ETHOLOGIE


 

 °
Pavlov is de  eerste die begon met  systematisch  en experimenteel  onderzoek   naar  de “psychologie der dieren ”  :
hij ontdekte de basiswetten der(pavloviaanse ) conditionering  die ook voor de menselijke psychologie  relevant zijn ….

 

 

 

°

_

Jan van Hooff, emeritus hoogleraar ethologie, groeide op in Burgers’ Dierenpark in Arnhem, waar zijn vader en moeder directeuren waren. Rondom zijn huidige huis in Bilthoven ligt een prachtige tuin, die bijna evenveel afleiding biedt. Van Hooff veegt een grijze lok uit zijn ogen:
°
‘Kijk eens, daar zit een spechtje, een kleine bonte specht.’
°
Van Hooffs idee over wat hij als bioloog zou willen, had hij al als jong mens gevormd. Als kind in het dierenpark was hij gefascineerd door het gedrag van dieren; dat wilde hij bestuderen.
°
 Later, als student, kwam hij in aanraking met het onderzoek van Nico Tinbergen.
N.Tinbergen & Conrad Lorenz
‘Wat Tinbergen deed, sprak me enorm aan. Zijn aanpak kwam weldadig op me over na de fenomenologische en psychologische benaderingen van diergedrag waarmee ik in Utrecht had kennisgemaakt. Dat leek allemaal uiterst subtiel, maar miste de empirische hardheid die ik bij Tinbergen wel vond. In die rigoureuze, objectivistische methode wilde ik me bekwamen. Maar dat kon niet in Utrecht, daarvoor moest ik naar Oxford.
°
Ik vertelde Tinbergen dat ik graag onderzoek wilde doen naar apen en hun communicatiegedrag. Tinbergen antwoordde dat hij zich thuis voelde bij alles met veren of schubben, maar dat hij niets afwist van harige dieren. Daarom stuurde hij me naar een leerling van hem, die net curator van de zoogdieren was geworden in de Londense dierentuin: Desmond Morris. Juist in die tijd verscheen er een aantal studies naar het begrijpen van uitdrukkingsgedrag. Waar komen signalen vandaan? Vaak zijn ze afgeleid van bewegingen die geassocieerd zijn met een stellingname, zoals geïrriteerdheid of angst. De houding uit zich bijvoorbeeld in een intentiebeweging, een onafgemaakte aanzet tot een handeling. Als het voordelig is de ander je houding te laten zien, kan zo’n intentiebeweging worden geritualiseerd. Desmond Morris formuleerde de principes die daarbij vaak optreden, zoals overdrijving en stereotypie. De balts van vogels is bijvoorbeeld sterk geritualiseerd, met duidelijk gedemarqueerde overgangen tussen verschillende gedragingen. Bij zoogdieren, en zeker bij primaten, lijken uitdrukkingsbewegingen veel vloeiender in elkaar over te lopen, net als bij mensen. De continuïteit tussen diergedrag en menselijk gedrag, en de evolutionaire aspecten daarvan, hebben mij van meet af aan beziggehouden. Ik kreeg dan ook een geweldige kick toen ik op Darwins baanbrekende studie hierover stuitte.’
°
THE SURVIVAL OF THE FITTEST IS EIGENLIJK HET OVERLEVEN VAN DE GESCHIKTSTE PEER
°
Charles Darwin beschrijft al in 1890, in Het Uitdrukken der Gemoedsaandoeningen bij den Mensch en de Dieren, die vergelijkende benadering.
°
Het baanbrekende karakter van dat boek blijkt uit het feit dat het honderd jaar na de eerste editie opnieuw is uitgegeven. Voor ons is de continuïteit tussen mens en dier een vertrouwde gedachte, maar vijftig jaar geleden was zij dat zeker nog niet, laat staan in Darwins tijd.
°
Darwin was geweldig geïnteresseerd in de evolutie en zocht aanwijzingen voor een gemeenschappelijke oorsprong van mens en dier. Hij realiseerde zich donders goed dat hij op een levensbeschouwelijke bom zat, en dat hij daar heel voorzichtig mee moest zijn.
°
Darwin stelde dat evolutie niet alleen het fysieke omvatte, maar ook de structuur van de geest. Dat is een forse, gevoelige uitspraak. Het cartesiaanse dualisme vierde toen nog hoogtij; lichaam en menselijke geest werden als afzonderlijke entiteiten gezien.
°
Het is natuurlijk sensationeel dat Darwin behalve in de principes achter de signalen, ook in de vorm overeenkomst zag tussen mens en dier. Hij onderkende de continuïteit in uitingen van emoties en vond aanwijzingen dat aan hetzelfde type emotie bij mens en dier soortgelijke fysiologische processen ten grondslag liggen.
°
Voor hem was dat aanleiding om te denken dat uitingen van de geest een evolutionaire basis hebben.
 °
Dat was wel een tikje gewaagd. Maar nooit heeft Darwin evolutie gehanteerd als argument voor een atheïstische wereldbeschouwing.
°
Navolgers van hem, zoals Thomas Huxley, waren daarin minder bescheiden. Zij hebben door hun beweringen vaak de religieus denkende mensen van zich vervreemd.’
°
‘Een ander boek dat zowel fascinatie, verbijstering als weerstand opriep, is De Naakte Aap van Desmond Morris uit 1966.
°
Morris werkte aan dat boek terwijl ik bij hem in de Londense dierentuin apen observeerde. De Naakte Aap was ‘a zoologist’s study of the human animal’. Het boek was een eye-opener voor veel mensen, zowel voor wetenschappers als voor het grote publiek.
°
Critici vonden dat het voorbijging aan wat de mens tot mens maakt: cultuur, zelfbewustzijn, menselijke drijfveren.
 °
Natuurlijk heeft de mens een ongelofelijke eigenheid; wij onderscheiden ons in sommige aspecten fors van onze naaste verwanten.
Maar Morris vroeg aandacht voor die andere, tot dusverre onderbelichte kant van ons wezen. Hij keek naar menselijk gedrag zoals ethologen uit die tijd, door nauwkeurig de opvallende gedragingen te beschrijven.
Morris ziet allerlei fenomenen en verbanden, maar is vrij oppervlakkig over hoe een evolutionair proces kan zijn verlopen.

°
Morris schrijft heel analytisch, als een buitenstaander.
°
In de inleiding stelt hij zich een inwoner van Mars voor die op onze aarde belandt en verslag doet. Het marsmannetje heeft in de mens een hele rare diersoort ontdekt, die net als termieten zijn eigen leefmilieu vormgeeft en structureert. Er zijn ook andere dieren, die wel een beetje op hem lijken, maar dit is een hele rare.
°
Met die naaktheid uit de titel worden allerlei eigenschappen geassocieerd.
De mens compenseert zijn naaktheid door holen te bouwen.
Bovendien heeft hij zich een kunstpels aangemeten, maar ook als het niet nodig is draagt hij een vijgenblad.
°
Wat het meest frappeert, is de manier waarop Morris Darwin volgt in diens vergelijking met dieren.
_
Hij laat ook voor het seksuele gedrag de patronen en afwijkingen zien, en dat treft mensen des te meer.
°
Met een afstandelijke blik beschrijft hij het hof maken, de paarbinding en het vrijen. Liefde relateert hij aan het feit dat de jongen van de naakte aap langer afhankelijk zijn: ze hebben weglegbaby’s in plaats van klembaby’s, zoals de andere apen. Als je het boek vanuit de huidige stand van wetenschap bekijkt, was Morris in zijn uitspraken over een aantal zaken te stellig.
°
Af en toe vliegt hij vreselijk uit de bocht.
 Zo is hij erg makkelijk in het zoeken van verklaringen voor opvallende fenomenen, zoals seksuele signalen.
°
Veel diersoorten ontwikkelen een voorkeur voor indicatoren van seksuele fitheid.
Bij één apensoort, de mandril, hebben de mannetjes een blauwe scrotum met een vuurrode penis.
Kijk je hen in het gezicht, dan zie je de neuswortel en de rode neuspunt die precies op een penis lijken, en daaromheen zitten opgezwollen blauwe wangbulten waarvan de kleur zich onder invloed van testosteron ontwikkelt.
De mannetjes dragen als het ware een tweede genitaal in het gezicht.
°
°
Dezelfde verklaring suggereert Morris voor de geprononceerde neus van de mens. Daarin gaat hij nogal snel, vind ik, en hij poneert het met veel stelligheid.
°
Toch is het boek ongelofelijk invloedrijk geweest, door de minutieuze beschrijving van patronen van menselijk gedrag en het presenteren van een vergelijkend-evolutionaire kijk.’
DEZE MATERIE ZET MENSEN AAN TOT EEN HEROVERWEGING VAN HUN WERELDBEELD.
Konrad Lorenz schreef in diezelfde tijd, in 1963, ‘Das sogenannte Boese’, in het Nederlands vertaald als Agressie bij dier en mens. Dat boek had veel invloed, maar riep ook tegenspraak op.
°
Lorenz laat zien dat agressie een universeel en adaptief verschijnsel is in het dierenrijk, omdat het, in neodarwinistische evolutietermen, in bepaalde omstandigheden onder positieve selectiedruk staat.
°
Natuurlijke selectie tilt eigenschappen eruit die de dragers van die eigenschap meer nakomelingen opleveren.
°
Een eigenschap waardoor de drager zijn belangen kan veiligstellen, zoals agressie, komt daarbij goed van pas.
Daar valt niets op af te dingen.
°
Lorenz zag agressie echter als een spontaan opkomende drang die herhaaldelijk om ontlading vraagt.
°
……Als “natuurlijke” irritaties niet regelmatig om porties “functionele” agressie vragen, dan vindt de agressieve drang zijn uitweg in “zinloze” destructiviteit.
Gezonde uitdagingen, in sportieve en andere wedijver, zouden een productieve uitlaat vormen. Die voorstelling bleek volkomen onhoudbaar.
Ook stelde Lorenz dat de mens de enige is die zijn soortgenoten afmaakt.
Bij andere soorten is agressie gedempt en geritualiseerd.
°
Stel je een diersoort voor, zei hij, die ongeremd zijn agressie botviert op zijn soortgenoten. Voor het behoud van de soort zou dat toch rampzalig moeten zijn.
Het is dus in het evolutionaire belang van de soort als die agressie wordt ingetoomd.
°
Dat was nogal boud gesteld.
Zo werkt natuurlijke selectie niet; het vraagt zich niet af wat goed is voor de soort. Selectie werkt op het niveau van het individu.
°
Dat is de eenheid van selectie: het gaat erom hoeveel kopieën je van je eigen genetisch erfgoed maakt.
 _
Iets later komt Hamilton met de theorie over kin selection (verwantenselectie), waarmee hij laat zien dat natuurlijke selectie wel degelijk onzelfzuchtige intoming en altruïsme kan bevorderen, namelijk wanneer die ten goede komt aan genetische verwanten.
°
Trivers suggereert daarna dat altruïsme bovendien evolutionair stabiel kan zijn, door het principe van “voor wat hoort wat’’.’
°
‘Dan – pats – komt Richard Dawkins’ The Selfish Gene uit.
°
Dawkins is erin geslaagd om het neodarwinistische evolutiemodel helder uiteen te zetten voor een breed publiek en te beargumenteren dat dit het enig mogelijke model is ter verklaring van de evolutie van het leven.
°
Hij beargumenteert dat het gen de rode draad in de evolutie is, en het organisme slechts een vehikel waarin de genen zich manifesteren.
°
Een gen is beter dan een alternatief als het meer kopieën van zichzelf aflevert in volgende generaties, namelijk doordat het codeert voor individuen die zich succesvoller voortplanten.
°
Die “zelfzucht” van het gen is natuurlijk een metafoor.
°
Waarom leverde dit boek nu zoveel weerstand op?
°
Volgens mij deels om emotionele redenen (is het leuk om als mens gereduceerd te worden tot een “vehikel”, hoe correct dit als modelvoorstelling ook is?)
en deels doormisverstanden over de metafoor die Dawkins gebruikt.
 °
Hamilton had net altruïsme op basis van zelfopoffering voor verwanten neergezet als evolutionair stabiel.
°
Dat is een nobele trek, dat mensen zichzelf wegcijferen ten gunste van hun dierbare verwanten.
°
Trivers had zo mooi betoogd dat sympathie een drijfveer kan zijn voor vrijgevigheid.
°
En nu maakt Dawkins voor het grote publiek duidelijk dat feitelijk al dat altruïsme, al die dingen die we als moreel hoogstaand beschouwen – sociale harmonie, onbaatzuchtigheid, dienstbetoon – terug te voeren zijn op genetische zelfzucht.
°Dat komt hard aan, als je hieruit de conclusie meent te moeten trekken dat er dus geen authentiek altruïsme bestaat.
°
En dat is onjuist.
° Altruïsme en zelfzucht zijn begrippen op het niveau van de individuele motivatie en de subjectieve beleving daarvan.
°
En die zijn niet ‘wegverklaard’ door de onderliggende populatiegenetische dynamiek zichtbaar te maken.
°
Dawkins is knap, overtuigend, maar het is evident dat zijn metaforen soms te ver gaan.
Critici die hem van reductionisme betichtten, speelde hij daarmee in de kaart.
°
Maar bij nauwgezette lezing zie je dat hij dat donders goed in de smiezen heeft. Natuurlijk is dat egoïsme een metafoor. Genen zijn niet op een motivationeel niveau zelfzuchtig, dat is een ander beschouwingniveau. Maar weergaves moeten gesimplificeerd worden, net zoals ik nu doe.’
WEERGAVES MOETEN GESIMPLIFICEERD WORDEN, NET ZOALS IK NU DOE.

°

Frans de Waal heeft in Chimpanseepolitiek en in Van nature goed magistraal onder woorden gebracht dat het streven naar macht weliswaar een essentieel onderdeel is van alle sociaal gedrag, maar dat het verknoopt is met de even essentieele samenwerking en onbaatzuchtigheid.

°
We snappen zo verdomd goed dat er dominantie en agressie is.
Het past in het verhaal van de strijd om het bestaan.
Maar dat altruïsme daar evenzeer in past, snappen we pas sinds Hamilton, Trivers en Dawkins.
°
 In het zichtbaar maken daarvan houdt De Waal zich verre van ‘zelfzuchtigheidsmetaforen’, en zijn lezers verslikken zich dus ook niet daarin.
°
Met de chimpanseepolitiek heb ik me nadrukkelijk beziggehouden. [Van Hooff was de promotor van Frans de Waal, red.]
°
Toen in 1972 de Arnhemse chimpanseekolonie werd gesticht, was zo’n grote gemeenschap in een dierentuin uniek in de wereld. Niemand geloofde dat het zou werken om vruchtbare vrouwtjes en meerdere volwassen mannetjes zo dichtbij elkaar te laten leven.
°
“Bloed aan de paal!”, werd er gezegd; die mannetjes streven allemaal naar de alfapositie, dat draait op vechten uit.
°
Maar hoe word je de machtigste?
°
Door coalities aan te gaan, door samenwerking.
°
En waarom zou een chimpansee een ander aan de macht helpen als hij daar zelf niets mee opschiet?
En dus zal die ander, als hem de steun wat waard is, zijn partner wel moeten belonen, door hem gunsten te betonen en hem te tolereren.
°
Ik zeg wel eens flauw dat het bij the survival of the fittest eigenlijk gaat om de best passende, de meest geschikte binnen een omgeving. Oftewel, een geschikte peer. Iemand die past in het sociale verband en bijdraagt aan de meerwaarde daarvan. Groepsselectie komt daarbij indirect om de hoek kijken.
°
Op het eerste gezicht lijkt het boek van Frans een tegenpool te zijn van The Selfish Gene.
°
En Frans presenteert het ook wel een beetje zo.
Maar ik denk dat er uiteindelijk geen tegenspraak bestaat tussen Dawkins’ modelmatige aanpak en het belevingsniveau waar Frans het over heeft. Integendeel!
Frans heeft wel een correctie aangebracht, niet zozeer op Dawkins als wel op de karikatuur die er van hem is gemaakt.
°
Nu loopt hij op zijn beurt gevaar dat er van hem ten onrechte een karikatuur wordt gemaakt, doordat er gezegd wordt dat hij zich op “sentimentele anekdotes” baseert.’
°
‘Het gaat hier om materie die emotioneel aangrijpend is, omdat het mensen tot een heroverweging van hun wereldbeeld aanzet. Deze boeken zijn ankerpunten in mijn academische loopbaan, maar daarnaast zijn ze tekenend voor de veranderingen in opvattingen en ontwikkelingen in de ethologie. Het zijn stuk voor stuk knappe lieden die deze boeken schreven.’

Jan A.R.A.M. van Hooff
is emeritus hoogleraar ethologie en socio-ecologie.
°
In 2001 kwam het boek Economics in Nature. Social Dilemma’s, Mate Choice and Biological Markets uit, onder redactie van Ronald Noë, Jan A.R.A.M. van Hooff en Peter Hammerstein (Cambridge University Press).Prof. dr. Jan van Hooff, emeritus hoogleraar ethologie and socio-ecology
°
1980 /2001 professor gedragsbiologie (=ethology) Universiteit van UtrechtStudied in Utrecht and Oxford 
°
Afterwards 
he did observe and study the behaviour of Orang oetangs in Sumatra and started the famous chimp-colony in “Burgers zoo” (1971)
He is an authority on the behavour of great apes …. 
He is now still a member of many international teams in the field of ethology
°
De aap op de rots  : het alpha mannetje  
alpha mannetje
 PIKORDE / RANGORDE / HIERARCHIE  

Dominante apen hebben ander brein dan volgzame types

Belga

wo 03/09/2014 – 12:10 Kirsten Sokol
De hersenen van dominante apen zien er anders uit dan die van soortgenoten die lager staan in de hiërarchie. Dat blijkt uit neurowetenschappelijk onderzoek. Mogelijk betekent dit dat primaten van nature voorbestemd kunnen zijn voor een dominante rol, of net niet. De verschillen in hersenontwikkeling zouden onze natuurlijke neiging tot leiderschap of volgzaamheid weerspiegelen.

Uit het onderzoek is gebleken dat een netwerk van bepaalde hersengebieden groter is bij dominante dieren, terwijl andere stukken in de hersenen van ondergeschikte apen net groter zijn. Neurowetenschappers zijn tot deze ontdekking gekomen na vergelijkingen van hersenscans bij 25 makaakapen, die reeds gevolgd werden voor ander wetenschappelijk onderzoek.

“We hebben de zones bestudeerd die instaan voor leergedrag, herinneringen en besluitvorming, samen met de veranderingen die zich in het brein voordoen wanneer een dier een van deze activiteiten onderneemt”, aldus Dr. MaryAnn Noonan.

Pas wanneer de hersenactiviteit werd gekoppeld aan de sociale status van de dieren, kwamen de onderzoekers tot overduidelijke resultaten. Om die status te bepalen, werd het gedrag van het dier in kwestie bestudeerd, en gelinkt aan de gegevens over zijn hersenstructuur. “We waren door onze gevarieerde populatie enorm verrast door het resultaat, want toch zien we consistent hetzelfde beeld in de hersenen van onze proefdieren”, klinkt het.

Wat maakt iemand een dominant type?

Bij apen die een hoge positie hebben in de hierarchie, zijn drie onderdelen van hun hersenen groter, nl. de amygdala, de hypothalamus en de raphe nucleus. Bij volgzame apen waren andere clusters in hun brein binnen het striatum meer ontwikkeld. Deze specifieke zones in de hersenen zijn cruciaal bij het inschatten van sociale situaties, en de betekenis van gebeurtenissen.

Dit onderzoek toont aan dat dominantie dus niet puur te maken heeft met fysieke kracht, of een groter brein, maar wel met de ontwikkeling van bepaalde delen in de hersenen. “Aan beide uiteinden van een hiërarchie heb je bepaalde vaardigheden nodig om succesvol te zijn, en voor die specifieke vaardigheden doe je vaker een beroep op bepaalde onderdelen in je hersenen”, verklaarde de onderzoeker aan de BBC.

Is iemand dan “van nature uit” dominant of volgzaam?

Of die verschillen in de hersenen er zijn vanaf de geboorte, konden onderzoekers niet afleiden uit de resultaten. Het is ook mogelijk dat de iemands brein zich op een bepaalde manier ontwikkelt, net omdat we leven volgens bepaalde sociale status. Een combinatie van genen en opvoeding lijkt de meest aannemelijke verklaring.

Wat vertellen deze resultaten ons over andere primaten, zoals de mens? “De gebieden in de hersenen waarop dit onderzoek zich focust, doen bij mensen exact hetzelfde. Maar hiërarchie ligt in ons leven complexer dan in het dierenrijk. Wij proberen ons als mens altijd aan te passen aan verschillende rollen in verschillende situaties. Maar dat betekent niet dat mensen niet meer geschikt kunnen zijn voor een bepaalde rol.”

Belga
En de aap is mens geworden
Een documentaire over de intense relatie tussen mens en mensaap.
Aan de hand van archiefopnamen, speelfilmfragmenten, natuurfilms en interviews met aaponderzoekers wordt in een humoristische montage de geschiedenis vertelt van de wijze waarop mensen omgingen met
chimpansees, orang-oetangs, gorilla’s en bonobo’s oftewel, de mensapen.
Aanvankelijk traden chimpansees op als artiesten die de mens imiteerden en met hun onhandigheid de mens vermaakten.
Totdat de aap in 1960 de mens verving in zijn eerste reis in de ruimte, en zijn plaats innam in veelvuldige medische testen.
Het is 25 jaar geleden dat de film The Planet of the Apes (Franklin J. Schaffner) ons beeld van de relatie mens-aap spiegelde en ons deed beseffen dat de overheersing van de mens over de mensapen onverbiddelijk is?
Inmiddels wordt de mensaap, die 99,4 ( tegenwoordig is dat een ander cyfer  = 94%  tpt  96% of minder    ) procent van het menselijke DNA materiaal bezit, gezien als een naaste verwante die ons kan helpen in de zoektocht
naar de oorsprong van ons bestaan.
In deze beschouwende documentaire met een persoonlijk commentaar vertelt Ren챕 Seegers over de wederwaardigheden van de mensaap en zijn vergissing om mens te worden.

zie ook
The Genius  of Charles Darwin _part 1
The Genius  of Charles Darwin _ 2   the fifth ape 

Drang tot bezitten is niet typisch menselijk

woensdag 14 januari 200  http://www.elsevier.nl/web/10219795/Sturm-und-Drang/Drang-tot-bezitten-is-niet-typisch-menselijk.htm

 

Ook apen kunnen bezit ervaren

Ook apen kunnen bezit ervaren    …..Een wereld zonder bezittingen spreekt tot de verbeelding. ‘Imagine no possessions’, zong John Lennon al in 1971, en alle hippies zongen luid mee, waarna ze zich overigens ontpopten tot de meest materialistische generatie ooit, die het doodgewoon vond om private rijkdom te financieren met publiek geld, op kosten van toekomstige generatiesuiteraard.

Nu is één generatie die met de billen bloot is gegaan natuurlijk geen bewijs dat een wereld zonder bezittingen niet kan of dat we het niet zouden moeten proberen. De aarde kan immers vermoedelijk tot 10 miljard mensen voeden, maar zelfs met zes miljard zijn alle rijkdommen zo verdeeld dat de ene helft van de aarde aan honger lijdt en de andere helft te vet is. Allemaal dankzij bezit.

Controle
Bezit wordt vaak als een teken van beschaving gezien, waarvoor het idee van eigenaarschap noodzakelijk zou zijn: het idee dat iemand exclusieve controle over een object of zou kunnen of moeten hebben. Sociale wetenschappers hebben altijd verondersteld dat hier een sterk zelf-concept voor nodig is: immers, als je geen onafhankelijk individu bent, kun je ook geen eigen object bezitten.

Zo is bezit lange tijd gezien als een hogere waarde, en is bescherming van bezit een centraal punt in iedere ontwikkelde rechtsstaat. Bezit zou volgens zo’n sociologisch perspectief bij andereprimaten niet voor moeten komen.

Apen
En wat werd er afgelopen december gepubliceerd? Een onderzoek dat duidelijk maakte dat ook apen bezit kunnen ervaren. Een van de bijzondere effecten van bezit is namelijk dat mensen aan hun bezit gehecht raken.

Als veelgebruikt voorbeeld geldt de fles goede wijn die jarenlang in de kelder ligt. Na jarenlang bezit wordt de fles niet voor marktwaarde ingeruild (wat een puur rationele handelaar wel zou doen), maar wordt er veel meer voor gevraagd dan wat hij waard is.

Dit wordt in de gedragseconomie het ‘endowment effect’ genoemd, wat in het Nederlands neerkomt op het ‘schenkings’effect. Geef mensen bijvoorbeeld ’s ochtends een mok van 5 euro en vraag ze die ’s avonds te ruilen voor een willekeurig ander object van 5 euro en ze doen het niet – ze zijn gehecht geraakt aan hun mok. Ze vragen dan een hogere prijs dan de mok waard is (ongeveer twee keer zo hoog).

Muntstukken
Dit endowment effect werd nu onderzocht in kapucijnapen, maar om eerst te testen of deze überhaupt wel zo handelden als mensen, werd onderzocht of de apen wel konden omgaan met een ruilsysteem en een vrije markt.

De apen kregen metalen muntstukken die ze konden inruilen tegen verschillende soorten voedsel (bijvoorbeeld appelschijven of druiven). De apen leerden het gebruik van geld zonder enig probleem en reageerden net als mensen: als appelschijven in de aanbieding gingen (twee voor de prijs van een) kochten ze meer appelschijven. En ze handelden liever met degene die soms voor niets een gratis extra exemplaar leverde (winstmaximalisatie).

Corn flakes
Maar goed, wat gebeurde als deze apen een schijfje met vruchten kregen (of een klein pakje met corn flakes) en dat later mochten ruilen? Beide waren voor apen evenveel waard, want als ze vrij mochten kiezen kozen ze allebei even vaak. Maar als een aap twaalf fruitschijfjes kreeg, ruilde hij er niet zes met pakjes corn flakes, zoals je zou verwachten. In plaats daarvan ruilde hij nauwelijks.

Zelfs met betalingen voor de moeite van de transactie (met havervlokken) konden apen niet worden omgekocht. Dat ze te lui waren klopte ook niet: als voedsel werd aangeboden dat veel meer waard was (een marshmellow of fruit snack; in de vrije markt was hun waarde vastgesteld) ruilden ze maar al te graag. De verklaring: de twaalf fruitschijfjes waren hun bezit geworden.

Wat fruitschijfjes zijn voor kapucijnapen, is de dure fles wijn voor mensen (en pindakaas-tubes voor chimpansees [8]).

Het ervaren van bezit is dus ook mogelijk bij andere apen – daar gaat de sociologische notie dat bezit een hoog ontwikkeld, menselijk concept zou zijn. Bezit is geen teken van beschaving, maar gewoon een primitieve notie.

Sturm  und Drang

Emotionele makaak gooit met stenen

 4 september 2008

 

Een makaak in de dierentuin van Antwerpen probeert een kokosnoot te breken.

Een makaak in de dierentuin van Antwerpen probeert een kokosnoot te breken.

4 sept.//  In een Japanse makakengroep van een onderzoeksinstituut in Inuyama is in augustus 2003 een unieke traditie van stenen gooien ontstaan. De apen gooien af en toe achterwaarts met een steen van zo’n 10 cm groot, tot wel 15 meter ver, terwijl ze met drie poten op de grond staan. Zo’n gewoonte is van geen enkele andere onderzochte groep Japanse makaken bekend. Dit blijkt uit een systematische analyse van stenengooigedrag in tien makakengroepen in Japan dat binnenkort wordt gepubliceerd in het Journal of Human Evolution.

Dit soort kleine apen gooit sowieso niet vaak met stenen, ook van elders is zo’n gewoonte niet bekend. Werpen is typisch mensapengedrag, dat eigenlijk alleen mensen goed beheersen. Alleen chimpansees en mensen kunnen bovenhands gooien, vooral omdat zij op twee benen kunnen staan. En alleen mensen gooien raak, chimpansees kunnen niet mikken.

Het makakenonderzoek is van belang voor begrip van de menselijke evolutie omdat de makaken in Inuyama vooral blijken te gooien tijdens emotionele opwinding: als er militaire vliegtuigen laag komen overvliegen of wanneer in de groep gevochten wordt. Het gooien maakt echter geen deel uit van dat vechten of andere agressieve daden. Er wordt ongericht naar achteren gegooid, als – zoals de onderzoekers het beschrijven – ‘een soort uitbreiding van niet-vocaal emotioneel vertoon’, druktemakerij in feite. Vrijwel altijd sprongen ze na de worp op en neer. Dit gedrag komt overeen met theorieën over het ontstaan van het menselijke stenengooien, ver in het evolutionaire verleden. Het gerichte gooien zou ontstaan uit precies het ‘zinloze’ ongerichte gooien dat nu vrijwel onder de ogen van biologen opdook in deze Japanse makakengroep.

Ruim de helft van de 46 makaken in Inuayama gooit weleens met een steen. De stenengooiers behoren tot alle dominantiegroepen, leeftijden en geslachten. Maar voor augustus 2003, toen de mode zich ging verspreiden, gooiden alleen een oud mannetje wel eens een enkele steen.

Vaak gooien ze ook nu niet. In 450 uur observeren werd het 83 keer gezien. Maar in de negen andere groepen werd in 1.500 uur (en ruim 650 apen) maar twee keer een steenworp gezien. De groep in Inuayama heeft een relatief ontspannen dominantiecultuur. Gewoonten raken dus vrij gemakkelijk door de groep verspreid.

De mens is niks bijzonders

16-09-2008 meneer_opinie
Een eeuw of twee gelden wisten we het wel: de mens was iets zeer bijzonders. Zij heeft veel hersenen, cultuur, taal, maakt en gebruikt van gereedschap en is in het bezit van bewustzijn. Het kon niet anders of de mens was iets heel bijzonders en absoluut op geen enkele wijze familie van mens- of andere apen, laat staan dat er wat voor banden dan ook konden zijn met vogels of olifanten.
Helaas is dit beeld de laatste tijd nogal afgebrokkeld.
Chimpansees blijken takken en stenen te gebruiken om termieten te vangen of noten te kraken.
Dus gereedschap gebruiken bleek al niet zo bijzonder.
Maar de doodsklap kwam uit een andere hoek.
De Caledonische kraai, een vogel nota bene, bleek niet alleen ijzerdraadjes te kunnen gebruiken, maar boog ze ook nog eens in de juiste vorm voor gebruik.
Daar sta je dan met je vuistbijl en je laptop.
 Onze instrumentenmakerij is geen eigenschap die ons principieel onderscheid van dieren, er is hooguit een gradueel verschil.

Onze cultuur dan?….Geen enkele diersoort die het equivalent van de Beatles of de breakdance heeft, toch?Helaas, de laatste jaren is duidelijk geworden dat bepaalde vormen van dans en handenschudden bij chimpansees in en uit de mode gaan.

En bij bultruggen (walvissen) bleken nieuwe liedjes zich als een olievlek over de populatie te verspreiden.
Dus ook wat cultuur betreft, is het verschil tussen mensen en dieren eerder gradueel dan principieel.
°
Zelfbewustzijn dan?    Jarenlang toch gezien als exclusief voor de mens, want persoonlijkheid, en zelfbewustzijn, dat zit in je neocortex. Dus hooguit apen en zoogdieren konden dat hebben, want de rest van het dierenrijk was niet met zo’n neocortex gezegend.
°
 Nou, van olifanten werd vorig jaar al aangetoond dat ze in ieder geval zichzelf herkennen in een spiegel en van eksters werd dat  ook al aangetoond. Van chimpansees is ook al bekend dat ze zich in de situatie van een andere chimpansee kunnen inleven, een eigenschap die bij mensen meestal in de late peutertijd de kop opsteekt. Dus ook hier is er weer een gradueel verschil, geen principieel verschil.
°

Communicatie is zeker niet zeldzaam bij dieren en van verschillende soorten is duidelijk dat ze redelijk gecompliceerde boodschappen aan elkaar door kunnen geven.Toegegeven, het zullen nooit Shakespeares worden, maar het begin is er, dus ook hier kunnen we niet van een principieel verschil spreken.

Hersenen en intelligentie dan. Tja, toen bleek dat niet alleen dolfijnen, maar ook vrouwen relatief meer hersenen hadden dan mannen, kon dat criterium ook niet meer gebruikt worden.Het moest gaan om de kwaliteit, niet om de kwantiteit.

Afgaande op de uitspraken en meningen van heel veel mensen, denk ik dat we over de kwaliteit maar niet al te optimistisch moeten zijn.
Bovendien, hoe meet je de intelligentie van dieren?
 Neem het volgende citaat van Douglas Adams uit zijn boek Hitchhikers guide to the galaxy eens in overweging:
Mensen achtten zichzelf veel intelligenter dan dolfijnen omdat ze Manhattan gebouwd hadden, naar de maan geweest waren en zowel geld als buskruit hadden uitgevonden, terwijl de dolfijnen alleen maar ronddartelden in zee. Dolfijnen achtten zichzelf veel intelligenter dan mensen vanwege precies dezelfde redenen.Enige bescheidenheid zou ons niet misstaan
zie ook

Kaketoes leren elkaar om met gereedschappen om te gaan

 

Kaketoes kunnen elkaar leren om houten gereedschappen te maken en te gebruiken. Dat hebben Engelse onderzoekers ontdekt. Voorwaarde is wel dat de vogels duidelijk kunnen zien hoe hun ‘docent’ die gereedschappen gebruikt.

Onderzoekers kwamen op het idee toen ze een kaketoe in gevangenschap bezig zagen met nootjes. Wanneer de nootjes buiten zijn bereik lagen, brak de kaketoe stukjes hout van de palen van zijn verblijf af. Vervolgens gebruikte hij de stokjes om de nootjes naar zich toe te ‘harken’. Niemand had dat de kaketoe – Figaro genaamd – geleerd. Hij had dat zelf bedacht.

Experiment
De onderzoekers vroegen zich af hoe andere kaketoes op dit slimme trucje zouden reageren. Ze namen de proef op de som. Ze verzamelden een aantal kaketoes en lieten ze toekijken hoe Figaro zijn houten stokje gebruikte. Een tweede groep kaketoes kreeg een ‘spookdemonstratie’ te zien. In dit geval zagen ze hoe de nootjes zonder interventie van Figaro in zijn richting bewogen. De onderzoekers deden dat door met magneetjes te werken. Die magneetjes verplaatsten een nootje of de magneetjes verplaatsten een houten stokje dat de nootjes dan weer verplaatste. Vervolgens plaatsen de onderzoekers de kaketoes in een verblijf met een identiek probleem: nootjes die buiten bereik waren. In het verblijf lag een houten stokje klaar.

WIST JE DAT…

Resultaten
Drie mannetjes en drie vrouwtjes uit de groep die Figaro daadwerkelijk aan het werk hadden gezien, gingen de interactie met het gereedschap aan. Ze pakten de stokjes vaker op dan de kaketoes die de ‘spookdemonstratie’ hadden gezien. Ook wilden deze kaketoes veel liever dan de kaketoes die ‘spookdemonstraties’ zagen, succes boeken. Opvallend genoeg slaagden alle drie de mannetjes erin om de nootjes met behulp van het gereedschap dichterbij te harken. De drie vrouwtjes slaagden daar – net als de kaketoes die de spookdemonstratie zagen – niet in.

Niet klakkeloos imiteren
De vogels die er wel in slaagden om het gereedschap juist te gebruiken, imiteerden de bewegingen van Figaro niet zomaar. Hun aanpak was net ietsje anders en paste iets beter bij de omstandigheden waar Figaro’s ‘leerlingen’ mee te maken hadden. “Ook al was het noodzakelijk voor het succes van de kaketoes om Figaro aan het werk te zien, ze imiteerden Figaro niet,” vertelt onderzoeker Alice Auersperg. “De succesvole toeschouwers ontwikkelden hun eigen strategieën voor het behalen van hetzelfde resultaat. Dat is wat psychologen emulatief leren noemen.” Onderzoeker Alex Kacelnik voegt toe: “Er is een verschil tussen het herhalen van het gedrag van de docent en het nabootsen van zijn prestaties door je eigen methodes te ontwikkelen. Het laatste wijst op een creatief proces dat gestimuleerd wordt door sociale interactie. De kaketoes lijken hun docent te overtreffen, iets wat alle goede professoren van hun beste studenten verwachten.”

Twee van de kaketoes die erin slaagden de gereedschappen correct te gebruiken, werden aan nog een experiment onderworpen. Dit keer werden ze in een verblijf geplaatst waarin de nootjes wederom buiten bereik waren, maar kregen ze geen kant-en-klaar gereedschap aangeboden. Eén van de kaketoes ging het gereedschap zelf vervaardigen. De ander deed dat in eerste instantie niet, totdat hij zag hoe Figaro dat deed. Toen ging hij het ook doen. Het suggereert dat het leren gebruiken van een gereedschap de vogels stimuleert om zich ook het vervaardigen van dat gereedschap eigen te maken.

 

Bronmateriaal:
Cockatoos go to carpentry school” – Oxford University (via Sciencedaily.com)
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Showmanradio (via Wikimedia Commons).

Een paar interessante Comments  op diezelfde blog
De rationele verklaringen die we voor ons eigen gedrag plegen aan te voeren zijn niet meer dan achterafredeneringen over autonome processen in het onbewuste die beslissingen voor ons maken.
-:Natuurlijk zijn er verschillen, maar die zijn gradueel, niet principieel. Als we iets te laat waren geweest, dan waren wij nu de bedreigde diersoort en zat de chimpansee te bedenken wat te doen tegen global warming
– Een hypothese die me erg aantrekt is die van Geoffrey  Miller. Hij beweert dat onze bovenmatig grote hersenen een gevolg zijn van sexuele selectie.

Miller suggereert dat, wellicht vlak na de splitsing tussen mens en chimpansee, de vrouwtjes de mannetjes begonnen te selecteren op hun hersencapaciteit. Waarom weet niemand, zoals we ook niet weten waarom sommige paradijsvogelvrouwtjes graag een knalrode rug zien en de andere soort liever een kobaltblauwe kop. Het is tot op zekere hoogte puur toeval.
Maar als sexuale selectie eenmaal een richting heeft gekozen, dan kom je in een zichzelf versterkend proces terecht: de mannen die intelligent zijn produceren meer nakomelingen dan de minder intelligente. Die nakomelingen zijn intelligenter en hebben een grotere voorkeur voor intelligentie en zo versterkt dat proces zich.Het aardige van deze hypothses is dat ze verklaart waarom zowel mannen als vrouwen intelligent zijn (it takes one to know one) maar ook waarom mannen vaker te koop lopen met hun intelligentie in de vorm van optredens, publicatie van wetenschappelijk onderzoek of het leiden van een politieke partij. Als ze er niet mee te koop lopen, worden ze niet gekozen.Onder intelligentie verstaan we dan domweg de gave om informatie te analyseren en gebruiken, of die informatie nu komt uit een experiment in een deeltjesversneller, uit een debat met een politieke tegenstander of uit de studie van kunstwerken.Die sexuele selectie op intelligentie was vermoedelijk alleen mogelijk binnen het samenlevingsverband dat onze voorouders toen kenden,vermoedelijk in niet te grote groepen van tenminste serieel monogame paren. Chimpansees leven in grote groepen geleid door een coalitie van mannetjes, waarbij een vruchtbaar vrouwtje paart met meerdere mannetjes. Er si dus concurrentie tussen de spermacellen van de mannetjes die met dat vrouwtje gepaard hebben. Om meer nakomelingen te krijgen hoeft een chimpansee-mannetje dus niet zo heel intelligent te zijn, maar moet hij zo veel mogelijk en zo sterk mogelijk sperma produceren. Vandaar dat chimpansees grote ballen hebben.Maar nogmaals, dit is een hypothese. Ik denk dat het een goede is, maar anderen denken daar anders over.ALs deze hypothese correct is, dan is het nog altijd mogelijkk dat ooit een andere diersoort hetzelfde pad inslaat en razendsnel intelligentie ontwikkeld.
EN, maar dit terzijde, als (seriele) monogamie dat proces mogelijk maakt, dan zouden gibbons een grotere kans hebben om die kant uit te gaan dan de chimpansees

Kraaien benaderen zelfde niveau als apen’

14 september 2011

Kraaien en raven hebben het vermogen om net zo te handelen als apen. Ze zijn na het krijgen van voedsel in staat om vijf minuten te wachten op een betere beloning. Dit blijkt uit een nieuw onderzoek van Valérie Dufour, onderzoeker aan de Universiteit van Straatsburg. Vandaag verschijnen de resultaten in het tijdschrift Royal Society Biology Letters, zo meldt ABC News

Voor het experiment werden twaalf vogels getraind om na het krijgen van voedsel te wachten op een beloning.

Wetenschappers hielden voor de ogen van de vogels in de open hand voedsel vast, terwijl in hun dichte hand een beloning wachtte. Toen de vogel een hap van het voedsel nam, kreeg het in ruil daarvoor de beloning.

Tijdens het wachten op de beloning legden sommige kraaien en raven het voedsel op de grond of verborgen het op een opslagplaats.

De tijd tussen het eten van het voedsel en het ontvangen van de beloning was maximaal vijf minuten.

“De resultaten zijn verrassend, omdat we wisten dat vogels in staat zijn om enkele seconden te wachten, maar zo lang was ons niet bekend,” vertelt Dufour.

Net als mensen zijn kraaien en raven sociale wezens met in verhouding grote hersenen voor hun lichaamsgrootte. Eerder is uit onderzoek gebleken dat kraaien het verschil zien tussen een man en een vrouw en de zwaartekracht begrijpen.

12/11/2010 ‘Kraaien zien verschil tussen man en vrouw’ 18/05/2010 ‘Raven troosten elkaar na gevecht’ 07/10/2009 ‘Kraaien begrijpen zwaartekracht’ 09/06/2009 ‘Kraaien hebben groeiproblemen door junkfood’

Kraaien

. Euraziatische Kraai , zwarte en bonte kraai , C.corone corone en C.c cornix verdere ondersoorten : C.c.orientalis Oostelijke zwarte kraai is bijna als de onze, C.c.sharpii Siberische bonte kraai en C.c. sardonisch, palescens en minos, kleine stukjesEuropa Azie Egypte , zuidelijke bonte kraai? Grofweg allen bonte kraaien , en C.c capellanus Irak deze kapelaan kraai onderscheidt zich duidelijk van bonte kraai door een bijna witte jas en langere vleugels. Eigenlijk is het m.b.t. tot ondersoorten superspecialisten werk waardoor Coombs met zijn grove verdeling in zwarte en bonte kraai over heel Eurazie ook gelijk heeftStresemans woudkraa(ook acaciagaai), Zavatariornis stresemanni, Ethiopie , bedreigd. Amerikaanse kraai , C. brachyrhynchos , Namerika, wordt bestudeerd door Kevin J.McGowan. Studenten ontdekte dialecten in verschillende regio en buurten die voortbestaan in volgende generaties. Paren kunnen bijgestaan worden door ongepaarde vogels. Bairds kraai , C. caurinus, lokaal North western crow, Alaska tot Washington, is het een ondersoort van de Amerikaanse ? Wordt onderzocht door bioloog Rob Butler en medewerkers. Heeft interessant kustgedrag, openen schelpen door laten vallen en bij eb veel pakken en verbergen/opslaan en bij vloed weer halen. Heeft een hoge krachtige àààà kra. Mexicaanse kraai, C. Imparatus, Nmexico, zover ik gezien heb de laatst wetenschappelijk benoemde kraaiachtige soort door Peters in 1929. Sinaloakraai, C. Sinaloae, Mexico. Viskraai, C. ossifragus, O en Z USA.wordt bestudeerd door Kevin J.McGowan. Halsbandkraai, C.torquatus, China en N v. ZOAzie Indische, glans of huiskraai , C.splendens, Indiase regio tot Thailand , heeft ondersoort Zugmayer huiskraai C. s. zugmayeri.

 

°

Caledonische wipsnavel kraai ,

NGS Picture ID:1130320

 

C. moneduloides, Nieuw Caledonië en Loyalty eil., vliegt rond met stokje om grijpgrage rupsen uit een boom te trekken, wat gereedschap gebruik is en daarmee een teken van intelligentie; het gebruik van het stokje wordt aan de jongen geleerd. Bij het vervaardigen van het gereedschap heeft hij een voorkeur omdat uit het linkerstuk van het blad van de schroefpalm te halen; deze voorkeur was tot nu toe alleen bekend bij de mens maar dan in rechtshandigheid. In gevangenschap kon Betty, een vrouwelijke kraai, een nieuwe situatie zonder imitatie oplossen: zij maakte een haakje van ijzerdraad om een emmertje met voedsel uit een buis te vissen. Er is dus sprake van een oorspronkelijk denkvermogen dat op de mens lijkt. Het vormen van gereedschap is iets waarmee deze vogel makkelijk kan concurreren met apen, die dat niet of nauwelijks doen. De onderzoekers van de universiteit van Auckland en Oxford zijn Alex Weir, Jackie Chappel en Alex Kacelnik .Deze kraai heeft een nog typischer en soepelere kraaiachtige vlieg-hups en landingsstijl, krasse kraa’s en ’blije’ snavel.

 

 

 

Dikbekkraai , C. macrorhynhos, OAZie tot Fillipijnen. Soenda kraai, C. enca, Maleisie Indonesie Fillipijnen. Sulawesikraai , C. typicus, Sulawesi. Banggaikraai, C.Unicolor , Banggai en Sula eil. bedreigd.Floreskraai C.florensis, Flores, bedreigd, heeft een babyachtige wèèè wèè roep, geen kra, tilt bij roepen staartje op . Marianenkraai, C. kubaryi, Guam en Rota(de Marianen), bedreigd. Molukse kraai , C. validus , Nmolukken . Witsnavelkraai, C. woodfordi, Salomons eil.. Bruinkopkraai , C.fuscicapillus, NWNieuw-Guinea en naburige eil.. Maskerkraai , C. tristis, Nieuw-Guinea en naburige eil.. Kleine Australische kraai, C. mellori . Hawaï kraai, C. Hawaiensis, Hawaï, lokale naam: alala , bedreigd.Australische kraai C. orru., Australie, Nieuw Guinea en naburige eil.,van hen is bekend dat zij twee soorten gereedschap kunnen maken. Bennets kraai, C. bennetti, Australie, relatief laat wetenschappelijk benoemde kraaiachtige en wel in1912. Maorikraai, C. moriorum is uitgestorven . Jamaicakraai, C. jamaicensis, Jamaica. Palmkraai, C.palmarum, Cuba en Hispaniola, bedreigd . Cubaanse kraai , C.nasicus, Cuba en naburige eil.. Witnekkraai, C. leucognaphalus, Hispaniola , Haiti Dominicaanse republiek, in Puerto Rico uitgestorven, bedreigd. Bergkraaien= Pyrrhocorax . Alpen of steenkraai, P. pyrrhocorax, lokaal in Eurazie, Atlas, Himalaya.

Raven gebruiken gebaren om te communiceren

29 november 2011

Net als mensen kunnen raven dingen aanwijzen of objecten oppakken om de aandacht te trekken

Dat schrijft een Duits-Oostenrijks wetenschappelijk koppel deze week in Nature Communications.

Tot voor kort werd gedacht dat alleen primaten zich dat soort gedrag aanmaten

Het kunnen maken van gebaren zit er bij mensen al vanaf de geboorte in. Baby’s maken al gebruik van gebaren als aanwijzen of aanbieden (pak dit aan). Ook bij andere primaten als chimpansees zijn zulke gebaren waargenomen, zij het zeldzaam.

Omdat zulke gebaren een toonbeeld zijn van intelligentie dachten onderzoekers dat andere dieren er niet toe in staat waren

De wetenschappers in dit onderzoek bewijzen dat het anders zit. Zij observeerden twee jaar lang een ravenkolonie in een natuurgebied in Oostenrijk. Daar ontdekten ze dat de vogels in staat waren om met hun snavel dingen aan te wijzen, zoals mos, stenen of twijgjes.

Ze zagen bovendien dat de raven vervolgens gezamenlijk aan het werk gingen met de aangewezen objecten.

Het aanwijzen gebeurde vooral richting de andere sekse. De onderzoekers gaan er daarom vanuit dat het gebruikt wordt om de interesse van een potentiële partner te testen of om een al bestaande band te versterken.

Raven.

Raaf , corvus corax, met als ondersoort de Faeröerneraaf C.c.varius, zij heeft verder acht ondersoorten, holarctisch . Waaierstaartraaf ,C.riphidurus, Midden Oosten, Oost Afrika, ZSyrie tot Kenia en oost Sahara. . Bruinnekraaf, C.ruficollis , is net zo schuw als onze corax; Somalische C.r. edithae als ondersoort , Kaapverdische eil. tot CAzie . Witnekraaf C. albicollis , ook wordt als genus gebruikt Corvultur, hij is saaier als corax en altijd als eerste bij het dode dier, Oost Afrika van Oeganda tot Kaap. Schildraaf, C. albus, tropisch Afrika . Dikbekraaf C. crassirostris, Eritrea Ethiopie. Australische raaf C. coronoides , OenZ Australie. Kleine raaf, C. Mellori , ZOAustralie. Tasmaanse raaf C. tasmanicus, Tasmanie en ZOAustralie.. Woestijnraaf, C. cryptoleucus, W v. VS en Mexico.

Opvallend is dat soorten die in zon en hitte leven ook gewoon zwart zijn ondanks de warmte absorberende werking van zwart, ze hebben nog een laag eronder en het hete zwart geeft de warmte toch goed af aan de relatief koudere buitenlucht , blijkbaar is er toch een goed warmtetransport.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Raaf_(dier)

http://www.soortenbank.nl/soorten.php?soortengroep=vogels&record=Corvus+corax

Over homoseksuele necrofilie en ander opmerkelijk diergedrag

Op een mooie dag vloog een eend zich dood tegen de glazen gevel van een natuurhistorisch museum. Gealarmeerd door de harde klap keek conservator Kees Moeliker uit het raam: voor zijn ogen werd de versdode woerd langdurig ‘verkracht’ door een andere mannetjeseend.

Voor de droog-wetenschappelijke publicatie over dit eerste geval van homoseksuele necrofilie bij de wilde eend ontving hij de Ig Nobelprijs, voor onderzoek ‘dat je eerst aan het lachen maakt en daarna aan het denken zet’. Met een zelfde gevoel voor humor en publiciteit haalde hij de wereldpers met zijn oproep om – voor het te laat is – met uitsterven bedreigde schaamluizen aan het museum te schenken.

In dit boek vertelt ‘de eendenman’ de verhalen achter de eend en de schaamluis, en put hij uit zijn rijke archief van ander onwaarschijnlijk onderzoek en nog meer opmerkelijke waarnemingen, waaronder die van een transseksuele fazantkraaien die raamslachtoffers onthoofden en een merel die al vier jaar bijna niets anders doet dan tegen het raam vliegen. Een fascinerend boek, met vreemde vogels in de hoofdrol.

VIDEO    Kees  Moeliker in gesprek  over zijn boek   .                                                   U kunt het gesprek hier terugzien…..Hij toont tevens  in deze video  een  door duiven gevlochten  nest van  staaldraad en kippengaas …Dit nest is gevonden in een  industrie-“schouw “en heeft daadwerkelijk gediend om  jongen in te huisvesten ….

http://kentsimmons.uwinnipeg.ca/16cm05/1116/16behave.htm

Rode vlek van meeuw onweerstaanbaar

11 april 2009  //De rode vlek die volwassen meeuwen op hun snavel hebben, doet meer dan gebedel oproepen bij meeuwenkuikens. Ook de ouders reageren erop: hoe groter de vlek van hun partner, des te actiever voeren ze hun jongen (Proceedings of the Royal Society B, online 8 april).

zilvermeeuw : Larus argentatus

bemerk de rode vlek aan de onderkant van de snavel

De rode vlek op de gele snavel van een zilvermeeuw (Larus argentatus) is een schoolvoorbeeld in de gedragsbiologie sinds de Nederlander Niko Tinbergen er Nobelprijswinnend onderzoek naar deed.

Tinbergen beschreef rond 1950 hoe meeuwenkuikens instinctief reageren op de vlek. De vlek, liefst rood en groot, maakt dat de kuikens pikken naar de bek van hun vader en moeder. De ouder braakt vervolgens eten op en voert het aan het jong.

Zilvermeeuwen
Zilvermeeuwen broeden in de duinen langs de kust. Beide ouders verzorgen de jongen. Ze voeren hun jongen met voedsel dat ze voor ze uitbraken. De jonge meeuwen weten hoe ze de ouders voer moeten laten uitbraken; ze pikken daarvoor tegen de rode vlek op de ondersnavel van de oudermeeuw.

Snavelvlek en sleutelprikkel
Tinbergen hield meeuwenkuikens verschillende snavelmodellen voor. Zo ontdekte hij dat de rode snavelvlek de sleutelprikkel voor het pikken van de jongen is. Vervolgproeven maakten duidelijk, dat het niet om de rode kleur van de vlek ging maar om het contrast tussen de vlek en de rest van de snavel.
Superprikkel Tinbergen maakte snavelmodellen, die er heel anders uitzagen dan een echte snavel, sommige daarvan leken totaal niet op een meeuwensnavel. Enkele modellen riepen een bedelreactie op, die de reactie op een echte snavel overtrof. Zo’n model heet een supranormaal model.

Geelpootmeeuw. :Larus cachinnans
http://www.vogelsindekempen.nl/Multimedia/GeelpootmeeuwRingselvennen22-7-2006.jpg
Merk de rode vlek
Ringselvennen22-7-2006
Deze soort is verwant met de zilvermeeuw  http://www.soortenbank.nl/soorten.php?soortengroep=vogels&id=202

Maar er is meer in het spel rond de rode vlek, blijkt uit een studie van Spaanse biologen.
Volwassen meeuwen lezen elkaars kwaliteiten af aan de vlek.
De biologen onderzochten geelpootmeeuwen (Larus michahellis), een verwant van de zilvermeeuw die rond de Middellandse Zee leeft.
Mannetjes en vrouwtjes hebben net zo’n rode vlek als zilvermeeuwen.
Voor het onderzoek verfden de biologen de vlek van één van de partners bij met nagellak, zodat die groter of kleiner leek.

Voor de kuikens maakte dat niet uit – in tegenstelling tot wat Tinbergen vond, had de grootte van de vlek geen invloed op hun gepik.
Maar de partner (m/v) van een bijgeverfde meeuw trok wél zijn conclusies.
Was de vlek vergroot, dan braakte de partner twee keer zo vaak eten op voor het jong.
Dat klopt met een eerdere waarneming: gezondere meeuwen hebben rodere vlekken.
De evolutionaire verklaring van de Spaanse vondst is dat een volwassen meeuw aan de vlek ziet dat zijn partner en jong de moeite waard zijn.

Bij een verkleinde vlek gebeurde er iets anders: de partner liet het aantal keren braken afhangen van het aantal pikken.
Dat weten de Spanjaarden niet makkelijk te duiden.
Ze opperen dat de meeuw inschat dat het jong zwak is en dus goed oplet of het genoeg te eten krijgt.

http://www.schooltv.nl/eigenwijzer/?site=site_eigenwijzer&vak=1541328&nr=2157314&item=234841&template=templates%2Finfoblok.jsp

http://altweb.jhsph.edu/publications/humane_exp/chap5c.htm

Nota :

Overigens gebruikte  N. Tinbergen ook modellen om het territorium-bezit  gedrag van stekelbaarsjes te onderzoeken

      

http://www.dbnl.org/tekst/hart008stek01_01/hart008stek01_01_0004.htm

Vis kan swingen en ritmes onthouden

 16 oktober 2008  Als een vissenlarve bewust zou waarnemen, is dit experiment voor het dier een vreemde ervaring geweest: je ligt met je kop vastgeplakt, en voor één van je ogen gaat ritmisch het licht aan en uit. Elke zes seconden een flits, twintig keer.

Zo ontdekten onderzoekers uit Californië dat een zebravisje – dé laboratoriumvis – op ritmes reageert, en die ook onthoudt. De vissenlarven zwaaiden vaak met hun staart mee op de maat van het licht. En verrassender: een deel van de larven ging met die ritmische beweging even door nadat het licht was uitgegaan. Minstens één keer zwaaide hun staart nog.

De rest van het artikel dat gisteren online in Nature verscheen, is hersenonderzoek. Want de onderzoekers, van Berkeley en de Universiteit van Californie in San Francisco, waren er vooral op uit om te weten hoe de interne vissenmetronoom werkt. Iets in de hersenen van de vissen moet immers het trage ritme van het lamplicht overnemen.

In het gezichtscentrum van het zebravissenbrein vonden de neurowetenschappers een groep zenuwcellen die reageerde op dit soort ritmes. Na minstens tien lichtflitsen hadden de cellen het ritme te pakken; bovendien gingen ze daar in het donker nog een keer of drie mee door. Zulk onderzoek is met levende vissenlarven te doen doordat die deels doorzichtig zijn. Ze werden gekleurd met een stof die groen oplicht als de hersencellen actief worden.

Hoe de cellen hun ritme opwekken, blijft de vraag. De Amerikanen houden het erop dat ze hiermee mogelijk een korte-termijngeheugen voor ritmes ontdekt hebben. Of de larven ook reageren op muziek, is niet getest. Het zou kunnen – ook zebravissen nemen geluid waar.

De vis wordt verlegen

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/39297744/

Regenboogforel kan van karakter veranderen door intensieve bevissing, bewijst onderzoek in twee Canadese meertjes. Er komen steeds meer schuwe vissen, omdat de brutaalste beesten het eerst in de netten belanden.

Sluit dit venster

 Brutale vissen kunnen sneller groeien, maar belanden ook eerder in een net of aan de haak. Bij flinke bevissing kun je als regenboogforel maar beter een angsthaas zijn. 

Het ging Peter Biro en John Post niet direct om het karakter van de vissen, maar om hun groeisnelheid. Het is aannemelijk dat die bij sommige vormen van visserij verandert, schrijven ze in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS. De grootste vissen worden immers het meest gevangen, en daar zullen bovengemiddeld veel snelle groeiers tussenzitten. Maar er speelt misschien nog iets mee, dachten ze. Een vis die aanleg heeft om in hoog tempo te groeien, zal meer moeten eten en dus harder zijn best doen om voedsel te bemachtigen. En dat is riskant als er gevist wordt. Zou het door dit effect nog harder gaan met de genetische verdwerging van vis?

Om het te testen, zetten de onderzoekers twee typen regenboogforellen uit in twee kleine meertjes. Wilde, schuwe, langzaam groeiende vissen en gekweekte dieren. Die laatste waren generaties lang geselecteerd op een hoge groeisnelheid, waardoor ze ook roekelozer van karakter waren – want altijd hongerig. Vijf dagen lang visten Biro en Post met netten waarin de forellen met hun kieuwen bleven vastzitten. En inderdaad: ze vingen een stuk meer kweekzalm dan wilde zalm.

Zou je dit lang volhouden, dan hou je op den duur alleen schuwe vissen over, betogen de biologen. In de natuur zullen de karakterverschillen niet zo extreem zijn als in dit experiment, maar de visserij moet er volgens hen wel degelijk rekening mee houden dat er onder de vissen steeds meer langzaam groeiende angsthazen zullen zitten. Die brengen minder op en zijn lastiger te vangen.

Elmar Veerman

http://news.yahoo.com/s/ap/20080226/ap_on_sc/evolving_fish

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/31096602/

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/33059010/

TUIMELAARS doden andere walvisachtigen
5   09 2008 Tuimelaars vallen steeds vaker andere dolfijnen aan, met dodelijke gevolgen. Dat blijkt uit sectie op dode bruinvissen die zijn aangespoeld op Britse stranden.
ANP

Britse wetenschappers van het zogenaamde Cetacean Strandings Investigation Programme hebben bijtsporen van tuimelaars aangetroffen op tientallen aangespoelde dolfijnen. Dat melden ze in hun jaarlijkse rapport (pdf).

De slachtoffers van de ‘tuimelaar-aanvallen’ zijn vooral kleine bruinvissen die werden gevonden op stranden in Schotland, Wales en Engeland. In totaal zijn dertien van de dieren overleden als direct gevolg van de beten van de tuimelaars. Nog nooit eerder werd op zo쨈n grote schaal vastgesteld dat dolfijnen elkaar doden.

Voedseltekort

Waarom tuimelaars steeds vaker andere dolfijnen aanvallen is nog onduidelijk. Sommige wetenschappers vermoeden dat het maken heeft met een voedseltekort. “Tuimelaars zijn vrij grote en agressieve dolfijnen“, verklaart onderzoeker Peter Evans in de Daily Mail.

“We hebben vaker gezien dat ze kleinere soorten in hun nabijheid aanvallen. Het gedrag zou kunnen ontstaat door toenemende competitie om voedsel.”

Toch zijn niet alle onderzoekers het daarmee eens.

Onlangs spoelde er op de Scilly-eilanden (bij Cornwall) namelijk ook een jonge grijze dolfijn aan, die duidelijk was gedood door tuimelaars. De grijze dolfijn voedt zich echter met inktvissen, een prooi waar tuimelaars helemaal niet in ge챦nteresseerd zijn.

Rage

Er zijn dan ook wetenschappers die geloven dat tuimelaars niet uit noodzaak doden, maar omdat het een soort ‘rage’ is. Het is al langer bekend dat de dieren soms gedrag van elkaar overnemen en doorgeven – op dezelfde manier als mensen hun cultuur op elkaar overbrengen.

“We kunnen niet met zekerheid zeggen dat de aanvallen te maken hebben met teruglopende visaantallen in de oceanen”, aldus dolfijnexpert Nick Tregenza in het Britse wetenschappelijke tijdschrift New Scientist. “Ze kunnen het ook voor hun plezier doen.”

Stenen

Dat klinkt bizar. Maar volgens Tregenza komt vandalistisch gedrag vaker voor bij dolfijnen. Zo voerde hij eerder een studie uit naar een groep dolfijnen die zich had aangeleerd om stenen van de zeebodem optensorren  en vervolgens  weg te gooien.

“We vermoedden dat ze de stenen gooiden naar zeerobben die verderop op de rotsen zaten”, zegt hij.

“Het aanvallen van andere dolfijnen kan ook best zo’n soort ‘spel’ zijn onder tuimelaars.”

(c) NU.nl/Dennis Rijnvis

*Ik gok toch meer op voedseltekort.
De bodem van de zee챘n bestaat uit steeds groter wordende woestijnen, (o.a. door overbevissing en milieu vervuiling) waar geen voedsel meer te vinden is voor ze.
*Gelukkig is dit  de zoveelste ondersteuning dat dieren en wilden( zie–>  jean jacques Rousseau )  niet per definitie nobeler zijn dan de mens
de enige is die zijn soortgenoten ombrengt …. etctera etcetra”.
De mens is echt niet de enige.
Kijk eens naar apen, leeuwen, trekmieren etc.
Tsja, waar ligt de definitie van de herkenning van het menselijke in dieren  ? .
Wat mij betreft bij het  begin van  een  neo -cortex, dat deel van de hersenen die sociaal gedrag, sequentieel denken( oorzaak gevolg) etc ….regelt, zoals bij primaten, walvissen, dolfijnen, etc.
Deze groep heeft ook een taalontwikkeling, en een zelfbewustzijn.
……..maar dolfijnen  zijn wel  roofdieren !!! gek hè  …..de omnivore mens is  trouwens ook overwegend carnivoor geworden    : het grootste roofdier dat ooit heeft geleefd  …dolfijnen en mensen zijn geen graseters  
Waar komt dat romantische verlangen toch vandaan om dieren betere eigenschappen toe te kennen dan mensen?
Ah ja de mensen zijn geen dieren  , nietwaar 
Waar komt dat mallotige idee vandaan dat mensen per definitie slecht zijn en ” een voorbeeld moeten nemen aan dieren”.
Tsja ,  de bijbel, allicht   ?
1) de zondeval is de schuld van de mens en vervloekte de schepping 
2) ga naar de mieren  en leer ervan , gij luiaard   

ANP

The Risso’s dolphin may have been attacked by bottlenose dolphins

http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-1051932/The-mystery-highly-unusual-sea-mammals-washed-British-coast.html

http://flickr.com/photos/14551451@N00/23113101/

http://www.abdn.ac.uk/zoology/lighthouse/dolphins/infant.shtml

Research in recent years has shown that Bottlenose Dolphins are very agressive animals, and that killings of porpoises and other Dolphins is widespread. There are a number of theories as to why Dolphins kill porpoises, including competition for food etc. However an intriguing idea is that young male dolphins use the porpoises as practice for their killing skills. Infanticide in dolphins is quite common (in the same way it is common in lions) and porpoises are the same size as young bottlenose dolphins.

See http://www.abdn.ac.uk/zoology/lighthouse/dolphins/infant.shtml

“Evidence for infanticide in bottlenose dolphins; an explanation for violent interactions with harbour porpoises?” So not only are dolphins killers, but baby killers as well……

http://www.nrc.nl/multimedia/archive/00188/SRI05_KASHMIR_1116__188351a.jpg

Ook in een vlucht vogels ontstaat consensus zonder dat de dieren uitgebreid hebben overlegd.  

trekvogels in KASHMIR

A flock of migratory birds fly across a wetland in Hokersar, north of Srinagar, November 16, 2008. More than 400,000 migratory birds including shovellers, common teals, graylag geese, gadwalls, kingfishers, mallards, and coots flew down in the wetlands of the troubled Kashmir region from Central Asia and Siberia, wildlife officer Mohd Mqbool Baba said. REUTERS/Danish Ismail (INDIAN-ADMINISTERED KASHMIR)http://cache.daylife.com/imageserve/00w77F6cX26R7/610x.jpg

Grotere groepen dieren nemen betere beslissingen

Gepubliceerd: 18 november 2008

. Staat u voor een moeilijke beslissing, wacht dan even af wat de buren doen. Dat is de les van een experiment dat eind vorige week online verscheen in Current Biology. Stekelbaarzen in scholen nemen sneller een goed besluit dan geïsoleerde stekelbaarzen, bewees de studie. Acht weten meer dan één.

De besluitvorming van dieren is een groeiend onderzoeksgebied. Een vlucht spreeuwen vliegt tegelijkertijd op uit een boom, een kolonie mieren betrekt gezamenlijk een nieuw nest als het oude ingestort is. Er ontstaat consensus in de groep, zonder dat de dieren uitgebreid hebben overlegd.

Een internationale groep onderzoekers (uit Zweden, de VS, Groot-Brittannië en Australië) onderzocht die processen en confronteerden één, twee, vier of acht vissen met fraaie en minder fraaie nepvissen. Dikke en dunne stekelbaarzen, grote en kleine, enzovoort. Beide nepvissen ‘zwommen’ langs (het waren gefotoshopte plaatjes, voortgetrokken aan een draadje), en de stekelbaarsjes kozen welk exemplaar ze volgden.

Die waren daarin eensgezind: bijna altijd zwommen ze en masse achter één van de twee modellen aan. En in driekwart van de tests was die keuze goed. De vissen kozen dan het model dat de onderzoekers extra aantrekkelijk hadden gemaakt. Zat een stekelbaars in zijn eentje in een aquarium, dan koos hij maar in 55 procent van de gevallen juist. „Er was niet eerder met een experiment bewezen dat grotere groepen dieren betere beslissingen nemen”, zegt David Sumpter, de eerste auteur van de studie. Hij is een Britse wiskundige die aan de Universiteit van Uppsala in Zweden werkt.

Het effect is ook op mensen toepasbaar, vindt Sumpter. Mensen maken bij een doodsimpel puzzeltje (‘welke van drie strepen is even lang als die op het plaatje?’) alsnog de verkeerde keus, als er een paar stromannen in de buurt zijn die óók fout kiezen. Sumpter: „Dat wordt dan verklaard vanuit groepsdruk, en als iets negatiefs gezien. Maar in de meeste situaties – zolang je groepsleden niet liegen – is het kopiëren van andere individuen juist een goede manier om een besluit te nemen.”

Twee mussen weten meer dan één

28 april 2009
http://www.nrc.nl/wetenschap/article2225932.ece/Twee_mussen_weten_meer_dan_een

Leve de groep.

Leve de grote stad. Hongaars onderzoek heeft aangetoond dat grote groepen huismussen sneller problemen oplossen dan kleine groepen.
En dat stadsmussen sneller zijn dan mussen van het platteland.

Wijfje 

huismus Pictures, Images and Photos Byricklin_photo

Mannetjes en vrouwtjes huismussen (Passer domesticus) van stad en land kregen zaad gevoerd uit grote platte bakken van plexiglas.
Zestien ronde openingen gaven toegang tot tarwe en zonnepitten. 

Het probleem dat ‘kleine’ groepen (steeds twee mussen) of ‘grote’ groepen (zes mussen) kregen voorgelegd bestond eruit dat die 16 openingen opeens
met lichte schuifjes waren afgeloten. Onderzoekers hielden bij hoeveel openingen de mussen binnen 90 minuten toch open kregen en hoe snel ze dat deden.
Een deel van de mussen verwoestte de schuifjes, een ander deel wist ze handig open te schuiven.
De grote groepen uit de grote stad deden het onevenredig veel sneller dan kleine groepen van het platteland waarvan er enkele helemaal niets open kregen.
Verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes waren er niet.

Waar zit het hem in?
Uitputtend onderzoek bracht de oplossing: in grote groepen mussen zit altijd wel een mus die iets slims bedenkt. Zeker als-ie uit de stad komt.

huismus Pictures, Images and Photos   

  By ricklin_photo

Spinnen verleiden vrouwtjes met schijndood 
28 februari 2008

– Schijndood is een bekend fenomeen in de dierenwereld om hongerige tegenstanders weg te jagen. Deense wetenschappers concludeerden na onderzoek dat dit bij spinnen ook gebruikt wordt om de partner te verleiden.

http://www.naturephoto-cz.eu/pic/krasensky/pisaura-mirabilis-1427.jpg

http://www.arkive.org/nursery-web-spider/pisaura-mirabilis/video-09b.html

Wetenschappers merkten eerder al op dat de mannelijke spin zijn partner verleidt door voedsel naar haar te brengen en haar uit zijn mond te laten eten.

De achterliggende gedachte achter deze attente actie is dat de spin na de summiere maaltijd seksuele activiteiten mag verrichten met zijn verovering.

Effectiever

Uit de onderzoeksresultaten, die woensdag zijn gepubliceerd in het Britse tijdschrift New Scientist, blijkt dat de schijndood-methode vele malen effectiever is voor de opgewonden spin.

De Deense onderzoekers onderzochten de Pisaura mirabilis, een spin die vooral in Europa veel voorkomt. De spinnen die geruisloos op hun rug gingen liggen, mochten zich ook langer bezig houden met de liefdesdaad, concludeerden de onderzoekers.

(c) NU.nl/Dennis van Luling

De rioolspreeuw zingt het mooist

 28 februari 2008

 Mannetjesspreeuwen die leven in de buurt van open riolen zingen langer en gevarieerder dan spreeuwen verderop. En vrouwtjesspreeuwen vinden de zang van de rioolspreeuwen ook mooier.

Dat berichtte een Brits-Duits team van biologen gisteren in het wetenschappelijke internetblad PLoS ONE.

Het nieuws is minder romantisch dan het lijkt. De verklaring komt van het hoge gehalte aan natuurlijke en synthetische hormonen in rioolwaterHet voedsel dat de spreeuwen verzamelen uit de open filterbedden van rioolwaterzuiveringsinstallaties bevat zoveel hormonen dat het de hersenbouw be챦nvloedt.

In de winter van 2003-2004 bestudeerden de biologen spreeuwen bij twintig zuiveringsinstallaties. Het bleek dat de spreeuwen hun dagelijks kostje voor de helft uit de filterbedden haalden, vooral in de vorm van pieren. De onderzoekers maten het hormoongehalte van de pieren en gaven, in een experiment, mannetjesspreeuwen eenzelfde hoeveelheid van dit mengsel.

In de lente werden de mannetjes elk apart bij een vrouwtje in een kooi gezet. De zang waarin zij uitbarstten, werd afgedraaid voor vrouwtjesspreeuwen in kooien met een luidsprekertje. De tijd die de vrouwtjes dichtbij de luidspreker doorbrachten gold als maat voor de zangwaardering.

Het hersendeel dat de zang beïnvloedt bleek bij de ‘rioolspreeuwen’ licht vergroot. Het komt maar zelden voor dat mannetjes aantrekkelijker worden van de verstoring van hun hormoonbalans, noteren de onderzoekers. De invloed op de spreeuwenpopulatie kan echter bijzonder ongunstig zijn omdat hormonaal verstoorde spreeuwen een verzwakte afweer hebben.

Fruitvlieg goede speurder

Vliegjes vliegen niet zomaar een beetje heen en weer

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/34100519/

Fruitvliegjes weten altijd feilloos een glas vruchtensap of een rijpe peer te vinden, om daar vervolgens lekker hinderlijk omheen te gaan zwermen. Hoe doen ze het toch? Met een uiterst geavanceerde zoektactiek, zeggen onderzoekers.

Sluit dit venster

De onderzoekers volgden de gangen van deze kleine vlieg nauwgezet.  –>drosophila

Sluit dit venster

Hoe doen ze het toch? Leg een banaan neer en binnen de kortste keren zwermt er een horde fruitvliegjes omheen. 

Sluit dit venster

De manier waarop een fruitvlieg naar voedsel zoekt lijkt op de zoekmethodes van onze voorouderen. 

Sluit dit venster

Maar de zoekmethode van een fruitvlieg lijkt ook op die van de smelt.  

Fruitvliegjes vliegen niet zomaar een beetje heen en weer. Er zit wel degelijk structuur in hun vliegpatronen, ook al lijken die in onze ogen behoorlijk willekeurig, melden Mark Frye van de University of California en Andy Reynolds van het Britse Rothamsted Research in het tijdschrift PLoS One. Fruitvliegen speuren hun omgeving namelijk systematisch af naar voedsel. Zo kunnen ze het gevallen fruit, dat ze al van verre kunnen ruiken, vinden.

De onderzoekers volgden uitgehongerde fruitvliegjes met camera’s en ontdekten zo dat fruitvliegen eerst een heel stuk rechtdoor vliegen, dan negentig graden draaien, en weer een heel stuk rechtdoor vliegen. Soms draaien ze om een botsing te voorkomen. Maar vaak is er helemaal geen obstakel in de buurt en lijken ze de draai zomaar, zonder reden, te maken.

Frye en Reynolds vroegen zich af of die bochten wel zo spontaan waren en lieten ingewikkelde wiskundige formules op de vluchtgegevens los. En wat bleek, de vliegpatronen leken erg op een beproefde manier om voedsel te zoeken, een tactiek die onder andere ook toegepast werd door onze voorvaderen, de jagers en verzamelaars. In deze zoekstrategie begint een hongerig dier eerst in een hoekje te zoeken. Dit doet hij volgens een bepaald patroon, hij begint bijvoorbeeld eerst rechts, kijkt dan links en dan boven. Pas als hij daarmee klaar is begint hij, even verderop, opnieuw en doorzoekt op die manier systematisch het hele gebied.

Als je het uiteindelijke zoekpatroon wat dan ontstaat van bovenaf bekijkt, blijkt dat hetzelfde als het kleine patroon waarmee het hongerige dier zijn zoektocht aanvankelijk begon. In de wiskunde heet dit verschijnsel een ‘fraktal’, een figuur waarin een motief, hoe ver je ook inzoomt, steeds herhaald wordt. Maar fruitvliegjes zoeken niet de hele tijd door, zagen de onderzoekers. Ze doen het eventjes, vliegen dan een stukje en gaan dan weer verder met zoeken. Dit lijkt op een andere zoekstrategie, eentje die veel toegepast wordt door octopussen en de smelt, een vissoort.

Het zoekgedrag van fruitvliegjes lijkt dus op verschillende methodes uit het dierenrijk. De onderzoekers denken dat de fruitvlieg al deze technieken heeft samengevoegd wat een erg doeltreffende techniek om voedsel op te sporen opleverde. Ze denken dat veel meer dieren dan nu gedacht wordt op dezelfde manier zoeken. En dat is niet zo heel gek, want wie wil er nou niet zo effici챘nt zoeken als de fruitvlieg, die een lekkere pot bier die eenzaam op een tafeltje staat altijd razendsnel weet te vinden.

Lemke Kraan

Andy M. Reynolds, Mark A. Frye, ‘Free-Flight Odor Tracking in DrosophilaIs Consistent with an Optimal Intermittent Scale-Free Search’, PLoS One, april 2007.

Strategisch duiken

Remy van den Brand

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/39302518/

zie ook :

Fruitvlieg goede speurder/Vliegjes vliegen niet zomaar een beetje heen en weer

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/34100519/

Sluit dit venster

 

Wat hebben pingu챦ns, zeeschildpadden en reuzenhaaien met elkaar gemeen? Ze jagen allemaal volgens eenzelfde strategie, schrijven Britse en Australische onderzoekers deze week in Nature.

Biologen vragen zich al lange tijd af hoe gewervelde roofdieren hun prooi zoeken, in een omgeving die slecht te overzien en veranderlijk is. De open oceaan is zo’n omgeving. Want hoewel water natuurlijk transparant is, is het zicht onder water beperkt. Het wordt slechter naarmate de afstand tot het zeeoppervlak toeneemt. Hoe speur je dan naar voedsel, dat je niet kunt zien? En dat nog beweegt ook.

De Britse marien bioloog David Sims en collega’s voorzagen daarom 31 op krill en kleine vissen jagende dieren van zenders en registreerden maandenlang hun – verticale – bewegingen. In totaal analyseerden de onderzoekers een dikke miljoen duiken.

De strategie of het patroon dat de verschillende dieren volgden staat bekend als een ‘Levy walk’ en bestaat kort gezegd uit veel korte, snelle bewegingen afgewisseld met enkele lange uithalen. Een simulatieprogramma op de computer, met virtuele rovers en prooidieren, liet zien dat die manier van jagen een zeer efficiente is. In ieder geval in de onvoorspelbare omgeving die de open oceaan is. Hij leverde de virtuele roofdieren meer dan genoeg voedsel op.

Overigens was er één beest dat niet de Levy-strategie – of wat voor strategie dan ook – volgde. Maar goed, dat was een puberende reuzenhaai.

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

3 Responses to ETHOLOGIE

  1. Pingback: AFSCHRIKKEN | Tsjok's blog

  2. Pingback: EMOTIES | Tsjok's blog

  3. Pingback: Extended Evolutionary Synthesis (EES) | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: