CARBOON


 zie onder GEOLOGIE

°

carboon in belgie

fig 10 28   EVOWCH10

Bomen en planten in het Carboon 

PLANTEN EVOLUTIE

CARBOONWOUD  (Bert’s geschiedenis site )

 

calhoun

 

Carboniferous

carbforest

(Deze pagina is nieuw aangemaakt op zondag 6 oktober 2002. http://www.botaniewebsite.nl/carboonplanten.html

Carboonplanten

Dit artikel verscheen in de Hortuskrant van september 2002. In het juninummer 2004 van deze krant schreef ik een ander artikel over de evolutie, namelijk een artikel over deEvolutie van Zaadplanten.

door Fred Triep

In de Palmenkas staan bomen, die niet veel veranderd zijn vergeleken met hun voorouders uit het Perm (280 tot 225 miljoen jaar geleden) en het Trias (225 tot 190 miljoen jaar geleden). Deze bomen worden Cycaspalmen (Cycadaceae) genoemd. De komende tijd zal de Hortus terugkeren naar een nog verder verleden, naar het Carboon. In de perken voor de ingang van de Palmenkas zullen daartoe “Carboonplanten” geplant worden.

Het Carboon was de periode, van – volgens de geologen-  rond 345 miljoen jaar geleden. In de periode daarvoor, het Devoon, waren de planten al ‘aan land’ gegaan.

In het Carboon werden de wolfsklauwen en paardenstaarten, sporenplanten die ook nu nog bestaan, dominant.

In deze geologische periode waren alle continenten nog met elkaar verbonden tot een aaneengesloten landmassa. Het gebied in het noordoosten van Amerika en Europa lag toen rond de evenaar en er heersten tropische temperaturen.

Het gebied zakte ook langzaam weg, waardoor er grote zoetwatermoerassen ontstonden. In deze moerassen groeiden de wolfsklauwen en de paardenstaarten. De wolfsklauwen evolueerden tot reusachtige bomen.

a variety of lycopsids, credit

Verschillende types ,van  van wolfsklauwen ( licopsids )

Twee belangrijke wolfsklauwbomen waren Lepidodendron en Sigillaria. .

UNIVERSIDAD CENTRAL DE SANTIAGO DE CHILE
De 45 meter hoge Lepidodendron had een gladde stam, die boven in de kruin in vele zijtakken was verdeeld.

Lepidodendron <

Lepidodendrales <

Lepidodendron <

 

http://www.xs4all.nl/~steurh/lpd/loof.html
http://www.xs4all.nl/~steurh/lpd/aar.html
http://www.xs4all.nl/~steurh/lpd/tak.html
http://www.xs4all.nl/~steurh/lpd/stam.html
http://www.xs4all.nl/~steurh/lpd/stigmosn.html

 

(univ of shefflield
http://www.shef.ac.uk/aps/apsrtp/fletcher-ben/atmosphere.html )

Sigillaria (=Sigellaria) had een onvertakte stam van 30 meter, die aan de top bekroond werd met bladeren. Deze bomen wortelden slechts oppervlakkig.

zie ook  —>  Sigillaria  rugosa ?  (S.cristata is een synoniem voor rugosa, evenals S. rimosa en S. solana./deze werden vroeger als  uitgesproken  “ondersoorten” geklasseerd )

http://www.fossiel.net/forums/viewtopic.php?TopicID=7687

Omgevallen bomen konden in de zompige moerassen moeilijk vergaan. Er hoopte zich een steeds grote hoeveelheid organisch materiaal op, dat later door sedimenten werd afgedekt. Door de hoge druk van de sedimenten ontstonden hieruit bruinkool en steenkool. Wat wij in enkele honderden jaren in onze kacheltjes hebben verbrand, werd gedurende miljoenen jaren gevormd.

De nu levende soorten wolfklauwen zijn veel kleiner.

Ze zijn nu nog maar een klein deel van de flora op de wereld. Naast de wolfsklauwen groeiden in het Carboon ook boomvormige paardenstaarten. Een bekend voorbeeld was Calamites. Deze bomen hadden evenals de huidige paardenstaarten rhizomen of wortelstokken, die onder de grond verder groeiden.

Ook bij deze plantengroep verdwenen de grote planten in de loop van de geologische geschiedenis. Hoewel de grootste Nederlandse paardenstaart, de reuzenpaardestaart (Equisetum telmateia)twee meter hoog kan worden en de E. giganteum uit het Caraibische gebied tot vijf meter kan klimmen, zijn de meeste nog levende paardenstaarten uit het geslacht Equisetum klein. Het bekende ‘onkruid’ heermoes (E. arvense)  is een weinig opvallende plant van slechts enkele decimaters.

Links: Een onbekende paardestaart, gefotografeerd in Noord Frankrijk

Ook varens ontwikkelden zich in het Carboon tot bomen en zo ontstonden de boomvarens. Nu bestaan er ook nog boomvarens, al is het aantal geslonken tot tweehonderd soorten Zij komen voor van Chili, via Zuid- Afrika tot aan Nieuw- Zeeland. In de Hortus kunt u bijvoorbeeld verschillende exemplaren van de Tasmaanse boomvaren Dicksonia antarctica zien.  Omdat het geen moeilijke planten zijn, worden ze gekweekt in andere delen van de wereld met een gematigd klimaat.

Links: De boomvaren Dicksonia antarctica

De varens hebben zich steeds verder ontwikkeld. In de periode na het Carboon, het Perm waren er varens, die veel overeenkomst vertonen met onze koningsvaren (Osmunda). Ook deze zult u in het  ‘Carboonperk’ aantreffen.

Door welke evolutionaire ontstonden de bomen in het Carboon? Tijdens het Carboon was waarschijnlijk een groot deel van het landoppervlak bedekt met vegetatie. Er ontstond een strijd om het licht. Daardoor was er selectiedruk op grote planten. Maar grote planten kunnen zich alleen staande houden als er steunweefsel in de stengel gevormd wordt. De toename in grootte veroorzaakte daardoor opnieuw een selectiedruk, waardoor planten die genen hadden voor de vorming van hout, werden bevoordeeld.

In het Carboon verschenen tevens de eerste Zaadplanten. Hun voorgangers kwamen in het Devoon voort uit sporenplanten. Sporenplanten hebben twee generaties, namelijk de sporofyt en de gametofyt. De sporofyt produceert sporen, waaruit de gametofyt groeit. Deze generatie vormt geslachtscellen. Door versmelting van de geslachtscellen ontstaat er weer een sporofyt. Bij wolfklauwen, paardenstaarten en varens en mossen zijn deze twee generaties van elkaar gescheiden, hoewel ze niet altijd duidelijk zichtbaar zijn. Bij de eerste zaadplanten was die scheiding verdwenen: de gametofyt werd sterk verkleind en bleef op de ‘ouderplant’ en werd een zaadknop of een stuifmeelkorrel. In de loop van de evolutie wordt de gametofyt steeds meer ingekapseld in de sporofyt. Bij de naaktzadige planten (bijvoorbeeld naaldbomen en Ginkgo biloba) is de omgroeiing van de zaden nog niet volledig, bij de bedektzadige planten (onze bloemplanten) is dit wel zo

E챕n van die oude voorlopers van de zaadplanten, die men heeft gereconstrueerd, is Archeopteris. Dit was een boom van dertig meter hoogte. Hoewel deze boom waarschijnlijk zaden produceerde, had hij nog bladeren die leken op die van de varens. In de oudste Carboonlagen van 300 miljoen jaar in Schotland oud werden met zekerheid zaden aangetroffen. Het bezit van zaden in plaats van een ‘losse’ gametofytgeneratie had evolutionaire voordelen: zaden zijn veel beter bestand tegen uitdroging en minder kwetsbaar dan gametofyten. Bovendien was er geen water nodig om de mannelijke geslachtcellen naar de vrouwelijke geslachtscellen te sturen. De evolutie naar zaadplanten maakte het mogelijk om drogere streken te bevolken en droge perioden te overbruggen.

Aan het einde van het Carboon waren er verschillende groepen zaadplanten ontstaan, die in latere geologische perioden hun bloeitijd zouden hebben. E챕n van die groepen waren de Cycaspalmen. De bomen van deze primitieve naaktzadige groep zaadplanten lijken op palmen, maar zij hebben daar geen verwantschap mee. Hun hoogtepunt kwam in het Perm en het Trias. De overgebleven soorten uit deze groep zijn zeldzaam en bedreigd. De plantengroep Cycadales is een specialisatie van de Hortus. De Hortus heeft ongeveer tweehonderd exemplaren van deze met uitsterven bedreigde planten, waaronder de in het winternummer genoemde Encephalartos woodii. De grootste en oudste planten vindt u in de Palmenkas.

Helemaal links: De cycaspalm Encephalartos lehmanni (Karoo broodboom) in het gematigde deel van de 3 Klimatenkas                      
http://www.botaniewebsite.nl/carboonplanten/cycasrevoluta2.jpgLinks: De cycaspalm Encephalartos woodii in het subtropisch deel van de 3 klimatenkas.

Ter vergelijking  eentje uit het jura

Fossiele takjes van Ptilophyllum sp., uit het Midden-Jura van Iran. Ongeveer 40 cm lang.

Aan het einde van deze periode ontstonden ook de coniferen (naaldbomen), een naaktzadige plantengroep die nog veel later zijn bloeitijd zou krijgen. Zij ontwikkelden zich in het Trias, Jura en Krijt (van 225 tot 64 miljoenen jaren geleden) tot succesvolle planten, die goed aangepast bleken te zijn aan de veranderde klimaatomstandigheden op de wereld. Hoewel naaldbomen nu in gematigd tot polaire streken dominant zijn, is de grote ‘bloeiperiode’ van deze groep voorbij.

Literatuur

Barry Thomas
De evolutie van Planten en Bloemen
Lannoo, Tielt en Bussum, 1982
ISBN 90 209 1079 5

The Carboniferous

http://www.ucmp.berkeley.edu/carboniferous/carboniferous.html

Tropical Gardener- Encyclopaedia- Dicksonia antarctica

http://www.tropicalgardener.co.uk/encyc/ferns/dick-ant/dick-ant.htm

http://www.nrm.se/sv/meny/forskningochsamlingar/enheter/paleobotanik/virtuellautstallningar/bildgalleri.1351.html

This specimen shows the dichotomously-branching lepidodendron tree stem near it’s upper terminus.

Rock Type: Gray shale
Formation: Kanawha
Interval: Coalburg seam
Age: Middle Pennsylvanian Period, approx. 307 million years.

Location: Nicholas County, West Virginia; Ramp Run Surface Mine #1, located about 12 miles north of Summersville, West Virginia. Turn west off route 19 north of Summersville onto Spruce Run Road. Follow it out the ridge about 7 miles. Turn left downhill to Bufallo Creek.

sigellaria (sigillaria)
Specimen 967GF31.5

De fossiele bast van Sigellaria (sigillaria) ligt aan de grondslag van zijn Nederlandse naam “ZEGELBOOM” Deze zegelboom is ook het klassieke creationistische icoon ” de polystrate boom”

Nova Scotia, is of outstanding universal value. It contains an unrivalled fossil record preserved in its environmental context, which represents the finest example in the world of the terrestrial tropical environment and ecosystems of the Pennsylvanian ‘Coal Age’ of the Earth’s history.

 
°
HET  EINDE van het Carbonische regenwoud 
1131 Ineenstorting Carbonisch regenwoud leidde tot meer diversificatie
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Menselijke activiteiten bedreigen het tropisch regenwoud, dat daardoor in steeds kleinere stukken dreigt te worden opgesplitst. Het is een van de grootste ecologische bedreigingen waarmee we momenteel kampen, want de ‘versplintering’ van vooral het regenwoud in het Amazonegebied zal leiden tot een catastrofaal verlies aan biodiversiteit. Dat is althans de mening van vrijwel alle milieudeskundigen.

Die mening is echter niet per definitie juist, zoals uit geologisch onderzoek blijkt. Omstreeks 305 miljoen jaar geleden (Kasimovian, Laat-Carboon) vond namelijk een soortgelijke ontwikkeling plaats. De continenten vormden toen het grote supercontinent Pangea, en daarin lagen Noord-Amerika en Europa (waaronder Nederland) in de tropen. Het was in de tientallen miljoen jaren daarvoor warm en vochtig geweest, en zowel langs de grote rivieren zoals nu in het Amazone-gebied als langs de kusten hadden zich grote, vaak moerassige, bossen ontwikkeld die in veel opzichten te vergelijken zijn met het huidige tropisch regenwoud. Daarin hadden zich ook een gevarieerde flora en fauna ontwikkeld.


Een karakteristiek, vochtig bos uit het Carboon.

carboniferous_flora

Toen omstreeks 305 miljoen jaar geleden het klimaat veranderde (en vooral veel heter en droger werd), kreeg het regenwoud het zwaar te verduren. Het verdween zelfs op veel plaatsen, zodat er als het ware alleen maar ‘eilandjes’ van tropisch regenwoud overbleven. Tussen die geïsoleerde gebieden bestond weinig of geen uitwisseling van dieren. In bepaalde opzichten was die situatie dus te vergelijken met de huidige situatie in de Galapagos-archipel, waar eilanden met vrijwel identieke condities van elkaar gescheiden zijn door een voor de fauna onneembare barrière (in dit geval de zee). En net zoals zich op de Galapagos-eilanden fauna’s (in het bijzonder van vogels) ontwikkelden die steeds meer van elkaar begonnen af te wijken (waardoor veel nieuwe soorten ontstonden en de biodiversiteit dus toenam), zo gebeurde dat ook in de restanten van het Carbonisch regenwoud.


Fossiele schedel van één van de
reptielen die zich na de ineenstorting
van het grote Carbonische regenwoud ontwikkelden

Foto reptielenschedel (Spencer Lucas, New Mexico Museum of Natural History): Royal Holloway University of London, Londen (Groot-Brittannië). 


Het reptiel Dimetrodon, een
van de belangrijkste roofdieren uit
het Vroeg-Perm, was een gevolg van
de diversificatie na het verdwijnen
van het Carbonisch regenwoud.

°
De amfibieën, die een voor vocht zeer doorlaatbare huid hebben en die hun eieren meestal in water leggen, verdwenen voor een groot deel onder de steeds drogere omstandigheden. Daarentegen gingen de reptielen, die een veel beter isolerende huid hebben en die hun eieren – met een veel hardere schaal – gewoonlijk op droog land leggen, het steeds beter doen. De groep begon een bloeitijd (die in feite de aanzet was tot de dominante positie die de dinosauriërs later zouden gaan innemen), en hun diversiteit nam snel toe, zoals blijkt uit de studie die de diversiteit van de reptielen voor en na de ineenstorting van het regenwoud onderzocht.

Volgens de onderzoekers had de grootschalige teloorgang van het Carbonische regenwoud dus een positief gevolg voor de biodiversiteit (al zijn de gevolgen voor andere diergroepen niet in vergelijkbaar detail bekend). Ze voegen daar echter wel aan toe dat hun bevinding niet per definitie betekent dat de aantasting van het huidig regenwoud ook zulke positieve effecten voor de biodiversiteit zal hebben. Het omgekeerde is echter dus niet zo vanzelfsprekend als tegenwoordig vaak wordt gesuggereerd.

Referenties:
  • Sahney, S., Benton, M.J. & Falcon-Lang,H.J., 2010. Rainforest collapse triggered Carboniferous tetrapod diversification in Euramerica. Geology 38, p. 1079-1082.

 

 
En de creationisten ? ;
Steenkool, carboon planten en creationisten

http://home.planet.nl/~hoek0153/fossielbestand/pag32b.JPG
varenachtigen: planten die er uitzien en zich vermenigvuldigen als varens, Vele nu uitgestorven soorten worden als fossiel gevonden in steenkool.
Het is een groep planten, de zogenaamde varenachtigen die erg hard getroffen werd door uitsterving.
Deze planten, samen met de echte varens en sommige speciale zaadplanten,
verschijnen als aparte groepen bij de fossielen.
Veel leden van deze groepen bereikten de hoogte van grote bomen in de ,,steenkoolbossen”,
Tegenwoordig leven echter nog slechts enkele soorten varenachtigen.
Hierbij behoren de “levende fossielen” zoals paardestaarten en oervarens
Geologen weten, aan de hand van waarnemingen , reeds lang dat het
klimaat vroeger ( van de pakeo-geografische streek waar de planten die later steenkool vormden) groeiden warm is geweest .
Steenkoollagen zijn aanwezig in de ondergrond van de meeste werelddelen, ook in Spitsbergen en Antarctica (de zuidpool).
Steenkoollagen getuigen van een subtropische plantengroei.
De plantengroei moet toen veel rijker en weelderiger zijn geweest dan nu.
(—> of het daarom ook over een soortenrijkere plantenwereld gaat dan de huidige is niet geweten …)

Steenkoollagen van het zogenaamde ‘Carboon-tijdperk’ bevatten varenachtigen en paardenstaartachtigen ter grootte van echte bomen!
( daarentegen ontbreken dus de echte bomen van nu )

( claim)
Het schijnt dat verschillende plantenfamilies alleen procentueel veranderd zijn.
Er waren eens veel meer varens en varenachtigen vergeleken met de zaadplanten.
Fossiele planten worden geclassificeerd in duidelijke families en deze vertonen geen voorbijgegane schakels.
Integendeel, uitgezonderd de uitgestorven soorten, kunnen fossiele planten van het allereerste begin af geÏdentificeerd worden in dezelfde klassen die we voor de huidige planten gebruiken.
Niemand weet zeker waarom zulke goed geadapteerde planten uitstierven.
Vele creationisten denken dat de atmosfeer van de wereld voor de(zond) vloed veel meer waterdamp en een hoger kooldioxidegehalte bevatte.
Dit zou de hele aarde van pool tot pool een warm klimaat geven
.Sommigen echter accepteren het denkbeeld van een watergewelf niet.
Zij zijn het er echter wel over eens dat fossielen van bijna al de systemen deel hadden aan een veel milder wereldwijd klimaat.
DE WATERDAMPKOEPEL THEORIE ( canopy theorie ) GAAT TEN ONDER
De veronderstelling dat er vroeger de aarde in een warme deken van waterdamp gehuld geweest is lijkt niet langer houdbaar.
Bij het begin van de zondvloed zou een waterdampkoepel ingestort zijn en voor het water van de zondvloed hebben gezorgd.
Zelfs een aanhanger van deze theorie komt tot de conclusie dat een waterdampkoepel tot buitengewoon onwaarschijnlijke situaties leidt die er vrijwel zeker niet geweest zullen zijn.
DRIJVENDE OERBOSSEN EN STEENKOOL
De fossielen uit de vroegste geologische periodes (Paleozoicum) kunnen afkomstig zijn van de zee en van een enorm drijvend oerbos.
Het concept is dat er een enorm drijvend bos geweest is, dat van zee naar kust veranderde in plantensoorten. Tijdens de zondvloed ging dit bos ten onder en de volgorde van de plantensoorten in het bos vinden we terug in de volgorde van de plantenfossielen in de sedimentgesteentes.
Steenkool uit het Carboon is dan van dit drijvende bos afkomstig.
Claim
Steenkool- en olielagen
–> Uitgestrekte steenkool- en olielagen getuigen van respectievelijk een weelderige plantengroei en een overvloedige dierenbevolking waaraan eensklaps een einde is gekomen ( zondvloed ? ) .
–>Steenkoollagen kunnen onmogelijk ontstaan zijn door een langzame opeenhoping van bladeren en resten van bomen in een moeras.
Het sprookjesboek
Claim
de vorming van steenkool en olie hoeft absoluut niet in miljoenen jaren te gebeuren, maar kan in heel korte tijd plaatsvinden, mits de goede condities heersen
Over aardgas gesproken: volgens de wetenschap moet aardgas zo’n beetje tegelijkertijd met de steenkool en aardolie ontstaan zijn of er vlak na, meer dan 200 miljoen jaar geleden.
Maar volgens de bijbel zou er nog maar pas 6000 jaar leven op aarde zijn!
En olie, steenkool en aardgas is ontstaan uit organisch, dus levend materiaal.
Daar klopt dus helemaal niets van.
Als je bedenkt dat er hele oerwouden bijvoorbeeld zijn veranderd in steenkool, nou, dan zijn daarnatuurlijk heel wat meer jaartjes voor nodig geweest dan die 6000 jaar uit de Bijbel.
Tenminste, wanneer we uitgaan van dezelfde omstandigheden als die we nu kennen.
Maar ik heb een theorie gehoord die ik zo interessant vindt dat ik je daar toch wat over wil vertellen ….
Een aantal jaren geleden stond er een artikel in de krant dat ze in een laboratorium hout hadden laten veranderen in een vorm van steenkool in een paar maanden tijd.
Dat deden ze door aan het hout klei toe te voegen en het dan onder grote druk te verwarmen tot 150 graden Celsius. Na enkele maanden ontstonden toen dezelfde stoffen als bij natuurlijke verkoling.
Houtskool roosteren uit houtsoorten (onder afdekking en vehitting – ) is al bekend bij de kolenbranders uit de midelleeuwen .. wie houd men hier voor het lapje ?
Natuurlijk is dat nog geen volledige verklaring voor een snel ontstaan van de kolossale hoeveelheid steenkool in de aardkorst.
Want het is moeilijk voor te stellen dat op alle plaatsen waar nu bijvoorbeeld steenkolenvelden onder de grond zitten de bomen van die enorme oerwouden allemaal met grote hoeveelheden klei vermengd werden.
En dat niet alleen.
Daar moest dan ook nog een kilometers dikke laag klei overheen komen om voor de benodigde druk te zorgen. En de hele handel moest dan ook nog tot boven het kookpunt worden verwarmd!
Was dat allemaal wel mogelijk in vrij korte tijd?
Om met de warmte te beginnen: die ontstaat vanzelf wanneer je iets in een korte tijd onder druk zet. Denk maar aan het oppompen van je band.
En wanneer die warmte dan niet weg kan, loopt de temperatuur heel vlug op tot boven het kookpunt.
Maar om die uitgestrekte oerwouden helemaal te vermengen met klei en die dan ook nog onder zo’n dikke laag te bedelven zodat er voldoende druk ontstaat die nodig is om de zaak te verkolen, daar is op z’n minst een wereldwijde natuurramp voor nodig.
Bijvoorbeeld een vreselijke overstroming waardoor in korte tijd gigantische hoeveelheden slib worden meegevoerd en afgezet. En dat is nu precies wat er gebeurde volgens het meest bekende verhaal uit de Bijbel: de zondvloed.
Wanneer we rekening houden met de zondvloed en wat er toen gebeurde, is het helemaal niet zo onwaarschijnlijk meer dat de steenkool en het aardgas in een korte tijd zouden zijn ontstaan.
Door de enorme watermassa’s van de zondvloed en de machtige getijdenwerkingen van eb en vloed werden op bepaalde plaatsen gigantische hoeveelheden slib laag na laag afgezet.
Op veel van die plaatsen moet dat slib vermengd zijn geweest met onvoorstelbare hoeveelheden ontwortelde planten en bomen uit de uitgestrekte subtropische oerwouden.

jaja en in plaats van rond te drijven in al dat water , werden ze bedolven
Doordat er elke keer weer een dikke laag slib overheen kwam, werd de druk, en daardoor ook de warmte groot genoeg om de zaak vrij snel te laten verstenen tot uitgestrekte steenkolenvelden.

Helemaal niet ” verstenen ” –> gewoon omgezet in broze houtskool ….
Daarom zijn al die bomen en planten ook niet langzaam vergaan: daar hadden ze gewoon de tijd niet voor omdat ze vliegensvlug weren ingemaakt!

En dat is met al die versteende dieren ook zo gegaan.
Er zijn zelfs uitgestrekte massagraven van die fossielen gevonden.
Allemaal versteende dieren die de gelegenheid niet hebben gehad om te vluchten of zelfs maar te vergaan omdat ze van het ene moment op het andere onder grote druk in het slib werden ingemaakt en geconserveerd.
En dat hoeft echt niet zoveel langer geleden te zijn dan 6000 jaar.
CLAIM 
God created each plant and animal after its own
kind, therefore, you would not expect to see “missing links”. …
( antwoord : )
Phylogenetic reconstruction of the possible relationships between plant groups and their green algal ancestor. Note this drawing proposes a green algal group, the Charophytes, as possible ancestors for the plants. Image from Purves et al., Life: The Science of Biology, 4th Edition, by Sinauer Associates (www.sinauer.com) and WH Freeman (www.whfreeman.com),

annularia
Palmatopteris furcata
Pecopteris Ferns
Pecopteris
Dit artikel verscheen in de Hortuskrant van juni 2004. Daarnaast verscheen in deze krant een artikel van mij over het ‘levend fossiel’  Welwitschia mirabilis. In de Hortuskrant van september 2002 schreef ik een ander artikel over de evolutie, namelijk over Carboonplanten door Fred Triep
Hortus Amsterdam /evolutieroute  http://www.adonline.id.au/plantevol/tour/

Carboon

DIERENWERELD TIJDENS HET   CARBOON  

BOVEN CARBOON  

In de delta’s en moerassen van de kustgebieden ontstonden weelderige moerasbossen, die een grote variëteit aan leven te zien gaf. Vooral reusachtige insecten, zoals de Meganeura en de Arthropleura waren hiervan opvallende vertegenwoordigers.

De Meganeura was een libelle uit het Boven Carboon. Deze libelle was ongeveer 40 cm lang en zijn vleugels hadden een spanwijdte van 70 cm. Daarmee was de Meganeura waarschijnlijk het grootste insect dat ooit geleefd heeft. Hij leefde van de jacht op andere insecten, hagedissen en kleine amfibieën.

    

°

Miljoenpoten    Arthropleura

Arthropleura 4.jpg  Arthropleura 3.jpg

Arthropleura 2.jpg  Arthropleura 1.jpg

   

Arthropleura was een geleed-potige van 1,80 lang! De grote afmeting van de Meganeura en de Arthropleura wordt verklaard uit het feit, dat tijdens het Carboon het zuurstofgehalte van de atmosfeer veel hoger was dan nu

  

°

Sommige amfibieën ontwikkelden zich tot reptielen, zoals de Eryops.

De Eryops was een amfibie van 1,5 tot 2 meter lang. Het was een roofdier die zijn prooi vanuit een hinderlaag aanviel. De Eryops leefde zowel in het water als op het land.

De Eryops was een amfibie van 1,5 tot 2 meter lang. Het was een roofdier die zijn prooi vanuit een hinderlaag aanviel. De Eryops leefde zowel in het water als op het land.

Diplovertrebon

Eogryrinius

Dit waren de eerste dieren die voor hun voortplanting geen water nodig hadden. Hun eieren waren namelijk bestand tegen uitdroging. Dit gaf de mogelijkheid om het land verder te koloniseren.

°

Tijdens het Boven Carboon verschenen voor het eerst reptielen. Zij kwamen voort uit de amfibieën. Ze hadden nog kenmerken van amfibieën, maar het grote verschil met deze groep was dat de reptielen niet meer aangewezen waren op het water om hun eieren in te leggen, maar dat ze dit op het land konden doen. Hun eieren werden beschermd door een taaie schil die voorkwam dat de eieren voortijdig uitdroogden

 (indeling reptielen)

.

Hylonomus uit het Boven Carboon wordt beschouwd als het oudst bekende reptiel. Het dier was ongeveer 20 cm lang. Het dier leefden van slakken en insecten in de moerasbossen van het Carboon.

Archaeothyris was 50 cm lang. Het was een soort vleesetend reptiel uit het Carboon. De bovenstaande Hylonomus was waarschijnlijk één van zijn prooidieren. Tijdens het Boven Carboon ontwikkelden zich uit de reptielen de zogenaamde Synapsiden of Zoogdierreptielen. Deze groep hoorde eigenlijk niet tot de reptielen , maar was een overgangsvorm naar de zoogdieren. Tijdens het Perm waren de Pelycosauriërs, de oudste groep van de Synapsiden, de belangrijkste diersoort op aarde. De Archaeothrys was één van de eerste Pelycosauriërs.

Vissen kwamen voor in zoetwater en de zeeën.

Er waren allerlei haaiensoorten.

zie ook : 

________________________________________________________________________

BEDANKT

Ik kreeg volgende e-mailtje  in antwoord op mijn vraag om toelating tot publikatie 
Beste Tsjok,
Bedankt voor je reactie.
Ik heb er geen probleem mee, als je het artikel gebruikt op in discussiegroep (met vermelding en link)
Succes met je discussiegroep
Fred Triep , docent biologie/informatica

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

5 Responses to CARBOON

  1. Pingback: Plaattektoniek « Tsjok's blog

  2. Pingback: GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL INLEIDEND | Tsjok's blog

  3. Pingback: GEOLOGIE TREFWOORD C | Tsjok's blog

  4. Pingback: Woordenlijst paleontologie | Tsjok's blog

  5. Pingback: VERKLARENDE WOORDENLIJST PALEONTOLOGIE C | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: