalen tot slechts 7 of 8°C tijdens zijn winterslaap!

http://dier-en-natuur.infonu.nl/dieren/24334-de-winterslaap-van-de-egel.html

‘Korte winterslaap verlengt leven’

Laatste update:  14 september 2011 11:55 info

AMSTERDAM – Dieren die korte winterslaapjes houden, verlengen daarmee waarschijnlijk hun leven. Dat hebben wetenschappers uit Oostenrijk aangetoond.

Tijdens een korte winterslaap of torpor neemt de lichaamstemperatuur en de stofwisseling van dieren zoals hamsters gedurende enkele uren sterk af. Daardoor stopt de natuurlijke afbraak van chromosomen die leidt tot veroudering.

Dat meldt nieuwssite Physorg.com op basis van onderzoek aan de Universiteit van Wenen.

Licht

“Onze bevindingen gelden waarschijnlijk voor alle dieren die een torpor of andere vorm van winterslaap houden”, verklaart hoofdonderzoeker Christopher Turbill.

Djungarian hamsters displaying the typical winter and summer pelage.

Palchykova et al. BMC Neuroscience 2003 4:9   doi:10.1186/1471-2202-4-9
Download authors’ original image

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door hamsters( Experiments with Djugarian hamsters native to Siberia )  in een laboratorium bloot te stellen aan lage temperaturen en weinig licht. Daarmee lokten ze een kunstmatig winterslaapje uit bij de dieren.

  syrische goudhamster in winterslaap 

De lichaamstemperatuur en stofwisseling van de hamsters daalden op dezelfde manier als tijdens een natuurlijke torpor.

Telomeren

Uit aanvullend onderzoek bleek dat deze staat van hypothermie grote invloed had op de telomeren van de dieren. Telomeren zijn de uiteinden van chromosomen, die bepalen hoe vaak een cel zich kan delen.

Elke keer dat cellen zich delen, worden telomeren een stukje korter. Als de telomeren ‘versleten’ zijn en de cellen van een organisme zich daardoor niet meer kunnen delen, treedt uiteindelijk de dood in.

Herstel

Bij de hamsters die winterslaapjes hielden in het labotorium, werden de telomeren veel beter beschermd dan bij soortgenoten die sliepen onder gewone omstandigheden.

Soms herstelden de uiteinden van chromosomen zich zelfs tijdens de periodes van winterslaap. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Biology Letters.

Een staat van winterslaap is iets heel anders dan een gewone toestand van slaap”, verklaart hoofdonderzoeker Turbill.

Mensen  :  Volgens de wetenschapper zou ook het leven van mensen mogelijk kunnen worden verlengd als hun lichaamstemperatuur en stofwisseling zouden afnemen tijdens de slaap.

“Maar tot nu toe is de wetenschap nog niet in staat om mensen in een staat van winterslaap of torpor te brengen”, aldus Turbill.

Lemuur en winterslaap

 06 september 2013   2

lemuur

Een derde van ons leven brengen we slapend door. Maar waarom eigenlijk? Geloof het of niet, maar de wetenschap is er nog steeds niet uit wat het doel is van slapen. Een nieuw onderzoek helpt ons echter aan antwoorden en kan er wel eens voor zorgen dat ook wij mensen in de toekomst een winterslaap kunnen houden.

Er is al heel veel onderzoek gedaan naar slapen. Maar ondanks al die studies weten we nog steeds niet goed waarom we moeten slapen.

Sommige onderzoekers denken dat het ons helpt om informatie te verwerken, anderen vermoeden dat we moeten slapen om opgebouwde gifstoffen uit ons lichaam te verwijderen.

“We besteden bijna een derde van ons leven aan slapen, dus het moet een specifiek doel hebben,” denkt onderzoeker Andrew Krystal.

Lemuren
Krystal en zijn collega’s besloten naar dat specifieke doel op zoek te gaan. Ze bestudeerden daarvoor lemuren: primaten  die een soort winterslaap (ook wel torpor genoemd) houden.

Tijdens torpor stoppen ze met het regelen van hun lichaamstemperatuur. Vanaf dat moment stijgt en daalt hun lichaamstemperatuur met de temperatuur van de omgeving mee. Daardoor kan deze op één dag tijd wel 25 graden verschillen. Ook wordt hun stofwisseling vertraagd. Hun hartslag daalt van 120 slagen per minuut naar zes slagen per minuut. En ook de ademhaling verloopt trager.

De lemuren brengen ongeveer zeven maanden per jaar in torpor door.

Energie besparen
Doordat de lemuren hun lichaamstemperatuur niet langer ‘regelen’, besparen ze een hoop energie tijdens de winter op Madagaskar. In die periode is er weinig voedsel en water voorhanden. Wie naar de lemuren kijkt, zou denken dat thermoregulatie – het handhaven van een bepaalde lichaamstemperatuur door zelf warmte te creëren of af te geven (warmbloedig) of door toedoen van de omgeving op te warmen of af te koelen (koudbloedig) – de functie van slaap is.

De onderzoekers verdiepten zich verder in dat idee en bestudeerden de hersenactiviteit van lemuren in torpor.

Diepe slaap
Ze ontdekten dat de lemuren in torpor dagenlang oppervlakkig sliepen. Ze konden wel diep slapen, maar alleen als de temperatuur in hun omgeving boven de 25 graden Celsius steeg. Het onderzoek suggereert dat slapen een belangrijke rol speelt bij het regelen van de lichaamstemperatuur en de stofwisseling.

De onderzoekers willen in de toekomst nog meer zoogdieren die een winterslaap houden, bestuderen.

Zo hopen ze te kunnen bevestigen dat dit de belangrijkste functies van slaap zijn. En wellicht kunnen we zelfs nog iets van deze dieren leren.

Door te kijken naar de overeenkomsten tussen lemuren en andere winterslapende dieren, kunnen onderzoekers in de toekomst wellicht ook mensen zover krijgen dat ze een winterslaap houden, oftewel tijdelijk hun hartslag verlagen en hersenactiviteit terugschroeven.

Dat zou bijvoorbeeld handig kunnen zijn kort na een hartaanval (om de schade te beperken). Of tijdens een hele lange ruimtereis.

Bronmateriaal:
Hibernating Lemurs Hint at the Secrets of Sleep” – Duke.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).

Hart van beer werkt heel anders tijdens winterslaap

 08 februari 2011   2

Een grizzlybeer gaat elk jaar zo’n vijf tot zes maanden in winterslaap. Zijn hartslag daalt in die periode van 84 naar 19 slagen per minuut.

Normaal gesproken zou zo’n lage frequentie tot hartfalen leiden, maar de grizzly heeft daar iets op bedacht, zo blijkt uit een nieuwe studie. Het lijf van de beer gaat een andere soort proteïnen produceren om de winterslaap zonder kleerscheuren te overleven.

Door de lage hartslag verzamelt het bloed zich in de vier hartkamers en deze kamers zetten langzaamaan uit. De spieren worden zodoende zwakker en minder efficiënt. En dat leidt weer tot hartziektes. Maar niet bij de beer. “Beren zijn in staat om dat te vermijden,” vertelt onderzoeker Bryan Rourke.

Spieren
De onderzoekers stelden eerder al vast dat de spieren van de linker hartkamer van de beer tijdens de winterslaap stijf werden. Zo wordt voorkomen dat deze uitrekken. Maar die verstijving heeft nadelen. Het wordt namelijk lastiger om bloed door te pompen, doordat de kamer zo stijf is. “We bedachten dat er een soort mechanisme moet zijn dat ervoor zorgt dat de spier in de kamer niet slijt.”

Proteïne
De onderzoekers bestudeerden de harten van zowel wilde als in gevangenschap levende beren en ontdekten dat de beer zichzelf goed weet te beschermen. De samentrekking van spieren in het hart wordt geregeld door een proteïne. Dit proteïne komt in twee varianten voor: alfa en bèta. De alfa-versie produceert een snelle, maar iets zwakkere samentrekking dan de bèta. “We ontdekten dat de spier in de linkse kamer tijdens de winterslaap meer alfa-proteïnen produceert en dat resulteert in een iets zwakkere hartslag. Die kleinere kracht zorgt ervoor dat de kamer niet beschadigd raakt.” Zodra de beren wakker worden, winnen de bèta-proteïnen weer terrein en trekt het hart zich op een ‘normale’ manier samen.

De studie kan ook implicaties hebben voor mensen, zo menen de wetenschappers. “Beren zijn geen perfect model voor mensen, maar de manier waarop het hart van een beer verandert, kan ons helpen om menselijke ziektes te begrijpen.”

Bronmateriaal:
A change of heart keeps bears healthy while hibernating” – Eurekalert.org

Zwarte beer blijft opvallend warm tijdens winterslaap

18 februari 2011  

Wanneer een beer in winterslaap is dan vertraagt zijn stofwisseling met wel 25 procent. Wetenschappers dachten dan ook dat het lichaam van het dier ongeveer in dezelfde mate als de stofwisseling vertraagt, af moest koelen. Maar dat blijkt onjuist: de beer weet een temperatuur van zo’n 33 graden Celsius te handhaven. En daar kunnen wij mensen nog een hoop van leren!

De onderzoekers bestudeerden de stofwisseling, de hartslag, de lichaamstemperatuur en de hersenactiviteit van de beren. Zoals verwacht was de stofwisseling flink vertraagd, maar de lichaamstemperatuur daalde relatief weinig.

Stofwisseling
“We verwachtten dat de beperkte stofwisseling parallel zou lopen aan de daling van de temperatuur,” legt onderzoeker Craig Heller uit. Bij kleinere dieren die er een winterslaap op na houden, is dat namelijk wel zo. “In dit geval lijkt een groot deel van de afname in stofwisseling los te staan van de daling in temperatuur. Dat wijst erop dat een biochemisch mechanisme de stofwisseling onderdrukt.”

Mechanisme
Hoe dat mechanisme precies werkt, is nog onduidelijk. Maar dat de dieren het zo aanpakken, is ergens logisch. Een kleiner dier heeft minder moeite om zijn lichaam na de winterslaap weer op temperatuur te brengen en bij de start van de winterslaap weer te verlagen.

Voor de grote zwarte beer is die cyclus lastiger, zo legt bioloog Peter Klopfer aan de hand van een voorbeeld uit. “Als je een hot tub in een koud klimaat zet dan is het in de meeste gevallen goedkoper om deze warm te houden in plaats van elke keer af te laten koelen en weer op te warmen.”

De trucjes van de beer in winterslaap zijn van grote waarde voor ons mensen.

“Tijdens de zeven maanden inactiviteit worden de spieren of botten van de beren niet minder,” vertelt Heller. Als we erachter kunnen komen hoe de dieren hun lichaam zo goed weten te beschermen, kunnen we dat gebruiken in de medische wetenschap. Z

o zouden mensen die ongeneeslijk ziek zijn in een soort winterslaap kunnen worden gehouden totdat er een behandeling is. Of astronauten zouden op lange reizen kunnen slapen om zo te voorkomen dat hun lichaam onder de reis lijdt.

…waarom de lichaamstemperatuur van zoogdieren en mensen zo hoog is? Lees het hier!

Bronmateriaal:
Sleepy black bears stay warm through the winter” – Newscientist.com

Beer heelt zijn wonden tijdens winterslaap

21 maart 2012 om 09:37 uur door 2

Wetenschappers hebben ontdekt dat wondjes die een beer voor of tijdens de winterslaap oploopt in de winterslaap verdwijnen.

Dat schrijven de onderzoekers in het blad Integrative Zoology. Ze baseren hun conclusies op observaties onder Amerikaanse zwarte beren.

Amper littekens
Wondjes die de beren in een vroeg stadium van hun winterslaap opliepen, waren aan het einde van hun winterslaap (na twee tot drie maanden) helemaal genezen. In veel gevallen was er op de plaats van de wond zelfs al haar te vinden en was er vrijwel geen sprake van een litteken. En dat is opvallend. Want tijdens de winterslaap eet, drinkt, plast en poept een beer niet. Ook is de lichaamstemperatuur van de beer heel laag (zo’n 30 tot 35 graden Celsius). Niet de ultieme gelegenheid om energie te besteden aan het helen van wonden, zou u denken.

 

Voordeel
Maar het tegendeel is waar. En dat is maar goed ook, zo leggen de onderzoekers in hun paper uit. “Het helende vermogen van zwarte beren in winterslaap is een duidelijk voordeel wanneer dieren kort voor of tijdens de winterslaap gewond raken.”

Hoe het helingsproces tijdens de winterslaap in gang wordt gezet, is nog niet helemaal duidelijk.

De onderzoekers hopen dat in de toekomst uit te gaan zoeken. Want wij mensen kunnen daar nog wel eens baat bij hebben. Mogelijk kunnen we van de beren leren hoe we mensen die ondervoed en/of onderkoeld zijn het snelst kunnen genezen. Ook kunnen de beren ons leren hoe we wonden zonder al te erge littekens kunnen laten helen.

Bronmateriaal:
Wound healing during hibernation by black bears (Ursus americanus) in the wild: elicitation of reduced scar formation” – Integrative Zoology
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Alan Vernon (cc via Flickr.com).

Biologische klok –Kraaiende hanen

 19 maart 2013 3

haan

Hanen kraaien zodra het licht wordt. Maar kraaien ze nu, omdat ze zien dat het licht wordt of omdat ze over een interne klok beschikken die ze vertelt hoe laat het is?  (1) 

Nieuw onderzoek wijst erop dat sprake is van het laatste.

“De haan staat in heel veel landen symbool voor het aanbreken van de dageraad,” vertelt onderzoeker Takashi Yoshimura. “Maar het was onduidelijk of het kraaien wordt ingegeven door een biologisch klok of dat het simpelweg een reactie op externe prikkels is.”

Experiment
De onderzoekers zetten een aantal hanen in een ruimte waarin het licht 24 uur per dag gedimd scheen. Ondanks dat de hoeveelheid licht door de dag heen niet verschilde, kraaiden de hanen toch keurig op het moment dat de dageraad aanbrak. Het wijst erop dat hanen over een biologische klok beschikken die ze vertelt hoe laat het is en dus dat het tijd is om te kraaien. Dat schrijven de onderzoekers in het blad Current Biology.

Reactie
Dat zo lang onduidelijk was of hanen een biologische klok hadden of simpelweg op externe prikkels reageerden, is niet zo gek. Soms kraaien hanen namelijk ook midden op de dag. Bijvoorbeeld als de lampen van een auto op hun ren schijnen. Tijdens de experimenten keken de onderzoekers ook hoe hanen op dergelijke externe prikkels reageerden.

Ze ontdekten dat ook hun gedrag op die externe prikkels door de dag heen verschilde. Dat wijst erop dat zowel het kraaien dat ze ‘s ochtends laten horen als het kraaien dat overdag in reactie op prikkels klinkt, gebaseerd is op de biologische klok.

Het onderzoek smaakt naar meer. Zo willen de wetenschappers nu graag gaan achterhalen hoe het stemgeluid van de hanen is ontstaan

. “We weten nog steeds niet waarom een hond ‘woef’ zegt en een kat ‘miauw’.

We zijn benieuwd naar de mechanismen achter dit door genen gecontroleerde gedrag en denken dat kippen daar een uitstekend model voor zijn.”

Bronmateriaal:
Putting the clock in ‘cock-a-doodle-doo’” – Cell Press (via Eurekalert.org).
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door John Schneider (cc via Flickr.com).

 

  • (1) ….. Overal aanwezig is  de natuur. —> Bomen die beginnen te botten, het “lentegevoel” bij mens en dier enz … Is dat een gevolg van meer licht, temperatuurstijging of een gevolg van een biologische klok. Of misschien een combinatie van de twee  ?  

Biologische klok van plant ontdekt

op 12 maart 2012 1

Wetenschappers hebben de genen die ervoor zorgen dat een plant ‘s nachts ‘slaapt’ en overdag wakker is, ontdekt.

De onderzoekers baseren hun conclusies op computermodellen. Met behulp van deze modellen brachten ze netwerken van genen van een eenvoudige plant in kaart. Ze keken in eerste instantie welke rol het eiwit TOC1 speelde. Van TOC1 was reeds bekend dat het planten hielp om wakker te worden.

Circadiaan ritme
Uit het model blijkt dat twaalf genen nauw samenwerken. Ze voorzien de plant van een circadiaan ritme. Ze vormen het uurwerk van de plant en resetten dit uurwerk bij zonsopgang en zonsondergang.

TOC1 zorgt ervoor dat de activiteit van deze genen wordt afgeremd. Dat doet het eiwit in de avond en zo wordt er dus voor gezorgd dat de plant gaat ‘slapen’.

Seizoenen
Het onderzoek laat ook zien hoe planten zich aan seizoenen aanpassen. En wat er bijvoorbeeld voor zorgt dat een plant in het voorjaar gaat bloeien. De biologische klok – met een cyclus van ongeveer 24 uur – stelt de planten namelijk in staat om zich aan veranderingen aan te passen. Een voorbeeld van zo’n verandering is een nieuw seizoen.

De onderzoekers hopen dankzij deze studie een beter beeld te krijgen van de rol die de klok  in een plantenleven speelt. Zo kunnen ze ook weer uitzoeken welke invloed bijvoorbeeld klimaatverandering op dit circadiaan ritme heeft.

Bronmateriaal:
Gene helps plants flower in spring” – ED.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door eddybox43 (cc via Flickr.com).

Sleutel tot versnellen biologische klok ?

Laatste update:  4 september 2011

°  Onderzoekers van Yale Universiteit hebben een gen ontdekt dat ervoor zorgt dat de biologische klok van planten geen overuren gaat draaien.

Dankzij dit gen kunnen planten optimaal gebruikmaken van dag en nacht – en valt hun jaarlijkse groeicyclus precies binnen de juiste seizoenen.  In de natuur kunnen planten hierdoor zo efficiënt mogelijk overleven.

Voor boeren betekent het echter dat er maar één keer per jaar geoogst kan worden

Genetische modificatie  ? 

Bij planten die minder van het remmende gen hebben draait de biologische klok sneller, beschrijven de onderzoekers in het vakblad Molecular Cell.

Verdere genetische modificatie gericht op het afzwakken of uitschakelen van het nieuw ontdekte gen zou volgens hen kunnen leiden tot snellere groei en bloeitijden buiten de normale seizoenen om.

Voedselvoorziening of verdere  uitputting van de  draagkracht  van de biosfeer door overbevolking  ? 

Mogelijk kan zo ook de totale landbouwproductiviteit worden verhoogd.—>  Dit is volgens veel wetenschappers noodzakelijk om in de voedselbehoefte van een steeds verder groeiende wereldbevolking te kunnen blijven voorzien.

Volgens berekeningen van de VN Population Division werd rond 31 oktober  2011  , de 7 miljardste wereldburger geboren.

De voortdurende zoektocht naar extra landbouwgronden is bovendien de drijvende kracht achter ontbossing in tropische regenwouden, met uitstoot van CO2 en verlies aan biodiversiteit tot gevolg

Bloeiende Bamboe!

bloeiende bamboehelm  bloemetje Bamboe

Het blijft mysterieus: Bamboe in bloei.   Sommige soorten bloeien jaarlijks, andere eens in de 120 jaar

 S J GOULD    & JAPANESE BAMBOO   ……. zie bijvoorbeeld daarover  S J Gould  in hoofdstuk ESD 11     van  EVER SINCE DARWIN  01%20Ever%20Since%20Darwin[1]   <– pdf=   famous essay “Of Bamboos, Cicadas, and the Economy of Adam Smith” (which appeared in Gould’s first book Ever Since Darwin

of  een korte samenvatting van dit  hoofdstuk    :                                                                                                                                http://www.ecology.com/2013/05/14/cicadas-mathematical-brilliance/

or  the original  author   of this summary  published on Big Think.

   Cicade ) 

In de jaren ‘80 van de vorige eeuw bloeide de toen zeer populaire Fargesia murilae over de hele wereld.

De polvormende bamboesoort stierf na de bloei uiteindelijk helemaal af, waarna veel tuinliefhebbers teleurgesteld en met een beetje achterdocht ten opzichte van Bamboe achterbleven. De zaailingen die na deze bloeiperiode zijn opgekweekt en geselecteerd, kunnen echter zeker weer 60 jaar mee.

De bloeicyclus van deze soort blijkt namelijk ongeveer eens in de 80 jaar te zijn.

°Bamboebos Phyllostachys rubicunda, een woekerende soort met echt dikke halmen die wel 7 meter hoog kunnen worden. In China wordt deze soort veel aangeplant voor de houtproductie! De woekerende soorten sterven na een massale bloei bovengronds bijna helemaal af, om daarna vanuit de wortelstokken weer opnieuw te beginnen. (-=Dat hopen wij althans!)

De bloei is vooral vanwege het mysterieuze verhaal bijzonder, want de bloemetjes zelf zijn niet om aan te zien.

Verder wordt alle energie nu gebruikt om bloemen te vormen: nieuwe zijtakjes en bladeren worden niet meer gevormd waardoor het maar een kale boel is.

Overigens kun je als je goed naar de bloemetjes kijkt, zien dat Bamboe bij de Grassenfamilie hoort!

°

Blinde vissen hebben ‘dubbel etmaalritme’

Laatste update:  12 september 2011

 Een blinde vissoort uit Somalië heeft een ‘dubbel etmaalritme’ vergeleken met andere diersoorten. Dat hebben Duitse wetenschapper vastgesteld.

The cavefish, Phreatichthys andruzzii has lived isolated for 2 million years beneath the Somalian desert. (Credit: Cavallari et al, PLoS One; doi:10.1371/journal.pbio.1001142)

http://www.sciencedaily.com/releases/2011/09/110906181543.htm

Foto:  Karlsruhe Institute of Technology // Photagrapher  Saulo Bambi
Somalian cave fish (Phreatichthys andruzzii) evolved in the perpetual darkness of caves more than a million years ago. Even so, they have a working, albeit distorted, biological clock 

°

De vissen van de soort Phreatichthys andruzzii leven al meer dan 2 miljoen jaar in grotten onder de Somalische woestijn, waarin geen zonlicht doordringt.

De dieren hebben een dagritme ontwikkeld van ongeveer 47 uur. Dat meldt BBC Newsop basis van onderzoek aan het Karlsruhe Institute of Technology.

Voeding

De wetenschappers weten niet precies waarom de biologische klok van de dieren juist op dit dagritme is ingesteld.

“Mogelijk heeft het iets te maken met de beschikbaarheid van voedsel in hun leefomgeving”, aldus hoofdonderzoeker Nick Foulkes.

Het dagritme van mensen en dieren bestrijkt normaal gesproken iets meer dan 24 uur en wordt afgesteld onder invloed van het daglicht. Een reis per vliegtuig naar een gebied met een andere tijdzone leidt daarom vaak tot een jetlag. De interne lichaamsklok moet zich na de reis namelijk instellen op de nieuwe lichturen.

Licht

De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen door de blinde vissen op regelmatige tijden te voeren en vervolgens in kaart te brengen in hoeverre de dieren hun dagritme daarop aanpasten.

Uit het onderzoek bleek al snel dat de vissen een dagritme aanhouden dat ongeveer twee keer zo lang duurt als het ritme van andere dieren. Ook ontdekten de wetenschappers dat de biologische klok van de dieren totaal niet meer gevoelig is voor licht. De resultaten van het experiment zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift PLoS Biology.

Verloren ritme

“Het kan zijn dat deze dieren bezig zijn om hun dagritme totaal te verliezen”, verklaart hoofdonderzoeker Foulkes. “Als de vissen over twee miljoen jaar opnieuw worden onderzocht hebben ze MISSCHIEN  helemaal geen biologische klok meer.”

Phreatichthys andruzzii и Danio rerio

°

Zeepissebed heeft twee lichaamsklokken

26 september 2013

°

Eurydice pulchra, een intertidale pissebed

Wetenschappers hebben ontdekt dat een in zee levende pissebed over twee lichaamsklokken beschikt.

Als bij een agaatpissebed(Eurydice pulchra)   de op het 24-uurs ritme gebaseerde circadiane klok wordt uitgeschakeld, blijft het dier elke 12.4 uur zwemmen.De dieren beschikken namelijk over twee lichaamsklokken, één gebaseerd op dag en nacht, de ander op het ritme van eb en vloed.Dat melden onderzoekers van Aberystwyth University in het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology.

Zwemmen

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door met genetische manipulatie de circadiane lichaamsklokken van in hun laboratorium levende agaatpissebedden uit te schakelen. Vervolgens bleek dat dieren nog steeds op het ritme van eb en vloed bleven zwemmen.

Agaatpissebedden worden ongeveer vijf millimeter lang en leven aan de kust. Ze begraven zich diep in het zand bij eb. Als het vloed wordt, komen ze naar boven om in het zeewater te zwemmen en zich te voeden. Hierbij vertrouwen ze waarschijnlijk op hun ‘tweede’ biologische klok.

De dieren reageren echter ook op het ritme van dag en nacht. Overdag wordt het lichaam van de pissebedden donker van kleur als bescherming tegen uv-licht. ’s Nachts worden de organismen wit.

Doorbraak

Volgens hoofdonderzoeker David Wilcockson is de ontdekking van de tweede lichaamsklok van zeepissebedden een grote doorbraak. Het is voor het eerst dat het bestaan van een aparte, op eb en vloed gebaseerde biologische klok is aangetoond bij dieren.

“Het biedt ons een nieuw perspectief op hoe organismen biologische tijd definiëren”, verklaart hij op BBC News. “Dit is een volledig onontgonnen wetenschappelijk veld.

Ingekleurde gravures met een agaat-pissebed, zeewaterluis, zeerups en zeediertje, 1779.
Auteur: M. Slabber, 1779.  Bron: GAG, HB.  Tijdvak: 1785 – 1792

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

http://www.ecomare.nl/index.php?id=3634

De Staat van het KLIMAAT ‘

°

http://www.demorgen.be/zoek/?query=global+warming+&date=LAST_YEAR

 

Kernwoorden

Geowetenschappen , , ,

°

opwarming  <—Doc archief  //

klimaatsceptici en  journaille  over opwarming  :  the great warming up swindle  <–archief doc

°

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2010/december/Klimaatboek-kraakt-IPCC.html

ELMAR  VEEMAN   BESPREEKT KLIMAATBOEK

(Lees ook de bespreking van de afzonderlijke hoofdstukken:  12,345678

Klimaatboek kraakt IPCC

Een ‘koele blik’ door een sterk gekleurde bril

Gevestigde klimaatonderzoekers krijgen er flink van langs in ‘De staat van het klimaat’ van Marcel Crok.

Deels is dat terecht.

Dat zijn betoog niet de koele, rationele afweging is die hij zegt te maken, valt niet meteen op.

Geen journalist in Nederland heeft zich meer in klimaatwetenschap verdiept dan Marcel Crok. Hij deed dat al als redacteur bij het populair-wetenschappelijke tijdschrift NWT, maar nam ontslag om zich uitsluitend op dit onderwerp te kunnen storten.

Het resultaat is het boek ‘De staat van het klimaat – een koele blik op een verhit debat’. Het is tot nu toe enthousiast onthaald. Het lijkt erop dat andere journalisten het boek beschouwen als een eerlijk overzicht van feiten over het klimaat. Ook bij staatssecretaris Joop Atsma vindt Crok een gewillig oor.

VOORWOORD

In het voorwoord schrijft Crok:

‘Ik vind dat je met een ‘koele blik’ naar de wetenschap moet kijken en een rationele afweging moet maken of er een klimaatprobleem is, en zo ja, hoe groot het is. Dat heb ik in dit boek proberen te doen.’

Helaas wordt al vroeg in het eerste hoofdstuk duidelijk dat hij daar niet in is geslaagd.

Zonder steekhoudende argumenten

– verwijt hij wetenschappelijke tijdschriften censuur toe te passen,

-negeert hij de rol van ‘klimaatontkenners’ bij het beïnvloeden van de publieke opinie en

–  probeert hij met een bizarre redenering de schuld van falend klimaatbeleid in de schoenen te schuiven van het Wereld Natuurfonds en Greenpeace.

In dit artikel ga ik daar uitgebreider op in.

°

Tegen ‘klimaatalarmisme’
Als onpartijdige gids door de wereld van de klimaatwetenschap is Crok niet te beschouwen, blijkt ook uit de rest van het boek.

Verbazend is dat niet, want hij zet zich al jaren fel af tegen wat hij ‘klimaatalarmisme’ noemt.

Toch is zijn werk niet de zoveelste tirade van iemand die het probleem botweg ontkent.

Hij plaatst wel degelijk zinnige kanttekeningen bij de klimaatwetenschap in het algemeen en het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het IPCC, in het bijzonder.

Want laten we wel wezen: er zit hier en daar een vlekje aan de klimaatwetenschap. De afgelopen tien jaar is de aarde nauwelijks warmer geworden, en dat had het IPCC niet voorzien. De reactie van IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri op ‘gletsjergate’ was stuitend. Uit gehackte e-mails (‘climategate’) bleek dat informatie delen niet het sterkste punt is van de klimaatonderzoekers in kwestie. Onzekerheid over terugkoppelingen in het klimaat worden soms gebagatelliseerd. En zo is er meer.

Per hoofdstuk neemt Marcel Crok een heldere vraag als uitgangspunt.  :  

Ja, de aarde warmt op, maar hoe veel?

Is de huidige opwarming uniek?

Komt de recente opwarming door CO2, kan hij door iets anders veroorzaakt zijn, is hij echt zo desastreus?

Is het IPCC nog te vertrouwen?

En is het klimaatprobleem op te lossen?

Stuk voor stuk belangrijke vragen, daarom heb ik aan ieder hoofdstuk een aparte bespreking gewijd.

°

Ogenschijnlijk goed onderbouwd
Steeds komt Marcel Crok tot de slotsom dat er lang niet zo veel vaststaat als het IPCC zegt, en dat de vooruitzichten minder donker zijn dan ons wordt voorgespiegeld.

Die conclusies lijken voor een lezer met basiskennis waarschijnlijk goed onderbouwd, maar zijn het lang niet altijd.

De hoofdstukken over temperatuurmetingen en reconstructie van het klimaat in de afgelopen duizend jaar leggen bijvoorbeeld sterk de nadruk op mogelijke missers van gevestigde wetenschappers, terwijl claims van critici zonder enig voorbehoud worden weergegeven.

Helaas zal dat de meeste lezers niet opvallen; zij zullen vooral de indruk overhouden dat er van alles mis is met de temperatuurgrafieken. (Waarom dat onterecht is? Lees mijn opmerkingen over hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3).

Wat Crok goed duidelijk maakt, is dat de klimaatdiscussie niet gaat over het directe opwarmende effect van CO2, maar vooral over de mechanismen die deze opwarming versterken of afzwakken.

Daarover bestaat nog heel wat wetenschappelijke onzekerheid, die uiteraard invloed heeft op de voorspellingen. Toch is de onduidelijkheid minder groot dan hij vertelt. Zie mijn bespreking vanhoofdstuk 4.

°

De andere kant van de discussie
Bovendien heeft hij nauwelijks aandacht voor de andere kant van de discussie.

Hij doet alsof het IPCC een extreem scenario schetst, terwijl sceptici redelijker alternatieven presenteren (waarover meer indit artikel over hoofdstuk 5).

In werkelijkheid neemt het IPCC een nogal conservatieve middenpositie in. Er zijn ook heel plausibele scenario’s waarin de opwarming van de aarde zichzelf gaat versterken, bijvoorbeeld doordat oceanen minder broeikasgassen gaan opslaan of dit zelfs gaan uitstoten en doordat rottend veen als CO2 de lucht in gaat.

De vraag die uiteindelijk iedereen het meest interesseert, gaat over de toekomst van onze planeet.

Hoe veel warmer zal het de komende eeuwen worden, en welke gevolgen zal dat hebben?

Daarover is nog veel onzeker, en dat geven klimaatwetenschappers ook best toe. Maar anders dan Crok beweert, kan het klimaat van de komende eeuw zowel beter als slechter uitpakken dan het IPCC vertelt. Over de gevolgen voor de landbouw is het waarschijnlijk wel te pessimistisch, zie de bespreking van hoofdstuk 6.

Voor Marcel Crok staat vast dat het allemaal zo’n vaart niet loopt.

Hij is ervan overtuigd dat het IPCC ons voorliegt (zie bespreking hoofdstuk 7), het effect van CO2 overschat wordt, en hij rekent op verzachtende terugkoppelingsmechanismen om de aarde koel te houden.

In bestaande maatregelen tegen broeikasgassen ziet hij niets, schrijft hij in het laatste hoofdstuk.

‘De staat van het klimaat’ is vooral een boek dat verkent hoe het er met het klimaat voor zou kúnnen staan als je steeds de meest rooskleurige interpretaties kiest van wat er allemaal bekend is, en bovendien allerlei belangrijke feiten negeert.

Geen rationele afweging met een koele blik, wel een vlot geschreven betoog. Al is het soms wel storend dat Crok pagina’s lang steeds dezelfde klimaatsceptici napraat, alsof die de waarheid in pacht hebben.

Elmar Veerman

Marcel Crok: ‘De staat van het klimaat – Een koele blik op een verhit debat’, Uitgeverij Paradigma, Amsterdam. ISBN 978 90 499 6040 7

(Lees ook de bespreking van de afzonderlijke hoofdstukken:  12,345678

Is de wetenschap er nu echt uit?

Klimaatboek vliegt al vroeg uit de bocht

Een blik op hoofdstuk 1.

Marcel Crok merkt in het eerste hoofdstuk van zijn boek ‘De staat van het klimaat’ (p. 17) op dat de term ‘scepticus’ niet meer de positieve klank heeft die hij van oudsher had. Elke goede wetenschapper heeft immers een sceptische houding. ‘Maar in het klimaatdebat heeft sceptisch zijn allang geen positieve associatie meer’.

°

Hoe komt dat?

Crok legt de schuld helemaal bij de voorstanders van klimaatbeleid, die andersdenkenden zo veel mogelijk zouden tegenwerken.

Het komt blijkbaar niet in hem op dat ook iets te maken zou kunnen hebben met mensen als Fred Singer, Christopher Monckton, James Inhofe en Hans Labohm, die zichzelf sceptisch noemen, maar in werkelijkheid regelmatig betrapt worden op het bewust verdraaien van feiten.

Dat Crok in zijn boek nagenoeg geen aandacht wijdt aan de door grote bedrijven gefinancierde, invloedrijke ‘ontkenningsindustrie‘ is wonderlijk. Wie pretendeert ‘een koele blik op een verhit debat’ te bieden, mag hiervoor niet zijn ogen sluiten.

Het enige moment dat dit wel aan bod komt (op p. 17), verwijt hij ‘bladen als Science en Nature‘ dat ze in redactionele commentaren geen namen noemen als ze het over ‘ontkenners’ hebben, waarmee ze volgens hem de indruk wekken dat alle wetenschappers die kritiek hebben op de klimaatconsensus, bij die zogenoemde ontkenners horen. ‘Dit is verontrustend omdat het daarmee uitgesloten lijkt dat dergelijke wetenschappers een kans maken hun werk gepubliceerd te krijgen in die twee topbladen. En inderdaad verschijnen in Scienceen Nature zelden tot nooit sceptische artikelen over de broeikastheorie.’

Bijgestelde verwachtingen
Sceptische artikelen, het is maar wat je daaronder verstaat. Er verschijnen regelmatig artikelen in de twee tijdschriften waarin nieuwe feiten over het klimaat worden belicht en verwachtingen worden bijgesteld, zowel richting meer als minder rampspoed. En zoals Crok zelf schrijft (p.36): ‘Strikt genomen hebben broeikasaanhangers gelijk dat de aarde wel moet opwarmen als de concentratie aan broeikasgassen stijgt. De cruciale vraag is alleen: hoeveel?’

Doen alsof Science en Nature geen ruimte bieden om daar met wetenschappelijke argumenten over te debatteren, is misleidend. Of verdienen alleen wetenschappelijke artikelen die opwarming door extra broeikasgas volledig ontkennen het predicaat ‘sceptisch over de broeikastheorie’?

In dat geval zou het weigeren daarvan ook in de ogen van Marcel Crok terecht zijn, want hij erkent dat de concentraties broeikasgassen stijgen door menselijk handelen én dat dit leidt tot opwarming.

Onbewezen verdachtmakingen
In zijn boek bezondigt Crok zich vaker aan onbewezen verdachtmakingen.

Over het rapport van werkgroep 2 van klimaatpanel IPCC, nadat hij er vijf fouten uit heeft benoemd (p. 31): ‘Veel van de fouten zijn niet zo moeilijk te ontdekken als je er eenmaal naar gaat zoeken. Er staan vermoedelijk nog tientallen, zo niet honderden van dit soort ‘overdrijvingen’ in werkgroep 2 van het rapport.’ Het zou in ieder geval netjes zijn geweest als hij er dan wat meer had genoemd dan die vijf waarover al heel veel is geschreven.

Dat had waarschijnlijk ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gewaardeerd, want dat heeft begin dit jaar iedereen opgeroepen dergelijke fouten te melden. Het leverde 38 meldingen op, maar die sneden zo weinig hout dat hieruit uiteindelijk geen enkele echte fout in het rapport van werkgroep 2 naar boven kwam.

Zelf ontdekte het PBL nog wel enkele missers, maar daar bleef het bij.

Kortom: ‘tientallen, zo niet honderden overdrijvingen’, dat is een schromelijke overdrijving.

Helemaal merkwaardig omdat Crok in hoofdstuk 6 uitgebreid op het uitpluiswerk van het PBL ingaat en het bureau prijst om zijn kritische verslag (p. 186). Terwijl hij dat verslag in hoofdstuk 7 een ‘geruststellend rapport’ noemt: ‘Er waren bij 32 onderzochte hoofdconclusies niet of nauwelijks fouten te bespeuren’(p. 233).

Nog een citaat (p. 18): ‘In het laatste deel van dit boek (hoofdstuk 8) zal ik laten zien dat de redenering van sommige voorstanders van klimaatbeleid – dat er wetenschappelijke eensgezindheid nodig is voor beleid – niet klopt.’

Een merkwaardige opmerking.

Er bestaan vast enkele voorstanders die wetenschappelijke eensgezindheid nodig vinden, maar het zijn meestal juist de ‘sceptici’ die wijzen op (echte of vermeende) wetenschappelijke onenigheid om het nut van klimaatbeleid te betwisten. Voorstanders van klimaatbeleid vinden onheilsvoorspellingen van een groot deel van de wetenschappers meestal wel genoeg om in actie te komen.

Twijfel zaaien
We lezen verder. Op p. 19: ‘Het uitblijven van effectief beleid komt in ieder geval niet door twijfel zaaiende wetenschappers en lobbyisten. Het komt simpelweg doordat politici zich tot dusver te veel hebben beziggehouden met het formuleren van doelstellingen en te weinig met de vraag in hoeverre zulke doelstellingen politiek en technologisch haalbaar zijn.

Deze redenering is bijzonder.

Laten we beginnen met de constatering dat Crok er geen onderbouwing bij geeft.

En dan: zou er echt geen verband zijn tussen de activiteiten van twijfel zaaiende lobbyisten en de politieke haalbaarheid van maatregelen?

Zelf denken de lobbyisten er anders over, anders zouden ze niet zo veel moeite doen om het publiek en de politici ervan te overtuigen dat klimaatmaatregelen onnodig en schadelijk zijn. Nog steeds komen veel mensen met al lang ontkrachte argumenten als ze moeten toelichten waarom ze niet geloven dat de mensheid de aarde opwarmt. Zou het toeval zijn dat dit dezelfde argumenten zijn die de lobbyisten steeds herhalen?

Greenpeace heeft het gedaan
Maar het hoofdverwijt van Crok is hier dus dat politici vooral doelen stellen, in plaats van te kijken wat haalbaar is. Het is waar dat er bij internationale conferenties, ook over bijvoorbeeld natuurbehoud, vaak concrete doelen worden afgesproken zonder dat helder wordt vastgelegd welke straffen er volgen wanneer een land die niet haalt.

Wiens schuld is dat?

Crok vervolgt: ‘Overigens kun je de schuld daarvan moeilijk alleen in de schoenen van politici schuiven. Politici zijn immers onder grote druk gezet (‘als we nu niets doen, is het te laat!’) door vooral ngo’s (niet-gouvernementele organisaties waaronder grote milieuorganisaties als Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds) om met grote ambities te komen. Ambities die, zo zal blijken in hoofdstuk 8, op dit moment niet haalbaar zijn.’

Kortom: het falen van klimaatbeleid is in de ogen van Marcel Crok mede te wijten aan Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds!

Dat politici ook onder grote druk worden gezet door lobbyisten van de olie- en kolenindustrie, die bovendien miljoenen aan de (Amerikaanse) campagnekassen bijdragen, vindt hij blijkbaar niet belangrijk genoeg om te vermelden.

Dit soort passages maken al vroeg in het boek duidelijk dat ‘De staat van het klimaat’ geen rationele afweging is, maar een eenzijdig betoog. Een ‘koele blik’ en een gekleurde bril gaan nu eenmaal niet samen.

Elmar Veerman

Hoe hard gaat de opwarming?

De temperatuur van de aardbol meten is lastig

Een blik op hoofdstuk 2.

Nederland is de afgelopen 150 jaar met 1,5 graden Celsius opgewarmd. Dat is bijna twee keer zo veel als de wereld als geheel, want daarvoor hanteert het internationale klimaatpanel IPCC een stijging van 0,8 graden. Het eerste getal betwist Marcel Crok niet in zijn boek ‘De staat van het klimaat’. De Nederlandse metingen zijn betrouwbaar, zegt hij. Maar die 0,8 graden, daar gelooft hij niet in. Dat getal zou te hoog zijn.

Mainstream klimaatwetenschappers hebben ‘een vrijwel blind vertrouwen’ in de grafieken waarin de wereldtemperatuur wordt weergegeven, schrijft Crok (p. 39). Niet bij naam genoemde critici vinden dat ‘er zo veel problemen kleven aan de temperatuurmetingen dat die eigenlijk onbruikbaar zijn voor het detecteren van klimaatverandering’ (p. 42). Een logische vraag is dan: wat willen die critici dan wel? Helemaal geen temperatuurgrafiek?

Het is waar dat het reconstrueren van de temperatuur van de hele planeet niet simpel is. Er zijn sinds 1850 wel veel metingen gedaan, maar niet overal op aarde, niet steeds op dezelfde manier. Bovendien zijn ze meestal niet gedaan om klimaatverandering mee te documenteren, maar om het dagelijkse weer op de meetplekken in de gaten te houden.

Drie wereldgrafieken
Slechts drie onderzoeksgroepen in de wereld richten zich op de enorme klus om van al die gegevens een wereldgrafiek te bakken. Die drie grafieken stemmen goed met elkaar overeen.

Voor Crok is dat eerder reden voor achterdocht dan voor vertrouwen. Makers van de grafieken kunnen of willen desgevraagd niet al hun originele meetgegevens overleggen, klaagt hij. Inderdaad niet fraai, maar feit is wel dat er helemaal geen ‘kritische’ klimaatwetenschappers zijn die er een eigen reconstructie tegenover zetten. Terwijl de ruwe gegevens voor iedereen beschikbaar zijn. Ze verzamelen is alleen wel een rotklus.

De grafieken zijn niet werkelijk onafhankelijk, gaat de schrijver verder, omdat ze grotendeels gebaseerd zijn op één en dezelfdedatabank, die van het Global Historical Climatology Network. Nogal wonderlijke kritiek, want die databank probeert de resultaten van zo veel mogelijk meetstations uit de hele wereld samen te brengen. Het zou eerder zorgelijk zijn als reconstructies van het globale temperatuurverloop níet voor een groot deel op dezelfde gegevens zouden berusten.

Verdwenen meetstations
‘Waar zijn alle weerstations gebleven?’, vraagt Crok zich in een tussenkop af (p. 50). Helaas geeft hij het antwoord niet. Ja, hij schrijft dat het aantal meetstations na 1990 ‘helemaal in elkaar stort’. In de jaren zeventig leverden bijna zesduizend stations data voor het netwerk, in 1990 duikelt dat naar tweeduizend, in 2005 verder naar twaalfhonderd. Waarom?

Klimaatsceptici en -ontkenners doen nogal eens alsof het weghalen van meetstations een truc van wetenschappers is geweest om te verhullen dat de aarde niet opwarmt, of zoiets. In werkelijkheid hadden ook zij liever meer dan minder metingen gehad. Maar de stations sneuvelden. Enerzijds omdat de Koude Oorlog was afgelopen, en veel militaire meetstations bij gebrek aan dreiging werden wegbezuinigd. Anderzijds omdat satellietmetingen de rol van landmetingen steeds meer overnamen. Maar die verklaring geeft Crok niet.

Wel schrijft hij: ‘Relatief veel stations op hogere breedtegraden (richting de polen) vielen af en ook relatief veel hoger gelegen weerstations. Er verdwenen dus relatief ‘koude’ stations.’ Het siert hem dat hij daar meteen aan toevoegt dat dit geen probleem hoeft te zijn, omdat de klimaatwetenschappers geen absolute temperatuur bepalen, maar veranderingen ten opzichte van een referentieperiode. Hij had er ook nog bij kunnen zeggen dat de temperatuur bij de polen juist sterker is gestegen dan elders, zodat door de vermindering van het aantal meetstations eerder een onderschatting van de opwarming dreigt dan een overschatting.

Vliegvelden
Een groot deel van hoofdstuk 2 van ‘De staat van het klimaat’ gaat over weerstations in de Verenigde Staten en wat daar allemaal mis mee zou zijn. Het is opvallend hoe veel vertrouwen Crok daarbij stelt in bloggers, met name ex-weerman Anthony Watts. Die stelt dat de meetstations bijna allemaal veel te hoge temperaturen aangeven, vooral omdat ze tegenwoordig te dicht bij bebouwing zouden staan. Met name op vliegvelden.

De bevindingen van Watts klinken zorgwekkend: ‘Van de onderzochte stations is 90 procent zo slecht gesitueerd dat dit volgens criteria van NOAA zelf moet resulteren in fouten van meer dan 1 graad Celsius. Bijna 70 procent van de stations valt zelfs in de categorie ‘fout groter dan 2 graden’.’ (p. 46) Zeer opmerkelijke claims, waarvan je zou verwachten dat Crok ze kritisch onderzoekt. Maar nee.

Toch gaat dit verhaal als een nachtkaars uit. Er is inmiddels eenwetenschappelijke vergelijking gedaan tussen een groot deel van de ‘goede’ en ‘slechte’ weerstations (volgens Watts), die aantoonde dat de ‘slechte’ stations de temperatuur niet overschatten, maar eerder licht onderschatten. Watts ziet het anders en zint op een tegenpublicatie, maar die laat inmiddels verdacht lang op zich wachten.

Zeewater
De wereldtemperatuur wordt natuurlijk niet alleen met landmetingen bepaald. Het zeewater is belangrijk, en daar zijn fouten mee gemaakt. Satellieten en weerballonnen spelen ook een belangrijke rol. Hier en daar is discussie mogelijk over de resultaten, en af en toe wordt er iets gecorrigeerd. Maar voor grote misstanden zijn geen serieuze aanwijzingen.

Wat Crok hier trouwens negeert, is dat er behalve temperatuurmetingen nog veel andere tekenen zijn van een drastische klimaatverandering. Planten bloeien vroeger, insecten komen eerder uit hun ei, steden zakken door grond die duizenden jaren bevroren was, om maar iets te noemen. Op het Antarctisch schiereiland en in Siberië is de opwarming veel uitgesprokener dan bijvoorbeeld in de VS.

En dat is belangrijk, want dat zijn de plaatsen waar veel ijs kan smelten en waar enorme methaanvoorraden in de bodem zitten, die bij opwarming kunnen vrijkomen. Waaraan Crok overigens geen woorden vuil maakt, terwijl dit probleem nu al speelt.

Elmar Veerman

Is deze opwarming uniek?

Er is meer dan die ene hockeystick.

Een blik op hoofdstuk 3.

Als je verder terugkijkt dan 150 jaar, hoe zit het dan met het klimaat?

Marcel Crok betoogt in hoofdstuk 3 van zijn boek ‘De staat van het klimaat’ dat er nog veel onduidelijk is, en dat het heel goed mogelijk is dat de wereld duizend jaar geleden warmer was dan nu. Hij richt zich bijna uitsluitend op zijn stokpaardje: de hockeystick-grafiek. Jammer genoeg kijkt hij niet nog wat verder terug.

Er zijn nauwelijks metingen van vóór 1850, dus moet de temperatuur op andere manieren gereconstrueerd worden, zo goed en zo kwaad als het gaat. Onder meer groeiringen van bomen, isotopen in koraal, ijskernen, boringen in zeebodems en stalactieten uit grotten geven aanwijzingen over de temperatuur ten tijde van hun vorming. Maar uiteraard alleen lokaal, en met een foutenmarge. Bovendien kun je al die gegevens niet zomaar optellen. Er komen statistische bewerkingen bij kijken.

Met die bewerkingen waren in de eerste versies van de grafiek dingen mis, waardoor de conclusies op losse schroeven kwamen te staan, schreef Crok in 2005 in een artikel voor NWT. Daarbij leunde hij sterk op het werk van twee ijverige klimaatsceptici, Stephen McIntyre en Ross McKitrick. Zij zijn ook voor dit boek belangrijke bronnen geweest.

Sleutelpositie
De belangrijkste maker van de hockeystickgrafiekMichael Mann, heeft ook een sleutelpositie in het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties dat iedere vijf à zes jaar een rapport uitbrengt over de staat van het klimaat.

Hij was en is niet bepaald toeschietelijk als hij wordt bekritiseerd, en Crok ergert zich daar terecht aan.

Ook lijkt het er op dat verdedigers van de grafiek een streepje voor hadden bij het IPCC, terwijl kritiek er te gemakkelijk werd weggewuifd.

Dat is allemaal niet zo mooi. Maar het betekent niet dat de hockeystick voorgoed onderuitgehaald is, zoals Crok beweert.

—> Integendeel: er komen voortdurend gegevens bij, die een steeds gedetailleerder beeld opleveren van de temperatuur in de afgelopen duizend jaar. En dat beeld blijft bevestigen wat de oorspronkelijke grafiek liet zien: de wereld is al die tijd niet zo warm geweest als nu. Waarschijnlijk is de huidige wereldtemperatuur zelfs de hoogste in de afgelopen honderdduizend jaar.

De invloed van de zon
Een groot gemis in het boek van Marcel Crok is, dat hij bijna nergens verder terugkijkt dan tweeduizend jaar.

Alleen wanneer hij het heeft over de invloed van de zon, doet hij dat wel.

Het is regelmatig warmer geweest op aarde dan het de komende eeuwen zal worden, zelfs volgens de zwartste doemscenario’s van het IPCC.

Zowel aan deNoordpool als aan de Zuidpool was het ooit subtropisch, met watertemperaturen tot meer dan 30 graden Celsius. Dat gebeurde natuurlijk in tijden dat er nog geen mensen waren. Maar er was wel CO2. Heel veel CO2. Een plotselinge toename van dat gas leidde niet alleen tot een temperatuursprong, maar ook tot een verwoestende oceaanverzuring.

Is CO2 in onze tijd dus ook de grote boosdoener waarvoor het wordt aangezien?

Elmar Veerman

Komt het door CO2?

Effect van broeikasgas zou mee kunnen vallen.

Een blik op hoofdstuk 4.

Er wordt regelmatig te simpel gedacht en gepraat over het klimaat, alsof CO2 de enige factor is die voor opwarming zorgt. Als we onze CO2-uitstoot maar beperken, kunnen we ‘het klimaat redden’.

Wetenschappers weten wel beter. Andere broeikasgassen helpen ook mee aan de opwarming: met name methaan, stikstofoxiden,koelmiddelen en doodgewone waterdamp doen een flinke duit in het zakje. En dan is er nog de invloed van aerosolen, roetdeeltjes en wolken, die opwarming zowel kunnen versterken als verzwakken.

Het is dus complex.

In hoofdstuk 4 van zijn boek ‘De staat van het klimaat’ doet Marcel Crok alsof het IPCC en de klimaatonderhandelaars nauwelijks aandacht hebben voor iets anders dan CO2.

‘Klimaatbeleid is in de internationale onderhandelingen synoniem geworden aan CO2-beleid of koolstofbeleid’, schrijft hij op p. 19 (dus in hoofdstuk 1).

Dat is niet helemaal waar, al zou je het soms denken als je de krant leest.

Onderhandelaars rekenen met ‘CO2-equivalenten’ (CO2-eq), een woord dat in Crok’s hele boek niet voorkomt. Terwijl het heel belangrijk is. Het betekent dat het effect van andere broeikasgassen omgerekend wordt naar de hoeveelheid CO2 die hetzelfde effect zou hebben.

Maximaal twee graden
Het begrip leidt geregeld tot verwarring en dat is een ernstige zaak. Veel mensen, ook vooraanstaande politici, denken dat het IPCC beweert dat een concentratie van 450 ppm CO2 (ppm staat voor delen per miljoen) in de lucht tot maximaal twee graden opwarming zal leiden, in vergelijking met de tijd voor de industriële revolutie.

Ze gaan er dus van uit dat er nog ongeveer 60 ppm bij mag komen voor het zover is, want de huidige CO2-concentratie is zo’n 390 ppm. In werkelijkheid schat het IPCC dat 450 CO2-equivalent uiteindelijk tot die twee graden warmere wereld leidt.

Over de precieze waardes die je voor zo’n omrekening naar CO2-eq zou moeten gebruiken, valt te twisten, en ook over de vraag of het verkoelende effect van deeltjes luchtvervuiling en veranderd landgebruik hierin meetellen of niet. Tel je die effecten niet mee, dan was de stand volgens het IPCC in 2007 455 CO2-eq, dus al boven de veronderstelde tweegradengrens.

Maar het IPCC gaat ervan uit dat aerosolen – druppeltjes luchtvervuiling – de temperatuur drukken door zonlicht terug te stralen voordat die het aardoppervlak bereikt. Met die koeling komt de huidige broeikasdruk volgens het klimaatpanel uit op 375 CO2-eq, toevallig dus dicht bij de werkelijke CO2-concentratie. Dat verklaart misschien een deel van de verwarring hierover.

°

Minder verkoeling?
Uiteraard zijn er onzekerheden in deze berekeningen. Als het verkoelende effect van luchtvervuiling en/of veranderingen in landgebruik kleiner blijkt te zijn dan gedacht – en daar zijnaanwijzingen voor – dan is ook het opwarmende effect van de broeikasgassen overschat.

Dat Crok zich daarover opwindt, is terecht.

De laatste jaren lijkt het erop dat roet meer opwarming veroorzaakt dan verwacht, en aerosolen minder afkoeling.

Beide effecten laten minder ruimte voor opwarming door broeikasgassen. Misschien was het IPCC in 2007 dus te pessimistisch.

Het is alleen niet eerlijk om daar verontwaardigd over te doen, want deze onderzoeksresultaten dateren van na 2007.

Theoretisch zal een verdubbeling van de CO2-concentratie leiden tot ongeveer 1 graad opwarming op aarde, schrijft Crok terecht.

Dat is het directe effect, waarover geen serieuze discussie is.

Hij vermeldt ook dat er allerlei terugkoppelingen zijn, die zowel meer als minder opwarming kunnen veroorzaken.

Maar vervolgens doet hij alsof er heel weinig bekend is over die terugkoppelingen, en het nog helemaal de vraag is hoe hun effect zal uitpakken.  —-> In werkelijkheid is er redelijk solide kennis over sommige mechanismen. Zo houdt warmere lucht meer van het broeikasgas waterdamp vast, absorberen kale grond en ijsloos water meer zonnestraling dan besneeuwde oppervlakken en liggen er in bodems miljarden tonnen broeikasgas te wachten op ontdooiing.

°

Allemaal in de vingers
Voor Marcel Crok is dat kennelijk niet overtuigend genoeg. Hij schrijft: ‘Er zijn kortom nogal wat potentiële feedbacks aanwezig in het klimaat. Alleen als je die allemaal in de vingers hebt, kun je iets zeggen over het toekomstige verloop van het klimaat.’ (p. 110)

Dat is een boude bewering. Om niet te zeggen: klinkklare nonsens.

Het is alsof je zegt: ik ken mijn basissalaris en ik weet mijn vaste lasten, maar omdat ik niet al mijn uitgaven en bijverdiensten voor het komende jaar kan voorspellen, heb ik geen enkel idee wat mijn financiële situatie zal zijn in het komende jaar.

Crok wijst op enkele dwarse klimaatonderzoekers die vooral negatieve terugkoppelingen ontwaren in het klimaat, waardoor de opwarming dus gedempt zou worden. Hij zet dat af tegen klimaatmodellen van het IPCC, die voornamelijk uitgaan van positieve terugkoppeling door smeltend ijs, meer waterdamp in de lucht en extra wolken. Hij gaat daarbij voorbij aan het feit dat die klimaatmodellen het temperatuurverloop van de afgelopen eeuwen redelijk kunnen nabootsen, terwijl de critici daar nauwelijks iets tegenover stellen.

Nutteloze modellen
Bij de presentatie van zijn boek vroeg ik Marcel of hij vond dat klimaatmodellen nutteloos waren, omdat ze te weinig voorspellende waarde zouden hebben. Dat beaamde hij. Liever geen model dan een slecht model, was zijn stelling. Blijkbaar realiseert hij zich niet dat voorspellingen doen zónder model ook een model is, een heel primitief model.

En dan nog iets.

Uit paleoklimatologisch onderzoek blijkt keer op keer dat grote temperatuurstijgingen steeds samenvallen met verhogingen van de CO2-concentratie.

Sceptici beweren graag dat dit CO2 vrijkomt doordat het opwarmt, en niet andersom. Maar het is veel waarschijnlijker dat het beide kanten op werkt: meer CO2 maakt warmer, en meer warmte zorgt voor uitstoot van extra broeikasgas vanuit moerassen en de oceaan. Een domino-effect dus, waarmee het IPCC geen rekening houdt.

Voor Marcel Crok is deze cruciale kwestie het bespreken niet waard.

Elmar Veerman

Iets anders dan CO2?

Het is geen geheim dat er meer klimaatinvloeden zijn

Een blik op hoofdstuk 5.

In discussies over klimaat wordt CO2 meestal genoemd als de grote boosdoener, althans door mensen die de gevestigde wetenschap vertrouwen. In feite is de boodschap ingewikkelder: andere mechanismen dragen ook bij aan de opwarming, maar omdat CO2 duizenden jaren in de lucht blijft én de sterkste invloed heeft, staat dat gas met stip op één.

Volgens Marcel Crok is dat niet zo zeker. In hoofdstuk 5 van ‘De staat van het klimaat’ geeft hij een overzicht van alternatieve opvattingen. Want, zoals hij zelf schrijft (p. 130): ‘Waar het IPCC al twintig jaar dezelfde boodschap uitdraagt – het is CO2! – bestaat er onder de ‘twijfelaars’ een grote diversiteit aan opvattingen.’ De grove simplificatie daargelaten, legt hij daarmee wel de vinger op de zere plek. Al bedoelt hij dat vast niet zo.

Weinig bewijzen
Klimaatsceptici worden vooral verenigd door hun verzet tegen de meerderheidsopvatting, niet door hun eendrachtig gepresenteerde alternatief. Ze kunnen over het algemeen weinig bewijzen bij hun stellingen leveren, en komen vooral met onbewezen theoriën.

Crok schrijft dan dingen als ‘Er is nog een lange weg te gaan om de iris-hypothese aan te tonen en te bewijzen dat ditzelfde wolkenmechanisme de opwarming van de aarde door broeikasgassen afzwakt’ (p. 136), wat toch anders klinkt dan: in de wetenschappelijke literatuur is er tot nu toe vooral bewijs voor een opwarmend effect van wolken.

Bij de bespreking van de nieuwste zonnetheorie van Henrik Svensmark doet hij hetzelfde: ‘Bewijs voor de theorie is echter nog vrij zwak’. Vanwaar dat ‘nog’? Het bewijs is gewoon zwak, punt.

Als overzicht van mogelijke mechanismen die invloed hebben op het klimaat, terwijl ze nog slecht begrepen zijn, is dit hoofdstuk geslaagd. Want dat die bestaan, staat wel vast. Veranderende oceaanstromingen, zonnestraling, wolkenvorming, luchtverontreiniging en interacties tussen al die factoren, bijvoorbeeld. Het zijn trouwens lang niet altijd uitgesproken sceptici die hiermee op de proppen komen. Het is geen geheim dat ook andere klimaatwetenschappers op zoek zijn naar verklaringen voor de afvlakkende temperatuurcurve van de afgelopen tien jaar.

°

Periodieke opwarming 

°
Een van de interessantste theorieën wijst naar de zee. Er lijken cycli van tientallen jaren zijn, die zorgen voor periodieke wereldwijde opwarming en afkoeling: de Atlantic Multidecadal Oscillation (AMO) en de Pacific Decadal Oscillation (PDO). Het zou kunnen dat die cycli (deels) hebben gezorgd voor stagnatie van de opwarming tussen 1940 en 1970, en versnelde opwarming in de dertig jaar daarna. In de oceanen zit ruim duizend keer meer warmte opgeslagen dan in de atmosfeer, dus het ligt voor de hand dat een kleine verandering in het water grote gevolgen kan hebben in de lucht.

Als de oceaancycli de afgelopen eeuw voor klimaatschommelingen hebben gezorgd, en dat is misschien wel het belangrijkste punt van het hele boek, dan wordt de invloed van broeikasgassen waarschijnlijk overschat. Je moet dan namelijk niet kijken naar de opwarming sinds 1970, maar sinds 1940. En dan kom je uit op zo’n 0,6 graden in 70 jaar, dus minder dan 0,1 graad per decennium. Zou dit in hetzelfde tempo doorgaan, dan ziet de toekomst er beter uit dan in de meest optimistische voorspellingen van het IPCC.

Maar ja, dat staat allerminst vast.

De kennis over AMO en PDO staat nog in de kinderschoenen, en stelde ten tijde van het laatste IPCC-rapport nog minder voor. Bovendien is er in die tijd meer veranderd dan alleen de concentraties van broeikasgassen. Met name de invloed van luchtvervuiling is nog niet goed bekend – onzekerheid waaraan het IPCC wel wat meer ruchtbaarheid had mogen geven, trouwens.

De macht van de zon
En hoe zit het met de zon? In het verleden hebben veranderingen in zonneactiviteit waarschijnlijk geleid tot stevige klimaatschommelingen, zoals de Kleine IJstijd – hoewel nog niet duidelijk is in hoeverre dit een lokaal effecten waren, en ook niet hoe die koppeling eigenlijk werkt. Toch zijn er geen redenen om de zon de schuld te geven van de recente klimaatverandering.

Aan het eind van het hoofdstuk roert Crok nog een belangrijke kwestie aan: regionale klimaatverandering voorspellen is nog moeilijker dan globale, en klimaatmodellen geven dus geen keiharde voorspellingen —–> Dat klopt, maar het gaat ver om ze dan maar helemaal te negeren, zoals hij bepleit.

Overigens stelt Roger Pielke senior (overduidelijk één van Crok’s helden) voor om Nederland te wapenen tegen de ergste klimaatextremen uit het verleden, plus 10 of 20 procent. Dus niet alleen tegen hitte, maar ook tegen kou.

Elmar Veerman

Hoe erg is die opwarming?

Zuur voor de natuur, maar landbouw kan profiteren.

Een blik op hoofdstuk 6.

Marcel Crok schreef ‘De staat van het klimaat’ niet helemaal alleen. Een groot deel van het hoofdstuk ‘Is die opwarming echt zo desastreus?’ werd geschreven door Rypke Zeilmaker, een wetenschapsjournalist die zich graag tegendraads opstelt. Zo ook hier.

Hij probeert meer CO2 vooral neer te zetten als zegen voor de landbouw en de natuur.

Maar het eerste deel komt voor rekening van Crok. Hij neemt daarin nog eens de fouten onder de loep in deel twee van het IPCC-rapport uit 2007, dat over de toekomstige gevolgen van klimaatverandering gaat. Die loep is nogal gekleurd. Omdat ik al eerder over deze fouten schreef, ga ik dat nu niet nog een keer doen.

Voor één fout maak ik een uitzondering, namelijk de kwestie over schade door rampen. Crok stelt terecht aan de kaak dat het IPCC-rapport beweerde dat die schade sterker was toegenomen dan verwacht mocht worden op grond van economische ontwikkeling, terwijl dat niet klopt. Of dat een staaltje bewuste bangmakerij is, kan hij niet hardmaken, maar het lijkt er sterk op.

Oproepen tot verbetering

Dat er fouten zijn gemaakt bij het IPCC, staat als een paal boven water. Oproepen om het beter te doen, komen niet alleen van skeptici, maar bijvoorbeeld ook van de Inter  Academy Council, die er dit jaar een rapport over uitbracht met stevige aanbevelingen. In hoeverre die uitgevoerd gaan worden, is nog onduidelijk. IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri zit in ieder geval nog steeds op zijn plek, en je hoeft geen klimaatscepticus te zijn om dat jammer te vinden.

°

Over stijging van de zeespiegel, voor Nederland van groot belang, ging het boek tot nu toe nog niet. Zeilmaker kijkt er wel naar, en richt om te beginnen zijn pijlen op onderzoeker Stefan Rahmstorf, die een sterkere stijging voorziet dan het IPCC. Verfrissend, want in de rest van het boek wordt het klimaatpanel vooral neergezet als uiterst pessimistisch. Overigens meldt de schrijver wel dat er kritiek is op het werk van Rahmstorf, maar geeft hij geen inhoudelijke argumenten om deze voorspellingen niet serieus te nemen. Dat deDeltacommissie dat wel doet, is hem desondanks een doorn in het oog.

Discutabele malariaclaim

Is malaria aan het oprukken doordat de wereld warmer is geworden? Het IPCC heeft dat herhaaldelijk beweerd, en Zeilmaker stelt terecht dat dit erg discutabel is. —-> Feitelijk is er meer bewijs voor andere oorzaken, zoals bevolkingsgroei in malariagebieden.

Verdwijnt biodiversiteit door klimaatverandering?

Volgens het IPCC zal wereldwijd 20 tot 30 procent van de soorten een verhoogd risico op uitsterven lopen, wanneer de temperatuur meer dan twee à drie graden is gestegen. Een vrij voorzichtige formulering, maar voor Zeilmaker is dit al veel te ‘alarmistisch’.

Hij wijst erop dat dieren zowel hun gedrag als hun verblijfplaats kunnen aanpassen, en daarmee de gevolgen van klimaatverandering kunnen opvangen. Inderdaad houden onderzoekers daar vaak geen rekening mee.

Bij flinke opwarming zijn het vooral koudeminnende soorten die moeten wijken. Soms zullen ze uitsterven, omdat er bijvoorbeeld geen hoger en dus kouder plekje meer is op de berg waarop ze leven. Maar in andere gevallen kunnen ze best hun leefgebied verplaatsten. Mits ze niet omringd zijn door ongeschikte gebieden, wat steeds vaker zo is. Zeilmaker ‘vergeet’ daar rekening mee te houden.

Bomen kunnen niet vluchten
Voor planten, en met name bomen, zijn de directe gevaren nog groter. Zij kunnen niet vluchten voor hitte, droogte of vernatting. Dieren die sterk afhankelijk zijn van één of enkele plantensoorten, kunnen dus ook niet vluchten voor klimaatverandering. Dat vermeldt het boek niet.

Al met al kun je stellen dat het voorbarig is om klimaatverandering voor te stellen als bedreiging nummer één voor de biodiversiteit. Maar een stelling als ‘Voor veel soorten is opwarming zelfs gunstig’ (p. 207) kan de lezer zand in de ogen strooien. Uitbreiding van de ene soort gaat meestal ten koste van een of meer andere soorten.

Over planten schrijft Zeilmaker nog meer. Bij een verhoogde CO2-concentratie verbruiken ze minder water en groeien ze harder, en dat ziet hij als gunstig voor de natuur. Discutabel, want niet elke soort zal hier evenveel van profiteren. Doorgaans vind je de meeste biodiversiteit juist in schrale gebieden, niet op overbemeste grond. Hij gaat hier totaal aan voorbij.

Een zegen voor de landbouw?
Voor de landbouw is extra groei en meer droogtebestendigheid uiteraard wel een zegen. Hij heeft gelijk dat het IPCC erg pessimistisch is bij het inschatten van de toekomst van de boeren in de wereld. Lokale droogte kan problematisch zijn, maar is moeilijk te voorspellen. Het positieve effect van CO2 is een stuk robuuster.

En hoe zit het met de verzuring van de oceanen door het oplossen van extra CO2? Daarover komen veel doemverhalen de wereld in, maar de laatste tijd ook relativeringen. Sommige soorten algen en dieren met een kalkskelet blijken er goed tegen te kunnen. Maar het is te gemakkelijk om dit tot een non-probleem te verklaren, zoals Zeilmaker doet.

Hij vindt dat de pH-daling door CO2 er niet toe doet, omdat die binnen de natuurlijke variatie valt. Waarbij hij vergeet dat die natuurlijke variatie intussen ook blijft bestaan, zodat er wel degelijk grenzen kunnen worden overschreden.

Natuurlijke buffers
Ook mist hij een ander belangrijk punt. Hij stelt dat de oceaan vol zit met natuurlijke buffers, zoals kalk. Maar bij verzuring draait het vooral om het bovenste laagje water, waarin het meeste leven zit. Het CO2-gehalte stijgt daarin veel sneller dan in de rest, omdat het oceaanwater slecht mengt. En juist daar zijn weinig buffers. Hij heeft wel een punt wanneer hij stelt dat het zeeleven tijd krijgt om zich aan te passen aan verzuring, en er dus minder last van zal hebben dan bij plotselinge blootstelling in een laboratorium.

Ten slotte geldt ook voor plankton wat voor landplanten geldt: extra CO2 kan werken als meststof, die de algengroei kan stimuleren. Maar uiteraard alleen als er geen gebrek is aan andere voedingsstoffen. Dat vermeldt Zeilmaker wel, alleen vergeet hij erbij te zeggen dat dit gebrek er vrijwel altijd is, in de hele oceaan. CO2 beschouwen als ‘oceaanfertilisatie’, zoals hij doet, is dus misleidend.

Elmar Veerman

Is het IPCC te vertrouwen?

Klimaatpanel laat steken vallen, critici ook

Een blik op hoofdstuk 7.

‘Dit boek laat zien dat de hoofdconclusies voor het IPCC alleen overeind blijven staan door veel gepubliceerde kritiek te negeren of te bagatelliseren’, schrijft Marcel Crok in het voorlaatste hoofdstuk van zijn boek ‘De staat van het klimaat’. Dat is maar zeer ten dele waar. Wat niet wegneemt dat het internationale klimaatpanel steken heeft laten vallen.

Crok’s boek is een stuk eenzijdiger dan de rapporten van het IPCC. Toch maakt hij

 ‘De opwarming zelf wordt hoogstwaarschijnlijk overschat, de beweerde ‘uniekheid’ van de opwarming is niet hard te maken, en wat betreft de oorzaken heeft het IPCC opvallend weinig oog voor alternatieve verklaringen.’(p. 222) Die vermeende misstanden zijn volgens hem te wijten aan een verkeerde organisatie, waarin sceptische wetenschappers te weinig invloed hebben.

Hij heeft gelijk dat de werkwijze van het klimaatpanel eerlijker en transparanter moet worden, met minder macht voor een kleine groep mensen aan de top. Daarin staat hij niet alleen, maar hij was wel één van de eerste journalisten in Nederland die daarop hamerden.

Wat natuurlijk niet wil zeggen dat al zijn kritiek terecht is.

°

Overheden kiezen hoofdauteurs
Om een voorbeeld te noemen: ‘De voordracht van hoofdauteurs verloopt via nationale overheden. De meeste overheden in de wereld, ook in de Verenigde Staten, hebben al jaren een klimaatbeleid dat erop gericht is de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Wie uit hun land zullen ze voordragen als hoofdauteur, een onderzoeker die aanhanger is van de broeikashypothese, of een scepticus?’ (p. 238)

Wil Marcel Crok hier nu echt beweren dat overheden, inclusief de regering-Bush, doelbewust overdrijvers van het broeikaseffect naar voren schoven voor het IPCC, omdat ze zo graag strenge CO2-reducties wilden doorvoeren?

—>  In werkelijkheid stribbelen regeringen, zeker de Amerikaanse, voortdurend tegen en vinden ze de doelen de reducties die volgens het IPCC nodig zijn onmogelijk te halen.

Een kwestie van geloof
Iets anders is zijn bewering dat het al dan niet accepteren van de hoofdconclusie van het laatste IPCC-rapport – dat het merendeel van de opwarming sinds 1950 zeer waarschijnlijk veroorzaakt is door onze uitstoot van broeikasgassen – een kwestie van geloof is. Voor veel mensen zal dat zo zijn. Toch blijft het een stelling die de overgrote meerderheid van de klimaatwetenschappers onderschrijft, op grond van solide kennis.

Is het IPCC te vertrouwen?

Ja, in grote lijnen wel. Kritisch kijken blijft altijd nodig, maar dat geldt ook voor alternatieve klimaatscenario’s.

Zoals klimaatonderzoeker Mark Serreze tegen Crok zei: ‘Als je niet accepteert dat de recente opwarming door broeikasgassen komt, dan heb je een groot, groot probleem.’ Zelf voegt Crok daar nog aan toe (p. 230): Met andere woorden: sceptici, leg maar eens uit welke klimaatfactoren volgens jullie dan de recente opwarming veroorzaakt kunnen hebben.

°

Het is geen rechtszaak
Daar zit ‘m inderdaad de crux. We hebben het hier niet over een rechtszaak, waarbij de verdachte vrijuit gaat tenzij z’n schuld onomstotelijk bewezen is.

Het draait om de vraag: hoe veel risico willen we nemen met onze planeet?

Ongebreideld broeikasgassen blijven uitstoten omdat niet voor honderd procent vaststaat hoe veel schade dat veroorzaakt, is nogal extreem.

Toch is dat wel zo’n beetje waarvoor Crok uiteindelijk pleit, in zijn laatste hoofdstuk.

Elmar Veerman

CO2, hoe komen we er vanaf?

Effectief beleid is niet eenvoudig

Een blik op hoofdstuk 8

.

Marcel Crok is ervan overtuigd dat de meeste zorgen over klimaatverandering onterecht zijn. Het is zelfs niet uitgesloten dat het hele klimaatprobleem een schijnprobleem is, schrijft hij in het slothoofdstuk van ‘De staat van het klimaat’.

Tegelijk geeft hij toe dat niemand kan voorspellen hoe veel opwarming CO2 (de simplificatie is van hem) in de toekomst zal veroorzaken. Moeten we dus het zekere voor het onzekere nemen en zo snel mogelijk de uitstoot van broeikasgassen afbouwen?

Voor hij aan die vraag toekomt wil Crok eerst even uitleggen waarom hij het Kyoto-protocol een mislukking vindt, een aanpak die ‘totaal ongeschikt is om CO2-emissies naar beneden te krijgen’. Ideaal is het inderdaad niet, wat onderstreept wordt door omvangrijke fraude met emissierechten en de onbevredigend afgehandelde zaak van Chinese fabrieken die broeikasgassen produceerden om vervolgens te verdienen aan hun vernietiging.

°

Lage prijs

°
Toch slaat hij de plank hier mis. Hij gaat voorbij aan het feit dat er in de beginjaren sowieso weinig te verwachten is van een systeem waarin emissierechten worden verhandeld, maar later des te meer. De prijs van die emissierechten is nu nog te laag om veel uit te maken. Bij schaarste neemt hij echter snel toe, en dat zal ook de druk vergroten om die emissies te verlagen. Door handel gebeurt dat doorgaans op de goedkoopste manier. Dat zo’n ‘cap-and-trade’-systeem een ‘oneindig ingewikkelde boekhouding’ (p. 260) zou vergen, is een stevige overdrijving. Je zou hetzelfde kunnen zeggen van BTW.

Crok concludeert: ‘Kortom, praktisch gezien blijkt CO2-handel niet de juiste weg te zijn om CO2-emissies naar beneden te krijgen. Maar los van deze praktische tekortkomingen ligt er een fundamentele denkfout aan het huidige klimaatbeleid ten grondslag. En dat is dat CO2-beleid hetzelfde is als klimaatbeleid.’(p. 261)

De denkfout is hier van Marcel Crok zelf. Hij beklaagt zich nota bene enkele pagina’s daarvoor over de perverse prikkel die het Kyoto-protocol deed ontstaan rond het broeikasgas HFK-23. Hij weet dus dat de emissie handel niet beperkt is tot CO2, maar ook andere broeikasgassen omvat. In een nieuw verdrag zou dat kunnen worden uitgebreid, zodat ook roet eronder valt, en het in stand houden en/of aanplanten van bossen.

°

Geld voor onderzoek

°
Uiteindelijk is zo’n marktmechanisme waarschijnlijk goed in staat om de race naar betaalbare, schone energie te versnellen. Om de één of andere reden gelooft Crok daar niet in.

Hij wil liever dat overheden direct geld investeren in onderzoek om dit te bereiken, want dat zou veel minder kosten.

Opvallend is, dat Crok anderen er voortdurend van beschuldigt dat ze simplificeren. Het lijkt hem te ontgaan dat hij dit zelf voortdurend doet, met uitspraken als ‘het is zinloos en eindeloos inefficiënt om CO2 te zien als een magische knop waarmee je tal van processen op aarde zou kunnen aansturen.’

In publiciteitscampagnes wordt het af en toe zo voorgesteld, maar beleidsmakers weten echt wel beter.

Nee, voor Marcel Crok heeft het terugdringen van broeikasgassen geen prioriteit. We moeten ons gewoon aanpassen aan mogelijke klimaatverandering. Hij stelt: ‘Als de wereldleiders twintig jaar geleden massaal hadden gestemd voor adaptatie, dan waren we nu veel en veel verder geweest in onze ‘strijd’ tegen klimaatverandering’. ’ (p. 266)

Misschien begrijp ik hem verkeerd, maar ik zie de logica hier niet.Met alleen adaptatie hadden we helemaal niets gedaan tegen klimaatverandering, alleen tegen de gevolgen ervan. Gevolgen die minimaal even groot, maar waarschijnlijk nog iets groter zouden zijn dan zonder pogingen om de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen te verminderen.

°

Belasting aan de bron
Willen we toch beperkingen aan de CO2-uitstoot, dan zouden wevolgens sceptische deskundigen die Crok met klaarblijkelijke instemming citeert, eerder moeten denken aan een koolstofbelasting, die aan de bron van fossiele brandstoffen geheven zou moeten worden. De opbrengst zou naar de ontwikkeling van schone energie moeten gaan. Inderdaad, dat zou ook kunnen, al heeft het zijn eigen organisatorische problemen.

Het is onvermijdelijk dat de CO2-uitstoot nog decennialang zal blijven stijgen’, schrijft hij tegen het einde van het boek. ‘Dit boek heeft duidelijk proberen te maken dat het nog lang niet zeker is dat die CO2-toename forse opwarming tot gevolg zal hebben, laat staan dat het zal leiden tot een klimaatcatastrofe. Dat is goed nieuws, want er is tijd nodig om de energievoorziening revolutionair te veranderen. Die tijd zal dan wel goed benut moeten worden.’

Met zijn boek maakt Crok de kans daarop niet groter.

Op grond van schamel bewijs betogen dat het heus wel meevalt met de gevolgen van het verstoken van fossiele brandstoffen, zal eerder averechts werken.

Elmar Veerman

°

VERDERE    ” DISCUSSIES”   op  ALGEMENE PUBLIEKS- PODIA  ……

°

  I .-   De inbreng van het  JOURNAILLE 

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2012/okt/Opwarming-al-16-jaar-gestopt.html

‘Opwarming al 16 jaar gestopt’

Nederlandse media praten misleidend stuk uit de Daily Mail na

  • DOOR: ELMAR VEERMAN   //16 oktober 2012
aarde & klimaat

Het is zwaar overdreven, die zogenaamde wereldwijde opwarming. Tenminste, volgens de Britse schandaalkrant Daily Mail. Veel Nederlandse media namen het bericht over dat de opwarming van de aarde al zestien jaar zou stilstaan. Maar dat is niet waar.

Decoratieve thermometer
© shar / sxc.hu

Global warming is 16 jaar geleden gestopt, toont stilletjes uitgebracht rapport van het Meteorologisch Instituut… en hier is de grafiek die het bewijst’, kopte de Britse krant Daily Mail afgelopen zondag.

In het stuk van David Rose staat een grafiek van de wereldtemperatuur, die begint in 1997. De kronkelige lijn gaat op en neer, en eindigt in 2012 zo ongeveer op dezelfde hoogte waar hij begon. Zestien jaar temperatuurmetingen, zonder enige opwarming.

*UPDATE: die grafiek deugt trouwens niet.*

De opwarming van de aarde staat al die tijd al stil, en de klimaatwetenschap probeert dat onder het tapijt te schuiven, is de strekking van het artikel.

°Waarna de focus verschuift naar de hoge extra kosten van groene energie die de Britse burger moet ophoesten.

°

Nederlandse media namen het bericht snel over, en deden er soms nog een schepje bovenop. De Telegraaf bijvoorbeeld: ‘Geleerden zijn het er niet over eens of er nu een definitief einde is gekomen aan de opwarming van de aarde.’ De internetversies van de Volkskrant, het AD en de Belgische krant De Morgen hadden ook een versie van het verhaal, met een verwijzing naar de Mail, maar hebben die inmiddels weer weggehaald – hoewel het soms toch nog te lezen is.

(Intermezzo )_____________________________________________________________________________________________

http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20121014_073

waaruit volgende  comments  

°—-> Als reisgids ga ik elk jaar naar Canada en Alaska,de gletsers smelten zienderogen, de noordpool is bijna weg en de NW doorvaart is open in de zomer.
Moeten jullie nog meer bewijzen hebben?

(antwoord )

—-> de doorvaart aan de noordpool was ook al ijsvrij op het einde van 19e eeuw. . Vergeet niet dat we nu (normaliter ) op het einde van het Holoceen zitten, en dat een nieuwe ijstijd  * achter de deur stond .                                                                                 —-> Maar de mens heeft dat verhinderd door de honderd jaar latere cumulerende antropogene opwarming als slaghoedje van een verandering van het globale klimaatsysteem met al haar versterkende terugkoppelings mechanismen : Maak je geen illusies de rampzalige gevolgen van een ijstijd zijn dus vermeden , maar de gevolgen van de opwarming zijn minstens even erg(althans voor een mensvriendelijke wereld ) …..

(*Overigens  proberen  veel klimaatsceptici   ons nog  steeds   te doen geloven dat “het afgelopen is met de opwarming” en dat een “nieuwe ijstijd” voor de deur staat.   —-> http://www.zeeburgnieuws.nl/nieuws/kv_sceptici_014.html   )

—> Alle artikels die ‘het G(lobal) W(arming ) model onderuithalen’ zijn van een bedroevend niveau zoals bovenstaand (Daily Mail  en  belabberd  Nieuwsblad  doorslagje ervan  ) artikel en haar volkomen onbruikbare statistiek …..

(jan Modaal ) —->” de aarde warmt op , maar we zaten wel te bibberen in de winter van 2012-2013 “

GW wil enkel zeggen dat de warmte inhoud van de globale aardse biosfeer stijgt.
-Het overgrote deel van die extra warmte wordt opgenomen door oceanen.
-Lokaal kan dit betekenen dat er zelfs een afkoeling waarneembaar is…

Maar plaatselijk “weer” is geen globaal klimaatsysteem —->
en dat  globaal klimaatsysteem is aan het veranderen
en merkbaar op enkele sleutelplaatsen : waaronder  de Polen  , de opschuiving van de tropische stromen gordels … de toenemende  exoten-invasies, de  verschuivingen van de boomgrens  , het smelten van de toendra’s    …… etc 

(*en dat is MISSCHIEN ook enigzins
aan het lokaal “weer ” te zien : dat nu meer dan  ooit  schommelt  tussen  extremere weer-types  en dito  overlast )

°

Daily Mail Statistiek ?

Warmt de aarde dan toch niet meer op?

……een soort van  (vooringenomen en gemanipuleerde )  data selectie   ?(* Met  (geselekteerde  maar onvoldoende (of zelfs gemanipuleerde )  gedeeltes  van  )   statististische  gegevens  kan je  alles” bewijzen” )

Wat een grap.

-Men begint net voor 1998 te meten, een jaar met een zeer sterke El Nino.
-Men stopt net na een paar kort op éénvolgende La Nina’s, een zeer kalme zon én een sterk toegenomen vervuiling door zwavel aerosolen.

…….en nog eens in detail gekeken :
De “daily mail ” mensen hebben trouwens zeer bewust de eerste maanden van 2012 ook nog meegenomen…
–>Tot april was een matig tot sterke la nina actief wat altijd zorgt voor lagere temperaturen wereldwijd. ( plaatselijk was dat  het zeer slechte voorjaar )
—> Een veel correctere studie is bijvoorbeeld deze , die de warmte inhoud van de aarde bestudeert zoals de recente van Nuccitelli.

Maakt u zich maar geen illusies.
De opwarming gaat verder en gaat ieder decennium sneller.
°Tsja  de klimaat wetenschappers   het natuurlijk weer beter   …… en  Jan Modaal heeft geen recht van spreken  …..en
uiteraard past dit argument   prima in een calimero kramp van de klimaatontkenners om te gaan jammeren dat er kritiek is op de hun welgevallige artikelen .

____________________________________________________________________________________________________________________

°

Slordig en misleidend


Deugde het verhaal dan niet? Dat kun je wel zeggen. Er staan slordigheden en misleidende passages in.

Er is bijvoorbeeld geen rapport uitgebracht dat is stilgehouden, er zijn slechts gegevens aan een database toegevoegd, zoals dat regelmatig gebeurt. En de kosten van groene energie zijn lang niet zo hoog als de berichten suggereren. Daar publiceert de Mail wel vaker misleidende berichten over.

Maar de hoofdvraag is natuurlijk of er inderdaad geen opwarming te zien was, de afgelopen zestien jaar.

Het Britse Met Office (zeg maar het equivalent van ons KNMI) bestrijdt dat. Het warmde 0,03 graden per tien jaar op, zegt het instituut – maar in grote lijnen klopt het wel, want dat is bijna niets.

De atmosfeer warmde sinds 1997 dus inderdaad nauwelijks op. En dat is echt iets anders dan klimaatmodellen hadden voorspeld.

Alleen mag je daaruit beslist niet de conclusie trekken dat de aarde niet verder is opgewarmd.

De zeeën werden namelijk wél gestaag warmer, en er smolt ook flink wat ijs.

Maar vooral die warmere zee is van belang. De temperatuur van water omhoog brengen kost namelijk veel meer energie dan het opwarmen van lucht, en er is gigantisch veel water op aarde. Van de extra warmte die het systeem aarde opneemt, gaat het leeuwendeel in zee zitten.

Dit is berekend voor de periode 1993-2003. De zee nam toen 93,4 procent van de extra energie op, de atmosfeer maar 2,3 procent.

Het zegt dus niet zo veel als de lucht in een periode van zestien jaar geen opwarming laat zien, als de oceanen in dezelfde tijd wel warmer werden. En dat deden ze, kijk maar naar onderstaande grafiek, afkomstig uit dit wetenschappelijke commentaar.

Ocean Heat Content
© Nuccitelli et al.
De warmte-inhoud van de oceanen is sinds 1997 verder gegaan met stijgen.

°

Het is duidelijk dat het zeewater dus wel degelijk is doorgegaan met de opname van warmte. Wat trouwens ook te zien is aan de zeespiegel, die tegenwoordig met satellieten in de gaten wordt gehouden. Die steeg gewoon door, voornamelijk doordat water uitzet als het warmer wordt.

Maar toch: klimaatmodellen hadden de recente de stilstand van de atmosferische opwarming niet voorzien.

°

Betekent dit nu dat ze niet deugen?

Ook daarop valt heel wat af te dingen.

 De activiteit van de zon was bijvoorbeeld bijzonder laag, de afgelopen jaren, en dat heeft een licht verkoelend effect gehad. Hetgeen niemand had zien aankomen, want het begrip van de zon is nog heel beperkt.

De oceaan gedroeg zich ook anders dan verwacht. Een sterke El Niño, het fenomeen waarbij veel hitte uit zee de lucht ingaat, is tot nu toe merkwaardig lang uitgebleven.

Ook niet goed in de modellen meegenomen was de enorme groei van vooral de Chinese industrie, die veelal op energie uit steenkool draait. De verbranding van al die kolen zorgde niet alleen voor opwarmende CO2-uitstoot, maar ook voor aerosolen, kleine deeltjes die licht weerkaatsen en zo op korte termijn voor verkoeling zorgen. Ook vulkaanuitbarstingen droegen daaraan bij.

°

Korte termijn


Deze verkoelende mechanismen werken alle drie op de korte termijn. De zon zal weer actiever worden, er komt onvermijdelijk een keer een flinke El Niño-periode aan en aerosolen uit vuile kolencentrales en vulkanen blijven maar kort in de lucht, dus als vulkanen zich even koest houden en de industrie schoner wordt, valt die koeling weg.

Wat gebeurt er met de temperatuurgrafiek als je de verkoelende invloeden van de inactieve zon, de ontbrekende El Niño-invloed en de extra aerosolen wegrekent?

Dat is vorig jaar beproefd door klimaatwetenschappers Grant Foster en Stefan Rahmstorf. Dit is het resultaat:

Aangepaste Temperatuurgrafiek
© Foster & Rahmstorf / Environmental Research Letters
De gemiddelde temperatuur op aarde, berekend door verschillende onderzoeksgroepen en gecorrigeerd voor bekende kortdurende verkoeling door aerosolen, de zwakke zon en het afwijkende oceaangedrag.

°

Kortom:

de opwarming van de lucht heeft even stilgestaan, maar dat ‘plafond aan de opwarming’ is maar tijdelijk. De echte opwarming van de aarde is helaas gewoon doorgegaan, en zal binnenkort weer zijn tanden laten zien.

Hoewel dat de afgelopen jaren lokaal ook al is gebeurd: de extreme hitte en droogte in de Verenigde Staten en het grotendeels verdwijnen van het zee-ijs aan de Noordpool kunnen met grote waarschijnlijkheid worden toegeschreven aan door de mens veroorzaakte klimaatverandering.(2)

_

En de economische kosten van vergroening van de economie

° …..Die zijn op korte termijn groter dan doorgaan op de oude weg, dat staat vast.

—-> Maar op wat langere termijn wordt energie er goedkoper door én wordt een deel van de schade voorkomen die klimaatverandering aanricht. Investeringen lonen wat dat betreft overduidelijk.

—>Maar burgers voelen de pijn nu, en dat bevalt ze vaak niet.(3)

Kijk maar naar de honderden reacties die het misleidende stuk op de site vande Telegraaf opleverde. (A)

(A)

—> Jan modaal met 3 jaar mavo trekt daar zijn conclusie uit dat het weer de Groene maffia is die zijn portemonnee aan het leeg maken is.

Wil Nederland ooit over de streep getroken worden, dan moeten ook deze mensen overtuigd worden. Het zou goed zijn als de schrijver (Elmar Veenman ) of   welbespraakt klimaatdeskundige weerwoord  zouiden  geven in de populaire media als er weer eens zo’n onbehouwen klimaat sceptisch stukje geplaats wordt. Een weerwoord gewoon met argumenten

______jammer genoeg is iets dergelijks  misschien  tijdverspilling  ?  Net zoals  discussies met creationisten  en negationisten dat ook is

—>  In december 2012   weer een bericht in” De Telegraaf ” over klimaat opwarming.

De reacties warenweer tenenkrommend  

° In het kort komt het erop neer dat :

-het allemaal onzin is,                                                                                                                                                                                                                                   -dat de aarde in het verleden ook opwarmde                                                                                                                                                                                      – dat het eigenlijk  wel goed is met een hoger temperauurtje.

-Een quote van een reaguurder   op mijn reactie:

“De trend van 100 jaar (laat de opwarming zien )  ?                                                                                                                                                                             En de trend van zeg maar 100 miljoen jaar wat laat die zien?                                                                                                                                               Hou op en denk zelf eens een keertje na                                                                                                                                                                                            en geloof niet alles wat zogenaamde onderzoekers zeggen en zeker als ze gesponsord worden door bepaalde lobbyisten.”.

Het gebrek aan argumentatie in deze reactie is stuitend                                                                                                                                                               Dat mensen echt denken dat ze met 3 jaar mavo het beter weten dan wetenschappers die ervoor doorgeleerd hebben, het stemt mij allemaal niet vrolijk.

°

(B) (klimaatscepticus )  “opwarming  Ja  ….. en   ?  ” 

(  )  :  (Elmar Veenman ) —->   Als je het niet erg vindt als deze eeuw driekwart van de diersoorten uitsterft, ecosystemen zoals koraalriffen, regenwouden en zee-ijs worden weggevaagd, orkanen in kracht toenemen en de zeespiegel met ongeveer een meter stijgt, dan kun je rustig je schouders ophalen.

—-> Het waterniveau blijft bij het smelten van (drijvend) ijs (= de noordelijke ijszeeen = arctische zee )gelijk dankzij de wet van Archimedes.Landijs ( Groenland , Antarctica , gletchers  ... is natuurlijk iets anders  ) Zie voor een uitleg

http://www.goeievraag.nl/vraag…

Als het landijs (zuidpool) betreft dan stijgt de zeespiegel (logisch), als het zeeijs betreft (noordpool) dan niet.

Het smelten van zeeijs heeft geen directe gevolgen voor de zeespiegel, zo leert ons de Wet van Archimedes. Drijvend zeeijs verplaatst net zoveel water als het eigen gewicht. Als zeeijs smelt, wordt het verplaatste water vervangen door smeltwater.

Hoe werkt dat dan precies?

De wet luidt:
“Een in een vloeistof gedompeld lichaam ondervindt een opwaartse kracht die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste vloeistof”. Als bewezen wordt dat het volume van het verplaatste zeewater gelijk is aan het volume van het gesmolten ijsblok, dan zal het zeewaterniveau niet stijgen.
Bij een drijvend ijsblokje is er evenwicht: het gewicht van het ijsblokje is gelijk aan het gewicht van de verplaatste vloeistof.
Het gewicht van het ijsblokje bedraagt: Volume ijsblok x s.m. ijs in kg.

Het gewicht van de verplaatste vloeistof bedraagt: Volume verplaatst zeewater x s.m water in kg.

Hieruit volgt;

Volume ijsblok x s.m. ijs = Volume verplaatst zeewater x s.m water.
Als het ijsblokje smelt blijft de massa behouden.

De massa van het ijsblokje is: Volume ijsblok x s.m. ijs.

Door het smelten verandert de dichtheid tot de s.m. van het zeewater en neemt het volume van het smeltend ijs af. Het nieuwe volume bedraagt: Vol. gesmolten ijsblok = Vol ijsblokje x s.m..ijs : s.m.water. Maar dat is precies gelijk aan Vol. verplaatste zeewater !

Dus past het smeltwater precies in het volume dat door het ijsblokje verplaatst werd. Een moeilijkheid bij de bovengenoemde formulering van de Wet van Archimedes is vaak de betekenis van de term “verplaatste vloeistof”. Hiermee bedoelt men het volume onder de vloeistofspiegel dat door het gedeeltelijk ondergedompelde lichaam ingenomen.

Als je de proef probeert uit te voeren, zul je merken dat het water vroeger of later even zakt en stijgt. Dat komt omdat water tussen 0 en 4 graden Celsius krimpt, en daarboven uitzet.

De bovenstaande redenering geldt dus alleen bij constante temperatuur.

°

( C)

Elmar, het eerste deel van je stuk vind ik best goed en het is heel relevant dat je verwijst naar de Ocean Heat Content.

Helaas sla je in het tweede deel van je stuk zelf aan het speculeren en sla je daardoor de plank ook geregeld mis.
(1)Het is goed dat je constateert dat de modellen deze stagnatie van de temperatuur aan het oppervlak niet zagen aankomen. Maar de redenen die je geeft zijn hooguit balletjes die opgegooid zijn en geen sluitende verklaringen.

—–> Een veel fundamenteler probleem van de modellen is dat ze oceaanschommelingen als ENSO, PDO, AMO etc. nog altijd niet (goed) kunnen simuleren.

Aangezien de PDO en AMO schommelingen geven op multidecadale tijdschalen is de grote vraag in hoeverre de wereldwijde  temperatuurveranderingen daarmee te maken hebben. (4) 

Nu er ‘zo lang’ stagnatie is terwijl CO2 blijft stijgen komen die oceaanoscillaties meer in beeld (denk aan opmerkingen van Mojib Latif een paar jaar geleden). De vraag is dan echter ook welk deel van de opwarming tussen 1975 en 2000 toe te schrijven is aan dergelijke oscillaties.
Op het eind

(2)  sla je door als je zegt dat de extreme warmte in de VS hoogst waarschijnlijk het gevolg is van menselijke klimaatverandering.

—>Het SREX rapport van het IPCC was heel duidelijk over trends in en schade door extremen (orkanen, overstromingen, droogte): een duidelijke relatie met CO2 is er (nog) niet.

—->Natuurlijk zijn er onderzoekers die de verleiding van dit verband niet kunnen weerstaan (Hansen, Trenberth) maar dan is het aan jou om te melden dat je hier voor het gemak maar even afwijkt van het recente IPCC SREX-rapport.(5)

—-> Zoals Pielke Jr hier http://rogerpielkejr.blogspot…. schrijft is dat je goed recht zolang je dan maar wel stevig bewijs komt waarom IPCC ernaast zit.

Tenslotte schrijf je:

(3)”Maar burgers voelen de pijn nu, en dat bevalt ze vaak niet. Kijk maar naar de honderden reacties die het misleidende stuk op de site van de Telegraaf opleverde.”

—->  Ik denk dat het niet zozeer of zeker niet alleen de pijn is, maar meer een reactie op de eindeloze stroom doemberichten die de burger de afgelopen jaren over zich heen kreeg.

—-> Zowel wetenschap als media zijn daar mee schuldig aan. De burger is dat zat en voelt zich gesterkt door dit soort berichten dat de opwarming gestagneerd is (zonder uiteraard goed te kunnen inschatten of dat nu wel of niet waar is).

Marcel Crok

°

Antwoord van Elmar Veenman : 

(2)                                                                                                                                                                                                                                                                          —–>Een duidelijke relatie van de droogte van dit jaar en de VS, en die van 2010 in Rusland, is er wel met vreemd gedrag van de straalstroom. En dat vreemde gedrag wordt overtuigend toegeschreven aan de veranderende omstandigheden aan de Noordpool (warmer, minder zee-ijs). En die omstandigheden zijn te wijten aan de wereldwijde opwarming. Waarvoor de belangrijkste verklaring is: extra broeikasgassen, uitgestoten door menselijk handelen.

Het is een keten van oorzaak en gevolg waar natuurlijk onzekerheden inzitten, maar samen wel de meest waarschijnlijke verklaring voor al die weerrecords.

(3)
—->Wat de burger betreft: uiteraard is het niet leuk en ‘eindeloze stroom doemberichten‘ over je hen te krijgen. Zeker niet als die ook nog op waarheid berusten. Maar dat is geen reden om dan maar rooskleuriger vooruitzichten te schetsen. Overigens zijn juist de lezers van de Telegraaf voortdurend getrakteerd op verhalen waarin de ernst van de situatie wordt ontkend. Juist dat maakt ze wantrouwig, denk ik.

°

Andere  reacties op Marcel 

(4)

Die schommelingen over meerdere decennia lijken aan te geven dat hoe langer de tijdsperiode waarop gekeken wordt, hoe betrouwbaarder de daaruit blijkende opwarmingstrend……

—-> Wat betreft de oceanen zijn er voor langer geleden minder temperatuurdata, maar de stijging van de zeespiegel geeft aan dat ook de oceanen al geruime tijd opwarmen. Ook de reconstructies voor het Arctisch zeeijs geven dat aan. Hoewel ik het me je eens ben dat de klimaatmodellen verbeterd kunnen en moeten worden, lijken ze de grote lijn toch al heel behoorlijk weer te geven. Naar mijn idee legt Marcel   de focus te veel op enkele bomen en verdwijnt daardoor het zicht op het bos.

(5)

Discussie over weerextremen tussen IPCC en Hansen/Trenberth                    //  Volgens Jim Hansen en collega’s ging de afgelopen jaren circa 8% van de extra warmte zitten in het smelten van ijs. Circa 88% zat in opwarming van de oceanen en de resterende 4% in opwarming van atmosfeer en land:
http://www.giss.nasa.gov/resea…

Deze percentages fluctueren over langere perioden, waarbij Hansen cs verwachten dat een groeiend deel van de extra warmte gaat zitten in het smelten van ijs.

dinsdag 16 oktober 2012  Kennislink

Warmt de aarde nog wel op?

Een aantal kranten en websites  kwam  met het nieuws dat de aarde gestopt was met opwarmen.

‘Zie je wel!’, riepen de klimaatsceptici in koor. ‘Klinkklare onzin!’, twitterden anderen. Intussen bleef de geïnteresseerde lezer achter met de vragen. Hoe zit het nou eigenlijk?

door

Glacial_iceberg_in_argentina

Ilya Haykinson, via Wikimedia Commons

Warmt de aarde niet meer op?

De afgelopen 16 jaar is de atmosfeer rond de aarde inderdaad nauwelijks opgewarmd. Gerekend van augustus 1997 tot augustus 2012 kom je uit op een gemiddelde opwarming van 0,003 °C per jaar, terwijl het de 15 jaar daarvoor ongeveer 10 keer sneller ging. Dit blijkt uit gegevens van het Met Office Hadley Centre, het Engelse zusje van het KNMI, op basis van continue temperatuurmetingen aan zowel het aard- als het zeeoppervlak. Dat de aarde gestopt is met opwarmen valt daaruit overigens niet te concluderen. Het klimaat is grillig, hoogstwaarschijnlijk hebben we hier te maken met een tijdelijke verstoring van de opwarmende trend.

En het Met Office gebruikt de beste gegevens die er zijn, mogen we aannemen?

Het zijn prima gegevens, maar er bestaan ook andere meetreeksen die weer op andere locaties gemeten zijn. Het KNMI gebruikt metingen van de NASA, en rekent vanaf januari 1997 en niet vanaf augustus. Hier komt men uit op een opwarming van 0,008 ºC per jaar sinds 1997. Ook dat is overigens een stuk lager dan het gemiddelde over de afgelopen 30 jaar.

Wat is El Niño ook alweer?

El Niño wordt veroorzaakt door abnormaal zwakke passaatwinden boven de Stille Oceaan. Deze zwakke wind is niet in staat om het warme water zoals gebruikelijk in de richting van Indonesië te drijven. Hierdoor kan het water in de centrale en oostelijke Stille Oceaan ter hoogte van de evenaar tot ruim vijf graden warmer worden.

Hoe komt dat dan?

De twee hoofdverdachten bij dit soort tijdelijke veranderingen van het klimaat zijn altijd weer dezelfden: El Niño en La Niña. Dit zijn verstoringen in de stroming en temperatuur van het oceaanwater: El Niño is een opeenhoping van relatief warm oceaanwater in de buurt van de evenaar, bij La Niña koelt de oceaan in dit gebied juist af.

In 1998 was door de sterkste El Niño van de eeuw de zeewatertemperatuur hoger dan normaal in grote delen van de wereld. Dit veroorzaakte een eenmalige piek in de wereldgemiddelde temperatuur. De afgelopen paar jaar was La Niña juist actief, waardoor de temperatuur weer wat lager lag dan je zou verwachten. Dit verklaart ongeveer de helft van het verschil tussen de langjarige trend en de trend over 1997-2011.

Opwarming-trend

De temperatuur van de atmosfeer boven land en zee, gemiddeld over de wereld, sinds 1880. Gegevens van GISS/NASA. Ta = afwijking van het gemiddelde in de periode 1951-1980. KNMI, de Bilt

En de andere helft?

Een klein deel kan verklaard worden uit de variatie in zonnevlekken. In 1997 bevonden we ons in een piek van de zonnevlekkencyclus, terwijl de zon de laatste paar jaren juist ongebruikelijk rustig was. Omdat dit echter slechts een klein verschil (van ongeveer 0.06%) geeft in de totale hoeveelheid zonnestraling die de aarde bereikt, kan het de luchttemperatuur op aarde met hooguit 0,001 tot 0,005ºC per jaar doen afnemen.

Over de rest van de afname in de opwarming wordt door wetenschappers nog volop gediscussieerd. Het zou te maken kunnen hebben met de luchtvervuiling boven Oost- en Zuid-Azië, met waterdamp in de stratosfeer, of met afkoeling van het oppervlaktewater rond Antarctica door het smelten van het landijs.

Hoe lang moet een verstoring duren om het als trend te kunnen beschouwen?

Het klimaatdebat is een tijdschaaldebat, schreef Kennislink al in een eerder artikel. Of de aarde opwarmt hangt er immers vanaf over hoeveel jaar je de verschillen bekijkt. De grilligheid van het klimaat zie je op de schaal van enkele jaren, voor een trend moet je tientallen jaren bekijken, is het idee. De 16 jaar waarin het nu nauwelijks warmer is geworden vallen een beetje tussen deze tijdschalen in, en kan dus naar voorkeur voor één van beide scenario´s worden gebruikt. Dat zweept de discussie dus lekker op ..

Creatief met trends

Soms geeft een trendlijn een vertekend beeld. Een valkuil (of truc – er wordt ook wel bewust gebruik van gemaakt) is het kiezen van een uitzonderlijk moment als startpunt van een meting, of het zover inzoomen op een grafiek dat het grote plaatje letterlijk uit beeld verdwijnt. Een bekend voorbeeld zijn de volgende twee figuren.

Skepticall

Temperatuurverloop volgens sceptici. skepticalscience.com

Realistsncdc

Temperatuurverloop volgens ‘realisten’. skepticalscience.com

Ook in het geval van de gegevens van Met Office maakt het wel iets uit welk startpunt je kiest. In augustus 1997 zaten we midden in een uitzonderlijk sterke El Niño, schrijft Met Office in een commentaar op zijn website. Daarmee kies je dus een relatief hoge temperatuur als startpunt. Als je vanaf 1999 gaat rekenen kom je al op een hogere opwarming uit – hoewel de afvlakking van de temperatuurcurve niet zomaar verdwijnt.

En was er ook geen warmte opgeslagen in de diepe zee?

De temperaturen dieper dan 700 meter worden pas sinds tien jaar redelijk gemeten, dus we hebben alleen van het ondiepere deel een lange reeks van betrouwbare gegevens. Ook hier leek de opwarming een paar jaar geleden gestopt te zijn: van 2003 t/m 2010 was er geen trend in deze reeks. Daarna warmde het water wel weer gewoon op.

Hoe gaat het nu verder?

Dat is de moeilijkste vraag om te beantwoorden. Er bestaan inmiddels een enorme hoeveelheid klimaatmodellen, die ontwikkeld zijn om de processen die het klimaat aansturen beter te begrijpen, en die om die reden ook elk de nadruk op verschillende processen leggen. Belangrijker nog is dat het klimaat in de toekomst afhankelijk is van factoren die zelf ook moeilijk te voorspellen zijn.

Luchtvervuiling met stofdeeltjes remt de opwarming bijvoorbeeld af, omdat deze het zonlicht tegenhouden. Met name in Zuid en Oost Azië is deze vervuiling de laatste tientallen jaren sterk toegenomen, maar hoe zal dat zich verder ontwikkelen? En hoe reageren dit soort stofdeeltjes bijvoorbeeld met de wolken? Het zijn dit soort onbekende factoren die ervoor zorgen dat klimaatmodellen vaak zeer uiteenlopende voorspellingen laten zien – en vaak ook sterk afwijken van de waarnemeningen tot nu toe.

De verwachting bij bijna alle klimaatwetenschappers is wel dat de opwarming zich gewoon doorzet. De grote vraag is vooral wat deze opwarming zelf weer teweeg gaat brengen – dus bijvoorbeeld wat de reactie zal zijn van wolken op de opwarming, en van de oceaan op het smelten van landijs van Groenland en Antarctica.

Lees meer:

Klimaatverandering is tijdschaaldiscussie (Kennislinkartikel)
Temperatuur daalt wereldwijd (Kennislinkartikel uit 2008)
´Opwarming al 16 jaar gestopt´ (Wetenschap24-artikel)

panel 2013

GIST

Gist2  <— Doc archief

°

Kernwoorden   

, , , , , , ,

De schimmels (Fungi) vormen een rijk in de supergroep van de Unikonta, naast de Dieren (Animalia) en de Amoebozoa. Schimmels zijn organismen die veelal eencellig zijn, maar meestal in lange schimmeldraden voorkomen.

Paddenstoelen zijn de meercellige vruchtlichamen van bepaalde schimmels.

Algemene kenmerken van schimmels zijn:

  • Een celwand
  • Een celkern
  • Een vacuole
  • Veel organellen, maar ‘géén’ bladgroenkorrels. Schimmels doen niet aan fotosynthese.

Gisten zijn de grote concurenten van de bacterieen … Ze ontwikkelden  evolutionair   bepaalde  antibacterieele middelen (–> waaronder de eerste natuurlijke antibiotica )

(*OPMERKING  : Overdreven   preventieve  behandelingen met  breed spectrum  antibiotica doden veel bacteria ( bijvoorbeeld in de darmflora )  ; er kunnen dus meer schimmmels gedijen op  en in het  lichaam van de patient   en  onder de overlevende bacterieen  kunnen  gemakkelijker  resistentere exemplaren   gaan  voorkomen …..)

– Gisten worden op hun beurt bedreigd door fungiciden  …..waaronder   vooral de bacterie   Bacillus subtilis , succesvol specigfieke verdedigingsmechanismen   heeft opgebouwd  ( trouwens ook andere  groepen organismen hebben fungicides ontwikkeld …waaronder ook   een  bepaalde schimmel  , Ulocladium oudemansii ,  specifieke concurenten onder de schimmels uitschakelt  ;.Daarnaast zijn allerlei  chemische middelen ontwikkeld door de mens  ….maar ook schimmels worden van langs om meer resistent tegen allerlei fungiciden en geneesmiddelen  ….Onderzoeker Paul Verweij noemt het ”zorgwekkend’’ dat er steeds meer resistente schimmels komen.

°

Wat zou een wereld zijn zonder schimmels?

Het zou bijvoorbeeld betekenen dat we geen kaas meer hebben.Of bier. Maar een belangrijkere functie is het recyclen van plantenresten in de bodem zodat andere planten weer iets hebben om op te groeien. Ook zitten er talloze schimmels in ons lijf. Je kan met behoorlijke zekerheid zeggen dat er zonder schimmels weinig leven op aarde mogelijk was.

°

 

http://www.nu.nl/gezondheid/3504836/nieuwe-resistente-schimmel-gevonden-in-huizen.html

Mensendarm zit vol goedaardige schimmels

8 juni 2012

– Darmen van zoogdieren zitten niet alleen barstensvol bacteriën, maar ook vol goedaardige schimmels.

Die schimmels zorgen er mogelijk zelfs voor dat schadelijke      schimmels (en  sommige bacterieen ?  )  geen kans krijgen om ontstekingsziekten te veroorzaken.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van California in Los Angeles en de Universiteit van Aberdeen in het Verenigd Koninkrijk, in een speciale editie van weekblad Science over ons darmmicrobioom. Dat zijn  alle micro-organismen in ons verteringsstelsel.

http://www.sciencemag.org/content/336/6086/1314.figures-only

 Ze toonden de schimmels aan in de darmen van ratten, cavia’s, varkens, honden en mensen. De gemeenschap van schimmels was niet eerder zo uitgebreid beschreven en de functie ervan helemaal niet.

In navolging van het microbioom hebben de onderzoekers deze schimmelkolonies mycobioom genoemd. Mycologie is een ander woord voor schimmelonderzoek.

Dikkedarmontsteking

Om de functie van de schimmels te bestuderen, schakelden de onderzoekers in muizen een eiwit uit dat een belangrijke rol speelt bij het onder controle houden van schimmels in de darm: Dectine-1.

Deze muizen bleken vatbaarder te worden voor colitis, dikkedarmontsteking.

Dectine-1 houdt normaal de wacht in de darm, waardoor de goede schimmels worden toegelaten en de slechte geweerd. Wanneer dit eiwit niet meer werkte, ging het muizenafweersysteem heftig te keer tegen alle schimmels, door een ontstekingsreactie op te wekken.

Wijkagent

Het eiwit lijkt als een soort wijkagent die goed weet wie hij wel en niet hard moet aanpakken. Wanneer die wegvalt en de gemoederen hoog oplopen moet de M.E. er wild op los slaan.

Mensen die in hun darmen door een genetische afwijking een slecht werkend Dectine-1 hebben, lopen ook een grote kans op darmontsteking, ontdekten de onderzoekers.

Of de ‘goede schimmels’ daadwerkelijk de slechte weren is nog niet helemaal duidelijk. Het zou ook kunnen dat Dectine-1 de kwade van de vriendelijke schimmels onderscheidt en die laatste groep met rust laat.

Door: NU.nl/Jop de Vrieze

tussen de 150  en  200 verschillende schimmels

24 mei 2013

Wetenschappers hebben ontdekt dat de voeten van mensen bijna tweehonderd verschillende schimmels bevatten.

Schimmels leven over het hele lichaam, maar de voeten zijn favoriet. Vooral op de hiel, onder teennagels en tussen de tenen. Dat melden Amerikaanse onderzoekers van het National Human Genome Research Institute in het tijdschrift Nature.

Monsters

Onschuldige schimmels leven van nature op de huid, maar kunnen een infectie veroorzaken als ze zich vermenigvuldigen. Bij het onderzoek werd het DNA in kaart gebracht van schimmels die waren afgenomen bij tien gezonde proefpersonen. Er werden monsters genomen van het hele lichaam: in en achter de oren, tussen de wenkbrauwen, rond de teennagels, tussen de tenen, op de rug, de onderarm, de borstkas, de handpalmen, de ellebogen, het achterhoofd en de neus.

Naast de voeten blijken ook de handpalm, de onderarm en de binnenkant van de elleboog verzamelplekken voor schimmels te zijn. Hier komen gemiddeld 18 tot 32 typen voor. Op het hoofd en de borstkas zijn relatief weinig schimmels te vinden, gemiddeld slechts twee tot tien.

“De gegevens van onze studie bieden voor het eerst basisgegevens over normale individuen”, aldus hoofdonderzoekster Julie Segre Segre op BBC News.

http://www.bbc.co.uk/news/health-22622689

Door: Gezondheidsnet

Fungal skin infections

  • Fungal infections are common and include athlete’s foot, ringworm and yeast infections
  • Athlete’s foot, also called Tinea pedis, is a very common fungal infection of the foot, causing peeling, redness, itching, burning, and sometimes blisters and sores
  • Fungal nail infections affect about three in every 100 people in the UK
  • The most common symptom of a fungal nail infection is the nail becoming thickened and discoloured. it can turn white, black, yellow or green.
OPMERKINGEN : 
  1.  Schimmels zijn een uitstekende afweer tegen  bepaalde  bacteriën.
  2. Op je voeten is een grote biodiversiteit aan schimmels waardoor één schimmel of bacterie niet kan gaan woekeren , wenselijk  . Een ontsteking door  één schimmel waarbij weefsel beschadigt kan dan moeilijk plaatsvinden.
  3. Hetzelfde afweermechanisme vind je ook met bacteriën op de huid , de darmen en de mond.
  4. Hou de  microbieele  biodiversiteit zo hoog mogelijk  … Teveel hygiene  en smetvrees  manieen    , veroorzaakt het uitblijven  of zelfs afbouwen   van verworven immuniteit 
Een kleine greep  uit de  Microbieele flora /—>  het zo genaamde   microbioom
°

http://en.wikipedia.org/wiki/Fungicide                                                                                                       http://nl.wikipedia.org/wiki/Fungicide

 

-Net zoals veel bacteria zijn ook veel gisten  experimenteele    modelorganismen geworden in  veel  laboratoria 

– ze hebben ook veel nieuwe inzichten geleverd in de   Genetica en  de moleculaire  evolutie-biologie …..

Voor eeuwig jong ?

13 september 2013   2

voor eeuwig jong

Voor eeuwig jong blijven: dat is toch onmogelijk? Niet voor de gist microbe Schizosaccharomyces pombe, , zo hebben wetenschappers van de universiteit van Bristol ontdekt. Elke keer als de microbe zich voortplant, verjongt deze zichzelf en zo blijft deze in essentie voor eeuwig jong.

Microben planten zich voort door zich te delen. Maar zelden delen ze zichzelf in twee identieke helften. Eerder onderzoek wees uit dat microben aan de ene helft al het oude, vaak kapotte celmateriaal meegeven, terwijl de andere helft het volledig functionele materiaal meekrijgt. Dat betekent dus dat microben net als mensen nageslacht produceren dat jonger is dan zijzelf: er is immers altijd een oudere helft (de ouder) en een jongere helft (het kind).

Andere aanpak
Maar er is een microbe die het – onder bepaalde omstandigheden – anders aanpakt.

Het gaat om de gistsoort  S. pombe: .

Wanneer S. pombe goed behandeld wordt, vermenigvuldigt deze zich – net als andere micro-organismen – door zichzelf in tweeën te delen.

Die twee helften delen echter alles eerlijk: dus zowel het oude als volledig functionerende celmateriaal wordt evenredig over de twee helften verdeeld.

“Aangezien beide cellen slechts de helft van het beschadigde materiaal krijgen, zijn ze eigenlijk jonger dan daarvoor (voor de deling, red.),” stelt onderzoeker Iva Tolic.

Dus elke keer dat S. pombe zich deelt, verjongt deze. Dat betekent dat de gistsoort aan de ouderdom kan ontsnappen, zolang deze zichzelf maar snel genoeg voortplant.

Slechte omstandigheden

Maar kan de gistsoort onder alle omstandigheden voor eeuwig jong blijven?

Nee, zo blijkt uit een tweede experiment. De onderzoekers stelden S. pombe bloot aan zware omstandigheden. De gistsoort kreeg te maken met ultraviolette straling en beschadigende chemische stofjes. Hierdoor groeiden de microben trager en konden ze zich niet snel genoeg voortplanten om voor altijd jong te blijven.

Zodra de microben met die zware omstandigheden te maken kregen, gingen ze zich namelijk voortplanten zoals andere microben dat doen: ze gaven hun ene helft al het oude, kapotte celmateriaal mee en de andere helft kreeg al het goed functionerende spul.

S. pombe wordt dus op dezelfde wijze als andere microben ouder, maar kan aan het verouderingsproces ontkomen als de omstandigheden gunstig zijn.

“Het is geweldig om te zien dat zelfs zulke simpele organismen er hele krachtige strategieën op nahouden om te kunnen overleven,” vindt onderzoeker Thilo Gross.

Bronmateriaal:
A microbe’s trick for staying young” – Bris.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).

MODELORGANISME   // SCHIZOSACCHAROMYCES  POMBE

 

http://microbewiki.kenyon.edu/index.php/Schizosaccharomyces_pombe

http://www.bris.ac.uk/news/2013/9739.html

The yeast microbe called S. pombe

http://www.scientias.nl/microbe-ontdekt-eeuwig-jong-blijft/91996

http://en.wikipedia.org/wiki/Schizosaccharomyces_pombe

 

The yeast microbe called S. pombe

Schizosaccharomyces_pombe_tsentrosoom

Centrosome of S. pombe.

 

S Pombe yeast3a

“The fission yeast, Schizosaccharomyces pombe, a species which has proved a valuable model organism for research into the cell cycle and cancer (Photo courtesy of Mary Parker, Institute of Food Research)”.

MAX PLANCK  INSTITUTE

http://tuebingen.mpg.de/en/news-press/press-releases/detail/new-tasks-attributed-to-aurora-proteins-in-cell-division.html

Rasterelektonenmikroskopieaufnahme von sich teilenden Spalthefez

°

GEOLOGIE TREFWOORD F

°

 zie onder Geologie

—————————————————————————————————————————————————————-

°

NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING


GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL

door F.C. Kraaijenhagen

Een gezamenlijke uitgave van de
NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING
en de
NGV afdeling LIMBURG
September 1992

1992 © Copyright Nederlandse Geologische Vereniging.

Voor Internet herzien en bewerkt in 2006 door George Brouwers Oisterwijk.

AAngevuld en uitgebreid met

http://www.natuurinformatie.nl/ndb.mcp/natuurdatabase.nl/i000448.html#A

Geologische begrippen   

Klik op een begrip voor de definitie. Wil je meer weten over een bepaald begrip, bekijk dan het thema‘De ondergrond van Nederland’, of gebruik de zoekmachine.

De geologische tijdvakken zijn niet opgenomen in deze begrippenlijst. Zie voor de beschrijving van deze tijdvakken het thema ‘Ondergrondse tijdmachine’.

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

°

&

Glossary of Terms for Geology

(From The Earth’s Dynamic Systems, Fourth Edition by W. Kenneth Hamblin. Macmillan Publishing Company, New York, NY. Copyright © 1985) 

[A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ]          http://www.evcforum.net/WebPages/Glossary_Geology.html

°

FACETED SPURS 

A spur or ridge that has been beveled or truncated by faulting, erosion, or glaciation

image  image

Manti-La Sal National Forest, Utah  //Faceted spurs are flat, triangular slopes usually at the edge of a mountain front with an active normal fault at the base. They are created as normal faulting occurs creating a topographic expression called a fault scarp that is gradually eroded by the formation of drainages. As drainages form, they carve relatively straight down the fault scarp, creating series of triangular faces.

Oblique aerial view northward of Coyote Creek fault in San Jacinto fault zone, September 1990. Straight mountain front with faceted spurs demarcates fault trace. . ©AGS

west face of santa catalina mountain

°

FACIES

//A distinctive group of characteristics within part of a rock body (such as composition, grain size, or fossilassemblages) that differ as a group from those found elsewhere in the same rock unit. Examples: conglomeratefacies, shale facies, brachiopod facies.

http://en.wikipedia.org/wiki/Facies

  • 1 Facies types
    • 1.1 Sedimentary facies    //   ,  physical, chemical, and biological aspects of a sedimentary bed and the lateral change within sequences of beds of the same geologic age.
    • Sedimentary rocks can be formed only where sediments are deposited long enough to become compacted and cemented into hard beds or strata. Sedimentation commonly occurs in areas where the sediment lies undisturbed for many years in
    • sedimentary basins. Whereas some such basins are small, others occupy thousands of square kilometres and usually have within them several different local depositional environments. Physical, chemical, and biological factors influence these environments, and the conditions that they produce largely determine the nature of the sediments that accumulate. Several different local (sedimentary) environments may thus exist side by side within a basin as conditions change laterally; the sedimentary rocks that ultimately are produced there can be related to these depositional environments. These different but contemporaneous and juxtaposed sedimentary rocks are known as sedimentary facies, a term that was first used by the Swiss geologist Amanz Gressly in 1838.
    • Sedimentary facies are either terrigenous, resulting from the accumulation of particles eroded from older rocks and transported to the depositional site; biogenic, representing accumulations of whole or fragmented shells and other hard parts of organisms; or chemical, representing inorganic precipitation of material from solution. As conditions change with time, so different depositional sites may change their shapes and characteristics. Each facies thus has a three-dimensional configuration and may in time shift its position.
    • —> There are several ways of describing or designating sedimentary facies. By noting the prime physical (or lithological) characteristics, one is able to recognize lithofacies.
    • The biological (or more correctly, paleontological) attributes—the fossils—define   —> biofacies.
    • Both are the direct result of the depositional history of the basin. By ascribing modes of origin to different facies (i.e., interpreting the lithofacies or biofacies) one can visualize a genetic system of facies. It is also common to speak of alluvial facies, bar facies, or reef facies, using the environment as a criterion. This may lead to confusion when revisions of interpretation have to be made because of new or more accurate information about the rocks themselves.
    • Just as there are regular associations of different local environments in modern sedimentary basins, associations of facies also are known to follow similar patterns in the stratigraphic column. A common example of the latter is that of regular lithofacies and biofacies successions being formed between the edge, or shoreline, of a water-filled basin and the deeper water at its middle. Coarse sediment gives way to finer sediment in the deepening water. Changes in sea level as time passes are a common cause of successive changes in the stratigraphic column. As sea level rises and the sea spreads across what was land, shallow-water sediments are laid down in the newest area to receive such material while areas that were shallow are now deeper and receive finer, or otherwise different, sediments. As the sea advances inland, the belts of sedimentation follow and the retreat of the sea causes the belts to move back offshore.

Johannes Walther, a German geologist, noted in 1894 that the vertical facies sequence in a sedimentary basin undergoing expansion and deepening so that the sea transgresses the land surface (or the reverse, a regression) is the same as the horizontal sequence. This has enabled geologists, knowing the pattern of facies at the surface, to predict accurately what may also be found at depth within a sedimentary basin. It is clear, however, that Walther’s observation only applies where there is no major break (i.e., an erosional interval) in the continuity of the succession.

From studies of facies relationships to one another it has become recognized that the gradational, sharp, or eroded contacts between these rock bodies are also of significance in finding the mode of origin. It is also apparent that many facies follow one another in time and space in a repetitive way. A vertical pattern, for example, may be found in a borehole sunk vertically through a sequence of facies. This has been observed in many alluvial sequences and in the coal-bearing series of Carboniferous, Permian, and other systems. Facies under clay, coal, shale, and sandstone may be repeated many times and are called cyclothems. Cyclic or rhythmic sedimentation has been recorded in different rocks in many parts of the world and may arise in many ways; however, re-examination of many successions originally described as cyclic shows that this phenomenon is not as common or as constant as had been believed.

Today it is recognized that facies associations and distribution depend upon interrelated controls. The most important include sedimentary processes, sediment supply, climate, tectonics (earth movements), sea level changes, biological activity, water chemistry, and volcanic activity. Of these the environment of deposition (climate) and tectonic activity are paramount as they may ultimately regulate the other factors.

In industries that exploit earth resources such as fossil fuels, facies (or sedimentary basin) analysis is important in research. It may lead to predictions about where coal, petroleum, natural gas, or other sedimentary materials may be found. Apart from examination of rock specimens, this kind of analysis may also rely heavily upon the geophysical properties of the rocks, such as their densities and electrical magnetic and radioactive properties. Using information about these obtained in boreholes, rapid facies recognition and correlation may be made and the economically important resources may be located.

Faciës

Faciës  //  is de som van de lithologische en paleontologische kenmerken van een sedimentaire afzetting op een bepaalde plaats.

(Geol., miner.) De gezamenlijke lithologische, palaeontologische, chemische en mineralogische eigenschappen van de gesteenten of de afzettingen die zich op een bep. plaats bevinden en die karakteristiek zijn voor de wordingsgeschiedenis van die plaats; verschijningsvorm.

Het begrip facies …. Eensdeels wordt bedoeld: de omstandigheden waaronder een sediment werd gevormd …. Aan de andere kant kan de nadruk gelegd worden op de samenstelling van het sediment,   V.D. VLERK en KUENEN, Geheimschr. d. Aarde 33 [1940].

Van de kust zeewaarts gaande kruist men achtereenvolgens de littorale facies (= strand), de neritische facies (van het strand tot ± 200 m) enz.,   V.D. VLERK en KUENEN, Geheimschr. d. Aarde 34 [1940].

http://nl.wikipedia.org/wiki/Facies_(geologie)

Facies     = lithologische groepering, die duidt op een constant milieu =

het geheel van mineralesamenstelling, korrelgrootte, fossielinhoud en aard van de gelaagdheid, waaruit conclusies kunnen worden getrokken over de omgeving = het milieu, waarin het gesteente is gevormd.

Voorbeeld: diep water of een kenmerkende fauna.

Op enige afstand van elkaar kunnen zich tegelijkertijd in verschillende milieus verschillende processen afspelen. Ook kan er verschil zijn in flora en fauna. Deze verschillende lokale kenmerken van flora en fauna in sedimenten duidt men aan met facies.

Samenhangend met de milieus spreekt men b.v. van strandfacies, koraalfacies, rivierfacies e.d. Deze facies kunnen in de geologische geschiedenis herhaaldelijk optreden.

Wil men de nadruk leggen op de aard van het gesteente dan spreekt men van lithofacies, b.v. een zandige facies, een kalkfacies, enz.

Flora en fauna geven hun naam aan biofaciës,b.v. koraalfacies.

Het kennen van de facies is belangrijk bij relatieve ouderdomsbepaling. Maar zorgvuldigheid is hierbij geboden, want twee dicht bij elkaar gelegen facies van gelijke ouderdom kunnen totaal verschillende fossielen e.d. opleveren Bijvoorbeeld een kust en een nabijgelegen zee of rivier leveren tegelijkertijd verschillende fossielen op.

Strandfaciës met zwak hellende lagen © TNO-NITG

Facies-fossiel. 

Faciësfossiel   =   Een fossiel, dat kenmerkend is voor een bepaalde facies,

Een faciësfossiel = een fossiel van een organisme, dat beperkt is tot bepaalde omstandigheden in een speciale omgeving.

— Voor brakwater of zoetwater, voor diepe zee en woestijnachtig land, voor allen kent men typeerende fossielen en deze worden daarom faciesfossielen genoemd,   V.D. VLERK en KUENEN, Geheimschr. d. Aarde 46 [1940].
Het rijke leven in de vroegere zeeën geeft door zijn typische facies-fossielen al dadelijk een zeer bruikbaar middel aan de hand, om de levensvoorwaarden en dus ook het milieu te bepalen,   ESCHER, Alg. Geol. 95 [1948].
Echter
— Fossielen, die typisch zijn voor een bepaalde faciës, zijn nogal  slecht te gebruiken voor ouderdomsbepalingen, want zij ontbreken in een andere faciës,   ESCHER, Alg. Geol. 72 [1948].
—> Het is dus  op grond der fossiele  flora alleen niet geoorloofd de Bontzandsteen als afzonderlijke formatie in de geschiedenis der aarde te beschouwen, maar alleen als een zeer gespecialiseerde facies, waarnaast op andere plaatsen andere facies bestaan hebben,   Hout in alle T. 1, 104 [1949].
°

FACETED SPUR

//   A spur or ridge that has been beveled or truncated by faulting, erosion, or glaciation

faceted spur

—> A planar surface that truncates a spur (narrow ridge) as a result of faulting and subsequent erosion. Also know as a triangular facet or triangular spur. These features are commonly regarded as neotectonic features, although the rates and actual processes of their formation are poorly understood  

http://earthquake.usgs.gov/hazards/qfaults/glossary.php

Faceted Spurs

image       image

Manti-La Sal National Forest, UtahFaceted spurs are flat, triangular slopes usually at the edge of a mountain front with an active normal fault at the base. They are created as normal faulting occurs creating a topographic expression called a fault scarp that is gradually eroded by the formation of drainages. As drainages form, they carve relatively straight down the fault scarp, creating series of triangular faces.

Central Utah: Topographic Amplification of Earthquake Ground Motions       Images         Google Earth KMZ

DEM’s, hillshades and slope grids     Point cloud

Source ;  http://www.opentopography.org/index.php/resources/lidarlandforms

.

WEST FACE OF THE SANGRE DE CRISTO MOUNTAINS AT NORTHERN END OF THE SAN LUIS VALLY.  MOVEMENT ALONG THE CRESTONE FAULT IS GEOLOGICALLY YOUNGER THAN THE PIRATE FAULT IN ARIZONA.

http://csmsgeologypost.blogspot.be/2011/02/faceted-spurs-signs-of-movement.html

Oblique aerial view northward across Coyote Creek fault in San Jacinto fault zone, September 1990. Straight mountain front with faceted spurs demarcates fault trace.

Familie

FAN    /A fan-shaped deposit of sediment. See also alluvial fan, deepsea fan.

One of several types of fan-shaped deposits of sediment caused by the flow of streams or glacial melt:

alluvial fan

FAULT  //A surface along which a rock body has broken and been displaced.    //Fault: A fracture in rock along which there has been movement. There are numerous types, including normal faults, reverse faults and pivot faults.

Fold, folding: A deformation of rock strata, usually caused by tectonic forces.    PLOOING

Fracture

: How a homogenous rock will break, e.g. flint has a conchoidal fracture.

°

FAULT  : A fracture in rock along which there has been movement. There are numerous types, including normal faults, reverse faults and pivot faults.

FAULT  BLOCK  //A rock mass bounded by faults on at least two sides.

FAULT SCARP // A cliff produced by faulting.

Fauna

FAUNAL SUCCESSION , PRINCIPLE OF  /The principle that fossils in a stratigraphic sequence succeed one another in a definite, recognizable order.

Favosites 2

°

FELDSPAR

mineral group consisting of silicates of aluminum and one or more of the metals potassium, sodium, or calcium. Examples: K-feldspar, Ca-plagioclase, Na-plagioclase.

http://en.wikipedia.org/wiki/Feldspar

http://nl.wikipedia.org/wiki/Veldspaat

http://www.kijkeensomlaag.nl/cms/index.php?option=com_content&view=article&id=646&Itemid=448

Veldspaten zijn veruit de belangrijkste mineralen in aardkorstgesteenten.  Veldspaten vormen mengkristallen, er zijn een aantal soorten met   allerlei tussenvormen.                                                                                                                                    Zwerfsteenliefhebbers hebben er weinig aan  want het is niet mogelijk om met een loep of een binoculair de afzonderlijke leden of tussenvormen te herkennen.

(klik op de foto’s voor vergrotingen )

Bohuslangraniet_porfirisch_detail_-_Werpeloh_Dldjpg

Porfirische Bohuslangraniet – Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.).Kaliveldspaat is in de meeste gevallen het hoofdbestanddeel in granieten. Het hoge percentage bepaalt de kleur van  graniet. In bovenstaande graniet is een deel van de kaliveldspaatkristallen idiomorf, d.w.z. de kristallen bezitten een eigen vorm, te herkennen aan de rechthoeken. De splijtvlakken van kaliveldspaat spiegelen

Uthammergraniet_alkaliveldspaatgraniet__-_Damsdorf_Dldjpg

Uthammergraniet – Zwerfsteen van Damsdorf (Dld.). De hoofdmassa bestaat uit dieprode kaliveldspaat. De grote kristallen zijn voor een deel idiomorf, zij het met afgeronde hoeken. Het opvallend witte mineraal is kwarts. Plagioklaas, de andere veldspaatsoort in graniet is hier vrijwel afwezig. Dergelijke granieten zonder of met slechts heel weinig plagioklaas noemt men alkaliveldspaatgranieten.

Namen als orthoklaas, microklien, albiet enz. die in zwerfsteenboeken bij gesteentebeschrijvingen regelmatig worden genoemd, zijn vanacademische waarde en in feite overbodig. Bij zwerfstenen hebben we maar met twee veldspaatnamen te maken: kaliveldspaat en plagioklaas. Is het verschil tussen beide niet duidelijk, dan spreken we alleen van veldspaat.

Siljangraniet_-_Lieveren_DrJPG Alandrapakivi_-_Gieten__Drjpg
Siljangraniet – Zwerfsteen van Lieveren (Dr.). De meeste granieten bestaan uit een ongericht mengsel van twee soorten veldspaat: kleurige kaliveldspaat en (geel)witte of meer groenige plagioklaas. Indien beide veldspaatsoorten voorkomen, is plagioklaas vrijwel altijd lichter van tint dan de kaliveldspaat.
Ålandrapakivi – Zwerfsteen van Gieten (Dr.).De ronde vlekken zijn zgn. ovoïden, eivormige tot ronde kristallen van roodachtige kaliveldspaat die omgeven zijn door een dunne rand van witverweerde plagioklaas. Plagioklaas vormt elders in het gesteente ook kleinere zelfstandige witte kristallen.

Kaliveldspaat en plagioklaas zijn verzamelnamen, ongeacht in welk

gesteente ze voorkomen. Het leren herkennen van beide is zeer

belangrijk. Zonder die kennis is het determineren en benoemen van

kristallijne zwerfstenen vrijwel onmogelijk.

Kkarapakivigraniet_met_kaliveldspaatmegakristen_-_Klazinaveen_Dr._ Megakrist_kaliveldspaat_in_Finse_porfiergraniet_2_-_Groningen
Porfirische biotietrapakivigraniet – Klazinaveen (Dr.). De oranje vlekken in de steen zijn van kaliveldspaat. Ze zijn meest rechthoekig of afgerond rechthoekig van vorm en tevens bijzonder groot. Kaliveldspaten in graniet kunnen in sommige gevallen meer dan 10cm groot zijn. Dergelijk grote kristallen noemt men wel megakristen.
Finseporfiergraniet met megakrist van kaliveldspaat – Zwerfsteen van Groningen. De oranje vlek is onregelmatig van vorm. De basisvorm is eivormig, een ovoïde dus. De omtrek van de oorspronkelijke ovoïde is te herkennen aan de concentrische rangschikking van de donkere insluitseltjes. Vervolgens is het veldspaatkristal in het magma door verdere kristallisatie groter geworden, waarbij de eigen kristalvorm zoveel mogelijk nagestreefd is. Dat is hier maar ten dele gelukt, omdat de ovoïde niet uit één, maar uit twee afzonderlijke kristallen bestond.

Verdieping
Microklien
In hobbyliteratuur over gesteenten en zwerfstenen wordt vaak gesproken van orthoklaas,

microklien en sanidien. Geen van deze drie soorten is echter met het blote oog  of met

de loep te onderscheiden. Het noemen van deze veldspaatsoorten suggereert een

volledigheid en zekerheid die niet te controleren valt met de middelen die amateurgeologen

doorgaans gebruiken. Het is daarom beter om van kaliveldspaat te spreken.

 

Toch is het zinvol hier enige bijzonderheden te noemen, met name waar het gaat om

microklien. Microklien is de lage temperatuurvorm van kaliveldspaat. Door zijn bijzondere

eigenschappen is microklien alleen met zekerheid in slijpplaatjes te herkennen. Dat

microklien zo vaak genoemd wordt in beschrijvingen van pegmatieten en schriftgranieten

komt omdat het in die gesteenten de bepalende veldspaatsoort is.

 

 

Perthitische_kaliveldspaa Perthitische_kaliveldspaat_detail_-_Gieten_Drjpg
Perthitische kaliveldspaat in pegmatiet – Zwerfsteen van Gieten (Dr.).In pegmatiet bereiken veldspaten grote tot soms wel reusachtige afmetingen. De grootste kristallen zijn enige tientallen meters groot! De kaliveldspaat daarin is meestal microklien, een lage temperatuursvorm, waarin zich meestal zichtbare lijntjes, stengeltjes of naalden aftekenen van  wit-achtige albiet. Perthietische kaliveldspaat in een pegmatiet – Zwerfsteen van Gieten (Dr.). Ook in deze pegmatiet zien we op het splijtvlak van de kaliveldspaat een fijn patroon van witte adertjes. Ze zijn ook hier van witte albiet, een natriumrijke ‘zure’ plagioklaassoort die meestal fraai wit van kleur is.

 

 

Microklien vertoont in pegmatiet vaak fraaie ontmengingspatronen van witte albiet. Men

noemt dit perthiet. Perthiet herkennen we makkelijk aan de dunne, witachtige, ietwat

slingerende lijntjes, die evenwijdig in de veldspaat gerangschikt zijn.

 

 

Kaliveldspaat__-_Emmerschans_DrJPG Perthitische_kaliveldspaat_-_Ellertshaar_Dr Kaliveldspaat_oranje_-_Groningen
Drie voorbeelden van perthitische kaliveldspaat uit zwerfsteenpegmatieten. Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.).
Perthitische kaliveldspaat – Zwerfsteen van Groningen Perthitische kaliveldspaat – Zwerfsteen van Groningen.

 

 

Op het breukvlak zijn veldspaten makkelijk te herkennen aan hun meer of minder

rechthoekige vormen en hun spiegelende, vaak stoeptrede-achtige splijtvlakjes. Op het

breukvlak vallen de glanzende splijtvlakken direct in het oog. Bij het draaien in de hand

zien we in de steen steeds weer andere vlakjes spiegelen. In tegenstelling tot kwarts

splijten veldspaten in twee loodrecht op elkaar staande richtingen. Deze splijting veroorzaakt

de rechte vlakken en de stoeptreetjes op het breukvlak. De naam orthoklaas

(= ‘breekt rechthoekig’) duidt op deze splijting.

 

 

Kaliveldspaat_breukvlak__-_Haren_Grjpg Viborgitische_pyterliet_detail_-_Neuenkirchen_Dldjpg
Kaliveldspaatkristal in pegmatiet – Zwerfsteen van Haren (Gr.). Kristallen van kaliveldspaat splijten op een regelmatige wijze langs kristalvlakken. Op het breukvlak spiegelen die sterk. Het breukvlakken van kaliveldspaat in zwerfstenen is meestal dusdanig, dat vaak kleine stoeptreedjes ontstaan.
Pyterliet (= rapakivigraniet), detail – Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.).
 Aan de buitenzijde van grootkorrelige granieten valt de natuurlijke splijting van kaliveldspaat vaak goed in het oog. Ook hier zien we een stoeptrede-achtig breukvlak.

 

 

Het is niet moeilijk om kaliveldspaat van plagioklaas te onderscheiden.

Zwerfsteen- verzamelaars zijn hierbij in het voordeel. Plagioklaas

verweert namelijk veel sneller en ook anders dan kaliveldspaat. Aan

de buitenkant van de zwerfstenen kleurt plagioklaas krijtwit.

Kaliveldspaat doet dat niet. Hooguit verbleekt de kleur enigszins.
Uiteindelijk lost plagioklaas volkomen op. Het laat putten na in het

oppervlak.

Op een vers breukvlak of bij onverweerde zwerfstenen is het verschil

tussen beide veldspaten moeilijker vast te stellen. Er bestaat echter

een ezelsbrugje om plagioklaas toch van kaliveldspaat te kunnen

onderscheiden. Zijn beide veldspaten aanwezig dan is plagioklaas vrijwel

altijd lichter van tint. Het kleurverschil tussen beide veldspaattypen is

in granieten en gneizen duidelijk zichtbaar. Is er sprake van een rode

gneis of van een oranje-rode graniet, dan heeft dit vooral betrekking op

de kaliveldspaat. De overige mineralen veranderen het kleurbeeld niet

wezenlijk.

Intermezzo


Uitzondering op de regel
In sommige rapakivigranieten is het kleurverschil net andersom. Daar is de plagioklaas dikwijls

iets donkerder roodachtig getint dan de kaliveldspaat. Rapakivi’s bezitten een overmaat aan

ijzer (hematiet). Vandaar de vaak rode kleuren van deze gesteenten. Ook de plagioklaas ontkomt

niet aan de roodkleuring door hematiet. In sommige rapakivi’s is de plagioklaas violetrood,

bruinrood en soms scharlakenrood met splijtvlakken die soms een zijdeglans vertonen.

Plagioklaas_in_porfirische_rapakivigraniet_-_Groningen Plagioklaas_rood_in_Finsegranietporfier_-_Haren_Grjpg
Roodachtige plagioklazen in rapakivigraniet – Zwerfsteen van Groningen. De plagioklaaskristallen zijn op doorsnede zonair. Dat duidt op een groei met onderbrekingen, gekoppeld aan samenstellingsveranderingen.  De rode kleur van de plagioklazen in veel rapakivigranieten is te danken aan de overmaat aan ijzer (= hematiet) in deze gesteenten. Het kleurt de granieten vaak rood.
Rode plagioklaas in Finseporfiergraniet – Zwerfsteen van Haren (Gr.). In sommige gevallen is de plagioklaas zelfs scharlakenrood. In geen enkel ander gesteente komen dergelijk intensief rood gekleurde plagioklaaskristallen voor als juist in rapakivi’s.

 

Heel anders is de situatie in donkere, ijzerrijke (mafische) gesteenten

zoals dioriet, gabbro, basalt en hun porfirische varianten. In deze

gesteenten komt alleen plagioklaas als veldspaat voor. Verweerde

zwerfstenen zijn daarom aan de buitenzijde zwart-wit van kleur (dioriet)

of groen-zwart met grijswitte vlekjes of spikkels van plagioklaas (gabbro).

Dioriet_-_Werpeloh_Dldjpg Porfirische_diabaas_overzicht_met_plagioklaas_-_Grollo_DrJPG
Dioriet – Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.).
 Zwerfstenen van dioriet zijn verweerd meestal wit/zwart van kleur. Het witte bestanddeel is plagioklaas, de donkere mineralen zijn in hoofdzaak hoornblende met wat biotiet.
Plagioklaasporfirische diabaas – Zwerfsteen van Grollo (Dr.).
 Plagioklazen vormen net als kaliveldspaten een reeks afzonderlijke leden die in samenstelling iets van elkaar verschillen. In zware ijzerrijke gesteenten als gabbro, diabaas en basalt zijn de plagioklazen kalkrijker dan die in dioriet. Ze ‘ogen’ grijzer, vaak grauwer ook. Dikwijls tonen ze op het verweringsvlak een grijs-wolkige structuur.

Plagioklaas vormt net als kaliveldspaat mengkristallen met aan de

uiteinden van de reeks een natriumrijke (= meer wit van kleur) en een

kalkrijke (= meer grauwgrijs van kleur) vorm. Het plagioklaastype in

diorieten kleurt daarom veel witter dan de kalkrijkere plagioklazen in

gabbro’s. Bij deze kleurt de plagioklaas (wolkig) grauw, grijs tot

grijs(violet)blauw.

Coronitische_oeralietgabbro_-_Emmerschans_Drjpg Coronitische_anorthosietgabbro_2_-_Heiligenhafen_Dldjpg
Oeralitische gabbro met een coronitische structuur – Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.). De donker groen-grijze bestanddelen waren oorspronkelijk pyroxenen (augieten). In de loop van de tijd zijn ze omgezet in oeralitische hoornblende (amfibool). Het mineraal vormt  relatief dikke zomen om de donkere aggregaten. De tussenmassa is grauw-grijs gekleurde, basische plagioklaas
Coronitische anorthosietgabbro – Zwerfsteen van Heiligenhafen (Dld.). Ook in deze gabbro zijn de oorspronkelijke pyroxenen omgezet in amfibool. De donkere randjes zijn duidelijk zichtbaar. De plagioklaas is hier blauw-grijs van kleur met een paarse kleurzweem. Dergelijk gekleurde gabbro’s zijn vaak anorthosietgabbro’s.

Plagioklaas is minder stabiel dan kaliveldspaat. In de loop van de tijd

vindt in het gesteente omzetting plaats waarbij o.m. epidoot ontstaat.

Dit mineraal veroorzaakt een groenkleurig van de plagioklaas. In veel

Scandinavische zwerfstenen hebben we daar mee te maken. In oude

basische gesteenten is door omzetting vaak chloriet gevormd. Dit

zwartgroene mineraal kleurt de plagioklazen ook groenachtig, maar

anders dan door epidoot.

Finsegranietporfier_3_-_Emmerschans Plagioklaas_in_Siljangraniet_-_Lieveren_Dr
Groen-achtig gekleurd, troebel plagioklaaskristal – Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.). Plagioklazen zijn in ‘verse’ toestand meestal glashelder. Naar mate de gesteenten ouder zijn, treden in plagioklaas omzettingen op. Ze veroorzaken een vertroebeling. De groene kleur wordt veroorzaakt door fijn verdeelde epidoot.
Plagioklaaseersteling in Siljangraniet – zwerfsteen van Lieveren (Dr.).
 De oorspronkelijke glasheldere plagioklaas is door veroudering troebel geworden. Onder de eersteling is donkerpaarse fluoriet zichtbaar.

Kaliveldspaat en plagioklaas zijn met de loep ook nog op een andere

manier van elkaar te onderscheiden. Op het verse breukvlak zien we

op splijtvlakken van plagioklaas vaak een karakteristieke, zeer fijne

streping. Het wordt veroorzaakt doordat de kristallen om en om met

elkaar zijn vergroeid. Ze vormen zgn. tweelingen. Deze vergroeiingen

volgen bepaalde kristalwetten. Bij kaliveldspaat zien die vergroeiingen

er anders uit dan die van plagioklaas.

Verdieping
Tweelingveldspaten
Veldspaten vertonen heel vaak vergroeiingen van twee of meer kristallen. De wijze van vergroeiing

is specifiek, zowel voor kaliveldspaat als voor plagioklaas. Kaliveldspaat vormt vergroeiingen

die uit twee kristallen bestaan. Op het breukvlak zien we twee helften die beurtelings het licht

weerkaatsen. Draait men de steen dan valt op dat er altijd maar één helft van het kristal spiegelt.

Draait men de steen verder dan spiegelt de andere helft. Deze vergroeiingsvorm noemt men

‘Karlsbader tweeling’. In zwerfstenen zijn deze vergroeiingen makkelijk te ontdekken.

 

 

Karlsbader_tweeling_van_kaliveldspaat_-_Groningen Finsegranietporfier_Karlsbader_tweeling_-_Emmerschans_Drjpg
Karlsbader tweeling van kaliveldspaat in een porfirische biotietrapakivi – Zwerfsteen van Groningen. Bij het draaien van de steen zal het spiegelende gedeelte uitdoven en zal vervolgens de andere helft gaan spiegelen.
Karlsbader tweeling van kaliveldspaat in Finsegranietporfier – Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)..

 

 

Ook plagioklaas vormt tweelingkristallen, al zien die er doorgaans anders uit dan bij kaliveldspaat.

Bij plagioklaas zijn meerdere kristallen om en om met elkaar vergroeid. Deze zogenoemde

polysynthetische tweelingkristallen vertonen op de splijtvlakken een karakteristieke dunne,

kaarsrechte streping van heel dunne lijntjes. Tweelingvorming bij plagioklaas kan vergeleken

worden met gestapelde spaanplaten die ieder t.o.v. de ander zijn verschoven. Op dwarsdoorsnede

kunnen we de scheiding tussen de platen als streping vertalen. 

 

 

Labradoriet_in_anorthosietgabbro_-_Ylmaa_Viborg_Finland Plagioklaas_met_tweelingstreping_-_Zwitserland
Plagioklaas met tweelingstreping in anorthosietgabbro (‘spectroliet’) van Ylämaa in Zuid-Finland. de regenboogkleuren worden veroorzaakt door lichtreflecties in het kristal.
Tweelingstreping op een splijtvlak van plagioklaas – Zwitserland. De afzonderlijke plagioklaaskristallen liggen om en om als bladzijden van een boek tegen elkaar aan, waardoor ze om beurten spiegelen. De zeer geringe dikte van de kristallen veroorzaakt daardoor een kaarsrecht verlopende streping, die heel anders is dan het lijntjespatroon van witte albiet in kaliveldspaat.
Plagioklaas_met_tweelingstreping_-_Sogndal_Noorwegen Plagioklaas_met_tweelingstreping_in_leucogabbro_-_Tensfeld_Dldjpg
Tweelingstreping in enigszins verweerde plagioklaas – Sogndal, Zuid-Noorwegen.
Tweelingstreping in een plagioklaaskristal in gabbro – Zwerfsteen van Tensfeld (Dld.).
 In veldspaatrijke gabbro’s, plagioklaasporfirische diabazen en dito basalten is op sommige splijtvlakken van de plagioklaaskristallen een duidelijke tweelingstreping waar te nemen.

 

 

 

Terwijl Karlsbader tweelingen makkelijk te ontdekken zijn, moeten we die van plagioklaas met

de loep zoeken door de steen met een verse breukvlak langzaam in de hand te draaien. De fijne

streping is pas goed  te zien op spiegelende splijtvlakken. Men leert beide tweelingvormen het

beste kennen door ze te zoeken in grootkorrelige of porfirische zwerfstenen. Tweelingen van

kaliveldspaat vind je vooral in granieten en gneizen, die van plagioklaas kom je het duidelijkst

tegen in donkerkleurige basische gesteenten als gabbro en diabaasporfiriet (plagioklaasporfier).

 

 

 

Veldspaatvaria

 

Op onderstaande foto’s vindt U een aantal aanvullende voorbeelden

van verschijningsvormen van kaliveldspaat en plagioklaas in

zwerfstenen.

 

 

Kaliveldspaat_uit_Kristalzuilensyenietporfier_-_Wippingen Porfirische_rapakivigraniet__met_kaliveldspateersteling_perthitisch-_Ellertshaar
Kaliveldspaatkristallen met kristallografisch begrensde vlakken uit kristalzuilen-syenietporfier – Zwerfsteen van Wippingen (Dld.). Van dit type gidsgesteente uit Zuid-Zweden is bekend dat de veldspaateerstelingen vrij los in het gesteente zitten. De binding met de fijnkorrelige grondmassa is niet sterk. Bij verwering zijn de kristallen soms uit het gesteente te peuteren.
Kaliveldspaatmegakrist in Finseporfiergraniet – Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.). Het sterk porfirische rapakivigesteente bevat talrijke oranje eerstelingen van perthitische kaliveldspaat. De kristallen zijn idiomorf. Daarnaast zijn olijfgroen gekleurde plagioklazen aanwezig. Het is een gidsgesteente uit het rapakivigebied van Laitila (Nystadtmassief) op het vasteland van Finland.
Kindagraniet_met_kaliveldspaateersteling_-_Borger_Drjpg Paskallavikporfier_detail_zonaire_kaliveldspaat_-_Een_West_Norg
Gezoneerd kaliveldspaatkristal in Kindagraniet – Zwerfsteen van Borger (Dr.). Deze porfirische granieten uit Östergötland in het noordoosten van de provincie Smaland, bevatten grijs-bruine tot bruin-violette kaliveldspaateerstelingen die dikwijls een  ringenstructuur tonen. Dit duidt op onderbrekingen in de groei tijdens de kristallisatie in het magma.
Gezoneerde kaliveldspaateersteling in Paskallavikporfier – Zwerfsteen van Een-West (Norg), Dr.
 Gedurende het kristallisatieproces verandert de samenstelling van de kaliveldspaat. Vaak gaat dit gepaard  met onderbrekingen in de groei. Op gepolijste oppervlakken is dit duidelijk te zien aan de schalige, concentrische structuur, alsof het kristal uit een aantal ringen bestaat. Het is veroorzaakt door geringe chemische veranderingen in het magma ten tijde van de kristallisatie, die zich ook optisch laten herkennen.
Gezoneerde_kaliveldspaateersteling__in_Finsegranietporfier_-_Groningen Plagioklaas_in_rapakivigraniet_-_Gieten_Drjpg
Zonaire bouw van een kaliveldspaateersteling in een Finsegranietporfier – Zwerfsteen van Groningen
 De schalige bouw van het veldspaatkristal laat duidelijk zien dat de ringen de omtrekken van het veldspaatkristal vormen. De eersteling op de foto is dus idiomorf.
Zonaire plagioklaaseersteling in Finsegranietporfier – Zwerfsteen van Gieten (Dr.).
 Ook in plagioklaaskristallen, zeker als ze aan de buitenzijde van de steen enigszins verweerd zijn, tonen soms een zonaire bouw. Hier worden de groeistadia gemarkeerd door dunne zwarte lijntjes. Deze bestaan uit zeer kleine insluitsels van donkere mineralen als hoornblende en magnetiet.
Grijze_Revsundgraniet_met_kaliveldspaatovode_-_Borger Kaliveldspaateersteling_met_plagioklaaskern_in_Jungfrungraniet_-_Nijbeets_Fr
Megakrist van kaliveldspaat in Grijze Revsundgraniet – Zwerfsteen van Borger (Dr.). Grote eerstelingen van kaliveldspaat zijn zelden zuiver. Vaak bevatten ze allerlei insluitsels van andere mineralen. Hier bevat de kaliveldspaat witachtige vlekjes van ingesloten plagioklaas.
Kaliveldspaateersteling met plagioklaaskern in Jungfrungraniet – Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.). Een aantal Smalandgranieten rekent men tegenwoordig tot  de bekende rapakivifamilie. Virbograniet, Götemargraniet en ook Jungfrungraniet zijn hiervan mooie voorbeelden. Meestal is in rapakivigranieten sprake van kaliveldspaten die omgeven zijn door een mantel van (witverweerde) plagioklaas. Het kan echter ook andersom: plagioklaas, omgeven door kaliveldspaat, waarbij de laatste is uitgegroeid tot een idiomorf rechthoekig kristal.
Viborgiet_Baltic_brown-_Ylmaa_Viborg_Finland Ovoden_in_Viborgiet_-_Lahti_Finland
Viborgiet met een geringde ovoïde – Ylämaa, Viborg, Zuid-Finland. Gepolijst oppervlak.
 Viborgieten zijn grootkorrelige rapakivigranieten met grote rondachtige kaliveldspaten waarvan een flink aantal ommanteld is door plagioklaas. Op de foto is de blauwgrijze plagioklaasmantel relatief dik.
Viborgiet – Zwerfsteen van Lahti, Zuid-Finland. Plagioklaas verweert wit. Dat is bij rapakivi’s vaak goed te zien. Hier zijn de ronde roodachtige kaliveldspaten (ovoïden) omgeven door een smalle mantel van witte plagioklaas.
Pyterliet_ovode_-_Stocksee_Dldjpg Viborgiet_met_ovode_en_concentrische_insluitsels_-_Ylmaa_Viborg_Finland
Kaliveldspaatovoïde in pyterliet – Zwerfsteen van Stocksee (Dld.). De grote ronde veldspaten in rapakivi’s wekken de indruk uit een kristal te bestaan. Dat is ook vaak het geval, maar ovoiden die uit twee of meer afzonderlijke kristallen bestaan komen ook veel voor. Vooral op verse splijtvlakken zijn door verschil in spiegeling de afzonderlijke individuen goed te herkennen. Bovenstaande ovoïde is een aggregaat van vier afzonderlijke kaliveldspaatkristallen.
Kaliveldspaatovoïde in Viborgiet met insluitselringen –  Ylämaa, Viborg, Zuid-Finland. De afgebeelde kaliveldspaatovoïde toont een prachtige zonaire bouw waarvan de opeenvolgende stadia gemarkeerd zijn door ringvormig gerangschikte kleine insluitsels van kwarts, hoornblende en biotiet. De ontwikkeling van kaliveldspaatovoïden in rapakivi’s is nog steeds niet helemaal opgehelderd. Wel maken de eerstelingen duidelijk dat de groei niet ononderbroken is geweest. Groeifasen werden gevolgd door stilstand en wellicht zelfs met resorptie gevolgde door verdere groei. Een en ander kan te maken hebben gehad met bewegingen van de groeiende kristallen in het magma, maar kunnen ook wijzen op samenstellingsveranderingen in het magma gedurende de kristallisatie.
Kaliveldspaatovode_in_plagioklaas_-_Zuidlaren_Drjpg Anorthoklaas_eersteling_in_rhombenporfier_-__Werpeloh_Dldjpg
Kaliveldspaatovoïde in een idiomorf rechthoekig plagioklaaskristal in een porfieraplitische rapakivigraniet – Zwerfsteen van Zuidlaren. Nadat de gevormde kaliveldspaatovoide tijdens het kristallisatieproces omgeven werd door een mantel van plagioklaas, is deze laatste uitgegroeid tot een zelfstandig rechthoekig idiomorf kristal. Deze en andere heel bijzondere kristalvormingen van veldspaten in rapakivi’s zijn tot op heden niet goed verklaarbaar.
Rhombisch veldspaatkristal in rhombenporfier – zwerfsteen van Werpeloh (Dld.). De ruitvormige veldspaten in rhombenporfieren hebben een bijzondere samenstelling. De ontstaanstemperatuur was bij de kristallisatie nog zo hoog (ca. 1200 graden C.) dat plagioklaas en kaliveldsdpaat zich volkomen met elkaar konden mengen tot kristallen. Dit noemt men ternaire veldspaat ofwel anorthoklaas. Naderhand hebben beide bestanddelen zich in vaste toestand in het kristal ontmengd. Dit is zichtbaar aan de vlekkerige structuur. Oranje is kaliveldspaat, de bleker getinte delen zijn plagioklaas. Door omzetting van de laatste heeft zich bovendien groene epidoot gevormd.

K-feldspar and plagioclase feldspar

Feldspars have two cleavage planes that intersect at 90°. Fragments of pure feldspar crystals thus tend to form rectangular blocks with irregular ends. Feldspars have vitreous lusters and occur in opaque shades of white to gray to pink to very dark gray. Other rarer colors are also possible!The feldspars are divided into two main groups: Potassium feldspar (“K-spar”) and plagioclase (“plag”). Both display two cleavages and an overlapping range of colors, but only plagioclase displays tiny grooves on one cleavage known as striations. The photos below show several examples of feldspar. 
This white feldspar shows two cleavages (top/bottom and sides) plus the fracture surface (front).Both plagioclase and K-spar are commonly white; the lack of striations suggests that this is K-spar.
The salmon-pink color is typical of K-spar. Note the two cleavage surfaces and one fracture surface.There are no striations.
Here are some of the more common colors of feldspar.Broken feldspars do not always make perfect cleavage blocks for many reasons. Just look to see two planes intersecting at 90°!. The dark and pink samples display the tiny veinlets commonly seen in K-spar.
This photo shows the very thin surface striations that are seen on some cleavages of plagioclase, but never in K-spar. Unlike the tiny veinlets of the K-spar sample above, the striations form on the surface of a cleavage plane (the veinlets are internal color variations) and the striations are perfectly parallel.Click here to see the right-angle cleavages of this sample.
These are two well-formed feldspar crystals taken from a weathered granite in the Mojave Desert of California.The blocky shape of well-formed crystals plus the two cleavages at right angles to each other mean that feldspar crystals in rocks tend to have straight edges and planar surfaces.

http://en.wikipedia.org/wiki/Feldspar

Felsische mineralen  :  de lichtgekleurde =felsische mineralen, waartoe behoren de kwartsen alkaliveldspaat, plagioklaasen veldspatoïden.

FELSITE //A general term for lightcolored aphanitic (fine-grained) igneous rocks. Example: rhyolite.

Fenokristen

Ferromagnesian minerals

//A variety of silicate minerals containing abundant iron and magnesium. Examples: olivine, pyroxene,amphibole.

Ferricretes

°
Ficus   Mollusk  –>  Eoceen – recent.

°

Fiord

glaciated valley flooded by the sea to form a long, narrow, steep-walled inlet.

Fjorden

Firn

Granular ice formed by recrystallization of snow. It is intermediate between snow and glacial ice. Sometimes referred to as neve.

Firn
-bekken
-lijn
-plateaus

°
Fissidentalium

Fissure //An open fracture in a rock

Fissure eruption //Extrusion of lava along a fissure.

Flint //  A popular name for darkcolored chert (cryptocrystalline quartz).

Flagellaten 2
-silico
Flexibilia
Flexuren
-steileFlint

Flood basalt //An extensive flow of basalt erupted chiefly along fissures. Synonymous with plateau basalt.

Flood plain //The flat, occasionally flooded area bordering a stream.

FloraFluorescentie
Fluoriet

Fluvial//Pertaining to a river or rivers.

Fluvial environment //The sedimentary environment of river systems.

Fluviatiel

Fluviatiel heeft betrekking op rivieren.

fluviatiel

Een afzetting door een rivier.

Fluviatiel milieu

Een fluviatiel milieu bestaat uit de omgeving en de daarbij behorende omstandigheden van rivieren.

 

Fluviatiel-denudatieve reliëf

Fluvioglaciale afzettingen

fluvioglaciale afzetting

Een afzetting door het smeltwater van het landijs. In Nederland betreft het afzettingen uit het Saalien.

Fluvio-periglaciale afzettingen

Fluvio-periglaciale afzettingen zijn door smeltwater van gletsjers en landijs gevormde afzettingen.

Onder invloed van permafrost en zomerse opdooi sterk verstoorde periglaciale afzettingen © TNO-NITG

Flysch 2
Flyschafzettingen

Fodinichnia 2

Focus //The area within the earth where an earthquake originates.

FOLD //A bend, or flexure, in a rock

Folded mountain belt //A long, linear zone of the earth’s crust where rocks have been intensely deformed by horizontal stresses and generally intruded by igneous rocks. The great folded mountains of the world (such as the Appalachians, the Himalayas, the Rockies, and the Alps) are believed to have been formed at convergent plate margins.

Foliation //A planar feature in metamorphic rocks, produced by the secondary growth of minerals. Three major types are recognized: slaty cleavageschistosity, and gneissic layering.

Footwall//The block beneath a dipping fault surface.

Foreshore  //The seaward part of the shore or beach lying between high tide and low tide

Foramen
Foraminiferen
Formatie

Formatie

Een Formatie is de belangrijkste lithostratigrafische eenheid. Het streven is het gehele voor de stratigrafie toegankelijke gesteentepakket in Formaties te verdelen. Formaties worden doorgaans vernoemd naar de plaats of gebied waar de formatie voor het eerst beschreven is. De term ‘afzettingen‘ wordt gebruikt voor een onderdeel van een Formatie.

Formatiewater

Formatiewater is grondwater dat aanwezig is in diepgelegen gesteentepakketten dat geen deel meer uitmaakt van de hydrologische kringloop.

Zie ook:  Bodemwater Bronwater Grondwater Mineraalwater Oppervlaktewater Smeltwater Zoet water Zout water

Formation  //A distinctive body of rock that serves as a convenient unit for study and mapping.

Fosfaatafzettingen
Fosfaten
Fosforiet(en) 2
-knollen
Fossiele(n)
-brandstoffen
-evaporieten
-sporen
-strandwalformatiesFossielEen restant of afdruk van een organisme uit vroegere geologische tijdvakken.

Fossiel

Een fossiel is een als verstening of versteende afdruk gevonden overblijfsel van planten of dieren.

Afdruk van een Carboonplant © Naturalis

Zie ook:  Ammoniet

Fossil//Naturally preserved reo mains or evidence of past life, such as bones, shells, casts, impressions, and trails.

fossiele energie //Energie uit organisch materiaal dat in eerdere geologische tijdvakken door fotosynthese is vastgelegd en dat sinds die tijd bewaard is gebleven. Bijv. aardolie, steenkool en aardgas.

Fossil fuel//A fuel containing solar energy that was absorbed by plants and animals in the geologic past and thus is preserved in organic compounds in their remains. Fossil fuels include petroleum, natural gas, and coal.

°

Fossilisatie

waterbloei en fossilisatie file359991[1] pdf

°

Fracture zone//

1 (field geology) A zone where the bedrock is cracked and fractured.

2 (oceanography) A zone of long, linear fractures on the ocean floor, expressed topographically by ridges and troughs. Fracture zones are the topographic expression of transform faults.

Fragmocoon
Franjeriffen

°
Freatische vlak

Freatisch vlak

Het freatisch vlak is de bovenbegrenzing van het grondwater in de verzadigde zone.

Freatisch Water

Freatisch water is het water onder de grondwaterspiegel in een relatief goed doorlatende laag en boven een eerste slecht doorlatende of ondoorlatende laag.

°

Fringing reef //reef that lies alongside the shore of a landmass.

Frost heaving //The lifting of unconsolidated material by the freezing of subsurface water

Frost wedging//The forcing apart of rocks by the expansion of water as it freezes in fractures and pore spaces..

°

Ftaniet

°
Fugichnia 2

°
Fulguriet 2

°
Fumarolen
°
Fungi 2

°
Fusulinina

°
Fyla 2

°
Fylliet

°
Fylogenetische verwantschap

°
Fylum 2

°
Fysische geografie

°

Fytoliete

°

GEOLOGIE TREFWOORD K

 zie onder Geologie

°

NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING


GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL

door F.C. Kraaijenhagen

Een gezamenlijke uitgave van de
NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING
en de
NGV afdeling LIMBURG
September 1992

1992 © Copyright Nederlandse Geologische Vereniging.

Voor Internet herzien en bewerkt in 2006 door George Brouwers Oisterwijk.

AAngevuld en uitgebreid met

http://www.natuurinformatie.nl/ndb.mcp/natuurdatabase.nl/i000448.html#A

Geologische begrippen   

Klik op een begrip voor de definitie. Wil je meer weten over een bepaald begrip, bekijk dan het thema‘De ondergrond van Nederland’, of gebruik de zoekmachine.

De geologische tijdvakken zijn niet opgenomen in deze begrippenlijst. Zie voor de beschrijving van deze tijdvakken het thema ‘Ondergrondse tijdmachine’.

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

&

Glossary of Terms for Geology

(From The Earth’s Dynamic Systems, Fourth Edition by W. Kenneth Hamblin. Macmillan Publishing Company, New York, NY. Copyright © 1985) 

[A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ]          http://www.evcforum.net/WebPages/Glossary_Geology.html

°

Kaaklozen


Kaar 2    —>  Cirque

Keteldal kaarcirque of firnbekken (indien nog gevuld met sneeuw/ijs/firn) is een half cirkelvormige vallei gevormd door de erosie die door een gletsjer wordt veroorzaakt.(= Kaar) (Noors: Botn):

P1090317

Cirque de Gavarnie  ….Beroemd keteldal in de Pyreneeën. UNESCO werelderfgoedlijst. Met de hoogste en langste waterval van Europa, bijna 500 mtr. hoog.


Ardennen-Eifel-Vogezen  :  Arete tussen twee karen boven  //het Wormsadal. Vogezen,

—>……………………………………………………………………  —–>

RELIEFVORMEN GEMAAKT DOOR  ALPIENE GLETSJERS  :

1. Truncated spur (= Afgeknot spoor)

… The ridge (= kam) has been cut off sharply by the ice that flowed down  the main valley.

2. Ribbon lake (= Langgerekt meer; Fjordachtig meer):
A long, narrow and deep lake in a part of the valley cut deeper by the  glacier.. A rock bar (= rotsdrempel) or a terminal moraine (= eindmorene) is often responsible for damming up the present day drainage.


3. Arête (= Graat) (Noors: Egg):
A  sharp ridge (= scherpe kam) between cirques (= karen).

4. Pyramidal peak (= Kaarling; Pyramidale piek):
… Steep triangular faces
(=wanden) divided by arêtes (sharp ridges).


5. Cirque (= Kaar) (Noors: Botn): An armchair shaped hollow with steep back and sides)

6. Tarn (= Kaarmeer): (Noors: Tjern, Tjørn) … A small lake in the floor of the cirque.


..

Piek Graat Cirque afbeelding


7. U-shaped valley (= U-vormig dal; Trogdal):… It has steep sides and nearly flat floor.

8. Hanging side valley (= Hangend zijdal):
The floor of the side valley is much higher than the floor of the main valley. (Streams flowing from hanging valleys often form waterfalls when they  plunge into the main (u-shaped) valley.)


9. Misfit stream (= Hongerrivier): The stream is far too small to have cut the valley.

10. Alluvial cone (= Puinkegel):
… The cone shaped pile of rock remains (alluvium) washed down by the  stream and piled up where the steep valley side meets the valley floor
.

<————————-<————————————

Kaarmeer    —> Tarn (= Kaarmeer):

(Noors: Tjern, Tjørn)
… A small lake in the floor of the cirque.

tarn (or corrie loch) is a mountain lake or pool, formed in a cirque excavated by a glacier

Ardennen-Eifel-Vogezen: kaarmeer met puinkegel 

Lac Blanc
Vogezen                                                                                                                                                                                                                                                          Lac Blanc (Witte Meer) kreeg zijn naam door de lichte stenen aan de oever. Het is een kaarmeer.

Kaarmeer 

Red Tarn from near the summit of Helvellyn in the Lake District, England.

°

Kalium

Kalium – Argon -Methode

Kalk

-areniet
-branderijen
-knollen
-koolzure
-korsten
-oölieten
-sinter
-sponzen
-steen
-tuf

KAME 

A body of stratified glacial sediment. A mound or an irregular ridge deposited by a subglacial stream as analluvial fan or a delta .

Kamptozoa 2
Kanaal
Karaat 2
Karboon
-onder
Karneool
Karren

°

___________________________________________________________________________________________________
Karst     de  naam is ontleend aan een streek in Joegoslovië : de Karst, een massief van Istria, dat geldt als het klassieke voorbeeld van het reliëf in een kalkstreek.

http://www.underground-istria.org/en/project/what-is-karst/

°
KARST    Met de term karst worden alle verschijnselen bedoeld die te maken hebben met de oplossing van kalksteen in water.
Karst doet zich voor in streken waar kalksteen aan de oppervlakte ligt en wordt aangetast door de chemische verwering door de zure eigenschappen van regenwater. Karst veroorzaakt steeds enkele typische landschapsvormen en kenmerken zoals:
°
GOUFFRE

Een gouffre is de Franse term voor een (al dan niet gedeeltelijk of geheel ingestorte) natuurlijke ondergrondse kalksteenkoepel. Een gouffre is aan de oppervlakte soms te herkennen aan een diepe put in het landschap. Een andere veel voorkomende naam voor dit verschijnsel is een aven.

Gouffres maken altijd deel uit van een groter grottencomplex; ook kunnen diverse gouffres naast elkaar ontstaan.
Gouffres worden aangetroffen in gebieden waar de ondergrond bestaat uit kalksteen en waar het grondwaterpeil aanzienlijk lager ligt dan het grondoppervlak.
De vorming van een gouffre neemt tenminste enige tientallen miljoenen jaren in beslag. Door infiltratie van zuur regenwater (vanwege het daarin opgeloste koolzuurgas) lost de kalksteen langzaam op, waarbij aanvankelijk, in spleten in het gesteente, ondergrondse rivieren ontstaan (karstverschijnsel).
Door erosie slijten de beddingen van deze rivieren naar beneden toe, terwijl van bovenaf door verdere infiltratie het kalksteen van de plafonds steeds verder oplost. Hierdoor ontstaan de bekende kalksteengrotten met stalagmieten en stalactieten.
afb18.jpg
Bovenstaande foto: de Heilige Cenote van Chichén Itzá met een doorsnede van 135 meter en een diepte van 40 meter.//Zie ook SINKHOLE –> ZINKGAT 
°
Indien de grot groot genoeg wordt zullen, door structurele verzwakking van het gesteente van het plafond, grote brokken kalksteen afbreken en naar beneden vallen, waarbij het dak van nature een koepel- of een conus-vorm krijgt (denk bij de laatste aan een gotische spitsboog). Deze dakvormen bieden een grote stabiliteit. Echter, dit proces zal zich door verdere verzwakking van het gesteente regelmatig herhalen. Als de omstandigheden juist zijn kunnen deze grotten een hoogte en diameter bereiken van enige honderden meters, al zal de uiteindelijke hoogte afhangen van de diepte van het bed dat de rivier ter plaatse heeft uitgesleten; het puin van het plafond zal de grot gedeeltelijk vullen. Het hoogste punt zal uiteindelijk door het grondoppervlak breken (of op een andere plek, dit is afhankelijk van het reliëf aan de oppervlakte).Aanvankelijk zal aan de grond nog weinig te zien zijn; wel kunnen dieren in het gat terecht komen, hetgeen de gouffres de bijnaam “poorten van de hel” bezorgde van schaapherders die regelmatig dieren kwijtraakten. Als tenslotte door verdere verzwakking van het overgebleven gesteente van het dak een reeks laatste instortingen plaats vindt, ontstaat de uiteindelijke vorm van de gouffre: die van een groot, rond en diep gat in het landschap met vaak loodrechte wanden. Men spreekt dan van een doline. Plaatselijk kunnen deze gaten zich vullen met water.
Gouffres worden aangetroffen in kalksteenplateau’s, zoals de Ardèche, de Montagne Noire en de Causses in Zuid-Frankrijk. Ook elders worden ze aangetroffen, zoals in Slovenië, Kroatië, Hongarije en Turkije.
Op het schiereiland Yucatán in Mexico staan ze bekend onder de naam Cenote.

DOLINE

afb19.jpg
Een doline komt voor in gebieden waar kalksteen aan de oppervlakte ligt en ontstaat wanneer deze steenlaag door de werking van zure regen (chemische verwering) wordt aangetast. Er zijn twee manieren waarop een doline kan ontstaan: ofwel door een plaatselijke sterke verwering aan het oppervlak, ofwel door de (gedeeltelijke) instorting van een onderliggende grot. Dolines kunnen tot tientallen meters groot worden. Wanneer meerdere aangrenzende dolines in elkaar overgaan, spreekt men van een karstdal.

°

GROT
1.- Spilje (caves)the water  passage ( =  verdwijngat )  connects them to the surface but they stretch horizontally into the underground (up to 45º).
 —-> SPELONK  onstaat wanneer de rivier  zich vooraleer onderaards te worden  ,  verlegd   en een andere  bedding  gaat vormen en/of   ,de   spilje  wordt opgeheven  door  gevolgen van  aardbevingen   of vulkanischer activiteiten (en andere  gebergtevormende krachten )
meestal is geen rivier meer aanwezig in het  drooggevallen  hol  dat bovendien klein kan uitvallen ( instortingen  en aaneenkittend puin  verkleinen  bijvoorbeeld  de voormalige spilje )   of de gehele spilje met in en uitstroomgat komt droog te liggen 
2.- Kaverna (cavern) – not connected to the surface and may be huge (Tounj Cave, which used to ba a cavern, with the length of 8487m is third in Croatia and it was discovered during the works in quarry).  —>  GESLOTEN   GROT
In Kaverna  onstaat een  natuurlijke toegang   onstaat   (bijvoorbeeld )  door een plaatselijke  dakinstorting ( er onstaat een trou , maar op de bodem kan zich een verder uitgebreid grottencomplex (met onderaardse rivier  ) zich uitstrekken

afb20.jpg
Een grot is een (natuurlijk gevormde) onderaardse ruimte. Grotten worden vaak gevormd door oplossing van kalksteen (calciet) in koolzuurhoudend water. Het is dan een karstverschijnsel.        Vaak komen in grotten ook druipstenen voor.

°
KARSTPIJP

afb21.jpg
Een karstpijp of orgelpijp is een verticale koker gevormd in kalksteen. De pijp ontstaat door karstverwering op zwakke plekken zoals diaklazen, breuken en dolines, en kan tot honderd meter diep worden.
Een actieve karstpijp wordt steeds breder en dieper. Soms kan men niet meer spreken over een koker, maar is deze uitgegroeid tot een onregelmatige, brede en hoge ruimte, die via een gat in de plafond in verbinding staat met de buitenwereld.

°
LAPIAZ

afb22.jpg
Lapiaz ontstaat wanneer de vruchtbare bodem door bijvoorbeeld wind of stromend water, de schurende werking van gletsjers of door de golfslag wordt wegerodeerd. Zodra de beschermende bodem verdwenen is, wordt de kalksteen aangetast door het zure regenwater (chemische verwering) en door vorstverwering, waardoor kleine scheurtjes en openingen in de harde kalksteen op lange termijn uitgroeien tot spleten en kloven.

De oppervlak van de kalksteen lijkt daardoor soms op een kunstmatige bestrating, vandaar de Engelse benaming limestone pavement. Uiteindelijk blijft er een landschap over van rechtopstaande kalksteenplaten (clints), gescheiden door diepe kloven (grikes of grykes).
°
POLJE

afb23.jpg
Een polje is een gebied met een vlakke bodem met steile randen en ontstaat door karst. Het woord polje is afkomstig uit het Sloveens en Kroatisch waar het ‘veld’ betekent. In het Nederlands, maar ook in het Engels en andere talen, wordt het gebruikt als geografische term.
Poljes kunnen honderden vierkante kilometers beslaan. Rivierwater verdwijnt in een vaak breed dal in ponoren (verdwijngaten). Daar kan het dus zijn dat een rivier (gedeeltelijk) onder water verdwijnt. Onder de grond zit vaak een ondoorlatende laag.

Daardoor kunnen meertjes gevormd worden.
Poljes ontstaan doordat het grondwater de aanwezige kalksteen oplost. Andere geologische omstandigheden zoals tektonische depressies zoals slenken zijn als randvoorwaarde noodzakelijk voor het ontstaan.
Door de beweging van tektonische aardplaten kunnen er wel eens scheuren komen in gesteenten. Zo kan er een grote breuk ontstaan in een landschap, wat een soort traptrede vormt.
Het hoge gedeelte heet de horst, het lage gedeelte de slenk.
Deze slenk kan het begin zijn van de vorming van een polje.
°
KARSTBRON

Een karstbron, ook wel resurgentiebron genoemd, is een bron waar water uit de grond aan het oppervlak komt. Dit fenomeen komt vooral voor in kalksteengebieden. Het water verdwijnt eerst in de grond via kleine openingen (karstpijpen) om via een lange weg terug aan het oppervlak te komen (resurgentiebron).

°
KARSTRIVIER

Een karstrivier is een deel van een rivier dat onder de grond ligt.

Photograph
onderaardse rivier in de grot van remouchamp 
°
VERWIJNGAT  (CHANTOIR ) 
Chantoir du Grandchamps=  een van Belgie’s grootste en indrukwekkendste dolines ….deze chantoir, Ligt op de limiet schist/kalksteen  . Je bekijkt hier een   verdwijngat ineens met heel andere ogen.
valei der chantoirs
De Vallei der Chantoirs (Frans: Vallon des Chantoirs) is een karstsysteem in België dat zich uitstrekt over de gemeenten Sprimont en Aywaille in de provincie Luik. Het karstsysteem ontwikkelde zich in kalksteen van het Devoon. Het wordt gekenmerkt door het feit dat alle waterstromen snel in de grond verdwijnen in het onderliggende kalksteen. Deze verdwijnpunten worden in Wallonië chantoirs genoemd. Het onderzoek in het grottensysteem wees uit dat het water van de ondergrondse stromen samenkomen in een gemeenschappelijke ondergrondse stroom, die bovenkomt in de grotten van Remouchamps. De ondergrondse rivier kreeg de naam Rubicon.
“Le site correspond à une perte totale du ruisseau du Fond des Pipires, dans une vaste dépression boisée avec une cascade de 10 m. La grotte est formée de galeries subhorizontales développées d’est en ouest. L’écoulement souterrain suit la stratification, en sens opposé au cours d’eau aérien.
Le réseau présente des méandres et étroitures. On note l’existence de deux grandes salles. Les eaux qui se perdent à Grandchamps rejoignent le collecteur du Vallon des Chantoirs, qui se déverse dans la grotte de Remouchamps (dossier CSIS, CWEPSS). “
De plekken waar de rivier in de grond gaat noemt met een verdwijngat.

afb24.jpg

De Lesse bij Han-sur-Lesse is een voorbeeld van zo’n rivier. Door de eeuwen heen heeft het water van de Lesse tegen de kalksteen gestroomd met de tijd is daar een gat in gekomen. Nog later is het langs de andere kant weer te voorschijn gekomen.(Trou de Han )

Deze resurgentie   noemen we in de (Nederlandse ) geologie  de Karstbron of “vauclusebron”  (of in het frans = een  “trou “)
°
UITSTROOMGAT  of resurgentiegat / TROU 
Trou de Han
Entrée des grottes de Remouchamps
de  grot van Remouchamp (met uitstroomgat  van de “Rubicon ” naar afwatering  in de amblève vallei , links onder )
en gelegen onder de (Kunstmatige )ingang van de  voor het toerisme  erg  aangepaste grot 
. Een ander (meer natuurlijk )  voorbeeld   van resurgentiegat   is de bron van Eprave (Dinant),  en de  Fontaine de vaucluse (Provence).
°
Eprave (Dinant),
Aan de voet van het oude Ardense massief, op enkele kilometer van de beroemde grot van Han, schuilt het rustige dorpje Eprave in de vallei van de Lhomme,. De Lhomme, die net als haar woelige bijrivier, de Wamme, op het hoogplateau ontspringt, stroomt hier door de brede kalkstrook die de overgang vormt tussen de Ardennen en de Famenne.
De ontmoeting tussen water en kalksteen leidde tot zonderlinge verschijnselen die de specialisten als karstverschijnselen bestempelen.  Zoals op andere plaatsen zijn deze bijzondere vormen van verwering in verband te brengen met het langzaam oplossen van het gesteente in water dat koolzuurgas uit de lucht opnam.(—> zure regen, zuur water  )
Vanaf Rochefort dringt de Lhomme in de barsten van de kalk door, zozeer zelfs dat in droge perioden de rivier aan de oppervlakte niet meer dan een beekje vormt.
Modderige oevers van de Lhomme 
_
Verder stroomafwaarts lijkt de vallei geklemd te zitten tussen steile wanden die worden beheerst door de bossen van Noulaiti en Wérimont.
Nog verder, vlak na een brede bocht van de rivier, rijst in het midden van een brede vlakte de ‘Rond Tienne’, een eigenaardige heuvel in de vorm van een suikerbrood, die overhelt boven een oude bedding van de Lomme.
Lange tijd bespoelde de rivier de voet van de heuvel en beschreef er een sierlijke meander. Beetje bij beetje sleet de erosie de lus verder uit tot een volledige cirkel waarna de rivier terug rechtdoor kon stromen en de meander droog kwam te liggen.

Die beboste bult temidden een verlaten vallei is absoluut een bezoekje waard.  De  ontspringende  heldere, zuivere bron is  te vinden die op de noordelijke  : het is ongetwijfeld een stukje van de ondergrondse Lhomme dat hier even opduikt. Vanaf deze uitkijkpost heeft men een goed uitzicht op de rots van Eprave, een ware muur van kalk die vreemd uitsteekt boven het landschap.
Plaatselijk heet hij ‘Tienne del Roche’ en zijn top ligt 45 meter hoger dan de rivier.
Vanaf de linkeroever van de Lhomme kronkelt een pad door de bossen dat leidt naar een hol in de flank van de heuvel. Daar, twintig meter boven de rivier, duikt een brede gang naar de diepten der aarde : de grot van Eprave. Nog een oude doorgang van de Lhomme.
Vanaf dit hol voeren enkele treden naar een natuurlijke schuilplaats onder de rotsen.
Onder deze natuurlijke boog klatert uit de diepte van de rots een woelige stroom water op, die het lage debiet van de rivier opeens doet aanzwellen. Waar dat water vandaan komt ? U raadt het al : uit de ondergrondse vloed van de Lhomme en de Wamme, die mysterieuze wateren die door de rots werden verzwolgen.
Is de streek van Eprave vooral bekend voor haar opvallende natuurverschijnselen, ze bewaart ook nog sporen van een ver verleden. In de prehistorie is het bos van Wérimont bewoond geweest en opgravingen bij de Trou de l’Ambre hebben talrijke graven blootgelegd en ook een kostbaar halssnoer van amberkralen, waarnaar de plek dan werd genoemd.
°

KARSTbarsten   

Škrape (cracks) – the smallest but most numerous karst formations on the surface. Most common forms are grooves and small winding or meandering channels.

http://en.wikipedia.org/wiki/Limestone_pavement

karst cracks /Škrape   Kaninksi Podi ( slovakia ) and Croatia national Park 

KARSTbarsten


-depressies    Zie ook SINKHOLE –> ZINKGAT 
-hydrologie
-kloven
-pijpen
-restbergen

KARSTvallei  

Ponikva (swallow hole, karst valleys) – are oval depressions caused by corrosion of water disappearing underground. Their width and depth most often range from a few to hundred meters. According to their shape it is possible to distinguish among oval, flat-bottomed or funnel-shaped ones. The area abundant in ponikve is called boginjavi krš.

Cerknica field

Picture 2 Cerkniško polje (the Cerknica field) with the lake, Slovenia

– TOPOGRAPHY  : Landscape characterized by sinks, solution valleys, and other features produced by ground-water activity  .

(Karst)-verschijnselen 2 3

__________________________________________________________________________________________________  

KARTERING   = in kaart brengen

°

Kationen      ionen met  een positieve lading.

Een kation = het positieve deel van een molecuul bestaat vaak uit een metaal.
tegnover een  anion = het negatieve  ion  van een molecuul wordt meestal gevormd door groepen atomen, zoals b.v.carbonaat, sulfaatfosfaat,enz.

°
Kauri

°
Kegel
-karst
-schelpjes

°
Keienvloertje

°

Keileem 2 3

Keileem is leem dat grind en keien bevat en die afgezet is onder landijs of gletsjers.

Keileem © TNO-NITG

KEILEEM 

Onder  het grasland  zit  eerst een oranje en bruine laag keileem ….., dan volgt het Miocene zand, in geologische termijn de Laag van Miste, en daaronder ligt de Oligocene klei.

Dit profiel is in de kuilranden goed zichtbaar. Als je het profiel van iets dichterbij bekijkt dan zie je dat er zich onder de oranje laag een grindlaag bevind —>

Dat zijn smeltwaterafzettingen nog voordat de gletsjers het keileem afzetten,” licht Boekschoten toe. “Het keileem is met gletsjers naar ons land getransporteerd.”

P9020032

Bert Boekschoten checkt of we hier inderdaad met keileem te maken hebben. En dat is het geval.

Direct eronder ligt een laagje grind: net iets oudere smeltwaterafzettingen uit de ijstijd. Hieronder ligt de meters dikke Laag van Miste, 15,8 miljoen jaar oud, uit het tijdperk dat internationaal bekend staat als het Langhian (16 tot 13,5 miljoen jaar geleden). In de regionale geologie van het Noordzeebekken is deze tijd beter bekend als het Hemmoorian.

Foto  ; Annemieke van Roekel

http://www.kennislink.nl/publicaties/miocene-schatkamer-onder-groene-zoden

Het Kenozoïcum beslaat de laatste 65 miljoen jaar van de aardgeschiedenis. De aarde koelde af, maar niet voortdurend. Er waren betrekkelijk stabiele perioden, onderbroken door een snellere afkoeling ongeveer 50 en 38 miljoen jaar geleden. Een verdere afkoeling ongeveer 15 miljoen jaar geleden leidde tot de vorming van berggletsjers op het noordelijk halfrond en van de Antarctische ijskap. De tweede periode van het Kenozoïcum is het Kwartair, dat 1,6 miljoen jaar geleden begon en tot op heden doorloopt. Deze periode begon in het Pleistoceen, dat zeven ijstijden telde, waarbij op het hoogtepunt 32% van de aarde bedekt was met ijs. Deze ijstijden traden ruwweg elke 100.000 jaar op en werden onderbroken door kortere, warme interglaciale perioden. De meest recente ijstijd bereikte zijn hoogtepunt ongeveer 18.000 jaar geleden. IJskappen van soms wel 3 km dik bedekken heel Noord-Amerika en heel Scandinavië. Ze strekten zich uit tot halverwege Engeland en de Oeral. Op het zuidelijk halfrond waren een groot deel van Nieuw-Zeeland en Argentinië me ijs bedekt. Ook de Snowy Mountains in Australië en de Drakensbergen in Zuid-Afrika waren bedekt met ijs. Maar ongeveer 12.000 jaar geleden begon er een opvallende opwarming en 7.000 jaar geleden waren de Noord-Amerikaanse en Scandinavische ijskappen gesmolten. De zeespiegel steeg en de kustlijnen van de continenten kregen geleidelijk hun huidige vorm. Wij leven nu in het Holoceen, een warme periode die 10.000 jaar geleden begon. Maar het is heel goed mogelijk dat we alleen in een interglaciale periode leven die uitloopt op een ijstijd.
Era     Etage/Tijdsnede Tijd geleden (Ma)
Fanerozoïcum Holoceen 0-0,0117
Pleistoceen Laat 0,0117–0,126
Midden 0,126–0,781
Calabrien 0,781–1,806
Gelasien 1,806–2,588
Plioceen Piacenzien 2,588-3,60
Zanclien 3,60-5,333
Mioceen Messinien 5,333-7,246
Tortonien 7,246-11,62
Serravallien 11,62-13,82
Langhien 13,82-15,97
Burdigalien 15,97-20,44
Aquitanien 20,44-23,03
Oligoceen Chattien 23,03-28,1
Rupelien 28,1-33,9
Eoceen Priabonien 33,9-38,0
Bartonien 38,0-41,3
Lutetien 41,3-47,8
Ypresien 47,8-56,0
Paleoceen Thanetien 56,0-58,7
Selandien 58,7-61,6
Danien 61,6-66,0
Zoogdieren
KenozoïcumKenozoïcum

Kwartair
Neogeen
KwartairHoloceen
0,012
KwartairPleistoceen
1,8
Plioceen
5,3
Mioceen
23
PaleogeenPaleogeen Oligoceen
34
Eoceen
56
Paleoceen
65,5

http://www.kenozoicum.nl/

Stratigrafie van het Kenozoïcum – Begeleid zelfstandig leren

– De geologische geschiedenis, Kenozoïcum, 65 miljoen jaar gelden – heden

Algemeen
Het Era Kenozoïcum kent een tweetal Tijdvakken: Tertiair en Kwartair. Het Tertiair beslaat vrijwel het gehele hoofdtijdperk.
In het Tertiair vinden belangrijke verschuivingen plaats. Groenland raakt los van Europa. Noord- en Zuid-Amerika worden bij Panama met elkaar verbonden. Australië raakt los van Antarctica. In het Periode Eoceen bestaan nog slecht 3% van de thans bekende soorten. In de Periode Plioceen is dit percentage opgelopen tot 90%.Klimaat
Het klimaat was in het Tijdvak Tertiair waarschijnlijk minder gelijkmatig als in het Hoofdtijdvak. Het Tijdvak wordt gekenmerkt door het afwisselend warme en koude perioden. De koude perioden worden vanaf het Midden Pleistoceen aangeduid als glacialen. De warme interglaciale perioden worden een steeds zeldzamer verschijnsel. De onderlinge klimaatschommelingen worden extremer. In algemene zin treed er een complete afkoeling op die uiteindelijk de huidige gemiddelde waarden heeft bereikt.Geologie van het Tertiair (65 miljoen – 2 miljoen jaar geleden)
Tektonische bewegingen die tijdens het Tertiair optreden vormen nog steeds het Noordzeebekken, een dalingsgebied waarin in een ondiepe zee of kustlagunes hoofdzakelijk zand of kleien worden afgezet. De grens tussen land en zee wordt hoofdzakelijk bepaald door verschillen in daling en stijging van delen van de aardkorst. Nederland maakt sinds het Tijdvak Krijt deel uit van dit dalinggebied. Door de plaattektonische bewegingen van de aardschollen ontstond ook het Oost Nederlands Plateau. Momenteel treffen we het plateau aan oostelijk van de grens die loopt van Nijmegen tot Almelo waarbinnen ook Winterswijk ligt. Door de ligging van Nederland op de rand van het Noordzeebekken komen grote verschillen voor in reliëfvormen in het gebied met opheffing en het gebied van bodemdaling.Geologie van het Kwartiair (2 miljoen jaar geleden tot heden)
Veroorzaakt het eerste Tijdvak, het Tertiair, nog tektonische veranderingen in het tweede Tijdvak, het Kwatiair, is hiervan nog nauwelijks sprake. Het klimaat is de bepalende factor voor de optredende veranderingen. Het is de tijd van de ijstijden, perioden met tropische temperaturen worden afgewisseld door perioden met een poolklimaat. Veelal doen veranderingen zich aan het oppervlakte voor, zoals uitspoeling en verstuivingen. Het oorspronkelijke plateau wordt in meerdere kleinere plateaus opgedeeld door ingesleten erosiegeulen en dalen. In de Periode van het Holoceen ligt de geomorfologie zo goed als vast. Er treedt een klimaatsverandering op waardoor er een dichtere begroeiing kan ontstaan. Deze begroeiing zorgt ervoor dat de erosie en sedimentatieprocessen tot staan worden gebracht.Pleistoceen, tijd van de IJstijden
Veelal zijn de vormen van geomorfologische oorsprong tijdens de ijstijden van de Periode van het Pleistoceen ontstaan. Deze Periode kenmerkt zich door koudere (glaciale) tijden en warmere (interglaciale) tijden. Tijdens de glaciale tijden wordt de Nederlandse omgeving gekenmerkt door een koud, soms droog landklimaat met tot op grote diepte permanent voorkomende bevroren ondergrond, de zgn. permafrost. In de meest extreme tijden kwam zelfs een poolwoestijn voor waarin nagenoeg geen begroeiing voor kwam.
Wind had een grote invloed op het onbegroeide landschap. De erosie die optrad werd hoofdzakelijk veroorzaakt door wind, smeltwater en door het landijs verplaatste materiaal.
De interglaciale tijden waren warm en vochtig, vergelijkbaar met het huidige klimaat soms warmer. Er bestond een dichte begroeiing waarbij sterke bodemvorming optrad. Door grote verscheidenheid in temperatuur kenden verschillende tijden een rijke en soms exotische begroeiing. Een begroeiing die vergelijkbaar kan zijn met thans voorkomende soorten uit China, Japan, de Kaukasus en het zuidelijk deel van de Verenigde Staten.
Het belangrijkste kenmerk van geomorfologisch reliëf zijn de stuwwallen, ontstaan door de stuwende werking van het landijs. Dekzandafzettingen zijn door water-en winderosie ontstaan.Het Saalien
Het Saalien is de ijstijd die in Noord Europa omstreek 200.000 jaar geleden begon en omstreeks 130.000 geleden eindigde. Het was niet een aaneengesloten koude tijd. Er kwamen ‘warmere’ tijden, vergelijkbaar met de huidige temperaturen voor. Veelal zijn de afzettingen slecht bereikbaar omdat daarover in latere tijden nieuwe afzettingen zijn afgezet.
Grote delen van Nederland raakten bedekt onder het Scandinavische ijspakket. Deze afzettingen zijn van grote invloed geweest op de vorming van reliëf in Nederland. Door de vorming van het ijspakket daalde de zeespiegel tenminste 140 m., waardoor het gehele Noordzeebekken droog viel. In het gebied waar Winterswijk deel van uitmaakt ontstaat een sterk verbrokkeld reliëf en komen grote verschillen voor in hoogteligging, bodemtypen en waterhuishouding. De bedekking van het landijs uit het Saalien is van grote invloed geweest op de huidige reliëfverschillen. De rivieren hebben een belangrijke rol gespeeld bij de vorming van de huidige ondergrond. Aan het einde van het Tijdvak van het Tertiair, was de omgeving van Winterswijk bedekt met kleiige en zandige afzettingen.Het Weichselien
Het Weichselien duurde van ca. 120.000 tot 10.000 jaar geleden. Het landijs breidde zich vanuit het noorden weer sterk uit maar het bereikte Nederland niet meer. Het zeeniveau lag in die tijd maximaal 110 m. lager dan tegenwoordig.Holoceen
Het Holoceen omvat de laatste 10.000 jaar van de geologische tijd. Aan het begin van dit laatste geologisch Tijdvak lag de morfologie van het landschap zo goed als vast. De tijd van grootschalige erosie- en sedimentatie was voorbij. Onder invloed van klimaatsverandering ontstond er een dichtere begroeiing die erosie tegenging. Door keileemafzettingen afgezet in de ijstijden, trad stagnatie van grond- en regenwater op waardoor hoog- en laagveen gebieden zijn ontstaan. Op de dekzandruggen in de dalen en op de hellingen van het Oost Nederlandse Plateau ontstonden tegen de middeleeuwen de esdekken door het opbrengen van organisch materiaal vermengt met dierlijke mest (potstal). Hierdoor is het dekzandreliëf op veel plaatsen versterkt en ontstonden de kenmerkende steilranden. In de Late Middeleeuwen werden pogingen ondernomen om de afwatering van het gebied te verbeteren door het graven van verschillende watergangen. Deze “beken” hebben zich in de loop van de tijd ontwikkeld als beken met een semi-natuurlijk karakter.
Door bossen, houtwallen en het agrarische grondgebruik zijn veel contouren van de erosiegeulen niet meer zichtbaar in het huidige landschap

°

KETTLE  a closed depression in a deposit of glacial drift formed where a block of ice was buried or partly buried and then melted

°

Keukenzout
Keuper
Keverslakken
Kiezel 2
-concreties
-korsten
-oölietgrinden
-zuur
-zuurgroep
Klapperstenen
Klasse

Klastisch materiaal  Klastisch 2

Klastisch materiaal bestaat uit afbraakproducten die als vast materiaal getransporteerd worden of zijn.

°

Klei

Klei bestaat uit gesteentefragmenten en mineraaldeeltjes met specifieke eigenschappen met een korrelgrootte kleiner dan 0,002 mm.

Kleiwinning nabij de Maas, bij Maalbeek © TNO-NITG                    Zie ook:Leem    Löss  Lutum  Silt   Zand

°

Klei

-rode diepzee

°
Kleur
Kleurindex
Klieving

Klimaat

Het klimaat is de gemiddelde gesteldheid van de lucht en het weer in een bepaald gebied.  —> prof Sintubin over  Klimaat

Klimaat(en) 2 3 4 5

-aride
-berg
-gordels
-makro
-mediterrane
-micro
-meso
-paleo
-polair
-semi-aride
-steppe
-subtropisch
-tropisch
-tropische savanne
-woestijn
-zones

°

klimatologie     Wetenschap  nauw  verbonden met  de geologie

KLIMAATOPWARMING

*opwarming broeikasteffect

BEDROG en klimaatverandering- sceptici    (bespreking Nederlandstalig  boek  van een”‘ klimaat-scepticus ” ) opwarming  <—Doc archief     klimaatsceptici en  journaille  over opwarming     the great warming up swindle  <–   Archief doc

_  KLIMAATVERANDERING:

2014

Watercyclus versterkt abrupte klimaatverandering

De rol van de watercyclus tijdens abrupte temperatuurveranderingen is van groot belang voor de daadwerkelijke impact van klimaatverandering op de continenten.

Dat schrijven wetenschappers van de Duitse Potsdammer universiteit deze week in het tijdschrift Nature Geoscience.

De onderzoekers laten zien dat tijdens de snelle afkoeling aan het begin van de laatste koude periode, ofwel de Jonge Dryas (12700 jaar geleden), verandering in de watercyclus de grootste aanjager was van het snel kouder worden van West-Europa.

De wetenschappers reconstrueerden de veranderingen in neerslaghoeveelheden door organische resten te analyseren afkomstig uit sediment dat ze opvisten uit het Meervelder kratermeer in de Eiffel

Bos

Ze konden daarbij aantonen dat het binnendringen van koude, droge poollucht in West-Europa leidde tot het instorten van lokale ecosystemen, zoals bossen.

Het onderzoek is belangrijk omdat zo de exacte volgorde van gebeurtenissen gedurende plotselinge klimaatverandering duidelijk wordt. Dit is één van de grote onbekende factoren binnen het paleo-klimaatonderzoek.

De precieze resultaten verkregen de onderzoekers door een nieuwe methode toe te passen. Hierbij onderzochten ze moleculaire, organische overblijfselen van plant-fossielen op de verhouding tussen zogeheten zwaar deuterium- en lichte waterstofisotopen. Deze isotopen kunnen gebruikt worden om veranderingen in de herkomst van het water waar de planten van leefden, te bepalen.

IJstijd

De Jonge Dryas-periode was de laatste grote koude-periode aan het eind van het laatste glaciaal, ook wel ijstijd genoemd. Deze periode duurde zo’n 1100 jaar.

De oorzaak was waarschijnlijk een abrupte verandering van de heersende windrichting boven Europa. Dit onderzoek laat zien dat die verandering van heersende windrichting en de droge poollucht bijdroeg aan het verdwijnen van de grote bossen in West-Europa.

Hiermee dragen de resultaten van dit onderzoek bij aan de ontwikkeling van preciezere, regionale klimaatmodellen.

Klink

Klink is compactie door verkleining van het poriënvolume, e.d.

Klippen

http://nl.wikipedia.org/wiki/Klip

http://nl.wikipedia.org/wiki/Klippen_van_Moher

  Moher (Ireland)

 australia

  Dover

Klippen am Cap Blanc Nez 2004 Cap blanc Nez

°

Kloofdal

kloofdal Pyreneeën: Gorges de Holzarté
In hard gesteente ontstaat een kloofdal daar er bijna uitsluitend verticale erosie speelt. In Duitsland noemt men dit een schlucht, in Frankrijk een gorges. Vb.: de Gorges de Holzarté in de Pyreneeën, de hangbrug wiebelt meer dan 170 m boven de rivier, de overtocht is ‘bangelijk’!

Les gorges du tarn
Roemenie Donau

De waterhuishouding in Roemenië wordt sterk bepaald door de Karpaten en de Donau (Roemeens: Dunarea), waarvan het stroomgebied geheel Roemenië omvat.

De Donau komt bij Bazias het land binnen en stroomt in eerste instantie als een snel stromende bergrivier in een 150 meter breed kloofdal – de IJzeren Poort of Portile de Fier– tussen het Banatergebergte en het Balkangebergte.

In Walachije verbreedt de rivierbedding zich en neemt de stroomsnelheid sterk af. De delta van de Donau (ca. 5050 km2), het grootste deltagebied van Europa, ligt bijna geheel op Roemeens grondgebied (de rest ligt in de Oekraïne) en stroomt over 1075 km op Roemeens grondgebied.

http://nl.wikipedia.org/wiki/IJzeren_Poort    Kloofdal van de Donau 

°
Knopstralers

°

Koem

1) Rivier in iran

2) Russische zandwoestijn : Een zandwoestijn heet een erg of een koem.

Zandwoestijnen
Zandwoestijnen zijn woestijnen zoals we ze eigenlijk allemaal kennen en toch zijn er slechts weinig van aanwezig op onze planeet. Een zandwoestijn wordt gevormd als er uit verwering in de omgeving genoeg zand beschikbaar is. Er is verder eveneens een ideale situatie nodig wat betreft de windrichtingen. De windrichtingen moeten namelijk in evenwicht zijn, anders verwaait het zand waardoor de zandwoestijn zal verdwijnen.

°
Kokerwormen 2
Kokkels
Kolonie

°

Kom/

Een kom is een laag gebied langs een rivier waar na overstroming vaak water blijft staan en klei kan bezinken.

Komgrond /komklei

http://nl.wikipedia.org/wiki/Komgrond    —>  ook bekend als  rivier  -overstromingsgebied of uiterwaarden  

Toen na de laatste ijstijd de temperatuur was gestegen werd de afvoer via de rivieren regelmatiger. De verwilderde rivieren veranderden in meanderende rivieren.
Bij hoge waterstand traden ze buiten hun oevers.

Bij deze overstromingen werden klei en zand afgezet. Omdat de stroming minder sterk werd en zand zwaarder is dan klei, werd het zand als eerste afgezet. Toen ontstonden er zanderige oeverwallen. Zand werd als eerste afgezet en kwam daardoor vlak naast de rivier terecht. Toen ontstonden zanderige oeverwallen. Verder van de rivier af werd klei afgezet in kommen, want daar is de stroming minder sterk. De komgronden liggen lager, omdat klei meer water kan bevatten gaat dat op den duur inklinken. De komgronden zijn ook natter dan de oeverwallen, omdat deze lager liggen. De komgronden worden nu gebruikt als hooi- en weilanden. De verschillen tussen klei en zand hebben in de rivierkleilandschappen gezorgd voor reliëf.

°

Koninkrijken 2
Koolstofgehalte

°

Koolwaterstoffen    Koolwaterstoffen 2

Koolwaterstoffen zijn verbindingen bestaande uit ondermeer koolstof en waterstof; bestanddeel van aardolie, condensaat en aardgas.

°

Koolzuurontrekking
Koppotigen 2
Koraalsponzen
Koralen 2
Korrelgrootte 2 3

Korund

Korund

http://nl.wikipedia.org/wiki/Korund

  

°
Kosmisch stof

°
Kosmogene
Kosmopolitisch

°
Kraagdieren 
Kraakbeenvissen
Krabben

°

KRATER

Meteoorkrater Winslow, Arizona

VULKAANKRATER
krater van een vulkaan. Nieuw Zeeland

Krater

-meer

Vulkanen kunnen verschillende vormen aannemen. Meestal ontstaat er door ophoping van uitstromend materiaal een kegel = dom met in het midden een krater. Bij rustende vulkanen ligt hierin vaak eenkratermeer

.
-wand

  eifel /kratermeren 

kraterwand  van de vesuvius

Breccies uit de ringwal van (met de klok mee) meteroriet -kraters CFK48, -13, -01, -13, -49, en -02. © Ph. Paillou/Elsevier

http://www.kennislink.nl/publicaties/veld-van-inslagkraters-in-de-sahara-veroorzaakt-door-gelijktijdige-meteorieten

°
Kratonen
Kreeften
Krijt
Krijtfossielen

°

Krimp

Krimp is de relatieve vermindering van het volume van de grond veroorzaakt door uitdroging eventueel met scheurvorming.                 Zie ook: Aardverschuiving   Bodemdaling  Compressie  Inklinking  Overschuiving  Rifting   Zetting

°

Krimpscheuren

http://nl.wikipedia.org/wiki/Krimpscheur

door uitdroging

in drooggevallen wadden en slikken

Ongerijpte bodem2 door droogte

°Ongerijpte bodem door  uitdroging  

°

Door vorst

http://www.kennislink.nl/publicaties/bevroren-barsten-in-de-bodem

in  permafrost 

Melting_pingo_wedge_ice

Pingo met ijswigpolygonen in Canada. De meertjes tussen de ijswiggen zijn kenmerkend voor gebieden waar de permafrostlaag aan het ontdooien is. Creative Commons

http://www.geologievannederland.nl/landschap/landschapsvormen/pingoruine

°

Kristalassen
Kristal(len) 2
-lografie
-roosters
-stelsels 2
-structuur
-water
Kritische snelheid
Krokodillen
Kronkelberg

°

KROONENBERG  SALOMON ( of   SIMON  )

http://nl.wikipedia.org/wiki/Salomon_Kroonenberg 

Kroonenberg, Salomon

“Wat betreft de klimaatverandering geldt Kroonenberg als een criticus van het Kyoto-protocol; hij relativeert de positie en de tijdsspanne van de mens binnen de geologische geschiedenis en wijst op de constante veranderingen in het klimaat, waar hij veelvuldig onderzoek naar gedaan heeft.

“In het Krijt, zo’n honderd miljoen jaar geleden, was er twintig maal zoveel koolzuurgas als nu en groeiden er broodvruchtbomen op Groenland. Dat is pas een broeikaseffect!” (S.Kroonenberg)

  1. er is een verschil tussen  een  natuurlijk broeikaseffect en het versterkt broeikaseffect (mens). We mogen zelfs blij zijn dat er op het huidige ogenblik    een voor de mens leefbare dampkring is.(voor hoelang nog ? )
  2.  Soms wordt  aangevoerd dat de  uitzonderlijke opwarming van  zo’n zeg maar   200 miljoen jaar geleden (Trias Jura overgang of TJ lijn ) kan  veroorzaakt zijn geweest  door co2 uitstoot van (super)vulkanen ( zeggen klimaatsceptici in koor ) maar dat is nog  steeds  onderwerp van debat  : 
    1.  Er zijn ook andere verklaringen voor de verschijnselen 200M jaar geleden. CO2 hoeft helemaal niet veel invloed hebben gehad. Het waterdamp gehalte en andere broeikasgassen als methaan en zwavelverbindingen kunnen veel belangrijker geweest zijn. Ook roet of stof in de atmosfeer kan voor opwarming zorgen

      1. roet en stof (en as en zwavelverbindingen, dacht sulfide /  So2(rotte eieren luchtje ) ) weerkaatsen zonlicht. dus eerder daling temp. als er vele supervulkanen uitbarsten zal er eerst voor jaren een vulkanische winter ( vergelijk met een nucleaire  winter ) ontstaan.Normaal gesproken wordt het kouder door zo’n supervulkaanuitbarsting.
      2. Wel heel trendy om nu te claimen dat de aarde juist daardoor zou opwarmen…
      3. maar na die  winter  zal de uitgestote co2 zijn werk doen als broeikasgas. 
    1. ……de spontane uitbarstingen in de Trias: de zogenoemde Siberische trappen. Volgens de wetenschappelijke beweringen waren dat spontane vulkanische erupties die 250 miljoen jaren geleden begonnen in het gebied dat nu Siberië wordt genoemd. Ze duurden +/- een miljoen jaar lang. Die periode was in het begin van de Trias.

      1. Dit soort globale grote  uitbarstingen komt periodiek voor, volgens het geologische bestand. Zelfs tussen de vrij recente extinctie 65 million jaar terug(Xhichulub meteoor inslag  en einde van de  grote dino’s -) en nu zijn al meerdere extinctiegolven opgetreden, waarvan tenminste één door geologische activiteit. Natuurlijk zijn niet al deze golven even hevig van aard geweest. Platentektoniek kan mogelijk een verklaring geven voor het periodiek optreden van dergelijke reeksen uitbarstingen. 
    1. De uitbarstingen begonnen 200 miljoen jaar geleden in Marokko(atlas ?  )  …..

Zie hierover  ook   —>uitstervingen

  1. noot  1   —> Jawel er waren grote klimaatschommelingen in het  geologische verleden  van de aarde   – maar  de meeste  klimaatveranderingen ( met name de opwarmingen )  werden  ook meestal veroorzaakt  door broeikasgassen. (methaan , Co2 etc )

    1.  Praktische alle grote uitstervingsgolven zijn vergezeld gegaan  van  (geologisch ) plotselinge klimaat veranderingen  die op hun beurt werden veroorzaakt door  diverse gebeurtenissen (vulkanisme / asteroiden inslag  en nu (voor  de eerste keer )  menselijke broeikasgassen(antropogene )  uitstoot )
    2. —> ( klimaatscepticus )”CO2 volgt opwarming maar  veroorzaakt deze niet. “
      1. Dus omdat bij sommige natuurlijke opwarming events CO2 de temperatuur volgt stel je dat CO2 geen broeikasgas is?
        Waar is de logica hierin? 
  1. noot2   ; en  afkoeling  :  We zaten geheel volgens Milankovitch in een neerwaardse trend, totdat we daar opeens als een gek CO2 in de lucht begonnen te pompen.
    http://www.nujij.nl/wetenschap/global-cooling-al …

    1. en dan te bedenken dat er erg regelmatig  en op korte termijn  op deze planeet ongeveer 150 vulkanen uitbarsten en in china sommige kolenmijnen al 100 jaar branden zonder nog ooit gedoofd te kunnen worden. Over  een beetje  supplementaire co2 uitstoot gesproken
      1. Die vulkanen zijn echter  te   verwaarlozen bij de  menselijke uitstoot. USGS (en die weten veel van vulkanen)“The 35-gigaton projected anthropogenic CO2 emission for 2010 is about 80 to 270 times larger than the respective maximum and minimum annual global volcanic CO2 emission estimates.”
        http://volcanoes.usgs.gov/hazards/gas/climate.php

°

Zijn  wetenschappelijke kritiek vatte   S Kroonenberg  samen in het boek De menselijke maat: de aarde over tienduizend jaar. 

—> Naar aanleiding van berichten dat hij zijn standpunt over de rol van de mens bij klimaatverandering had gewijzigd schreef Kroonenberg: “…ik accepteer voor het moment het argument van het IPCC dat de stralingsforcering van de zon op zichzelf niet voldoende is om de opwarming van de laatste dertig jaar te verklaren. Dat betekent overigens allerminst dat het ook in de toekomst warmer zal worden..

–> In december 2009 werd hij, samen met Hans Labohm, door de NOS geïnterviewd als ‘klimaatscepticus’. Hierin bevestigde hij dat er naar zijn opvatting geen verband is tussen de uitstoot van CO2 en de opwarming van de aarde.” 

  1. Salomon Kroonenberg heeft geen idee waar hij het over heeft, hij is een geoloog en geen klimatoloog en dat is duidelijk te horen.–> Dat iemand een wetenschapper is op een(vak) gebied betekent nog niet dat diegene expert is op elk wetenschappelijk (vak)gebied.
    1. Kroonenberg doet uitspraken over de toekomst op grond van cyclische patronen die verder gaan dan de mens door overlevering kan doorgeven. Omdat u het niet ziet, en een geoloog wel… Misschien zijn ” in  the long run “eerder te vertrouwen   geologen dan  klimatologen.? 

      1. Klimatologen gebruiken voor hun modellen ook zeker input vanuit de geologie. Ze hebben voor hun modellen kennis nodig van de cycli die de Aarde heeft gekend, en informatie over de mogelijke sturende factoren in die cycli. Het is mede door geologische kennis dat we nu met enige zekerheid kunnen zeggen dat de opwarming die de Aarde nu meemaakt niet uitsluitend  vanuit natuurlijke factoren verklaard kan worden.

Kruin
Kruipen
-gangen
-sporen

Kryoturbatie    Kryoturbatie

Kryoturbatie is de verstoring van de oorspronkelijke gelaagdheid van een sediment door de werking van vorst en dooi.

Kubisch
Kunstmatige systemen
Kustdrift
Kusten 2

Kusterosie

Kusterosie is erosie van de kust en landinwaarts terugdringen van de kustlijn.

Kustafslag na een zware storm op 22 februari 1990, bij Bergen aan Zee (Noord-Holland) © TNO-NITG

Kustvlakte

Een kustvlakte is een effen gebied in de nabijheid van de zee.

Kwalitatieve analyse
Kwallen
Kwantitatieve analyse
Kwartair 2 3
Kwarts
Kwartsiet

Kwel

http://nl.wikipedia.org/wiki/Kwel

Kwel is het uittreden van grondwater, opwaartse stroming van grondwater eindigend aan het oppervlak.

—> Kwelgebied

Kwelder

De kwelder is het buitendijks gelegen aangeslibd land dat begroeid is en met vloed niet meer onder water loopt.

foto 1 kwelders en schor
De Oosterkwelder van Schiermonnikoog vanuit de lucht.
© Rijkswaterstaat.

http://www.natuurkennis.nl/index.php?hoofdgroep=2&niveau=3&subgroep=108&subsubgroep=1024&subsubsubgroep=490

Kwelder of schor      Soortenarm, maar specifiek     Vogels
Typen kwelders

Kwelgebied

Een kwelgebied is een gebied waar grondwater zich beweegt in de richting van hetoppervlak(tewater).    —>Kwel

Luchtfotoserie hoogwater 1995 Bergen kwel gebied ten Oosten van RW271 nabij km 129

Luchtfoto hoogwater 1995:Bergen, ‘kwel’gebied ten Oosten van RW271 nabij km 129.50.