GEOLOGIE TREFWOORD S


 zie onder Geologie

°

NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING


GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL

door F.C. Kraaijenhagen

Een gezamenlijke uitgave van de
NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING
en de
NGV afdeling LIMBURG
September 1992

1992 © Copyright Nederlandse Geologische Vereniging.

Voor Internet herzien en bewerkt in 2006 door George Brouwers Oisterwijk.

AAngevuld en uitgebreid met

http://www.natuurinformatie.nl/ndb.mcp/natuurdatabase.nl/i000448.html#A

Geologische begrippen   

Klik op een begrip voor de definitie. Wil je meer weten over een bepaald begrip, bekijk dan het thema‘De ondergrond van Nederland’, of gebruik de zoekmachine.

De geologische tijdvakken zijn niet opgenomen in deze begrippenlijst. Zie voor de beschrijving van deze tijdvakken het thema ‘Ondergrondse tijdmachine’.

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

&

Glossary of Terms for Geology

(From The Earth’s Dynamic Systems, Fourth Edition by W. Kenneth Hamblin. Macmillan Publishing Company, New York, NY. Copyright © 1985) 

[A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ]          http://www.evcforum.net/WebPages/Glossary_Geology.html

°

Saalien

SAHARA  

  1. De huidige Sahara is van essentieel belang voor de in stand houding van het Amazone gebied in Latijns Amerika, doordat jaarlijks stof uit de Sahara zorgt voor nutriënten voor het Amazone woud.    De Sahara voedt het Amazonewoud voor meer dan 50%.
    1. Sahara zand (en dus ook de  ” nutrienten”) wordt hoofdzakelijk getransporteerd via de wind( het valt ook  regelmatig in europa )
    2. bovenbien  stimuleert stof uit de Sahara  wolkenvorming en uiteindelijk draagt het bij aan de ontwikkeling van orkanen en tropische stormen

°

SAHARAMEER 

100,000 years ago, this was a massive lake (Image: David Haberlah)

100,000 years ago, this was a massive lake <i>(Image: David Haberlah)</i>

 <i></i>

Wetenschappers hebben de resten van een gigantisch meer in de Sahara in kaart gebracht.

20 januari 2014 //  Het meer lag ooit in het huidige Soedan en besloeg een oppervlakte van naar schatting 45.000 vierkante kilometer. Waarschijnlijk ontstond het meer ongeveer 109.000 jaar geleden.Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Exeter in het wetenschappelijk tijdschrift Geology.

De onderzoekersdoor de aanwezigheid van het scheikundig element berrylium te meten in de bodem.

Aan de hand van deze atomen kan worden gemeten hoe lang het gesteente al aan het oppervlak van de aarde ligt en is blootgesteld aan kosmische straling.

Uit de berekeningen blijkt dat de bodem en de oevers van het meer ongeveer 109.000 jaar geleden ontstonden. Verder blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat het meer ongeveer twaalf meter diep was en dat het waterniveau vermoedelijk verschilde per seizoen.

Mogelijk speelde de watervlakte een rol bij migraties van de eerste mensen uit Afrika, die 70.000 en 100.000 jaar geleden plaatsvonden, zo meldt nieuwssite New Scientist.

De reizigers zouden zich tijdelijk bij het meer kunnen hebben gevestigd, alvorens ze verder trokken naar Europa en Azië.

“Een groot meer zoals dit was een geweldige plek om te leven”, verklaart Stephen Oppenheimer van de Universiteit van Oxford. “Een groot aantal mensen kon zich waarschijnlijk in leven houden door te vissen en te jagen in de buurt van het meer.”

Tot nu toe zijn er echter geen archeologische sporen van mensen gevonden bij de resten van het meer.

SAHARA RIVIEREN  

Eerder onderzoek wees uit dat de Sahara 100.000 tot 130.000 jaar geleden ook grote rivieren herbergde.

De Sahara herbergde 100.000 tot 130.000 jaar geleden mogelijk enkele grote rivieren.

De eerste mensen die zich vanuit het Afrikaanse continent verspreidden over de rest van de wereld, reisden vermoedelijk langs de oevers van drie grote rivieren in de Sahara.

Ze profiteerden bij deze tocht van de planten en dieren die langs het water waren te vinden. Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Hull in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One.

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door het klimaat in de Sahara ten tijde van de eerste migraties te simuleren.

Ze ontdekten dat regelmatige regenval in het Ahaggargebergte en het Tibestigebergte waarschijnlijk zorgde voor de vorming van drie grote rivieren in de Sahara. Eén van die waterwegen had een breedte van zeker honderd kilometer.

“Het is een spannende gedachte dat drie gigantische rivieren zich honderdduizend jaar geleden een weg baanden vanuit de Sahara naar de Middelandse Zee en dat onze voorouders langs de oevers liepen”, verklaart hoofdonderzoeker Tom Coulthard op nieuwssite ScienceDaily.

De resten van de rivieren zijn volgens de wetenschappers inmiddels bedekt door zandduinen.

De onderzoekers vonden met hun klimaatsimulatie ook bewijs voor voor een gigantisch moerasgebied met grote meren dat zich 100.000 jaar geleden in het huidige Libië bevond.

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

13 september 2013

(Drie rivieren  en/of moerassen ?)

zie ook

  1.  klimaatveranderingen .  Het gaat over 130.000 – 100.000 jaar geleden, dat is het begin van de laatste ijstijd. Toen is heel Europa en Noord-Amerika bedekt geraakt met gletsjers. Het is niet zo’n grote verassing dat het klimaat in Afrika toen ook anders was. 
  1. Dat de Sahara ooit rivieren had ( behalve de Nijl) wordt duidelijk als je weet dat er nog steeds in het westen van de Sahara krokodillen voorkomen ( ze slapen een groot deel van het jaar omdat er maar een hele korte periode genoeg water aanwezig is) en die zijn echt niet vanuit de Nijl komen lopen. 
  2. over de Sahara zoals het 5000 jaar geleden was http://www.redorbit.com/news/science/1112817396/ …                                                                                                                                                           About 5,000 years ago, the Sahara was full of landscape and vegetation, as well as numerous lakes. Ancient cave paintings in the region depict hippos in watering holes, and herds of elephants and giraffes. However, today this region is barren and inhospitable.                                                                                          The Sahara’s “green” era lasted from 11,000 to 5,000 years ago, but came to an abrupt ending when the region dried back into a desert in the span of one to two centuries. The researchers say this abrupt change occurred simultaneously across North Africa. 
    1. Er zijn in de Sahara ook prehistorische botten gevonden van olifanten en nijlpaarden. En oude rotstekeningen waarop dieren te zien zijn die nu op de Afrikaanse savannen leven. En natuurlijk doen wetenschappers onderzoek naar de ontwikkelingen van het klimaat door de eeuwen heen. Via onderstaande link kun je hier meer over lezen: http://www.kennislink.nl/publicaties/de-sahara-a …

‘Sahara verwoestijning  is miljoenen jaren ouder begonnen  dan gedacht’

De Sahara is mogelijk meer dan twee keer zo oud als tot nu toe werd aangenomen, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

sahara desert 1

23 september 2014

Sahara duinen //

Visueel vergelijkbare afbeeldingen

 

 

 

De verwoestijning van het gebied dat nu de Sahara heet, begon waarschijnlijk 7 miljoen jaar geleden door het krimpen van een oude superoceaan ten noordoosten van Afrika

Dat melden Noorse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Eerder werd aangenomen dat de woestijn pas 2 tot 3 miljoen jaar geleden ontstond.

Simulaties

De wetenschappers baseren hun conclusies op klimaatsimulaties. De modellen zijn gemaakt naar aanleiding van vondsten waaruit blijkt dat sommige zandduinen in de Sahara veel ouder zijn dan 3 miljoen jaar.

De klimaatmodellen suggereren dat er 11 tot 7 miljoen jaar geleden een verschuiving van aardplaten plaatsvond in het gebied, waardoor het noorden van Afrika langzaam uitdroogde.

De verschuivingen zorgden voor het krimpen van de Thetyszee, een voormalige superoceaan die Afrika scheidde van Europa en Azië. Het Arabische schiereiland nam voor een deel de plaats in van dit water.

Zonlicht

Door die veranderingen in het omliggende landschap trok er steeds minder vochtige lucht over het gebied dat we nu kennen als de Sahara.

Ook werd door het Arabisch schiereiland minder zonlicht gereflecteerd dan door de Thetyszee, waardoor de temperaturen opliepen. Zo ontstond er langzaam een woestijn in het noorden van Afrika.

Aangezien de studie voornamelijk is gebaseerd op computermodellen en niet op geologische vondsten is er wat kritiek op de uitkomsten.

Maar onderzoeker Mathieu Schuster benadrukt dat stof en pollen in de diepere aardlagen van de woestijn er ook op wijzen dat de Sahara 7 miljoen jaar geleden al zeer droog was.

“Dat zijn sterke staaltjes bewijs die onze bevindingen ondersteunen”,

verklaart hij op Nature News.

 

-foto in West Sahara, door: nevers

Afbeeldingen van sahara desert <– 

Sahara on Pinterest

http://en.wikipedia.org/wiki/Sahara                                                                                                   http://en.wikipedia.org/wiki/Sahara_Desert_(ecoregion)                                                                                                   http://stoppingdeserts.blogspot.be/

°

SAG POND   //A small lake that forms in a depression, or sag, where active or recent movement along a fault has impounded a stream.

http://en.wikipedia.org/wiki/Sag_pond

a sag pond directly on the San Andreas Fault  //    http://epod.typepad.com/blog/2007/05/green-reflections.html

An Upper Cretaceous sag pond deposit

http://www.geocaching.com/geocache/GC1VKB9_carrizo-plain-sag-pond-one-of-many?guid=bdc82691-01e0-48d4-8ab2-fbb7b154f67d

°

Salenioida
Salina 2
Saliniteit 2

°

Saltatie 2

SALTATION  //The transportation of particles in a current of wind or water by a series of bouncing movements.

The type of movement of sediment in a stream system relates to the size of the grains, the energy of the river, and the pull of gravity where the bed is sloped. There is higher energy in the center of a stream, so larger clast sizes can be brought there, moved by sliding and rolling into the channel. The decrease in energy and uphill slope as you approach the banks of the stream means that larger clast sizes do not approach the shore. Sand sized grains, moved by saltation and suspension do approach the shores. The decrease in velocity on the inside of a meander, however, causes them to be deposited in point bars. The result is a grain size gradient in deposits across the stream.

http://www.ocean.odu.edu/~spars001/geology_112/laboratory/session_02/solutions.html

http://en.wikipedia.org/wiki/Saltation_(geology)

°

SALTATION SALT DOME  //

http://en.wikipedia.org/wiki/Salt_dome

Astronaut photography of salt domes in the Zagros Mountains (the white area in the middle and the hill on the left)

File:Salt dome hg.png

Geological profile through northern Germany with salt domes (blue)

dome produced in sedimentary rock by the upward movement of a body of salt.

A salt dome
.….Under the tremendous pressure exerted by the weight of a large overburden of sedimentary rock, salt behaves plastically, like a squeezed tube of toothpaste. The overburden forces the ductile salt to flow vertically in a subsurface pillar called a diapir, especially if stress is released by faulting or surface erosion.
In the case of Moab, Salt and other valleys not far to the east, deeply buried salt from the Pennsylvanian-age Paradox basin (formed by evaporation of its enclosed body of water) flowed upwarp along long faults. Topographic, anti-clinal bulges were created by the rising salt that lifted the overlying strata. Synclinal valleys formed where the bedded salt was eventually depleted. Since Upheaval Dome also lies within the confines of the Paradox basin, salt was contained deep in the subsurface (confirmed by a USGS geophysical study along with basement faults).
salt dome
A rather obvious assumption is that Upheaval was a salt dome, a structure like the elongate salt-valleys found to the east, only circular. That would seemingly explain the domal uplift and concentric synclinal-structure of Upheaval Dome (Mattox, 1968; Shoemaker and Herkenoff, 1983). A big problem is that there isn’t another diapiric structure like it anywhere within the confines of the Paradox basin.

°

SALTWATER ENCROACHMENT  //=SALTWATER  INTRUSION // Displacement of fresh ground water by salt water in coastal areas, due to the greater density of salt water

http://en.wikipedia.org/wiki/Saltwater_intrusion

°

SAN ANDREAS BREUK 

plaatklein andreas satelliet

de San Andreas breuk op een satellietbeeld! Of je nu inzoomt, of van grotere afstand kijkt, dezelfde structuren zijn te herkennen!

http://www.falw.vu.nl/nl/voor-het-vwo/scholieren/profielwerkstuk/Aardwetenschappen/plaattektoniek-in-het-klein.asp

San Andreas Fault, Carrizo Plain. beeld: Siminneman

San Andreas Fault, Carrizo Plain. beeld: Siminneman
san andreas breuk PIA02786
– Trillingen
29 december 2009 door 

Nabij de San Andreasbreuk in Californië vinden regelmatig kleine trillingen plaats. Onderzoekers hebben de verklaring daarvoor nu gevonden: de zon en de maan. De trillingen blijken namelijk nauw samen te hangen met de getijdenwerking, die op haar beurt weer door de zon en maan in gang wordt gezet.

De zon en de maan trekken aan het aardoppervlak bij de breuk en veroorzaken zo trillingen. Gesteente, ver onder de grond, is nat en kan zo gemakkelijk verschuiven. “Als je daar (onder de grond, red.) naartoe zou kunnen gaan en de stenen met je hand verschuift, dan zou je een trilling veroorzaken,” legt onderzoeker Amanda Thomas uit.

Thomas en collega’s onderzochten de afgelopen jaren ongeveer 2000 trillingen nabij de breuk. Daarnaast keken ze ook naar de micro-aardbevingen in dit gebied en de getijdenwerking. Er bleek een sterke correlatie te zijn tussen de trillingen die NIET  door vulkanen worden veroorzaakt en de getijden.

Trillingen zijn vaak signalen van een naderende aardbeving. Door deze goed te bestuderen, moet het gemakkelijker worden om te voorspellen waar de volgende aardbeving plaats gaat vinden.

–> De San Andreasbreuk is berucht vanwege de grote aardbevingen die er soms plaatsvinden. Zo verwoestte een sterke beving aan het begin van de twintigste eeuw nog half San Francisco.

Afbeeldingen van san andreas breuk

http://nl.wikipedia.org/wiki/San_Andreasbreuk

°

SAND //Sedimentary material composed of fragments ranging in diameter from 0.0625 to 2 mm. Sand particles are larger than silt particles but smaller than pebbles. Much sand is composed of quartz grains, because quartz is abundant and resists chemical and mechanical disintegration, but other materials, such as shell fragments and rock fragments, can also form sand.

—> ZAND  —> ZANDEN 

°

SANDR   =  Een sandr is een waaiervormig lichaam van sediment dat door smeltwater vóór het gletsjerfront gevormd is.

Sandr <<<

°

SANDS   / ZANDEN    Zand 

°

SAND WAVE  //A wave produced on a surface of sand by the drag of air or water moving over it. Sand waves include dunes and ripple marks.

°

SANDSTONE //A sedimentary rock composed mostly of sand-size particles, usually cemented by calcite, silica, or iron oxide.

http://en.wikipedia.org/wiki/Sandstone

Always a sign of vigorous water

Sandstone forms where sand is laid down and buried—beaches, dunes and seafloors. Usually sandstone is mostly quartz. Learn more in “About Sandstone.”

ZANDSTEEN 

°

SAPONIET     http://nl.wikipedia.org/wiki/Saponiet

Het kleimineraal saponiet uit de smectiet-groep komt voor in amygdaloidale spleten in basalten. //De typelocatie is Lizard Head in Cornwall, Engeland.

Lizard head …..

De naam van het mineraal saponiet is afgeleid van het Latijnse woord sapo, dat “zeep” betekent. Het mineraal staat ook bekend onder de naam zeepsteen.—>  Maar dat is te vermijden omdat ook speksteen (steatiet )zeepsteen wordt genoemd  … en een mineraal een bestanddeel van  gesteente  , maar zelf is het   geen steen  

large  Saponite

Saponite: (Ca/2,Na)0,3(Mg,Fe++)3(Si,Al)4O10(OH)2·4(H2O)                                                                                                                                                           Light brown saponite pseudomorphs after stilbite crystals up to 6 mm                                                                                                                             Thetford Mines, Mégantic Co., Québec, Canada

Saponite on Serpentine

°

Saprofiet
Saprofytisch
Sapropeel 2
Sapropelium
Sarcopterygii
Sauria

SCARP//A cliff produced by faulting or erosion.

Scaphopoda 2
Scaphopoden 2
Schaaldieren 2

Schachtwrijving  //

Schachtwrijving is de wrijvingsweerstand die de mantel (schacht) van een sonderingsconus ondervindt gedurende de uitvoering van een sondering.

°

Schalie 2 3 4
Schiervlakte(n) 2

°

Schietende
Schijnfossiel
Schildpadden

Schimmels 2

°
Schist 2

SCHIST //A medium-grained or coarse-grained metamorphic rock with strong foliation (schistosity) resulting from parallel orientation of platy minerals, such as mica, chlorite, and talc.

°

SCHISTOSITY //The type of foliation that characterizes schist, resulting from the parallel arrangement of coarse-grained platyminerals, such as mica, chlorite, and talc.

Schizophyta
Schoklamellen
Schollen
Schollentektoniek
Schoorwallen
Schor
Schubboom
Sciadopytys
Scleractinia 2
Sclerospongiae 2
Sclerosponzen

SCORIA //An igneous rock containing abundant vesicles.
Scultellina

°

SEA  ARCH  An arch cut by wave erosion through a headland.

°

SEA CAVE A cave formed by wave erosion.

°

SEA CLIFF  //A cliff produced by wave erosion.

°

SEA FLOOR SPREADING  :The theory that the sea floor spreads laterally away from the oceanic ridge as new lithosphere is created along the crest of the ridge by igneous activity.

Sea floor spreading  (ned )

°

SEA STACK //  A small, pillar-shaped, rocky island formed by wave erosion through a headland near a sea cliff.

SEA MOUNT  //An isolated, conical mound rising more than 1000 m above the ocean floor. Seamounts are probably submerged shield volcanoes.

SECONDARY COAST //A coast formed by marine processes or the growth of marine organisms.

SECONDARY WAVE  //See S wave.

Secreties
Sedentair
Sedeplain

°

Sediment

Material (such as gravel, sand, mud, and lime) that is transported and deposited by wind, water, ice, or gravity; material that is precipitated from solution; deposits of organic origin (such as coal and coral reefs).

Sediment

Een sediment is een afzetting, gevormd door het bijeenbrengen van losse gesteentefragmentjes en eventueel delen van organismen.

 Sediment(en)
-gesteenten 2 3 4 5
-klastisch 2 3
-limnische
-pelagische
-in meren voorkomende
-shelf
-terrigene

Sedimentaire structuur

Een sedimentaire structuur is een door sedimentatie gevormde specifieke gelaagdheid.

Sediment Flows

Sediment flows occur when sufficient force is applied to rocks and regolith that they begin to flow down slope. A sediment flow is a mixture of rock, and/or regolith with some water or air. They can be broken into two types depending on the amount of water present.

    1. Slurry Flows

– are sediment flows that contain between about 20 and 40% water. As the water content increases above about 40% slurry flows grade into streams.  Slurry flows are considered water-saturated flows.

    1. Granular Flows

– are sediment flows that contain between 0 and 20% water. Note that granular flows are possible with little or no water. Fluid-like behavior is given these flows by mixing with air.  Granular flows are not saturated with water.

sedflows.jpg

Each of these classes of sediment flows can be further subdivided on the basis of the velocity at which flowage occurs.

  • Slurry Flows
    • Solifluction -flowage at rates measured on the order of centimeters per year of regolith containing water. Solifluction produces distinctive lobes on hill slopes (see figure. 6.4 and 6.5  in your text). These occur in areas where the soil remains saturated with water for long periods of time.
    • Debris Flows- these occur at higher velocities than solifluction, with velocities between 1 meter/yr and 100 meters/hr and often result from heavy rains causing saturation of the soil and regolith with water. They sometimes start with slumps and then flow down hill forming  lobes with an irregular surface consisting of ridges and furrows (see figure 6.4 in your text).
    • Mudflows- these are a highly fluid, high velocity mixture of sediment and water that has a consistency ranging between soup-like and wet concrete. They move at velocities greater than 1 km/hr and tend to travel along valley floors.  These usually result from heavy rains in areas where there is an abundance of unconsolidated sediment that can be picked up by streams. Thus after a heavy rain streams can turn into mudflows as they pick up more and more loose sediment. Mudflows can travel for long distances over gently sloping stream beds. Because of their high velocity and long distance of travel they are potentially very dangerous.  As we have seen, mudflows can also result from volcanic eruptions that cause melting of snow or ice on the slopes of volcanoes, or draining of crater lakes on volcanoes.  Volcanic mudflows are often referred to as lahars.  Some lahars can be quite hot, if they are generated as a result of eruptions of hot tephra.
  • Granular Flows
    • Creep – the very slow, usually continuous movement of regolith down slope. Creep occurs on almost all slopes, but the rates vary. Evidence for creep is often seen in bent trees, offsets in roads and fences, and inclined utility poles (see figure 6.9 in your text).
    • Earthflows – are usually associated with heavy rains and move at velocities between several cm/yr and 100s of m/day. They usually remain active for long periods of time. They generally tend to be narrow tongue-like features that begin at a scarp or small cliff (see figure 6.11 in your text)
    • Grain Flows – usually form in relatively dry material, such as a sand dune, on a steep slope. A small disturbance sends the dry unconsolidated grains moving rapidly down slope.
    • Debris Avalanches – These are very high velocity flows of large volume mixtures of rock and regolith that result from complete collapse of a mountainous slope. They move down slope and then can travel for considerable distances along relatively gentle slopes. They are often triggered by earthquakes and volcanic eruptions.

SEDIMENTARY DIFFERENTIATION  //The process in which distinctive sedimentary products (such as sandshale, and lime) are generated and progressively separated from a rock mass by means of weatheringerosion, transportation, and deposition.

SEDIMENTARY ENVIRRONMENT  A place where sediment is deposited and the physical, chemical, and biological conditions that exist there. Examples: rivers, deltas, lakes, shallow-marine shelves.

SEDIMENTARY ROCK  /   Rock formed by the accumulation and consolidation of sediment.

Sedimentatie

is het proces van bezinking van deeltjes in het water door de zwaartekracht.

Sedimentatie 2 3 4 5 6
-bekkens
-terrassen


Sedimentologie 2

SEEP //A spot where ground water or other fluids (such as oil) are discharged at the earth’s surface.

SEIF DUNE // A longitudinal dune of great height and length.

°

SEISMIC  Pertaining to earthquakes or to waves produced by natural or artificial earthquakes.

discontinuity  //A surface within the earth at which seismic wave velocities abruptly change.

ray //  The path along which a seismic wave travels. Seismic rays are perpendicular to the wave crest.

 reflection profile  //A profile of the configuration of the ocean floor and shallow sediments on the floor obtained by reflection of artificially produced seismic waves.

– wave //A wave or vibration produced within the earth by an seismograph An instrument that records seismic waves.

Seismisch

heeft betrekking op aardbevingen en aanverwante verschijnselen en op onderzoek van de bouw van de ondergrond door natuurlijke of kunstmatige schokken.

Seismografen

Seismogram

Een seismogram is een geregistreerd resultaat van een seismisch onderzoek door middel van het opwekken van trillingen in de ondergrond.

Seismologie

Seismometer

Een seismometer of seismograaf is een instrument dat trillingen in de aardkorst vastlegt.

Werking van een seismometer

Seismostratigrafische eenheid

Een seismostratigrafische eenheid is een stratigrafische benadering gebaseerd op het herkennen van grootschalige erosievlakken in seismische profielen. Deze erosievlakken en de aansluitende (correleerbare) reflecties vormen tezamen een seismostratigrafische eenheid.

Segregatie
Segregatieijs

Seilacher, classificatie van

Selachii

Sepia
Septaria
Sequentie
Sequoiadendron
Sericiet

°
Serie
Serie    Een serie is een eenheid binnen de chrono(= tijd)stratigrafische indeling, één ordeniveau boven ‘etage’.  Zie ook:   Etage

°

Serir

°   SERPENTINE //

serpentijn
Serpentijngroep

 

°
Serpula 2
Serpulidae
Sessiel

 SETTLING VELOCITY //The rate at which suspended solid material subsides and is deposited.

Sfaleriet
Sferoïdale desintegratie

SHADOW ZONE ( SEISMOLOGY ) //An area where there is very little or no direct reception of seismic waves from a given earthquake because of refraction of the waves in the earth’s core. The shadow zone for P waves is between about 103 and 143 degrees from the epicenter.

SHALE //A fine-grained clastic sedimentary rock formed by consolidation of clay and mud.

SHALLOW FOCUS EARTHQUAKE   An earthquake with a focus less than 70 km below the earth’s surface.

SHALLOW MARINE ENVIRONMENT //   The sedimentary environment of the continental shelves, where the water is usually less than 200 m deep.

Sheet flood 2 3
Sheet wash 2

°
Sheeting

SHEETING  A set of joints formed essentially parallel to the surface. It allows layers of rock to spall off as the weight of overlying rock is removed by erosion. It is especially well developed in granitic rock.

Shelf 2
Shelfzeeën

SHIELD   An extensive area of a continent where igneous and metamorphic rocks are exposed and have approached equilibrium with respect to erosion and isostasy. Rocks of the shield are usually very old (that is, more than 600 million years old).

SHIELD VOLCANO  //  A large volcano shaped like a flattened dome and built up almost entirely of numerous flows of fluid basalticlava. The slopes of shield volcanoes seldom exceed 10 degrees, so that in profile they resemble a shield or broad dome.

Shore

The zone between the waterline at high tide and the waterline at low tide. A narrow strip of land immediately bordering a body of water, especially a lake or an ocean.

Sial  A general term for the silicarich rocks that form the continental masses.

Sideriet 2 3 4

Sifo
Sigillaria
Silcretes 2 3
Silex

Silicaat(en) 2

Silicaten = verbindingen met een SiO4-groep.
Vb. ZrSiO4 = zirkoon.
Granaatgroep .
Epidootgroep .
Pyroxeengroep .
Amfiboolgroep , met als voorbeeld
Hoornblende .
Glimmers .
Chlorietgroep . chloros =groen.
Serpentijngroep .
Veldspaatgroep .
met de overbekende voorbeelden: orthoklaas, plagioklaas, alkaliveldspaat.

Common rock silicates

Silicate

A mineral containing silicon-oxygen tetrahedra, in which four oxygen atoms surround each silicon atom.

Silicificatie

Silicon-oxygen tetrahedron

The structure of the ion SiO4-2, in which four oxygen atoms surround a silicon atom to form a four-sided pyramid, or tetrahedron.

Sill

A tabular body of intrusive rock injected between layers of the enclosing rock.

Sills

Silt

Sedimentary material composed of fragments ranging in diameter from 1/265 to 1/16 mm. Silt particles are larger than clay pa

Silt

Silt vertegenwoordigt binnen de indeling naar korrelgrootte en textuur van een sediment de factie van 0,002 – 0,0063 mm.

Zie ook: Klei  Leem  Löss  Lutum  Zand

Silt 2
Siltsteen

°

Siluur 2

SINK HOLE —> ZINKGAT  // A depression formed by the collapse of a cavern roof.

Sink hole

Een “sink hole”is een komvormige of steilwandige depressie aan de oppervlakte, ontstaan door ondergrondse oplossing van gesteenten of door instorting van holle ruimten in de ondergrond.

°

Sintels
Siphunculoidea
Sipuncula
Situ

°

Slate

http://geology.com/rocks/slate.shtml

Gabbro  Slate is a fine-grained, foliated metamorphic rock that is created by the alteration of shale or mudstone by low-grade regional metamorphism. The specimen shown above is about two inches (five centimeters) across.

A fine-grained metamorphic rock with a characteristic type of foliation (slaty cleavage), resulting from the parallel arrangement of microscopic platy minerals, such as mica and chlorite.

Slaty cleavage

The type of foliation that characterizes slate, resulting from the parallel arrangement of microscopic platyminerals, such as mica and chlorite. Slaty cleavage forms distinct zones of weakness within a rock, along which it splits into slabs.

Slenk

Een slenk is een gebied dat structureel gezien lager ligt dan het omringende gebied en dat begrensd wordt door breuken.

Zie ook:Horst

SLIP FACE See lee slope.

SLOPE RETREAT //

Progressive recession of a scarp or the side of a hill or mountain by mass movement and stream erosion

SLUMP//A type of mass movement in which material moves along a curved surface of rupture.

Smeltwater

Smeltwater is het water dat door smelten van een gletsjer of van landijs vrijkomt

SNOWLINE  //The line on a glacier separating the area where snow remains from year to year from the area where snow from the previous season melts.

Skelet

Skolithos linearis

Slakken 2

-mineralen 2

Slang(en)

-sterren

Slenken 2

Slib

-diatomeeën

-organisch 

Slides

 

  • Slides – Rock slides and debris slides result when rocks or debris slide down a pre-existing surface, such as a bedding plane, foliation surface,  or joint surface (joints are regularly spaced fractures in rock that result from expansion during cooling or uplift of the rock mass). Piles of talus are common at the base of a rock slide or debris slide.  Slides differ from slumps in that there is no rotation of the sliding rock mass along a curved surface.

slides.jpg

Slik

-diatomeeën 2

-globigerinen 2

-radiolariën

Slump

  • Slumps – types of slides wherein downward rotation of rock or regolith occurs along a concave-upward curved surface. The upper surface of each slump block remains relatively undisturbed, as do the individual blocks. Slumps leave arcuate scars or depressions on the hill slope. Slumps can be isolated or may occur in large complexes covering thousands of square meters.  They often form as a result of human activities, and thus are common along roads where slopes have been oversteepened during construction. They  are also common along river banks and sea coasts, where erosion has under-cut the slopes.  Heavy rains and earthquakes can also trigger slumps.

slump.jpg  caused by  Slope failure 

Smelt

Sneeuw

Snoerwormen

°

Soapstone   –> soaprock

Soapstone,speksteen , talc

Soapstone/ SPEKSTEEN/ Talc  block

http://geology.com/rocks/soapstone.shtml

Soapstone  is so called because it feels like a smooth and soothing bar of soap. Ten times softer than a diamond, it is still exceptionally dense, weighing a full 3 grams per cubic centimeter.

Soapstone is a real stone  ,  made up of mineral deposits created by nature and quarried from the earth.

The main mineral components in soapstone include talc, chlorite, dolomite and magnesite, giving a warm, soft feeling to the touch. Soapstone has a long history in Asia, Egypt and Africa . In Africa , soapstone was used widely in arts and crafts as early as the 11 th century. After its first appearances in European art of the 1600s, soapstone is now widely used in the Western world, including as construction material.

Voorgestelde nederlandse naam : SPEKSTEEN    maar  zeker  NIET   ” zeepsteen” 

http://en.wikipedia.org/wiki/Soapstone

°

SOIL    //The surface material of the continents, produced by disintegration of rock. Regolith that has undergone chemical weathering in place.

SOIL PROFILE   //A vertical section of soil showing the soil horizons and parent material.

SOLID The state of matter in which a substance has a definite shape and volume and some fundamental strength.

Solifluctie 2 3

Solifluction

A type of mass movement in which material moves slowly downslope in areas where the soil is saturated with water. It commonly occurs in permafrost areas

Solution valley

A valley produced by solution activity, either by dissolution of surface materials or by removal of subsurface materials such as limestone, gypsum, or salt.

Solum

Somasteroidea 2
Soort 2

Spatangoida

Species
Speleologie
Sphagnales
Sphenopteris 2
Spinachtigen
Spinel
Spira
Spiriferen
Spiriferida
Splijting 2
Splijtlagen
Spoel
-pedimenten
-vlakten 2
-zandvlakten
Spondylus
Spons(zen) 2 3
-lichaam
-naalden
-riffen
Sporen
-elementen 2
Spuitwormen
Squamata

Sorting

The separation of particles according to size, shape, or weight. It occurs during transportation by running water or wind.

Sorteringsgraad

De sorteringsgraad is de mate waarin een natuurlijk sediment bestaat uit korrels van dezelfde grootte.

SPATTER CONE

A low, steep-sided volcanic cone built by accumulation of splashes and spatters of lava (usually basaltic) around a fissure or vent.

Specific gravity

The ratio of the weight of a substance to the weight of an equal volume of water.

Spheroidal weathering

The process by which corners and edges of a rock body become rounded as a result of exposure to weatheringon all sides, so that the rock acquires a spheroidal or ellipsoidal shape.

Spit

sandy bar projecting from the mainland into open water. Spits are formed by deposition of sediment moved bylongshore drift.

Splay

A small deltaic deposit formed on a flood plain where water and sediment are diverted from the main stream through a crevasse in a levee.

Spreading axis

The imaginary axis through the earth about which a set of tectonic plates moves. The motion of a divergingplate can be described as rotation around a spreading axis.

Spreading center

plate boundary formed by tensional stress along the oceanic ridge. Synonymous with divergent plate boundary, spreading edge.

Spreading pole

A pole of the imaginary axis about which a set of tectonic plates moves. The spreading poles are the two points at which a spreading axis intersects the earth’s surface.

Spring

A place where ground water flows or seeps naturally to the surface.

°

Stabiliteitsverlies

Stabiliteitsverlies is de vermindering van de stabiliteit van de ondergrond door externe invloeden.

STABLE PLATFORM

STABLE PLATFORM //The part of a continent that is covered with flatlying or gently tilted sedimentary strata and underlain by abasement complex of igneous and metamorphic rocks. The stable platform has not been extensively affected bycrustal deformation.

°

STACK  —-> See sea stack.

°

Stadiaal

Een stadiaal is een relatief zeer koude fase binnen een ijstijd.

Zie ook:Glaciaal  Interglaciaal  Interstadiaal  Periglaciaal

Stadialen

°
Stalactieten

STALACTITE  An icicle-shaped deposit of drips tone hanging from the roof of a cave.

°

Stalagmieten

STALAGMITE  A conical deposit of drips tone built up from a cave floor.

Stam(men) 2

STAR DUNE  //A mound of sand with a high central point and arms radiating in various directions.

Steatite   —> Talk 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Talk_(mineraal)

soms ook speksteen ( een gesteente ) / maar  is het  mineraal ( een klei -) bedoeld  , dan  is deze naam te vermijden 

http://www.myphotoweb.com/minerals/pages/mineralen_col/pages/talk/talk.htm

SPEKSTENEN (rotsen )  met hoger  talk gehalte  dan   “soap stone”  

steatite

Soapstone_(Speckstein)_-_several_colored_samples

speksteen IMG_0009

speksteen  2 IMG_0010

Steatite block

Soapstone (Speckstein) several colored samples

Soapstone_(Speckstein)_several_colored_samples

°

http://nl.wikipedia.org/wiki/Steen

Steen
-eter
-kernen
-kool 2
-koollagen
-zout 2

°

Steenkool

Steenkool is een brandbare delfstof met een meer of minder glanzende zwarte kleur, ontstaan uit afgestorven plantenmateriaal, met een vochtgehalte van minder dan 8% en een koolstofgehalte van meer dan 75%.

Winning van een steenkoollaag in een kolenmijn © Centraal archief DSM                                    Zie ook:Inkoling   Inkolingsgraad  Veen

Steentijd
-Jonge Steentijd
-Midden Steentijd
-Oude Steentijd

Stekelhuidigen 2 3
Stigmaria

Stijghoogte

De stijghoogte is de hoogte ten opzichte van een referentievlak, tot waar het grondwater opstijgt in een buis die zowel in open verbinding staat met de atmosfeer als met het grondwater in een watervoerend pakket.

°

STOCK  // A small, roughly circular intrusive body, usually less than 100 km’ in surface exposure.

Stollingsgebieden
Stollingsgesteenten
Stone lines
Stoottanden

Storm    

Stralingscurve
Stralingsintensiteit
Strandwallen
Stratigrafie 2 3 4 5
Stratigrafie van het Krijt
Stratigrafische correlatie
Stratum
Streckeisen, ruit van 2
Streep
Streepduinen
Stromatoporen 2 3
Stromatoporenriffen
Stroming
Stroom(en)
-drift
-fossiele stroomribbels
-gebied 2
-niet-oscillerende
-ribbels 2
-snelheid

Strophomenida

Structurele geologie
Structurele geomorfologie
Structuur(en) 2 3
-tektonische
-verdringings
Stuifmeel
Stuifzanden
Stuwwal
Stylolieten 2

°

Strandwal

Een strandwal is een vlak voor de kust liggende, bij eb droogvallende zandrug, niet ‘opgehangen’ aan een vast punt, maar door de branding opgebouwd, soms weer afgebroken of verplaatst.

°

STRATA   Plural of stratum.

°

Stratification

The layered structure of sedimentary rock.

Stratigrafie

Stratigrafie is de tak van de geologie die zich bezighoudt met de beschrijving, correlatie en benoeming van gelaagde gesteenten.

Zie ook:Geohydrologie  Geologie  Geomorfologie Hydrogeologie Hydrologie Paleogeografie Paleontologie Palynologie

–> STRATIGRAFIE en creationisme  

William Smith, aardlagen en evolutie

profiel

gastbijdrage van Leon van den Berg, over stratigrafie.

In het debat “creationisme” versus “reguliere wetenschap” wordt met grote regelmaat door creationisten beweerd dat de reguliere geologie uit gaat van de evolutie-theorie, evolutionisme of Darwinisme.

Ik zal in dit artikel laten zien aan de hand van één historisch persoon, William Smith (1769-1839), dat die bewering niet juist is, en in feite bedrieglijk.

Het is in het begin van de industriële revolutie in Engeland, wanneer de belangen van goedkope energie, steenkool, en grote openbare werken als kanalen en spoorlijnen steeds groter worden, dat de jonge ingenieur William Smith  beroepshalve ontdekt dat er een zeer regelmatige, systematische opeenvolging zit in de fossielen in de Engelse gesteentelagen.

Catastrofist

Zijn jonge ervaringen in de mijnbouw, zijn werkzaamheden langs kanalen met lange continue ontsluitingen -plaatsen waar gesteente zichtbaar is- en zijn grote passie voor de geologie helpen hem om zeer precies gesteentepakketten in te delen naar aanleiding van hun fossiel-inhoud en de eerste echte geologische kaart te maken: “The Map that changed the World”. Een kaart die indrukwekkend goed overeen komt met de huidige geologische kaart van Engeland.

Smith kon een fossiel uit de grond halen en dan zeggen: “hieronder, op 128 meter diepte, vind je steenkool”. Zijn methode, de stratigrafie, werd al gauw wereldwijd overgenomen door alle mijnbouwers.

Met evolutie of Charles Darwin had dat niets te maken, die kwam daar pas later mee, in 1859, toen Smith al dood was. Bovendien was Smith eigenlijk een “catastrofist” in tegenstelling tot het “uniformitarisme” van Charles Lyell en geloofde in een waar gebeurde Zondvloed.

De stratigrafie is dus niet gebaseerd op evolutie, het is omgekeerd: de evolutietheorie is gebaseerd op wat geologen vinden.

De stratigrafie was dus ook geen poging om de Bijbel in twijfel te trekken, de drijfveer van de mijnbouw was en is nog steeds: geld! Over geld gesproken, rijk is Smith er niet van geworden. Hij stak al zijn energie in zijn passie, werd geplagieerd, raakte failliet en daarmee in de bak, pas op latere leeftijd kreeg hij, als “Father of English Geology”, de erkenning die hij verdiende.

Olie

Sinds Smith heeft de stratigrafie, en de daarbij behorende neventakken de paleontologie en met name de micro-paleontologie een enorme ontwikkeling meegemaakt en dat voornamelijk vanwege datgene waar de wereldeconomie om draait: fossiele brandstoffen  (in het bijzonder vandaag  –>olie.)

Zo eenvoudig als Smith het zich misschien voorstelde bleek het niet te zitten, sommige planten en dieren leken “uitgestorven” maar vond men later, hoger in de stratigrafie, weer terug, anderen fossielen leken meer geschikt als milieu-indicator.

Dat heeft onder andere te maken met het feit dat geologen uitsluitend naar de uiterlijke fossiele vorm kunnen kijken. Geologen zijn beroepshalve eigenlijk ook niet echt geïnteresseerd in leven en evolutie, dat is het terrein van biologen. Je zou kunnen zeggen dat, paradoxaal genoeg, geologen evolutie zien maar er niet in geïnteresseerd zijn en biologen geen evolutie zien maar er juist wél in geïnteresseerd zijn.

De beide wetenschappen hebben dan ook een wat andere benadering. 

De laatste tientallen jaren werkt de olie-industrie voornamelijk met de micro-paleontologie waarbij men in één vuistgrote steen uit een boorgat wel honderden microfossielen kan analyseren. Deze waarnemingen laten met een verbluffende precisie de veranderingen van deze fossielen zien, zoals dit filmpje toont.

Uiteraard maakt de computer-simulatie dit filmpje wat mooier maar de geleidelijk overgangen zijn overduidelijk.

 Conclusie

Ik denk dat ik kan stellen dat de bewering dat stratigrafie uit gaat van de evolutie-theorie, evolutionisme of Darwinisme, niet waar is.

Iedereen met een internetverbinding kan dit met één muisklik verifiëren en het lijkt mij dat het herhalen van die bewering bedrieglijk is.

Stratovolcano

A volcano built up of alternating layers of ash and lava flows. Synonymous with composite volcano

Stratum (pl. strata)

A layer of sedimentary rock.

Streak

The color of a powdered mineral.

Stream load

The total amount of sediment carried by a stream at a given time.

Stream order

The hierarchical number of a stream segment. The smallest tributary has the order number of 1, and successively larger tributaries have progressively higher numbers.

Stream piracy

Diversion of the headwaters of one stream into another stream. The process occurs by headward erosion of a stream having greater erosive power than the stream it captures.

Stream terrace

One of a series of level surfaces in a stream valley representing the dissected remnants of an abandoned flood plain, stream bed, or valley floor produced in a previous stage of erosion or deposition.

http://en.wikipedia.org/wiki/Terrace_(geology)

Stream Terraces and Older Surfaces

http://pubs.usgs.gov/of/2004/1007/terraces.html

Stream terraces form when streams carve downward into their floodplains, leaving discontinuous remnants of older floodplain surfaces as step-like benches along the sides of the valley. Stream terraces are common throughout the Western United States. In the context of this discussion on the Mojave region, older surfaces represent flattened areas (plateaus, mesa, uplands areas, hillside benches) that are stable or isolated, neither experiencing significant rates of sediment buildup (aggradation) or down cutting by erosion. These older surfaces may have no clear or obvious connection to a more modern drainage system in a particular area. Terraces and older surfaces preserve or display unique characteristic soil profiles or weathering characteristics because of their long-standing isolation from stream erosion.

Many factors influence why streams episodically carve into their floodplains, forming stream terraces. Because stream terraces are typically widely distributed along steams throughout a region, changing climatic conditions are likely a most important contributing factor to their formation. Streams broadened their floodplains when sediment supplies are high and down cutting by stream erosion is abated. In cool, wet periods, plants typically cover the landscape, and hence sediment supply is low; enhanced moisture increases stream flows, and streams draining mountainous regions will cut downward. During dry periods, plants don’t provide enough cover to prevent intense erosion during infrequent storms. As a result, high sediment yields may result in the backfilling of stream channels. This natural feedback system is much more complex than this because many other processes occur simultaneously. Under cooler, wetter conditions during an ice age, soil development and weathering processes proceed faster due to more frequent wetting and drying, more freeze-thaw cycles, and increased biological activity (particularly root penetration). Soils formed during extended wet periods can be released as sediments once the groundcover is removed during drought conditions, especially by wildfire followed by a rainstorm.

Climate is also a factor in the development of caliche (calcium-carbonate-rich crusts or soils that form in desert conditions). In North America, caliche is found in arid or semiarid regions of the western states. In many places in the Mojave region these calium-carbonate-rich crusts form a resistant caprock along stream terraces.

Stream terraces in the Providence Mountains

Caliche-cemented gravels (pale zone topped by a ledge) form the resistant cap rock of older Pleistocene terrace surfaces along the sides of the modern wash. In the distance, the surface of an older quaternary alluvial fan is preserved intact (partly due to a resistant caliche bed preserved at the surface). The high core of the Providence Mountains in the distance consists mostly of Paleozoic limestone and dolomite rock formations; these rocks provide calcium carbonate to the alluvium and enhance caliche development.

Quaternary conglomerate in the Providence Mountains
A boulder of the caliche-cemented gravel has been eroded and re-deposited.. It displays rock fragments similar to the modern stream gravels surrounding it.
Incised fan in the Granite Mountains
Morning sunlight highlights the incised remnants of an older (Pleistocene or Pliocene) alluvial fan along the mountain front of the Granite Mountains. The smoother modern (Holocene) alluvial fan surface stands out in the foreground (in mountain shadows). The incised and eroded condition of this fan suggests different possibilities.
A desert pavement in the Providence Mountains area
A desert pavement (a surface gravel deposit of tightly packed pebbles, layered just one pebble thick and generally devoid of vegetation) is abundant on Pleistocene-age surfaces, particularly in the mid-fan regions. Pavements such as this occur in areas where the stream flow is restricted to relatively stable channels nearby. Note how little relief exists on this alluvial fan surface on the eastern flank of the Providence Mountains.
Close-up view of a desert pavement
A close-up view of a desert pavement shows that gaps between rock fragments are small or rarely visible (hiding the accumulated dust underneath). Wind and episodic rains keep the surface free of dust, and plants have a difficult time becoming established due to lack of soil. The surface temperature difference between night and day during the summer may range over 100 degrees Fahrenheit. This daily temperature difference may play a role in the formation of these pediment surfaces. Most of the rock fragments shown here are dolomite and limestone.
Stress Force applied to a material that tends to change its dimensions or volume; force per unit area.
Striation A scratch or groove produced on the surface of a rock by a geologic agent, such as a glacier or stream.
Strike The bearing (compass direction) of a horizontal line on a bedding plane, a fault plane, -or some other planar structural feature.
Strike-slip fault fault in which movement has occurred parallel to the strike of the fault.

STRIKE  VALLEY   //A valley that is eroded parallel to the strike of the underlying nonresistant strata.

STRIP MINING  //  A method of mining in which soil and rock cover are removed to obtain the sought-after material

Stroomgebied

Een stroomgebied is een gebied waaruit het water wordt afgevoerd.

Stroomgordel

Een stroomgordel is het voormalige sedimentatiegebied in en direct naast de rivier. Het omvat de opgevulde geul, de oeverwallen en eventueel de restgeul.

Stuwwal

Een stuwwal is een heuvel, ontstaan tijdens de landijsbedekking, bestaande uit de door de ijsdruk opgestuwd materiaal.

Gestuwde afzettingen in een stuwwal bij Wageningen. De oorspronkelijke fluviatiele sedimenten zijn door de stuwing van het landijs dakpansgewijs, in delen tegen elkaar aangeschoven © TNO-NITG

SUBAERIAL //Occurring beneath the atmosphere or in the open air, with reference to conditions or processes (such aserosion) that occur on the land. Contrast with submarine and subterranean.

Subatlanticum
Subboreaal

°
Subductie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Subductie

Zie ook  PLATENTEKTONIEK //  Het thema is vooral  ook    belangrijk  in  “DEATH HORSE discussies “met creationisten  en hun belachelijke  —>     rethorische “uitleg “en   alternatieve inlegkunde     ( hydroplate theory  van  Walt  Brown —>  )  http://en.wikipedia.org/wiki/Walt_Brown_(creationist)

SUBDUCTION

//Subsidence of the leading edge of a lithospheric plate into the mantle.

SUBDUCTIE ZONE

http://nl.wikipedia.org/wiki/Subductiezone

SUBDUCTION ZONE

 //An elongate zone in which one lithospheric plate descends beneath another. A subduction zone is typically marked by an oceanic trench, lines of volcanoes, and crustal deformation associated with mountain building. See also convergent plate boundary.

°
Subglaciale gesteenten

Sublimatie

 

Subaqueous Mass-Wasting

Mass wasting processes also occur on steep slopes in the ocean basins. A slope failure can occur due to over-accumulation of sediment on slope or in a submarine canyon, or could occur as a result of a shock like an earthquake. —->Underwater   debris flows, and landslides are  very common.

http://earthsci.org/processes/struct/masswaste/MassWastingProcesses.html

SUBAQUEOUS SAND FLOW 

//  A type of mass movement in which saturated sand or silt flows beneath the surface of a lake or an ocean. 

  • Underwater  Grain Flows

http://jsedres.sepmonline.org/content/55/6/886.abstract

Subglaciale erosie

Subglaciale erosie proces waarbij materiaal uit de ondergrond onder ijs (landijs of gletsjers) wordt geërodeerd en verplaatst.

Submariene gesteenten

°

Submarine canyon

Bass Straight submarine canyons. Based on Geoscience Australia’s Bathytopo dataset.

—>  A V-shaped trench or valley with steep sides cut into a continental shelf or continental slope                http://en.wikipedia.org/wiki/Submarine_canyon

A submarine canyon is a deep, narrow underwater valley cut into the continental slope, along the continent’s edge

Encyclopædia Britannica, Inc.

 Submarine Canyons and Deep-sea Fans   //                     Sediment being transported down Submarine Canyon off River and forming Deep-Sea Fan below Continental Shelf.

Submarine sediment density flows

Keywords:

  • Bouma sequence;
  • debris flow;
  • debrite;
  • hybrid bed;
  • sediment density flow;
  • submarine fan;
  • turbidite;
  • turbidity current

Abstract

Submarine sediment density flows are one of the most important processes for moving sediment across our planet, yet they are extremely difficult to monitor directly. The speed of long run-out submarine density flows has been measured directly in just five locations worldwide and their sediment concentration has never been measured directly. The only record of most density flows is their sediment deposit. This article summarizes the processes by which density flows deposit sediment and proposes a new single classification for the resulting types of deposit. Colloidal properties of fine cohesive mud ensure that mud deposition is complex, and large volumes of mud can sometimes pond or drain-back for long distances into basinal lows. Deposition of ungraded mud (TE-3) most probably finally results from en masse consolidation in relatively thin and dense flows, although initial size sorting of mud indicates earlier stages of dilute and expanded flow. Graded mud (TE-2) and finely laminated mud (TE-1) most probably result from floc settling at lower mud concentrations. Grain-size breaks beneath mud intervals are commonplace, and record bypass of intermediate grain sizes due to colloidal mud behaviour. Planar-laminated (TD) and ripple cross-laminated (TC) non-cohesive silt or fine sand is deposited by dilute flow, and the external deposit shape is consistent with previous models of spatial decelerating (dissipative) dilute flow. A grain-size break beneath the ripple cross-laminated (TC) interval is common, and records a period of sediment reworking (sometimes into dunes) or bypass. Finely planar-laminated sand can be deposited by low-amplitude bed waves in dilute flow (TB-1), but it is most likely to be deposited mainly by high-concentration near-bed layers beneath high-density flows (TB-2). More widely spaced planar lamination (TB-3) occurs beneath massive clean sand (TA), and is also formed by high-density turbidity currents. High-density turbidite deposits (TA, TB-2 and TB-3) have a tabular shape consistent with hindered settling, and are typically overlain by a more extensive drape of low-density turbidite (TD and TC,). This core and drape shape suggests that events sometimes comprise two distinct flow components. Massive clean sand is less commonly deposited en masse by liquefied debris flow (DCS), in which case the clean sand is ungraded or has a patchy grain-size texture. Clean-sand debrites can extend for several tens of kilometres before pinching out abruptly. Up-current transitions suggest that clean-sand debris flows sometimes form via transformation from high-density turbidity currents. Cohesive debris flows can deposit three types of ungraded muddy sand that may contain clasts. Thick cohesive debrites tend to occur in more proximal settings and extend from an initial slope failure. Thinner and highly mobile low-strength cohesive debris flows produce extensive deposits restricted to distal areas. These low-strength debris flows may contain clasts and travel long distances (DM-2), or result from more local flow transformation due to turbulence damping by cohesive mud (DM-1). Mapping of individual flow deposits (beds) emphasizes how a single event can contain several flow types, with transformations between flow types. Flow transformation may be from dilute to dense flow, as well as from dense to dilute flow. Flow state, deposit type and flow transformation are strongly dependent on the volume fraction of cohesive fine mud within a flow. Recent field observations show significant deviations from previous widely cited models, and many hypotheses linking flow type to deposit type are poorly tested. There is much still to learn about these remarkable flows.

https://tsjok45.wordpress.com/wp-admin/

Subsequent stream

tributary stream that is eroded along an underlying belt of nonresistant rock after the main drainage pattern has been established.

http://www.brownsguides.com/blog/how-georgia-rivers-work/

streamterrace1rgb400.jpg   streamterrace2rgb400.jpg

1. A stream cuts through a valley by normal down cutting and headward erosion. –                                                                                                            2. Changes in climate, base level or other factors that reduce energy flow cause the stream to partially fill its valley with sediments forming a broad flat floor

streamterrace3rgb400.jpgstreamterrace4rgb400.jpg

3. An increase in flow energy causes the stream to erode through the previously deposited alluvium. A pair of terraces is left as a remnant of the former flood plain.                                                                                                                                                                                                                             4. The stream shifts laterally and forms lower terraces as subsequent changes cause it to erode the older valley fill. Go to the GA 128 Bridge west of Roberta and look upstream to see this on the Flint River.

—>http://en.wikipedia.org/wiki/Fluvial_landforms_of_streams

  • Subsequent streams are streams whose course has been determined by selective headward erosion along weak strata. These streams have generally developed after the original stream. Subsequent streams developed independently of the original relief of the land and generally follow paths determined by the weak rock belts.[3](hydrology)                                                                                                                                                       —>http://www.answers.com/topic/subsequent-stream
  • A stream that flows in the general direction of the strike of the underlying strata and is subsequent to the formation of the consequent stream of which it is a tributary. Also known as longitudinal stream; strike stream.

Subsequente rivier


Fig.14. Riviersysteem in een cuestalandschap.

Davis gaf de afwateringsrichtingen en dus de rivieren van een cuestareliëf namen. Een rivier tussen twee cuesta’s, evenwijdig aan de cuestafronten, heet een subsequente rivier.

Subsidence

A sinking or settling of a part of the earth’s crust with respect to the surrounding parts.

Subspecies
Sulfaten
Sulfiden
Superfamilie

Superposed stream

A stream with a course originally established on a cover of rock now removed by erosion, so that the stream ordrainage system is independent of the newly exposed rocks and structures. The stream pattern is thus superposed on, or placed upon, ridges or other structural features that were previously buried.

Superpositie

Superposition, principle of

The principle that, in a series of sedimentary strata that has not been overturned, the oldest rocks are at the base and the youngest are at the top

Supervulkanen /–> Caldera

–> vaker uitbarsting dan gedacht

Supervulkanen komen gemakkelijker tot uitbarsting dan tot nu toe werd aangenomen, zo blijkt uit een nieuwe studie.

De hitte en druk van magma alleen is genoeg om een eruptie van een supervulkaan in gang te zetten.Dat melden Zwitserse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Geoscience.

Scientist at ESRF loading a speck-sized magma rock sample into the anvils of a press.
Scientists studied a magma-like substance under extreme heat and pressure at the ESRF in Grenoble

_

Mogelijk is de kans op uitbarstingen van supervulkanen daardoor tien tot honderd keer groter dan eerder gedacht.(1)

 Diamant 

Bij hun onderzoek bootsten de wetenschappers een vulkanische uitbarsting na in het stralingslaboratorium ESRF in Grenoble door synthetisch gesteente in een capsule van diamant (2) te plaatsen.

Vervolgens verhitten ze deze capsule tot 1.700 graden Celsius, zodat het gesteente aan de binnenkant van de capsule begon te smelten.

De overgang van vast gesteente naar vloeibaar magma zorgde voor een druk van 36.000 atmosfeer. Deze druk zou in theorie een scheur kunnen veroorzaken in een stuk aardkorst van tien kilometer dikte boven de magmakamer van een supervulkaan, zodat een eruptie zou ontstaan.

EXPLOSIES

“De magma die doordringt tot deze breuk zal uiteindelijk het oppervlakte van de aarde bereiken”, verklaart onderzoekster Carmen Sanchez-Valle op

http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-25598050.

Daar zullen gassen in het magma uitzetten en explosies veroorzaken.”

Tot nu toe werd aangenomen dat uitbarstingen deels werden veroorzaakt door externe factoren zoals aardbevingen of de invloed van grondwater.

“We weten nu dat er geen extra factor nodig is. Een supervulkaan kan spontaan uitbarsten door zijn enorme formaat”, aldus hoofdonderzoeker Wim Malfait. “Als er genoeg gesteente smelt, kan er zomaar een eruptie ontstaan.”

Er zijn in totaal 27 supervulkanen op aarde, waaronder het Tobameer in Indonesië, het Taupomeer in Nieuw-Zeeland en de supervulkaan onder het Yellowstone National Park in de Verenigde Staten.

Lake Toba in Sumatra                                                          Lake Toba in Sumatra was formed during the eruption of a supervolcano 74,000 years ago

DeYellow stone caldera  vulkaan kwam ongeveer 600.000 jaar geleden voor het laatst tot uitbarsting en spuwde toen duizend kubieke kilometer as en lava uit.

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis   6 januari 2014 

Supervulkaan

06 januari 2014 3

yellowstone

Wat is ervoor nodig om een supervulkaan te doen uitbarsten? Verrassend genoeg niet zo heel veel, zo blijkt uit een nieuw onderzoek. Druk van magma is voldoende om tot een eruptie te leiden; een tweede externe factor (zoals bijvoorbeeld een aardbeving) is niet nodig.

Dat supervulkanen voor een hoop ellende kunnen zorgen weten we. Neem de eruptie die 600.000 jaar geleden in het tegenwoordige Yellowstone Park plaatsvond. Door toedoen van die uitbarstende supervulkaan belandde er 1000 kubieke kilometer as en lava in de atmosfeer en daalde de temperatuur sterk.

Grote verschillen
Maar hoe het komt dat een supervulkaan uitbarst: dat was lang onduidelijk. Dat komt voornamelijk doordat een supervulkaan niet te vergelijken is met een ‘gewone’ vulkaan (waar we inmiddels al aardig wat van afweten).

Een supervulkaan heeft niet alleen een groter magmakamer, maar bevindt zich ook altijd in een gebied waar veel hitte vanuit het binnenste van de aarde het oppervlak bereikt. Daardoor is de magmakamer altijd groot en warm, maar ook heel plastisch: de vorm ervan verandert naarmate de druk toe- of afneemt. Dat is ook de reden waarom een supervulkaan relatief weinig uitbarst: de magmakamer rekt wat mee, waardoor de druk niet snel te groot wordt.


Druk
Maar een supervulkaan mag dan niet vaak uitbarsten: zo af en toe laat ‘ie toch van zich horen. Wat gebeurt er in zo’n geval? “De drijvende kracht is een extra druk die veroorzaakt wordt door de verschillende dichtheid van vaste gesteenten en vloeibare magma,” legt onderzoeker Wim Malfait uit.

Het onderzoek is belangrijk. Door een beter beeld te krijgen van de omstandigheden die leiden tot de uitbarsting van een supervulkaan wordt het wellicht mogelijk om zo’n uitbarsting te voorspellen en mensen en dieren tijdig in veiligheid te brengen.

Bronmateriaal:
Supervolcano triggers recreated in X-ray laboratory” – CNRS.fr

  • een caldera van 100 X 50 kilometer lijkt mij  toch  een ander verhaal,

De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Brocken Inaglory (via Wikimedia Commons).

(1)

  1. – “kans is 10 tot 100 groter. ”                                                                                                                                                                                                —> Maar groter dan wat   ?                                                                                                                                                                                                      —>Wat dacht men voorheen dat die kans was en wat denkt men nu?  Men dacht  vroeger dat supervulkanen vooral tot uitbarsting kwamen omdat die het gevolg zouden zijn van een externe   trigger = bijvoorbeeld een aardbeving  … maar het zou om een intern proces  in de caldera  gaan dat derhalve meer zou(kunnen)  voorkomen ….want in de “aard van het beestje ”  en eigenlijk de normale gang van zaken ipv een samenloop van externe omstandigheden ( eerste zin van het artikeltje )                                                                                                                        —> Lead author Wim Malfait, of ETH Zurich, said: “We knew the clock was ticking but we didn’t know how fast: what would it take to trigger a super-eruption? ”

    “Now we know you don’t need any extra factor – a supervolcano can erupt due to its enormous size alone.

    “Once you get enough melt, you can start an eruption just like that.”The magma chamber of a supervolcano with partially molten magma at the top. The pressure from the buoyancy is sufficient to initiate cracks in the Earth’s crust in which the magma can penetrate.                                                                                          Pressure from magma buoyancy creates cracks in the Earth’s crust through which magma can penetrate 

  2. wat zijn de gevolgen van een uitbarsting van zo’n vulkaan? Die zijn namelijk vrij desastreus voor (een deel van) de mensheid. Dit zou op zijn minst genoemd moeten worden in een volledig artikel
    1. Als zo’n super vulkaan uitbarst, dan verandert het klimaat.                                                                                              Supervulkanen veranderen blijkbaar het klimaat. Dag wordt nacht en het duurt maanden of jaren voordat al het stof wat er in de lucht geblazen wordt, is neergedaald.                                                                                                                                           —Het veranderen van het klimaat is  daarvan meestal het gevolg  ; door de  as  , het fijn stof  en  ja  ook de  CO2 uitstoot.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              If the Yellowstone supervolcano erupted the impact would be catastrophicAerial view of Grand Prismatic thermal spring in Yellowstone National Park
    2. http://www.nu.nl/algemeen/3376977/supervulkanen-roeiden-helft-soorten-aarde.html                              Super-eruptions occur rarely – only once every 100,000 years on average. But when they do occur, they have a devastating impact on Earth’s climate and ecology.
      1.  er zijn   goede redenen om aan te nemen dat een reeks geologische verschijnselen  zoals  aardbevingen en vulkanische uitbarstingen ieder moment wéér zou kunnen optreden. Feitelijk is het binnenste van de Aarde, samen met haar korst, net als de atmosfeer, een chaotisch stelsel, en kan een klein voorval een enorme afwijking van de norm tot gevolg hebben. Een superuitbarsting zoals 250, 200, 160, 120, 80 en 60 miljoen jaar geleden hoeven we misschien niet direct te verwachten, maar er zijn aanwijzingen dat tektonische activiteiten en resulterende vulkaanuitbarstingen alweer aan een periodieke opmars zijn begonnen. 
        1. Een verschuiving van de binnen de aarde bestaande magmastromen of nog dieper in de kern kan  de korst doen verschuiven of breken waardoor een supervulkaan kan ontstaan. Een gebied waar dat nog steeds wordt gevreesd is Yellowstone Parc.
        2. Een flinke meteoriet kan dit ook veroorzaken.
        3. De continenten drijven op de magma en bewegen.mee. Niet dat ze daar de maximum snelheid mee overtreden, maar het beweegt wel. Aardbevingen zijn daar een gevolg van.
          1. Over 20 miljoen jaar is de Straat van Gibraltar weer dicht en zal de Middellandse zee weer uitdrogen tot een zoutmeer.
          2. Daarom is Zuid Spanje een aardbevingsgebied en zijn onze huizen daar ook op gebouwd. Dus in geologische tijden verandert er veel. IJsland is in feite een opborrelende klomp magma.
            De Sint Andreas breuk is een gevaarlijk aardbevingsgebied waar twee stukken langs elkaar schuren. Op die plaatsen kan wel eens een nieuwe (super?)vulkaan ontstaan

      When a supervolcano erupted 600,000 years ago in Wyoming, in what today is Yellowstone National Park, it ejected more than 1,000 cubic km of ash and lava into the atmosphere – enough to bury a large city to a depth of a few kilometres.

      This ejection was 100 times bigger than Mt Pinatubo in the Philippines in 1992 and dwarfs even historic eruptions like Krakatoa (1883).

      “This is something that, as a species, we will eventually have to deal with. It will happen in future,” said Dr Malfait.

      You could compare it to an asteroid impact – the risk at any given time is small, but when it happens the consequences will be catastrophic.”

      Being able to predict such a catastrophe is obviously critical. But the trigger has remained elusive – because the process is different from conventional volcanoes like Pinatubo and Mt St Helens.

      One possible mechanism was thought to be the overpressure in the magma chamber generated by differences between the less dense molten magma and more dense rock surrounding it.

      “The effect is comparable to holding a football under water. When you release it, the air-filled ball is forced upwards by the denser water around it,” said Wim Malfait, of ETH Zurich.

(2) 

  1. Onvolledig  nu nl artikel    
  2. Bar slecht hoe dit artikel overgenomen/vertaald . Heel de discussie met de tekorkomingen van het model is voor het gemak weggelaten.

(3)

  1. van diamant? 
  2. “Capsule” van diamant, met synthetisch gesteente er in.Diamanten bestaan uit koolstof en verbranden al bij temperaturen tussen 3600 en 3800 graden Celsius Diamond capsule                                          Inside this diamond capsule, magma was heated to the temperature of the Earth’s crust
    1. Zoek eens op wat  diamant  doet zonder lucht en onder hoge druk.
    2. Diamant kan zelfs gevormd worden uit graniet bij deze temperatuur. Als het echt niet kon hadden ze dit toch niet gebruikt??
    3. Zonder zuurstof verbrant er niets Water kookt ook bij 100 graden, maar niet in een stoomketel met 15bar.  Dan pas bij ca 180 ….
      1. In watermoleculen zit ook zuurstof, wat niet 100% stabiel gebonden is (het is een evenwicht, geen statische situatie). Thermodynamica laat zien hoe materialen in stoom toch kunnen verbranden.

      —> De trage geboorte van de supervulkaan

      zondag 12 januari 2014

      Bij de uitbarsting van een supervulkaan kan 35.000 km3 lava vrijkomen – genoeg om heel Europa met een laag van ruim 3,4 meter dik te bedekken. Dat is één van de conclusies uit een studie naar de oorzaak van supervulkaanuitbarstingen die deze week in Nature Geoscience verscheen. Gelukkig zijn uitbarstingen van supervulkanen wel behoorlijk zeldzaam: gemiddeld komen ze minder dan een keer per 100.000 jaar voor. De berekende 35.000 km3 lava is bovendien het absolute maximum.

      door

      Supervulkanen zijn de monsters onder de vulkanen. Zij barsten uit met een enorme explosie, waarbij gebieden van duizenden tot tienduizenden vierkante kilometers onder de vulkanische assen bedolven kunnen raken. Ze veroorzaken een gat (caldera [1]) in de grond met een diameter van tientallen kilometers. En ook de gevolgen op langere termijn kunnen desastreus zijn: Een supervulkaanuitbarsting kan een wereldwijde afkoeling van 10 graden Celcius veroorzaken, die enkele decennia aanhoudt.

      Vol is vol

      De meeste ‘gewone’ vulkanen barsten uit als de magmakamer [2] (de ruimte onder de vulkaan waarin het magma uit de diepe aarde zich ophoopt) vol raakt. De druk neemt toe omdat nieuw aangevoerde magma er niet meer bij past, en zodra er een kritische grens overschreden wordt breekt het vloeibare gesteente door de aardkorst heen naar boven. Maar bij supervulkanen werkt het anders, concluderen twee verschillende onderzoeksgroepen deze week in het vakblad Nature Geoscience. Hierbij is het de opwaartse druk [3] die de vulkaanuitbarsting veroorzaakt.

      Toba_landsat_satellite_image

      Satellietbeeld van de 74.000 jaar oude caldera ‘Toba’ (35 bij 100 km) met in het midden het Tobameer. NASA Landsat7

      Supervulkanen van nu

      De bekendste supervulkaan is misschien wel die van Yellowstone in de VS. De laatste drie uitbarstingen waren 2 miljoen jaar geleden, 1,3 miljoen jaar geleden, en 0,64 miljoen jaar geleden – en het is bekend dat de magma-aanvoer daarna weer gewoon is hervat. Bij de laatste uitbarsting van de Yellowstone-vulkaan kwam 1000 km3 lava vrij. Ter vergelijking: bij de grote uitbarsting van de Pinatubo op de Filipijnen in 1991, die de aarde tijdelijk 0,5 graad deed afkoelen, kwam ‘slechts’ 10 km3 lava uit de aarde naar boven zetten. Andere bekende supervulkanen bevinden zich onder het Tobameer in Indonesië en bij het Taupomeer in Nieuw Zeeland. In Europa, vlak bij Napels, zijn er de relatief kleine Flegreïsche Velden.

      Bal onder water

      Bij supervulkanen kan zich veel meer magma onder de grond ophopen dan bij hun kleine broertjes – bijvoorbeeld omdat de magmakamer een erg groot gebied beslaat, of omdat het plaatselijk zo warm is dat het dak van de magmakamer zacht en buigzaam is geworden, en dus niet gauw doorbreekt. Magma is lichter dan het omringende gesteente, en zal dus de neiging hebben op te stijgen. Als de magmalaag zo dik wordt dat het korstgesteente de opwaartse druk van de magma niet meer kan weerstaan, breekt deze uiteindelijk met een knal door het aardoppervlak heen. “Als een bal die je onder water duwt en dan plotseling loslaat”, zegt aardwetenschapper Wim Malfait van de ETH [4] in Zürich, die aan één van de twee studies meewerkte. Zijn onderzoeksgroep deed als eerste laboratoriummetingen aan de dichtheid van magma onder de hoge drukken en temperaturen die in de magmakamers optreden.

      Photo2_5

      Jean-Pierre Perrillat van het CNRS in Frankrijk, bij het meetapparaat waarin het gesteentemonster met röntgenstraling wordt doorgelicht. Hierin wordt de magma samengeperst tot een druk van 36.000 atmosfeer, en dan verhit tot 1700 graden Celsius. European Synchotron Radiation Facility, Grenoble. Blascha Faust, ESRF

      Modellen

      De andere onderzoeksgroep, onder leiding van geoloog Luca Carrichi van de Universiteit van Bristol [5], maakte computermodellen waarmee berekend werd hoe veel magma er onder verschillende omstandigheden in de magmakamer gebracht kan worden, voordat de kritische druk overschreden wordt. Hiermee draaiden de onderzoekers 1,2 miljoen simulaties, om te bepalen welke mechanismen onder welke omstandigheden optraden. Echt grote uitbarstingen, waarbij meer dan 450 km3 lava vrijkomt, zijn altijd het gevolg van het dichtheidsverschil tussen de magma en het andere gesteente, concludeerden zij. Uitbarstingen waarbij meer dan 35.000 km3 lava vrij komt zijn volgens de berekeningen niet mogelijk.

      Bronnen:

      • Caricchi e.a. Frequency and magnitude of volcanic eruptions controlled by magma injection and buoyancy, Nature Geoscience, doi:10.1038/NGEO2041
      • Malfait e.a. Supervolcano eruptions driven by melt buoyancy in large silicic magma chambers, Nature Geoscience, doi:10.1038/NGEO2042

      Lees meer over supervulkanen

      , , ,

Surface creep

Slow downwind movement of large  sand grains  by rolling or sliding along the surface due to the impact of smaller, saltating grains.

 

Surface wave (seismology)

seismic wave that travels along the earth’s surface. Contrast with P waves and S waves, which travel through the earth.

SUSPENDED LOAD   //The part of a stream’s load that is carried in suspension for a considerable period of time, without contact with the stream bed. It consists mainly of mud, silt, and sand. Contrast with bed load and dissolved load.

Suspensie 2 3
Suspensiemateriaal

Surtsey

File:Topographic map of Surtsey-fr.svg

Surtney

  • Surtsey is een vulkanisch eiland voor de zuidkust van IJsland en maakt deel uit van de Vestmannaeyjar. Het is ontstaan door een uitbarsting die duurde van 17 november 1963 tot 5 juni 1967. Toen was het eiland 2,6 km² groot. Wikipedia

Sutuur

Swash

The rush of water up onto a beach after a wave breaks.

S WAVE  (secondary seismic wave) // A seismic wave in which particles vibrate at right angles to the direction in which the wave travels. Contrast with P wave.

Syeniet

Symmetrie 2

Symmetrical fold

fold in which the two limbs are essentially mirror images of each other.

Synclinaal(-en) 2

. Een plooi heeft flanken = vleugels en ombuigingen.
Het naar boven gesloten deel van de plooiing heet de anticlinaal = anticlinale = anticline = antiform.
Het naar beneden gesloten deel heet synclinaal = synform. De hoogste en de laagste plaats van een ombuiging heten respectievelijk kruin en trog.
.   –> Jura.  : Hier zijn bergruggen gevormd door de

anticlinalen van een jonge, actieve plooiing en de dalen door desynclinalen. Dus een zichtbare invloed van de tektoniek. Daarom noemt men dergelijk   reliëf, ontstaan onder invloed van actieve invloed van de tektoniek op het reliëf wel een Jurassisch reliëf.

 

Syncline

fold in which the limbs dip toward the axis. After erosion, the youngest beds are exposed in the central core of the fold.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Syncline

Een syncline is een plooi in een gesteentelaag, waarbij het materiaal aan de binnenkant van de plooi jonger is dan dat aan de buitenkant. In een normale situatie, waarbij het gesteente niet overkiept ligt, zal een syncline de vorm van een V hebben.

Geometrisch kan een syncline worden beschreven als een plooi waarbij de jongere lagen aan de concave kant zitten.

Het andere type plooi, waarbij het materiaal naar binnen toe juist ouder wordt, wordt een anticline genoemd

Syncline_and_anticline

Schematische weergave van synclines en anticlines

Synclinorium

Een stelsel, dat bestaat uit meerdere plooien, die een opwelving vormen heet een anticlinorium. Een dergelijk stelsel met neerwaartse plooien heet een synclinorium. Voorbeelden: het synclinorium van Dinant en dat van Namen

 

http://www2.ulg.ac.be/geolsed/excuFr/excu_Fr.htm

synclinoirium dinant  locAC

Meer afbeeldingen voor synclinorium van Dinant

Synform –>  Synclinaal
Syngenese
Syngenetische mineralen
Syringopora
Systeem

Advertisements

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

One Response to GEOLOGIE TREFWOORD S

  1. Pingback: INHOUD G | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: