EMOTIES

BREIN EN EVO  INHOUD       

EMOTIES HERSENDOSSIERS 3.docx (1 MB)

evolutionair voordeel gedrag.docx (374.3 KB)

°

zie ook

__________________________________________________________________

Acht gezichtsuitdrukkingen: blijdschap, boosheid, verdriet, minachting, walging, neutraal, angst en verbazing

In de Nijmeegse database zijn acht belangrijke emoties opgenomen: blijdschap, boosheid, verdriet, minachting, walging, neutraal, angst en verbazing.

http://www.ru.nl/@746910/pagina/

FacialExpressions

 

facial-expressions1  chimps

 

 

 

°

 

Chimps are good at showing their moods and do so using the expressions on their faces. The shape of the mouth and whether or not the teeth are bared are important signals. The chimps pictured above are showing (1) a desire to play, (2) how they beg for food, (3) fear, and (4) anxiety.

 

 

heel herkenbare basale emoties en gezichtuitdrukking

°

De meeste onderzoekers zijn het erover eens dat wij mensen zes basale emoties hebben die te herkennen zijn aan de hand van specifieke gezichtsuitdrukkingen. Maar die zes basale emoties gaan nu op de schop: nieuw onderzoek suggereert dat we er maar vier hebben.

Onderzoeker Paul Ekman stelde dat er zes basale emoties zijn die we middels een bepaalde gezichtsuitdrukking communiceren en die mensen wereldwijd – ongeacht hun taal of cultuur – begrijpen. Die zes emoties zijn: vreugde, verdriet, angst, woede, verbazing en walging. Als u een gezicht trekt dat getuigt van walging, dan maakt het dus niet uit waar u dat gezicht trekt: of u nu in China of in Noorwegen of in Arabië bent, iedereen herkent de gezichtsuitdrukking en weet dat u walgt.

Onderzoek
Tenminste: dat dacht Ekman. Nieuw onderzoek suggereert namelijk dat er eigenlijk maar vier basale emoties zijn die we heel gemakkelijk aan een bepaalde gezichtsuitdrukking kunnen verbinden. Onderzoekers van de universiteit van Glasgow bestudeerden de spieren in het gezicht en het moment waarop bepaalde spieren bij het vertonen van een bepaalde emotie actief werden.

Angst en verbazing
Uit het onderzoek blijkt dat de gezichtsuitdrukkingen die horen bij blijheid en verdriet vanaf het begin al duidelijk onderscheidend zijn van de rest van de basale emoties.

 

(verdriet ? )

http://www.scientias.nl/rouw-in-het-dierenrijk/29966

blije chimpansee ? 

lachende chimps 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Chimpansee

http://nl.wikipedia.org/wiki/Lachen_(gedrag)

Chimpansees, gorilla’s, bonobo’s en orang-oetans produceren bij speelse activiteiten als stoeien, elkaar nazitten of kietelen geluiden die verwant lijken aan de lach van mensen. Het lachen van jonge chimpansees en bonobo’s gaat vaak gepaard het een typisch spelgezicht(play-face) en is vooral opvallend bij het kietelen. Bij het spelgezicht staat de bek iets open, en is alleen de bovenrand van de ondertanden zichtbaar. De vocale lach van chimpansees verschilt echter qua geluidspatroon van die van mensen, en is meer een soort hijgerig in- en uitademen. Hij verandert ook niet bij het ouder worden. Ook blijken deze dieren gevoelig in dezelfde ‘kietelgebieden’ op het lichaam, zoals buik en oksels.

een “lachende “orang oetang

°

curious and  exited  df2fa600d48714f85f29b243af968b00_mediumCurious , baffled   and ….. exited 

 

Maar voor angst en verbazing ligt dat anders. Zij delen in de eerste fase waarin mensen deze emoties uiten de wijdopengesperde ogen en zijn dan moeilijk van elkaar te onderscheiden.

 

1358243740_chimpansee_flickr_patries71

De verbazing van de porno-verslaafde  chimp Gina 

 

http://www.kennislink.nl/publicaties/het-bange-dier

 

Chimpansees die gebruikt worden voor medische proeven vertonen dezelfde psychiatrische symptomen als mensen die gefolterd worden.

In een studie met 116 chimpansees bleek dat 95 procent minstens één van de patronen vertoont die we ook bij mensen terugvinden die lijden aan de posttraumatische stressstoornis. De dieren in kwestie werden ooit gebruikt voor medische proeven en leven intussen in een reservaat in de VS. Maar hun gedrag wekt jaren later nog steeds bezorgdheid, zo melde de Britse krant The Independent.

Voor de studie werd het gedrag van de apen vergeleken met het gedrag bij menselijke patiënten. De chimpansees hebben last van meerdere symptomen: ze blijven weg uit bepaalde ruimten in hun leefomgeving, ze vertonen angstuitbarstingen, ze hebben moeite met sociaal contact en ze kunnen amper slapen.

 

 

°

 

Datzelfde geldt voor woede en walging: zij delen in het begin de gerimpelde neus en zijn in eerste instantie meer aanwijzingen dat gevaar dreigt.

Pas in een later stadium zijn angst en verbazing en woede en walging van elkaar te onderscheiden en dus zijn er  vier verschillende gelaatsuitdrukkingen horend bij vier verschillende emoties.

Evolutie
De onderzoekers stellen dan ook dat er eigenlijk maar vier basale emoties zijn die gemakkelijk van het gezicht af te lezen zijn. Dat is volgens de onderzoekers met het oog op de evolutietheorie goed te verklaren.

Gelaatsuitdrukkingen kunnen we om twee redenen maken: om ons vege lijf te redden of om anderen te waarschuwen.

Evolutionair gezien is het eerste het belangrijkste.

In het geval van gevaar zijn onze ogen dan ook wijd opengesperd, zodat we zoveel mogelijk informatie tot ons kunnen nemen en we trekken onze neus op om te voorkomen dat we eventuele schadelijke stofjes binnen zullen krijgen.

In dat prille stadium kan een ander die gelaatsuitdrukking nog niet aan een bepaalde emotie koppelen.

Later worden andere spieren in het gezicht actief waardoor de ander dat wel kan en dus weet of iemand angstig of gewoon verbaasd is en op basis daarvan kan handelen (in het geval van angst bijvoorbeeld op de vlucht slaan).

“Wat ons onderzoek laat zien is dat niet alle spieren in het gezicht tegelijkertijd actief worden wanneer we een bepaalde gezichtsuitdrukking vormen,”

stelt onderzoeker Rachael Jack. In plaats daarvan worden eerst spieren actief die ons kunnen redden en pas later worden de spieren waarmee we iets naar anderen kunnen communiceren, actief.

“Ze veranderen van in de biologie gewortelde signalen in de complexere specifieke signalen met een sociale functie.”

Bronmateriaal:
Written all over your face: humans express four basic emotions rather than six, says new study” – Gla.ac.uk

*

…wetenschappers  hebben onlangs kaartjes van ons lichaam gemaakt  waarop te zien is waar elke emotie te voelen is?
Kaartje van uw lichaam laat zien waar elke emotie te voelen isEmoties hebben ook een fysiek effect. Zo kan een gevoel van verliefdheid ons warm van binnen maken, terwijl…

°

BOOSHEID  

 

De evolutie van het boze gezicht ontrafeld

 Boze  verwanten 

edinburg zoo

edinburg zoo

angrty gorilla    759211749_6f6642c0f5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

angry  and menacing  gorilla 

 

 

Vraag tien mensen om een boos gezicht te trekken en ze zullen alle tien dezelfde spieren aanspannen. Waarom? Wetenschappers zijn eruit: het boze gezicht is evolutionair gezien voordelig, omdat het ons sterker laat lijken dan we zijn.

Waar ter wereld je ook komt: een boos gezicht is overal hetzelfde. “Zelfs kinderen die blind geboren zijn, trekken dit gezicht als ze boos zijn ook al hebben ze het zelf nog nooit gezien,” vertelt onderzoeker Aaron Sell. Wereldwijd gooien mensen zeven spiergroepen in de strijd om een boos gezicht te maken. En dat is fascinerend. Want waarom deze zeven spiergroepen? Amerikaanse en Australische wetenschappers wilden dat ook wel eens weten.

Onderhandelingen
Tijdens een eerder onderzoek deden deze wetenschappers al de ontdekking dat de emotie ‘woede’ waarschijnlijk ontstond en zich wist te handhaven omdat het een nuttige emotie is tijdens onderhandelingen. Een eerste stap tijdens onderhandelingen is de ander laten weten dat je het niet eens bent met zijn voorstel en dat het conflict pas voorbij is als er een voor beide partijen aanvaardbare oplossing is gevonden. Dat verklaart volgens de onderzoekers waarom de emotie ‘woede’ gepaard gaat met een specifieke gezichtsuitdrukking: met die gezichtsuitrukking laat je aan anderen weten dat je het niet eens bent met het voorstel. “Maar het boze gezicht geeft niet alleen de start van een conflict weer,” benadrukt Sell. “Elke specifieke gezichtsuitdrukking zou dat immers kunnen doen. Wij bedachten dat het boze gezicht deze specifieke vorm heeft, omdat het nog een boodschap afgeeft: elk element ervan is ontworpen om de ander te intimideren.” Volgens de onderzoekers draagt elk element van het boze gezicht eraan bij dat een individu gevaarlijker oogt. En hoe gevaarlijker een individu oogt, hoe groter de kans is dat hij zijn zin krijgt.

Experiment
Een mooie hypothese. Maar is dat werkelijk zo? De onderzoekers namen de proef op de som. Met behulp van de computer genereerden ze verschillende gezichten. Die gezichten gaven ze de verschillende elementen van een boos gezicht mee. Het resultaat was een gezicht dat niet boos keek, maar wel één element van woede bezat. Eén zo’n element dat je in een boos gezicht aantreft, is bijvoorbeeld de lage wenkbrauwen. De onderzoekers genereerden een gezicht met lage en met hoge wenkbrauwen en lieten proefpersonen de gezichten bekijken. Vervolgens moesten die proefpersonen aangeven hoe sterk ze de afgebeelde persoon achten. De proefpersonen die een gezicht met lage wenkbrauwen (slechts één element van een boos gezicht) zagen, dachten dat de afgebeelde persoon veel sterker was dan de persoon met hoge wenkbrauwen. En dat gold niet alleen voor de wenkbrauwen, maar voor elk individueel element van een boos gezicht: de samengeknepen lippen, de hoge kin, enzovoort.

“Ons eerdere onderzoek toonde aan dat mensen uitzonderlijk goed in staat zijn om de vechtvaardigheden van een individu vast te stellen door naar zijn gezicht te kijken,” vertelt Sell. “Aangezien mensen die sterker lijken vaker hun zin krijgen – zelfs als anderen even sterk zijn – concluderen we dat de evolutie van het boze mensengezicht verrassend eenvoudig verklaard kan worden: het is het etaleren van dreiging.”

Net zoals sommige dieren zich wanneer ze bedreigd worden groter maken dan ze in werkelijkheid zijn, wekken bedreigde mensen het idee dat ze groter en sterke zijn dan ze in werkelijkheid zijn door boos te kijken.

“Het verklaart waarom de evolutie deze specifieke gezichtsuitdrukking selecteerde om samen te gaan met woede,”

voegt onderzoeker John Tooby toe.

“Woede ontstaat doordat je weigert om de situatie te accepteren en het gezicht organiseert zich vervolgens zo dat je de andere partij duidelijk laat weten welke gevolgen het heeft als deze de situatie niet acceptabeler maakt. Wat vooral zo prettig is aan deze onderzoeksresultaten is dat geen enkel element van het boze gezicht toeval is: ze geven allemaal dezelfde boodschap af.”

 

Bronmateriaal:
The Universal ‘Anger Face’” – UCSB.edu

 

“Een boos gezicht trekken is geen toeval”

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/1.2076467

 

VRT

di 02/09/2014 
Gianni Paelinck
Lage wenkbrauwen, opengesperde neusgaten en gespannen lippen: het zijn de kenmerken van een boos gezicht en dat is niet toevallig, ontdekten onderzoekers van de universiteit van Santa Barbara in Californië. Ons gezicht is zo geëvolueerd omdat het ons sterker doet lijken. Elk element van een boos gezicht helpt ons een ander te intimideren en dat is evolutionair voordelig.

We gebruiken 7 spiergroepen om tot de specifieke constellatie van een boos gezicht te komen en dat alles is te herleiden tot de evolutietheorie. Een boos gezicht biedt ons functionele voordelen, zo stellen de onderzoekers.

“In een eerder onderzoek toonden we al aan dat de emotie woede ons helpt om te onderhandelen bij een conflict”, zegt onderzoeker Aaron Sell.

Met woede gaat ook een specifieke gezichtsuitdrukking gepaard en die is overal ter wereld hetzelfde. Meer nog: de uitdrukking is aangeboren want ook blinde kinderen trekken eenzelfde boos gezicht, zo stellen de wetenschappers.

“Een boos gezicht doet ons sterker lijken dan we zijn”

De onderzoekers van de universiteit van Santa Barbara genereerden met computers enkele gezichten met telkens een boos element en lieten dat vervolgens zien aan proefpersonen. Wat bleek? De proefpersonen dachten dat de mensen met ook maar één boos element in het gezicht veel sterker waren dan wanneer dat element niet te zien was.

“Elk element van een boos gezicht helpt dus om een ander te intimideren omdat de boze persoon sterker gaat lijken”, aldus onderzoek Sell.

Op die manier kunnen mensen zich dus sterker voordoen dan ze eigenlijk zijn, waardoor ze in een conflict een sterkere onderhandelingspositie krijgen. En dat is volgens de onderzoekers het resultaat van onze biologische evolutie.

“Woede ontstaat wanneer een persoon een gegeven situatie niet kan aanvaarden en het gezicht organiseert zichzelf onmiddellijk om aan de andere persoon te tonen wat het hem kan kosten als die de situatie niet acceptabeler maakt.

Ons onderzoek toont nu aan dat alle elementen in een boos gezicht niet toevallig zijn, maar allemaal dezelfde functie hebben: het etaleren van een dreiging”,

luidt de conclusie van het onderzoek.

Het onderzoek is gepubliceerd in het vakblad “Evolution & human behavior”.

The anger face

 

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/08/140828184811.htm

The anger face is a constellation of features, each of which makes a person appear physically stronger.
Credit: © Vera Kuttelvaserova / Fotolia

Rimpels helpen ons om te schatten hoe oud iemand is. Maar nieuw onderzoek wijst erop dat we (onbewust)…
 °
AGRESSIE 
Agressie  <– doc (chimps and  war )
agressie.docx (1.3 MB) <– 
°
 http://www.nu.nl/wetenschap/3880353/evolutie-maakte-menselijke-gezichten-sterk-verschillend–.html

‘Evolutie maakte menselijke gezichten sterk verschillend’

Menselijke gezichten zijn waarschijnlijk geëvolueerd om zo veel mogelijk uniek te zijn. Dat beweren Amerikaanse wetenschappers in een nieuwe studie.

 

individual faces ( homo sapiens )

individual faces ( homo sapiens )

De verschillen tussen gezichten van individuen zijn bij mensen veel groter dan bij dieren.

Dat is waarschijnlijk in de loop van de evolutie zo gegroeid, omdat de herkenbaarheid van individuen van groot belang is bij sociale interacties tussen mensen.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Californië in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.

Genen

De wetenschappers analyseerden de DNA-volgorde van een groot aantal mensen over de hele wereld. Genen waarvan bekend is dat ze de vorm en bouw van het gezicht bepalen, bleken veel sterker te variëren dan genen die het uiterlijk van andere lichaamsdelen beïnvloeden.

Volgens hoofdonderzoeker Michael Sheenan suggereren de bevindingen dat het gezicht van mensen is geëvolueerd om zo veel mogelijk uniek te zijn.

Waar de meeste dieren vooral op geuren afgaan om elkaar te herkennen, zijn sociale interacties bij mensen vooral visueel gericht.

Hersenen

“Mensen zijn fenomenaal goed in het herkennen van gezichten, er is zelfs een hersendeel gespecialiseerd in deze taak”, verklaart Sheenan op nieuwssite ScienceDaily.

“Onze studie toont aan dat mensen in de loop van de evolutie zijn geslecteerd om uniek en herkenbaar te zijn.”

Sheenan neemt zichzelf als voorbeeld om het bijzondere staaltje evolutie uit te leggen. “Het is duidelijk in mijn voordeel dat ik anderen gemakkelijk kan herkennen, maar het is ook handig dat ik herkenbaar ben voor anderen. Als het geen evolutionair voordeel zou zijn om een uniek gezicht te hebben, dan zouden we er allemaal ongeveer hetzelfde uitzien.”

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/09/140916112240.htm

Human faces are so variable because we evolved to look unique

Date:September 16, 2014
Source:University of California – Berkeley
Summary:
Why are human faces so variable compared to other animals, from lizards and penguins to dogs and monkeys? Scientists analyzed human faces and the genes that code for facial features and found a high variability that could only be explained by selection for variable faces, probably because of the importance of social interactions in human relationships and the need for humans to be recognizable.
The amazing variety of human faces — far greater than that of most other animals — is the result of evolutionary pressure to make each of us unique and easily recognizable.
Credit: UC Berkeley
human faces variety

human faces variety

Humans have much more individually distinctive faces than many animals. (a) Human populations show extensive variability in facial morphology that is used for individual recognition. Patterns of elevated variability are even maintained in more genetically homogeneous populations such as the Finnish, as demonstrated by the portraits of six male soldiers. (b) In contrast to the variability present in human faces, many animals such as king penguins have much more uniform appearances. While king penguins are not known to visually recognize individuals, they do have highly distinctive vocalizations that are used for individual recognition. (Photo credits: SA-kuva, Finnish Armed Forces photograph; Wikimedia commons.)
°
Apen gezichten  —>
primaten gezichten

primaten gezichten

TAAL als communicatie netwerk

°

°

Taal  <—-Archief document

 

‘Spraak en vogelgezang aangestuurd door zelfde genen’

Menselijke spraak en het gezang van vogels worden aangestuurd door dezelfde genen, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.

Mensen en vogels beschikken over zeker 55 vergelijkbare genen die betrokken zijn bij spraak of gezang.

De genen komen min of meer op dezelfde manier tot uiting in de hersenen.

Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschriftScience.

 

Apen

De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen door genen te onderzoeken in de hersenen van verschillende soorten zangvogels en enkele overleden mensen die hun hersenen ter beschikking hadden gesteld aan de wetenschap.

Ter vergelijking werd er ook genetisch onderzoek verricht op het brein van enkele overleden apen, omdat deze dieren geen vermogen tot spraak of zang hebben.

De wetenschappers vonden een overeenkomstig genetisch patroon in de hersenen van zangvogels en mensen dat hun vocale prestaties kan verklaren.

 

Proefdieren

De bevinding sluit aan bij de eerdere ontdekking van het taalgen FOXP2 dat voorkomt bij zowel zangvogels als mensen.

“Maar de overeenkomsten houden niet op bij een handjevol genen”, verklaart hoofdonderzoeker Andreas Pfenning op nieuwssite New Scientist. “Er blijken systematische moleculaire overeenkomsten te bestaan tussen mensen en zangvogels.”

Het is nog onduidelijk hoe groot de rol is van de geïdentificeerde genen bij het leren van spraak of zang.

“Om dat uit te zoeken zouden we de genen van zangvogels moeten manipuleren zodat we vervolgens kunnen kijken hoe hun gedrag wordt beïnvloed.”

, , , , , ,

 

°

FOX P2

Neanderthalers konden praten, net als moderne mensen. In elk geval hadden ze hetzelfde gen voor taal dat mensen vandaag de dag hebben.
Het gen, FoxP2, is tot dusver het enige gen dat we in verband kunnen brengen met taal. Vrijwel alle zoogdieren hebben het, maar mensen hebben, dankzij twee mutaties in de DNA-code van FoxP2, blijkbaar unieke taalvermogens ontwikkeld. Een internationaal onderzoeksteam heeft het DNA van twee circa 40.000 jaar oude neanderthalerbotten bekeken en vond dezelfde ‘taalmutaties’. Homo neanderthalensis kan dus net zo’n complexe taal hebben gehad als homo sapiens.

°

Voor de meesten van ons roept het word ‘Neanderthaler’ het beeld op van primitieve grotbewoners die grommend door het leven gingen. Fout, zo meldt de Sunday Telegraph, de Neanderthalers beschikten over de mogelijkheid om heel behoorlijk te converseren. Die ontdekking werd gedaan door professor Svante Paabo, leider van een Neanderthaler-project aan het Duitse Max Planck-instituut voor Evolutionaire Antropologie.

Genoom-project
Hij stond aan het hoofd van een genoom-project en kon uit Neanderthaler-DNA opmaken dat deze uitgestorven mensensoort wel degelijk beschikte over een ‘taalgen’ zoals dat verder alleen bij de moderne homo sapiens wordt aangetroffen.

Eigen taaltje
Dat betekent dat de Neanderthalers over de capaciteit beschikten om met elkaar te communiceren in hun eigen taal, een aangezien taal een van de elementen is die mens onderscheidt van dier, zou dat ook kunnen betekenen dat de Neanderthalers konden bogen op een eigen cultuur. Wat dan weer ons traditionele, neerbuigende, beeld van de Neanderthaler op losse schroeven zet.

“Neanderthaler compliment”
Of om met professor Paabo te spreken: “het is tot dusver niet bepaald een compliment om ‘Neanderthaler’ te worden genoemd, maar we weten nu dat hun DNA veel meer gelijkenissen vertoont met dat van de hedendaagse mens dan met dat van een chimpansee. Ons onderzoek maakt duidelijk dat er geen reden is waarom de Neanderthalers niet in staat geweest zouden zijn om gesprekken te voeren”.

Deze bevinding sluit aan bij ander recent onderzoek waarbij de keel en het strottenhoofd van Neanderthalers werden ‘gereconstrueerd’. Het op het Max Planck gevonden taalgen, FOXP2 controleert de spieren die nodig zijn om, met behulp van strottenhoofd, lippen en tong woorden te vormen, wat dus aansluit bij die eerdere studies. (belga/vsv)

Hadden de Neanderthalers een eigen taal?

10 juli 2013 13

neanderthaler

Neanderthalers en de moderne mens blijken meer met elkaar gemeen te hebben dan we denken. Neanderthalers hadden mogelijk seks met homo sapiens. Ook leerden zij om gereedschappen en verfijnde lichaamsversieringen te maken door stiekem te kijken hoe de moderne mens dat deed.(1)

Twee onderzoekers uit Nijmegen denken dat Neanderthalers ook een eigen taal hadden. De grote vraag is: wat voor taal?

Onderzoekers Dan Dediu en professor Dr. Stephen C. Levinson van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen beweren in hun paper dat we voor de oorsprong van taal en spraak ongeveer een half miljoen jaar terug in de tijd moeten plaatsen naar de laatste gezamenlijke voorouder die de Neanderthaler en de homo sapiens deelden: de homo heidelbergensis.

 

Dediu en Levinson hebben een uitgebreid literatuuronderzoek gedaan. Op basis hiervan zijn de onderzoekers van mening dat moderne taal en spraak twee oude eigenschappen zijn, die te herleiden zijn naar de meest recente voorouder die we met de Neanderthalers en Denisovans deelden.

De homo heidelbergensis was een  vroegere  stoere  en  ruwere  versie van de homo sapiens. De homo heidelbergensis wandelde ongeveer 500.000 jaar geleden op aarde. Deze laatste  voorouderlijke  verwant van de homo sapiens was  minder intelligent, zwaarder en steviger dan ons. Doordat de homo sapiens langere benen en lichtere botten kreeg, konden de eerste moderne mensen harder rennen en grotere afstanden afleggen. Hierdoor werden de homo heidelbergensis, de Denisovans en de Neanderthaler op veel gebieden afgetroefd.

Genetische mutaties of geleidelijk proces?
Op dit moment denken veel wetenschappers dat taal en spraak plotseling is ontstaan door enkele genetische mutaties. Volgens Dediu en Levinson is er weinig bewijs dat dit is gebeurd, en is de ontwikkeling van taal en spraak veel geleidelijker gegaan door biologische en culture innovaties. Deze andere invalshoek verlegt de oorsprong van de moderne taal met minimaal een factor tien van 50.000 jaar geleden tot – misschien wel – één miljoen jaar geleden.

Beïnvloeding?
De conclusies van Dediu en Levinson komen niet uit de lucht vallen. Tijdens de verspreiding over de aarde kwam de moderne mens regelmatig in aanraking met Neanderthalers en Denisovans. Wellicht dat de talen die we vandaag de dag spreken ooit zijn beïnvloed door Neanderthalers en Denisovans. Maar hoe komen we daar achter? De onderzoekers stellen dat het mogelijk moet zijn om niet-Afrikaanse talen te vergelijken met Afrikaanse talen. De Neanderthaler leefde namelijk niet in Afrika, dus Afrikaanse talen zijn niet beïnvloed door deze neef van de moderne mens. Ook computersimulaties van hoe taal zich verspreidde kunnen helpen om dit mysterie te ontrafelen.

bronnen  :

http://www.frontiersin.org/Language_Sciences/10.3389/fpsyg.2013.00397/abstract

Figure 1. A graphical summary of our proposal. Dates, lineage names, and genealogical relationships between them are tentative. “Tools” lists the main toolkits in use, “Speech” describes the main evidence for advanced vocal capacities and “Communication” describes the inferred communication systems and their properties, as argued in the paper. The arrows represent admixture.

(1) …. Het klinkt wel wat arrogant om te stellen dat de Neanderthaler van de moderne mensen afkeken,…..zij leefden hier al 300.000 jaar lang zonder de bemoeienis van de homo sapiens…toch ?

Neanderthalers en onze voorouders kenden al een soort taal

Door: Marc Seijlhouwer − 10/07/13,
© JOHN GURCHE, TIM EVANSON. Zo zou de Neanderthaler eruit hebben gezien.

De Neanderthaler en zijn voorouders kenden een zekere vorm van taal. Dat is de conclusie van een literatuuronderzoek van twee  taalkundigen van het Max Planck-instituut. Taal ontstond volgens hun studie niet 50.000 jaar geleden, zoals sommige paleontologen denken, maar wel een miljoen jaar terug. Toen waren de gemeenschappelijke voorouders van zowel de Neanderthaler als de moderne mens nog op aarde.

  • © Luna04, Wikimedia Commons.
    De schedel van een Neanderthaler

De studie verschijnt in het blad Frontiers of language science. De twee onderzoekers hebben de ontdekkingen over het taalgebruik van de Neanderthalers op een rijtje gezet en doorgenomen. De laatste jaren zijn er steeds meer aanwijzingen gevonden dat Neanderthalers een zekere vorm van verbale communicatie gebruikten.

Fossielen van schedels en kaken laten dezelfde ontwikkelingen zien als bij mensen. Ook DNA-analyses van Neanderthalers, die pas in de laatste paar jaar mogelijk zijn geworden, laten zien dat de oermensen meer konden dan grommen en brullen.

Wat dat betekende voor de ontwikkeling van communicatie, was tot nu toe niet helemaal duidelijk. Volgens de onderzoekers is nu een aantal conclusies te trekken over het ontstaan van taal. Ten eerste ontstond dit niet pas in de Homo Sapiens, maar bij één van de voorlopers, zoals de Homo heidelbergensis.

Taalgen
Daarmee moet ook de theorie dat het ‘taalgen’ plotseling is ontstaan bij moderne mensen, het raam uit. Deze theorie werd in 2010 nog voorgesteld door de bekende taalkundige Noam Chompsky. Maar, zo zeggen de onderzoekers, het feit dat de Neanderthaler ook taal kende is een bewijs dat taal langzaam is ontwikkeld en niet in één klap.

De Neanderthalers werden in de vorige decennia vaak gezien als onnadenkende grotmensen, die inferieur waren aan de slimmere mensen, waarmee ze in hetzelfde gebied leefden. Steeds meer onderzoek heeft echter laten zien dat de Neanderthalers niet onderdeden voor moderne mensen; ze hadden gereedschap en leefden in stabiele relaties. Waarom de homo sapiens het uiteindelijk won in de overlevingsstrijd, daarover kunnen wetenschappers dan ook nog geen concensus bereiken.

Het zou zelfs kunnen dat onze huidige talen gedeeltelijk ‘Neanderthaals’ zijn. Er zijn namelijk aanwijzingen dat de genen van de mens vroeger met die van de Neanderthaler gemixed zijn. Mogelijk is daardoor een deel van hun taalbesef in ons DNA terechtgekomen, zo speculeren de taalkundigen.

°

23 december 2013

Neanderthalers hadden waarschijnlijk net als moderne mensen het vermogen om te spreken

Foto:  Thinkstock
Reconstructed face of a Neanderthal hominid

Een botje in de hals dat bij moderne mensen de bewegingen van de tong aanstuurt tijdens het praten, werkte bij Neanderthalers op dezelfde manier.

Dat suggereert dat de oermensen het vermogen hadden om klanken te vormen die nodig zijn voor spraak.

Tot die conclusie komen Australische onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One.

Hoefijzer

De wetenschappers bestudeerden het zogenoemde tongbeen,( hyoid bone ) een hoefijzervormig botje in de hals, dat voorkomt bij moderne mensen, maar ook in enkele fossielen van Neanderthalers is aangetroffen.(1)

Neanderthal remains found in the Kebara Cave in Israel

60,000-year-old Neanderthal remains (replica pictured) also included a hyoid bone (not visible)

Kebara 2 skeleton 

Met een computermodel brachten de onderzoekers in kaart hoe het botje uit een specifiek Neanderthalerfossiel ( Kebara 2) bewoog in relatie tot andere botten.

Uit de simulatie zou blijken dat het tongbeen van de oermensen geschikt was voor spraak en taal.(2)

Het tongbeen van Neanderthalers week wel  een beetje   af  van dat van moderne mensen.(1bis)  “Maar het werd wel op dezelfde manier gebruikt”, verklaart hoofdonderzoeker Stephen Wroe op BBC News.

Menselijk

Wroe gelooft dan ook dat Neanderthalers een eigen taal hadden en qua gedrag meer op moderne mensen leken dan tot nu toe wordt aangenomen. (2)

“Veel onderzoekers stellen dat spraak en taal tot de eigenschappen behoren die ons tot mensen maken. Als Neanderthalers ook een eigen taal hadden, kunnen we ze meer beschouwen als echte mensen”, verklaart Wroe op BBC News.

De meeste wetenschappers gaan ervan uit dat gesproken taal ongeveer honderdduizend jaar (3)geleden ontstond, maar alleen bij moderne mensen.

Wroe benadrukt dat zijn onderzoeksresultaten het tegendeel nog niet definitief bewijzen. “Maar ik denk wel dat ons werk veel specialisten zal overtuigen en de heersende mening zal doen kantelen.”

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

An illustration of the neck and location of the hyoid bone in modern human
Kebara HyoidNeanderthaler Hyoid bone.Photo: Photograph by David Brill, Michigan State University, https://www.msu.edu/~heslipst/contents/ANP440/images/Kebara_2_hyoid.jpg
 http://donsmaps.com/neanderthalskeletons.html
neanderthal hyoid bone
The hyoid bone of a Neanderthal - a horseshoe-shaped bone in the neck - looks like a modern human's and now computer modelling shows that it was used in a similar way. A male Homo sapiens and Pan troglodytes hyoid bone used in the study are pictured
The hyoid bone of a Neanderthal – a horseshoe-shaped bone in the neck – looks like a modern human’s and now computer modelling shows that it was used in a similar way.
A male Homo sapiens and Pan troglodytes hyoid bone used in the study are picturedMensaap tongbeen

Read more: http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-2528311/Did-Neanderthals-speak-like-US-Horseshoe-shed-neck-bone-suggests-ancestors-used-complex-speech.html#ixzz2oTdBuYLH

  1.  Het is kraakbeen, dus wellicht is het niet in alle gevallen mee-gefossiliseerd….                                                                                                  1bis )—> Tongbeen van mens en Neanderthaler anders dan dat van hun voorouders ( H. erectus ? )
    Anatomisch in staat tot praten houdt ook voor Neanderthalers in dat ze bepaalde klanken konden voortbrengen.
    –> Echter om van klanken een taal te maken zijn ook vaardigheden in de hersenen nodig.Overeenkomsten tussen de uiterlijke vorm van het tongbeen van de Neanderthaler en het tongbeen van moderne mensen zorgden ervoor dat sommige onderzoekers vaststelden dat de Neanderthaler aan wie dit botje toebehoorde, kon praten. “Anderen trokken die conclusie in twijfel,” zo schrijven de onderzoekers in hun paper. “En of Neanderthalers konden praten bleef een twistpunt.”Om meer duidelijkheid te scheppen, moesten de onderzoekers dan ook een stapje verder gaan en zich niet alleen richten op het uiterlijk van het botje, maar nagaan waartoe het in staat was. Met behulp van scans en computermodellen achterhaalden de onderzoekers dat. En ze moeten concluderen dat alles erop wijst dat dit botje niet alleen sterk op het tongbeen van moderne mensen lijkt, maar waarschijnlijk ook op dezelfde manier werkte. In andere woorden: het suggereert dat in ieder geval deze Neanderthaler in staat was om te spreken.Hoewel de onderzoekers voorzichtig zijn – het is nog geen bewijs dat Neanderthalers konden praten – wijzen ze alvast wel op een aantal interessante vragen die kunnen opdoemen wanneer blijkt dat Neanderthalers inderdaad konden praten.Zo is het bijvoorbeeld nog de vraag of de Neanderthalers over onder meer het denkvermogen beschikten dat nodig is om een complexe taal te spreken en begrijpen. De onderzoekers benadrukken dat we momenteel nog niet over de gegevens en analytische gereedschappen beschikken om dat vraagstuk op te lossen.Vermenging
    Het grootste deel van de wereldbevolking bezit zo’n 2 procent Neanderthaler DNA ( ook Denisova blijkt nauw verwant aan Heidelbergensis en dus neanderthaler ? )
    –>bij Papoea’s en Australische aborignals zelfs zo’n 6 procent. (Het Denisova aandeel is bij melanesiers expliciet )
    –> Afrikanen beneden de Sahara hebben dan weer GEEN Neanderthaler DNA. Hetgeen erop wijst dat de vermenging van moderne mensen en neanderthalers plaats vond na het vertrek van een gedeelte van de mensheid uit Afrika, waarschijnlijk ergens in het nabije Midden Oosten

    Wanneer deelden Neanderthalers en moderne mensen voor het laatst de lakens?

  2.  -> Informeel was het al langer gedacht dat Neanderthalers wat  konden praten. Ze waren trouwens  onze nauwste verwanten  en mensen (=uit het genus homo ) waar homo sap zelfs  genenmateriaal ( en met anderen )  kon mee  uitwissele–>Nu nog wachten op het moment dat “wetenschappers ” erachter komen dat ook Homo Erectus kon praten.?°Wie heeft er trouwens ooit  definitief  aangetoond dat Neanderthalers( en anderen uit het genus homo ? )geen” spraak” konden bezitten  ?
    1. sabeltand tijgers  konden   niet  grommen he ? en een dino-vogel heeft niemand ooit horen  fluiten  ?……Waarom zou de manier waarop auditief  gecommuniceerd (boodschappen overgebracht ) werd bij primaten  ,  ineens totaal anders zijn( ipv  gewoon verder uitgebreid en “geoptimaliseerd” )  ?
  3.  Hé … welke “wetenschappers” zijn  dat dan wél ? …. In elk geval geen vak-paleoantropologen  ….—>” Gedacht “werd( door journalisten ?  en  vroegere allang gefossilieerde ,  vaklui )  …… dat alleen de “moderne mens” kon praten. Homo sapiens is echter ( volgens de jongste inzichten ) minstens   200.000 (of zelfs nog ouder ?) jaar geleden onstaan ergens in zuidoost afrika : die eerste mensen  spraken toen hoogstwaarschijnlijk ook al  —> Spraak dateerd   ook al  voorafgaand aan Homo Sapiens ? (net zoals rechtopgaande gang ook al bestond voor het verschijnen van het genus homo )

 

“Via taal zijn wij mensen aangesloten op een soort superbrein”

Interview met taalfilosoof Max van Duijn

Mensen kunnen heel ingewikkelde redeneringen maken over wat anderen denken. Zij hebben daarin een enorme voorsprong op andere primaten. Volgens promovendus Max van Duijn komt dat deels doordat ons brein de verhaalstructuur van onze eigen én andermans ervaringen opslaat. Door een enkel woord kan zo’n structuur al geactiveerd worden in ons brein.

Vanduijn

Het promotieonderzoek van Van Duijn is interdisciplinair van aard. Dat heeft ook met zijn achtergrond te maken: behalve taalwetenschap, studeerde hij literatuurwetenschap en filosofie. Nu probeert hij aan de hand van bestaande theorieën in de taalkunde, ook een bijdrage te leveren aan een langslepend debat binnen de psychologie.

Hij verzet zich vooral tegen het ‘geloof’ dat veel psychologen aanhangen dat mensen een niet-talig redeneerorgaan hebben. En dat taal slechts een kwestie is van het labelen van het redeneerproces.

Van Duijn is van mening dat taal veel meer invloed heeft op ons denken. Zijn favoriete metafoor is die van de iPad. “Je zult nooit een app kunnen installeren die ervoor zorgt dat een iPad gaat vliegen. Maar je kunt wel apps installeren binnen de marges van de hardware van dat apparaat. Ik denk dat dat een adequate metafoor is van wat taal kan doen. Taal kan ons denken, gegeven allerlei hardwarebeperkingen zoals ons geheugen, wel efficiënter maken.”

Sociaal brein

Mensen kunnen heel goed andermans gedachten raden. En dat is niet voor niks. Van Duijn legt uit dat ‘gedachtelezen’ van levensbelang is. Niet alleen voor mensen, maar voor alle primaten. Primaten leven namelijk in groepen: ieder individu is deel van een netwerk. Van Duijn: “Die groep is cruciaal voor de overleving van elk individu. Op het moment dat je verstoten wordt, is dat eigenlijk een doodsoordeel. Dus het is heel belangrijk om je sociale relaties op een goeie manier te onderhouden.” Om die relaties te onderhouden, moet je behoorlijk complexe redeneringen kunnen maken, aldus de promovendus.

 

groep chimpansees

Groep chimpansees

 

 

 

 

 

“Ten eerste moet je je af kunnen vragen wat iemand anders denkt. Maar dat is niet genoeg. Je moet je ook kunnen afvragen wat iemand anders denkt dat iemand anders denkt. Dat maakt het cognitief zwaar. De sociaal brein-hypothese zegt dat er een correlatie is tussen groepsgrootte en breingrootte bij primaten. Kapucijnapen leven in relatief kleine groepen en hebben een relatief klein brein. Chimpansees leven in grotere groepen en hebben een groter brein.”

“Als je die lijn doortrekt naar mensen dan leven wij in nog veel grotere groepen en wij hebben ook een nog veel groter brein. De grootte van die groepen in primaten ligt vaak redelijk vast. Bij chimpansees is dat tussen de 40 en 60 individuen in een groep. Mensen hebben ongeveer 150 sociale relaties, afhankelijk van de intensiviteit. Als je een heleboel intensieve relaties hebt, heb je er in totaal minder. Het idee is dat ieder mens er ongeveer evenveel energie in steekt.”

Wildobservaties

Net als mensen kunnen chimpansees redeneringen maken over wat iemand anders denkt. En wat iemand anders denkt dat iemand anders denkt. Maar er zijn meer slimme dieren, weet Van Duijn: “Er zijn ook aanwijzingen dat er vogels zijn die dat kunnen, met name kraaiachtigen, en dolfijnen. Uit onderzoek van Frans de Waal blijkt dat olifanten net zo goed zijn in het uitvoeren van bepaalde testjes als chimpansees.” Maar hoe weten we eigenlijk wat dieren denken? Door te kijken naar hun gedrag, aldus Van Duijn.

“Denk maar aan het gezicht van een vrouw die op een trap een koffer omhoog aan het zeulen is. De ultieme test om te kijken of je de juiste redeneringen hebt gemaakt over wat die vrouw bedoelt te doen, is of je wel of niet te hulp schiet. Bij dieren worden wildobservaties gedaan, waarbij bijvoorbeeld gekeken wordt naar anticipatie tijdens jacht. Daarbij kun je zien of het ene dier begrepen heeft wat het andere dier van plan was.”

Ook bij het onderzoek van Van Duijn kun je spreken van wildobservaties, maar dan van mensen. Die spontane gesprekken zijn te vinden in het Corpus Gesproken Nederlands, een grote dataverzameling met onder andere uitgeschreven conversaties.

Recursiviteit

Uit het gedrag van dieren en mensen kun je redeneringen afleiden. En die kun je weergeven in zinnen van het type ‘X denkt dat Y denkt dat Z.’ Het zijn recursieve zinnen, die je oneindig kunt uitbreiden. Het aantal bijzinnen of inbeddingen in de zin geeft aan hoeveel denkstappen er gemaakt zijn. De onderzoeker spreekt liever over ordes binnen een structuur. “Chimpansees kunnen redeneringen uitvoeren over twee ordes. Maar mensen kunnen wel iets van vijf ordes aan.”

Othello

Als voorbeeld noemt Van Duijn het toneelstuk Othello. “Daarin heb je na een half uur ongeveer de situatie dat het publiek begrijpt dat Jago de bedoeling heeft Cassio te laten denken dat Desdemona van plan is Othello ervan te overtuigen dat Cassio het juiste deed op het moment dat (…). Dat is wat er na een half uur met Othello aan de hand is. Als je het toneelstuk ziet is het geen enkel probleem om dat te begrijpen, hoewel de zin tamelijk ingewikkeld is.”

In gesproken taal komen zulke zinnen niet voor, benadrukt de promovendus. “Een belangrijke vraag in mijn onderzoek is waarom je wel het narratief begrijpt, maar niet de zin. Wat doet het verhaal om ons te helpen die ingewikkelde redeneertaak uit te voeren? Dat het procedé recursief is, betekent niet dat we het eindeloos kunnen begrijpen. Na drie inbeddingen wordt het tamelijk ondoorzichtig; in het wild kom je zulke zinnen ook niet tegen.”

Schaakcomputer

“De puzzel die er ligt is dus dat onze naaste verwanten in de natuur twee ordes aankunnen, terwijl wij er vijf of zes aankunnen. En dat terwijl er evolutionair maar heel weinig tijd tussen zit. Een oplossing die vaak geopperd is, is dat ons brein veel groter is en daardoor veel beter kan rekenen. Daardoor kunnen wij die vijf orde redeneringen uitrekenen. Maar ik denk dat we ze helemaal niet uitrekenen, want wij zijn helemaal niet zo goed in uitrekenen. In plaats daarvan passen we allerlei slimme trucs toe, net als een goeie schaker.”

 

Brein

“Wat een schaakcomputer doet op het moment dat hij een zet doet, is alle mogelijke volgende zetten doorrekenen. Een goeie schaker heeft scenario’s in zijn hoofd. Die scenario’s construeren toekomstige mogelijkheden. Ik denk dat wij een hoeveelheid scenario’s aangeleerd krijgen, die we in dit soort situaties kunnen toepassen.
Die scenario’s zijn een beetje dwingend, maar tegelijkertijd kun je met losse delen aan de slag. Als je nu kijkt naar taalgebruik in corpora, is de indruk die je krijgt, dat het los construeren van wie wat denkt in bepaalde situaties, niet de gebruikelijke is, maar een herstelstrategie op het moment dat het misgaat.”

Kant-en-klare pakketjes

Volgens Van Duijn maken we doorgaans gebruik van vaste bundeltjes informatie, die hij viewpoint packages noemt. Deze worden geactiveerd door een enkel woord, of een zin. “Bijvoorbeeld het woord moord heeft de onderliggende structuur dat er een partij is die iets veroorzaakt heeft. Dus op het moment dat we ermee geconfronteerd worden gaan we niet denken: hij dacht dat X dacht dat Y dacht, enzovoorts. De structuur hebben we al kant-en-klaar in ons hoofd als ‘pakketje’, terwijl de delen toch toegankelijk blijven.”

“Mijn idee is dat je tijdens het leren van taal ook die kant-en-klare structuren verwerft. Zo kun je bij iedere nieuwe situatie niet alleen gebruik maken van je eigen ervaring, maar vooral ook van die van anderen. Eigenlijk zijn we via taal aangesloten op een soort superbrein. Daarmee leren we van de ervaring van mensen die generaties terug geleefd hebben, en van tijdgenoten en van verzonnen personages. Daarom zijn wij veel beter in gedachtelezen dan onze naaste verwanten in de natuur. Door al die pakketjes die in omloop zijn.”

Lees ook:

Homo floresiensis

AFSTAMMING VAN DE MENS en de mensachtige
°
UPDATE ; 
2013
800px-lb1_skull

Homo floresiensis, the three-foot “hobbit” human whose remains were discovered on the Indonesian island of Flores in 2003, has now been designated as a real species truly distinct from H. sapiens.

This species lived fairly recently—38,000-12,000 years ago, when modern humans were already colonizing the New World—but is very distinct from H. sapiens

Because of its size and the resemblance of the skull to those seen in certain human diseases (hypothyroidism, microcephaly, etc.), some scientists speculated that this was not a tiny archaic species living at the same time as modern humans, but simply a single pathological individual of H. sapiens.

A new analysis by Baab et al.  suggest however, that this really was a tiny hominin species.  Extensive morphological analysis of the single existing skull from Flores, along with modern H. sapiens, both “normal” and suffering from a variety of syndromes suggested to have produced the Flores skull, as well as a variety of early hominin species, shows that the Flores skull is more similar to that of H. erectus than to nearly all pathological specimens, and is thus likely to truly represent a new species.

(See the New York Times report by John Noble Wilford.)


Researchers found that the cranium of Homo floresiensis, known as hobbits, top, was more similar to skulls of various human predecessors than to modern Homo sapiens, bottom.

” ….Our analyses corroborate the previously suggested link between LB1 and fossil Homo and support the attribution of this specimen to a distinct taxon, H. floresiensis. Furthermore, the neurocranial shape of H. floresiensis closely resembles that of H. erectus s.l. and particularly specimens of early Eurasian H. erectus, although it is unclear whether this latter affinity is best attributed to a close phylogenetic relationship or to a size-related convergence in shape.

These results also counter the hypotheses of pathological conditions as the underlying cause of the LB1 neurocranial phenotype, with the possible exception of posterior deformational plagiocephaly, a condition without significant adverse health effects/….” 

Baab, K. L., K. P. McNulty, and K. Harvati. 2013. Homo floresiensis Contextualized: A Geometric Morphometric Comparative Analysis of Fossil and Pathological Human Samples. PLoS ONE 8:e69119 EP  -.

°
°
    File:Homo floresiensis.jpg    
°

floresfrontfloresrightfronthomo-floresiensis

Flores

A long-lost cousin has been discovered, Homo floresiensis, or Flores Man. It’s especially dramatic for a number of reasons. It’s relatively recent, with the youngest specimen only 18,000 years old, but it is most closely related to Homo erectus. This species was also minute, only 3 feet tall, and tiny-brained. Here we have a group of small, specialized human relatives, living contemporaneously with Homo sapiens, on isolated islands in Indonesia. It’s like discovering that Munchkins were real  http://pandasthumb.org/pt-archives/000582.html Flo /LB 1

flores-man-skullThis   grapefruit-size Homo floresiensis skull is apparently from a 30-year-old female who lived 18,000 years ago on Flores, an island in Indonesia. The small brain suggests that the new human species is not a pygmy Homo sapiens but rather a descendant of Homo erectus. ref. Photograph :  Peter Brown/Nature     http://www.nature.com/news/specials/flores/index.html °

floresiensis

L’HISTOIRE  SE  RéPèTE   :  Verhaal van  een Déjà Vu  ° In 2003 reageerde de wetenschappelijke wereld verbijsterd op de vondst van een nieuwe, kleine mensensoort, Homo floresiensis, gevonden in Laat–Pleistocene lagen in de grot Liang Bua op het Indonesische eiland Flores. Nu, bijna 10 jaar na de ontdekking, is nog lang niet iedereen ervan overtuigd dat het hier om een nieuwe mensensoort gaat. En dat is ook niet geheel verwonderlijk, want deze tijdgenoot van onze eigen soort zet veel ideëen over menselijke evolutie op losse schroeven. Met een geschatte herseninhoud van 400 cc en een lichaamslengte van hooguit 106 cm lijkt Homo floresiensis recht in te druisen tegen de theorie dat zowel lichaamslengte als hersengrootte gedurende de menselijke evolutie toenamen.

°

Veel critici zijn op basis van deze kenmerken van mening dat H. floresiensis niets meer en niets minder is dan een populatie moderne mensen, al dan niet lijdend aan een of meerdere aandoeningen. De aandoening in kwestie varieert van microcephalie (ontwikkelingsstoornis resulterend in kleine hersenen) en cretinisme (een gebrek aan jodium) tot diverse vormen van dwerggroei (groeistoornis), waaronder het syndroom van Laron (een ongevoeligheid voor groeihormoon).

°

Inmiddels zijn een groot aantal van deze claims weerlegd. 

°

Moderne mensen arriveerden pas rond 4.000 jaar geleden op Flores (Homo floresiensis stierf rond 17.000 jaar geleden uit), en dit sluit uit dat H. floresiensis stiekem een moderne mens zou zijn .

Bovendien duidt de aanwezigheid van meerdere individuen over een periode van minstens 50.000 jaar erop dat deze populatie van zogenaamd zwaar pathologische mensen zich aardig wist te redden in een niet al te vriendelijke natuurlijke omgeving.

Deze maand is er nog zo’n claim weerlegd.

In een nieuw artikel in the Journal of Human Evolution heeft Peter Brown korte metten gemaakt met de hypothese dat Homo floresiensis een populatie modern mensen met cretinisme zou kunnen zijn, een idee van de hand van de Australische wetenschapper Peter Obendorf. 

Volgens Obendorf en de zijnen zijn de kleine lichaamslengte en het kleine brein van H. floresiensis kenmerkende gevolgen van een tekort aan jodium op Flores. 

Aan de hand van een puntsgewijze analyse van medische literatuur over cretinisme wijst Brown deze hypothese van de hand.

Een gebrek aan jodium komt voor onder de bevolking in het binnenland van Flores, maar er is in de medische literatuur geen enkel geval bekend waarbij dat leidde tot een kleine lichaamslengte. Daarnaast laat de medische literatuur zien dat patienten met cretinisme een brein van normale afmetingen hebben, in tegenstelling tot wat Obendorf beweert.

Obendorf haalt ook andere kenmerken van de schedel van Homo floresiensis aan, zoals een ongefuseerde fontanel en verhoogde asymmetrie, die op cretinisme zouden moeten wijzen.

Brown, die zelf onderdeel uitmaakte van het opgravingteam in 2003, claimt echter dat de schedel enigszins verdrukt uit de grond kwam en tijdens het opgraven beschadigd raakte. Volgens Brown richten Obendorf en collega’s zich op een klein aantal kenmerken van H. floresiensis die toevallig ook bij cretins voorkomen.

Het enige kenmerk dat H. floresiensis wél deelt met cretins is een draaiing in de humerus, een van de botten uit de arm, maar dat komt ook voor bij Homo erectus uit Dmanisi (Georgië).

Het debat over de status en beschrijving van Homo floresiensis is dus verre van bekoeld.

Paleo-anthropologen hopen vurig op nieuwe vondsten uit Liang Bua die het debat een nieuwe wending kunnen geven.

°

Maar het stekken van nieuwe takken in de menselijke stamboom gaat lang niet altijd over rozen.

°

Toen in 1856 de eerste resten van Neanderthalers ontdekt werden in het Duitse Neanderdal, waren velen ervan overtuigd dat het hier om een oude Hollander van Marken of Urk of een verdwaalde Mongoolse Kozak ging.  

°

Ook Eugène Dubois, de Nederlandse paleontoloog die op Java de resten van Pithecanthropus erectus (nu Homo erectus) vond, werd bij terugkomst in het geciviliseerde Europa ontvangen met twijfel, hoongelach en soms zelfs ridicule.

°

De geschiedenis herhaalt zich, keer op keer. Het zal nog minstens een generatie duren voordat ook het stof over Homo floresiensis weer is neergedwarreld.

°

Brown, P. (2012). LB1 and LB6 Homo floresiensis are not modern human (Homo sapiens) cretins. Journal of Human Evolution 62, 201-224

Archaeologist Thomas Sutikna examines the Homo floresiensis skeleton that he and his team excavated from Flores in 2003

Archaeologist Thomas Sutikna examines the skeleton of Homo floresiensis that he and his team discovered on the island of Flores in 2003. What other “Lost Worlds” remain to be found in Wallacea?

4311043a-f1_2
     flores2

Floresmens stamt af van kleine voorganger Homo erectus

 9 januari 2010 Hendrik Spiering

http://www.nrc.nl/wetenschap/article2454779.ece/Floresmens_stamt_af_van_kleine_voorganger_Homo_erectus

 

Een nieuwe reconstructie van de Floresmens. Illustratie S. Pailly & E. Daynès / JHE
 °
De kleine Floresmens, die tot 15.000 jaar geleden nog leefde op het Indonesische eiland Flores, is hoogstwaarschijnlijk géén verdwergde Homo erectus.
°
De Floresmens stamt af van een lid van het geslacht Homo dat vóór Homo erectus leefde en zelf ook al vrij klein was. Deze gewijzigde afstamming van de Floresmens is de kern van een artikel van de vinder van de fossielen, Michael Morwood. Hij schreef het concluderende artikel in een special van het Journal of Human Evolution (november), geheel gewijd aan de Floresmens.
°
Zoogdiersoorten die zonder veel natuurlijke vijanden op een eiland leven worden vaak kleiner.
°
Toen vijf jaar geleden de mysterieuze Floresfossielen werden gevonden, was dat dan ook de eerste verklaring van de geringe lengte (slechts één meter) van deze mensachtige, met zijn verrassend kleine herseninhoud van 417cc.
°
De vroege Homo’s, waarvan nog altijd niet veel fossielen bekend zijn, waren echter zelf ook niet al te groot (ca. 130 cm) en hun herseninhoud evenmin (ca 600 cc).
°
Het geslacht Homo ontstond ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden in Afrika. 
°
Erectus, die vanaf 1,8 miljoen jaar rondliep, was lang: wel 180 cm. De vroege-homo-maar-niet- erectus-afstammingstheorie schemerde al door in eerdere anatomische analyses van de Homo floresiensis, waarin veel primitieve pre-erectus-kenmerken werden gevonden.
°
Ook de nieuwere onderzoeken die nu zijn gepubliceerd tonen dat de kleine Floresmens duidelijk behoort tot het geslacht Homo, maar in allerlei anatomische details toch nog wel heel primitieve kenmerken had, die bij H. erectus al waren verdwenen. Echt Homo is bijvoorbeeld de dikte van de Floresschedel, de hoogte van het gezicht en de vorm van het kuitbeen.
°
Maar sommige kenmerken van de kaak lijken toch nog wel op die van de voorganger van Homo, de nog chimpansee-achtige Australopithecus.
°
De korte onderbenen, het ontbreken van de boog in de voet, de polsbeentjes, enzovoorts: overal duiken primitieve kenmerken op.
°
Als deze nieuwe afstammingstheorie klopt, zouden dus al voor H. erectus mensachtigen Afrika hebben verlaten, iets waarvoor tot nu toe geen duidelijke bewijs is gevonden. Maar de Nederlandse archeoloog Wil Roebroeks betoogde al jaren geleden (Nature, 22 december 2005) dat zo’n vroege expansie waarschijnlijk is en zelfs dat H. erectus buiten Afrika kan zijn ontstaan, uit deze vroege emigranten

°

 

UPDATE

Was the ‘Hobbit’ species the result of island shrinkage?

°

http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-22169189 BBC News. 17 April 2013

The origin of the hobbit inforgraphic
hypothesis  1: Some critics say that the hobbit isn’t a separate species at all, but belonged to a group of modern humans whose size was restricted because they had a disease. Sommige wetenschappers (behorend tot deze groep ) geloven echter niet dat het brein van de mensensoort homo erectus  zo sterk kon krimpen. Zij vermoeden dat Floresmensen moderne mensen waren die leden aan een ziekte waardoor ze niet goed groeiden.
Hypothesis  2: Others believe that it evolved from a tiny-brained, ape-like creature that travelled from Africa millions of years ago. het is volgens die wetenschappers  mogelijk dat de dwergachtige mensen zijn ontstaan uit een kleine, aapachtige voorouders .
Hypothesis  3: But the new research suggests that an early human species that lived in Asia called ” Homo erectus”  arrived on the island and underwent dwarfism.

17 april 2013

http://www.nu.nl/wetenschap/3399955/floresmens-had-gekrompen-brein.html

 

Het brein van de zogenoemde Homo floresiensis had een gemiddeld volume van ongeveer 426 kubieke centimeter. Daarmee waren de hersenen van de dwergachtige mensensoort iets groter dan tot nu toe werd aangenomen. De bevinding wijst er op dat de Floresmens een dwergversie was van de primitieve mensensoort Homo erectus.   Dat schrijven onderzoekers van het Nationaal Museum van Natuur en Wetenschap in Tokio in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the Royal Society B.

°

Nog altijd is het onduidelijk hoe Floresmensen zijn geëvolueerd. Uit de in 2003 ontdekte fossielen van de 18.000 jaar oude mensensoort blijkt dat ze slechts een meter lang waren. Volgens een reeds eerder gestelde populaire theorie zijn de ‘hobbits’ ontstaan uit een relatief grote voorouder in Oost-Azië, de Homo erectus. Toen deze primitieve mensen naar het eiland Flores verhuisde zouden ze in de loop der generaties zijn gekrompen.

°

Een dergelijk evolutionair proces staat bekend als eilanddwerggroei.

°

Nieuwe metingen van de Japanse wetenschappers wijzen er op dat het brein van Floresmensen groter was dan tot nu toe werd aangenomen. Dat maakt eilanddwerggroei volgens hen waarschijnlijker. Hoofdonderzoeker Yousuke Kaifu denkt dat de dwergmensen afstammen van een relatief kleine versie van de Homo erectus, die op het eiland Java leefde. Het brein van deze mensensoort had een volume van ongeveer 860 kubieke centimeter.

°

Het is volgens Kaifu niet onmogelijk dat een brein door eilanddwerggroei krimpt van 860 naar 426 kubieke centimeter. “Met ons werk kan ik niet bewijzen dat de Homo erectus de voorouder van de Homo floresiensis is, maar we hebben wel aangetoond dat het mogelijk is”, verklaart de wetenschapper

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

Een nieuwe reconstructie van Homo floresiensis

24 augustus 2009  Mieke Roth
°
Het begon met  het reconstrueren van Homo floresiensis naar aanleiding van een aanname die Gert van den Bergh had geopperd. Van den Bergh is een Nederlandse paleontoloog die op het eiland Flores, de vindplaats van Homo floresiensis, voornamelijk bezig was met de verdere aanwezige paleontologische fauna: mini-olifanten en reuzenratten. De link hierboven verwijst naar het persbericht dat er naar aanleiding van de publicatie is gemaakt.
°
Het maken van die reconstructie was een hels karwei. Niet zo zeer om de reconstructie zelf als wel de hoeveelheid tijd die ik had: twee weken. Ik heb er toen dag en nacht aan gewerkt met als resultaat een niet bijzonder mooie plaat, maar wel eentje die liet zien waar het om ging.
°
Het idee wat Van den Bergh opperde was zo controversieel dat er vanuit zijn collega’s voornamelijk afkeurend op werd gereageerd. Het verhaal is echter, met mijn reconstructies, wel de hele wereld over geweest.
°
Eerder was al een reconstructie gemaakt door Peter Schouten voor National Geographic en dat is tegenwoordig de meest bekende reconstructie van Homo floresiensis.
Hobbit-Like Human Picture Gallery: Photo of floresiensis and sapien skulls   01-hub-little
Deze reconstructie laat in feite een (klein) mens zien met het hoofd (een beetje) aangepast aan de gevonden schedel. Het is een reconstructie die tot de verbeelding spreekt, maar het is ook al een tijdje duidelijk dat hij niet correct is. Nu is het maken van een reconstructie zonder de fysieke botten erg moeilijk. In 2005 moest ik de reconstructie maken aan de hand van foto’s die ik van Van den Bergh kreeg en het interview dat ik met hem had. Dat was veel meer dan dat er toen nog verder in de openbaarheid te vinden was, maar nog steeds erg moeilijk.
°
Opvallend is wel dat mijn reconstructie en eentje die in 3d werd gemaakt door Elisabeth Daynes aan de hand van de schedel van LB1, wel redelijk op elkaar lijken. Dat zit hem voornamelijk in de schedel.
daynes reconstruction
Met de reconstructie van de rest van het lijf ben ik het niet eens, maar ook dat is natuurlijk een kwestie van interpretatie.
°
Ook heeft Daynes haar reconstructie een menselijke neus gegeven, terwijl de LB1 schedel een dusdanige vorm heeft dat er van een uitstekende neus met een neusbrug zoals wij hem hebben, geen sprake was. Dan is de reconstructie van Schouten realistischer (qua neus dan, de hoogte van het schedeldak is duidelijk te groot).
°
Beide reconstructies laten een heel erg petit lijf zien met kleine handen en voeten.
°
Ondertussen zijn we vier jaar verder en er is een hoop onderzoek gedaan naar de vondsten uit de grot op Flores.
°
Je kunt wel zeggen dat er een oorlog is gevoerd over de vraag of Homo floresiensis een ziekelijke variant van Homo sapiens was of dat het met recht een soort genoemd mag worden.
°
Tegenwoordig is het overgrote deel van de betrokken wetenschappers het er over eens dat Homo floresiensis niet alleen een echte soort was, maar naar alle waarschijnlijkheid veel verder van de huidige mens af staat dan dat men eerder aannam.
°
 bipedality in  Homo floresiensis
floresiensis  flo  in situ LB1
    homo-floresiensis_aanpassing-tenen
 Nieuwe reconstructie Homo floresiensis.  
°
Het blijkt namelijk dat Homo floresiensis op een aantal punten veel primitiever is dan dat we in eerste instantie dachten. Zo primitief dat Homo floresiensis eerder een directe afstammeling lijkt vanAustralopithecus afarensis (Lucy), dan van Homo erectus, wat eerder werd verondersteld. Die opvallende kenmerken zitten voornamelijk in de ledematen.
°
De handwortelbeentjes lijken bijvoorbeeld veel meer op die van mensapen en Australopithecus afarensis dan op die van de mens. En dit is een belangrijk kenmerk. Mensenhanden zijn bij uitstek geschikt om gereedschappen mee te maken, onze duim kan zich heel makkelijk ten opzichte van de andere vingers bewegen en de basis van onze hand is relatief breed waardoor de vingers met een grote precisie kunnen worden gebruikt. Hoewel mensapen best wel veel met hun handen kunnen, ook gereedschappen maken bijvoorbeeld, zit er vooral daar een duidelijk verschil. Dat is ook van de buitenkant te zien: mensen handen zijn relatief korter en breder met een lange duim. Het tweede opvallende kenmerk zit hem in Homo floresiensis‘ voeten. Die blijken, wat een toeval, heel erg groot te zijn. De lengte van de voeten is 70% die van het bot van het dijbeen, daar moet je bij mensen niet om komen. Homo floresiensis kan dus met recht Hobbit worden genoemd! Overigens is de grote teen opvallend kort en hebben de rest van de tenen een duidelijk afwijkende vorm. Het laatste opvallende kenmerk is de schouderpartij.
°
De draaiing van de bovenkant van het bot van de bovenarm was overigens de aanleiding voor de stelling van Van den Bergh: die was zoveel kleiner dan bij de moderne mens, dat het onwaarschijnlijk leek dat Homo floresiensis net zoveel bewegingsmogelijkheden met zijn armen had als dat wij dat hebben.
°
Over de tijd is er nog veel meer bekend geworden over de schouderpartij. Zo blijkt dat ook de schouderbladen en de sleutelbeenderen een totaal andere vorm hebben dan dat wij gewend zijn. Met als gevolg dat de schouders veel ronder waren dan bij ons, waardoor je het gevoel kreeg naar een veel gespierdere schouderpartij te kijken.
°
De schouderbladen bevonden zich veel meer aan de zijkant van de ribbenkas in plaats, zoals bij ons, op de rug. Al met al vind ik het daarom nog steeds niet raar dat Van den Bergh met zijn stelling kwam.
°
Afgaand echter op de heupbeenderen van Homo floresiensis, die heel duidelijk laten zien dat hij in ieder geval rechtop kon lopen (maar dat kon Australopithecus afarensis ook al), zal dat echter niet zijn normale doen zijn geweest.
MODEL5_plus 1..1
 Schouderpartijen. A. Homo erectus. B. Homo floresiensis. C. Homo sapiens
°
Nog even terugkomend op de meest voorkomende manier om Homo floresiensis af te beelden: als een heel fragiel wezen.
°
De botten spreken dat tegen. Homo floresiensis was duidelijk robuust gebouwd voor zijn lengte, met een brede ribbenkas en ronde vormen. Naar alle waarschijnlijkheid had hij een duidelijke grote buik, de darmen moeten ergens heen en leek de spieropbouw meer op die van mensapen dan op die van de mens.
°
Als je naar chimpansees kijkt zie je dat ze bijvoorbeeld forse dijbeenspieren hebben, maar vrijwel geen kuiten. Doordat Homo floresiensis wel erg grote voeten had zullen die kuitspieren er wel geweest zijn, maar dus ook die dijbeenspieren.
°
In ieder geval, dit zijn mijn overwegingen geweest om een nieuwe reconstructie te maken van Homo floresiensis. Nu die reconstructie af is, zie ik dat er nog een aantal dingen zijn die ik zou willen verbeteren: zo staan de ogen bijvoorbeeld te ver uit elkaar en zijn de wangen misschien niet rond genoeg en ik denk dat ik de armen iets dichter tegen het lijf moet maken, maar aan de hand van de onderzoeken van de laatste jaren is dit grofweg waar ik op uitkom.
°
En het ziet er al een stuk beter uit dan die eerste keer! Zoals alles in de paleontologie, is dit een beredeneerde schatting. Ik zeg dus niet dat ik gelijk heb, maar dat dit is zoals ik het nu zie. En naar alle waarschijnlijkheid kijk ik er over weer vier jaar heel anders tegenaan, maar dat is het leuke van het vak.
 °

Het begin

°

De ontdekking van deze  menselijke skeletten op het Indonesische eiland Flores is de spectaculairste vondst van de afgelopen vijftig jaar op het gebied van de paleoantropologie, de wetenschap die het ontstaan van de mens bestudeert.

°

Bijzonder is dat de ‘Homo floresiensis’ zoals de nieuwe soort wordt genoemd, tot minimaal 13.000 jaar geleden nog rondliep, een tijd waarin ook de moderne mens (Homo sapiens) al tijden bestond. °

Mogelijk hebben beide soorten zelfs naast elkaar geleefd.

°

Zeven individuen …..In totaal hebben de ontdekkers skeletresten gevonden van zeven individuen van de Homo floresiensis.

°

Als eerste troffen de Australische onderzoekers een deel van een vrouwelijk skelet( “Flo” )  aan in een kalkstenen grot, waarvan er velen op Fores bestaan. In eerste instantie dachten de wetenschappers dat het om restanten van een kind ging, maar na bestudering van de schedel en het gebit, bleek dat het om een volwassen vrouw ging van een geheel nieuwe soort. De vrouw woog naar schatting 25 kg, was één meter lang en was vlak voor haar dood circa dertig jaar. Ze stierf zo’n 18.000 jaar geleden.

°

Na de vondst van de vrouw werden later resten van nog eens zes individuen ontdekt.

°

Intelligentie

°

Aan de hand van de vondsten concluderen de onderzoekers dat de Homo floresiensis gemiddeld niet langer werd dan één meter en dat de schedelomvang vergelijkbaar is met een pompelmoes De herseninhoud bedroeg gemiddeld zo’n 380 cc, vergelijkbaar met die van een chimpansee.

°

Die geringe inhoud zegt volgens de onderzoekers echter niets over de mate van intelligentie. 

°

Zo staat vast dat deze kleine mensen vuur konden maken, stenen werktuigen gebruikten en dat ze bepaalde jachttechnieken moesten hanteren om onder meer op dwergolifanten en reusachtige hagedissen te kunnen jagen, die destijds op Flores voorkwamen.

°

Naast elkaar

°

Uit analyse van de skeletresten blijkt dat de jongste resten 13.000 jaar oud zijn en de oudste 95.000 jaar. Dat betekent dat de Homo floresiensis en de moderne mens, Homo sapiens, zo’n 30 tot 40.000 jaar naast elkaar hebben geleefd in Zuid-Oost-Azië.

°

Of dat echter ook op het eiland Flores is gebeurd, is niet bekend. De dwergmensen op Flores stierven vermoedelijk zo’n 12.000 jaar geleden plotsklaps uit door een zware vulkaanuitbarsting op het eiland, al zijn er geruchten dat ze nog veel langer hebben doorgeleefd.

°

Volgens legendes van de huidige inwoners van Flores leefden er vroeger dwergmensen die bekend staan als ‘Ebu Gogo’. Deze harige dwergen van één meter lang zouden nog hebben bestaan in de tijd dat de eerste Nederlandse handelsreizigers in de zestiende eeuw op Flores arriveerden.

°

Klein

°

Paleoantropologen denken dat de dwergmensen op Flores vele tienduizenden jaren een geïsoleerd bestaan hebben geleid en dat ze daardoor zo klein van stuk waren. “Wanneer soorten in isolatie leven kunnen ze in verschillende richtingen evolueren. Sommige worden groot andere juist klein,”aldus Henry Gee van het tijdschrift Nature waarin het nieuws over de nieuwe mensensoort naar buiten is gebracht.

°

De dwergmensen op Flores werden vermoedelijk steeds kleiner door het schaarse voedselaanbod. Vanwege hun geringe omvang worden de dwergen van Flores door sommige onderzoekers wel ‘Hobbits’ genoemd, naar de kleine mensachtige wezens in de films van Lord of the Rings.

°

 TENTOONSTELLING-DE MENS4 miljoen jaar  mens / Homo erectus ontfermt zich over een gewonde man.
°
Flores-mens stamt af van homo erectus?
     floresiensis  flo head construction
40830752-hobbit-bbc-203
  

http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/4331252.stm
floresiensis  head reconstruction 1

hobbit face
The path Hayes took to reach her facial approximation.

°

Reconstruction: The Hobbit was only 1m tall and possessed “primitive” features

°

Isolement  …….De Flores-mens stamt volgens de onderzoekers af van de homo erectus. De homo erectus wordt beschouwd als de voorloper van de moderne mens, de homo sapiens. De erectus verspreidde zich twee miljoen jaar geleden over Afrika en Azie en stierf vermoedelijk een half miljoen jaar geleden uit. De homo erectus, van wie de Flores-mens afstamt, was  even lang als de moderne mens.

°

Maar er bestaan diverse voorbeelden van zoogdieren die krimpen bij de afwezigheid van natuurlijke vijanden. Volgens de onderzoekers is dit ook bij de Flores-mens het geval.

°

Een grote vulkaanuitbarsting maakte twaalfduizend jaar geleden vermoedelijk een einde aan het bestaan van de Flores-mens.

°

DNA Vanwege de geringe ouderdom zijn de gevonden skeletten nog niet volledig gefossiliseerd. Daardoor hopen wetenschappers nog DNA uit de resten te kunnen traceren. Dat is bij Europese Neanderthalers van ongeveer dezelfde ouderdom ook gelukt.

°

DNA-onderzoek zou geheel nieuwe inzichten kunnen opleveren over de evolutie van de mensachtigen en hoe die zich over de wereld hebben verspreid.

°

De Australische onderzoekers, verbonden aan de universiteit van New England, zetten hun onderzoek voort op andere eilanden van Indonesië in de hoop nog meer nieuwe soorten dwergmensen te ontdekken.

°

Bronnen: NatureReutersBBC

°Links: Special: Flores Man (Nature) “Hobbit” Discovered (National Geographic) 2004 Neos.nl / Planet Internet en http://www.elsevier.nl/nieuws/wetenschap/artikel/asp/artnr/5656/index.html 2006 : 

°

“NIKS  ‘VERDWERGDE ‘  ERECTUS   ”  , zeiden tegenstanders.

°

Die ‘hobbit van de Australische onderzoeker Mike Morwood en de zijnen is niets anders dan een soort pygmee, een dwergvorm van de moderne mens.

°

Deze dwerg leed aan microcephalie, een ziekte waarbij de hersenen zich minimaal ontwikkelen. Die ziekte komt ook tegenwoordig nog voor.

°

En de vroege mens leefde niet geïsoleerd op Flores, een voorwaarde voor verdwerging.

°

2007

°

Maar het Morwood-team sloeg diverse keren terug.  Bijvoorbeeld, in februari 2007  ook in PNAS, beschreef het een vergelijking tussen de schedel van de H. floresiensis en schedels van negen lijders aan microcephalie en tien gezonde mensen.

°

Conclusie: de Floresmens leek in sommige opzichten op moderne mensen, maar andere kenmerken duiden op H. erectus en zelfs op Australopithecus, de aapmens-voorgangers van de Homo-soorten Tot nu toe lijkt dit alles op een keurig wetenschappelijk debat. 

 

°

Maar er is meer aan de hand.

°

De indonesqche paleoantropoloog  (Tekeu ) Jacob bemoeilijkte vanaf het begin het werk van Morwood en de zijnen. Tegen hun zin nam hij de H. floresiensis-fossielen mee naar zijn hoofdkwartier in Jogjakarta om ze pas veel later (– beschadigd –) terug te geven.

°

Morwood maakte hij uit voor  een soort  ‘hobbit’…… En Indonesië sloot op zijn aanstoken   de verdere  toegang tot de fameuze grot, af  .(zie hieronder  –>Het TekeuJacobs  schandaal) Indonesië  geeft de grot  echter  weer vrij voor onderzoek, in 2007  . Dat is van groot belang, want er resten nog vele vragen over de hobbit van Flores. ° Zo’n vraag is bijvoorbeeld hoe de vroege mens het eiland heeft bereikt en of hij misschien al verdwergd was toen dat gebeurde. En de hamvraag natuurlijk: is de gevonden hobbit verdwergde regel of zieke uitzondering? Er is immers maar één schedel gevonden en weinig andere beenderen.

°

Nader veldwerk lijkt dus geen luxe. Flores-hobbit krijgt misschien gezelschap (VOLKSKRANT )

°

Hobbit geen mismaakt mens   Februari  2007

°

Het 18 duizend jaar oude skelet van een mini mensje, opgegraven op het Indonesische eiland Flores, behoort  toe aan een nieuwe soort mens die nauw verwant is aan de Homo Sapiens. °

Sommige wetenschappers dachten dat het skelet die in 2003 is gevonden toebehoorde aan een pygmee of een mens met een abnormaal kleine schedel (microcephalic). Microcefalie is een afwijking van het centrale zenuwstelsel waarbij de schedelomvang te klein is. Het is meestal een aangeboren aandoening waardoor de hersenen zich niet goed ontwikkelen en klein blijven. Wetenschappers van de Florida State University concludeerde echter iets anders.

°

Aan de hand van een driedimensionale computer reconstructie kan afgeleid worden dat de hersenen misschien klein zij maar verder overeenkomt met die van normale mensen.

°

Volgens paleontologist Dean Falk betreft het hier geëvolueerde hersenen die optimaal gebruik maakt van de beperkte ruimte van de schedel.

°

Homo floresiensis (vernoemd naar de vindplaats Flores) was ongeveer 1 meter lang en veroorzaakte hevige discussies onder antropologen. Voorheen werd aangenomen dat na het uitsterven van de Neanderthaler (Homo Neanderthalensis) de Homo Sapiens de enige overgebleven mens was. De homo floresiensis, die tot 18.000 jaar geleden op het Indonesische eiland Flores rondliep, was nauwelijks één meter groot. Zijn hoofd was niet veel omvangrijker dan een volgroeide pompelmoes.

°

Een internationaal onderzoeksteam ontdekte nu dat zijn hersenstructuur sterke gelijkenissen vertoonde met die van de rechtop lopende homo erectus of op die van een minstens even sterk ontwikkelde australopithecus. De knaap had echter slechts eenderde van de hersenmassa van de moderne mens.

°

Dean Falk, paleoneuroloog aan de universiteit van Florida, bracht enkele kenmerken van de fossielen in verbinding met onze voorouder, de homo sapiens.

°Het shuine voorhoofd  bijvoorbeeld. ,

,Het feit dat hij ongetwijfeld de zee moet zijn overgestoken om zich op het eiland Flores te vestigen en de vondst van afgevijlde werktuigen en sporen van een zelfgemaakt vuur in de buurt van de fossielresten wijzen erop dat hij echt niet van de domste was”, stelt Falk. ,,Een driedimensionaal model van de structuur van de hersenen toont een duidelijke zwelling van de voorste hersenkwabben. Nog tal van andere anatomische bijzonderheden hebben er ons van overtuigd dat hij sterke waarnemingskwaliteiten bezat.”  Volgens Falk zijn er twee conclusies mogelijk. ,,Ofwel is de homo floresiensis nauw verwant met de homo erectus en kromp hij tot een dwerg uit voedselschaarste op het eiland, ofwel was er een tot nu toe onbekende voorvader van de homo erectus en de homo floresiensis die kleiner van lichaams- en hersenbouw uitviel.”

Dean Falk  http://www.cosmosmagazine.com/node/999 http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/28459170/


WIJ WAREN NIET ALLEEN

Door Dirk Draulans ( knack 10 october 2004 )

°

De ontdekking van een minimensensoort die tot 12.000 jaar geleden geleefd zou hebben, doet opnieuw de vraag rijzen naar hoe wij met andere mensensoorten omgingen. Want het is nog altijd niet duidelijk wat onze rol was bij de verdwijning van de neanderthaler. Het moeten vreemde momenten geweest zijn. Eerst het besef dat de piepkleine mensenschedel die je in je handen houdt, niet van een kind afkomstig kan zijn, omdat de schedelnaden dichtgegroeid zijn, en de tanden slijtagesporen vertonen – typisch voor volwassen schedels.

°

En vervolgens de wetenschap dat de schedel amper 18.000 jaar oud was. Dat is het nabije verleden, toen wij verondersteld werden al eventjes de enige mensensoort op aarde te zijn. Na de ontdekking van Homo floresiensis op het Indonesische eiland Flores, en de beschrijving ervan in het wetenschappelijke topvakblad Nature, zal ons inzicht in onszelf nooit meer hetzelfde zijn.

°

Het was al langer duidelijk dat de moderne mens (Homo sapiens) niet het resultaat was van een lineaire evolutie naar steeds complexere kenmerken die ons bewustzijn en zelfs zelfbewustzijn schonken – en de daaraan gekoppelde idee-fixe dat we iets uitzonderlijks zijn. Het inzicht groeit dat wij slechts een van de vele mensensoorten uitmaken, die ooit op de aarde rondscharrelden.

°

De deskundigen zijn er nog lang niet uit, maar momenteel circuleren er namen voor minstens veertien mensensoorten, en nog eens minstens zes onmiddellijke menselijke voorouders. Er moeten prehistorische tijden geweest zijn dat er meerdere mensensoorten tegelijk op aarde rondliepen, die misschien zelfs nauw contact met elkaar hadden, zoals nu in het tropische regenwoud, waar apen van verwante soorten samen optrekken in grote groepen.

°

De minimensjes van Flores illustreren daarenboven dat de mens  nog altijd onderhevig was aan dezelfde evolutionaire mechanismen als de andere dieren. De wezentjes waren amper een meter groot met een gewicht van maximaal twintig kilogram – dat is vergelijkbaar met een kind van onze soort van drie jaar oud. Maar het waren geen dwergen, in de strikte betekenis van het woord, want die hebben verhoudingsgewijs alleen heel korte armpjes en beentjes, terwijl de nieuw ontdekte soort normaal geproportioneerdwas.

Het waren ook geen pygmeeën, want de herseninhoud van pygmeeen is vergelijkbaar met de onze, terwijl die van Homo floresiensis amper een kwart daarvan bedroeg.

°

Er wordt verondersteld dat de soort rechtstreeks van een andere mens afstamt, de Homo erectushoewel hij moderne trekken vertoont, zoals de totale afwezigheid van een uitstekende ‘snuit’ – de kleine australopitheken, die drie tot vijf miljoen jaar geleden aan de basis van de mensvorming stonden, hadden wel zo’n snuit.

°

Draken en mini-olifanten

°

De hobbits van Flores, zoals ze al gemeenzaam genoemd worden, zijn waarschijnlijk het gevolg van een evolutionaire aanpassing aan het leven op kleine eilanden, en, meer nog, op eilanden bedekt met tropisch regenwoud. Want daar zijn zo weinig calorieën te rapen dat individuen die kleiner zijn, méér overlevingskansen hebben dan andere. Wat klein blijven dus in de hand werkt.

°

De evolutie naar dwerggroei kan trouwens enorm snel gaan, ze kan zich in amper enkele duizenden jaren voltrekken.

°

De mensjes voedden zich onder meer met mini-olifanten, even groot als een pony, maar toch nog tot een ton zwaar, die eveneens van veel grotere soorten afstamden. Ze moesten wel voorzichtig blijven voor  komodovaranen, echte draken, wat zou kunnen verklaren waarom ze verhoudingsgewijs iets langere armen hebben dan wij: zo konden ze gemakkelijker in de bomen vluchten als ze op zo’n beest botsten.

°

Er zijn ook aanwijzingen gevonden dat onze nieuwe familieleden hun voedsel kookten, dat ze samenwerkten bij de jacht en vrij gesofisticeerde werktuigen maakten, weliswaar aangepast aan hun beperkte lichaamsomvang, wat allemaal impliceert dat ze een gevorderde vorm van intelligentie hadden.

°

Er wordt zelfs verondersteld dat ze honderdduizenden jaren geleden met een soort boten op het eiland arriveerden. Dat zadelt de vorsers met een nieuw raadsel op. Als hun kleine herseninhoud hen er niet van weerhield om min of meer dezelfde creativiteit aan de dag te leggen als tijdsgenoten met grotere hersenen, moet het concept van de evolutie van intelligentie misschien bijgestuurd worden.

°

Het inzicht groeit namelijk dat intellect niet gekoppeld is aan het volume van de hersenen, maar aan de dichtheid van het netwerk van verbindingen die hersencellen met elkaar maken.

°

Er zouden dus al veel langer dan algemeen wordt aangenomen slimmeriken op aarde rondgelopen kunnen hebben. De vraag rijst ook wat er uiteindelijk met de mensjes is gebeurd. Het meest voor de hand liggende antwoord is dat ze zo’n 12.000 jaar geleden samen met onder meer de mini-olifanten weggevaagd werden door een enorme vulkaanuitbarsting. Maar bizar is dat er onder de huidige bevolking van het eiland een legende circuleert over de Ebu Gogo (letterlijk: ‘de grootmoeders die alles aten’), een stam piepkleine mensen waarvan de beschrijving akelig gedetailleerd is en bijna perfect overeenstemt met de fossiele vondsten van vorig jaar.

°

Die kabouters zouden tot ongeveer honderd jaar geleden geleefd hebben. Er worden nu expedities op het getouw gezet om in de laatste restanten van het regenwoud op Flores, en in grotten allerhande, naar sporen van die mythe te zoeken.

°

Een haar zou volstaan om er DNA uit te puren, en definitieve besluiten te kunnen trekken over de nieuwe mensensoort. De kans dat er DNA uit de slecht bewaarde fossielen gehaald kan worden, is voorlopig klein.

°

Maar als het waar is dat deze hobbits tot vrij recent overleefden, dan zijn wij pas nu als mens alleen op de wereld. Dan zijn wij nooit uniek geweest, hebben wij de aarde altijd met verwanten gedeeld. Wat de vraag doet rijzen hoe wij ons, als grote slimmeriken, ten opzichte van onze naaste verwanten gedroegen.

°

Als de manier waarop wij nu over andere rassen spreken, of waarop wij tot voor kort met exemplaren van andere rassen zeulden als curiosa, kan worden geëxtrapoleerd naar een andere mensensoort, moeten wij ons misschien al bij voorbaat meewarig op de borst slaan en mea culpaclaimen.

°

Zeker op eilanden hebben ontdekkingsreizigers en andere zwervers al menig diersoort de vernieling ingejaagd. Wat er zou gebeuren, mochten wetenschappers op een afgelegen Indonesisch eiland enkele overblijvers vinden van de kleine Homo floresiensis of een andere mensensoort. Zouden wij het respect kunnen opbrengen om die mensen in hun waardigheid te laten? Of zouden we ze, zoals zo dikwijls is gebeurd, naar onze hand willen zetten, ze willen ‘beschaven’, of als een toeristische attractie exploiteren? Gezond verstand is niet per definitie zaligmakend.

°

http://en.wikipedia.org/wiki/Homo_floresiensis

°

religie ?

°

Desmond Morris http://news.bbc.co.uk/1/hi/magazine/3964579.stm —-> De X-factor bestaat niet 

NEANDERTHALER

Succesvolle kruisingen  ?

In kringen van antropologen en paleontologen woedt al een tijdje een heftig debat over de vraag wat er precies met de neanderthaler is gebeurd. Het is ondertussen, op basis van DNA-onderzoek, vrijwel zeker dat hij geen voorloper van ons was, en ook geen andere ondersoort van de moderne mens, maar een volwaardige soort: Homo neanderthalensis.

°

Die ontstond ongeveer 150.000 jaar geleden, en leefde tot 30.000 jaar geleden in dikwijls moeilijke omstandigheden (de ijstijden) in Europa en het Midden-Oosten, waar hij ongeveer 20.000 jaar lang de aanwezigheid van de moderne mens moest dulden. Hoewel de populatiedruk toen eindeloos veel kleiner was dan vandaag, want er waren toen nog lang niet zoveel mensen. Desalniettemin blijft de vraag waarom de neanderthaler zo plotseling van het toneel verdween. Het is  snel duidelijk dat de algemene visie over het contact tussen beide mensensoorten in twee groepen uit elkaar valtl. Zij die ervan uitgaan dat er geen enkel genetisch contact was tussen neanderthaler en moderne mens, wat impliceert dat de neanderthaler om een of andere reden gewoon verdween.

°

En zij die aannemen dat de neanderthaler min of meer opging in de moderne mens, door succesvolle kruisingen, zodat wij zijn genetisch materiaal nog altijd gedeeltelijk meeslepen. Een tweede vraag is of neanderthalers intellectueel inferieur waren aan de moderne mens. En of ze bijgevolg in moeilijke omstandigheden rechtstreeks of onrechtstreeks door de nieuwkomers weggeconcurreerd kunnen zijn.

°

In vele kringen overheerst nog altijd de mening dat neanderthalers domme bruten waren, die op geen enkele manier konden wedijveren met de technisch verfijnde moderne mens, hoewel hun schedelinhoud lichtjes groter was dan de onze.

°

Dat wij als moderne mens systematisch neanderthalers zouden hebben achtervolgd om ze de kop in te slaan, wordt door bijna niemand voor realistisch gehouden. Hoewel, de Britse paleontoloog Ian Tattersall merkte  terecht op dat ‘een periode van tienduizend jaar ruimschoots kan volstaan voor een genocide op een kleine, verspreide populatie van een aparte mensensoort’.

°

De fysieke verschillen tussen de neanderthaler en de eerste moderne Europeanen (de Cro-Magnons) zouden zo groot zijn geweest dat iedereen ze meteen zal hebben gezien. Tattersall gaat er ook van uit dat de neanderthaler de laatste overlever was van een aantal mensensoorten die nog vroeger in Europa ontstaan waren.

°

Europa zou zo’n miljoen jaar geleden gekoloniseerd zijn geweest door de Homo erectus: een soort die ongeveer 1,8 miljoen jaar geleden in Afrika ontstond en later uitzwierf over de oude wereld. Maar omdat de mensen toen slechts in kleine gemeenschappen leefden, die zich regelmatig aanpasten aan lokale klimatologische en andere omstandigheden, die rondstruinden in territoria met een straal van maximaal 80 kilometer, en die soms door landschappelijke barri챔res geen enkel contact hadden met elkaar, zou er regelmatig een soort ‘adaptieve radiatie’ zijn opgetreden: een aanpassing aan specifieke omstandigheden die tot de vorming van een nieuwe soort kon leiden. Tattersall is een voorstander van de stelling dat er waarschijnlijk veel meer mensensoorten zijn geweest dan wij bereid zijn aan te nemen – hij zal ongetwijfeld verheugd zijn met de ontdekking van de hobbits op Flores. ‘Er zijn verschillende manieren om mens te zijn’, stelde hij tijdens zijn tussenkomsten. ‘Diversiteit speelt op vele plaatsen in het dierenrijk een cruciale rol. Toch blijft de neanderthaler in de hoofden van velen nog altijd niet passen in ons concept van menszijn.’

°

Parels van tanden

°

Het is duidelijk dat de neanderthaler al werktuigen en andere gebruiksvoorwerpen (zoals kledij) maakte voor hij in contact kwam met de moderne mens. De vraag blijft echter in welke mate hij primitiever was dan de moderne mens, en eventueel dingen van hem afkeek. Misschien was hij in staat om onafhankelijk innovaties door te voeren. Een kwestie die  tot verhitte discussies leidde, en die de Franse paleontoloog Jean-Jacques Hublin deed uitroepen:

We hebben de neanderthaler lang onterecht als een domme bruut beschouwd, maar nu vinden sommigen blijkbaar dat we hem helemaal moeten rehabiliteren, dat we hem zoveel mogelijk op onszelf moeten laten lijken, wat misschien wel politiek correct is, maar in ieder geval niet gesteund wordt door onze wetenschappelijke bevindingen. En wat is er in godsnaam mis met niet helemaal een moderne mens te zijn?’

°

Zelfs in discussies over onze voorouders zijn verwijten van racisme nooit ver weg. Hublins landgenoot Francesco D’Errico is de voornaamste verdediger van de hypothese dat de neanderthaler, onafhankelijk van de moderne mens, een eigen cultuur ontwikkelde, dat beide soorten elkaars culturele equivalenten waren:

‘De neanderthaler bewerkte dierenhuiden voor hij met de moderne mens in contact kwam, hoewel hij daarbij misschien geen echte naalden hanteerde. Net als moderne mensen maakten neanderthalers kralen, maar zij gebruikten daarvoor vooral tanden waar ze een gaatje in boorden, terwijl moderne mensen eerder stukjes been en schelp gebruikten. Verschillende methodes dus.’

D’Errico somde nog een aantal vaststellingen op om de overtuiging onderuit te halen dat wij, moderne mensen, de eersten waren om een vorm van cultuur te ontwikkelen.

°

Zo zijn er méér graven van neanderthalers gevonden dan van prehistorische moderne mensen.

‘In ons modern zijn kunnen we mijns inziens een deel van de erfenis van de neanderthaler terugvinden’,

besloot D’Errico zijn controversieele, maar met veel gegevens gelardeerde visie.

°

De Brit Paul Mellars stelde vast dat werktuigen in Europa sneller evolueerden dan in Afrika, en vroeg zich af waarom dat zo geweest zou zijn:  

‘Het is misschien toeval, maar de snelste culturele explosie vond zo’n 35.000 tot 40.000 jaar geleden plaats, op het hoogtepunt van het contact tussen neanderthalers en moderne mensen. Het was ook de tijd van de opkomst van het symbolisme in de cultuur, wat ik als een vorm van communicatie interpreteer. Ik denk dus dat de neanderthaler over een primitieve taal beschikte, hoewel we daar weinig tot niets over weten.’

Mellars analyseerde ook klimaatgegevens uit het Europa van die tijd, en kwam tot de vaststelling dat het toen lange tijd zo koud was dat de neanderthalers ongetwijfeld zuidwaarts waren gemigreerd, waardoor de contacten met de uit het oosten gekomen moderne mensen frequenter werden.

°

‘Misschien versterkten die frequente contacten de noodzaak om een eigen identiteit te creëren, wat de ontwikkeling van symboliek zou kunnen verklaren. We weten overigens uit historische gegevens over de eerste contacten tussen blanken en indianen in Noord-Amerika dat de uitwisseling in twee richtingen gebeurde. Waarom zou dat dan in de prehistorie niet het geval zijn geweest?’

Een tijdmachine

°

Het klimaat speelt steeds meer een sleutelrol in verklaringen over de verdwijning van de neanderthalers. Geoloog Frans Gullentops van de Katholieke Universiteit Leuven gaf in Tongeren enkele voorbeelden van het uitzicht van het Vlaamse landschap in de prehistorie, zoals de Maas die meer dan een kilometer breed was en in een alluviale vlakte afgeboord met zandduinen vloeide, of de Dijle die in sommige periodes over een ijslaag van meer dan 15 meter dik vloeide, hoewel Vlaanderen nooit een permafrost, een permanente ijsbedekking, kende. In de zomer was er altijd genoeg zon om de bovenlaag te ontdooien en in een dikke modderlaag te veranderen.

°

Thijs van Kolfschoten van de Universiteit Leiden bestudeert de prehistorische fauna in onze streken. In alle onderzochte families verdwenen er regelmatig soorten, of werden soorten vervangen door andere. Dat gebeurde in families zo divers als vliegende eekhoorns, woelmuizen, tapirs, mammoeten en neushoornen. Er waren ooit zelfs nijlpaarden in Europa.  

°

‘Niet alleen nu is er een grote druk op het milieu’, stelde van Kolfschoten. ‘Uit onze gegevens blijkt dat ijstijden aanleiding geven tot een veel snellere evolutie van soorten dan meer gematigde omstandigheden.’

°

Impliciet bracht van Kolfschoten de boodschap:

°

als vele andere dieren zoveel veranderingen ondergingen, waarom zou dat dan niet voor mensen het geval zijn geweest?

°

De neanderthaler ontstond waarschijnlijk in uitgestrekte bosgebieden, maar zou zich toch goed aan harde leefomstandigheden hebben aangepast, want zelfs in de ijsperiodes kwamen er neanderthalers voor tot tegen de Baltische Zee.

‘De neanderthaler floreerde vooral op steppes, waar een ongelooflijk groot aantal dieren leefde’, aldus van Kolfschoten.

°

De Britse wereldexpert inzake de neanderthaler Chris Stringer vatte zijn visie over de verdwijning van de soort als volgt samen:

‘Ik ben van mening dat de neanderthaler gewoon pech heeft gehad. Net op het ogenblik dat de contacten met de moderne mens intensifieerden, bereikten de ijstijden een hoogtepunt. Dat leidde tot een verhoogde competitie in de weinige toevluchtsoorden waar beide soorten samengedreven werden. Als de moderne mens er toen niet was geweest, had de neanderthaler dat misschien overleefd. Of als het toen niet zo koud was geweest, hadden wij nu misschien nog altijd de aarde met hem gedeeld.

°
07/05/09 Een aparte soort / Mei 2009 Eos-magazine
°
Twee studies, van voetbeentjes van de ‘hobbit’
°
°
en van oude dwergnijlpaarden in Madagaskar,
°
tonen aan dat de Floresmens geen ‘zieke’ Homo sapiens was.
°
Er lijkt stilaan een einde te komen aan het wetenschappelijke debat over de plaats die de Floresmens toekomt in de stamboom van de mens.
°
De bewijzen stapelen zich (lichtjes) op dat de acht skeletten die in 2003 in de Liang Bua-grot op het Indonesische eiland Flores werden gevonden, wel degelijk tot een aparte mensensoort moeten worden gerekend: Homo floresiensis, die tot 18.000 jaar geleden – en misschien tot veel later – op het eiland leefde.
°
In Nature staan twee nieuwe artikels waarin wordt aangetoond dat het om een vroege afsplitsing gaat van Homo erectus, en dat de dwerggestalte een gevolg is van de evolutie op het eiland.
°
Antropologen uit het andere kamp geloven dat de Floresmens (door zijn dwerggroei ook wel ‘hobbit’ genoemd) een zieke variant was van de moderne mens Homo sapiens. De hobbits zouden geleden hebben aan microcefalie, maar konden wel stenen gereedschap maken (dit werd ook gevonden op Flores).
°
Een Amerikaans team paleoantropologen van Stony Brook University in New York onderzocht enkele voetbeentjes van een van de acht skeletten. De voet van de hobbit leek in één opzicht heel menselijk: een grote teen parallel aan de andere tenen en gewrichten die de tenen doet uitrekken wanneer alle gewicht op de voeten komt te rusten.
°
Maar de voet lijkt ook op die van een aap: een ‘grote’ teen die eigenlijk heel is en de andere tenen lang en gekromd. Omdat het onwaarschijnlijk is dat de Floresmens na zich af te splitsen van de moderne mens primitiever is geworden, moet hij zich dus veel vroeger hebben afgesplitst, waarschijnlijk van Homo erectus.
°
Britse wetenschappers van het Natural History Museum in Londen deden onderzoek naar oude nijlpaardfossielen in Madagaskar: niet direct iets wat je in verband zou brengen met de Floresmens. Maar ze vergeleken de fossielen grondig met vondsten van op het Afrikaanse vasteland (van voorouders van de Madagaskische nijlpaarden).
°
De uitgestorven dwergnijlpaarden op het eiland bezaten veel kleinere hersenen dan hun verre voorouders op het vasteland, waarschijnlijk het resultaat van op een – weliswaar groot – eiland te leven. Diersoorten evolueren doorgaans naar kleinere afmetingen wanneer ze op een geïsoleerd eiland terechtkomen.
°
(sst) Groot en klein “We weten dat dieren zowel in reuzen- als in mini-uitvoering kunnen voorkomen.
°
Klein
°
Henry Ghee : “Dwergherten en ook minimammoeten hebben bestaan, dus een dwergmens behoorde ook tot de mogelijkheden. Alleen werd er nog nooit een bewijs van zijn bestaan gevonden, hij leefde alleen in legenden en sprookjes. Maar nu het skelet van de homo floresiensis is gevonden, een harige mens die een meter groot is, lijkt het me waarschijnlijk dat we nog andere skeletten van dwergmensen zullen terugvinden over de hele wereld.
Ze zijn waarschijnlijk uitgestorven, maar er blijft een kans bestaan dat ze nog ergens rondlopen op aarde. We ontdekken nog steeds nieuwe soorten grote zoogdieren. Ik schat de kans dat we een levende mini mens vinden niet kleiner dan de kans op de ontdekking van een nieuw soort antilope, en dat is al gebeurd.” De kleine harige dwergmens kreeg meteen ‘de hobbit’ als bijnaam.
Hoe kleiner het dier, hoe groter de kans dat het een pels heeft en behaard is. Een olifant heeft geen pels, een konijn wel. Dat heeft alles te maken met warmteregeling. Een klein dier verliest meer warmte dan het kan opwekken.
Dus heeft het een pels, veren of een behaard lichaam nodig om zijn warmte vast te houden.
°
Grotere dieren zijn beter in staat om warmte op te wekken, hun probleem is dan weer de overtollige warmte kwijt te raken. Ze hebben meer binnenkant dan buitenkant, en daarom is het moeilijker om de overtollige warmte kwijt te spelen. Een pels kunnen ze missen als kiespijn. Een olifant heeft dan ook helemaal geen pels, maar twee heel grote huidflappen als oren, zodat er toch meer buitenkant is om zijn grote binnenkant te helpen afkoelen.”
Dwergvormen komen vooral voor op eilanden.
“Hoe groter een dier is, hoe groter het territorium dat het nodig heeft om zich te kunnen voeden. Als een dier op een eiland terechtkomt, waar er dus maar een beperkte ruimte beschikbaar is, is het beter om naar een kleiner formaat te evolueren.
Als het kleiner is, vindt het makkelijker eten, heeft het minder ruimte nodig en kan het met meer soortgenoten op minder oppervlakte samenleven. (zie ook Updates onderaan)
Er zijn zoveel voorbeelden van dieren die op eilanden tot een dwergvorm evolueren. Er is het dwerghert dat op de Kanaaleilanden leefde, de miniolifant die vroeger op het eiland Malta rondzwierf en vroeger kwam er ook een mammoet zo klein als een pony voor op Wrangeleiland.
Het is dus geen toeval dat de dwergmens op het Indonesische eiland Flores is ontdekt.
“Klein zijn heeft dus voordelen, maar het nadeel is dat kleinere dieren minder lang leven. Ze hebben een snellere stofwisseling en gaan dus sneller dood. Ter compensatie planten ze zich ook sneller voort en hebben ze meer nakomelingen.”
Dieren met uitwendig skelet zijn echter altijd klein
°
De grootste spin ter wereld is de vogeletende Goliathspin uit Zuid-Amerika. Als je haar poten erbij neemt, is ze zo groot als het bord waaruit je eet. Haar lijf is echter niet groter dan een briefje van 50 euro.
°
Een spin die twee dwergen kan verpletteren onder haar gewicht, kan niet bestaan. Het probleem is dat een spin geen skelet heeft. Het harde materiaal waar bij zoogdieren, vogels en reptielen de botten van gemaakt zijn, zit bij spinnen aan de buitenkant. Ze hebben geen sterke botten en een kwetsbare huid, maar een hard pantser van chitin dat een kwetsbare massa aan de binnenkant beschermt. De enige manier om groter te worden voor spinnen is hun pantser afwerpen, zichzelf groter maken en dan een nieuw pantser laten groeien. Het probleem is dat ze zonder schild bijzonder kwetsbaar zijn en hun eigen gewicht niet eens zouden kunnen dragen. Vandaar dat reuzenspinnen niet kunnen bestaan.
°
NOTA
 °
Natuurlijk bestonden er vroeger “reuzeninsecten “ dat heeft dan weer te maken met de zuurstofrijke atmosfeer —> Insekten ademen door tracheeen —> dat zijn porien die in het lichaam de zuurstof inbrengen door eenvoudige verbinding met de buitenwereld … Wanneer de lichamen te groot zouden worden kan de benodigde zuurstof niet meer zo gemakkelijk alle delen van het lichaam bereiken … het is het zuurstof-gehalte van hun omgeving die hun grote beperkt …
°
Reuzengroei
°
Dus alleen zoogdieren en reptielen kunnen reuzen worden?
“Reptielen zijn de echte reuzen. De dinosaurussen zijn de grootste dieren die op aarde hebben rondgelopen, ze wogen tot 80 ton.
Dat reptielen het grootst kunnen worden is te danken aan hun botten, die lichter zijn dan die van zoogdieren.
Daardoor waren ze in staat ondanks hun omvang toch actief en snel te blijven. Een tweede voordeel van de dino’s was dat ze eieren legden en dus niet zoals zoogdieren grote en zware embryo’s met zich mee moesten dragen.

UPDATE

°

http://www.nu.nl/wetenschap/1960401/hobbit-blijkt-aparte-soort.html http://www.nhm.ac.uk/                                http://commcgi.cc.stonybrook.edu/am2/publish/Research_20/ SBU_Study_of_Hobbit_Skull_New_Evidence_Fossil_Was_A_Species_Other_Than_Human_printer.shtml

http://miv10.informatics.sunysb.edu/body.cfm?id=2474 http://commcgi.cc.stonybrook.edu/am2/publish/General_University_News_2/Stony_Brook_University_Displays_FirstEver_Cast_Of_Hobbit_At_7th_Annual_Human_Evolution_Symposium.shtml

http://commcgi.cc.stonybrook.edu/am2/publish/Medical_Center_Health_Care_4/ The_Hobbit_Foot_Like_No_Other_In_Human_Fossil_Record_SBU_Researchers_Detail_Its_Ape_And_Human-Like_Features.shtml

°

*Het feit dat het brein van de hobbit zo klein is, zegt niet zo veel over zijn intellectuele vermogens, maar meer over efficiëncy en aanpassing aan een kleiner lichaamsvolume. De hobbit heeft qua intelligentie ws niet ondergedaan voor homo erectus. * Het is op een eiland (en uitgaande van een grote soort als stamvader/ en zeker bij zoogdieren ) voordelig om dwerggroei te ontwikkelen . =men dient minder voedsel te bemachtigen Vooral grote hersenen zijn een energieverslinder *natuurlijk is er een limiet aan het verkleinen : immers , wordt het(zoog) dier te klein dan kan het moeilijk zijn lichaamswarmte behouden wat dan weer moet worden opgelost door meer voedsel te verorberen …

°

Uiteraard veroorlooft een tropische omgeving een verschuiving van die limiet naar beneden …. ( bv spitmuizen moeten tot 3X hun lichaamsgewicht/per etmaal , verorberen om in leven te blijven )

°

* dieren afstammend van kleine soorten ( bijvoorbeeld muizen en ratten ) zullen op eilanden groter worden ( ook ) omdat ze dan minder moeten eten dan hun kleinere voorouders ; Dat is zeker het geval wanneer er geen specifieke predatoren aanwezig zijn….De grotere exemplaren zullen bovendien beter kunnen concuren om voedsel met hun kleinere soortgenoten,terwijl ze er minder van nodig zullen hebben

°

*alles draait dus rond de optimale lichaamsgrote bij – een schaars voedselaanbod – het heersende klimaat – De aan(af)wezigheid van predatoren tengevolgen van de geografische isolatie Reuzengroei is trouwens een normaal verschijnsel bij koud klimaat—>poolstreken

°

Het kleinste (land) zoogdier, de http://nl.wikipedia.org/wiki/Wimperspitsmuis , is trouwens niet aanwezig in NW europa en de poolstreken Hoe noordelijker hoe groter de soorten worden

°

David Keys WETENSCHAPPERS ONTDEKKEN UITZONDERLIJK BEWIJS VAN ‘UITGESTORVEN’ NEVEN VAN HOMO SAPIENS

Homo floresiensis alongside Homo sapiens. The new species of human’s adult size was about that of a three-year-old modern-human child. The skull of H. floresienses was the size of a grapefruit
hsapiensfront
hsapiensrightPhotograph courtesy Peter Brown/Nature
This grapefruit-size Homo floresiensis skull is apparently from a 30-year-old female who lived 18,000 years ago on Flores, an island in Indonesia. The small brain suggests that the new human species is not a pygmy Homo sapiens but rather a descendant of Homo erectus. Photograph courtesy Peter Brown/Nature
Homo erectus skull

°

Het pas ontdekte beendermateriaal van Flores, werd gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Nature, en zou ( werd ook eerst verondersteld ) afkomstig kunnen zijn van een soort die zich 3 miljoen jaar geleden afsplitste van de (?) Australopithecus (onze verre voorouder) of, waarschijnlijker, van een soort die afstamt van een vroege vorm van een latere voorouder, de Homo erectus.

“De vondst van het beendermateriaal is een grote verrassing omdat hominiden met die lichaamslengte en herseninhoud 3 miljoen jaar geleden uitgestorven zouden zijn”,

zegt Peter Brown, fysisch antropoloog aan de universiteit van New England en medewerker van de opgraving.

°

ONTDEKKING en aankondiging eerste VERSLAG

°

In september 2003 ontdekten Australische en Indonesische onderzoekers de resten van een tot nu toe onbekende mensensoort in een kalkgrot (Liang Bua grot )op het Indonesische eiland Flores. Ruim een jaar later, eind oktober 2004 publiceerden zij hun onderzoek in het Amerikaanse tijdschrift Nature

°De ontdekking ;

°

http://news.nationalgeographic.com/news/2004/10/1027_041027_homo_floresiensis.html http://www.sciencedaily.com/releases/2004/10/041028144857.htm

°

Little People  of  Flores
°

The remains of three-foot-tall humans are discovered on a remote Indonesian island. Compare the Brains

Compare the Brains

Contrast the shape and size of a Homo floresiensis brain with a chimp’s and a modern human’s. Jared Diamond Interview

Jared Diamond Interview

The evolutionary biologist explains why the little people shrunk, how they got to Flores, and more. Ask the Expert

Ask the Expert

Bert Roberts of Australia’s University of Wollongong answers your questions about Homo floresiensis and his experience as part of the team that discovered its remains.

See the 11-minute broadcast segment.  Watch the SegmentDamaged
°
°

°

Het Tekeu Jacobs schandaal

°
Deel I van de Hobbit controverse
Ondertussen is er grote beroering rond deze vondsten onstaan = vooral door het ingrijpen van de Indonische paleantropoloog Tekeu Jacobs , die heeft voorgesteld dat de homo floresensies alleen maar een ” dwergras is van homo sapiens “
°
Overigens krijgt Tekeu jacobs steun van de aanhangers van
de multi-regionale theorie die stelt dat de homo sapiens multiregionaal verschillende keren uit homo erectus is onstaan en niet is geevolueerd uit de afrikaanse erectus zoals de out of africa 2 theorie stelt …
°
Het is echter veel kwalijker dat Jacobs zich de fossiellen heeft toege-eigend … Hij heeft ondertussen wel beloofd dat hij ze terug zal vrijgeven , maar dat is dus nog altijd niet gebeurt ….
 °
De oervervelende menselijke( en soms schurk-achtige ) kantjes van sommige opportunistische wetenschappertjes
°
Teuku Jacobs , blijkt een al even venijnig soort mens en intrigant als wijlen Richard Owens die indertijd de ontdekker van de Dino’s , in de grond stampte en vervolgens de verdere “eer” voor zichzelf behield ….Dat is niets nieuw ; Bovendien ook sommige kernfysici verkopen wel eens “atoomtechnologie ” om een grijpstuiver te bemachtigen of om hun ” land ” te dienen ..
.
°
O, nee. Het belangrijkste mensenfossiel van de laatste tientallen jaren is in handen gekomen van het grootste enfant terrible van de paleoantropologie. De 73-jarige Indonesiër Teuku Jacob van de Universiteit van Gadjah Mada staat erom bekend dat hij nooit fossielen afstaat voor onderzoek.
°
Bovendien is Jacob een felle nationalist met een bloedhekel aan Amerikanen en onderzoekers die niet ‘geïnteresseerd zijn in onze jonge natie’, zoals hij eens zei tegen het blad Science
°
( Noot ;
“De enige nieuwe dwergen zijn die australiers ” zei teuku aan de telefoon … Ook de indonesische archeologen die met de australiers meewerkten kregen een veeg uit de pan —>” die doen het alleen maar om subsidies los te krijgen .” )
En nu heeft Jacob de fossiele botten opgeëist van de ‘floresmens’, een één meter hoge dwerg die achttienduizend jaar geleden moet hebben geleefd in Indonesië.
°
( Noot :
Bovendien wil hij de site als zijn exclusief jachtterrein erkend zien … en eist hij alle vondsten die nog (eventueel ) kunnen worden gedaan op …)
°
De vondst geeft aan dat er kort geleden nog méérdere mensensoorten op aarde rondliepen.
°
Maar Jacob gelooft daar niets van. Misschien was de floresmens wel een gewone Homo sapiens die leidde aan een of andere dwergziekte,( nota van mij ; microcephalie dacht ik ? ) meent hij.
°
Bovendien ;
°
Op Flores doen nog steeds verhalen de ronde over een volk van dwergen dat tot voor kort in de bossen leefde.
Jacob, overigens een leerling van de Nederlandse antropoloog
Gustav von Koenigswald (1902-1977), heeft aangekondigd nu zelf de opgraving over te nemen.
°
Andere paleoantropologen reageren ontzet en klagen in Science dat ze ‘uiterst ongelukkig’ zijn met de ontwikkeling. “Ik betwijfel dat het materiaal ooit nog bestudeerd zal worden,” sombert Peter Brown, de Australische onderzoeker die de ‘hobbitmens’ aan het licht bracht..
°
°
Een ondersoort( = ras ? ) die door een “proces van verkleining” (???)is gegaan ….
Met genetische verschillen als gevolg veronderstel ik ….
°
Waarschijnlijk(?) gaat teuku Jacob , enig DNA vinden op de fossielen in zijn bezit ?
°
Heilaas zal niemand deze resultaten en research kunnen kontroleren of nagaan of overdoen —> de “hobbit ” zit immers achter slot en grendel ( De schedel werd uiteindelijk terug vrij gegeven , maar was ernstig beschadigd
°
°
°
Microcephalen ?
°
…. Jacob claims the remains really belong to modern humans suffering from microcephaly which shrank their brains to the size of a chimpanzee’s.
‘It is known that many people on Flores suffered from this out-of-the-ordinary pathology but it was not the whole population,’ he said.
But Stringer said that, while sufferers of microcephaly have small brain cases, their jaws, chins and pelvis bones are of normal dimensions.
‘Everything that was found of Homo floriensis was diminutive, so I don’t see how you can substantiate the claim that these were modern little people with one particular condition. Also, the chin is that of a very primitive hominid, not a modern human. I firmly believe Brown has made a superb discovery on Flores.’
Zie verder over deze affaire en andere pop- discussies over de “hobbit
°
°
 °
 °
verdere bronnen ;
 °
Interessant is de reactie van amerikaanse ” id-ots en crato’s ” in volgende diskussiepanels en (lezers)brieven aan republikeinse (? ) kranten
 °
 °
Related Links

°
Out of africa
°
mitochondrial eve
 °
2004 -2005
Het lopende ” homo floresiensis ” onderzoek  in 2005  
°
Er  was   nog  lang  geen uitsluitsel over de positie van de ” hobbit ” : maar de hypothese dat het om een aparte mensensoort gaat en niet om een Homo sap -ras , scheen  ( tot nu toe ) de meeste argumenten en bewijsstukken te kunnen voorleggen …. waaronder weer deze nieuwste studies ( na een lange periode van stilte )
°
Een serieus artikel over de jongste bevindingen / october 2005 ) http://www.corante.com/loom/archives/2005/10/11/hobbits_again.php van de hand van Carl Zimmer ( met vele links ) en is ZEKER TE LEZEN ; door iedereen die hierover wil meekletsen
” ….In this week’s issue of Nature, the scientists describe bones from nine individuals from the Liang Bua cave. Some of the bones–parts of the right arm and jaw–belong to an individual. Other leg bones, shoulder bones, and various bits of fingers and toes come from other levels in the cave. They were laid down in the cave over thousands of years, the youngest being just 12,000 years old–around the time when our ancestors were inventing agriculture….”
 °
 ” De Morgen ”  geeft het volgende signalement
 °
 Recente ontdekkingen bevestigen het bestaan van ‘hobbits’, de kleine mensensoort die op het Indonesische eiland Flores geleefd heeft.
°
Meer nog, enkele van de beenderen van negen specimen van de Homo floresienses, zoals de soort officieel heet, die nu teruggevonden zijn, zijn ‘amper’ 12.000 jaar oud.
°
Dat betekent meteen dat de kleine mensjes, die amper een meter lang werden, nog recenter op aarde rondgelopen zouden hebben dan tot nu toe aangenomen werd.
°
Enkele jaren ( de ontdekking werd bekend gemaakt eind 2004 ) terug ontdekte een team van archeologen restanten van enkele kleine mensen in grotten op Flores. Na onderzoek bleken de beenderen een goede 18.000 jaar oud te zijn. De hobbits leefden met andere woorden nog op het moment dat de Homo sapiens al bestond. Een revolutionaire ontdekking die veel wetenschappers als flauwekul afdeden. Zij geloofden hoogstens dat het team onder leiding van Michael Morwoord van de Australische Universiteit van New England schedels teruggevonden had vanvertegenwoordigers van Homo sapiens die een vorm van dwerggroei hadden.
°
Maar de pas ontdekte botten tonen aan dat dat niet kan, zo beweert Morwood in de recentste Nature.
°
Bij de botten waren onder meer armen van een eerder teruggevonden skelet en een onderkaak. …. en de botresten oorspronkelijk van vier tot zes maar nu van minstens negen andere individuen De “nieuw ” ontdekte botten en de onderkaak tonen, net als alle andere vondsten, aan dat er geen sprake is van verkeerde proporties.
°
Hoofd, armen, benen en bekken zijn perfect geproportioneerd. Bij dwerggroei zou er wél disproportionisme zijn .
°
= Pygmee-groei/anatomie bij mensen ; …de pygmee-rassen bij homo sapiens hebben dezelfde schedelinhoud als de “normale” mensen : pygmeen hebben dus (proportioneel gezien nogal grote hoofden…
°
Bij homo floreseisnsis is dat niet het geval … Dat de oorspronkelijke vondst een pathologische vorm zou zijn ( een microcephaal met zeer kleine herseninhoud ) werd al vroeger afgewezen ( schedel-scans ) maar is nu door de vondst van de tweede onderkaak definitief naar het rijk der fabelen verhuist ….
°
Morwood en zijn team krijgt ook stilaan meer inzicht in hoe de hobbits geleefd zouden hebben. En het blijken behoorlijke Bourgondiërs geweest te zijn. In de grotten werden resten teruggevonden van onder meer een stegadon, een uitgestorven soort miniolifanten ter grootte van een pony, ratten, komodovaranen en vleermuizen. Op verschillende botten waren inkervingen te zien, andere waren ooit gekookt, wat erop wijst dat de Homo floresienses zowel slager als kok was.
°
De nieuwe ontdekkingen overtuigen echter niet alle sceptici. Sommigen blijven ervan overtuigd dat het hier NIET om een nieuwe mensensoort gaat maar wel om een afwijkende stam ( ras ) die zijn kleine gestalte overgehouden heeft aan het feit dat ze generatie na generatie in moeilijke omstandigheden op een eiland gewoond hebben…. Maar deze laatste positie wordt stilaan onhoudbaar : tenzij er opzienbarende antropologische ontdekkingen worden gedaan en /of  er een nieuw”levend ” mensenras wordt ontdekt …
°
 Nu ja de “yeti “ en “big black foot” zijn ook nog niet ontdekt … ” Nessie “ook al niet …. Lees trouwens hier ;http://www.corante.com/loom/archives/2005/10/11/hobbits_again.php
°
The key conclusion of the paper is that these fossils look a lot like the original Hobbit bones reported last year. The new jaw, for example, has the same peculiar roots on its teeth as the old one, and both also lack a chin.If the original Hobbit was just a pathological human, the authors argue, then all of these new individuals would have to be pathological too.
°
(Persbericht) Palaeontologists digging on the remote Indonesian island of Flores have turned up more bones of Homo floresiensis – the tiny hominin species unveiled last October ( 2004 ) in Nature
°
Anthropology: [1] Return of the hobbits (pp 1012-1017; N&V)    For immediate release ……
°
The new findings include another jaw bone, and the right arm belonging to the owner of the original skull found previously. in 2004 The bones provide further evidence that H. floresiensis was indeed a naturally tiny species, rather than suffering from an abnormally small brain size, reports the team, led by Michael Morwood. What’s more, dating of the remains shows that they were present on the island as recently as 12,000 years ago. H. floresiensis may also have been a proficient chef, the researchers add. Other remains found at the site showed that they butchered a small elephant-like species called Stegodon, and that they had mastered the use of fire. Harvard anthropologist Daniel Lieberman puts the findings in context in an accompanying News and Views article.
°
CONTACT Mike Morwood (University of New England, Armidale, Australia) Tel: +61 2 67 73 2357, E-mail  mmorwood@pobox.une.edu.au
°
Peter Brown co-author (University New England, Armidale, Australia) Tel: + 61 2 67733064, E-mail   pbrown3@pobox.une.edu.au
°
Richard ‘Bert’ Roberts – co-author (University of Wollongong, NSW, Australia) Tel: +61 2 4221 5319, E-mail   rgrob@uow.edu.au
°
°
Occlusal and lateral views of mandibles of and LB6/1 (ref. Morwood et al, 2005. “Further evidence for small-bodied hominins from the Late Pleistocene of Flores, Indonesia”. Nature, 437/13:1012-1017).
°
Unlike modern humans,  H. floresiensis has little in the  way of a chin

 °
 Daniel Lieberman, of Harvard University in Massachusetts, US, said further discoveries on the island would help settle the issues.
If the island-dwarfing hypothesis is correct, then the island’s earliest inhabitants should be larger than the Liang Bua fossils; and if dwarfing occurred gradually, then it might even be possible to find fossils intermediate in size and shape between H. floresiensis and its ancestor,” He wrote in a commentary in Nature. “More evidence on when Homo sapiens first arrived on Flores is also needed.  http://www.andaman.org/BOOK/chapter49/text49.htm “Further evidence for small-bodied hominins from the Late Pleistocene of Flores, Indonesia” by M. J. Morwood, P. Brown, Jatmiko, T. Sutikna, E. Wahyu Saptomo, K. E. Westaway, Rokus Awe Due, R. G. Roberts, T. Maeda, S. Wasisto and T. Djubiantono Nature 437, 1012-1017 (13 October 2005) doi: 10.1038/nature04022
Peter Brown,  says critics should answer   why
“to point you at a human mandible with the same features as those from Liang Bua. Claiming that they have the same features as small local people ( Note  ;  a subspecies  of the  homo sapiens)is simply untrue.”

And the fact that these fossils span 80,000 years makes it even harder to hold the pathology argument. According to Harvard’s Daniel Lieberman this pattern refutes the aberrant dwarf argument, which now “strains credulity,” as he writes in an accompany commentary.

°

  Vuile truuks en politiek gekonkel 
°
—> De grootste moeilijkheid is tot nu toe het verbod de opgravingen verder te laten gaan omdat de indonesische ” vandaal en jaloerse ijdeltuit ” prof . Tekeu Jacobs , zijn veto heeft gesteld en  wel in  zijn functie  van officieel ambtenaar van de  indonesische  regering in deze zaken ….
°
Hij claimt ook  de overdracht van alle nieuwe vindsten om ze in zijn kluis te kunnen opbergen (en te  “behandelen ”  zoals reeds is gebleken ) Deze antropoloog is trouwens ook de bron van de pygmee-ras theorie …. Misschien zal binnenkort DNA orderzoek (en  andere vergelijkingen ) de knoop doorhakken ?
°
Het verhaal wordt in elk geval vervolgd …En misschien worden er nog meer botten gevonden ?
of zelfs  nog andere  “dwerg-soorten ” op andere eilanden ?
 °
….. the(damaged )  bones of   Flo … The original  Homo floresiensis, aka the Hobbits, have at last been returned to the team that originally discovered them….
 °
CREATIONISTEN BLABLA Niks nieuws, weer dezelfde oude lulsmoesjes.
°
Het is een hoax, of een homo sapiens met een afwijking, of satan probeert ons te misleiden,de dateertechnieken deugenniet, etc
°
NEDERLANDS
°
* Reactie van AIG, geschreven door Carl Wieland: http://www.answersingenesis.org/docs2004/1028dwarf.asp
°Samenvatting:
Homo floresiensis is eigenlijk Homo sapiens met wat afwijkingen en ‘seculiere dateringsmethoden’ zijn onbetrouwbaar.
°
Over de onderlinge consistentie van de verschillende gebruikte dateringsmethoden wordt met geen woord gerept.
°http://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?t=379&highlight=floresiensishttp://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?t=2971&highlight=floresiensis waaruit dit openingsbericht van Wim Ahlers. (citaat )


Lees:

 

°http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/5021214.stm En daaraan gerelateerd: http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/6387611.stm

°

Het volgende kan onomstotelijk observeer en meetbaar worden vastgesteld: 1. Een wezen, Floresiensis, die vuur maakte, zijn doden begroef, op twee benen liep en gebruik maakte van stenen werktiuigen. Een wezen (soort) die pas recent uitgestorven is en die een anatomische fysiologie heeft die tussen de mens staat en een een ander tweebenig wezen, die inderdaad ouder gedateerd is, genaamd Homo habilis (of mogelijk Homo erectus).

°

2. In het tweede artikel is geobserveerd,/ vastgesteld dat apen, met name chimpanzees, ook gebruik maken van werktuigen. Nu was dit allang een bekend feit maar wat nieuw is in deze is dat chimpanzees ook redelijk geavanceerde wapens zoals speren maken. Dit vereist procedurematige handelingen waar over nagedacht moet worden!

°

3. Deze twee recente ontdekkingen volgen een ander, maar iets ouder, recent observeerbaar en gemeten feit op, namelijk het feit dat de Neanderthaler geen direkte voorouder is van Homo Sapiens (gemeten m.b.v. het mitchondriaal DNA, zie o.a.: http://www.pbs.org/wgbh/nova/neanderthals/mtdna.html).

°

4. Creationisten die blijven vasthouden aan de hypothese van microcephalie moeten maar eens verklaren waarom deze microcephalie patiënten een normaal gevormde hersenschorsstructuur habben, zij het ongeveer 3 a 4 keer zo klein dan de moderne mens.

°

Ik ben benieuwd hoe creationisten zich hier nu uit proberen te kletsen! Feiten die wederom specifiek de menselijke afstamming bevestigen en in het algemeen weer de evolutietheorie bevestigen…zoals elk wetenschappelijk meetbaar en observeerbaar feit in overeenstemming is met de evolutietheorie. Dit alles natuurlijk los van andere wetenschappelijk meetbare feiten die allang bevestigd hadden dat de mens en de primaat een gemeenschappelijke voorouder delen. Sterker nog! De mens is een primaat! En al weigert een creationist te accepteren dat een mens ook een primaat is dan nog moet hij 3 mensen-soorten verklaren die in het recente verleden tegelijkertijd naast elkaar bestaan hebben (Neanderthales, Floresiensis en Sapiens).

°

Het probleen voor creationisten is deze, ze moeten of: 1. Accepteren dat er in één tijdsperiode minstens 3 menselijke rassen waren…wat niet in overeenstemming is met de Bijbel! 2. Of ze moeten stellen dat de Neaderthaler en Floresiensis niet tot het menselijke ras behoren…

°

het probleem met dit laatste is dat als ze van deze stellingsname uitgaan dat ze impliciet soortvorming erkennen en dus een gezamelijke afstamming!

3. Als laatste ‘redmiddel’ kunnen ze nog verklaren dat God niet één klei-hoopje had maar drie, waar hij pats boem de mensachtigen uit sculpteerde! Waarvan één de belangrijkste klei-hoop was, onze Adam, en hij de twee andere klei-hopen, voor Neaderthales en Floresiensis, minder belangrijk achtte…immers, Gods wegen zijn nu eenmaal ondoorgrondelijk! En dan nog moeten de creationisten ‘beslissen’ of Floresiensis en Neanderthaler nu ‘mens(achtigen)’ wezens waren of niet!

°

Nb.

°

Bedenk (zie tweede artikel) dat apen al een mate van intelligentie hebben die het mogelijk maakt om redelijk geavanceerde werktuigen te maken. Overeenkomstige werktuigen zijn ook aangetroffen bij habilis en ook bij floresiensis en neaderthales (de Neanderthaler) wat natuurlijk volledig in lijn is met de te verwachten evolutionaire patronen!

°

Wat de soorten Habilis, Floresiensis, de Neanderthaler en Sapiens onderscheid van de overige primaten is dat alleen deze soorten op twee benen lopen (waarvan alleen Sapiens nog als soort bestaat). De creationisten moeten zich in allerlei ‘creatieve’ bochten wringen om de nieuwe feiten in overeenstemming te brengen met hun behoudend dogma. Nog los van het feit dat de creationisten nog nooit een passage hebben aangegeven in hun religieuze literatuur die een ‘wetenschappelijke’ verklaring, dus een meetbare en observeerbare verklaring bevat, die de bovenstaande nieuwe feiten kan ondervangen.

 

°
De Flores-mens heeft  in geologische termen amper de twintigste eeuw gemist !
°
Bepaalde verhalen/mythes bij de lokale bevolking, die eventueel zouden kunnen verwijzen naar deze kleine mensachtigen. , vertelden  dat de  “mensen”  de dwergmensjes die in een grot leefden ’s nachts gedood hadden.  Moesten deze verhalen waar zijn (en daar zijn dus voorlopig geen bewijzen voor), dan zou dit echt wel spijtig zijn.
 °
Een ander verbazingwekkend wezen, de moa is in de 16de eeuw door de Maori naar de fossielen verwezen !
De ontdekking van de Flores-mens is  uiteindelijk een detail in de menselijke evolutie, al weze het een belangrijk detail.
°
Als ze nog geleefd hadden, zou dat dan veel verschil gemaakt hebben, behalve de sensatie ?
°
Mark Nelissen had hun gedrag kunnen bestuderen, en een paar boeiende hoofdstukken bijschrijven aan “De Bril van Darwin” ! Maar ik denk niet dat dat het wetenschappelijke wereldbeeld fundamenteel zou veranderd hebben …
°
Het wereldbeeld van de meeste mensen zou m.i. toch drastisch anders zijn, moest er een naaste verwant van de H. sapiens sapiens rondlopen op deze aardkloot.   ?
*Men denke  dan vooral aan fundamentalistische religieuzen. *Misschien dat de kijk op( en behandeling van ) mensapen ook zou veranderen. ? ..
 °
Digit     Twijfel over de invloed op het wereldbeeld van fundamentalisten !
°
En daarzijn goede redenen voor : in een vrij recent verleden (18de en 19de-20ste eeuw) zijn de creationisten immers reeds geconfronteerd met “wezens” die (volgens hun tenminste) zowat het  midden hielden tussen mens en aap !
Na de ontdekking van Amerika heeft immers de discussie gewoed of indianen al dan niet een ziel hadden.
Deze vraag is equivalent met de vraag of het mensen, dan wel dieren waren. Kwestie was :bekeren of uitroeien ?
De Jezuïeten hebben hier een doorslaggevend rol gespeeld met hun missies in Amerika (film : “The Mission”), en op die manier ontelbare indianen het leven gered door te ijveren voor een “menswaardige” behandeling.  “Menswaardig” volgens de normen van die tijd, welteverstaan !
Dezelfde vraag, maar dan over de negers, heeft voor verdeeldheid gezorgd in de VS !
Sommigen rechtvaardigden de slavernij door te stellen dat negers géén mensen waren, maar een soort apen. Geschapen ten dienste van de “échte mensen” !
Ik durf er flink wat op verwedden dat je ook vandaag nog klu-klux-clanners kunt vionden die er precies zo over denken.
Vandaar dat ik denk dat de fundi’s, bij een ontmoeting met bv bigfoot( de yeti  of nog een levende flores hobbit ), zich enkel zouden afvragen of zoiets  monsterlijk een ziel kan hebben, en of het soms  niet door Satan geschapen is om de mens aan het twijfelen te zetten.
 °
Maar evolutie ? Nee toch !
 °
Natuurlijk heb je de middenmoot, waar wél wat verschuivingen zouden optreden. Voor wie het inderdaad een bijkomend bewijs van evolutie zou zijn. Maar dan wél evolutie als een mechanisme in god’s schepping. So, what ?
°
Humor en meer creationisten babbel
°

Creationistische “duivels in het wijwatervat ”  De vondst van homo floresiensis is een uiterst belangrijk gegeven en een wijd verspreid media gebeuren geworden ; de creationisten moeten wel reageren … 1.- De eerste reacties van het AIG en consoorten zijn ronduit verschikkelijke duimzuigerij en kontdraaierij …. Zie hier wat er daar allemaal word gebrouwen ; —-> http://www.pandasthumb.org/pt-archives/000607.html#more 2.- Het is echter nog veel interessanter te lezen wat voor een menagerie aan “alternatieve” experten ( en de routineuze ” misquoting ” )er nu weer word opgevoerd : —-> Mis vooral niet de “Comments ” die onder het artikel staan =  Het was weer eens schieten met veel losse flodders. Van orang-oetangs tot dwerggroei etc. 

°

Echter waar zitten de creationisten vooral mee in hun maag. ?

°

Als de flores mens een reguliere zijtak is van de hominiden dan is onze verwantschap met de chimpansee niet te ontkennen. Of is er sprake van selectieve degeneratie (stopwoord voor sommige crea’s). Waarom gaat dit op voor één menselijke soort!! En niet voor de gehele mensheid. Was de “schepper” even het spoor bijster op Flores. En moest er voor het mini-olifantje een passende “jockey” gemaakt worden.

°

Creationisten

http://www.godandscience.org/evolution/hobbit.html

“De Kenmerken schijnen een kombinatie te zijn van australopithecinae  en Homo Sapiens ___ in mini uitvoering . Het is duidelijk dat het hier geen dwerg-ras van  homo sapiens betreft …Het brein is te klein en de schedel heeft vele primitieve eigenschappen , met uitzondering van de tanden , het schepsel bezit ook een achterhoofdgat en  karakteristieken in het skelet  ( dat de rechtopgaande gang  aannemelijk maakt )maar die niet  volledig modern zijn …

 

Nota :

°

Creationisten hebben steeds beweerd dat australopithecinen “echte apen “zijn  : —->In feite wil dit artikel suggereren dat de H floresiensis een afstammeling is van australopithecus (  volgens de Yec -scientific creationists een apensoort , waarvan de mens die apart is geschapen niet afstamt )

°

Bovendien schijnt ( volgens  de creato’s ) de wetenschap van de “evolutie” te zijn “ontredderd” door deze ontdekking : de ontredering is echter in het kamp van de creationisten te vinden …. ) Niettemin bevat het artikel ook ( lezenswaardige  en goed gedokumenteerde -) waarheden ; het is immers een kenmerk van de moderne creationistische apologetiek ;  waarheid  ( quotes van “echte ” wetenschappers ) en verdichtsel ( interpretaties , speculaties  en dogma’s )met elkaar te vermengen …. Het resultaat is een betoog vol halve waarheden …

°

Schedel H. floresiensis vs. H. erectus

°

De schedel van  Homo floresiensis is het best te vegelijken met die van    Homo erectus : De flores schedel is gewoon kleiner  1(Brown, P., T. Sutikna, M. J. Morwood, R. P. Soejono, Jatmiko, E. W. Saptomo and R. A. Due. 2004. A new small-bodied hominin from the Late Pleistocene of Flores, Indonesia. Nature 431: 1055-1061.

°

Homo erectus ? Sommige  creationisten  hebben beweerd  dat  homo erectus een ondersoort is van homo Sapiens  … Dat is de reden waarom ze NIET kunnen aanvaarden dat H.forensiensis  een afstammeling is van H.erectus … De Flores-schedel  verschilt van moderne mensen door de vorm van het cranium en de kin ( zie hieronder ) De foramen magnum  is iets lmeer verschoven dan dat bij moderne mensen

Australopithecus africanus Homo erectus Homo floresiensis Homo sapiens
Australopithecus africanus skull Homo erectus skull Homo floresiensis skull Homo sapiens sapiens skull
Australopithecus africanus skull Homo erectus skull Homo floresiensis skull
Australopithecus africanus skull Homo erectus skull Homo floresiensis skull Homo sapiens sapiens skull
For features comparison, skulls are not to scale

Rechtopgaande gang : De beenderen van achterste lredematen  vertonen zowel primitieve als moderne  kenmerken :

°

—->Het ilium steekt verder uit dan bij moderne mensen , waar het ook meer vertikaal is geplaatst  …

°

—->De benen bezitten prominente spieraanhechtingspunten , wat gedeeltleijk kan zijn veroorzaakt door hun kleine gestalte …

°

—->Het bovenste gedeelte van het femur ( de kleine  trochanter,) gelijkt meer op dat van de moderne mens dan op dat van  H. erectus en  A. africanus. Maar , de femur-schacht is  langer , en gelijkend op A. africanus. .Veel andere afmetingen van het femur vallen ook binnnen het A. africanus model .

°

—->Het femur eindigd aan de knieverbinding in een bicondylaraale hoek die ook is gevonden bij  A. africanus.

°

—-> De tibia  bezit enkele karakteristieken die meer aan chimpansees dan aan het genus  Homo doen denken .

°

H. floresiensis een  ras ; een “ endocriene ” dwerg ; of een  “microcephaal “ ?

°

Sommige creationisten speculeren dat de H. floresiensis  een dwerg mens is  .

°

Maar dwerggroei in homo sapiens is het gevolg van verschillende factoren ___geen enkele resulteert in  de  karakteristieken die bij  H. floresiensis.zijn gevonden Bij Afrikaanse pygmeeen , is de dwerggroei het gevolg van een genetisch defekte groei faktor  l ( insuline-achtige  IGF-1) , die wel een kleinere gestalte veroorzaakt terwijl de  herseninhoud gelijk blijft . Dwerggroei door klier-defekten  en  bekende ontwikkeling tot  microcephale dwergen (http://www.creationsciencemovement.com/news/2004/08.html ) resulteren ook al niet  in de eigenschappen van  H. floresiensis.

°

Daarom is dit schepsel geen “kleine ” homo sapiens , maar een aparte en unieke species Vooral de slotzin van het artikel  is relevant voor de creationistische  ontreddering  die deze vondst heeft veroorzaakt

” ….Biblical creation says that all species are specially created by God. Therefore, we would not expect to find any intermediates between Homo erectus and Homo floresiensis. Paleoanthropologist are actively searching the Island of Flores and surrounding islands to find similar or intermediate species.My prediction is that they will find more examples of Homo floresiensis, but no intermediates. Time will tell…”

 

Creationisten hebben hier een voorspelling  gemaakt … waarvan akte                   Natuurlijk is het vragen naar “tussenschakels ” een zoveelste teruggrijpen op een retorisch truukje …   Er zijn vroeger  al  dwergvormen /afstammelingen van homo erectus gevonden in afrika Het lijkt er op dat homo erectus een erg  variabele  soort ( of zelfs soortengroep )was die diverse keren de voorouder lijkt te zijn  geweest  van “nieuwe “hominide soorten ( zeker wanneer die allopatrisch afgezonderd raakten van de hoofdgroepen ) waaruit ook  Homo sapiens is ontsproten

In Kenia zijn schedeldelen gevonden van een Homo erectus van ongeveer 950.000 jaar oud. Het gaat om het voorhoofdsbeen, met de karakteristieke wenkbrauwbogen en een deel van het slaapbot. Ze behoorden tot de schedel van een verrassend kleine (bijna) volwassene.  In de anatomische details combineert de schedel allerlei kenmerken van andere Homo erectusschedels uit eerden en later tijd. Daardoor wordt de schedel, die de naam kml-ol 45500 kreeg, gezien als een nieuw belangrijk bewijs voor de grote diversiteit van deze vroege mensensoort…… . (science, 2 Juli) (Overgenomen uit NRC Handelsblad van Zaterdag 3 Juli 2004. )

°

Creationisten  ” proberen zich te redden “ http://newcovenant.blogspot.com/2004/10/flores-man-and-imago-dei-evolutionary.htmlhttp://www.creationsciencemovement.com/news/2004/07.html

°Press                                 

http://www.theage.com.au/articles/2004/10/28/1098667904973.html?http://www.guardian.co.uk/life/feature/story/0,13026,1337198,00.html

°

This is bad news for creationists who insist on the literal truth of the Bible.  The existence of Florence shows the fact of species diversity, and the difficulty of separating human from ape on the evolutionary scale. http://www.guardian.co.uk/life/science/story/0,12996,1340665,00.html

°

De “Mens” —>  

°

De eerste mens die het sterkst lijkt op de pas ontdekte Homo floresiensis, leefde 1,8 miljoen jaar geleden en werd in 1991 ontdekt in de Kaukasische republiek Georgië. ( de  DMANISI schedels ) —–> http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/745080.stm

Near-complete skull: This was an adolescent female

http://www.talkorigins.org/faqs/homs/d2700.html

dmanisi

   d2700-side

D2700, Homo georgicus

°

http://www.amarcord.be/georgia/dmani01.html        

http://sesha.net/eden/NIEUWS/2002-02.asp

°

Het is mogelijk dat de Homo floresiensis afstamt van de Georgische hominide, wellicht de Homo ergaster, waarvan zo goed als vast staat dat het een vroege vorm of nauwe verwant is van een van de meest wijdverspreide en belangrijkste vroege mensensoort, de Homo erectus. Zowel de Homo floresiensis als wij zijn leden van de menselijke soort. Wanneer de Homo ergaster een voorouder van de Homo floresiensis blijkt, dan zijn wij de rechtstreekse neven van de Homo floresiensis. Onze menselijke stamboom begint acht miljoen jaar geleden toen onze voorouders zich afsplitsten van wat later het chimpanseegeslacht zou worden. De laatste jaren werden tijdens opgravingen in Afrika de twee oudste bekende vermoedelijke hominiden blootgelegd.

°


°

In de afgelopen hondervijftig jaar zijn er twintig soorten fossiele mensachtigen gevonden. Afrika is het continent waar de meeste, en tevens oudste, vondsten zijn gedaan, maar ook Europa en Azië hebben fossielen van vroege mensachtigen opgeleverd. Paleoantropologen hebben de neiging om bij nieuwe vondsten vaak ook een nieuwe soortnaam te verzinnen. Zo telt het geslacht Australopithecus inmiddels al zeven soorten. De verschillen zijn soms vaak erg klein. Volgens veel paleoantropologen zelfs te klein om maar meteen te zeggen dat het om een nieuwe soort gaat. Hier volgt een overzicht van de momenteel gebruikte soortnamen.

http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i002543.html

Genus Soort Ouderdom in miljoen jaren Gebied Eerste beschrijving
Homo
Homo sapiens 0,15 – heden Wereldwijd 1868 (fossiel)
Homo neanderthalensis 0,2 – 0,03 Europa, Midden Oosten 1859
Homo heidelbergensis 0,5 – 0,1 Afrika, Europa 1908
Homo antecessor 0,8 Spanje 1997
Homo erectus 1,7 – 0,25 Afrika, China, Indonesi챘 1894
Homo ergaster 1,7 – 1,5 Zuid en Oost Afrika 1970
Paranthropus
Paranthropus robustus 1,9 – 1,5 Zuid Afrika 1938
Paranthropus boisei 2,3 – 1,4 Oost Afrika 1959
Paranthropus aethiopicus 2,8 – 2,3 Oost Afrika, Kenia 1986
Kenyanthropus
Kenyanthropus platyops 3,5 Oost Afrika, Kenia 2001
Australopithecus
Australopithecus (Homo) habilis 1,9 – 1,6 Zuid en Oost Afrika 1964
Australopithecus (Homo) rudolfensis 2,4 – 1,8 Oost Afrika 1973
Australopithecus garhi 2,5 Oost Afrika, Ethiopi챘 1999
Australopithecus africanus 3,0 – 2,3 Zuid Afrika 1925
Australopithecus bahrelghazali 3,5 – 3,0 Centraal Afrika, Tsjaad 1995
Australopithecus afarensis 3,6 – 2,9 Oost Afrika 1975
Australopithecus anamensis 4,2 – 3,9 Oost Afrika 1995
Ardipithecus
Ardipithecus ramidus 5,8 – 4,4 Oost Afrika, Ethiopi챘 1994
Orrorin
Orrorin tugenensis 6 Oost Afrika, Kenia 2001
Sahelanthropus
Sahelanthropus tchadensis 7 – 6 Centraal Afrika, Tsjaad 2002

HET BEGON ACHT MILJOEN JAAR GELEDEN In 2001 de zeven miljoen jaar oude Sahelanthropus tchadensis http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i002544.html

http://www.scienceinafrica.co.za/2001/nov/ancestor.htm 

  Replica of a 3.2- to 3.5-million-year-old Kenyanthropus platyops skull found by anthropologist Meave Leakey in 1998 at Lomekwi, near Lake Turkana, Kenya.  en     in 2000 in Kenia de 6,5 miljoen jaar oude Orrorin tugenensis.

 Dit is alles wat er van Orrorin Tungenensis  bekend is:orrorin1  is thus far represented by only a few fragments of bone — some isolated teeth, parts of two lower jaws, and fragments of arm and leg bones, representing in all perhaps five individuals (see above).   http://www.wsu.edu/gened/learn-modules/top_longfor/timeline/05_o_tugenensis.html Vrij weinig dus, maar de kop van het stuk bovenbeen staat op een hoek die voorkomt bij rechtoplopende primaten, en daardoor weten we dat Orrorin op de ‘human line’, zat, rather dan op de ‘ape line’. Hier is een link met veel info: http://www.modernhumanorigins.com/tugenensis.html


Dit soort wezens lijkt zich 4,2 miljoen jaar geleden geleidelijk aan ontwikkeld te hebben tot de australopithecines, een reeks hominide soorten die meer rechtop liepen dan hun voorouders en ook een menselijker gebit hadden.        a.  africanus Sommige australopithecines lijken 2,6 miljoen jaar geleden begonnen te zijn met het maken van stenen werktuigen. 2,4 miljoen jaar geleden heeft een groep zich wellicht ontwikkeld tot de eerste menselijke, eerder dan mensachtige, wezens. Dat nieuwe geslacht werd Homo genoemd en beschikte over grotere hersenen en meer menselijke lichaamsverhoudingen. Voor zover wetenschappers wisten was het hominideverhaal uitsluitend Afrikaans. Maar twee miljoen jaar geleden verscheen een Homo-soort met een meer menselijke manier van lopen, de Homo ergaster (een vroege vorm van de beter bekende Homo erectus).       H  erectus Sommige leden van die soort verlieten Afrika 1,8 miljoen jaar geleden en arriveerden in Georgië. Anderzijds evolueerden de leden van de Homo ergaster-/ Homo erectus -soort die in Afrika achterbleven, 150.000 jaar geleden via de vroege tussensoort(?) Homo heidelbergensis tot onze soort, de Homo sapiens. De stamouders van de Homo sapiens zorgden voor een nageslacht :  de Neanderthaler die in Europa en delen van Azië leefde. De Neanderthalers, die 25.000 tot 30.000 jaar geleden uitstierven, waren onze broers en zussen in de evolutie. (DK) en in  2004 dook dus homo floresiensis op


PZ Myers October 27, 2004 Comments (5)

A long-lost cousin has been discovered, Homo floresiensis, or Flores Man. It’s especially dramatic for a number of reasons. It’s relatively recent, with the youngest specimen only 18,000 years old, but it is most closely related to Homo erectus. This species was also minute, only 3 feet tall, and tiny-brained. Here we have a group of small, specialized human relatives, living contemporaneously with Homo sapiens, on isolated islands in Indonesia. It’s like discovering that Munchkins were real.


1.- Nieuwe archeologische ontdekkingen van Australische en Indonesische wetenschappers op het Indonesische eiland Flores wijzen uit dat een oude menselijke soort zeker overleefde tot 12.000, 13.000 jaar geleden. 2.-Meer nog, volkskundige gegevens die op hetzelfde eiland werden verzameld, suggereren dat ze misschien overleefden tot 150 jaar geleden. 3.- Zoölogisch materiaal van een ander Indonesisch eiland, Sumatra, wijst erop dat een mogelijk vergelijkbaar intelligente soort van tweevoeters nog altijd springlevend is in afgelegen junglegebieden. Het sterkste bewijs, het archeologisch materiaal, toont onmiskenbaar aan dat onze soort, de Homo sapiens, ten minste tot 11.000 voor Christus de planeet deelde met een totaal andere mensensoort, een dwerghominide van een meter lang met fysieke kenmerken die ge woonlijk gedateerd worden als 1,5 tot 4 miljoen jaar oud. De wetenschappers werken aan de Australische universiteiten van New England en Wollongong en vonden beenderresten van vier tot zes individuen. Hun piepkleine ge stalte, kleine herseninhoud, terugspringende kin, de vorm van hun voorste kaakkiezen en de schedelbasis rond het oor doen sterk denken aan de eerste Australopithecus, een hominidetype waarvan gedacht werd dat hij meer dan 3 miljoen jaar geleden in Afrika leefde. Anderzijds doen de schedelboog, het platte gezicht en de kleinere kiezen denken aan de Homo erectus, die tussen 1,8 miljoen jaar en mogelijk 300.000 jaar geleden leefde.


http://www.scientificamerican.com/media/inline/62823310-B3B5-84BD-02C0114CD037093B_1.jpg

DENTAL WORK?: The lower left first molar of the hobbit is claimed to have a filling–an observation that other hobbit researchers say is refuted by this photograph. PETER BROWN University of New England http://www.scientificamerican.com/article.cfm?id=flores-hobbit-root-canal


Het is best mogelijk dat de kleine gestalte van het wezen van Flores (en zijn evenredig kleine hersenen) tien- of honderdduizenden jaren geleden vorm kreeg op het kleine eiland. Soorten die op kleine eilanden leven worden afgeschermd van roofdieren op het vasteland.Een grote gestalte blijkt dan geen evolutievoordeel, dus ‘krimpen’ ze tijdens de evolutie. Evolutionaire Pygmeegroei – ontwikkelingen   zijn reeds meerdere malen vastgesteld  in de afstammingslijnen van  soorten die eilanden koloniseerden … Blijkbaar  geld dat dus ook voor de mensen-struik Het lijkt erop dat deze zeer vroege menselijke wezens overleefd hebben tot minstens 11.000 v. C. maar het archeologisch bewijsmateriaal wijst er sterk op dat ze geavanceerde stenen werktuigen maakten, waaronder hakmessen, messen, naalden, schrapers, en zelfs speerpunten vastgemaakt aan houten staven. WERKTUIGEN  Die stenen werktuigen, die samen met de beenderresten ge vonden werden in een grot in Liang Bua op Flores, lijken sterk op de werktuigen die gemaakt werden door gewone mensen van onze soort uit het stenen tijdperk, de Homo sapiens.

HET SPOOK VAN VIRCHOW
3/06/2006 ( Eos )
Door zijn kleine schedelinhoud werd de ‘hobbit’niet in staat geacht enige noties van menselijke cultuur te kunnen ontwikkelen.
Sommige wetenschappers dachten zelfs dat het om een gewone homo sapiens ging met een hersenaandoening. Beide hypotheses worden nu tegengesproken door onderzoekers van de Universiteit van Canberra in Australië.
Zij vonden nml scherpe behandelde vuurstenen, wat erop wijst dat onze ‘neef’ ook gebruiksvoorwerpen kon vervaardigen.
Bovendien vergeleken ze de stenen voorwerpen met vondsten van duizenden jaren vroeger. Daaruit bleek dat er een continue traditie bestond in het behandelen van de vuurstenen.

the Hobbit team takes on the skeptics again.
They’ve analyzed all the old tools from Flores–the original 1994 cache and another trove that turned up not far away in 2004. (This picture shows the front, back, and side view of one of the 2004 finds.) New dating shows that some of these 507 tools date back at least 840,000 years ago. The scientists compared them to the 3626 younger tools found with the Hobbit bones. The scientists found that the two sets of tools share many things in common. They were typically made from volcanic rocks found along rivers. The tool makers knocked off bits from these rocks in a similar fashion, creating a front and back face and sharpening the edges. In some cases they seem to have used anvils–setting their tools-in-the-making on other rocks before banging on them. Both sets of tools include distinctive kinds of tools, such as “perforators” with a long spike extending from a rounded base. The simplest explanation for these similarities, the authors conclude, “is the stone artefacts from Mata Menge and Lui Bua [the old and new tool sites] represent a continuous technology made by the same hominin lineage.”


Science publiceert het artikel (pdf) van Robert Martin on line.

Nieuw is zijn stelling niet (zijn bewijs overigens wel).Een oudere studie, ook gepubliceerd in Science, wijst de pygmee-met-een-afwijking-theorie van de hand na een studie van dezelfde schedel. De ontdekkers doopten hun vondst, in Nature, terecht homo floriensis (lees ook Schedel van hobbit snoert critici de mond). William Jungers van de Stony Brook universiteit in New York verwijst het nieuwe onderzoek van Martin in ieder geval naar de prullenmand. Zijn redenering, opgeschreven door Science, is vrij simpel: er zijn overblijfselen gevonden van een aantal kleine ‘hobbits’. Dus, als Martin gelijk heeft, was er op Flores 18.000 jaar een dorp vol idioten met een zeldzame schedelafwijking. De kans daarop is klein. De discussie zal nog wel een aantal jaar voortduren

Het lijkt erop alsof het spook van
Rudolf Virchow terug ronddoolt in de paleoantropologie
Robert D. Martin,

Noot :
*De vraagstellingen over de status van de flores-vondsten  hebben misschien  ook  iets  te maken met  heikele  plausibiliteit -kwesties in verband met de effecten van deze gegeven  (veronderstelde)hersencapaciteiten en hun verspreiding  in de populatie
In de Verenigde Staten zijn er minder dan 500microcephalen . Wij spreken dan over een aantal geconstateerde gevallen  binnen een bevolking  van  300 miljoen mensen.
In  de(minder dan )10.000 jaar die  de sedimenten in de Lia Buang grot documenteerd ,  moet het totale aantal  flores  mensen die de  volwassen leeftijd op het eiland bereikte , veel kleiner geweest zijn.
Natuurlijk konden  strenge dieetproblemen en  genetische defekten deze pathologieeen  meer  frequenter  doen voorkomen   in die populaties , maar de waarschijnlijkheid op overleven in het  volwassen  stadium  van een  microcephaal  in een jager- verzamelaar  maatschappij en is eg  klein.
Er zijn nog andere  vondsten gedaan  : post-craniale l-overblijfselen van andere individuen van dezelfde grootte
Men kan toch moeilijk blijven  vohouden  dat  al deze  individueen ( 10/9 ?http://archaeology.about.com/od/earlymansites/a/flores2.htm )  microcephalen waren ?  of  dat een  plaatselijk ” ras  eiland-pygmeen ” van te kleine moderne mensen met microcephale aandoeningen ___ een  veel voorkomend  degeneratief kenmerk?  ____zowel de (LB -l )schedel ( van een volwassen  vrouwelijk exemplaar )  als  de  kaak  van een tweede microcephaal (LB6/1  )heeft geleverd  ?
http://johnhawks.net/weblog/fossils/flores/flores_update_oct_2005.htmlQuote :


….The paper discusses three important specimens. The first is the adult mandible LB6/1. In its overall size and morphology it is similar to the mandible of LB1, reported last year. Like LB1 it lacks a chin and Morwood et al. (2005:1013) compare its symphyseal morphology to Dmanisi D211. Overall, the mandible is slightly smaller in tooth size and corpus size compared to LB1, and its ramus is quite a bit shorter. LB6/1 is part of a partial skeleton. The other elements are not described in the paper, but they are listed: a portion of proximal ulna, a partial right scapula, a foot bone, one each of finger and toe bones, and a complete radius 157mm long. That’s a short radius — barely more than 6 inches. It was broken during life and healed.


* De microcepohalen -theorie  is een weinig  geschikt scenario. Natuurlijk   is het aanvaardbaar om met een hypothese  niet akkoord te gaan,  maar  dat kan slechts  serieus genomen worden  als  een beter alternatief kan worden  voorgesteld  …

Ook antropologen en ethnologen kunnen  supplementaire   “bezwaren” inbrengen ;

* Eigentijdse jager-verzamelaar culturen doden routinematig zuigelingen geboren met teveel handicaps ____ zelfs tweelingen (en hun moeders )worden gedood of achtergelaten ____eenvoudig weg omdat denoodzakelijk mobiele groep niet de middelen heeft om deze mensen te vervoeren of te handhaven. noch zich een verspilling van basisgoederen kan veroorloven binnen de harde levens-omstandigheden
Een duizend jaar geleden oude homo sapiens (of erectus of australopithecus ? ) groep eilandbewoners zou dat niet hebben gedaan ? Of misschien waren deze achtergelaten individueen microcepahelen toevallig toch een groepje overlevenden in een beschermende omgeving/werkplaats, (instelling ?) “lia buang ” geheten ? _ hoe dan ook, waar zijn de normale individuen ?
(Het kan natuurlijk altijd wél …. Maar dat is een niet direkt  zomaar   een   falsifeerbaar  argument , net zoals de meeste in het nog lopende  onderzoek ….)
*Wat is er trouwens  geworden van de zogenaamde DNA testen ( in Duitsland meen ik  )?
1

* Er is  echter  geen DNA op LB1 meer te vinden (met de huidige technieken ) omdat
Teuku Jacob van de Universiteit van Gadjah Mada in Yogyakarta, Java, niet alleen naar verluidt enkele beenspecimens vernietigde, maar hij lijmde  zelfs één gebroken been samen  om de schade te maskeren.
Jacob waste /reinigde ___naar verluidt____ (en loste daarbij veel materiaal op , nog op de vondst aanwezig ) de LB1 schedel met aceton zodat het onmogelijk is gemaakt om, om het even welk DNA staal dan ook , nog voor analyse te kunnen gebruiken …
.
2
* Dr Martin en anderen negeren de andere 6 – 9 individuen die aan de basis liggen van de bekende Homo floresiensis vondsten .
Vele eerder al gepubliceerde en geconstateerde (niet in de homo sapiens pygmee- ras inpasbare ) eigenschappen van de fossielen worden door het microcephaal kamp gewoon genegeerd en wel om hun visie op te dringen en vooral om het bestaan van een nieuwe” homo soort ” ten val te brengen. ….Jammer genoeg, zijn de media er alweer als de kippen bij om deze sensatie als ” alerlaatste “primeur te brengen en de subjectieve “gevoel” – mening van DR Martin als “feitelijk en ondersteund ” laatste woord in de affaire te brengen ….Terwijl het niets anders is dan een zoveelste ” herhaling “van het eerder reeds geopperde en afgeschoten standpunt ….
Het begint zelfs zeer sterk te gelijken op de “strijd” die indertijd ook de eerste neanderthaler-vondsten wilden herleiden tot een paar pathologische / rachitische ” kozakken ” krom van jicht en reumatiek en uiteindelijk gestorven in hun grotten waarin ze zich verscholen als verwilderde dieren

The accompanying paper on the archaeology also shows the tools found with these little hominids; these weren’t simple apes. They were making some wicked weapons and carving tools. http://pharyngula.org/index/weblog/comments/homo_floresiensis/ http://pandasthumb.org/pt-archives/000582.html The accompanying paper on the archaeology also shows the tools found with these little hominids; these weren’t simple apes. They were making some wicked weapons and carving tools.

flores-tools


Toch had de hominide van Flores (door de ontdekkers Homo floresiensis gedoopt), een veel kleinere hersencapaciteit, vergelijkbaar (in verhouding tot lichaamsgestalte) met die van de eerste mensen als de Australopithecines en de Homo habilis, die slechts rudimentaire stenen werktuigen maakten, veel primitiever dan die van de Homo sapiens of de werktuigen die blijkbaar gemaakt zijn door deze pas ontdekte hominide van Flores. De enige andere verklaring voor de aanwezigheid van deze geavanceerde stenen werktuigen is dat ze geproduceerd zouden zijn door de Homo sapiens uit het stenen tijdperk (onze soort), maar de oudste werktuigen van Flores zijn 90.000 jaar oud en volgens de huidige gegevens arriveerde de Homo sapiens pas 50.000 tot 60.000 jaar geleden in Zuidoost-Azië. “Al het materiaal wijst er voorlopig op dat de stenen voorwerpen op Liang Bua die ouder zijn dan 12.000 jaar, allemaal gemaakt werden door de Homo floresiensis”, zegt Mike Morwood. Hij is archeoloog aan de Australische universiteit van New England en staat aan het hoofd van het onderzoek op Flores. De volkskundige sporen van de Homo floresiensis zijn mogelijk betekenisvol. Inwoners van Flores zeggen dat er tot 150 jaar geleden kleine harige ‘mensen’ van een meter groot leefden die voedsel van hen stalen. Ze stonden bekend als de ebu gogos (letterlijk vertaald: ‘grootmoeders die alles eten’). Ze werden getolereerd tot ze een baby stalen en opaten. Op dit moment is het niet te bewijzen of de ebu gogo een pure mythe is, of een werkelijke herinnering aan de Homo floresienses. “Het volkskundig materiaal doet het vermoeden rijzen dat de Homo floresiensis overleefde tot in de 19de eeuw. Het zou zelfs mogelijk kunnen zijn dat hij ook vandaag nog leeft in een afgelegen junglegebied van het eiland”, zegt dr. Bert Roberts van de universiteit van Wollongong, die eerder deze maand gesprekken had met de inwoners. Op Flores zijn nooit zulke wezens gesignaleerd, althans niet sinds de 19de eeuw. Op dezelfde eilandengroep, op het veel grotere eiland Sumatra, werden wel waarnemingen gedaan van een klein, harig aapachtig wezen van 1,20 meter. Het wezen was onbekend voor de wetenschap. Sommige zoölogen vermoeden dat enkele honderden exemplaren overleven in de afgelegen oerwouden in het binnenland van Sumatra, maar tot nog toe werd geen enkel exemplaar gevangen of onderzocht door wetenschappers. Orang Pendek ? ” …Het is niet ondenkbaar dat ze zelfs vandaag nog leven in afgelegen junglegebieden…” Mogelijk leeft er nog tweede ‘mensensoort op Sumatra ? Als de Homo floresiensis vandaag nog leeft, dan is dat meer dan waarschijnlijk in het binnenland van het grootste Indonesische eiland Sumatra. Zelfs in de koloniale tijd, in de 19de en vroege 20ste eeuw, werd melding gemaakt van een onbekende tweevoetige aap die er leefde, diep in bossen. De inwoners van Sumatra noemden hem de Orang Pendek (kleine persoon). Een expeditie in 1995-1997, geleid door de Britse milieubeschermer Debbie Martyr, slaagde erin om hem ten minste vijf keren kort te zien. Ook zijn kenmerkend geluid werd gehoord, vijftien keren op tien verschillende plaatsen. Een van de expeditieleden was de Indonesische primatenexpert Ahmad Yanuar. Hij werkt als postgraduaatstudent aan een doctoraat over gibbons aan de universiteit van Cambridge. De promotor van Yanuar in Cambridge is dr. David Chivers. Hij houdt zich al lang actief bezig met de Orang Pendek. In het kader van de ontdekkingen op Flores moeten we de echte identiteit van de Orang Pendek van dichterbij bekijken. Geen enkel exemplaar werd ooit onderzocht door wetenschappers. “Veel mensen gingen er altijd van uit dat het om een onbekende apensoort ging. Maar omdat het tweevoeters zijn en rechtop staan en gezien de ontdekkingen op Flores, is het niet ondenkbaar dat het een menselijke soort is”, zegt professor Chivers. Qua uiterlijk houdt de Orang Pendek het midden tussen een gibbon en een orangoetang, maar hij lijkt altijd rechtop, op twee benen te lopen. Homo floresiensis (reconstructed, at the Swedish Museum of Natural History) There’s also an article on Flores on the National Geographic site, National Geographic provided funding for the research, and are going to be airing a documentary on the subject next year.   Links : http://www.sciam.com/article.cfm?chanID=sa003&articleID=000B7CEA-EA31-117E-AA3183414B7F0000 http://www.nature.com/news/specials/flores/index.html http://pandasthumb.org/ http://pharyngula.org/index/weblog/comments/homo_floresiensis/ Carl Zimmer  : http://www.corante.com/loom/archives/026745.html

 John Hawks offers his take: deformed human
TWIJFEL OVER ECHTHEID  VONDSTEN  ….22 augustus 2006
Eerst was het de belangrijkste antropologische vondst van de eeuw, maar inmiddels is er grote twijfel ontstaan. Zijn op het Indonesische eiland Flores nu wel of niet de overblijfselen van een Hobbit gevonden.

Wetenschappers dachten in 2004 een compleet nieuw mensenras te hebben ontdekt, omdat dit ras zou bestaan uit louter kleine mensjes werden het al snel Hobbits genoemd. Maar nieuw “onderzoek”  beweert dat het waarschijnlijk gaat om een familielid van de pygmee, de voorloper van het pigmeën-volk dat ook nu nog een nabijgelegen eiland bewoond. Jagers en verzamelaars // “De allereerste vraag die ik en mijn collega’s onszelf stelden was: Hoe kan iemand dit ooit gaan geloven”, verklaart Robert Eckardt van de Universiteit van Pennsylvania. “Iedereen hoopte dat er een nieuw mensenras was ontdekt, de kritische kanttekeningen werden daarom nog wel eens vergeten”. Volgens de onderzoekers is het eilandje Flores te klein om een compleet nieuw mensenras te herbergen. De Hobbits zouden jagers en verzamelaars zijn, ook hier zou het eiland niet aan kunnen voldoen. Daarom konden de mensen niet genetisch zijn geïsoleerd en is er dus ook geen sprake van een nieuw ras. Andere wetenschappers    meenden  al eerder  dat de vondst gewoon uit mensenbotten bestond, maar dat deze mensen misschien waren geboren met een genetische afwijking of leden aan een ziekte. Bizarre wending Het verhaal nam een bizarre wending toen Teuku Jacob van de Gadjah Mada Universiteit in het Indonesische Yogyakarta de 13.000 jaar oud beenderen opeiste en alleen een paar bevriende wetenschappers toegang gaf tot de overblijfselen. Dit terwijl Jacob de beenderen niet zelf had gevonden. In Indonesië heeft de man als paleontoloog echter een enorme status. “Mijn collega’s en ik waren het er zeker niet mee eens dat de beenderen ‘geleend’ werden”,aldus Mike Morwood van de Universiteit van New England in het Australische New South Wales. Zijn collega Peter Brown is minder diplomatiek. “Geleend? Ze zijn gestolen of ontvoerd en vervolgens beschadigd”.Maar Jacob en Eckardt menen dat de oorspronkelijke onderzoekers belangrijke fouten hebben gemaakt. Ze stellen dat de beenderen alleen met de normale menselijke variant is vergeleken en niet met die van de Pygmee die het eiland daadwerkelijk bewoont.“Het is toch vreemd dat ze niet als eerste hebben gekeken naar de lokale bevolking“, stelt Eckhardt. Uitzonderlijke resultaten Een onafhankelijke studie van de Australische National University in Canberra komt echter weer tot een andere conclusie.Ze vergeleken de botten van Flores met botfragmenten van zowel mensen als Pygmeën en kwamen met uitzonderlijke resultaten naar buiten:”Het is onwaarschijnlijk dat de botresten behoren tot de soort  sapiens  , ze kunnen  zeker   ook  niet worden toegewezen tot een bij ons bekende  mensachtige soort”. Links:

2006 Planet Internet

HERSENEN 
Virtuele ENDOCAST  LB1
Australische onderzoekers stootten in september 2003 tijdens opgravingen in de Liang-Bua-grotten op het skelet van een volwassen hobbitvrouw. De smalle lichaamsbouw en de kleine schedel deden denken aan aapmensen (australopithecinen).
Onderzoek van schedel en kaakbeenderen toonde echter aan dat het ging om een ongewone mix van primitieve, moderne en eigen kenmerken.
Vooral de ge zichtstrekken en de tanden van het skelet wezen in de richting van een mensensoort van het geslacht Homo.
Homo floresiensis  was ondanks zijn kleine gestalte verrassend slim.  —>De wetenschappers vonden  verrassend afgevijlde werktuigen en sporen van een zelfgemaakt vuur in de buurt van de fossielresten. —> De hobbit zou volgens onderzoeker Dean Falk van de universiteit van Florida de zee hebben overgestoken om zich op het eiland Flores te vestigen.
De kleine ‘hobbit’ die tot 18.000 jaar geleden op het Indonesische eiland Flores leefde, was nauwelijks 1 meter groot. Het hoofd van de homo floresiensis was zo groot als een pompelmoes
Enkele kenmerken van de fossielen, zoals het schuine voorhoofd, brengt Dean  Falk in verbinding met de homo sapiens, de voorvader van de huidige mens (Homo sapiens sapiens).
De anatomische bijzonderheden duiden erop dat de hobbit sterke waarnemingskwaliteiten bezat.
De dwergmens had  slechts een derde van de hersenmassa van de moderne mens. Dat schrijven de onderzoekers in de online-editie van het wetenschappelijke magazine Science.( zie onderaan )
Ditzelde  internationaal onderzoeksteam beschrijft  dat de hersenstructuur van de kleine mensensoort leek op die van de rechtop lopende Homo erectus of op die van een minstens evenzeer ontwikkelde australopithecus.
Een driedimensionaal model van de structuur van de hersenen ( virtueel endocast )  toonde een duidelijke zwelling van de voorste hersenkwabben.
Volgens het onderzoeksteam zijn er twee conclusies mogelijk. —>Ofwel is de hobbit nauw verwant met de Homo erectus en ontwikkelde hij zijn dwerggestalte door de voedselschaarste op het eiland, —->ofwel bestond er een tot nog toe onbekende voorvader van de Homo erectus en de Homo floresiensisdie een kleiner lichaam en kleinere hersenen bezat.

ABSTRACT  Science magazine  Published online 3 March 2005
Submitted on January 13, 2005 Accepted on February 11, 2005
The Brain of LB1, Homo floresiensis Dean Falk 1*, Charles Hildebolt 2, Kirk Smith 2, Mike J. Morwood 3, Thomas Sutikna 4, Peter Brown 3, Jatmiko 4, E. Wayhu Saptomo 4, Barry Brunsden 2, Fred Prior 2 1 Department of Anthropology, Florida State University, Tallahassee, FL 32306, USA. 2 Mallinckrodt Institute of Radiology, Washington University School of Medicine, St. Louis, MO 63110, USA. 3 Archaeology & Palaeoanthropology, University of New England, Armidale, New South Wales 2351, Australia. 4 Indonesian Centre for Archaeology, JI. Raya Condet Pejaten No. 4, Jakarta 12001, Indonesia.
* To whom correspondence should be addressed. Dean Falk , E-mail: dfalk@fsu.edu
The brain of Homo floresiensis is assessed by comparing a virtual endocast from the type specimen (LB1) with endocasts from great apes, Homo erectus, Homo sapiens, a human pygmy, a human microcephalic, Sts 5 (Australopithecus africanus) and WT 17000 (Paranthropus aeithiopicus).
Morphometric , allometric and shape data indicate that LB1 is not a microcephalic or pygmy.
LB1’s brain size versus body size scales like an australopithecine, but its endocast shape resembles that of Homo erectus.
LB1 has derived frontal and temporal lobes and a lunate sulcus in a derived position, which are consistent with capabilities for higher cognitive  processing.
HOMO SULAWESI ?
January 29, 2007  Carl Zimmer
(The picture above shows a reconstruction of one microcephalic on the left and Homo floresiensis on the right.) Now comes the new paper from Falk. In it, she and her colleagues compare nine microcephalic brains and a dozen normal human ones. The scientists identified some key traits that they could use to classify brains as normal or microcephalic with complete accuracy. Although microcephalics do vary a lot in some ways, the researchers found that their cerebellum (a lump in the back of the brain important for motor control) protrudes and bulges a lot compared to a normal cerebellum. They also have narrow, flattened orbital lobes. According to this standard, Homo floresiensis is not a microcephalic. (The paper is not online yet, but when it goes up, this link will work: http://www.pnas.org/cgi/doi/10.1073/pnas.0609185104 Heropening hobbitgrot

Zimmer ;  “Could 2007 see some new hobbits? I certainly hope so.” De grot waar de resten van de Floresmens zijn gevonden, het minimensje waarover al jaren geruzied wordt, wordt weer geopend voor opgravingen, meldt de BBC. Sluit dit venster Liang Bua, de grot waar de eerste resten van de Floresmens werden opgediept. (Foto Michael Morwood)  Het kamp van de ontdekkers blijft volhouden dat Homo floresiensis beslist een aparte mensensoort was, die nog maar een jaar of twaalfduizend is uitgestorven. Critici zeggen met al evenveel stelligheid te hebben aangetoond dat het enige opgegraven schedeltje afkomstig is van een moderne mens die leed aan een ontwikkelingsstoornis. Beide kampen bestoken elkaar al jaren met publicaties in vaktijdschriften en schimpscheuten in de media. Dé manier om een einde aan de loopgravenoorlog te maken is natuurlijk het vinden van meer schedels op dezelfde plaats. Dat ging de afgelopen jaren niet, omdat de Indonesische overheid de Liang Bua-grot tot verboden gebied had verklaard. Maar het tij is gekeerd. Richard Roberts, één van de vinders van de hobbitschedel, zei dat gisteren tegen de nieuwsdienst van de BBC. Er mag weer gegraven worden: “We zijn erin geslaagd om alle politieke obstakels te slechten. Het is nu zaak om alles te organiseren.” Roberts en zijn groep moeten nog wel even geduld hebben, want het is nu regentijd, en dan is het te nat om naar de grot te rijden en er diepe gaten in te graven http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/ http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/#item32951909(  met  link naar  audio file ) http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/29709382/

Nieuwe aanval op de hobbit

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/39333793/

Eindelijk een passende ziekte voor de dwerg van Flores?

Zijn de fossiele botten die in 2003 op het Indonesische eiland Flores zijn gevonden dan toch van zieke moderne mensen? Australische onderzoekers menen dat een combinatie van jodiumgebrek en vergiftiging met cyanide alle afwijkingen kan verklaren. Niks aparte soort dus. Maar er klinkt meteen veel kritiek. ____________________________________________________intermezzo ————————————————————– Sluit dit venster De ‘endocast’ (hersenafdruk) van Homo floresiensis, afgeleid uit CT-scans en rood ingekleurd.  http://www.corante.com/loom/archives/hobbit%20brain.gif http://www.corante.com/loom/archives/2005/03/03/the_hobbits_brain.php http://erl.wustl.edu/research/imseg/hobbit.html

GEEN MICROCEFAAL 
Het  document ( falk et al ) geeft  heel wat gegevens over de verhoudingen van  de diverse afmetingen van de vergelijkingen  tussen verschillende types  hersenen  bij  homo  , die(in grote trekken) aantonen :
” hoe  sterk pathologisch de microcefale hersenen  wel zijn, en hoe vrij normaal de  H. floresiensis hersenen  er uitzien 
Uiteindelijk  blijkt de  microcefaal-hypothese , op het huidige ogenblik , niet meer houdbaar
Maar de hoofdbrok van het artikel/rapport   is wel  de Vergelijkingen  tussen de virtuele endocast van het Homo floresiensis specimen ( midden ) ,  met H. sapiens (  boven de floresensies endocast  ) ,  een chimpansee (onder) ,een microcefaal  (links), en H.  erectus ( rechts) ,
Dat  is  een  redelijk overtuigende ondersteuning   voor de stelling  dat de hobbit geen  ( pathologische ) microcefaal is : maar een hominide in het bezit van een klein maar normaal brein
( zoals gepubliceerd door Dean Falk in science
Falk et al., The Brain of LB1, Homo floresiensis, Science 2005 0: 11097271
en uitgebreid  gerapporteerd/bekommentarieerd  door CarlZimmer
hobbit brain.gif

hf-brain-scans-fronthf-brain-scans-left

Omdat ie echt afsteekt bij de rest  van het vergelijkingsmateriaal lijkt iets zinnig afleiden uit deze  gietvorm van de gebruikte  microcefaal   onbegonnen werk …
Misschien is de gladheid van deze microcefale  endocast relevant, of is dat enkel een artefact van het afgietsel/scanning proces?
Volgens het rapport dus niet ;
” …. De hersenen van de  Hobbit lijken helemaal niet op  de hersenen van  de microcefaal . De  Microcefaal  heeft gladde  hersenen, bijvoorbeeld; De Hobbit heeft een normale oppervlakte met veel hersensulci , plooien  en rimpels . Bovendien  hebben  microcefale  hersenen hebben een gerichte bovenkant en een hellend voorhoofd; de hersenen  van de Hobbit zijn bovenaan  rond gemaakt  en hellen niet af  vooraan… “
Het rapport geeft ook nog hele  reeksen  tabellen met  verschillende waarden  voor  diverse parameters in verband met relatieve hersenenafmetingen ( isometrie ): florensensies past in alle geval niet in het microcefaal pathologische patroon dat men volgens die metingen  kan verwachten /extrapoleren
De  ( erg kleine ) hersenen van  de  LB1  H. floresiensis  endocast ,  zien er overwegend ” normaal”  uit
Het zijn echter  geen “normale” hersenen, in de betekenis van : “het zijn  miniatuur sapiens hersenen ” ; de hersenen zijn   normaal in de betekenis  van “ze zijn niet  duidelijk pathologisch  en daarom ( verondersteld )  “normale”(?)  floresiensis hersenen ” .
 Dat  is voorlopig  het  beste wat  wij  tot nu toe kunnen  vertellen.Verdere  vondsten  zijn  dringend nodig … Immers normaal is een  ander woord voor ” statistisch  meest voorkomend 
Maciej Henneberg ( de voortrekker vann de microcefaal verklaring ) zegt nu, echter, dat Falk et al  de hobbit  hebben vergeleken met  een verschillend type van microcefaal dan  het type dat hij heeft gebruikt .
Het is waar dat er verschillende types microcefalen  zijn, zodat dit dus wel degelijk een ( theoretische ) mogelijkheid blijft; ___ alhoewel Men heeft  immers nog niet aangetoond dat dit andere type van microcefaal ( van henneberg )  om het even welke speciale gelijkenis met de  hobbit -endocast vertoont . Een aantal wetenschappers___ die het henneberg  rapport/ materiaal   over de  Kretenzische microcefaal  hebben bekeken ____ zijn van mening  dat er geen nauwe  gelijkenis met de  hobbit aanwezig is ;
Enkelen voorspellen dat (Waarschijnlijk ) ook een aantal  scans  en  dito virtuele endocast van dit type  microcefaal  geen dwingende gelijkenis met de hobbit LB1 endocast  zal vertonen (laat staan aannemelijk maken ?) .
Falk doet wat vrij veel , grondig en  goed  analyserend werk.
Het lijkt erop  dat de mensen die de microcefalie oplossing  willen blijven ter diskussie stellen als oplossing , hun beste tijd hebben gehad  Microcefalie is vrij zeldzaam in het archeologische verslag. Eisen dat een  nog  zeldzamere vorm dan diegene die falk overwoog nog roet in het eten kan gooien , is een strohalm  . De bewijslast ligt nu volledig in het kamp van deze microcefaal- proponenten  .

http://pharyngula.org/index/weblog/comments/homo_floresiensiss_brainigor_didnt_screw_up/ http://www.corante.com/loom/archives/2005/03/03/the_hobbits_brain.php Right frontal view with red brain cast of LB1 encased in transparent image of LB1’s skull. (Credit: Photo courtesy of Washington University in St. Louis) http://www.sciencedaily.com/releases/2005/03/050304175249.htm http://www.andaman.org/BOOK/chapter49/text49.htm

Het volgende is voorgesteld ; ( korte versie )

…. the brain of the hobbit most closely resembles that of Homo erectus and does not look like the brain of a microcephalic, but it does have its own peculiarities. …

zie voor alle details en meerdere links     http://www.corante.com/loom/

Follow up I
Uit de  gedetailleerde vergelijkingen van de schedels van LB1, andere homininden   en chimpansees  kan worden geconcludeerd dat  de gevonden Homo Floresiensis geen toevallige microcephaal is , maar in plaats daarvan een verschillende — en nu uitgestorven —  hominide soort is.
“De  schedel van een echte   microcephaal  die we in deze studie  gebruikten  , heeft een   vorm die in  niets aan de  fossieke LB1 herinnerd …” 
 zei studie mede-auteur Charles Hildebolt, een professor radiologie en antropologie van  de Universiteit  van Washington . Hij en zijn mede-onderzoekers — die de wetenschappers omvat die LB1 vonden — geloven,  meer dan ooit, dat Homo Floresiensis een  afzonderlijke soort is .
Niet  iedereen  ging er toen  mee akkoord.
Andrew Kramer antropoloog aan  de Universiteit van Tennessee die zich in Homo erectus specialiseert, _____ een andere hominide die  een eeuw geleden werd  gevonden op  het Indonesische Eiland Java ( pithecantropus erectus -van Dubois  ( trinil  .)  is  nooit een aanhanger van de  de microcephaal uitleg  geweest ,
maar ,  zei hij
 neigde meer naar de idee  dat  LB1  een  pygmee-ras  is van de  plaatselijke  zuid-oost aziatische  Homo erectus, en niet een unieke of aparte  soort dus , maar slechts een dwergvorm van erectus . “Ik meende altijd erg  veel geliikenissen  met een  erectus-schedel, te kunnen konstateren  En de [ virtuele  endocast  ) analyse  in deze studie ,  verstrekt opnieuw  mijn standpunt .”
In hun studie, deden  Hildebolt en zijn collega’s uitgebreide en  gedetailleerde metingen van de LB1 schedel,  evenals aan de  schedels van  hedendaagse  Homo sap ; een recente (nu uitgestorven) verwant van  homo  erectus ; een menselijke pygmee; een microcephale  mens; en twee veel oudere voorvaderen van moderne mensen,
Australopithecus africanus en Paranthropus aethiopicus .
Tijdens de levensloop  zetten ,  zich  ontwikkelende hersenen  blijvende subtiele indrukken op de binnenkant van de schedel af , Het team van Hildeboltgebruikte  hi-tech technologieën  om virtuele 3-D “endocasts” te konstrueren van wat de  hersenen  van elk van deze verschillende  specima  waarschijnlijk ooit waren …
 De “gelijkenissen tussen de LB1 endocast en  die van de  homo erectus ,en  vertrekkend bij  de voorouderlijke apen, of  australopithecine- vorm van de hersenen, tonen een toenemende  reorganisatie van de hersenen in een menselijke richting ; 
De hersenen van de ” hobbit”  verschilden  boovendien  ook vrij veel  van die van  de microcephale  mens of de sapiens   pygmeeën,
SULCUS  LUNATUS

Het belangrijkste  kenmerk  betreft   de sulcus lunatus, — een diepe groef die in primaten en menselijke hersenen wordt gevonden   en die in de frontale  hersenen   de hersenmassa  in  kwabben  verdeeld

Volgens Hildebolt= komt  bij ”  apen de sulcus lunatus, ,  in vergelijking  met   LB1 — en  zoals in  moderne mensen — dichter naar  de  voorzijde van de schedel voor,


 de groef schuift in de loop van de evolutie  op naar achteren  ” “de kwabben, liggend aan de beide  kanten van de sulcus ; worden vergroot in LB1, en worden meer  gelijkend op  die welke je  in menselijke hersenen vind ….  In [ moderne ] mensen, wordt  deze nieuwe positie  verondersteld  de  uitdrukking te zijn  van een verbetering ( optimalisatie )  van de  cognitieve functies, (en hun  connecties met ) het  spraak en  gehoorcentrum   “
De hersenen van LB1 schijnen  ook diepe, complexe windingen, te bezitten :  een andere indicator van menselijke-hersenenontwikkeling,
Opvallend is ook de aanwezigheid  van het gebied 10 van  Brodmann , gesitueerd   rechtvooraan  de frontale kwab Dat gebied is bij   mensen aktief  bij  het ondernemen van initiatieven en de planning van toekomstige acties.”

 File:Brodmann area 10.png   Brodmann Cytoarchitectonics 10.png Brodmann area 10, or BA10, is part of the frontal cortex in the human brain. BA10 encompasses the most anterior part of the frontal cortex, known as the frontopolar region. This area is believed to play a part in strategic processes involved in memory retrieval and executive function. http://neurolex.org/wiki/Birnlex_1741

Elk van deze kenmerken  wijst op een  verhoogde intelligentie, en  stelt de wetenschap voor één groot raadsel:
 Hoe,vragen de deskundigen zich af , kon een  slimme Homo Floresiensis — gelet op de archeologische  aanwijzingen voor vuur en werktuiggebruik en fabricage  ____ genoeg hebben  met  hersenen die  slechts één derde  van het  sap hersenvolume  voorstellen ?
Een  vraag  waar iedereen  graag het antwoord op wil weten ,” Het is een grote moeilijkheid vanuit  het standpunt van de paleantropologie wij altijd hebben gedacht dat  grotere hersenen  kwalitatief beter zijn.”
“Er zijn ook nog  andere vragen,  — hoe  kwam Homo Floresiensis op het eiland  Flores terecht?  — per  boot?”
Hildebolt wijst  erop dat, zelfs tijdens het laag-waterstand  van de laatste Ijstijd, het eiland van andere eilanden en  het vasteland gescheiden  bleef ,  door minstens 12 mijlen  diep zeewater .
Kramer vecht  aan dat LB1 een verschillende soort is  dan  homo   Erectus. “het is   mogelijk  dat de gebrande beenderen en de ruwe hulpmiddelen  die werden gevonden  in de buurt van LB1 door  moderne mensen zouden kunnen zijn  gemaakt  toen die het eiland bereikten en  uiteindelijke  ook het uitsterven  van Homo Floresiensishebben veroorzaakt .”
” zijn  deze artefacten  echter wel het produkt van de met een  kleine hersenmassa uitgeruste  homo floresiensis  “ dan is dat een  serieuse uitdaging  voor de  neuro-evolutieve theorie
“Wat dit zou kunnen illustreren  dat het niet noodzakelijk de grootte van de hersenen is die belangrijk is[ voor intelligentie ], maar eerder de verbindingen, en  de manier  waarop de hersenen worden gestructureerd en ontwikkeld ,”
Niemand weet precies waarom Homo Floresiensis  ongeveer 13.000 jaar geleden uitstierf.
Toen  zij  nog in Flores woonden, schijnen LB1 en haar soortgenoten  op Stegadon, een nu-uitgestorven vorm van dwergolifant  gejaagd te hebben. Volgens het team dat LB1 vond, werd  in het gebied waar zij werd gevonden  ook  een  hoop  rommelige  afval   met beenderen van kleinere, juveniele stegadons, gevonden ;  die  waren  gemakkelijker door de uiterst kleine hobbitjagers te verschalken .
Ondertussen, zijn er  geruchten  dat het team dat LB1 vond , nog  meer van haar lotgenoten  heeft gevonden ( ondermeer een onderkaak van een tweede individu )
het ” argument achter het idee dat Homo floresiensis  één of andere soort van ‘ pathologische pygmee ‘ is , is gebaseerd op het feit dat daar slechts één individu, één specimen,is gevonden ” “Als er dus  meer materiaal vanuit  die zelfde lagen  en van  duidelijk verschillende individuen van Homo Floresiensis zijn ( worden )  gevonden , dan wordt  het moeilijk  om dat argument  te blijven vol houden.”
Maar waarschijnlijk zal Tekeu Jacobs  alle “nieuwe vondsten”( en de oudere )  opeisen en( voor een tijdje )  opsluiten in zijn brandkast 
De onderzoekers menen echter dat er een redelijke kans bestaat nog andere  vergelijkbare  “soorten”   homo  te vinden op de verschillende eilanden ( en het  Maleisia schiereiland  )in Zuid-oost azie ….En zullen ze ___wijzer geworden
___ Tekeu Jacobs niet gauw meer de kans geven om  nieuwe  vondsten   in indonesia voortijdig  aan te slaan  en weg te stoppen …
Meer informatie over   de stamboom  van de menselijke familie Smithsonian  http://articles.health.msn.com/id/100100952?GT1=6203

______________________________________________________________________________________________________ Sluit dit venster Een grote rol in het betoog van de onderzoekers is weggelegd voor de meneer rechts, die destijds (in 1971) 21 jaar oud was en 1.17 meter mat. Hij leefde op het eiland Idjwi, Congo. Let ook op zijn bijzondere onderkaak, met nauwelijks een kin.   Sluit dit venster Een foto uit het proefschrift van de Nederlander L.B. van Bommel (1930), waarop een 27-jarige doofstomme vrouw met haar pleegmoeder te zien is. Van Bommel wees jodiumgebrek aan als oorzaak van de afwijkingen.  Direct nadat Homo floresiensis aan de wereld werd gepresenteerd, in oktober 2004, werd die ontdekking betwist. De ontdekkers meenden dat de botten die ze het jaar daarvoor in een grot op het eiland Flores hadden gevonden, van een tot dan toe onbekende soort dwergmens waren, die tot twaalfduizend jaar geleden op Flores moest hebben geleefd. Maar critici deden de botten af als overblijfselen van gewone mensen met aangeboren afwijkingen. De ontwikkelingsstoornis microcefalie (‘kleinhoofdigheid’) zou de bijzonder kleine schedelinhoud en de kleine afmetingen van deze ‘hobbit’ kunnen verklaren, betoogden zij. Maar die theorie werd met goede argumenten tegengesproken. De vorm van de enige gevonden schedel lijkt niet op die van een microcefaal en ook andere botten pasten eerder bij primitieve menssoorten dan bij de moderne mens. Dat de hobbit in werkelijkheid een microcefaaltje was, wordt onder paleontologen dus niet meer zo waarschijnlijk geacht. Maar nu duikt er een nieuwe theorie op. Drie Australische wetenschappers leggen in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society B uit waarom zij het waarschijnlijk achten dat een andere aangeboren afwijking de verklaring is voor de alle rare kenmerken van de botten. Aangeboren, maar niet erfelijk. Het zou gaan om ‘myxoedemateus endemisch cretinisme’, vrij vertaald: een veel onder de plaatselijke bevolking voorkomende vorm van dwerggroei en achterlijkheid, veroorzaakt door een niet werkende schildklier. Dat zou op zijn beurt het gevolg zijn van een combinatie van jodiumgebrek, seleniumgebrek en een overmaat aan het plantengif thiocyanaat, opperen Peter Obendorf, Charles Oxnard en Ben Kefford. In hun artikel vergelijken ze de kenmerken van LB1, het meest complete hobbitskelet, met beschreven gevallen van dit cretinisme. Zelf hebben ze geen bot aangeraakt bij die vergelijkingen; het was allemaal papierwerk, deels op basis van foto’s. Ze beginnen bij de lengte. De hobbit zou net iets langer dan een meter zijn geweest. Cretinisme zorgt meestal voor een lichaam dat ongeveer 70 procent van de normale lengte heeft. Aangezien de lokale bevolking op Flores gemiddeld ongeveer 1 meter 60 meet, klopt dat goed. Dan de schedel. Die van LB1 is asymmetrisch, de neuswortel is extra breed, de kin ontbreekt, de tanden zijn relatief groot en sommige zijn vreemd van vorm. Dat zijn allemaal verschijnselen die voorkomen bij lijders aan cretinisme. Hun tanden groeien, in tegenstelling tot hun lichaam, wel normaal en zijn daarom relatief groot. Vaak verliezen deze kleine mensen niet al hun melktanden. De vreemde tanden van de hobbit kunnen heel goed melktanden zijn, menen de onderzoekers. Een belangrijk onderscheidend kenmerk van de hobbit was natuurlijk ook zijn kleine brein, niet meer dan 417 milliliter groot, terwijl een normaal mens minstens een liter hersenen heeft. Cretinisme zorgt voor kleine breinen, maar zo klein waren ze nog niet gezien. Dat zou deels kunnen komen doordat de plaatselijke bevolking vrij kleine hersenen heeft, opperen de onderzoekers, en deels doordat de schedelplaten lijders aan cretinisme meestal niet aan elkaar gegroeid zijn. Na de dood van de vermeende hobbit zouden ze alsnog tegen elkaar aangedrukt kunnen zijn, met een kleinere inhoud als gevolg. En de rest van het lichaam? Ook daar sluiten de observaties goed aan bij de nieuwe theorie, aldus het drietal Australiërs. Cretinisme levert relatief lange armen op, die minder bewegingsvrijheid hebben. Wederom: net als bij de hobbit, zij het minder extreem. Maar of het ook tot afwijkende polsbotjes leidt, is onbekend. Het zou sterk voor deze theorie pleiten als de polsbotjes van cretinismelijders dezelfde vorm zouden blijken te hebben als de opgegraven botjes uit de grot op Flores. Maar die polsbotjes zijn er niet. En dan nog de oorzaak, gebrek aan jodium en selenium plus een teveel aan thiocyanaat uit planten. Jodiumgebrek komt op Flores en nabije eilanden veel voor, lokaal geraapte kippeneieren vertonen een tekort aan selenium en er groeien eetbare planten die cyanide bevatten, schrijven Obendorf en zijn collega’s. Alles bij elkaar concluderen ze dat het niet bewezen is, maar wel waarschijnlijk, dat de gevonden ‘hobbitbotten’ in werkelijkheid overblijfselen zijn van zieke moderne mensen. Gemeenschappen van jagers-verzamelaars kunnen zulke gehandicapte stamgenoten niet goed onderhouden, daarom zou het best kunnen dat die op zichzelf hebben geleefd in de Liang Bua-grot waar hun botten gevonden zijn. “Een interessante hypothese”, vindt paleontoloog Gert van den Bergh het, maar niet meer dan dat. Van den Bergh was zelf betrokken bij de opgravingen in de Liang Bua-grot en vertrekt komende zaterdag weer naar Indonesië voor meer graafwerk. Voorlopig laat hij zich niet door de Australiërs overtuigen. Hij wijst erop dat de onderzoekers niet naar het originele hobbitmateriaal hebben gekeken en geen polsbotjes hebben kunnen vergelijken. “Bovendien zijn niet alle resten van Homo floresiensis even oud. De jongste zijn van twaalfduizend jaar geleden, de oudste van 95 duizend. Het zou wel heel toevallig zijn als er steeds weer mensen met hetzelfde syndroom in die grot terechtkomen.” En dan zijn er nog de stenen werktuigen. “Op Flores liepen 840 duizend jaar geleden al mensachtigen rond, bewijzen die. Lang voor de moderne mens ontstond. Bij de hobbitresten vonden we werktuigen van twaalfduizend jaar oud die op dezelfde manier gemaakt zijn.” Komt er dan nooit een einde aan het welles-nietesdebat rond de kleine mensjes? “Heb nog een beetje geduld”, zegt Van den Bergh.  Deze zomer is er weer een opgraving in de grot, en daarbij zal het er heel zorgvuldig aan toe gaan. Hopelijk levert dat DNA op, en dat zou het verlossende woord kunnen geven. We hebben op die plek al wel varkens-DNA weten te isoleren van zevenduizend jaar oud, dus wie weet. Elmar Veerman Peter J. Obendorf, Charles E. Oxnard en Ben J. Kefford: ‘Are the small human-like fossils found on Flores human endemic cretins?‘, Proceedings of the Royal Society B, 5 maart 2008 Experts slam the cretin hypothesis Matt Tocheri of the Smithsonian Institution, who published a paper in the journal Science last year describing LB1’s wrist bones. His findings are considered by some researchers to be among the strongest evidence yet that the hobbits were a species distinct from our own. He had this to say about the authors’ assertion that the hobbit wrist–in particular, the trapezoid bone–supports the cretinism claim: “In the paper we published in Science, we provided the descriptive, developmental, and quantitative details that demonstrate that pathological disturbances do not turn a human wrist (normal or pathological) into that of a chimpanzee or gorilla. We also provided the comparative evidence that demonstrates that early hominins (including LB1) retain wrist morphology inherited from the Pan-Homo last common ancestor, whereas Neandertals and modern humans share derived wrist morphology most likely inherited from their last common ancestor. The speculation that LB1 has a bipartite trapezoid is falsified by looking at the figures we published in Science. A bipartite human trapezoid would have half of all the trapezoidal articular surfaces missing while the scaphoid and capitate would show the articular areas of the missing half; but they do not, and all three bones articulate with one another fully (just like in an African ape). Moreover, cretin skeletons may sometimes show a bipartite scaphoid as the new paper contends (this is because of how the scaphoid tubercle ossifies) but LB1 does not have a bipartite scaphoid and is otherwise normal (as are the capitate and trapezoid) but normal for an African ape or primitive hominin. 60 or so million years of primate evolution provide the world with a considerably large amount of evidence that the wrist of modern humans and Neandertals is a recent acquisition in our shared evolutionary history. Moreover, the evidence indicates this acquisiton occured after the hobbits split from our hominin family tree. New hypotheses of hobbit pathology arise every week, and they will continue to disappear just as quickly afterward. The phylogenetic evidence of the wrist is just not that easy to explain away.” http://science-community.sciam.com/blog-entry/Sciam-Observations/Hobbit-Watch-Experts-Slam-Cretin/300010210

FLORESMENS HAD RELATIEF GROTE FRONTALE CORTEX  3 april 2009 /Hendrik Spiering . Homo floresiensis, de kleine mensachtige die tot 18.000 jaar geleden op het eiland Flores leefde, baarde bij zijn ontdekkig in 2004 veel opzien met zijn voor mensen extreem kleine schedelinhoud: 417 cc, net zoveel als een chimpansee. Homo sapiens heeft 1250 cc. Uit een CT-scan van de enig bekende schedel van deze ‘hobbit’ blijkt nu dat H. floresiensis opvallende (relatieve) vergrotingen heeft van belangrijke delen van zijn brein. Het gaat daarbij vooral om delen van zijn frontale cortex (de frontopolaire en orbitofrontale cortex), die belangrijk zijn voor planning en reflectie (Journal of Human Evolution, articles in press). HOE HOMO FLORESIENSIS ERUIT HEEFT KUNNEN ZIEN Volgens de onderzoekers heeft de studie ook belangrijke consequenties voor het belang dat altijd aan hersengrootte wordt gehecht in de analyses van de menselijke evolutie. Neurale reorganisatie en vormveranderingen kunnen even belangrijk zijn voor mentale kracht. Waarschijnlijk stamt de Floresmens af van Homo erectus (herseninhoud ca. 900 cc) en werd kleiner tijdens het bestaan op het afgelegen eiland Flores. Volgens de onderzoekers onder leiding van Dean Falk uit Florida maken deze en andere kenmerken duidelijk dat het brein van de Floresmens in zijn (evolutionaire) verkleining een grote reorganisatie heeft doorgemaakt. Het lijkt helemaal niet op even grote breinen van chimpansees of op die van moderne mensen met microcefalie (ziekelijk kleine hersenen). Die reorganisatie zou kunnen verklaren waarom de Floresmens toch in staat leek tot relatief modern gedrag: jacht op kleine olifanten op Flores en gebruik van geavanceerde stenen werktuigen. Direct na de bekendmaking van de vondst van de Floresmens rezen stemmen in de wetenschap dat het hier helemaal geen nieuwe mensensoort betrof maar slechts een treurig groepje moderne mensen met veel erfelijke afwijkingen, waarbij vooral microcefalie als ziektebeeld naar voren werd geschoven. Felle discussies volgden. Eerdere analyses van de schedel wezen al niet op microcefalie en het is niet onwaarschijnlijk dat deze studie een finale knak betekent voor de microcefalie-gedachte. Al zal het pas echt stil worden als een tweede Flores-schedel wordt gevonden. Met behulp van de geavanceerde CT-röntgentechniek is een gedetailleerd virtueel afgietsel van de binnenkant van de Floresschedel gemaakt waarmee een goed beeld kan worden gevormd van de hersenvormen. LB1’s virtual endocast, microcephaly, and hominin brain evolution

Received 18 January 2008;
accepted 30 October 2008.
online 28 February 2009.
Abstract  Earlier observations of the virtual endocast of LB1, the type specimen for Homo floresiensis, are reviewed, extended, and interpreted. Seven derived features of LB1’s cerebral cortex are detailed: a caudally-positioned occipital lobe, lack of a rostrally-located lunate sulcus, a caudally-expanded temporal lobe, advanced morphology of the lateral prefrontal cortex, shape of the rostral prefrontal cortex, enlarged gyri in the frontopolar region, and an expanded orbitofrontal cortex. These features indicate that LB1’s brain was globally reorganized despite its ape-sized cranial capacity (417 cm3). Neurological reorganization may
thus form the basis for the cognitive abilities attributed to H. floresiensis. Because of its tiny cranial capacity, some workers think that LB1 represents a Homo sapiens individual that was afflicted with microcephaly, or some other pathology, rather than a new species of hominin. We respond to concerns about our earlier study of microcephalics compared with normal individuals, and reaffirm that LB1 did not suffer from this pathology. The intense controversy about LB1 reflects an older continuing dispute about the relative evolutionary importance of brain size versus neurological reorganization. LB1 may help resolve this debate and illuminate constraints that governed hominin brain evolution.
Keywords: H. floresiensis; LB1; Microcephaly; Virtual endocast; Brain evolution; AustralopithecusParanthropus

MORFOLOGIE v/h polsgewricht     

HOMO FLORESIENSIS is toch nieuwe mensensoort ( Eos nieuwsbericht )
H. Floresiensis “Flo” http://www.bloggen.be/evodisku/archief.php?ID=28De Floresmens, door zijn kleine gestalte ook wel hobbit genoemd, vertegenwoordigt dan toch een nieuwe soort in het geslacht Homo. De acht skeletten die in 2003 in een grot op het Indonesische eiland Flores werden opgegraven, stelden de paleoantropologie voor een raadsel. De volwassen individuen zouden tussen 120.000 en 10.000 jaar geleden geleefd hebben en zouden sterk op de moderne mens (Homo sapiens) gelijken, alleen hadden ze een veel kleinere gestalte en schedelinhoud.De Homo floresiensis of populair ” hobbitâ”  zou volgens sommigen een nieuwe mensensoort vertegenwoordigen die zelfs nog een tijdje naast de moderne mens heeft bestaan. Anderen meenden dat de individuen gewoon een groepje fysiek ‘achtergestelde’ Homo sapiens waren.Maar uit nieuw onderzoek naar het polsgewricht van de Floresmens, concluderen onderzoekers nu dat het wel degelijk gaat om een nieuwe mensensoort in het geslacht Homo. De polsbeentjes zijn immers veel primitiever dan bij de moderne mens …..
250 px wrist

wrist x-ray
De handwortelbeendeeren van de modern mens (Image: iStockphoto)
Image Science
°

Een vergelijking van  wrist” bones(= handwortelbeenderen ) bij “hobbit”(links ) en een moderne mens:  suggereerde dat de dwergvorm een unieke species  is  ….. Het gaat om het handwortelbeen OS TRAPEZOIDEUM / Het klein Veelhoekig Been ( zie  http://www.memorizer.net/nl/menselijk_lichaam/skelet/botten_overzicht/?name=klein+veelhoekig+been  )250px-OS

nr . 11 uit een frans anatomie leerboek ( Trapèze (T))

250px-CarpusBONES OF HAND Proximal: A=Scaphoid, B=Lunate, C=Triquetral, D=Pisiform Distal: E=Trapezium, F=Trapezoid bone , G=Capitate, H=Hamate(allemaal aanklikbaar …)

http://www-sante.ujf-grenoble.fr/SANTE/hand/CHAPITRS/IMAGES/PICTURE

°Anatomie squelettique d’après F. Moutet    1. Radius 2.Cubitus 3.Articulation radio-cubitale inférieure 4. pisiforme (p) 5. Pyramidal (P) 6. Semi-Lunaire(L) 7. Scaphoïde (S)  8. Os Crochu (OC)9. Grand Os (GO)  10. trapézoïde (t) 11 .( Trapèze (T))12. Articulation Trapézo-Métacarpienne (TM)13. Articulations Carpo-Métacarpiennes (CMC)  14. Métacarpiens (M) 15. Sésamoïdes 16. Articulation métacarpophalangienne du pouce  17. Espaces interosseux 18. Articulation Interphalangienne du Pouce (IP)19. Articulations Métacarpophalangiennes (MCP)20. Articulations InterPhalangiennes Proximales (IPP)21. Articulations InterPhalangiennes Distales (IPD) Menselijk os trapezoideum

 

°

www.eskeletons.org/human/trapezium/tzml.jpg

ut UT logo

human trapezium

 

Taxon: Chimpanzee/Bone: Trapezium

View: Palmar ….Dorsal ……………Lateral

Taxon: Orangutan  /Bone: Trapezium

View:

Palmar  /………Dorsal/…………….Lateral

http://www.eskeletons.org/comparative.html


Science 21 September 2007: Vol. 317. no. 5845, pp. 1743 – 1745 DOI: 10.1126/science.1147143 REPORT

°

The Primitive Wrist of Homo floresiensis and Its Implications for Hominin Evolution

°

Matthew W. Tocheri,1* Caley M. Orr,2,3 Susan G. Larson,4 Thomas Sutikna,5 Jatmiko,5 E. Wahyu Saptomo,5 Rokus Awe Due,5 Tony Djubiantono,5 Michael J. Morwood,6 William L. Jungers4

°

Whether the Late Pleistocene hominin fossils from Flores, Indonesia,represent a new species, Homo floresiensis, or pathologicalmodern humans has been debated. Analysis of three wrist bonesfrom the holotype specimen (LB1) shows that it retains wristmorphology that is primitive for the African ape-human clade.In contrast, Neandertals and modern humans share derived wristmorphology that forms during embryogenesis, which diminishesthe probability that pathology could result in the normal primitivestate. This evidence indicates that LB1 is not a modern humanwith an undiagnosed pathology or growth defect; rather, it representsa species descended from a hominin ancestor that branched offbefore the origin of the clade that includes modern humans,Neandertals, and their last common ancestor.

°

1 Human Origins Program, Department of Anthropology, National Museum of Natural History, Smithsonian Institution, Washington, DC 20013, USA. 2 School of Human Evolution and Social Change, Arizona State University, AZ 85287, USA. 3 Institute of Human Origins, Arizona State University, AZ 85287, USA. 4 Department of Anatomical Sciences, School of Medicine, Stony Brook University, NY 11794, USA. 5 The National Research and Development Centre for Archaeology, Jakarta, Indonesia. 6 School of Earth and Environmental Sciences, University of Wollongong, NSW 2522, Australia. * To whom correspondence should be addressed. E-mail: tocherim@si.edu type=text/javascript>

 

°

( samenvattende vertaling van het National Geographics artikel )

°

De handwortelbeenderen van de homo florensiensis lijken in niets op die van de handwortelbeenderen van om het even welke moderne mensen ook , noch op die van Neanderthalers” zei Matthew Tocheri, een paleoanthropoloog van het Smithsonian in Washington, D.C.

De pols van H floresiensis mist moderne eigenschappen die wel bij sapiens en neanderthaler aanwezig zijn ; bijvoorbeeld een polsgewricht dat druk op het beginpunt van de duim afleidt en verspreidt over het hele gewricht zodat schokken beter kunnen worden opgevangen.

°

De pols van de Hobbit laat niet diezelfde specialisatie zien, bedoeld voor het gebruik van gereedschap, als de moderne mens of de Neanderthaler,zei Matthew Tocheri.

°

Het heeft dezelfde primitieve morfologie als  eerdere hominiden

” De florensies polsbeenderen zijn primitief,” zei hij, “ net als die van gorilla’s, chimpansees, en andere fossiele vroege menselijke verwanten en voorouders .”

Dit wijst erop dat de hand van de hobbit- stamlijn voo r de moderne geëvolueerde handwortelbeenderen verscheen.

“Dit is fundamenteel iets dat afkomstig is van een voorvouderlijke afsplitsing die waarschijnlijk ergens tussen één a drie miljoen jaar geleden plaatsgreep ….Wie die voorvader is moet wachten tot de polsbeenderen van andere fossielen worden gevonden ….. De mogelijkheden zijn de H erectus en de meer primitieve australopithecines. ”

Vooraleer de hobbit-studie uit te voeren , had Tocheri al vastgesteld dat de trapezoide wigvormig is bij de grote mensapen en de vroege menselijke hominida , terwijl het meer vierkantig is gevormd bij moderne mensen en Neandertalers -handen .

°

Dat bepaalde handwortelbeen in de hobbit-hand behoudt de wigvorm ….Het was niet moeilijk om vanuit die anatomische kennis te concluderen dat de hobbit een eigen unieke soort is. Chris Stringer antropoloog bij het Museum van de Biologie in Londen zei dat de studie overtuigend aantoont dat de “wrist-bones ” van de hobbit primitief zijn. Het onderzoek ondersteunt ook vorige studies die primitieve schouderverbindingen , het kaakbeen van de hobbit, evenals ongepubliceerde rapporten van primitieve eigenschappen in de floresiensis – voet, ontdekten .

“Wanneer men dit alles samenbrengt, wordt het idee versterkt dat dit inderdaad een zeer vreemd en zeer primitief soort schepsel moet zijn geweest …. Zelfs niet noodzakelijk behorend tot deHomo ….Het is duidelijk, dat we nog meer fossiel materiaal nodig hebben nodig hebben ”

°

Robert Martin is curator voor biologische antropologie van het Museum van Chicago en mede-auteur van twee documenten die stellen dat de hobbit een zieke moderne mens , is . Hij zei dat die mogelijkheid ondanks de nieuwe bevindingen overeind blijft.

°

Terwijl de de hand-beenderen van de Hobbit primitief lijken, geeft de studie geen enkele directe vergelijking van de hand van de hobbit met die van een moderne mens met microcefalie.

°

Derhalve blijft hij geloven dat Microcefalie de oorzaak is van die

“wanordelijke beenderen-abnormaliteit “ die de hobbit treft.

Dat is ook de oorzaak van misvormingen elders in het skelet, potentieel zelfs de hand .

“ik houd me aan de suggestie die eerder al de hobbit beschreef als een pathologische moderne mens ipv een niewe hominidesoort”

Echter : Tocheri en collega’s schrijven in hun artikel wèl dat ; geen bekende genetische ziekte, met inbegrip van microcefalie, in een hand resulteert die zowel op die van de hobbit of die van andere vroege menselijke voorvaderen , lijkt.

°

Niettemin, blijft het geheim van wat precies hobbit is en hoe het op het Eiland Flores verzeild raakte , onopgelost. De onderzoekers moeten op zoek naar de nog niet beschikbare polsbeenderen van homo erectus en bepalen in ;hoeverre de moderne handmorfologie bij de dichtste directe voorvader van de moderne mens aanwezig was.

°

Dergelijke informatie zal helpen verduidelijken of hobbit een homo erectus is die gekrompen is om zich aan te passen aan de mogelijkheden van het geïsoleerde Indonesische eiland , daadwerkelijk een nieuwe soort is.

Het “feit dat handwortelbeenderen zo duidelijk naar de mens-aapmorfologie richt is vrij interessant,” zei Campbell Rolian, een postdoctoraal student antropologie van de Universiteit van Harvard. “En [ het ] is in werkelijkheid een nieuw argument voor hen die bereid zijn om het aan een nieuwe soort toe te schrijven.” zie ook http://www.sesha.net/edEN/nieuws/2007-18.asp

De nieuwe studie neigt er dus alweer naar om te verondrstellen dat ;

* De evolutielijn van de hobbit splitste zich al vroeger af van die van de Homo sapiens sapiens . ( en van de homo sapiens Neanderthalensis )

* Sommigen menen dat de flores- mens een afstammeling is van een vroege homo erectus ( = consensus ) of zelfs de Homo ergaster of habillis ( sommigen veronderstellen een late australopithecus / Georgicus = dmanisi

 

zie ook : Homo floresiensis ( engelse wikki ) http://www.abc.net.au/science/news/stories/2007/2038346.htmhttp://www.bradshawfoundation.com/floresiensis.php2007[youtube=http://www.youtube.com/watch?[youtube=http://www.youtube.com/watch?More information Colin Grove’s work can be found here:http://arts.anu.edu.au/grovco/ & here: http://arts.anu.edu.au/AandA/people/shttp://www.pandasthumb.org/archives/2007/06/the_hobbit_on_d.html#moreINTERMEZZO 

 °

Dwergbotten gevonden op Palau

11 maart 2008 –

°

Op het Micronesische eiland Palau zijn fossiele botten gevonden van extreem kleine mensen. Volgens de ontdekker, een Zuid-Afrikaanse antropoloog, zijn ze het product van ‘verdwerging’.

 
Comparison of the two innominates from Palau to that of a modern adult female of average stature (c162 cm). From left to right — modern human pelvis (top is from the right, bottom is from the left), B:OR-15:18-009 and B:OR-15:18-087. Top: posterolateral view; bottom: lateral view. (Credit: Berger LR, Churchill SE, De Klerk B, Quinn RL (2008) Small-Bodied Humans from Palau, Micronesia. PLoS ONE 3(3): e1780.)

Het onderzoek is vandaag gepubliceerd door het online tijdschrift PLoS ONE.
°
Antropoloog Lee Berger van de universiteit van Witwatersrand ontdekte de fossielen in twee grotten op rotseilandjes bij het hoofeiland van Palau.
°
De botten en schedels zijn afkomstig van 26 individuen en blijkens koolstofdatering 1400 tot 3000 jaar oud. De mannen moeten zo’n 40 kilo hebben gewogen, de vrouwen circa 30 kilo. Berger vermoedt dat de mensjes van Palau zo klein waren door een proces van ‘eiland verdwerging’. Dit fenomeen is ook bekend van uitgestorven diersoorten als mammoets. Het komt voor bij geïsoleerde eilandpopulaties als een evolutionaire aanpassing aan een omgeving met zeer beperkte voedselbronnen.
°
Een andere mogelijkheid is dat de dwergmensen het product waren van een genetische afwijking die door een lange periode van inteelt is versterkt, aldus Berger.
°
Als de verdwergingshypothese klopt, werpt dat volgens Berger mogelijk ook nieuw licht op de beroemde Floresmens, ook wel ‘hobbit’ genoemd.
°
Een klein skeletje dat  een aparte vroege mensensoort betreft, Homo floresiensis, die tot 13 duizend jaar geleden op het Indonesische eiland leefde.
°
Volgens  Berger,gaat  het ( zeker toch in  Palau),  om  een moderne mens, Homo sapiens, die klein is uitgevallen door een ziekte, of verdwerging.
°
Volgens Berger hebben de mensjes van Palau een aantal fysieke kenmerken met de Floresmens gemeen, zoals de kleine gezichten en lichamen, maar hebben zij niet de kleine schedelinhoud van de hobbit.
°
Hij ziet de overeenkomsten als aanwijzingen dat in elk geval enkele kenmerken van de hobbit verklaard kunnen worden uit een proces van verdwerging( maar dat is iets anders dan eiland -dwerggroei ) .
“Verdwerging” is namelijk het onstaan van een apart  sapiens ras (ondersoort ) van ” pygmeeen “( en misschien  een  beginstadium dat  later tot dwarfisme kan leiden  binnenin   een  specierende    aftakking  van de homo sapiens )
°
De bevindingen van Berger zijn inmiddels van verschillende kanten bekritiseerd.
°
olgens de antropoloog Scott Fitzpatrick, geciteerd op de website Nature News, is verdwerging hoogst onwaarschijnlijk.
°
Fitzpatrick, die ook onderzoek heeft gedaan aan menselijke botten in de grotten van Palau, denkt dat Bergers botten aan kinderen hebben toebehoordDe twee grotten zouden kinderbegraafplaatsen zijn geweest.
°
Fitzpatrick wijst er op dat op Palau in dezelfde periode aantoonbaar ook mensen van normale grootte hebben geleefd.
°
Palau -mensen ?
De Flores mens ,die als volwassene  ongeveer een meter groot moet zijn geweest , behoort( volgens de dominerende consensus )  tot een afzonderlijke mensensoort  : Homo floresiensis.
°
Maar andere groepen antropologen  beto(o)g(d)en dat deze “hobbits ” zo klein bleven ofwel door voedselgebrek (http://news.nationalgeographic.com/news/2008/03/080306-hobbits-cretins.html) en/of genetische defecten/inteelt
ofwel omdat ze gewone pygmee , dwerg en andere ( diverse ) normale varianten met kleine gestalte van homo sapiens  ,waren …
°
Kortom het was/is  de inzet van een controverse die al jarenlang  aan de gang is ,en waar natuurlijk  ook de creationisten  , allerlei oude academische  krokodillen en pensioengerechtigde prestige -jagers zich niet onbetuigd laten ;zodat ze de boel kompleet verzieken
°
Lee Berger (University of the Witwatersrand in Johannesburg, South Africa,) & all,  geven  echter geen dergelijke of andersoortige verklaring voor de Flores skeletten , maar ontdekten wel gelijkaardige overblijselen  op het eiland Palau ( micronesia )in de Stille Zuidzee…
°
Daar  zijn vroeger  al duizenden menselijke beenderen van de oorspronkelijke inwoners van het eiland gevonden (en de voorouderlijke  begraafplaatsen meestal leeggeroofd door souvenirjagers en plunderaars  .)
°
“Deze rotsachtige eilanden bezitten ontelbare grotten en spelonken,waarvan velen een  overvloed aan  fossilerende,  semi-fossiele en subfossiele overblijfselen ,bezitten” schrijven ze in een  artikel  op PLOS http://www.plosone.org/doi/pone.0001780
De nu gevonden  overblijfselen zijn tussen de 900 en 2.900 jaar oud( koolstof gedateerd) . Alle overblijfselen lijken terug te voeren op onze soort,  maar sommige van de beenderen zijn erg klein en vertonen trekken die binnen  de homo sapiens -soort,  eerder  als “archaïsch” of “primitief” kunnen worden beschouwt .( Critici  noemen dat dan weer :”juveniel” )
 _
Berger rekent de  Palau beenderen weliswaar niet tot een nieuwe soort  ; in tegenstelling tot de flores-schedel , vormen  de  Palau schedels geen bewijsstukken voor of aanduidingen van de aanwezigheid  van  een  specifiek ( en naar verhouding ) typisch  kleiner  brein …
http://news.nationalgeographic.com/news/bigphotos/67380441.htmlModel van een moderne vrouwelike schedel (links )vergeleken  met een van de gevonden   Palau schedels (= schededldak ) (midden) en de (vrouwelijke )floresschedel ( rechts )

 °
Berger zegt dat het  kleinere bekken , het gebit  en
de afmetingen van de” grotere “beenderen , typische kenmerken vertonen van echte dwerg-vormen van homosap    — mensen die kleinere ” raciale ” uitgaven  werden  van de normale doorsnee-mens  vanwege de plaatselijke voordelen die dat bood  op  een  eiland met beperkt voedselaanbod en/of   vanwege  de mogelijke genetische beperkingen en inteelt
‘De beenderen waren niet echt typisch en eigenlijk erg klein’ maar ‘Ik voelde meteen dat ik een kleine populatie  van kleine menselijk wezen gevonden had “zei Berger
_
De Palau skeletten behoren duidelijk tot de moderne mensen , benadrukten de onderzoekers. Maar ze zijn nog niet in staat de schedels  nauwkeurig te onderzoeken omdat ze nog grotendeels onder  de druipsteen-afzettingen zitten vastgeklit   
°
 .. De Flores mens bezat een daarmee contrasterende  schedel met kleine hersenpan .
Professor Bert Roberts ( University of Wollongong / australie ) zei dat de vondsten van palau ( = tenminste  25 kleine menselijke skeletten van mensen die ongeveer ergens tussen 900-2900 jaar geleden stierven ),er niet op wijzen dat  “dwergvorming” mensen heeft geproduceerd zoals de flores-mens
Ze ontdekten  prachtige , kleine ,in  vrij recent historisch verleden overleden  , moderne menselijke pygmees …Ik zie niet in hoe dat enig verschil kan gaan maken bij de beoordeling  van de classificatie-status van  Homo floresiensis …Die laatsten zien er helemaal niet uit als moderne mensen …” verklaarde Roberts. “De  volwassen flores  mens heeft geen kin , zijn gebit verschilt van het onze , ook de vorm van  de onderkaak  is verschillend van de homosap -uitvoering . Het flores brein is ongeveer  een kwart van het  onze  en dat is niet het geval bij  homo-sap  pygmees of deze nieuwe vondsten “
De Palau vondsten bezitten veel( zelfs unieke anatomische )kenmerken van de homosap (waaronder de  vele craniofaciale eigenschappen (1)
°
Maar ze bezitten ook gemeenschappelijke karakteristieken met de H. floresiensis; waaronder  ; de kleine lichaamsafmetingen ( toch nog altijd groter dan de flores-mens ) het  smalle en  kleine gezicht ,
geprononceerde  wenkbrauwbogen ,
wijkende  kin, relatieve megadontia,
vergrote  occlusale oppervlakte van de premolairen ,
draaiing van de tanden in  de maxilla en de kaak en
dentale agenesis
°
Berger &all  leiden daaruit echter ook  geen direkte verwantschap af tussen de mensen van Palau en homo floresiensis ….Deze waarnemingen suggereren echter wel dat minstens enkele van die karakteristieken  ( die ooit zijn aangevoerd als criteria om de flores -mens als een aparte soort te classificeren ) gewone “raciale ” aanpassingen zijn in mensen metkleine afmetingen en in een eiland-habitat   
°
De kleine luitjes  van Palau blijken ongeveer dezelfde lichaamslenge  te hebben gehad als de zogenaamde  Homo floresiensis. Maar volgens Berger is de geschatte herseninhoud van de schedels die hij op Palau opgroef ongeveer tweemaal zo groot als die van de ”Mens van Flores”. Ook de vorm van het gelaat en de vorm van de heupen suggereren dat de overblijfselen van Palau tot onze soort, de Homo sapiens behoren.
°
Behalve klein waren de  mensen van Palau lieden met kleine  maar ietwat zwaardere  oogkassen, grote kaakbeenderen en grote tanden. Sommigen hadden een weinig prominente kin.
https://tsjok45.files.wordpress.com/2012/11/18b32-sloan_450.jpg Photo by Stephen Alvarez/짤 2008 National Geographic.
Deze foto  vergelijkt een moderne vrouwelijke onderkaak ( de bekendste onderkaak en enige   komplete schedel van flores is ook vrouwelijk)  met die van een palau-vondst

 °
Berger:  De gereduceerde kin en de vertikale afmeting  zijn twee  primitieve ( volgens andere antropologen = juveniele pygmee ) kenmerken
°
” Deze vondsten en constateringen  zijn  wetenschappelijk gezien , nog niet helemaal OK  “zegt Scott Fitzpatrick, een antropoloog  van de  North Carolina State University in Raleigh, die de Palau -regio al meer dan tien jaar lang bestudeerde
“Er is hier op dit ogenblik  nog grote  nood aan een onafhankelijke bevestiging en peer-review …”
 °
De Palau beenderen  kunnen gemakkelijk resten  zijn  , gevonden  op een kinderbegraafplaats…. Fitzpatrick vond  juveniele beenderen  op de begraafplaats van Orrak , vier kilometer ten  noorden van  Berger’s sites.
 °

 Het kan heel goed de gewoonte  geweest zijn om  kinderen samen te begraven op dezelfde plaatsen ” 

 °
De beenderen die Berger beschrijft komen uit twee begraafplaatsen  die 15 kilometer uit elkaar liggen , en reeds lang bekend zijn bij wetenschappers , toeristen en plunderaars
Een site (  Ucheliungs,) noemt in de spreektaal gewoon ” tarzan’s grot “, omdat mensen daar recreatief plegen rond te slingeren aan de plaatselijke lianen en klimplanten De tweede vindplaats r, Omedokel — de “botten-grot ” â€” ligt vlak in het centrum van  een  toeristische duikzone-streek   en bezat ooit veel beenderen , schedels , potscherven  , vaatwerk en andere artefacten,  die allang zijn weggeroofd …
 °
De oudste beenderen werden gevonden binnen in de spelonken . De jongste lagen bij de ingang van de grotten. Deze laatste zijn van normale lengte, maar de oudste overblijfselen zien er vreemd en veel kleiner uit. Ze behoorden toe aan mensen die slechts 90 tot 120 centimeter groot waren. En tussen de 28( vrouwen  ) en de 41 kilo( mannen ) wogen.( het  geschatte gewicht van het grootste   flores-mannetje  is ongeveer 30 kgr )
°
Fitzpatrick vraagt zich af waarom deze Palau  mensen  “dwerggroei” zouden  hebben vertoont ,terwijl ook homo sapiens individuen  met normale lichaams-afmetingen op het eiland rondliepen op hetzelfde moment van de geschiedenis
°
“Dit lijkt me toch erg vreemd “  zegt hij
°
Fitzpatrick ontdekte vroeger al dat de oudste  begrafenis-oorden in de Westelijke Pacifiek dateren van  3,000 jaar terug
°
Gedetailleerde  analysis van de Palau specimens zal waarschijnlijk de controverse  rond de floresmens niet definitief kunnen oplossen ;de breingrote is daarbij het struikelblok
 °

Maar niettemin zijn enkele eigenschappen van de flores-mens allicht het resultaatvan de omgevings-factoren en niet uitsluitend  van voorouderlijke soorteigen  genetische erfenissen

°
De Palau skeletten kunnen  allicht   wel uitsluitsel brengen over het zogenaamde /veronderstelde  “proces van eiland-verdwerging “in menselijke populaties  en over de oude kolonisatie- geschiedenis  van oceanie . Het is natuurlijk ook nog  erg onduidelijk wat er exact is gevonden en er is ___ zoals gewoonlijk___ een  hoop populaire en voorbarige conclusie-jumping in de media :
 Het lijkt ook een klassiek voorbeeld van wat allemaal kan verkeerd gaan wanneer wetenschap en review-proces worden aangedreven door de populaire media “
verklaarde Tim White,paleoantropoloog   van de ” University of California, Berkeley.”
°
zie ook :
evodisku 2
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hobbit is aparte soort ? 

(1)
°
zoals : : “a distinct maxillary canine fossa,
a clearly delimited mandibular mental trigone (in most specimens” ), gematigde knobbel-vorming op de frontale en  parietale squama,
a lateral prominence on the temporal mastoid process,
reduced temporal juxtamastoid eminences and
a “en maison “cranial vault profile with the greatest interparietal breadth high on the vault. 

PHOTOS: Ancient Small Humans’ Bones Found on Island

Palau  ontdekking  …/ Berger

Maarten Keulemans/De minimensjes van Micronesië

°
Wat gebeurt er als je een groep mensen achterlaat op een eiland en ze daar duizenden jaren lang laat zitten?
°
Dan krimpen ze en beginnen ze warempel steeds meer te lijken op onze verre voorouder, de oermens Homo erectus. Dat beweert althans de Zuid-Afrikaanse paleoantropoloog Lee Berger. Welkom in de absurde wereld van de reuzenrat, de miniolifant en de baby-etende ooievaar.
°
Het had zo in Gullivers Reizen gekund: een eilandje, bevolkt door dwergen. Toch is dat wel wat een zeereiziger in de Middeleeuwen zou hebben aangetroffen in de Stille Zuidzee, op de geïsoleerde, rotsachtige eilanden van de Palau-archipel.
°
In twee grotten op een eilandje met de exotische naam ‘Chelechol ra Orrak’ vond een onderzoeksteam onder leiding van de Zuid-Afrikaanse paleoantropoloog Lee Berger de skeletten van vele tientallen minimensjes. De dwergen werden er zo’n duizend tot drieduizend jaar geleden neergelegd – of bleven er dood liggen na een of andere natuurramp, dat kan ook. Het waren ontegenzeggenlijk moderne mensen, van het soort Homo sapiens. Alleen: ze waren nogal klein.
°
De bewoners van Palau waren amper anderhalve meter hoog, iets kleiner waarschijnlijk nog dan een pygmee, stelt Berger vast, overigens zonder een precieze lichaamshoogte te noemen. Berger en zijn team viel nog iets op. De minimensjes van Micronesië zagen er raar uit. Oermensachtig, zelfs. De schedels die zijn team uit de grotten bikte, hadden kleine gezichten, teruggetrokken kinnen, zware wenkbrauwen en opvallend grote tanden en kiezen. Ze leken verdacht veel op de beroemde ‘hobbitmens’ van het Indonesische eiland Flores, Homo floresiensis, meldt Berger in zijn onderzoeksverslag (Plos One, 2008).
°
Berger schrijft het plechtig: “De Palauaanse specimens ondersteunen op zijn minst de mogelijkheid dat de Flores-homininen gewoonweg een aan een eiland aangepaste populatie van Homo sapiens zijn.
 °
Maar bij het Leidse Natuurhistorisch Museum Naturalis komt die volzin aan als een klap in het gezicht van onder meer conservator fossiele grote gewervelde dieren en eilandkenner John de Vos. De zoveelste keer dat iemand ontkent dat de hobbitmens écht iets heel bijzonders is, verzucht De Vos.
°
Er wordt hier voortdurend bagger over ons uitgestort”, constateert hij.
°
Heet gewassen
°
Het begon allemaal vier jaar geleden. In de fossielenrijke grot Liang Bua op Flores vond een onderzoeksgroep onder leiding van de Australiër Mike Morwood toen iets ongekends: de versteende botten van zes werkelijk absurd kleine mensjes.
°
Bij leven waren deze ‘hobbits’ niet groter dan een meter, en hun herseninhoud was kleiner dan die van een mensaap: 380 milliliter (de moderne mens zit op 1500). Toch waren de hobbits ontegenzeggenlijk mensachtig. Ze hadden stenen werktuigen en jaagden, blijkens de slachtresten die bij de hobbitbotten werden aangetroffen, op olifanten en ander eilandwild.
°
Maar dat was niet alles. De skeletten die Morwood en collega’s vonden, leken ook in vorm niet op die van moderne mensen. Het bekken was aapachtig, de kin teruggetrokken, de wenkbrauwen dik, en daarboven had de hobbit geen voorhoofd, maar een plat schedeldak. Morwood meende te weten waarmee hij te maken had: de klassieke oermens Homo erectus, maar dan te heet gewassen.
°
Gekrompen tot idioot kleine proporties, dankzij een bizar evolutionair verschijnsel dat bekendstaat als het eilandeffect
°
.
Dat effect is inmiddels een klassieker in de evolutiebiologie. Isoleer een groep beesten op een eiland, en onder de juiste omstandigheden zet de evolutie een krankzinnig proces in gang, ruwweg samen te vatten als: kleine dieren worden groot en grote dieren worden klein. Omdat er op een eiland van beperkte afmeting onder de zoogdieren doorgaans geen roofdieren zijn, worden grote beesten langzamer.
°
Hun poten worden korter en dikker, en hun tred behoedzamer, alsof de evolutie hun overbodig geworden capaciteit om te vluchten overboord kiepert en verruilt voor het vermogen om voorzichtig te grazen.
 °
Kleine dieren kunnen juist gaan groeien, omdat er genoeg te eten is en de evolutionaire druk van roofdieren is weggevallen. In een van de magazijnen van Naturalis, op de zestiende verdieping, geeft gastonderzoeker Hanneke Meijer een kleine rondleiding.
 °
We lopen langs eindeloze rijen bruine archiefdozen, met daarin de botten van een aantal inmiddels uitgestorven dieren, die door de jaren heen zijn opgegraven op (voormalige) eilanden in de Middellandse Zee en het huidige Indonesi챘.
 °
De Latijnse soortnamen op de dozen hebben achtervoegsels als Gigantea, Magna, Gargantua. Het betreft hier dan ook reusachtige ratten, supergrote hamsters, ontzaglijke uilen en buitenproportionele egels.
°
Maar de fossiele botten van dieren die juist sterk zijn gekrompen op een eiland, die zitten ook in de dozen.
°
“Moet je dit zien. Dit is echt bizar”, kondigt Meijer aan terwijl ze het deksel van een van de dozen licht. Op de bodem van de doos liggen de beenderen van een dier dat blijkens het opschrift een nijlpaard is, maar dan belachelijk verkleind. Afkomstig van Cyprus, vertelt Meijer. “Dit is heel wat anders dan die bakbeesten in Afrika. Dit nijlpaard kwam tot híér” – en ze bukt om haar hand op kniehoogte te houden.
°
Tandartsvulling
°
Ook het Flores van pakweg 18.000 jaar geleden had zo’n surrealistische eilandfauna. Een moderne mens die er zou rondlopen, zou zich in een soort sprookjespark wanen. Daar is de reuzenrat, een monster van een halve meter lang, en daar de reuzenvaraan – het enige eilandwezen dat nog bestaat, de komodovaraan. En kijk, daar loopt de gekrompen olifant. In die omgeving was een tot één meter gekrompen Homo erectus met hersenen zo klein als een appeltje gewoon meer van hetzelfde.
°
Een minuscuul oermensje, dat kon er op Flores best nog wel bij, besefte men in Leiden.
Maar lang niet iedereen is van die logica overtuigd. En dat is zachtjes uitgedrukt: sinds Morwood en zijn collega’s de ontdekking op Flores in het blad Nature rapporteerden, is het huis te klein in de toch al intieme wereld van de oermenskunde.
Het lijkt wel alsof iedereen die zichzelf respecteert een alternatieve verklaring voor die hobbit moet aandragen”, zegt De Vos. “De een roept: het is de ontwikkelingsstoornis cretinisme, de volgende heeft weer iets over het schouderblad, een ander denkt dat de hobbit het syndroom van Laron heeft of dat het een Homo sapiens is met microcefalie (een onderontwikkelde schedel – red.).”
De laatste maanden kreeg de hobbit de wind opnieuw van voren. Zo meende onderzoeker Maciej Henneman te zien dat een kies van de hobbit een tandartsvulling heeft – een teken dat het een moderne schedel is – terwijl anderen het wezentje juist meer ‘aapachtige’ trekjes toedichten, vanwege zijn opvallend grote voeten.
°
En daarbovenop is er Berger met zijn minimensjes van Palau. Enerzijds bevestigen die het eilandeffect. “Deze vondst is een sterke aanwijzing dat evolutie versneld kan optreden, in misschien wel enkele eeuwen tijd”, zoals Berger het verwoordde in een documentaire die National Geographic Channel in april over de zaak uitzond.
°
Anderzijds zouden de kleine kinnen en de zware wenkbrauwen van de Palau-mensjes erop duiden dat krimpende mensen nu eenmaal – hoe bizar het ook klinkt – weer trekjes krijgen van oermensen.
°
Je reinste onzin, menen ze bij Naturalis.
Afgezien van dat de vondst op Palau moeilijk is te beoordelen zonder de fossielen zelf te bestuderen –
°
“Op zo’n plaatje zie ik niks”, klaagt De Vos – werkt het eilandeffect anders.
 °
Bij het eilandeffect krijgen de dieren en mensen echt een ander geproportioneerd lichaam, met bijvoorbeeld kortere poten en grotere ogen. “En dat zie ik zo snel niet bij die Palau-mensen”, zegt De Vos. Ze zijn weliswaar kleiner, maar hebben hun menselijke vorm min of meer behouden. Het échte eilandeffect vervormt lichamen juist.
°

Dat zit bij eilandbewoners ook, letterlijk, tussen de oren. De hersenen van de hobbit van Flores zijn kleiner dan klein – zó ver gekrompen dat ze niet meer in verhouding staan tot de rest van zijn lichaam. Maar de Palau-mensjes hadden een nog alleszins redelijk hersenvolume, van tegen de duizend milliliter. Dat zit aan of misschien net onder de grens van wat nog ‘normaal’ wordt beschouwd voor onze soort, maar staat wél in verhouding tot hun absurd kleine lichaamslengte.

_

“Homo floresiensis gaat eerder de kant op van onze veel verdere, meer aapachtige voorouder australopithecus”,

vertelt vanuit Bandung de Nederlandse onderzoeker Gert van den Bergh, die al vele jaren opgravingen doet in onder meer de hobbitgrot Ling Bua op Flores.

“Het bekken van de hobbit wijkt bijvoorbeeld af. Het ilium (het darmbeen, de ‘vleugels’ aan het bekken, red.) loopt veel wijder naar buiten. Dat hangt samen met een grotere darmlengte en duidt erop dat die hobbits meer planteneter waren, in plaats van een gespecialiseerde vleeseter.”
°
Vogelbotten
°
Op één punt zijn Berger en het Flores-team het eens: de hobbits van Flores waren vele duizenden jaren langer onderhevig aan eilandwerking dan de minimensjes van Palau.
°
Dus misschien waren de Palau-dwergjes wel alsnog veranderd in kindvormige wezentjes met korte benen en een extra kleine hersenpan – als ze negenhonderd jaar geleden niet plotseling om onduidelijke redenen van het eiland waren verdwenen.
°
In Leiden brengen Meijer en haar collega’s inmiddels rustig het volgende wapen ten faveure van de hobbit in stelling: alweer een sensationeel eilanddier.
°
Meijer doet onderzoek naar de duizenden vogelbotten die ook in de hobbitgrot zijn gevonden: botjes van gierzwaluwen, uilen, arenden, havikjes, papegaaien.
°
Bij sommige daarvan zijn duidelijke tekenen van extreme groei waarneembaar.
Zo bleek er op Flores een kolossale maraboe te hebben rondgestruind.
Ook Van den Bergh zet het onderzoek voort. Samen met enkele collega’s heeft hij onlangs de gekrompen olifant van Flores beschreven als een aparte subsoort (Quarternary International, 2007).
 _
De olifant was 30 procent kleiner dan zijn voorouder die 900.000 jaar geleden op Flores kwam – en die op zijn beurt ook alweer 30 procent kleiner was dan de vastelandvorm.
 –
Zie het voor u: een olifant ter grootte van een flink dressoir. “Homo floresiensis was gewoon onderdeel van die fauna die daar op dat eiland bestond”, zegt Meijer.
Conservator De Vos intussen kiest het bredere perspectief. In een overzichtsartikel dat binnenkort verschijnt in het gespecialiseerde vakblad Journal of the History of Biology verbindt hij de rel rond de hobbit met de ophef die destijds ontstond na de ontdekking van de eerste Neanderthaler en de eerste Homo erectus
°
“De reactie op een nieuwe mensensoort is steeds vergelijkbaar”,
stelt De Vos.
°
Bij erectus zei de ene helft dat het een microcefaal is en de andere helft vond het een aap. Bij de Neanderthaler dacht men dat het ging om een halve gek. En bij de hobbit zie je die typerende reactie weer. Men wil gewoon niet accepteren dat iets nieuw is. Dat gebeurt pas na een generatie.”
°
Dat geldt des te meer voor minimensjes die op eilanden wonen.
Reuzenratten en mininijlpaarden, dat is tot daar aan toe.
Maar mensen die nu eens niet ver verheven staan boven de natuur, maar die zijn gekneed – gekleineerd zelfs – door de evolutie; dát is voor veel onderzoekers wat veel van het goede.
 °
De Vos: “Mijn kleine olifantjes, daarvan zegt niemand wat. Maar nu is het een mens en dan is het anders.”

bron :

NWT nr. 6/2008/ Natuurwetenschap & Techniek.

http://www.nwtonline.nl/00/nt/nl/47/artikel/10657/De_minimensjes_van_Micronesi%C3%AB.html (pag. 58)

°

Hobbit van Palau ‘niets bijzonders’

26 augustus 2008

°

De vondst van een zeer klein menselijk skelet op het Zuidzee-eiland Palau vorig jaar, is geen aanwijzing voor het bestaan van een dwergvolk op het eiland, duizenden jaren geleden.

°
Dat stellen archeologen van de North Carolina State University dinsdag in het online tijdschrift PlosOne. ‘De vroegste Palau-mensen hadden normale menselijke afmetingen en vielen binnen de normale vanriatie van moderne menselijke populaties’, aldus de onderzoekers. Vorig jaar leidde de vondst van de resten in een grot op Palau tot speculatie over een parallel met eerdere vondsten op Flores van de resten van een Homo erectus-achtige van nog geen meter groot en circa 18 duizend jaar oud.
°
Volgens archeoloog Scott Fitzpatrick en zijn team is de vondst op Palau van een volkomen andere orde.
°
De skeletdelen vallen binnen de bekende variatie van lengte in moderne mensen. Er is geen sprake van een dwergachtige voorouder, aldus de onderzoekers.


” ….Our evidence indicates the earliest inhabitants of Palau were of normal stature, and it counters the evidence that Berger, et al, presented in their paper indicating there was a reduced stature population in early Palau,” said University of Oregon anthropologist Greg C. Nelson. “Our research from whole bones and whole skeletons indicates that the earliest individuals in Palau were of normal stature but gracile. In other words, they were thin.”

 

A close-up view of the teeth shows their size as well as betel staining — a red byproduct of chewing betel, an Areca palm nut along with slaked lime and leaf of the Piper betel vine. Betel has slight stimulant and medicinal qualities. (Credit: Photos by Jim Barlow)

http://www.sciencedaily.com/releases/2008/08/080826205936.htm

°

HUMOR  ? Flores mens was mogelijk viervoeter ? Diemen (NL) – Homo floresiensis (bijnaam Hobbit) liep mogelijk op handen en voeten.

°

Die conclusie trekt de Nederlandse paleontoloog Gert van den Bergh uit de analyse van de skeletdelen van de Floresmens, die vandaag is gepubliceerd in Nature.

°

Van den Bergh is gespecialiseerd in eilandfauna’s. Vanaf begin jaren negentig heeft hij opgravingen gedaan op het Indonesische eiland Flores, waar hij onder andere zocht naar resten van dwergolifanten. Zowel in 2003 als in 2004 maakte hij deel uit van het Australisch-Indonesische onderzoeksteam, dat Hobbit in de Liang Bua-grot op Flores heeft gevonden. De publicatie in Nature in oktober 2004 over de in 2003 gevonden schedel was wereldnieuws. De vondsten uit 2004 staan beschreven in het Nature-artikel dat vandaag uitkomt.

°

Van den Bergh is geen coauteur van het artikel, maar werkt nog altijd nauw samen met de auteurs van het stuk. Ook deze zomer deed het team weer opgravingen op Flores, maar helaas niet in de Liang Bua-grot, omdat de Indonesische overheid geen vergunning had verstrekt. Een kort vraaggesprek met Van den Bergh.

°

Waarom denk jij dat Hobbit op handen en voeten liep?

De sterkste aanwijzing vind ik het opperarmbeen. Het opperarmbeen van Homo sapiens en Homo erectus is sterk getordeerd. Bij Hobbit zit dit bot echter vrijwel recht op de schouder. Dit zie je niet bij de Australopithecus, niet bij erectus, niet bij mensapen, niet bij chimpansees, maar wel bij gibbons en makaken! Het gevolg is dat de schouder van Hobbit veel minder mobiel is. Die kon haar armen vermoedelijk wel goed voorwaarts-achterwaarts bewegen, maar veel minder makkelijk zijwaarts, zoals wij dat kunnen. Dit impliceert dat Hobbit mogelijk op handen en voeten liep om goed tegen steile wanden en in bomen te kunnen klimmen, net zoals een makaak doet. Dit zou een aanpassing aan het leven op het onherbergzame Flores kunnen zijn, dat voornamelijk bestaat uit zeer steile berghellingen.”

Wie is de voorouder van Homo floresiensis?

Dat is de grote vraag. We dachten aanvankelijk dat Hobbit afstamt van Homo erectus en ik vind dat eigenlijk nog steeds het meest logische. Het skelet van Hobbit vertoont echter ook duidelijke kenmerken van de Australopithecus, een voorouder van de Homo erectus, die een paar miljoen jaar geleden in Afrika leefde. Zo heeft Homo floresiensis net als Australopithecus langere armen en handen en naar buiten staande heupen. Er zijn in Azië echter nog geen eenduidige resten gevonden van Australopithecus, dus mocht Hobbit daadwerkelijk van de Australopithecus afstammen, dan komt mogelijk de Out of Africa-theorie – het idee dat onze vroege voorouders ook al uit Afrika kwamen – op losse schroeven te staan. Elders op Flores hebben we deze zomer ruim 350 werktuigen gevonden, die 800.000 jaar oud zijn. Aangezien Homo erectus toen ook op Java voorkwam, is het aannemelijk dat erectus zo vroeg al de diepe zeestraat tussen Bali en Lombok is overgestoken. Tijdens de tsunami van afgelopen december hebben we gezien dat mensen, die zich vastklampten aan drijvende bomen, na een week nog levend uit zee werden gevist. Hetzelfde kan destijds met de erectus zijn gebeurd. In de honderdduizenden jaren daarna kromp erectus geleidelijk aan tot Homo floresiensis. Deze aanpassing aan een geïsoleerd leven op een relatief klein, zeer bergachtig eiland, leidde waarschijnlijk ‘toevallig’ tot overeenkomsten met Australopithecus.

 

Sceptici beweren dat Hobbit een Homo sapiens is met de hersenziekte microcefalie. Schept het vandaag gepubliceerde Nature-artikel duidelijkheid over deze kwestie?

Het artikel geeft een opsomming van de botten van meerdere individuen die we in de Liang Bua-grot hebben gevonden. De analyse bevestigt onze eerdere conclusie dat het hier om een nieuwe mensensoort gaat. De kritiek van sceptici dat het floresiensis-skelet zou hebben toebehoord aan een moderne mens die leed aan de hersenziekte microcefalie lijkt niet langer houdbaar. Hobbit was vermoedelijk dertig jaar oud toen ze stierf, wat behoorlijk oud zou zijn voor een ‘ziek’ individu. De kaak van een tweede individu, dat 3000 jaar jonger is, lijkt bovendien sprekend op de eerste kaak die vorig jaar al is besproken. Deze tweede kaak en de botten van andere individuen duiden op zelfs nog iets kleinere wezens dan het vorig jaar beschreven skelet (waarvan de schedel gevonden is).

Het is zeer onwaarschijnlijk dat er een hele populatie van microcefalen geweest zou zijn die duizenden jaren heeft voortgeleefd. In een nieuwsbericht op de website van Nature klaagt de Australische onderzoeksleider Mike Morwood dat jullie wellicht nooit meer opgravingen mogen doen in Liang Bua. Wat is daar de reden van?

In Indonesië« heeft de 75-jarige paleoantropoloog Teuku Jacob veel invloed. Hij zit op zijn zachtst gezegd niet op één lijn met ons. Zo vindt hij nog steeds dat Hobbit een sapiens met microcefalie is. Eind vorig jaar liet hij de schedel en diverse botten tegen de zin van de meeste teamleden vanuit Jakarta overbrengen naar zijn instituut in Jogyakarta. Vervolgens vlogen de beschuldigingen over en weer hetgeen tot verdere escalatie leidde. Uiteindelijk moest Jacob de botten onder druk van hogerhand in Februari dit jaar teruggeven aan het instituut in Jakarta. Tot grote ontzetting van de teamleden kwamen sommige botten zwaar beschadigd terug. Dit werd meteen al heel ‘on-indonesisch’ door de Australiërs naar buiten gebracht, hetgeen tot verder gezichtsverlies van Jacob zou kunnen leiden, ware het niet dat Jacob in Indonesië zelf de media sterk onder controle lijkt te hebben. Jacob beschuldigt het onderzoeksteam van wetenschappelijk kolonialisme en probeert nu via hoge functionarissen binnen de Indonesische overheid de Australiërs te beletten om verder onderzoek in Indonesië te doen. Zonder geld uit het buitenland zijn opgravingen zoals in Liang Bua echter vrijwel onmogelijk. We hebben pas één procent van Liang Bua onderzocht en er liggen nog zoveel vragen open dat het doodzonde zou zijn als politieke sentimenten de opgravingen dwarsbomen.

Marcel Crok

Hobbit20Cover20NW26T20nov202005

Hobbit As Monkey?

10/27
°
Peter Brown, the anthropologist on the hobbit team, is not impressed. In an email reply, he wrote: ” ….Absolute nonsense! Completely inconsistent with the anatomy of the LB1 skeleton, which is consistent with that of an obligate biped. Simply no way the limbs could have functioned like this. Anatomy of the cranial base, pelvis, legs, feet, hands… all those of an obligate biped….”
10/27 Dan Lieberman, a Harvard anthropologist who has been a careful observer of H. floresiensis research:
” …. Very amusing and one of the silliest ideas yet I’ve seen regarding this odd skeleton. But I like the figure! Their idea its a monkey comes from the humeral torsion, but it really is clearly a biped in so many features that the idea is, well, silly…..Just goes to show that one can publish anything somewhere…” 1.- ….if the vegetation on Flores was as it is now(?) some of the suspected drivers for bipedalism vanish. Floresiensis could (among many possibilities) have reverted to cuadripedalism or knuckle-walking (or never have left those practices). Some suspect that chimps and gorillas had upright ancestors….. 2.- ….What Van den Bergh is refering too is humeral torsion. In humans and apes there is a large amount of it – although least in the gorillas, which spend a lot of time on the ground. It should be pointed out that gibbons are not quadrupedal. The exact relationship between humeral torsion has not been worked out. For more info Aiello and Dean’s “An introduction to human evolutionary anatomy” and references their in for more details.
5. Tabitha M. Powledge on October 28, 2005
One of my sources raised this point in my October 13 story in The Scientist: http://www.the-scientist.com/news/20051013/02
” …Schwartzis a major expert on hominid remains who says he has examined many of the actual examples of hominids, not casts. (Those of you with FT access to Science, see his review on Homo erectus in the July 2 2004 issue.)Until someone publishes a serious critique of Liang Bua stratigraphy, Schwartz’s speculation that the bones may represent different taxa is not so easily dismissed, IMHO. It’s very easy to forget a crucial aspect of this site. It’s not a living or burial site. All those bones and other artefacts washed into the cave during tropical rains and flooding. No one knows where they came from…”
6.Peter Brown on October 28, 2005 writes…
….Schwatz’s speculation about multiple taxa makes absolutely no sense. Is he, for instance suggesting that the arms of LB1, belong to a different taxa to the rest of the body. Or, the postcranial bones which share numerous features with the first skeleton, belong to different taxa. Its not as if there were even any other primate taxa on Flores during the Pleistocene. As for articulated skeletons being washed into the cave… “
 °

One More Homo Species? 3D-comparative analysis confirms status of Homo floresiensis as fossil human species

The Liang Bua 1 (LB1) cranium, shown in right side view.
1http://www.sciencedaily.com/releases/2013/07/130710182420.htm
10 july  2013
Stony Brook University
Summary:
Based on the analysis of 3-D landmark data from skull surfaces of Homo floresiensis, scientists provide compelling support for the hypothesis that Homo floresiensis was a distinct Homo species.
Floresiensis and modern man
____________________________________________________________________
°
UPDATING  2014 

Flores bones show features of Down syndrome, not a new ‘Hobbit’ human

August 4, 2014  Penn State
Summary:
In October 2004, excavation of fragmentary skeletal remains from the island of Flores in Indonesia yielded what was called ‘the most important find in human evolution for 100 years.’ Its discoverers dubbed the find Homo floresiensis, a name suggesting a previously unknown species of human.
LB1 is shown in three different views to illustrate facial asymmetry. A (left) is the actual specimen, B (middle) is the right side doubled at the midline and mirrored, and C (right) is the left side doubled and mirrored. Differences in left and right side facial architectures are apparent, and illustrate growth abnormalities of LB1.
Credit: Image A, E. Indriati; Image B and C; D.W. Frayer
°
LB1 and Liang MomerE
Image: © Photograph of Liang Momer E skull taken at Naturalis Biodiversity Center (Leiden, Netherlands.) All Rights Reserved

This figure compares the skull of LB1 to that of Liang Momer E, another skull from Flores, dated in the range of 3000 to 5000 years ago.

 

DOWN SYNDROME ?

The published papers are available at ;

http://www.pnas.org/content/early/2014/07/31/1407382111.abstract andhttp://www.pnas.org/content/early/2014/07/31/1407385111.abstract.

Additional context is available on the authors’ website at
http://www.LiangBuaCave.org.

http://news.psu.edu/story/322149/2014/08/04/research/flores-bones-show-features-down-syndrome-not-new-hobbit-human

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/08/140804151510.htm

°

Floresmens was geen nieuwe soort, maar had Downsyndroom

 

 

 

In 2004 stelden onderzoekers dat ze een nieuwe mensensoort hadden ontdekt: Homo floresiensis. Maar nieuw onderzoek stelt nu dat het helemaal geen nieuwe mensensoort is. Het is een mens die het Syndroom van Down had.

Homo floresiensis werd in 2004 aangekondigd als een heel belangrijke ontdekking die meer inzicht zou geven in de evolutie van de mens. De conclusie dat er een nieuwe mensensoort was ontdekt, was gebaseerd op de vondst van resten van één mensachtige: LB1. De resten werden ontdekt in een grot op het Indonesische eiland Flores.

Anatomische kenmerken
LB1 – die ongeveer 15.000 jaar geleden leefde – had volgens de onderzoekers verschillende anatomische kenmerken die deze overduidelijk van de mensachtigen die we reeds kenden, onderscheidden. Denk aan een uitzonderlijk kleine schedel (66 procent kleiner dan de schedel van de moderne mens) en heel korte dijbenen waardoor deze net één meter lang was. Dat laatste leverde de nieuwe mensensoort de bijnaam ‘hobbit’ op.

Omstreden
Andere wetenschappers omarmden de ontdekking van H. floresiensis niet zomaar. De conclusie dat een nieuwe mensensoort was ontdekt, was omstreden. Want waren de resten wel van een nieuwe mensensoort? Ging het niet gewoon om de resten van een mens met een verstoorde ontwikkeling? Een internationaal team van onderzoekers stelt nu dat al die kritische reacties terecht waren. Homo floresiensis is geen nieuwe mensensoort. Het is een mens met een verstoorde lichamelijke ontwikkeling die bovendien diverse kenmerken vertoont die doen denken aan het Syndroom van Down.

Schedel
Ten eerste stellen de onderzoekers dat de wetenschappers die H. floresiensis ontdekten de omvang van de schedel onderschat hebben. Nieuwe metingen onthullen dat het volume niet beperkt blijft tot zo’n 380 milliliter (oftewel minder dan één derde van het brein van de moderne mens). Het brein van LB1 zou een volume van ongeveer 430 milliliter hebben. “Die verandering is significant,” stelt onderzoeker Robert B. Eckhardt. Hij wijst er bovendien op dat mensen met het Syndroom van Down die tegenwoordig in dit gebied wonen, een vergelijkbaar hersenvolume kunnen hebben.

“DE KENMERKEN DIE IN HET OORSPRONKELIJKE ONDERZOEK WORDEN AANGEHAALD ZIJN NIET ZO ZELDZAAM DAT ZE DE UITVINDING VAN EEN NIEUWE MENSENSOORT RECHTVAARDIGEN”

Dijbenen
De conclusie dat H. floresiensis ongeveer iets meer dan een meter hoog was, was gebaseerd op een extrapolatie. De onderzoekers lieten zich daarbij leiden door de korte dijbeenderen van LB1. Maar ook die korte dijbeenderen en daaruit voortvloeiende beperkte lengte, bewijst volgens de onderzoekers niet dat het om een nieuwe mensensoort gaat. Ze wijzen erop dat ook mensen met het Syndroom van Down kortere dijbenen hebben. “De kenmerken die in het oorspronkelijke onderzoek worden aangehaald zijn niet zo zeldzaam dat ze de uitvinding van een nieuwe mensensoort rechtvaardigen.” En toen de onderzoekers berekenden hoe lang de dijbeenderen van LB1 zouden zijn geweest als deze zich normaal zou hebben ontwikkeld, ontdekten ze dat de totale lengte van deze mens dan ongeveer 1.26 meter zou zijn geweest. Dat komt overeen met de lengte van sommige mensen die nu op Flores leven.

Meer bewijs
En de onderzoekers dragen nog meer bewijs aan voor hun hypothese dat LB1 geen nieuwe mensensoort, maar een mens met het Syndroom van Down was. Zo wijzen ze er bijvoorbeeld op dat LB1 als enige de bijzondere kenmerken vertoont. Andere menselijke resten die in dezelfde grot zijn teruggevonden laten deze kenmerken niet zien. Het bewijst dat LB1 anders was dan de mensen waar hij zijn leefgebied mee deelde. Daarnaast blijkt de linkerkant van de schedel ietsje anders te zijn dan de rechterkant. Ook dat wijst op het Syndroom van Down.

Dit onderzoek is niet één of ander fantasierijk verhaal, maar is bedoeld om een hypothese te testen,” benadrukt Eckhardt. “Zijn de skeletten uit de Liang Bua-grot zodanig ongebruikelijk dat we ze aan een nieuwe mensensoort moeten toewijzen? Onze nieuwe analyse stelt van niet. Alle signalen wijzen hier duidelijk op het Syndroom van Down.”

Bronmateriaal:
°
Flores bones show features of Down syndrome, not a new ‘hobbit’ human” – PSU.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Cicero Moraes (via Wikimedia Commons)
°
 REACTIES  UIT DE WETENSCHAPPELIJKE WERELD  en van WETENSCHAPSJOURNALISTEN 
 °
Bloemlezing van lezers-reacties  gevonden   op nieuwssites : 

http://www.nujij.nl/wetenschap/geen-hobbit-maar-syndroom-van-down.29067788.lynkx

//
1.-

Zeer frappant nieuws dat ook nog eens apart is : PNAS geeft deze groep de ruimte om twee keer nagenoeg hetzelfde te publiceren in hetzelfde issue.

* Het bewijs van deze groep dat Homo florensis niet zou hebben bestaan(als aparte mensensoort ) maar dat het om een anomalie gaat , is net zo zacht i.m.o als het bewijs dat H. florensis wel heeft bestaan als aparte mensensoort

(antwoord ) 

“De gevonden botresten van  flo  wijzen op trisonomie …..” volgens deze  down syndroom – hypothese   …

Maar

  • Het enige wat telt is dat men harde feiten vind die wijzen op trisomie 21 ( het liefst van al  voldoende  genetische sequenties   ) van enige soort, de rest is assumptie of extrapolatie   ….
  • Bovendien spelen nog andere morfologische  , ethnografische   en archeologische (=  de vondsten  van werktuigen ) “bewijsvoeringen” en (weliswaar) speculatieve extrapolaties ( maar met hoge waarschijnlijkheidswaarde  ), in het voordeel van de “aparte mensensoort   hypothese” ….

 

* Ik blijf nog immer op mijn hekje (en mijn honger) zitten als het gaat om de “hobbit mens”

 

2.-

Is dit  Creationisten voer ?(of creationistisch geinspîreerd ?) 

  • De controverse over de flores mens bewijst noch  ontkracht de evolutietheorie ( of de huidige  afstammingstheorieën  van de mens, omdat de Floresmens niet onze voorvader was maar een verwant : een  (uitgestorven ) zijtak  .
  • De vraag was alleen: waarom zijn die gevonden mensen zo klein en bezitten ze die morfologisch anatomische kenmerken die zijn gekonstateerd aan de mensachtige  semi-fossiele vondsten van  Flores

En hier zijn wetenschappers naar op zoek gegaan:

  • de eerste wetenschappers concludeerden dat er sprake was van evolutie, en dwarfisme …..
  • en de wetenschappers die dit (sinds de eerste dag van de ontdekking ) aanvechten concluderen  nu  (op basis van hun eigen nieuwe metingen) dat er een  handicaperende groeibeperking ( met name down syndroom )was bij  één belangrijk  gefossileerde  spercimen  van populaties van homo sapiens  .

° Beide standpunten verdienen nog wat meer onderzoek om tot een conclusie te komen, maar geen van beide noopt tot conclusies over evolutietheorie ( het gaat enkel over de Floresmens en of die zo geevolueerd als zijtak van een mensachtige   of dat er sprake is van  een  niet gedetecteerd genetisch defect bij de  semi fossiele vondsten  ).

 

*

“Homo floresiensis  :  een paar (fragmentarische) botvondsten.”

Niet een paar fragmentarische  botresten  maar een redelijk compleet skelet ;Het hoofd was redelijk intact en een groot gedeelte van de rest was ook nog intact maar omdat dit ( in het begin )  om 1 vondst ging tussen diverse andere fossielen werden er direct vraagtekens bij geplaatst   …. o.a. door diezelfde mensen(waaronder ook” multi regionalisten”en ” out of africa ” -ontkenners  )  die nu met de ” down-syndroom hypothese komen

 

 

3.-

(Palaeo)Antropologen vinden (over het algemeen ) de kans dat een fossiel van een “ziek individu” komt nogal klein….

4.-

Telkens proberen wetenschappers een “experiment “ uit ( of in dit geval  meestal  een gedachtenexperiment (=rethinking ) te bedenken om theorieën onderuit te halen,… Maar ook die  voorgestelde  falsificaties zijn  (provisionele) werkhypothesen die dan  andere wetenschappers proberen te falsifieren ; En dan gebeurt er iets als dit. Tsja, dat is dan zo. In 10 jaar is er hopelijk enige klaarheid

(Tsjok )

Het gaat bij deze  groep  bovenvermelde  mensen niet om “RETHINKING “ maar misschien  eerder om ……”DENIAL” (van de status “aparte mensensoort ” van de zogenaamde homo floresiensis )

Tenzij het gewoon louter gewone  “domheid” zou zijn , maar dat laatste acht ik niet echt waarschijnlijk bij dergelijke mensen …. Vakidiotie met oogkleppen (iets waar ook de destijds beroemde anatoom VIRCHOW zich aan bezondigde tijdens de neaderthaler -kwestie ) is ook een mogelijke optie ?

 

DOWN SYNDROOM

 

°

Turners syndroom (= down syndroom) is een ernstige ziekte, naast die schattige oogjes en ogenschijnlijke naivitiet sterft de helft al in de baarmoeder en zal een natuurlijke abortie ondergaan. Als ze het overleven hebben ze vaak geen emotionele en fysieke zelfstandigheid, en lijden vaak aan allerlei hart en vaatkwalen.

 

m.a.w.

De levensduur ( en verwachting)  is dus ook aanzienlijk korter en ook nog eens van mindere kwaliteit .

Je kan het bagetaliseren, maar het is niet te classificeren als een “onschuldige aandoening” .

°

Overdraagbaarheid van  trisonomie 21 

“Wanneer iemand met het syndroom van down voor nageslacht zorgt wil dat niet zeggen dat het kind ook  die  chromosoom afwijking heeft. ”

(En nog afgezien  van het feit of  deze personen    al dan niet  minder   fertiel  ( of zelfs  verhoogd steriel) zouden  zijn  :

  • trisomie 21 wordt NIET doorgegeven met meer dan een normale kans op voorkomen zoals bij “normale” mensen. ( en volgens de mendeliaanse wetten )
  • Alleen bij translocaties van een stukje 21 naar een ander chromosoom ( tijdens de meiose ) is het een genetisch veroorzaakt  mutatie-defect geworden 

http://turners.nichd.nih.gov/genetic.html

 

(Tsjok)

Het risico op deze genetische aandoening (trisonomie ) verhoogt bij moeders boven de 30-35 ….Het is onwaarschijnlijk dat oude moeders rondliepen op het eiland flores
van duizenden jaren geleden …. alles staat en valt dus in de eerste plaats met de datering van de daadwerkelijke vondsten

* Het is trouwens een syndroom dat veel problemen met zich meebrengt. Hartproblemen, skeletafwijkingen, osteoporose, autisme, gastro-intestinale afwijkingen en nog een aantal hinderlijke problemen als huidafwijkingen.

* Het blijven kwetsbare mensen die nooit oud zullen worden en veel zorg nodig hebben

* Ook niet waarschijnlijk dat in de hardere omstandigheden van 18.000 jaar geleden (waar ook ter wereld ) dergelijke mensen lang in leven zouden zijn gebleven

( zie ook reacties onderaan )

“Uiteraard werden veel vrouwen 15000 jaar geleden ouder dan 35 jaar en kregen ze ook kinderen op die leeftijd”

Gralgrathor   // Hier durf ik de nodige vraagtekens bij te zetten.

1. Zelfs nu ligt de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen wereldwijd nog ver onder de 30, met uitschieters naar boven in de rijke eerstewereldlanden.

2. 15000 jaar geleden lag de gemiddelde levensduur voor leden van het genus Homo rond de 40 jaar, gebaseerd op archaeologische data (eg. slijtage van gewrichten en tanden, vorming van botten en kraakbeen, etc).

Waarschijnlijk lag de gemiddelde leeftijd waarop een vrouw van het genus Homo kinderen kreeg 15000 jaar geleden dichter bij 15 dan bij 20, en mocht men tussen 35 en 40 verwachten kleinkinderen te hebben – zelfs Homo sapiens. Het zal zeker zijn voorgekomen dat vrouwen nog na hun dertigste kinderen baarden, maar ik betwijfel dat het vaak is voorgekomen.

“Dat zal in meer sociaal hechtere samenlevingen minder problemen geven”

Gralgrathor   //Daarentegen hebben primitieve samenlevingen, zelfs als die sociaal hechter zijn, vaak taboes op lichamelijke (laat staan geestelijke) misvorming, en zal het niet ongewoon zijn dat een stam dergelijke kinderen of aan de miereneters voert, of a la Hans en Grietje buiten de gemeenschap sluit (met de dood tot gevolg). Zelfs als de stam een dergelijk kind hielden was waren de leefomstandigheden nog steeds veel zwaarder dan onze moderne maatschappij biedt, en zullen kinderen met een dergelijke lichamelijke en geestelijke achterstand veel eerder het loodje hebben gelegd dan nu het geval is. De kans dat individuen met het syndroom van Down de volwassenheid bereikten moet daarom vrij klein worden geacht – de kans dat men fossiele resten vindt van een volwassen individu met Down dus miniem.

Desondanks:

De bevindingen tot nu toe zijn gebaseerd op een vrij kleine hoeveelheid resten. Ik ben geneigd vanwege mijn opmerkingen hierboven een grotere waarschijnlijkheidswaarde toe te kennen aan posities die H. floresiensis als unieke soort erkennen, maar wil de mogelijkheid dat het hier inderdaad een verwarring van pygmeeën en enkel geval Down betreft ook niet uitsluiten. In plaats van nog meer analyses van dezelfde resten zou ik graag zien dat er meer overblijfselen gevonden werden voordat ik deuren ga sluiten.

 

 

 

(Tsjok )

.er bestaan nog wél   een hoop misvattingen over de “huidige ” toestand van mensen met down syndroom

http://www.nu.nl/media/3845088…http://nl.wikipedia.org/wiki/S…

http://newsmonkey.be/article/7…
waaruit ik bijhet laatste  vooral onthou :

“9. …..
De levensverwachting van mensen met down is de laatste tijd enorm gestegen. In 1983 was de verwachting amper 25 jaar, terwijl dat vandaag in de westerse landen al 50 à 60 jaar is…”

° (Tsjok)  ……Het gaat hier (om   en  bij de flores mens ) over de levensverwachtingen van (homo sapiens ? ) mensen met down s, ingebed in een verzamelaars-jagers gemeenschap , minstens 15.000 jaar geleden ….. Op een eiland met erg beperkte mogelijkheden qua exploiteerbare voedselvoorraden …..

°
Veroorloof me toch enkele verdere “on topic” opmerkingen in dit verband

— Homo sapiens (= floresmens is immers een ondersoort , althans volgens de hier besproken down syndroom-hypothese ) skeletresten van 15.000 jaar geleden met (morfologisch )AANTOONBAAR downsyndroom zijn op zijn minst erg onwaarschijnlijk
( Kan “toevallig” wél want de kans is niet gelijk aan 0)

ECHTER

1—Zolang er geen (analytisch)bruibaar DNA kan worden geextraheert uit de vondsten is daarover geen uitsluitsel te geven

2–Microscopisch onderzoek naar het verdubbelde chromosom ( karyotypering ) is ook niet mogelijk ( naar mijn weten ) omdat daarvoor intacte intacte cellen nodig zijn en die zijn niet meer aanwezig in het semi-fossiele materiaal ( dat drijfnat was en eerder leek op papier maché )

 

°
“Uiteraard werden veel vrouwen 15000 jaar geleden ouder dan 35 jaar en kregen ze ook kinderen op die leeftijd.

°

Kan altijd .… Alleen is een lage GEMIDDELDE levensverwachting van een gegeven bevolking vooral het gevolg van hoge kindersterfte en hoge kraambedsterfte ( kijk maar naar afrika )

Vrouwen hebben onder “primitievere” en in moeilijke omgevingen een groter kans om niet al te oud te worden …. Die problemen worden dan “opgelost “(of minstens uitgesteld) door een streven naar grotere kinderijkdom en de beschikbaarheid van jongere vruchtbare vrouwen die door kraambedperikel kwetsbaar zijn ( en in zoverre het “opkweken ” van meisjesbabies geen al te grote belasting vormen — want infanticide komt ook vaak voor ) en dus een “schaars artikel ” ( polygamie is hierop een antwoord )

Uiteraard kwamen ook mannen veel vroeger om (jachtrisico’s , stamoorlogen en raids —> geillustreerd door(historische ) ethografische studies van o.a. de Papoea’s )

-er bestonden natuurlijk ook matriarchale gemeenschappen ( waar de rollen werden omgekeerd ?) maar niettemin bleef ook daar de kraambed en kindersterfte manifest aanwezig …

PS

Het gaat NIET zozeer om de leefomstandigheden in de moderne (westerse ) wereld of zelfs in de hedendaagse ontwikkelingslanden (waar de mensen met downsyndroom beter kunnen worden opgevolgd ) … maar om de barre en extreme leef-omstandigheden met weinig en schaarse middelen, op een eiland .M;a.w. een omgeving waar veel minder werd “gepamperd ” dan in de meeste omgevingen van de huidige mensenwereld ….

Dwarfisme of dwergroei is daarbij een groot voordeel omdat het minder middelen vergt .

 

.

 

–> Er is  ondertussen  meer voorhanden  dan   één enkele schedel ….. 

Van de complete eerste schedel is uiteraard de “jaw” bekend … maar in diezelfde grot werd ook een tweede  “jaw “ gevonden ( de schedel waartoe die onderkaak behoorde is nog zoek )

—> Ook die tweede kaak bezit GEEN  kin

Tweemaal  dow-syndroom  of zo ?  

 

°

 

 

Here is a picture of the two discovered Homo floresiensis jawbones (one from the skull of the individual desgnated as LB1 and the other from individual whose skull hasn’t been found):
floresiensis jaws

http://anthropologynet.files.wordpress.com/2008/11/homo-floresiensis-mandibles.jpg

Do you think those jawbones are of people with Down syndrome?

he LARGER of those two jawbones belongs to LB1, the individual whose whole skull has been found.

Compare those to the jawbone of a normal human:
homo sapiens jaw

http://www.texasobserver.org/wp-content/legacy/archives/zrl_071005/images/jawbone.jpg

 

 
menselijke kaak gezien van bovenaf
 °
 2.- Dat de gevonden botten van  mensen  met het syndroom van down zouden zijn geweest  is de hypothese van enkele wetenschappers …. Maar het is zeker de consensus niet  ….integendeel 
-Gelukkig zijn de meeste mensen met het  syndroom van down niet even stompzinnige vakidioten   als deze “wetenschappers “
°
occiput

HOMININES COMPARATIVA

INHOUD —-> https://tsjok45.wordpress.com/2012/09/03/evodisku/    

VERWANTEN  

ORANG OETANG   & RAMAPiTHECUS 

orang skull dental arch and teeth

 

male orang skuill
Orangutan Male Skull Specimen

 

skull borneo female orang ...Pongo pygmaeus pygmaeus
Orangutan Female Skull Specimen

juvenile orang skull
Orangutan Juvenile Skull Specimen

orang skeleton

DOORGEEVOLUEERDE   extante  DICHT VERWANTE  MENSAPEN 

kaakspier en bovenkant schedel   / Gorilla  Mens 

http://www.talkorigins.org/faqs/homs/gorilla.html

Front view of a male gorilla skull. (Image courtesy of Skullduggery)

Gorillas are the largest living primates. Males grow considerably larger than females.

The brain size of gorillas averages 500 cc, but males, being bigger, tend to have larger brains than females. Various sources list the maximum brain size of gorillas as 650 cc, 700 cc, or in the case of one exceptional specimen, 752 cc (Tobias, 1964).

Skulls of male gorillas therefore overlap the skulls of Homo habilis in brain size, but this is largely because they are far bigger than any fossil hominid. When a correction is made for their huge body size, gorilla brains are the same size as, or a bit smaller than, those of chimpanzees. In addition, male gorilla skulls have a very different appearance from those of Homo fossils. They have prominent crests and ridges of bone, while Homo habilis skulls have little or no crests, and are much more rounded.

References

Tobias P.V. (1964): The Olduvai bed I hominine with special reference to its cranial capacity. Nature, 202:3-4.

CHIMP           

Chimp skull


Chimpanzee Male Skull Specimen


Chimpanzee Female Skull Specimen


Chimpanzee Juvenile Skull Specimen

http://www.cmnh.org/site/ResearchandCollections/CastingLabs/PhysAnthroCastingLab/Chimp.aspx

CHIMP  SKULLS

three chimps  ?

mens en aap
OP ZOEK NAAR  HET ” UNIEKE  ” VAN DE MENS
Gelaatsuitdrukkingen  ?    NEEN
bush_chimps2
HET  UNIEKE   VAN DE MENS  is o.a.
een   belangrijk verschil tussen  de  “mens ” en  de  “chimp”  : HET SNOTGEULTJE
De design van het snotgeultje onder onze neus ? 
onze neef , en waarschijnlijk  ook “Adam” (?)  had  GEEN snotgeultje —>

{Het philtrum is de naam voor het verticale streepje boven de bovenlip en onder de neus.}

zo zie je maar weer eens ;

De mens onderscheid zich van het dier door zijn ….snotgeultje
______en eigenlijk is het onjuist om het ( traditioneel ) ook nog verder over “snotapen “te hebben …. ( “snotvinken” is ook al niet van je dat )
Snotgootje ? 

Tussen je neusgaten heb je zo’n stukje huid waardoor je 2 neusgaten hebt ipv 1 als je vanaf daar met je vinger naar beneden gaat, kom je bij een soort ‘geultje’ tussen je neus en je bovenlip maar waar is dat voor?
Kan dat niet gewoon een product zijn van de evolutie?
Stel nu dat die ‘fittest’ nu ook zo’n gleufje had, dus gewoon een ‘afwijking’. Deze plant zich voort, en zijn”fitte’ kinderen hebben dat gleufje ook weer, enzovoorts enzovoorts. ?
De twee lijntjes onder ieders neus.
Het is echter niet 1 gootje maar er zijn  2 kanaaltjes ,( ongeveer maar niet precies   ) onder ieder neusgat 1 /
kijk maar eens in de spiegel ….
De beide kloofjes  begrenzen de gutte:  het “snotgootje” dat door een evolutionair misverstand precies tussen beide neusgaten terecht is gekomen,in plaats van onder een van de twee.
Dat ” gutte “-naadje   heet trouwens (in de volkstaal ) “snotgootje / snotgeultje 
Volgens mij heeft het iets te maken met hoe een foetus groeit.
Eerst zitten de linker en de rechterhelft van dat stuk van je gezicht, je verhemelte, dat doorloopt in je lip, nog niet aan elkaar, dat groeit later tegen elkaar aan.
Het punt waar de twee stukken bij elkaar komen is dat gekke geultje, daarom loopt het niet glad door, maar zie je dus een soort “lasnaadje”.
Je hebt ook mensen waarbij dat aan elkaar groeien niet zo goed gelukt its; die hebben bijvoorbeeld een hazelip, of een open verhemelte (waardoor je dus niet normaal kunt praten).
Deze aangeboren afwijking heet ook wel schisis. Dat is inderdaad de gespleten lip/hazelip etc. Hier staat het allemaal nog eens uitgelegd:
http://www.schisis.nl/mlbinfo0.html#04
En ook heel leuk om te kijken is een aflevering van Klokhuis over schisis.
http://cgi.omroep.nl/cgi-bin/streams?/tv/nps/hetklokhuis/bb.20041109.asf
Er wordt niet helemaal expliciet vermeld dat hierdoor ook het geultje onder je neus ontstaat
VOETEN    ? 
Schedels  ? 
achterhoofdgat
Series 2
   series 4
<—verhemelte       &     tanden
 primates inner ears
HEUPEN  
metatarsus
heupen   
M   plantaris
Hominid series.

TM 266-01-060-1, “Toumai”, Sahelanthropus tchadensis
Discovered by Ahounta Djimdoumalbaye in 2001 in Chad, in the southern Sahara desert. Estimated age is between 6 and 7 million years. This is a mostly complete cranium with a small brain (between 320 and 380 cc). (Brunet et al. 2002, Wood 2002) It has many primitive apelike features, such as the small brainsize, along with others, such as the brow ridges and small canine teeth, which are characteristic of later hominids.

http://www.nature.com/nature/ancestor/

A new hominid from the Upper Miocene of Chad, Central Africa
MICHEL BRUNET, FRANCK GUY, DAVID PILBEAM, HASSANE TAISSO MACKAYE, ANDOSSA LIKIUS, DJIMDOUMALBAYE AHOUNTA, ALAIN BEAUVILAIN, CÉCILE BLONDEL, HERVÉ BOCHERENS, JEAN-RENAUD BOISSERIE, LOUIS DE BONIS, YVES COPPENS, JEAN DEJAX, CHRISTIANE DENYS, PHILIPPE DURINGER, VÉRA EISENMANN, GONGDIBÉ FANONE, PIERRE FRONTY, DENIS GERAADS, THOMAS LEHMANN, FABRICE LIHOREAU, ANTOINE LOUCHART, ADOUM MAHAMAT, GILDAS MERCERON, GUY MOUCHELIN, OLGA OTERO, PABLO PELAEZ CAMPOMANES, MARCIA PONCE DE LEON, JEAN-CLAUDE RAGE, MICHEL SAPANET, MATHIEU SCHUSTER, JEAN SUDRE, PASCAL TASSY, XAVIER VALENTIN, PATRICK VIGNAUD, LAURENT VIRIOT, ANTOINE ZAZZO & CHRISTOPH ZOLLIKOFER
Nature 418, 145–151 (2002); doi:10.1038/nature00879
| Summary | Full Text (HTML / PDF) |

Geology and palaeontology of the Upper Miocene Toros-Menalla hominid locality, Chad
PATRICK VIGNAUD, PHILIPPE DURINGER, HASSANE TAÏSSO MACKAYE, ANDOSSA LIKIUS, CÉCILE BLONDEL, JEAN-RENAUD BOISSERIE, LOUIS DE BONIS, VÉRA EISENMANN, MARIE-ESTHER ETIENNE, DENIS GERAADS, FRANCK GUY, THOMAS LEHMANN, FABRICE LIHOREAU, NIEVES LOPEZ-MARTINEZ, CÉCILE MOURER-CHAUVIRÉ, OLGA OTERO, JEAN-CLAUDE RAGE, MATHIEU SCHUSTER, LAURENT VIRIOT, ANTOINE ZAZZO & MICHEL BRUNET
Nature 418, 152–155 (2002); doi:10.1038/nature00880
| Summary | Full Text (HTML / PDF) |

Palaeoanthropology: Hominid revelations from Chad
BERNARD WOOD
The story of human origins in Africa takes a twist with the description of a 6–7-million-year-old cranium from Chad. The discovery hints at the likely diversity of early hominids.
Nature 418, 133–135 (2002); doi:10.1038/418133a
| Full Text (HTML / PDF) |

Oldest human forebear found
New-found skull could sink our current ideas about human
evolution.
| Full Text (HTML / PDF) |

Toumaï, face of the deep
Earliest known record of human family turns up in Chad.
| Full Text (HTML / PDF) |

http://www.sesha.net/eden/toumai.asp

Toumaï’s schedel is verassend goed bewaard gebleven voor een fossiel van die leeftijd.
Complete schedels zijn vrij zeldzaam in de paleoantropologie, de tot nu toe oudste schedel is “slechts” 2,5 miljoen jaar oud. Dat is dus ontzettend jong in vergelijking met Toumaï.

Een eerste bestudering van de Sahelanthropus fossielen liet een aantal typisch hominide kenmerken zien;
Het gezicht is vrij plat, Toumaï heeft niet echt een snuit zoals chimpansees; boven zijn ogen heeft hij een dikke, doorlopende wenkbrauwboog die doet denken aan latere hominiden; zijn ruggengraat komt in dezelfde hoek zijn schedel binnen als bij andere hominiden, wat wellicht er op duidt dat Toumaï op twee benen liep; hij had kleine hoektanden en op al zijn tanden vrij dik email, een menselijk kenmerk.
Toumaï had een herseninhoud van rond de 300 cc, wat overeenkomt met hedendaagse chimpansees

http://pietonnecairote.files.wordpress.com/2008/05/toumailemonde.jpg

“ARA-VP, Sites 1, 6 & 7”, Ardipithecus ramidus
Discovered by a team led by Tim White, Berhane Asfaw and Gen Suwa (1994) in 1992 and 1993 at Aramis in Ethiopia. Estimated age is 4.4 million years. The find consisted of fossils from 17 individuals. Most remains are teeth, but there is also a partial lower jaw of a child, a partial cranium base, and partial arm bone from 2 individuals.
ARA-VP-6/1 consists of 10 teeth from a single individual.
ARA-VP-7/2 consists of parts of all three bones from the left arm of a single individual, with a mixture of hominid and ape features.

ARA-VP-6/500, “Ardi”, Ardipithecus ramidus
Discovered by a team led by Tim White in 1994 at Aramis in Ethiopia (White et al. 2009; Gibbons 2009). Its age is about 4.4 million years. Ardi is a spectacularly complete fossil. About 45% of her skeleton was found, including most of the skull, pelvis, hands and feet, and many limb bones. She was about 120 cm (3’11”) tall and weighed about 50 kg (110 lbs).

KP 271, “Kanapoi Hominid”, Australopithecus anamensis
Discovered by Bryan Patterson in 1965 at Kanapoi in Kenya (Patterson and Howells 1967). This is a lower left humerus which is about 4.0 million years old. (Creationist arguments)

KP 29281, Australopithecus anamensis
Discovered by Peter Nzube in 1994 at Kanapoi in Kenya (Leakey et al. 1995). This is a lower jaw with all its teeth which is about 4.0 million years old.

KP 29285, Australopithecus anamensis
Discovered by Kamoya Kimeu in 1994 at Kanapoi in Kenya. This is a tibia, missing the middle portion of the bone, which is about 4.1 million years old. It is the oldest known evidence for hominid bipedalism.

australopithecus / mens

AL 129-1, Australopithecus afarensis
Discovered by Donald Johanson in 1973 at Hadar in Ethiopia (Johanson and Edey 1981; Johanson and Taieb 1976). Estimated age is about 3.4 million years. This find consisted of portions of both legs, including a complete right knee joint which is almost a miniature of a human knee, but apparently belongs to an adult.

AL 288-1, “Lucy”, Australopithecus afarensis
Discovered by Donald Johanson and Tom Gray in 1974 at Hadar in Ethiopia (Johanson and Edey 1981; Johanson and Taieb 1976). Its age is about 3.2 million years. Lucy was an adult female of about 25 years. About 40% of her skeleton was found, and her pelvis, femur (the upper leg bone) and tibia show her to have been bipedal. She was about 107 cm (3’6″) tall (small for her species) and weighed about 28 kg (62 lbs). (Creationist arguments)

lucy ; mens  & chimp

vergelijking afarensis , chimp, gorilla , orang

AL 333 Site, “The First Family”, Australopithecus afarensis?
Discovered in 1975 by Donald Johanson’s team at Hadar in Ethiopia (Johanson and Edey 1981). Its age is about 3.2 million years. This find consisted of remains of at least 13 individuals of all ages. The size of these specimens varies considerably. Scientists debate whether the specimens belong to one species, two or even three. Johanson believes they belong to a single species in which males were considerably larger than females. Others believe that the larger specimens belong to a primitive species of Homo.

“Laetoli footprints”, Australopithecus afarensis?

Discovered in 1978 by Paul Abell at Laetoli in Tanzania. Estimated age is 3.7 million years. The trail consists of the fossilized footprints of two or three bipedal hominids. Their size and stride length indicate that they were about 140 cm (4’8″) and 120 cm (4’0″) tall. Many scientists claim that the footprints are effectively identical to those of modern humans (Tattersall 1993; Feder and Park 1989), while others claim the big toes diverged slightly (like apes) and that the toe lengths are longer than humans but shorter than in apes (Burenhult 1993). The prints are tentatively assigned to A. afarensis, because no other hominid species is known from that time, although some scientists disagree with that classification. (Creationist arguments)

AL 444-2, Australopithecus afarensis
Discovered by Bill Kimbel and Yoel Rak in 1991 at Hadar in Ethiopia (Kimbel et al. 1994). Estimated age is 3 million years. This is a 70% complete skull of a large adult male, easily the most completeafarensis skull known, with a brain size of 550 cc. According to its finders, it strengthens the case that all the First Family fossils were members of the same species, because the differences between AL 444-2 and the smaller skulls in the collection are consistent with other sexually dimorphic hominoids.

_http://www.darwinjaar.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i004125.html
De Australopithecus-fase (ongeveer 1,5 tot 4,5 miljoen jaar geleden.)Australopithecus betekent ‘zuidelijke aap’ omdat de eerste vondsten zijn gedaan in het zuiden van Afrika. Zes miljoen jaar geleden ontstonden in Afrika savannes. De mensapen, die met hun lange armen en korte benen prima in bomen konden klimmen, konden zich aanpassen aan de nieuw ontstane grasvlaktes. Er kwamen nieuwe mogelijkheden voor opportunistische mensapen, die aan de rand van het oerwoud leefden. Ze waagden zich steeds meer op de open vlakte. Geleidelijk werden hun armen korter en hun benen langer, zodat ze beter de grote afstanden over de savannes konden afleggen. In nieuwe leefgebieden kwamen ze in aanraking met ander voedsel. Overal waar de apen kwamen, raakten zij aangepast aan de omgeving en zo ontstonden er verschillende, nieuwe Australopithecus-achtigen. Hoewel Australopithecus-soorten veelal op twee benen liepen, en de inhoud van hun hersenen groter was dan die van hun voorgangers (zie Pre-Australopithecus-fase), hadden ze nog steeds het lichaam en de handen van een aap en konden ze nog goed in bomen klimmen, bijvoorbeeld om te vluchten voor een roofdier. Of de Australopithecus habilis bij deze groep hoort, is nog steeds niet duidelijk. Veel paleoantropologen plaatsen hem in de Homo erectus-fase, omdat hij goed gebruik kon maken van gereedschap.

KNM-WT 40000Kenyanthropus platyops
Discovered by Justus Erus in 1999 at Lomekwi in Kenya (Leakey et al. 2001, Lieberman 2001). Estimated age is about 3.5 million years. This is a mostly complete, but heavily distorted, cranium with a large, flat face and small teeth. The brain size is similar to that of australopithecines. This fossil has considerable similarities with, and is possibly related to, the habiline fossil ER 1470.

Taung 1, “Taung Child”, Australopithecus africanus


Discovered by Raymond Dart in 1924 at Taung in South Africa (Dart 1925). The find consisted of a full face, teeth and jaws, and an endocranial cast of the brain. It is between 2 and 3 million years old, but it and most other South African fossils are found in cave deposits that are difficult to date. The teeth of this skull showed it to be from an infant about 5 or 6 years old (it is now believed that australopithecines matured faster than humans, and that the Taung child was about 3). The brain size was 410 cc, and would have been around 440 cc as an adult. The large rounded brain, canine teeth which were small and not apelike, and the position of the foramen magnum(*) convinced Dart that this was a bipedal human ancestor, which he namedAustralopithecus africanus (African southern ape). Although the discovery became famous, Dart’s interpretation was rejected by the scientific community until the mid-1940’s, following the discovery of other similar fossils.

(*) Anatomical digression: the foramen magnum is the hole in the skull through which the spinal cord passes. In apes, it is towards the back of the skull, because of their quadrupedal posture. In humans it is at the bottom of the skull because our head is balanced on top of a vertical column. In australopithecines it is also placed forward from the ape position, although not always as far forward as in humans.

TM 1512, Australopithecus africanus (was Plesianthropus transvaalensis)
Discovered by Robert Broom in 1936 at Sterkfontein in South Africa (Broom 1936). The second australopithecine fossil found, it consisted of parts of the face, upper jaw and braincase.

Sts 5, “Mrs Ples”, Australopithecus africanus
Discovered by Robert Broom in 1947 at Sterkfontein in South Africa. It is a very well preserved cranium of an adult. It has usually been thought to be female, but there has been a recent claim that it is male. It is the best specimen of africanus. It is about 2.5 million years old, with a brain size of about 485 cc. (It has recently been claimed that the fossils Sts 5 and Sts 14 (see next entry) were from the same individual)

Sts 14Australopithecus africanus
Discovered by Robert Broom and J.T. Robinson in 1947 at Sterkfontein (Broom and Robinson 1947). Estimated age is about 2.5 million years. This find consisted of a nearly complete vertebral column, pelvis, some rib fragments, and part of a femur of a very small adult. The pelvis is more human than apelike, and is strong evidence that africanus was bipedal (Brace et al. 1979), although it may not have had the strong striding gait of modern humans (Burenhult 1993).

BOU-VP-12/130, Australopithecus garhi
Discovered by Yohannes Haile-Selassie in 1997 at Bouri in Ethiopia (Asfaw et al. 1999). This is a partial skull including an upper jaw with teeth which is about 2.5 million years old.

MH1Australopithecus sediba
Discovered by Lee Berger and his son in 2008 at Malapa in South Africa (Berger et al. 2010). It is an almost complete skull and partial skeleton of an 11 to 12 year old boy. It has a brain size of 420 cc and a height of 130 cm (4’3″), and is about 1.85 million years old. It was bipedal with long arms suitable for climbing, but had a number of humanlike traits in the skull, teeth and pelvis

Stw 573, “Little Foot”, Australopithecus
Discovered by Ron Clarke between 1994 and 1997 at Sterkfontein in South Africa. Estimated age is 3.3 million years. This fossil consists, so far, of many bones from the foot, leg, hand and arm, and a complete skull. More bones are thought to be still embedded in rock. (Clarke and Tobias 1995, Clarke 1998, Clarke 1999)

(An increasing number of scientists are placing the following three species, aethiopicusrobustus and boisei, in the genus Paranthropus)KNM-WT 17000, “The Black Skull”, Australopithecus aethiopicus
Discovered by Alan Walker in 1985 near West Turkana in Kenya. Estimated age is 2.5 million years. This find is an intact, almost complete cranium. The brain size is very small for a hominid, about 410 cc, and the skull has a puzzling mixture of primitive and advanced features. (Leakey and Lewin 1992)

TM 1517, Australopithecus robustus (was Paranthropus robustus)
Discovered by a schoolboy, Gert Terblanche, in 1938 at Kromdraai in South Africa (Broom 1938). It consisted of skull fragments, including five teeth, and a few skeletal fragments. This was the first specimen ofrobustus.

SK 48, Australopithecus robustus (was Paranthropus crassidens)
Discovered by Mr. Fourie in 1950 at Swartkrans in South Africa (Johanson and Edgar 1996). It is a cranium, probably belonging to an adult female, and 1.5-2.0 million years old. It is the most complete skull ofrobustus.

DNH 7, “Eurydice”, Australopithecus robustus
Discovered by André Keyser in 1994 at the Drimolen cave in South Africa. Estimated age is between 1.5 and 2.0 million years. This is an almost complete skull and lower jaw of a female, one of the most complete hominid skulls ever found, and the first significant fossil of a female robustus. A fossil of a male robustus lower jaw, nicknamed Orpheus (DNH 8), was found a few inches away from it. (Keyser 2000)

OH 5, “Zinjanthropus”, “Nutcracker Man”, Australopithecus boisei
Discovered by Mary Leakey in 1959 at Olduvai Gorge in Tanzania (Leakey 1959). Estimated age is 1.8 million years. It is an almost complete cranium, with a brain size is about 530 cc. This was the first specimen of this species. Louis Leakey briefly considered this a human ancestor, but the claim was dropped when Homo habilis was found soon afterwards.

KNM-ER 406Australopithecus boisei
Discovered by Richard Leakey in 1969 near Lake Turkana in Kenya. This find was a complete, intact cranium lacking only the teeth (Lewin 1987). Estimated age is about 1.7 million years. The brain size is about 510 cc. (see also ER 3733)

KNM-ER 732, Australopithecus boisei
Discovered by Richard Leakey in 1970 near Lake Turkana in Kenya. The cranium is similar to that of OH 5, but is smaller and has other differences such as the lack of a sagittal crest. The estimated age is about 1.7 million years. The brain size is about 500 cc. Most experts believe this is a case of sexual dimorphism, with the female being smaller than the male.

KGA10-525, Australopithecus boisei
Discovered by A. Amzaye in 1993 at Konso in Ethiopia (Suwa et al. 1997). This fossil consists of much of a skull, including a lower jaw. The estimated age is 1.4 million years. The brain size is estimated to be about 545 cc. Although it has many features specific to boisei, it also lies outside the previously known range of variation of that species in many ways, suggesting that boisei (and maybe other hominid species) may have been more variable than is often thought (Delson 1997).

Homo habilis
Discovered by the Leakeys in the early 1960’s at Olduvai Gorge in Tanzania. A number of fragmentary specimens were found (Leakey et al. 1964).

  • OH 7, “Jonny’s Child”, found by Jonathon Leakey in 1960 (Leakey 1961), consisted of a lower jaw and two cranial fragments of a child, and a few hand bones. Estimated age is 1.8 million years, and the brain size was about 680 cc.
  • OH 8: found in 1960, consisted of a set of foot bones, complete except for the back of the heel and the toes. Estimated age is about 1.8 million years. They have a mixture of human and ape traits, but are consistent with bipedal locomotion. (Aiello and Dean 1990)
  • OH 13, “Cindy”: found in 1963, consisted of a lower jaw and teeth, bits of the upper jaw and a cranial fragment. Estimated age is 1.6 million years, and the brain size was about 650 cc.
  • OH 16, “George”: found in 1963, consisted of teeth and some very fragmentary parts of the skull. (George was unfortunately trampled by Masai cattle before he was found, and much of the skull was lost.) Estimated age is 1.7 million years, and the brain size was about 640 cc.

OH 24, “Twiggy”, Homo habilis
Discovered by Peter Nzube in 1968 at Olduvai Gorge in Tanzania. It consisted of an fairly complete but very badly crushed cranium and seven teeth. It is about 1.85 million years old and has a brain size of about 590 cc.

KNM-ER 1470Homo habilis (or Homo rudolfensis?)
Discovered by Bernard Ngeneo in 1972 at Koobi Fora in Kenya (Leakey 1973). Estimated age is 1.9 million years. This is the most complete habilis skull known. Its brain size is 750 cc, large for habilis. It was originally dated at nearly 3 million years old, a figure that caused much confusion as at the time it was older than any known australopithecines, from whom habilis had supposedly descended. A lively debate over the dating of 1470 ensued (Lewin 1987; Johanson and Edey 1981; Lubenow 1992). The skull is surprisingly modern in some respects. The braincase is much larger and less robust than any australopithecine skull, and is also without the large brow ridges typical of Homo erectus. It is however very large and robust in the face. A number of leg bones were found within a couple of kilometers, and are thought to probably belong to the same species. The most complete, KNM-ER 1481, consisted of a complete left femur, both ends of a left tibia and the lower end of a left fibula (the smaller of the two lower leg bones). These are quite similar to the bones of modern humans. (Creationist arguments)

KNM-ER 1805, “The Mystery Skull”, Homo habilis??
Discovered by Paul Abell in 1973 at Koobi Fora in Kenya (Leakey 1974). Estimated age is 1.85 million years. This find consisted of much of a heavily built cranium containing many teeth. Its brain size is about 600 cc. Some features, such as the sagittal crest, are typical of A. boisei, but the teeth are too small for that species. (Willis 1989; Day 1986) Various workers have assigned it to almost every conceivable species, but many studies have attributed it to Homo habilis (e.g. Wood 1991). A recent cladistic study has placed it outside of Homo and most similar to robust australopithecines, though different from any named species. (Prat 2002)

KNM-ER 1813Homo habilis
Discovered by Kamoya Kimeu in 1973 at Koobi Fora in Kenya (Leakey 1974). Estimated age is 1.8-1.9 million years. The brain size is 510 cc, which is very small for habilis, but the fossil is an adult specimen, probably of a female. Apart from its extremely small size, ER 1813 is surprisingly modern, with a rounded skull, no sagittal crest, modest eyebrow ridges, and a small amount of nasal prominence.

Stw 53Homo habilis?
Discovered by Alun Hughes in 1976 at Sterkfontein in South Africa (Hughes and Tobias 1977). Estimated age is 1.5 to 2 million years. It consisted of a number of cranium fragments including teeth. Many stone tools were found in the same layer.

OH 62, “Dik-dik hominid”, Homo habilis
Discovered by Tim White in 1986 at Olduvai Gorge in Tanzania (Johanson and Shreeve 1989; Johanson et al. 1987). Estimated age is 1.8 million years. The find consisted of portions of skull, arm, leg bones and teeth. Almost all the features of the skull closely resemble habilis fossils such as OH 24, ER 1813 and ER 1470, rather than the australopithecines. But the estimated height is very small, maybe about 105 cm (3’5″), and the arms are very long in proportion to the legs. These are australopithecine traits, and in fact the skeletal bones are very similar to those of Lucy. This find is significant because it is the only fossil in which limb bones have been securely assigned to habilis. Because of the small size, this was almost certainly a female. As with the australopithecines, males would have been considerably larger.

OH 65Homo habilis
Discovered in 1995 at Olduvai Gorge in Tanzania. This fossil consisted of a complete upper jaw and part of the lower face, dated at 1.8 million years. Because of its similarities to the fossil ER 1470, its finders have suggested that OH 65 may lead to a reclassification of the habiline fossils. (Blumenschine et al. 2003, Tobias 2003)

Trinil 2, “Java Man”, “Pithecanthropus I”, Homo erectus (was Pithecanthropus erectus)
Discovered by Eugene Dubois in 1891 near Trinil on the Indonesian island of Java. Its age is uncertain, but thought to be about 700,000 years. This find consisted of a flat, very thick skullcap, and a few teeth (which may belong to orang-utans). The following year a femur was found about 12 meters away (Theunissen 1989). The brain size is about 940 cc. The femur is fully modern, and many scientists now believe that it belongs to a modern human. (Creationist arguments)

“Peking Man”Homo erectus (was Sinanthropus pekinensis)
Between 1929 and 1937, 14 partial craniums, 11 lower jaws, many teeth, some skeletal bones and large numbers of stone tools were discovered in the Lower Cave at Locality 1 of the Peking Man site at Zhoukoudian (formerly Choukoutien), near Beijing (formerly Peking), in China. Their age is estimated to be between 500,000 and 300,000 years old. (A number of fossils of modern humans were also discovered in the Upper Cave at the same site in 1933.) The most complete fossils, all of which were braincases or skullcaps, are:

  • Skull III, discovered at Locus E in 1929 is an adolescent or juvenile with a brain size of 915 cc.
  • Skull II, discovered at Locus D in 1929 but only recognized in 1930, is an adult or adolescent with a brain size of 1030 cc.
  • Skulls X, XI and XII (sometimes called LI, LII and LIII) were discovered at Locus L in 1936. They are thought to belong to an adult man, an adult woman and a young adult, with brain sizes of 1225 cc, 1015 cc and 1030 cc respectively. (Weidenreich 1937)
  • Skull V: two cranial fragments were discovered in 1966 which fit with (casts of) two other fragments found in 1934 and 1936 to form much of a skullcap with a brain size of 1140 cc. These pieces were found at a higher level, and appear to be more modern than the other skullcaps. (Jia and Huang 1990) (Creationist arguments)

Most of the study on these fossils was done by Davidson Black until his death in 1934. Franz Weidenreich replaced him and studied the fossils until leaving China in 1941. The original fossils disappeared in 1941 while being shipped to the United States for safety during World War II, but excellent casts and descriptions remain. Since the war, other erectus fossils have been found at this site and others in China.

Sangiran 2, “Pithecanthropus II”, Homo erectus
Discovered by G.H.R. von Koenigswald in 1937 at Sangiran on the Indonesian island of Java. This fossil is a braincase that is very similar to the first Java Man skull cap, but more complete and smaller, with a brain size of only about 815 cc.

OH 9, “Chellean Man”, Homo erectus
Discovered by Louis Leakey in 1960 at Olduvai Gorge in Tanzania (Leakey 1961). Estimated age is 1.5 million years. It consisted of a partial braincase with massive browridges and a brain size of 1065 cc.

OH 12, “Pinhead”, Homo erectus
Discovered by Margaret Cropper in 1962 at Olduvai Gorge in Tanzania. It is similar to but less complete than OH 9, and smaller, with an estimated brain size of only 750 cc. It is estimated to be between 800,000 and 1200,000 years old. Anton (2004) has found a few more pieces of this skull, but it remains very fragmentary.

Sangiran 17, “Pithecanthropus VIII”, Homo erectus
Discovered by Sastrohamidjojo Sartono in 1969 at Sangiran on Java. This consists of a fairly complete cranium, with a brain size of about 1000 cc. It is the most complete erectus fossil from Java. This skull is very robust, with a slightly projecting face and huge flaring cheekbones. It has been thought to be about 800,000 years old, but a recent dating has given a much older figure of nearly 1.7 million years. If the older date is correct, it means Homo erectus migrated out of Africa much earlier than previously thought.

KNM-ER 3733Homo erectus (or Homo ergaster)
Discovered by Bernard Ngeneo in 1975 at Koobi Fora in Kenya. Estimated age is 1.7 million years. This superb find consisted of an almost complete cranium. The brain size is about 850 cc, and the whole skull is similar to the Peking Man fossils. The discovery of this fossil in the same stratum as ER 406 (A. boisei) delivered the coup de grace to the single species hypothesis: the idea that there has never been more than one hominid species at any point in history. (Leakey and Walker 1976)

KNM-WT 15000, “Turkana Boy”, Homo erectus (or Homo ergaster)
Discovered by Kamoya Kimeu in 1984 at Nariokotome near Lake Turkana in Kenya (Brown et al. 1985; Leakey and Lewin 1992; Walker and Leakey 1993; Walker and Shipman 1996). This is an almost complete skeleton of an 11 or 12 year old boy, the only major omissions being the hands and feet. (Some scientists believe erectus matured faster than modern humans, and that he was really about 9 years old (Leakey and Lewin 1992).) It is the most complete known specimen of erectus, and also one of the oldest, at 1.6 million years. The brain size was 880 cc, and it is estimated that it would have been 910 cc at adulthood. The boy was 160 cm (5’3″) tall, and would have been about 185 cm (6’1″) as an adult. This is surprisingly tall, indicating that many erectus may have been as large as modern humans. Except for the skull, the skeleton is very similar to that of modern boys, although there are a number of small differences. The most striking is that the holes in his vertebrae, through which the spinal cord goes, have only about half the cross-sectional area found in modern humans. One suggested explanation for this is that the boy lacked the fine motor control we have in the thorax to control speech, implying that he wasn’t nearly as fluent a speaker as modern humans are (Walker and Shipman 1996).

turkana boy

Turkana boy skelet
Homo ergaster skeleton was discovered in 1984 in Nariokotome, Kenya by Richard Leakey (and described as H. erectus). This is the first skeleton dated before 100,000 years that is complete enough to get accurate measurements to determine brain size. These skeletal parts recovered gave anthropologists a great deal of information regarding size, stature, age of death (probably 12 or 13 years) and whether or not language was possible. Some bones reveal a greater ability to run than modern humans, and some reveal a closer affinity to australopithecines.Turkana boy.JPG

D2700Homo georgicus
Discovered in 2001 at Dmanisi in Georgia. Estimated age is 1.8 million years. It consisted of a mostly complete skull, including a lower jaw (D2735) belonging to the same individual. (Vekua et al. 2002, Balter and Gibbons 2002) At around 600 cc, this is the smallest and most primitive hominid skull ever discovered outside of Africa. This skull and two others discovered nearby form a near-perfect transition between H. habilis and ergaster.

ATD6-69Homo antecessor?
Discovered at Atapuerca in Spain. This is a partial face of a child who was probably about 10 to 11.5 years old. This fossil is over 780,000 years old. (Bermudez de Castro et al. 1997)

“Heidelberg Man”, “Mauer Jaw”, Homo sapiens (archaic) (also Homo heidelbergensis)
Discovered by gravel pit workers in 1907 near Heidelberg in Germany. Estimated age is between 400,000 and 700,000 years. This find consisted of a lower jaw with a receding chin and all its teeth. The jaw is extremely large and robust, like that of Homo erectus, but the teeth are at the small end of the erectus range. It is often classified as Homo heidelbergensis, but has also sometimes been considered to be a European Homo erectus.

“Rhodesian Man”, “Kabwe”, Homo sapiens (archaic) (was Homo rhodesiensis)
Discovered by a laborer in 1921 at Broken Hill in Northern Rhodesia (now Kabwe in Zambia) (Woodward 1921). This was a complete cranium that was very robust, with large brow ridges and a receding forehead. Estimated age is between 200,000 and 125,000 years. The brain size was about 1280 cc. (Creationist arguments)

Arago XXI, “ Tautavel Man“, Homo sapiens (archaic) (also Homo heidelbergensis)
Discovered at Arago in southern France in 1971 by Henry de Lumley. Estimated age is 400,000 years. The fossil consists of a fairly complete face, with 5 molar teeth and part of the braincase. The brain size was about 1150 cc. The skull contains a mixture of features from archaic Homo sapiens and Homo erectus, to which it is sometimes assigned.

Petralona 1Homo sapiens (archaic)
Discovered by villagers at Petralona in Greece in 1960. Estimated age is 250,000-500,000 years. It could alternatively be considered to be a late Homo erectus, and also has some Neandertal characteristics. The brain size is 1220 cc, high for erectus but low for sapiens, and the face is large with particularly wide jaws. (Day 1986)

Atapuerca 5Homo sapiens (archaic)
Discovered in the Sima de los Huesos (“Pit of Bones”) at the Atapuerca cave site in northern Spain in 1992 and 1993 by Juan-Luis Arsuaga. It is about 300,000 years old, with a brain size of 1125 cc. The face is broad with a huge nasal opening, and resembles Neandertals in some traits but not in others. This is the most complete pre-modern skull in the entire hominid fossil record. (Arsuaga et al. 1993; Johanson and Edgar 1996)

Feldhofer, Neanderthal 1, Homo sapiens neanderthalensis
Discovered by Johann Fuhlrott in 1856 in a small cave at Feldhofer in the Neander Valley in Germany. The find consisted of a skullcap, thigh bones, part of a pelvis, some ribs, and some arm and shoulder bones. The lower left arm had been broken in life, and as a result the bones of the left arm were smaller than those of the right. Fuhlrott recognized it as a primitive human, but the German establishment headed by Rudolf Virchow rejected this view, incorrectly claiming that it was a pathological modern human. (Trinkaus and Shipman 1992) In 1999, the original site was rediscovered, and more bones from the same specimen were recovered. (Creationist arguments)

(There were actually two earlier Neandertal finds. A partial cranium of a 2.5 year old child found in 1829 in Belgium was not recognized until 1936. An adult cranium found on Gibraltar in 1848 gathered dust in a museum until it was recognized as a Neandertal in 1864.)

“Spy 1 and 2”, Homo sapiens neanderthalensis
Discovered by Marcel de Puydt and Max Lohest in 1886 at the Grotto of Spy (pronounced Spee) d’Orneau in Belgium. Estimated age is about 60,000 years. This find consisted of two almost complete skeletons. The excellent descriptions of the skeletons established that they were very old, and largely discredited the idea that the Neandertal physique was a pathological condition, but also erroneously concluded that Neandertal Man walked with bent knees.

“Krapina Site”, Homo sapiens neanderthalensis
Discovered by Dragutin Gorjanovic-Kramberger in 1899 near Krapina in Croatia. This site yielded significant remains from two to three dozen individuals, and teeth and jaw fragments from dozens more. When Gorjanovic published on his finds in 1906, it confirmed for once and for all that Neandertals were not pathological modern humans.

“Old Man”Homo sapiens neanderthalensis
Discovered by Amedee and Jean Bouyssonie in 1908 near La-Chapelle-aux-Saints in France. It is about 50,000 years old, with a brain size of 1620 cc. This nearly complete skeleton was reconstructed by Marcellin Boule, who wrote a definitive and highly influential paper on it which managed to be totally wrong in many of its conclusions. It exaggerated the apelike characteristics of the fossil, popularizing the stereotype, which would last for decades, of a stooping ape-man shuffling along on bent knees. This specimen was between about 30 and 40 when he died, but had a healed broken rib, severe arthritis of the hip, lower neck, back and shoulders, and had lost most of his molar teeth. The fact that he survived as long as he did indicates that Neandertals must have had a complex social structure.

“Shanidar Site”, Homo sapiens neanderthalensis
Ralph Solecki discovered 9 Neandertal skeletons between 1953 and 1960 at the Shanidar cave in Iraq. They are thought to be between 70,000 and 40,000 years old. One of them, Shanidar 4, had apparently been buried with offerings of flowers (although this interpretation has been disputed). In 1971 Solecki wrote a book, “Shanidar, the First Flower People, reversing the earlier stereotypes of semi-human brutes. Another skeleton, Shanidar 1, was partially blind, one-armed and crippled. His survival also is evidence of a complex social structure.

“Saint-Cesaire Neandertal”, Homo sapiens neanderthalensis
Discovered by Francois Leveque in 1979 near the village of Saint-Cesaire in France. It consisted of a badly crushed skeleton. The skull was mostly complete, with only the back of the cranium missing. It is dated at about 35,000 years old, and is one of the latest Neandertals known. This find was of special interest because it was found with tools that had previously been assumed to belong to the Cro-Magnon culture, instead of the usual Neandertal tool kit.

LB1, “Hobbit”, Homo floresiensis
Discovered by an Australian/Indonesian team in 2003 at the Liang Bua cave on the Indonesian island of Flores. This find consisted of an almost complete skull and a partial skeleton consisting of leg bones, parts of the pelvis, hands and feet, and some other fragments. LB1 was an adult, probably female, about 1 meter (3’3″) tall with an extremely small brain size of 417cc. The skull has human-like teeth with a receding forehead and no chin. The fossil is 18,000 years old and was found with stone tools. This species is thought to be a dwarf form of Homo erectus. (Brown et al. 2004, Morwood et al. 2004, Lahr and Foley 2004)

“Cro-Magnon Man”Homo sapiens sapiens (modern)
Discovered by workmen in 1868 at Cro-Magnon in France. Estimated age is 30,000 years. The site yielded skeletons of 5 buried individuals, along with stone tools, carved reindeer antlers, ivory pendants, and shells. The Cro-Magnons lived in Europe between 35,000 and 10,000 years ago. They are virtually identical to modern man, being tall and muscular and slightly more robust than most modern humans. They were skilled hunters, toolmakers and artists famous for the cave art at places such as LascauxChauvet, and Altami

CREATIONISTEN  

http://www.talkorigins.org/faqs/homs/compare.html

  • Chimpanzee, Gorilla
  • Sts 5, Stw 53, OH 24, ER 1813
  • D2700, Java Man, Peking Man, ER 1470
  • ER 3733, WT 15000, Petralona, Rhodesian Man, modern human

The skulls on the top row are of modern apes.

The skulls on the 2nd row are fossils that (almost) all creationists consider apes,

while the ones on the bottom row are (almost) all considered to be humans.

The skulls in the 3rd row are ones on which creationists disagree as to whether they are apes or humans. (For ease of comparison, some skulls are reflected so that they all face in the same direction.)

  • Chimpanzee, Gorilla
verwanten
kaakspieren en schedel bovenaan, van  gorilla mens

Auteur: Jim Foley

Belangrijke menselijke fossielen
Deze lijst bevat fossielen die belangrijk zijn omwille van hun wetenschappelijke en historische waarde, of omdat ze vaak aangehaald worden door creationisten. Men leest wel eens dat alle hominide fossielen tezamen passen in een doodkist of op een tafel. Dit is een onjuist beeld, daar er momenteel al duizenden hominide fossielen gevonden zijn. Meestal zijn deze echter gefragmenteerd; vaak vindt men maar enkele botten of tanden. Volledige schedels en skeletten zijn zeldzaam.

Over deze tekst Deze tekst werd met toestemming van de auteur vertaald uit http://www.talkorigins.org/faqs/homs/specimen.html

De lijst is gerangschikt naar ouderdom van de soort, gaande van oudere naar meer recente soorten. Binnen één soort zijn de vondsten geordend naar het tijdstip van ontdekking. Elke soort heeft een type specimen. Dit specimen wordt gebruikt om de soort in kwestie te definiëren.
Elke vondst bestaat uit een specimennummer indien gekend (of de vindplaats, als meerdere soorten gevonden werden op één plaats), bijnamen tussen aanhalingstekens en een soortnaam. De soortnaam wordt gevolgd door ‘?’ als de soort onzeker is. Als het fossiel vroeger onder een andere soortnaam werd geplaatst, wordt deze naam ook gegeven.
Volgende terminologie wordt gebruikt: Een schedel omvat alle beenderen van het hoofd. Een cranium is een schedel zonder de onderkaak. Een hersendoos is het cranium zonder het aangezicht en de bovenkaak. Een schedeldak is het bovenste deel van de hersendoos.

afkortingen
ER: East (Lake) Rudolf, Kenia
WT: West (Lake) Turkana, Kenia
KP: Kanapoi, Kenya
SK: Swartkrans, Zuid-Afrika
Sts,Stw: Sterkfontein, Zuid-Afrika
TM: Transvaal Museum,Zuid- Afrika
OH: Olduvai Hominid, Tanzanië
AL: Afar Locality, Ethiopië
ARA-VP: Aramis Vertebrate Paleontology, Ethiopië
BOU-VP: Bouri Vertebrate Paleontology, Ethiopië
TM:Toros-Menalla, Tsjaad

Toumai
Fig. 1: Toumai
TM 266-01-060-1, “Toumai”, Sahelanthropus tchadensis Ontdekt door Ahounta Djimdoumalbaye in 2001 in Tsjaad, in de Zuidelijke Saharawoestijn. De geschatte ouderdom is tussen 6 en 7 miljoen jaar. Het is een bijna compleet cranium met kleine hersenen (volume tussen 320 en 280 cc) (Brunet et al. 2002; Wood 2002). Het heeft vele primitieve aap-achtige kenmerken, zoals het kleine breinvolume. Andere kenmerken zijn karakteristiek voor latere hominiden, zoals de wenkbrouwbogen en de kleine hoektanden.

“ARA-VP, Sites 1, 6 & 7”, Ardipithecus ramidus Ontdekt door een team onder leiding van Tim White, Berhane Asfaw en Gen Suwa (1994) in 1992 en 1993 in Aramis (Ethiopië). De geschatte ouderdom is 4,4 miljoen jaar. De vondst bestaat uit fossielen afkomstig van 17 individuen. De meeste van deze fossielen zijn tanden, maar er is ook een gedeeltelijke onderkaak van een kind, een gedeeltelijke craniumbasis en gedeeltelijke armbeenderen afkomstig van 2 individuen. ARA-VP-6/1 bestaat uit 10 tanden afkomstig van 1 individu. ARA-VP-7/2 bestaat uit delen van de drie botten van de linkerarm van een enkel individu, met een mengeling van hominide- en aapkenmerken.

KP 271, “Kanapoi Hominide”, Australopithecus anamensis Ontdekt door Bryan Patterson in 1965 nabij Kanapoi in Kenia (Patterson & Howells 1967). Dit is een linker opperarmbeen van ongeveer 4,0 miljoen jaar oud

KP 29281, Australopithecus anamensis Ontdekt in 1994 door Peter Nzube te Kanapoi in Kenia (Leakey et al. 1995). Dit is een onderkaak met alle tanden aanwezig met een ouderdom van ongeveer 4,0 miljoen jaar.

KP 29285, Australopithecus anamensis Ontdekt door Kamoya Kimeu in 1994 te Kanapoi in Kenia. Dit is een scheenbeen waarvan het middelste deel ontbreekt, met een ouderdom van ongeveer 4,1 miljoen jaar. Dit is het oudste bekende bewijs voor bipedalisme bij hominiden.

AL 129-1, Australopithecus afarensis

Lucy
Fig. 2: Lucy
AL 288-1, “Lucy”, Australopithecus afarensis Ontdekt door Donald Johanson en Tom gray in 1974 te Hadar in Ethiopië (Johanson & Edey 1981; Johanson & Taieb 1976). De ouderdom van het fossiel is ongeveer 3,2 miljoen jaar. Lucy was een volwassen vrouw van ongeveer 25 jaar. Ongeveer 40% van haar skelet werd gevonden. Het bekken, het dijbeen en het scheenbeen tonen aan dat Lucy bipedaal liep. Ze was ongeveer 107 cm groot (een klein exemplaar voor haar soort) en woog ongeveer 28 kilo.

AL 333 Site, “The First Family”, Australopithecus afarensis? Ontdekt in 1975 door Donald Johanson’s team te Hadar in Ethiopië (Johanson & Edey 1981). De ouderdom van deze vondst is ongeveer 3,2 miljoen jaar. Ze bestaat uit overblijfselen van minstens 13 individuen van verschillende leeftijden. Er zijn grote verschillen in de grootte van deze individuen. Wetenschappers discussiëren er nog over of deze specimens tot één soort, of tot twee of zelfs drie soorten behoren. Johanson denkt dat ze behoren tot één en dezelfde soort waarin mannen aanzienlijk groter waren dan vrouwen. Anderen geloven dat de grotere specimens tot een primitieve soort van het geslacht Homo behoren

Fig. 3: Laetoli voetafdrukken
“Laetoli footprints”, Australopithecus afarensis? Ontdekt in 1978 door Paul Abell te Laetoli in Tanzanië. Geschatte ouderdom is 3,7 miljoen jaar. Het betreft een loopspoor, bestaande uit de gefossiliseerde voetafdrukken van twee of drie bipedale hominiden. Hun grootte en paslengte duiden op lichaamslengtes van ongeveer 140 cm en 120 cm. Vele wetenschappers beweren dat de voetafdrukken in feite identiek zijn aan die van moderne mensen (Tattersall 1993; Feder & Park 1989), terwijl andere onderzoekers denken dat de grote tenen van de voeten lichtjes verschillend zijn (zoals bij apen) en dat de lengte van de tenen langer is dan bij mensen maar korter dan bij apen (Burenhult 1993). De voetafdrukken zijn met onzekerheid toegewezen aan A. afarensis, want geen enkele andere hominide soort is gekend uit die tijd. (Sommige wetenschappers gaan echter niet akkoord met deze classificatie.)

AL 444-2, Australopithecus afarensis Ontdekt door Bill Kimbel en Yoel Rak in 1991 te Hadar in Ethiopië (Kimbel et al. 1994). Geschatte ouderdom is 3 miljoen jaar. Het betreft een voor 70 % complete schedel van een grote volwassen man – de meest complete afarensis schedel waarvan men weet – met een breinvolume van 550 cc. Volgens de vinders versterkt dit de mogelijkheid dat al de “First Family fossils” tot één enkele soort behoorden, omdat de verschillen tussen AL 444-2 en de kleinere schedels in de collectie consistent zijn met andere sexueel dimorfe hominoïden.
Kenyanthropus Platyops
Fig. 4: Kenyanthropus platyops
KNM-WT 40000, Kenyanthropus platyops Ontdekt door Justus Erus in 1999 te Lomekwi in Kenia (Leakey et al. 2001; Lieberman 2001). Geschatte ouderdom is ongeveer 3,5 miljoen jaar. Dit is een bijna compleet, maar sterk geschaad cranium met een groot, plat aangezicht en kleine tanden. Het breinvolume is vergelijkbaar met dat van australopitheci. Dit fossiel heeft veel gelijkenissen met de “habiline fossil” ER 1470, en is er mogelijks nauw verwant mee.
Taung kind
Fig. 5: Taung kind
“Taung Child”, Australopithecus africanus Ontdekt door Raymond Dart in 1924 te Taung in Zuid-Afrika (Dart 1925). De vondst bestaat uit een volledig aangezicht, tanden en kaken, en een endocraniale afdruk van het brein. Het fossiel is tussen de 2 en 3 miljoen jaar oud, maar deze en de meeste andere Zuid-Afrikaanse fossielen zijn gevonden in grotsedimenten en zijn moeilijk te dateren. De tanden van deze schedel duiden erop dat het gaat om een kind van 5 tot 6 jaar oud (men denkt nu dat Australopitheci sneller volwassen werden dan mensen, en dat het Taung kind ongeveer 3 jaar was). Het breinvolume was 410 cc, en zou rond de 440 cc geweest zijn bij een adult. Het grote afgeronde brein, de kleine snijtanden die niet aapachtig zijn en de positie van het foramen magnum [1] overtuigden Dart dat het hier ging om een bipedale menselijke voorouder, die hij Australopithecus africanus noemde (Afrikaanse zuidelijke aap). Ondanks het feit dat de ontdekking beroemd werd, werd Dart’s interpretatie verworpen door de wetenschappelijke wereld tot midden de jaren ’40 van de 20ste eeuw. Na de ontdekking van andere vergelijkbare fossielen veranderde dit.

TM 1512, Australopithecus africanus(was Plesianthropus transvaalensis) Ontdekt door Robert Broom in 1936 te Sterkfontein in Zuid-Africa (Broom 1936). Dit was het tweede autralopithecine fossiel dat gevonden werd. Het bestond uit delen van het aangezicht, de bovenkaak en hersendoos.
Mrs Ples
Fig. 6: Mrs Ples
sts 5, “Mrs Ples”, Australopithecus africanus Ontdekt door Robert Broom in 1947 te Sterkfontein in Zuid-Afrika. Het fossiel is een zeer goed geconserveerd cranium van een adult. Men heeft meestal gedacht dat het om een vrouw ging, maar recent werd beweerd dat het hier om een man gaat. Het is allezins het beste specimen van de soort A. africanus. Het is ongeveer 2,5 mijloen jaar oud, met een breinvolume van 485 cc. (recent werd beweerd dat de fossielen Sts 5 and Sts 14 (zie volgende vondst) van het zelfde individu afkomstig zijn).
australopithecus africanus
Fig. 7: Australopithecus africanus
Sts 14, Australopithecus africanus Ontdekt door Robert Broom en J.T. Robinson in 1947 te Sterkfontein (Broom and Robinson 1947). Geschatte ouderdom is ongeveer 2,5 miljoen jaar. Deze vondst bestaat uit een bijna complete ruggengraat, een bekken, enkele ribfragmenten en een deel van een femur van een zeer klein volwassen individu. Het bekken is meer menselijk dan aapachtig, en er is sterk bewijs dat africanus bipedaal liep (Brace et al. 1979), ook al zou de looppas nog niet zo ontwikkeld zijn als bij de moderne mens (Burenhult 1993).

BOU-VP-12/130, Australopithecus garhi Ontdekt door Yohannes Haile-Selassie in 1997 te Bouri in Ethiopië (Asfaw et al. 1999). Dit is een gedeeltelijke schedel waaronder een bovenkaak inclusief tanden. De ouderdom is ongeveer 2,5 miljoen jaar.

Stw 573, “Little Foot”, Australopithecus Ontdekt door Ron Clarke tussen 1994 en 1997 te Sterkfontein in Zuid-Afrika. Geschatte ouderdom is 3,3 miljoen jaar. Dit fossiel bestaat – voorlopig – uit vele botten van de voet, been, hand en arm, en een complete schedel. Men denkt dat nog vele botten ingebed zitten in het gesteente. (Clarke & Tobias 1995; Clarke 1998; Clarke 1999)

KNM-WT 17000, “The Black Skull”, Australopithecus aethiopicus[2] Ontdekt door Alan Walker in 1985 nabij West Turkana in Kenia. Geschatte ouderdom is 2,5 miljoen jaar. Deze vondst is een intact, bijna volledig cranium. Het breinvolume is zeer klein voor een hominide, ongeveer 410 cc, en de schedel heeft een raadselachtige mix van primitieve en meer afgeleide kenmerken (Leakey & Lewin 1992).

TM 1517, Australopithecus robustusParanthropus robustus Ontdekt door een schooljongen, Gert Terblanche, in 1938 te Kromdraai in Zuid-Afrika (Broom 1938). Het bestaat uit schedelfragmenten, incluis 5 tanden, en enkele fragmenten van het skelet. Dit was de eerste vondst van robustus.

SK 48, Australopithecus robustus (Paranthropus crassidens) Ontdekt door Mr. Fourie in 1950 te Swartkrans in Zuid-Afrika (Johanson & Edgar 1996). Het betreft een cranium, waarschijnlijk ooit onderdeel van een volwassen vrouw, en is tussen 1,5 en 2,0 miljoen jaar oud. Dit is de meest volledige schedel van robustus.
Eurydice
Fig. 8: Eurydice
DNH 7, “Eurydice”, Australopithecus robustus Ontdekt door André Keyser in 1994 in de Drimolen grot in Zuid-Afrika. Geschatte ouderdom is tussen 1,5 en 2,0 miljoen jaar. Het is een bijna volledige schedel en onderkaak van een vrouw, één van de meest complete hominide schedels ooit gevonden, en het eerste belangrijke fossiel van een vrouwelijke robustus. Een fossiel van een mannelijke robustus (een onderkaak), met de bijnaam Orpheus (DNH8), werd enkele cms van DNH 7 gevonden. (Keyser 2000)
Zinjanthropus
Fig. 9: OH 5
OH 5, “Zinjanthropus”, “Nutcracker Man”, Australopithecus boisei Ontdekt door Mary Leakey in 1959 te Olduvai Gorge in Tanzanië (Leakey 1959). Geschatte ouderdom is 1,8 miljoen jaar. Het is een bijna volledig cranium, met een breinvolume van ongeveer 530 cc. Dit was de eerste vondst van deze soort. Louis Leakey overwoog kort dat het hier ging over een directe voorouder van Homo, maar hij liet deze bewering vallen toen Homo habilis kort daarna werd gevonden.
Boisei type specimen
Fig. 10: Australopithecus boisei
KNM-ER 406, Australopithecus boisei Ontdekt door Richard Leakey in 1969 nabij Lake Turkana in Kenia. Deze vondst bestaat uit een volledig, intact cranium met de tanden als enig ontbrekend element (Lewin 1987). Geschatte ouderdom is ongeveer 1,7 miljoen jaar. Het breinvolume is ongeveer 510 cc.(zie ook ER 3733)

KNM-ER 732, Australopithecus boisei Ontdekt door Richard Leakey in 1970 nabij Lake Turkana in Kenia. Het cranium is vergelijkbaar met dat van OH 5, maar het is kleiner en heeft nog verschillen zoals de afwezigheid van een schedelkam. De geschatte ouderdom is ongeveer 1,7 miljoen jaar. Het breinvolume is ongeveer 500 cc. De meeste experten denken dat er hier sprake is van sexueel dimorfisme, waarbij de vrouw kleiner is dan de man.

KGA10-525, Australopithecus boisei Ontdekt door A. Amzaye in 1993 te Konso in Ethiopië (Suwa et al. 1997). Dit fossiel bestaat uit een schedel, incluis de onderkaak. Geschatte ouderdom is 1,4 miljoen jaar. Het breinvolume is geschat op 545 cc. Het fossiel heeft vele kenmerken die specifiek zijn voor boisei, maar het ligt toch in vele opzichten buiten de gekende variatie van deze soort, hetgeen suggereert dat boisei (en mogelijks ook andere hominide soorten) meer variabel waren dan vaak gedacht (Delson 1997).

Homo habilis Ontdekt door de Leakeys in de vroege 1960’s te Olduvai Gorge in Tanzania. Enkele fragmentaire individuen werden gevonden (Leakey et al. 1964).

  • OH 7, “Jonny’s Child”, gevonden door Jonathon Leakey in 1960 (Leakey 1961), bestaat uit een onderkaak en 2 craniale fragmenten afkomstig van een kind, en enkele handbotten. Geschatte ouderdom is 1,8 miljoen jaar, en het breinvolume is ongeveer 680 cc. 
  • OH 8: gevonden in 1960, bestaat uit een bijna volledige set van voetbotten, enkel de achterkant van de hiel en de tenen ontbreken. Geschatte ouderdom is 1,8 miljoen jaar. Deze voeten hebben een mengeling van menselijke en aapachtige kenmerken, maar zijn wel overeenstemmend met een bipedale voortbeweging. (Aiello and Dean 1990) 
  • OH 13, “Cindy”: gevonden in 1963, bestaat uit een onderkaak en tanden, delen van de bovenkaak en een craniaal fragment. Geschatte ouderdom is 1,6 miljoen jaar. Het breinvolume is ongeveer 650 cc. 
  • OH 16, “George”: gevonden in 1963, bestaat uit tanden en enkele zeer gefragmenteerde delen van de schedel. (George werd getrappeld door Masai vee voor hij werd gevonden, en veel van de schedel ging verloren.) Geschatte ouderdom is 1,7 miljoen jaar. Het breinvolume is ongeveer 640 cc.

OH 24, “Twiggy”, Homo habilis Ontdekt door Peter Nzube in 1968 te Olduvai Gorge in Tanzanië. Het fossiel bestaat uit een quasi volledig maar sterk verpletterd cranium en zeven tanden. Het is ongeveer 1,85 miljoen jaar oud en heeft een breinvolume vanongeveer 590 cc.
Habilis of rudolfensis
Fig. 11: KNM-ER 1470 Homo habilis of Homo rudolfensis
KNM-ER 1470, Homo habilis (of Homo rudolfensis?) Ontdekt door Bernard Ngeneo in 1972 te Koobi Fora in Kenia (Leakey 1973). Geschatte ouderdom is 1,9 miljoen jaar. Dit is de meest volledige gekende habilis schedel. De grootte van het brein is ongeveer 750 cc, hetgeen groot is voor habilis. Oorspronkelijk werd dit fossiel gedateerd op 3 miljoen jaar oud, een bevinding die tot veel verwarring leidde daar in die tijd het fossiel ouder was dan enig andere gekende australopitheceen, waarvan men dacht dat habilis afstamde. Een levendig debat over de datering van het fossiel 1470 kwam op gang (Lewin 1987; Johanson & Edey 1981; Lubenow 1992). De schedel is verassend modern in sommige opzichten. De hersendoos is veel groter en minder robuust dan eender welke autralopithecene schedel, en mist ook de grote wenkbrouwbogen die typisch zijn voor Homo erectus. Het aangezicht is echter zeer groot en robuust. Enkele botten van het been werden gevonden binnen enkele kilometers van de vindplaats van 1470, en hiervan word verondersteld dat ze tot dezelfde soort behoren. Het meest volledige, KNM-ER 1481, bestaat uit een volledig linker dijbeen, beide delen van een linker scheenbeen en het onderste eind van een linker kuitbeen. Deze botten zijn vrij goed vergelijkbaar met die van de moderne mens.

KNM-ER 1805, “The Mystery Skull”, Homo habilis? Ontdekt door Paul Abell in 1973 te Koobi Fora in Kenia (Leakey 1974). Geschatte ouderdom is 1,85 miljoen jaar. Deze vondst bestaat uit een groot deel van een zwaar gebouwd cranium met vele tanden. Het breinvolume is ongeveer 600 cc. Enkele kenmerken, zoals de sagittal crest, zijn typisch voor A. boisei, maar de tanden zijn te klein voor deze soort (Willis 1989; Day 1986). Verschillende onderzoekers hebben het fossiel toegeschreven aan bijna alle mogelijke soorten, maar vele studies komen tot de conclusie dat het fossiel afkomstig is van Homo habilis (e.g. Wood 1991). Een recente cladistische studie plaatste het fossiel buiten Homo en beschouwde het als meer gelijkend op australopitheci, maar niet behorende tot één van de reeds beschreven soorten (Prat 2002).
Habilis
Fig. 12: KNM-ER 1813
KNM-ER 1813, Homo habilis? Ontdekt door Kamoya Kimeu in 1973 te Koobi Fora in Kenia (Leakey 1974). Dit specimen is gelijkaardig met 1470, maar het is veel kleiner, met een breinvolume van 510 cc. Geschatte ouderdom is tussen 1,8 en 1,9 miljoen jaar. Sommige wetenschappers denken dat dit een geval is van sexueel dimorfisme, anderen denken dat de breinarchitectuur te verschillend is en dat dit fossiel een andere soort in Homo is. Nog anderen denken dat het om een australopitheceen gaat. Zoals de vorige schedel, 1805, hoort deze bij de “Suspense Account” (Willis 1989).

Stw 53, Homo habilis? Ontdekt door Alun Hughes in 1976 te Sterkfontein in Zuid-Afrika (Hughes & Tobias 1977). Geschatte ouderdom is 1,5 tot 2 miljoen jaar. Deze vondst bestaat uit enkele cranium fragmenten incluis tanden. Vele stenen werktuigen werden in dezelfde laag gevonden.

OH 62, “Dik-dik hominid”, Homo habilis Ontdekt door Tim White in 1986 te Olduvai Gorge in Tanzanië (Johanson & Shreeve 1989; Johanson et al. 1987). Geschatte ouderdom is 1,8 miljoen jaar. De vondst bestaat uit schedeldelen, armdelen, beenbotten en tanden. Bijna alle kenmerken van de schedel gelijken sterk op habilis fossielen zoals OH 24, ER 1813 en ER 1470, eerder dan op de autralopithecene fossielen. Maar de geschatte hoogte is zeer klein, vermoedelijk rond de 105 cm, en de armen zijn zeer lang in verhouding met de benen. Dit zijn autralopithecene kenmerken, en in feite zijn de skeletbotten zeer vergelijkbaar met deze van Lucy. Deze vondst is veelzeggend daar het de enige fossiele vondst is waarbij de botten van de ledematen met zekerheid toegewezen zijn aan habilis. Door de kleine grootte van het specimen, betreft het hier bijna zeker een vrouw. Zoals ook het geval is bij de australopitheci, zijn de mannelijke individuen aanzienlijk groter.
homo habilis
Fig. 13: OH 65, Homo habilis
OH 65, Homo habilis Ontdekt in 1995 te Olduvai Gorge in Tanzanië. Dit fossiel bestaat uit een volledige bovenkaak en een gedeelte van de onderste deel van het aangezicht, gedateerd op 1,8 miljoen jaar. Gelijkenissen met het fossiel ER 1470 deden de ontdekkers suggereren dat OH 65 zou leiden tot een reclassificatie van de habilis fossielen. (Blumenschine et al. 2003; Tobias 2003)
Java man
Fig. 14: Homo erectus van Java
Trinil 2, “Java Man”, “Pithecanthropus I”, Homo erectus (vroeger Pithecanthropus erectus) Ontdekt door Eugene Dubois in 1891 nabij Trinil op het Indonesische eiland Java. De ouderdom is onzeker, maar wordt geschat op 700 000 jaar. Deze vondst bestaat uit een plat, zeer dik schedeldak en enkele tanden (die mogelijks behoren tot Orang-oetangs). Het jaar erop werd een dijbeen gevonden, ongeveer 12 meter verder (Theunissen 1989). Het breinvolume is ongeveer 940 cc. Het dijbeen is volledig modern, en vele wetenschappers denken dat dit bot behoort tot een moderne mens.
Peking man
Fig. 15: Homo erectus van China
“Peking Man Site”, Homo erectus (vroeger Sinanthropus pekinensis) Tussen 1929 en 1937 werden 14 gedeeltelijke craniums, 11 onderkaken, vele tanden, enkele skeletbotten en een groot aantal stenen werktuigen gevonden in de Lower Cave bij Locality 1 van de Peking Man site te Zhoukoudian (voorheen Choukoutien), nabij Beijing (voorheen Peking), in China. De geschatte ouderdom van deze vondst is tussen 500 000 en 300 000 jaar. (Enkele fossielen van moderne mensen werden ook ontdekt in de Upper Cave op dezelfde site in 1933.) De meest complete fossielen, allemaal hersendozen of schedeldaken, zijn:

  • Schedel III, ontdekt te Locus E in 1929, is afkomstig van een adolescent of jongere met een breinvolume van 915 cc. 
  • Schedel II, ontdekt te Locus D in 1929 maar pas erkend in 1930, is een adult of adolescent met een breinvolume van 1030 cc. 
  • Schedels X, XI en XII (ook wel genoemd LI, LII and LIII) werden ontdekt te Locus L in 1936. Men denkt dat ze afkomstig zijn van een adulte man, een adulte vrouw en een jonge adult, met breinvolumes van respectievelijk 1225 cc, 1015 cc en 1030 cc. (Weidenreich 1937) 
  • Schedel V: twee craniale fragementen die werden ontdekt in 1966, passen met (modellen van) twee andere fragmenten die gevonden werden in 1934 en 1936. Ze vormen samen een schedeldak met een breinvolume van 1140 cc. Deze delen werden gevonden op een hoger gelegen terreingedeelte en blijken meer modern te zijn dan de andere schedeldaken (Jia & Huang 1990).

Het grootste deel van het onderzoek naar deze fossielen werd gedaan door Davidson Black tot zijn dood in 1934. Franz Weidenreich zette zijn werk voort en bestudeerde de fossielen tot zijn vertrek uit China in 1941. De originele fossielen verdwenen in 1941 tijdens het transport naar de Verenigde Staten (voor het veiligstellen tijdens WOII), maar zeer goede modellen en beschrijvingen zijn bewaard gebleven. Sinds de oorlog zijn andere erectus fossielen gevonden op deze en andere sites in China.

peking man

Sangiran 2, “Pithecanthropus II”, Homo erectus Ontdekt door G.H.R. von Koenigswald in 1937 te Sangiran op het Indonesische eiland Java. Dit fossiel is een breindoos dat veel gelijkenis vertoont met het eerste Java Man schedeldak, maar vollediger en kleiner is, met een breinvolume van slechts ongeveer 815 cc.

OH 9, “Chellean Man”, Homo erectus Ontdekt door Louis Leakey in 1960 te Olduvai Gorge in Tanzanië (Leakey 1961). Geschatte ouderdom is ongeveer 1,5 miljoen jaar. De vondst bestaat uit een gedeeltelijke breindoos met massieve wenkbrouwbogen en een breinvolume van 1065 cc.

OH 12, “Pinhead”, Homo erectus Ontdekt door Margaret Cropper in 1962 te Olduvai Gorge in Tanzanië. Het is vergelijkbaar met OH 9, maar minder volledig en kleiner, met een geschat breinvolume van slechts 750 cc. De geschatte ouderdom ligt tussen 800 000 en 1 200 000 jaar. Anton (2004) heeft nog enkele deeltjes van deze schedel gevonden, maar het blijft vrij fragmentair.
Sangiran 17
Fig. 16: Sangiran 17
Sangiran 17, “Pithecanthropus VIII”, Homo erectus Ontdekt door Sastrohamidjojo Sartono in 1969 te Sangiran op Java. Deze vondst bestaat uit een volkomen compleet cranium, met een breinvolume van ongeveer 1000 cc. Dit is het meest complete erectus fossiel uit Java. De schedel is zeer robuust, met een lichtelijk uitstekend gezicht en grote uitstekende kaakbeenderen. Het wordt verondersteld ongeveer 800 000 jaar oud te zijn, maar een recente datering schat de ouderdom veel hoger als ongeveer 1,7 miljoen jaar. Als deze laatste datering klopt, betekent dit dat Homo erectus veel vroeger uit Afrika migreerde dat voorheen gedacht.
KNM_3733
Fig. 17: KNM-ER 3733
KNM-ER 3733, Homo erectus (or Homo ergaster) Ontdekt door Bernard Ngeneo in 1975 te Koobi Fora in Kenia. Geschatte ouderdom is ongeveer 1,7 miljoen jaar. Deze imposante vondst bestaat uit een bijna compleet cranium. Het breinvolume is ongeveer 850 cc, en de gehele schedel is vergelijkbaar met de Peking Man fossielen. De ontdekking van dit fossiel in dezelfde aardlaag als het fossiel ER 406 gaf de genadeslag aan de één-soort hypthese. Deze hypothese stelt dat er in de geschiedenis nooit meer dan één hominide soort tegelijk op aarde voorkwam. (Leakey & Walker 1976)
Turkana jongen
Fig. 18: Turkana jongen
KNM-WT 15000, “Turkana jongen”, Homo erectus (of Homo ergaster) Ontdekt door Kamoya Kimeu in 1984 te Nariokotome nabij Lake Turkana in Kenia (Brown et al. 1985; Leakey & Lewin 1992; Walker & Leakey 1993; Walker & Shipman 1996). Dit is een bijna complete skelet van een 11 of 12 jarige jongen, met de handen en voeten als enige grote ontbrekende delen. (Sommige wetenschappers denken dat erectus op jongere leeftijd volwassen werd, en dat de jongen ongeveer 9 jaar oud was (Leakey & Lewis 1992).) Het is het meest complete gekende specimen van erectus; en ook het oudste, namelijk 1,6 miljoen jaar oud. Het breinvolume is 880 cc, en geschat wordt dat het breinvolume 910 cc zou zijn bij maturiteit. De jongen was 160 cm groot, en zou ongeveer 185 cm zijn geworden als volwassene. Dit is verassend groot, en wijst op de mogelijkheid dat vele erectus vertegenwoordigers even groot waren als moderne mensen. Met uitzondering van de schedel, is dit skelet heel gelijkend op dat van moderne jongens, ook al zijn er enkele kleine verchillen. Het meest opvallende verschil is dat de holtes in de wervels, langs waar het ruggenmerg loopt, slechts de helft van de oppervlaktedoorsnede hebben van die bij moderne mensen. Eén verklaring hiervoor zou zijn dat de jongen de fijne motorische controle niet bezat die wij hebben in de thorax om de spraak te controleren, implicerend dat hij allesbehalve een even vloeiende spreker was als moderne mensen (Walker and Shipman 1996).
Homo georgicus
Fig. 19: Homo georgicus
D2700, Homo georgicus Ontdekt in 2001 te Dmanisi in Georgië. Geschatte ouderdom is 1,8 miljoen jaar. De vondst bestaat uit een bijna volledige schedel, incluis een onderkaak (D2735) die bij hetzelfde individu hoort (Vekua et al. 2002, Balter & Gibbons 2002). Met een volume van ongeveer 600 cc is dit de kleinste en meest primitieve hominide schedel ooit ontdekt buiten Afrika. Deze schedel en twee andere schedels die in de buurt gevonden werden, vormen een bijna perfecte overgangsreeks tussen H. habilis en H. ergaster.
Homo antecessor
Fig. 20: ATD6-69
ATD6-69, Homo antecessor? Ontdekt te Atapuerca in Spanje. Dit fossiel is een gedeeltelijk aangezicht van een kind dat vermoedelijk tussen de 10 en 11,5 jaar oud was. Het fossiel is meer dan 780 000 jaar oud. (Bermudez de Castro et al. 1997)
Mauer kaak
Fig. 21: Mauer kaak
“Heidelberg Man”, “Mauer kaak”, Homo sapiens (archaisch) (ook gekend als Homo heidelbergensis). Ontdekt door werklieden in een grindgroeve in 1907 nabij Heidelberg in Duitsland. Geschatte ouderdom is tussen 400 000 en 700 000 jaar. Deze vondst bestaat uit een onderkaak met een terugspringende kin en met alle tanden aanwezig. De kaak is extreem groot en robuust, zoals die van Homo erectus, maar de tanden zijn aan de kleine kant voor een erectus. Vaak wordt dit fossiel geclassificeerd als Homo heidelbergensis, maar het wordt ook soms beschouwd als een Europsese H. erectus.
Rhodesian man
Fig. 22:  Kabwe
“Rhodesian Man”, “Kabwe”, Homo sapiens (archaisch) (Homo rhodesiensis) Ontdekt door een arbeider in 1921 te Broken Hill in Northern Rhodesia (nu Kabwe in Zambia) (Woodward 1921). Het gaat om een compleet cranium dat zeer robuust is, met grote wenkbrouwbogen en een terugwijkend voorhoofd. Geschatte ouderdom is tussen 200 000 en 125 000 jaar. Het breinvolume is ongeveer 1280 cc.
Arago XXI
Fig. 23: Arago XXI
Arago XXI,”Tautavel Man”, Homo sapiens (archaïsch) (ook gekend als Homo heidelbergensis) Ontdekt te Arago in Zuid Frankrijk in 1971 door Henry de Lumley. Geschatte ouderdom is 400 000 jaar. Het fossiel bestaat uit een vrijwel volledig gezicht, met 5 kiezen en een deel van de breindoos. Het breinvolume was ongeveer 1150 cc. De schedel heeft zowel kenmerken van archaïsche Homo sapiens als van Homo erectus, waartoe dit fossiel soms wordt gerekend.
Petralona
Fig. 24: Petralona 1
Petralona 1, Homo sapiens (archaïsch) Ontdekt door dorpelingen te Petralona in Griekenland in 1960. Geschatte ouderdom is 250 000- 500 000 jaar. Het fossiel kan ook beschouwd worden als een late Homo erectus, en heeft tevens enkele Neanderthaler kenmerken. Het breinvolume is 1220 cc, hetgeen groot is voor erectus maar klein voor sapiens. Het gezicht is groot met opvallend wijde kaken. (Day 1986)
Atapuerca 5
Fig. 25: Atapuerca 5
Atapuerca 5, Homo sapiens (archaisch) Ontdekt door Juan-Luis Arsuaga in de Sima de los Huesos (“put met botten”) op de site van de Atapuerca grot in Noord-Spanje in 1992 en 1993. Het fossiel is ongeveer 300 000 jaar oud, met een breinvolume van ongeveer 1125 cc. Het aangezicht is breed met een enorme nasale opening, en lijkt op de Neanderthalers in sommige opzichten, maar in andere niet. Dit is de meest complete voor-moderne schedel in het gehele hominide fossielen bestand (Arsuaga et al. 1993; Johanson & Edgar 1996).
Feldhofer specimen
Fig. 26: Feldhofer, neanderthaler
Feldhofer, Neanderthaler 1, Homo  neanderthalensisOntdekt door Johann Fuhlrott in 1856 in een kleine grot bij Feldhofer in de Neander Vallei in Duitsland. De vondst bestaat uit een schedeldak, dijbeenderen, een deel van de pelvis, enkele ribben en enkele arm- en schouderbotten. Het onderste deel van de linkerarm was gebroken tijdens het leven van de eigenaar, waardoor de botten van de linkerarm kleiner zijn dan deze van de rechterarm. Fuhlrott zag de vondst als een primitieve mens, maar de Duitse gevestigde orde geleid door Rudolf Virchow verwierp dit beeld, en beweerde foutief dat het hier gaat om een zieke moderne mens (Trinkaus & Shipman 1992). In 1999 werd de originele site herontdekt, en extra botten van hetzelfde specimen werden gevonden. [3]

“Spy 1 en 2”, Homo neanderthalensisOntdekt door Marcel de Puydt en Max Lohest in 1886 in de Grotto van Spy (uitgesproken: spie) d’Orneau in België. Geschatte ouderdom is 60 000 jaar. Deze vondst bestaat uit twee bijna volledige skeletten. De excellente beschrijvingen van de skeletten bevestigden dat deze zeer oud waren, en ontkrachtte grotendeels het idee dat de Neanderthaler vorm een pathologische aandoening was, maar concludeerde ook onjuist dat Neanderthalers met gebogen knieen liepen.

“Krapina Site”, Homo neanderthalensisOntdekt door Dragutin Gorjanovic-Kramberger in 1899 nabij Krapina in Kroatië. Deze site bevatte belangrijke overblijfselen van 2 tot 3 dozijn individuen, en tanden en kaakfragmenten van enkele dozijnen meer. Wanneer Gorjanovic zijn resultaten publiceerde in 1906, bevestigde hij voor eens en voor altijd dat Neanderthalers geen pathologische moderne mensen waren.
Old man
Fig. 27: oude man, Homo neanderthalensis
“Old Man”, Homo neanderthalensisOntdekt door Amedee en Jean Bouyssonie in 1908 nabij La-Chapelle-aux-Saints in Frankrijk.Het is ongeveer 50 000 jaar oud, met een breinvolume van 1620 cc. Dit bijna volledige skelet is gerecontrueerd door Marcellin Boule, die een invloedrijke paper schreef over de vondst, waarin uiteindelijk zeer veel conclusies volledig verkeerd waren. Hij overdreef de aapachtige kenmerken van het fossiel, waarmee hij het stereotiepe beeld versterkte – dat zou blijven bestaan voor tientallen jaren –  van een voorover buigende aapachtige man,  voruit schoffelend met gebogen knieen. Het specimen was ongeveer tussen 30 en 40 jaar oud wanneer het stierf. Het had een herstelde gebroken rib, ernstige arthritis aan de heup, ondernek, rug en schouders, en had de meeste kiezen verloren. Het feit dat hij zolang overleefde wijst erop dat Neanderthalers een complexe sociale structuur hadden.

“Shanidar Site”, Homo neanderthalensisRalph Solecki ontdekte tussen 1953 en 1960 9 Neanderthaler skeletten bij de Shanidar grot in Irak. Men denkt dat ze tussen 70 000 en 40 000 jaar oud zijn. Één van hen, Shanidar 4, was blijkbaar begraven met offers en bloemen (althans zo werd het geïnterpreteerd). In 1971 schreef Solecki een boek, “Shanidar, de Eerse Bloemen Mensen”, en keerde hiermee de vroegere stereotiepen van halfmenselijke bruten om. Een ander skelet, Shanidar 1, was gedeeltelijk blind, kreupel en had maar één arm. Het feit dat hij kon overleven is ook een bewijs van een complexe sociale structuur.

“Saint-Cesaire Neandertal”, Homo  neanderthalensisOntdekt door Francois Leveque in 1979 nabij het dorp Saint-Cesaire in Frankrijk. Het bestaat uit een sterk verpletterd skelet. De schedel was voor het grootste deel compleet, met enkel de achterkant van het cranium afwezig. Het fossiel is gedateerd op een ouderdom van ongeveer 35 000 jaar, en is één van de laatst gekende Neanderthalers. De vondst was interessant omdat op de vindplaats ook werktuigen gevonden werden die voorheen verondersteld werden bij de Cro-Mangnon cultuur te behoren, in plaats van bij de normale “toolkit” van de Neanderthalers.
LB1
Fig. 28: Homo floresiensis
LB1, “Hobbit”, Homo floresiensisIn 2003 ontdekt door een Australisch-Indonesisch team aan de Liang Bua grot op het Indonesische eiland Flores. De vondst bestaat uit een bijna volledige schedel en een gedeeltelijk skelet bestaande uit botten van het been, delen van het bekken, handen en voeten, en enkele andere fragmenten. LB1 was een adult, waarschijnlijk vrouwelijk, ongeveer 1 meter groot, met een extreem klein breinvolume van 417 cc. De schedel heeft mens-achtige tanden met een terugwijkend voorhoofd en geen kin. Het fossiel is 18 000 jaar oud en werd gevonden samen met stenen werktuigen. Men denkt dat deze soort een dwergvorm is van Homo erectus (Brown et al. 2004; Morwood et al. 2004; Lahr & Foley 2004).


Fig. 29: Cro-Magnon, Homo sapiens
“Cro-Magnon Site”, Homo sapiens (modern)Ontdekt door arbeiders in 1868 te Cro-Magnon in Frankrijk. Geschatte ouderdom is 30 000 jaar. Op de site werden 5 begraven individuen gevonden, waarbij ook stenen werktuigen, ingekerfde rendiergeweien, ivoren hangertjes en schelpen werden gevonden. De Cro-Magnons leefden in Europa tussen 35 000 en 10 000 jaar geleden. Ze zijn quasi identiek aan moderne mensen, zijnde groot en gespierd, maar iets robuuster dan de meeste moderne mensen. Ze waren getalenteerde jagers, werktuigmakers en kunstenaars, bekend voor de grotschilderingen op plaatsen zoals Lascaux, Chauvet en Altamira.

SamenvattingEr zijn enkele duidelijke trends (die noch continu noch uniform waren) van vroege australopitheci tot recente mensen: toenemend breinvolume, toenemende lichaamsgrootte, toenemend gebruik van werktuigen en de sophisticatie hiervan, afnemende grootte van de tanden, afnemende robuustheid van het skelet. Er zijn geen duidelijke afbakeningen tussen sommige latere australopitheci en sommige vroegere Homo vertegenwoordigers, tussen erectus en archaïsche sapiens, of archaïsche sapiens en moderne sapiens.Creationist Wayne Jackson citeert de paragraaf hier links in een online artikel . Lees mijn reactie hier. Ondanks dit alles is er weinig consensus over hoe onze afstammingsboom er juist uitziet. Iedeeen aanvaardt dat de robuuste australopitheci (aethiopicus, robustus en boisei) geen rechtstreekse voorouders zijn van ons, en dus een tak vormen van de hominiden die geen afstammelingen heeft nagelaten. Of H. habilis afstamt van A. afarensis, africanus, van beide of van geen van de twee, is nog altijd onderwerp van discussie. Het is mogelijk dat geen enkele van de nu gekende australopitheci onze voorouder is.Het voorbije decennium zijn enkele nieuwe genera en soorten ontdekt (Ar. Ramidus, Au. Bahrelghazali, Au. Garhi, Orrorin, Kenyanthropus, Sahelanthropus) en is nog geen consensus bereikt over hun relatie met elkaar en met mensen. Het wordt algemeen aanvaard dat Homo erectus afstamde van Homo habilis (of op zijn minst enkele van de fossielen die toegeschreven worden aan habilis), maar de verwantschappen tussen erectus, sapiens en de Neanderthalers zijn nog niet opgehelderd.
Voetnoten

  1. Anatomische uitleg: het foramen magnum is de opening in de schedel waardoor het ruggenmerg gaat. Bij apen ligt deze opening aan de achterkant van de schedel, omwille van hun viervoetige houding. Bij mensen ligt ze aan aan de basis van de schedel omdat onze kop rust op de top van een verticale ondersteuning (ons lichaam). Bij autralopitheci is het foramen magnum ook meer naar de basis toe dan bij apen, maar niet altijd zo ver als bij mensen. 
  2. Steeds meer onderzoekers plaatsen de soorten aethiopicus, robustus en boisei in het genus Paranthropus. 
  3. Er waren eigenlijk twee eerdere Neanderthaler vondsten. Een gedeeltelijk cranium van een 2,5 jaar oud kind, gevonden in 1829 in België, werd niet erkend tot 1936. Een adult cranium, gevonden op Gibraltar in 1848, lag onder het stof in een museum tot het erkend werd als een Neanderthaler in 1864.

Vertaler: Roeland Cortois
Zie ook
Welke hominide soorten bestonden er?

(Smithsonian)

https://www.msu.edu/~heslipst/contents/ANP440/index.htm

Follow the links below to pages with short abstracts on the featured articles. Links will then lead you to a more detailed treatment of the issue. 

 

Intra- and Interspecific Variation in Primate Gene Expression PatternsThis article presents interesting evidence explaining why humans and chimpanzees, although 98.7% identical in DNA sequences, are so different morphologically, behaviorally, and cognitively.

Remains of Homo erectus from Bouri, Middle Awash, Ethiopia A one million year old calvaria found in Ethiopia’s Middle Awash may shed new light on the diversity of Homo erectus . Because of the fossil’s Asian H. erectus characteristics, it calls into question the separation of Homo erectus into two species.

New hominin genus from eastern Africa shows diverse middle Pliocene lineages.This article announces a new genus and species of early human, Kenyanthropus platyops, which is based on fossilized bone remains found at the Lomekwi localities in the Turkana District of northern Kenya. Prior to the announcement of Kenyanthropus platyops, the known fossils suggested that only one species of early human had existed in East Africa between 3.5 and 3 million years ago. The new finds instead support the idea that multiple species of early hominin had evolved during this time span.

Earliest Presence of Humans in Northeast AsiaNew paleomagnetic data shows that Homo was in Northern China by 1.36 million years ago. This indicates that early on Homo had the ability to travel long distances and inhabit northern environments with a relatively simple tool kit.

Late Miocene hominids from the Middle Awash, EthiopiaEleven hominid fossils have been found from the Late Miocene and exhibit a mosaic of primitive and derived characteristics. These fossils have been placed in a subspecies to Ardipithecus . Paleoenvironmental data indicates that these early humans may have first evolved in a wooded environment. Vertebrate fossils and chemical analysis of isotopes confirm this.

An engraved bone fragment from c. 70,000-year-old Middle Stone Age levels at Blombos Cave, South Africa: Implications for the origin of symbolism and language.Carvings found in South Africa’s Blombos Cave point to Africa as the Birthplace of ‘modern’ human behavior. Geometric patterns are carved on a jaw fragment and on ochre, both dating to 77,000 years ago.

Earliest Pleistocene hominid cranial remains from Dmanisi, Republic of Georgia: Taxonomy, Geological Setting, and AgeFossil remains of early humans and a rich collection of stone tool artifacts from the site of Dmanisi in the former Soviet nation of Georgia date back to roughly 1.7 million years ago. These finds represent the earliest evidence of human beings outside of Africa. While similar in cranial capacity to earlier species in the genus Homo, the morphology of the two skulls found at Dmanisi most closely resemble the African species Homo ergaster.

Early human occupation of the Red Sea coast of Eritrea during the Last InterglacialA recent study reveals that early humans, likely in the form of Homo sapiens, were inhabiting the coastal areas of what is today Eritrea by around 130,000 years ago. This finding has bearing on the expansion of human populations into new ecological niches, and on the development of the behaviors associated with exploiting the resources of a coastal region.

Mid-Pleistocene Acheulean-like Stone Technology of the Bose Basin, South China Researchers from the Human Origins Program and the Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology in Beijing have found evidence of large cutting tools in the Bose Basin in southern China every bit as sophisticated as their African or European counterparts. The presence of these tools, at roughly 800,000 years ago puts to rest the idea that East Asia was a “cultural backwater” at this crucial period in human evolutionary history.

Anatomical Evidence for Knuckle-walking Found in Early Human FossilsStudying the bones of the wrist, researchers find evidence of a bony ridge in the earliest fossil species of the human lineage. This anatomical feature is similar to that found in the knuckle-walking apes; gorillas and chimpanzees, and could imply a common knuckle-walking ancestor for all gorillas, chimpanzees and humans.

Australopithecus garhi: A New Species of Early Hominid from Ethiopia – In sediments two and one half million years old, remains of early humans that have been assigned to a new species, Australopithecus garhi, shows an intriguing combination of primitive and derived traits.

One-Million-Year-Old Cranium of Genus Homo Found in Eritrea – In sediment dated to roughly one million years ago, scientist uncover a cranium of genus Homo that exhibits a curious mix of morphological traits that are both primitive and modern.

Endocranial Capacity in Early Human Cranium from Sterkfontein, South AfricaThe large Australopithecus africanus cranium, Stw 505 (“Mr. Ples”) was anecdotally reported to have a cranial capacity exceeding 600cc. This report sent tremors through the community as this figure is over 100cc larger than the largest previously recorded A. africanus cranial capacity. Researchers use CT scans and 3D computer modeling to create a virtual endocast of the brain to verify these findings.

http://www.nature.com/nature/ancestor/

Classic papers

Dart, R. A. Australopithecus africanus: The Man-Ape of South Africa
Nature 115, 195–199 (1925)
When Dart, an anatomist from South Africa, reported the first ‘ape-man’, he was derided by the same people who fell for the fraudulent Piltdown Man. But Piltdown was a fake and Dart was vindicated. The modern study of human origins starts here.
| Full Text (PDF) |

Leakey, L. S. B. A new fossil skull from Olduvai
Nature 184, 491–493 (1959)
Fossil-hunter Louis Leakey had been scouring East Africa for clues about human origins in vain for 30 years before he (or rather, his wife) hit the jackpot at Olduvai Gorge in Tanzania. The new player on the fossil scene was lantern-jawed ‘Nutcracker man’.
| Full Text (PDF) |

Leakey, L. S. B., Tobias, P. V. and Napier, J. R. A new species of the genus Homo from Olduvai Gorge.
Nature 202, 7–9 (1964)
Leakey scores again with fossils associated with primitive tools. He announces Homo habilis — ‘handy man’ — the first fossil member of our own genus; and with him, the first stirrings of technology.
| Full Text (PDF) |

Leakey, R. E. F. Evidence for an advanced Plio-Pleistocene hominid from East Rudolf, Kenya
Nature 242, 447–450 (1973)
Richard Leakey — son of Louis — describes a skull as iconic as they come, but always known enigmatically as ‘1470’. Thought to belong to an early form of Homo (now Homo rudolfensis), this specimen is a key fossil in the understanding of human origins.
| Full Text (PDF) |

Johanson, D. C. and Taieb, M. Plio-Pleistocene hominid discoveries in Hadar, Ethiopia
Nature 260, 293–297 (1976)
Donald Johanson pushes the human story back beyond the 3-million-year-mark with a skeleton, later assigned to Australopithecus afarensis. The skeleton is now known as ‘Lucy’, after Lucy in the Sky with Diamonds, the Beatles’ tune popular in the field camp.
| Full Text (PDF) |

Leakey, M. D. and Hay, R. L. Pliocene footprints in the Laetolil Beds at Laetoli, northern Tanzania
Nature 278, 317–323 (1979)
When a volcanic eruption sent a rain of ash over what is now Tanzania, an adult and child, probably both Australopithecus afarensis, set out to watch the show — leaving, as a poignant souvenir, perfect and very modern-looking footprints, preserved in the ashfall.
| Full Text (PDF) |

Brown, F., Harris, J., Leakey, R. and Walker, A. Early Homo erectus skeleton from west Lake Turkana, Kenya
Nature 316, 788–792 (1985)
This report of a young but surprisingly tall young Homo erectus male raises many questions about our own African genesis, and the origins of that very human feature called ‘childhood’.
| Full Text (PDF) |

Cann, R. L., Stoneking, M. & Wilson, A. Mitochondrial DNA and human evolution
Nature 325, 31–36 (1987)
A molecular bombshell that traces the human story by comparing mitochondrial DNA frrom modern humans. The message is clear — all modern humans have their roots in Africa, and surprisingly recently, between 100,000 and 200,000 years ago.
| Full Text (PDF) |

Arsuaga, J.-L., Martínez, I., Gracia, A., Carretero, J.-M. & Carbonell, A. Three new human skulls from the Sima de los Huesos Middle Pleistocene site in Sierra de Atapuerca, Spain
Nature 362, 534–537 (1993)
The ‘Pit of Bones’ near Burgos in Spain is a treasure-trove of information on the first Europeans. At around 300,000 years old, these skulls may have been close to the ancestry of the classic cave-man, Neanderthal Man.
| Full Text (PDF) |

White, T. D., Suwa, G. and Asfaw, B. Australopithecus ramidus, a new species of early hominid from Aramis, Ethiopia
Nature 371, 306–312 (1994)
Now known as Ardipithecus ramidus, this extremely primitive creature was the first member of the human family known from beyond 4 million years ago. Still controversial, its affinities with the new finds from Chad have yet to be investigated.
| Full Text (PDF)

|

OOGWIT

Fedor Steeman / 20-04-2010

http://www.vkblog.nl/bericht/309728/Urpferd-Messel_Exhibitie_Basel#commentaar

Laat wel duidelijk zijn: Tijdens het maken van de reconstructies van vroege mensachtigen hebben de ” artists ” natuurlijk ook gewoon gepoogd te reflecteren en te incorporeren wat men op basis van wetenschappelijke analyses van ondemeer botkenmerken al heeft geconcludeerd.

Namelijk dat het hier gaat om wezens die kenmerken combineren van zowel mensapen als moderne mensen. Dat dat zich uit in de keuze van het oogwit vloeit natuurlijk daar uit voort, en is dus geen bewuste poging tot misleiding. Het menselijk oogwit is een uniek kenmerk dat mensapen zeker niet in die mate als wijzelf bezitten. Dit is wel degelijk onderzocht. Dit pop-wetenschappelijk artikel geeft een goede inleiding:

Did evolution make our eyes stand out?

Researchers test ‘cooperative eye’ hypothesis in humans and apes

Image: Chimp and human eyes

PR Newswire, MSNBC.com
Scientists speculate that human eyes stand out more than chimpanzee eyes because there’s an advantage for humans in being able to see the subtle cues communicated by eye movement
By Ker Than

For humans, the eyes are more than just windows to the outside world. They are also portals inward, providing others with glimpses into our inner thoughts and feelings.

Of all primates, human eyes are the most conspicuous; our eyes see, but they are also meant to be seen. Our colored irises float against backdrops of white and encircle black pupils. This color contrast is not found in the eyes of most apes.

According to one idea, called the cooperative eye hypothesis, the distinctive features that help highlight our eyes evolved partly to help us follow each others’ gazes when communicating or when cooperating with one another on tasks requiring close contact.

In a new study that is one of the first direct tests of this theory, researchers from the Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology in Germany looked at what effect head and eye movements had on redirecting the gaze of great apes versus human infants.

In the study, a human experimenter did one of the following:

  • Closed his eyes, but tilted his head up toward the ceiling
  • Kept head stationary while looking at the ceiling
  • Looked at the ceiling with both head and eyes
  • Kept head stationary while looking straight ahead

Results showed that the great apes — which included 11 chimpanzees, four gorillas and four bonobos — were more likely to follow the experimenter’s gaze when he moved only his head. In contrast, the 40 human infants looked up more often when the experimenter moved only his eyes.

The findings suggest that great apes are influenced more by head than eyes when trying to follow another’s gaze, while humans are more reliant on eyes under the same circumstances.

The study, led by Michael Tomasello, will be detailed in an upcoming issue of the Journal of Human Evolution.

The small things
Kevin Haley, an anthropologist at the University of California at Los Angeles, who was not involved in the study, told LiveScience he thinks the cooperative eye hypothesis is quite plausible, especially “in light of research demonstrating that human infants and children both infer cooperative intentions in others and display cooperative intensions themselves.”

Comparisons of human eyes to those of other primates reveal several subtle differences that help make ours stand out. For example, the human eye lacks certain pigments found in primate eyes, so the outer fibrous covering, or “sclera,” of our eyeball is white. In contrast, most primates have uniformly brown or dark-hued sclera, making it more difficult to determine the direction they’re looking from their eyes alone.

Another subtle aid that helps us determine where another person is looking is the contrast in color between our facial skin, sclera and irises. Most apes have low contrast between their eyes and facial skin.

Humans are also the only primates for whom the outline of the eye and the position of the iris are clearly visible. In addition, our eyes are more horizontally elongated and disproportionately large for our body size compared to most apes. Gorillas, for example, have massive bodies but relatively small eyes.

The cooperative eye hypothesis explains these differences as traits that evolved to help facilitate communication and cooperation between members of a social group. As one important example, human mothers and infants are heavily reliant on eye contact during their interactions. One study found that human infants look at the face and eyes of their caregiver twice as long on average compared with other apes.

Clue to our humanity
Other ideas have also been proposed to explain why humans have such visible eyes. For example, white sclera might signal good health and therefore help signal to others our potential as a mate.

Or, as one other recent study suggested, visible eyes might be important for promoting cooperative and altruistic behavior in individuals that benefit the group. The study, conducted by Haley and Daniel Fessler, also at UCLA, found that people were more generous and donated more money if they felt they were being watched — even if the watchful eyes were just drawings resembling eyes on a computer screen.

Tomasello and his team note in their paper that “these hypotheses are not mutually exclusive, and highly visible eyes may serve all of these functions.”

If correct, the cooperative eye hypothesis could provide a valuable clue about when we became the social beings that we are. “It would be especially useful to know when in evolution human’s highly visible eyes originated, as this would suggest a possible date for the origins of uniquely human forms of cooperation and communication,” Tomasello and colleagues write

© 2009 LiveScience.com.

We hebben geen idee wanneer de ogen zo werden zoals nu. 

Dit betekent dus ook dat het niet ongerechtvaardigd is om ogen van “mensachtigen ” , met goed zichtbaar oogwit neer te zetten in een reconstructie (= artist impression )ten gerieve van een tentoonstelling.

Als je een keuze hebt tussen twee opties die allebei even waarschijnlijk zijn,( veel oogwit , bijna geen oogwit ) dan zie ik geen probleem dat je kiest voor de optie waarbij de huidige theorie beter naar voren komt. Een museum heeft immers gedeeltelijk een rol van onderwijs en mag dus volgen wat de wetenschap nu als leidende theorie ziet.

Niet alleen zijn de menselijke oogrokken uitermate uitgebleekt, vergeleken met die van mensapen, de ogen zijn ook nog eens in die mate verbreed dat er relatief veel van is blootgelegd.Eén hypothese is, dat bij mensen veel communicatie via de ogen gaat en de richting van de ogen een belangrijke rol speelt.

Duitse onderzoekers hebben dit getoetst en ontdekt dat mensapen eerder reageren op de richting van het gehele hoofd dan dat van de ogen, vergeleken met menselijke peuters.

De bleke, zichtbare oogrokken van de mens houden dus verband met hun communicatieve en sociale vaardigheden. Dan kunnen we ons dus afvragen of, of wanneer, vroege mensachtigen zich dit kenmerk toeëigenden.

Als we een voor-de-hand-liggend verband aannemen tussen hersengrootte en sociale/communicatieve vaardigheden kunnen we dus daaruit afleiden dat vroege mensachtigen zoals australopithecinen waarschijnlijk hetzelfde type oogrokken hadden als moderne mensapen.

Het is meer waarschijnlijk dat het “menselijke oogwit” pas bij Homo erectus ontstond, of misschien iets daarvoor.

Helemaal zeker zullen we het nooit weten.DIt kan in elk geval een goede leidraad zijn voor makers van reconstructies voor tentoonstellingen of tijdschriften. Dan kunnen we in elk geval verhinderen dat sommigen lieden verontwaardigd worden. … Misschien dan…

HERSENEN  

Groei zoogdier brein
20 mei 2011
Het relatief grote brein van zoogdieren en mensen is waarschijnlijk ontstaan door een verbeterde reukzin. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers vastgesteld.
De eerste hersengebieden die in de loop van de evolutie een groter formaat aannamen bij zoogdieren, waren betrokken bij de reukzin.
Volgens wetenschappers kan hieruit worden afgeleid dat de groei van het brein van de eerste zoogdieren begon door het ontstaan van een meer geavanceerd reukvermogen. Dat meldt men naar aanleiding van een studie van wetenschappers aan de Universiteit van Texas.
De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen door de twee van de oudste fossielen van zoogdieren te bestuderen
the tiny fossilised skulls of 190-million-year-old Morganucodon oehleri and Hadrocodium wui, both of which were discovered in China.
Scan of Hadrocodium brain shown in pink
Ze maakten onder meer scans van de binnenkant van een schedel.
Uit het onderzoek bleek dat de hersengebieden voor reuk groter waren dan bij meer primitieve soortgenoten.
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Science.
Een verbeterd reukvermogen stelde de eerste zoogdieren mogelijk in staat om ook ’s nachts te jagen.
Hierdoor konden ze profiteren van nachtelijke voedingsbronnen, zoals insecten en geleedpotigen die alleen ’s nachts actief waren”, verklaart hoofdonderzoeker Timothy Rowe.
Reukzin werd tot nu toe niet beschouwd als een belangrijke factor in de evolutie van zoogdieren. Dat heeft volgens Rowe vooral te maken met de fossielen die tot nu toe zijn bestudeerd.
“De meeste fossielen die zijn gevonden, bestaan uit kaken en tanden, dus de meeste speculaties over evolutie hadden betrekking op voeding”, aldus Rowe. “Reukzin stond tot nu toe niet op de radar van paleontologen.”

Van klein naar groot

54 miljoen jaar oude apenschedel laat evolutie van de hersenen zien

Primitieve apen hadden kleine hersenen en gingen sterker op geur af dan op zicht. Dat concluderen Amerikaanse anthropologen op basis van een virtueel model van een 54 miljoen jaar oude apenschedel. Zij brachten de leefgewoonten van deze oeraap zo goed mogelijk in kaart om te bepalen welke factoren een rol spelen in de evolutie van kleine naar grote hersenen.

Moderne apen en ook mensen hebben relatief grote en complexe hersenen. Dit onderscheidt de aapachtigen van andere zoogdieren. Toch is het brein van apen niet altijd groot geweest, hier zijn miljoenen jaren van evolutie aan vooraf gegaan. Wetenschappers proberen te doorgronden waarom moderne apen zulke grote hersenen hebben ontwikkeld. De meeste verklaringen hiervoor komen op dit moment van waarnemingen aan soorten die evolutionair dicht bij de moderne apen staan.

Dit kleine schedeltje (ongeveer vier centimeter lang) is 54 miljoen jaar oud. Het behoort toe aan een primitieve apensoort die gezien kan worden als een neefje van de vroegste voorouder van moderne apen. Afbeelding: © Eric Zamora (University of Florida)

3D-model

De Amerikanen vonden enkele jaren geleden een primitief apenschedeltje van 54 miljoen jaar oud. Het bleek te gaan om een aap die leefde in de miljoenen jaren tussen het uitsterven van de dino’s en het ontstaan van de eerste moderne apen. Deze oeraap kan volgens de onderzoekers gezien worden als het neefje van de vroegste voorouder van moderne apen.

Het 3D-model van de hersenen op het scherm is gemaakt met behulp van een CT-scan. De onderzoekers maakten ruim 1200 opnamen van het schedeltje om de hersenen te kunnen reconstrueren. Afbeelding: © Eric Zamora (University of Florida)

De schedel was ongeveer vier centimeter lang en nog bijna helemaal intact. Dit maakte het mogelijk om de hersenen van de aap virtueel te reconstrueren. Met behulp van een CT-scan schoten de onderzoekers ruim 1200 plaatjes die zij vervolgens weer samensmolten tot één 3D-model. De hersenen van de oeraap waren de helft of twee derde van de omvang van de hersenen van de kleinste moderne apen. Bovendien was het centrum voor geurwaarneming sterk ontwikkeld en het visuele vermogen juist niet.

Van boom tot boom

De oeraap gaat sterk af op geur, de moderne aap op zicht. Het lijkt erop dat de ontwikkeling van het visuele vermogen samen gaat met de ontwikkeling van grote hersenen. Maar voor welke functie hebben moderne apen dat scherpe zicht dan nodig? Met andere woorden: waarom zijn grote hersenen geëvolueerd? Om daar achter te komen reconstrueerden de Amerikanen zoveel mogelijk leefgewoonten van de oeraap en vergeleken deze met die van moderne apen.

Hersenen oeraap 1Jonathan Bloch, één van de onderzoekers, laat hier het schedeltje en afgietsel van de herseninhoud van de primitieve aap zien. Op het scherm op de achtergrond is het virtuele 3D-model zichtbaar. Afbeelding: © Eric Zamora (University of Florida)Zowel de oeraap als sommige moderne apen leven in bomen en eten voornamelijk fruit. Dit betekent dat deze leefgewoonten niet van invloed zijn geweest op het ontwikkelen van grote hersenen. Er is ook een groot verschil tussen de oeraap en moderne apen: de eerste sprong niet van boom tot boom. De onderzoekers denken dat grote hersenen nodig zijn om in een dicht bebost gebied snel door de bomen te kunnen verplaatsen. Om dit te bewijzen hebben zij meer fossielen nodig van primitieve apenschedels.

Bronnen

Virtual endocast of Ignacius graybullianus
(Paromomyidae, Primates) and brain evolution in early primates (Mary Silcox, Claire Dalmyn en Jonathan Bloch), PNAS, juni 2009

Zie ook

early mammals
rat Kat en mens
Mensapen en mensachtigen en de mens

          
De menselijke hersenen bestaan heel grosso-modo uit twee delen, of beter gezegd : twee rond elkaar liggende lagen. In het diepste van de hersenen; – centraal dus -; liggen de primitieve hersenen: deze die we gemeenschappelijk hebben met alle zoogdieren en ook met de reptielen. Het zijn de eerste lagen die werden neergezet door de evolutie.

In 1878 beschreef Paul BROCA, de beroemde franse neuroloog in zijn werk “Anatomie comparée des circonvolutions cérébrales. Le grand lobe limbique et la scissure limbique dans la série des mammifères.” als eerste deze splitsing in 2 lagen. Sindsdien dragen deze oerhersenen de naam van limbische hersenen (limbisch systeem). Rond deze primitieve hersenen heeft zich tijdens miljoenen jaren-evolutie een nieuwe, recente laag neergezet en ontwikkeld : de nieuwe hersenen of beter gezegd : de nieuwe schors (of de nieuwe enveloppe). Vandaar de naam neocortex. Hoe meer de diersoorten zich ontwikkeld hebben, hoe groter het volume en hoe groter het belang van deze neocortex.

De meest recente ontwikkelingen van deze hersenlaag speelt zich af in de prefrontale cortex (juist achter het voorhoofd). Dit is de reden waarom de moderne mens, de Homo sapiens, een duidelijk gewelfd voorhoofd bezit in vergelijking met de oermens en de primaten.

In de loop van de evolutie zijn de hersenen van achteren naar voor gegroeid (dit is een visie van een dierenarts; een humane-arts zou spreken van onderen naar boven ! nvdr), waarbij de nieuwere delen zich ontwikkelden als expansies van het oudere deel.
Het elementairste en primitiefste deel van de hersenen, -dat deel dus dat we gemeenschappelijk hebben met alle diersoorten (die rijker zijn dan een minimaal zenuwstelsel)- is de hersenstam. Deze is verantwoordelijk voor de basale levensfunkties zoals ademhaling en het metabolisme van de andere organen en controleert stereotypische reacties en bewegingen. Denken, redeneren of leren doet dit primitieve brein niet. Het zijn eerder voorgeprogrammeerde regulatiemechanismen die het lichaam “runnen” en reageren naar het princiepe van “overleven”.

Het gevoelsleven is van oudsher ingebakken in de cellen van het reukcentrum. Alle vormen van contact met de buitenwereld verliep vroeger over de geurenwereld. Of het nu om prooien ging, of gevaren, of sexuele partners of domeinafbakening: alles heeft een specifieke moleculaire signatuur. In het reukcentrum werd een schifting gedaan van deze geuren; en nadien gesorteerd in herkenbare, relevante categorieën. Een tweede laag cellen in het reukcentrum stuurde reflexboodschappen door het gehele zenuwstelsel naar het lichaam om te vertellen wat het moest doen: aanvallen, achtervolgen, vluchten, etc.

Nadien ontstonden nieuwe, verfijnde lagen rondom de hersenstam waarvan een overzicht in volgende tabel. Wat men noemt “de reptielenhersenen” bestaat uit het verlengde (rugge)merg, de hersenstam, de pons en de kleine hersenen. De taak van reptielenhersenen is zelfbehoud. Later, met het opkomen van de eerste zoogdieren, voegde het limbisch systeem emoties toe aan de primaire vlucht-vecht reactie. Ook leervermogen en geheugen werd aan het programma toegevoegd. Dit stelde de hogere dieren in staat om bepaalde keuzes te maken, gestoeld op voorafgaandelijke ervaringen.

De neocortex, in fine, bracht nuances mee in het gevoelsleven. De link tussen limbisch systeem en neocortex is de voedingsbodem voor wat we noemen de moederliefde. Onze (huidige ) reptielen, met geen of rudimentaire neocortex, zijn niet tot moederliefde in staat.(= Van dino’s wordt tegenwoordigh verondersteld dat ze wel degelijk ook broedzorg kenden/Ook krokodillen verdedigen hun eieren … )

Conclusie:

we zijn dus als mens verplicht om te aanvaarden dat in het centrum van onze hersenen diezelfde hersenstructuren ons leven beheersen als deze van de diersoorten die ons voorgingen.

In feite: hersenen binnen onze hersenen.

Vergelijking hersenen mens en chimpansee :
10 december 2004 ” De Morgen “

Nieuw hersenonderzoek toont aan dat de hersenen van de mens en die van de chimpansee in opvallende mate en op verschillende vlakken op elkaar lijken.

Twee onderzoeken die in het vakblad Behavioral Neuroscience gepubliceerd staan, tonen aan dat zowel qua structuur als qua functieverdeling de mensenhersenen en de apenhersenen erg op elkaar lijken.

Voor het eerste onderzoek ( 1) werden hersenscans genomen van zestig chimpansees. Daaruit bleek dat de hippocampus, een centraal hersengebied dat onder meer een rol speelt bij leerprocessen, gemoedswisselingen, eetlust, ruimtelijk geheugen en slaap, bij de apen asymetrisch is.

—>De rechterhelft is duidelijk groter dan de linker. Dat is bij mensen net zo. —> Bovendien bleek dat ook de amygdala wél symmetrisch is bij de apen, net zoals bij de mens.

Daarmee wordt bevestigd dat de hersenen van mensen en apen niet alleen beide asymetrisch zijn maar dat ze op dezelfde manier asymetrisch zijn.

Die bevindingen sluiten aan bij eerder onderzoek (2)waaruit bleek dat het niet-limbische gedeelte van de apenhersenen ook al erg goed lijken op mensenhersenen.

Belangrijk bij dat alles is dat die asymetische structuren in de hersenen allerlei gedragingen sturen.

Nu wordt onder meer duidelijker waarom het bij alle primaten zo is dat de linkerhelft van het gezicht, dat gecontroleerd wordt door de rechterhersenhelft, emotioneel expressiever is dan de rechterkant.

Een hippocampus die rechts groter is, verklaart wellicht ook het goed ontwikkelde ruimtelijke geheugen van primaten en loopt parallel met hoe de rechterkant van de hippocampus ook bij mensen instaat voor ruimtelijk geheugen.

Een tweede studie toont voor het eerst een verband aan tussen een voorkeur om met een bepaalde hand te werken en asymetrieën in de cortex van apenhersenen.

Dat onderzoek ondermijnt de overtuiging van velen dat er alleen bij mensen een neurologische basis is die links-of rechtshandigheid bepaalt.

Net zoals bij mensen bepaalt de anatomie van de hersenen of een chimpansee links- of rechtshandig is.

Net zoals bij mensen blijken er ook bij chimpansees meer rechtshandigen te zijn.

Die tweede studie bevestigt ook dat het principe van een voorkeur voor een bepaalde hand iets is wat zeker vijf miljoen jaar geleden ook al voorkwam en zich onafhankelijk van taal en spraak ontwikkeld heeft.

Links

Behavorial Neuroscience

http://www.apa.org/journals/bne.html

(1) Asymmetries in the Hippocampus and Amygdala of Chimpanzees(Pan troglodytes)

http://www.apa.org/journals/bne/press_releases/december_2004/bne11861460.pdf

(2)Handedness in Chimpanzees (Pan troglodytes

) Is Associated wth Asymmetries of the Primary Motor Cortex but Not wth Homologous Language Areas

http://www.apa.org/journals/bne/press_releases/december_2004/bne11861176.pdf

Wat hebben creationisten te zeggen over hersengrootte?

Auteur: Jim Foley

Hersengroottes [zie “noot”] verschillen aanzienlijk tussen individuele organismen van eenzelfde soort en deze regel geldt voor iedere soort. De verschillen in hersengrootte zijn echter niet zomaar gerelateerd aan de intelligentie. In plaats daarvan is er wel een zwakke correlatie met de lichaamsgrootte: grote mensen hebben meestal grotere hersenen. Hierdoor zullen vrouwen gemiddeld kleinere hersenen hebben dan mannen en zullen Pygmeeën kleinere hersenen hebben dan Zulu’s. De gemiddelde intelligentie van al deze groepen is echter –voor zover is geweten- dezelfde. Cijfers omtrent de gemiddelde hersengrootte bij de moderne mens lijken te verschillen tussen bronnen, maar een karakteristieke waarde bedraagt 1350 of 1400 cc (kubieke centimeter). De onderstaande cijfers geven een indruk over de normale variatie binnen moderne, menselijke schedelgrootte (schedels van Homo sapiens). Burenhult (1993) zegt dat 90 percent van alle menselijke schedels past binnen een grootte-interval van 1040 tot 1595 cc, met als extreme waarden 900 en 2000 cc. S. J. Gould herbekeek in zijn boek “De Mens Gemeten” (“The Mismeasure of Man”) een negentiende-eeuwse studie, die werd uitgevoerd door Morton. In deze studie werden de groottes van 600 schedels gemeten. Deze schedels varieerden in grootte binnen een interval van 950 tot 1870 cc. Vijfentwintig percent van het staal bestond echter uit schedels van Peruvianen met een kleine gestalte, zodat het cijfer (950 cc) lager ligt dan indien het bepaald zou zijn geweest voor 600 willekeurig geselecteerde mensen. Morton verdeelde zijn schedels ook in groepen per ras. Het laagste gemiddelde voor een groep bedraagt 1230 cc.

Verscheidene bronnen –sommige zijn creationistisch van aard- geven lagere limieten voor de hersengrootte. De vooraanstaande Britse anatoom Sir Arthur Keith gaf in 1948 855 cc aan als het laagst gekende, menselijke hersenvolume. Vergelijk dit met de 650 cc, wat in die periode het grootst gekende hersenvolume voor gorilla’s was. Er bestaan zelfs mensen met hersenen die kleiner zijn dan 650 cc. Deze situatie is echter zeer zeldzaam. De microcefalen, die een intelligentie bezitten die lager is dan de norm, kunnen zelfs een hersengrootte van slechts 600 cc hebben. Dit betreft echter een medische afwijking en dergelijke schedels kunnen niet als normaal worden aanzien.

Hrdlicka (1939) bestudeerde de extreme waarden (maximum en minimum) voor hersengrootte door 12000 Amerikaanse schedels van moderne mensen te onderzoeken. De schedels maakten deel uit van de verzamelingen in het Nationaal Museum van de VS (US National Museum). Van de 12000 schedels varieerden de groottes van de 29 kleinste schedels (of minder dan 1 op 400) van 910 tot 1050 cc. Hrdlicka beweert dat de kleinste schedel in deze collectie (910cc) het kleinste volume, dat ooit gemeten is voor een menselijke schedel, bezit. De schedels met een klein volume waren niet primitief of afwijkend -op welke manier dan ook. Hun kleine volume was enkel het resultaat van de beperkte omvang van hun volledige schedel. Dus, hoewel de onderlimiet voor de hersengrootte bij de moderne mens overlapt met die bij Homo erectus, zijn hun schedels zeer verschillend. Bij H. erectus is –in vergelijking met H. sapiens– de hersendoos kleiner ten opzichte van de rest van de schedel. Bij kleine moderne mensen, met normale verhoudingen van de schedel, is hersengrootte klein, enkel en alleen omdat de schedel klein is. Vergelijk de bovenstaande cijfers met vijf meetbare schedels van Java-mensen (H. erectus). Hun grootte bedraagt gemiddeld 930 cc en de kleinste schedel is 815 cc groot. Dit is minder dan het minimum bij de 600 moderne schedels, die werden bestudeerd door Morton en hierboven worden aangehaald. Meer nog, in tegenstelling tot de moderne mensen met kleine hersengrootte, bezitten deze schedels afgeplatte hersendozen en grote wenkbrauwribbels.

Deze cijfers tonen ook hoe buitengewoon de Turkana-jongen (H. erectus/H. ergaster) is. Als volwassen persoon zou hij ongeveer 183 cm lang zijn geweest. Dit is zelfs groot in vergelijking met de huidige standaard. Men verwacht dan ook dat mensen met deze lengte een hersengrootte, die groter is dan de gemiddelde hersengrootte, hebben. De geschatte hersengrootte, die de Turkana-jongen als volwassen persoon vermoedelijk zou gehad hebben (910cc), is echter kleiner dan de hersengrootte bij nagenoeg alle moderne mensen, gemeten over verschillende lengtes en geslachten. Slechts minder dan één percent van de moderne mensen bezit een hersengrootte die kleiner is dan 910 cc. Ter vergelijking: 900cc is de typische hersengrootte voor een modern kind van drie of vier jaar, met een gewicht van 15 kg.

De creationist Marvin Lubenow (1992) beweert dat de laagste limiet voor de moderne, menselijke schedelcapaciteit 700 cc is. Dit getal ligt veel lager dan de cijfers die worden teruggevonden in wetenschappelijke publicaties. Zijn bron is “Rassen, Types en Etnische groepen” (“Race, Types and Ethnic Groups”) van Stephen Molnar. Molnar zegt “dat er vele personen zijn met 700-800 cm³ als schedelcapaciteit”, maar hij noch zijn bronnen citeren een bron met deze informatie. In feite spreekt één van de bronnen Molnar (en Lubenow) tegen. Tobias (1970) zegt dat, in overeenstemming met Dart, “schijnbaar normale wezens hebben bestaan met hersengroottes van 700 en 800 cc” (misschien is Molnars bewering een verkeerde weergave hiervan) en dat de kleinste schedelcapaciteit, die ooit werd gedocumenteerd, 790 cc is. Dit spreekt Molnars bewering, dat “vele” moderne mensen een schedelcapaciteit beneden 800 cc bezitten, sterk tegen. Integendeel, er blijkt uit een veelheid aan bronnen dat waarden beneden 900 cc extreem zeldzaam zijn en dat waarden beneden 800 cc bijna onbestaand zijn.

Zelfs indien mensen worden gevonden met een schedelcapaciteit van 700 cc, zal het nog altijd onwaarschijnlijk zijn als Lubenow beweert dat ER1470 (nummer van een schedel; zeer waarschijnlijk van Homo habilis) met 750-775 cc “binnen de normale menselijke spreiding (qua hersengrootte)” ligt. Men zou even goed kunnen beweren dat een volwassen persoon met een lengte van 122 cm eveneens binnen de normale spreiding (qua lichaamslengte) valt, op basis van het feit dat sommige mensen slechts 107 cm groot zijn. Dergelijke gevallen –als ze zelfs al optreden- zijn duidelijk zeer zeldzaam en de waarschijnlijkheid om een fossiel van een menselijke schedel met een hersengrootte, die zo klein is als 750-775 cc, te vinden, is zo goed als nul. Het is veel waarschijnlijker dat ER1470 een eerder typisch lid van zijn populatie was. Dit is wat we zien: andere schedelfossielen van Homo habilis, die sterk lijken op ER 1470, zijn zelfs een stuk kleiner dan 700 cc, de laagste limiet die voorgesteld werd door Lubenow.

Chimpansees hebben een hersengrootte tussen 300 en 500 cc, met een gemiddelde van 400 cc. Gorilla’s hebben een gemiddelde hersengrootte van 500 cc, waarbij grote individuen een hersengrootte van 700 cc kunnen bereiken. Zelfs 752 cc werd in één geval gerapporteerd, maar de correctheid van dit gegeven werd niet nagetrokken. Hominiden (mensachtigen) worden het best vergeleken met chimpansees, die ongeveer even groot zijn als de hominiden, dan met de veel grotere gorilla’s.

Lubenow stelt dat “het cruciale element niet de hersengrootte, maar de hersenorganisatie is. Een stel grote gorillahersenen staat niet dichter bij de menselijke toestand dan kleine gorillahersenen.” Lubenows punt is juist. In de veronderstelling dat evolutie waar is, moeten er overgangsvormen tussen apen en moderne mensen, met een hersengrootte tussen 650 en 800 cc, hebben bestaan. De ontdekking van een schedel met zulke hersengrootte bewijst echter nog niet dat zijn bezitter een overgangsvorm was. Om overtuigend als overgangsvorm beschouwd te worden, moet een schedel niet enkel een intermediaire hersengrootte hebben, maar ook een tussenliggende morfologie. Dit is precies wat gevonden werd bij sommige fossielen van H. habilis. Hoewel er geen fossielen van H. habilis voorhanden zijn waarvoor zowel hersen- als lichaamsgrootte kunnen gemeten worden, is het duidelijk dat hun gestalte kleiner was dan moderne mensen en mannelijke gorilla’s, de enige apen met vergelijkbare hersenen. De schedels van H. habilis bezitten geen kammen en beenribbels, die wel aanwezig zijn op schedels van grote apen. Daarbij komt nog dat de binnenkant van de schedels van H. habilis vele moderne kenmerken vertoont (Tobias 1987). De schedels van H. habilis zijn tegelijk groter en meer modern –zowel de binnenkant als de buitenkant- dan de schedel van om het even welke aap van vergelijkbare grootte.

Tussen soorten is de gemiddelde hersengrootte een redelijk goede indicator van relatieve intelligentie, indien een formule, die corrigeert voor lichaamsgrootte, wordt gebruikt. De resultaten, die men bekomt voor gemiddelde hersengrootte, zijn benaderingen, omdat ze afhankelijk zijn van de gebruikte formule alsook van de hersengrootte. Beide parameters (hersen- en lichaamsgrootte) zijn zeer moeilijk te schatten voor de meeste fossielen van hominiden. Er blijkt echter dat Australopithecus even slim -of misschien een beetje slimmer- was dan de chimpansees. H. habilis en H. erectus staan, qua intelligentie, tussen de chimpansees en de moderne mens. Walker & Leakey (1993) en Tobias (1987) geven goede overzichten van de pogingen die men in het verleden heeft ondernomen om de relatieve intelligentie bij hominiden te schatten. De onderstaande grafiek van McHenry (1994), waarbij de hersengroottes ten opzichte van de tijd zijn uitgezet, toont -als algemene trend- een toename van hersengrootte met de tijd, bij de hominiden.

Referenties
Burenhult G. (1993): The first humans: human origins and history to 10,000 BC. New York: HarperCollins.
Hrdlicka A. (1939): Normal micro- and macrocephaly in America. American Journal of Physical Anthropology, 25:1-91.
Lubenow M.L. (1992): Bones of contention: a creationist assessment of human fossils. Grand Rapids,MI: Baker Books.
McHenry H.M. (1994): Tempo and mode in human evolution. Proceedings of the National Academy of Sciences, USA, 91:6780-6.
Tobias P.V. (1970): Brain size, grey matter and race – fact or fiction? American Journal of Physical Anthropology, 32:3-31.
Tobias P.V. (1987): The brain of Homo habilis: a new level of organization in cerebral evolution. Journal of Human Evolution, 16:741-61.
Walker A.C. and Leakey R.E. (1993): The Nariokotome Homo erectus skeleton. Cambridge,MA: Harvard University Press.

Noot: De term “hersengrootte” zal hier gehanteerd worden in plaats van “schedelcapaciteit”, omdat de hersenen de ruimte binnen de schedel niet helemaal zullen opvullen. De hersengrootte is bijgevolg kleiner dan de schedelcapaciteit. Enkel de schedelcapaciteit kan afgeleid worden uit schedels.
Vertaler: Dieter De Koker

brein evolutie

herseninhouden

brein chimp /mens

 mens en aap

http://phys.org/news/2013-03-organisation-trumps-size-primate-brain.html

Geboren uit klimaatverandering  ?

Ontwikkeling van  de  hersenen  in het  genus homo  werd   aangedreven door klimaatveranderingen en de daaruit volgende droogte 

Tommy Van Damme
17/10/13 – Bron: The Guardian, Plos-One, Phys.Org  

Droogte dwong de vroege mensheid Oost-Afrika te verlaten. © Tomas Castelazo – Creative Commons.

Volgens een nieuwe studie aan University College Londen ontwikkelde de mensheid zijn grote hersenen onder invloed van de klimaatveranderingen in Oost-Afrika, de geboorteplaats van de eerste mensensoorten twee miljoen jaar geleden. Dat schrijft de krant The Guardian.

“De moderne mens is eigenlijk geboren uit de klimaatverandering”, vertelt professor Mark Maslin van University College London. “Door de snelle opvolging van periodes van hongersnood en overvloed hadden soorten met grote hersenen een voordeel. Het dwong de vroege mensheid ook Oost-Afrika te verlaten.”De studie keek naar de klimaatverandering in de Oost-Afrikaanse Slenkvallei, de geboorteplaats van de mensheid. In de voorbije 5 miljoen jaar kende de vallei grote afwisselingen tussen natte periodes en droge periodes. De uitgestrekte meren maakten dan plaats voor zandduinen.Academici discussiëren al langer over wat de oorzaak is van het ongewoon grote mensenbrein. Het geeft ons als soort een enorm vermogen tot abstract denken en is cruciaal in het ontwikkelen van een taal.Susanne Schultz, co-auteur van de studie, zegt dat klimaatverandering rechtstreeks kan gelinkt worden aan de evolutie van Homo Erectus, één van de eerste mensensoorten.

Het  huidige ( al sinds de laatste natte periode )  uitdrogende  Logipi meer in de rift valley 

http://phys.org/news/2013-10-local-east-african-climate-variability.html

Mens -erectus

 

Menselijk brein

Deze scan laat het brein van Homo- erectus (blauw) zien met op de achtergrond dat van Homo- sapiens (rood).
De uitlijning is zodanig dat de hersenstam onder het cerebellum(C) en de temporalis-kwab (T) op elkaar liggen.
De schedel-inhoud van erectus is gereconstrueerd uit vondsten.

Het erectus-brein laat de typische “rugby-bal-vorm” zien dat vanaf H-ergaster gevormd werd.
Deze vorm ontstaat doordat zowel de frontaal-kwab (F) als de occipitalis-kwab (O) aan de achterkant uitdijen.
De groei van de frontale kwab vindt al plaats vanaf A-africanus en blijft met zijn opvolgers in fases toenemen.

BrainSize.

http://www.teachthemscience.org/evidence

Australopithecus afarensis 3.9 – 3 Mya 390-550 cc
Australopithecus africanus 3.5 – 2.5 Mya 400-500 cc
Homo habilis 2.2 – 1.6 Mya 590-690 cc
Homo ergaster 1.9 – 1.6 Mya 700-850 cc
Homo erectus 1.8 – 0.05 Mya 800-1250 cc
Homo heidelbergensis 0.6 – 0.4 Mya 1100-1400 cc
Homo sapiens < 0.5 Mya 1000-1600 cc

Volgens moderne inzichten wijst dit op een drastische functionele verandering in “denk-trant”, nl.van reuk-analyse naar complexer abstract denken.

Sommige onderzoekers leggen de sleutel tot mogelijk taalgebruik (hetgeen ultiem abstract is) in deze ontwikkeling en stellen zelfs dat dit al plaats vond nog voor de mens werktuigen ging gebruiken (2.4 Mjr); uiteraard een onbewijsbare hypothese.

Het H-sapiens brein toont de grootste expansie in de parietale-kwab (P). Dit zorgt voor een rondere vorm b.v. in vergelijking tot neanderthalers.

In deze kwab blijken uit modern MRI-onderzoek de belangrijke centra te liggen voor technologisch abstract en mathematisch denken.

E.e.a. strookt met wat de vondsten opleveren na ca 60 Kjr, nl. het verschijnen van zeer diverse mooi bewerkte voorwerpen die zowel praktische als culturele functies hadden.
Het schijnt zo te zijn dat de ontwikkeling van de frontale en parietale kwabben niet gelijktijdig kan voorkomen, waardoor verklaard wordt dat de evolutie van Australopithecus tot Homo in diverse fases heeft plaatsgevonden over de laatste 4 Mjr;

bij het ene geslacht treffen we frontale expansie aan, bij het andere parietale; uiteindelijk worden beide verenigd in H-sapiens.

Moderne wetenschappers beseffen steeds meer dat niet zozeer de inhoud van de schedel maar de inwendige “bedrading” tussen diverse hersencentra de ïntelligentie bepalen. Aan dit inzicht hebben naast menselijk MRI-onderzoek tevens studies naar zeer kleine intelligente vogelbreinen veel bijgedragen (duif, kraai, papegaai). 

Vergelijking mens dier (I )

Aap en mens: // zoek de verschillen

http://news.nationalgeographic.com/news/2005/08/0831_050831_chimp_genes.html
http://listverse.com/2012/02/14/10-comparisons-between-chimps-and-humans/
http://news.sciencemag.org/sciencenow/2012/06/bonobo-genome-sequenced.html

–> bonobo.docx (1.1 MB) 
CLINT IS DOOD, LEVE CLINT
ga naar de website voor de interactieve presentatie
http://www.kennislink.nl/publicaties/op-zoek-naar-het-verschil28 januari 2005 door 

Op zoek naar het verschil

Ontcijfer het DNA van de chimpansee en je leert meer over de eigenschappen en evolutionaire geschiedenis van de mens. Een eenvoudig idee, maar de eerste resultaten wekten vooral verwarring.

Wat de mens tot mens maakt en hem onderscheidt van de dieren zorgt al bij generaties onderzoekers en filosofen voor hoofdbrekens. Het antwoord dat daarop volgde is telkens veranderd; de kring van de mensheid werd steeds groter. In vroeger tijden waren er wilden en barbaren, die niet tot de mensheid werden gerekend. En in nog recentere tijden werden bijvoorbeeld mensen uit Afrika als niet helemaal mens gezien.

Ooit dachten we dat we de kroon op de schepping waren, maar sinds Darwin ons in de afstammingslijn der apen plaatste, moest de mensheid het ergens anders zoeken. Eerst dacht men vanuit religieuze inspiratie aan een ‘ziel’, die het verschil maakte. Descartes dacht dat het anders unieks was: alleen de mens zou een bewustzijn hebben. Maar dat werd allemaal door de wetenschap weerlegd.

Vervolgens werd de blik gericht op meer sociale eigenschappen: cultuur, taal, geavanceerde communicatie, gebruik van gereedschap. Maar ook dat zijn allemaal eigenschappen waarvan de wetenschap inmiddels heeft aangetoond dat ook andere dieren ze gebruiken. Chimpansees kunnen menselijke gebarentaal leren tot een het niveau van een tweejarig kind, ze gebruiken in de vrije natuur takken en stenen als gereedschap. De mens is niet het enige dier daar aanspraak kan maken op: Homo sapiens doet is hooguit geavanceerder in de uitvoering.

De historicus Felipe Fernandez-Armesto geeft in het boek ‘So you think your human?’ een veelzijdige geschiedenis van het menszijn. We behoren tot de categorie ‘mens’ niet doordat we bepaalde absoluut unieke eigenschappen hebben, maar doordat we zelf de grenzen zo trekken. Als er al een echt onderscheidende eigenschap is, grapt Fernandez-Armesto, is het wel de wens van de mens zichzelf apart te plaatsen. Hij denkt dat het zoeken naar een definitief antwoord op de vraag wat ons onderscheid van de rest van de dieren en mens maakt, gedoemd is te mislukken: het concept ‘mens’ verandert met de tijd en is bovendien niet wetenschappelijk vast te pinnen.

En toch we blijven zoeken, nu met de focus op de genen. Nog niet zolang geleden dachten onderzoekers dat een mens zeker 100.000 genen moest hebben, want als een muis er 25.000 nodig heeft, moeten wij er een veelvoud van bezitten. Toen de humane genoomkaart gereed was stopte de teller rond de 25.000 en was de mensheid weer een illusie armer. Wat ons uniek maakt zit niet in een getal.

Misschien komt de chimpansee te hulp. Het chimpanseegenoom is grotendeels klaar en wordt binnenkort in detail bekend gemaakt. In dat verband schreef Science veelbetekenend: ‘Despite decades of study, geneticists don’t know what makes humans human.’

De publicatie van een gedetailleerde genoomkaart van de chimpansee is al meerdere malen aangekondigd en uitgesteld. De reden daarvoor is niet helemaal duidelijk, maar het chimpanseegenoom is inmiddels al wel grotendeels gesequenced en online beschikbaar. Het uitstel gaat om nauwkeurigheid. Als je namelijk uitspraken wilt doen over subtiele verschillen dan moet je er zeker van zijn dat die niet zijn ontstaan door leesfouten.

Extreem

Ver voordat het ontrafelen van het chimpanseegenoom zelf technisch mogelijk was zijn er meerdere genetische theorieën gelanceerd ter verklaring van de verschillen tussen chimpansee en mens. De verschillen zouden letterlijk in de genen kunnen zitten: mensen zijn anders omdat ze andere eiwitten en enzymen kunnen maken. Lees beide genomen, streep de genen die overeenkomen weg en je hebt – het is een karikatuur – het genrecept voor de mens. Maar dat idee viel niet te rijmen met de observatie dat chimpansee en mens genetisch zo extreem op elkaar lijken. Al in 1975 ontdekten onderzoekers op tamelijk grove manier dat mens en chimpansee vrijwel identieke eiwitten tot expressie brengen. En een even grove methode van het samensmelten van DNA van chimp en mens (hybridisatie-experimenten) in een reageerbuis leverde een schatting dat het verschil in erfelijk materiaal niet groter kon zijn dan 1,2 procent. Dat getal zit bij velen in het geheugen gegrift.

Het verschil moest kortom ergens anders te vinden zijn, mogelijk in de regulatie van genen. In wat ook wel de regulatortheorie is gaan heten wordt de verklaring voor het verschil tussen mens en chimpansee gezocht in het verschil tussen de aansturing van genen. Door veranderingen in de promotorsequentie verandert de binding van transcriptiefactoren en daarmee expressie van genen, bijvoorbeeld de plaats of het tijdstip.

Nietszeggend

Voor de rol van niet-coderend DNA zijn later diverse bewijzen gevonden. Zo vergeleken onderzoekers in 2002 met DNA-chips de expressie van duizenden genen in diverse weefsels van de mens met die van de chimpansee en legden die naast de orang oetang en resusaap.

Daaruit bleek dat bijvoorbeeld genexpressie in de lever grotendeels overeenkomt tussen chimp en mens. Maar voor de genexpressiepatronen in de hersenen ligt dat totaal anders: mens en chimpansee verschillen sterk terwijl het patroon van de chimpansee veel meer lijkt op de orang oetang en de rhesusaap.

De conclusie is duidelijk: de sterkere intellectuele capaciteiten van de mens zijn het gevolg van grote veranderingen in de wijze waarop genen worden aangestuurd.

Dat is tegelijkertijd even veelzeggend als nietszeggend. Want welke genen doen ertoe: degene die sterker tot expressie komen, minder tot expressie komen of juist onveranderd zijn gebleven?

In een paar duizend variabelen de betekenisvolle veranderingen aanwijzen is niet eenvoudig. ‘A further challenge is to clarify how many of the differences have functional consequences’, besluiten de onderzoekers hun artikel met een understatement.

Omdat sommige onderzoeksgroepen al vrijwel klaar zijn met hun deel van het chimpgenoom, zijn er al enkele gedetailleerde vergelijkingen gemaakt.

En ook daar zijn de verschillen groter dan verwacht, vooral in niet-coderende delen, maar ook in genen. Dat concludeerde een consortium dat chimpansee chromosoom 22 zeer nauwkeurig in kaart bracht en vorig jaar vergeleek met het overeenkomstige menselijke chromosoom 21.

Zo bleek chromosoom 21 400.000 basenparen groter dan de chimpanseevariant. Op talloze plekken zijn stukken en stukjes DNA ingevoegd maar ook verdwenen. Deze inserties en deleties, samengevoegd onder de noemer indels komen maar liefst op 68.000 plaatsen voor.

Veel van die indels zijn niet groter dan 30 basenparen, maar sommigen kunnen honderden of meer basenparen groot zijn. Een flink deel van die indels blijken transposons te zijn, kleine genen die zichzelf vermenigvuldigen en op nieuwe plaatsen nestelen in het genoom.

De vele indels hebben ook gevolgen voor de coderende delen.

Van de 47 genen op chromosoom 22 die duidelijk verschillen met de mens zijn er 14 door indels gemuteerd. Indels blijken een belangrijk mechanisme voor de aanmaak van nieuwe, afwijkende eiwitten. Als de vergelijking van dit ene chromosoom representatief is, dan zitten in maar liefst 20 procent van de genen opvallende structurele verschillen tussen mens en chimpansee.

De verschillen op DNA niveau blijker groter en die leiden tot grotere verschillen op eiwitniveau dan gedacht.

Het overbekende getal van 1,2 procent genetisch verschil – en dus 98,8 procent genetische overeenkomst – is wat dat betreft misleidend geweest.

Chromosoom 22 van de chimpansee vertegenwoordigt ongeveer 1 procent van het genoom. Dat betekent, als deze bevindingen representatief zijn, dat waarschijnlijk enkele duizenden genen verschillen in ofwel structuur ofwel expressie of beide.

Van slechts een deel van die veranderingen bestaat een vermoeden wat ze betekenen.

Uitgebreide vergelijking van genen van mens, chimpansee en muis wijst op verhoogde mutatiesnelheid in een gen (FOXP2), dat betrokken is bij de beweging van gezichtsspieren en spraak en elf genen die betrokken zijn bij eiwitmetabolisme. Mogelijk is dat een evolutionaire aanwijzing voor het overschakelen naar een meer vleesrijk dieet, wat weer noodzakelijk zou zijn geweest voor de groei van het hersenvolume.

De verwarring is vooralsnog groter dan het inzicht.

De veranderingen in het genoom na afsplitsing van mens en chimp en de biologische gevolgen daarvan zijn veel complexer dan eerder gedacht.

Het zoeken naar de gehoopte sleutelverschillen tussen mens en mensaap loopt langzaamaan vast in een berg van onverwachte diversiteit.

Voorouderaap

Wie moedeloos wordt van het idee dat onderzoek van het chimpanseegenoom het zoveelste megaproject is dat de verwachtingen niet inlost: bedenk dat er wel degelijk mooie inzichten in het vooruitzicht liggen.

Ten eerste lijkt Charles Darwin eindelijk gelijk te krijgen op een belangrijk punt van de door hem voorgestelde theorie: opeenvolgende kleine genetische veranderingen zijn voldoende om evolutie te verklaren.

‘If it could be demonstrated that any complex organ existed, which could not possibly have been formed by numerous, successive, slight modifications, my theory would absolutely break down’, schreef hij in On the origin of species.

Die subtiele modificaties zijn precies de puntmutaties, deleties, inserties en activatie van transposons die de eerste onderzoeksresultaten laten zien. Een grondiger test voor Darwins idee van de rol van micro-evolutie in het ontstaan van de mens is er niet.

Het lijkt er kortom op dat er een genetisch continuüm is in de evolutie van de mens – een lijn van kleine stapjes vanaf een voorouderaap. Zes miljoen jaar geleden scheidden mens en chimpansee van hun gemeenschappelijke voorouder, maar het vinden van een evolutionair sleutelstadium of een cruciaal gen of ontwikkelingsstap lijkt schier onmogelijk, zo niet uitgesloten.

Darwin voorvoelde het al in The Descent of Man:

In a series of forms graduating insensibly from some ape-like creature to man as he now exists, it would be impossible to fix any definite point when the term ’man’ ought to be used.’

Darwins voorspelling is volgens Fernandez-Armesto voor velen een tegenstrijdige constatering: natuurlijk is een aap onze voorouder, maar liever trekken we ergens een streep die ons duidelijk scheidt.

Helaas geeft het chimpanseegenoom vooralsnog geen duidelijk antwoord.

Er is veel meer onderzoek nodig, stellen sommigen naar aanleiding van de eerste resultaten van de vergelijking van chimpansee en mens.

‘Do we now need the gorilla genome sequence to shed more light on the questions raised by comparing human and chimp DNA?’, ( Nota  :   is ondertussen al gebeurt  ) besluit het commentaar in Nature.

We hebben de genoomkaarten van andere apensoorten nodig   ( nota : zijn er  daarvan ondertussen  ook al enkele van  ) .

De zoektocht gaat verder.( nota : vandaag de dag is dat zeker nog volop bezig )  

Bronnen:

Enard et al (2002), Science 296: 340
Watanabe et al (2004): Nature 429: 382
Clark et al (2003), Science 302: 1960
Orwant (2004), New Scientist 21-2-2004: 36.
Felipe Fernandez-Armesto (2004) So you think your human. Oxford University Press ISBN 0192804170

2005   = De nieuwste  bevindingen  en  aanvullingen :

A Scan for Positively Selected Genes in the Genomes of Humans and Chimpanzees

Rasmus Nielsen

1,2*, Carlos Bustamante1, Andrew G. Clark3, Stephen Glanowski4, Timothy B. Sackton3, Melissa J. Hubisz

1, Adi Fledel-Alon1, David M. Tanenbaum5, Daniel Civello6, Thomas J. White6,John J. Sninsky6, Mark D. Adams5짚, Michele Cargill6

1Biological Statistics and Computational Biology, Cornell University, Ithaca, New York, United States of America, Center for Bioinformatics, University of Copenhagen,Denmark,Molecular Biology and Genetics, Cornell University, Ithaca, New York, United States of America, Applied Biosystems, Rockville, Maryland, United States of America,Celera Genomics, Rockville, Maryland, United States of America, Celera Diagnostics, Alameda, California, United States of America

What makes humanity special: balls and lymph nodes
May 04, 2005
The Mutiny Down Below

Posted by Carl Zimmer

Caroline Hoek op 18 september 2011

Apen en wij mensen hebben nogal wat gemeen. Een greep uit de vele overeenkomsten tussen ons en onze verre familieleden.

Wie door de dierentuin wandelt, moet het wel eens opgevallen zijn hoe menselijk in ieder geval de mensapen overkomen.
Ze zitten heel beheerst, hebben diverse gezichtsuitdrukkingen en grijpen hun voedsel heel nauwkeurig met hun vingers vast.

Ze wiegen hun baby’s of zitten gewoon voor zichzelf uit te staren (of te filosoferen, wie zal het zeggen?).

Ook in de wetenschap is er steeds weer verbazing over de vele overeenkomsten tussen de mens en de aap. Het dier is veel verder geëvolueerd dan velen ooit voor mogelijk hielden.

Gereedschappen
In 2007 werden chimpansees in Kongo op camerabeelden vastgelegd terwijl ze met behulp van gereedschappen een honingraat probeerden te veroveren. Ze braken takken van de bomen en begonnen er net zolang met tegen de raat te duwen totdat deze openbrak.
Een lastige klus, zo vertelt expert Crickette Sanz.
Niemand wist dat zij wel duizend keer duwen om de honing te krijgen. Soms duurt het enkele uren. Ze beginnen dan ‘s ochtends om een uur of tien, rusten wat en maken het rond twee of drie uur ‘s middags af. Het is lichamelijk best zwaar. Sommige takken wegen meer dan een kilo.”

De apen zijn met hun gereedschappen goed voorbereid. “Ze hebben gereedschappen klaar liggen wanneer ze de honing gaan halen,” vertelt onderzoeker David Morgan. “Eén van de meest opvallende aspecten is dat ze meerdere gereedschappen gebruiken om bij de honing te komen.” De dieren gebruiken afhankelijk van de klus dunne of dikke stokken.

Seksspeeltje
Naast stokken om honing te verkrijgen, hebben chimpansees nog veel meer gereedschappen. Wetenschappers vermoeden dat hun gereedschapskist zo’n twintig exemplaren telt. Eén ervan is het seksspeeltje. Mannetjes gaan op de grond zitten en tonen de vrouwtjes hun erectie. Vervolgens breken zij blaadjes af en ritselen daarmee over de grond om haar te lokken. Als één van de vrouwtjes erop ingaat, wordt er vervolgens gepaard. Met dank aan de blaadjes..

Rouw
Er heerst verdriet in het safaripark als chimpansee Pansy sterft. Niet alleen haar verzorgers, maar vooral haar familie is in diepe rouw. Wetenschappers leggen het gedrag van de dieren vast en weer zijn de overeenkomsten tussen mensen en apen onmiskenbaar. Drie chimpansees blijven bij Pansy waken. Na haar dood controleert haar zoon of ze er echt niet meer is. Hij springt op en neer om haar aandacht te trekken, opent haar mond en trekt aan haar armen. Het loslaten van de doden is niet gemakkelijk. Dat geldt voor de zoon van Pansy, maar ook voor twee andere chimpansees in een andere dierentuin. Ze droegen de dode lichamen van hun kinderen maar liefst 68 dagen met zich mee. Biologen zien daarin overeenkomsten met de mens voor wie het ook bijzonder moeilijk is om een dierbare los te laten.

Lachen
De mens is niet de enige die een goede grap op zijn tijd kan waarderen. Ook apen giechelen er graag op los. Als het gaat om de manier waarop gelachen wordt, heeft de mens het meest weg van de bonobo en chimpansee. Net als de mens kan een bonobo tien seconden lang uitademen en lachen. Dat betekent dat zij hun uitademing kunnen verlengen terwijl ze klanken uitstoten. Lang werd gedacht dat alleen mensen die gave hadden. De mensapen hebben vooral lol wanneer ze met elkaar worstelen of elkaar kietelen. Of de apen ook gevoel voor humor hebben, durven de wetenschappers niet met zekerheid te zeggen.

Cultuur
Chimpansees hebben zeker een eigen cultuur. Onderzoekers hebben bij zeven ver van elkaar levende chimpansees maar liefst 39 verschillende soorten cultureel gedrag ontdekt. Het feit dat de groepen hetzelfde gedrag hadden, maar elkaar waarschijnlijk nooit ontmoetten, wijst erop dat dit culturele gedrag niet genetisch, maar door middel van leerprocessen wordt doorgegeven. Net als bij mensen is de cultuur van apen bijzonder complex.

Leren

Mensapen zoals de chimpansee zijn bijzonder intelligent en kunnen heel veel dingen in hun brein opslaan of uitdokteren. Dit gaat verder dan objecten buiten henzelf; ze zijn zich namelijk ook heel goed bewust van zichzelf en hun eigen gedachten. Zo bleek onlangs uit onderzoek dat apen in staat zijn om aan zichzelf te twijfelen. Ook hebben de dieren een gevoel voor rechtvaardigheid, zelfs als niet zij, maar anderen in hun ogen worden achtergesteld dan zullen ze daar iets van ‘zeggen’, zo blijkt uit dit onderzoek. Het geheugen van chimpansees is uitstekend. Wetenschappers van de universiteit van Kyoto zijn er in het verleden in geslaagd om de apen de cijfers één tot en met negen en de waarde daarvan te leren. Het is mogelijk dat de apen bovendien een fotografisch geheugen hebben. Wetenschappers lieten de cijfers gedurende een kwart van een seconde op het beeldscherm verschijnen. Vervolgens kon één chimpansee snel aanwijzen in welke volgorde en waar de cijfers op het scherm verschenen waren. Datzelfde lukte Ben Pridmore, de man met het beste geheugen ter wereld, niet.

Religie?
Wetenschappers vragen zich al lang af of chimpansees in aanvulling op hun cultuur ook een eigen religie hebben. Met het oog op bepaald gedrag zou het namelijk best kunnen.

Expert Jane Goodall ontdekte lang geleden dat chimpansees in het regenseizoen nog voordat de storm echt losbarst op hun borst gaan slaan, takken lostrekken, met hun ledematen of takken schudden en gillen. Het is mogelijk dat deze ‘regendans’ een ritueel is waarmee de chimpansees de storm hopen te bedwingen.

De mensaap en de mens hebben een hoop van elkaar weg. Die overeenkomsten zijn wanneer men door de dierentuin wandelt vooral aandoenlijk. Voor wetenschappers zijn ze fascinerend. Want dat de aap en de moderne mens een voorouder gemeen hebben, staat vast, maar verder zijn er nog een heleboel losse eindjes.

Zo weten apen zoals de bonobo en de chimpansee ons steeds weer te verrassen met hun onverwacht indrukwekkende intelligentie en menselijke streken.

Bronmateriaal

‘Armed’ chimps go wild for honey ” – News.bbc.co.uk
Chimpanzee” – Wikipedia.org “Chimpanzees use sex tools” – Physorg.com
Chimps Confront Death in Human-Like Ways” – News.discovery.com
Chimps, Other Apes Laugh Like People” – Dsc.discovery.com
Chimps Have Culture ” – Archaeology.org
Religion of the Apes” – Divinity.uchicago.edu
Chimpanzee” – Wikipedia.org

2002

Aap versus Mens
MAX PLANCK INSTITUUT ONDERZOEKT VERSCHILLEN MET CHIMPANSEE
NRC, 24 augustus 2002
Hoe verschilt de mens van de chimpansee?
`De chimp lijkt veel meer op de mens dan we denken.’
DE MENS IS EEN RARE PRIMAAT
Mensen zijn anders dan de andere apen.
Een lijstje van unieke eigenschappen van het menselijk lichaam.
– Het menselijk hersenvolume is extreem vergroot.
– Mensen hebben een kin, de andere primaten niet.
– Bij mensen is het oogwit zichtbaar.
– De menselijke penis bevat geen botje.
– De menselijke penis in erectie is langer.
– Het zaadgehalte van menselijk sperma is laag.
– De menselijke schedel balanceert recht op de ruggengraat.
– De menselijke ruggengraat is S-vormig.
– Het menselijk lichaam is nauwelijks met haar bedekt.
– Mensenmannen en-vrouwen hebben verschillende haargroei.
– Bij de mensenvrouw zijn de borsten permanent vergroot.
– De menselijke zwangerschap is verlengd tot 280 dagen.
– Bij mensen is de linker hartkamer hoger dan de rechter.
– Bij mensenman en -vrouw zijn de hoektanden even lang.
– Bij mensen breken hoektanden eerder door dan voorkiezen.
– De breedte van het mensenoor is slechts de helft van de hoogte.
– De menselijke duim is verlengd.
WOLFGANG ENARD
Nee, we gaan geen pratende aap maken”, zegt de promovendus, verbonden aan het Max Planck institut fur Evolutionare Anthropologie in Leipzig.
Enard heeft samen   met enkele collega’s  een gen opgespoord dat nauw samenhangt met het menselijk taalvermogen.
De vondst trekt aandacht, want hij kan een doorbraak markeren in de evolutie van het menselijk taalvermogen, een van de meest typische kenmerken van
de moderne mens.
Ook chimpansees, gorilla’s en resusapen bezitten het desbetreffende gen, het zogeheten foxp2-gen, maar bij de mens heeft het een kleine verandering
ondergaan. Die verandering moet ergens in de laatste 200.000 jaar zijn opgetreden, zo heeft Enard berekend.
Dat valt mooi samen methet ontstaan van de moderne mens, Homo sapiens, zo’n 150.000 jaar geleden.
“Uniek aan ons is ons vermogen om te imiteren“,
zegt psycholoog prof.dr. Michael Tomasello, een van de andere wetenschappelijk directeuren van dit Max Planck instituut.
(zie  verder  hierover —> spiegelneuronen  :  ( Noorderlicht )

Als je als kind zou opgroeien op een onbewoond eiland, zouden je cognitieve gaven niet zo heel veel verschillen van die van een mensaap.
Maar wij hebben het vermogen om alles te leren wat anderen hebben uitgevonden. Dan doen mensapen niet.
Nou ja, misschien een beetje. Maar lang niet zo effectief als de mens. “
MISVERSTANDEN 
primatoloog prof.dr. Christophe Boesch  – ook wetenschappelijk directeur.
“Verschillen? Hoezo verschillen?”
Volgens hem bestaan er veel misverstanden over de zogenaamd unieke eigenschappen van de mens.
Eerst werd gezegd dat alleen de mens cultuur heeft”,
 Maar twee jaar geleden is definitief bewezen dat ook chimpansees en bonobo’s cultuur (gedrag dat niet via de genen wordt overgedragen) hebben.
Nog een voorbeeld, zegt Boesch.
“Alleen de mens, of zijn directe voorlopers, zou stenen gereedschappen hebben verzameld op een soort werkplaats. Ook niet waar.”
Hij haalt eigen onderzoek aan, dat  in Science is gepubliceerd.
In het Ta챦 National Park groef Boesch een `notenkraakplaats’ op, vlakbij een pandanotenboom.
Op minder dan twintig meter van de boom vond hij vier hamerplaatsen.
Rond die plaatsen verzamelde hij veertig kilo notenresten en vierenhalve kilo stenen, waaronder 33 hamerstenen.
En dan taal. Ooit is beweerd dat alleen de mens gebruik zou maken van symbolen om te communiceren.
Ze gebruiken abstracte dingen, zoals gebaren of klanken, die naar andere dingen verwijzen.
Maar chimpansees in gevangenschap doen dat ook, zo werd in de jaren zeventig en tachtig duidelijk.
“Dat werd vervolgens meteen geweten aan hun gevangenschap, en hun contact met mensen. Wilde dieren zouden dat niet kunnen”, 
aldus Boesch.
Maar ook dat spreekt hij tegen.
Boesch heeft tienjaar geleden zelf gehoord dat foeragerende chimpansees met elkaar communiceren door op om gevallen boomstammen te drummen.
Alleen de volwassen mannetjes doen dat. Zo geven ze elkaars positie door in het dichte regenwoud, waar het zicht zelden verder reikt dan twintig meter.
Eerst schreeuwt zo’n mannetje luid, vervolgens slaat hij krachtig met handen en voeten op de boom.
Dat doet hij elke tien minuten. Boesch ontdekte dat het drummen van Brutus, het alfa mannetje, het meeste effect had.
Brutus trommelde eerst op de ene boom, en binnen twee minuten op een andere.
Uit de orientatie van de twee bomen konden de andere groepsleden opmaken welke richting Brutus opging.
Vervolgens gingen zij ook die richting op.
Helaas moest Boesch zijn studie voortijdig be챘indigen.
Net toen ik systematisch data wilde gaan verzamelen verdwenen vier van de tien mannetjes. Waarschijnlijk zijn ze vermoord door stropers,
die de dieren voor het vlees verkopen”, 
zegt hij. Binnen drie maanden stopte Brutus met drummen.
Boesch heeft vervolgens zes jaar gewacht, in de hoop dat er weer meer sterke mannetjes zouden verschijnen.
Maar hun aantal is niet meer boven de zeven uitgekomen.
Ik heb Brutus nooit meer gehoord“, zegt hij.
Boesch kijkt liever naar de twee belangrijkste overeenkomsten tussen mens en chimpansee.
Allebei gebruiken ze gereedschappen.
En allebei jagen ze om aan vlees te komen.
Die twee dingen hebben volgens hem iets mogelijk gemaakt in de verdere evolutie van de mens.
Maar wat?
Na lang aarzelen geeft Boesch het toe: het ontstaan van taal.
Wat dat betreft is er een duidelijk verschil tussen mens en chimpansee. 

Maar waarom het complexe taalvermogen bij de mens w챔l is ge챘volueerd en bij de chimpansee niet?
“We weten het niet zeker”, zegt Boesch.
HERSENGROEI
Enard is het met Tomasello eens.
Het foxp2-gen is een goed voorbeeld. En zo moeten er vast meer genen te vinden zijn.
Zeker nu het humane genoom in kaart is gebracht, en het Amerikaanse National Human Genome Research Institute  het chimpansee-genoom hoog op de
prioriteitenlijst zette – samen met het genoom van de kip, de honingbij en de zee챘gel.
Als dat  helemaal gedaan is, kan het grote vergelijken beginnen.
Volgens hem is het dan interessant om bijvoorbeeld te kijken naar de genen die een rol spelen bij de hersengroei.
Chimpansees hebben een hersenvolume van 450 cc,
de mens een van 1000 tot 2000 cc.
—>Zo’n 1,8 miljoen jaar geleden, met het ontstaan van de Homo erectus, neemt het lichaamsgewicht van de vrouwen ineens met 60% toe.
—>De omvang van de kaak en de hoektanden neemt af en de darm wordt een flink stuk korter.
De voorloper van de mens heeft dus een ingrijpende verandering in zijn dieet doorgemaakt  – de chimpansee waarschijnlijk niet.
Dat moet terug te vinden zijn in de genen.
Welke genen zijn nou typisch voor de mens?
Daarvoor, zegt Enard, moet je naar de genetische verschillen tussen mens en chimpansee kijken.
“En dat zijn er een heleboel.” Ons DNA is voor 98,7% identiek.
“Het klinkt alsof we als twee druppels water op elkaar lijken.
Maar als je het narekent zijn het erg veel verschillen.”

Het DNA van de mens bestaat uit 3 miljard basen, de erfelijke letters.
Neem voor het gemak aan dat we 챕챕n procent verschillen met de chimp, zegt Enard. Dan kom je uit op een verschil in 30 miljoen letters!
Van die miljoen veranderingen zit ongeveer 97% in het zogeheten junk-DNA, dat voor zover bekend geen functie heeft.
Omgerekend zitten dus 450.000 veranderingen in het DNA dat codeert voor eiwitten.
Maar niet elke verandering van een erfelijke letter heeft gevolgen voor de aanmaak van het coderende eiwit.
Volgens Klein en Takahata gaat er daarom nog zo’n 22% af.
Blijven over: 351.000 veranderingen waarmee de typische eigenschappen van de mens verklaard kunnen worden. 
SELECTIEVE DRUK
Enard blijft onderzoek doen aan het foxp2-gen.
Het is duidelijk dat het belangrijk is geweest voor de evolutie van de mens.
Hij onderzocht het gen bij 100 mensen over de hele wereld. Bij 99 was het volkomen identiek.
“Er is blijkbaar een selectieve druk geweest op deze variant van het gen.”
Wie die variant niet heeft, is blijkbaar ernstig in het nadeel.
Maar wat die druk is geweest, weet hij niet.
“Misschien is spraak ontstaan als een culturele uitvinding, en werd het op een gegeven moment erg belangrijk gevonden.”
Hij vergelijkt het met de introductie van veeteelt, zo’n 11.000 jaar geleden.
Toen kwam er een selectieve druk op het lactase-gen dat een rol speelt bij de afbraak van melksuikers.
Voorheen konden alleen kinderen melk drinken. Bij hen was het lactase-gen nog actief, maar bij ouderen werd het uitgeschakeld.
Toen de landbouw opkwam, en melk een belangrijk voedingsmiddel werd, steeg de selectiedruk op de genetische variant die melk drinken op volwassen leeftijd
mogelijk maakt.
Maar hij maakt zich wel zorgen over de voortgang van het onderzoek.
De chimpansees verdwijnen in hoog tempo.
 Primatoloog Boesch weet het uit eigen ervaring.
Terwijl ik hier zit wordt het regenwoud in Ivoorkust gekapt, en worden chimpansees vermoord. Men denkt meer te verdienen met de teelt van cacao
en koffie.”
Enard vindt dat de mens een opdracht heeft om zijn meest naaste verwanten niet uit te laten sterven.
“Als dat gebeurt hebben we een catastrofe veroorzaakt.”

2004 

Problemen met het verschil tussen mens en dier ?

 Genetisch verschil 
Als 98,4 % van de genetische code
(  het juiste ( kwantitatief en kwalitatief )  verschil tussen  chimp /mens  genoom werd in 2004 en 2005 opgestart   ) gelijk is ; is dat misschien inderdaad een reden om
—> de chimpansee te >herpositioneren binnen  de evolutionaire afstammings-lijnen  
.
Misschien is het beter om ze te plaatsen in de hominide  afstamming- struik  waaruit ook onze eigen soort  uit onstaan is.
(Misschien ook niet want ik weet niet of 0,6% afwijking in evolutionair oogpunt ‘veel’ of ‘weinig’ is.) Lees : voor  0,6 %( het mtDNA verschil tussen mens en Pan )ook het verschil van l,6 %  tussen  het  genoom van de mens en het  “draft genoom” van het  genetische chimpansee   halo-type ….
—-> Zoals ik het heb begrepen  , wordt er ( door de wetenschap ) niet meer of minder gesuggereerd.
Geen enkele politieke bijklank is hier te bespeuren!
Geen enkele suggestie dat 1,6% irrelevant is!
Het is mogelijk om een computerprogramma te schrijven dat slechts 0,6% in code verschilt van een ander programma en toch heel iets anders doet.
Hoe is dat nou toch mogelijk?
Slechts een miniem verschil in DNA kan  een groot verschil in eindresultaat kan opleveren. ( —> zie de  EVO-DEVO  ontwikkelingsbiologie  )
Een enkel defect gen kan het verschil uitmaken of je de rest van je leven invalide bent tgv een erfelijke ziekte, of gezond.
—> 0,6% van het DNA is nog steeds een heleboel DNA.
Een computerprogramma kan onwerkzaam worden door het veranderen van slechts een bit.
Dus laat staan hoeveel een genetisch verschil van 0,6% kan uitmaken.
Dat” genetische  verschil”  is  echter ook de motor achter de evolutie.
Door bijv. stralingsschade of reproductiefouten ontstaan kleine afwijkingen die variaties in   populaties  van een soort bewerkstelligen.
Als nu de natuurlijke omgeving ook verandert en zo’n toevallige variatie daar beter bij past zal de nieuwe soort in het voordeel zijn en zich makkelijker
kunnen vermeerderen.
Het is echter een zeer ineffici챘nt proces met veel uitval.
Als dit systeem slechts zou werken bij grote verschillen in DNA dan zou de evolutie nog langzamer verlopen dan ze nu al doet.
Bedreigde  mens 
Dat mensen zich door zo’n onderzoek ‘bedreigd’ voelen in hun persoonlijke emoties is dan jammer voor die mensen, maar doet niets aan aan dit gepresenteerde feit.
Alle die-hard creationisten die de mens graag als kroon op de schepping zien  en figuren die om onduidelijke reden in paniek raken, hebben er gewoon – om het maar even direct te zeggen – geen zak van begrepen.
(Ze hoeven zich ook niet aangevallen te voelen, want de gepresenteerde feiten zijn helemaal niet in conflict met hun eigen respectievelijke religieuze, politieke of andere emotionelestokpaardjes.)
Stereotypes en  diskussies
creato  en paniekerige types )
Het feit (is) dat chimpansees als dag en nacht verschillen van mensen in hun brein,intelligentie ,  creativiteit, taal, uiterlijk (of liever een gebrek hebben aan dat alles)”
( antwoord )
—-> Dat chimps “een gebrek hebben” aan hersens, creativiteit, taal en good looks is weer een kwestie van smaak.
—-> Er zijn zelfs dieren die qua intelligentie de mens evenaren maar toch hun leven heel anders inrichten (dolfijnen bijv.).
Overigens heeft intelligentie   ( en erg bewust rationeel /logisch denken ) ook al  niets met zakelijk (sociaal-ekonomisch   menselijk ) succes te maken.
—> De meeste rijke mensen zijn of harde werkers , doorzetters en/of grote mazzelaars.
Ze zijn niet “intelligenter dan de doorsnee persoon (vaak zelfs nog dommer).
Ze zijn meestal wel iets sluwer en weten ( vooral )andere mensen beter naar hun hand te zetten bij hun eerlijke dan wel frauduleuze praktijken.( ze zijn dus erg
sociaal bewuste  opportunisten  en comunicatie-specialisten )
“Mensen zijn door hun creativiteit fundamenteel verschillend van alle andere dieren”
( antwoord )
Daar weten wij niets van.
Hoezo “fundamenteel”?
Andere dieren zijn immers ook, op hun eigen manier, creatief. 
Waarom zou onze menselijke creativiteit opeens zo bijzonder zijn ?
Zijn mensen eigenlijk wel zo bijzonder ?
 Nee, natuurlijk niet.
—>Als die astroïde 65 miljoen jaar geleden de Aarde had gemist en de dino’s verder waren ge-evolueerd zat hier nu een intelligente hagedis te posten !
—> Het zijn overigens de micro-organismen die al sinds het onstaan van het leven op aarde deze planeet domineren
(verreweg de grootste biomassa hier op aarde zijn bacteri챘n), niet de onbeduidende mensensoort die volledig van hen afhankelijk is.
—->De mens ontwikkelt zich, doordat we steeds nieuwe dingen bedenken.
Een dier kan alleen binnen zeer nauwe grenzen van zijn instinct leren.
Een dier zal nooit een huis bouwen tenzijn dat (zoals bij een bever) bij zijn instinct hoort, zal nooit het schrift ondekken,
zal nooit pijl en boog uitvinden, etc.
( antwoord )
Dieren bedenken net zo goed nieuwe dingen
.
Dieren bouwen huizen, kennen tal van complexe communicatie vormen (niet alleen vormen van geluid, spraak (contekstuele begrippen gerangschikt in zinnen)
of lichaamstaal, maar ook het zetten van geurvlaggen, hetgeen functioneel vergelijkbaar is met de tijdvertraagde communicatie van het schrift,
en dieren gebruiken tal van gereedschappen.
Bovendien gaan alle dieren daar creatief mee om,
ze laten het van de omstandigheden afhangen hoe ze hun vaardigheden inzetten, bestuderen het resultaat en passen zo nodig hun gedrag aan.
Ouders leren hun kinderen de nieuwe inzichten.
Precies hetzelfde doet de mens.
Ook de mens is niet in staat om uit het erfelijk ingebakken patroon van instincten heen te breken zonder in de natuur ten onder te gaan.
—> De laatste Nobel-prijswinnaar is in feite net zo’n robotwetenschapper, als de mier op de stoep.
Denk maar niet dat als we door blijven gaan met het slopen van de laatste oerbossen en het hier in een woestijn veranderen de mensheid alleen op haar “creativiteit” kan doorleven.
Als soort zijn we hier nog maar net en als moeder natuur een keer met haar ogen knippert zijn we allemaal weer geschiedenis.
We mogen dan onze eigen (onnatuurlijke) leefomgeving hebben gecre챘erd (net als die bevers met hun dammen) maar die kunstmatige wereld (waarin we voortdurend worden gehinderd door onze aangeboren natuurlijke instincten) is wel volledig ingebed in de natuurlijke omgeving.
We zijn voor ons voortbestaan fundamenteel afhankelijk (en wat we ook bedenken, we zullen dat dus ook altijd blijven) van de natuur om ons heen 챕n de natuur in ons.
(creato )
Er bestaat dan ook geen fundamenteel onderscheid tussen mens en dier.
(antwoord )
De mens is slechts iets verder ge-evolueerd, maar dat is puur toeval.
Zoals gezegd, als de evolutionaire geschiedenis even iets anders was gelopen zaten hier nu intelligente hagedissen te posten
ref …
( COMMENT ) Tjeerdo schreef ;

 Sommigen beseffen niet dat er op antropologisch vlak ook heel veel praktische overeenkomsten zijn tussen mens en chimp  .  Sommigen zijn hilarisch en niet wetenschappelijk te onderbouwen…”
Toch zijn er algemene  weetjes  die er op  die diepe verwantschap wijzen   :
Waar wordt de kraamkamer vaak neergezet?
Waar bouwt de vogel zijn nest?
Kennen vrouwen een nesteldrang?
Verzamelt een dier ook nestmateriaal?
Bakenen wij ons territorium af. Ook dieren kennen een territorium?.
Wat doen mensen na een aanval met geweld (schreeuwen). ?
Wat doen apen (schreeuwen)?
Wat doen na mensen na een aanval met geweld. Ineenkrimpen, zich in het stof werpen, jammeren.
Dit onderwerpingsgedrag kom je ook bij apen tegen.
Vergelijk de ruzie tussen twee kleuters (dingen afpakken) en de ruzie tussen twee apen over een eigendom.
Het gedrag van voetbalfans.
Het gedrag van een groep apen.
Allemaal  wetenschappelijk te onderbouwen  zijn de bovenstaande  opmerkingen (nog)  niet
geheel.  Je kan  bijvoorbeeld   aangevallen worden door ( in de meeste gevallen ) creationisten die allemaal
foto’s van huizen laten zien.  Onder het motto  “zie je wel.  Het nest bevindt zich niet altijd op de bovenverdieping. Ha, ha. 
Een punt voor ons.”
En ze wentelen zich verder in hun vergenoegzaamheid.
 De andere punten zijn echter  wel te verklaren, ook  wetenschappelijk.  Jane Goodall heeft uitvoerig beschreven hoe het gedrag
van chimpansees overeenstemt met het gedrag van de mens.  Hun beslissingen en strategieen, jaloersheid, achterdocht etc.
Allemaal trekjes die je bij  de mens ook tegenkomt. En ze zijn helaas onfortuinlijk genoeg niet bij ons op cursus geweest.  Het vangen van kleinere zoogdieren om af en toe aan de noodzakelijke aminozuren te komen, laat zien dat er sprake is van een zeer
doordachte strategie.
…. en  dat er  volgens een vooropgezet plan wordt gewerkt(gejaagd ) , met een duidelijke taakomschrijving.  Tactisch gezien uitermate
slim.  1  van de bende  ,  jaagt het dier op en de rest zit verdekt opgesteld op verschillende strategische punten.  Afgestemd op de omgeving waar ze zich op dat moment bevinden.
Desmond Morris heeft ons ook laten zien dat het gedrag van de mens op velerlei punten terug te vinden is in primaten.  En
voor de lezer die dit nog niet begrijpt. Wij behoren tot de zelfde klasse  zoogdieren.  Veldstudies zijn wel degelijk te onderbouwen met
documentatie-materiaal.
 Het geur- en kleurenspel om een soortgenoot te  verleiden. 
Verrichten wij geen baltsgedrag. ?
Sekse-signalen en sekse-uitnodigingssignalen komen ook bij ons voor.
Territoriumgedrag is natuurlijk ook aan de orde. Al die afgebakende tuintjes. En de hele topografie is gebaseerd op het
omschrijven van territoria. Wij leggen wel geen geurvlaggetjes meer aan, maar kiezen voor visuele kenmerken. 
Onder het motto, dit is van mij en dat is van jou.  En verdedigen dit tegen indringers. Kom eens mijn gezinsterritorium, waag het eens om in mijn slaapkamer te komen. …..
De meeste zoologen denken er zo over.
De mens heeft sterke aangeboren eigenschappen die heel moeilijk te cultiveren zijn. De homo sapiens is een buitengewone diersoort,
echter alle dieren zijn buitengewoon. Wij voldoen aan biologische wetten die vastleggen in onze  evolutie.
De huidige mens vergeet vaak dat er onder het laagje vernis een veel echtere rauwe laag ligt die ons meer aapachtige kenmerken geeft dan we eigenlijk beseffen.
En dat betreft niet alleen het limbische systeem.
Desmond Morris , Jarred Diamond , en consoorten verdienen wel degelijk een grondige updating …. Steve Pinker en Geoffrey Miller komen daarbij automatisch om de hoek gluren …

 

Even een zijsprongetje 

(  Vooral  creationisten – zwendel  , waar ik  het  verder NIET al te veel  meer  ovr  wil  hebben   ) over    ” niet onderbouwde” meningen

—-> (In elk geval is) de bewering “ dat de mens geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van een kosmische betweter /alleskunner …”  alleszins  NIET wetenschappelijk te   bewijzen/ zelfs niet  empirisch   te onderbouwen  …

Er is zelfs geen enkel reeele  aanwijzing ( Dus NIET  een logisch bedachte en mythologisch  ingevuld  principe dus ) dat dit model van ons ” mens zijn” uberhaupt  werkelijk  bestaat ,( iets dat buiten of boven werkelijk is telt niet mee—>  want “onkenbaar” of “mededeelbaar”  )  laat staan ooit heeft  “geschapen  ” … de overeenkomsten met andere primaten  zijn er dus wel —> die beesten bestaan ( toch nog  voor het moment ) werkelijk en ze worden nog steeds  bestudeerd 

Maar  Vergelijkingen die door antropologen en primatalogen  worden gemaakt  zijn wel degelijk  gegrond …

Maar vergelijkingen tussen de ”  ziel /geest ” van de homo sapiens die ons menselijk maakt ( en ons van de dieren onderscheid ) , en de grote “wereldziel ” van  de zo -oud -als -de – straat   baardmans zijn helemaal   kwakkel   : omdat beiden alleen maar ” bovennatuurlijke”  fantasietijes  en voortdurend doorvertelde ( Misschien zelfs –>  bedriegelijke / oplichter ? ) -verhaaltjes zijn van apen die er zich in verlustigen tenslotte   ook zichzelf  te bedriegen  en stijf hun ogen gesloten willen houden ., in de hoop toch nog een percentje  te halen / een positie te verwerven in hun  leef-gemeenschap …

Chimpanzee Genoom–
een bitterzoete viering 
Maynard V. Olson and Ajit Varki*
Chimp  GENOMICS:
Het zijn spannende momenten voor al diegenen die geinteresseerd zijn in de afstamming van de mens
Na  bijna- een eeuw lang Oost afrikaanse  hominide botten te hebben verzameld , begint de eerste kladversie van het  ontrafelde chimpansee genoom  een overvloed aan moleculaire data te spuien dat nieuw licht kan doen schijnen op  de studie  van de menselijke afkomst 

De uitdaging om deze nieuwe moleculaire data te integreren met het

 fossielen bestand en de gedrag-studies van de mensapen werd volop in het zonnetje gezet  tijdens een recent symposium aan
de “ University of California, San Diego “(1).
De meeste sprekers hadden het over een van drie volgende belangrijke gegevens-bronnen ;
—>een  door Japanners geleide  analyse van het  chimp chromosome 22 (2);
—>een privaat initiatief van  Celera Genomics om de meeste exonen van de chimp te sequensen (3)
—> ; en the National Human Genome Research Institute (NHGRI)- project om een  ruwe , voorlopige maar orienterende   schets van het gehele  chimp genoom , te produceren (4).
Alhoewel de recente  bekendmaking  van  the Washington University en  MIT/Broad Institute  sequencing centers (4) sequensing  resultaten , de eerste aanleiding was om dit symposium  op te zetten , kwamen allerlei andere aspekten van onze nauwe evolutionaire verwantschap  eveneens aan bod
Yoshiyuki Sakaki (RIKEN Genomics Sciences Center) vertegenwoordigde de japanse internationale nbreng
Alhoewel dit  project slechts  ~1% van het  chimpanzee genoom analyseerde , waren ze desalniettemin  in staat een eerste vergelijking te maken met het menselijke genoom en wel  gebaseerd op een komplete  hoge kwaliteit sequentie …
–>De algmene en belangrijkste  organisatie van chimpanzee chromosome 22 is bijna  identiek aan zijn menselijk homoloog  chromosome 21.
–>het aantal enkelvoudig  basispaar substituties  tussen de twee species is slechts  1.44%.
—>Maar er zijn wel tienduizenden insertie-deletie varianten ,  waaronder een  200-kbp  mensk-specifieke duplicatie .
vele van de sequentie varianten tussen mens en chimpansee kunnen worden toegeschreven aan  verschillende aktiviteiten van grote aantallen retrotransposons
Andy Clark (Cornell University), ___ Celera’s exon sequencing nijdrage ____ , besprak
chimp-mens vergelijkingen vanuit afgeleide proteine sequenties  .
—>Proteines die zijn betrokken  bij het aminozuur-catabolisme zijn van een grote positieve selektie waarde binnen de menselijke stamlijn ; terwijl dezen die zijn betrokken in de neurologische ontwikkeling in afstammings en verwantschaps-lijnen  die eigenschappen niet vertonen …
Deze ontdekking herinnerd er ons aan dat
dieet en pathogenen ,domininante  selektie-krachten zijn in alle soorten 
Andere genen die  van groot belang zijn bij de positieve selektie in de menselijke lijnen zijn o.m. dezen die coderen voor  “gehoor”-apparaat  proteines ( –tectorine, een  structurerend  proteine in het inwendig oor  )
.
Evan Eichler (Case Western Reserve University),baseerde zijn analyse op de ruwe schets van het gehele , en  onderstreepte hetzelfde punt .
Hij rapporteerde de belangrijke  deleties in het chimpanzee genoom : minstens  8Mbp , waaronder een aantal genen betrokken bij het immuunsyteem ( en  “onstekings”reacties )Eichler besprak ook de aanwezigheid in het chimpanzee genoom van de vele kopieen van  retrovirale  provirussen en die niet aanwezig zijn in het menselijke genoom 
Deze aanwezigheid in  chimpanzees, bonobos, gorillas, en oude wereld apen — maar niet in mensen , orangoetangs, en gibbons–suggereert  multiple, en onafhankelijke gebeurtenissen van horizontale transmissie
D
it herinnerd er ons aan dat de dominante krachten die het primaten genoom hebben vorm gegeven te maken hebben met een prolifererend aantal mobiele elementen van verschillende aard 
Een overzicht van het  gehele genoom omvattende  ruwe schets , werd gegeven door , Robert Waterston (University of Washington)
Hij bediskussieerde de bewijsstukken voor een mogelijk snelle evolutie van genen betrokken bij de verdedigen de gastheer , en gebruikte daarbij protease genen als an representatief voorbeeld .
Een ander  aspect van  primaten  interacties met de omgeving , werd voorgedragen door   Svante Paabo (Max Planck Institute, Leipzig)die nieuwe gegevens presenteerde over zijn recent werk met olfactorische  receptor genen  (5). :
Alle mensapen schijnen veel leden van die grote genenfamilie te verliezen , maar het verlies is uitzonderlijk in de menselijke lijn 
.
Veranderingen in de menselijke   cognitieve capaciteiten , en misschien het verwerven van  bipedalisme, hebben misschien  de noodzaak voor een akuut  reukvermogen verminderd …
Paabo  besprak ook zijn werk over de transcriptiefactor  FOXP2 (6).
Mutaties  in het menselijke  FOXP2 gen zijn verbonden met een autosomaal dominante vorm van  dysarthria (artikulatie spraak- moeilijkheden )
Het  humane FOXP2 gen  vertoont veranderingen in de aminozuur codering en een polymorf nucleotiden  patroon
wat dan weer suggereert dat voor  het gen positief is geselekteerd  tijdens  vrij revente menselijke evolutie …  (6).

Ondanks al deze fascinerende ontdekkingen , blijft het nog steeds duidelijk dat  de zoektocht naar de menselijke unieke kwaliteiten die de mens tot mens maken  ___ door genoom vergelijking met de chimpanzee ___ een moeilijke taak blijft  (7).
Het  symposium presenteerfde  ook  een breed  overzichtvan zowel historisch als toekomstige perpektievenMary-Claire King (University of Washington) had het over de veranderende ideeen in verband met mens-chimp verwantschappen Zij verrichte haar pionierswerk (met Alan Wilson in de  1970tiger jaren s) over het vergelijken
van moleculaire overeenkomsten tussen de beide species (8).
Pascal Gagneux (San Diego Zoological Society)vatte de resultaten en bewijstukken samen  van decade-lange studies en  onderzoek naar en  over chimp en  bonobo als onze naaste verwanten , gevolgd door  gorilla en  orangoetang.
Symposium co-organisator  Ajit Varki (University of California, San Diego), en  Chaitanya Baru San Diego Supercomputer Center),beschreven de eerste pogingen om het
” chimpanzee genome project ” te linken met een ( op te starten )   “Great Ape Phenome Project” (9).Dit initiatief zal proberen alle voorhande data te organiseren ___ momenteel erg moeilijk weer te vinden ___ over  fenotypische verschillen tussen de mensapen (en de mens )…
Alhoewel  genomns and genotype-fenotype verwantschappen op de voorgrond van het symposium stonden , waren er ook
twee klassieke asoekten van de chimpanzee biologie en ecologie , te beluisteren
Tetsuro Matsuzawa (Kyoto University) beschreef zijn levenlange studie over chimpansee gedragingen en ethologie  zowel in het wild als in gevangenschap
Zijn west-afrikaanse studies onthulden onder meer de manier waarop specifiek werktuigen -gebruik cultureel werden
overgedragen ( doorgegeven aan andere leden van de chimpansee  gemeenschap 
)
Hij toonde filmbeelden van een jonge chimpansee  die alle details van het  volwassen  gebruik van grote stenen bij het kraken van harde noten , imiteerde …
Als toemaatje bij die natuurlijke gedragingen , toonde   Matsuzawa chimpanzees in zijn  laboratorium  in Kyoto.
Deze individuene  zijn in staat beopaalde interaktieve taken uit te voeren op een computer en zijn daarbij be-
trouwbaarder dan veel van zijn studenten …
Het symposium eindigde met een sombere noot
Caroline Tutin (University of Stirling, UK) sprak over de hopeloze situatie van de wilde  mensapen soorten
Tutin was het grootste gedeelte van haar loopbaan  in  Gabon , alwaar ze chimpansees bestudeerde …
Een samenloop van ontbossing , jacht , stroperij  en ziekten bedreigen het overleven van deze erg bedreigde  diersoorten en populaties
Tot slot vroeg symposium co-organizer Maynard Olson (University of Washington) de aanwezige wetenchappers dringend ” hun enthoesiasme over het begrijpen van de gelijkenissen  en verschillen tussen de mens en zijn naaste verwanten ; ook uit te breiden naar de noodzakelijke  beschermings-maatregelen
en lobbying  daarvoor … ”

Zowel  Tutin als  Matsuzawa  benadrukten dat het overleven van wilde mensapen zal afhangen van elke opnieuw geplante boom en  de verwezenloijking  van elke afzon derlijke prioriteit 
References en  Notas
1. “Sequencing the Chimpanzee Genome: What Have We Learned?” 12th March 2004, San Diego,
CA. Sponsored by The UCSD Project for Explaining the Origin of Humans and supported by the
G. Harold and Leila Y. Mathers Charitable Foundation.
2. The International Chimpanzee Chromosome 22 Consortium, Nature 429, 382 (2004) [Medline].
3. A. G. Clark et al., Science 302, 1960 (2003).
4. Unpublished data from the Washington University and MIT/Broad Institute Sequencing
Centers (directed by Rick Wilson and Eric Lander, respectively) are publicly released at
http://genome.ucsc.edu.
See also NHGRI Press Release at
www.nih.gov/news/pr/dec2003/nhgri-10.htm.
5. Y. Gilad et al., Am. J. Hum. Genet. 73, 489 (2003)
[Medline].
6. W. Enard et al., Nature 418, 869 (2002); published online 14 August 2002
[Medline].
7. M. V. Olson, A. Varki, Nature Rev. Genet. 4, 20 (2003)
[Medline].
8. M. C. King, A. C. Wilson, Science 188, 107 (1975)
[Medline].
9. A. Varki et al., Science 282, 239 (1998).
M. V. Olson is at the University of Washington Genome Center, Departments of
Medicine and Genome Sciences, Seattle, WA 98195, USA. A. Varki is at the Glycobiology Research and Training Center,
Departments of Medicine and Cellular and Molecular Medicine, University of California at San Diego, La Jolla, CA 92093, USA.
E-mail:
mvo@u.washington.edu;
a1varki@ucsd.edu
10.1126/science.1100975
Include this information when citing this paper.
The LOOM 
Comments (2)
De vergelijking van chimpansee en menselijk genoom laat de wetenschappers toe exact vast te stellen hoe we zijngeevolueerd tot de soort die we zijn 
Wanneer iemand nog ooit beweerd dat evolutietheorie niets heeft te maken met de voorposten van de wetenschap , moet maar eens volgende publieke redevoeringen  bekijken en beluisteren
zonder de evolutietheorie is  genomics gewoon larie …
Mis vooral deze “real player”  -verslagen van het publieke symposium niet

Project for Explaining the Origin of Humans 
http://origins.ucsd.edu/
vooral :
Public Symposium:

“Sequencing the Chimpanzee Genome: What Have We
Learned?”
creationistische  babbel :
Quote (letterlijk )

CHIMP GENES 83% NON-HUMAN,
according to The International Chimpanzee Chromosome 22 Consortium’s report in Nature vol. 429, p382,
and Nature Science Update,
27 May 2004.

The consortium carried out a detailed study of one chimpanzee chromosome, number 22, and compared it with the equivalent human chromosome, number 21.
(The reason for comparing chimp chromosome 22 with human chromosome 21 is that chimps have 48 chromosomes and humans have 46, so equivalent gene sequences
are not on the same chromosome.)
In the regions that had the same genes as humans they found 1.44 percent single-base ‘substitutions’,
i.e. different DNA letters.
This was in line with claims that chimps are 98.5 percent the same as humans.
But to complicate matters, there were also 68,000 “insertions and deletions”, i.e. regions where there were extra pieces or missing pieces,
when compared
with the human chromosome.
According to Consortium scientists,
“These differences are sufficient to generate changes in most of the proteins.
Indeed, 83 percent of the 231 coding sequences, including important genes for brain function, show differences at the amino acid level.”
(This means proteins made from these genes would be different in structure and function.)
As this chromosome makes up only one percent of the total genome, there could be thousands of genes that are significantly different from humans.
The team also looked at how active the genes were, and found that 20% of the genes were very different in their pattern of activity.
Nature Science Update article:
http://www.nature.com/nsu/040524/040524-8.html
ED. COM. The chimp genome has been much anticipated by scientific news services, but they don’t seem to be too pleased about these findings.
It was not reported in BBC News Online. S
cienceNOW (
www.sciencemag.sciencenow.org) had only the following small paragraph:
“Head scratcher. The DNA sequence of chimpanzee chromosome 22, reported in the 27 May issue of Nature, may overturn the common assumption that only
slight genetic differences separate us from our closest primate relatives.
The researchers say 83% of 231 genes on the chimp chromosome would produce different amino acid sequences than their human counterparts
(on our chromosome 21).” This is the first study that actually compares specific genes and gene activity. Therefore, it gives a truer picture of
differences between the chimp and human genomes.
Creation Research predicts that as more chimp gene studies are done, even more differences will be found, especially when scientists understand how genes
are activated and interact with one another.
The basis of this prediction –  only humans were made in the image of God.
(Ref. Chimpanzee, chromosome, genes)
(Update from Creation Research)

Jawel , alweer dus
2005

Broeder Aap  : Genoom van chimpansee gepubliceerd   //Jos wassink

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/23911697/

Sluit dit venster

De chimp Clint wiens DNA model stond voor het chimpgenoom. Foto: Yerkes National Primate Research Center. 

Ging het bij de bekendmaking van DNA-kaart van gist, worm en muis vooral over de verbazend grote overeenkomst met de mens, nu kijkt men vooral naar de kleine verschillen. Genetisch gesproken slechts 1,23 procent.

Meer dan een eeuw geleden, in 1871 om precies te zijn, stelde Darwin dat de mens gemeenschappelijke voorouders had met de grote Afrikaanse apen. Moleculaire analyses hebben zijn gelijk aangetoond en aangescherpt. Van de mensapen zijn chimpansees en bonobo’s het meest aan ons verwant.

De afgelopen dertig jaar hebben studies van ondermeer Jane Goodall en Frans de Waal duidelijk gemaakt hoezeer het gedrag van mens en chimpansee op elkaar lijkt. Sociaal, emotioneel en mentaal houden chimps ons een spiegel voor. Of het nu in het wild is of in gevangenschap: net als ons gebruiken chimps gereedschappen, dragen ze cultuur over en doen ze aan machtspolitiek en stammenoorlogen. Niets menselijks is de chimp vreemd, lijkt het wel.

Genetisch verschil zit nauwelijks tussen de oren

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/22472869/

Hersenen mens maken veel meer eiwitten dan apenbrein

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/3591739/

Toch zijn er een paar uniek menselijke eigenschappen overgebleven zoals het rechtop lopen, de complexe taal en het vergrote brein. De vergelijking tussen het menselijke genoom (drie miljard genetische letters of ‘nucleotiden’ lang) en die van de chimpansee moet de genetische oorsprong van onze menselijkheid kunnen onthullen.

In cijfers is het verschil miniem.

Als je kijkt naar de letterlijke verschillen, daar waar het chimp-genoom 챕챕n nucleotide afwijkt van de menselijke versie, dan bedraagt het verschil een schamele 1,23 procent of 35 miljoen baseparen. Vaker blijken hele stukken van het genoom door elkaar te zijn geschud. Maar liefst vijf miljoen stukken DNA zijn op de ene plaats verwijderd en op een andere plek teruggezet, soms meerdere keren achter elkaar. Als je dat meerekent is het genetische verschil nog steeds maar 3 procent.

Daar komt bij dat, evolutionair gesproken, de splitsing tussen chimp en mens, zo’n zes miljoen jaar geleden, heel recent is.

De commentatoren in Nature veronderstellen daarom dat een klein aantal mutaties met grote effecten verantwoordelijk moet zijn geweest voor het verschil tussen mens en mensaap.

Er zijn drie verschillende hypothesen over hoe de evolutie van de mens zou plaats hebben gehad. De eerste theorie heet de eiwit-evolutie en gaat er vanuit dat graduele verschillen in aangemaakte eiwitten het verschil zouden uitmaken tussen mens en chimp. Maar, schrijven de commentatoren, de grootste verschillen in eiwit hebben te maken met afweer en reproductie en dat zijn geen typisch menselijke eigenschappen.

De andere theorie heet ‘less-is-more’ en stelt dat het vooral het verlies aan typische apeneigenschappen is, dat ons menselijk maakt. We zijn minder sterk, hebben minder haar en zijn in zekere zin apenkind gebleven met een doorgegroeid brein. Hoe komisch de theorie ook mag klinken, genetisch valt er wel wat voor te zeggen. Er zijn namelijk 53 menselijke genen aangetroffen die inactief geworden zijn doordat er een gen van elders in terecht is gekomen. Nader onderzoek moet uitwijzen of die genen verband houden met de neiging rechtop te lopen of met een wildgroei onder het schedeldak.

Ten slotte is er de veronderstelling dat het uiterlijke verschil tussen chimp en mens niet zozeer in de genen ligt, maar in de activering daarvan. De zogenaamde gen-regulatie hypothese is moeilijk te bewijzen omdat het lastig schijnt te zijn om regulatiegebieden in het genoom te identificeren. Vergelijkende studies tussen mens, chimp en andere apen moeten meer duidelijk maken over genregulators en hun activiteit.

Net als bij de publicatie van het menselijk genoom op 26 juni 2000 geldt ook nu dat de mijlpaal bovenal een startpunt is. In dit geval van een gedetailleerde speurtocht naar de evolutionaire oorsprong van de mens. Daarvoor is het chimpgenoom als achtergrond onmisbaar.

“Honderd jaar apenonderzoek heeft de manier veranderd waarop we naar ons zelf kijken,” schrijft Frans de Waal in een begeleidend artikel.

 “De ontrafeling van het chimpanseegenoom zal ongetwijfeld voor nog meer inzicht en verrassingen zorgen. Mensen nemen een speciale plaats in onder de primaten, maar die plek zal in toenemende mate bezien moeten worden tegen de achtergrond van aanzienlijke overeenkomsten.”

Sluit dit venster

Is de mens een onvolwassen aap? Foto: Jane Goodall 

Tarjei S. Mikkelsen, LaDeana W. Hillier, Evan E. Eichler, Robert H. Waterston en 56 anderen, samen The Chimpanzee Sequencing and Analysis Consortium: “Initial sequence of the chimpanzee genome and comparison with the human genome.”, Nature 1 sept 2005, Vol. 437, p. 69 – 87

Wen Hsiung Li, Matthew Saunders: “The chimpanzee and us”, Nature, 1 sept 2005, Vol. 437, p. 50 – 51

Frans B. de Waal: “A century of getting to know the chimpanzee”, Nature, 1 sept 2005, Vol. 437, p. 56 – 57

Het kleine verschil tussen mens en chimp

door Martin van der Laan − 01/09/05, 00:00
(verouderd maar nog steeds interessant   artikel )

De mens bakt soufflés, de chimpansee niet. Toch lijken ze voor 96procent op elkaar, genetisch gezien. Dat blijkt, nu het DNA van dechimpansee in kaart is gebracht.

De erfelijke blauwdruk van de chimpansee staat op papier, in kladweliswaar. De donor van het DNA was de 24-jarige Clint, die twee jaargeleden in het Yerkes onderzoekscentrum in Atlanta door een hartkwaal de geest gaf. Van hem waren wat cellen bewaard.

Clint moet ons nu gaan vertellen hoe wij mens zijn geworden. Zijn DNA   en het onze zou duidelijk kunnen maken welke genetische veranderingen daarvoor nodig waren.

Dat is een verwachting voor overmorgen, want bij de enthousiastepresentatie van apengenoom vandaag in Nature blijkt dat het een heidense klus wordt om de gescheiden wegen van mens en chimpansee uit hun DNA teverklaren. De reuzenstap die de mens in eigen ogen heeft gezet, moet opgenetisch niveau met geschuifel tot stand zijn gekomen.

Percentueel zijn de verschillen uiterst gering. Van de drie miljardbouwstenen waaruit beider genoom bestaat, wijken er bij chimpansee en mensmaar 35 miljoen van elkaar af, slechts 1,2 procent. En verder lijken hieren daar fragmenten (weinig functioneel) DNA verdwenen of juist extragekopieerd. Op sommige plekken is er bij de een wat meer gehusseld dan bijde ander, maar uiteindelijk kunnen mens en chimpansee elkaar in 96 procentvan hun genetische outfit de hand geven.

Ter vergelijking met andere zoogdieren: chimpansee en mens lijken zestigkeer zoveel op elkaar als mens en muis, en tien keer zoveel als muis enrat. Van die twee knagers was het totale DNA-plaatje een paar jaar geledenal bekend.

Overigens lijken twee mensen weer tien keer zoveel op elkaar als mensen chimpansee. Toch blijft het wonderlijk dat mens en chimpansee genetischzo dicht in elkaars buurt vertoeven: wij zien in de spiegel geen aap.Uiterlijke kenmerken zeggen blijkbaar weinig. Zo is maar 0,1 procent vanalle genen verantwoordelijk voor de bonte stoet van allerhandehondenvarianten.

Nu variëren honden qua grootte en snuit, maar de mens onderscheidt zichin vitalere eigenschappen van zijn naaste verwanten, onder meer door zijntweevoetigheid, zijn grote brein en al wat hij daar mee kan. Waarom sloegde chimpansee niet hetzelfde pad in, waarom maakte hij zich de taal en hetabstracte denken niet eigen?

De vraag is of je onze cognitieve vaardigheden kunt doorgronden door hetchimpansee-genoom met het mensen-DNA te vergelijken. Die kanttekening ismede afkomstig van een commentator in het concurrerende vakblad Science:denk nou niet dat je aan stukken DNA kunt zien waarom de mens de taalmachtig is geworden.

Een collega denkt daar anders over: ‘Wie weet verraden kleineverschillen in de code van het leven waarom wij soufflés zijn gaan bakkenen symfonieën componeren maar chimpansees niet. Om dat te begrijpen moetje allereerst weten wat het betekent om chimpansee te zijn. Probeer zijnbijzondere talenten te begrijpen, zoals het gebruik van gereedschap. Of degewoonte om zuiverende bladeren te eten als ze een infectie hebbenopgelopen.’

Die slimheid zit uiteindelijk toch verborgen in het genoom, al wacht degenetici monnikenwerk om het te ontrafelen. Daarbij is het de vraag hoe demens zo snel bij Johann Sebastian Bach kon uitkomen, terwijl het niet echtlang geleden is dat mens en chimpansee ieder huns weegs gingen. Hoe trokkenwij die sprint?

De zoektocht zal zich vooral richten op de genen die de explosie van onsbrein veroorzaakten. Andere primaten mogen ook niet klagen als je hunhersenschors afzet tegen die van knaagdieren, maar onze hersens zijnongeveer drie keer zo groot als die van chimpansees.

Het is twijfelachtig of die cerebrale groeispurt het gevolg is vantotaal nieuwe genen. Daar zijn weinig aanwijzingen voor. Eerder vermoedengenetici dat snel veranderende eiwitten ons een zet hebben gegeven. Meestalleiden die mutaties tot ziektes en prijzen ze zichzelf daardoor de marktuit, maar een enkele keer trek je er de hoofdprijs mee.

Zowel bij chimpansees als bij mensen zijn van die flexibele eiwittengevonden, maar die lijken vooral van invloed te zijn geweest op hetimmuunsysteem en op de voortplanting. Toch lijkt een enkele keer lijkt eenbescheiden verschrijving in een gen ook in ons brein te hebben geresulteerdin een gunstige ommezwaai van een eiwit. Eén kandidaat is bekend: hetFOXP2-gen dat door een minuscuul schrijffoutje ons mogelijk heeft geholpenbij de ontwikkeling van de spraak.

De vraag is nu of het chimpansee-genoom daar meer over zegt. En anderegenomen, van muis, rat, en makaak. Inmiddels zijn een paar honderd genendie speciaal in het brein hun werk doen vergeleken met genen die overal inhet lichaam klussen. Het lijkt erop dat sommige ‘hersengenen’ door eenkleine mutatie een voordeeltje kunnen opleveren, terwijl een schrijffoutjein de allround-genen eerder negatief uitpakt.

Het is nauwelijks voorstelbaar dat we daar ons superbrein aan te dankenhebben. Een andere theorie suggereert dat de evolutie soms ook winst maaktdoor verlies. Het uitschakelen van genen biedt ruimte voor andere zaken.Zo zijn er heilzame genen die je in de strijd tegen sommige ziektes juistbeter kunt missen. De gebrekkige werking van het geheugen bijmensenkinderen vormt mogelijk zo’n batig verlies. Ze zijn daardoorselectief, en wellicht danken ze daar hun fabelachtige vermogen aan om taalte leren. Zet je het DNA van mens en chimpansee naast elkaar, dan ontdekje minstens 53 genen die bij ons haperen of zijn verdwenen, en incidenteelkan dat lucratief voor ons zijn geweest.

Bovengenoemde paden leidden vermoedelijk niet van aap naar Bach.Genetici vermoeden, zeker gezien de bescheiden genetische verschillentussen chimpansee en mens, dat er een paar klappers gemaakt moeten zijn inhet genoom. En dan gaat het vrijwel zeker om enkele genen die een heleboelandere aansturen, vooral tijdens de embryonale ontwikkeling. Voorlopiglijkt de zoektocht daarnaar erger dan die naar een speld in een hooiberg.

Chimpansee biedt glimp van menselijke evolutie
De genetische verschillen tussen mens en chimpansee zijn toch groter dan lange tijd is aangenomen. ….Dat blijkt uit de serie publicaties over het recent voltooide chimpanseegenoom in Nature
Door Arno van ‘t Hoog
bionieuws

Als op het niveau van puntmutaties wordt gekeken, is het verschil 1,23 procent.
Maar op het niveau van zogenaamde indels (kleine en grote deleties en duplicaties) bedraagt de genetische variatie tussen mens en chimpansee drie procent.
De betekenis van deze genetische variatie is voor een groot deel nog onbekend.
De opmerking dat de genoomkaart van de chimpansee kan uitmaken ‘wat ons tot mens maakt’ blijkt een flinke opgave met zich mee te brengen.
Onderzoekers staan voor de taak 35 miljoen verschillen in basenparen, 5 miljoen indels en talloze grote chromosomale duplicaties te ver-klaren.
Waarschijnlijk hebben veel mutaties geen significant biologisch effect, dus welke een rol spelen bij het lopen op twee benen, toename van het
hersenvolume en de ontwikkeling van spraak valt nog niet te zeggen .
Van de moleculaire sleutel tot wat commentatoren in Nature ‘humanness traits’ noemen, zijn tot nu een paar aanwijzingen gevonden.
Twee mutaties in het sterk geconserveerde FOXP-gen zijn mogelijk betrokken bij ontwikkeling van spraak.
Daarnaast is er de ‘less is more’ hypothese.
Mogelijk heeft het verlies van functie van ruim vijftig genen sterk bijgedragen aan de ontwikkeling van menselijke eigenschappen.
Dat lijkt weinig, maar kleine verschillen kunnen grote gevolgen hebben, zegt de Leidse humaan geneticus Gert Jan van Ommen. 
Zo komt bij de mens het MYH16-eiwit niet meer tot expressie.
Dit is bij apen het belangrijkste eiwit in de enorm ontwikkelde kaakspieren, die tot bovenop de dikke schedel vasthechten.
Verlies van MYH16 heeft de kaakspieren veel zwakker gemaakt, maar heeft er wellicht ook aan bijgedragen dat het hersenvolume sterk kon toenemen.
—>
KAAKBEENDEREN (<KLIK)< div=””>

Volgens Van Ommen kan de genoomkaart sterk bijdragen aan het onderzoek van het humane genoom.
Zo heeft het de rol van indels in het ontstaan van genetische variatie duidelijk naar voren gebracht – voorheen lag de focus vooral op puntmutaties.
‘In het lab houden we ons bezig met de rol van normale genetische variatie bij het ontstaan van ziekten bij mensen.
Het mooie is dat we nu een sterk verwante diersoort hebben als referentie voor zulke vergelijkingen.
Het vormt een soort nulpunt, daar hebben we ongelooflijk veel aan.’
Lessen uit het apengenoom
Het chimpanseegenoom toont vooral dat adaptieve mutaties schaars zijn; veel genetische variatie tussen mens en chimp is geen teken van evolutionair voordeel.
Op DNA-niveau verschillen mens en chimpansee weinig, al lijken 35 miljoen puntmutaties en 5 miljoen inserties en deleties indrukwekkend.
Afhankelijk van wat wordt vergeleken bedragen de verschillen 1 tot 4 procent.
Als het gaat om puntmutaties, dan komt 99 procent van het DNA overeen, worden inserties en deleties meegeteld dan daalt dat percentage tot 96 procent.
Het effect van al die mutaties op de samenstelling van eiwitten is gering.
Gemiddeld verschillen eiwitten van mens en chimpansee in 챕챕n aminozuur en maar liefst 29 procent van de eiwitten is volkomen identiek.
De genetische verschillen zijn tien maal kleiner dan de verschillen tussen muis en rat, maar tien maal groter dan tussen mensen onderling.
Neutrale drift
De gemeenschappelijke voorouder van mens en chimp leefde zes miljoen jaar geleden.
Beide diersoorten hebben sindsdien talloze mutaties in hun DNA opgelopen en het merendeel daarvan is waarschijnlijk betekenisloos.
Ze zijn het gevolg van neutrale genetische drift en geen teken van adaptatie.
Veel genetische verschillen tussen mens en chimp zijn dus het gevolg van kansprocessen en niet van selectie.
Dit blijkt ondermeer uit de zogenaamde Ka/Ks-test, die de verhouding berekent tussen neutrale mutaties (die geen effect hebben op de aminozuurvolgorde)
en niet-neutrale mutaties.
Een Ka/Ks ratio gelijk of hoger dan 1 kan duiden op positieve selectie.
Bij de vergelijking van mens en chimp blijkt de gemiddelde Ka/Ks ratio echter 0,23. Dat is veel lager dan eerdere schattingen en ligt zelfs in de orde
van de genetische variatie tussen mensen (0,20-0,23).
Dit suggereert dat het aandeel van positieve selectie in de menselijke evolutie veel lager is geweest dan eerder werd aangenomen.
Adaptieve selectie
Toch zijn er met de Ka/Ks test wel tekenen van positieve selectiedruk te ontdekken bij 585 van de ongeveer 25.000 genen – dat is meer dan op grond van
kans valt te verwachten.
De meest in het oog springende klasse is die van de transcriptiefactoren, eiwitten die betrokken zijn bij het aflezen van genen, bijvoorbeeld in de
embryonale ontwikkeling.
Daarnaast vertonen genen voor geur- en smaakreceptoren, genen betrokken bij de voortplanting en immunologische reacties extra snelle evolutionaire
verandering.
Meer tot de verbeelding sprekend zijn ASPM en MCPH1, genen die betrokken zijn bij ontwikkeling van het hersenvolume.
Dit idee wordt versterkt door inzichten uit de humane genetica: mutaties in ASPM en MCPH1 veroorzaken bij de mens microcephalie;
de hersenen zijn dan tot de helft gereduceerd, en ongeveer net zo groot als die van een mensaap.
Daarnaast is FOXP2 een goede kandidaat.
Mensen met mutaties in dat gen hebben ernstige spraakhandicaps.
De twee aminozuren in het FOXP2-eiwit (een transcriptiefactor) die verschillen tussen mens en chimp zijn vermoedelijk cruciaal geweest voor
spraakontwikkeling.
Tot slot zijn er enkele tientallen genen verdwenen, zowel bij de chimpansee als bij de mens.
E챕n daarvan verzwakt de bouw van de kaakspieren in vergelijking met apen; mogelijk is dit een voorwaarde geweest voor expansie van het hersenvolume,
aangezien de kaakspieren bij apen de schedel als een stevig spierkorset omsluiten.
Sommige mutaties lijken een rol te spelen bij het onstaan van ziekten.
Zo mist de mens in tegenstelling tot de chimpansee een functionele SHG-box, waardoor geen caspase meer wordt gemaakt.
Vermoedelijk bevordert dat het ontstaan van de ziekte van Alzheimer.
Genexpressie
Er zijn zes regio’s van honderdduizenden basenparen in het humane genoom die tekenen vertonen van een ‘selective sweep’.
Vermoedelijk zijn in die regio’s mutaties ontstaan die zoveel voordeel opleverden dat ze binnen enkele honderden generaties tot het dominante
genotype konden uitgroeien.
Eén van die regio’s bevat geen enkel functioneel gen, maar wel de promotorregio van het protocadherin-gen, dat betrokken is bij patroonvorming van zenuwverbindingen in de hersenen.
De eerste resultaten met DNA-chips tonen dat overall de genexpressie tussen mens en chimpansee het sterkst verschilt in de lever en het minst in de
hersenen.
De onderzoekers concluderen dat wat genexpressie betreft veel veranderingen en variaties waarschijnlijk geen gevolg hebben: ze zijn, net als veel mutaties, neutraal in effect.

Efficiënte evolutie

Mens gebruikt genen anders dan aap

Kleine aanpassingen kunnen leiden tot grote verschillen. Dat blijkt maar weer uit het onderzoek naar de verschillen tussen aap en mens dat vandaag is gepubliceerd in Nature. Evolutie nam niet het hele genoom op de schop, maar veranderde slechts enkele genen, die de rest van het erfelijke materiaal kunnen controleren.

Chimpansee en mens. Een blind paard ziet nog het verschil tussen die twee, maar toch zijn ze genetisch gezien voor 99 procent hetzelfde. Wetenschappers bedachten jaren geleden al dat het ‘m dan ook niet in de genen alleen kon zitten. Het verschil in expressie van die genen moest de oorzaak van die verschillen zijn. Dat vrijwel identieke erfelijk materiaal is bij mens en aap blijkbaar niet even actief. Sommige genen staan simpelweg meer ‘aan’ of ‘uit’ dan andere. Welke genen dat dan zijn, was tot op heden echter niet duidelijk.

Yoav Gilad van de Amerikaanse Yale University en zijn collega-wetenschappers brengen wat licht in de duisternis. Ze vergeleken het RNA uit levers van mensen, chimpansees, resusapen en orang oetans met elkaar. Een RNA-molecuul is een kopie van een stuk DNA en een bewijs voor de activiteit van een gen. Hoe meer kopie챘n er van een gen in een cel rondzwemmen, hoe actiever dat is. Gilad koos behalve voor mensen en chimps voor resusapen en orang oetans omdat ze samen tientallen miljoenen jaren evolutie vertegenwoordigen. Uit hun RNA is af te leiden hoe dat proces is verlopen.

De onderzoekers maakten gebruik van een micro-array, een soort chip met stukjes lever-DNA, die overeenkomen met specifieke genen. Het uit de apen- en mensenlevers ge챦soleerde RNA wordt over de chip verdeeld en plakt aan het DNA. Een RNA-molecuul plakt alleen aan zijn ‘eigen’ DNA-fragment, dus aan de hoeveelheid geplakt RNA is te zien hoe actief of inactief een gen is. De chip van Gilad bevatte ruim duizend genen, van zowel de apen als de mens.

Het merendeel van de genen, zestig procent is in alle vier de soorten even actief, zo bleek uit de proef. Miljoenen jaar evolutie heeft daaraan niets veranderd. De meeste van deze genen hebben iets te maken met processen in de cel zelf en volgens Gilad is het ook logisch dat de activiteit daarvan hetzelfde is gebleven. Slechts kleine veranderingen zouden immers al grote consequenties kunnen hebben; cellen zouden volledig van slag raken. En inderdaad, van vijf van deze stabiele genen is al geconstateerd dat ze actiever zijn in leverkankercellen.

Maar er zijn ook genen die bij mensen wel anders tot expressie komen dan bij apen. Negentien stuks staan bij mensen juist heel erg aan of heel erg uit in vergelijking met alle drie de apensoorten. Een verschil dat de laatste vijf miljoen jaar moet zijn ontstaan, waarvoor de mens zich heeft afgescheiden van de chimpansee. Opvallend is dat een aanzienlijk deel van de genen die bij mensen actiever zijn, coderen voor eiwitten die weer andere genen kunnen aan- en uitzetten. En dat terwijl dit soort genen schaars is. Eerder onderzoek toonde bovendien aan dat de samenstelling van juist deze ‘controlerende genen’ in de loop der tijd vaak is veranderd.

Dit bewijst maar weer dat ‘de evolutie’ behoorlijk effici챘nt kan zijn. Slechts enkele veranderingen, maar wel in precies die genen die de rest van het erfelijke materiaal kunnen aansturen, leiden al tot grote verschillen. Daar hoef je niet het hele genoom voor op de schop te nemen.

De volgende stap in deze zoektocht naar de verschillen tussen aap en mens is het bestuderen van nog meer genen, met behulp van RNA uit andere organen dan de lever. Want daarin kan het beeld weer net even anders zijn.

Remy van den Brand

Yoav Gilad, Alicia Oshlack, Gordon K. Smyth, Terence P. Speed en Kevin P. White, ‘Expression profiling in primates reveals a rapid evolution of human transcription factors’, Science, 9 maart 2006.

Sluit dit venster

Jane Goodall en haar chimps zijn genetisch gezien voor 99 procent hetzelfde. Wat ze verschillend maakt, is dat ze hun erfelijke materiaal op een andere manier gebruiken.

Sluit dit venster

De onderzoekers ontdekten 110 genen die op een andere manier worden gebruikt door de chimpansee dan door de mens. Foto E. Herrmann.

Sluit dit venster

Bij Macacca mulatta, de resusaap, zijn dat er 176 van de door de onderzoekers geselecteerde genen die in de lever voorkomen.

Sluit dit venster

Bij de orang oetan zijn 128 levergenen meer of minder actief dan bij de mens.

Yoav Gilad, Alicia Oshlack, Gordon K. Smyth, Terence P. Speed en Kevin P. White,

‘Expression profiling in primates reveals a rapid evolution of human transcription factors’, Science, 9 maart 2006.
Nature /
Expression profiling in primates reveals a rapid evolution of human transcription factors. Gilad YOshlack ASmyth GKSpeed TPWhite KP.Department of Genetics, Yale University, New Haven, Connecticut 06510, USA. gilad@uchicago.eduAlthough it has been hypothesized for thirty years that many human adaptations are likely to be due to changes in gene regulation, almost nothing is known about the modes of natural selection acting on regulation in primates. Here we identify a set of genes for which expression is evolving under natural selection. We use a new multi-species complementary DNA array to compare steady-state messenger RNA levels in liver tissues within and between humans, chimpanzees, orangutans and rhesus macaques. Using estimates from a linear mixed model, we identify a set of genes for which expression levels have remained constant across the entire phylogeny (approximately 70 million years), and are therefore likely to be under stabilizing selection. Among the top candidates are five genes with expression levels that have previously been shown to be altered in liver carcinoma. We also find a number of genes with similar expression levels among non-human primates but significantly elevated or reduced expression in the human lineage, features that point to the action of directional selection. Among the gene set with a human-specific increase in expression, there is an excess of transcription factors; the same is not true for genes with increased expression in chimpanzee
zie ook :

Broeder Aap: Genoom van chimpansee gepubliceerd

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/23971064/

RNA in het zoeklicht: Genetisch dogma achterhaald

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/3444878/

Menselijk genoom nu ‘echt’ volledig in kaart:HUGO-consortium publiceert in Nature, Celera in Science

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/22472869/

Mens versus chimp: Genetisch verschil zit nauwelijks tussen de oren

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/19626614/

Het einde van het begin: Mens heeft nog minder genen

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/17293381/

DNA-domino:   21 Duizend genen in kaart

http://www.genome.org/cgi/content/abstract/15/12/1746

Comparing the human and chimpanzee genomes: Searching for needles in a haystackAjit Varki1 and Tasha K. Altheide

De mens is niks bijzonders

16-09-2008 meneer opinie
Een eeuw of twee gelden wisten we het wel: de mens was iets zeer bijzonders. Zij heeft veel hersenen, cultuur, taal, maakt en gebruikt van gereedschap en is in het bezit van bewustzijn. Het kon niet anders of de mens was iets heel bijzonders en absoluut op geen enkele wijze familie van mens- of andere apen, laat staan dat er wat voor banden dan ook konden zijn met vogels of olifanten.Helaas is dit beeld de laatste tijd nogal afgebrokkeld.
Chimpansees blijken takken en stenen te gebruiken om termieten te vangen of noten te kraken.
Dus gereedschap gebruiken bleek al niet zo bijzonder.
Maar de doodsklap kwam uit een andere hoek. De Caledonische kraai, een vogel nota bene, bleek niet alleen ijzerdraadjes te kunnen gebruiken, maar boog ze ook nog eens in de juiste vorm v처처r gebruik.
Daar sta je dan met je vuistbijl en je laptop.
Onze instrumentenmakerij is geen eigenschap die ons principieel onderscheid van dieren, er is hooguit een gradueel verschil.Onze cultuur dan?
Geen enkele diersoort die het equivalent van de Beatles of de breakdance heeft, toch?
Helaas, de laatste jaren is duidelijk geworden dat bepaalde vormen van dans en handenschudden bij chimpansees in en uit de mode gaan.
En bij bultruggen (walvissen) bleken nieuwe liedjes zich als een olievlek over de populatie te verspreiden.
Dus ook wat cultuur betreft, is het verschil tussen mensen en dieren eerder gradueel dan principieel.Zelfbewustzijn dan?
Jarenlang toch gezien als exclusief voor de mens, want persoonlijkheid, en zelfbewustzijn, dat zit in je neocortex.
Dus hooguit apen en zoogdieren konden dat hebben, want de rest van het dierenrijk was niet met zo’n neocortex gezegend.
Nou, van olifanten werd vorig jaar al aangetoond dat ze in ieder geval zichzelf herkennen in een spiegel en van eksters werd dat ook al aangetoond.
Van chimpansees is ook al bekend dat ze zich in de situatie van een andere chimpansee kunnen inleven, een eigenschap die bij mensen meestal in de late peutertijd de kop opsteekt.
Dus ook hier is er weer een gradueel verschil, geen principieel verschil.

Communicatie is zeker niet zeldzaam bij dieren en van verschillende soorten is duidelijk dat ze redelijk gecompliceerde boodschappen aan elkaar door kunnen geven.
Toegegeven, het zullen nooit Shakespeares worden, maar het begin is er, dus ook hier kunnen we niet van een principieel verschil spreken.Hersenen en intelligentie dan.
Tja, toen bleek dat niet alleen dolfijnen, maar ook vrouwen relatief meer hersenen hadden dan mannen, kon dat criterium ook niet meer gebruikt worden.
Het moest gaan om de kwaliteit, niet om de kwantiteit.
Afgaande op de uitspraken en meningen van heel veel mensen, denk ik dat we over de kwaliteit maar niet al te optimistisch moeten zijn.
Bovendien, hoe meet je de intelligentie van dieren?
Neem het volgende citaat van Douglas Adams uit zijn boek Hitchhikers guide to the galaxy eens in overweging:
Mensen achtten zichzelf veel intelligenter dan dolfijnen omdat ze Manhattan gebouwd hadden, naar de maan geweest waren en zowel geld als buskruit hadden uitgevonden, terwijl de dolfijnen alleen maar ronddartelden in zee. Dolfijnen achtten zichzelf veel intelligenter dan mensen vanwege precies dezelfde redenen.
Enige bescheidenheid zou ons niet misstaan

Een paar interessante Comments op diezelfde blog
De rationele verklaringen die we voor ons eigen gedrag plegen aan te voeren zijn niet meer dan achterafredeneringen over autonome processen in het onbewuste die beslissingen voor ons maken.
-:Natuurlijk zijn er verschillen, maar die zijn gradueel, niet principieel. Als we iets te laat waren geweest, dan waren wij nu de bedreigde diersoort en zat de chimpansee te bedenken wat te doen tegen global warming
– Een hypothese die me erg aantrekt is die van Geoffrey Miller. Hij beweert dat onze bovenmatig grote hersenen een gevolg zijn van sexuele selectie.

Miller suggereert dat, wellicht vlak na de splitsing tussen mens en chimpansee, de vrouwtjes de mannetjes begonnen te selecteren op hun hersencapaciteit. Waarom weet niemand, zoals we ook niet weten waarom sommige paradijsvogelvrouwtjes graag een knalrode rug zien en de andere soort liever een kobaltblauwe kop. Het is tot op zekere hoogte puur toeval.
Maar als sexuale selectie eenmaal een richting heeft gekozen, dan kom je in een zichzelf versterkend proces terecht: de mannen die intelligent zijn produceren meer nakomelingen dan de minder intelligente. Die nakomelingen zijn intelligenter en hebben een grotere voorkeur voor intelligentie en zo versterkt dat proces zich.Het aardige van deze hypothses is dat ze verklaart waarom zowel mannen als vrouwen intelligent zijn (it takes one to know one) maar ook waarom mannen vaker te koop lopen met hun intelligentie in de vorm van optredens, publicatie van wetenschappelijk onderzoek of het leiden van een politieke partij. Als ze er niet mee te koop lopen, worden ze niet gekozen.Onder intelligentie verstaan we dan domweg de gave om informatie te analyseren en gebruiken, of die informatie nu komt uit een experiment in een deeltjesversneller, uit een debat met een politieke tegenstander of uit de studie van kunstwerken.Die sexuele selectie op intelligentie was vermoedelijk alleen mogelijk binnen het samenlevingsverband dat onze voorouders toen kenden,vermoedelijk in niet te grote groepen van tenminste serieel monogame paren. Chimpansees leven in grote groepen geleid door een coalitie van mannetjes, waarbij een vruchtbaar vrouwtje paart met meerdere mannetjes. Er si dus concurrentie tussen de spermacellen van de mannetjes die met dat vrouwtje gepaard hebben. Om meer nakomelingen te krijgen hoeft een chimpansee-mannetje dus niet zo heel intelligent te zijn, maar moet hij zo veel mogelijk en zo sterk mogelijk sperma produceren. Vandaar dat chimpansees grote ballen hebben.Maar nogmaals, dit is een hypothese. Ik denk dat het een goede is, maar anderen denken daar anders over.ALs deze hypothese correct is, dan is het nog altijd mogelijkk dat ooit een andere diersoort hetzelfde pad inslaat en razendsnel intelligentie ontwikkeld.
EN, maar dit terzijde, als (seriele) monogamie dat proces mogelijk maakt, dan zouden gibbons een grotere kans hebben om die kant uit te gaan dan de chimpansees
De chimpansee en mijn gelijk
Begin  september 2005, had Nature een, wat je wel bijna ‘special issue’ kan noemen over de chimpansee.
Naar aanleiding van de publicatie van het volledige chimpansee genoom stonden er verschillende artikelen in over genetica, geschiedenis, gedrag en cultuur
van onze verre neef. Er werd onder andere in bevestigd dat de chimpansee en de mens genetisch inderdaad veel op elkaar lijken.
Tien jaar geleden, bestond dat vermoeden ook al, en velen zullen de schatting wel eens hebben gehoord dat chimpansee en mens genetisch 98-99% overeenkomen  met elkaar.
Naast het toen gestede percentage )genetische overeenkomst tussen mens en chimpansee zijn er  de duidelijk zichtbare verschillen
Ik had  tijdens  mijn literatuur onderzoek voor mijn  proefschrift  in de winterslaapliteratuur een aardige parallel gevonden.
In die wereld bestaan er soorten die kunnen winterslapen, terwijl er andere zeer verwante soorten zijn, dus verre neven, net als mens en chimpanzee,
die dat absoluut niet kunnen.
De genetische verschillen tussen deze naverwante dieren zijn waarschijnlijk klein en een groep onderzoekers leek het dan ook onwaarschijnlijk dat het wel of niet kunnen winterslapen in het genetische verschil van de dieren zou liggen.
Zij ontdekten inderdaad dat de verschillen vooral tot uitdrukking kwamen in de expressie van bepaalde genen, dus hoeveel kopieen er van die genen werden afgeschreven en hoeveel eiwitten er uiteindelijk van werden gemaakt.
Op die manier kun je met kleine genetische verschillen toch grote externe verschillen bewerkstelligen.
Mijn proefschrift  ging over slaap en ik was ik op het gebied van de genetica absoluut geen expert.
Ik poneerde de volgende stelling:
“Het feit dat ongeveer 99% van het erfelijk material van de mens en de bonobo chimpansee identiek is suggereert dat het ‘mens’ zijn niet zozeer bepaald wordt door de aan- of afwezigheid van een bepaald gen, als wel in de mate van expressie van genen.”
 
De stelling kon de toets van mijn promotor doorstaan en verscheen in het lijstje van stellingen behorende bij het proefschrift.
Op de dag van de verdediging verscheen ik voor de commissie en laat nou 1 van de commissieleden een vraag stellen over deze stellling.
(boze tongen beweren dat wanneer een commissielid een vraag stelt over je stelling dat hij/zij je proefschrift niet heeft gelezen).
Hij wilde graag weten aan wat voor soort genen ik dan zat te denken.
Zoals gezegd had ik van genetica weinig kaas gegeten en ik moest hem het antwoord schuldig blijven, wat niet echt prettig was.
Achteraf werd mij dan ook onder de neus gewreven dat de stelling wellicht niet goed doordacht was.
Iedereen leest de stellingen, maar meestal hoor je er niets meer over.
Maar bij mij liep dat anders.
In Science ( april 2002)verscheen toen een artikel dat precies dit probleem aansneed en liet zien dat er inderdaad soortspecifieke verschillen in genexpressie was tussen o.a. mens en chimpansee.
En dat de verschillen in expressie vooral in de hersenen lagen. 
Een antwoord op de vraag wat voor genen het waren werd ook in dit artikel niet definitief gegeven, maar dat de stelling geen hout sneed durf ik nu toch te bestrijden.
Neef chimp / Piet Borst
‘Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding’ zeiden wij vroeger en niemand vond dat gek. Een aap als ding, een lelijkding nog wel, was toen kennelijk vanzelfsprekend. Nu kan ik mij niet meer voorstellen dat ik die uitdrukking ooit gebruikt heb. Dat heeft de biologische wetenschap toch maar weten te bereiken, al dan niet met hulpvan de TV. We zijn kennelijk minder antropocentrisch geworden, minder de mens als maat der dingen (beesten) nemend. De waardering voor de elegantie en doeltreffendheid van apen in hun natuurlijke omgeving is toegenomen.

De gapende kloof tussen aap en mens,

waar ik nog mee ben opgegroeid, is in 50 jaar dichtgeslibt. Zo stond er vorig jaar een leuk stuk in Current Biology over gromcommunicatie bij chimpansees. Het ging daarbij niet om het aanmoedigend gehum van de psychotherapeut, het laatdunkend gesnuif van de examinator, of de ge챦rriteerde grauw van de echtgenoot die gestoord wordt bij zijn lievelings-TV-programma, maar om meer informatief gegrom.

Voor appels hebben chimps een andere grom dan voor brood, zoals Schotse onderzoekers met een playback van gromgeluiden hebben aangetoond. Bij playbacken denk ik eerder aan kleine meisjes op TV die Tina Turner nadoen,maar je kunt er ook mee onderzoeken hoe chimps elkaar informatie toespelen. Of chimps echt appels’ en brood’ kunnen grommen, of lekker ‘versus matig’ eten, moeten de Schotten nog verder uitzoeken, maar dat diegrom informatie bevat, staat vast.

Was het 50 jaar geleden nog mogelijk om het unieke van de mens teomschrijven als het vermogen om instrumenten te maken, inmiddels weten we dat chimps dat ook kunnen.

Jezelf herkennen in een spiegel,bondgenootschappen sluiten, vlees eten, beperkt taalgebruik, al die typischmenselijke trekken delen we met de chimp.

Wij kunnen echter de basenvolgordevan het chimp DNA bepalen en dat kan de chimp niet zelf.

Al lang was bekend dat het verschil tussen mens en chimp minimaal was, zo’n 1-5%. Met depublicatie van de basenvolgorde van het chimpanseegenoom in Nature van 1sept. 2005 weten we dat verschil precies: bij 30% van alle eiwitten is het nul. Eiwitten zijn de werkers in onze cellen, de moleculen die de chemischereacties in ons lichaam katalyseren, die de stevigheid aan onze weefselsgeven, die de signalen van buiten opvangen. Bijna 1 op de 3 eiwitten identiek bij mens en chimp, daar stond ik van te kijken.

Verschillen zijn er ook. Terwijl twee willekeurige mensen op 1 miljoen plaatsen in hun DNA verschillen, loopt dat op tot zo’n 100 miljoen bij mens versus chimpansee.

Op een totaal van 3 miljard DNA-bouwstenen is dat nog steeds maar 2-3%, maar absoluut is het veel. Dat maakt ook dat er voorlopig geen simpele conclusies te trekken zijn over de genetische verschillen die maken dat wij toch iets anders zijn dan chimps. Het leeuwendeel van de verschillen zijn immers toevallige, die niets bijdragen aan onze spraak of verstand.

Het ligt voor de hand om speciaal te kijken naar genen die actief zijn in de hersenen, maar dat heeft nog geen echt aha-erlebnis opgeleverd

Twee typen genen staan in de belangstelling:

genen betrokken bij spraak en bij hersenomvang. Een spraakstoornis komt voor in families met mutaties in het FOXP2 gen en dat laat zien dat FOXP2 essentieel is voor de menselijke spraak. Het FOXP2 eiwit is nauwelijks veranderd in de evolutie tussen muis en mens, maar tijdens de ontwikkeling van de primaten zijn er twee veranderingen in dit eiwit ontstaan, die alleen bij mensen worden gevonden. Die veranderingen zullen wel een kleine stap hebben bijgedragen op de lange weg van appelgegrom naar Hamlet. Dat is echter makkelijker gepostuleerd dan bewezen

Een andere genfamilie draagt bij aan ons grote brein. Mutaties in diegenen leiden tot microcephalie, een klein brein. Twee van die genen zijn actief in gebieden met sterke celdeling in de vroege hersenontwikkeling,zoals te verwachten is van genen die bijdragen aan breinomvang.

Die genenzijn substantieel veranderd in de menselijke lijn en die veranderingen zouden dus kunnen hebben bijgedragen aan het ontstaan van ons superieure verstand. Misschien. Bewijs het maar eens.

Bruce Lahn gaat in twee stukken in Science van 9 september nog een stap verder. Hij laat zien dat er ook in de menselijke populatie nog selectie plaats vindt op nieuwe varianten van deze microcephalie’ genen (eigenlijk genen voor hersenontwikkeling).Misschien worden wij nog steeds grootbreiniger en slimmer. Niet onredelijk,maar het blijven aardige hypothesen, die niet simpel te bewijzen zijn.

Een andere weg om kaf van koren te scheiden is verder vergelijkend DNA-onderzoek bij apen.

Verschillen tussen mens en chimp (5-7 miljoenjaar), die ook bestaan tussen mens en gorilla (7-8 miljoen jaar) en mensen orang-oetan (12 miljoen jaar) maken meer kans om bij te dragen aan onze typisch menselijke eigenschappen dan verschillen die chimp-specifiek zijn.

Aan het genoom van gorilla en orang-oetan wordt gewerkt, evenals het genoom van minder verwante apen (rhesus, marmoset).

Voor wie wil weten hoe wij in de evolutie zijn ontstaan, komen er spannende jaren aan.

Het nummer van Nature, waarin de chimp DNA-sequentie staat, bevat een hoop andere apenverhalen. De onafwendbare uitroeiing van onze naaste verwanten, chimp, bonobo, gorilla en orang-utankomt uitvoerig aan bod.

Hun leefgebieden verdwijnen in hoog tempo en zelf eindigen ze als bosvlees inlocale pannen. Toevallig zijn dit jaar ook de eerste fossiele chimpanseetanden gevonden, zo’n 500.000 jaar oud. In het oerwoud blijft er weinig over van een skelet, maar nu is er in Oost-Afrika, waar ook de meeste menselijke fossielen vandaan komen, toch ook iets van een chimpansee-voorouder gevonden, de tanden. Hopelijk is dit het begin van een betere reconstructie van de evolutie van neef chimp uit onze gezamenlijke voorouder.

Frans de Waal, 챕챕n van de uitgeweken Nederlandse steronderzoekers,beschrijft pakkend in Nature hoe het complexe gedrag van chimp en bonobo(nauw verwant aan de chimp, maar sociaal anders georganiseerd) in deafgelopen 100 jaar in kaart is gebracht.

‘De aap in ons’,

Hierin laat hij zien hoeveel typischmenselijke karaktertrekken ook bij chimp en bonobo zijn terug te vinden:Niet alleen agressie, bazigheid, rancune, politieke manoeuvres, maar ook generositeit, altruïsme, empathie, gevoel voor fair play en subtielesociale mechanismen om competitie binnen de groep niet ten koste te latengaan van de groepscohesie.

Warm aanbevolen, vooral voor alle mensen die nog steeds denken dat er zonder godsdienst geen moraal is. De chimp en de bonobo, die schitterende beesten,kunnen de mens, dat lelijk arrogante ding, nog wel een lesje leren over moraal.

Verschil tussen mens en chimpansee te vinden in de hersenen
30-10-2006

De evolutie van de menselijke hersenen is nog in volle gang, en er zijn behoorlijke verschillen tussen onze hersenen en die van chimpansees. Dat blijkt uit onderzoek van het Hubrecht Laboratorium (NIOB-KNAW) en anderen, dat deze week verschijnt in Nature Genetics.

Door gebruik te maken van nieuwe sequencingtechnologie hebben Ronald Plasterk, Edwin Cuppen en hun collega’s microRNAs in de hersenen van de mens en chimpansee in kaart gebracht. Dat zijn kleine RNA-moleculen die de expressie van genen reguleren, en een belangrijke rol spelen in ontwikkelingsbiologische processen.

Hoewel deze klasse moleculen pas recent ontdekt is, blijkt dat microRNAs voorkomen in zowel dieren als planten; in het menselijk genoom zijn er enige honderden tot duizenden. De Hubrechtonderzoekers vonden 447 nieuwe microRNAgenen, waarmee de diversiteit van bekende microRNAgenen meer dan verdubbelt.

Meer dan de helft van deze microRNAs komt alleen voor bij primaten en niet bij andere organismen, wat er op wijst dat deze recent in de evolutie zijn ontstaan.

Ongeveer acht procent van de nieuwe microRNAs is zelfs specifiek voor de mens en sommige microRNAs blijken zich verder te ontwikkelen door duplicatie in het genoom van de mens of de chimpansee.

Het lijkt er dus op dat de evolutie van microRNAgenen een continu proces is en dat de diversiteit zou kunnen bijdragen aan de evolutie van de complexiteit van de humane hersenen.

Publicatie: Berezikov et al., Diversity of microRNAs in human and chimpanzee brain, Nature Genetics, Advanced Online Publication:http://dx.doi.org/10.1038/ng1914

Informatie:

  • dr. Edwin Cuppen, tel. 030-2121969 en prof. dr. Ronald Plasterk, tel. 030-2121963
  • Voorlichting KNAW, tel. 020-5510733/769, voorlichting@bureau.knaw.nl

LINKS

De bottenjagers
http://noorderlicht.vpro.nl/dossiers/9061166/

2006 video

Een documentaire over de intense relatie tussen mens en mensaap. Aan de hand van archiefopnamen, speelfilmfragmenten, natuurfilms en interviews met aaponderzoekers wordt in een humoristische montage de geschiedenis vertelt van de wijze waarop mensen omgingen met chimpansees, orang-oetangs, gorilla’s en bonobo’s oftewel, de mensapen.

Aanvankelijk traden chimpansees op als artiesten die de mens imiteerden en met hun onhandigheid de mens vermaakten.
Totdat de aap in 1960 de mens verving in zijn eerste reis in de ruimte, en zijn plaats innam in veelvuldige medische testen.
Het is 25 jaar geleden dat de film The Planet of the Apes (Franklin J. Schaffner) ons beeld van de relatie mens-aap spiegelde en ons deed beseffen dat de overheersing van de mens over de mensapen onverbiddelijk is?

Inmiddels wordt de mensaap, gezien als een naaste verwante die ons kan helpen in de zoektocht naar de oorsprong van ons bestaan.
In deze beschouwende documentaire met een persoonlijk commentaar vertelt Ren챕 Seegers over de wederwaardigheden van de mensaap en zijn vergissing om mens te worden.

http://www.vpro.nl/programma/dokwerk/afleveringen/27958058/

http://nl.wikipedia.org/wiki/Categorie:Hominidae
Genomen vergelijkingen
http://www.kennislink.nl/web/show?id=139083

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/3591739/

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/23911697/

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/22472869/
http://biology.plosjournals.org/perlserv/?request=get-document&doi=10.1371/journal.pbio.0030170

MicroRNAs spelen rol bij de evolutie van primaten //Sander Voormolen

Korte stukjes RNA die de activiteit van genen reguleren, zogeheten microRNAs, evolueren volop bij de primaten. Dat blijkt uit een studie waarin 447 nieuwe microRNAs zijn gevonden in de hersenenvan mensen en chimpansees; dat is in 챕챕n klap een ruime verdubbeling van het aantal bekende microRNAs bij primaten. (Nature Genetics, 29 oktober, online).

MicroRNAs zijn korte stukjes RNA (ongeveer 22 nucleotiden lang) die ondanks hun geringe omvang een behoorlijk effect hebben in de cel. Ze reguleren heel specifiek de activiteit van genen doordat ze selectief binden aan het boodschapper-RNA van genen. Als ze binden aan het boodschapper-RNA kan dat niet meer worden omgezet in eiwitten, waardoor het bijbehorende gen feitelijk het zwijgen wordt opgelegd. De invloed van dit mechanisme is zo groot, dat wetenschappers speculeren dat microRNAs een groot deel van de verschillen bepalen tussen cellen en soorten.

Onderzoekers onder leiding van geneticus Ronald Plasterk van het Hubrecht Laboratorium in Utrecht speurden op grootschalige wijze naar nieuwe microRNAs in de hersenen van mensen en chimpansees. Ze vonden 244 kandidaten bij de mens en 230 bij de chimp. Meer dan de helft ervan blijkt alleen bij primaten voor te komen en nog eens eenderde alleen bij zoogdieren. Dat duidt op een snelle evolutie van deze kleine regelmoleculen. En die constatering draagt weer bij aan het idee dat microRNAs inderdaad een belangrijke rol spelen in het tot stand brengen van de verschillen tussen soorten.

Uit genoomprojecten was gebleken dat de verschillen tussen de genen van chimpansee en mens erg klein zijn. Negenentwintig procent van de genen van de mens en chimp coderen voor volkomen identieke eiwitten, en de verschillen in de andere eiwitten zijn grotendeels marginaal. Als de genen het niet zijn kunnen microRNAs misschien wel het verschil maken. Ongeveer acht procent van de nieuwe microRNAs werd alleen bij de mens gevonden.

Een tweede studie in Nature Genetics bevestigt dat microRNAs een rol spelen in de evolutie van de mens. Nikolaus Rajewsky van het Max Delbr체ck Centrum in Berlijn laat met zijn Amerikaanse collega Kevin Chen zien dat de bindingsplaatsen van de microRNAs op het boodschapperRNA onderhevig zijn aan (negatieve) evolutionaire selectie. Dat betekent dat veranderingen op deze plaatsen tot het ontstaan van ziektes kunnen leiden.

Verschillen: mens – chimpansee

http://evolutie.blog.com/      Gert korthof

Het verschil en de overeenkomst met onze naaste verwanten, chimpansee, bonoboo heb het altijd een uiterst fascinerende en belangrijke vraag gevonden. Met name wat het genetisch verschil is. Dat moet klein zijn, gezien de grote genetische overeenkomst die meestal geschat wordt op 98%. Een klein verschil met grote gevolgen. De onvermijdelijke volgende vraag is: hoeveel mutaties moet dat gekost hebben? En kunnen we uitrekenen hoeveel tijd er minimaal nodig is om van een chimpansee-achtig dier een mens te maken? Dit moeten we vervolgens vergelijken met onafhankelijke gegevens over de mens-chimpansee afsplitsing (ongeveer 5-7 miljoen jaar geleden). Dan pas kunnen we de voorspellende waarde van onze populatiegenetische theorie beoordelen.

Geheel afgezien van deze kwantitatieve aspecten is het kwalitatieve verschil mens – aap.
In het recente proefschrift Chimpanzees, conflicts and cognition van Sonja Koski staat een beschrijving van dit verschil die ik U niet wil onthouden:


Humans are by far the most intelligent species of all, whichever criteria or measure we take for intelligence. We have sophisticated communication systems extending to virtual networks of information exchange, cultural variation unparalleled in nature, astro- and nanotechnology, written history, philosophy and religions, law-governed social systems; one can come up with endless examples. (p.11).


Wat mij opvalt is het argeloze in de hemel prijzen van de prestaties van de eigen soort en het volkomen voorbijgaan aan de vele on-intelligente aspecten van de menselijke cultuur zoals religieus fundamentalisme en terrorisme, de ontwikkeling en gebruik van de atoombom, de wapenindustrie en het niet ophoudende uitmoorden van soortgenoten, het ru챦neren van de eigen leefomgeving en de planeet aarde, etc, etc, etc.

Het is dus bijzonder eenvoudig om een definitie van intelligentie te geven, die de mens inferieur ten opzichte van chimpansee maakt.

Maar afgezien van de kwestie of we onze intelligentie ten goede of ten kwade gebruiken, feitelijk blijft de vraag hoe we dat verschil in intelligente moeten verklaren. Het zou interessant zijn als we een eiwit in de hersenen van de mens zouden kunnen vinden dat niet in die van chimpansees voorkomt. Met genome sequencing zou dat toch mogelijk moeten zijn.

Nu zijn er recentelijk opmerkelijke ontdekkingen gedaan die die de beantwoording van deze vraag een stuk dichterbij brengen. In Science van vrijdag 2 maart 2007 staat een news feature ‘Brain Evolution Studies Go Micro’.

Het was lang bekend dat mensen een 4x grotere herseninhoud hebben dan chimpansees. Maar nu is er een nieuw soort zenuwcel ontdekt (VEN’s) die alleen in mensapen en mensen voorkomt, en niet in andere primaten. Het liefst had ik natuurlijk dat die neuronen alleen in menselijke hersenen voorkwamen. Maar de werkelijkheid is subtieler: in de mens zijn ze groter en zijn er meer van. Dus toch een verschil.

Maar het wordt nog mooier: die neuronen komen in twee hersengebieden voor die betrokken zijn bij aspecten van sociale emotie’s zoals vertrouwen, invoelend vermogen, schuldgevoel en schaamte. (“In humans, both of these structures appear to be involved in aspects of social cognition such as trust, empathy, and feelings of guilt and embarrassment”).

Nu zijn volgens mij invoelend vermogen en schuldgevoel de bouwstenen van hulpvaardigheid, altruisme en ‘geweten’.

Zonder invoelend vermogen zul je niet gauw een medemens helpen, en zonder schuldgevoel heb je waarschijnlijk niet een sterk ontwikkeld ‘geweten’.

Het lijkt er op dat we hier de localisatie van precies die bouwstenen van altruisme gevonden hebben, die Francis Collins in bovennatuurlijke sferen en de Bijbel zoekt. Je moet het dus in de hersenen zoeken, niet in de hemel!

Dat die hersengebieden ook in mensapen gevonden zijn is een prachtig aanvullend bewijs op het gedrags onderzoek van ethologen als Frans de Waal.

Francis Collins zit dus volstrekt op het verkeerde spoor. Natuurlijk is verder onderzoek nodig naar wat die neuronen precies doen.

De vondst van VEN neuronen(=  spoelcellen ) in walvissen maakt het verhaal gecompliceerder.

http://groups.msn.com/evodisku/breinevo.msnw?action=get_message&mview=1&ID_Message=2854

(afkomstig van het NRC archief )

Er zijn nog andere structuren in de menselijke hersenen gevonden (minicolumns) die duidelijk verschillen met die van chimpansees.

Voor een evenwichtig beeld van het verschil mens – chimpansee moet ook onderzoek naar agressie in het verhaal opgenomen worden.

Wanneer dit allemaal uitgekristalliseerd is, kan pas het onderzoek naar de genetische basis van dit alles beginnen.

En pas daarna hoeveel mutatie’s we nodig hebben om van een chimpansee-achtig dier een mens te maken. I can’t wait…
Overigens zijn er ook voor taalkundigen interessante ontdekkingen gedaan (Broca’s area)…

Gen ontdekt dat grootte hersenen bepaalt //  09 augustus 2006

Het gen ASB-11 bepaalt hoe groot onze hersenen worden.

Dat hebben biologen van het Universitair Medisch Centrum Groningen en het Hubrecht Laboratorium na zes jaar onderzoek ontdekt. Ze publiceren hun bevindingen in het vaktijdschrift Journal of Cell Biology.

Gen actiever dan bij apen
Het gen ASB-11 zorgt ervoor dat zenuwcellen door kunnen blijven delen. Is het gen niet meer aanwezig, dan stoppen de cellen met delen en krijgen zij hun specifieke functie.

Doordat bij mensen dit gen actiever is dan bij apen, kan je stellen dat ASB-11 er voor zorgt dat wij slimme mensen zijn met veel hersenen en geen domme apen”, vertelt hoogleraar Celbiologie Maikel Peppelenbosch op de site van het UMCG.

Uit vorig jaar gepubliceerd onderzoek bleek het gen ASB-11 챕챕n van de slechts vijftig genen te zijn die het verschil bepalen tussen de mens en een chimpansee. De onderzoekers van het UMCG wisten op dat moment al dat dit gen belangrijk was voor het delen van zenuwcellen. In hun onderzoek konden zij aantonen dat het gen ook de grootte van de hersenen bepaalt.

Zebravissen

Dat deden de wetenschappers met behulp van embryo’s van zebravissen. De structuur van hun hersenstelsel vertoont namelijk veel overeenkomsten heeft met dat van de mens.

Om de functie van het gen te ontdekken, verdeelden de onderzoekers de embryo’s in twee groepen. Aan één groep dienden zij vitamine A-zuur toe. Dit zuur zet cellen aan tot specialisatie.

Zij vergeleken dit met de onbehandelde groep om na te gaan welke genen de cellen nodig hebben om te blijven delen en welke om te gaan specialiseren. Dit bleek het gen ASB-11 te zijn.

De cellen stoppen met delen en gaan specialiseren als het gen ‘uit’ staat. ASB-11 zorgt er voor dat een cel niet kan specialiseren doordat de cel de signalen hiertoe niet kan verwerken.

Op basis van de uitkomst konden de onderzoekers met dit gen vervolgens ook zebravissen ontwikkelen met vergrote zenuwstelsels.

Behandeling
Volgens Peppelenbosch kan de ontdekking medisch van belang zijn.

We willen het gen gaan inzetten om te proberen om neurale stamcellen te vermeerderen. Ik hoop dat die methode uiteindelijk van belang kan zijn voor de behandeling van pati챘nten met de ziekte van Parkinson.”

Links:

2006 Planet Internet

http://www.genecards.org/cgi-bin/carddisp.pl?gene=ASB11

MCG ontdekt bepalend gen voor menselijke slimheid

http://www.kennislink.nl/publicaties/umcg-ontdekt-bepalend-gen-voor-menselijke-slimheid

Celbiologen van het Universitair Medisch Centrum Groningen en het Hubrecht Laboratorium hebben na ruim zes jaar onderzoek kunnen vaststellen welk gen bepaalt hoe groot de menselijke hersenen worden. De bevindingen van de Groninger celbiologen zullen deze week in het gezaghebbende Journal of Cell Biology verschijnen.

Het gen ASB-11 blijkt verantwoordelijk te zijn voor het feit dat zenuwcellen door kunnen blijven delen. Is het gen niet meer aanwezig, dan stoppen de cellen met delen en krijgen zij hun specifieke functie. ‘Doordat bij mensen dit gen actiever is dan bij apen, kan je stellen dat ASB-11 er voor zorgt dat wij slimme mensen zijn met veel hersenen en geen domme apen’, aldus hoogleraar Celbiologie Maikel Peppelenbosch van het UMCG.

Het gen ASB-11 blijkt verantwoordelijk te zijn voor het feit dat zenuwcellen door kunnen blijven delen. Is het gen niet meer aanwezig, dan stoppen de cellen met delen en krijgen zij hun specifieke functie. Zolang het gen ASB-11 nog “aanstaat”, blijven de zenuwcellen zich dus delen en de hersenen “groeien”.

Zebravis

De onderzoekers deden hun ontdekking in een onderzoek naar de embryo’s van zebravissen. Zij gebruikten zebravissen omdat de structuur van het hersenstelsel van zebravissen veel overeenkomsten heeft met dat van de mens. Daardoor staat de zebravis in neurologisch opzicht dicht bij de mens.

Om de functie van het gen te ontdekken, verdeelden de onderzoekers de embryo’s in twee groepen. Aan één groep dienden zij vitamine A-zuur toe. Dit zuur zet cellen aan tot specialisatie. Zij vergeleken dit met de onbehandelde groep om na te gaan welke genen de cellen nodig hebben om te blijven delen en welke om te gaan specialiseren. Uit hun onderzoek bleek dit het gen ASB-11 te zijn. De cellen stoppen met delen en gaan specialiseren als het gen ‘uit’ staat. ASB-11 zorgt er voor dat een cel niet kan specialiseren doordat de cel de signalen hiertoe niet kan verwerken. Op basis van deze uitkomst konden de onderzoekers met dit gen vervolgens ook zebravissen ontwikkelen met vergrote zenuwstelsels.

Parkinson

Uit vorig jaar gepubliceerd onderzoek bleek het gen ASB-11 één van de slechts 50 genen te zijn die het verschil bepalen tussen de mens en een chimpansee. De onderzoekers van het UMCG wisten op dat moment al dat dit gen belangrijk was voor het delen van zenuwcellen. In hun onderzoek konden zij aantonen dat het gen ook de grootte van de hersenen bepaalt.

Volgens Peppelenbosch kan deze uitkomst ook klinische toepassingen hebben. ‘We willen het gen gaan inzetten om te proberen om neurale stamcellen te vermeerderen. Ik hoop dat die methode uiteindelijk van belang kan zijn voor de behandeling van patiënten met de ziekte van Parkinson.’

Zie ook:

Dit is een nieuwsbericht van Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).

Umcg2

Dit is een nieuwsbericht van Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).

© Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), alle rechten voorbehouden.

Genen die de hersengroei regelen  …. 
Of mice and men, en nog meer beesten
1/9/2005
Dr. Edwin Cuppen
SAMENVATTING
Door de genomen van andere organismen te vergelijken met ons eigen genoom kunnen we belangrijke plekken opsporen die in het humane genoom aanwezig zijn.

Het zal niemand zijn ontgaan, dat enkele jaren geleden (2001) met veel bombarie de volledige code van ons genetisch materiaal – het humane genoom – werd gepresenteerd. Dit werd gezien als een mijlpaal voor de mensheid, want hiermee zouden we een stuk dichter bij een beter begrip van het leven komen. Ook het opsporen en behandelen van een grote vari챘teit aan ziektes zou makkelijker worden. We zijn nu 4 jaar verder, maar moeten eigenlijk tot de conclusie komen dat we nog steeds maar een beperkt begrip hebben van de inhoud van het humane genoom. Toch komen we stukje bij beetje meer te weten over ons genoom. Door de genomen van andere organismen te vergelijken met ons eigen genoom kunnen we belangrijke plekken opsporen die in het humane genoom aanwezig zijn.De complexiteit van een genoom
Je zou kunnen denken dat, nu we de hele codering voor alle bouwstenen van de mens kennen, het niet zo moeilijk meer moet zijn om uit te zoeken hoe een organisme ontstaat uit een enkele eicel en spermacel en wat er mis gaat bij (erfelijke) ziektes. Niets is minder waar. Het komt er op neer dat we door al de nieuwe informatie die beschikbaar is gekomen met de humane genoom sequentie eigenlijk tot de conclusie moeten komen dat we veel minder weten dan we dachten.

De voorkant van Nature van deze week waarin het in kaart brengen van het genoom van de Chimpansee Pan troglodytes staat beschreven. klik op de afbeelding voor een grotere versie

Het humane genoom bestaat uit lange DNA ketens van in totaal ongeveer drie miljard letters, waarbij het genetisch alfabet uit slechts vier letters bestaat, de basen A (adenine), G (guanine), C (cytosine) en T (thymidine). Sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw weten we ook dat eiwitten gecodeerd worden door reeksen van drie opeenvolgende letters en kennen we ook de codes die aangeven waar de codering van een eiwit start en stopt. Gewapend met deze kennis kunnen we nu redelijk goed voorspellen waar in het humane genoom de plekken zitten die coderen voor eiwitten. Dit coderende DNA noemen we de genen.

Tot verrassing van menigeen bleek de mens niet echt veel meer – schattingen lopen uiteen van 25.000 tot 40.000 – genen te bevatten dan een simpel organisme zoals een wormpje (20.000 genen) of een fruitvlieg (15.000 genen ). De complexiteit van een organisme lijkt dus niet direct gereflecteerd in de complexiteit van een genoom. Of toch wel? Het aantal genen verschilt dan misschien niet dramatisch, de grootte van het totale genoom, dus inclusief de stukken die niet lijken te coderen voor eiwitten, doet dat wel. Het genoom van de rondworm Caenorhabdites elegans is ‘slechts’ 100 miljoen letters groot, terwijl dat van de mens drie miljard letters telt. Ongeveer 30 keer zo groot dus, maar met slechts anderhalf keer zoveel genen. Slechts ongeveer 1.5% van alle letters in het humane genoom lijkt op het eerste gezicht informatief te zijn en voor eiwitten te coderen.

Wat is dan de functie van de resterende letters? Is dit allemaal ‘junk’ (ofwel ‘rotzooi’) DNA, zoals het in het verleden vaak is aangeduid? Of ligt er toch nog veel informatie in verscholen waarvan we de functie nog niet kennen, maar die mogelijk wel zou kunnen bijdragen aan de complexiteit van de mens? En hoe komen we er nu achter welke stukken van de resterende 98.5 % van het DNA een biologische betekenis hebben?

Het genoom van chimp en mens komt voor 96 procent overeen. Toch zijn wij in een heleboel opzichten best heel anders. Zouden wetenschappers al die verschillen – bijvoorbeeld schedelvorm – terug kunnen vinden in het DNA de komende tijd?

Vergelijken
Onder het motto ‘kijk en vergelijk’ valt er veel te leren. Wetenschappers hebben niet alleen het genoom van de mens in kaart gebracht. Ook die van de muis, de rat, diverse planten zoals bijvoorbeeld rijst, maar ook ‘simpelere’ organismen zoals gist, de rondworm, en de fruitvlieg zijn inmiddels ontcijferd. Momenteel lopen nog veel projecten om het genoom van diverse organismen in kaart te brengen, zoals bijvoorbeeld van een koe, varken, hond, maar ook de kangoeroe en de zebravis mogen zich in dit rijtje voegen.

Een aantal van deze organismen brengt een economisch belang met zich mee, andere organismen zijn puur voor fundamenteel onderzoek inbegrepen (bijvoorbeeld rat, muis en zebravis), of zelfs enkel en alleen uit vergelijkings-oogpunt, zoals dat van de Japanse kogelvis Fugu rubridipes. De kogelvis – in Japan een delicatesse – plant zich niet voort in laboratoria. Hij is puur gekozen omdat hij een klein genoom heeft dat dus redelijk gemakkelijk in kaart te brengen is en toch alle informatie bevat voor het ontstaan van een complex organisme.

Wat kunnen we van vergelijken leren? Als we ten eerste organismen met elkaar vergelijken, dan kunnen we concluderen dat de mens tot een bepaald niveau zeer sterk op andere organismen lijkt. Zo hebben muizen net als de mens ogen en oren om te zien, hebben ze vier ledematen, planten ze zich geslachtelijk voort, beschikken ze over de mogelijkheid om te leren, et cetera. Zebravissen hebben net als wij een hart dat bloed rondpompt. Ook beschikken ze over een zenuwstelsel dat spieren aanstuurt waardoor ze kunnen bewegen. Evolutionair zijn deze structuren verwant, hetgeen betekent dat ze waarschijnlijk slechts 챕챕n keer zijn ontstaan en vervolgens in iedere afstammeling op een eigen manier verder zijn ontwikkeld. Als twee structuren evolutionair verwant zijn noemen we dat homologe structuren.

Zulke homologe structuren zijn op talloze niveaus te vinden, van orgaan tot cel tot molecuul, maar ook in het erfelijk materiaal, het genoom. Alle informatie voor het vormen van bovengenoemde structuren ligt immers gecodeerd in het genoom van een organisme. Zowel een muis als een mens heeft ogen en dus verwachten we zowel in het genoom van de muis als van de mens de codering terug te vinden voor het vormen en functioneren van een oog. De truc is dan ook om homologe stukken in het genoom van verschillende organismen te herkennen. Dit is 챕챕n van de vraagstukken waar het relatief nieuwe vakgebied van de bioinformatica zich mee bezighoudt.

Voetafdruk
Met behulp van krachtige computers en slimme algorithmen (wiskundige formules) en programma’s wordt geprobeerd het complete genoom van de mens naast dat van bijvoorbeeld de muis te leggen. Hierbij wordt stukje voor stukje gekeken welk stukje humaan genoom het meest lijkt op dat van een stukje muis. Er is veel veranderd sinds de tijd dat de mens en de muis vertegenwoordigd waren in een gemeenschappelijke voorouder, ongeveer 60 miljoen jaar geleden. Stukken genoom zijn verdubbeld of juist verdwenen en grote en kleine fragmenten zijn door elkaar gehusseld.

Desalniettemin is 40% van het humane genoom nog steeds goed terug te vinden in de muis! Dit betekent echter niet automatisch dat deze 40% ook een biologische functie heeft. Door nu het genoom van de mens te vergelijken met dat van andere zoogdieren zoals de hond, koe, muis, en rat kun je gemeenschappelijke elementen terugvinden die naar alle waarschijnlijkheid een biologische functie hebben. Hierbij geldt het motto: als het belangrijk is, dan zal de evolutie er voor zorgen dat het behouden blijft. Deze benadering noemen we phylogenetic footprinting: de voetafdruk van een functioneel kenmerk blijft herkenbaar in de genomen van organismen die vele miljoenen jaren geleden uit een gemeenschappelijke voorouder zijn ontstaan en sindsdien onafhankelijk verder zijn ontwikkeld.

Er zitten echter nadelen aan deze benadering. Doordat je zo sterk filtert en nog maar een klein geconserveerd stukje genoom overhoudt kun je een hoop functionele eigenschappen missen. Zo kunnen bijvoorbeeld geen primaat- of knaagdierspecifieke elementen teruggevonden worden omdat het zoekproces gebaseerd is op overeenkomsten tussen niet verwante diersoorten. En als we alleen nauw verwante organismen met elkaar vergelijken hebben we het probleem dat er nog te weinig verschil in de genoomsequenties is opgetreden om functionele elementen te onderscheiden van nog niet ge챘volueerde niet-funtionele elementen. Verder blijkt het zeer lastig om kleine elementen, korte functionele stukjes DNA, betrouwbaar terug te vinden. Korte combinaties van bijvoorbeeld 6 DNA letters kunnen al een belangrijke functie hebben, maar een dergelijke volgorde kan per toeval ook al snel voorkomen (1 maal per 4 x 4 x 4 x 4 x 4 x 4 = 4096 baseparen = meer dan 700.000 keer in het hele genoom!). En het zijn nu juist deze korte stukjes code die
belangrijk blijken te zijn voor het fijnreguleren van de genomische functies, zoals het aan- en uitzetten van een gen.

Een voorbeeld van zo’n kort functioneel stukje DNA is het DNA dat codeert voor trancriptiefactoren. Transcriptiefactoren regelen bijvoorbeeld de plaats en het moment waarop specifieke delen van het genoom worden afgelezen en eiwitten worden gesynthetiseerd. Deze factoren binden specifiek aan stukjes van het genoom die vaak niet langer zijn dan 6 tot 10 basen, waarbij de stukken ernaast meestal niet van belang zijn. Het terugvinden van dit soort korte geconserveerde stukjes valt niet mee, zelfs niet met de krachtigste computers die beschikbaar zijn.


Figuur 1 Fylogenetische boom met illustraties van apensoorten. In deze boom is de relatie en afstamming (in miljoenen jaren) van verschillende primaten – die gebruikt zijn in de phylogenetic shadowing benadering – af te lezen.klik op de afbeelding voor een grotere versie

Schaduwen
Recent is er een andere techniek ontwikkeld die dit soort problemen omzeilt: phylogenetic shadowing. Bij deze benadering wordt gebruik gemaakt van genoominformatie van organismen die nauw verwant zijn, zoals bijvoorbeeld verschillende apensoorten en de mens (zie figuur 1). Aangezien deze soorten nog maar recent opgesplitst zijn, lijken de genomen nog zeer sterk op elkaar. Met andere woorden ze zijn een betrouwbare ‘schaduw’ van het origineel. Zonder veel moeite kan meer dan 95% van deze genomen naast elkaar gelegd worden.

Door middel van een paarsgewijze vergelijking is het in dit soort situaties echter niet meer mogelijk om functionele elementen te herkennen, omdat de genoom sequentie zeer sterk op elkaar lijkt en alles eigenlijk een functie lijkt te hebben. Per 100 DNA letters zijn er gemiddeld minder dan 5 veranderingen opgetreden sinds de soorten opgesplitst zijn. Worden echter meerdere soorten toegevoegd in de vergelijking, dan kunnen er posities en langere elementen in het humane genoom herkend worden, die in alle apensoorten hetzelfde zijn, terwijl er ook stukken zullen zijn, waar er in 챕챕n of meerdere apensoorten een verandering in de code is opgetreden. Onder het mom van ‘wat veranderd mag worden, zal wel niet belangrijk zijn’, kunnen op deze manier alsnog functionele elementen herkend worden, inclusief de zeer korte elementen.


Figuur 2 Schematische weergave van de mate van conservering (hoogte van de blauwe curve) in tien primaten over een gebied van ongeveer 700 baseparen, welke een micoRNA gen bevat. klik op de afbeelding voor een grotere versie

MicroRNA
We hebben laatstgenoemde methode toegepast op genomische gebieden waar leden van een nieuwe categorie genen, de zogenaamde microRNA’s, liggen gecodeerd. Deze microRNA’s, zijn slechts enige jaren geleden ontdekt, maar ze blijken nu al een hele centrale rol te spelen met betrekking tot een heleboel (ontwikkelings-)biologische processen. Hoewel de precieze werking van deze moleculen nog grotendeels onbekend is, lijken ze voor een belangrijke fijnregulering te zorgen tussen het moment dat mRNA’s – de matrijs om eiwitten te maken – worden afgelezen van het genoom en voordat deze vertaald worden in eiwitten.

MicroRNA’s coderen niet voor bouwstenen, maar zijn functioneel als korte stukjes vertaald DNA, het mRNA. Het werkzame deel van de microRNA’s is slechts ongeveer 25 lettertjes lang en reguleert andere genen door speciek aan het mRNA te binden. Hierdoor wordt het mRNA afgebroken en stopt de eiwitsynthese of wordt de eiwitsynthese geremd. Hoewel er steeds meer duidelijk wordt met betrekking tot de biochemische werking van microRNA’s, blijft het nog onduidelijk hoe de expressie en stabiliteit van deze genen zelf gereguleerd wordt. Wij hebben de ‘phylogenetic shadowing’ benadering gebruikt om meer te leren over de genomische eigenschappen van microRNA genen en hun potentiele regulerende rol.

Door de DNA sequentie van meer dan 100 van deze bekende microRNA’s in kaart te brengen in tien apensoorten en deze met elkaar te vergelijken, bleek opmerkelijk genoeg dat er buiten de microRNA sequentie zelf, er eigenlijk geen elementen konden worden ontdekt die sterk geconserveerd waren en dus mogelijk een biologische functie zouden kunnen hebben, zoals bijvoorbeeld voor het aan- en uitzetten van de genen. Sterker nog, de conservering direct buiten de microRNA sequentie bleek opvallend laag. Aangezien dit een unieke eigenschap blijkt te zijn voor een genomisch element (de meeste functionele genomische elementen zijn geconserveerd over vele langere stukken) kun je dit ‘profiel’ gebruiken voor het opsporen van nieuwe microRNA’s!

En inderdaad, door complete muizen en humane genomen naast elkaar te leggen en te zoeken naar geconserveerde stukjes ter grootte van een microRNA, die direct geflankeerd werden door ongeconserveerde stukken DNA, zijn we er in geslaagd vele nieuwe microRNA’s te voorspelen. Na vele analyses en experimentele controles is het inmiddels gelukt om de code van 250 nieuwe microRNA’s te beschrijven zodat het totaal verdubbelt is van de bestaande 250 naar minimaal 500 microRNA codes*.

Figuur 3 Ook tussen de mens en muis is het karakteristieke conserverings patroon terug te vinden, in dit geval voor het gen mir-144. Opvallend genoeg lijkt er in hetzelfde gebied een tweede karakteristieke piek van sterke conservering met daarbuiten veel minder conservering voor te komen. Experimentele bevestiging van deze microRNA kandidaat (cand919) door middel van een zogeheten ‘Northern blot’ analyse (rechter deel van de figuur) bevestigt het vermoeden dat het hier om een nieuwe microRNA gaat. klik op de afbeelding voor een grotere versie

Wederom illustreert dit werk dat we nog lang niet alle geheimen van een genoom kennen en dat iedere keer dat we meer te weten lijken te komen, we toch weer moeten concluderen dat we toch minder wisten dan we dachten, want wat is de functie van al deze 500 microRNA’s? En hoe werken ze? Hoe worden ze gereguleerd? Zijn dit ze allemaal? Zijn er nog andere families van genen die we over het hoofd zien?

* Een gedetaileerde beschrijving van dit werk is te vinden in: Berezikov, E., Guryev, V., Belt, J. v.d., Wienholds, E., Plasterk, R.H.A, and Cuppen, E. (2005). Phylogenetic Shadowing and Computational Identification of Human microRNA Genes. Cell, 120:21-24.

Voor vragen of opmerkingen n.a.v. dit artikel kunt u mailen met:
Expertise Centrum Biologie
Bezoek de website van het NIBI
zie ook
Hersenen en evolutie
Evolutie hersenen nog in volle gang De evolutie van de menselijke hersenen is nog in volle gang. Dat maken Nederlandse ontwikkelingsbiologen op uit een vergelijking van hersenmateria…

De achttien schakelaartjes

http://wetenschap.blog.nl/a_het_leven/2006/08/17/de_achttien_schakelaartjes

Er is  de schier onafzienbare reeks van veelzeggende overeenkomsten tussen ons en de rest van het dierenrijk in het algemeen en de primaten in het bijzonder. Want, laat er geen twijfel over bestaan: wij zijn apen.
Een kleine procent verschil is er tussen onze genen en die van onze naaste verwanten de chimpansees. Dat is bar weinig – : dat is te merken!

Nadere beschouwing bevestigt inmiddels wel het voor de hand liggende vermoeden dat er in die ene procent toch meer dan alleen een verschil in lichaamsbeharing is vastgelegd.
Uit een vergelijking van het genetisch materiaalvan ratten, apen en mensen leidden onderzoekers van de University of California af dat er belangrijke verschillen zijn tussen mensen enerzijds en ratten en apen anderzijds in HAR1, een stukje DNA dat betrokken is bij de vorming van de hersenschors.
HAR1 evolueerde dus niet of nauwelijks in de tijd tussen het verschijnen van ratten en van apen. Sindsdien evolueerde het echter als een dolle: maar liefst achttien van de 118 baseparen veranderden in die vijf miljoen jaar.
De genen HAR1F en HAR1G die elkaar op de locatie HAR1 overlappen, zijn daarmee twee van de stukjes DNA die u maken tot wat u bent.
Hadden uw HAR1F en HAR1G niet hun menselijke configuratie, dan zat u nu in een boom aan uw anus te peuteren in plaats van dit stukje te lezen.
Iets om over na te denken
Het menselijke gen HAR1F, is  actief  in de vroege ontwikkeling van de hersenen (7de tot 19de week van de zwangerschap).
Het gen is waarschijnlijk betrokken bij de migratie en specialisatie van zenuwcellen in de hersenschors.
De hersenschors van mensen is veel verder ontwikkeld dan die van chimpansees, onze naaste verwanten in het dierenrijk, en ongeveer vier keer zo groot.
De onderzoekers vergeleken 49 functionele stukjes van het genoom die bij de mens het sterkst ge챘volueerd zijn met parallelle gebieden bij de chimp.
De meeste van die gebieden (96%) zijn niet-coderende genen: ze `produceren` geen eiwitten maar zijn waarschijnlijk betrokken bij het activeren van andere genen.
Een kwart van de gebieden is betrokken bij de ontwikkeling van de hersenen.
Belangrijk gen ontdekt in de evolutie van de hersenen
Een Belgisch-Amerikaans onderzoek heeft een ‘sleutelgen’ ontdekt in de evolutie van de menselijke hersenen. De vondst opent nieuwe perspectieven in de
geneeskunde en biologie. Dat staat in het tijdschrift Nature.
De onderzoekers hebben het gen, HAR1 (Human Accelerated Region 1), ontdekt door een vergelijking van de genomen van de mens, de chimpansee en knaagdieren.
HAR1 is een van de 49 ontdekte HAR’s. Dat zijn delen van het menselijke DNA die erg veranderd zijn na de evolutionaire afscheiding van de chimpansee.
Voor de mens van zijn ‘neef’ de chimpansee scheidde, was dit gen millennia lang hetzelfde gebleven.
Het gen HAR1 zou actief zijn in de cerebrale cortex en in gespecialiseerde cellen die een uiterst belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van die
cerebrale cortex.
Het is mogelijk dat mutaties van het gen HAR1 afwijkingen van de cerebrale cortex met zich brengen die gelinkt zijn aan achterstand in de psychische
ontwikkeling en epilepsie
. Afwijkingen zouden ook schizofrenie en autisme veroorzaken.
Publicatiedatum : 17-08-2006
Zimmer  over  HAR 1

Zimmer geeft een kommentaar   op dit paper,

Quote :


An RNA gene expressed during cortical development evolved rapidly in humans

Katherine S. Pollard1,7,8, Sofie R. Salama1,2,8, Nelle Lambert4,5, Marie-Alexandra Lambot4, Sandra Coppens4, Jakob S. Pedersen1, Sol Katzman1, Bryan King1,2, Courtney Onodera1, Adam Siepel1,7, Andrew D. Kern1, Colette Dehay6, Haller Igel3, Manuel Ares, Jr3, Pierre Vanderhaeghen4 and David Haussler1,2

Abstract

The developmental and evolutionary mechanisms behind the emergence of human-specific brain features remain largely unknown. However, the recent ability to compare our genome to that of our closest relative, the chimpanzee, provides new avenues to link genetic and phenotypic changes in the evolution of the human brain. We devised a ranking of regions in the human genome that show significant evolutionary acceleration. Here we report that the most dramatic of these ‘human accelerated regions’, HAR1, is part of a novel RNA gene (HAR1F) that is expressed specifically in Cajal–Retzius neurons in the developing human neocortex from 7 to 19 gestational weeks, a crucial period for cortical neuron specification and migration.HAR1F is co-expressed with reelin, a product of Cajal–Retzius neurons that is of fundamental importance in specifying the six-layer structure of the human cortex. HAR1 and the other human accelerated regions provide new candidates in the search for uniquely human biology.

  1. Center for Biomolecular Science & Engineering,
  2. Howard Hughes Medical Institute, and
  3. Center for Molecular Biology of RNA, Department of Molecular, Cell & Developmental Biology, University of California, Santa Cruz, California 95064, USA
  4. Institut de Recherche Interdisciplinaire en Biologie Humaine et Mol챕culaire (IRIBHM), Free University of Brussels (ULB), and
  5. Department of Psychiatry, Erasme Hospital, Free University of Brussels (ULB), B-1070 Brussels, Belgium
  6. INSERM, U371, Stem Cell & Brain Research Institute, PrimaStem, Universit챕 Claude Bernard, Lyon 1, 69575 Bron Cedex, France
  7. †Present addresses: Department of Statistics and UC Davis Genome Center, University of California, Davis, California 95616, USA (K.S.P.); Department of Biological Statistics and Computational Biology, Cornell University, Ithaca, New York 14853, USA (A.S.)
  8. *These authors contributed equally to this work

Correspondence to: David Haussler1,2 Correspondence and requests for materials should be addressed to D.H. (Email: haussler@soe.ucsc.edu). The sequences of the HAR1 transcripts reported in this study have been submitted to GenBank (accession numbers DQ860409–DQ860415).


zie ook

http://www.hhmi.org//news/haussler20060816.html


“It’s very exciting to use evolution to look at regions of our genome that haven’t been explored yet.”
David Haussler

Alweer een brein-gen

door  Remy van den Brand

Verschil tussen aap en mens gevonden in ‘duister’ DNA

17-08-2006 http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/29672630/

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/29511535/

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/27509671/

Sluit dit venster

Het menselijk brein is iets bijzonders. Maar waardoor? 

Sluit dit venster

Zo ziet het RNA van het HAR1-gen van de mens eruit, volgens de onderzoekers in Nature. Veranderingen ten opzichte van andere zoogdieren zijn in kleur. 

Eureka! Volgens een artikel in Nature is er weer een stuk DNA ontdekt dat onze hersenen menselijk maakt. Opmerkelijk is dat de onderzoekers het fragment, dat er bij mensen erg anders uitziet dan bij chimpansees, hebben ontdekt in het ‘duistere’ deel van het DNA.

“Gen ontdekt dat de evolutie van het menselijke brein kan hebben gestuurd”, kopt het tijdschrift Nature deze week in een persbericht. Dat is toevallig. Onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Groningen en het Utrechtse Hubrecht Laboratorium meldden vorige week ook al zoiets. Zij vonden een gen dat onze hersenen uit de kluiten deed wassen, tot wel drie keer de grootte van het apenbrein. Wij werden daardoor slimmer, want grootte doet er wel degelijk toe.

Het gen waar Nature op doelt, heeft weinig te maken met omvang, maar eerder met de structuur van onze hersenen. Maar opmerkelijker is misschien, dat het gevonden gen niet codeert voor een eiwit. Katherine Pollard, verbonden aan het Centrum voor Biomoleculaire Wetenschap van de Universiteit van Californi챘 (VS), en collega’s ontdekten het in het ‘duistere deel van DNA’, zo schrijven onderzoekers Chris Ponter en Gerton Lunter in dezelfde uitgave van Nature. Beide werken aan de Universiteit van Oxford.

In dat donkere deel bevinden zich geen genen die de code bevatten voor eiwitten, maar ‘alleen’ voor RNA. Lang werd van RNA gedacht dat het alleen maar een domme schakel vormde tussen het DNA en de moleculen die het echte werk in de cel deden: eiwitten.

In een poging de oorzaak van die unieke, menselijke intelligentie te vinden, keken veel onderzoekers dan ook alleen naar die genen, die eiwitcodes bevatten. Daar moesten er toch een aantal tussen zitten die significant anders waren dan die van de aap. Echt veel vonden ze niet.

Maar, misschien zochten wetenschappers gewoon niet op de goede plek, suggereren Ponter en Lunter. Pollard en collega’s keken wel verder en doken de duisternis in. Daar vonden ze 49 DNA-regio’s die door de evolutie heen erg goed geconserveerd zijn, maar er bij mensen ineens heel anders uit zien dan bij andere zoogdieren. Maar liefst 96 procent ervan codeert niet voor een eiwit, maar alleen voor RNA.

Het deel dat het meest veranderd was bij de mens heet HAR1 – ‘human accelerated region 1’ – en is onderdeel van een RNA-gen. Het verschilt op achttien punten van de chimpanseeversie van HAR1. En dat is echt belachelijk veel. HAR1 is 118 baseparen lang en tussen chimpansee en kip is het verschil slechts twee bases.

Volgende stap van Pollard was achterhalen waar het HAR1-gen actief is. En jawel, het doet iets in het brein. De onderzoekster vond het HAR1-RNA in de hersenen van een jong embryo dat op het punt staat hersenen te krijgen. Het RNA bevond zich in de zich ontwikkelende hersenschors, zeg maar het hersengebied waar het echte denkwerk wordt gedaan. Het RNA was geconcentreerd in een bepaalde soort hersencellen, genaamd Cajal-Retzius-neuronen. HAR1 lijkt daar samen te werken met reeline, een stof die de neuronen uitscheiden. Reeline speelt een belangrijke rol bij het vormen van die specifieke, gelaagde structuur van de menselijke hersenschors.

Maar, het HAR1-gen doet niet alleen iets in de hersenen. Het gen is ook actief in de voortplantingsorganen. Misschien heeft de nieuwe opmaak in de mens wel wat te maken met de functie die HAR1 daar heeft, in plaats van in de hersenen, merken Ponting en Lunter op.

Des te meer reden om eens goed in het ‘duistere DNA’ te duiken, zeggen de twee. Niet alleen om meer te weten te komen over het doen en laten van HAR1, maar ook om erachter te komen wat andere delen van het voor RNA-coderend DNA doen. Het wordt steeds duidelijker dat RNA meer in z’n mars heeft dan domme schakel spelen. Zo liggen de RNA-genen, die bij mensen zo snel ge챘volueerd zijn, opvallend vaak dichtbij genen die wel voor een eiwit coderen. De RNA’s die deze genen voortbrengen, fungeren wellicht niet als schakels, maar als schakelaars. En het zijn dus misschien niet de eiwitten die verschillen, in de breinen van chimpansee en mens, maar vooral de schakelende RNA’s. “Het lijkt erop dat een zoektocht in het donkere deel van het genoom uiteindelijk nog het meest verlichtend is”, aldus Ponting en Lunter.

Katherine S. Pollard e.a., ‘An RNA gene expressed during cortical development evolved rapidly in humans’, Nature, 17 augustus 2006

Chris P. Ponting en Gerton Lunter, ‘Human brain gene wins genome race’, Nature, 17 augustus 2006

Sep 8, ’08                 Duim verschil tussen mens en mensaap ?

Het evolutionaire wonder dat de mensenhand is, heeft het mogelijk gemaakt uiterst behendig om te gaan met gereedschap, met alle gevolgen vandien.
De Sunday Times bericht nu hoe het komt dat de mens met zijn hand zo veel meer kan dan een chimpansee: het ligt aan een ingrijpende genetische verandering.Evolutie
Het zijn vooral de duim en de grote teen die tijdens het evolutieproces waaruit de homo sapiens werd geboren, sterk zijn gaan verschillen van die bij mensapen en die de mens meer mogelijkheden gaven. En het zijn onderzoekers in Amerika en Schotland die hebben ontdekt hoe dat verschil is ontstaan.Volgens onderzoeksleider James Noonan, van de Faculteit Geneeskunde aan de Yale universiteit
“heeft het onderzoek dat we samen met collega’s van het Western General Hospitalin Edinburgh uitvoerden, de potenti챘le genetische factor ge챦dentificeerd die een rol speelde bij de morphologische verschillen tussen mensen en apen”.Genen
In een artikel in het tijdschrift Science legt Noonan uit hoe zijn ploeg heeft ontdekt welke genstructuur een rol speelde bij de ontwikkeling van onze grote teen en onze duimen, die het mogelijk maken om voorwerpen stevig vast te pakken en om rechtop te staan.
Want de genen die daarbij een rol spelen, zijn, sinds de mens en de chimpansee hun eigen weg gingen, bij ons duidelijk sterk ge챘volueerd en bij onze “halfbroer” niet.
(belga/gb)
07/09/08
HACNS1
Junk DNA may have handed us a gripping future – being-human – 04 – [ Vertaal deze pagina]

4 Sep 2008 Here, Noonan’s team used a simple genetic trick. The unique dexterity of the human hand and the big-brain were attributes that gave
http://www.newscientist.com/.http://evodisku.multiply.com/dn14667-junk-dna-may-have-handed-us-a-gripping-future.html?feedId=online-news_rss20 –
   
zie ook  —> GORILLA GENOOM  :Een goed overzicht wat de laatste tijd zoal valt op te maken uit een vergelijking van mens en dier
MENS CHIMPANSEE en genetica
Vroeger ( voor 2004) ging men er gemakshalve van uit dat de mens en zijn naaste verwanten, de chimpansee en de bonobo, niet veel van elkaar verschilden: amper 1,5 procent van ons genetisch materiaal zou anders zijn dan dat van die mensapen.
Over de correctheid van dat cijfer is de jongste jaren heel veel gediscussieerd.
Het wetenschappelijke topvakblad Nature maakte in 2004 op ondubbelzinnige wijze voor de eerste keer een voorlopig einde aan de polemiek.
In het blad werd de gedetailleerde samenstelling van het chromosoom 22 van de chimpansee vergeleken met deze van zijn tegenhanger bij de mens: het chromosoom 21.
Het verschil was exact 1,44 procent.( althans voor de beschouwde chromosomen )
Binnen de marge van de verwachtingen dus.
Tegenwoordig ( na de succesvolle ontrafeling van zowel menselijk als chimpansee genoom ) is het totale verschil – percentage tussen chimp -mens nog verder toegenomen ( zie hieronder = 2008 = ong 94% )
DNA sequence and comparative analysis
of chimpanzee chromosome 22
—->
De analyse verschoof toen het debat wél naar een ander niveau.
Er waren zoveel kleine variaties dat liefst 83 procent van de eiwitten geproduceerd door de 231 onderzochte genen een verschil zouden vertonen. Het lijkt weinig waarschijnlijk dat die allemaal op het niveau van het lichaam (of het gedrag) merkbaar zouden zijn.
De basisbiochemie van de hersenen, bijvoorbeeld, lijkt dezelfde te zijn voor de mens en de andere zoogdieren.
Anderzijds moeten biologen toegeven dat ze eigenlijk niet weten hoeveel genetische veranderingen er nodig zijn om een verschil in effect teweeg te brengen.

Eiwitten kunnen soms behoorlijk worden bijgestuurd en toch hetzelfde blijven doen.
Er waren wel ongeveer 68.000 stukken DNA die in grotere mate anders samengesteld waren voor mens en chimpansee.
Die hebben nog altijd betrekking op 20 procent van de op dat chromosoom geproduceerde eiwitten.
Wat betekent dat, als die vergelijkende analyse voor andere chromosomen dezelfde resultaten oplevert, één eiwit op de vijf veranderd is sinds onze wegen en die van de chimpansees scheidden.
Een op de vijf: dat lijkt veel.
Zeker omdat kleine verschillen soms toch grote afwijkingen kunnen geven.
In het eiwit geproduceerd door het gen FOXP2, dat een grote rol speelt in de ontwikkeling van ons taalvermogen, zijn slechts twee bouwstenen (aminozuren) anders voor mens en chimpansee.
Misschien vormen die twee chemische blokjes het belangrijkste onderscheid tussen ons en de andere apen.
FOXP2-gen
‘Een paar verschillen in een gen verklaren waarom een chimpansee niet praat
,’
PROTEOMICS
Daartegenover groeit het inzicht dat er méér variatie steekt in de manier waarop genen tot uiting komen, dan in de samenstelling van de genen zelf.
Wat zou kunnen impliceren dat een verandering in een sleutelgen de activiteit van een reeks andere, onveranderde genen kan beïnvloeden.
Zo verscheen in het tweede wetenschappelijke topvakblad, Science, een vergelijking van de manier waarop achttienduizend genen van de mens en een reeks andere apen tot uitdrukking worden gebracht – lees: in bruikbare eiwitten worden vertaald.
Bleek dat voor genen actief in hart en lever weinig of geen verschillen gevonden werden.
Maar voor de hersenen was dat wel het geval: de activiteit van genen in onze hersenen veranderde vier keer sneller dan bij chimpansees. Wij werden blijkbaar uniek door de speciale sturing van genen in onze hersenen.
Er is al een hersengen gevonden (morpheus), dat bij de mens heel snel veranderde nadat hij zich van de chimpansees had afgesplitst.
Helaas weet vooralsnog niemand waarvoor het dient.
EMPATHIE
Toch hoeft het niet allemaal per definitie zo fundamenteel te zijn.
Het vakblad New Scientist meldde, nogal verrassend, dat dieren tot een vorm van empathie, van medeleven met anderen, in staat zouden zijn – een eigenschap die graag als puur menselijk wordt omschreven.
Empathie zou namelijk het gevolg kunnen zijn van een heel eenvoudig proces in de hersenen, met name in de secundaire somatosensorische cortex, die voor de evaluatie van de waarneming instaat.
Die zou op dezelfde manier reageren wanneer iemand een hand op je knie legt, als wanneer je ziet hoe bij iemand anders een hand op de knie wordt gelegd.
Het mechanisme zou zo eenvoudig zijn dat het bijna uitgesloten is dat het bij dieren niet zou functioneren.
Af en toe wordt er bij dieren gedrag waargenomen dat wij automatisch als typisch menselijk beschrijven.
Het wordt steeds duidelijker dat in (waarschijnlijk) vele dierengemeenschappen een vorm van fair play heerst.
Apen weigeren hun medewerking aan experimenten waarin ze systematisch minder beloond worden dan soortgenoten die zich mindermoeten inspannen.
In gemeenschappen van wilde hondachtigen, zoals coyotes, vinden tijdens het spel regelmatig rolwisselingen plaats, zodat niet altijd dezelfde honden systematisch het onderspit moeten delven.
Dat versterkt de banden in de groep.
GAPEN & GEEUWEN
 Het vakblad Biology Letters meldt dat sommige apensoorten net als de mens ‘sociaal geeuwgedrag’ vertonen, iets waarvan men aanneemt dat het vereist dat een individu de geestestoestand van een soortgenoot kan inschatten.
U kent ongetwijfeld dat aanstekelijke van geeuwen. Iemand geeuwt en binnen het kwartier is de voltallige groep aan het gapen.
Een gedrag dat zijn oorsprong zou vinden in onze prehistorie, toen we nog in groepjes over de savanne struinden en we er belang bij hadden dat iedereen op hetzelfde ogenblik moe werd, zodat er niet voortdurend gerust moest worden of dat er altijd iemand was, die de groep afremde.
Het vakblad Biological Psychiatry beschrijft hoe goedemoedergedrag bij apen in staat is een genetische aanleg tot agressiviteit bij jongeren te onderdrukken.
Van nature agressieve aapjes kunnen door een verzoenende en zachte opvoeding op het rechte pad worden gehouden.
Vorig jaar publiceerde Nature gegevens over herten en buffels, waaruit werd afgeleid dat democratie geen menselijke uitvinding is, maar ook in de natuur voorkomt, en omgekeerd, dat niet alles in de natuur volgens de wetten van een despotische sterkste wordt gereguleerd. Een kudde beslist gezamenlijk naar welke voedselgronden getrokken wordt, en volgt niet blindelings de dominante leider.
Dat sommige dieren in staat tot een oorlog zijn – tot voor kort ook als typisch menselijk beoordeeld – was bekend sinds mensen chimpansees ogenschijnlijk nutteloze raids op naburige gemeenschappen zagen uitvoeren.
Apen zijn in staat elkaar te misleiden, bijvoorbeeld inzake de aanwezigheid vanvoedselbronnen in periodes van schaarste.
Volgens het vakblad Animal Cognition kunnen ook raven dat.
Raven leren van elkaar hoe en waar ze voedsel kunnen vinden.
Uit experimenten bleek echter dat slimme, maar ondergeschikte vogels de dominante leden van een groep op het verkeerde spoor kunnen zetten, om vervolgens zelf in het geniep de 챕chte voedselbron te gebruiken. Want anders werden ze verjaagd en kregen ze niks.
HERSENEN EN OVERLEVEN ?
Wij focussen natuurlijk heel sterk op onze hersenen, omdat we die zo belangrijk vinden, al was het maar omdat ze ons bewust maken van onszelf. Het is echter niet uitgesloten dat chimpansees en andere mensapen, of andere diersoorten, vergelijkbaar versnelde evoluties ondergingen, maar dan niet in de hersenen, zoals wij.

Een verslag in New Scientist toont aan dat bij mensen en mensapen ongeveer vijf procent van het ganse genoom uit duplicaties van specifieke stukken DNA bestaat

– ter vergelijking: bij ratten en muizen is dat slechts 챕챕n tot twee procent,
bij wormen en vliegen een fractie van een procent.
Men gaat ervan uit dat zulke duplicaties de motor van de evolutie vormen, omdat ze mogelijkheden tot wijdere en bredere variaties van de allelen in de populaties openen.
Er is in feite niets dat onze hersenen unieker maakt dan bijvoorbeeld de neus van een hond, die zo gevoelig is dat hij er feilloos een spoor mee kan volgen of een chemische vingerafdruk mee kan detecteren.
Of dan de rigide maatschappelijke organisatie van een mierennest, waarin het collectief het succes van het grote geheel nastreeft, culminerend in de zorg voor de koningin.
Onze hersenen hebben er natuurlijk wel voor gezorgd dat wij met ons schrale lichaam in staat geweest zijn de wereld te veroveren, hoewel er geen enkel zinvol argument is om te stellen dat wij daarin succesvoller zijn dan bijvoorbeeld het
aidsvirus, de kakkerlak of de bruine rat.
Wij zijn gedoemd om de aandacht te richten op het succes van onze hersenen –
het orgaan waarin we ons van de andere diersoorten onderscheiden. Maar voorlopig wijst niets erop dat intelligentie voorbestemd is om een succesnummer te worden, al was het maar omdat ze ons op – naar evolutionaire normen korte – termijn, kan toelaten onszelf (en vele andere soorten) in de vernieling te brengen – denken we maar aan de potentieel schadelijke gevolgen van een kernoorlog op wereldschaal.
Want, zo redeneren evolutiebiologen, als intelligentie zo’n succes was, waarom is ze dan niet eerder op andere plaatsen in de biologische boom ontstaan, zoals met een groot aantal andere succeskenmerken (bijvoorbeeld het zicht) gebeurd is?

Het antwoord op die vraag is, volgens een analist in New Scientist, ontnuchterend:
intelligentie is geen succesnummer, maar doodgewoon een aparte biologische aanpassing, zoals er zovele zijn, een overlevingsstrategie uit de duizenden die beschikbaar zijn.
Grote hersenen zijn namelijk niet op alle vlakken een voordeel.
Ze consumeren bijvoorbeeld veel energie.
Bij een mens gaat ongeveer 20 procent van zijn basisstofwisseling naar het onderhoud van de hersenen, bij een ander dier is dat zo’n 3 procent.
Grote hersenen moeten goed worden verzorgd (een aangepaste sterke schedel en een fijn afgestelde temperatuursregulatie) en omdat het zo lang duurt voordat ze volgroeid zijn, vereisen ze een langdurige opvoeding van de kinderen door de ouders.
Daarenboven is het niet zo dat slimheid dieren per definitie tot betere overlevers maakt.
Het vakblad Proceed-ings of the Royal Society of London maakt melding van experimenten met fruitvliegjes die erin getraind werden slimmer te zijn dan andere.
Helaas bleken de slimme exemplaren geen superoverlevers te worden, wel integendeel: hun jongen brachten het er in de voedselcompetitie steevast minder goed van af dan de jongen van gewone vliegen.
Een gedetailleerde analyse van de weinige beschikbare informatie (over mensen inbegrepen) wijst er zelfs op dat
de meest intelligente en innoverende individuen van een groep gewoonlijk opereren onder de druk van moeilijke omstandigheden.
Innovatie lijkt iets voor losers, als een laatste optie, om het niet nog slechter te doen.
Gevestigde waarden blijven graag op platgetreden paden.
98% aap
2/1/2009
SAMENVATTING
In 2009 is het 150 jaar geleden dat Darwin zijn evolutietheorie presenteerde. Sindsdien weten we dat soorten niet door God worden geschapen, maar evolueren uit andere soorten. De mens is zo’n 4,6 tot 6,2 miljoen jaar geleden ontstaan uit een voorouder die we delen met de bonobo en de chimpansee. Ons DNA herinnert daar nog aan: we zijn voor zo’n 98% gelijk aan elkaar. Toch zijn bonobo’s en chimpansees in gedrag erg verschillend: bonobo’s zijn over het algemeen vredelievend en dol op seks, terwijl we bij chimpansees veel meer agressie zien. Op welk van deze apen lijken wij nu het meest? Een klein stukje DNA geeft misschien de doorslag…
Dankzij Darwin weten we in 2009 al precies 150 jaar dat de mens – en alle andere diersoorten – niet door God is geschapen, maar door evolutie is ontstaan. Maar waar komen we precies vandaan? Ons DNA verraadt dat zo’n 4,6 tot 6,2 miljoen jaar geleden een aapachtige voorouder rondliep, waar zowel de homo sapiens als een chimpanseeachtige aap vanaf stamt. Uit die aap ontstonden zo’n 1 miljoen jaar geleden de bonobo en de chimpansee.

Je kunt de ‘familieband’ zo zien: wij zijn nichtjes van de bonobo en de chimpansee, en zij zijn zusjes van elkaar. De mens is aan beide aapsoorten dan ook evenzeer verwant: onze genen komen voor ongeveer 98% overeen met zowel de bonobo als de chimpansee. Toch zijn de verschillen in gedrag tussen deze twee mensapen aanzienlijk. In de speurtocht naar onze evolutionaire wortels roept dat nieuwe vragen op, zoals: op welke aap lijken we het meest?

Oog in oog met je evolutionaire nicht

Hoe nauw we verwant zijn aan onze nichten de chimpansee en de bonobo, maakt evolutiebioloog Richard Dawinks op voortreffelijke wijze duidelijk in zijn artikel ‘Meet my cousin, the chimpanzee’. Stel je voor, zegt hij, dat je op het strand van Somalie staan. Je kijkt naar het noorden en in je linkerhand houdt je de rechterhand van je moeder. Zij op haar beurt houdt ook weer haar moeder vast, en zij haar moeder, enzovoorts. (We negeren even dat dit in ons ruimte-tijd continuum niet mogelijk is). We nemen aan dat je op deze manier elk zo’n 90 tot 100 centimeter (1 yard) ruimte inneemt.
Generaties aan mensen slingeren zo hand in hand door Somalië, over de grens van Kenia. Hoe lang zou het duren voordat de slinger stopt bij de gemeenschappelijke voorouder van de mens en de chimpansee en de bonobo? Je zou denken dat de half miljoen generaties die ons van deze voorouderlijke aap scheiden tot aan de andere kant van het continent zou reiken, maar niets is minder waar. Na nog geen 500 kilometer staat daar, nog niet eens halverwege de Great Rift Valley, de betbetbet(…)overgrootmoeder van jou en je nichtjes bonobo en chimpansee.

Chimpansees bestuderen om de mens te begrijpen
In december van het afgelopen jaar ontdekten de Amerikaanse bioloog Lisa Parr en collega’s dat chimpansees hetzelfde hersengebied gebruiken om gezichten te herkennen als mensen. En daar bleef het niet bij. Rond dezelfde tijd constateerden de psychologen King, Weiss en Sisco dat de persoonlijkheid van chimpansees zich gedurende hun leven net zo ontwikkelt als dat van de mens. Zij menen dat dit een nieuw tijdperk in gedragswetenschappelijk onderzoek inluidt. Om de mens volledig te kunnen begrijpen zal de psychologie zich moeten wenden tot de apen die evolutionair erg nabij staan, menen zij.

Dat de wetenschappers hebben gekozen eerst te kijken naar de overeenkomsten tussen de mens en de chimpansee in plaats van de bonobo, mogen we met recht een typisch voorbeeld van ouderwets evolutionair denken noemen. Frans de Waal (wereldberoemd bonobo-onderzoeker) windt zich hier regelmatig over op. “Bonobo’s en chimpansees zijn evenzeer aan ons verwant, en toch richten scenario’s over de menselijke evolutie zich geheel op de chimpansee als model voor onze voorouders”, schrijft hij. In hen zagen we de menselijke gewelddadigheid gespiegeld, en zelfs een soort rechtvaardiging voor de mannelijke overheersing in onze samenleving: chimpansees moorden, voeren oorlog en mannen zijn de baas.

Een deel van de Congo River, een van de grootste rivieren van ter wereld. Waarschijnlijk raakten de gemeenschappelijke voorouders van de bonobo en de chimpansee zo’n 1 miljoen jaar geleden gescheiden door deze rivier. Na die scheiding evolueerden ze onafhankelijk van elkaar verder (bron afbeelding: Google Earth)

Kuni en het vogeltje

Bonobo’s zijn bijzonder empathisch. In zijn artikel ‘The empathic ape’ vertelt Frans de Waal het verhaal van Kuni, een bonobo in een dierentuin die een vogeltje tegen het glas van haar verblijf zag vliegen. Ze pakte het verdoofde vogeltje op en klom ermee naar de top van de hoogste boom. Daar ontvouwde ze voorzichtig de vleugeltjes van het beestje, met in elke hand tussen haar vingertoppen een vleugeltje, en liet daarna de vogel los als een papieren vliegtuigje in de richting van de rand van haar verblijf.
Helaas stortte het vogeltje weer neer. Kuni klom uit de boom en bleef de wacht houden over het gewonde dier. Aan het eind van de dag was de vogel hersteld en veilig weggevlogen.
Op de afbeelding: een jongeling slaat een arm om een volwassen bonobo heen, die overstuur is (bron foto: Preston & De Waal (2002). Empathy, it’s ultimate and proximate bases. Behavioral and brain science)

Koester de bonobo in jezelf
De bonobo is dus een evolutionaire nicht om naar op te kijken. Maar dat we wellicht graag op haar zouden willen lijken, betekent niet dat we ook echt meer bonobo in ons hebben dan chimpansee. Toch is dat wel zo, ontdekten gedragswetenschappers Elizabeth Hammock en Larry Young. Mensen en bonobo’s hebben namelijk een stukje DNA dat onze reactie op het stofje vasopressine regelt. Dit hormoon helpt als we ons willen hechten aan onze kinderen of aan andere mensen – of apen.

Chimpansees missen dit brokje DNA, en daarmee een biologische drijfveer achter de nauwe sociale banden die zo belangrijk zijn voor ons. Ondanks dit kleine verschil zit er echter nog een hoop chimpansee in ons. Voor wie met kerst een vreedzame wereld vol altruïsme en liefde heeft gewenst, hier daarom een goed voornemen voor 2009: koester de bonobo in jezelf.

<

Hier staat het: het stukje DNA dat mensen (homo sapiens) en bonobo’s (pan paniscus) wel hebben, maar chimpansees (pan troglodytes) niet. De letters G, T, A en C staan voor de basen die de bouwstenen van het DNA vormen (bron afbeelding: Hammock & Young (2005). Microsatellite instability generates diversity in brain and sociobehavioral traits. Science).

<

Geciteerd: Natalie Angier uit haar artikel ‘Bonobo society: amicable, amorous and run by females’ (New York Times) en Frans de Waal uit zijn artikel ‘The empathic ape’ (New Scientist).
Lisa Parr en collega’s publiceerden hun resultaten in het vakblad Current biology onder de titel ‘Face processing in the chimpanzee brain’. Het onderzoeksverslag van King, Weiss en Sisco verscheen in het Journal of Comparitive Psychology onder de titel ‘Aping humans: age and sex effect in chimpanzee and human personality’. Hammock en Young publiceerden over hun onderzoek in het toonaangevende vakblad Science onder de titel ‘Microsatellite instability generates diversity in brain and sociobehavioral traits’.

Zie ook:
Apenhersenen herkennen hetzelfde (Kennislinkartikel over onderzoek Parr en co)
Op zoek naar het verschil (Kennislinkartikel)
Een innig afscheid (Kennislinkartikel)
Stamboom van de mens (Kennislinkartikel)
Schudden aan de menselijke stamboom (Kennislinkartikel)
Bonobo society: amicable, amorous and run by females (artikel uit de New York Times door Natalie Angier) (Engels)
The empathic ape (artikel uit de New Scientist door Frans de Waal) (Engels, pdf)
Bonobo sex and society (artikel uit de Scientific American door Frans de Waal) (Engels)
Meet my cousin, the chimpanzee (artikel uit de New Scientist door Richard Dawkins) (Engels)
Are homo sapiens more like bonobo’s or common chimpanzees? (Engels)

94 % Genetisch verschil tussen mens en chimp
Apr 19, ’08De overeenkomst tussen de genen van mensen en chimpansees werdtot voor kort geschat werd op 98.5%?In deze nieuwe studie komt men uit op94%
Dat is de nieuwe schatting die gemaakt wordt door Matthew Hahn (Universiteit van Indiana) en een team, die een scriptie publiceerden in PLoS One.1 J.R. Minkel, die schrijft voor Scientific American, zei:“het verschil van 6 procent is aanzienlijk groter dan de algemeen aangehaalde getal van 1.5 procent.” Waarom zo’n drastische revisie?

Hahn zegt dat de vorige schatting geen rekening houdt met verdubbelde genen. Of, zoals Minkel het verklaart

De nieuwe vondst ondersteunt het idee dat evolutie mensen mogelijk nieuwe genen gegeven heeft met nieuwe functies die niet bestaan bij chimpansees, iets wat onderzoekers tot voor kort niet herkend hadden. De oudere waarde van 1.5 procent geeft het verschil aan tussen de overeenkomstige genen van mensen en chimpansees, zoals het verschil in spelling van hetzelfde woord in twee gelijksoortige talen.

Gebaseerd op dat getal, hebben experts voorgesteld dat mensen en chimpansees in wezen dezelfde genen hebben, maar dat ze verschillen in wanneer en waar ze aan en uit gezet worden.

Het nieuwe onderzoek houdt rekening met de mogelijkheid van meervoudige kopieën van genen en dat het aantal kopieën kan verschillen tussen soorten, zelfs al is het gen nagenoeg hetzelfde.

De statistieken:

“De groep schatte dat mensen 689 nieuwe genduplicaten hebben verkregen en er 86 verloren hebben sinds ze aftakten van onze gezamenlijke voorouder die we zes miljoen jaar geleden hadden met de chimpansees. Evenzo redeneerden ze dat chimpansees 729 genkopieën verloren hebben die mensen nog hebben.”

Een geneticus verklaarde

“Het verslag ondersteunt het opkomende gezichtspunt dat de verandering in genkopie aantal, via genduplicatie of verlies, een van de belangrijkste mechanismen is die de evolutie van zoogdieren dreef.”

Minkel “Onderzoekers geloven dat toegevoegde kopieën ( multi-duplicaties )van hetzelfde gen evolutie als het ware laten experimenteren met het vinden van nieuwe functies voor de( onstane redundante kopieen ) van oude genen …..dat evolutie bij mensen mogelijk ( daaruit ) nieuwe genen heeft ontwikkeld , met nieuwe functies

1Demuth JP, Bie TD, Stajich JE, Cristianini N, Hahn MW (2006) The Evolution of Mammalian Gene Families. PLoS ONE 1(1): e85. doi:10.1371/journal.pone.0000085.

Op zoek naar het verschil

Ontcijfer het DNA van de chimpansee en je leert meer over de eigenschappen en evolutionaire geschiedenis van de mens. Een eenvoudig idee, maar de eerste resultaten wekken vooral verwarring.

Wat de mens tot mens maakt en hem onderscheidt van de dieren zorgt al bij generaties onderzoekers en filosofen voor hoofdbrekens. Het antwoord dat daarop volgde is telkens veranderd; de kring van de mensheid werd steeds groter. In vroeger tijden waren er wilden en barbaren, die niet tot de mensheid werden gerekend. En in nog recentere tijden werden bijvoorbeeld mensen uit Afrika als niet helemaal mens gezien.

Ooit dachten we dat we de kroon op de schepping waren, maar sinds Darwin ons in de afstammingslijn der apen plaatste, moest de mensheid het ergens anders zoeken. Eerst dacht men vanuit religieuze inspiratie aan een ‘ziel’, die het verschil maakte. Descartes dacht dat het anders unieks was: alleen de mens zou een bewustzijn hebben. Maar dat werd allemaal door de wetenschap weerlegd.

Vervolgens werd de blik gericht op meer sociale eigenschappen: cultuur, taal, geavanceerde communicatie, gebruik van gereedschap. Maar ook dat zijn allemaal eigenschappen waarvan de wetenschap inmiddels heeft aangetoond dat ook andere dieren ze gebruiken. Chimpansees kunnen menselijke gebarentaal leren tot een het niveau van een tweejarig kind, ze gebruiken in de vrije natuur takken en stenen als gereedschap. De mens is niet het enige dier daar aanspraak kan maken op: Homo sapiens doet is hooguit geavanceerder in de uitvoering.

De historicus Felipe Fernandez-Armesto geeft in het boek ‘So you think your human?’ een veelzijdige geschiedenis van het menszijn. We behoren tot de categorie ‘mens’ niet doordat we bepaalde absoluut unieke eigenschappen hebben, maar doordat we zelf de grenzen zo trekken. Als er al een echt onderscheidende eigenschap is, grapt Fernandez-Armesto, is het wel de wens van de mens zichzelf apart te plaatsen. Hij denkt dat het zoeken naar een definitief antwoord op de vraag wat ons onderscheid van de rest van de dieren en mens maakt, gedoemd is te mislukken: het concept ‘mens’ verandert met de tijd en is bovendien niet wetenschappelijk vast te pinnen.

En toch we blijven zoeken, nu met de focus op de genen. Nog niet zolang geleden dachten onderzoekers dat een mens zeker 100.000 genen moest hebben, want als een muis er 25.000 nodig heeft, moeten wij er een veelvoud van bezitten. Toen de humane genoomkaart gereed was stopte de teller rond de 25.000 en was de mensheid weer een illusie armer. Wat ons uniek maakt zit niet in een getal.

Misschien komt de chimpansee te hulp. Het chimpanseegenoom is grotendeels klaar en wordt binnenkort in detail bekend gemaakt. In dat verband schreef Science veelbetekenend: ‘Despite decades of study, geneticists don’t know what makes humans human.’

De publicatie van een gedetailleerde genoomkaart van de chimpansee is al meerdere malen aangekondigd en uitgesteld. De reden daarvoor is niet helemaal duidelijk, maar het chimpanseegenoom is inmiddels al wel grotendeels gesequenced en online beschikbaar. Het uitstel gaat om nauwkeurigheid. Als je namelijk uitspraken wilt doen over subtiele verschillen dan moet je er zeker van zijn dat die niet zijn ontstaan door leesfouten.

Extreem

Ver voordat het ontrafelen van het chimpanseegenoom zelf technisch mogelijk was zijn er meerdere genetische theorieën gelanceerd ter verklaring van de verschillen tussen chimpansee en mens. De verschillen zouden letterlijk in de genen kunnen zitten: mensen zijn anders omdat ze andere eiwitten en enzymen kunnen maken. Lees beide genomen, streep de genen die overeenkomen weg en je hebt – het is een karikatuur – het genrecept voor de mens. Maar dat idee viel niet te rijmen met de observatie dat chimpansee en mens genetisch zo extreem op elkaar lijken. Al in 1975 ontdekten onderzoekers op tamelijk grove manier dat mens en chimpansee vrijwel identieke eiwitten tot expressie brengen. En een even grove methode van het samensmelten van DNA van chimp en mens (hybridisatie-experimenten) in een reageerbuis leverde een schatting dat het verschil in erfelijk materiaal niet groter kon zijn dan 1,2 procent. Dat getal zit bij velen in het geheugen gegrift.

Het verschil moest kortom ergens anders te vinden zijn, mogelijk in de regulatie van genen. In wat ook wel de regulatortheorie is gaan heten wordt de verklaring voor het verschil tussen mens en chimpansee gezocht in het verschil tussen de aansturing van genen. Door veranderingen in de promotorsequentie verandert de binding van transcriptiefactoren en daarmee expressie van genen, bijvoorbeeld de plaats of het tijdstip.

Nietszeggend

Voor de rol van niet-coderend DNA zijn later diverse bewijzen gevonden. Zo vergeleken onderzoekers in 2002 met DNA-chips de expressie van duizenden genen in diverse weefsels van de mens met die van de chimpansee en legden die naast de orang oetang en resusaap. Daaruit bleek dat bijvoorbeeld genexpressie in de lever grotendeels overeenkomt tussen chimp en mens. Maar voor de genexpressiepatronen in de hersenen ligt dat totaal anders: mens en chimpansee verschillen sterk terwijl het patroon van de chimpansee veel meer lijkt op de orang oetang en de rhesusaap. De conclusie is duidelijk: de sterkere intellectuele capaciteiten van de mens zijn het gevolg van grote veranderingen in de wijze waarop genen worden aangestuurd.

Dat is tegelijkertijd even veelzeggend als nietszeggend. Want welke genen doen ertoe: degene die sterker tot expressie komen, minder tot expressie komen of juist onveranderd zijn gebleven? In een paar duizend variabelen de betekenisvolle veranderingen aanwijzen is niet eenvoudig. ‘A further challenge is to clarify how many of the differences have functional consequences’, besluiten de onderzoekers hun artikel met een understatement.

Omdat sommige onderzoeksgroepen al vrijwel klaar zijn met hun deel van het chimpgenoom, zijn er al enkele gedetailleerde vergelijkingen gemaakt. En ook daar zijn de verschillen groter dan verwacht, vooral in niet-coderende delen, maar ook in genen. Dat concludeerde een consortium dat chimpansee chromosoom 22 zeer nauwkeurig in kaart bracht en vorig jaar vergeleek met het overeenkomstige menselijke chromosoom 21. Zo bleek chromosoom 21 400.000 basenparen groter dan de chimpanseevariant. Op talloze plekken zijn stukken en stukjes DNA ingevoegd maar ook verdwenen. Deze inserties en deleties, samengevoegd onder de noemer indels komen maar liefst op 68.000 plaatsen voor. Veel van die indels zijn niet groter dan 30 basenparen, maar sommigen kunnen honderden of meer basenparen groot zijn. Een flink deel van die indels blijken transposons te zijn, kleine genen die zichzelf vermenigvuldigen en op nieuwe plaatsen nestelen in het genoom.

De vele indels hebben ook gevolgen voor de coderende delen. Van de 47 genen op chromosoom 22 die duidelijk verschillen met de mens zijn er 14 door indels gemuteerd. Indels blijken een belangrijk mechanisme voor de aanmaak van nieuwe, afwijkende eiwitten. Als de vergelijking van dit ene chromosoom representatief is, dan zitten in maar liefst 20 procent van de genen opvallende structurele verschillen tussen mens en chimpansee. De verschillen op DNA niveau blijker groter en die leiden tot grotere verschillen op eiwitniveau dan gedacht. Het overbekende getal van 1,2 procent genetisch verschil – en dus 98,8 procent genetische overeenkomst – is wat dat betreft misleidend geweest.

Chromosoom 22 van de chimpansee vertegenwoordigt ongeveer 1 procent van het genoom. Dat betekent, als deze bevindingen representatief zijn, dat waarschijnlijk enkele duizenden genen verschillen in ofwel structuur ofwel expressie of beide.

Van slechts een deel van die veranderingen bestaat een vermoeden wat ze betekenen. Uitgebreide vergelijking van genen van mens, chimpansee en muis wijst op verhoogde mutatiesnelheid in een gen (FOXP2), dat betrokken is bij de beweging van gezichtsspieren en spraak en elf genen die betrokken zijn bij eiwitmetabolisme. Mogelijk is dat een evolutionaire aanwijzing voor het overschakelen naar een meer vleesrijk dieet, wat weer noodzakelijk zou zijn geweest voor de groei van het hersenvolume.

De verwarring is vooralsnog groter dan het inzicht. De veranderingen in het genoom na afsplitsing van mens en chimp en de biologische gevolgen daarvan zijn veel complexer dan eerder gedacht. Het zoeken naar de gehoopte sleutelverschillen tussen mens en mensaap loopt langzaamaan vast in een berg van onverwachte diversiteit.

Voorouderaap

Wie moedeloos wordt van het idee dat onderzoek van het chimpanseegenoom het zoveelste megaproject is dat de verwachtingen niet inlost: bedenk dat er wel degelijk mooie inzichten in het vooruitzicht liggen. Ten eerste lijkt Charles Darwin eindelijk gelijk te krijgen op een belangrijk punt van de door hem voorgestelde theorie: opeenvolgende kleine genetische veranderingen zijn voldoende om evolutie te verklaren. ‘If it could be demonstrated that any complex organ existed, which could not possibly have been formed by numerous, successive, slight modifications, my theory would absolutely break down’, schreef hij in On the origin of species. Die subtiele modificaties zijn precies de puntmutaties, deleties, inserties en activatie van transposons die de eerste onderzoeksresultaten laten zien. Een grondiger test voor Darwins idee van de rol van micro-evolutie in het ontstaan van de mens is er niet.

Het lijkt er kortom op dat er een genetisch continuüm is in de evolutie van de mens – een lijn van kleine stapjes vanaf een voorouderaap. Zes miljoen jaar geleden scheidden mens en chimpansee van hun gemeenschappelijke voorouder, maar het vinden van een evolutionair sleutelstadium of een cruciaal gen of ontwikkelingsstap lijkt schier onmogelijk, zo niet uitgesloten. Darwin voorvoelde het al in The Descent of Man: ‘In a series of forms graduating insensibly from some ape-like creature to man as he now exists, it would be impossible to fix any definite point when the term ’man’ ought to be used.’

Darwins voorspelling is volgens Fernandez-Armesto voor velen een tegenstrijdige constatering: natuurlijk is een aap onze voorouder, maar liever trekken we ergens een streep die ons duidelijk scheidt. Helaas geeft het chimpanseegenoom vooralsnog geen duidelijk antwoord. Er is veel meer onderzoek nodig, stellen sommigen naar aanleiding van de eerste resultaten van de vergelijking van chimpansee en mens. ‘Do we now need the gorilla genome sequence to shed more light on the questions raised by comparing human and chimp DNA?’, besluit het commentaar in Nature. We hebben de genoomkaarten van andere apensoorten nodig. De zoektocht gaat verder.

Bronnen:

Enard et al (2002), Science 296: 340
Watanabe et al (2004): Nature 429: 382
Clark et al (2003), Science 302: 1960
Orwant (2004), New Scientist 21-2-2004: 36.
Felipe Fernandez-Armesto (2004) So you think your human. Oxford University Press ISBN 0192804170

Dit is een achtergrondartikel van Bionieuws.

Bionieuws_logo_top_v2

Menselijke evolutie in volle gang

21 12 2005     //Bron: natuurinformatie.nl

Weer een tegenvaller voor de aanhangers van Intelligent Design. Een team van bio-informatici heeft laten zien dat de menselijke evolutie nog in volle gang is. Robert Moyzis en zijn collega’s van de Universiteit van Californië schrijven hierover in Proceedings of the National Academy of Sciences.

Het menselijk DNA stamt voor 98 procent overeen met dat van de chimpansee, maar de onderzoekers hebben zich nu vooral gericht op het DNA dat typisch menselijk is. Ze gingen op zoek naar genen die minieme verschillen vertonen tussen verschillende individuen. Dat leverde hen 1800 genen op die in de afgelopen 10.000 tot 50.000 jaar onder evolutionaire druk zijn veranderd.

De meeste genen hebben te maken met slechts een handjevol functies, te weten voortplanting, immuunsysteem, hersenen, celdeling en de aanmaak van DNA en eiwitten.

Bio-informaticus Robert Moyzis wijst erop dat dit precies de thema’s zijn die aansluiten bij de verandering van levensstijl van jager-verzamelaar naar agrarische dorpsbewoners. Die omwenteling in levensstijl betekende ook veranderingen in het dieet, de verspreiding van ziekten en de gemiddelde levensduur.

De onderzoekers tekenen aan dat de ontdekte set van 1800 genen waarschijnlijk nog niet het complete verhaal vormen, maar slechts de uitkomst zijn van een voorlopige analyse.

Menselijk chromosoom 2

The Rise of Human Chromosome 2: The Dicentric Problem
http://pandasthumb.org/archives/2009/02/the-rise-of-hum.html#more

The Rise of Human Chromosome 2: The Fertility Problem
http://pandasthumb.org/archives/2009/02/the-rise-of-hum-1.html

ASB-11
Chimpansees (Pan Troglodytes) en mensen (Homo Sapiens) lijken genetisch nogal op elkaar. Van de ongeveer 25.000 genen zijn er maar 50 verschillend.
Zo bepaalt een van de genen ongetwijfeld de behaardheid, die bij chimpansees duidelijk anders is dan bij mensen.
Een ander gen veroorzaakt het verschil in grootte van de hersenen van mensen en die van chimpansees.
Een onderzoeksgroep van de RUG heeft ontdekt welk gen dat is.
In de zomer van 2006 publiceerden zij een artikel over dit gen, asb11.Het gen blijkt veel actiever in de mens dan in de chimpansee.
Als tijdens de embryonale ontwikkeling het gen ‘aan’ staat, blijven de cellen die hersenen moeten worden zich delen.
Als het gen uitgeschakeld wordt, stoppen de cellen met delen en gaan ze zich specialiseren tot hersencellen.In deze Adams Appel  video  vertelt celbioloog Sander Diks over dit baanbrekende onderzoek.
7 min – 11 dec. 2006
Parallelle evolutie mens en chimp
“Giftig, of niet?” De eerste vraag ooit door het leven gesteld. Het antwoord weten we allemaal: niet giftig, anders waren we er niet geweest.
Mensen en chimpansees hebben het vermogen om bittere giftige planten te proeven ieder apart in de evolutie verworven.
Een 70 jaar oude hypothese uit de evolutietheorie is daarmee onderuit gehaald. Chimpansees en mensen delen het gen dat voor een groot deel het vermogen om bittere stoffen te kunnen proeven bepaalt. Maar dat vermogen is bij mens en chimp door heel verschillende genmutaties ontstaan. Biologen dachten bijna 70 jaar dat de genvarianten bij mens en chimp precies hetzelfde waren. Ze zouden al aanwezig zijn geweest bij de gezamenlijke voorouder van mens en chimp die langer dan zeven à zes miljoen jaar geleden leefde. De theorie ontstond in een tijd waarin DNA-volgordebepaling nog niet bestond. DNA-analyse van de genen van 86 chimpansees, smaakproeven bij die dieren –met stukjes in een bittere stof gedoopte appel – en vergelijking met genanalyse bij mensen, laat nu zien dat de genvarianten bij mens en chimp sterk van elkaar verschillen. Dat schrijven onderzoekers van de University of Utah, met collega’s van andere Amerikaanse en Duitse instituten vandaag in Nature. De theorie die daarbij onderuit gaat, verscheen ook in Nature, in 1939. Drie Britse onderzoekers, waaronder de beroemde evolutiebioloog Sir Julian Huxley (1887- 1975) publiceerden toen over de smaakvermogens van mensapen. Een ongeveer even groot deel van de chimpansees en mensen, vonden toen de drie geleerden, hebben een duidelijke afkeer van een lage concentratie van een bittere teststof(fenylthiocarbamide, PTC). Een ander deel proeft PTC alleen in wat hogere concentraties. En er is een groep die de bittere PTC-smaak helemaal niet proeft. De Britten poneerden de stelling dat het gen voor bitterproeven zowel bijmens als chimp in dezelfde verhouding van een dominant en recessief gen voorkomt.
Hun conclusie was dat het in de evolutie al was ontstaan bij de gemeenschappelijke voorouder van chimp en mens.
En dat er sindsdien zowel voordelen als nadelen aan het heel goed proeven van bitter hebben gekleefd, zodat de balans tussen dominant en recessief gen steeds behouden was gebleven.
Het bitterproeven is belangrijk omdat veel planten bittere gifstoffen maken ter bescherming tegen vraat. Die theorie kan nu naar de prullenbak. Chimp en mens delen weliswaar hetzelfde gen TAS2R38 dat proeven van de bittere smaak PTC mogelijk maakt, maar de genvarianten zijn totaal verschillend.
Bij de chimp ligt de overheersende mutatie in het begin van het gen, waardoor het eiwit in de smaakpapil uiteindelijk een stuk korter wordt. Bij de mensen liggen drie smaakbepalende variaties verdeeld over het gen van ruim duizend basenparen lengte.
Bron: NRC
University of Michigan
Vergelijk  mens en  chimpansee , en het suggereert  bijna onvermijdelijk  dat  ,  de afstammingslijn van de mens   het meest is veranderd sinds de splitsing met de chimpanseelijn   miljoenen jaren geleden
Duidelijke fysieke verschillen, de  menselijke stem , taal en intelligentie, hebben velen ertoe gebracht om te geloven dat de natuurlijke selectie op een positieve manier heeft ingespeeld  op veel meer genen-mutaties  bij mensen dan bij  chimps.
Maar nieuw onderzoek aan de Universiteit van Michigan ondergraaft deze  chauvinistische mening
“Wij denken maar al te vaak dat wij uniek en superieur zijn aan andere soorten : , zodat er wel heelwat evolutionaire selectie moet hebben plaatsgevonden  sinds onze oorsprong ..” zegt   Jianzhi (George) Zhang,  genetica professor in de ecologie en evolutie- biologie.
Nochtans, vonden wij  meer genen  onder( of als gevolg van )  positieve selectie in  de chimpansee lijn  dan in de  menselijke …”
Het onderzoek aan de  UM is niet de eerste poging om  de  resultaten van positieve selectie (natuurlijke selectie die het voorkomen   van voordelige
veranderingen in de vertikale verspreiding en geschiedenis  van  genoom  veroorzaakt )
 in mensen en chimps te onderzoeken .
De vroegere inspanningen  bij het identificeren van specifieke genen onder positieve selectie, concentreerden  zich echter niet op het vergelijken van  aantallen, ___zoals  dat nu  bij b Zhang  gebeurde .
In de huidige analyse van bijna 14.000 genen, bekeek de Groep van Zhang niet alleen  de aantallen genen, maar zij plaatsten  ook drie zeer belangrijke
verbeteringen bij vorige benaderingen.
De eerste verbetering stond de onderzoekers  van het  UM  toe , om nauwkeuriger te bepalen welke mens-chimp-verschillen aan genetische veranderingen in  de menselijke afstammingslijn  en welke aan veranderingen in chimplijn toe te schrijven zijn
Dit werd  mogelijk omdat bij  beide groepen  het onlangs-gesequenste  makaak /het resus- aapgenoom  als derde kon worden  vergeleken, terwijl vroegere onderzoekers zich op hetmuisgenoom voor  die vergelijking moesten baseren.
“Als wij slechts mens en chimp vergelijken, kunnen wij verschillen zien, maar wij kunnen  niet vertellen  of een bepaald verschil aan een verandering in de mens of een verandering in chimp toe te schrijven is,” zei Zhang.
Maar als wij bij de vergelijking tussen chimp en  een andere soort ( – zeg maar de resus-aap-)  voor een bepaalde trek zoals hersenengrootte
(= EQ = Encefalisatie Quotient )  , identieke resultaten bekomen , maar beduidende  verschillen vinden met de mens ,  dan kunnen wij  concluderen dat  iets tijdens  de menselijke evolutie moet zijn veranderd .”
Door gebruik te maken van een nauwer verwante  soort( -aap in plaats van muis-) kunnen betrouwbaardere gevolgtrekking worden gemaakt .
De tweede verbetering gebruikte andere  statistische methode dan  de vorige uitgevoerde  analyses, en die nu  met grotere waarschijnlijkheid  gevallen  van resultaten  van  genetische /evolutionaire positieve selektie , kan identificeren
(daarvoor zal men het wetenschappelijke artikel zelf moeten raadplegen )
Derde en belangrijkste verbetering :  de onderzoekers troffen belangrijke  maatregelen om de “kwaliteit” van de genopeenvolgingen  en sequenties( die aanmerking kwamen voor de vergleijkende studies )  te
verzekeren
Deze “kwaliteit  is een  verbeterde aanwijzing van hoe de verkregen opeenvolging aansluit  bij de werkelijke  opeenvolging” zei Zhang.
Het menselijke genoom dat in 2004 wordt gepubliceerd was van een uitstekende kwaliteit,het was een  “afgewerkte ” versie:  terwijl het chimpgenoom
,dat in 2005 werd gepubliceerd , een “klad” versie van geringere kwaliteit was.
Elke positie in de chimpanseesequenties  kregen een kwaliteitsscore, en het team Zhang gebruikte slechts de gedeeltes van “uitstekende kwaliteit”  in hun analyse.
De ontdekking dat chimps kwantitatief meer  positief geselecteerde  genen  dan mensen bezitten  , verraste Zhang, maar hij geeft een mogelijke verklaring.
Er is bewijsmateriaal dat in de loop van de afgelopen één tot twee miljoen jaar, de menselijke bevolking in bepaalde gebieden, is  uitgestorven , waarna door  herkolonisatie vanuit overlevende groepen  de bevolking is hersteld .
Een dergelijk patroon  verwijst naar   een kleinere “effici챘nte bevolkingsgrootte,”een soort “bottle neck”= een term die naar het aantal individuen verwijst die tot de  (kleinere )genenpool van de volgende generatie bijdragen. : De oorspronkelijke genenpoel van de  gehele soort – de genenpoel van de uitgestorven groep )
Volgens de populatiegenetica, is de natuurlijke selectie veel gevarieerder  in grote bevolking dan in kleine bevolkingsaantallen…. zodoende kan het lagere aantal
positief-geselecteerde genen in mensen een weerspiegeling  zijn van kleinere  bevolkingsgrootte op lange termijn 
, meent  Zhang.
Naast het overeenkomen van positief geselecteerde genen, bekeek de Groep van Zhang ook welke genen in mensen en chimps onder positieve selectie stonden .
Opnieuw, waren de resultaten een verrassing.
Men stelde al altijd dat  de genen die de hersenen aansturen , bij mensen een  snelle evolutie door positieve selectie  ondergingen.
Maar wij zagen dat helemaal niet  ,” zei  Zhang.
In feite, vonden de onderzoekers geen waarneembare  tendensen waarbij dergelijke  aantallen  positief geselecteerde genen werden uitgedrukt.
Dat  ontkent de rol van positieve selectie in menselijke hersenenontwikkeling niet ,
noteerde Zhang
“Ik geloof dat de menselijke hersenenevolutie aan veranderingen in een klein aantal genen, en niet  aan niet grote aantallen,
toe te schrijven is, en dat is waarom wij geen genoom-breed signaal. zien”
Één reeds lang bestaand evolutie-principe werd door  nauwkeurig onderzoek bevestigd .
De “thrifty genhypothese,” voorgesteld door UM menselijke genetica pionier James Neel ,( 1965) stelde
dat bepaalde genen in mensen voordeel boden  in het evolutionaire  verleden   toen het voedsel schaars was , maar nadelig  zijn geworden in tijden van overvloed , en die hun dragers ontvankelijk maakten  voor ziekten zoals diabetes en zwaarlijvigheid.
Het Team van Zhang testte deze hypothese door  te controleren  of de genen onder positieve selectie tijdens menselijke evolutie konden worden gecorreleerd
met de vermelde ziekten …
“Wij vonden wat bewijsmateriaal voor deze hypothese ,”  zei Zhang .
Medewerkers van Zhang  waren doctorale student Margaret Bakewell en post-doctorale medeonderzoeker  peng Shi.
De onderzoekers ontvingen financiering van de Universiteit van Michigan en de NHI
De resultaten van de onderzoekers werden gepubliceerd PNAS 16-20 April.
Nota:
Dit verhaal is  afkomstig van de perskonferentie  van de   Universiteit van Michigan .

14.000 genen vergeleken

Meer evolutie bij chimp dan bij mens

Mens en chimpansee  
Mens en chimpansee
17 april. 2007   NRC
Chimpansees en hun voorouders hebben onder grotere evolutionaire selectiedruk gestaan dan de mensen en hun voorouders. Dit blijkt uit een vergelijking van bijna 14.000 genen van beide zoogdiersoorten.

Deze conclusie gaat in tegen de algemene opvatting dat de mens zijn unieke positie onder de mensapen (rechtoplopend, licht gebouwd, handige handen, groot brein, taalvermogen, bewustzijn) juist te danken heeft aan een grotere evolutionaire selectiedruk.

De voorouders van de mens verlieten het woud voor de wijde wereld, terwijl die van de nabije soorten (gorilla, chimpansee, bonobo) bleven waar ze waren – maar kennelijk is dat evolutionaire verhaal niet zo eenvoudig: met de chimp is ook veel gebeurd.

Dit schrijven genetici onder leiding van Jianzhi Zhang (Universiteit van Michigan) in een artikel dat gisteren gepubliceerd is in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (online).

Ze vergeleken bijna 14.000 genen die voorkomen bij chimpansee 챔n mens, en gebruikten dezelfde genen van het resusaapje als hulpmiddel.

Ze zochten naar genen die ‘positief geselecteerd’ waren: zo veranderd dat het van nut is voor de overleving van de soort.

Bij de chimpansee voldeden 233 genen aan die eis, bij de mens 154. Bij de chimp was de selectiedruk dus groter. Eerdere, beperktere onderzoeken vonden vaak w챕l meer selectiedruk bij de mens dan bij de chimp. Volgens Zhang en de zijnen leden die onderzoeken onder zwakke statistische methoden en er werd een vroege, slordige versie van het chimpansee-genoom gebruikt.

De bij de mens gevonden positief geselecteerde genen zijn iets vaker actief in de hersenen dan die van de chimp (14 tegen 13), maar dat kan ook toeval zijn. De chimp heeft bovendien meer positief geselecteerde genen die betrokken zijn bij de rest van het zenuwstelsel (14 tegen 8). Zhang onderzocht genen die coderen voor eiwitten. Uit eerdere onderzoeken, met genen die de activiteit van andere genen reguleren, komen ook aanwijzingen dat daarin de chimp meer evolutionaire druk heeft ondergaan dan de mens.

Chimpansees en mensen stammen af van een gemeenschappelijke voorouder die ongeveer zes miljoen jaar geleden leefde. Altijd wordt aangenomen dat die laatste gemeenschappelijke voorouder meer op de moderne chimpansee leek dan op de moderne mens, omdat relatief kort daarvoor de voorouders van de gorilla van deze mens/chimp-lijn waren afgesplitst. Die gorilla lijkt veel meer op de chimpansee dan op de mens. De voorouders van de mens kregen ongeveer twee miljoen jaar geleden een ‘moderne’ lichaamsbouw.

Chimps win. 
Human and chimpanzee genes overlaid on the human chromosomes 1-22 and X. Chimps hold the cards when it comes to the number of evolutionary adaptive changes.
Credit: John Mitani/University of Michigan, Ann Arbor
Bakewell, M. A., P. Shi, and J. Zhang. 2007.
More genes underwent positive selection in chimpanzee evolution than in human evolution. Proc Natl Acad Sci USA,

Actief dna bij voorouder mens en chimp

Ben van Raaij
11 februari 2009

– Het dna van de gemeenschappelijke voorouder van mens, chimpansee en gorilla laat een opvallende toename zien van genetische activiteit. Vooral in repeterende stukjes dna, gebiedjes waarin snel evoluerende genen schuilgaan.

Dit blijkt uit een vergelijkende analyse van de genetische blauwdrukken van vier primaten – makaak, orang-oetan, chimpansee en mens. Een groep Amerikaanse, Spaanse en Italiaanse genenonderzoekers publiceert de analyse, de eerste in zijn soort, in het tijdschrift Nature van 12 februari.

Herhalingen (duplicaties) van kleine of grotere stukjes dna in het genoom spelen een belangrijke rol in de evolutie (en bij het ontstaan van erfelijke aandoeningen). De bevindingen kunnen wijzen op een evolutionaire versnelling.

Op basis van de vergelijking van het dna van de vier primaten reconstrueren de Nature-auteurs de evolutionaire geschiedenis van alle genetische duplicaties die kenmerkend zijn voor de mens.

Mens, chimpansee en gorilla blijken grote verschillen te vertonen in hun repeterende stukjes dna. Eenderde daarvan blijkt specifiek voor de mens. Een ander derde deel varieert in aantal herhalingen tussen mens en mensapen.

Om welke genen het precies gaat is onduidelijk. Wel lijken de verschillen te herleiden tot de gemeenschappelijke voorouder van mens, chimpansee en gorilla, die 8 tot 12 miljoen jaar in Afrika leefde. De aftakking die uitmondde in chimpansee en mens splitste zich 5 tot 7 miljoen jaar geleden af.

Het onderzoek biedt wellicht aanknopingspunten voor een verklaring van het feit dat mens en chimpansee in uiterlijk en gedrag zozeer verschillen, terwijl ze genetisch zo sterk op elkaar lijken. Ze delen bijna 99 procent van hun genen en hun eiwitten zijn vrijwel identiek. De verschillen zitten vooral in de genoemde repeterende stukken van hun genoom.

De onderzoekers ontdekten verder dat het aantal dna-herhalingen in de evolutionaire tak die leidde tot mens en chimpansee versneld toenam terwijl andere mutatieprocessen vertraagden, zoals enkelvoudige veranderingen van dna-letters (basenparen).

Het waarom van de genetische activiteit is onduidelijk. Mogelijk heeft het te maken met veranderingen in het aantal reproducerende individuen binnen de populatie, de generatietijd (een maatstaf voor de verjonging van populaties) of genetische instabiliteit.

http://www.volkskrant.nl/wetenschap/article1147260.ece/Actief_dna_bij_voorouder_mens_en_chimp

Opvallend veel genkopieën bij onze verre voorouders

Vóór de menselijke evolutielijn zich afsplitste van die van de chimpansee, werden veel stukken DNA in het genoom van onze voorouders gedupliceerd.

Makaken, orang-oetans, chimpansees en mensen delen een gemeeschappelijke voorouder die ongeveer 25 miljoen jaar leefde. De makaken splitsten zich het eerst af, in de periode tussen 16 en 12 miljoen jaar geleden volgden de orang-oetans, en 6 miljoen jaar geleden was er de splitsing tussen de evolutielijnen die leidden naar de moderne mens en de chimpansee. Amerikaanse genetici van het Howard Hughes Medical Institute in Washington hebben door vergelijkend genoomonderzoek aan deze vier levende soorten ontdekt dat er ongeveer 10 miljoen jaar geleden, grote veranderingen hebben plaatsgevonden in het DNA van onze met de chimpansee gedeelde de voorouder. Er was een grotere activiteit van genduplicatie, waarbij niet de individuele basenparen, maar hele DNA-segmenten (teveel) worden gekopiëerd.

Genduplicatie vindt willekeurig plaats tijdens het DNA-replicatieproces in de celdeling. Hele DNA-segmenten van soms duizenden basenparen lang (met vaak complete genen) worden dan één of meerdere keren teveel kopieerd. Het zijn daarom zogeheten ‘grootschalige mutaties’.

Als dit bij geslachtscellen gebeurt kan het genoom van het nageslacht ernstig overhoop worden gegooid. Door DNA-sequenties van de vier soorten met elkaar te vergelijken, konden de onderzoekers voor elke soort een aantal genduplicaties opsporen, én ze chronologisch plaatsen. Door te kijken welke soorten een bepaalde duplicatie delen, weten ze wanneer de mutatie is ontstaan.

Van alle gevonden genduplicaties vonden ze er verrassend veel die waren ontstaan ongeveer 10 miljoen jaar geleden, in de tijd van de gemeenschappelijke voorouder van mens en chimpansee – maar niet van orang-oetan.

Dat is in strijd met de gangbare mutatiesnelheid, de mate waarmee individuele basenparen veranderen, die toen relatief laag lag. Na de splitsing tussen mens en chimpansee, 6 miljoen jaar geleden kwamen genduplicaties weer minder voor.

Wat de precieze gevolgen zijn van de enorm actieve duplicatie van DNA bij onze verre voorouders 10 miljoen jaar geleden, is nog onduidelijk. De onderzoekers suggereren wel een verband tussen grootschalige mutaties in het DNA en ziekten bij de mens als autisme en schizofrenie.

Voor een duidelijke link is het echter wachten tot de functie van de gedupliceerde genen en stukken DNA in ons genoom is achterhaald. (sst)

(Eos)

Adam kwam uit Eva

Door Rik Nijland op 21 juni 2003 bijgewerkt 20 januari 2009

http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article970087.ece/Adam_kwam_uit_Eva

Het net ontrafelde Y-chromosoom blijkt zichzelf te kunnen repareren.

Wie dacht dat het menselijk genoom allang ontrafeld was – de afgelopen paar jaar is die boodschap immers tot twee maal toe met veel bombarie de wereld in gebracht – zal met verbazing Nature van afgelopen donderdag openslaan.

Daar blijkt namelijk dat het mannelijk geslachts- of Y-chromosoom, een van de 46 chromosomen in mensencellen, nog even was blijven liggen. Geen wonder misschien ook, want uit de publicatie blijkt dat het een taai, tijdrovend werk is geweest om de basevolgorde van dit chromosoom te ontwarren.

De automatische machines die de basenparen in het DNA op volgorde kunnen leggen, hadden weinig vat op dit chromosoom omdat het uit zoveel zich herhalende stukjes bestaat. Die moesten met een speciale techniek aan elkaar worden gepuzzeld.

Vaak duiden zich herhalende DNA-fragmenten op een weinig opwindende functie in het lichaam. Ook daarom was het Y-chromosoom terzijde geschoven. Maar in dit geval bracht een veertigtal Amerikaanse onderzoekers samen met één Nederlander – drs. Sjoerd Repping van het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde van het AMC in Amsterdam – toch een hoop interessante gegevens boven water.

Zo bevat het Y-chromosoom nog stukken oud DNA van pakweg 300 miljoen jaar geleden, toen het vrouwelijke X-chromosoom en het Y-chromosoom ontstonden uit een gemeenschappelijk sekseloos voorouder-chromosoom. In dit gedeelte bevindt zich een aantal genen die het reilen en zeilen van cellen in het hele lichaam regelen.

Wat opvalt, aldus de onderzoekers, is dat een deel van deze genen slecht of helemaal niet lijkt te functioneren. Vergelijkbare genen op het X-chromosoom met dezelfde achtergrond werken beter en zijn minder aangetast door allerlei mutaties. In die zin is het Y-chromosoom een wat gedegenereerde kopie van het X-chromosoom. Alsof Adam een verlopen versie is van Eva.

Daarnaast bestaat Y uit stukjes X-chromosoom die meer recent in de historie de overstap hebben gemaakt naar het mannelijke chromosoom. Hierin bevinden zich volgens Repping een tweetal genen waarvan de betekenis nog onduidelijk is.

Het meest interessante en grootste gedeelte wordt gevormd door een merkwaardige groep zeer overeenkomstige stukken DNA, door de onderzoekers palindromen genoemd (denk aan woorden als parterretrap). Het zijn pal naast elkaar zittende DNA-strengen die vrijwel identiek zijn. Hier bevinden zich genen die van belang zijn voor de mannelijke voortplanting.

Volgens Repping was al bekend dat het Y-chromosoom vier gebieden bevat die invloed hebben op de kwaliteit van het sperma, en dus de mannelijke vruchbaarheid. De tientallen genen hierin komen alleen in de testis tot expressie. Afwijkingen hierin beïnvloeden de vruchtbaarheid. ‘Het Y-chromosoom is in honderden miljoenen jaren een soort safe haven geworden voor dergelijke genen. Daar zitten ze ook op de juiste plaats. In een vrouw hebben ze niets te zoeken, of zijn ze misschien zelfs nadelig.’

De palindromen zijn ook om een andere reden van belang. Ze wisselen af en toe gedeelten uit om fouten in het DNA te herstellen. Normale chromosomen doen dat ook, maar ‘pikken’ daartoe bij de zaadcelvorming een goed stukje van hun counterpart, het vergelijkbare chromosoom dat van de andere ouder komt.

Het Y-chromosoom heeft echter geen partner. Waarschijnlijk, aldus onderzoeksleider David Page, kunnen de palindromen genen aan elkaar overdragen waarbij fouten worden gerepareerd. Daardoor kan het Y-chromosoom goed blijven functioneren.

Hij verwacht dat de genetische kaart van dit chromosoom op termijn misschien ook inzicht verschaft in verschillen in gevoeligheid tussen man en vrouw voor bepaalde ziekten. Tot nu toe werden die toegeschreven aan hormoonverschillen en niet aan de geslachts-chromosomen. Maar die aanname werd gedaan, aldus Page, toen nog veel mensen dachten dat er geen genen op het Y-chromosoom voorkwamen.

‘Mannelijk DNA blijkt meest ontwikkeld’

14 januari 2010

Het mannelijk chromosoom is verder geëvolueerd dan de rest van het menselijk DNA. Dat suggereert een nieuw onderzoek van Amerikaanse wetenschappers
Onderzoekers van het gerenommeerde Whitehead Institute in de Amerikaanse stad Cambridge hebben het Y-chromosoom – oftewel het mannelijk chromosoom – van de mens vergeleken met dat van chimpansees
Uit de studie blijkt dat het Y-chromosoom van de mens voor 30 procent verschilt van het mannelijk chromosoom van chimpansees
Het Y-chromosoom lijkt daarmee verder geëvolueerd dan het overig menselijk DNA. Het verschil tussen de rest van het menselijk genoom en het DNA van chimpansees bedraagt namelijk maar ongeveer twee procent

Zes miljoen jaar

De resultaten van de studie zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

De onderzoekers troffen op het menselijk Y-chromosoom zelfs complete genen aan die ontbraken op het mannelijk chromosoom van chimpansees. Die verschillen moeten in een relatief korte periode zijn ontstaan, omdat de moderne mens en chimpansee slechts zes miljoen jaar geleden uit een gemeenschappelijke voorouder ontstonden.

Snelle evolutie

“Het Y-chromosoom lijkt het snelste te evolueren van alle menselijke chromosomen”, zo verklaart hoofdonderzoeker David Page op Discovery News. “Het is een bijna onophoudelijk proces van genconstructie. Je kunt het vergelijken met een huis dat steeds opnieuw wordt gebouwd.”

Overigens benadrukken de onderzoekers dat de snelle ontwikkeling van het mannelijk chromosoom niet betekent dat mannen genetisch ook meer ontwikkeld zijn dan vrouwen.

© NU.nl/Dennis Rijnvis

Creationisten commentaar ;
“….Dit wijst op ….
het grotere (genetische )verschil tussen mens en chimpansee dan iedereen eerst dacht
Dat chimps en mensen meer verschillen dan voorheen gedacht. Wat moet ik daarmee? De oorzaken staan in het wetenschappelijke artikel en dat geeft aan waarom dat verschil wel zo groot moest zijn. Het is nml een eigenschap van het Y-chromosoom.…en neen het is geen vergroting van het verschil tussen het totale genoom van mens / en het totale genoom van de chimp
Dat is trouwens een produkt van het wensdenken van de generaliserende creationist
De MAKAAK

Mens- en chimpanseevoorouders brachten mogelijk nageslacht voort

mei 2006    http://www.sesha.net/eden/NIEUWS/2006-03.asp

De vroege voorouders van mens en chimpansee hebben mogelijk in een ver verleden gepaard en nageslacht voortgebracht. Dit is de conclusie van een nieuw DNA onderzoek.

Het onderzoek wijst uit dat in eerste instantie zo’n 10 miljoen jaar geleden de menselijke- en chimpanseelijnen zijn afgesplitst van een aapachtige voorouder. 

Later zijn deze vroege voorouders (van beide lijnen)  op incidentele basis gaan paren waardoor er kruisingen ontstonden. Hierdoor duurde de uiteindelijke splitsing langer en is het ontrafelen ervan voor hedendaagse wetenschappers zo ingewikkeld.

Een tweede en uiteindelijk definitieve splitsing vond zo’n 4 miljoen jaar na de eerste splitsing plaats, aldus het rapport.

“Eén ding dat naar voren komt [uit de nieuwe gegevens] is een nieuwe schatting van de datum waarop mensen en chimpansees voor het laatst genen uitwisselden,”

zegt David Reich, een professor van de afdeling Genetica van Harvard Medical School in het Amerikaanse Boston.

Onze data laat duidelijk zien dat [de laatste genenuitwisseling] recenter plaatsvond dan 6,3 miljoen jaar geleden en waarschijnlijk zelfs recenter dan 5,4 miljoen jaar geleden,”, aldus Reich die een van de mede-auteurs is van het onderzoek dat in het wetenschappelijke tijdschrift Nature is verschenen.

Dit onderzoek is interessant omdat het een hypothese voortbrengt die buiten het algemeen geaccepteerde dogma valt,”

vindt Kateryna Makova, een professor aan het Center for Comparative Genomics and Bioinformatics van de Pennsylvania State University, die ook betrokken is bij het onderzoek.

Zijn er mens/chimpansee kruisingen ontstaan?

“De analyse van het genoom bracht een aantal opmerkelijke verassingen aan het licht, met grote gevolgen voor de evolutie van de mens,”

zei Eric Lander in een persverklaring waarin de ontdekking werd aangekondigd. Lander is directeur van het Broad institute, een co철peratief instituut dat onderzoek doet naar geneeskunde die voortkomt uit genoomonderzoek in Cambridge, Massachusetts (VS).

Het genoom is de complete set DNA van een bepaald organisme. Het menselijke genoom bijvoorbeeld, bestaat uit ongeveer 3 miljard basenparen die de code bevatten van de grofweg 30.000 genen die de unieke set eigenschappen van een persoon bepaalt.

Enerzijds vond de mens/chimpansee splitsing eerder plaats dan eerder werd gedacht. Anderzijds gebeurde deze splitsing in een ongebruikelijke manier die een kenmerkende impact had op de X-chromosoom,” aldus Lander.

Deze X-chromosoom is een geslachtsbepalende chromosoom bij vrouwen een paar vormt met een andere X-chromosoom en bij mannen is gecombineerd met een Y-chromosoom. “De jonge leeftijd van de X-chromosoom is een belangrijke evolutionaire aanwijzing.”

Bepaalde regionen van de genomen van mens en chimpansee waren op zeer verschillende momenten uit elkaar gegroeid, maar voor het X-chromosoom is dit op een verrassend recent tijdstip gebeurd.