Axolotl en het soortprobleem

 

Een bijzonder kenmerk van de   AXOLOTL   is ____ naast het geweldige regeneratievermogen  dat zo dicht aanleunt bij het stamcellenonderzoek  ___ de zogenaamde  NEOTENIE  

Normaliter ontwikkelen amfibieen zoals de kikker en de salamander zich in twee stappen.   Uit de eieren kruipen de larven, die zich na enige tijd omvormen tot volwassen dieren. Dikkopjes worden kikvorsen. Axolotl blijven hun hele leven lang larf. De dieren behouden hun kieuwen en de vinnenzoom aan de staart en verblijven hun hele leven in het water.

Andere salamandersoorten ontwikkelen op een gegeven moment longen en gaan als volgroeide dieren op het land leven. Axolotls worden dus als larve geslachtsrijp en leven uitgesproken lang voor een salamander: in gevangenschap kunnen ze 25 jaar  oud  worden. ( blijkbaar is neotenie bevorderlijk voor een lang leven ? )

De oorzaak van de ontwikkelingsstoring ( = in de  ontwikkeling  van de normale opeenvolgende  levensstadia van een amfibie  ) is een tekort aan rijpingshormonen, die de schildklier(overigens is die thyroide klier  bij  mensen ook  een groeihormoon   leverancier  )  normaliter produceert.

Als we  zogenaamd  volgroeide  axolotls deze hormonen inspuiten  (of  die  hormonen  overvloedig en permanent   in hun omgeving inbrengen  *)  groeien ze uit tot volwassen dieren en kruipen ze aan land, net als hun naaste verwant, de tijgersalamander.

Vandaar  dat sommigen menen dat  “  De kunstmatig behandelde axolotl verandert in een volwassen salamander die nooit bestaan heeft ___ waar ik best   in kan komen ___ ofwel veranderd  in de vormen van  een  voorouderlijke  soort die  allang is uitgestorven ___wat ik veel minder  waarschijnlijk acht  Uiteraard zou  de  veroorzaakte “volwassen”-vorm  kunnen  lijken  op  een of andere “uitgestorven ”   voorouder ___ want   men gaat er wél  van uit  dat  de dieren   wel degelijk  verwant  zijn  aan  andere  mexicaanse   salamander-soorten  en  zoals vergelijkend  genoom onderzoek   misschien later zou  kunnen/moeten  onthullen ( en dat is  een  wetenschappelijke  voorspelling ) ___ maar  we  hebben  dus geen   morfologisch gaaf  voorouderlijk  exemplaar  ter vergelijking   voorhanden  ….  

De bewering ” dat experimentele biologen  een kunstmatig  ( in feite  in de natuur ongewenst ) stadium aan de levenscyclus  van deze  extante  diersoort  hebben gebreid   die een tijdje   kan overleven  in een beschermde omgeving  “ is volgens mij een van de betere  te maken  beweringen  

Anderen be-argumenteren  stellig  ( je weet wel  wie of  welke “wetenschappers  ” dat  vermoedelijk  zijn   ? …  )   dat  allerlei varianten van  axolotl – exemplaren  in feite slechts   larven zijn van  een  ( nog onbekende ? ) ras(sen ) van  andere  huidige  salamander-soorten die in hun ontwikkeling werden gestopt door ongunstige  omgevings- omstandigheden         ( =    vergelijk   dat   eens  met  de beweringen van de anatoom  Virchow  die meende  dat de eerste  ontdekte Neanderthalers  slechts overblijfselen  waren van door jicht en artritis vervormde  achtergebleven “ kozakken”  die zich schuil hielden in grotten … of de  beweringen dat de  Homo floresiensis  slechts  een  pathologische  vorm van een pygmee-ras   zou zijn ….  )   

 Het axolotl-verhaal   is natuurlijk  wel   allemaal  een pracht van een voorbeeld voor   de uitgeoefende  invloeden  van de ( hier de kunstmatige ingrijpende ) omgeving op het ontwikkelings- groeiprocessen (=development/levenscyclus  en stadia  )  zelf ( evo-devo )van een zygote  .

In dit bijzondere geval heeft dat toch vooral te maken met het huidige, normaliter nimmer volwassen worden van de axolotl, dat echter wel kan worden geforceerd

 * Neotenie wordt  trouwens  algemeen als een ” evolutionaire stap terug  ” voorgesteld  ,maar  dat betekent  echter  NIET noodzakelijk  dat het  ook om verlies van erfelijkheidsdragers    =  “degeneratie “, gaat  (Je kan  anders  ook walvissen   gaan beschouwen als gedegenereerde  landdieren  … )....Het is echter  wél  te begrijpen als   :  het inslaan van een  ander mogelijk   ”evolutionair pad”  door te gaan  morrellen  en knutsellen met de  voorouderlijk   bestaande /aanwezige    ontwikkelings (metamorfose) richtingen , inclusief het  langdurig   muteren   van nieuwe  ontwikkeling-programmaties ipv / uit   de oude (gedeeltelijk) overbodig geworden rijpingsprocessen  …Bovendien kan het een succesvolle ( door de evolutieprocessen  aaneengeprutste en later  geoptimaliseerde  )   aanpassing zijn aan  jodium-arme millieus … dat deze amfibieen  daarbij terugkeren naar het    exclusief  voorouderlijke  millieu van hun verre visachtige  voorouders( inclusief kieuwenademhaling )  betekent ook niet  dat ze terug “vissen” zijn geworden  ….  

De Axolotl word verondersteld af te stammen van ooit landbewonende  mol-salamanders (mole salamanders = mol salamanders zijn naast de kikkers en de gewone salamanders  de derde grote groep  extante  amfibieen ) … De meest in aanmerking komende nauwe verwanten zijn de Tijger(mol) Salamander, Ambystoma tigrinum en Ambystoma mavortium spp.http://nl.wikipedia.org/wiki/Tijgersalamander

 A. Mavortium

Hierboven staat   de (voorlopige ) ” geneste hierarchieen  (voorlopige) consensus” van de Ambystomidae  

Een  enkele  werkhypothese(?)  nam  aan dat de axolotl een  zeer recente  loot( of zelfs een ondersoort   is)  van de tijger salamander ,omdat de beide dier”soorten ” ( axolotl & tijger salamanders )nog steeds kunnen kruisen met af en toe enig fertiel succes ____ althans dat laatste  beweren de liefhebbers toch , die zowel tijger salamanders als  axolotl’s  samen houden  als troeteldiertjes  

Door een bepaalde aanhoudende omgevingstoestand( soms weleens “ een speling van de natuur”  genoemd :  maar dat verklaard natuurlijk niets tenzij dat het onder de aandacht brengt dat ook toeval (= contingency ) in de zeer ingewikkelde  interacties binnen de deelnemende  ingredienten   aan  blinde   evolutieprocessen     ) ___ bijvoorbeeld een chronisch tekort aan bepaalde grondstoffen die de normale ontwikkelings-paden corrumpeerden ____ en een aantal aanwezige veelbelovende ondersteunende niches en vooral omgevings-opportuniteiten ontwikkelde zich een neotone (fenotype , een epigenetische instelling , of zelfs een eco-vorm ) variant met enig succes uit de oorspronkelijke stamgroep (en/of voorouderlijke soort )

fenotype   EPIGENETICA EPIGENETICS  EPIGENETICA

Neotenie is  (sporadisch) aanwezig bij andere amfibieen , maar het wordt daar in de eerste plaats veroorzaakt door lage concentraties jodium in de voeding (een essentieel element bij het aanmaken van thyroxine hormonen in de schildklier , nodig bij groei en ontwikkeling )….

 Maar soms  word het mogelijk geacht te  kunnen  onstaan uit  een reeks  genetische “toevals” – mutaties(die dus de schildklier  en de rest van de fysiologie veranderden/ verbouwden   ? ) .

Ander onderzoek heeft aangetoond dat aanhoudend lage temperaturen ook de produktie van deze hormonen kunnen onderdrukken , derhalve zijn dat ook mogelijke  oorzaken van neotenie en zelfs van zogenaamde epigenetische overerving van die toestand gedurende minstens een paar generaties (–> vergelijk met vroeger rokende grootmoeders die effect hebben op hun achterkleinkinderen zelfs als die grootmoeders    allang overleden zijn ;  de beruchte ” hongerwinter “en de gevolgen daarvan op de lichaamslengte tot in de derde generatie …. )

Niets bijzonders eigenlijk ; ook andere factoren in de omgeving ( elektromagnetische en ioniserende stralingen , bepaalde organische en chemische stoffen zoals bijvoorbeeld colchine ) zijn vanouds bekende mutagene stoffen en  agens 

 In de Axolotl, is de neotenie nu wel volledig genetisch bepaald (een klein  begin van die genetische  opmaak  =  http://www.axolotl.org/genetics.htm ).

De axolotl is dus GEEN  simpel fenotype of een ontwikkelingsstadium van een bestaande hagedis …het is een daadwerkelijk genotype = een soort  

 

Wanneer de axolotl ( Ambystoma Mexicanum )wordt behandeld met voormelde hormonen zal het dier gewoonlijk beginnen aan  een soort  van  metamorfose , maar in enkele uitzonderings-gevallen kan het dier ook spontaan overgaan in een meer” volwassen “vorm  … zoals het ” wilde- type ” dier (uiteraard geen in het wild voorkomende morph … wild type betekent =met dezelfde tekening en kleuren als de wilde axolotl : het zegt niets over het voorkomen van dergelijke morphen “in het wild ” ) op onderstaande foto …

Over het spontaan onstaan van metamorfoses http://nl.wikipedia.org/wiki/Axolotl“(Axolotl)  ….ondergaat in de natuur geen metamorfose, hoewel het heel soms in een laboratorium gebeurt. Door heel langzaam het waterniveau te verminderen treedt heel soms de metamorfose op; ….”

Het meer(kunstmatig )  ontwikkelde dier lijkt daarbij sterk op een mexicaanse tijger -salamander ras , Ambystoma velasci.

axolotl verwant

A Velasci  <–klik voor vergroting op de foto

 Er zijn echter verschillen tussen een tijger salamander en een ‘morpholotl’. De tenen zijn duidelijk verschillend . Het is echter minstens zeer zeldzaam( indien al geen “stadslegende ” ) om een natuurlijk metamorfoserende “wilde” axolotl te vinden .(Foto’s van de hierboven afgebeelde metamorfoserende axolotl ( jawel gehouden als huisdier ) zijn afkomstig van http://www.caudata.org/forum/f46-beginner-newt-salamander-axolotl-help-topics/f48-axolotls-ambystoma-mexicanum/f57-axolotl-free-all/51411-metamorphed-axolotl.html 

 Axolotls zijn volgens velen dan ook slechts larvea van de Mexicaanse”mol” salamander(s) en zeker geen uitsluitend kunstmatig gevormde salamander-morphen van de axolotl (1)

Maar van welke landbewonende soort is dit dan de kunstmatig volwassen gemaakte “larve”  van deze  “leucistische ” axolotl kleur-variant  ?( en wanneer men zich dus  uitsluitend en  nogal simplistisch  ”dilettantisch”  baseert  op   enkele  uiterlijke  en morfologische kenmerken en oppervlakkige  overeenkomstigheden   )  (1)

De axolotl is  wel degelijk een afzonderlijke ,aparte soort molsalamander ( dat kunnen  de genetici  waarschijnlijk daadwerkelijk aantonen  ) =

Een belangrijke aanwijzing is bovendien   = Kunstmatige “volwassen”  gemaakte salamander-morfen (van allerlei kleurvarianten) van de axolotl zijn erg zwak en ongezond en leven over het algemeen niet lang meer ( niet langer dan een jaar ) , ondanks het feit dat ze hetzelfde voedsel blijven eten en in een gepamperde ” huisdier” omgeving verblijven met alle voorzieningen van dien ….. en dat terwijl de onbehandelde axolotl in gevangenschap minstens 25 jaar oud kan worden zoals reeds vermeld   …Ma.w. kunstmatig volwassen gemaakte axolotl exemplaren zijn erg “onfitte ” abnormalen ( in tegenstelling tot de volwassen salamanders van de tijgersalamander ) … Het zijn eigenlijk een soort “gehandicapten” geworden die biochemisch /hormonaal zijn ontregeld = zeg maar vergiftigd ….

De axolotl kan ons bovendien erg veel leren over de differentiatie en plasticiteit van cellen. http://en.wikipedia.org/wiki/Axolotl

Maar daarover heeft PIERRA  het  al eens gehad  in haar blogartikel  “Stamcellen en evolutie  ”

http://ascendenza.wordpress.com/2011/01/24/stamcellen-en-hun-evolutie/

* overigens  veroorzaken  de homonenlozingen  die verstedelijkte   mensen willens nillens  massaal  in rivieren    dumpen    (bijvoorbeeld    de residu’s  in de urine van vrouwen die de pil gebruiken ) serieuze storingen in de  sekse-verhoudingen  van vissen-soorten die nog   in  de  rivieren trachten te overleven  ….

**  Evolutie en ecologie ( de twee  hoofdoorzaken van de biodiversiteit  ) hangen zeer nauw samen  ( kijk bijvoorbeeld maar eens naar  veranderingen van het klimaat  ,  de  plaatselijke  biografische  en  de  globale  planetaire  diverse  overlevings  en uitstervings- gevolgen daarvan  binnen  de biosfeer )

Casuarius

 

 
 

Bedreigde soorten

 
De vogels leven  in de regenwouden van Australië en Nieuw Guinea  …maar ze wagen zich ook in toenemende  mate in   de  aanpalende savannes  , fruitplantages  en in de mangroves

Photo AlbumRegenwoud  

http://carnivora.proboards.com/index.cgi?board=aves&action=display&thread=2837

      Overblijvend reservaten -gebied (Queensland )  

http://australian-animals.net/casso.htm 

In tegenstelling tot wat men zou verwachten is  de hen de grootste en de zwaarste van de  twee   ….Ze is tevens  dominant  en  polygaam  ….Mannetjes  broeden gedurende twee maanden de  2 a 3    eieren uit  , en zorgen voor de  jongen … Het  wijfje is  na het leggen van de  eieren  zo vlug mogelijk  weg   ….  

De cassowaries (of Casuariidae)    Kasuarissen   hebben dan misschien wel een aantrekkelijke naam, de dieren ( in het bijzonder de grote helmkasuaris )blijken plots  erg gevaarlijker snuiters  te kunnen  zijn ….. zeker  nu  en dat    tengevolge van  de klimaat rampen die het australische  continent  de laatste tijd  hebben getroffen .

Hun overgebleven  reservaten / habitat ( in Queensland ) werd onlangs  zwaar beschadigd   door  de  orkaan Yasi en zo raakten de aldaar levende   helmkasuarissen   op de dool … Ze zijn  nu  volop verwikkeld  in  een  heftige  “struggle for life “

Hoewel het vrij schuwe vogels zijn, is het niet al te   verstandig om  ze  al  te dicht te benaderen  en wél omdat zij dan erg agressief  en gevaarlijk  kunnen worden …

Het zijn bovendien ook nog eens   alleseters ( net zoals  varkens daarom ook gevaarlijk kunnen zijn ) die zeker geen dierlijke  proteinen versmaden wanneer de nood het hoogst is    en ze  zijn voorzien van gevaarlijke  verdedigingswapens

 De middenteen bezit een dolkklauw van 8   t/m 12,7  cm  en kan opgericht worden    .De helmkasuaris bezit  weliswaar  krachtige poten met drie dodelijke klauwen  , maar die  wapens  dienen vooral ter bescherming.  Het zijn dus   loopvogelsd  in het bezit van erg sterke  en dodelijke  poten : Met één trap kunnen ze de buik van mensen, honden en zelfs paarden openrijten….. en ze doen dat zeker wanneer ze in het nauw gedreven worden

In 1926   was dit al bekend geraakt   :    De 16-jarige Philip McClean en zijn broer wilden een vogel doden. Het dier vocht  heftig terug en sneed met zijn klauw de nek van de jongen open, die  vervolgens  overleed 

Het dier doet ( net als andere grote loopvogels denken  aan   de  kleinere   theropoden  … dat zijn hun verre voorouderlijke verwanten onder  de  uitgestorven   dinosauriers  )

 < klik voor vergroting 

https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/1887/557/11/10.pdf

,< klik

Heel bijzonder is dat deze  loopvogel ook erg goed kan  zwemmen 

De Helmkasuaris bezit bovendien een  benig (=  keratine met  melanine gekleurd   ) kapsel   bovenop  de schedel     en dat doet    ook al aan  bepaalde  dino’s   denken  : de kasuaris gebruikt  zijn helm om  zich  zeer  vlug  een  weg door het struikgewas te kunnen banen 

De helm dient trouwens ook  als versterker  voor de  lage  imponerende /intimiderende    en  grollende  verwitigingsroep   die  de vogel     kan  produceren  

Het is tevens  een statussymbool ___ weliswaar   onder de hennen   die ook het zwaarts  zijn en het mooist gekleurd  en dat  in tegenstelling tot de  “modernere ”  neohnathea      en  met haar meer dan 8000 soorten , het gros van de  extante vogelsoorten  waar de mannetjes in de regel   de plak zwaaien      

WTQ-107: Cassowary  Skull (Teaching Quality Replica)

De vogel   eet vooral   fruit    maar ook  af en toe    kleinere  dieren  en   het   beschikt toch over een krachtige bek  ( net zoals de andere  loopvogels,  een stevige  bek die erg goed   taai  en sterk plantaardig materiaal  aankan  )die ook allerlei slangen  en grotere  hagedissen   te lijf kan :  De vogel   kan met grote precisie en met een  nauwkeurige  snavelstoot  zijn ( ook  dikwijls giftige ?  )   belager( of misschien   prooi(?) ) of doden  of verlammen (door bijvoorbeeld  zenuwen te raken  )

Net zoals andere  alleseters versmaden ze ook  geen aas  … omnivoren zijn bovendien meestal  opportunisten of   geen  voedselspecialisten( ze kunnen natuurlijk  voorkeuren hebben  bij overvloed )    ;maar   ze kunnen alle kanten op :  Dat is een serieus evolutionair voordeel      ….Ook de mens is een omnivoor (= zoals bij andere zoogdieren  kan men dat gemakkelijk vaststellen  aan het gebit , bij vogels is dat, om voor de hand liggende redenen  , moeilijker ; vooral de  snavel is een goede  aanwijzing     ) ….

De  Kasuarissen   zijn intussen wél een bedreigde diersoort geworden: dat komt door het rooien van regenwoud en het omzetten van hun habitat in plantages en landbouwgrond  met vooral een versnippering  van hun woonplaatsen  waardoor de soort  plaatselijk terug  moet  vallen op  van langsom meer   inteelt  en tengevolge daarvan vermindering van de  bufferende  waaier aan  normale fenotypische  variaties ….Verwilderde zwijnen en loslopende grote honden  (= afstammelingen van de  grijze wolf ) vreten  nesten , jongen en broedende mannetjes op  of bijten ze dood voor de lol   : de vogels hebben  ook te lijden van  ziektes die ware epidemieen blijken te zijn     …. Ze zijn echter in speciale beschermde   reservaten nog aanwezig    maar door de huidige  slechte weersomstandigheden gaan  de overlevenden    nu  ook  in toenemende  mate  in  de bewoonde wereld op zoek naar voedsel   . Ze vinden immers  op dit ogenblik   weinig ( vooral fruit )   in de bossen  , aangezien de orkaan veel van hun voedsel   daar  vernield  of verjaagd heeft  …overigens  passen  dieren( die buiten de reservaten leven   )  zich ook al een  tijdje aan , aan  de australische   menselijke  omgevingen /cultuurlandschappen   (1)

“Niemand mag de cassowaries voederen, dat is te gevaarlijk en ook niet goed voor de overlevingskansen van de dieren”, zegt Kate Jones, minister van Duurzaamheid en millieu  in Queensland, (= volgens de Daily Telegraph.)

De regering is van plan om voedsel uit de lucht te droppen om de vogels uit de omgeving  van woonbuurten te houden.

Het zal mogelijk nog tot volgend jaar duren voor het reservaat –  regenwoud  op natuurlijke  wijze   terug genoeg voedsel voor de casuarissen kan leveren … maar het zal nog  jaren duren voor het  woud  zich volledig heeft hersteld  van de zware  voorbije  storm.

Recent werden veel (hongerige ?  )  kasuarissen  in de buurt van een dorp gezien.

 
In 2007 werden deze vogels nog uitgeroepen tot de gevaarlijkste vogel- soort ter wereld.
Met hun zestig kilo kunnen ze dan ook geen “lief vogeltje” meer genoemd worden ;
Het zijn ook bepaald geen doetjes 
Dat hebben ze hard nodig gehad in de loop van hun evolutionaire ontwikkeling …
VOGELEILAND
 

De Reuzenmoa ( lang versleten voor  de  Olifantsvogel ?Aepyornis  Maximus  ) gereconstrueerd in het Museon te Den Haag (links) met rechts een struisvogel en daar tussenin een reconstructie van de dodo. Misschien komt daar ook nog DNA van te voorschijn uit een eierschaal.

 

Loopvogels zijn  trouwens   nooit  watjes  =  ze moeten  hun heil zoeken in  welgemikte  dodelijke  trappen( ook struisvogels en nandoe”s  kennen er wat van___, om maar niet te spreken van de  uitgestorven Moa’s en olifantsvogels   ____)  , agressief gedrag   en moeten  desgewenst  erg vlug   kunnen  wegrennen( de helm bied in het struikgewas goede diensten )  met een groot uithoudingsvermogen en/ of  zijn uiterst wendbaar en kunnen   gemakkelijk uit het oog worden verloren  (=  de kleine kiwi bijvoorbeeld )   en dat  allemaal  wanneer de  belagers of de dreging   te sterk blijken …
In de  australische  bossen is door een samenloop van omstandigheden(  bijvoorbeeld   =het verdwijnen van toppredatoren  )   de helmkasuaris de top van een plaatselijke  voedselpyramide geworden
Eigenlijk vult het de niche op  van  de “pekari ” in  Zuid-Amerikaanse   regenwouden
 
Maar in vergelijking  met (ver)wilde(rde) varkens  , pekari’s  etc … zijn het toch maar  doetjes
Tegen  ontsnapte en  verwilderde ” ingevoerde ” zwijnen ( in feite exoten in de australische fauna   )   hebben ze zelfs weinig verhaal …. en ondanks het feit dat ze tweede grootste loopvogel op deze planeet  zijn  ….    
   
Overigens  bezat  australie vroeger ook  grote roofdieren …
De  verwilderde hond ;  de Dingo ( afkomstig uit zuid-oost azie ) ,  is een serieuze  hedendaagse   kaper op de kust
maar kan ook niet op tegen de  gevaarlijke poot -uithalen  van de helmkasuaris 
        

 

 

De struisvogel en de cassowary
 Het dier is beschermd en mag niet meer bejaagd worden 
De vogels  werden( en worden nog steeds ) door  de  traditionele inheemse   bevolkingen   bereid als  grote voortreffelijk  smakende  kippen 
Maar of er ook al  pogingen zijn ondernomen  om het dier te kweken als  eier  en vleesleverancier ( de struisvogel   wordt wel al  grootschalig  gekweekt om zijn vlees ) weet ik niet  … Vanwege zijn  slechte karakter  zal het wel een  moeilijke zaak blijven
Verweesde kuikens  worden   dikwijls en  zonder problemen   geadopteerd  door  gewone kippen

 geadopteerd  Kasuariskuiken met  pleegmoeder

(1)

Overigens zijn ook hier   veel  opportunistische  wilde dieren  bezig zich aan te passen  aan de mens : zie stads-vossen , stadsroofvogels  …meeuwen  …reigers   etc

evolutie in actie

http://epiccreature.blogspot.com/2011/03/cassowary.html 

Het SOORT probleem nader bekeken

Afrikaanse olifanten  , het plantengeslacht  Nepenthes , de  Nevelpanter  … het zijn allemaal  deze maand terloops (ook op dit blog )  ter sprake gekomen  nieuwere ontwikkelingen en updates  in de  “systematiek ” en het  voorschrijdende  en noodzakelijke   inventariseren van de levende organismen  -groepen …iets wat nog lang niet  is afgelopen .   Integendeel  , het is nog maar nauwelijks begonnen … Tegenwoordig is het zelfs jammer genoeg zo , dat de nieuw ontdekte soorten  , meteen ook in de  categorie ” bedreigde” soorten kunnen   worden  geplaatst  

Wat die studies  over  Afrikaanse olifanten ,Nepenthes , de Nevelpanter  etc …   allemaal gemeen hebben is het aloude soortprobleem 

(TIP ;  lees eerst wat achtergronden en bijkomende info , indien je  dat nodig acht  ,   op de links die ik hieronder gaf bij  het  artikel  Afrikaanse olifanten  , en die ik hier nog  eens plaats 

WAT IS EEN SOORT? <

NoteMISSING LINK  <

http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2011/01/03/more-on-species-part-1/                           http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2011/01/04/more-on-species-part2/

___________________________________________________________

HET SOORTPROBLEEM

1.- Theodosius  Dodzhansky heeft het best van allemaal   dit  oude probleem beschreven  en grotendeels  oplossingen  gegeven ,die in zijn tijd  heelwat hebben betekent    en wel in twee van zijn hoofwerken  :

Genetics and the Origin of Species (1937),   “  en  “Evolution , genetics & man “(ook verschenen in het Nederlands bij Aula-pocket  1961 “evolutie en erfelijkheid “, een antiek werkje dat ik nog steeds in mijn bezit heb  )

(naar een  tekst uit het eerste boek “Genetics and the Origin of Species”/ aangevuld met wat  modernere en persoonlijke  nota’s ; )”…..De diversiteit binnen organismen is een waargenomen feit en eigenlijk min of meer gemeengoed  . Het wordt door mensen ervaren als iets concreets  dat “buiten ons staat”, een fenomeen dat verschijnt in onze ervaringen maar dat geen  (fantasie)produkt is van ons werkend  brein

Een grotere en gedetailleerde bekendheid met de levende natuur laat toe nog een ander feit te ontdekken  dat  bijna even in het oog springend is   als de diversiteit zelf   : Het is  gegeven  feit van de discontinuiteit  van de  gegroepeerde variaties in organismen …    

Wanneer we zoveel mogelijk individuen verzamelen  binnen een gegeven (geologisch bijna onbestaand ) tijdsgewricht  ( diverse specima van obligaat  extante “soorten “bijvoorbeeld  ) dan noteren we onmiddelijk  dat de  waargenomen variaties  geen statistische verdeling  vertonen  die duidt  op een  continue en  graduele  verdeling  .Integendeel , we bemerken  een grote verzameling  van afgebakende , aparte en discrete( op zichzelf staande )  groepen  van gelijkaardige organismen  De  huidige extante    levende  wereld is m.a.w. geen geunificeerd continuum  waarbij elke  twee willekeurig gekozen organismen kunnen  worden verbonden door  een onafgebroken keten van intergraduele stapjes van kleine veranderingetjes , maar  veeleer  bestaat uit een  bundel van   min of meer afzonderlijke   niet elkaar overlappende of  gedeeltelijk bedekkende  deelverzamelingen : tussendingetjes  bestaan niet of zijn uitertst zeldzaam  

Bedoelde groepen( soorten genaamd )   zijn allemaal cluster  van individuen  die gewoonlijk  meerdere  eigenschappen gemeen hebben en die allen  rond een  grootste gemene deler eigenschap-set   liggen geschaard …….dergelijke  discrete groepen  vinden we bij planten , dieren  , in de eenvoudiger gebouwde en de complexere organismen-clusters     

Het brokkelige karakter  van de  verzameling van  alle  discrete groepen die al het  extante leven op aarde samenvat ( en geklasseerd in  “ the nested hierarchie”  ) is universeel te noemen  en moet daarom worden beschouwd als een fundamenteel aspect van de waarneembare diversiteit onder alle  organismen  .

 
Een adequate  oplossing  voor dit probleem van de  organische diversiteit  ( en het clusteren  in  discontinue  groepen  die men het soort probleem noemt )moet zowel een beschrijving geven van de bestaande  extante natuur als een beschrijvende verklaring van de  oorsprong van deze gekonstateerde verschillen tussen levende wezens   en ten tweede is er ook nog een diepgaande analyse noodzakelijk van de oorsprong van de discrete gedifferentieerde groepen in de levende (extante ) wereld    ….”  

(Tot zover  het oude  voorzichtige en moeizame  verhaal van deze grijze eminentie )

 

Ik onthoud er vooral uit dat  discontinuiteit  én merkbaar is in de extante  wereld  én  eigenlijk op elke horizontale   doorsnede  van  de  stamboom…vertikaal is er echter een continuum   

* De extante  levende wereld  is eigenlijk de   boomkruin van de  stamboom van  het  leven  die we van bovenop bekijken  ; We zien een  struikachtig  kluwen   en de topjes van vele  takken  en blaadjes , maar we zien de lagen eronder niet of slechts erg onduidelijk  , noch de stam ….en zeker niet  de wortels 

Die taktopjes zitten allemaal “discontinue” te wezen tegen hun achtergrond  van ondoordringbaar bladerdak ;en  we zien ook niet hoe de takjes onderling met elkaar verbonden zijn  

 

Horizontaal (extant en doorsneden ) discontinue  , vertikaal (tijd) continu

   <klik

http://tsjok45.multiply.com/photos/album/2245 http://evodisku.multiply.com/journal/item/420/SYSTEMATIEK

 

 

Soort
Soorten zijn een belangrijk instrument om de levende wereld onder te verdelen. Er zijn verschillende manieren om soorten te definiëren, waaronder het biologisch soortconcept, het cladistisch soortconcept, het ecologisch soortconcept en het fenotypisch soortconcept.  etc …

SPECIES CONCEPT     

Het biologisch soortconcepts is het meest voorkomende: hier zijn soorten populaties van met elkaar parende fertiele  individuen met fertiele en levensvatbaar nageslacht … Soorten worden aangeduid met een Latijnse dubbele naam, een conventie die van Linnaeus komt, zoals Homo sapiens voor de huidige mens

Biologisch soortbegrip
Organismen behoren tot een en dezelfde soort wanneer ze zich onderling seksueel voortplanten (en daarbij vruchtbare nakomelingen produceren).
Opmerkingen:

Dit biologisch soortbegrip is meer een vuistregel dan een absolute definitie: er zijn dieren die zich normaal nooit ontmoeten (bijvoorbeeld: tijger en leeuw) maar die door middel van kunstmatige inseminatie levensvatbare jongen kunnen produceren. Omdat dit in de vrije natuur nooit voortkomt, blijft men van aparte soorten spreken.
 

Dit soortbegrip is (om begrijpelijke redenen) van weinig nut in de paleontologie. Paleontologen onderscheiden soorten op basis van morfologische kenmerken.

___________________________________________________________

2.-

(Hetgeen wat hier  volgt is  een  bewerkte en met intermezzo’s  aangevulde  vertaling van een gedeelte van het artikel van één van mijn favoriete  auteurs over  biologische  onderwerpen ,  Jerry Coyne http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2011/01/28/how-many-species-of-humans-were-contemporaries/  

Het artikel van  J Coyne is een bespreking van  twee  recente  Science artikels van Ann Gibbons / nml :

A New View Of the Birth of  Homo sapiens http://www.sciencemag.org/content/331/6016/392.summary                                            (maar vooral ) The Species Problem http://www.sciencemag.org/content/331/6016/394.summary

 Ik heb vooral de opmerkingen  en behandeling  van  en rond  het “soortprobleem ” zoals bespoken in  het artikel van  J Coyne eruit gelicht )

                                                                       *   *   * 

…..Volgens het biologische soorten concept ( BSC  of  de biologische definitie  van soort )van  Ernst Mayr, zijn  een paar gegeven   zich seksueel voortplantende organismen  beslist leden van dezelfde soort als ze kunnen paren met elkaar in de natuur( in het “wild” ) , en  vruchtbare(= fertiele) ,en uiteraard ook levensvatbare hybriden( die althans “lang genoeg in leven blijven om zich voort te planten” ).

Als ze  dat  allemaal  niet kunnen, dan dienen   er  uiteindeliijk   genetische belemmeringen   te  bestaan die het vermengen van genen van verschillende soorten tegengaan ;  de zogenaamde “reproductieve isolatie barrières” die de integriteit van de soorten behouden.

En uiteraard is  deze beperkte  BSC - definitie  uitsluitend bruikbaar  bij het  benoemen en  determineren  van  seksuele soorten

 
________________________________________________(intermezzo)

Parthenogenetische  soorten  bij reptielen  _____ zoals bijvoorbeeld een aantal amerikaanse hagedissen uit   cnemidophorus  en  aspidocelis  genera   waaronder de  chemidophorus tesselatus

de  aspidocelis neomexicana(=(vroeger) Cnemidophorus neomexicanus)

 en de   Cnemidophorus uniparens

De renhagedissen zijn  waarschijnlijk de hoogst ontwikkelde dieren  zonder mannelijke exemplaren. Alle nakomelingen zijn klonen van een vrouwtje.

In het genus cnemidophorus zijn minsten 30% der soorten  parthenogenetisch

Deze hagedissen zijn wél van oorsprong onstaan uit seksuele voorouders … maar gedurende  zeer vele  generatie-opeenvolgingen gespreid ( en dat gaan over honderden jaren  )  zijn het net als planten die zich door “stekken“(of knopvorming–> ook de zoetwaterpoliep  hydra  kan dat laatste  )  voortplanten

 

UPDATE  :

all-female-lizard-species-created-in-the-lab.

http://arstechnica.com/science/news/2011/05/all-female-lizard-species-created-in-the-lab.ars?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=rss

_______________________________________________(intermezzo) 

( zo  is er  bij voorbeeld de massale aanwezigheid van  (uit aquaria  succesvol ontsnapte) amerikaanse “vrouwelijke” brede waterpest  exoten/adventieven   in europese wateren ) 

…in feite zijn die gevallen  allemaal  groepen van  erg lang  zich in stand houdende  klonen-lijnen   …maar ook daar kunnen in de loop der jaren mutaties optreden ( net zoals dat kan gebeuren in de  somatische  cellen maar dat wordt  dan meestal  de aanzet  van  een tumor    )____dat is o.a.   vastgesteld bij uitlopende dahlia knollen ____alleen loopt de evolutie in die (meercellige) stek-groepen nog trager en zijn  bijgevolg de adaptatieve veranderingen op grond van  genotypische  wijzigingen   erg langzaam en is er beslist ( in dat geval ) nood aan een “langdurig” stabiel millieu     ____binnen bepaalde grenzen  van een cybernetische  “oplosruimte ” , waar heelwat marges , spelingen, manoevreerruimte en  verschillende oplossingen voor  opduikende problemen   ,  mogelijk zijn  en er uiteraard ook een optimale parameters-instelling  aanwezig is, inclusief de vele terug- en meekoppelingen in dergelijke verschuivende    evenwichtsoefeningen  _____

Alleen moet wel af en toe eens over gegaan worden op (hetero)sexuele voortplanting … dat is namelijk o.a.   een methode om veel sneller  varianten te genereren (en bijgevolg ook meer kansen te creeren om toch als populatie- lijn   van  een  soort te kunnen blijven overleven onder veranderde omstandigheden  …

________________________________________________(intermezzo)

Mooie voorbeelden   zijn  bepaalde  soorten  bamboe  … De individuele  plant ( te starten met zaadje of  stek) bloeit maar eenmaal na  100 jaar ( en sterft dan  na uitzaai   )  ondertussen hebben de  wortelstekken wel onnoemelijk veel gebied ingenomen …. (=  gegeven  afkomstig van  S. J.Gould )


 Fargesia nitida  bamboe  wacht  120 jaar met  bloeien en sterft  dan …Vaak  bloeien zeer  grote  populaties van die soorten  allemaal samen en onstaat er tussen de dood van de oude   en de  opkomst van de nieuwe plaatselijke generatie planten ,  een bamboe -gebrek  dat harde tijden kan inluiden voor de bamboe-eters ….In feite  is dat een voordeel voor de bamboe ,want  de bamboe- eters worden gedecimeerd door uithongering  , waardoor dan weer  de nieuwe zaailingen veel betere kansen krijgen om te overleven  

   
Fargesia nitida    

Toch moeten we erg voorzichtig zijn  om   maar meteen  parthenogenese bij deze  dieren  te gaan gelijkschakelen met wat in planten gebeurt

________________________________________________(intermezzo)

 Polyploidie  en  lesbische  sex 

cnemidophorus tigris (hetero) x  cnemidophorus  ?   =cnemidophorus  neomexicana (parthenogenetisch )

Als de  twee afgebeelde  soorten van het Amerikaanse hagedissengeslacht Chemidophorus met elkaar paren ontstaat een soort met het dubbele aantal chromosomen, ( karyotype = 2n )

De hybride soort bestaat uitsluitend uit vrouwtjes die zonder tweeslachtige sex vruchtbare eieren produceren (parthenogenese) en zich toch ( lange tijd  ) parthenogenetisch voortplanten als een soort  bestaande  uit   klonen  van hetzelfde oorspronkelijke  moederdier( wél het resultaat van een  hetero-paring)   .De vrouwelijke  hagedissen vertonen echter  wel lesbisch sex gedrag.. Blijkbaar zitten in hun overgeerfde  set dus nog  de aandriften voor sexueel gedrag … er is zelfs gesuggereerd dat  zonder het gestoei  met een partner (weze het een van dezelfde kunne ) er  zelfs  geen parthenogenetisch  ei tot ontwikkeling kan komen  …

zie ook    
http://www.kennislink.nl/publicaties/het-mysterie-van-de-man

Tetrapolyploidie (karyotype = 3n)

http://sysbio.oxfordjournals.org/content/19/2/114.shortNatural –> Hybridization Between the Teiid Lizards Cnemidophorus Sonorae (Parthenogenetic) and Cnemidophorus Tigris (Bisexual) 

* De parthenogenetische  soort  gebruikt   hier  dus een methode  om zich toch na lange tijd terug   heterosexueel  voort te planten … Misschien geld iets dergelijks ook voor andere parthenogene hagedissen ( bijvoorbeeld sommige gekko’s of andere hagedissen  , maar zeker komt  dat  nog voor  bij andere  leden  van  de  Teiidae ?)

*daarbij  gelijken de  hybrieden ( ook wat betreft  de genetische opmaak ) op de moeder  = de parthenogenetische soort  ….de  vrouwelijke leden van die    kroost  kunnen   daarna opnieuw “vernieuwde”  parthenogenetisch klonen-lijnen  opstarten

  http://en.wikipedia.org/wiki/Cnemidophorus               http://en.wikipedia.org/wiki/Aspidoscelis               http://en.wikipedia.org/wiki/Polyploidy                         http://nl.wikipedia.org/wiki/Polyplo%C3%AFdie

______________________________________________________________________

soort bastaarden    

Maar er is heelwat speling in de wijze waarop biologen gebruik maken  van die definitie van Mayer ( = Het biologische soortconcept ) ...hybridisatie van voormeld  (mogelijk  interspecifiek) type kan variëren van
 

-zeer zeldzaam (bv. de middelgrote en kleine Darwins grond vinken, die hybridiseren met een snelheid van ongeveer 2% /
Of  de ezel en het paard die soms een  vruchtbaar vrouwelijke  hybride hebben  ( goed  voor  een kleine  uitbreiding van het genen en alelen pakket in de genenpoel   )
tot 

alomtegenwoordig (bijv. de zwarte eend en wilde eend vormen  hybride zwermen, die aan het concept voldoen  ).

Als er slechts een kleine hoeveelheid van hybridisatie plaatsgrijpt  en de  “genenpoelen”van beiden soorten niet samensmelten tot een zogenaamd  vuilbakras en op  standplaatsen waar ze elkaars gebieden overlappen , overwegen  de meeste bioloog   om aan verschillende soorten te denken (dit is de situatie bij de voormelde  Darwinvinken )
Een paar andere punten vallen eveneens te overwegen :

-Paring tussen verschillende groepen is dus niet genoeg om hen te beschouwen als soortgenoten: de paringen moeten hybriden  produceren die levensvatbaar en vruchtbaar zijn ( en in het bijzonder  ook bij afwezigheid van de oudersoorten ).
“Levensvatbaar en vruchtbaar” betekent ook niet alleen maar dat de hybriden zelf nakomelingen kunnen hebben,( met bijvoorbeeld een van de oudersoorten )maar dat ze die nakomelingen ook daadwerkelijk “in het wild” hebben  .
Sommige interspecifieke hybriden in (zang)vogels, bijvoorbeeld, zijn levensvatbaar en vruchtbaar, maar zijn  toch niet te (h)erkennen door leden van een van beide ouders-groepen (als mogelijke seksuele partners), en wél  omdat deze hybriden er raar uitzien of bijvoorbeeld vreemd paargedrag( en andere eigenaardigheden )  bezitten
…. met andere woorden  ; ze voldoen  niet  genoeg  aan de heersende  specifieke eisen van de seksuele selektie binnen die oudergroepen .   
Dat is ook een vorm van reproductieve isolatie, :  het is analoog aan  steriliteit, maar dan steriliteit op grond van het niet -aantrekkelijk -zijn als een  mogelijke  partner.
 
Ook het waarnemen van een  hybriden groep in het wild, is lang niet genoeg om te beweren dat de  beide  ouderlijke groepen moeten lid zijn van dezelfde soort.
Deze hybriden zouden om daaran te kunnen voldoen  immers een genetische brug moeten  vormen tussen de ouderlijke groepen . Dat wil zeggen dat  , ze moeten  vruchtbaar kunnen terugparen met de oudergroepen en dat  geldt bovendien ook nog eens voor beide seksen 
Vaak weten we dat gewoonweg niet .

Peter Grant ( en zijn echtgenote  Rose  Grant  zijn  de Darwinvinken (klik) onderzoekers bij uitstek ) schreef  daarover een artikel in sciences : hij stelde dat  van ongeveer 10% van de hem bekende  vogelsoorten  geweten is  dat hybridisatie courante praktijk  is  .

Dat gegeven is  o.a. ge( mis-)bruikt om te beweren dat hybridisatie alomtegenwoordig is  in vogels, en dat vogelsoorten( in het bijzonder de iconische Darwinvinken , natuurlijk)  misschien niet zo “echt” zijn als altijd gedacht  .

Maar dat is een verkeerde aanpak    en vooral  een  voorbarige conclusie.
We weten nml  gewoon niets( of erg weinig ) over de vruchtbaarheid ,levensvatbaarheid (en seksuele aantrekkelijkheid!) van de meeste van deze vermelde   hybriden

en Darwin vinken   vormen ook  nu   geen  vuilbak-ras op de Galapagos

Planten  zijn goede voorbeelden  die  het bovenstaande  nog kunnen verhelderen  Planten met vast standplaatsen  en  lappendekens  van arealen afhankelijk van o.a. microklimaatjes  , vormen   erg regelmatig veel hybrieden in het wild ( vooral daar waar de arealen van verschillende plantensoorten   aan hun grensgebied elkaar overlappen) : er worden daar elk jaar  opnieuw verse hybrieden gevormd  ( soms massaal ) maar de grenzen van beide plantsoorten  schuiven niet   op ( er is dus geen verdere verspreiding van de nakomelingen van die hybrieden dieper in het areaal van de beide  oudersoorten: uiteraard kan dat veranderen als de plaatselijke (micro) klimaatomstandigheden veranderen )

Er zijn trouwens ook oosteuropese  vuurbuik-padden die een dergelijk patroon ( op grote schaal zelfs ) vertonen
Het gaat om een smal  honderden  kilometers lang grensgebied dat loopt van ergens noord tot ergens zuid europa ; in dat langerekte gebied komen hybrieden van de geelbuikvuurpad (Bombina variegata) en de roodbuikvuurpad (Bombina bombina)zeer regelmatig  voor

http://multiply.com/mu/tsjok45/image/1/photos/1410/1200×1200/27/Bombina.JPG?et=AhrF7ro6ZejcIOlwBlvOAQ&nmid=354234650  <voor vergroting

De te onderzoeken Hybrieden die kunnen dienen als demarcaties bij het bepalen van een soort -status ,    moeten  bovendien daadwerkelijk  in de  natuur voorkomen, en  niet in dierentuinen of andere kunstmatige omgevingen (zoals bijvoorbeeld lijgers ) die omgevingen   kunnen uiteraard  de  reproductieve barrières die bestaan in de natuur afbreken ; en niet alleen maar allopatrische barieres maar ook de gedragsmatige …

(*Overigens zijn lijgers   en /of tigrons  echte “inter-species hybrieden”(soortbastaarden)   en wel omdat slechts de  vrouwelijke  bastaarden  fertiel  zijn en  bij terugparing met de  man,netjes  van de  oudersoort  … uiteindelijk dooft hun “soortvreemde” genetische bijdrage  aan  de genenpool  van  een van de oudersoorten  uit…bij elke  vorming van een eicel gaat immers  de helft van het  vrouwelijke genoom verloren , na de tweede generatie in de stamlijn van de  beschouwde  eicel  blijft er dus  slechts een kwart over  van de het totale  vrouwelijke  startgenoom  )

Vele dierentuin-gasten ( vooral in ouderwetse  en amateuristische  dierentuinen ) zijn duidelijk pshychotisch ( ijsberen en andere gevangen gezette  dieren ,lopen te  ”ijsberen “…ontwikkelen rare manieën )

Een artikel in Sciences   van  Ann Gibbons  is  van belang in verband met de jongste menselijke evolutie geschiedenis ( en de daarin besproken te hanteren”soort”-begrippen ) :

In de echte wereld, zegt  Ann  Gibbons  , is het theoretische  Mayr-concept ( BSC) niet houdbaar( ze citeert daarbij   J.Huttin ) want  :   
“. Er zijn ongeveer 330 nauw verwante soorten zoogdieren die kruisen, en ten minste een derde van hen kan vruchtbare hybriden  produceren”

Het  getal  330  betekent echter, in deze  veralgemenende context , niets,.Hoeveel van die “kruisingen ” werden waargenomen in het wild  , hoeveel in dierentuinen? (Ik weet het antwoord niet ).
Alleen de gevallen  te zien in de  vrije natuur( in “ the wild”  ) ,  tellen mee . . Leeuwen en tijgers hybridiseren in dierentuinen, produceren vruchtbare  vrouwelijke “lijgers” en “tiglons”,( de mannetjes-bastaarden  zijn altijd  steriel )  maar  hybridiseren ook  niet in afrika of india wegens  o.a. nu bestaande  allopatrische barrieres  .Dat leeuwen ooit ook tot ver oostelijk   in het midden oosten voorkwamen betekent   nog lang niet dat ze ooit hebben gekruist in het wild met westelijk oprukkende tijgers …Bovendien zullen die ( hypothetische ontmoetingen tussen die ) beesten in het wild wel andere gedragspatronen ( onder meer territorium-verdediging ) tegenover elkaar  hebben vertoond dan deze die ze vertonen in een zoo ( of een cirkus-menagerie )waar ze  soms samen werden gehouden in dezelfde kooien en minstens aan elkaar  moesten wennen sinds hun welpen -bestaan   of zelfs geadopteerd werden/zijn door een zoogmoeder van de andere soort  …

Maar wat er ook van zij  ; de mannelijke  bestaarden zijn altijd steriel en  geven met recht en reden aan dat tijgers en  leeuwen wel degelijk aparte soorten zijn uit het genus  panthera 
 
Dierentuinen   slopen de reproductieve barrierès :  dieren hybridiseren daar , omdat ze zich vervelen, er geil bij lopen en over  geen geschikte partner beschikken   , er is gewoon niets anders om mee te paren.  Desnoods paren ze met een voedsel-emmer ( eenzame mannetjes leeuwen  in dierentuinen  doen dat )  

Ten slotte, als we aannemen dat 110 soorten(en dat is een royale schatting) zoogdieren  vruchtbare en levensvatbare hybriden van beide seksen  kunnen produceren die voorts in staat zijn te kruisen met de ouders in de natuur dan vormt dat slechts 2,4% van alle  zoogdieren (er zijner ongeveer 4500 van ). 

Het is nogal misleidend om te beweren dat het  biologische soorten begrip “niet houdbaar”blijkt  omdat er enige  dubbelzinnigheid bestaat over ( in het beste geval )2,4% van de gevallen .
Denk aan alle  andere 97,6% van de zoogdiersoorten waar het niet dubbelzinnig
is .

Er  is  altijd een probleem met het gebruiken  van zeldzame uitzonderingen ter falsificatie van  een concept dat bijna de hele tijd  een werkbaar  instrument is   .
Pas  altijd  op voor”anekdotische  verhalen“, zei  ooit een bioloog 

Ik hoef het daarom  niet eens  te zijn met Svante Pääbo, (die ook  door Gibbons  als volgt is  geciteerd:)
“Ik denk dat discussie over
wat is een soort ? en wat is  een ondersoort ?, steriele academische streefdoelen zijn .”

Dit kan natuurlijk  meespelen bij de argumentatie over menselijke fossielen uit het verleden( waar we dus geen “kruisingproeven” kunnen uitvoeren )  , maar is over het algemeen geen bruikbare argumentatie bij het plaatsen ( en herplaatsen )  van de extante zich  seksueel reproduceren planten en dieren.

Soorten zijn echte, objectief afgebakende entiteiten in de natuur, en bespreken waarom ze gescheiden zijn, en hoe ze te diagnosticeren, is nauwelijks een “steriele oefening ” te noemen .

Soorten zijn geen  willekeurige door mensen getrokken  organisatieonderdelen bovenop  een organisch continuüm.
Binnen zich  seksueel voortplantende taxa vormen ze verschillende groepen, die goed van elkaar gescheiden en geisoleerd zijn in “morfologische ” en “genetische .”opstellingen
 
We moeten vooral  begrijpen waarom dat zo is.

Tenslotte is het twijfelachtig om  soorten alleen maar te definieeren  aan de hand van de mate van  morfologische ( of uitsluitend op grond van genetische ) verschillen  tussen hen  onderling.
 
Zoals  Ann Gibbons( en Huttin)   al aanduide 
Er is ook geen afgesproken maatstaf : hoeveel morfologische of genetische verschillen maken de scheiding in soorten  aanneembaar ? Het is volkomen hetzelfde om een veranderlijke  (en/of te schermen met een  nog niet ingevulde) maatstaf te gebruiken of  om willekeurige  onderscheidingsgrenzen  te trekken

De “zwarte” eend ( het  melanistische type )en  de wilde eend, bijvoorbeeld, lijken helemaal “anders” , maar zijn waarschijnlijk toch leden van dezelfde soort     Anas platyrhynchos

Als twee “soorten” geografisch geïsoleerde vogels zo van elkaar  verschillend zijn als zeg maar  Aziaten en Soedanese mensen, dan zouden ze eigenlijk niet mogen  worden uitgeroepen tot verschillende soorten.
We denken ook  niet over de menselijke ‘rassen’ als verschillende soorten ….Omdat, ondanks hun verschillende verschijningsvormen, ze gemakkelijk met elkaar kruisen
en  een fertiele gemengde bevolking (een bepaald plaatselijk  type  mengras zoals creolen , mestiezen  etc … )gaan vormen wanneer ze elkaar ontmoeten.in de zogenaamde “melting pots ” Een bevolking die( by the way )  veelal ook fitter kan zijn( maar dat is niet noodzakelijk zo )  dan plaatselijke geisoleerde populaties “autochtonen”  


 
 Morfologische (en genetische) verschillen zijn vaak een zeer slechte toetsteen  om de “soort” status toe te kennen ; in het bijzonder  wanneer ze vooral zijn afgestemd (of berusten op )kleine verschillen, zoals dat het geval is in  menselijke fossielen( waarvan velen zelfs alleen maar in onvoldoende exemplaren aanwezig zijn om van verschillende  soorten te kunnen gewagen  ).

Wat over de soort(en?) “moderne” H. sapiens , Neandertalers en of  Denisovans?

Menselijke evolutie (1) 

Het is ondertussen  duidelijk aangetoond dat ze hybridiseerden , en sommige van de hybriden waren vruchtbaar: sporen van Denisovan en Neanderthaler genen blijken nog steeds deel uit te maken van ons genomisch pakket  .

Op die gronden ,rekent  antropoloog John Hawks , leden van  Neanderthalers  moderne mensen, en Denisovans tot dezelfde soort;

Ook Gibbons citeert John Hawks 
“Ze kruisten met elkaar. We noemen ze daarom  leden van dezelfde soort.” (en  waaraan ik toevoeg  :  zodoende  hebben ze vruchtbare nakomelingern  geproduceerd en zijn gedeelten van hun genenpakket terug te vinden bij (de niet- (oud-)afrikaanse )rassen van de moderne mensheid )

Maar een beetje “gene flow “(Denisova in Melanesiers en Neanderthal restanten in Europeanen , indo-europeanen en aziaten ) is niet genoeg om de meeste van ons te overtuigen dat deze rare “ groepen” wel degelijk soortgenoten waren .
Op die basis zouden ook  de Darwinvinken moeten worden geacht soortgenoten, te zijn ….maar niemand doet dat.

De vraag is of die “gene flow” genoeg is om van een soort te gewagen ; misschien was er niet zoveel kontakt tussen die verschillende groepen en dus
een gebrek aan kansen  op hybridisatie tussen die groepen  (in welk geval zij kunnen worden gerekend dezelfde soort), of gaat het slechts om occasionele  hybridisatie (tussen, zeg maar , moderne mensen en Neanderthalers), waaruit slechts hybrieden voort kwamen met een zwakkere  levensvatbaarheid of vruchtbaarheid ( Moest dit ooit het  geval zijn geweest  dan  zullen we het antwoord waarschijnlijk nooit te weten komen ).

* Is de ” soort” status van deze drie groepen nauw verwante mens-achtigen volstrekt arbitrair ?

Ik denk het niet.
Wat we wel kunnen doen is een onderzoek doen naar andere “soorten” primaten die in ongeveer een half miljoen jaar zijn uitgegroeid vanuit een hypothetische gemeenschappelijke voorouder tot reproductief geïsoleerde groepen.

Ik weet niet zeker wat het antwoord is (het zit waarschijnlijk ergens verborgen in de literatuur), maar ik vermoed dat ook  dezen niet definitief  zouden kunnen
worden beschouwd als daadwerkelijk aparte “soorten”  en  dat  die eveneens  model zouden kunnen staan  voor de menselijke evolutie , met name  ondermeer ook  omdat         -mensen veel langer gespreide ( een vergelijking  binnen  de  externe exact- meetbare  tijd ) generatiewisselingen  bezitten en  later ( =niet in de fysiologische betekenis  of volgens  de persoonlijke en “development”   tijdsritmes ) in hun ontwikkeling  voortplantingsrijp zouden kunnen worden dan andere primaten __ nog afgezien van het feit dat : ook dat binnen de soort dit alles   kan varieeren of zelfs anders geweest kon zijn geweest in archaische vormen …Daardoor zou speciatie bij homo sapiens -achtigen zelfs nog  langzamer (en vooral ook wisselend van snelheden )   kunnen zijn gaan lopen .

*Wat natuurlijk niet wil zeggen  dat binnen de  opeenvolgende  generaties van  populaties er geen versnellingen in plasticiteit en  adaptatief  vermogen   kunnen zijn  opgetreden  op bepaalde genen of genenconfiguraties  onder  grote evolutionaire druk                           *Alleen  weten we niet  “echt”  hoeveel  genetische  verandering er nodig is om van een echte adaptatieve  radiatie te kunnen  spreken ( en al helemaal niet  op een bepaald  exact geschiedkundig moment ) … Het percentage   genetisch verschil is nog steeds , als  soort-onderscheidings criterium ,een  aanwijzing  en zelfs eentje  op basis van de huidig geldende consensus  ….  

(adaptive radiation )Adaptieve radiatie

Ik (= jerry Coyne  en ikzelf )  ben het eens met  John Hawks  waarbij Neanderthalers, Denisovans, en de moderne mens allen als  leden van de Homo sapiens kunnen worden beschouwd .
 
H floresiensis, blijf ik(= jerry coyne en ikzelf  )  echter als een andere soort beschouwen .
Ze weken namelijk nogal  erg vroeg af van  de lijn die naar de   moderne H. sapiens leide , maar ze kunnen veel later toch tijdgenoten van de H sap geweest zijn …Of ze ook met H Sapiens  hebben gehybridiseerd weten we
nog  niets van  …

Homo floresiensis

Noot ; 

-Speciale gevallen  zijn  de ( verschillende )  overdraagbare  aangezicht- tumoren    die  bij honden en bij  de tasmaanse duivel voorkomen … In hoeverre zijn dat “nieuwe  soorten” van  asexuele   parasieten te noemen  ?   

-Een   heikele   kwestie is ook nog  volgens welke  exacte(?)  criteria    men asexuele  organismen  kan  opdelen  in “soorten ”  :  in het bijzonder  bij de   prokaryoten 

Ongetwijfeld  zullen ecologische   aanwijzingen  ___en vooral ook samenwerkings-en interactieve  en informatie uitwisselende /communicatieve /netwerkachtige-  verbanden   ___ kunnen  helpen bij  de naamgeving  en het opstellen  van   determinatietabellen   van  en over  dergelijke  groepen  eencelligen en  voorcelligen ( deze  woordjes   zijn nuttig bruikbare , maar wel verouderde termen , dat wél )  in  al dan niet   losse verbanden   , hierbij een rol spelen …

Over  de  taxonomie  van micro-organismen  wist  Pierra  in haar boeiend blog   iets meer te vertellen  http://ascendenza.wordpress.com/2011/02/17/een-nieuwe-bacterie-familie/

- Zoals  de lezer dezes allicht  nu  al heeft geconcludeerd is het soortprobleem ( = Darwin en ook Meno Schilthuizen spreekt van het  Mysterie der Mysterieen ) een hoeksteen van de biologie waar men nog lang niet over uitgepraat is …dat wordt allicht zeer uitgebreide  stof voor nog vele  artikeltjes hier en elders op diverse WP blogs ….en uiteraard  is het ook  telkens weer een discussiepunt dat door  anti-evolutie voorstanders  wordt  uitgekamd  maar dat laatste  ga ik hier  niet  bekijken /bespreken   :  ik heb daar elders al een verzamelarchief over   , ik wens  trouwens mijn tijd  ,die ik aan dit blog kan  besteden ,  niet te verspillen met  allerlei  herhalingen van herhalingen ,hun dito weerleggingen en dito herkauwde discussies

Dit blog gaat immers  niet over mantra’s    

 MYSTERIE DER MYSTERIEËN M.SCHILTHUIZEN

 (ook deze zit nog in mijn boekenkast )

…..Het mysterie rond evolutie en soortvorming, staat centraal in dit boek. De schrijver Menno Schilthuizen is journalist en (evolutie) bioloog     Hij neemt ons op duidelijke wijze langs de vragen rond het wankele begrip soort, en gaat in op de verschillende theorieën rond soortvorming en de mechanismen die daarbij een rol spelen.

(bespreking) http://www.tanganyika.nl/art_boek_schilthuizen.php

 

 

 

EVODISKU ZOEKMACHINES    GOOGLE —>evodisku


SYMBIOSIS en co-evolutie

Plaats van het genus   Nephenthes in de stamboom  van de  angiospermen (bovenaan midden  )

zie ook

http://viersterren.wordpress.com/2011/01/27/een-vleesetende-plant-met-een-afwijkend-dieet/

_________________________________________________________________________________

*Vleesetende  planten leven op voedselarme substraten en  zijn steeds  op zoek naar enige  voedselsupplementen  en/of  zelfs   kompleet  andere voedselbronnen dan  de weinigen die ten dele afkomstig zijn   uit  de  bodem waarin ze wortellen   

* Vele  van deze  specialisten  zijn o.a.  ”op zoek ” naar aanvullende  stikstofbronnen  :ze zijn met name ”tuk”   op  rondlopende en rondvliegende meststoffen  ….deze  ”valstrikken” en openbare  nutsvoorzieningen     lijken dus ”schijnbaar” erg  doelgericht bezig  , maar we weten  allemaal dat dit onmogelijk is ; Planten bezitten immers  geen  zenuwen-netwerk  ….

 Wat nog niet wil zeggen dat ze geen andere  communicatie ”netwerken” , met andere  materieele  informatieverwerkende   dragers dan zenuwen  , kunnen  bezitten die  ook  erg veel  eigen voordelen  bieden …er zijn  o.a.  chemische  netwerken ( inclusief chemische oorlogvoering ) en  vaatbundelnetwerken  ten dienste van de  interne communicatie binnen de individuele  plant 

zie over  communicatie bij planten ( en andere  niet van zenuwen voorziene  levensvormen ) als  levensnoodzakelijke uitrusting  ;

http://www.kennislink.nl/publicaties/pratende-planten  http://www.pri.wur.nl/NL/onderzoek/onderzoeksthemas/Chemische+communicatie+tussen+planten+en+andere+organismen/  http://www.vcbio.science.ru.nl/fesem/applets/vein/

Schimmels _ in het bijzonder   grond en  wortelschimmels (Mycorhizza ) , slijmzwammen __zijn zelfs schoolvoorbeelden  van (mycelium) netwerken (2)

* Uiteraard is het “teleologisch”  taaltje  dat veelal  wordt gebruikt  bij   de  beschrijving  van  veel symbiotische relaties  een “dichterlijke ” vrijheid en een nuttige  metafoor    die bovendien kan dienen  als “shortcut”… Maar net als met   alle analogieen , kan men uit de verhelderende   vergelijkingen  zelf ,geen verdere  doorgedreven zakelijke en feitelijke   conclusie trekken (1)  

 

                                                                         *  *   *

 

* Naast de ”overwegend vleesetende” planten (die  allerlei dieren verschalken door het aanbieden van verleidelijke  zoetigheden  , parfums   en  kleuren en  die vervolgens  te  vangen , in “boody traps “te laten sukkelen  en   te  verteren , zijn er ook een aantal  verwanten die in hun gespecialiseerde  beker/kelk     bescherming , logies  en enkele  andere nuttige  diensten verschaffen  aan  kleinere  dieren : Tot en met  het huisvesten van kleine  gespecialiseerde  micro-biotopen  en levensgemeenschappen  die nergens anders  voorkomen 

De meest  bekende voorbeelden  van die laatst genoemde   types specialisten  ,behoren  tot de nepenthes beker-planten afkomstig  uit de  erg bedreigde oerwouden  van  Maleisia (Myammar )  en Borneo  ;

De kelk van een  nepenthes .
Afbeelding: William Jackson Hooker in Curtis’s Botanical Magazine
  • Nepenthes albaNepenthes rafflesianaUnnamed, new species of pitcher plant that is known only from the limestone cliffs of Misool IslandNepenthes northianaNepenthes pilosaNepenthes pervilleiCephalotus follicularisNepenthes deanianaNepenthes northiana
  • next  <klik

    Deze  planten  gebruiken voornamelijk al  het  organische  afval   dat  hun  “huurders ” achterlaten : dat zijn dan o.a.  de  faecalieen , allerlei andere stofwisselinges-slakken  en  zelfs  de  in de “kelk” achtergebleven  dode en  terminaal  zieke  exemplaren van de  gastsoorten
                                  
                                                                                           *  *   *  

    * Overigens zijn er ook  verwante   vleesetende planten  ( en    plaatselijke  nepenthes -vertakkingen  op de evolutionaire  stamboom ) die geen logies  verschaffen  , maar niettemin fungeren als  openbaar  toilet  voor bepaalde diersoorten …

     
    een Toepaja (Scandentia) of boomspitsmuis  op de pot 
     
     
    A large N. raja pitcher awaits its fill
    De grote  Nephentes raja kelk wacht op zijn
    gebruiker …
    De  brede en grote   kelk kan tot 2 liter vloeistof bevatten
                                                                                                             *    *   *

     VLEERMUIS  HUURDER 

    Naast  de bloemplanten die nood hebben aan bestuivers voor hun voortplanting    , zijn dit soort  “kelk” -planten afhankelijk van  diersoorten die hen   gebruiken als   kleinste kamertje , wat dan meteen ook het areaal van de plaatselijke  populaties   van die diertjes helpt gezond houden ….

    Een voorbeeld van een hotelhouder-recycleerder   die moet worden betaald met de mest van zijn gasten  ,  is de   Nepenthes elongata

     

    http://rsbl.royalsocietypublishing.org/content/early/2011/01/21/rsbl.2010.1141.full.pdf+html

    The world’s worst flesh-eating plant lives in the jungles of Borneo. It’s called elongata and it’s one of several strains of Raffles’ pitcher plant. Like its relatives, it has distinctive pitcher-shaped leaves that can lure insects into a watery grave. But unlike other strains, elongata is strangely incompetent at catching insects. Instead, it lures bats into its pitchers, and lives off their poo.

     

    Vleermuizen van de soort Kerivoula hardwickii verschuilen zich in vleesetende planten van het geslacht Nepenthes, omdat de bekervormige bladeren de dieren oa  tijdens hun slaap kunnen beschermen tegen parasieten en andere bedreigingen.De vleesetende planten profiteren ook van de relatie met de vleermuizen. Ze halen voedingsstoffen uit de uitwerpselen van hun ‘logés’. Zo’n samenwerking tussen een vleesetende plant en zoogdier is tamelijk uniek, maar werkt uitstekend.

    De onderzoekers kwamen de bijzondere samenwerking op het spoor toen ze zendertjes op de ruggen van de vleermuizen bevestigden. Een groot deel van de populatie vleermuizen bleek te rusten en slapen in de kelken van de vleesetende plant Nepenthes rafflesiana.

     Zowel de plant als de vleermuis eten insecten. Maar toch zijn ze geen concurrenten.

    “De vleermuizen eten de vaak bedorven insecten die nog in de kelk zitten niet op,” weet onderzoeker Ulmar Grafe. Overigens kunnen ze dat ook niet. De insecten die de vleesetende plant heeft gevangen, bevinden zich helemaal onderin de kelk en daar is het zo smal dat de vleermuis er niet eens bij kan komen.

     De plant heeft ondertussen wel baat bij de aanwezigheid van de vleermuis. Uit een analyse blijkt dat de plant zo’n 33,8 procent van zijn voedingsstoffen uit de poep en urine van vleermuizen haalt.

    De samenwerking verloopt zelfs zo goed dat het erop lijkt dat de plant  nog  weinig moeite meer doet om zelf insecten te vangen. De plant stopt veel meer energie in het ontwikkelen van aantrekkelijke en grote kelken om zo vleermuizen aan te trekken. Sommige kelken zijn zelfs groot genoeg voor twee personen.

    Waarschijnlijk is de relatie tussen de plant en vleermuis het resultaat van een lange  evolutionaire  ontwikkeling  waarbij  heel  kleine voordeeltjes  de  twee partners steeds hechter bij elkaar hield  , totdat   ze wederzijds  onmisbaar werden   . De eerste vleermuizen die in de kelk kropen, deden dat mogelijk omdat het hen  veiligheid verschafte  .

    Moedervleermuizen  trekken  tegenwoordig altijd  hun jong in de kelk.”

    De plant bleek daar ook baat bij te hebben en begon zich steeds minder op insecten en steeds meer op vleermuizen te richten.

      http://www.nu.nl/wetenschap/2431668/vleermuizen-gebruiken-vleesetende-plant-als-toilet—-.html

     
     
     

    Kerivoula hardwickii and Nepenthes rafflesiana elongata (c) Ulmar Grafe

    De schaduw  in het onderste gedeelte 
    van de kelk  is  de vleermuis 

     

     “Het was een totale verrassing voor ons om vleermuizen te vinden die de bekerplanten consequent als slaapplaats gebruiken”, verklaart Ulmar Grafe  op BBC News.

    Vleermuizen zijn voor zover nu bekend de enige zoogdieren die in een vleesetende plant kunnen leven. De wetenschappers kwamen tot hun opmerkelijke bevinding tijdens een veldonderzoek, waarbij ze ook probeerden te achterhalen hoe vleesetende planten van de soort Nepenthes Elongata  aan voldoende stikstof komen om te overleven.  De bekerplanten vangen gemiddeld minder insecten dan andere vleesetende planten, maar komen toch aan voldoende voeding. Per toeval ontdekten de onderzoekers dat bekerplanten stikstof halen uit de ontlasting die vleermuizen achterlaten in hun bekers.

    “De vleesetende plant heeft er voordeel aan om een vleermuis aan te trekken, omdat vleermuizen ook toiletteren in de beker….De vleermuis profiteert op zijn beurt ook van het feit dat hij een veilige slaapplaats heeft die vrij is van de bloedzuigende parasieten die vaak voorkomen in gebieden waar vleermuizen normaal gesproken slapen”, aldus Grafe.

    (Hoofdonderzoeker Ulmar Grafe van de Universiteit van Brunei in het wetenschappelijk tijdschrift Biology Letters.)

    Uiteraard zijn er nog vele andere unieke  soorten ( zowel gewervelden als ongewervelden ) als huurders  aanwezig . Sommige  bekerplanten vormen komplete unieke biotopen  en leefgemeenschappen  in hun kelken 

    zie bijvoorbeeld  de  fotoreeks( en uiteraard ook het artikel )http://blogs.discovermagazine.com/notrocketscience/2011/01/25/flesh-eating-plant-doubles-as-bat-cave/#more-3688

    Daaronder zitten er  kleine  arthropoden  ;  profiterende  kapers  en voedsel parasieten die in de  gevaarlijke sappen  ,aanwezig binnen  de  kelk, duiken en daar  op zoek gaan  naar dode (vaak halfverteerde )insekten-prooien van de plant 

    Camponotus schmitzi          http://en.wikipedia.org/wiki/Camponotus_schmitzi 

     

    Nepenthes krabspin

    http://www.youtube.com/watch?v=VmYIFJHzUBE

    en het meest onverwachte van allemaal   :  een kleine  rode  landkrab

    http://en.wikipedia.org/wiki/Geosesarma_malayanum

     

    Meer over plant -dier relaties 

    Bumpy petals help bees get a grip on flowers                                                                             By eating fruit, birds protect Serengeti forests from beetles

    Over  symbiose  =

    symbiosis

    symbiose (biologische associaties)

    (1) dat planten ook een “ziel “zouden  bezitten , is helemaal van de pot gerukt ( om in de stijl van het bericht te blijven ) , nog afgezien van het feit of er uberhaupt   wel zoiets als een “ziel” ( = een essentie  , een “anima “, een platonische  entiteit…etc  ) bestaat

    (2) Ik heb een  beetje  een  zwak voor schimmels : ik eet erg graag paddestoelen( het liefst van al nog wilde: ik ga in de  nazomer  en herfst zelfs op zoek naar die  delicatessen in het Europese Eldoroda voor die  lieverdjes  ; de Franse Perigord    ) en zwammen en schimmelkazen   … ik hou van  gezondere  omgevingen  die zonder  mankeren worden  duidelijk gemaakt door de  aanwezigheid van ( hangende) korstmossen ( eigenlijk een  symbiose van een schimmel en een alg ) ….  Omdat ik sinds een paar jaren veel  medische verstuivers en onstekingswerende  middelen  gebruik   wegens een  chronische  longaandoening krijg ik regelmatig af te rekenen met  beginnende  schimmel invasies die profiteren van de moeilijke  tijden die ik bacterieen aandoe  ….  ik ben echt geintrigeerd door het gedane   genetisch onderzoek ( en de ontdekkingen die zijn mogelijk gemaakt )  met het  schimmel-model … Het was tevens   lange tijd  een  levensvorm die ik een beetje heb verwaarloosd  en me erg nieuwsgierig maakt … ik hou van de  esthetische   pracht van veel microscopische beelden over schimmels  (kijk maar eens naar de achtergrond  waarop dit blogje  verschijnt .  Het volledige plaatje  kan trouwens hier bewonderd worden :

         <klik voor vergroting

    5 EVODISKU ZOEKMACHINES
    http://www.bloggen.be/tsjokfoto/archief.php?ID=458587
    5 sites

    AFRIKAANSE OLIFANTEN EN HET aanstippenvan het SOORTPROBLEEM

    *Het vorige  berichtje  had het over  twee “soorten ” nevelpanters  . Het volgende  bericht is al wat ouder( De eerste  persberichten  verschenen  op nieuwjaardag  2011) : het gaat over  de  opsplitsing van de  Afrikaanse  Olifant( genus(?)  : Loxodonta )   in twee “soorten “ op grond van genetische verschillen                                                                      * Uiteraard gaat dit alles ook  indirect  over het  zogenaamde  “soortprobleem ”

    De “Afrikaanse olifant”(Loxodonta africanus ) is eigenlijk twéé olifanten  ” soorten “

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Bosolifant
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Savanneolifant

    Een van de grootste diersoorten ter wereld blijkt helemaal geen  enkele   diersoort te zijn. Wat wij kennen als de Afrikaanse olifant, zijn in werkelijkheid twee verschillende soorten: de Afrikaanse bosolifant en de Afrikaanse savanneolifant. Dat stellen Britse en Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift PLoS Biology.        De biologen hebben het DNA-materiaal van verschillende olifantachtigen in kaart gebracht. Het genetische verschil tussen de Afrikaanse bosolifant en de Afrikaanse savanneolifant is even groot als het verschil tussen de Aziatische olifant en de wolharige mammoet, aldus de onderzoekers.

     

    Demographic model for the history of the Elephantidae. See the original paper for a detailed explanation.

    *Het wetenschappeelijk rapport is van de hand van ; bioloog Alfred Roca (University of Illinois) en professor David Reich (Harvard Medical School, Boston) : ze werkten samen met de Amerikaanse DNA-specialist Michi Hofreiter. Hun conclusies zijn duidelijk, maar wel verrassend. Ze hebben DNA van Afrikaanse olifanten, bosolifanten en Aziatische olifanten vergeleken met het DNA van twee uitgestorven mammoeten: de wolharige mammoet (Mammuthus primigenius) en de Amerikaanse mastodont (Mammut americanum).

    David Reich van de Harvard Medical School: “het DNA van de bosolifant verschilt dermate van de Afrikaanse olifant, als het DNA van de Aziatische olifant met dat van de mammoeten”.

    Gevolgen voor bescherming

    Al eerder hadden wetenschappers gesuggereerd dat de Afrikaanse bosolifant en de Afrikaanse savanneolifant verschillende soorten zijn. Dat was onder meer gebaseerd op de lichaamsbouw.: De savanneolifant(3,5m)  is gemiddeld een meter hoger dan de bosolifant (2,5 meter )en  ongeveer twee keer zo zwaar.

    Andere biologen brachten daartegenin dat het ging om twee verschillende populaties van dezelfde diersoort.         

    Het meest  gebruikelijke  hoofdargument is het  regelmatig voorkomen van kruisingen  (met nogal frequent   fertiele nakomelingen ) … Er is dus erg  weinig sprake van genetische isolatie daar  waar beide soorten in hetzelfde gebied voorkomen Maar dat is niets nieuws  : ook bij oosteuropese padden komt dit op natuurlijke  wijze  voor  (aan de  overlappende grenslijn van hun beider geografische leef en verspreidingsgebieden )

    Ze voldoen dus niet aan de stelregel van  Mayer  ,die het biologische soortbegrip formuleerde , en die  uitstekend  bruikbaar  is  zolang het om allopatrisch geisoleerde  groepen  gaat ….

    Het genetische onderzoek van de Amerikanen en de Britten ‘is het meest overtuigende wetenschappelijke bewijs tot nog toe dat het inderdaad om verschillende soorten gaat’, zeggen de wetenschappers.

    Volgens olifantendeskundige Ton Dorresteijn, voormalig directeur van Diergaarde Blijdorp in Rotterdam, kan de ontdekking gevolgen hebben voor de bescherming van de dieren. ‘Met de savanneolifant gaat het behoorlijk goed. Het dier leeft in nationale parken in landen als Kenia, Tanzania en Zuid-Afrika. De bosolifant in Centraal- en West-Afrika wordt veel meer bedreigd; het gaat relatief slecht. Dat dier zou meer kunnen worden beschermd.’

    (anp/tw)

    bosolifant en gorilla's in tropische regenwoud
    Ontmoeting tussen een bosolifant en een familie gorilla’s in Congolees tropisch regenwoud.

    http://news.harvard.edu/gazette/story/2010/12/seeing-double/      http://www.nature.com/news/2010/101221/full/news.2010.691.html  http://scienceblogs.com/gregladen/2010/12/there_are_two_species_of_afric.ph 

    HET  ”Soort ”  PROBLEEM

    WAT IS EEN SOORT? <

    NoteMISSING LINK  <

    http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2011/01/03/more-on-species-part-1/                           http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2011/01/04/more-on-species-part-2/

    http://scienceblogs.com/gregladen/2008/11/mammoth_dna_sequence.php

     

    Comparison of phylogenies of elephants and hominoids. “We show estimated divergence times, that is, times to the common ancestor averaged across autosomes (see Methods). Red circles at the leaves of the phylogenetic tree indicate discernable species. This distinction was not made for the two clades of mammoth (M4 and M25) based on the fossil record (merged red circles).”

     De bosolifant – Loxodonta cyclotis - is volgens recent wetenschappelijk onderzoek geen subspecie van de Afrikaanse olifant, maar een volwaardige derde olifantensoort  . De wetenschappers komen tot de  conclusie dat de uiterlijke verschillen tussen de Afrikaanse olifant en de bosolifant tussen 2 en 7 miljoen jaar geleden ontstaan zijn in dezelfde periode als de mens zich van de chimpansee onderscheidde.

    http://tsjok45.multiply.com/photos/album/175#photo=43

    Photo Albumolifanten

      http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2011/01/02/how-many-species-of-elephant/

     

     

    5 EVODISKU ZOEKMACHINES
    http://www.bloggen.be/tsjokfoto/archief.php?ID=458587
    5 sites

    “Nevel”-panters

    © afp


    De Borneose nevelpanter,  is eigenlijk geen nevelpanter én de soort heeft twee vertakkingen. Dat bleek uit een genetische analyse. Ondanks zijn naam is de nevelpanter ook niet erg verwant met de gewone panter.

    © afp

    Tot 2006 dachten wetenschappers dat alle nevelpanters één soort vormden. Na een genetische studie kwam in 2008 aan het licht dat de ‘Bornean clouded leopard’ (neofelis diardi), zoals de soort toen heette, genetisch verschilt van de nevelpanter (neofelis nebulosa). De eerste soort komt enkel voor op de eilanden Borneo en Sumatra, de tweede bevindt zich op het Aziatische vasteland.

    Ook twee takken
    Nieuwe genetische analyses in 2010 door een Duits team bracht aan het licht dat de ‘Borneose nevelpanter’ niet bestaat, en dat de nevelpanters op Borneo en Sumatra genetisch van elkaar verschillen. Ze kregen de namen: neofelis diardi borneensis en neofelis diardi diardi. In het Engels werd de ‘Bornean clouded leopard’ al herdoopt naar de Sunda clouded leopard, om verwarring te vermijden.

    Analyses
    De wetenschappers kwamen tot die conclusie na een DNA-analyse van 15 panters op Borneo en 16 op Sumatra. Ook werden 28 schedels en 20 vachten in musea onderzocht, samen met de foto’s van de vachten van dieren op de twee eilanden.  Naast de genetische verschillen, zouden de twee soorten ook verschillen vertonen op schedel en tanden.

    Theorie :

    “De twee soorten zijn geografisch al gescheiden sinds de laatste IJstijd. Toch weten we niet of deze geografische isolatie aan de basis ligt van de genetische vertakking”, aldus wetenschapper Andreas Wilting. Ze vermoeden dat een vulkaanuitbarsting op Sumatra 75.000 jaar geleden vele nevelpanters uitroeide. Twee groepen overleefden: een groep in China, die de Aziatische tak zou gaan worden, en een groep in Borneo.  Die groep migreerde naar Sumatra via een ijsbrug tijdens de laatste ijstijd, een link die verdween zodra het warmer werd.

    Wolkige vlekken
    De nevelpanter kenmerkt zich door zijn wolkachtige vlekken die groter zijn dan die van een gevlekte panter.

    Samen met de leeuw, tijger, jaguar, sneeuwluipaard behoren de nevelpanters tot de subfamilie van de panterachtigen. Sinds 2008 is de panterachtige gekenmerkt als een kwetsbare diersoort.    

      Photo AlbumKatten<

        <klik voor vergroting

    Basaal (fylogenetische systematiek) < stamboom panthera

    in 2010  werd het dier voor het eerst op film vastgelegd door Wilting van de Leibniz Institute for Zoo and Wildlife Research in Berlijn. (edp)

    http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2011/01/25/clouded-leopards-and-the-species-problem/

    Clouded leopard by Vearl Brown, from Wikipedia.

    OPGELET  !

    Of de twee “soorten ” ook samen  fertiele  hybrieden  kunnen  ( of niet-kunnen ) verwekken  is me niet bekend  … De zogenaamde  twee soorten kunnen dus evengoed toch twee rassen of  subspecies  zijn … ook van rassen-populaties   is geweten dat ze  wat de frequentie van bepaalde  allelen betreft   in hun respectievelijke  standplaatsen  ,nogal  wat  kunnen  verschillen  …..

    Nevelpanter met baby’s (Bangladesh)

    //

    De nevelpanter is een schuchter dier, dat ‘s nachts actief is. In Azië leven naar schatting nog 10.000 exemplaren,( schatting in 2009)  en op veel plekken wordt hun leefgebied ernstig bedreigd.

    In Bangladesh werden in 1992 en 2005 voor het laatst nevelpanters gezien. (anp/mvl)

    Inwoners van een dorp in het zuidoosten van Bangladesh hebben natuurbeschermers nieuwe hoop gegeven dat de nevelpanter toch een toekomst heeft in het land.

    Er werd gedacht dat de bedreigde diersoort niet meer voorkwam in Bangladesh, maar de dorpelingen vonden een moeder met twee kleintjes. Eén van de babypanters werd gevangen, toen hij samen met zijn broer en moeder een aap zat te eten.
    Normaal gesproken worden gevangen dieren verkocht, maar de natuurbeschermers haalden de dorpelingen over het dier vrij te laten. Het drie maanden oude dier was gezond.

    //

    23/07/09
      

    5 EVODISKU ZOEKMACHINES
    http://www.bloggen.be/tsjokfoto/archief.php?ID=458587
    5 sites

    BRUGHAGEDIS

      

         

     

    http://www.valleyanatomical.com/catalog/images/CA-RB0896-Tuatara-Skull.jpg

     

    The two large temporal fenestrae on each side of the skull are the most notable primitive features of the tuatara skull.

               <klik voor vergroting   (Test ; een   foto uit het media bestand )

     

    skull.http://mantisshrimp.wordpress.com/2009/03/15/tuatara-most-primitive-reptile/

     

     
     
     
     
     
     
     

    Tuataras have abdominal ribs, called gastralia, that gird their underside. They also have pronounced uncinate processes.
    Tuataras have abdominal ribs, called gastralia, that gird their underside. They also have pronounced uncinate processes.

     

    photo

    Tuatara Skeleton/Auckland War Memorial Museum www.aucklandmuseum.com/

    http://en.wikipedia.org/wiki/Tuatara <  http://nl.wikipedia.org/wiki/Brughagedissen < http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i001715.html

    http://www.bertsgeschiedenissite.nl/geschiedenis%20aarde/sphenodontia.htm

    http://nzphoto.tripod.com/animal/tuatara.htm

    Links

    http://www.victoria.ac.nz/sbs/research/ecology-biodiversity-research/tuatara-biology/tuatara-biology.aspx  <              http://chickenoreggblog.wordpress.com/tag/tuatara/<

    http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2011/01/23/tuataras-and-the-species-problem/   <                                     http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2010/11/23/tuataras-in-the-news/<

     

     Optimal phylogenetic hypothesis for representatives of seven extant  lineages of reptiles focusing on relative placement of snakes (e.g., Dinodon) using tuatara (Sphenodon) as an outgroup and a Bayesian inference approach. For this figure, branch lengths are calculated using a GTR+gamma model, with a dataset including two protein coding genes and eight tRNAs from mitochondria. Numbers in italics are nonparametric bootstrapped Bayesian posterior probabilities (BPP) based on 100 replicates and 200,000 generations. Bayesian posterior probabilities (PP) for nodes are underlined (from Rest et al. 2003).

    Evolutie van reptielen         ,<

    (evodisku )Reptielen <
    De komplete aanklikbare “NaDarwin” is hier te vinden
    http://evodisku.multiply.com/journal/item/655/NaDarwin

    Ooit bevolkten vele soorten reptielen in groten getale de aarde, maar tegenwoordig zijn er nog maar vier ordes vertegenwoordigd. De grootste van deze groepen is de Squamata, waartoe hagedissen en slangen behoren. Schildpadden behoren tot de Chelonia, krokodillen, alligators, kaaimannen en gavialen tot de Crocodylidae. De brughagedis is de enige nog voorkomende vertegenwoordiger van de Rhynchocephalia. Vooraanstaande uitgestorven reptielen waren de Saurischia (Tyrannosaurus en andere op twee poten lopende vleeseters) met driestralig bekken, waarvan de Vogels afstammen, en de Ornithischia (planteneters met vierstralig bekken, zoals Stegosaurus en Hypsilophodon). Zoogdieren zijn ontstaan uit de Therapsida.

    Evolutie van reptielen

    Nota :
    de groep onder de paraplu-term “thecondontia” wordt niet meer gebruikt : De benaming duikt echter nog veelvuldig op in verouderde ( en in populair wetenschappelijke )literatuur http://nl.wikipedia.org/wiki/Thecodontia<

    Blog EntryLevende fossielen<

    5 EVODISKU ZOEKMACHINES
    http://www.bloggen.be/tsjokfoto/archief.php?ID=458587
    5 sites

    Alle begin is moeilijk

    Ik ben  op internet  bekend onder de  naam  Tsjok45  

    5 EVODISKU ZOEKMACHINES
    http://www.bloggen.be/tsjokfoto/archief.php?ID=458587
    5 sites

    Ik  ben een  nieuwe  blogger   op  World Press      .( waarover  dit blog vooral  zal  gaan kan je hier lezen in een notedop http://tsjok45.wordpress.com/ten-geleide/   )

    Ik heb al wat ervaring met bloggen ,  internet fora en dergelijke   … Het zou eigenlijk een fluitje  van een cent moeten zijn  …. Het is  echter  niet  zo gemakkelijk  als het lijkt  , maar ik leer het gelukkig nog wel( ik heb echter minder geduld dan vroeger )  .

    Ik ga dit blog ( zeker in het  begin )  gebruiken  om hier ( vergrootbare  ) foto’s en  dergelijke( zoals ook documenten , pdf ‘s en scans   )   te plaatsen  … afkomstig van zowel   het net  als van mijn harde  schijf  ….en dat bij wijze  van test  … kwestie van de mopgelijkheden die hier worden geboden zovlug als  mogelijk  in te oefenen  …

    Het lijkt een beetje  op het leren bespelen van een  ander en   nieuw instrument  dan hetgene wat ik al beheers  …

    Dit  gezegd zijnde  ga ik direkt maar van start , waarbij ik de oorspronkelijke  bronnen met een link ga aangeven  ( voor zoverre  ze van het net afkomstig zijn )  :

    Van mijn harde schijf  zijn hier een  paar  gecopieerde   : voorbeelden  van                                                                                 

    doc ( in word )                                                                                                                                   >Nilson & Pelger                                                                                                              pdf >radiodurans ( afkomstig van het net  / maar daar niet meer beschikbaar ) 

                                                                                                                                                   >scan /jpg –> klik op de foto voor een vergroting…     

    Dit is duidelijk een niet leesbaar ding  bij  vergroting 

    <een foto van mijn harde schijf

    (klik ?)

    EEn   foto uit media bestand 

    <–KLik 

    Rechtstreekse  “copy and paste ”  van het net ( namelijk  een foto  van  mijn blog  evodisku 2 ) Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<(klik)LIBYA     http://www.bloggen.be/evodisku/archief.php?ID=967062

    KLIk hier voor  de fotolink    

    http://blogimages.bloggen.be/tsjokfoto/967065-198c3029b164593b40ab6174365f1031.JPG

    SALAMANDERS

     

     <–klik

    Jonge ( 15  a 20 maanden oude ) mannetjes   Marmer salamander / Esclottes (frankrijk)2006

     De foto is gemaakt door Koen Verminnen

    De rode streep op de rug is de  aanzet/groeiplaatst    van  de  rugkam van het  geslachtrijpe mannetje ….

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Marmersalamander

    http://welkers.pagesperso-orange.fr/naturelimouzit/RepIns/TritonMarbre.htm

    –> klik op de  foto voor een vergroting

    http://www.amphibiainfo.com/gallery/caudata/salamandridae/triturus/marmoratus/ 

    Triturus marmoratus. Adult male in breeding attire. Photo © Paolo Mazzei,

    Afbeeldingen van marmer salamander

     

     

    Hieronder   nog  een copietje   van ( en eigenlijk ook een testje )    http://wdfw.wa.gov/ais/search.php?id=3&orderby=CommonName%20ASC )

     

    Amphibians – Salamanders/Newts

    Species Image Species Name  Common Name  Family  Classification 
    Ambystoma rosaceum   Ambystomatidae Prohibited
    Desmognathus ochrophaeus Allegheny Mountain Dusky salamander Plethodontidae Prohibited
    Echinotriton andersoni Anderson’s Salamander Salamandridae Prohibited
    Hynobius lichenatus Aomori salamander Hynobiidae Prohibited
    Aneides lugubris Arboreal salamander Plethodontidae Prohibited
    Triturus vittatus ophryticus Banded newt Salamandridae Prohibited
    Notophthalmus meridionalis Black Spotted newt Salamandridae Prohibited
    Desmognathus quadramaculatus Black-bellied salamander Plethodontidae Prohibited
    Desmognathus orestes Blue Ridge Dusky salamander Plethodontidae Prohibited
    Gyrinophilus porphyriticus danielsi Blue-Ridge Spring salamander Plethodontidae Prohibited
    Eurycea wilderae Blue-Ridge Two-lined salamander Plethodontidae Prohibited
    Ambystoma laterale Blue-spotted salamander Ambystomatidae Prohibited
    Triturus boscai Bosca’s newt Salamandridae Prohibited
    Hynobius boulengeri Boulenger’s Oriental salamander Hynobiidae Prohibited
    Dicamptodon ensatus California Giant salamander Dicamptodontidae Prohibited
    Batrachoseps attenuatus California Slender salamander Plethodontidae Prohibited
    Ambystoma californiense California Tiger salamander Ambystomatidae Prohibited
    Triturus montandoni Carpathian newt Salamandridae Prohibited
    Eurycea lucifuga Cave salamander Plethodontidae Prohibited
    Andrias davidianus Chinese Giant salamander Cryptobranchidae Prohibited
    Hynobius chinensis Chinese salamander Hynobiidae Prohibited
    Paramesotriton chinensis Chinese Warty newt Salamandridae Prohibited
    Hynobius nebulosus Clouded salamander Hynobiidae Prohibited
    Aneides ferreus Clouded salamander Plethodontidae Prohibited
    Triturus dobrogicus Danube Crested newt Salamandridae Prohibited
    Plethodon elongatus Del Norte salamander Plethodontidae Prohibited
    Batrachoseps aridus Desert Slender salamander Plethodontidae Prohibited
    Hynobius dunni Dunn’s Oriental salamander Hynobiidae Prohibited
    Plethodon dunni Dunn’s salamander Plethodontidae Prohibited
    Eurycea quadridigitata Dwarf salamander Plethodontidae Prohibited
    Salamandrella keyserlingii Dybowski’s salamander Hynobiidae Prohibited
    Siren intermedia intermedia Eastern Lesser siren Sirenidae Prohibited
    Pseudotriton montanus montanus Eastern Mud salamander Plethodontidae Prohibited
    Notophthalmus viridescens Eastern newt Salamandridae Prohibited
    Plethodon cinereus Eastern Red-backed salamander Plethodontidae Prohibited
    Hemidactylium scutatum Four-toed salamander Plethodontidae Prohibited
    Hydromantes ambrosii French Cave salamander Plethodontidae Prohibited
    Hydromantes genei Gene’s Cave salamander Plethodontidae Prohibited
    Chioglossa lusitanica Gold Striped salamander Salamandridae Prohibited
    Batrachuperus gorganensis Gorgan salamander Hynobiidae Prohibited
    Triturus cristatus Great Crested newt Salamandridae Prohibited
    Siren lacertina Greater siren Sirenidae Prohibited
    Aneides aeneus Green salamander Plethodontidae Prohibited
    Necturus beyeri Gulf Coast Waterdog Proteidae Prohibited
    Batrachoseps diabolicus Hell Hollow Slender salamander Plethodontidae Prohibited
    Cryptobranchus alleganiensis Hellbender Cryptobranchidae Prohibited
    Paramesotriton hongkongensis Hong Kong Warty newt Salamandridae Prohibited
    Hynobius kimurae Hynobiidae Hynobiidae Prohibited
    Dicamptodon aterrimus Idaho giant salamander Dicamptodontidae Prohibited
    Desmognathus imitator Imitator salamander Plethodontidae Prohibited
    Hydromantes imperialis Imperial Cave salamander Plethodontidae Prohibited
    Batrachoseps campi Inyo Mountains salamander Plethodontidae Prohibited
    Hydromantes italicus Italian Cave salamander Plethodontidae Prohibited
    Triturus carnifex Italian Crested newt Salamandridae Prohibited
    Triturus italicus Italian newt Salamandridae Prohibited
    Onychodactylus japonicus Japanese Clawed salamander Hynobiidae Prohibited
    Plethodon jordani Jordan’s salamander Plethodontidae Prohibited
    Neurergus microspilotus Kurdistan newt Salamandridae Prohibited
    Neurergus crocatus Lake Urmia newt Salamandridae Prohibited
    Plethodon larselli Larch Mountain salamander Plethodontidae Prohibited
    Hydromantes brunus Limestone salamander Plethodontidae Prohibited
    Onychodactylus fischeri Long-Tailed Clawed salamander Hynobiidae Prohibited
    Neurergus kaiseri Luristan newt Salamandridae Prohibited
    Triturus marmoratus marmoratus Marbeled newt Salamandridae Prohibited
    Ambystoma opacum Marbled salamander Ambystomatidae Prohibited
    Plethodon mississippi Mississippi Slimy salamander Plethodontidae Prohibited
    Hydromantes platycephalus Mount Lyell salamander Plethodontidae Prohibited
    Hynobius retardatus Noboribetsu salamander Hynobiidae Prohibited
    Hynobius leechii Northeastern China Hynobiid salamander Hynobiidae Prohibited
    Desmognathus fuscus fuscus Northern Dusky salamander Plethodontidae Prohibited
    Pseudobranchus striatus striatus Northern Dwarf siren Sirenidae Prohibited
    Pseudotriton ruber ruber Northern Red salamander Plethodontidae Prohibited
    Plethodon glutinosus Northern Slimy salamander Plethodontidae Prohibited
    Eurycea bislineata Northern Two-lined salamander Plethodontidae Prohibited
    Plethodon dorsalis Northern Zigzag salamander Plethodontidae Prohibited
    Desmognathus ocoee Ocoee salamander Plethodontidae Prohibited
    Hynobius okiensis Oki salamander Hynobiidae Prohibited
    Proteus anguinus Olm Proteidae Prohibited
    Batrachuperus mustersi Paghman Mountain salamander Hynobiidae Prohibited
    Triturus helveticus helveticus Palmate newt Salamandridae Prohibited
    Batrachuperus persicus Persia Mountain salamander Hynobiidae Prohibited
    Plethodon petraeus Pigeon Mountain salamander Plethodontidae Prohibited
    Desmognathus wrighti Pygmy salamander Plethodontidae Prohibited
    Euproctus asper Pyrenean Brook salamander Salamandridae Prohibited
    Taricha rivularis Red-bellied newt Salamandridae Prohibited
    Batrachoseps gabrieli San Gabriel Mountains Slender salamander Plethodontidae Prohibited
    Speleomantes imperialis Scented Cave salamander Plethodontidae Prohibited
    Desmognathus monticola Seal salamander Plethodontidae Prohibited
    Pachyhynobius shangchengensis Shangcheng Stout salamander Hynobiidae Prohibited
    Hydromantes shastae Shasta salamander Plethodontidae Prohibited
      Pseudohynobius shuichengensis Shiucheng salamander Hynobiidae Prohibited
    Ranodon sibiricus Siberian salamander Hynobiidae Prohibited
    Taricha torosa Sierra newt Salamandridae Prohibited
    Triturus vulgaris lantzi Smooth newt Salamandridae Prohibited
    Triturus karelinii Southern Crested newt Salamandridae Prohibited
    Desmognathus auriculatus Southern Dusky salamander Plethodontidae Prohibited
    Plethodon richmondi Southern Ravine salamander Plethodontidae Prohibited
    Eurycea cirrigera Southern Two-lined salamander Plethodontidae Prohibited
    Aneides flavipunctatus Speckled Black salamander Plethodontidae Prohibited
    Salamandrina terdigitata Spectacled salamander Salamandridae Prohibited
    Paramesotriton caudopunctatus Spot-Tailed Warty newt Salamandridae Prohibited
    Pachytriton labiatus Spotless Paddle Tail newt Salamandridae Prohibited
    Pachytriton brevipes Spotted Paddle Tail newt Salamandridae Prohibited
    Neurergus strauchii strauchii Strauch’s Spotted newt Salamandridae Prohibited
    Notophthalmus perstriatus Striped newt Salamandridae Prohibited
    Hydromantes supramontis Supramont Cave salamander Plethodontidae Prohibited
    Batrachuperus taibaiensis Taibai Stream salamander Hynobiidae Prohibited
    Paramesotriton deloustali Tam Dao Warty newt Salamandridae Prohibited
    Eurycea guttolineata Three-lined salamander Plethodontidae Prohibited
    Amphiuma tridactylum Three-toed Amphiuma Amphiumidae Prohibited
    Ambystoma tigrinum Tiger salamander Ambystomatidae Prohibited
      Pseudohynobius tsinpaensis Tsinpa salamander Hynobiidae Prohibited
    Plethodon hoffmani Valley And Ridge salamander Plethodontidae Prohibited
    Plethodon vandykei Van Dyke’s salamander Plethodontidae Prohibited
    Aneides vagrans Wandering salamander Plethodontidae Prohibited
    Plethodon wehrlei Wehrle’s salamander Plethodontidae Prohibited
    Plethodon welleri Weller’s salamander Plethodontidae Prohibited
    Batrachuperus pinchonii Western Chinese Mountain salamander Hynobiidae Prohibited
    Plethodon vehiculum Western Red-backed salamander Plethodontidae Prohibited
    Plethodon cylindraceus White-spotted Slimy salamander Plethodontidae Prohibited
    Liua shihi Wushan salamander Hynobiidae Prohibited
      Pseudohynobius flavomaculatus Yellow-spotted salamander Hynobiidae Prohibited
    Plethodon yonahlossee Yonahlossee salamander Plethodontidae Prohibited

     Ook hier kan je op de foto’s klikken

    zie ook         axolotl <          PIERRA      Stamcellen en hun evolutie <

    5 EVODISKU ZOEKMACHINES
    http://www.bloggen.be/tsjokfoto/archief.php?ID=458587
    5 sites

    VARANEN

     klik op de foto voor een grotere versie  

    Voorouder /verwant komodo-varaan  

       

      Varaan ,Afbeeldingen van varaan soorten

    Photo AlbumMosasaurus & monitor lizards Thumbnail

    Mosasaurs are close relatives of the monitor lizards (family Varanidae).

    “As early as 1800, the Dutch palaeontologist Adriaan G. Camper recognised the monitor (varanid) lizard affinities of these fossil vertebrates (Camper, 1800; Mulder, 2003), well before they were described as Mosasaurus(Conybeare, 1822). Points of similarity between mosasaurs and snakes were recognised by Edward D. Cope. This inspired him to introduce the order Pythonomorpha (Cope, 1869a).”

    Lee (1997) suggests that snakes evolved from a marine mosasaur. The monitor lizards undoubtedly share a common ancestor with the mosasaurs, although their exact relationship remains controversial. There are suggestions that mosasaurs descended from a monitor lizard or from an aigialosaur, which is itself considered a close relative of the monitor lizards. Therefore monitor lizards, snakes and mosasaurs all appear to be closely related. Their exact relationship with each other would need to be worked out.

    aigialosaur
    Follow

    Get every new post delivered to your Inbox.