GEOLOGIE TREFWOORD K


 zie onder Geologie

°

NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING


GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL

door F.C. Kraaijenhagen

Een gezamenlijke uitgave van de
NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING
en de
NGV afdeling LIMBURG
September 1992

1992 © Copyright Nederlandse Geologische Vereniging.

Voor Internet herzien en bewerkt in 2006 door George Brouwers Oisterwijk.

AAngevuld en uitgebreid met

http://www.natuurinformatie.nl/ndb.mcp/natuurdatabase.nl/i000448.html#A

Geologische begrippen   

Klik op een begrip voor de definitie. Wil je meer weten over een bepaald begrip, bekijk dan het thema‘De ondergrond van Nederland’, of gebruik de zoekmachine.

De geologische tijdvakken zijn niet opgenomen in deze begrippenlijst. Zie voor de beschrijving van deze tijdvakken het thema ‘Ondergrondse tijdmachine’.

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

&

Glossary of Terms for Geology

(From The Earth’s Dynamic Systems, Fourth Edition by W. Kenneth Hamblin. Macmillan Publishing Company, New York, NY. Copyright © 1985) 

[A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ]          http://www.evcforum.net/WebPages/Glossary_Geology.html

°

Kaaklozen


Kaar 2    —>  Cirque

Keteldal kaarcirque of firnbekken (indien nog gevuld met sneeuw/ijs/firn) is een half cirkelvormige vallei gevormd door de erosie die door een gletsjer wordt veroorzaakt.(= Kaar) (Noors: Botn):

P1090317

Cirque de Gavarnie  ….Beroemd keteldal in de Pyreneeën. UNESCO werelderfgoedlijst. Met de hoogste en langste waterval van Europa, bijna 500 mtr. hoog.


Ardennen-Eifel-Vogezen  :  Arete tussen twee karen boven  //het Wormsadal. Vogezen,

—>……………………………………………………………………  —–>

RELIEFVORMEN GEMAAKT DOOR  ALPIENE GLETSJERS  :

1. Truncated spur (= Afgeknot spoor)

… The ridge (= kam) has been cut off sharply by the ice that flowed down  the main valley.

2. Ribbon lake (= Langgerekt meer; Fjordachtig meer):
A long, narrow and deep lake in a part of the valley cut deeper by the  glacier.. A rock bar (= rotsdrempel) or a terminal moraine (= eindmorene) is often responsible for damming up the present day drainage.


3. Arête (= Graat) (Noors: Egg):
A  sharp ridge (= scherpe kam) between cirques (= karen).

4. Pyramidal peak (= Kaarling; Pyramidale piek):
… Steep triangular faces
(=wanden) divided by arêtes (sharp ridges).


5. Cirque (= Kaar) (Noors: Botn): An armchair shaped hollow with steep back and sides)

6. Tarn (= Kaarmeer): (Noors: Tjern, Tjørn) … A small lake in the floor of the cirque.


..

Piek Graat Cirque afbeelding


7. U-shaped valley (= U-vormig dal; Trogdal):… It has steep sides and nearly flat floor.

8. Hanging side valley (= Hangend zijdal):
The floor of the side valley is much higher than the floor of the main valley. (Streams flowing from hanging valleys often form waterfalls when they  plunge into the main (u-shaped) valley.)


9. Misfit stream (= Hongerrivier): The stream is far too small to have cut the valley.

10. Alluvial cone (= Puinkegel):
… The cone shaped pile of rock remains (alluvium) washed down by the  stream and piled up where the steep valley side meets the valley floor
.

<————————-<————————————

Kaarmeer    —> Tarn (= Kaarmeer):

(Noors: Tjern, Tjørn)
… A small lake in the floor of the cirque.

tarn (or corrie loch) is a mountain lake or pool, formed in a cirque excavated by a glacier

Ardennen-Eifel-Vogezen: kaarmeer met puinkegel 

Lac Blanc
Vogezen                                                                                                                                                                                                                                                          Lac Blanc (Witte Meer) kreeg zijn naam door de lichte stenen aan de oever. Het is een kaarmeer.

Kaarmeer 

Red Tarn from near the summit of Helvellyn in the Lake District, England.

°

Kalium

Kalium – Argon -Methode

Kalk

-areniet
-branderijen
-knollen
-koolzure
-korsten
-oölieten
-sinter
-sponzen
-steen
-tuf

KAME 

A body of stratified glacial sediment. A mound or an irregular ridge deposited by a subglacial stream as analluvial fan or a delta .

Kamptozoa 2
Kanaal
Karaat 2
Karboon
-onder
Karneool
Karren

°

___________________________________________________________________________________________________
Karst     de  naam is ontleend aan een streek in Joegoslovië : de Karst, een massief van Istria, dat geldt als het klassieke voorbeeld van het reliëf in een kalkstreek.

http://www.underground-istria.org/en/project/what-is-karst/

°
KARST    Met de term karst worden alle verschijnselen bedoeld die te maken hebben met de oplossing van kalksteen in water.
Karst doet zich voor in streken waar kalksteen aan de oppervlakte ligt en wordt aangetast door de chemische verwering door de zure eigenschappen van regenwater. Karst veroorzaakt steeds enkele typische landschapsvormen en kenmerken zoals:
°
GOUFFRE

Een gouffre is de Franse term voor een (al dan niet gedeeltelijk of geheel ingestorte) natuurlijke ondergrondse kalksteenkoepel. Een gouffre is aan de oppervlakte soms te herkennen aan een diepe put in het landschap. Een andere veel voorkomende naam voor dit verschijnsel is een aven.

Gouffres maken altijd deel uit van een groter grottencomplex; ook kunnen diverse gouffres naast elkaar ontstaan.
Gouffres worden aangetroffen in gebieden waar de ondergrond bestaat uit kalksteen en waar het grondwaterpeil aanzienlijk lager ligt dan het grondoppervlak.
De vorming van een gouffre neemt tenminste enige tientallen miljoenen jaren in beslag. Door infiltratie van zuur regenwater (vanwege het daarin opgeloste koolzuurgas) lost de kalksteen langzaam op, waarbij aanvankelijk, in spleten in het gesteente, ondergrondse rivieren ontstaan (karstverschijnsel).
Door erosie slijten de beddingen van deze rivieren naar beneden toe, terwijl van bovenaf door verdere infiltratie het kalksteen van de plafonds steeds verder oplost. Hierdoor ontstaan de bekende kalksteengrotten met stalagmieten en stalactieten.
afb18.jpg
Bovenstaande foto: de Heilige Cenote van Chichén Itzá met een doorsnede van 135 meter en een diepte van 40 meter.//Zie ook SINKHOLE –> ZINKGAT 
°
Indien de grot groot genoeg wordt zullen, door structurele verzwakking van het gesteente van het plafond, grote brokken kalksteen afbreken en naar beneden vallen, waarbij het dak van nature een koepel- of een conus-vorm krijgt (denk bij de laatste aan een gotische spitsboog). Deze dakvormen bieden een grote stabiliteit. Echter, dit proces zal zich door verdere verzwakking van het gesteente regelmatig herhalen. Als de omstandigheden juist zijn kunnen deze grotten een hoogte en diameter bereiken van enige honderden meters, al zal de uiteindelijke hoogte afhangen van de diepte van het bed dat de rivier ter plaatse heeft uitgesleten; het puin van het plafond zal de grot gedeeltelijk vullen. Het hoogste punt zal uiteindelijk door het grondoppervlak breken (of op een andere plek, dit is afhankelijk van het reliëf aan de oppervlakte).Aanvankelijk zal aan de grond nog weinig te zien zijn; wel kunnen dieren in het gat terecht komen, hetgeen de gouffres de bijnaam “poorten van de hel” bezorgde van schaapherders die regelmatig dieren kwijtraakten. Als tenslotte door verdere verzwakking van het overgebleven gesteente van het dak een reeks laatste instortingen plaats vindt, ontstaat de uiteindelijke vorm van de gouffre: die van een groot, rond en diep gat in het landschap met vaak loodrechte wanden. Men spreekt dan van een doline. Plaatselijk kunnen deze gaten zich vullen met water.
Gouffres worden aangetroffen in kalksteenplateau’s, zoals de Ardèche, de Montagne Noire en de Causses in Zuid-Frankrijk. Ook elders worden ze aangetroffen, zoals in Slovenië, Kroatië, Hongarije en Turkije.
Op het schiereiland Yucatán in Mexico staan ze bekend onder de naam Cenote.

DOLINE

afb19.jpg
Een doline komt voor in gebieden waar kalksteen aan de oppervlakte ligt en ontstaat wanneer deze steenlaag door de werking van zure regen (chemische verwering) wordt aangetast. Er zijn twee manieren waarop een doline kan ontstaan: ofwel door een plaatselijke sterke verwering aan het oppervlak, ofwel door de (gedeeltelijke) instorting van een onderliggende grot. Dolines kunnen tot tientallen meters groot worden. Wanneer meerdere aangrenzende dolines in elkaar overgaan, spreekt men van een karstdal.

°

GROT
1.- Spilje (caves)the water  passage ( =  verdwijngat )  connects them to the surface but they stretch horizontally into the underground (up to 45º).
 —-> SPELONK  onstaat wanneer de rivier  zich vooraleer onderaards te worden  ,  verlegd   en een andere  bedding  gaat vormen en/of   ,de   spilje  wordt opgeheven  door  gevolgen van  aardbevingen   of vulkanischer activiteiten (en andere  gebergtevormende krachten )
meestal is geen rivier meer aanwezig in het  drooggevallen  hol  dat bovendien klein kan uitvallen ( instortingen  en aaneenkittend puin  verkleinen  bijvoorbeeld  de voormalige spilje )   of de gehele spilje met in en uitstroomgat komt droog te liggen 
2.- Kaverna (cavern) – not connected to the surface and may be huge (Tounj Cave, which used to ba a cavern, with the length of 8487m is third in Croatia and it was discovered during the works in quarry).  —>  GESLOTEN   GROT
In Kaverna  onstaat een  natuurlijke toegang   onstaat   (bijvoorbeeld )  door een plaatselijke  dakinstorting ( er onstaat een trou , maar op de bodem kan zich een verder uitgebreid grottencomplex (met onderaardse rivier  ) zich uitstrekken

afb20.jpg
Een grot is een (natuurlijk gevormde) onderaardse ruimte. Grotten worden vaak gevormd door oplossing van kalksteen (calciet) in koolzuurhoudend water. Het is dan een karstverschijnsel.        Vaak komen in grotten ook druipstenen voor.

°
KARSTPIJP

afb21.jpg
Een karstpijp of orgelpijp is een verticale koker gevormd in kalksteen. De pijp ontstaat door karstverwering op zwakke plekken zoals diaklazen, breuken en dolines, en kan tot honderd meter diep worden.
Een actieve karstpijp wordt steeds breder en dieper. Soms kan men niet meer spreken over een koker, maar is deze uitgegroeid tot een onregelmatige, brede en hoge ruimte, die via een gat in de plafond in verbinding staat met de buitenwereld.

°
LAPIAZ

afb22.jpg
Lapiaz ontstaat wanneer de vruchtbare bodem door bijvoorbeeld wind of stromend water, de schurende werking van gletsjers of door de golfslag wordt wegerodeerd. Zodra de beschermende bodem verdwenen is, wordt de kalksteen aangetast door het zure regenwater (chemische verwering) en door vorstverwering, waardoor kleine scheurtjes en openingen in de harde kalksteen op lange termijn uitgroeien tot spleten en kloven.

De oppervlak van de kalksteen lijkt daardoor soms op een kunstmatige bestrating, vandaar de Engelse benaming limestone pavement. Uiteindelijk blijft er een landschap over van rechtopstaande kalksteenplaten (clints), gescheiden door diepe kloven (grikes of grykes).
°
POLJE

afb23.jpg
Een polje is een gebied met een vlakke bodem met steile randen en ontstaat door karst. Het woord polje is afkomstig uit het Sloveens en Kroatisch waar het ‘veld’ betekent. In het Nederlands, maar ook in het Engels en andere talen, wordt het gebruikt als geografische term.
Poljes kunnen honderden vierkante kilometers beslaan. Rivierwater verdwijnt in een vaak breed dal in ponoren (verdwijngaten). Daar kan het dus zijn dat een rivier (gedeeltelijk) onder water verdwijnt. Onder de grond zit vaak een ondoorlatende laag.

Daardoor kunnen meertjes gevormd worden.
Poljes ontstaan doordat het grondwater de aanwezige kalksteen oplost. Andere geologische omstandigheden zoals tektonische depressies zoals slenken zijn als randvoorwaarde noodzakelijk voor het ontstaan.
Door de beweging van tektonische aardplaten kunnen er wel eens scheuren komen in gesteenten. Zo kan er een grote breuk ontstaan in een landschap, wat een soort traptrede vormt.
Het hoge gedeelte heet de horst, het lage gedeelte de slenk.
Deze slenk kan het begin zijn van de vorming van een polje.
°
KARSTBRON

Een karstbron, ook wel resurgentiebron genoemd, is een bron waar water uit de grond aan het oppervlak komt. Dit fenomeen komt vooral voor in kalksteengebieden. Het water verdwijnt eerst in de grond via kleine openingen (karstpijpen) om via een lange weg terug aan het oppervlak te komen (resurgentiebron).

°
KARSTRIVIER

Een karstrivier is een deel van een rivier dat onder de grond ligt.

Photograph
onderaardse rivier in de grot van remouchamp 
°
VERWIJNGAT  (CHANTOIR ) 
Chantoir du Grandchamps=  een van Belgie’s grootste en indrukwekkendste dolines ….deze chantoir, Ligt op de limiet schist/kalksteen  . Je bekijkt hier een   verdwijngat ineens met heel andere ogen.
valei der chantoirs
De Vallei der Chantoirs (Frans: Vallon des Chantoirs) is een karstsysteem in België dat zich uitstrekt over de gemeenten Sprimont en Aywaille in de provincie Luik. Het karstsysteem ontwikkelde zich in kalksteen van het Devoon. Het wordt gekenmerkt door het feit dat alle waterstromen snel in de grond verdwijnen in het onderliggende kalksteen. Deze verdwijnpunten worden in Wallonië chantoirs genoemd. Het onderzoek in het grottensysteem wees uit dat het water van de ondergrondse stromen samenkomen in een gemeenschappelijke ondergrondse stroom, die bovenkomt in de grotten van Remouchamps. De ondergrondse rivier kreeg de naam Rubicon.
“Le site correspond à une perte totale du ruisseau du Fond des Pipires, dans une vaste dépression boisée avec une cascade de 10 m. La grotte est formée de galeries subhorizontales développées d’est en ouest. L’écoulement souterrain suit la stratification, en sens opposé au cours d’eau aérien.
Le réseau présente des méandres et étroitures. On note l’existence de deux grandes salles. Les eaux qui se perdent à Grandchamps rejoignent le collecteur du Vallon des Chantoirs, qui se déverse dans la grotte de Remouchamps (dossier CSIS, CWEPSS). “
De plekken waar de rivier in de grond gaat noemt met een verdwijngat.

afb24.jpg

De Lesse bij Han-sur-Lesse is een voorbeeld van zo’n rivier. Door de eeuwen heen heeft het water van de Lesse tegen de kalksteen gestroomd met de tijd is daar een gat in gekomen. Nog later is het langs de andere kant weer te voorschijn gekomen.(Trou de Han )

Deze resurgentie   noemen we in de (Nederlandse ) geologie  de Karstbron of “vauclusebron”  (of in het frans = een  “trou “)
°
UITSTROOMGAT  of resurgentiegat / TROU 
Trou de Han
Entrée des grottes de Remouchamps
de  grot van Remouchamp (met uitstroomgat  van de “Rubicon ” naar afwatering  in de amblève vallei , links onder )
en gelegen onder de (Kunstmatige )ingang van de  voor het toerisme  erg  aangepaste grot 
. Een ander (meer natuurlijk )  voorbeeld   van resurgentiegat   is de bron van Eprave (Dinant),  en de  Fontaine de vaucluse (Provence).
°
Eprave (Dinant),
Aan de voet van het oude Ardense massief, op enkele kilometer van de beroemde grot van Han, schuilt het rustige dorpje Eprave in de vallei van de Lhomme,. De Lhomme, die net als haar woelige bijrivier, de Wamme, op het hoogplateau ontspringt, stroomt hier door de brede kalkstrook die de overgang vormt tussen de Ardennen en de Famenne.
De ontmoeting tussen water en kalksteen leidde tot zonderlinge verschijnselen die de specialisten als karstverschijnselen bestempelen.  Zoals op andere plaatsen zijn deze bijzondere vormen van verwering in verband te brengen met het langzaam oplossen van het gesteente in water dat koolzuurgas uit de lucht opnam.(—> zure regen, zuur water  )
Vanaf Rochefort dringt de Lhomme in de barsten van de kalk door, zozeer zelfs dat in droge perioden de rivier aan de oppervlakte niet meer dan een beekje vormt.
Modderige oevers van de Lhomme 
_
Verder stroomafwaarts lijkt de vallei geklemd te zitten tussen steile wanden die worden beheerst door de bossen van Noulaiti en Wérimont.
Nog verder, vlak na een brede bocht van de rivier, rijst in het midden van een brede vlakte de ‘Rond Tienne’, een eigenaardige heuvel in de vorm van een suikerbrood, die overhelt boven een oude bedding van de Lomme.
Lange tijd bespoelde de rivier de voet van de heuvel en beschreef er een sierlijke meander. Beetje bij beetje sleet de erosie de lus verder uit tot een volledige cirkel waarna de rivier terug rechtdoor kon stromen en de meander droog kwam te liggen.

Die beboste bult temidden een verlaten vallei is absoluut een bezoekje waard.  De  ontspringende  heldere, zuivere bron is  te vinden die op de noordelijke  : het is ongetwijfeld een stukje van de ondergrondse Lhomme dat hier even opduikt. Vanaf deze uitkijkpost heeft men een goed uitzicht op de rots van Eprave, een ware muur van kalk die vreemd uitsteekt boven het landschap.
Plaatselijk heet hij ‘Tienne del Roche’ en zijn top ligt 45 meter hoger dan de rivier.
Vanaf de linkeroever van de Lhomme kronkelt een pad door de bossen dat leidt naar een hol in de flank van de heuvel. Daar, twintig meter boven de rivier, duikt een brede gang naar de diepten der aarde : de grot van Eprave. Nog een oude doorgang van de Lhomme.
Vanaf dit hol voeren enkele treden naar een natuurlijke schuilplaats onder de rotsen.
Onder deze natuurlijke boog klatert uit de diepte van de rots een woelige stroom water op, die het lage debiet van de rivier opeens doet aanzwellen. Waar dat water vandaan komt ? U raadt het al : uit de ondergrondse vloed van de Lhomme en de Wamme, die mysterieuze wateren die door de rots werden verzwolgen.
Is de streek van Eprave vooral bekend voor haar opvallende natuurverschijnselen, ze bewaart ook nog sporen van een ver verleden. In de prehistorie is het bos van Wérimont bewoond geweest en opgravingen bij de Trou de l’Ambre hebben talrijke graven blootgelegd en ook een kostbaar halssnoer van amberkralen, waarnaar de plek dan werd genoemd.
°

KARSTbarsten   

Škrape (cracks) – the smallest but most numerous karst formations on the surface. Most common forms are grooves and small winding or meandering channels.

http://en.wikipedia.org/wiki/Limestone_pavement

karst cracks /Škrape   Kaninksi Podi ( slovakia ) and Croatia national Park 

KARSTbarsten


-depressies    Zie ook SINKHOLE –> ZINKGAT 
-hydrologie
-kloven
-pijpen
-restbergen

KARSTvallei  

Ponikva (swallow hole, karst valleys) – are oval depressions caused by corrosion of water disappearing underground. Their width and depth most often range from a few to hundred meters. According to their shape it is possible to distinguish among oval, flat-bottomed or funnel-shaped ones. The area abundant in ponikve is called boginjavi krš.

Cerknica field

Picture 2 Cerkniško polje (the Cerknica field) with the lake, Slovenia

– TOPOGRAPHY  : Landscape characterized by sinks, solution valleys, and other features produced by ground-water activity  .

(Karst)-verschijnselen 2 3

__________________________________________________________________________________________________  

KARTERING   = in kaart brengen

°

Kationen      ionen met  een positieve lading.

Een kation = het positieve deel van een molecuul bestaat vaak uit een metaal.
tegnover een  anion = het negatieve  ion  van een molecuul wordt meestal gevormd door groepen atomen, zoals b.v.carbonaat, sulfaatfosfaat,enz.

°
Kauri

°
Kegel
-karst
-schelpjes

°
Keienvloertje

°

Keileem 2 3

Keileem is leem dat grind en keien bevat en die afgezet is onder landijs of gletsjers.

Keileem © TNO-NITG

KEILEEM 

Onder  het grasland  zit  eerst een oranje en bruine laag keileem ….., dan volgt het Miocene zand, in geologische termijn de Laag van Miste, en daaronder ligt de Oligocene klei.

Dit profiel is in de kuilranden goed zichtbaar. Als je het profiel van iets dichterbij bekijkt dan zie je dat er zich onder de oranje laag een grindlaag bevind —>

Dat zijn smeltwaterafzettingen nog voordat de gletsjers het keileem afzetten,” licht Boekschoten toe. “Het keileem is met gletsjers naar ons land getransporteerd.”

P9020032

Bert Boekschoten checkt of we hier inderdaad met keileem te maken hebben. En dat is het geval.

Direct eronder ligt een laagje grind: net iets oudere smeltwaterafzettingen uit de ijstijd. Hieronder ligt de meters dikke Laag van Miste, 15,8 miljoen jaar oud, uit het tijdperk dat internationaal bekend staat als het Langhian (16 tot 13,5 miljoen jaar geleden). In de regionale geologie van het Noordzeebekken is deze tijd beter bekend als het Hemmoorian.

Foto  ; Annemieke van Roekel

http://www.kennislink.nl/publicaties/miocene-schatkamer-onder-groene-zoden

Het Kenozoïcum beslaat de laatste 65 miljoen jaar van de aardgeschiedenis. De aarde koelde af, maar niet voortdurend. Er waren betrekkelijk stabiele perioden, onderbroken door een snellere afkoeling ongeveer 50 en 38 miljoen jaar geleden. Een verdere afkoeling ongeveer 15 miljoen jaar geleden leidde tot de vorming van berggletsjers op het noordelijk halfrond en van de Antarctische ijskap. De tweede periode van het Kenozoïcum is het Kwartair, dat 1,6 miljoen jaar geleden begon en tot op heden doorloopt. Deze periode begon in het Pleistoceen, dat zeven ijstijden telde, waarbij op het hoogtepunt 32% van de aarde bedekt was met ijs. Deze ijstijden traden ruwweg elke 100.000 jaar op en werden onderbroken door kortere, warme interglaciale perioden. De meest recente ijstijd bereikte zijn hoogtepunt ongeveer 18.000 jaar geleden. IJskappen van soms wel 3 km dik bedekken heel Noord-Amerika en heel Scandinavië. Ze strekten zich uit tot halverwege Engeland en de Oeral. Op het zuidelijk halfrond waren een groot deel van Nieuw-Zeeland en Argentinië me ijs bedekt. Ook de Snowy Mountains in Australië en de Drakensbergen in Zuid-Afrika waren bedekt met ijs. Maar ongeveer 12.000 jaar geleden begon er een opvallende opwarming en 7.000 jaar geleden waren de Noord-Amerikaanse en Scandinavische ijskappen gesmolten. De zeespiegel steeg en de kustlijnen van de continenten kregen geleidelijk hun huidige vorm. Wij leven nu in het Holoceen, een warme periode die 10.000 jaar geleden begon. Maar het is heel goed mogelijk dat we alleen in een interglaciale periode leven die uitloopt op een ijstijd.
Era     Etage/Tijdsnede Tijd geleden (Ma)
Fanerozoïcum Holoceen 0-0,0117
Pleistoceen Laat 0,0117–0,126
Midden 0,126–0,781
Calabrien 0,781–1,806
Gelasien 1,806–2,588
Plioceen Piacenzien 2,588-3,60
Zanclien 3,60-5,333
Mioceen Messinien 5,333-7,246
Tortonien 7,246-11,62
Serravallien 11,62-13,82
Langhien 13,82-15,97
Burdigalien 15,97-20,44
Aquitanien 20,44-23,03
Oligoceen Chattien 23,03-28,1
Rupelien 28,1-33,9
Eoceen Priabonien 33,9-38,0
Bartonien 38,0-41,3
Lutetien 41,3-47,8
Ypresien 47,8-56,0
Paleoceen Thanetien 56,0-58,7
Selandien 58,7-61,6
Danien 61,6-66,0
Zoogdieren
KenozoïcumKenozoïcum

Kwartair
Neogeen
KwartairHoloceen
0,012
KwartairPleistoceen
1,8
Plioceen
5,3
Mioceen
23
PaleogeenPaleogeen Oligoceen
34
Eoceen
56
Paleoceen
65,5

http://www.kenozoicum.nl/

Stratigrafie van het Kenozoïcum – Begeleid zelfstandig leren

– De geologische geschiedenis, Kenozoïcum, 65 miljoen jaar gelden – heden

Algemeen
Het Era Kenozoïcum kent een tweetal Tijdvakken: Tertiair en Kwartair. Het Tertiair beslaat vrijwel het gehele hoofdtijdperk.
In het Tertiair vinden belangrijke verschuivingen plaats. Groenland raakt los van Europa. Noord- en Zuid-Amerika worden bij Panama met elkaar verbonden. Australië raakt los van Antarctica. In het Periode Eoceen bestaan nog slecht 3% van de thans bekende soorten. In de Periode Plioceen is dit percentage opgelopen tot 90%.Klimaat
Het klimaat was in het Tijdvak Tertiair waarschijnlijk minder gelijkmatig als in het Hoofdtijdvak. Het Tijdvak wordt gekenmerkt door het afwisselend warme en koude perioden. De koude perioden worden vanaf het Midden Pleistoceen aangeduid als glacialen. De warme interglaciale perioden worden een steeds zeldzamer verschijnsel. De onderlinge klimaatschommelingen worden extremer. In algemene zin treed er een complete afkoeling op die uiteindelijk de huidige gemiddelde waarden heeft bereikt.Geologie van het Tertiair (65 miljoen – 2 miljoen jaar geleden)
Tektonische bewegingen die tijdens het Tertiair optreden vormen nog steeds het Noordzeebekken, een dalingsgebied waarin in een ondiepe zee of kustlagunes hoofdzakelijk zand of kleien worden afgezet. De grens tussen land en zee wordt hoofdzakelijk bepaald door verschillen in daling en stijging van delen van de aardkorst. Nederland maakt sinds het Tijdvak Krijt deel uit van dit dalinggebied. Door de plaattektonische bewegingen van de aardschollen ontstond ook het Oost Nederlands Plateau. Momenteel treffen we het plateau aan oostelijk van de grens die loopt van Nijmegen tot Almelo waarbinnen ook Winterswijk ligt. Door de ligging van Nederland op de rand van het Noordzeebekken komen grote verschillen voor in reliëfvormen in het gebied met opheffing en het gebied van bodemdaling.Geologie van het Kwartiair (2 miljoen jaar geleden tot heden)
Veroorzaakt het eerste Tijdvak, het Tertiair, nog tektonische veranderingen in het tweede Tijdvak, het Kwatiair, is hiervan nog nauwelijks sprake. Het klimaat is de bepalende factor voor de optredende veranderingen. Het is de tijd van de ijstijden, perioden met tropische temperaturen worden afgewisseld door perioden met een poolklimaat. Veelal doen veranderingen zich aan het oppervlakte voor, zoals uitspoeling en verstuivingen. Het oorspronkelijke plateau wordt in meerdere kleinere plateaus opgedeeld door ingesleten erosiegeulen en dalen. In de Periode van het Holoceen ligt de geomorfologie zo goed als vast. Er treedt een klimaatsverandering op waardoor er een dichtere begroeiing kan ontstaan. Deze begroeiing zorgt ervoor dat de erosie en sedimentatieprocessen tot staan worden gebracht.Pleistoceen, tijd van de IJstijden
Veelal zijn de vormen van geomorfologische oorsprong tijdens de ijstijden van de Periode van het Pleistoceen ontstaan. Deze Periode kenmerkt zich door koudere (glaciale) tijden en warmere (interglaciale) tijden. Tijdens de glaciale tijden wordt de Nederlandse omgeving gekenmerkt door een koud, soms droog landklimaat met tot op grote diepte permanent voorkomende bevroren ondergrond, de zgn. permafrost. In de meest extreme tijden kwam zelfs een poolwoestijn voor waarin nagenoeg geen begroeiing voor kwam.
Wind had een grote invloed op het onbegroeide landschap. De erosie die optrad werd hoofdzakelijk veroorzaakt door wind, smeltwater en door het landijs verplaatste materiaal.
De interglaciale tijden waren warm en vochtig, vergelijkbaar met het huidige klimaat soms warmer. Er bestond een dichte begroeiing waarbij sterke bodemvorming optrad. Door grote verscheidenheid in temperatuur kenden verschillende tijden een rijke en soms exotische begroeiing. Een begroeiing die vergelijkbaar kan zijn met thans voorkomende soorten uit China, Japan, de Kaukasus en het zuidelijk deel van de Verenigde Staten.
Het belangrijkste kenmerk van geomorfologisch reliëf zijn de stuwwallen, ontstaan door de stuwende werking van het landijs. Dekzandafzettingen zijn door water-en winderosie ontstaan.Het Saalien
Het Saalien is de ijstijd die in Noord Europa omstreek 200.000 jaar geleden begon en omstreeks 130.000 geleden eindigde. Het was niet een aaneengesloten koude tijd. Er kwamen ‘warmere’ tijden, vergelijkbaar met de huidige temperaturen voor. Veelal zijn de afzettingen slecht bereikbaar omdat daarover in latere tijden nieuwe afzettingen zijn afgezet.
Grote delen van Nederland raakten bedekt onder het Scandinavische ijspakket. Deze afzettingen zijn van grote invloed geweest op de vorming van reliëf in Nederland. Door de vorming van het ijspakket daalde de zeespiegel tenminste 140 m., waardoor het gehele Noordzeebekken droog viel. In het gebied waar Winterswijk deel van uitmaakt ontstaat een sterk verbrokkeld reliëf en komen grote verschillen voor in hoogteligging, bodemtypen en waterhuishouding. De bedekking van het landijs uit het Saalien is van grote invloed geweest op de huidige reliëfverschillen. De rivieren hebben een belangrijke rol gespeeld bij de vorming van de huidige ondergrond. Aan het einde van het Tijdvak van het Tertiair, was de omgeving van Winterswijk bedekt met kleiige en zandige afzettingen.Het Weichselien
Het Weichselien duurde van ca. 120.000 tot 10.000 jaar geleden. Het landijs breidde zich vanuit het noorden weer sterk uit maar het bereikte Nederland niet meer. Het zeeniveau lag in die tijd maximaal 110 m. lager dan tegenwoordig.Holoceen
Het Holoceen omvat de laatste 10.000 jaar van de geologische tijd. Aan het begin van dit laatste geologisch Tijdvak lag de morfologie van het landschap zo goed als vast. De tijd van grootschalige erosie- en sedimentatie was voorbij. Onder invloed van klimaatsverandering ontstond er een dichtere begroeiing die erosie tegenging. Door keileemafzettingen afgezet in de ijstijden, trad stagnatie van grond- en regenwater op waardoor hoog- en laagveen gebieden zijn ontstaan. Op de dekzandruggen in de dalen en op de hellingen van het Oost Nederlandse Plateau ontstonden tegen de middeleeuwen de esdekken door het opbrengen van organisch materiaal vermengt met dierlijke mest (potstal). Hierdoor is het dekzandreliëf op veel plaatsen versterkt en ontstonden de kenmerkende steilranden. In de Late Middeleeuwen werden pogingen ondernomen om de afwatering van het gebied te verbeteren door het graven van verschillende watergangen. Deze “beken” hebben zich in de loop van de tijd ontwikkeld als beken met een semi-natuurlijk karakter.
Door bossen, houtwallen en het agrarische grondgebruik zijn veel contouren van de erosiegeulen niet meer zichtbaar in het huidige landschap

°

KETTLE  a closed depression in a deposit of glacial drift formed where a block of ice was buried or partly buried and then melted

°

Keukenzout
Keuper
Keverslakken
Kiezel 2
-concreties
-korsten
-oölietgrinden
-zuur
-zuurgroep
Klapperstenen
Klasse

Klastisch materiaal  Klastisch 2

Klastisch materiaal bestaat uit afbraakproducten die als vast materiaal getransporteerd worden of zijn.

°

Klei

Klei bestaat uit gesteentefragmenten en mineraaldeeltjes met specifieke eigenschappen met een korrelgrootte kleiner dan 0,002 mm.

Kleiwinning nabij de Maas, bij Maalbeek © TNO-NITG                    Zie ook:Leem    Löss  Lutum  Silt   Zand

°

Klei

-rode diepzee

°
Kleur
Kleurindex
Klieving

Klimaat

Het klimaat is de gemiddelde gesteldheid van de lucht en het weer in een bepaald gebied.  —> prof Sintubin over  Klimaat

Klimaat(en) 2 3 4 5

-aride
-berg
-gordels
-makro
-mediterrane
-micro
-meso
-paleo
-polair
-semi-aride
-steppe
-subtropisch
-tropisch
-tropische savanne
-woestijn
-zones

°

klimatologie     Wetenschap  nauw  verbonden met  de geologie

KLIMAATOPWARMING

*opwarming broeikasteffect

BEDROG en klimaatverandering- sceptici    (bespreking Nederlandstalig  boek  van een”‘ klimaat-scepticus ” ) opwarming  <—Doc archief     klimaatsceptici en  journaille  over opwarming     the great warming up swindle  <–   Archief doc

_  KLIMAATVERANDERING:

2014

Watercyclus versterkt abrupte klimaatverandering

De rol van de watercyclus tijdens abrupte temperatuurveranderingen is van groot belang voor de daadwerkelijke impact van klimaatverandering op de continenten.

Dat schrijven wetenschappers van de Duitse Potsdammer universiteit deze week in het tijdschrift Nature Geoscience.

De onderzoekers laten zien dat tijdens de snelle afkoeling aan het begin van de laatste koude periode, ofwel de Jonge Dryas (12700 jaar geleden), verandering in de watercyclus de grootste aanjager was van het snel kouder worden van West-Europa.

De wetenschappers reconstrueerden de veranderingen in neerslaghoeveelheden door organische resten te analyseren afkomstig uit sediment dat ze opvisten uit het Meervelder kratermeer in de Eiffel

Bos

Ze konden daarbij aantonen dat het binnendringen van koude, droge poollucht in West-Europa leidde tot het instorten van lokale ecosystemen, zoals bossen.

Het onderzoek is belangrijk omdat zo de exacte volgorde van gebeurtenissen gedurende plotselinge klimaatverandering duidelijk wordt. Dit is één van de grote onbekende factoren binnen het paleo-klimaatonderzoek.

De precieze resultaten verkregen de onderzoekers door een nieuwe methode toe te passen. Hierbij onderzochten ze moleculaire, organische overblijfselen van plant-fossielen op de verhouding tussen zogeheten zwaar deuterium- en lichte waterstofisotopen. Deze isotopen kunnen gebruikt worden om veranderingen in de herkomst van het water waar de planten van leefden, te bepalen.

IJstijd

De Jonge Dryas-periode was de laatste grote koude-periode aan het eind van het laatste glaciaal, ook wel ijstijd genoemd. Deze periode duurde zo’n 1100 jaar.

De oorzaak was waarschijnlijk een abrupte verandering van de heersende windrichting boven Europa. Dit onderzoek laat zien dat die verandering van heersende windrichting en de droge poollucht bijdroeg aan het verdwijnen van de grote bossen in West-Europa.

Hiermee dragen de resultaten van dit onderzoek bij aan de ontwikkeling van preciezere, regionale klimaatmodellen.

Klink

Klink is compactie door verkleining van het poriënvolume, e.d.

Klippen

http://nl.wikipedia.org/wiki/Klip

http://nl.wikipedia.org/wiki/Klippen_van_Moher

  Moher (Ireland)

 australia

  Dover

Klippen am Cap Blanc Nez 2004 Cap blanc Nez

°

Kloofdal

kloofdal Pyreneeën: Gorges de Holzarté
In hard gesteente ontstaat een kloofdal daar er bijna uitsluitend verticale erosie speelt. In Duitsland noemt men dit een schlucht, in Frankrijk een gorges. Vb.: de Gorges de Holzarté in de Pyreneeën, de hangbrug wiebelt meer dan 170 m boven de rivier, de overtocht is ‘bangelijk’!

Les gorges du tarn
Roemenie Donau

De waterhuishouding in Roemenië wordt sterk bepaald door de Karpaten en de Donau (Roemeens: Dunarea), waarvan het stroomgebied geheel Roemenië omvat.

De Donau komt bij Bazias het land binnen en stroomt in eerste instantie als een snel stromende bergrivier in een 150 meter breed kloofdal – de IJzeren Poort of Portile de Fier– tussen het Banatergebergte en het Balkangebergte.

In Walachije verbreedt de rivierbedding zich en neemt de stroomsnelheid sterk af. De delta van de Donau (ca. 5050 km2), het grootste deltagebied van Europa, ligt bijna geheel op Roemeens grondgebied (de rest ligt in de Oekraïne) en stroomt over 1075 km op Roemeens grondgebied.

http://nl.wikipedia.org/wiki/IJzeren_Poort    Kloofdal van de Donau 

°
Knopstralers

°

Koem

1) Rivier in iran

2) Russische zandwoestijn : Een zandwoestijn heet een erg of een koem.

Zandwoestijnen
Zandwoestijnen zijn woestijnen zoals we ze eigenlijk allemaal kennen en toch zijn er slechts weinig van aanwezig op onze planeet. Een zandwoestijn wordt gevormd als er uit verwering in de omgeving genoeg zand beschikbaar is. Er is verder eveneens een ideale situatie nodig wat betreft de windrichtingen. De windrichtingen moeten namelijk in evenwicht zijn, anders verwaait het zand waardoor de zandwoestijn zal verdwijnen.

°
Kokerwormen 2
Kokkels
Kolonie

°

Kom/

Een kom is een laag gebied langs een rivier waar na overstroming vaak water blijft staan en klei kan bezinken.

Komgrond /komklei

http://nl.wikipedia.org/wiki/Komgrond    —>  ook bekend als  rivier  -overstromingsgebied of uiterwaarden  

Toen na de laatste ijstijd de temperatuur was gestegen werd de afvoer via de rivieren regelmatiger. De verwilderde rivieren veranderden in meanderende rivieren.
Bij hoge waterstand traden ze buiten hun oevers.

Bij deze overstromingen werden klei en zand afgezet. Omdat de stroming minder sterk werd en zand zwaarder is dan klei, werd het zand als eerste afgezet. Toen ontstonden er zanderige oeverwallen. Zand werd als eerste afgezet en kwam daardoor vlak naast de rivier terecht. Toen ontstonden zanderige oeverwallen. Verder van de rivier af werd klei afgezet in kommen, want daar is de stroming minder sterk. De komgronden liggen lager, omdat klei meer water kan bevatten gaat dat op den duur inklinken. De komgronden zijn ook natter dan de oeverwallen, omdat deze lager liggen. De komgronden worden nu gebruikt als hooi- en weilanden. De verschillen tussen klei en zand hebben in de rivierkleilandschappen gezorgd voor reliëf.

°

Koninkrijken 2
Koolstofgehalte

°

Koolwaterstoffen    Koolwaterstoffen 2

Koolwaterstoffen zijn verbindingen bestaande uit ondermeer koolstof en waterstof; bestanddeel van aardolie, condensaat en aardgas.

°

Koolzuurontrekking
Koppotigen 2
Koraalsponzen
Koralen 2
Korrelgrootte 2 3

Korund

Korund

http://nl.wikipedia.org/wiki/Korund

  

°
Kosmisch stof

°
Kosmogene
Kosmopolitisch

°
Kraagdieren 
Kraakbeenvissen
Krabben

°

KRATER

Meteoorkrater Winslow, Arizona

VULKAANKRATER
krater van een vulkaan. Nieuw Zeeland

Krater

-meer

Vulkanen kunnen verschillende vormen aannemen. Meestal ontstaat er door ophoping van uitstromend materiaal een kegel = dom met in het midden een krater. Bij rustende vulkanen ligt hierin vaak eenkratermeer

.
-wand

  eifel /kratermeren 

kraterwand  van de vesuvius

Breccies uit de ringwal van (met de klok mee) meteroriet -kraters CFK48, -13, -01, -13, -49, en -02. © Ph. Paillou/Elsevier

http://www.kennislink.nl/publicaties/veld-van-inslagkraters-in-de-sahara-veroorzaakt-door-gelijktijdige-meteorieten

°
Kratonen
Kreeften
Krijt
Krijtfossielen

°

Krimp

Krimp is de relatieve vermindering van het volume van de grond veroorzaakt door uitdroging eventueel met scheurvorming.                 Zie ook: Aardverschuiving   Bodemdaling  Compressie  Inklinking  Overschuiving  Rifting   Zetting

°

Krimpscheuren

http://nl.wikipedia.org/wiki/Krimpscheur

door uitdroging

in drooggevallen wadden en slikken

Ongerijpte bodem2 door droogte

°Ongerijpte bodem door  uitdroging  

°

Door vorst

http://www.kennislink.nl/publicaties/bevroren-barsten-in-de-bodem

in  permafrost 

Melting_pingo_wedge_ice

Pingo met ijswigpolygonen in Canada. De meertjes tussen de ijswiggen zijn kenmerkend voor gebieden waar de permafrostlaag aan het ontdooien is. Creative Commons

http://www.geologievannederland.nl/landschap/landschapsvormen/pingoruine

°

Kristalassen
Kristal(len) 2
-lografie
-roosters
-stelsels 2
-structuur
-water
Kritische snelheid
Krokodillen
Kronkelberg

°

KROONENBERG  SALOMON ( of   SIMON  )

http://nl.wikipedia.org/wiki/Salomon_Kroonenberg 

Kroonenberg, Salomon

“Wat betreft de klimaatverandering geldt Kroonenberg als een criticus van het Kyoto-protocol; hij relativeert de positie en de tijdsspanne van de mens binnen de geologische geschiedenis en wijst op de constante veranderingen in het klimaat, waar hij veelvuldig onderzoek naar gedaan heeft.

“In het Krijt, zo’n honderd miljoen jaar geleden, was er twintig maal zoveel koolzuurgas als nu en groeiden er broodvruchtbomen op Groenland. Dat is pas een broeikaseffect!” (S.Kroonenberg)

  1. er is een verschil tussen  een  natuurlijk broeikaseffect en het versterkt broeikaseffect (mens). We mogen zelfs blij zijn dat er op het huidige ogenblik    een voor de mens leefbare dampkring is.(voor hoelang nog ? )
  2.  Soms wordt  aangevoerd dat de  uitzonderlijke opwarming van  zo’n zeg maar   200 miljoen jaar geleden (Trias Jura overgang of TJ lijn ) kan  veroorzaakt zijn geweest  door co2 uitstoot van (super)vulkanen ( zeggen klimaatsceptici in koor ) maar dat is nog  steeds  onderwerp van debat  : 
    1.  Er zijn ook andere verklaringen voor de verschijnselen 200M jaar geleden. CO2 hoeft helemaal niet veel invloed hebben gehad. Het waterdamp gehalte en andere broeikasgassen als methaan en zwavelverbindingen kunnen veel belangrijker geweest zijn. Ook roet of stof in de atmosfeer kan voor opwarming zorgen

      1. roet en stof (en as en zwavelverbindingen, dacht sulfide /  So2(rotte eieren luchtje ) ) weerkaatsen zonlicht. dus eerder daling temp. als er vele supervulkanen uitbarsten zal er eerst voor jaren een vulkanische winter ( vergelijk met een nucleaire  winter ) ontstaan.Normaal gesproken wordt het kouder door zo’n supervulkaanuitbarsting.
      2. Wel heel trendy om nu te claimen dat de aarde juist daardoor zou opwarmen…
      3. maar na die  winter  zal de uitgestote co2 zijn werk doen als broeikasgas. 
    1. ……de spontane uitbarstingen in de Trias: de zogenoemde Siberische trappen. Volgens de wetenschappelijke beweringen waren dat spontane vulkanische erupties die 250 miljoen jaren geleden begonnen in het gebied dat nu Siberië wordt genoemd. Ze duurden +/- een miljoen jaar lang. Die periode was in het begin van de Trias.

      1. Dit soort globale grote  uitbarstingen komt periodiek voor, volgens het geologische bestand. Zelfs tussen de vrij recente extinctie 65 million jaar terug(Xhichulub meteoor inslag  en einde van de  grote dino’s -) en nu zijn al meerdere extinctiegolven opgetreden, waarvan tenminste één door geologische activiteit. Natuurlijk zijn niet al deze golven even hevig van aard geweest. Platentektoniek kan mogelijk een verklaring geven voor het periodiek optreden van dergelijke reeksen uitbarstingen. 
    1. De uitbarstingen begonnen 200 miljoen jaar geleden in Marokko(atlas ?  )  …..

Zie hierover  ook   —>uitstervingen

  1. noot  1   —> Jawel er waren grote klimaatschommelingen in het  geologische verleden  van de aarde   – maar  de meeste  klimaatveranderingen ( met name de opwarmingen )  werden  ook meestal veroorzaakt  door broeikasgassen. (methaan , Co2 etc )

    1.  Praktische alle grote uitstervingsgolven zijn vergezeld gegaan  van  (geologisch ) plotselinge klimaat veranderingen  die op hun beurt werden veroorzaakt door  diverse gebeurtenissen (vulkanisme / asteroiden inslag  en nu (voor  de eerste keer )  menselijke broeikasgassen(antropogene )  uitstoot )
    2. —> ( klimaatscepticus )”CO2 volgt opwarming maar  veroorzaakt deze niet. “
      1. Dus omdat bij sommige natuurlijke opwarming events CO2 de temperatuur volgt stel je dat CO2 geen broeikasgas is?
        Waar is de logica hierin? 
  1. noot2   ; en  afkoeling  :  We zaten geheel volgens Milankovitch in een neerwaardse trend, totdat we daar opeens als een gek CO2 in de lucht begonnen te pompen.
    http://www.nujij.nl/wetenschap/global-cooling-al …

    1. en dan te bedenken dat er erg regelmatig  en op korte termijn  op deze planeet ongeveer 150 vulkanen uitbarsten en in china sommige kolenmijnen al 100 jaar branden zonder nog ooit gedoofd te kunnen worden. Over  een beetje  supplementaire co2 uitstoot gesproken
      1. Die vulkanen zijn echter  te   verwaarlozen bij de  menselijke uitstoot. USGS (en die weten veel van vulkanen)“The 35-gigaton projected anthropogenic CO2 emission for 2010 is about 80 to 270 times larger than the respective maximum and minimum annual global volcanic CO2 emission estimates.”
        http://volcanoes.usgs.gov/hazards/gas/climate.php

°

Zijn  wetenschappelijke kritiek vatte   S Kroonenberg  samen in het boek De menselijke maat: de aarde over tienduizend jaar. 

—> Naar aanleiding van berichten dat hij zijn standpunt over de rol van de mens bij klimaatverandering had gewijzigd schreef Kroonenberg: “…ik accepteer voor het moment het argument van het IPCC dat de stralingsforcering van de zon op zichzelf niet voldoende is om de opwarming van de laatste dertig jaar te verklaren. Dat betekent overigens allerminst dat het ook in de toekomst warmer zal worden..

–> In december 2009 werd hij, samen met Hans Labohm, door de NOS geïnterviewd als ‘klimaatscepticus’. Hierin bevestigde hij dat er naar zijn opvatting geen verband is tussen de uitstoot van CO2 en de opwarming van de aarde.” 

  1. Salomon Kroonenberg heeft geen idee waar hij het over heeft, hij is een geoloog en geen klimatoloog en dat is duidelijk te horen.–> Dat iemand een wetenschapper is op een(vak) gebied betekent nog niet dat diegene expert is op elk wetenschappelijk (vak)gebied.
    1. Kroonenberg doet uitspraken over de toekomst op grond van cyclische patronen die verder gaan dan de mens door overlevering kan doorgeven. Omdat u het niet ziet, en een geoloog wel… Misschien zijn ” in  the long run “eerder te vertrouwen   geologen dan  klimatologen.? 

      1. Klimatologen gebruiken voor hun modellen ook zeker input vanuit de geologie. Ze hebben voor hun modellen kennis nodig van de cycli die de Aarde heeft gekend, en informatie over de mogelijke sturende factoren in die cycli. Het is mede door geologische kennis dat we nu met enige zekerheid kunnen zeggen dat de opwarming die de Aarde nu meemaakt niet uitsluitend  vanuit natuurlijke factoren verklaard kan worden.

Kruin
Kruipen
-gangen
-sporen

Kryoturbatie    Kryoturbatie

Kryoturbatie is de verstoring van de oorspronkelijke gelaagdheid van een sediment door de werking van vorst en dooi.

Kubisch
Kunstmatige systemen
Kustdrift
Kusten 2

Kusterosie

Kusterosie is erosie van de kust en landinwaarts terugdringen van de kustlijn.

Kustafslag na een zware storm op 22 februari 1990, bij Bergen aan Zee (Noord-Holland) © TNO-NITG

Kustvlakte

Een kustvlakte is een effen gebied in de nabijheid van de zee.

Kwalitatieve analyse
Kwallen
Kwantitatieve analyse
Kwartair 2 3
Kwarts
Kwartsiet

Kwel

http://nl.wikipedia.org/wiki/Kwel

Kwel is het uittreden van grondwater, opwaartse stroming van grondwater eindigend aan het oppervlak.

—> Kwelgebied

Kwelder

De kwelder is het buitendijks gelegen aangeslibd land dat begroeid is en met vloed niet meer onder water loopt.

foto 1 kwelders en schor
De Oosterkwelder van Schiermonnikoog vanuit de lucht.
© Rijkswaterstaat.

http://www.natuurkennis.nl/index.php?hoofdgroep=2&niveau=3&subgroep=108&subsubgroep=1024&subsubsubgroep=490

Kwelder of schor      Soortenarm, maar specifiek     Vogels
Typen kwelders

Kwelgebied

Een kwelgebied is een gebied waar grondwater zich beweegt in de richting van hetoppervlak(tewater).    —>Kwel

Luchtfotoserie hoogwater 1995 Bergen kwel gebied ten Oosten van RW271 nabij km 129

Luchtfoto hoogwater 1995:Bergen, ‘kwel’gebied ten Oosten van RW271 nabij km 129.50.

 

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

One Response to GEOLOGIE TREFWOORD K

  1. Pingback: INHOUD G | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: