Hugo de Vries


(1848-1935),

Nederlands beroemdste botanicus, bedacht het begrip ‘mutatie’ en maakte daarmee een van de belangrijkste kanttekeningen bij Darwins evolutieleer.

Darwin dacht dat de evolutie traag en geleidelijk verliep: de natuur selecteert in wisselende omstandigheden steeds de best aangepaste individuen voor de voortplanting, en zo is dan in de loop der tijden stapsgewijs een onschatbaar aantal soorten ontstaan.

Natuurlijke selectie, survival of the fittest in de strijd om het bestaan, het is een bekend succesverhaal, dat ook de jonge botanicus De Vries in de ban hield.

Maar De Vries merkte dat Darwins elegante model niet helemaal klopte.

In zijn plantenlaboratorium observeerde hij hoe nieuwe soorten niet geleidelijk maar abrupt ontstaan, soms in de loop van één generatie.

Plotselinge veranderingen in het erfelijke materiaal geven het aanschijn aan levensvormen met geheel nieuwe eigenschappen: mutanten.

Niet de best aangepaste individuen, maar de best aangepaste mutanten die een soort van tijd tot tijd voortbrengt zijn de pionnen in het evolutiespel.

Evolutie verloopt sprongsgewijs. ( saltationisme )

De ontdekking van het mutatiemechanisme en de koppeling van de evolutie- aan de erfelijkheidsleer maakten De Vries algauw wereldberoemd.

Rond 1900 stonden tal van toen nog piepjonge universiteiten in de VS te popelen om hem een eredoctoraat aan te bieden.

Driemaal zou De Vries naar en door Noord-Amerika reizen, in 1904, 1906 en 1912. Niet alleen om lofbetuigingen in ontvangst te nemen en colleges te geven, maar ook om onverdroten verder te zoeken naar bewijsmateriaal voor zijn mutatietheorie.

MUTATIONISME VERSUS DE NIEUWE SYNTHESE
…..Veel 19e eeuwse biologen geloofden niet dat de soortgrenzen door graduele evolutie, door een opeenstapeling van micromutaties, overschreden konden worden.
De oorsprong van nieuwe soorten, van nieuwe eigenschappen dus, werd toegeschreven aan macromutaties. Biologen die deze manier van denken aanhingen waren o.a. William Bateson (1861-1926) en Hugo de Vries (1848-1935).

Men zou verwachten dat Bateson en De Vries zich ook met het probleem van irreducible complexity hebben ingelaten.

Irreducible complexity past wellicht niet in een Darwiniaans paradigma terwijl macromutaties, als ze mogelijk zouden zijn, in principe tot irreducibly complexe systemen zouden kunnen leiden.

De intermediaire stadia worden dan als het ware omzeild. Het systeem ontstaat ineens. We vinden hier inderdaad aantekeningen over terug.

Volgens De Vries kan graduele variatie niet tot het ontstaan van nieuwe eigenschappen leiden:

“Fluctuations [gradual differences] are linear, amplifying or lessening the existing qualities, but not really changing their nature. They are not observed to produce anything quite new, and evolution ofcourse, is not restricted to the increase of the already existing peculiarities, but depends chiefly on the continuous addition of new characters to the stock” (De Vries 1904, p. 18).

In zeker zin zijn nieuwe eigenschappen volgens De Vries dus irreducibly complex. Darwiniaanse variatie – graduele variatie – zou pas nuttig kunnen zijn als een eigenschap reeds aanwezig is. ( 1)

De oorsprong van de eigenschap zelf moest volgens De Vries aan andere mechanismen worden toegeschreven: macromutaties.

NB:

De Vries kende geen positieve rol toe aan de natuurlijke selectie. De macromutaties zelf zouden voldoende moeten zijn voor het evolutionaire proces.

In Bateson (1894, pp. 15-16) vinden we eveneens opmerkingen over irreducible complexity. Volgens Bateson zouden de beginstadia van bepaalde systemen niet functioneel kunnen zijn. Sommige biologische eigenschappen zijn dus irreducibly complex. Bateson ging uit van macromutaties. Ook hij marginaliseerde de rol van natuurlijke selectie in evolutionaire processen[5].

De 20e eeuwse exponenten van de nieuwe synthese, het huwelijk tussen genetica, Darwinisme, en andere takken van de biologie, keerden zich tegen de vroegere macromutationistische ideeën.

Zij waren overtuigd van de kracht van de natuurlijke selectie en het gradualisme. Het probleem van de irreducibly complexe systemen werd aanvankelijk genegeerd. Het probleem werd geassocieerd met als corrupt beschouwde macromutationistische ideeën en dus met een twijfelachtig onderzoeksgebied (Mayr 1960).

Later werd het probleem in de geest van Darwin geanalyseerd. Voorbeelden van evolutiebiologen die zich ten tijde van de nieuwe synthese met het probleem hebben beziggehouden zijn Bock (1959 en Mayr (1960). Volgens Mayr (1960) hebben de volgende Neodarwinisten zich eveneens met de problematiek beziggehouden: Huxley (1942), Sewertzoff (1931) en Rensch (1947).

De vroeg 20e eeuwse embryologen C.H. Waddington (1905-1975) en R. B. Goldschmidt (1878-1958) bliezen het macromutationisme nieuw leven in. Zij dachten dat evolutionaire sprongen mogelijk zouden zijn door epigenetische amplificaties en genetische reorganisaties (Goldschmidt 1940, Waddington 1957).

Over epigenetische amplificatie en genetische reorganisaties later meer.

In contrast met Bateson en De vries waren Goldschmidt en Waddington echter van mening dat natuurlijke selectie een belangrijke rol speelde in het evolutieproces.

Macromutaties waren selecteerbaar. Goldschmidt en Waddington probeerden hun idee챘n in de nieuwe synthese te krijgen. Dat mislukte. Aldus ging een mogelijke oplossing voor het irreducible complexity probleem verloren.

Goldschmidt (1940) bijvoorbeeld erkende het probleem. Hij dacht dat irreducible complexity niet in een Darwiniaans paradigma zou passen. – Irreducible complexity is echter niet problematisch in een macromutationistisch perspectief. Recente ontwikkelingen hebben het idee van de macromutatie weer respectabel gemaakt.

http://www.student.ru.nl/p.p.a.lestrade/studie/irreducible%20complexity.htm

http://www.fedde.eu/selectie/

NOTA

(1)

IC ; ondertussen is aangetoond dat irreducible complexity ( althans zoals het werd gebruik door de ID-creationisten ) wel degelijk kan onstaan door stapgewijze mutaties en natuurlijke selectie

Belangrijk is daarbij ook het werk van MÛLLER

http://www.talkorigins.org/faqs/comdesc/ICsilly.html

Hermann Joseph Muller

Hermann Joseph Muller

The Nobel Prize in Physiology or Medicine 1946 was awarded to Hermann J. Muller “for the discovery of the production of mutations by means of X-ray irradiation”.

Photos: Copyright © The Nobel Foundation
Advertenties

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

One Response to Hugo de Vries

  1. Pingback: INHOUD D | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: