HYENA

 

°

Trefwoord

Aardwolf

Meer afbeeldingen

  1. De aardwolf is een hyena uit zuidelijk en oostelijk Afrika. Het is de enige levende soort uit de onderfamilie aardwolven; de aardwolf verschilt sterk van andere hyena’s en kan worden beschouwd als het buitenbeentje van de familie. Wikipedia

Bruine hyena (Hyaena brunnea syn. Parahyaena brunnea Meer afbeeldingen

  1. De bruine hyena of strandwolf is een van de vier nog levende soorten hyena’s. Hij is nauw verwant aan de gestreepte hyena en samen worden ze ook wel tot hetzelfde geslacht, Hyaena, gerekend. Wikipedia

Civetkat

  1. Civetkatten zijn een geslacht van kleine, slank gebouwde roofdieren die voorkomen in Zuidoost-Azië. Wikipedia

Gevlekte hyenaMeer afbeeldingen

  1. De gevlekte hyena is de grootste, agressiefste en de luidruchtigste hyenasoort. In grote delen van Afrika is het het meest voorkomende grote roofdier. De gevlekte hyena is de enige nog levende soort uit het geslacht Crocuta. Wikipedia

Gestreepte hyenaMeer afbeeldingen

  1. De gestreepte hyena is één van de vier hyenasoorten. Ze danken hun naam aan de zwarte strepen over het hele lichaam. Wikipedia

HyaenadonMeer afbeeldingen

  1. Hyaenodon is een geslacht van uitgestorven Creodonta dat miljoenen jaren heeft geleefd en op bijna alle continenten voorkwam. Er zijn zo’n vijftien soorten in dit geslacht benoemd. Er zijn vele soorten gevonden, die sterk in grootte verschilden. Wikipedia

OxyaenaMeer afbeeldingen

  1. Oxyaena is een uitgestorven carnivoor zoogdier behorend tot de familie Oxyaenidae van de Creodonta. Oxyaena had een lichaamslengte van ongeveer een meter. Het was één van de algemeenste roofzoogdieren van de Noord-Amerika in het Wasatchian. Wikipedia

 

 

°

LINKS

http://www.pinterest.com/tsjok/hyenas/

 

Kruger park

http://www.bryerpatch.com/news/africa2000/animals.htm

 

Hyena

Hyena baby

pregnant hyena

Spotted hyena with pup in Kruger National Park, South Africa

Playing with mama

°

AFSTAMMING  & EVOLUTIE

De eerste  hyena achtigen

the early  cat line

 

 

 

 

Hyanodon.JPG

 

hyanodon

 

http://www.ansp.org/museum/leidy/paleo/hyaenodon.php

http://fingerlakesfossilfarm.org/mammal_fossils.htm

hyanodon skeleton

hyaenodon.skeleton jpg
Creodonts are an extinct group of carnivorous mammals that were long thought to be the ancestors of modern Carnivora. This is no longer thought to be the case. Creodonts were the dominant group of carnivorous mammals in the early Tertiary and were quite diverse. They ranged from very large, wolf-like animals as Hyaenodon to small mongoose-like forms such as Prototomus vulpeculus.

Creodonts lived in North America, Asia, Europe, and Africa.

.

civetkat

 

 

 

 

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Civetkatten

De vroegste hyena’s leken sterk op de hedendaagse Civetkatten, maar toen de bossen plaatsmaakten voor open vlaktes, werden de hyena’s snel rennende roofdieren in de Oude Wereld, vergelijkbaar met de honden in Noord-Amerika.

Zo’n 15 miljoen jaar geleden waren er ongeveer 30 hondachtige hyenasoorten, maar toen veranderde het klimaat. Naarmate de hyena’s in aantal terugliepen, trokken de honden (die ook leden onder de kou) vanuit Noord-Amerika naar het zuiden over de nieuwgevormde landbrug.

De hyena’s hebben zich weliswaar aangepast aan de nieuwe omstandigheden, maar omdat de honden reeds bezit hadden genomen van hun leefmilieu moesten ze zich ontwikkelen tot bottenkrakers (of termieteneters).

Phylogeny

nested hierarchy and phylogeny   of  cat  , bear and dog branch

 

Cat / bear /dog branches

 

phylogeny hyanidae

 

 

http://www.hyaenidae.org/uploads/images/kay%20phylogeny.jpg

http://www.hyaenidae.org/ancient-hyaenas.html

ICITHERIUM

ichterium

 

 

De eerste hyena’s verschenen 15 miljoen jaar geleden in het Midden-Mioceen en ontstonden vermoedelijk in Afrika, ze worden beschouwd als verwanten van de katten.

De hyena Chasmoporthetes was de enige van zijn familie die ook in Noord-Amerika voorkwam dit ten tijden van het Pleistoceen.

Dit genus had zich ook verspreidde ze zich over Azië, Europa en Afrika.

 

 

 

Chasmoporthetes

 

chasmaporthetes

 

 

Gemaakt 29-12-04

PACHYCROCUTA

 

http://en.wikipedia.org/wiki/Pachycrocuta

 

PACHYCROCUTA

 

 

 

 

 

Pachycrocuta brevirostris/ Carnivore /

pachycrocuta  and homo erectus

 

Where: Eurasia and eastern Africa/   MiddlePliocene to Middle Pleistocene

The Pachycrocuta brevirostris was largest of the prehistoric hyenas, and is frequently called: the Giant Hyena. It was about 100 cm tall and weighed about 190 kg. this would make it the largest hyena to have ever lived. It was a small-pack hunter of large animals, but it probably preferred to scavenge, because it was a heavyset animal not built for chasing prey over long distances.

 

hyena's

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hyena’s

carnivoraforum

 

carn

 

carnovofo

 

 

http://carnivoraforum.com/topic/9331029/1/

Spelonkhyena

Crocuta crocuta spelaea

Species: Crocuta crocuta Subspecies: Crocuta crocuta spelaea

spelonkhyena  schedel

 

 

The Cave Hyena (Crocuta crocuta spelaea)

is an extinct subspecies of spotted hyena (Crocuta crocuta) native to Eurasia, ranging from Northern China to Spain and into the British Isles. Though originally described as a separate species from the spotted hyena due to large differences in fore and hind extremities, genetic analysis indicates no sizeable differences in DNA between Pleistocene cave hyena and modern day spotted hyena populations. It is known from a range of fossils and prehistoric cave art. With the decline of grasslands 12,500 years ago, Europe experienced a massive loss of lowland habitats favoured by cave hyenas, and a corresponding increase in mixed woodlands. Cave hyenas, under these circumstances, would have been outcompeted by wolves and humans which were as much at home in forests as in open lands, and in highlands as in lowlands. Cave hyena populations began to shrink after roughly 20,000 years ago, completely disappearing from Western Europe between 14-11,000 years ago, and earlier in some areas.

 

 

 

 

 

skull spelonk hyenaA nearly complete skull of Crocuta spelaea from Europe. Photo from Diedrich & Zak (2006).

_

The main distinction between the spotted hyena and the cave hyena is grounded on different lengths of the hind and fore limb bones. The humerus and femur are longer in the cave hyena, indicating an adaptation to a different habitat to that of the spotted hyena. It is unknown if they showed the same sexual dimorphism of the spotted hyena. It has been estimated that they weighed 102 kg (225 lbs).

Little is known of their social habits. It is widely accepted that they used caves as dens, although sites in the open-air are also known. There is no indication of cave hyenas living in large clans or on a more solitary basis, though large clans are not considered likely in their Pleistocene habitat.

Crocuta_crocuta_spelaea_

 

 

 

 

 

 

grothyena schedel

 

http://carnivoraforum.com/topic/9331026/1/

 

°

EXTANTE  HYAENA’S

 

extante soorten

 

 

°gevlekte hyena

 

gevlekte hyena

Mensen zijn altijd weer verrast als ze horen dat hyena’s deel uitmaken van de katachtigen en helemaal niet nauw verwant zijn met de honden.Dat komt omdat ze binnen de katachtigen  de tegenhangers van honden zijn en zich tot langeafstandslopers hebben ontpopt op de vlaktes. Vandaag de dag zijn er nog maar vier hyenasoorten over. Drie daarvan hebben de “klassieke” verbrijzelende kaken en zijn jagers/aaseters.De vierde is de aardwolf, die zich voedt met termieten.

gevlekte hyena's

 

Hyena welpen

welpen

lachende hyena

lachende volwassen hyena

Hyena’s communiceren met behulp van bacteriën

12 november 2013 Caroline Kraaijvanger5

's nachts

Masai Mara National Reserve

 

 

Masai Mara National Reserve in Kenya

Hyenas recognize each other’s smell — or perhaps the smell of each other’s microbiome.  // ANUP SHAH / NATUREPL.COM

°

Hyena’s laten boodschappen aan elkaar achter in de vorm van uitwerpselen. Wetenschappers hebben nu ontdekt dat die uitwerpselen veel meer bacteriën bevatten dan gedacht en dat die bacteriën de boodschap van de hyena overdragen.

Wanneer hyena’s uitwerpselen achterlaten in het gras dan bevatten die zuur ruikende signalen héél veel informatie die andere dieren kunnen ‘lezen’,” vertelt onderzoeker Kevin Theis. “Hyena’s kunnen zo snel een gedetailleerde boodschap achterlaten en weer gaan. Het is een soort prikbord waarop te zien is wie er in de buurt zijn en hoe het met die hyena’s gaat.”

Wetenschappers hebben die geurige boodschappen van de hyena’s nu grondig bestudeerd. Ze ontdekten zo onder meer dat deze veel meer bacteriën bevatten dan gedacht. En dat die bacteriën degenen zijn die de boodschap overbrengen. “De plekken waar de hyena’s hun uitwerpselen neerleggen zijn prikborden, de uitwerpselen zijn visitekaartjes en de bacteriën zijn de inkt die letters en woorden vormen en informatie aan de bezoekers van het prikbord informatie bieden over diegene die het prikbord bezocht heeft. Zonder de inkt is het gewoon een bord met lege, niet-informatieve kaartjes.”  (1)

De geuren van de uitwerpselen verschilden sterk. Die verschillen bleken nauw samen te hangen met de soort hyena, het geslacht en de mate van vruchtbaarheid.

Geuren vertellen hyena’s dus iets over andere hyena’s. En die geuren worden geproduceerd door de bacteriën, zo schrijven de onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

 

Bronmateriaal:

“Bacteria may allow animals to send quick, voluminous messages”

 – MSU.edu                               

 

 http://msutoday.msu.edu/news/2013/bacteria-may-allow-animals-to-send-quick-voluminous-messages/

 

 Hyenas scent posts

Hyenas scent posts

may be short, relatively speaking, yet they convey an encyclopedia of information about the animals that left them. (Credit: Courtesy of MSU)

 

°

De bacteriën die in de geurklieren van hyena’s leven, zijn bepalend voor de geuren waarmee de dieren signalen afgeven aan elkaar.

De samenstelling van de micro-organismen bij gevlekte en gestreepte hyena’s is verschillend, zodat deze verschillende soorten hun soortgenoten aan hun geur kunnen herkennen.

 

Ook verandert de structuur van de bacteriën als vrouwtjes klaar zijn om te paren, zodat ze op dat moment een specifieke geur uitdragen.

 

Lichaamsvocht

De wetenschappers slaagden erin om met een speciale techniek een zeer groot aantal bacteriën in de geurklieren van hyena’s in kaart te brengen.

Met deze informatie kunnen ze verschillen meten in het lichaamsvocht dat hyena’s achterlaten op gras om geuren te communiceren.

 

http://www.sciencedaily.com/releases/2013/11/131111161510.htm

 

“De diversiteit van de bacteriën is genoeg om de origine van deze signalen te verklaren”, verklaart Theis op Nature News. http://www.nature.com/news/smelly-microbes-help-hyenas-to-communicate-1.14141

 

 

°

De wetenschappers vermoeden dat ook andere diersoorten gebruik maken van micro-organismen om verschillende geuren te communiceren. Meer onderzoek moet uitwijzen of dat ook echt zo is.

 

 

  • De term “visitekaartjes” is nogal vrij van interpretatie, haha. Maar goed, volgens mij kan deze studie naar behoorlijk wat diersoorten geëxtrapoleerd worden, omdat de ontlasting van iedereen uniek is en zeer veel over een individu kan zeggen. Het is namelijk een afbraakproduct van een systeem met ontelbaar veel processen.  Als je dat nauwkeurig gaan analyseren, krijg je een behoorlijke uitgebreide anamnese

Bruine hyena

 

 

Engels : Brown hyena
Duits : Schabrackenhyäne, Braune Hyäne, Strandwolf
Frans : La hyène brune

De bruine hyena of strandwolf (Hyaena brunnea syn. Parahyaena brunnea) is een van de vier nog levende soorten hyena’s.
Hij is nauw verwant aan de gestreepte hyena en samen worden ze ook wel tot hetzelfde geslacht, Hyaena, gerekend.

De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Thunberg (Carl Peter Thunberg was een Zweedse natuuronderzoeker. Hij was een student van Carolus Linnaeus.) in 1820.

De bruine hyena leeft in westelijk Zuid-Afrika, Zimbabwe, Namibië en Zuid-Angola.
Hij komt meer dan de andere hyena’s in woestijnen voor, voornamelijk in de Kalahari en de Namibwoestijn.
Ook komt hij voor in drogere, met struiken begroeide steppen en savannes.
Ook langs de woestijnkust van Namibië komen ze geregeld voor.

Bruine hyena

Bruine hyena
auteur : Southafrica.net op
www.dinosoria.com

De bruine hyena heeft een ruige, donkerbruine tot zwarte vacht, met een lichtgele kraag om de hals, die als maan dient bij volwassen dieren, en een grijzig gezicht.
Over de poten lopen witte horizontale strepen.
De staart is kort en donker van kleur.
De losse, ruige vacht kan bij conflicten worden opgezet, waardoor het dier groter en indrukwekkender lijkt.

Hij wordt ongeveer 110 tot 161 centimeter lang, met een 21 tot 30 centimeter lange staart.
De schouderhoogte bedraagt zo’n 72 tot 88 centimeter.
De bruine hyena weegt tussen de 28 en de 55 kilogram.
Mannetjes worden groter dan vrouwtjes.

 

bruine hyena Hyaena brunnea

Hyaena brunnea
auteur : Sally London op http://www.dinosoria.com    
CC 3.0

De bruine hyena is een nachtdier.
Overdag rust hij in een zelfgegraven hol (tot 150 centimeter diep), een natuurlijk hol tussen de rotsen of in het hol van een aardvarken.

Hij eet voornamelijk aas, maar ook afgevallen vruchten.
Soms maken ze actief jacht op kleine en middelgrote zoogdieren als de springhaas, jonge antilopen en de grootoorvos, kleine gewervelden als kikkers en hagedissen en ongewervelden.
Langs de kust van Namibië zoeken ze naar dode welpen van de Zuid-Afrikaanse zeebeer, aangespoelde walvissen en andere dode zeedieren.
Op de vuilnisbelten van Johannesburg, Pretoria en andere grote steden zoeken ze ook naar voedsel.
De bruine hyena eet per dag gemiddeld 2,8 kilogram.

De dieren foerageren alleen, omdat ze zelden voedsel vinden waar meer dan één hyena van kan leven.
Bij grote karkassen houden zich zelden meer dan drie dieren op.
Tijdens het foerageren kunnen ze afstanden afleggen van wel 54 kilometer

 

Brown Hyaena Portrait

De bruine hyena
auteur : © Martin Heigan    

 

Bruine hyena’s kennen geen vaste sociale structuur.
Ze leven solitair, in paren of in kleine, losse groepen, die kunnen bestaan uit zes tot vijftien dieren, en bestaan uit tot drie volwassen mannetjes en vijf volwassen vrouwtjes.
Als de dieren oud genoeg zijn om op zichzelf te staan, kunnen ze bij de groep blijven of gaan rondzwerven.
Sommige dieren blijven hun hele leven bij dezelfde troep. Een groep houdt een los territorium bij, die veelvuldig wordt gemarkeerd.
Markeren gebeurt door geurvlaggen en latrines(vaste plaats waar ze hun behoefte doen).

Bruine hyena’s planten zich het gehele jaar door voort.
Het vrouwtje paart met meerdere mannetjes, zowel groepsleden als rondzwervende mannetjes.
Een vrouwtje krijgt per worp één tot vijf (gemiddeld twee tot vier) jongen na een draagtijd van 120 dagen.
Ze worden blind en doof geboren in een ondergronds hol.
Het vrouwtje zondert zich de eerste paar maanden af van de rest van de groep.
Meestal krijgt één vrouwtje in de groep een nest, maar ook andere vrouwtjes mogen zich voortplanten.
Jongen worden in zulke situaties na enkele maanden door alle zogende vrouwtjes gezoogd, en de jongen worden bij elkaar verzorgd in een gezamenlijk hol.
De jongen worden twaalf tot vijftien maanden lang gezoogd.
Na drie maanden eten ze hun eerste vaste voedsel.

Na 18 maanden verlaten ze meestal het nest.
Vrouwtjes zijn na twee tot drie jaar geslachtsrijp.

Advertenties

Winnaars van klimaatverandering ?

°

°

Dit zijn de (vermoedelijke) winnaars van klimaatverandering

Aanpassingen aan het klimaat ? keizerpinguin

BIODIVERSITEIT —

I

°

KEIZERPINGUIN

porpoising p-6398-enz

Penguins are divers rather than fliers, but they still understand that air offers less resistance than water. When travelling at the surface, as opposed to chasing food, some species (including the Snares crested, shown here) commonly ‘fly’ out of the water at each thrust of their flippers, getting further than if they stayed in the water. This mode of travel is known as porpoising.

a14c1321b2_1381763393_Maar-je-raadt-het-al-ook-dat-blijven-ze-tot-in-den-treuren-proberen

keizerpinguins 1135250156

Vallende  keizerpinguin 

tumblr_llyntlrmnr1qzwyfio1_500

penguin-falling

WEBCAM en keizerpinguins  

Gemerkte pinguïn heeft het moeilijk

 13 januari 2011  2
Penguin_band
Banded_penguin

Om duizenden pinguïns uit elkaar te kunnen houden, maken wetenschappers vaak gebruik van metalen bandjes met daarop een nummer. Uit een studie naar deze onderzoeksmethode blijkt nu dat die metalen bandjes rondom de flipper het diertje flink in de weg zitten. Sterker nog: pinguïns met zo’n bandje sterven eerder en zetten minder nageslacht op de wereld.

De onderzoekers bestudeerden een groep koningspinguïns en volgden de dieren tien jaar lang. Ze ontdekten dat de pinguïns die met een ijzeren bandje gemerkt hadden 39 procent minder jongen kregen dan pinguïns met een elektronisch bandje. Ook leefden de met ijzer gemerkte pinguïns korter.

Langer onderweg
Maar er is nog meer. De met ijzeren bandjes gemerkte pinguïns laten hun jongen gemiddeld 12,7 dagen op rij in de steek om naar voedsel te zoeken. De andere pinguïns gingen gemiddeld 11,6 dagen op pad. Dat lijkt een klein verschil, maar dat is het niet, zo legt onderzoeker Claire Saraux uit. “Eén dag of twee dagen is een enorm verschil.” De jongen eten namelijk alleen als hun ouders met voedsel terugkomen.

Hinder                                 
Waarschijnlijk hindert het ijzeren bandje de pinguïns sterk tijdens het zwemmen. Uit experimenten blijkt dat een pinguïn met zo’n bandje gemiddeld 24 procent meer energie verbrandt.

De onderzoekers concluderen dat de bandjes eigenlijk niet meer gebruikt moeten worden. Niet alleen de pinguïns hebben er last van. Ook de onderzoeksresultaten kunnen door de bandjes weleens niet kloppen; de dieren gedragen zich immers anders.

Bronmateriaal:
Marking penguins for study may do harm” – Sciencenews.org

—-> waarnemingen/conclusies die gedaan zijn a/d hand van deze bandjes zijn  dus  hoogstwaarschijnlijk grotendeels en   praktisch waardeloos en de pinguins hebben er onder geleden. ….Jammer

Wereldwijd krijgen vogels zonder pardon een ring om hun pootje of vleugel gebonden. Reuze handig voor onderzoekers om individuele dieren in één oogopslag te herkennen, maar voor de vogels zelf zou het wel eens minder goed uit kunnen pakken.

Voor de koningspinguïn op Antarctica bijvoorbeeld.

Waarschijnlijk zorgt het metaal (1)om de vleugel voor extra weerstand wanneer ze in het water aan het jagen zijn. De extra energie die daardoor nodig is om een lekker visje te vangen, komt het nageslacht en de overlevingskansen dus niet ten goede.

Volgens de onderzoekers heeft dit resultaat grote gevolgen voor onderzoeken waarbij vogels op een vergelijkbare manier geringd zijn, voornamelijk pinguïns. Die resultaten kunnen – naar nu blijkt- behoorlijk gekleurd zijn door de negatieve effecten van het ringen. Veel van dat onderzoek gaat over het effect van klimaatverandering op pinguïnpopulaties.

Toch moeten we niet meteen alle geringde vogels over een kam scheren. Een gigantische metalen band zoals bij de pinguïns is nog altijd iets anders dan een klein ringetje om de poot van een koolmees.

Bron: Nature

  • (1)   Wat in het Nature artikel duidelijk wordt beschreven en hier ontbreekt; Het gaat om electronische banden. Banden die de activiteit en plaats van de vogel registreren.

    Overigens zijn er al regels voor. Onder een bepaald gewicht worden de electronische tags niet gebruikt.

    • Maar  of het nu elektronische banden zijn om de vogels te volgen of kleurringen, het resultaat blijft hetzelfde. Dat er al regels zijn, is natuurlijk geweldig, maar dit resultaat kan ook belangrijke gevolgen hebben voor onderzoeksresultaten uit het verleden. En dan met name voor klimaatonderzoek waarbij de gezondheid van een populatie toppredatoren(aan de top van een voedselpyramide ,)zoals de krill  inktbis en vis etende  keizers penguïn, gezien wordt als indicator voor hoe een ecosysteem ervoor staat.

°

Keizerspinguïn duikt op in..Nieuw-Zeeland

 21 juni 2011   4

Hannes Grobe / AWI (via Wikimedia Commons).

Een jonge keizerspinguïn is hopeloos verdwaald en in het warme Nieuw-Zeeland beland. Het is voor het eerst in 44 jaar dat daar een pinguïn opduikt.

Waarschijnlijk heeft de pinguïn zich tijdens de jacht op voedsel teveel mee laten slepen en is deze daardoor verdwaald en in Nieuw-Zeeland beland, zo meldt TVNZ. Het dier behoort tot de nieuwste lichting pinguïns en is dus nog zeer jong.

Peka Peka Beach
De pinguïn kwam aan de Kapiti Coast, ter hoogte van Peka Peka Beach aan land zetten. Dat een pinguïn zo noordelijk opduikt, is heel ongewoon. De laatste keer dat een pinguïn een bezoek bracht aan Nieuw-Zeeland was 44 jaar geleden.

Naar huis
Vooralsnog maakt de pinguïn geen aanstalten om terug naar huis te gaan. Maar deskundigen vermoeden dat het dier vroeg of laat toch weer het water in zal stappen om op zoek te gaan naar zijn eigen vertrouwde leefgebied.

http://www.scientias.nl/keizerspinguin-duikt-op-in-nieuw-zeeland/33476

Bronmateriaal:
‘Amazing’ visit by emperor penguin” – TVNZ.co.nz

 http://tvnz.co.nz/national-news/amazing-visit-emperor-penguin-1-46-video-4253772

Wachtende pinguïn houdt het hoofd koel

Geschreven op 17 augustus 2011 om 14:23 uur door 0

Jonge pinguïns moeten soms maanden op eten wachten. Maar ze houden het hoofd koel. Letterlijk. Dat blijkt uit onderzoek.

De ouders van jonge koningspinguïns gaan op zoek naar eten: een reis die wel vijf maanden kan duren. De jonge pinguïn zit al die tijd stilletjes te wachten.

Zuinig
In die periode is er ook geen voedsel voor de jonge pinguïn en dus moet deze zuinig omgaan met de energie. Wetenschappers hebben nu ontdekt hoe het dier dat doet.

Vijftien graden
De onderzoekers bestudeerden pinguïns van drie tot vier maanden oud. Ze letten met name op de lichaamstemperatuur van de dieren. Tot hun grote verbazing daalde die in de periode dat de jonge pinguïns moesten wachten flink. Hun lichaamstemperatuur daalde soms met wel vijftien graden Celsius. En dat is enorm. Zeker als u in gedachten houdt dat de kleine pinguïn een grote vogel met een gewicht van zo’n tien kilo is. Er zijn wel meer vogels die hun lichaamstemperatuur kunnen laten dalen, maar die zijn veel kleiner.

Overigens is de lichaamstemperatuur van jonge pinguïns ook in andere omstandigheden zeer flexibel. Wanneer ze een lekker koud maaltje voorgeschoteld krijgen, kan de lichaamstemperatuur ook met meer dan tien graden dalen.

Bronmateriaal:
ScienceShot: Baby Penguins Know How to Chill Out” –  Sciencemag.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Mark (cc via Flickr.com).

Waar zijn de keizerspinguïns gebleven?

 07 maart 2011    5
Photo: British Antarctic Survey/ Masons News Service

http://www.cambridge-news.co.uk/Home/How-to-pick-out-a-penguin-13042012.htm

Een kleine kolonie van keizerspinguïns is verdwenen.

De pinguïns leefden op een eiland voor de kust van Antarctica, maar door een nog onbekende reden is de groep verdwenen. Wetenschappers schuiven de schuld voorlopig in de schoenen van klimaatverandering, waardoor het ijs voor de kust van Antarctica smelt.

Toch is dit nog niet bewezen….. Er is immers  meer nodig dan de natte vinger in de lucht steken.

De kleine kolonie bestond uit 150 paren keizerspinguïns. De groep werd voor het eerst ontdekt in 1948. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw bleef het ledenaantal stabiel. In 1978 begon een sterke daling van het aantal pinguïns, dat decennialang voortzette.

In 2009 besloten wetenschappers het eiland per vliegtuig te verkennen. Helaas vonden zij geen enkele keizerspinguïn.

De kans bestaat dat de pinguïns zijn verhuisd.

Een andere mogelijkheid is dat alle leden van de groep zijn omgekomen.

Keizerspinguïns keren ieder jaar terug naar de plek waar ze zijn geboren. Aangezien pinguïns ongeveer twintig jaar oud worden, is het heel goed mogelijk dat alle leden ondertussen niet meer in leven zijn.

Zeeijs
Ijs is heel belangrijk voor keizerspinguïns, omdat zij op snelgroeiend zeeijs (oftewel ijs dat in de winter groeit en in de zomer smelt) paren en eieren broeden.

Uit gegevens van een weerstation blijkt dat het zeeijs tussen 1979 en 2004 54 dagen later groeit en dat het zeeijs 31 dagen eerder smelt. Deze trend geldt overigens niet voor alle wateren in Antarctica, maar alleen voor het gebied waar de kleine kolonie keizerspinguïns leefde.

Minder eten, meer vijanden
Maar er is meer: wellicht dat de stijging van globale temperaturen ervoor zorgt dat er minder vis, krill en inktvissen te eten zijn. Of misschien zorgt de klimaatverandering ervoor dat pinguïns meer vijanden hebben, zoals zeeluipaarden en stormvogels.

Andere kolonies
Wetenschappers kunnen erachter komen wat er is gebeurd door andere kolonies nauwlettend in de gaten te houden.

Bronmateriaal:
The Lost Emperor: A Colony of Penguins Disappears” – LiveScience.com

—> Het was een kolonie van 150 paren dus een kleine ramp die een zesde van dit aantal uitroeit kan een reden zijn voor de rest van de vogels om zich elders bij een andere kolonie aan te sluiten.

In iedere groep dieren zijn er altijd wel een aantal die bepalen waar de gehele groep naartoe gaat. Dus als de leiders van deze kolonie door locale zeeluipaarden worden opgegeten dan komen er nieuwe leiders die mogelijk een nieuwe plek zoeken voor de kolonie.

—> bovendien  ;  in  een gedecimeerde kolonie verhoogd de inteelt  —>constante inteelt leid naar de ondergang van een locale  populatie ….

Twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op Antarctica

 12 november 20122

Franse wetenschappers hebben twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op de Zuidpool. De koloniën tellen zo’n 6000 jonge pinguïns en daarmee zijn er ongeveer drie keer meer pinguïnparen op de Zuidpool dan wetenschappers altijd dachten.

De onderzoekers vonden de pinguïns op ijs rond de Mertz-gletsjer. Het idee dat zich hier onbekende groepen pinguïns zouden ophouden, ontstond al in 1999. Toen zagen onderzoekers duizenden keizerpinguïns naar en uit het gebied komen. In 2009 bevestigden waarnemingen vanuit de ruimte de vermoedens toen sporen van de pinguïns in het gebied werden aangetroffen. Maar in 2010 brak er een groot stuk van de gletsjer af en moesten de pinguïns wel verhuizen. En dus waren de onderzoekers weer terug bij af. Na dertien jaar onderzoek hadden ze de pinguïns nog steeds niet in het echt gezien en nu gingen de pinguïns weer verkassen.

Gevonden!
Franse wetenschappers lieten het er echter niet bij zitten en trokken er met een schip en helikopter op uit. Met succes! Ze hebben de pinguïns nu gevonden. Ze ontdekten dat de pinguïns zich op zeeijs nabij de Mertz-gletsjer opnieuw proberen te settelen.

Twee groepen
De groep heeft zich nadat de gletsjer een flink stuk ijs is verloren, in tweeën gesplitst. De onderzoekers troffen één kolonie met 2000 jongen aan. En vijftien kilometer verderop vonden ze een kolonie met 4000 jonge pinguïns.

Keizerpinguïns brengen elk jaar één jong groot. Dat er nu twee kolonieën met in totaal 6000 jongen zijn gevonden, is goed nieuws. Het betekent dat op de Zuidpool zo’n 8500 paartjes leven: ongeveer drie keer meer dan wetenschappers altijd dachten.

Bronmateriaal:
Two new emperor penguin colonies in Antarctica” – Institut-polaire.fr
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Giuseppe Zibordi / Michael Van Woert, NOAA NESDIS, ORA (via Wikimedia Commons).

Groep pinguïns is gebaat bij egoïstisch gedrag van haar leden

Geschreven op 19 november 2012 om 15:45 uur door 2

In een poging warm te blijven, schuiven pinguïns dicht tegen elkaar aan. Daarbij gedragen ze zich heel egoïstisch, maar een nieuw wiskundig model laat zien dat dat egoïstische gedrag verrassend genoeg positief uitpakt voor de groep. Door het egoïstische gedrag wordt de warmte eerlijk over alle pinguïns verdeeld.

Wiskundige Francois Blanchette lijkt niet de aangewezen persoon om pinguïns te bestuderen. Toch lieten de organismen hem niet meer los nadat hij ze in ‘The March of the Penguins‘ had gezien. Hij zag hoe de pinguïns, getergd door flinke kou, hun lijfjes tegen andere pinguïns aandrukten.

Model
Blanchette was nieuwsgierig naar de wiskunde in zo’n groep. Hoe werd de hitte in de groep verdeeld? En welke invloed had de vorm van de groep op die verdeling van de hitte? Samen met zijn collega’s maakte Blanchette een model waarin pinguïns zo dicht op elkaar stonden dat alleen de pinguïns aan de randen van de groep konden bewegen. Elke pinguïn genereerde warmte, die vervolgens door de wind werd weggenomen. De onderzoekers berekenden welke pinguïns aan de buitenste randen van de groep het koudst waren. Ze keken daarvoor naar verschillende factoren, zoals het aantal pinguïns in de groep en de kracht van de wind. Vervolgens lieten ze die pinguïns naar het midden van de groep bewegen (waar het warmer was). Dat resulteerde uiteindelijk in langgerekte groepen pinguïns. In werkelijkheid zijn groepen pinguïns ronder, en dus pasten de onderzoekers hun model aan.

Egoïsme
Zo bleven ze aan hun model sleutelen, totdat het overeenkwam met de werkelijkheid, zo meldt het blad PLoS ONE. Tot hun grote verbazing wees het model erop dat pinguïns hun hitte heel eerlijk delen. Ondanks het feit dat een pinguïn zich maar met één doel tegen andere pinguïns aandrukt: zijn eigen warmteverlies zo klein mogelijk maken. Dat is heel egoïstisch. Maar dat egoïstische gedrag doet de groep goed. “Ook al zijn pinguïns egoïstisch en proberen ze enkel de beste plek voor zichzelf te vinden en denken ze niet aan de groep, dan nog brengt elke pinguïn even veel tijd in de koude wind door,” vertelt Blanchette. “Een groep pinguïns is een zelfvoorzienend systeem waarin de dieren op elkaar vertrouwen voor beschutting en ik denk dat dat het tot een eerlijk systeem maakt.” Blanchette verwacht echter dat er maar weinig voor nodig is om dit eerlijke systeem aan te tasten. “Als je een soort obstakel hebt, zoals een muur, dan denk ik dat het al snel niet meer zo eerlijk zou zijn.”

De onderzoekers hopen dat biologen iets met het wiskundige model kunnen. Maar ze hopen ook dat hun studie een andere prettige bijwerking heeft. “Bijna iedereen lijkt van pinguïns te houden en te weinig mensen houden van wiskunde. Als we wiskunde gebruiken om pinguïns te bestuderen, kunnen we mogelijk meer mensen leren om van wiskunde te houden.”

Bronmateriaal:
New Model Reveals How Huddling Penguins Share Heat Fairly” – American Physical Society’s Division of Fluid Dynamics (via Sciencedaily.com).
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Glenn Grant / National Science Foundation (viaWikimedia Commons).

Keizerspinguïn heeft ijs nodig om uit te rusten

 23 november 2012 3

Wetenschappers hebben ontdekt dat de aanwezigheid van zee-ijs heel belangrijk is voor keizerspinguïns. In het seizoen waarin ze hun jongen grootbrengen en op zee zoeken naar voedsel gebruiken ze het ijs om tussen het harde werken door, ook om  uit te rusten.

Dat schrijven onderzoekers in het blad PLoS ONE. Ze voorzagen een aantal pinguïns van een zendertje en konden ze zo op de voet volgen.

Rust
Uit het onderzoek bleek dat de keizerspinguïns een groot deel van hun tijd in het water doorbrengen. Slechts dertig procent van hun tijd brengen ze op het zee-ijs door. Eenmaal op het ijs gearriveerd, leggen ze daar geen grote afstanden af. In plaats daarvan rusten ze uit.

De hele dag door
Dat rusten is heel belangrijk. Door zo af en toe korte perioden van rust in te lassen kunnen keizerspinguïns handig gebruik maken van het feit dat de zon 24 uur per dag schijnt: ze kunnen de hele dag door zoeken naar voedsel.

Roofdieren
De onderzoekers ontdekten ook dat pinguïns zodra ze bij zee aankomen om te gaan jagen, eerst een tijdje op de rand van het zee-ijs staan. Soms wel 38 uur. Pas daarna maken ze hun eerste duik.

“We vermoeden dat het rusten op het ijs en het lange wachten op de rand van het ijs te maken heeft met de aanwezigheid van roofdieren,” zo schrijven de onderzoekers.

Waarschijnlijk wachten de pinguïns op het randje van het ijs tot meer pinguïns zich daar verzameld hebben, zodat ze samen kunnen duiken en hun kansen om door een roofdier (zeeluipaarden bijvoorbeeld) gepakt te worden, te verkleinen.

De onderzoekers benadrukken in hun studie dat klimaatverandering leidt tot het korter worden van gletsjers, het ineenstorten van grote ijsschotsen en uiteindelijk een afname van de hoeveelheid zee-ijs. Het onderzoek suggereert dat de keizerspinguïn daar op lange termijn last van kan gaan krijgen

Bronmateriaal:
Activity Time Budget during Foraging Trips of Emperor Penguins” – Plosone.org
Emperor penguins use sea ice to rest between long foraging periods” – Plosone.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Sandwich (cc via Flickr.com).

Smeltend zee-ijs bedreigt de keizerspinguïn

 21 juni 2012  0

Hij ziet eruit alsof niemand hem iets maken kan: de flinke keizerspinguïn. Maar schijn bedriegt.

Sterker nog: de keizerspinguïn dreigt door het smeltende zee-ijs helemaal te verdwijnen.

Wetenschappers van het Woods Hole Oceanographic Institution (WHOI) trekken die conclusie na een uitgebreid onderzoek. “Als je wilt bestuderen welke effecten het klimaat op een bepaalde soort heeft dan zijn er drie puzzelstukjes die je bij elkaar moet leggen,” vertelt onderzoeker Hal Caswell.

“De eerste is een beschrijving van de gehele levenscyclus van het organisme en hoe individuen zich door die levenscyclus bewegen.

Het tweede stukje is hoe de cyclus beïnvloed wordt door klimaatvariabelen.

En het cruciale derde puzzelstukje is een voorspelling van hoe die variabelen er in de toekomst uit kunnen gaan zien.

Klimaatmodel
Voor hun studie gebruikten de wetenschappers klimaatmodellen. Die werden zorgvuldig geselecteerd. Er werd gekeken welke modellen een goed beeld gaven van de daadwerkelijke hoeveelheid zee-ijs in de 20e eeuw.

“Als een model een uitkomst voorspelde die goed overeenkwam met de werkelijkheid dan was het ons inziens waarschijnlijk dat ook de projecties van de hoeveelheid zee-ijs in de toekomst betrouwbaar waren,”

stelt onderzoeker Julienne Stroeve. Met behulp van deze klimaatmodellen werd vastgesteld hoe de temperatuur en hoeveelheid zee-ijs zou veranderen.

Vervolgens werd gekeken hoe deze veranderingen de keizerspinguïns op Adélieland, een gebied in het oosten van Antarctica, beïnvloeden.

Resultaten
Als we op deze voet doorgaan en ook in de komende jaren net zoveel CO2 uit blijven stoten, dan stijgen de temperaturen en neemt het zee-ijs af.

Dat resulteert tot 2040 in een voortdurende lichte daling van het aantal keizerspinguïns.

Na 2040 nemen hun aantallen opeens een stuk rapper af.

Zijn er nu nog ongeveer 3000 broedende paartjes( op Adélieland ) : tegen het jaar 2100 zijn dat er waarschijnlijk nog maar vijf- tot zeshonderd.

IJs
Hoe zorgen die hoge temperaturen er nu precies voor dat deze pinguïns het moeilijk hebben?

Pinguïns eten vissen, pijlinktvissen en garnaalachtige diertjes. De prooi van pinguïns eet weer plankton: kleine organismen die aan de onderkant van het ijs groeien. Als het ijs verdwijnt, verdwijnt het plankton en de prooi van pinguïns krijgt het zo ook moeilijk.

Er ontstaat eigenlijk een sneeuwbaleffect. En dat effect beperkt zich niet tot pinguïns.

Ook wij mensen kunnen er nog wel eens hinder van ondervinden.

“Wij vertrouwen op het functioneren van deze ecosystemen,” stelt Caswell. “We eten vis die van Antarctica komt. We vertrouwen op een cyclus van voedingsstoffen waar soorten in alle oceanen waar ook ter wereld bij betrokken zijn.”

En dat maakt het onderzoek ook zo belangrijk.

Bronmateriaal:
Melting Sea Ice Threatens Emperor Penguins, Study Finds” – WHOI.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Stephanie Jenouvrier / Woods Hole Oceanographic Institution.

Pinguïn blijkt soms een ijskoud jasje aan te trekken

 06 maart 2013 0

keizerspinguin

Wetenschappers hebben ontdekt dat keizerspinguïns er soms voor zorgen dat het oppervlak van hun verenpak kouder is dan de omringende lucht. Het klinkt niet heel verstandig, maar dat is het wel: het helpt de pinguïns om op temperatuur te blijven.

Onderzoekers bestudeerden keizerspinguïns op Antarctica. Deze pinguïns hebben het niet gemakkelijk. De temperaturen kunnen er ‘s winters dalen tot -40 graden Celsius. Bovendien staat er een genadeloos harde wind, waardoor de gevoelstemperatuur nog lager ligt. Gelukkig zijn pinguïns daarop voorbereid. Hun lichaam beschikt over tal van eigenschappen die de pinguïns in staat stellen om ondanks de snijdende kou toch op temperatuur te blijven. Eén zo’n eigenschap is het verenpak van de pinguïn: het is lekker dik, isoleert goed en is winddicht.

Kou
Maar de pinguïn kent nog wel meer trucjes om warm te blijven, zo blijkt uit een nieuw onderzoek. Wetenschappers richtten een warmtecamera op de dieren om te achterhalen hoe hun temperatuur zich tot de temperatuur van de omringende lucht verhoudt. Ze ontdekten iets bijzonders. Een groot deel van het oppervlak van het lichaam van de pinguïn (met uitzondering van de snavel en de ogen) bleek kouder te zijn dan de omringende lucht.

 

Warmte winnen
Dat klinkt niet echt logisch: hoe kan de pinguïn nu op temperatuur blijven als de bovenste laag van zijn verenpak al kouder is dan de omgeving? Toch zijn de pinguïns erbij gebaat, zo schrijven de onderzoekers in het blad Biology Letters.

“Onder deze omstandigheden zal het verenpak paradoxaal genoeg warmte winnen door convectie van de omringende lucht.”

Hoe werkt dat precies?

Wanneer wij op een koude winterdag naar buiten stappen, verliezen we warmte. Ons lichaam is immers warmer dan de omringende lucht. In het geval van de pinguïn kan het verlies van warmte al snel fataal zijn: de dieren moeten het lange tijd – zonder eten – zien vol te houden en kunnen zich het verlies van warmte niet veroorloven. Het verenpak helpt daarbij. Het oppervlak ervan is kouder dan de omringende lucht. De iets warmere lucht komt met deze laag in contact en geeft warmte aan de pinguïns af, in plaats van dat de pinguïns warmte aan de koude lucht verliezen.

Het is twijfelachtig of de pinguïns het daar echt warmer door krijgen. Hun veren geleiden warmte slecht, waardoor waarschijnlijk een heel klein deel van de warmte die het buitenste laagje van het verenpak verzamelt maar bij de huid van de pinguïn terecht komt. Maar goed: alle beetjes helpen.

Bovendien voorkomt het natuurlijk wel dat de pinguïn heel veel lichaamswarmte verliest.

Bronmateriaal:
Emperor penguin body surfaces cool below air temperature” – Royalsocietypublishing.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door NSF / Josh Landis.

 

Keizerspinguïns op Antarctica lijken zich aan hogere temperaturen aan te passen

 09 januari 2014 40

keizerspinguin

Satellietbeelden suggereren dat keizerspinguïns zich aan het veranderende klimaat aanpassen. Ze verlaten hun traditionele broedplaats – zee-ijs – wanneer deze later dan normaal ontstaat en broeden dan op de veel dikkere ijsplaten.

Keizerspinguïns broeden normaal gesproken op zee-ijs. Een ideale plek. Ze zijn dan namelijk altijd dicht bij het water: hun bron van voedsel. Satellietbeelden laten zien dat pinguïns in de jaren 2008, 2009 en 2010 ook inderdaad op dat zee-ijs broedden. Maar in 2011 en 2012 verplaatsten ze zich naar een nabijgelegen ijsplaat, omdat het zee-ijs zich in die jaren pas een maand nadat het broedseizoen begon, vormde.

ZEE-IJS VERSUS IJSPLAAT

Zee-ijs bestaat uit bevroren zout water. IJsplaten bestaan uit glaciaal ijs dat van het land afkomstig is en in zee is beland.

Dat de pinguïns het zee-ijs schijnbaar moeiteloos inruilen voor een ijsplaat is ronduit opmerkelijk. Het valt namelijk nog niet mee om op zo’n ijsplaat te klimmen: de randen kunnen wel dertig meter hoog zijn.

“Hoewel de pinguïns uitstekende zwemmers zijn, worden ze op het land vaak als klunzig gezien,” merkt onderzoeker Peter Fretwell op. Desalniettemin gaat de klim ze blijkbaar goed af.

Eerder stelden onderzoekers nog vast dat het er niet best uitzag voor de keizerspinguïn, omdat deze zo afhankelijk is van zee-ijs. Maar dit onderzoek suggereert dat de pinguïns in staat zijn om zich aan te passen.

“Deze nieuwe resultaten kunnen ons helpen begrijpen wat de toekomst voor deze dieren in het verschiet heeft,” stelt onderzoeker Barbara Wienecke. Tegelijkertijd waarschuwt ze dat we er niet automatisch vanuit moeten gaan dat alle pinguïnkoloniën zich op deze manier aanpassen.

“Dat deze vier koloniën in staat zijn om zich te verplaatsen naar een andere omgeving – van zee-ijs naar ijsplaat – om met lokale omstandigheden om te kunnen gaan, hadden we totaal niet verwacht. We moeten nog ontdekken of ook andere soorten zich aan de veranderende omstandigheden aanpassen.”

Bronmateriaal:
Antarctic emperor penguins may be adapting to warmer temperatures” – Antarctica.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door lin padgham (cc via Flickr.com).

http://dier-en-natuur.infonu.nl/vogels/2568-pinguin-niet-vliegende-vogel.html

—>  Uiteraard moeten Pinguins  zich aan het klimaat aanpassen omdat hun leefomgeving verandert. De klimaat verandering is bepalend voor hun leefomgeving en die klimaatverandering is overal anders. Maar de gemiddelden, die vaak gegeven worden, zeggen weinig over locale situaties.

Het feit dat de mensen het broeikas effect versterken en  dat  het klimaat opwarmt is een  vastgesteld  fenomeen

“Anthropogenic global warming wordt veroorzaakt door het verhoogd broeikaseffect door menselijk handelen. Daar bestaat naar het schijnt 96% consensus over .  Die overige 4% zijn klimaatnegationisten die betaald worden door de ontkenningsindustrie.

De modellen zijn steeds accurater en duiden inderdaad op de factor van broeikasgassen  Antropogene invloeden zijn er meerdere dan alleen co2. Massale onbossingen zijn bvb ook een antropogene invloed, menselijke verwoestijning ook.

° —-> De aangroei van zeeijs is later begonnen( maar voor dat onderzoek jaar sterker in aangroei.)
Doordat deze dus later begon heeft de penguin zijn broedplaats verlegt, ondanks dat het zeeijs op andere pkaatsen een maximum heeft bereikt wil dat niet zeggen dat dat homogeen verspreid is over de gehele kustlijn, ook weer misvattingen die voortkomen door overmatig te focussen op gemiddelden.

Men weet dat er in het verleden variaties waren en dus eeuwen waarop er een pak minder en een pak meer zeeijs geweest moet zijn. Maar dan ….  mag je niet zomaar aannemen dat die punguins  toen ook al dan niet verhuisden   aangezien je geen tijdmachine hebt  om ze dat gedaan te zien hebben.

Nu hebben we dat dus wel geobserveerd bij vier koloniën wier broedplaats nog niet  gereed was toen men deze ging opzoeken. Zelf in het artikel vermeld men dat dit niet bij alle koloniën dus gebeurd moet zijn.

—>Het betwijfelbaar  of je dit een evolutionaire aanpassing kunt noemen. Er komen immers(nog) , geen fysieke veranderingen aan te pas.

–> Ik zou het ook geen evolutionaire aanpassing noemen. Ik denk niet dat er een genetische basis is voor deze verandering in gedrag.   De verandering in  gedrag is  hier waarschijnlijk niet genetisch—->  wat ik bedoel is  dat er geen mutatie heeft plaatsgevonden waardoor de pinguins zich plots anders gingen gedragen.

°De Pinguins   zoeken nu broedplaatsen op die overeenkomen met hun natuurlijke habitat. Dat doen ijsberen ook die zich steeds noordelijker ophouden.

Als die pinguïns noodgedwongen op steeds-   hoger gelegen gebieden moeten kruipen dan past de soort zich na x aantal generaties aan.   Maar  als   het ijs drastisch snel verdwijnt zullen ze waarschijnlijk  deze snelle verandering niet aan kunnen   en  toch   gaan  echt uitsterven? 

Als het ijs echter verdwenen is, is het echter ook met de ijsberen en de pinguïns gedaan.                                     

Overigens valt deze  wedren  en  habitataanpassing bij meerdere soorten waar te nemen.

http://phys.org/news/2014-01-climate-animals.html

 

LINKS 

http://penguinology.blogspot.be/2009_06_01_archive.html

 

°

Keizerspinguïn wil best zo af en toe wel verhuizen

 

Welke invloed heeft klimaatverandering op de keizerspinguïn? Onderzoekers zien het iets zonniger in nu blijkt dat keizerspinguïns minder honkvast zijn dan gedacht en best wel willen verhuizen als dat moet.

Onderzoekers dachten lang altijd dat keizerspinguïns elk jaar naar exact dezelfde plek togen om te broeden. Maar een nieuw onderzoek laat zien dat dat niet klopt. Onderzoekers ontdekten dat verschillende pinguïns niet naar hun vertrouwde broedplek trokken. Blijkbaar zijn de pinguïns veel sterker dan men dacht bereid om te verhuizen.

Nieuwe kolonie
De onderzoekers onderschrijven die conclusie met de recente ontdekking van een geheel nieuwe pinguïnkolonie op het Antarctisch Schiereiland. “Als we aannemen dat deze vogels elk jaar naar dezelfde locaties trekken, dan zouden nieuwe koloniën die we op satellietbeelden zien, nergens op slaan. Deze vogels verschijnen niet vanuit het niets: ze moeten ergens ander vandaan zijn gekomen. Dit suggereert dat keizerspinguïns zich tussen koloniën verplaatsen.”

March of the Penguins
“Het betekent ook dat we de manier waarop we veranderingen binnen populaties interpreteren, opnieuw onder de loep moeten nemen.” Een mooi voorbeeld daarvan is een pinguïnkolonie die onderzoekers al meer dan zestig jaar bestuderen en die een hoofdrol speelt in de bekende film ‘March of the Penguins‘. Aan het eind van de jaren zeventig nam het aantal pinguïns in deze kolonie in vijf jaar tijd met de helft af. Men dacht dat de hogere temperaturen – de Zuidelijke Oceaan warmde in diezelfde tijd op – daarvoor verantwoordelijk waren: meer pinguïns dan normaal zouden het loodje hebben gelegd. De onderzoekers gingen er namelijk vanuit dat deze kolonie heel geïsoleerd lag en dat de pinguïns nergens anders naartoe konden gaan. Maar satellietbeelden tonen aan dat nabij deze kolonie verscheidene andere koloniën te vinden zijn. “Het is mogelijk dat de vogels de kolonie verlaten hebben en naar een andere kolonie zijn gegaan.”

De ontdekking dat keizerspinguïns niet zo honkvast zijn als gedacht, is hoopgevend. Wellicht zijn de vogels dus flexibeler en kunnen ze ook beter omgaan met (door klimaatverandering ingegeven) veranderingen in hun leefgebied.

 

 

Twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op Antarctica

Bronmateriaal:
New research using satellite images reveals that emperor penguins are more willing to relocate than previously thought” – UMN.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door lin padgham (via Wikimedia Commons).

°

Adélie Pinguin

 

 

°

WIST U DAT…

… in de prehistorie pinguïns van wel 1,27 meter hoog leefden?

* weggestopte studie naar ‘perverse adeliede  pinguïns hier                                                            … een lange relatie niet is weggelegd voor homoseksuele pinguïns?

… pinguïns regelmatig de ‘wave’ doen?
… winnende dwergpinguïns een triomftocht maken?

OCTOPUSSY

°

BIODIVERSITEIT  

MOLLUSCA  

WEEKDIEREN  

°

Trefwoorden

CEPHALOPODA   

°

27-03-2009

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<– oorspronkelijk  uit bloggen be  octopussy  =  (OCTOPUSSEN  EVOLUTIE  -)

1.- VONDSTEN   IN  LIBANON 

Keuppia levante sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâdjoula (Lebanon).
Middle Cretaceous in Lebanon,

The holotype specimen Keuppia levante (Image credit: Dirk Fuchs, )
http://www.examiner.com/x-1242-Science-News-Examiner~y2009m3d17-Against-the-odds-ancient-octopus-fossils-discovered
another  Source here

Keuppia levante is een van de  drie (1) zopas  in  libanon  ontdekte  -95a-100 MY oude ,  fossiele  octopus soorten
(Octopoda (=Incirrata)http://nl.wikipedia.org/wiki/Achtarm  )uit het krijt

—>  Octopus fossielen zijn  zeldzaam  en  ongebruikelijk :  
Ze  bezitten geen  inwendig skelet (2)   en  daardoor zullen  na hun dood  de  weke delen  binnen enkele weken compleet verschrompeld zijn.Dit exemplaar is  echter  uitzonderlijk  compleet :   zelfs de inktzak en zuignappen zijn nog  te onderscheiden

Bovendien  ging  vroeger  niemand   gericht   op zoek naar een fossiele octopussen  , om die bovenvermelde  redenen
Toch waren  en zijn er  reeds   fossiele octopussen  bekend

O.m. uit diezelfde site  Middle Cretaceous in Lebanon ____   een zogenaamde Lagerstaete  wat staat voor een bepaalde type  formatie die exceptionele bewaring  van  (ook zachte  )weefsels mogelijk maakt  _____,werd al 100 jaar geleden een  andere  fossiele  octopus  , de  Palaeoctopus  gerecupereerd

Cretaceous Octopus Fossil

Woodward’s 1896 specimen / Old Covent, Sahel-el-Alma, Mount Lebanon( British Museum of Natural History in London)
Order Cirroctopoda(?) familie ,  Paleoctopodidae
Palaeoctopus is preserved as a film, or tissue impression, in sandstone. It is a short squat eight-armed octopus with an indistinct head.
Much as with Pohlsepia and Proteroctopus, Palaeoctopus has a pair of triangular fins on either side of its head though these are smaller than Proteroctopus.( zie appendix )
A faint trace of a web uniting the arms is visible and the presence of suckers on the arms has been identified.

Palaeoctopus newboldi

°

Er  zijn daar bovenop  genoeg  andere   fossiele COLEOIDEA  (–>  inktvisachtigen  mét  inwendige schelp )gevonden
–>-Tegenwoordig worden fossielen zeer gericht gezocht.
De kennis van de tijdschaal van de evolutie en van de geologische vorming van de aardlagen is zo ver gevorderd  dat paleontologen gericht  op locaties kunnen zoeken naar tussenvormen om hun hypotheses te testen. 
In hoeverre dit   fossiel (mogelijks)  gericht is gezocht  , weet ik (nog ) niet
Maar de
 keuze van de  site is zeker niet toevallig  (zie hierboven )

_

De ontdekker van de huidige libanese  fossielen  ,    Dirk Fuchs van de Universiteit van Berlijn.,  zei
Deze dingen zijn 95 miljoen jaar oud, maar één van de fossielen is nauwelijks van levende soorten te onderscheiden,”

Dat is een “onvoorzichtige” uitspraak die natuurlijk  door allerlei creationisten zal worden  ge-quoted
( Nu door  bijvoorbeeld ..de( Belgische YEC-er ) Oneof   ,naprater  van    de (Nederlandse  fundamentalisten van   ) Schepper en zoon  (3)

Creationisten  zijn er natuurlijk,  ook zonder die quote,   al  als de kippen bij__ zoals een korte  lezing van lezersbrieven en reacties op blogs laat zien  ____ om te  verklaren dat  ;

” Vreemd  ,dat  octopussen  er na al die miljoenen jaren nog hetzelfde uitzien. “(3**)
en ook Harun Yayah  volgelingen zullen het gegeven beslist  gaan gebruiken 


°


Maar creationisten   vergeten een bepaald  gedeelte   van de anatomie dat  kompleet anders  is dan van  de huidige  octopussen  :
Er  is zelfs  geen enkele andere  huidige koppotige( cephalopoda )  die   een  zelfde   GLADIUS  bezit   als dit fossiel . 
°

Deze  fossiele en  de huidige octopussen  gelijken  alleen oppervlakkig  op elkaar .
Het kompleetste  fossiel  bezit een  herkenbaar  vestigale  schelp  de gladius

http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/18/octopods-from-the-cretaceous/

De gedetailleerde  schets (rechts ) met de  vestigale gladius  van het holotype, MSNM i26320a 


holotype, MSNM i26320a

(Click for larger image)
Keuppia levante sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâdjoula (Lebanon). A,
holotype, MSNM i26320a. B, sketch of the holotype

PZ MEYERS  :
” ….there is a shell gland a chitinous chunk of vestigial shell called the gladius…”

Gladius/Zwaard. 
Hoornige, veervormige schelp van inktvissen. 
Komt overeen met de opperhuid van een schelp.
 http://www.soortenbank.nl/soorten.php?so

(PZ MEYERS )
Octopods also have something similar, but in modern forms it is reduced to a delicate little rod-like bar, nothing more.

Note that in Keuppia above, the gladius is relatively robust — it looks like a pair of clamshells imbedded in the head. Next, here’s another of the specimens found in this locality, Styletoctopus annae.
Look at the gladius here. “

i-4c45d63a0a312e034a823a85d9e7fe0a-styletoctopus.jpeg

Styletoctopus annae sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâqel (Lebanon). 
A, specimen MSNM i26323. B, close-up of A showing the imprints of the stylets situated in the lateral mantle sac.

–> Deze ontdekking  is eveneens  biezonder omdat   het hier  gaat   om de   zoveelste (zogenaamde  )” transitionnal  “(4)
*het fossiel bevat een mix  van kenmerken  (= een mozaïk )
*K.Levante   bezit  een tweedelige  robustere  versie  van een vestigale  gladius , ( in elk geval  robuuster  dan de rudimentaire gladius-resten van de   huidige   leden  van de  moderne Familie Octopodidae

(nota ) Er wordt soms een andere classering gebruikt  waarbij  de hier  in dit  artikel en figuur  gebruikte 
(Engelse )Octopoda —>  =  ( ned ) Onderorde Incirrina (octopoda)     ,   (Engelse )   Ciroctopoda  —-> =  (ned) OnderordeCirrina  )

” ….If you put these data together with other observations of even older cephalopods, including more squid-like forms, you get a picture of an evolving morphology from an ancestral unpaired shell to a divided form to spread-apart lateralized stylets to the modern, even more reduced form…..”
i-84a4f08733ca149207ee361c9b486c52-oct_phylo.jpeg

(Click for larger image)

http://geology.about.com/b/2009/03/18/fossil-octopus-really.htm
http://www.sciencedaily.com/releases/2009/03/090317111902.htm
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/octopods_from_the_cretaceous.php
http://www.msnbc.msn.com/id/29757659

abstract 
NEW OCTOPODS (CEPHALOPODA: COLEOIDEA) FROM THE LATE CRETACEOUS (UPPER CENOMANIAN) OF HÂKEL AND HÂDJOULA, LEBANON
Authors: FUCHS, DIRK1; BRACCHI, GIACOMO2; WEIS, ROBERT3
http://www.ingentaconnect.com/content/bpl/pala/2009/00000052/00000001/art00005
Evolutie van giften
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/04/cephalopod_venoms.php

____________________________________________________________________________________________________________________________________

NOTEN EN COMMENTAREN

(1)
Keuppia levante gen. nov., sp. nov.,
Keuppia hyperbolaris gen. nov,. sp. nov.
Styletoctopus annae gen.

(2)
De    COLEOIDEA   bezitten echter  wel een   inwendige ( meestal  brose ) schelp =de  meeste  fossiele cephalopoden   werden voornamelijk  (en worden nog )  door paleontologen gedetermineerd  aan de  hand van de (uitwendige ) ” schelp“(bv.ammonieten )
en de inwendige schelp ( bv.Belemnieten )
Bij octopussen ( die tot de  Coleoidea  behoren  )  is dat een klein beetje  anders

http://www.geologie.ac.at/filestore/download/BR0046_045_A.pdf
(waaruit )
“…..Their (= the octopoda) evolution can be demonstrated by allometric growth and reduction of the middle field of the gladius.  ”
Toch zijn  fossielen van  weke delen  van organismen ___en van erg vluchtige  voorvallen ____ bewaard  gebleven  ….
er  zijn  bijvoorbeeld  “fossiele”  regendruppel-inslagen en voetafdrukken  in  vulkanische  as bewaard gebleven ; om nog maar te zwijgen van  allerlei  sporen  van dino’s
Er zijn ook  kwallen en” weke “skeletloze  overblijfselen  van andere  precambrische organismen bekend  –> bijvoorbeeld   Dicksonia

(3) Bijvoorbeeld de Nederlandse  YEC creationist  ;  Schepper & zoon heeft het  ook  over
Van ‘primitieve’ octopussen werd verondersteld dat ze vlezige vinnen aan hun lijf hadden, maar daarvan werd niets gezien bij deze fossielen, hoewel ze uitzonderlijk goed bewaard zijn gebleven.”
maar dat is mogelijk  een afleidings-manoeuvre (of een niet terzake doende  opmerking   , die alleen maar  een of andere    veronderstelde  (hypotghetische) “primitieve “octopus-voorouder   verder  weg  doet plaatsen  in de tijd  …)
Waar het om gaat is  de  vestigale  GLADIUS ( in vergelijking met de  rudimentaire  gladius-resten   van tegenwoordige octopus-soorten ) ,maar  daarover zwijgt men  …..

(3**)
Hier vind je enkele  antwoorden aan   (amerikaanse ) creationisten
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/in_which_i_am_woefully_accurat.php
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/even_dumber_than_denyse_oleary.php
Omdat nederlandstalige   creationisten veelal   clonen zijn van “amerikaanse”voorbeelden  , is het verantwoord te verwijzen naar  de
antwoorden  van de  amerikaanse “debunkers ” :  je zit dan meteen aan de bron  van die “eindeloze discussies ” …

( vertaalde  samenvatting uit bovenstaande  blogposts  )
a-
“…….Creationisten  beweren  dat   deze  nieuwe   vondsten  een  “voorbeeld zijn van  stasis ”  ( bijvoorbeeld hier –>  false conclusion that this is an example of stasis  )….
Maar  dat is niet zo  : deze fossielen zijn duidelijk verschillend van moderne vormen

  ( amerikaanse )Creationisten  beweren  verder , op grond van die valse conclusie ,   dat ;
De
 octopus (vulgaris?  ) “helemaal niet evolueerde  “

Noteer echter dat het bezit van  acht  tentakels   ,  een zeer algemeen kenmerk is van  de  octopodiformes   ….
De evolutionaire   veranderingen  die worden  beschreven kan je niet zomaar   verwerpen  omdat
je meent   dat  ”  alles met acht “armen “bezaaid  met herkenbare zuignappen   , wel hetzelfde soort  schepsel moet zijn  ”
Er zijn meer dan 200 verschillende  species opgenomen   in de familie Octopodidae, en er staan  meer dan  100  specima  te wachten op verdere  beschrijvingen en classificatie in die  familie   ___er zijn ongetwijfeld nog meer octopodidae  die op ontdekking wachten .
De octopodidae  zijn  van een  ongelofelijk diversiteit ( en dat alleen al wijst op een zeer  hoge ouderdom van hun  gemeenschappelijke  voorouder  met andere  octopusachtigen ( waarvan velen ook acht  “armen “bezitten  )

Deze blinde beunharen  en  morosofe  kwaks ( of misschien wel  regelrechte leugenaars ?) doen eigenlijk  steeds hetzelfde  .
Zo zouden  ze  ___ eenzelfde redeneertrant volgend ____ook  gemakkelijk  de paleontologen erop kunnen wijzen  dat  ;
Er   GEEN  evolutie heeft plaatsgevonden  , omdat  365 miljoen oude  tetrapoda …… net als  alle hedendaagse   zoogdieren  nog  steeds  vier  ledematen bezitten …..”

(Mijn commentaar )
In feite is  het hier aangevoerde  creationistische ” bezwaar ” de aloude mantra  :
” Hoe  gegeven  organismen  ( zoals hier  , de octopussen )   ook mogen varieeren
ze blijven  octopussen   ( = een bijbelse “geschapen  “soort   of  “baramin ( baranoom  )”
waarbij  micro-evolutie  wordt aanvaard  en macroevolutie  ontkent
(micro en macro evolutie uiteraard in de creationistische terminologie  / betekenissen  )

(anderen )
* Veel  volwassenen kennen  nauwelijks   het verschil  tussen  een  spin, een insect en  zelfs kleine schaaldiertjes  (= pissebedden ) ;
Ze  vatten dat alles  gemakshalve samen als  het   te verdelgen    “klein kruipend   (on)gedierte ”  :  de  “beestjes ”
Deze creationistische  artikels tonen  nogmaals aan dat  hun doelgroep  diegenen   zijn  met het grootst mogelijk  onbegrip  over de natuur  ___
en die er het meest  over willen  vertellen  . Ze  vinden  dat zij  serieus  moeten  worden  genomen   als  plaatselijke  “autoriteiten” ter zake  …
zelfs als ze worden herkend als  ignoramus
Iets waarop  creato’s  inspelen  opdat ze hun meningen  ( met een grote portie  populair appeal ) als  “wetenschappelijk valabele  en verantwoorde   kritiek  ”
verder kunnen slijten

*” ….De 95 miljoen-jaar-oude octopus evolueerde  uiteindelijk niet  als  puntje bij paaltje komt ” ( Denise O’Leary  )
Echter  deze gevonden  octopus is een  basale vorm  uit de  orde  der  octopoda ____net zoiets  als… de   afstand maki-Mens .
Iemand moet een  classificatie-cursus   volgen

.*…de morfologische  verschillen tussen de  voorbeelden  uit het krijt    en   de  moderne octopodae zijn op zijn  minst even  divers  als die tussen  chimpansees en mensen.
Indien er slechts  micro evolutie en variatie is  opgetreden in het  inkvis -baramin ….wat is dan  de reden  om  de mens NIET te zien als een variatie  van de chimp ? (of omgekeerd )

*Zelfs als de fossiele octopus morfologisch  identiek  moest  zijn   ( wat hij  niet IS )  aan eigentijdse , zou dat nog  niets zeggen  over  de genetische drift , welke zich niet noodzakelijk  dient te manifesteren in de  restanten van de  fysieke verschijning

b.-

(creato )
1  “Wetenschappers  zijn in verwarring   gebracht door de vondst  van  het recentste fossiel ”
2″ Het is een octopus die zij  op 95 miljoen  jaar oud hebben geschat  ”
3 “en,weet je  wat?
Het  ziet eruit als een moderne  hedendaagse  modern  octopus –  kompleet  met acht armen , met rijen zuignappen   en zelfs sporen van inkt. ”
4 “Het lijkt erop  dat in al die tijd  de octopus niet  is  geëvolueerd  – niet eens  één uiterst klein beetje.
 ”

(PZ)
1.- Wetenschappers  zijn helemaal   niet  door deze ontdekking in de war  gebracht.
2.-  Oppervlakkig gezien is dit juist
Alhoewel  – ze ” schatten”  het niet (zonder onderbouwing )  op – 95 miljoen jaar .
De creationist  probeert de indruk te wekken dat het hier omeen blote gissing  (= slechts een “‘claim”)gaat …
Het is een conclusie die door het geologische  bewijsmateriaal wordt gesteund.
De vondst is gedaan in een geologische formatie die minstens al honderd jaar bekend is  en  telkens weer  is gedateerd en gekontroleerd
3 .-Er zijn honderden octopus-soorten
De hierboven vermelde  beschrijving van de “octopus ”  is van kleuter niveau  ,een vierjarige die  met een kleurpotlood iets krabbelt
De fossielen  (er waren verscheidene geïdentificeerden species) lijken NIET  op  moderne octopods, maar hebben verscheidene veelbetekenende verschillen.
4 .-Compleet  vals.
De creationist heeft het wetenschappelijke   paper ( en uiteraard de argumenten ) niet gelezen  dat deze fossielen in de  lange geschiedenis van evolutieve veranderingen
en  vertakkingen binnen het   geslacht (plausibel )  inpast.

Ik kom toch nog eventjes terug op die  Schepper&zoon -figuur
die schrijft  o.a.   in het kader  van  een   soort  persoonlijk  kommentaar  op een  creationistisch  bewerkt  artikel over deze vondsten ;
Een evolutionaire voorloper van deze beesten kan niet worden getoond en in 95 miljoen jaar zou er niets aan ze veranderd zijn,
terwijl in diezelfde tijd dino’s in vogels veranderden.
Hier is iets niet in de haak als je het mij vraagt.”

1.- de evolutionaire voorloper  van “deze beesten”   is nog niet met zekerheid bekend …..heilaas zal  ook deze voorloper  niet worden  herkend  daar geen enkele van  al “deze beesten ” een   identiteitskaart op zak  heeft  of een  trouwboek  bezit
..Een beschrijving  , robotfoto’s    van   een mogelijke  kandidaat  binnen een  bekende  fossiele   groep waaruit ” deze  ( nu gevonden  fossiele)beesten ”   kunnen zijn voort gekomen , is echter  wél voorhanden
2.-” er zou niets veranderd zijn “=  is een  tendentieuze  sxuggestie die   een  ordinaire  ,   verdraaiende  leugen  tracht te  verbergen    – De huidige  verwanten /  collaterale  afstammelingen  van die  beesten  zijn dus wél veranderd  …  de gevonden  fossielen en  de hedendaagse octopussen  zijn  morfologisch  /anatomisch  wel  degelijk andere beesten
, terzelfdertijd vertonen ze ook veel  gelijkenissen  ….nogal duidelijk  toch ?
Lees   trouwens  de” paper ” , zodat je er iets meer  van afweet  dan de schijver van die creato- kwakkels en suggestieve truuks   …
3.-  Vogels  ZIJN  de   huidige  nog levende  dino’s….Niemand weet  op welk moment  of tijdstip  (een ) afstammingslijn( en ) uit  een bepaalde dino -groep  is afgetakt  die dieren heeft opgeleverd die men  “vogels” kan noemen ….Die creato  weet dat  blijkbaar wél ?
alhoewel  hij niet in evolutie “gelooft “( evolutiekunde   is trouwnes  geen geloof maar  een  interdiciplinaire wetenschap !!!   )
Er is echter  wel degelijk  genoeg  fossiel ( en  ander  vergelijkend ) materiaal  om de link   theropoda -moderne vogels , te kunnen maken  en te  ondersteunen …
4.- Wat hier ” niet in de haak”is ?   De  moedwillige onkunde   en  de mogelijke  leugenachtigheid  van deze creationist ….is voor iedereen duidelijk

(4)
Eigenlijk  is elk  fossiel (en  extant organisme )een ” transitionnal “ …
*
De term ( in het biezonder   het creationistische weggevertje  ” missing link “  )
heeft   bar  weinig  te  maken met  de wetenschap  zelf  maar  alles met  opherklopte en   sensationele persberichten  erover

——————————————————————————————————————————————————————————————————–

andere  CEPHALOPODA  

APPENDIX
(OPGEPAST  !!! de  volgende   artikels   zijn  wel   iets   verouderd  sinds deze nieuwe  vondsten  )

(Victor Strijdbos ) 

Evolutie van de Cephalopoda.
De oudste Cephalopoda zijn vermoedelijk ontstaan uit de monoplacophora, de oermollusken. Het lichaam verlengde zich in dorsoventrale richting en de voet verplaatste zich naar de kopstreek.

mollusca-phylog



Mogelijke evolutie series binnen de  mollusca 

evolutie mollusca(naar Salvini-PLawen )

crown group  and ancestors

crown group and ancestors 

°De mogelijke evolutie van de oermollusk  naar de Cephalopoda.

De voet ontwikkelde zich tot een nieuw bewegingsysteem, er vormden zich tentakels en 2 over elkaar liggende lappen, die samen een trechter vormen. Het dier bezit tentakels welke aan zijn kop bevestigd zijn, vandaar koppotigen. Uit deze traag voortbewegende vorm van Cephalopoda hebben zich weer actievere soortgenoten ontwikkeld. Een aantal tentakels reduceerde naar stevige armen en de trechterlappen vergroeiden met elkaar. De ingewandenzak werd nog langer, de mantel overgroeide de schelp die geleidelijk kleiner werd. Er zijn ook Cephalopoda met een inwendige schelp, zoals o.a. bij de belemnieten.

De uitwendige schelp, een ronde- of ellipsvormige conische rechte of opgerolde buis, is verdeeld in kamers. Een goed voorbeeld vanrecente Cephalopoda met een uitwendige schelp is de nautilus

Een ammonoida

ceratites

CERATITES 

nautilus 2

Nautilus

en met een inwendige schelp de sepia.

sepia zeekat
De uitwendige schelp van de Ammonoidea en Nautiloidea, werd omgevormd tot een hydrostatisch orgaan.
Bij Cephalopoda met een inwendige schelp verloor de schelp de drijffunctie.
De schelp werd achteraan verzwaard door materiaalafzetting, hierdoor krijgt men een betere gewichtsverdeling.
Het dier werd duidelijk mobieler en kon zich ook sneller horizontaal bewegen.

°
De evolutie ging nog verder,
nog meer actieve Cephalopoda reduceerden de schelp tot een dunne hoornpen zoals bij de pijlinktvissen.
Snel zwemmende Cephalopoda verloren hun schelp volledig, zoals bijvoorbeeld bij de Octopoda

Indeling van de Cephalopoda

De klasse Cephalopoda wordt onderverdeeld in 3 ordes: Ammonoidea, Nautiloidea en Coleoidea.
Ammonoidea hebben een uitwendige schaal, meestal planispiraal. De sutuurlijn is meestal complex en er is een eenvoudig siphokanaal aan de buitenrand van de venter.
Nautiloidea bezitten ook een uitwendige schaal, de sutuurlijn is eenvoudig en er zijn complexe siphonale trechters. Het siphokanaal ligt in het midden van de septa.


mollusca-nested-hierarchy

Bestand:Cuttlebone.jpg
Coleoidea
hebben een inwendige schaal, ( het zogenaamde “zeeschuim” ) zoals bij sepia.
de  sepia is trouwens  ook  een  achtarmige inktvis

Als fossiele Coleoidea denken wij aan de belemnieten.

Nautiloidea en Coleoidea zijn recent nog vertegenwoordigd.


OVERZICHT  OCTOPUS EVOLUTIE

http://www.tonmo.com/science/fossils/fossiloctopuses.php

 tree-of-life-mollusca
Phyllum MOLLUSCADE CLASSIFICATIE  VAN DE CEPHALOPODA  IS NOG STEEDS NIET  AFGEWERKTBOVENDIEN WORDEN OUDE EN NIEUWE  CLASSIFICATIE- SCHEMA’S ( EN VOLGENS DE  VERSCHILLENDE  TAALGEBIEDEN  ) NOG STEEDS  DOOR ELKAAR GEBRUIKT ( ook in de wetenschappelijke  publicaties  !!!  )…..1.- Encyclopedia of Life
http://www.eol.org/pages/2312Molluscs +

http://www.tonmo.com/science/public/vampyroteuthis.php

 

BIOLOGISCHE KLOKKEN

°

°

Evodisku2 biologische klokken.docx   <— Archief document 

Slaap en de biologische klok

Slaap is zo gewoon dat we er pas over na gaan denken als we er problemen mee hebben. Toch verslapen we zo’n 30% van ons leven. Er zijn aanwijzingen dat onze totale dagelijkse hoeveelheid slaap de laatste 100 jaar sterk is afgenomen, met alle gevolgen van dien. De ontwikkeling van een 24-uurs maatschappij, waarin we vaak moeten werken op tijden dat we behoren te slapen en slapen op onnatuurlijke en vaak sociaal onacceptabele tijden, is hier debet aan. In een enquête gaf ongeveer 40% van de ondervraagden boven de 18 jaar aan wel eens een periode met slechte slaap te hebben ervaren. Ongeveer 5 % van de bevolking gebruikt wel eens een slaapmiddel, 2 % slikt het dagelijks. De gevolgen van slaapgebrek, zoals ongelukken of fouten, brengen grote financiële kosten met zich mee voor de maatschappij. En ook al gebeuren er misschien niet direct ongelukken, toch moet rekening gehouden worden met een sterke afname in productiviteit en de alertheid .

Wat is slaap?

Slaap is een toestand die wordt gekenmerkt door lichamelijke rust en een laag bewustzijnsniveau.

Algemeen wordt aangenomen dat slaap vooral een herstellende functie heeft voor het lichaam en de hersenen. Deze aanname wordt ondersteund door waarnemingen dat de slaap een periode van fysieke opbouw is, waarin de productie van het groeihormoon een piek vertoont, het tempo van celdeling maximaal is en de aanmaak van eiwitten de afbraak overtreft. Ook zijn er aanwijzingen dat er in de hersenen herstelprocessen plaatsvinden. In deze zogenaamde hersteltheorie speelt de wisselwerking tussen slapen en waken een centrale rol. Verstoring van de één blijft niet zonder gevolgen voor de ander, zodanig dat de kwaliteit van de slaap samenhangt met de kwaliteit van het functioneren overdag.
Als we in slaap vallen blijven onze hersenen wel actief, maar zijn niet zo goed in staat zintuiglijke prikkels waar te nemen en er op te reageren. Metingen van de elektrische hersenactiviteit (het electro-encefalogram ofwel EEG) geven aan dat de rust tijdens de slaap wat betreft de hersenen zeer betrekkelijk is. Tijdens grote delen van de slaap zijn de hersenen zeer actief, maar op een andere manier dan tijdens de waaktoestand.

Tijdens de periode van indoezelen (aangeduid als ‘slaapstadium 1’)

worden we ons geleidelijk minder bewust van de omgeving en kunnen onze gedachten soms meer en meer op dromen gaan lijken (‘hypnagoge hallucinaties’). Ook lopen we de kans kortdurende, onwillekeurige spiertrekkingen in benen of armen te maken (‘hypnic jerks’), die soms hevig kunnen zijn.

Ook onze geheugenfunctie verandert, zodat we ons de gebeurtenissen die direct aan het inslapen voorafgingen niet meer goed kunnen herinneren.
Na het moment van inslapen treedt nog een korte periode lichte slaap op, gevolgd door een aanzienlijke periode diepe slaap.

Diepe slaap

concentreert zich vooral aan het begin van de slaap, ongeacht de tijd van de dag waarop geslapen wordt. De hoeveelheid diepe slaap is per persoon van dag tot dag vrij constant. Tenslotte is tijdens diepe slaap de kans dat een persoon spontaan ontwaakt het kleinst, is hij het moeilijkst te wekken en blijft de persoon ná het wekken nog enige tijd gedesoriënteerd (slaapdronkenschap ofwel ‘sleep inertia’ genoemd).
Het volgende slaapstadium is REM-slaap.

REM is de afkorting van ‘rapid eye movements’, de snelle oogbewegingen die zo kenmerkend zijn voor dit type slaap. Wordt iemand uit deze fase gewekt, dan is de kans groot dat hij een redelijk samenhangend, visueel gekleurd verslag uitbrengt: een droom. Bij andere slaapstadia is die kans veel kleiner. Andere kenmerken van de REM-slaap zijn de drastische verlaging van de spierspanning, zodat slechts af en toe enkelvoudige spiertrekkingen zijn waar te nemen, en het optreden van erecties bij mannen.
Het slaappatroon (‘hypnogram’) volgt in de regel een vast verloop, gekenmerkt door een regelmatig optreden van REM-slaap, afgewisseld door lichte en diepe slaap (samen ook wel aangeduid als nonREMslaap).

NonREM-slaap en REM-slaap vormen een cyclus van ongeveer 100 minuten die zich een aantal malen herhaalt. Naarmate de nacht vordert neemt het aandeel van de REM-slaap toe en dat van de diepe slaap af, zodat de slaap lichter van aard wordt. Vooral in de tweede helft van de slaap treden bovendien korte tussentijdse waakperioden op, waaraan we overigens nauwelijks enige herinnering bewaren.

Een volwassene slaapt gemiddeld 7 à 8 uren per nacht. Sommigen kunnen duidelijk met minder slaap toe (‘kortslapers’), anderen slapen gemiddeld langer (‘langslapers’). Deze slaapduur is sterk individueel bepaald en verandert met de leeftijd. Een korte slaapduur betekent dus niet automatisch een slaapstoornis, tenzij de persoon problemen heeft met de korte slaapduur.
Naast de slaapduur is ook de diepte van de slaap van belang. Hoe langer men wakker is des te dieper men daarna slaapt. Als men eens een keer laat naar bed gaat wordt dat dus niet alleen ingehaald door langer te slapen, maar vooral door dieper (‘intenser’) te slapen.

zie ook artikel : Slaperigheidstest

De biologische klok

We kunnen niet op elk gewenst moment van de 24 uur even gemakkelijk in slaap komen. De optimale tijd om te slapen wordt gedicteerd door de biologische klok die zich in de hersenen bevindt( suprachiasmatische kern )  en die de 24-uurs ritmen (ook wel circadiane ritmen genoemd) van de vele lichaamsfuncties coördineert.

suprachiasmatische kern
Deze interne klok zorgt ervoor dat we in de loop van de avond slaperig worden zodat we ‘op tijd’ naar ons bed verlangen. Hij zorgt er ook voor dat ons lichaam ‘s morgens vóór het wakker worden ‘op temperatuur’ is en over de energie kan beschikken die nodig is voor de verschillende activiteiten overdag. Kortom, de verschillende vitale functies worden door de biologische klok optimaal op elkaar afgestemd. Signalen uit de omgeving, met name de afwisseling van licht en donker, zorgen bovendien voor een goede en stabiele afstemming van onze biologische klok op de dag/nacht afwisseling. Dat dit niet voor iedereen op dezelfde manier gebeurt blijkt wel uit de verschillen tussen ochtend- en avondmensen.

zie ook artikel : Test je bioritme

Omdat deze klok biologisch verankerd is, is het moeilijk om ons ritme snel te veranderen. Dat merken we bijvoorbeeld als we een drastische verandering aanbrengen in ons dag-nacht ritme door bijvoorbeeld naar Japan te vliegen. Het duurt een aantal dagen voordat de circadiane ritmen van onze lichaamsprocessen zich aan de nieuwe situatie hebben aangepast. Dit kan gepaard gaan met klachten over vermoeidheid, slaapproblemen en slecht functioneren: de zogenaamde —> ‘jetlag’.
Ook mensen die in ploegendienst werken hebben last van een ‘verschoven’ levenspatroon ten opzichte van het ritme dat hun biologische klok aangeeft.

De signalen uit de omgeving kunnen nu niet helpen om de interne klok aan te passen aan de nieuwe situatie (het is donker als je juist actief moet zijn in de nachtdienst) en daarom zal aanpassing moeilijk zijn.

Ook is slapen overdag moeilijker, niet alleen doordat men afwijkt van wat de biologische klok aangeeft maar ook door het aanwezig zijn van meer geluid en licht.

zie ook artikel : Licht en het slaap-waakritme

Slaapstoornissen en hun behandeling

De meeste mensen hebben op enig moment van hun leven wel te maken met een tijdelijk slaapprobleem.

Als de slaapproblemen langdurig zijn en het dagelijks leven ernstig verstoren spreken we van een slaapstoornis. Er zijn op dit moment bijna 80 slaapstoornissen bekend. Ze worden gekenmerkt door problemen met in slaap vallen, tussendoor vaak wakker worden, of ‘s morgens erg vroeg wakker worden en niet meer in slaap kunnen vallen. In enkele gevallen is ook een overmatige slaapbehoefte aanwezig. Soms komen de verschillende klachten samen voor.
Er zijn slaapstoornissen waarvoor een duidelijke lichamelijke oorzaak aanwezig is. Ook psychiatrische stoornissen, zoals bijvoorbeeld een depressie, gaan vaak gepaard met slaapklachten. In andere gevallen kan er een duidelijke aanleiding vanuit de omgeving zijn of denkt men aan een verstoorde werking van de biologische klok. Echter in vele gevallen is de oorzaak van een slaapstoornis moeilijk te
achterhalen. Dit kan consequenties hebben voor de behandeling.
Er is al veel bekend over slaapstoornissen en de behandeling daarvan, met name in gespecialiseerde slaapklinieken. Soms kunnen algemene ‘slaaphygiënische’ adviezen de klachten al verhelpen. In andere gevallen is een specifiek op de slaap
gerichte gedragstherapie de aangewezen behandelwijze, terwijl in weer andere gevallen het gebruik van slaapmedicatie een oplossing kan bieden. Al deze behandelingen moeten onder deskundige begeleiding plaats vinden.

zie ook artikel : Slaapproblemen

WAARSCHUWING :

Bij problemen ga je  altijd  een arts raadplegen  ….zelf een “oplossing “zoeken op het internet  of in medische  informatieve artikeltjes  voor leken of zo  ….   is NIET de juiste manier 

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/lifestyle/110733-goed-slapen-leer-je-biologische-klok-kennen.html                       http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/diversen/17605-slaapfasen-en-de-biologische-klok.html

°

Biologische klok beïnvloedt immuunsysteem

17 februari 2012   9

Worden we ziek of blijven we gezond? Nieuw onderzoek wijst erop dat onze biologische klok daar invloed op uitoefent.

De biologische  etmaal klok bij de mens  kent o.a.  een cyclus van ongeveer 24 uur( = een etmaal ). In die cyclus regelt de biologische klok de stofwisseling en de activiteiten die daaruit voortvloeien. Wanneer die biologische klok verstoord wordt, leidt dat vaak tot problemen: het immuunsysteem reageert minder alert en mensen worden sneller ziek. Onduidelijk was echter hoe het immuunsysteem precies door de biologische klok beïnvloed werd. Maar daar is nu verandering in gekomen.

TLR9
Wetenschappers van de universiteit van Yale experimenteerden met muizen. Zo ontdekten ze dat de biologische klok invloed heeft op het TLR9-gen. Dit gen is weer verantwoordelijk voor het functioneren van het stofje TLR9. Dit stofje detecteert bacteriën en virussen en waarschuwt het immuunsysteem. Maar er is niet de hele dag door evenveel TLR9 voorhanden: de activiteit van TLR9 volgt namelijk de cyclus van de biologische klok. De biologische klok beïnvloedt dus de mate waarin ons immuunsysteem op verschillende momenten in staat is om ziekteverwekkers op te merken.

Invloed
Wanneer er meer TLR9 voorhanden was, reageerde het immuunsysteem sterker en waren de muizen beter bestand tegen infecties, zo is in het blad Immunity te lezen. De onderzoekers zorgden ervoor dat de muizen een bloedvergiftiging opliepen. Het moment waarop de muis deze opliep, bleek bepalend voor het ziekteverloop. Wanneer er meer TLR-9 voorhanden was, verliep de infectie minder heftig. Dat is in lijn met eerdere observaties waaruit bleek dat bloedvergiftiging veel ernstiger is als mensen deze tussen 2 en 6 uur ‘s nachts oplopen.

Jetlag
De studie heeft ook implicaties voor mensen bij wie de biologische klok niet altijd even lekker loopt.

“Het lijkt erop dat verstoringen van de biologische klok onze vatbaarheid voor ziekteverwekkers beïnvloedt,” concludeert onderzoeker Erol Fikring.

Zo zou een jetlag bij kunnen dragen aan ziekten. En patiënten die in ziekenhuizen door lawaai de slaap niet kunnen vatten, lopen mogelijk ook een verhoogd risico op nog meer gezondheidsproblemen.

Maar ook wanneer we het immuunsysteem kunstmatig beïnvloeden, moeten we wellicht rekening houden met de biologische klok.( hie  =  Circadian clock )Fikring denkt dan bijvoorbeeld aan vaccinaties.

De biologische klok(ken)  van mensen kan mede bepalen wanneer deze beinvloedingen  het meest effectief zijn.

Bronmateriaal:
When body clock runs down, immune system takes time off” – Yale.edu
Circadian clock governs highs and lows of immune response” – Eurekalert.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Aaron Geller (cc via Flickr.com).

°

Biologische klok verklaart waarom we  ’s avonds willen eten

 01 mei 2013 r 4

Trek in ‘iets lekkers’ ‘s avonds: We weten dat het slecht is. Wetenschappers ontdekken nu dat er weinig aan te veranderen is, het zit namelijk van nature in ons biologische ritme om ’s avonds meer te eten.(1) 

We eten de hele nacht niets omdat we slapen, en toch hebben we ’s ochtends geen enorme eetzin. Onderzoekers van de Oregon Health & Science University en Harvard zochten naar een verklaring hiervoor. Hun onderzoek dat in het blad Obesitiy staat, toont aan dat de interne biologische klok, het circadiaanse ritme, de veroorzaker is van de minimale honger in de ochtend tegenover de honger voor het slapengaan in de avond.

Het onderzoek
De wetenschappers onderzochten twaalf gezonde volwassenen zonder overgewicht gedurende dertien dagen op al hun slaap- en eetgedrag. De deelnemers beoordeelden zelf hun eetlust en voedselvoorkeur op visuele analoge schalen. Met dit onderzoek konden de onderzoekers patronen vastleggen. Er was een circadiaans ritme te herkennen in honger met een dieptepunt in de ochtend (08:00 uur) en een piek in de avond (20:00 uur). Eenzelfde patroon zagen de onderzoekers bij de inschatting van de deelnemers over hoeveel zij konden eten en de voorkeur voor soorten voedingsmiddelen: bijvoorbeeld of iets zoet, zout, vezelrijk of eiwitrijk was.

Nachtvasten
Wanneer u gewoon ’s nachts slaapt blijkt de interne biologische klok ervoor te zorgen dat u voor de ‘vastperiode’ grotere maaltijden wil consumeren. U krijgt meer honger en heeft vooral trek in zoet, zout of vezelrijk eten. Een eetlustpiek die waarschijnlijk bedoeld is om u voor te bereiden op de nacht waarin u niets eet en het dus met de opgeslagen hoeveelheid energie moet doen.

Onze voorouders moesten overleven in tijden dat voeding schaars was en dit zou volgens de onderzoekers wel eens geleid kunnen hebben tot ons ingebouwde eet-ritme en ons verlangen naar iets lekkers voor het slapengaan.

Nu we genoeg kunnen eten – we hoeven maar naar de supermarkt te lopen en kunnen bij wijze voor 50 cent al een zak chips kopen – veroorzaakt de biologische klok overgewicht. We worden ‘aangestuurd’ ’s avonds meer te eten om een voorraadje aan te leggen terwijl we eigenlijk niets tekort komen.

Hoofdauteur van de studie, Steven Shea legt uit dat het lichaam anders omgaat met voedingsstoffen afhankelijk van het tijdstip. Zo kan het lichaam ’s avonds suiker minder goed verwerken. Het lichaam slaat de onnodige energie ’s avonds op, want we hebben deze, in tegenstelling tot de energie die we ‘s ochtends gebruiken om te werken, sporten of andere activiteiten te doen, niet meer nodig.

Toch skippen we ‘s ochtends vaker het ontbijt en dat heeft volgens de auteurs alles te maken met de biologische klok; van nature zijn we geneigd in de ochtend minder te eten zodat we ’s avonds juist meer kunnen eten.(2)

Bronmateriaal:
Study explains what triggers those late-night snack cravings” – Oregon Health & Science University.

  • (1)”Wetenschappers ontdekken nu dat er weinig aan te veranderen is”. Hebben ze werkelijk  ook  onderzocht of het te veranderen is? 

  • (2)  Simpel gezegd  ;   Hele dag werken ( of jagen , of anders actief zijn = energie opgebruiken )  tov hele nacht maffen, logisch dat je dan (meer) honger  zult  hebben . En ja het lichaamsritme zal daar ook wel op gesynchroniseerd zijn geraakt 

Molecule kan biologische klok resetten

Geschreven op 17 december 2010 1

Wetenschappers hebben een nieuwe molecule ontdekt met de naam ‘longdaysin’.

Deze molecule kan mogelijk onze biologische klok beïnvloeden, waardoor er wellicht betere medicijnen komen tegen jetlags en slaapproblemen. De nieuwe verbinding heeft de biologische klokken van larvale zebravissen al met meer dan tien uur weten te verlengen.

Om de molecule te ontdekken onderzocht een genetische onderzoeksrobot meer dan 120.000 moleculaire verbindingen die verantwoordelijk zijn voor veranderingen in het circadiane ritme in een cel. Uiteindelijk vonden de wetenschappers één verbinding die verantwoordelijk was: longdaysin.

Uiteindelijk achterhaalden onderzoekers van het Scripps onderzoeksinstituut welke drie enzymen verantwoordelijk zijn voor de chronobiologische effecten van de molecule. Vervolgens werden er testen uitgevoerd met het weefsel van muizen en met zebravissen.

De verbinding kan gebruikt worden om de biologische klokken van reizigers te resetten.

En wat te denken van nachtwerkers met een verstoord dag-nacht ritme?

Het klinkt als een grote vooruitgang!

Bronmateriaal:
Jet lag pill that slows down body clock to help you ‘catch up’ one step closer” – Bioscholar

°

Het ‘wekker-gen’

 04 oktober 2011  

Ook als we de wekker niet zetten, worden we vroeg of laat wakker.

“Het lichaam is eigenlijk een verzameling klokken,” legt onderzoeker Satchindananda Panda uit. “We wisten ongeveer welk mechanisme de klok vertelde om ‘s avonds langzamer te gaan lopen, maar we wisten niet welk mechanisme de klok ‘s ochtends weer activeerde.”

Gen
Dankzij een uitgebreid onderzoek is dat echter nu ook helemaal duidelijk.

Het gen KDM5A zorgt er middels proteïne JARID1a voor dat ons lichaam wakker wordt.

De biologische klok gaat wat sneller lopen en zorgt ervoor dat onze stofwisseling weer op gang komt. Hierbij worden ook allerlei lichaamsfuncties actief en weet ons lichaam dat het nu toch echt tijd is om wakker te worden en op te staan.

Experimenten
Experimenten wijzen erop dat de onderzoekers op het goede spoor zitten. De wetenschappers zorgden ervoor dat fruitvliegjes te weinig van het proteïne JARID1a aanmaakten. Hierop verloren de dieren hun gevoel voor tijd: ze wisten niet meer wanneer ze moesten gaan slapen of wakker moesten worden en dutten ook gedurende de dag. Toen de vliegjes het proteïne weer kregen, herstelde hun biologische klok zich.

Het onderzoek kan meer duidelijkheid verschaffen over tal van slaapproblemen. “Nu kunnen we grondiger onderzoeken hoe onze biologische klok faalt als we ouder worden en chronisch ziek worden,” stelt Panda. “We kunnen nu onderzoeken waarom het ritme van sommige mensen niet klopt en misschien zelfs nieuwe manieren vinden om ze te helpen.”

Bronmateriaal:
‘Alarm Clock’ Gene Explains Wake-Up Function of Biological Clock” – Sciencedaily.com
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Alan Cleaver (cc via Flickr.com).

°

Winterslaap

°

De winterslaap van de egel

Een voorbeeld van een dier dat een winterslaap houdt, onze stekelige vriend de egel. Zijn normale lichaamstemperatuur is 39°C, maar die kan dalen tot slechts 7 of 8°C tijdens zijn winterslaap!

http://dier-en-natuur.infonu.nl/dieren/24334-de-winterslaap-van-de-egel.html

‘Korte winterslaap verlengt leven’

Laatste update:  14 september 2011 11:55 info

AMSTERDAM – Dieren die korte winterslaapjes houden, verlengen daarmee waarschijnlijk hun leven. Dat hebben wetenschappers uit Oostenrijk aangetoond.

Tijdens een korte winterslaap of torpor neemt de lichaamstemperatuur en de stofwisseling van dieren zoals hamsters gedurende enkele uren sterk af. Daardoor stopt de natuurlijke afbraak van chromosomen die leidt tot veroudering.

Dat meldt nieuwssite Physorg.com op basis van onderzoek aan de Universiteit van Wenen.

Licht

“Onze bevindingen gelden waarschijnlijk voor alle dieren die een torpor of andere vorm van winterslaap houden”, verklaart hoofdonderzoeker Christopher Turbill.

Djungarian hamsters displaying the typical winter and summer pelage.

Palchykova et al. BMC Neuroscience 2003 4:9   doi:10.1186/1471-2202-4-9
Download authors’ original image

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door hamsters( Experiments with Djugarian hamsters native to Siberia )  in een laboratorium bloot te stellen aan lage temperaturen en weinig licht. Daarmee lokten ze een kunstmatig winterslaapje uit bij de dieren.

  syrische goudhamster in winterslaap 

De lichaamstemperatuur en stofwisseling van de hamsters daalden op dezelfde manier als tijdens een natuurlijke torpor.

Telomeren

Uit aanvullend onderzoek bleek dat deze staat van hypothermie grote invloed had op de telomeren van de dieren. Telomeren zijn de uiteinden van chromosomen, die bepalen hoe vaak een cel zich kan delen.

Elke keer dat cellen zich delen, worden telomeren een stukje korter. Als de telomeren ‘versleten’ zijn en de cellen van een organisme zich daardoor niet meer kunnen delen, treedt uiteindelijk de dood in.

Herstel

Bij de hamsters die winterslaapjes hielden in het labotorium, werden de telomeren veel beter beschermd dan bij soortgenoten die sliepen onder gewone omstandigheden.

Soms herstelden de uiteinden van chromosomen zich zelfs tijdens de periodes van winterslaap. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Biology Letters.

Een staat van winterslaap is iets heel anders dan een gewone toestand van slaap”, verklaart hoofdonderzoeker Turbill.

Mensen  :  Volgens de wetenschapper zou ook het leven van mensen mogelijk kunnen worden verlengd als hun lichaamstemperatuur en stofwisseling zouden afnemen tijdens de slaap.

“Maar tot nu toe is de wetenschap nog niet in staat om mensen in een staat van winterslaap of torpor te brengen”, aldus Turbill.

Lemuur en winterslaap

 06 september 2013   2

lemuur

Een derde van ons leven brengen we slapend door. Maar waarom eigenlijk? Geloof het of niet, maar de wetenschap is er nog steeds niet uit wat het doel is van slapen. Een nieuw onderzoek helpt ons echter aan antwoorden en kan er wel eens voor zorgen dat ook wij mensen in de toekomst een winterslaap kunnen houden.

Er is al heel veel onderzoek gedaan naar slapen. Maar ondanks al die studies weten we nog steeds niet goed waarom we moeten slapen.

Sommige onderzoekers denken dat het ons helpt om informatie te verwerken, anderen vermoeden dat we moeten slapen om opgebouwde gifstoffen uit ons lichaam te verwijderen.

“We besteden bijna een derde van ons leven aan slapen, dus het moet een specifiek doel hebben,” denkt onderzoeker Andrew Krystal.

Lemuren
Krystal en zijn collega’s besloten naar dat specifieke doel op zoek te gaan. Ze bestudeerden daarvoor lemuren: primaten  die een soort winterslaap (ook wel torpor genoemd) houden.

Tijdens torpor stoppen ze met het regelen van hun lichaamstemperatuur. Vanaf dat moment stijgt en daalt hun lichaamstemperatuur met de temperatuur van de omgeving mee. Daardoor kan deze op één dag tijd wel 25 graden verschillen. Ook wordt hun stofwisseling vertraagd. Hun hartslag daalt van 120 slagen per minuut naar zes slagen per minuut. En ook de ademhaling verloopt trager.

De lemuren brengen ongeveer zeven maanden per jaar in torpor door.

Energie besparen
Doordat de lemuren hun lichaamstemperatuur niet langer ‘regelen’, besparen ze een hoop energie tijdens de winter op Madagaskar. In die periode is er weinig voedsel en water voorhanden. Wie naar de lemuren kijkt, zou denken dat thermoregulatie – het handhaven van een bepaalde lichaamstemperatuur door zelf warmte te creëren of af te geven (warmbloedig) of door toedoen van de omgeving op te warmen of af te koelen (koudbloedig) – de functie van slaap is.

De onderzoekers verdiepten zich verder in dat idee en bestudeerden de hersenactiviteit van lemuren in torpor.

Diepe slaap
Ze ontdekten dat de lemuren in torpor dagenlang oppervlakkig sliepen. Ze konden wel diep slapen, maar alleen als de temperatuur in hun omgeving boven de 25 graden Celsius steeg. Het onderzoek suggereert dat slapen een belangrijke rol speelt bij het regelen van de lichaamstemperatuur en de stofwisseling.

De onderzoekers willen in de toekomst nog meer zoogdieren die een winterslaap houden, bestuderen.

Zo hopen ze te kunnen bevestigen dat dit de belangrijkste functies van slaap zijn. En wellicht kunnen we zelfs nog iets van deze dieren leren.

Door te kijken naar de overeenkomsten tussen lemuren en andere winterslapende dieren, kunnen onderzoekers in de toekomst wellicht ook mensen zover krijgen dat ze een winterslaap houden, oftewel tijdelijk hun hartslag verlagen en hersenactiviteit terugschroeven.

Dat zou bijvoorbeeld handig kunnen zijn kort na een hartaanval (om de schade te beperken). Of tijdens een hele lange ruimtereis.

Bronmateriaal:
Hibernating Lemurs Hint at the Secrets of Sleep” – Duke.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).

Hart van beer werkt heel anders tijdens winterslaap

 08 februari 2011   2

Een grizzlybeer gaat elk jaar zo’n vijf tot zes maanden in winterslaap. Zijn hartslag daalt in die periode van 84 naar 19 slagen per minuut.

Normaal gesproken zou zo’n lage frequentie tot hartfalen leiden, maar de grizzly heeft daar iets op bedacht, zo blijkt uit een nieuwe studie. Het lijf van de beer gaat een andere soort proteïnen produceren om de winterslaap zonder kleerscheuren te overleven.

Door de lage hartslag verzamelt het bloed zich in de vier hartkamers en deze kamers zetten langzaamaan uit. De spieren worden zodoende zwakker en minder efficiënt. En dat leidt weer tot hartziektes. Maar niet bij de beer. “Beren zijn in staat om dat te vermijden,” vertelt onderzoeker Bryan Rourke.

Spieren
De onderzoekers stelden eerder al vast dat de spieren van de linker hartkamer van de beer tijdens de winterslaap stijf werden. Zo wordt voorkomen dat deze uitrekken. Maar die verstijving heeft nadelen. Het wordt namelijk lastiger om bloed door te pompen, doordat de kamer zo stijf is. “We bedachten dat er een soort mechanisme moet zijn dat ervoor zorgt dat de spier in de kamer niet slijt.”

Proteïne
De onderzoekers bestudeerden de harten van zowel wilde als in gevangenschap levende beren en ontdekten dat de beer zichzelf goed weet te beschermen. De samentrekking van spieren in het hart wordt geregeld door een proteïne. Dit proteïne komt in twee varianten voor: alfa en bèta. De alfa-versie produceert een snelle, maar iets zwakkere samentrekking dan de bèta. “We ontdekten dat de spier in de linkse kamer tijdens de winterslaap meer alfa-proteïnen produceert en dat resulteert in een iets zwakkere hartslag. Die kleinere kracht zorgt ervoor dat de kamer niet beschadigd raakt.” Zodra de beren wakker worden, winnen de bèta-proteïnen weer terrein en trekt het hart zich op een ‘normale’ manier samen.

De studie kan ook implicaties hebben voor mensen, zo menen de wetenschappers. “Beren zijn geen perfect model voor mensen, maar de manier waarop het hart van een beer verandert, kan ons helpen om menselijke ziektes te begrijpen.”

Bronmateriaal:
A change of heart keeps bears healthy while hibernating” – Eurekalert.org

Zwarte beer blijft opvallend warm tijdens winterslaap

18 februari 2011  

Wanneer een beer in winterslaap is dan vertraagt zijn stofwisseling met wel 25 procent. Wetenschappers dachten dan ook dat het lichaam van het dier ongeveer in dezelfde mate als de stofwisseling vertraagt, af moest koelen. Maar dat blijkt onjuist: de beer weet een temperatuur van zo’n 33 graden Celsius te handhaven. En daar kunnen wij mensen nog een hoop van leren!

De onderzoekers bestudeerden de stofwisseling, de hartslag, de lichaamstemperatuur en de hersenactiviteit van de beren. Zoals verwacht was de stofwisseling flink vertraagd, maar de lichaamstemperatuur daalde relatief weinig.

Stofwisseling
“We verwachtten dat de beperkte stofwisseling parallel zou lopen aan de daling van de temperatuur,” legt onderzoeker Craig Heller uit. Bij kleinere dieren die er een winterslaap op na houden, is dat namelijk wel zo. “In dit geval lijkt een groot deel van de afname in stofwisseling los te staan van de daling in temperatuur. Dat wijst erop dat een biochemisch mechanisme de stofwisseling onderdrukt.”

Mechanisme
Hoe dat mechanisme precies werkt, is nog onduidelijk. Maar dat de dieren het zo aanpakken, is ergens logisch. Een kleiner dier heeft minder moeite om zijn lichaam na de winterslaap weer op temperatuur te brengen en bij de start van de winterslaap weer te verlagen.

Voor de grote zwarte beer is die cyclus lastiger, zo legt bioloog Peter Klopfer aan de hand van een voorbeeld uit. “Als je een hot tub in een koud klimaat zet dan is het in de meeste gevallen goedkoper om deze warm te houden in plaats van elke keer af te laten koelen en weer op te warmen.”

De trucjes van de beer in winterslaap zijn van grote waarde voor ons mensen.

“Tijdens de zeven maanden inactiviteit worden de spieren of botten van de beren niet minder,” vertelt Heller. Als we erachter kunnen komen hoe de dieren hun lichaam zo goed weten te beschermen, kunnen we dat gebruiken in de medische wetenschap. Z

o zouden mensen die ongeneeslijk ziek zijn in een soort winterslaap kunnen worden gehouden totdat er een behandeling is. Of astronauten zouden op lange reizen kunnen slapen om zo te voorkomen dat hun lichaam onder de reis lijdt.

…waarom de lichaamstemperatuur van zoogdieren en mensen zo hoog is? Lees het hier!

Bronmateriaal:
Sleepy black bears stay warm through the winter” – Newscientist.com

Beer heelt zijn wonden tijdens winterslaap

21 maart 2012 om 09:37 uur door 2

Wetenschappers hebben ontdekt dat wondjes die een beer voor of tijdens de winterslaap oploopt in de winterslaap verdwijnen.

Dat schrijven de onderzoekers in het blad Integrative Zoology. Ze baseren hun conclusies op observaties onder Amerikaanse zwarte beren.

Amper littekens
Wondjes die de beren in een vroeg stadium van hun winterslaap opliepen, waren aan het einde van hun winterslaap (na twee tot drie maanden) helemaal genezen. In veel gevallen was er op de plaats van de wond zelfs al haar te vinden en was er vrijwel geen sprake van een litteken. En dat is opvallend. Want tijdens de winterslaap eet, drinkt, plast en poept een beer niet. Ook is de lichaamstemperatuur van de beer heel laag (zo’n 30 tot 35 graden Celsius). Niet de ultieme gelegenheid om energie te besteden aan het helen van wonden, zou u denken.

 

Voordeel
Maar het tegendeel is waar. En dat is maar goed ook, zo leggen de onderzoekers in hun paper uit. “Het helende vermogen van zwarte beren in winterslaap is een duidelijk voordeel wanneer dieren kort voor of tijdens de winterslaap gewond raken.”

Hoe het helingsproces tijdens de winterslaap in gang wordt gezet, is nog niet helemaal duidelijk.

De onderzoekers hopen dat in de toekomst uit te gaan zoeken. Want wij mensen kunnen daar nog wel eens baat bij hebben. Mogelijk kunnen we van de beren leren hoe we mensen die ondervoed en/of onderkoeld zijn het snelst kunnen genezen. Ook kunnen de beren ons leren hoe we wonden zonder al te erge littekens kunnen laten helen.

Bronmateriaal:
Wound healing during hibernation by black bears (Ursus americanus) in the wild: elicitation of reduced scar formation” – Integrative Zoology
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Alan Vernon (cc via Flickr.com).

Biologische klok –Kraaiende hanen

 19 maart 2013 3

haan

Hanen kraaien zodra het licht wordt. Maar kraaien ze nu, omdat ze zien dat het licht wordt of omdat ze over een interne klok beschikken die ze vertelt hoe laat het is?  (1) 

Nieuw onderzoek wijst erop dat sprake is van het laatste.

“De haan staat in heel veel landen symbool voor het aanbreken van de dageraad,” vertelt onderzoeker Takashi Yoshimura. “Maar het was onduidelijk of het kraaien wordt ingegeven door een biologisch klok of dat het simpelweg een reactie op externe prikkels is.”

Experiment
De onderzoekers zetten een aantal hanen in een ruimte waarin het licht 24 uur per dag gedimd scheen. Ondanks dat de hoeveelheid licht door de dag heen niet verschilde, kraaiden de hanen toch keurig op het moment dat de dageraad aanbrak. Het wijst erop dat hanen over een biologische klok beschikken die ze vertelt hoe laat het is en dus dat het tijd is om te kraaien. Dat schrijven de onderzoekers in het blad Current Biology.

Reactie
Dat zo lang onduidelijk was of hanen een biologische klok hadden of simpelweg op externe prikkels reageerden, is niet zo gek. Soms kraaien hanen namelijk ook midden op de dag. Bijvoorbeeld als de lampen van een auto op hun ren schijnen. Tijdens de experimenten keken de onderzoekers ook hoe hanen op dergelijke externe prikkels reageerden.

Ze ontdekten dat ook hun gedrag op die externe prikkels door de dag heen verschilde. Dat wijst erop dat zowel het kraaien dat ze ‘s ochtends laten horen als het kraaien dat overdag in reactie op prikkels klinkt, gebaseerd is op de biologische klok.

Het onderzoek smaakt naar meer. Zo willen de wetenschappers nu graag gaan achterhalen hoe het stemgeluid van de hanen is ontstaan

. “We weten nog steeds niet waarom een hond ‘woef’ zegt en een kat ‘miauw’.

We zijn benieuwd naar de mechanismen achter dit door genen gecontroleerde gedrag en denken dat kippen daar een uitstekend model voor zijn.”

Bronmateriaal:
Putting the clock in ‘cock-a-doodle-doo’” – Cell Press (via Eurekalert.org).
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door John Schneider (cc via Flickr.com).

 

  • (1) ….. Overal aanwezig is  de natuur. —> Bomen die beginnen te botten, het “lentegevoel” bij mens en dier enz … Is dat een gevolg van meer licht, temperatuurstijging of een gevolg van een biologische klok. Of misschien een combinatie van de twee  ?  

Biologische klok van plant ontdekt

op 12 maart 2012 1

Wetenschappers hebben de genen die ervoor zorgen dat een plant ‘s nachts ‘slaapt’ en overdag wakker is, ontdekt.

De onderzoekers baseren hun conclusies op computermodellen. Met behulp van deze modellen brachten ze netwerken van genen van een eenvoudige plant in kaart. Ze keken in eerste instantie welke rol het eiwit TOC1 speelde. Van TOC1 was reeds bekend dat het planten hielp om wakker te worden.

Circadiaan ritme
Uit het model blijkt dat twaalf genen nauw samenwerken. Ze voorzien de plant van een circadiaan ritme. Ze vormen het uurwerk van de plant en resetten dit uurwerk bij zonsopgang en zonsondergang.

TOC1 zorgt ervoor dat de activiteit van deze genen wordt afgeremd. Dat doet het eiwit in de avond en zo wordt er dus voor gezorgd dat de plant gaat ‘slapen’.

Seizoenen
Het onderzoek laat ook zien hoe planten zich aan seizoenen aanpassen. En wat er bijvoorbeeld voor zorgt dat een plant in het voorjaar gaat bloeien. De biologische klok – met een cyclus van ongeveer 24 uur – stelt de planten namelijk in staat om zich aan veranderingen aan te passen. Een voorbeeld van zo’n verandering is een nieuw seizoen.

De onderzoekers hopen dankzij deze studie een beter beeld te krijgen van de rol die de klok  in een plantenleven speelt. Zo kunnen ze ook weer uitzoeken welke invloed bijvoorbeeld klimaatverandering op dit circadiaan ritme heeft.

Bronmateriaal:
Gene helps plants flower in spring” – ED.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door eddybox43 (cc via Flickr.com).

Sleutel tot versnellen biologische klok ?

Laatste update:  4 september 2011

°  Onderzoekers van Yale Universiteit hebben een gen ontdekt dat ervoor zorgt dat de biologische klok van planten geen overuren gaat draaien.

Dankzij dit gen kunnen planten optimaal gebruikmaken van dag en nacht – en valt hun jaarlijkse groeicyclus precies binnen de juiste seizoenen.  In de natuur kunnen planten hierdoor zo efficiënt mogelijk overleven.

Voor boeren betekent het echter dat er maar één keer per jaar geoogst kan worden

Genetische modificatie  ? 

Bij planten die minder van het remmende gen hebben draait de biologische klok sneller, beschrijven de onderzoekers in het vakblad Molecular Cell.

Verdere genetische modificatie gericht op het afzwakken of uitschakelen van het nieuw ontdekte gen zou volgens hen kunnen leiden tot snellere groei en bloeitijden buiten de normale seizoenen om.

Voedselvoorziening of verdere  uitputting van de  draagkracht  van de biosfeer door overbevolking  ? 

Mogelijk kan zo ook de totale landbouwproductiviteit worden verhoogd.—>  Dit is volgens veel wetenschappers noodzakelijk om in de voedselbehoefte van een steeds verder groeiende wereldbevolking te kunnen blijven voorzien.

Volgens berekeningen van de VN Population Division werd rond 31 oktober  2011  , de 7 miljardste wereldburger geboren.

De voortdurende zoektocht naar extra landbouwgronden is bovendien de drijvende kracht achter ontbossing in tropische regenwouden, met uitstoot van CO2 en verlies aan biodiversiteit tot gevolg

Bloeiende Bamboe!

bloeiende bamboehelm  bloemetje Bamboe

Het blijft mysterieus: Bamboe in bloei.   Sommige soorten bloeien jaarlijks, andere eens in de 120 jaar

 S J GOULD    & JAPANESE BAMBOO   ……. zie bijvoorbeeld daarover  S J Gould  in hoofdstuk ESD 11     van  EVER SINCE DARWIN  01%20Ever%20Since%20Darwin[1]   <– pdf=   famous essay “Of Bamboos, Cicadas, and the Economy of Adam Smith” (which appeared in Gould’s first book Ever Since Darwin

of  een korte samenvatting van dit  hoofdstuk    :                                                                                                                                http://www.ecology.com/2013/05/14/cicadas-mathematical-brilliance/

or  the original  author   of this summary  published on Big Think.

   Cicade ) 

In de jaren ‘80 van de vorige eeuw bloeide de toen zeer populaire Fargesia murilae over de hele wereld.

De polvormende bamboesoort stierf na de bloei uiteindelijk helemaal af, waarna veel tuinliefhebbers teleurgesteld en met een beetje achterdocht ten opzichte van Bamboe achterbleven. De zaailingen die na deze bloeiperiode zijn opgekweekt en geselecteerd, kunnen echter zeker weer 60 jaar mee.

De bloeicyclus van deze soort blijkt namelijk ongeveer eens in de 80 jaar te zijn.

°Bamboebos Phyllostachys rubicunda, een woekerende soort met echt dikke halmen die wel 7 meter hoog kunnen worden. In China wordt deze soort veel aangeplant voor de houtproductie! De woekerende soorten sterven na een massale bloei bovengronds bijna helemaal af, om daarna vanuit de wortelstokken weer opnieuw te beginnen. (-=Dat hopen wij althans!)

De bloei is vooral vanwege het mysterieuze verhaal bijzonder, want de bloemetjes zelf zijn niet om aan te zien.

Verder wordt alle energie nu gebruikt om bloemen te vormen: nieuwe zijtakjes en bladeren worden niet meer gevormd waardoor het maar een kale boel is.

Overigens kun je als je goed naar de bloemetjes kijkt, zien dat Bamboe bij de Grassenfamilie hoort!

°

Blinde vissen hebben ‘dubbel etmaalritme’

Laatste update:  12 september 2011

 Een blinde vissoort uit Somalië heeft een ‘dubbel etmaalritme’ vergeleken met andere diersoorten. Dat hebben Duitse wetenschapper vastgesteld.

The cavefish, Phreatichthys andruzzii has lived isolated for 2 million years beneath the Somalian desert. (Credit: Cavallari et al, PLoS One; doi:10.1371/journal.pbio.1001142)

http://www.sciencedaily.com/releases/2011/09/110906181543.htm

Foto:  Karlsruhe Institute of Technology // Photagrapher  Saulo Bambi
Somalian cave fish (Phreatichthys andruzzii) evolved in the perpetual darkness of caves more than a million years ago. Even so, they have a working, albeit distorted, biological clock 

°

De vissen van de soort Phreatichthys andruzzii leven al meer dan 2 miljoen jaar in grotten onder de Somalische woestijn, waarin geen zonlicht doordringt.

De dieren hebben een dagritme ontwikkeld van ongeveer 47 uur. Dat meldt BBC Newsop basis van onderzoek aan het Karlsruhe Institute of Technology.

Voeding

De wetenschappers weten niet precies waarom de biologische klok van de dieren juist op dit dagritme is ingesteld.

“Mogelijk heeft het iets te maken met de beschikbaarheid van voedsel in hun leefomgeving”, aldus hoofdonderzoeker Nick Foulkes.

Het dagritme van mensen en dieren bestrijkt normaal gesproken iets meer dan 24 uur en wordt afgesteld onder invloed van het daglicht. Een reis per vliegtuig naar een gebied met een andere tijdzone leidt daarom vaak tot een jetlag. De interne lichaamsklok moet zich na de reis namelijk instellen op de nieuwe lichturen.

Licht

De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen door de blinde vissen op regelmatige tijden te voeren en vervolgens in kaart te brengen in hoeverre de dieren hun dagritme daarop aanpasten.

Uit het onderzoek bleek al snel dat de vissen een dagritme aanhouden dat ongeveer twee keer zo lang duurt als het ritme van andere dieren. Ook ontdekten de wetenschappers dat de biologische klok van de dieren totaal niet meer gevoelig is voor licht. De resultaten van het experiment zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift PLoS Biology.

Verloren ritme

“Het kan zijn dat deze dieren bezig zijn om hun dagritme totaal te verliezen”, verklaart hoofdonderzoeker Foulkes. “Als de vissen over twee miljoen jaar opnieuw worden onderzocht hebben ze MISSCHIEN  helemaal geen biologische klok meer.”

Phreatichthys andruzzii и Danio rerio

°

Zeepissebed heeft twee lichaamsklokken

26 september 2013

°

Eurydice pulchra, een intertidale pissebed

Wetenschappers hebben ontdekt dat een in zee levende pissebed over twee lichaamsklokken beschikt.

Als bij een agaatpissebed(Eurydice pulchra)   de op het 24-uurs ritme gebaseerde circadiane klok wordt uitgeschakeld, blijft het dier elke 12.4 uur zwemmen.De dieren beschikken namelijk over twee lichaamsklokken, één gebaseerd op dag en nacht, de ander op het ritme van eb en vloed.Dat melden onderzoekers van Aberystwyth University in het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology.

Zwemmen

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door met genetische manipulatie de circadiane lichaamsklokken van in hun laboratorium levende agaatpissebedden uit te schakelen. Vervolgens bleek dat dieren nog steeds op het ritme van eb en vloed bleven zwemmen.

Agaatpissebedden worden ongeveer vijf millimeter lang en leven aan de kust. Ze begraven zich diep in het zand bij eb. Als het vloed wordt, komen ze naar boven om in het zeewater te zwemmen en zich te voeden. Hierbij vertrouwen ze waarschijnlijk op hun ‘tweede’ biologische klok.

De dieren reageren echter ook op het ritme van dag en nacht. Overdag wordt het lichaam van de pissebedden donker van kleur als bescherming tegen uv-licht. ’s Nachts worden de organismen wit.

Doorbraak

Volgens hoofdonderzoeker David Wilcockson is de ontdekking van de tweede lichaamsklok van zeepissebedden een grote doorbraak. Het is voor het eerst dat het bestaan van een aparte, op eb en vloed gebaseerde biologische klok is aangetoond bij dieren.

“Het biedt ons een nieuw perspectief op hoe organismen biologische tijd definiëren”, verklaart hij op BBC News. “Dit is een volledig onontgonnen wetenschappelijk veld.

Ingekleurde gravures met een agaat-pissebed, zeewaterluis, zeerups en zeediertje, 1779.
Auteur: M. Slabber, 1779.  Bron: GAG, HB.  Tijdvak: 1785 – 1792

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

http://www.ecomare.nl/index.php?id=3634

GIST

Gist2  <— Doc archief

°

Kernwoorden   

, , , , , , ,

De schimmels (Fungi) vormen een rijk in de supergroep van de Unikonta, naast de Dieren (Animalia) en de Amoebozoa. Schimmels zijn organismen die veelal eencellig zijn, maar meestal in lange schimmeldraden voorkomen.

Paddenstoelen zijn de meercellige vruchtlichamen van bepaalde schimmels.

Algemene kenmerken van schimmels zijn:

  • Een celwand
  • Een celkern
  • Een vacuole
  • Veel organellen, maar ‘géén’ bladgroenkorrels. Schimmels doen niet aan fotosynthese.

Gisten zijn de grote concurenten van de bacterieen … Ze ontwikkelden  evolutionair   bepaalde  antibacterieele middelen (–> waaronder de eerste natuurlijke antibiotica )

(*OPMERKING  : Overdreven   preventieve  behandelingen met  breed spectrum  antibiotica doden veel bacteria ( bijvoorbeeld in de darmflora )  ; er kunnen dus meer schimmmels gedijen op  en in het  lichaam van de patient   en  onder de overlevende bacterieen  kunnen  gemakkelijker  resistentere exemplaren   gaan  voorkomen …..)

– Gisten worden op hun beurt bedreigd door fungiciden  …..waaronder   vooral de bacterie   Bacillus subtilis , succesvol specigfieke verdedigingsmechanismen   heeft opgebouwd  ( trouwens ook andere  groepen organismen hebben fungicides ontwikkeld …waaronder ook   een  bepaalde schimmel  , Ulocladium oudemansii ,  specifieke concurenten onder de schimmels uitschakelt  ;.Daarnaast zijn allerlei  chemische middelen ontwikkeld door de mens  ….maar ook schimmels worden van langs om meer resistent tegen allerlei fungiciden en geneesmiddelen  ….Onderzoeker Paul Verweij noemt het ”zorgwekkend’’ dat er steeds meer resistente schimmels komen.

°

Wat zou een wereld zijn zonder schimmels?

Het zou bijvoorbeeld betekenen dat we geen kaas meer hebben.Of bier. Maar een belangrijkere functie is het recyclen van plantenresten in de bodem zodat andere planten weer iets hebben om op te groeien. Ook zitten er talloze schimmels in ons lijf. Je kan met behoorlijke zekerheid zeggen dat er zonder schimmels weinig leven op aarde mogelijk was.

°

 

http://www.nu.nl/gezondheid/3504836/nieuwe-resistente-schimmel-gevonden-in-huizen.html

Mensendarm zit vol goedaardige schimmels

8 juni 2012

– Darmen van zoogdieren zitten niet alleen barstensvol bacteriën, maar ook vol goedaardige schimmels.

Die schimmels zorgen er mogelijk zelfs voor dat schadelijke      schimmels (en  sommige bacterieen ?  )  geen kans krijgen om ontstekingsziekten te veroorzaken.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van California in Los Angeles en de Universiteit van Aberdeen in het Verenigd Koninkrijk, in een speciale editie van weekblad Science over ons darmmicrobioom. Dat zijn  alle micro-organismen in ons verteringsstelsel.

http://www.sciencemag.org/content/336/6086/1314.figures-only

 Ze toonden de schimmels aan in de darmen van ratten, cavia’s, varkens, honden en mensen. De gemeenschap van schimmels was niet eerder zo uitgebreid beschreven en de functie ervan helemaal niet.

In navolging van het microbioom hebben de onderzoekers deze schimmelkolonies mycobioom genoemd. Mycologie is een ander woord voor schimmelonderzoek.

Dikkedarmontsteking

Om de functie van de schimmels te bestuderen, schakelden de onderzoekers in muizen een eiwit uit dat een belangrijke rol speelt bij het onder controle houden van schimmels in de darm: Dectine-1.

Deze muizen bleken vatbaarder te worden voor colitis, dikkedarmontsteking.

Dectine-1 houdt normaal de wacht in de darm, waardoor de goede schimmels worden toegelaten en de slechte geweerd. Wanneer dit eiwit niet meer werkte, ging het muizenafweersysteem heftig te keer tegen alle schimmels, door een ontstekingsreactie op te wekken.

Wijkagent

Het eiwit lijkt als een soort wijkagent die goed weet wie hij wel en niet hard moet aanpakken. Wanneer die wegvalt en de gemoederen hoog oplopen moet de M.E. er wild op los slaan.

Mensen die in hun darmen door een genetische afwijking een slecht werkend Dectine-1 hebben, lopen ook een grote kans op darmontsteking, ontdekten de onderzoekers.

Of de ‘goede schimmels’ daadwerkelijk de slechte weren is nog niet helemaal duidelijk. Het zou ook kunnen dat Dectine-1 de kwade van de vriendelijke schimmels onderscheidt en die laatste groep met rust laat.

Door: NU.nl/Jop de Vrieze

tussen de 150  en  200 verschillende schimmels

24 mei 2013

Wetenschappers hebben ontdekt dat de voeten van mensen bijna tweehonderd verschillende schimmels bevatten.

Schimmels leven over het hele lichaam, maar de voeten zijn favoriet. Vooral op de hiel, onder teennagels en tussen de tenen. Dat melden Amerikaanse onderzoekers van het National Human Genome Research Institute in het tijdschrift Nature.

Monsters

Onschuldige schimmels leven van nature op de huid, maar kunnen een infectie veroorzaken als ze zich vermenigvuldigen. Bij het onderzoek werd het DNA in kaart gebracht van schimmels die waren afgenomen bij tien gezonde proefpersonen. Er werden monsters genomen van het hele lichaam: in en achter de oren, tussen de wenkbrauwen, rond de teennagels, tussen de tenen, op de rug, de onderarm, de borstkas, de handpalmen, de ellebogen, het achterhoofd en de neus.

Naast de voeten blijken ook de handpalm, de onderarm en de binnenkant van de elleboog verzamelplekken voor schimmels te zijn. Hier komen gemiddeld 18 tot 32 typen voor. Op het hoofd en de borstkas zijn relatief weinig schimmels te vinden, gemiddeld slechts twee tot tien.

“De gegevens van onze studie bieden voor het eerst basisgegevens over normale individuen”, aldus hoofdonderzoekster Julie Segre Segre op BBC News.

http://www.bbc.co.uk/news/health-22622689

Door: Gezondheidsnet

Fungal skin infections

  • Fungal infections are common and include athlete’s foot, ringworm and yeast infections
  • Athlete’s foot, also called Tinea pedis, is a very common fungal infection of the foot, causing peeling, redness, itching, burning, and sometimes blisters and sores
  • Fungal nail infections affect about three in every 100 people in the UK
  • The most common symptom of a fungal nail infection is the nail becoming thickened and discoloured. it can turn white, black, yellow or green.
OPMERKINGEN : 
  1.  Schimmels zijn een uitstekende afweer tegen  bepaalde  bacteriën.
  2. Op je voeten is een grote biodiversiteit aan schimmels waardoor één schimmel of bacterie niet kan gaan woekeren , wenselijk  . Een ontsteking door  één schimmel waarbij weefsel beschadigt kan dan moeilijk plaatsvinden.
  3. Hetzelfde afweermechanisme vind je ook met bacteriën op de huid , de darmen en de mond.
  4. Hou de  microbieele  biodiversiteit zo hoog mogelijk  … Teveel hygiene  en smetvrees  manieen    , veroorzaakt het uitblijven  of zelfs afbouwen   van verworven immuniteit 
Een kleine greep  uit de  Microbieele flora /—>  het zo genaamde   microbioom
°

http://en.wikipedia.org/wiki/Fungicide                                                                                                       http://nl.wikipedia.org/wiki/Fungicide

 

-Net zoals veel bacteria zijn ook veel gisten  experimenteele    modelorganismen geworden in  veel  laboratoria 

– ze hebben ook veel nieuwe inzichten geleverd in de   Genetica en  de moleculaire  evolutie-biologie …..

Voor eeuwig jong ?

13 september 2013   2

voor eeuwig jong

Voor eeuwig jong blijven: dat is toch onmogelijk? Niet voor de gist microbe Schizosaccharomyces pombe, , zo hebben wetenschappers van de universiteit van Bristol ontdekt. Elke keer als de microbe zich voortplant, verjongt deze zichzelf en zo blijft deze in essentie voor eeuwig jong.

Microben planten zich voort door zich te delen. Maar zelden delen ze zichzelf in twee identieke helften. Eerder onderzoek wees uit dat microben aan de ene helft al het oude, vaak kapotte celmateriaal meegeven, terwijl de andere helft het volledig functionele materiaal meekrijgt. Dat betekent dus dat microben net als mensen nageslacht produceren dat jonger is dan zijzelf: er is immers altijd een oudere helft (de ouder) en een jongere helft (het kind).

Andere aanpak
Maar er is een microbe die het – onder bepaalde omstandigheden – anders aanpakt.

Het gaat om de gistsoort  S. pombe: .

Wanneer S. pombe goed behandeld wordt, vermenigvuldigt deze zich – net als andere micro-organismen – door zichzelf in tweeën te delen.

Die twee helften delen echter alles eerlijk: dus zowel het oude als volledig functionerende celmateriaal wordt evenredig over de twee helften verdeeld.

“Aangezien beide cellen slechts de helft van het beschadigde materiaal krijgen, zijn ze eigenlijk jonger dan daarvoor (voor de deling, red.),” stelt onderzoeker Iva Tolic.

Dus elke keer dat S. pombe zich deelt, verjongt deze. Dat betekent dat de gistsoort aan de ouderdom kan ontsnappen, zolang deze zichzelf maar snel genoeg voortplant.

Slechte omstandigheden

Maar kan de gistsoort onder alle omstandigheden voor eeuwig jong blijven?

Nee, zo blijkt uit een tweede experiment. De onderzoekers stelden S. pombe bloot aan zware omstandigheden. De gistsoort kreeg te maken met ultraviolette straling en beschadigende chemische stofjes. Hierdoor groeiden de microben trager en konden ze zich niet snel genoeg voortplanten om voor altijd jong te blijven.

Zodra de microben met die zware omstandigheden te maken kregen, gingen ze zich namelijk voortplanten zoals andere microben dat doen: ze gaven hun ene helft al het oude, kapotte celmateriaal mee en de andere helft kreeg al het goed functionerende spul.

S. pombe wordt dus op dezelfde wijze als andere microben ouder, maar kan aan het verouderingsproces ontkomen als de omstandigheden gunstig zijn.

“Het is geweldig om te zien dat zelfs zulke simpele organismen er hele krachtige strategieën op nahouden om te kunnen overleven,” vindt onderzoeker Thilo Gross.

Bronmateriaal:
A microbe’s trick for staying young” – Bris.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).

MODELORGANISME   // SCHIZOSACCHAROMYCES  POMBE

 

http://microbewiki.kenyon.edu/index.php/Schizosaccharomyces_pombe

http://www.bris.ac.uk/news/2013/9739.html

The yeast microbe called S. pombe

http://www.scientias.nl/microbe-ontdekt-eeuwig-jong-blijft/91996

http://en.wikipedia.org/wiki/Schizosaccharomyces_pombe

 

The yeast microbe called S. pombe

Schizosaccharomyces_pombe_tsentrosoom

Centrosome of S. pombe.

 

S Pombe yeast3a

“The fission yeast, Schizosaccharomyces pombe, a species which has proved a valuable model organism for research into the cell cycle and cancer (Photo courtesy of Mary Parker, Institute of Food Research)”.

MAX PLANCK  INSTITUTE

http://tuebingen.mpg.de/en/news-press/press-releases/detail/new-tasks-attributed-to-aurora-proteins-in-cell-division.html

Rasterelektonenmikroskopieaufnahme von sich teilenden Spalthefez

°

DOODGRAVERS

    insecten  Kevers  

°

Kevermoeder verslindt om voedsel bedelende jongen

23 augustus 2013

Jonge kevers van de soort Nicrophorus lopen het risico te worden opgegeten als ze te veel bedelen om voedsel, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Doodgravers

 

Nicrophorus vespilloides found on a dead hedgehog by the side of the road, 5-V-2005, Roggebotzand, Flevoland, Netherlands. Det, leg & photo E van Herk
Nicrophorus_vespilloides_wiki

De jonge kevers bietsen om voedsel door met hun pootjes tegen de bek van hun moeder te duwen. Als één van de jongen te vaak bedelt, wordt het dier opgegeten door het vrouwtje.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Edinburgh in het wetenschappelijk tijdschrift Behavioral Ecology.

Karkas

Kevers van de soort Nicrophorus worden doodgravers genoemd, omdat ze hun eitjes leggen op de lijkjes van kleine dieren zoals muizen en vogeltjes.

Hun nageslacht voeden ze vervolgens door stukjes van het karkas op te slokken, te verteren en weer uit te spuwen in de bek van de jongen.

De wetenschappers testten hoe vrouwtjes reageerden op voortdurend gebedel door de dieren bloot te stellen aan een buitengewoon groot aantal nakomelingen van verschillende moeders, zo meldt nieuwssite Physorg.com. De kevervrouwtjes bleken de jongen die zich het vaakst bij hun bek meldden zonder aarzelen op te eten.

Natuurlijke selectie

De wetenschappers vermoeden dat de vrouwtjes met hun kannibalistische gedrag voorkomen dat jongen die niet continu bedelen te weinig voedsel binnenkrijgen.

In Nederland komen acht soorten doodgravers voor, waarvan drie soorten erg zeldzaam zijn.

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

°

Nicrophorus pustulatus

 

Doodgravers zijn kevers uit de familie van de aaskevers.  Wat ze zo apart maakt, is dat ze voor hun jongen zorgen.  Het zijn vrij grote kevers die 1 tot 4 centimeter groot kunnen worden.  Ze zijn glanzend zwart en hebben een oranje tekening op de rug en zijn behaard op de buik.  De kop is groot en heeft grote ogen.  Rond de hals zitten allerlei bobbels.  De dekschilden bedekken het achterlijf maar niet volledig.  Met deze schilden kunnen ze tsjirpen door de ribbels over elkaar te schuren.  De antennes zijn maar kort met een knots erop.

Het zijn echte roofinsecten die leven van maden van vliegen en aas.  Aas wordt ingegraven door de aarde eronder weg te duwen.  Vaak wordt er met andere doodgravers samen gewerkt.  Als het aas onder de grond zit, dan wordt er gepaard.  In het aas worden de eitjes gelegd.  De moeder blijft bij de eitjes tot ze uitkomen.  Dan worden ze door haar gevoerd zodat ze zich na 7 dagen ontpoppen.

http://macromite.wordpress.com/2010/02/14/mite-farm-or-some-animals-are-more-equal-than-others/

Met parasieten

°