Wat als al het ijs is gesmolten ?

 

_________________________________________________________________ ZEESPIEGELSTIJGING<—- http://www.kennislink.nl/publicaties/zeespiegelstijging

Een natte nachtmerrie   1

 

°

Een natte nachtmerrie 2

foto :  Een uitloper van het dichtbevolkte en verpauperte eiland Tarawa, waar de hoofdstad van Kiribati is gevestigd ., een archipel in de stille oceaaan . Nog eventjes en deze atollen verdwijnen in zee …

°

Een natte nachtmerrie 3

_______________________________________________________________ INHOUD van deze pagina   ;

°

* Bijna 700 vierkante kilometer grote ijsberg belandt in de Zuidelijke Oceaan

* Smeltende gletsjers op West-Antarctica zijn niet te stoppen

* ALS AL HET IJS OP AARDE SMELT GEBEURT DIT VROEG OF LAAT ?

* VN-klimaatrapport: België gaat zware klappen krijgen

* Zeespiegel en temperatuurstijging

* Temperatuurrecords

* De les van het LAAT KRIJT

* te verwachten ZEESPIEGEL STIJGING

* RISING SEAS (New York times 03- 2014 ) KIRIBATI

* GREENLAND MELTING * PANAMA * FUJI * BANGLA DESH * USA ° Maatregelen ?

* De wereld is slecht voorbereid op klimaatverandering

* DROOGTE ‘Dertig procent van de aarde krijgt te maken met droogte’

°

ONDERTUSSEN OP ANTARCTICA

* Antarctica breekt alle records: nog nooit is er zoveel zee-ijs gemeten

* De wind voorkomt dat Antarctica snel opwarmt

* Hoe lang duurt het voor sneeuw en regen (firn) terug ijs worden ? _______________________________________________________________

Bijna 700 vierkante kilometer grote ijsberg belandt in de Zuidelijke Oceaan

ijsberg

In november vorig jaar kwam een enorme ijsberg los van de Pine Island-gletsjer. NASA volgde de ijsberg – die ongeveer drie keer zo groot is als Amsterdam – de afgelopen maanden en dat levert een mooi filmpje op.

Het is alweer iets meer dan vijf maanden geleden dat de bijna 700 vierkante kilometer grote ijsberg B31 zich losmaakte van de Pine Island-gletsjer. Kort na het losbreken van de ijsberg kondigden onderzoekers al aan dat ze deze nauwgezet zouden gaan volgen. En dat hebben ze de afgelopen maanden gedaan met behulp van satellieten. De Terra-satelliet fotografeerde de ijsberg regelmatig tussen 18 november en 10 december 2013, waarna een andere satelliet het stokje overnam en de ijsberg tussen 5 februari en 11 maart 2014 volgde. NASA heeft de beelden nu gebundeld en er een timelapse van gemaakt.

Verplaatsing De timelapse laat duidelijk zien hoe de ijsberg zich de afgelopen maanden verplaatst heeft. In eerste instantie blokkeerde het zee-ijs de weg, maar dat werd dunner en maakte zo de weg vrij richting de oceaan. “Het is heel interessant om te zien hoe weinig zee-ijs er in het gebied was,” vertelt onderzoeker Grant Bigg. “In de video zie je wolken die suggereren dat er in de eerste twee maanden een sterke valwind van de gletsjer komt zetten en die heeft de baai wellicht ijsvrij gehouden en geholpen om de ijsberg uit de baai te leiden.”

Grootte De ijsberg is ongeveer 33 kilometer lang en 20 kilometer breed. “We denken dat deze ongeveer 500 meter dik is,” vertelt Bigg. Hoewel de ijsberg wel al een beetje massa verloren is, is deze qua vorm eigenlijk onveranderd gebleven.

Normaal Wat het afkalven van deze ijsberg precies te betekenen heeft, daar zijn onderzoekers nog niet uit. “Het afkalven van ijsbergen is heel normaal,” benadrukt onderzoeker Kelly Brunt. “Maar de breuk die deze ijsberg creëerde bevond zich ver stroomopwaarts ten opzichte van de gemiddelde plek waar ijsbergen de afgelopen dertig jaar afkalfden, dus dit is een gebied om in de gaten te houden.” De Pine Island-gletsjer wordt in rap tempo dunner en brengt steeds meer water naar zee. Daarmee wordt deze gezien als één van de grootste bijdragers aan de zeespiegelstijging.

De onderzoekers blijven ijsberg B31 volgen, voor zover dat in de naderende winter op Antarctica mogelijk is. Ze doen dat niet alleen om meer te weten te komen over de ijsberg en oceaanstromingen, maar ook om te voorkomen dat deze een gevaar gaat vormen voor de scheepvaart. “De ijsberg is nu uit de baai en zal snel de stroming in de Zuidelijke Oceaan gaan volgen,” voorspelt Bigg.

Van boven naar beneden: de ijsberg op 18 november, 10 december en 5 februari. Foto's: Jeff Schmaltz / LANCE / EOSDIS Rapid Response.

__________________________________________________________________ zeespiegel , drinkwater en zoetwater behoud <—-    __________________________________________________________________ °

Smeltende gletsjers op West-Antarctica zijn niet te stoppen

 Thwaithes gletsjer  west antarctica       Thwaites Glacier  in West Antarctica is connected with its neighbors in ways that threaten a wholesale collapse if it recedes too far inland.
°
Een deel van de West-Antarctische ijskap smelt razendsnel. Nieuw onderzoek stelt nu dat dit smeltproces niet meer te stoppen is. Wat we ook doen of laten: niets kan ervoor zorgen dat de gletsjers in dit gebied stoppen met smelten. Dat schrijven onderzoekers in het blad Geophysical Research Letters. De wetenschappers baseren zich onder andere   op 40 jaar aan wetenschappelijke waarnemingen op West-Antarctica. (2)
°
De betreffende gletsjers leveren reeds een belangrijke bijdrage aan de stijging van de zeespiegel. Ze brengen jaarlijks ongeveer net zoveel ijs naar de oceaan als de gehele Groenlandse ijskap. En de gletsjers beschikken over nog genoeg ijs om de zeespiegel wereldwijd met 1,2 meter (1)(2)te laten stijgen. Bovendien smelten ze momenteel sneller dan onderzoekers dachten. antarctica2
°
De pijl wijst het gebied aan waar de onderzoekers in hun paper over spreken. Afbeelding: NASA
°
De gletsjers in het westelijk deel van Antarctica hebben in de afgelopen twee decennia 14 tot 35 kilometer aan lengte verloren. Dat is veel meer tot nu toe werd gedacht…..
°
Geen weg terug
°
En nu blijkt ook nog eens dat er geen weg terug is voor de gletsjers. Ze zullen blijven smelten. “Dit deel zal in de komende decennia en eeuwen een belangrijke bijdrage leveren aan de stijging van de zeespiegel,” voorspelt onderzoeker Eric Rignot. “Een behoudende schatting is dat nog enkele eeuwen tijd nodig is voordat al het ijs in de zee is gestroomd.”(1b ) (2)
°
Sneller
°
De onderzoekers baseren hun conclusies op drie argumenten. Ten eerste de snelheid waarmee de gletsjers in zee glijden. Die snelheid loopt op.
°
Op water en land
°
Daarnaast keken ze ook naar het deel van de gletsjers dat op zeewater drijft. Gletsjers liggen deels op land, maar hun ‘tongen’ rusten op het water.
*
Het punt waarop gletsjers het contact met het land verliezen, wordt grounding line genoemd. Wanneer gletsjers smelten, doen ze dat voorbij die grounding line, aan de onderzijde van het deel van de gletsjer dat op het zeewater rust. Net zoals een vastgelopen boot weer gaat drijven als u er bagage uit verwijdert, kan een gletsjer op plekken waar deze eerder op de aarde rustte (voor de grounding line) gaan drijven als deze smelt (en dus lichter wordt). De grounding line komt dan steeds verder landinwaarts te liggen. Uit het onderzoek van Rignot en zijn collega’s blijkt dat dat inderdaad gebeurt op West-Antarctica. De gletsjers zijn zo dun geworden dat ze nu ‘zweven’ op plekken waar ze eerder op het land rustten.
°

°
Steeds sterker 
°
De gletsjers stromen dus sneller. En het punt waarop ze niet langer op de aarde rustten, komt steeds verder landinwaarts te liggen. Die twee gebeurtenissen versterken elkaar ook nog eens. Wanneer gletsjers sneller gaan stromen, strekken ze zich uit en worden dunner, waardoor hun gewicht terugloopt en ze verder landinwaarts loskomen van het gesteente. Naarmate de ‘grounding line‘ zich terugtrekt, komt een groter deel van de gletsjer op het water te rusten en water geeft minder weerstand dan steen, dus gaat de gletsjer zich nog sneller verplaatsen.
°
°
Geen heuvels
°
Om deze veranderingen een halt toe te roepen, zijn hobbels of heuvels nodig in het landschap waar het ijs achter blijft haken. Uit het onderzoek blijkt dat op dit moment stroomopwaarts vanaf de grounding line van vijf van de zes gletsjers op West-Antarctica geen hobbels of heuvels te vinden zijn.
°
Alleen de Haynes-gletsjer beschikt over enkele hindernissen stroomopwaarts, maar trekt zich desalniettemin net zo snel terug als de andere gletsjers. De onderzoekers wijzen er bovendien op dat het bed waarin de gletsjers rusten, verder onder de zeespiegel ligt naarmate men verder landinwaarts komt. Als de gletsjers zich terugtrekken, kunnen ze niet aan de greep van de oceaan ontkomen en het warme water zorgt ervoor dat ze nog sneller smelten. Gletsjers stromen dus sneller.
°
De grounding line trekt zich terug. En de kenmerken van het Antarctische landschap faciliteren het smeltproces. “De ineenstorting van dit deel van West-Antarctica lijkt niet meer te stoppen.” Rignot wijst erop dat meerdere gletsjers in een groot gebied tegelijkertijd aan het smelten zijn en dat dat erop wijst dat alle gletsjers door toedoen van één en dezelfde oorzaak smelten. “Bijvoorbeeld een toename in de temperatuur van de oceaan onder de drijvende delen van de gletsjers. Op dit moment lijkt het einde van deze sector onvermijdelijk.”
°
12 MAY 2014
°
A computer model and radar data show that one melting glacier the size of Uruguay could wreak havoc at the bottom of the world—and far beyond

http://news.sciencemag.org/climate/2014/05/west-antarctic-ice-sheet-collapsing http://www.sciencemag.org/content/early/2014/05/12/science.1249055

 

°

Abstract :

°

Resting atop a deep marine basin, the West Antarctic Ice Sheet has long been considered prone to instability. Using a numerical model, we investigate the sensitivity of Thwaites Glacier to ocean melt and whether unstable retreat is already underway. Our model reproduces observed losses when forced with ocean melt comparable to estimates. Simulated losses are moderate (<0.25 mm per year sea level) over the 21st Century, but generally increase thereafter. Except possibly for the lowest-melt scenario, the simulations indicate early-stage collapse has begun. Less certain is the timescale, with onset of rapid (> 1 mm per year of sea-level rise) collapse for the different simulations within the range of two to nine centuries.

Gletsjers op West-Antarctica maken veel meer haast dan veertig jaar geledenGletsjers op West-Antarctica maken veel meer haast dan veertig jaar geledenOnderzoek toont aan dat maar liefst zes grote gletsjers in West-Antarctica momenteel sneller bewegen dan veertig jaar geleden.…
Gletsjers uit Groenland doen zeespiegel stijgenGletsjers uit Groenland doen zeespiegel stijgenNiet alleen het smelten van gletsjers doet de zeespiegel stijgen, ook het in zee stromen van gletsjers uit…

http://www.nu.nl/wetenschap/3773978/gletsjers-west-antarctica-zullen-helemaal-verdwijnen.html °

Hoofdonderzoeker Eric Rignot op nieuwssite ScienceDaily.

°

NOTEN

°

En dit alles  is alleen West-Antarctica,                                                                                  Groenland is ook goed zijn best aan het doen.

°

(1) > anderhalf meter zoet water in de zoute zee.


Ben benieuwd wat dat met het leven in zee zou kunnen doen

°

> (1b) Op het ganse continent  Antarctica  ligt in totaal  genoeg  ijs  voor zo’n 55 m zeespiegelstijging (als alles smelt )

°

(2) > De verwachting is dat de gletsjer waar ze het over hebben in 200 tot 1000 jaar smelt en zo’n 60 cm zeespiegel stijging verzorgt, maar als deze gesmolten is komen andere gletsjers vrij te liggen zodat er we een totale zeespiegelstijging tot 4 meter kunnen verwachten. 
http://www.nbcnews.com/science/environment/west- …

°

IJs op Antarctica smelt in sneltempo

ma 19/05/2014 Gianni Paelinck
Het ijs op de Zuidpool is de afgelopen 3 jaar met 160 miljard ton afgenomen, 2 keer zo veel als bij vorige vaststellingen. Dat blijkt uit metingen van de Europese satelliet CryoSat. De hoeveelheid gesmolten ijs is goed om het globale zeeniveau jaarlijks te doen stijgen met 0,43 mm.

Vooral in het westelijke deel van Antarctica verliezen 6 enorme gletsjers snel aan omvang door relatief warm oceaanwater dat via de Amundsen Zee de Zuidpool bereikt. De zeestroming wordt aangedreven door winden die – volgens wetenschappers – sterker zijn door de klimaatverandering. Eén bepaalde gletsjer verloor zo’n 9 meter per jaar.

De vaststellingen konden gedaan worden dankzij de CryoSat-satelliet van de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA. Die satelliet laat via gesofisticeerde apparatuur veel meer gedetailleerde observaties toe. De resultaten zijn gepubliceerd in het vakblad “Geophysical Research Letters”.

Twee andere studies zijn tot de bevinding gekomen dat het smelten van de gletsjers vrijwel onomkeerbaar is. Onrustwekkend als je weet dat de zeespiegel wereldwijd met 1,2 meter zou stijgen, mochten de 6 gletsjers in het westelijke deel van Antarctica helemaal wegsmelten. “Als de zeestromen in de Amundsen Zee op die manier het ijs blijven aantasten, dan zal dat ernstige gevolgen hebben voor het zeeniveau”, zegt professor Duncan Wingham van University College London. “Daarom is het belangrijk dat we blijvend onderzoek doen.”

°

Antarctica verliest jaarlijks 159 miljard ton ijs

ijsberg

De ijskap op Antarctica raakt elk jaar 159 miljard ton ijs kwijt. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. De studie toont aan dat Antarctica – en dan met name het westelijke deel van het continent – steeds sneller ijs kwijtraakt.

Het grootste verlies wordt nog altijd geboekt op West-Antarctica. Dit deel verloor tussen 2010 en 2013 gemiddeld elk jaar zo’n 134 miljard ton aan ijs. Het oosten van het continent zag in diezelfde periode jaarlijks drie miljard ton aan ijs verdwijnen. Het Antarctisch Schiereiland verloor jaarlijks 23 miljard ton ijs. Daarmee komt het totale verlies op 159 miljard ton per jaar.

West-Antarctica
Uit het onderzoek blijkt ook dat het ijs op West-Antarctica steeds sneller dunner wordt. De regio verliest jaarlijks ongeveer 31 procent meer ijs dan gemiddeld jaarlijks tussen 2005 en 2010 het geval was. “We ontdekten dat het verlies aan ijs het meest uitgesproken is in de regio van de Amundsenzee (een deel van West-Antarctica, red.),” vertelt onderzoeker Malcolm McMillan. Gletsjers verliezen er nabij het water tot wel acht meter ijs per jaar. Tijdens eerder onderzoek werd al geconcludeerd dat dit deel van Antarctica het meest kwetsbaar is. Dit onderzoek onderschrijft dat.

Dit onderzoek onthult het dunner worden van het ijs langs de Amundsen-kust en die metingen zijn consistent met onze theorieën en modellen die erop wijzen dat dit gebied op instorten staat,” vertelt onderzoeker Ian Joughin.

Zorgwekkend
“Het steeds sneller dunner worden van het ijs op West-Antarctica is een zorgwekkende ontwikkeling,” stelt onderzoeker Andrew Shepherd. “Het is concreet bewijs dat in dit deel van onze planeet – dat genoeg ijs bezit om de zeespiegel wereldwijd met meer dan een meter te laten stijgen – grotere veranderingen plaatsvinden.” Exact in kaart brengen hoeveel ijs er jaarlijks op het continent smelt, is belangrijk. De metingen helpen ons beter begrijpen hoe de ijskappen op een veranderend klimaat reageren. “De uitdaging is om dit bewijs te gebruiken om klimaatmodellen te toetsen en verbeteren.”

De onderzoekers trekken hun conclusie op basis van metingen van CryoSat-2. Deze satelliet meet onder meer zeer nauwkeurig de veranderingen in de hoogte van het pak ijs op Antarctica. Omdat de satelliet ook door wolken en in de duisternis kan ‘kijken’, kan deze voortdurend een goed beeld geven van de ontwikkelingen op het regelmatig aan stormen en donkerte onderworpen Antarctica. De satelliet geeft onderzoekers daarmee een compleet en nauwkeurig beeld van het verlies aan ijs op Antarctica.

Bronmateriaal:
Antarctica’s ice losses on the rise” – Leeds.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Peter Pawlowski (cc via Flickr.com).

 

 

Oost-Antarctica duwt West-Antarctica opzijOost-Antarctica duwt West-Antarctica opzijEllebogenwerk op de Zuidpool. Daar duwt het oostelijke deel van Antarctica het westen opzij. En daar kan West-Antarctica…
Gletsjers op West-Antarctica maken veel meer haast dan veertig jaar geledenGletsjers op West-Antarctica maken veel meer haast dan veertig jaar geledenOnderzoek toont aan dat maar liefst zes grote gletsjers in West-Antarctica momenteel sneller bewegen dan veertig jaar geleden.…

Smeltend ijs veroorzaakt dip in zwaartekrachtsveld Antarctica

 

Het ijs op West-Antarctica smelt. En dat smeltproces heeft gevolgen. Ook voor het zwaartekrachtsveld van dit deel van de wereld. Daar is de afgelopen jaren een ‘dip’ in gekomen, zo toont de GOCE-satelliet aan.

De zwaartekracht is niet overal op het aardoppervlak even sterk. Onder meer de rotatie van de planeet en de positie van bergen en oceaantroggen hebben invloed op het zwaartekrachtsveld. En ook veranderingen in de massa van grote ijskappen kunnen kleine lokale variaties in het zwaartekrachtsveld bewerkstelligen.

Dip
En wetenschappers hebben die veranderingen nu waargenomen met behulp van de GOCE-satelliet. Ze bogen zich over gegevens die de satelliet tussen november 2009 en juni 2012 verzamelden. Opvallend genoeg ontdekten ze dat de afname in de massa van het ijs op West-Antarctica terug te zien was in de zwaartekrachtsmetingen van GOCE, ook al was de satelliet eigenlijk helemaal niet ontworpen om veranderingen die door de tijd heen kunnen optreden, te detecteren. Het verlies aan ijs tussen 2009 en 2012 resulteerde in een dip in het zwaartekrachtsveld van dit gebied.

 

 

Beter beeld
In het verleden gebruiken onderzoekers al de Grace-satelliet om de aardse zwaartekracht te bestuderen en zo conclusies te trekken over veranderingen in de ijsmassa op aarde. Maar de metingen van Grace zijn een stuk minder nauwkeurig dan die van GOCE en Grace kan bijvoorbeeld niet – zoals GOCE – naar delen van de Antarctische ijskap kijken. Door de gegevens die GOCE verzamelt te combineren met de gegevens van Grace kunnen nu ook veranderingen in de ijsmassa van kleine glaciale systemen worden waargenomen en krijgen we een nog beter beeld van wat er op Antarctica speelt.

Wetenschappers maken zich zorgen over Antarctica. Uit recent onderzoek blijkt dat de snelheid waarmee ijs op West-Antarctica jaarlijks verloren gaat, sinds 2009 met een factor drie verhoogd is. En tussen 2011 en 2014 nam het volume van Antarctica als geheel met zo’n 125 kubieke kilometer per jaar af.

 

Bronmateriaal:
GOCE reveals gravity dip from ice loss” – ESA.int
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door DGFI / Planetary Visions.

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/09/140930195428.htm

Satellite measurements reveal gravity dip from ice loss in West Antarctica

September 30, 2014
European Space Agency
Summary:
Although not designed to map changes in Earth’s gravity over time, ESA’s GOCE satellite has shown that the ice lost from West Antarctica over the last few years has left its signature. More than doubling its planned life in orbit, GOCE spent four years measuring Earth’s gravity in unprecedented detail. Researchers have found that the decrease in the mass of ice during this period was mirrored in GOCE’s measurements.

 

______________________________________________________________

ALS  AL HET IJS OP  AARDE SMELT  GEBEURT DIT VROEG OF LAAT  ?  http://fieggentrio.blogspot.be/2013/12/als-het-ijs-op-aarde-smelt-dan-is-dit.html maandag 30 december 2013 °

Dit is ‘s werelds nieuwe aangezicht als de zeespiegel ongeveer 65 meter zou stijgen.
National Geographic showt deze beelden en toont ons het grote verschil. 
Veel kustlijnen veranderen en sommige landen zullen zelfs helemaal verdwijnen. 
Eigenlijk zie je hier de wereld zoals-ie nu is, met slechts één verschil: al het ijs op de wereld is gesmolten en afgevoerd naar de zee. 
En dan krijg je dus dit. 
Sommige wetenschappers zeggen dat dat over ongeveer vijfduizend jaar kan gebeuren.
Europa
Europa:De  Nederlanden(met uitzondering van ardennen en eifel )  een deel van Noord frankrijk   en Londen zullen dan slechts nog herinneringen zijn. 
Ook het meeste van Denemarken zal verdwijnen in het water.
Afrika
Afrika: Dit continent zal het meest van zijn land bewaren, maar het wordt door de continue opwarming van de aarde op een gegeven moment wel onbewoonbaar. 
Het zal simpelweg te droog en te heet zijn.
Azie
Azië: Een groot deel van China, Bangladesh en India zal overstromen.
Ook zal de Mekong Delta overstromen en er voor zorgen dat de Cardamom bergen in Cambodja slechts nog eilandjes zijn.
Australie
Australië: Dit zal vooral één grote woestijn worden.
En juist de steden die het meest bewoonbaar zijn, aan de kust, zullen grotendeels verdwijnen.
Ook krijgen ze een zee middenin het continent.
Antartica
Antartica: De oostkant van Antartica bevat zoveel ijs (4/5de van al het ijs op de wereld) dat het bijna lijkt alsof onsmeltbaar is. 
De westkant daarentegen zal bijna helemaal instorten.
Noord-Amerika
Noord-Amerika: De staat Florida zal bijna helemaal verdwijnen en ook van San Francisco zal niet veel meer overblijven dan een paar drijvende eilandjes.
Zuid-Amerika
Zuid-Amerika: Buenos Aires verdwijnt, de kust van Uruguay en het meeste van Paraguay verdwijnt. 
Bergachtige gebieden blijven alleen  bestraan  in centraal Amerika .
°
DE GLAZEN BOL ?
°
5000 jaar is een lange tijd om dijken op te hogen en pompen/molens verder te ontwikkelen die de grond droog kunnen houden, dat moet wel lukken.
—> << ja , maar het moet betaalbaar en doenbaar  blijven  / / zandzakjes alleen dammen zeker   geen   overstroming  af wanneer die zeewering  structuren het begeven of niet meer zijn te onderhouden wegens de  slinkende  achteruit boerende   ekonomie middellen en  dus duurder wordende  material en de  aankomende  schaarste  eraan
°
IJskappen smelten niet van het een op het andere jaar, mensen hebben millennia de tijd om zich aanpassen.
—> volksverhuizingen zullen al vroeger massaal toenemen
°
 misschien zijn er wel veel minder mensen op aarde over 5000 jaar.
De huidige toename van mensen kan niet eeuwig doorgaan.
—> als we daar niet in slagen om  dat in te perken zal de natuur wel  zelf de wereldbevolking  gaan uithongeren  en zullen ziekten vrij spel gaan krijgen
°
Vroeg of laat ontstaat er oorlog vanwege de beperkte hoeveelheid voedsel en materiaal op de planeet.
In dat geval zijn smeltende ijskappen wel de minste van onze toekomstige problemen.
—> Juist  ……. Oorlogen met de huidige wapens kunnen snel uitgroeien tot een  totale uitroeing van al het leven op deze planeet . Moderne oorlogen (met het huidige wapenarsenaal )  in dit overvolle terrarium ,  betekenen  :  collectieve  zelfmoord 
Doemdenken heeft geen zin”
1)  Non sequitur  / /  de  blinde  en automatische   verschuivende   evenwichts processen die deze  planeet  voor mensen  soms  leefbaar houden ; trekken er zich niets van aan  of de mens doemdenker of optimist is  ….het zijn slechts de consequenties van onze  groeiende  massale  aanwezigheid , toenemende ecologische  voetafdruk   en tomeloze  ( we weten het allemaal en we kunnen alles beheersen ) arrogantie   die bepalen naar welke kant deze  balans zal overslaan ….
—>2)    <   <     het is te laat de put gevuld als het kalf verdronken is , en dat geldt ook voor optimisten
—>3 )   <    <   de kop in het zand steken heeft ook al geen zin
—>4)    <    <   Denken ( ook doemdenken en/of optimistisch vooruitgangs-denken   ) en    nadenken   is slechts een luxe die men zich kan permiteren   als het  goed gaat en de basis behoeften zijn gedekt
°
—> Wat er over 5000 jaar gebeurt heeft weinig te maken met wat ons  al  de komende 100 jaar al  te wachten staat.( of zelfs tegen het einde van deze eeuw )
1.-   Lekker overdrijven   dmv   dergelijk    getheoretiseer  en  lange termijn  prognoses /extrapolaties  van tendenzen ,     speelt alleen  de non-believers in de kaart   …..
2.-  Halen we dan de volgende   5000 jaar nog  ?
___________________________________________________________________
°
Ondertussen  zet de ( door velen nog steeds ontkende )klimaatopwarming zich  onverminderd  door  en krijgen we  nu  al te maken  met de eerste  duidelijke  gevolgen  —>
zie ook ;
______________________________________________________________
°
VN-klimaatrapport: België gaat zware klappen krijgen
19/03/2014 om 05:29 – Bijgewerkt

Ons land krijgt tegen 2100 af te rekenen met zware overstromingen en torenhoge kosten als gevolg van de stijgende zeespiegel. Dat staat in het nieuwe klimaatrapport van de VN.

VN-klimaatrapport: België gaat zware klappen krijgen

Smog-alarm in Brussel: slechts het begin van de klimaat-ellende? © BELGA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De krant De Morgen kon het gelekte rapport inkijken. In de EU rijzen de directe kosten door de zeespiegelstijging tegen eind deze eeuw tot 17 miljard euro per jaar als er geen ingrepen komen om het zeeniveau te bedwingen. België zal, samen met Nederland, Spanje, Italië, Duitsland, Frankrijk en Denemarken, de zwaarste rekening gepresenteerd krijgen, zo staat in het langverwachte nieuwe VN-klimaatrapport dat eind deze maand  maart  in Japan wordt voorgesteld. Naast een hoge prijs voor de zeespiegelstijging moet België zich volgens het VN-klimaatpanel ook voorbereiden op “ernstige afname van de grondwaterbronnen”. Ons land wordt hier samen genoemd met Italië, Spanje en Noord-Frankrijk. Voor België merken de onderzoekers ook op dat we nu al kampen met “aftakeling van de bossen en dode bomen.”

Torenhoge kosten  ……  en misschien een  “economie collaps”  ? “Tijdens de 21ste eeuw zullen de effecten van de klimaatverandering de economie en de strijd tegen armoede vertragen, de voedselzekerheid aantasten en nieuwe armoedevalkuilen veroorzaken, vooral in stedelijke gebieden”, zo staat in het gelekte voorontwerp. Bij een temperatuursstijging met 2,5 graden ( *** )zou de wereldeconomie tot 1400 miljard dollar (1000 miljard euro) per jaar kunnen verliezen. Momenteel is de wereld op weg naar een opwarming met 3,7 graden tegen 2100. (1)   (Belga/TV)   _________________________________________________________________ Zeespiegel en temperatuurstijging http://nl.wikipedia.org/wiki/Zeeniveau De zeespiegelstijging is actueel geworden door het broeikaseffect en klimaatverandering. 1.- Wetenschappers die zich daar mee bezighouden schatten in dat de zeespiegel tot 1 m gestegen zal zijn in 2100 (1) en daarna in hetzelfde tempo zal doorgaan. Dat kan/zal er toe leiden dat delen van het door mensen bewoond land  ontoegankelijk worden,…Ook al   omdat het te duur wordt de zeewering in stand te houden. 2.- Een recent internationaal onderzoek[4] voorspelt 2 meter stijging per eeuw, dus veel meer dan het IPCC had voorspeld.(2) De oorzaak ligt in het ijs van Groenland dat al bij een lagere temperatuurstijging zou gaan smelten. Een aanzienlijk aantal wetenschappers twijfelt echter aan deze conclusies.

(1) 
Anderen  zijn pessimistisch  en  anticiperen  nog   slechtere cyfers  
woensdag 5 maart 2014
Levermann.
“De gemiddelde temperatuur is nu al met 0,8 graden gestegen. Als de uitstoot van broeikasgassen blijft stijgen, voorspellen de modellen een stijging van de temperatuur met 5 graden tegen het einde van deze eeuw.”
°
De gevolgen zijn  bij 3 graden al  desastreus .
Bij een stijging van 3 graden verliezen wereldwijd twaalf landen meer dan de helft van hun huidige oppervlakte. Nog eens dertig landen verliezen een tiende aan de zee.

Met name eilandstaten in de Stille Oceaan en de Caraïben zijn ernstig bedreigd. Maar liefst 7 procent van de wereldbevolking leeft in regio’s die op termijn onder de zeespiegel zullen liggen.Als die stijging van de zeespiegel vandaag zou gebeuren, zouden meer dan 600 miljoen mensen op de vlucht moeten slaan en een nieuwe thuis moeten zoeken”, zegt Marzeion. “Deze enorme uitdagingen langs onze kusten zullen naar alle waarschijnlijkheid de culturele structuren fundamenteel veranderen. Als we de klimaatverandering niet kunnen beperken, zullen de archeologen van de toekomt grote delen van ons cultureel erfgoed  en onze levenstijl  in de oceanen moeten zoeken.”   (2)  —> dateerd  van  27/09/’13   IPCC  : De zeespiegel zal duidelijk sneller stijgen dan verwacht. In het ongunstigste geval zal die tegen eind deze eeuw met 82 centimeter gestegen zijn. Dat blijkt uit het eerste deel van het vijfde klimaatrapport dat het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, vrijdag in Stockholm heeft voorgesteld. Zelfs als de klimaatbescherming aanzienlijk wordt uitgebreid, zal de zeespiegel tegen dan met minstens 26 centimeter gestegen zijn. “Terwijl de oceanen opwarmen en gletsjers en ijskappen smelten, zal de globale zeespiegel verder stijgen, maar sneller dan we de voorbije 40 jaar hebben meegemaakt”, zei een van de co-voorzitters, Qin Dahe.

Temperatuurrecords

De temperaturen op de Aarde kunnen tegen het einde van de eeuw volgens verschillende scenario’s met 1,5 tot 4 graden Celsius stijgen. Volgens meer onwaarschijnlijke modellen gaan de wetenschappers zelfs uit van 0,3 tot 4,8 graden. “Hittegolven zullen zeer waarschijnlijk vaker voorkomen en langer duren”, deelde het IPCC-klimaatpanel (Intergovernmental Panel on Climate Change)mee . In het verlengde van de klimaatopwarming verwachten de wetenschappers dat de vochtige regio’s op de wereld meer en de drogere nog minder neerslag zullen krijgen. “Maar er zullen uitzonderingen zijn”. Volgens het rapport was het sinds het begin van de weermetingen nooit warmer dan tussen 2001 en 2010. “In een decennium werden meer temperatuurrecords gebroken dan ooit tevoren”, zei de secretaris-generaal van de World Meteorological Organization (WMO), Michel Jarraud. De ijskappen in Groenland en Antarctica hebben de afgelopen twee decennia aan massa verloren, en gletsjers zijn wereldwijd verder gekrompen, schrijven de wetenschappers. Voor deel een van het huidige klimaatrapport hebben 259 hoofdauteurs de voorbije vier jaar duizenden wetenschappelijke studies geëvalueerd. Ze hebben hun hoofdstellingen samengevat in 30 bladzijden. Het volledige rapport verschijnt maandag. Deel twee en drie van het vijfde klimaatrapport behandelen de gevolgen van de klimaatverandering en de politieke mogelijkheden om die af te remmen. Ze worden in de lente van 2014 in Japan( eind Maart ? )  en Berlijn voorgesteld. ___________________________________________________________________   ( *** )  De les van het  LAAT  KRIJT   :  een  te verwachten opwarming van  ( geen  3 maar)  6 ° C  warmer bij een verdubbeling van het Co2  percentage   …..  ° Late Cretaceous Period was likely ice-free September 24, 2013 ……Previously, many scientists have thought that doubling CO2 levels would cause earth’s temperature to increase as much as 3 degrees Celsius, or approximately 6 degrees Fahrenheit. However, the temperatures MacLeod believes existed in Tanzania 90 million years ago are more consistent with predictions that a doubling of CO2 levels would cause Earth’s temperature could rise an average of 6 degrees Celsius, or approximately 11 degrees Fahrenheit …..    http://www.sciencedaily.com/releases/2013/09/130924153956.htm _______________________________________________________________ °

–>  te verwachten  ZEESPIEGEL STIJGING 
17/03/14 – 14u06  
Bron: The Independent

© ap.

Volgens een nieuwe studie zou de zeespiegel wel eens sneller kunnen stijgen dan verwacht. Wetenschappers hebben ontdekt dat een ijsplaat in het noordoosten van Groenland, waarvan men dacht dat ze koud en stabiel was, snel aan het smelten is. Sinds 2003 zou er in de regio al miljarden ton ijs verloren hebben. Dat schrijft de Britse krant The Independent.

Mocht de hele ijsplaat smelten, dan stijgt de zeespiegel zeven meter

Jeremy Bamber, professor aan de Bristol University

De opwarming van de regio betekende in 2003 de aanvang van het smeltproces, blijkt nu uit een studie. Sindsdien is er al ongeveer 10 miljard ton ijs per jaar in zee beland. De onderzoekers zijn naar eigen zeggen verrast door hun bevindingen. Ze vrezen nu dat Groenland een grotere rol zal spelen dan eerst verwacht in het voorspellen hoeveel de zeespiegel wereldwijd zal stijgen. De ijsplaat is nu al een van de grootste bijdragers van de stijgende zeespiegel de laatste twintig jaar. Ze zou verantwoordelijk zijn voor 0,5 mm per jaar, een zesde van de totale stijging van 3,2 mm per jaar. Omdat verontsteld werd dat de ijsplaat stabiel is, werd ze voorheen niet inbegrepen in berekeningen hoeveel de zeespiegel zou stijgen. Zeven meter “De ijsplaat van Groenland heeft meer dan eender welke ijsmassa bijgedragen aan de stijgende zeespiegel de voorbije twintig jaar. Mocht de hele ijsplaat smelten, dan stijgt de zeespiegel zeven meter“, zegt professor Jeremy Bamber van de Bristol University. “Het noordoosten van Groenland is heel erg koud. Het werd voordien beschouwd als het laatste stabiele stuk van de ijsplaat. Deze studie toont nu echter aan dat het verlies van ijs versnelt”, zegt Michael Bevis van de Ohio State University, coauteur van de studie.

Lees ook

________________________________________________________________ ° RISING   SEAS  (New York times    03- 2014 ) KIRIBATI Climate-Kiribati-slide-T6HV-master1050 kiribati

Climate-Kiribati-slide-GGUD-master1050
Kiribati consists of 33 tiny islands and atolls, some uninhabited, sitting just feet above sea level (today )and spread over an expanse of ocean the size of India.

The low-lying islands of Kiribati, just a few feet above sea level, are on the front lines of climate change. Globally, sea levels have risen eight to 10 inches since 1880, but several studies show that trend accelerating. If carbon emissions continue unchecked, a recent survey of expertsconcluded, sea levels may rise about three feet by 2100.     ° That could inundate most of Kiribati by the end of the century, and the islands, home to some 100,000 people, are already feeling the impact. The government of Kiribati says the intrusion of salt water caused by rising sea levels has contaminated fresh water supplies and crop soil, and President Anote Tong has predicted that his country will become uninhabitable in 30 to 60 years. According to the United Nations High Commissioner for Refugees, all the residents of Kiribati, along with other low-lying island states such as the Maldives and Tuvalu, could be forced to flee as a result of climate change. “Entire populations could thus become stateless,” the agency wrote. The remote nation, more than 1,200 miles south of Hawaii and 3,800 miles northeast of Australia, has already purchased 6,000 acres on the neighboring island state of Fiji to protect its food security as the sea encroaches on its arable land — and possibly, in the future, to relocate its residents.   GREENLAND MELTING  greenland A growing body of research shows that climate change is rapidly melting the Greenland ice sheet. In 2012, satellite observations revealed an“extreme melt event” in which ice melted at or near the surface of 98.6 percent of the ice sheet. The summer melt season has been lengthening as well: Simulated reconstructions show that it now lasts 70 days longer than it did in 1972, and the extent of the ice melt in 2010 was twice that of the average in the early 1970s. All of these factors increase the contribution of Greenland’s ice melt to the global rise in sea level. But while the effects of climate change threaten the lives and livelihoods of people in low-lying Pacific island states, they could be a boon in parts of Greenland. Some Greenlanders hope climate change will help them achieve independence from Denmark, which colonized the island in the 18th century. The immense weight of Greenland’s ice sheet pushes the island down into the ocean, so as the ice sheet melts and the weight decreases, the island rises. Melting ice and warmer weather are reshaping Greenland’s geography, making once-frozen land arable. The thaw is also opening up access to formerly iced-over reserves of oil, zinc, gold, diamonds and uranium. There is a small but growing political movement in Greenland to harness the new wealth of resources as part of a push for independence.   PANAMA    The San Blas archipelago, a chain of more than 350 white-sand islands sprinkled across the Caribbean coast of Panama, has been home to the indigenous Kuna people for thousands of years. Now, rising sea levels and higher storm surges are flooding their villages. Scientists at theSmithsonian Tropical Research Institute estimate that sea levels around the islands are rising at a rate of about three-quarters of an inch annually, and that the islands will be underwater in the next 20 to 30 years. The Panamanian government is developing a plan to relocate the Kuna to the mainland, but the fiercely independent group is distrustful of the government, and many are resisting the proposal.   KUNA The Kuna — about 40,000 indigenous people living on dozens of islands off Panama’s Caribbean coast — fear that their ancestral lands could be submerged within a generation “The government of Panama recognizes that many of the people don’t want to move,” said Scott Leckie, director of Displacement Solutions, a Geneva-based organization that works with people displaced by climate change. “The younger the person is, the more likely they are to accept the move. The most able-bodied and highly educated people will move first. Thus, the least employed, the most ill, the oldest and weakest and most disabled, the least willing to move, will be the ones left behind.”   FUJI  Toguru village       Like its Pacific island neighbor Kiribati, Fiji is seeing the effects of the encroaching ocean, and the government has begun relocating residents from the archipelago’s outer islands and low-lying coastal areas to the larger mainland. The government moved residents from the coastal village of Vunidogoloa after salt water ruined the region’s crop soil. Officials are also investing in other adaptation measures: They are building desalination plants and water tanks on the country’s vulnerable northern islands, while continuing to make plans to relocate people. At the same time, Fiji knows its plight is not as dire as that of nations like Kiribati and Tuvalu, which scientists say will probably disappear by 2100. Fiji’s president, Ratu Epeli Nailatikau, has said he will welcome the fleeing populations of those countries, a gesture that could strain his nation’s own waning land and resources.   °   BANGLA DESH 

DAKOPE, Bangladesh — When a powerful storm destroyed her riverside home in 2009, Jahanara Khatun lost more than the modest roof over her head. In the aftermath, her husband died and she became so destitute that she sold her son and daughter into bonded servitude. And she may lose yet more.

Ms. Khatun now lives in a bamboo shack that sits below sea level about 50 yards from a sagging berm. She spends her days collecting cow dung for fuel and struggling to grow vegetables in soil poisoned by salt water. Climate scientists predict that this area will be inundated as sea levels rise and storm surges increase, and a cyclone or another disaster could easily wipe away her rebuilt life. But Ms. Khatun is trying to hold out at least for a while — one of millions living on borrowed time in this vast landscape of river islands, bamboo huts, heartbreaking choices and impossible hopes.

 

27bangladesh-lede-articleLarge
Bangladesh, with its low elevation and severe tropical storms, is among the countries most vulnerable to the effects of climate change, though it has contributed little to the emissions that are driving it. CreditKadir van Lohuizen for The New York Times

At a climate conference in Warsaw in November, there was an emotional outpouring from countries that face existential threats, among them Bangladesh, which produces just 0.3 percent of the emissions driving climate change. Some leaders have demanded that rich countries compensate poor countries for polluting the atmosphere. A few have even said that developed countries should open their borders to climate migrants.

“It’s a matter of global justice,” said Atiq Rahman, executive director of theBangladesh Center for Advanced Studies and the nation’s leading climate scientist. “These migrants should have the right to move to the countries from which all these greenhouse gases are coming. Millions should be able to go to the United States.”

River deltas around the globe are particularly vulnerable to the effects of rising seas, and wealthier cities like London, Venice and New Orleans also face uncertain futures. But it is the poorest countries with the biggest populations that will be hit hardest, and none more so than Bangladesh, one of the most densely populated nations in the world. In this delta, made up of 230 major rivers and streams, 160 million people live in a place one-fifth the size of France and as flat as chapati, the bread served at almost every meal.

bangladesh-mid-jumbo

A woman stood where her house was before Cyclone Aila destroyed it in 2009. Scientists expect rising sea levels to submerge 17 percent of Bangladesh’s land and displace 18 million people in the next 40 years. CreditKadir van Lohuizen for The New York Times

As the world’s top scientists meet in Yokohama, Japan,( 03 .2014)  at the top of the agenda was  the prediction that global sea levels could rise as much as      three feet by 2100. Higher seas and warmer weather will cause profound changes.

Climate scientists have concluded that widespread burning of fossil fuels is releasing heat-trapping gases that are warming the planet. While this will produce a host of effects, the most worrisome may be the melting of much of the earth’s ice, which is likely to raise sea levels and flood coastal regions.

Such a rise will be uneven because of gravitational effects and human intervention, so predicting its outcome in any one place is difficult. But island nations like the Maldives, Kiribati and Fiji may lose much of their land area, and millions of Bangladeshis will be displaced.

“There are a lot of places in the world at risk from rising sea levels, but Bangladesh is at the top of everybody’s list,” said Rafael Reuveny, a professor in the School of Public and Environmental Affairs at Indiana University at Bloomington. “And the world is not ready to cope with the problems.”

The effects of climate change have led to a growing sense of outrage in developing nations, many of which have contributed little to the pollution that is linked to rising temperatures and sea levels but will suffer the most from the consequences.

USA 

boston

While seas are rising globally, the phenomenon is not occurring at even rates around the world. A 2012 study by the U.S. Geological Surveyconcluded that sea levels along the East Coast will rise three to four times faster than the global average over the next century. While levels worldwide are expected to rise an average of two to three feet by 2100, they could surge more than six feet along the Atlantic seaboard. The study named Boston, New York, and Norfolk, Va., as the three most vulnerable metropolitan areas. Another study found that just a 1.5-foot rise in sea level would expose about $6 trillion worth of property to coastal flooding in the Baltimore, Boston, New York, Philadelphia and Providence, R.I., areas. That raises huge questions about the fate of Boston Harbor, where developers have poured millions into construction projects. Planners are steeling for a future in which storm surges flood huge swaths of Boston. They have put together a climate action plan outlining how the city can better prepare for disaster. Miami, one of the nation’s most populous cities, is built atop a porous limestone foundation on the South Florida coast, making it extremely vulnerable to rising sea levels, according to the federal government’s 2013 draft National Climate Assessment. As Arctic ice continues to melt, the waters around Miami could rise up to 24 inches by 2060, according to a report by the Southeast Florida Regional Climate Change Compact. Residents say they are already experiencing the effects as roads and outdated sewage systems flood. The porous limestone creates a unique threat as seawater seeps through the city’s foundations. “You’re not necessarily getting water pouring up over a barrier — instead, it’s seeping through the limestone and coming up through drains,” said Leonard Berry, co-director of the Climate Change Initiative at Florida Atlantic University. “It’s already happening. And it’s not very pleasant.” A study by the Florida Department of Transportation concluded that over the next 35 years, rising sea levels will damage smaller roads in the Miami area, and that after 2050, major coastal highways will also experience significant flooding and deteriorate as the limestone beneath them becomes saturated and crumbles.
MIAMI

_____________________________

De wereld is slecht voorbereid op

klimaatverandering

bankje De wereld is nog lang niet klaar voor klimaatverandering. Desalniettemin zijn de gevolgen van klimaatverandering reeds op alle continenten voelbaar. Dat concludeert het IPCC in een nieuw rapport. In het rapport ‘Climate Change 2014: Impacts, Adaptation and Vulnerability‘ schrijft hetIntergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) over de invloed die klimaatverandering vandaag de dag al heeft. Maar ook de risico’s die een veranderend klimaat in de toekomst met zich meebrengt komen aan bod. Net als de mogelijkheden die er zijn om die risico’s te verkleinen.

RISICO’S

In het rapport identificeren de onderzoekers een aantal risico’s van klimaatverandering. Denk aan overstromingen, hittegolven, tekort aan water, verlies aan biodiversiteit en tekort aan voedsel. Die risico’s ontstaan door kwetsbaarheid (we zijn slecht voorbereid) en blootstelling (we leven in gebieden waar die risico’s een rol kunnen gaan spelen) en klimaatverandering zelf. Elk van die drie factoren kan worden aangepakt om de risico’s terug te dringen.

Voorbereiding “We leven in een tijdperk van door mensen veroorzaakte klimaatverandering,” stelt onderzoeker Vicente Barros. “In veel gevallen zijn we niet voorbereid op de aan het klimaat gerelateerde risico’s waar we reeds mee te maken hebben. Investeren in een betere voorbereiding kan zowel in het heden als in de toekomst zijn vruchten afwerpen.” Er worden door overheden reeds stappen gezet om de risico’s die klimaatverandering met zich meebrengt te beperken. Maar die stappen zijn vaak gericht op dingen die ons al overkomen zijn en onvoldoende op zaken die ons door toedoen van klimaatverandering nog kunnen gaan gebeuren. En dat terwijl we volgens het IPCC een redelijk goed beeld hebben van de risico’s die klimaatverandering met zich meebrengt. Beperkingen Tegelijkertijd benadrukt het IPCC dat ook de voorbereidingen die we treffen moeten, hun beperkingen kennen. De mate waarin klimaatverandering een probleem gaat vormen, is afhankelijk van de mate waarin de aarde opwarmt, oftewel de mate waarin wij broeikasgassen blijven uitstoten. Als de aarde heel veel opwarmt, zal het lastiger worden om de risico’s in de hand te houden. “En zelfs serieuze, constante investeringen in aanpassingen zullen hun beperkingen hebben,” voorspelt onderzoeker Chris Field. Kwetsbaar Verder stelt het rapport dat een aantal risico’s van klimaatverandering zich wereldwijd al aan het ontvouwen is. Landbouw, volksgezondheid, ecosystemen op het land en in het water en onze watervoorraden: op sommige plekken worden die zaken reeds door klimaatverandering aangetast. Hoewel klimaatverandering op elk continent voelbaar is, zijn er een aantal gebieden die verhoogde risico’s lopen. “Het rapport concludeert dat mensen, samenlevingen en ecosystemen wereldwijd kwetsbaar zijn, maar de kwetsbaarheid verschilt van plek tot plek.” Daar waar klimaatverandering gepaard gaat met andere problemen zijn de risico’s het grootst. ° De plekken waar klimaatverandering zich het duidelijkst openbaart, zouden ons er volgens het IPCC aan moeten herinneren dat klimaatverandering niet alleen bestreden kan worden door onze uitstoot terug te dringen. Ons aanpassen aan situaties is minstens zo belangrijk. “Een deel van de reden waarom aanpassen zo belangrijk is, is dat de wereld door toedoen van klimaatverandering een aantal risico’s loopt die reeds in het klimaatsysteem ingebakken zijn en dat is te wijten aan onze uitstoot in het verleden en de bestaande infrastructuur,” stelt Barros.

_________________________________________________________________
°
DROOGTE  

‘Dertig procent van de aarde krijgt te maken met droogte’

droogte Door toedoen van klimaatverandering krijgt bijna een derde van de aardse landmassa’s tegen het jaar 2100 te maken met droogte. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. De schatting valt een stuk hoger uit dan eerdere schattingen: eerder voorspelden onderzoekers dat 12 procent van de landmassa’s tegen 2100 te maken krijgt met droogte. Dat verschil is goed te verklaren. Tijdens eerdere onderzoeken keken wetenschappers enkel naar de regenval. Tijdens dit onderzoek hielden de onderzoekers ook rekening met warmere temperaturen die ervoor zorgen dat er meer vocht aan de grond onttrokken wordt. Zo komen ze uit op hun conclusie dat dertig procent van de landmassa’s te maken krijgt met droogte. Zelfs gebieden die naar verwachting in de toekomst meer regen krijgen, kunnen door de stijgende temperaturen en daarbij horende verdamping met droogte te maken krijgen. Verdamping “We weten van de basale fysica dat warmere temperaturen ervoor zorgen dat dingen uitdrogen,” stelt onderzoeker Benjamin Cook heel simpel. “Zelfs als de mate van neerslag in de toekomst onduidelijk is, zijn er goede redenen om ons zorgen te maken over de watervoorraad.”

Vochtbalans Wanneer we alleen kijken naar de regenval krijgt 12 procent van de landmassa’s op aarde te maken met droogte. Maar er zijn ook een aantal gebieden die het maar net nat genoeg houden. Die gebieden lijken echter ook met droogte te kampen te krijgen wanneer we de hogere temperaturen en mate van verdamping meenemen. “Voor de landbouw is de vochtbalans in de grond het enige wat er echt toe doet,” stelt onderzoeker Jason Smerdon. “Als de regen iets toeneemt, maar de temperaturen ook toenemen, is droogte een mogelijk gevolg.” Europa In de berekeningen van de onderzoekers lijken bijvoorbeeld het westen van de Verenigde Staten en het zuidoosten van China te maken te krijgen met droogte. Maar ook lijken droge gebieden in Centraal-Amerika en het zuiden van Afrika in omvang toe te nemen. En de dorheid die we ‘s zomers in Griekenland, Italië, Spanje en Turkije zien, gaat zich wellicht naar het noorden toe uitbreiden. “Veel gebieden krijgen in de toekomst meer regen, maar het lijkt erop dat weinigen genoeg regen krijgen om de verdamping bij te benen,” stelt onderzoeker Steven Sherwood. En dat is zeker reden tot zorg. Nu kunnen bepaalde weersomstandigheden ervoor zorgen dat een oogst in een specifiek deel van de wereld mislukt. In de toekomst kan het veranderende klimaat de oogsten in meerdere delen van de wereld doen mislukken. Het kan resulteren in hogere voedselprijzen. En ook kan een tekort aan drinkwater ontstaan, met name in grote steden in gebieden die te kampen hebben met droogte.

Bronmateriaal: Warming Climate May Spread Drying to a Third of Earth, Says Study” – Columbia.edu De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door bodgie (via SXC.hu).
°
__________________________________________________________________
°
ONDERTUSSEN OP ANTARCTICA 

Antarctica breekt alle records: nog nooit is er zoveel zee-ijs gemeten

  Het zee-ijs op Antarctica verpulvert alle records. Sinds de satellietwaarnemingen in 1979 begonnen, bevond zich rondom het continent nog nooit zoveel zee-ijs. Het gaat momenteel om een slordige 19,45 miljoen vierkante kilometer ijs. Het record lijkt haaks te staan op alle berichtgeving omtrent de opwarming van de aarde. Maar schijn bedriegt. Op Antarctica is het momenteel winter. In die periode groeit het zee-ijs rondom Antarctica aan. Binnenkort dient het hoogtepunt van die winter zich aan. Zodra dat hoogtepunt achter de rug is, groeit de hoeveelheid ijs niet meer en zal deze zelfs langzaam maar zeker weer gaan afnemen. Dat betekent dat de hoeveelheid zee-ijs op Antarctica nu dus nog steeds toeneemt. Maar het record is al gevestigd. Op 16 september concludeerde het National Snow & Ice Data Centerdat er rond Antarctica 19,45 miljoen vierkante kilometer zee-ijs lag. En daarmee wordt het record dat vorig jaar werd neergezet (19,44 miljoen vierkante kilometer) kort voor de finish al verbroken. Dertig procent Met de 19,45 miljoen vierkante kilometer zee-ijs ligt er momenteel 3,9 procent meer zee-ijs dan er gemiddeld in de periode tussen 1981 en 2010 in dezelfde periode rond Antarctica te vinden was. De toename in zee-ijs die we de laatste jaren op Antarctica zien, is opvallend. De aarde warmt immers op. En de gevolgen daarvan zien we op de Noordpool heel goed. Daar bevindt zich op het hoogtepunt van de zomer dit jaar ongeveer dertig procent minder ijs dan er gemiddeld in diezelfde periode tussen 1980 en 2010 lag. En vorig jaar brak de Noordpool zelfs nog alle records: nog nooit was er zo weinig zee-ijs gemeten (3,41 miljoen vierkante kilometer). antarctica ice extension     Het record van 2013. Afbeelding: University of Bremen / AMSR2   ° Raadsel Hoe kan het dat de gevolgen van de opwarming van de aarde op de Noordpool zo goed zichtbaar zijn, terwijl de Zuidpool aan die gevolgen lijkt te kunnen ontsnappen? “Het bewijs dat de Zuidelijke Oceaan opwarmt, is overweldigend,” stelt onderzoeker Jinlun Zhang. “Waarom zou de hoeveelheid zee-ijs toenemen? Hoewel de mate waarin de hoeveelheid zee-ijs toeneemt, klein is, is het voor wetenschappers een raadsel.” Wind Waarschijnlijk zijn er verschillende factoren aan het werk. Eén van die factoren is de wind, zo schrijft Zhang in het bladJournal of Climate. Boven de Zuidpool bevinden zich een hele sterke, westelijke wind. De wind is sinds de satellietmetingen begonnen sterker geworden. Ook treedt er meer convergentie op (samenstromen van lucht). Daardoor vervormt het ijs: het wordt samengedrukt, waardoor er ribbels ontstaan. Het resultaat is dikker ijs dat langer in stand blijft. Tegelijkertijd wordt omringend water en dunner ijs aan koude winden blootgesteld en dat leidt tot de totstandkoming van meer ijs. “Je krijgt dikker ijs, ijs met ribbels en tegelijkertijd neemt de hoeveelheid ijs toe, omdat het ijs langer in stand weet te blijven,” vat Zhang samen. De sterke winden zouden de trend (een toename in zee-ijs) voor tachtig procent kunnen verklaren. Veranderingen in de dichtheid van het water zouden de overige twintig procent verklaren. Overigens moeten we de toename in de hoeveelheid zee-ijs op Antarctica wel in het juiste perspectief plaatsen. De toename is namelijk vele malen kleiner dan de afname op de Noordpool. Dat betekent dat de hoeveelheid zee-ijs wereldwijd dus nog steeds afneemt. Bovendien denken onderzoekers dat de toename van het zee-ijs op Antarctica geen blijvende trend is. Als de opwarming doorzet, zal ook de hoeveelheid zee-ijs op de Zuidpool uiteindelijk af gaan nemen.
Zee-ijs op Noordpool stevent af op minimum, maar lijkt geen record te gaan breken
Zee-ijs op Noordpool stevent af op minimum, maar lijkt geen record te gaan brekenHet zee-ijs op de Noordpool nadert het minimum van 2013: het moment waarop het oppervlak van het zee-ijs…
_________________________________________________________________
°

De wind voorkomt dat Antarctica snel opwarmt

    Nieuw onderzoek verklaart waarom “Antarctica ” niet zo hard opwarmt als de andere continenten.
°
(1) Het heeft alles te maken met de wind boven de Zuidelijke Oceaan: die is in de afgelopen 1000 jaar nog nooit zo krachtig geweest.
°
(2)“Naarmate de wind krachtiger wordt, houdt deze meer koude lucht boven Antarctica gevangen,”
vertelt onderzoeker Nerilie Abram.
Daarom gaat Antarctica niet mee in de trend. Elk ander continent warmt sneller op en de Noordpool warmt het hardst op van allemaal.”
Hoewel het grootste deel van Antarctica dus nogal  koud blijft, smelt het ijs op het Antarctisch Schiereiland echter juist snel. De sterke winden bewegen er door de Straat Drake en zorgen ervoor dat dat antarctisch gebied juist uitzonderlijk snel opwarmt.De krachtigere winden boven de Zuidelijke Oceaan verklaren tevens waarom het zuidelijke deel van Australië de laatste tijd met zoveel droogte te maken heeft. De winden boven de Zuidelijke Oceaan brengen namelijk boven  het zuidelijke deel van het continent regen. Maar nu de winden krachtiger worden, gaat de regenval aan de neus van Australië voorbij en regent  het uit op antarctica
“Antarctica steelt de Australische regen. En dat is geen goed nieuws.”
De onderzoekers trekken hun conclusie op basis van jaarringen en ijskernen.
“De winden boven de Zuidelijke Oceaan zijn nu krachtiger dan op elk ander moment in de afgelopen 1000 jaar,” stelt Abram.
Met name de laatste zeventig jaar zijn de winden in kracht toegenomen.
“Door onze observaties te combineren met klimaatmodellen, kunnen we die krachtigere winden duidelijk verbinden aan een stijging van de broeikasgasssen.
°
Bronmateriaal:
Ocean winds keep Australia dry, Antarctica cold” – ANU.edu.au
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).
°
(1) Het continent  warmt echter wel op ( alleen maar veel trager  en niet  overal plaatselijk  even hard ) en dat belet ook  niet dat veel ijs wegsmelt( in bepaalde  regio’s op het continent )  
°
(1b) Hoeveel feiten (en meningen) er ook zijn, de opwarming van de aarde (en vooral de verschillende opwarming van verschillende delen van de aarde) blijft een uiterst discutabel onderwerp. Wachten tot wij alle feiten allemaal netjes op een rijtje hebben is uiteraard niet de goede aanpak. 
°
–> Maar hoe beslis je wat te doen, hoe te doen, wanneer te doen, en op tijd te doen, als de hebberige kiezer niet bereid is om een stapje terug te doen? 
°

–> Hoe overtuig je de mensheid toch in te grijpen voor het te laat is?
°
(2)  ……De westenwinden rondom Antarctica zijn altijd al sterk geweest. (2b)Aan gegevens uit ijsboringen en boom ringen hebben ze nu afgeleid dat deze winden de laatste tijd nog zijn toegenomen. Dat lijkt mij een vrij betrouwbaar onderzoek. De Westenwinden zijn zo sterk dat je altijd wel moet rekenen op windkracht 8 of meer dwars over het schip bij een vaartocht naar Antarctica. Het continent heeft daardoor een meteorologisch isolement, dat waarschijnlijk al heen, heel lange tijd zo is. De ijslagen zijn daar tot 1 miljoen jaar oud en dat is veel ouder dan op Groenland.
°
( 2b)…….ook  de streek rond  het uiterste punt van (Zuid)amerikaans continent  (Patagonie ) is  zeer windrijk : Patagonie , Vuurland en   Kaap Hoorn  liggen dan ook (van alle andere continentale  zuidpunten )  het  dichtst bij Antarctica   http://nl.wikipedia.org/wiki/Kaap_Hoorn
°
__________________________________________________________________ Waarom Antarctisch ijs groeit terwijl Antarctica smelt –
°
Planet Earth – Knack.be

Dat klimaatverandering een complex gegeven is, blijkt uit data van een Amerikaanse militaire satelliet °
antarctica ijsaangroei© Reuters

°
Het mysterie van het langzaam aangroeiende pakijs rond Antarctica terwijl de ijskap van Antarctica zelf afneemt, is opgelost. Het komt door veranderende windpatronen waarbij de koude wind het ijs wegblaast van de kustlijn. Dat blijkt uit een verslag dat in het vakblad Nature Geoscience is gepubliceerd.
°
Paul Holland, de hoofdauteur van het verslag, zei in een mededeling dat de totale oppervlakte van het Antarctica-pakijs heel langzaam aangroeit.
°
Aan de Noordpool neemt de ijsoppervlakte af, een zichtbaar gevolg van de klimaatsverandering. De voorbije 19 jaar nam de windactiviteit nabij de Zuidpool toe, met een tegengesteld gevolg voor het pakijs daar, aldus wetenschapper en co-auteur Ron Kwok.
°
De wetenschappers stellen aan The Guardian dat het pakijs aan de Noordpool vijf keer sneller afneemt, dan het aan de Zuidpool aangroeit.
°
Kwok merkt op dat er regionale verschillen zijn. In sommige gebieden, waar warme winden die van de tropen naar Antarctica waaien aan kracht toenamen, neemt het pakijs snel af. In andere gebieden blazen koude winden ijs dan weer weg van de kustlijn. Het netto-effect is dan een lichte groei van het pakijs rond Antarctica.
°
De wetenschappers voerden hun onderzoek in een laboratorium van het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA in Californië. (Belga/TE)

Afbeeldingen van ijs antarctica groeit

°
Hoe lang duurt het  voor sneeuw en regen (firn)  terug ijs worden  ? 
°

Het evenwicht is zoek

Klimaatverandering in Groenland

aarde & klimaat

http://www.npowetenschap.nl/nieuws/artikelen/2013/september/Het-evenwicht-is-zoek.html

Dit gaat over een van de gebieden waar klimaatverandering al duidelijk zichtbaar is. G/roenland was vorig jaar nog uitgebreid in het nieuws omdat op een zomerdag de hele ijskap aan het smelten was, waarschijnlijk voor het eerst in minstens honderd jaar.

Groenland
Zoom

Groenland heeft een grote ijskap in een relatief warm klimaat. Aan de rand van de ijskap is plaatselijk de jaargemiddelde temperatuur rond de nul graden. Dat betekent dat het ijs wel moet smelten als het warmer wordt. IJs kan immers niet warmer dan nul graden worden. Dus als het klimaat verandert, moet je het daar bij uitstek kunnen zien.

Deze ijskap vertegenwoordigt een volume aan water waarmee de zeespiegel gemiddeld over de gehele oceaan een kleine zeven meter kan stijgen. De consequenties van het afsmelten als gevolg van de klimaatverandering kunnen dan ook op z’n minst verontrustend genoemd worden. Uiteraard kan dat niet gebeuren op één mooie zomerdag. Hoe snel dan wel? Dat is een vraag waarmee meer en meer wetenschappers zich bezighouden.

Een van de best onderzochte gebieden ligt aan de westrand van de Groenlandse ijskap. De Universiteit Utrecht is daar twintig jaar geleden begonnen met metingen van de afsmelting, ijsbeweging en meteorologische condities. Dat was in een tijd dat GPS de militaire ontwikkelingsfase nog maar net ontstegen was, de mobiele telefonie nog geen vlucht genomen had en satellietwaarnemingen van ijskappen nauwelijks bestonden. Achteraf gezien mag dit best een gelukkige keuze genoemd worden, want de veranderingen waren toen nog niet zichtbaar.

Wit biljartlaken

Die beginperiode kan worden gezien als referentietoestand waarin de ijskap vermoedelijk nagenoeg in evenwicht was met het klimaat, dat wil zeggen: er kwam net zoveel ijs (in de vorm van sneeuw) bij als er afsmolt aan de randen en als er aan ijsbergen werd geproduceerd. De veranderingen sinds de laatste ijstijd waren uitgewerkt, en de door mensen gedreven verandering had nog niet echt toegeslagen. Uiteraard smolt de ijskap ook toen al aan de rand, maar hogerop de ijskap was het landschap als een wit biljartlaken zonder sporen van smelt.

In de uitzending zien we dat nu ook in de zomer afsmelting optreedt, rond een locatie die S10 wordt genoemd, op 1850 meter boven zeeniveau. Wat twintig jaar geleden nog ondenkbaar was, is langzaam toch aan het gebeuren. Juist deze hoger gelegen relatief vlakke gebieden zijn belangrijk, omdat ze omvangrijk in oppervlak zijn, en daarmee cruciaal zijn voor de gezondheidstoestand van een ijskap. Omdat het er vlak is spreidt een relatief kleine toename van de afsmelting zich direct over een groot gebied uit.

Twintig jaar na dato en een geweldige schat aan satellietgegevens rijker, weten we nu zeker dat de ijsmassa op Groenland kleiner aan het worden is. In een recente studie van Shepherd et al. (2012) inScience is gekeken naar zowel hoogtemetingen, verricht door satellieten, als veranderingen in het zwaartekrachtsveld, gemeten door het satellietenpaar GRACE, waarmee de massa van het ijs kan worden bepaald. Onderzoekers aan de TU Delft hebben deze satellietgegevens gebruikt om de verandering in kaart te brengen. Verder is gekeken naar de resultaten van regionale klimaatmodellen.

Zeespiegelstijging

Een recente schatting gebaseerd op deze verschillende technieken geeft de bijdrage van Groenland en Antarctica aan de zeespiegelstijging zoals weergegeven in onderstaande figuur. Verschillende onafhankelijke meetmethoden leveren een consistent beeld op: zowel Groenland als Antarctica als overige landgletsjers op aarde verliezen gestaag aan massa.

De veranderingen in de ijskappen dragen nu voor ongeveer een derde bij aan de waargenomen zeespiegelstijging. De overige tweederde van de zeespiegelstijging wordt veroorzaakt door uitzetting van oceaanwater dat warmte absorbeert en door het afsmelten van kleine gletsjers. De verandering in de mondiale zeespiegel zoals die waargenomen wordt met satellieten is nu ongeveer dertig centimeter per eeuw.

Versnelling?

Zeespiegelstijging Groenland Antarctica
Zoom
bijdrage van Groenland en Antarctica aan zeespiegelstijging in de afgelopen twintig jaar.

De reeksen zijn nog niet nauwkeurig en lang genoeg om vast te snellen of er sprake is van een versnelling over de laatste paar jaar, maar dat is een kwestie van tijd. Langere meetreeksen en nauwkeuriger metingen zullen daar het komende decennium uitsluitsel over geven. In de tussentijd wordt onderzocht of er terugkoppelingsmechanismes zijn die voor zo’n versnelling kunnen zorgen.

Een van de terugkoppelingsmechanismen waarnaar wordt gekeken is de rol van water op de stromingssnelheid van het ijs. Dit is belangrijk, omdat als het ijs harder gaat stromen er meer ijs in lagere gebieden komt, waar de temperatuur hoger is en er dus meer afsmelting is. Als dit gebeurt dan zou de ijskap sneller af kunnen breken dan de huidige modellen voorspellen. Bij S10 en in het gehele gebied in de omgeving wordt daarnaar gekeken aan de hand van GPS metingen, zoals Alun Hubbard in de uitzending uitlegt. Recente metingen van de Universiteit Utrecht geven inderdaad een aanwijzing dat op grote hoogte het stromingspatroon aan het veranderen is.

Terugtrekking

Jakobshavn
Zoom

Water kan echter ook een andere rol spelen, omdat het ijs zal smelten als het met zeewater in contact komt. ’s Werelds snelst stromende gletsjer is de Jakobshavns Isbrae, aan de westkust van Groenland, die met een snelheid van tien à vijftien kilometer per jaar de zee in stroomt. Deze gletsjer draineert een aanzienlijk deel van Groenland en is in de afgelopen vijftien jaar sneller gaan stromen en heeft zich sterk teruggetrokken. De gletsjer wordt daarom sinds een aantal jaren nauwkeurig met camera’s in de gaten gehouden.

De camera’s maken ieder uur een foto, het gehele jaar door, en tonen zo de variaties en trends in de productie van ijsbergen. Onderzoeker Jason Box laat dit in de buurt van Jakobshavn zien.

Indrukwekkende beelden ontstaan als deze foto’s achter elkaar gemonteerd de stroming van het ijs weergeven als een soort stroop die uit een gekantelde pot stroomt. De langzaam warmer wordende oceaan in de buurt van de gletsjer is de vermoedelijke oorzaak van een hogere afsmelting aan de onderkant van de gletsjer en een grotere productie van ijsbergen die de zee in storten.

Hoe de ijsbergproductie zich de komende honderd jaar zal ontwikkelen is nog met veel onzekerheden omgeven, maar met een camera de gletsjer in de gaten houden is een belangrijke stap om dit proces beter te leren begrijpen. Daarnaast zijn waarnemingen door satellieten van groot belang. De data die al deze waarnemingen opleveren zijn weer voer voor de modellen die processen beschrijven.

Getuigenverslag

Niet alleen directe metingen aan het natuurlijke systeem laten signalen van verandering zien. Ook een getuigenverslag van een bewoner uit een nederzetting in Noord-Groenland geeft uiting aan de veranderingen die gaande zijn. Voor de visvangst is men in sterke mate afhankelijk van het zee-ijs dat inmiddels later komt en eerder weggaat. En vooral: het is dunner en daarmee gevaarlijker geworden. Voor de lokale economie is het zee-ijs daarom van groot belang.

Voor de zeespiegel maakt de smelt van zee-ijs echter niet direct uit: het drijvende ijs verplaatst immers evenveel water als het zelf bij smelten oplevert. Het verdwijnen van zee-ijs leidt echter wel tot meer absorptie van zonlicht door de oceaan en daarmee tot verdere opwarming in de regio. Dit is een terugkoppelingsmechanisme dat de veranderingen in het gebied alleen maar groter kan maken.

Er mag dan nog wel onzekerheid zijn, omdat meetreeksen kort zijn en veel processen pas recentelijk onder de loep genomen worden, maar het klimaatbericht voor de Groenlandse ijskap is somber, met vooralsnog weinig vooruitzicht op verbetering. Misschien geen kantelpunt naar menselijke maat, maar op geologische tijdschaal gezien staan we op de rand van een wereld zonder Groenlandse ijskap.

Dr. Roderik van de Wal is glacioloog/klimatoloog, hij is onderzoeker bij het Institute for Marine and Atmospheric research Utrecht, van de Universiteit Utrecht.

°
“Groenland heet niet voor niets Groenland.”
 —>Groenland heet Groenland omdat Erik de Rode  zijn  noormannen zo gek wilde krijgen om zich daar te vestigen. Ze hebben het geprobeerd, maar niet lang vol kunnen houden. Het was gewoon te koud, met te weinig groen.
—> Overigens   trok de  mythische  “Eric de rode” ook  naar Rusland —>hij stichte er de eerste  (europese) russische dynastie (= de zogenaamde  Rurik dynastie   die zich de afstammelingen  van “eric de rode” noemden )    .. blijkbaar had de “kolonisatie “daar wel  meer  succes  ? 
Toen   Groenland  ontdekt  werd   was er helemaal geen sneeuw en ijs. Er hebben zelfs hazelaars gestaan met een zeewatertemperatuur van 15 graden Celsius
—>De ontdekking van Groenland ( Grœnlend )door ” Eric de Rode ” gebeurde  rond 970 tot 1030
—> “Vinland “ (Wijn land   =Oudnoords: vínber; wijn-bessen)waarvan wordt verondersteld dat het New Foundland is , is  eveneens een  mislukte kolonisatiepoging van de noormannen (Leif Eriksson )….Soms worden  Vinlend en Grœnlend  wel eens met elkaar verward  …..
—>Bomen en bossen  op groenland  in historische tijden  ? 

Sporen van Groenlands bos

DNA uit ijskernen onthult oud ecosysteem

  • DOOR: ELMAR VEERMAN (NOORDERLICHT)

Ze peuterden honderdduizenden jaren oud DNA uit het Groenlandse ijs. Daarmee heeft een internationale groep onderzoekers de eerste puzzelstukjes in handen die vertellen hoe het bos eruitzag dat op het immense eiland groeide voor het met ijs bedekt raakte.

Volgens de legende dankt Groenland zijn naam aan de Viking Erik de Rode. Hij noemde het zo in het jaar 982.

Niet omdat het eiland zo aangenaam begroeid was, maar als reclamestunt. Het klonk wel aantrekkelijk, dacht hij, en daarmee hoopte hij kolonisten aan te trekken. Dat lukte inderdaad. Maar, jammer voor die landverhuizers, in werkelijkheid was Groenland voor het overgrote deel bedekt met een ijslaag van duizenden meters dik, net als nu. De tijd van weelderig groen was al heel lang voorbij.

Hoe lang?

Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat het zuiden van Groenland voor het laatst ijsvrij was in de warme periode vóór de meest recente ijstijd begon, ongeveer 116 duizend jaar geleden.

Dat hebben ze afgeleid uit klimaatmodellen. Maar het zou natuurlijk veel overtuigender zijn om de resten van de laatste begroeiing in het Groenlandse binnenland aan een ouderdomsonderzoek te onderwerpen. Helaas, die liggen kilometers diep onder het ijs.

De Deense DNA-onderzoeker Eske Willerslev heeft nu als eerste de proef op de som kunnen nemen, en schrijft daarover in Science. Samen met een groep collega’s heeft hij DNA geprobeerd te isoleren uit stukken ijs die al een tijd in vriescellen opgeslagen lagen. Het waren de onderste delen van boorkernen. Eentje was in de jaren negentig in het midden van Groenland geoogst. Het ijs is daar ruim drie kilometer dik, dus zo lang was de hele boorkern ook. Maar hoe ze het ook probeerden, in de onderste, viezige stukken ijs was geen DNA te bekennen.
Meer succes hadden ze met een stuk ijs dat in 1981 omhoog was gehaald in het zuiden van het eiland, waar de ijslaag iets meer dan twee kilometer dik is. Daaruit konden ze DNA isoleren dat moet hebben toebehoord aan sparren, dennen, berken en planten uit de ondergroei van een bos.

Willerslev en zijn groep zochten ook erfelijk materiaal van dieren. Vogel- en zoogdier-materiaal konden ze niet vinden, maar er kwam wel DNA tevoorschijn van kevers, vlinders, spinnen en vliegen. Van welke soorten het precies was, was niet te achterhalen, omdat het steeds maar heel korte sliertjes waren. Er stond dus ooit een bos, daar in het zuiden van Groenland.
Uit de gevonden soorten is af te leiden dat het daar in juli gemiddeld boven de tien graden Celsius moet zijn geweest, en de wintertemperatuur zal niet lager hebben gelegen dan 17 graden onder nul. En dat terwijl het land ongeveer een kilometer boven zeeniveau lag, waardoor het er kouder moet zijn geweest dan in het laagland.
Vandaag de dag kan het ’s winters wel vijftig graden vriezen op die plaats.

Hoe lang is het nu geleden dat de vlinders en vliegen door het bos vlogen, daar in het zuiden van Groenland? Met vier verschillende technieken probeerden de onderzoekers de leeftijd te bepalen van het materiaal waaruit het DNA tevoorschijn kwam, en nog weten ze het niet zeker. Waarschijnlijk was het tussen de 450 en 800 duizend jaar geleden. Veel langer dus dan de klimaatmodellen hadden berekend. Het is alleen nog niet helemaal uit te sluiten dat de dateringsmethoden het verkeerde antwoord hebben gegeven, schrijven Willerslev en zijn medewerkers.
Als de datering wel klopt, dan is dit het oudste DNA dat ooit is gevonden. Het vorige record was ook van Willerslev: drie- tot vierhonderdduizend jaar oud erfelijk materiaal van onder meer mammoeten, bizons en mos dat hij uit de permanent bevroren grond van Siberië had weten te isoleren.

De nieuwe prestatie bewijst dat het waarschijnlijk mogelijk is om de flora en fauna van Groenland te reconstrueren aan de hand van ijsboringen. En Willerslev kijkt ook verlekkerd naar Antarctica, dat al veel langer bedekt is met ijs, en waar de temperaturen nog lager liggen. Misschien ligt daar wel DNA van miljoenen jaren geleden op ontdekking te wachten.
°

Eske Willerslev e.a.: ‘Ancient biomolecules from deep ice cores reveal a forested southern Greenland’, Science, 6 juli 2007

http://www.science20.com/news/oldest_dna_suggests_earth_was_warmer_than_believed

 
Greenland, Dye 3 Icecore drilling project. Credit: Martin Bay Hebsgaard, University of Copenhagen
Sample location and core schematics. (A) Map showing the locations of the Dye 3 (65°11’N, 45°50’W) and GRIP (72°34’N, 37°37’W) drilling sites and the Kap København Formation (82°22’N, W21°14’W) in Greenland as well as the John Evans Glacier (JEG) (79°49’N, 74°30’W) on Ellesmere Island (Canada). The inset shows the ratio of D– to L–aspartic acid, a measure of the extent of protein degradation; more highly degraded samples (above the line) failed to yield amplifiable DNA. (B) Schematic drawing of ice core/icecap cross section, with depth [recorded in meters below the surface (m.b.s.)] indicating the depth of the cores and the positions of the Dye 3, GRIP, and JEG samples analyzed for DNA, DNA/amino acid racemization/luminescence (underlined), and 10Be/36Cl (italic). The control GRIP samples are not shown. The lengths (in meters) of the silty sections are also shown.
Dye 3  groenlandse ijskap in de ijstijd
°

°

“IJskap Groenland en Antarctica smelt aan recordtempo”

wo 20/08/2014 –Freek Willems
°
De ijskappen in Groenland en op de Zuidpool verliezen in een jaar tijd ongeveer 500 kubieke kilometer volume. Dat heeft het Duitse Alfred Wegener Instituut (AWI) uitgerekend, op basis van satellietbeelden van de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA. Het ijs smelt er aan een recordtempo: het is het hoogste verlies sinds de satellietmetingen 20 jaar geleden van start gingen.
°

Dat de verandering van het klimaat een invloed heeft op de ijskappen aan de Noord- en Zuidpool, is al langer dan vandaag geweten. Dat het ijs er snel wegsmelt idem dito.

Uit satellietbeelden van de ESA-satelliet CyroSat-2 blijkt nu dat het erger gesteld is dan ooit tevoren. De ijskappen in Groenland en op Antarctica smelten namelijk sneller dan in de voorbije 20 jaar.

Op dit moment verliezen ze per jaar ongeveer 500 kubieke kilometer volume, zo rekende het Alfred Wegener Instituut uit. Dat is het hoogste verlies sinds de satellietmetingen 20 jaar geleden van start gingen. Om een vergelijking te maken: het per jaar verloren deel ijs komt overeen met de “totale metropolitane oppervlakte van Hamburg” en dat met een dikte van ongeveer 600 meter, rekende het instituut uit.

46 meter ijs per dag in zee

Sinds 2009 is het ijsverlies op het westelijke deel van Antarctica verdrievoudigd. In Groenland is het verdubbeld. Op het oostelijke deel van Antarctica groeit het ijs wel aan, maar dat zou niet opwegen tegen het verlies op het westelijke deel, stellen de wetenschappers van het AWI.

De gebieden waar het ijs volgens het AWI het snelst afneemt zijn de Jakobshavn-gletsjer in het westen van Groenland en de Pine Island-gletsjer in het westen van Antarctica. Van de Jakobshavn valt momenteel elke dag 46 meter ijs in zee.

Volgens de berekeningen van wetenschappers heeft de ijskap van Groenland een volume van 2,96 miljoen kubieke kilometer. Die van de Zuidpool heeft een volume van 27 miljoen kubieke kilometer.

_________________________________________________________________

Smeltend Arctisch zee-ijs tikt minimum aan: 5 miljoen km2

plaatje

 

 

In het Noordpoolgebied is nu, aan het einde van de zomer 5,02 miljoen km2 zee-ijs te vinden. Het is relatief weinig: er zijn – sinds de metingen startten – slechts vijf jaren waarin er in het gebied minder zee-ijs te vinden was.

In de winter neemt de hoeveelheid zee-ijs in het Noordpoolgebied toe. Het bereikt aan het eind van de winter (maart) een maximum. Daarna begint de hoeveelheid zee-ijs – onder invloed van hogere temperaturen – weer af te nemen om vervolgens aan het eind van de zomer (september) een minimum te bereiken. Dat minimum is nu bereikt, zo meldt NASA nu.

Net als vorig jaar
Op het moment waarop het minimum bereikt werd, was er in het Noordpoolgebied 5,02 miljoen vierkante kilometer aan zee-ijs te vinden. Dat is vergelijkbaar met de hoeveelheid die we vorig jaar in dezelfde tijd in hetzelfde gebied maten. Het minimum van dit jaar ligt wel sterk onder het gemiddelde minimum in de periode tussen 1981 en 2010 (6,22 miljoen vierkante kilometer).

Geen record
Het jaar 2014 is geen recordjaar. Er zijn – sinds de metingen begonnen – vijf jaren te noemen waarin er in deze periode minder ijs in het Noordpoolgebied te meten viel. “De zomer begon relatief koel en miste de grote stormen of sterke winden die ijs kapot kunnen maken en het smeltproces kunnen bevorderen,” vertelt onderzoeker Walter Meier.

2012 is nog altijd het recordjaar. Toen lag er in deze tijd slechts 3,41 miljoen vierkante kilometer zee-ijs. Dat we in 2013 en 2014 rond het zee-ijsminimum meer ijs zien, wil echter niet zeggen dat het Noordpoolgebied aan het herstellen is. Ook het minimum van dit jaar past in de neerwaartse trend die we over een langere periode kunnen waarnemen: de Noordelijke IJszee verliest per decennium ongeveer dertien procent van zijn zee-ijs.

Bronmateriaal:
2014 Arctic Sea Ice Minimum Sixth Lowest on Record” – NASA.gov
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door NASA / Goddard Scientific Visualization Studio.
°

Krimp Noordpoolijs is onnatuurlijk

IJsoppervlak krimpt niet sneller dan in het verleden, wel al langer

  • DOOR: NADINE BÖKE (NOORDERLICHT)
aarde & klimaat

Er ligt de laatste jaren, met name in de zomer, steeds minder ijs op de Noordpool. Is deze krimp van het ijsoppervlak een natuurlijk verschijnsel, of is er meer aan de hand?

Zoom
Er ligt steeds minder ijs op de Noordpool. Deze krimp van het ijsoppervlak is volgens nieuw onderzoek groter dan je op basis van natuurlijke variatie zou mogen verwachten.

Het nieuws zal niemand ontgaan zijn: de laatste jaren ligt er steeds minder ijs op de Noordpool. Wetenschappers denken zelfs dat deze pool binnen een paar jaar in de zomer volledig ijsvrij kan zijn.

Nu zijn er in het verleden wel vaker periodes geweest waarin het ijsoppervlak van de Noordpool een tijdlang kromp of juist groeide. Wat de vraag oproept: past de krimp die we nu zien in het plaatje van zulke natuurlijke variatie? Of is er meer in de hand?

Het beantwoorden van die vraag is, op z’n zachtst gezegd, nogal een opgave. Er bestaan namelijk geen betrouwbare historische waarnemingen van de hoeveelheid ijs op de Noordpool.

—> Tegenwoordig kan de grootte van het ijsoppervlak betrouwbaar gemeten worden met behulp van satellieten. Maar de precieze grootte van het ijsoppervlak vóór de uitvinding van satellieten kan alleen indirect worden bepaald.

Dat is wat een internationale groep wetenschappers nu heeft gedaan.

In Nature beschrijven zij hoe ze de omvang van het Noordpoolijs over de afgelopen 1450 jaar hebben weten te reconstrueren.

Smeltend of groeiend ijs laat sporen na in de omgeving. Zulke sporen zijn bijvoorbeeld terug te vinden in ijskernen die je uit het ijsoppervlak boort. Maar ook uit bodemafzettingen onder of in de buurt van het ijs. De aanwezigheid van ijs zorgt voor een andere samenstelling van het plankton in het water, en voor de verhouding waarin bepaalde versies van atomen voorkomen (de zogenoemde isotoop-ratio). Dit zie je terug in oude (zee)bodemlagen.

Nu levert één zo’n indirecte manier waarop je de historische ijsmassa kunt reconstrueren natuurlijk ook geen heel betrouwbaar beeld op.

Christophe Kinnard en zijn collega’s gebruikten daarom maar liefst 69 verschillende van zulke zogenoemde proxies.

Bovendien controleerden ze hun op deze manier verkregen data door deze naast satellietmetingen van de afgelopen decennia en historische oogwaarnemingen te leggen. Zo konden de onderzoekers toch een behoorlijk robuust beeld van de historische omvang van het poolijs krijgen.

Zoals verwacht blijkt uit Kinnards reconstructie dat de ijsmassa aan de Noordpool ook in het verleden regelmatig een dip heeft gekend.

Tussen de jaren 800 en 1200 na Christus bijvoorbeeld. Dit valt samen met een periode die het ‘Middeleeuws klimaatoptimum wordt genoemd, een warme periode die in allerlei reconstructies van het klimaat uit het verleden te zien is. De grootste dip in de hoeveelheid poolijs lag, als wordt gekeken naar het pre-industriële tijdperk, rond het jaar 640.

Maar de huidige dip in de hoeveelheid Noordpoolijs is flink groter dan toen.

Ook in het jaar 640 kwam de omvang van het ijsoppervlak niet onder de 9 miljoen vierkante kilometer.

De afgelopen jaren wel.

Afgelopen september(2011) , aan het eind van de zomer, lag er slechts 4,3 miljoen vierkante kilometer ijs op de Noordpool. Zoals altijd groeit het ijs op dit moment, aan het begin van de winter, weer aan.

Toch lag er afgelopen maand (oktober) ook maar 7,1 miljoen vierkante kilometer ijs. Dit is twee miljoen vierkante kilometer minder dan het gemiddelde voor diezelfde maand over de jaren 1980 t/m 2000.

Zoom
De grafiek hierboven toont de grootte van het ijsoppervlak van de Noordpool in de maand september, sinds 1950. De krimp gaat sneller dan op basis van klimaatmodellen van het IPCC was voorspeld (de gestippelde lijn).

De afname gaat dus rap. Erg rap.

Toch ligt de krimpsnelheid van de pool niet hoger dan deze in bepaalde periodes in het (historische ) verleden lag, zo laat de reconstructie van Kinnard zien.

Alleen: in het verleden hield deze hoge krimpsnelheid nooit zo lang aan. De huidige snelle krimp van de ijsmassa is begonnen rond 1970, en het einde is nog niet in zicht.

Uiteraard koppelen de auteurs van het Nature-artikel de huidige snelle, langdurige krimp van het Noordpoolijs aan het broeikaseffect.

En om precies te zijn aan de opwarming van de zeestroom die vanaf de Atlantische oceaan richting de Noordpool gaat.

Een recente studie in Science liet zien dat deze zeestroom de laatste jaren warmer is dan hij in de afgelopen 2000 jaar is geweest.

 

PDF

Enhanced Modern Heat Transfer to the Arctic by Warm …

instaar.colorado.edu/…/spielhagenscience11.pdf

28 jan. 2011 – Enhanced Modern Heat Transfer to the Arctic by Warm Atlantic Water. This copy is for your personal, non-commercial use only. clicking here.

 

sciencemag

sciencemag

 

 

 

 

Sowieso bestaan er inmiddels meerdere studies die aantonen dat de Noordpool twee keer zo snel opwarmt als andere plekken van de aarde.

Wat mede te maken heeft met het albedo-effect: ijs weerkaatst zonlicht, en daarmee warmte. Dus hoe minder ijs, hoe minder zon er weerkaatst wordt, en hoe sneller de pool opwarmt.

Al met al lijkt de kans steeds groter te worden dat de Noordpool inderdaad over een paar jaar in de zomer geen ijs meer zal bevatten.

Bron: Christophe Kinnard e.a., Reconstructed changes in Arctic sea ice over the past 1.450 years, in: Nature, 23 november 2011.

Map of the Arctic showing the location and type of proxies used in the reconstruction and ocean sediment cores used for comparison. Red and blue contours respectively delineate the ice edge in August 2007 and 1951, the years of minimum and maximum ice extent from gridded historical sea ice data3.

°

veel zee-ijs rond Antarctica gemeten (1)

 

 Zoveel zee-ijs is er momenteel op de wateren rond Antarctica te vinden. En dat is een record. Nog nooit werd er sinds de metingen in 1979 begonnen zoveel zee-ijs rond Antarctica geobserveerd.

 

Antarctica zette het record op 20 september – aan het eind van de winter – neer. Toen was er 20,14 miljoen vierkante kilometer zee-ijs rond het continent te vinden. Gemiddeld was er in de periode tussen 1981 en 2010 maximaal 18,72 miljoen vierkante kilometer zee-ijs te vinden. Nog nooit werd er sinds de metingen in 1979 begonnen zoveel zee-ijs rond Antarctica gespot.

Noordpool
Het bericht van de omvangrijke hoeveelheid zee-ijs op Antarctica komt op de hielen van een heel ander bericht. Eind september werd bekend dat op de Noordpool – waar het einde van de zomer in zicht is – weer bijzonder weinig zee-ijs is geobserveerd. Het ging om 5,02 miljoen vierkante kilometer zee-ijs. Hoe verhoudt wat we daar zien gebeuren zich tot wat er op Antarctica gebeurt? Onderzoekers benadrukken dat de toename van de hoeveelheid zee-ijs op Antarctica vergelijkbaar is met slechts één derde van de hoeveelheid zee-ijs die op de Noordpool verloren gaat.

“De planeet als geheel doet wat we op basis van de opwarming zouden verwachten,”vertelt onderzoeker Claire Parkinson. “De totale hoeveelheid zee-ijs neemt zoals verwacht af, maar net zoals niet elk gebied even sterk opwarmt zien we niet in elk gebied met zee-ijs dezelfde trend.”

Andere weerpatronen
Een warmer klimaat verandert weerpatronen. Soms brengen die weerpatronen koelere lucht naar bepaalde gebieden, zo legt onderzoeker Walt Meier uit. Bovendien, zo benadrukt hij, is er in Antarctica – waar zee-ijs rond het continent cirkelt en een enorm gebied beslaat – niet veel extra ijs nodig om een nieuw record neer te zetten. “Het is deels gewoon geografie en geometrie.” Wanneer de omstandigheden gunstig zijn en de hoeveelheid zee-ijs kan toenemen is er niets wat die toename geografisch gezien in de weg staat.

Antarctisch Schiereiland
Onderzoekers proberen momenteel een scherper beeld te krijgen van wat er precies op Antarctica gebeurt. Ze richten zich daarbij onder meer op het Antarctisch Schiereiland. Hier stijgen de temperaturen en in de aangrenzende Bellingshausenzee smelt het zee-ijs. Voorbij deze zee, en voorbij de Amundszenzee ligt de Rosszee. Daar neemt de hoeveelheid zee-ijs het sterkst toe. Het suggereert dat een lagedrukgebied boven de Amundsenzee krachtiger wordt of vaker voorkomt, waardoor de windpatronen veranderen en warme lucht over het schiereiland circuleert en koude lucht vanaf het continent over de Rosszee stroomt. “De wind speelt echt een grote rol,” stelt Meier. De winden cirkelen rond het continent en oefenen druk uit op het dunne ijs. Wanneer de winden van richting veranderen of krachtiger worden kunnen ze het ijs verder wegduwen, waardoor de omvang van de hoeveelheid ijs rond Antarctica toeneemt.

“HET IS ECHT NIET VERRASSEND VOOR KLIMAATWETENSCHAPPERS DAT NIET ELKE LOCATIE OP DE AARDE ZICH GEDRAAGT ZOALS WE ZOUDEN VERWACHTEN”

Smeltwater
Maar niet alleen de wind speelt een rol. Onderzoekers vermoeden bijvoorbeeld dat smeltwater ook belangrijk is. Het stroomt van het continent af en leidt tot meer zoet water met een temperatuur net boven het vriespunt. Dat water bevriest gemakkelijker. Ook veranderingen in de watercirculatie – kouder water dat aan het oppervlak komt – kan een rol spelen. Net als sneeuwval.

 

 

“Het is echt niet verrassend voor klimaatwetenschappers dat niet elke locatie op de aarde zich gedraagt zoals we zouden verwachten,” benadrukt Parkinson nog eens. “Het zou verbazingwekkend zijn als dat zo was. Het gebied rond Antarctica is één van de gebieden waar dingen niet helemaal gaan zoals we dachten. Dus het is heel natuurlijk dat wetenschappers zich dan afvragen ‘Oké, dit is niet wat we verwachtten, hoe kunnen we dit nu verklaren?’”

Bronmateriaal:
Antarctic Sea Ice Reaches New Record Maximum” – NASA.gov
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door NASA’s Scientific Visualization Studio / Cindy Starr.
°

HET NOORDPOOLIJS .
http://www.ijis.iarc.uaf.edu/s…

 

2012 was een laagte record, zoals deze grafiek prima laat zien.
Wat ook erg duidelijk is te zien   is dat vanaf 1980 (=  stippellijntjes ) het ijs steeds is afgenomen.
  • Het punt is dat op termijn de totale hoeveelheid zee-ijs zal afnemen tot een minimum.
 °
” De aarde blijft bestaan  ….” 
Nogal wiedes
…..Niemand claimt dat de Aarde “vernietigd” zal worden door de huidige opwarming (.gevolgen  van de  onbalansen  die  zijn   onstaan en  blijven  aangroeien  …. En deze keer is het door  toedoen van  de  mens en zijn groeiende populaties .) 
Waar het om gaat is economische schade,  een drastische afname van de biodiversiteit en de gevolgen daarvan op  de menselijke  leefbaarheids-condities  op deze planeet . en allemaal 
°

(1)  

  • Over de ‘overwachtheid’ van de toename van Antarctisch zeeijs:

Het is al heel lang bekend dat een oceaan omgeven door land (noordpool) heel anders reageert dan een continent omgeven door oceaan (zuidpool). Zelfs heel vroege klimaatmodellen voorspelden dat Antarctica anders, minder en later zou reageren op de opwarming van de aarde.

Zie bijvoorbeeld:
Manabe et. al. 1975 “The Effects of Doubling the CO2 concentration on the Climate of a General Circulation Model”

Bryan et. al. 1988 “Interhemispheric Asymmetry in the Transient Response of a Coupled Ocean–Atmosphere Model to a CO2 Forcing”

°
Zonneactiviteit   en temperatuur
De data  komen   van het NOAA en de NASA.
Alle metingen laten een toename in OHC van het oppervlaktewater zien, en een nominaal minimum van zonnekracht en activiteit.
(op aarde )Zonneactiviteit en zonneconstante zijn nominaal, terwijl opwarming nog steeds een exponentiele toename laat zien.
De opwarming over de afgelopen 15 jaar sluit niet aan bij de gemeten zonneactiviteit en zonnekracht.
Alleen modellen die bovendien nog CO2 in aanmerking nemen doen dat.
°
MAATREGELEN en beslissingen  
……..  100% zekerheid is een onmogelijkheid in de wetenschap, Wanneer dat wordt geeist als basisvoorwaarde  en veto  bij  het nemen van  anticiperende “juiste” beslissingen  is dat dus  een  stromanargument ( dat wordt gecamoufleerd als een  “wijze ” beslissing om “niets te doen “)…..
  • 100% zekerheid is ook niet nodig om  beslissingen te nemen.….
  • Sterker nog  : Vaak worden beslissingen genomen zelfs bij hele lage zekerheden. Immers, de kans is slechts één argument in een risicoanalyse: (risico = kans * schade. )
  • Als de verwachte schade potentieel  heel hoog is dan heb je aan een kleine kans genoeg om een hoog risico te lopen en dus reden genoeg om maatregelen te nemen.
“Antarctica ” op evodisku 

Zes procent van België ligt onder zeespiegel eind deze eeuw

08-10-14,
Bron: Belga

©PHOTO NEWS

België staat op de tiende plaats van landen die het meest bedreigd zijn door de stijging van de zeespiegel, wat voornamelijk te wijten is aan de opwarming van het klimaat. Dat blijkt uit een studie van Amerikaanse satellietgegevens waarover Le Soir vandaag bericht.

Volgens de studie zullen er aan het einde van de eeuw 619.000 personen in België onder de zeespiegel wonen. Als de stijging van de zeespiegel nog versnelt, zou dat zelfs kunnen oplopen tot 660.000 personen in risicogebied.

Masterplan
Het Vlaams gewest, dat ermee rekening houdt dat het water 30 centimeter zou kunnen stijgen, heeft een masterplan kustveiligheid klaar van ruim 300 miljoen euro. Dijken zullen verstevigd worden, stranden verhoogd en er wordt voorzien in tijdelijke bescherming.

Wereldwijd zullen eind deze eeuw ongeveer 177 miljoen personen, of 2,6 procent van de wereldbevolking, in een gebied wonen met “chronische overstromingen”. Het gaat om 146 miljoen in Azië, 17 miljoen in Europa en 5 miljoen in Noord-Amerika. De studie is gebaseerd op gegevens van de geologische diensten van de Verenigde Staten en van de satelliet Topex/Poseidon van de NASA en de CNES, het Franse ruimtevaartagentschap.

°
zie  ook     De Staat van het KLIMAAT ‘ <– 

 

ATACAMA walvis massagraf

°

  

 zie onder Geologie

°

°

Mysterie van fossiel massagraf opgehelderd

3D relief map of the Atacampa Plateau.

Generalized, modern vegetation zones in the region of Quebrada del Chaco.

Generalized, modern vegetation zones in the region of Quebrada del Chaco.

Location: The bones were found near Copiapo, around 440 miles north of Chile's capital, Santiago

Location: The bones were found near Copiapo, around 440 miles north of Chile’s capital, Santiago

AP

Findings: A video still shows Minister of National Assets Catalina Parot, using crutches, looking at one of the prehistoric whale fossils in the desert

wo 26/02/2014   Kathleen Heylen
°
Wetenschappers menen te weten waarom tientallen walvissen miljoenen jaren geleden aangespoeld zijn in Chili en er een fossiel massagraf gevormd hebben. Giftige algen  zijn waarschijnlijk   de grote schuldige?

De goed bewaarde, miljoenen jaren oude walvisgeraamtes liggen in de Atacama-woestijn …. Volgens de wetenschappers is het kerkhof ontstaan door vier  verschillende massastrandingen in de loop van   enkele duizenden jaren 

°

Het was een van de meest verbazingwekkende Paleontologische vondsten van de voorbije jaren: een massagraf van walvissen van meer dan 5 miljoen jaar oud in de Atacama-woestijn in Chili.

Al sinds 2010 was bekend dat in dat gebied resten van fossiele walvissen te vinden waren. Tijdens graafwerken voor de Pan-Amerikaanse snelweg vlakbij werden tal van fossiele walvisbeenderen ontdekt. De plek verwierf de bijnaam “Cerro Ballena” (‘walvisheuvel”).

atacama discovery

+8

Discovery: The researchers believe the fossilized remains could have accumulated over a long period of time, between two million and seven million years ago

Read more: http://www.dailymail.co.uk/news/article-2063973/Whales-desert-Prehistoric-bones-unearthed-Chiles-Atacama-desert.html#ixzz2uRgXg2Gm
Follow us: @MailOnline on Twitter | DailyMail on Facebook

AP

Een jaar later kregen Amerikaanse en Chileense wetenschappers de kans om een deel van de site uitgebreid te onderzoeken, toen er gewerkt werd aan de verbreding van de snelweg. Ze kregen slechts twee weken de tijd voor alle veldwerk, voor de site werd dichtgegooid en overgoten met beton, maar slaagden erin in die korte periode een indrukwekkende vondst te noteren.

°

De site bevatte de restanten van tien verschillende soorten gewervelde zeedieren in vier aparte lagen in de bodem. Daarbij een soort waterluiaard, twee soorten snoeken, twee soorten robben en minstens vier soorten walvissen. Pronkstukken van Cerro Balleno waren de nog relatief intacte individuele skeletten van meer dan 40 walvissen.

De wetenschappers maakten onder meer digitale 3D-modellen van de resten die ze aantroffen en namen beenderen weg voor verder onderzoek.

Investigators from the Smithsonian Institution laser-scan one of the desert whales in the Atacama Desert, to create and preserve a digital image of it.

°

  

Een gemeenschappelijke, plotse dood

°

Een van de vele vragen die de site opwierp, was hoe de zeedieren daar beland waren, en in zulke grote aantallen. De wetenschappers ging er al snel van uit dat er  gemeenschappelijke, plotse doodsoorzaken  moesten  zijn.

°

Bijna alle walvisskeletten waren zo goed als intact en lagen bijna allemaal op dezelfde manier gepositioneerd, bijvoorbeeld met hun snuit in dezelfde richting en ondersteboven.(met de buik omhoog dus )

walvisgraf

foto:Adam Metallo.

De moordenaar van de veertig walvissen is verrassend eenvoudig: alg.

Het Andesgebergte zou flink wat ijzer in de oceaan hebben doen belanden. Het zorgde ervoor dat de algen in grote overvloed gingen bloeien en samen een dodelijk gif produceerden. Dieren die in zee leefden, kregen dat gif door inademing(in het geval van de vissen ) of door  ervan te eten (zeezoogdieren ), binnen. Daarop begaven hun organen het en vonden de dieren al snel de dood. Dat meldt het Smithsonian.

Op de rug
De onderzoekers baseren hun conclusies onder meer op het feit dat de walvissen met hun buik naar boven ontdekt zijn.

“Net als de bultruggen en blauwe vinvissen van vandaag de dag hadden deze prehistorische walvissen een grote keelzak,” l

egt onderzoeker Nicholas Pyenson uit. Wanneer de dieren sterven en beginnen te ontbinden, vult die keelzak zich met gassen, waardoor de walvis – wanneer deze in het water sterft – met zijn buik naar boven gaat drijven.

Dat de walvissen in de Atacama-woestijn met de buik naar boven liggen, suggereert dus dat ze in zee zijn gestorven.

“Deze enorme hompen vlees strandden op een wad, maar er waren toen nog geen grote roofdieren op het land die de karkassen uit elkaar konden halen en de botten weg konden dragen.” Naar verloop van tijd verging het vlees van de walvissen en werden de botten bedekt met zand.

Het enorme walvisgraf in Chili.  Foto: Adam Metallo.

Het enorme walvisgraf in Chili. Foto: Adam Metallo.

Algen
Een andere aanwijzing dat algen de boosdoener waren, is het feit dat op de skeletten fossiele algenmatten zijn ontdekt.

Deze matten ontstaan wanneer algen overvloedig bloeien.

“Tegenwoordig promoot opgelost ijzer de bloei van schadelijke algen en de Andes is rijk aan ijzer. Dus stellen we dat de bergen ten oosten van dit gebied de bron van de drijvende kracht achter deze bloeiende algen zijn.”

De onderzoekers ontdekten ook dat de algen meerdere keren genadeloos toesloegen. In het gebied zijn grote hoeveelheden fossiele resten van verschillende dieren in verschillende aardlagen aangetroffen. Het suggereert dat de algen zeker vier verschillende keren op dezelfde plek, in een periode van 10.000 tot 16.000 jaar toesloegen.

°

Grote hoeveelheden van dergelijke algen eten kan een snelle dood veroorzaken. De opbouw van de toenmalige kustlijn in Cerro Ballena leidde ertoe dat de dode en stervende dieren slechts op een kleine oppervlakte in een riviermonding aanspoelden.

Vermoedelijk door stormgolven zijn de karkassen op hogergelegen zandgronden beland, waar ze in de loop van miljoenen jaren begraven raakten. Dat plaatste ze buiten bereik van aaseters die in zee leven. Omdat ze in woestijnachtig gebied aanspoelden, waren er ook slechts weinig landdieren die de lichamen konden aanvreten.

°

Wetenschappers hebben nog geen “smoking gun”

°De wetenschappers benadrukken dat het slechts gaat om een werkhypothese (1) . Ze kunnen niet met 100 procent zekerheid zeggen dat de giftige algen er de oorzaak van zijn dat de dierven stierven. Het team vond meerdere korrels en laagjes ijzeroxide in de bodem die zouden kunnen wijzen op de aanwezigheid van algen.

Specifieke cellen van algen werden echter NIET  aangetroffen, dat zou pas een “smoking gun” zijn, luidt het.

°

Volgens de onderzoekers omvat de site van Cerro Ballena nog honderden fossiele restanten die nog moeten worden blootgelegd en onderzocht. Er lopen ook nog verschillende onderzoeksprojecten naar de resten die al zijn ontgonnen.

°

Het Smithsonian National Museum of Natural History in Washington DC heeft heel wat onderzoeksgegevens online geplaatst op de website cerroballena.si.edu.

AP
Preparation: A paleontologist encases a whale fossil to be taken to Chile’s Paleontological Museum of Caldera. Most of the fossils are baleen whales measuring 25ft long
AP
AP
‘Extraordinary’: Prehistoric bones belonging to 75 whales have been found in the Atacama desert near Copiapo, Chile. 
°
Bronmateriaal =
Zie ook –>
  • Walvissen
  • een ander walviskerkhof  in de Andes  bevind zich in  de Pisco formtie van Peru                                                                         http://origins.swau.edu/who/chadwick/Pisco.pdf                                          Afbeeldingen van pisco formation whales                                                                         http://en.wikipedia.org/wiki/Piscobalaena
°
OPMERKINGEN  —> 
°
(1)  maw –>  Er is nog niet voldoende   bewijs -materiaal in de fossielen om van een hoogstwaarschijnlijke  hypothese te kunnen spreken ... en al zeker niet van een “theorie ” ( = zoals gebruikelijk  wordt in de  media  een “theorie” gelijkgesteld  aan een   “verantwoorde ” gissing (=educated guess (*) // Een theorie  stoelt echter  op  heel wat meer =   nml  :  een theorie is   een bundeling  ( een synthese )van hypothesen  die voldoende onderbouwd zijn   en dat ook bij machte is deze hypothesen met een model  te verklaren   zodat er voorspellingen  kunnen worden gemaakt en de bekomen  verwachtingen toetsbaar zijn  ;waardoor  de theorie ook kan worden gefalsifeerd volgens de wetenschappelijk noodzakelijke  criteria , in het bijzonder  binnen  het methodisch naturalisme  ) 
°
–> (*) Dat is natuurllijk koren op de molen van IdC-ers  die altijd al beweren dat  “wetenschap ( in het bijzonder evolutie ) is slechts een theorie (= gissing net als alle andere )”
°
Nota  ;
°
—>  Uiteraard is het massagraf in de  chileense woestijn al meermaals  aangehaald  als “bewijs “van een  vloed ( catastrofisme , —> en  zelfs de ” Bijbelse zondvloed” volgens de creationisten , in het bijzonder de Yec’s ) 
°
Enkele  kinderachtige droge  komieken en clowns als  welkom vermaak  en afwisseling ? 
(en ook een deel van de atacama woestijn )
Debunked :
marine fossils in mountains  proof of flood ? 
°
Refuting these crea claims ;
°
Nederlandstalige   trollen van allerlei pluimage op hun plaats gezet ? —>

VERKLARENDE WOORDENLIJST PALEONTOLOGIE E

 zie onder Geologie /PALEONTOLOGIE 


°

EXTERNE  LINKS  & bronnen  

–> Nederlands WOORDENLIJST 

http://www.fossiel.net/information/article.php

–> English 

http://palaeos.com/paleontology/glossary.html

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

 Paleontological glossary

Choose the first letter of the the term you’re interested in:
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |

_________________________________________________________________________________________________

Verklarende woordenlijst Paleontologie

___________________________________________________________________________________

E

°

Echinacea 2   (verouderd /wordt soms nog gebruikt in de paleontologie  )  klasse zeeegels   volgens  R.C Moore  1966   bestaande uit  2  subklassen  : / a. Perichoechinoidea met 4 orden:      /  b. Euchinoidea met 4 superorden, 17 orden en 11 suborden:   Diadematacea , Echinacea, Gnathostomata, Atelostomata.

________________________________________________________________________________________

°

Echinocorys    : Echinocorys, (orde Holasteroida). Flink van formaat. In Zuid-Limburg in het Krijt.–> behorende tot de irreguliere zeeëgels –>  Irregularia 

 

Fig.60. Echinocorys scutata forma ovata LESKE. (naar Zittel, 1915) http://www.seeigel-fossilien.de/varianten_seeigel_echinocorys.htm

Fig.60. Echinocorys scutata forma ovata LESKE. (naar Zittel, 1915)
http://www.seeigel-fossilien.de/varianten_seeigel_echinocorys.htm

 

 

 

http://www.seeigel-fossilien.de/varianten_seeigel_echinocorys.htm

Afbeeldingen van echinocorys                                                                                                                                                                                          // Echinocorys is een uitgestorven geslacht van stekelhuidigen, dat leefde van het Laat-Krijt tot het Paleoceen. Wikipedia

http://en.wikipedia.org/wiki/Echinocorys

Echinocorys sulcatus Echinoid Fossil

 Denmark. It appears be an Echinocorys sulcatus from the Paleocene (Danian).

See the Fossils of NJ web site for more information: fossilsofnj.com/coppermine/displayimage.php?pid=39

______________________________________________________________________________________

°

Echinocystitoida   //  Orde  van de subklasse  Perichoechinoidea —> klasse echinoidae 

http://en.wikipedia.org/wiki/Echinocystitoida

( order Echinocystitoida)  //  Proterocidaris belli (Kier, 1959); USNM 144189. Marble Falls Formation, Lower Westphalian, Upper Carboniferous, Bluff Creek, Texas, USA. Apical view, from Kier, P. M. 1965. Evolutionary trends in Paleozoic echinoids. Journal of Paleontology 39, 436-465, pls 55-60.

Diameter of test 160 mm.  (NH  UK ) 

________________________________________________________________________________________

°
Echinodermata 2 3 4

–> stam (phylum) van de Eumetazoa.

–> Groep I van de zogenaamde mesofossielen ( -methode  )

Echinodermata.
De Echinodermata = Echinodermen = Stekelhuidigen zijn veelal vrij goed te herkennen door hun gelijkenis met recente vormen. Alle soorten van deze stam zijn marien.
Al in het Paleozoïcum kwamen er veel Echinodermen voor. In het Perm stierven er veel soorten uit. In Trias en Jura waren ze nog zo algemeen, dat ze dikke lagen kalksteen vormden. In het Krijt nam hun belangrijkheid af.

De stam Echinodermata werd vroeger verdeeld in 2 substammen.
— Pelmatozoa = gesteelde = vastgehechte stekelhuidigen.
— Eleuterozoa = Echinozoa = Homalozoa = vrijlevende stekelhuidigen.

Nu hanteren we een verdeling in 4 substammen:
a. Homalozoa.
b. Crinozoa = zeelelieachtigen.
c. Asterozoa.
d. Echinozoa = zeeegelachtigen.

echinodermata ency1fossil echinoids

echinodermata 1.docx (3 MB)   <–

Echinodermata of stekelhuidigen vormen een stam binnen de Deuterostomia. Stekelhuidigen zijn mariene dieren en hebben een skelet dat uit kalkplaatjes bestaat. De meeste Echinodermen zijn te herkennen aan een vijfstralige symmetrie. De Echinodermata omvat onder meer de:

  • Blastoïden (Blastoidea): een uitgestorven groep;
  • Crinoiden (Crinoidea): zee-lelies en haarsterren, een bestaande groep (Ordovicium – heden);
  • Cystoideeën (Cystoidea): een uitgestorven groep (OrdoviciumDevoon);
  • Ophiuroidea: bestaande groep met de slangsterren en brokkelsterren;
  • Asteroidea: bestaande groep met de zeesterren en kussensterren (Ordovicium – heden);
  • Holothuroidea: bestaande groep met de zeekomkommers (Siluur – heden);
  • Echinoidea: bestaande groep met de zee-egels.

Geocoma, een slangster uit het Jura van Duitsland

 

Echinoderm: meaning “spiny skinned”, names any member of Phylum Echinodermata; a large group of primarily pentamerally radially symmetrical exclusively marine metazoans with internal calcite skeletons and hydrostatic vascular system. Includes crinoids (sea lilies)echinoids (sea urchins, sand dollars, sea biscuits), holothurians (sea cucumbers), asteroids (starfish), ophiuroids (brittle star), and many exclusively Paleozoic groups such as blastoids, edrioasteroids, carpoids, and others. (University of Arizona Geosciences 308 Paleontology glossary) More

________________________________________________________________________________

°
Echinoid: Subphylum Echinozoa, Class Echinoidea. Sea urchins and their relatives. Echinoderms with spherical or flattened bodies, often protected by long spines, like starfish they move about on tube feet. Very common as fossils, especially in the Cretaceous and TertiaryOrdovician – Recent (rare prior to the Jurassic). (MAK)

Echinoidea  // ZEEËGELS 

Meer afbeeldingen  <—

Zee-egels (Echinoidea) behoren tot het Phylum stekelhuidigen (Echinodermata). Net als andere Echinodermen hebben ze een vijf stralige symmetrie. Het lichaam bestaat uit vergroeide kalkplaten. De stekels waren beweeglijk en zaten vast op de kalkplaten. Zee-egels leven op de bodem van de zee.

Van zee-egels blijft meestal de schaal goed bewaard, omdat deze van Calciet is opgebouwd. De stekels vallen er meestal af en worden vaak los gevonden. Zee-egels komen voor sinds het Ordovicium tijdperk.

Voorbeeld van regulaire zee-egels

Zee-egels zijn onder te verdelen in regulaire en irregulaire zee-egels. De regulaire zee-egels zijn geheel vijfstralig symmetrisch en hebben hun anus aan de bovenkant en hun mond aan de onderkant. Irregulaire zee-egels hebben hun mond en anus vaak allebei aan de onderkant. Deze zee-egels hebben ook een minder regelmatige vorm.

Foto’s

Echinoidea   Leske, 1778

http://en.wikipedia.org/wiki/Sea_urchin       —>

http://www.nhm.ac.uk/resources-rx/files/timetree-chap38-35341.pdf

regular echinoids

Echinoida 2

Phylum: Echinodermata
Subphylum: Echinozoa
Class: Echinoidea
Leske, 1778
Subclasses

Echinoidea  =Echinoidea. Ordovicium – recent.  //   De klasse Echinoidea = Zeeëgels omvat met zijn meer dan 1000 soorten wellicht de bekendste stekelhuidigen. Hun vorm is meestal rond, maar soms vijfzijdig of hartvormig. Ze bezitten een schaal =kalkskelet, waarop beweeglijke stekels zijn geplaatst. Deze dienen als bescherming, maar ook als middel voor verplaatsing over de zeebodem. Bij het fossiel is de bevestigingsplaats van de stekels waar te nemen. Soms zijn deze zelf ook fossiel bewaard gebleven.

Op de schaal zijn radiaal rijen waar te nemen van paren poriën, die ambulacraalvelden begrenzen. Tussen deze velden liggen de interambulacraalvelden.

_______________________________________________________________________________________
°

Echinolampas  : Irreguliere zeeegels  /  IRREGULARIA   :  (orde Cassiduloida), Eoceen-recent.

Echinolampas  gambierensis

Echinolampas Gambieri

°

Echinolampas morgani

°

Echinolampas20posterocrassa20curtata

Echinolampas morgani

Echinolampas  osterocrassa curtata

°

Echinoneina 2 //Gnathostomata met de orde: Holectypoida  —> en de suborde:Echinoneina,   

Conulus, Krijt. Komt veel voor in het Krijt van Engeland.

http://www.thefossilforum.com/index.php?/topic/17178-conulus-echinoid/  Afbeeldingen van conulus fossil

°
Echinothuroida  //orde van de  Diadematacea

°
Echinozoa 2 3  (echinodermata ) –>een  onder de  vier onderstammen  der (verouderd )Eleuterozoa = Echinozoa = (modern ) Homalozoa —->  vrijlevende stekelhuidigen.   Afbeeldingen van homalozoa

  • Zeelepelachtigen : Carpoidea was een kleine, veelvormige groep, die leefden van het Cambrium tot het Devoon. Hun skelet bevatte wel de karakteristieke bestanddelen van calciet, maar had verder geen gemeenschappelijke kenmerken met de vijfstralige symmetrie der stekelhuidigen. … Wikipedia

    Zeelepelachtigen of Homalozoa is een uitgestorven onderstam van de stekelhuidigen. De dieren leefden in zee, van het Cambrium tot en met het Devoon (ca. 540-360 miljoen jaar geleden).

    Zeelepelachtigen hadden een afgeplat lichaam met één arm en/of een steel. Geleerden denken dat de arm en/of steel werd gebruikt bij het eten. Hoewel de huidige stekelhuidige radiaire symmetrie vertonen, waren de zeelepels asymmetrisch. De zeelepelachtige worden nog niet zo lang bestudeerd. Over hun levenswijze is weinig bekend. Er gaan stemmen op dat de zeelepelachtigen verwant zou kunnen zijn aan de Hemichordaten.

    Tot op heden zijn er 12 families en 60 geslachten bekend. Hieronder worden enkele klassen besproken. Deze zijn uiteraard voortgekomen uit fossielvondsten.

    • De gewone zeelepel (klasse Homoiostelea) had een afgeplat, asymmetrisch lichaam met één arm en een steel.
    • De armloze zeelepel (klasse Homostelea) leefden minder lang, ongeveer 540-500 miljoen jaar geleden. In tegenstelling tot de gewonde zeelepel hadden zij geen arm, maar alleen een steel.
    • Steelloze zeelepels (klasse Stylophora) hadden zoals de naam al zegt, geen steel. Echter ze hadden wel één goed ontwikkelde arm.

_____________________________________________________________________________________

Ectoproct 2 3   //Bryozoa = Ectoprocta = Mosdiertjes.

°

 

Ediacaran: most recent period of the Proterozoic era, characterised by the appearance of both enigmatic Vendobionta and trace fossils that seem to pertain to more conventional organisms. The term Ediacaran was replaced for a while by Vendian, but now it seems that Ediacaran is back in fashion. (MAK)

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ediacarium

Eon Era Periode Ouderdom Ma
Fanerozoïcum Paleozoïcum Cambrium later
Proterozoïcum Neoproterozoïcum Ediacarium 635 – 541
Cryogenium 850 – 635
Tonium 1000 – 850
Mesoproterozoïcum Stenium 1200 – 1000
Ectasium 1400 – 1200
Calymmium 1600 – 1400
Paleoproterozoïcum Statherium 1800 – 1600
Orosirium 2050 – 1800
Rhyacium 2300 – 2050
Siderium 2500 – 2300
Archeïcum Neoarcheïcum vroeger
Indeling van het Proterozoïcum volgens de ICS.[1]

 

 

Ediacaran biota: enigmatic life forms from the Ediacaran period; the first large to appear. Their affinities remain highly controversial; they have been interpreted as the first representatives of current animal phyla (Cnidaria, Annelida, Arthropoda, etc), as sister group to all metazoa more derived than sponges, as a totally distinct kingdom (Vendobionta, Vendozoa), and even as marine fungi and giant Rhizarian protists. Each hypothesis has advantages and disadvantages going for it. (MAK)

 

Afbeeldingen van Ediacaran fossils <—

ediacaran  biota

*

Ediacaran mountain

 

 http://www.sciencedaily.com/releases/2014/10/141016100317.htm Roots of the ancient mountain range, long since eroded, were found in Northeast Brazil. Credit: Carlos Ganade de Araujo

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/10/141016100317.htm
Roots of the ancient mountain range, long since eroded, were found in Northeast Brazil.
Credit: Carlos Ganade de Araujo

 

°
– Edichnia
–Epichnia
– Exichnia = in het onderste grensvlak van de laag liggend. /drie van de vier ichnofossiele boorgaten en graafgangen klassen volgens de methode van Martinson (1970), vooral bedoeld voor geologen en sedimentologen
: Onderscheidt vier groepen. :
– Epichnia = op de laag liggend.
— Endichnia = in de laag liggend.
— Hypichnia = in het onderste grensvlak van de laag liggend.
— Exichnia = onder de laag liggend, maar wel in contact ermee.
Ze gaan uit van de ligging van de sporen t.o.v. een belangrijke laag of bank in een ontsluiting, waarin levenssporen( voornamelijk boorgangen ) zichtbaar zijn.
De namen geven dus aan, of de sporen op, in of onder de laag liggen, of dat ze het grensvlak van de laag snijden.

_______________________________________________________________________________________

Edrioasteroidea  //Cambrium – Onder-Carboon.  uitgestorven klasse van de  echinodermata  ( vroeger = Echidozoa  ) 
Komen voor in een beperkt aantal soorten. Ze zijn schijfvormig en hebben verhoogde, stervormige groeven. Ze lijken op zeesterren met een balvormig lichaam.     Afbeeldingen van Edrioasteroidea

http://en.wikipedia.org/wiki/Edrioasteroidea

Growing on this Ordovician brachiopod, at the lower right, is a round organism with five rays, looking suspiciously like a starfish. It is in fact Isorophus, a member of the extinct echinoderm class Edrioasteroidea. Although superficially like starfish, edrioasteroids were sessile – attached to a substrate by a short thick stalk covered with plates. Their ambulacra – the five radiating feeding grooves in the upper part of the organism, covered by large plates – grew in a curved, often spiral or nearly spiral pattern

http://www.ucmp.berkeley.edu/echinodermata/edrioasteroidea.html

________________________________________________________________________________________

Eéncelligen // verouderde term van Ernst Haeckell , maar wordt nog gebruikt in de paleontologie
Eénzaadlobbigen

_______________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________Elasmobranchia // 

Elasmobranchia met de orden CladoselachiiSelachii = haaienBatoida= roggen en zaagvissen,Bradyodonti.

Haaien en Roggen zijn bekend vanaf het Devoon. Het skelet van kraakbeen is zelden bewaard gebleven. Fossiel vinden we vrijwel alleen de scherpe tanden, soms in grote aantallen. Dat komt, doordat één haai vele honderden tanden oplevert. Vondsten van grote hoeveelheden haaientanden zijn b.v. bekend uit het Krijt, uit het Tertiair van Twente en Achterhoek en uit het Eoceen van Antwerpen, Gent en Cadzand.// Haaientanden  zijn  populair bij verzamelaars en worden over de gehele wereld gevonden 

Haaientanden

–> De tanden van roggen zijn plat met richels, waarmee ze schelpen kunnen vermalen.

Roggentand

  • Elasmobranchii   :    De Elasmobranchii vormen een groep binnen de Chondrichthyes of kraakbeenvissen, en omvat de haaien, roggen en vleten. Fossiele vertegenwoordigers zijn gekend vanaf het Siluur. Aangezien het skelet van deze dieren grotendeels uit kraakbeen bestaat, blijft het moeilijk bewaard. Desalniettemin zijn complete fossiele kraakbeenvissen van deze groep gekend uit tal van Lägerstatten, waaronder deze van Solnhofen, Duitsland en uit Libanon. Tanden en kauwplaten blijven wel zeer goed bewaard en worden plaatselijk gemakkelijk gevonden.In het determinatiesysteem is deze groep opgedeeld in de Batoidea, waarbinnen de roggen en vleten ondergebracht zijn, en de overige Elasmobranchii (voornamelijk haaien).Losse tanden worden vaak gevondenGoed bewaarde complete specimens, zoals deze uit Libanon, zijn uitzonderlijk     Globe.pngFoto’s of locaties voor Batoidea bekijken     Globe.pngFoto’s of locaties voor overige Elasmobranchii bekijken

___________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________

Eleuterozoa  //(=  vrijlevende stekelhuidigen.)  verouderde  naam voor  een (van de vier )  onderstam(men)  der echinodermata  :  Homalozoa

_________________________________________________________________________________________

°

Entelophyllum. // Siluur. Gotland. // een van( de als voorouderlijke beschouwde )kolonievormende koralen van de subklasse Rugosa

Rugose_koraal_Entelophyllum_-_Groningen

Entelophyllum, een rugose koloniekoraal met een compacte bouw waarbij de afzonderlijke woonbuizen elkaar aan alle zijden raken. Rugose koralen zijn de voorlopers van onze huidige rifkoralen. Zwerfsteen van Groningen.

Tenuiphyllum_sp._-_Groningen

Rugose koloniekoralen komen in een aantal soorten voor. Het meest gevonden zijn die van Entelophyllum. De kolonies zijn meest struikvormig vertakt. In elk van de woonbuizen leefde een anemoon-achtige koraalpoliep. Zwerfsteen van Groningen.

____________________________________________________________________________________

Entoprocta = Kamptozoa.

_____________________________________________________________________________________

 

Eocene: An epoch of the early Tertiary period, spanning the time between 55.5 and 33.7 million years ago. Its name is from the Greek words ἠώς (eos, dawn) and καινός (kainos, new)). It was a period of global greenhouse climate and lush forests, in which small to large archaic mammals, large reptiles, and giant flightless birds all flourished. (USGS Paleontology glossary, MAK, Perseus Digital Library) Moderate, cooling climate. Archaic mammals (e.g. Creodonts, Condylarths, Uintatheres, etc) flourish and continue to develop during the epoch. Appearance of several “modern” mammal families. Primitive whales diversify. First grasses. Reglaciation of Antarctica and formation of its ice cap; Azolla event triggers ice age, and the Icehouse Earth climate that would follow it to this day, from the settlement and decay of seafloor algae drawing in massive amounts of atmospheric carbon dioxide, lowering it from 3800 ppmv down to 650 ppmv. End of Laramide and Sevier Orogenies of the Rocky Mountains in North America. Orogeny of the Alps in Europe begins. Hellenic Orogeny begins in Greece and Aegean Sea. (Wikipedia) More

 

Epibiont = levend op een ander levend wezen.

  • Epibiont  /  Epibionten  //Een epibiont is een organisme dat leeft op een ander organisme (levend of dood).Kokerworm als epibiont op een zee-egel.

°

Epifauna: Those organisms that live attached to other, larger organisms. Examples include the corals, bryzoa, worms and bivalves that are found attached to echinoids of the chalk.

   

Brachiopods      with bryozoan epifauna                      Strophodonta sp
Middle Devonian

Brachiopod with at least 3 types of epifauna (including a bivalve)
Middle Devonian

_______________________________________________________________________________________

°

Erratic: Rocks of pebble size or above that have been transported from their original source and often end up out of context with the geology of the area that they were transported to. In Britain, erratics are usually the legacy of glaciers.

_________________________________________________________________________________________

Epifyt  :  een  niet -parasitaire plant, levend op bovengrondse delen  van een  andere  plant.  Bijvoorbeeld veel orchideeen en bromelia’s   Afbeeldingen van epifyten

________________________________________________________________________________________

°_____________________________________________________________________________________

Epizoair = een organisme, levend op een dier. (bijvoorbeeld zeepokken op een walvis / zeeanemoon op een heremietkreeft  )

Heremietanemoon (Calliactis parasitica); l’anémone solitaire; hermitcrab anemone; Einsiedler-Seerose oder Schmarotzerrose.

. De wetenschappelijke soortnaam sugereert dat er sprake is van parasitisme, maar het is eerder mutualisme. De anemoon biedt bescherming en profiteert zelf van voedselresten. Soms probeert ze levende krabben te verschalken; krabben jagen soms ook op zeeanemonen.

____________________________________________________________________________

Equisetophyta = Lycopsida = Paardenstaarten = Sphenopsida = Equisetales (verouderd).

calamites 2

________________________________________________________________________________________

  • Erfelijkheidsleer  :  Genetica   // De genetica of erfelijkheidsleer is de tak van de wetenschap die een verklaring biedt voor de genetische overerving van eigenschappen. Gregor Mendel wordt algemeen gezien als de grondlegger van de genetica, en de wetenschap heeft een enorme maatschappelijke relevantie gekregen sinds de ontdekking van DNA en de ontwikkeling van analytische technieken die onderzoek op moleculair niveau toelaten.Samen met de evolutietheorie vormt genetica het tweeluik dat de ontwikkeling van leven op Aarde kan verklaren.                                                                                                                            Tag  : GENETICA, <—

GENETICA

 artikel GIST <—doc archief 

JUNK DNA -Doc  archief 

   Knock out  <—doc  WP

MENDEL  <—

________________________________________________________________________________________

  • Eukaryoot   /   Eukaryoten  //Eukaryoten zijn organismen waarvan de cel een celkern bevat. In de taxonomie zijn de Eukaryoten een domein.

_________________________________________________________________________________________
Eurypterid: colloquially known as “sea scorpions”, these were medium-sized to gigantic, marine to freshwater to amphibious Paleozoic chelicerates, include the largest arthropods ever to live (up to 2.5 meters long).Ordovician to Permian, most common during the late Silurian and early Devonian, although also flourished in Carboniferous swamps(MAK)

 

°

EUTHYCARCINOIDS  

http://www.fossilmall.com/Cambrian_Shadows/euthycarcinoid.htm

The euthycarcinoids

are poorly understood and highly enigmatic arthropods that have at various times been assigned to nearly all major clades of Arthropoda. Vaccari (2004) notes that recent work has supported a placement with crustaceans or a myriapod-hexapod assemblage, a basal position in the Euarthropoda, or a placement in Hexapoda or a hexapod stem group. The near future may better define the elusive euthycarcinoids, as phylogenetic studies unveil the genes involved in arthropod evolution (Schram, 2001).The euthycarcinoids are known from 13 species from Upper Ordovician or Lower Silurian-Middle Triassic from Western Australia, Europe (e.g., the Rhynie chert) and the Mazon Creek in Illinois. In all cases the depositional characteristics suggests freshwater or brackish water environments. Recently, Vaccari (2004) described Apankura machu from a 38 mm holotype coming from late Cambrian of Argentina that occurs along with footprints and tail-drag trackways conspicuously similar to those of Protichnitesfrom the Krukowski quarry. This finding pushes back the groups origin by some 50 million years. Since the Krukowski quarry is probably an older Cambrian assemblage, the Krukowski ichnofauna be the earliest arthropod fossils in the fossil record that are associated with land-based footprints. The trackways in the formation strengthen the theory that similar traces of subaerial origin from Cambro-Ordovician such as the Cambrian Krukowski quarry and the Ordovician Kingston formation in Ontario, Canada (MacNaughton, 2002) were made by euthycarcinoids. I am also struck that this arthropod has similarities to Fuxianhuia protensa, a basal arthropod from the Chengjiang Lagerstatte of China.

Euthycarcinoid reconstruction

Above: Reconstruction of the Rhynie chert euthycarcinoidHeterocrania rhyniensis (scale bar = 2mm) (Anderson & Trewin 2003).

http://www.abdn.ac.uk/rhynie/euthy.htm

Heterocrania rhyniensis

http://www.hornissenschutz.de/euthycarcinoid.htm

Euthycarcinoida    :  tegenwoordig geklasseerd bij de crustaceeen  

The Cambrian euthycarcinoid Mosineia macnaughtoni from the Elk Mound Group, Blackberry Hill, central Wisconsin. Cambrian euthycarcinoids such as this one may have been the first animals to walk on land.

http://en.wikipedia.org/wiki/Euthycarcinoidea

________________________________________________________________________________________

Een exoskelet is een uitwendig skelet wat voorkomt bij bepaalde ongewervelde dieren. Dit in tegenstelling tot de gewervelden waar het skelet aan de binnenkant zit. Het bied stevigheid, en in veel gevallen ook bescherming tegen aanvallers. Voorbeelden van dieren met een exoskelet zijn arthropoda (o.a. kreeften en insecten), Mollusca (vb. slakken en ammonieten) en echinodermata (vb. zee-egels).

Het  exoskelet kan bestaan uit chitine zoals bij insecten, maar ook uit kalk zoals in gastropoden of kiezel zoals bij diatomeeën.

Deze libel kwam uit zijn larve stadium, die een tijd leeft onder water en later op de wal is gekropen om te ontpoppen.
De libel lag helemaal opgerold en opgesloten in deze larve en barstte via de rug naar buiten

wat achterblijft is het  afgedankte  overblijfsel  van het   lege  exoskelet van de ontpopte larve 

Verklarende woordenlijst PALEONTOLOGY B

 

°

 zie onder Geologie /PALEONTOLOGIE 

°

 / PALEONTOLOGIE

—> DINOSAURICON B

°

EXTERNE  LINKS  & bronnen  

–> Nederlands 

http://www.fossiel.net/information/article.php WOORDENLIJST 

°

–> English 

http://palaeos.com/paleontology/glossary.html

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

°

Paleontological glossary Choose the first letter of the the term you’re interested in: A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |

°

 

_________________________________________________________________________________________________

°

BAARDWORMEN /

Baardwormen  = (Pogonophora )  –> Siboglinidae    //   

 ook bekend als baardwormen, is een familie van borstelwormen uit de orde van de    Sabellida

. In het verleden werd Pogonophora binnen het dierenrijk als een aparte stam onderscheiden –>  is nu onderdeel van de familie siboglinidae 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Categorie:Borstelworm

http://www.marinespecies.org/aphia.php?p=taxdetails&id=129096

Onderrijk: Eumetazoa (Orgaandieren)
Superstam: Lophotrochozoa
Stam: Ringwormen (Annelida)
Klasse: Borstelwormen (Polychaeta)siboglinidae
Onderklasse: Canalipalpata
Orde: Sabellida

  1. Afbeeldingen van sabellida

Wikipedia

Pogonophora

http://www.bumblebee.org/invertebrates/POGONOPHORA.htm

Pogonophora   books.google.be/books?isbn=3110006510 –   Karl E Johannsson – 1968

Afbeeldingen van siboglinum

Baardwormen

A colony of tube worms, some as long as 1.5 m, clustered around an ocean floor hot spring.                                                   (Photograph by Daniel Fornari, Woods Hole Oceanographic Institution.)  Visueel vergelijkbare afbeeldingen

°,  Kolonie van reuzenkokerwormen , waaronder  enkelen  1.5 m groot kunnen worden  .rondom  een  vulkanische diepzee schouw

°

. Volgens de meest gangbare verklarende  hypothesen   is onderstaande concretie   : een  ” ichnofossiel”  dat wijst op  de “Pogonophora” of  de “baardwormen.”

(Antwerpse  schelde zanden en  brakke schorren   )

http://scheldeschorren.be/cms/vroeger-en-nu/galgeschoor/tasselia-ordamensis

http://scheldeschorren.be/cms/index.php?page=tasselia-ordamensis

Species  :  Tasselia ordamensis

In 1965 publiceerde R. Van Tassel van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen te Brussel een wetenschappelijke bijdrage over deze concreties:

Merkwaardige konkreties in de Pleistocene mariene afzettingen van Antwerpen, verslagboek van het 4e Internationale havencongres, Antwerpen 1964.

” ….Deze konkreties werden opgemerkt tijdens de graafwerken van de Boudewijnsluis, het zevende havendok, het kanaaldok B1 en de Zandvlietsluis. Ze zijn bijzonder talrijk in de streek van de Ordampolder te Oorderen; meer bepaald ten zuiden van het Fort van Oorderen ongeveer waar zich nu de oostelijke spooroprit van de Lillobrug bevindt.

Tasselia werd beschreven in de Zanden van Merksem (Ordampolder bij Antwerpen, Oud-Pleistoceen), maar werd ook herkend in de Zanden van Oorderen (Plioceen) en de Zanden van Deurne (Boven-Mioceen) De concreties in die laatste zijn meer uit zandsteen opgebouwd i.p.v. ijzercarbonaat (sideriet) en calciumfosfaat (apatiet).

.

Hun afmetingen zijn sterk uiteenlopend: lengte van 3 tot 30cm, doormeter van 2 tot 10cm en met een gewicht tot 4kg.Deze konkreties staan bijna allen uitsluitend rechtop. Ze komen alleen en groepsgewijs voor, in het laatste geval zijn ze soms samengegroeid met 15 stuks of meer.  ”

Wanneer deze konkreties aan verwering blootgesteld worden, dan vallen ze uiteen in schijfjes. Hierbij valt dan heel duidelijk de centrale buis op. Deze centrale buis is scherp omlijnd, heeft een diameter van +2,5 mm. Deze buis verloopt rechtlijnig en heeft geen vertakkingen.

De kleur van deze konkreties is binnenin lichtgrijs en wordt naar buiten toe bruin.
Het lichtgrijs bestaat hoofdzakelijk uit calciumfosfaat (apatiet). Het donkere deel bestaat voornamelijk uit ijzercarbonaat (sideriet).
De geleidelijke overgang van calciumfosfaat naar ijzercarbonaat wijst erop dat deze knollen vroeger fosfaathoudend waren; m.a.w. ze bevatten ooit  levend materiaal.

Onderaan de gevonden konkreties bevond zich steeds een platte kamer.

Fossiele  kokerworm  ringen 

Afkomstig  van    wormgangconcreties

De conische structuren   zijn vingerdik tot nog forser. Er is een opbouw van gestapelde ringen; vergelijk het met het Michelinmannetje).

Centraal is veelal een klein gaatje van circa twee milimeter doorsnee aanwezig.

De zandkleurige vormen zijn deels dikker en minder extreem gebandeerd; de gaatjes zijn daar verstopt. Ze zijn niet kegelvormig, maar spoelvormig

Tasselia ordamensis

Er  wordt gesteld  dat het gaat om de graafgang van een baardworm, behorend tot de Pogonophora. De worm zelf is echter nooit gefossiliseerd aangetroffen  , alleen de sporen van het dier zijn bekend, een zogenaamd ichnofossiel.

http://www.fossiel.net/forums/viewtopic.php?TopicID=18844

°
Beklemishevites grandis is hitherto known only from  an erratic boulder of the Ordovician age, found in
Pleistocene glacial deposits of Poland near Mochty (Valley of the Vistula River).
–>Is  bekend van een  zwerfsteen   daterend uit het

(en gevonden  in de  glaciale afzettingen  van het Pleistoceen in Polen  (Mochty: vallei van de Vistula) 

The holotype represents a fragment of unflattened tube, 18 mm long and 0.4 mm in diameter.
The remaining fragments vary from 1 to 8 mm in length and 0.3 to 0.4 mm in diameter. Some tubes are
strongly flattened. Tubes black, with mat, rough and unornamented outer, and smooth and shiny inner surface.SEM studies show laminar structure of the wall. However, the micrographs obtained did not give any additional information on the nature of the laminae. Electron micrographs obtained with the use of TEM clerly show that the laminae are built of characteristic parabolic fibres, forming the so-called “Bouligand pattern”. This suggests that the tube of B. grandis was built of  chitin-protein complex. The total tube length of B. grandis remains unknown  but it may be assumed that they were about dozen or so cm long.
(The Recent species Siboglinum cinctum Ivanov  is characterized by tubes of a similar diameter, 0.3-0.4
mm, and up to 15 cm long.
–>  De  vrij recente  species  siboglinum cinctum Ivanov  bezit kokers met een  gelijkaardige  0.3-04 mm  diameter en kunnen  tot 15 cm lang worden  )
 
                                   
SEM micrograph displaying lamellar structure
of the living tube of
Beklemishevites grandis.
From P. Mierzejewski.
A “Bouligand pattern” made of chitin-protein
complex in the living tube of
Beklemishevites grandis, as seen in
transmission electron microscope.
__________________________________________________________________________________________________

Background extinctions    –>  are those extinctions that occur continually throughout time. These extinctions are caused by small changes in climate or habitat, depleted resources, competition, and other changes that require adaptation and flexibility. Most extinctions (perhaps up to 95 per cent of all extinctions) occur as background extinctions.

_________________________________________________________________________________________________

°

BACTERIA Bacteria are one-celled, microscopic organisms that live all over the world. They are important in the decay of organic material and in the fixing of nitrogen.

bacteriën

°
Bactrites   worden beschouwd als voorlopers van de Ammonieten.Goede gidsfossielen

Bactrites is een uitgestorven geslacht van weekdieren, dat leefde van het Ordovicium tot het Perm.

Deze koppotige had een in doorsnede afgeronde, rechte en slanke schelp met een ventraal gelegen sipho. De suturen (naden tussen verschillende windingen) waren zeer eenvoudig en hadden een kleine ventrale lob. De lengte van de schelp bedroeg ± 3¾ cm.

http://en.wikipedia.org/wiki/Bactritida

Bactrites,  genus of extinct cephalopods (animals related to the modern squid, octopus, and nautilus) found as fossils in marine rocks from the Devonian to the Permian periods (between 408 and 245 million years ago). Some authorities have identified specimens dating back to the Silurian Period (beginning 438 million years ago), but their classification is uncertain. The shell consists of a linear series of chambers, each successively occupied by the body of the animal. Bactrites fed on animals it caught in its tentacles. It is possible that Bactrites gave rise to more advanced cephalopods of later geologic periods, notably the ammonoids and the belemnoids.

Bactrites arkonensis (Whiteaves 1898). Up to 2cm. long. Found on the floor of the south pit at Hungry Hollow, On., Canada. Arkona Shale Formation, 

bactrites

http://www.thefossilforum.com/index.php?/topic/41290-found-in-jacksboro/

http://kuscholarworks.ku.edu/dspace/handle/1808/3777

°

BACULITES Baculites (which means “walking stick rock”) was a genus of ammonite that lived during the late Cretaceous period. It was heteromorphic: in its juvenile stages it had a coiled shell; as an adult, it was straight-shelled, tube-like, and about 2 m long (but some later forms had a cork-screw shape). Baculites was a wide-spread marine cephalopod mollusk that may have lived in colonies on the sea floor. Baculites species are very widespread, so they are used as an index fossil. Baculites was named by the French paleontologist Alcide Dessalines d’Orbigny in 1850

color photo of staight-shelled Baculites, roughly the diameter of a cigarette

Baculites is a common, straight-shelled ammonoid. These specimens are from the Pierre Shale of Logan County, Kansas. They are Upper Cretaceous in age.

color photo of large Baculites, showing intricate suture lines

The convoluted sutures are easy to see in this fossil fragment of the genus Baculites, from the Beecher Island Shale Member of the Pierre Shale in Cheyenne County, Kansas. Note the relatively large size of this Cretaceous-aged ammonoid.

 Baculites are of the class cephalopoda, which means, “head-foot”.  Almost oval, their ornamentation consists of ribs and tubercles. Only the very earliest part of the shell remained coiled. The latter part grew into a straight shaft. Baculites can occur in vast numbers at some localities, often to the virtual exclusion of other species and could grow to over 39 inches in length. The mode of life of these straight ammonites is controversial. Some paleontologists believe that they lived upright in the water, with the tentacles on the seabed foraging for food. Others feel that they had horizontal orientation and lived nearer the surface of the sea.  .

°

BALUCHITHERIUM Baluchitherium (now called Indricotherium) is a large, extinct, hornless rhinoceros. It was one of the largest land mammals. Adults were about 26 feet (8 m) long, 18 feet (5.5 m) tall, and weighed about 17 – 18 tons (16 tonnes). The skull was 4.25 feet (1.3 m) long. This herbivore ate leaves and twigs from the tops of trees. It had four teeth; two tusk-like front teeth in the top jaw, pointing down and two on the bottom pointing forwards. This extinct ungulate (hoofed mammal) had three toes on each foot and lived from the Oligocene to the early Miocene in central Asia (Pakistan, Mongolia and China). Classification: Order Perissodactyla (odd-toed ungulates), Family Hyrachyidae (odd-toed ungulates between tapirs and rhinos).

°

BARBOUROFELIS Barbourofelis (meaning “Barbour’s cat”) was a carnivorous (meat-eating) mammal, an early cat with long incisors – it was not a dinosaur. This lion-sized cat was the last of the family Nimravidae (false-saber-tooth cats) and lived during the late Miocene, about 15-7 million years ago. Fossils have been found in North America, Turkey, and Spain. Classification: Class Mammalia (mammals), Order Carnivora, Superfamily Feloidea (cats, mongooses), Family Nimravidae (false-saber-tooth cats, early cats), Genus Barbourofelis.

barbou  A816_I1

barbourofelis

°

____________________________________________________________________________________________________

°

BASILOSAURUS Basilosaurus was an Archaeoceti whale, a primitve, extinct whale from the Eocene epoch, 50 million of years ago.

°

Duidelijke  overgansvormen  werden voor het eerst  gevonden onder  de    Basilosauridae

 
     
Basilosaurus.
——————————————————————————————————————————–
°

Batoidea

Binnen de Elasmobranchii vormen de Batoidea een superorde waarin de roggen, zaagvissen en gitaarroggen worden ondergebracht. Fossiele vertegenwoordigers zijn gekend vanaf het vroege Trias. Het zijn kraakbeenvissen, waardoor de meeste skeletonderdelen relatief moeilijk bewaard bleven. Enkel in zgn. lägerstatten worden complete specimens aangetroffen.

In de Benelux worden fossiele Batoidea voornamelijk aangetroffen in de vorm van tandplaten en huidstekels, onder meer in het Neogeen van Antwerpen en Noord-Brabant.

Complete specimens, zoals deze uit Libanon, zijn uitzonderlijk

————————————————————————————————————————————

°

BAVARISAURUS

Bavarisaurus was a small, fast-moving, ancient lizard (it was not a dinosaur) that lived during the Jurassic period. A partially digested, fossilized skeleton of a Bavarisaurus was found inside a Compsognathus (a small, meat-eating dinosaur) fossil in Bavaria, Germany

Afbeeldingen van bavarisaurus http://www.palaeocritti.com/bavarisaurus       Bavarisaurus: Bavarisaurus macrodactylus (originally Homoesaurus macrodactylus Wagner, 1852), Range: Late Jur of Europe (Solnhofen limestone of Bavaria, early Tithonian) Phylogeny: Scincogekkonomorpha 😦Eichstaettisaurus + Ardeosaurus + (Scandensia + Liushusaurus + Scleroglossa)) + *. Comments: The only known specimen (right) reveals that these animals were among the prey of small coelurosaurs. Like Ardeosaurus and Eichstaettisaurus, Bavarisaurus was at first classified as a gekkotan, in this case on the basis of its amphicoelous vertebrae, but subsequent analyses have shown it to be a more basal form (Evans et al 2004).

This reptile was about 20 cm in length Link: Archaeopteryx and Bavarisaurus – Dinosaur art, Michael Skrepnick   Compsognathus' last meal Graphic: 1903 illustration by Franz Nopcsa showing Bavarisaurus in the stomach region of Compsognathus, public domain, from Wikipedia. MAK101106 __________________________________________________________________________________________________

  • bedding plane: A surface separating layers of sedimentary rocks and deposits. A bedding plane marks termination of one deposit and beginning of another of different character, such as a surface separating a sandstone bed from an overlying mudstone bed. Rocks tend to breaks or separate along bedding planes.

___________________________________________________________________________________________________

Belemnoidea

De Belemnoidea vormen een uitgestorven groep binnen de subklasse Coleoidea van de Cephalopoda. Een belemniet zoals we deze fossiel vinden is een onderdeel van het inwendig skelet van deze inktvisachtige (die wel wat weg had van een pijlinktvis). Belemnieten zijn opgekomen en terug uitgestorven gedurende het Mesozoïcum en komen het meeste voor in het Jura en Krijt tijdperk.

Schematische reconstructie met voornaamste onderdelen van een belemniet

Voorbeeld van het rostrum van een Belemniet.

Doorgaans wordt enkel het –meestal kogelvormige- achterste deel aangetroffen, het zgn. rostrum. In dit rostrum bevindt zich een kegelvormige uitholling, de alveole. Hierin bevond zich bij leven een gekamerde schelp, homoloog aan de schelpen van andere cephalopoden als nautilussen en ammonieten. Bij goed bewaarde exemplaren kan dit phragmocoon aangetroffen worden. Sommige soorten bezaten als actieve jagers tentakels met puntige haken. Ook deze worden sporadisch fossiel aangetroffen. Exemplaren met bewaring van de weke delen zijn gekend uit verschillende konservat-lägerstatten, waaronder de lithografische kalksteen uit de omgeving van Solnhofen in Duitsland.

Belemniet met deel van het phragmocoon op de oorspronkelijke plaats.

      Globe.png

Foto’s of locaties voor Belemnoidea bekijken

Belemnieten 2

Fig.57. Belemnitella mucronata (SCHLOTHEIM), Boven-Krijt, Westfalen. (naar Zittel, 1915) Belemnieten behoren tot een uitgestorven groep cephalopoden. Ze zijn vooral belangrijk in Jura en Krijt. Belemnon = werpspeer. We vinden als fossiel gewoonlijk alleen het rostrum = het achterstuk = een deel van de inwendige schelp. Nauwkeuriger gezegd: een belemniet is het rostrum van een inktvissoort. Op een breuk ziet men in het rostrum een radiale = straalvormige structuur van calcietvezels. Het holle gedeelte aan de voorkant heet de alveoleHierin past een ander deel met kamers van de schelp = het fragmocoon. Belemnieten komen in het Limburgse Krijt in zeer grote aantallen voor in een z.g. ‘belemnietenkerkhof’. Waar zo’n laag dagzoomt kan man ze bij honderden aantreffen. Belemnoidea_fossil_characters

Fossil belemnite. Rostrum and phragmocone; normal sections of a rostrum (see the radial-concentrical structure of calcite fibers). belemniet 405075 (1) <—pdf

  • Belemnieten zijn een uitgestorven groep tienarmige inktvissen die erg veel leken op de huidige pijlinktvissen en verwant waren aan de zeekatten.Wikipedia

Belemnieten <—Doc  Belemnite fossils

The rostrum of belemnites is the part most frequently preserved (left). At right, a long belemnite rostrum in a block containing other marine fossils. Basic belemnite anatomyBelemnite restored: a, cephalic tentacles; b, siphon; e, ink bag; d, e, section of shell. Fig. 305. Belemnite restored: a, cephalic tentacles; b, siphon; e, ink-bag; d, e, section of shell. The outline exhibits the fin-like expansions of the integument. Read more: http://chestofbooks.com/animals/zoology/Anatomy/Cephalopoda-Cuvier-Part-18.html#.UtMDU3mA3cc#ixzz2qDjLuxe0

Belemnite: a Mesozoic to early Tertiary cephalopod mollusc with an internal cone-, bullet-, or cigar-shaped shell. In life a squid-like animal, along with their cousins the ammonites they were important members of the Mesozoic marine ecosystem.

_________________________________________________________________________________________________

°

Bellerophon.  Gastropode  uit het  Siluur – Trias.° Afbeeldingen van bellerophon fossil  <–

  • Bellerophon (geslacht), een geslacht van  uitgestorven  gastropoden                    http://en.wikipedia.org/wiki/Bellerophon_(genus)
  • Bellerophon sp. Breathitt Formation, Magoffin Member, Hazard, Kentucky
Bellerophon shell
Figure 1 – Fossil Bellerophon shell sample of the numerous types in Breedon Hill

http://louisvillefossils.blogspot.be/2010/08/bellerophon-percarinatus.html Fig. 53 Fig. 53.—Different views of Bellerophon Argo, Trenton Limestone, Canada. (After Billings.) http://www2.cddc.vt.edu/gutenberg/1/4/2/7/14279/14279-h/14279-h.htm

________________________________________________________________________________________________

°

  • benthic: term used to designate aquatic organisms that are bottom dwelling.                                                                                                                                                                                                          * Benthos: Those organisms that live on the surface or in the top few centimetres of the sea floor.
Marine Benthic Communities play an important role in nutrient recycling.

 pic
Interaction of nutrients and other gases between the benthos and other organisms in the water column

The conditions of benthic organisms, especially the burrowing forms (infauna), are sessile and therefore, indicative of time-integrated effects of various kinds of environmental stress. Since relatively sessile, the status of well being of Marine Benthic Communities can be used to reflect environmental conditions, e.g., eutrophication, or effects of man-made perturbations, e.g., dredging operations. Soft sediments support a wide range of community types and standing crops, and have long been recognized as valuable feeding areas as they are major food source for demersal fisheries. Some of the benthic species are unique and of particular conservation value. The cephalochordate Branchiostoma belcheri (Amphioxidae) found in sandy seabed in Hong Kong, for example, is regarded as a living fossil link in the evolution of marine invertebrates to vertebrates.

__________________________________________________________________________________________________

°

BEENVISSEN –>BONE FISHES 

  • Fish of the class Osteichthyes, characterized by a skeleton composed of bone in addition to cartilage, gill covers, and an air bladder.

°

Ruim 90% van alle  extante  soorten vissen behoort tot deze groep.

Veel beenvissen blijven klein, maar er zijn er die behoorlijke afmetingen kunnen bereiken.

°

Hun skelet is in ieder geval gedeeltelijk opgebouwd uit been en ze hebben een zwemblaas waarmee ze hun drijfvermogen kunnen regelen.

https://tsjok45.wordpress.com/2012/12/06/beenvissen-evolutie/

Afbeeldingen van Beenvissen

Anatomie van een beenvis (Lampanyctodes hectoris). 1. kieuwspleet, 2. zijlijn, 3. rugvin, 4. vetvin, 5. staartwortel (achterlichaam), 6. staartvin, 7. anaalvin, 8. lichtgevende cellen, 9. buikvin (zijvin), 10. borstvin. Niet aanwezig: baarddraad (langwerpig draad-achtig tastorgaan bij de bek)

Het skelet van de baars. Bij de baars en vele andere vissen zijn de buikvinnen naar voren verplaatst zodat ook de botten van de lendengordel vlak achter de kieuwdeksels te vinden zijn.

________________________________________________________________________________________________

  • bilateral symmetry: The condition, found in many organisms, where one half of the body or structure is the mirror image of the other.

Bilateral symmetry

(Science: biology) describes an organism which is divisible into equal mirror halves in one plane only.

http://www.math.brown.edu/~banchoff/Yale/project04/bio.html

______________________________________________________________________________________________

  • bilaterians: A clade of animals whode members share: bilateral symmetry, are triploblastic (three tissue layers: ectoderm, mesoderm, endoderm), and with HOX genes in one or more clusters with the genes within a cluster arranged in the same order as the body parts they affect.
  • De Bilateria vormen een onderdeel van het onderrijk Eumetazoa (minstens twee weefselstucturen  ) van de dieren, waar bijna alle dieren toe behoren. De bekendste groepen dieren die hier niet toe behoren zijn de sponzen en de neteldieren. Wikipedia

________________________________________________________________________________________________

  • biological species concept: The concept of species, according to which a species is a set of organisms that can interbreed among each other. Compare with cladistic species concept, ecological species concept, phenetic species concept, and recognition species concept.

________________________________________________________________________________________________

BioluminescenceThe production of light by living organisms

____________________________________________________________________________________________________

*

Bioclastic: Applicable to sediments composed of broken fragments of organic skeletal matter e.g.

Bioclastic Limestones

Bioclastic limestones are as diverse as the fossils and fossil pieces that make them up. Some are dominated by sand-sized grains of finely broken up fossil debris. Others preserve whole communities of ancient life forms in remarkable detail. Many include a substantial fraction of very fine-grained material (micrite).
This fossiliferous limestone is dominated by crinoids (which look like little buttons) and bryozoans (the branched pieces). There are also a few brachiopod shells in this nice sample.
The big fossils here are brachiopod shells. You can see other bioclastic debris elsewhere in this sample. The matrix that holds it all together is micrite. Thus, these fossils were preserved in carbonate mud.
Here again we see bioclastic debris preserved in ancient lime mud. Most of the dark fossils are brachiopods in various states of preservation. The pair of light gray fossils that taper to one end are snail fossils cut through the middle by erosion.
This bioclastic limestone preserves the remains of the world’s first attempts at reefs. The light gray fossils are archaeocyathids of Early Cambrian age (~540 Myr). They were probably similar to sponges, but they were only briefly successful in the history of life. They went extinct by the end of the Middle Cambrian.
This bioclastic limestone is packed with fusulinids. These single-celled creatures reached sizes of 1 to 2 cm in this rock .

Return to Image Archive Home Page

Belgische hardsteen   http://en.wikipedia.org/wiki/Bioclastic Bioclast Sediment bestaande uit gebroken fragmenten van organische exo- ,en /of endo -skeleten bijvoorbeeld : bioclaste steen ____________________________________________________________________________________________________ * Biocoenosis: A fossil assemblage that has been buried during conditions of low energy deposition i.e. in an environment with very weak currents. These assemblages contain fossils that were closely associated in life. E.g. the Wenlock Limestone. http://en.wikipedia.org/wiki/Much_Wenlock_Limestone_Formation http://www.wenlock.ukfossils.co.uk/Wenlock-Fossils-Geology/fossil-photos.htm

(Brachiopod – possibly Dolerorthis rustica)

(Bryzoan)

(Coral – Favosites gothlandicus)

(Coral – Favosites gothlandicus internal structure)

(Coral – Halysites catenularius)

(Coral – Halysites catenularius)

(Coral) (Fossiliferous limestone – crinoid pieces, coral pieces, bryz) (large gastropod – Poleumita discors)

(Many crinoid pieces in limestone – a common fossil)

http://www.birmingham.ac.uk/facilities/lapworth-museum/collections/palaeontology/wenlock-reef.aspx

Wenlock Limestone 420 million years ago England and Wales were part of a large land mass located about 25 degrees south of the Equataor. Tropical reefs occurred in the warm shallow seas off the coastline and the remains of many organisms living in and around the reef eventually created the rock formation known today as Wenlock Limestone. This limestone is found today in some regions of Central England and the Welsh Borders especially around Wenlock Edge, Shropshire and Dudley, West Midlands. Below is a photo of Wenlock Limestone which contains various species of brachiopod – Atrypa sp, Sphaervnchia sp, Dolerorthis sp, Gypidula sp together with a species of coral called Favosites. The rock also contains Bryozoa (sea-mats), Polyzoa and crinoid (sea-lily) fragments. Bryozoans first appeared in the Ordovician and are still found today. All species are aquatic and many live in shallow seas although a few can be found in freshwater. The tiny animals with calcium carbonate skeletons are colonial, filter feeding animals.  Wenlock Limestone :  formed 420 million years: it demonstrates some of the different organisms living  TOGETHER  at one particular moment in time.  http://www.ukfossils.co.uk/shropshire.htm

____________________________________________________________________________________________

°

Biofacies: A unit of rock that contains a fossil assemblage indicative of one particular environment.                                  —> PALEO(BIO)GEOGRAPHY

Devoon periode http://www.trilobites.info/trilopaleogeo.htm

(Krijt periode ) http://www.scielo.org.ar/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S0002-70142007000100004

____________________________________________________________________________________________________

° Biozone: Rocks deposited during the life-span of one particular species. http://nl.wikipedia.org/wiki/Biozone zie ook

  • biostratigrafie   —> Stratigraphic colum .Biostratigraphy  //  The branch of geology concerned with the separation and differentiation of rock units by means of the study of the fossils they contain

Figure 2. Stratigraphic column,   species ranges, and biozones of the Gualcamayo Formation at Corridita Creek.

http://insugeo.org.ar/libros/cg_18/9.htm

______________________________________________________________________________________________

  • bioturbation: disturbance of sediment layers due to biological activity. This is a significant process in the marine environment where many animals such as worms exist by consuming organic matter trapped between sediment grains. Animals like clams burrow through sediment to hide from predators swimming or crawling above the ocean floor. The activity of the animals sedimentary features.

____________________________________________________________________________________________

BIVALVIA

Bivalvia

De klasse Bivalvia behoort tot het phylum van de weekdieren (Mollusca). De Nederlandse naam voor Bivalven is Tweekleppigen. De kleppen van de schelp zelf zijn asymmetrisch, maar de linker en rechterklep zijn in veel gevallen ruwweg elkaars spiegelbeeld. Sommige schelpen bestonden uit aragoniet (snel oplosbare kalk) en fossiliseren matig. Vaak blijft dan alleen de steenkern bewaard. Andere bivalven bestaan uit calciet en fossiliseren goed. Fossiele bivalven komen zeer algemeen voor. Bivalven kwamen reeds vroeg in de evolutionaire geschiedenis voor, en worden in het fossielenbestand aangetroffen vanaf het vroege Cambrium tot heden. Hun diversiteit heeft gedurende het Mesozoïcum een toename gekend.

Voorbeeld van een bivalve. De schelp zelf is niet symmetrisch.

Voorbeeld van een bivalve die als steenkern bewaard is.

Een opmerkelijke groep van inmiddels uitgestorven, rifbouwende bivalven zijn de Rudista (rudisten).

Foto’s en locaties voor rudisten bekijken

Foto’s of locaties voor bivalven bekijken

°

  • A mollusk having two shells hinged together, as the oyster, clam, or mussel; or any animal with two halves to its shell such as an ostracode or brachiopod

Bivalve: names any a mollusc that is a member of Class Bivalvia, a clade characterised by having two shells hinged together, as the oyster, clam, scallop, or mussel. The term is sometimes also used to refer to any animal with two halves to its shell such as an ostracod or brachiopod. Here Bivalve is used to refer specifically to the molluscan class. In contrast to brachiopods, the plane of symmetry is primitively between the valves (the two shells), although many types, for example oysters, developed different sized valves. The second largest class of mollusc, after gastropods. Common as fossils, especially during the Mesozoic and Cenozoic, and these animals remain an important element in marine ecologies, especially in the littoral region. (MAK)

Graphic A variety of bivalve fossil, After C. L. Fenton and M. A. Fenton, The Fossil Book, Doubleday, 1958., original url)

Bivalves - from Fention & Fenton

 

° Bivalven 2    Bivalvia 2   Bivalvia =Bivalven = Lamellibranchiata Tweekleppigen –> Plaatkieuwigen = Pelecypoda     De klasse  telt 20.000 soorten, waarvan een enkele tot 1.30 m lang. Ze omvatten globaal kokkels, mantelschelpenmesheften, oesters en mossels. De twee kleppen zijn meestal symmetrisch. O.a. oesters vormen hierop een uitzondering, ze zijn ongelijkkleppig. De kleppen scharnieren om de slotlijn. Aan de randen zijn soms tanden aanwezig. Binnen in de schelp is meestal een spieraanhechting te zien Fig.54. a: Nucula strigilata GOLDFUSS, Trias, Tirol Gezien het grote aantal soorten noemen we weer slechts enkele zeer bekende voorbeelden: Nucula. Devoon – recent. Behoort tot de orde der Paleotaxodonta.Klein, ovaal. Massaal in Oligocene klei in Limburg, de Nuculaklei, o.a. ontsloten bij Kleine-Spauwen bij Tongeren in België. Ook in de Septariënklei uit het Oligoceen van Twente en de Achterhoek.

  • Nucula is een geslacht van weekdieren, dat fossiel bekend is vanaf het Siluur. Tegenwoordig bestaan er nog tal van soorten van dit geslacht, die in de loop der tijden vrijwel geen verandering hebben ondergaan. Wikipedia

http://naturalhistory.museumwales.ac.uk/britishbivalves/Browserecord.php?-recid=283

Nucula lunulata Fossiel Balegem
Nucula placentina Fossiel Hatzokli Kefalonia
Nucula mixta Fossiel Damery
Nucula nitidosa Driehoekige parelmoerneut Recent Playa de Cabopino Costa del Sol
Nucula nitidosa Driehoekige parelmoerneut Fossiel Den Briel Kalkoven (Westerschelde)
Nucula nucleus Parelmoerneut Fossiel Den Briel Kalkoven (Westerschelde)
Nuculana deshayesiana Fossiel Steendorp
Nuculana westendorpi Fossiel Dingden
Nuculana westendorpi Fossiel Winterswijk Miste
Nuculoma laevigata Fossiel Den Briel Kalkoven (Westerschelde)
Nuculoma laevigata     Antwerpen Fordfabrieken

Afbeeldingen van nucula

___________________________________________________________________________________________________

°

Blastoidea

De familie Blastoidea is een uitgestorven groep binnen de stekelhuidigen (Echinodermata). Blastoïden zijn ontstaan in het Ordovicium tijdperk en uitgestorven aan eind van het Perm tijdperk. De meeste soortenrijkdom was er in het Carboon tijdperk. Waarschijnlijk stammen de blastoïden af van de cystoïdeën.

Net zoals andere echinodermen bestaat het skelet van de blastoïden uit kalkplaatjes en heeft het lichaam een vijfstralige symetrie. Net zoals crinoïden bestaat het uit een lichaam die verbonden is met een steel aan een hard oppervlak op de zeebodem. Het dier zeefde zijn voedsel uit het zeewater. Het verschil met de crinoïden zit hem in de andere opbouw van het skelet.

°

BLASTOIDEA 

° — Blastoidea= Knopstralers.

Het zijn bloemknopvormige fossielen, hebben een bolle vorm met langwerpige groeven. Ze leven aangehecht in ondiepe zeeën en ze zijn maar klein.

Vb. Pentremites uit het Carboon. Ze komen voor in verkiezende kalkstenen in Noord-Nederland.

http://en.wikipedia.org/wiki/Pentremites

http://museumvictoria.com.au/melbournemuseum/discoverycentre/600-million-years/timeline/carboniferous/pentremites/

Illustration and fossil of <i>Pentremites godoni</i>

Carboniferous

______________________________________________________________________________________________

°

BLAUWWIEREN 

De Prokaryoten van het rijk Monera staan aan de basis van de ontwikkeling van alle levende organismen. Ze zijn fossiel aangetoond in gesteenten in West-Australië van ca. 3.5 miljard jaar oud. Dus in het Precambrium. De voedingswijze was autotroof. We moeten dus denken aan bacterieachtige organismen. Hieruit zijn ca. 2.3 miljard jaar geleden de cyanobacteriën = blauwwieren ontstaan als pioniers van de zuurstofrevolutie.

°

We verdelen het Rijk Monera in twee divisies: — Schizophyta, waartoe de virussen en de bacteriën worden gerekend. — Cyanophyta = cyanobacteria = blauwgroene algen = blauwgroene wieren = blauwwieren.

__________________________________________________________________________________________________

°

° * Bone bed:

°

A rock that has a relatively high quantity of bone pieces, teeth, scales etc. in its composition. Columbus Limestone/ Devonian Bone Bed This piece is small but loaded! It has countless teeth and countless bone fragments, all identified by their orange color. Of note are a couple larger pieces of bone, and several needle like teeth, one is 9 mm in length. The Devonian Columbus Limestone has several bone bed layers, however this one is the most impressive. The bone bed layers are thought to be formed along a marine shoreline, with pieces of freshwater, brackish, and marine fish all broken up by wave action, then deposited all together. Identification is difficult, many of these are ancient fish, described by Newberry, but are only known by these fragments

_____________________________________________________________________________________________

°

Bone breccia:

A mass of bones, teeth etc, usually encountered in terrestrial caves. The organic material is cemented by calcium carbonate and does not contain bedding. 20 Bone breccia (coarse-grained sedimentary rock with bone fragments embedded) Phosphate Mine – Wellington, NEW SOUTH WALES

°

Cast of "Little Foot" Australopithecus within breccia matrix

°

cast of “Little Foot” Australopithecus within breccia matrix 

________________________________________________________________________________________________

°

Bony Fishes / (BEENVISSEN  ) Fish of the class Osteichthyes, characterized by a skeleton composed of bone in addition to cartilage, gill covers, and an air bladder.

_________________________________________________________________________________________________

°

BOORGATEN  

Boorgaten in de bodem,  sporen van borende organismen  (–>  ichnofossielen -) . Ze worden o.a. gemaakt door sponsen, bryozoën, slakken, mossels, zeeëgels, zeepokken, borstelwormen en ringwormen. De borende organismen kunnen ook plantaardig zijn, b.v. algen. Recente en fossiele voorbeelden: Lithophaga lithophaga =Zeedadel = de ‘steeneter‘. Pholadidae Pholas dactylus. Teredinidae: Teredo navalis = Paalworm.  NB. Is géén worm! Rogerella, een zeepok.  Cliona, een spons. Polydora een worm, die lusvormige buisjes boort in o.a. kalkzwerfstenen aan het zeestrand. Zeer algemeen langs de gehele Oostzeekust.  Arenicola, een borstelworm. Borende algen in schelpen uit het Siluur vormen een voorbeeld van plantaardige borende organismen

__________________________________________________________________________________________________

°

BOORMOSSELS   Een belangrijke groep boorders zijn de Boormossels. Wat verwantschap betreft vormt deze groep geen eenheid.

Petricolidea: Petricola pholadiformis = Amerikaanse boormossel.

Ruwe boormossel

De Amerikaanse boormossel is  een exoot die de lokale soort grotendeels heeft weten te verdringen. Pas sinds 1906 komt de soort voor in de Waddenzee en de oorspronkelijke witte boormossel is sindsdien met sprongen achteruit gegaan in aantallen. De Amerikaanse boormossel is een niet geheel sluitende schelp, tweekleppig en bevindt zich vaak in hout of turfafzettingen. Het vermoeden bestaat dat de soort is meegekomen met de Amerikaanse oester die in Zuid-Engeland werd uitgezet voor consumptie. Sindsdien heeft de soort zich over de Noordzeekusten verspreid.  http://nl.wikipedia.org/wiki/Witte_boormossel

°

Barnea candida : Vindplaats : Duinbergen. Tot 7,5cm Witte boormossel: Dunwandige schelp,de kleppen sluiten niet helemaal op elkaar (ze gapen) komt ook fossiel voor 

°

Zirfaea Crispata ; ruwe boormossel tot 9cm groot vindplaats Belgische kust. Het gaat hier meestal om  fossiele schelpen uit het (pleistoceen) Pholas Dactylus (Linnaeus, 1758) grote boormossel  tot 12cm groot Vindplaats : Zeebrugge Fossiele boormossel ; deze specie leefde in een warmere periode, tussen de laatste twee ijstijden in de Eemientijd ongeveer 100.000 jaar geleden, deze boormossel is 10,5cm groot en is zeldzaam als strandvondst.

________________________________________________________________________________________________

° ° Boulder: *A rock that is over 256mm in size. *a large “wandering” rock that was made and transported by some (now melted down ) ice-time gletcher shield = an ” ice time “and/ or former gletcher-shield indicator

°

Boulder clay:

Material left behind by glacial and fluvio-glacial conditions. It has a clayey matrix which contains rocks varying in size from the sub-millimetre to boulder size. zie ook Gletcher Morene

°

Boulder clay (moraine): a mixture of clay, pebbles and large rocks left by a glacier

Glacial beds at Happisburgh Box-stones: Hollow concretions.

________________________________________________________________________________________________

BRACHIOPODS 

  • A group of clam-like marine invertebrates separated into the Articulata and the Inarticulata based on shell morphology. (Cambrian to Recent)

Brachiopod: meaning “arm foot”, names any member of a major phylum of marine organisms with bivalved shell, in contrast to molluscan bivalves the plane of symmetry is through the mid-line of the shell, not between the valves. Filter feeding by means of a specialised organ called a lophophore. Abundant during the Paleozoic (most especially from the Ordovician to the Devonian), where, along with corals, they make up the majority of invertebrate fossils. Less common in the Mesozoic, and even less frequent in the Cenozoic. Cambrian-Recent. (MAK)

Brachiopoda

Tweekleppige schelp waarvan de afzonderlijke kleppen bilateraal symmetrisch zijn. De twee kleppen zijn verschillend van elkaar. Een van de kleppen bevat een opening of gleuf (foramen) waarlangs een voet naar buiten stak, waarmee het dier zich aan het substraat hechtte. Ze leefden op die manier vastgehecht aan de zeebodem (soms ingegraven, vb. Linguloidea), waar ze voedsel uit het zeewater filterden. Ze komen voor in afzettingen vanaf het Cambrium tijdperk tot recent, maar waren het meest talrijk in het Paleozoicum.

Voorbeeld van een brachiopode uit het boven-Krijt van België. De schelp is symetrisch, maar de twee schelphelften niet.

Atrypide brachiopode uit het midden-Devoon van België met goed bewaarde schaal.

Stukje zeebodem uit het onder-Devoon van België met verschillende soorten brachiopoden die als steenkern bewaard zijn gebleven.

________________________________________________________________________________________________

° Breccia:

A rock composed of varyingly sized, angular fragments, which have been cemented together

  • Rock  formed similarly to conglomerate, except that breccia’s rock fragments are very sharp and angular. These irregular rock fragments have not been transported by water, wind, or glaciers long enough to be rounded and smoothed as in conglomerate. The cementing agents silica, calcite (CaCO3), and iron oxides are the same as in conglomerate

Breccia Conglomeraat van brokjes gesteente in natuurlijk cement.
°
” ……De meeste sedimentaire gesteenten worden gevormd wanneer erosie-producten worden afgezet in lagen, en uiteindelijk verhard tot gesteente. Erosie-producten is het materiaal wat vrijkomt door afslijting van gesteenten door water, ijs, wind en dergelijke. Zo ontstaan bijvoorbeeld conglomeraat (grindsteen), zandsteen en schalie (klei steen)….. ….Een conglomeraat is een ‘grindsteen’ met afgerond grind in een fijnere matrix. Het grind is volgens de definitie van 2 millimeter tot 4 meter groot!  …. ….Een Breccie is in principe hetzelfde als een conglomeraat, maar in een breccie zijn de componenten hoekig in plaats van afgerond( rolkeien )in een conglomeraat  ….
breccia
Other specimens – Click the thumbnails to enlarge   
      Angular grains – the rock name is breccia
CONGLOMERATE
Conglomerate is made up of rounded pebbles embedded fine-grained rock. It is formed when shingle is buried by other sediments.

Round Grains – the rock name is conglomerate

° BRECCIE 4-5breccie
Breccie : Uit hoekig materiaal samengesteld sediment gesteente/Puinlaag 
(v. Ligurisch woord dat ‘gebroken steen’ betekent), sedimentgesteente bestaande uit grofkorrelige, hoekige fragmenten, die door een bindmiddel zijn samengeklit …
————————————————————————————————————————————————————–

°

Brickearth: Loess material that has been reworked by fluvial action. °

_________________________________________________________________________________________

BRYOPHYTES     Bryophytes comprise the mosses (Class Musci), as well as liverworts (Class Hepaticae) and hornworts (Class Anthocerotae).

http://en.wikipedia.org/wiki/Bryophyte

They are believed to have been the first true plants, evolving from charophytes almost 500 million years ago.

Unlike other plants, bryophytes do not have true organs, such as leaves, stems, or roots. In place of roots, most bryophytes have thin, hairy tubes called rhizoids that provide anchorage and nutrient uptake from the soil. The bryophyte life cycle is unique in having a dominant gametophyte generation. The actual green plant in mosses and worts is the gametophyte plant, while the sporophyte consists of simply an enclosed sporangium, typically atop a stalk.

Fig. 2. Simplified phylogeny of the land plants, showing the reconstruction of presence of vegetative desiccation tolerance (in at least some members of indicated clade) in black, non-tolerance in white, and equivocal reconstruction by hatching. The arrow marks where the ancestral condition can unequivocally be reconstructed as non-tolerant. Branching topology based on Shaw and Renzaglia, 2004; Pryer et al., 2004; Kelch et al., 2004; distribution of desiccation-tolerance based on Wood and Peng (2005) and Proctor and Pence, 2002

FOSSIL RECORD 

The first evidence marking the emergence of bryophytes appears in rocks collected from Argentina that date to the early part of the Ordovician Period (488 million to 444 million years ago). More specifically, this evidence, which occurs as fossils of liverwort cryptospores (sporelike structures) that span several genera, was found in rocks laid down between 473 million and 471 million years ago. The cryptospores are considered to be the first known terrestrial plants, and some scientists contend that the diversity of fossil cryptospores found in the rocks suggests that plants invaded the land perhaps as early as the late Cambrian Period (some 499 million to 488 million years ago).

Other bryophyte fossils are contemporaneous with the earliest vascular plants of the Late Devonian Epoch (about 385 million to 359 million years ago). These fossils structurally resemble gametophores of the liverwort order Metzgeriales. Indeed, fossil material of the Carboniferous Period (359 million to 299 million years ago) also is structurally similar to genera of Metzgeriales. The specimens are surprisingly well preserved and show considerable cellular detail.

The most elegantly preserved bryophyte fossils are those in amber of the Eocene Epoch (55.8 million to 33.9 million years ago).

liverworth russia ACBPL901c
Liverwort (Bryophyte ): Eocene Formation: : Baltic Coast, Russia
  1. More fossil bryophytes from Baltic amber – Jan-Peter Frahm

    Bryophytes from Baltic amber. ARCHIVE FOR BRYOLOGY 159 (2013). 1. More fossil bryophytes from Baltic amber. Jan-Peter Frahm & Carsten Gröhn. Abstract: 

The detailed cellular structure and morphology of the gametophore make the determination of the genus reasonably secure. The genera are still extant, although not where the fossil material was found, and even the species relationships can be suggested.

For mosses, the earliest material that appears unambiguous is from the Permian Period (299 million to 251 million years ago), and the detailed relationships are not clear. The subclass Bryidae is most likely, but more precise attribution is difficult.

Well-preserved material of mosses and liverworts appears in the Paleogene and Neogene periods (65.5 million to 2.6 million years ago), and most of the main evolutionary lines are represented. Fossils of the Neogene (23 million to 2.6 million years ago) are relatively numerous, and subfossil material of the Quaternary Period (2.6 million years ago to the present) can be determined with confidence as modern species. Mosses are most richly represented in this material, and species of wetland habitats predominate in the record.

________________________________________________________________________________________________

° 

Bryozoa: meaning “moss animal”, is a phylum of exclusively aquatic and mostly marine colonial organisms. At one time thought to be related to brachiopods because of the common possession of a lophophore, this is now considered the result of convergence. Ordovician-Recent. (MAK)

____________________________________________________________________________________________________

°

Burgess Shale: Konservat-Lagerstätten from the Middle Cambrian of British Columbia, preserves carbonised films which give a unique preservation of soft-bodied organisms and soft parts of hard-shelled organisms, provides an important window on the Cambrian explosion. The inspiration for Stephen Jay Gould’s book Wonderful Life.

wonderfull life

VERKLARENDE WOORDENLIJST PALEONTOLOGIE A

 zie onder Geologie /PALEONTOLOGIE 

zie ook    

°

EXTERNE  LINKS  & bronnen  

In het Nederlands–> Nederlands 

http://www.fossiel.net/information/article.php WOORDENLIJST 

°

In English Please–> English 

http://palaeos.com/paleontology/glossary.html

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

 

Paleontological glossary Choose the first letter of the the term you’re interested in:A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |

 

_________________________________________________________________________________________________

Verklarende woordenlijst Paleontologie

DINOSAURICON A             

°

A

°

In het Nederlands

*Aanhechtingssporen (holdfast trace-fossil  ) 

Aanhechtingssporen van organismen zijn b.v. bekend van oesters, die zich vasthechten aan gesteenten en vancrinoïden in Silurische kalkstenen.
Verder van zeepokken en ook oesters, gehecht aan andere organismen.
Veel organismen hechten zich aan schelpen of skeletten van andere organismen, die dood of levend kunnen zijn.
Epibiont = levend op een ander levend wezen.
Epizoair = een organisme, levend op een dier.
Epifyt = een plant, levend op een plant.
Epilithe = een organisme, levend op een gesteente.

In English PleaseCrinoid Holdfast in Waldron Shale    

 

Unidentified crinoid holdfast embedded in Waldron Shale of Clark County, Indiana.  Fossil dates to Middle Silurian Period.

Crinoid holdfasts and bryozoans on a cobble from the Ordovician of northern Kentucky.
In English PleaseEdiacaran  holdfasts

In English PleaseAspidella is the holdfast of a sea pen-like organism, which had a large bulbous holdfast buried in the sediment, with a stalk and frond rising up into the water column. So the organism has some elements (the holdfast) below the bacterial mat, and some (the frond) above the mat.In this configuration, the frond will be subject to water currents. What is though to have happened is that strong currents carrying the sand that will eventually overlay the organisms has hit the frond and basically dragged the whole organism including the holdfast, in the direction of the palaeocurrent. As the holdfast is under the mats, this dragging has uprooted the holdfast and dragged it through the microbially bound mat layer. The parallel lines represent torn-up bits of mat which were attached to the top of the holdfast. Lumpy margins of the ‘mops’ are probably caused by small lumps of sediment trapped next to the holdfast.

Formation of “mops”. A: Normal conditions. B: Current drag. C: Current induced structures.
D: Sand deposition. E: Preservation. (Tarhan et al. 2010)

This explanation can explain a number of structures seen in Ediacaran rocks.

____________________________________________________________________________________________________
ABAXIAAL
abaxiaal  / bijv.naamw. [plantkunde]
…..aan de zijde die van de as is afgekeerd
…..Van de as afgekeerd ….van de hoofdas weggekeerd (cf. adaxiaal)
¨¨¨Aan de kant die van de hoofdas afgekeerd is. Alternatieven: abaxiale
*Spelling’abaxiaal‘ komt NIET voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en de spellingwoordenlijst van OpenTaal. Dit wil niet zeggen dat het fout gespeld is. …

In English PleaseAbaxial … A term used to describe the lower surface of an organ/organism; more specifically for plants it describes the side away from the axis of the plant (especially denoting the lower surface of a leaf).

__________________________________________________________________________________________________

ABYSSAAL  …..heeft betrekking op alles wat voorkomt in de diepzee, dieper dan 1000 meter. De  Diepzee betreffende / Meer dan 1000 meter diepgaand in zee  /  Uit de diepe aardkorst / Uit de diepste zee / Zeer diepgaand

ABYSSALE ZONE   —>  De Abyssale zone of abyssopelagische zone is dat deel van de oceaan dat tussen 4000 en 6000 meter diep is. De abyssale zone ligt hiermee dieper dan bathyale dieptes, maar minder diep dan diepzeetroggen. Het woord “abyssaal” is afgeleid van ἄβυσσος, Grieks voor “bodemloos”. = Op deze diepte dringt geen licht van het oppervlak door  … http://nl.wikipedia.org/wiki/Abyssale_zone

°In English PleaseAbyssal Zone ….The abyssal zone is a very deep part of the ocean (6000–8000 m water depth).

__________________________________________________________________________________________________

In English PleaseACANTHODIANS

A primitive group of Silurian to Permian jawed bony fishes, bearing bony spines in front of all but their caudal fins.

http://www.bloggen.be/evodisku/archief.php?ID=2447359

In het Nederlands*Acanthodii

De Acanthodii zijn de oudst bekende vertebraten, die zowel kaken met tanden als vinnen bezaten. Er wordt verondersteld, dat deze kaken zijn ontstaan uit de eerste kieuwbogen van hun voorouders, die bestonden uit scharnierende stukjes kraakbeen. Wikipedia ….Voor de  vinnen ( behalve de staartvinnen )  staan gewoonlijk  beenderige stekelachtige structuren

Climatius https://i2.wp.com/s45.radikal.ru/i108/0810/79/9cf483d2260f.jpg 

°
In English Please
Abbreviated Dendrogram
Gnathostomata
|--Placodermi
`--o Eugnathostomata (=Acanthodii)
   |--Ptomacanthus
   |--+--Climatiiformes
   |  `--Chondrichthyes
   `--Teleostomi
      |--+--Ischnacanthiformes
      |  `--Acanthodiformes
      `--Osteichthyes
         |--Actinopterygii
         |  |--Cladistia
         |  `--Actinopteri
         |     |--Chondrostei
         |     `--Neopterygii
         `--Sarcopterygii

Acanthodii: Acanthodus. 

reconstructions of three acanthodians

Range: Ordovician to Early PermianPhylogeny: TeleostomiOsteichthyes + *: Climatiiformes + (Ischnacanthiformes + Acanthodiformes).http://palaeos.com/vertebrates/acanthodii/acanthodii.html

Climatius (top left; Lower Devonian), Diplacanthus (top right; Middle Devonian) and Acanthodes (center; Lower Permian) ©
acanthodii logo
  _________________________________________________________________________________________________
In het Nederlands
Acervularia. Siluur.  Gotland.  —> zie ook   anthozoa 
In English PleaseAcervularia ananas, a colonial rugose coral from the Silurian of Wenlock
__________________________________________________________________________________________________

In het NederlandsActinopterygii 

Afbeeldingen van actinopterygii

http://nl.wikipedia.org/wiki/Straalvinnigen

http://www.fossiel.net/id_system/fossil_id_search.php?cat=54

De Actinopterygii of straalvinnige vissen vormen een klasse binnen de beenvissen (Osteichthyes). Beenvissen bezitten, in tegenstelling tot kraakbeenvissen, een skelet dat volledig verbeend is. Binnen de beenvissen worden naast de straalvinnige vissen ook de kwastvinnige vissen (Sarcopterygii) ondergebracht.

Diplomystus, een zeer goed bewaarde straalvinnige vis uit het Eoceen van Wyoming, VS

     

Foto’s of locaties voor Actinopterygii bekijken

___________________________________________________________________________________________________
 
ACNIDARIA —>  RIBKWALLEN   —>    CTENOPHORA 
In het Nederlands
–> De ribkwallen vormen een stam van het dierenrijk. Tot deze stam rekent men zeedieren die gelijkenis hebben met neteldieren, maar geen netelcellen bezitten. De naam “ribkwal” slaat op de gekamde ribben op het lichaamWikipedia
In English Please

In English PleaseORDOVICIAN  CTENOPHORE 

Phylum Ctenophora  /Geological Time: Lower Ordovician/Size (25.4 mm = 1 inch): Fossil is 20 mm diameter on a 120 mm by 30 mm matrix / Fossil Site: Fezouata Formation, Zagora, Morocco



In English PleaseComb jellies derive their name from the groups of cilia that allow them to move through the water column. They are known as far back in time as the Cambrian of
Chengjiang, the Burgess Shale of Canada, and the Wheeler Shale of Utah. Due to the fact that they are wholly soft-bodied, they are rarely seen as fossils, even from those well-known largerstatte, making this example most unusual as it comes from the younger Ordovician deposits of Morocco. Note the smaller second example in the background
.

  

Bathocyroe fosteri a common but fragile deep-sea lobate, oriented mouth down  Light diffracting along the comb rows of a Mertensia ovum. The right lower portion of the body is regenerating from previous damage.

http://www.fossilmall.com/EDCOPE_Enterprises/invertebrates/invert92/Invfossil92.htm

In English PleaseANCESTORS ?  

“CREATIONISTS, please note,” says Simon Conway Morris of the University of Cambridge. Beautifully preserved fossils of soft-bodied animals found in China show that the origin of phyla, the broadest category in the classification of animal life, is less mysterious than was thought.

Gaps in the fossil record mean that animal groups sometimes seem to pop up without having obvious ancestors. One example is the comb jellies or ctenophores, soft-bodied animals that live throughout the world’s oceans.

Now, with the discovery of eight fossils, (reported  2006) palaeontologists think its ancestors came from the Ediacaran biota, the planet’s first large complex creatures.

The animal has been named Stromatoveris , for “mattress spring” – it lived attached to the seabed by a stalk. The fossils were found in deposits in Chengjiang in Yunnan province, and are about 515 million years old. This means the animal lived in the midst of the Cambrian explosion …

http://scienceblogs.com/pharyngula/2006/05/08/stromatoveris/

_________________________________________________________________________________________________
ACROSALENIA  (orde Salenoida), Jura. Heeft een afgeplatte schaal met grote knobbels. ZEE- EGEL

In English PleaseAcrosalenia L. Agassiz, 1840, p. 38

[= Plesiosalenia Valette, 1906, p. 275 (subjective); = Perisalenia Valette, 1906, p. 276 (subjective).

See also Acrosalenia (Milnia) Haime, 1849]

Diagnostic Features
  • Apical disc not raised above the corona; smooth; hemicyclic (the posterior two oculars reaching the periproct).
  • Periproct displaced towards posterior along anterior-posterior axis. One or more suranal plates incorporated into the disc.
  • Ambulacral plating trigeminate adorally and usually throughout; granulation developed between the two columns of primary tubercles.
  • Single primary tubercle to each interambulacral plate; all tubercles perforate and crenulate. In type species primary tubercles decrease in size adapically.
  • Primary spines relatively stout and fusiform, with cortex.
Distribution

Lower Jurassic (Hettangian-Sinemurian) to Lower Cretaceous (Valanginian); Europe, Former Soviet Republic, North Africa; Middle East.

Name gender feminine
Type

 Acrosalenia spinosa L. Agassiz, 1840, by original designation.

Species Included
Classification and/or Status

CalycinaSalenioida (stem group).

Presumed paraphyletic.

Remarks

This genus, as redefined here, is presumed to represent the earliest stem group members of the SalenioidaMilnia is separated here as a monophyletic subclade distinguished by having a very slender, strongly U-shaped posterior genital plate (genital plate 5). Metacrosalenia differs in having simple ambulacral plating from the ambitus adapically. Eodiadema has a similar tuberculation, and a hemicyclic apical disc, but the disc has a smoothly rounded periproctal opening and there is no evidence for there having been suranal plates.

A. chartroni has a hemicyclic apical disc and integrated suranal plates that give the inner edge of the apical disc an angular appearance.

A. lycetti Wright, 1851 differs from true Acrosalenia in having a monocyclic rather than hemicyclic apical disc. It deserves separation at generic level.

Agassiz, L. 1840. Description des Échinodermes fossiles de la Suisse. Partie 2, Cidarides.Mémoires de la Société helvétique des Sciences naturelles, 4, 107 pp., 11 pls

Vadet, A. 1985. Oursins fossiles du Boulonnais. Memoires de la Societe academique du Boulonnais 1, 60 pp.

Acrosalenia (Milnia) Haime, 1849, p. 217

[=Thylosalenia Pomel, 1883, type species Hemicidaris patella Agassiz, 1840, by original designation]

Diagnostic Features
  • Periproct displaced towards posterior along anterior-posterior axis.
  • Apical disc not raised above the corona; smooth.
  • One large suranal plate plus smaller ones.
  • Posterior genital plate strongly U-shaped; bounded by posterior ocular plates, genital plate 5 and suranal plates.
  • Ambulacral plating trigeminate throughout; granulation developed between the two columns of primary tubercles.
  • All tubercles perforate and crenulate.
Distribution

MiddleJurassic (Callovian) to Lower Cretaceous (Valanginian); Europe.

Name gender feminine
Type

 Milnia decorata Haime, 1849 [=Acrosalenia angularis Agassiz, in Agassiz & Desor,1847], by original designation.

Species Included
  • M. angularis (Agassiz, in Agassiz & Desor, 1847); Oxfordian-Kimmeridgian, Europe.
  • M. guittoni Vadet, Nicolleau & Pineau, 1996; Callovian, France.
  • M. patella (Agassiz, 1846); Valanginian, Europe.
Classification and/or Status

CalycinaSalenioida (stem group)

Presumed monophyletic.

Remarks

Differs from Acrosalenia in having a slightly stronger posterior elongation of the apical disc opening and a more slender and much more strongly U-shaped posterior genital plate. Haime established this genus on the specimen illustrated here. As Wright (1856) documented, this was very quickly treatred as a synonym of Acrosalenia.

Haime, J. 1849. Observations sur le Milnia decorata. Annales des Sciences naturelles, (3) 12, 217-240.

Wright, T. 1857-1878.  Monograph of the British fossil Echinodermata of the Oolitic Formations: Volume 1. The Echinoidea.  Palaeontographical Society Monographs, London. i-xviii + 1-371, pls 1-80. 1-154, pls 1-10 (1857); 155-302, pls 11-22 (1858); 303-390, pls 23-36 (1859); 391-468, pls 37-43 (1861); 469-481 (1878).

_

Afbeeldingen van acrosalenia  <–

________________________________________________________________________________________________

In English PleaseACROTRETIDA    Cambrium tot recent.    Brachiopoda    ( Nota :   Isocrania bekend uit het Krijt van Zuid-Limburg.)

http://en.wikipedia.org/wiki/Acrotretida

Afbeeldingen van acrotretida

.

Acrotretida: Oval or round shaped.

Below: Example of Order Acrotretida

For more information:

http://www.ucmp.berkeley.edu/brachiopoda/lingulata.html

http://palaeo.gly.bris.ac.uk/Palaeofiles/Fossilgroups/Inarticulate/index.html

http://www.palaeos.com/Invertebrates/Lophotrochozoa/Brachiopoda/Linguliformea/Lingulida.html

_________________________________________________________________________________________

°

In het NederlandsAREAAL  ; verspreidingsgebied  (  som van verschillende   leefgebieden en niches     van een (meestal opportunistische )  soort  )

°

In English Please°Aerial  Living above the surface of the ground or water (as in aerial roots).

*  Structuren ( van planten ) die leven  boven het wateroppervlak(waterplanten –>  bloemen )   of bovengronds (luchtwortels)

LUCHTWORTELS 

Waringinboom met veel luchtwortels.Volgens de gids een Tarzanboom.

Indonesische Waringinboom met veel luchtwortels.
Volgens de gids een Tarzanboom.

obligate epiphyte  orchideen met luchtwortels

______________________________________________________________________________________________

AEROBES  Organisms that require free oxygen (O2). See Aerobic.

In het NederlandsAEROOB (microbiologie )    –>   Rotting heeft plaats, als het milieu aëroobis = als er voldoende zuurstof aanwezig is. Als dit niet het geval is, dan kan er door anaërobe bacteriën (= geen zuurstof nodig hebbende bacteriën, )stinkend H2S=zwavelwaterstof worden gevormd.

 °Aerobic  …..Requiring free oxygen (O2).

http://en.wikipedia.org/wiki/Aerobic_organism

(Microbiology )

aerobes-anaerobes

_________________________________________________________________________________________

°

In het Nederlandsaff.

De uitdrukking aff. wordt gebruikt in de wetenschappelijke naamgeving om te duiden op het mogelijk taxonomisch verband tussen een nieuwe soort en een gekende soort. Het kan met andere woorden gelezen worden als ‘gelijkend op’.

Bijvoorbeeld een trilobiet beschreven door Morzadec als ‘Heliopyge aff. helios’ geeft aan dat het om een soort gaat die sterk gelijkt op H. helios, maar desalniettemin eventueel ook nog een andere soort zou kunnen zijn

________________________________________________________________________________________

In het Nederlands*Afzettingen /sediments

– Fossielhoudende ( Afzettings)gesteenten zijn verreweg de belangrijkste Matrix-materialen voor een paleontoloog…

Sedimentaire fossielhoudende gesteenten kunnen de basis vormen van sommige morfogenetische gesteenten ( =bijvoorbeeld blauwe hardsteen ) deze kunnen ook ( meestal kleinere ) fossielen bevatten

    Oudste Sedimentair archief = oudste leven <–klik

°

In het Nederlands*Afzettings gesteenten /Sedimentary rock

http://skywalker.cochise.edu/wellerr/rocks/sdrocksL.htm

Weathering decomposes bedrock

Flowing water,wind,gravity,and glaciers then erode the rock,transport it downslope,and finally deposit
it on thesea coast or in lakes and river valleys.Finally,the loose sedi-ment is cemented to form hard sedimentary rock.
Sedimentary rocks make up only about 5 percent of the Earth’s crust.However,because they form on theEarth’s
surface,they are widely spread in a thin veneer over underlying igneous and metamorphic rocks.
As a result,sed-imentary rocks cover about 75 percent of continents.Many sedimentary rocks have high economic
value.Oiland gas form in certain sedimentary rocks.Coal,a major energy resource,is a sedimentary rock.Limestone
is an important building material,both as stone and as the primary ingredient in cement.Gypsum is the raw material
for plas-ter. Ores of copper,lead,zinc,iron,gold,and silver concen- trate in certain types of sedimentary rocks

____________________________________________________________________________________________________

°

Age of Mammals:

term found in popular books on evolutionary systematics for the Cenozoic era, beginning with the Paleocene Epoch when following the K-T (end Cretaceousmass extinctionmammals underwent a huge evolutionary radiation and thus replaced reptiles as the dominant life on Earth. Paleontologist Björn Kurtén wrote a popular intelligent layperson book with the same title. The Age of Mammals is also the name of a mural by Rudolph Zallinger for the Yale Peabody Museum (link), which follows his earlier and better known The Age of Reptiles. The Age of Mammals has in turn been replaced by the Anthropocene or Age of Man, (Holocene) when humans dominate every conceivable environment and most other life forms (apart from weedy species) are suffering a mass extinction (Yes I know humans are also mammals, so technically speaking this is still the age of mammals, but I tend to think of age of mammals as a period of flourishing biodiversity). (MAK)

Tijdperk der zoogdieren  —>  quartair  

°

Age of Reptiles: term found in popular books on evolutionary systematics for the Permian through to Cretaceous periods (but obviously originating with Victorian discoveries of “antediluvian monsters”), when reptiles(first mammal-like reptiles, then archosaurs and marine reptiles) were the dominant life on Earth. Paleontologist Edwin Colbert wrote a popular intelligent layperson book with the same title. The Age of Reptiles was followed by the Age of Mammals(MAK).

murals  ager of reptiles


The Age of Reptiles is also the title of a 110-foot (30 meter) mural painted by Rudolph Zallinger depicting the time from the Devonian to the Cretaceous and featuring dinosaurs and other prehistoric animals (His The Age of Mammals mural is similar and covers the Cenozoic). The fresco sits in the Yale Peabody Museum in New Haven, Connecticut, and was completed in 1947 after three years of work. The Age of Reptiles was at one time the largest painting in the world, and depicts a span of nearly 350 million years in Earth’s history. Painted in the Renaissance fresco secco technique, The Age of Reptiles was an important cultural influence during the 1950s-60s, images of which are often found in earlier books on paleontology, and was also the model for dinosaur toys. Despite its somewhat outdated view of dinosaurs (presenting them as slow, sluggish creatures), The Age of Reptiles is still notable for its historical and artistic merit and as the largest natural history painting in the world. It has been an inspiration to many visitors including both Robert Bakker and Peter Dodson, who credit it with influencing them to become paleontologists. Dodson was nearly moved to tears upon first seeing it as a college senior. (Wikipedia).

Editors note: In my own case, a photo of this mural in a book (I no longer remember which one) when I was still a young child (maybe 10 or so) exerted a huge influence on me, like a revelation, and for the first time gave me a visual appreciation of deep time in terms of succession and transformation of various forms of plant and animal life. To this day, this mural, along with a spindle diagram of vertebrate evolution in G.G. Well’sScience of Life, have been the two central influences that determined the way I think about deep time and the evolution of life on Earth. I think of Palaeos com as in many ways simply an extension, update (in keeping with more recent discoveries) and commentary on this magnificent work.

(MAK)

Link – Age of Reptiles at the Yale Peabody Museum

Tijdperk der reptielen  –> Mesozoicum

°

Age of the fishes 

Tijdperk der vissen  —>  devoon  

°

Aglaspids

A group of arthropods which are of uncertain affinities, but look superficially like horseshoe crabs.

Beckwithia typa
Weeks Formation
Millard County, Utah

Beckwithia

Aglaspids

Aglaspida

Aglaspid - Beckwithia

Aglaspid – Beckwithia   Late Cambrian, Utah, USA

Cambrian aglaspid arthropod. Despite a superficial resemblance, aglaspids are NOT trilobites. This 0.5″ creature is actually related to eurypterids and horseshoe crabs. They are primarily found in the Late Cambrian, but are very rare anywhere they are found.

the Aglaspids remain enigmatic arthropods. Once placed with chelicerates, most workers now consider them incertae sedis, as the early arthropod phylogeny remains a highly confounded arena. The enigmatic group of early arthropods are possibly closely related to trilobites, and possibly link the trilobites with the Chelicerata. Hoxie (2005) has proposed aglaspids as among the key candidates for Protichnites trackmakers. Aglaspid fossils are found in many Cambrian and Ordovician fossil sites throughout the world. These arthropds had eight to twelve pairs of appendages, and a wide range of sizes from an inch long to nearly a foot. It is almost certain that the aglaspids did not live on land, but perhaps came ashore to mate and lay eggs, as horseshoe crabs do today. Or they may have been escaping 
predators that by the late Cambrian consisted of some scary creatures such as anomolacaris. Or, perhaps microbial mats along the shoreline provided an abundant and easy food source. Regardless, it was a paramount event for life on earth when thethe first attempts at land colonization were made. Morphologically, aglaspids appear similar to the modern-day pill bug (or rolly polly), except, like some trilobites, often had a prominent cephalon and tail appendage or telson. Their legs, designed for strolling the seafloor, probably would not have enabled 
much speed during land locomotion.

http://en.wikipedia.org/wiki/Aglaspidida

http://www.fossilmuseum.net/fossils/aglaspida.htm

The Aglaspida (Aglaspids) are an unranked (incertae sedis) clade of early arthropods that due to their resemblance to horseshoe crabs were once believed to ancestral horseshoe crabs, and were included with the chelicerata. Most recently, aglaspids are held to be distinct group, possibly closely related trilobites, and possibly linking the trilobites with the Chelicerata. Although aglaspid fossils are distributed worldwide, they are relatively uncommon in the fossil record. They are, in fact, one of the largest non-trilobite arthropod groups in the fossil record.

Aglaspids had 8 to 12 pairs of appendages and a prominent telson. These morphological characteristics have caused considerable support for Aglaspids being the maker of Protichnites ichnofossils. Protichnites of the Upper Cambrian Mount Simon Sandstone in Wisconsin have been suggested as the first footprints on land in the fossil record, possibly marking the transition to terrestrial life that took tens of millions years more to complete.

Unknown Aglaspid Arthropod
Weeks Formation
Millard County, Utah

Hesselbo S.P. (1989) The Aglaspidid Arthropod Beckwithia from the Cambrian of Utah and Wisconsin, Journal of Paleontology, 63(5) 636-642
Hesselbo S.P. (1992) Aglaspidida (Arthropoda) from the Upper Cambrian of Wisconsin. Journal of Paleontology, 66:885-923.

http://www.indiana9fossils.com/Arthropods/Aglaspids.htm

Leptoglaspis schmidti: Ordovician : Fezouata Formation / Mecisri – Zabora Area, Morocco N. Africa

A new aglaspidid arthropod, Chlupacaris dubia gen. et sp. nov., is described from the Pusgillian (lower Ashgill, Upper Ordovician) Upper Tiouririne Formation near Erfoud, southeastern Morocco. Although disarticulated, careful documenting of the tergites allows a reconstruction of the exoskeleton to be made. Although somewhat trilobite-like in appearance, the lack of facial sutures, a well-defined axis with articulating half-rings and a pygidium clearly prove Chlupacaris gen. nov. is not a trilobite. An interesting feature is the presence of a hypostome in this non-trilobite arthropod. In contrast to other aglaspidids usually considered to be carnivorous, a filter-feeding mode of life is proposed for Chlupacaris gen. nov., based on the strongly vaulted cephalon, subvertical orientation of the hypostome and less strongly vaulted trunk. Chlupacaris gen. nov. is probably most closely related to the atypical aglaspidid Tremaglaspis unite from the Tremadoc (Lower Ordovician) of the U.K., but it can also be tentatively linked to the problematic Lower Cambrian arthropods Kodymirus vagans and Kockurus grandis from the Czech Republic. The relevance and validity of previous definitions and of possibly significant characters used for identifying aglaspidids are evaluated, and as a result, a new combination of characters diagnosing Aglaspidida is proposed. Contrary to previous reports, it is suggested that aglaspidids are probably more closely related to trilobites than they are to chelicerates. This notion may be supported by the shared possession of a mineralised cuticle, a possibly similar number of cephalic appendages, and the presence of a hypostome in some forms, although this last character may alternatively be homoplastic.

Chlupacaris dubia: Ordovicianl: Tiouririne Formation: Oued Draa  Valley, Morocco N. Africa

http://www.paleodirect.com/pgset3/crus026.htm

Leptaglaspis sp.

____________________________________________________________________________________________________
In het NederlandsKaaklozen  
Tot de klasse Agnatha behoren ca. 45 soorten, waarvan de meeste uitgestorven. Een voorbeeld is de recente Lamprei. De uitgestorven pantservissen kwamen voor in Siluur en Devoon.
De kaakloze vissen vormen een parafyletische groep binnen de Chordata. Ze worden vaak onderscheiden van de andere, ‘echte’ vissen, die dan behoren tot de Gnathostomata. Wikipedia

…….De agnatha of kaakloze vissen vormen een superklasse binnen het phylum Chordata. Recente vertegenwoordigers zijn onder meer de Prikken  (vb. de Beekprik Lampetra planeri). De vroegste fossiele vertegenwoordigers zijn gekend van het Cambrium, waarmee dit één van de eerste groepen binnen de Chordata is in het fossielenbestand.

Binnen de Benelux kunnen kaakloze vissen onder meer aangetroffen worden in het Devoon van zuid-België, waar het erg zeldzame verschijningen zijn. Zo is onder meer Pteraspis rostrata  beschreven uit het Devoon van de omgeving van Bergen (Mons).File:Pteraspis rostrata.jpg

Agnatha: name given to what was previously considered a class of jawless fish, including both Paleozoic ostracoderms and extant lampreys and hagfish. With the cladistic revolution, the term has been replaced by more phylogenetically accurate terms such as “basal vertebrate” (MAK)
°

Afbeeldingen van fossil agnatha

The Agnatha are the jawless fish, and the extant varieties are the last survivors of the world’s first vertebrate animals. Jawless fishes diverged from other fish during the Cambrian some 500 million years ago, and lack scales, paired fins, and jaws. They instead have a circular toothed outgrowth used to latch on to the side of another fish in order to feed on its blood. Agnatha were prominent among primitive fishes of the early Paleozoic. Haikouichthys and Myllokunmingia are notable agnathans from the Chengjiang biota of China.

Another putative agnathid from Chengjiang is Haikouella. The Agnatha larvae are filter feeders, a characteristic that betrays their evolutionary kinship with invertebrate chordates. Many Ordovician, Silurian, and Devonian agnathans were heavily armored with bony, spiked plates. The Ostracoderms were the first armored agnathans, ancesctors of the bony fishes and thus to tetrapods, including humans, beings) that are are known from the middle Ordovician. Agnathans never recovered from a decline during the Devonian.

Haikouella fossil from Chengjiang biota The Agnatha are the jawless fish, and the extant varieties are the last survivors of the world’s first vertebrate

 

__________________________________________________________________________________________________
ALGAE
In het Nederlands

Algen of wieren zijn een verzamelnaam van een diverse groep relatief eenvoudige organismen die plantaardig zijn en dus aan fotosynthese doen. Zowel eencellige algen in het water als meercellige zeewieren behoren tot deze groep. Deze groep heeft geen wortels, bladeren en bloemen die de later ontstane hogere planten wel hebben. Fossiele algen zijn al bekend vanaf hetPrecambrium tijdperk.

Onder andere de stam Chlorophyta (Groenwieren) behoort tot de algen.

—> Photosynthetic, almost exclusively aquatic, nonvascular plants that range in size from simple unicellular forms to giant kelps several feet long. They have extremely varied life cycles and first appeared in the Precambrian.

What are Green Algae?   Green algae belong to the group Chlorophyta, named for the green pigment (chlorophyll) these protists use to photosynthesize. This is the same green pigment used by plants. Both unicellular and multicellular forms can be found in marine and freshwater environments.

The fossil record of green algae may extend back into the Precambrian, with fossils of freshwater chlorophytes from Australia. Dasycladacean green algae first appear in the Cambrian, while other types of green algae make their first appearances in the fossil record throughout the Phanerozoic.

First known fossil occurrence: Precambrian.

Last known fossil occurrence: Quaternary. This group has living relatives.

Cool Green Algae links:

Search for images of Green Algae on Google

Receptaculites
Receptaculites
From the Ordovician in Nevada

© 2003 P.J. Noble, University of Nevada, Reno (noblepj@unr.edu)

stromatolite
stromatolite
From the Precambrian in British Columbia

© 0 Ron Stanwood (kambaba@lottocheatah.com)

___________________________________________________________________________________________________

____________________________________________________________________________________________________

In het Nederlands*AMMONIETEN         Leefden in het Paleozoïcum en vooral in het Mesozoïcum. Ze zijn kenmerkend voor de periode van Devoon t/m Krijt. Ze hadden een wereldwijde verspreiding en ze zijn van groot belang voor datering binnen het Mesozoicum. Ze lijken op platte Gastropoden.

Typisch is de sifo = een buis, die langs de buikzijde van de winding door alle kamers, waaruit een ammoniet is opgebouwd, heenloopt.

Fig.56. Anarcestes (Anarcetes) lateseptatus plebeius (BARRANDE), Devoon, Böhmen. (naar Zittel, 1915)
Ammonieten kunnen worden ingedeeld naar hun voorkomen in geologische perioden of zelfs in tijdvakken

Voorbeelden:

Goniatites. Devoon – Perm. Bij ons in het Onder-Carboon, in zwerfstenen of los als zwerfsteen.
Reticuloceras. In schalie uit het Boven-Carboon o.a. bij Epen.
Gastrioceras. Boven-Carboon.
Ceratites. Trias.
Dactylioceras. Midden- en Onder-Jura. o.a. bekend uit Holzmaden in Duitsland.
Phylloceras. Onder-Jura – Boven-Krijt.
Asteroceras Jura.
Hamites. Krijt.
Rhyncolites, een bovenkaakdeel, misschien behorend tot Nautilus. Boven-Maastrichtiën.

ammonieten en aanverwanten.docx (3.3 MB)

Een ammoniet is een fossiele schelp uit het Paleozoïcum en Mesozoïcum. De diergroep is aan het eind van het Krijt uitgestorven. Slechts het spiraalgewijs gewonden uitwendige skelet is fossiel bewaard gebleven. Deze fossielgroep is van groot belang voor datering van Mesozoïsche laagpakketten.

Ammonitida

Een ammoniet is een gekamerde schelp van een uitgestorven inktvisachtige. De orde van Ammonitida behoort tot de klasse Inktvisachtigen (Cephalopoda) en het phylum Weekdieren (Mollusca). De naam is afkomstig van de Egyptische god Ammon. Sommige ammonieten lijken immers op de opgekrulde ramshorens waarmee Ammon werd voorgesteld.

De schelp was meestal van aragoniet, wat slecht fossiliseert en soms alleen de steenkern overlaat. Waar de schaal wel bewaard is, kunnen in sommige gevallen lagen parelmoer voor een spectaculair kleurenpalet zorgen. Wel worden kleinere ammonieten vaak gevonden in gepyritiseerde vorm. Ammonieten waren zwemmende dieren die hetzij traag zwemmen door bewegingen met hun tentakels, maar snel konden wegschieten door met kracht water uit een kanaal te persen, zoals huidige inktvissen dit doen. Verticale bewegingen door de waterkolom werden gedaan door stikstofgas in oude kamers te pompen. De kamers zijn onderling door een buis (sipho) verbonden zodat het gas vanuit de lichaamsvloeistof van het dier getransporteerd kon worden. Bij ammonieten loopt deze sipho of siphonaal kanaal langs de ventrale zijde (buitenzijde). De laatste, meest recente kamer omvat vaak meer dan de helft van een volledige winding, huisvest het lijf van het dier en wordt woonkamer genoemd.

Voorbeeld van een ammoniet (Pleuroceras)

De grootte van de ammonieten varieert van minder dan een centimeter tot meer dan 2,5 meter doorsnee. Er kwamen vele soortenen variëteiten ammonieten voor. De meeste soorten waren spiraalvormig opgerold, maar er kwamen ook ontrolde vormen voor (‘Heteromorf’). Ammonieten met bewaring van de weke delen zijn tot nu toe nog niet gevonden, waardoor reconstructies in zekere mate speculatief blijven.

Bij deze ammoniet uit het Toarciaan van de Rhône-alpes, Franktrijk, zijn de complexe sutuurlijnen goed zichtbaar

De tussenschotten van de kamers zijn voor ammonieten op een typische manier grillig geplooid, waardoor bij deze fossielen vaak repetitieve boomvormige lijntjes te zien zijn. Dit noemen we “sutuurlijnen”, en ze vormen een belangrijk determinatiekenmerk. De complexiteit van de sutuurlijnen is ook een handige manier om enkele grote groepen van cephalopden van elkaar te onderscheiden (zie afbeelding). Ammonieten leefden vanaf het boven Siluur tot ze, net als de niet-avische dinosauriërs, uitstierven aan het einde van het Krijt.

Impressie van een heteromorfe ammoniet (© F Lerouge)

Ammonieten zijn in de loop van de geschiedenis snel geëvolueerd. Samen met het feit dat ze goed fossiliseren, maakt het een zeer geschikt gidsfossiel. De stratigrafie van het Mesozoicum is grotendeels gebaseerd op het voorkomen van bepaalde soortenammonieten. Vooral in de Jura en het Krijt tijdperk waren ammonieten erg talrijk.

Sutuurlijnen bij nautiloidengoniatietenceratieten en ammonieten

Binnen de Benelux zijn ammonieten gekend uit onder meer het Krijt in de omgeving van Maastricht, en het Jura van het uiterste zuiden van België en Luxemburg.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Ammonitida bekijken

AMMONITES   // A coiled, chambered fossil shell of a cephalopod mollusc of the extinct subclass Ammonoidea. Traditionally divided into three types, according to suture: goniatites (Devonian to Permian) have simple lobes, ceratites (Triassic) have a saw-toothed pattern, and ammonites proper (Jurassic and Cretaceous) are the most complex, have fractal sutures with rounded lobes and saddles. Ammonoids appear in the Devonian and become very important as fossils from the Carboniferous through to the Cretaceous. There abundance, wide distribution, and short stratigraphic range make them excellent index fossils. (USGS Paleontology glossary)

Graphic: selected ammonites, from Phil Eyden, Ammonites: A General Overview

 .

Ammonite Fossils

a selection of ammonites fossils 

Much of what we know or presume about ammonites comes from the study of their only known living relative, thenautilus.

Ammonites are excellent index fossils

____________________________________________________________________________________

*AMFIBIA  

In het Nederlands      Amphibia 2   

amfibieen evolutie en geologie    <–DoCX

Amphibia

De Amphibia of Amfibieën vormen een klasse binnen de gewervelden (Vertebrata). Recente vertegenwoordigers zijn onder meer de kikkers, padden en salamaders. Amfibieën behoren tot de eerste gewervelden die op het land voorkwamen, dit vanaf hetDevoon tijdperk. Ze evolueerden vanuit een groep kwastvinnige vissen.

Amfibieën hebben doorgaans een aquatische of semi-aquatische levenswijze en zijn gebonden aan water voor de reproductie.

Micromelerpeton, een amfibie uit het Perm van Duitsland.

Binnen de Benelux zijn fossielen van amfibieën gekend uit onder meer het Boven-Devoon van zuid-België, waar ze tot de absolute zeldzaamheden behoren.
________________________________________________________________________________________________

AMOEBA   A microscopic, one-celled animal consisting of a naked mass of protoplasm.

1. The oldest fossil Protozoa

Vase-shaped microfossils (VSMs) preserved by the billions in carbonate nodules from the ~742-770 Ma Chuar Group, Grand Canyon, Arizona. —>  exhibit morphological and behavioral characters strikingly similar to those found in modern testate amoebae, including both arcellid amoebae (part of the Amoebozoa clade together with slime molds) and euglyphid amoebae (part of the Rhizaria clade, together with foraminiferans and radiolarians).

Together with a fossil red, green, and xanthophyte algae preserved in other Proterozoic rocks, VSMs tell us that crown-group eukaryotes had appeared and were diversifying by early Neoproterozoic time, before the onset of worldwide glaciation, and possibly coincident with a rise in atmospheric oxygen.

The VSM species, Bonniea dacruchares, and a modern analog.

Here are some(eventually) side-by-side comparisons of VSMs (on the left) and modern testate amoebae (on the right). Images of modern testate amoebae are courtesy of Ralf Meisterfeld.

VSMs attached at their openings, similar in appearance to modern testate amoebae undergoing asexual reproduction.

<Palaeoarcella athanata,

The VSM species, Palaeoarcella athanata, and the modern analog, Arcella.

Melanocyrillium hexodiadema,

VMF  amoeba
1–9, 11, 13,Melanocyrillium hexodiadema
Melanocyrillium(a, d: M. horodyskii; b: M. fimbriatum; c & f: M. cf. hexodiadema; e: M. sp. A; g: M. sp B
(a, d: 0.041 mm; b-c, e-f: 0.041 mm; g: 0.035 mm)

I. Early Eukaryote Evolution

Fossil evidence suggests that eukaryotes had appeared by ~2700 million years ago, but that they only began diversifying in the Neoproterozoic Era, ~1000 to 542 million years ago (Ma).

Dramatic environmental changes form the backdrop to this diversification, including rising oxygen levels, extreme glaciations, supercontinent breakup and formation, reorganization of the carbon cycle, and, possibly, true polar wander. I am broadly interested in how the evolution of eukaryotes influenced and was influenced by these events.

Note : 

Also important is that VSMs represent the earliest body fossil evidence for predators. Some tests even have what appear to be ‘bite marks’—some other organism preying on them? I actually have no idea what these perfectly semi-circular holes are, but have ruled out the possibility that they are test characters or taphonomic artifacts.

If anyone has suggestions or have seem similar features elsewhere, please email me!

This work was funded by NSF.

Publications arising from this work:
Porter and Knoll (2000) Neoproterozoic testate amoebae: evidence from vase-shaped microfossils in the Chuar Group, Grand Canyon. Paleobiology 26(3): 360-385.

Porter et al. (2003). Vase-shaped microfossils from the Neoproterozoic Chuar Group, Grand Canyon: a classification guided by modern testate amoebae. Journal of Paleontology 77(3): 409-429.
Porter (2004). The fossil record of early eukaryotic diversification. Paleontological Society Papers 10: 35-50.
Porter (2006)
. The Proterozoic fossil record of heterotrophic protists. In Xiao, S., and Kaufman, A.J. (eds.), Neoproterozoic Geobiology. Geobiology Series.

2. The paleontology of the middle Neoproterozoic Chuar Group, Grand Canyon: Biotic turnover prior to Sturtian low-latitude glacation

For her master’s thesis, my former graduate student, Robin Nagy, studied the organic-walled microfossils (acritarchs) preserved in shale from Chuar Group. She uncovered an interesting pattern: diverse acritarch assemblages are present in the lower part of the Chuar Group, but disappear in the upper part, replaced by structures we interpret as Sphaerocongregus variabilis, thought to be the remains of bacterial blooms. Also at this level the first vase-shaped microfossils appear. This pattern does not appear to be controlled by changes in water depth or preservational conditions, and we interpret it to reflect biotic turnover ca. 750 Ma.Interestingly, this same pattern of turnover has been noted in global compilations of organic-walled microfossil diversity, and was thought to be associated with the beginning of low-latitude ‘snowball Earth’ glaciations.The fact that we see this drop in the >742 +/- 6 Ma Chuar Group, many millions of years before the Sturtian glaciation(s) (which occured sometime betweem 726 and 660 Ma [Hoffmand and Li, 2009, doi:10.1016/j.palaeo.2009.03.013]) suggests that the turnover had some other cause. In collaboration with Carol Dehler, and Yanan Shen, we propose that widespread eutrophication may have been the trigger. This work was funded by NSF.
Publications arising from this work:
Nagy et al. (2009). Biotic turnover driven by eutrophication before the Sturtian low-latitude glaciation. Nature Geoscience. doi:10.1038/ngeo525 Robin and I also studied microfossils from the co-eval Uinta Mountain Group, and found assembalges similar to those of the upper Chuar Group (vase-shaped microfossils, Sphaerocongregus variabilis (=Bavlinella faveolata), but no or few acritarchs).Publications arising from this work: Nagy and Porter (2005).Paleontology of the Neoproterozoic Uinta Mountain Group. In Dehler, C.M., Pederson, J.L., Sprinkel, D.A., and Kowallis, B.J. (eds.), Uinta Mountain Geology. Utah Geological Association Publication 33, p. 49-62.
Dehler, et al. 2005. Neoproterozoic Uinta Mountain Group of northeastern Utah: pre-Sturtian geographic, tectonic, and biologic evolution. In Pederson, J., and Dehler, C.M. (eds.), Interior Western United States. Geological Society of America Field Guide 6, p.1-26.
Dehler et al. (2007).The Neoproterozoic Uinta Mountain Group revisited: a synthesis of recent work on the Red Pine Shale and undivided clastic strata, northeastern Utah. Pp. 151-166 in Link, P.K., & Lewis, R. (eds.): Proterozoic Geology of Western North America and Siberia. SEPM Special Publication 86.

3. Rotting protists

Most of the early fossil record of eukaryotes consists of taxonomically problematic fossils – we know they are eukaryotes but that’s about it. It’s usually assumed these fossils are the cysts of green algae because of the assumed degradation-resistance of this group. Julie Bartley and I have decided to test this idea: are green algal cysts more resistant than structures of other protists? We plan to set up experiments to rot several different protists—red algal vegetative cells, green algal cysts and vegetative cells, protozoan cysts, fungal spores, and oomycete filaments—to compare the relative resistance of these structures.

< Hemisphaeriella ornata

Afbeeldingen van Hemisphaeriella ornata

_http://dash.harvard.edu/handle/1/3007648

________________________________________________________________________________________________

In het NederlandsAmphicoele wervel

Wervel die aan biconcaaf ofwel beide zijden concaaf (hol) is. Vissen bijvoorbeeld, hebben wervels van deze vorm.

Schematische doorsnede van een amphicoele wervel in vergelijking met andere werveltypen.

______________________________________________________________________________________

In het NederlandsAmniota

Taxonomische groep binnen de Chordata die wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een vlies rond de eieren, waardoor ze geen water nodig hebben voor de voortplanting. De eerste amniota verschenen in het Carboon tijdperk en kwamen voort uit de Amfibiën.

°

Anaerobes

Organisms that can live in environments lacking free oxygen (O2). See Anaerobic.

Anaerobic

Occurring in the absence of free oxygen (O2).

Analogous

Structures with a similar function that do not have a common evolutionary history (i.e structures resulting from convergent evolution). The opposite is known as ‘homologous’.

____________________________________________________________________________________

In het NederlandsANAPSIDA 

File:Skull anapsida 1.png

Anapsid skull of Caretta caretta (Loggerhead sea turtle), a Testudine

De Anapsida zijn een uitgestorven groep reptielen die als kenmerk hebben dat de schedel geen openingen heeft achter de ogen. Het is een problematische groep, waarover veel discussie bestaat en de indeling en zelf validiteit onzeker is. Lang werd gedacht dat schildpadden, die anapside schedels hebben, van deze groep afstammen gezien ze anapside schedels hebben. Volgens de laatste onderzoeken zouden de schildpadden echter kunnen thuishoren bij de Diapsida. In deze indeling worden de schildpadden voorlopig nog bij de Anapsida geplaatst, maar dat is dus met een groot vraagteken.

De meeste Anapsida zijn uitgestorven aan het einde van het Perm tijdperk. Enkele van de oudste reptielen behoren tot deze groep zoals de genera Procolophon, Hypsognathus, Eudibamus en Arganacera.

     Globe.png

Foto’s en locaties voor Anapsida bekijken

Ancestral    :   preexisting condition or character state.

____________________________________________________________________________________________________

°

 ANGIOSPERMAE 

De Angiospermae of bedektzadigen is een groep landplanten binnen de Tracheophyta. Alle bloeiende planten behoren tot deze groep. Deze planten kunnen zich voortplanten door middel van vruchten die zaden bevatten.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Angiospermae bekijken

______________________________________________________________________________________

°

In het NederlandsANNELIDA  

De Annelida of ringwormen vormen een phylum binnen het koningkrijk Animalia. Recente anneliden zijn onder meer regenwormen en borstelwormen of Polychaeta. In deze laatste groep worden onder meer de serpuliden of kokerwormen ondergebracht, welke dank zij een verhard kalkskelet frequent als fossiel gevonden worden.

Fossielen van ‘zachte’ anneliden zijn gekend uit uiteenlopende Lägerstatten, waaruit blijkt dat deze groep reeds vertegenwoordigers had in het Cambrium.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Polychaeta bekijken

     Globe.png

Foto’s of locaties voor overige Annelida bekijken

Annelids

Annelids are a group of segmented worms that includes earthworms and leeches. Although annelid fossils are rare, the fossil record of the group extends back to the Cambrian period.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ringwormen

http://en.wikipedia.org/wiki/Annelid

Annelid Fossils

Because the annelids have soft bodies, fossilization is exceedingly rare. The best-preserved and oldest specimens come from Cambrian Lagerstätten such as the Burgess Shale of Canada, and the Middle Cambrian strata of the House Range in Utah. Putative Annelid ichnofossils are known from the Ediacara Hills of Australia and the White Sea Region of Russia. The Annelids are also well represented among the Pennsylvanian-age Mazon Creek fauna of Illinois.

Dickinsonia costata
Class Polychaeta (?)
Vendian (600 mya)
White Sea, Russia

Wiwaxia
Possible Annelid Ancestor
Marjum Formation, Utah

Rhaphidiophorus hystrix
Class Polycheate
Pennsylvanian
Mazon Creek, Illinois

Coprinoscolex ellongimus
Actually Phylum Echiura
“Oldest Known Leech”
Pennsylvanian
Mazon Creek, Illinois

Didontogaster cordylina
Class Polycheate
Pennsylvanian
Mazon Creek, Illinois
Astreptoscolex anasillosus
Class Polycheate
Pennsylvanian
Mazon Creek, Illinois

Pieckonia helenae
Class Polycheate
Pennsylvanian
Mazon Creek, Illinois

Esconites zelus
Class Polycheate
Pennsylvanian
Mazon Creek, Illinois
Fossundecima konecniorum
Polychaete Worm with Preserved Jaws
Phylum: Annelida; Class Polychaeta
CarboniferousMazon Creek, Illinois
Annelida; incertae sedis
Class Polychaeta (?)
Middle Cretaceous
Lebanese Lagerstatt

zie ook   ->

http://www.nhm.ac.uk/nature-online/species-of-the-day/evolution/platynereis-dumerilii/

 _________________________________________________________________________________________

 In het NederlandsANTHOZOA   = Bloemdieren worden onderverdeeld in de onderklassen:
1.  Rugosa.
2.  Octocorallia.
3.  Scleractinia.

<  Rugosa zijn te beschouwen als de voorlopers van de huidige rifbouwende koralen, de Scleractinia.
Rugose koralen kwamen voor in het Paleozoïcum.

Ze omvatten zowel solitaire als kolonievormende soorten.
Bekende vindplaatsen ervan liggen in de Eifel in het Midden-Devoon in de omgeving van Gerolstein.
Op het eiland Gotland in de Oostzee zijn langs de kust heel veel solitaire Rugosa te vinden. Kolonievormende soorten zijn daar in talrijke stromatoporenriffen te vinden.
Voorbeelden van Rugosa zijn:
Acervularia. Siluur.  Gotland.
Entelophyllum. Siluur. Gotland.
Cyathophyllum. Midden-Devoon. Eifel en Ardennen.
Hexagonaria. Midden-Devoon. Eifel en Ardennen.
Lithostrotion. Onder-Carboon. Kolenkalk. België.

De Anthozoa, met onder meer de koralen en zee-anemonen, vormen een klasse binnen het Phylum Cnidaria. Fossiele vertegenwoordigers zijn gekend van voor het Cambrium tijdperk. Vooral de koralen worden als fossiel zeer vaak aangetroffen in voormalig (sub)tropische mariene sedimenten. Koralen zijn kolonies van poliepachtige diertjes die voornamelijk in tropische zeeën voorkomen. Door ongeslachtelijke deling ontstaan uit één koraalkelkje gehele kolonies, welke hele riffen kunnen opbouwen. Ook in koudere wateren komen ze voor, maar ze bouwen daar geen riffen op.

Calceola sandalina, een herkenbaar solitair koraal uit het Devoon van België

De meeste fossiele koralen behoren tot de ordes van de Rugose, Tabulate en Scleractine koralen.Tabulate koralen zijn altijd kolonievormend, maar rugosekoralen komen vaak solitair voor. Het skelet bestaat uit calciet (kalk). Vanaf het Ordovicium tot het uitsterven aan het einde van het Perm tijdperk leefden de rugose en tabulate koralen.

De Scleractine koralen ontwikkelden zich vanaf het Midden-Trias en tot op heden zijn zij de voornaamste rifvormers. Hun skelet bestaat uit aragoniet (snel oplosbare kalk) dus vinden we meestal alleen steenkernen en afdrukken. In de fossielen zijn meestal de kamertjes waar de koraalpoliepjes hebben geleefd goed te zien.

 

Voorbeeld van een rugose koraal

Binnen de Benelux worden koralen in tal van fossielhoudende mariene afzettingen aangetroffen. Het meest prominent zijn de riffen in het Devoon en Carboon van België, welke vaak commercieel worden uitgebaat voor de productie van natuursteen.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Anthozoa bekijken

http://palaeo.gly.bris.ac.uk/palaeofiles/fossilgroups/anthozoa/record.html

___________________________________________________________________________________________________

 In het NederlandsANURA 

Binnen de groep van de Amfibieën (Amphibia) zijn de Anura, oftewel kikkers (en padden) de groep met de meeste soorten. Naast de kikkers omvat de groep van amfibieën ook nog de salamanders en wormsalamanders. Kikkers zijn te herkennen aan het platte lijf en de uitpuilende ogen.

De metamorfose van kikkers vanaf het larve stadium (kikkervisje) tot aan kikker is uniek in de groep van de gewervelde dieren. De oudste kikker stamt uit het onder Trias tijdperk en is zo’n 250 miljoen jaar oud.

De eerste Amfibie voorouders van de kikkers ontstond al in het boven Devoon tijdperk.

___________________________________________________________________________________

*APERTURE

A relatively large opening on the last-formed chamber of a foraminiferal shell

___________________________________________________________________________________________________

 In het NederlandsAPOMORFIE 

Een apomorfie is een eigenschap die in een bepaalde taxonomische eenheid (bijvoorbeeld OrdeFamilie of Genus) afwijkt van zijn voorouders. Het gaat dus om een nieuw geëvolueerde eigenschap die bij de directe voorouder nog niet voorkwam.

________________________________________________________________________________________

°

Apoxogenesis    …..A type of determinate plant growth that results in a continual decrease in the diameter of the primary xylem in distal parts of the plant, for example, in the Lepidodendrales. The opposite is known as ‘epidogenesis’.

Incomplete development   stages  in   regenerations  ( for example in  distal   leaves )

Plumeria rubra (Apocynaceae: Plumerioideae)

Decent-sized tree clearly showing the characteristic architecture of the species (Leuwenberg’s Model) and also the apoxogenetic leaf development.

___________________________________________________________________________________________________

Arachnids

are a group of invertebrate arthropods belonging to the subphylum Chelicerata. All arachnids are characterized by the possession of jointed appendages and eight legs. They include spiders, scorpions, ticks, mites and harvestmen, among other species.

In het NederlandsARACHNIDA   De Arachnida vormen een klasse van Arthropoda waar de volgende groepen onder vallen:

  • Spinnen
  • Mijten
  • Teken
  • Schorpioenen en Pseudoschorpioenen

Fossiele resten zijn bekend uit lägerstatten en lagen met een meer dan behoorlijke bewaring. Arachnida zijn een oude groep onder de geleedpotigen, met vertegenwoordigers die teruggaan tot het Siluur tijdperk.

Uit de Benelux zijn resten gekend uit onder meer Carboonstorten in Nederland.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Arachnida bekijken

____________________________________________________________________________________________________

Arborescent

A term describing “tree-like” structures/in plants & some animals .

Dendronotus arborescens* wax model of whole animal displayed on scallop shell.   Hunterian Museum & Art Gallery collections, catalogue number GLAHM 135832 

Sketch of 3 types of individuals in a colony of Bowerbankia, an arborescent type of bryozoan.  Individuals in arborescent colonies live attached to a common stolon and have chitinous body walls.  A.  Individual zooid with its lophophore extended for feeding.  B.  Retracted individual.  C.  A degrading individual that is brooding an embryo.  Redrawn from Barnes, 1980.

Arborescent shell ornamented by areoli: Homotrema rubra (Lamarck), arborescent habit, SEM graphs, Recent, Gulf of Aqaba.
A: overview of arborescent shell, B: detail of a single branch, Note the sponge spicules (ssp) glued into the tubular peristomal extension of the aperture to serve as fishing rods that support filiform pseudopodia extending into turbulent water for the capture of food.
a: aperture; ar: areoli.

__________________________________________________________________________________________________

°

In het NederlandsARCHAEABACTERIA   …De Archaebacteria of Archaea vormen een groep of koninkrijk van eencelligen. De aanwezigheid van Archaea in het fossielenbestand is voornamelijk gekend uit moleculaire analyse van gesteenten, en dateert vanuit het Precambrium tijdperk.

__________________________________________________________________________________

ARCHOSAURS 

archosaur:

_____________________________________________________________________________________________________

Arthropods

Arthropods are a group of animals united by a suite of features including a segmented body with specialised regions (tagmosis), an open circulatory system featuring with a dorsal heart, and an exoskeleton composed of articulated plates which is moulted as the animal grows (ecdysis). The five major groups which make up the phylum Arthropoda are the extinct trilobites, the hexapods (insects and a few smaller groups), the crustaceans (e.g. crabs, lobsters, shrimp, and many more, including woodlice), the myriapods (millipedes, centipedes, and relatives), and the chelicerates (arachnids and horseshoe crabs).

Afbeeldingen van fossil arthropods

Fossil Record of Arthropoda

Soft-bodied relatives of the arthropods, as well as trace fossils that were made by some arthropod-like organisms, appear in the Vendian. However, arthropods underwent rapid evolution in the Cambrian Period; Cambrian localities like the world-famous Burgess Shale in British Columbia are rich in unusual athropods, many of which are not obviously related to the traditional classes of living arthropods. Trilobites were a dominant marine group in the early Paleozoic. The earliest arachnids turn up in the Silurian, and move onto land shortly before the insects appeared in the middle Devonian Period, about 385 million years ago; over the next hundred or so million years both groups radiated into several diverse lineages.

The above image is the head and mouthparts of a fossilized larva of the water bug Schistomerus, found silicified in Miocene deposits (about 15 million years old) near Barstow, California. The actual size of the head is about one millimeter. This photograph was taken with UCMP’s own Environmental Scanning Electron Microscope.

In het NederlandsARTHROPODEN oftewel geleedpotigen is een phylum binnen de Animalia, die zich kenmerkt doordat de dieren een uitwendig chitinepantser hebben. Het lichaam is vaag onderverdeeld in segmenten en de poten hebben gewrichten. De meeste beschrevensoorten op aarde behoren tot de geleedpotigen.

De arthropoden omvatten onder meer de:

Alleen de trilobieten zijn als groep uitgestorven, de overige groepen zijn ook nu nog alom vertegenwoordigd. De oudste groepen arthropoden stammen al uit het Cambrium tijdperk.

Protocallianassa faujasi, een arthropode uit het boven-krijt van Limburg.

_______________________________________________________________________________________________

Artifact

A structure or material not normally present, not naturally occurring, for example, produced by a preparation techniques.

___________________________________________________________________________________________________

Assemblage Zone

In biostratigraphy, a biozone that is characterised by a particular group of organisms rather than a single organism.

__________________________________________________________________________________________________

In het NederlandsASTEROZOA  

De Asterozoa vormen een subphylum binnen de Echinodermata. De groep omvat onder meer de zeesterren en slangsterren. Fossiele vertegenwoordigers zijn bekend vanaf het vroege Ordovicium tijdperk.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Asterozoa bekijken

°

In het NederlandsATLAS  De atlas is de bovenste wervel van de wervelkolom. De bovenkant van de wervel zit met een gewricht vast aan de schedel.

Zie ook de lijst met soorten botten van gewervelden.

°

Autecology

Study of the relationship between an organism and its environment.

___________________________________________________________________________________________________

Authigenic Cementation

A type of preservation that involves soft sediment cementation by iron and carbonate compounds (e.g. FCO3 – siderite); resulting replicas of surface features including moulds and casts (e.g. Mazon Creek).

In exceptional circumstances three-dimensional preservation can occur (e.g. Crock Hey Pit, Coseley).

___________________________________________________________________________________________________

Autotroph

A form of metabolism in which the organism synthesizes its own food from inorganic compounds; photosynthetic and chemosynthetic organisms are examples of autotropy.

Afbeeldingen van Autotroph 

Photosynthesis and chemosynthesis are both processes by which organisms produce food; photosynthesis is powered by sunlight while chemosynthesis runs on chemical energy :  both are forms of autotrophy

Close up of a tubeworm “bush”, which mines for sulfide in the carbonate substrate with their roots. The sulfide is metabolized by bacteria living in the tubeworms, and the energy produced sustains both organisms. It is a classic symbiotic relationship. Lophelia II 2010 Expedition, NOAA-OER/BOEMRE.

Close up of a tubeworm “bush,” which mines for sulfide in the carbonate substrate with their roots. The sulfide is metabolized by bacteria living in the tubeworms and the chemosynthetic energy produced sustains both organisms. It is a classic symbiotic relationship. Lophelia II 2010 Expedition, NOAA-OER/BOEMRE.

See also white and black smokers  

___________________________________________________________________________________________________

  precambrium 

____________________________________________________________________________________________________

°

AVES  

In het Nederlands ……Binnen de Vertebrata omvat de klasse Aves alle vogels. Het zijn bipedale, warmbloedige, geverderde en vliegende dieren. Er zijn ook vogelsoorten, zowel recent als uitgestorven, die alleen kunnen lopen. Verder zijn vogels warmbloedig en leggen ze eieren. Vogels stammen af van een theropode groep Dinosauria, en verschijnen voor het eerst in het fossielenbestand in de loop van het Jura. Assymetrie in sommige veren wijst erop dat het vliegvermogen toen al behoorlijk was ontwikkeld, en recent onderzoek wijst uit dat ook verschillende groepen binnen de Dinosaurussen reeds geverderd waren, al lijkt het vliegvermogen zich wel exclusief bij de vogels ontwikkeld te hebben. In tegenstelling tot de niet-vogelachtige dinosauriërs hebben de vogels demassa-extinctie op de K-Pg grens overleefd.

Eén van de meest iconische vogelfossielen: Archaeopteryx lithographica uit het Jura van Beieren, Duitsland (Foto H. Raab)

Shenzhouraptor, letterlijk een vroege vogel uit het Krijt van China (reconstructie door Matt Martyniuk)

Fossiele vogelbotten zijn meestal te herkennen omdat ze hol zijn.

Binnen de Benelux kunnen we vogelfossielen aantreffen in onder meer het Neogeen van Noord-België en Zuid-Nederland.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Aves bekijken

Geologie Trefwoord L

 zie onder Geologie

NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING


GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL

door F.C. Kraaijenhagen

Een gezamenlijke uitgave van de
NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING
en de
NGV afdeling LIMBURG
September 1992

1992 © Copyright Nederlandse Geologische Vereniging.

Voor Internet herzien en bewerkt in 2006 door George Brouwers Oisterwijk.

AAngevuld en uitgebreid met

http://www.natuurinformatie.nl/ndb.mcp/natuurdatabase.nl/i000448.html#A

Geologische begrippen   

Klik op een begrip voor de definitie. Wil je meer weten over een bepaald begrip, bekijk dan het thema‘De ondergrond van Nederland’, of gebruik de zoekmachine.

De geologische tijdvakken zijn niet opgenomen in deze begrippenlijst. Zie voor de beschrijving van deze tijdvakken het thema ‘Ondergrondse tijdmachine’.

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

°

°

Laccolith:

An igneous intrusion that has been forced between two layered rock units. The top of the intrusion is arched upwards and the bottom of the intrusion is nearly flat.

Afbeeldingen van Laccolith

<Intruded mass of igneous rock that forces apart two strata and forms a round lens-shaped mass many times wider than thick. The overlying layers are often pushed upward to form a dome. A classic development of laccoliths is illustrated in the Henry, La Sal, and Abajo mountains of southeastern Utah, found on the Colorado Plateau.

Igneous intrusions can be a variety of shapes and sizes. Laccoliths are domed circular shapes, and can be many miles across. Sills are intrusions that flow between rock layers. Pipes or necks connect the underlying magma chamber to surface volcanoes.(Image © RM)
LACCOLITH —> in geology, any of a type of igneous intrusion that has split apart two strata, resulting in a domelike structure; the floor of the structure is usually horizontal. A laccolith is often smaller than a stock, which is another type of igneous intrusion, and usually is less than 16 km (10 miles) in diameter; the thickness of laccoliths ranges from hundreds of metres to a few thousand metres. They can be contrasted with
sills, which are sheetlike intrusions oriented parallel to the bedding of the enclosing rock: a laccolith’s ratio of diameter to thickness should be less than 10; a larger ratio would make the body a sill. Acidic rocks are more common than basic rocks in laccoliths. Although the lower portions of laccoliths are seldom visible, they usually are interpreted as having a relatively small feeder from a magma source below. A well-known example of a laccolith is found in the Henry Mountains, Utah.

Laccolith

An exposed laccolith near the Stillwater igneous complex, Montana, U.S.

James L. Stuby, M.S., P.G.

http://en.wikipedia.org/wiki/Laccolith

http://nl.wikipedia.org/wiki/Laccoliet

Devils Tower, in het oosten van Wyoming, Verenigde Staten. De berg is een monoliet die bestaat uit fonolitische porfier. Er wordt vermoed dat Devils Tower een deel van een laccoliet was, waarvan de rest is weggeërodeerd. Omdat de oorspronkelijke vorm van de intrusie niet bekend is, is het onmogelijk dit met zekerheid vast te stellen.

°Lacustrien    is de omgeving en de daarbij behorende omstandigheden van binnenmeren.

________________________________________________________________________________________________

°

Lahar:

A mudflow composed of water and volcanic ash. Lahars can be triggered by the flash melting of the snow cap of a volcanic mountain or from heavy rain. Lahars are very dangerous because they can occur suddenly and travel at great speeds.

Afbeeldingen van lahar

http://nl.wikipedia.org/wiki/Lahar_(vulkanologie)

Mt St Helens : lahar path  (links)

  Lahar
(Rechts ) Op 19 maart 1982 veroorzaakte een explosieve uitbarsting van de Mount St.Helens een lahar (de donkere uitstroming in de sneeuw), vloeiend uit de krater de North Fork Toutle River Valley in.
Credit: USGS, Thomas J. Casadevall

Lahars zijn modderstromen, ontstaan door de vermenging van vulkanische deeltjes met water. Vaak veroorzaken deze stromen grote schade aan de omgeving.

Het directe gevaar van een lahar is zijn turbulente stroom, die keien en afgebroken bomen met zich meevoert en alles makkelijk kan meesleuren wat er maar op zijn pad komt.

Zijn kracht is zo groot dat gebouwen en kostbare landbouwgrond helemaal overspoeld kunnen worden door deze cementachtige stromingen die je kunnen meesleuren en verpletteren.

Als je een lahar over je heen krijgt is de kans groot dat je om het leven komt door botbreuken, verdrinking of verstikking.

 

Image Described in Caption

Lahar at El Palmar, Guatemala (August 14, 1989) — This rapidly moving, hot lahar was generated from eruptive activity at the site of the Santiaguito lava dome. The photo is taken 15 kilometers downstream of the volcano’s summit. Before the lahar arrived the river valley was nearly dry. The event was described by USGS geologist Jeff Marso, who was standing on a bridge overlying the valley: “The lahar passed below us at what seemed an incredible speed (~50 km/hr) and with an overwhelming roar. The front of the flow was approximately 5 m high and filled the river channel. As the hot lahar became larger, small rocks and mud splatter were thrown onto and over the bridge. We decided that we were not high enough and ran for the safety of the far bank. There, ground vibrations made it difficult to stand and we had to shout to be heard over the roar.” Courtesy of Jeff Marso, USGS.

Laminar Flow:

A state of uniform flow within a fluid in which the moving particles travel along parallel paths (compare with Turbulent Flow).

http://nl.wikipedia.org/wiki/Laminaire_stroming

Laminar and Turbulent Flow Landslide:

A downslope movement of rock and soil over a failure surface and under the influence of gravity. Slumps, earthflowsdebris flows and debris slides are examples.

http://en.wikipedia.org/wiki/Landslide

Computer simulation of a “slump” landslide in San Mateo County, California (USA) in January 1997          Afbeeldingen van landslide

Landijs

Landijs is een dik ijspakket dat onder bepaalde omstandigheden een landgebied van grote omvang overstroomt en bedekt, ongeacht de topografie.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Landijs

Landijs_2

Weichselien

De maximale uitbreiding van het landijs in het Weichselien.

__________________________________________________________________________________________________

°

Lapilli:      

Volcanic rock materials which are formed when magma is ejected by a volcano. Typically used for material that ranges between 2 and 64 millimeters in diameter.

Afbeeldingen van lapilli  <–

http://en.wikipedia.org/wiki/Lapilli

<Met lapilli worden in de vulkanologie alle tefradeeltjes bedoeld tussen de 2 mm en 64 mm groot.

Close view of accretionary lapilli from Kilauea Volcano with US dime for scale

Accretionary lapilli on the surface of the Ka`u Desert south of Kilauea caldera.

Rounded tephra balls between 2 and 64 mm in diameter are called accretionary lapilli if they consist of tiny ash particles. Volcanic ash sometimes form such balls in an eruption column or cloud, owing to moisture or electrostatic forces. Lapilli (singular: lapillus) means quot;little stonesquot; in Italian.

1.The lapilli shown in these images formed during explosive eruptions of Kilauea in 1790 A.D. For more information, please see the USGS fact sheet Kilauea’s explosive past. The layer shown in image 2 is one of several found at this location, about 10 km from Kilauea’s summit caldera.

Close view of accretionary lapilli in tephra layer, Kilauea Volcano

2. Layer of tephra consisting of accretionary lapilli surrounded by wind-deposited ash in the Ka`u Desert, Kilauea Volcano.

Lateral Moraine:    An accumulation of till along the sides of a valley glacier that is produced by ice action.

Lateral moraine

Definition: Certain moraines are deposited at the side of the glacier as lateral moraines. Where two lateral moraines combine, a central, medial moraine may be formed.

Lateral moraines are a product of rock fall onto the margin of a glacier. Rock fall is a result of frost weathering of the rock wall and of over-steepening of the cliff by glacial erosion, leading to rock slope failure.

The rock debris is carried along the glacier edge as it moves towards the snout. Melting of the glacier leaves a ridge or bench made of blocky debris on the flank of the valley. Lateral meltwater channels may also be developed.

Lateral moraines occur widely in the Cairngorms. They tend to be quite small features and are often best seen after light snowfalls, sloping down-valley. Good examples occur in middle Glen Feshie and in the Lairig an Laoigh, by Fords of Avon.

Afbeeldingen van lateral moraine definition

Lava:    Molten rock material on Earth’s surface.

Afbeeldingen van Lava

  1. Unusual Lava Types

    www.geology.sdsu.edu/how…/Unusual%20lava.html

    One way to classify lavas is by their alkali content, reflected in their weight percent of Na2O + K2O…..

Lava Tube: A tunnel below the surface of a solidified lava flow, formed when the exterior portions of the flow solidify and the molten internal material is drained away.

Afbeeldingen van Lava Tube

 

Leaching: The removal of soluble constituents from a rock or soil by moving ground water or hydrothermal fluids. Lease Bonus:Money paid to a mineral rights owner in exchange for granting a lease. This payment may be in addition to any rental or royalty payments. Leem –> http://nl.wikipedia.org/wiki/Leem

Oeverzwaluwnesten in een leemwand

Leem is een mengsel van klei, silt en zand, met relatief veel deeltjes met een grootte van 0,002 mm tot 0,063 mm.   Zie ook:Klei  Löss   Lutum  Silt   Zand

http://en.wikipedia.org/wiki/Loam

Loam Soil, Coorg

Leemgrond

°

Left-Lateral Fault:

A fault with horizontal movement. If you are standing on one side of the fault and look across it the block on the opposite side of the fault has moved to the left. (Also see Right-Lateral Fault.) 

Levee:  A long continuous ridge built by people along the banks of a stream to contain the water during times of high flow. Natural levees can also be built along the banks of a stream  When the flood water decelerates upon leaving the channel, sediments quickly drop out of suspension and build a ridge over time.

Limb:

One side of a fold. The dipping rock units between the crest of an anticline and the trough of a syncline. Limestone:  A sedimentary rock consisting of at least 50% calcium carbonate (CaCO2) by weight. Picture of LimestoneLineament: A straight topographic feature of regional extent which is thought to represent crustal structure. A fault, line of sinkholes, straight stream stretch or a line of volcanoes can be considered linear features. Liquefied Natural Gas (LNG):Natural gas that has been converted to the liquid state by reducing its temperature. (At standard surface temperature and pressure the liquification temperature is about -260 degrees Fahrenheit.) 

°Lithification:   The processes through which sediments are converted into sedimentary rock, including compaction and cementation

Lithogenetische eenheid

Een lithogenetische eenheid is een binnen formaties onderscheiden eenheid op grond van hun ontstaanswijze en samenstelling.

Een lithologische eenheid is een gesteentepakket of deel daarvan, dat op grond van macroscopisch waarneembare eigenschappen als een eenheid beschouwd kan worden en als zodanig in kaart gebracht kan worden.

°

Lithologie

Lithologie heeft betrekking op het gesteente als zodanig; lithologische kenmerken zijn b.v. korrelgrootte, sedimentaire structuren etc.

Lithology:   The study and description of rocks, including their mineral composition and texture. Also used in reference to the compositional and textural characteristics of a rock. Lithosphere:  The rigid outer shell of the earth which includes the crust and a portion of the upper mantle. 

Lithosfeer

Afbeeldingen van lithosfeer 

Lithosfeer en astenosfeer

De aardplaten worden ook wel lithosfeer genoemd, oftewel steenschaal. Dit omvat de aardkorst en het bovenste gedeelte van de aardmantel. De onderliggende astenosfeer is vervormbaar in plaats van keihard. De lithosfeer beweegt over de astenosfeer op weg naar subductie of gebergtevorming.

Dikte

De dikte van de lithosfeer onder de continenten is op sommige plaatsen 95 km dik. Op andere plaatsen is de dikte 81 km. Ook op eilanden in de oceaan is de diepte van de lithosfeer-astenosfeer overgang bepaald met als resultaat ongeveer 70 km. Omdat het een eiland is, is het mogelijk te vergelijken met de dikte van de oceanische plaat. Onderzoek van Kawakatsu en collega’s laat zien dat de dikte van de oceanische plaat toeneemt met de ouderdom: 55 km dik bij een ouderdom van 25 miljoen jaar en 82 km dik voor een plaat van 129 miljoen jaar oud. Dat is niet verrassend. Immers, hoe ouder de plaat, des te meer sediment kan zich opstapelen en vervolgens verstenen. Ook koelt een gedeelte van de astenosfeer af en wordt onderdeel van de lithosfeer. 

De lithosfeer is het buitenste deel van de aarde bestaande uit de aardkorst en het buitenste deel van de aardmantel.  Zie ook: Asthenosfeer   Biosfeer

°

Lithospheric Plate:

A large slab of the lithosphere that can be moved by convection current motion within the mantle. 

Lithostratigrafie

Lithostratigrafie is stratigrafie op grond van de lithologie.

°

Een lithostratigrafische eenheid is een gedefinieerde en benoemde eenheid, onderscheiden op lithologische gronden; gesteentepakket dat zich onderscheidt door lithologie.

°

Load:

The total amount of sediment being carried by a stream or a glacier. Includes suspended materials, dissolved materials and materials moved along Earth’s surface. (Also see: bed loaddissolved loadsuspended load.) Lode:

A rich accumulation of minerals in solid rock. Frequently in the form of a vein, layer or an area with a large concentration of disseminated particles. (See placer deposit for contrast.) Longitudinal Dune:

A long, narrow sand dune that has its long dimension oriented parallel to the direction of the wind.                                                    Afbeeldingen van Longitudinal Dune:

Longitudinal dunefield diagram
When barchan dunes become highly elongated, they may form into longitudinal dunes, also known as linear dunes. In other parts of the world, such as in Africa, great fields of longitudinal dunes can dominate the landscape for hundreds of miles.

Longitudinal Sand Dunes


Image Source

Image Source

Longitudinal Sand Dunes form in a parallel line, depending on the direction of the wind and velocity. Typically, these sand dunes are up to 4 meters high however, in parts of Arabia and Australia the dunes can reach up to and beyond 250 feet high.

http://scienceray.com/earth-sciences/physical-geography/the-worlds-most-spectacular-sand-dunes/#ixzz2rqe4S0Cq

Longitudinal Profile:

A cross section of a stream or valley beginning at the source and continuing to the mouth. These profiles are drawn to illustrate the gradient of the stream. Longshore Current:

A flow of water parallel to a coastline that is caused by waves striking the coast at an oblique angle. Longshore Drift:

The movement of sediment along a coastline caused by waves striking the coast at an oblique angle. The waves wash sediment particles up the beach at an oblique angle and the swash back to the sea carries the particles down the gradient of the beach. This produces a zig-zag path of particle movement along the beach.

__________________________________________________________________________________________________

Löss

Löss is een door de wind gevormde afzetting, waarvan het overgrote deel van de korrels kleiner is dan 0,063.Zie ook:Klei Leem Lutum Silt Zand

http://nl.wikipedia.org/wiki/L%C3%B6ss

http://www.joostdevree.nl/shtmls/loss.shtml

Löss is een grondsoort dat bestaat uit zeer kleine zandkorreltjes. Deze korreltjes hebben een grote tussen de 2 en 50 µm. De korreltjes zijn zo klein dat het heel gemakkelijk door de wind te verplaatsen is. Löss wordt daarom ook wel een windafzetting genoemd. De geografische benaming voor een windafzetting is een eolische afzetting.

Qua korrelgrootte zit löss tussen de categorie van leem en lutum ( klei ) in. Löss valt zelf onder de categorie Silt, maar niet al het silt is löss. Zodra silt verplaatsbaar is door de wind, spreekt men van löss.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20030403_loss01

http://helemaalloss.wordpress.com/loss/

Bouwput met löss bij Eckelrade

Bouwput met löss bij Eckelrade

__________________________________________________________________________________________________

°Lowland:

A relatively flat area in the lower levels of regional elevation. Low-Velocity Zone:

A zone within the upper mantle where seismic wave velocities are relatively low. This zone is located about 35 to 155 miles below the surface.

____________________________________________________________________________________________________

°Lutum

Lutum bestaat uit plaatvormige deeltjes met afmetingen kleiner dan 0,002 mm.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Lutum

http://nl.wikipedia.org/wiki/Klei

Kleiwinning nabij de Maas, bij Maalbeek © TNO-NITG

Luster:

The manner in which light reflects from a mineral surface.

Metallic, submetallic and non-metallic are the basic types of luster. 

Can also be dull

Hematite has a submetallic luster in this specimen, although it can also be dull.

http://geology.com/dictionary/glossary-l.shtml

GEOLOGIE TREFWOORD P

 zie onder Geologie

°

NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING


GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL

door F.C. Kraaijenhagen

Een gezamenlijke uitgave van de
NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING
en de
NGV afdeling LIMBURG
September 1992

1992 © Copyright Nederlandse Geologische Vereniging.

Voor Internet herzien en bewerkt in 2006 door George Brouwers Oisterwijk.

AAngevuld en uitgebreid met

http://www.natuurinformatie.nl/ndb.mcp/natuurdatabase.nl/i000448.html#A

Geologische begrippen   

Klik op een begrip voor de definitie. Wil je meer weten over een bepaald begrip, bekijk dan het thema‘De ondergrond van Nederland’, of gebruik de zoekmachine.

De geologische tijdvakken zijn niet opgenomen in deze begrippenlijst. Zie voor de beschrijving van deze tijdvakken het thema ‘Ondergrondse tijdmachine’.

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

&

Glossary of Terms for Geology

(From The Earth’s Dynamic Systems, Fourth Edition by W. Kenneth Hamblin. Macmillan Publishing Company, New York, NY. Copyright © 1985) 

[A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ]          http://www.evcforum.net/WebPages/Glossary_Geology.html

°

PAHOEHOE FLOW  A lava flow with a billowy or ropy surface. Contrast with aa flow  //  basaltic lava having a smooth or billowy surface.

Pahoehoe flows differ from ‘a’a flows in almost all ways imaginable.

The first and most obvious difference is that pahoehoe flows are smooth down to a scale of a few mm. Instead of consisting of only 1-2 large flow units, a pahoehoe flow consists of thousands on thousands of small flow units called toes. Each toe is usually <30 cm thick, 1-2 m long, and 30-50 cm wide.

Close-up photo of an active pahoehoe toe.

This toe is about 30 cm wide at its widest. Note how it has erupted out of a crack in a previous toe and is flowing over yet another previous toe (with the ropy texture). Note also that with the sun shining on it, one side of the active toe doesn’t look all that different from the surfaces of the older inactive toes; late afternoon and early morning (and night) are the best times for observing lava flows.

Pahoehoe flows are associated with low-effusion rate eruptions and are emplaced at low volumetric flow rates (2-5 cubic meters per second) and slow flow front velocities (1-10 m/hour) [See the A’a page for a velocity comparison chart]. Pahoehoe flows can be just as long as ‘a’a flows. The longest post-contact flow was also erupted from Mauna Loa in 1859 (forming the second half of the “paired flow”; Rowland & Walker 1990), and is 47 km long. This strongly contradicts the notion that flow length is directly determined by effusion rate.

The low velocity of pahoehoe flows means that the skin that forms by air-cooling is not disrupted during flow and can maintain its smooth, unbroken, well-insulating surface. Thus the temperature and viscosity of lava do not change very much even tens of kilometers from the vent. The advancing front of a pahoehoe flow consists of hundreds or thousands of active toes. Each stops flowing after a few minutes and becomes inflated (with lava) as the eruption continues. Eventually the cooled skin fractures, often at the seam between two toes, and a new toe forms.

Cross-section of a pahoehoe flow exposed in a sea cliff. S

ome of the individual flow units have been outlined in white but you can see many others. Two particularly large ones were probably flowing as small lava tubes; the one labeled ‘d’ drained out at the end of the eruption and the one labeled ‘f’ solidified full. The dashed pink lines mark the top and bottom of the pahoehoe flow; above and below are ‘a’a flows.

http://volcano.oregonstate.edu/book/export/html/131

 

PALEOCURRENT  :   ancient current, which existed in the geologic past, with a direction of flow that can be inferred from cross-beddingripple marks, and other sedimentary structure

http://en.wikipedia.org/wiki/Paleocurrent

                                                       Photo and Graphic combined to show paleocurrent direction    

http://www4.uwm.edu/course/geosci697/structures/Ripples.html                                                                                                           Afbeeldingen van PALEOCURRENT :

http://www4.uwm.edu/course/geosci697/structures/PrimaryCurrentLineationPage.html

Paleogeografie        is de wetenschap die de verdeling van land, zee en gebergten, maar ook het voorkomen van rivierendelta’s en kustlijnen in geologische perioden van de geschiedenis der aarde behandelt.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Paleogeografie                                                                                                                                                                        Afbeeldingen van paleogeografie

File:Pangaea to present.gif  Pangea   paleogeography 

PALEOGEOGRAPHY   study of geography in the geologic past, including the patterns of the earth’s surface, the distribution of land and ocean, and ancient mountains and other landforms

PALEOLITHICUM          is een archeologische periode, Oude Steentijd, die duurde tot ± 8.000 jaar voor Christus.

altamira

http://nl.wikipedia.org/wiki/Paleolithicum                                                                                                                                               Afbeeldingen van paleolithicum

PALEOMAGNETISM     The study of ancient magnetic fields, as preserved in the magnetic properties of rocks. It includes studies of changes in the position of the magnetic poles and reversals of the magnetic poles in the geologic past

PALEONTOLOGIE     Paleontologie is de wetenschap die zich bezighoudt met fossielen.

PALEONTOLOGY   the study of ancient life

PALEOWIND    An ancient wind, existing in the geologic past, the direction of which can be inferred from patterns of ancient ash falls, orientation of cross-bedding, and growth rates of colonial corals

A prevailing wind direction in an area, inferred from dune structure or the distribution of volcanic ash for one particular time in geologic history.

PALEOZOIC      The era of geologic time from the end of the Precambrian (600 million years ago) to the beginning of theMesozoic era (225 million years ago).

PALEOZOICUM 

Afbeeldingen van paleozoicum

http://nl.wikipedia.org/wiki/Paleozo%C3%AFcum

Gedetailleerde geologische tijdschaal van de Purdue universiteit, met veel dateringen. De basis Cambrium ligt op 542 miljoen jaar en de grens tussen Paleozoïcum en Mesozoïcum op 252,1 miljoen jaar. Deze tijdschaal geldt nu als representatief voor namen en dateringen.

Eon Era Periode Ouderdom Ma
Fanerozoïcum Mesozoïcum Trias jonger
Paleozoïcum Perm 252,2 – 298,9
Carboon 298,9 – 358,9
Devoon 358,9 – 419,2
Siluur 419,2 – 443,4
Ordovicium 443,4 – 485,4
Cambrium 485,4 – 541,0
Proterozoïcum Neoproterozoïcum Ediacarium ouder
Indeling van het Paleozoïcum volgens de ICS.[1]

PALYNOLOGIE      :   is de geowetenschap die zich bezighoudt met onderzoek gerelateerd aan  pollen, sporen en andere plantaardige microfossielen

Stuifmeelkorrels onder een elektronenmicroscoop.

Afbeeldingen van palynologie

PALYNOLOGY          http://en.wikipedia.org/wiki/Palynology

PEDIMENTATION  PROCES 

aggradation: pedimentation process

Three-phase block diagram of pedimentation of an upland in a desert. The process of scarp retreat and planation is accomplished by sheet wash on non-vegetated surfaces, but it cannot begin until a local base level of erosion-deposition is established. Streams dissecting the upland cannot cut below the level created where deposition of alluvium begins as runoff dissipates. The long-term locus of that deposition established the datum for lateral stream-bank and valley-wall recession at higher elevations.

Encyclopædia Britannica, Inc.

PEILBEHEER     is de beheersing van het niveau van oppervlaktewater in een polder.

PERIGLACIAAL       is een term die betrekking heeft op het klimaat en de kenmerkende processen en verschijnselen die aanwezig zijn in aan landijs grenzend gebied.

periglaciaal milieu          :      is een omgeving en de daarbij horende omstandigheden van een gebied dat direct aan het landijsgebied grenst, maar waarin door het ijs zelf afgezette sedimenten ontbreken.

PERM

PERMAFROST        is een permanent bevroren bodem, waarbij het bovenste laagje in de zomer kan ontdooien.

Pingo met kern van permafrost © TNO-NITG

PERMEABILITEIT   is de doorlatendheid van een gesteente met betrekking tot vloeistoffen en gassen. –> zie ook” porosity”

PETM

Zo’n 55,5 miljoen jaar geleden doorstond het Aardse klimaat een ongeziene crisis. 

Het atmosfeer-oceaansysteem kende een massale injectie van koolzuurgas. De schatting is dat 1.500 à 4.000 gigaton koolstof vrijkwam in ‘amper’ 15.000 tot 30.000 jaar, een ware carbon burp’.

Het gevolg was een volledige ontregeling van de koolstofcyclus en een snelle opwarming van het globale klimaat. Wat de ware oorzaak is van deze massale injectie, blijft tot op heden een wetenschappelijk mysterie. De mens zat er alvast toen voor niets tussen!

Wat wel zeker is, is dat deze massale injectie een cascade van positieve terugkoppelingsprocessen op gang heeft getrokken met een volledige ontregeling van het klimaatsysteem tot gevolg.

Verhoogde koolzuurgasconcentraties in de oceanen veroorzaakten een extreme verzuring van de oceanen. Dit leidde tot een massaal oplossen van de kalksedimenten op de diepzeebodem; hierdoor kwam extra koolzuurgas vrij in het atmosfeer-oceaansysteem, met een verdere verzuring tot gevolg.

Maar ook in terrestrische systemen versterken de positieve terugkoppelingsprocessen de toename in atmosferische broeikasgasconcentratie.

Deze cascade aan positieve terugkoppelingsprocessen lag aan de basis van een globale opwarming die nog meer dan 60.000 jaar bleef duren nadat de atmosferische koolzuurgasconcentratie was gestabiliseerd.

Er deed zich een globale opwarming voor van 5 tot 9°C. Dit leidde tot een extreme opwarming van de oceanen; in de tropen tot meer dan 30°C, in de Artische oceaan tot ongeveer 17°C.

De thermische gradient tussen evanaar en polen nam sterk af. Hierdoor werd de globale oceaancirculatie sterk verstoord. Het wegduiken van warm polair oceaanwater veroorzaakte bovendien een opwarming van de diepzee (met ongeveer 5°C). Dit gaf mogelijk aanleiding tot een destabilisatie van gashydraten onder de oceaanbodem, weerom met het massaal vrijkomen van koolzuurgas tot gevolg. De positieve terugkoppelingspiraal leek nog steeds niet doorbroken. Door de verstoring van de globale oceaancirculatie werd er ook minder zuurstof de diepzee ingepompt. Een masaal uitsterven van bentische foraminifera (eencelligen met een kalkskelet) was hiervan het gevolg. Op de continenten verschoven de neerslagpatronen. Neerslag nam toe in gematigde en polaire gebieden. Ook landplaten en zoogdieren vertoonden migraties naar hogere breedteliggingen.

Uiteindelijk zullen de Aardse systemen ‘waker schieten’ en via negatieve terugkoppelingsprocessen het herstel inzetten. Het belangrijkste negatieve terugkoppelingsproces is de continentale verwering. Hoe warmer, hoe gemakkelijker dit proces, hoe meer koolzuurgas uit de atmosfeer weggeplukt wordt. Massale kalksteenafzettingen op de zeevloer in het sedimentarchief zijn hiervan het bewijs. Dit herstelproces heeft zo’n 70.000 jaar in beslag genomen.

Dit is het verhaal van de hyperthermische gebeurtenis die het Aardse klimaat gekend heeft zo’n 55,5 miljoen jaar geleden in de vroeg-cenozoïsche broeikaswereld. We kennen deze gebeurtenis als het paleoceen-eoceen thermisch maximum, kortweg PETM. Deze klimaatsverstoring heeft in totaal zo’n 170.000 jaar geduurd.

Bovendien lijkt het er meer en meer op dat de vroeg-cenozoïsche broeikaswereld meerdere van dergelijke hyperthermische gebeurtenissen heeft gekend.

De parallellen met de huidige klimaatcrisis zijn overduidelijk.

Aan het huidige emissietempo van ongeveer 7,5 gigaton koolstof per jaar zal de mens een vergelijkbare hoeveelheid koolzuurgas in de atmosfeer gepompt hebben als bij de aanvang van het PETM in minder dan 500 jaar!

Het kwaad lijkt dan ook al geschied. Er lijkt geen weg terug.

We staan aan het begin van een hyperthermische gebeurtenis, maar nu een die het gevolg is van een drastische antropogene verstoring van het Aardse klimaatsysteem.

Het PETM leert ons dat het heel wat tijd zal vergen alvorens het Aardse klimaatsysteem zich zal herstellen van deze ‘plotse’ massale injectie van koolzuurgas in de atmosfeer. We spreken niet meer over jaren of decennia, maar over tienduizenden tot honderduizenden jaren.

Dat is wat we leren uit vergelijkbare gebeurtenissen uit het geologische verleden. Het wordt dan ook hoog tijd dat we ons neerleggen bij deze ‘unconvenient thruth’.

Dit artikel is geschreven naar aanleiding van het artikel “Globale temperatuur zal zeker met vier graden stijgen” (De Morgen, 29 november 2010).

Extra lectuur:

PETROLEUMSYSTEEM    Een petroleumsysteem (<– voorbeelden ) is een combinatie van voorkomens van gesteenten met een oorspronkelijk hoog gehalte aan koolwaterstoffen en reservoirgesteenten waarnaar deze koolwaterstoffen kunnen migreren.

PETROLEUM 

PETROLOGIE 

(Mt )PINATUBO

Mt Pinatubo had   de grootste eruptie in de afgelopen 100 jaar.
—> Het magma was niet zo’n probleem hier,                                                                                                                                                                                       —>het was met name de wolk met hete gassen die funest was voor de mensen.

De reden dat Mt Pinatubo zo bekend en belangrijk is, is dat het tot dusver de enige keer is, dat de wetenschap volledig bovenop de eruptie zaten, en alles van het vroegste begin af aan, hebben kunnen registreren.
Overigens, vulkaanerupties zijn erg belangrijk voor het vruchtbaar houden van het land.

_

pingo

Een pingo is een inheemse (Eskimo) naam voor vorstbult of -heuvel in arctische gebieden; een ronde bultvormige heuvel met een diameter van enkele tientallen tot honderden meters, waarvan het inwendige bestaat uit een lensvormige massa ijs.

Pingo © TNO-NITG

–> Een pingo is een heuvel die ontstaan is doordat een ondergrondse ijslens de bodem heeft opgedrukt. Zo’n heuvel kan wel zestig meter hoog worden en een diameter hebben van driehonderd meter. Als het ijs smelt ontstaat een pingoruïne, die de vorm van een krater heeft.

Pingo bij de Mackenziedelta in Noord-Canada. Deze pingo is zo’n vijftig meter hoog. Bron Berendesen, http://www.geo.uu.nl/fg/berendsen/photography/alaska

Tegenwoordig zijn nog pingo’s te vinden in koude gebieden als Alaska, Canada, Groenland en Siberië.

PINGORUINE (collapsed pingo) 

In de laatste IJstijd, het Weichselien, kwamen PINGO- heuvels ook in Nederland voor. Het Weichselien duurde van 115.000 tot 10.000 jaar voor heden. Pingo’s kwamen in Nederland voor vanaf 13.000 jaar geleden, dus in de laatste fase van de ijstijd, toen het extreem koud was in ons land. Pingoruïnes vinden we voornamelijk terug in het noorden en oosten van ons land.

Pingoruïnes bij Duurswoude. Foto Paul Paris

Pingoruïnes zijn de overblijfselen van een pingo als het ijs in de ondergrond smelt. Er ontstaat dan een ringvormige krater die wordt opgevuld met smeltwater. Dit meertje kan vervolgens in een warmere tijd weer opgevuld worden met organisch materiaal als gevolg van plantengroei. In de loop der tijd vormt zich uit dit organisch materiaal veen. Later is dat veen er door de mens uit gehaald om te gebruiken als brandstof. Hierdoor werd de vorm van de pingo’s weer zichtbaar als ronde meertjes in het landschap. In Nederland vinden we pingoruïnes voornamelijk in het noorden en het oosten van het land. Het Uddelermeer op de Veluwe is een goed voorbeeld van een pingoruïne.

Illustratie pingoruine Danielle Kooij

http://www.geologievannederland.nl/landschap/landschapsvormen/pingoruine

http://www.joostdevree.nl/shtmls/pingo.shtml

http://www.kennislink.nl/publicaties/restanten-van-overmaatse-ijsblokjes

°

PITON DE LA FOURNAISE    vulcan 

°

  • De Piton de la Fournaise is een vulkaan op het eiland Réunion. Deze actieve schildvulkaan is één van de actiefste vulkanen op aarde: sinds 1640 zijn er 153 geregistreerde uitbarstingen geweest. Wikipedia
     Hoogte: 2.632 m

(Webcam ) France : Réunion : PITON DE LA FOURNAISEFournaiseInfoIPGP

http://earthquake-report.com/2011/11/15/world-volcanoes-webcam-page/

°

PLAATTEKTONIEK

De korst van de aarde bestaat uit verschillende stukken die ten opzichte van elkaar bewegen: de ‘platen’.

De verschillende platen bewegen ten opzichte van elkaar en dat kan op drie manieren: uit elkaar, langs elkaar en tegen elkaar.

aardb in nl blokjes

°

Plastische deformatie

(Door Leon van den Berg)

Als je wil verklaren waarom iets zich op een bepaald manier gedraagt, bijvoorbeeld waarom het verandert van vorm, van eigenschap, dan dien je het mechanisme te achterhalen dat bij dat gedrag behoort. Dan kan je de invloed van de betrokken parameters beter begrijpen en je kunt er ook wat aan rekenen. Denk bijvoorbeeld aan wolken: de verplaatsing van wolken kan verklaard worden door wind, maar ook door condensatie aan de ene kant en verdamping aan de andere kant van de wolk. Soms zie je in de bergen dat een wolk blijft “kleven” aan een top terwijl je weet dat het daarboven hard waait. In dat geval compenseert het ene mechanisme precies het andere mechanisme.

Gesteente kan breken, het kan, als het heet genoeg wordt, vloeien (lava), het kan zich ook plastisch gedragen.

Dit plastisch gedrag, ook wel plastic behavior, creep (kruip) of ductile behaviour genoemd, is mogelijk als de temperatuur en druk hoog genoeg zijn én de deformatie langzaam genoeg gaat.

Plastisch gedrag kan verklaard worden de verschillende deformatie-mechanismen die daarbij een rol spelen.

Een eeuw geleden zagen geologen al met het blote oog aan stylolieten en aders dat drukoplossing daarbij een rol speelde, waarbij moleculen op de ene plaats oplossen en elders neerslaan.

Rond de jaren 30 van de vorige eeuw ontdekte men dat ook het verplaatsen van dislocaties (‘fouten’) in het kristalrooster een grote rol bij de plastische deformatie spelen.

In feite waren ze al eerder voorspeld, maar zolang de elektronenmicroscoop niet was uitgevonden kon het niet aangetoond worden.
Rond de 50er jaren ontdekte men de dislocation glide en wat later ook de dislocation climb, waarop de steady-state creep gebaseerd was.

Daarna kwamen een paar mechanismes gebaseerd op diffusie zoals de Coble creep uit 1963 waarbij diffusie van atomen langs korrelranden optreedt en de Nabarro-Herring creep uit 1967, waarbij diffusie van atomen door het kristal rooster plaats vindt.

Weer later herkenden de geologen ook nog andere mechanismes zoals dynamische rekristallisatie waarbij een kristal opbreekt in een heleboel kleine kristallen (mylonieten) en superplasticiteit, die op kan treden als de temperatuur ongeveer de helft van de smelttemperatuur wordt.

mortarqtz

recrystallisatie,

bron: http://maps.unomaha.edu/maher/GEOL3300/week9/microstructures.html

Enfin, wat we hier uit kunnen concluderen is dat als we één mechanisme gevonden hebben dat niet betekent dat het bestaan van andere mechanismes onwaarschijnlijker zijn geworden.

PLAYA              –>  ( Spanish: shore or beach) , also called pan, flat, or dry lake,  flat-bottom depression found in interior desert basins and adjacent to coasts within arid and semiarid regions, periodically covered by water that slowly filtrates into the ground water system or evaporates into the atmosphere, causing the deposition of salt, sand, and mud along the bottom and around the edges of the depression.

mallee

A salt pan depression in Mallee, Victoria, Australia.                                                                                                                                                                 The region is named for the “mallee,” a scrubby species of eucalyptus.Copyright Hans & Judy Beste/Ardea London

PLAYA MEER    Een playa meer is een ondiepe, brakke of zoute binnenzee in een droog klimaat.

°

PLIOCEEN  

 http://nl.wikipedia.org/wiki/Plioceen                                                                       

Afbeeldingen van plioceen

Systeem
Periode
Serie
Tijdvak
Etage
Tijdsnede
Ouderdom (Ma)
Kwartair Pleistoceen Gelasien jonger
Neogeen Plioceen Piacenzien 2,588–3,600
Zanclien 3,600–5,333
Mioceen Messinien 5,333–7,246
Tortonien 7,246–11,62
Serravallien 11,62–13,82
Langhien 13,82–15,97
Burdigalien 15,97–20,44
Aquitanien 20,44–23,03
Paleogeen Oligoceen Chattien ouder
Indeling van het Neogeen volgens de ICS.[1]

 De wereld van het Plioceen

http://www.geologievannederland.nl/tijd/reconstructies-tijdvakken/plioceen

Plucking
When ice comes in contact with a rock, the friction involved generates a certain amount of heat. The ice of the glacier melts but quickly re-freezes around the rock. As the glacier moves on it literally ‘plucks’ the rock out of the valley floor or sides and carries it along embedded in the ice of the glacier.

http://cgz.e2bn.net/e2bn/leas/c99/schools/cgz/accounts/staff/rchambers/GeoBytes/AS%20A2/A2/Glaciation.Web/Glaciation_photographs/Roche.mout.plucking.jpg

PODZOL    Een podzolbodem is een duidelijk uitkomende bodem op zandgronden met een duidelijke lichtgrijze uitspoelingslaag gelegen op een bruine inspoelingslaag.

Klik hier voor een overzicht van geologische begrippen.

POLLEN :    of stuifmeel is een doorgaans geel poeder dat bij zaadplanten in de helmknop van de meeldraden wordt gevormd en dat op bloemstampers moet worden overgebracht om tot bevruchting te komen.

Stuifmeelkorrels (pollen) van Laat-Tertiaire en Kwartaire bomen- en plantensoorten © TNO-NITG

bee_pollen_fossil.jpg

A piece of Domenican amber 15 to 20 million years old,  contains a perfectly-preserved bee  +   fossilized orchid pollen , within it

POPOCATEPETL    

  • De Volcán Popocatépetl is een actieve vulkaan en met 5426 meter hoogte de op een na hoogste berg van Mexico. De hoogste berg is de Piek van Orizaba. Popocatépetl is het Nahuatl woord voor “Rokende Berg”. Wikipedia
                                                                                                                                                                                                                                                  Hoogte: 5.426 m    Laatste uitbarsting: 2013     Eerste beklimming: 1519     Eerste beklimmerDiego de Ordás   Prominentie: 3.020 m

File:PopoAmeca2zoom.jpg

Popocatepetl from Amecameca (looking south-east

(webcams ) Mexico : POPOCATEPETL – Altzomoni – TianguismanalcoTlamacasTochimilco –  Satellite – 

http://earthquake-report.com/2011/11/15/world-volcanoes-webcam-page/

°

POROSITY & PERMEABILITY (HYDROLOGIC PROPERTIES )  : 

The properties of rocks that allow the storage and transmission of water are known as the hydrologic properties of rocks – Porosity and Permeability.

Material that contains voids or openings is said to be porous. This property is called Porosity. Rocks have openings of different types. The presence and type of openings depend largely upon the characteristics of rocks (this is the reason why Geology is so important in understanding groundwater).

Porosity is an indicator of how much groundwater the rock will store. 

Permeability is the interconnectivity of the pore spaces within a rock which controls the flow of groundwater through it. Any porous rock will only store groundwater but it is the permeability that actually makes the water available to us.

Porosity and Permeability may be termed as Primary (formed during formation of the rock) or Secondary (formed after the formation of the rock).

storage_rocks_media

6 schematics showing interstices or voids in rocks

The amount of water that can be stored in any rock depends upon the porosity of that rock. Porosity is expressed quantitatively as the percentage of the total volume of the rock that is occupied by the interstices. When all the interstices in a rock are filled with water the rock is said to be saturated. The amount of water that a saturated rock will yield to the pull of gravity is known as the specific yield. Although the amount of water a rock contains is determined by its porosity, the amount of water a rock will yield to wells is determined by its permeability. The permeability is its ability to transmit water under a hydraulic gradient; it is measured by the rate at which a rock will transmit water through a given cross section under a given loss of head per unit of distance. Some beds of clay or shale may have a high porosity, but because the pores or openings are small and poorly connected they transmit little or no water and may be regarded as virtually impermeable. Rocks differ greatly in their degree of permeability according to the number, size, and interconnection of their interstices.

POROSITEIT  :     is het volume aan open ruimten tussen gesteentedeeltjes.    

POROSITY  :

http://wisconsingeologicalsurvey.org/porosity_density/about_porosity_density.htm

Sandstone—porosity                                Crystalline rock—porosity

diagram showing relatively large pore spaces between mineral grains of sandstonediagram showing very small pore spaces between mineral grains of crystalline rock

What is porosity?

Porosity is the percentage of void space in a rock. It is defined as the ratio of the volume of the voids or pore space divided by the total volume. It is written as either a decimal fraction between 0 and 1 or as a percentage. For most rocks, porosity varies from less than 1% to 40%.
porosity equation where "n" equals pore space volume divided by total volume
The porosity of a rock depends on many factors, including the rock type and how the grains of a rock are arranged. For example, crystalline rock such as granite has a very low porosity (<1%) since the only pore spaces are the tiny, long, thin cracks between the individual mineral grains. Sandstones, typically, have much higher porosities (10–35%) because the individual sand or mineral grains don’t fit together closely, allowing larger pore spaces.Go to: Details on sample preparation and porosity measurement

http://en.wikipedia.org/wiki/Porosity 

Types of geologic porosities

Primary porosity
The main or original porosity system in a rock or unconfined alluvial deposit.
Secondary porosity
A subsequent or separate porosity system in a rock, often enhancing overall porosity of a rock. This can be a result of chemical leaching of minerals or the generation of a fracture system. This can replace the primary porosity or coexist with it (see dual porosity below).
Fracture porosity
This is porosity associated with a fracture system or faulting. This can create secondary porosity in rocks that otherwise would not be reservoirs for hydrocarbons due to their primary porosity being destroyed (for example due to depth of burial) or of a rock type not normally considered a reservoir (for example igneous intrusions or metasediments).
Vuggy porosity
This is secondary porosity generated by dissolution of large features (such as macrofossils) in carbonate rocks leaving large holes, vugs, or even caves.
Effective porosity (also called open porosity)
Refers to the fraction of the total volume in which fluid flow is effectively taking place and includes caternary and dead-end (as these pores cannot be flushed, but they can cause fluid movement by release of pressure like gas expansion[3]) pores and excludes closed pores (or non-connected cavities). This is very important for groundwater and petroleum flow, as well as for solute transport.
Ineffective porosity (also called closed porosity)
Refers to the fraction of the total volume in which fluids or gases are present but in which fluid flow can not effectively take place and includes the closed pores. Understanding the morphology of the porosity is thus very important for groundwater and petroleum flow.
Dual porosity
Refers to the conceptual idea that there are two overlapping reservoirs which interact. In fractured rock aquifers, the rock mass and fractures are often simulated as being two overlapping but distinct bodies. Delayed yield, and leaky aquifer flow solutions are both mathematically similar solutions to that obtained for dual porosity; in all three cases water comes from two mathematically different reservoirs (whether or not they are physically different).
Macro porosity
Refers to pores greater than 50 nm in diameter. Flow through macropores is described by bulk diffusion.
Meso porosity
Refers to pores greater than 2 nm and less than 50 nm in diameter. Flow through mesopores is described by Knudsen diffusion.
Micro porosity
Refers to pores smaller than 2 nm in diameter. Movement in micropores is by activated diffusion.

POROSITY  IN ROCK  

Afbeeldingen van porosity in rock

Consolidated rocks (e.g. sandstone, shale, granite or limestone) potentially have more complex “dual” porosities, as compared with alluvial sediment. This can be split into connected and unconnected porosity. Connected porosity is more easily measured through the volume of gas or liquid that can flow into the rock, whereas fluids cannot access unconnected pores.

Porosity is the ratio of pore volume to its total volume.

Porosity is controlled by: rock type, grain size, pore distribution, cementation, diagenetic history and composition. Rocks normally decrease in porosity with age and depth of burial. Tertiary age Gulf Coast sandstones are in general more porous than Cambrian age sandstones. There are exceptions to this rule, usually because of the depth of burial and thermal history.

POTKLEI 

Potklei is zware, donkergekleurde klei gevormd als opvulling van subglacialetunneldalen.

Stekkboring met zand en klei. Het donkere deel aan de onderkant van de boring is potklei © TNO-NITG

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Potklei

Warvenpotklei_gestuwd_-_Roden Potklei_gestuwd_-_Kreupelstraat_Groningen
Gestuwde potklei met warvengelaagdheid – Roden (Dr.). Potklei, door  ijsstuwing verbrokkeld – Kreupelstraat, Groningen.

http://www.kijkeensomlaag.nl/cms/index.php?option=com_content&view=article&id=293&Itemid=386

Aan het Oosteinde in Roden ligt de potklei nagenoeg aan de oppervlakte.

De doorlaatbaarheid voor regenwater is vrijwel nihil.

http://www.kijkeensomlaag.nl/cms/index.php?option=com_content&view=article&id=76:glinsterzand-en-zwarte-klei-&catid=37&Itemid=172

POSIDONIA  SCHALIE

is een laag kleisteen met een hoog gehalte aan organische stof welke gedurende de Jura is gesedimenteerd en die het moedergesteente van de aardolie is in Nederland.

Delen van een boorkern van de Posidonia Schalie Formatie © TNO-NITG

PRECAMBRIUM

http://nl.wikipedia.org/wiki/Precambrium

Afbeeldingen van precambrium

http://www.geologievannederland.nl/tijd/reconstructies-tijdvakken/precambrium

De wereld van het Precambrium

Eon Era Tijd geleden Ma
Fanerozoïcum Cenozoïcum 66 – 0
Mesozoïcum 252 – 66
Paleozoïcum 541 – 252
Precambrium Proterozoïcum Neoproterozoïcum 1000 – 541
Mesoproterozoïcum 1600 – 1000
Paleoproterozoïcum 2500 – 1600
Archeïcum Neoarcheïcum 2800 – 2500
Mesoarcheïcum 3200 – 2800
Paleoarcheïcum 3600 – 3200
Eoarcheïcum 4000 – 3600
Hadeïcum ~4600 – 4000
De geologische tijdschaal volgens de ICS.[1]

PREHISTORIE   

http://nl.wikipedia.org/wiki/Prehistorie

PRIMAIR—>Paleozoicum 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Geologische_tijdschaal

Geologen als John Phillips en Charles Lyell vestigden een indeling in vier grote eenheden: het oude Primair (tegenwoordig Paleozoïcum), het jongere Secundair (tegenwoordig Mesozoïcum), het nog jongere Tertiair (tegenwoordig verdeeld in Paleogeen en Neogeen) en het jongste Kwartair. De eerste twee eenheden worden tegenwoordig era’s genoemd, de laatste twee vormen samen de era Kenozoïcum. Deze drie era’s vormen samen het eon Fanerozoïcum. Dankzij radiometrische datering is gebleken dat het Fanerozoïcum nog geen tiende deel van de totale Aardse geschiedenis vormt. Gesteentelagen ouder dan het Fanerozoïcum zijn ontstaan in de eonen Archeïcum en Proterozoïcum. De tijd voor de vorming van de oudst bekende gesteenten op Aarde wordt wel het Hadeïcum genoemd.

 

PROCARYOOT –> Bacteria   –> Stromatolieten 

Afbeeldingen van prokaryotic fossil

PROGLACIAAL     Proglaciaal is de geografische aanduiding voor een gebied gelegen vóór het ijsfront.

PROTOZOA 

-> ( zie ook) Foraminifera  

Foraminiferan fossil

Coloured scanning electron micrograph (SEM) of the fossilised shell (test) of a foraminiferan. Foraminifera are single-celled marine protozoa that construct and inhabit a calcium carbonate shell composed of several chambers. This fossil was found in chalk laid down in the Cretaceous period, between 142 and 65 million years ago, at Rochester, Kent, UK.

Photograph:The remains of a protozoan that lived long ago are preserved in rock as a fossil.

The remains of a protozoan that lived long ago are preserved in rock as a fossil.

Protozoans
Protozoans (Photograph by Parvinder Sethi) The protozoan shown here is common in late Paleozoic rocks.

They belong to a group of organisms called protists, which are neither plants nor animals. Most protozoans are  microscopic. Amoebas and paramecia are  two well known types of protozoan.

  • Protozoa of protozoën zijn een restgroep van eencellige, eukaryotische micro-organismen, die niet behoren tot de planten, schimmels, dieren en Chromista. Protozoa worden in vier groepen verdeeld; volgens de manier waarop ze zich voortbewegen: Wikipedia
     Stam    //  Lagere taxa: Sarcodina

PROTOZOICUM 

  • Het geologisch tijdperk Proterozoïcum is een van de eonen waarin de geologische tijdschaal is ingedeeld. Het Proterozoïcum beslaat de tijdspanne van 2500 tot ongeveer 541 miljoen jaar geleden. Wikipedia