Klimaatveranderingen vanaf 2014

 

°

“Hoogste aantal broeikasgassen in 800.000 jaar”

 

2014 ,   <— De morgen

  • Ontbossing ;

illegale ontbossing brazilie 2062351  <— Pdf 


© thinkstock.

2/11/14 –   Bron: Belga

De klimaatopwarming is al overal op aarde merkbaar: het is warmer, er is minder sneeuw en ijs, het zeeniveau is gestegen en de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer ligt op het hoogste niveau in minstens 800.000 jaar.

Dat zegt het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in een vandaag gepubliceerd syntheserapport. Volgens het panel is het evenwel nog altijd mogelijk om de opwarming van de aarde, met relatief weinig kosten, te beperken tot 2 graden Celsius.

© thinkstock.

“De oplossingen zijn er, en ze zijn niet zo duur, (°°)indien men internationaal samenwerkt”,

zegt IPCC-vicevoorzitter Jean-Pascal van Ypersele. Volgens de Belg geeft het nieuwe rapport regeringen

“een uitvlucht minder, om niet met méér politieke wilskracht te handelen”.                                                                                                  “Laat ons hopen dat dat helpt.”

Volgens het intergouvernementele expertenpanel isde gemiddelde temperatuur van de aarde en de oceanen met 0,85 graden Celsius gestegen tussen 1880 en 2012.

“De gevolgen van de klimaatverandering zijn de voorbije decennia al voelbaar geworden op alle continenten en in de oceanen”, klinkt het. “De waarschuwing van het klimaatsysteem is overduidelijk.”

 

Maximum 2 graden

Het panel benadrukt tegelijkertijd dat het nog niet te laat is om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden Celsius, de doelstelling die de internationale gemeenschap gesteld heeft.

Daarvoor moet de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen met 40 tot 70 procent verminderd worden tussen 2010 en 2050, en volledig verdwijnen tegen 2100. Dat kan door bijvoorbeeld afstand te doen van fossiele energie, de energetische efficiëntie te verbeteren en de ontbossing een halt toe te roepen.

Maar, zo waarschuwt het IPCC, er moet snel actie worden ondernomen.

“Het is technisch haalbaar om de overgang te maken naar een koolstofarme economie“, zegt Youba Sokona van het IPCC. “Maar het ontbreekt aan passend beleid en geschikte instellingen.(*) Hoe langer we wachten om in actie te schieten, hoe meer het zal kosten.”

Economische groei
Volgens de berekeningen van het panel zouden “ambitieuze” inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de wereldwijde economische groei met amper 0,06 procentpunt doen dalen.

“Er rest ons weinig tijd alvorens de mogelijkheid om onder de 2 graden te blijven, verdwijnt”,

besluit IPCC-voorzitter Rajendra Kumar Pachauri.

°

Ook VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon roept op tot snelle actie.

“Er is geen ruimte voor ambiguïteit in deze boodschap. Leiders moeten handelen. De tijd staat niet aan onze kant.” Niets doen zal meer kosten dan actie ondernemen, klinkt het. “Er bestaat een mythe dat de aanpak van de klimaatverandering veel geld zal kosten, maar niks doen zal nog veel meer kosten.”

De Amerikaanse buitenlandminister John Kerry omschreef het klimaatrapport als

“…… de zoveelste kanarie in de koolmijn  …….Zij die ervoor kiezen om de wetenschap te negeren of te betwisten, terwijl die zo duidelijk is uitgelegd in dit rapport, vormen een enorm risico voor ieder van ons, voor onze kinderen en onze kleinkinderen.”

http://www.scientias.nl/moeten-voor-2100-afscheid-nemen-van-fossiele-brandstoffen/106720

 

 

…….We kunnen klimaatverandering dus beperken.

Maar haast is geboden, zo benadrukt het rapport. Wanneer we de klimaatverandering tegen redelijke kosten willen beperken tot maximaal twee graden Celsius zullen snel maatregelen moeten worden getroffen. Heel concreet zal de uitstoot tussen 2010 en 2050 wereldwijd met 40 tot 70 procent moeten dalen. En tegen het jaar 2100 moet de uitstoot zelfs nul zijn.

 

 

°

Reacties  : 

(*) Optreden  ?

  • De industrie   en het heersende  (succes) model  aanpakken  ?
  • Hoe dan de  productie op peil  en de economie “gezond” houden ?
  • Richtlijnen  over  wat voor energieopwekking   er moet  gebruikt worden ?
  • Over…..  hoe er “zuiniger” en “verantwoord” moet worden geconsumeerd  ?
  • Wel  ……..Daar gaan beroeps politici (die trouwens ” verkiesbaar” moeten blijven en dus op korte termijn denken  )   niet aan raken….. want dat is allemaal    ;  tewerkstelling,BTW,belastingen , .

En nog zoiets wraakroepends   ;

  • de nutteloze transporten,( bijvoorbeeld) garnalen laten pellen in marokko,…. gestandariseerde boontjes invoeren uit  kenya )                                                                                               en
  • de reusachtige voedselverspilling (alles wat geen standaardvoedsel is,in de vuilbak )

 

 

 

( KLIMAATSCEPTICUS  I)   “…..Wat het IPCC nu weer zegt is grotendeels onzin: gebaseerd op klimaatmodellen die hun onkunde al lang hebben bewezen.

Er is al 14/18 jaar géén opwarming meer, ondanks record uitstoot en niveaus van CO2.

Hoe verklaar je dat?

Ook al zouden we geen gram CO2 uitsparen, dan gaat de temperatuur geen 2 graden omhoog tegen 2100.

(°°) Geen geld kosten?                                                                                                                                                                    komaan zeg, af en toe een paar miljard voor nepoplossingen voor een nepprobleem, zoals nu ook weer onze zon- en windenergie?…… ” 

(KLIMAATSCEPTICUS II ) ” ….als het dan toch zo erg gesteld is met het klimaat, kan er dan misschien iemand mij uitleggen hoe het komt dat er nog nooit, ik herhaal: nog nooit zo veel ijs was op de zuidpool ?…

IPCC… denk je nu echt dat die mensen de waarheid gaan zeggen, namelijk dat het afsmelten van Noordpoolijs is gestopt, dat er de laatste 10 jaar helemaal geen temperatuurstijging meer is, dat het Zuidpoolijs groeit, dat sommige gletsjers langzaamaan weer groeien, …? Indien ze dit zouden zeggen, hebben ze geen reden meer te bestaan.”

(KLIMAATSCEPTICUS II )….” Voor diegenen die het IPCC nog geloven: alle doemverhalen zijn gebaseerd op klimaatmodellen waarvan 95% al -ver- boven de huidige temperaturen zitten, laat staan die van 2050 of 2100.(1)  Er is géén versnelling in de zeespiegelstijging, niet meer stormen of orkanen, niet meer extreme regenval of droogte dan 50 of 100 jaar geleden. De landgletsjers in Alpen en Noorwegen zijn al een keer of zes gekrompen en vooruitgeschoven. Er komen nu voorwerpen van onder het ijs van 3000 en 6000 jaar geleden, enz..(2)  “

—->(1) Ach wat  ..…”ZE”  hebben  toen iets ingeschat  met een  nog  natte vinger in de lucht…..nu gaan ze dus   opnieuw (en gaan nu   meten)  ….. ondertussen  is de natte vinger   rapper droog  ….. De modellen zijn  aangepast of vervangen en  is  er  nu al  als  eerste  resultaat   van die verbeterde aapak  :   de opwarming ( –> ten gevolge van antropogene invloeden ) is maar nog eens  bevestigd.

—->(2)Stop toch met dat lullen  over o.a;

  • het ijs van de zuidpool,
  • als de berggletsjers weg zijn gesmolten zullen velen van de non believers pas inzien dat er een probleem is, want dan is hun drinkwater ook weg, en vele oogsten over de ganse wereld gaan eraan  kapot binnen afzienbare tijd  , wat  hongersnood op grote schaal zal brengen
  • Waar halen ze het hier vandaan dat er meer ijs is op de Noordpool?       Daar krimpt het ijs.
  • De zuidpool nog nooit zoveel ijs, ja dat klopt maar lees in het vervolg artikels volledig, het landijs neemt af waardoor oa het zee ijs toeneemt en ja dat komt door de opwarming….
  • een complottheorietje is ook  altijd “leuk” … “zij “hebben het gedaan …  ik niet dus, en ik mag dus rustig  en  braaf  verder doen  ? 
  • Om nog maar te zwijgen welk gevaar het ontdooien van de de permafrost met zich mee zal brengen.
  • Het lijkt in ieder geval duidelijk dat de anti opwarmingslobby der klimaatsceptici nog steeds goed in de populistische markt ligt bij het  masseren en  smaakmaken van de publieke opinie  …..

 

°

TIJD  VOOR  NIEUWE VOORSPELLINGEN   ?

 

We zijn allemaal “goe bezig” ……

Mensen blijven mensen en   ‘heerlijk’ naïef. We doen maar verder zoals we bezig zijn totdat de ‘grotere’ gevolgen op ons afkomen waarvoor we geen oplossing(en) zullen hebben.

Doe maar(Nederlands )  ‘gezellig’ verder met de vervuiling , de roofbouw ,  de verspilling en het ongeremd vermenigvuldigen als het je zo uitkomt …maar  zeg nooit meer   ……  wir haben es nicht gewusst???

  • Het mensdom moet terug worden ingekrompen tot ongeveer 3 miljard en dat kan in anderhalve generatie tijd.Maar daar horen we de UNO nooit over.

—> Er is niemand –of bijna niemand–van de klimaatspecialisten die de global warming nog ontkent.

Wat we eraan moeten doen is echter moeilijker te regelen dan de vaststelling zelf. Ik vrees dat we er heel weinig gaan aan doen en nog 50 jaar de kat uit de boom gaan kijken  …..

  • Er zijn er nog altijd die het verschil tussen weer op korte termijn, en klimaat op lange termijn, niet kennen. De temperatuur is wereldwijd, de laatste 10 jaar, véél hoger dan de 150 jaar ervoor.
  • Opwarming van de aarde gaat over  de globale  temperatuur   en niet letterlijk “ het wordt(hier lokaal)  warmer ”  wat wel ” lokaal merkbaar” wordt  ,  is een groeiende  hogere  frekwentie van  schommelingen  tussen   uitersten / extremen  

 

 

 

 

°

 

 Het klimaat is bijzonder complex . Men begint meer en meer inzicht te krijgen in wat er aan het gebeuren is en de gevolgen die dat heeft.

Strenge winters op komst door opwarming van de aarde  ?

JC
27/10/14 – 15u42  Bron: The Guardian

Smeltend ijs in de Noordelijke IJszee. © thinkstock.

De opwarming van de Aarde heeft het risico op strenge winters in Europa en het noorden van Azië verdubbeld. Dat blijkt uit Japans onderzoek. Deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid is het gevolg van de smeltende poolkap, waardoor meer ijzige wind en sneeuw zuidwaarts worden gestuurd.

Door het smeltende ijs is de oceaan donkerder en absorbeert hij meer warmte. Door de wijzigende luchtpatronen wordt ijzige wind zuidwaarts gestuurd

 

De studie van de universiteit van Tokio omvat het meest gedetailleerde computermodel ooit en werd gepubliceerd in het vakblad Nature Geoscience. Ze toont aan dat de recente strenge winters niet simpelweg veroorzaakt worden door natuurlijke variaties in het weer, maar door de opwarming van de aarde.

Het smeltende ijs in de Noordelijke IJszee heeft tot gevolg dat de open oceaan donkerder is en meer warmte absorbeert. Dat verwarmt de lucht en verzwakt de wind. Schommelingen in de straalstroom sturen de vrieslucht zuidwaarts.

Lees ook

Opwarming gaat verder

Dit ogenschijnlijk tegenstrijdige effect van de opwarming van de aarde doet velen denken dat de opwarming gestopt is.

Maar niets is minder waar, zeggen onderzoekers. Hoewel de gemiddelde temperatuur van het aardoppervlak trager stijgt sinds 2000, is de Noordelijke IJszee gedurende die periode snel blijven opwarmen.

Het nieuwe computermodel toont dat het risico op ijzige winters ook de komende decennia nog zal aanhouden.

Verwacht wordt dat de Noordelijke IJszee tegen de jaren 2030 ijsvrij zal zijn aan het einde van de zomer, wat het veranderende windpatroon stopt terwijl de gemiddelde temperaturen blijven stijgen.

Extreme omstandigheden

De klimaatverandering verhoogt ook de kans op natte zomers, dodelijke hittegolven en overstromingen

 

Klimaatwetenschappers waarschuwen al vele jaren dat de klimaatverandering niet enkel leidt tot een langzame, geleidelijke stijging van de temperatuur. Het klimaatsysteem wordt meer energetisch, wat meer frequente extreme omstandigheiden veroorzaakt.

De ontdekking dat de kans op strenge winters al verdubbeld is, toont aan dat de opwarming van de Aarde geen bezorgdheid voor de toekomst is. De smeltende poolkap veroorzaakte recent ook al natte zomers in Europa en het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast werd aangetoond dat de klimaatverandering het risico op dodelijke hittegolven in Europa en Australië vergroot, en dat overstromingen al tweemaal meer waarschijnlijk zijn dan in 2000.

http://syndication.vmma.be/syndication?vID=4201fe589aa996b34741af7a86f5e09f&sID=HLN&autoplay=false
°

Wat vertelt het klimaat uit het verleden ons over de toekomst?

De temperatuur op aarde stijgt, en dat is niet voor het eerst. In hoeverre kunnen warme perioden uit het geologische verleden ons laten zien wat ons in de toekomst te wachten staat? Een vraaggesprek met Pepijn Bakker en Michael Blaschek, klimaatwetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam, die beiden afgelopen dinsdag op dit onderwerp promoveerden.

door

419px-sermersuaq_in_isunngua_highland_in_summer_2010_(8)

Sermersuaq Groenland IJskap, zomer 2010 Chmee2/Valtameri, via Wikimedia Commons

‘The past is the key to the future’. Het citaat uit 1830 is van de Britse geoloog Charles Lyell, het concept van zijn beroemde Schotse collega James Hutton, en alle aardwetenschappers van tegenwoordig worden er mee grootgebracht.

Klopt, zeggen klimaatwetenschappers Pepijn Bakker en Michael Blaschek van de Vrije Universiteit Amsterdam, maar dan moet je wél goed opletten dat het verleden dat je bestudeert genoeg overeenkomsten heeft met de toekomst om een zinvolle vergelijking mogelijk te maken. Beide heren promoveerden dinsdag aan de Vrije Universiteit Amsterdam, beiden bestudeerden ze een warme periode uit het geologische verleden om te kijken in hoeverre de gebeurtenissen van destijds iets ons vertellen over het klimaat dat ons te wachten staat. Kennislink sprak met hen.

Waarom terug naar het verleden? We hebben toch computermodellen waarmee we in de toekomst kunnen kijken?
“Ja, maar om die modellen te kunnen vertrouwen moeten we wel bewijzen dat ze zinvolle voorspellingen doen. Als we de gegevens uit het verleden in het model stoppen, en dat levert een klimaat op dat toen niet heerste, is er weinig reden om te denken dat de toekomstvoorspellingen wel kloppen. In het algemeen gaat dat best goed trouwens, maar er zijn een paar lastige processen die niet eenduidig door modellen gesimuleerd worden. Belangrijke voorbeelden daarvan zijn de invloed op het klimaat van de circulatie van het oceaanwater, de dynamiek van het zeeijs, en het smelten van het landijs. Wat het ingewikkeld maakt is dat die processen niet alleen het klimaat maar ook elkaar beïnvloeden.”

Naar welke perioden hebben jullie gekeken?
“Pepijn naar het Eemien, van 130.000 tot 116.000 jaar geleden, Michael naar de warmste periode uit het Holoceen, van 9000 tot 5000 jaar geleden. Het Holoceen is het interglaciaal (een relatief warme periode tussen twee ijstijden in) waar we momenteel in zitten, het Eemien het laatste interglaciaal dat daaraan vooraf ging. We keken dus beiden naar een tijdperk waarin de aarde opwarmde. In het Eemien was het zelfs warmer dan nu, die periode wordt om die reden vaak als voorbeeld gebruikt voor wat er kan gebeuren als de aarde verder opwarmt. Wat wij onderzocht hebben is vooral welke invloed het smelten van de Groenlandse ijskap heeft gehad – en zal hebben.”

Het smelten van ijskappen – dan kom je toch ook in de scenario’s terecht met nieuwe ijstijden? Omdat de oceaancirculatie dan stil komt te liggen, en er dus geen warmte meer wordt aangevoerd?
“Als het om grote ijskappen gaat wel, ja, maar uit onze onderzoeken is gebleken dat het effect van het smelten van het ijs op Groenland op de oceaancirculatie maar zeer beperkt is. Het is niet zo heel veel ijs, namelijk. We hebben wel computersimulaties gedaan waarin we al het huidige ijs op Groenland in 500 jaar weg lieten smelten, dán stokt de oceaanstroming inderdaad, en krijg je een flinke afkoeling in Europa. Maar 500 jaar is wel extreem snel hoor. En als het een paar duizend jaar duurt, neemt de oceaancirculatie maar een beetje in kracht af, en koelt het dus ook maar een beetje af.”

Franz_josef_fjord__glacier-jerzystrzelecki

Franz Josef fjord met gletsjer, Groenland Jerzystrzelecki, via Wikimedia Commons

Het smelten van het ijs remt de opwarming dus enigszins af… dat is goed nieuws, toch?
“Nou, het is wel regionaal, hè? Als er minder warmte wordt aangevoerd dan stijgt de temperatuur op het noordelijk halfrond trager, maar op het zuidelijk halfrond juist extra snel. Dus voor Nederland is het misschien wel fijn, maar al met al schieten we er weinig mee op.”

Wat heeft het onderling vergelijken van die warme perioden jullie geleerd?
“Onder andere dat je ontzettend voorzichtig moet zijn met het doortrekken van conclusies van het verleden naar de toekomst. In de tijdvakken die wij bestudeerden warmde het op, maar dat had te maken met de stand van de aarde ten opzichte van de zon, en niet met broeikasgassen. De stand van de aarde zorgde destijds voor veel grotere seizoensinvloeden dan nu. Dus de temperatuur in de zomer was wel veel hoger, maar de winters waren ook kouder. Juist als je naar ijskappen kijkt heeft dat natuurlijk veel effect – die kappen groeiden in de winter toch deels weer aan. Uit onze modellen bleek dat dat ook weer heel andere effecten op de oceaancirculatie geeft.”

“Om opwarming onder invloed van broeikasgassen te bestuderen zouden we eigenlijk 55,8 miljoen jaar terug moeten reizen, naar het thermische maximum aan het begin van het Eoceen. Maar ja, voor ons onderzoek hebben we daar weinig aan, want toen lag er helemaal geen ijs op Groenland. Bovendien is het lastig te achterhalen wat er exact gebeurde, als het zo lang geleden is.”

Dat ging beter voor de tijdvakken die jullie bestudeerden?
“Elke stap in dit soort onderzoek gaat gepaard met grote onderzekerheden. De modellen moet je ’tunen’– er zitten parameters in waarvan de realistische waarden niet goed bekend zijn, en de modelresultaten blijken in elk geval voor het effect van het smelten erg afhankelijk van die tuning te zijn. Vervolgens moet je de resultaten vergelijken met gegevens, maar die zijn vaak ook niet heel eenduidig. Als je pollen vindt, betekent het dat er planten gegroeid hebben. Maar zegt dat iets over de temperatuur, of over andere milieufactoren? En hoe dateer je alles goed? Voor het Holoceen lukt dat aardig, dan kan je koolstofdateringen gebruiken. Voor het Eemien wordt het een stuk onnauwkeuriger. Als je oorzaak-gevolg relaties wil vinden, is het handig als je op zijn minst de volgorde van de gebeurtenissen kan vaststellen, maar zelfs dat lukt vaak niet.”

Hm. Dat lijkt me koren op de molen van de klimaatsceptici..?
“Als die onze proefschriften willen gebruiken om te onderbouwen dat er heel veel onzekerheden in klimaatmodelleringen zitten, dan is dat prima. Maar we weten behoorlijk goed in welke factoren de onzekerheden zitten – zoals het effect van het zeeijs, en die onzekerheid zit vooral in de regionale effecten. Wie wil ontkennen dat de aarde wereldwijd opwarmt heeft niks aan ons werk. Dat wijzen de modellen namelijk wél eenduidig uit.”

Bronnen:

  • P. Bakker, Modelling the climate of the Last Interglacial: The evolution of the Last Interglacial climate and its sensitivity to melting of the Greenland Ice Sheet, an investigation through model inter-comparison and model-data comparison,Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 319 blz.
  • M. Blaschek, Holocene climate variability in the Nordic Seas: numerical model simulations compared with proxy-based reconstructions, Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 265 blz.
°

DOEMDENKEN of VOORZIENBAAR ?

°

 

°

°

clubvanrome

 

http://en.wikipedia.org/wiki/The_Limits_to_Growth

Cover first edition Limits to growth.jpg

http://nl.wikipedia.org/wiki/De_grenzen_aan_de_groei

………Overigens waren dergelijke berichten niet nieuw: ook Thomas Malthus (1766 – 1834) had iets soortgelijks al gemeld in “Essays on the principles of population” uit 1798 namelijk het Malthusiaans plafond. Critici gaven aan dat het rapport onvoldoende aandacht gaf aan de mogelijkheid om met behulp van nieuwe technologieën het doemscenario af te wenden of zelfs dat het rapport volledig foutief zou zijn.[  

Het rapport bevat ook scenario’s die veel positiever verlopen en die tot een stabiele wereld leiden.

Recente vergelijken met de werkelijke ontwikkelingen laten echter zien dat het (ongunstige) referentie-scenario tot nu toe een goede beschrijving van de realiteit geef

 

De Club van Rome wordt vandaag de dag gezien als een soort milieubeweging maar het waren destijds allemaal keurige industriëlen en aan de industrie verbonden wetenschapsmensen .

Het kwam voort uit een soort denktank van de OECD, waar onder meer over innovatie, technologie, wetenschap, natuur en milieu werd nagedacht.

 

De Club van Rome kreeg bekendheid met het rapport De grenzen aan de groei, dat in 1972 werd uitgebracht. Hierin werd, in navolging van het boek ‘The Population Bomb’ van Paul Ehrlich, een verband gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Het rapport gaf een prognose van het grondstof- en voedselverbruik in de wereld voor de komende jaren. Daarin werd een beeld geschilderd van in een aantal decennia oprakende grondstofvoorraden.

Critici van het rapport gaven aan dat het rapport onvoldoende aandacht gaf aan de mogelijkheid om met behulp van nieuwe technologieën het doemscenario af te wenden.

 

De Club van Rome heeft  waarschijnlijk gelijk: als er niet snel drastische maatregelen getroffen worden om milieuproblemen aan te pakken, zal dat binnen afzienbare termijn leiden tot grote ecologische rampen.

Het is daarom tijd, meer dan ooit, om niet de kop in het zand te steken en de mens-milieu- en de mens-biosfeer -relatie grondig te herzien.

Een groot probleem is de toekomst: wij ruïneren de aarde op ongekende schaal, en de limiet van de draagkracht zal spoedig bereikt zijn.

Onze levensstijl zal daarom drastisch moeten veranderen –

 

 

 

Club van Rome krijgt gelijk ?

http://www.demorgen.be/dm/nl/5397/Milieu/article/detail/2027372/2014/09/03/Club-van-Rome-krijgt-gelijk-Wereld-vergaat-nog-deze-eeuw.dhtml

(1b)

Bron: The Guardian

http://www.theguardian.com/commentisfree/2014/sep/02/limits-to-growth-was-right-new-research-shows-were-nearing-collapse

3/09/14 –

Chinese fabrieken braken rook uit. © reuters.

Wie de grimmige voorspellingen (2) uit het boek ‘Limits to Growth’ van de Club van Rome altijd heeft afgedaan als doemdenkerij, wordt door een nieuwe studie met de neus op de feiten gedrukt. In het boek uit 1972 wordt voorspeld dat onze beschaving deze eeuw ineen zal stuiken. Australisch onderzoek bevestigt dat nu.

 

“Dit onderzoek zou alle alarmbellen moeten laten afgaan”

Dr. Graham Turner, universiteit van Melbourne

 

—> Al sinds het boek van de denktank Club van Rome in 1972 werd gepubliceerd, wordt het door critici afgedaan als de ultieme fantasie voor doemdenkers.(1)

Vooral   de waarschuwing dat de planeet ten onder gaat aan overconsumptie werd  weggehoond.

Ook de wat mildere  opvatting dat de Club van Rome veel te pessimistisch was geweest ,vond breed gehoor.

In 2002 werd het boek door de omstreden ‘sceptische’ milieu-expert Bjorn Lomborg nog veroordeeld tot “de vuilbak van de geschiedenis”, maar onderzoek van de universiteit van Melbourne toont nu aan dat het daar helemaal niet thuishoort.

°

De Australische onderzoekers stellen dat het scenario dat in het boek wordt geschetst erg accuraat is, en dat we de eerste tekenen van een nakende ineenstorting binnenkort al zullen zien.

 

Business as usual (4)

‘Limits to Growth’ kwam tot stand dankzij researchers van het prestigieuze Massachusetts Institute of Technologie (MIT), die een baanbrekend computerprogramma ontwikkelden om de wereldeconomie, vervuiling, voedselvoorziening, bevolkingsgroei en grondstoffengebruik te monitoren. Op basis van reële gegevens tot 1970 maakten ze projecties tot 2100, afhankelijk van welke actie de mensheid ondernam op vlak van milieu- en grondstoffenbeheer.

Als er geen actie werd ondernomen – het zogenoemde ‘business-as-usual’-scenario -, voorspelde het computermodel een ineenstorting van de wereldeconomie voor 2070.

Het boek ging daarbij uit van de – omstreden(?)  – stelling dat de aarde eindig is, en dat het streven naar ongelimiteerde groei op alle vlakken uiteindelijk tot een totale crash zou leiden.

Dr. Graham Turner van de universiteit van Melbourne vroeg data op bij de Verenigde Naties (onder andere bij het departement economische en sociale zaken, Unesco en de voedsel- en landbouworganisatie), maar ook bij de Amerikaanse organisatie die zich bezighoudt met de oceanen en de atmosfeer.

Die data werden naast de voorspellingen uit ‘Limits to Growth’ gelegd. En wat blijkt? De wereld sluit momenteel erg nauw aan bij het ‘business-as-usual’-scenario.

Lees ook

Onderstaande grafieken tonen de reële gegevens (MIT en universiteit van Melbourne) in een volle lijn. De stippellijn toont het ‘business-as-usual’-scenario uit het boek. Tot 2010 lopen de data opvallend gelijk met de voorspellingen van de Club van Rome.

© kos.
Onstilbare honger naar welvaart
Zoals de onderzoekers van MIT in 1972 uitlegden, zal de groeiende wereldbevolking en de vraag naar materiële welvaart leiden tot meer industriële productie en vervuiling.De grafieken tonen duidelijk aan dat dit het geval is. Natuurlijke rijkdommen worden in sneltempo opgebruikt, de vervuiling neemt toe en de (voedsel-)productie per hoofd stijgt. Ook de bevolking gaat pijlsnel de hoogte in. Volgens het boek vergt die onstilbare honger steeds meer voorraden, waardoor zij door de toenemende schaarste ook steeds duurder worden. Hierdoor wordt de productie ook steeds duurder, waardoor de industriële productie uiteindelijk zal inzakken. In het boek zou dat al vanaf 2015 het geval zijn.Vanaf dat moment – verwacht tussen 2015 en 2030 – ontstaat er een domino-effect van dalende voedselproductie, besparingen op vlak van gezondheid en onderwijs en een stijgend sterftecijfer.Daardoor zou de wereldbevolking sterk afnemen, met ongeveer een half miljard per decennium. De levensstandaard valt uiteindelijk terug naar een niveau dat vergelijkbaar is met dat van begin 20ste eeuw.De eerste stadia van de neergang zijn mogelijk al begonnen, met de wereldwijde financiële en economische crisis van 2007-2008, de aanhoudende economische malaise en de eerste merkbare tekenen van de klimaatverandering.Onzekere toekomst

“Onze research toont niet aan dat de ineenstorting van de wereldeconomie, het milieu en de bevolking een zekerheid is, noch beweren we dat de toekomst zich exact zal ontvouwen zoals in het boek wordt voorspeld”,

benadrukken de Australische onderzoekers in de Britse krant The Guardian.

“Maar onze bevindingen zouden wel een alarmbel moeten laten afgaan. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het streven naar aanhoudende groei kan blijven duren zonder ernstige, negatieve effecten te hebben, en die effecten kunnen sneller voelbaar zijn dan we denken.”

“Het is misschien te laat om de politici en rijke elite ervan te overtuigen het roer drastisch om te gooien. Dus is het aan de rest van ons om na te denken over hoe we onszelf kunnen beschermen tegen deze onzekere toekomst.”

 

http://www.demorgen.be/dm/nl/5397/Milieu/article/detail/2027372/2014/09/03/Club-van-Rome-krijgt-gelijk-Wereld-vergaat-nog-deze-eeuw.dhtml

http://www.theguardian.com/commentisfree/2014/sep/02/limits-to-growth-was-right-new-research-shows-were-nearing-collapse

Piles of crushed cars at a metal recycling site in Belfast, Northern Ireland.

http://www.theguardian.com/environment/earth-insight/2014/jun/04/scientists-limits-to-growth-vindicated-investment-transition-circular-economy

http://energyskeptic.com/2014/dennis-meadows-collapse-is-inevitable-now-2015-2020/

 

 

Dennis_Meadows

 Meadows!

“We’re in for a period of sustained chaos whose magnitude we are unable to foresee,”

Meadows warns. He no longer spends time trying to persuade humanity of the limits to growth. Instead, he says,

“I’m trying to understand how communities and cities can buffer themselves”

against the inevitable hard landing.

 

Do you have solutions to these mega miseries?

Meadows:

This would change the nature of man. We are basically now just as programmed as 10,000 years ago. If one of our ancestors could be attacked by a tiger, he also was not worried about the future, but his present survival. My concern is that for genetic reasons we are just not able to deal with such things as long-term climate change. As long as we do not learn that, there is no way to solve all these problems. There’s nothing we could do. People always say again: We need to save our planet. No, we do not. The planet is going to save itself already. It always has done. Sometimes it took millions of years, but it happened. We should not be worried about the planet, but about the human species.

http://damnthematrix.wordpress.com/2013/03/31/there-is-nothing-we-can-do-meadows/

 

°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°

Reacties geplukt op het internet : 

1.-

De wereld zal hoogstwaarschijnlijk niet vergaan in de eerste paar miljard jaar

en de kans dat de mensheid volledig wordt uitgeroeid in de eerste millennia acht ik ook eerder gering.

Wat wel een logische conclusie is: zoals we nu overconsumeren en ons ongecontroleerd voortplanten en ons bijna parasitair gedragen tegenover onze thuisplaneet; dit zal ons in de zeer nabije toekomst zeer zuur opbreken.

Dat het zo niet verder kan is evident…

–>Wel ja  ……  De wereld zal niet vergaan maar onze  menswaardige  beschaving /en  de ons dragende omgeving  staat wèl op de helling

—> Dus ……  tuurlijk vergaat de wereld niet, hooguit de mensheid!

 

 

(1b)

–> de woordkeuze is  niet juist, de mensheid vergaat nog deze eeuw, niet de wereld, die wordt pas opgeslokt door de zon binnen 5 miljard jaar. Dan gaan we hier allang niet meer zijn.

 

( 2.-)

 

–> De club van Rome zat er ook  veel naast  

zeker, maar het ging ze om de grote lijn. De scenario’s. En daarin zaten ze redelijk goed.

–> De Club van Rome zat er compleet naast in hun voorspellingen (2c )over de uitputting van grondstoffen tegen het jaar 2000. Geen enkele grondstof raakte uitgeput, integendeel.

Wat ze vergaten is de menselijke inventiviteit om problemen op te lossen met betere technieken, veranderen van grondstof of materiaal.

Ook niet inzake vervuiling   zat de club  voorspelling  juist  . In het Westen is de groei samengegaan met minder vervuiling  ….. (5)

> De meeste van de “voorspellingen “(2b)van de toenmalige club van rome waren slechts extrapolaties van toen bespeurbare tendenzen …. Het is ietwat tè weinig om ze nu nog serieus te blijven nemen ? (2b)

—> Waarom  voorspellingen tussen  aanhalingstekens ? Dit is gewoon een poging  om de Club van Rome  een natrap te geen of te discrediteren ?

Er zijn gewoon veel te veel mensen. De planeet zou niet meer dan hooguit één miljard mensen mogen dragen en dat is nog heel veel. Maar door de godsdiensten, de ongebreidelde wellust en het totale gebrek aan vooruitziendheid kweekt de mens als konijnen. Helaas zijn er geen vossen om op ze te jagen.

Zodoende maakt de mens zijn eigen habitat kapot. De beschaving zal ineenstorten, ontelbaren zullen omkomen, en we keren terug naar een soort stenen tijdperk. Met dank aan  o.a. de godsdiensten , de   dito  ideologen en  kanonnenvoer recruteerders  .

–> We zijn met veel te veel op deze globe, maar de grote schuldigen hiervan zijn de godsdiensten, met uitspraken als , ga en vermenigvuldig U, of dat de man de maandstonden niet mag zien bij vrouwen van islamieten, en zo zijn er nog heel wat te vinden, zolang een moderne beschaving, deze godsdienst waanzin blijft steunen, kan men moeilijk van een moderne samenleving spreken, ten slotte stammen die godsdiensten zelfs af uit het stenen tijdperk, eerst beginnen met deze steun op te zeggen.

–>Er zullen altijd en overal wel snullen zijn – zelfs op het hoogste niveau – die nog niet doorhebben dat de overbevolking van deze planeet eindelijk eens moet aangepakt worden op een andere manier dan collectieve vernieting.

Maar  ik vrees dat het inderdaad “business as usual” zal blijven. En dan kan het alleen maar neerwaards gaan.

 

–> De manier waarop we nu leven is onhoudbaar. Het heeft geen zin om energie te sparen en zuiniger om te springen met grondstoffen,dat is gewoon uitstel van executie.

De bevolking blijft groeien tot ze niet meer kan groeien omwille van tekorten.

Het probleem zal zichzelf oplossen, dus een wereldbevolking die drastisch zal dalen.

Hetgeen we moeten doen is nu een drastische geboortebeperking opleggen zodat we zacht kunnen landen, anders zal het chaos zijn.

Zet konijnen in een beperkte biotoop en ze kweken ook tot alles op is en ze uitgestorven zijn. Dringend nood aan geboortebeperking, wereldwij liefst.

Onze consumptieverslaving is echter nefast

Vooral de populatie-groei grafiek in het oorspronkelijk werk ,is interessant ; volgens hun verwachtingen stopt die groei rond 2020 ….Maar huidige anticipaties stellen een populatie-stop(-verzadiging=o groei ) voorop rond 2050 …..

(2b) Maar er wordt  wel  vandaag niet gerept over
een verbruik -stop per capita . Verbruik en ecologische voetafdruk zullen dus verder toenemen zelfs als de populatietoename stopt .Je kan het proces dagelijks meemaken aan elke grens tussen de derde wereld en de zogenaamde eerste wereld ….

–>  Zelfs al deden ze niets anders dan slechts wat extrapoleren ( maar vooral ook waarschuwen dat het zo niet verder kan )… toch werd hun werk ( en vandaag nog steeds ) verguisd

(2c)–>Fout …Het waren  trouwens  GEEN “voorspellingen”
-“Limits to Growth” is een ” globaal menselijk attitude en gedrag model dat is opgebouwd dmv “Systems Dynamics methodology. “

In feite is het een primitief computer  model volgens diverse  ineengrijpende organigrammen   uit de chaos -theorie en een voorloper van de huidige computer aided modelling  

Derhalve …is het nooit (slechts ) een “extrapolatie van toen aanwezige (natuurlijke  ? ) tendenzen “ geweest ….
Want het globale menselijk groepsgedrag is daarbij van bij de aanvang als het belangrijkste element gesteld … en dat is wat de meeste kritische  commentaren in de vroege zeventiger jaren , en vandaag , niet eens hebben opgemerkt ….

 

°

http://nrcboeken.vorige.nrc.nl/recensie/de-club-van-rome-grenzen-aan-de-groei-1972

 

Het hardnekkigste misverstand was vermoedelijk, dat er sprake was van een voorspelling.

Dat was Grenzen aan de Groei niét. Het rapport liet alleen zien, wat een aantal ontwikkelingen in de wereld teweeg zou brengen als er niets zou veranderen. De mensen van het MIT hadden daartoe vijf parameters (groei van bevolking, van industriële productie, voedselproductie, grondstofverbruik en van milieuvervuiling) in de computer gestopt. Het interessante en ook nieuwe was, dat die vijf groeifactoren in onderlinge wisselwerking werden gebracht – iets waartoe inderdaad alleen de computer in staat was. Het veelgehoorde verwijt dat dit programma geen rekening hield met menselijke aanpassing en prijsmechanismen was dan ook niet terecht. Die pretentie had het rapport niet, hoewel de sombere toonzetting een noodlotstemming opriep.

Het tweede grote misverstand had betrekking op grondstoffen.

De onderzoekers gingen bij hun berekeningen uit van een normale exponentiële groei en de destijds bekende voorraden. Een onbegrijpelijke fout was, dat zij het begrip `bekende reserves’ niet definieerden. Zij maakten dus geen onderscheid tussen in 1971 economisch winbare reserves, en reserves die dat níet waren (te diep, te ver, te verspreid) maar dat bij een hoger prijsniveau later konden worden. De steenkolen in Limburg bijvoorbeeld worden nu niet bij de reserves gerekend maar ze zitten wel onder de grond. Wie weet gaan de mijnen over vijftig jaar weer open als er een tekort komt aan cokes voor de staalfabricage.

Als resultaat van die manier van rekenen, kwam het rapport van de Club tot nogal paniekerige cijfers:

goud zou na negen jaar uitgeput zijn, zilver na dertien jaar, tin na vijftien jaar en aardolie na twintig jaar! Zelfs als de voorraden vijf keer zo groot zouden worden (méér konden de rapporteurs zich waarschijnlijk niet voorstellen), hadden wij nog maar voor 29 jaar goud, 41 jaar kwik, 50 jaar aardolie en 50 jaar zink. Het lijkt er niet op.

De conclusie luidde: gegeven de huidige verbruikscijfers en de voorziene toename van deze cijfers zal het merendeel van de thans belangrijke, onvervangbare hulpstoffen over honderd jaar uiterst kostbaar zijn geworden

Maar (foutieve of alarmistische ) resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor een echte   toekomst. Laat ik het maar openlijk zeggen: eens gaat het mis, dat staat vast.

Alleen weten we niet wanneer, en of het door ozon dan wel overbevolking zal gebeuren, of door een compleet nieuw mankement.

De Club van Rome krijgt ooit gelijk.

°

 

Net zoals vandaag , extrapoleerde elk denkend mens uit de zeventiger jaren . Alles leek toen al erg slecht

Schrijver -wetenschapper Philip Wylie was ervan overtuigd dat indien de vervuiling exponentieel voortholde , de wereld rond 1977 het begin van de uiteindelijke ineenstorting riskeerde (= point of no return ) . Hij heeft misschien gelijk gehad .
Een van de zorgwekkenste ontwikkelingen vandaag , is de weigering in hoge politieke kringen om te extrapoleren en de daaruit volgende  noodzakelijke  ( en zelfs draconische ) maatregelen te nemen om de beschaving te redden … Politici zijn eerder geneigd het consumentisme en de groei te bevorderen ,wapens te verkopen en/of  te prediken ….wat(voor hen )  telt zijn ” korte termijn “plannen en scenario’s …. en wachten tot de problemen zich stellen vooraleer ze worden aangepakt  (2d)

Daarbij steunen ze graag op de heilige koe van de economie 

Economen (die over het algemeen de Globale Financieele Crisis niet eens (h)erkenden toen ze voor hun ogen plaatsvond ) zijn waarschijnlijk niet bekwaam genoeg om dit soort(of gelijk welke  ander(e ) problem(en )aan te pakken .

(2d)  

Zoals meestal is de mens geneigd pas iets te doen als het te laat is. Dit zal ook zo zijn met die problematiek, neem het van mij aan.

Conclusie; wij zullen zo blijven leven tot het echt niet meer gaat!

 

.3.-   Het is teleurstellend dat millieubewuste en millieu bezorgde mensen nog steeds worden gebrandmerkt als die “gekke doemdenkens ” , sta- in- de- weg idioten en “morosofen “( =vroeger ook gebrandmerkt als “Communisten ” of ander rood gespuis )

> Uiteindelijk kan er geen gezonde economie blijven bestaan zonder het nodige draagvlak van een gezonde omgeving ….
Dit zal meer en meer duidelijk gaan worden wanneer we verder blijven gaan met het onverantwoord en niets ontziend beroven en uitbuiten van onze aarde en levensnoodzakelijke biosfeer ……

4.- Het is de hoogste tijd dat de globale economische systeembedenkers , beginnen de driedubbele grondlijn van winstgroei versus sociale en ecologische impakt ervan ,af te remmen of minstens serieus   in vraag te stellen …

Ons courante systeem dat we nu gebruiken  heeft alles  uitgeput. We hebben er alles (en nog veel meer) uitgehaald. We zitten momenteel met het probleem dat alles nog kan opgelapt worden met wat maatregelen die dan weer een tekort geven aan iets anders.

Kortom: we gaan de dieperik in. We blijven zweren  bij  versletenen  concepten  en gaan  onderwijl zingend de ondergang tegemoet.(= Dansend op de rand van de vulkaan )

Egoïsme en buitensporig geldgewin van een aantal afschuwelijke creaturen die het mooie nest bevuilen hebben voor dit scenario gezorgd dat hen hopelijk ook zal meesleuren in de diepte ….

–> Het is hoog tijd voor een humanistische technocratie die het groei-winstmodel ondergeschikt maakt.

 

°

Het eeuwige groeimodel en korte termijndenken als overlevingsstrategie zit zo diep in onze genen en geesten ingebakken dat we blind zijn voor wat op ons af komt.

°Ook het naïeve geloof in technologie is verblindend. Technologie is een middel, geen grondstof of energiebron en we handelen alsof deze eeuwig voorradig zullen zijn terwijl bewezen reserves vaak slechts een fractie blijken te zijn van wat was aangenomen.

–> De crisis van 2008 is geen bump on the road maar een tipping point.

5.-  GROEI IS SIMPELE REKENKUNDE  . Zij die groei ( en de gevolgen ervan )  niet begrijpen zijn gewoon simpele luitjes  (5b)

the nature of the growth defined by the exponential curve… the rate of change will far exceed our capacity to adapt is essentially what the message I heard…

for people won’t even know there is a problem until not only does it arrive but shoots past them and we all of a sudden find ourselves in a world where the world view you espouse makes no sense….

Malthus theory is correct, he just got his timing wrong and given when he was living it is not hard to imagine why. Nothing grows forever, nothing stays the same forever, and nothing can stop the change, it’s intrinsic in the Universal Unfolding

 (6b)

Veel  wakkere  lieden   begrijpen  dit best, maar stoppen  zoals bijna iedereen  hun   kop in het zand…

 

°

6.-(ontkenners en betweters  zeggen steeds weer  )

Het probleem is dat al deze modellen niet gebaseerd zijn op echte harde feiten maar op speculaties of simulaties die dan nog eens niet objectief zijn.

Als je kijkt naar de reële data van de laatste 15 jaar en je legt deze naast de computermodellen die overal worden gebruikt om global warming of climate change te bewijzen zie je dat deze zeer hard van elkaar afwijken.

Wat moeten we dan nog gaan geloven van deze zogezegde wetenschappers die enkel data gebruiken die hun eigen meningen ondersteunen ?

a) Het is geen kwestie van geloven maar van eenvoudige fysica en rekenkunde  

b) gelukkig zijn er (volgens de ontkenners )  genoeg niet-wetenschappers die het wèl beter weten … heilaas zonder het bezit van de relevante kennis om de data correct en controleerbaar   te interpreteren

c) computer aided  modelling ( en deze  eenvoudiger organigrammen van de  “club van rome”-   voorloper ervan )  is toegepaste wiskunde  ……en dat is een nuttig instrument  …..en ondanks  wat de niet wiskundige ook moge beweren  

 

 

 

7.-   De  problemen zijn overbevolking  klimaat en de filosofie van groei, 

Wat betreft het klimaat: een opwarming van een graad of 4 in een eeuw geeft zware problemen: verlies van de meest vruchtbare landbouwgrond en enorme volksverhuizingen.

Geeft ook oorlogen.

De wildcard is de Siberische methaanbom: Is de opwarming van de arctische oceaan genoeg om het methaanijs en de daaronder liggende gasvoorraden los te smelten?

 

 

°

 

LINKS = 

Dat er wel eens een ‘kern’ van waarheid in de voorspellingen van de Club van Rome zou kunnen zitten werd hier  al in 2009 gesignaleerd toen wij constateerden dat

de werkelijke CO2 concentratie van de atmosfeer vrijwel geheel de voorspelling(prognose )  uit 1972 ‘volgt’.

 

°

Voor veel problemen waarvoor in het rapport van de Club van Rome werd gewaarschuwd, zijn technische oplossingen ontwikkeld.

De economische groei wordt tegenwoordig gerealiseerd met minder grondstoffen en minder vervuiling per eenheid product dan vroeger…..(uiteraard komt daar ook een eind aan  = en  bij voorthollende  exponentieele bevolkingsgroei is dat slechts kort  uitstel van executie ) 

Alleen op het  cruciale punt van de bevolkingsgroei lijken de adviezen van de club van Rome minder succes te hebben gehad.

En dat terwijl heel veel toekomstige problemen samenhangen met het nog steeds groeiend aantal mensen met al hun wensen dat de aarde bevolkt.

Een paar factoren die een rol spelen bij het bereiken van een stabiele wereldbevolking?

Veel mensen, vooral in ontwikkelingslanden, zien nog niet in dat het wèl accepteren van goede medische zorg, zonder de daarbij behorende geboortebeperking, binnen korte tijd leidt tot een bevolkingsexplosie.

En dus gaat de groei nog door, als optelsom van al die door de goede zorg in leven gebleven kinderen.

Ook het verband met daaropvolgende hongersnood en epidemieën wordt niet of onvoldoende begrepen

 

°
Zie ook:
> De grote klap komt er aan, zegt nieuw onderzoek (03-09)
> Jorgen Randers: “De komende veertig jaar worden beangstigend” (24-08)

Club van Rome Rotterdam 2012 / Het failliet van de planeet: Aanbevelingen voor een reddingsplan (15 dec 2012)

New Report issues a warning about humanity’s ability to survive without a major change in direction (May 7 2012)

Looking Back on the Limits of Growth (April 2012)

Club van Rome wil strenge norm uitstoot CO2 (28 oktober 2009)

Voorspellingen Club van Rome realistisch (1 april 2009)

 

°

  • Wereldbevolking
  • Bevolkingsgroei
  • Grote kans dat aarde tegen 2100 elf miljard mensen telt

     

    Ook gedurende de 21e eeuw zal de wereldbevolking sterk blijven groeien en tegen het jaar 2100 wonen er waarschijnlijk 11 miljard mensen op aarde. Dat zijn er twee miljard meer dan voorheen werd gedacht. Die conclusie trekken onderzoekers van de universiteit van Washington en de VN.

    Momenteel wonen er ongeveer zeven miljard mensen op aarde. Maar hoeveel zullen dat er tegen het eind van deze eeuw zijn? Lang dachten onderzoekers dat het aantal mensen op aarde geleidelijk aan zou stijgen naar negen miljard. Daarna zou de groei afvlakken en zou het aantal mensen op aarde misschien zelfs gaan afnemen.

    Nieuwe statistieken
    Maar een nieuw onderzoek trekt die conclusie ernstig in twijfel. De kans is heel groot dat de wereldbevolking deze eeuw niet stabiliseert, maar gewoon zal blijven groeien. “De wereldbevolking – een kwestie die toch een beetje van de agenda is gevallen – blijft een heel belangrijk punt,” benadrukt onderzoeker Adrian Raftery. Raftery en zijn collega’s schrijven dat in een nieuw door de VN uitgegeven rapport. In het rapport wordt gebruik gemaakt van moderne statistieken die alle beschikbare informatie gebruiken om tot de beste voorspelling te komen.

    “DE BEVOLKING VAN AFRIKA ZAL HOOGSTWAARSCHIJNLIJK VERVIERVOUDIGEN: VAN 1 MILJARD MENSEN ANNO 2014 NAAR 4 MILJARD MENSEN ANNO 2100″

    Afrika
    In het rapport is te lezen dat de groei waarschijnlijk het grootst is in Afrika. De bevolking van dat continent zal hoogstwaarschijnlijk verviervoudigen: van 1 miljard mensen anno 2014 naar 4 miljard mensen anno 2100.

    De belangrijkste reden voor die sterke groei is het feit dat het geboortecijfer in Sub-Saharisch Afrika niet zo snel daalt als verwacht. Volgens de onderzoekers is de kans dat Afrika tegen het eind van deze eeuw tussen de 3,5 en 5,1 miljard mensen telt maar liefst tachtig procent.

    Azië en Europa
    In andere delen van de wereld zijn de veranderingen minder groot. Azië telt momenteel 4,4 miljard inwoners. Tegen 2050 zullen dat er naar verwachting 5 miljard zijn. Daarna zal het aantal mensen daar af beginnen te nemen. Het aantal mensen in Noord-Amerika, Europa, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied blijft naar verwachting onder de één miljard mensen per gebied.

    “AZIË TELT MOMENTEEL 4,4 MILJARD INWONERS. TEGEN 2050 ZULLEN DAT ER NAAR VERWACHTING 5 MILJARD ZIJN. DAARNA ZAL HET AANTAL MENSEN DAAR AF BEGINNEN TE NEMEN”

    2013
    De cijfers komen sterk overeen met de voorspellingen die de VN in 2013 deed.

    “Maar eerdere voorspellingen waren gebaseerd op scenario’s en dus heel onzeker,”benadrukt onderzoeker Patrick Gerland. “Dit onderzoek is sterker gebaseerd op statistieken en biedt ons de gelegenheid de voorspellingen te kwantificeren.”

    Als het om het voorspellen van de groei van de wereldbevolking gaat, gaan onderzoekers op twee zaken af: de toekomstige levensverwachting(2) en het aantal kinderen dat de gemiddelde vrouw op de wereld zet.(1b)

    Eerder spraken experts zich uit over hoe die twee factoren zich in de toekomst zouden ontwikkelen.

    Dit nieuwe onderzoek laat zich leiden door statistische methodes die gegevens van overheden en de voorspellingen van experts combineren.

    Een ander zwak van eerdere rapporten is het feit dat er gebruikt werd gemaakt van scenario’s waarin vrouwen 0,5 kinderen meer of minder zouden krijgen dan experts voorspelden. Daardoor ontstond een wel erg grote marge.

    “In een gegeven jaar en land kan het aantal kinderen per vrouw een half kind hoger liggen, maar de kans dat het in alle landen in alle jaren een half kind hoger ligt, is heel klein,”

    stelt Raftery.

    Dankzij de nieuwe methodes wordt de marge kleiner.

    Al met al denken de onderzoekers dat er een tachtig procent kans is dat de wereldbevolking in het jaar 2100 tussen de 9,6 en 12,3 miljard mensen telt.

     

    Bronmateriaal:
    World population to keep growing this century, hit 11 billion by 2100” – University of Washington
     °
    REACTIES

    ……het aantal kinderen dat jaarlijks in Afrika ter wereld komt, daalt veel minder snel dan eerder werd voorspeld, zo blijkt uit hun studie. De eerder voorspelde afvlakking van de groei van de wereldbevolking lijkt daardoor achterhaald.

    “Het grootste verschil tussen onze resultaten en eerdere projecties is dat wij verwachten dat de populatie in Afrika flink zal toenemen van 1 miljard naar 4 miljard, of tenminste 3,5 miljard”

    , verklaart hoofonderzoeker Adrian Raftery op nieuwssite New Scientist.  …..

    (1)  
    In het rapport is te lezen dat de te verwachten   groei waarschijnlijk het grootst zal zijn in Afrika.
    ” De bevolking van dat continent zal hoogstwaarschijnlijk verviervoudigen”
    ……Die blijven dus   maar kweken ondanks honger en tekort aan water én dodelijke ziekten?
    Oekandana?
    (1b)–> Hier zit een heel envoudig principe achter. Hoe groter kans is dat de kinderen sterven voor ze volwassen worden, hoe meer kinderen er gemaakt worden om er toch enkele over te houden die je helpen op je oude dag.
    Maar dat kan natuurlijk niet zo maar blijven doorgaanGrote sterfte staat dan ook op het programma …en wordt veel te weinig in rekening gebracht°

    (2)
    De bevolkingsaanwas intomen   :  HIV, malaria, mazelen en dengue doen dat veel efficiënter dan (bijvoorbeeld )Ebola . De tseetseevlieg zal ook wel een tandje bijsteken.En tenslotte de mens zelf;

    • de chaos door lokale conflicten en burgeroorlogen (3) om voedsel en drinkwater zullen niet te overzien zijn.
    • –>Opvallende hier aan is, dat  er misschien  wel snel een(betaalbaar)  middel gevonden wordt tegen ebola….. maar tegen al die andere ziektes (nog steeds ) niet.
    De VN roept al
    “ebola is een bedreiging voor de wereldvrede”.
    Is ook niet zo vreemd, nu China grote stukken van Afrika kopen om voedsel te verbouwen voor hun eigen bevolking, en Chinezen zijn uiterst bang voor ziektes, en als de Chinezen producten gaan weigeren die uit Afrika komen, heeft China een groot probleem.
    (3)
    –> Het wordt dus alweer een rondje elkaar van de aardbol afduwen ?
    °

    Piek

    ” ….De wereldpopulatie bestaat op dit moment uit ongeveer 7 miljard mensen. Wetenschappers waren het er tot nu toe min of meer over eens dat het aantal wereldburgers in 2050 een piek zou bereiken van 9 miljard.

    “Maar wij hebben ontdekt dat er een kans van 70 procent is dat de wereldpopulatie zich deze eeuw niet zal stabiliseren”,

    aldus Raftery.  ”

     

     

    Onderwijs

    Critici vinden de nieuwe voorspellingen onbetrouwbaar, omdat ze enkel zijn gebaseerd op statistiek. Er is door de onderzoekers geen rekening gehouden met factoren die de geboortecijfers in Afrika in de toekomst kunnen beïnvloeden, zoals onderwijs.

    ….Bij onderzoeken gebaseerd op kansberekening  heb ik altijd het idee dat je kunt bewijzen wat je maar wilt bewijzen…..

     

    Veel wetenschappers verwachten dat de toenemende educatie van vrouwen zal leiden tot minder geboortes.

    Rafterty is daar niet zo zeker van. Volgens hem is het goed dat er over zijn voorspelling wordt gediscussieerd.

    Populatiecijfers zijn een belangrijk onderwerp”,verklaart hij op nieuwssite ScienceDaily. “Ze zijn een beetje van de politieke agenda gevallen.”

    °

    –>We zijn nu al met veel te veel mensen op aarde.

    De geschiedenis leert :  In 1950,  leefden er 3 miljard mensen op de wereld. In 2000 waren dat er 6 miljard. Nu zitten we tegen de 7 miljard. Ter vergelijking:  tussen 1800 (1 miljard) en 1900 (2 miljard, dus verdubbeld per honderd jaar) en 1950 (3 miljard) is dus te zien dat de verhouding vsn het groeipercentage ook nog eens enorm stijgt.

    –> De bevolkingstoename is exponentieel  …..

    —>9 miljard in 2050 was de voorspelling. 9,6 miljard zou het kunnen zijn in 2100. Dat noem ik wel afvlakken…. Maar natuurlijk wordt het worst case scenario er uit gepikt (12 miljard).

    Onderzoek zegt dus 80% kans tussen 9.8 en 12,3 miljard….

    Of nog anders gezegd. als we hier een verdubbeling hadden  tussen 19000 en 1950 (dus een verdubbeling) per 50 jaar (zie 11) en we gaan nu in 100 jaar van 7 naar 9.8 miljard (of zelfs 12 miljard) dan is dat nog steeds een afvlakking…want geen verdubbeling in 50 jaar.

    Je kan het alle kanten op spinnen…

     

     

     

    —> Natuurlijk gaat dit mis. 7 miljard is al veel  te veel.

    Het lijkt me verschrikkelijk, op elke hoek van de straat mensen. Het beetje natuur wat er dan nog is: mensen.  etc … etc … 
    … Maar die kant gaat het wel op. Natuurrampen of grote keien uit de ruimte daargelaten

    Straks is er geen grond meer over wat niet bewoond wordt door mensen. Toch zal de natuur hier ook wel zijn (blinde , onverschillige en wreedaardige  ) oplossingen voor hebben

    –> De wal zal  hardhandig  het schip keren( hopelijk zinkt het  schip niet meteen ) 

     

    Volgens de NWO ( nieuwe wereld orde )blijven er  tenslotte na de collaps  maar een half miljard mensen over. De rest gaat kapot aan ziektes, armoede, oorlog, aardbevingen, honger.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Computer simulaties en computer- aided modeleren

    °

      FYSICA /Toegepaste wiskunde en informatica 

    °

    °

    Overal in natuurwetenschap en techniek worden modellen gebruikt om de werkelijkheid te begrijpen en te voorspellen. Computermodellen gebruik je om berekeningen uit te voeren waar je met de hand niet uit zou komen. Het behoort ook  in toenemende mate   tot  de wetenschappelijke standaard  praktijk ( en operationeel instrumentarium )  … Moest het niet zo zijn dat er slechts een relevant gedeelte  wordt gebruikt ( of bij het modelleren alles  voor de invoer zorgt )… dat zou het modeleren  ineenzakken onder de  oneindige  toevoer  van een  massa’s  aan alle nieuwe  gegevens  (relevante en niet relevante samen )  …. M.a.w. het  modelering systeem “crasht ” 

     

    °

    Alle modellen zijn dus ( uit noodzaak)  altijd vereenvoudigingen  van een  uitgekozen (= de relevante ) werkelijkheid  en de daar in optredende (uitrekenbare ) fenomenen …. Uiteraard zullen  computer aided modellen  (afhankelijk van hun rekenkracht ) veel uitgebreider  complexere modellen  vlugger(kunnen )berekenen (simulaties ) dan de klassieke “handmatige ” modellen (bijvoorbeeld  ; grafische  organigrammen ) …. Maar ook deze  computermodellen  blijven allemaal  slechts  benaderingen ( misschien wel de beste die we  routinematig  en erg snel  kunnen  (laten) construeren wat  zonder die computers te traag zou verlopen ) van een gedeelte van een  (verondersteld ) grotere  “totale “werkelijkheid   …. 

    °

    Maar je hoeft ook niet de (echte en veronderstelde ) “totale werkelijkheid “van (bijvoorbeeld) een appel te vatten  om die appel  te herkennen , te bemachtigen en hem in zijn ” totaliteit  ” op te kunnen eten  …. Dat is een  filosofisch leithmotiv (dat   o.a.  Immanuel Kant al heeft  ontwikkeld –> in het  “Ding an Sich ” verhaal )

    °

    LINKS

    °

    http://bw.newton-online.nl/newton3/pagina.asp?pagkey=58866 http://home.kpn.nl/h.bruning/dict-enz/dict/modelleren.pdf

    °

     

    Labyrint: computermodellen

    //

    Voor de makers van animatiefilms was het lange tijd het meest frustrerende onderdeel : het animeren van haar. Hoe kan een computer deze complexe natuurkundige materie nabootsen zonder maanden van rekenen? En wat voor wiskundige modellen zijn er nog meer mogelijk dankzij computers? 

    door

    Labyrint: de kapper van Disney

    Bekende studio’s als Pixar en Disney zoeken hulp bij wetenschapper Eitan Grinspun. Grinspun weet als een van de weinigen met welke wetten hij een bierbuik kan laten bewegen of een bos krullen kan laten dansen. Inmiddels heeft hij aan films als Avatar, Hobbit en Brave meegewerkt en leidt hij aan Columbia University op speelse wijze zijn eigen onderzoeksgroep. Labyrint, het wetenschapsprogramma van NTR en VPRO Dit dossier is gemaakt in samenwerking met partnerwebsite Wetenschap24.   °

    Computer imiteert de werkelijkheid

    Computers zijn tegenwoordig razendsnel – snel genoeg om de natuurkunde van dansend haar na te bootsen, maar ook om de werking van criminele netwerken te imiteren. Ze kunnen zelfs uitrekenen hoe sociale netwerken van drugsverslaafden lopen. Handig om hulpverleners bij te staan in het behandelen van verslaving. Geen systeem is gek genoeg, of het kan wel door een computer worden nagebootst, zo lijkt… Mits die computer ‘slim’ genoeg is.


    2165411154_5062562365_o

    Wiskunde vindt prins op witte paard

    Veel datingsites maken gebruik van wiskundige modellen om mensen met elkaar te matchen. Om jouw prins op het witte paard te vinden moeten die modellen veel informatie kunnen verwerken.

    Voedselpiramide

    Model voorspelt stabiliteit ecosysteem

    Met een nieuw wiskundig model kunnen Nederlandse biologen veranderingen in ecosystemen beter voorspellen dan voorheen werd gedacht. Dat doen ze door te berekenen hoe sterk de relaties zijn tussen roofdieren en hun prooien. Ook het bepalen van de invloed van klimaatverandering komt een stukje dichterbij. In theorie, in elk geval.

    Autos-file_20178772

    Eenvoudig model voor files

    Cellulaire automaten klinken misschien als iets heel ingewikkelds. Maar ze geven juist een verbluffend makkelijk te begrijpen wiskundig model voor filevorming.

    Dokters_mondkapje

    Ziekteverspreiding voorkomen met hulp van wiskunde

    Vogelgriep en de gewone griep zijn heel besmettelijke ziektes. Ze worden snel overgedragen van mens op mens. Maar ook de besmettelijke ziekenhuisbacterie MRSA kan heel gevaarlijk zijn. Hoe verspreiden zulke ziekte zich precies? Dat kun je zichtbaar maken met wiskundige modellen.

    Go

    Go computer!

    Sinds de computer Deep Blue schaakgrootmeester Kasparov versloeg, verlegden computerprogrammeurs hun blik naar het Aziatische bordspel Go. Tot op de dag van vandaag is het nog geen computer gelukt een Go-prof te overmeesteren. Terwijl de spelregels eenvoudiger zijn dan van schaken. Ook wetenschappelijk onderzoekers doen mee aan de internationale strijd om deze uitdaging als eerste te volbrengen, waaronder Guillaume Chaslot van de Universiteit Maastricht.

    De kracht van supercomputers

    Wanneer is een computer ‘slim’ genoeg om een ingewikkeld model te berekenen? Veel modellen zijn nog wel met (een cluster van) desktopcomputers uit te vogelen. Maar wanneer het gaat om zwarte gaten, het meedoen aan een televisiequiz, of het voorspellen van het weer, dan moet er echt wel een tandje bijgezet worden. En dan komen de supercomputers in actie: immense rekenmachines die bijna elk probleem met brute rekenkracht te lijf gaan.


    Botsende_zwarte_gaten

    Supercomputer simuleert botsing van drie zwarte gaten

    Onderzoekers van het Rochester Institute of Technology in de Verenigde Staten zijn erin geslaagd om de botsing en versmelting van drie zwarte gaten te simuleren met behulp van een krachtige supercomputer.

    Spspimg2007

    Supercomputers rekenen aan donkere materie

    Voor het eerst is het wetenschappers gelukt om twee geavanceerde supercomputers samen aan hetzelfde probleem te laten rekenen – aan verschillende kanten van de wereld, wel te verstaan. De Nederlandse supercomputer Huygens simuleert samen met de Japanse Cray XT4 een deel van het heelal: op zoek naar informatie over donkere materie.

    Watson

    Watson weet het beter

    Watson, de supercomputer van IBM, heeft het geflikt: na drie avonden in het Amerikaanse programma Jeopardy! heeft hij de twee beste menselijke spelers ooit verslagen. Een hele prestatie, want het spel draait om taal, en Watson kan eigenlijk alleen rekenen. Hoe deed hij dat? En hoe lang gaat het duren voordat iedereen een Watson in huis heeft?

    Supercomputer_knmi

    Supercomputer bij het KNMI

    Bij het doen van een verantwoorde weersverwachting komt heel wat zware wiskunde kijken. Voor het rekenwerk dat met de voorspelling gemoeid gaat, is dan ook een zeer krachtige computer nodig, een zogenaamde supercomputer. Hoe dat alles precies in zijn werk gaat, kun je in dit artikel lezen.

    Above and beyond met quantumcomputers

    Maar sommige problemen zijn zelfs te moeilijk voor de allersnelste supercomputers. Wiskundigen zitten echter niet bij de pakken neer. Ze weten namelijk dat er een revolutie op komst is in computerland, in de vorm van de quantumcomputer. Deze computer rekent niet alleen met enen en nullen, maar ook met alles daar tussen in. Zo kan een piepkleine quantumcomputer meer berekeningen uitvoeren als een kelder vol gewone computers. De exotische wereld van de quantummechanica maakt dit allemaal mogelijk.


    Fotonengun

    Kwantumcomputers

    Computers zijn tegenwoordig niet meer weg te denken. Supercomputers verwerken miljoenen zoekresultaten of berekenen wat het weer over een paar dagen zal zijn. Naast sneller zijn computers tegenwoordig ook kleiner dan ooit. Zo bestond één van de eerste computers uit ongeveer 18000 vacuümbuizen, 800 kilometer draad en woog zo’n 30 ton! Daarom verbaast het wellicht dat de computers van vandaag in principe niet wezenlijk verschillen van de allereerste modellen. Net als zijn voorouders manipuleert de pc ‘nulletjes en eentjes’ tot het gewenste resultaat. Maar daar komt misschien verandering in met de kwantumcomputer.

    Afbeelding_1

    Rekenen aan de gedroomde kwantumcomputer

    Fundamenteel onderzoek naar de grondslagen van de kwantummechanica levert onverwacht praktisch inzicht in de bouweisen van een toekomstige kwantumcomputer.

    Pw_rydbergjun

    Quantumcomputer van silicium?

    Een bekend theoretisch quantumtrucje is dat een deeltje zich op twee plaatsen tegelijkertijd kan bevinden. Nederlandse en Engelse wetenschappers hebben nu laten zien dat ze deze truc in de praktijk uit kunnen halen met een elektron in silicium. Een belangrijke stap naar een werkende quantumcomputer van silicium.

    Majorana-graphic-2

    Exotisch Majorana-deeltje duikt op in Delft

    Al sinds 1937 is men er naar op zoek, maar nu denken Delftse natuurkundigen hem voor het eerst te hebben gezien: het Majorana-fermion. Als de resultaten kloppen is het een spectaculaire vondst. De mysterieuze deeltjes kunnen van groot belang zijn voor zeer krachtige quantumcomputers. Deze week publiceren de wetenschappers hun onderzoek in Science.

    Beveiligen met quantumtechnologie

    De komst van de quantumcomputer wordt ook gevreesd, met name door bankiers en beveiligingsexperts. Digitale beveiliging werkt nu met een vergrendeling die zó ingewikkeld is, dat zelfs de snelste supercomputer er jaren over zou doen om die te kraken. Maar voor een quantumcomputer zou dit een peulenschil zijn. Daarom moet er een nieuwe verdediging komen: quantumcryptografie.


    20521666415032888949ab7

    Doorbraak in quantumcryptografie

    Door de komst van quantumcomputers loopt de houdbaarheid van de traditionele cryptografie af. Want het is niet ondenkbaar dat quantumcomputers binnen afzienbare tijd grote getallen kunnen ontbinden in priemfactoren. Het feit dat zoiets tot nog toe níét kan, is juist de kracht van veelgebruikte methoden die nu in de cryptografie worden gebruikt.

    ____________________________________________________________________

    Relevante DISCUSSIES  geplukt van Scientias nl 

    °  1.- Waarom zouden computer modellen niet waarheidsgetrouw kunnen zijn?

    • ”    Wat je erin stopt komt  er ook   weer  uit. “

     

    • Dus als je de wetten van de natuur ( en de parameters ) erin stopt, komt wat er gebeurd volgens die wetten (die we voor het dagelijks leven hier op aarde helemaal kennen) uit. Lijkt mij behoorlijk waarheidsgetrouw.

     

    • Wetten die we helemaal kennen, “nu ben je wel echt grappig aan het doen:

      Computer simulaties zijn geen feiten..geen discussie daarover, anders gaan we andere computer simulaties er ook eens bij gaan halen, die keer op keer de mist in gaan.

      – Als wetenschap tegenwoordig alleen maar wiskundige formules en wiskundige computer simulaties zouden  zijn, dan zou het wel heel erg gesteld  zijn met die wetenschap.

      °

    (Tsjok )

    oftewel =  “Wetenschap die alleen maar bestaat uit wiskundige formules is geen wetenschap  ..”… Omdat “wetenschap” zowel theoretisch als  empirisch is … het is een   en dezelfde medaille met  met twee  complementaire kanten  

    Theoretische  wetenschap is trouwens niet alleen meer   de klassieke “formules ” 

    Lees bijvoorbeeld eens  Stephan  wolfram  en je krijgt wel een ander  idee van wat de  nieuwe ( nieuw in 2002 )huidige wetenschappelijke  toepassingen van de wiskundige en toegepast wiskundige wetenschap   eigenlijk  (tegenwoordig ) vermag

    Bovendien – NATUUR SLUIT helemaal geen   kennisvergaring  dmv  emperische  wetenschap uit  …  (dus   complementair aan theoretische wetenschap )   die is gebaseerd op een  accumulatie van  kontroleerbare provisionele , fractaire en  e  (in)directe waarnemingen     binnen het menselijke    tijdsbesef  ( waarnemingen  in “uitgesteld relais “dus ) en wat de wetenschap dus nog altijd  blijft doen  ter verdere uitbouw van haar  paraat kenniscorpus  …. ° Wetenschap ( en  wiskunde )  die alleen maar bestaan uit wiskundige formules ” is  geen  komplete wetenschap   maar  eerder  een oefening in creatief denken  en de “wiskunde” verdere  verwerking ervan  dan niet meer dan een  cirkelredenering in het groot (die weliswaar esthetisch veel voldoening kan schenken  omdat het allemaal  zo mooi “klopt” )  ….. ° Onze waarnemingen zijn nooit  waarheden … je moet ze kunnen inpassen in modellen die steunen op  ( de momenteel )bereikte  modellen die onderling consistent moeten zijn … en daar speelt wiskunde en toegepaste wiskunde (waaronder “computer  aided modelering “de volgende stap is  geworden bij het ontwerpen van complexere modellen ) een hoofrol bij het voorspellen van  de uitdraaien  wanneer men die  modellen  laat draaien  ( die eveneens zullen kunnen nagechecks worden door doenbare metingen  en onder varierende parameter ….oftewel  controleerbaar falsifieerbaar  blijken   van buiten  het  gebruikte programma /systeem )  ° Zie daarover ook  Gödell en zijn stelling dat de werkelijkheid van  een  axioma ( = niet gelijk  zijn plausibiliteit ) slecht te bewijzen valt door  een  geeven uit een metasysteem ( dt ook klan zijn gebaseerd op een  metasaxioma … enzoverder”  ad infinitum ” ) Daarom is  wetenschap die alleen theorie is  , ( of alleen empirie )  een   stroman-constructie  :en dat is ook al een (ongewilde  ? ) drogredenering …..   Tenslotte is  spreken over wetenschap niet hetzelfde dan aan wetenschap doen . Over wetenschap “ is  nml   wetenschapsfilosofie   ( een onderdeel van het filosofische  hoofdvak  de epistemologie  of kennisleer )  ….     –

    *

     “kwantum mechanica, is puur wiskundige en hypothetisch en geen feit.” Ruimte-tijd, is puur wiskundig en hypothetisch en geen feit. Je weet niet waaruit die ruimte bestaat en zo dus kun je ook niet weten of tijd echt wel bestaat, dat is relatief. Tijd is een meeteenheid in het leven geroepen door een mensenvolk, die op universele schaal nog rondlopen met pampers aan. ° Zwaartekracht theorieën, want men gebruikt verschillende theorieën, los en of samen met elkaar, hangt er van af hoe het de ene of de andere uitkomt, eens we buiten ons planetenstelsel komen, laten elk’s van deze theorieën het radicaal afweten. ° Materie, we kennen maar x% van alle bestaande elementen, want om de haverklap komen we nieuwe elementen tegen, waarvan we dachten (alles weten) dat deze niet konden of zouden bestaan. ° Higs, nog steeds niet overtuigd, ieder deeltje materie is niet het zelfde, dus of te wel is er geen higs of te wel is er meer dan 1 type higs. We hebben het ook niet rechtstreeks waargenomen, er is niets tastbaars. ° Andere krachten, ° we kennen maar X % van de bestaande elementen en de invloeden wat deze elementen zouden kunnen hebben. Als je zegt we weten alles, dan ben je arrogant en heb je tunnelvisie, als je zou zeggen we weten niet alles maar wel veel, dan ben je bescheiden en open minded en vooral menselijk. °

    -Wiskundige formules, statistieken (gemiddelde waardes) computer simulaties (wiskundige algoritmes) zijn geen feiten, gezien men altijd zit opgescheept met het onzekerheid principe. Wiskunde formules etc.. kan ons alleen maar een beeld geven hoe het kan zijn, maar geeft ons geen beeld hoe het echt-feitelijk is.

    °

    –> Het standaard model beschrijft en voorspeld dingen met onvoorstelbare precisie. Het is gewoon hoe de natuur zich gedraagt. Algemene relativiteit doet dat met dezelfde onvoorstelbare precisie. Het is gewoon hoe de natuur zich gedraagt. – Beide zullen in de toekomst uitgebreid worden, maar die uitbreidingen hebben geen invloed op hoe onze dagelijkse wereld in elkaar steekt. Er zijn nu 118 elementen bekend. Er zullen nog meer elementen gemaakt worden, maar dit zal geen invloed hebben op ons dagelijks bestaan. En omdat ik denk dat je je in de terminologie vergist heb: De donkere energie en massa, waarvan we nog niet weten wat het is, hebben geen invloed op ons dagelijks bestaan. Of je het nu wilt of niet, deze wiskundige modellen beschrijven de dagelijkse natuur zeer nauwkeurig. En kunnen dus prima gebruikt worden in computer modellen om dingen te voorspellen.. Als dat niet kon, zouden we nu niet op deze manier kunnen discussiëren. Kijk maar eens goed om je heen. Vrijwel alles wat je ziet is het resultaat van computer modellen. –

     

    °

    —> Er wordt nooit iets direct waargenomen  … Ook niet  als je er met je neus opzit —>

     

    °

    Elke  “waarneming” is indirect en is slechts datgene  wat door het object is uitgezonden (uitgestraald  , gereflecteerd , als scheikundig aroma uitgescheiden , een drukgolf veroorzakend  die ons bereikt en die we  “gewaar “worden  ) en na een tijdje onze zintuigen bereikt  ….

     

    °

    Het zijn ons zenuwstelsel   onze hersenen  die het vervolgens in een vorm gieten (die evengoed illusoir kan zijn )en altijd partieel en provisioneel  …..

    °

    en dat is genoeg om een redelijke kans van overleven  in dit ondermaanse te waarborgen  (want onze hersenen zijn een navigatiesysteem en een  overlevingsinrichting )

    ° .

    ..Simpel : indien het  model van de dagdagelijkse  werkelijkheid  té illusoir is  kan het een vervroegde  dood betekenen  ..

     

    °

    Echter  het  is de taal van wiskunde die deze waarnemingen ordent , selekteer( m.a.w.interpreteerd en bijstuurt en filtert )  en een aanneembaar  en  vervolgens een  innerlijk  consistent  theoretisch model  van de werkelijkheid kan  construeren  …. Dat in het “geheugen”  opgeslagen “kenniscorpus ”  kan evenwel worden omvergehaald door de volgende waarnemingen en modelleringen ( bijvoorbeeld ook door de inspanningen van anderen    die aan een  groot  verzameld “wetenschappelijk kenniscorpus ” meewerken .).

    °

    Het zijn dus een  verzameling “denk-oefeningen  “die vooraf  aftasten welke  beelden van de werkelijheid  illusoir zijn (en de  voorstelbare vervroegde dood zouden kunnen betekenen …..)

    °

    Deze  gedachten-modellen en hun (bij)sturingen   anticiperen en voorspellen en kijken dan of die voorspellingen kloppen( en in samenwerking met het nog aanwezige geheugen  uiteraard /: en het eventueel aanwezige publieke geheugen )als een achteraf  en  vervolgens(idealiter )  bijgestuurd  door vele  nieuw te ontdekken  data en andere  feedback  en  inputs (idealiter ) toe te passen  , zodat het corpus aan parate kennis kan groeien en/of gecorrigeerd of  “aangepast  ”  ….. 

    °

    Wiskunde is de taal  (en  toepasbaar operationeel instrument ) van de wetenschap en wordt  als een belangrijk onderdeel van de wetenschappelijke methode  gebruikt om de werkelijkheid (steeds  verfijnder en preciezer  )te beschrijven ( en te ontrafelen ) en om bovenbeschreven methode beter toepasbaar  te maken    .

     

    °

    Voorspellingen zijn geen feiten, voorspellingen doen kan iedereen en is geen exacte wetenschap, het is berekend gokken. Daarom, vind je zelden tot nooit twee exacte computer modellen van het ene of het andere, wat je er in stopt komt ook weer der uit, willen of niet. Wiskundige mensen zien overal wiskunde om zich heen, mensen met een rijke fantasie zien overal gezichten (zie artikel gezicht op komeet) De natuur doet wat het doet, met of zonder daar wiskunde op los te laten, de natuur gebruikt geen wiskunde, het zijn de mensen die wiskunde gebruiken op die natuur. En begrijp me niet verkeerd, wiskunde is zeker nuttig, ik ben niet naïef, maar er zijn wel grenzen…..Het leven is veel meer dan nullen en enen (0-1 computer taal)

    °

     

    • Een van de belangrijkste taken van de wetenschap is het doen van gedetailleerde voorspellingen. Ik denk hierbij aan de voorspelling van Pauli over het neutrino, of het Higgs boson, of het weer. Komt de voorspelling uit, dan komt de wiskunde overeen met de natuur.Het verschil tussen een wetenschapper en een “Nostradamus” is de gedetailleerdheid van de voorspelling. Iedereen kan “voorspellen” dat het gaat regenen. Het word natuurlijk pas interessant als je kan voorspellen hoeveel regen er gaat vallen en exact waar. En alweer ; wetenschappers kunnen dat behoorlijk nauwkeurig.
    • Zelfs mieren gebruiken wiskunde om hun eten te vinden en om weer terug te komen. Het pedometer effect: http://www.npr.org/blogs/krulw…

     

    • Ik kan me voorstellen dat het frustrerend is voor mensen die zelfs geen beetje wiskunde vaardig zijn en dat ze zouden willen dat het anders was.

    Dat is jammer voor die mensen en voor sommigen die om de een of andere reden niet in staat zijn wiskundige vaardigheden te ontwikkelen misschien ook een groot probleem, maar niets aan te doen. Wiskunde is de taal van de wetenschap  en als je het niet spreekt dan kennelijk ga je vanzelf wartaal uitslaan.

    • En we  weten exact wat de natuur  van  onze wiskundige  beschrijvingen van de werkelijkheid vind.

    We kunnen namelijk de wiskundige modellen vergelijken met de realiteit. 

    • Het feit dat je huis overeind blijft staan en je gps goed werkt en dat we een machine in omloop van een komeet kunnen plaatsen enzovoort, bewijzen dat de wiskundige modellen de natuur erg goed beschrijven.

    °

    Huizen vallen in elkaar, gps stuurt je de verkeerde kant uit, een machine rond een komeet plaatsen, daar zijn we meermaals in geslaagd, eens te meer hebben we daar in gefaald:P Ondertussen zitten we opgescheept met atoombommen, kerncentrales, kijk maar naar chernobyl, of Japan, zitten we opgescheept met die ruimtevervuiling, waar als het zo doorgaat geen gaatje meer is om iets anders te lanceren…..jaja, de mens is echt goed bezig, ze kennen alles, van arrogantie gesproken.

    (Gailgrathor )

    “Huizen vallen in elkaar, gps stuurt je de verkeerde kant uit, een machine rond een komeet plaatsen”

    • Dat is allemaal werktuigbouwkunde, engineering.
    • Weten hoe de natuur zich gedraagt en apparatuur volgens exacte specificaties bouwen en bedienen zijn twee verschillende dingen

    .

    wiskundige vormen in de natuur 

    Wiskunde in de natuur: http://4.bp.blogspot.com/-6Ur5… http://www.onlineinvestingai.c… http://84d1f3.medialib.glogste… Zonnebloemmotief (zie reacties onderaan  ) 

    http://4.bp.blogspot.com/-6Ur5… http://www.onlineinvestingai.c… http://84d1f3.medialib.glogste…     http://thereisnocavalry.files…. http://thereisnocavalry.files…. http://2.bp.blogspot.com/-BtRb… http://4.bp.blogspot.com/-QCdm… http://1.bp.blogspot.com/–h0T… http://1.bp.blogspot.com/-4vgm…

    En dan hebben we nog de banen van de planeten die zich perfect gedragen volgens eenvoudige wiskundige modellen.
    °
    Hoe elektriciteit zich gedraagt in mijn luidsprekers om Dave Brubeck te laten klinken. Ik kan mijn hele leven wel doorgaan……
    °
    LINKS 
    (zie ook reacties onderaan )

    Cellulaire automaat  <—Wikipedia 

    Cell Morphs      Natural shells (top) and  simulated ones (bottom ) . Meinhardt, H. (1995). The Algorithmic Beauty of Sea Shells. Springer Verlag. (p. 179, 180)

    Winnaars van klimaatverandering ?

    °

    °

    Dit zijn de (vermoedelijke) winnaars van klimaatverandering

    TROPISCHE ECOSYSTEMEN

    °

       ecosystemen

    °

    -°Regenwoud    >  https://tsjok45.wordpress.com/2012/09/01/regenwoud/

     

    3064760[1]pluto pdf REGENWOUD <– pdf

    Arthropod Diversity in a Tropical Forest

     

     

     

    https://www.sciencemag.org/content/338/6113/1481.figures-only

     pdf   –> beschrijving van een ecosysteem van een tropisch regenwoud

    ‘Planet’ kunt u ook vertalen als ‘ecosystemen’.

    Een ecosysteem is het samenspel tussen bodem, water, lucht en de organismen die op en in deze omgeving leven. Het gaat daarbij om de kleinste bacteriën, schimmels en planten tot de grootste dieren. Deze grote verscheidenheid aan leven noemen we biodiversiteit.

    Bij het gebruik van ecosystemen is het goed om te bedenken dat juist het samenspel binnen een ecosysteem heel belangrijk is.

    Een ecosysteem kan uit balans raken als u bijvoorbeeld heel veel water onttrekt of één bepaalde dier- of plantensoort overmatig exploiteert. Gevolgen zijn soms pas na enige tijd zichtbaar. Ook kunnen uw activiteiten effect hebben op ecosystemen die verder weg zijn gelegen.

    Vervuild afvalwater dat op open water wordt geloosd kan bijvoorbeeld via stroming vissen in een lager gelegen meer vergiftigen.

    Er bestaat een grote diversiteit aan ecosystemen. Bekende ecosystemen zijn tropische regenwouden, savannes, koraalriffen en meren. Ook de bodem, weilanden en een sloot zijn ecosystemen.

    Door wereldwijde klimaatverandering, een groeiende wereldbevolking, toename van consumptie, vervuiling, introductie van vreemde soorten, overexploitatie en verdergaande economische ontwikkeling, raken natuurlijke hulpbronnen uitgeput en gaan ecosystemen verloren.

    Het ecosysteem van de tropische bossen

    Alles binnen een ecosysteem is van elkaar afhankelijk en beïnvloedt elkaar over en weer. Dit geldt niet alleen voor het klimaat en de temperatuur, maar ook voor de planten en dieren. Veertig tot vijftig procent van alle soorten levende wezens leeft in de tropische regenwouden. De tropische regenwouden nemen minder dan 2% van het aardoppervlak in beslag. Het leven in deze wouden is zeer uitgebreid. Planten en dieren evolueerden in het tropische regenwoud gezamenlijk en raakten in de loop van duizenden jaren op elkaar aangewezen. Als de vruchten rijpen, moeten hun zaden verspreid worden door dieren, zoals vogels bijvoorbeeld. Vruchten hebben vaak felle kleuren om de aandacht te trekken. Bomen in de tropische bossen dragen niet tegelijkertijd vruchten. Is de oogst van de ene soort binnen, dan zijn de vruchten van een ander soort pas rijp. Verdwijnt het tropische regenbos, dan verdwijnen daarmee ook typische dieren. De meeste dieren in de tropische bossen zijn direct afhankelijk van dit bos. Hun milieu en levensruimte wordt vernietigd. De lijst van uitgestorven en bedreigde diersoorten neemt steeds grotere vormen aan. Slechts anderhalf miljoen dieren zijn beschreven, voor het overgrote deel insecten. Schattingen vertellen dat er minstens nog vijf miljoen onontdekt zijn, waarvan de meeste in de tropische regenwouden leven. Er zijn ongeveer 80.000 verschillende soorten planten en 1500 vissoorten en bijna een kwart van de 9000 vogelsoorten in de wereld. Zoals bij alle tropische regenwouden is ook in Amazonia sprake van een gesloten ecosysteem. Alle natuurlijke voedingsstoffen worden onmiddellijk in het ecosysteem opgenomen waarbij er niets wordt verspild. Via wolken en lucht komt dat zelfs naar Europa toe.

    Afbeeldingen van tropische ecosystemen <–

    Schimmels beschermen tropische soortenrijkdom

    ARTIKEL EOS   | 22 JANUARI, 2014 –
    The JANZEN-CORNELL effect

    Schimmels verhinderen dat tropische wouden gedomineerd worden door een beperkt aantal boomsoorten.

    Tropische wouden herbergen gemiddeld zo’n tweehonderd boomsoorten per hectare. Ter vergelijking: in heel België komen we nog niet aan zestig inheemse soorten. Dat komt deels omdat de meest succesvolle boomsoorten in gematigde streken gaandeweg steeds meer terrein inpalmen.

    Hoe het komt dat soorten er in de tropen blijkbaar niet in slagen het soortenrijke woud in een eenzijdig bos te veranderen, is een vraag waarover tropische ecologen eindeloos kunnen doorbomen.

    Uit onderzoek van de University of Oxford blijkt nu dat we de verantwoordelijke waarschijnlijk onder de schimmels moeten gaan zoeken.

    Dat idee sluit aan bij de populaire maar totnogtoe moeilijk te bewijzen theorie van de heren Janzen en Connell.

    Die suggereerden al in de jaren zeventig dat het in de tropen zodanig krioelt van het vegetarische ongedierte dat bomen van dezelfde soort die al te zeer tegen elkaar aan schurken ten prooi vallen aan insecten en schimmels bij wie ze bovenaan het lijstje van favoriete smaken staan.

    Robert Bagchi en zijn collega’s bakenden in een woud in Belize kleine vierkante percelen af, waarvan ze een deel regelmatig met insecticides dan wel fungicides besproeiden. Hoewel er in insectenvrije percelen drie keer zoveel jonge boompjes kiemden, waren het de fungicides die het meest opmerkelijke effect hadden. In schimmelvrije zones waren er wel vijftien procent minder soorten.

    De studie is gepubliceerd in Nature. (tv)

    NASA: Tropische ecosystemen versterken opwarming aarde  bij globale temperatuurstijgingen  ?

    NASA: Tropische ecosystemen versterken opwarming aarde

    De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA waarschuwt dat bij stijgende temperaturen tropische ecosystemen de opwarming van de aarde zullen versnellen.

    Wetenschappers van de NASA concluderen dat tropische ecosystemen significante hoeveelheden CO2 kunnen loslaten in de atmosfeer als de temperatuur van de aarde stijgt. Ook neemt de opname van CO2 uit de lucht sterk af bij hogere temperaturen. Daarmee ontstaat een zichzelf versterkend effect.

    “Wat we geleerd hebben is dat ondanks droogte, overstromingen, vulkaanuitbarstingen, El Niño en andere evenementen, het systeem aarde opmerkelijk consistent is geweest in het reguleren van het jaar-op-jaar variaties in de atmosferische kooldioxide niveaus,” zei Weile Wang, een wetenschappelijk onderzoeker bij Ames Research Center van NASA in Moffett Field, Californië, en hoofdauteur van een paper dat woensdag 24 juli, in de Proceedings van de National Academy of Sciences is gepubliceerd.

    —> De onderzoekers ontdekten dat een temperatuurstijging van slechts 1 graad Celsius in de luchttemperaturen aan de grond, in de tropen leidt tot een extra toename van de CO2 uitstoot, even groot als 30% van de totale door mensen veroorzaakte uitstoot.

    —> In tropische ecosystemen wordt koolstofopname bij hogere temperaturen minder.

    Deze bevinding biedt wetenschappers beter inzicht in de mondiale koolstofcyclus.

    De studie biedt ondersteuning voor de “carbon-klimaat feedback” hypothese die door veel wetenschappers wordt gesteund. Deze hypothese stelt dat een opwarmend klimaat zal leiden tot een versnelde groei van koolstofdioxide in de atmosfeer. Meerdere systeemprocessen, zoals droogte en overstromingen, dragen bij aan veranderingen in de atmosferische kooldioxide groei.

    De nieuwe gegevens over waargenomen temperatuurveranderingen zijn belangrijker dan regenval voor veranderingen in de tropen.

    Ondertusssen aan de poolkappen

    Dat lijkt echter alleen voorlopig zo te zijn. NASA wijst erop dat het onderzoek de carbon-climate-feedback-hypothese ondersteunt. Deze hypothese stelt dat door de opwarming van de aarde meer CO2 zal vrijkomen uit vegetatie en bodem. Dit versnelt op zijn beurt weer de opwarming van de aarde.

    Het NASA-onderzoek verschijnt gelijktijdig met resultaten van een Rotterdams onderzoeksteam. In het tijdschrift Nature waarschuwden zij voor grote hoeveelheden methaan die nu nog onder de poolkap zitten opgesloten. Methaan is een zeer sterk broeikasgas. Bij het smelten van de Noordpool kan dat methaan vrijkomen, waardoor de opwarming van de aarde ook weer versneld wordt.

    Een van de onderzoekers noemde de Noordpool ‘een tikkende tijdbom’.

    Foto: Kim Seng via Flickr.com

    Effecten van klimaatverandering op tropische bossen en biodiversiteit

    °

    Effecten van klimaatverandering op tropische bossen en biodiversiteit  vanuit een paleoecologich perspectief

    prof. dr Henry Hooghiemstra
    Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED), Faculty of Science, Universteit van Amsterdam
    (hoogleraar Palynologie en Kwartair-ecologie)

    E-mail: hooghiemstra science uva nl

    Samenvatting

    De paleoecologie maakt vooral gebuik van fossiel stuifmeel in sedimentkernen om een beeld te verkrijgen van de verandering van de floristische samenstelling van de vegetatie in de tijd. De relatie tussen ‘recente pollenregen’ en ‘recente vegetatie’ vormt de sleutel voor de interpretatie van pollendiagrammen.

    Het is duidelijk dat deze vertaalsleutel thans zeer zeldzaam is geworden omdat onbeschadigde ecosystemen vrijwel niet meer voorkomen.

    De dynamiek van tropische ecosystemen is nog weinig onderzocht. Vooral de omstandigheden die ertoe leiden dat het ene bioom overgaat in het andere (bijvoorbeeld savanne overgaat in regenwoud) zijn slecht bekend. Maar juist in die overgangszone is de respons van de vegetatie op klimaatverandering het duidelijkst.

    De ‘ecologie van bioomtransities’ zou een nieuw interdiciplinair vakgebied moeten gaan vormen waarin actuele transities geanalyseerd en begrepen worden en vergeleken met gereconstrueerde transities uit het verleden. Dit kan leiden tot een betere kwantificering in de paleoecologie, alswel leiden tot een beter begrip van de constatering dat “een hoog percentage van de wereldecosystemen in gevaar is en op korte termijn dreigt te verdwijnen” (WWF berekeningen). Voor een deel is dit een natuurlijk proces dat zich in alle marginale gebieden van alle ecosystemen afspeelt.

    Het wordt steeds prangender om beter te kunnen inschatten welk deel van de geconstateerde environmental change ‘natuurlijk’ is en welk deel veroorzaakt is door ‘antropogene invloed’.

    Over de invloed van het klimaat op biomen in het algemeen, en tropische bossen in het bijzonder.
    Vragen voor de discussie “op grond van paleoecologische gegevens

    Vraag 1:

    Hoe zijn de tropische zones verschoven en hoe is de biodiversiteit in de tropen beinvloed door de klimaatveranderingen?
    -Migraties van ecosystemen binnen de tropengordel sinds de Laatste IJstijd (20.000 jaar geleden) zijn slechts globaal bekend (zie resultaten internationaal BIOME 6000 project)

    -omvang van tropisch regenwoud tijdens de ijstijd (refugia) is vooral controversieel in Zuid-Amerika en slecht bekend.
    savanna ecosysteem en droog-bos ecosysteem hebben aanzienlijke veranderingen ondergaan in positie (migraties) en floristische samenstelling.
    -zeespiegelveranderingen hebben in ondiepe zeeën (= marginale gebieden) tot grote migraties van kustecosystemen geleid (mangroven, koraalriffen).

    Vooral in het Caraibisch Gebied en ZO-Azië hebben deze ecosystemen grote migraties ondergaan > er zijn tot nu toe geen aanwijzingen voor groot verlies aan diversiteit op de Laat Glaciaal – Holoceen overgang (voorbeeld Australië)
    –>Savanne-eccosystemen die tijdens het Pleistoceen een grote mate van dynamiek hebben ondergaan vertonen een lagere floristische diversiteit dan savannes met een meer stabiele geschiedenis (voorbeeld Afrikaanse savannes)

    Vraag 2:

    Wat voor effecten kunnen we verwachten op tropische bossen en hun biodiversiteit, gezien de klimaatverandering in de actuele (= verstoorde) situatie?

    –> Verandering van gemiddelde jaartemperatuur heeft waarschijnlijk weinig effect op positie en samenstelling van tropische bossen (wél in de gematigde zone).

    Temperatuurdaling tijdens laatste ijstijd in Amazonische regenwoud was c. 4° tot 6°C.
    Op plaatsen waar het regenwoud bioom (ecosysteem) nooit verdwenen is lijkt een consortium aan taxa een stabiele presentie te vertonen (en daarmee het bioom te kenmerken), terwijl een ander deel van de florische diversiteit veranderlijk is en reageert op environmental factors (lengte droge tijd, frekwentie van koude-invallen, drainage etc.)

    Invloed van laagste temperatuur in de koudste maand  heeft  wél veel effect (zie: climate-space diagram uit BIOME Project Latijnsamerika: Marchant & Hooghiemstra)

    Verandering in jaarneerslag en lengte droge seizoen heeft significante invloed op de omvang en floristische samenstelling van tropische bossen > deze kenmerken zijn verdisconteerd in de ‘Plant Functional Type’ benadering van het biomiseringsproces

    Het 3-assige ‘Holdridge’ diagram classificeert biomen op potentieel voorkomen; het 2-assige ‘Biome Climate-Space’ diagram leidt potentieel tot een beter inzicht wat er op transities tussen biomen (marginale gebieden) gebeurt

    Veel bos is verdwenen (totale ontbossing: voorbeeld Atlantic rainforest Brazil), selectief gekapt (verandering samenstelling), aanzienlijk beschadigd (gemengd met secundair bos en woekerende lianen: voorbeeld Costa Rica, Mexico), of geheel secundair (floristische samenstelling verhult veel van het oorspronkelijke bos: dominantie van taxa met pionierkwaliteiten; voorbeeld: Ciudad Perdida, Colombia, overwoekening na einde bewoning)

    Vraag 3:

    Eigen visie graag afzetten tegen andere meningen rond verlies van biodiversiteit. Hoe gealarmeerd moeten we zijn?

    —> (snelle) klimaatveranderingen zijn tijdens het Pleistoceen een normaal verschijnsel; migratie van ecosystemen als respons daarop ook (voorbeeld: Funza en Fuquene pollendiagram Colombia)

    —>Echter  grootschalige urbanisatie op alle continenten belemmert de migratie > urbanisatie is de meest direkte oorzaak van verlies aan biodiversiteit, niet de klimaatverandering zelf! (de ‘Nederlandse ecologische hoofdstructuur’ speelt hier uitstekend op in door een netwerk van aaneengesloten natuurgebied te vormen > dit voorbeeld heeft navolging nodig op Europese schaal

    *  Ontbossing betekent soms het terugzetten van een landschap naar ijstijd-condities (voorbeeld: Atlantic rainforest, Brazilië), echter zonder de mogelijkheid van refugia-vorming en dus met groot verlies aan soorten

    *Een aanzienlijk deel van het tropisch bos is jonger dan 10.000 jaar (van Holocene ouderdom), zoals: varzeabos in Amazonas , Atlantic rain forest in Brazilië, tropisch bos in Midden-Amerika, een (nog) onbekend gedeelte van Afrikaans en Zuid-Amerikaans regenwoud

    Het ‘museum concept’ om de hoge biodiversiteit in tropisch bos te verklaren is niet meer houdbaar: juist de Pleistocene dynamiek moet een grote rol hebben gespeeld in de soortsvorming.

    Allopatrische soortvorming kent mooie voorbeelden (voorbeelden: endemen in hoog-Andiene paramo-eilanden en Amazonische drainage-gebieden). Maar ook sympatrische speciatie kan (moet) wellicht een aanzienlijk deel van de biodiversiteit verklaren
    De meest stabiele situatie komt voor midden in een areaal (voorbeeld: La Pata pollendiagram Amazonia); de randen van elk areaal vertonen een overgang naar het naburige ecosysteem (voorbeeld: Las Margaritas pollendiagram, savanne-regenwoud transitie, Colombia).

    Als gevolg daarvan heeft elk ecosysteem een groot oppervlak aan marginaal gebied, waar kleine veranderingen in klimaat grote effecten kan hebben (daarom bestuderen palynologen bij voorkeur boorkernen uit marginale gebieden omdat de gevoeligheid voor de registratie van klimaatveranderingen daar het grootst is!). Een berekening van het percentage oppervlak van een ecosysteem dat ‘in gevaar’ is (kans loopt sterk van karakter te veranderen) is op zich zelf geen indicatie voor alarm (voorbeeld: WWF waarschuwingen)

    Het berekenen van verlies aan biodiversiteit als gevolg van klimaatverandering is volstrekt speculatief:

    Thomas et al. (Nature 427(2004), 145-148) geeft niet meer dan een eerste aanzet tot een numerieke methode voor risikoberekening (zie hieronder (1).                                                                                                                                      Effectief is de mate van ‘resterende migratiecapaciteit’ (negatief gecorreleerd met urbanisatie) een veel belangrijker factor in zulke berekeningen dan , de mate van klimaatverandering, en de mate van respons-migratie
    Prikkelende stellingen

    Op basis van paleoecologische gegevens kan klimaatverandering op zich geen belangrijke factor zijn voor verlies aan biodiversiteit; wél het gebrek aan migratiemogelijkheden (door urbanisatie). De mens legt de schuld liever bij het klimaat dan bij zijn urbanisatiegedrag ….

    In de paleoecologie worden klimaatveranderingen afgeleid aan de mate van verandering in floristische samenstelling ‘on-the-spot’, en/of migratie van biomen. Hoewel de relatie tussen de floristische samenstelling van tropische bossen en klimaatomstandigheden vaak niet omkeerbaar is kunnen we in de paleoecologie analogen vinden voor scenario-studies van het huidige klimaat.
    Er is een grotere interactie nodig tussen ‘op-data-gebaseerde-reconstructies’ en ‘op-modellen-gebaseerde-simulaties’.….
    (Henry Hooghiemstra, UvA, 11 juni 2004)

    (1)  Comment on  Thomas et al., Extinction risk from climate change.
    Nature 427, 145-148, January 2004 by Henry Hooghiemstra (IBED, UvA)

    From a paleoecological point of view the paper of Thomas et al. is as surprising as doubtful.

    Records of past climate change from ice cores, marine cores and terrestrial cores show that climate is changing during most of the late Quaternary record on decadal to centennial time scales. Shifts in the distribution of species and higher rank taxa are part of a natural process on which the dicipline of palaeoecology is based.

    Monitoring changes at one point, migrations of distribution areas locally lead to changes in species composition. Human impact starts its impact when species are unable to migrate. The authors are correct that changing land use and global habitat loss prevent free migration and, as a consequence, are responsible indeed for potential extinctions.

    Various ice core and pollen records showed that significant and rapid changes in the order of >3°C within some 100 yr occurred many times during e.g. the last two glacial cycles (Mommersteeg & Hooghiemstra, unpublished data).

    Pollen analysis operates at the generic (and sometimes family) level and hardly evidence climate change forced floral extinctions during the late Pleistocene.
    The authors blame climate change (in the title and conclusions) and habitat loss in isolation for potential future extinctions; stating only at one place fairly that ‘many of the most severe impacts of climate-change are likely to stem from interactions between treats (…) rather than climate acting in isolation’.

    Designing the paper in this way all categories of existing opinions in the environmental change debate can find support, making this paper to a political document and little more than a finger exercise in the application of ‘what if’ scenarios under a set of not proven and doubtful assumptions.

    Current climates and present-day distributions are not necessarely in equilibrium: e.g. in the northern Andes where warm loving C4 grass species do occur as relicts in the present-day cold paramo vegetation belt (Boom et al., 2001) above the forest line.

    Apparently 10,000 years were not enough to reach the assumed balance. There is much ignorance on the natural status of present-day distribution areas. In the northern Andes even at the classification level of the biome the natural status is debated: it is claimed that the belt of treeless vegetation (paramo) in Ecuador is a degraded ecosystem (Hansen et al. 1994; Laegaard 1992).

    But data from pollen and vegetation analysis do show the contrary (Wille et al. 2002). Needless to question the reference to end-Permian extinctions to support the responsiveness of species to past climate change.

    During that time the Earth System operated under conditions fully different from present-day. We are puzzled why the authors did not use the significant temperature drop at the Pliocene-Pleistocene transition to demonstrate responsiveness and the treaty of extinctions (Van der Hammen et al. 1971).

    We fully agree with the authors that ‘many unknowns remain in projecting extinctions’ and this paper is hardly more that an early exercise in the application of numerical methods in an environmental risk calculation.

    It is global urbanisation that prevents categories from species to biomes to migrate in response to environmental change. There is no evidence for the claim that present and near future climate change is much faster that ever experienced before.

    To anticipate on the most efficient strategies to conserve modern societies and biomes we need a balanced understanding of mechanisms at work.

    Thomas et al. paper may be able to increase research money for a short period but might be harmful for this proces on the long term.
    References:
    Boom, A, Mora, G, Cleef, AM & Hooghiemstra, H 2001. High altitude C4 grasslands in the northern Andes: relicts from glacial conditions? Rev. Palaeobot. Palynol. 115, 147-160.
    Hansen, BCS, Seltzer, GO, Wright, HE 1994. Late Quaternary vegetational change in the central peruvian Andes. palaeogeogr. Palaeoclimatol. Palaeoecol. 109, 263-285.
    Laegaard, S 1992. Influence of fire in the grass paramo vegetation of Ecuador. In: Balslev H & Luteyn JL, eds, Paramo, an Andean ecosystem under human influence, Academic Press, London, 151-170.
    Van der Hammen, T, Wijmstra, TA, Zagwijn, W 1971. The floral record of the late Cenozoic of Europe. In: Turekian, KK, The late Cenozoic glacial ages, Yale University Press, New Haven, London, pp 391-424.
    Wille, M, Hooghiemstra, H, Hofstede, R, Fehse, J & Sevink, J. 2002. Upper forest line reconstruction in a deforested area in northern Ecuador based on pollen analysis and vegetation analysis. J. Trop. Ecol. 18, 409-440.

    Copyright © 2011 Vereniging Tropische Bossen.
    All Rights Reserved.

     

    °

    http://www.nu.nl/tag/regenwoud/

    ‘Regenwoud in Congo steeds minder groen’

    Het regenwoud van Congo wordt steeds minder groen, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

    24 april 2014

    °

    regenwouden  Congo-Kinshasa – Bedreigd werelderfgoed

    Nationaal Park Salonga

    Met name het oosten van het regenwoud in het Kongobekken lijkt op satellietbeelden een stuk minder groen van kleur in het regenseizoen dan tien jaar geleden.

    De waarnemingen komen overeen met eerdere onderzoeken die wijzen op een afname van regenval en water in de bovenste grondlagen.

    Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

    Kleuren

    De wetenschappers analyseerden het regenwoud in het Kongobekken op satellietbeelden die werden gemaakt tussen 2000 en 2012. Ze focusten zich op de kleuren van bosgebieden in april, mei en juni.

    In deze maanden is het regenseizoen in het Kongobekken en staan de meeste bomen en planten in bloei. Uit de analyse van de satellietbeelden blijkt echter dat het regenwoud steeds iets minder groen wordt in deze periode.

    Watertekort

    “Het is belangrijk dat we deze veranderingen in kaart brengen”, verklaart hoofdonderzoeker Liming Zhou op nieuwssite ScienceDaily. “Veel klimaatmodellen voorspellen dat tropische bossen steeds meer onder druk komen te staan door toenemende tekorten aan water en een warmer en droger klimaat in de eenentwintigste eeuw.”

    Andere wetenschappers benadrukken dat de uitkomsten van de studie nog verder moeten worden onderbouwd met langdurig lokaal onderzoek.

    Observatie

    “Satellietgegevens bieden maar een beperkte hoeveelheid informatie”, verklaart geograaf Jeffrey Chambers van de Universiteit van Californië inThe New York Times. “Wat er nu moet gebeuren, is een voortdurende lokale observatie om vast te stellen of het inderdaad om een aan het klimaat gerelateerd probleem gaat.”

     

    Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

    °

    bioom – VERANDERING

    Tropisch bos kan plots kaal worden

    Rob Buiter − 18/10/11,
    Savanne in Afrika: het is dit, met ongeveer 20 procent boombegroeiing, óf een woestijn óf een dicht bos. Iets er tussenin bestaat bijna nergens. ©ANP

    Door veranderend klimaat, bosbrand of houtkap kan een tropisch regenwoud onomkeerbaar veranderen in savanne, of zelfs in een boomloze vlakte. Zo waarschuwen Wageningse wetenschappers deze week in vakblad Science, na bestudering van satellietbeelden.

    Bomen tellen.

    Dat is wat vier Wageningse wetenschappers de afgelopen tijd hebben gedaan. Of beter gezegd: hebben laten doen door een computerprogramma. Op satellietbeelden van tropische zones in Afrika, Australië en Zuid-Amerika analyseerden ze precies hoeveel procent van de bodem bedekt werd door bomen.

    “Want bomen zijn zo’n beetje de belangrijkste beeldbepalers in veel natuurgebieden”, stelt een van de onderzoekers, de Wageningse ecologe Milena Holmgren. “Tegelijk weten we eigenlijk heel weinig over boombedekking.

    Tropische bossen zullen niet geleidelijk op klimaatsverandering reageren, maar moeten overspringen tussen drie alternatieve stabiele toestanden: regenwoud, savanne of een boomloze toestand, schrijven wetenschappers van de Wageningen Universiteit deze week in Science.

    Holmgren en haar collega’s laten een patroon in deze gegevens zien. In plaats van een geleidelijke toename van de hoeveelheid bomen met de regen, blijken er ‘verboden’ toestanden te bestaan rond 5% en rond 60% bosbedekking. Het systeem kan daarom alleen veranderen door over die verboden toestanden heen te springen tussen drie contrasterende alternatieve toestanden: bos, savanne (met zo’n 20% boombedekking) of een boomloze toestand.

    Fragiel

    De studie gebruikt satellietwaarnemingen om te laten zien dat het systeem kantelpunten kent. In de buurt van zo’n kantelpunt neemt de veerkracht af en kan een kleine verstoring leiden tot het overspringen naar een andere toestand. Op de drie continenten die werden onderzocht bleek dezelfde relatie te bestaan tussen regenval en de veerkracht van de ecosystemen. De auteurs gebruiken deze relaties om aan te geven waar in Afrika, Australië en Zuid-Amerika het regenwoud en de savanne het fragielst zijn.

    “Dit is een van de meest overtuigende bewijzen dat alternatieve stabiele toestanden op grote schaal in de natuur bestaan,” zegt Marten Scheffer die het onderzoeksprogramma naar kantelpunten leidt. “We waren zelf verbaasd hoe sterk de gegevens deze radicale, maar steeds invloedrijkere theorie bevestigen. Nu blijkt dat de grote tropische ecosystemen net zulke kantelpunten hebben als bijvoorbeeld meren waarvan we eerder aantoonden dat ze kunnen overspringen tussen een heldere en een troebele toestand.”

    Het aantonen van de grootschalige kantelpunten in de tropische ecosystemen is niet alleen een fundamentele wetenschappelijke doorbraak, het heeft ook direct een praktische toepassing. De nieuwe inzichten maken het namelijk mogelijk om kaarten te maken die aangeven waar op aarde het regenwoud het meest fragiel is. Hoewel kantelpunten vaak met negatieve verandering worden geassocieerd, is dat maar één kant van de medaille. Wanneer het gaat om een omslag van een ongewenste naar een betere toestand betekent een kantelpunt juist een kans om met kleine moeite een doorbraak te creëren. De auteurs belichten ook deze kant door te laten zien waar op de aarde bijvoorbeeld de beste kansen liggen voor bosherstel.

    Toch is het belangrijkste nieuws op dit gebied niet goed. “Het begrijpen van de effecten van klimaatsverandering op de veerkracht van het Amazone-regenwoud is een van de grootste uitdagingen voor wetenschappers in die regio,” zegt Marina Hirota, de van oorsprong Braziliaanse hoofdauteur van het artikel. “Onze resultaten laten nu zien dat het gebied waar het bos het meest fragiel is, precies samenvalt met de zone waar de meeste houtkap plaatsvindt”.

    Waarom zie je op de ene plek veel bomen en ergens anders heel weinig?

    “Tot onze verrassing zagen we drie belangrijke concentraties. We zagen veel gebieden met helemaal geen bomen, vervolgens savannes met ongeveer 20 procent boombedekking en tot slot echte bossen met 80 tot 100 procent boombedekking.

    Gebieden met rond 5 procent en rond 60 procent boombedekking kwamen we zelden tegen. Dus als je naar gebieden gaat kijken met geleidelijk meer regen, dan zie je geen geleidelijke toename van de hoeveelheid bomen. Er zijn twee belangrijke drempels. Alleen als een boomloos gebied een ‘sprong’ maakt over die 5 procent boombedekking heen, kan het verder groeien van een boomloze steppe naar een savanne met 20 procent boombedekking, of van een savanne over de 60 procent heen naar een echt bos.”

    Het omgekeerde lijkt ook waar, schrijven de onderzoekers. Wanneer een tropisch bos droger wordt kan dat resulteren in een omslag naar een savanne of zelfs een compleet boomloze vlakte.

    De boosdoener is in dat laatste geval niet eens per se de landbouwende of bomenkappende mens, maar veel vaker een natuurlijke bosbrand, zo laat een ander artikel in hetzelfde nummer van Science zien. Carla Staver en Simon Levin van de Princeton University tonen daarin aan dat vuur in een dicht bos niet veel uitricht. Maar is het bos eenmaal en beetje uitgedund, dan kunnen spontane bosbranden flink huishouden en een echte open savanne creëren die niet makkelijk weer dichtgroeit tot bos.

    Professor Marten Scheffer, hoogleraar aquatische ecologie in Wageningen en een van de co-auteurs, noemt de gegevens verrassend, maar zou gezien zijn eerdere onderzoek eigenlijk niet verbaasd mogen zijn.

    In 2009 kreeg hij al de Spinozapijs van nationale onderzoeksfinancier NWO, voor zijn werk aan plotselinge omslagen in complexe systemen, zoals in ecosystemen, maar bijvoorbeeld ook in sociale of economische systemen.

    Scheffer: “We hadden onze theorie rond oversprongen tussen stabiele evenwichten al uitgebreid getest in kleinere ecosystemen, zoals zoetwatermeren. Een meer blijkt, afhankelijk van de voedingstoestand en de lichtcondities, lange tijd troebel of juist helder te kunnen blijven, om schijnbaar van het ene op het andere moment om te slaan naar de andere toestand. Maar we waren oprecht verbaasd hoe sterk die wet van alternatieve evenwichten, ook op zo’n grote schaal voor de tropische ecosystemen op de drie bestudeerde continenten bleek te gelden.”

    Hun bevindingen hebben onder andere consequenties voor het denken over klimaatverandering, zo schrijven de Wageningers in Science.

    Krijgt een droog gebied meer regen, dan zal dat niet automatisch resulteren in meer bomen. Pas als er zóveel regen valt dat een systeem over de volgende natuurlijke drempel kan worden geduwd, groeit een kaal gebied wellicht vol. En omgekeerd kan het heel lang lijken of een tropisch bos verdroging wel aan kan. Totdat een regio blijkbaar zó droog is geworden dat het terugvalt van een regenwoud in een savanne.

    Scheffer benadrukt dat dit onderzoek niet alleen een theoretische exercitie is, maar ook praktische kanten heeft.

    “Dit onderzoek legt zowel risico’s als kansen bloot. Onze studie laat zien dat uitgerekend in de meest fragiele gebieden van het Amazoneregenwoud volop bomen worden gekapt. Dat zijn dus bossen die tegen een negatieve omslag aan lijken te zitten. Door houtkap kunnen ze het laatste duwtje richting savanne krijgen.

    Tegelijk biedt het onderzoek ook kansen voor ‘eco-ingenieurs’, zo liet eerder werk van Milena Holmgren zien. “Gebieden die door houtkap of overbegrazing zijn veranderd in een kale vlakte kun je op het juiste moment een duwtje over de drempel in de goede richting geven. In Zuid-Amerika is bijvoorbeeld geëxperimenteerd met het strooien van boomzaden tijdens een nat ‘El Ninojaar’. Dergelijke experimenten bleken pas soelaas te bieden wanneer je in zo’n periode ook de grazers, zoals geiten of konijnen, uit zo’n gebied kon weghouden. Dan was de zet stevig genoeg om het ecosysteem over de kritische drempel te duwen naar een volgend stabiel niveau”, aldus Holmgren.

    Publicatie:
    Global Resilience of Tropical Forest and Savanna to Critical Transitions. Hirota, M., M. Holmgren, E. H. Van Nes & M. Scheffer. Science 14 Okt 2011.

    Het bos kent geen middenweg

    °

    28 mei 2013

    Specifieke eigenschappen van zeldzame soorten blijken belangrijke functies te vervullen binnen de ecosystemen waar ze aan aangepast zijn.

    Met afname van biodiversiteit zijn zij de eersten die uitsterven, aangezien bijzondere soorten meestal het eerste verdwijnen.  Dat schrijven onderzoekers van de Franse universiteit van Montepellier 2 dinsdag in het tijdschrift PLOS Biology.

    Omgevingen rijk aan biodiversiteit worden gekarakteriseerd door grote hoeveelheden unieke soorten. De soorten dragen bij aan de rijkdom van het gebied, maar hoe belangrijk hun aanwezigheid is, is vaak niet goed duidelijk.

    Omdat het aantal zeldzame soorten laag ligt, wordt algemeen aangenomen dat ze weinig invloed hebben op het functioneren van een ecosysteem in vergelijking met meer gangbare soorten.

    Om te onderzoeken of dit klopt, analyseerde het onderzoeksteam in welke mate bijzondere soorten in drie verschillende ecosystemen bijdroegen aan dezelfde ecologische functies als de meer gangbare soorten.

    Hiervoor verzamelden de onderzoekers gegevens van drie verschillende ecosystemen: een koraalrif, een tropisch bos en toendragebied. De data kwam van 846 vissen van het koraalrif, 2979 bergplanten en 662 tropische bomen.

    Een belangrijke ontdekking was dat bleek dat de meest unieke en kwetsbare functies alleen maar konden bestaan via een combinatie van eigenschappen die in belangrijke mate afhankelijk waren van de zeldzame soorten.

    In het tropische bos in Guyana groeit bijvoorbeeld een boomsoort, Pouteria maxima, die goed bestand is tegen droogte en vuur. In het gebied boven de boomgrens bleek een plantje, Saxifraga cotyledon, heel belangrijk voor bestuivers en in het koraalrif een reuzenmurene (een roofvis) die ‘s nachts jaagt.

    Afbeeldingen van pouteria maxima

    http://www.discoverlife.org/mp/20q?search=Pouteria+maxima

    http://en.wikipedia.org/wiki/Pouteria

    La murène géante javanaise (Gymnothorax javanicus) chasse la nuit dans le labyrinthe des récifs coralliens.

    La murène géante javanaise (Gymnothorax javanicus) chasse la nuit dans le labyrinthe des récifs coralliens.  Photo :  CNRS/J.P. Krajewski

    De resultaten van het onderzoek lijken erop te wijzen dat verlies van zeldzame soorten een grote impact kan hebben op deze ecosystemen.

    (Door: NU.nl/Krijn Soeteman )

    zie ook
    ___________________________________________________________________________________

    Terminologie 

    °Bioom-transitie : overgang van een  ecologisch systeem  in een ander (bijvoorbeeld  regenwoud<—> savanne) —> environmental change 

    °Het congo bekken :

    het Congobekken heeft verschillende ecosystemen:

    • stromen en rivieren;
    • bossen;
    • savanne;
    • moerasgebieden en natte bossen.

    De Congorivier is 4 380 km lang. Het is de tweede langste rivier ter wereld, na de Amazone.
    De rivier vormt een stroomgebied van 3 690 750 km² in heel de Democratische Republiek Congo, maar ook in delen van Congo-Brazzaville, Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Burundi, Tanzania, Zambia en Angola. In het uiterste oosten van het stroomgebied spelen de moerassen en de meren een cruciale rol in het regelen van een constante stroom gedurende het hele jaar.

    De bossen van het Congobekken zijn zeer divers. Er zijn groenblijvende bossen, semiloofbossen en tropische bergbossen.

    Groenblijvende bossen worden gekenmerkt door een zeer vochtig klimaat. Het droogseizoen duurt slechts 2 maanden. De bomen van deze bossen verliezen nooit hun bladeren. We vinden ze vooral terug in het centraal gedeelte van het Congobekken. De bossen aan de Atlantische kust krijgen het meeste regen. Zij bieden onderdak aan een hoop zoogdieren, zoals laaglandgorilla’s, chimpansees, bosolifanten en kafferbuffels.

    Semiloofbossen: de meerderheid van de bomen (70%) in deze bossen verliest zijn bladeren tijdens het droogseizoen, wat ongeveer 3 maanden duurt. We vinden ze voornamelijk terug aan de grenzen van het Congobekken. De bossen hebben een vegetatie die meer gevarieerd is dan de tropische bossen.

    De tropische bergbossen bevinden zich op meer dan 1 000 m hoogte. De bomen zijn veel kleiner en de vegetatie is minder gevarieerd. Je kunt ze vooral terugvinden aan het Albertine Rift en langs de Centraal-Afrikaanse kusten.

    De savannes liggen helemaal in het zuiden van het Congobekken. Je vindt er veel zoogdieren terug zoals de antilopen, bosbokken, de waterbok, Roanantilopen, Afrikaanse buffels, nijlpaarden, de Yellow-backed Duiker, de gewone duiker en natuurlijk ook olifanten.

    Het enige natte bos in Afrika bevindt zich in het Congobekken. Men kan er laaglandgorilla’s vinden maar ook chimpansees, mangabeys en meerkatten. Dat ecosysteem is momenteel nog bijna intact.

    De moerassen bedekken grote stukken in het centrum van het Congobekken. Er leven vele inheemse soorten, waaronder een grote groep laaglandgorilla’s.

    °ecosysteem: gebied met levende (biotische) en niet-levende (abiotische) elementen waartussen samenhang bestaat

    °ecotoop: gebied waarin bepaald ecosysteem van nature voorkomt

    °(huidige ) tropische ecosystemen kennen een hoge interne stabiliteit  //Tropische ecosystemen zijn van speciaal belang door hun enorme biodiversiteit. Ook spelen tropische landmassa’s en tropische oceanen een cruciale rol in het functioneren van het ecosysteem van de aarde in zijn totaliteit.

    °

    ZUID-Afrikaanse ecosystemen

    In zuidelijk Afrika is een grote verscheidenheid aan leefgebieden te vinden, elk met specifieke kenmerken op gebied van flora en fauna, en onderscheidende geologische en klimatologische omstandigheden. In dit overzicht staan een overzicht van de belangrijkste ecosystemen van zuidelijk Afrika.

     Nyika Highlands ©Dana Allen
    • Afrikaans hoogland

      Afrikaans hoogland bestaat uit graslanden en bossen welke op grote hoogte voorkomen.Dit type ecosystemen ontwikkeld zich vaak als virtuele eilanden, omringend door lagere en warmere regio’s. De gebieden worden vaak gekenmerkt door een unieke biodiversiteit, met speciale en inheemse planten die zich aangepast hebben aan het natte, koelere lokale klimaat en de overvloedige zon. Voorbeelden zijn Drakensberg, Nyika, Albertine Rift en de Abyssinian Highlands.

       Woodland elephant ©Caroline Culbert
    • Bosgebied

      De verschillende ecosystemen onder de noemer ‘Woodland’ worden gekenmerkt door een vrij open, bosachtige begroeiing veelal van het type Mopane (droge gebieden) of Miombo (vochtigere gebieden). Ondanks de droge en/ of schrale grond herbergt de fauna vele zoogdieren, vogels, insecten en reptielen. Grote delen van zuidelijk Afrika zijn bedekt met dit type bosgebied, zoals Zimbabwe, Zambia en Malawi, en de noordelijke delen van Namibië en Botswana.

       Savanne giraffe ©Mike Myers
    • Savanne

      Savannes zijn (tropische) graslanden welke gekenmerkt worden door relatieve droogte en seizoensmatige regenval. Het dominante plantenleven bestaat uit grassen en kleine planten, met slechts her en der een boom of groepje bomen. De savannen trekken een rijk dierenleven, waaronder de kenmerkende groepen grote grazers, en hun onafscheidelijke belagers. Voorbeelden van savanne zijn de Kalahari, Masai Steppen en de Ogaden.

       Tropisch Regenwoud ©Wilderness Safaris
    • Tropisch regenwoud

      Het natte en warme tropisch regenwoud staat bekend om haar ongeëvenaarde biodiversiteit. Wetenschappers schatten dat meer dan de helft van alle flora en fauna op aarde in de bossen voorkomt, en dat er bovendien zo’n 40% van alle zuurstof geproduceerd wordt. De gebieden lijken vaak sterk op elkaar, met vele hoge bomen en weinig lichtval door het bladerdak. Een speciale plaats wordt ingenomen door de variëteit aan primaten, met daaronder chimpansees en gorilla’s.

       Seychellen Tropish eiland ©Dana Allen
    • Tropische eilanden

      De tropische eilanden van de Seychellen bestaan uit een serie graniet- en koraal-eilanden op de Seychellen-bank. De eilanden zijn fragmenten van het oude supercontinent ‘Gondwana’, en zijn zo’n 75 miljoen jaar van de andere continenten afgescheiden. Er heerst een tropisch klimaat, met vochtig regenwoud waarin een enorme variëteit aan flora en fauna te vinden is. Ook de onderwaterwereld in de warme wateren van de Indische Oceaan is ronduit spectaculair.

       Damaraland ©Dana Allen
    • Woestijnachtig

      Woestijnen en semi-woestijnen kenmerken zich door hete en (zeer) droge omstandigheden, met minimale regenval. De bodem bestaat vaak uit zand en rotsen en biedt weinig organisch materiaal, hoewel de semi-woestijnen ook spaarzame grassen, struiken en bosjes kunnen bevatten. Planten en dieren zijn op allerlei ingenieuze manieren aangepast aan het gebrek aan water, wat tot een rijke diversiteit leidt. Voorbeelden zijn de Namib, Sahara, Karoo en Chalbi.

    TOENEMENDE DROOGTE

    °

    ZEESPIEGELSTIJGING<—-

    http://www.kennislink.nl/publicaties/zeespiegelstijging  <—

    zeespiegel , drinkwater en zoetwater behoud <—-

    °

    In 2100 is Europa een stuk droger

     13 januari 2014   5

    rivierdelta

    Hoewel het de laatste tijd erg vaak regent in Nederland en België, moeten we ermee rekening houden dat het de komende decennia steeds droger gaat worden. Dit komt door

    1.- klimaatverandering en

    2.- tevens door de toename van watergebruik.

    Dit beweren wetenschappers van het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie en de universiteit van Kassel. De resultaten verschenen onlangs in het Hydrology & Earth System Sciences, een digitale uitgave van de Europese Geowetenschappelijke Unie (EGU).

    De wetenschappers gebruikten verschillende klimaatmodellen om te berekenen wat de gevolgen zijn voor Europa.

      —> Is er in 2100 nog wel voldoende zoet water voor iedere Nederlander en Belg?

    “Veel stroomgebieden krijgen te maken met verminderde aanvoer van water”, zegt onderzoeker Giovanni Forzieri van het JRC. “Dit geldt vooral voor rivierbekkens in Zuid-Euoropa.” Zo verwachten onderzoekers dat perioden van watertekort met 80% zullen toenemen in het zuiden van Frankrijk, Italië, het Iberische schiereiland en de Balkan.

    Temperatuurstijging
    Op dit moment denken wetenschappers dat de gemiddelde temperatuur in Europa in 2100 3,4 graden Celsius hoger is dan in de periode van 1961 tot 1990. De auteurs van het paper waarschuwen dat de temperatuur nog harder stijgt in de zuidelijke gebieden. Zo zal het in Portugal en Spanje eind deze eeuw ruim vijf graden warmer zijn.

    Benelux
    Hoewel Nederland en België hoger liggen, zal het ook in onze landen vaker droog zijn.

    In 2012 schreven we al dat zoet water steeds zeldzamer is in Nederland.

    “Lange tijd hebben we niet hoeven nadenken over zoet water: het was er gewoon. Die vanzelfsprekendheid is voorbij,” waarschuwt Johan Woltjer, hoogleraar planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. De zeespiegel stijgt en we hebben vaker te maken met droogte.

    Zilt zeewater dringt daardoor dieper door in de bodem en maakt het grondwater zouter.(1)

    Bronmateriaal:
    Ensemble projections of future streamflow droughts in Europe” – HESS

     

    Klimaatverandering speelt een rol in extreme droogte Californië

    30/09/14 – 11u45  Bron: Stanford© ap.

    GLOBAL WARMING De verlammende droogte waarmee Californië al maanden te kampen heeft, is wellicht een gevolg van de klimaatverandering. Dat besluiten wetenschappers van Stanford in een studie die uitwijst dat de uitzonderlijke weersomstandigheden die aan de basis van de droogte liggen zeer onwaarschijnlijk waren voor de industriële revolutie in de jaren 1800.

    Het hogedrukgebied verdween heel even van de radar tijdens de zomermaanden van 2013, om daarna nog sterker terug te keren en de hele winter lang te volharden

     

    © afp.

    De uitzonderlijke droogte waaronder Californië gebukt gaat, is de ergste in de geschiedenis van de staat. In combinatie met de abnormaal hoge temperaturen heeft het gebrek aan neerslag in de hele staat geleid tot een gevaarlijke toename van bosbranden en gevallen van luchtverontreiniging. Een recent rapport schatte de verliezen in de landbouw door het watertekort op minstens 2,2 miljard dollar, en het banenverlies in de sector op 17.000.

    Over de oorzaak van de extreme droogte zijn wetenschappers het eens: een hardnekkig hogedrukgebied boven de Stille Oceaan, dat voorkwam dat stormen en regenbuien Californië bereikten tijdens de regenseizoenen van 2013 en 2014. Het hogedrukgebied verscheen al in december 2012; het houdt zo lang aan dat meteorologen het de bijnaam ‘Ridiculously Resilient Ridge’, of ‘Triple R’ gaven.

    Zulke blokkades komen periodiek voor in een gematigd klimaat, maar de ‘Triple R’ is zowel in grootte als in duur uitzonderlijk. Het hogedrukgebied verdween heel even van de radar tijdens de zomermaanden van 2013, om daarna nog sterker terug te keren en de hele winter lang te volharden. Regen en sneeuw die normaal zouden vallen aan de Amerikaanse Westkust, werden afgeleid naar Alaska.

    Computersimulaties
    Of de klimaatverandering aan de basis ligt van deze extreme omstandigheden, was totnogtoe een open vraag. In een nieuwe studie linken wetenschappers van Stanford deze weersomstandigheden inderdaad aan de opwarming van de aarde. Het team, onder leiding van klimaatwetenschapper Noah Diffenbaugh, maakte gebruik van een nieuwe combinatie van computersimulaties en statistische technieken om na te gaan hoe groot de kans is dat de ‘Triple R’ zou voorkomen in verschillende omstandigheden.

    Lees ook

    Een hogedrukgebied met de volharding en intensiteit van de ‘Triple R’ kwam niet eerder voor sinds de eerste metingen in 1948

     

    Een eerste bevinding was de zeldzaamheid van het fenomeen. Een hogedrukgebied met de volharding en de intensiteit van de ‘Triple R’ kwam niet eerder voor sinds 1948, toen voor het eerst uitgebreide informatie over de atmosfeer beschikbaar was.

    Drie keer meer kans
    Een tweede bevinding, die gisteren gepubliceerd werd in het vakblad Bulletin of the American Meteorological Society, is dat een dergelijk fenomeen veel waarschijnlijker is wanneer hoge concentraties broeikasgassen aanwezig zijn.

    “Ons onderzoek toont aan dat de kans drie keer groter is dat deze extreme hoge druk vandaag voorkomt dan voor de industriële revolutie in de jaren 1800, toen de mensheid begon met het uitstoten van broeikasgassen”, klinkt het in de studie.

     

     Reacties = 

    artikel 1 = 

    • (1) Het zoute water zit dus onder het zoete grondwater, maar de vrees is dat het (op sommige plaatsen) steeds verder omhoog komt en een gevaar voor de landbouw vormt.

      • De info van het bronmateriaal is toch anders:

        “The multi-model ensemble projections of more frequent and severe streamflow droughts in the south and decreasing drought hazard in the north are highly significant, while the projected changes are more dissonant in a transition zone in between.”

        Dus wel meer droogte in Zuid Europa, maar niet in gebieden, die op een hogere breedte liggen, zoals Nederland. (niet hoger liggen)

        • We moesten jaren geleden al bezig zijn  geweest  een ecologische manier van consumeren aan te leren. Er is geen  verder  onderzoek naar droogte nodig om in te zien dat ons gebruik van natuurlijke grondstoffen  eindig en  zo niet verder kan.

     

    artikel 2 =

     

    “Mens medeverantwoordelijk voor hittegolven”

    30/09/14 – © thinkstock.

    De door mensen veroorzaakte klimaatverandering kan hittegolven intensiveren. Dat blijkt uit een rapport in het ‘Bulletin of the American Meteorological Society’.

    Een aantal wetenschappelijke teams had onder andere zestien verschillende extreme weers- en klimaatgebeurtenissen uit 2013 onderzocht, waaronder vijf hittegolven.

    Menselijke activiteiten zoals het verbranden van kolen, olie en gas verhogen de frequentie en zwaarte van hittegolven duidelijk, aldus de Amerikaanse Nationale Oceanische en Atmosferische Dienst (NOAA).

    Vijf van elkaar onafhankelijke onderzoeken hadden dit bij de hittegolf van 2013 in Australië aangetoond. Vorsers van de NOAA hadden meegewerkt aan het rapport.

    Sinds 1984 is volgens de onderzoekers door menselijke invloed het aantal hittegolven in Australië verdrievoudigd.

    “De bewijzen zijn tamelijk indrukwekkend”, zei mede-auteur Peter Stott van de Britse Meteorologische Dienst. “Het is moeilijk voorstelbaar dat we zonder klimaatverandering dergelijke temperaturen zouden halen”.

    Het risico dat extreme hitte en extreme droogte in Australië samenvallen zal zeer waarschijnlijk tussen de periode 1861-1901 tot de periode 1993-2033 verzevenvoudigen, luidt het in het rapport.

    Bij andere weertypes zoals droogte, felle regen en stormen is de menselijke invloed minder duidelijk aantoonbaar.

    Europa
    Ook in Europa werden meerdere klimaatgebeurtenissen onderzocht, waaronder de erg hete en droge zomer van 2013 in West-Europa. Daar heeft de door mensen veroorzaakte klimaatverandering -in combinatie met natuurlijke schommelingen in de temperatuur van het wateroppervlak in de Noord-Atlantische Oceaan- een grote rol gespeeld.

    Voor de zware regenval in de lente van 2013 in de hogere stroomgebieden van de Donau en Elbe vonden de wetenschappers daarentegen geen bewijs van menselijke oorzaken. Ook orkaan Christian, die in oktober 2013 over Noord-Duitsland en Denemarken raasde, was zeer hevig en ongewoon, aldus de vorsers. Maar hij ligt binnen het bereik van de al decennialange waargenomen schommelingen bij stormen.

    Lees ook

     

     

     

     

    http://www.hln.be/hln/nl/2656/Global-Warming/article/detail/2060570/2014/09/23/Vijf-manieren-waarop-global-warming-uw-gezondheid-bedreigt.dhtml

    Aanpassingen aan het klimaat ? keizerpinguin

    BIODIVERSITEIT —

    I

    °

    KEIZERPINGUIN

    porpoising p-6398-enz

    Penguins are divers rather than fliers, but they still understand that air offers less resistance than water. When travelling at the surface, as opposed to chasing food, some species (including the Snares crested, shown here) commonly ‘fly’ out of the water at each thrust of their flippers, getting further than if they stayed in the water. This mode of travel is known as porpoising.

    a14c1321b2_1381763393_Maar-je-raadt-het-al-ook-dat-blijven-ze-tot-in-den-treuren-proberen

    keizerpinguins 1135250156

    Vallende  keizerpinguin 

    tumblr_llyntlrmnr1qzwyfio1_500

    penguin-falling

    WEBCAM en keizerpinguins  

    Gemerkte pinguïn heeft het moeilijk

     13 januari 2011  2
    Penguin_band
    Banded_penguin

    Om duizenden pinguïns uit elkaar te kunnen houden, maken wetenschappers vaak gebruik van metalen bandjes met daarop een nummer. Uit een studie naar deze onderzoeksmethode blijkt nu dat die metalen bandjes rondom de flipper het diertje flink in de weg zitten. Sterker nog: pinguïns met zo’n bandje sterven eerder en zetten minder nageslacht op de wereld.

    De onderzoekers bestudeerden een groep koningspinguïns en volgden de dieren tien jaar lang. Ze ontdekten dat de pinguïns die met een ijzeren bandje gemerkt hadden 39 procent minder jongen kregen dan pinguïns met een elektronisch bandje. Ook leefden de met ijzer gemerkte pinguïns korter.

    Langer onderweg
    Maar er is nog meer. De met ijzeren bandjes gemerkte pinguïns laten hun jongen gemiddeld 12,7 dagen op rij in de steek om naar voedsel te zoeken. De andere pinguïns gingen gemiddeld 11,6 dagen op pad. Dat lijkt een klein verschil, maar dat is het niet, zo legt onderzoeker Claire Saraux uit. “Eén dag of twee dagen is een enorm verschil.” De jongen eten namelijk alleen als hun ouders met voedsel terugkomen.

    Hinder                                 
    Waarschijnlijk hindert het ijzeren bandje de pinguïns sterk tijdens het zwemmen. Uit experimenten blijkt dat een pinguïn met zo’n bandje gemiddeld 24 procent meer energie verbrandt.

    De onderzoekers concluderen dat de bandjes eigenlijk niet meer gebruikt moeten worden. Niet alleen de pinguïns hebben er last van. Ook de onderzoeksresultaten kunnen door de bandjes weleens niet kloppen; de dieren gedragen zich immers anders.

    Bronmateriaal:
    Marking penguins for study may do harm” – Sciencenews.org

    —-> waarnemingen/conclusies die gedaan zijn a/d hand van deze bandjes zijn  dus  hoogstwaarschijnlijk grotendeels en   praktisch waardeloos en de pinguins hebben er onder geleden. ….Jammer

    Wereldwijd krijgen vogels zonder pardon een ring om hun pootje of vleugel gebonden. Reuze handig voor onderzoekers om individuele dieren in één oogopslag te herkennen, maar voor de vogels zelf zou het wel eens minder goed uit kunnen pakken.

    Voor de koningspinguïn op Antarctica bijvoorbeeld.

    Waarschijnlijk zorgt het metaal (1)om de vleugel voor extra weerstand wanneer ze in het water aan het jagen zijn. De extra energie die daardoor nodig is om een lekker visje te vangen, komt het nageslacht en de overlevingskansen dus niet ten goede.

    Volgens de onderzoekers heeft dit resultaat grote gevolgen voor onderzoeken waarbij vogels op een vergelijkbare manier geringd zijn, voornamelijk pinguïns. Die resultaten kunnen – naar nu blijkt- behoorlijk gekleurd zijn door de negatieve effecten van het ringen. Veel van dat onderzoek gaat over het effect van klimaatverandering op pinguïnpopulaties.

    Toch moeten we niet meteen alle geringde vogels over een kam scheren. Een gigantische metalen band zoals bij de pinguïns is nog altijd iets anders dan een klein ringetje om de poot van een koolmees.

    Bron: Nature

    • (1)   Wat in het Nature artikel duidelijk wordt beschreven en hier ontbreekt; Het gaat om electronische banden. Banden die de activiteit en plaats van de vogel registreren.

      Overigens zijn er al regels voor. Onder een bepaald gewicht worden de electronische tags niet gebruikt.

      • Maar  of het nu elektronische banden zijn om de vogels te volgen of kleurringen, het resultaat blijft hetzelfde. Dat er al regels zijn, is natuurlijk geweldig, maar dit resultaat kan ook belangrijke gevolgen hebben voor onderzoeksresultaten uit het verleden. En dan met name voor klimaatonderzoek waarbij de gezondheid van een populatie toppredatoren(aan de top van een voedselpyramide ,)zoals de krill  inktbis en vis etende  keizers penguïn, gezien wordt als indicator voor hoe een ecosysteem ervoor staat.

    °

    Keizerspinguïn duikt op in..Nieuw-Zeeland

     21 juni 2011   4

    Hannes Grobe / AWI (via Wikimedia Commons).

    Een jonge keizerspinguïn is hopeloos verdwaald en in het warme Nieuw-Zeeland beland. Het is voor het eerst in 44 jaar dat daar een pinguïn opduikt.

    Waarschijnlijk heeft de pinguïn zich tijdens de jacht op voedsel teveel mee laten slepen en is deze daardoor verdwaald en in Nieuw-Zeeland beland, zo meldt TVNZ. Het dier behoort tot de nieuwste lichting pinguïns en is dus nog zeer jong.

    Peka Peka Beach
    De pinguïn kwam aan de Kapiti Coast, ter hoogte van Peka Peka Beach aan land zetten. Dat een pinguïn zo noordelijk opduikt, is heel ongewoon. De laatste keer dat een pinguïn een bezoek bracht aan Nieuw-Zeeland was 44 jaar geleden.

    Naar huis
    Vooralsnog maakt de pinguïn geen aanstalten om terug naar huis te gaan. Maar deskundigen vermoeden dat het dier vroeg of laat toch weer het water in zal stappen om op zoek te gaan naar zijn eigen vertrouwde leefgebied.

    http://www.scientias.nl/keizerspinguin-duikt-op-in-nieuw-zeeland/33476

    Bronmateriaal:
    ‘Amazing’ visit by emperor penguin” – TVNZ.co.nz

     http://tvnz.co.nz/national-news/amazing-visit-emperor-penguin-1-46-video-4253772

    Wachtende pinguïn houdt het hoofd koel

    Geschreven op 17 augustus 2011 om 14:23 uur door 0

    Jonge pinguïns moeten soms maanden op eten wachten. Maar ze houden het hoofd koel. Letterlijk. Dat blijkt uit onderzoek.

    De ouders van jonge koningspinguïns gaan op zoek naar eten: een reis die wel vijf maanden kan duren. De jonge pinguïn zit al die tijd stilletjes te wachten.

    Zuinig
    In die periode is er ook geen voedsel voor de jonge pinguïn en dus moet deze zuinig omgaan met de energie. Wetenschappers hebben nu ontdekt hoe het dier dat doet.

    Vijftien graden
    De onderzoekers bestudeerden pinguïns van drie tot vier maanden oud. Ze letten met name op de lichaamstemperatuur van de dieren. Tot hun grote verbazing daalde die in de periode dat de jonge pinguïns moesten wachten flink. Hun lichaamstemperatuur daalde soms met wel vijftien graden Celsius. En dat is enorm. Zeker als u in gedachten houdt dat de kleine pinguïn een grote vogel met een gewicht van zo’n tien kilo is. Er zijn wel meer vogels die hun lichaamstemperatuur kunnen laten dalen, maar die zijn veel kleiner.

    Overigens is de lichaamstemperatuur van jonge pinguïns ook in andere omstandigheden zeer flexibel. Wanneer ze een lekker koud maaltje voorgeschoteld krijgen, kan de lichaamstemperatuur ook met meer dan tien graden dalen.

    Bronmateriaal:
    ScienceShot: Baby Penguins Know How to Chill Out” –  Sciencemag.org
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Mark (cc via Flickr.com).

    Waar zijn de keizerspinguïns gebleven?

     07 maart 2011    5
    Photo: British Antarctic Survey/ Masons News Service

    http://www.cambridge-news.co.uk/Home/How-to-pick-out-a-penguin-13042012.htm

    Een kleine kolonie van keizerspinguïns is verdwenen.

    De pinguïns leefden op een eiland voor de kust van Antarctica, maar door een nog onbekende reden is de groep verdwenen. Wetenschappers schuiven de schuld voorlopig in de schoenen van klimaatverandering, waardoor het ijs voor de kust van Antarctica smelt.

    Toch is dit nog niet bewezen….. Er is immers  meer nodig dan de natte vinger in de lucht steken.

    De kleine kolonie bestond uit 150 paren keizerspinguïns. De groep werd voor het eerst ontdekt in 1948. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw bleef het ledenaantal stabiel. In 1978 begon een sterke daling van het aantal pinguïns, dat decennialang voortzette.

    In 2009 besloten wetenschappers het eiland per vliegtuig te verkennen. Helaas vonden zij geen enkele keizerspinguïn.

    De kans bestaat dat de pinguïns zijn verhuisd.

    Een andere mogelijkheid is dat alle leden van de groep zijn omgekomen.

    Keizerspinguïns keren ieder jaar terug naar de plek waar ze zijn geboren. Aangezien pinguïns ongeveer twintig jaar oud worden, is het heel goed mogelijk dat alle leden ondertussen niet meer in leven zijn.

    Zeeijs
    Ijs is heel belangrijk voor keizerspinguïns, omdat zij op snelgroeiend zeeijs (oftewel ijs dat in de winter groeit en in de zomer smelt) paren en eieren broeden.

    Uit gegevens van een weerstation blijkt dat het zeeijs tussen 1979 en 2004 54 dagen later groeit en dat het zeeijs 31 dagen eerder smelt. Deze trend geldt overigens niet voor alle wateren in Antarctica, maar alleen voor het gebied waar de kleine kolonie keizerspinguïns leefde.

    Minder eten, meer vijanden
    Maar er is meer: wellicht dat de stijging van globale temperaturen ervoor zorgt dat er minder vis, krill en inktvissen te eten zijn. Of misschien zorgt de klimaatverandering ervoor dat pinguïns meer vijanden hebben, zoals zeeluipaarden en stormvogels.

    Andere kolonies
    Wetenschappers kunnen erachter komen wat er is gebeurd door andere kolonies nauwlettend in de gaten te houden.

    Bronmateriaal:
    The Lost Emperor: A Colony of Penguins Disappears” – LiveScience.com

    —> Het was een kolonie van 150 paren dus een kleine ramp die een zesde van dit aantal uitroeit kan een reden zijn voor de rest van de vogels om zich elders bij een andere kolonie aan te sluiten.

    In iedere groep dieren zijn er altijd wel een aantal die bepalen waar de gehele groep naartoe gaat. Dus als de leiders van deze kolonie door locale zeeluipaarden worden opgegeten dan komen er nieuwe leiders die mogelijk een nieuwe plek zoeken voor de kolonie.

    —> bovendien  ;  in  een gedecimeerde kolonie verhoogd de inteelt  —>constante inteelt leid naar de ondergang van een locale  populatie ….

    Twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op Antarctica

     12 november 20122

    Franse wetenschappers hebben twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op de Zuidpool. De koloniën tellen zo’n 6000 jonge pinguïns en daarmee zijn er ongeveer drie keer meer pinguïnparen op de Zuidpool dan wetenschappers altijd dachten.

    De onderzoekers vonden de pinguïns op ijs rond de Mertz-gletsjer. Het idee dat zich hier onbekende groepen pinguïns zouden ophouden, ontstond al in 1999. Toen zagen onderzoekers duizenden keizerpinguïns naar en uit het gebied komen. In 2009 bevestigden waarnemingen vanuit de ruimte de vermoedens toen sporen van de pinguïns in het gebied werden aangetroffen. Maar in 2010 brak er een groot stuk van de gletsjer af en moesten de pinguïns wel verhuizen. En dus waren de onderzoekers weer terug bij af. Na dertien jaar onderzoek hadden ze de pinguïns nog steeds niet in het echt gezien en nu gingen de pinguïns weer verkassen.

    Gevonden!
    Franse wetenschappers lieten het er echter niet bij zitten en trokken er met een schip en helikopter op uit. Met succes! Ze hebben de pinguïns nu gevonden. Ze ontdekten dat de pinguïns zich op zeeijs nabij de Mertz-gletsjer opnieuw proberen te settelen.

    Twee groepen
    De groep heeft zich nadat de gletsjer een flink stuk ijs is verloren, in tweeën gesplitst. De onderzoekers troffen één kolonie met 2000 jongen aan. En vijftien kilometer verderop vonden ze een kolonie met 4000 jonge pinguïns.

    Keizerpinguïns brengen elk jaar één jong groot. Dat er nu twee kolonieën met in totaal 6000 jongen zijn gevonden, is goed nieuws. Het betekent dat op de Zuidpool zo’n 8500 paartjes leven: ongeveer drie keer meer dan wetenschappers altijd dachten.

    Bronmateriaal:
    Two new emperor penguin colonies in Antarctica” – Institut-polaire.fr
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Giuseppe Zibordi / Michael Van Woert, NOAA NESDIS, ORA (via Wikimedia Commons).

    Groep pinguïns is gebaat bij egoïstisch gedrag van haar leden

    Geschreven op 19 november 2012 om 15:45 uur door 2

    In een poging warm te blijven, schuiven pinguïns dicht tegen elkaar aan. Daarbij gedragen ze zich heel egoïstisch, maar een nieuw wiskundig model laat zien dat dat egoïstische gedrag verrassend genoeg positief uitpakt voor de groep. Door het egoïstische gedrag wordt de warmte eerlijk over alle pinguïns verdeeld.

    Wiskundige Francois Blanchette lijkt niet de aangewezen persoon om pinguïns te bestuderen. Toch lieten de organismen hem niet meer los nadat hij ze in ‘The March of the Penguins‘ had gezien. Hij zag hoe de pinguïns, getergd door flinke kou, hun lijfjes tegen andere pinguïns aandrukten.

    Model
    Blanchette was nieuwsgierig naar de wiskunde in zo’n groep. Hoe werd de hitte in de groep verdeeld? En welke invloed had de vorm van de groep op die verdeling van de hitte? Samen met zijn collega’s maakte Blanchette een model waarin pinguïns zo dicht op elkaar stonden dat alleen de pinguïns aan de randen van de groep konden bewegen. Elke pinguïn genereerde warmte, die vervolgens door de wind werd weggenomen. De onderzoekers berekenden welke pinguïns aan de buitenste randen van de groep het koudst waren. Ze keken daarvoor naar verschillende factoren, zoals het aantal pinguïns in de groep en de kracht van de wind. Vervolgens lieten ze die pinguïns naar het midden van de groep bewegen (waar het warmer was). Dat resulteerde uiteindelijk in langgerekte groepen pinguïns. In werkelijkheid zijn groepen pinguïns ronder, en dus pasten de onderzoekers hun model aan.

    Egoïsme
    Zo bleven ze aan hun model sleutelen, totdat het overeenkwam met de werkelijkheid, zo meldt het blad PLoS ONE. Tot hun grote verbazing wees het model erop dat pinguïns hun hitte heel eerlijk delen. Ondanks het feit dat een pinguïn zich maar met één doel tegen andere pinguïns aandrukt: zijn eigen warmteverlies zo klein mogelijk maken. Dat is heel egoïstisch. Maar dat egoïstische gedrag doet de groep goed. “Ook al zijn pinguïns egoïstisch en proberen ze enkel de beste plek voor zichzelf te vinden en denken ze niet aan de groep, dan nog brengt elke pinguïn even veel tijd in de koude wind door,” vertelt Blanchette. “Een groep pinguïns is een zelfvoorzienend systeem waarin de dieren op elkaar vertrouwen voor beschutting en ik denk dat dat het tot een eerlijk systeem maakt.” Blanchette verwacht echter dat er maar weinig voor nodig is om dit eerlijke systeem aan te tasten. “Als je een soort obstakel hebt, zoals een muur, dan denk ik dat het al snel niet meer zo eerlijk zou zijn.”

    De onderzoekers hopen dat biologen iets met het wiskundige model kunnen. Maar ze hopen ook dat hun studie een andere prettige bijwerking heeft. “Bijna iedereen lijkt van pinguïns te houden en te weinig mensen houden van wiskunde. Als we wiskunde gebruiken om pinguïns te bestuderen, kunnen we mogelijk meer mensen leren om van wiskunde te houden.”

    Bronmateriaal:
    New Model Reveals How Huddling Penguins Share Heat Fairly” – American Physical Society’s Division of Fluid Dynamics (via Sciencedaily.com).
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Glenn Grant / National Science Foundation (viaWikimedia Commons).

    Keizerspinguïn heeft ijs nodig om uit te rusten

     23 november 2012 3

    Wetenschappers hebben ontdekt dat de aanwezigheid van zee-ijs heel belangrijk is voor keizerspinguïns. In het seizoen waarin ze hun jongen grootbrengen en op zee zoeken naar voedsel gebruiken ze het ijs om tussen het harde werken door, ook om  uit te rusten.

    Dat schrijven onderzoekers in het blad PLoS ONE. Ze voorzagen een aantal pinguïns van een zendertje en konden ze zo op de voet volgen.

    Rust
    Uit het onderzoek bleek dat de keizerspinguïns een groot deel van hun tijd in het water doorbrengen. Slechts dertig procent van hun tijd brengen ze op het zee-ijs door. Eenmaal op het ijs gearriveerd, leggen ze daar geen grote afstanden af. In plaats daarvan rusten ze uit.

    De hele dag door
    Dat rusten is heel belangrijk. Door zo af en toe korte perioden van rust in te lassen kunnen keizerspinguïns handig gebruik maken van het feit dat de zon 24 uur per dag schijnt: ze kunnen de hele dag door zoeken naar voedsel.

    Roofdieren
    De onderzoekers ontdekten ook dat pinguïns zodra ze bij zee aankomen om te gaan jagen, eerst een tijdje op de rand van het zee-ijs staan. Soms wel 38 uur. Pas daarna maken ze hun eerste duik.

    “We vermoeden dat het rusten op het ijs en het lange wachten op de rand van het ijs te maken heeft met de aanwezigheid van roofdieren,” zo schrijven de onderzoekers.

    Waarschijnlijk wachten de pinguïns op het randje van het ijs tot meer pinguïns zich daar verzameld hebben, zodat ze samen kunnen duiken en hun kansen om door een roofdier (zeeluipaarden bijvoorbeeld) gepakt te worden, te verkleinen.

    De onderzoekers benadrukken in hun studie dat klimaatverandering leidt tot het korter worden van gletsjers, het ineenstorten van grote ijsschotsen en uiteindelijk een afname van de hoeveelheid zee-ijs. Het onderzoek suggereert dat de keizerspinguïn daar op lange termijn last van kan gaan krijgen

    Bronmateriaal:
    Activity Time Budget during Foraging Trips of Emperor Penguins” – Plosone.org
    Emperor penguins use sea ice to rest between long foraging periods” – Plosone.org
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Sandwich (cc via Flickr.com).

    Smeltend zee-ijs bedreigt de keizerspinguïn

     21 juni 2012  0

    Hij ziet eruit alsof niemand hem iets maken kan: de flinke keizerspinguïn. Maar schijn bedriegt.

    Sterker nog: de keizerspinguïn dreigt door het smeltende zee-ijs helemaal te verdwijnen.

    Wetenschappers van het Woods Hole Oceanographic Institution (WHOI) trekken die conclusie na een uitgebreid onderzoek. “Als je wilt bestuderen welke effecten het klimaat op een bepaalde soort heeft dan zijn er drie puzzelstukjes die je bij elkaar moet leggen,” vertelt onderzoeker Hal Caswell.

    “De eerste is een beschrijving van de gehele levenscyclus van het organisme en hoe individuen zich door die levenscyclus bewegen.

    Het tweede stukje is hoe de cyclus beïnvloed wordt door klimaatvariabelen.

    En het cruciale derde puzzelstukje is een voorspelling van hoe die variabelen er in de toekomst uit kunnen gaan zien.

    Klimaatmodel
    Voor hun studie gebruikten de wetenschappers klimaatmodellen. Die werden zorgvuldig geselecteerd. Er werd gekeken welke modellen een goed beeld gaven van de daadwerkelijke hoeveelheid zee-ijs in de 20e eeuw.

    “Als een model een uitkomst voorspelde die goed overeenkwam met de werkelijkheid dan was het ons inziens waarschijnlijk dat ook de projecties van de hoeveelheid zee-ijs in de toekomst betrouwbaar waren,”

    stelt onderzoeker Julienne Stroeve. Met behulp van deze klimaatmodellen werd vastgesteld hoe de temperatuur en hoeveelheid zee-ijs zou veranderen.

    Vervolgens werd gekeken hoe deze veranderingen de keizerspinguïns op Adélieland, een gebied in het oosten van Antarctica, beïnvloeden.

    Resultaten
    Als we op deze voet doorgaan en ook in de komende jaren net zoveel CO2 uit blijven stoten, dan stijgen de temperaturen en neemt het zee-ijs af.

    Dat resulteert tot 2040 in een voortdurende lichte daling van het aantal keizerspinguïns.

    Na 2040 nemen hun aantallen opeens een stuk rapper af.

    Zijn er nu nog ongeveer 3000 broedende paartjes( op Adélieland ) : tegen het jaar 2100 zijn dat er waarschijnlijk nog maar vijf- tot zeshonderd.

    IJs
    Hoe zorgen die hoge temperaturen er nu precies voor dat deze pinguïns het moeilijk hebben?

    Pinguïns eten vissen, pijlinktvissen en garnaalachtige diertjes. De prooi van pinguïns eet weer plankton: kleine organismen die aan de onderkant van het ijs groeien. Als het ijs verdwijnt, verdwijnt het plankton en de prooi van pinguïns krijgt het zo ook moeilijk.

    Er ontstaat eigenlijk een sneeuwbaleffect. En dat effect beperkt zich niet tot pinguïns.

    Ook wij mensen kunnen er nog wel eens hinder van ondervinden.

    “Wij vertrouwen op het functioneren van deze ecosystemen,” stelt Caswell. “We eten vis die van Antarctica komt. We vertrouwen op een cyclus van voedingsstoffen waar soorten in alle oceanen waar ook ter wereld bij betrokken zijn.”

    En dat maakt het onderzoek ook zo belangrijk.

    Bronmateriaal:
    Melting Sea Ice Threatens Emperor Penguins, Study Finds” – WHOI.edu
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Stephanie Jenouvrier / Woods Hole Oceanographic Institution.

    Pinguïn blijkt soms een ijskoud jasje aan te trekken

     06 maart 2013 0

    keizerspinguin

    Wetenschappers hebben ontdekt dat keizerspinguïns er soms voor zorgen dat het oppervlak van hun verenpak kouder is dan de omringende lucht. Het klinkt niet heel verstandig, maar dat is het wel: het helpt de pinguïns om op temperatuur te blijven.

    Onderzoekers bestudeerden keizerspinguïns op Antarctica. Deze pinguïns hebben het niet gemakkelijk. De temperaturen kunnen er ‘s winters dalen tot -40 graden Celsius. Bovendien staat er een genadeloos harde wind, waardoor de gevoelstemperatuur nog lager ligt. Gelukkig zijn pinguïns daarop voorbereid. Hun lichaam beschikt over tal van eigenschappen die de pinguïns in staat stellen om ondanks de snijdende kou toch op temperatuur te blijven. Eén zo’n eigenschap is het verenpak van de pinguïn: het is lekker dik, isoleert goed en is winddicht.

    Kou
    Maar de pinguïn kent nog wel meer trucjes om warm te blijven, zo blijkt uit een nieuw onderzoek. Wetenschappers richtten een warmtecamera op de dieren om te achterhalen hoe hun temperatuur zich tot de temperatuur van de omringende lucht verhoudt. Ze ontdekten iets bijzonders. Een groot deel van het oppervlak van het lichaam van de pinguïn (met uitzondering van de snavel en de ogen) bleek kouder te zijn dan de omringende lucht.

     

    Warmte winnen
    Dat klinkt niet echt logisch: hoe kan de pinguïn nu op temperatuur blijven als de bovenste laag van zijn verenpak al kouder is dan de omgeving? Toch zijn de pinguïns erbij gebaat, zo schrijven de onderzoekers in het blad Biology Letters.

    “Onder deze omstandigheden zal het verenpak paradoxaal genoeg warmte winnen door convectie van de omringende lucht.”

    Hoe werkt dat precies?

    Wanneer wij op een koude winterdag naar buiten stappen, verliezen we warmte. Ons lichaam is immers warmer dan de omringende lucht. In het geval van de pinguïn kan het verlies van warmte al snel fataal zijn: de dieren moeten het lange tijd – zonder eten – zien vol te houden en kunnen zich het verlies van warmte niet veroorloven. Het verenpak helpt daarbij. Het oppervlak ervan is kouder dan de omringende lucht. De iets warmere lucht komt met deze laag in contact en geeft warmte aan de pinguïns af, in plaats van dat de pinguïns warmte aan de koude lucht verliezen.

    Het is twijfelachtig of de pinguïns het daar echt warmer door krijgen. Hun veren geleiden warmte slecht, waardoor waarschijnlijk een heel klein deel van de warmte die het buitenste laagje van het verenpak verzamelt maar bij de huid van de pinguïn terecht komt. Maar goed: alle beetjes helpen.

    Bovendien voorkomt het natuurlijk wel dat de pinguïn heel veel lichaamswarmte verliest.

    Bronmateriaal:
    Emperor penguin body surfaces cool below air temperature” – Royalsocietypublishing.org
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door NSF / Josh Landis.

     

    Keizerspinguïns op Antarctica lijken zich aan hogere temperaturen aan te passen

     09 januari 2014 40

    keizerspinguin

    Satellietbeelden suggereren dat keizerspinguïns zich aan het veranderende klimaat aanpassen. Ze verlaten hun traditionele broedplaats – zee-ijs – wanneer deze later dan normaal ontstaat en broeden dan op de veel dikkere ijsplaten.

    Keizerspinguïns broeden normaal gesproken op zee-ijs. Een ideale plek. Ze zijn dan namelijk altijd dicht bij het water: hun bron van voedsel. Satellietbeelden laten zien dat pinguïns in de jaren 2008, 2009 en 2010 ook inderdaad op dat zee-ijs broedden. Maar in 2011 en 2012 verplaatsten ze zich naar een nabijgelegen ijsplaat, omdat het zee-ijs zich in die jaren pas een maand nadat het broedseizoen begon, vormde.

    ZEE-IJS VERSUS IJSPLAAT

    Zee-ijs bestaat uit bevroren zout water. IJsplaten bestaan uit glaciaal ijs dat van het land afkomstig is en in zee is beland.

    Dat de pinguïns het zee-ijs schijnbaar moeiteloos inruilen voor een ijsplaat is ronduit opmerkelijk. Het valt namelijk nog niet mee om op zo’n ijsplaat te klimmen: de randen kunnen wel dertig meter hoog zijn.

    “Hoewel de pinguïns uitstekende zwemmers zijn, worden ze op het land vaak als klunzig gezien,” merkt onderzoeker Peter Fretwell op. Desalniettemin gaat de klim ze blijkbaar goed af.

    Eerder stelden onderzoekers nog vast dat het er niet best uitzag voor de keizerspinguïn, omdat deze zo afhankelijk is van zee-ijs. Maar dit onderzoek suggereert dat de pinguïns in staat zijn om zich aan te passen.

    “Deze nieuwe resultaten kunnen ons helpen begrijpen wat de toekomst voor deze dieren in het verschiet heeft,” stelt onderzoeker Barbara Wienecke. Tegelijkertijd waarschuwt ze dat we er niet automatisch vanuit moeten gaan dat alle pinguïnkoloniën zich op deze manier aanpassen.

    “Dat deze vier koloniën in staat zijn om zich te verplaatsen naar een andere omgeving – van zee-ijs naar ijsplaat – om met lokale omstandigheden om te kunnen gaan, hadden we totaal niet verwacht. We moeten nog ontdekken of ook andere soorten zich aan de veranderende omstandigheden aanpassen.”

    Bronmateriaal:
    Antarctic emperor penguins may be adapting to warmer temperatures” – Antarctica.ac.uk
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door lin padgham (cc via Flickr.com).

    http://dier-en-natuur.infonu.nl/vogels/2568-pinguin-niet-vliegende-vogel.html

    —>  Uiteraard moeten Pinguins  zich aan het klimaat aanpassen omdat hun leefomgeving verandert. De klimaat verandering is bepalend voor hun leefomgeving en die klimaatverandering is overal anders. Maar de gemiddelden, die vaak gegeven worden, zeggen weinig over locale situaties.

    Het feit dat de mensen het broeikas effect versterken en  dat  het klimaat opwarmt is een  vastgesteld  fenomeen

    “Anthropogenic global warming wordt veroorzaakt door het verhoogd broeikaseffect door menselijk handelen. Daar bestaat naar het schijnt 96% consensus over .  Die overige 4% zijn klimaatnegationisten die betaald worden door de ontkenningsindustrie.

    De modellen zijn steeds accurater en duiden inderdaad op de factor van broeikasgassen  Antropogene invloeden zijn er meerdere dan alleen co2. Massale onbossingen zijn bvb ook een antropogene invloed, menselijke verwoestijning ook.

    ° —-> De aangroei van zeeijs is later begonnen( maar voor dat onderzoek jaar sterker in aangroei.)
    Doordat deze dus later begon heeft de penguin zijn broedplaats verlegt, ondanks dat het zeeijs op andere pkaatsen een maximum heeft bereikt wil dat niet zeggen dat dat homogeen verspreid is over de gehele kustlijn, ook weer misvattingen die voortkomen door overmatig te focussen op gemiddelden.

    Men weet dat er in het verleden variaties waren en dus eeuwen waarop er een pak minder en een pak meer zeeijs geweest moet zijn. Maar dan ….  mag je niet zomaar aannemen dat die punguins  toen ook al dan niet verhuisden   aangezien je geen tijdmachine hebt  om ze dat gedaan te zien hebben.

    Nu hebben we dat dus wel geobserveerd bij vier koloniën wier broedplaats nog niet  gereed was toen men deze ging opzoeken. Zelf in het artikel vermeld men dat dit niet bij alle koloniën dus gebeurd moet zijn.

    —>Het betwijfelbaar  of je dit een evolutionaire aanpassing kunt noemen. Er komen immers(nog) , geen fysieke veranderingen aan te pas.

    –> Ik zou het ook geen evolutionaire aanpassing noemen. Ik denk niet dat er een genetische basis is voor deze verandering in gedrag.   De verandering in  gedrag is  hier waarschijnlijk niet genetisch—->  wat ik bedoel is  dat er geen mutatie heeft plaatsgevonden waardoor de pinguins zich plots anders gingen gedragen.

    °De Pinguins   zoeken nu broedplaatsen op die overeenkomen met hun natuurlijke habitat. Dat doen ijsberen ook die zich steeds noordelijker ophouden.

    Als die pinguïns noodgedwongen op steeds-   hoger gelegen gebieden moeten kruipen dan past de soort zich na x aantal generaties aan.   Maar  als   het ijs drastisch snel verdwijnt zullen ze waarschijnlijk  deze snelle verandering niet aan kunnen   en  toch   gaan  echt uitsterven? 

    Als het ijs echter verdwenen is, is het echter ook met de ijsberen en de pinguïns gedaan.                                     

    Overigens valt deze  wedren  en  habitataanpassing bij meerdere soorten waar te nemen.

    http://phys.org/news/2014-01-climate-animals.html

     

    LINKS 

    http://penguinology.blogspot.be/2009_06_01_archive.html

     

    °

    Keizerspinguïn wil best zo af en toe wel verhuizen

     

    Welke invloed heeft klimaatverandering op de keizerspinguïn? Onderzoekers zien het iets zonniger in nu blijkt dat keizerspinguïns minder honkvast zijn dan gedacht en best wel willen verhuizen als dat moet.

    Onderzoekers dachten lang altijd dat keizerspinguïns elk jaar naar exact dezelfde plek togen om te broeden. Maar een nieuw onderzoek laat zien dat dat niet klopt. Onderzoekers ontdekten dat verschillende pinguïns niet naar hun vertrouwde broedplek trokken. Blijkbaar zijn de pinguïns veel sterker dan men dacht bereid om te verhuizen.

    Nieuwe kolonie
    De onderzoekers onderschrijven die conclusie met de recente ontdekking van een geheel nieuwe pinguïnkolonie op het Antarctisch Schiereiland. “Als we aannemen dat deze vogels elk jaar naar dezelfde locaties trekken, dan zouden nieuwe koloniën die we op satellietbeelden zien, nergens op slaan. Deze vogels verschijnen niet vanuit het niets: ze moeten ergens ander vandaan zijn gekomen. Dit suggereert dat keizerspinguïns zich tussen koloniën verplaatsen.”

    March of the Penguins
    “Het betekent ook dat we de manier waarop we veranderingen binnen populaties interpreteren, opnieuw onder de loep moeten nemen.” Een mooi voorbeeld daarvan is een pinguïnkolonie die onderzoekers al meer dan zestig jaar bestuderen en die een hoofdrol speelt in de bekende film ‘March of the Penguins‘. Aan het eind van de jaren zeventig nam het aantal pinguïns in deze kolonie in vijf jaar tijd met de helft af. Men dacht dat de hogere temperaturen – de Zuidelijke Oceaan warmde in diezelfde tijd op – daarvoor verantwoordelijk waren: meer pinguïns dan normaal zouden het loodje hebben gelegd. De onderzoekers gingen er namelijk vanuit dat deze kolonie heel geïsoleerd lag en dat de pinguïns nergens anders naartoe konden gaan. Maar satellietbeelden tonen aan dat nabij deze kolonie verscheidene andere koloniën te vinden zijn. “Het is mogelijk dat de vogels de kolonie verlaten hebben en naar een andere kolonie zijn gegaan.”

    De ontdekking dat keizerspinguïns niet zo honkvast zijn als gedacht, is hoopgevend. Wellicht zijn de vogels dus flexibeler en kunnen ze ook beter omgaan met (door klimaatverandering ingegeven) veranderingen in hun leefgebied.

     

     

    Twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op Antarctica

    Bronmateriaal:
    New research using satellite images reveals that emperor penguins are more willing to relocate than previously thought” – UMN.edu
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door lin padgham (via Wikimedia Commons).

    °

    Adélie Pinguin

     

     

    °

    WIST U DAT…

    … in de prehistorie pinguïns van wel 1,27 meter hoog leefden?

    * weggestopte studie naar ‘perverse adeliede  pinguïns hier                                                            … een lange relatie niet is weggelegd voor homoseksuele pinguïns?

    … pinguïns regelmatig de ‘wave’ doen?
    … winnende dwergpinguïns een triomftocht maken?