Klimaatveranderingen vanaf 2014

 

°

“Hoogste aantal broeikasgassen in 800.000 jaar”

 

2014 ,   <— De morgen

  • Ontbossing ;

illegale ontbossing brazilie 2062351  <— Pdf 


© thinkstock.

2/11/14 –   Bron: Belga

De klimaatopwarming is al overal op aarde merkbaar: het is warmer, er is minder sneeuw en ijs, het zeeniveau is gestegen en de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer ligt op het hoogste niveau in minstens 800.000 jaar.

Dat zegt het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in een vandaag gepubliceerd syntheserapport. Volgens het panel is het evenwel nog altijd mogelijk om de opwarming van de aarde, met relatief weinig kosten, te beperken tot 2 graden Celsius.

© thinkstock.

“De oplossingen zijn er, en ze zijn niet zo duur, (°°)indien men internationaal samenwerkt”,

zegt IPCC-vicevoorzitter Jean-Pascal van Ypersele. Volgens de Belg geeft het nieuwe rapport regeringen

“een uitvlucht minder, om niet met méér politieke wilskracht te handelen”.                                                                                                  “Laat ons hopen dat dat helpt.”

Volgens het intergouvernementele expertenpanel isde gemiddelde temperatuur van de aarde en de oceanen met 0,85 graden Celsius gestegen tussen 1880 en 2012.

“De gevolgen van de klimaatverandering zijn de voorbije decennia al voelbaar geworden op alle continenten en in de oceanen”, klinkt het. “De waarschuwing van het klimaatsysteem is overduidelijk.”

 

Maximum 2 graden

Het panel benadrukt tegelijkertijd dat het nog niet te laat is om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden Celsius, de doelstelling die de internationale gemeenschap gesteld heeft.

Daarvoor moet de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen met 40 tot 70 procent verminderd worden tussen 2010 en 2050, en volledig verdwijnen tegen 2100. Dat kan door bijvoorbeeld afstand te doen van fossiele energie, de energetische efficiëntie te verbeteren en de ontbossing een halt toe te roepen.

Maar, zo waarschuwt het IPCC, er moet snel actie worden ondernomen.

“Het is technisch haalbaar om de overgang te maken naar een koolstofarme economie“, zegt Youba Sokona van het IPCC. “Maar het ontbreekt aan passend beleid en geschikte instellingen.(*) Hoe langer we wachten om in actie te schieten, hoe meer het zal kosten.”

Economische groei
Volgens de berekeningen van het panel zouden “ambitieuze” inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de wereldwijde economische groei met amper 0,06 procentpunt doen dalen.

“Er rest ons weinig tijd alvorens de mogelijkheid om onder de 2 graden te blijven, verdwijnt”,

besluit IPCC-voorzitter Rajendra Kumar Pachauri.

°

Ook VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon roept op tot snelle actie.

“Er is geen ruimte voor ambiguïteit in deze boodschap. Leiders moeten handelen. De tijd staat niet aan onze kant.” Niets doen zal meer kosten dan actie ondernemen, klinkt het. “Er bestaat een mythe dat de aanpak van de klimaatverandering veel geld zal kosten, maar niks doen zal nog veel meer kosten.”

De Amerikaanse buitenlandminister John Kerry omschreef het klimaatrapport als

“…… de zoveelste kanarie in de koolmijn  …….Zij die ervoor kiezen om de wetenschap te negeren of te betwisten, terwijl die zo duidelijk is uitgelegd in dit rapport, vormen een enorm risico voor ieder van ons, voor onze kinderen en onze kleinkinderen.”

http://www.scientias.nl/moeten-voor-2100-afscheid-nemen-van-fossiele-brandstoffen/106720

 

 

…….We kunnen klimaatverandering dus beperken.

Maar haast is geboden, zo benadrukt het rapport. Wanneer we de klimaatverandering tegen redelijke kosten willen beperken tot maximaal twee graden Celsius zullen snel maatregelen moeten worden getroffen. Heel concreet zal de uitstoot tussen 2010 en 2050 wereldwijd met 40 tot 70 procent moeten dalen. En tegen het jaar 2100 moet de uitstoot zelfs nul zijn.

 

 

°

Reacties  : 

(*) Optreden  ?

  • De industrie   en het heersende  (succes) model  aanpakken  ?
  • Hoe dan de  productie op peil  en de economie “gezond” houden ?
  • Richtlijnen  over  wat voor energieopwekking   er moet  gebruikt worden ?
  • Over…..  hoe er “zuiniger” en “verantwoord” moet worden geconsumeerd  ?
  • Wel  ……..Daar gaan beroeps politici (die trouwens ” verkiesbaar” moeten blijven en dus op korte termijn denken  )   niet aan raken….. want dat is allemaal    ;  tewerkstelling,BTW,belastingen , .

En nog zoiets wraakroepends   ;

  • de nutteloze transporten,( bijvoorbeeld) garnalen laten pellen in marokko,…. gestandariseerde boontjes invoeren uit  kenya )                                                                                               en
  • de reusachtige voedselverspilling (alles wat geen standaardvoedsel is,in de vuilbak )

 

 

 

( KLIMAATSCEPTICUS  I)   “…..Wat het IPCC nu weer zegt is grotendeels onzin: gebaseerd op klimaatmodellen die hun onkunde al lang hebben bewezen.

Er is al 14/18 jaar géén opwarming meer, ondanks record uitstoot en niveaus van CO2.

Hoe verklaar je dat?

Ook al zouden we geen gram CO2 uitsparen, dan gaat de temperatuur geen 2 graden omhoog tegen 2100.

(°°) Geen geld kosten?                                                                                                                                                                    komaan zeg, af en toe een paar miljard voor nepoplossingen voor een nepprobleem, zoals nu ook weer onze zon- en windenergie?…… ” 

(KLIMAATSCEPTICUS II ) ” ….als het dan toch zo erg gesteld is met het klimaat, kan er dan misschien iemand mij uitleggen hoe het komt dat er nog nooit, ik herhaal: nog nooit zo veel ijs was op de zuidpool ?…

IPCC… denk je nu echt dat die mensen de waarheid gaan zeggen, namelijk dat het afsmelten van Noordpoolijs is gestopt, dat er de laatste 10 jaar helemaal geen temperatuurstijging meer is, dat het Zuidpoolijs groeit, dat sommige gletsjers langzaamaan weer groeien, …? Indien ze dit zouden zeggen, hebben ze geen reden meer te bestaan.”

(KLIMAATSCEPTICUS II )….” Voor diegenen die het IPCC nog geloven: alle doemverhalen zijn gebaseerd op klimaatmodellen waarvan 95% al -ver- boven de huidige temperaturen zitten, laat staan die van 2050 of 2100.(1)  Er is géén versnelling in de zeespiegelstijging, niet meer stormen of orkanen, niet meer extreme regenval of droogte dan 50 of 100 jaar geleden. De landgletsjers in Alpen en Noorwegen zijn al een keer of zes gekrompen en vooruitgeschoven. Er komen nu voorwerpen van onder het ijs van 3000 en 6000 jaar geleden, enz..(2)  “

—->(1) Ach wat  ..…”ZE”  hebben  toen iets ingeschat  met een  nog  natte vinger in de lucht…..nu gaan ze dus   opnieuw (en gaan nu   meten)  ….. ondertussen  is de natte vinger   rapper droog  ….. De modellen zijn  aangepast of vervangen en  is  er  nu al  als  eerste  resultaat   van die verbeterde aapak  :   de opwarming ( –> ten gevolge van antropogene invloeden ) is maar nog eens  bevestigd.

—->(2)Stop toch met dat lullen  over o.a;

  • het ijs van de zuidpool,
  • als de berggletsjers weg zijn gesmolten zullen velen van de non believers pas inzien dat er een probleem is, want dan is hun drinkwater ook weg, en vele oogsten over de ganse wereld gaan eraan  kapot binnen afzienbare tijd  , wat  hongersnood op grote schaal zal brengen
  • Waar halen ze het hier vandaan dat er meer ijs is op de Noordpool?       Daar krimpt het ijs.
  • De zuidpool nog nooit zoveel ijs, ja dat klopt maar lees in het vervolg artikels volledig, het landijs neemt af waardoor oa het zee ijs toeneemt en ja dat komt door de opwarming….
  • een complottheorietje is ook  altijd “leuk” … “zij “hebben het gedaan …  ik niet dus, en ik mag dus rustig  en  braaf  verder doen  ? 
  • Om nog maar te zwijgen welk gevaar het ontdooien van de de permafrost met zich mee zal brengen.
  • Het lijkt in ieder geval duidelijk dat de anti opwarmingslobby der klimaatsceptici nog steeds goed in de populistische markt ligt bij het  masseren en  smaakmaken van de publieke opinie  …..

 

°

TIJD  VOOR  NIEUWE VOORSPELLINGEN   ?

 

We zijn allemaal “goe bezig” ……

Mensen blijven mensen en   ‘heerlijk’ naïef. We doen maar verder zoals we bezig zijn totdat de ‘grotere’ gevolgen op ons afkomen waarvoor we geen oplossing(en) zullen hebben.

Doe maar(Nederlands )  ‘gezellig’ verder met de vervuiling , de roofbouw ,  de verspilling en het ongeremd vermenigvuldigen als het je zo uitkomt …maar  zeg nooit meer   ……  wir haben es nicht gewusst???

  • Het mensdom moet terug worden ingekrompen tot ongeveer 3 miljard en dat kan in anderhalve generatie tijd.Maar daar horen we de UNO nooit over.

—> Er is niemand –of bijna niemand–van de klimaatspecialisten die de global warming nog ontkent.

Wat we eraan moeten doen is echter moeilijker te regelen dan de vaststelling zelf. Ik vrees dat we er heel weinig gaan aan doen en nog 50 jaar de kat uit de boom gaan kijken  …..

  • Er zijn er nog altijd die het verschil tussen weer op korte termijn, en klimaat op lange termijn, niet kennen. De temperatuur is wereldwijd, de laatste 10 jaar, véél hoger dan de 150 jaar ervoor.
  • Opwarming van de aarde gaat over  de globale  temperatuur   en niet letterlijk “ het wordt(hier lokaal)  warmer ”  wat wel ” lokaal merkbaar” wordt  ,  is een groeiende  hogere  frekwentie van  schommelingen  tussen   uitersten / extremen  

 

 

 

 

°

 

 Het klimaat is bijzonder complex . Men begint meer en meer inzicht te krijgen in wat er aan het gebeuren is en de gevolgen die dat heeft.

Strenge winters op komst door opwarming van de aarde  ?

JC
27/10/14 – 15u42  Bron: The Guardian

Smeltend ijs in de Noordelijke IJszee. © thinkstock.

De opwarming van de Aarde heeft het risico op strenge winters in Europa en het noorden van Azië verdubbeld. Dat blijkt uit Japans onderzoek. Deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid is het gevolg van de smeltende poolkap, waardoor meer ijzige wind en sneeuw zuidwaarts worden gestuurd.

Door het smeltende ijs is de oceaan donkerder en absorbeert hij meer warmte. Door de wijzigende luchtpatronen wordt ijzige wind zuidwaarts gestuurd

 

De studie van de universiteit van Tokio omvat het meest gedetailleerde computermodel ooit en werd gepubliceerd in het vakblad Nature Geoscience. Ze toont aan dat de recente strenge winters niet simpelweg veroorzaakt worden door natuurlijke variaties in het weer, maar door de opwarming van de aarde.

Het smeltende ijs in de Noordelijke IJszee heeft tot gevolg dat de open oceaan donkerder is en meer warmte absorbeert. Dat verwarmt de lucht en verzwakt de wind. Schommelingen in de straalstroom sturen de vrieslucht zuidwaarts.

Lees ook

Opwarming gaat verder

Dit ogenschijnlijk tegenstrijdige effect van de opwarming van de aarde doet velen denken dat de opwarming gestopt is.

Maar niets is minder waar, zeggen onderzoekers. Hoewel de gemiddelde temperatuur van het aardoppervlak trager stijgt sinds 2000, is de Noordelijke IJszee gedurende die periode snel blijven opwarmen.

Het nieuwe computermodel toont dat het risico op ijzige winters ook de komende decennia nog zal aanhouden.

Verwacht wordt dat de Noordelijke IJszee tegen de jaren 2030 ijsvrij zal zijn aan het einde van de zomer, wat het veranderende windpatroon stopt terwijl de gemiddelde temperaturen blijven stijgen.

Extreme omstandigheden

De klimaatverandering verhoogt ook de kans op natte zomers, dodelijke hittegolven en overstromingen

 

Klimaatwetenschappers waarschuwen al vele jaren dat de klimaatverandering niet enkel leidt tot een langzame, geleidelijke stijging van de temperatuur. Het klimaatsysteem wordt meer energetisch, wat meer frequente extreme omstandigheiden veroorzaakt.

De ontdekking dat de kans op strenge winters al verdubbeld is, toont aan dat de opwarming van de Aarde geen bezorgdheid voor de toekomst is. De smeltende poolkap veroorzaakte recent ook al natte zomers in Europa en het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast werd aangetoond dat de klimaatverandering het risico op dodelijke hittegolven in Europa en Australië vergroot, en dat overstromingen al tweemaal meer waarschijnlijk zijn dan in 2000.

http://syndication.vmma.be/syndication?vID=4201fe589aa996b34741af7a86f5e09f&sID=HLN&autoplay=false
°

Wat vertelt het klimaat uit het verleden ons over de toekomst?

De temperatuur op aarde stijgt, en dat is niet voor het eerst. In hoeverre kunnen warme perioden uit het geologische verleden ons laten zien wat ons in de toekomst te wachten staat? Een vraaggesprek met Pepijn Bakker en Michael Blaschek, klimaatwetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam, die beiden afgelopen dinsdag op dit onderwerp promoveerden.

door

419px-sermersuaq_in_isunngua_highland_in_summer_2010_(8)

Sermersuaq Groenland IJskap, zomer 2010 Chmee2/Valtameri, via Wikimedia Commons

‘The past is the key to the future’. Het citaat uit 1830 is van de Britse geoloog Charles Lyell, het concept van zijn beroemde Schotse collega James Hutton, en alle aardwetenschappers van tegenwoordig worden er mee grootgebracht.

Klopt, zeggen klimaatwetenschappers Pepijn Bakker en Michael Blaschek van de Vrije Universiteit Amsterdam, maar dan moet je wél goed opletten dat het verleden dat je bestudeert genoeg overeenkomsten heeft met de toekomst om een zinvolle vergelijking mogelijk te maken. Beide heren promoveerden dinsdag aan de Vrije Universiteit Amsterdam, beiden bestudeerden ze een warme periode uit het geologische verleden om te kijken in hoeverre de gebeurtenissen van destijds iets ons vertellen over het klimaat dat ons te wachten staat. Kennislink sprak met hen.

Waarom terug naar het verleden? We hebben toch computermodellen waarmee we in de toekomst kunnen kijken?
“Ja, maar om die modellen te kunnen vertrouwen moeten we wel bewijzen dat ze zinvolle voorspellingen doen. Als we de gegevens uit het verleden in het model stoppen, en dat levert een klimaat op dat toen niet heerste, is er weinig reden om te denken dat de toekomstvoorspellingen wel kloppen. In het algemeen gaat dat best goed trouwens, maar er zijn een paar lastige processen die niet eenduidig door modellen gesimuleerd worden. Belangrijke voorbeelden daarvan zijn de invloed op het klimaat van de circulatie van het oceaanwater, de dynamiek van het zeeijs, en het smelten van het landijs. Wat het ingewikkeld maakt is dat die processen niet alleen het klimaat maar ook elkaar beïnvloeden.”

Naar welke perioden hebben jullie gekeken?
“Pepijn naar het Eemien, van 130.000 tot 116.000 jaar geleden, Michael naar de warmste periode uit het Holoceen, van 9000 tot 5000 jaar geleden. Het Holoceen is het interglaciaal (een relatief warme periode tussen twee ijstijden in) waar we momenteel in zitten, het Eemien het laatste interglaciaal dat daaraan vooraf ging. We keken dus beiden naar een tijdperk waarin de aarde opwarmde. In het Eemien was het zelfs warmer dan nu, die periode wordt om die reden vaak als voorbeeld gebruikt voor wat er kan gebeuren als de aarde verder opwarmt. Wat wij onderzocht hebben is vooral welke invloed het smelten van de Groenlandse ijskap heeft gehad – en zal hebben.”

Het smelten van ijskappen – dan kom je toch ook in de scenario’s terecht met nieuwe ijstijden? Omdat de oceaancirculatie dan stil komt te liggen, en er dus geen warmte meer wordt aangevoerd?
“Als het om grote ijskappen gaat wel, ja, maar uit onze onderzoeken is gebleken dat het effect van het smelten van het ijs op Groenland op de oceaancirculatie maar zeer beperkt is. Het is niet zo heel veel ijs, namelijk. We hebben wel computersimulaties gedaan waarin we al het huidige ijs op Groenland in 500 jaar weg lieten smelten, dán stokt de oceaanstroming inderdaad, en krijg je een flinke afkoeling in Europa. Maar 500 jaar is wel extreem snel hoor. En als het een paar duizend jaar duurt, neemt de oceaancirculatie maar een beetje in kracht af, en koelt het dus ook maar een beetje af.”

Franz_josef_fjord__glacier-jerzystrzelecki

Franz Josef fjord met gletsjer, Groenland Jerzystrzelecki, via Wikimedia Commons

Het smelten van het ijs remt de opwarming dus enigszins af… dat is goed nieuws, toch?
“Nou, het is wel regionaal, hè? Als er minder warmte wordt aangevoerd dan stijgt de temperatuur op het noordelijk halfrond trager, maar op het zuidelijk halfrond juist extra snel. Dus voor Nederland is het misschien wel fijn, maar al met al schieten we er weinig mee op.”

Wat heeft het onderling vergelijken van die warme perioden jullie geleerd?
“Onder andere dat je ontzettend voorzichtig moet zijn met het doortrekken van conclusies van het verleden naar de toekomst. In de tijdvakken die wij bestudeerden warmde het op, maar dat had te maken met de stand van de aarde ten opzichte van de zon, en niet met broeikasgassen. De stand van de aarde zorgde destijds voor veel grotere seizoensinvloeden dan nu. Dus de temperatuur in de zomer was wel veel hoger, maar de winters waren ook kouder. Juist als je naar ijskappen kijkt heeft dat natuurlijk veel effect – die kappen groeiden in de winter toch deels weer aan. Uit onze modellen bleek dat dat ook weer heel andere effecten op de oceaancirculatie geeft.”

“Om opwarming onder invloed van broeikasgassen te bestuderen zouden we eigenlijk 55,8 miljoen jaar terug moeten reizen, naar het thermische maximum aan het begin van het Eoceen. Maar ja, voor ons onderzoek hebben we daar weinig aan, want toen lag er helemaal geen ijs op Groenland. Bovendien is het lastig te achterhalen wat er exact gebeurde, als het zo lang geleden is.”

Dat ging beter voor de tijdvakken die jullie bestudeerden?
“Elke stap in dit soort onderzoek gaat gepaard met grote onderzekerheden. De modellen moet je ’tunen’– er zitten parameters in waarvan de realistische waarden niet goed bekend zijn, en de modelresultaten blijken in elk geval voor het effect van het smelten erg afhankelijk van die tuning te zijn. Vervolgens moet je de resultaten vergelijken met gegevens, maar die zijn vaak ook niet heel eenduidig. Als je pollen vindt, betekent het dat er planten gegroeid hebben. Maar zegt dat iets over de temperatuur, of over andere milieufactoren? En hoe dateer je alles goed? Voor het Holoceen lukt dat aardig, dan kan je koolstofdateringen gebruiken. Voor het Eemien wordt het een stuk onnauwkeuriger. Als je oorzaak-gevolg relaties wil vinden, is het handig als je op zijn minst de volgorde van de gebeurtenissen kan vaststellen, maar zelfs dat lukt vaak niet.”

Hm. Dat lijkt me koren op de molen van de klimaatsceptici..?
“Als die onze proefschriften willen gebruiken om te onderbouwen dat er heel veel onzekerheden in klimaatmodelleringen zitten, dan is dat prima. Maar we weten behoorlijk goed in welke factoren de onzekerheden zitten – zoals het effect van het zeeijs, en die onzekerheid zit vooral in de regionale effecten. Wie wil ontkennen dat de aarde wereldwijd opwarmt heeft niks aan ons werk. Dat wijzen de modellen namelijk wél eenduidig uit.”

Bronnen:

  • P. Bakker, Modelling the climate of the Last Interglacial: The evolution of the Last Interglacial climate and its sensitivity to melting of the Greenland Ice Sheet, an investigation through model inter-comparison and model-data comparison,Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 319 blz.
  • M. Blaschek, Holocene climate variability in the Nordic Seas: numerical model simulations compared with proxy-based reconstructions, Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 265 blz.
°

DOEMDENKEN of VOORZIENBAAR ?

°

 

°

°

clubvanrome

 

http://en.wikipedia.org/wiki/The_Limits_to_Growth

Cover first edition Limits to growth.jpg

http://nl.wikipedia.org/wiki/De_grenzen_aan_de_groei

………Overigens waren dergelijke berichten niet nieuw: ook Thomas Malthus (1766 – 1834) had iets soortgelijks al gemeld in “Essays on the principles of population” uit 1798 namelijk het Malthusiaans plafond. Critici gaven aan dat het rapport onvoldoende aandacht gaf aan de mogelijkheid om met behulp van nieuwe technologieën het doemscenario af te wenden of zelfs dat het rapport volledig foutief zou zijn.[  

Het rapport bevat ook scenario’s die veel positiever verlopen en die tot een stabiele wereld leiden.

Recente vergelijken met de werkelijke ontwikkelingen laten echter zien dat het (ongunstige) referentie-scenario tot nu toe een goede beschrijving van de realiteit geef

 

De Club van Rome wordt vandaag de dag gezien als een soort milieubeweging maar het waren destijds allemaal keurige industriëlen en aan de industrie verbonden wetenschapsmensen .

Het kwam voort uit een soort denktank van de OECD, waar onder meer over innovatie, technologie, wetenschap, natuur en milieu werd nagedacht.

 

De Club van Rome kreeg bekendheid met het rapport De grenzen aan de groei, dat in 1972 werd uitgebracht. Hierin werd, in navolging van het boek ‘The Population Bomb’ van Paul Ehrlich, een verband gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Het rapport gaf een prognose van het grondstof- en voedselverbruik in de wereld voor de komende jaren. Daarin werd een beeld geschilderd van in een aantal decennia oprakende grondstofvoorraden.

Critici van het rapport gaven aan dat het rapport onvoldoende aandacht gaf aan de mogelijkheid om met behulp van nieuwe technologieën het doemscenario af te wenden.

 

De Club van Rome heeft  waarschijnlijk gelijk: als er niet snel drastische maatregelen getroffen worden om milieuproblemen aan te pakken, zal dat binnen afzienbare termijn leiden tot grote ecologische rampen.

Het is daarom tijd, meer dan ooit, om niet de kop in het zand te steken en de mens-milieu- en de mens-biosfeer -relatie grondig te herzien.

Een groot probleem is de toekomst: wij ruïneren de aarde op ongekende schaal, en de limiet van de draagkracht zal spoedig bereikt zijn.

Onze levensstijl zal daarom drastisch moeten veranderen –

 

 

 

Club van Rome krijgt gelijk ?

http://www.demorgen.be/dm/nl/5397/Milieu/article/detail/2027372/2014/09/03/Club-van-Rome-krijgt-gelijk-Wereld-vergaat-nog-deze-eeuw.dhtml

(1b)

Bron: The Guardian

http://www.theguardian.com/commentisfree/2014/sep/02/limits-to-growth-was-right-new-research-shows-were-nearing-collapse

3/09/14 –

Chinese fabrieken braken rook uit. © reuters.

Wie de grimmige voorspellingen (2) uit het boek ‘Limits to Growth’ van de Club van Rome altijd heeft afgedaan als doemdenkerij, wordt door een nieuwe studie met de neus op de feiten gedrukt. In het boek uit 1972 wordt voorspeld dat onze beschaving deze eeuw ineen zal stuiken. Australisch onderzoek bevestigt dat nu.

 

“Dit onderzoek zou alle alarmbellen moeten laten afgaan”

Dr. Graham Turner, universiteit van Melbourne

 

—> Al sinds het boek van de denktank Club van Rome in 1972 werd gepubliceerd, wordt het door critici afgedaan als de ultieme fantasie voor doemdenkers.(1)

Vooral   de waarschuwing dat de planeet ten onder gaat aan overconsumptie werd  weggehoond.

Ook de wat mildere  opvatting dat de Club van Rome veel te pessimistisch was geweest ,vond breed gehoor.

In 2002 werd het boek door de omstreden ‘sceptische’ milieu-expert Bjorn Lomborg nog veroordeeld tot “de vuilbak van de geschiedenis”, maar onderzoek van de universiteit van Melbourne toont nu aan dat het daar helemaal niet thuishoort.

°

De Australische onderzoekers stellen dat het scenario dat in het boek wordt geschetst erg accuraat is, en dat we de eerste tekenen van een nakende ineenstorting binnenkort al zullen zien.

 

Business as usual (4)

‘Limits to Growth’ kwam tot stand dankzij researchers van het prestigieuze Massachusetts Institute of Technologie (MIT), die een baanbrekend computerprogramma ontwikkelden om de wereldeconomie, vervuiling, voedselvoorziening, bevolkingsgroei en grondstoffengebruik te monitoren. Op basis van reële gegevens tot 1970 maakten ze projecties tot 2100, afhankelijk van welke actie de mensheid ondernam op vlak van milieu- en grondstoffenbeheer.

Als er geen actie werd ondernomen – het zogenoemde ‘business-as-usual’-scenario -, voorspelde het computermodel een ineenstorting van de wereldeconomie voor 2070.

Het boek ging daarbij uit van de – omstreden(?)  – stelling dat de aarde eindig is, en dat het streven naar ongelimiteerde groei op alle vlakken uiteindelijk tot een totale crash zou leiden.

Dr. Graham Turner van de universiteit van Melbourne vroeg data op bij de Verenigde Naties (onder andere bij het departement economische en sociale zaken, Unesco en de voedsel- en landbouworganisatie), maar ook bij de Amerikaanse organisatie die zich bezighoudt met de oceanen en de atmosfeer.

Die data werden naast de voorspellingen uit ‘Limits to Growth’ gelegd. En wat blijkt? De wereld sluit momenteel erg nauw aan bij het ‘business-as-usual’-scenario.

Lees ook

Onderstaande grafieken tonen de reële gegevens (MIT en universiteit van Melbourne) in een volle lijn. De stippellijn toont het ‘business-as-usual’-scenario uit het boek. Tot 2010 lopen de data opvallend gelijk met de voorspellingen van de Club van Rome.

© kos.
Onstilbare honger naar welvaart
Zoals de onderzoekers van MIT in 1972 uitlegden, zal de groeiende wereldbevolking en de vraag naar materiële welvaart leiden tot meer industriële productie en vervuiling.De grafieken tonen duidelijk aan dat dit het geval is. Natuurlijke rijkdommen worden in sneltempo opgebruikt, de vervuiling neemt toe en de (voedsel-)productie per hoofd stijgt. Ook de bevolking gaat pijlsnel de hoogte in. Volgens het boek vergt die onstilbare honger steeds meer voorraden, waardoor zij door de toenemende schaarste ook steeds duurder worden. Hierdoor wordt de productie ook steeds duurder, waardoor de industriële productie uiteindelijk zal inzakken. In het boek zou dat al vanaf 2015 het geval zijn.Vanaf dat moment – verwacht tussen 2015 en 2030 – ontstaat er een domino-effect van dalende voedselproductie, besparingen op vlak van gezondheid en onderwijs en een stijgend sterftecijfer.Daardoor zou de wereldbevolking sterk afnemen, met ongeveer een half miljard per decennium. De levensstandaard valt uiteindelijk terug naar een niveau dat vergelijkbaar is met dat van begin 20ste eeuw.De eerste stadia van de neergang zijn mogelijk al begonnen, met de wereldwijde financiële en economische crisis van 2007-2008, de aanhoudende economische malaise en de eerste merkbare tekenen van de klimaatverandering.Onzekere toekomst

“Onze research toont niet aan dat de ineenstorting van de wereldeconomie, het milieu en de bevolking een zekerheid is, noch beweren we dat de toekomst zich exact zal ontvouwen zoals in het boek wordt voorspeld”,

benadrukken de Australische onderzoekers in de Britse krant The Guardian.

“Maar onze bevindingen zouden wel een alarmbel moeten laten afgaan. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het streven naar aanhoudende groei kan blijven duren zonder ernstige, negatieve effecten te hebben, en die effecten kunnen sneller voelbaar zijn dan we denken.”

“Het is misschien te laat om de politici en rijke elite ervan te overtuigen het roer drastisch om te gooien. Dus is het aan de rest van ons om na te denken over hoe we onszelf kunnen beschermen tegen deze onzekere toekomst.”

 

http://www.demorgen.be/dm/nl/5397/Milieu/article/detail/2027372/2014/09/03/Club-van-Rome-krijgt-gelijk-Wereld-vergaat-nog-deze-eeuw.dhtml

http://www.theguardian.com/commentisfree/2014/sep/02/limits-to-growth-was-right-new-research-shows-were-nearing-collapse

Piles of crushed cars at a metal recycling site in Belfast, Northern Ireland.

http://www.theguardian.com/environment/earth-insight/2014/jun/04/scientists-limits-to-growth-vindicated-investment-transition-circular-economy

http://energyskeptic.com/2014/dennis-meadows-collapse-is-inevitable-now-2015-2020/

 

 

Dennis_Meadows

 Meadows!

“We’re in for a period of sustained chaos whose magnitude we are unable to foresee,”

Meadows warns. He no longer spends time trying to persuade humanity of the limits to growth. Instead, he says,

“I’m trying to understand how communities and cities can buffer themselves”

against the inevitable hard landing.

 

Do you have solutions to these mega miseries?

Meadows:

This would change the nature of man. We are basically now just as programmed as 10,000 years ago. If one of our ancestors could be attacked by a tiger, he also was not worried about the future, but his present survival. My concern is that for genetic reasons we are just not able to deal with such things as long-term climate change. As long as we do not learn that, there is no way to solve all these problems. There’s nothing we could do. People always say again: We need to save our planet. No, we do not. The planet is going to save itself already. It always has done. Sometimes it took millions of years, but it happened. We should not be worried about the planet, but about the human species.

http://damnthematrix.wordpress.com/2013/03/31/there-is-nothing-we-can-do-meadows/

 

°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°

Reacties geplukt op het internet : 

1.-

De wereld zal hoogstwaarschijnlijk niet vergaan in de eerste paar miljard jaar

en de kans dat de mensheid volledig wordt uitgeroeid in de eerste millennia acht ik ook eerder gering.

Wat wel een logische conclusie is: zoals we nu overconsumeren en ons ongecontroleerd voortplanten en ons bijna parasitair gedragen tegenover onze thuisplaneet; dit zal ons in de zeer nabije toekomst zeer zuur opbreken.

Dat het zo niet verder kan is evident…

–>Wel ja  ……  De wereld zal niet vergaan maar onze  menswaardige  beschaving /en  de ons dragende omgeving  staat wèl op de helling

—> Dus ……  tuurlijk vergaat de wereld niet, hooguit de mensheid!

 

 

(1b)

–> de woordkeuze is  niet juist, de mensheid vergaat nog deze eeuw, niet de wereld, die wordt pas opgeslokt door de zon binnen 5 miljard jaar. Dan gaan we hier allang niet meer zijn.

 

( 2.-)

 

–> De club van Rome zat er ook  veel naast  

zeker, maar het ging ze om de grote lijn. De scenario’s. En daarin zaten ze redelijk goed.

–> De Club van Rome zat er compleet naast in hun voorspellingen (2c )over de uitputting van grondstoffen tegen het jaar 2000. Geen enkele grondstof raakte uitgeput, integendeel.

Wat ze vergaten is de menselijke inventiviteit om problemen op te lossen met betere technieken, veranderen van grondstof of materiaal.

Ook niet inzake vervuiling   zat de club  voorspelling  juist  . In het Westen is de groei samengegaan met minder vervuiling  ….. (5)

> De meeste van de “voorspellingen “(2b)van de toenmalige club van rome waren slechts extrapolaties van toen bespeurbare tendenzen …. Het is ietwat tè weinig om ze nu nog serieus te blijven nemen ? (2b)

—> Waarom  voorspellingen tussen  aanhalingstekens ? Dit is gewoon een poging  om de Club van Rome  een natrap te geen of te discrediteren ?

Er zijn gewoon veel te veel mensen. De planeet zou niet meer dan hooguit één miljard mensen mogen dragen en dat is nog heel veel. Maar door de godsdiensten, de ongebreidelde wellust en het totale gebrek aan vooruitziendheid kweekt de mens als konijnen. Helaas zijn er geen vossen om op ze te jagen.

Zodoende maakt de mens zijn eigen habitat kapot. De beschaving zal ineenstorten, ontelbaren zullen omkomen, en we keren terug naar een soort stenen tijdperk. Met dank aan  o.a. de godsdiensten , de   dito  ideologen en  kanonnenvoer recruteerders  .

–> We zijn met veel te veel op deze globe, maar de grote schuldigen hiervan zijn de godsdiensten, met uitspraken als , ga en vermenigvuldig U, of dat de man de maandstonden niet mag zien bij vrouwen van islamieten, en zo zijn er nog heel wat te vinden, zolang een moderne beschaving, deze godsdienst waanzin blijft steunen, kan men moeilijk van een moderne samenleving spreken, ten slotte stammen die godsdiensten zelfs af uit het stenen tijdperk, eerst beginnen met deze steun op te zeggen.

–>Er zullen altijd en overal wel snullen zijn – zelfs op het hoogste niveau – die nog niet doorhebben dat de overbevolking van deze planeet eindelijk eens moet aangepakt worden op een andere manier dan collectieve vernieting.

Maar  ik vrees dat het inderdaad “business as usual” zal blijven. En dan kan het alleen maar neerwaards gaan.

 

–> De manier waarop we nu leven is onhoudbaar. Het heeft geen zin om energie te sparen en zuiniger om te springen met grondstoffen,dat is gewoon uitstel van executie.

De bevolking blijft groeien tot ze niet meer kan groeien omwille van tekorten.

Het probleem zal zichzelf oplossen, dus een wereldbevolking die drastisch zal dalen.

Hetgeen we moeten doen is nu een drastische geboortebeperking opleggen zodat we zacht kunnen landen, anders zal het chaos zijn.

Zet konijnen in een beperkte biotoop en ze kweken ook tot alles op is en ze uitgestorven zijn. Dringend nood aan geboortebeperking, wereldwij liefst.

Onze consumptieverslaving is echter nefast

Vooral de populatie-groei grafiek in het oorspronkelijk werk ,is interessant ; volgens hun verwachtingen stopt die groei rond 2020 ….Maar huidige anticipaties stellen een populatie-stop(-verzadiging=o groei ) voorop rond 2050 …..

(2b) Maar er wordt  wel  vandaag niet gerept over
een verbruik -stop per capita . Verbruik en ecologische voetafdruk zullen dus verder toenemen zelfs als de populatietoename stopt .Je kan het proces dagelijks meemaken aan elke grens tussen de derde wereld en de zogenaamde eerste wereld ….

–>  Zelfs al deden ze niets anders dan slechts wat extrapoleren ( maar vooral ook waarschuwen dat het zo niet verder kan )… toch werd hun werk ( en vandaag nog steeds ) verguisd

(2c)–>Fout …Het waren  trouwens  GEEN “voorspellingen”
-“Limits to Growth” is een ” globaal menselijk attitude en gedrag model dat is opgebouwd dmv “Systems Dynamics methodology. “

In feite is het een primitief computer  model volgens diverse  ineengrijpende organigrammen   uit de chaos -theorie en een voorloper van de huidige computer aided modelling  

Derhalve …is het nooit (slechts ) een “extrapolatie van toen aanwezige (natuurlijke  ? ) tendenzen “ geweest ….
Want het globale menselijk groepsgedrag is daarbij van bij de aanvang als het belangrijkste element gesteld … en dat is wat de meeste kritische  commentaren in de vroege zeventiger jaren , en vandaag , niet eens hebben opgemerkt ….

 

°

http://nrcboeken.vorige.nrc.nl/recensie/de-club-van-rome-grenzen-aan-de-groei-1972

 

Het hardnekkigste misverstand was vermoedelijk, dat er sprake was van een voorspelling.

Dat was Grenzen aan de Groei niét. Het rapport liet alleen zien, wat een aantal ontwikkelingen in de wereld teweeg zou brengen als er niets zou veranderen. De mensen van het MIT hadden daartoe vijf parameters (groei van bevolking, van industriële productie, voedselproductie, grondstofverbruik en van milieuvervuiling) in de computer gestopt. Het interessante en ook nieuwe was, dat die vijf groeifactoren in onderlinge wisselwerking werden gebracht – iets waartoe inderdaad alleen de computer in staat was. Het veelgehoorde verwijt dat dit programma geen rekening hield met menselijke aanpassing en prijsmechanismen was dan ook niet terecht. Die pretentie had het rapport niet, hoewel de sombere toonzetting een noodlotstemming opriep.

Het tweede grote misverstand had betrekking op grondstoffen.

De onderzoekers gingen bij hun berekeningen uit van een normale exponentiële groei en de destijds bekende voorraden. Een onbegrijpelijke fout was, dat zij het begrip `bekende reserves’ niet definieerden. Zij maakten dus geen onderscheid tussen in 1971 economisch winbare reserves, en reserves die dat níet waren (te diep, te ver, te verspreid) maar dat bij een hoger prijsniveau later konden worden. De steenkolen in Limburg bijvoorbeeld worden nu niet bij de reserves gerekend maar ze zitten wel onder de grond. Wie weet gaan de mijnen over vijftig jaar weer open als er een tekort komt aan cokes voor de staalfabricage.

Als resultaat van die manier van rekenen, kwam het rapport van de Club tot nogal paniekerige cijfers:

goud zou na negen jaar uitgeput zijn, zilver na dertien jaar, tin na vijftien jaar en aardolie na twintig jaar! Zelfs als de voorraden vijf keer zo groot zouden worden (méér konden de rapporteurs zich waarschijnlijk niet voorstellen), hadden wij nog maar voor 29 jaar goud, 41 jaar kwik, 50 jaar aardolie en 50 jaar zink. Het lijkt er niet op.

De conclusie luidde: gegeven de huidige verbruikscijfers en de voorziene toename van deze cijfers zal het merendeel van de thans belangrijke, onvervangbare hulpstoffen over honderd jaar uiterst kostbaar zijn geworden

Maar (foutieve of alarmistische ) resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor een echte   toekomst. Laat ik het maar openlijk zeggen: eens gaat het mis, dat staat vast.

Alleen weten we niet wanneer, en of het door ozon dan wel overbevolking zal gebeuren, of door een compleet nieuw mankement.

De Club van Rome krijgt ooit gelijk.

°

 

Net zoals vandaag , extrapoleerde elk denkend mens uit de zeventiger jaren . Alles leek toen al erg slecht

Schrijver -wetenschapper Philip Wylie was ervan overtuigd dat indien de vervuiling exponentieel voortholde , de wereld rond 1977 het begin van de uiteindelijke ineenstorting riskeerde (= point of no return ) . Hij heeft misschien gelijk gehad .
Een van de zorgwekkenste ontwikkelingen vandaag , is de weigering in hoge politieke kringen om te extrapoleren en de daaruit volgende  noodzakelijke  ( en zelfs draconische ) maatregelen te nemen om de beschaving te redden … Politici zijn eerder geneigd het consumentisme en de groei te bevorderen ,wapens te verkopen en/of  te prediken ….wat(voor hen )  telt zijn ” korte termijn “plannen en scenario’s …. en wachten tot de problemen zich stellen vooraleer ze worden aangepakt  (2d)

Daarbij steunen ze graag op de heilige koe van de economie 

Economen (die over het algemeen de Globale Financieele Crisis niet eens (h)erkenden toen ze voor hun ogen plaatsvond ) zijn waarschijnlijk niet bekwaam genoeg om dit soort(of gelijk welke  ander(e ) problem(en )aan te pakken .

(2d)  

Zoals meestal is de mens geneigd pas iets te doen als het te laat is. Dit zal ook zo zijn met die problematiek, neem het van mij aan.

Conclusie; wij zullen zo blijven leven tot het echt niet meer gaat!

 

.3.-   Het is teleurstellend dat millieubewuste en millieu bezorgde mensen nog steeds worden gebrandmerkt als die “gekke doemdenkens ” , sta- in- de- weg idioten en “morosofen “( =vroeger ook gebrandmerkt als “Communisten ” of ander rood gespuis )

> Uiteindelijk kan er geen gezonde economie blijven bestaan zonder het nodige draagvlak van een gezonde omgeving ….
Dit zal meer en meer duidelijk gaan worden wanneer we verder blijven gaan met het onverantwoord en niets ontziend beroven en uitbuiten van onze aarde en levensnoodzakelijke biosfeer ……

4.- Het is de hoogste tijd dat de globale economische systeembedenkers , beginnen de driedubbele grondlijn van winstgroei versus sociale en ecologische impakt ervan ,af te remmen of minstens serieus   in vraag te stellen …

Ons courante systeem dat we nu gebruiken  heeft alles  uitgeput. We hebben er alles (en nog veel meer) uitgehaald. We zitten momenteel met het probleem dat alles nog kan opgelapt worden met wat maatregelen die dan weer een tekort geven aan iets anders.

Kortom: we gaan de dieperik in. We blijven zweren  bij  versletenen  concepten  en gaan  onderwijl zingend de ondergang tegemoet.(= Dansend op de rand van de vulkaan )

Egoïsme en buitensporig geldgewin van een aantal afschuwelijke creaturen die het mooie nest bevuilen hebben voor dit scenario gezorgd dat hen hopelijk ook zal meesleuren in de diepte ….

–> Het is hoog tijd voor een humanistische technocratie die het groei-winstmodel ondergeschikt maakt.

 

°

Het eeuwige groeimodel en korte termijndenken als overlevingsstrategie zit zo diep in onze genen en geesten ingebakken dat we blind zijn voor wat op ons af komt.

°Ook het naïeve geloof in technologie is verblindend. Technologie is een middel, geen grondstof of energiebron en we handelen alsof deze eeuwig voorradig zullen zijn terwijl bewezen reserves vaak slechts een fractie blijken te zijn van wat was aangenomen.

–> De crisis van 2008 is geen bump on the road maar een tipping point.

5.-  GROEI IS SIMPELE REKENKUNDE  . Zij die groei ( en de gevolgen ervan )  niet begrijpen zijn gewoon simpele luitjes  (5b)

the nature of the growth defined by the exponential curve… the rate of change will far exceed our capacity to adapt is essentially what the message I heard…

for people won’t even know there is a problem until not only does it arrive but shoots past them and we all of a sudden find ourselves in a world where the world view you espouse makes no sense….

Malthus theory is correct, he just got his timing wrong and given when he was living it is not hard to imagine why. Nothing grows forever, nothing stays the same forever, and nothing can stop the change, it’s intrinsic in the Universal Unfolding

 (6b)

Veel  wakkere  lieden   begrijpen  dit best, maar stoppen  zoals bijna iedereen  hun   kop in het zand…

 

°

6.-(ontkenners en betweters  zeggen steeds weer  )

Het probleem is dat al deze modellen niet gebaseerd zijn op echte harde feiten maar op speculaties of simulaties die dan nog eens niet objectief zijn.

Als je kijkt naar de reële data van de laatste 15 jaar en je legt deze naast de computermodellen die overal worden gebruikt om global warming of climate change te bewijzen zie je dat deze zeer hard van elkaar afwijken.

Wat moeten we dan nog gaan geloven van deze zogezegde wetenschappers die enkel data gebruiken die hun eigen meningen ondersteunen ?

a) Het is geen kwestie van geloven maar van eenvoudige fysica en rekenkunde  

b) gelukkig zijn er (volgens de ontkenners )  genoeg niet-wetenschappers die het wèl beter weten … heilaas zonder het bezit van de relevante kennis om de data correct en controleerbaar   te interpreteren

c) computer aided  modelling ( en deze  eenvoudiger organigrammen van de  “club van rome”-   voorloper ervan )  is toegepaste wiskunde  ……en dat is een nuttig instrument  …..en ondanks  wat de niet wiskundige ook moge beweren  

 

 

 

7.-   De  problemen zijn overbevolking  klimaat en de filosofie van groei, 

Wat betreft het klimaat: een opwarming van een graad of 4 in een eeuw geeft zware problemen: verlies van de meest vruchtbare landbouwgrond en enorme volksverhuizingen.

Geeft ook oorlogen.

De wildcard is de Siberische methaanbom: Is de opwarming van de arctische oceaan genoeg om het methaanijs en de daaronder liggende gasvoorraden los te smelten?

 

 

°

 

LINKS = 

Dat er wel eens een ‘kern’ van waarheid in de voorspellingen van de Club van Rome zou kunnen zitten werd hier  al in 2009 gesignaleerd toen wij constateerden dat

de werkelijke CO2 concentratie van de atmosfeer vrijwel geheel de voorspelling(prognose )  uit 1972 ‘volgt’.

 

°

Voor veel problemen waarvoor in het rapport van de Club van Rome werd gewaarschuwd, zijn technische oplossingen ontwikkeld.

De economische groei wordt tegenwoordig gerealiseerd met minder grondstoffen en minder vervuiling per eenheid product dan vroeger…..(uiteraard komt daar ook een eind aan  = en  bij voorthollende  exponentieele bevolkingsgroei is dat slechts kort  uitstel van executie ) 

Alleen op het  cruciale punt van de bevolkingsgroei lijken de adviezen van de club van Rome minder succes te hebben gehad.

En dat terwijl heel veel toekomstige problemen samenhangen met het nog steeds groeiend aantal mensen met al hun wensen dat de aarde bevolkt.

Een paar factoren die een rol spelen bij het bereiken van een stabiele wereldbevolking?

Veel mensen, vooral in ontwikkelingslanden, zien nog niet in dat het wèl accepteren van goede medische zorg, zonder de daarbij behorende geboortebeperking, binnen korte tijd leidt tot een bevolkingsexplosie.

En dus gaat de groei nog door, als optelsom van al die door de goede zorg in leven gebleven kinderen.

Ook het verband met daaropvolgende hongersnood en epidemieën wordt niet of onvoldoende begrepen

 

°
Zie ook:
> De grote klap komt er aan, zegt nieuw onderzoek (03-09)
> Jorgen Randers: “De komende veertig jaar worden beangstigend” (24-08)

Club van Rome Rotterdam 2012 / Het failliet van de planeet: Aanbevelingen voor een reddingsplan (15 dec 2012)

New Report issues a warning about humanity’s ability to survive without a major change in direction (May 7 2012)

Looking Back on the Limits of Growth (April 2012)

Club van Rome wil strenge norm uitstoot CO2 (28 oktober 2009)

Voorspellingen Club van Rome realistisch (1 april 2009)

 

°

  • Wereldbevolking
  • Bevolkingsgroei
  • Grote kans dat aarde tegen 2100 elf miljard mensen telt

     

    Ook gedurende de 21e eeuw zal de wereldbevolking sterk blijven groeien en tegen het jaar 2100 wonen er waarschijnlijk 11 miljard mensen op aarde. Dat zijn er twee miljard meer dan voorheen werd gedacht. Die conclusie trekken onderzoekers van de universiteit van Washington en de VN.

    Momenteel wonen er ongeveer zeven miljard mensen op aarde. Maar hoeveel zullen dat er tegen het eind van deze eeuw zijn? Lang dachten onderzoekers dat het aantal mensen op aarde geleidelijk aan zou stijgen naar negen miljard. Daarna zou de groei afvlakken en zou het aantal mensen op aarde misschien zelfs gaan afnemen.

    Nieuwe statistieken
    Maar een nieuw onderzoek trekt die conclusie ernstig in twijfel. De kans is heel groot dat de wereldbevolking deze eeuw niet stabiliseert, maar gewoon zal blijven groeien. “De wereldbevolking – een kwestie die toch een beetje van de agenda is gevallen – blijft een heel belangrijk punt,” benadrukt onderzoeker Adrian Raftery. Raftery en zijn collega’s schrijven dat in een nieuw door de VN uitgegeven rapport. In het rapport wordt gebruik gemaakt van moderne statistieken die alle beschikbare informatie gebruiken om tot de beste voorspelling te komen.

    “DE BEVOLKING VAN AFRIKA ZAL HOOGSTWAARSCHIJNLIJK VERVIERVOUDIGEN: VAN 1 MILJARD MENSEN ANNO 2014 NAAR 4 MILJARD MENSEN ANNO 2100″

    Afrika
    In het rapport is te lezen dat de groei waarschijnlijk het grootst is in Afrika. De bevolking van dat continent zal hoogstwaarschijnlijk verviervoudigen: van 1 miljard mensen anno 2014 naar 4 miljard mensen anno 2100.

    De belangrijkste reden voor die sterke groei is het feit dat het geboortecijfer in Sub-Saharisch Afrika niet zo snel daalt als verwacht. Volgens de onderzoekers is de kans dat Afrika tegen het eind van deze eeuw tussen de 3,5 en 5,1 miljard mensen telt maar liefst tachtig procent.

    Azië en Europa
    In andere delen van de wereld zijn de veranderingen minder groot. Azië telt momenteel 4,4 miljard inwoners. Tegen 2050 zullen dat er naar verwachting 5 miljard zijn. Daarna zal het aantal mensen daar af beginnen te nemen. Het aantal mensen in Noord-Amerika, Europa, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied blijft naar verwachting onder de één miljard mensen per gebied.

    “AZIË TELT MOMENTEEL 4,4 MILJARD INWONERS. TEGEN 2050 ZULLEN DAT ER NAAR VERWACHTING 5 MILJARD ZIJN. DAARNA ZAL HET AANTAL MENSEN DAAR AF BEGINNEN TE NEMEN”

    2013
    De cijfers komen sterk overeen met de voorspellingen die de VN in 2013 deed.

    “Maar eerdere voorspellingen waren gebaseerd op scenario’s en dus heel onzeker,”benadrukt onderzoeker Patrick Gerland. “Dit onderzoek is sterker gebaseerd op statistieken en biedt ons de gelegenheid de voorspellingen te kwantificeren.”

    Als het om het voorspellen van de groei van de wereldbevolking gaat, gaan onderzoekers op twee zaken af: de toekomstige levensverwachting(2) en het aantal kinderen dat de gemiddelde vrouw op de wereld zet.(1b)

    Eerder spraken experts zich uit over hoe die twee factoren zich in de toekomst zouden ontwikkelen.

    Dit nieuwe onderzoek laat zich leiden door statistische methodes die gegevens van overheden en de voorspellingen van experts combineren.

    Een ander zwak van eerdere rapporten is het feit dat er gebruikt werd gemaakt van scenario’s waarin vrouwen 0,5 kinderen meer of minder zouden krijgen dan experts voorspelden. Daardoor ontstond een wel erg grote marge.

    “In een gegeven jaar en land kan het aantal kinderen per vrouw een half kind hoger liggen, maar de kans dat het in alle landen in alle jaren een half kind hoger ligt, is heel klein,”

    stelt Raftery.

    Dankzij de nieuwe methodes wordt de marge kleiner.

    Al met al denken de onderzoekers dat er een tachtig procent kans is dat de wereldbevolking in het jaar 2100 tussen de 9,6 en 12,3 miljard mensen telt.

     

    Bronmateriaal:
    World population to keep growing this century, hit 11 billion by 2100” – University of Washington
     °
    REACTIES

    ……het aantal kinderen dat jaarlijks in Afrika ter wereld komt, daalt veel minder snel dan eerder werd voorspeld, zo blijkt uit hun studie. De eerder voorspelde afvlakking van de groei van de wereldbevolking lijkt daardoor achterhaald.

    “Het grootste verschil tussen onze resultaten en eerdere projecties is dat wij verwachten dat de populatie in Afrika flink zal toenemen van 1 miljard naar 4 miljard, of tenminste 3,5 miljard”

    , verklaart hoofonderzoeker Adrian Raftery op nieuwssite New Scientist.  …..

    (1)  
    In het rapport is te lezen dat de te verwachten   groei waarschijnlijk het grootst zal zijn in Afrika.
    ” De bevolking van dat continent zal hoogstwaarschijnlijk verviervoudigen”
    ……Die blijven dus   maar kweken ondanks honger en tekort aan water én dodelijke ziekten?
    Oekandana?
    (1b)–> Hier zit een heel envoudig principe achter. Hoe groter kans is dat de kinderen sterven voor ze volwassen worden, hoe meer kinderen er gemaakt worden om er toch enkele over te houden die je helpen op je oude dag.
    Maar dat kan natuurlijk niet zo maar blijven doorgaanGrote sterfte staat dan ook op het programma …en wordt veel te weinig in rekening gebracht°

    (2)
    De bevolkingsaanwas intomen   :  HIV, malaria, mazelen en dengue doen dat veel efficiënter dan (bijvoorbeeld )Ebola . De tseetseevlieg zal ook wel een tandje bijsteken.En tenslotte de mens zelf;

    • de chaos door lokale conflicten en burgeroorlogen (3) om voedsel en drinkwater zullen niet te overzien zijn.
    • –>Opvallende hier aan is, dat  er misschien  wel snel een(betaalbaar)  middel gevonden wordt tegen ebola….. maar tegen al die andere ziektes (nog steeds ) niet.
    De VN roept al
    “ebola is een bedreiging voor de wereldvrede”.
    Is ook niet zo vreemd, nu China grote stukken van Afrika kopen om voedsel te verbouwen voor hun eigen bevolking, en Chinezen zijn uiterst bang voor ziektes, en als de Chinezen producten gaan weigeren die uit Afrika komen, heeft China een groot probleem.
    (3)
    –> Het wordt dus alweer een rondje elkaar van de aardbol afduwen ?
    °

    Piek

    ” ….De wereldpopulatie bestaat op dit moment uit ongeveer 7 miljard mensen. Wetenschappers waren het er tot nu toe min of meer over eens dat het aantal wereldburgers in 2050 een piek zou bereiken van 9 miljard.

    “Maar wij hebben ontdekt dat er een kans van 70 procent is dat de wereldpopulatie zich deze eeuw niet zal stabiliseren”,

    aldus Raftery.  ”

     

     

    Onderwijs

    Critici vinden de nieuwe voorspellingen onbetrouwbaar, omdat ze enkel zijn gebaseerd op statistiek. Er is door de onderzoekers geen rekening gehouden met factoren die de geboortecijfers in Afrika in de toekomst kunnen beïnvloeden, zoals onderwijs.

    ….Bij onderzoeken gebaseerd op kansberekening  heb ik altijd het idee dat je kunt bewijzen wat je maar wilt bewijzen…..

     

    Veel wetenschappers verwachten dat de toenemende educatie van vrouwen zal leiden tot minder geboortes.

    Rafterty is daar niet zo zeker van. Volgens hem is het goed dat er over zijn voorspelling wordt gediscussieerd.

    Populatiecijfers zijn een belangrijk onderwerp”,verklaart hij op nieuwssite ScienceDaily. “Ze zijn een beetje van de politieke agenda gevallen.”

    °

    –>We zijn nu al met veel te veel mensen op aarde.

    De geschiedenis leert :  In 1950,  leefden er 3 miljard mensen op de wereld. In 2000 waren dat er 6 miljard. Nu zitten we tegen de 7 miljard. Ter vergelijking:  tussen 1800 (1 miljard) en 1900 (2 miljard, dus verdubbeld per honderd jaar) en 1950 (3 miljard) is dus te zien dat de verhouding vsn het groeipercentage ook nog eens enorm stijgt.

    –> De bevolkingstoename is exponentieel  …..

    —>9 miljard in 2050 was de voorspelling. 9,6 miljard zou het kunnen zijn in 2100. Dat noem ik wel afvlakken…. Maar natuurlijk wordt het worst case scenario er uit gepikt (12 miljard).

    Onderzoek zegt dus 80% kans tussen 9.8 en 12,3 miljard….

    Of nog anders gezegd. als we hier een verdubbeling hadden  tussen 19000 en 1950 (dus een verdubbeling) per 50 jaar (zie 11) en we gaan nu in 100 jaar van 7 naar 9.8 miljard (of zelfs 12 miljard) dan is dat nog steeds een afvlakking…want geen verdubbeling in 50 jaar.

    Je kan het alle kanten op spinnen…

     

     

     

    —> Natuurlijk gaat dit mis. 7 miljard is al veel  te veel.

    Het lijkt me verschrikkelijk, op elke hoek van de straat mensen. Het beetje natuur wat er dan nog is: mensen.  etc … etc … 
    … Maar die kant gaat het wel op. Natuurrampen of grote keien uit de ruimte daargelaten

    Straks is er geen grond meer over wat niet bewoond wordt door mensen. Toch zal de natuur hier ook wel zijn (blinde , onverschillige en wreedaardige  ) oplossingen voor hebben

    –> De wal zal  hardhandig  het schip keren( hopelijk zinkt het  schip niet meteen ) 

     

    Volgens de NWO ( nieuwe wereld orde )blijven er  tenslotte na de collaps  maar een half miljard mensen over. De rest gaat kapot aan ziektes, armoede, oorlog, aardbevingen, honger.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Computer simulaties en computer- aided modeleren

    °

      FYSICA /Toegepaste wiskunde en informatica 

    °

    °

    Overal in natuurwetenschap en techniek worden modellen gebruikt om de werkelijkheid te begrijpen en te voorspellen. Computermodellen gebruik je om berekeningen uit te voeren waar je met de hand niet uit zou komen. Het behoort ook  in toenemende mate   tot  de wetenschappelijke standaard  praktijk ( en operationeel instrumentarium )  … Moest het niet zo zijn dat er slechts een relevant gedeelte  wordt gebruikt ( of bij het modelleren alles  voor de invoer zorgt )… dat zou het modeleren  ineenzakken onder de  oneindige  toevoer  van een  massa’s  aan alle nieuwe  gegevens  (relevante en niet relevante samen )  …. M.a.w. het  modelering systeem “crasht ” 

     

    °

    Alle modellen zijn dus ( uit noodzaak)  altijd vereenvoudigingen  van een  uitgekozen (= de relevante ) werkelijkheid  en de daar in optredende (uitrekenbare ) fenomenen …. Uiteraard zullen  computer aided modellen  (afhankelijk van hun rekenkracht ) veel uitgebreider  complexere modellen  vlugger(kunnen )berekenen (simulaties ) dan de klassieke “handmatige ” modellen (bijvoorbeeld  ; grafische  organigrammen ) …. Maar ook deze  computermodellen  blijven allemaal  slechts  benaderingen ( misschien wel de beste die we  routinematig  en erg snel  kunnen  (laten) construeren wat  zonder die computers te traag zou verlopen ) van een gedeelte van een  (verondersteld ) grotere  “totale “werkelijkheid   …. 

    °

    Maar je hoeft ook niet de (echte en veronderstelde ) “totale werkelijkheid “van (bijvoorbeeld) een appel te vatten  om die appel  te herkennen , te bemachtigen en hem in zijn ” totaliteit  ” op te kunnen eten  …. Dat is een  filosofisch leithmotiv (dat   o.a.  Immanuel Kant al heeft  ontwikkeld –> in het  “Ding an Sich ” verhaal )

    °

    LINKS

    °

    http://bw.newton-online.nl/newton3/pagina.asp?pagkey=58866 http://home.kpn.nl/h.bruning/dict-enz/dict/modelleren.pdf

    °

     

    Labyrint: computermodellen

    //

    Voor de makers van animatiefilms was het lange tijd het meest frustrerende onderdeel : het animeren van haar. Hoe kan een computer deze complexe natuurkundige materie nabootsen zonder maanden van rekenen? En wat voor wiskundige modellen zijn er nog meer mogelijk dankzij computers? 

    door

    Labyrint: de kapper van Disney

    Bekende studio’s als Pixar en Disney zoeken hulp bij wetenschapper Eitan Grinspun. Grinspun weet als een van de weinigen met welke wetten hij een bierbuik kan laten bewegen of een bos krullen kan laten dansen. Inmiddels heeft hij aan films als Avatar, Hobbit en Brave meegewerkt en leidt hij aan Columbia University op speelse wijze zijn eigen onderzoeksgroep. Labyrint, het wetenschapsprogramma van NTR en VPRO Dit dossier is gemaakt in samenwerking met partnerwebsite Wetenschap24.   °

    Computer imiteert de werkelijkheid

    Computers zijn tegenwoordig razendsnel – snel genoeg om de natuurkunde van dansend haar na te bootsen, maar ook om de werking van criminele netwerken te imiteren. Ze kunnen zelfs uitrekenen hoe sociale netwerken van drugsverslaafden lopen. Handig om hulpverleners bij te staan in het behandelen van verslaving. Geen systeem is gek genoeg, of het kan wel door een computer worden nagebootst, zo lijkt… Mits die computer ‘slim’ genoeg is.


    2165411154_5062562365_o

    Wiskunde vindt prins op witte paard

    Veel datingsites maken gebruik van wiskundige modellen om mensen met elkaar te matchen. Om jouw prins op het witte paard te vinden moeten die modellen veel informatie kunnen verwerken.

    Voedselpiramide

    Model voorspelt stabiliteit ecosysteem

    Met een nieuw wiskundig model kunnen Nederlandse biologen veranderingen in ecosystemen beter voorspellen dan voorheen werd gedacht. Dat doen ze door te berekenen hoe sterk de relaties zijn tussen roofdieren en hun prooien. Ook het bepalen van de invloed van klimaatverandering komt een stukje dichterbij. In theorie, in elk geval.

    Autos-file_20178772

    Eenvoudig model voor files

    Cellulaire automaten klinken misschien als iets heel ingewikkelds. Maar ze geven juist een verbluffend makkelijk te begrijpen wiskundig model voor filevorming.

    Dokters_mondkapje

    Ziekteverspreiding voorkomen met hulp van wiskunde

    Vogelgriep en de gewone griep zijn heel besmettelijke ziektes. Ze worden snel overgedragen van mens op mens. Maar ook de besmettelijke ziekenhuisbacterie MRSA kan heel gevaarlijk zijn. Hoe verspreiden zulke ziekte zich precies? Dat kun je zichtbaar maken met wiskundige modellen.

    Go

    Go computer!

    Sinds de computer Deep Blue schaakgrootmeester Kasparov versloeg, verlegden computerprogrammeurs hun blik naar het Aziatische bordspel Go. Tot op de dag van vandaag is het nog geen computer gelukt een Go-prof te overmeesteren. Terwijl de spelregels eenvoudiger zijn dan van schaken. Ook wetenschappelijk onderzoekers doen mee aan de internationale strijd om deze uitdaging als eerste te volbrengen, waaronder Guillaume Chaslot van de Universiteit Maastricht.

    De kracht van supercomputers

    Wanneer is een computer ‘slim’ genoeg om een ingewikkeld model te berekenen? Veel modellen zijn nog wel met (een cluster van) desktopcomputers uit te vogelen. Maar wanneer het gaat om zwarte gaten, het meedoen aan een televisiequiz, of het voorspellen van het weer, dan moet er echt wel een tandje bijgezet worden. En dan komen de supercomputers in actie: immense rekenmachines die bijna elk probleem met brute rekenkracht te lijf gaan.


    Botsende_zwarte_gaten

    Supercomputer simuleert botsing van drie zwarte gaten

    Onderzoekers van het Rochester Institute of Technology in de Verenigde Staten zijn erin geslaagd om de botsing en versmelting van drie zwarte gaten te simuleren met behulp van een krachtige supercomputer.

    Spspimg2007

    Supercomputers rekenen aan donkere materie

    Voor het eerst is het wetenschappers gelukt om twee geavanceerde supercomputers samen aan hetzelfde probleem te laten rekenen – aan verschillende kanten van de wereld, wel te verstaan. De Nederlandse supercomputer Huygens simuleert samen met de Japanse Cray XT4 een deel van het heelal: op zoek naar informatie over donkere materie.

    Watson

    Watson weet het beter

    Watson, de supercomputer van IBM, heeft het geflikt: na drie avonden in het Amerikaanse programma Jeopardy! heeft hij de twee beste menselijke spelers ooit verslagen. Een hele prestatie, want het spel draait om taal, en Watson kan eigenlijk alleen rekenen. Hoe deed hij dat? En hoe lang gaat het duren voordat iedereen een Watson in huis heeft?

    Supercomputer_knmi

    Supercomputer bij het KNMI

    Bij het doen van een verantwoorde weersverwachting komt heel wat zware wiskunde kijken. Voor het rekenwerk dat met de voorspelling gemoeid gaat, is dan ook een zeer krachtige computer nodig, een zogenaamde supercomputer. Hoe dat alles precies in zijn werk gaat, kun je in dit artikel lezen.

    Above and beyond met quantumcomputers

    Maar sommige problemen zijn zelfs te moeilijk voor de allersnelste supercomputers. Wiskundigen zitten echter niet bij de pakken neer. Ze weten namelijk dat er een revolutie op komst is in computerland, in de vorm van de quantumcomputer. Deze computer rekent niet alleen met enen en nullen, maar ook met alles daar tussen in. Zo kan een piepkleine quantumcomputer meer berekeningen uitvoeren als een kelder vol gewone computers. De exotische wereld van de quantummechanica maakt dit allemaal mogelijk.


    Fotonengun

    Kwantumcomputers

    Computers zijn tegenwoordig niet meer weg te denken. Supercomputers verwerken miljoenen zoekresultaten of berekenen wat het weer over een paar dagen zal zijn. Naast sneller zijn computers tegenwoordig ook kleiner dan ooit. Zo bestond één van de eerste computers uit ongeveer 18000 vacuümbuizen, 800 kilometer draad en woog zo’n 30 ton! Daarom verbaast het wellicht dat de computers van vandaag in principe niet wezenlijk verschillen van de allereerste modellen. Net als zijn voorouders manipuleert de pc ‘nulletjes en eentjes’ tot het gewenste resultaat. Maar daar komt misschien verandering in met de kwantumcomputer.

    Afbeelding_1

    Rekenen aan de gedroomde kwantumcomputer

    Fundamenteel onderzoek naar de grondslagen van de kwantummechanica levert onverwacht praktisch inzicht in de bouweisen van een toekomstige kwantumcomputer.

    Pw_rydbergjun

    Quantumcomputer van silicium?

    Een bekend theoretisch quantumtrucje is dat een deeltje zich op twee plaatsen tegelijkertijd kan bevinden. Nederlandse en Engelse wetenschappers hebben nu laten zien dat ze deze truc in de praktijk uit kunnen halen met een elektron in silicium. Een belangrijke stap naar een werkende quantumcomputer van silicium.

    Majorana-graphic-2

    Exotisch Majorana-deeltje duikt op in Delft

    Al sinds 1937 is men er naar op zoek, maar nu denken Delftse natuurkundigen hem voor het eerst te hebben gezien: het Majorana-fermion. Als de resultaten kloppen is het een spectaculaire vondst. De mysterieuze deeltjes kunnen van groot belang zijn voor zeer krachtige quantumcomputers. Deze week publiceren de wetenschappers hun onderzoek in Science.

    Beveiligen met quantumtechnologie

    De komst van de quantumcomputer wordt ook gevreesd, met name door bankiers en beveiligingsexperts. Digitale beveiliging werkt nu met een vergrendeling die zó ingewikkeld is, dat zelfs de snelste supercomputer er jaren over zou doen om die te kraken. Maar voor een quantumcomputer zou dit een peulenschil zijn. Daarom moet er een nieuwe verdediging komen: quantumcryptografie.


    20521666415032888949ab7

    Doorbraak in quantumcryptografie

    Door de komst van quantumcomputers loopt de houdbaarheid van de traditionele cryptografie af. Want het is niet ondenkbaar dat quantumcomputers binnen afzienbare tijd grote getallen kunnen ontbinden in priemfactoren. Het feit dat zoiets tot nog toe níét kan, is juist de kracht van veelgebruikte methoden die nu in de cryptografie worden gebruikt.

    ____________________________________________________________________

    Relevante DISCUSSIES  geplukt van Scientias nl 

    °  1.- Waarom zouden computer modellen niet waarheidsgetrouw kunnen zijn?

    • ”    Wat je erin stopt komt  er ook   weer  uit. “

     

    • Dus als je de wetten van de natuur ( en de parameters ) erin stopt, komt wat er gebeurd volgens die wetten (die we voor het dagelijks leven hier op aarde helemaal kennen) uit. Lijkt mij behoorlijk waarheidsgetrouw.

     

    • Wetten die we helemaal kennen, “nu ben je wel echt grappig aan het doen:

      Computer simulaties zijn geen feiten..geen discussie daarover, anders gaan we andere computer simulaties er ook eens bij gaan halen, die keer op keer de mist in gaan.

      – Als wetenschap tegenwoordig alleen maar wiskundige formules en wiskundige computer simulaties zouden  zijn, dan zou het wel heel erg gesteld  zijn met die wetenschap.

      °

    (Tsjok )

    oftewel =  “Wetenschap die alleen maar bestaat uit wiskundige formules is geen wetenschap  ..”… Omdat “wetenschap” zowel theoretisch als  empirisch is … het is een   en dezelfde medaille met  met twee  complementaire kanten  

    Theoretische  wetenschap is trouwens niet alleen meer   de klassieke “formules ” 

    Lees bijvoorbeeld eens  Stephan  wolfram  en je krijgt wel een ander  idee van wat de  nieuwe ( nieuw in 2002 )huidige wetenschappelijke  toepassingen van de wiskundige en toegepast wiskundige wetenschap   eigenlijk  (tegenwoordig ) vermag

    Bovendien – NATUUR SLUIT helemaal geen   kennisvergaring  dmv  emperische  wetenschap uit  …  (dus   complementair aan theoretische wetenschap )   die is gebaseerd op een  accumulatie van  kontroleerbare provisionele , fractaire en  e  (in)directe waarnemingen     binnen het menselijke    tijdsbesef  ( waarnemingen  in “uitgesteld relais “dus ) en wat de wetenschap dus nog altijd  blijft doen  ter verdere uitbouw van haar  paraat kenniscorpus  …. ° Wetenschap ( en  wiskunde )  die alleen maar bestaan uit wiskundige formules ” is  geen  komplete wetenschap   maar  eerder  een oefening in creatief denken  en de “wiskunde” verdere  verwerking ervan  dan niet meer dan een  cirkelredenering in het groot (die weliswaar esthetisch veel voldoening kan schenken  omdat het allemaal  zo mooi “klopt” )  ….. ° Onze waarnemingen zijn nooit  waarheden … je moet ze kunnen inpassen in modellen die steunen op  ( de momenteel )bereikte  modellen die onderling consistent moeten zijn … en daar speelt wiskunde en toegepaste wiskunde (waaronder “computer  aided modelering “de volgende stap is  geworden bij het ontwerpen van complexere modellen ) een hoofrol bij het voorspellen van  de uitdraaien  wanneer men die  modellen  laat draaien  ( die eveneens zullen kunnen nagechecks worden door doenbare metingen  en onder varierende parameter ….oftewel  controleerbaar falsifieerbaar  blijken   van buiten  het  gebruikte programma /systeem )  ° Zie daarover ook  Gödell en zijn stelling dat de werkelijkheid van  een  axioma ( = niet gelijk  zijn plausibiliteit ) slecht te bewijzen valt door  een  geeven uit een metasysteem ( dt ook klan zijn gebaseerd op een  metasaxioma … enzoverder”  ad infinitum ” ) Daarom is  wetenschap die alleen theorie is  , ( of alleen empirie )  een   stroman-constructie  :en dat is ook al een (ongewilde  ? ) drogredenering …..   Tenslotte is  spreken over wetenschap niet hetzelfde dan aan wetenschap doen . Over wetenschap “ is  nml   wetenschapsfilosofie   ( een onderdeel van het filosofische  hoofdvak  de epistemologie  of kennisleer )  ….     –

    *

     “kwantum mechanica, is puur wiskundige en hypothetisch en geen feit.” Ruimte-tijd, is puur wiskundig en hypothetisch en geen feit. Je weet niet waaruit die ruimte bestaat en zo dus kun je ook niet weten of tijd echt wel bestaat, dat is relatief. Tijd is een meeteenheid in het leven geroepen door een mensenvolk, die op universele schaal nog rondlopen met pampers aan. ° Zwaartekracht theorieën, want men gebruikt verschillende theorieën, los en of samen met elkaar, hangt er van af hoe het de ene of de andere uitkomt, eens we buiten ons planetenstelsel komen, laten elk’s van deze theorieën het radicaal afweten. ° Materie, we kennen maar x% van alle bestaande elementen, want om de haverklap komen we nieuwe elementen tegen, waarvan we dachten (alles weten) dat deze niet konden of zouden bestaan. ° Higs, nog steeds niet overtuigd, ieder deeltje materie is niet het zelfde, dus of te wel is er geen higs of te wel is er meer dan 1 type higs. We hebben het ook niet rechtstreeks waargenomen, er is niets tastbaars. ° Andere krachten, ° we kennen maar X % van de bestaande elementen en de invloeden wat deze elementen zouden kunnen hebben. Als je zegt we weten alles, dan ben je arrogant en heb je tunnelvisie, als je zou zeggen we weten niet alles maar wel veel, dan ben je bescheiden en open minded en vooral menselijk. °

    -Wiskundige formules, statistieken (gemiddelde waardes) computer simulaties (wiskundige algoritmes) zijn geen feiten, gezien men altijd zit opgescheept met het onzekerheid principe. Wiskunde formules etc.. kan ons alleen maar een beeld geven hoe het kan zijn, maar geeft ons geen beeld hoe het echt-feitelijk is.

    °

    –> Het standaard model beschrijft en voorspeld dingen met onvoorstelbare precisie. Het is gewoon hoe de natuur zich gedraagt. Algemene relativiteit doet dat met dezelfde onvoorstelbare precisie. Het is gewoon hoe de natuur zich gedraagt. – Beide zullen in de toekomst uitgebreid worden, maar die uitbreidingen hebben geen invloed op hoe onze dagelijkse wereld in elkaar steekt. Er zijn nu 118 elementen bekend. Er zullen nog meer elementen gemaakt worden, maar dit zal geen invloed hebben op ons dagelijks bestaan. En omdat ik denk dat je je in de terminologie vergist heb: De donkere energie en massa, waarvan we nog niet weten wat het is, hebben geen invloed op ons dagelijks bestaan. Of je het nu wilt of niet, deze wiskundige modellen beschrijven de dagelijkse natuur zeer nauwkeurig. En kunnen dus prima gebruikt worden in computer modellen om dingen te voorspellen.. Als dat niet kon, zouden we nu niet op deze manier kunnen discussiëren. Kijk maar eens goed om je heen. Vrijwel alles wat je ziet is het resultaat van computer modellen. –

     

    °

    —> Er wordt nooit iets direct waargenomen  … Ook niet  als je er met je neus opzit —>

     

    °

    Elke  “waarneming” is indirect en is slechts datgene  wat door het object is uitgezonden (uitgestraald  , gereflecteerd , als scheikundig aroma uitgescheiden , een drukgolf veroorzakend  die ons bereikt en die we  “gewaar “worden  ) en na een tijdje onze zintuigen bereikt  ….

     

    °

    Het zijn ons zenuwstelsel   onze hersenen  die het vervolgens in een vorm gieten (die evengoed illusoir kan zijn )en altijd partieel en provisioneel  …..

    °

    en dat is genoeg om een redelijke kans van overleven  in dit ondermaanse te waarborgen  (want onze hersenen zijn een navigatiesysteem en een  overlevingsinrichting )

    ° .

    ..Simpel : indien het  model van de dagdagelijkse  werkelijkheid  té illusoir is  kan het een vervroegde  dood betekenen  ..

     

    °

    Echter  het  is de taal van wiskunde die deze waarnemingen ordent , selekteer( m.a.w.interpreteerd en bijstuurt en filtert )  en een aanneembaar  en  vervolgens een  innerlijk  consistent  theoretisch model  van de werkelijkheid kan  construeren  …. Dat in het “geheugen”  opgeslagen “kenniscorpus ”  kan evenwel worden omvergehaald door de volgende waarnemingen en modelleringen ( bijvoorbeeld ook door de inspanningen van anderen    die aan een  groot  verzameld “wetenschappelijk kenniscorpus ” meewerken .).

    °

    Het zijn dus een  verzameling “denk-oefeningen  “die vooraf  aftasten welke  beelden van de werkelijheid  illusoir zijn (en de  voorstelbare vervroegde dood zouden kunnen betekenen …..)

    °

    Deze  gedachten-modellen en hun (bij)sturingen   anticiperen en voorspellen en kijken dan of die voorspellingen kloppen( en in samenwerking met het nog aanwezige geheugen  uiteraard /: en het eventueel aanwezige publieke geheugen )als een achteraf  en  vervolgens(idealiter )  bijgestuurd  door vele  nieuw te ontdekken  data en andere  feedback  en  inputs (idealiter ) toe te passen  , zodat het corpus aan parate kennis kan groeien en/of gecorrigeerd of  “aangepast  ”  ….. 

    °

    Wiskunde is de taal  (en  toepasbaar operationeel instrument ) van de wetenschap en wordt  als een belangrijk onderdeel van de wetenschappelijke methode  gebruikt om de werkelijkheid (steeds  verfijnder en preciezer  )te beschrijven ( en te ontrafelen ) en om bovenbeschreven methode beter toepasbaar  te maken    .

     

    °

    Voorspellingen zijn geen feiten, voorspellingen doen kan iedereen en is geen exacte wetenschap, het is berekend gokken. Daarom, vind je zelden tot nooit twee exacte computer modellen van het ene of het andere, wat je er in stopt komt ook weer der uit, willen of niet. Wiskundige mensen zien overal wiskunde om zich heen, mensen met een rijke fantasie zien overal gezichten (zie artikel gezicht op komeet) De natuur doet wat het doet, met of zonder daar wiskunde op los te laten, de natuur gebruikt geen wiskunde, het zijn de mensen die wiskunde gebruiken op die natuur. En begrijp me niet verkeerd, wiskunde is zeker nuttig, ik ben niet naïef, maar er zijn wel grenzen…..Het leven is veel meer dan nullen en enen (0-1 computer taal)

    °

     

    • Een van de belangrijkste taken van de wetenschap is het doen van gedetailleerde voorspellingen. Ik denk hierbij aan de voorspelling van Pauli over het neutrino, of het Higgs boson, of het weer. Komt de voorspelling uit, dan komt de wiskunde overeen met de natuur.Het verschil tussen een wetenschapper en een “Nostradamus” is de gedetailleerdheid van de voorspelling. Iedereen kan “voorspellen” dat het gaat regenen. Het word natuurlijk pas interessant als je kan voorspellen hoeveel regen er gaat vallen en exact waar. En alweer ; wetenschappers kunnen dat behoorlijk nauwkeurig.
    • Zelfs mieren gebruiken wiskunde om hun eten te vinden en om weer terug te komen. Het pedometer effect: http://www.npr.org/blogs/krulw…

     

    • Ik kan me voorstellen dat het frustrerend is voor mensen die zelfs geen beetje wiskunde vaardig zijn en dat ze zouden willen dat het anders was.

    Dat is jammer voor die mensen en voor sommigen die om de een of andere reden niet in staat zijn wiskundige vaardigheden te ontwikkelen misschien ook een groot probleem, maar niets aan te doen. Wiskunde is de taal van de wetenschap  en als je het niet spreekt dan kennelijk ga je vanzelf wartaal uitslaan.

    • En we  weten exact wat de natuur  van  onze wiskundige  beschrijvingen van de werkelijkheid vind.

    We kunnen namelijk de wiskundige modellen vergelijken met de realiteit. 

    • Het feit dat je huis overeind blijft staan en je gps goed werkt en dat we een machine in omloop van een komeet kunnen plaatsen enzovoort, bewijzen dat de wiskundige modellen de natuur erg goed beschrijven.

    °

    Huizen vallen in elkaar, gps stuurt je de verkeerde kant uit, een machine rond een komeet plaatsen, daar zijn we meermaals in geslaagd, eens te meer hebben we daar in gefaald:P Ondertussen zitten we opgescheept met atoombommen, kerncentrales, kijk maar naar chernobyl, of Japan, zitten we opgescheept met die ruimtevervuiling, waar als het zo doorgaat geen gaatje meer is om iets anders te lanceren…..jaja, de mens is echt goed bezig, ze kennen alles, van arrogantie gesproken.

    (Gailgrathor )

    “Huizen vallen in elkaar, gps stuurt je de verkeerde kant uit, een machine rond een komeet plaatsen”

    • Dat is allemaal werktuigbouwkunde, engineering.
    • Weten hoe de natuur zich gedraagt en apparatuur volgens exacte specificaties bouwen en bedienen zijn twee verschillende dingen

    .

    wiskundige vormen in de natuur 

    Wiskunde in de natuur: http://4.bp.blogspot.com/-6Ur5… http://www.onlineinvestingai.c… http://84d1f3.medialib.glogste… Zonnebloemmotief (zie reacties onderaan  ) 

    http://4.bp.blogspot.com/-6Ur5… http://www.onlineinvestingai.c… http://84d1f3.medialib.glogste…     http://thereisnocavalry.files…. http://thereisnocavalry.files…. http://2.bp.blogspot.com/-BtRb… http://4.bp.blogspot.com/-QCdm… http://1.bp.blogspot.com/–h0T… http://1.bp.blogspot.com/-4vgm…

    En dan hebben we nog de banen van de planeten die zich perfect gedragen volgens eenvoudige wiskundige modellen.
    °
    Hoe elektriciteit zich gedraagt in mijn luidsprekers om Dave Brubeck te laten klinken. Ik kan mijn hele leven wel doorgaan……
    °
    LINKS 
    (zie ook reacties onderaan )

    Cellulaire automaat  <—Wikipedia 

    Cell Morphs      Natural shells (top) and  simulated ones (bottom ) . Meinhardt, H. (1995). The Algorithmic Beauty of Sea Shells. Springer Verlag. (p. 179, 180)

    Winnaars van klimaatverandering ?

    °

    °

    Dit zijn de (vermoedelijke) winnaars van klimaatverandering

    TROPISCHE ECOSYSTEMEN

    °

       ecosystemen

    °

    -°Regenwoud    >  https://tsjok45.wordpress.com/2012/09/01/regenwoud/

     

    3064760[1]pluto pdf REGENWOUD <– pdf

    Arthropod Diversity in a Tropical Forest

     

     

     

    https://www.sciencemag.org/content/338/6113/1481.figures-only

     pdf   –> beschrijving van een ecosysteem van een tropisch regenwoud

    ‘Planet’ kunt u ook vertalen als ‘ecosystemen’.

    Een ecosysteem is het samenspel tussen bodem, water, lucht en de organismen die op en in deze omgeving leven. Het gaat daarbij om de kleinste bacteriën, schimmels en planten tot de grootste dieren. Deze grote verscheidenheid aan leven noemen we biodiversiteit.

    Bij het gebruik van ecosystemen is het goed om te bedenken dat juist het samenspel binnen een ecosysteem heel belangrijk is.

    Een ecosysteem kan uit balans raken als u bijvoorbeeld heel veel water onttrekt of één bepaalde dier- of plantensoort overmatig exploiteert. Gevolgen zijn soms pas na enige tijd zichtbaar. Ook kunnen uw activiteiten effect hebben op ecosystemen die verder weg zijn gelegen.

    Vervuild afvalwater dat op open water wordt geloosd kan bijvoorbeeld via stroming vissen in een lager gelegen meer vergiftigen.

    Er bestaat een grote diversiteit aan ecosystemen. Bekende ecosystemen zijn tropische regenwouden, savannes, koraalriffen en meren. Ook de bodem, weilanden en een sloot zijn ecosystemen.

    Door wereldwijde klimaatverandering, een groeiende wereldbevolking, toename van consumptie, vervuiling, introductie van vreemde soorten, overexploitatie en verdergaande economische ontwikkeling, raken natuurlijke hulpbronnen uitgeput en gaan ecosystemen verloren.

    Het ecosysteem van de tropische bossen

    Alles binnen een ecosysteem is van elkaar afhankelijk en beïnvloedt elkaar over en weer. Dit geldt niet alleen voor het klimaat en de temperatuur, maar ook voor de planten en dieren. Veertig tot vijftig procent van alle soorten levende wezens leeft in de tropische regenwouden. De tropische regenwouden nemen minder dan 2% van het aardoppervlak in beslag. Het leven in deze wouden is zeer uitgebreid. Planten en dieren evolueerden in het tropische regenwoud gezamenlijk en raakten in de loop van duizenden jaren op elkaar aangewezen. Als de vruchten rijpen, moeten hun zaden verspreid worden door dieren, zoals vogels bijvoorbeeld. Vruchten hebben vaak felle kleuren om de aandacht te trekken. Bomen in de tropische bossen dragen niet tegelijkertijd vruchten. Is de oogst van de ene soort binnen, dan zijn de vruchten van een ander soort pas rijp. Verdwijnt het tropische regenbos, dan verdwijnen daarmee ook typische dieren. De meeste dieren in de tropische bossen zijn direct afhankelijk van dit bos. Hun milieu en levensruimte wordt vernietigd. De lijst van uitgestorven en bedreigde diersoorten neemt steeds grotere vormen aan. Slechts anderhalf miljoen dieren zijn beschreven, voor het overgrote deel insecten. Schattingen vertellen dat er minstens nog vijf miljoen onontdekt zijn, waarvan de meeste in de tropische regenwouden leven. Er zijn ongeveer 80.000 verschillende soorten planten en 1500 vissoorten en bijna een kwart van de 9000 vogelsoorten in de wereld. Zoals bij alle tropische regenwouden is ook in Amazonia sprake van een gesloten ecosysteem. Alle natuurlijke voedingsstoffen worden onmiddellijk in het ecosysteem opgenomen waarbij er niets wordt verspild. Via wolken en lucht komt dat zelfs naar Europa toe.

    Afbeeldingen van tropische ecosystemen <–

    Schimmels beschermen tropische soortenrijkdom

    ARTIKEL EOS   | 22 JANUARI, 2014 –
    The JANZEN-CORNELL effect

    Schimmels verhinderen dat tropische wouden gedomineerd worden door een beperkt aantal boomsoorten.

    Tropische wouden herbergen gemiddeld zo’n tweehonderd boomsoorten per hectare. Ter vergelijking: in heel België komen we nog niet aan zestig inheemse soorten. Dat komt deels omdat de meest succesvolle boomsoorten in gematigde streken gaandeweg steeds meer terrein inpalmen.

    Hoe het komt dat soorten er in de tropen blijkbaar niet in slagen het soortenrijke woud in een eenzijdig bos te veranderen, is een vraag waarover tropische ecologen eindeloos kunnen doorbomen.

    Uit onderzoek van de University of Oxford blijkt nu dat we de verantwoordelijke waarschijnlijk onder de schimmels moeten gaan zoeken.

    Dat idee sluit aan bij de populaire maar totnogtoe moeilijk te bewijzen theorie van de heren Janzen en Connell.

    Die suggereerden al in de jaren zeventig dat het in de tropen zodanig krioelt van het vegetarische ongedierte dat bomen van dezelfde soort die al te zeer tegen elkaar aan schurken ten prooi vallen aan insecten en schimmels bij wie ze bovenaan het lijstje van favoriete smaken staan.

    Robert Bagchi en zijn collega’s bakenden in een woud in Belize kleine vierkante percelen af, waarvan ze een deel regelmatig met insecticides dan wel fungicides besproeiden. Hoewel er in insectenvrije percelen drie keer zoveel jonge boompjes kiemden, waren het de fungicides die het meest opmerkelijke effect hadden. In schimmelvrije zones waren er wel vijftien procent minder soorten.

    De studie is gepubliceerd in Nature. (tv)

    NASA: Tropische ecosystemen versterken opwarming aarde  bij globale temperatuurstijgingen  ?

    NASA: Tropische ecosystemen versterken opwarming aarde

    De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA waarschuwt dat bij stijgende temperaturen tropische ecosystemen de opwarming van de aarde zullen versnellen.

    Wetenschappers van de NASA concluderen dat tropische ecosystemen significante hoeveelheden CO2 kunnen loslaten in de atmosfeer als de temperatuur van de aarde stijgt. Ook neemt de opname van CO2 uit de lucht sterk af bij hogere temperaturen. Daarmee ontstaat een zichzelf versterkend effect.

    “Wat we geleerd hebben is dat ondanks droogte, overstromingen, vulkaanuitbarstingen, El Niño en andere evenementen, het systeem aarde opmerkelijk consistent is geweest in het reguleren van het jaar-op-jaar variaties in de atmosferische kooldioxide niveaus,” zei Weile Wang, een wetenschappelijk onderzoeker bij Ames Research Center van NASA in Moffett Field, Californië, en hoofdauteur van een paper dat woensdag 24 juli, in de Proceedings van de National Academy of Sciences is gepubliceerd.

    —> De onderzoekers ontdekten dat een temperatuurstijging van slechts 1 graad Celsius in de luchttemperaturen aan de grond, in de tropen leidt tot een extra toename van de CO2 uitstoot, even groot als 30% van de totale door mensen veroorzaakte uitstoot.

    —> In tropische ecosystemen wordt koolstofopname bij hogere temperaturen minder.

    Deze bevinding biedt wetenschappers beter inzicht in de mondiale koolstofcyclus.

    De studie biedt ondersteuning voor de “carbon-klimaat feedback” hypothese die door veel wetenschappers wordt gesteund. Deze hypothese stelt dat een opwarmend klimaat zal leiden tot een versnelde groei van koolstofdioxide in de atmosfeer. Meerdere systeemprocessen, zoals droogte en overstromingen, dragen bij aan veranderingen in de atmosferische kooldioxide groei.

    De nieuwe gegevens over waargenomen temperatuurveranderingen zijn belangrijker dan regenval voor veranderingen in de tropen.

    Ondertusssen aan de poolkappen

    Dat lijkt echter alleen voorlopig zo te zijn. NASA wijst erop dat het onderzoek de carbon-climate-feedback-hypothese ondersteunt. Deze hypothese stelt dat door de opwarming van de aarde meer CO2 zal vrijkomen uit vegetatie en bodem. Dit versnelt op zijn beurt weer de opwarming van de aarde.

    Het NASA-onderzoek verschijnt gelijktijdig met resultaten van een Rotterdams onderzoeksteam. In het tijdschrift Nature waarschuwden zij voor grote hoeveelheden methaan die nu nog onder de poolkap zitten opgesloten. Methaan is een zeer sterk broeikasgas. Bij het smelten van de Noordpool kan dat methaan vrijkomen, waardoor de opwarming van de aarde ook weer versneld wordt.

    Een van de onderzoekers noemde de Noordpool ‘een tikkende tijdbom’.

    Foto: Kim Seng via Flickr.com

    Effecten van klimaatverandering op tropische bossen en biodiversiteit

    °

    Effecten van klimaatverandering op tropische bossen en biodiversiteit  vanuit een paleoecologich perspectief

    prof. dr Henry Hooghiemstra
    Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED), Faculty of Science, Universteit van Amsterdam
    (hoogleraar Palynologie en Kwartair-ecologie)

    E-mail: hooghiemstra science uva nl

    Samenvatting

    De paleoecologie maakt vooral gebuik van fossiel stuifmeel in sedimentkernen om een beeld te verkrijgen van de verandering van de floristische samenstelling van de vegetatie in de tijd. De relatie tussen ‘recente pollenregen’ en ‘recente vegetatie’ vormt de sleutel voor de interpretatie van pollendiagrammen.

    Het is duidelijk dat deze vertaalsleutel thans zeer zeldzaam is geworden omdat onbeschadigde ecosystemen vrijwel niet meer voorkomen.

    De dynamiek van tropische ecosystemen is nog weinig onderzocht. Vooral de omstandigheden die ertoe leiden dat het ene bioom overgaat in het andere (bijvoorbeeld savanne overgaat in regenwoud) zijn slecht bekend. Maar juist in die overgangszone is de respons van de vegetatie op klimaatverandering het duidelijkst.

    De ‘ecologie van bioomtransities’ zou een nieuw interdiciplinair vakgebied moeten gaan vormen waarin actuele transities geanalyseerd en begrepen worden en vergeleken met gereconstrueerde transities uit het verleden. Dit kan leiden tot een betere kwantificering in de paleoecologie, alswel leiden tot een beter begrip van de constatering dat “een hoog percentage van de wereldecosystemen in gevaar is en op korte termijn dreigt te verdwijnen” (WWF berekeningen). Voor een deel is dit een natuurlijk proces dat zich in alle marginale gebieden van alle ecosystemen afspeelt.

    Het wordt steeds prangender om beter te kunnen inschatten welk deel van de geconstateerde environmental change ‘natuurlijk’ is en welk deel veroorzaakt is door ‘antropogene invloed’.

    Over de invloed van het klimaat op biomen in het algemeen, en tropische bossen in het bijzonder.
    Vragen voor de discussie “op grond van paleoecologische gegevens

    Vraag 1:

    Hoe zijn de tropische zones verschoven en hoe is de biodiversiteit in de tropen beinvloed door de klimaatveranderingen?
    -Migraties van ecosystemen binnen de tropengordel sinds de Laatste IJstijd (20.000 jaar geleden) zijn slechts globaal bekend (zie resultaten internationaal BIOME 6000 project)

    -omvang van tropisch regenwoud tijdens de ijstijd (refugia) is vooral controversieel in Zuid-Amerika en slecht bekend.
    savanna ecosysteem en droog-bos ecosysteem hebben aanzienlijke veranderingen ondergaan in positie (migraties) en floristische samenstelling.
    -zeespiegelveranderingen hebben in ondiepe zeeën (= marginale gebieden) tot grote migraties van kustecosystemen geleid (mangroven, koraalriffen).

    Vooral in het Caraibisch Gebied en ZO-Azië hebben deze ecosystemen grote migraties ondergaan > er zijn tot nu toe geen aanwijzingen voor groot verlies aan diversiteit op de Laat Glaciaal – Holoceen overgang (voorbeeld Australië)
    –>Savanne-eccosystemen die tijdens het Pleistoceen een grote mate van dynamiek hebben ondergaan vertonen een lagere floristische diversiteit dan savannes met een meer stabiele geschiedenis (voorbeeld Afrikaanse savannes)

    Vraag 2:

    Wat voor effecten kunnen we verwachten op tropische bossen en hun biodiversiteit, gezien de klimaatverandering in de actuele (= verstoorde) situatie?

    –> Verandering van gemiddelde jaartemperatuur heeft waarschijnlijk weinig effect op positie en samenstelling van tropische bossen (wél in de gematigde zone).

    Temperatuurdaling tijdens laatste ijstijd in Amazonische regenwoud was c. 4° tot 6°C.
    Op plaatsen waar het regenwoud bioom (ecosysteem) nooit verdwenen is lijkt een consortium aan taxa een stabiele presentie te vertonen (en daarmee het bioom te kenmerken), terwijl een ander deel van de florische diversiteit veranderlijk is en reageert op environmental factors (lengte droge tijd, frekwentie van koude-invallen, drainage etc.)

    Invloed van laagste temperatuur in de koudste maand  heeft  wél veel effect (zie: climate-space diagram uit BIOME Project Latijnsamerika: Marchant & Hooghiemstra)

    Verandering in jaarneerslag en lengte droge seizoen heeft significante invloed op de omvang en floristische samenstelling van tropische bossen > deze kenmerken zijn verdisconteerd in de ‘Plant Functional Type’ benadering van het biomiseringsproces

    Het 3-assige ‘Holdridge’ diagram classificeert biomen op potentieel voorkomen; het 2-assige ‘Biome Climate-Space’ diagram leidt potentieel tot een beter inzicht wat er op transities tussen biomen (marginale gebieden) gebeurt

    Veel bos is verdwenen (totale ontbossing: voorbeeld Atlantic rainforest Brazil), selectief gekapt (verandering samenstelling), aanzienlijk beschadigd (gemengd met secundair bos en woekerende lianen: voorbeeld Costa Rica, Mexico), of geheel secundair (floristische samenstelling verhult veel van het oorspronkelijke bos: dominantie van taxa met pionierkwaliteiten; voorbeeld: Ciudad Perdida, Colombia, overwoekening na einde bewoning)

    Vraag 3:

    Eigen visie graag afzetten tegen andere meningen rond verlies van biodiversiteit. Hoe gealarmeerd moeten we zijn?

    —> (snelle) klimaatveranderingen zijn tijdens het Pleistoceen een normaal verschijnsel; migratie van ecosystemen als respons daarop ook (voorbeeld: Funza en Fuquene pollendiagram Colombia)

    —>Echter  grootschalige urbanisatie op alle continenten belemmert de migratie > urbanisatie is de meest direkte oorzaak van verlies aan biodiversiteit, niet de klimaatverandering zelf! (de ‘Nederlandse ecologische hoofdstructuur’ speelt hier uitstekend op in door een netwerk van aaneengesloten natuurgebied te vormen > dit voorbeeld heeft navolging nodig op Europese schaal

    *  Ontbossing betekent soms het terugzetten van een landschap naar ijstijd-condities (voorbeeld: Atlantic rainforest, Brazilië), echter zonder de mogelijkheid van refugia-vorming en dus met groot verlies aan soorten

    *Een aanzienlijk deel van het tropisch bos is jonger dan 10.000 jaar (van Holocene ouderdom), zoals: varzeabos in Amazonas , Atlantic rain forest in Brazilië, tropisch bos in Midden-Amerika, een (nog) onbekend gedeelte van Afrikaans en Zuid-Amerikaans regenwoud

    Het ‘museum concept’ om de hoge biodiversiteit in tropisch bos te verklaren is niet meer houdbaar: juist de Pleistocene dynamiek moet een grote rol hebben gespeeld in de soortsvorming.

    Allopatrische soortvorming kent mooie voorbeelden (voorbeelden: endemen in hoog-Andiene paramo-eilanden en Amazonische drainage-gebieden). Maar ook sympatrische speciatie kan (moet) wellicht een aanzienlijk deel van de biodiversiteit verklaren
    De meest stabiele situatie komt voor midden in een areaal (voorbeeld: La Pata pollendiagram Amazonia); de randen van elk areaal vertonen een overgang naar het naburige ecosysteem (voorbeeld: Las Margaritas pollendiagram, savanne-regenwoud transitie, Colombia).

    Als gevolg daarvan heeft elk ecosysteem een groot oppervlak aan marginaal gebied, waar kleine veranderingen in klimaat grote effecten kan hebben (daarom bestuderen palynologen bij voorkeur boorkernen uit marginale gebieden omdat de gevoeligheid voor de registratie van klimaatveranderingen daar het grootst is!). Een berekening van het percentage oppervlak van een ecosysteem dat ‘in gevaar’ is (kans loopt sterk van karakter te veranderen) is op zich zelf geen indicatie voor alarm (voorbeeld: WWF waarschuwingen)

    Het berekenen van verlies aan biodiversiteit als gevolg van klimaatverandering is volstrekt speculatief:

    Thomas et al. (Nature 427(2004), 145-148) geeft niet meer dan een eerste aanzet tot een numerieke methode voor risikoberekening (zie hieronder (1).                                                                                                                                      Effectief is de mate van ‘resterende migratiecapaciteit’ (negatief gecorreleerd met urbanisatie) een veel belangrijker factor in zulke berekeningen dan , de mate van klimaatverandering, en de mate van respons-migratie
    Prikkelende stellingen

    Op basis van paleoecologische gegevens kan klimaatverandering op zich geen belangrijke factor zijn voor verlies aan biodiversiteit; wél het gebrek aan migratiemogelijkheden (door urbanisatie). De mens legt de schuld liever bij het klimaat dan bij zijn urbanisatiegedrag ….

    In de paleoecologie worden klimaatveranderingen afgeleid aan de mate van verandering in floristische samenstelling ‘on-the-spot’, en/of migratie van biomen. Hoewel de relatie tussen de floristische samenstelling van tropische bossen en klimaatomstandigheden vaak niet omkeerbaar is kunnen we in de paleoecologie analogen vinden voor scenario-studies van het huidige klimaat.
    Er is een grotere interactie nodig tussen ‘op-data-gebaseerde-reconstructies’ en ‘op-modellen-gebaseerde-simulaties’.….
    (Henry Hooghiemstra, UvA, 11 juni 2004)

    (1)  Comment on  Thomas et al., Extinction risk from climate change.
    Nature 427, 145-148, January 2004 by Henry Hooghiemstra (IBED, UvA)

    From a paleoecological point of view the paper of Thomas et al. is as surprising as doubtful.

    Records of past climate change from ice cores, marine cores and terrestrial cores show that climate is changing during most of the late Quaternary record on decadal to centennial time scales. Shifts in the distribution of species and higher rank taxa are part of a natural process on which the dicipline of palaeoecology is based.

    Monitoring changes at one point, migrations of distribution areas locally lead to changes in species composition. Human impact starts its impact when species are unable to migrate. The authors are correct that changing land use and global habitat loss prevent free migration and, as a consequence, are responsible indeed for potential extinctions.

    Various ice core and pollen records showed that significant and rapid changes in the order of >3°C within some 100 yr occurred many times during e.g. the last two glacial cycles (Mommersteeg & Hooghiemstra, unpublished data).

    Pollen analysis operates at the generic (and sometimes family) level and hardly evidence climate change forced floral extinctions during the late Pleistocene.
    The authors blame climate change (in the title and conclusions) and habitat loss in isolation for potential future extinctions; stating only at one place fairly that ‘many of the most severe impacts of climate-change are likely to stem from interactions between treats (…) rather than climate acting in isolation’.

    Designing the paper in this way all categories of existing opinions in the environmental change debate can find support, making this paper to a political document and little more than a finger exercise in the application of ‘what if’ scenarios under a set of not proven and doubtful assumptions.

    Current climates and present-day distributions are not necessarely in equilibrium: e.g. in the northern Andes where warm loving C4 grass species do occur as relicts in the present-day cold paramo vegetation belt (Boom et al., 2001) above the forest line.

    Apparently 10,000 years were not enough to reach the assumed balance. There is much ignorance on the natural status of present-day distribution areas. In the northern Andes even at the classification level of the biome the natural status is debated: it is claimed that the belt of treeless vegetation (paramo) in Ecuador is a degraded ecosystem (Hansen et al. 1994; Laegaard 1992).

    But data from pollen and vegetation analysis do show the contrary (Wille et al. 2002). Needless to question the reference to end-Permian extinctions to support the responsiveness of species to past climate change.

    During that time the Earth System operated under conditions fully different from present-day. We are puzzled why the authors did not use the significant temperature drop at the Pliocene-Pleistocene transition to demonstrate responsiveness and the treaty of extinctions (Van der Hammen et al. 1971).

    We fully agree with the authors that ‘many unknowns remain in projecting extinctions’ and this paper is hardly more that an early exercise in the application of numerical methods in an environmental risk calculation.

    It is global urbanisation that prevents categories from species to biomes to migrate in response to environmental change. There is no evidence for the claim that present and near future climate change is much faster that ever experienced before.

    To anticipate on the most efficient strategies to conserve modern societies and biomes we need a balanced understanding of mechanisms at work.

    Thomas et al. paper may be able to increase research money for a short period but might be harmful for this proces on the long term.
    References:
    Boom, A, Mora, G, Cleef, AM & Hooghiemstra, H 2001. High altitude C4 grasslands in the northern Andes: relicts from glacial conditions? Rev. Palaeobot. Palynol. 115, 147-160.
    Hansen, BCS, Seltzer, GO, Wright, HE 1994. Late Quaternary vegetational change in the central peruvian Andes. palaeogeogr. Palaeoclimatol. Palaeoecol. 109, 263-285.
    Laegaard, S 1992. Influence of fire in the grass paramo vegetation of Ecuador. In: Balslev H & Luteyn JL, eds, Paramo, an Andean ecosystem under human influence, Academic Press, London, 151-170.
    Van der Hammen, T, Wijmstra, TA, Zagwijn, W 1971. The floral record of the late Cenozoic of Europe. In: Turekian, KK, The late Cenozoic glacial ages, Yale University Press, New Haven, London, pp 391-424.
    Wille, M, Hooghiemstra, H, Hofstede, R, Fehse, J & Sevink, J. 2002. Upper forest line reconstruction in a deforested area in northern Ecuador based on pollen analysis and vegetation analysis. J. Trop. Ecol. 18, 409-440.

    Copyright © 2011 Vereniging Tropische Bossen.
    All Rights Reserved.

     

    °

    http://www.nu.nl/tag/regenwoud/

    ‘Regenwoud in Congo steeds minder groen’

    Het regenwoud van Congo wordt steeds minder groen, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

    24 april 2014

    °

    regenwouden  Congo-Kinshasa – Bedreigd werelderfgoed

    Nationaal Park Salonga

    Met name het oosten van het regenwoud in het Kongobekken lijkt op satellietbeelden een stuk minder groen van kleur in het regenseizoen dan tien jaar geleden.

    De waarnemingen komen overeen met eerdere onderzoeken die wijzen op een afname van regenval en water in de bovenste grondlagen.

    Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

    Kleuren

    De wetenschappers analyseerden het regenwoud in het Kongobekken op satellietbeelden die werden gemaakt tussen 2000 en 2012. Ze focusten zich op de kleuren van bosgebieden in april, mei en juni.

    In deze maanden is het regenseizoen in het Kongobekken en staan de meeste bomen en planten in bloei. Uit de analyse van de satellietbeelden blijkt echter dat het regenwoud steeds iets minder groen wordt in deze periode.

    Watertekort

    “Het is belangrijk dat we deze veranderingen in kaart brengen”, verklaart hoofdonderzoeker Liming Zhou op nieuwssite ScienceDaily. “Veel klimaatmodellen voorspellen dat tropische bossen steeds meer onder druk komen te staan door toenemende tekorten aan water en een warmer en droger klimaat in de eenentwintigste eeuw.”

    Andere wetenschappers benadrukken dat de uitkomsten van de studie nog verder moeten worden onderbouwd met langdurig lokaal onderzoek.

    Observatie

    “Satellietgegevens bieden maar een beperkte hoeveelheid informatie”, verklaart geograaf Jeffrey Chambers van de Universiteit van Californië inThe New York Times. “Wat er nu moet gebeuren, is een voortdurende lokale observatie om vast te stellen of het inderdaad om een aan het klimaat gerelateerd probleem gaat.”

     

    Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

    °

    bioom – VERANDERING

    Tropisch bos kan plots kaal worden

    Rob Buiter − 18/10/11,
    Savanne in Afrika: het is dit, met ongeveer 20 procent boombegroeiing, óf een woestijn óf een dicht bos. Iets er tussenin bestaat bijna nergens. ©ANP

    Door veranderend klimaat, bosbrand of houtkap kan een tropisch regenwoud onomkeerbaar veranderen in savanne, of zelfs in een boomloze vlakte. Zo waarschuwen Wageningse wetenschappers deze week in vakblad Science, na bestudering van satellietbeelden.

    Bomen tellen.

    Dat is wat vier Wageningse wetenschappers de afgelopen tijd hebben gedaan. Of beter gezegd: hebben laten doen door een computerprogramma. Op satellietbeelden van tropische zones in Afrika, Australië en Zuid-Amerika analyseerden ze precies hoeveel procent van de bodem bedekt werd door bomen.

    “Want bomen zijn zo’n beetje de belangrijkste beeldbepalers in veel natuurgebieden”, stelt een van de onderzoekers, de Wageningse ecologe Milena Holmgren. “Tegelijk weten we eigenlijk heel weinig over boombedekking.

    Tropische bossen zullen niet geleidelijk op klimaatsverandering reageren, maar moeten overspringen tussen drie alternatieve stabiele toestanden: regenwoud, savanne of een boomloze toestand, schrijven wetenschappers van de Wageningen Universiteit deze week in Science.

    Holmgren en haar collega’s laten een patroon in deze gegevens zien. In plaats van een geleidelijke toename van de hoeveelheid bomen met de regen, blijken er ‘verboden’ toestanden te bestaan rond 5% en rond 60% bosbedekking. Het systeem kan daarom alleen veranderen door over die verboden toestanden heen te springen tussen drie contrasterende alternatieve toestanden: bos, savanne (met zo’n 20% boombedekking) of een boomloze toestand.

    Fragiel

    De studie gebruikt satellietwaarnemingen om te laten zien dat het systeem kantelpunten kent. In de buurt van zo’n kantelpunt neemt de veerkracht af en kan een kleine verstoring leiden tot het overspringen naar een andere toestand. Op de drie continenten die werden onderzocht bleek dezelfde relatie te bestaan tussen regenval en de veerkracht van de ecosystemen. De auteurs gebruiken deze relaties om aan te geven waar in Afrika, Australië en Zuid-Amerika het regenwoud en de savanne het fragielst zijn.

    “Dit is een van de meest overtuigende bewijzen dat alternatieve stabiele toestanden op grote schaal in de natuur bestaan,” zegt Marten Scheffer die het onderzoeksprogramma naar kantelpunten leidt. “We waren zelf verbaasd hoe sterk de gegevens deze radicale, maar steeds invloedrijkere theorie bevestigen. Nu blijkt dat de grote tropische ecosystemen net zulke kantelpunten hebben als bijvoorbeeld meren waarvan we eerder aantoonden dat ze kunnen overspringen tussen een heldere en een troebele toestand.”

    Het aantonen van de grootschalige kantelpunten in de tropische ecosystemen is niet alleen een fundamentele wetenschappelijke doorbraak, het heeft ook direct een praktische toepassing. De nieuwe inzichten maken het namelijk mogelijk om kaarten te maken die aangeven waar op aarde het regenwoud het meest fragiel is. Hoewel kantelpunten vaak met negatieve verandering worden geassocieerd, is dat maar één kant van de medaille. Wanneer het gaat om een omslag van een ongewenste naar een betere toestand betekent een kantelpunt juist een kans om met kleine moeite een doorbraak te creëren. De auteurs belichten ook deze kant door te laten zien waar op de aarde bijvoorbeeld de beste kansen liggen voor bosherstel.

    Toch is het belangrijkste nieuws op dit gebied niet goed. “Het begrijpen van de effecten van klimaatsverandering op de veerkracht van het Amazone-regenwoud is een van de grootste uitdagingen voor wetenschappers in die regio,” zegt Marina Hirota, de van oorsprong Braziliaanse hoofdauteur van het artikel. “Onze resultaten laten nu zien dat het gebied waar het bos het meest fragiel is, precies samenvalt met de zone waar de meeste houtkap plaatsvindt”.

    Waarom zie je op de ene plek veel bomen en ergens anders heel weinig?

    “Tot onze verrassing zagen we drie belangrijke concentraties. We zagen veel gebieden met helemaal geen bomen, vervolgens savannes met ongeveer 20 procent boombedekking en tot slot echte bossen met 80 tot 100 procent boombedekking.

    Gebieden met rond 5 procent en rond 60 procent boombedekking kwamen we zelden tegen. Dus als je naar gebieden gaat kijken met geleidelijk meer regen, dan zie je geen geleidelijke toename van de hoeveelheid bomen. Er zijn twee belangrijke drempels. Alleen als een boomloos gebied een ‘sprong’ maakt over die 5 procent boombedekking heen, kan het verder groeien van een boomloze steppe naar een savanne met 20 procent boombedekking, of van een savanne over de 60 procent heen naar een echt bos.”

    Het omgekeerde lijkt ook waar, schrijven de onderzoekers. Wanneer een tropisch bos droger wordt kan dat resulteren in een omslag naar een savanne of zelfs een compleet boomloze vlakte.

    De boosdoener is in dat laatste geval niet eens per se de landbouwende of bomenkappende mens, maar veel vaker een natuurlijke bosbrand, zo laat een ander artikel in hetzelfde nummer van Science zien. Carla Staver en Simon Levin van de Princeton University tonen daarin aan dat vuur in een dicht bos niet veel uitricht. Maar is het bos eenmaal en beetje uitgedund, dan kunnen spontane bosbranden flink huishouden en een echte open savanne creëren die niet makkelijk weer dichtgroeit tot bos.

    Professor Marten Scheffer, hoogleraar aquatische ecologie in Wageningen en een van de co-auteurs, noemt de gegevens verrassend, maar zou gezien zijn eerdere onderzoek eigenlijk niet verbaasd mogen zijn.

    In 2009 kreeg hij al de Spinozapijs van nationale onderzoeksfinancier NWO, voor zijn werk aan plotselinge omslagen in complexe systemen, zoals in ecosystemen, maar bijvoorbeeld ook in sociale of economische systemen.

    Scheffer: “We hadden onze theorie rond oversprongen tussen stabiele evenwichten al uitgebreid getest in kleinere ecosystemen, zoals zoetwatermeren. Een meer blijkt, afhankelijk van de voedingstoestand en de lichtcondities, lange tijd troebel of juist helder te kunnen blijven, om schijnbaar van het ene op het andere moment om te slaan naar de andere toestand. Maar we waren oprecht verbaasd hoe sterk die wet van alternatieve evenwichten, ook op zo’n grote schaal voor de tropische ecosystemen op de drie bestudeerde continenten bleek te gelden.”

    Hun bevindingen hebben onder andere consequenties voor het denken over klimaatverandering, zo schrijven de Wageningers in Science.

    Krijgt een droog gebied meer regen, dan zal dat niet automatisch resulteren in meer bomen. Pas als er zóveel regen valt dat een systeem over de volgende natuurlijke drempel kan worden geduwd, groeit een kaal gebied wellicht vol. En omgekeerd kan het heel lang lijken of een tropisch bos verdroging wel aan kan. Totdat een regio blijkbaar zó droog is geworden dat het terugvalt van een regenwoud in een savanne.

    Scheffer benadrukt dat dit onderzoek niet alleen een theoretische exercitie is, maar ook praktische kanten heeft.

    “Dit onderzoek legt zowel risico’s als kansen bloot. Onze studie laat zien dat uitgerekend in de meest fragiele gebieden van het Amazoneregenwoud volop bomen worden gekapt. Dat zijn dus bossen die tegen een negatieve omslag aan lijken te zitten. Door houtkap kunnen ze het laatste duwtje richting savanne krijgen.

    Tegelijk biedt het onderzoek ook kansen voor ‘eco-ingenieurs’, zo liet eerder werk van Milena Holmgren zien. “Gebieden die door houtkap of overbegrazing zijn veranderd in een kale vlakte kun je op het juiste moment een duwtje over de drempel in de goede richting geven. In Zuid-Amerika is bijvoorbeeld geëxperimenteerd met het strooien van boomzaden tijdens een nat ‘El Ninojaar’. Dergelijke experimenten bleken pas soelaas te bieden wanneer je in zo’n periode ook de grazers, zoals geiten of konijnen, uit zo’n gebied kon weghouden. Dan was de zet stevig genoeg om het ecosysteem over de kritische drempel te duwen naar een volgend stabiel niveau”, aldus Holmgren.

    Publicatie:
    Global Resilience of Tropical Forest and Savanna to Critical Transitions. Hirota, M., M. Holmgren, E. H. Van Nes & M. Scheffer. Science 14 Okt 2011.

    Het bos kent geen middenweg

    °

    28 mei 2013

    Specifieke eigenschappen van zeldzame soorten blijken belangrijke functies te vervullen binnen de ecosystemen waar ze aan aangepast zijn.

    Met afname van biodiversiteit zijn zij de eersten die uitsterven, aangezien bijzondere soorten meestal het eerste verdwijnen.  Dat schrijven onderzoekers van de Franse universiteit van Montepellier 2 dinsdag in het tijdschrift PLOS Biology.

    Omgevingen rijk aan biodiversiteit worden gekarakteriseerd door grote hoeveelheden unieke soorten. De soorten dragen bij aan de rijkdom van het gebied, maar hoe belangrijk hun aanwezigheid is, is vaak niet goed duidelijk.

    Omdat het aantal zeldzame soorten laag ligt, wordt algemeen aangenomen dat ze weinig invloed hebben op het functioneren van een ecosysteem in vergelijking met meer gangbare soorten.

    Om te onderzoeken of dit klopt, analyseerde het onderzoeksteam in welke mate bijzondere soorten in drie verschillende ecosystemen bijdroegen aan dezelfde ecologische functies als de meer gangbare soorten.

    Hiervoor verzamelden de onderzoekers gegevens van drie verschillende ecosystemen: een koraalrif, een tropisch bos en toendragebied. De data kwam van 846 vissen van het koraalrif, 2979 bergplanten en 662 tropische bomen.

    Een belangrijke ontdekking was dat bleek dat de meest unieke en kwetsbare functies alleen maar konden bestaan via een combinatie van eigenschappen die in belangrijke mate afhankelijk waren van de zeldzame soorten.

    In het tropische bos in Guyana groeit bijvoorbeeld een boomsoort, Pouteria maxima, die goed bestand is tegen droogte en vuur. In het gebied boven de boomgrens bleek een plantje, Saxifraga cotyledon, heel belangrijk voor bestuivers en in het koraalrif een reuzenmurene (een roofvis) die ‘s nachts jaagt.

    Afbeeldingen van pouteria maxima

    http://www.discoverlife.org/mp/20q?search=Pouteria+maxima

    http://en.wikipedia.org/wiki/Pouteria

    La murène géante javanaise (Gymnothorax javanicus) chasse la nuit dans le labyrinthe des récifs coralliens.

    La murène géante javanaise (Gymnothorax javanicus) chasse la nuit dans le labyrinthe des récifs coralliens.  Photo :  CNRS/J.P. Krajewski

    De resultaten van het onderzoek lijken erop te wijzen dat verlies van zeldzame soorten een grote impact kan hebben op deze ecosystemen.

    (Door: NU.nl/Krijn Soeteman )

    zie ook
    ___________________________________________________________________________________

    Terminologie 

    °Bioom-transitie : overgang van een  ecologisch systeem  in een ander (bijvoorbeeld  regenwoud<—> savanne) —> environmental change 

    °Het congo bekken :

    het Congobekken heeft verschillende ecosystemen:

    • stromen en rivieren;
    • bossen;
    • savanne;
    • moerasgebieden en natte bossen.

    De Congorivier is 4 380 km lang. Het is de tweede langste rivier ter wereld, na de Amazone.
    De rivier vormt een stroomgebied van 3 690 750 km² in heel de Democratische Republiek Congo, maar ook in delen van Congo-Brazzaville, Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Burundi, Tanzania, Zambia en Angola. In het uiterste oosten van het stroomgebied spelen de moerassen en de meren een cruciale rol in het regelen van een constante stroom gedurende het hele jaar.

    De bossen van het Congobekken zijn zeer divers. Er zijn groenblijvende bossen, semiloofbossen en tropische bergbossen.

    Groenblijvende bossen worden gekenmerkt door een zeer vochtig klimaat. Het droogseizoen duurt slechts 2 maanden. De bomen van deze bossen verliezen nooit hun bladeren. We vinden ze vooral terug in het centraal gedeelte van het Congobekken. De bossen aan de Atlantische kust krijgen het meeste regen. Zij bieden onderdak aan een hoop zoogdieren, zoals laaglandgorilla’s, chimpansees, bosolifanten en kafferbuffels.

    Semiloofbossen: de meerderheid van de bomen (70%) in deze bossen verliest zijn bladeren tijdens het droogseizoen, wat ongeveer 3 maanden duurt. We vinden ze voornamelijk terug aan de grenzen van het Congobekken. De bossen hebben een vegetatie die meer gevarieerd is dan de tropische bossen.

    De tropische bergbossen bevinden zich op meer dan 1 000 m hoogte. De bomen zijn veel kleiner en de vegetatie is minder gevarieerd. Je kunt ze vooral terugvinden aan het Albertine Rift en langs de Centraal-Afrikaanse kusten.

    De savannes liggen helemaal in het zuiden van het Congobekken. Je vindt er veel zoogdieren terug zoals de antilopen, bosbokken, de waterbok, Roanantilopen, Afrikaanse buffels, nijlpaarden, de Yellow-backed Duiker, de gewone duiker en natuurlijk ook olifanten.

    Het enige natte bos in Afrika bevindt zich in het Congobekken. Men kan er laaglandgorilla’s vinden maar ook chimpansees, mangabeys en meerkatten. Dat ecosysteem is momenteel nog bijna intact.

    De moerassen bedekken grote stukken in het centrum van het Congobekken. Er leven vele inheemse soorten, waaronder een grote groep laaglandgorilla’s.

    °ecosysteem: gebied met levende (biotische) en niet-levende (abiotische) elementen waartussen samenhang bestaat

    °ecotoop: gebied waarin bepaald ecosysteem van nature voorkomt

    °(huidige ) tropische ecosystemen kennen een hoge interne stabiliteit  //Tropische ecosystemen zijn van speciaal belang door hun enorme biodiversiteit. Ook spelen tropische landmassa’s en tropische oceanen een cruciale rol in het functioneren van het ecosysteem van de aarde in zijn totaliteit.

    °

    ZUID-Afrikaanse ecosystemen

    In zuidelijk Afrika is een grote verscheidenheid aan leefgebieden te vinden, elk met specifieke kenmerken op gebied van flora en fauna, en onderscheidende geologische en klimatologische omstandigheden. In dit overzicht staan een overzicht van de belangrijkste ecosystemen van zuidelijk Afrika.

     Nyika Highlands ©Dana Allen
    • Afrikaans hoogland

      Afrikaans hoogland bestaat uit graslanden en bossen welke op grote hoogte voorkomen.Dit type ecosystemen ontwikkeld zich vaak als virtuele eilanden, omringend door lagere en warmere regio’s. De gebieden worden vaak gekenmerkt door een unieke biodiversiteit, met speciale en inheemse planten die zich aangepast hebben aan het natte, koelere lokale klimaat en de overvloedige zon. Voorbeelden zijn Drakensberg, Nyika, Albertine Rift en de Abyssinian Highlands.

       Woodland elephant ©Caroline Culbert
    • Bosgebied

      De verschillende ecosystemen onder de noemer ‘Woodland’ worden gekenmerkt door een vrij open, bosachtige begroeiing veelal van het type Mopane (droge gebieden) of Miombo (vochtigere gebieden). Ondanks de droge en/ of schrale grond herbergt de fauna vele zoogdieren, vogels, insecten en reptielen. Grote delen van zuidelijk Afrika zijn bedekt met dit type bosgebied, zoals Zimbabwe, Zambia en Malawi, en de noordelijke delen van Namibië en Botswana.

       Savanne giraffe ©Mike Myers
    • Savanne

      Savannes zijn (tropische) graslanden welke gekenmerkt worden door relatieve droogte en seizoensmatige regenval. Het dominante plantenleven bestaat uit grassen en kleine planten, met slechts her en der een boom of groepje bomen. De savannen trekken een rijk dierenleven, waaronder de kenmerkende groepen grote grazers, en hun onafscheidelijke belagers. Voorbeelden van savanne zijn de Kalahari, Masai Steppen en de Ogaden.

       Tropisch Regenwoud ©Wilderness Safaris
    • Tropisch regenwoud

      Het natte en warme tropisch regenwoud staat bekend om haar ongeëvenaarde biodiversiteit. Wetenschappers schatten dat meer dan de helft van alle flora en fauna op aarde in de bossen voorkomt, en dat er bovendien zo’n 40% van alle zuurstof geproduceerd wordt. De gebieden lijken vaak sterk op elkaar, met vele hoge bomen en weinig lichtval door het bladerdak. Een speciale plaats wordt ingenomen door de variëteit aan primaten, met daaronder chimpansees en gorilla’s.

       Seychellen Tropish eiland ©Dana Allen
    • Tropische eilanden

      De tropische eilanden van de Seychellen bestaan uit een serie graniet- en koraal-eilanden op de Seychellen-bank. De eilanden zijn fragmenten van het oude supercontinent ‘Gondwana’, en zijn zo’n 75 miljoen jaar van de andere continenten afgescheiden. Er heerst een tropisch klimaat, met vochtig regenwoud waarin een enorme variëteit aan flora en fauna te vinden is. Ook de onderwaterwereld in de warme wateren van de Indische Oceaan is ronduit spectaculair.

       Damaraland ©Dana Allen
    • Woestijnachtig

      Woestijnen en semi-woestijnen kenmerken zich door hete en (zeer) droge omstandigheden, met minimale regenval. De bodem bestaat vaak uit zand en rotsen en biedt weinig organisch materiaal, hoewel de semi-woestijnen ook spaarzame grassen, struiken en bosjes kunnen bevatten. Planten en dieren zijn op allerlei ingenieuze manieren aangepast aan het gebrek aan water, wat tot een rijke diversiteit leidt. Voorbeelden zijn de Namib, Sahara, Karoo en Chalbi.

    TOENEMENDE DROOGTE

    °

    ZEESPIEGELSTIJGING<—-

    http://www.kennislink.nl/publicaties/zeespiegelstijging  <—

    zeespiegel , drinkwater en zoetwater behoud <—-

    °

    In 2100 is Europa een stuk droger

     13 januari 2014   5

    rivierdelta

    Hoewel het de laatste tijd erg vaak regent in Nederland en België, moeten we ermee rekening houden dat het de komende decennia steeds droger gaat worden. Dit komt door

    1.- klimaatverandering en

    2.- tevens door de toename van watergebruik.

    Dit beweren wetenschappers van het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie en de universiteit van Kassel. De resultaten verschenen onlangs in het Hydrology & Earth System Sciences, een digitale uitgave van de Europese Geowetenschappelijke Unie (EGU).

    De wetenschappers gebruikten verschillende klimaatmodellen om te berekenen wat de gevolgen zijn voor Europa.

      —> Is er in 2100 nog wel voldoende zoet water voor iedere Nederlander en Belg?

    “Veel stroomgebieden krijgen te maken met verminderde aanvoer van water”, zegt onderzoeker Giovanni Forzieri van het JRC. “Dit geldt vooral voor rivierbekkens in Zuid-Euoropa.” Zo verwachten onderzoekers dat perioden van watertekort met 80% zullen toenemen in het zuiden van Frankrijk, Italië, het Iberische schiereiland en de Balkan.

    Temperatuurstijging
    Op dit moment denken wetenschappers dat de gemiddelde temperatuur in Europa in 2100 3,4 graden Celsius hoger is dan in de periode van 1961 tot 1990. De auteurs van het paper waarschuwen dat de temperatuur nog harder stijgt in de zuidelijke gebieden. Zo zal het in Portugal en Spanje eind deze eeuw ruim vijf graden warmer zijn.

    Benelux
    Hoewel Nederland en België hoger liggen, zal het ook in onze landen vaker droog zijn.

    In 2012 schreven we al dat zoet water steeds zeldzamer is in Nederland.

    “Lange tijd hebben we niet hoeven nadenken over zoet water: het was er gewoon. Die vanzelfsprekendheid is voorbij,” waarschuwt Johan Woltjer, hoogleraar planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. De zeespiegel stijgt en we hebben vaker te maken met droogte.

    Zilt zeewater dringt daardoor dieper door in de bodem en maakt het grondwater zouter.(1)

    Bronmateriaal:
    Ensemble projections of future streamflow droughts in Europe” – HESS

     

    Klimaatverandering speelt een rol in extreme droogte Californië

    30/09/14 – 11u45  Bron: Stanford© ap.

    GLOBAL WARMING De verlammende droogte waarmee Californië al maanden te kampen heeft, is wellicht een gevolg van de klimaatverandering. Dat besluiten wetenschappers van Stanford in een studie die uitwijst dat de uitzonderlijke weersomstandigheden die aan de basis van de droogte liggen zeer onwaarschijnlijk waren voor de industriële revolutie in de jaren 1800.

    Het hogedrukgebied verdween heel even van de radar tijdens de zomermaanden van 2013, om daarna nog sterker terug te keren en de hele winter lang te volharden

     

    © afp.

    De uitzonderlijke droogte waaronder Californië gebukt gaat, is de ergste in de geschiedenis van de staat. In combinatie met de abnormaal hoge temperaturen heeft het gebrek aan neerslag in de hele staat geleid tot een gevaarlijke toename van bosbranden en gevallen van luchtverontreiniging. Een recent rapport schatte de verliezen in de landbouw door het watertekort op minstens 2,2 miljard dollar, en het banenverlies in de sector op 17.000.

    Over de oorzaak van de extreme droogte zijn wetenschappers het eens: een hardnekkig hogedrukgebied boven de Stille Oceaan, dat voorkwam dat stormen en regenbuien Californië bereikten tijdens de regenseizoenen van 2013 en 2014. Het hogedrukgebied verscheen al in december 2012; het houdt zo lang aan dat meteorologen het de bijnaam ‘Ridiculously Resilient Ridge’, of ‘Triple R’ gaven.

    Zulke blokkades komen periodiek voor in een gematigd klimaat, maar de ‘Triple R’ is zowel in grootte als in duur uitzonderlijk. Het hogedrukgebied verdween heel even van de radar tijdens de zomermaanden van 2013, om daarna nog sterker terug te keren en de hele winter lang te volharden. Regen en sneeuw die normaal zouden vallen aan de Amerikaanse Westkust, werden afgeleid naar Alaska.

    Computersimulaties
    Of de klimaatverandering aan de basis ligt van deze extreme omstandigheden, was totnogtoe een open vraag. In een nieuwe studie linken wetenschappers van Stanford deze weersomstandigheden inderdaad aan de opwarming van de aarde. Het team, onder leiding van klimaatwetenschapper Noah Diffenbaugh, maakte gebruik van een nieuwe combinatie van computersimulaties en statistische technieken om na te gaan hoe groot de kans is dat de ‘Triple R’ zou voorkomen in verschillende omstandigheden.

    Lees ook

    Een hogedrukgebied met de volharding en intensiteit van de ‘Triple R’ kwam niet eerder voor sinds de eerste metingen in 1948

     

    Een eerste bevinding was de zeldzaamheid van het fenomeen. Een hogedrukgebied met de volharding en de intensiteit van de ‘Triple R’ kwam niet eerder voor sinds 1948, toen voor het eerst uitgebreide informatie over de atmosfeer beschikbaar was.

    Drie keer meer kans
    Een tweede bevinding, die gisteren gepubliceerd werd in het vakblad Bulletin of the American Meteorological Society, is dat een dergelijk fenomeen veel waarschijnlijker is wanneer hoge concentraties broeikasgassen aanwezig zijn.

    “Ons onderzoek toont aan dat de kans drie keer groter is dat deze extreme hoge druk vandaag voorkomt dan voor de industriële revolutie in de jaren 1800, toen de mensheid begon met het uitstoten van broeikasgassen”, klinkt het in de studie.

     

     Reacties = 

    artikel 1 = 

    • (1) Het zoute water zit dus onder het zoete grondwater, maar de vrees is dat het (op sommige plaatsen) steeds verder omhoog komt en een gevaar voor de landbouw vormt.

      • De info van het bronmateriaal is toch anders:

        “The multi-model ensemble projections of more frequent and severe streamflow droughts in the south and decreasing drought hazard in the north are highly significant, while the projected changes are more dissonant in a transition zone in between.”

        Dus wel meer droogte in Zuid Europa, maar niet in gebieden, die op een hogere breedte liggen, zoals Nederland. (niet hoger liggen)

        • We moesten jaren geleden al bezig zijn  geweest  een ecologische manier van consumeren aan te leren. Er is geen  verder  onderzoek naar droogte nodig om in te zien dat ons gebruik van natuurlijke grondstoffen  eindig en  zo niet verder kan.

     

    artikel 2 =

     

    “Mens medeverantwoordelijk voor hittegolven”

    30/09/14 – © thinkstock.

    De door mensen veroorzaakte klimaatverandering kan hittegolven intensiveren. Dat blijkt uit een rapport in het ‘Bulletin of the American Meteorological Society’.

    Een aantal wetenschappelijke teams had onder andere zestien verschillende extreme weers- en klimaatgebeurtenissen uit 2013 onderzocht, waaronder vijf hittegolven.

    Menselijke activiteiten zoals het verbranden van kolen, olie en gas verhogen de frequentie en zwaarte van hittegolven duidelijk, aldus de Amerikaanse Nationale Oceanische en Atmosferische Dienst (NOAA).

    Vijf van elkaar onafhankelijke onderzoeken hadden dit bij de hittegolf van 2013 in Australië aangetoond. Vorsers van de NOAA hadden meegewerkt aan het rapport.

    Sinds 1984 is volgens de onderzoekers door menselijke invloed het aantal hittegolven in Australië verdrievoudigd.

    “De bewijzen zijn tamelijk indrukwekkend”, zei mede-auteur Peter Stott van de Britse Meteorologische Dienst. “Het is moeilijk voorstelbaar dat we zonder klimaatverandering dergelijke temperaturen zouden halen”.

    Het risico dat extreme hitte en extreme droogte in Australië samenvallen zal zeer waarschijnlijk tussen de periode 1861-1901 tot de periode 1993-2033 verzevenvoudigen, luidt het in het rapport.

    Bij andere weertypes zoals droogte, felle regen en stormen is de menselijke invloed minder duidelijk aantoonbaar.

    Europa
    Ook in Europa werden meerdere klimaatgebeurtenissen onderzocht, waaronder de erg hete en droge zomer van 2013 in West-Europa. Daar heeft de door mensen veroorzaakte klimaatverandering -in combinatie met natuurlijke schommelingen in de temperatuur van het wateroppervlak in de Noord-Atlantische Oceaan- een grote rol gespeeld.

    Voor de zware regenval in de lente van 2013 in de hogere stroomgebieden van de Donau en Elbe vonden de wetenschappers daarentegen geen bewijs van menselijke oorzaken. Ook orkaan Christian, die in oktober 2013 over Noord-Duitsland en Denemarken raasde, was zeer hevig en ongewoon, aldus de vorsers. Maar hij ligt binnen het bereik van de al decennialange waargenomen schommelingen bij stormen.

    Lees ook

     

     

     

     

    http://www.hln.be/hln/nl/2656/Global-Warming/article/detail/2060570/2014/09/23/Vijf-manieren-waarop-global-warming-uw-gezondheid-bedreigt.dhtml

    Aanpassingen aan het klimaat ? keizerpinguin

    BIODIVERSITEIT —

    I

    °

    KEIZERPINGUIN

    porpoising p-6398-enz

    Penguins are divers rather than fliers, but they still understand that air offers less resistance than water. When travelling at the surface, as opposed to chasing food, some species (including the Snares crested, shown here) commonly ‘fly’ out of the water at each thrust of their flippers, getting further than if they stayed in the water. This mode of travel is known as porpoising.

    a14c1321b2_1381763393_Maar-je-raadt-het-al-ook-dat-blijven-ze-tot-in-den-treuren-proberen

    keizerpinguins 1135250156

    Vallende  keizerpinguin 

    tumblr_llyntlrmnr1qzwyfio1_500

    penguin-falling

    WEBCAM en keizerpinguins  

    Gemerkte pinguïn heeft het moeilijk

     13 januari 2011  2
    Penguin_band
    Banded_penguin

    Om duizenden pinguïns uit elkaar te kunnen houden, maken wetenschappers vaak gebruik van metalen bandjes met daarop een nummer. Uit een studie naar deze onderzoeksmethode blijkt nu dat die metalen bandjes rondom de flipper het diertje flink in de weg zitten. Sterker nog: pinguïns met zo’n bandje sterven eerder en zetten minder nageslacht op de wereld.

    De onderzoekers bestudeerden een groep koningspinguïns en volgden de dieren tien jaar lang. Ze ontdekten dat de pinguïns die met een ijzeren bandje gemerkt hadden 39 procent minder jongen kregen dan pinguïns met een elektronisch bandje. Ook leefden de met ijzer gemerkte pinguïns korter.

    Langer onderweg
    Maar er is nog meer. De met ijzeren bandjes gemerkte pinguïns laten hun jongen gemiddeld 12,7 dagen op rij in de steek om naar voedsel te zoeken. De andere pinguïns gingen gemiddeld 11,6 dagen op pad. Dat lijkt een klein verschil, maar dat is het niet, zo legt onderzoeker Claire Saraux uit. “Eén dag of twee dagen is een enorm verschil.” De jongen eten namelijk alleen als hun ouders met voedsel terugkomen.

    Hinder                                 
    Waarschijnlijk hindert het ijzeren bandje de pinguïns sterk tijdens het zwemmen. Uit experimenten blijkt dat een pinguïn met zo’n bandje gemiddeld 24 procent meer energie verbrandt.

    De onderzoekers concluderen dat de bandjes eigenlijk niet meer gebruikt moeten worden. Niet alleen de pinguïns hebben er last van. Ook de onderzoeksresultaten kunnen door de bandjes weleens niet kloppen; de dieren gedragen zich immers anders.

    Bronmateriaal:
    Marking penguins for study may do harm” – Sciencenews.org

    —-> waarnemingen/conclusies die gedaan zijn a/d hand van deze bandjes zijn  dus  hoogstwaarschijnlijk grotendeels en   praktisch waardeloos en de pinguins hebben er onder geleden. ….Jammer

    Wereldwijd krijgen vogels zonder pardon een ring om hun pootje of vleugel gebonden. Reuze handig voor onderzoekers om individuele dieren in één oogopslag te herkennen, maar voor de vogels zelf zou het wel eens minder goed uit kunnen pakken.

    Voor de koningspinguïn op Antarctica bijvoorbeeld.

    Waarschijnlijk zorgt het metaal (1)om de vleugel voor extra weerstand wanneer ze in het water aan het jagen zijn. De extra energie die daardoor nodig is om een lekker visje te vangen, komt het nageslacht en de overlevingskansen dus niet ten goede.

    Volgens de onderzoekers heeft dit resultaat grote gevolgen voor onderzoeken waarbij vogels op een vergelijkbare manier geringd zijn, voornamelijk pinguïns. Die resultaten kunnen – naar nu blijkt- behoorlijk gekleurd zijn door de negatieve effecten van het ringen. Veel van dat onderzoek gaat over het effect van klimaatverandering op pinguïnpopulaties.

    Toch moeten we niet meteen alle geringde vogels over een kam scheren. Een gigantische metalen band zoals bij de pinguïns is nog altijd iets anders dan een klein ringetje om de poot van een koolmees.

    Bron: Nature

    • (1)   Wat in het Nature artikel duidelijk wordt beschreven en hier ontbreekt; Het gaat om electronische banden. Banden die de activiteit en plaats van de vogel registreren.

      Overigens zijn er al regels voor. Onder een bepaald gewicht worden de electronische tags niet gebruikt.

      • Maar  of het nu elektronische banden zijn om de vogels te volgen of kleurringen, het resultaat blijft hetzelfde. Dat er al regels zijn, is natuurlijk geweldig, maar dit resultaat kan ook belangrijke gevolgen hebben voor onderzoeksresultaten uit het verleden. En dan met name voor klimaatonderzoek waarbij de gezondheid van een populatie toppredatoren(aan de top van een voedselpyramide ,)zoals de krill  inktbis en vis etende  keizers penguïn, gezien wordt als indicator voor hoe een ecosysteem ervoor staat.

    °

    Keizerspinguïn duikt op in..Nieuw-Zeeland

     21 juni 2011   4

    Hannes Grobe / AWI (via Wikimedia Commons).

    Een jonge keizerspinguïn is hopeloos verdwaald en in het warme Nieuw-Zeeland beland. Het is voor het eerst in 44 jaar dat daar een pinguïn opduikt.

    Waarschijnlijk heeft de pinguïn zich tijdens de jacht op voedsel teveel mee laten slepen en is deze daardoor verdwaald en in Nieuw-Zeeland beland, zo meldt TVNZ. Het dier behoort tot de nieuwste lichting pinguïns en is dus nog zeer jong.

    Peka Peka Beach
    De pinguïn kwam aan de Kapiti Coast, ter hoogte van Peka Peka Beach aan land zetten. Dat een pinguïn zo noordelijk opduikt, is heel ongewoon. De laatste keer dat een pinguïn een bezoek bracht aan Nieuw-Zeeland was 44 jaar geleden.

    Naar huis
    Vooralsnog maakt de pinguïn geen aanstalten om terug naar huis te gaan. Maar deskundigen vermoeden dat het dier vroeg of laat toch weer het water in zal stappen om op zoek te gaan naar zijn eigen vertrouwde leefgebied.

    http://www.scientias.nl/keizerspinguin-duikt-op-in-nieuw-zeeland/33476

    Bronmateriaal:
    ‘Amazing’ visit by emperor penguin” – TVNZ.co.nz

     http://tvnz.co.nz/national-news/amazing-visit-emperor-penguin-1-46-video-4253772

    Wachtende pinguïn houdt het hoofd koel

    Geschreven op 17 augustus 2011 om 14:23 uur door 0

    Jonge pinguïns moeten soms maanden op eten wachten. Maar ze houden het hoofd koel. Letterlijk. Dat blijkt uit onderzoek.

    De ouders van jonge koningspinguïns gaan op zoek naar eten: een reis die wel vijf maanden kan duren. De jonge pinguïn zit al die tijd stilletjes te wachten.

    Zuinig
    In die periode is er ook geen voedsel voor de jonge pinguïn en dus moet deze zuinig omgaan met de energie. Wetenschappers hebben nu ontdekt hoe het dier dat doet.

    Vijftien graden
    De onderzoekers bestudeerden pinguïns van drie tot vier maanden oud. Ze letten met name op de lichaamstemperatuur van de dieren. Tot hun grote verbazing daalde die in de periode dat de jonge pinguïns moesten wachten flink. Hun lichaamstemperatuur daalde soms met wel vijftien graden Celsius. En dat is enorm. Zeker als u in gedachten houdt dat de kleine pinguïn een grote vogel met een gewicht van zo’n tien kilo is. Er zijn wel meer vogels die hun lichaamstemperatuur kunnen laten dalen, maar die zijn veel kleiner.

    Overigens is de lichaamstemperatuur van jonge pinguïns ook in andere omstandigheden zeer flexibel. Wanneer ze een lekker koud maaltje voorgeschoteld krijgen, kan de lichaamstemperatuur ook met meer dan tien graden dalen.

    Bronmateriaal:
    ScienceShot: Baby Penguins Know How to Chill Out” –  Sciencemag.org
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Mark (cc via Flickr.com).

    Waar zijn de keizerspinguïns gebleven?

     07 maart 2011    5
    Photo: British Antarctic Survey/ Masons News Service

    http://www.cambridge-news.co.uk/Home/How-to-pick-out-a-penguin-13042012.htm

    Een kleine kolonie van keizerspinguïns is verdwenen.

    De pinguïns leefden op een eiland voor de kust van Antarctica, maar door een nog onbekende reden is de groep verdwenen. Wetenschappers schuiven de schuld voorlopig in de schoenen van klimaatverandering, waardoor het ijs voor de kust van Antarctica smelt.

    Toch is dit nog niet bewezen….. Er is immers  meer nodig dan de natte vinger in de lucht steken.

    De kleine kolonie bestond uit 150 paren keizerspinguïns. De groep werd voor het eerst ontdekt in 1948. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw bleef het ledenaantal stabiel. In 1978 begon een sterke daling van het aantal pinguïns, dat decennialang voortzette.

    In 2009 besloten wetenschappers het eiland per vliegtuig te verkennen. Helaas vonden zij geen enkele keizerspinguïn.

    De kans bestaat dat de pinguïns zijn verhuisd.

    Een andere mogelijkheid is dat alle leden van de groep zijn omgekomen.

    Keizerspinguïns keren ieder jaar terug naar de plek waar ze zijn geboren. Aangezien pinguïns ongeveer twintig jaar oud worden, is het heel goed mogelijk dat alle leden ondertussen niet meer in leven zijn.

    Zeeijs
    Ijs is heel belangrijk voor keizerspinguïns, omdat zij op snelgroeiend zeeijs (oftewel ijs dat in de winter groeit en in de zomer smelt) paren en eieren broeden.

    Uit gegevens van een weerstation blijkt dat het zeeijs tussen 1979 en 2004 54 dagen later groeit en dat het zeeijs 31 dagen eerder smelt. Deze trend geldt overigens niet voor alle wateren in Antarctica, maar alleen voor het gebied waar de kleine kolonie keizerspinguïns leefde.

    Minder eten, meer vijanden
    Maar er is meer: wellicht dat de stijging van globale temperaturen ervoor zorgt dat er minder vis, krill en inktvissen te eten zijn. Of misschien zorgt de klimaatverandering ervoor dat pinguïns meer vijanden hebben, zoals zeeluipaarden en stormvogels.

    Andere kolonies
    Wetenschappers kunnen erachter komen wat er is gebeurd door andere kolonies nauwlettend in de gaten te houden.

    Bronmateriaal:
    The Lost Emperor: A Colony of Penguins Disappears” – LiveScience.com

    —> Het was een kolonie van 150 paren dus een kleine ramp die een zesde van dit aantal uitroeit kan een reden zijn voor de rest van de vogels om zich elders bij een andere kolonie aan te sluiten.

    In iedere groep dieren zijn er altijd wel een aantal die bepalen waar de gehele groep naartoe gaat. Dus als de leiders van deze kolonie door locale zeeluipaarden worden opgegeten dan komen er nieuwe leiders die mogelijk een nieuwe plek zoeken voor de kolonie.

    —> bovendien  ;  in  een gedecimeerde kolonie verhoogd de inteelt  —>constante inteelt leid naar de ondergang van een locale  populatie ….

    Twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op Antarctica

     12 november 20122

    Franse wetenschappers hebben twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op de Zuidpool. De koloniën tellen zo’n 6000 jonge pinguïns en daarmee zijn er ongeveer drie keer meer pinguïnparen op de Zuidpool dan wetenschappers altijd dachten.

    De onderzoekers vonden de pinguïns op ijs rond de Mertz-gletsjer. Het idee dat zich hier onbekende groepen pinguïns zouden ophouden, ontstond al in 1999. Toen zagen onderzoekers duizenden keizerpinguïns naar en uit het gebied komen. In 2009 bevestigden waarnemingen vanuit de ruimte de vermoedens toen sporen van de pinguïns in het gebied werden aangetroffen. Maar in 2010 brak er een groot stuk van de gletsjer af en moesten de pinguïns wel verhuizen. En dus waren de onderzoekers weer terug bij af. Na dertien jaar onderzoek hadden ze de pinguïns nog steeds niet in het echt gezien en nu gingen de pinguïns weer verkassen.

    Gevonden!
    Franse wetenschappers lieten het er echter niet bij zitten en trokken er met een schip en helikopter op uit. Met succes! Ze hebben de pinguïns nu gevonden. Ze ontdekten dat de pinguïns zich op zeeijs nabij de Mertz-gletsjer opnieuw proberen te settelen.

    Twee groepen
    De groep heeft zich nadat de gletsjer een flink stuk ijs is verloren, in tweeën gesplitst. De onderzoekers troffen één kolonie met 2000 jongen aan. En vijftien kilometer verderop vonden ze een kolonie met 4000 jonge pinguïns.

    Keizerpinguïns brengen elk jaar één jong groot. Dat er nu twee kolonieën met in totaal 6000 jongen zijn gevonden, is goed nieuws. Het betekent dat op de Zuidpool zo’n 8500 paartjes leven: ongeveer drie keer meer dan wetenschappers altijd dachten.

    Bronmateriaal:
    Two new emperor penguin colonies in Antarctica” – Institut-polaire.fr
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Giuseppe Zibordi / Michael Van Woert, NOAA NESDIS, ORA (via Wikimedia Commons).

    Groep pinguïns is gebaat bij egoïstisch gedrag van haar leden

    Geschreven op 19 november 2012 om 15:45 uur door 2

    In een poging warm te blijven, schuiven pinguïns dicht tegen elkaar aan. Daarbij gedragen ze zich heel egoïstisch, maar een nieuw wiskundig model laat zien dat dat egoïstische gedrag verrassend genoeg positief uitpakt voor de groep. Door het egoïstische gedrag wordt de warmte eerlijk over alle pinguïns verdeeld.

    Wiskundige Francois Blanchette lijkt niet de aangewezen persoon om pinguïns te bestuderen. Toch lieten de organismen hem niet meer los nadat hij ze in ‘The March of the Penguins‘ had gezien. Hij zag hoe de pinguïns, getergd door flinke kou, hun lijfjes tegen andere pinguïns aandrukten.

    Model
    Blanchette was nieuwsgierig naar de wiskunde in zo’n groep. Hoe werd de hitte in de groep verdeeld? En welke invloed had de vorm van de groep op die verdeling van de hitte? Samen met zijn collega’s maakte Blanchette een model waarin pinguïns zo dicht op elkaar stonden dat alleen de pinguïns aan de randen van de groep konden bewegen. Elke pinguïn genereerde warmte, die vervolgens door de wind werd weggenomen. De onderzoekers berekenden welke pinguïns aan de buitenste randen van de groep het koudst waren. Ze keken daarvoor naar verschillende factoren, zoals het aantal pinguïns in de groep en de kracht van de wind. Vervolgens lieten ze die pinguïns naar het midden van de groep bewegen (waar het warmer was). Dat resulteerde uiteindelijk in langgerekte groepen pinguïns. In werkelijkheid zijn groepen pinguïns ronder, en dus pasten de onderzoekers hun model aan.

    Egoïsme
    Zo bleven ze aan hun model sleutelen, totdat het overeenkwam met de werkelijkheid, zo meldt het blad PLoS ONE. Tot hun grote verbazing wees het model erop dat pinguïns hun hitte heel eerlijk delen. Ondanks het feit dat een pinguïn zich maar met één doel tegen andere pinguïns aandrukt: zijn eigen warmteverlies zo klein mogelijk maken. Dat is heel egoïstisch. Maar dat egoïstische gedrag doet de groep goed. “Ook al zijn pinguïns egoïstisch en proberen ze enkel de beste plek voor zichzelf te vinden en denken ze niet aan de groep, dan nog brengt elke pinguïn even veel tijd in de koude wind door,” vertelt Blanchette. “Een groep pinguïns is een zelfvoorzienend systeem waarin de dieren op elkaar vertrouwen voor beschutting en ik denk dat dat het tot een eerlijk systeem maakt.” Blanchette verwacht echter dat er maar weinig voor nodig is om dit eerlijke systeem aan te tasten. “Als je een soort obstakel hebt, zoals een muur, dan denk ik dat het al snel niet meer zo eerlijk zou zijn.”

    De onderzoekers hopen dat biologen iets met het wiskundige model kunnen. Maar ze hopen ook dat hun studie een andere prettige bijwerking heeft. “Bijna iedereen lijkt van pinguïns te houden en te weinig mensen houden van wiskunde. Als we wiskunde gebruiken om pinguïns te bestuderen, kunnen we mogelijk meer mensen leren om van wiskunde te houden.”

    Bronmateriaal:
    New Model Reveals How Huddling Penguins Share Heat Fairly” – American Physical Society’s Division of Fluid Dynamics (via Sciencedaily.com).
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Glenn Grant / National Science Foundation (viaWikimedia Commons).

    Keizerspinguïn heeft ijs nodig om uit te rusten

     23 november 2012 3

    Wetenschappers hebben ontdekt dat de aanwezigheid van zee-ijs heel belangrijk is voor keizerspinguïns. In het seizoen waarin ze hun jongen grootbrengen en op zee zoeken naar voedsel gebruiken ze het ijs om tussen het harde werken door, ook om  uit te rusten.

    Dat schrijven onderzoekers in het blad PLoS ONE. Ze voorzagen een aantal pinguïns van een zendertje en konden ze zo op de voet volgen.

    Rust
    Uit het onderzoek bleek dat de keizerspinguïns een groot deel van hun tijd in het water doorbrengen. Slechts dertig procent van hun tijd brengen ze op het zee-ijs door. Eenmaal op het ijs gearriveerd, leggen ze daar geen grote afstanden af. In plaats daarvan rusten ze uit.

    De hele dag door
    Dat rusten is heel belangrijk. Door zo af en toe korte perioden van rust in te lassen kunnen keizerspinguïns handig gebruik maken van het feit dat de zon 24 uur per dag schijnt: ze kunnen de hele dag door zoeken naar voedsel.

    Roofdieren
    De onderzoekers ontdekten ook dat pinguïns zodra ze bij zee aankomen om te gaan jagen, eerst een tijdje op de rand van het zee-ijs staan. Soms wel 38 uur. Pas daarna maken ze hun eerste duik.

    “We vermoeden dat het rusten op het ijs en het lange wachten op de rand van het ijs te maken heeft met de aanwezigheid van roofdieren,” zo schrijven de onderzoekers.

    Waarschijnlijk wachten de pinguïns op het randje van het ijs tot meer pinguïns zich daar verzameld hebben, zodat ze samen kunnen duiken en hun kansen om door een roofdier (zeeluipaarden bijvoorbeeld) gepakt te worden, te verkleinen.

    De onderzoekers benadrukken in hun studie dat klimaatverandering leidt tot het korter worden van gletsjers, het ineenstorten van grote ijsschotsen en uiteindelijk een afname van de hoeveelheid zee-ijs. Het onderzoek suggereert dat de keizerspinguïn daar op lange termijn last van kan gaan krijgen

    Bronmateriaal:
    Activity Time Budget during Foraging Trips of Emperor Penguins” – Plosone.org
    Emperor penguins use sea ice to rest between long foraging periods” – Plosone.org
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Sandwich (cc via Flickr.com).

    Smeltend zee-ijs bedreigt de keizerspinguïn

     21 juni 2012  0

    Hij ziet eruit alsof niemand hem iets maken kan: de flinke keizerspinguïn. Maar schijn bedriegt.

    Sterker nog: de keizerspinguïn dreigt door het smeltende zee-ijs helemaal te verdwijnen.

    Wetenschappers van het Woods Hole Oceanographic Institution (WHOI) trekken die conclusie na een uitgebreid onderzoek. “Als je wilt bestuderen welke effecten het klimaat op een bepaalde soort heeft dan zijn er drie puzzelstukjes die je bij elkaar moet leggen,” vertelt onderzoeker Hal Caswell.

    “De eerste is een beschrijving van de gehele levenscyclus van het organisme en hoe individuen zich door die levenscyclus bewegen.

    Het tweede stukje is hoe de cyclus beïnvloed wordt door klimaatvariabelen.

    En het cruciale derde puzzelstukje is een voorspelling van hoe die variabelen er in de toekomst uit kunnen gaan zien.

    Klimaatmodel
    Voor hun studie gebruikten de wetenschappers klimaatmodellen. Die werden zorgvuldig geselecteerd. Er werd gekeken welke modellen een goed beeld gaven van de daadwerkelijke hoeveelheid zee-ijs in de 20e eeuw.

    “Als een model een uitkomst voorspelde die goed overeenkwam met de werkelijkheid dan was het ons inziens waarschijnlijk dat ook de projecties van de hoeveelheid zee-ijs in de toekomst betrouwbaar waren,”

    stelt onderzoeker Julienne Stroeve. Met behulp van deze klimaatmodellen werd vastgesteld hoe de temperatuur en hoeveelheid zee-ijs zou veranderen.

    Vervolgens werd gekeken hoe deze veranderingen de keizerspinguïns op Adélieland, een gebied in het oosten van Antarctica, beïnvloeden.

    Resultaten
    Als we op deze voet doorgaan en ook in de komende jaren net zoveel CO2 uit blijven stoten, dan stijgen de temperaturen en neemt het zee-ijs af.

    Dat resulteert tot 2040 in een voortdurende lichte daling van het aantal keizerspinguïns.

    Na 2040 nemen hun aantallen opeens een stuk rapper af.

    Zijn er nu nog ongeveer 3000 broedende paartjes( op Adélieland ) : tegen het jaar 2100 zijn dat er waarschijnlijk nog maar vijf- tot zeshonderd.

    IJs
    Hoe zorgen die hoge temperaturen er nu precies voor dat deze pinguïns het moeilijk hebben?

    Pinguïns eten vissen, pijlinktvissen en garnaalachtige diertjes. De prooi van pinguïns eet weer plankton: kleine organismen die aan de onderkant van het ijs groeien. Als het ijs verdwijnt, verdwijnt het plankton en de prooi van pinguïns krijgt het zo ook moeilijk.

    Er ontstaat eigenlijk een sneeuwbaleffect. En dat effect beperkt zich niet tot pinguïns.

    Ook wij mensen kunnen er nog wel eens hinder van ondervinden.

    “Wij vertrouwen op het functioneren van deze ecosystemen,” stelt Caswell. “We eten vis die van Antarctica komt. We vertrouwen op een cyclus van voedingsstoffen waar soorten in alle oceanen waar ook ter wereld bij betrokken zijn.”

    En dat maakt het onderzoek ook zo belangrijk.

    Bronmateriaal:
    Melting Sea Ice Threatens Emperor Penguins, Study Finds” – WHOI.edu
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Stephanie Jenouvrier / Woods Hole Oceanographic Institution.

    Pinguïn blijkt soms een ijskoud jasje aan te trekken

     06 maart 2013 0

    keizerspinguin

    Wetenschappers hebben ontdekt dat keizerspinguïns er soms voor zorgen dat het oppervlak van hun verenpak kouder is dan de omringende lucht. Het klinkt niet heel verstandig, maar dat is het wel: het helpt de pinguïns om op temperatuur te blijven.

    Onderzoekers bestudeerden keizerspinguïns op Antarctica. Deze pinguïns hebben het niet gemakkelijk. De temperaturen kunnen er ‘s winters dalen tot -40 graden Celsius. Bovendien staat er een genadeloos harde wind, waardoor de gevoelstemperatuur nog lager ligt. Gelukkig zijn pinguïns daarop voorbereid. Hun lichaam beschikt over tal van eigenschappen die de pinguïns in staat stellen om ondanks de snijdende kou toch op temperatuur te blijven. Eén zo’n eigenschap is het verenpak van de pinguïn: het is lekker dik, isoleert goed en is winddicht.

    Kou
    Maar de pinguïn kent nog wel meer trucjes om warm te blijven, zo blijkt uit een nieuw onderzoek. Wetenschappers richtten een warmtecamera op de dieren om te achterhalen hoe hun temperatuur zich tot de temperatuur van de omringende lucht verhoudt. Ze ontdekten iets bijzonders. Een groot deel van het oppervlak van het lichaam van de pinguïn (met uitzondering van de snavel en de ogen) bleek kouder te zijn dan de omringende lucht.

     

    Warmte winnen
    Dat klinkt niet echt logisch: hoe kan de pinguïn nu op temperatuur blijven als de bovenste laag van zijn verenpak al kouder is dan de omgeving? Toch zijn de pinguïns erbij gebaat, zo schrijven de onderzoekers in het blad Biology Letters.

    “Onder deze omstandigheden zal het verenpak paradoxaal genoeg warmte winnen door convectie van de omringende lucht.”

    Hoe werkt dat precies?

    Wanneer wij op een koude winterdag naar buiten stappen, verliezen we warmte. Ons lichaam is immers warmer dan de omringende lucht. In het geval van de pinguïn kan het verlies van warmte al snel fataal zijn: de dieren moeten het lange tijd – zonder eten – zien vol te houden en kunnen zich het verlies van warmte niet veroorloven. Het verenpak helpt daarbij. Het oppervlak ervan is kouder dan de omringende lucht. De iets warmere lucht komt met deze laag in contact en geeft warmte aan de pinguïns af, in plaats van dat de pinguïns warmte aan de koude lucht verliezen.

    Het is twijfelachtig of de pinguïns het daar echt warmer door krijgen. Hun veren geleiden warmte slecht, waardoor waarschijnlijk een heel klein deel van de warmte die het buitenste laagje van het verenpak verzamelt maar bij de huid van de pinguïn terecht komt. Maar goed: alle beetjes helpen.

    Bovendien voorkomt het natuurlijk wel dat de pinguïn heel veel lichaamswarmte verliest.

    Bronmateriaal:
    Emperor penguin body surfaces cool below air temperature” – Royalsocietypublishing.org
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door NSF / Josh Landis.

     

    Keizerspinguïns op Antarctica lijken zich aan hogere temperaturen aan te passen

     09 januari 2014 40

    keizerspinguin

    Satellietbeelden suggereren dat keizerspinguïns zich aan het veranderende klimaat aanpassen. Ze verlaten hun traditionele broedplaats – zee-ijs – wanneer deze later dan normaal ontstaat en broeden dan op de veel dikkere ijsplaten.

    Keizerspinguïns broeden normaal gesproken op zee-ijs. Een ideale plek. Ze zijn dan namelijk altijd dicht bij het water: hun bron van voedsel. Satellietbeelden laten zien dat pinguïns in de jaren 2008, 2009 en 2010 ook inderdaad op dat zee-ijs broedden. Maar in 2011 en 2012 verplaatsten ze zich naar een nabijgelegen ijsplaat, omdat het zee-ijs zich in die jaren pas een maand nadat het broedseizoen begon, vormde.

    ZEE-IJS VERSUS IJSPLAAT

    Zee-ijs bestaat uit bevroren zout water. IJsplaten bestaan uit glaciaal ijs dat van het land afkomstig is en in zee is beland.

    Dat de pinguïns het zee-ijs schijnbaar moeiteloos inruilen voor een ijsplaat is ronduit opmerkelijk. Het valt namelijk nog niet mee om op zo’n ijsplaat te klimmen: de randen kunnen wel dertig meter hoog zijn.

    “Hoewel de pinguïns uitstekende zwemmers zijn, worden ze op het land vaak als klunzig gezien,” merkt onderzoeker Peter Fretwell op. Desalniettemin gaat de klim ze blijkbaar goed af.

    Eerder stelden onderzoekers nog vast dat het er niet best uitzag voor de keizerspinguïn, omdat deze zo afhankelijk is van zee-ijs. Maar dit onderzoek suggereert dat de pinguïns in staat zijn om zich aan te passen.

    “Deze nieuwe resultaten kunnen ons helpen begrijpen wat de toekomst voor deze dieren in het verschiet heeft,” stelt onderzoeker Barbara Wienecke. Tegelijkertijd waarschuwt ze dat we er niet automatisch vanuit moeten gaan dat alle pinguïnkoloniën zich op deze manier aanpassen.

    “Dat deze vier koloniën in staat zijn om zich te verplaatsen naar een andere omgeving – van zee-ijs naar ijsplaat – om met lokale omstandigheden om te kunnen gaan, hadden we totaal niet verwacht. We moeten nog ontdekken of ook andere soorten zich aan de veranderende omstandigheden aanpassen.”

    Bronmateriaal:
    Antarctic emperor penguins may be adapting to warmer temperatures” – Antarctica.ac.uk
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door lin padgham (cc via Flickr.com).

    http://dier-en-natuur.infonu.nl/vogels/2568-pinguin-niet-vliegende-vogel.html

    —>  Uiteraard moeten Pinguins  zich aan het klimaat aanpassen omdat hun leefomgeving verandert. De klimaat verandering is bepalend voor hun leefomgeving en die klimaatverandering is overal anders. Maar de gemiddelden, die vaak gegeven worden, zeggen weinig over locale situaties.

    Het feit dat de mensen het broeikas effect versterken en  dat  het klimaat opwarmt is een  vastgesteld  fenomeen

    “Anthropogenic global warming wordt veroorzaakt door het verhoogd broeikaseffect door menselijk handelen. Daar bestaat naar het schijnt 96% consensus over .  Die overige 4% zijn klimaatnegationisten die betaald worden door de ontkenningsindustrie.

    De modellen zijn steeds accurater en duiden inderdaad op de factor van broeikasgassen  Antropogene invloeden zijn er meerdere dan alleen co2. Massale onbossingen zijn bvb ook een antropogene invloed, menselijke verwoestijning ook.

    ° —-> De aangroei van zeeijs is later begonnen( maar voor dat onderzoek jaar sterker in aangroei.)
    Doordat deze dus later begon heeft de penguin zijn broedplaats verlegt, ondanks dat het zeeijs op andere pkaatsen een maximum heeft bereikt wil dat niet zeggen dat dat homogeen verspreid is over de gehele kustlijn, ook weer misvattingen die voortkomen door overmatig te focussen op gemiddelden.

    Men weet dat er in het verleden variaties waren en dus eeuwen waarop er een pak minder en een pak meer zeeijs geweest moet zijn. Maar dan ….  mag je niet zomaar aannemen dat die punguins  toen ook al dan niet verhuisden   aangezien je geen tijdmachine hebt  om ze dat gedaan te zien hebben.

    Nu hebben we dat dus wel geobserveerd bij vier koloniën wier broedplaats nog niet  gereed was toen men deze ging opzoeken. Zelf in het artikel vermeld men dat dit niet bij alle koloniën dus gebeurd moet zijn.

    —>Het betwijfelbaar  of je dit een evolutionaire aanpassing kunt noemen. Er komen immers(nog) , geen fysieke veranderingen aan te pas.

    –> Ik zou het ook geen evolutionaire aanpassing noemen. Ik denk niet dat er een genetische basis is voor deze verandering in gedrag.   De verandering in  gedrag is  hier waarschijnlijk niet genetisch—->  wat ik bedoel is  dat er geen mutatie heeft plaatsgevonden waardoor de pinguins zich plots anders gingen gedragen.

    °De Pinguins   zoeken nu broedplaatsen op die overeenkomen met hun natuurlijke habitat. Dat doen ijsberen ook die zich steeds noordelijker ophouden.

    Als die pinguïns noodgedwongen op steeds-   hoger gelegen gebieden moeten kruipen dan past de soort zich na x aantal generaties aan.   Maar  als   het ijs drastisch snel verdwijnt zullen ze waarschijnlijk  deze snelle verandering niet aan kunnen   en  toch   gaan  echt uitsterven? 

    Als het ijs echter verdwenen is, is het echter ook met de ijsberen en de pinguïns gedaan.                                     

    Overigens valt deze  wedren  en  habitataanpassing bij meerdere soorten waar te nemen.

    http://phys.org/news/2014-01-climate-animals.html

     

    LINKS 

    http://penguinology.blogspot.be/2009_06_01_archive.html

     

    °

    Keizerspinguïn wil best zo af en toe wel verhuizen

     

    Welke invloed heeft klimaatverandering op de keizerspinguïn? Onderzoekers zien het iets zonniger in nu blijkt dat keizerspinguïns minder honkvast zijn dan gedacht en best wel willen verhuizen als dat moet.

    Onderzoekers dachten lang altijd dat keizerspinguïns elk jaar naar exact dezelfde plek togen om te broeden. Maar een nieuw onderzoek laat zien dat dat niet klopt. Onderzoekers ontdekten dat verschillende pinguïns niet naar hun vertrouwde broedplek trokken. Blijkbaar zijn de pinguïns veel sterker dan men dacht bereid om te verhuizen.

    Nieuwe kolonie
    De onderzoekers onderschrijven die conclusie met de recente ontdekking van een geheel nieuwe pinguïnkolonie op het Antarctisch Schiereiland. “Als we aannemen dat deze vogels elk jaar naar dezelfde locaties trekken, dan zouden nieuwe koloniën die we op satellietbeelden zien, nergens op slaan. Deze vogels verschijnen niet vanuit het niets: ze moeten ergens ander vandaan zijn gekomen. Dit suggereert dat keizerspinguïns zich tussen koloniën verplaatsen.”

    March of the Penguins
    “Het betekent ook dat we de manier waarop we veranderingen binnen populaties interpreteren, opnieuw onder de loep moeten nemen.” Een mooi voorbeeld daarvan is een pinguïnkolonie die onderzoekers al meer dan zestig jaar bestuderen en die een hoofdrol speelt in de bekende film ‘March of the Penguins‘. Aan het eind van de jaren zeventig nam het aantal pinguïns in deze kolonie in vijf jaar tijd met de helft af. Men dacht dat de hogere temperaturen – de Zuidelijke Oceaan warmde in diezelfde tijd op – daarvoor verantwoordelijk waren: meer pinguïns dan normaal zouden het loodje hebben gelegd. De onderzoekers gingen er namelijk vanuit dat deze kolonie heel geïsoleerd lag en dat de pinguïns nergens anders naartoe konden gaan. Maar satellietbeelden tonen aan dat nabij deze kolonie verscheidene andere koloniën te vinden zijn. “Het is mogelijk dat de vogels de kolonie verlaten hebben en naar een andere kolonie zijn gegaan.”

    De ontdekking dat keizerspinguïns niet zo honkvast zijn als gedacht, is hoopgevend. Wellicht zijn de vogels dus flexibeler en kunnen ze ook beter omgaan met (door klimaatverandering ingegeven) veranderingen in hun leefgebied.

     

     

    Twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op Antarctica

    Bronmateriaal:
    New research using satellite images reveals that emperor penguins are more willing to relocate than previously thought” – UMN.edu
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door lin padgham (via Wikimedia Commons).

    °

    Adélie Pinguin

     

     

    °

    WIST U DAT…

    … in de prehistorie pinguïns van wel 1,27 meter hoog leefden?

    * weggestopte studie naar ‘perverse adeliede  pinguïns hier                                                            … een lange relatie niet is weggelegd voor homoseksuele pinguïns?

    … pinguïns regelmatig de ‘wave’ doen?
    … winnende dwergpinguïns een triomftocht maken?

    ORKANEN

    °

         GEOLOGIE  

    °

    Kernwoorden

    , , , , , , , , , , ,

    2008

    Minder orkanen in Atlantische Oceaan

    Nieuws zondag 18 mei 2008

    De wereldwijde opwarming zorgt voor het opwarmen van oceaanwater. Juist water boven de 27°C zorgt voor het ontstaan van orkanen. Hoe warmer, des te meer orkanen denken velen dan ook. Ton Knutson en collega’s van het NOAA schrijven in Nature Geoscience echter dat het aantal orkanen in de Noord-Atlantische oceaan gedurende de 21e eeuw zal afnemen.

    door

    Begin mei raasde de dodelijke cycloon Nargis over Myanmar, en dat terwijl cyclonen (of orkanen) daar niet geregeld voorkomen. In het noordwestelijke deel van de Atlantische oceaan komen ze meer voor. De orkaanactiviteit is hier toegenomen sinds 1980, mogelijk door het opwarmende klimaat. Tom Knutson en collega’s van het Amerikaanse NOAA (National Oceanic and Atmospheric Administration) laten in Nature Geoscience zien dat de orkaanactiviteit juist af zal nemen in de 21e eeuw.

    Katrina

    Wellicht de bekendste orkaan is de Katrina, die eind augustus 2005 over New Orleans trok, de omgeving verwoeste en alles onder water zette. De orkaan was van de zwaarste categorie (categorie 5) en is de duurste orkaan ooit. Wat staat er te gebeuren als dit soort orkanen steeds meer voorkomen, zoals de verwachting is?

    Katrina op 27 augustus 2005, net voordat de orkaan New Orleans bereikte. Bron: NASA.

    Orkanen en convectie

    Door het opwarmende klimaat wordt het oppervlaktewater in de oceaan steeds warmer, waardoor er meer water verdampt. Deze warme, vochtige lucht stijgt op en is in combinatie met een lagedrukgebied de directe oorzaak van het ontstaan van orkanen. Na het stijgen condenseert de vochtige lucht en het gaat regenen, waardoor er energie vrijkomt. Deze energie zorgt voor het stijgen van lucht en het verder dalen van de luchtdruk, gevolgd door het aantrekken van lucht uit omliggende gebieden. Deze lucht stijgt weer op, condenseert en verlaagt de luchtdruk. En zo treedt een zichzelf versterkend effect op: convectie.

    Deze convectie zal afnemen zodra de bron, het warme oceaanwater, er niet meer is en de orkaan boven land komt. De orkaan neemt in kracht af en zal uiteindelijk ophouden te bestaan. De convectie zal echter toenemen als méér water of als water sneller boven de 27°C komt, de oceaanwatertemperatuur waarbij orkanen ontstaan. Simpele conclusie: hoe warmer het water, hoe meer orkanen?

    De verspreiding van orkanen van 1985-2005. Blauwe en groene lijnen geven respectievelijk tropische depressies en tropische stormen aan. Van lichtgeel naar rood wordt een toenemende schaal van orkaanintensiteit weergegeven.

    De 21e eeuw

    Wetenschappers van het NOAA zijn er achter gekomen dat het niet zo eenvoudig ligt. Zij hebben een klimaatmodel gemaakt van het Noord-Atlantische gebied en simuleren daarmee de orkaanseizoenen van 1980-2006. Deze seizoenen lopen van augustus tot en met oktober. Na samenvoeging met andere modellen konden ze het aantal orkanen tot in de tweede helft van de 21e eeuw voorspellen.

    Vooral de Noord-Amerikanen zullen een gat in de lucht springen, want de resultaten tonen aan dat het aantal orkanen zal afnemen (-18%). Dit geld ook voor tropische stormen (-27%), nog net geen orkaan. De Noord-Amerikanen krijgen er echter wel een grote bak met extra regen voor terug. Voor Europeanen is het nieuws dat het gebied waar orkanen nu voorkomen niet zal uitbreiden, en dus lijkt Europa buiten schot te blijven.

    Rijden over de snelweg was geen probleem na Katrina (New Orleans, 2005). Bron: US Navy.

    Kritiek

    Dit is goed nieuws als de modelberekeningen kloppen. Het gebruikte klimaatmodel heeft echter moeite de zware orkanen te simuleren. Voor het voorspellen van toekomstige orkanenfrequenties zijn de atmosfeer (met broeikasgassen) en de temperatuur van het oppervlakteoceaanwater veranderd. Dit is gedaan op basis van andere modellen die het verloop ervan in de 21e eeuw hebben voorspeld. Mogelijke veranderingen in ozon en stofdeeltjes werden niet meegenomen in het model. De resultaten van de NOAA-onderzoekers geven echter aan dat circulatie en de hoeveelheid vocht mogelijk belangrijker is dan de temperatuur van het oppervlakteoceaanwater. Als klapper op de vuurpijl laat een andere modelsimulatie zien dat het aantal orkanen juist met 7% toeneemt en het aantal grote orkanen zelfs met 70%!

    Wat is nu waarheid? Ieder model is weer anders en modellen zijn zeer gevoelig voor kleine veranderingen, net als het klimaat. Te prijzen valt dat de onderzoekers zelf ook kritisch zijn naar hun resultaten. Het beste is dan ook maar om de bekende zin van wetenschappers uit te spreken: ‘er is meer onderzoek nodig’…

    Grenada kampte ook met de gevolgen van de orkaan Ivan in 2004. Bron: USAID

    Referentie:

    Knutson et al., 2008. Simulated reduction in Atlantic hurricane frequency under twenty-first-century warming conditions. Nature Geoscience

    Zie ook:

     

    Nieuws vrijdag 28 november 2008 

    Zwaar orkaanseizoen ten einde

    Het orkaanseizoen van 2008 is bijna ten einde. Ike zorgde voor een bovengemiddeld sterk orkaanseizoen. Vooral Haiti en Cuba werden zwaar getroffen.

    door

    Het orkaanseizoen van 2008 was een actief orkaanseizoen en voor bijna duizend mensen zelfs dodelijk. De totaalschade liep op tot bijna 54 miljard dollar, de op één na duurste ooit. Vooral Ike richtte enorme schade aan. Alleen 2005 was duurder met 141 miljard dollar. De totale orkaanenergie was bovengemiddeld door Ike.

    Een orkaanseizoen loopt van 1 juni tot en met 30 november. Vijf orkanen groeiden in 2008 uit tot orkaancategorie 3 (maximaal 5). Vooral Ike (maximaal categorie 4) liet een spoor van vernieling achter. Het is op het lijstje van de meest vernietigende orkaan nummer drie en de schade liep op tot 31,5 miljard dollar. Orkaan Bertha vestigde een record door 17 dagen achtereen actief te blijven, een unicum voor de maand juli. De totale orkaanenergie bedroeg 141 op de ACE schaal (=104 knopen2), tegenover 248 in 2005. Het gemiddelde van 1950-2005 ligt net iets boven de 100. Ike maakte dit jaar het verschil met een waarde van ruim 38.

    De orkaan Gustav komt uit zuidoostelijke richting en raast hier over Cuba. Bron: NASA

    KNMI nieuws

    Het KNMI meldde op 28 november dat het seizoen tal van records heeft opgeleverd. ‘Liefst zes opeenvolgende orkanen, Dolly, Edouard, Fay, Gustav, Hanna en Ike, bereikten het vasteland van de Verenigde Staten’. Edouard en Fay zijn echter géén orkanen maar tropische stormen die nooit de orkaanstatus hebben bereikt. De Amerikanen melden echter dat het een gewoon orkaanseizoen is geweest met alleen Ike als uitschieter. Records zijn er echter wel gebroken, zoals er elk seizoen records zijn.

    Cuba en Haïti

    Cuba kreeg drie zware orkanen te verwerken (Gustav, Ike en Paloma), een record. Midden september trok Ike ( slechts categorie 4) over het eiland en vernielde een groot deel van het eiland en de hoofdstad. Diezelfde maand deed de orkaan Gustav de windmeters van het Cubaanse Meteorologische Instituut de windmeters uitslaan tot recordsnelheden van 340 km/uur.

    Haïti werd getroffen door één tropische storm (Fay) en maar liefst drie orkanen (Gustav, Hanna en Ike). Meer dan 100.000 huizen werden verwoest of beschadigd door de storm zelf of door overstromingen die ontstonden vanwege de ontbossing van het eiland. Het officiële dodental liep tegen de 800.

    Houston liep op 13 september grote schade op toen Ike over de stad raasde. De ruiten van deze wolkenkrabber in de binnenstad waren begin oktober nog niet allemaal gerepareerd. Bron: Adiël Klompmaker

    Stijging?

    Sinds midden jaren 90 is het gemiddelde aantal tropische stormen flink toegenomen ten opzichte van de jaren 70 en 80. Op dit moment is een aantal van 10-15 per jaar normaal. Als wordt gekeken naar het aantal orkanen lijkt er geen relatie te zijn. De laatste jaren lijkt het aantal toe te nemen, maar van 1950-1970 was het aantal ook al ongeveer zo hoog.

    Het aantal tropische stormen in blauw en de sterke orkanen in rood. De lijnen geven het 10-jarig gemiddelde. Een tropische storm wordt pas een orkaan genoemd als windsnelheden vanaf 119 km/u worden bereikt (categorie 1). De zwaarste orkanen (categorie 5) behalen windsnelheden vanaf 250 km/u. Het KNMI noemt een orkaan overigens ‘hurricane’ (de Engelse vertaling). Bron: KNMI

    Klimaat

    Het KNMI meldt dat een relatie van het grotere aantal stormen met de opwarming van de aarde is tot nu toe niet gevonden. Het hangt hier helemaal af van de definitie van een storm: een normale storm, een tropische of een orkaan. Voor orkanen lijkt er wel een verband met het klimaat te worden gevonden. Afgelopen september bleek dat de zwaarste orkanen in kracht toenemen, en vooral in het Atlantische gebied. Dat deden de onderzoekers door te redeneren van 1980. Wordt echter op langere tijdsschaal gekeken dan blijkt er geen verband. Ongetwijfeld zal hierover veel onderzoek worden gepubliceerd in 2009.

    Orkanen: meer of minder? Volgens gegevens van de Atlantische Oceaan blijkt dat er geen duidelijke trend is vanaf 1950. Bron: Creative Commons

    De tropische stormen en orkaan in 2008 waren achtereenvolgens Arthur, Bertha, Cristobal, Dolly, Edouard, Fay, Gustav, Hanna, Ike, Josephine, Kyle, Laura, Marco, Nana, Omar en Paloma.

    Zie ook:

    2009 Minder actief orkaanseizoen verwacht

    vrijdag 20 maart 2009

    Voor de eerste helft van het orkaanseizoen dat start in juni worden minder orkanen verwacht. Dit geldt voor het Atlantische gebied. Basis hiervoor is het koude water voor de westkust van Afrika en La Niña.

    door

    De eerste verwachtingen voor het Atlantisch orkaanseizoen zien er gunstig uit. In de Atlantische Oceaan en de Caribische Zee worden dit jaar minder orkanen verwacht dan de afgelopen jaren. Ook in de westelijke Stille Oceaan, dus voor de westkust van Mexico en de VS, worden dit jaar minder orkanen verwacht.

    Het Atlantisch orkaanseizoen duurt van juni tot december. De verwachting van de orkaanactiviteit is afkomstig van het Europees Weercentrum ECMWF, waarin het KNMI participeert, en geldt voor de eerste helft van het orkaanseizoen.

    De orkaan Ike veroorzaakte ongeveer 20 miljoen euro schade, waarvan het grootste deel in de VS. Bron: NASA

    Koeler water

    De belangrijkste factor voor het geringere aantal tropische stormen is de relatief lage temperatuur van het zeewater voor de westkust van Afrika. De verwachting is dat dit zeker tot de zomer voortduurt. De zee bij de Afrikaanse westkust is het brongebied voor de meeste tropische stormen, die daarna de oceaan oversteken naar de Antillen en Noord-Amerika. Aangezien een tropische storm zijn energie ontleent aan warm water, ontstaan er door dit koele water dit jaar waarschijnlijk minder orkanen.

    La Niña verdwijnt

    Een tweede factor is La Niña. Dit is een afkoeling van het zeewater langs de evenaar in de Stille Oceaan. La Niña bevordert juist de vorming van orkanen. Echter, de huidige La Niña zal waarschijnlijk tegen de zomer afgelopen zijn. Mogelijk slaat La Niña zelfs om in het tegengestelde, El Niño, wat het aantal orkanen nog iets meer kan onderdrukken in de Atlantische Oceaan.

    Dat betekent niet dat er helemaal geen orkanen zullen langskomen in het Atlantische gebied. Normaal telt een seizoen tegenwoordig zo’n twaalf tot zestien tropische stormen waarvan er vijf tot tien uitgroeien tot een orkaan. Bovendien zeggen de prognoses niets over de schade die ze kunnen aanrichten. Op deze termijn is niet aan te geven hoeveel orkanen het land bereiken en hoe zwaar ze worden.

    Verleden

    Vorig jaar was bijzonder. In totaal ontstonden er acht orkanen, waarvan er liefst zes het vasteland van de Verenigde Staten bereikten, terwijl er vijf uitgroeiden tot een zware orkaan. Recordjaar is 2005 toen het Atlantisch gebied veertien orkanen zag passeren.

    Zie ook:

    2013

    Meer Sandy’s en Katrina’s

    Door opwarming van de aarde

    • Door: Menno Sedee
    Categories:
    Aarde & Klimaat

    Zoom

    Onduidelijkheid en onzekerheid heerste over de invloed van de opwarming van de aarde op het ontstaan van hevige stormen. Amerikaanse onderzoekers hebben nu slecht nieuws voor hun landgenoten.

    De Verenigde Staten maken regelmatig catastrofale stormen mee. Naast het maken van honderden slachtoffers, brengen ze de getroffen gebieden tientallen miljarden aan schade toe. Velen herinneren zich orkaan Sandy van 2012 nog wel: meer dan 250 doden en een geraamde vijftig miljard dollar schade. Of Katrina, die maar liefst 1850 mensen meesleurde in haar val en een slordige honderd miljard dollar heeft gekost. Maar ook minder bekende stormen richten veel ellende aan. Het land werd vorig jaar getroffen door maar liefst zeven stormen die ieder meer dan een miljard dollar aan economisch verlies veroorzaakten.

    Onzekerheid

    Helaas heerst er nog grote onzekerheid over de invloed van de opwarming van de aarde op het ontstaan van zware stormen, met windsnelheden boven de 90 kilometer per uur, en orkanen, met windsnelheden boven de 120 kilometer per uur. Bruikbare klimaatmodellen waren tot nog toe niet voldoende voorhanden. Dat komt onder andere door het ontbreken van een betrouwbaar datarapport over de invloed van klimaatverandering in het verleden op zware onweersbuien – en met name tornado’s – waarmee systematisch de klimaatverandering en weerpatronen kunnen worden geanalyseerd. Daarnaast zijn er uiteenlopende meningen en theorieën over welke natuuromstandigheden essentieel zijn bij het ontstaan van extreem onweer.

    Wetenschappers van de Universiteit van Stanford, onder leiding van Noah Diffenbaugh, hebben nu meerdere modellen bij elkaar gelegd om uitspraak te kunnen doen over de invloed van de opwarming van de aarde op het ontstaan van stormen en orkanen. Ze gebruikten hiervoor de database van het omvangrijke Coupled Model intercomparison Project (CMIP). Dit klimaatproject verzamelt en organiseert sinds 1995 een groot deel van de klimaatmodellen. Veel van deze modellen spreken elkaar ogenschijnlijk tegen of laten zich moeilijk vergelijken of combineren. Het onderzoeksteam van Diffenbaugh heeft de uitkomsten van verschillende modellen geanalyseerd en verontrustende conclusies getrokken.

    Energie en wind

    Zoom
    Convectie in zijn uiterlijke vorm.

    Het wordt algemeen aangenomen dat er in ieder geval twee omgevingsfactoren belangrijk zijn voor stormvorming. De eerste is de aanwezigheid van “convective available potential energy”, oftewel CAPE. Deze energie ontstaat wanneer de lucht in de onderste atmosfeerlaag wordt opgewarmd. Warme lucht stijgt op en neemt vocht met zich mee, welke zich in de hogere regionen verzamelt. De stijging van lucht wordt convectie genoemd. De tweede factor is de aanwezigheid van zogenaamde windscheringen. Dat zijn plotselinge veranderingen in de windsnelheid en/of –richting die het verzamelde vocht organiseren tot een potentiële storm.

    Dat de CAPE de laatste decennia steeg door de opwarming van de aarde, en dat dat een stimulerende invloed heeft op het ontstaan van stormen en orkanen, daarover was iedereen het eens. Onderzoekers wezen ook op de daling van het aantal windscheringen. Wat is dan de netto invloed op het ontstaan van stormen?

    Het team van Diffenbaugh heeft met behulp van CMIP gevonden dat de daling van windscheringen vooral voorkomt op dagen van een laag CAPE-gehalte. Het dalende aantal windscheringen betekent dus niet dat automatisch het aantal stormdagen verkleint. Amerikanen kunnen de komende eeuw meer stormen verwachten, vooral in de lente. Volgens de voorspelling stijgt het aantal stormdagen per lente met tweeënhalf gedurende deze eeuw. Dat lijkt niet veel, maar als je beseft dat stormen niet zo vaak voorkomen in het huidige klimaat is het relatief een grote stijging, namelijk veertig procent.

    Slecht nieuws

    In een artikel dat een half jaar geleden in PNAS werd gepubliceerd, schatten onderzoekers al dat het aantal zware orkanen (de Katrina’s) dat de kust van de VS bereiken met twee tot zeven per jaar zal stijgen, als de temperatuurstijging gedurende de 21e eeuw één graad zal zijn. Het nieuwste IPCC-rapport, waarin zo’n 9.000 wetenschappelijke studies zijn verwerkt, verwacht dat het moeilijk of misschien wel onmogelijk zal zijn de temperatuurstijging onder de twee graden te houden, ook al is de stijging tot nu toe minder sterk dan ze hadden voorspeld in 1998.

    De problemen zullen zich niet tot de west-Atlantische kust beperken. Het klimaatmodel EC-EARTH, dat is ontwikkeld door het KNMI, brengt slecht nieuws. De temperatuur waarbij extreem onweer ontstaat is 27 graden Celsius. Dat zal steeds vaker voorkomen en dichterbij huis. Orkanen hebben dus minder tijd om af te zwakken voordat ze in Europa arriveren. Vooral de Noordzee en de Golf van Biskaje krijgen het zwaar te verduren.

    Meer begrip over het ontstaan van zware stormen of orkanen kan het waarschuwingssysteem verbeteren, waardoor schade kan worden beperkt. De combinatie van meer stormen met een zeespiegelstijging vraagt ook meer aandacht voor geavanceerder watermanagement.

    Zowel een gunstig als een ongunstig scenario van het broeikaseffect betekent een stijging van het aantal stormen en orkanen. De Amerikanen krijgen het sowieso moeilijker. Harde bewijzen dat temperatuurstijging rechtstreeks de frequentie en intensiteit van orkanen beïnvloedt stapelen zich op. Vervelend, maar het is misschien beter dan onzekerheid.

    TAIFOEN   Haiyan 

    TAIFOEN   Haiyan    november 2013 

    Superstorm Haiyan of Yolanda, zoals de storm in de Filipijnen genoemd werd ….kwam met  windsnelheden van ruim 300 kilometer per uur aan land.

    Waar kwam deze tyfoon vandaan?
    De tyfoon Haiyan ontstond in de Stille oceaan, 10 tot 30 graden boven of onder de evenaar.

    In die gebieden beginnen met grote regelmaat tyfonen, ook wel orkanen of cyclonen genoemd. Het water heeft daar de hele zomer kunnen opwarmen tot een temperatuur van rond de 30 graden. Daardoor begint het water te verdampen. Die waterdamp kan in een rustige atmosfeer regenwolken vormen. Doordat de buien gaan samenwerken beginnen ze om elkaar heen te draaien, wat een lagedrukgebied oplevert dat een tropische depressie heet.

    Deze depressies kunnen zich ontwikkelen tot tropische stormen en in het ergste geval tot cyclonen. Doordat de warme waterdamp condenseert in de wolken, krijgen deze een enorme hoeveelheid extra warmte mee, die ze hun kracht geeft. Hoe warmer het water, hoe sterker de orkaan.

    Hoe zwaar was deze storm?
    Volgens de Amerikaanse meteoroloog Jeff Masters is Haiyan de zwaarste tyfoon die ooit land bereikte. Of dat klopt, zal in de toekomst pas duidelijk worden. “Dat gebeurt aan de hand van de opgelopen schade en alle informatie die vergaard is vlak voordat de tyfoon aan land ging”, zegt ‘, zegt de Nederlandse weerkundige Reinout van den Born.

    Het is overigens onwaarschijnlijk dat Haiyan de krachtigste orkaan ooit is.

    In 1996 trok de cycloon Olivia over de Stille Oceaan. Die houdt het record voor de hoogste windsnelheden ooit gemeten: 408 kilometer per uur, maar Olivia kwam pas aan land toen de orkaan al veel aan snelheid verloren had. Haiyan lijkt aan land te zijn gegaan met windsnelheden van meer dan 300 kilometer per uur.

    Waarom is er zoveel schade?
    Een storm die met windsnelheden van ruim 300 kilometer per uur aan land komt is hoe dan ook catostrofaal. Een tyfoon als Haiyan heeft een diameter van honderden kilometers.

    Een tyfoon is het gevaarlijkst op het moment dat hij aan land gaat. Dan gaat alles tegelijk mis: de storm veroorzaakt een vloedgolf van drie tot vier meter, die met grote snelheid over het land spoelt.

    Als de plek waar de storm aan land komt net boven zeeniveau ligt, zoals in de Filipijnen het geval is, spoelt deze vloedgolf honderden meters landinwaarts. Iets dergelijks gebeurde ook in New Orleans, tijdens de orkaan Katrina.

    Obstakels die de wind op zijn pad vindt zorgen ervoor dat de storm aan de onderkant wordt afgeremd, waardoor de orkaan chaotisch gaat bewegen. Zo ontstaan rukwinden, die nog meer schade aanrichten dan de harde wind alleen.

    Ten slotte bevat een tyfoon een enorm hoeveelheid water. De regen die met de turbulente wind wordt meegeslingerd zorgt voor nog meer schade.

    Worden de Filipijnen vaker getroffen dan andere gebieden?
    Een groot gebied rond de Stille Oceaan – Filipijnen, Vietnam, Japan en Micronesië – wordt vaak getroffen door noodweer. “Veel vaker dan gebieden aan de Atlantische Oceaan, zoals de VS en Haïti, hoewel daar wel meer media-aandacht voor is”, zegt Van den Born. Bovendien zijn de stormen in Azië doorgaans zwaarder.

    Dat komt door een gebrek aan golfstromen, die het vele oceaanwater de aarde rondsturen. Omdat zo’n golfstroom in delen van de Stille Oceaan ontbreekt, kan het water lange tijd stilliggen en opwarmen. Hoewel de watertemperatuur in de Golf van Mexico ook kan oplopen, wordt het water daar regelmatig afgevoerd naar koudere gebieden, waardoor de kans op een orkaan kleiner is dan in Azië. De Filipijnen hebben het extra zwaar, omdat ze vlak bij de kraamkamer van cyclonen liggen; een tyfoon hoeft hier maar een korte afstand af te leggen om de eilandengroep te bereiken.

    Had de schade van Haiyan beperkt kunnen worden?
    Waarschijnlijk niet. De Filipijnen hebben veel ervaring met stormen en zijn daardoor ook relatief goed voorbereid op noodweer. Maar een uitzonderlijk catastrofale tyfoon als Haiyan richt zo veel schade aan in zo’n enorm gebied, daar valt niet tegenop te boksen, denkt Van den Born. “Er wonen miljoenen mensen in het gebied waar de orkaan overheen trok. Die allemaal evacueren is niet te doen. Zelfs als we een tijd van te voren al wisten wat er zou gebeuren, zou het onmogelijk zijn om iedereen op tijd naar een andere plek te krijgen. Waar moeten ze heen?”

    supertyphoon Haiyan

    dodelijke stormen

    superorkaan   taifoen Haiyan

    Tyfoon Haiyan door klimaatverandering?

    Zoom
    © Wikimedia Commons
    Deze kaart laat de orkanen zien die voorkwamen tussen 1985 en 2005. De Filipijnen worden elk jaar hard getroffen. Was de tyfoon Haiyan dus een ‘normaal’ verschijnsel, of speelt klimaatverandering toch een rol?

     Als de aarde opwarmt, warmt ook de bovenste laag van de oceaan op. Aangezien stormen hun energie uit warm water (boven de 27e graden) verkrijgen, zal de opwarming van de aarde het ontstaan van dit soort desastreuze weersomstandigheden in de hand moeten werken.

    Logisch toch? Maar zo simpel is het niet. Het is ook bekend dat door opwarming meer windscheringen voorkomen. Windscheringen zijn winden die verschillende richtingen op waaien. Deze winden rukken orkanen juist uiteen.

    Nature beantwoordt meerdere vragen naar aanleiding van de tyfoon Haiyan, waaronder: wat is het verschil tussen tyfoon, cycloon en orkaan?

    °

    ‘Orkanen zullen meer schade aanrichten door opwarming van de aarde’

    14/11/2013

    Orkanen zoals die op de Filipijnen zullen vaker voorkomen door de opwarming van de aarde. De superstormen zullen ook meer schade aanrichten.

    MENSELIJKE  ELLENDE 

    'Orkanen zullen meer schade aanrichten door opwarming van de aarde'
    © Reuters

    • Inwoners van Tacloban staan tot hun knieën in het stinkende water, waarin lijken, menselijke uitwerpselen en allerlei afval drijven.

    Overlevenden van taifoen Haiyan tussen het puin in Tacloban, 10 november 2013.

    Veel metereologen  verwachten  in de toekomst meer orkanen van het kaliber van Haiyan.En door de stijging van het zeepeil zullen die ook steeds meer schade kunnen aanrichten.

    De supertyfoon Haiyan, die op de Filipijnen mogelijk meer dan 10.000 mensenlevens eiste, is een van de zwaarste stormen die de weerdiensten ooit op Aarde gemeten hebben.

    °

    De grote vraag  is ditmaal  of de klimaatverandering mee verantwoordelijk is voor de storm en zijn verwoestende kracht

    °

    Een gevolg van de opwarming van het klimaat?

    —> De Filipijnse onderhandelaar op de klimaattop in Warschau Yeb Sano wond er alvast geen doekjes om:                                              Wat mijn land doormaakt als gevolg van deze extreme klimaatgebeurtenis is te gek voor woorden. Maar we kunnen er hier in Warschau een eind aan maken, zei hij.

    Tijdens de 19e VN-klimaattop zei Yeb Sano  nog dat de Filipijnen weigeren te accepteren dat dit soort monsterstormen dood en verderf zaaien, zonder dat wordt gewerkt aan oplossingen. “Mijn land weigert te accepteren dat een 30e of 40e klimaatconferentie nodig moet zijn om het probleem van klimaatverandering op te lossen.”

    Alle terechte wetenschappelijke twijfel ten spijt, is 2013 het derde jaar op rij dat de archipel af te rekenen krijgt met een monsterstorm en het zesde jaar op rij dat de tropische stormen het land honderden miljoenen dollars kost.    De Filipijnse Klimaatcommissaris, Naderev Madla Saño, berekende dat elk(van de 21 ste eeuwse ) taifoenseizoen de Filipijnen twee procent van zijn bruto nationaal product kost aan verwoeste oogsten en productiviteit en nog eens twee procent aan reconstructiekosten.

     —> Warm water   //

     Dat de klimaatverandering ervoor zorgt dat orkanen (of met een ander woord: tyfoons of cyclonen) talrijker en krachtiger worden, kunnen we volgens  vele  metereologen  niet met  zekerheid stellen.   (1)

    De klimaatwebsite Climate Central citeerde Brian McNoldy, een klimaatwetenschapper aan de Universiteit van Miami. Hij stelt dat er geen wetenschappelijke basis is om het extreme karakter van Haiyan toe te schrijven aan de opwarming van de aarde. ‘

     ‘Je kan niet selectief zijn in het toewijzen van de impact van klimaatopwerming’, zegt hij. ‘Deze superstorm was net zo veel het resultaat van het huidige klimaat als al de andere stormen van dit jaar die minder krachtig waren.’(2)

    Er zijn  trouwens  onvoldoende betrouwbare gegevens beschikbaar om te zeggen dat het aantal orkanen en hun intensiteit veranderd is ten opzichte van pakweg 100 jaar geleden. Daar weten we te weinig over.

    °

    _____________________________________________________________________________________

    Feeding the Monster

    …..we know what causes large-scale cyclones like hurricanes and typhoons: Heat.

    Specifically, warm water, which provides energy to the storm. The water warms the air above it, which responds by rising. Surrounding cooler air is drawn in, is warmed by the water, rises, and the cycle continues. As it grows, the rotation of the Earth sets the huge air mass spinning, and you get a hurricane (or, as they are called when they’re in the Pacific Ocean, a typhoon (Taifoen ) — the generic term is a tropical cyclone). It continues to strengthen as long as more energy is available.

    http://www.slate.com/blogs/bad_astronomy/2013/11/12/supertyphoon_haiyan_a_glimpse_of_the_future_now.html

    __________________________________________________________________________________________

    ‘Wat we dankzij de wetenschap intussen wel weten, is hoe ze tot stand komen. Orkanen hebben warm water nodig om te groeien, en het is duidelijk dat de oceanen aan het opwarmen zijn. Een logische conclusie die je dan kunt trekken is: orkanen worden groter en krachtiger.’

    ‘Anderzijds zorgt dat warme water er ook voor dat de wind boven zee verandert, en zelfs de vorming van orkanen afremt… Een complexe materie’.

    Het jongste rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), het klimaatpanel van de Verenigde Naties (VN). ‘acht het waarschijnlijk dat in een opwarmend klimaat orkanen krachtiger zullen worden, van het kaliber van Haiyan en Katrina.’

    Meer schade

    Wat metereologen wèl met zekerheid kunnen zeggen, is dat de zeespiegel stijgt.

    Uit gegevens van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) blijkt dat het voorbije decennium het zeepeil jaarlijks gemiddeld met 3,2 millimeter is gestegen. In de 20e eeuw was dat gemiddeld 1,6 millimeter. Een en ander maakt dat orkanen gevaarlijker worden voor kustbevolkingen, aldus de WMO.

    ‘De snelheid waaraan de zeespiegel stijgt, heeft enorme effecten : ‘Het betekent onder andere dat koraalriffen harder moeten groeien, maar die kunnen dat niet bijhouden als gevolg van de verzuring van de oceanen. En het zijn die koraalriffen die als een soort natuurlijke golfbreker bescherming kunnen bieden aan kwetsbare kustgebieden.’

    ‘Feit is ook dat de waterhuishouding op haar kop staat.

    Een warme atmosfeer houdt meer vocht vast, waardoor het op verschillende plaatsen in de wereld steeds vaker en heviger zal regenen. En heel wat grote steden die historisch ontstaan zijn in de buurt van een riviermonding, lopen op hun beurt het risico dat ze bij noodweer te veel water te slikken krijgen.’

    Dat alles in beschouwing genomen, maakt dat we kunnen verwachten dat noodweer zoals orkanen in de toekomst meer schade zal aanrichten’

    ° Vooral Global Warming  ? 

    De Australische Sydney Herald was alleszins  een stuk affirmatiever. Die krant citeerde Will Steffen, een onderzoeker aan de Australian National University (ANU), die verwees naar het feit dat een warmer en vochtiger klimaat –dat reeds vastgesteld is- een duidelijke invloed heeft op stormen zoals Haiyan.

    Een cycloon haalt het grootste deel van zijn energie uit de oppervlaktewaters van de oceaan. We weten dat die oppervlaktewateren zowat over de hele planeet opwarmen. In die zin heeft klimaatverandering een behoorlijk directe impact op de natuur van de storm’, zegt Steffen.

    “De opwarming van de aarde zorgt ervoor dat de temperatuur van het water van de oceanen hoger wordt. Daardoor kunnen er vaker tyfoons voorkomen zoals Haiyan, “Dat zegt meteoroloog Hans Roozen. Warm zeewater

    Voor het ontstaan van orkanen is de zeewatertemperatuur bepalend. “Ergens tussen 26,5 en 27,0 graden ligt de kritische grens’‘, legt meteoroloog Roozen uit. “Een orkaan wordt gevoed door warm zeewater. Stel dat het zeewater continu 29 graden zou zijn, dan zijn er vaker orkanen die ook meer schade zullen aanrichten.”

    Voor de Filipijnen en de regio geldt nu een orkaanseizoen van april tot en met januari. “Maar door de opwarming van de aarde, stijgt ook de temperatuur van het zeewater en als we niet oppassen is er straks het hele jaar rond kans op orkanen.” Een orkaan verliest boven land altijd snel aan kracht en wordt dan een tropische storm.

    ‘Ideale’ voorwaarden
    Overigens waren alle voorwaarden voor het ontstaan van de tyfoon Haiyan aanwezig. Zo werkten de zeewatertemperatuur en de hoge- en lagedrukgebieden mee.

    “De zogenoemde straalstroom op 9 à 10 kilometer in de hoogste atmosfeer had de windkracht nog kunnen laten afnemen, maar dat is niet gebeurd. Flauw gezegd had Haiyan de wind in de rug. Alle seinen van Moeder Natuur stonden op groen voor dit natuurgeweld.’

    REACTIES EN AANVULLINGEN

    (1)  in een wereld die opwarmt kun je meer tropische stormen en orkanen zoals Haiyan verwachten. ?

    Nu al bevat de dampkring zo’n 4 procent meer waterdamp en is de toplaag van de zee enkele tienden van graden warmer dan een jaar of vijftig geleden. Dat geeft heftiger en nattere stormen, is de gedachte.

    °

    ‘Je kunt absoluut niet zeggen dat een afzonderlijke tyfoon is toe te schrijven aan klimaatverandering’, zegt KNMI-onderzoeker Rein Haarsma. Er zijn vele tyfonen nodig om, met het juiste statistische gereedschap, eventuele trends te kunnen lospeuteren.

    Geen trend omhoog of omlaag
    In de Atlantische Oceaan zijn de voorzichtige eerste aanwijzingen dat er iets verandert wel – al zijn ze omstreden – maar in de Stille Zuidzee nog niet. Toen Japanse en Taiwanese onderzoekers een paar jaar geleden alle tyfonen die tussen 1902 en 2005 in de Filipijnen aan land waren gekomen uitzetten in een grafiek, zagen ze daarin geen enkele betekenisvolle trend omhoog of omlaag.

    Als er al iets van invloed is, dan zijn het de trage natuurlijke schommelingen van de zeewatertemperatuur, die de tyfonen nu weer wat meer naar het oosten, dan weer wat meer naar het westen sturen, aldus de wetenschappers.

    Anders wordt dat wellicht in de toekomst.

    Deskundigen gaan er ruwweg van uit dat het aantal tropische stormen in een opwarmende wereld iets afneemt, maar dat ze in kracht zullen toenemen.

    Afnemende aantallen:

    in een warmere wereld zijn ook de hogere luchtlagen warmer, en dat remt de vorming van wolkenclusters. maar er zijn ook  krachtiger stormen  boven zeeën die warmer zijn, want  eenmaal gevormde orkanen kunnen meer energie opnemen.:

      © epa.

    ‘Effecten over twintig jaar merkbaar’
    Wanneer dat merkbaar wordt, is onzeker en hangt onder meer af van hoe snel de aarde opwarmt. Haarsma denkt de effecten al over een jaar of twintig in de statistieken te kunnen waarnemen, een cycloonexpert als Gabe Vecchi van het Amerikaanse klimaatcentrum NOAA houdt het op rond het jaar 2100.

    In steen gebeiteld zijn de prognoses daarmee niet.

    Zo voorzien de studies belangrijke regionale verschillen: terwijl er volgens de computermodellen bij een voortgaande opwarming over een eeuw beduidend meer supercyclonen in de Noord-Atlantische Oceaan zullen zijn, lijkt er uitgerekend rondom de Filipijnen nauwelijks iets te veranderen.

    (2) Maar  dat belet niet, schrijft de auteur van het stuk, dat er grote wetenschappelijke consensus is over het feit dat dit soort superstormen in de toekomst veel frequenter zullen voorkomen als gevolg van de opwarming van aarde en oceanen. ‘Sommige studies hebben vastgesteld dat de uitstoot van roet in Zuid-Azië, gecombineerd met globale opwarming, de dwarskracht van de wind boven de Indische Oceaan al verminderd heeft, wat de intensiteit van de tropische stormen in dat gebied al versterkt heeft de voorbije jaren.’

    °

    PRIMATEN IN GEVAAR

    Artikels over primaten  http://eoswetenschap.eu/topics/Primaat

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.UITSTERVINGSGOLF     http://www.bloggen.be/evodisku/archief.php?ID=95

     2012

    25 meest bedreigde primaten

     15 oktober 2012 2

    De wereld telt zo’n 633 verschillende soorten primaten en zeker 54 procent daarvan wordt met uitsterven bedreigd. In een nieuw rapport presenteren onderzoekers de 25 meest bedreigde primaten waarvan we – als er niet snel iets veranderd – binnenkort voorgoed afscheid moeten nemen.

    De 25 ernstig bedreigde primaten leven in verschillende delen van de wereld. Negen ervan treffen we aan in Azië, Madagaskar telt er zes, Afrika vijf. In het Neotropisch gebied (Zuid-Amerika, Midden-Amerika, Caribisch Gebied en het zuidelijke puntje van Florida) zijn vijf bedreigde soorten primaten terug te vinden.

    De noordelijke wezelmaki. Tekening: Conservation International / Stephen Nash.

    Noordelijke wezelmaki  (Lepilemur septentrionalis)

    Eén van de primaten die we op de lijst terugvinden, is de noordelijke wezelmaki. Het dier gaat de boeken in als de meest bedreigde lemuur van dit moment. Voor zover bekend zijn er nog maar negentien noordelijke wezelmaki’s in het wild terug te vinden.

    En niet alleen met deze soort gaat het slecht: zo’n 91 procent van de 103 soorten lemuren dreigt te verdwijnen.

    Indri

    http://diertjevandedag.classy.be/zoogdieren/primaten/halfapen/indriachtigen/familie_indriachtigen.htm

     indriachtigen

    • De indri of babakoto is de grootste nog levende halfaap. Hij komt enkel voor in het noordoosten van Madagaskar. Wikipedia     Meer afbeeldingen <—

    De indriachtigen zijn een familie halfapen waarvan de indri, de wolmaki en de sifaka de belangrijkste zijn.  Deze dieren komen alleen voor op Madagaskar.  Dat is een groot eiland voor de kust van Afrika.  Het zijn dieren die hoog in de bomen leven en niet gauw op de grond komen, zelfs niet om te drinken.  In de droge bossen van het eiland leven ze van bladeren, knoppen, vruchten, noten en bloemen. 

    Hun gezicht is niet behaard en zwart van kleur.  De achterpoten zijn sterk waarmee ze van tak naar tak kunnen springen.  Op de grond huppelen ze recht vooruit met hun voorpoten uitgestoken.  Ze leven in kleine groepen dieren en kunnen veel lawaai maken als een andere groep te dichtbij komt.  De vrouwtjes zijn groter dan de mannetjes en krijgen één jong per jaar die ze eerst op hun buik, daarna op hun rug dragen. 

    Het zijn bedreigde dieren omdat vele bossen en wouden worden gekapt waar de kleine groepen in leven.  Boeren kappen de bossen om er akkers van te maken en het hout te verkopen.

      sifaka

    3 geslachten en soorten indriachtigen :

    indri’s

                                                                                        sifaka’s                   wolmaki’s
    • Perriers sifaka
    • goudkroonsifaka
    • Milne-Edwards sifaka
    • Verreaux’ sifaka
    • Coquerels kroonsifaka
    • oostelijk wolmaki
    • westelijke wolmaki

     

      • De indriachtigen behoren tot een familie van lemuren. Tot deze familie behoort de grootste nog levende halfaap, de indri, evenals de wolmaki’s en de sifaka’s. Indriachtigen komen enkel voor op het eiland Madagaskar. Wikipedia

    Op de lijst vinden we ook het dwergspookdier terug. Maar niet alleen de kleinere primaten lopen gevaar.

    °

    Op de lijst zijn ook enkele grotere exemplaren te vinden. De Oostelijke laaglandgorilla bijvoorbeeld.

    En de indri en varkensstaartlangoer.(Simias concolor)
    *

    Simakobu (Simias concolor).

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Varkensstaartlangoer

    Ontbossing
    De grootste gevaren waar deze primaten mee te maken krijgen, zijn ontbossing en de jacht op de dieren. Sommige primaten worden gevangen voor hun vlees. Anderen weer om illegaal door te worden verkocht. “Dit rapport laat zien dat ‘s werelds primaten steeds sterker bedreigd worden door menselijke activiteiten,” concludeert onderzoeker Christoph Schwitzer. “Hoewel we in deze eeuw nog geen soorten primaten verloren zijn, zitten enkelen in zeer zwaar weer.” Vooral over de lemuren maken de onderzoekers zich zorgen. Het thuisland van de lemuren – Madagaskar – doet volgens de wetenschappers te weinig om ze te beschermen.

    Ook bedreigd

    Op een lijst met 25 plaatsen passen natuurlijk maar 25 bedreigde dieren. Maar er zijn er veel meer, zo benadrukken de onderzoekers. Primaten die de top 25 net niet haalden, maar eigenlijk net zo ernstig worden bedreigd zijn onder meer de pas ontdekte Rhinopithecus strykeri – u weet wel: de aap met de bijzondere neus) en de Cross Rivergorilla.

    Cruciale rol
    Dat het zo slecht gaat met de primaten is onvergefelijk, vinden de onderzoekers. “Primaten spelen een cruciale rol in hun omgeving,” vertelt onderzoeker Russell Mittermeier. “Ze doen vaak dienst als verspreiders van zaden en helpen de diversiteit in het bos te behouden.” En die bossen en hun diversiteit zijn weer belangrijk voor ons mensen. “We moeten steeds meer erkennen dat bossen een enorme bijdrage leveren aan ons ecosysteem: ze voorzien ons van drinkwater, voedsel en medicijnen.”

    Is er in dit zwartgallige rapport dan ook nog goed nieuws aan te treffen? De echte optimist kan in het rapport inderdaad wel iets goeds terug vinden. Er zijn namelijk ook enkele primaten van de lijst – die elke twee jaar wordt opgesteld – verdwenen. De baardaap bijvoorbeeld. En ook de breedsnuithalfmaki. Maatregelen die werden getroffen om deze soorten te beschermen, hebben hun vruchten afgeworpen: hun aantal neemt toe en de dreiging neemt iets af.

    Bronmateriaal:
    Primates in peril – conservationists reveal the world’s 25 most endangered primates” – IUCN.org
    De tekeningen bovenaan dit artikel zijn gemaakt door Conservation International / Stephen Nash.

    08-08-2008

    Bedreigde mensapen

    8918180-primates-10

    Cross River Gorilla /Nigeria, Cameroon

    °

    Zeldzaamste mensaap stiekem gefilmd

    Geschreven op 09 mei 2012 om 09:44 uur door 

    Beeldmateriaal van de Cross River Gorilla is nog schaarser dan de gorilla zelf. En dus zijn deze nieuwe beelden van de soort heel bijzonder.

    Wereldwijd zijn er nog maar 250 exemplaren van terug te vinden: de Cross River Gorilla. Slechts zelden laten de dieren zich aan mensen zien en dus is ook het beeldmateriaal schaars. Zeker het beeldmateriaal dat de gorilla’s in hun eigen omgeving terwijl ze op hun gemak zijn, laat zien.

    Acht
    Maar nu kunnen we een prachtig filmpje aan dat schaarse beeldmateriaal toevoegen. Het filmpje is gemaakt door verdekt opgestelde camera’s in een beschermd gebied in Kameroen. Zodra onderzoekers de beelden terugkeken, konden ze hun geluk niet op. Op de foto zijn maar liefst acht Cross River Gorilla’s te zien die op hun gemakje door het bos wandelen.

    Slaan
    Het hoogtepunt van de video is zonder enige twijfel het moment waarop één van de gorilla’s zich op de borst begint te slaan. Wie goed oplet, ziet tussen de acht gorilla’s ook een gorilla lopen die een arm lijkt te missen. Mogelijk is hij met zijn arm een keer in een strik blijven hangen en deze vervolgens kwijtgeraakt.

    “De video is het beste beeldmateriaal dat tot op heden van de Cross River Gorilla’s is gemaakt,” stelt Christopher Jameson namens de Wildlife Conservation Society, de maker van de video. Hij benadrukt dat de gorilla’s heel schuw zijn en normaal gesproken vluchten zodra ze mensen zien. “Dit beeldmateriaal geeft ons een glimp van hoe de gorilla’s zich normaal gesproken in hun eigen omgeving gedragen.”

    Bronmateriaal:
    Video Captures Hidden World of Elusive Apes” – WCS.org
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Julielangford / http://www.limbewildlife.org (via Wikimedia Commons).

    8917570-primates-01

    Sumatra Orang oetang

    Mensapen zijn bovendien   intelligent  zoals  de Orang duidelijk aantoont  ….maar toch

    ororang1
    orfang-2

    zwem

    http://apeconservationeffort.blogspot.be/2007/10/primates-in-peril.html

    MALE-ORANG-BRISTOL

    041208-chimp-vlg-3p.widec

    Ken Bohn / AP / bonobo, pygmee chimpansee

    GIBBON
    Javaanse-gibbon
     <klik vergroting

    Javaanse Gibbon; Zilver Gibbon
    Hylobates molochjavan-gibbon

    OP APENGATEN

    Het gaat slecht met het bewaren van de primaten , met onze erfenis en het beschermen van onze naaste verwanten
    En dat is niet van vandaag bekend , maar het is nu wel vijf voor twaalf( en voor sommigen al erover )

    De teruggang van het bestand aan apen is namelijk al jaren aan de gang.
    Er sterven bovendien al wel altijd ergens planten en dieren soorten uit___om steeds weer complexere sets van interagerende redenen.

    Waaronder o.a. ook de verwoestende invloed van de steeds groeiende menselijke ecologische voetafdruk ,vervuiling ,oorlogen ,
    uitputting van natuurlijke buffers , toenemende bevolkings-expansie en uiteindelijke allemaal  tengevolge van menselijke  overbevolking ;

    (enkele voorbeelden) :
    – Het uitbreken van ziekten (waaronder enkele afkomstig of gemeenschappelijk van en met de mens )
    – In vele streken worden bepaalde apensoorten tot en met het laatste exemplaar opgegeten door nieuwe invasieve predatoren ook door de hongerige mens ( die deed het al met Noorse Reuzenalk en(waarschijnlijk) de dodo en   (dat  gebeurde ook  al  in de prehistorie  ? )maar
    ook door snobs en kapitaal krachtiger fijnproevers ( = Bushmeat restaurants ) van exotische of zeldzame delicatessen
    – Het vergiftigen en uitroeien van voedselconcurenten —-> schadelijke ” onkruid-dieren ” en/of lanbouwgewassen en plantage-vruchten dieven
    – Het verdwijnen van biotopen en de degradatie van arealen .
    – de introductie van exoten ( bijvoorbeeld de nijlbaars in de oostafrikaanse meren is de oorzaak van  cichliden achteruitgang  )
    Zo gaat dat.
    Ook voor ons komt eens de dag …
    En we vergeten maar  al te vlug dat wij tenslotte ook behoren tot de kwetsbare groep der primaten
    Niettegenstaande hun opportunistische karakter, zijn alle primaten wel degelijk afhankelijk van een welbepaald millieu waarvan de grenzen niet ongestraft kunnen worden overschreden zonder uiterst nare en enge gevolgen …

    De International Union for the Conservation of Nature (IUCN), een internationaal samenwerkingsverband dat zich ondermeer bezighoudt met het behoud van dierensoorten, luidt de noodklok.

    Op de Rode Lijst van de IUCN, die in 1963 voor het eerst werd opgestart , blijkt dat de organisatie zich het meest druk maakt om de leefgebieden van zeldzame dieren.

    Bosbranden en het kappen van tropische regenwouden beperken de leefomgeving van veel diersoorten aanzienlijk
    Uit het groot onderzoek van de Union blijkt dat de situatie voor 48 procent van de bedreigde primaten soorten uiterst nijpend is..
    Het rapport is een samenvatting van het werk van honderden wetenschappers en de eerste omvangrijke studie in meer dan vijf jaar. De cijfers hangen een somber beeld op van de toekomst van de apen overal ter wereld.
    Volgens de jongste schattingen( in 2008) wordt bijna de helft van de primatensoorten wereldwijd met uitsterven bedreigd.
    Van de 634 (bekende )  extante primatenrassen staan er immers 303 omschreven als ‘in gevaar’ of ‘met uitsterven bedreigd’ op de rode lijst van bedreigde diersoorten

    Meestal is dit het duidelijkst wat betreft  lokale soorten waarvan het leefgebied wordt vernietigd of versnipperd.
    Maar het drama voltrekt zich echter in alle regio’s waar deze dieren leven

    Andere bedreigingen voor aapachtigen zijn jagers en de mensen die apenvlees consumeren.
    Vooral dat laatste lijkt de afgelopen jaren een trend in diverse landen, zo meldt de organisatie.

    “We slaan al jaren alarm dat primaten in gevaar zijn, maar nu hebben we harde gegevens die bewijzen dat de situatie nog veel erger is dan we dachten”, zegt Russell A. Mittermeier van Conservation International (CI).
    Het verdwijnen van tropische wouden is altijd het grootste probleem geweest, maar nu blijkt ook dat de jacht in sommige, nog intacte gebieden een ernstige bedreiging vormt.”

    Nu al is volgens het WNF 70 procent van het leefgebied van de apen aangetast.
    Jaarlijks wordt er nog eens 5 procent verwoest in Azië en 2 procent in Afrika.
    Ook beschermde gebieden ontkomen daar niet aan.
    Uit een steekproef in 24 dergelijke natuurparken ter wereld blijkt dat de primatenpopulatie er met 96 procent achteruitgaat.

    “Het was heel schokkend om dat vast te stellen“, zegt Folgering.
    “Apen zijn gewoon heel kwetsbaar.”

    Maar de dramatische situatie van de apensoorten is  toch vooral een indicatie dat hele ecosystemen worden vernietigd.

    Primatoloog  Bert de Boer
    ‘Het is niet alleen een kwestie van zielige aapjes, hoezeer dat ook tot de verbeelding spreekt.
    Een soort kun je misschien wel missen, maar hele ecosystemen niet’

    Dat is momenteel het duidelijkst te zien  in  Azië
    daar  hebben inmiddels 70 procent van de aapsoorten het stempel ‘bedreigde diersoort’ gekregen.
    De BBC  maakte aan de hand van de Rode Lijst een top 5 van landen waar het percentage van bedreigde dier en apensoorten het hoogst is:   de koplopers komen allen uit azie :

    Grey-shanked douc langur, Pygathrix cinerea,Asia 1 Yellow cheeked crested gibbon (Nomascus gabriellae)  2 Javan Gibbon, Hylobates moloch, EN, Indonesia 6

    Qinling golden snub-nosed monkey, Rhinopithecus roxellana qinlingensis  3 Kirk's Red Colobus, Procolobus kirkii 4 

    gibbon-121822c
    Gibbon :   Nomascus gabriellae uit  Cambodja    CI/Sterling Zumbrunn
    Kolonies van gibbons en langoeren in vietnam en cambodja gaan er ten onder aan de houtkap
    en aan stroperij om te voldoen aan de Chinese vraag naar traditionele geneesmiddelen en huisdieren. Cambodia – 90 procent
    Vietnam – 86 procentIndonesië – 84 procent
    Laos – 83 procent
    China – 79 procent

    29/08/08   / Grote kolonies bedreigde apen gevonden in Cambodja

     

    Een geelwangkuifgibbon.

    Onderzoekers hebben in de jungle van Cambodja grote populaties bedreigde apensoorten ontdekt. Dat heeft de Amerikaanse organisatie Wildlife Conservation Society (WCS) bekendgemaakt.

    De wetenschappers vonden twee soorten slankapen en gibbons tijdens een veldonderzoek in een afgelegen stuk oerwoud bij de grens met Vietnam . Ze telden ongeveer 42.000 slankapen en circa 2.500 geelwangkuifgibbons.

    Daarmee gaat het om de( met afstand) grootste populaties van deze soorten op aarde

    Tot voor kort gingen onderzoekers er vanuit dat Vietnam beschikte over de grootste aantallen. In dit land leven naar schatting zeshonderd slankapen en tweehonderd gibbons van de betreffende soorten.

    Het is de tweede keer in korte tijd dat er  dergelijk  nieuws te melden valt over bedreigde apensoorten.
    Begin deze maand bleek de laagland-gorillapopulatie in de Democratische Republiek Congo twee keer zo groot als aanvankelijk werd aangenomen.

    Maar ondanks deze  opstekers ,blijven het  wel  bedroevend lage  aantallen om de vermelde  soorten  probleemloos verder blijvend   te kunnen  behouden …..
    (dpa/sam)

    New Gibbon Species Discovered | Primatology.net

     

    http://primatology.net/2010/09/22/new-gibbon-species-discovered/

     

    The northern buffed-cheeked gibbons (Nomascus annamensis) live in the rainforests of Annamite Mountains, situated around Vietnam, Laos and Cambodia. The northern buffed-cheeked gibbons were once thought to be the yellow-cheeked gibbons (Nomascus gabriellae) but vocalization and genetic research prove that both are distinct species.

     

     

    The northern buffed-cheeked gibbon males (left) have a black pelt that shimmers silver in sunlight. The chest is brownish in color and the cheeks are deep orange-golden. The crest is very prominent in males. Females (right) are orange-beige in color and lack the characteristic crest. Photo by Tilo Nadler, Endangered Primate Rescue Center, Vietnam.
    Comparison between the northern buffed-cheeked gibbon male (left) and the yellow-cheeked gibbon male (right). Photo of the yellow-cheeked gibbon from The Gibbon Network.
    Comparison between the northern buffed-cheeked gibbon female (left) and the yellow-cheeked gibbon female (right). Photo of the yellow-cheeked gibbon from The Gibbon Network.

     

    499w
    < klik    (vietnam) Cat Ba Island 
    Golden Headed Langur.
    dit dier kwam < ook in india voor maar is daar bijna totaal verdwenen

     <link

    Delacour’s Langur   Photo: Tilo Nadler

    sri-lanka-loris
    Horton Plains slender loris.
    “Wat er in Zuidoost-Azië gebeurt, is angstaanjagend“, zegt Jean-Christophe Vié, hoofd van het soortenprogramma van de IUCN.
    “Een groep dieren waarvan zo’n hoog percentage bedreigd is, dat hebben we nog bij geen enkele andere soortengroepen  vastgesteld.”
    De precaire situatie in Azië wordt mee in de hand gewerkt door de vraag uit China om apen te gebruiken voor medicijnen of als huisdier.
     3CA45B25-C838-7990-4601BB1B7CE146D7-3
    Ook al op de lijst der bedreigde primaten in azie : de NEUSAAP

    *

    *

    *

    Ook in   AFRIKA  hebben primaten het moeilijk om te overleven.
    Zo zijn elf van de dertien soorten rode franjeapen geclassificeerd als (ernstig) bedreigd.
    Twee zijn er mogelijk al uitgestorven.

    De bouvier is al in geen 25 jaar meer waargenomen.
    De Miss Waldron hebben primatologen sinds 1978 niet meer gezien, maar af en toe duikt er een bericht op dat er nog enkele van deze franjeapen in leven zijn.

    red-colobus-monkey  red_colobus_monkey.(miss waldron monkey )

    Procolobus

    Roloway-dianaRoloway diana.  http://eol.org/pages/1657


    Roloway Guenon
    Cercocebus diana roloway


    Tana River Red Colobus
    Procolobus rufomitratus


    Niger Delta Red Colobus Monkey
    Procolobus epieni


    Kipunji
    Rungwecebus kipunji

    “Van de Afrikaanse soorten staan altijd de grote apen in de belangstelling, zoals gorilla’sen bonobo’s”,
    zegt voorzitter Richard Wrangham van de International Primatological Society.
    “Hoewel ook zij ernstig bedreigd zijn, zijn het de kleinere soorten, zoals de franjeapen, die het eerst kunnen uitsterven.”

    Ook de jacht op bushmeat ( gorilla en chimp zijn zelfs lekkernijen ) en de illegale dierenhandel eisen hun tol.

    071026nipprimates-3

    De laagland  gorilla
    In de Democratische Republiek Congo  leven volgens de laatste telling zeker 125.000 laagland gorilla’s.
    De onderzoekers telden nesten van gorilla’s om te bepalen hoeveel dieren er in Congo leven.
    Deze soort komt het meest voor, maar is toch ernstig bedreigd door de snelheid waarmee de populatie krimpt.Volgens de oude schattingen leefden er maximaal 50.000 gorilla’s in Congo.
    De populatie zou ernstig te lijden hebben onder illegale jacht en ziekten waaronder ebola .
    Een flinke drom gorilla’s blijkt het nu in het noorden van het land overleefd te hebben.
    Dat heeft de Wildlife Conservation Society bekend gemaakt op een congres over primaten in het Schotse Edinburgh

    Maar primatoloog  Bert de Boer, bioloog en directeur van dierenpark De Apenheul in Apeldoorn,nuanceerde de gegevens  .
    Volgens De Boer zijn cijfers over grote primaten in uitgestrekte en ontoegankelijke oerwoudgebieden notoir onbetrouwbaar.

    ‘Een vorm van schijnzekerheid waar het publiek gemakkelijk verkeerde conclusies aan verbindt.’


    Order: Primates /  Infraorder: Catarrhini/ Family: Hominidae /Species: Gorilla gorilla

    Subspecies:
    G. g. gorilla (western lowland)
    G. g. diehli (Cross River)

    Species: Gorilla beringei

    Subspecies:
    G. b. beringei
     (mountain)
    G. b. graueri (eastern lowland)

    Some primatologists list one additional subspecies of mountain gorilla, and are proposing to separate the Bwindi population into a fifth gorilla subspecies.

    Shy vegetarians, the world’s largest primates face an uncertain future in Africa’s remaining equatorial forests.
    Gorilla of different subspecies vary in coat length, hair color, and jaw and teeth size. Individuals vary, but many western lowland gorillas (G. g. gorilla)—the subspecies to which the Zoo’s gorillas belong—have brownish-gray coats, unlike the often blackish coats of the mountain (G. b. beringei) and eastern lowland (G. b. graueri) gorillas.
    Generally, the mountain gorilla has longer hair than the other subspecies.
    Western lowland gorillas have a more pronounced brow ridge, and ears that appear small in relation to their heads. They also have a different shaped nose and lip. Adult male gorillas’ heads look conical due to the large bony crests on the top (sagittal) and back (nuchal) of the skull. These crests anchor the massive muscles used to support and operate their large jaws and teeth. Adult female gorillas also have these crests, but they are much less pronounced. In comparison to the mountain gorilla, the western lowland gorilla has a wider and larger skull and the big toe of the western lowland gorilla is spread apart more from the alignment of his other four toes.
    Like all great apes, gorillas’ arms are longer than their legs. When they move quadrupedally, they knuckle-walk, supporting their weight on the third and fourth digits of their curled hands. Like other primates each individual has distinctive fingerprints.
    Lowland gorilla hair is short, soft, and very fine. There is no under fur (a thick layer of insulating hair close to the skin, such as on dogs or minks). Lowland gorillas’ coats are suited for warm, moist forest habitats. Mountain gorillas are more shaggy and thick-furred due to the colder temperatures at high altitudes.
    Size
    The eastern lowland gorilla is the largest. Adult male gorillas have silvery white “saddles” that inspired the name “silverback” for these animals.
    On two legs, adult male gorillas stand about five a half feet tall (rarely a bit taller). They weigh between 300 and 400 pounds. Females are smaller, standing up to five feet tall and averaging about 200 pounds. Zoo animals are often heavier.
    Geographic Distribution
    Western lowland gorillas live in lowland tropical forests in Cameroon, the Central African Republic, the Republic of Congo, the Democratic Republic of Congo, Equatorial Guinea, Gabon, Angola, and Nigeria.
    Eastern lowland gorillas, also called Grauer’s gorillas, live in tropical forests from low elevations up to 8,000 feet in the Democratic Republic of the Congo (formerly Zaire) and along the border with Uganda and Rwanda.
    Mountain gorillas, the rarest of the subspecies, hang on in mountain forests (up to 11,000 feet) at the borders of Rwanda, Uganda, and the Democratic Republic of the Congo.
    Status
    Western lowland and Cross River gorillas are listed as critically endangered on the IUCN Red List of Threatened Species. Eastern lowland and mountain gorillas are listed as endangered on the Red List.
    Habitat
    Gorillas live in moist tropical forests, often in secondary, or re-growing, forests or along forest edges, where clearings provide an abundance of low, edible vegetation. Mountain gorillas range up into cloud forest.
    Diet in the Wild
    Gorillas are primarily herbivorous, eating the leaves and stems of herbs, shrubs, and vines. In some areas, they raid farms, eating and trampling crops. They also will eat rotten wood and small animals.

    The diet of western lowland gorillas also includes the fleshy fruits of close to a hundred seasonally fruiting tree species; the diets of other gorilla subspecies include proportionally less fruit. Gorillas get some protein from invertebrates found on leaves and fruits. Adult male gorillas eat about 45 pounds (20 kg) of food per day. Females eat about two-thirds of that amount.
    Reproduction
    Female gorillas reach maturity at seven or eight years old, but they usually don’t breed until ten years or older.
    Due to competition between males for access to females, few wild males breed before they reach 15 years old. Eight and a half months after mating, a female gives birth to one young, which can usually walk within three to six months. Young are usually weaned by three years old, and females can give birth every four years.
    Upon reaching sexual maturity, between ages seven and ten, young gorillas strike out on their own, seeking new groups or mates. Zoo gorillas may reach sexual maturity before seven years old, and may have young every two to three years.
    Life Span
    Gorillas may live about 35 years in the wild, and up to 54 in zoos.
    Behavior
    Gorillas live in groups. Each group usually contains one or more silverbacks and two to ten females and young. Newly established silverbacks may kill young not sired by them, but otherwise, gorilla family life is mostly peaceful. Bloody battles sometimes occur between silverbacks when they square off to compete over female groups or home ranges. Gorillas spend their mornings and evenings feeding, usually covering only a small area of forest at a time. Groups spend the middle of the day sleeping, playing, or grooming (females groom their young or a silverback). At night, gorillas fashion nests of leaves and branches on which to sleep; unweaned infants sleep in their mothers’ nests.
    Social Structure
    Gorillas are behaviorally flexible. This means that their behavior and social structure is not set in stone; there is great variety. The information below should only be used as a general guide.
    Gorillas live in groups, or troops, from two to more than 30 members. Western lowland data seem to indicate smaller group sizes, averaging about five individuals. Groups are generally composed of a silverback male, one or more black back males, several adult females, and their infant and juvenile offspring. This group composition varies greatly due to births and deaths and to the immigration and emigration of individuals.
    Mature offspring typically leave their natal group to find a mate. At about eight years old, females generally emigrate into a new group of her choosing. She seems to choose which silverback to join based on such attributes as size and quality of his home range, etc. This seems to be related to the silverback’s size, but not always. A female may change family groups a number of times throughout her life. When leaving their natal group, some sexually mature males may attempt to replace the silverback in an already established group. However, they usually spend a few years as solitary males. Nevertheless, a new troop can be easily formed when one or more non-related females join a lone male.
    The group is led by the adult, dominant, silverback male. He has exclusive breeding rights to the females. At times he may allow other sub-adult males in the group to mate with females. The silverback mediates disputes and also determines the group’s home range. He regulates what time they wake up, eat and go to sleep.
    Gorillas are most active in the morning and late afternoon. They wake up just after sunrise to search for food, and then eat for several hours. Midday, adults take a siesta and usually nap in a day nest while the young wrestle and play games. After their midday nap they forage again. Before dusk each gorilla makes its own nest, infants nest with their mothers.
    All gorillas over three years make nests, day nests for resting and night nests for sleeping. Infants share their mothers’ nests. Gorillas form nests by sitting in one place and pulling down and tucking branches, leaves, or other vegetation around themselves. Adult males usually nest on the ground. Females may nest on the ground or in trees. Juveniles are more apt to nest in trees. Studies of western lowland gorillas have shown that the number of nests found at a site does not necessarily coincide with the number of weaned animals observed in a group.
    The western lowland gorilla is characterized as a quiet, peaceful, and non-aggressive animal. They never attack unless provoked. However, males do fight over acquisition and defense of females, and the new leader of a group may kill unrelated infants. This causes the females to begin cycling sooner. An adult male protecting his group may attempt to intimidate his aggressor by standing on his legs and slapping its chest with cupped or flat hands while roaring and screaming. If this elaborate display is unsuccessful and the intruder persists, the male may rear his head back violently several times. He may also drop on all fours and charge toward the intruder. In general, when they charge they do not hit the intruder. Instead, they merely pass them by. This demonstration of aggression maintains order among separate troops and reduces the possibility of injury. It is thought that size plays an important role in determining the winner of an encounter between males (the larger male wins). Because of gorilla variability, some or all of these behaviors may not be seen.
    Gorillas exhibit complex and dynamic relationships. They interact using grooming behaviors, although less than most other primates. Also affiliation may be shown by physical proximity.
    Young gorillas play often and are more arboreal than the large adults. Adults, even the silverback, tolerate infant play behavior. He also tolerates, to a lesser extent, and often participates in the play of older juveniles and black back males.
    The duration and frequency of sexual activity in gorillas are low in comparison to other great apes. The silverback has exclusive mating rights with the adult females in his group. The reproductive success of males depends upon the maintenance of exclusive rights to adult females. The female chooses to mate with the silverback by emigrating into his family group. Normally quiet animals, some gorillas are unusually loud during copulation.
    Communication
    Gorillas communicate using auditory signals (vocalizations), visual signals (gestures, body postures, facial expressions), and olfactory signals (odors). They are generally quiet animals, grunting and belching, but they may also scream, bark, and roar. Dian Fossey heard 17 different kinds of sounds from mountain gorillas. Other scientists have heard 22 different vocalizations, each seeming to have its own meaning. Gorillas crouch low and approach from the side when they are being submissive. They walk directly when confident and stand, chest beat (actually they slap with open hands), and advance when being aggressive.
    Past/Present/Future
    Until several decades ago, gorilla populations enjoyed the seclusion of vast tracts of forest. Today, Africa’s growing population puts many pressures on these declining primates. Logging roads snake into forests, opening frontiers to settlers and loggers, while hunters kill or capture gorillas for their meat, parts (sometimes sold as souvenirs), or because the animals raid farm fields. Gorilla meat is eaten by hunters and loggers, and is also sold in city markets and restaurants.
    While protection laws exist in most countries still inhabited by gorillas, enforcement is often lacking. Civil wars in Rwanda and the Democratic Republic of Congo have harmed conservation efforts in these countries and opened parks to poachers. Gorillas also stumble into snares set for other animals, and may be killed or injured. Increased political stability, better public awareness, and carefully protected parks would go a long way toward reversing the gorillas’ decline.
    Outbreaks of the Ebola virus and increased hunting led the IUCN to move the western lowland gorilla from endangered to critically endangered status in 2007. In August 2008, the Wildlife Conservation Society released a census showing that more than 125,000 western lowland gorillas are living in two adjacent areas of the northern part of the Republic of Congo. Previously, it was thought there could be fewer than 50,000 of these gorillas.
    With a population of fewer than 300 individuals, Cross River gorillas are listed as critically endangered.


    Adolescent mountain gorilla (Gorilla gorilla beringei) 7 

    http://www.seniorennet.be/Dossier/Natuurbehoud/gorillas_soorten.php

    osteo6 Chimpansees soorten 
    osteo6 Gorilla’s
    osteo6 
    Biologie
       osteo6 Bedreigingen
       osteo6 Het werk van WWF 
    osteo6
     Neushoorns

    VIDEO
    http://www.youtube.com/watch?v=b0YEBkVIFi0

    Gorilla’s : soorten

    Er bestaan twee afzonderlijke soorten gorilla’s, die nog eens zijn onderverdeeld in vier ondersoorten:

    De berggorilla  

    BerggorillaLatijnse naam: Gorilla beringei beringei

    Status: Met uitsterven bedreigd   update –>berggorilla’s (Tsjok45)

    Habitat

    De bossen op de flanken van de vulkanen van het Nationaal Park van Virunga (op de grens met de Democratische Republiek Congo) en van Bwindi-Impenetrable National Park in het zuid-westen van Ouganda.
    Meer info : Het Nationaal Park Virunga

    071026nipprimates-2

     

    Uiterlijk     Hij heeft een zwarte vacht, de volwassen mannetjes hebben een witte strook op hun rug en worden zilverrug genoemd.

    Populatie    Er zijn op dit moment naar schatting zo’n 700 berggorilla’s in leven. Omdat zij voorkomen in een gebied dat ernstig verstoord wordt door de burgeroorlog, is het moeilijk om de dieren te beschermen.

    Het relaas van een ontmoeting met een gorilla: Lessen in bescheidenheid

    DE OOSTELIJKE LAAGLANDGORILLA of gorilla van Grauer

    Oostelijke laaglandgorillaLatijnse naam:   Gorilla beringei graueri

    Status: Ernstig met uitsterven bedreigd

    Habitat :   De vlakten en het hoogland van het middengebergte in het oosten van de Democratische Republiek Congo.

    Uiterlijk :   Hij heeft een zwarte vacht zoals de berggorilla, maar verschilt van hem door de kortere beharing, de tanden en de langere armen

    Populatie :  Ongeveer 3.000 individuen.

    DE WESTELIJKE LAAGLANDGORILLA

    Westelijke laaglandgorillaLatijnse naam: Gorilla gorilla gorilla

    Status: Met uitsterven bedreigd

    Habitat:   Een heel groot territorium dat zich uitstrekt over de grote bossen in het laagland vanCentraal Afrika. De meerderheid van de dieren zou in de wouden van Gabon leven.

    Uiterlijk:    De westelijke laaglandgorilla heeft een bruin-grijze vacht met een rode of roodbruine kruin. De volwassen mannetjes hebben meestal eenwitte strook van hun rug tot hun middel.

    Populatie:  Ongeveer 94.500 individuen.§ zie hierboven voor andere cyfers )

    DE “Cross River” GORILLA


    Cross River Gorilla

    Latijnse naam : Gorilla gorilla diehli

    Status : Ernstig met uitstreven bedreigd

    Habitat : De laatste bossen in het zuid-oosten van Nigeria en in het westen van Kameroen.

    Uiterlijk :   Deze ondersoort heeft dezelfde vacht als zijn neef uit het laagland ((bruingrijs met rode of roodbruine kruin), )en verschilt alleen door de grootte van de schedel en de tanden.

    Populatie : 250 tot 280 individuen.

    Bron: WWF
    _____________________________________________________________________________________________________

    African-golden-monkey

    Een streekgenoot van de berggorilla 

    MADAGASCAR
    De situatie in het enige  thuisland  van de  lemuren /halfapen   is uiterst  precair  voor het voorbestaan van vele verschillende unieke  soorten( niet alleen maar primaten )
    lemurs-2012
    Madagascar  is en was  een  biodiversiteit -hotspot  met  unieke fauna en flora  .
    Er is sprake van een ver doorgedreven ontbossing   en  ook  de   halfapen  zijn nog steeds  slachtoffer van jacht en stroperij
    http://www.amnh.org/sciencebulletins/bio/s/primates.20050711/Op de lijst  staan  de bijna uitgestorven  :
    Prolemur simus.
    Eulemur albocollarisPropithecus perrieri
    Propithecus perrieri
    Propithecus perrieri
    Photo: Matthew Banks silky-sifaka-107483 sifakawade-600Dancing sifaka // Richard dawkins’s favoriete dierPropithecus candidus
       Behalve dat de mens met zijn destructieve gedrag moet stoppen, zijn er volgens Folgering nog mogelijkheden om de primaten te redden.“Je kunt overheden overtuigen van het belang van ecotoerisme. In Rwanda betalen bezoekers nu al 500 dollar om berggorilla’s te zien. Zo komt er geld in het laatje om de natuur in stand te houden en creëer je een draagvalk onder de bevolking om respect op te brengen voor hun omgeving.”

    Hier en daar zijn er al kleine successen behaald.
    In Brazilië zijn het roodstuitleeuwaapje, het zwarte leeuwaapje  en het gouden leeuwaapje in de rode lijst opgeklommen van kritiek  naar bedreigd. *
    Dat is het resultaat van dertig jaar inspanningen voor natuurbehoud.
    De dieren zijn   nu goed beschermd, maar ze lijden nog steeds  onder een te kleine habitat.
    Golden lion tamarin (Leontopithecus rosalia) 5  leeuwaapje

         
    http://www.wildlifetrust.org/news/2005/0501a_tamarin.htm

    BLT1


    zwartkop tamarin

    Map-sm

    *

    *

    “Als je wouden hebt, kun je de primaten beschermen”,
    zegt wetenschapper Anthony Rylands van de IUCN.
    “Het werk met de leeuwaapjes in Brazilië toont aan dat het broodnodig is om gefragmenteerde wouden te beschermen en ze met elkaar te verbinden via groencorridors. Dat is niet alleen levensnoodzakelijk voor de primaten, maar ook voor een gezond ecosysteem, de watervoorziening, en de strijd tegen de klimaatverandering.”

    Folgering:
    “Het is nog altijd de moeite om te vechten.
    Voor veel populaties is de toestand kritiek, maar opgeven doen we niet.”

    De drie  categorieën:  “kwetsbaar”, “bedreigd” en  “ernstig bedreigd”.

    *“bedreigd”,
    Soorten komen in die categorie terecht omdat ze
    -zeldzaam zijn,
    -snel in aantal verminderen
    -en in een klein gebied voorkomen.

    http://primates.squarespace.com/storage/PDF/Primates.in.Peril.2008-2010.pdf


    Rondo Dwarf Galago
    Galagoides rondoensisGalago


    Javan Slow Loris
    Nycticebus javanicus


    Siau Island Tarsier
    Tarsius tumpara

    Indonesian-Tarsiers

    Indonesian tarsiers

    Artwork from: Endangered Primate Rescue Center
    Cuc Phuong National Park, Nho Quan District, Ninh Binh Province, Vietnam
    Full size artwork, distribution maps, and more info at EPRC Website



    Grey-Shanked Douc
    Pygathrix cinerea

    Pygathrix n. nigripes
    Black-shanked Douc

    Pygathrix nemaeus
    Red-shanked Douc

     
    Tonkin Snub-nosed Monkey
    Rhinopithecus avunculus

    http://www.hln.be/hln/nl/959/Bizar/article/detail/1672360/2013/07/20/Britse-zoo-is-trots-op-Royal-Monkey.dhtml

    Tonkin langoer baby

    tonkinlangoer  baby ;   één van de zeldzaamste apen ter wereld en met uitsterven bedreigd. De geboorte van zo’n aapje met dan nog eens een speciale vacht, maakt het beestje extra bijzonder.

    Trachypithecus f. poliocephalus
    Tonkin Hooded Black Langur
    Cat Ba Langur
    Trachypithecus p. poliocephalus

    Trachypithecus f. delacouri
    White-rumped Black Langur
    Delacour’s Langur
    Trachypithecus delacouri

    Trachypithecus laotum
    White-browed Black Langur

    Trachypithecus francoisi
    Francois’ Langur or Leaf Monkey

    Trachypithecus cristatus
    Silvered Leaf-monkey or Langur

    Trachypithecus phayrei
    Phayre’s Langur or Leaf Monkey


    Simakobu
    Simias concolor


    Western Purple-faced Langur
    Semnopithecus vetulus nestor

    HYLOBATES  

    White-handed gibbon portrait

    Scientific name: Hylobates lar     /Rank: Species      //  White-handed gibbon

    Taxonomy
    Order: Primates    Suborder: Haplorhini  Infraorder: Catarrhini   Family: Hylobatidae
    The 12 species of gibbons are classified, referring to their size, as lesser apes. They exhibit many of the general characteristics of primates: flat faces, stereoscopic vision, enlarged brain size, grasping hands and feet, and opposable digits; and many specific characteristics of apes: broad chest, full shoulder rotation, no tail, and arms longer than legs.
    Gibbons are relatively small, slender, and agile. They have fluffy, dense hair. They are not sexually dimorphic in size. Mature females usually weigh more than mature males. They have very long arms, which they use in a spectacular arm-swinging locomotion called brachiation. Their hands and fingers are also very long. The relatively short thumb is set well down on the palm, and their fingers form a hook, which is used during brachiation. Gibbons have very good bipedal locomotion, which they use on stable surfaces too large to grasp. When walking bipedally, arms are held up to keep from dragging and to assist with balance. Gibbons are sometimes observed putting their weight on their hands and swinging their legs through as if using crutches.
    Gibbons do not build nests like the great apes. They sleep sitting up with their arms wrapped around their knees and their head tucked into their lap. They have ischial callosities (fleshy, nerveless pads attached to the hip bones, a characteristic otherwise found only in Old World monkeys).
    Social Structure
    Gibbons live in small, monogamous families composed of a mated pair and up to four offspring. Less than six percent of all primate species (more than 300) are considered monogamous.
    Gibbons are one of the few apes where the adult female is the dominant animal in the group. The hierarchy places her female offspring next followed by the male offspring and finally by the adult male.
    Gibbons are physically independent at about three, mature at about six, and usually leave the family group at about eight, though they may spend up to ten years in their family group.Communication
    Gibbons are known for their beautiful song. Their loud vocalization can be heard up to one mile away and is used to announce location, defend territory, and maintain bonds with the family unit. The adult pair, sometimes joined by practicing juveniles, sing duets. Each individual can be identified by his or her song.
    Siamangs have a louder call than white-cheked gibbons, amplified by a throat sac. Their call can be heard up to two miles away. Also used to defend territory, it includes more of a boom, bark, and a loud call increasing in speed as the call goes on, as compared to the chatter and calling of the other gibbon families.
    Life span
    Longevity in the wild is 25 to 30 years and can be as long as 40 years in captivity.
    Conservation
    All gibbons are endangered, largely due to deforestation. They are also hunted and trapped for the pet trade.http://www.bbc.co.uk/nature/life/Lar_Gibbon
    The rainforest of Borneo habitat : rainforest 
    northern white-cheeked gibbon

    Nomascus leucogenys
    northern white-cheeked gibbon
    Photo credit: Bertrand L. Deputte

    Nomascus leucogenys
    northern white-cheeked gibbon
    Photo credit: Alan Mootnick

    northern white-cheeked gibbonhttp://pin.primate.wisc.edu/factsheets/image/32

    Taxonomy
    Genus and species: Nomascus leucogenys

    Distribution and Habitat
    White-cheeked gibbons are found in Laos, Vietnam, and southern China in evergreen tropical rainforests and monsoon forests.
    Gibbons have a home range of about 75 to 100 acres (0.3 to 0.4 km2) and travel about one mile (1.6 km) per day through this range. They defend approximately three-quarters of their range as their group territory. Defense takes the form of calls from the center of the territory, calls from the boundaries, confrontations across the boundaries, chasing across the boundaries, and, rarely, physical contact between males. Gibbons are arboreal and spend most of their time in the canopy. They rarely stay on the ground for very long. Here at the Zoo the gibbons spend more time on the ground. You may see youngsters wrestling in the grass.

    Nomascus leucogenys
    northern white-cheeked gibbon
    Photo credit: Bertrand L. Deputte

    northern white-cheeked gibbon

    Physical Description
    White-cheeked gibbons are 18 to 25 inches (47 to 64 cm) tall and weigh about 15 to 20 pounds (7 to 9 kg). Our females are slightly heavier than males, which is not typical of gibbons in the wild. They exhibit sex- and age-linked color dimorphism. All infants are a beige color. By the time they are one to one and a half years old, their coat has become black with white cheek patches. At sexual maturity (five to seven years), males remain black and females become a beige color again. The external genitalia of males and females are remarkably similar, and the sex of an individual can be hard to determine without close examination. Both sexes have long, dagger-like canines.

    Nomascus leucogenys
    northern white-cheeked gibbon
    Photo credit: Bertrand L. Deputte

    northern white-cheeked gibbon

    Social Structure
    Like all gibbons, white-cheeked gibbons live in small, monogamous families composed of a mated pair and up to four offspring. They are physically independent at about three, mature at about six, and usually leave the family group at about eight, though they may spend up to ten years in their family group.
    Gibbons are one of the few apes where the adult female is the dominant animal in the group. The hierarchy places her female offspring next followed by the male offspring and finally by the adult male.
    Grooming is an important social activity between adults, between sub-adults, and between adults and young. Infant centered play behavior is another common social activity.
    Communication
    Vocalization (see gibbon communication information) is a major social investment. The basic pattern is an introductory sequence where both male and female “warm up,” followed by alternating sequences of male and female calls and of female great calls, usually with a male coda at the end. Calls are often accompanied by behavioral acrobatics.
    Reproduction and Development
    The menstrual cycle is 28 days, and the gestation period is seven months. White-cheeked gibbons give birth to a single offspring every two or three years. Infants cling to their mothers from birth. Newborns are often found clinging horizontally across the female’s abdomen. This allows the mothers to sit with their knees up as most gibbons do. Older infants orient vertically on the abdomen. Youngsters are weaned early in their second year. Once the offspring reach full maturity they usually leave the family group and search for a territory and mate of their own.
    Diet in the Wild
    White-cheeked gibbons eat mostly ripe fruits, leaves, and a small amount of invertebrates. Fruit eating occupies about 65 percent of feeding time and young leaf eating about 35 percent of feeding time. They move and feed mainly in the upper and middle levels of the canopy and almost never come down to the ground. Families often feed together in the trees.

    buff-cheeked gibbon
    Male & female Nomascus Gabriellae

    http://www.animalpicturesarchive.com/list.php?sec=BASIC&qry=gibbon

    http://www.animalpicturesarchive.com/list.php?qry=gibbon&p=16

    http://www.animalpicturesarchive.com/list.php?qry=gibbon&p=32

    http://www.animalpicturesarchive.com/list.php?qry=gibbon&p=48

    http://www.animalpicturesarchive.com/list.php?qry=gibbon&p=64

    http://www.animalpicturesarchive.com/list.php?qry=gibbon&p=80

    http://www.animalpicturesarchive.com/list.php?qry=gibbon&p=96


    Eastern Black Crested Gibbon
    Nomascus nasutus


    W. Hoolock Gibbon
    Hoolock hoolock


    Sumatran Orangutan
    Pongo abelii

    MALE-ORANG-BRISTOL
    Orangutan
    Order: Primates
    Family: Pongidae
    Genus and Species: Pongo pygmaeus (Bornean) and Pongo abelii (Sumatran)
    The world’s largest tree-dwelling animal, the orangutan relies upon its intelligence and well-adapted body to survive in the tropical rainforest.
    Physical Description

    female borneo orang 

    These orangish-red-haired great apes have long arms and curved hands and feet, which they put to good use when traversing the treetops. Older orangutans usually move through the trees on all fours, while young ones often brachiate, or swing hand over hand. Males have longer hair than females and disc-like cheek pads.
    Both sexes have throat pouches that make their calls resonate through the forest. The males’ pouches are more developed. Orangutans crush tough foliage and hard-shelled nuts with their strong teeth and jaws. Two species exist: P. pygmaeus of Borneo, and the Sumatran species, P. abelii. Outside of their native ranges, they can be differentiated only through chromosomal or DNA analysis.
    Size
    Orangutans are Asia’s largest primates, and males are larger than females. Males stand about four and a half feet tall and weigh 130 to 200 pounds. Females stand about four feet tall and weigh 90 to 110 pounds. Zoo animals are often heavier.

    Geographic Distribution
    Once more widely distributed, orangutans now live only in forests on the Southeast Asian islands of Sumatra and Borneo.

    june 2009 swimming orang

    Status
    The Sumatran species is listed as critically endangered and the Bornean species is listed as endangered on the World Conservation Union’s Red List of Threatened Animals.
    Habitat
    Orangutans live in tropical rainforests, including hill forests and swamp forests.

    Natural Diet
    Orangutans feed primarily on forest fruits, including durians, jackfruits, lychees, mangos, and figs. Leaves and shoots make up the remainder of their diet, supplemented occasionally by small animals, tree bark, and soils rich in minerals. Researchers have documented more than 400 different foods eaten by wild orangutans.
    Reproduction
    Male orangutans establish home ranges that embrace those of several females. Females reach maturity at around ten years of age and can remain fertile for more than 30 years. Recent research suggests that, on average, wild females give birth only every eight years. Young orangutans may nurse until age six, and stay close to their mothers until the next offspring comes along.
    Life Span
    Orangutans may live about 35 years in the wild, and up to 60 in zoos.
    Behavior
    Active during the day, orangutans spend much of their lives high in the trees. Solitary, they rarely encounter others of their kind unless sharing a fruiting tree or mating. Each night, orangutans bend branches into nest platforms that support the apes while they sleep in the trees.
    Orangutans move slowly through the forest, seeking fruiting trees, which they may find by following the movements of hornbills and other fruit-eaters. When heavily fruiting trees are found, orangutans will spend many hours feeding.
    Past/Present/Future
    Once widespread in Asian tropical forests, orangutans now live only on Sumatra and Borneo, where forest loss is the greatest threat to their existence. Naturally occurring forest fires, and those set by farmers and large companies to clear the way for plantations of oil palm, fast-growing pulpwood, and other crops, devastate forests. The destruction spreads even further during dry years. In 1997, an area the size of New Jersey burned in Indonesia, and many of the fires occurred in orangutan habitat. Large reserves and strictly enforced wildlife protection laws are needed to keep orangutans safe from extinction

     

     

    LEMUREN 

    Photographs of lemurs in Madagascar


    Cheirogaleus major
    lemur
    Indri lemur in Andasibe

    White-footed lepilemur
    (Lepilemur leucopus)


    Ringtailed lemur
    (Lemur catta) eating with baby on back


    Sifaka lemur in “The Thinker” position


    Ring-tailed lemurs paddycake


    Ringtails on a mission

    Black lemurs (Nosy Komba)
    Black lemurs

    Collared lemur (Eulemur fulvus collaris) (Ankarana)
    Collared lemur


    Mother lemur catta with
    baby on chest
    Red-fronted brown lemur
    with baby on back at Kirindy
    White ruffed lemur
    feeding on tamarind


    Red-fronted brown lemur
    (E. fulvus rufus) in tree


    Red ruffed lemur (Varecia variegata rubra)


    White-fronted brown lemur


    Greater Bamboo Lemur


    Eulemur fulvus rufus
    in tree at Kirindy
    Microcebus rufus
    (Brown mouse lemur)
    Varecia variegata
    variegata


    Diademed sifaka in
    Mantady NP


    Milne-Edwards Sifaka

    Grey Bamboo Lemur (Andasibe)
    Grey Bamboo Lemur


    Red-fronted brown lemur

    Eulemur fulvus rufus

    Excited ring-tailed lemur


    Leaping lemur


    Sifaka just hanging out


    Upside-down sifaka lemur

    MORE
    LEMUR
    PHOTOS

     

     

     

     

     

     

    ‘Veel lemuren met uitsterven bedreigd’

     13 juli 2012

    – Het aantal soorten lemuren dat met uitsterven wordt bedreigd, is veel groter dan tot nu toe werd gedacht. Dat blijkt uit nieuw onderzoek naar deze primaten.

    Dat schrijft de BBC. Een groep onderzoekers bestudeerde lemuren op Madagaskar, de enige plek waar deze dieren nog in het wild leven. De onderzoekers stelden naar aanleiding hiervan een rode lijst samen van lemuren die met uitsterven worden bedreigd.

    Van de 103 verschillende soorten hoort 91% volgens de onderzoekers op deze rode lijst thuis. 23 Soorten lemuren moeten zelfs als ‘ernstig bedreigd’ worden beschouwd. Het predicaat ‘ernstig bedreigd’ is voorbehouden voor dieren waarvan er nog 50 of minder in het wild leven, of waarvan de populatie binnen tien jaar met minstens 80% is afgenomen.
    “In totaal wordt 91% van de lemuren met uitsterven bedreigd. Dat percentage is veel hoger dan bij welke andere zoogdiersoort dan ook,” aldus onderzoeksleider Russ Mittermeier.

    Oorzaken

    Het vorige onderzoek naar lemuren, dat in 2008 plaatsvond, leverde een rode lijst van 40 soorten op, waarvan acht ernstig bedreigd. Als belangrijkste oorzaken voor de toename van het aantal bedreigde soorten worden houtkap en jacht op de dieren genoemd.
    Lemurs 2012 07 13

    Two ring-tailed lemur babies sit on their mother’s back at the zoo in Frankfurt, Germany, on Mar. 30, 2010. (THOMAS LOHNES /AFP/Getty Images)

    A new survey shows lemurs are far more threatened than previously thought.

    A group of specialists is in Madagascar – the only place where lemurs are found in the wild – to systematically assess the animals and decide where they sit on the Red List of Threatened Species.

    More than 90% of the 103 species should be on the Red List, they say.

    Since a coup in 2009, conservation groups have repeatedly found evidence of illegal logging, and hunting of lemurs has emerged as a new threat.

    The assessment, conducted by the Primate Specialist Group of the International Union for the Conservation of Nature (IUCN), concludes that 23 lemurs qualify as Critically Endangered – the highest class of threat.
    Fifty-two are in the Endangered classification, and a further 19 Vulnerable to extinction.

    “That means that 91% of of all lemurs are assessed as being in one of the Red List threatened categories, which is far and away the largest proportion of any group of mammals,” said Russ Mittermeier, chairman of the specialist group and president of Conservation International.

    Species can qualify for a Red List category on several measures.

    A Critically Endangered listing can mean the population numbers less than 50 mature adults or that it has shrunk by 80% over 10 years, for example.

    The previous lemur assessment, published in 2008, put eight species in the Critically Endangered class. Eighteen were Endangered, and 14 Vulnerable.
    Hunting crisis //  The new assessment also confirms that there are more lemur species that previously thought.

    We see local people hunting lemurs, even blue-eyed black and sportive lemurs which we never saw before”

    End Quote Dr Christoph Schwitzer Bristol Zoo

    Detailed observation and genetic testing have revealed several cases where populations that had been presumed to belong to one species were in fact from different ones.

    The 103rd species, a mouse lemur that has yet to be named, was identified during the assessment exercise.

    But the experts have been dismayed by ongoing deforestation, and have documented hunting of lemurs at levels not seen before.

    “Several national parks have been invaded, but of greater concern is the breakdown in control and enforcement,” Dr Mittermeier told BBC News.

    “There’s just no government enforcement capacity, so forests are being invaded for timber, and inevitably that brings hunting as well.”

    Christoph Schwitzer, head of research at the UK’s Bristol Zoo, said his students had seen this at first hand in the northwest of the island.

    The zoo runs a conservation project there with blue-eyed black lemurs (Eulemur flavifrons) and Sahamalaza sportive lemurs (Lepilemur sahamalazensis) – both Critically Endangered species.

    About 90% of Madagascar’s original forest has been lost, with lemurs and the many other endemic forest-dwelling species clinging to an increasingly precarious existence in the fragments that remain.

    lemur (primate suborder) — Britannica Online Encyclopedia
    http://www.britannica.com/EBchecked/topic/1059297/lemur

    1333056-d8d116f4b816be154de1abcbbacf48ef


    Taxonomy

    Order: Primates
    Suborder: Strepsirhini
    Infraorder: Lemuriformes
    Family: Lemuridae

    Distribution and Habitat
    Lemurs survive only on the island of Madagascar off the southeast coast of Africa in the Indian Ocean (shown in green), and on the neighboring Comoros islands. The various species of lemurs can be found in habitats as different as the lush, wet, rainforest of eastern Madagascar and the very dry spiny desert in the southwest.

    Physical Description

    Lemurs are primates. The species living today are small to medium-size mammals ranging from the smallest of all primates, the tiny pygmy mouse lemur (Microcebus myoxinus), which weighs only 30 grams (1 ounce), to the largest lemurs, the indri (Indri indri) and the diademed sifaka (Propithecus diadema diadema), which weigh slightly over 7 kg (15 pounds) and can reach 4 feet (1.2 m) tall.

    Coquerel's Sifaka

    Coquerels kroonsifaka is een dagactieve maki uit het geslacht van de sifaka’s. Dit is een van de drie geslachten uit de familie van de indriachtigen. Wikipedia

     

    MBG: Madagascar Biodiversity and Conservation – Coquerel’s Sifaka

    Afbeeldingen van coquerel’s sifaka.

     

     

    Lemurs like all, primates have binocular vision and grasping hands. However, unlike most other primates, lemurs and other prosimians have a rhinarium, a moist, very sensitive nose.

    With the exception of the indri, lemurs have long furry tails. They use these tails for balance when leaping through the forest canopy, but unlike some New World monkeys, these tails are not prehensile, and lemurs cannot hang from them.

    The Evolution of Lemurs
    How and when lemurs diverged from the lineage that led to monkeys is unclear. Although it was once thought that lemurs were on Madagascar when the island separated from Africa, recent advances in geological science have shown that Madagascar was separated from Africa by hundreds of kilometers before lemurs evolved. Accordingly, the ancestors of Madagascar’s lemurs must have crossed over from Africa on floating vegetation early in primate evolution and become reproductively isolated from Africa.

    Once on Madagascar, the lemurs underwent an amazing radiation, evolving into many different species. Then, about 2,000 years ago, the first human settlers arrived on Madagascar from the Malaysian-Indonesian area. By the time the Europeans who wrote about the natural history of the island reached Madagascar in the mid-1600s, 15 species of lemurs, forming eight entire genera, had become extinct.

    All of these 15 fossil lemur species were larger than any of the surviving species. The largest of these was Archaeoindris, which is estimated to have weighed 350 to 440 pounds (160 to 200 kg), or as much as an adult male gorilla. Another group, the “sloth lemurs” includingBabakotia and Paleopropithecus, weighed 44 and 88 pounds, (20 and 40 kg) respectively, and appear to have traveled by hanging upside down from branches like current South American sloths. Another unusual extinct lemur, Megaladapis, 88 to 175 pounds, (40 to 80 kg), appears to have hung onto trees much like an Australian koala. The loss forever of these bizarre and wonderful animals in the recent past is unfortunate. As you know these species will not be the last to disappear unless we all act quickly to preserve the remaining species.

    Lemurs are much less closely related to humans than are monkeys and apes. Living lemurs more closely resemble primitive primates that lived millions or tens of millions of years ago than do living monkeys. For this reason, the study of living lemurs can provide unique and highly valuable insight into primate evolution, including the evolution of human ancestors.

    There are now 88 species of living lemurs divided into five surviving families:

    Cheirogaleidae—Mouse and dwarf lemurs. This family boasts the smallest of all primates, the gray or lesser mouse lemur. These lemurs are nocturnal. They are solitary foragers but sleep in small groups.

    red ruffed lemur 146558-050-294F70A4


    Lemuridae
    True lemurs. Our animals on Lemur Island, the ring-tailed lemur and the red-fronted lemur are found in this family as well as the red-ruffed lemur in the Small Mammal House. These lemurs have long bushy tails used for balancing as they jump from branch to branch. They have a well-developed sense of smell and often scent mark their territories.

    Megaladapidae—Sportive lemurs are nocturnal and arboreal. They are primarily leaf eaters.

    Indriidae—Woolly lemurs and sifakas are the largest of the lemur families. Some can reach four feet (1.2 m) from head to toe. The sifakas have long spring-like legs that allow them to jump over 30 feet (9 m) from tree to tree.

    Daubentoniidae—The only member of this family is the rare aye-aye. They are solitary and nocturnal. They have elongated, narrow, flexible fingers that they use to reach under tree bark for grubs.

    Social Structure

    Lemurs spend most of their time in trees or large bushes, although the ring-tailed lemur, the most terrestrial species, may spend as much as half of its day on the ground. The smaller species tend to be nocturnal and solitary, but most of the larger species are active during the day, or diurnal. The diurnal lemurs also tend to live in social groups or mobs.

    Lemurs feed primarily on leaves and fruits, and most are arboreal. For some of the nocturnal lemurs, insects form a large part of their diet.

    Communication
    Lemurs communicate vocally as well as through scent markings.

    Conservation
    Several species of lemur are endangered, largely due to deforestation. They are also hunted and trapped for the pet trade and food.

    ring-tailed lemur

    ringstaartmaki

    Taxonomy

    Order: Primates
    Family: Lemuridae
    Genus and species: Lemur catta

    Distribution and Habitat
    Ring-tailed lemurs are found in the southwest portion of Madagascar. They live in arid, open areas and forests. Ring-tailed lemurs live in territories that range from 15 to 57 acres (0.06 to 0.2 km2) in size.

    Physical Description
    The average body mass for adult males is six to seven pounds (3 kg). Females are usually smaller.

    Ring-tailed lemur backs are gray to rosy brown, limbs are gray, and their heads and neck are dark gray. They have white bellies. Their faces are white with dark triangular eye patches and a black nose. Their tails are ringed with 13 alternating black and white bands. This famous tail can measure up to two feet (61 cm) in length.

    Unlike most other lemurs, ring-tails spend 40 percent of their time on the ground. They move quadrupedally (on all fours) along the forest floor.

    Social Structure
    Ring-tailed lemurs are found in social groups ranging in size from three to 25 individuals. The groups are composed of both males and females. Females remain in their birth group throughout their lives. Generally males change groups when they reach sexual maturity, at age three. Ring-tail groups range over a considerable area each day in search of food, up to 3.5 miles (6 km). All group members use this common home range. Groups are often aggressive towards other groups at the border of these areas.

    Females are dominant in the group, which means they have preferential access to food and choice of whom to mate with. This, like the gibbons, is unusual in the primate world. Males do have a dominance hierarchy, but this does not seem important during mating season because even low-ranking males are able to copulate.

    Females have been seen to have closer social bonds with other female relatives in a group than they do with unrelated females.

    These social bonds are established and reinforced by grooming. Prosimians groom in a rather unique way, all prosimians have six lower teeth, incisors and canines, that stick straight out from their jaw, forming a toothcomb. This comb is used to groom their fur and the fur of the other members of their social group.

    One of the most unusual lemur activities that ring-tailed lemurs participate in is sunbathing. The ring-tailed mob will gather in open areas of the forest and sit in what some call a yoga position facing the sun. They sit with their bellies toward the sun and their arms and legs stretched out to the sides. This position maximizes the exposure of the less densely covered underside to the sun. The temperature in the forest can be cold at night and this is a way to warm up before they forage.

    Communication
    As true with all lemurs, olfactory (smell-oriented) communication is important for ring-tails. Ring-tailed lemurs have scent glands on their wrists and chests that they use to mark their foraging routes. Males even have a horny spur on each wrist gland that they use to pierce tree branches before scent-marking them.

    • Tail flick: Secretions from the wrist glands are rubbed on the tail and flicked at an opponent.

    Ring-tailed lemurs communicate visually in a number of ways as well. When ring-tail troops travel throughout their home range, they keep their tails raised in the air, like flags, to keep group members together. They also communicate using facial expressions. Some examples:

    • Staring open-mouth face: The eyes are opened wide, the mouth is open with the teeth covered by the lips. This occurs when mobbing a predator or serves to communicate an inhibited threat.
    • Staring bared-teeth scream face: The eyes are opened wide, the mouth is open with the corners drawn back so that the teeth and gums are revealed. This display occurs with terror flight.
    • Silent bared-teeth face: The eyes are staring at the stimulus, the eye brows are either relaxed or up, and the corners of the mouth are drawn back allowing the teeth to show. This is used to communicate submission or a friendly approach.
    • Bared-teeth gecker face: Similar to silent bared-teeth face only with a rapid noise attached to it. This display occurs during subordinate flee-approach conflicts and also when an infant is bothered.
    • Pout face: The eyes are opened wide and the lips are pushed forward such that the mouth resembles an “O” shape. This occurs with contact calls and also occurs with begging.
    • Hoot face: The lips are pushed forward to resemble something called a “trumpet-mouth.” This display occurs with long-distance calls (e.g. territorial calls).

    Ring-tailed lemurs are one of the most vocal primates. They have several different alarm calls to alert members of their group to potential danger. Common calls include:

    • Infant contact: soft purr
    • Cohesion: cat’s meow. Used when the group is widely dispersed.
    • Territorial: howl. Can be heard for over a half a mile (1 km).
    • Alarm: Starts as a grunt then becomes a bark.
    • Repulsion: series of staccato grunt sounds. It occurs between two individuals.

    Reproduction and Development
    Females usually produce their first offspring at age three, and annually thereafter. This can happen as early as 18 months in captivity.

    In the wild, mating is extremely seasonal beginning in mid-April with infants being born in August and September. Gestation lasts four and a half months. Generally ring-tailed lemurs give birth to one offspring, but twins can be a frequent sight if food is plentiful.

    Initially, infants cling to their mother’s belly, but after about two weeks, they can be seen riding jockey style, on their mother’s back. Infants begin sampling solid food after about a week and will become increasingly independent after about a month. They return to mom to nurse or sleep until they are weaned at about five or six months of age. All adult females participate in raising the offspring of the group.

    Life Span
    Ring-tails can live 20 to 25 years.

    Diet in the Wild
    The main diet of ring-tails consists of leaves, flowers, and insects. They can also eat fruit, herbs, and small vertebrates.

    Zoo Diet
    Once a day, they are fed a mixture of fruits and vegetables and leaf-eater biscuits.

    Health Care
    Each animal has a yearly physical, including a dental checkup. Fecals are checked for parasites every January and June.

    The National Zoo’s Ring-tailed Lemurs
    The Zoo is not actively breeding lemurs. These animals have well represented genes and the SSP does not need them as part of the breeding population. The Zoo currently houses eight ring-tails, two males and six females. They arrived from the Duke Primate Research Center in September 2001.

    Conservation
    Ring-tailed lemurs are endangered. The gallery forests of Madagascar that these lemurs prefer are rapidly being converted to farmland, overgrazed by livestock, and harvested for charcoal production. They are also hunted for food in certain areas of their range and are frequently kept as pets. Fortunately, ring-tails are found in several protected areas in southern Madagascar, but the level of protection varies widely in these areas, offering only some populations protection from hunting and habitat loss.

    Ring-tailed lemurs breed very well in captivity, and more than 1,000 can be found at about 140 zoos around the world.

     

    °

     

    Red-fronted brown lemur

    Red-fronted brown lemur  (Tsingy de Bemaraha)

    Taxonomy

    Order: Primates
    Family: Lemuridae
    Genus and species: Eulemur fulvus rufus

    Distribution and Habitat
    Red-fronted lemurs live in the deciduous forests of western and eastern Madagascar, off the southeast coast of Africa.

    Red-fronted lemurs are the only subspecies of Eulemur in the western part of its range.

    Eulemur fulvus rufus in tree at Kirindy(Kirindy)  Eulemur fulvus rufus in tree at Kirindy

    Eulemur fulvus rufus (Tsingy de Bemaraha)

    Physical Description
    The red-fronted lemur is one of seven subspecies of brown lemur. They are all sexually dichromatic, meaning that males and females have different fur patterns. Males are grey to grey-brown and females are reddish brown. Both sexes have pale patches over their eyes, and the males have a reddish crown.

    They are about the size of a house cat, 4.5 to 8 pounds (2 to 4 kg). Their tails can measure as much as 22 inches (56 cm).

    This is an arboreal species that moves through the forest canopy quadrupedally (on all fours). It is also capable of leaping.

    Social Structure
    Red-fronted lemurs live in multimale-multifemale social groups of between four and 18 individuals, although the average group size is seven to eight. Both home and day ranges for this subspecies are very small, usually less than 2.5 acres (0.01 km2). Unlike many prosimians, red-fronted lemurs do not show marked female dominance.

    Social bonds within the group are established and reinforced by grooming. Prosimians groom in a unique way. Most prosimians, including red-fronted lemurs, have six lower teeth that stick straight out from their jaw, forming a dental comb that the animals use to groom their fur and the fur of other members of their social group.

    Communication
    As with all true lemurs, olfactory (smell-oriented) communication is extraordinarily important, used in such capacities as transmitting physical state, locomotion, and individual recognition.

    Red-fronted lemurs have a few documented calls:

    • Ohn: nasal sound. It is used in maintaining group cohesion.
    • Cree: high pitched sound. It is a territorial call.
    • Crou: alarm call. Signal of danger to other lemurs.

    Reproduction and Development
    In the wild, female red-fronted lemurs give birth to one offspring in the fall, after a gestation period of approximately four months. Infants cling to their mother’s belly for the first three weeks, shifting only to nurse. At approximately three weeks of age, the young lemurs will begin spending time riding, jockey style, on the mother’s back, and then will take their first tentative steps. With this hint of independence, infants begin to taste solid food, sampling bits of whatever the other members of their group are eating. Nursing continues, in a steady decline in importance in the infant’s diet, until the infant is weaned at approximately four to five months of age. Males have been known to assist the females with child rearing.

    Life Span
    Red-fronted lemurs can live 20 to 25 years.

    Diet in the Wild
    They are mainly folivorous, or leaf-eating, lemurs. They can also eat flowers, fruit, and bark. However, red-fronted lemurs have very adaptable diets, shifting to invertebrates and fungi when plant matter is scarce.

    Zoo Diet
    They are fed a mixture of fruits and vegetables and Marion leaf-eater biscuits.

    Health Care
    Each animal has an annual physical, including a dental checkup. Fecals are checked for parasites every January and June.

    The National Zoo’s Red-fronted Lemurs
    The Zoo is not actively breeding lemurs. These animals have well represented genes and the SSP does not need them as part of the breeding population. The Zoo currently houses two red-fronted lemurs, one male and one female on Lemur Island. They arrived from the Duke Primate Research Center in September 2001.

    Conservation
    Forest destruction is the primary threat to the survival of red-fronted lemurs. In the west, forests are being cleared for pasture, while in the east, the forests are burned for slash-and-burn agriculture and cut for charcoal production. Red-fronted lemurs are found in several protected areas in Madagascar, and may be one of the more protected subspecies of brown lemur.

    Lemur References:

    Brown Lemur (Eulemur fulvus), 2000, Wisconsin Regional Primate Research Center, University of Wisconsin – Madison, (link no longer active)

    The Lemur Database,
    link tohttp://www.stormloader.com/lemur/ringtailed.html 

    Red-fronted Lemurs, 1999, Duke University Primate Research Center (link no longer active)

    Ring-tailed Lemurs, 1999, Duke University Primate Research Center
    link tohttp://www.duke.edu/web/primate

    Ring-tailed Lemur (Lemur catta), 2000, Wisconsin Regional

    Primate Research Center, University of Wisconsin – Madison

    The Variety of Living Lemurs, 1999, Duke University Primate Research Center

    http://nationalzoo.si.edu/Animals/Primates/MeetPrimates/MeetLemurs/default.cfm

    Ring Tailed Lemurs

    Ring-Tailed Lemurs
    Endangered 
    Names:
     Snair, Mary, Eve, Ivy, Sygmond, Kicker

    and many more!


    More Info
    Go To Webcams
    Black & White Lemu

    Black & White Lemurs
    Endangered 
    Names: Shredder, Echo, IHOP, and many more!


    More Info
    Go To Webcams
    Red Ruff Lemurs

    Red Ruffed Lemurs
    Endangered 
    Names: Wilma, Durango, & Betty


    Greater Bamboo Lemur
    Prolemur simus


    Gray-headed Lemur
    Eulemur cinereiceps


    Sclater’s Lemur
    Eulemur flavifrons


    Northern Sportive Lemur
    Lepilemur septentrionalis


    Silky Sifaka
    Propithecus candidus

    Callicebus-caquetensis

    http://www.volkskrant.nl/wetenschap/article1408832.ece/Nieuwe_apensoort_ontdekt_in_Colombia

    Pas ontdekt maar  bedreigd 


    Cotton-top Tamarin
    Saguinus oedipus

    Cotton-top tamarin, Belfast Zoo, Belfast, Ireland, July 2009

    *

    *

    Cotton-top tamarin (Saguinus oedipus), Colombia, Primates in Peril: The World’s 25 Most Endangered Primates 2008–2010 has been compiled by the Primate Specialist Group of IUCN’s Species Survival Commission (SSC) and the International Primatological Society (IPS), in collaboration with Conservation International (CI). © CI/photo by Russell A. Mittermeier

    http://smu.gs/SkRvi8

    cottontop-tamarin

    * *


    Brown Spider Monkey
    Ateles hybridus


    Yellow-tailed Woolly M.
    Oreonax flavicauda

    De smeerlapperij formatie

    zie onder Geologie

    Leven we in een nieuw geologisch tijdvak?
    01. Maart 2009,
    Manuel  Sintubin
    http://weetlogs.scilogs.be/index.php?blogId=19

    Om meester te blijven over de onmetelijke zee van tijd van de Aardse geschiedenis – meer dan 4.500.000.000 jaar – heeft de geoloog de geologische tijdschaal bedacht.
    Deze tijdschaal (zie Ogg et al. 2008 voor de meest recente tijdschaal) verdeelt de Aardse geschiedenis in eons, era’s, perioden, tijdvakken en tijden.
    Zo leven we nu in het fanerozoïcum (het eon dat ~542 miljoen jaar geleden begonnen is), het cenozoïcum (het era dat ~65,5 miljoen jaar geleden begonnen is),
    het kwartair (de periode die ~2,59 miljoen jaar geleden begonnen is), en het holoceen (het tijdvak dat zo’n 11.700 jaar geleden begon). Of toch niet? Leven we nog in het holoceen?
    Of leven we in een nieuw tijdvak, het ‘tijdvak van de mens’ of het antropoceen?

    Het antropoceen
    Het zijn de Nederlandse chemicus en nobelprijswinnaar Paul Josef Crutzen en de Amerikaanse bioloog Eugene F. Stoermer die in 2000 voorstelden dat de Aarde op het einde van de 18e eeuw
    in een nieuw tijdperk was binnengetreden (Crutzen 2002).
    Zij waren van mening dat sindsdien de mens een globale impact had op Planeet Aarde; de mens zal voor millennia een belangrijke omgevingskracht blijven.
    De aanvang van dit tijdvak valt samen met de industriële revolutie, gesymboliseerd door de uitvinding van de stoommachine door James Watt in 1784.
    Dit nieuwe, door de mens gedomineerde, geologische tijdvak doopten ze het antropoceen. Hierbij lieten ze zich inspireren door de Italiaanse geoloog Antonio Stoppani, die al in 1873 sprak over het antropozoïcum.

    Recent werd dit voorstel bijgetreden door een groep Engelse stratigrafen (Zalasiewicz et al. 2008) die pogen een stratigrafisch fundament te geven aan het nieuwe tijdvak.
    Zij opperen zelfs dat mogelijk het kwartair is beëindigd. Bovendien reflecteren ze over een mogelijke stratigrafisch herkenbare holoceen-antropoceengrens.

    Wat maakt een tijdvak?

    Het zijn de stratigrafen die in de opeenvolging van de gesteentelagen – de gesteentekolom – de aanvang van een nieuw tijdvak vastleggen.
    Dit kan gebeuren op basis van plotse veranderingen in de opbouw van de gesteentekolom (lithostratigrafie), door het plots verdwijnen of verschijnen van soorten (biostratigrafie), of door een of ander
    karakteristiek geologisch, geochemisch of ander signaal. Zo bijvoorbeeld begint het cenozoïcum op een stratigrafisch niveau waar o.a. de dinosauriërs verdwijnen uit het fossielarchief.
    Bovendien wordt deze krijt-tertiairgrens gekenmerkt door een hoge concentratie aan het chemische element iridium, onlosmakelijk verbonden met de Chixculub-meteorietinslag op het Mexicaanse
    schiereiland Yucatan, die het einde betekende van de wereld van de dinosauriërs.

    Eenmaal de stratigrafen binnen de International Commission on Stratigraphy (ICS) op basis van een reeks stratigrafische criteria akkoord geraken over de juiste positie van een stratigrafische grens,
    leggen ze deze vast in een zogenaamde ‘golden spike’ of ‘Global Boundary Stratotype Section and Point’, kortweg GSSP. Een GSSP is een geologische sectie waarop deze grens duidelijk herkenbaar is
    en in detail kan worden bestudeerd. Het binnenhalen van zo’n GSSP is dan ook meer en meer een zaak ‘van staatsbelang’ geworden, waarbij naast wetenschappelijke belangen ook politieke belangen
    zich laten gelden. Door absolute dateringstechnieken (geochronologie) krijgen deze stratigrafische grenzen ook een ouderdom. Het resultaat is een chronostratigrafische kolom waarbij elke chronostratigrafische
    grens zijn GSSP kent.

    Het pleistoceen (= ‘merendeel’ ‘nieuw’) is het tijdvak dat ~2,59 miljoen jaar begon.
    De Aarde kwam uit de tertiaire broeikaswereld en dook een ijskelderwereld in. Sindsdien kent onze planeet een afwisseling van ijstijden en tussenijstijden.
    De laatste ijstijd eindigde 11.700 jaar geleden (voor het jaar 2000) – het einde van het Jonge Dryas. Sindsdien leven we in een tussenijstijd.
    In tegenstelling tot alle vroegere pleistocene tussenijstijden, heeft deze laatste tussenijstijd uitzonderlijk het statuut van een tijdvak gekregen.
    Dit tijdvak is het holoceen (= ‘geheel’ ‘nieuw’), ofwel het tijdvak van de ‘huidige wereld’.
    Dit tijdvak is niet alleen uitzonderlijk door zijn korte tijdspanne, maar ook door de bijzonderheid van de grens tussen het pleistoceen en het holoceen.
    Er is een lange discussie aan voorafgegaan maar sinds 2008 is de pleistoceen-holoceengrens vastgelegd in de ijskern NGRIP2, geboord in de Groenlandse ijskap in het kader van het Europese
    Greenland Ice Core Project (GRIP), exact op 1492,45 meter diepte.
    Op deze diepte vangt een gestage toename in de deuteriumconcentratie aan; deze toename wijst op de finale opwarming van het klimaat op het einde van de laatste ijstijd.
    Het holoceen is gekenmerkt door een opmerkelijke stabiliteit in zowel klimatologische omstandigheden als zeespiegel, nooit gezien in de laatste 400.000 jaar.
    Gedurende het grootste deel van het holoceen is de menselijke invloed op de natuurlijke omgeving beperkt gebleven binnen de globale draagkracht van Planeet Aarde.
    Maar sinds kort is hierin verandering gekomen. De mens heeft een globale impact op zijn natuurlijke omgeving.
    Ook aan de holocene klimaatstabiliteit is schijnbaar een einde gekomen.
    De vraag kan dan ook gesteld worden of we nog steeds in het holoceen leven.

    De grens tussen holoceen en antropoceen?

    De vraag die de stratigrafen zich dan ook stellen, is wanneer de invloed van de mens herkenbaar wordt in de stratigrafische kolom om zo de grens tussen het holoceen en het antropoceen vast te kunnen leggen.
    Door grootschalig landgebruik (meer dan 50 % van het land is door de mens beïnvloed), afdamming van rivieren, ontbossing, onttrekken van grondwater, e.a. heeft de mens een invloed op de globale gesteentecyclus.
    Dit moet leiden tot een duidelijke lithostratigrafisch signaal.
    Ook de verstoring van de biogeochemische cycli – zoals de koolstofcyclus – laat een (isotopisch) signaal achter in het gesteentearchief. Globaal neemt de temperatuur toe, alsook de zeespiegel.
    Een dergelijke versnelde opwarming heeft de Aarde niet meer gekend sinds meer dan 50 miljoen jaar. Er is ook een duidelijk biostratigrafisch signaal. We leven immers middenin de zesde grote uitstervinggolf.
    Heel wat soorten verdwijnen uit het fossielarchief. Deze uitstervinggolf zal een duidelijk herkenbaar spoor achterlaten in het fossielarchief, vergelijkbaar met de vorige uitstervinggolf, ~65,5 miljoen jaar geleden.

    Alles wijst erop dat we evolueren naar een ‘supertussenijstijd’ die veel langer duurt dan alle vorige tussenijstijden in het pleistoceen.
    Of het zou wel eens kunnen dat het Aardse klimaat opnieuw evolueert naar een broeikaswereld, vergelijkbaar met het klimaat gedurende het tertiair.
    Dit zou dan ook betekenen dat zelfs het kwartair – de periode van de ijstijden – ten einde is.

    En waar wordt nu de grens gelegd?
    Deze moet herkenbaar zijn in het gesteentearchief. De toename van de koolzuurgasconcentratie – de fameuze ‘hockeystick’ curve – is eigenlijk nog te geleidelijk om een duidelijke grens te definiëren.
    Het radioactieve signaal ten gevolge van de kernproeven in de jaren ’60 is een mogelijke kandidaat, maar is volgens de stratigrafen veel te jong.
    De toename in de loodconcentratie in de Grieks-Romeinse tijd (de bloei van de metaalbewerking) wordt dan weer als te oud gezien.
    De beste kandidaat volgens de stratigrafen is dan ook het aslaagje in de ijskernen ten gevolge van de vulkanische eruptie van de Tamboravulkaan in Indonesië in 1815.
    Dit is één van de grootste vulkanische uitbarstingen in de recente geologische geschiedenis.
    De impact van deze vulkaanuitbarsting op het globale klimaat laat bovendien sporen na in het dendrologische archief (groeiringen van bomen).
    Deze vulkaanuitbarsting ligt het dichtst bij 1784, het jaar van Watt’s stoommachine, het symbolische begin van de industriële revolutie.

    Een geologisch perspectief

    Sinds 200 jaar zouden we dus in een nieuw tijdvak leven. Maar zitten we niet te kort met onze neus op de feiten om dit correct te kunnen inschatten?
    Wat is immers 200 jaar in vergelijking met de immense zee van de geologische tijd? Het is aan de geologen om deze antropocentrische kortzichtigheid te overstijgen en alles in een geologisch perspectief te plaatsen.
    We stellen ons dan ook de vraag wat de toekomst zal brengen en wat uiteindelijk van de menselijke activiteit zal achterblijven in het gesteentearchief?
    Een zekerheid is dat de huidige onduurzame overexploitatie van onze natuurlijke omgeving en natuurlijke rijkdommen onhoudbaar is.
    Zo weten we met zekerheid dat de toekomstige maatschappij er totaal anders zal uitzien dan de huidige maatschappij. Een maatschappij die voornamelijk draait op fossiele brandstoffen (olie, gas en steenkool)
    kan immers enkel blijven bestaan zolang de voorraden strekken. Voor olie en aardgas is dit een kwestie van decennia, voor steenkool van eeuwen.
    Maar ook de veranderende wereld zal uiteindelijk de mens ertoe dwingen op een andere manier te gaan leven.
    Een citaat van James Lovelock vat dit mooi samen: “we live on a live planet that can respond to the changes we make, either by cancelling the changes or by cancelling us” (Lovelock 1979).
    Een weinig opbeurende bedenking.

    Het geologische archief leert ons ook dat het zeer waarschijnlijk millennia, zelfs tienduizenden jaren, zal duren om de drastische antropogene verstoring van het Aardse klimaatsysteem teniet te doen.
    We weten dit immers door de studie van vergelijkbare extreme ‘hyperthermische’ gebeurtenissen meer dan 50 miljoen jaar geleden.
    Een ‘plotse’ massale injectie van koolzuurgas in de atmosfeer leidde toen verschillende keren door een cascade van positieve terugkoppelingsprocessen tot een ontregeling van het globale klimaatsysteem.
    Zo duurde het bijvoorbeeld tijdens de hyperthermische gebeurtenis op de grens tussen het paleoceen en het eoceen (~55,5 miljoen jaar geleden) meer dan 60.000 jaar alvorens negatieve terugkoppelingsprocessen terug de
    overhand kregen en het herstel van het klimaatsysteem werd ingezet.
    Het herstelproces nam dan uiteindelijk nog ~70.000 jaar in beslag.
    Deze hyperthermische gebeurtenis duurde uiteindelijk ongeveer 170.000 jaar.
    Zelfs in een dergelijk tijdskader betekent de 200 jaar van het zogenaamde antropoceen niets.
    We kunnen ons alleen de vraag stellen of we inderdaad aan het begin staan van een hyperthermische gebeurtenis, die mogelijk het Aardse klimaat voor de komende 100.000 tot 200.000 jaar zal tekenen.

    Antropoceen of poubelliaan?


    En hoe zit het dan met de mens? In het beste scenario overleeft de mens deze klimaatcrisis. In het meest noodlottige scenario wordt de soort Homo sapiens zelf slachtoffer van de zesde uitstervinggolf.
    Zijn we eenzelfde lot beschoren als de dinosauriërs ~65,5 miljoen jaar geleden?
    En wat als de mens deze uitstervinggolf de komende tienduizenden jaren inderdaad niet overleeft?
    Wat zal er dan achterblijven in het gesteentearchief van enkele tienduizenden jaren ‘menselijke beschaving’?
    Vooreerst moet de bedenking gemaakt worden dat miljoenen jaren geologische geschiedenis vaak vervat liggen in sedimentlaagjes van amper enkele millimeter tot enkele centimeter dikte.
    De kans is dan ook reëel dat de ganse menselijke geschiedenis in het gesteentearchief niet meer zal zijn dan één enkel chaotisch sedimentlaagje, waarschijnlijk vol met ‘artificieel’ materiaal dat moeilijk afbreekbaar is
    en gekenmerkt door afwijkende geochemische concentraties en het verdwijnen van heel wat soorten uit het fossielarchief. In dat opzicht zal deze laag zeker beantwoorden aan de criteria om een stratigrafische grens
    – een ‘golden spike’ – vast te leggen van een nieuw tijdvak. Maar kan dit nieuwe tijdvak dan aan de mens gewijd worden en de naam antropoceen dragen?
    Zeker in een scenario waarin de mens niet meer meespeelt! Of beperkt het antropoceen zich dan tot dat ene sedimentlaagje?

    Er circuleren immers ook andere – minder verheven – namen voor sedimentafzettingen met objecten die aan menselijke activiteit toe te schrijven zijn of voor sedimentpakketten die door de mens geproduceerd zijn.
    Er is bijvoorbeeld sprake van het ‘poubellien inférieur sans plastique’ en het ‘poubellien supérieur à plastique’ (bv. Ager 1973). Ook Belgische geologen lieten zich niet onbetuigd. M. Rutot had het al grappend
    over ‘l’étage mestbackien’; Jean de Heinzelin had het in 1956 in de Lexique Stratigraphique International over het ‘smerlapien en langue belge’, gelukkig met de vermelding ‘à abandonner’.
    Maar toch, misschien ligt de term poubelliaan dichter bij de stratigrafische werkelijkheid.

    Voorbarig!


    Dat de mens een belangrijke omgevingsfactor is en zal blijven voor eeuwen, zelfs voor millennia, is een feit. En dat de menselijke geschiedenis zijn weerslag zal vinden in het geologische archief is overduidelijk.
    Alleen is de vraag onder welke vorm. Zal de mens centraal staan in een tijdvak dat duidelijk verschilt van het holoceen? Of is het ‘tijdvak van de mens’ – het antropoceen – een uitermate antropocentrische illusie ingegeven
    door een beangstigende kortzichtigheid in de tijd?
    Of zal de menselijke aanwezigheid in het gesteentearchief zich eerder beperken tot een ‘event horizon’, één enkele karakteristieke sedimentlaag – het poubelliaan – die mogelijk als ‘golden spike’
    kan dienen voor een nieuw tijdvak, het ‘tijdvak na de mens’, ofwel het tijdvak van de ‘toekomstige wereld’?
    Wie zal het zeggen? In een geologisch perspectief is het nu alleszins veel te vroeg om op deze vragen een sluitend antwoord te kunnen geven.
    Het uitroepen van het antropoceen als nieuw geologisch tijdvak is dan ook veel te voorbarig. Hoogstens kan het antropoceen chronostratigrafisch het statuut van een ‘tijd’
    (onderverdeling van een tijdvak) toebedeeld krijgen, als onderdeel van het holoceen.

    Referenties

    Ager, D. V. 1973. The nature of the stratigraphic record. Macmillan, London.
    Crutzen, P. J. 2002. Geology of mankind. Nature 415, 23.

    Lovelock, J. 1979. Gaia: A New Look at Life on Earth. Oxford University Press, Oxford.
    Ogg, J. G., Ogg, G. & Gradstein, F. M. 2008. The Concise Geological Time Scale. Cambridge University Press, Cambridge.
    Zalasiewicz, J., Williams, M., Smith, A. D., Barry, T. L., Coe, A. L., Bown, P. R., Brenchley, P., Cantrill, D., Gale, A., Gibbard, P., Gregory, F. J., Hounslow, M. W., Kerr, A. C., Pearson, P., Knox, R., Powell, J., Waters, C., Marshall,
    J., Oates, M., Rawson, P. & Stone, P. 2008. Are we now living in the Anthropocene? GSA Today 18(2), 4-8.
    http://www.gsajournals.org/archive/1052-5173/18/2/pdf/i1052-5173-18-2-4.pdf

    Mijn foto

    Big History en Antropoceen: perfect match

    Antropoceen
    Science 19 april: Een luidruchtige groep geologen en antropologen bepleiten een nieuw geologische tijdperk dat gedefinieerd wordt door klimatologische- en milieu- veranderingen veroorzaakt door de mens: Anthropocene (Ned.: Antropoceen). Het tijdperk van de mens. Amerikaanse archeologen menen dat het hoog tijd wordt dat hun vakgebied, dat menselijke activiteiten over geologische tijd onderzoekt, inspraak krijgt in de al langer lopende discussie over de definitie van het nieuwe tijdperk. De archeologen waren het er over eens dat de impact van de mens op de aarde dramatische genoeg is om een nieuw tijdperk toe te voegen aan de reeds bestaande geologische tijdperken. Maar zij vinden dat het duizend jaren eerder moet beginnen dan de industriële revolutie (plm. 1750). Met de industriële revolutie begon de mens de chemische samenstelling van de atmosfeer en de oceanen te veranderen (CO2), de loop van de rivieren te veranderen, ontbossing, etc. Het nieuwe voorstel is dat het Antropoceen al 60.000 jaar geleden begon toen de mens uit Afrika emigreerde en andere continenten begon te koloniseren,grootschalige jacht gingen bedrijven, de natuurlijjke vegetatie in brand staken, bossen vernietigden. Wel of niet toevallig stierven toen veel grote zoogdieren zoals de Euro-Aziatische steppe bison en het wilde paard uit. Het vrijwel gelijktijdig ontstaan van landbouw 11.500 jaar geleden in het Midden Oosten, Azië en Amerika is een beter startpunt van het Antropoceen. Landbouw transformeert het aardse landschap ingrijpend. Tot zover Science.

    Composite map of the world assembled from data from Suomi NPP satellite 2012 ©NASA

    Er bestaat geen plaatje dat symbool kan staan voor het Antropoceen, maar ik stel voor: de aarde bij nacht gezien vanuit de ruimte, omdat er geen enkele planeet bestaat die aan de schaduwzijde licht uitzendt en dan ook nog in zeer specifieke niet-random patronen. Dat zijn de steden. Dat is het effect van de menselijke soort. Er is geen enkele andere diersoort op geen enkele andere planeet die dat doet. De aarde: een planeet die licht uit zendt! In het artikel in Science wordt niet gesproken over ‘Big History’.

    Big History
    Niemand lijkt opgemerkt te hebben dat het Antropoceen perfect past in het Big History plaatje (zie mijn blog van 26 maart). Big History plaatst de menselijke geschiedenis immers in zijn kosmologische context, een geïntegreerde geschiedenis van de kosmos, het leven en de mens. Big History lijkt te suggereren dat de menspassief in de kosmologische context staat. Dat is natuurlijk ook zo als je het universum als context beschouwt. Immers, we kunnen het universum niet beinvloeden. Maar als je de aarde als context beschouwt, is de mens wel degelijkactief bezig met het veranderen van die context. Vanaf andere planeten is te zien dat de aarde aan de schaduwzijde licht uitzendt! Dat idee van het effect van de mens op de planeet Aarde is precies wat het Antropoceen wil uitdrukken.

    In de twee Big History boeken die ik in bezit heb (Fred Spier en Cynthia Stokes Brown) komt het woord Antropoceen niet voor. Ook in het wikipedia artikel Big History komt het niet voor. Dat hoort er wel in thuis vind ik. Het is wel zo dat Big History de tijdschaal van het hele universum omvat, dus het Antropoceen is een klein maar belangrijk en karakteristiek onderdeel van Big History.

    Later vond ik een vimeo die ook de aarde bij nacht als symbool nam voor het Antropoceen: Welcome to the Anthropocene, een vimeo film van Globaïa (een organisatie met een zeer interessante website waar veel te ontdekken valt). Het filmpje laat het Antropoceen beginnen bij 250 jaar geleden toen de Industriële Revolutie begon. Dat is dus al weer achterhaald volgens het nieuwe voorstel dat ik hierboven besprak. Deze vimeo is korter, maar zeker zo fraai. Hier is een websiteWelcome to the Anthropocene waar je het Antropoceen vooral visueel kunt exploreren.

    Is dit toeval of niet:

    22 april 2013 (dus afgelopen maandag) International Mother Earth Day:

    “International Mother Earth Day is a chance to reaffirm our collective responsibility to promote harmony with nature at a time when our planet is under threat from climate change, unsustainable exploitation of natural resources and other man-made problems. When we threaten the planet, we undermine our only home – and our future survival. On this International Day, let us renew our pledges to honour and respect Mother Earth.”

    Secretary-General Ban Ki-moon
    Message for the International Mother Earth Day 2013

    Bronnen:

    Michael Balter Archaeologists Say the ‘Anthropocene’ Is Here—But It Began Long AgoScience 19 April 2013

    Earth at Night (NASA) met meer plaatjes en prachtige videos!

    Globaïa organisatie met een zeer interessante website. Bijvoorbeeld: Anthropocene Cartography.

    Vorige blogs:

    Big History: een synthese van kosmologie, evolutie, en cultuurgeschiedenis.

    Evolutiehandboeken beoordeeld vanuit het Big History perspectief.

    Paul Crutzen en het Antropoceen

    Een Nederlandse Nobelprijswinnaar zet wat feiten op een rij. Wat doet de mens met de aarde?

    Eigenlijk zei Paul Crutzen gistermiddag niets nieuws, in zijn lezing op de Nobelprijswinnaarsbijeenkomst in Lindau. Hij zette alleen maar wat feiten op een rij over het geologische tijdperk waarin we nu leven: het Antropoceen. Want de mens laat tegenwoordig in alles zijn sporen na. In de vorige eeuw verviervoudigde de wereldbevolking, net als het aantal koeien. Beide groeien nu nog. Er zijn nu 20 miljard boerderijdieren. De industriële productie verveertigvoudigde, het energieverbruik was rond 2000 16 x zo groot als rond 1900. Visvangst: x 40. Waterverbruik: x 9. Uitsterven van soorten: 1000 x zo snel als natuurlijk is. Bodemerosie: x 15. Het fosfaat raakt op. Enzovoort.

    En hij sprak natuurlijk  ook over de atmosfeer. 

     De uitstoot van broeikasgassen, die steeds sneller stijgen, terwijl ze zouden moeten dalen. Zijn omstreden voorstel om op de een of andere manier een miljoen ton zwavel per jaar in de hogere atmosfeerlagen te brengen, als verkoeling voor de aarde. “Ik stel voor dat we dat experiment niet gaan uitvoeren. Maar misschien moeten we wel. Het is een laatste mogelijkheid om te proberen te redden wat er te redden valt.”( 1)

    De ingreep zou anderhalve graad verkoeling kunnen brengen, aldus Crutzen, maar de verzuring van de oceanen zou gewoon doorgaan. Om het maar niet te hebben over al die andere menselijke invloeden.

    Elmar Veerman

    °

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Plasticsoep

    © Thinkstock. Dagelijks belanden acht miljoen stuks plastic in zee.

    http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2664/Nieuws/article/detail/3253494/2012/05/10/Plasticsoep-Stille-Oceaan-veel-schadelijker-dan-gedacht.dhtml

     

    http://www.thegreenmiles.nl/pagina.aspx?paginaid=5

     

    http://www.demorgen.be/dm/nl/5397/Milieu/article/detail/1579290/2013/02/14/Noordzee-ernstig-vervuild-met-microplastic.dhtml

     

    Afbeeldingen van plastic vervuiling in zee

     

     

    Aarde is nu warmer dan tijdens grootste deel van afgelopen 11.300 jaar

     08 maart 2013  20

    ijskern

    De aarde is op dit moment warmer dan in het grootste deel van de afgelopen 11.300 jaar het geval was. Die conclusie trekken wetenschappers nadat ze de geschiedenis van de temperaturen op aarde tot de laatste IJstijd achterhaalden.

    Het is niet ongewoon dat onderzoekers de temperaturen in het verleden bestuderen en naast die van tegenwoordig leggen. Maar meestal gaan die onderzoekers niet veel verder terug dan 2000 jaar. Deze studie is echter anders: de onderzoekers achterhaalden de temperaturen waar onze aarde tot zo’n 11.300 jaar geleden mee te maken kreeg. Ze deden dat door 73 ijskernen en geboorde sedimenten wereldwijd te bestuderen.

    Context
    “We wisten al dat de aarde op wereldwijde schaal vandaag de dag warmer is dan over de afgelopen 2000 jaar het geval was,” vertelt onderzoeker Shaun Marcott. “Maar nu weten we dat het ook warmer is dan het grootste deel van de afgelopen 11.300 jaar het geval was.”

    Het onderzoek plaatst de opwarming van de aarde daarmee in een veel grotere context.

    Niet alleen doordat er naar een grotere periode wordt gekeken, maar ook omdat er naar de wereldwijde situatie wordt gekeken. “Als je slechts naar één deel van de wereld kijkt, kan de geschiedenis van temperaturen beïnvloed worden door regionale klimaatprocessen zoals El Niño of variaties binnen de moessons,” legt onderzoeker Peter Clark uit. “Maar wanneer je gegevens van gebieden wereldwijd combineert, kunnen die regionale afwijkingen worden uitgemiddeld en krijg je een beter beeld van de geschiedenis van de temperaturen wereldwijd.”

    Natuurlijk

    Eén van de natuurlijke factoren die er in de afgelopen 11.300 jaar voor zorgde dat de aarde opwarmde, is de positie die de aarde ten opzichte van de zon innam. “Tijdens de warmste periode van het Holoceen (de laatste 11.300 jaar, red.) was de aarde zo gepositioneerd dat het noordelijke halfrond met warmere zomers te maken had,” stelt Marcott. “Naarmate de oriëntatie van de aarde veranderde, werden de zomers op het noordelijk halfrond koeler en we zouden het einde van deze afkoeling nu bijna bereikt moeten hebben, maar dat is overduidelijk niet het geval.”

    Laatste eeuw
    De studie laat zien dat de aarde tijdens zeventig tot tachtig procent van de afgelopen 11.300 jaar kouder was dan nu het geval is. En met name de laatste eeuw is uitzonderlijk warm. “Dit onderzoek toont aan dat we sinds het begin van de industriële revolutie bijna dezelfde temperatuursverandering hebben ondergaan als over de vorige 11.000 jaar, maar die verandering trad dus veel sneller op,” legt onderzoeker Candace Major uit.

    Eind van de eeuw
    De onderzoekers blikken op basis van hun studie ook kort vooruit. Ongeacht hoeveel CO2 we nog meer of minder gaan uitstoten: tegen het eind van deze eeuw zullen de temperaturen de hoogste temperaturen uit de afgelopen 11.300 jaar gaan overtreffen. Dat schrijven de onderzoekers in het blad Science.

    En dat de mens daarvoor verantwoordelijk is, lijdt volgens de onderzoekers geen twijfel.(*)

    “Het klimaat van de aarde is heel complex en reageert op verschillende krachten, waaronder koolstofdioxide en zoninstraling (de energie die een bepaald oppervlak binnen een bepaald tijdsbestek ontvangt).

    Beiden veranderden de afgelopen 11.000 jaar heel langzaam. Maar de laatste 100 jaar is de hoeveelheid koolstofdioxide door de vergrote uitstoot die wij mensen veroorzaken significant toegenomen. Het is de enige variabele die de snelle verhoging van temperaturen wereldwijd het beste kan verklaren.”

    Bronmateriaal:
    Earth Is Warmer Today Than During 70 to 80 Percent of the Past 11,300 Years” – NSF.gov
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Thomas Bauska, OSU.

    OPMERKINGEN

    # We zitten aan tegen het eind van het koudere  gedeelte van de huidige  interglaciale periode ?

    – Het gaat echter alleen maar  om de snelheid van de globale planetaire gemiddelde temperatuurstijgingen .
    Daarover, (en over de vraag of en wat je er aan wilt doen,)gaat de discussie   
    De rest is allemaal onrelevante bladvulling  en/ of  dataselectieve  onzin :De vastgestelde versnellende opwarming is trouwens al zo’n  100 jaar bezig, maar dat wisten we al  . 

    (*) De KERN van de zaak is  dus   de SNELHEID waarmee de  huidige globale opwarming gebeurt,…en als we
    de menselijke factor (CO², boskap, landbouw,enz) weglaten is er GEEN verkaring waarom dit zo versnelt.

    Er zijn uiteraard kritische wetenschappers,( immers “Skepticisme” moet twee kanten opwerken, idealieter moet de skepticus net zo kritisch zijn over wat ie gelooft als over hetgene hij niet wil geloven.Als de “skepsis” een kant op gaat dan hoort het tussen aanhalingstekens en is het eigenlijk niets meer dan conformation bias )maar wetenschap is een feitenkwestie en niet zomaar geloof …. ook skeptische wetenschappers ( waaronder ook voormalige antropogene klimaat -verandering , ontkenners ) zijn het erover eens dat CO2 de meest waarschijnlijke oorzaak is, want er zijn geen wetenschappers die een andere oorzaak aan hebben kunnen wijzen.Bovendien wijst alles erop dat het mechanisme waarbij CO2 IR-straling absorbeert, de( tot nu toe bekende ) opgemeten globale opwarming voor een groot deel verklaart.

    http://www.skepticalscience.com/
    http://www.upworthy.com/neil-degrasse-tyson-vs-guy-who-doesnt-believe-in-global-warming?c=ufb1

    °

    Plaatselijke temperatuur- metingen in (bijvoorbeeld )Groenland( als ondersteuning voor  bijvoorbeeld ” een einde aan  de opwarming “? ) kan je niet extrapoleren naar de hele wereld.

    Je moet de meetgegevens van de hele wereld bij elkaar nemen en daarvan het gemiddelde berekenen en bovendien moet je dan nog die groenlandse “veranderingen ” reeds dertig a veertig jaar volgen om voormelde extrapolatie wat
    aannemelijker te maken ( je moet maw over meer dan l set data  van slechts 1 jaar beschikken  ….. n = l , is te anekdotisch /té selectief getint ) : focus op 1 locatie geeft bovendien  een vertekend beeld  (bvb het plaatselijke  el nino fenomeen) van de algehele planetaire situatie: de verkregen gegevens van een locatie zitten trouwens ook al in de berekening van het planetaire  gemiddelde

    Maar de effecten van opwarming in Groenland ( smelten ijskap )kunnen wel degelijk van wereldbelang zijn —> zie ook nog een ander belangrijke gevolg : Smeltende  permafrost en yedoma  in Siberie —>

    http://www.scientias.nl/nederlanders-bestuderen-yedoma-mogelijk-de-gevaarlijkste-modder-ter-wereld/84924

     

     

    In de grafiek van dr. Humlum is per ongeluk de moderne tijd weggevallen. Ik heb gelukkig een bijgewerkt exemplaar gevonden

    (1)

     

    Het point of no return voorbij ?

    Op geen enkele manier kan de mensheid de co2-uitstoot nog afdoende terugdringen naar de niveaus van decennia terug.
    De CO2 die al uitgestoten is zal honderden of duizenden jaren effect hebben, ook dat wijst erop dat we het niet terug kunnen dringen tot het niveau van voor het industriele tijdperk( en zelfs een paar decennia ) .
    °Zelfs als de populatie op aarde NU wordt gedecimeerd en alle technologie verloren gaat……Uiteraard is dergelijke ” oplossing ” niet acceptabel , maar dat is wat er te verwachten  is  als de blinde onverschillige natuur alleen zijn gang gaat  ( en waarschijnlijk zelfs de mensheid gewoon verdwijnt gezien de nog steeds te verwachten doorwerkende effekten van de huidige vervuiling waarvan we slechts vermoeden  het begin te kunnen  zien )

    We kunnen misschien wèl proberen om de begeleidende en  later   getriggerde effekten te beperken door niet alle  opgeslagen CO2 methaan die in de aardkorst , de permafrost en de zee zit zomaar te laten verdampen in onze atmosfeer.(*)door allerlei “tegenkoppelingen ” te ontwikkelen( en bovendien ook nog eens   te zorgen voor duurzame opslag van die geloosde  stoffen/ iets wat de geologische tijd normaliter doet )   ….want als we dat niet aanpakken krijgen we waarschijnlijk een klimaat waar we niet in willen en/of nog kunnen (over)leven. ….

    (Noot (*)Het gaat er om dat doordat (bijvoorbeeld ) het permafrost ontdooit er grote hoeveelheden broeikas gassen vrij komen wat de klimaat verandering evt versnelt.. Maar je kun  nog niet stellig spreken over een grote noch kleine impact ervan  (want dat word onderzocht). Je moet echter ook  weten wat al zeker is. En dat is dat dit een onderdeel van het geheel is en dus EEN impact heeft. Bovendien  zijn  de huidige “klimaat”-studies niet alleen gericht  op CO2 en antropogene invloed …. Maar de menselijke inbreng is (op zijn minst ) wel de mogelijke   druppel die de emmer doet overlopen …..   )

     

    ……en/of we moeten terzelfdertijd  ook  een koolstof -tijperk ingaan waarbij we alle fossiele brandstoffen afval  in vaste verbindingen vastleggen,carbon nanotubes, grafene etc, maar dat is pure speculatie en het kan heel goed zijn dat dit fysiek onmogenlijk is.Tot die tijd dat er een echte oplossing is( die technologisch van aard zal moeten zijn ) moeten we de gevolgen en de uitstoot beperken, maar dat is extreem lastig gezien we verslaafd zijn aan de gemakken van fossiele brandstoffen.

     

    Ook of we NU al over  al  die verdomd moeilijke technologieen en vooral de nodige installatie know how beschikken , betwijfel ik … Bovendien is de effektieve installatie van toepassingen van dergelijke kennis altijd een proces dat minstens een tiental jaren duurt … maar we zullen het wel snel moeten proberen met alle risico’s die dat snelle ingrijpen inhoudt ….
    Het alternatief is de ondergang … niet door “egoisme” maar door “liefdevol” de mensheid zelf verder in de vernieling te kweken(…… omdat dat nu eenmaal onze ingebouwde  evolutionair ontwikkelde  programma’s zijn die het  altijd  overnemen en winnen van de rede  )

     

    Noodplan tegen broeikaseffect geschrapt(24-04-2008 )

    Een plan om de opwarming van de aarde tegen te gaan door sulfaat in de atmosfeer te pompen, is geen goed idee. Sulfaat beschadigt namelijk de ozonlaag, schrijven onderzoekers vandaag in Science.

    Het leek twee jaar geleden nog een mooi idee. Pomp vijf miljoen ton waterstofsulfide op tien kilometer hoogte in de atmosfeer. De sulfaat reflecteert het zonlicht en de aardbol wordt vanzelf weer wat koeler. Met dit ambitieuze noodplan kwam de hoogleraar en Nobelprijswinnaar Paul Crutzen. Volgens hem was dit nog de enige manier om de snelle opwarming van de aarde tegen te gaan.

    Vandaag kan dit plan definitief worden geschrapt. Amerikaanse onderzoekers verbonden aan het National Centre for Atmospheric Research in Boulder (Colorado, VS) tonen namelijk met computermodellen aan dat zulke grote hoeveelheden sulfaat de ozonlaag ernstig aantasten. En die ozonlaag kunnen we niet missen. Het is de enige bescherming die mens, dier en plant hebben tegen de gevaarlijke ultraviolette straling van de zon. Zonder dit natuurlijke schild om onze aardbol tast de zonnestraling het DNA aan van al het leven op aarde.

    Ironisch genoeg won Crutzen in 1995 de Nobelprijs voor onderzoek naar het gat in de ozonlaag. Toch moeten andere onderzoekers hem erop wijzen dat zijn plan tegen het broeikaseffect de ozonlaag niet ten goede komt.

    (Steijn van Schie)

    °
    Prof Johan Rockström, directeur van het Stockholm Resilience Center.
    antropoceen : Johan-Rockstrom

     

    Het Zweedse instituut onderzoekt het ecosysteem aarde en met name de veerkracht (resilience) van het systeem aarde.

    Resilience is het vermogen om terug te keren naar de oorspronkelijke toestand na een verstoring. Vergelijk dit met het herstellen van een griep.

     Volgens Rockström is “de mens nu een geologische kracht”. “De mens is nu de sterkste factor voor veranderingen op planetair niveau”. De mens is de enige soort met deze invloed. Dit is in scherpe tegenspraak met de herhaalde beweringen van de Nederlandse geoloog en klimaatcriticus Salomon Kroonenberg.

    Maar volgens Rockström zijn er harde wetenschappelijke bewijzen dat de mens een effect heeft op het systeem aarde.

    Rockström onderscheidt 9 biologisch-geologische componenten:

    Stockholm-Resilience-Centre1

    CO2, Ozonlaag, Oceanen, Kunstmest (stikstof, fosfor), Land, Zoetwater, Lucht, Chemie, Biodiversiteit.

    Op al deze systemen heeft de mens invloed, vooral door ( gevolgen van  reusachtige  roekeloze ondernemingen  en   hun  kans  op zware  accidentele  gevolgen  en  door het creeren van enorme bergen afval )  vervuiling.

    Rockström geeft de mate van het effect weer met grotere of kleinere rode taartpunten (screenshot):

    Stockholm-Resilience-Centre2

     

     

     

    Om het systeem aarde gezond, leefbaar te houden moeten alle deel-systemen binnen bepaalde grenzen blijven.

    Drie van de 9 deel-systemen hebben grenzen overschreden:

    biodiversiteit (2010 is het jaar van de biodiversiteit!), CO2 (broeikasgassen), kunstmest (stikstof)

    ) De groene cirkel geeft grenzen aan waarbinnen het systeem stabiel en gezond is.

    Ozon is een probleem op globale schaal dat door de mens is veroorzaakt én opgelost. Dat heb ik altijd een sterk argument gevonden tegen de bewering van Kroonenberg dat de mens niet in staat is het klimaatsysteem van de aarde te beïnvloeden.

    De mens heeft het al gedaan. En was in staat om het proces weer om te buigen.

     Het interessante is dat de deelsystemen samenhangen. Dat vereist uitleg en onderbouwing, maar dat kan onmogelijk in een blogpost.

    Biodiversiteit

    Ik geef één voorbeeld: biodiversiteit. 

    Kunnen we een aantal soorten missen zonder nadelige gevolgen? of krijgen we een tipping point?

     Voorbeeld: Baltishce Zee. Als de kabeljouw (toppredator) verdwijnt, explodeert het aantal haringen. Haringen eten zoöplankton op, als zoöplankton afneemt, neemt fytoplankton toe (explosie).Fytoplankton neemt N (stikstof) op, dit leidt tot eutrofiëring, daar is zuurstof voor nodig,  dan krijgen we een zuurstofloos stadium, daarna algvorming.

    Tenslotte een visloze staat waar niemand wat aan heeft. Dit is dom beheer van natuurlijke rijkdommen!

    Nu zijn we bezig hetzelfde te doen met haaien, de toppredator van de oceanen: wat zal het gevolg zijn?

    De natuurlijke uitsterving van biologische soorten is 1 – 10 soorten per miljoen soorten. Nu: 100 – 1000 soorten per miljoen soorten. Dus de snelheid waarmee soorten uitsterven is honderden malen groter dan natuurlijk. Dit is de 6e massa uitsterving in de geschiedenis van het leven op aarde en het is de eerste die door mensen wordt veroorzaakt.

    Drinkwater: is ook zo’n grens: 25% van de rivieren haalt de oceaan niet meer door onze manipulaties,  we zitten nog binnen de gevarenzone factor water.
    Land: 40% van het aardoppervlak is nu landbouw en stedelijk gebied. Dat was eens natuur (bos). En het einde van dit proces is nog niet in zicht. We blijven bossen kappen. Op ieder continent. Landbouw kan nog maar 3% groeien voordat het in de gevarenzone komt. We zitten dus dicht bij de grens (zie screenshot)

    .
    Kunstmest is succesverhaal. Het heeft voedselproductie voor 7 miljard mensen op aarde mogelijk gemaakt. Nadeel: veel komt in water terecht en veroorzaakt problemen.  Volgens het plaatje zit kunstmest ver over de stabiliteitsgrens (zie screenshot). Oplossing: genetische modificatie van landbouwgewassen?

    Oceanen: de helft van de CO2 uitstoot wordt door de oceanen en het land opgenomen. Weer een voorbeeld van interactie! Klimaat is niet een geïsoleerd systeem. Uit onderzoek is nu voor het eerst gebleken dat die CO2 opname capaciteit aan het afnemen is! 

    Het gevaar dreigt dat oceanen + land niet meer CO2 opnemen, maar juist gaan uitstoten. Dan zou de natuur zelf een broeikasgas producent worden. Dat was nieuw voor mij. Hoe dat precies zit en hoe we dat kunnen beïnvloeden is mij nog niet helemaal duidelijk. Het heeft te maken met verzuring van de oceanen door CO2 opname. Dat is schadelijk voor het leven in de zee. Dit zou de buffercapaciteit aan kunnen tasten. Maar we zitten nog binnen de grenzen.

    Anthropocene tijdperk
    Al deze menselijke invloeden is sterk anti Kroonenberg: we zitten in het anthropocene tijdperk! Is de mens te nietig om het systeem aarde onleefbaar te maken? We zijn hard op weg! Het gaat niet alleen om klimaat, maar ook land,water, voedsel, stratosfeer, oceanen die hebben alle met klimaat te maken.

    Volgens Rockström zijn vele deelsystemen sinds 1955 onderhevig aan ongekend snelle veranderingen. Het klimaat is maar één van die systemen. We hebben het geluk gehad dat de laatste 10.000 jaar (na de laatste ijstijd) het klimaat, etc behoorlijk stabiel was en gunstig voor het leven op aarde.

    Dat moeten we proberen zo te houden. Toch?

    °

    En dit is wat we  echt  blijven   doen ;want  onze heilige energie honger neemt altijd maar toe ….  

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<–WELK EEN SCHOONHEID SCHEPT DE MENS TOCH ? 

    Binnen 100 jaar is de mens uitgestorven.

     Dat denkt althans een belangrijke Australische wetenschapper. “De situatie is onomkeerbaar, wat we ook doen.”

    De uitspraak komt van Frank Fenner, professor microbiologie aan de Nationale Universiteit van Australië en lid van de Royal Society of London, die eveneens veel prestige geniet.

    Fenner zorgde voor de beteugeling  van het pokkenvirus en hij hielp de konijnenplaag in zijn land onder de knie te krijgen.

    Einde van de mens
    “De homo sapiens zal uitsterven, mogelijk al binnen honderd jaar“, vertelde hij aan The Australian.

    Volgens Fenner zit de Aarde nu in het Antropoceen.Dat is geen officieel geologisch tijdperk, maar toch lijkt het zijn intrede te doen in de wetenschap.

    “Sedert het moment dat we het onofficiële tijdperk Antropoceen zijn binnengestapt, dat reeds begonnen is met de mechanische industrialisatie, hebben we een effect op deze planeet Aarde gecreëerd gelijkaardig aan dat van het ijstijdperk of aan dat van een komeetinslag.
    We zullen allemaal hetzelfde lot ondergaan als zij, die ooit de Paaseilanden bevolkten
    .”

    Fenner denkt dat we het slachtoffer zullen worden van de groeiende wereldbevolking en onze drang naar consumptie.

    …. de huidige homo sapiens  kan  de bevolkingsgroei en de daaruit volgende consumptie-explosie niet overleven : het mensenras zal binnen de 100 jaar uitsterven.
    VN-cijfers van vorig jaar schatten het aantal mensen op aarde momenteel op 6,8 miljard.
    De verwachting is, dat dit aantal tegen einde 2011 al tot meer dan 7 miljard zal stijgen.
    De mensheid zal die bevolkingsexplosie onmogelijk aankunnen; een explosie, die onvermijdelijk zal samenvallen met teugelloze overconsumptie.

    Klimaatverandering

    “De klimaatverandering is pas begonnen, maar we zien nu al grote veranderingen in het weer”, zegt Fenner.

    “….De Australische Aboriginals bewezen ons dat zij 40.000 tot 50.000 jaren konden leven zonder koolstofdioxide en globale opwarming. Maar de wereld is daar nu niet meer toe in staat.
    De menselijke soorten zullen hoogstwaarschijnlijk dezelfde weg opgaan als al de soorten die er ooit zijn geweest, en ondertussen zijn verdwenen…”

    “De menselijke soort zal uitsterven, misschien al over honderd jaar. Ook vele andere diersoorten zullen mee verdwijnen. Het valt niet meer om te keren.”

    …Als dit mensenras plots uitsterft, zal er binnen de paar miljoenen jaren wel nieuwe levenssoorten deze planeet bevolken. Voor Moeder Aarde is het alleszins geen probleem, noch voor de Zon, noch voor de Maan, noch voor ons geheel Melkwegstelsel.
    Daarin mogen we althans gerust zijn.

    Professor Stephen Boyden, denkt dat Fenner gelijk heeft om zich zorgen te maken, maar Boyden hoopt dat we ons op tijd bewust zullen worden van de situatie, zodat we er nog iets aan kunnen veranderen. 

    Optimistischer Wetenschappers, zeggen dat Frank Fenner misschien wel kan gelijk hebben, met de nadruk op het woordje ‘misschien’.

    Deze ecologen met een optimistischer denken, rekenen er op dat er binnenkort een soort van globaal bewustzijn zal ontstaan die de situatie onder ogen kan zien en revolutionaire veranderingen zullen aanbrengen op ecologisch gebied.

    Fenner ;
    ” Het is niet, dat mensen niets proberen  of niets zullen proberen , te doen – wél,omdat ze het blijven uitstellen “

    Er moet weliswaar een halte komen aan  de grondoorzaak   ;  die enorme en veel te snelle bevolkingsgroei.

    Professor James Lovelock,beweerde reeds in 2006 dat door de klimaatsveranderingen in de eerstvolgende honderd jaar het bevolkingsaantal van 7 miljard zal gereduceerd worden tot een 500 miljoen.
    “Elk probeersel om iets tegen deze klimaatsverandering te doen zal het probleem niet kunnen oplossen,  jed kan het hoogstens  wat  uitstellen,”
     zei hij toen  .

    Die cijfers brengen anderen dan weer op andere gedachten en vermoeden dat een soort van Derde Wereldoorlog een veel snellere oplossing aan het hoofdprobleem kan bieden.
    Zo zie je maar dat er verschillende denkstramienen bestaan en omdat iedereen denkt dat hij gelijk heeft, heeft hij geen oor voor de ‘andersdenkenden’

    01/07/10