De Staat van het KLIMAAT ‘


°

http://www.demorgen.be/zoek/?query=global+warming+&date=LAST_YEAR

 

Kernwoorden

Geowetenschappen , , ,

°

opwarming  <—Doc archief  //

klimaatsceptici en  journaille  over opwarming  :  the great warming up swindle  <–archief doc

°

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2010/december/Klimaatboek-kraakt-IPCC.html

ELMAR  VEEMAN   BESPREEKT KLIMAATBOEK

(Lees ook de bespreking van de afzonderlijke hoofdstukken:  12,345678

Klimaatboek kraakt IPCC

Een ‘koele blik’ door een sterk gekleurde bril

Gevestigde klimaatonderzoekers krijgen er flink van langs in ‘De staat van het klimaat’ van Marcel Crok.

Deels is dat terecht.

Dat zijn betoog niet de koele, rationele afweging is die hij zegt te maken, valt niet meteen op.

Geen journalist in Nederland heeft zich meer in klimaatwetenschap verdiept dan Marcel Crok. Hij deed dat al als redacteur bij het populair-wetenschappelijke tijdschrift NWT, maar nam ontslag om zich uitsluitend op dit onderwerp te kunnen storten.

Het resultaat is het boek ‘De staat van het klimaat – een koele blik op een verhit debat’. Het is tot nu toe enthousiast onthaald. Het lijkt erop dat andere journalisten het boek beschouwen als een eerlijk overzicht van feiten over het klimaat. Ook bij staatssecretaris Joop Atsma vindt Crok een gewillig oor.

VOORWOORD

In het voorwoord schrijft Crok:

‘Ik vind dat je met een ‘koele blik’ naar de wetenschap moet kijken en een rationele afweging moet maken of er een klimaatprobleem is, en zo ja, hoe groot het is. Dat heb ik in dit boek proberen te doen.’

Helaas wordt al vroeg in het eerste hoofdstuk duidelijk dat hij daar niet in is geslaagd.

Zonder steekhoudende argumenten

– verwijt hij wetenschappelijke tijdschriften censuur toe te passen,

-negeert hij de rol van ‘klimaatontkenners’ bij het beïnvloeden van de publieke opinie en

–  probeert hij met een bizarre redenering de schuld van falend klimaatbeleid in de schoenen te schuiven van het Wereld Natuurfonds en Greenpeace.

In dit artikel ga ik daar uitgebreider op in.

°

Tegen ‘klimaatalarmisme’
Als onpartijdige gids door de wereld van de klimaatwetenschap is Crok niet te beschouwen, blijkt ook uit de rest van het boek.

Verbazend is dat niet, want hij zet zich al jaren fel af tegen wat hij ‘klimaatalarmisme’ noemt.

Toch is zijn werk niet de zoveelste tirade van iemand die het probleem botweg ontkent.

Hij plaatst wel degelijk zinnige kanttekeningen bij de klimaatwetenschap in het algemeen en het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het IPCC, in het bijzonder.

Want laten we wel wezen: er zit hier en daar een vlekje aan de klimaatwetenschap. De afgelopen tien jaar is de aarde nauwelijks warmer geworden, en dat had het IPCC niet voorzien. De reactie van IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri op ‘gletsjergate’ was stuitend. Uit gehackte e-mails (‘climategate’) bleek dat informatie delen niet het sterkste punt is van de klimaatonderzoekers in kwestie. Onzekerheid over terugkoppelingen in het klimaat worden soms gebagatelliseerd. En zo is er meer.

Per hoofdstuk neemt Marcel Crok een heldere vraag als uitgangspunt.  :  

Ja, de aarde warmt op, maar hoe veel?

Is de huidige opwarming uniek?

Komt de recente opwarming door CO2, kan hij door iets anders veroorzaakt zijn, is hij echt zo desastreus?

Is het IPCC nog te vertrouwen?

En is het klimaatprobleem op te lossen?

Stuk voor stuk belangrijke vragen, daarom heb ik aan ieder hoofdstuk een aparte bespreking gewijd.

°

Ogenschijnlijk goed onderbouwd
Steeds komt Marcel Crok tot de slotsom dat er lang niet zo veel vaststaat als het IPCC zegt, en dat de vooruitzichten minder donker zijn dan ons wordt voorgespiegeld.

Die conclusies lijken voor een lezer met basiskennis waarschijnlijk goed onderbouwd, maar zijn het lang niet altijd.

De hoofdstukken over temperatuurmetingen en reconstructie van het klimaat in de afgelopen duizend jaar leggen bijvoorbeeld sterk de nadruk op mogelijke missers van gevestigde wetenschappers, terwijl claims van critici zonder enig voorbehoud worden weergegeven.

Helaas zal dat de meeste lezers niet opvallen; zij zullen vooral de indruk overhouden dat er van alles mis is met de temperatuurgrafieken. (Waarom dat onterecht is? Lees mijn opmerkingen over hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3).

Wat Crok goed duidelijk maakt, is dat de klimaatdiscussie niet gaat over het directe opwarmende effect van CO2, maar vooral over de mechanismen die deze opwarming versterken of afzwakken.

Daarover bestaat nog heel wat wetenschappelijke onzekerheid, die uiteraard invloed heeft op de voorspellingen. Toch is de onduidelijkheid minder groot dan hij vertelt. Zie mijn bespreking vanhoofdstuk 4.

°

De andere kant van de discussie
Bovendien heeft hij nauwelijks aandacht voor de andere kant van de discussie.

Hij doet alsof het IPCC een extreem scenario schetst, terwijl sceptici redelijker alternatieven presenteren (waarover meer indit artikel over hoofdstuk 5).

In werkelijkheid neemt het IPCC een nogal conservatieve middenpositie in. Er zijn ook heel plausibele scenario’s waarin de opwarming van de aarde zichzelf gaat versterken, bijvoorbeeld doordat oceanen minder broeikasgassen gaan opslaan of dit zelfs gaan uitstoten en doordat rottend veen als CO2 de lucht in gaat.

De vraag die uiteindelijk iedereen het meest interesseert, gaat over de toekomst van onze planeet.

Hoe veel warmer zal het de komende eeuwen worden, en welke gevolgen zal dat hebben?

Daarover is nog veel onzeker, en dat geven klimaatwetenschappers ook best toe. Maar anders dan Crok beweert, kan het klimaat van de komende eeuw zowel beter als slechter uitpakken dan het IPCC vertelt. Over de gevolgen voor de landbouw is het waarschijnlijk wel te pessimistisch, zie de bespreking van hoofdstuk 6.

Voor Marcel Crok staat vast dat het allemaal zo’n vaart niet loopt.

Hij is ervan overtuigd dat het IPCC ons voorliegt (zie bespreking hoofdstuk 7), het effect van CO2 overschat wordt, en hij rekent op verzachtende terugkoppelingsmechanismen om de aarde koel te houden.

In bestaande maatregelen tegen broeikasgassen ziet hij niets, schrijft hij in het laatste hoofdstuk.

‘De staat van het klimaat’ is vooral een boek dat verkent hoe het er met het klimaat voor zou kúnnen staan als je steeds de meest rooskleurige interpretaties kiest van wat er allemaal bekend is, en bovendien allerlei belangrijke feiten negeert.

Geen rationele afweging met een koele blik, wel een vlot geschreven betoog. Al is het soms wel storend dat Crok pagina’s lang steeds dezelfde klimaatsceptici napraat, alsof die de waarheid in pacht hebben.

Elmar Veerman

Marcel Crok: ‘De staat van het klimaat – Een koele blik op een verhit debat’, Uitgeverij Paradigma, Amsterdam. ISBN 978 90 499 6040 7

(Lees ook de bespreking van de afzonderlijke hoofdstukken:  12,345678

Is de wetenschap er nu echt uit?

Klimaatboek vliegt al vroeg uit de bocht

Een blik op hoofdstuk 1.

Marcel Crok merkt in het eerste hoofdstuk van zijn boek ‘De staat van het klimaat’ (p. 17) op dat de term ‘scepticus’ niet meer de positieve klank heeft die hij van oudsher had. Elke goede wetenschapper heeft immers een sceptische houding. ‘Maar in het klimaatdebat heeft sceptisch zijn allang geen positieve associatie meer’.

°

Hoe komt dat?

Crok legt de schuld helemaal bij de voorstanders van klimaatbeleid, die andersdenkenden zo veel mogelijk zouden tegenwerken.

Het komt blijkbaar niet in hem op dat ook iets te maken zou kunnen hebben met mensen als Fred Singer, Christopher Monckton, James Inhofe en Hans Labohm, die zichzelf sceptisch noemen, maar in werkelijkheid regelmatig betrapt worden op het bewust verdraaien van feiten.

Dat Crok in zijn boek nagenoeg geen aandacht wijdt aan de door grote bedrijven gefinancierde, invloedrijke ‘ontkenningsindustrie‘ is wonderlijk. Wie pretendeert ‘een koele blik op een verhit debat’ te bieden, mag hiervoor niet zijn ogen sluiten.

Het enige moment dat dit wel aan bod komt (op p. 17), verwijt hij ‘bladen als Science en Nature‘ dat ze in redactionele commentaren geen namen noemen als ze het over ‘ontkenners’ hebben, waarmee ze volgens hem de indruk wekken dat alle wetenschappers die kritiek hebben op de klimaatconsensus, bij die zogenoemde ontkenners horen. ‘Dit is verontrustend omdat het daarmee uitgesloten lijkt dat dergelijke wetenschappers een kans maken hun werk gepubliceerd te krijgen in die twee topbladen. En inderdaad verschijnen in Scienceen Nature zelden tot nooit sceptische artikelen over de broeikastheorie.’

Bijgestelde verwachtingen
Sceptische artikelen, het is maar wat je daaronder verstaat. Er verschijnen regelmatig artikelen in de twee tijdschriften waarin nieuwe feiten over het klimaat worden belicht en verwachtingen worden bijgesteld, zowel richting meer als minder rampspoed. En zoals Crok zelf schrijft (p.36): ‘Strikt genomen hebben broeikasaanhangers gelijk dat de aarde wel moet opwarmen als de concentratie aan broeikasgassen stijgt. De cruciale vraag is alleen: hoeveel?’

Doen alsof Science en Nature geen ruimte bieden om daar met wetenschappelijke argumenten over te debatteren, is misleidend. Of verdienen alleen wetenschappelijke artikelen die opwarming door extra broeikasgas volledig ontkennen het predicaat ‘sceptisch over de broeikastheorie’?

In dat geval zou het weigeren daarvan ook in de ogen van Marcel Crok terecht zijn, want hij erkent dat de concentraties broeikasgassen stijgen door menselijk handelen én dat dit leidt tot opwarming.

Onbewezen verdachtmakingen
In zijn boek bezondigt Crok zich vaker aan onbewezen verdachtmakingen.

Over het rapport van werkgroep 2 van klimaatpanel IPCC, nadat hij er vijf fouten uit heeft benoemd (p. 31): ‘Veel van de fouten zijn niet zo moeilijk te ontdekken als je er eenmaal naar gaat zoeken. Er staan vermoedelijk nog tientallen, zo niet honderden van dit soort ‘overdrijvingen’ in werkgroep 2 van het rapport.’ Het zou in ieder geval netjes zijn geweest als hij er dan wat meer had genoemd dan die vijf waarover al heel veel is geschreven.

Dat had waarschijnlijk ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gewaardeerd, want dat heeft begin dit jaar iedereen opgeroepen dergelijke fouten te melden. Het leverde 38 meldingen op, maar die sneden zo weinig hout dat hieruit uiteindelijk geen enkele echte fout in het rapport van werkgroep 2 naar boven kwam.

Zelf ontdekte het PBL nog wel enkele missers, maar daar bleef het bij.

Kortom: ‘tientallen, zo niet honderden overdrijvingen’, dat is een schromelijke overdrijving.

Helemaal merkwaardig omdat Crok in hoofdstuk 6 uitgebreid op het uitpluiswerk van het PBL ingaat en het bureau prijst om zijn kritische verslag (p. 186). Terwijl hij dat verslag in hoofdstuk 7 een ‘geruststellend rapport’ noemt: ‘Er waren bij 32 onderzochte hoofdconclusies niet of nauwelijks fouten te bespeuren’(p. 233).

Nog een citaat (p. 18): ‘In het laatste deel van dit boek (hoofdstuk 8) zal ik laten zien dat de redenering van sommige voorstanders van klimaatbeleid – dat er wetenschappelijke eensgezindheid nodig is voor beleid – niet klopt.’

Een merkwaardige opmerking.

Er bestaan vast enkele voorstanders die wetenschappelijke eensgezindheid nodig vinden, maar het zijn meestal juist de ‘sceptici’ die wijzen op (echte of vermeende) wetenschappelijke onenigheid om het nut van klimaatbeleid te betwisten. Voorstanders van klimaatbeleid vinden onheilsvoorspellingen van een groot deel van de wetenschappers meestal wel genoeg om in actie te komen.

Twijfel zaaien
We lezen verder. Op p. 19: ‘Het uitblijven van effectief beleid komt in ieder geval niet door twijfel zaaiende wetenschappers en lobbyisten. Het komt simpelweg doordat politici zich tot dusver te veel hebben beziggehouden met het formuleren van doelstellingen en te weinig met de vraag in hoeverre zulke doelstellingen politiek en technologisch haalbaar zijn.

Deze redenering is bijzonder.

Laten we beginnen met de constatering dat Crok er geen onderbouwing bij geeft.

En dan: zou er echt geen verband zijn tussen de activiteiten van twijfel zaaiende lobbyisten en de politieke haalbaarheid van maatregelen?

Zelf denken de lobbyisten er anders over, anders zouden ze niet zo veel moeite doen om het publiek en de politici ervan te overtuigen dat klimaatmaatregelen onnodig en schadelijk zijn. Nog steeds komen veel mensen met al lang ontkrachte argumenten als ze moeten toelichten waarom ze niet geloven dat de mensheid de aarde opwarmt. Zou het toeval zijn dat dit dezelfde argumenten zijn die de lobbyisten steeds herhalen?

Greenpeace heeft het gedaan
Maar het hoofdverwijt van Crok is hier dus dat politici vooral doelen stellen, in plaats van te kijken wat haalbaar is. Het is waar dat er bij internationale conferenties, ook over bijvoorbeeld natuurbehoud, vaak concrete doelen worden afgesproken zonder dat helder wordt vastgelegd welke straffen er volgen wanneer een land die niet haalt.

Wiens schuld is dat?

Crok vervolgt: ‘Overigens kun je de schuld daarvan moeilijk alleen in de schoenen van politici schuiven. Politici zijn immers onder grote druk gezet (‘als we nu niets doen, is het te laat!’) door vooral ngo’s (niet-gouvernementele organisaties waaronder grote milieuorganisaties als Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds) om met grote ambities te komen. Ambities die, zo zal blijken in hoofdstuk 8, op dit moment niet haalbaar zijn.’

Kortom: het falen van klimaatbeleid is in de ogen van Marcel Crok mede te wijten aan Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds!

Dat politici ook onder grote druk worden gezet door lobbyisten van de olie- en kolenindustrie, die bovendien miljoenen aan de (Amerikaanse) campagnekassen bijdragen, vindt hij blijkbaar niet belangrijk genoeg om te vermelden.

Dit soort passages maken al vroeg in het boek duidelijk dat ‘De staat van het klimaat’ geen rationele afweging is, maar een eenzijdig betoog. Een ‘koele blik’ en een gekleurde bril gaan nu eenmaal niet samen.

Elmar Veerman

Hoe hard gaat de opwarming?

De temperatuur van de aardbol meten is lastig

Een blik op hoofdstuk 2.

Nederland is de afgelopen 150 jaar met 1,5 graden Celsius opgewarmd. Dat is bijna twee keer zo veel als de wereld als geheel, want daarvoor hanteert het internationale klimaatpanel IPCC een stijging van 0,8 graden. Het eerste getal betwist Marcel Crok niet in zijn boek ‘De staat van het klimaat’. De Nederlandse metingen zijn betrouwbaar, zegt hij. Maar die 0,8 graden, daar gelooft hij niet in. Dat getal zou te hoog zijn.

Mainstream klimaatwetenschappers hebben ‘een vrijwel blind vertrouwen’ in de grafieken waarin de wereldtemperatuur wordt weergegeven, schrijft Crok (p. 39). Niet bij naam genoemde critici vinden dat ‘er zo veel problemen kleven aan de temperatuurmetingen dat die eigenlijk onbruikbaar zijn voor het detecteren van klimaatverandering’ (p. 42). Een logische vraag is dan: wat willen die critici dan wel? Helemaal geen temperatuurgrafiek?

Het is waar dat het reconstrueren van de temperatuur van de hele planeet niet simpel is. Er zijn sinds 1850 wel veel metingen gedaan, maar niet overal op aarde, niet steeds op dezelfde manier. Bovendien zijn ze meestal niet gedaan om klimaatverandering mee te documenteren, maar om het dagelijkse weer op de meetplekken in de gaten te houden.

Drie wereldgrafieken
Slechts drie onderzoeksgroepen in de wereld richten zich op de enorme klus om van al die gegevens een wereldgrafiek te bakken. Die drie grafieken stemmen goed met elkaar overeen.

Voor Crok is dat eerder reden voor achterdocht dan voor vertrouwen. Makers van de grafieken kunnen of willen desgevraagd niet al hun originele meetgegevens overleggen, klaagt hij. Inderdaad niet fraai, maar feit is wel dat er helemaal geen ‘kritische’ klimaatwetenschappers zijn die er een eigen reconstructie tegenover zetten. Terwijl de ruwe gegevens voor iedereen beschikbaar zijn. Ze verzamelen is alleen wel een rotklus.

De grafieken zijn niet werkelijk onafhankelijk, gaat de schrijver verder, omdat ze grotendeels gebaseerd zijn op één en dezelfdedatabank, die van het Global Historical Climatology Network. Nogal wonderlijke kritiek, want die databank probeert de resultaten van zo veel mogelijk meetstations uit de hele wereld samen te brengen. Het zou eerder zorgelijk zijn als reconstructies van het globale temperatuurverloop níet voor een groot deel op dezelfde gegevens zouden berusten.

Verdwenen meetstations
‘Waar zijn alle weerstations gebleven?’, vraagt Crok zich in een tussenkop af (p. 50). Helaas geeft hij het antwoord niet. Ja, hij schrijft dat het aantal meetstations na 1990 ‘helemaal in elkaar stort’. In de jaren zeventig leverden bijna zesduizend stations data voor het netwerk, in 1990 duikelt dat naar tweeduizend, in 2005 verder naar twaalfhonderd. Waarom?

Klimaatsceptici en -ontkenners doen nogal eens alsof het weghalen van meetstations een truc van wetenschappers is geweest om te verhullen dat de aarde niet opwarmt, of zoiets. In werkelijkheid hadden ook zij liever meer dan minder metingen gehad. Maar de stations sneuvelden. Enerzijds omdat de Koude Oorlog was afgelopen, en veel militaire meetstations bij gebrek aan dreiging werden wegbezuinigd. Anderzijds omdat satellietmetingen de rol van landmetingen steeds meer overnamen. Maar die verklaring geeft Crok niet.

Wel schrijft hij: ‘Relatief veel stations op hogere breedtegraden (richting de polen) vielen af en ook relatief veel hoger gelegen weerstations. Er verdwenen dus relatief ‘koude’ stations.’ Het siert hem dat hij daar meteen aan toevoegt dat dit geen probleem hoeft te zijn, omdat de klimaatwetenschappers geen absolute temperatuur bepalen, maar veranderingen ten opzichte van een referentieperiode. Hij had er ook nog bij kunnen zeggen dat de temperatuur bij de polen juist sterker is gestegen dan elders, zodat door de vermindering van het aantal meetstations eerder een onderschatting van de opwarming dreigt dan een overschatting.

Vliegvelden
Een groot deel van hoofdstuk 2 van ‘De staat van het klimaat’ gaat over weerstations in de Verenigde Staten en wat daar allemaal mis mee zou zijn. Het is opvallend hoe veel vertrouwen Crok daarbij stelt in bloggers, met name ex-weerman Anthony Watts. Die stelt dat de meetstations bijna allemaal veel te hoge temperaturen aangeven, vooral omdat ze tegenwoordig te dicht bij bebouwing zouden staan. Met name op vliegvelden.

De bevindingen van Watts klinken zorgwekkend: ‘Van de onderzochte stations is 90 procent zo slecht gesitueerd dat dit volgens criteria van NOAA zelf moet resulteren in fouten van meer dan 1 graad Celsius. Bijna 70 procent van de stations valt zelfs in de categorie ‘fout groter dan 2 graden’.’ (p. 46) Zeer opmerkelijke claims, waarvan je zou verwachten dat Crok ze kritisch onderzoekt. Maar nee.

Toch gaat dit verhaal als een nachtkaars uit. Er is inmiddels eenwetenschappelijke vergelijking gedaan tussen een groot deel van de ‘goede’ en ‘slechte’ weerstations (volgens Watts), die aantoonde dat de ‘slechte’ stations de temperatuur niet overschatten, maar eerder licht onderschatten. Watts ziet het anders en zint op een tegenpublicatie, maar die laat inmiddels verdacht lang op zich wachten.

Zeewater
De wereldtemperatuur wordt natuurlijk niet alleen met landmetingen bepaald. Het zeewater is belangrijk, en daar zijn fouten mee gemaakt. Satellieten en weerballonnen spelen ook een belangrijke rol. Hier en daar is discussie mogelijk over de resultaten, en af en toe wordt er iets gecorrigeerd. Maar voor grote misstanden zijn geen serieuze aanwijzingen.

Wat Crok hier trouwens negeert, is dat er behalve temperatuurmetingen nog veel andere tekenen zijn van een drastische klimaatverandering. Planten bloeien vroeger, insecten komen eerder uit hun ei, steden zakken door grond die duizenden jaren bevroren was, om maar iets te noemen. Op het Antarctisch schiereiland en in Siberië is de opwarming veel uitgesprokener dan bijvoorbeeld in de VS.

En dat is belangrijk, want dat zijn de plaatsen waar veel ijs kan smelten en waar enorme methaanvoorraden in de bodem zitten, die bij opwarming kunnen vrijkomen. Waaraan Crok overigens geen woorden vuil maakt, terwijl dit probleem nu al speelt.

Elmar Veerman

Is deze opwarming uniek?

Er is meer dan die ene hockeystick.

Een blik op hoofdstuk 3.

Als je verder terugkijkt dan 150 jaar, hoe zit het dan met het klimaat?

Marcel Crok betoogt in hoofdstuk 3 van zijn boek ‘De staat van het klimaat’ dat er nog veel onduidelijk is, en dat het heel goed mogelijk is dat de wereld duizend jaar geleden warmer was dan nu. Hij richt zich bijna uitsluitend op zijn stokpaardje: de hockeystick-grafiek. Jammer genoeg kijkt hij niet nog wat verder terug.

Er zijn nauwelijks metingen van vóór 1850, dus moet de temperatuur op andere manieren gereconstrueerd worden, zo goed en zo kwaad als het gaat. Onder meer groeiringen van bomen, isotopen in koraal, ijskernen, boringen in zeebodems en stalactieten uit grotten geven aanwijzingen over de temperatuur ten tijde van hun vorming. Maar uiteraard alleen lokaal, en met een foutenmarge. Bovendien kun je al die gegevens niet zomaar optellen. Er komen statistische bewerkingen bij kijken.

Met die bewerkingen waren in de eerste versies van de grafiek dingen mis, waardoor de conclusies op losse schroeven kwamen te staan, schreef Crok in 2005 in een artikel voor NWT. Daarbij leunde hij sterk op het werk van twee ijverige klimaatsceptici, Stephen McIntyre en Ross McKitrick. Zij zijn ook voor dit boek belangrijke bronnen geweest.

Sleutelpositie
De belangrijkste maker van de hockeystickgrafiekMichael Mann, heeft ook een sleutelpositie in het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties dat iedere vijf à zes jaar een rapport uitbrengt over de staat van het klimaat.

Hij was en is niet bepaald toeschietelijk als hij wordt bekritiseerd, en Crok ergert zich daar terecht aan.

Ook lijkt het er op dat verdedigers van de grafiek een streepje voor hadden bij het IPCC, terwijl kritiek er te gemakkelijk werd weggewuifd.

Dat is allemaal niet zo mooi. Maar het betekent niet dat de hockeystick voorgoed onderuitgehaald is, zoals Crok beweert.

—> Integendeel: er komen voortdurend gegevens bij, die een steeds gedetailleerder beeld opleveren van de temperatuur in de afgelopen duizend jaar. En dat beeld blijft bevestigen wat de oorspronkelijke grafiek liet zien: de wereld is al die tijd niet zo warm geweest als nu. Waarschijnlijk is de huidige wereldtemperatuur zelfs de hoogste in de afgelopen honderdduizend jaar.

De invloed van de zon
Een groot gemis in het boek van Marcel Crok is, dat hij bijna nergens verder terugkijkt dan tweeduizend jaar.

Alleen wanneer hij het heeft over de invloed van de zon, doet hij dat wel.

Het is regelmatig warmer geweest op aarde dan het de komende eeuwen zal worden, zelfs volgens de zwartste doemscenario’s van het IPCC.

Zowel aan deNoordpool als aan de Zuidpool was het ooit subtropisch, met watertemperaturen tot meer dan 30 graden Celsius. Dat gebeurde natuurlijk in tijden dat er nog geen mensen waren. Maar er was wel CO2. Heel veel CO2. Een plotselinge toename van dat gas leidde niet alleen tot een temperatuursprong, maar ook tot een verwoestende oceaanverzuring.

Is CO2 in onze tijd dus ook de grote boosdoener waarvoor het wordt aangezien?

Elmar Veerman

Komt het door CO2?

Effect van broeikasgas zou mee kunnen vallen.

Een blik op hoofdstuk 4.

Er wordt regelmatig te simpel gedacht en gepraat over het klimaat, alsof CO2 de enige factor is die voor opwarming zorgt. Als we onze CO2-uitstoot maar beperken, kunnen we ‘het klimaat redden’.

Wetenschappers weten wel beter. Andere broeikasgassen helpen ook mee aan de opwarming: met name methaan, stikstofoxiden,koelmiddelen en doodgewone waterdamp doen een flinke duit in het zakje. En dan is er nog de invloed van aerosolen, roetdeeltjes en wolken, die opwarming zowel kunnen versterken als verzwakken.

Het is dus complex.

In hoofdstuk 4 van zijn boek ‘De staat van het klimaat’ doet Marcel Crok alsof het IPCC en de klimaatonderhandelaars nauwelijks aandacht hebben voor iets anders dan CO2.

‘Klimaatbeleid is in de internationale onderhandelingen synoniem geworden aan CO2-beleid of koolstofbeleid’, schrijft hij op p. 19 (dus in hoofdstuk 1).

Dat is niet helemaal waar, al zou je het soms denken als je de krant leest.

Onderhandelaars rekenen met ‘CO2-equivalenten’ (CO2-eq), een woord dat in Crok’s hele boek niet voorkomt. Terwijl het heel belangrijk is. Het betekent dat het effect van andere broeikasgassen omgerekend wordt naar de hoeveelheid CO2 die hetzelfde effect zou hebben.

Maximaal twee graden
Het begrip leidt geregeld tot verwarring en dat is een ernstige zaak. Veel mensen, ook vooraanstaande politici, denken dat het IPCC beweert dat een concentratie van 450 ppm CO2 (ppm staat voor delen per miljoen) in de lucht tot maximaal twee graden opwarming zal leiden, in vergelijking met de tijd voor de industriële revolutie.

Ze gaan er dus van uit dat er nog ongeveer 60 ppm bij mag komen voor het zover is, want de huidige CO2-concentratie is zo’n 390 ppm. In werkelijkheid schat het IPCC dat 450 CO2-equivalent uiteindelijk tot die twee graden warmere wereld leidt.

Over de precieze waardes die je voor zo’n omrekening naar CO2-eq zou moeten gebruiken, valt te twisten, en ook over de vraag of het verkoelende effect van deeltjes luchtvervuiling en veranderd landgebruik hierin meetellen of niet. Tel je die effecten niet mee, dan was de stand volgens het IPCC in 2007 455 CO2-eq, dus al boven de veronderstelde tweegradengrens.

Maar het IPCC gaat ervan uit dat aerosolen – druppeltjes luchtvervuiling – de temperatuur drukken door zonlicht terug te stralen voordat die het aardoppervlak bereikt. Met die koeling komt de huidige broeikasdruk volgens het klimaatpanel uit op 375 CO2-eq, toevallig dus dicht bij de werkelijke CO2-concentratie. Dat verklaart misschien een deel van de verwarring hierover.

°

Minder verkoeling?
Uiteraard zijn er onzekerheden in deze berekeningen. Als het verkoelende effect van luchtvervuiling en/of veranderingen in landgebruik kleiner blijkt te zijn dan gedacht – en daar zijnaanwijzingen voor – dan is ook het opwarmende effect van de broeikasgassen overschat.

Dat Crok zich daarover opwindt, is terecht.

De laatste jaren lijkt het erop dat roet meer opwarming veroorzaakt dan verwacht, en aerosolen minder afkoeling.

Beide effecten laten minder ruimte voor opwarming door broeikasgassen. Misschien was het IPCC in 2007 dus te pessimistisch.

Het is alleen niet eerlijk om daar verontwaardigd over te doen, want deze onderzoeksresultaten dateren van na 2007.

Theoretisch zal een verdubbeling van de CO2-concentratie leiden tot ongeveer 1 graad opwarming op aarde, schrijft Crok terecht.

Dat is het directe effect, waarover geen serieuze discussie is.

Hij vermeldt ook dat er allerlei terugkoppelingen zijn, die zowel meer als minder opwarming kunnen veroorzaken.

Maar vervolgens doet hij alsof er heel weinig bekend is over die terugkoppelingen, en het nog helemaal de vraag is hoe hun effect zal uitpakken.  —-> In werkelijkheid is er redelijk solide kennis over sommige mechanismen. Zo houdt warmere lucht meer van het broeikasgas waterdamp vast, absorberen kale grond en ijsloos water meer zonnestraling dan besneeuwde oppervlakken en liggen er in bodems miljarden tonnen broeikasgas te wachten op ontdooiing.

°

Allemaal in de vingers
Voor Marcel Crok is dat kennelijk niet overtuigend genoeg. Hij schrijft: ‘Er zijn kortom nogal wat potentiële feedbacks aanwezig in het klimaat. Alleen als je die allemaal in de vingers hebt, kun je iets zeggen over het toekomstige verloop van het klimaat.’ (p. 110)

Dat is een boude bewering. Om niet te zeggen: klinkklare nonsens.

Het is alsof je zegt: ik ken mijn basissalaris en ik weet mijn vaste lasten, maar omdat ik niet al mijn uitgaven en bijverdiensten voor het komende jaar kan voorspellen, heb ik geen enkel idee wat mijn financiële situatie zal zijn in het komende jaar.

Crok wijst op enkele dwarse klimaatonderzoekers die vooral negatieve terugkoppelingen ontwaren in het klimaat, waardoor de opwarming dus gedempt zou worden. Hij zet dat af tegen klimaatmodellen van het IPCC, die voornamelijk uitgaan van positieve terugkoppeling door smeltend ijs, meer waterdamp in de lucht en extra wolken. Hij gaat daarbij voorbij aan het feit dat die klimaatmodellen het temperatuurverloop van de afgelopen eeuwen redelijk kunnen nabootsen, terwijl de critici daar nauwelijks iets tegenover stellen.

Nutteloze modellen
Bij de presentatie van zijn boek vroeg ik Marcel of hij vond dat klimaatmodellen nutteloos waren, omdat ze te weinig voorspellende waarde zouden hebben. Dat beaamde hij. Liever geen model dan een slecht model, was zijn stelling. Blijkbaar realiseert hij zich niet dat voorspellingen doen zónder model ook een model is, een heel primitief model.

En dan nog iets.

Uit paleoklimatologisch onderzoek blijkt keer op keer dat grote temperatuurstijgingen steeds samenvallen met verhogingen van de CO2-concentratie.

Sceptici beweren graag dat dit CO2 vrijkomt doordat het opwarmt, en niet andersom. Maar het is veel waarschijnlijker dat het beide kanten op werkt: meer CO2 maakt warmer, en meer warmte zorgt voor uitstoot van extra broeikasgas vanuit moerassen en de oceaan. Een domino-effect dus, waarmee het IPCC geen rekening houdt.

Voor Marcel Crok is deze cruciale kwestie het bespreken niet waard.

Elmar Veerman

Iets anders dan CO2?

Het is geen geheim dat er meer klimaatinvloeden zijn

Een blik op hoofdstuk 5.

In discussies over klimaat wordt CO2 meestal genoemd als de grote boosdoener, althans door mensen die de gevestigde wetenschap vertrouwen. In feite is de boodschap ingewikkelder: andere mechanismen dragen ook bij aan de opwarming, maar omdat CO2 duizenden jaren in de lucht blijft én de sterkste invloed heeft, staat dat gas met stip op één.

Volgens Marcel Crok is dat niet zo zeker. In hoofdstuk 5 van ‘De staat van het klimaat’ geeft hij een overzicht van alternatieve opvattingen. Want, zoals hij zelf schrijft (p. 130): ‘Waar het IPCC al twintig jaar dezelfde boodschap uitdraagt – het is CO2! – bestaat er onder de ‘twijfelaars’ een grote diversiteit aan opvattingen.’ De grove simplificatie daargelaten, legt hij daarmee wel de vinger op de zere plek. Al bedoelt hij dat vast niet zo.

Weinig bewijzen
Klimaatsceptici worden vooral verenigd door hun verzet tegen de meerderheidsopvatting, niet door hun eendrachtig gepresenteerde alternatief. Ze kunnen over het algemeen weinig bewijzen bij hun stellingen leveren, en komen vooral met onbewezen theoriën.

Crok schrijft dan dingen als ‘Er is nog een lange weg te gaan om de iris-hypothese aan te tonen en te bewijzen dat ditzelfde wolkenmechanisme de opwarming van de aarde door broeikasgassen afzwakt’ (p. 136), wat toch anders klinkt dan: in de wetenschappelijke literatuur is er tot nu toe vooral bewijs voor een opwarmend effect van wolken.

Bij de bespreking van de nieuwste zonnetheorie van Henrik Svensmark doet hij hetzelfde: ‘Bewijs voor de theorie is echter nog vrij zwak’. Vanwaar dat ‘nog’? Het bewijs is gewoon zwak, punt.

Als overzicht van mogelijke mechanismen die invloed hebben op het klimaat, terwijl ze nog slecht begrepen zijn, is dit hoofdstuk geslaagd. Want dat die bestaan, staat wel vast. Veranderende oceaanstromingen, zonnestraling, wolkenvorming, luchtverontreiniging en interacties tussen al die factoren, bijvoorbeeld. Het zijn trouwens lang niet altijd uitgesproken sceptici die hiermee op de proppen komen. Het is geen geheim dat ook andere klimaatwetenschappers op zoek zijn naar verklaringen voor de afvlakkende temperatuurcurve van de afgelopen tien jaar.

°

Periodieke opwarming 

°
Een van de interessantste theorieën wijst naar de zee. Er lijken cycli van tientallen jaren zijn, die zorgen voor periodieke wereldwijde opwarming en afkoeling: de Atlantic Multidecadal Oscillation (AMO) en de Pacific Decadal Oscillation (PDO). Het zou kunnen dat die cycli (deels) hebben gezorgd voor stagnatie van de opwarming tussen 1940 en 1970, en versnelde opwarming in de dertig jaar daarna. In de oceanen zit ruim duizend keer meer warmte opgeslagen dan in de atmosfeer, dus het ligt voor de hand dat een kleine verandering in het water grote gevolgen kan hebben in de lucht.

Als de oceaancycli de afgelopen eeuw voor klimaatschommelingen hebben gezorgd, en dat is misschien wel het belangrijkste punt van het hele boek, dan wordt de invloed van broeikasgassen waarschijnlijk overschat. Je moet dan namelijk niet kijken naar de opwarming sinds 1970, maar sinds 1940. En dan kom je uit op zo’n 0,6 graden in 70 jaar, dus minder dan 0,1 graad per decennium. Zou dit in hetzelfde tempo doorgaan, dan ziet de toekomst er beter uit dan in de meest optimistische voorspellingen van het IPCC.

Maar ja, dat staat allerminst vast.

De kennis over AMO en PDO staat nog in de kinderschoenen, en stelde ten tijde van het laatste IPCC-rapport nog minder voor. Bovendien is er in die tijd meer veranderd dan alleen de concentraties van broeikasgassen. Met name de invloed van luchtvervuiling is nog niet goed bekend – onzekerheid waaraan het IPCC wel wat meer ruchtbaarheid had mogen geven, trouwens.

De macht van de zon
En hoe zit het met de zon? In het verleden hebben veranderingen in zonneactiviteit waarschijnlijk geleid tot stevige klimaatschommelingen, zoals de Kleine IJstijd – hoewel nog niet duidelijk is in hoeverre dit een lokaal effecten waren, en ook niet hoe die koppeling eigenlijk werkt. Toch zijn er geen redenen om de zon de schuld te geven van de recente klimaatverandering.

Aan het eind van het hoofdstuk roert Crok nog een belangrijke kwestie aan: regionale klimaatverandering voorspellen is nog moeilijker dan globale, en klimaatmodellen geven dus geen keiharde voorspellingen —–> Dat klopt, maar het gaat ver om ze dan maar helemaal te negeren, zoals hij bepleit.

Overigens stelt Roger Pielke senior (overduidelijk één van Crok’s helden) voor om Nederland te wapenen tegen de ergste klimaatextremen uit het verleden, plus 10 of 20 procent. Dus niet alleen tegen hitte, maar ook tegen kou.

Elmar Veerman

Hoe erg is die opwarming?

Zuur voor de natuur, maar landbouw kan profiteren.

Een blik op hoofdstuk 6.

Marcel Crok schreef ‘De staat van het klimaat’ niet helemaal alleen. Een groot deel van het hoofdstuk ‘Is die opwarming echt zo desastreus?’ werd geschreven door Rypke Zeilmaker, een wetenschapsjournalist die zich graag tegendraads opstelt. Zo ook hier.

Hij probeert meer CO2 vooral neer te zetten als zegen voor de landbouw en de natuur.

Maar het eerste deel komt voor rekening van Crok. Hij neemt daarin nog eens de fouten onder de loep in deel twee van het IPCC-rapport uit 2007, dat over de toekomstige gevolgen van klimaatverandering gaat. Die loep is nogal gekleurd. Omdat ik al eerder over deze fouten schreef, ga ik dat nu niet nog een keer doen.

Voor één fout maak ik een uitzondering, namelijk de kwestie over schade door rampen. Crok stelt terecht aan de kaak dat het IPCC-rapport beweerde dat die schade sterker was toegenomen dan verwacht mocht worden op grond van economische ontwikkeling, terwijl dat niet klopt. Of dat een staaltje bewuste bangmakerij is, kan hij niet hardmaken, maar het lijkt er sterk op.

Oproepen tot verbetering

Dat er fouten zijn gemaakt bij het IPCC, staat als een paal boven water. Oproepen om het beter te doen, komen niet alleen van skeptici, maar bijvoorbeeld ook van de Inter  Academy Council, die er dit jaar een rapport over uitbracht met stevige aanbevelingen. In hoeverre die uitgevoerd gaan worden, is nog onduidelijk. IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri zit in ieder geval nog steeds op zijn plek, en je hoeft geen klimaatscepticus te zijn om dat jammer te vinden.

°

Over stijging van de zeespiegel, voor Nederland van groot belang, ging het boek tot nu toe nog niet. Zeilmaker kijkt er wel naar, en richt om te beginnen zijn pijlen op onderzoeker Stefan Rahmstorf, die een sterkere stijging voorziet dan het IPCC. Verfrissend, want in de rest van het boek wordt het klimaatpanel vooral neergezet als uiterst pessimistisch. Overigens meldt de schrijver wel dat er kritiek is op het werk van Rahmstorf, maar geeft hij geen inhoudelijke argumenten om deze voorspellingen niet serieus te nemen. Dat deDeltacommissie dat wel doet, is hem desondanks een doorn in het oog.

Discutabele malariaclaim

Is malaria aan het oprukken doordat de wereld warmer is geworden? Het IPCC heeft dat herhaaldelijk beweerd, en Zeilmaker stelt terecht dat dit erg discutabel is. —-> Feitelijk is er meer bewijs voor andere oorzaken, zoals bevolkingsgroei in malariagebieden.

Verdwijnt biodiversiteit door klimaatverandering?

Volgens het IPCC zal wereldwijd 20 tot 30 procent van de soorten een verhoogd risico op uitsterven lopen, wanneer de temperatuur meer dan twee à drie graden is gestegen. Een vrij voorzichtige formulering, maar voor Zeilmaker is dit al veel te ‘alarmistisch’.

Hij wijst erop dat dieren zowel hun gedrag als hun verblijfplaats kunnen aanpassen, en daarmee de gevolgen van klimaatverandering kunnen opvangen. Inderdaad houden onderzoekers daar vaak geen rekening mee.

Bij flinke opwarming zijn het vooral koudeminnende soorten die moeten wijken. Soms zullen ze uitsterven, omdat er bijvoorbeeld geen hoger en dus kouder plekje meer is op de berg waarop ze leven. Maar in andere gevallen kunnen ze best hun leefgebied verplaatsten. Mits ze niet omringd zijn door ongeschikte gebieden, wat steeds vaker zo is. Zeilmaker ‘vergeet’ daar rekening mee te houden.

Bomen kunnen niet vluchten
Voor planten, en met name bomen, zijn de directe gevaren nog groter. Zij kunnen niet vluchten voor hitte, droogte of vernatting. Dieren die sterk afhankelijk zijn van één of enkele plantensoorten, kunnen dus ook niet vluchten voor klimaatverandering. Dat vermeldt het boek niet.

Al met al kun je stellen dat het voorbarig is om klimaatverandering voor te stellen als bedreiging nummer één voor de biodiversiteit. Maar een stelling als ‘Voor veel soorten is opwarming zelfs gunstig’ (p. 207) kan de lezer zand in de ogen strooien. Uitbreiding van de ene soort gaat meestal ten koste van een of meer andere soorten.

Over planten schrijft Zeilmaker nog meer. Bij een verhoogde CO2-concentratie verbruiken ze minder water en groeien ze harder, en dat ziet hij als gunstig voor de natuur. Discutabel, want niet elke soort zal hier evenveel van profiteren. Doorgaans vind je de meeste biodiversiteit juist in schrale gebieden, niet op overbemeste grond. Hij gaat hier totaal aan voorbij.

Een zegen voor de landbouw?
Voor de landbouw is extra groei en meer droogtebestendigheid uiteraard wel een zegen. Hij heeft gelijk dat het IPCC erg pessimistisch is bij het inschatten van de toekomst van de boeren in de wereld. Lokale droogte kan problematisch zijn, maar is moeilijk te voorspellen. Het positieve effect van CO2 is een stuk robuuster.

En hoe zit het met de verzuring van de oceanen door het oplossen van extra CO2? Daarover komen veel doemverhalen de wereld in, maar de laatste tijd ook relativeringen. Sommige soorten algen en dieren met een kalkskelet blijken er goed tegen te kunnen. Maar het is te gemakkelijk om dit tot een non-probleem te verklaren, zoals Zeilmaker doet.

Hij vindt dat de pH-daling door CO2 er niet toe doet, omdat die binnen de natuurlijke variatie valt. Waarbij hij vergeet dat die natuurlijke variatie intussen ook blijft bestaan, zodat er wel degelijk grenzen kunnen worden overschreden.

Natuurlijke buffers
Ook mist hij een ander belangrijk punt. Hij stelt dat de oceaan vol zit met natuurlijke buffers, zoals kalk. Maar bij verzuring draait het vooral om het bovenste laagje water, waarin het meeste leven zit. Het CO2-gehalte stijgt daarin veel sneller dan in de rest, omdat het oceaanwater slecht mengt. En juist daar zijn weinig buffers. Hij heeft wel een punt wanneer hij stelt dat het zeeleven tijd krijgt om zich aan te passen aan verzuring, en er dus minder last van zal hebben dan bij plotselinge blootstelling in een laboratorium.

Ten slotte geldt ook voor plankton wat voor landplanten geldt: extra CO2 kan werken als meststof, die de algengroei kan stimuleren. Maar uiteraard alleen als er geen gebrek is aan andere voedingsstoffen. Dat vermeldt Zeilmaker wel, alleen vergeet hij erbij te zeggen dat dit gebrek er vrijwel altijd is, in de hele oceaan. CO2 beschouwen als ‘oceaanfertilisatie’, zoals hij doet, is dus misleidend.

Elmar Veerman

Is het IPCC te vertrouwen?

Klimaatpanel laat steken vallen, critici ook

Een blik op hoofdstuk 7.

‘Dit boek laat zien dat de hoofdconclusies voor het IPCC alleen overeind blijven staan door veel gepubliceerde kritiek te negeren of te bagatelliseren’, schrijft Marcel Crok in het voorlaatste hoofdstuk van zijn boek ‘De staat van het klimaat’. Dat is maar zeer ten dele waar. Wat niet wegneemt dat het internationale klimaatpanel steken heeft laten vallen.

Crok’s boek is een stuk eenzijdiger dan de rapporten van het IPCC. Toch maakt hij

 ‘De opwarming zelf wordt hoogstwaarschijnlijk overschat, de beweerde ‘uniekheid’ van de opwarming is niet hard te maken, en wat betreft de oorzaken heeft het IPCC opvallend weinig oog voor alternatieve verklaringen.’(p. 222) Die vermeende misstanden zijn volgens hem te wijten aan een verkeerde organisatie, waarin sceptische wetenschappers te weinig invloed hebben.

Hij heeft gelijk dat de werkwijze van het klimaatpanel eerlijker en transparanter moet worden, met minder macht voor een kleine groep mensen aan de top. Daarin staat hij niet alleen, maar hij was wel één van de eerste journalisten in Nederland die daarop hamerden.

Wat natuurlijk niet wil zeggen dat al zijn kritiek terecht is.

°

Overheden kiezen hoofdauteurs
Om een voorbeeld te noemen: ‘De voordracht van hoofdauteurs verloopt via nationale overheden. De meeste overheden in de wereld, ook in de Verenigde Staten, hebben al jaren een klimaatbeleid dat erop gericht is de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Wie uit hun land zullen ze voordragen als hoofdauteur, een onderzoeker die aanhanger is van de broeikashypothese, of een scepticus?’ (p. 238)

Wil Marcel Crok hier nu echt beweren dat overheden, inclusief de regering-Bush, doelbewust overdrijvers van het broeikaseffect naar voren schoven voor het IPCC, omdat ze zo graag strenge CO2-reducties wilden doorvoeren?

—>  In werkelijkheid stribbelen regeringen, zeker de Amerikaanse, voortdurend tegen en vinden ze de doelen de reducties die volgens het IPCC nodig zijn onmogelijk te halen.

Een kwestie van geloof
Iets anders is zijn bewering dat het al dan niet accepteren van de hoofdconclusie van het laatste IPCC-rapport – dat het merendeel van de opwarming sinds 1950 zeer waarschijnlijk veroorzaakt is door onze uitstoot van broeikasgassen – een kwestie van geloof is. Voor veel mensen zal dat zo zijn. Toch blijft het een stelling die de overgrote meerderheid van de klimaatwetenschappers onderschrijft, op grond van solide kennis.

Is het IPCC te vertrouwen?

Ja, in grote lijnen wel. Kritisch kijken blijft altijd nodig, maar dat geldt ook voor alternatieve klimaatscenario’s.

Zoals klimaatonderzoeker Mark Serreze tegen Crok zei: ‘Als je niet accepteert dat de recente opwarming door broeikasgassen komt, dan heb je een groot, groot probleem.’ Zelf voegt Crok daar nog aan toe (p. 230): Met andere woorden: sceptici, leg maar eens uit welke klimaatfactoren volgens jullie dan de recente opwarming veroorzaakt kunnen hebben.

°

Het is geen rechtszaak
Daar zit ‘m inderdaad de crux. We hebben het hier niet over een rechtszaak, waarbij de verdachte vrijuit gaat tenzij z’n schuld onomstotelijk bewezen is.

Het draait om de vraag: hoe veel risico willen we nemen met onze planeet?

Ongebreideld broeikasgassen blijven uitstoten omdat niet voor honderd procent vaststaat hoe veel schade dat veroorzaakt, is nogal extreem.

Toch is dat wel zo’n beetje waarvoor Crok uiteindelijk pleit, in zijn laatste hoofdstuk.

Elmar Veerman

CO2, hoe komen we er vanaf?

Effectief beleid is niet eenvoudig

Een blik op hoofdstuk 8

.

Marcel Crok is ervan overtuigd dat de meeste zorgen over klimaatverandering onterecht zijn. Het is zelfs niet uitgesloten dat het hele klimaatprobleem een schijnprobleem is, schrijft hij in het slothoofdstuk van ‘De staat van het klimaat’.

Tegelijk geeft hij toe dat niemand kan voorspellen hoe veel opwarming CO2 (de simplificatie is van hem) in de toekomst zal veroorzaken. Moeten we dus het zekere voor het onzekere nemen en zo snel mogelijk de uitstoot van broeikasgassen afbouwen?

Voor hij aan die vraag toekomt wil Crok eerst even uitleggen waarom hij het Kyoto-protocol een mislukking vindt, een aanpak die ‘totaal ongeschikt is om CO2-emissies naar beneden te krijgen’. Ideaal is het inderdaad niet, wat onderstreept wordt door omvangrijke fraude met emissierechten en de onbevredigend afgehandelde zaak van Chinese fabrieken die broeikasgassen produceerden om vervolgens te verdienen aan hun vernietiging.

°

Lage prijs

°
Toch slaat hij de plank hier mis. Hij gaat voorbij aan het feit dat er in de beginjaren sowieso weinig te verwachten is van een systeem waarin emissierechten worden verhandeld, maar later des te meer. De prijs van die emissierechten is nu nog te laag om veel uit te maken. Bij schaarste neemt hij echter snel toe, en dat zal ook de druk vergroten om die emissies te verlagen. Door handel gebeurt dat doorgaans op de goedkoopste manier. Dat zo’n ‘cap-and-trade’-systeem een ‘oneindig ingewikkelde boekhouding’ (p. 260) zou vergen, is een stevige overdrijving. Je zou hetzelfde kunnen zeggen van BTW.

Crok concludeert: ‘Kortom, praktisch gezien blijkt CO2-handel niet de juiste weg te zijn om CO2-emissies naar beneden te krijgen. Maar los van deze praktische tekortkomingen ligt er een fundamentele denkfout aan het huidige klimaatbeleid ten grondslag. En dat is dat CO2-beleid hetzelfde is als klimaatbeleid.’(p. 261)

De denkfout is hier van Marcel Crok zelf. Hij beklaagt zich nota bene enkele pagina’s daarvoor over de perverse prikkel die het Kyoto-protocol deed ontstaan rond het broeikasgas HFK-23. Hij weet dus dat de emissie handel niet beperkt is tot CO2, maar ook andere broeikasgassen omvat. In een nieuw verdrag zou dat kunnen worden uitgebreid, zodat ook roet eronder valt, en het in stand houden en/of aanplanten van bossen.

°

Geld voor onderzoek

°
Uiteindelijk is zo’n marktmechanisme waarschijnlijk goed in staat om de race naar betaalbare, schone energie te versnellen. Om de één of andere reden gelooft Crok daar niet in.

Hij wil liever dat overheden direct geld investeren in onderzoek om dit te bereiken, want dat zou veel minder kosten.

Opvallend is, dat Crok anderen er voortdurend van beschuldigt dat ze simplificeren. Het lijkt hem te ontgaan dat hij dit zelf voortdurend doet, met uitspraken als ‘het is zinloos en eindeloos inefficiënt om CO2 te zien als een magische knop waarmee je tal van processen op aarde zou kunnen aansturen.’

In publiciteitscampagnes wordt het af en toe zo voorgesteld, maar beleidsmakers weten echt wel beter.

Nee, voor Marcel Crok heeft het terugdringen van broeikasgassen geen prioriteit. We moeten ons gewoon aanpassen aan mogelijke klimaatverandering. Hij stelt: ‘Als de wereldleiders twintig jaar geleden massaal hadden gestemd voor adaptatie, dan waren we nu veel en veel verder geweest in onze ‘strijd’ tegen klimaatverandering’. ’ (p. 266)

Misschien begrijp ik hem verkeerd, maar ik zie de logica hier niet.Met alleen adaptatie hadden we helemaal niets gedaan tegen klimaatverandering, alleen tegen de gevolgen ervan. Gevolgen die minimaal even groot, maar waarschijnlijk nog iets groter zouden zijn dan zonder pogingen om de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen te verminderen.

°

Belasting aan de bron
Willen we toch beperkingen aan de CO2-uitstoot, dan zouden wevolgens sceptische deskundigen die Crok met klaarblijkelijke instemming citeert, eerder moeten denken aan een koolstofbelasting, die aan de bron van fossiele brandstoffen geheven zou moeten worden. De opbrengst zou naar de ontwikkeling van schone energie moeten gaan. Inderdaad, dat zou ook kunnen, al heeft het zijn eigen organisatorische problemen.

Het is onvermijdelijk dat de CO2-uitstoot nog decennialang zal blijven stijgen’, schrijft hij tegen het einde van het boek. ‘Dit boek heeft duidelijk proberen te maken dat het nog lang niet zeker is dat die CO2-toename forse opwarming tot gevolg zal hebben, laat staan dat het zal leiden tot een klimaatcatastrofe. Dat is goed nieuws, want er is tijd nodig om de energievoorziening revolutionair te veranderen. Die tijd zal dan wel goed benut moeten worden.’

Met zijn boek maakt Crok de kans daarop niet groter.

Op grond van schamel bewijs betogen dat het heus wel meevalt met de gevolgen van het verstoken van fossiele brandstoffen, zal eerder averechts werken.

Elmar Veerman

°

VERDERE    ” DISCUSSIES”   op  ALGEMENE PUBLIEKS- PODIA  ……

°

  I .-   De inbreng van het  JOURNAILLE 

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2012/okt/Opwarming-al-16-jaar-gestopt.html

‘Opwarming al 16 jaar gestopt’

Nederlandse media praten misleidend stuk uit de Daily Mail na

  • DOOR: ELMAR VEERMAN   //16 oktober 2012
aarde & klimaat

Het is zwaar overdreven, die zogenaamde wereldwijde opwarming. Tenminste, volgens de Britse schandaalkrant Daily Mail. Veel Nederlandse media namen het bericht over dat de opwarming van de aarde al zestien jaar zou stilstaan. Maar dat is niet waar.

Decoratieve thermometer
© shar / sxc.hu

Global warming is 16 jaar geleden gestopt, toont stilletjes uitgebracht rapport van het Meteorologisch Instituut… en hier is de grafiek die het bewijst’, kopte de Britse krant Daily Mail afgelopen zondag.

In het stuk van David Rose staat een grafiek van de wereldtemperatuur, die begint in 1997. De kronkelige lijn gaat op en neer, en eindigt in 2012 zo ongeveer op dezelfde hoogte waar hij begon. Zestien jaar temperatuurmetingen, zonder enige opwarming.

*UPDATE: die grafiek deugt trouwens niet.*

De opwarming van de aarde staat al die tijd al stil, en de klimaatwetenschap probeert dat onder het tapijt te schuiven, is de strekking van het artikel.

°Waarna de focus verschuift naar de hoge extra kosten van groene energie die de Britse burger moet ophoesten.

°

Nederlandse media namen het bericht snel over, en deden er soms nog een schepje bovenop. De Telegraaf bijvoorbeeld: ‘Geleerden zijn het er niet over eens of er nu een definitief einde is gekomen aan de opwarming van de aarde.’ De internetversies van de Volkskrant, het AD en de Belgische krant De Morgen hadden ook een versie van het verhaal, met een verwijzing naar de Mail, maar hebben die inmiddels weer weggehaald – hoewel het soms toch nog te lezen is.

(Intermezzo )_____________________________________________________________________________________________

http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20121014_073

waaruit volgende  comments  

°—-> Als reisgids ga ik elk jaar naar Canada en Alaska,de gletsers smelten zienderogen, de noordpool is bijna weg en de NW doorvaart is open in de zomer.
Moeten jullie nog meer bewijzen hebben?

(antwoord )

—-> de doorvaart aan de noordpool was ook al ijsvrij op het einde van 19e eeuw. . Vergeet niet dat we nu (normaliter ) op het einde van het Holoceen zitten, en dat een nieuwe ijstijd  * achter de deur stond .                                                                                 —-> Maar de mens heeft dat verhinderd door de honderd jaar latere cumulerende antropogene opwarming als slaghoedje van een verandering van het globale klimaatsysteem met al haar versterkende terugkoppelings mechanismen : Maak je geen illusies de rampzalige gevolgen van een ijstijd zijn dus vermeden , maar de gevolgen van de opwarming zijn minstens even erg(althans voor een mensvriendelijke wereld ) …..

(*Overigens  proberen  veel klimaatsceptici   ons nog  steeds   te doen geloven dat “het afgelopen is met de opwarming” en dat een “nieuwe ijstijd” voor de deur staat.   —-> http://www.zeeburgnieuws.nl/nieuws/kv_sceptici_014.html   )

—> Alle artikels die ‘het G(lobal) W(arming ) model onderuithalen’ zijn van een bedroevend niveau zoals bovenstaand (Daily Mail  en  belabberd  Nieuwsblad  doorslagje ervan  ) artikel en haar volkomen onbruikbare statistiek …..

(jan Modaal ) —->” de aarde warmt op , maar we zaten wel te bibberen in de winter van 2012-2013 “

GW wil enkel zeggen dat de warmte inhoud van de globale aardse biosfeer stijgt.
-Het overgrote deel van die extra warmte wordt opgenomen door oceanen.
-Lokaal kan dit betekenen dat er zelfs een afkoeling waarneembaar is…

Maar plaatselijk “weer” is geen globaal klimaatsysteem —->
en dat  globaal klimaatsysteem is aan het veranderen
en merkbaar op enkele sleutelplaatsen : waaronder  de Polen  , de opschuiving van de tropische stromen gordels … de toenemende  exoten-invasies, de  verschuivingen van de boomgrens  , het smelten van de toendra’s    …… etc 

(*en dat is MISSCHIEN ook enigzins
aan het lokaal “weer ” te zien : dat nu meer dan  ooit  schommelt  tussen  extremere weer-types  en dito  overlast )

°

Daily Mail Statistiek ?

Warmt de aarde dan toch niet meer op?

……een soort van  (vooringenomen en gemanipuleerde )  data selectie   ?(* Met  (geselekteerde  maar onvoldoende (of zelfs gemanipuleerde )  gedeeltes  van  )   statististische  gegevens  kan je  alles” bewijzen” )

Wat een grap.

-Men begint net voor 1998 te meten, een jaar met een zeer sterke El Nino.
-Men stopt net na een paar kort op éénvolgende La Nina’s, een zeer kalme zon én een sterk toegenomen vervuiling door zwavel aerosolen.

…….en nog eens in detail gekeken :
De “daily mail ” mensen hebben trouwens zeer bewust de eerste maanden van 2012 ook nog meegenomen…
–>Tot april was een matig tot sterke la nina actief wat altijd zorgt voor lagere temperaturen wereldwijd. ( plaatselijk was dat  het zeer slechte voorjaar )
—> Een veel correctere studie is bijvoorbeeld deze , die de warmte inhoud van de aarde bestudeert zoals de recente van Nuccitelli.

Maakt u zich maar geen illusies.
De opwarming gaat verder en gaat ieder decennium sneller.
°Tsja  de klimaat wetenschappers   het natuurlijk weer beter   …… en  Jan Modaal heeft geen recht van spreken  …..en
uiteraard past dit argument   prima in een calimero kramp van de klimaatontkenners om te gaan jammeren dat er kritiek is op de hun welgevallige artikelen .

____________________________________________________________________________________________________________________

°

Slordig en misleidend


Deugde het verhaal dan niet? Dat kun je wel zeggen. Er staan slordigheden en misleidende passages in.

Er is bijvoorbeeld geen rapport uitgebracht dat is stilgehouden, er zijn slechts gegevens aan een database toegevoegd, zoals dat regelmatig gebeurt. En de kosten van groene energie zijn lang niet zo hoog als de berichten suggereren. Daar publiceert de Mail wel vaker misleidende berichten over.

Maar de hoofdvraag is natuurlijk of er inderdaad geen opwarming te zien was, de afgelopen zestien jaar.

Het Britse Met Office (zeg maar het equivalent van ons KNMI) bestrijdt dat. Het warmde 0,03 graden per tien jaar op, zegt het instituut – maar in grote lijnen klopt het wel, want dat is bijna niets.

De atmosfeer warmde sinds 1997 dus inderdaad nauwelijks op. En dat is echt iets anders dan klimaatmodellen hadden voorspeld.

Alleen mag je daaruit beslist niet de conclusie trekken dat de aarde niet verder is opgewarmd.

De zeeën werden namelijk wél gestaag warmer, en er smolt ook flink wat ijs.

Maar vooral die warmere zee is van belang. De temperatuur van water omhoog brengen kost namelijk veel meer energie dan het opwarmen van lucht, en er is gigantisch veel water op aarde. Van de extra warmte die het systeem aarde opneemt, gaat het leeuwendeel in zee zitten.

Dit is berekend voor de periode 1993-2003. De zee nam toen 93,4 procent van de extra energie op, de atmosfeer maar 2,3 procent.

Het zegt dus niet zo veel als de lucht in een periode van zestien jaar geen opwarming laat zien, als de oceanen in dezelfde tijd wel warmer werden. En dat deden ze, kijk maar naar onderstaande grafiek, afkomstig uit dit wetenschappelijke commentaar.

Ocean Heat Content
© Nuccitelli et al.
De warmte-inhoud van de oceanen is sinds 1997 verder gegaan met stijgen.

°

Het is duidelijk dat het zeewater dus wel degelijk is doorgegaan met de opname van warmte. Wat trouwens ook te zien is aan de zeespiegel, die tegenwoordig met satellieten in de gaten wordt gehouden. Die steeg gewoon door, voornamelijk doordat water uitzet als het warmer wordt.

Maar toch: klimaatmodellen hadden de recente de stilstand van de atmosferische opwarming niet voorzien.

°

Betekent dit nu dat ze niet deugen?

Ook daarop valt heel wat af te dingen.

 De activiteit van de zon was bijvoorbeeld bijzonder laag, de afgelopen jaren, en dat heeft een licht verkoelend effect gehad. Hetgeen niemand had zien aankomen, want het begrip van de zon is nog heel beperkt.

De oceaan gedroeg zich ook anders dan verwacht. Een sterke El Niño, het fenomeen waarbij veel hitte uit zee de lucht ingaat, is tot nu toe merkwaardig lang uitgebleven.

Ook niet goed in de modellen meegenomen was de enorme groei van vooral de Chinese industrie, die veelal op energie uit steenkool draait. De verbranding van al die kolen zorgde niet alleen voor opwarmende CO2-uitstoot, maar ook voor aerosolen, kleine deeltjes die licht weerkaatsen en zo op korte termijn voor verkoeling zorgen. Ook vulkaanuitbarstingen droegen daaraan bij.

°

Korte termijn


Deze verkoelende mechanismen werken alle drie op de korte termijn. De zon zal weer actiever worden, er komt onvermijdelijk een keer een flinke El Niño-periode aan en aerosolen uit vuile kolencentrales en vulkanen blijven maar kort in de lucht, dus als vulkanen zich even koest houden en de industrie schoner wordt, valt die koeling weg.

Wat gebeurt er met de temperatuurgrafiek als je de verkoelende invloeden van de inactieve zon, de ontbrekende El Niño-invloed en de extra aerosolen wegrekent?

Dat is vorig jaar beproefd door klimaatwetenschappers Grant Foster en Stefan Rahmstorf. Dit is het resultaat:

Aangepaste Temperatuurgrafiek
© Foster & Rahmstorf / Environmental Research Letters
De gemiddelde temperatuur op aarde, berekend door verschillende onderzoeksgroepen en gecorrigeerd voor bekende kortdurende verkoeling door aerosolen, de zwakke zon en het afwijkende oceaangedrag.

°

Kortom:

de opwarming van de lucht heeft even stilgestaan, maar dat ‘plafond aan de opwarming’ is maar tijdelijk. De echte opwarming van de aarde is helaas gewoon doorgegaan, en zal binnenkort weer zijn tanden laten zien.

Hoewel dat de afgelopen jaren lokaal ook al is gebeurd: de extreme hitte en droogte in de Verenigde Staten en het grotendeels verdwijnen van het zee-ijs aan de Noordpool kunnen met grote waarschijnlijkheid worden toegeschreven aan door de mens veroorzaakte klimaatverandering.(2)

_

En de economische kosten van vergroening van de economie

° …..Die zijn op korte termijn groter dan doorgaan op de oude weg, dat staat vast.

—-> Maar op wat langere termijn wordt energie er goedkoper door én wordt een deel van de schade voorkomen die klimaatverandering aanricht. Investeringen lonen wat dat betreft overduidelijk.

—>Maar burgers voelen de pijn nu, en dat bevalt ze vaak niet.(3)

Kijk maar naar de honderden reacties die het misleidende stuk op de site vande Telegraaf opleverde. (A)

(A)

—> Jan modaal met 3 jaar mavo trekt daar zijn conclusie uit dat het weer de Groene maffia is die zijn portemonnee aan het leeg maken is.

Wil Nederland ooit over de streep getroken worden, dan moeten ook deze mensen overtuigd worden. Het zou goed zijn als de schrijver (Elmar Veenman ) of   welbespraakt klimaatdeskundige weerwoord  zouiden  geven in de populaire media als er weer eens zo’n onbehouwen klimaat sceptisch stukje geplaats wordt. Een weerwoord gewoon met argumenten

______jammer genoeg is iets dergelijks  misschien  tijdverspilling  ?  Net zoals  discussies met creationisten  en negationisten dat ook is

—>  In december 2012   weer een bericht in” De Telegraaf ” over klimaat opwarming.

De reacties warenweer tenenkrommend  

° In het kort komt het erop neer dat :

-het allemaal onzin is,                                                                                                                                                                                                                                   -dat de aarde in het verleden ook opwarmde                                                                                                                                                                                      – dat het eigenlijk  wel goed is met een hoger temperauurtje.

-Een quote van een reaguurder   op mijn reactie:

“De trend van 100 jaar (laat de opwarming zien )  ?                                                                                                                                                                             En de trend van zeg maar 100 miljoen jaar wat laat die zien?                                                                                                                                               Hou op en denk zelf eens een keertje na                                                                                                                                                                                            en geloof niet alles wat zogenaamde onderzoekers zeggen en zeker als ze gesponsord worden door bepaalde lobbyisten.”.

Het gebrek aan argumentatie in deze reactie is stuitend                                                                                                                                                               Dat mensen echt denken dat ze met 3 jaar mavo het beter weten dan wetenschappers die ervoor doorgeleerd hebben, het stemt mij allemaal niet vrolijk.

°

(B) (klimaatscepticus )  “opwarming  Ja  ….. en   ?  ” 

(  )  :  (Elmar Veenman ) —->   Als je het niet erg vindt als deze eeuw driekwart van de diersoorten uitsterft, ecosystemen zoals koraalriffen, regenwouden en zee-ijs worden weggevaagd, orkanen in kracht toenemen en de zeespiegel met ongeveer een meter stijgt, dan kun je rustig je schouders ophalen.

—-> Het waterniveau blijft bij het smelten van (drijvend) ijs (= de noordelijke ijszeeen = arctische zee )gelijk dankzij de wet van Archimedes.Landijs ( Groenland , Antarctica , gletchers  ... is natuurlijk iets anders  ) Zie voor een uitleg

http://www.goeievraag.nl/vraag…

Als het landijs (zuidpool) betreft dan stijgt de zeespiegel (logisch), als het zeeijs betreft (noordpool) dan niet.

Het smelten van zeeijs heeft geen directe gevolgen voor de zeespiegel, zo leert ons de Wet van Archimedes. Drijvend zeeijs verplaatst net zoveel water als het eigen gewicht. Als zeeijs smelt, wordt het verplaatste water vervangen door smeltwater.

Hoe werkt dat dan precies?

De wet luidt:
“Een in een vloeistof gedompeld lichaam ondervindt een opwaartse kracht die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste vloeistof”. Als bewezen wordt dat het volume van het verplaatste zeewater gelijk is aan het volume van het gesmolten ijsblok, dan zal het zeewaterniveau niet stijgen.
Bij een drijvend ijsblokje is er evenwicht: het gewicht van het ijsblokje is gelijk aan het gewicht van de verplaatste vloeistof.
Het gewicht van het ijsblokje bedraagt: Volume ijsblok x s.m. ijs in kg.

Het gewicht van de verplaatste vloeistof bedraagt: Volume verplaatst zeewater x s.m water in kg.

Hieruit volgt;

Volume ijsblok x s.m. ijs = Volume verplaatst zeewater x s.m water.
Als het ijsblokje smelt blijft de massa behouden.

De massa van het ijsblokje is: Volume ijsblok x s.m. ijs.

Door het smelten verandert de dichtheid tot de s.m. van het zeewater en neemt het volume van het smeltend ijs af. Het nieuwe volume bedraagt: Vol. gesmolten ijsblok = Vol ijsblokje x s.m..ijs : s.m.water. Maar dat is precies gelijk aan Vol. verplaatste zeewater !

Dus past het smeltwater precies in het volume dat door het ijsblokje verplaatst werd. Een moeilijkheid bij de bovengenoemde formulering van de Wet van Archimedes is vaak de betekenis van de term “verplaatste vloeistof”. Hiermee bedoelt men het volume onder de vloeistofspiegel dat door het gedeeltelijk ondergedompelde lichaam ingenomen.

Als je de proef probeert uit te voeren, zul je merken dat het water vroeger of later even zakt en stijgt. Dat komt omdat water tussen 0 en 4 graden Celsius krimpt, en daarboven uitzet.

De bovenstaande redenering geldt dus alleen bij constante temperatuur.

°

( C)

Elmar, het eerste deel van je stuk vind ik best goed en het is heel relevant dat je verwijst naar de Ocean Heat Content.

Helaas sla je in het tweede deel van je stuk zelf aan het speculeren en sla je daardoor de plank ook geregeld mis.
(1)Het is goed dat je constateert dat de modellen deze stagnatie van de temperatuur aan het oppervlak niet zagen aankomen. Maar de redenen die je geeft zijn hooguit balletjes die opgegooid zijn en geen sluitende verklaringen.

—–> Een veel fundamenteler probleem van de modellen is dat ze oceaanschommelingen als ENSO, PDO, AMO etc. nog altijd niet (goed) kunnen simuleren.

Aangezien de PDO en AMO schommelingen geven op multidecadale tijdschalen is de grote vraag in hoeverre de wereldwijde  temperatuurveranderingen daarmee te maken hebben. (4) 

Nu er ‘zo lang’ stagnatie is terwijl CO2 blijft stijgen komen die oceaanoscillaties meer in beeld (denk aan opmerkingen van Mojib Latif een paar jaar geleden). De vraag is dan echter ook welk deel van de opwarming tussen 1975 en 2000 toe te schrijven is aan dergelijke oscillaties.
Op het eind

(2)  sla je door als je zegt dat de extreme warmte in de VS hoogst waarschijnlijk het gevolg is van menselijke klimaatverandering.

—>Het SREX rapport van het IPCC was heel duidelijk over trends in en schade door extremen (orkanen, overstromingen, droogte): een duidelijke relatie met CO2 is er (nog) niet.

—->Natuurlijk zijn er onderzoekers die de verleiding van dit verband niet kunnen weerstaan (Hansen, Trenberth) maar dan is het aan jou om te melden dat je hier voor het gemak maar even afwijkt van het recente IPCC SREX-rapport.(5)

—-> Zoals Pielke Jr hier http://rogerpielkejr.blogspot…. schrijft is dat je goed recht zolang je dan maar wel stevig bewijs komt waarom IPCC ernaast zit.

Tenslotte schrijf je:

(3)”Maar burgers voelen de pijn nu, en dat bevalt ze vaak niet. Kijk maar naar de honderden reacties die het misleidende stuk op de site van de Telegraaf opleverde.”

—->  Ik denk dat het niet zozeer of zeker niet alleen de pijn is, maar meer een reactie op de eindeloze stroom doemberichten die de burger de afgelopen jaren over zich heen kreeg.

—-> Zowel wetenschap als media zijn daar mee schuldig aan. De burger is dat zat en voelt zich gesterkt door dit soort berichten dat de opwarming gestagneerd is (zonder uiteraard goed te kunnen inschatten of dat nu wel of niet waar is).

Marcel Crok

°

Antwoord van Elmar Veenman : 

(2)                                                                                                                                                                                                                                                                          —–>Een duidelijke relatie van de droogte van dit jaar en de VS, en die van 2010 in Rusland, is er wel met vreemd gedrag van de straalstroom. En dat vreemde gedrag wordt overtuigend toegeschreven aan de veranderende omstandigheden aan de Noordpool (warmer, minder zee-ijs). En die omstandigheden zijn te wijten aan de wereldwijde opwarming. Waarvoor de belangrijkste verklaring is: extra broeikasgassen, uitgestoten door menselijk handelen.

Het is een keten van oorzaak en gevolg waar natuurlijk onzekerheden inzitten, maar samen wel de meest waarschijnlijke verklaring voor al die weerrecords.

(3)
—->Wat de burger betreft: uiteraard is het niet leuk en ‘eindeloze stroom doemberichten‘ over je hen te krijgen. Zeker niet als die ook nog op waarheid berusten. Maar dat is geen reden om dan maar rooskleuriger vooruitzichten te schetsen. Overigens zijn juist de lezers van de Telegraaf voortdurend getrakteerd op verhalen waarin de ernst van de situatie wordt ontkend. Juist dat maakt ze wantrouwig, denk ik.

°

Andere  reacties op Marcel 

(4)

Die schommelingen over meerdere decennia lijken aan te geven dat hoe langer de tijdsperiode waarop gekeken wordt, hoe betrouwbaarder de daaruit blijkende opwarmingstrend……

—-> Wat betreft de oceanen zijn er voor langer geleden minder temperatuurdata, maar de stijging van de zeespiegel geeft aan dat ook de oceanen al geruime tijd opwarmen. Ook de reconstructies voor het Arctisch zeeijs geven dat aan. Hoewel ik het me je eens ben dat de klimaatmodellen verbeterd kunnen en moeten worden, lijken ze de grote lijn toch al heel behoorlijk weer te geven. Naar mijn idee legt Marcel   de focus te veel op enkele bomen en verdwijnt daardoor het zicht op het bos.

(5)

Discussie over weerextremen tussen IPCC en Hansen/Trenberth                    //  Volgens Jim Hansen en collega’s ging de afgelopen jaren circa 8% van de extra warmte zitten in het smelten van ijs. Circa 88% zat in opwarming van de oceanen en de resterende 4% in opwarming van atmosfeer en land:
http://www.giss.nasa.gov/resea…

Deze percentages fluctueren over langere perioden, waarbij Hansen cs verwachten dat een groeiend deel van de extra warmte gaat zitten in het smelten van ijs.

dinsdag 16 oktober 2012  Kennislink

Warmt de aarde nog wel op?

Een aantal kranten en websites  kwam  met het nieuws dat de aarde gestopt was met opwarmen.

‘Zie je wel!’, riepen de klimaatsceptici in koor. ‘Klinkklare onzin!’, twitterden anderen. Intussen bleef de geïnteresseerde lezer achter met de vragen. Hoe zit het nou eigenlijk?

door

Glacial_iceberg_in_argentina

Ilya Haykinson, via Wikimedia Commons

Warmt de aarde niet meer op?

De afgelopen 16 jaar is de atmosfeer rond de aarde inderdaad nauwelijks opgewarmd. Gerekend van augustus 1997 tot augustus 2012 kom je uit op een gemiddelde opwarming van 0,003 °C per jaar, terwijl het de 15 jaar daarvoor ongeveer 10 keer sneller ging. Dit blijkt uit gegevens van het Met Office Hadley Centre, het Engelse zusje van het KNMI, op basis van continue temperatuurmetingen aan zowel het aard- als het zeeoppervlak. Dat de aarde gestopt is met opwarmen valt daaruit overigens niet te concluderen. Het klimaat is grillig, hoogstwaarschijnlijk hebben we hier te maken met een tijdelijke verstoring van de opwarmende trend.

En het Met Office gebruikt de beste gegevens die er zijn, mogen we aannemen?

Het zijn prima gegevens, maar er bestaan ook andere meetreeksen die weer op andere locaties gemeten zijn. Het KNMI gebruikt metingen van de NASA, en rekent vanaf januari 1997 en niet vanaf augustus. Hier komt men uit op een opwarming van 0,008 ºC per jaar sinds 1997. Ook dat is overigens een stuk lager dan het gemiddelde over de afgelopen 30 jaar.

Wat is El Niño ook alweer?

El Niño wordt veroorzaakt door abnormaal zwakke passaatwinden boven de Stille Oceaan. Deze zwakke wind is niet in staat om het warme water zoals gebruikelijk in de richting van Indonesië te drijven. Hierdoor kan het water in de centrale en oostelijke Stille Oceaan ter hoogte van de evenaar tot ruim vijf graden warmer worden.

Hoe komt dat dan?

De twee hoofdverdachten bij dit soort tijdelijke veranderingen van het klimaat zijn altijd weer dezelfden: El Niño en La Niña. Dit zijn verstoringen in de stroming en temperatuur van het oceaanwater: El Niño is een opeenhoping van relatief warm oceaanwater in de buurt van de evenaar, bij La Niña koelt de oceaan in dit gebied juist af.

In 1998 was door de sterkste El Niño van de eeuw de zeewatertemperatuur hoger dan normaal in grote delen van de wereld. Dit veroorzaakte een eenmalige piek in de wereldgemiddelde temperatuur. De afgelopen paar jaar was La Niña juist actief, waardoor de temperatuur weer wat lager lag dan je zou verwachten. Dit verklaart ongeveer de helft van het verschil tussen de langjarige trend en de trend over 1997-2011.

Opwarming-trend

De temperatuur van de atmosfeer boven land en zee, gemiddeld over de wereld, sinds 1880. Gegevens van GISS/NASA. Ta = afwijking van het gemiddelde in de periode 1951-1980. KNMI, de Bilt

En de andere helft?

Een klein deel kan verklaard worden uit de variatie in zonnevlekken. In 1997 bevonden we ons in een piek van de zonnevlekkencyclus, terwijl de zon de laatste paar jaren juist ongebruikelijk rustig was. Omdat dit echter slechts een klein verschil (van ongeveer 0.06%) geeft in de totale hoeveelheid zonnestraling die de aarde bereikt, kan het de luchttemperatuur op aarde met hooguit 0,001 tot 0,005ºC per jaar doen afnemen.

Over de rest van de afname in de opwarming wordt door wetenschappers nog volop gediscussieerd. Het zou te maken kunnen hebben met de luchtvervuiling boven Oost- en Zuid-Azië, met waterdamp in de stratosfeer, of met afkoeling van het oppervlaktewater rond Antarctica door het smelten van het landijs.

Hoe lang moet een verstoring duren om het als trend te kunnen beschouwen?

Het klimaatdebat is een tijdschaaldebat, schreef Kennislink al in een eerder artikel. Of de aarde opwarmt hangt er immers vanaf over hoeveel jaar je de verschillen bekijkt. De grilligheid van het klimaat zie je op de schaal van enkele jaren, voor een trend moet je tientallen jaren bekijken, is het idee. De 16 jaar waarin het nu nauwelijks warmer is geworden vallen een beetje tussen deze tijdschalen in, en kan dus naar voorkeur voor één van beide scenario´s worden gebruikt. Dat zweept de discussie dus lekker op ..

Creatief met trends

Soms geeft een trendlijn een vertekend beeld. Een valkuil (of truc – er wordt ook wel bewust gebruik van gemaakt) is het kiezen van een uitzonderlijk moment als startpunt van een meting, of het zover inzoomen op een grafiek dat het grote plaatje letterlijk uit beeld verdwijnt. Een bekend voorbeeld zijn de volgende twee figuren.

Skepticall

Temperatuurverloop volgens sceptici. skepticalscience.com

Realistsncdc

Temperatuurverloop volgens ‘realisten’. skepticalscience.com

Ook in het geval van de gegevens van Met Office maakt het wel iets uit welk startpunt je kiest. In augustus 1997 zaten we midden in een uitzonderlijk sterke El Niño, schrijft Met Office in een commentaar op zijn website. Daarmee kies je dus een relatief hoge temperatuur als startpunt. Als je vanaf 1999 gaat rekenen kom je al op een hogere opwarming uit – hoewel de afvlakking van de temperatuurcurve niet zomaar verdwijnt.

En was er ook geen warmte opgeslagen in de diepe zee?

De temperaturen dieper dan 700 meter worden pas sinds tien jaar redelijk gemeten, dus we hebben alleen van het ondiepere deel een lange reeks van betrouwbare gegevens. Ook hier leek de opwarming een paar jaar geleden gestopt te zijn: van 2003 t/m 2010 was er geen trend in deze reeks. Daarna warmde het water wel weer gewoon op.

Hoe gaat het nu verder?

Dat is de moeilijkste vraag om te beantwoorden. Er bestaan inmiddels een enorme hoeveelheid klimaatmodellen, die ontwikkeld zijn om de processen die het klimaat aansturen beter te begrijpen, en die om die reden ook elk de nadruk op verschillende processen leggen. Belangrijker nog is dat het klimaat in de toekomst afhankelijk is van factoren die zelf ook moeilijk te voorspellen zijn.

Luchtvervuiling met stofdeeltjes remt de opwarming bijvoorbeeld af, omdat deze het zonlicht tegenhouden. Met name in Zuid en Oost Azië is deze vervuiling de laatste tientallen jaren sterk toegenomen, maar hoe zal dat zich verder ontwikkelen? En hoe reageren dit soort stofdeeltjes bijvoorbeeld met de wolken? Het zijn dit soort onbekende factoren die ervoor zorgen dat klimaatmodellen vaak zeer uiteenlopende voorspellingen laten zien – en vaak ook sterk afwijken van de waarnemeningen tot nu toe.

De verwachting bij bijna alle klimaatwetenschappers is wel dat de opwarming zich gewoon doorzet. De grote vraag is vooral wat deze opwarming zelf weer teweeg gaat brengen – dus bijvoorbeeld wat de reactie zal zijn van wolken op de opwarming, en van de oceaan op het smelten van landijs van Groenland en Antarctica.

Lees meer:

Klimaatverandering is tijdschaaldiscussie (Kennislinkartikel)
Temperatuur daalt wereldwijd (Kennislinkartikel uit 2008)
´Opwarming al 16 jaar gestopt´ (Wetenschap24-artikel)

panel 2013

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

5 Responses to De Staat van het KLIMAAT ‘

  1. scepticus zegt:

    Ik zie dat mijn reacties is verwijderd.
    Do not bother me with facts, my mind is made up.
    Het CO2 geloof is een echt geloof.

    • tsjok45 zegt:

      Beste ,

      UW REACTIE’S ZIJN NIET VERWIJDERD …. ZE ZIJN (WAARSCHIJNLIJK )NIET HELEMAAL GOED GEPLAATST

      Uw reactie(s) heb ik (nog ) NIET gevonden … Ze zaten(of zitten nog ? ) waarschijnlijk in de spam box .en die worden automatisch verwijderd na 10 dagen ….

      Maar :
      Ik heb gezocht in de spam box naar een reactie(s) van Scepticus vanaf 16 september …. Immers , mijn van Elmar Veenman overgenomen artikeltjes werden hier gepubliceerd op ten vroegste 16 september …..Heilaas mocht/kon ik geen enkele reactie(s) vinden onder de naam Scepticus ….
      U bent bovendien ook niet bereikbaar via uw avatar ….
      Bent u er trouwens zeker van dat uw e mail adres nog geldig is ?
      Of
      Mocht u een site of blog hebben , gelieve het URL te geven …

      Misschien hebt U zich vergist en uw reacties geplaatst onder het verkeerde blog ?

      Graag dus een kopietje van uw “reactie(s ) ” oftewel een nieuwe poging …. Als je dat ziet zitten natuurlijk

      Groet ….

      P.S.
      ……Ik VERMOED ( ook al als een achterdochtige ” scepticus” ) echter dat hier iets anders in het spel is :
      ……Let wel : Gewoon maar wat trollen (en vooral beweren dat niet bestaande reactie(s) zijn verwijderd om iets in diskrediet te brengen of onwelkome verwarring te stichten ) of socket puppetry worden NIET aanvaard
      —– En mocht u niet weten wat de termen trollen en socket puppetry betekenen zoek het dan maar eens uit op wikipedia
      —— Met “gelovigen ” ( onder andere ook zij die geloven dat het allemaal een groot komplot is om geld te verdienen :….. Het journaille , politicaille en ideoloogjes )heb ik ook liever niets te maken … Het is immers ook wel verloren moeite om te gaan debateren met gasten die het beter weten dan de huidige consensus onder klimaatwetenschappers ( die uiteraard hun complexe modellen steeds moeten bijstellen en vervangen= ze bezitten de absolute onveranderlijke waarheid NIET ) ; Apocalyptische voorspellingen zijn trouwens ook niet wenselijk wanneer het slechts overdrijvingen zijn en /of extrapolatie op grond van uiterst simpele modellen
      °
      Misschien bent U zelf gekwalificeerd klimaatwetenschapper ?
      en kan je jouw “bothering facts ” eventjes hier op een rijtje zetten …..

      ——***
      En aangezien het blogje bestaat uit overnames van artikels van Elmar Veenman , kunt u ook daar uw reacties plaatsen ….ik zal ze met plezier lezen …..

  2. Pingback: INHOUD Gaia Millieu | Tsjok's blog

  3. Pingback: GEOLOGIE TREFWOORD K | Tsjok's blog

  4. Pingback: Wat als al het ijs is gesmolten ? | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: