DOEMDENKEN of VOORZIENBAAR ?

°

 

°

°

clubvanrome

 

http://en.wikipedia.org/wiki/The_Limits_to_Growth

Cover first edition Limits to growth.jpg

http://nl.wikipedia.org/wiki/De_grenzen_aan_de_groei

………Overigens waren dergelijke berichten niet nieuw: ook Thomas Malthus (1766 – 1834) had iets soortgelijks al gemeld in “Essays on the principles of population” uit 1798 namelijk het Malthusiaans plafond. Critici gaven aan dat het rapport onvoldoende aandacht gaf aan de mogelijkheid om met behulp van nieuwe technologieën het doemscenario af te wenden of zelfs dat het rapport volledig foutief zou zijn.[  

Het rapport bevat ook scenario’s die veel positiever verlopen en die tot een stabiele wereld leiden.

Recente vergelijken met de werkelijke ontwikkelingen laten echter zien dat het (ongunstige) referentie-scenario tot nu toe een goede beschrijving van de realiteit geef

 

De Club van Rome wordt vandaag de dag gezien als een soort milieubeweging maar het waren destijds allemaal keurige industriëlen en aan de industrie verbonden wetenschapsmensen .

Het kwam voort uit een soort denktank van de OECD, waar onder meer over innovatie, technologie, wetenschap, natuur en milieu werd nagedacht.

 

De Club van Rome kreeg bekendheid met het rapport De grenzen aan de groei, dat in 1972 werd uitgebracht. Hierin werd, in navolging van het boek ‘The Population Bomb’ van Paul Ehrlich, een verband gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Het rapport gaf een prognose van het grondstof- en voedselverbruik in de wereld voor de komende jaren. Daarin werd een beeld geschilderd van in een aantal decennia oprakende grondstofvoorraden.

Critici van het rapport gaven aan dat het rapport onvoldoende aandacht gaf aan de mogelijkheid om met behulp van nieuwe technologieën het doemscenario af te wenden.

 

De Club van Rome heeft  waarschijnlijk gelijk: als er niet snel drastische maatregelen getroffen worden om milieuproblemen aan te pakken, zal dat binnen afzienbare termijn leiden tot grote ecologische rampen.

Het is daarom tijd, meer dan ooit, om niet de kop in het zand te steken en de mens-milieu- en de mens-biosfeer -relatie grondig te herzien.

Een groot probleem is de toekomst: wij ruïneren de aarde op ongekende schaal, en de limiet van de draagkracht zal spoedig bereikt zijn.

Onze levensstijl zal daarom drastisch moeten veranderen –

 

 

 

Club van Rome krijgt gelijk ?

http://www.demorgen.be/dm/nl/5397/Milieu/article/detail/2027372/2014/09/03/Club-van-Rome-krijgt-gelijk-Wereld-vergaat-nog-deze-eeuw.dhtml

(1b)

Bron: The Guardian

http://www.theguardian.com/commentisfree/2014/sep/02/limits-to-growth-was-right-new-research-shows-were-nearing-collapse

3/09/14 –

Chinese fabrieken braken rook uit. © reuters.

Wie de grimmige voorspellingen (2) uit het boek ‘Limits to Growth’ van de Club van Rome altijd heeft afgedaan als doemdenkerij, wordt door een nieuwe studie met de neus op de feiten gedrukt. In het boek uit 1972 wordt voorspeld dat onze beschaving deze eeuw ineen zal stuiken. Australisch onderzoek bevestigt dat nu.

 

“Dit onderzoek zou alle alarmbellen moeten laten afgaan”

Dr. Graham Turner, universiteit van Melbourne

 

—> Al sinds het boek van de denktank Club van Rome in 1972 werd gepubliceerd, wordt het door critici afgedaan als de ultieme fantasie voor doemdenkers.(1)

Vooral   de waarschuwing dat de planeet ten onder gaat aan overconsumptie werd  weggehoond.

Ook de wat mildere  opvatting dat de Club van Rome veel te pessimistisch was geweest ,vond breed gehoor.

In 2002 werd het boek door de omstreden ‘sceptische’ milieu-expert Bjorn Lomborg nog veroordeeld tot “de vuilbak van de geschiedenis”, maar onderzoek van de universiteit van Melbourne toont nu aan dat het daar helemaal niet thuishoort.

°

De Australische onderzoekers stellen dat het scenario dat in het boek wordt geschetst erg accuraat is, en dat we de eerste tekenen van een nakende ineenstorting binnenkort al zullen zien.

 

Business as usual (4)

‘Limits to Growth’ kwam tot stand dankzij researchers van het prestigieuze Massachusetts Institute of Technologie (MIT), die een baanbrekend computerprogramma ontwikkelden om de wereldeconomie, vervuiling, voedselvoorziening, bevolkingsgroei en grondstoffengebruik te monitoren. Op basis van reële gegevens tot 1970 maakten ze projecties tot 2100, afhankelijk van welke actie de mensheid ondernam op vlak van milieu- en grondstoffenbeheer.

Als er geen actie werd ondernomen – het zogenoemde ‘business-as-usual’-scenario -, voorspelde het computermodel een ineenstorting van de wereldeconomie voor 2070.

Het boek ging daarbij uit van de – omstreden(?)  – stelling dat de aarde eindig is, en dat het streven naar ongelimiteerde groei op alle vlakken uiteindelijk tot een totale crash zou leiden.

Dr. Graham Turner van de universiteit van Melbourne vroeg data op bij de Verenigde Naties (onder andere bij het departement economische en sociale zaken, Unesco en de voedsel- en landbouworganisatie), maar ook bij de Amerikaanse organisatie die zich bezighoudt met de oceanen en de atmosfeer.

Die data werden naast de voorspellingen uit ‘Limits to Growth’ gelegd. En wat blijkt? De wereld sluit momenteel erg nauw aan bij het ‘business-as-usual’-scenario.

Lees ook

Onderstaande grafieken tonen de reële gegevens (MIT en universiteit van Melbourne) in een volle lijn. De stippellijn toont het ‘business-as-usual’-scenario uit het boek. Tot 2010 lopen de data opvallend gelijk met de voorspellingen van de Club van Rome.

© kos.
Onstilbare honger naar welvaart
Zoals de onderzoekers van MIT in 1972 uitlegden, zal de groeiende wereldbevolking en de vraag naar materiële welvaart leiden tot meer industriële productie en vervuiling.De grafieken tonen duidelijk aan dat dit het geval is. Natuurlijke rijkdommen worden in sneltempo opgebruikt, de vervuiling neemt toe en de (voedsel-)productie per hoofd stijgt. Ook de bevolking gaat pijlsnel de hoogte in. Volgens het boek vergt die onstilbare honger steeds meer voorraden, waardoor zij door de toenemende schaarste ook steeds duurder worden. Hierdoor wordt de productie ook steeds duurder, waardoor de industriële productie uiteindelijk zal inzakken. In het boek zou dat al vanaf 2015 het geval zijn.Vanaf dat moment – verwacht tussen 2015 en 2030 – ontstaat er een domino-effect van dalende voedselproductie, besparingen op vlak van gezondheid en onderwijs en een stijgend sterftecijfer.Daardoor zou de wereldbevolking sterk afnemen, met ongeveer een half miljard per decennium. De levensstandaard valt uiteindelijk terug naar een niveau dat vergelijkbaar is met dat van begin 20ste eeuw.De eerste stadia van de neergang zijn mogelijk al begonnen, met de wereldwijde financiële en economische crisis van 2007-2008, de aanhoudende economische malaise en de eerste merkbare tekenen van de klimaatverandering.Onzekere toekomst

“Onze research toont niet aan dat de ineenstorting van de wereldeconomie, het milieu en de bevolking een zekerheid is, noch beweren we dat de toekomst zich exact zal ontvouwen zoals in het boek wordt voorspeld”,

benadrukken de Australische onderzoekers in de Britse krant The Guardian.

“Maar onze bevindingen zouden wel een alarmbel moeten laten afgaan. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het streven naar aanhoudende groei kan blijven duren zonder ernstige, negatieve effecten te hebben, en die effecten kunnen sneller voelbaar zijn dan we denken.”

“Het is misschien te laat om de politici en rijke elite ervan te overtuigen het roer drastisch om te gooien. Dus is het aan de rest van ons om na te denken over hoe we onszelf kunnen beschermen tegen deze onzekere toekomst.”

 

http://www.demorgen.be/dm/nl/5397/Milieu/article/detail/2027372/2014/09/03/Club-van-Rome-krijgt-gelijk-Wereld-vergaat-nog-deze-eeuw.dhtml

http://www.theguardian.com/commentisfree/2014/sep/02/limits-to-growth-was-right-new-research-shows-were-nearing-collapse

Piles of crushed cars at a metal recycling site in Belfast, Northern Ireland.

http://www.theguardian.com/environment/earth-insight/2014/jun/04/scientists-limits-to-growth-vindicated-investment-transition-circular-economy

http://energyskeptic.com/2014/dennis-meadows-collapse-is-inevitable-now-2015-2020/

 

 

Dennis_Meadows

 Meadows!

“We’re in for a period of sustained chaos whose magnitude we are unable to foresee,”

Meadows warns. He no longer spends time trying to persuade humanity of the limits to growth. Instead, he says,

“I’m trying to understand how communities and cities can buffer themselves”

against the inevitable hard landing.

 

Do you have solutions to these mega miseries?

Meadows:

This would change the nature of man. We are basically now just as programmed as 10,000 years ago. If one of our ancestors could be attacked by a tiger, he also was not worried about the future, but his present survival. My concern is that for genetic reasons we are just not able to deal with such things as long-term climate change. As long as we do not learn that, there is no way to solve all these problems. There’s nothing we could do. People always say again: We need to save our planet. No, we do not. The planet is going to save itself already. It always has done. Sometimes it took millions of years, but it happened. We should not be worried about the planet, but about the human species.

http://damnthematrix.wordpress.com/2013/03/31/there-is-nothing-we-can-do-meadows/

 

°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°

Reacties geplukt op het internet : 

1.-

De wereld zal hoogstwaarschijnlijk niet vergaan in de eerste paar miljard jaar

en de kans dat de mensheid volledig wordt uitgeroeid in de eerste millennia acht ik ook eerder gering.

Wat wel een logische conclusie is: zoals we nu overconsumeren en ons ongecontroleerd voortplanten en ons bijna parasitair gedragen tegenover onze thuisplaneet; dit zal ons in de zeer nabije toekomst zeer zuur opbreken.

Dat het zo niet verder kan is evident…

–>Wel ja  ……  De wereld zal niet vergaan maar onze  menswaardige  beschaving /en  de ons dragende omgeving  staat wèl op de helling

—> Dus ……  tuurlijk vergaat de wereld niet, hooguit de mensheid!

 

 

(1b)

–> de woordkeuze is  niet juist, de mensheid vergaat nog deze eeuw, niet de wereld, die wordt pas opgeslokt door de zon binnen 5 miljard jaar. Dan gaan we hier allang niet meer zijn.

 

( 2.-)

 

–> De club van Rome zat er ook  veel naast  

zeker, maar het ging ze om de grote lijn. De scenario’s. En daarin zaten ze redelijk goed.

–> De Club van Rome zat er compleet naast in hun voorspellingen (2c )over de uitputting van grondstoffen tegen het jaar 2000. Geen enkele grondstof raakte uitgeput, integendeel.

Wat ze vergaten is de menselijke inventiviteit om problemen op te lossen met betere technieken, veranderen van grondstof of materiaal.

Ook niet inzake vervuiling   zat de club  voorspelling  juist  . In het Westen is de groei samengegaan met minder vervuiling  ….. (5)

> De meeste van de “voorspellingen “(2b)van de toenmalige club van rome waren slechts extrapolaties van toen bespeurbare tendenzen …. Het is ietwat tè weinig om ze nu nog serieus te blijven nemen ? (2b)

—> Waarom  voorspellingen tussen  aanhalingstekens ? Dit is gewoon een poging  om de Club van Rome  een natrap te geen of te discrediteren ?

Er zijn gewoon veel te veel mensen. De planeet zou niet meer dan hooguit één miljard mensen mogen dragen en dat is nog heel veel. Maar door de godsdiensten, de ongebreidelde wellust en het totale gebrek aan vooruitziendheid kweekt de mens als konijnen. Helaas zijn er geen vossen om op ze te jagen.

Zodoende maakt de mens zijn eigen habitat kapot. De beschaving zal ineenstorten, ontelbaren zullen omkomen, en we keren terug naar een soort stenen tijdperk. Met dank aan  o.a. de godsdiensten , de   dito  ideologen en  kanonnenvoer recruteerders  .

–> We zijn met veel te veel op deze globe, maar de grote schuldigen hiervan zijn de godsdiensten, met uitspraken als , ga en vermenigvuldig U, of dat de man de maandstonden niet mag zien bij vrouwen van islamieten, en zo zijn er nog heel wat te vinden, zolang een moderne beschaving, deze godsdienst waanzin blijft steunen, kan men moeilijk van een moderne samenleving spreken, ten slotte stammen die godsdiensten zelfs af uit het stenen tijdperk, eerst beginnen met deze steun op te zeggen.

–>Er zullen altijd en overal wel snullen zijn – zelfs op het hoogste niveau – die nog niet doorhebben dat de overbevolking van deze planeet eindelijk eens moet aangepakt worden op een andere manier dan collectieve vernieting.

Maar  ik vrees dat het inderdaad “business as usual” zal blijven. En dan kan het alleen maar neerwaards gaan.

 

–> De manier waarop we nu leven is onhoudbaar. Het heeft geen zin om energie te sparen en zuiniger om te springen met grondstoffen,dat is gewoon uitstel van executie.

De bevolking blijft groeien tot ze niet meer kan groeien omwille van tekorten.

Het probleem zal zichzelf oplossen, dus een wereldbevolking die drastisch zal dalen.

Hetgeen we moeten doen is nu een drastische geboortebeperking opleggen zodat we zacht kunnen landen, anders zal het chaos zijn.

Zet konijnen in een beperkte biotoop en ze kweken ook tot alles op is en ze uitgestorven zijn. Dringend nood aan geboortebeperking, wereldwij liefst.

Onze consumptieverslaving is echter nefast

Vooral de populatie-groei grafiek in het oorspronkelijk werk ,is interessant ; volgens hun verwachtingen stopt die groei rond 2020 ….Maar huidige anticipaties stellen een populatie-stop(-verzadiging=o groei ) voorop rond 2050 …..

(2b) Maar er wordt  wel  vandaag niet gerept over
een verbruik -stop per capita . Verbruik en ecologische voetafdruk zullen dus verder toenemen zelfs als de populatietoename stopt .Je kan het proces dagelijks meemaken aan elke grens tussen de derde wereld en de zogenaamde eerste wereld ….

–>  Zelfs al deden ze niets anders dan slechts wat extrapoleren ( maar vooral ook waarschuwen dat het zo niet verder kan )… toch werd hun werk ( en vandaag nog steeds ) verguisd

(2c)–>Fout …Het waren  trouwens  GEEN “voorspellingen”
-“Limits to Growth” is een ” globaal menselijk attitude en gedrag model dat is opgebouwd dmv “Systems Dynamics methodology. “

In feite is het een primitief computer  model volgens diverse  ineengrijpende organigrammen   uit de chaos -theorie en een voorloper van de huidige computer aided modelling  

Derhalve …is het nooit (slechts ) een “extrapolatie van toen aanwezige (natuurlijke  ? ) tendenzen “ geweest ….
Want het globale menselijk groepsgedrag is daarbij van bij de aanvang als het belangrijkste element gesteld … en dat is wat de meeste kritische  commentaren in de vroege zeventiger jaren , en vandaag , niet eens hebben opgemerkt ….

 

°

http://nrcboeken.vorige.nrc.nl/recensie/de-club-van-rome-grenzen-aan-de-groei-1972

 

Het hardnekkigste misverstand was vermoedelijk, dat er sprake was van een voorspelling.

Dat was Grenzen aan de Groei niét. Het rapport liet alleen zien, wat een aantal ontwikkelingen in de wereld teweeg zou brengen als er niets zou veranderen. De mensen van het MIT hadden daartoe vijf parameters (groei van bevolking, van industriële productie, voedselproductie, grondstofverbruik en van milieuvervuiling) in de computer gestopt. Het interessante en ook nieuwe was, dat die vijf groeifactoren in onderlinge wisselwerking werden gebracht – iets waartoe inderdaad alleen de computer in staat was. Het veelgehoorde verwijt dat dit programma geen rekening hield met menselijke aanpassing en prijsmechanismen was dan ook niet terecht. Die pretentie had het rapport niet, hoewel de sombere toonzetting een noodlotstemming opriep.

Het tweede grote misverstand had betrekking op grondstoffen.

De onderzoekers gingen bij hun berekeningen uit van een normale exponentiële groei en de destijds bekende voorraden. Een onbegrijpelijke fout was, dat zij het begrip `bekende reserves’ niet definieerden. Zij maakten dus geen onderscheid tussen in 1971 economisch winbare reserves, en reserves die dat níet waren (te diep, te ver, te verspreid) maar dat bij een hoger prijsniveau later konden worden. De steenkolen in Limburg bijvoorbeeld worden nu niet bij de reserves gerekend maar ze zitten wel onder de grond. Wie weet gaan de mijnen over vijftig jaar weer open als er een tekort komt aan cokes voor de staalfabricage.

Als resultaat van die manier van rekenen, kwam het rapport van de Club tot nogal paniekerige cijfers:

goud zou na negen jaar uitgeput zijn, zilver na dertien jaar, tin na vijftien jaar en aardolie na twintig jaar! Zelfs als de voorraden vijf keer zo groot zouden worden (méér konden de rapporteurs zich waarschijnlijk niet voorstellen), hadden wij nog maar voor 29 jaar goud, 41 jaar kwik, 50 jaar aardolie en 50 jaar zink. Het lijkt er niet op.

De conclusie luidde: gegeven de huidige verbruikscijfers en de voorziene toename van deze cijfers zal het merendeel van de thans belangrijke, onvervangbare hulpstoffen over honderd jaar uiterst kostbaar zijn geworden

Maar (foutieve of alarmistische ) resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor een echte   toekomst. Laat ik het maar openlijk zeggen: eens gaat het mis, dat staat vast.

Alleen weten we niet wanneer, en of het door ozon dan wel overbevolking zal gebeuren, of door een compleet nieuw mankement.

De Club van Rome krijgt ooit gelijk.

°

 

Net zoals vandaag , extrapoleerde elk denkend mens uit de zeventiger jaren . Alles leek toen al erg slecht

Schrijver -wetenschapper Philip Wylie was ervan overtuigd dat indien de vervuiling exponentieel voortholde , de wereld rond 1977 het begin van de uiteindelijke ineenstorting riskeerde (= point of no return ) . Hij heeft misschien gelijk gehad .
Een van de zorgwekkenste ontwikkelingen vandaag , is de weigering in hoge politieke kringen om te extrapoleren en de daaruit volgende  noodzakelijke  ( en zelfs draconische ) maatregelen te nemen om de beschaving te redden … Politici zijn eerder geneigd het consumentisme en de groei te bevorderen ,wapens te verkopen en/of  te prediken ….wat(voor hen )  telt zijn ” korte termijn “plannen en scenario’s …. en wachten tot de problemen zich stellen vooraleer ze worden aangepakt  (2d)

Daarbij steunen ze graag op de heilige koe van de economie 

Economen (die over het algemeen de Globale Financieele Crisis niet eens (h)erkenden toen ze voor hun ogen plaatsvond ) zijn waarschijnlijk niet bekwaam genoeg om dit soort(of gelijk welke  ander(e ) problem(en )aan te pakken .

(2d)  

Zoals meestal is de mens geneigd pas iets te doen als het te laat is. Dit zal ook zo zijn met die problematiek, neem het van mij aan.

Conclusie; wij zullen zo blijven leven tot het echt niet meer gaat!

 

.3.-   Het is teleurstellend dat millieubewuste en millieu bezorgde mensen nog steeds worden gebrandmerkt als die “gekke doemdenkens ” , sta- in- de- weg idioten en “morosofen “( =vroeger ook gebrandmerkt als “Communisten ” of ander rood gespuis )

> Uiteindelijk kan er geen gezonde economie blijven bestaan zonder het nodige draagvlak van een gezonde omgeving ….
Dit zal meer en meer duidelijk gaan worden wanneer we verder blijven gaan met het onverantwoord en niets ontziend beroven en uitbuiten van onze aarde en levensnoodzakelijke biosfeer ……

4.- Het is de hoogste tijd dat de globale economische systeembedenkers , beginnen de driedubbele grondlijn van winstgroei versus sociale en ecologische impakt ervan ,af te remmen of minstens serieus   in vraag te stellen …

Ons courante systeem dat we nu gebruiken  heeft alles  uitgeput. We hebben er alles (en nog veel meer) uitgehaald. We zitten momenteel met het probleem dat alles nog kan opgelapt worden met wat maatregelen die dan weer een tekort geven aan iets anders.

Kortom: we gaan de dieperik in. We blijven zweren  bij  versletenen  concepten  en gaan  onderwijl zingend de ondergang tegemoet.(= Dansend op de rand van de vulkaan )

Egoïsme en buitensporig geldgewin van een aantal afschuwelijke creaturen die het mooie nest bevuilen hebben voor dit scenario gezorgd dat hen hopelijk ook zal meesleuren in de diepte ….

–> Het is hoog tijd voor een humanistische technocratie die het groei-winstmodel ondergeschikt maakt.

 

°

Het eeuwige groeimodel en korte termijndenken als overlevingsstrategie zit zo diep in onze genen en geesten ingebakken dat we blind zijn voor wat op ons af komt.

°Ook het naïeve geloof in technologie is verblindend. Technologie is een middel, geen grondstof of energiebron en we handelen alsof deze eeuwig voorradig zullen zijn terwijl bewezen reserves vaak slechts een fractie blijken te zijn van wat was aangenomen.

–> De crisis van 2008 is geen bump on the road maar een tipping point.

5.-  GROEI IS SIMPELE REKENKUNDE  . Zij die groei ( en de gevolgen ervan )  niet begrijpen zijn gewoon simpele luitjes  (5b)

the nature of the growth defined by the exponential curve… the rate of change will far exceed our capacity to adapt is essentially what the message I heard…

for people won’t even know there is a problem until not only does it arrive but shoots past them and we all of a sudden find ourselves in a world where the world view you espouse makes no sense….

Malthus theory is correct, he just got his timing wrong and given when he was living it is not hard to imagine why. Nothing grows forever, nothing stays the same forever, and nothing can stop the change, it’s intrinsic in the Universal Unfolding

 (6b)

Veel  wakkere  lieden   begrijpen  dit best, maar stoppen  zoals bijna iedereen  hun   kop in het zand…

 

°

6.-(ontkenners en betweters  zeggen steeds weer  )

Het probleem is dat al deze modellen niet gebaseerd zijn op echte harde feiten maar op speculaties of simulaties die dan nog eens niet objectief zijn.

Als je kijkt naar de reële data van de laatste 15 jaar en je legt deze naast de computermodellen die overal worden gebruikt om global warming of climate change te bewijzen zie je dat deze zeer hard van elkaar afwijken.

Wat moeten we dan nog gaan geloven van deze zogezegde wetenschappers die enkel data gebruiken die hun eigen meningen ondersteunen ?

a) Het is geen kwestie van geloven maar van eenvoudige fysica en rekenkunde  

b) gelukkig zijn er (volgens de ontkenners )  genoeg niet-wetenschappers die het wèl beter weten … heilaas zonder het bezit van de relevante kennis om de data correct en controleerbaar   te interpreteren

c) computer aided  modelling ( en deze  eenvoudiger organigrammen van de  “club van rome”-   voorloper ervan )  is toegepaste wiskunde  ……en dat is een nuttig instrument  …..en ondanks  wat de niet wiskundige ook moge beweren  

 

 

 

7.-   De  problemen zijn overbevolking  klimaat en de filosofie van groei, 

Wat betreft het klimaat: een opwarming van een graad of 4 in een eeuw geeft zware problemen: verlies van de meest vruchtbare landbouwgrond en enorme volksverhuizingen.

Geeft ook oorlogen.

De wildcard is de Siberische methaanbom: Is de opwarming van de arctische oceaan genoeg om het methaanijs en de daaronder liggende gasvoorraden los te smelten?

 

 

°

 

LINKS = 

Dat er wel eens een ‘kern’ van waarheid in de voorspellingen van de Club van Rome zou kunnen zitten werd hier  al in 2009 gesignaleerd toen wij constateerden dat

de werkelijke CO2 concentratie van de atmosfeer vrijwel geheel de voorspelling(prognose )  uit 1972 ‘volgt’.

 

°

Voor veel problemen waarvoor in het rapport van de Club van Rome werd gewaarschuwd, zijn technische oplossingen ontwikkeld.

De economische groei wordt tegenwoordig gerealiseerd met minder grondstoffen en minder vervuiling per eenheid product dan vroeger…..(uiteraard komt daar ook een eind aan  = en  bij voorthollende  exponentieele bevolkingsgroei is dat slechts kort  uitstel van executie ) 

Alleen op het  cruciale punt van de bevolkingsgroei lijken de adviezen van de club van Rome minder succes te hebben gehad.

En dat terwijl heel veel toekomstige problemen samenhangen met het nog steeds groeiend aantal mensen met al hun wensen dat de aarde bevolkt.

Een paar factoren die een rol spelen bij het bereiken van een stabiele wereldbevolking?

Veel mensen, vooral in ontwikkelingslanden, zien nog niet in dat het wèl accepteren van goede medische zorg, zonder de daarbij behorende geboortebeperking, binnen korte tijd leidt tot een bevolkingsexplosie.

En dus gaat de groei nog door, als optelsom van al die door de goede zorg in leven gebleven kinderen.

Ook het verband met daaropvolgende hongersnood en epidemieën wordt niet of onvoldoende begrepen

 

°
Zie ook:
> De grote klap komt er aan, zegt nieuw onderzoek (03-09)
> Jorgen Randers: “De komende veertig jaar worden beangstigend” (24-08)

Club van Rome Rotterdam 2012 / Het failliet van de planeet: Aanbevelingen voor een reddingsplan (15 dec 2012)

New Report issues a warning about humanity’s ability to survive without a major change in direction (May 7 2012)

Looking Back on the Limits of Growth (April 2012)

Club van Rome wil strenge norm uitstoot CO2 (28 oktober 2009)

Voorspellingen Club van Rome realistisch (1 april 2009)

 

°

  • Wereldbevolking
  • Bevolkingsgroei
  • Grote kans dat aarde tegen 2100 elf miljard mensen telt

     

    Ook gedurende de 21e eeuw zal de wereldbevolking sterk blijven groeien en tegen het jaar 2100 wonen er waarschijnlijk 11 miljard mensen op aarde. Dat zijn er twee miljard meer dan voorheen werd gedacht. Die conclusie trekken onderzoekers van de universiteit van Washington en de VN.

    Momenteel wonen er ongeveer zeven miljard mensen op aarde. Maar hoeveel zullen dat er tegen het eind van deze eeuw zijn? Lang dachten onderzoekers dat het aantal mensen op aarde geleidelijk aan zou stijgen naar negen miljard. Daarna zou de groei afvlakken en zou het aantal mensen op aarde misschien zelfs gaan afnemen.

    Nieuwe statistieken
    Maar een nieuw onderzoek trekt die conclusie ernstig in twijfel. De kans is heel groot dat de wereldbevolking deze eeuw niet stabiliseert, maar gewoon zal blijven groeien. “De wereldbevolking – een kwestie die toch een beetje van de agenda is gevallen – blijft een heel belangrijk punt,” benadrukt onderzoeker Adrian Raftery. Raftery en zijn collega’s schrijven dat in een nieuw door de VN uitgegeven rapport. In het rapport wordt gebruik gemaakt van moderne statistieken die alle beschikbare informatie gebruiken om tot de beste voorspelling te komen.

    “DE BEVOLKING VAN AFRIKA ZAL HOOGSTWAARSCHIJNLIJK VERVIERVOUDIGEN: VAN 1 MILJARD MENSEN ANNO 2014 NAAR 4 MILJARD MENSEN ANNO 2100″

    Afrika
    In het rapport is te lezen dat de groei waarschijnlijk het grootst is in Afrika. De bevolking van dat continent zal hoogstwaarschijnlijk verviervoudigen: van 1 miljard mensen anno 2014 naar 4 miljard mensen anno 2100.

    De belangrijkste reden voor die sterke groei is het feit dat het geboortecijfer in Sub-Saharisch Afrika niet zo snel daalt als verwacht. Volgens de onderzoekers is de kans dat Afrika tegen het eind van deze eeuw tussen de 3,5 en 5,1 miljard mensen telt maar liefst tachtig procent.

    Azië en Europa
    In andere delen van de wereld zijn de veranderingen minder groot. Azië telt momenteel 4,4 miljard inwoners. Tegen 2050 zullen dat er naar verwachting 5 miljard zijn. Daarna zal het aantal mensen daar af beginnen te nemen. Het aantal mensen in Noord-Amerika, Europa, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied blijft naar verwachting onder de één miljard mensen per gebied.

    “AZIË TELT MOMENTEEL 4,4 MILJARD INWONERS. TEGEN 2050 ZULLEN DAT ER NAAR VERWACHTING 5 MILJARD ZIJN. DAARNA ZAL HET AANTAL MENSEN DAAR AF BEGINNEN TE NEMEN”

    2013
    De cijfers komen sterk overeen met de voorspellingen die de VN in 2013 deed.

    “Maar eerdere voorspellingen waren gebaseerd op scenario’s en dus heel onzeker,”benadrukt onderzoeker Patrick Gerland. “Dit onderzoek is sterker gebaseerd op statistieken en biedt ons de gelegenheid de voorspellingen te kwantificeren.”

    Als het om het voorspellen van de groei van de wereldbevolking gaat, gaan onderzoekers op twee zaken af: de toekomstige levensverwachting(2) en het aantal kinderen dat de gemiddelde vrouw op de wereld zet.(1b)

    Eerder spraken experts zich uit over hoe die twee factoren zich in de toekomst zouden ontwikkelen.

    Dit nieuwe onderzoek laat zich leiden door statistische methodes die gegevens van overheden en de voorspellingen van experts combineren.

    Een ander zwak van eerdere rapporten is het feit dat er gebruikt werd gemaakt van scenario’s waarin vrouwen 0,5 kinderen meer of minder zouden krijgen dan experts voorspelden. Daardoor ontstond een wel erg grote marge.

    “In een gegeven jaar en land kan het aantal kinderen per vrouw een half kind hoger liggen, maar de kans dat het in alle landen in alle jaren een half kind hoger ligt, is heel klein,”

    stelt Raftery.

    Dankzij de nieuwe methodes wordt de marge kleiner.

    Al met al denken de onderzoekers dat er een tachtig procent kans is dat de wereldbevolking in het jaar 2100 tussen de 9,6 en 12,3 miljard mensen telt.

     

    Bronmateriaal:
    World population to keep growing this century, hit 11 billion by 2100” – University of Washington
     °
    REACTIES

    ……het aantal kinderen dat jaarlijks in Afrika ter wereld komt, daalt veel minder snel dan eerder werd voorspeld, zo blijkt uit hun studie. De eerder voorspelde afvlakking van de groei van de wereldbevolking lijkt daardoor achterhaald.

    “Het grootste verschil tussen onze resultaten en eerdere projecties is dat wij verwachten dat de populatie in Afrika flink zal toenemen van 1 miljard naar 4 miljard, of tenminste 3,5 miljard”

    , verklaart hoofonderzoeker Adrian Raftery op nieuwssite New Scientist.  …..

    (1)  
    In het rapport is te lezen dat de te verwachten   groei waarschijnlijk het grootst zal zijn in Afrika.
    ” De bevolking van dat continent zal hoogstwaarschijnlijk verviervoudigen”
    ……Die blijven dus   maar kweken ondanks honger en tekort aan water én dodelijke ziekten?
    Oekandana?
    (1b)–> Hier zit een heel envoudig principe achter. Hoe groter kans is dat de kinderen sterven voor ze volwassen worden, hoe meer kinderen er gemaakt worden om er toch enkele over te houden die je helpen op je oude dag.
    Maar dat kan natuurlijk niet zo maar blijven doorgaanGrote sterfte staat dan ook op het programma …en wordt veel te weinig in rekening gebracht°

    (2)
    De bevolkingsaanwas intomen   :  HIV, malaria, mazelen en dengue doen dat veel efficiënter dan (bijvoorbeeld )Ebola . De tseetseevlieg zal ook wel een tandje bijsteken.En tenslotte de mens zelf;

    • de chaos door lokale conflicten en burgeroorlogen (3) om voedsel en drinkwater zullen niet te overzien zijn.
    • –>Opvallende hier aan is, dat  er misschien  wel snel een(betaalbaar)  middel gevonden wordt tegen ebola….. maar tegen al die andere ziektes (nog steeds ) niet.
    De VN roept al
    “ebola is een bedreiging voor de wereldvrede”.
    Is ook niet zo vreemd, nu China grote stukken van Afrika kopen om voedsel te verbouwen voor hun eigen bevolking, en Chinezen zijn uiterst bang voor ziektes, en als de Chinezen producten gaan weigeren die uit Afrika komen, heeft China een groot probleem.
    (3)
    –> Het wordt dus alweer een rondje elkaar van de aardbol afduwen ?
    °

    Piek

    ” ….De wereldpopulatie bestaat op dit moment uit ongeveer 7 miljard mensen. Wetenschappers waren het er tot nu toe min of meer over eens dat het aantal wereldburgers in 2050 een piek zou bereiken van 9 miljard.

    “Maar wij hebben ontdekt dat er een kans van 70 procent is dat de wereldpopulatie zich deze eeuw niet zal stabiliseren”,

    aldus Raftery.  ”

     

     

    Onderwijs

    Critici vinden de nieuwe voorspellingen onbetrouwbaar, omdat ze enkel zijn gebaseerd op statistiek. Er is door de onderzoekers geen rekening gehouden met factoren die de geboortecijfers in Afrika in de toekomst kunnen beïnvloeden, zoals onderwijs.

    ….Bij onderzoeken gebaseerd op kansberekening  heb ik altijd het idee dat je kunt bewijzen wat je maar wilt bewijzen…..

     

    Veel wetenschappers verwachten dat de toenemende educatie van vrouwen zal leiden tot minder geboortes.

    Rafterty is daar niet zo zeker van. Volgens hem is het goed dat er over zijn voorspelling wordt gediscussieerd.

    Populatiecijfers zijn een belangrijk onderwerp”,verklaart hij op nieuwssite ScienceDaily. “Ze zijn een beetje van de politieke agenda gevallen.”

    °

    –>We zijn nu al met veel te veel mensen op aarde.

    De geschiedenis leert :  In 1950,  leefden er 3 miljard mensen op de wereld. In 2000 waren dat er 6 miljard. Nu zitten we tegen de 7 miljard. Ter vergelijking:  tussen 1800 (1 miljard) en 1900 (2 miljard, dus verdubbeld per honderd jaar) en 1950 (3 miljard) is dus te zien dat de verhouding vsn het groeipercentage ook nog eens enorm stijgt.

    –> De bevolkingstoename is exponentieel  …..

    —>9 miljard in 2050 was de voorspelling. 9,6 miljard zou het kunnen zijn in 2100. Dat noem ik wel afvlakken…. Maar natuurlijk wordt het worst case scenario er uit gepikt (12 miljard).

    Onderzoek zegt dus 80% kans tussen 9.8 en 12,3 miljard….

    Of nog anders gezegd. als we hier een verdubbeling hadden  tussen 19000 en 1950 (dus een verdubbeling) per 50 jaar (zie 11) en we gaan nu in 100 jaar van 7 naar 9.8 miljard (of zelfs 12 miljard) dan is dat nog steeds een afvlakking…want geen verdubbeling in 50 jaar.

    Je kan het alle kanten op spinnen…

     

     

     

    —> Natuurlijk gaat dit mis. 7 miljard is al veel  te veel.

    Het lijkt me verschrikkelijk, op elke hoek van de straat mensen. Het beetje natuur wat er dan nog is: mensen.  etc … etc … 
    … Maar die kant gaat het wel op. Natuurrampen of grote keien uit de ruimte daargelaten

    Straks is er geen grond meer over wat niet bewoond wordt door mensen. Toch zal de natuur hier ook wel zijn (blinde , onverschillige en wreedaardige  ) oplossingen voor hebben

    –> De wal zal  hardhandig  het schip keren( hopelijk zinkt het  schip niet meteen ) 

     

    Volgens de NWO ( nieuwe wereld orde )blijven er  tenslotte na de collaps  maar een half miljard mensen over. De rest gaat kapot aan ziektes, armoede, oorlog, aardbevingen, honger.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Klimaatverandering Ontkenners =zogenaamde klimaatsceptici

    °

    ° DROEVE   DISCUSSIES  met  betweterige  ruzieënde Nederlanders  niet meer dan tijdverspilling     ? 

    °

    Klimaatverandering word niet ontkent.

    °

    De zogenaamde ontkenners (= huidige antropogene klimaat  negationisten ? ) ontkennen meestal dat de mens de belangrijkste veroorzaker is van de huidige voorzienbare opwarming   …. Het gaat dus  niet om “ontkenning van klimaatverandering” maar om wie  de hoofdverantwoordelijken  zijn  voor de te verwachten  huidige  klimaat veranderingen .

    °

    (ontkenner )

    1. De mensen die beweren dat de huidige  klimaat verandering vooral door toedoen van de  mensen is ontstaan hadden het eerst over “global warming”.
    2. Dit blijkt niet uit te komen en nu hebben ze heel subtiel de discussie verlegt naar “klimaat verandering“.

    (antwoord )

    °

    Woordspelletjes (1)dus  ; –> ’t lijkt bijna  gesofistikeerde  “theologie “ oftewel  meningen  spuien   als gelijkwaardig aan  de wetenschappelijk onderbouwde   consensus in het vakgebied 

    1. Global warming is gewoon het te verwachten  gevolg van de huidige   globale  klimaatveranderingen  van het  mondiaal klimaat-systeem op zoek naar nieuwe evenwichten veroorzaakt  door de massale   toename van  broeikasgassen de laatste driehonderd jaar en de te verwachten terugkoppelingen  die de effecten  nog zullen vrsterken 
    2. “–Woorden als “ global warming” of “climate change”  zijn een onderdeel van het debat. Afstappen van een bepaalde term is blijkbaar  het enige  wat de ontkenners hebben bereikt.
    3. Erg?  Noppes. Het gaat niet om de term maar of de mens er iets mee te maken heeft, met de warming up   en/of de change  of the global climatesystem  ..”
    4. dat de “global warning ” niet ” uitkomt”  is natuurlijk een  suggestief  leugentje tussendoor /–> de polen smelten wel degelijk als gevolg van de voortschrijdende globale opwarming  (maar misschien wat  trager of  lokaal onregelmatiger dan voorspeld was ….)

    Noten ; 

    1. Nederlanders zijn er nog altijd vast van overtuigd dat ze de betere taalviruozen zijn … ze zijn bovendien bekend als  mensen die de heersende  debatcultuur beschouwen als de betere (en (soms) enige ) kennis-verwervingsmethode die zelfs voorrang verdient op feitelijke kennis  ….
    2. Vasthouden aan wat ze  als Nederlanders  hebben  = —> lekker kunnen blijven autorijden en stoken ’s winters, zonder dat,  dat je superstormen of natte voeten oplevert…….. Dat is het ware  hopen en  wensdenken van de “ontkenners ”

       

     

     

    http://www.p-plus.nl/nieuws/klimaatscepticus De 12 kenmerken van een klimaatscepticus

    °
    1. + De scepticus gebruikt woorden als ‘quasiwetenschap’ om serieus wetenschappelijk onderzoek in twijfel te trekken.
    2. + De scepticus veegt alle tegenstanders op één hoop als ‘gelovigen’ met termen als ‘de klimaatkerk’ of maakt ze politiek verdacht door ze te vergelijken met ‘watermeloenen, groen van buiten, rood vanbinnen’.
    3. + De scepticus hanteert als belangrijkste wapen het zaaien van twijfel door vragen te stellen als: zijn de wetenschappelijke metingen wel nauwkeurig, is de opwarming van de aarde al niet gestopt, kende de aarde al niet eerdere perioden van opwarming, is het mogelijk dat de zonneactiviteit al lange tijd heftiger is, is het op andere planeten ook niet warmer geworden?
    4. + De scepticus plaatst tegenover elke claim een tegenclaim en prijst zodoende de voordelen van de overmatige CO2-uit- stoot: planten en bomen groeien er harder door.
    5. + De scepticus vertrouwt weer wel op wetenschappelijk-technische innovaties die bijvoorbeeld de gevolgen van een stijgende zeespiegel kunnen oplossen.
    6. + De scepticus plukt uit een veelheid van gegevens een specifiek punt om een onderzoek te ondergraven of verdacht te maken, of juist om een eigen stelling kracht bij te zetten.  –> Selectieve Data selectie 
    7. + De scepticus ondergraaft een feit door erop te wijzen dat een bekend impopulair mens deze mening ook had, waardoor dit feit dus niet kan deugen. Zo was Hitler bijvoorbeeld vegetariër….. Argumentum ad hitleriam 
    8. + De scepticus blijft ‘als een zombie’ argumenten herhalen waarvan de onjuistheid al lang aangetoond is, zoals over vulkanen die meer CO2 zouden uitspuwen dan de mens.
    9. + De scepticus bedenkt soms zelfs een niet-bestaande claim, hypothese of theorie, beweert dat deze van klimaatwetenschappers afkomstig is, en brandt deze vervolgens volledig af. —> Stroman argument  
    10. + De scepticus neemt een oorspronkelijke wetenschappelijke publicatie en geeft deze op een verdraaide wijze weer, zoals bij het uitlekken van tabellen, de zogenaamde ‘Climategate’, waarbij klimaatwetenschappers onwenselijke feiten buiten de rapporten zouden hebben gehouden.    _> QUOTE MINING 
    11. + De scepticus meldt dat hij amateur-wetenschapper is, maar toch betere evaluaties maakt dan al die honderden klimaatwetenschappers wereldwijd die gebukt gaan onder de last van anderhalve eeuw kennisopbouw over weer en klimaat.
    12. + De scepticus is vooral in de VS vaak een diepgelovige, die met de bijbel in de hand verkondigt dat als God ons fossiele brandstoffen heeft geschonken, het ook zijn wens is dat we daar gebruik van maken.
    °

    °

    Kletskoek van ‘klimaatsceptici’ populairst in Nederland

    Klimaatsceptici vinden in Nederland meer gehoor dan in enig ander land. Ondernemer Jan Paul van Soest verbaasde zich en schreef een boek.

    •  Nederlandse sceptici praten Fred Singer, Patrick Michaels en vele andere van de sceptische kopstukken na als waren zij uiterst betrouwbare informatiebronnen. Maar dat zijn ze niet

    Hij zat in Botswana toen het gebeurde. Het was eind 2009, in de aanloop naar de klimaattop van Kopenhagen. De film van Al Gore had de geesten rijp gemaakt en velen hadden hun hoop gevestigd op de nieuwe Amerikaanse president, Barack Obama.

    °
    Die zou in Kopenhagen het klimaatdebat uit het slop gaan trekken. En toen barstte de bom. Climategate.
    °
    Ineens lagen er e-mails op straat die suggereerden dat klimaatwetenschappers de boel manipuleerden. Dat ze onwelgevallige feiten onder de pet hielden. Niet veel later kwamen allerlei fouten aan het licht in de rapporten van het IPCC, het klimaatbureau van de VN.
    °
    “Er zijn gewoon wetenschappers die hebben gelogen”, riep Matthijs van Nieuwkerk in ‘De Wereld Draait Door’.
    °
    Milieuminister Jacqueline Cramer stelde dergelijke fouten niet meer te accepteren.
    °
    “Wat gebeurt hier?”, dacht Jan Paul van Soest, adviseur en ondernemer in energie en milieu. Hij had zich al eerder verdiept in de wereld van de klimaatsceptici. Hij had het milieuministerie zelfs geadviseerd deze groep bij het officiële klimaatdebat te betrekken.
    °
    “Ik had ze leren kennen als een groep aardige mensen. Maar nu ineens, al die blogs. Zo woest en wild, zo venijnig. Dat moest ik begrijpen.” Hij duikt opnieuw in die wereld. Hoe zit het klimaatdebat in elkaar, wil hij weten. Waar halen deze sceptici hun argumenten vandaan en hoe verhouden die zich tot zijn eigen ideeën? Klopte zijn beeld van de klimaatverandering wel?
    °
    Hij besluit de dagelijkse blog van de econoom Hans Labohm te volgen, een Nederlandse klimaatscepticus van het eerste uur…… “Diens Dagelijkse Standaard bood een mooi venster op wat ik heb leren kennen als het sceptische paralleluniversum, een geheel eigen wereld met eigen participanten en eigen bronnen.”
    °
    Denktanks
    °
    Al snel ontdekt hij een patroon.
    °
    Labohm en andere klimaatsceptische schrijvers in Nederland halen al hun wijsheid uit de Verenigde Staten. Allemaal bij dezelfde grootheden.
    °
    “Nederlandse sceptici praten Fred Singer, Patrick Michaels, Roy Spencer en vele andere van de circa honderd actief publicerende sceptische kopstukken na als waren zij uiterst betrouwbare informatiebronnen. Maar dat zijn ze niet. Deze mensen werken veelal voor denktanks die worden gefinancierd door de fossiele industrie en die een duidelijke missie hebben: twijfel zaaien over het broeikaseffect.”
    °
    Het is een strategie die ook is toegepast bij de debatten over roken of de zure regen. Zand in de machine strooien met quasi-wetenschappelijke berichten, de indruk wekken dat ‘de wetenschap’ er nog niet uit is.
    °
    “De Amerikanen hebben de wereld het (antropogene klimaatverandering  )scepticisme geleerd.
    °
      © AP.

    •  Nergens wordt zo getwijfeld aan de opwarming van de aarde als in Nederland

    °

    Het is een campagne die respect afdwingt, een perfecte communicatie – waar de wetenschap nog van kan leren – die precies weet hoe ze haar boodschap verkocht moet krijgen.
    °
    Van Soest: “Je kunt van ze zeggen wat je wilt, maar de campagne is zeer effectief gebleken. Als je doel is je oliebelangen te verdedigen, dan is een euro niet beter te besteden.”
    °
    De sceptici zelf zijn vaak heel oprecht, ontdekte hij. Overtuigd van de juistheid van hun zaak. “Sommigen zijn sceptisch vanuit streng-religieuze opvattingen: het kan toch niet zo zijn dat de mens in staat is Gods wondere wereld te verstoren. Maar de meesten hebben een extreem libertair wereldbeeld, zijn wars van overheidsingrijpen en geloven in het heil van de vrije markt. De theorie van de klimaatverandering zien ze als een aanval daarop. Als de theorie waar is en de voorspellingen correct zijn, dan heeft de vrije markt gefaald en moet de overheid wel ingrijpen. Dat idee is zo onacceptabel, dat ze niet anders kunnen dan de theorie verwerpen.”
    ° Angelsaksische cultuur  
    °
    1. Ook de Nederlandse sceptici zijn vaak libertair en hangen een soort hyperliberalisme aan.
    2. Daarnaast zijn er querulanten (= “trollen” ) die er genoegen in scheppen om onrust te stoken,
    3. en amateur-wetenschappers: veelal gepensioneerde academici die, min of meer toevallig, hun tanden in het klimaatprobleem hebben gezet.
    °
    Allemaal met één gemeenschappelijk kenmerk.
    °
    “Het zijn echoputten. De Amerikaanse ideeën zijn de oceaan overgestoken. Maar de Nederlanders voegen daar nauwelijks iets aan toe.”
    °
    Opvallend is ook dat de ideeën vooral hier voet aan de grond krijgen.
    °
    Nergens wordt zo getwijfeld aan de opwarming van de aarde als in Nederland. Het percentage van de bevolking dat denkt dat menselijk handelen de oorzaak is van de klimaatverandering is zelfs lager dan in de VS (44 om 49 procent).
    °
    Nederland heeft het Rijnlandse model de rug toegekeerd en de blik richting de Angelsaksische cultuur gewend, denkt Van Soest.
    °
    En de taal speelde natuurlijk ook een rol, Nederlanders zijn goed in Engels, de taal der klimaatsceptici. De scepsis drong door tot in alle lagen van de samenleving, ook in de politiek. En bereikte haar dieptepunt in oktober 2010, met de motie-Neppérus, die de regering verzocht klimaatsceptici bij vervolgstudies te betrekken: ‘Gij zult klimaatsceptici aantrekken voor een evenwichtig debat’.”
    °
    Maar klimaatsceptici willen helemaal geen echt debat, ze willen slechts de illusie wekken dat de wetenschap er nog niet uit is. – Ze eisen bovendien dat wetenschappers in een transparant glazen huis werken.
    “Zij staan buiten, met de neuzen tegen het glas gedrukt, soms zo dichtbij dat de eigen wasem het glas doet beslaan en het zicht beneemt op wat er werkelijk in het glazen huis speelt. De inzichten die binnen worden geproduceerd, worden onmiddellijk gebruikt om de tegenstanders om de oren slaan. Maar ze worden net zo gemakkelijk vervormd of aan de vuilnisman meegegeven.”
    • Uiteindelijk heeft het verzet tegen klimaatbeleid de kenmerken van rouwverwerking

    Wetenschappelijk jasje

    °
    Hij grijpt het moment aan om de media de les te lezen. De manier waarop ook Trouw soms aandacht besteedt aan de sceptici vindt hij godgeklaagd.
    “Ik probeer te snappen hoe het werkt. Klimaatsceptici nemen deel aan het maatschappelijke debat en daar moet je als krant aandacht aan besteden. Maar zodra je ze tegenover wetenschappers zet, in het streven naar hoor en wederhoor, geef je ze een status die ze niet verdienen. Het is een lobby, ze verkopen kletspraatjes, verpakt in een wetenschappelijk jasje.”
    °
    Begrijp hem goed, hij beschuldigt de sceptici niet van leugen en bedrog.
    °
    Ze zijn meestal heel integer.
    °
    Marcel Crok bijvoorbeeld denkt oprecht dat hij een eigen, kritisch geluid laat horen. Maar ik heb zijn ‘Staat van het klimaat’ op de ontleedtafel gelegd en toen bleek dat dat boek voor meer dan de helft leunt op de ideeën uit de Amerikaanse sceptische hoek, kritiekloos.
    °
    Of neem dat laatste rapport van hem. Als je weet dat het mede is betaald door de Global Warming Policy Foundation, als de naam van die club op de kaft van het rapport staat, op het persbericht. Als je weet wat hun agenda is, namelijk klimaatmaatregelen tegengaan. Dan is het wel erg naïef om je voor hun politieke karretje te laten spannen. Marcel zou moeten weten dat zijn analyse politiek misbruikt wordt.”
    °
    Legitiem argument
    °
    Nogmaals, je hoort hem niet zeggen dat klimaatsceptici bewust de boel bedonderen. Zijn aanval is ook niet persoonlijk bedoeld. Sterker, hun ideeën mogen dan kletskoek zijn, hij begrijpt hun zorgen.
    “Iemand als Hans Labohm zegt dat het klimaatbeleid hem te veel geld kost.
    Dat is een legitiem argument.
    Daar zou het debat ook over moeten gaan. Iets soortgelijks geldt ook andersom.
    °
    Voorstanders van klimaatbeleid moeten niet zeggen: de wetenschap heeft gesproken, voer een heffing in. Daar zit nog een hele leemte tussen, en daar zou het debat over moeten gaan.”
    °
    Uiteindelijk heeft het verzet tegen klimaatbeleid de kenmerken van rouwverwerking, zegt hij.
    “Eerdere milieuproblemen zoals het gat in de ozonlaag of de zure regen waren relatief makkelijk op te lossen. Maar de klimaatverandering raakt aan de succesformule van de moderne maatschappij. Snelle groei op basis van uitputting van de aardse voorraden en belasting van het milieu door zonder kosten afvalstromen te lozen. Daar hebben we onze huidige welvaart aan te danken. En dan komt er een stelletje wetenschappers die zeggen dat dat model niet houdbaar is. Die deze leefwijze daarmee dood verklaren. We zitten nu in een soort collectieve rouw, we willen er niet aan dat we afscheid moeten nemen van die manier van groeien, dus ontkennen we het probleem. Vervolgens is er een fase van woede. En dan komen we in de fase van aanvaarding. Maar velen zitten nog in de fase van ontkenning. De sceptici voorop.”
    °
    Belgie ; 
    °
    Nog  verder discussieren  met  klimaatsceptici  tijdverspilling http://www.mo.be/artikel/van-yperseele-nog-discussieren-met-klimaatsceptici-tijdverspilling

    °

    PowNed : BBC jorist ontkenners klimaatverandering

     

     

    °

    http://www.powned.tv/nieuws/media/2014/07/bbc_jorist_ontkenners_klimaatv.html

     

    De Britse publieke omroep BBC zal vanaf nu geen aandacht meer besteden aan mensen die klimaatverandering ontkennen.

    Uit intern onderzoek blijkt dat de BBC te veel aandacht heeft gegeven aan de “marginale ideeën” van de kleine groep ontkenners.

    1. Zij zouden alleen op tv en radio mogen verschijnen om een tegengeluid te laten horen, terwijl hun argumenten vaak niet of slecht onderbouwd zijn.
    2. Ook is de overgrote meerderheid van de wetenschappers het simpelweg eens dat klimaatverandering door mensen een feit is.

    Salon geeft een voorbeeld van hoe de BBC vaak tot het uiterste moest gaan om toch maar iemand te vinden die klimaatverandering door mensen ontkent.

    In navolging van een rapport (Het rappor  van  “U.N. Intergovernmental Panel on Climate Change” september 2013 ,is zonneklaar over de invloed van de mens. En ook is het waar dat vrijwel alle wetenschappers dat rapport onderschrijven……  Behalve dus de olie- en gaslobby.)waarin staat dat het met 95 procent zekerheid te zeggen is dat mensen verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering, kon de BBC geen (deugdelijk )tegengeluid vinden.

     

    De wetenschappers waren het eens over de conclusie van het rapport.

    Uiteindelijk kwam de publieke omroep toch uit bij  een zogenaamde   klimaatscepticus : ene Bob Carter, een gepensioneerde  australische  geoloog die nu betaald wordt door het Heartland Institute, een lobbygroep voor olie- en gasbedrijven.

    °

    klimaatsceptici zijn uitstekend te vergelijken met creationisten.

    Klimaatsceptici denken met hun ‘gezonde verstand’ slimmer te zijn dan het overgrote deel van de klimaatwetenschappers.

    Net zoals creationisten dus.

    Fuck de wetenschap.

    Ontkenners zijn de echte klimaatgekken.

     

    http://theconsensusproject.com/

    De consensus is overigens eerder 97% en misschien inmiddels zelfs wel 99%.

    Hoe groot die klimaatverandering ( en haar gevolgen ) wordt (en in hoeverre het point of no return al is bereikt   ) is nog steeds  in  discussie

    Pure ontkenners kun je inderdaad rustig in de hoek van de evolutie-ontkenners plaatsen. Tea Party-figuren. Type Sarah Palin e.d. Alles komt van god en zo.

    °

     

    De wetenschappelijke consensus tussen duizenden professionele onderzoekers wordt aan de kant geschoven onder verwijzing naar het idee van een enkeling.

     

    °

    Het is de aanpak die klimaatsceptici organisaties soms laten zien: tegenover een hele stapel rapporten één enkel kritisch stuk leggen en dan zeggen dat er geen consensus is.

     

    °

    Neiging tot ‘quote mining’, het presenteren van uit hun verband getrokken citaten.
    Bovendien doen sommige “citaten ” de ronde die niet traceerbaar zijn naar hun originele bron –Het zijn ‘memen’ die al lang rondgaan en klakkeloos worden overgetikt

    °

     

    Grote Samenzwering : complottheoretici :
    Wetenschap , industrie en overheid spannen samen om de waarheid onder de tafel te houden …

    °
    Hoe zo’n enorme samenzwering kan blijven bestaan zonder dat dit duidelijk wordt, is een raadsel.

    1. Natuurlijk, de industrie heeft invloed.
    2. Onderzoeken die gefinancierd worden door de industrie geven vaker een positief resultaat dan onderzoeken met neutrale financiering.
    3. Maar doorgaans gaat het om nuances. Een hele tak van wetenschap draaiende houden een leugens, dat lukt echt niet.

    Idem met de ” ideologisch-politiek gedreven wetenschap.”

    1. Ja, er zat en zit bij sommigen ideologie achter.
    2. Maar bij heel veel wetenschappers is dat niet het geval.
    3. Bovendien, de geschiedenis leert dat ideologisch gedreven concepten het uiteindelijk niet halen.

    °

    Ten slotte: details worden buitenproportioneel uitvergroot .

    1. Ja, er gaat af en toe iets mis met ,
    2. ja er zijn soms schimmige banden tussen beoordelaars en producenten.
    3. En ja, er zijn takken van wetenschap waarin tot voorbij het redelijke wordt opgerekt (bijvoorbeeld in de evolutionaire psychologie)
    4. en ja, er zijn in het verleden foute en voorbarige interpretaties gemaakt …

    Maar in beide gevallen zijn het fouten die de kern van de zaak ( er is opwarming en die is mede veroorzaakt door de verbruikende en massale menselijke aanwezigheid en ecologische voetafdruk ) niet aantasten.

    °
    M.i. doen de “climate change “critici aan pseudowetenschap en anti-wetenschap .

     

    °

    Kritisch zijn is prima, maar het kind met het badwater weggooien niet.

    °

    Dunning-Kruger.
    http://en.wikipedia.org/wiki/Dunning%E2%80%93Kruger_effect

    °

    http://www.nytimes.com/2014/07/06/upshot/when-beliefs-and-facts-collide.html?smid=tw-share&_r=2

    zie ook  aansluitend bij dit laatste artikel :

    http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=2459057

     

    1.-

    http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2014/07/08/do-people-who-deny-evolution-know-less-about-it-than-others/

    …..why so many Americans deny palpably true science, in particular evolution and human-caused global warming. Both of these “theories” are supported by mountains of evidence (no rational scientist would deny evolution, and something like 97% of climate scientists also accept that human activities are making the Earth warmer).

    So why the opposition from many Americans? Nyhan summarizes the answers briefly, but they all come from a 49-page paper by Dan M. Kahan that’s in press in Advances in Political Psychology. Kahan is a professor of law and psychology at Yale. The paper, in advance form, can be downloaded free at the link at bottom.

    The title refers only to climate science, but a large chunk of the paper is about evolution, ….

     

    2.-

    http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2014/07/11/why-do-people-deny-climate-change-plus-a-plea-for-accommodationism-not-from-me/

     

    °

     

    GEEN BBC  SPREEKGESTOELTE  MEER  VOOR  “ANTI-WETENSCHAP”  = 

     

    BBC staff ordered to stop giving equal airtime to climate deniers – 

    ……the importance of attempting to establish where the weight of scientific agreement may be found and make that clear to audiences,”

    “Science coverage does not simply lie in reflecting a wide range of views but depends on the varying degree of prominence such views should be given.

    http://www.salon.com/2014/07/06/bbc_staff_ordered_to_stop_giving_equal_air_time_to_climate_deniers/?utm_source=facebook&utm_medium=socialflow

     

    Wat als al het ijs is gesmolten ?

     

    _________________________________________________________________ ZEESPIEGELSTIJGING<—- http://www.kennislink.nl/publicaties/zeespiegelstijging

    Een natte nachtmerrie   1

     

    °

    Een natte nachtmerrie 2

    foto :  Een uitloper van het dichtbevolkte en verpauperte eiland Tarawa, waar de hoofdstad van Kiribati is gevestigd ., een archipel in de stille oceaaan . Nog eventjes en deze atollen verdwijnen in zee …

    °

    Een natte nachtmerrie 3

    _______________________________________________________________ INHOUD van deze pagina   ;

    °

    * Bijna 700 vierkante kilometer grote ijsberg belandt in de Zuidelijke Oceaan

    * Smeltende gletsjers op West-Antarctica zijn niet te stoppen

    * ALS AL HET IJS OP AARDE SMELT GEBEURT DIT VROEG OF LAAT ?

    * VN-klimaatrapport: België gaat zware klappen krijgen

    * Zeespiegel en temperatuurstijging

    * Temperatuurrecords

    * De les van het LAAT KRIJT

    * te verwachten ZEESPIEGEL STIJGING

    * RISING SEAS (New York times 03- 2014 ) KIRIBATI

    * GREENLAND MELTING * PANAMA * FUJI * BANGLA DESH * USA ° Maatregelen ?

    * De wereld is slecht voorbereid op klimaatverandering

    * DROOGTE ‘Dertig procent van de aarde krijgt te maken met droogte’

    °

    ONDERTUSSEN OP ANTARCTICA

    * Antarctica breekt alle records: nog nooit is er zoveel zee-ijs gemeten

    * De wind voorkomt dat Antarctica snel opwarmt

    * Hoe lang duurt het voor sneeuw en regen (firn) terug ijs worden ? _______________________________________________________________

    Bijna 700 vierkante kilometer grote ijsberg belandt in de Zuidelijke Oceaan

    ijsberg

    In november vorig jaar kwam een enorme ijsberg los van de Pine Island-gletsjer. NASA volgde de ijsberg – die ongeveer drie keer zo groot is als Amsterdam – de afgelopen maanden en dat levert een mooi filmpje op.

    Het is alweer iets meer dan vijf maanden geleden dat de bijna 700 vierkante kilometer grote ijsberg B31 zich losmaakte van de Pine Island-gletsjer. Kort na het losbreken van de ijsberg kondigden onderzoekers al aan dat ze deze nauwgezet zouden gaan volgen. En dat hebben ze de afgelopen maanden gedaan met behulp van satellieten. De Terra-satelliet fotografeerde de ijsberg regelmatig tussen 18 november en 10 december 2013, waarna een andere satelliet het stokje overnam en de ijsberg tussen 5 februari en 11 maart 2014 volgde. NASA heeft de beelden nu gebundeld en er een timelapse van gemaakt.

    Verplaatsing De timelapse laat duidelijk zien hoe de ijsberg zich de afgelopen maanden verplaatst heeft. In eerste instantie blokkeerde het zee-ijs de weg, maar dat werd dunner en maakte zo de weg vrij richting de oceaan. “Het is heel interessant om te zien hoe weinig zee-ijs er in het gebied was,” vertelt onderzoeker Grant Bigg. “In de video zie je wolken die suggereren dat er in de eerste twee maanden een sterke valwind van de gletsjer komt zetten en die heeft de baai wellicht ijsvrij gehouden en geholpen om de ijsberg uit de baai te leiden.”

    Grootte De ijsberg is ongeveer 33 kilometer lang en 20 kilometer breed. “We denken dat deze ongeveer 500 meter dik is,” vertelt Bigg. Hoewel de ijsberg wel al een beetje massa verloren is, is deze qua vorm eigenlijk onveranderd gebleven.

    Normaal Wat het afkalven van deze ijsberg precies te betekenen heeft, daar zijn onderzoekers nog niet uit. “Het afkalven van ijsbergen is heel normaal,” benadrukt onderzoeker Kelly Brunt. “Maar de breuk die deze ijsberg creëerde bevond zich ver stroomopwaarts ten opzichte van de gemiddelde plek waar ijsbergen de afgelopen dertig jaar afkalfden, dus dit is een gebied om in de gaten te houden.” De Pine Island-gletsjer wordt in rap tempo dunner en brengt steeds meer water naar zee. Daarmee wordt deze gezien als één van de grootste bijdragers aan de zeespiegelstijging.

    De onderzoekers blijven ijsberg B31 volgen, voor zover dat in de naderende winter op Antarctica mogelijk is. Ze doen dat niet alleen om meer te weten te komen over de ijsberg en oceaanstromingen, maar ook om te voorkomen dat deze een gevaar gaat vormen voor de scheepvaart. “De ijsberg is nu uit de baai en zal snel de stroming in de Zuidelijke Oceaan gaan volgen,” voorspelt Bigg.

    Van boven naar beneden: de ijsberg op 18 november, 10 december en 5 februari. Foto's: Jeff Schmaltz / LANCE / EOSDIS Rapid Response.

    __________________________________________________________________ zeespiegel , drinkwater en zoetwater behoud <—-    __________________________________________________________________ °

    Smeltende gletsjers op West-Antarctica zijn niet te stoppen

     Thwaithes gletsjer  west antarctica       Thwaites Glacier  in West Antarctica is connected with its neighbors in ways that threaten a wholesale collapse if it recedes too far inland.
    °
    Een deel van de West-Antarctische ijskap smelt razendsnel. Nieuw onderzoek stelt nu dat dit smeltproces niet meer te stoppen is. Wat we ook doen of laten: niets kan ervoor zorgen dat de gletsjers in dit gebied stoppen met smelten. Dat schrijven onderzoekers in het blad Geophysical Research Letters. De wetenschappers baseren zich onder andere   op 40 jaar aan wetenschappelijke waarnemingen op West-Antarctica. (2)
    °
    De betreffende gletsjers leveren reeds een belangrijke bijdrage aan de stijging van de zeespiegel. Ze brengen jaarlijks ongeveer net zoveel ijs naar de oceaan als de gehele Groenlandse ijskap. En de gletsjers beschikken over nog genoeg ijs om de zeespiegel wereldwijd met 1,2 meter (1)(2)te laten stijgen. Bovendien smelten ze momenteel sneller dan onderzoekers dachten. antarctica2
    °
    De pijl wijst het gebied aan waar de onderzoekers in hun paper over spreken. Afbeelding: NASA
    °
    De gletsjers in het westelijk deel van Antarctica hebben in de afgelopen twee decennia 14 tot 35 kilometer aan lengte verloren. Dat is veel meer tot nu toe werd gedacht…..
    °
    Geen weg terug
    °
    En nu blijkt ook nog eens dat er geen weg terug is voor de gletsjers. Ze zullen blijven smelten. “Dit deel zal in de komende decennia en eeuwen een belangrijke bijdrage leveren aan de stijging van de zeespiegel,” voorspelt onderzoeker Eric Rignot. “Een behoudende schatting is dat nog enkele eeuwen tijd nodig is voordat al het ijs in de zee is gestroomd.”(1b ) (2)
    °
    Sneller
    °
    De onderzoekers baseren hun conclusies op drie argumenten. Ten eerste de snelheid waarmee de gletsjers in zee glijden. Die snelheid loopt op.
    °
    Op water en land
    °
    Daarnaast keken ze ook naar het deel van de gletsjers dat op zeewater drijft. Gletsjers liggen deels op land, maar hun ‘tongen’ rusten op het water.
    *
    Het punt waarop gletsjers het contact met het land verliezen, wordt grounding line genoemd. Wanneer gletsjers smelten, doen ze dat voorbij die grounding line, aan de onderzijde van het deel van de gletsjer dat op het zeewater rust. Net zoals een vastgelopen boot weer gaat drijven als u er bagage uit verwijdert, kan een gletsjer op plekken waar deze eerder op de aarde rustte (voor de grounding line) gaan drijven als deze smelt (en dus lichter wordt). De grounding line komt dan steeds verder landinwaarts te liggen. Uit het onderzoek van Rignot en zijn collega’s blijkt dat dat inderdaad gebeurt op West-Antarctica. De gletsjers zijn zo dun geworden dat ze nu ‘zweven’ op plekken waar ze eerder op het land rustten.
    °

    °
    Steeds sterker 
    °
    De gletsjers stromen dus sneller. En het punt waarop ze niet langer op de aarde rustten, komt steeds verder landinwaarts te liggen. Die twee gebeurtenissen versterken elkaar ook nog eens. Wanneer gletsjers sneller gaan stromen, strekken ze zich uit en worden dunner, waardoor hun gewicht terugloopt en ze verder landinwaarts loskomen van het gesteente. Naarmate de ‘grounding line‘ zich terugtrekt, komt een groter deel van de gletsjer op het water te rusten en water geeft minder weerstand dan steen, dus gaat de gletsjer zich nog sneller verplaatsen.
    °
    °
    Geen heuvels
    °
    Om deze veranderingen een halt toe te roepen, zijn hobbels of heuvels nodig in het landschap waar het ijs achter blijft haken. Uit het onderzoek blijkt dat op dit moment stroomopwaarts vanaf de grounding line van vijf van de zes gletsjers op West-Antarctica geen hobbels of heuvels te vinden zijn.
    °
    Alleen de Haynes-gletsjer beschikt over enkele hindernissen stroomopwaarts, maar trekt zich desalniettemin net zo snel terug als de andere gletsjers. De onderzoekers wijzen er bovendien op dat het bed waarin de gletsjers rusten, verder onder de zeespiegel ligt naarmate men verder landinwaarts komt. Als de gletsjers zich terugtrekken, kunnen ze niet aan de greep van de oceaan ontkomen en het warme water zorgt ervoor dat ze nog sneller smelten. Gletsjers stromen dus sneller.
    °
    De grounding line trekt zich terug. En de kenmerken van het Antarctische landschap faciliteren het smeltproces. “De ineenstorting van dit deel van West-Antarctica lijkt niet meer te stoppen.” Rignot wijst erop dat meerdere gletsjers in een groot gebied tegelijkertijd aan het smelten zijn en dat dat erop wijst dat alle gletsjers door toedoen van één en dezelfde oorzaak smelten. “Bijvoorbeeld een toename in de temperatuur van de oceaan onder de drijvende delen van de gletsjers. Op dit moment lijkt het einde van deze sector onvermijdelijk.”
    °
    12 MAY 2014
    °
    A computer model and radar data show that one melting glacier the size of Uruguay could wreak havoc at the bottom of the world—and far beyond

    http://news.sciencemag.org/climate/2014/05/west-antarctic-ice-sheet-collapsing http://www.sciencemag.org/content/early/2014/05/12/science.1249055

     

    °

    Abstract :

    °

    Resting atop a deep marine basin, the West Antarctic Ice Sheet has long been considered prone to instability. Using a numerical model, we investigate the sensitivity of Thwaites Glacier to ocean melt and whether unstable retreat is already underway. Our model reproduces observed losses when forced with ocean melt comparable to estimates. Simulated losses are moderate (<0.25 mm per year sea level) over the 21st Century, but generally increase thereafter. Except possibly for the lowest-melt scenario, the simulations indicate early-stage collapse has begun. Less certain is the timescale, with onset of rapid (> 1 mm per year of sea-level rise) collapse for the different simulations within the range of two to nine centuries.

    Gletsjers op West-Antarctica maken veel meer haast dan veertig jaar geledenGletsjers op West-Antarctica maken veel meer haast dan veertig jaar geledenOnderzoek toont aan dat maar liefst zes grote gletsjers in West-Antarctica momenteel sneller bewegen dan veertig jaar geleden.…
    Gletsjers uit Groenland doen zeespiegel stijgenGletsjers uit Groenland doen zeespiegel stijgenNiet alleen het smelten van gletsjers doet de zeespiegel stijgen, ook het in zee stromen van gletsjers uit…

    http://www.nu.nl/wetenschap/3773978/gletsjers-west-antarctica-zullen-helemaal-verdwijnen.html °

    Hoofdonderzoeker Eric Rignot op nieuwssite ScienceDaily.

    °

    NOTEN

    °

    En dit alles  is alleen West-Antarctica,                                                                                  Groenland is ook goed zijn best aan het doen.

    °

    (1) > anderhalf meter zoet water in de zoute zee.


    Ben benieuwd wat dat met het leven in zee zou kunnen doen

    °

    > (1b) Op het ganse continent  Antarctica  ligt in totaal  genoeg  ijs  voor zo’n 55 m zeespiegelstijging (als alles smelt )

    °

    (2) > De verwachting is dat de gletsjer waar ze het over hebben in 200 tot 1000 jaar smelt en zo’n 60 cm zeespiegel stijging verzorgt, maar als deze gesmolten is komen andere gletsjers vrij te liggen zodat er we een totale zeespiegelstijging tot 4 meter kunnen verwachten. 
    http://www.nbcnews.com/science/environment/west- …

    °

    IJs op Antarctica smelt in sneltempo

    ma 19/05/2014 Gianni Paelinck
    Het ijs op de Zuidpool is de afgelopen 3 jaar met 160 miljard ton afgenomen, 2 keer zo veel als bij vorige vaststellingen. Dat blijkt uit metingen van de Europese satelliet CryoSat. De hoeveelheid gesmolten ijs is goed om het globale zeeniveau jaarlijks te doen stijgen met 0,43 mm.

    Vooral in het westelijke deel van Antarctica verliezen 6 enorme gletsjers snel aan omvang door relatief warm oceaanwater dat via de Amundsen Zee de Zuidpool bereikt. De zeestroming wordt aangedreven door winden die – volgens wetenschappers – sterker zijn door de klimaatverandering. Eén bepaalde gletsjer verloor zo’n 9 meter per jaar.

    De vaststellingen konden gedaan worden dankzij de CryoSat-satelliet van de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA. Die satelliet laat via gesofisticeerde apparatuur veel meer gedetailleerde observaties toe. De resultaten zijn gepubliceerd in het vakblad “Geophysical Research Letters”.

    Twee andere studies zijn tot de bevinding gekomen dat het smelten van de gletsjers vrijwel onomkeerbaar is. Onrustwekkend als je weet dat de zeespiegel wereldwijd met 1,2 meter zou stijgen, mochten de 6 gletsjers in het westelijke deel van Antarctica helemaal wegsmelten. “Als de zeestromen in de Amundsen Zee op die manier het ijs blijven aantasten, dan zal dat ernstige gevolgen hebben voor het zeeniveau”, zegt professor Duncan Wingham van University College London. “Daarom is het belangrijk dat we blijvend onderzoek doen.”

    °

    Antarctica verliest jaarlijks 159 miljard ton ijs

    ijsberg

    De ijskap op Antarctica raakt elk jaar 159 miljard ton ijs kwijt. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. De studie toont aan dat Antarctica – en dan met name het westelijke deel van het continent – steeds sneller ijs kwijtraakt.

    Het grootste verlies wordt nog altijd geboekt op West-Antarctica. Dit deel verloor tussen 2010 en 2013 gemiddeld elk jaar zo’n 134 miljard ton aan ijs. Het oosten van het continent zag in diezelfde periode jaarlijks drie miljard ton aan ijs verdwijnen. Het Antarctisch Schiereiland verloor jaarlijks 23 miljard ton ijs. Daarmee komt het totale verlies op 159 miljard ton per jaar.

    West-Antarctica
    Uit het onderzoek blijkt ook dat het ijs op West-Antarctica steeds sneller dunner wordt. De regio verliest jaarlijks ongeveer 31 procent meer ijs dan gemiddeld jaarlijks tussen 2005 en 2010 het geval was. “We ontdekten dat het verlies aan ijs het meest uitgesproken is in de regio van de Amundsenzee (een deel van West-Antarctica, red.),” vertelt onderzoeker Malcolm McMillan. Gletsjers verliezen er nabij het water tot wel acht meter ijs per jaar. Tijdens eerder onderzoek werd al geconcludeerd dat dit deel van Antarctica het meest kwetsbaar is. Dit onderzoek onderschrijft dat.

    Dit onderzoek onthult het dunner worden van het ijs langs de Amundsen-kust en die metingen zijn consistent met onze theorieën en modellen die erop wijzen dat dit gebied op instorten staat,” vertelt onderzoeker Ian Joughin.

    Zorgwekkend
    “Het steeds sneller dunner worden van het ijs op West-Antarctica is een zorgwekkende ontwikkeling,” stelt onderzoeker Andrew Shepherd. “Het is concreet bewijs dat in dit deel van onze planeet – dat genoeg ijs bezit om de zeespiegel wereldwijd met meer dan een meter te laten stijgen – grotere veranderingen plaatsvinden.” Exact in kaart brengen hoeveel ijs er jaarlijks op het continent smelt, is belangrijk. De metingen helpen ons beter begrijpen hoe de ijskappen op een veranderend klimaat reageren. “De uitdaging is om dit bewijs te gebruiken om klimaatmodellen te toetsen en verbeteren.”

    De onderzoekers trekken hun conclusie op basis van metingen van CryoSat-2. Deze satelliet meet onder meer zeer nauwkeurig de veranderingen in de hoogte van het pak ijs op Antarctica. Omdat de satelliet ook door wolken en in de duisternis kan ‘kijken’, kan deze voortdurend een goed beeld geven van de ontwikkelingen op het regelmatig aan stormen en donkerte onderworpen Antarctica. De satelliet geeft onderzoekers daarmee een compleet en nauwkeurig beeld van het verlies aan ijs op Antarctica.

    Bronmateriaal:
    Antarctica’s ice losses on the rise” – Leeds.ac.uk
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Peter Pawlowski (cc via Flickr.com).

     

     

    Oost-Antarctica duwt West-Antarctica opzijOost-Antarctica duwt West-Antarctica opzijEllebogenwerk op de Zuidpool. Daar duwt het oostelijke deel van Antarctica het westen opzij. En daar kan West-Antarctica…
    Gletsjers op West-Antarctica maken veel meer haast dan veertig jaar geledenGletsjers op West-Antarctica maken veel meer haast dan veertig jaar geledenOnderzoek toont aan dat maar liefst zes grote gletsjers in West-Antarctica momenteel sneller bewegen dan veertig jaar geleden.…

    Smeltend ijs veroorzaakt dip in zwaartekrachtsveld Antarctica

     

    Het ijs op West-Antarctica smelt. En dat smeltproces heeft gevolgen. Ook voor het zwaartekrachtsveld van dit deel van de wereld. Daar is de afgelopen jaren een ‘dip’ in gekomen, zo toont de GOCE-satelliet aan.

    De zwaartekracht is niet overal op het aardoppervlak even sterk. Onder meer de rotatie van de planeet en de positie van bergen en oceaantroggen hebben invloed op het zwaartekrachtsveld. En ook veranderingen in de massa van grote ijskappen kunnen kleine lokale variaties in het zwaartekrachtsveld bewerkstelligen.

    Dip
    En wetenschappers hebben die veranderingen nu waargenomen met behulp van de GOCE-satelliet. Ze bogen zich over gegevens die de satelliet tussen november 2009 en juni 2012 verzamelden. Opvallend genoeg ontdekten ze dat de afname in de massa van het ijs op West-Antarctica terug te zien was in de zwaartekrachtsmetingen van GOCE, ook al was de satelliet eigenlijk helemaal niet ontworpen om veranderingen die door de tijd heen kunnen optreden, te detecteren. Het verlies aan ijs tussen 2009 en 2012 resulteerde in een dip in het zwaartekrachtsveld van dit gebied.

     

     

    Beter beeld
    In het verleden gebruiken onderzoekers al de Grace-satelliet om de aardse zwaartekracht te bestuderen en zo conclusies te trekken over veranderingen in de ijsmassa op aarde. Maar de metingen van Grace zijn een stuk minder nauwkeurig dan die van GOCE en Grace kan bijvoorbeeld niet – zoals GOCE – naar delen van de Antarctische ijskap kijken. Door de gegevens die GOCE verzamelt te combineren met de gegevens van Grace kunnen nu ook veranderingen in de ijsmassa van kleine glaciale systemen worden waargenomen en krijgen we een nog beter beeld van wat er op Antarctica speelt.

    Wetenschappers maken zich zorgen over Antarctica. Uit recent onderzoek blijkt dat de snelheid waarmee ijs op West-Antarctica jaarlijks verloren gaat, sinds 2009 met een factor drie verhoogd is. En tussen 2011 en 2014 nam het volume van Antarctica als geheel met zo’n 125 kubieke kilometer per jaar af.

     

    Bronmateriaal:
    GOCE reveals gravity dip from ice loss” – ESA.int
    De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door DGFI / Planetary Visions.

    http://www.sciencedaily.com/releases/2014/09/140930195428.htm

    Satellite measurements reveal gravity dip from ice loss in West Antarctica

    September 30, 2014
    European Space Agency
    Summary:
    Although not designed to map changes in Earth’s gravity over time, ESA’s GOCE satellite has shown that the ice lost from West Antarctica over the last few years has left its signature. More than doubling its planned life in orbit, GOCE spent four years measuring Earth’s gravity in unprecedented detail. Researchers have found that the decrease in the mass of ice during this period was mirrored in GOCE’s measurements.

     

    ______________________________________________________________

    ALS  AL HET IJS OP  AARDE SMELT  GEBEURT DIT VROEG OF LAAT  ?  http://fieggentrio.blogspot.be/2013/12/als-het-ijs-op-aarde-smelt-dan-is-dit.html maandag 30 december 2013 °

    Dit is ‘s werelds nieuwe aangezicht als de zeespiegel ongeveer 65 meter zou stijgen.
    National Geographic showt deze beelden en toont ons het grote verschil. 
    Veel kustlijnen veranderen en sommige landen zullen zelfs helemaal verdwijnen. 
    Eigenlijk zie je hier de wereld zoals-ie nu is, met slechts één verschil: al het ijs op de wereld is gesmolten en afgevoerd naar de zee. 
    En dan krijg je dus dit. 
    Sommige wetenschappers zeggen dat dat over ongeveer vijfduizend jaar kan gebeuren.
    Europa
    Europa:De  Nederlanden(met uitzondering van ardennen en eifel )  een deel van Noord frankrijk   en Londen zullen dan slechts nog herinneringen zijn. 
    Ook het meeste van Denemarken zal verdwijnen in het water.
    Afrika
    Afrika: Dit continent zal het meest van zijn land bewaren, maar het wordt door de continue opwarming van de aarde op een gegeven moment wel onbewoonbaar. 
    Het zal simpelweg te droog en te heet zijn.
    Azie
    Azië: Een groot deel van China, Bangladesh en India zal overstromen.
    Ook zal de Mekong Delta overstromen en er voor zorgen dat de Cardamom bergen in Cambodja slechts nog eilandjes zijn.
    Australie
    Australië: Dit zal vooral één grote woestijn worden.
    En juist de steden die het meest bewoonbaar zijn, aan de kust, zullen grotendeels verdwijnen.
    Ook krijgen ze een zee middenin het continent.
    Antartica
    Antartica: De oostkant van Antartica bevat zoveel ijs (4/5de van al het ijs op de wereld) dat het bijna lijkt alsof onsmeltbaar is. 
    De westkant daarentegen zal bijna helemaal instorten.
    Noord-Amerika
    Noord-Amerika: De staat Florida zal bijna helemaal verdwijnen en ook van San Francisco zal niet veel meer overblijven dan een paar drijvende eilandjes.
    Zuid-Amerika
    Zuid-Amerika: Buenos Aires verdwijnt, de kust van Uruguay en het meeste van Paraguay verdwijnt. 
    Bergachtige gebieden blijven alleen  bestraan  in centraal Amerika .
    °
    DE GLAZEN BOL ?
    °
    5000 jaar is een lange tijd om dijken op te hogen en pompen/molens verder te ontwikkelen die de grond droog kunnen houden, dat moet wel lukken.
    —> << ja , maar het moet betaalbaar en doenbaar  blijven  / / zandzakjes alleen dammen zeker   geen   overstroming  af wanneer die zeewering  structuren het begeven of niet meer zijn te onderhouden wegens de  slinkende  achteruit boerende   ekonomie middellen en  dus duurder wordende  material en de  aankomende  schaarste  eraan
    °
    IJskappen smelten niet van het een op het andere jaar, mensen hebben millennia de tijd om zich aanpassen.
    —> volksverhuizingen zullen al vroeger massaal toenemen
    °
     misschien zijn er wel veel minder mensen op aarde over 5000 jaar.
    De huidige toename van mensen kan niet eeuwig doorgaan.
    —> als we daar niet in slagen om  dat in te perken zal de natuur wel  zelf de wereldbevolking  gaan uithongeren  en zullen ziekten vrij spel gaan krijgen
    °
    Vroeg of laat ontstaat er oorlog vanwege de beperkte hoeveelheid voedsel en materiaal op de planeet.
    In dat geval zijn smeltende ijskappen wel de minste van onze toekomstige problemen.
    —> Juist  ……. Oorlogen met de huidige wapens kunnen snel uitgroeien tot een  totale uitroeing van al het leven op deze planeet . Moderne oorlogen (met het huidige wapenarsenaal )  in dit overvolle terrarium ,  betekenen  :  collectieve  zelfmoord 
    Doemdenken heeft geen zin”
    1)  Non sequitur  / /  de  blinde  en automatische   verschuivende   evenwichts processen die deze  planeet  voor mensen  soms  leefbaar houden ; trekken er zich niets van aan  of de mens doemdenker of optimist is  ….het zijn slechts de consequenties van onze  groeiende  massale  aanwezigheid , toenemende ecologische  voetafdruk   en tomeloze  ( we weten het allemaal en we kunnen alles beheersen ) arrogantie   die bepalen naar welke kant deze  balans zal overslaan ….
    —>2)    <   <     het is te laat de put gevuld als het kalf verdronken is , en dat geldt ook voor optimisten
    —>3 )   <    <   de kop in het zand steken heeft ook al geen zin
    —>4)    <    <   Denken ( ook doemdenken en/of optimistisch vooruitgangs-denken   ) en    nadenken   is slechts een luxe die men zich kan permiteren   als het  goed gaat en de basis behoeften zijn gedekt
    °
    —> Wat er over 5000 jaar gebeurt heeft weinig te maken met wat ons  al  de komende 100 jaar al  te wachten staat.( of zelfs tegen het einde van deze eeuw )
    1.-   Lekker overdrijven   dmv   dergelijk    getheoretiseer  en  lange termijn  prognoses /extrapolaties  van tendenzen ,     speelt alleen  de non-believers in de kaart   …..
    2.-  Halen we dan de volgende   5000 jaar nog  ?
    ___________________________________________________________________
    °
    Ondertussen  zet de ( door velen nog steeds ontkende )klimaatopwarming zich  onverminderd  door  en krijgen we  nu  al te maken  met de eerste  duidelijke  gevolgen  —>
    zie ook ;
    ______________________________________________________________
    °
    VN-klimaatrapport: België gaat zware klappen krijgen
    19/03/2014 om 05:29 – Bijgewerkt

    Ons land krijgt tegen 2100 af te rekenen met zware overstromingen en torenhoge kosten als gevolg van de stijgende zeespiegel. Dat staat in het nieuwe klimaatrapport van de VN.

    VN-klimaatrapport: België gaat zware klappen krijgen

    Smog-alarm in Brussel: slechts het begin van de klimaat-ellende? © BELGA

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    De krant De Morgen kon het gelekte rapport inkijken. In de EU rijzen de directe kosten door de zeespiegelstijging tegen eind deze eeuw tot 17 miljard euro per jaar als er geen ingrepen komen om het zeeniveau te bedwingen. België zal, samen met Nederland, Spanje, Italië, Duitsland, Frankrijk en Denemarken, de zwaarste rekening gepresenteerd krijgen, zo staat in het langverwachte nieuwe VN-klimaatrapport dat eind deze maand  maart  in Japan wordt voorgesteld. Naast een hoge prijs voor de zeespiegelstijging moet België zich volgens het VN-klimaatpanel ook voorbereiden op “ernstige afname van de grondwaterbronnen”. Ons land wordt hier samen genoemd met Italië, Spanje en Noord-Frankrijk. Voor België merken de onderzoekers ook op dat we nu al kampen met “aftakeling van de bossen en dode bomen.”

    Torenhoge kosten  ……  en misschien een  “economie collaps”  ? “Tijdens de 21ste eeuw zullen de effecten van de klimaatverandering de economie en de strijd tegen armoede vertragen, de voedselzekerheid aantasten en nieuwe armoedevalkuilen veroorzaken, vooral in stedelijke gebieden”, zo staat in het gelekte voorontwerp. Bij een temperatuursstijging met 2,5 graden ( *** )zou de wereldeconomie tot 1400 miljard dollar (1000 miljard euro) per jaar kunnen verliezen. Momenteel is de wereld op weg naar een opwarming met 3,7 graden tegen 2100. (1)   (Belga/TV)   _________________________________________________________________ Zeespiegel en temperatuurstijging http://nl.wikipedia.org/wiki/Zeeniveau De zeespiegelstijging is actueel geworden door het broeikaseffect en klimaatverandering. 1.- Wetenschappers die zich daar mee bezighouden schatten in dat de zeespiegel tot 1 m gestegen zal zijn in 2100 (1) en daarna in hetzelfde tempo zal doorgaan. Dat kan/zal er toe leiden dat delen van het door mensen bewoond land  ontoegankelijk worden,…Ook al   omdat het te duur wordt de zeewering in stand te houden. 2.- Een recent internationaal onderzoek[4] voorspelt 2 meter stijging per eeuw, dus veel meer dan het IPCC had voorspeld.(2) De oorzaak ligt in het ijs van Groenland dat al bij een lagere temperatuurstijging zou gaan smelten. Een aanzienlijk aantal wetenschappers twijfelt echter aan deze conclusies.

    (1) 
    Anderen  zijn pessimistisch  en  anticiperen  nog   slechtere cyfers  
    woensdag 5 maart 2014
    Levermann.
    “De gemiddelde temperatuur is nu al met 0,8 graden gestegen. Als de uitstoot van broeikasgassen blijft stijgen, voorspellen de modellen een stijging van de temperatuur met 5 graden tegen het einde van deze eeuw.”
    °
    De gevolgen zijn  bij 3 graden al  desastreus .
    Bij een stijging van 3 graden verliezen wereldwijd twaalf landen meer dan de helft van hun huidige oppervlakte. Nog eens dertig landen verliezen een tiende aan de zee.

    Met name eilandstaten in de Stille Oceaan en de Caraïben zijn ernstig bedreigd. Maar liefst 7 procent van de wereldbevolking leeft in regio’s die op termijn onder de zeespiegel zullen liggen.Als die stijging van de zeespiegel vandaag zou gebeuren, zouden meer dan 600 miljoen mensen op de vlucht moeten slaan en een nieuwe thuis moeten zoeken”, zegt Marzeion. “Deze enorme uitdagingen langs onze kusten zullen naar alle waarschijnlijkheid de culturele structuren fundamenteel veranderen. Als we de klimaatverandering niet kunnen beperken, zullen de archeologen van de toekomt grote delen van ons cultureel erfgoed  en onze levenstijl  in de oceanen moeten zoeken.”   (2)  —> dateerd  van  27/09/’13   IPCC  : De zeespiegel zal duidelijk sneller stijgen dan verwacht. In het ongunstigste geval zal die tegen eind deze eeuw met 82 centimeter gestegen zijn. Dat blijkt uit het eerste deel van het vijfde klimaatrapport dat het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, vrijdag in Stockholm heeft voorgesteld. Zelfs als de klimaatbescherming aanzienlijk wordt uitgebreid, zal de zeespiegel tegen dan met minstens 26 centimeter gestegen zijn. “Terwijl de oceanen opwarmen en gletsjers en ijskappen smelten, zal de globale zeespiegel verder stijgen, maar sneller dan we de voorbije 40 jaar hebben meegemaakt”, zei een van de co-voorzitters, Qin Dahe.

    Temperatuurrecords

    De temperaturen op de Aarde kunnen tegen het einde van de eeuw volgens verschillende scenario’s met 1,5 tot 4 graden Celsius stijgen. Volgens meer onwaarschijnlijke modellen gaan de wetenschappers zelfs uit van 0,3 tot 4,8 graden. “Hittegolven zullen zeer waarschijnlijk vaker voorkomen en langer duren”, deelde het IPCC-klimaatpanel (Intergovernmental Panel on Climate Change)mee . In het verlengde van de klimaatopwarming verwachten de wetenschappers dat de vochtige regio’s op de wereld meer en de drogere nog minder neerslag zullen krijgen. “Maar er zullen uitzonderingen zijn”. Volgens het rapport was het sinds het begin van de weermetingen nooit warmer dan tussen 2001 en 2010. “In een decennium werden meer temperatuurrecords gebroken dan ooit tevoren”, zei de secretaris-generaal van de World Meteorological Organization (WMO), Michel Jarraud. De ijskappen in Groenland en Antarctica hebben de afgelopen twee decennia aan massa verloren, en gletsjers zijn wereldwijd verder gekrompen, schrijven de wetenschappers. Voor deel een van het huidige klimaatrapport hebben 259 hoofdauteurs de voorbije vier jaar duizenden wetenschappelijke studies geëvalueerd. Ze hebben hun hoofdstellingen samengevat in 30 bladzijden. Het volledige rapport verschijnt maandag. Deel twee en drie van het vijfde klimaatrapport behandelen de gevolgen van de klimaatverandering en de politieke mogelijkheden om die af te remmen. Ze worden in de lente van 2014 in Japan( eind Maart ? )  en Berlijn voorgesteld. ___________________________________________________________________   ( *** )  De les van het  LAAT  KRIJT   :  een  te verwachten opwarming van  ( geen  3 maar)  6 ° C  warmer bij een verdubbeling van het Co2  percentage   …..  ° Late Cretaceous Period was likely ice-free September 24, 2013 ……Previously, many scientists have thought that doubling CO2 levels would cause earth’s temperature to increase as much as 3 degrees Celsius, or approximately 6 degrees Fahrenheit. However, the temperatures MacLeod believes existed in Tanzania 90 million years ago are more consistent with predictions that a doubling of CO2 levels would cause Earth’s temperature could rise an average of 6 degrees Celsius, or approximately 11 degrees Fahrenheit …..    http://www.sciencedaily.com/releases/2013/09/130924153956.htm _______________________________________________________________ °

    –>  te verwachten  ZEESPIEGEL STIJGING 
    17/03/14 – 14u06  
    Bron: The Independent

    © ap.

    Volgens een nieuwe studie zou de zeespiegel wel eens sneller kunnen stijgen dan verwacht. Wetenschappers hebben ontdekt dat een ijsplaat in het noordoosten van Groenland, waarvan men dacht dat ze koud en stabiel was, snel aan het smelten is. Sinds 2003 zou er in de regio al miljarden ton ijs verloren hebben. Dat schrijft de Britse krant The Independent.

    Mocht de hele ijsplaat smelten, dan stijgt de zeespiegel zeven meter

    Jeremy Bamber, professor aan de Bristol University

    De opwarming van de regio betekende in 2003 de aanvang van het smeltproces, blijkt nu uit een studie. Sindsdien is er al ongeveer 10 miljard ton ijs per jaar in zee beland. De onderzoekers zijn naar eigen zeggen verrast door hun bevindingen. Ze vrezen nu dat Groenland een grotere rol zal spelen dan eerst verwacht in het voorspellen hoeveel de zeespiegel wereldwijd zal stijgen. De ijsplaat is nu al een van de grootste bijdragers van de stijgende zeespiegel de laatste twintig jaar. Ze zou verantwoordelijk zijn voor 0,5 mm per jaar, een zesde van de totale stijging van 3,2 mm per jaar. Omdat verontsteld werd dat de ijsplaat stabiel is, werd ze voorheen niet inbegrepen in berekeningen hoeveel de zeespiegel zou stijgen. Zeven meter “De ijsplaat van Groenland heeft meer dan eender welke ijsmassa bijgedragen aan de stijgende zeespiegel de voorbije twintig jaar. Mocht de hele ijsplaat smelten, dan stijgt de zeespiegel zeven meter“, zegt professor Jeremy Bamber van de Bristol University. “Het noordoosten van Groenland is heel erg koud. Het werd voordien beschouwd als het laatste stabiele stuk van de ijsplaat. Deze studie toont nu echter aan dat het verlies van ijs versnelt”, zegt Michael Bevis van de Ohio State University, coauteur van de studie.

    Lees ook

    ________________________________________________________________ ° RISING   SEAS  (New York times    03- 2014 ) KIRIBATI Climate-Kiribati-slide-T6HV-master1050 kiribati

    Climate-Kiribati-slide-GGUD-master1050
    Kiribati consists of 33 tiny islands and atolls, some uninhabited, sitting just feet above sea level (today )and spread over an expanse of ocean the size of India.

    The low-lying islands of Kiribati, just a few feet above sea level, are on the front lines of climate change. Globally, sea levels have risen eight to 10 inches since 1880, but several studies show that trend accelerating. If carbon emissions continue unchecked, a recent survey of expertsconcluded, sea levels may rise about three feet by 2100.     ° That could inundate most of Kiribati by the end of the century, and the islands, home to some 100,000 people, are already feeling the impact. The government of Kiribati says the intrusion of salt water caused by rising sea levels has contaminated fresh water supplies and crop soil, and President Anote Tong has predicted that his country will become uninhabitable in 30 to 60 years. According to the United Nations High Commissioner for Refugees, all the residents of Kiribati, along with other low-lying island states such as the Maldives and Tuvalu, could be forced to flee as a result of climate change. “Entire populations could thus become stateless,” the agency wrote. The remote nation, more than 1,200 miles south of Hawaii and 3,800 miles northeast of Australia, has already purchased 6,000 acres on the neighboring island state of Fiji to protect its food security as the sea encroaches on its arable land — and possibly, in the future, to relocate its residents.   GREENLAND MELTING  greenland A growing body of research shows that climate change is rapidly melting the Greenland ice sheet. In 2012, satellite observations revealed an“extreme melt event” in which ice melted at or near the surface of 98.6 percent of the ice sheet. The summer melt season has been lengthening as well: Simulated reconstructions show that it now lasts 70 days longer than it did in 1972, and the extent of the ice melt in 2010 was twice that of the average in the early 1970s. All of these factors increase the contribution of Greenland’s ice melt to the global rise in sea level. But while the effects of climate change threaten the lives and livelihoods of people in low-lying Pacific island states, they could be a boon in parts of Greenland. Some Greenlanders hope climate change will help them achieve independence from Denmark, which colonized the island in the 18th century. The immense weight of Greenland’s ice sheet pushes the island down into the ocean, so as the ice sheet melts and the weight decreases, the island rises. Melting ice and warmer weather are reshaping Greenland’s geography, making once-frozen land arable. The thaw is also opening up access to formerly iced-over reserves of oil, zinc, gold, diamonds and uranium. There is a small but growing political movement in Greenland to harness the new wealth of resources as part of a push for independence.   PANAMA    The San Blas archipelago, a chain of more than 350 white-sand islands sprinkled across the Caribbean coast of Panama, has been home to the indigenous Kuna people for thousands of years. Now, rising sea levels and higher storm surges are flooding their villages. Scientists at theSmithsonian Tropical Research Institute estimate that sea levels around the islands are rising at a rate of about three-quarters of an inch annually, and that the islands will be underwater in the next 20 to 30 years. The Panamanian government is developing a plan to relocate the Kuna to the mainland, but the fiercely independent group is distrustful of the government, and many are resisting the proposal.   KUNA The Kuna — about 40,000 indigenous people living on dozens of islands off Panama’s Caribbean coast — fear that their ancestral lands could be submerged within a generation “The government of Panama recognizes that many of the people don’t want to move,” said Scott Leckie, director of Displacement Solutions, a Geneva-based organization that works with people displaced by climate change. “The younger the person is, the more likely they are to accept the move. The most able-bodied and highly educated people will move first. Thus, the least employed, the most ill, the oldest and weakest and most disabled, the least willing to move, will be the ones left behind.”   FUJI  Toguru village       Like its Pacific island neighbor Kiribati, Fiji is seeing the effects of the encroaching ocean, and the government has begun relocating residents from the archipelago’s outer islands and low-lying coastal areas to the larger mainland. The government moved residents from the coastal village of Vunidogoloa after salt water ruined the region’s crop soil. Officials are also investing in other adaptation measures: They are building desalination plants and water tanks on the country’s vulnerable northern islands, while continuing to make plans to relocate people. At the same time, Fiji knows its plight is not as dire as that of nations like Kiribati and Tuvalu, which scientists say will probably disappear by 2100. Fiji’s president, Ratu Epeli Nailatikau, has said he will welcome the fleeing populations of those countries, a gesture that could strain his nation’s own waning land and resources.   °   BANGLA DESH 

    DAKOPE, Bangladesh — When a powerful storm destroyed her riverside home in 2009, Jahanara Khatun lost more than the modest roof over her head. In the aftermath, her husband died and she became so destitute that she sold her son and daughter into bonded servitude. And she may lose yet more.

    Ms. Khatun now lives in a bamboo shack that sits below sea level about 50 yards from a sagging berm. She spends her days collecting cow dung for fuel and struggling to grow vegetables in soil poisoned by salt water. Climate scientists predict that this area will be inundated as sea levels rise and storm surges increase, and a cyclone or another disaster could easily wipe away her rebuilt life. But Ms. Khatun is trying to hold out at least for a while — one of millions living on borrowed time in this vast landscape of river islands, bamboo huts, heartbreaking choices and impossible hopes.

     

    27bangladesh-lede-articleLarge
    Bangladesh, with its low elevation and severe tropical storms, is among the countries most vulnerable to the effects of climate change, though it has contributed little to the emissions that are driving it. CreditKadir van Lohuizen for The New York Times

    At a climate conference in Warsaw in November, there was an emotional outpouring from countries that face existential threats, among them Bangladesh, which produces just 0.3 percent of the emissions driving climate change. Some leaders have demanded that rich countries compensate poor countries for polluting the atmosphere. A few have even said that developed countries should open their borders to climate migrants.

    “It’s a matter of global justice,” said Atiq Rahman, executive director of theBangladesh Center for Advanced Studies and the nation’s leading climate scientist. “These migrants should have the right to move to the countries from which all these greenhouse gases are coming. Millions should be able to go to the United States.”

    River deltas around the globe are particularly vulnerable to the effects of rising seas, and wealthier cities like London, Venice and New Orleans also face uncertain futures. But it is the poorest countries with the biggest populations that will be hit hardest, and none more so than Bangladesh, one of the most densely populated nations in the world. In this delta, made up of 230 major rivers and streams, 160 million people live in a place one-fifth the size of France and as flat as chapati, the bread served at almost every meal.

    bangladesh-mid-jumbo

    A woman stood where her house was before Cyclone Aila destroyed it in 2009. Scientists expect rising sea levels to submerge 17 percent of Bangladesh’s land and displace 18 million people in the next 40 years. CreditKadir van Lohuizen for The New York Times

    As the world’s top scientists meet in Yokohama, Japan,( 03 .2014)  at the top of the agenda was  the prediction that global sea levels could rise as much as      three feet by 2100. Higher seas and warmer weather will cause profound changes.

    Climate scientists have concluded that widespread burning of fossil fuels is releasing heat-trapping gases that are warming the planet. While this will produce a host of effects, the most worrisome may be the melting of much of the earth’s ice, which is likely to raise sea levels and flood coastal regions.

    Such a rise will be uneven because of gravitational effects and human intervention, so predicting its outcome in any one place is difficult. But island nations like the Maldives, Kiribati and Fiji may lose much of their land area, and millions of Bangladeshis will be displaced.

    “There are a lot of places in the world at risk from rising sea levels, but Bangladesh is at the top of everybody’s list,” said Rafael Reuveny, a professor in the School of Public and Environmental Affairs at Indiana University at Bloomington. “And the world is not ready to cope with the problems.”

    The effects of climate change have led to a growing sense of outrage in developing nations, many of which have contributed little to the pollution that is linked to rising temperatures and sea levels but will suffer the most from the consequences.

    USA 

    boston

    While seas are rising globally, the phenomenon is not occurring at even rates around the world. A 2012 study by the U.S. Geological Surveyconcluded that sea levels along the East Coast will rise three to four times faster than the global average over the next century. While levels worldwide are expected to rise an average of two to three feet by 2100, they could surge more than six feet along the Atlantic seaboard. The study named Boston, New York, and Norfolk, Va., as the three most vulnerable metropolitan areas. Another study found that just a 1.5-foot rise in sea level would expose about $6 trillion worth of property to coastal flooding in the Baltimore, Boston, New York, Philadelphia and Providence, R.I., areas. That raises huge questions about the fate of Boston Harbor, where developers have poured millions into construction projects. Planners are steeling for a future in which storm surges flood huge swaths of Boston. They have put together a climate action plan outlining how the city can better prepare for disaster. Miami, one of the nation’s most populous cities, is built atop a porous limestone foundation on the South Florida coast, making it extremely vulnerable to rising sea levels, according to the federal government’s 2013 draft National Climate Assessment. As Arctic ice continues to melt, the waters around Miami could rise up to 24 inches by 2060, according to a report by the Southeast Florida Regional Climate Change Compact. Residents say they are already experiencing the effects as roads and outdated sewage systems flood. The porous limestone creates a unique threat as seawater seeps through the city’s foundations. “You’re not necessarily getting water pouring up over a barrier — instead, it’s seeping through the limestone and coming up through drains,” said Leonard Berry, co-director of the Climate Change Initiative at Florida Atlantic University. “It’s already happening. And it’s not very pleasant.” A study by the Florida Department of Transportation concluded that over the next 35 years, rising sea levels will damage smaller roads in the Miami area, and that after 2050, major coastal highways will also experience significant flooding and deteriorate as the limestone beneath them becomes saturated and crumbles.
    MIAMI

    _____________________________

    De wereld is slecht voorbereid op

    klimaatverandering

    bankje De wereld is nog lang niet klaar voor klimaatverandering. Desalniettemin zijn de gevolgen van klimaatverandering reeds op alle continenten voelbaar. Dat concludeert het IPCC in een nieuw rapport. In het rapport ‘Climate Change 2014: Impacts, Adaptation and Vulnerability‘ schrijft hetIntergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) over de invloed die klimaatverandering vandaag de dag al heeft. Maar ook de risico’s die een veranderend klimaat in de toekomst met zich meebrengt komen aan bod. Net als de mogelijkheden die er zijn om die risico’s te verkleinen.

    RISICO’S

    In het rapport identificeren de onderzoekers een aantal risico’s van klimaatverandering. Denk aan overstromingen, hittegolven, tekort aan water, verlies aan biodiversiteit en tekort aan voedsel. Die risico’s ontstaan door kwetsbaarheid (we zijn slecht voorbereid) en blootstelling (we leven in gebieden waar die risico’s een rol kunnen gaan spelen) en klimaatverandering zelf. Elk van die drie factoren kan worden aangepakt om de risico’s terug te dringen.

    Voorbereiding “We leven in een tijdperk van door mensen veroorzaakte klimaatverandering,” stelt onderzoeker Vicente Barros. “In veel gevallen zijn we niet voorbereid op de aan het klimaat gerelateerde risico’s waar we reeds mee te maken hebben. Investeren in een betere voorbereiding kan zowel in het heden als in de toekomst zijn vruchten afwerpen.” Er worden door overheden reeds stappen gezet om de risico’s die klimaatverandering met zich meebrengt te beperken. Maar die stappen zijn vaak gericht op dingen die ons al overkomen zijn en onvoldoende op zaken die ons door toedoen van klimaatverandering nog kunnen gaan gebeuren. En dat terwijl we volgens het IPCC een redelijk goed beeld hebben van de risico’s die klimaatverandering met zich meebrengt. Beperkingen Tegelijkertijd benadrukt het IPCC dat ook de voorbereidingen die we treffen moeten, hun beperkingen kennen. De mate waarin klimaatverandering een probleem gaat vormen, is afhankelijk van de mate waarin de aarde opwarmt, oftewel de mate waarin wij broeikasgassen blijven uitstoten. Als de aarde heel veel opwarmt, zal het lastiger worden om de risico’s in de hand te houden. “En zelfs serieuze, constante investeringen in aanpassingen zullen hun beperkingen hebben,” voorspelt onderzoeker Chris Field. Kwetsbaar Verder stelt het rapport dat een aantal risico’s van klimaatverandering zich wereldwijd al aan het ontvouwen is. Landbouw, volksgezondheid, ecosystemen op het land en in het water en onze watervoorraden: op sommige plekken worden die zaken reeds door klimaatverandering aangetast. Hoewel klimaatverandering op elk continent voelbaar is, zijn er een aantal gebieden die verhoogde risico’s lopen. “Het rapport concludeert dat mensen, samenlevingen en ecosystemen wereldwijd kwetsbaar zijn, maar de kwetsbaarheid verschilt van plek tot plek.” Daar waar klimaatverandering gepaard gaat met andere problemen zijn de risico’s het grootst. ° De plekken waar klimaatverandering zich het duidelijkst openbaart, zouden ons er volgens het IPCC aan moeten herinneren dat klimaatverandering niet alleen bestreden kan worden door onze uitstoot terug te dringen. Ons aanpassen aan situaties is minstens zo belangrijk. “Een deel van de reden waarom aanpassen zo belangrijk is, is dat de wereld door toedoen van klimaatverandering een aantal risico’s loopt die reeds in het klimaatsysteem ingebakken zijn en dat is te wijten aan onze uitstoot in het verleden en de bestaande infrastructuur,” stelt Barros.

    _________________________________________________________________
    °
    DROOGTE  

    ‘Dertig procent van de aarde krijgt te maken met droogte’

    droogte Door toedoen van klimaatverandering krijgt bijna een derde van de aardse landmassa’s tegen het jaar 2100 te maken met droogte. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. De schatting valt een stuk hoger uit dan eerdere schattingen: eerder voorspelden onderzoekers dat 12 procent van de landmassa’s tegen 2100 te maken krijgt met droogte. Dat verschil is goed te verklaren. Tijdens eerdere onderzoeken keken wetenschappers enkel naar de regenval. Tijdens dit onderzoek hielden de onderzoekers ook rekening met warmere temperaturen die ervoor zorgen dat er meer vocht aan de grond onttrokken wordt. Zo komen ze uit op hun conclusie dat dertig procent van de landmassa’s te maken krijgt met droogte. Zelfs gebieden die naar verwachting in de toekomst meer regen krijgen, kunnen door de stijgende temperaturen en daarbij horende verdamping met droogte te maken krijgen. Verdamping “We weten van de basale fysica dat warmere temperaturen ervoor zorgen dat dingen uitdrogen,” stelt onderzoeker Benjamin Cook heel simpel. “Zelfs als de mate van neerslag in de toekomst onduidelijk is, zijn er goede redenen om ons zorgen te maken over de watervoorraad.”

    Vochtbalans Wanneer we alleen kijken naar de regenval krijgt 12 procent van de landmassa’s op aarde te maken met droogte. Maar er zijn ook een aantal gebieden die het maar net nat genoeg houden. Die gebieden lijken echter ook met droogte te kampen te krijgen wanneer we de hogere temperaturen en mate van verdamping meenemen. “Voor de landbouw is de vochtbalans in de grond het enige wat er echt toe doet,” stelt onderzoeker Jason Smerdon. “Als de regen iets toeneemt, maar de temperaturen ook toenemen, is droogte een mogelijk gevolg.” Europa In de berekeningen van de onderzoekers lijken bijvoorbeeld het westen van de Verenigde Staten en het zuidoosten van China te maken te krijgen met droogte. Maar ook lijken droge gebieden in Centraal-Amerika en het zuiden van Afrika in omvang toe te nemen. En de dorheid die we ‘s zomers in Griekenland, Italië, Spanje en Turkije zien, gaat zich wellicht naar het noorden toe uitbreiden. “Veel gebieden krijgen in de toekomst meer regen, maar het lijkt erop dat weinigen genoeg regen krijgen om de verdamping bij te benen,” stelt onderzoeker Steven Sherwood. En dat is zeker reden tot zorg. Nu kunnen bepaalde weersomstandigheden ervoor zorgen dat een oogst in een specifiek deel van de wereld mislukt. In de toekomst kan het veranderende klimaat de oogsten in meerdere delen van de wereld doen mislukken. Het kan resulteren in hogere voedselprijzen. En ook kan een tekort aan drinkwater ontstaan, met name in grote steden in gebieden die te kampen hebben met droogte.

    Bronmateriaal: Warming Climate May Spread Drying to a Third of Earth, Says Study” – Columbia.edu De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door bodgie (via SXC.hu).
    °
    __________________________________________________________________
    °
    ONDERTUSSEN OP ANTARCTICA 

    Antarctica breekt alle records: nog nooit is er zoveel zee-ijs gemeten

      Het zee-ijs op Antarctica verpulvert alle records. Sinds de satellietwaarnemingen in 1979 begonnen, bevond zich rondom het continent nog nooit zoveel zee-ijs. Het gaat momenteel om een slordige 19,45 miljoen vierkante kilometer ijs. Het record lijkt haaks te staan op alle berichtgeving omtrent de opwarming van de aarde. Maar schijn bedriegt. Op Antarctica is het momenteel winter. In die periode groeit het zee-ijs rondom Antarctica aan. Binnenkort dient het hoogtepunt van die winter zich aan. Zodra dat hoogtepunt achter de rug is, groeit de hoeveelheid ijs niet meer en zal deze zelfs langzaam maar zeker weer gaan afnemen. Dat betekent dat de hoeveelheid zee-ijs op Antarctica nu dus nog steeds toeneemt. Maar het record is al gevestigd. Op 16 september concludeerde het National Snow & Ice Data Centerdat er rond Antarctica 19,45 miljoen vierkante kilometer zee-ijs lag. En daarmee wordt het record dat vorig jaar werd neergezet (19,44 miljoen vierkante kilometer) kort voor de finish al verbroken. Dertig procent Met de 19,45 miljoen vierkante kilometer zee-ijs ligt er momenteel 3,9 procent meer zee-ijs dan er gemiddeld in de periode tussen 1981 en 2010 in dezelfde periode rond Antarctica te vinden was. De toename in zee-ijs die we de laatste jaren op Antarctica zien, is opvallend. De aarde warmt immers op. En de gevolgen daarvan zien we op de Noordpool heel goed. Daar bevindt zich op het hoogtepunt van de zomer dit jaar ongeveer dertig procent minder ijs dan er gemiddeld in diezelfde periode tussen 1980 en 2010 lag. En vorig jaar brak de Noordpool zelfs nog alle records: nog nooit was er zo weinig zee-ijs gemeten (3,41 miljoen vierkante kilometer). antarctica ice extension     Het record van 2013. Afbeelding: University of Bremen / AMSR2   ° Raadsel Hoe kan het dat de gevolgen van de opwarming van de aarde op de Noordpool zo goed zichtbaar zijn, terwijl de Zuidpool aan die gevolgen lijkt te kunnen ontsnappen? “Het bewijs dat de Zuidelijke Oceaan opwarmt, is overweldigend,” stelt onderzoeker Jinlun Zhang. “Waarom zou de hoeveelheid zee-ijs toenemen? Hoewel de mate waarin de hoeveelheid zee-ijs toeneemt, klein is, is het voor wetenschappers een raadsel.” Wind Waarschijnlijk zijn er verschillende factoren aan het werk. Eén van die factoren is de wind, zo schrijft Zhang in het bladJournal of Climate. Boven de Zuidpool bevinden zich een hele sterke, westelijke wind. De wind is sinds de satellietmetingen begonnen sterker geworden. Ook treedt er meer convergentie op (samenstromen van lucht). Daardoor vervormt het ijs: het wordt samengedrukt, waardoor er ribbels ontstaan. Het resultaat is dikker ijs dat langer in stand blijft. Tegelijkertijd wordt omringend water en dunner ijs aan koude winden blootgesteld en dat leidt tot de totstandkoming van meer ijs. “Je krijgt dikker ijs, ijs met ribbels en tegelijkertijd neemt de hoeveelheid ijs toe, omdat het ijs langer in stand weet te blijven,” vat Zhang samen. De sterke winden zouden de trend (een toename in zee-ijs) voor tachtig procent kunnen verklaren. Veranderingen in de dichtheid van het water zouden de overige twintig procent verklaren. Overigens moeten we de toename in de hoeveelheid zee-ijs op Antarctica wel in het juiste perspectief plaatsen. De toename is namelijk vele malen kleiner dan de afname op de Noordpool. Dat betekent dat de hoeveelheid zee-ijs wereldwijd dus nog steeds afneemt. Bovendien denken onderzoekers dat de toename van het zee-ijs op Antarctica geen blijvende trend is. Als de opwarming doorzet, zal ook de hoeveelheid zee-ijs op de Zuidpool uiteindelijk af gaan nemen.
    Zee-ijs op Noordpool stevent af op minimum, maar lijkt geen record te gaan breken
    Zee-ijs op Noordpool stevent af op minimum, maar lijkt geen record te gaan brekenHet zee-ijs op de Noordpool nadert het minimum van 2013: het moment waarop het oppervlak van het zee-ijs…
    _________________________________________________________________
    °

    De wind voorkomt dat Antarctica snel opwarmt

        Nieuw onderzoek verklaart waarom “Antarctica ” niet zo hard opwarmt als de andere continenten.
    °
    (1) Het heeft alles te maken met de wind boven de Zuidelijke Oceaan: die is in de afgelopen 1000 jaar nog nooit zo krachtig geweest.
    °
    (2)“Naarmate de wind krachtiger wordt, houdt deze meer koude lucht boven Antarctica gevangen,”
    vertelt onderzoeker Nerilie Abram.
    Daarom gaat Antarctica niet mee in de trend. Elk ander continent warmt sneller op en de Noordpool warmt het hardst op van allemaal.”
    Hoewel het grootste deel van Antarctica dus nogal  koud blijft, smelt het ijs op het Antarctisch Schiereiland echter juist snel. De sterke winden bewegen er door de Straat Drake en zorgen ervoor dat dat antarctisch gebied juist uitzonderlijk snel opwarmt.De krachtigere winden boven de Zuidelijke Oceaan verklaren tevens waarom het zuidelijke deel van Australië de laatste tijd met zoveel droogte te maken heeft. De winden boven de Zuidelijke Oceaan brengen namelijk boven  het zuidelijke deel van het continent regen. Maar nu de winden krachtiger worden, gaat de regenval aan de neus van Australië voorbij en regent  het uit op antarctica
    “Antarctica steelt de Australische regen. En dat is geen goed nieuws.”
    De onderzoekers trekken hun conclusie op basis van jaarringen en ijskernen.
    “De winden boven de Zuidelijke Oceaan zijn nu krachtiger dan op elk ander moment in de afgelopen 1000 jaar,” stelt Abram.
    Met name de laatste zeventig jaar zijn de winden in kracht toegenomen.
    “Door onze observaties te combineren met klimaatmodellen, kunnen we die krachtigere winden duidelijk verbinden aan een stijging van de broeikasgasssen.
    °
    Bronmateriaal:
    Ocean winds keep Australia dry, Antarctica cold” – ANU.edu.au
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).
    °
    (1) Het continent  warmt echter wel op ( alleen maar veel trager  en niet  overal plaatselijk  even hard ) en dat belet ook  niet dat veel ijs wegsmelt( in bepaalde  regio’s op het continent )  
    °
    (1b) Hoeveel feiten (en meningen) er ook zijn, de opwarming van de aarde (en vooral de verschillende opwarming van verschillende delen van de aarde) blijft een uiterst discutabel onderwerp. Wachten tot wij alle feiten allemaal netjes op een rijtje hebben is uiteraard niet de goede aanpak. 
    °
    –> Maar hoe beslis je wat te doen, hoe te doen, wanneer te doen, en op tijd te doen, als de hebberige kiezer niet bereid is om een stapje terug te doen? 
    °

    –> Hoe overtuig je de mensheid toch in te grijpen voor het te laat is?
    °
    (2)  ……De westenwinden rondom Antarctica zijn altijd al sterk geweest. (2b)Aan gegevens uit ijsboringen en boom ringen hebben ze nu afgeleid dat deze winden de laatste tijd nog zijn toegenomen. Dat lijkt mij een vrij betrouwbaar onderzoek. De Westenwinden zijn zo sterk dat je altijd wel moet rekenen op windkracht 8 of meer dwars over het schip bij een vaartocht naar Antarctica. Het continent heeft daardoor een meteorologisch isolement, dat waarschijnlijk al heen, heel lange tijd zo is. De ijslagen zijn daar tot 1 miljoen jaar oud en dat is veel ouder dan op Groenland.
    °
    ( 2b)…….ook  de streek rond  het uiterste punt van (Zuid)amerikaans continent  (Patagonie ) is  zeer windrijk : Patagonie , Vuurland en   Kaap Hoorn  liggen dan ook (van alle andere continentale  zuidpunten )  het  dichtst bij Antarctica   http://nl.wikipedia.org/wiki/Kaap_Hoorn
    °
    __________________________________________________________________ Waarom Antarctisch ijs groeit terwijl Antarctica smelt –
    °
    Planet Earth – Knack.be

    Dat klimaatverandering een complex gegeven is, blijkt uit data van een Amerikaanse militaire satelliet °
    antarctica ijsaangroei© Reuters

    °
    Het mysterie van het langzaam aangroeiende pakijs rond Antarctica terwijl de ijskap van Antarctica zelf afneemt, is opgelost. Het komt door veranderende windpatronen waarbij de koude wind het ijs wegblaast van de kustlijn. Dat blijkt uit een verslag dat in het vakblad Nature Geoscience is gepubliceerd.
    °
    Paul Holland, de hoofdauteur van het verslag, zei in een mededeling dat de totale oppervlakte van het Antarctica-pakijs heel langzaam aangroeit.
    °
    Aan de Noordpool neemt de ijsoppervlakte af, een zichtbaar gevolg van de klimaatsverandering. De voorbije 19 jaar nam de windactiviteit nabij de Zuidpool toe, met een tegengesteld gevolg voor het pakijs daar, aldus wetenschapper en co-auteur Ron Kwok.
    °
    De wetenschappers stellen aan The Guardian dat het pakijs aan de Noordpool vijf keer sneller afneemt, dan het aan de Zuidpool aangroeit.
    °
    Kwok merkt op dat er regionale verschillen zijn. In sommige gebieden, waar warme winden die van de tropen naar Antarctica waaien aan kracht toenamen, neemt het pakijs snel af. In andere gebieden blazen koude winden ijs dan weer weg van de kustlijn. Het netto-effect is dan een lichte groei van het pakijs rond Antarctica.
    °
    De wetenschappers voerden hun onderzoek in een laboratorium van het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA in Californië. (Belga/TE)

    Afbeeldingen van ijs antarctica groeit

    °
    Hoe lang duurt het  voor sneeuw en regen (firn)  terug ijs worden  ? 
    °

    Het evenwicht is zoek

    Klimaatverandering in Groenland

    aarde & klimaat

    http://www.npowetenschap.nl/nieuws/artikelen/2013/september/Het-evenwicht-is-zoek.html

    Dit gaat over een van de gebieden waar klimaatverandering al duidelijk zichtbaar is. G/roenland was vorig jaar nog uitgebreid in het nieuws omdat op een zomerdag de hele ijskap aan het smelten was, waarschijnlijk voor het eerst in minstens honderd jaar.

    Groenland
    Zoom

    Groenland heeft een grote ijskap in een relatief warm klimaat. Aan de rand van de ijskap is plaatselijk de jaargemiddelde temperatuur rond de nul graden. Dat betekent dat het ijs wel moet smelten als het warmer wordt. IJs kan immers niet warmer dan nul graden worden. Dus als het klimaat verandert, moet je het daar bij uitstek kunnen zien.

    Deze ijskap vertegenwoordigt een volume aan water waarmee de zeespiegel gemiddeld over de gehele oceaan een kleine zeven meter kan stijgen. De consequenties van het afsmelten als gevolg van de klimaatverandering kunnen dan ook op z’n minst verontrustend genoemd worden. Uiteraard kan dat niet gebeuren op één mooie zomerdag. Hoe snel dan wel? Dat is een vraag waarmee meer en meer wetenschappers zich bezighouden.

    Een van de best onderzochte gebieden ligt aan de westrand van de Groenlandse ijskap. De Universiteit Utrecht is daar twintig jaar geleden begonnen met metingen van de afsmelting, ijsbeweging en meteorologische condities. Dat was in een tijd dat GPS de militaire ontwikkelingsfase nog maar net ontstegen was, de mobiele telefonie nog geen vlucht genomen had en satellietwaarnemingen van ijskappen nauwelijks bestonden. Achteraf gezien mag dit best een gelukkige keuze genoemd worden, want de veranderingen waren toen nog niet zichtbaar.

    Wit biljartlaken

    Die beginperiode kan worden gezien als referentietoestand waarin de ijskap vermoedelijk nagenoeg in evenwicht was met het klimaat, dat wil zeggen: er kwam net zoveel ijs (in de vorm van sneeuw) bij als er afsmolt aan de randen en als er aan ijsbergen werd geproduceerd. De veranderingen sinds de laatste ijstijd waren uitgewerkt, en de door mensen gedreven verandering had nog niet echt toegeslagen. Uiteraard smolt de ijskap ook toen al aan de rand, maar hogerop de ijskap was het landschap als een wit biljartlaken zonder sporen van smelt.

    In de uitzending zien we dat nu ook in de zomer afsmelting optreedt, rond een locatie die S10 wordt genoemd, op 1850 meter boven zeeniveau. Wat twintig jaar geleden nog ondenkbaar was, is langzaam toch aan het gebeuren. Juist deze hoger gelegen relatief vlakke gebieden zijn belangrijk, omdat ze omvangrijk in oppervlak zijn, en daarmee cruciaal zijn voor de gezondheidstoestand van een ijskap. Omdat het er vlak is spreidt een relatief kleine toename van de afsmelting zich direct over een groot gebied uit.

    Twintig jaar na dato en een geweldige schat aan satellietgegevens rijker, weten we nu zeker dat de ijsmassa op Groenland kleiner aan het worden is. In een recente studie van Shepherd et al. (2012) inScience is gekeken naar zowel hoogtemetingen, verricht door satellieten, als veranderingen in het zwaartekrachtsveld, gemeten door het satellietenpaar GRACE, waarmee de massa van het ijs kan worden bepaald. Onderzoekers aan de TU Delft hebben deze satellietgegevens gebruikt om de verandering in kaart te brengen. Verder is gekeken naar de resultaten van regionale klimaatmodellen.

    Zeespiegelstijging

    Een recente schatting gebaseerd op deze verschillende technieken geeft de bijdrage van Groenland en Antarctica aan de zeespiegelstijging zoals weergegeven in onderstaande figuur. Verschillende onafhankelijke meetmethoden leveren een consistent beeld op: zowel Groenland als Antarctica als overige landgletsjers op aarde verliezen gestaag aan massa.

    De veranderingen in de ijskappen dragen nu voor ongeveer een derde bij aan de waargenomen zeespiegelstijging. De overige tweederde van de zeespiegelstijging wordt veroorzaakt door uitzetting van oceaanwater dat warmte absorbeert en door het afsmelten van kleine gletsjers. De verandering in de mondiale zeespiegel zoals die waargenomen wordt met satellieten is nu ongeveer dertig centimeter per eeuw.

    Versnelling?

    Zeespiegelstijging Groenland Antarctica
    Zoom
    bijdrage van Groenland en Antarctica aan zeespiegelstijging in de afgelopen twintig jaar.

    De reeksen zijn nog niet nauwkeurig en lang genoeg om vast te snellen of er sprake is van een versnelling over de laatste paar jaar, maar dat is een kwestie van tijd. Langere meetreeksen en nauwkeuriger metingen zullen daar het komende decennium uitsluitsel over geven. In de tussentijd wordt onderzocht of er terugkoppelingsmechanismes zijn die voor zo’n versnelling kunnen zorgen.

    Een van de terugkoppelingsmechanismen waarnaar wordt gekeken is de rol van water op de stromingssnelheid van het ijs. Dit is belangrijk, omdat als het ijs harder gaat stromen er meer ijs in lagere gebieden komt, waar de temperatuur hoger is en er dus meer afsmelting is. Als dit gebeurt dan zou de ijskap sneller af kunnen breken dan de huidige modellen voorspellen. Bij S10 en in het gehele gebied in de omgeving wordt daarnaar gekeken aan de hand van GPS metingen, zoals Alun Hubbard in de uitzending uitlegt. Recente metingen van de Universiteit Utrecht geven inderdaad een aanwijzing dat op grote hoogte het stromingspatroon aan het veranderen is.

    Terugtrekking

    Jakobshavn
    Zoom

    Water kan echter ook een andere rol spelen, omdat het ijs zal smelten als het met zeewater in contact komt. ’s Werelds snelst stromende gletsjer is de Jakobshavns Isbrae, aan de westkust van Groenland, die met een snelheid van tien à vijftien kilometer per jaar de zee in stroomt. Deze gletsjer draineert een aanzienlijk deel van Groenland en is in de afgelopen vijftien jaar sneller gaan stromen en heeft zich sterk teruggetrokken. De gletsjer wordt daarom sinds een aantal jaren nauwkeurig met camera’s in de gaten gehouden.

    De camera’s maken ieder uur een foto, het gehele jaar door, en tonen zo de variaties en trends in de productie van ijsbergen. Onderzoeker Jason Box laat dit in de buurt van Jakobshavn zien.

    Indrukwekkende beelden ontstaan als deze foto’s achter elkaar gemonteerd de stroming van het ijs weergeven als een soort stroop die uit een gekantelde pot stroomt. De langzaam warmer wordende oceaan in de buurt van de gletsjer is de vermoedelijke oorzaak van een hogere afsmelting aan de onderkant van de gletsjer en een grotere productie van ijsbergen die de zee in storten.

    Hoe de ijsbergproductie zich de komende honderd jaar zal ontwikkelen is nog met veel onzekerheden omgeven, maar met een camera de gletsjer in de gaten houden is een belangrijke stap om dit proces beter te leren begrijpen. Daarnaast zijn waarnemingen door satellieten van groot belang. De data die al deze waarnemingen opleveren zijn weer voer voor de modellen die processen beschrijven.

    Getuigenverslag

    Niet alleen directe metingen aan het natuurlijke systeem laten signalen van verandering zien. Ook een getuigenverslag van een bewoner uit een nederzetting in Noord-Groenland geeft uiting aan de veranderingen die gaande zijn. Voor de visvangst is men in sterke mate afhankelijk van het zee-ijs dat inmiddels later komt en eerder weggaat. En vooral: het is dunner en daarmee gevaarlijker geworden. Voor de lokale economie is het zee-ijs daarom van groot belang.

    Voor de zeespiegel maakt de smelt van zee-ijs echter niet direct uit: het drijvende ijs verplaatst immers evenveel water als het zelf bij smelten oplevert. Het verdwijnen van zee-ijs leidt echter wel tot meer absorptie van zonlicht door de oceaan en daarmee tot verdere opwarming in de regio. Dit is een terugkoppelingsmechanisme dat de veranderingen in het gebied alleen maar groter kan maken.

    Er mag dan nog wel onzekerheid zijn, omdat meetreeksen kort zijn en veel processen pas recentelijk onder de loep genomen worden, maar het klimaatbericht voor de Groenlandse ijskap is somber, met vooralsnog weinig vooruitzicht op verbetering. Misschien geen kantelpunt naar menselijke maat, maar op geologische tijdschaal gezien staan we op de rand van een wereld zonder Groenlandse ijskap.

    Dr. Roderik van de Wal is glacioloog/klimatoloog, hij is onderzoeker bij het Institute for Marine and Atmospheric research Utrecht, van de Universiteit Utrecht.

    °
    “Groenland heet niet voor niets Groenland.”
     —>Groenland heet Groenland omdat Erik de Rode  zijn  noormannen zo gek wilde krijgen om zich daar te vestigen. Ze hebben het geprobeerd, maar niet lang vol kunnen houden. Het was gewoon te koud, met te weinig groen.
    —> Overigens   trok de  mythische  “Eric de rode” ook  naar Rusland —>hij stichte er de eerste  (europese) russische dynastie (= de zogenaamde  Rurik dynastie   die zich de afstammelingen  van “eric de rode” noemden )    .. blijkbaar had de “kolonisatie “daar wel  meer  succes  ? 
    Toen   Groenland  ontdekt  werd   was er helemaal geen sneeuw en ijs. Er hebben zelfs hazelaars gestaan met een zeewatertemperatuur van 15 graden Celsius
    —>De ontdekking van Groenland ( Grœnlend )door ” Eric de Rode ” gebeurde  rond 970 tot 1030
    —> “Vinland “ (Wijn land   =Oudnoords: vínber; wijn-bessen)waarvan wordt verondersteld dat het New Foundland is , is  eveneens een  mislukte kolonisatiepoging van de noormannen (Leif Eriksson )….Soms worden  Vinlend en Grœnlend  wel eens met elkaar verward  …..
    —>Bomen en bossen  op groenland  in historische tijden  ? 

    Sporen van Groenlands bos

    DNA uit ijskernen onthult oud ecosysteem

    • DOOR: ELMAR VEERMAN (NOORDERLICHT)

    Ze peuterden honderdduizenden jaren oud DNA uit het Groenlandse ijs. Daarmee heeft een internationale groep onderzoekers de eerste puzzelstukjes in handen die vertellen hoe het bos eruitzag dat op het immense eiland groeide voor het met ijs bedekt raakte.

    Volgens de legende dankt Groenland zijn naam aan de Viking Erik de Rode. Hij noemde het zo in het jaar 982.

    Niet omdat het eiland zo aangenaam begroeid was, maar als reclamestunt. Het klonk wel aantrekkelijk, dacht hij, en daarmee hoopte hij kolonisten aan te trekken. Dat lukte inderdaad. Maar, jammer voor die landverhuizers, in werkelijkheid was Groenland voor het overgrote deel bedekt met een ijslaag van duizenden meters dik, net als nu. De tijd van weelderig groen was al heel lang voorbij.

    Hoe lang?

    Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat het zuiden van Groenland voor het laatst ijsvrij was in de warme periode vóór de meest recente ijstijd begon, ongeveer 116 duizend jaar geleden.

    Dat hebben ze afgeleid uit klimaatmodellen. Maar het zou natuurlijk veel overtuigender zijn om de resten van de laatste begroeiing in het Groenlandse binnenland aan een ouderdomsonderzoek te onderwerpen. Helaas, die liggen kilometers diep onder het ijs.

    De Deense DNA-onderzoeker Eske Willerslev heeft nu als eerste de proef op de som kunnen nemen, en schrijft daarover in Science. Samen met een groep collega’s heeft hij DNA geprobeerd te isoleren uit stukken ijs die al een tijd in vriescellen opgeslagen lagen. Het waren de onderste delen van boorkernen. Eentje was in de jaren negentig in het midden van Groenland geoogst. Het ijs is daar ruim drie kilometer dik, dus zo lang was de hele boorkern ook. Maar hoe ze het ook probeerden, in de onderste, viezige stukken ijs was geen DNA te bekennen.
    Meer succes hadden ze met een stuk ijs dat in 1981 omhoog was gehaald in het zuiden van het eiland, waar de ijslaag iets meer dan twee kilometer dik is. Daaruit konden ze DNA isoleren dat moet hebben toebehoord aan sparren, dennen, berken en planten uit de ondergroei van een bos.

    Willerslev en zijn groep zochten ook erfelijk materiaal van dieren. Vogel- en zoogdier-materiaal konden ze niet vinden, maar er kwam wel DNA tevoorschijn van kevers, vlinders, spinnen en vliegen. Van welke soorten het precies was, was niet te achterhalen, omdat het steeds maar heel korte sliertjes waren. Er stond dus ooit een bos, daar in het zuiden van Groenland.
    Uit de gevonden soorten is af te leiden dat het daar in juli gemiddeld boven de tien graden Celsius moet zijn geweest, en de wintertemperatuur zal niet lager hebben gelegen dan 17 graden onder nul. En dat terwijl het land ongeveer een kilometer boven zeeniveau lag, waardoor het er kouder moet zijn geweest dan in het laagland.
    Vandaag de dag kan het ’s winters wel vijftig graden vriezen op die plaats.

    Hoe lang is het nu geleden dat de vlinders en vliegen door het bos vlogen, daar in het zuiden van Groenland? Met vier verschillende technieken probeerden de onderzoekers de leeftijd te bepalen van het materiaal waaruit het DNA tevoorschijn kwam, en nog weten ze het niet zeker. Waarschijnlijk was het tussen de 450 en 800 duizend jaar geleden. Veel langer dus dan de klimaatmodellen hadden berekend. Het is alleen nog niet helemaal uit te sluiten dat de dateringsmethoden het verkeerde antwoord hebben gegeven, schrijven Willerslev en zijn medewerkers.
    Als de datering wel klopt, dan is dit het oudste DNA dat ooit is gevonden. Het vorige record was ook van Willerslev: drie- tot vierhonderdduizend jaar oud erfelijk materiaal van onder meer mammoeten, bizons en mos dat hij uit de permanent bevroren grond van Siberië had weten te isoleren.

    De nieuwe prestatie bewijst dat het waarschijnlijk mogelijk is om de flora en fauna van Groenland te reconstrueren aan de hand van ijsboringen. En Willerslev kijkt ook verlekkerd naar Antarctica, dat al veel langer bedekt is met ijs, en waar de temperaturen nog lager liggen. Misschien ligt daar wel DNA van miljoenen jaren geleden op ontdekking te wachten.
    °

    Eske Willerslev e.a.: ‘Ancient biomolecules from deep ice cores reveal a forested southern Greenland’, Science, 6 juli 2007

    http://www.science20.com/news/oldest_dna_suggests_earth_was_warmer_than_believed

     
    Greenland, Dye 3 Icecore drilling project. Credit: Martin Bay Hebsgaard, University of Copenhagen
    Sample location and core schematics. (A) Map showing the locations of the Dye 3 (65°11’N, 45°50’W) and GRIP (72°34’N, 37°37’W) drilling sites and the Kap København Formation (82°22’N, W21°14’W) in Greenland as well as the John Evans Glacier (JEG) (79°49’N, 74°30’W) on Ellesmere Island (Canada). The inset shows the ratio of D– to L–aspartic acid, a measure of the extent of protein degradation; more highly degraded samples (above the line) failed to yield amplifiable DNA. (B) Schematic drawing of ice core/icecap cross section, with depth [recorded in meters below the surface (m.b.s.)] indicating the depth of the cores and the positions of the Dye 3, GRIP, and JEG samples analyzed for DNA, DNA/amino acid racemization/luminescence (underlined), and 10Be/36Cl (italic). The control GRIP samples are not shown. The lengths (in meters) of the silty sections are also shown.
    Dye 3  groenlandse ijskap in de ijstijd
    °

    °

    “IJskap Groenland en Antarctica smelt aan recordtempo”

    wo 20/08/2014 –Freek Willems
    °
    De ijskappen in Groenland en op de Zuidpool verliezen in een jaar tijd ongeveer 500 kubieke kilometer volume. Dat heeft het Duitse Alfred Wegener Instituut (AWI) uitgerekend, op basis van satellietbeelden van de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA. Het ijs smelt er aan een recordtempo: het is het hoogste verlies sinds de satellietmetingen 20 jaar geleden van start gingen.
    °

    Dat de verandering van het klimaat een invloed heeft op de ijskappen aan de Noord- en Zuidpool, is al langer dan vandaag geweten. Dat het ijs er snel wegsmelt idem dito.

    Uit satellietbeelden van de ESA-satelliet CyroSat-2 blijkt nu dat het erger gesteld is dan ooit tevoren. De ijskappen in Groenland en op Antarctica smelten namelijk sneller dan in de voorbije 20 jaar.

    Op dit moment verliezen ze per jaar ongeveer 500 kubieke kilometer volume, zo rekende het Alfred Wegener Instituut uit. Dat is het hoogste verlies sinds de satellietmetingen 20 jaar geleden van start gingen. Om een vergelijking te maken: het per jaar verloren deel ijs komt overeen met de “totale metropolitane oppervlakte van Hamburg” en dat met een dikte van ongeveer 600 meter, rekende het instituut uit.

    46 meter ijs per dag in zee

    Sinds 2009 is het ijsverlies op het westelijke deel van Antarctica verdrievoudigd. In Groenland is het verdubbeld. Op het oostelijke deel van Antarctica groeit het ijs wel aan, maar dat zou niet opwegen tegen het verlies op het westelijke deel, stellen de wetenschappers van het AWI.

    De gebieden waar het ijs volgens het AWI het snelst afneemt zijn de Jakobshavn-gletsjer in het westen van Groenland en de Pine Island-gletsjer in het westen van Antarctica. Van de Jakobshavn valt momenteel elke dag 46 meter ijs in zee.

    Volgens de berekeningen van wetenschappers heeft de ijskap van Groenland een volume van 2,96 miljoen kubieke kilometer. Die van de Zuidpool heeft een volume van 27 miljoen kubieke kilometer.

    _________________________________________________________________

    Smeltend Arctisch zee-ijs tikt minimum aan: 5 miljoen km2

    plaatje

     

     

    In het Noordpoolgebied is nu, aan het einde van de zomer 5,02 miljoen km2 zee-ijs te vinden. Het is relatief weinig: er zijn – sinds de metingen startten – slechts vijf jaren waarin er in het gebied minder zee-ijs te vinden was.

    In de winter neemt de hoeveelheid zee-ijs in het Noordpoolgebied toe. Het bereikt aan het eind van de winter (maart) een maximum. Daarna begint de hoeveelheid zee-ijs – onder invloed van hogere temperaturen – weer af te nemen om vervolgens aan het eind van de zomer (september) een minimum te bereiken. Dat minimum is nu bereikt, zo meldt NASA nu.

    Net als vorig jaar
    Op het moment waarop het minimum bereikt werd, was er in het Noordpoolgebied 5,02 miljoen vierkante kilometer aan zee-ijs te vinden. Dat is vergelijkbaar met de hoeveelheid die we vorig jaar in dezelfde tijd in hetzelfde gebied maten. Het minimum van dit jaar ligt wel sterk onder het gemiddelde minimum in de periode tussen 1981 en 2010 (6,22 miljoen vierkante kilometer).

    Geen record
    Het jaar 2014 is geen recordjaar. Er zijn – sinds de metingen begonnen – vijf jaren te noemen waarin er in deze periode minder ijs in het Noordpoolgebied te meten viel. “De zomer begon relatief koel en miste de grote stormen of sterke winden die ijs kapot kunnen maken en het smeltproces kunnen bevorderen,” vertelt onderzoeker Walter Meier.

    2012 is nog altijd het recordjaar. Toen lag er in deze tijd slechts 3,41 miljoen vierkante kilometer zee-ijs. Dat we in 2013 en 2014 rond het zee-ijsminimum meer ijs zien, wil echter niet zeggen dat het Noordpoolgebied aan het herstellen is. Ook het minimum van dit jaar past in de neerwaartse trend die we over een langere periode kunnen waarnemen: de Noordelijke IJszee verliest per decennium ongeveer dertien procent van zijn zee-ijs.

    Bronmateriaal:
    2014 Arctic Sea Ice Minimum Sixth Lowest on Record” – NASA.gov
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door NASA / Goddard Scientific Visualization Studio.
    °

    Krimp Noordpoolijs is onnatuurlijk

    IJsoppervlak krimpt niet sneller dan in het verleden, wel al langer

    • DOOR: NADINE BÖKE (NOORDERLICHT)
    aarde & klimaat

    Er ligt de laatste jaren, met name in de zomer, steeds minder ijs op de Noordpool. Is deze krimp van het ijsoppervlak een natuurlijk verschijnsel, of is er meer aan de hand?

    Zoom
    Er ligt steeds minder ijs op de Noordpool. Deze krimp van het ijsoppervlak is volgens nieuw onderzoek groter dan je op basis van natuurlijke variatie zou mogen verwachten.

    Het nieuws zal niemand ontgaan zijn: de laatste jaren ligt er steeds minder ijs op de Noordpool. Wetenschappers denken zelfs dat deze pool binnen een paar jaar in de zomer volledig ijsvrij kan zijn.

    Nu zijn er in het verleden wel vaker periodes geweest waarin het ijsoppervlak van de Noordpool een tijdlang kromp of juist groeide. Wat de vraag oproept: past de krimp die we nu zien in het plaatje van zulke natuurlijke variatie? Of is er meer in de hand?

    Het beantwoorden van die vraag is, op z’n zachtst gezegd, nogal een opgave. Er bestaan namelijk geen betrouwbare historische waarnemingen van de hoeveelheid ijs op de Noordpool.

    —> Tegenwoordig kan de grootte van het ijsoppervlak betrouwbaar gemeten worden met behulp van satellieten. Maar de precieze grootte van het ijsoppervlak vóór de uitvinding van satellieten kan alleen indirect worden bepaald.

    Dat is wat een internationale groep wetenschappers nu heeft gedaan.

    In Nature beschrijven zij hoe ze de omvang van het Noordpoolijs over de afgelopen 1450 jaar hebben weten te reconstrueren.

    Smeltend of groeiend ijs laat sporen na in de omgeving. Zulke sporen zijn bijvoorbeeld terug te vinden in ijskernen die je uit het ijsoppervlak boort. Maar ook uit bodemafzettingen onder of in de buurt van het ijs. De aanwezigheid van ijs zorgt voor een andere samenstelling van het plankton in het water, en voor de verhouding waarin bepaalde versies van atomen voorkomen (de zogenoemde isotoop-ratio). Dit zie je terug in oude (zee)bodemlagen.

    Nu levert één zo’n indirecte manier waarop je de historische ijsmassa kunt reconstrueren natuurlijk ook geen heel betrouwbaar beeld op.

    Christophe Kinnard en zijn collega’s gebruikten daarom maar liefst 69 verschillende van zulke zogenoemde proxies.

    Bovendien controleerden ze hun op deze manier verkregen data door deze naast satellietmetingen van de afgelopen decennia en historische oogwaarnemingen te leggen. Zo konden de onderzoekers toch een behoorlijk robuust beeld van de historische omvang van het poolijs krijgen.

    Zoals verwacht blijkt uit Kinnards reconstructie dat de ijsmassa aan de Noordpool ook in het verleden regelmatig een dip heeft gekend.

    Tussen de jaren 800 en 1200 na Christus bijvoorbeeld. Dit valt samen met een periode die het ‘Middeleeuws klimaatoptimum wordt genoemd, een warme periode die in allerlei reconstructies van het klimaat uit het verleden te zien is. De grootste dip in de hoeveelheid poolijs lag, als wordt gekeken naar het pre-industriële tijdperk, rond het jaar 640.

    Maar de huidige dip in de hoeveelheid Noordpoolijs is flink groter dan toen.

    Ook in het jaar 640 kwam de omvang van het ijsoppervlak niet onder de 9 miljoen vierkante kilometer.

    De afgelopen jaren wel.

    Afgelopen september(2011) , aan het eind van de zomer, lag er slechts 4,3 miljoen vierkante kilometer ijs op de Noordpool. Zoals altijd groeit het ijs op dit moment, aan het begin van de winter, weer aan.

    Toch lag er afgelopen maand (oktober) ook maar 7,1 miljoen vierkante kilometer ijs. Dit is twee miljoen vierkante kilometer minder dan het gemiddelde voor diezelfde maand over de jaren 1980 t/m 2000.

    Zoom
    De grafiek hierboven toont de grootte van het ijsoppervlak van de Noordpool in de maand september, sinds 1950. De krimp gaat sneller dan op basis van klimaatmodellen van het IPCC was voorspeld (de gestippelde lijn).

    De afname gaat dus rap. Erg rap.

    Toch ligt de krimpsnelheid van de pool niet hoger dan deze in bepaalde periodes in het (historische ) verleden lag, zo laat de reconstructie van Kinnard zien.

    Alleen: in het verleden hield deze hoge krimpsnelheid nooit zo lang aan. De huidige snelle krimp van de ijsmassa is begonnen rond 1970, en het einde is nog niet in zicht.

    Uiteraard koppelen de auteurs van het Nature-artikel de huidige snelle, langdurige krimp van het Noordpoolijs aan het broeikaseffect.

    En om precies te zijn aan de opwarming van de zeestroom die vanaf de Atlantische oceaan richting de Noordpool gaat.

    Een recente studie in Science liet zien dat deze zeestroom de laatste jaren warmer is dan hij in de afgelopen 2000 jaar is geweest.

     

    PDF

    Enhanced Modern Heat Transfer to the Arctic by Warm …

    instaar.colorado.edu/…/spielhagenscience11.pdf

    28 jan. 2011 – Enhanced Modern Heat Transfer to the Arctic by Warm Atlantic Water. This copy is for your personal, non-commercial use only. clicking here.

     

    sciencemag

    sciencemag

     

     

     

     

    Sowieso bestaan er inmiddels meerdere studies die aantonen dat de Noordpool twee keer zo snel opwarmt als andere plekken van de aarde.

    Wat mede te maken heeft met het albedo-effect: ijs weerkaatst zonlicht, en daarmee warmte. Dus hoe minder ijs, hoe minder zon er weerkaatst wordt, en hoe sneller de pool opwarmt.

    Al met al lijkt de kans steeds groter te worden dat de Noordpool inderdaad over een paar jaar in de zomer geen ijs meer zal bevatten.

    Bron: Christophe Kinnard e.a., Reconstructed changes in Arctic sea ice over the past 1.450 years, in: Nature, 23 november 2011.

    Map of the Arctic showing the location and type of proxies used in the reconstruction and ocean sediment cores used for comparison. Red and blue contours respectively delineate the ice edge in August 2007 and 1951, the years of minimum and maximum ice extent from gridded historical sea ice data3.

    °

    veel zee-ijs rond Antarctica gemeten (1)

     

     Zoveel zee-ijs is er momenteel op de wateren rond Antarctica te vinden. En dat is een record. Nog nooit werd er sinds de metingen in 1979 begonnen zoveel zee-ijs rond Antarctica geobserveerd.

     

    Antarctica zette het record op 20 september – aan het eind van de winter – neer. Toen was er 20,14 miljoen vierkante kilometer zee-ijs rond het continent te vinden. Gemiddeld was er in de periode tussen 1981 en 2010 maximaal 18,72 miljoen vierkante kilometer zee-ijs te vinden. Nog nooit werd er sinds de metingen in 1979 begonnen zoveel zee-ijs rond Antarctica gespot.

    Noordpool
    Het bericht van de omvangrijke hoeveelheid zee-ijs op Antarctica komt op de hielen van een heel ander bericht. Eind september werd bekend dat op de Noordpool – waar het einde van de zomer in zicht is – weer bijzonder weinig zee-ijs is geobserveerd. Het ging om 5,02 miljoen vierkante kilometer zee-ijs. Hoe verhoudt wat we daar zien gebeuren zich tot wat er op Antarctica gebeurt? Onderzoekers benadrukken dat de toename van de hoeveelheid zee-ijs op Antarctica vergelijkbaar is met slechts één derde van de hoeveelheid zee-ijs die op de Noordpool verloren gaat.

    “De planeet als geheel doet wat we op basis van de opwarming zouden verwachten,”vertelt onderzoeker Claire Parkinson. “De totale hoeveelheid zee-ijs neemt zoals verwacht af, maar net zoals niet elk gebied even sterk opwarmt zien we niet in elk gebied met zee-ijs dezelfde trend.”

    Andere weerpatronen
    Een warmer klimaat verandert weerpatronen. Soms brengen die weerpatronen koelere lucht naar bepaalde gebieden, zo legt onderzoeker Walt Meier uit. Bovendien, zo benadrukt hij, is er in Antarctica – waar zee-ijs rond het continent cirkelt en een enorm gebied beslaat – niet veel extra ijs nodig om een nieuw record neer te zetten. “Het is deels gewoon geografie en geometrie.” Wanneer de omstandigheden gunstig zijn en de hoeveelheid zee-ijs kan toenemen is er niets wat die toename geografisch gezien in de weg staat.

    Antarctisch Schiereiland
    Onderzoekers proberen momenteel een scherper beeld te krijgen van wat er precies op Antarctica gebeurt. Ze richten zich daarbij onder meer op het Antarctisch Schiereiland. Hier stijgen de temperaturen en in de aangrenzende Bellingshausenzee smelt het zee-ijs. Voorbij deze zee, en voorbij de Amundszenzee ligt de Rosszee. Daar neemt de hoeveelheid zee-ijs het sterkst toe. Het suggereert dat een lagedrukgebied boven de Amundsenzee krachtiger wordt of vaker voorkomt, waardoor de windpatronen veranderen en warme lucht over het schiereiland circuleert en koude lucht vanaf het continent over de Rosszee stroomt. “De wind speelt echt een grote rol,” stelt Meier. De winden cirkelen rond het continent en oefenen druk uit op het dunne ijs. Wanneer de winden van richting veranderen of krachtiger worden kunnen ze het ijs verder wegduwen, waardoor de omvang van de hoeveelheid ijs rond Antarctica toeneemt.

    “HET IS ECHT NIET VERRASSEND VOOR KLIMAATWETENSCHAPPERS DAT NIET ELKE LOCATIE OP DE AARDE ZICH GEDRAAGT ZOALS WE ZOUDEN VERWACHTEN”

    Smeltwater
    Maar niet alleen de wind speelt een rol. Onderzoekers vermoeden bijvoorbeeld dat smeltwater ook belangrijk is. Het stroomt van het continent af en leidt tot meer zoet water met een temperatuur net boven het vriespunt. Dat water bevriest gemakkelijker. Ook veranderingen in de watercirculatie – kouder water dat aan het oppervlak komt – kan een rol spelen. Net als sneeuwval.

     

     

    “Het is echt niet verrassend voor klimaatwetenschappers dat niet elke locatie op de aarde zich gedraagt zoals we zouden verwachten,” benadrukt Parkinson nog eens. “Het zou verbazingwekkend zijn als dat zo was. Het gebied rond Antarctica is één van de gebieden waar dingen niet helemaal gaan zoals we dachten. Dus het is heel natuurlijk dat wetenschappers zich dan afvragen ‘Oké, dit is niet wat we verwachtten, hoe kunnen we dit nu verklaren?’”

    Bronmateriaal:
    Antarctic Sea Ice Reaches New Record Maximum” – NASA.gov
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door NASA’s Scientific Visualization Studio / Cindy Starr.
    °

    HET NOORDPOOLIJS .
    http://www.ijis.iarc.uaf.edu/s…

     

    2012 was een laagte record, zoals deze grafiek prima laat zien.
    Wat ook erg duidelijk is te zien   is dat vanaf 1980 (=  stippellijntjes ) het ijs steeds is afgenomen.
    • Het punt is dat op termijn de totale hoeveelheid zee-ijs zal afnemen tot een minimum.
     °
    ” De aarde blijft bestaan  ….” 
    Nogal wiedes
    …..Niemand claimt dat de Aarde “vernietigd” zal worden door de huidige opwarming (.gevolgen  van de  onbalansen  die  zijn   onstaan en  blijven  aangroeien  …. En deze keer is het door  toedoen van  de  mens en zijn groeiende populaties .) 
    Waar het om gaat is economische schade,  een drastische afname van de biodiversiteit en de gevolgen daarvan op  de menselijke  leefbaarheids-condities  op deze planeet . en allemaal 
    °

    (1)  

    • Over de ‘overwachtheid’ van de toename van Antarctisch zeeijs:

    Het is al heel lang bekend dat een oceaan omgeven door land (noordpool) heel anders reageert dan een continent omgeven door oceaan (zuidpool). Zelfs heel vroege klimaatmodellen voorspelden dat Antarctica anders, minder en later zou reageren op de opwarming van de aarde.

    Zie bijvoorbeeld:
    Manabe et. al. 1975 “The Effects of Doubling the CO2 concentration on the Climate of a General Circulation Model”

    Bryan et. al. 1988 “Interhemispheric Asymmetry in the Transient Response of a Coupled Ocean–Atmosphere Model to a CO2 Forcing”

    °
    Zonneactiviteit   en temperatuur
    De data  komen   van het NOAA en de NASA.
    Alle metingen laten een toename in OHC van het oppervlaktewater zien, en een nominaal minimum van zonnekracht en activiteit.
    (op aarde )Zonneactiviteit en zonneconstante zijn nominaal, terwijl opwarming nog steeds een exponentiele toename laat zien.
    De opwarming over de afgelopen 15 jaar sluit niet aan bij de gemeten zonneactiviteit en zonnekracht.
    Alleen modellen die bovendien nog CO2 in aanmerking nemen doen dat.
    °
    MAATREGELEN en beslissingen  
    ……..  100% zekerheid is een onmogelijkheid in de wetenschap, Wanneer dat wordt geeist als basisvoorwaarde  en veto  bij  het nemen van  anticiperende “juiste” beslissingen  is dat dus  een  stromanargument ( dat wordt gecamoufleerd als een  “wijze ” beslissing om “niets te doen “)…..
    • 100% zekerheid is ook niet nodig om  beslissingen te nemen.….
    • Sterker nog  : Vaak worden beslissingen genomen zelfs bij hele lage zekerheden. Immers, de kans is slechts één argument in een risicoanalyse: (risico = kans * schade. )
    • Als de verwachte schade potentieel  heel hoog is dan heb je aan een kleine kans genoeg om een hoog risico te lopen en dus reden genoeg om maatregelen te nemen.
    “Antarctica ” op evodisku 

    Zes procent van België ligt onder zeespiegel eind deze eeuw

    08-10-14,
    Bron: Belga
    ©PHOTO NEWS

    België staat op de tiende plaats van landen die het meest bedreigd zijn door de stijging van de zeespiegel, wat voornamelijk te wijten is aan de opwarming van het klimaat. Dat blijkt uit een studie van Amerikaanse satellietgegevens waarover Le Soir vandaag bericht.

    Volgens de studie zullen er aan het einde van de eeuw 619.000 personen in België onder de zeespiegel wonen. Als de stijging van de zeespiegel nog versnelt, zou dat zelfs kunnen oplopen tot 660.000 personen in risicogebied.

    Masterplan
    Het Vlaams gewest, dat ermee rekening houdt dat het water 30 centimeter zou kunnen stijgen, heeft een masterplan kustveiligheid klaar van ruim 300 miljoen euro. Dijken zullen verstevigd worden, stranden verhoogd en er wordt voorzien in tijdelijke bescherming.

    Wereldwijd zullen eind deze eeuw ongeveer 177 miljoen personen, of 2,6 procent van de wereldbevolking, in een gebied wonen met “chronische overstromingen”. Het gaat om 146 miljoen in Azië, 17 miljoen in Europa en 5 miljoen in Noord-Amerika. De studie is gebaseerd op gegevens van de geologische diensten van de Verenigde Staten en van de satelliet Topex/Poseidon van de NASA en de CNES, het Franse ruimtevaartagentschap.

    °
    zie  ook     De Staat van het KLIMAAT ‘ <– 

     

    VOEDSELPYRAMIDES en ECOLOGIE

    °

       ecosystemen

    °

    Planeet aarde  <—

    Voedselpyramides <—  doc

    °

    VOEDSELWEB  

    28 november  2012  /Wageningen University, Laboratorium voor Entomologie

    Pas op voor de vijand van de vijand van jouw vijand

    Planten die door rupsen worden aangevallen, roepen de hulp in van sluipwespen met behulp van vluchtige geurstoffen die de plant aanmaakt in reactie op de vraatschade. Daarbij helpen sluipwespen de plant om van zijn vretende belager af te komen. De geurstoffen worden echter ook door andere insecten waargenomen. Een nieuwe studie van een Wagenings onderzoeksteam in het ‘open access’ tijdschrift PLoS Biology van 27 november laat zien hoe weer ándere sluipwespen deze plantengeuren oppikken om hún gastheer, sluipwespen, op te sporen.

    Lysibia nana parasiteert poppen van Cotesia glomerata

    Foto: Lysibia nana parasiteert poppen van Cotesia glomerata, gemaakt door Nina Fatouros.Een team van Nederlandse onderzoekers onder leiding van onderzoeker Erik Poelman van Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR, en collega’s onderzocht het gedrag van zgn. secundaire sluipwespen (‘hyperparasitoïden’) die andersoortige sluipwespen aanvallen die een rups belagen. Het team toont aan dat deze hyperparasitoïden kunnen ruiken of planten worden aangevallen door gezonde rupsen of door rupsen die door andere sluipwespen zijn geparasiteerd, waarin de secundaire sluipwespen hun eigen eitjes leggen. In zowel gecontroleerde laboratoriumtoetsen als onder veldomstandigheden, vond het team dat hyperparasitoïden een voorkeur hebben voor plantengeuren die vrijkomen van planten waarvan geparasiteerde rupsen aten in vergelijking met planten waarvan gezonde rupsen aten. Deze resultaten laten zien dat deze vijanden van de vijand van de vijand een complex netwerk van interacties tussen de plant, rups, en sluipwesp gebruiken om hun gastheer, de sluipwesp, te lokaliseren.

    Koolplanten (1) worden aangevreten door rupsen van koolwitjes (2) die op hun beurt worden geparasiteerd door sluipwespen (3). Hyperparasitoiden (4) leggen hun eitjes in de poppen van sluipwespen. Deze hyperparasitoiden vinden de poppen van sluipwespen door de planten geuren die vrijkomen bij vraatschade van geparasiteerde rupsen.
    Koolplanten (1) worden aangevreten door rupsen van koolwitjes (2) die op hun beurt worden geparasiteerd door sluipwespen (3). Hyperparasitoiden (4) leggen hun eitjes in de poppen van sluipwespen. Deze hyperparasitoiden vinden de poppen van sluipwespen door de planten geuren die vrijkomen bij vraatschade van geparasiteerde rupsen.

    Om te laten zien hoe dit complexe netwerk van interacties betrouwbare informatie over de aanwezigheid van sluipwespen kan bevatten, verzamelden de onderzoekers speeksel van de geparasiteerde en gezonde rupsen. Stoffen in het speeksel van de rups spelen een belangrijke rol in het veroorzaken van de verandering in geuren die de plant produceert bij vraatschade van rupsen. Poelman’s team ontdekte dat het aanbrengen van speeksel van geparasiteerde rupsen bij de plant een ander geurprofiel veroorzaakt dan speeksel van een gezonde rups. Bovendien zijn de plantengeuren die de plant maakt in reactie op het spuug van geparasiteerde rupsen aantrekkelijk voor de secundaire sluipwespen, die de parasiterende sluipwespen belagen.

    Voedselweb

    “Je moet de planten-geurproductie in reactie op planteneters zien in de context van het hele voedselweb, inclusief de vijanden van sluipwespen”, zegt onderzoeker Erik Poelman die met een Veni-subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) het onderzoek leidde:

    “Dan pas kun je de ecologische functies van plantengeuren goed begrijpen”. In aanvulling op de ecologische aspecten van hun werk, benadrukken de auteurs ook dat hun bevindingen van belang zijn voor het ontwikkelen van strategieën voor geïntegreerde plaagbestrijding, waarin sluipwespen worden gebruikt om insectenplagen te reguleren. “Hoewel sluipwespen effectieve biologische bestrijders zijn, lijkt het erop dat het optimaliseren van biologische bestrijding met plantengeuren bijwerkingen kan hebben. Daardoor kan de effectiviteit van de plaagbestrijding verminderen”, aldus Poelman.

    Veel meer insectensoorten in het regenwoud dan voorheen gedacht

    15 maart 2014

    Door parasitaire wespen te bestuderen die eitjes leggen in larven van tropische vliegen, leggen wetenschappers een complex web aan wisselwerkingen tussen vliegen, wespen en planten bloot

    Biologen van verschillende Amerikaanse universiteiten tonen deze week in een artikel in Science aan waarom dit leidt tot veel meer soorten insecten.

    Abstract :

    Ecological specialization should minimize niche overlap, yet herbivorous neotropical flies (Blepharoneura) and their lethal parasitic wasps (parasitoids) exhibit both extreme specialization and apparent niche overlap in host plants.

    From just two plant species at one site in Peru, we collected 3636 flowers(  Gurania flowers     ) yielding 1478 fly pupae representing 14 Blepharoneura fly species, 18 parasitoid species (14 Bellopius species), and parasitoid-host associations, all discovered through analysis of molecular data. Multiple sympatric species specialize on the same sex flowers of the same fly host-plant species—which suggests extreme niche overlap; however, niche partitioning was exposed by interactions between wasps and flies. Most Bellopius species emerged as adults from only one fly species, yet evidence from pupae (preadult emergence samples) show that most Bellopius also attacked additional fly species but never emerged as adults from those flies.

    Fig. 1

    http://www.sciencemag.org/content/343/6176/1240.figures-only

    3089_mximage
    1. Opius bellus lateral habitus f… Opius bellus lateral habitus female ↰ ↴
    3090_mximage
    2. Opius bellus lateral ha… Opius bellus lateral habitus male ↰ ↴
    3096_mximage
    3. Opius bellus propodeum and … Opius bellus propodeum and petiole lateral ↰ ↴
    3097_mximage
    4. Opius bellus propodeum a… Opius bellus propodeum and petiole dorsal ↰ ↴
    3084_mximage
    5.Opius bellus face
    3086_mximage
    6. Opius bellus face and man… Opius bellus face and mandible ↰ ↴
    3094_mximage
    7. Opius bellus showing occip… Opius bellus showing occipital carina absent ↰ ↴
    3092_mximage
    8. Opius bellus top of head … Opius bellus top of head and mesonotum ↰ ↴
    3093_mximage
    9. Opius bellus head late… Opius bellus head lateral view ↰ ↴
    3083_mximage
    10.Opius bellus fore wing
    _______________________________________________________________________________
    °

    Het bestuderen van de wisselwerking tussen soorten is een grote uitdaging voor wetenschappers. Soorten bezetten vaak een stukje ruimte in een ecosysteem, ook niche genoemd.

    Zo’n niche bevat alle middelen die de soort nodig heeft om te leven en zich voort te planten. Binnen de niche wordt het leven ook sterk bepaald door de wisselwerking tussen roofdieren en concurrenten.

    Soorten proberen ervoor te zorgen dat ze zo min mogelijk afhankelijk zijn van hulpbronnen die anderen ook gebruiken. Op die manier creëert elke soort zijn eigen niche door bijvoorbeeld verschillende delen van eenzelfde plant te eten. Dit soort specialisatie zorgt voor steeds maar weer veranderende soorten en uiteindelijk het ontstaan van nieuwe.

    In sommige ecosystemen is het aantal verschillende soorten enorm, veel groter dan het aantal wat je zou verwachten als er afgegaan zou worden op het aantal verschillende niches.

    Door gebruik te maken van nieuwe moleculaire technieken konden de biologen minutieus onderzoek doen naar gemeenschappen van plant-etende insecten en parasitaire wespen die eitjes in de planteneters leggen. Op die manier is de wesp ook onderdeel van het maken van de niche, waardoor op één en dezelfde plant verschillende niches ontstaan.

     Regenwoud 

    Daarvoor onderzochten de biologen duizenden plant-etende insecten waarvan de larven zich voeden met de sappige delen van de bloemen van komkommerachtige soorten in het Peruviaanse regenwoud.

    De precieze methode toonde aan dat het aantal verschillende soorten vliegen en wespen op slechts twee verschillende typen plant extreem divers was, namelijk veertien vliegen en achttien wespen.

    Door te kijken naar de vliegenlarven voordat de wespen uitkwamen, konden de wetenschappers zien welke wespen het uiteindelijk wel zouden overleven. Dit suggereert dat als de wespen hun eitjes in de verkeerde soort vliegenlarve leggen, de wespen niet uitkomen.

    De complexe interactie tussen de vlieg en de wesp genereert een aantal unieke niches, die weer leiden tot extreme specialisatie en naast elkaar bestaan van grote aantallen vliegjes en wespen in slechts één simpel plant-systeem. Een systeem wat dus niet zo simpel is, als er beter naar gekeken wordt.

    De auteurs stellen dat deze zeer specifieke interacties kunnen bijdragen aan de grote soortenrijkdom in tropische systemen.

    Door: NU.nl/Krijn Soeteman

    http://www.nu.nl/wetenschap/3726921/veel-meer-insectensoorten-in-regenwoud-dan-voorheen-gedacht.html  

    °

    Wereld zonder grote carnivoren ziet er heel anders uit

     10 januari 2014  33

    leeuw

    Een nieuw onderzoek stelt niet alleen dat de grote carnivoren verdwijnen, maar bewijst ook direct dat dat een enorm probleem is. De carnivoren hebben een enorme invloed op hun omgeving en hun verdwijning is een ramp voor het ecosysteem.

    Meer dan 75 procent van de 31 grote vleeseters is aan het verdwijnen. Met name in het zuidoosten van Azië, het zuiden en oosten van Afrika en in de Amazone nemen hun aantallen af. In de meeste ontwikkelde gebieden – denk aan landen in West-Europa en het oostelijke deel van de VS – zijn zelfs al helemaal geen grote vleeseters te vinden. “We raken onze grote vleeseters kwijt,” concludeert onderzoeker William Ripple.

    Poema
    En het verdwijnen van die grote vleeseters heeft gevolgen, zo tonen de onderzoekers aan. Ze brachten voor hun studie de invloed die onder meer Afrikaanse leeuwen, luipaarden, wolven en lynxen op hun leefgebied hebben. Zo tonen ze bijvoorbeeld aan dat het verdwijnen van de poema en wolven ervoor zorgt dat het aantal grazende dieren – bijvoorbeeld herten en elanden – stijgt. Zij verstoren de vegetatie en hebben zodoende weer invloed op vogels en kleinere zoogdieren die van die vegetatie afhankelijk zijn.

    Leeuw
    En zo heeft het verdwijnen van elke grote vleeseter gevolgen. De verdwijning van de leeuw zorgt er op bepaalde plekken in Afrika bijvoorbeeld voor dat de groene baviaan aan een opmars begint en hij vormt een bedreiging voor gewassen en vee.

    “Om deze diersoorten te kunnen behouden, moeten mensen ze tolereren,” stelt Ripple. “We zeggen dat deze dieren het recht hebben om te bestaan, maar ze bewijzen ons economisch en ecologisch gezien ook een dienst.” Een goede reden om ons nog meer in te zetten voor het behoud van de soorten, zou u zeggen.

    Maar heeft dat nog wel zin? Ripple denkt van wel.

    Op plaatsen waar grote vleeseters waren verdwenen en opnieuw zijn geïntroduceerd heeft het ecosysteem zich vrij snel hersteld.

    Bronmateriaal:
    Loss of large carnivores poses global conservation problem” – Oregonstate.edu
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Oregon State University.

    Afrikaanse leeuw ziet aantallen in vijftig jaar tijd meer dan halveren  <—

     

    –>  Problemen?

    °De natuur vindt bij verschuivingen  altijd wel  een ander evenwicht. 

    °Er is nml  ALTIJD een (dynamische ) balans in de natuur.

    ° Maar dat betekent niet dat de uitkomst  van dergelijke  herschikklingen altijd   een mensvriendelijk evenwicht hoeft te zijn  

    —>   Een ecosysteem is een zelf-organiserend systeem. Het zal altijd zoeken naar een bepaalde balans, dynamisch, met bijvoorbeeld voedselrijke periodes door het weer (goede mastjaren, goede muizenjaren) die voor dynamiek zorgen.

    Het is wel zo dat je bij uitsterven “geesten van het verleden” ziet.

    Zo zijn er bepaalde zaden die alleen door megafauna kunnen worden verspreid, of bepaald gedrag in soorten wat niet logisch is in moderne context (de gaffelbok’s snelheid wordt vaak genoemd, die hij zou hebben door een  “wapen”wedloop met de Amerikaanse cheetah die uitgestorven is, maar ik meende dat er alweer aan getwijfeld wordt).

    In sommige gevallen kan het uitsterven van de ene soort de andere soort meenemen, maar ik geloof niet wat vaak wordt gezegd door ecologen dat een ecosysteem een jenga toren is. Ik zie het eerder als een soort sociaal netwerk.

    Er onstaat een nieuw systeem als apex predatoren uitsterven. Mij maakt het niks uit*, maar ik heb er ook nauwelijks invloed op. En in de natuur bestaat ook niet zoiets als waarde, dat gaat gewoon door. Neemt niet weg dat het voor mensen wel eens negatief uit kan pakken.

    *(ik heb wel “behoefte” aan natuur om mij heen (het platteland), en dat hoeft van mij ook niet “puur” te zijn met alleen “inheemse” soorten. Dat de wolf in Nederland terugkeert lijkt mij leuk, maar de kans dat ik die daadwerkelijk zie is klein.)

    °

    —>   Teveel  individuen  van de ene soort = kan dienen  als  voedsel   en  grotere  populatie-  groei bij   andere  soorten  en zelfs een tijdelijke bevolkingsexplosie  van die laatsten —> maar ook  daarna keert  het  evenwicht terug.

    (en dat is niet alleen van kracht bij ecosystemen met roofdieren …..)

    Jaarlijks is er een muizenplaag in AUS wanneer het graan rijp is, deze verdwijnt even snel als het graan van het veld is.

    °

    Hoe wolven  zelfs  de loop van de rivier veranderen

    °

    n 1995 werd een kleine groep wolven losgelaten in het Amerikaanse Yellowstone Park, nadat die diersoort er zeventig jaar lang afwezig was geweest. Er gebeurde in de jaren daarna iets wonderbaarlijks: het complete ecosysteem van het park veranderde – en zelfs de rivieren stromen anders sinds de komst van de wolf.

    Hoe zit dat?

    Dat legt een video uit die dit weekend online gezet werd door de organisatie Sustainable Man en gebruikmaakt van een TED-talk van schrijver en milieuactivist George Monbiot. Die legde in juni vorig jaar (met een stem die doet denken aan Sir David Attenborough) uit waarom hij zo enthousiast is over ‘re-wilding’.

    Wolves were once native to the US’ Yellowstone National Park — until hunting wiped them out. But when, in 1995, the wolves began to come back (thanks to an aggressive management program), something interesting happened: the rest of the park began to find a new, more healthful balance. In a bold thought experiment, George Monbiot imagines a wilder world in which humans work to restore the complex, lost natural food chains that once surrounded us.

    Hoe ging dat dan? In het kort: voordat de wolven kwamen had het park een overschot aan herten, die alles gretig kaalgraasden.

    Na het uitzetten van de wolven werden er uiteraard enkele herten opgegeten, maar het zorgde er ook voor dat ze voortaan wegbleven uit bepaalde delen van het park, omdat het daar te gevaarlijk voor ze werd.

    Op die plekken kwam de vegetatie weer helemaal tot bloei: bomen groeiden hoger, op dorre vlaktes verrezen populieren en wilgen, die op hun beurt weer vogels en bevers aantrokken. De bevers bouwden dammen op het water en daar kwamen weer otters, muskusratten, eenden, reptielen en vissen op af.

    De wolven joegen ook op de coyotes, daardoor kregen konijnen en muizen meer kans en dat zorgde weer voor meer vossen, haviken en dassen. Zelfs beren hadden profijt van de nieuwe verhoudingen. Kortom: het complete ecosysteem veranderde omdat de wolf was geherintroduceerd bovenaan de voedselketen.

    Maar het meest verbazingwekkende was dat zelfs de geografie van het park veranderde met de komst van de groep wolven: rivieren stromen nu anders dan voor 1995.

    °

    Mocht je de video willen overslaan en gewoon de tekst willen lezen, hier het bewuste stukje uit het transcript van de TED-talk van Monbiot:

    “But here’s where it gets really interesting. The wolves changed the behavior of the rivers. They began to meander less. There was less erosion. The channels narrowed. More pools formed, more riffle sections, all of which were great for wildlife habitats. The rivers changed in response to the wolves, and the reason was that the regenerating forests stabilized the banks so that they collapsed less often, so that the rivers became more fixed in their course. Similarly, by driving the deer out of some places and the vegetation recovering on the valley sides, there was less soil erosion, because the vegetation stabilized that as well. So the wolves, small in number, transformed not just the ecosystem of the Yellowstone National Park, this huge area of land, but also its physical geography.”

    Voor wie er meer over wil weten: hier een wetenschappelijke publicatie over ‘trophic cascading’, zoals het fenomeen genoemd wordt.

     

     

    Als grote dieren verdwijnen, komt het knaagdier aan de macht

     

    Europese bosmuis

    (***)

    Als de grote zoogdieren uit een ecosysteem verdwijnen, komen de kleinere knaagdieren aan de macht. En dat is zorgwekkend: veel van deze knaagdieren dragen gevaarlijke ziektes met zich mee en daarmee groeit ook de kans dat wij mensen ziek worden aanzienlijk.

     

    Wereldwijd hebben de grote zoogdieren het moeilijk. Om verschillende redenen – ontbossing en de jacht bijvoorbeeld – lopen hun aantallen terug.

    Kenia
    Onderzoekers van de universiteit van Stanford besloten te achterhalen wat er precies gebeurt als grote zoogdieren uit de ecosystemen verdwijnen. Ze trokken naar Kenia en zetten vier hectare grote stukken savanneland af. Ze voorkwamen zo dat grote dieren als olifanten, giraffes en zebra’s gedurende twee jaar in die gebieden konden komen. Vervolgens keken ze wat er gebeurde.

    “DIT IS EEN ONDERGEWAARDEERDE EN VERRADERLIJK EENVOUDIGE MANIER WAAROP VERANDERINGEN DIE MENSEN IN GANG ZETTEN, KUNNEN LEIDEN TOT EEN GROTER RISICO OP ZIEKTE”

    Knaagdieren en vlooien
    Het aantal knaagdieren in de stukken afgezette savanne verdubbelde.

    Waarschijnlijk doordat er meer voedsel en land beschikbaar was.(1)

    Met het aantal knaagdieren nam ook het aantal vlooien toe. Vlooien dragen vaak ziekteverwekkers bij zich en vergroten de kans dat ook mensen ziek worden. “Dit is een ondergewaardeerde en verraderlijk eenvoudige manier waarop veranderingen die mensen in gang zetten (door te jagen, bomen om te hakken, red.) kunnen leiden tot een groter risico op ziekte,” vertelt onderzoeker Hillary Young.

    Oost-Afrika
    De onderzoekers wijzen erop dat meer dan zestig procent van alle menselijke ziektes hun oorsprong vinden in ziekteverwekkers die dieren bij zich dragen. Dat vlooien ziektes aan mensen doorgeven, is heel normaal en gebeurt overal: zowel in tropische gebieden als in voorsteden. In Oost-Afrika, waar ziektes die door knaagdieren aan mensen worden doorgegeven vaak voorkomen, kunnen mensen door besmette knaagdieren aan te raken tyfus en zelfs de pest krijgen. Veel gezondheidsklinieken in het gebied kunnen die ziektes niet opsporen, laat staan behandelen.

    Al met al kan het verdwijnen van grote zoogdieren en de opkomst van knaagdieren de kans dat mensen een dodelijke ziekte oplopen, verdubbelen. “Onze gegevens suggereren dat het handhaven van een gezonde populatie megafauna ons helpt om nare bacteriën te vermijden,” benadrukt onderzoeker Rodolfo Dirzo.

     

    (***)

    Beetje  verwarrend  een europese bosmuis te gebruiken  als illustratie  , als het gaat over  een onderzoek in een keniaanse savanna  ….. nogal  wiedes dat er  dan  vlug verkeerde conclusies op de loer liggen voor en door  de gewone  lezer

     

    (1)

    Grote  grazers kunnen   hele gebieden knaagdier onvriendelijk maken doordat deze dieren hele grasgebieden kaalvreten, waar de knaagdieren    meer voedsel tot hun beschikking hebben. ? (en of zich beter kunnen  verschuilen ( voor de roofvogels bijvoorbeeld ?(* )

    –> Veel   knaagdieren zitten overdag ondergronds  en  foerageren  ’s nachts 

    –> Veel knaagdieren zijn opportunistische eters die genoegen nemen met veel verschillend  voedsel  (denk aan muizen en ratten )

    –> Olifanten en  giraffen  zijn vooral bladeters die heelwat jonge  bomen vernietigen en( in het geval van de olifant ) ontwortellen …. ( wat dus ( op lange termijn ) het savanna-karakter van het gebied  conserveert  ) –> op twee jaar tijd  bieden (eventueele ) opschietende  jonge boompjes geen  nuttige  schuilplaatsen  

    (2) Met het verdwijnen  van de grote grazers  verdwijnen ook de grote katten , 

    (3) hyena’s  , afrikaanse honden …konden ook niet over die  “begrenzingen”  

    (4) reptielen , kleinere katten  en zeker roofvogels  gingen toch moeiteloos over die ” begrenzingen “  ?  Hangt er dus van af wat je “grote ” zoogdieren noemt ….en/of  wat die “afbakening”  voorstelt   ….

     

    TROPISCHE ECOSYSTEMEN

    °

       ecosystemen

    °

    -°Regenwoud    >  https://tsjok45.wordpress.com/2012/09/01/regenwoud/

     

    3064760[1]pluto pdf REGENWOUD <– pdf

    Arthropod Diversity in a Tropical Forest

     

     

     

    https://www.sciencemag.org/content/338/6113/1481.figures-only

     pdf   –> beschrijving van een ecosysteem van een tropisch regenwoud

    ‘Planet’ kunt u ook vertalen als ‘ecosystemen’.

    Een ecosysteem is het samenspel tussen bodem, water, lucht en de organismen die op en in deze omgeving leven. Het gaat daarbij om de kleinste bacteriën, schimmels en planten tot de grootste dieren. Deze grote verscheidenheid aan leven noemen we biodiversiteit.

    Bij het gebruik van ecosystemen is het goed om te bedenken dat juist het samenspel binnen een ecosysteem heel belangrijk is.

    Een ecosysteem kan uit balans raken als u bijvoorbeeld heel veel water onttrekt of één bepaalde dier- of plantensoort overmatig exploiteert. Gevolgen zijn soms pas na enige tijd zichtbaar. Ook kunnen uw activiteiten effect hebben op ecosystemen die verder weg zijn gelegen.

    Vervuild afvalwater dat op open water wordt geloosd kan bijvoorbeeld via stroming vissen in een lager gelegen meer vergiftigen.

    Er bestaat een grote diversiteit aan ecosystemen. Bekende ecosystemen zijn tropische regenwouden, savannes, koraalriffen en meren. Ook de bodem, weilanden en een sloot zijn ecosystemen.

    Door wereldwijde klimaatverandering, een groeiende wereldbevolking, toename van consumptie, vervuiling, introductie van vreemde soorten, overexploitatie en verdergaande economische ontwikkeling, raken natuurlijke hulpbronnen uitgeput en gaan ecosystemen verloren.

    Het ecosysteem van de tropische bossen

    Alles binnen een ecosysteem is van elkaar afhankelijk en beïnvloedt elkaar over en weer. Dit geldt niet alleen voor het klimaat en de temperatuur, maar ook voor de planten en dieren. Veertig tot vijftig procent van alle soorten levende wezens leeft in de tropische regenwouden. De tropische regenwouden nemen minder dan 2% van het aardoppervlak in beslag. Het leven in deze wouden is zeer uitgebreid. Planten en dieren evolueerden in het tropische regenwoud gezamenlijk en raakten in de loop van duizenden jaren op elkaar aangewezen. Als de vruchten rijpen, moeten hun zaden verspreid worden door dieren, zoals vogels bijvoorbeeld. Vruchten hebben vaak felle kleuren om de aandacht te trekken. Bomen in de tropische bossen dragen niet tegelijkertijd vruchten. Is de oogst van de ene soort binnen, dan zijn de vruchten van een ander soort pas rijp. Verdwijnt het tropische regenbos, dan verdwijnen daarmee ook typische dieren. De meeste dieren in de tropische bossen zijn direct afhankelijk van dit bos. Hun milieu en levensruimte wordt vernietigd. De lijst van uitgestorven en bedreigde diersoorten neemt steeds grotere vormen aan. Slechts anderhalf miljoen dieren zijn beschreven, voor het overgrote deel insecten. Schattingen vertellen dat er minstens nog vijf miljoen onontdekt zijn, waarvan de meeste in de tropische regenwouden leven. Er zijn ongeveer 80.000 verschillende soorten planten en 1500 vissoorten en bijna een kwart van de 9000 vogelsoorten in de wereld. Zoals bij alle tropische regenwouden is ook in Amazonia sprake van een gesloten ecosysteem. Alle natuurlijke voedingsstoffen worden onmiddellijk in het ecosysteem opgenomen waarbij er niets wordt verspild. Via wolken en lucht komt dat zelfs naar Europa toe.

    Afbeeldingen van tropische ecosystemen <–

    Schimmels beschermen tropische soortenrijkdom

    ARTIKEL EOS   | 22 JANUARI, 2014 –
    The JANZEN-CORNELL effect

    Schimmels verhinderen dat tropische wouden gedomineerd worden door een beperkt aantal boomsoorten.

    Tropische wouden herbergen gemiddeld zo’n tweehonderd boomsoorten per hectare. Ter vergelijking: in heel België komen we nog niet aan zestig inheemse soorten. Dat komt deels omdat de meest succesvolle boomsoorten in gematigde streken gaandeweg steeds meer terrein inpalmen.

    Hoe het komt dat soorten er in de tropen blijkbaar niet in slagen het soortenrijke woud in een eenzijdig bos te veranderen, is een vraag waarover tropische ecologen eindeloos kunnen doorbomen.

    Uit onderzoek van de University of Oxford blijkt nu dat we de verantwoordelijke waarschijnlijk onder de schimmels moeten gaan zoeken.

    Dat idee sluit aan bij de populaire maar totnogtoe moeilijk te bewijzen theorie van de heren Janzen en Connell.

    Die suggereerden al in de jaren zeventig dat het in de tropen zodanig krioelt van het vegetarische ongedierte dat bomen van dezelfde soort die al te zeer tegen elkaar aan schurken ten prooi vallen aan insecten en schimmels bij wie ze bovenaan het lijstje van favoriete smaken staan.

    Robert Bagchi en zijn collega’s bakenden in een woud in Belize kleine vierkante percelen af, waarvan ze een deel regelmatig met insecticides dan wel fungicides besproeiden. Hoewel er in insectenvrije percelen drie keer zoveel jonge boompjes kiemden, waren het de fungicides die het meest opmerkelijke effect hadden. In schimmelvrije zones waren er wel vijftien procent minder soorten.

    De studie is gepubliceerd in Nature. (tv)

    NASA: Tropische ecosystemen versterken opwarming aarde  bij globale temperatuurstijgingen  ?

    NASA: Tropische ecosystemen versterken opwarming aarde

    De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA waarschuwt dat bij stijgende temperaturen tropische ecosystemen de opwarming van de aarde zullen versnellen.

    Wetenschappers van de NASA concluderen dat tropische ecosystemen significante hoeveelheden CO2 kunnen loslaten in de atmosfeer als de temperatuur van de aarde stijgt. Ook neemt de opname van CO2 uit de lucht sterk af bij hogere temperaturen. Daarmee ontstaat een zichzelf versterkend effect.

    “Wat we geleerd hebben is dat ondanks droogte, overstromingen, vulkaanuitbarstingen, El Niño en andere evenementen, het systeem aarde opmerkelijk consistent is geweest in het reguleren van het jaar-op-jaar variaties in de atmosferische kooldioxide niveaus,” zei Weile Wang, een wetenschappelijk onderzoeker bij Ames Research Center van NASA in Moffett Field, Californië, en hoofdauteur van een paper dat woensdag 24 juli, in de Proceedings van de National Academy of Sciences is gepubliceerd.

    —> De onderzoekers ontdekten dat een temperatuurstijging van slechts 1 graad Celsius in de luchttemperaturen aan de grond, in de tropen leidt tot een extra toename van de CO2 uitstoot, even groot als 30% van de totale door mensen veroorzaakte uitstoot.

    —> In tropische ecosystemen wordt koolstofopname bij hogere temperaturen minder.

    Deze bevinding biedt wetenschappers beter inzicht in de mondiale koolstofcyclus.

    De studie biedt ondersteuning voor de “carbon-klimaat feedback” hypothese die door veel wetenschappers wordt gesteund. Deze hypothese stelt dat een opwarmend klimaat zal leiden tot een versnelde groei van koolstofdioxide in de atmosfeer. Meerdere systeemprocessen, zoals droogte en overstromingen, dragen bij aan veranderingen in de atmosferische kooldioxide groei.

    De nieuwe gegevens over waargenomen temperatuurveranderingen zijn belangrijker dan regenval voor veranderingen in de tropen.

    Ondertusssen aan de poolkappen

    Dat lijkt echter alleen voorlopig zo te zijn. NASA wijst erop dat het onderzoek de carbon-climate-feedback-hypothese ondersteunt. Deze hypothese stelt dat door de opwarming van de aarde meer CO2 zal vrijkomen uit vegetatie en bodem. Dit versnelt op zijn beurt weer de opwarming van de aarde.

    Het NASA-onderzoek verschijnt gelijktijdig met resultaten van een Rotterdams onderzoeksteam. In het tijdschrift Nature waarschuwden zij voor grote hoeveelheden methaan die nu nog onder de poolkap zitten opgesloten. Methaan is een zeer sterk broeikasgas. Bij het smelten van de Noordpool kan dat methaan vrijkomen, waardoor de opwarming van de aarde ook weer versneld wordt.

    Een van de onderzoekers noemde de Noordpool ‘een tikkende tijdbom’.

    Foto: Kim Seng via Flickr.com

    Effecten van klimaatverandering op tropische bossen en biodiversiteit

    °

    Effecten van klimaatverandering op tropische bossen en biodiversiteit  vanuit een paleoecologich perspectief

    prof. dr Henry Hooghiemstra
    Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED), Faculty of Science, Universteit van Amsterdam
    (hoogleraar Palynologie en Kwartair-ecologie)

    E-mail: hooghiemstra science uva nl

    Samenvatting

    De paleoecologie maakt vooral gebuik van fossiel stuifmeel in sedimentkernen om een beeld te verkrijgen van de verandering van de floristische samenstelling van de vegetatie in de tijd. De relatie tussen ‘recente pollenregen’ en ‘recente vegetatie’ vormt de sleutel voor de interpretatie van pollendiagrammen.

    Het is duidelijk dat deze vertaalsleutel thans zeer zeldzaam is geworden omdat onbeschadigde ecosystemen vrijwel niet meer voorkomen.

    De dynamiek van tropische ecosystemen is nog weinig onderzocht. Vooral de omstandigheden die ertoe leiden dat het ene bioom overgaat in het andere (bijvoorbeeld savanne overgaat in regenwoud) zijn slecht bekend. Maar juist in die overgangszone is de respons van de vegetatie op klimaatverandering het duidelijkst.

    De ‘ecologie van bioomtransities’ zou een nieuw interdiciplinair vakgebied moeten gaan vormen waarin actuele transities geanalyseerd en begrepen worden en vergeleken met gereconstrueerde transities uit het verleden. Dit kan leiden tot een betere kwantificering in de paleoecologie, alswel leiden tot een beter begrip van de constatering dat “een hoog percentage van de wereldecosystemen in gevaar is en op korte termijn dreigt te verdwijnen” (WWF berekeningen). Voor een deel is dit een natuurlijk proces dat zich in alle marginale gebieden van alle ecosystemen afspeelt.

    Het wordt steeds prangender om beter te kunnen inschatten welk deel van de geconstateerde environmental change ‘natuurlijk’ is en welk deel veroorzaakt is door ‘antropogene invloed’.

    Over de invloed van het klimaat op biomen in het algemeen, en tropische bossen in het bijzonder.
    Vragen voor de discussie “op grond van paleoecologische gegevens

    Vraag 1:

    Hoe zijn de tropische zones verschoven en hoe is de biodiversiteit in de tropen beinvloed door de klimaatveranderingen?
    -Migraties van ecosystemen binnen de tropengordel sinds de Laatste IJstijd (20.000 jaar geleden) zijn slechts globaal bekend (zie resultaten internationaal BIOME 6000 project)

    -omvang van tropisch regenwoud tijdens de ijstijd (refugia) is vooral controversieel in Zuid-Amerika en slecht bekend.
    savanna ecosysteem en droog-bos ecosysteem hebben aanzienlijke veranderingen ondergaan in positie (migraties) en floristische samenstelling.
    -zeespiegelveranderingen hebben in ondiepe zeeën (= marginale gebieden) tot grote migraties van kustecosystemen geleid (mangroven, koraalriffen).

    Vooral in het Caraibisch Gebied en ZO-Azië hebben deze ecosystemen grote migraties ondergaan > er zijn tot nu toe geen aanwijzingen voor groot verlies aan diversiteit op de Laat Glaciaal – Holoceen overgang (voorbeeld Australië)
    –>Savanne-eccosystemen die tijdens het Pleistoceen een grote mate van dynamiek hebben ondergaan vertonen een lagere floristische diversiteit dan savannes met een meer stabiele geschiedenis (voorbeeld Afrikaanse savannes)

    Vraag 2:

    Wat voor effecten kunnen we verwachten op tropische bossen en hun biodiversiteit, gezien de klimaatverandering in de actuele (= verstoorde) situatie?

    –> Verandering van gemiddelde jaartemperatuur heeft waarschijnlijk weinig effect op positie en samenstelling van tropische bossen (wél in de gematigde zone).

    Temperatuurdaling tijdens laatste ijstijd in Amazonische regenwoud was c. 4° tot 6°C.
    Op plaatsen waar het regenwoud bioom (ecosysteem) nooit verdwenen is lijkt een consortium aan taxa een stabiele presentie te vertonen (en daarmee het bioom te kenmerken), terwijl een ander deel van de florische diversiteit veranderlijk is en reageert op environmental factors (lengte droge tijd, frekwentie van koude-invallen, drainage etc.)

    Invloed van laagste temperatuur in de koudste maand  heeft  wél veel effect (zie: climate-space diagram uit BIOME Project Latijnsamerika: Marchant & Hooghiemstra)

    Verandering in jaarneerslag en lengte droge seizoen heeft significante invloed op de omvang en floristische samenstelling van tropische bossen > deze kenmerken zijn verdisconteerd in de ‘Plant Functional Type’ benadering van het biomiseringsproces

    Het 3-assige ‘Holdridge’ diagram classificeert biomen op potentieel voorkomen; het 2-assige ‘Biome Climate-Space’ diagram leidt potentieel tot een beter inzicht wat er op transities tussen biomen (marginale gebieden) gebeurt

    Veel bos is verdwenen (totale ontbossing: voorbeeld Atlantic rainforest Brazil), selectief gekapt (verandering samenstelling), aanzienlijk beschadigd (gemengd met secundair bos en woekerende lianen: voorbeeld Costa Rica, Mexico), of geheel secundair (floristische samenstelling verhult veel van het oorspronkelijke bos: dominantie van taxa met pionierkwaliteiten; voorbeeld: Ciudad Perdida, Colombia, overwoekening na einde bewoning)

    Vraag 3:

    Eigen visie graag afzetten tegen andere meningen rond verlies van biodiversiteit. Hoe gealarmeerd moeten we zijn?

    —> (snelle) klimaatveranderingen zijn tijdens het Pleistoceen een normaal verschijnsel; migratie van ecosystemen als respons daarop ook (voorbeeld: Funza en Fuquene pollendiagram Colombia)

    —>Echter  grootschalige urbanisatie op alle continenten belemmert de migratie > urbanisatie is de meest direkte oorzaak van verlies aan biodiversiteit, niet de klimaatverandering zelf! (de ‘Nederlandse ecologische hoofdstructuur’ speelt hier uitstekend op in door een netwerk van aaneengesloten natuurgebied te vormen > dit voorbeeld heeft navolging nodig op Europese schaal

    *  Ontbossing betekent soms het terugzetten van een landschap naar ijstijd-condities (voorbeeld: Atlantic rainforest, Brazilië), echter zonder de mogelijkheid van refugia-vorming en dus met groot verlies aan soorten

    *Een aanzienlijk deel van het tropisch bos is jonger dan 10.000 jaar (van Holocene ouderdom), zoals: varzeabos in Amazonas , Atlantic rain forest in Brazilië, tropisch bos in Midden-Amerika, een (nog) onbekend gedeelte van Afrikaans en Zuid-Amerikaans regenwoud

    Het ‘museum concept’ om de hoge biodiversiteit in tropisch bos te verklaren is niet meer houdbaar: juist de Pleistocene dynamiek moet een grote rol hebben gespeeld in de soortsvorming.

    Allopatrische soortvorming kent mooie voorbeelden (voorbeelden: endemen in hoog-Andiene paramo-eilanden en Amazonische drainage-gebieden). Maar ook sympatrische speciatie kan (moet) wellicht een aanzienlijk deel van de biodiversiteit verklaren
    De meest stabiele situatie komt voor midden in een areaal (voorbeeld: La Pata pollendiagram Amazonia); de randen van elk areaal vertonen een overgang naar het naburige ecosysteem (voorbeeld: Las Margaritas pollendiagram, savanne-regenwoud transitie, Colombia).

    Als gevolg daarvan heeft elk ecosysteem een groot oppervlak aan marginaal gebied, waar kleine veranderingen in klimaat grote effecten kan hebben (daarom bestuderen palynologen bij voorkeur boorkernen uit marginale gebieden omdat de gevoeligheid voor de registratie van klimaatveranderingen daar het grootst is!). Een berekening van het percentage oppervlak van een ecosysteem dat ‘in gevaar’ is (kans loopt sterk van karakter te veranderen) is op zich zelf geen indicatie voor alarm (voorbeeld: WWF waarschuwingen)

    Het berekenen van verlies aan biodiversiteit als gevolg van klimaatverandering is volstrekt speculatief:

    Thomas et al. (Nature 427(2004), 145-148) geeft niet meer dan een eerste aanzet tot een numerieke methode voor risikoberekening (zie hieronder (1).                                                                                                                                      Effectief is de mate van ‘resterende migratiecapaciteit’ (negatief gecorreleerd met urbanisatie) een veel belangrijker factor in zulke berekeningen dan , de mate van klimaatverandering, en de mate van respons-migratie
    Prikkelende stellingen

    Op basis van paleoecologische gegevens kan klimaatverandering op zich geen belangrijke factor zijn voor verlies aan biodiversiteit; wél het gebrek aan migratiemogelijkheden (door urbanisatie). De mens legt de schuld liever bij het klimaat dan bij zijn urbanisatiegedrag ….

    In de paleoecologie worden klimaatveranderingen afgeleid aan de mate van verandering in floristische samenstelling ‘on-the-spot’, en/of migratie van biomen. Hoewel de relatie tussen de floristische samenstelling van tropische bossen en klimaatomstandigheden vaak niet omkeerbaar is kunnen we in de paleoecologie analogen vinden voor scenario-studies van het huidige klimaat.
    Er is een grotere interactie nodig tussen ‘op-data-gebaseerde-reconstructies’ en ‘op-modellen-gebaseerde-simulaties’.….
    (Henry Hooghiemstra, UvA, 11 juni 2004)

    (1)  Comment on  Thomas et al., Extinction risk from climate change.
    Nature 427, 145-148, January 2004 by Henry Hooghiemstra (IBED, UvA)

    From a paleoecological point of view the paper of Thomas et al. is as surprising as doubtful.

    Records of past climate change from ice cores, marine cores and terrestrial cores show that climate is changing during most of the late Quaternary record on decadal to centennial time scales. Shifts in the distribution of species and higher rank taxa are part of a natural process on which the dicipline of palaeoecology is based.

    Monitoring changes at one point, migrations of distribution areas locally lead to changes in species composition. Human impact starts its impact when species are unable to migrate. The authors are correct that changing land use and global habitat loss prevent free migration and, as a consequence, are responsible indeed for potential extinctions.

    Various ice core and pollen records showed that significant and rapid changes in the order of >3°C within some 100 yr occurred many times during e.g. the last two glacial cycles (Mommersteeg & Hooghiemstra, unpublished data).

    Pollen analysis operates at the generic (and sometimes family) level and hardly evidence climate change forced floral extinctions during the late Pleistocene.
    The authors blame climate change (in the title and conclusions) and habitat loss in isolation for potential future extinctions; stating only at one place fairly that ‘many of the most severe impacts of climate-change are likely to stem from interactions between treats (…) rather than climate acting in isolation’.

    Designing the paper in this way all categories of existing opinions in the environmental change debate can find support, making this paper to a political document and little more than a finger exercise in the application of ‘what if’ scenarios under a set of not proven and doubtful assumptions.

    Current climates and present-day distributions are not necessarely in equilibrium: e.g. in the northern Andes where warm loving C4 grass species do occur as relicts in the present-day cold paramo vegetation belt (Boom et al., 2001) above the forest line.

    Apparently 10,000 years were not enough to reach the assumed balance. There is much ignorance on the natural status of present-day distribution areas. In the northern Andes even at the classification level of the biome the natural status is debated: it is claimed that the belt of treeless vegetation (paramo) in Ecuador is a degraded ecosystem (Hansen et al. 1994; Laegaard 1992).

    But data from pollen and vegetation analysis do show the contrary (Wille et al. 2002). Needless to question the reference to end-Permian extinctions to support the responsiveness of species to past climate change.

    During that time the Earth System operated under conditions fully different from present-day. We are puzzled why the authors did not use the significant temperature drop at the Pliocene-Pleistocene transition to demonstrate responsiveness and the treaty of extinctions (Van der Hammen et al. 1971).

    We fully agree with the authors that ‘many unknowns remain in projecting extinctions’ and this paper is hardly more that an early exercise in the application of numerical methods in an environmental risk calculation.

    It is global urbanisation that prevents categories from species to biomes to migrate in response to environmental change. There is no evidence for the claim that present and near future climate change is much faster that ever experienced before.

    To anticipate on the most efficient strategies to conserve modern societies and biomes we need a balanced understanding of mechanisms at work.

    Thomas et al. paper may be able to increase research money for a short period but might be harmful for this proces on the long term.
    References:
    Boom, A, Mora, G, Cleef, AM & Hooghiemstra, H 2001. High altitude C4 grasslands in the northern Andes: relicts from glacial conditions? Rev. Palaeobot. Palynol. 115, 147-160.
    Hansen, BCS, Seltzer, GO, Wright, HE 1994. Late Quaternary vegetational change in the central peruvian Andes. palaeogeogr. Palaeoclimatol. Palaeoecol. 109, 263-285.
    Laegaard, S 1992. Influence of fire in the grass paramo vegetation of Ecuador. In: Balslev H & Luteyn JL, eds, Paramo, an Andean ecosystem under human influence, Academic Press, London, 151-170.
    Van der Hammen, T, Wijmstra, TA, Zagwijn, W 1971. The floral record of the late Cenozoic of Europe. In: Turekian, KK, The late Cenozoic glacial ages, Yale University Press, New Haven, London, pp 391-424.
    Wille, M, Hooghiemstra, H, Hofstede, R, Fehse, J & Sevink, J. 2002. Upper forest line reconstruction in a deforested area in northern Ecuador based on pollen analysis and vegetation analysis. J. Trop. Ecol. 18, 409-440.

    Copyright © 2011 Vereniging Tropische Bossen.
    All Rights Reserved.

     

    °

    http://www.nu.nl/tag/regenwoud/

    ‘Regenwoud in Congo steeds minder groen’

    Het regenwoud van Congo wordt steeds minder groen, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

    24 april 2014

    °

    regenwouden  Congo-Kinshasa – Bedreigd werelderfgoed

    Nationaal Park Salonga

    Met name het oosten van het regenwoud in het Kongobekken lijkt op satellietbeelden een stuk minder groen van kleur in het regenseizoen dan tien jaar geleden.

    De waarnemingen komen overeen met eerdere onderzoeken die wijzen op een afname van regenval en water in de bovenste grondlagen.

    Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

    Kleuren

    De wetenschappers analyseerden het regenwoud in het Kongobekken op satellietbeelden die werden gemaakt tussen 2000 en 2012. Ze focusten zich op de kleuren van bosgebieden in april, mei en juni.

    In deze maanden is het regenseizoen in het Kongobekken en staan de meeste bomen en planten in bloei. Uit de analyse van de satellietbeelden blijkt echter dat het regenwoud steeds iets minder groen wordt in deze periode.

    Watertekort

    “Het is belangrijk dat we deze veranderingen in kaart brengen”, verklaart hoofdonderzoeker Liming Zhou op nieuwssite ScienceDaily. “Veel klimaatmodellen voorspellen dat tropische bossen steeds meer onder druk komen te staan door toenemende tekorten aan water en een warmer en droger klimaat in de eenentwintigste eeuw.”

    Andere wetenschappers benadrukken dat de uitkomsten van de studie nog verder moeten worden onderbouwd met langdurig lokaal onderzoek.

    Observatie

    “Satellietgegevens bieden maar een beperkte hoeveelheid informatie”, verklaart geograaf Jeffrey Chambers van de Universiteit van Californië inThe New York Times. “Wat er nu moet gebeuren, is een voortdurende lokale observatie om vast te stellen of het inderdaad om een aan het klimaat gerelateerd probleem gaat.”

     

    Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

    °

    bioom – VERANDERING

    Tropisch bos kan plots kaal worden

    Rob Buiter − 18/10/11,
    Savanne in Afrika: het is dit, met ongeveer 20 procent boombegroeiing, óf een woestijn óf een dicht bos. Iets er tussenin bestaat bijna nergens. ©ANP

    Door veranderend klimaat, bosbrand of houtkap kan een tropisch regenwoud onomkeerbaar veranderen in savanne, of zelfs in een boomloze vlakte. Zo waarschuwen Wageningse wetenschappers deze week in vakblad Science, na bestudering van satellietbeelden.

    Bomen tellen.

    Dat is wat vier Wageningse wetenschappers de afgelopen tijd hebben gedaan. Of beter gezegd: hebben laten doen door een computerprogramma. Op satellietbeelden van tropische zones in Afrika, Australië en Zuid-Amerika analyseerden ze precies hoeveel procent van de bodem bedekt werd door bomen.

    “Want bomen zijn zo’n beetje de belangrijkste beeldbepalers in veel natuurgebieden”, stelt een van de onderzoekers, de Wageningse ecologe Milena Holmgren. “Tegelijk weten we eigenlijk heel weinig over boombedekking.

    Tropische bossen zullen niet geleidelijk op klimaatsverandering reageren, maar moeten overspringen tussen drie alternatieve stabiele toestanden: regenwoud, savanne of een boomloze toestand, schrijven wetenschappers van de Wageningen Universiteit deze week in Science.

    Holmgren en haar collega’s laten een patroon in deze gegevens zien. In plaats van een geleidelijke toename van de hoeveelheid bomen met de regen, blijken er ‘verboden’ toestanden te bestaan rond 5% en rond 60% bosbedekking. Het systeem kan daarom alleen veranderen door over die verboden toestanden heen te springen tussen drie contrasterende alternatieve toestanden: bos, savanne (met zo’n 20% boombedekking) of een boomloze toestand.

    Fragiel

    De studie gebruikt satellietwaarnemingen om te laten zien dat het systeem kantelpunten kent. In de buurt van zo’n kantelpunt neemt de veerkracht af en kan een kleine verstoring leiden tot het overspringen naar een andere toestand. Op de drie continenten die werden onderzocht bleek dezelfde relatie te bestaan tussen regenval en de veerkracht van de ecosystemen. De auteurs gebruiken deze relaties om aan te geven waar in Afrika, Australië en Zuid-Amerika het regenwoud en de savanne het fragielst zijn.

    “Dit is een van de meest overtuigende bewijzen dat alternatieve stabiele toestanden op grote schaal in de natuur bestaan,” zegt Marten Scheffer die het onderzoeksprogramma naar kantelpunten leidt. “We waren zelf verbaasd hoe sterk de gegevens deze radicale, maar steeds invloedrijkere theorie bevestigen. Nu blijkt dat de grote tropische ecosystemen net zulke kantelpunten hebben als bijvoorbeeld meren waarvan we eerder aantoonden dat ze kunnen overspringen tussen een heldere en een troebele toestand.”

    Het aantonen van de grootschalige kantelpunten in de tropische ecosystemen is niet alleen een fundamentele wetenschappelijke doorbraak, het heeft ook direct een praktische toepassing. De nieuwe inzichten maken het namelijk mogelijk om kaarten te maken die aangeven waar op aarde het regenwoud het meest fragiel is. Hoewel kantelpunten vaak met negatieve verandering worden geassocieerd, is dat maar één kant van de medaille. Wanneer het gaat om een omslag van een ongewenste naar een betere toestand betekent een kantelpunt juist een kans om met kleine moeite een doorbraak te creëren. De auteurs belichten ook deze kant door te laten zien waar op de aarde bijvoorbeeld de beste kansen liggen voor bosherstel.

    Toch is het belangrijkste nieuws op dit gebied niet goed. “Het begrijpen van de effecten van klimaatsverandering op de veerkracht van het Amazone-regenwoud is een van de grootste uitdagingen voor wetenschappers in die regio,” zegt Marina Hirota, de van oorsprong Braziliaanse hoofdauteur van het artikel. “Onze resultaten laten nu zien dat het gebied waar het bos het meest fragiel is, precies samenvalt met de zone waar de meeste houtkap plaatsvindt”.

    Waarom zie je op de ene plek veel bomen en ergens anders heel weinig?

    “Tot onze verrassing zagen we drie belangrijke concentraties. We zagen veel gebieden met helemaal geen bomen, vervolgens savannes met ongeveer 20 procent boombedekking en tot slot echte bossen met 80 tot 100 procent boombedekking.

    Gebieden met rond 5 procent en rond 60 procent boombedekking kwamen we zelden tegen. Dus als je naar gebieden gaat kijken met geleidelijk meer regen, dan zie je geen geleidelijke toename van de hoeveelheid bomen. Er zijn twee belangrijke drempels. Alleen als een boomloos gebied een ‘sprong’ maakt over die 5 procent boombedekking heen, kan het verder groeien van een boomloze steppe naar een savanne met 20 procent boombedekking, of van een savanne over de 60 procent heen naar een echt bos.”

    Het omgekeerde lijkt ook waar, schrijven de onderzoekers. Wanneer een tropisch bos droger wordt kan dat resulteren in een omslag naar een savanne of zelfs een compleet boomloze vlakte.

    De boosdoener is in dat laatste geval niet eens per se de landbouwende of bomenkappende mens, maar veel vaker een natuurlijke bosbrand, zo laat een ander artikel in hetzelfde nummer van Science zien. Carla Staver en Simon Levin van de Princeton University tonen daarin aan dat vuur in een dicht bos niet veel uitricht. Maar is het bos eenmaal en beetje uitgedund, dan kunnen spontane bosbranden flink huishouden en een echte open savanne creëren die niet makkelijk weer dichtgroeit tot bos.

    Professor Marten Scheffer, hoogleraar aquatische ecologie in Wageningen en een van de co-auteurs, noemt de gegevens verrassend, maar zou gezien zijn eerdere onderzoek eigenlijk niet verbaasd mogen zijn.

    In 2009 kreeg hij al de Spinozapijs van nationale onderzoeksfinancier NWO, voor zijn werk aan plotselinge omslagen in complexe systemen, zoals in ecosystemen, maar bijvoorbeeld ook in sociale of economische systemen.

    Scheffer: “We hadden onze theorie rond oversprongen tussen stabiele evenwichten al uitgebreid getest in kleinere ecosystemen, zoals zoetwatermeren. Een meer blijkt, afhankelijk van de voedingstoestand en de lichtcondities, lange tijd troebel of juist helder te kunnen blijven, om schijnbaar van het ene op het andere moment om te slaan naar de andere toestand. Maar we waren oprecht verbaasd hoe sterk die wet van alternatieve evenwichten, ook op zo’n grote schaal voor de tropische ecosystemen op de drie bestudeerde continenten bleek te gelden.”

    Hun bevindingen hebben onder andere consequenties voor het denken over klimaatverandering, zo schrijven de Wageningers in Science.

    Krijgt een droog gebied meer regen, dan zal dat niet automatisch resulteren in meer bomen. Pas als er zóveel regen valt dat een systeem over de volgende natuurlijke drempel kan worden geduwd, groeit een kaal gebied wellicht vol. En omgekeerd kan het heel lang lijken of een tropisch bos verdroging wel aan kan. Totdat een regio blijkbaar zó droog is geworden dat het terugvalt van een regenwoud in een savanne.

    Scheffer benadrukt dat dit onderzoek niet alleen een theoretische exercitie is, maar ook praktische kanten heeft.

    “Dit onderzoek legt zowel risico’s als kansen bloot. Onze studie laat zien dat uitgerekend in de meest fragiele gebieden van het Amazoneregenwoud volop bomen worden gekapt. Dat zijn dus bossen die tegen een negatieve omslag aan lijken te zitten. Door houtkap kunnen ze het laatste duwtje richting savanne krijgen.

    Tegelijk biedt het onderzoek ook kansen voor ‘eco-ingenieurs’, zo liet eerder werk van Milena Holmgren zien. “Gebieden die door houtkap of overbegrazing zijn veranderd in een kale vlakte kun je op het juiste moment een duwtje over de drempel in de goede richting geven. In Zuid-Amerika is bijvoorbeeld geëxperimenteerd met het strooien van boomzaden tijdens een nat ‘El Ninojaar’. Dergelijke experimenten bleken pas soelaas te bieden wanneer je in zo’n periode ook de grazers, zoals geiten of konijnen, uit zo’n gebied kon weghouden. Dan was de zet stevig genoeg om het ecosysteem over de kritische drempel te duwen naar een volgend stabiel niveau”, aldus Holmgren.

    Publicatie:
    Global Resilience of Tropical Forest and Savanna to Critical Transitions. Hirota, M., M. Holmgren, E. H. Van Nes & M. Scheffer. Science 14 Okt 2011.

    Het bos kent geen middenweg

    °

    28 mei 2013

    Specifieke eigenschappen van zeldzame soorten blijken belangrijke functies te vervullen binnen de ecosystemen waar ze aan aangepast zijn.

    Met afname van biodiversiteit zijn zij de eersten die uitsterven, aangezien bijzondere soorten meestal het eerste verdwijnen.  Dat schrijven onderzoekers van de Franse universiteit van Montepellier 2 dinsdag in het tijdschrift PLOS Biology.

    Omgevingen rijk aan biodiversiteit worden gekarakteriseerd door grote hoeveelheden unieke soorten. De soorten dragen bij aan de rijkdom van het gebied, maar hoe belangrijk hun aanwezigheid is, is vaak niet goed duidelijk.

    Omdat het aantal zeldzame soorten laag ligt, wordt algemeen aangenomen dat ze weinig invloed hebben op het functioneren van een ecosysteem in vergelijking met meer gangbare soorten.

    Om te onderzoeken of dit klopt, analyseerde het onderzoeksteam in welke mate bijzondere soorten in drie verschillende ecosystemen bijdroegen aan dezelfde ecologische functies als de meer gangbare soorten.

    Hiervoor verzamelden de onderzoekers gegevens van drie verschillende ecosystemen: een koraalrif, een tropisch bos en toendragebied. De data kwam van 846 vissen van het koraalrif, 2979 bergplanten en 662 tropische bomen.

    Een belangrijke ontdekking was dat bleek dat de meest unieke en kwetsbare functies alleen maar konden bestaan via een combinatie van eigenschappen die in belangrijke mate afhankelijk waren van de zeldzame soorten.

    In het tropische bos in Guyana groeit bijvoorbeeld een boomsoort, Pouteria maxima, die goed bestand is tegen droogte en vuur. In het gebied boven de boomgrens bleek een plantje, Saxifraga cotyledon, heel belangrijk voor bestuivers en in het koraalrif een reuzenmurene (een roofvis) die ‘s nachts jaagt.

    Afbeeldingen van pouteria maxima

    http://www.discoverlife.org/mp/20q?search=Pouteria+maxima

    http://en.wikipedia.org/wiki/Pouteria

    La murène géante javanaise (Gymnothorax javanicus) chasse la nuit dans le labyrinthe des récifs coralliens.

    La murène géante javanaise (Gymnothorax javanicus) chasse la nuit dans le labyrinthe des récifs coralliens.  Photo :  CNRS/J.P. Krajewski

    De resultaten van het onderzoek lijken erop te wijzen dat verlies van zeldzame soorten een grote impact kan hebben op deze ecosystemen.

    (Door: NU.nl/Krijn Soeteman )

    zie ook
    ___________________________________________________________________________________

    Terminologie 

    °Bioom-transitie : overgang van een  ecologisch systeem  in een ander (bijvoorbeeld  regenwoud<—> savanne) —> environmental change 

    °Het congo bekken :

    het Congobekken heeft verschillende ecosystemen:

    • stromen en rivieren;
    • bossen;
    • savanne;
    • moerasgebieden en natte bossen.

    De Congorivier is 4 380 km lang. Het is de tweede langste rivier ter wereld, na de Amazone.
    De rivier vormt een stroomgebied van 3 690 750 km² in heel de Democratische Republiek Congo, maar ook in delen van Congo-Brazzaville, Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Burundi, Tanzania, Zambia en Angola. In het uiterste oosten van het stroomgebied spelen de moerassen en de meren een cruciale rol in het regelen van een constante stroom gedurende het hele jaar.

    De bossen van het Congobekken zijn zeer divers. Er zijn groenblijvende bossen, semiloofbossen en tropische bergbossen.

    Groenblijvende bossen worden gekenmerkt door een zeer vochtig klimaat. Het droogseizoen duurt slechts 2 maanden. De bomen van deze bossen verliezen nooit hun bladeren. We vinden ze vooral terug in het centraal gedeelte van het Congobekken. De bossen aan de Atlantische kust krijgen het meeste regen. Zij bieden onderdak aan een hoop zoogdieren, zoals laaglandgorilla’s, chimpansees, bosolifanten en kafferbuffels.

    Semiloofbossen: de meerderheid van de bomen (70%) in deze bossen verliest zijn bladeren tijdens het droogseizoen, wat ongeveer 3 maanden duurt. We vinden ze voornamelijk terug aan de grenzen van het Congobekken. De bossen hebben een vegetatie die meer gevarieerd is dan de tropische bossen.

    De tropische bergbossen bevinden zich op meer dan 1 000 m hoogte. De bomen zijn veel kleiner en de vegetatie is minder gevarieerd. Je kunt ze vooral terugvinden aan het Albertine Rift en langs de Centraal-Afrikaanse kusten.

    De savannes liggen helemaal in het zuiden van het Congobekken. Je vindt er veel zoogdieren terug zoals de antilopen, bosbokken, de waterbok, Roanantilopen, Afrikaanse buffels, nijlpaarden, de Yellow-backed Duiker, de gewone duiker en natuurlijk ook olifanten.

    Het enige natte bos in Afrika bevindt zich in het Congobekken. Men kan er laaglandgorilla’s vinden maar ook chimpansees, mangabeys en meerkatten. Dat ecosysteem is momenteel nog bijna intact.

    De moerassen bedekken grote stukken in het centrum van het Congobekken. Er leven vele inheemse soorten, waaronder een grote groep laaglandgorilla’s.

    °ecosysteem: gebied met levende (biotische) en niet-levende (abiotische) elementen waartussen samenhang bestaat

    °ecotoop: gebied waarin bepaald ecosysteem van nature voorkomt

    °(huidige ) tropische ecosystemen kennen een hoge interne stabiliteit  //Tropische ecosystemen zijn van speciaal belang door hun enorme biodiversiteit. Ook spelen tropische landmassa’s en tropische oceanen een cruciale rol in het functioneren van het ecosysteem van de aarde in zijn totaliteit.

    °

    ZUID-Afrikaanse ecosystemen

    In zuidelijk Afrika is een grote verscheidenheid aan leefgebieden te vinden, elk met specifieke kenmerken op gebied van flora en fauna, en onderscheidende geologische en klimatologische omstandigheden. In dit overzicht staan een overzicht van de belangrijkste ecosystemen van zuidelijk Afrika.

     Nyika Highlands ©Dana Allen
    • Afrikaans hoogland

      Afrikaans hoogland bestaat uit graslanden en bossen welke op grote hoogte voorkomen.Dit type ecosystemen ontwikkeld zich vaak als virtuele eilanden, omringend door lagere en warmere regio’s. De gebieden worden vaak gekenmerkt door een unieke biodiversiteit, met speciale en inheemse planten die zich aangepast hebben aan het natte, koelere lokale klimaat en de overvloedige zon. Voorbeelden zijn Drakensberg, Nyika, Albertine Rift en de Abyssinian Highlands.

       Woodland elephant ©Caroline Culbert
    • Bosgebied

      De verschillende ecosystemen onder de noemer ‘Woodland’ worden gekenmerkt door een vrij open, bosachtige begroeiing veelal van het type Mopane (droge gebieden) of Miombo (vochtigere gebieden). Ondanks de droge en/ of schrale grond herbergt de fauna vele zoogdieren, vogels, insecten en reptielen. Grote delen van zuidelijk Afrika zijn bedekt met dit type bosgebied, zoals Zimbabwe, Zambia en Malawi, en de noordelijke delen van Namibië en Botswana.

       Savanne giraffe ©Mike Myers
    • Savanne

      Savannes zijn (tropische) graslanden welke gekenmerkt worden door relatieve droogte en seizoensmatige regenval. Het dominante plantenleven bestaat uit grassen en kleine planten, met slechts her en der een boom of groepje bomen. De savannen trekken een rijk dierenleven, waaronder de kenmerkende groepen grote grazers, en hun onafscheidelijke belagers. Voorbeelden van savanne zijn de Kalahari, Masai Steppen en de Ogaden.

       Tropisch Regenwoud ©Wilderness Safaris
    • Tropisch regenwoud

      Het natte en warme tropisch regenwoud staat bekend om haar ongeëvenaarde biodiversiteit. Wetenschappers schatten dat meer dan de helft van alle flora en fauna op aarde in de bossen voorkomt, en dat er bovendien zo’n 40% van alle zuurstof geproduceerd wordt. De gebieden lijken vaak sterk op elkaar, met vele hoge bomen en weinig lichtval door het bladerdak. Een speciale plaats wordt ingenomen door de variëteit aan primaten, met daaronder chimpansees en gorilla’s.

       Seychellen Tropish eiland ©Dana Allen
    • Tropische eilanden

      De tropische eilanden van de Seychellen bestaan uit een serie graniet- en koraal-eilanden op de Seychellen-bank. De eilanden zijn fragmenten van het oude supercontinent ‘Gondwana’, en zijn zo’n 75 miljoen jaar van de andere continenten afgescheiden. Er heerst een tropisch klimaat, met vochtig regenwoud waarin een enorme variëteit aan flora en fauna te vinden is. Ook de onderwaterwereld in de warme wateren van de Indische Oceaan is ronduit spectaculair.

       Damaraland ©Dana Allen
    • Woestijnachtig

      Woestijnen en semi-woestijnen kenmerken zich door hete en (zeer) droge omstandigheden, met minimale regenval. De bodem bestaat vaak uit zand en rotsen en biedt weinig organisch materiaal, hoewel de semi-woestijnen ook spaarzame grassen, struiken en bosjes kunnen bevatten. Planten en dieren zijn op allerlei ingenieuze manieren aangepast aan het gebrek aan water, wat tot een rijke diversiteit leidt. Voorbeelden zijn de Namib, Sahara, Karoo en Chalbi.

    Darwin’s Paradox of ecosyteem met sponzen

    sponzen

    °

    °

    ecosystemen.docx (2.5 MB)

    http://www.ecomare.nl/ecomare-encyclopedie/natuurlijk-milieu/ecologie/ecosystemen/

    Ecosystemen

    Een ecosysteem is het geheel van planten, dieren en het gebied waar ze in leven, bijvoorbeeld de wadplaten, prielen en geulen van de Waddenzee. De Noordzee en de Waddenzee zijn twee heel verschillende ecosystemen. Het kustlandschap, stranden en duinen samen, is één ander ecosysteem.

    °

    De spons: het antwoord op de 171 jaar oude Darwins Paradox!

    °

    http://www.nu.nl/wetenschap/3595230/koraalriffen-bestaan-dankzij-sponzenpoep.html

    7 oktober 2013

    …..Sponzen zetten de afvalstoffen van koralen en algen om in voedzame poep waarmee andere bewoners van een koraalrif zich in leven kunnen houden.De vraag hoe koraalriffen in voedselarme wateren kunnen groeien, is daarmee opgelost.

    wetenschappelijk tijdschrift Science.

    “Tot nu toe werd er maar weinig aandacht besteed aan sponzen”, verklaart hoofdonderzoeker Jasper de Goeij op BBC News.

    “Maar nu blijkt dat sponzen grote spelers zijn in een koraalrif: ze verdienen de credits voor die rol.”

    °

    07 oktober 2013  1

    rif

    Koraalriffen zijn oasen in een grote oceaan, die verder grotendeels leeg is. Hoe is het mogelijk dat er op het koraalrif zoveel organismen leven, terwijl een paar meter verderop de oceaan wel een woestijn lijkt? Darwin vroeg zich dit 171 jaar geleden ook al af. Later werd dit raadsel ‘Darwins Paradox’ genoemd. Wetenschappers uit Nederland hebben nu het antwoord gevonden!

    °

    Tropische zeeën zijn over het algemeen voedselarm.

    Hoe kan het dat er zoveel organismen op een koraalrif kunnen leven, terwijl er zo weinig voedsel beschikbaar is? Het antwoord is: sponzenpoep!

    Sponzen kunnen het water heel goed filteren, waarbij ze bacteriën, eencellige algen en zelfs virussen eten. Het grootste deel van hun dieet bestaat echter uit organische stoffen, zoals suikers die zijn opgelost in het zeewater. Deze opgeloste organische stoffen zijn de belangrijkste bron van voedsel op de koraalriffen: ze worden geproduceerd door de koralen en algen op het rif. Deze voedselbron is echter niet beschikbaar voor de meeste andere bewoners van het koraalrif en dreigt daarom weg te lekken naar de omliggende tropische zee-woestijn.

    Spons
    Jasper de Goeij van de Universiteit van Amsterdam en Dick van Oevelen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee hebben samen met een aantal collega’s onderzoek gedaan aan het koraalrif bij Curaçao.

    Daar ontdekten ze dat de binnenkant van het koraalrif – een soort grotten – bedekt is met een dun laagje spons.

    Omdat deze binnenkant van de koraalgrotten heel sterk geplooid is, is het toch een groot oppervlak. Al deze sponzen bij elkaar blijken in staat om de opgeloste suikers uit het zeewater te filteren.

    Ondanks al dit voedsel, groeiden de sponzen niet.

    Wat gebeurde er dan wel?

    Close-up van de spons Halisarca caerulea met uitstroomopening voor het gefilterde water (stervormig). De sponzenpoep (detritus) is zichtbaar als lichtbruine vlokjes op het oppervlak van de spons. © Jasper de Goeij.

    Close-up van de spons Halisarca caerulea met uitstroomopening voor het gefilterde water (stervormig). De sponzenpoep (detritus) is zichtbaar als lichtbruine vlokjes op het oppervlak van de spons. © Jasper de Goeij.

    Sponzenpoep
    Het bleek dat de sponzen enorm veel nieuwe cellen produceerden.

    Maar als ze niet groeien, waar bleven die cellen dan? Uiteindelijk bleek dat ze hun cellen heel snel vernieuwen en de oude cellen als dood organisch materiaal uitpoepten. En die sponzenpoep, dat is een lekker maaltje voor krabbetjes, wormen en slakjes. En die worden op hun beurt weer gegeten door grotere dieren, zoals vissen. De Goeij en collega’s toonden hierdoor aan dat sponzen een tot nu toe onbekende en onmisbare schakel zijn in de voedselkringloop van koraalriffen.

    Onopvallend
    Hoe kan het dat dat niet veel eerder ontdekt is? De sponzen leven vooral aan de binnenkant van het rif, en vallen dus niet op als u langs het rif zwemt. Bovendien poepen de sponzen ook nog eens vooral ‘s nachts. En wie gaat er nu midden in de nacht in het pikkedonker aan de binnenkant van een koraalrif kijken?!

    De Goeij en Van Oevelen wijzen op de belangrijke rol van sponzen in toekomstig onderzoek en in de bescherming van koraalriffen. Deze rol is tot nu onderbelicht gebleven terwijl het voortbestaan van de koraalriffen wereldwijd ernstig wordt bedreigd. Het sponzenonderzoek maakt niet alleen duidelijker hoe het koraalrif werkt, maar ook hoe het ecosysteem productief kan zijn zonder dat er energie verloren gaat. Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van duurzame vormen van aquacultuur en het opzetten van zeeboerderijen.

    °

    auteur  : Nienke Bloksma is wetenschapsvoorlichter bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee op Texel. Sinds haar jeugd heeft ze een passie voor de natuur en het milieu, met een speciale voorkeur voor het Waddengebied en de zeeën. Na een studie Biologie en Geografie heeft ze voor de milieucommunicatie gekozen.

    Science-publicatie_ Spons poept leven in tropisch koraalrif – Universiteit van Amsterdam <—PDF 

    Video  

    De sleutel voor echt duurzame visteelt ligt in de koraalriffen. In deze superefficiënte ecosystemen wordt al het afval gerecycled en gaat geen greintje energie verloren.

    http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1300799

    LINKS 

    KOUDWATERKORAAL   —>‘dodemansduim’

    http://natuurbericht.nl/?id=6198

    Enige Nederlandse koraal in Zeeuwse Delta nagenoeg uitgestorven

    Bericht uitgegeven door Stichting ANEMOON op zondag 26 juni 2011

    Dodemansduim is de illustere naam van het enige in de Nederlandse kustwateren voorkomende koraal. Voor de geheel of gedeeltelijke afsluiting van het Veerse meer, Grevelingenmeer en de Oosterschelde kwam dit zachte koraal nog veelvuldig in de Zeeuwse Delta voor. Na de afronding van de Deltawerken is de soort hier heel snel achteruit gegaan. In de afgelopen jaren werd het steeds minder vaak aangetroffen. Momenteel lijkt Dodemansduim in deze wateren uitgestorven te zijn. Gelukkig komt dit zachte koraal tenminste nog veel voor op de wrakken en lokaal ook op de Klaverbank in de Noordzee. Het is een bijzondere soort die mogelijk als indicator soort kan fungeren voor te beschermen gebieden en habitats in de Noordzee. Iets waar nu nog een groot gebrek aan is.

    Dat Dodemansduim een koraalsoort (Klasse Octocorallia) is blijkt uit de acht tentakels van de poliepen. De vlezige lobben en de afwezigheid van een kalkskelet geven vervolgens aan dat het een zogenaamd zacht koraal is (orde Alcyonacea). De Latijnse naam Alcyonium digitatum is afgeleid van het feit dat de lobben tweevoudig vertakt zijn. De kolonies kunnen circa twintig centimeter groot worden. De kleur van de kolonies is wit of geeloranje. Langs de Nederlandse kust kwam het vroeger op veel plaatsen voor: van enkele meters tot meer dan veertig meter diep.

    Dodemansduim op Klaverbank 2011 (foto: Peter H. van Bragt)

    Dodemansduim op Klaverbank 2011 (foto: Peter H. van Bragt)

    De Doggersbank expeditie van 2011 heeft op de meeste wrakken die zij hebben bekeken het Dodemansduim aangetroffen. Vaak betrof het grote, mooie volgroeide kolonies. Ook op een tweetal bekeken plaatsen op de Klaverbank, ten noordoosten van Den Helder, werden veel maar vaak kleinere kolonies aangetroffen. Hier komt het enige Nederlandse koraal dus nog veelvuldig voor.

    Voor de afsluiting van de het Veersemeer, Grevelingenmeer en de gedeeltelijke afsluiting van de Oosterschelde kwam het Dodemansduim ook hier op heel veel plaatsen voor. Oudere sportduikers die hier voor de Deltawerken hebben gedoken kunnen dit bevestigen. Het getijdenverschil was toen gemiddeld circa een meter groter dan het nu is. In het Veerse meer en Grevelingenmeer bestaan nu in het geheel geen getijdenstromingen meer. De waterkwaliteit en zuurstof concentraties zijn hier na de afsluiting sterk achteruit gegaan. In deze wateren hebben de veranderde factoren er toe bijgedragen dat het Dodemansduim hier nu is uitgestorven. Ook in de Oosterschelde is door de aanleg van de Oosterscheldekering de stroomsnelheid aanzienlijk afgenomen. En hoewel in de centrale en westelijke Oosterschelde nog een redelijke getijdenstroming bestaat is de afname van de stroomsnelheid ook hier een belangrijke factor geweest in de teloorgang van het koraal in deze zeearm.

    Dodemansduimpje Oosterschelde mei 2011 (foto: Floor Driessen)
    Dodemansduimpje Oosterschelde mei 2011 (foto: Floor Driessen)

    De laatste jaren heeft er tijdelijk nog een kleine populatie Dodemansduim in het zuidwestelijke Grevelingenmeer gestaan. Die is er nu weer verdwenen. Ook zijn er recent slechts zelden en uitsluitend hele kleine kolonies Dodemansduim op enkele plaatsen van de Oosterschelde aangetroffen. Die hebben zich echter nooit kunnen vestigen of voor een nieuwe populatie kunnen zorgen. Daarom moeten we nu helaas vaststellen dat het enige Nederlandse koraal in deze zeearmen nagenoeg uitgestorven is.

    Dodemansduim is door menselijk ingrijpen uit een groot deel van de Zeeuwse Delta verdwenen. We weten dat het lokaal op de wrakken en tenminste ook op de Klaverbank in de Noordzee nog veelvuldig voorkomt. Dat is een van de vele goede redenen om snel over te gaan op de bescherming van deze gebieden. We wachten nog steeds op de Nederlandse overheid om adequate maatregelen te nemen om zowel onze enige koraalsoort als de rest van de bijzondere mariene biodiversiteit die hier voorkomt te beschermen voor het te laat is!

    Tekst: Peter H. van Bragt, Stichting Anemoon
    Foto’s: Peter H. van Bragt en Floor Driessen

    Sponsdieren /Sponzen  soorten

    Sponzen

    Dieren 

    http://www.soortenbank.nl/hoofdgroepen.php?groep=Sponzen&selectie=65&hoofdgroepen_pad=%2C1%2C65

    sponzen

    Boorspons   Broodspons  Gele korstspons  Geweispons   Gewone zakspons  Grillige buisjesspons   Paarse buisjesspons                        Sliertige broodspons  Hymeniacidon perlevis   Mycale micracanthoxea

    http://oud.digischool.nl/bi/onderwaterbiologie/html/biologie/sponzen.htm

    Van alle dieren die zijn opgebouwd uit structuren van meerdere cellen is de spons wel de meest eenvoudigste. Bij een spons ontbreekt het aan gespecialiseerde organen als hart, maag, en darmen. Ook zijn er geen kringloopsysteem of zenuwbanen aanwezig; ze zijn niets meer dan één groot filtersysteem en dat filtersysteem is enorm efficiënt.
    Door microscopisch kleine openingen (ostiën) in het sponsoppervlak stroomt het water naar binnen. De ostien zijn verbonden met kanaaltjes die door het lichaam van de spons lopen. In die kanaaltjes zitten speciale cellen die, met hun trilharen, een stroming op gang brengen, zodat er binnen het lichaam van de spons een soort vacuüm ontstaat. Op die manier is de spons in staat om elke minuut meer dan vier keer zijn eigen volume aan water door zijn lichaam heen te pompen en zodoende van microscopisch kleine organismes te zuiveren. Het gezuiverde water verlaat het lichaam weer via een veel grotere uitstroomopening (oscula).

    Van de ongeveer 10.000 bekende soorten zijn er slechts enkele die in zoetwater leven. Het overgrote deel leeft in zee, van de pool tot de tropen en van ondiepe poeltjes tot de diepe oceaan troggen.

    Door zijn eenvoudige bouw bezit de spons een groot regeneratievermogen. Als hij, door welke reden dan ook, in verschillende stukjes zal worden verdeeld, kan elk gedeelte weer uitgroeien tot een zelfstandige spons.

    Sponzen kunnen uitgroeien tot hoge bekervormige of geweiachtige structuren. De stevigheid die daarvoor nodig is ontlenen ze aan de aanwezigheid van glas, hoorn of kalkachtige naaldjes of skeletelementen (spicula), die samen met het sponsweefsel voor een stevige structuur zorgen. Deze skeletelementen zijn er ook verantwoordelijk voor dat de spons, voor de meeste dieren, oneetbaar is.

    Boorspons
    Geweispons
    Gewone broodspons
    Oranje korstspons
    Paarsebuisjesspons
    Sliertige broodspons
    Bleke badspons
    WittebuisjessponsZaksponshttp://www.anemoon.org/search?SearchableText=zakspons
    Zeeland
    Zoetwaterspons zoet water
    Buisspons
    Bekerspons
    tropen

    http://users.skynet.be/sky68333/biologie/dierenrijk/k_sponzen.htm

    Stam 1 Sponzen (porifera)

    Sponsen zijn voornamelijk in zee levende, vastzittende dieren met een regelmatige vorm (sommige soorten zijn echter wel veranderlijk van vorm). Slechts enkele soorten komen voor in zoet water. Sponsen bezitten geen mond, geen spijsverteringsstelsel en hebben geen waarneembaar zenuwstelsel. Een spons bestaat meestal uit een verzameling cellen, die niet samen geordend zijn tot organen of weefsels. Ze omvatten een systeem van kamers en kanalen, die door middel van poriën met de buitenwereld in verbinding staan.De cellen liggen meestal in een geleiachtige massa, die wordt ondersteund door een skelet, bestaande uit kalk- of kiezelnaalden (= spicula). Deze spicula kunnen tot een fijn traliewerk samengevlochten zijn. Diverse soorten bezitten dit skelet niet maar verkrijgen hun stevigheid door een fijnmazig netwerk van sponginevezels. (Spongine is een chemische stof die nauw verwant is aan zijde.) De grondvorm van een spons is in het eenvoudigste’ geval een zak die aan de buitenkant bedekt is met afgeplatte cellen, de dekcellen, die aaneensluiten. De inwendige holte is bekleed met kraagcellen, die voorzien zijn van een zweephaar. Door het slaan met deze zweepharen bewerkstelligen de kraagcellen een waterstroom die binnenkomt langs de poriën, naar de centrale holte wordt gevoerd en door de uitstroomopening weer naar buiten vloeit. De kraagcellen houden de voedseldeeltjes vast en verteren ze of geven ze door aan andere cellen, die voor de vertering zorgen. De waterstroom kan worden vertraagd of versneld door samentrekken of uitstulpen van de poriën. Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit plankton en organisch afval (detritus).

    Indeling:

    De indeling van de sponsen gebeurt aan de hand van de bouw van de skeletnaalden. We onderscheiden 4 klassen :

    • Kalksponsen of Calcarea waarvan het skelet bestaat uit kalknaalden (Plaat 8, fig. 1 en 2)
    • Glassponsen of Hexactinellida waarvan het skelet bestaat uit kiezelnaalden. Bijna alle glassponsen zijn diepzeebewoners. (Plaat 8, fig. 3 en 4)
    • Hoornsponsen of Demospongia waarvan het skelet spongine bevat. De meest bekende sponsen behoren tot deze klasse (Plaat 9).
    • Koraalsponsen of sclerospongia waarvan het skelet opgebouwd is uit kiezelnaalden en spongine (Plaat 9, fig. 7).

    Kenmerken:

    Eenvoudige bouw, uitstroomopeningen zichtbaar, zacht en plooibaar

    vormen:

    • korstsponzen: bedekken het substraat met een dunne korst
    • geweisponzen: hebben de typische gewei-vorm
    • bekersponzen & buissponzen: zoals de geweispons maar holle ‘buizen’ of zelfs ‘bekers’ als de binnendiameter groter is dan de lengte van de spons
    • massieve sponzen: bolvormig, zoals de badspons

      

    types:

    • Ascon type: kleine sponzen; de zweephaarcellen zitten in de centrale holte
    • Sycon type: grotere sponzen; de zweephaarcellen zitten in de vetakkingen van de centrale holte
    • Leucon type: grote sponzen; zeer sterk vertakt, de zweephaarcellen zitten in kleine kamertjes 

    Bouw:

    bouw spons1

    1. Hol lichaam, voorzien van microscopische instroomopeningen en zichtbare uitstroomopeningen.
    2. Binnenkant bekleed met kraagcellen (cellen, voorzien van een zweephaar) of choanocysten die de waterstroom door de spons veroorzaken. De kraagcellen kunnen voedsel vangen.
    3. Naargelang de plaats waar de kraagcellen zich bevinden onderscheiden we het Ascon-, Sycon– en Leucon type.
    4. Skelet van naalden (spicula) van kalk, kiezelzuur of hoorn dat stevigheid geeft aan de spons. Naargelang de naalden worden de sponzen ingedeeld in kalk, glas en hoornsponzen. De naalden bevinden zich in de gelei-achtige massa tussen de buitenste en binnenste cellaag.
    5. Weinig verschillende soorten cellen:
    • dekcellen (pinacocyten) a.d. buitenkant. Het zijn de levende tegels van de spons.
    • mesenchymcellen (amoeboïdale cellen die voedsel transporteren tussen kraagcellen en dekcellen. zoals het bloed bij de mens). Ze kunnen uitgroeien tot eicellen, zaadcellen of cellen die skeletnaalden produceren (spiculablasten).
    • sluitcellen (porocyten) zijn doorboorde dekcellen die de instroomopeningen vormen. Ze kunnen de waterstroom door de spons regelen door zich min of meer samen te trekken.
    • drie spiculablasten die een skeletnaald (spicula) vormen.
    • contractiele cellen rondom een porie kunnen samentrekken om de waterstroom te verminderen en om de spons lichtjes van vorm te veranderen. Door het ontbreken van een zenuwstelsel zal deze contractie niet gecoördineerd verlopen.
    • kraagcel (choanocyt). Ze verzorgen de waterstroom door de spons met hun zweephaar en nemen voedseldeeltjes op. De kraag zorgt ervoor dat de deeltjes niet wegdrijven als ze de cel naderen.
    • Naargelang de vorm herkennen we de Bekersponzen, Geweisponzen en Korstsponzen

    tek_spons_versch_cellen

    Voeding:

    De spons is een aktieve filteraar; aktief omdat ze een inspanning doet om de waterstroom te bekomen (pomp) en filteraar omdat ze het zwevende microscopische plankton uit het water filtert d.m.v. kraagcellen. Deze kraagcellen nemen ook zuurstof op uit het water. Dit microscopische plankton bestaat voornamelijk uit diatomeeën; ééncellige wiertjes. De instroom openingen zijn zeer klein om te voorkomen dat de spons zou verstoppen. Toch kan de spons niet voorkomen dat er binnenin algen samenklitten tot een vlies dat de voedselvoorzienng in gevaar brengt. Daarom zien we soms slangsterren in de spons om ze te reinigen.

    Voortplanting:

    1) Geslachtelijk

    Sommige mesenchymcellen slaan reserve voedsel op en groeien uit tot eicellen; andere mesencymcellen vormen spermatozoïden. Sommige sponzen zijn tweeslachtig (Hermafrodiet). De spermatozoïden worden in de waterstroom gebracht en kunnen dan bij een vrouwelijke spons terecht komen. De bevruchtte eicellen ontwikkelen zich tot larven met zweepharen. Na enige tijd verlaten ze de moederspons en zwemmen rond om een vasthechtingsplaats te zoeken. Eens vastgehecht keren de zweepharen naar binnen en groeit de larve uit tot een nieuwe spons.

    2) Ongeslachtelijk

    • Knopvorming: De spons vormt knoppen die kunnen uitgroeien tot sponsjes op de moederspons of die kunnen afbreken en vormen een nieuwe spons.
    • Uitbreiding: Sommige sponzen bedekken rotsen en worden steeds groter; ze breiden zich horizontaal uit (zoals de kolonievormende neteldieren). Andere bestaan uit draden. Als ze een draad laten vallen, breekt die af en zal een nieuwe spons vormen.

      

    • Gemmula: Verschillende sponzen vormen bolletjes van met voedsel gevulde cellen, omgeven door een met sponsnaalden beschermende laag. Deze gemmulae kunnen tegen uitdroging en bevriezing en geven de spons extra overlevingskansen. Onder gunstige omstandigheden barst de gemmula open en verenigen de uitgestoten cellen zich tot een nieuwe spons.
    • Regeneratie: Regeneratie is vrij algemeen bij de lagere dieren en duidt op de mogelijkheid om waar lichaamsdelen afgerukt werden, er terug een nieuw aangroeit. Bij de spons is het regeneratievermogen enorm. Een spons die door een zeef gedrukt wordt in duizenden stukjes vormt eerst een vlokkige wolk in het water. Na een tijdje zal deze wolk zich organiseren een nieuwe spons vormen. Elk stukje bezit zelfs de mogelijkheid om een nieuw spons te vormen.

    Relaties met andere dieren:

    Vijanden:

    Sponzen staan voornamelijk op het menu van de sommige naaktslakken (géén vlokkige). Elke naaktslak heeft haar specifieke spons op het menu staan vb dalmatieërslak eet steenspons, doris eet badspons,…

    De grootste vijand van de spons is het zand (verstopt de poriën) en de algen ( groeien op de spons indien er veel zonlicht bij kan en verstoppen dus ook de poriën).

    Symbiose:

    Sponzen leven dikwijls in symbiose met de worm eupolymnia die de filterverstoppingen van de spons wegpeuzelt. kleine slangsterretjes of galathea kreeftjes die de algenbegroeiing in de spons of de verstoppende eetbare deeltjes wegnemen. Deze bewoners komen ’s nachts uit hun spons om een frisse neus te halen

    Andere relaties:

    In vele bekersponzen verstoppen zich kleine visjes(5), garnalen(3) of slangsterren(4). De spons is een groot filter dat kan verstoppen door grote organische deeltjes. Deze deeltjes dienen als voedsel voor de symbiotische partner. Op deze manier blijft het sponsfilter zuiver en blijft de spons in leven.

    Het tweekleppige weekdier Ark van Noach(1) bedekt zich steeds met de rode korstspons als camouflage.

    Op sommige sponzen groeien korstanemonen(2)

    Philippe Mertens ***I Yellow Diving School

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Sponsdieren

    Sponsdieren (Porifera; een samentrekking van de Latijnse woorden porus, porie, en ferre, dragen) vormen een stam van het dierenrijk. Het zijn sessiele, primitieve meercellige dieren die in het water leven en zich vastzetten op de bodem. De meeste leven in zeeën en oceanen, tot op 8,5 kilometer diepte, maar er zijn ook zoetwatersponzen. Ze vangen hun voedsel door water te filtreren. Er is wel sprake van enige differentiatie in de cellen, maar niet van aparte organen, spieren of zenuwen.

    Anno 2013 zijn ruim 8400 soorten bekend,[2][3] en regelmatig worden nieuwe soorten beschreven.

    °

    DIEPZEE

    KORAAL  EN WORM  : een BASALE  SYMBIOSE  binnen   een  DIEPZEE  ECOSYSTEEM  van   KOUDWATER-KORAALRIFFEN    ? 

    Liefde tussen koraal en worm

    Bericht uitgegeven op maandag 18 maart 2013

    De relatie tussen een koudwaterkoraal en een worm is voor beide partners voordelig, concludeert Christina Mueller van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) in haar artikel in het tijdschrift PLOS ONE van 11 maart. De worm kan zijn voedselopname vergroten door van zijn gastheer het koraal te stelen, het koraal versnelt de opbouw van zijn skelet zonder dat hem dat significant meer kost.

    Koudwaterkoraal Lophelia pertusa (foto: NOAA)
    Koudwaterkoraal Lophelia pertusa (foto: NOAA)
    °

    Koudwaterkoralen leven in koudere oceanen, tussen de 40 en meer dan 2000 meter diepte. 

    De beter bekende tropische koralen leven in warm en ondiep water.
    Koudwaterkoralen zijn vrij onbekend, maar hun riffen zijn ‘hotspots’ van biodiversiteit in de diepzee.
    Koudwaterkoralen zoals Lophelia pertusa vormen uitgestrekte riffen op de bodem van de diepzee.
    De worm Eunice norvegica leeft samen met dit koraal, maar tot voor kort was het onduidelijk waar deze samenwerking uit bestond. Mueller en haar collega’s ontdekten dat de worm meer voedsel kan opnemen door dit te stelen van zijn gastheer het koraal. Het koraal lijdt hier echter niet onder, omdat het kan omschakelen naar een ander soort voedsel. Als de worm van het koraal steelt, gaat het koraal kleinere voedseldeeltjes eten, die voor de worm minder interessant zijn. Daarnaast versnelt het koraal de opbouw van zijn skelet (calcificatie) onder invloed van de worm. Verrassend genoeg veroorzaakt dit geen significante verhoging van zijn stofwisseling. De relatie tussen koraal en worm is daarom voor beide voordelig.Experimenten in het aquarium
    Wormen en koralen werden samen of alleen in aquaria geplaatst en gevoerd met verschillende soorten voedsel. Mueller en haar collega’s merkten het voedsel met een chemische ‘marker’. Hierdoor konden ze zien hoeveel voedsel werd gebruikt voor groei en hoeveel voor de stofwisseling van beide dieren. Ze keken ook of er een verschil was als de dieren alleen of samen werden gehouden. Bij het koraal bepaalden ze ook hoeveel van het voedsel werd gebruikt om het kalkskelet op te bouwen, met en zonder de aanwezigheid van wormen.Invloed van klimaatverandering
    Om het koraalrif te begrijpen is het dus belangrijk om ook naar de interacties tussen organismen te kijken. Een rif is niet een louter koraalrif, maar het wordt ook gekenmerkt door de interacties tussen verschillende organismen die het rif zo rijk maken en zijn functie bepalen. De aanwezigheid van de worm stimuleert de groei van het rif en kan zo de ontwikkeling en het behoud van dit bijzondere ecosysteem bevorderen. De interacties tussen deze soorten zijn dus heel belangrijk voor de toekomst van de koudwaterkoraalriffen, gezien de veranderende omstandigheden. Dit unieke ecosysteem wordt al bedreigd door de klimaatverandering, waardoor het zeewater opwarmt en verzuurt.Dit onderzoek maakte deel uit van het promotieonderzoek CALMARO, dat mede gefinancierd werd door het Europese Zevende Kaderprogramma. De experimenten werden uitgevoerd bij het Sven Lovén Centre for Marine Sciences-Tjärnö, van de universiteit van Gothenburg in Zweden, in de zomer van 2010.Meer informatie
    Lees meer in het Engelstalige wetenschappelijke artikel ‘The symbiosis between Lophelia pertusa and Eunice norvegica stimulates coral calcification and worm assimilation’, Christina E. Mueller, Tomas Lundalv, Jack J. Middelburg and Dick van Oevelen, PLOS ONE March 11, 2013.                       —–   journal.pone.0058660[1]koudwaterkoraal <—PDF Bron: Persbericht NIOZ <—  wtd026042.pdf big picture  <—-pdf 
    Foto: National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA)

    Vleesetende spons in de vorm van een harp ontdekt

     07 november 2012  1

    Wetenschappers hebben voor de kust van Californië, op een diepte van zo’n 3500 meter een wel heel bijzondere en nieuwe soort spons ontdekt. De spons lijkt op een harp, maar is een stuk dodelijker. De spons is namelijk een efficiënte vleeseter.

    De spons bestaat uit verschillende horizontale takken die bijna op de grond leunen. Op die takken bevinden zich vele verticale takjes. En daarmee doet de vorm van de spons – die de naam Chondrocladia lyra heeft gekregen – denken aan een harp.

    Jagen
    Maar de functie van de lange takken van de spons is heel anders. Hij gebruikt ze om te jagen. De spons beschikt over kleine wortels waarmee hij zich redelijk stevig in de modderige ondergrond gevestigd heeft. Waterstromen hebben dan ook geen invloed op de spons zelf. Maar wel op zijn maaltijden: kleine diertjes moeten zich wel mee laten slepen door het water en belanden dan tussen de takjes van de spons. Op de takjes zitten haartjes waar de diertjes niet meer aan ontsnappen kunnen. Zodra de spons zijn prooi zo gevangen heeft, verpakt deze de diertjes in een dun membraan en begint ze langzaam te verteren.

     

    Zes takken
    De onderzoekers ontdekten de spons – die op enorme diepte leeft – met behulp van twee op afstand bestuurbare voertuigen. De eerste spons die de onderzoekers vonden, had maar twee takken met daarop verticale takken. Later werden echter sponzen aangetroffen met tot wel zes horizontale takken, zo meldt het blad Invertebrate Biology. Vanzelfsprekend kan een spons met meer takken ook een groter gebied beslaan en dus meer diertjes vangen.

    Bolletjes
    Op de foto’s is goed te zien dat zich op de verticale takken kleine bolletjes bevinden. Hierin wordt sperma geproduceerd. Wanneer een waterstroom door de takken beweegt, laat de spons het sperma los. Het zaad wordt meegevoerd en belandt in de takken van andere sponzen waar het eitjes kan bevruchten.

    De spons. Rechts een uitvergroting van de bolletjes op de uiteinden van de takjes. Ook zijn op deze foto’s de haakjes en haartjes waarmee de spons diertjes vangt goed te zien. Foto’s: © MBARI.

    Wie een spons als C. lyra op de bodem van de zee tegenkomt, moet ongetwijfeld even in zijn ogen wrijven. Want dit is toch een wel heel bijzonder organisme. Ergens is dat echter logisch: een organisme moet van goede huize komen en zich aanpassen, wil het op zo’n diepte, in de kou en het donker kunnen overleven.

    Bronmateriaal:
    Scientists discover extraordinary new carnivorous sponge” – Mbari.org
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door © MBARI.

    °

    OUDSTE  DIEREN 

    Eerste complexe levensvormen op aarde hadden bijna geen zuurstof nodig

    Geschreven op 18 februari 2014 om 08:46 uur door 4

    broodspons

    Wetenschappers gaan er eigenlijk altijd vanuit dat complex leven op aarde alleen kon ontstaan toen het zuurstofniveau in de atmosfeer vergelijkbaar was met het huidige zuurstofniveau. Maar nieuw onderzoek met sponsdieren spreekt dat tegen: complexe levensvormen hebben helemaal niet zoveel zuurstof nodig om te leven en groeien.

    Complexe levensvormen ontstonden zo’n 630 tot 635 miljoen jaar geleden. Hun ontstaan viel samen met een stijging van de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer. Geen wonder dat onderzoekers eigenlijk altijd dachten dat deze organismen zonder die zuurstofstijging nooit tot stand zouden zijn gekomen. Maar een nieuw onderzoek gooit dat idee nu overhoop. (1)

    Laag zuurstofniveau
    Experimenten met sponsdieren tonen aan dat complexe levensvormen zelfs met 0,5 procent van het huidige zuurstofniveau in de aardse atmosfeer tot hun beschikking kunnen leven en groeien. Het suggereert dat het niet de zuurstofstijging was die het ontstaan van complex leven zo’n 635 miljoen jaar geleden mogelijk maakte. “Onze studies suggereren dat het ontstaan van dieren niet voorkomen werd door een laag zuurstofniveau,” bevestigt onderzoeker Daniel Mills.

    COMPLEX LEVEN

    Onderzoekers maken onderscheid tussen eenvoudige levensvormen (bacteriën bijvoorbeeld) en complexe levensvormen. Complexe levensvormen onderscheiden zich met name van eenvoudige levensvormen door hun meercelligheid en het feit dat cellen kunnen differentiëren en specialiseren. Onder de complexe levensvormen vallen onder meer dieren, schimmels en planten.

    Gelijkenis
    De onderzoekers baseren hun conclusies op experimenten met het sponsdier Halichondria panicea. Ze kozen bewust voor dit organisme: de dieren die vandaag de dag op aarde leven en het meest op de eerste complexe levensvormen op aarde lijken, zijn sponsdieren.

    “Toen we de sponzen in ons lab plaatsten, bleven ze ademhalen en groeien, zelfs wanneer het zuurstofniveau nog maar 0,5 procent van het huidige zuurstofniveau in onze atmosfeer was.”

    Het interessante onderzoek roept een prangende vraag op. Jarenlang waren op aarde alleen maar eencellige organismen te vinden en 635 miljoen jaar geleden ontstond opeens complex leven. Als de zuurstofstijging daar geen of een beperkte rol in speelde: wat veroorzaakte dan deze explosie van complex leven?

    “Er moeten andere ecologische en evolutionaire mechanismen in het spel zijn geweest. Misschien bleef het leven lang microbieel, omdat het lang duurde om de biologische ‘machine’ die nodig was om een dier te ‘bouwen’ te ontwikkelen. Misschien bezat de oude aarde geen dieren, omdat complexe, meercellige lichamen nu eenmaal simpelweg moeilijker evolueren.”

    Bronmateriaal:
    Theory on origin of animals challenged: Animals need only extremely little oxygen” – SDU.dk
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Minette Layne (via Wikimedia Commons).

    °

    (Reacties )

    (1) .- Misschien was  toch de  sneeuwbal- aarde de trigger voor het ontstaan van complex leven.

    (2) .- Het gegeven dat een huidig complex wezen kan leven met weinig zuurstof zegt  niks over juist de ontwikkeling van complexe wezens

    –> Gegeven is dat :  eenvoudige levensvormen (stromatolieten/algen) voor een grote toename van zuurstof zorgen (fotosynthese), waardoor een atmosfeer en ozonlaag onstond.

    Zuurstof biedt  voordelen: het maakte cellen met specifieke taken mogelijk (door mitochondriën efficiënter gebruik van zuurstof, symbiose, meercellige organismen, complexe organismen, enzovoort).

    Dat achteraf een dier met weinig zuurstof kan leven zegt niks over het ontstaan van complexe wezens, er zullen vandaag de dag immers nog meer dieren en planten zijn die in ” ruige ” omstandigheden kunnen overleven.  Echter ;“ruig” is niet gelijk aan anaëroob of zuurstofarm.

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Sponsdieren

    FOSSIELE   SPONZEN  

    Sponzen behoren tot de oudst bekende dieren. Fossielen dateren uit het Precambrium.

    Sponzen  //Porifera

    Het phylum Porifera omvat de sponzen. Dit zijn primitieve meercellige dieren die zich vasthechten op de zeebodem. Ze filteren het zeewater om er voedseldeeltjes uit te halen. Bij sommige fossiele sponzen kun je de uitstroomopening van de spons nog zien waar het gefilterde water naar buiten kwam.

    Voorbeeld van een spons uit het cenomaan van Cap Blanc Nez

    De meeste sponzen hebben een skelet dat uit kleine skeletdeeltjes (spicula of sponsnaalden) hoorn, kalk of kiezel bestaat. De aanwezigheid van deze naalden is vaak bij fossiele sponzen (onder vergroting) zichtbaar. De onderverdeling van de sponzen geschiedt dan ook op het soort skelet: Hoornsponzen (Demospongiae), Kalksponzen (Calcispongiae) en Glas of Kiezelsponzen (Hexactinellida). Sponzen met een kiezelskelet fossiliseren vrij gemakkelijk. Vooral in afzettingen uit het Krijt tijdperk vinden we vaak fossiele sponzen. De oudst bekende sponzen stammen uit het Precambrium tijdperk.


    Voorbeeld van een fossiele spons uit Paulmy, Frankrijk.

    Spons-fossiel

         Globe.png

    Foto’s of locaties voor Porifera bekijken.

    http://www.bloggen.be/info_vuursteen/archief.php?ID=936304

             
    Vuursteenconcretie met fossiele sponzen in de holtes, lengte 25 cm,

    Detail van de fossiele spons
    vuursteeneluvium Haute Normandie

                 
    Doorgeslagen vuursteenknol, lengte 5 cm,  vuursteeneluvium Pas de Calais

    Negatief van de fossiele spons

    Gerolde vuursteen met fossiele spons, vuursteeneluvium Pas de Calais

    http://community.fortunecity.ws/lavender/scarface/55/locaties/Wilsum/wilsum.htm

    Deel van de verzameling Ordovicische sponzen (afgebeeld enkele Caryospongia’s). Het resultaat na vele jaren zoeken

    sponzen
    Anthaspidella florifera
    Astylomanon praemorsa
    Ordovicium
    Astylomanon praemorsa
    Ordovicium
    Astylomanon praemorsa
    Ordovicium
    Astylomanon praemorsa
    Ordovicium
    Aulocopium cylindraceum
    Ordovicium
    Carpospongia conwentzi
    Ordovicium
    Carpospongia castanea
    Ordovicium
    Carpospongia globosa
    (in baksteenkalk)
    Ordovicium
    Carpospongia globosa 
    Ordovicium
    Carpospongia globosa
    Ordovicium
    Carpospongia globosa 
    Ordovicium
    Patellispongia cf alternata
    Ordovicium
    Hindia fibrosa
    Ordovicium
    Hindia sphaeroidalis 
    Ordovicium
    Hudsonospongia
    Ordovicium
    Vankempenia

    °

    http://www.scientias.nl/oudste-fossielen-van-dieren-ontdekt/55384

    fossielen uit Namibie

    ZUURSTOF

    °

       GEOLOGIE  

    °

    LINKS  ;

    http://www.daeme104.centerall.com/page506_5.php   (aardse atmosfeer )

    De samenstelling van de dampkring is sinds het ontstaan van de aarde, 4,6 miljard jaar geleden, sterk veranderd.We weten niet precies hoe onze atmosfeer is ontstaan, maar wel weten we dat de samenstelling ervan flink is veranderd sinds onze planeet zo’n 4,6 miljard jaar terug uit een wolk van gas en stof om de jonge zon ontstond.

    De aarde was te klein en te heet om zijn eerste atmosfeer van waterstof en helium vast te houden. Daarna werd hij geleidelijk kouder en is er een vaste korst met vulkanen ontstaan, waaruit de tweede atmosfeer van waterdamp en kooldioxide werd gevormd; met kleine hoeveelheden stikstof, ammoniak en andere gassen, maar nog steeds zonder zuurstof.

    Hierna gebeurden er twee dingen die van belang zijn voor het ontstaan van de huidige atmosfeer. Ten eerste werd de aarde door ijskometen gebombardeerd, waardoor er enorme massa’s water naar de aarde zijn aangevoerd. Zeer waarschijnlijk is het water in de oceanen grotendeels van buitenaf gekomen. Daarin losten grote hoeveelheden kooldioxide op, die op die manier uit de atmosfeer verdwenen.

    Het leven op aarde ontstond ongeveer drie miljard jaar geleden, toen ook de zuurstofproducerende cyanobacteriën zich begonnen te verbreiden. Gedurende lange geologische periodes produceerden die zuurstof.

    De zuurstof belandde in eerste instantie echter niet in de atmosfeer, want veel elementen, zoals ijzer, reageerden namelijk direct met de zuurstof en gingen er een verbinding mee aan.
    Uiteindelijk kwam de zuurstof toch in de atmosfeer terecht, en bleef daar ook.

    Toen ontstond ook de ozonlaag, die het leven tegen de ultraviolette zonnestraling beschermt. De afgelopen twee miljard jaar had de aarde een zuurstofrijke atmosfeer, die op de huidige lijkt; onderzoeken tonen aan dat het zuurstofniveau met tussenpozen van miljoenen jaren wisselt. 

    http://www.museumkennis.nl/nnm.dossiers/museumkennis/i002642.html

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Marine_Isotope_Stage                                                                                      http://nl.wikipedia.org/wiki/Proterozo%C3%AFcum                                                                                   http://www.webelements.com/oxygen/geology.html

    °

    Het ontstaan van meercelligheid ging gepaard met de sterke stijging van het zuurstofgehalte in de atmosfeer. (1)

    14 januari 2013

    Fossilized cyanobacterial endoliths: Eohyella dichotemata of Late Protetozoic and Eohyella fossil assemblage or Eohyella campbellii ~ at 1.5 Ga, the oldest known microbial endolith

         

    compare withHyella stella ~ similar to Eohella dichotemata of Late Proterozoic /

    Compare a modern Lyngba sp.
    with fossil thin-section of filamentous Palaeolyngbya, Bitter Springs chert, Late Proterozoic

      

    http://cyanophyta.blogspot.be/2006/12/fossilized-cyanobacteria.html

    Het is voor het eerst dat het ontstaan van meercelligheid in verband wordt gebracht met de ‘Grote Zuurstofcatastrophe ‘. Wetenschappers schrijven dat maandag in PNAS.

    De “Grote Zuurstofcatastrophe ” is het moment in de prehistorie dat het gehalte aan zuurstof in de atmosfeer sterk steeg, en daarmee de verdere  ontwikkeling van leven gemakkelijker maakte.  (2)

    Dit gebeurde zo rond 2,4 miljard jaar geleden. (UPDATE  —> zie volgend artikel ) 

    Blauwalgen

    Cyanobacteriën of blauwalgen, een groep van zuurstofproducerende, vroege levensvormen, bestonden al ver voor de Zuurstofgebeurtenis. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat deze bacteriën meercelligheid begonnen te vertonen precies rond de tijd van de zuurstoftoename.

    De onderzoekers bekeken daartoe fossielen van oude exemplaren en verzamelden genetische gegevens van de nu nog levende cyanobacteriën.

    Ze concluderen dat de twee gebeurtenissen aan elkaar verwant kunnen zijn, omdat meercelligheid de bacteriën de mogelijkheid bood om niches, of ‘rollen’ in de natuur, efficiënter te vervullen.

    De snelle groei die daar het gevolg van was, zou, met de snel toegenomen zuurstofproductie, kunnen verklaren waarom de Grote Zuurstofgebeurtenis plaatsvond.

    Basis

    “We beginnen nu te begrijpen dat het ontstaan van meercelligheid in cyanobacteriën waarschijnlijk aan de basis heeft gestaan van de grote zuurstofgebeurtenis”, zegt onderzoeker Jurriaan de Vos. “Die gebeurtenis heeft mogelijk de loop van de evolutie van al het leven op aarde beïnvloed, inclusief die van cyanobacterien zelf.”

    Door: NU.nl/Stephan van Duin

    REACTIES 
    (1) —-> … of meercelligheid was mogelijk op het moment dat er meer zuurstof was … ?

    1. Ik heb altijd gelezen, dat de enorme toename van het atm. zuurstofgehalte meercelligheid mogelijk maakte. Dus eerst meer zuurstof, toen meercelligheid.                                                                                                                                                                                                 De hogere cellen  (Eukaryote cel), waar alle planten en dieren uit bestaan, heeft itt de primitievere Prokaryote cel (bacteriën, blauwalgen) veel meer energie en O2 nodig.                                                                                                                                                                          Dit werd dus pas mogelijk toen er vanaf 2.4 gigajaar (gj) geleden O2 in de atmosfeer kwam, vermoedelijk in eerste instantie door cyanobacteriën (blauwalgen, dus Prokaryoten), later ook door gewone groene algen (dus Eukaryoten).                                                —>  Meercelligen hebben nog veel meer O2 nodig en dat gebeurde pas vanaf plm. 0.8 gj (dus 800 miljoen jaar) geleden, toen het vrije O2 gehalte in de atmosfeer enorme ging stijgen. Dit kon, doordat toen de aardkorst verzadigd was met O2 en er dus een overschot voor de atmosfeer overbleef.                                                                                                                                                                           Relatief niet zo lang daarna, vanaf zo’n 0,6 gj (600 miljoen jaar) geleden zie je ineens de explosieve toename en diversificatie van het meercellig leven. ( cambrische  explosie )                                                                                                                                                                                   

      1. De vraag is inderdaad of meercelligheid het gevolg is van het grote zuurstofgebeuren of andersom. Voor beide valt wat te zeggen, maar het artikel staat dus dat de wetenschappers aantoonden dat de meercelligheid  begon bij de  cyanobacterien zelf.

        1. dat de cyanobacterien meercellig werden en toen in aantal konden toenemen. We kennen  (volgens mij) geen meercellige cyanobacterien, zelfs helemaal geen meercellige bacterien, dus eerlijk gezegd begrijp ik het artikel niet zo goed

        Als je je verder bedenkt dat zuurstof voor deze bacterien een afvalproduct is, kan de ” grote zuurstofcatastrophe ” dus niet de oorzaak zijn voor de  beginnende  meercelligheid van de cyano’s. De tijd die genoemd word: 2,4 miljard jaar geleden komt overeen met het begin van de grafiek van het zuurstofgehalte in de atmosfeer (die grafiek staat in de wikipedia pagina  hieronder  gepost ) Die hele zuurstoftoename heeft 500 miljard jaar geduurd dus om het een ‘event’ te noemen is misschien wat overdreven. Het klinkt iig niet onredelijk.

      2. of je  met de taaie cyanobacteriën (blauwalgen) het O2 gehalte van een planeet de zuurstof  in de atmosfeer  veel boven de pakweg 3% zult krijgen?  Je zou daarmee kunnen beginnen en dan later andere (groene) algen , etc.   —->Zit je met een jonge aarde nog wel met de issue van de opname van O2 door de oceanen en korst. Dat is echt enorm en voordat dat verzadigd is. ….  Maar mogelijk zou die opname en het wegvangen van geproduceerde O2 naar menselijke maatstaven redelijk langzaam kunnen zijn  gaan, zodat er toch een opbouw van O2 in de atmosfeer mogelijk was   ??
      1.  O2 is wel verdraaid reactief.
        Dus mijn vraag is en blijft: –>  raak je op een jonge aardachtige planeet niet erg snel je meeste geproduceerde O2 weer kwijt aan binding door de korst (met name ijzer!) en de oceanen? ( zie mars )

    (2)  —->

    http://en.wikipedia.org/wiki/Great_Oxygenation_Event

    File:Oxygenation-atm-2.svg

    Estimated evolution of atmospheric  P_{{O_{{2}}}}. The upper red and lower green lines represent the range of the estimates. The stages are: stage 1 (3.85–2.45Gyr ago (Ga)), stage 2 (2.45–1.85Ga), stage 3 (1.85–0.85Ga), Stage 4 (0.85–0.54Ga )and stage 5 (0.54Ga–present)

    .

     interessante gebeurtenis in de evolutie. Ik denk dat wij er anders uit zouden zien als het zuurstofgehalte een stuk lager  had           gelegen .

    –> Ik denk dat de mens er dan helemaal niet was geweest .                                                                                                                                                         —–>  De wereld zou er dan stukken anders uit zien, dat is met heel veel dingetjes het geval.   ( contingency )

    Het was ook een catastrofe ( en de eerste grote uitsterving ?) 

    1. Zuurstof is giftig voor de meeste anarobe bacterien dus die legden het loodje, en bovendien kreeg de Aarde te maken met een lange sneeuwbal-aarde periode. Dus het was wel degelijk een ‘catastrofe’. 

    http://www.geologievannederland.nl/tijd/reconstructies-tijdvakken/precambrium

     

    °

    Zuurstof veel eerder in atmosfeer dan gedacht

    Zuurstof verscheen 700 miljoen jaar eerder in de lucht dan tot nu toe werd gedacht.

    29 september 2013

    Dat schrijven Amerikaanse en Deense wetenschappers van respectievelijk de Universiteit van Brits Columbia en van de Universiteit van Denemarken deze week in Nature.

    Ze kwamen tot deze conclusies nadat ze drie miljard jaar oude bodems onderzochten in Zuid-Afrika.

    De bodems zijn de oudste ter wereld.

     

    Het is algemeen bekend dat de aarde 2,3 miljard jaar geleden zuurstofrijker werd tijdens de zuurstofcrisis. Toen kwam de vorming van zuurstof door fotosynthese in een stroomversnelling. Wetenschappers van de universiteit van Kopenhagen en de universiteit van Brits-Columbia hebben echter aanwijzingen gevonden dat de atmosfeer van de aarde drie miljard jaar geleden een klein beetje zuurstof bevatte  (1).

    De eerste honderden miljoenen jaren na het ontstaan van de aarde was de atmosfeer zuurstofloos. Pas toen er bepaalde bacteriën, zogenaamde cyanobacteriën, verschenen, die fotosynthese in hun repertoire hadden, kwam de eerste zuurstof in de lucht.(1)

    Dat baande uiteindelijk het pad voor al het leven dat we nu kennen.

    Zuurstofcatastrofe

    Tot dusver werd er vanuit gegaan dat de bacteriën hun werk pas deden vanaf ongeveer 2,3 miljard jaar geleden, in een periode die de grote zuurstofcatastrofe wordt genoemd.

    De onderzoekers vonden in de drie miljard jaar oude bodems echter ook sporen van zuurstof. Dat betekent dat zuurstof al 700 miljoen jaar eerder in de atmosfeer kwam dan gedacht.

    De wetenschappers concluderen hieruit dat de cyanobacteriën waarschijnlijk eerder ten tonele kwamen dan gedacht, maar dat de snelheid waarmee ze de atmosfeer met zuurstof vulden lager was dan aangenomen.

    Langdurend proces
    “We weten dat fotosynthese zorgde voor de productie van zuurstof, waardoor de atmosfeer zuurstofrijker werd en er organismen ontstonden die tegen zuurstof konden”, vertelt onderzoeker Sean Crowe van de universiteit van Brits-Columbia. “Nu leren we dat dit proces al heel vroeg begon, zo’n drie miljard jaar geleden.”

    Toch duurde het nog 1,5 miljard jaar totdat er ongeveer net zoveel zuurstof was geproduceerd als tegenwoordig.

    “Onze bevindingen impliceren dat het erg lang duurde voor geologische en biologische processen nader tot elkaar kwamen om zuurstof te produceren”, zegt hoofdonderzoeker Lasse Døssing van de universiteit van Kopenhagen

    Door: NU.nl/Hidde Boersma

     

    Bronmateriaal:
    Ancient soils reveal clues to early life on Earth” – Universiteit van Brits-Columbia

     

    • (1) Heden ten dagen bevat de atmosfeer 20% zuurstof  …..  Maar men zegt duidelijk  in het artikel  dat men bewijzen vond die aanduiden dat er voorafgaand aan de   de zuurstofcrisis – katastrofe  LAGE concentraties zuurstof gevonden werden.
      Er was dus  nog niet  volop fotosynthese aan de gang …. en

      —> het ontstaan van leven gelijk staat natuurlijk  niet gelijk   aan organismen die zuurstof produceerden.                                                                   —> De eerste prokaryoten dateren  trouwens  van ver voor de zuurstofcrisis.

      • Zwavelisotopen zijn   ook een atomen die  gebruikt kunnen  worden voor de datering  van  geologisch- chemische -biochemische anaerobe processen die energie opleverden(   aan  chemotrofen ? ) ……   Daar was 4 miljard jaar genoeg van op aarde.

       

      °

      Organismen begonnen veel eerder met zuurstofproductie dan gedacht

      Nieuw onderzoek toont aan dat zuurstofproducerende organismen zo’n drie miljard jaar geleden op aarde aanwezig waren. Dat is vele miljoenen jaren eerder dan gedacht. Deze organismen maakten de weg vrij voor complexere levensvormen.

      Onderzoekers trekken die conclusie nadat ze onderzoek deden in India. Ze vonden er bewijs voor chemische verwering van gesteenten, een proces dat leidde tot de vorming van grond in de aanwezigheid van zuurstof. En dat gebeurde allemaal zeker 3.02 miljard jaar geleden.

      Fotosynthese
      De hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer was in die tijd opvallend groot, zo stellen de onderzoekers. Zo groot dat die zuurstof alleen maar geproduceerd kan zijn door organismen die lichtenergie en koolstofdioxide omzetten in zuurstof en water. Dit proces – bekend als fotosynthese – wordt vandaag de dag door miljoenen verschillende soorten planten en bacteriën gebruikt. Maar in die tijd was het een cruciaal proces dat de geschiedenis van onze planeet een heel andere wending gaf. Fotosynthese zorgde ervoor dat de atmosfeer van de aarde – die daarvoor rijk aan methaan en koolstofdioxide en arm aan zuurstof was – veel meer zuurstof ging bezitten. Doordat organismen zuurstof gingen produceren, werd de atmosfeer zuurstofrijk. Die zuurstof maakte de evolutie van complexer, meercellig leven mogelijk.

      Eerder
      Lang dachten onderzoekers dat de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer zo’n 2,4 miljard jaar geleden door toedoen van zuurstofproducerende organismen steeg. Maar nu blijkt dat dus al miljoenen jaar eerder gebeurd te zijn. “Dit is een heel opwindende ontdekking,” vertelt onderzoeker Quentin Crowley. “Het vult een gapend gat in onze kennis over de evolutie van de jonge aarde.”

      Er was 3,4 miljard jaar geleden vrijwel geen zuurstof in de atmosfeer te vinden. Recent onderzoek suggereert dat de hoeveelheid zuurstof 2,96 miljard jaar geleden begon toe te nemen. Deze nieuwe ontdekking duwt dat moment zo’n zestig miljoen jaar dieper de geschiedenis in.

       

      Bronmateriaal:
      Trinity geologists re-write Earth’s evolutionary history books” – Trinity College Dublin (via Eurekalert.org)
      The study site landscape is shown with boulders of the paleosol in the foreground.
      °
      Working with Professors Joydip Mukhopadhyay and Gautam Ghosh and other colleagues from the Presidency University in Kolkata, India, the geologists found evidence for chemical weathering of rocks leading to soil formation that occurred in the presence of O2.
       °
      Using the naturally occurring uranium-lead isotope decay system, which is used for age determinations on geological time-scales, the authors deduced that these events took place at least 3.02 billion years ago. The ancient soil (or paleosol) came from the Singhbhum Craton of Odisha, and was named the ‘Keonjhar Paleosol’ after the nearest local town.
      °
       (1) REACTIES : 
      SNOWBALL EARTH   –> zuurstofcrisis  
      °
      Ben wel benieuwd naar wat dan juist de factor geweest kan zijn die tot de snowball aarde heeft geleid, ik herinner me dat vooral de opkomst en grote productie van zuurstof hiervoor verantwoordelijk was.
      °
       het kan hier aan gelegen hebben ?
       °
      of gewoon een misrekening
      An extraordinary episode of global cooling hundreds of millions of years ago that some experts say caused earth to completely freeze over has been miscalculated, a new study says.
       °

      Onvoldoende zuurstof zorgde voor uitblijven dieren

      http://www.nu.nl/wetenschap/3917845/onvoldoende-zuurstof-zorgde-uitblijven-dieren.html

      01 november 2014

      Door: NU.nl/Krijn Soeteman

      Tussen de komst van complex leven in de vorm van eencelligen en het ontstaan van dieren zit een gat van ongeveer een miljard jaar. Wetenschappers denken dat het uitblijven van voldoende zuurstof de belangrijkste reden was.

      Geologen van verschillende universiteiten schrijven dat deze week in het tijdschrift Science.

      Zo’n zevenhonderd tot achthonderd miljoen jaar geleden ontstond vrij plotseling complex leven op aarde. De grote vraag was of dit kwam door genetische veranderingen van organismen of dat het te maken had met de omstandigheden op aarde.

      De geologen gaan uit van het laatste. Door onderzoek te doen aan sedimenten uit Australië, Canada, China en de Verenigde Staten, ontdekten de geologen dat de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer in het Mesoproterozoïcum (tussen de 1 en 1,6 miljard jaar geleden) toen minder dan 0,1 procent bedroeg van de huidige hoeveelheid.

      Er bestonden al wel vermoedens over de hoeveelheid zuurstof, maar die lagen tussen de één en veertig procent van wat er nu in de lucht zit. Nu bestaat de atmosfeer voor ongeveer 21 procent uit zuurstof.

       

      Meer zuurstof

      Langzaamaan ging de hoeveelheid zuurstof achthonderd miljoen jaar geleden omhoog. Dat zorgde voor allerlei reacties over de hele aarde, zoals sterke afkoeling. Niet veel later, zo’n 542 miljoen jaar geleden, nam de verscheidenheid van diersoorten ineens heel snel toe. Deze periode heet ook wel de Cambrische Explosie.

      Toch is er ook kritiek op de studie. Het onderzoek naar afzettingen in beddingen van ondiep water, betekent niet per se dat een vergelijkbare hoeveelheid zuurstof ook in de oceanen voor kwam.

      Misschien zat daar wel meer zuurstof in, aldus geochemicus Robert Frei van de Universiteit van Kopenhagen.

       

      ____________________________________________________________________________________

      I —> zuurstof kwam pas vrij toen chlorofyl in de eerste algencellen het als asfvalproduct tijdens hun groei uitscheidden. Het was er altijd al; chemisch gebonden aan andere elementen. En het zuurstof-verbruikende leven kon pas ontstaan toen er een kritische hoeveelheid zuurstof in -eerst- het zeewater was opgelost, en later in de atmosfeer was terecht gekomen. Dat kostte een paar jaartjes; een miljardje of twee 
      Dus van een plotseling verschijnen ervan  is absoluut geen sprake.

      We weten niet precies hoe onze atmosfeer is ontstaan, maar wel weten we dat de samenstelling ervan flink is veranderd sinds onze planeet zo’n 4,6 miljard jaar terug uit een wolk van gas en stof om de jonge zon ontstond.

      De aarde was te klein en te heet om zijn eerste atmosfeer van waterstof en helium vast te houden. Daarna werd hij geleidelijk kouder en is er een vaste korst met vulkanen ontstaan, waaruit de tweede atmosfeer van waterdamp en kooldioxide werd gevormd; met kleine hoeveelheden stikstof, ammoniak en andere gassen, maar nog steeds zonder zuurstof.

      Hierna gebeurden er twee dingen die van belang zijn voor het ontstaan van de huidige atmosfeer. Ten eerste werd de aarde door ijskometen gebombardeerd, waardoor er enorme massa’s water naar de aarde zijn aangevoerd. Zeer waarschijnlijk is het water in de oceanen grotendeels van buitenaf gekomen. Daarin losten grote hoeveelheden kooldioxide op, die op die manier uit de atmosfeer verdwenen.

      Het leven op aarde ontstond ongeveer drie miljard jaar geleden, toen ook de zuurstofproducerende cyanobacteriën zich begonnen te verbreiden. Gedurende lange geologische periodes produceerden die zuurstof.

      De zuurstof belandde in eerste instantie echter niet in e atmosfeer, want veel elementen, zoals ijzer, reageerden namelijk direct met de zuurstof en gingen er een verbinding mee aan.
      Uiteindelijk kwam de zuurstof toch in de atmosfeer terecht, en bleef daar ook.

      Toen ontstond ook de ozonlaag, die het leven tegen de ultraviolette zonnestraling beschermt. De afgelopen twee miljard jaar had de aarde een zuurstofrijke atmosfeer, die op de huidige lijkt; onderzoeken tonen aan dat het zuurstofniveau met tussenpozen van miljoenen jaren wisselt.

       

      NASA/JPL/UCSD/JSC

      De huidige atmosfeer bevat zuurstof, in tegenstelling tot de luchtlagen van vroeger.

      nu is het 18% zuurstof, en ooit was het 26% en ooit onder de 10, zelfs 0% hebben we gehad.

      Planeet is niet een geheel gesloten systeem, zuurstof (en koolzuur ook trouwens) kan worden opgeslagen in de vorm van mineralen en in vloeistoffen, dat kan dus ook weer vrijkomen

       

      °

      II .-  Bij de huidige stand van de wetenschap gaat men er van uit dat de aarde bijna 4.6 miljard jaar oud is. …..

      .Maar  er zijn inmiddels al zoveel daterings onderzoeken geweest die allemaal rond de zelfde tijd uit komen dat het onomstotelijk te noemen is

      –> De ouderdom van de aarde is prima en reproduceerbaar vast te stellen via ouderdomsbepalingen van gesteenten.

      Meer op:

      http://home.hccnet.nl/g.vd.ven/dateringsmethodes.htm                                          http://www.natuurkunde.nl/opdrachten/1493/ouderdomsbepaling-vwo-2012-2-opg-2

      -Veel zaken  zijn  via de ‘wetenschappelijke methode’ perfect  aan te tonen, en dat daarbij   herhalingen van de bepalingen en de onderzoeken   steeds dezelfde waardes geven.

      -Een wetenschappelijk opgeleid iemand weet dat ” er  zeer veel   “onomstotelijk vaststaat”. 

      °
      ____________________________________________________________________________________

      Making oxygen before life: Oxygen can form directly from carbon dioxide in upper atmosphere

      October 3, 2014    //  University of California – Davis

      http://www.sciencedaily.com/releases/2014/10/141003092259.htm

      Summary:

      About one fifth of the Earth’s atmosphere is oxygen, pumped out by green plants as a result of photosynthesis and used by most living things on the planet to keep our metabolisms running. Scientists have now shown that oxygen can be formed directly from carbon dioxide in the upper atmosphere, changing models of how the atmosphere evolved early in Earth’s history.

       

      zuurstof uit koolzuur en UV

      zuurstof uit koolzuur en UV

       

       

      UC Davis chemists have shown how ultraviolet light can split carbon dioxide to form oxygen in one step.

      Credit: Zhou Lu

       

      °