DINOSAURICON XYZ

X

Xenoceratops 

Artist reconstruction of Canada’s oldest ceratopsid, Xenoceratops foremostensis , from southern Alberta 78 million years ago. The new species of horned dinosaur was identified from fossils originally collected in 1958. Approximately 20 feet long and weighing more than 2 tons, the newly identified plant-eating dinosaur represents the oldest known large-bodied horned dinosaur from Canada. Research describing the new species is published in the October 2012 issue of the Canadian Journal of Earth Sciences. (Credit: © Julius T. Csotonyi 2012)

http://www.sciencedaily.com/releases/2012/11/121108074008.htm

  Xiongguanlong

http://www.palaeocritti.com/by-    group/dinosauria/tyrannosauroidae/xiongguanlong

Artist’s restoration of Xuwulong.

Y

http://crossroadsmag.eu/2008/02/9-feb-27-april-chinese-dinosaures-in-maastricht/

Saurischia: Theropoda : Late Jurassic : Sichuan 
Length: 9.5 meters Width: 1.8 meters Height: 3.2 meters Weight: 300 Kg

The largest Jurassic carnosaur ever found in Asia. It was 8 metres long with powerful bipedal back legs, enabling it to run fast. The head was nearly 1 meter long. Its dagger-like teeth helped this dinosaur to tear off and kill its prey, which included the various kinds of herbivorous(vegetarian) dinosaurs of this period.

Yangchuanosaurus, a carnivore that roamed Asia about 150 million years ago in the Late Jurassic.
Countless pointy teeth, that have lost none of their ferocity over time, are visible in the open jaws of the massive almost one metre long skull.
The species was discovered during construction works on the Shangyou dam.
Since then more fossils of its kind have been found throughout Asia.
Don’t let the resemblance fool you though. In spite of its eight-metre long body, its 2.000 kg of weight and its ferocious looks, the Yangchuanosaurus is not a small Tyrannosaurus.
The T.rex lived much later, about 66 million years ago, in America, when the Yangchuanosaurus was long extinct.

°

Younginidae

Youngina

 

Youngina is een uitgestorven geslacht van reptielen, dat voorkwam in het Laat-Perm. Deze dieren konden tot 30 cm lang worden. Fossielen werden gevonden in Zuid-Afrika

De schedel van Youngina, die aan een korte hals zat, had een bijna driehoekige vorm. Achter elke oogholte bevonden zich twee schedelopeningen. De korte snuit liep naar voren spits uit. Het gebit met lange en spitse tanden doet vermoeden, dat het dier over een krachtige beet beschikte en waarschijnlijk schaaldieren op het menu had staan. De ledematen leken op die van de huidige hagedissen.

 

Youngina – Wikipedia, la enciclopedia libre // // //

YOUNGINA  CAPENSIS

http://en.wikipedia.org/wiki/Youngina

http://whyihatetheropods.blogspot.be/2010/11/new-paper-braincase-of-youngina.html

Upoungina capensis Braincase

°

  • Yongjinglong datangi

31/01/14 – 15u50  Bron: Volkskrant.nl

Een onderzoeksteam, geleid door paleontologen van de Universiteit van Pennsylvania, heeft in het noordwesten van China een nieuwe dinosaurussoort ontdekt. De nieuwe dino heeft de naam  gekregen.

De nieuwe dinosoort is een plantetende Sauropoda. Deze leefde in het Krijt (het geologische tijdperk dat van ongeveer 145 tot 66 miljoen jaar geleden duurde). De Sauropoda behoort weer tot de Titanosauria: een groep waarin we de grootste levende organismen die ooit op aarde rondliepen, aantreffen.De paleontologen concludeerden, aan de hand van fossielen die al in 2008 ontdekt waren, dat de nieuwe dino niet de grootste in de groep Titanosauria was. Geschat wordt dat de Yongjinglong ongeveer 15 tot 20 meter hoog was. Maar de fossielen behoorden waarschijnlijk tot een jong exemplaar, een volwassen Yongjinglong zou dus nog een stuk groter kunnen zijn.Schouderblad van twee meter
De anatomische kenmerken van de botten kwamen grotendeels overeen met die van een andere Titanosaur die al in 1929 in China werd ontdekt, de Euhelopus zdanskyi. “Het schouderblad was erg lang, bijna twee meter. Beide zijden lopen bijna paralel, in tegenstelling tot veel andere Titanosauria, waarbij de schouderbladen meer naar buiten buigen”, vertelt paleontoloog Liguo Li.Voorheen werden voornamelijk in de Verenigde Staten veel nieuwe dinosoorten ontdekt, maar sinds 2007 gebeurt dat steeds vaker in China. De fossielen van het laatste exemplaar werd in de provincie Gansu gevonden. Eerder werden daar ook de Huanghetitan liujiaxiaensis en Daxiatitan binglingi ontdekt. “Gansu is nu een zeer belangrijk gebied in China. Deze dinosaurus is nog een van de schatten van Gansu”, zegt onderzoeker Peter Dodson in een persbericht.De studie van de paleontologen is gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift PloS One.

Paleontologen maakten aan de hand van de fossielen deze tekening van de Yongjinglong datangi.
© University of Pennsylvania.

Yueosaurus Tiantaiensis.

Artist’s restoration of Yunnanosaurus.

  • Yurgovuchia doellingi

    .

http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0036790
http://nl.wikipedia.org/wiki/Yurgovuchia
http://geology.utah.gov/whatsnew/news/new0512b.htm

Ontdekt in de Amerikaanse staat Utah.
De dinosaurus maakte naar schatting 120 tot 130 miljoen jaar geleden het gebied onveilig en was ongeveer zo groot als een coyote,
De dromaeosauride (=raptor-pop naam ) is waarschijnlijk een voorouder van de veel grotere en bekendere Utahraptor
Paleontologen vonden naast de overblijfselen van het roofdier ook de botten van twee andere vermoedelijk onbekende soorten dinosauriërs

Z

Zephyrosaurus

Pic from © Natural History Museum, London 
Zephyrosaurus was an ornithopod dinosaur. Its fossils were found in strata dating to the early Cretaceous. The type species, Zephyrosaurus schaffi was described by Sues in 1980. The fossils include one partial skeleton, found in Montana, United States.

Order: Ornithischia
Suborder: Ornithopoda
Family: Hypsilophodontidae
Genus: Zephyrosaurus

 

 

Ziapelta sanjuanensis

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ziapelta                                                                                                                     http://en.wikipedia.org/wiki/Ziapelta

Artist's conception of the newly discovered ankylosaur,

 

 

http://uofa.ualberta.ca/news-and-events/newsarticles/2014/september/new-dinosaur-from-new-mexico-has-relatives-in-alberta

Artist’s conception of the newly discovered ankylosaur,

°

In 2011 vonden wetenschappers de resten van de Ziapelta sanjuanensis in de Amerikaanse staat New-Mexico.

Deze gepantserde dino blijkt nauwe banden te hebben met andere ankylosauria in de Canadese staat Alberta.

In 2011 vonden wetenschappers de resten van de Ziapelta sanjuanensis in de Amerikaanse staat New-Mexico. Deze gepantserde dino blijkt nauwe banden te hebben met andere ankylosauria in de Canadese staat Alberta.

statenIn een paper in PLOS One staat dat er genoeg verschillen zijn om de Ziapelta sanjuanensis als een aparte soort te zien. Denk bijvoorbeeld aan de opvallend grote stekels in de nek. Ook de schedel van de New Mexicaanse dino verschilt van die van andere ankylosauria.

“De hoorns aan de achterkant van de schedel zijn en buigen naar binnen”, vertelt de onlangs afgestudeerde onderzoeker Victoria Arbour. “Op zijn snuit heeft de Ziapelta sanjuanensis een mix van vlakke en hobbelige schubben. Dit is erg ongebruikelijk voor een ankylosaurus.”

 

 

 

In een paper in PLOS One staat dat er genoeg verschillen zijn om de Ziapelta sanjuanensis als een aparte soort te zien. Denk bijvoorbeeld aan de opvallend grote stekels in de nek. Ook de schedel van de New Mexicaanse dino verschilt van die van andere ankylosauria.

 

De Ziapelta sanjuanensis leefde in de late Krijt-periode, toen Noord-Amerika nog gesplitst was door een grote zee. De staten Alberta en New Mexico lagen hierdoor allebei aan de zee, zoals rechts te zien is. Opvallend is dat wetenschappers nog geen ankylosauria-fossielen in Alberta gevonden hebben uit dezelfde periode dat de Ziapelta leefde, oftewel 76 miljoen tot 66 miljoen jaar geleden. “Misschien dat de Ziapelta toen ook wel in Canada wandelde, maar daar hebben we nog geen bewijzen voor gevonden”, verklaart Arbou

Bronmateriaal:
New dinosaur from New Mexico has relatives in Alberta” – Universiteit van Alberta

 

Complete skull of Ziapelta sanjuanensis; abbreviations: asca – anterior supraorbital caputegulum; bas – basioccipital; ch – choana; fm – foramen magnum; j – jugal; laca – lacrimal caputegulum; loca – loreal caputegulum; ltf – laterotemporal fenestra; mnca – median nasal caputegulum; nar – external naris; oc – occipital condyle; orb – orbit; pal – palatine; par – parietal; parocc – paroccipital process; pmx – premaxilla; psca – posterior supraorbital caputegulum; pt – pterygoid; q – quadrate; qj – quadratojugal; qjh – quadratojugal horn; snca – supranarial caputegulum; socc – supraoccipital; sqh – squamosal horn; tr – tooth row; v – vomer. Image credit: Arbour VM et al.

Complete skull of Ziapelta sanjuanensis; abbreviations: asca – anterior supraorbital caputegulum; bas – basioccipital; ch – choana; fm – foramen magnum; j – jugal; laca – lacrimal caputegulum; loca – loreal caputegulum; ltf – laterotemporal fenestra; mnca – median nasal caputegulum; nar – external naris; oc – occipital condyle; orb – orbit; pal – palatine; par – parietal; parocc – paroccipital process; pmx – premaxilla; psca – posterior supraorbital caputegulum; pt – pterygoid; q – quadrate; qj – quadratojugal; qjh – quadratojugal horn; snca – supranarial caputegulum; socc – supraoccipital; sqh – squamosal horn; tr – tooth row; v – vomer. Image credit: Arbour VM et al.

Complete skull of Ziapelta sanjuanensis;

http://www.sci-news.com/paleontology/science-ziapelta-sanjuanensis-ankylosaur-new-mexico-02170.html?utm_source=feedburner&utm_medium=feed&utm_campaign=Feed%3A+BreakingScienceNews+(Breaking+Science+News)

 

°

Life restoration of Zuniceratops.

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

Advertenties

DINOSAURICON UVW

trefwoorden 

Bhart-Anjan Bhullar,Biologie,dinosaurus,EvolutiefossielenHarvardKrokodil,Paleontologiepedomorfschedelvogels

_____________________________________________________________________________________________________

U

uberabatitan reconstructies

Uberabatitan ribeiroi e abelissauro viveram no final da Era dos Dinossauroshttp://www.casadaciencia.ufrj.br/AtividadesExtras/uberabatitan/album/pages/Um%20gigante%20de%2065%20milh%F5es%20de%20anos.htm

uberabatitan ribeiro

°

Uberabatitan Ribeiroi

A model of Uberabatitan Ribeiroi, a Late Cretaceous period dinosaur, is seen at the Federal University, in Rio de Janeiro, Wednesday, Sept. 24, 2008. Three specimens were found in different fossil sites of Uberaba County, in the Brazilian state of Minas Gerais. The Uberabatitan Ribeiroi, which lived in what is currently Brazil some 65 million years ago, had a length of more than 20 meters and weighed some 16 tons. (AP Photo/Silvia Izquierdo)
°
uberabatitan riberoi
 model of the head of Uberabatitan Ribeiroi, a Late Cretaceous period dinosaur, is seen at the Federal University, in Rio de Janeiro, Wednesday, Sept. 24, 2008.
_____________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________

uenlagia  phylogenetic position

Cladogram depicting the phylogenetic relationships of Unenlagia comahuensis,
and indicating the actual record of each theropod lineage (solid bars).

 

Unenlagia

Unenlagia was a type of theropod dinosaur, more specifically a dromaeosaur (‘raptor’). It was first described in 1997 from a semi-articulated partial skeleton found in Neuquén, Argentina. The skeleton was found in Upper Cretaceous aged sediments. A second species was described in 2004, it was discovered in the same locality as the holotype. This second species is based on fragmentary remains including a humerus, hand claw and more. Besides the type species, U. comahuensis, a second species, U. paynemili has been described from the same formation in 2004 based on fragmentary remains.

Unenlagia comahuensis

Novas and Puerta, 1997 Half-bird 2 m Holotype (MCF PVPH 78): Semi-articulated partial skeleton. Portezuelo Formation, Upper Cretaceous (Turonian-Coniacian) Type Locality: Sierra del Portezuelo, Neuquén, Argentina

Unenlagia paynemili

Calvo, Porfiri and Kellner, 2004 Half-bird Holotype (MUCPv-349): Humerus and pubes Paratypes: MUCPv-343 (hand claw); MUCPv-409 (partial ilium); MUCPv-415 (toe bone); MUCPv-416 (partial dorsal vertebra). Portezuelo Formation, Upper Cretaceous (Turonian-Coniacian) Type Locality: Neuquén, Argentina

Posted Image
Casts of U. paynemili fossils; today the claw is considered one of the hand unguals =   not of the foot as shown here          


Theropoda   Family: †Dromaeosauridae   Subfamily: †Unenlagiinae     Genus: †Unenlagia Novas & Puerta, 1997

Species

  • U. comahuensis Novas & Puerta, 1997 (type)
  • U. paynemili Calvo, Porfiri & Kellner, 2004

         

 http://carnivoraforum.com/topic/10011391/1/                                                                                                            http://www.palaeocritti.com/by-group/dinosauria/deinynochosauria/unenlagia

_____________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Utahraptor
Utahraptor (Utah Thief) is the biggest dromaeosaur. It lived on earth 127 million years ago, in the Early Cretaceous period. Utahraptor can grow up to 7 meters long and about 4 meters high. It has no evidence of feathers; however scientists speculate that it does have feathers since other dromeosaurs have feathers.
Utahraptor-BW
 Utahraptor-drawings
Utahraptor was a large, terrifying mid-Cretaceous predator with 9-15 inch long middle-toe claws. It was a lightly built, fast-moving, agile, bipedal (walked on two legs), bird-like dinosaur. It had a curved, flexible neck and a big head. Sharp, serrated teeth were set into very powerful jaws. Each of its three fingers on each arm had large, sharp, curved claw.
It had four-toed feet; the second toe had a 9-15 inch (23-38 cm) sickle-like claw and the other toes had smaller claws. Its long tail had bony rods running along the spine giving it rigidity; the tail was used for balance and fast turning ability. It had a relatively large brain and large, keen, eyes. Up to 6.5 meters (22 feet) long, 2 meters (over 6 feet) tall and 700 kg (1500lbs) in weight, Utahraptor would have been a formidable predator.
125 million years ago in the Early Cretaceous period.
Utahraptor was a carnivore, a meat eater. It probably ate just about anything it could slash and tear apart. When hunting in packs, Utahraptor could probably kill any prey it desired.
The Utahraptor is known to have co-existed with a number of large, plant-eating dinosaurs including the heavily-spined and armored nodosaur, the two-legged, spike-thumbed iguanodons, and massive, long-necked Sauropod.
Utahraptor was the most intelligent animal in its world and information about Deinonychus suggests it may have been a pack hunter.
As it is thought that packs of Deinonychus hunted 30-foot-long relatives of the iguanodons, it is easy to envision a pack of Utahraptors taking on a 50-foot elephantine sauropod.
Locomotion
Utahraptor walked on two slender, bird-like legs; it must have been a fast runner, considering its legs and light weight. When it ran, it rotated its huge middle-toe-claw upwards and ran on the other toes.
Discovery
James Kirkland, Rob Gaston, and Don Burge discovered Utahraptor in 1993 in Grand County, Utah, within the Cedar Mountain Formation. The Utahraptor ostrommaysorum specimen is currently housed at the College of Eastern Utah, although Brigham Young University currently houses the largest collection of Utahraptor fossils.
Utahraptor is also the oldest known dromaeosaurid.
It closely resembles Deinonychus except for the large, much more blade-like claws on its hand.

 

Utahraptor ostrommaysi hand claw ( replica) : Formation: Cedar Mountain

 Such claws suggest that besides piercing and holding, the Utahraptor’s hand claws may have been nearly as important in cutting the hide of it s victim as the sickle-claw on its foot.
This specialization alone suggests there must be both an older and smaller common ancestor to both Utahraptor and the rest of the known dromaeosaurids that is closer to the origin of birds.
Posted Image
super-slashing claw on each hind foot,
Utahraptor would have been an extraordinary killing machine. It is estimated that it reached 20 feet in length and weighed close to a ton.
Two inch serrated “steak knife” teeth in a skull a foot and a half long, blade-like claws up to 10 inches long on its hands combined with 15-inch killing sickle-laws on its feet, and a fast, highly agile body.
Posted Image
Posted Image
  
Utahraptor

Long de 6 m, Utahraptor “prédateur de l’Utah” est un dinosaure de la famille des Dromaeosauridés.

Sa taille est exceptionnellement grande. En effet, Utahraptor qui ressemble beaucoup à Deinonychus, était deux fois plus grand que lui

Les restes très fragmentaires d’Utahraptor ont été découverts dans l’Utah. Ils sont datés du Crétacé inférieur.

Ce dinosaure a été décrit en 1993 par Kirkland, Burge et Gaston. Utahraptor ostrommaysorum est l’espèce type et la seule espèce décrite à ce jour.

Utahraptor

Utahraptor. (Museum of Ancient Life, Utah). By Steve le walready

Il faut souligner que la reconstitution a été effectuée avec des fragments provenant de plusieurs individus.

Tout en muscles et doté d’une longue queue, Utahraptor possède la morphologie d’un animal actif.

Comme pour les autres Dromaeosauridés, son arme la plus redoutable était la griffe recourbée terminant le deuxième orteil de chaque pied.
Nul doute que ce dinosaure était un redoutable prédateur surtout s’il chassait en bande.

Griffe Utahraptor

Griffes d’Utahraptor. By Zachary Tirrell

Les paléontologues savent très peu de choses sur le mode de vie de ce dinosaure. On peut simplement faire des suppositions en se basant sur d’autres Dromaeosauridés mieux connus.

On sait par exemple que Velociraptor chassait en bande ainsi que Deinonychus.
On sait également que les Droameosauridés possédaient des plumes.

Utahraptor

Utahraptor. By Zachary Tirrell

On imagine avec terreur une bande d’Utahrators de 6 m de long parés de plumes colorées attaquer un sauropode comme Cedarosaurus ou un Iguanodon qui vivaient à la même époque dans cette région.

Classification : Saurischia Theropoda Tetanurae Coelurosauria Dromaeosauridae    (V.B (05.2003). M.à.J 02.2008)

Les Dromaeosauridés

_____________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________

V

______________________________________________________________________________________________________

.

_______________________________________________________________________________________________________

Life restoration of Velociraptor

  • velociraptor_mongoliensis.gif
VELOCIRAPTOR MONGOLIENSIS Genus of clawed theropod dinosaur (family Dromaeosauridae) that flourished in central and eastern Asia during the Late Cretaceous Epoch (99–65 million years ago). It was related to an Early Cretaceous (144–99 million years ago) North American genus, Deinonychus. Both genera had a sickle-shaped claw on each foot and ossified tendon reinforcements in the tail that enabled them to keep their balance while striking and slashing at prey. Swift, agile predators of small herbivores, they grew up to 6 ft (1.8 m) long and weighed up to 100 lb (45 kg).Velociraptor [Gr.,=swift robber], swift bipedal carnivorous dinosaur of the late Cretaceous period. It was relatively small, being approximately 6 ft (1.8 m) long. It was similar to Deinonychus in appearance and, like that dinosaur, had a lethal sickle-shaped claw on the second toe of each three-toed foot, which was used for attacking prey. Fossil skeletons have been found in Mongolia. A find of particular interest, discovered in the Gobi desert in 1971, revealed a Velociraptor in the act of attacking another dinosaur, the herbivorous Protoceratops. Velociraptor belongs to the group of saurischian theropods [Gr.,=beast feet] that includes Tyrannosaurus, Deinonychus, and living birds.
Popularized by the movie Jurassic Park in 1993, the Velociraptor stood between six and 12 feet tall, allowing it to hunt man-sized prey very easily . Though hiding in a cave may seem like a good “escape plan” in evading most dinosaurs such as the T-Rex, the Raptors could easily follow into nearly any structure.
Vicious(supposed ) pack hunters, the Raptors’ abnormally large brain capacity gave them problem-solving abilities and rudimentary thinking skills, enabling them to form a social order or even to execute attack plans for hunting prey. Michael Crichton’s book Jurassic Park (on which the movie was based) shows them tempting prey with one visible Raptor while two others circle around to take it by surprise from both sides. Not only were they vicious and moderately intelligent, they were also extremely fast, capable of speeds approaching 40 miles per hour. And their powerful legs allowed them to jump roughly 30 feet off the ground. This skill was most effectively used to attack large prey like Stegosaurs and possibly even Brachiosaurs.
Accompanying their powerful bodies and intelligent brains, the Raptors came equipped with human-like arms rarely seen in other dinosaur species. The long arms were jointed at the elbow and had three long fingers with sharp claws on the ends. Despite these powerful appendages that could have grabbed and latched onto prey, their main attack came from the legs. Backed up by powerful muscles, the Raptors had a long, curved toe claw on the middle toe of each foot that was retractable and controlled by a set of tendons.
The claws on the average Raptor were about seven inches long and very sharp. When attacking large prey, the Raptors would run and jump, using their toe claw to slice down the belly of the animal, spilling its internal organs within a few seconds’ time.

Velociraptor May 14, 2011

Filed under: Theropoda

Perhaps the best-known of the dromaeosaurids, Velociraptor is known from several specimens, the first found by the American Museum of Natural History expedition to Mongolia in the 1920s. Found in 1971, a famous fossil consisted of a complete Velociraptor skeleton wrapped around that of a Protoceratops. The two had been preserved in the middle of a fight, possibly engulfed in a sandstorm.
Velociraptorwas a redator and could run very fast on its long hind legs. It chased through the Cretaceous forests after small mammals or small herbivorous dinosaurs
Factbox   Name: Velociraptor, meaning ‘fast hunter’ Size: about 2m long and 1m high Food: meat, especially other dinosaurs Lived: about 90 million years ago during the Cretaceous Period in Mongolia

The 80 very sharp curved teeth in a long snout, flattened from side to side, the three-fingered hands, each finger equipped with eagle-like talons, and the curved killing claw, 9cm long, on the second toe of each foot, show this to have been a ferocious hunter. Its long, stiff tail functioned as a balance while running and making sharp turns. A covering of feathers would help to keep the animal insulated, a necessity for its active, warm-blooded lifestyle.Creatures that it pursued were(probably )  terrified of it and stood little chance of escape. Velociraptorstood on one back leg, attacked with the other. The long, sharp claw on each foot faced inwards and was used to stab and slash at its helpless prey.Before the discovery of Velociraptor in Mongolia in 1924, scientists had thought of dinosaurs as slow and stupid creatures. But Velociraptorwas built for speed. It was also perhaps one of the most intelligent of all dinosaurs.In September 2007, researchers found quill knobs on the forearm of a Velociraptor found in Mongolia. These bumps on bird wing bones show where feathers anchor, and their presence on Velociraptor indicate it definitely had feathers. However, these feathers were not used for flight. Rather, they were probably used for display, for covering their nests while brooding, or for added speed and thrust when running up inclined slopes.

http://news.nationalgeographic.com/news/bigphotos/images/071108-dinosaurs_big.jpg
Velociraptors (such as the one depicted by the model above) and some other dinosaurs had similar respiratory systems to those of modern-day diving birds, a new study says. Air sacs along the dinosaurs’ spines would have helped make the animals speedy predators, the researchers add.Photograph by Gary Ombler/Dorling Kindersley Collection/Getty Images
Velociraptor

C’est en 1912 en Mongolie que l’image du dinosaure bête et pataud prend fin. En effet, le squelette exhumé se révèle être celui d’un animal agile et rapide. Il est baptisé Velociraptor mongoliensis ” prédateur rapide “.

Velociraptor est le type même du théropode agile et intelligent. Depuis 1912, de nombreuses découvertes ont été effectuées sur Velociraptor. Les derniers fossiles exhumés prouvent que ce dinosaure possédait des plumes.

Jusqu’ en 1993, les scientifiques pensaient que Velociraptor ne mesurait guère plus d’ un mètre de haut. Mais un squelette de 1,80 m, retrouvé en Utah, a mis fin à ce portrait bien établi. Cependant, il est impossible d’établir une taille standard car le nombre de fossiles n’est pas suffisant.

Tout en muscles, doté d’une longue queue, sa morphologie est celle d’un animal hyperactif.

Les premiers restes de Velociraptor viennent de la formation Djadochta de Shabarak Usa, en Mongolie. Velociraptor mongoliensis a été décrit par Osborn en 1924.

Velociraptor

Squelette d’un Velociraptor. © dinosoria.com

A ce jour, les paléontologues disposent d’une dizaine de spécimens. Le plus ancien fossile remonte au début du Crétacé, il y a environ 150 millions d’années.

Crâne Velociraptor

Crâne de Velociraptor. © dinosoria.com

La tête de Velociraptor, longue, basse et au museau plat, est le caractère principal qui le différencie des autres dromaeosaures, aux têtes courtes et épaisses. Cette différence de morphologie reflète peut-être un régime alimentaire différent mais ce n’est qu’une hypothèse.

On peut constater sur le crâne que les orbites sont grandes et que les dents sont nettement crénelées.

Dents de Velociraptor

Dents de Velociraptor. © dinosoria.com

Il fait partie de la famille des Dromaeosauridés comme Deinonychus ” Terrible griffe”. Ce prédateur chassait en bande à la manière des loups. D’après plusieurs fossiles découverts, Velociraptor en faisait autant.

Aujourd’hui, l’image que l’on a des dinosaures et en particulier des théropodes a changé. On sait que certains d’entre eux possédaient une intelligence similaire à celles de certains mammifères actuels. De plus, la découverte, il y a quelques années, de deux nouveaux fossiles présentant des traces de plumes a radicalement modifié éontologues sur les dinosaures.

Les dinosaures à “plumes” Velociraptor à plumes

Velociraptor ne possédait pas une peau semblable aux reptiles. Certains musées n’hésitent d’ailleurs plus à exposer des reconstitutions de spécimens arborant un bien joli duvet.

Velociraptor

Velociraptor avec des plumes. © BBC

En septembre 2007, des points de fixation de plumes ont été retrouvés le long des membres antérieurs d’un Velociraptor.Le paléontologue Alan Turner ainsi que Peter Makovicky et Mark Norell peuvent donc prouver que Velociraptor avait bien des plumes.

_________________________________________________________________________________________intermezzo___

FEATHERS  <—> VEREN

21-09-2007

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN PLUIM WAARD

http://www.bloggen.be/evodisku/archief.php?ID=27

http://www.kennislink.nl/web/show?id=178384

….. Nu, negen jaar na de fossiele vondst, bekijken Amerikaanse onderzoekers het armbot nog eens goed en komen tot een verrassende ontdekking. Op het bot zitten aanhechtingspunten voor secundaire veren, ofwel slagpennen.

De pijlen geven de aanhechtingen voor slagpennen aan.De ‘slagpenknobbels’ op het gevonden bot zitten op een regelmatige afstand van vier millimeter van elkaar. Het zijn er zes, maar vanwege de lengte van het bot hadden het er veertien kunnen zijn. Bij andere vliegende dino’s zijn soorten bekend met tussen tien en achttien van zulke veren, dus dit exemplaar valt er netjes tussenin. Ook bij nu levende vogels bestaat die variatie.” Het ontbreken van deze veerschachtknopen betekent niet dat een dino noodzakelijkerwijs geen veren had …. maar het vinden van deze veerknopen op dit fossiel , bewijst dat de velociraptor veren had …. iets dat we al langer vermoedden, maar nog nooit konden bewijzen”, aldus de hoofdonderzoeker Alan Turner.

Het feit dat de velociraptors een verenkleed bezaten , betekent overigens niet automatisch dat ze konden vliegen. …..
De auteurs stellen dat misschien een voorvader van velociraptor de capaciteit verloor om te vliegen, maar zijn veren behield wat dan weer nuttig was —> .Niet om te vliegen, maar voor uiterlijk vertoon en baltsgedrag ( sexuele selectie ? ) , om te helpen het evenwicht te bewaren en te manoeuvreren tijdens een snelle ren , om het nest beter te kunnen beschermen en als isolerende vacht .

Hoe meer wij over deze dieren leren , hoe meer we ontdekken dat er fundamenteel geen verschil is tussen vogels en hun dicht verwante dinosauriers-voorvouders zoals deze velociraptor,” zei Dr Norell, Curator in de paleontologie van het Amerikaanse Museum en mede-auteur van de studie .
“Allebei hebben een
Furcula (of vorkbeen ), leggen eieren in / en broeden ( vermoedelijk ) op nesten, bezitten holle beenderen en veren . Als dieren zoals velociraptor vandaag in leven waren zou onze eerste indruk zijn dat zij eigenlijk zeer ongebruikelijke vogels vertegenwoordigen ”

Scientists found evidence of six quill knobs–locations where feathers are anchored to bone–on the forearm of a Velociraptor fossil
Credit: M. Ellison/AMNH

http://www.amnh.org/science/papers/velociraptor_feathers.php

Science 21 September 2007:
Vol. 317. no. 5845, p. 1721
DOI: 10.1126/science.1145076Brevia<?xml:namespace prefix = o ns = “urn:schemas-microsoft-com:office:office” />

Feather Quill Knobs in the Dinosaur Velociraptor  //Alan H. Turner,1* Peter J. Makovicky,2 Mark A. Norell1

Some nonavian theropod dinosaurs were at least partially covered in feathers or filamentous protofeathers. However, a completeunderstanding of feather distribution among theropod dinosaursis limited because feathers are typically preserved only inlagerstätten like that of <?xml:namespace prefix = st1 ns = “urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags” />Solnhofen, Germany or Liaoning, China.Such deposits possess clear taphonomic biases toward small-bodiedanimals, limiting our knowledge regarding feather presence inlarger members of feathered clades. We present direct evidenceof feathers in Velociraptor mongoliensis based on the presenceof quill knobs on the posterior forearm. This report of secondariesin a larger-bodied, derived, and clearly flightless member ofa nonavian theropod clade represented by feathered relativesis a substantial contribution to our knowledge of the evolutionof feathers.

1 Division of Paleontology, American Museum of Natural History, Central Park West at

79th Street, New York, NY100245192, USA
2Department of Geology, The Field Museum, 1400 South Lake Shore Drive, Chicago, IL 606052496, USA.

* To whom correspondence should be addressed. E-mail: turner@amnh.org

Some nonavian theropod dinosaurs were at least partially coveredin feathers or filamentous protofeathers (1). However, a completeunderstanding of feather distribution among theropod dinosaursis limited because feathers are typically preserved only inlagerstätten like that of Solnhofen, Germany or Liaoning,China. Such deposits possess clear taphonomic biases towardsmall-bodied animals, limiting our knowledge regarding featherpresence in larger members of feathered clades.

We present direct evidence of feathers in Velociraptor mongoliensisbased on the presence of quill knobs on the posterior forearm.In many living birds, raised knobs along the caudal margin oftheulnarevealwhere the quills of the secondary feathers areanchored to the bone by follicular ligaments. Quill knobs arevariably present in extant bird species and are present in onlya few basal taxa such as Ichthyornis (2), so their absence doesnot necessarily indicate a lack of feathers. Their presence,however, is a direct indicator of feathers of modern aspect(e.g., feathers composed of a rachis and vanes formed by barbs).

The specimen IGM (Geological Institute of Mongolia) 100/981was collected at the Gilvent Wash locality near Ukhaa Tolgod(Campanian Djadokhta Formation). The specimen is estimated tohave been 1.5 m long and to have weighed roughly 15 kg. It possessesseveral characteristics found in V. mongoliensis, a common dromaeosauridin the Djadokhta Formation. IGM 100/981 preserves six low papillaeon the middle third of the caudal margin of the ulna (Fig. 1).These are regularly spaced about 4 mm apart. Topographically,these papillae correspond to the quill knobs in living birds.Given their spacing in IGM 100/981, we estimated that thereis space for eight additional secondary feathers. This suggeststhat 14 secondaries were present in Velociraptor, which compareswell with the 12 or more secondaries in Archaeopteryx (3). About18 secondaries are suggested for the dromaeosaurid Microraptor(4), whereas its close relative Rahonavis appears to have possessedjust 10 (5).

Fig. 1. (A) Dorsal view of right ulna of Velociraptor IGM 100/981. (B) Detail of red box in (A), with arrows showing six evenly spaced feather quill knobs. In (B), a cast of IGM 100/981 was used. (C) Dorsal view of right ulna of a turkey vulture (Cathartes). (D) Same view of Cathartes as in (C) but with soft tissue dissected to reveal placement of the secondary feathers and greater secondary coverts relative to the quill knobs. (E) Detail of Cathartes, with one quill completely removed to reveal quill knob. (F) Same view as in (E) but with quill reflected to the left to show placement of quill, knob, and follicular ligament. Follicular ligament indicated with arrow

Such variation is expected because extant birds display variablecounts even within species (3).

Known coelurosaurs with wing feathers of modern aspect are smallbasal members of their respective clades. Some have been consideredpossibly volant (4, 5), and it has been suggested that the large-bodied,derived members of the feathered theropod clades may not haveretained feathers or only retained feathers while juveniles(6). This Velociraptor specimen indicates this is not the casefor at least one lineage of dromaeosaurids. An examination ofthe living families of birds shows a significant correlationbetween the absence of ulnar papillae and the loss and/or reductionin volancy, even though some strong flyers lack papillae (7).This raises the possibility that ulnar papillar reduction orabsence in large-bodied derived dromaeosaurids reflects lossof aerodynamic capabilities from the clade’s ancestral members.Quill knobs in Velociraptor could reflect retention of feathersfrom smaller possibly volant ancestors, but such feathers mayhave had other functions. Although thermoregulatory effectsof secondaries on the ulna would be negligible, such featherscould have been used for display (1), in shielding nests forthermal control (8), or for creating negative lift during inclinerunning (9). Whether this feature represents retention of anancestral function or the cooption for other purposes, the presenceof quilled feathers on the posterior of the arms in a medium-sizedderived, clearly nonvolant dromaeosaur can now be established.

References

  • · 1. M. A. Norell, X. Xu, Annu. Rev. Earth Planet. Sci. 33, 277 (2005). [CrossRef] [ISI]
  • · 2. J. A. Clarke, Bull. Am. Mus. Nat. Hist. 286, 1 (2004). [CrossRef]
  • · 3. A. Elzanowski, in Mesozoic Birds, Above the Heads of Dinosaurs, L. M. Chiappe, L. M. Witmer, Eds. (Univ. California Press, Berkeley, CA, 2002), pp. 129159.
  • · 4. X. Xu et al., Nature 421, 335 (2003). [CrossRef]
  • · 5. C. A. Forster, S. D. Sampson, L. M. Chiappe, D. W. Krause, Science 279, 1915 (1998).[CrossRef] [ISI] [Medline]
  • · 6. X. Xu et al., Nature 431, 680 (2004). [CrossRef] [Medline]
  • · 7. Materials and methods are available on Science Online.
  • · 8. T. P. Hopp, M. J. Oren, in Feathered Dinosaurs, P. J. Currie, E. B. Koppelhus, M. A. Shugar, J. L. Wright, Eds. (Indiana Univ. Press, Bloomington, IL, 2004), pp. 234250.
  • · 9. K. P. Dial, Science 299, 402 (2003).[Abstract/Free Full Text]
  • · 10. We thank S. Nesbitt for comments, L. Barber and A. Balcarcel for preparation and casting, M. Ellison for photography, P. Sweet, P. Capainolo, and the 1998 Gobi field crew. This study was supported by NSF Division of Earth Sciences (M.A.N. and P.J.M.) and a NSF Doctoral Dissertation Improvement grant (A.H.T.).

Supporting Online Material   www.sciencemag.org/cgi/content/full/317/5845/1721/DC1

Materials and Methods   Fig. S1

References

_____________________________________________________________________________________________________

En effet, ces points de fixation sont identiques aux points d’ancrage des pennes c’est-à-dire les plumes qui sont indispensables au vol des oiseaux modernes.

Pour l’équipe de paléontologues du Museum d’histoire naturelle de New York, cette découverte implique que contrairement à ce qui avait été soutenu jusqu’à présent, les dromaeosauridés de grande taille n’ont pas perdu leurs plumes au cours de l’évolution. Cependant, Velociraptor ne pouvait pas voler. Par contre, les chercheurs pensent que les ancêtres des dromaeosauridés avaient cette capacité.

A quoi servaient ces plumes ? Pour l’instant, les paléontologues ne peuvent faire que des hypothèses. Peut-être s’agissait-il d’un « ornement » utile lors de la parade sexuelle, peut-être que les femelles les utilisaient pour garder à bonne température leurs œufs ?

Comme l’autruche, Velociraptor pouvait peut-être également se servir de ses plumes dans les changements rapides de direction.

Une griffe aiguisée comme un rasoir

A près de 40 km/h, ces bipèdes bondissaient sur leurs proies, balançaient leurs deux pieds sur le torse de l’adversaire et leur plantaient leur redoutable griffe dans le corps.

Griffe d’un Velociraptor (Museum of Natural History). © dinosoria.com       Cette griffe, capable de se relever presque à la verticale, était idéale pour s’agripper. Après avoir lacéré leur proie, ils pouvaient tout à loisir la déchiqueter grâce à leur quinzaine de dents en forme de rasoir.

Comme chez de nombreux théropodes, la main n’a que trois doigts. Cette main, de structure simple, forme un crochet très efficace pour agripper fermement les proies. Les petits os du poignet en forme de galet sont disposés de manière à rendre l’articulation souple pour améliorer la prise.

Griffes velociraptor

Griffes fossiles de Velociraptor. © dinosoria.com   D’après des empreintes fossiles, on sait également que Velociraptor n’utilisait que 2 doigts pour marcher et courir.

Griffes Velociraptor

Reconstitution des pattes par la BBC     Le troisième doigt restait relevé afin probablement d’en éviter l’usure.

Souvenirs d’un combat

La scène fossilisée est extraordinaire. Elle a été découverte en 1971. Un Velociraptor tient dans ses bras unProtoceratops et s’apprête à le déchiqueter.

Combat Velociraptor et Protoceratops

Velociraptor et Protoceratops. © dinosoria.com     Velociraptor est mort en tenant dans ses mains la tête cuirassée de Protoceratops, tout en lui lacérant le ventre avec ses griffes.

Mais, Protoceratops avait percé la poitrine de son adversaire avant de mourir lui aussi. La patte arrière du Velociraptor était restée coincée dans les mâchoires de sa proie. Ensevelis depuis 80 millions d’années dans le désert de Gobi, leur position témoigne de la fureur du combat.

Pourquoi le combat s’est-il interrompu ? Une tempète de sable a peut-être enseveli les deux animaux en plein combat. Nul ne saura jamais qu’elle aurait pu en être l’issue.

Classification   Saurischia Theropoda Tetanurae Coelurosauria Dromaeosauridae  

V.Battaglia (05.2003) M.à.J 02.2008

Dossier complémentaire sur le Velociraptor

Dernières découvertes sur le Velociraptor . Velociraptor contre Tarchia et Protoceratops

Sources. Liens externes

Article sur la découverte des points de fixation de plumes. Science magazine (pdf en anglais)

Classification du Velociraptor (en anglais)
The Society of Vertebrate Paleontology (en anglais)

La grande encyclopédie des dinosaures, David Norman, éditions Gallimard 1991

< Lexique dinosaures

Velociraptor mongoliensis was een theropode dinosauriër uit de groep van de Maniraptora, levend in het Late Krijt, meer bijzonder in het Campanien, in formaties tussen de 80 en 73 miljoen jaar oud.

De soort werd in 1922 ontdekt in Mongolië door Chapman Andrews en in 1924 beschreven door Henry Osborn, op basis van holotype AMNH 6515. De geslachtsnaam Velociraptor is afkomstig uit het Latijn en betekent “snelle rover”; de soortaanduiding verwijst naar Mongolië.

Velociraptor was een kleine vleeseter van ongeveer 1,8 meter lengte, met een heuphoogte van een halve meter en een massa van zo’n vijftien kilogram – ongeveer zo groot als een fikse kalkoen met een lange staart. De schedel was vrij langwerpig en zo afgeplat dat hij zelfs een beetje hol was aan de bovenkant. De romp is relatief kort.

Velociraptor behoort tot de Deinonychosauria, vermoedelijk tot de Dromaeosauridae (net als Deinonychus), en per definitie tot de Velociraptorinae en deelde de vogelachtige kenmerken van die groepen: een groot borstbeen, opklapbare lange armen met grote drievingerige handen, een horizontaler schouderblad, ribuitsteeksels om luchtzakken aan te drijven, een naar achteren stekend schaambeen en vermoedelijk warmbloedigheid gecombineerd met een verenkleed. Door de vorm van de wervels, met lange naar achteren wijzende uitsteeksels was het achterste deel van de staart onbuigzaam; dit kenmerk wordt wel verklaard door aan te nemen dat dit deel als stabilisator fungeerde bij het bespringen van de prooi. De tweede teen droeg een sterk vergrote gekromde klauw die in opgetrokken stand meegedragen werd. De grootste gevonden klauw heeft een lengte van 67 mm; met de hoornschacht mee zou de klauw dan zo’n tien centimeter geweest zijn.

De functie van de zeer karakteristieke ‘raptorklauw’ wordt verduidelijkt door de beroemde vondst in de jaren zeventig van een velociraptor en een protoceratops die, in een strijd op leven en dood verwikkeld, door duinzand bedolven werden; terwijl de bek van de planteneter de arm van de vleeseter in een fatale greep omklemt, klauwt de voet van Velociraptor in de nekwervels van Protoceratops. De klauw had dus vermoedelijk vooral een steekfunctie.

Sommige auteurs, zoals Gregory S. Paul, stellen dat Velociraptor, net als de rest van de familie Dromaeosauridae, niet zozeer een vogelachtige dinosauriër is, als wel een echte vogel in de meest strikte zin van het woord, die dus dichter bij de moderne vogels staat dan Archaeopteryx. Volgens dit alternatieve model is Velociraptor — of zijn voorouder, het vermogen om te vliegen secundair kwijtgeraakt, op een soortgelijke manier als struisvogels. Primitieve dromaeosauriërs konden misschien wel vliegen (Microraptor is het beste voorbeeld). Overigens impliceert het hebben van een vliegende voorouder niet dat men tot de vogels behoort.

____________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________

VEREN  <—> Velociraptor 

Veren kwamen voor bij dinosauriërs, maar waren eerder uitzondering dan regel.

Dat meldt het wetenschapsblad Nature op haar website.

Lang werd gedacht dat de meeste dinosauriërs kaal waren, tot in 2002 meerdere fossielen werden gevonden die wezen op de aanwezigheid van een verendek.

Sindsdien wordt er volop gespeculeerd. Veren zouden de standaard zijn geweest(1). Sommige soorten verloren ze in de loop van hun evolutie, andere behielden ze.

Uit deze soorten kwamen de vogels voort.

Onderzoekers van het Natural History Museum in Londen en het Royal Ontario Museum in Toronto hebben nu alle gegevens over ontdekte dinosaurushuiden op een rij gezet.

Het resultaat presenteerden ze eind oktober tijdens een bijeenkomst van de Society of Vertebrate Palaeontology in Los Angeles.

Alleen soorten zoals de Tyrannosaurus rex en de Velociraptor waren gevederd, van soorten zoals de Triceraptops en de Stegosaurus en giganten zoals de Brachiosaurus hadden alleen minder voorkomende ondersoorten veren, aldus de onderzoekers.

Het onderzoek kent nog wel een beperking: er zijn geen fossielen met voldoende bewaard gebleven huid uit de eerste fase van het dinosauriërstijdperk.

Wanneer die wel gevonden worden én inderdaad sporen van veren bevatten, verandert dat de zaak weer.

Door: NU.nl/Jop de Vrieze

°
Wat er door wetenschappers wordt beweerd klopt niet altijd. Het is waarschijnlijk erg lastig om, door middel van fossielen, te bepalen welke soorten veren hadden. Dat neemt nog niet weg dat ze waarschijnlijk overtuigende theorien en bewijzen hebben, aangezien er anders een horde andere wetenschappers klaar zit om hun stellingen te ontkrachten. Dat is hoe de wetenschap werkt!
Afdrukken van veren zijn gevonden in diverse dino- fossielen.
chicken tyranno  leg
Daarnaast hebben de skeletten van een aantal dino’s verdomd veel weg van een aantal vogels. Door deze bevindingen kunnen wetenscheppers  een uitspraak doen en vervolg onderzoek gaan doen welke soorten dinosauriers veren hadden. Het is dus 100% zeker dat er een aantal dino’s veren hadden, welke dat waren is dus onduidelijk. 
http://en.wikipedia.org/wiki/Feathered_dinosaur
(1)
(L-R): The skeleton of an ornithomimid dinosaur with preserved evidence of fossil feathers and an artist's impression of the feathered ornithomimid dinosaurs found in Alberta, Canada

The skeleton of an ornithomimid dinosaur with preserved evidence of fossil feathers (L)
and an artist’s impression of the feathered ornithomimid dinosaurs found in Alberta, Canada (R) Photo: PA

 

De veren die de vogels overerfden  zijn (convergent ? )  ontstaan bij de raptors, de voorouders van de vogels;  toen de raptors kleiner werden konden ze moeilijker warmte vast houden en begonnen er zich veren te ontwikkelen in de huid.

De eerste primitieve  veren dienden  dus(mogelijk eerst en vooral )  voor de thermische regulering( en voor kleine warmbloedige dieren ( velociraptors en co  worden   tegenwoordig verondersteld warmbloedig te zijn geweest ) is dat een levensnoodzaak   .

Een allosaurus weegt vele tonnen terwijl de vogels 5 – 7 kilo wogen. Warmte vasthouden is lastiger voor kleine dieren. De veren evolueerden om lichaamswarmte vast te houden toen deze dieren, kleiner werden in hun ezvolutie stamlijnen . Veren
om te vliegen waren de laatste fase ( tot op de dag van vandaag ) in deze evolutie.

°  

Er is niet zoveel verschil tussen een T.rex en een kip.

Als je een vogel ziet, is hij voor een groot gedeelte een theropode dinosaurier.
De holle botten kwamen voor bij de theropoda.

Die hebben 210 miljoen   jaar bestaan.

Theropoda hadden een vorkbeen lang voordat er een dier  vloog. Ze hebben allemaal een polsbot, de semi lunit carpal, dat sterk
kan buigen wat handig is om een prooi te grijpen. Met dezelfde beweging slaat een vogel z’n vleugel omlaag. Zo zijn er veel kenmerken waaruit blijkt dat vogels dinosauriers zijn. Maar deze kenmerken ontstonden niet om te gaan vliegen. Ze bleken toevallig nuttig /bruikbaar voor dat fladder en later  vlieg-gedrag van de eerste vogels.

KIp :

http://nl.wikipedia.org/wiki/Kip_(vogel)

http://library.wur.nl/artik/km/1867906.pdf

 Een kip is een gedomesticeerd bankivahoen (Gallus gallus). Hoewel dit een klein boshoen is kan het wel degelijk  wat vliegen bv om rivieren over te steken of om   een klimpartij te ondersteunen  en  daarna  veilig   te kunnen rusten in de boomtoppen.

Aan de vorm van de slagpennen kan je zien of ze voor vliegen hebben  gediend. De pennen moeten op de lucht drukken als de vleugel naar  beneden gaat en de lucht doorlaten bij het liften. Daarvoor is een   asymmetrische slagpen nodig.

Kippenveren  zijn ook nog wel goed om de vogel  lekker warm te houden . (vooral de donsveertjes)Die veren hebben duidelijk ook nog een ander gebruik dan wat korte afstand  vliegen  of  fladderend klimmen  .

°

_______________________________________________________________________________________________________

1.- VOGELS ZIJN DINO’s 

–> Het idee dat vogels dinosauriërs zijn is  al oud . De Britse bioloog Thomas Huxley opperde het voor het eerst in 1868, een paar jaar nadat Darwin zijn Origin of Species publiceerde.

Maar Huxley stond alleen: de algemene opvatting was lang dat dinosauriërs en vogels aparte evolutionaire afstammingslijnen vormen.

–> Vanaf de jaren ’70 is het tij gaan keren (deze periode wordt door paleontologen liefkozend de “‘Dinosaur Renaissance”  genoemd).

—> Sinds de ontdekking van tientallen fossielen van gevederde dinosauriërs in de jaren ’90 staat het als een paal boven water: vogels stammen rechtstreeks van dinosauriërs af.

2.- Vogels zijn onvolgroeide dinosauriërs

door   1 06 2012

De schedel van een kerkuil. Let op de grote ogen en het bolle schedeldak.

Dinosauriërs kropen uit het ei met een korte snuitje, grote ogen en een bolle hersenpan. Vogels en krokodillen, hun naaste nog levende verwanten, doen dat nu nog steeds. Maar waar de schedels van volwassen krokodillen en dinosauriërs plat en langwerpig zijn, blijven vogelschedels steken in de kuikentijd. Vogels behouden hun enorme ogen en hersenen een leven lang. Ze zijn pedomorf, zou een bioloog zeggen. Die observatie kunnen Spaanse en Amerikaanse paleontologen nu ook met cijfers staven. Afgelopen zondag publiceerden zij een grote studie naar vogel- en dinosaurusschedels in Nature.

Het komt misschien als een verrassing, maar volgens de geldende taxonomische mores zijn vogels dinosauriërs, net zoals mensen zoogdieren zijn. Vogels stammen rechtstreeks af van een groep tweebenige, vleesetende roofdinosauriërs, de theropoden. Dat maakt de verschillen tussen vogelschedels en die van hun uitgestorven verwanten alleen maar interessanter: wanneer kregen vogels die jonge kop?

Een schedel van Herrerasaurus, een primitieve theropode, met daarop de 45 ijkpunten die Bhullar voor elke schedel bepaalde.Een schedel van Herrerasaurus, een primitieve theropode, met daarop de 45 ijkpunten die Bhullar voor elke schedel bepaalde.

Om die vraag te beantwoorden, zocht Bhart-Anjan Bhullar samen met zijn collega’s naar foto’s en reconstructies krokodillen-, dinosaurus- en vogelschedels. Ze vertaalden de vorm en omtrek van bijna 50 schedels in digitale schedelprofielen, aan de hand van 45 verschillende ijkpunten. Waar mogelijk deden ze dat voor jonkies én volwassen dieren.

Alle schedels gingen hierna door de statistische molen. Het bewijs voor pedomorfie was overduidelijk. De dinosauriërs die nauw verwant zijn aan vogels, zoals de ‘oervogel’ Archaeopteryx, behoorden tot hetzelfde statistische cluster als de allerjongste dinosauriërs en krokodillen. De schedel van een volwassen Confuciusornis, de oudste vogel met een snavel, was qua vorm bijvoorbeeld nauwelijks te onderscheiden van een baby-Byronosaurus. Voor moderne vogels was dit effect nog sterker. Hun gezichten zijn nóg platter, hun ogen nóg boller.

De onderzoekers vonden aanwijzingen dat de pedomorfose van vogels in vier stappen verliep:

Het is niet zo dat kleine vogels of dino’s per se kinderlijker waren dan grote. Struisvogels (Struthio) en emoes (Dromaius) zijn dan wel de reuzen van het vogelrijk, ze hebben toch een kuikenkop. En Compsognathus had als piepkleine vleesetende dino een volwassen schedel.

Bhullar vond één onderdeel van de vogelschedel dat niet pedomorf is: de snavel. Het voorste puntje van het bovenkaakbeen groeit bij vogels veel verder uit dan bij dinosauriërs. Toen klauwen vleugels werden, gingen de voorouders van moderne vogels hun snavel gebruiken om voorwerpen vast te grijpen, vermoedt Bhullar.

°

“As we noted, flight probably followed the evolution of paedomorphosis, and small size is required to be able to fly.

However, this doesn’t address what may have selected for paedomorphosis in general.

Obviously animals of a radically different size can exploit a range of ecological niches their ancestors can not, or can only transiently during their own ontogenies. Early stem-group birds clearly found a fruitful existence living the small-predator life. Moreover, after the end-Cretaceous extinction, everything above about 1 kg on land died, and only the small animals were left, including a couple of lineages of paedomorphic dinosaurs representing the ancestors of modern birds. In the now depauperate world, they were able to explosively radiate into the bewildering diversity of birds we see today.”

Er lopen dus een aantal dingen door elkaar: in de overgang van Guanlong-achtige schedels naar die van Archaeopteryx in de figuur hierboven (a) worden schedels pedomorf, (b) krimpt de lichaamsgrootte en (c) gaan voorouders van vogels zweven/vliegen.

°

Vogels zijn (o.a.) zeer sterk visueel gespecialiseerde dieren, waardoor de grote ogen en daaraan verwante schedelaanpassingen verklaard kunnen worden.(*)

(*)

vogelhersens en -ogen zijn relatief groot voor hun schedels, ten opzichte van krokodillen en andere dinosauriërs. Neem de overgang van Guanlong naar Archaeopteryx in de figuur hierboven. In Archaeopteryx zijn de hersens gekanteld, en beslaan ze een groter gedeelte van de schedel dan in Guanlong. Ook aan het schedeldak is dat te zien (helemaal rechtsboven): die wordt in de loop van de vogelevolutie steeds groter.

In de laatste alinea van hun artikel speculeren de onderzoekers over de rol die het gezichtsvermogen en het brein gespeeld heeft in de evolutie van vogels. Ik kan  me voorstellen dat een kleine, op insecten jagende vogelouder gebaat is bij goed zicht. Ogen worden groter, alsmede de hersenen om die visuele input te verwerken (pedomorfose).

–> Dat deze dieren uiteindelijk gaan vliegen/zweven heeft misschien niet zoveel te maken met hun pedomorfe kop, maar meer met hun leefwijze en kleine lichaamsgrootte? Maar dat is speculatie van mijn kant.

Het zou mij niet verbazen dat de functionele reden(en) van grote oogkassen en bolle hersenpan van jonge dinosauriërs inclusief jonge vogels te vinden zijn in de gemeenschappelijke vereisten en/of beperkingen van hun vroege ontwikkeling, en dat die vereisten andere zijn dan visuele specialisatie enz.

In deze visie zou de relatief weinig veranderde schedelvorm van volwassen vogels toevallig maar ook opportuun genoemd kunnen worden.

Een andere vraag zou daarom kunnen luiden: waarom veranderen de schedels van volwassen dinosauriërs gedurende hun ontwikkeling in tegenstelling tot die van vogels?

Waren de functionele eisen van bv. vroege dinosauriërs zodanig dat hun volwassen schedelvorm weinig veranderde, zoals bij vogels, of was dat niet meer dan een optie waarvan door de later onstane vogels (opnieuw?) handig gebruik gemaakt werd?

*

Waarom_ juist de vliegende  tak van de dinosaurus familie de neotene hoofdvorm heeft ontwikkeld. ? 
Het lijkt mij voor de hand dat dit geen toeval is maar juist iets met het vliegen te maken heeft.

-L aat ik er een gooi naar doen.

Een gewone dinosaurus-kop  is te zwaar om goed mee te kunnen vliegen.

Wachten op de vele gunstige mutaties die onafhankelijk moeten plaatsvinden om zon dinosaurus kop om te vormen in een lichtgewicht vogelkopje duurt te lang.

Mogelijk is een enkele mutatie echter voldoende om die dinosaurus kop halverwege in zijn ontwikkeling te stoppen, en kan daarmee de vereiste lichte en kleine kopvorm bereikt worden (Saltationisme ? )(**)

°  De hierboven  aangekaarte  evolutionaire  ontwikkelingen zijn natuurlijk deels met elkaar vervlochten, waardoor waarom-vragen( in verband met deze ontwikkelingen)   niet zo makkelijk te beantwoorden zijn …….  en uiteraard stammen ( volgens der huidige geldende  consensus( zie hierboven de engelse quote  ) de vogels af van kleine raptors //Blijkbaar hebben de   kleine  vogelachtige dino’s zich weten te handhaven  na het grote uitsterven  en alle overige soorten dinosauriërs niet.

°(** ) Pedomorfie is de gemakkelijkste vorm van evolutie,het vraagt weinig veranderingen in de genetische opmaak Blijkbaar is de huidige vorm van vogels  functioneel bepaald. Deze functionele vorm is ook een vorm die gemakkelijk in een ei past. Dinosauriers en krokodillen moeten deze vorm na geboorte snel verlaten: met een brede lange bek is het makkelijker prooien te grijpen of te grazen.

Bronnen:
Uilenschedel door Didier Descouens
Bhullar, B., Marugán-Lobón, J., Racimo, F., Bever, G., Rowe, T., Norell, M., & Abzhanov, A. (2012). Birds have paedomorphic dinosaur skulls Nature DOI: 10.1038/nature11146

—> De termen   pedomorf/ pedomorfose/ pedomorfisme  en  Neotenie .

1.-pedomorfose is een algemenere term dan neotenie.? 

2.- Neotenie heeft betrekking op het (excessief) veel langer duren van een vroeg – jeugdig – groeistadium van een voorouder in een volwassen dier   Neotenie is een uitvinding van de anatoom Louis Bolk uit NL in de context van de kwestie intelligentie en ras Voor details zie De mens gemeten, over de geschiedenis van de intelligentietest (S. Gould, Amsterdam 1996).

3.- ‘pedomorf’   omvat   zowel neotenie ( een blijven steken  in de ontwikkeling  ) als progenese (een versnelling van de seksuele rijping = waardoor een juveniele vorm toch geslachtrijp wordt  ).

______________________________________________________________________________________________________

File:Bird Diversity 2013.png

__________________________________________________________________________________________________

Sauropoda
|-?Kunmingosaurus 
|-Vulcanodon  
|-?Kotasaurus 
     |
     |-Barapasaurus  
     |-?Zizhongosaurus
     |-?Ohmdenosaurus 
         |
         |-?Euhelopidae
         |    |-Shunosaurus 
         |    |-Klamelisaurus 
         |    |-?Bellusaurus 
         |    |-Nurosaurus 
         |    |-?Datousaurus 
         |    |-?Hudiesaurus
         |    |-?Tehuelchesaurus
         |         |
         |         |-Euhelopinae
         |              |-Euhelopus 
         |              |-Omeisaurus  
         |              |-Mamenchisaurus
         |              |-?Tienshanosaurus
         |
         |-Eusauropoda
              |-Amygdalodon 
                   |
                   |-?Volkheimeria 
                        |
                        |-?Patagosaurus 
                             |
                             |-?Cetiosaurus 
                             |-?Cetiosaurus 
                                 |
                                 |-Jobaria 
                                     |
                                     |-Neosauropoda

Sauropoda incertae sedis:
Asiatosaurus 
Asiatosaurus
Cariodon
Moshisaurus
"Pleurocoelus" 
Macroscelosaurus
Qinlingosaurus 
Teishanosaurus
"Titanosaurus" 
Ultrasaurus tabriensis

Eusauropoda incertae sedis:
Dachongosaurus 
Lancajiangosaurus 
Lapparentosaurus 
"Morosaurus" 
?Oshanosaurus 
Protognathosaurus
Rhoetosaurus 
Cetiosaurus
"Rebbachisaurus"

volkheimeria_chubutensis_skeletal_by_paleo_king-d6ng8qn

Vulcanodon dinosaur


___________________________________________________________________________________________________

W

______________________________________________________________________________________________________

°WARMBLOEDIG  ? 

Reptielen waren ooit warmbloedig’

 11 juni 2010  1

Uit een analyse van enkele prehistorische reptielen blijkt dat zij naar alle waarschijnlijkheid warmbloedig waren. De warmbloedige varianten van de tegenwoordig koudbloedige (1)  reptielen zijn uitgestorven, maar zouden nog opvallend laat in de evolutie naast de koudbloedige dieren hebben bestaan.

De onderzoekers bestudeerden de ichthyosauria , plesiosauria  en mosasaurus .

De eerste twee dieren bleken inderdaad warmbloedig te zijn.

De wetenschappers baseren zich daarbij op de gefossiliseerde tanden. Ze vergeleken de verhouding tussen zuurstof-16 en zuurstof-18. Deze verhouding verandert wanneer de lichaamswarmte verandert. Door de verhouding in beeld te brengen, wisten de onderzoekers te achterhalen hoe warm het lichaam van de dieren ten tijde van de groei van hun tanden was.

Volgens de onderzoekers is het niet zo dat de koudbloedige dieren de warmbloedige dieren per direct vervingen; de twee soorten hebben naast elkaar bestaan. Dat dat ook geldt voor de ichthyosauria en plesiosauria is overigens wel bijzonder; dat betekent dat de koudbloedigen en warmbloedigen veel later in de evolutie nog naast elkaar leefden.

De onderzoekers menen dat er nu eerst onderzocht moet worden welk dier als eerste tot een koudbloedige evolueerde. Maar andere onderzoekers trekken de conclusies in twijfel en vinden dat er eerst meer onderzoek gedaan moet worden naar de lichaamswarmte. Want waren de dieren wel echt warmbloedig? Waren ze niet gewoon goed in staat om hun lichaamswarmte op peil te houden?

Vandaag de dag zijn alle reptielen koudbloedig. Dat betekent dat ze hun lichaamstemperatuur niet intern regelen, maar aanpassen aan de temperatuur van hun omgeving. Dat heeft als gevolg dat de reptielen in periodes van kou zeer langzaam zijn en bij hitte pas echt actief worden.

(1) Endotherm en Ectotherm zijn mogelijk wat lastigere termen, maar geven veel meer ruimte om te speculeren over hoe het complete thermoregulatiesysteem van dergelijke dieren in elkaar zat.

Grote dino

 24 juni 2011 0

Uit onderzoek blijkt dat sauropoda – één van de grotere dinosaurussoortengroepen  – ongeveer net zo’n lichaamstemperatuur hadden als wij mensen.

Over het algemeen geldt: hoe groter het dier, hoe hoger de lichaamstemperatuur. Maar dat geldt niet voor de enorme dinosaurussen, zo blijkt. Het is dan ook aannemelijk dat deze dieren een soort mechanisme hadden waarmee ze zichzelf konden koelen.

Tanden
De onderzoekers trekken die conclusie na het bestuderen van tanden van dinosaurussen zoals deBrachiosaurus brancai en Camarasaurus. Ze letten daarbij op concentraties van isotopen: koolstof-13 en zuurstof-18.

Deze isotopen kunnen zich aan elkaar binden. Hoe vaak ze dat doen, is afhankelijk van de temperatuur. En dus kan op basis van deze isotopen iets gezegd worden over de lichaamstemperatuur van de dieren.

Koelbloedig
Uit dit onderzoek bleek dat de dinosaurussen ongeveer dezelfde lichaamstemperatuur als wij mensen hadden.

De sauropoda gaan overigens de boeken in als koudbloedig: ze vertrouwden voor warmte op hun omgeving en regelden de lichaamstemperatuur niet intern.

De onderzoekers wijzen erop dat de buiten temperaturen in de tijd van de dinosaurussen waarschijnlijk hoger waren dan nu het geval is en dat de dieren zichzelf koelden, om te voorkomen dat ze te warm zouden worden.

Schaduw
De dinosaurussen zouden vooral veel warmte hebben verloren via hun lange nekken en staarten. “Sauropoda hadden waarschijnlijk nog wel andere mogelijkheden om zich af te koelen,” stelt onderzoeker Robert Eagle. Zo zouden ze bijvoorbeeld ook de schaduw op hebben gezocht als het te warm werd.

De onderzoekers hopen in een later stadium ook de lichaamstemperatuur van jonge en kleinere sauropoda te kunnen bestuderen. Ze willen zo achterhalen of de grootte en leeftijd van de dieren nog invloed had op hun temperatuur. Uiteindelijk willen ze vaststellen wanneer vogels – afstammelingen van de dinosaurussen – de overstap maakten van koelbloedig naar warmbloedig.

Bovenstaande afbeelding is gemaakt door Steveoc 86 (via Wikimedia Commons).

Bronmateriaal:
Big dinos stayed cool” – News.discovery.com

Toch warmbloedig?

 28 juni 2012   13

Lang dachten onderzoekers dat de enorme reptielen koudbloedig waren, maar een nieuwe studie schoffelt het belangrijkste bewijs daarvoor ongenadig hard onderuit.

Er zijn heel wat fossiele resten van dinosaurussen teruggevonden. En die resten kunnen ons ook veel vertellen. Bijvoorbeeld hoe zo’n dinosaurus gebouwd was. Maar er zijn ook heel veel dingen die ze op het eerste gezicht lijken te verzwijgen. Bijvoorbeeld of dinosaurussen koud- of warmbloedig waren. En dus was het even zoeken naar bewijs voor de stelling dat dinosaurussen koudbloedig waren.

Lines of Arrested Growth
Uiteindelijk vonden onderzoekers dat bewijs in de Lines of Arrested Growth (LAG). Deze lijnen zijn terug te vinden in de botten van dinosaurussen en doen denken aan de jaarringen van bomen. De lijnen ontstaan in seizoenen waarin de dieren het lastig hebben (bijvoorbeeld de winter of tijdens droogte) en hun groei door een gebrek aan voedsel stil komt te liggen. Onderzoekers stelden dat dieren die LAGs hadden, wel koudbloedig moesten zijn. In tegenstelling tot warmbloedige dieren, regelen koudbloedige dieren hun temperatuur niet zelf: deze wordt sterk beïnvloed door de temperaturen van de omgeving. En dat heeft gevolgen voor de groei, zo dachten onderzoekers. Een warmbloedig dier heeft altijd dezelfde temperatuur en dezelfde snelle stofwisseling en dus altijd dezelfde hoeveelheid energie om te groeien.

Het resultaat: een warmbloedig dier groeit altijd even hard.

Een koudbloedig dier daarentegen heeft niet altijd dezelfde temperatuur en ook de snelheid van de stofwisseling verschilt en dus groeit deze met horten en stoten.

De conclusie van de onderzoekers: dieren met LAGs zijn koudbloedig. Dat was direct het belangrijkste argument voor de stelling dat ook dinosaurussen koudbloedig waren.

Hier zijn twee LAGs te zien. Het bot behoort toe aan een edelhert. Foto: Meike Köhler / ICP.

Nieuwe studie
In een nieuwe studie bestudeerden de onderzoekers de groei van warmbloedige dieren. Ze waren er niet op uit om het fundament onder de koudbloedige dinosaurus weg te schoffelen. Ze wilden alleen weten hoe de omgeving de groei van diverse dieren beïnvloedde. Om dat te achterhalen, bestudeerden ze de botten van verschillende dieren. Tot hun grote verbazing troffen ze ook bij warmbloedige dieren LAGs aan. De onderzoekers moeten dan ook concluderen dat LAGs niet wijzen op koudbloedigheid, maar in plaats daarvan laten zien hoe de stofwisseling van een dier in reactie op veranderingen in de omgeving verandert. En dat geldt zowel voor koudbloedige als warmbloedige dieren, zo schrijven de onderzoekers in het blad Nature.

 

Voedsel
De onderzoekers zochten ook uit om wat voor veranderingen in de omgeving het ging. Ze ontdekten zo dat veel regenval en een beperkte hoeveelheid voedsel de grootste invloed had op de stofwisseling. Groter nog dan de temperatuur. Wanneer er weinig voedsel voorhanden is, dan past het lichaam de behoefte van het dier daaraan aan. De stofwisseling vertraagt, waardoor dieren minder voedsel nodig hebben. Gevolg is wel dat de groei ook iets langzamer plaatsvindt.

 

Verrassend
“Het lijkt verrassend dat er tot op heden nog geen systematisch onderzoek is gedaan om te bewijzen of ontkrachtigen dat alleen koudbloedigen tijdens hun groei deze kenmerken (LAGs) in hun botten ontwikkelen,” bekent onderzoeker Meike Köhler. Ze wijst erop dat eerdere studies de theorie al in twijfel trokken en dat nu voor het eerst bewezen is dat die twijfel terecht is.

Het onderzoek is niet alleen interessant voor paleontologen en anderen die zich in de geschiedenis van het leven op aarde vastbijten. Ook voor mensen die zich met het huidige leven op aarde bezighouden, is het enorm nuttig. Nu blijkt dat ook warmbloedigen LAGs hebben en dat die LAGs iets vertellen over de reactie op veranderingen in de omgeving, hebben onderzoekers een manier gevonden om vast te stellen of die veranderingen een populatie bedreigen.

Bronmateriaal:
 According to a study published in Nature dinosaurs were warm-blooded reptiles” – ICP.cat

19 juli 2013  6

Onvoldoende spierkracht
…..wetenschappers van de universiteit van Adelaide  herbben nieuwe aanwijzingen   nieuw  gevonden dat dinosaurussen warmbloedig waren. Professor Roger Seymour beweert dat koudbloedige dinosaurussen niet genoeg spierkracht zouden hebben om op andere dieren te jagen in het Mesozoïcum. Hij stelt dit in een paper in het wetenschappelijke blad PLOS One.

Als voorbeeld noemt Seymour zoetwaterkrokodillen. Een krokodil met een gewicht van 200 kilo heeft slechts 14% van de spierkracht van een zoogdier. Dit percentage daalt naarmate een krokodil zwaarder is. “Een koudbloedige krokodil heeft  naar verhouding    niet hetzelfde  uithoudingsvermogen als warmbloedige zoogdieren”, beweert Seymour.

“Een krokodilachtige dinosaurus zou het nooit kunnen winnen van een zoogdierachtige dinosaurus van dezelfde grootte”, beweert Seymour. De onderzoeker vermoedt dat krokodilachtige dino’s daarom warmbloedig waren. Dit komt overeen met eerder bewijs dat Seymour vond, namelijk dat dinosaurussen actiever waren dan zoogdieren.


Of dinosaurussen koud- of warmbloedig waren? Er is slechts een  ‘aantal  aanwijzingen  voor warmbloedigheid bij (velen ? van  ) die prehstorische reptielen  ……’wetenschappers komen echter   langzaam maar zeker in de buurt van een antwoord.

Bronmateriaal:
New evidence for warm-blooded dinosaurs” – Universiteit van Adelaide

_Als we naar de grote grazende zoogdieren kijken dan zien we dat deze dieren ongeveer het grootste gedeelte van de tijd (17 uur) per dag aan de voedselopname (grazen) besteden. Dit heeft vooral te maken  met  het  geringe  energiepotentieel   en verwerking van het   voedsel dat grazen en het lange proces van voedselvertering bij    herbivore   soorten met zich meebrengt.

Dat zal voor de plantetende dinosaurussen niet anders zijn geweest. Daaruit volgt haast logischerwijs dat de plantetende dinosaurussen sowieso niet koudbloedig geweest kunnen zijn omdat er anders veel te veel van de beschikbare graastijd door de noodzakelijke warmteopname verloren zou gaan.

Daarmee zouden ze sowieso ’s nachts amper kunnen grazen en dat heeft weer tot gevolg dat de noodzakelijke voedselopname in het geding zou komen.

Op dit terrein maakt het evolutieproces geen onderscheid tussen grazende dinosaurussen of grazende zoogdieren.

______________________________________________________________________________________________________

Life restoration of Wintonotitan.

wintonotitan_wattsi_reconstruction_by_2195razielim-d5c3snc

  • Wintonotitan-caudalsMiddle and posterior caudal vertebrae of Wintonotitan wattsi. Middle caudal vertebra in lateral (A), dorsal (B) and anterior (C). Posterior caudal vertebrae in lateral (D, G, H, J, M, P, S, V), dorsal (E, H, K, N, Q, T, W) and anterior (F, I, L, O, R, U, X) views. Abbreviations: bic, incipient biconvexity.

SA Hocknull, MA White, TR Tischler, AG Cook et al. New Mid-Cretaceous (Latest Albian) Dinosaurs from Winton, Queensland, Australia „PLoS ONE”. 4 (7), ss. e6190 (2009). doi:10.1371/journal.pone.0006190 (en). Image found at: http://www.plosone.org/article/slideshow.action?uri=info:doi/10.1371/journal.pone.0006190&imageURI=info:doi/10.1371/journal.pone.0006190.g014

_____________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

DINOSAURICON T

T

TALOS SAMPSONI

http://nl.wikipedia.org/wiki/Talos_(dinosauri%C3%ABr)

Skeletal elements of Talos and Troodon illustrating select diagnostic characters of Talos sampsoni (UMNH VP 19479). (Credit: Zanno LE, Varricchio DJ, O’Connor PM, Titus AL, Knell MJ (2011) A New Troodontid Theropod, Talos sampsoni gen. et sp. nov., from the Upper Cretaceous Western Interior Basin of North America. PLoS ONE 6(9): e24487. doi:10.1371/journal.pone.0024487)

http://www.sciencedaily.com/releases/2011/09/110919171338.htm

Bones of the left foot of Talos sampsoni, showing an enlarged claw or talon on the second digit, which is thought to have been held off the ground.
CREDIT: copyright Lindsay Zanno.

Black and white skeletal drawing ofTalos sampsoni.
CREDIT: copyright Scott Hartman. Used with permission.

http://www.livescience.com/16129-raptor-dinosaur-fossil-talon-weapon.html

–> Afbeeldingen van Tangvayosaurus

a) Left ischion, b) Right pubis c) Right femur d) Left fibula, e) Left tibia, f) Caudal vertebra, of Tangvayosaurus hoffeti. From Allain et al., 1999.

°

foot of  tangvaoyosaurus hoffeti 1239269193_nYB64-M

foot of tangvaoyosaurus hoffeti

°

  • Tanius  

http://en.wikipedia.org/wiki/Tanius

°

 

Roemeense dwergen
De Transsylvaanse bergen waren het leefgebied van de mysterieuze, bijna huisdiergrote dwergdinosauriërs. Waarom deze dieren uit het Hateg gebied zo klein bleven is nog steeds niet duidelijk; het zou met hun leefmilieu en geografische situatie aan het eind van het Krijt te maken kunnen hebben.
Mede door het voortgaande onderzoek in dit gebied, met name door het Muzeul Civilizatiei Dacice si Romane in Deva, behoren de Hateg dinosauriërs tot de best bestudeerde fauna’s in Europa.
De Roemeense dinosauriërs leefden mogelijk geïsoleerd in kleine, afgelegen gebieden, met slechts een beperkte hoeveelheid voedsel. Het is gebleken dat eiland-dieren vaak kleiner dan hun soortgenoten op de vaste wal zijn.
Was het Hateg gebied dan een klein eiland? De geologie biedt daar geen bewijs voor. En… waar zouden deze geïsoleerde dinosauriërs dan oorspronkelijk vandaan gekomen zijn?
Kwamen ze van één van de grotere Europese eilanden of van het verder weggelegen vasteland?
Veel vragen wachten nog steeds op een antwoord.
Zijn o.a. in de lokale dino-fauna aanwezig
desauropode : Magyarosaurus
de hadrosauriden Telmasaurus en( nauw verwante) Rhabdodron

In het Hateg gebied zijn ook de gevonden vleesetende dinosauriërs minuscuul.
De tanden, nog geen centimeter groot…. het zijn fragmentjes van de schedel van een dromaeosauriër, hooguit anderhalve meter lang van kop tot staart.
Deze dieren waren sluwe jagers: de onderkant van het schedeldak laat een afdruk van de hersenen zien. Ongeveer ter grootte van die van een kat. Voor een dinosaurier is dit enorm groot: een slimme dino dus.
Deze ‘raptors’ (dromaeosauriërs ) renden op hun achterpoten, en scheurden de buik van hun prooi met hun sikkelvormige teenklauwen open.

Telmatosaurus
Marshlizard
: 5 mt: 2 m: 500 kg: Cretaceous (69 MYA): Europe
Telmatosaurus (meaning “marsh lizard”) was a genus of basal hadrosaurid dinosaur from the Late Cretaceous. It was a relatively small hadrosaur, approximately 5 meters (16 ft) long, found in what is now Romania.
The type species, Telmatosaurus transylvanicus, was described by Franz Nopcsa von Felso-Szilvas, in 1903.

In 1895 some peasants presented Ilona Nopcsa, the daughter of their lord, with a dinosaur skull they had found at the estate Sacele in the district Hunedoara (then named Hunyad) in Transylvania. Ilona had an elder brother, Ferenc or Franz Nopcsa von Felso-Szilvas who was inspired by the find to become a paleontology student at the University of Vienna. In 1899 Nopcsa named the skull Limnosaurus transsylvanicus. The generic name was derived from Greek limne, “swamp”, a reference to the presumed swamp-dwelling habits of hadrosaurs. The specific name referred to Transylvania. Later Nopcsa discovered that the name Limnosaurus had already been used by Othniel Charles Marsh in 1872 for a crocodilian (later reclassified as Pristichampsus), so in 1903 Nopcsa renamed the genus Telmatosaurus. Telma again means “marsh”. In 1910 Barnum Brown, unaware of Nopcsa’s replacement name, named the genus Hecatasaurus, but this is a junior objective synonym.
The holotype, BMNH B.3386, was found in the Haţeg Basin in a layer of the Sanpetru Formation dating from the Maastrichtian, about 68 million years old, at the time part of the Hateg Island, one of the islands of the European Archipelago. It consists of a skull with lower jaws.
In 1915 Nopcsa referred his species to the genus Orthomerus, as an Orthomerus transsylvanicus. However, since the 1980s, Orthomerus has been considered a nomen dubium, leading to a revival of the name Telmatosaurus. Fragmentary hadrosauroid material from Spain, France and Germany, that had been referred to Orthomerus, is now often assigned to Telmatosaurus, but an identity is hard to prove; the same is also true of many Romanian fragments and eggs.
The relatively small size of Telmatosaurus with a length of five metres and a weight of half a tonne, has been explained as an instance of insular dwarfism.

: Ornithopoda: Hadrosauridae: Telmatosaurus Nopcsa, 1903 ; T. transylvanicus Nopcsa, 1903 


Juvenile Theropod (Tarbosaurus) Skull.


Adult Theropod (Tarbosaurus) Skull.

http://www.gondwanastudios.com/info/tarc.htm

http://www.oucom.ohiou.edu/dbms-witmer/dinoskulls03.htm

TARCHIA GIGANTEA
Khermin Tsav, Gobi Desert, Southern Mongolia
Late Cretaceous (Campanian), Barun Goyot Formation, 75 million years ago
Estimated to be 3-4 metres long, although only the skull is known

MEANING OF NAME:’Brain’

CLASSIFICATION:
ANKYLOSAURIA: Ankylosauridae

Tarchia in Mongolian means ‘brain’. This name was applied because although the other ankylosaur from the Barun Goyot Formation, Saichania chulsanensis, has a skull twice the size, Tarchia has a larger braincase. However, the brain of Tarchia was still tiny in comparison to any mammal of the same size.
All that is known of this armoured dinosaur is a skull, so there is much more to be learned about it in the future.

http://www.app.pan.pl/archive/published/app58/app20110081.pdf

 

Tenontosaurus ) is a genus of medium- to large-sized ornithopod dinosaur. It was formerly thought to be a ‘hypsilophodont’, but since Hypsilophodontia is no longer considered a clade, it is now considered to be a very primitive iguanodont.

The genus is known from the Aptian to Albian stages of the Early to Middle Cretaceous sediments of western North America, dating to around 125 to 105 million years ago. It was about 6.5 to 8 meters (22 to 27 ft) long and 2.2 meters (7 ft) high, with a mass of somewhere between 1 and 2 tonnes (1 to 2 short tons). Its tail was longer than other members of the family, and it walked on four feet most of the time.

Anatomy
The presence of medullary bone tissue in the thigh bone and shin bone of one specimen indicates that tenontosaurs used this tissue, today only found in birds that are laying eggs, in reproduction. Additionally, like Tyrannosaurus and Allosaurus, two other dinosaurs known to have produced medullary bone, the tenontosaur individual was not at full adult size upon her death at 8 years old. Because the theropod line of dinosaurs that includes Allosaurus and Tyrannosaurus diverged from the line that led to Tenontosaurus very early in the evolution of dinosaurs, this suggests that dinosaurs in general produced medullary tissue and reached reproductive maturity before maximum size.

Discovery and species
The genus contains two species, Tenontosaurus tilletti (described by John Ostrom in 1970) and Tenontosaurus dossi (described by Winkler, Murray, and Jacobs in 1997). Many specimens of T. tilletti have been collected from the Cloverly Formation of Wyoming and Montana, and from the Antlers Formation of southern Oklahoma. T. dossi is known from only a handful of specimens collected from the Twin Mountains Formation of Parker County, Texas.

Fossil evidence
Deinonychus teeth and a number of skeletons were discovered associated with Tenontosaurus tilletti specimens, implying that this dinosaur was hunted and/or scavenged by Deinonychus.

Copyright © 2009 Answers Corporation.

Tenontosaurus

La taille de Tenontosaurus est exceptionnelle pour un Hypsilophodonte. De plus, l’anatomie de son crâne pousse certains paléontologues à le classer comme Iguanodonte.

Les liens entre Tenontosaurus et les autres ornithopodes sont méconnus.

Tenontosaurus possédait une queue géante de 4 m de long soit quatre fois plus longue que la partie centrale du corps. Elle était renforcée par les multiples tendons, rattachés aux divers os du dos et de la queue.

Cependant, ses dents sont typiques des Hypsilophodontes, point particulièrement important parce qu’il est rare que des dents de type identique évoluent de deux façons différentes.

Tenontosaurus

Reconstitution de Tenontosaurus dossi. By Diorama SkyLicence

Ses bras longs et musclés se terminaient par des mains larges pourvues de 5 doigts.
Comme les autres ornithopodes, Tenontosaurus se déplaçait sur ses quatre membres quand il mangeait, bien qu’étant bipède.

Comme il pesait plus d’une tonne, il pouvait aussi se reposer dans cette position. On l’a surnommé “Lézard à tendons” car ses vertèbres étaient recouvertes de nombreux tendons ossifiés, qui aidaient à maintenir rigide la colonne vertébrale jusqu’au bout de la queue.

Tenontosaurus

Squelette de Tenontosaurus. By Ryan Somma . Licence. (Site de l’auteur)

On a souvent retrouvé des dents de Deinonychus près des squelettes de Tenontosaurus. Peut-être ce prédateur chassait-il en meute cet herbivore.

Espèces décrites:

Tenontosaurus tilletti (Ostrom, 1970). Taille estimée: 7,5 m. Epoque: Crétacé inférieur. Les fossiles ont été découverts en Amérique du Nord.

Tenontosaurus dossi (Winkler, Murry et Jacobs, 1997). Fossiles découverts en Amérique du Nord. 7,5 m de long environ

Classification: Ornithischia . Ornithopoda. Iguanodontia . Iguanodontidae

…… (Véronique Battaglia (11.2004). M.à.J 05  2009 )

Tenontosaurus June 20, 2011

Filed under: Ornithopoda —

Tenontosaurus was a bulky, powerful herbivore that weighed about the same as a large car and was about the same size as a double-decker bus. It had long, powerful limbs and a parrot-like beaked mouth.

Judging by the number of remains that have been found, including 25 skeletons and scattered bones and teeth, Tenontosaurus must have been one of the most abundant herbivores in early Cretaceous North America. It was certainly attractive to carnivores – one skeleton has been found surrounded by the bodies of several Deinonychus that had been killed while attacking it.

Factbox

Name: Tenontosaurus, meaning ’tendon lizard’

Size: 6.5m long

Food: plants

Lived: 110 million years ago in the Middle Cretaceous Period in North America

Tenontosaurus is like a hypsilophodontid but lacks the teeth on the front part of its jaw. Otherwise it is like an iguanodontid, but the classification is still not clear. Its distinctive feature is its very long tail – longer than the rest of the body – and the network of tendons that support the spine. Its long forelimbs and strong finger bones suggest that it walked on all fours for most of the time.

A bulky dinosaur, Tenontosaurus could walk on all fours or pick its way across the landscape on its hind legs. At the end of its front limbs were stocky hands with five fingers on each. Tenontosaurus balanced on the four long toes on each back foot when it stretched into the treetops for a mouthful of leaves or twigs. When it ran, it gripped the ground with its toes, and raised its long, wide tail to balance the weight of its heavy chest and bulging stomach.

Tenontosaurus’ beak had no teeth, but it had ridged teeth running along the side of its beaked mouth. It used these to chew leaves it nipped off trees. When it was attacked, it would lash out with its tail.

Theropoda 

theropods <—documentatiemap & beeldmateriaal  

  

JONGE   ROOFDINOSAURIERS    waren bedekt met dons.

Dat hebben onderzoekers uit München ontdekt. Hierdoor lijkt het stereotype beeld van de koudbloedige dinosauriër te wankelen, meldt het vaktijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

De onderzoekers bestudeerden een jonge roofdinosauriër  ( Otho )van 150 miljoen jaar oud, verwant aan de Tyrannosaurus, uit de omgeving van het Duitse Kelheim. Met behulp van ultraviolet licht vonden ze overblijfselen van veren en huid, in plaats van schubben. Het is niet met zekerheid te zeggen of het dons op latere leeftijd zou verdwijnen om alsnog plaats te maken voor schubben.

Het  eventuele verenkleed in volwassen  exemplaren  is waarschijnlijk niet gebruikt door de roofdinosauriër om te vliegen, maar als bijkomende  bescherming tegen de kou en/of sexueel  praalvertoon  ?   .

Deze ontdekking suggereert dat dinosauriërs op een of andere manier warmbloedig waren. Dit betekent dat de dinosauriërs verder ontwikkeld waren dan aanvankelijk gedacht werd.

Volgens conservator dr. Oliver Rauhut van de Beierse Collectie voor Paleontologie en Geologie in Beyeren moeten we “afscheid nemen van het beeld van de  koude naakte  reptielenreuzen. Waarschijnlijk waren ze (zeker als juvenielen ) eens pluizig …”en/of in de adulte stadia   gevederd = maar dat zal wel niet  opgaan voor allemaal  .

De meeste bekende “gevederde dinosauriërs” zijn vleeseters, de zogenaamde Theropoda. De laatste vondsten tonen echter dat ook sommige plantenetende Ornithischia een vacht hadden.

Dit wijst erop dat alle kleine dinosauriërs een vacht of veren hadden; voor  volwassen dieren van grotere soorten was dat echter niet obligaat    die  konden warm blijven dankzij hun lichaamsmassa.

Cretaceous Theropods

Triassic & Jurassic Theropods

Teratophoneus

  • Teratosaurus – actually a non-dinosaurian archosaur
  • Termatosaurus – actually a phytosaur, with some Internet sources accidentally transposing species of Tetragonosaurus onto it
  • Tethyshadros
  • Tetragonosaurus – junior synonym of Lambeosaurus

    Tyrannosaurus skeleton.

     therizinosaurus_cheloniformis.gif

    Cretaceous  Therizinosaurus cheloniformis

    This “scythe lizard” is notable for it’s almost sloth-like appearance as well as the obviously large arms with enormous claws. WhileTherizinosaurus is related to theropod dinosaurs like Megalosaurus and Dryptosaurus the consensus is that this animal is most likely an herbivore.

    Therizinosaurus was named in 1954 by paleontologist, Evgeny Maleev. The find was acquired on a joint Soviet-Mongolian fossil expedition in 1948 in the Nemegt Formation in southwestern Mongolia.

    Like most fossils discovered,Therizinosaurus’s remains are somewhat incomplete unfortunately. What were found by the expedition were the ribs and arm bones with the scythe-like claws. The arms themselves were anywhere between 2.5 meters to 3.5 meters (8 feet to 11.5 feet).

    In The Princeton Field Guide to Dinosaurs, Gregory Paul gave Therizinosaurus a size measurement of at least 10 meters (33 feet) and around five tons in weight. While the feeding habits of Therizinosaurus are largely unknown we can possibly look at the adaptations of the animals to possibly determine what they were. Therizinosaurus is built mostly like a sloth. The claws on the forearm are mostly flat and this could be used in a similar fashion to how a sloth uses their own claws to strip leaves from trees. This would make the animal an herbivore if we draw a conclusion from looking at animals today with the same traits. Therizinosaurus lived around the late Campanian stage of the Cretaceous period about 70 million years ago and would have been living along side such dinosaurs as Tarbosaurus (Tyrannosaurus bataar in certain circles) and possibly Velociraptor, and Protoceratops.
    References

    Paul, G.S., 2010, The Princeton Field Guide to Dinosaurs, Princeton University Press p. 160

    Lindsay E. Zanno (2010). “A taxonomic and phylogenetic re-evaluation of Therizinosauria (Dinosauria: Maniraptora)”. Journal of Systematic Palaeontology 8 (4): 503–543.

    Therizinosaurus (‘scythe lizard’, from the Greek therizo meaning ‘to reap’ or ‘to cut off’ and sauros meaning ‘lizard’) was a very large therizinosaur (previously known as segnosaur). It could grow up to 10-12 meters (33-40 feet) long and reach 3-6 tons in weight. Therizinosaurus lived in the late Cretaceous Period around 70-75 million years ago, and was one of the later and largest representatives of its unique group. Its fossils were first discovered in Mongolia and when it was discovered it was originally thought to be a turtle (hence the name cheloniformis – turtle-formed) but it is now accepted as a maniraptoran theropod dinosaur.

    Discovery and SpeciesThe first fossils now attributed to Therizinosaurus were discovered in the late 1940s by a joint Soviet-Mongolian fossil expedition. The expedition unearthed several giant claws which measured up to a meter in length – but to what creature these belonged was unknown until the early 1950s, when further fossil expeditions unearthed more bones – several more sets of claws and parts of a forelimb and hindlimb. Subsequent finds in northern China allowed paleontologists to assemble the general skeletal structure of the animal, which was determined to be a dinosaur and not a turtle. In 1954, the animal was named Therizinosaurus (‘scythe lizard’), referring to the enormous claws. At present, there is one accepted species – T. cheloniformis. The recent discovery of several related dinosaurs – Alxasaurus in 1993 and Beipiaosaurus in 1996 – helped clarify the position of the therizinosaurs as a whole. Various theories had been proposed to explain the ancestry of these dinosaurs, with some scientists even suggesting they were descendents of the sauropodomorphs – but these new, well-preserved finds, giving details about the bird-like pelvis, feet and skulls, helped confirm that the therizinosaurs were all maniraptoran, theropod dinosaurs.

    Therizinosaurus had a small head with a beaked mouth, atop a long neck. It was bipedal and had a large, heavy, deep body, as evidenced by the wide pelvis, 2.5 meter (8 foot) long ‘arms’ and hind legs that ended in four toes (three of which supported the animal’s weight), which were tipped by short, curved claws. The most distinctive feature of the animal was the presence of three gigantic claws on its front limbs. Each of the three digits of its ‘hand’ bore these claws, which reached nearly a meter (approximately 2-3 feet) in length. The largest claw was on the first digit. The feeding habits of Therizinosaurus are still debated, but it was most probably an herbivore, using its big claws to push leaves into its mouth. Other hypotheses suggest that it was a termite eater, using its claws to open large termite nests – but it seems highly unlikely that an animal the size of Therizinosaurus could survive on a diet based on insects and features of the skull (including a beaked mouth and flattened teeth) suggest a herbivorous diet. It is thought that Therizinosaurus lived a similar lifestyle to modern gorillas or prehistoric ground sloths, using its long arms and sharp claws to grab food and foliage from trees. There are other possible functions that could have been served by the claws of Therizinosaurus, such as defense against predators (e.g. the contemporary Tarbosaurus) and in intraspecific fighting, such as fighting for territory or for mating. The claws may even have served all these functions.
    It is highly likely that Therizinosaurus was feathered, given that its close relative Beipiaosaurus certainly was.

    : Theropoda
    Infraorder: Coelurosauria Family: Therizinosauridae Genus: Therizinosaurus
    Species: T. cheloniformis

    Therizinosaurus is a genus of very large theropod dinosaur. Therizinosaurus lived in the late Cretaceous Period (late Campanian-early Maastrichtian stages, around 70 million years ago), and was one of the last and largest representatives of its unique group, the Therizinosauria. Its fossils were first discovered in Mongolia and they were originally thought to belong to a turtle-like reptile (hence the species name, T. cheloniformis — “turtle-formed”). It is known only from a few bones, including gigantic hand claws, from which it gets its name. Though the fossil remains of Therizinosaurus are incomplete, inferences can be made about its physical characteristics based on related therizinosaurids. Like other members of its family, Therizinosaurus probably had a small skull atop a long neck, with a bipedal gait and a heavy, deep body (as evidenced by the wide pelvis of other therizinosaurids). Its forelimbs may have reached a length of 2.5 meters (8 ft) long. Its hind limbs ended in four weight-bearing toes, unlike other theropod groups, in which the first toe was reduced to a dewclaw. The most distinctive feature of Therizinosaurus was the presence of three gigantic claws on each digit of its front limbs. These were especially large in Therizinosaurus, and while the largest claw specimens are incomplete, they probably reached just under 1 meter (3.28 feet) in length.

    Theropoda; relationships uncertain
    Late Cretaceous, 70 million years ago      
    Gobi Desert, Southern Mongolia , Nemegt Formation,Omnogov,

    Therizinosaurus cheloniformis    Claws
    70 centimeters

    70 centimeters
    Hand 1 metres

    27 centimeters Therizinosaurus-like eggs
    Eggs and embryos

    http://www.dinocasts.com/prod_catalog.asp
    Therizinosaurus

    Therizinosaurus a été découvert dans le désert de Gobi, en Mongolie. Il possédait de gigantesques bras terminés par des griffes de 70 cm minimum !Ce dinosaure vivait en Asie il y a environ 70 millions d’années, au Crétacé supérieur. Therizinosaurus était contemporain de Tarbosaurus, un cousin asiatique de Tyrannosaurus.
    Therizinosaurus signifie « Reptile à faux ». Une seule espèce a été décrite en 1954, Therizinosaurus cheloniformis.Les restes les mieux conservés de ce dinosaure se composent d’un énorme bras et d’une omoplate.
    Aucun crâne n’a encore été retrouvé. Il est donc impossible de déterminer son mode alimentaire.
    Ces restes sont beaucoup trop fragmentaires pour que l’on puisse reconstituer sa morphologie avec précision.
    On estime, d’après les restes fossilisés, que Therizinosaurus mesurait environ 12 m de long. Les mensurations sont très incertaines.Son mode de vie fait l’objet de nombreuses controverses.TherizinosaurusReconstitution de Therizinosaurus. By AKMALes premières griffes de Therizinosaurus ont été retrouvées en 1948. On a d’abord pensé qu’elles appartenaient à une tortue géante.Mais, les découvertes ultérieures d’os fragmentaires ont confirmé qu’il s’agissait bien d’un dinosaure.Ce n’est qu’en 1990 que Therizinosaurus fut classé comme théropode. Cependant, sa morphologie est tellement différente qu’il forme une famille à lui tout seul.La plupart des théropodes ont des griffes assez courtes et des bras peu puissants.
    Ce n’est pas le cas de cet étrange dinosaure. Ses bras mesuraient 2,60 m de long et se terminaient par trois grandes griffes de 70 cm à près d’un mètre de long.TherizinosaurusBras de Therizinosaurus. By SonniesEdgeL’apparence de ce dinosaure reste une énigme. Certains scientifiques pensent qu’il ressemblait à Plateosaurus, un dinosaure prosauropode primitif, avec un cou assez long et une petite tête.
    D’autres imaginent qu’il avait une queue et des membres postérieurs plus courts. Therizinosaurus aurait alors adopté une posture étrange quand il était debout: semblant toujours assis, avec le dos redressé et très droit.Beaucoup d’os de Therizinosaurus ressemblent à ceux de deux dinosaures trouvés en Mongolie: Segnosaurus et Erlikosaurus.
    Ces trois dinosaures sont apparentés. Théories sur le mode de vie de TherizinosaurusLa BBC, lors de son émission “Sur la Terre des Dinosaures.Les Inédits”, nous a proposé une des théories émises par les paléontologues. Cependant, il faut tout de même souligner que les paléontologues disposent de peu d’indices et qu’aucune preuve ne vient confirmer une théorie plus qu’une autre.Synthèse de cette théorie:Therizinosaurus était un paisible herbivore. Certains spécialistes pensent qu’il utilisait ses énormes faux pour couper des branches avant de s’en nourrir. Il est pourtant étrange qu’un théropode soit herbivore.TherizinosaurusTherizinosaurus reconstitué par la BBCUne autre théorie intéressante suggère que les immenses griffes ne servaient pas à cisailler les branches mais à éventrer des fourmilières ou des termitières afin d’en dévorer les insectes.Les paléontologues ont émis cette hypothèse car les fourmiliers actuels possèdent également d’énormes griffes pour ouvrir les nids d’insectes. Les Thérizinosauridés seraient alors les seuls dinosaures entomophages (mangeurs d’insectes), du moins parmi ceux qui sont connus.Une chose est sure, les prédateurs devaient se méfier de ses armes mortelles.Griffe de TherizinosaurusGriffe de Therizinosaurus. By Matt Martyniuk . LicenceUne découverte effectuée en mai 2005 a démontré que les Thérizinosauridés ne sont pas originaires d’Asie. Le tout dernier thérizinosaure, Falcarius utahensis, a été découvert aux Etats-Unis.Classification : Saurischia Theropoda Tetanurae Coelurosauria Therizinosauroidea TherizinosauridaeVideo Therizinosaurus . Un Therizinosaurus combat un Tarbosaurus. BBC (V.Battaglia (11.2003. M.à.J 05.2005)Thérizinosauridés                  Falcarius utahensis
    • Titanosauridae    Sauropod
    • Mogelijk ‘s werelds ‘grootste’ (?)dinosaurus ontdekt

      Op de foto ziet u het dijbeen van één van de ontdekte dinosaurussen. Ernaast onderzoeker Pablo Puerta. De foto is gemaakt door José María Farfaglia.

      °

      Wetenschappers hebben in Argentinië mogelijk de grootste dinosaurus die ooit geleefd heeft, ontdekt. Een voorzichtige schatting stelt dat de dino veertig meter lang was en het gewicht van veertien Afrikaanse olifanten had.

      De onderzoekers deden hun ontdekking in Chubut, een zuidelijke provincie van Argentinië. Ze ontdekten er zeven gigantische plantenetende dinosaurussen die ongeveer 95 miljoen jaar geleden leefden. Ze behoren tot de sauropoda: grote dinosaurussen met lange nekken en staarten en een kleine schedel. Binnen de sauropoda is ook weer een onderverdeling te maken: de ontdekte dinosaurussen behoren tot de titannosauria, een groep die verschillende giganten kent.

      t on

      De grootste?
      De ontdekte dinosaurussen spannen zowel binnen als buiten die groep mogelijk de kroon. Op basis van de ontdekte resten schatten de onderzoekers dat de dinosaurussen zo’n veertig meter lang waren en ongeveer tachtig ton wogen. “De equivalent van meer dan veertien Afrikaanse olifanten samen,” benadrukt onderzoeker Luis Carballido. Als de schattingen kloppen, zijn dit de grootste dinosaurussen die – voor zover we weten – op aarde hebben rondgelopen. Onderzoekers waarschuwen echter dat er nog veel onderzoek nodig is alvorens we deze dino’s – die nog geen naam hebben – tot de grootste exemplaren uit kunnen roepen.

      Wervels en tanden
      De onderzoekers ontdekten veel nek- en rugwervels, maar ook fragmenten van staarten en voor- en achterpoten. De resten behoren waarschijnlijk aan zeven dinosaurussen toe. Het is aannemelijk dat de dino’s op de plek waar ze zijn aangetroffen, stierven. Hoe ze precies aan hun einde kwamen, is niet duidelijk. Mogelijk bevond zich hier een poeltje waar de dino’s in perioden van droogte samenkwamen om te drinken en kwamen ze vast te zitten in de modder. Naast de resten van deze grote dinosaurussen ontdekten de onderzoekers ook meer dan zestig tanden van vleesetende dinosaurussen. Mogelijk deden de vleeseters zich tegoed aan de resten van de grote dinosaurussen en gingen daarbij heel wat tanden verloren. “De huid en het vlees van deze giganten was hard.”

      grootste titanosaurus  opgravingen

      opgravingen. Foto: MEF.

      Site

      Belangrijk
      De vondst is – ongeacht of dit nu de grootste dinosaurussen op aarde zijn of niet – heel belangrijk. “Het is een paleontologische schat. Het zijn meerdere dino’s en de resten zijn praktisch intact en dat gebeurt niet vaak. Sterker nog: de resten van ons bekende gigantische titannosauria zijn vaak gefragmenteerd.”

      De onderzoekers zetten hun studie nog even voort. Tot op heden is nog maar een klein deel van alle fossiele resten in het massagraf opgegraven. In de toekomst zullen de dinosaurussen ook een naam krijgen en zal er hopelijk meer duidelijkheid komen over hun werkelijke omvang.

       

      Bronmateriaal:
      Descubren en Chubut el dinosaurio más grande del mundo” – MEF.org.ar
      De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door José María Farfaglia (via Facebook-pagina van MEF).

       

       

      za 17/05/2014 – 10:23 Alexander Verstraete

      http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/1.1970188

      za 17/05/2014
      Alexander Verstraete

      In Argentinië heeft een team paleontologen bij opgravingen de botten blootgelegd van wat de grootste dinosaurussoort ooit zou zijn. Dat meldt de BBC. Sterker nog: het zou gaan om het grootste dier dat onze planeet ooit heeft bevolkt. Het leefde ongeveer 100 miljoen jaar geleden en woog evenveel als 14 Afrikaanse olifanten. Een naam heeft het beest nog niet gekregen.
      De “grootste dinosaurus ooit” werd bij toeval ontdekt door een landbouwer die over de resten van het prehistorische dier struikelde in de woestijn op 250 kilometer ten westen van Trelew in Patagonië, Argentinië.

      Vervolgens begon een team paleontologen van het Museo Paleontológico Egidio Feruglio opgravingen en legde zo de gedeeltelijke skeletten van een zevental dinosauriërs bloot, goed voor 150 botten in totaal.

      De onderzoekers waren meteen onder de indruk van de omvang van de dieren. Op basis van het dijbeen stellen ze dat de dinosaurussoort van kop tot staart 40 meter lang was en zo’n 20 meter boven het aardoppervlak uittorende. Het dier woog 77 ton wat evenveel is als 14 Afrikaanse olifanten.

      Als deze geschatte afmetingen kloppen, dan zijn de pas ontdekte dinosauriërs de grootsten die ooit zijn ontdekt. Meer nog: het zou van hen de grootste dieren maken die ooit op de aarde hebben rondgelopen. Tot nu toe stond dat record op naam van nog zo’n gigant, de Argentinosaurus.

      De nieuwe soort heeft nog geen naam gekregen. “De naam zal verwijzen naar de gigantische afmetingen van het dier, maar ook naar de regio waar het is gevonden en naar de landbouwers die het hebben ontdekt”, laten de onderzoekers weten. Wel is al geweten dat de naamloze dinosaurussoort 95 tot 100 miljoen jaar geleden leefde en een herbivoor was.

      http://www.bbc.com/news/science-environment-27441156

      Measuring

       

      °

      Maarten Keulemans 
      19/05/14  Bron: Volkskrant.nl

      Een enorme dinosaurus maakte zo’n 100 miljoen jaar geleden het huidige Argentinië onveilig, ………maar was het de grootste ooit?

      Tandenknarsend zagen paleontologen de afgelopen dagen toe hoe een bericht van precies die strekking wereldwijd de nieuwskoppen domineerde.

      Het begon allemaal eind vorige week

      Wetenschappers in Argentinië, zo maakte de BBC bekend, hadden in de regio Chubut de grootste dinosaurus ooit opgegraven.

      Het zou gaan om een plantenetende langnekdino van twintig meter hoog, veertig meter lang en haast 80 ton zwaar, net een slag groter dan de grootst bekende dino (Argentinosaurus) tot dusver.

      Er kwamen imposante beelden van opgravers die poseerden bij enorme dijbenen, want “een filmploeg van de BBC was erbijom het moment vast te leggen waarop de wetenschappers beseffen hoe groot hun ontdekking eigenlijk is”, aldus de Britse nieuwszender.

      “Er is altijd wat”
      Terwijl er toch alle reden is de vondst diep te wantrouwen, vindt paleontoloog Anne Schulp van het Nederlandse Naturalis.

      “Ze zijn nog niet klaar met opgraven en uitprepareren en een wetenschappelijke publicatie is er niet.”

      Reuzendino’s van het nu gevonden formaat duiken voortdurend op, zegt Schulp. “Maar er is altijd wat. Of de staart is er vanaf geknabbeld, of de nek is weg. Dat maakt schattingen van afmetingen zo moeilijk.”

      Ook hoofdonderzoeker Diego Pol is desgevraagd een stuk voorzichtiger dan de BBC. Op basis van de huidige vondsten zou de dino inderdaad wel eens de grootste en zwaarst bekende tot dusver kunnen zijn, legt hij uit.

      Maar, tekent hij direct aan, bij gebrek aan een compleet skelet kun je dat eigenlijk niet zeggen: “Schattingen van de lichaamsmassa van deze dinosauriërs hebben altijd een grote onzekerheid, van meerdere tientallen tonnen. Welke dino de grootste is, is lastig te zeggen.”

      Onderzoekers wisten ongeveer 150 botten op te graven van zeven dinosaurussen. Geen van de skeletten is compleet. © afp.

      Pol vindt daarom het belangrijkste niet zozeer de maat, maar de compleetheid van de vondst: “Eindelijk hebben we een groot aantal skeletonderdelen van een reuzendinosaurus. Zo kunnen we voor het eerst een relatief complete kennis van de anatomie en biologie van deze reuzen samenstellen.”

      Fatsoenlijk inschatten hoe groot de dieren eigenlijk waren, wordt dan ook voor het eerst mogelijk, verwacht Pol. “Met een precisie die we nu nog niet hebben.”
      °

      “Hufterig gedrag vleeseters”
      Wetenschap per persbericht, is de term voor het bekendmaken van een “ontdekking” zonder deugdelijke onderbouwing in een vaktijdschrift.

      “Mijn dino is langer dan jouw dino”, vat Schulp de huidige ophef samen. “Ik ben bang dat de BBC wat visserslatijn op deze vondst heeft geprojecteerd.”

      Na enig aandringen geeft Pol toe dat zijn team zo zijn redenen had om de pers erbij te halen: de opgraving wordt bedreigd door bouwwerkzaamheden. “Hoewel we wetenschappers zijn, hebben we ook de verantwoordelijkheid om de plekken waar we werken te behouden. En deze site is zo uniek dat een omweg via niet-wetenschappelijke communicatie nodig was.”

      Op de filmbeelden van de BBC is te zien hoe Pol en een collega een dijbeenbot opmeten en tegen elkaar zeggen: “Het is echt de grootste.

      In het Engels, en met duidelijk geacteerde verwondering –  en dat  alles om de graafmachine te keren? 

       

    • Titanosaurus  adaffa 

    http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0084041

  • titanosurus adaffa

    Torosaurus

    Torosaurus était un dinosaure de la famille des Cératopsidés, contemporain de Triceratops. Ces deux espèces font partie des derniers dinosaures à avoir fat leur apparition dans la dernière partie du Crétacé.
    Torosaurus vivait en Amérique du Nord au Crétacé supérieur et a côtoyé Tyrannosaurus.

    Depuis septembre 2009, il existe une controverse sur la validité de cette espèce. En effet, Torosaurus est très semblable à Triceratops. A tel point, que certains spécimens ont été reclassés en tant que Triceratops.

    Ce dinosaure est surtout connu par les caractéristiques de son crâne qui est remarquable. Deux espèces sont considérées comme valides :

    • Torosaurus latus (espèce type). (Marsh, 1891) Amérique du Nord
    • Torosaurus utahensis (Gilmore, 1946). Amérique du Nord

    Torosaurus gladius (Marsh, 1891). Amérique du Nord: Synonyme de Torosaurus latus

    7 autres espèces ont été décrites mais il semblerait que tous ces fossiles ne soient que des variantes de Triceratops.

    Les premiers fossiles proviennent du Wyoming. Torosaurus latus et Torosaurus gladius ont été décrits par O.C Marsh d’après deux crânes isolés et incomplets.

    Torosaurus

    Torosaurus. By Jvstin

    Le crâne de Torosaurus latus devait atteindre environ 2,40 m de long. La corne nasale est assez courte et les cornes, au-dessus des yeux, longues et pointues.

    La collerette est très allongée et très basse. Elle possède des fenêtres circulaires de taille moyenne.
    Par rapport aux autres Cératopsidés, la collerette de Torosaurus se distingue par un contour lisse et régulier.

    Torosaurus gladius est connu d’après un crâne incomplet qui devait atteindre une longueur de 2,60 m.
    Il s’agit là de l’un des plus grands crânes connus de n’importe quel animal terrestre. Ce record est pour le moment partagé avec un autre Cératopsidé du Crétacé supérieur : Pentaceratops sternbergii, décrit par Osborn en 1923.

    Torosaurus

    Crâne de Torosaurus. By Reinagnoma

    Le crâne de Torosaurus gladius diffère légèrement de celui de Torosaurus latus, de part la disposition des cornes au-dessus des yeux, le contour de l’orbite et l’inclinaison de la collerette. On sait aujourd’hui qu’il s’agit simplement de variations liées à l’âge ou au sexe.

    La longueur de Torosaurus est estimée à 7,5 m de long.

    Torosaurus ou Triceratops ?
    Jusqu’à présent, Torosaurus était une espèce à part entière. Mais, des recherches sur des fossiles découverts dans le Montana ont abouti à la conclusion que Torosaurus et Triceratops ne sont qu’une seule et même espèce, du moins pour certains spécimens.

    Le paléontologue John Scannella a remis ses conclusions à ses confrères lors d’une conférence à Bristol en septembre 2009.
    Jack Horner a appuyé ces conclusions.

    Comparatif Torosaurus et Triceratops

    Comparatif entre Torosaurus et Triceratops. (Photos Torosaurus By Reinagnoma . Triceratops © dinosoria.com)

    John Scannella a en fait reclassé les spécimens les plus âgés car leur crâne et leur corne aux caractéristiques particulières ne se seraient qu’une variante due à l’âge et probablement au sexe.

    Torosaurus utahensis , toujours considéré comme une espèce à part entière, pourrait être également qu’une variante plus âgée de Torosaurus latus.

    En définitive, on ne sait pas encore avec certitude si Torosaurus latus est vraiment une espèce. Les fenêtres circulaires qui apparaissent sur la collerette de Torosaurus se développaient probablement avec l’âge pour alléger le crâne.

    Maladie osseuse chez les dinosaures

    Le premier fossile de Torosaurus latus est intéressant car la face interne de certaines parties de la collerette de ce spécimen présente des signes de maladie osseuse.

    Elle a été examinée dans les années 1930 par Roy.L.Moodie, spécialiste en matière de pathologie osseuse.

    Ses conclusions ont suscité des surprises car il montra que ces lésions étaient identiques à celles qui avaient été observées sur les squelettes d’Indiens préhistoriques.

    Il diagnostiqua un myélome multiple ou du moins l’équivalent chez les dinosaures de cette affection humaine : une surface grêlée résultant de la prolifération de petites tumeurs cancéreuses à l’intérieur de l’os.

    Approche du mode de vie

    Cet impressionnant dinosaure herbivore ne pouvait brouter que la végétation basse comme les fougères en dépouillant le feuillage avec son bec. Il laissait ensuite la nourriture se décomposer par fermentation dans son intestin rempli de bactéries.

    Combat territorial entre deux Torosaurus

    Combat territorial entre deux Torosaurus. By Soon

    Les paléontologues disposent de preuves fossiles qui démontrent que certains cératopsiens comme Chasmosaurus vivaient en troupeaux.
    On pense qu’ils formaient des cercles défensifs pour protéger les jeunes derrière une palissade de cornes menaçantes.

    Cependant, concernant Torosaurus, rien n’indique qu’il vivait en troupeaux. Ce type de Cératopsidé à grande corne nasale unique pourrait aussi être comparé aux rhinocéros actuels qui sont des animaux solitaires.

    Faute de fossiles suffisants, nous en sommes réduits à des hypothèses.

    Classification: Ornithischia Cerapoda Ceratopsia Ceratopsidae Ceratopsinae        V. Battaglia (04.2003). M.à.J 11.2009

    Tricératops   Cératopsidés

    torvosaurus skull reconstructions°

    Torvosaurus gurneyi

    De grootste vleesetende dinosaurus van EuropaSergey Krasovskiy      De grootste vleesetende dinosaurus van Europa    06/03/2014Luc De Roy

  • Geleerden hebben in Portugal een nieuwe dinosaurus ontdekt, die de grootste vleeseter ooit in Europa geweest moet zijn. Torvosaurus gurneyi zal zo’n 10 meter lang geweest zijn en 4 tot 5 ton gewogen hebben.

    De beenderen van Torvosaurus gurneyi werden gevonden in een klif bij Praia da Vermelha, ten noorden van Lissabon. Torvosaurus gurneyi (“woeste hagedis van Gurney”) was een theropode, een tweebenige vleeseter met korte armen, waarbij iedereen onmiddellijk aan een tyrannosaurus rex denkt. Maar Torvosaurus leefde veel vroeger, in het late Jura, zo’n 150 miljoen jaar geleden, Tyrannosaurus daarentegen leefde in het Krijt.

    “Onze dinosaurus stamt uit het Jura”, zei professor Octavio Mateus, een van de ontdekkers aan de BBC. Het verschil in ouderdom is opvallend – het bedraagt 80 miljoen jaar. Toen de T. rex rondliep op aarde, was Torvosaurus al een fossiel.”

    Een kaak van het dier werd al in 2003 gevonden door de Nederlandse dinosaurus-restaurateur Aart Walen en de onderzoekers hebben nu nog een aantal lichaamsdelen gevonden. Ze beschrijven de vondst in het laatste nummer van PloS ONE.

    File:Torvosaurus.png

    Comparison of the maxillae of Torvosaurus gurneyi and Torvosaurus tanneri.

    Left maxillae of the holotype specimen of Torvosaurus gurneyi (ML 1100) in A, lateral; B, medial; E, ventral; F, dorsal; I, anterior; and K, posterior views. Left maxillae of a specimen referred to Torvosaurus tanneri (BYUVP 9122) in C, lateral; D, medial; G, ventral; H, dorsal; J, anterior; and L, posterior views. Abbreviations: adc, anterodorsal crest; adr, anterodorsal ridge of the anteromedial process; afo, anterior foramina; al1, first alveolus; al8, eighth alveolus; al10, tenth alveolus; amp, anteromedial process; aor, antorbital ridge; avg, anteroventral groove of the anteromedial process; avr, anteroventral ridge on the anteromedial process; idw, interdental wall; ldr, laterodorsal ridge within the anterior corner of the lateral antorbital fossa; mfo, maxillary fossa; nuf, nutrient foramina; nug, nutrient groove; nvo, neurovascular opening. Scale bars = 5 cm.

    http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0088905

    Torvosaurus tanneri

    In eerste instantie dachten de onderzoekers dat ze te maken hadden met een Torvosaurus tanneri, een soort die vooral in Noord-Amerika leefde en waarvan resten gevonden werden in rotsen van dezelfde ouderdom, de zogenoemde Morrison-formatie. Maar uit onderzoek van de tanden, de bovenkaak, het scheenbeen en de staart bleek dat het om een nieuwe soort ging.

    Dat betekent dat beide soorten een gezamenlijke voorouder moeten hebben gehad, lang voor de Atlantische Oceaan zich gevormd had. “150 miljoen jaar geleden was Portugal al afgescheiden van Amerika en dat betekent dat het mechanisme van de soortvorming kon gaan spelen”, zei de belangrijkste auteur van de studie, Cristophe Hendrickx. “En daardoor hebben we een nieuwe soort van Torvosaurus in Europa.”

    Top van de voedselpiramide

    Een van de meest indrukwekkende kenmerken van Torvosaurus waren zijn tanden, lemmet-vormig en meer dan 10 centimeter lang. Die wijzen erop dat hij aan de top van de voedselpiramide gestaan moet hebben in het Iberische schiereiland.

    Dentition of Torvosaurus gurneyi (ML 1100).

    A, C, E–H, Second maxillary tooth; and B, D, third non-erupted maxillary tooth of the holotype specimen of Torvosaurus gurneyi in A–B, labial; C–D, lingual; E, mesial; F, distal; G, basal; and H, apical views. I–J, Distal; and K–M, mesial denticles of the second maxillary tooth in lateral view. M, Distal serrations showing the interdenticular sulci; and N, enamel texture of the third non-erupted tooth in labial view. Abbreviations: cd, cervix dentis; dca, distal carina; del, dentine layer; ent, enamel texture; ids, interdenticular sulci; idsp, interdenticular space; mca, mesial carina; lic, lingual concavity for the erupting tooth; puc, pulp cavity; ro, root; uet, unerupted tooth; und, transversal undulation. Scale bars = 5 cm (A–F), 3 cm (G–H), 3 mm (I, K, M–N), 1 mm (J, L).

    doi:10.1371/journal.pone.0088905.g007

    torvosaurus gurneyi

    “Naast dinosaurussen had je toen schildpadden, krokodillen, de vliegende reptielen die we pterosaurus noemen, en ook kleine zoogdieren”, zei professor Hendrickx. Prof Mateus voegde daar aan toe: “Dit was een gebied met veel rivieren, veel zoet water, en veel vegetatie. Dat zal dus goed geweest zijn voor planteneters, en met planteneters komen ook vleeseters zoals Torvosaurus.”

    Hoewel Torvosaurus gurneyi waarschijnlijk de grootste vleeseter uit Europa geweest is, zijn er nog grotere exemplaren bekend van elders. De Carcharodontosaurus, Gigantosaurus en Tyrannosaurus uit andere delen van de wereld en uit de latere Krijt-periode, waren allemaal groter. En er leefden ook vleeseters in het water, zoals pleisiosaurussen, die minstens even groot waren.

    De grootste planteneter in Europa was waarschijnlijk een sauropode, een viervoetige dinosaurus met een lange nek, uit Spanje die meer dan 40 ton woog.

    Deze reconstructie toont hoe groot Torvosaurus gurneyi moet geweest zijn. (Scott Harman/Carol Abraczinskas/Simão Mateus)

    *
    De grootste vleesetende dinosaurus van   ….. (<– bronpagina met video )
    • Torvosaurus tanneri is een vleesetende theropode dinosauriër, behorend tot de Spinosauroidea, die tijdens het late Jura leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika. Het eerste fossiel van Torvosaurus werd in 1971 gevonden in Colorado.
    One of the original upper mouth palates of the Torvosaurus gurneyi is pictured. T. gurneyi had blade-shaped teeth up to 10 cm long, which indicates it may have been at the top of the food chain

    One of the original upper mouth palates of the Torvosaurus gurneyi is pictured. T. gurneyi had blade-shaped teeth up to 10 cm long, which indicates it may have been at the top of the food chain

    Read more: http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-2573834/The-fearsome-beast-roam-Europe-New-species-33ft-long-dinosaur-largest-carnivorous-predator.html#ixzz2vG0t12mC

    Hij was iets kleiner dan een bus en zo zwaar als vijf stadsautootjes. Torvosaurus gurneyi was ooit het grootste landroofdier in Europa. Onderzoekers hebben een fossiel van deze agressieve soort gevonden in Portugal. De fragmenten wijzen op een tot tien meter lange en vijf ton zware vechter, schrijven de onderzoekers in het tijdschrift PlosOne.

    Paleontologen van de Universidade Nova de Lisboa hebben vooral de kaakfragmenten onderzocht, die een paar jaar geleden zijn ontdekt in de buurt van de Portugese stad Lourinha. De conclusie is dat het gaat om een nieuwe soort die leefde in de Boven-Jura-periode, ongeveer 150 miljoen jaar geleden.

    Het moet een indrukwekkend dier zijn geweest, de top van de lokale voedselketen. Zijn tanden waren bijvoorbeeld twee keer zo lang als die van een witte haai

    500x500torvosaurus.jpg

    Ze dienden waarschijnlijk vooral om andere dinosaurussen te verorberen, denken de onderzoekers.

    Het is niet voor het eerst dat een dergelijke dino is gevonden. Al in 1972 trokken Amerikanen in Colorado vergelijkbare botten uit een rotswand. Alleen werden die  toegeschreven aan een andere soort, de Torvosaurus tanneri. Maar de Torvosaurus gurneyi is toch echt een nieuwe soort.

    Dat blijkt onder andere uit het gebit van het dier dat nu in Portugal is gevonden. Dat bevat minder dan elf tanden, minder dan de T. tanneri.

    _________________________________________________
     

    Triceratops

    Torosaurus en Triceratops waren één soort Tim Kraaijvanger op 19 juli 2010

    Lange tijd dachten wetenschappers dat de Torosaurus en Triceratops twee verschillende soorten dinosauriërs waren. Dit is niet waar. Uit nieuw onderzoek blijkt dat beide dinosauriërs één soort waren, waardoor de Torosaurus definitief uit de encyclopediën verdwijnt.

    Paleontologen dachten dat de Torosaurus een groter nekschild had dan de Triceratops. Onterecht, want paleontologen John Scannella en Jack Horner van de Montana staatsuniversiteit beweren dat Torosauriërs gewoon volwassen Triceratops waren.

    Het misverstand is goed te verklaren, want jeugdige dinosauriërs zagen er niet uit als miniatuurversies van volwassen dino’s. Ze waren heel anders. Wanneer een dino volwassen werd, veranderde zijn schedel radicaal. Hierdoor lijken Torosauriërs en Triceratops twee soorten, maar eigenlijk zijn het verschillende groeifases van één dinosaurussoort.

    “Helaas kunnen we geen levende Triceratops observeren, waardoor we de groeifase van baby tot volwassene missen”, zegt Scannella. “Toch krijgen we een goed beeld van deze fase door fossielen te combineren. Om een volledig beeld te krijgen, zijn veel verschillende fossielen van individuen nodig.”

    Scannella hoopt dat paleontologen in de toekomst niet te snel beweren dat ze een nieuwe dinosaurussoort hebben ontdekt. Het is goed om rekening te houden met de ontwikkelingsfysiologie (ontogenie) van de dinosaurus.

    De Triceratops leefde in het late Krijt in het huidige Noord-Amerika. Van alle Ceratopidae had de Triceratops het langste nekschild. Het schild kon gemakkelijk een lengte van enkele meters bereiken.

    Torosaurus latus = Triceratops
    http://www.amnh.org/exhibitions/dinosaurs/images/exhibit/gallery/lg/markhallett_triceratops.jpg

    May 14
    triceratops-slide-490-12251-1
  •          

    TriceratopsPic © University of California Museum of Paleontology
    triceratops-nmnh

    triceratops-horridus-Triceratops – tri ser’ a tops – meaning ‘three-horned face’ (derived from the Greek tri -/ meaning ‘three’, ceras/ meaning ‘horn’ and meaning ‘face’) was a ceratopsid herbivorous dinosaur genus, from the Late Cretaceous Period (from around 70-65 million years ago) of what is now North America. It lived at around the same time and place as Tyrannosaurus, Ankylosaurus and another well-known ceratopsid, Torosaurus. Although no complete skeleton has been found, it has been estimated that Triceratops was about 9 m (30 ft) long, 3 m (10 ft) tall, and weighed around 5,400 kg (12,000 lb).

    Discoveries and species
    Triceratops was discovered by John Bell Hatcher, in 1888. Its declaration as a legitimate dinosaur came when an intact skull was found. It was named by Othniel Charles Marsh in 1889 (some time earlier, however, in 1887 near Denver, Colorado, USA, he had misidentified the Triceratops as a type of bison, giving it the name Bison alticornis). The sturdy nature of the animal’s skull has ensured that many examples have been preserved as fossils, allowing variations between species and individuals to be studied. Triceratops remains have subsequently been found in Montana, South Dakota, and Wyoming, in the USA and in Saskatchewan and Alberta, in Canada.

    How many species?
    In the first decades after Triceratops was described, various skulls were collected, which varied to a lesser or greater degree from the original Triceratops, named T. horridus by Marsh (from Latin horridus; “rough, rugose”, suggesting the roughened texture of the bones, which Marsh later admitted belonged to an aged individual). Discoverers would write these up as separate species (listed below). Eventually, however, the idea that the differing skulls might be representative of individual variation within one (or two) species gained popularity. In 1986, Ostrom and Wellnhofer published a paper where they proposed there was only one species – Triceratops horridus. Part of the rationale is that generally there are only one or two species of any large animal in a region (e.g. elephant or giraffe in modern Africa). A few years later, Cathy Forster reanalysed Triceratops material more comprehensively and concluded that the remains fell into two species, T. horridus and T. prorsus, although the distinctive skull of T. (now tentatively Diceratops) hatcheri differed enough to warrant a separate genus.

    Paleobiology
    Although Triceratops is commonly portrayed as a herding animal, there is currently no solid evidence that it lived in herds. Unlike other horned dinosaurs, some of which are known from sites preserving dozens or hundreds of individuals, all Triceratops finds known at present preserve only solitary individuals.

    Order: Ornithischia
    Suborder: Marginocephalia
    Infraorder: Ceratopsia
    Family: Ceratopsidae
    Subfamily: Ceratopsinae
    Genus: Triceratops

    Triceratops (“driehoorngezicht”; het Griekse keras, genitief keratos, betekent “hoorn”; ops, meervoud opia, “gezicht”) was een ornithischische dinosauriër uit de groep van de Ceratopia die negen meter lang en drie meter hoog kon worden.

    Triceratops was een enorm dier, de grootste bekende ceratopiër, met de afmetingen van een olifant. Hij kon tot negen meter lang worden en acht ton zwaar.

    Triceratops valt vooral op door de eigenaardige vorm van de kop. In tegenstelling met vele andere dinosauriërs had Triceratops in verhouding tot het lichaam een grote kop. Zijn kop bestond grotendeels uit zware beenderen. Vergeleken met de grootte van de schedel is de herseninhoud van deze reus heel klein. De kop droeg drie hoorns (vandaar de naam), twee boven de ogen en een, een kortere op de neus. Deze hoorns gebruikte hij waarschijnlijk om eventuele vijanden af te schrikken maar ook bij onderlinge krachtmetingen tussen de mannetjes. Opvallend aan de schedel is het grote pantserschild, dat uit slaap- en wandbeenderen bestaat en de nek beschermde. Ook op andere plaatsen was het lichaam door pantserplaten in de huid en door hoornstekels beschermd. De nek van Triceratops moest heel erg sterk zijn, om het gewicht van de kop te dragen. Ook gebruikte hij zijn nek om taaie begroeiing af te scheuren.

    Voor zo’n zwaar dier was Triceratops een opvallend snelle loper. Vaak denkt men bij deze dieren dat ze vergelijkbaar zijn met hedendaagse reptielen. De kop van het dijbeen van de Triceratops is echter rond en past zo in de heupholte dat de poten recht onder het lichaam staan, in tegenstelling tot huidige reptielen, waarvan de poten meer naar bezijden uitsteken. De knieën en ellebogen werden echter gebogen gehouden wat een snelle gang mogelijk maakte. De musculatuur was daarbij heel zwaar. De paleontoloog Robert Bakker meende dat het beest in galop een snelheid van wel 50 kilometer per uur kon bereiken; anderen denken echter dat de beweeglijkheid van het schouderblad onvoldoende was om te galoperen. De zware poten waren van hoeven voorzien; de voorpoot had vier tenen, de achterpoot drie. De korte staart stak naar achteren.

    Triceratops leefde alleen in Noord-Amerika (Montana, Wyoming, Colorado en Dakota) aan het eind van de Krijtperiode, het laatste Maastrichtien, 68-65 miljoen jaar geleden. Hij was daarmee één van de laatste dinosauriërs tijdens het Mesozoïcum. Er heerste in die tijd een warm, mild en stabiel klimaat.

    Om zich voort te planten legde Triceratops vermoedelijk elk jaar eieren in een nest. Triceratops leefde wellicht niet alleen maar in kudden. Hiervoor bestaat echter geen direct bewijs in de vorm van een door een modderlawine bedolven kudde, zoals wel aangetroffen bij sommige andere ceratopiërs. De kuddevorm leverde voordelen op bij de verdediging. Waarschijnlijk zal Tyrannosaurus, de belangrijkste predator in het ecosysteem waarin Triceratops leefde er niet aan gedacht hebben het directe gevecht met zo’n troep aan te gaan en beperkte zich tot hinderlagen of het met een jachtgroep opdrijven. Het is wel verondersteld dat de uitzonderlijke grootte en zware bouw van Tyrannosaurus een aanpassing was aan het jagen op zo’n gevaarlijke prooi als Triceratops. Veel alternatieven waren er niet want Triceratops vormde in zijn habitat verreweg de meest voorkomende planteneter. Dit gegeven is wel als een argument gebruikt dat over de hele planeet de soortenrijkdom terugliep, maar het kan ook een lokaal verschijnsel geweest zijn.

    Triceratops May 13, 2011

    Filed under: Ceratopsia

    Triceratopswas a large, powerful ceratopsian, having one horn on its nose, which was small and stumpy, and one above each eye, which were up to a metre long. Triceratops probably used these long horns as weapons. It walked on all fours and had sturdy pillar-like legs. Its front legs were especially strong because they had to support the weight of its extremely heavy head.

    Although Triceratops was the biggest of the long-frilled chasmosaurine ceratopsians (the living animal weighed something like 4.5 tonnes), its frill wasn’t as long as that of its relatives. It was more in the proportion of its short-frilled cousins, the centrosaurines. When it was discovered, it was only known from a pair of horn cores. However, the whole skulls were so solid that they began to turn up quite regularly as complete fossils. Over the years, so many different skulls of Triceratops have been unearthed that at one time there were 16 species attributed to the genus. These have now been combined, so that only the two given here are acknowledged, the common T. horridus and the bigger, but rarer, T. prorsus. Some authorities regard these as male and female T. horridus.

    Factbox

    Name: Triceratops, meaning ‘three-horned face’ Size: up to 9m long and 3m high Food: all types of plants Lived: 70-66 million years ago in the Late Cretaceous in North America

    Triceratops is the biggest and best-known of all ceratopsians. Its three magnificent horns give it its name. The horns on the fossilised skulls are only cores – they would have been covered in horny sheaths that made them much bigger. The neck shield is massive, with no holes in it, and is bordered by little knobs of bone. The teeth are arranged to work as shears, and powered by strong jaw muscles.

    Around Triceratops’ neck was a huge, bony frill which protected its shoulders and could withstand shattering blows from other dinosaurs. Although nobody really knows what colour dinosaurs were, some scientists think that Triceratops’ neck frill was brightly coloured. They believe that Triceratops was so well armed, it didn’t need to be a green or brown colour for camouflage, but had a brightly coloured frill to attract females.

    Triceratops was a herbivore. It nipped off shoots and leaves with its bony parrot-like beak. It ground them up with rows of teeth at the back of its mouth. As the teeth wore down, new ones grew in their place.

    On its massive head, Triceratops had three horns: above each eye and another on the end of its nose. It used the horns to defend itself from hunting dinosaurs, such as Tyrannosaurus. It also used the horns to fight other male Triceratops for the females, before mating.

    The males probably fought each other to become leader of a herd and to attract females. They did not use their horns to wound. Instead, two males shoved and butted each other with their massive heads, locking horns in a bruising battle to prove which was the strongest. A Triceratops’ neck frill would protect its shoulders and body from a head-on attack by another male. Scientists have found damaged neck frills, which show that these fights between males were fierce enough to cause injuries.

    Even dinosaurs as large as Tyrannosaurus would have thought twice about attacking Triceratops, because it could cause serious wounds by stabbing the enemy with its sharp horns. Triceratops was well-protected against attacking dinosaurs. Its bony neck frill was a good defence against sharp teeth and claws and it had tough skin with occasional hard knobs along its back.

    Triceratops could charge at its enemies by sprinting at a top speed of 35km/h. A charge from this rhinoceros-like dinosaur would probably have been enough to scare off many predators.

    Triceratops

    Trois cornes, mélange de buffle et de rhinocéros, plantées sur la tête. Une collerette osseuse qui ressemble à une véritable cuirasse. Tel est le portrait du Triceratops.
    Avec ses 9 mètres de long, ses 3 mètres de haut et ses 6 à 8 tonnes, cet herbivore détient le record de fossiles exhumés

    Les espèces de Triceratops (Triceratops signifie “Face à trois cornes”.)

    Triceratops horridus, l’espèce type, a été décrite en 1889. Sa taille est estimée à 9 m de long. La deuxième espèce valide est Triceratops prorsus. décrite en 1890 et découverte dans le Montana.

    Tous les fossiles de Triceratops ont été mis au jour en Amérique du Nord et datés du Crétacé supérieur.

    Plusieurs autres espèces ont été décrites mais, aujourd’hui, les paléontologues s’accordent à dire que ces espèces ne sont en réalité que des Triceratops horridus de sexe et d’âge différents. Les mâles auraient des crânes plus massifs et des cornes plus imposantes que les femelles.

    Triceratops prorsus est pour le moment considéré comme une espèce à part entière mais il se pourrait que les différences morphologiques ne soient qu’à mettre sur le compte du dimorphisme sexuel.

    Les analyses des différents fossiles sont toujours à l’étude.

    En septembre 2009, John Scannella a reclassé certains spécimens de Torosaurus comme Triceratops. Il est persuadé que les spécimens les plus âgés ont développé certaines caractéristiques et qu’il ne s’agit en réalité qu’une seule et même espèce.

    Une étrange collerette

    Pourquoi Mère Nature a-t-elle accouchée d’un animal aussi étrange ?

    Les paléontologues pensent que cette cuirasse servait au Triceratops à se défendre bien sûr mais surtout à rivaliser avec les autres mâles pour conquérir des femelles.
    Rien ne dit que leur collerette ne changeait pas de couleur pour impressionner leurs adversaires. De même que les cerfs actuels pratiquent le corps à corps dans des rituels sauvages, le Tricératops pouvait engager des combats pour évincer les autres prétendants.

    Triceratops

    Grande collerette du Triceratops. © dinosoria.com

    En examinant de près la collerette, on s’aperçoit qu’elle est constituée d’os parcourus en tout sens de sillons plus ou moins profonds. Il s’agit de traces de vaisseaux sanguins. Du vivant de l’animal, ces vaisseaux étaient recouverts de peau et devaient donner une couleur vive à la collerette. Elle servait probablement de régulateur de chaleur.

    Corne de Triceratops

    Corne de Triceratops . (Musée d’Histoire Naturelle de Londres). © dinosoria.com

    Ces dinosaures, les cératopsiens, avec de grands collets osseux apparurent au Crétacé. En quelques millions d’années, ils triplèrent leurs dimensions et peuplèrent la Terre. Les Triceratops vivaient en groupe avec très certainement une hiérarchie sociale bien établie.

    Triceratops

    Le Triceratops était bien armé contre les prédateurs. © dinosoria.com

    Le crâne très développé du Tricératops lui servait à se défendre mais aussi à dépouiller les plantes. Rien ne dit que sa collerette ne changeait pas de couleur pour impressionner les autres prétendants. Les plaques pointues protégeaient son cou des prédateurs.

    Combat entre deux titans : Triceratops contre Tyrannosaurus

    Tricératops avait développé une défense active hors du commun. Il est vrai qu’à la même époque vivait le plus grand des prédateurs : Tyrannosaurus Rex. Il est certain qu’aucune autre confrontation proie-prédateur n’a été aussi dantesque.

    Soutenir la lutte contre le Tyrannosaure nécessitait des armes surpuissantes. Tricératops portait le crâne le plus large et le plus lourd jamais développé : 2 m de long au moins, plus d’1 m et demi de large. Ses cornes pouvaient atteindre 1,20 m de long.

    Triceratops contre Tyrannosaurus

    Combat entre les deux titans. © Maingeot (avec son aimable autorisation)

    Cette perfection défensive en action devait être extraordinaire, avec son crâne de 2 m pivotant de part et d’autre et sa collerette décrivant de larges arcs de cercle.
    Une question reste en suspend : Qui remportait la victoire ?

    Classification: Ornithischia Cerapoda Ceratopsia Ceratopsidae Ceratopsinae  (V. Battaglia (05.2003). M.à.J 11.2009)

    Cératopsidés

    Triceratops

    19 februari 2012 Caroline Kraaijvanger 1

    De Triceratops is een indrukwekkende dino die het soms zelfs van een T. rex won.

    De Triceratops is misschien niet zo beroemd maar dit dinosaurussengeslacht is voor veel mensen toch zeker geen onbekende. De beesten zijn namelijk een opvallende verschijning in de geschiedenis van onze planeet.Met indrukwekkende hoorns op de kop en hun bijzonder robuuste bouw waren het ooit organismen om rekening met te houden of zelfs voor op de loop te gaan.

    Resten   De eerste restanten van de Triceratops werden aan het eind van de negentiende eeuw ontdekt in de VS. En ook na die tijd werden in het noorden van Amerika regelmatig (delen) van Triceratops teruggevonden.

    Hoorn   De Triceratops heeft zijn naam te danken aan de hoorns op zijn lijf. Triceratops betekent letterlijk zoiets als ‘gezicht met drie hoorns’. De dinosaurussen uit dit geslacht hadden een hoorn op hun neus en twee op de kop. Hoewel dit de meest kenmerkende eigenschappen van de Triceratops zijn, is nog altijd onduidelijk waar de hoorns voor dienden.

    Sommige wetenschappers denken dat de dino’s de hoorns gebruikten om te vechten. Anderen vermoeden dat de hoorns daar te zwak voor waren en eerder dienst deden als machtsvertoon.

    Indrukwekkend
    En het moet worden toegegeven: mede dankzij die hoorns waren de dino’s uit dit geslacht een indrukwekkende verschijning. Naast de drie hoorns had de dinosaurus in zijn nek ook nog een enorm schild dat één van zijn kwetsbaarste lichaamsdelen (de hals) beschermde. Daar komt nog eens bij dat dinosaurus vrij groot was: het beest kon wel drie meter hoog en negen meter lang worden en woog al snel zo’n 5000 kilo.

    Een bijzondere vondst wijst erop dat tyrannosaurus en tricerarops soms met elkaar in de clinch lagen … Wetenschappers hebben de resten van een Triceratops teruggevonden en de hoorn die zich links op de kop bevindt, is zwaar beschadigd.

    Een T. rex zou deze hoorn ernstig hebben toegetakeld. Hiermee ontnam hij zijn prooi één van de manieren waarop deze zichzelf kon verdedigen.

    Toch wil dat niet zeggen dat de Triceratops geen schijn van kans meer maakte. Het beest had nog meer scherpe hoorns.

    En inderdaad: de Triceratops trok aan het langste eind. De gevonden resten wijzen er namelijk op dat de schade aan de hoorn zich herstelde. Het bewijs dat de Triceratops het gevecht overleefde.

    Mogelijk zag de T. rex ook wel in dat hij deze strijd niet zou gaan winnen en koos hij het hazenpad. Of misschien liet Triceratops de dino eerst nog even voelen dat hij ook met zijn twee overgebleven hoorns tot heel wat in staat was.

    We weten het niet.Maar één ding staat vast. De Triceratops was zelfs voor de carnivore giganten uit die tijd een factor om rekening met te houden.

    Kudde
    Daar komt nog eens bij dat een (jonge) Triceratops er hoogstwaarschijnlijk niet zo snel alleen voor kwam te staan. Wetenschappers zijn er tamelijk zeker van dat deze dinosaurussen in kuddes leefden.
    Hoe weten we dat?  Enkele jaren geleden troffen wetenschappers drie jonge dino’s uit het geslacht Triceratops bij elkaar aan. De dinosaurussen legden het loodje tijdens een overstroming.

    Onder andere dinosaurussoorten is het zeker niet ongewoon dat jonge dino’s samen leven en reizen. Deze vondst wijst erop dat ook jonge Triceratops dat deden.

    Mogelijk deden ze het omdat het veiliger was. Toch wil dat niet zeggen dat de Triceratops alleen maar in kuddes rondhing.

    Wetenschappers vermoeden dat ze soms ook wel eens alleen op weg gingen.

    Planteneter

    Hoewel het niet verstandig was om ruzie te krijgen met een Triceratops hadden de meeste dieren weinig van de flinke dinosaurus te vrezen.Deze dinosaurus hield het bij planten.

    Zoals gezegd legde de laatste Triceratops ongeveer 65 miljoen jaar geleden het loodje.
    Een meteorietinslag maakte een einde aan de tijd van de dinosaurussen. En opvallend genoeg wijst op dit moment alles erop dat een gigant als de Triceratops het zelfs na die catastrofe het langste volhield.
    In juli vonden wetenschappers naar eigen zeggen de jongste dinosaurus ooit. En dat was een Triceratops.

    Vooralsnog betekent dat dat de Triceratops het het na de massa-extinctie het langst op aarde heeft volgehouden.

    Op basis van het ( aangenomen ) levensverhaal van de Triceratops kunnen we dan ook wel concluderen dat het beest ‘een taaie’ was.

  • Trigonosaurus
  • Trimucrodon

Coelurosauria Maniraptora Troodontidae : Late Cretaceous : Canada, Mexico, US, Tadzhikistan, Uzbekistan
Length: 2 meters Width: 0.35 meters Height: 1.2 meters Weight: 20 Kg

Named in 1856 from a small, sharp tooth, the turkey-sized troodon (wounding tooth) was at first believed to resemblance one of the lateral denticles of the great extinct shark, Carcharodon angustidens… Nopcsa (1901) and Hay (1902) reclassified Leidy lacertian genus as a megalosaurid dinosaur. Gilmore (1924), however, interpreted the premaxillary teeth of the pachycephalosaur Stegoceras as generically indistinguishable from Leidy type tooth, and claimed Troodon was the valid name for the dome-headed ornithopod. C.M. Sternberg (1945) rejected Gilmore proposed synonymy and showed that Troodon teeth had characters typical of the maxillary and dentary teeth of carnivorous dinosaurs.
Troodon tooth was not matched with bones until the 1980s.
The bones showed that this dinosaur had been a sharp eyed, bird-like theropod with a bigger brain for its body size than almost any other dinosaur. Its hands couls grasp, and they possessed large, sharp, hook-like claws. Its extremely long slim legs ended in elongated feet with three weight-bearing toes, the second toe armed with a deep, curved claw a bit like that of Deinonychus.
Despite the simmilarity, some scientist believe that troodon and Deinonychus were not closely related.
Scientist suspect that Troodon anatomy made this theropod a deadly hunter of small mammals that ventured out to feed at dusk.
Most dinosaurs had eyes on the sides of their heads, but Troodon large eyes faced partly forwards, more like ours. This would probably had given it binocular vision, making this predator particularly good at focusing upon small, swiftly moving animals no bigger than rats.

Troodon   ….Si l’on compare son volume cérébral à sa taille, Troodon était l’un des dinosaures les plus intelligents.

Les griffes en forme de faucille de ses pieds et les trois griffes de ses mains lui permettaient de saisir ses proies.
Ses yeux particulièrement développés en faisaient un excellent chasseur de jour comme de nuit

Troodon signifie ” Dent qui blesse”. Plusieurs espèces ont été décrites:

  • Troodon asiamercanus
  • Troodon bexelli
  • Troodon edmontonensis
  • Troodon formosus
  • Troodon isfarensis
  • Troodon sternbergi
  • Troodon wyomingensis

Troodon formosus, l’espèce type, a été décrite en 1856. Il vivait au Crétacé supérieur.

La taille de Troodon est estimée à 2 m de long.

Les fossiles ont été découverts au Canada, aux Etats-Unis et au Mexique. Troodon isfarensis, décrit en 1995, a été exhumé en Tadjikistan (Asie).

Troodon asiamercanus a lui été trouvé en Ouzbékistan (Asie).

Le crâne de Troodon révèle de larges orbites et un espace suffisant pour un cerveau volumineux.

Pendant de nombreuses années, Troodon était surtout célèbre pour ses dents acérées aux arêtes crénelées d’où son nom de “dent qui blesse”.

Outre cette fameuse dent, il possédait des dents singulièrement variées que l’on a longtemps attribuées à d’autres dinosaures.

Troodon

Ce crâne montre des orbites très développées. © dinosoria.com

Maigre et énergique, les illustrations le montrent toujours avec une peau nue mais il est possible qu’il ait été recouvert d’un plumage duveteux et isolant. Si Troodon chassait après le crépuscule, ce que suggère la taille de ses yeux, ses proies principales pouvaient être des mammifères presque tous nocturnes au Crétacé.

Troodon était un parent attentif. Il prenait soin de ses petits et les protégeait. Des nids fossilisés ont été trouvés dans le Montana. Certains oeufs contenaient encore des petits. Près d’eux, gisaient des squelettes d’adultes.

Classification: Saurischiens Theropodes Tetanoures Coelurosaures Troodontidés

V.Battaglia (11.2003. M.à. J 05.2004)

troodont Mei,

Troodont

A second specimen of the troodontid Mei, preserved in a bird-like sleeping position. From Gao et al., 2012
Read more: http://blogs.smithsonianmag.com/dinosaur/2012/10/how-did-dinosaurs-sleep/#ixzz2IhEXm3P4
Follow us: @SmithsonianMag on Twitter

Een Troodon werd zo’n 2,4 meter lang.

© thinkstock.

Dat dinosaurussen eieren legden is al lang geweten. Hoe ze die eieren precies uitbroedden echter niet. Deden ze dat zoals moderne vogels door erop te zitten, of stopten ze ze onder de grond zoals krokodillen?

Een onderzoek aan de universiteiten van Calgary en Montana toont aan dat de nakomelingen van ten minste een dinosoort ter wereld kwamen zoals een moderne vogel. Het gaat om de Troodon, een relatief kleine dino die 2,4 meter lang werd en ongeveer 75 miljoen jaar geleden leefde in het Boven-Krijt.Verschil
Het verschil tussen eieren die worden uitgebroed en eieren die worden begraven is te zien aan de schaal. Vogeleieren die blootgesteld worden aan de lucht hebben namelijk minder poriën dan krokodilleneieren, waarvan de schaal onder de grond genoeg zuurstof en water moet doorlaten omdat de kleine krokodillen anders stikken. De vogeleieren lopen dan weer meer risico uit te drogen en hebben dus minder poriën. Sommige vogelsoorten begraven hun eieren trouwens ook in een soort heuveltje.Dinospecialiste Darla Zelenitsky van de universiteit van Calgary en paleontoloog David Varricchio van de Montana State University vergeleken gefossiliseerde clusters eieren van de Troodon met moderne varianten. Ze ontdekten dat de poreusheid varieerde langs de schaal, wat suggereert dat de dino de eieren bijna verticaal in zand of modder legde, maar ze niet helemaal begroef. De ouder zou dan rechtstreeks contact hebben gehad met de bovenkant van de deels begraven eieren, zegt Varricchio.Overeenkomsten
“Er zijn overeenkomsten met een bijzondere vogel, de krokodilwachter. Die vogel broedt zijn eieren uit terwijl ze deels begraven zijn in de zanderige ondergrond van het nest”, luidt het. De waadvogel legt zijn eieren in warm zand en zit er dan op met een natte buik, waardoor hij de eieren afkoelt van bovenaf.De ontdekking toont volgens de wetenschapper aan dat vogelachtig gedrag evolueerde bij theropoda, de groep tweepotige dino’s die verwant zijn met de hedendaagse vogels. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het tijdschrift Paleobiology.22/04/13 –   Bron: LiveScience

 

zie

http://www.pinterest.com/tsjok/dinosauricon-s-saurolophus/

Pin op DINOSAURICON S SAUROLOPHUS – Pinterest

tsjintaosaurus collage

Here is a more correct reconstruction of the “crest ”

Tsintaosaurus

 

Tuojiangosaurus (‘Tuo River lizard’) is a dinosaur from the Late Jurassic Period, recovered from the Upper Shaximiao Formation of what is now Sichuan Province in China. It is a stegosaur. Physically similar to the North American Stegosaurus, Tuojiangosaurus is the best understood of the Chinese stegosaurs. It was around 7.0 m (23 ft) long and 2 m (7 ft) high, with a postulated weight of around 2.7 tonnes (6000 lbs).

Discovery and species
The only species, T. multispinus, was named in 1977 (exactly a hundred years after Stegosaurus) on the strength of two specimens, one over half complete. Like its compatriot Kentrosaurus, it had spikes above the hips and it had two rows of 15 pointed plates along the spine. It also had two outward-pointing spikes on each side of the end of the tail, angled approximately at 45 degrees to the vertical. In stegosaurs, this spike arrangement has become affectionately known as the “Thagomizer”.

Order: Ornithischia
Suborder: Thyreophora
Infraorder: Stegosauria
Family: Stegosauridae
Genus: Tuojiangosaurus

Tuojiangosaurus

Tuojiangosaurus vivait il y a 161-155 millions d’années à l’époque du Jurassique supérieur en Chine. Ce dinosaure fait partie des Stégosauridés.

Tuojiangosaurus multispinus est le seul représentant de cette famille découvert en Asie. Les paléontologues ont eu la chance de mettre au jour plusieurs squelettes de spécimens adultes et juvéniles assez bien conservés

Avec une longueur atteignant 7 mètres, Tuojiangosaurus ” Lézard de la rivière Tuo ” ressemblait de par sa constitution à Stegosaurus, qui se caractérisait par des plaques osseuses sur le dos.

Tuojiangosaurus multispinus, l’espèce type, a été décrite en 1977. Le portrait est pour le moment encore incertain sur de nombreux points car les fossiles constituent en fait un mélange de plusieurs individus.

Ce dinosaure possédait une queue épineuse. A l’extrémité de la queue se trouvaient deux à quatre paires de longues épines, qui représentaient une arme dangereuse.

Tuojiangosaurus

Squelette reconstitué de Tuojiangosaurus. © dinosoria.com

Sa caractéristique la plus étrange est la longue pointe qui sort de chacune de ses épaules. Les paléontologues pensent qu’elles servaient à protéger les flancs vulnérables de l’animal.

Les plaques situées sur le dos constituaient par contre une faible protection car il s’agit de sept grandes paires de plaques qui courent le long de la colonne vertébrale et disposées en parallèle.

Plaques dorsales de Tuojiangosaurus

Plaques dorsales de Tuojiangosaurus (Musée d’Histoire Naturelle de Londres). © dinosoria.com

Si elles ne servaient pas de protection, quelle était leur utilité ? Cette question fait l’objet de nombreux débats mais reste pour le moment sans réponse.

Avec sa tête petite et mince et ses mâchoires pourvues de dents basses en forme de couronnes, Tuojiangosaurus cherchait probablement sa nourriture parmi les plantes basses et les fougères.

Plaques dorsales de Tuojiangosaurus

Tête fine et allongée de Tuojiangosaurus. © dinosoria.com

Il ne pouvait pas se dresser sur ses pattes arrière comme Stegosaurus, car il lui manquait les apophyses vertébrales indispensables au développement de la musculature adéquate.

Classification: Ornithischia Thyreophora Stegosauria Stegosauridae

tyrannosaurus casts

Australian tyrannosaurus  ?

tyrannosaur-bone australia

australian tyrannosaur

Tyrannosaurus

Tyrannosaurus

Tyrannosaurus-rex  model

Tyrannosaurus

Tyrannosaurus meaning ‘tyrant lizard’ is a genus of tyrannosaurid theropod dinosaur. The species Tyrannosaurus rex, commonly abbreviated to T. rex, is one of the dinosaurs most often featured in popular culture around the world. It comes from what is now western North America. Like other tyrannosaurids, Tyrannosaurus was a bipedal carnivore with a massive skull balanced by a long, heavy tail. Relative to the large and powerful hind limbs, Tyrannosaurus forelimbs were small and retained only two digits. Although other theropods rivaled or exceeded T. rex in size, it was the largest known tyrannosaurid and one of the largest known land predators, measuring over 12 metres (40 feet) in length and up to 7.5 tons in weight.

In 1993 a rival to T-rex was discovered in Argentina, which was approximately 50% larger, and had sharper teeth – Gigantosaurus !

Tyrannosaurus rex

Tyrannosaurus meaning ‘tyrant lizard’) is a genus of tyrannosaurid theropod dinosaur. The species Tyrannosaurus rex, commonly abbreviated to T. rex, is one of the dinosaurs most often featured in popular culture around the world. It hails from what is now western North America. Some scientists consider the slightly older Tarbosaurus bataar from Asia to represent a second species of Tyrannosaurus, while others maintain Tarbosaurus as a separate genus.

Like other tyrannosaurids, Tyrannosaurus was a bipedal carnivore with a massive skull balanced by a long, heavy tail. Relative to the large and powerful hindlimbs, Tyrannosaurus forelimbs were small and retained only two digits. Although other theropods rivaled or exceeded T. rex in size, it was the largest known tyrannosaurid and one of the largest known land predators, measuring over 12 metres (40 feet) in length and weighing as much as an elephant.

Fossils of some T. rex have been found in North American rock formations dating to the very end of the Cretaceous Period (late Maastrichtian stage, 65 million years ago); it was among the last dinosaurs to exist prior to the Cretaceous-Tertiary extinction event. More than 30 specimens of T. rex have now been identified, some nearly complete, which has allowed significant research into many aspects of its biology, including its life history and biomechanics. The feeding habits and potential speed of T. rex remain controversial.

Tyrannosaurus rex was one of the largest land carnivores of all time, about 12 to 13 meters (40 to 43.3 feet) long, and 4.5-5 m (14-16 ft) tall, when fully-grown.[1] Mass estimates have varied widely over the years, from more than 7,200 kilograms (8 short tons), to less than 4,500 kg (5 tons), with most modern estimates ranging between 5,400 and 6,800 kg (between 6 and 7.5 tons).

The largest known T. rex skulls measure up to 1.5 m (5 ft) in length. Compared to other theropods, the skull was heavily modified. The skull was extremely wide posteriorly, with a narrow snout, allowing some degree of binocular vision. Some of the bones, such as the nasals, were fused, preventing movement between them. Large fenestrae (openings) in the skull reduced weight and provided areas for muscle attachment. The bones themselves were massive, as were the serrated teeth which, rather than being bladelike, were oval in cross-section. Like other tyrannosaurids, T. rex displayed marked heterodonty, with the premaxillary teeth at the front of the upper jaw closely-packed and D-shaped in cross-section. Large bite marks found on bones of other dinosaurs indicate that these teeth could penetrate solid bone. T. rex had the greatest bite force of any animal. Worn or broken teeth are often found, but unlike those of mammals, tyrannosaurid teeth were continually replaced throughout the life of the animal.

The neck of T. rex formed a natural S-shaped curve like that of other theropods, but was short and muscular to support the massive head. The two-fingered forelimbs were very small relative to the size of the body, but heavily built. In contrast, the hindlimbs were among the longest in proportion to body size of any theropod. The tail was heavy and long, sometimes containing over forty vertebrae, in order to balance the massive head and torso. To compensate for the immense bulk of the animal, many bones throughout the skeleton were hollow. This reduced the weight of the skeleton while maintaining much of the strength of the bones.

Tyrannosaurus is the type genus of the superfamily Tyrannosauroidea, the family Tyrannosauridae, and the subfamily Tyrannosaurinae. Other members of the tyrannosaurine subfamily include the North American Daspletosaurus and the Asian Tarbosaurus, both of which have occasionally been synonymized with Tyrannosaurus. Tyrannosaurids were once commonly thought to be descendants of earlier large theropods such as megalosaurs and carnosaurs, although more recently they were reclassified with the generally smaller coelurosaurs. In 1955, Soviet paleontologist Evgeny Maleev named a new species, Tyrannosaurus bataar, from Mongolia. By 1965, this species had been renamed Tarbosaurus bataar. Despite the renaming, many phylogenetic analyses have found Tarbosaurus bataar to be the sister taxon of Tyrannosaurus rex, and it has often been considered an Asian species of Tyrannosaurus. However, a recent redescription of the skull of Tarbosaurus bataar has shown that it was much narrower than that of Tyrannosaurus rex and that during a bite, the distribution of stress in the skull would have been very different, closer to that of Alioramus, another Asian tyrannosaur. A related cladistic analysis found that Alioramus, not Tyrannosaurus, was the sister taxon of Tarbosaurus, which, if true, would suggest that Tarbosaurus and Tyrannosaurus should remain separate.

Other tyrannosaurid fossils found in the same formations as T. rex were originally classified as separate taxa, including Aublysodon and “Albertosaurus” megagracilis. However, these fossils are now universally considered to belong to juvenile T. rex. A small but nearly complete skull from Montana, 60 cm (2 ft) long, may be an exception. This skull was originally classified as a species of Gorgosaurus (“G.” lancensis) by Charles W. Gilmore in 1946, but was later referred to a new genus, Nanotyrannus. Opinions remain divided on the validity of N. lancensis. Many paleontologists consider the skull to belong to a juvenile T. rex. There are minor differences between the two species, including the higher number of teeth in N. lancensis, which lead some scientists to recommend keeping the two genera separate until further research or discoveries clarify the situation.

Manospondylus controversy

The first fossil specimen which can be attributed to Tyrannosaurus rex consists of two partial vertebrae (one of which has been lost) found by Edward Drinker Cope in 1892 and described as Manospondylus gigas. Osborn recognized the similarity between M. gigas and T. rex as early as 1917 but, due to the fragmentary nature of the Manospondylus vertebrae, he could not synonymize them conclusively.

Controversy erupted in June 2000 after more tyrannosaur bones unearthed in South Dakota by the Black Hills Institute were found at the type locality of M. gigas and judged to represent further remains of the same individual. These more recently-discovered remains clearly belong to T. rex. According to the rules of the International Commission on Zoological Nomenclature, the system that governs the scientific naming of animals, Manospondylus gigas should therefore have priority over Tyrannosaurus rex, because it was named first. However, in the Fourth Edition of the International Code of Zoological Nomenclature, which took effect on January 1 2000, Chapter 6, Article 23.9 states that “the prevailing usage must be maintained” when “the senior synonym or homonym has not been used as a valid name after 1899” and “the junior synonym or homonym has been used for a particular taxon, as its presumed valid name, in at least 25 works, published by at least 10 authors in the immediately preceding 50 years…” Tyrannosaurus rex more than qualifies as the valid name under these conditions and is considered a nomen protectum (“protected name”) under the ICZN, making Manospondylus gigas a nomen oblitum (“forgotten name”).

Paleobiology

As with all dinosaurs known only from the fossil record, much of Tyrannosaurus biology, including behavior, coloration, ecology, and physiology, remains unknown. However, many new specimens have been discovered in the last twenty years, which has allowed some informed speculation on growth patterns, sexual dimorphism, biomechanics, and metabolism.

Tyrannosaurinae; Tyrannosaurus : T. rex

Tyrannosaurus

Le Tyrannosaure avait tout pour faire frémir. Un corps gigantesque de 12 mètres de long ; debout, planté sur ses deux jambes surpuissantes, il dépassait les 6 mètres.
Un poids écrasant : plus de 6 tonnes. Le dernier poids estimé d’un Tyrannosaurus est de 13 tonnes pour 15 m de long !
Le plus terrifiant était sans doute sa mâchoire, capable de s’ouvrir sur plus d’un mètre avec une soixantaine de dents de 20 cm de hauteur minimum. Tyrannosaurus Rex est l’espèce la plus connue, mais il existe d’autres espèces appartenant au genre Tyrannosaurus.

Les Tyrannosauridés

Il y a 65 millions d’années, régnaient sur l’Ouest américain et l’Asie, les plus féroces des prédateurs : les Tyrannosauridés.

Apparus au Crétacé inférieur, leur lignée s’est diversifiée jusqu’à la fin du Crétacé avec son représentant le plus connu : Tyrannosaurus Rex.

Comparés à la plupart des autres théropodes, les Tyrannosauridés avaient un crâne plus massif et des mâchoires plus puissantes. Pourvus d’un cou épais, ils possèdent tous des dents longues à la morsure certainement redoutable.

Tyrannosaurus

Tyrannosaurus . Squelette de Sue . By Sebastian Bergmann . Licence

Ce qui frappe le plus chez les Tyrannosauridés, ce sont leurs bras ridiculement petits par rapport à leur taille. Il semble évident que leur mâchoire était leur principale arme.

Cependant, tous les Tyrannosauridés n’étaient pas des géants. Raptorex kriegsteini, décrit en 2009, est une version miniature du Tyrannosaurus.

Un cousin du Tyrannosaurus, baptisé Yutyrannus huali, a été découvert en Chine. Ce théropode géant était partiellement recouvert de plumes.

Plusieurs espèces de Tyrannosaurus

Tyrannosaurus bataar mesure environ 14 m de long. Il a été découvert en Mongolie. Cette espèce a été décrite par Maleev en 1955. Il vivait au Crétacé supérieur.

Tyrannosaurus lanpingensis. On le connaît grâce à des fossiles fragmentaires notamment des dents datées du Crétacé inférieur. Il a été décrit par Yeh en 1975. Il vivait en Chine.

Tyrannosaurus . Squelette de Sue

Squelette de Tyrannosaurus stanwinstonorum qui permet de voir les minuscules membres antérieurs. By Rich Anderson ( La célèbre Sue au Field Museum de Chicago) . Licence

Tyrannosaurus luanchuanensis est connu par des dents et des fragments de crâne. Il a été découvert en 1979 en Chine et décrit par Dong. Les fossiles sont datés du Crétacé supérieur.

Tyrannosaurus Rex a été découvert en 1905 et décrit par Osborn. Il vivait en Amérique du Nord au Crétacé supérieur. Le célèbre squelette baptisé Sue fait partie de cette espèce (anciennement classé comme Tyrannosaurus stanwinstonorum). Taille et poids estimés : environ 12 à 15 m de long pour un poids de 13 tonnes (dernier poids maximum avancé)

Qui était vraiment Tyrannosaurus ?

Presque tout chez le Tyrannosaure était plus grand et plus meurtrier que chez les premiers théropodes comme Allosaurus.

Tyrannosaurus Rex

Squelette de Tyrannosaurus Rex. By Ideonexus . Licence

C’est l’un des prédateurs le plus efficace du monde animal. Ses énormes mâchoires sont pourvues de dents très longues qui peuvent arracher jusqu’à 35 kg de viande sur une carcasse fraîche. Il ne peut pas mâcher et donc avale tout rond.

On a d’ailleurs retrouvé le squelette d’un Tyrannosaure mort étouffé alors qu’il essayait d’avaler deux énormes os. Des confrontations entre Tyrannosaurus n’étaient pas rares. Des dents d’autres congénères enfoncées dans la cage thoracique de fossiles ont été retrouvées. De même, des fragments de vertèbres avec des marques de morsures ont été découverts.

Dents fossilisées d'un Tyrannosaurus

Dents fossilisées d’un Tyrannosaurus. By Taro tastic . Licence

Ces fossiles prouvent que non seulement les Tyrannosaures se battaient entre eux, mais également qu’ils se dévoraient.

L’énigmatique Tyrannosaurus Rex

A ce jour, plus de 15 spécimens ont été découverts. Grâce à eux, l’histoire du « Reptile Tyran Roi » a pris forme. Pourquoi avait-il des bras aussi ridicules (75 cm à peine) ? Comment faisait-il pour courser ses proies alors qu’il pesait plus lourd qu’un éléphant ?

Tyrannosaurus

Squelette d’un Tyrannosaurus exposé au Royal Tyrell Museum. By Micro serf . Licence

En fait, T Rex est tout simplement « le plus sophistiqué » de toute une lignée. La parfaite machine à tuer. Son plus vieil ancêtre est sans doute Alectrosaurus.
La théorie du Tyrannosaure charognard si bien défendue par J.Horner est-elle fiable ?

Le Tyrannosaure : une parfaite machine à tuer

Grâce à son poids, Tyrannosaurus a su trouver le bon équilibre tout au long de son évolution. Sa queue faisait office de contre-balancier. Petit à petit, ses bras se sont raccourcis, faute de quoi, il aurait piqué du nez.

Reconstitution d'un Tyrannosaurus Rex

Reconstitution d’un Tyrannosaurus Rex. By Jundoeforty . Licence

Le célèbre squelette surnommé « La beauté d’ébène » a permis de belles découvertes. Tel l’espace laissé autour de son sacrum qui suggère que, à l’image des crocodiles, les Tyrannosaures ne cessaient de grandir jusqu’à leur mort.

D’après une étude, ses bras pouvaient soulever jusqu’à 300 kg et servaient certainement à maintenir ses proies.Ils étaient trop petits pour atteindre sa bouche, mais sûrement utiles pour déchiqueter les carcasses.

Le plus remarquable est sans doute sa dentition extrêmement perfectionnée : sur chacune de ses dents, les denticules se sont espacées et allongées et on peut voir entre ces dents de scie, des petits rasoirs. Un arsenal parfait pour arracher des gros bouts de chair ou percer des peaux très dures.

Tyrannosaurus Rex

Ce crâne montre les grandes cavités entre les os (fenestrations temporales) caractéritiques des reptiles. Elles allègent le poids du crâne. By Stu-spivack Licence

De plus, Tyrannosarus était équipé d’une vue binoculaire ce qui lui permettait de couvrir un large champ.

Il semblerait que Tyrannosaurus était doué pour les marathons avec des pointes de 28 km/h. Bien suffisant pour battre n’importe quel Homo sapiens. Les paléontologues sont encore très divisés quant à la vitesse de pointe de ce dinosaure (entre 23 et 40 km/h selon les paléontologues). Cependant, ce portrait est plus proche de celui d’un chasseur que d’un charognard.

Tyrannosaurus Rex

Tyrannosaurus Rex. By Stu-spivack Licence

Albertosaurus, son cousin, chassait en bande d’après des traces retrouvées dans l’Alberta. Pourquoi notre star n’en aurait-elle pas fait autant ? Jusqu’à ce jour, on estime qu’il vivait en solitaire, mais nous avons encore beaucoup à apprendre sur ce fabuleux animal.

Tyrannosaurus : Charognard ou Prédateur ?

Le premier fossile de Tyrannosaurus a été découvert en 1900. Tous les paléontologues étaient alors certains d’être en présence du plus grand prédateur terrestre de tous les temps.

Depuis, certains chercheurs et notamment Jack Horner, s’interrogent.

Tyrannosaurus

Dessin d’un Tyrannosaurus . © Benjamin Mulot (avec son aimable autorisation)

Le crâne du Tyrannosaurus était énorme et sa mâchoire faite pour tuer. Pourtant, malgré son volume, son crâne était léger. De larges trous à l’intérieur de celui-ci en réduisaient le poids. Sa mâchoire, composée de dents incurvées, pouvait broyer n’importe quelle proie. Où est donc le problème, me direz-vous ?

La controverse provient d’une anomalie dans sa morphologie : cet animal, haut de 5 m pour un poids de 7 t, possédait des bras guère plus grands que ceux d’un homme.

Machoire Tyrannosaure

Bras Tyrannosaurus

Le Tyrannosaure pouvait soulever au minimum 200 kg, ce qui est plus que ce que l’on avait imaginé. Cependant, ses membres antérieurs sont bien chétifs pour un animal aussi imposant.

Jack Horner en a conclu qu’ils étaient inutiles pour attraper une proie. En effet, ils ne pouvaient, ni atteindre sa gueule, ni se toucher. Il est donc impossible qu’il ait pu attraper ou maintenir une proie avec ses bras. Il ne pouvait la stabiliser comme le faisait son aïeul Allosaurus.

Bras tyrannosaurus

Bras de Tyrannosaurus. © dinosoria.com

Bras Allosaurus

Bras d’Allosaurus. © dinosoria.com

Comment faisait-il alors pour chasser ?

Ce qui semble prouver que Tyrannosaurus était un prédateur est le développement de ses sens. Il possédait une vue stéréoscopique qui lui permettait d’enregistrer le moindre mouvement. Si on observe ses yeux, on remarque qu’ils sont très grands. Le globe oculaire, lui, était petit. Le lobe du cerveau correspondant à l’odorat est également très développé. Son importance est même exceptionnelle. On ne trouve cette particularité que chez un autre animal : le Vautour. N’était-il donc qu’un animal nécrophage ? Un gigantesque vautour préhistorique ?

Tyrannosaurus

La dernière découverte (ci-dessous) de Jack Horner aurait tendance à démontrer que Tyrannosaurus n’était peut-être pas aussi solitaire que ce que l’on pensait. Prédateur ou charognard, il chassait peut-être en bande comme Velociraptor.

Les dernières découvertes sur le tyrannosaure

Clonage d’un Tyrannosaure ? (Mars 2005 – AFP )

Des paléontologues américains ont annoncé jeudi la découverte de tissus cellulaires d’un tyrannosaure (Tyrannosaurus rex) vieux de 70 millions d’années, dont ce qui paraît être des vaisseaux sanguins.

Ces tissus ont été prélevés dans le fémur d’un Tyrannosaurus, baptisé MOR 1125, découvert dans des formations de grès dans le Montana (nord-ouest), ont précisé ces scientifiques dans un article publié dans la revue Science.

Le fémur, mesurant 1,07 m, a été brisé au moment où il a été retiré du site ce qui a conduit ces chercheurs à analyser la substance à l’intérieur de l’os, a expliqué Mary Schweitzer et ses collègues.

« Les vaisseaux (sanguins) et leur contenu sont similaires à ceux observés dans les os d’autruche” a fait ressortir un examen à l’aide d’un microscope électronique à balayage, a dit Mary Schweitzer.

Tyrannosaurus

Dessin d’un Tyrannosaurus très détaillé. © Maingeot (avec son aimable autorisation)

Si les scientifiques peuvent isoler des protéines dans les tissus de ce tyrannosaure âgé d’environ 18 ans au moment de sa mort, on pourrait alors apprendre davantage sur la physiologie et la vie des dinosaures, a souligné Mme Schweitzer, de l’université de Caroline du Nord.

Elle a souligné que « ces tissus de dinosaure sont dans un état de conservation sans précédent ».

Tyrannosaurus

Reconstitution d’un crâne. © Maingeot (avec son aimable autorisation)

Jusqu’alors, on avait parfois découvert parmi les restes de dinosaures des plumes et des organes internes fossilisés, mais leur composition interne n’était pas préservée en tant que « tissus mous » comme ceux trouvés à l’intérieur du fémur de ce T-rex, a-t-elle expliqué.

L’équipe de paléontologues a dissout avec une solution acide les dépôts de minéraux entourant les tissus qui ressemblent à de petits vaisseaux sanguins. Ils ont également pu observer des taches rougeâtres ressemblant à de l’acide nucléique cellulaire.

Machoires d'un Tyrannosaure

Gros plan sur les mâchoires d’un Tyrannosaure. By Rich Anderson . Licence

Ces chercheurs ont comparé ces tissus à ceux d’autruches, car au cours des dernières années une accumulation d’indices tend à montrer que les oiseaux d’aujourd’hui sont les descendants des dinosaures qui se sont éteints il y a environ 65 millions d’années.

Dans une autre communication publiée également dans la revue Science, le paléontologue Lawrence Witmer, qui n’a pas participé à cette découverte, écrit que « si on a des tissus (de dinosaure) qui ne sont pas fossilisés, il est alors potentiellement possible d’extraire de l’ADN (acide désoxyribonucléique) ».

Mais Mme Schweitzer ainsi que d’autres experts ont expliqué que des analyses supplémentaires de ces tissus étaient nécessaires pour être certain de leur état de conservation.

Dent de Tyrannosaure

Dent de Tyrannosaure retrouvée dans le Montana de 28 cm. National Museum of Natural History, Washington. By Mr T in DC . Licence

En outre, l’extraction d’ADN de dinosaure afin d’étudier le code génétique et éventuellement procéder à un clonage de l’animal n’est pas pour demain, ont insisté les scientifiques en référence au film de science-fiction Jurassic Park.

Le tyrannosaure chassait peut-être en bande (Février 2005)

Récemment, Jack Horner a émis certaines théories suite à sa découverte d’un nouveau spécimen de Tyrannosaurus Rex. Cet individu avait un poids estimé entre 10 et 13 tonnes. Il est donc nettement plus massif que la célèbre Sue.

Le plus intéressant c’est que ce fossile a été découvert avec cinq autres squelettes de Tyrannosaurus. J.Horner en conclut qu’ils chassaient en bande quand ils sont morts. De là, notre paléontologue vedette revient sur sa théorie du T Rex charognard.

Tyrannosaurus

Dessin d’un Tyrannosaurus contre un Triceratops . © Maingeot (avec son aimable autorisation)

Se peut-il que les Tyrannosaures n’aient pas été des prédateurs solitaires comme on les a toujours décrits ?

Chassaient-ils en bande à la manière de nos hyènes ?

Personnellement, je pense que même si c’est le cas, cela ne signifie nullement que notre star était un simple charognard. Contrairement aux idées reçues, la hyène, bien que charognard, est également un fantastique prédateur.

Classification : Saurischia . Théropoda . Tyrannosauria . Tyrannosauridae

V.Battaglia (05.2003). M.à.J 02.2005

Plus d’informations sur les Tyrannosaures

Des paléontologues font “revivre” les dinosaures . Tyrannosaurus contre Triceratops

La croissance et la longévité du Tyrannosaure enfin dévoilée . Dilong paradoxus: un tyrannosaure à plumes

Videos

Combat Tyrannosaure contre Ankylosaure Combat entre une femelle et un mâle Tyrannosaure alors qu’un astéroïde menace la Terre

Dinosaures. Espèces

T. rex: een vleesetende gigant

05 februari 2012  

 

T. rex – voluit: Tyrannosaurus rex – was een echte gigant. Uit recent onderzoek is zelfs gebleken dat het beest veel groter was dan altijd al werd gedacht. De zwaarste T. rex ooit gevonden – Sue genaamd – zou zo’n 9500 kilo hebben gewogen. De schedel van dit enorme exemplaar is maar liefst anderhalve meter lang. Natuurlijk is dit wel een uitzondering.

Een ‘normale’ T. rex zou ‘slechts’ 6000 tot 8000 kilo hebben gewogen.

Kleintje
Natuurlijk zijn ook deze giganten ooit heel klein geweest. Wanneer ze uit hun ei kropen, moeten ze minder dan tien kilo hebben gewogen. Maar de aandoenlijk kleine T. rexjes werden rap groot. Uit onderzoek blijkt dat de jonkies met name in hun tienerjaren (tussen de tien en twaalf en zeventien en achttien jaar in het bijzonder) heel snel groeiden. Dan konden ze in een jaar tijd wel 1000 kilo zwaarder worden.

Over T. rex

De dinosaurus leefde ongeveer 66 miljoen jaar geleden in wat nu de VS en Canada is. De gemiddelde T. rex werd niet veel ouder dan 28 jaar, maar er zijn ook exemplaren die dertig jaar en ouder werden. Hoewel de dinosaurus een echte gigant was, gaat deze zeker niet de boeken in als de grootste vleesetende dinosaurus ooit. Die eer is weggelegd voor de Zhuchengtyrannus magnus.

Rennen!
De wetenschap is er nog niet helemaal uit hoe snel de T. rex was. Tenslotte moest het beest natuurlijk wel alle kilo’s meeslepen. Het is niet aannemelijk dat de T. rex kon rennen. Waarschijnlijk waren snelle, kleine stapjes de beste manier voor T. rex om een beetje vaart te maken. Hoe hard de dinosaurus exact kon lopen, blijft onduidelijk. Maar waarschijnlijk niet veel sneller dan een mens. In de tijd van deze dino leefden genoeg dinsosaurussen die ook niet zo snel konden lopen en dus prima op het menu van de T. rex pasten.

Tyrannosaurus Walk Cycle from Tom Spilman on Vimeo.

Het skelet van een T. rex. Foto: Pierre Camateros (via Wikimedia Commons).

°

Op jacht
Als de T. rex tenminste joeg. Want dat laatste is helemaal niet zo aannemelijk als u misschien denkt. De dinosaurus moest ongetwijfeld flink eten om zijn lichaam te kunnen onderhouden. Maar de jacht vergde ook weer heel veel van zijn lichaam. Daarom is het helemaal niet zo’n gek idee dat de T. rex helemaal niet of zelden joeg. Wellicht schoof hij gewoon bij andere dinosaurussen aan en was hij geen jager, maar een aaseter. Met zijn imposante verschijning moet het tenslotte niet heel lastig zijn geweest om de prooi van andere jagers af te pakken.

Toch is uit recentelijk onderzoek gebleken dat de T. rex hoogstwaarschijnlijk zijn eigen boontjes moest doppen. Hij zou simpelweg niet in de gelegenheid zijn geweest om prooien te stelen: deze waren al weg voor hij het wist.

°Leeuwen – tegenwoordig toch wel één van de meest indrukwekkende landdieren – jagen zelf ook relatief weinig. Vaak stelen ze de prooien van andere jagers zoals hyena’s.

Zwak
Wetenschappers stelden vast dat de armen van de T. rex vrij zwak waren. Daarmee zijn ze heel geschikt om een dier dat toch al dood is naar binnen te werken. Bovendien had de T. rex een hele gevoelige neus en dat is een handige eigenschap als er dode dieren moeten worden opgespoord.

Concurrentie  Het  nieuw onderzoek kijkt echter verder dan de bouw van het lichaam van de T.rex. De wetenschappers richtten zich op de concurrentie. Met welke diersoorten had de T. rex te maken als hij voedsel wilde stelen? En wat voor voedsel stal hij dan? In totaal namen de wetenschappers achttien herbivoren en tien carnivoren in beschouwing.

Overvloedig
Ze voorspellen dat ongeveer de helft van alle herbivoren die door de T. rex werden genuttigd tussen de 55 en 85 kilo wogen. De herbivoren werden opgejaagd door kleinere roofdieren die veel sneller waren en overvloediger voorkwamen dan de T. rex.

Mede door die snelheid konden deze diersoorten dagelijks een jachtgebied bestrekken dat zo’n zestig keer groter was dan dat van de T. rex. Omdat de kleinere roofdieren ook nog eens veel overvloediger voorkwamen, is het aannemelijk dat de prooien in no-time weg waren.

De T. rex zou dan ook geen kans hebben gehad om deze te stelen.

De T. rex, maar ook andere grote dinosaurussen moeten dan ook voornamelijk zelf voor hun eten hebben gezorgd.

De grote vraag is: hoe? De T. rex was gigantisch en de jacht moet veel van zijn lichaam gevergd hebben.

Wellicht ging het dier dan ook niet echt achter zijn prooien aan, maar wachtte het de prooi op en sloeg daarna toe

Dus  de T. rex  zou niet heel actief gejaagd hebben. Dat kostte waarschijnlijk teveel energie. Het is aannemelijker dat hij zijn prooi opwachtte en deze zodra de gelegenheid zich voordeed, greep.

CANNIBALEN  

18 oktober 2010  

Eigen soortgenoten op het menu .

Dat concluderen wetenschappers aan de hand van fossielen. De studie bevestigt wat veel experts allang vermoedden. De onderzoekers denken bovendien dat nog veel meer vleesetende dinosaurussen zich aan de eigen soort vergrepen.

“Veel grote carnivoren neigen naar kannibalisme: leeuwen, hyena’s, alligators, ijsberen,” somt onderzoeker Nicholas Longrich op. “Ze zijn gebouwd om grote dieren te doden en eten. En als je hongerig genoeg bent dan zijn soortgenoten ook gewoon een groot dier.”

Fossiel
De onderzoekers baseren hun conclusies op fossielen. Longrich en zijn collega’s troffen in het westelijk deel van Noord-Amerika de overblijfselen van een T. rex met grote tandafdrukken in diens botten aan. De afdrukken zijn veel te groot om van een andere vleesetende dinosaurus afkomstig te zijn en lijken sterk op de afdrukken van de T. rex.

Jacht
Longrich denkt wel te weten wanneer de dinosaurussen elkaar opaten: na een goed gevecht. “Je doodt een tegenstander en krijgt er een gratis maaltijd bij. De jacht gaat beter als je de andere jagers opeet.

Honger
“Ik denk dat een hele groep volgroeide T. rex moeite heeft gehad om genoeg eten te vinden,” meent Longrich. Dat zou verklaren waarom ze zich aan elkaar vergrepen.

Er is slechts één andere dinosaurussoort waarvan men weet dat dit een kannibaal was: de Majungatholus. Paleontologen vermoeden echter dat nog veel meer soorten – waaronder de Gorgosaurus – kannibalen waren.

Bronmateriaal:
Tyrannosaurus rex was a cannibal” – News.discovery.com

Hard bewijs ontdekt dat T. rex een jager was

16 juli 2013  

Sinds T. rex voor het eerst in Montana ontdekt werd en aan het begin van de twintigste eeuw een naam kreeg, wordt er gediscussieerd oer de vraag of deze grote vleeseters aaseters of jagers waren,” vertelt onderzoeker David Burnham.

“De meeste mensen nemen aan dat het jagers waren, maar waar is het wetenschappelijk bewijs daarvoor?

Ja, we hebben wel veel dinosaurusskeletten met daarin tandafdrukken ontdekt, maar wat bewijst dat nu eigenlijk? Het bewijst dat deze grote vleeseters andere dinosaurussen aten, maar aten ze deze terwijl deze dinosaurussen nog leefden?

Waar was het bewijs dat ze erop joegen?”

Wetenschappers konden het maar niet vinden.

Tot nu. Burnham en zijn collega’s hebben namelijk hard bewijs ontdekt dat erop wijst dat T. rex een echte jager was. Dat schrijven ze in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

De onderzoekers troffen dat harde bewijs aan in South Dakota. Ze ontdekten er een tand van een T. rex die in de staart van een plantenetende Hadrosaurus zat. En – nu komt het – deze dinosaurus overleefde de aanval van T. rex. “We wisten dat we een tand van een T. rex in de staart van een Hadrosaurus hadden,” vertelt Burnham. “Beter nog: we wisten dat de Hadrosaurus ermee weg was gekomen, want het bot was aan het genezen.”

Mogelijk werd de dino achterna gezeten door de T. rex toen deze gebeten werd. “Het grootste deel van de tijd reisden Hadrosauriërs in groepen. Deze Hadrosaurus is wellicht een beetje traag geweest of deze T. rex was een beetje sneller. In ieder geval bijna snel genoeg om een eendesnaveldinosauriër te grijpen.”

Een tandje minder

De T. rex die op deze Hadrosaurus joeg, moest het na deze ontmoeting dus met een tand minder doen. Maar dat was geen probleem, zo stellen de onderzoekers. Een T. rex wisselde zijn tanden regelmatig en wanneer hij een tand verloor, groeide er vanzelf weer eentje voor in de plaats.
Fossiele staartwervels met T rex tand© David A. BurnhamRobert A. DePalma II houdt de dubbele staartwervel vast,
David A. Burnham laat met een potlood zien waar de tand zit.
Tyrrannosaurus rex had een verbijsterend klein brein (blauw), onthult een CT scan. Het binnenoor (roze) is er goed op te zien. In rood is de luchtstroom aangegeven die onder meer naar het reukgebied leidt (kleine rode pijl). Beeld: L. M. Witmer & R. Ridgely, Ohio University, en W. Parsons
In denken was hij niet zo goed, getuige zijn minieme brein, maar voor ruiken had Tyrannosaurus rex een indrukwekkende uitrusting aan boord.

De beschadigingen aan de schedel van Sue. Afbeelding: Chris Glen / University of Queensland.

Parasiet
De T. rex was met zijn omvang en sterke kaken een geduchte tegenstander voor veel tijdgenoten.

Maar had de dinosaurus zelf ook iets te vrezen?

Jawel, maar dat gevaar kwam niet van andere giganten. Sterker nog: het gevaar was uitzonderlijk klein. Uit onderzoeken is gebleken dat de T. rex veel hinder ondervond van parasieten.

Op de schedel van Sue  zijn beschadigingen aangetroffen. Eerst werd gedacht dat de T. rex die beschadigingen opliep tijdens gevechten met soortgenoten. Maar toen onderzoekers nog eens beter keken, deden de beschadigingen ze wel heel erg denken aan parasieten die tot op de dag van vandaag vogels lastig vallen.

En jawel, hoogstwaarschijnlijk zorgden parasieten al in die tijd voor grote problemen. Ze veroorzaakten infecties in de keel en mond van de T. rex. In het geval van de machtige Sue kan de parasiet wel eens verantwoordelijk zijn voor de ondergang van de machtige dinosaurus. Door die infecties kon Sue mogelijk niet meer eten en stierf de dino een hongerdood. Mogelijk droegen de dinosaurussen de parasiet op elkaar over tijdens gevechten of liepen ze de parasiet op wanneer ze soortgenoten opaten.

Vragen
We weten best veel van de T. rex. Maar er is ook nog heel veel onduidelijk. Zo is de intelligentie van de Tyrannosaurus rex nog altijd in nevelen gehuld. Was de dino heel intelligent of juist niet? Was deze voldoende ontwikkeld om in een groep te kunnen leven? We weten het niet.

Ook de opvoeding van de jonge T. rex levert veel vragen op. Zo is nog altijd onduidelijk of de jongen (grotendeels) door hun ouders verzorgd werden of het vooral op eigen houtje moesten redden.

Mede door al die vragen wordt er nog intensief onderzoek gedaan naar de T. rex en zijn soortgenoten. En dat is maar goed ook, want het verhaal van deze bijzondere dinosaurus is nog lang niet af. Tegelijkertijd is het lastig gebleken om aan de hand van fossiele resten een compleet levensverhaal te vertellen.

Botten kunnen laten zien hoe een dier er ongeveer uitzag, maar het gedrag van het dier is er lastig aan af te zien. En dus blijven veel factoren een beetje gissen. Of we ooit nog een antwoord krijgen op al die vragen? Misschien wel als we nieuwe manieren vinden om nog meer informatie uit botten te halen

Eén ding lijkt wel vast te staan: de T. rex is nog mysterieus genoeg om de mensheid tientallen jaren bezig te houden.

° tyrannosaur decapitated his prey

tyrannosaurus casts  <– word document ( Documentatiemap  &  beeldmateriaal )

Tyrannosaurs
Ancestors
Introduction
Herrerasaurus
Eoraptor
Coelophysis
Eustreptospondylus
Species
Albertosaurus
Alectrosaurus
Alioramus
Daspletosaurus
Dilong
Eotyrannus
Gorgosaurus
Nanotyrannus
Tarbosaurus
Tyrannosaurus
Other Tyrannosaurs
New Discovery
Information
Anatomy
Hunter v Scavenger
Family Life
Growth Rate
Exhibits

Tyrannotitan

DINOSAURICON S

INHOUD  S

 


Top: Saurolophus (Duckbilled Hadrosaur) Skull.
Bottom: Juvenile Ornithopod Skull.

 

Saurolopus Angustirostris.jpg

SAUROPODOMORHS /

.

.

SAUROPODS

Sauropoda

http://sauroposeidon.files.wordpress.com/2010/04/wedel-2003-evolution-of-pneumaticity.pdf

 Ignacio A. Cerda, Leonardo Salgado, and Jaime E. Powell wrote an article titled Extreme postcranial pneumaticity in sauropod dinosaurs from South America. It was published in 2012 in Palaontologische Zeitschrift. This quote from the abstract says:

Birds are unique among living tetrapods in possessing pneumaticity of the postcranial skeleton, with invasion of bone by the lung and air-sac system. Postcranial skeletal pneumaticity (PSP) has been reported in numerous extinct archosaurs including pterosaurs and non-avian dinosaurs. Here we report a case of small-bodied, armored sauropod dinosaurs from the Upper Cretaceous of South America. Based on osteological data, we report an extensive invasion of pneumatic diverticula along the vertebral column, reaching the distal portion of the tail. Also, we provide evidence of pneumaticity in both pectoral and pelvic girdles. Our study reveals that the extreme PSP in archosaurs is not restricted to pterosaurs and theropod dinosaurs.
19 augustus 2013 
sauropoda

Nieuw onderzoek wijst erop dat de  nekken van plantenetende dino’s  een stuk minder flexibel waren dan gedacht.

Die conclusie trekken wetenschappers in het blad PLoS ONE.

Verrassend genoeg baseren ze hun conclusies niet direct op een studie onder de Sauropoda: de plantenetende dino’s met hun lange nekken. Nee, in plaats daarvan bestudeerden ze de nek van de struisvogel. En dat is niet zo gek als het lijkt, zo benadrukken de onderzoekers.

Ze wijzen erop dat ook de sauropoda  verre voorouders van de vogels zijn.(1)

Bovendien “is de morfologie van de wervels en nekspieren (van de struisvogel, red.) goed vergelijkbaar met die van de Sauropoda”, zo schrijven ze.

De flexibiliteit van de struisvogelnek. Afbeelding: Cobley MJ, Rayfield EJ, Barrett PM (2013) Inter-Vertebral Flexibility of the Ostrich Neck: Implications for Estimating Sauropod Neck Flexibility. PLoS ONE 8(8): e72187. doi:10.1371/journal.pone.0072187.

De flexibiliteit van de struisvogelnek. Afbeelding: Cobley MJ, Rayfield EJ, Barrett PM (2013) Inter-Vertebral Flexibility of the Ostrich Neck: Implications for Estimating Sauropod Neck Flexibility.

PLoS ONE 8(8): e72187. doi:10.1371/journal.pone.0072187.

De onderzoekers bestudeerden in totaal drie struisvogelnekken. In tegenstelling tot eerdere onderzoeken keken ze niet alleen naar de botjes in de nek, maar ook naar het weefsel ertussen. En uit dat onderzoek blijkt dat dat weefsel de nek aanzienlijk minder flexibel maakt. “De zachte weefsels in de nek beperken absoluut de flexibiliteit,” zo stellen de onderzoekers. Toen ze de weefsels verwijderden, nam die flexibiliteit namelijk enorm toe. “Daarom moet er rekening worden gehouden met de spiermassa als we de flexibiliteit (van de nek, red.) willen voorspellen.” En ook het kraakbeen heeft invloed op de flexibiliteit.Wanneer de onderzoekers die conclusies vervolgens loslaten op de Sauropoda, moeten ze concluderen dat de nek van deze giganten niet zo flexibel was. En dat verandert onze kijk op de wijze waarop de Sauropoda aan hun voedsel kwamen. De plantenetende dino’s zijn de grootste dino’s die ooit op aarde hebben rondgelopen. Om hun enorme lichaam draaiende te houden, moesten ze dagelijks enkele honderden kilo’s voedsel naar binnen werken. Onderzoekers dachten altijd dat ze daarvoor niet ver hoefden te wandelen. Ze konden dankzij hun lange nekken vanaf één locatie van de grond en van tal van boomtakken eten. Maar dit onderzoek trekt dat nu in twijfel. Als de nek niet zo flexibel was, moesten de Sauropoda mogelijk hun lichaam meer bewegen om toch aan voldoende voedsel te kunnen komen.

Bronmateriaal:
Inter-Vertebral Flexibility of the Ostrich Neck: Implications for Estimating Sauropod Neck Flexibility” – PLoS ONE
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Kildevil (via Wikimedia Commons).

(1).-

uiteraard is het de tak van de  theropoda (en in het bijzonder de  maniraptorae )die (volgens de gangbare consensus  nog altijd ) het dichts bij de  aviales (vogels ) staat

“Sauropods are stem avians,”zegt het plos artikel   ; het   betekent slechts dat theropoda  ( waartoe de vogels (aviales )behoren )  en sauropoda  samen  allicht  een  gemeenschappelijke voorouder hebben :   te vinden onder de eerste (oudste ) dinosauriers  (net zoals ook  placentale en marsupiale zoogdieren  ook een (veronderstelde  )  voorouderlijke stam onder de  vroege   mammiliformes  moeten  hebben gehad )

http://sauroposeidon.files.wordpress.com/2010/04/wedel-2007-prosauropods.pdf

 

°

Het stukje schedel dat onderzoekers hebben teruggevonden en hoe dat in de schedel van de dinosaurus heeft gepast. Ook de verhouding tot de schedel van de mens is mooi in kaart gebracht.

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0195667112001395

Full-size image (48 K)

&lt;img hspace=”2″ height=”163″ border=”0″ align=”middle” width=”189″ vspace=”2″ alt=”Full-size image (48 K)” title=”Full-size image (48 K)” src=”http://ars.els-cdn.com/content/image/1-s2.0-S0195667112001395-gr3.sml” data-thumbsrc=”http://ars.els-cdn.com/content/image/1-s2.0-S0195667112001395-gr3.sml” data-fullsrc=”http://ars.els-cdn.com/content/image/1-s2.0-S0195667112001395-gr3.jpg”&gt;

Shortest tree recovered by the phylogenetic analysis (Tree length = 2463, CI = 0.3886, RI = 0.5196). Numbers adjacent to nodes indicate the Bremer Support values >1. Abbreviations: ALLOS, Allosauroidea; CARCHAR, Carcharodontosauridae.

according to Smithsonian Magazine. <–

http://theropoda.blogspot.be/2012/10/sauroniops-pachytholus-cau-dalla.html

app20110043[1] sauroniops <–pdf

http://carnivoraforum.com/topic/9749866/1/

De Sauroniops pachytholus is een vleesetende theropode dinosauriër, behorend tot de groep van de Carnosauria, die tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Marokko. De soort werd in 2012 gemeld en beschreven door Andrea Cau, Marco Dalla Vecchia en Matteo Fabbri en nog hetzelfde jaar door dezelfde auteurs benoemd in een opvolgend artikel.

Een 12 meter  theropode  :  Paleontologen ontdekten enkel de schedel van de dinosaurus, maar in deze schedel zaten wel enorme oogkassen. De paleontologen van het Museum van Geologie Giovanni Capellini in Bologna uit Italië noemen het enorme beest Sauroniops pachytholus, of “Oog van Sauron” in het Grieks. Dit beest zwierf zo’n 95 miljoen jaar geleden over deze aarde in Noord afrika.

 Andrea Cau  ….”Het idee om deze enorme jager zo te noemen, kwam na het zien van de schedel. Het beest met die oogkassen deed me direct denken aan Sauron uit de film van Peter Jackson.”

De soortaanduiding   pachytholus    betekent “dik schedeldak”.

Het holotype, MPM 2594, is gevonden in de Kem Kem-lagen die dateren uit het Cenomanien. Het bestaat uit een linkervoorhoofdsbeen. Sauroniops is door de beschrijvers ingedeeld  bij  de Carcharodontosauridae

* Aan de hand van het voorhoofdsbeen van Sauroniops blijkt dat deze soort waarschijnlijk een knobbel of bult op zijn voorhoofd heeft gehad. Deze had vermoedelijk een rol bij het baltsen. Carcharodontosauriden  bezaten sowieso  opvallende lichaamskenmerken die vermoedelijk een rol gespeeld hebben bij de sexuele selectie, zoals de opvallende rug van de Acrocanthosaurus.De Carcharodontosauridae was een familie van enorme roofdino’s, met meerdere soorten die groter waren dan T-rex.Ze vormen een aftakking van de bekendere Allosauridae.

http://www.scientias.nl/nieuwe-dinosoort-vernoemd-naar-sauron/75397

Bronmateriaal:
Sauroniops pachytholus (Cau, Dalla Vecchia and Fabbri 2012b): The Carcharodontosauridae “abelisauro-mime”” – Theropoda.blogspot.nl

http://www.flickr.com/photos/rescuedbyrover/4196403922/sizes/m/in/photostream/

http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2012/11/17/clubbing/

NHM in London //Partial tail and tail club of Euoplocephalus tutus in the NHM’s Dinosaur Hall.

The NHM has a very nice specimen that goes with it, an articulated individual of “Scolosaurus cutleri” (junior synonym of E. tutus), that is nearly complete

File:Scolosaurus cutleri.JPG

http://en.wikipedia.org/wiki/File:Scolosaurus_cutleri.JPG

Jan 13, ’13 by Neal

Pal Penkalski and William T. Blows wrote an article titled Scolosaurus cutleri (Ornithischia: Ankylosauria) from the Upper Cretaceous Dinosaur Park Formation of Alberta, Canada. It was published in 2013 in the Canadian Journal of Earth Sciences. This quote from the abstract says:

The synonomy of the ankylosaurid dinosaur Scolosaurus with Euoplocephalus has been widely accepted since the 1970’s. However, Scolosaurus cutleri exhibits differences which separate it from Euoplocephalus tutus and Dryoplocephalus acutosquamus. Although the holotype of Euoplocephalus is fragementary, several other specimens can be reliably referred to this taxon and used for comparison. Scolosaurus differes from Euoplocephalus in cervical half-ring, osteoderm, and forelimb morphology. Scolosaurus differs from Dyoplosaurus primarily in pelvic morphology and osteoderm shape. Recognition of Scolosaurus as a valid taxon adds to the growing concept that the Upper Cretaceous ankylosaurid fauna of North America was more diverse than previously thought.

Artist’s restoration of Segisaurus.

   
Known from a single fragmentary skeleton which is missing the skull, Segisaurus is one of the last Coelophysoid of North America.The “Tsegi Canyon lizard,” S. halli is the type and only species of Segisaurus.
The only known specimen of this coelophysid was discovered in 1933 in Arizona, and is the only dinosaur to have ever been excavated from the site.
It was described by Charles Lewis Camp in 1936, who omitted the ‘T’ at the beginning of the name of the canyon for which it is named.Segisaurus lived during the Early Jurassic period about 183 million years ago, and was about a meter long, half a meter tall, and weighed about 4-7 kilograms.
It appears to have been closely related to the more famous Coelophysis. It is known from only a single, incomplete skeleton which which lacks the skull and most of its dorsal and cervical vertebrae.
Segisaurus has a unique opening in the ischial portion of its puboischial plate.Known from a single fragmentary skeleton which is missing the skull, Segisaurus is one of the last Coelophysoid of

Segnosaurus July 22, 2011  Filed under: Theropoda —

Segnosaurus showed an unusual combination of features of ornithischians, theropods and prosauropods. Its pelvis looked like the pelvis of the dromaeosaurids, although it was much larger. Segnosaurus had feet with long, slender theropod-like claws and ankles, although it had four toes instead of three on each foot. The teeth, although there were many and small, resembled those of some theropods.

We know of only a few remains of Segnosaurus, but the whole animal can be restored by comparison with its close relatives. The head is based on the skull of the closely related Erlikosaurus, and the feathery covering comes from an early Cretaceous form, Beipiaosaurus, found perfectly preserved in the Liaoning sediments, in China.
Factbox//Name: Segnosaurus, meaning ‘slow reptile’ Size: 4-9m long Food: probably plants, but some experts have suggested meat and fish Lived: 75 million years ago in the Late Cretaceous Period in MongoliaThe fragmentary remains of this genus show the typical down-turned jaw with the leaf-shaped teeth, and the hip bones with the swept-back pubis that give the impression of an ornithischian dinosaur. These are important details in establishing the makeup of this whole line of dinosaur. It is such an important animal that the name Segnosauria has been proposed as alternative name for the group. Fossil eggs about the size of duck eggs have been attributed to these animals.Experts are not sure what sort of food Segnosaurus ate. It had teeth at the back of its jaw to cut up food – like the bipedal carnivores. But at the front of its mouth was a toothless beak – like some of the herbivores. Indeed, the dinosaur was probably omnivorous.Segnosaurus also had feet quite unlike those of ordinary carnivores. It had sturdy legs and short, broad feet which ended in four toes. Some experts think that the feet may have been webbed.The scientist who named Segnosaurus in 1979 suggested that it waded, or even swam, catching fish with its claws or in its toothless beak. But scientists are still unsure; it is possible that it was a herbivore and used its beak to nip off leaves.The restoration is largely based on the partial remains of three skeletons. It differs from other therizinosaurids by the arrangement of teeth in the jaw.
Seismosaurus

seismosaurus pictures

En 1986, des paléontologues ont découvert au Nouveau-Mexique de nombreux fragments de la colonne vertébrale et du bassin d’un dinosaure baptisé Seismosaurus.

Seismosaurus vivait au Jurassique supérieur. Il fait partie de la famille des Diplodocidae

Initialement, la taille avait été largement surestimée à cause d’un placement erronée des vertèbres.

Seismosaurus avalait puis digérait grâce aux gastrolithes de grandes quantités de végétaux. 230 gastrolithes ont été trouvées à l’emplacement de l’estomac.

Seismosaurus

Seismosaurus exposé a New Mexico. By Terra Nova

Les roches dans lesquelles a été retrouvé Seismosaurus (Colorado Morrison Formation) contenaient également les fossiles d’ Amphicoelias et Supersaurus. Ces deux derniers étaient sans doute encore plus imposants que Seismosaurus.

Leurs squelettes sont très fragmentaires.

Il n’est pas certain que Seismosaurus soit une espèce à part entière. Il est très probable qu’il s’agisse d’un Diplodocus.

Seismosaurus hallorum deviendrait alors Diplodocus hallorum.

Classification : Saurischia Sauropodomorpha Sauropoda Diplodocidae
Gillette, 1991

Espèce type: Seismosaurus hallorum

File:Seismosaurus SK.jpg

V.B (02.2004). M.à.J 03.2008.

Siats meekerorum

http://nl.pinterest.com/tsjok/dinosauricon-n-neovenatoridae/

Nieuwe monsterdinosaurus ontdekt

22/11/2013 om 17:35

In de Verenigde Staten werd  een gigantische vleesetende dinosaurussoort ontdekt. Het gaat om de Siats meekerorum. Het beest kreeg een naam naar een mensenetend monster uit een indianenlegende.

 

Siats meekerorum. Afbeelding: Jorge Gonzales.
Dinosaurus Siats meekerorum © IMAGEGLOBE

In de Verenigde Staten werd  een nieuwe vleesetende dinosaurussoort ontdekt. Het dier leefde tijdens het Boven-Krijt en is een van de drie grootste soorten die ooit in Noord-Amerika werden ontdekt. Dat maakten paleontologen vrijdag in het tijdschrift Nature Communications bekend.

De “siats meekerorum”, een naam die refereert aan het mensetende monster uit een indianenlegende, is slechts de tweede dinosaurus uit de carcharodontosaurus-familie, gigantische vleesetende dinosaurussen, die in Noord-Amerika werd ontdekt. De eerste Noord-Amerikaanse carcharodontosaurus, acrocanthosaurus atokensis werd in 1950 ontdekt.

Het skelet van de siats, beschreven door Lindsey Zanno (museum voor natuurwetenschappen van North Carolina) en Peter Makovicky (Field Museum in Chicago), is dat van een jong exemplaar van meer dan 9 meter groot en 4 ton zwaar. Toch is het gigantische skelet dat van een jong dier.

siats 3

°

Figure 3: Select pelvic and hindlimb elements of the holotype of S. meekerorum. (a) Right ilium in lateral view; (b) fibula in lateral view; right ischium in (c) ventral, (d) proximal and (e) lateral views; (f) pedal phalanx III-2 in lateral view; (g) right pedal phalanx II-1 in medial view. Scale bar: 5 cm. arp, acetabular rim of pubic peduncle of ilium; bf, brevis fossa; cf, cuppedicus fossa; ilp, iliac peduncle of ischium; isp, ischial peduncle of ilium; lif, ligament fossa; lw, lateral wall of brevis fossa; Maf, M. adductor femoris scar on ischium; Mcf, M. caudofemoralis origin; pil, pubic peduncle of ilium; pp, pubic peduncle of ischium.

De onderzoekers schatten dat een volwassen dier ongeveer zo groot kan worden als een acrocanthosaurus. De twee soorten blijven daarmee qua grootte achter de tyrannosaurus rex, die tot negen ton kon wegen.

Volgens de onderzoekers heerste de siats tijdens het Boven-Krijt (tussen de 100 en 66 miljoen jaar geleden) over het gebied dat vandaag de staat Utah is. Tot nu toe was nog niet geweten wie het voornaamste roofdier uit die periode was in Noord-Amerika. Tijdens de periode van de Siats was het landsschap groen en werd het bevolkt door herbivoren, schildpadden, krokodillen en andere roofdieren zoals de eerste tyrannosauridae .

“De carcharodontosaurussen hebben langer geregeerd in Noord-Amerika dan we hadden verwacht”, verklaarde Lindsey Zanno. Meer nog, de siats overbrugt een lacune van meer dan 30 miljoen jaar in het fossielenregister, een periode waarin de rol van belangrijkste roofdier van de carcharodontosaurus in het Onder-Krijt werd overgenomen door de tyrannosaurus aan het einde van het Krijt.

siats 4

°

Figure 4: Evolutionary relationships of apex predators in the Late Jurassic and Cretaceous of North America. Apex predator role defined as largest predators per time bin, generally estimated as species with a femur length >1 m15; (a) trifaunal characterization of predator guilds with unique taxonomic and mass compositions: a diverse, mixed mass, Late Jurassic predator assemblage, mid-Cretaceous gigantic carcharodontosaurian dominated fauna and terminal large-bodied to gigantic tyrannosaurid guild. Grey boxes on timescale to left indicate spans when apex predators achieved gigantism, topping estimates of 3,500 kg30. Chronostratigraphic occurrences follow30; (b) combinable component consensus tree showing taxonomy and relationships of North American predators during this interval and S. meekerorum posited as a megaraptoran neovenatorid. Numbers at nodes denote Bremer support values. Taxon colours consistent between parts a and b. Ma equals million years ago.

siat 5

°

Figure 5: Distribution of Carcharodontosauria in time and space. (a) Combinable component consensus tree showing chronostratigraphic distribution of Allosauria; (b) mid-Cretaceous (Aptian-Cenomanian) paleobiogeographic map of Carcharodontosauria, illustrating the former western North American gap filled by discovery of Siats. Previously known generalized areas denoted with black stars, newly described distribution in western North America marked with red star. Map adapted from ref. 69 with permission from Elsevier.

°

Siats zou er zo voor kunnen gezorgd hebben dat de kleine tyrannosaurussen zich niet als koning van de voedselketen konden vestigen. Pas toen de siats verdween, konden de tyrannosauridae  evolueren tot een enorm roofdier zoals de T.REX .

Siats meekerorum   nature

°

http://www.readcube.com/articles/10.1038%2Fncomms3827?tab=summary

S. meekerorum behoort tot een groep roofdinosaurussen waarvan eerder alleen fossiele resten in Azië, Australië en Zuid-Amerika zijn teruggevonden.

“Dit is het eerste bewijs dat deze dieren in Noord-Amerika voorkwamen,” vertelt Pete Makovicky, verbonden aan The Field Museum, een partij die meewerkte aan de ontdekking. “Tot een paar jaar geleden wisten we niet dat deze dinosaurussen op noordelijke continenten voorkwamen, dus dachten we dat de dinosaurussen die op noordelijke continenten leefden zich onderscheidden van de dino’s die op de zuidelijke continenten leefden, vanwege de continentverschuiving. Maar nu blijkt dat het vinden van dinosaurussen die nauw aan elkaar verwant zijn en op verschillende continenten leefden, beter dan gedacht in staat waren om hindernissen zoals oceanen te overwinnen.”

Naast Siats hebben de onderzoekers nog twee andere soorten dinosaurussen in het gebied ontdekt. Ze hopen deze later dit jaar te presenteren en verwachten niet dat het daarbij blijft: er zouden in het gebied nog veel meer dinosaurussen op hun ontdekking liggen te wachten.

Bronmateriaal:
Dino discovery” – Fieldmuseum.org
Colossal New Predatory Dino Terrorized Early Tyrannosaurs” – NCSU.edu

_

Sterk bewijs dat dino’s veren gebruikten om partner te versieren

04 januari 2013   11

similicaudipteryx

Wetenschappers hebben het sterkste bewijs tot nog toe gevonden dat sommige dinosaurussen hun veren puur gebruikten om een partner te versieren. Ze schudden er waarschijnlijk flink op los met hun verenbos.

De onderzoekers bestudeerden de oviraptor.

De laatste wervels van deze groep dinosaurussen vormden één geheel. Het staartbeen was als het ware vergroeid. “Deze structuur noemen we pygostyle,” vertelt onderzoeker Scott Persons. “Onder moderne dieren hebben alleen vogels deze nog.”

 

Eén van de oviraptors die de onderzoekers bestudeerden, was de dinosaurus Similicaudipteryx. Deze had op het vergroeide staartbeen veren. Deze waaierden zich rond de staart uit. Van deze dino weten we dat hij niet kon vliegen. Waartoe dienden de veren dan? Het vermoeden bestond dat hij de veren gebruikte om een partner te versieren. Om te achterhalen of dat vermoeden klopte, bestudeerde Persons de structuur van het bot en de spieren in de staart. Uit het onderzoek blijkt dat de botten en spieren het mogelijk maakten voor Similicaudipteryx om flink met zijn staart te schudden en de veren op en neer te bewegen.

Similicaudipteryx was één van de eerste oviraptors. Maar ook latere exemplaren konden heel goed met hun staart schudden. Dat wijst erop dat de staart van dino’s uit deze groep ook veel later nog hetzelfde doel diende. “In die tijd waren er ook al dinosaurussen die veren gebruikten om te vliegen of om zich te beschermen tegen de kou,” vertelt Persons. “Dit (onderzoek, red.) laat zien dat dinosaurussen aan het einde van het Krijt al alles met hun vleugels konden doen wat ook moderne vogels nu doen.”

Best evidence yet that dinosaurs used feathers for courtship” – University of Alberta (via Eurekalert.org).
De foto bovenaan dit artikel is afkomstig van de website van de University of Maryland).

 

Sinocalliopteryx gigas

Holotype of Sinocalliopteryx gigas. (Credit: Xing et al., Abdominal Contents from Two Large Early Cretaceous Compsognathids (Dinosauria: Theropoda) Demonstrate Feeding on Confuciusornithids and Dromaeosaurids. 
Lida Xing, Phil R. Bell, W. Scott Persons, Shuan Ji, Tetsuto Miyashita, Michael E. Burns, Qiang Ji, Philip J. Currie. Abdominal Contents from Two Large Early Cretaceous Compsognathids (Dinosauria: Theropoda) Demonstrate Feeding on Confuciusornithids and Dromaeosaurids. PLoS ONE, 2012; 7 (8): e44012 DOI: 10.1371/journal.pone.0044012

 

Sinocalliopteryx gigas (Ji, Ji Lu and Yuan 2007) Early Cretaceous ~125 mya, 2.75 m in length, was derived from a sister to Juravenator and Tawa. A sister to Sinocalliopteryxpreceded Archaeopteryx and the rest of the birds. While Sinocalliopteryx lived later thanArchaeopteryx, much smaller sister taxa with similar traits must have lived much earlier in the Middle Jurassic.
Overall much larger and distinct from Juravenator, the skull of Sinocalliopteryx had a lower, more pointed snout and a smaller antorbital fenestra. The jugal was taller, which raised the smaller orbit. The lateral temporal fenestra was shorter. The teeth were relatively smaller.
The dorsal vertebrae were shorter and there were fewer dorsal ribs. The neural spines of the posterior dorsals were taller. The tail was relatively shorter.
The coracoid was larger. The metacarpals were shorter and the fingers were longer with highly curved claws.
The ilium was deeper. The pubis was directed ventrally. The hindlimb was longer.
Sinocalliopteryx was more fully feathered, especially on the torso and hind limbs. With such large hands and grappling claws, it is probable that smaller sisters of Sinocalliopteryxbegan to climb trees.
Ji S, Ji Q, Lu J and Yuan C 2007. A new giant compsognathid dinosaur with long filamentous integuments from Lower Cretaceous of Northeastern China. Acta Geologica Sinica, 81(1): 8-15.
wiki/Sinocalliopteryx
http://www.reptileevolution.com/sinocalliopteryx.htm

Sinocalliopteryx gigas

Geschreven op 31 augustus 2012 om 12:46 uur door 3

De dinosaurus Sinocalliopteryx kon niet vliegen, maar hij at wel vliegende dino’s. Dit blijkt uit een onderzoek van wetenschappers van de universiteit van Alberta. De wetenschappers ontdekten fossielen van drie vliegende dino’s in de maag van een gefossiliseerde Sinocalliopteryx.

De Sinocalliopteryx was een gevederde dinosaurus met de looks van een roofvogel. Toch kon hij niet vliegen. De Sinocalliopteryx was twee meter lang, waardoor de dino niet veel langer was dan een hedendaagse wolf.

In de maag van een Sinocalliopteryx vonden wetenschappers drie Confuciusornissen. De Confuciusornis was één van eerste vogels en had een lengte van ongeveer twintig centimeter. De middelgrote vogel bleek niet in staat om lange afstanden te vliegen. De wetenschappers Robert Nudds en Gareth Dyke publiceerden in 2010 een onderzoek dat de Confuciusornissen enkel glijvluchten konden maken. De slagpennen op het einde van de vleugel van de Confuciusornis zouden een te zwakke en te dunne as hebben om een klappende vlucht te ondersteunen.

Stealth-technieken
Aangezien de Confuciusornis enkel korte afstanden kon viegen, zag de Sinocalliopteryx in de vogel een fijn hapje. Waarschijnlijk gebruikte de dino stealth om de vogel te stalken. De Sinocalliopteryx kon namelijk niet in bomen klimmen, zoals de Confuciusornis____ die laatste was  echter  geen hoogvlieger  

De Sinocalliopteryx was waarschijnlijk een echte jager en een gretige eter. Dit verklaart waarom er niet één, maar drie Confuciusornissen in de maag van de dino te vinden zijn.

Tweede exemplaar
De Amerikaanse wetenschappers vonden het fossiel in de Chinese provincie Liaoning.

Zij troffen nog een ander exemplaar van de Sinocalliopteryx aan. Ook de maag van deze dino was goed gevuld, namelijk met een Sinornithosaurus. Dit was een kleine vleesetende dino ter grootte van een kat.

Image and text copyright 2004-2007, Feenixx Publishing, Inc.Means: “Chinese dragon feather”: Early Cretaceous – 130 MYa: Liaoning Province, China/(1.3 m) (2.5 kg)Sinosauropteryx is the first dinosaur fossil ever found that showed evidence of having feathers. It has been called one of the most exciting scientific discoveries in decades. This animal was not a bird, but rather a theropod dinosaur. This Chinese fossil clearly shows defined feathers around much of this little dinosaur! It was a small, swift hunter that could not fly, but it seems to demonstrate that dinosaurswere beginning to look and act more like birds. It is a very important fossil for a number of reasons. First, and perhaps most importantly, it is a critical piece of evidence supporting the argument that birds descended from dinosaurs. Additionally, depending on its exact classification, it shows that at least some non-avian coelurosaurs were feathered. The exact use of the feathers will be debated for some time. They are clearly not flight feathers, but they may have been used for insulation, courtship display, individual identification, or a combination of all of these. It all began in 1994, when farmer Li Yinfang broke open a slab of rock in the Province of Liaoning in northeastern China. He was amazed to find the complete skeleton of a long-tailed turkey sized animal appeared. He knew he had discovered something very important. This exciting new species was first reported by Ji and Ji in 1996, then received further studies by Chen, Dong and Zhen in 1998 and Currie and Chen in 2001.Sinosauropteryx is important not only because of its integument, but also because it is a basal coelurosaur and represents an important stage in theropod evolution that is poorly understood. Sinosauropteryx has the longest tail of any known theropod, and a three-fingered hand dominated by the first finger, which is longer and thicker than either of the bones of the forearm. It also has a thick coat of feather-like structures, which seem to be simple branching structures. One specimen of Sinosauropteryx also preserves stomach contents, and a pair of eggs in the abdomen. The area of Liaoning Province where Sinosauropteryx was found is extremely rich in 140 million year old fossils. By studying fossil sites we know what animals and plants existed at the same period in time as Sinosauropteryx. This information allows us to write the story you are about to read. Three complete skeletons of Sinosauropteryx have been found, including unlaid eggs and some internal organs. It was a meat-eater as one specimen had the jawbone of a mammal in its stomach. The jawbone was not enough to identify the mammal.
Theropoda: Maniraptora: Troodontidae : Early Cretaceous
Locality: Asia
Length: 0.96 meters
Height: 0.42 metersRare species of troodontid from Asia. This particular specimen shares many traits with birds, which is common among troodontids and other raptors. The vicious claws, teeth, and running legs typical of raptors are seen combined with the light bones, wing-like arms and furcula (wishbone) seen in birds

Artist’s restoration of the giant theropod Spinosaurus.

SPINOSAURUS Spinosaurus

Pic Credit: Arthur Weasley
Spinosaurus.// . The biggest predator ever to walk the earth. Cretaceous North Africa.

Spinosaurus (meaning “spine lizard”) is a genus of theropod dinosaur which lived in what is now North Africa, from the Albian to early Cenomanian stages of the Cretaceous Period, about 95 to 93 million years ago. This genus was first known from Egyptian remains discovered in the 1910s and described by German paleontologist Ernst Stromer. These original remains were destroyed in World War II, but additional skull material has come to light in recent years. It is unclear whether one or two species are represented in the described fossils. The best known species is S. aegyptiacus from Egypt, although a potential second species, S. marocannus, has been recovered from Morocco.The distinctive “spines” of Spinosaurus, which were long extensions of the vertebrae, grew up to 2 metres (6.6 ft) long and were likely to have had skin connecting them, forming a sail-like structure, although some authors have suggested that they were covered in muscle and formed a hump or ridge. Multiple functions have been put forward for this structure, including thermoregulation and display. According to recent estimates, Spinosaurus is the largest of all known carnivorous dinosaurs, even larger than Tyrannosaurus rex and Giganotosaurus. These estimates suggest that it was around 16 to 18 meters in length (52.5 to 59.1 ft) and 9 tonnes (9.9 tons) in weight, although these figures have not been universally accepted.Although Spinosaurus is well-known to dinosaur enthusiasts due to its size, sail, and elongated skull, it is mostly known from remains that have been destroyed, aside from a few more recently discovered teeth and skull elements. Additionally, so far only the skull and backbone have been described in detail, and limb bones have not been found. Jaw and skull material published in 2005 show that it had one of the longest skulls of any carnivorous dinosaur, estimated at about 1.75 meters long (5.75 ft). The skull had a narrow snout filled with straight conical teeth that lacked serrations. There were six or seven teeth on each side of the very front of the upper jaw, in the premaxilla bones, and another twelve in both maxillae behind them. The second and third teeth on each side were noticeably larger than the rest of the teeth in the premaxilla, creating a space between them and the large teeth in the anterior maxilla; large teeth in the lower jaw faced this space. The very tip of the snout holding those few large anterior teeth was expanded, and a small crest was present in front of the eyes.The sail of Spinosaurus was formed of very tall neural spines growing on the back vertebrae. These spines were seven to eleven times the height of the vertebrae from which they grew. The spines were slightly longer front to back at the base than higher up, and were unlike the thin rods seen in the pelycosaur finbacks Edaphosaurus and Dimetrodon.Spinosaurus gives its name to a family of dinosaurs, the Spinosauridae, of which other members include Baryonyx from southern England, Irritator and Angaturama (which is probably synonymous with Irritator) from Brazil, Suchomimus from Niger in central Africa, and possibly Siamosaurus, which is known from fragmentary remains in Thailand. Spinosaurus is closest to Irritator, which shares its unserrated straight teeth, and the two are included in the subfamily Spinosaurinae. In 2003, Oliver Rauhut suggested that Stromer’s Spinosaurus holotype was a chimera, composed of back vertebrae from a carcharodontosaurid similar to Acrocanthosaurus and a dentary from a large theropod similar to Baryonyx. This analysis, however, has been rejected in recent papers.The first described remains of Spinosaurus were found in the Bahariya Valley of Egypt in 1912, and were named by German paleontologist Ernst Stromer in 1915. Fragmentary additional remains from Bahariya, including vertebrae and hindlimb bones, were designated by Stromer as “Spinosaurus B” in 1934. Stromer considered them different enough to belong to another species, and this has been borne out; with the advantage of more expeditions and material, it appears that they either pertain to Carcharodontosaurus or to Sigilmassasaurus. Some of the Spinosaurus fossils were damaged during transport back to the Deutsches Museum, in Munich, Germany, and the remaining bones were completely lost due to Allied bombing in 1944. Two species of Spinosaurus have been named: Spinosaurus aegyptiacus (meaning “Egyptian spine lizard”) and Spinosaurus marocannus (meaning “Moroccan spine lizard”). S. marocannus was originally described by Dale Russell as a new species based on the length of its neck vertebrae.[8] Later authors have been split on this topic, some considering the length of the vertebrae to be variable from individual to individual and therefore regarding S. marocannus as invalid or a synonym of S. aegyptiacus, and others retaining it as valid.Copyright © 2007 Answers CorporationSpinosaurusThe imposing dinosaur’s most unusual feature was its large sail. Whenever Spinosaurus would arch its back, the sail, made of lengthy spines covered with skin, would rise into the air. The sail alone was the height of a man. No one really knows the reason for having a sail on it’s back, but it’s felt it may have helped to cool the dinosaur, in hot weather. As the wind blew across the sail, it would cool it down, in the same way that holding your hand in the wind, will cool that down. A large body would have a smaller surface area (per weight ratio), and therefore would hold in heat, whereas the sail would allow it to literally “blow away” with the wind.Spinosaurus ate smaller dinosaurs, and possibly fished in rivers, in much the same way as Grizzly Bears do, by snatching fish from rivers. Spinosaurus had what was arguably the longest head of any known carnivorous dinosaur. Measuring close to 6 feet in length, the head featured a narrow snout — all the better for showcasing its straight teeth.No other dinosaurs would pose a threat to spinosaurus, due to his size, as well as his very scary appearance.

spinosaurus skull 

630px-Spinosaurus-skull-en_svg

Giganotosaurus-graph

SUCHOMIMUS 

Pic  by Dinosauricon

suchomimus

Suchomimus (crocodile mimic), a relative of Spinosaurus, appears to be specialized in catching fish, and has teeth of the same kind and arrangement as modern crocodiles.
Suchomimuswas a large, spinosaurid dinosaur with a crocodile-like mouth that lived 110 to 120 million years ago, during the middle portion of the Cretaceous period in Africa.Characteristics and environment
Unlike most giant theropods, Suchomimus had a very long, low snout and narrow jaws studded with some 100 teeth, not very sharp and curving slightly backward. The tip of the snout was enlarged and carried a “rosette” of longer teeth. The animal is reminiscent of crocodilians that eat mainly fish, such as the living gharial, a type of large crocodile with a very long, slim snout, from the region of India.Suchomimus also had a tall extension of its vertebrae which may have held up some kind of low flap, ridge or sail of skin, as seen in much more exaggerated form in Spinosaurus. Detailed study shows that the specimen of Suchomimus was a subadult about 11 m (36 ft) in length, but scientists think that it may have grown to about the same size as Tyrannosaurus, about 12 m (40 ft) long. The overall impression is of a massive and powerful creature that ate fish and meat more than 100 million years ago, when the Sahara was a lush, swampy habitat.Suchomimus has been placed among the spinosaurs, a group of predators. Apart from the back ridge, Suchomimus was very similar to Baryonyx which also had strong forelimbs and a huge sickle-curved claw on its “thumb”. And, as with Baryonyx, the claw was the first fossil part to be noticed by palaeontologists. Suchomimus was considerably larger than Baryonyx, but the latter might almost have been a juvenile of the former.Suborder:Theropoda
Family:Spinosauridae
Genus:Suchomimus
Species: S. tenerensisBinomial name: Suchomimus tenerensis
After discovering a new specimens of Carcharodontosaurus and the Sarcosuchus, Chicago-based palaeontologist Paul Sereno and his team added a discovery in 1997. In the Sahara, near the Tenere Desert in Niger, they found fossils that represented about two-thirds of the skeleton of a huge meat-eater. This was named Suchomimus (“crocodile mimic”) after the shape of its head.

Pic by M Shiraishi

Stegoceras (‘horned roof’ – Greek stego- meaning ‘roof’ and ceras- meaning ‘horn’) was a plant-eating ornithischian pachycephalosaurid dinosaur that lived in what is now North America during the Late Cretaceous Period. It had an estimated length of up to 2 metres (6.5 feet). It was named by Lawrence Lambe, in 1902.

It has served as a model for other pachycephalosaurs, due to the completeness of the excavated remains. When discovered, it was believed to be related to Troodon. This theory was, however, dispelled upon discovery of the domed skull.

Anatomy

Stegoceras sported a three inch-thick skull. It was initially proposed that male Stegoceras (and individuals of other pachycephalosaurid species) would ram each other headlong, not unlike contemporary bighorn sheep or musk oxen. It was later suggested that they engaged in flank-butting rather than ramming, a widely evidenced theory. Foremost, the rounded shape of the skull roof would lessen the contacted surface area during head-butting, resulting in glancing blows. Second, pachycephalosaurs could not align their head, neck, and body perfectly horizontally straight (which would be needed to transmit stress) — it was more likely that they carried their neck in an “S”- or “U”-shaped curve (Stegoceras seemed to carry their spine in a less extreme curve, due to their thick neck muscles). Lastly, the relatively wide width of most pachycephalosaurs would have served to protect vital organs from harm during flank-butting.

When a partial skeleton of Stegoceras was first discovered, it was thought to have gastralia, or belly ribs, not typically found in other ornithischian dinosaurs. They were subsequently found to be ossified tendons.

Copyright © 2008 Answers Corporation

Stegoceras June 27, 2011

Filed under: Pachycephalosauria —
An adult male Stegoceras would have fought fiercely with another for control of the herd. Although quite small, Stegoceras was a tough creature. A bipedal herbivore, Stegoceras was a member of an unusual group, the pachycephalosaurs (‘thick-headed reptiles’).
This is the best known of the pachycephalosaurids, with dozens of skull fragments known and also a partial skeleton. The structure of the bone in the head dome was such that the bone fibres aligned to absorb impact from the top. The vertebrae of the neck and back were very strong, lashed together with strong tendons that prevented twisting, and aligned to absorb shocks emanating from the head end. The hips were particularly wide and solid. All this is consistent with the idea that the dome was used as a weapon, like a battering ram.
Factbox
Name: Stegoceras, meaning ‘roof horn’
Size: 2.5-3m long and 1.5m high
Food: plants and ferns
Lived: 75 million years ago in the Late Cretaceous Period in North America
Pachycephalosaurs had one special feature in common – a thick, rounded skull. On Stegoceras’ head was a semicircle of small bony lumps. These bumps ran above its eyes and around the back of its neck. Experts are not certain what the lumps were for, but they could have been used in flank-butting, a widely evidenced theory. The skull was not very thick when Stegoceras was born, but it became thicker as the dinosaur got older.
Some experts believe that they have discovered examples of both male and female Stegoceras. They have found that some skulls are thicker than others and believe that these thick skulls may have belonged to the males. A male Stegoceras could have a skull up to 6cm thick – which is half as thick as a brick.
It was initially proposed that male Stegoceras (and individuals of other pachycephalosaur species) would ram each other headlong, not unlike contemporary bighorn sheep or musk oxen. It was later suggested that they engaged in flank-butting rather than ramming, a theory for which there is a great deal of evidence. Foremost, the rounded shape of the skull roof would lessen the contacted surface area during headbutting, resulting in glancing blows. Second, pachycephalosaurs would not have been able to align their head, neck and body in a perfect horizontal line (which would be needed to transmit stress) – it was more likely that they carried their neck in an S- or U-shaped curve (this to a lesser extent in Stegoceras, due to their thick neck muscles). Lastly, the relatively large width of most pachycephalosaurs would have served to protect vital organs from harm during flank-butting.
For most of the time, Stegoceras was a peaceful herbivore. It moved through the Late Cretaceous vegetation, pulling leaves and flowers from trees and low-lying plants with its beaked mouth. Its teeth were sharp and serrated like a saw. Stegoceras used them to shred leaves and plants, rather like modern goats.
The dome on the head of Stegoceras is high, but not as high as that of others in the group, and is surrounded by a frill of little horns and knobs. The teeth at the front of the jaw are very widely set and the muzzle is broad compared with other pachycephalosaurids. This may indicate a less selective feeding strategy. The very broad hips suggest that the pachycephalosaurids gave birth to live young (this is not widely accepted).

Stegosaurs Stegosaurus

   

Stegosaurus skull

head was about the same size as the head of a large dog
Stegosaurus is een dinosauriër behorend tot de Stegosauria, een groep herbivore Ornithischia uit de groep van de Thyreophoradie in het Jura haar hoogtepunt bereikte. Stegosaurus leefde tijdens het Late Jura (Kimmeridgien-Tithonien) in Noord-Amerika.Stegosaurus was acht tot negen meter lang en 2.5-3 meter hoog. Stegosaurus was een vierbenige dinosauriër, hoewel de rechte achterpoten veel langer zijn dan de wat naar achteren gebogen voorpoten. Ondanks zijn grote formaat was daarom de kop niet eens zo ver van de grond, wellicht ongeveer 1,5 meter, maar niet zo laag als oudere illustraties vaak aangaven. Mogelijk kon Stegosaurus zich op de achterpoten opheffen om hoger gelegen vegetatie te bereiken; discussie hierover is nog steeds gaande.De tanden waren opvallend klein, en de kaak was zo gebouwd dat deze geen kauwfunctie kan hebben gehad. Het voedsel werd wellicht vermalen door maagstenen. Ook de kop en schedel zijn zeer klein – van de twee of drie ton gewicht werd nog geen honderd gram door de hersenen ingenomen.Resten van Stegosaurus worden vaak van meerdere individuen bij elkaar aangetroffen, wat doet vermoeden dat ze in kudden leefden.Het meest opvallende kenmerk van de stegosauriërs is een lange rij van benige platen of stekels die over de gehele rug van het dier liep; Stegosaurus, het bekendste lid en naamgever van de groep, heeft zeer grote rugplaten.Hoewel beroemd, zijn de beenplaten van Stegosaurus nog steeds met raadselen omgeven. Zo weet men nog altijd niet zeker hoe ze over de rug verdeeld waren. Mogelijk was er een rij van platen, die afwisselend naar links en naar rechts gericht stonden. Het is echter ook mogelijk dat er twee hetzij parallelle hetzij alternerende rijen platen waren. De reden dat dit nog niet definitief vastgesteld is, is dat de platen niet met de rest van het skelet verbonden waren, en dus gedurende het fossilisatieproces meestal sterk verschuiven zodat hun oorspronkelijke positie slechts zeer globaal uit hun vondstpositie valt af te lezen. De laatste vondsten wijzen er sterk op dat de theorie dat de platen afwisselend links en rechts stonden, de juiste is.Ook de functie van de platen is nog niet geheel opgehelderd. De meest voor de hand liggende reden is ter verdediging, en de vier stekels op de staart, de “Thagomizer”, hebben ongetwijfeld deze functie gehad, maar of dit ook voor de platen op nek en rug gold, is nog maar de vraag. Ze lijken daarvoor niet de meest geschikte vorm te hebben. Othniel Charles Marsh, die het geslacht in 1877 benoemde, dacht dat de platen plat op het lichaam lagen — vandaar de naam: “dakreptiel” — maar daar werd al snel vanaf gestapt. Als de platen scherpe hoornen randen droegen waren ze een fysieke belemmering voor een aanval op de rug. Bob Bakker dacht dat de platen zelfs beweegbaar waren en verlaagd konden worden tot een horizontale stand, zodat ze een schaarbeweging naar een aanvaller konden maken als het dier die met de staartstekels probeerde te raken. Aanpassingen voor zo’n functie zijn echter niet gevonden. Een sterke aanwijzing voor een althans oorspronkelijke verdedigende functie wordt wel gezien in het feit dat kleinere soorten stegosauriërs in dezelfde positie stekels hadden. Bij grote dieren zouden die te ver uiteen staan om een aanval te blokkeren en dat zou dan de evolutie tot een plattere vorm veroorzaakt hebben.Een andere mogelijkheid is dat ze dienden voor temperatuurregeling: als het dier moest afkoelen, leverden de platen een groot oppervlak, en konden zo gemakkelijk warmte afgeven. Als het buiten het warmst was, tijdens het middaguur, was de smalle bovenkant van de platen op de zon gericht. Een aanwijzing dat deze theorie juist is, is dat de platen klaarblijkelijk goed doorbloed waren, waardoor surpluswarmte uit de rest van het lichaam snel naar de platen overgebracht kon worden. Het is onvermijdelijk dat de platen een zeker effect op de temperatuurhuishouding hadden. Er werden windtunnelproeven uitgevoerd die aantoonden dat de ruitvorm zeer geschikt is voor het veroorzaken van meer turbulentie wat de warmte-uitwisseling weer ten goede zou komen. Stegosaurus was de grootste bekende stegosauriër en grotere dieren hebben door hun absolute oppervlakte-inhoud-verhouding meer moeite warmte af te staan. Daar staat tegenover dat ze juist door hun grotere massa minder snel opwarmen wat dit probleem weer compenseert.Een andere mogelijkheid is dat de platen dienden om het dier groter te laten lijken dan het in werkelijkheid was ter afschrikking van roofdieren, zoals Allosaurus, een tijdgenoot die in dezelfde lagen gevonden wordt.
First Record of Stegosaur Dinosaur Tracks in the Lower Cretaceous (Berriasian) of Europe Jun 30,
(Collected by Neal for group ffd2009 )
Link:
http://www.mnhn.fr/museum/front/medias/publication/44522_g2012n2a4.pdf

Stegosaurus May 14, 2011

Filed under: Thyreophorathyreophora
One spike of its spiked tail and Stegosaurus could cripple any predator that threatened it.
Stegosaurus had a small head, a thick, clumsy body and a spiky tail. Along its back were two rows of bony, diamond-shaped plates. Although it looked fierce, Stegosaurus ate mainly low-growing ferns and other plants. It lived in herds that grazed together.
Although S. armatus was the first Stegosaurus species to be found, S. stenops, found by Othniel Charles Marsh, is the more familiar species.

Factbox
Name: Stegosaurus, meaning ‘roof lizard’
Size: 7.5-9m long and 4m high
Food: low-growing ferns and other plants
Lived: about 140 million years ago in the Late Jurassic Period in North America

As well as the plates that Stegosaurus has along its back, it also has two pairs of spikes on the end of its tail to use as weapons. Recent studies show that these spikes stick out sideways. A mass of little bony ossicles protect the throat. The brain is the smallest, when compared with the bulk of the animal, for any dinosaur.
This dinosaur’s tail was long and used for balance, having very short front legs and much shorter back ones to support the weight of its body. It moved on all four legs, stumping heavily along. It could not walk or run very fast and was preyed on by fast-running, carnivorous dinosaurs, such as Allosaurus.
Its small head, which was about the size of a large dog’s, was close to the ground so Stegosaurus grazed mainly on low-growing plants. It had a weak jaw, and could chew only soft, leafy food.
Stegosaurus‘ spiky tail that was very thick and powerful, with bony plates all the way down. Stegosaurus may have used its tail to defend itself, and its young, against any carnivorous dinosaur which came within range.
The back plates were once thought to have been paired, but are now believed to have been in an alternating double row, with the largest plates at the hips, tapering in size towards the head. They may have been covered in horn and used for defence, or covered in skin and used as heat radiators.
Scientists have also suggested that the plates on Stegosaurus’ back may have been very brightly coloured. So the males probably used the plates to warn off other males in the herd and to attract the females at the start of the mating season.

STEGOSAURUS STENOPS

 

Jura Ornitischia Herbivoor Lengte:10m

Stegosaurus dankt zijn naam aan de beenplaten die langs zijn ruggengraat in zijn huid gehecht waren. Die waren zo breekbaar dat hij ze niet als verdedigingswapen kon gebruiken, wat hij wel deed met de vier beenstekels op zijn staart. Maar waarvoor dienden die rugplaten dan wel? Dat is nog niet helemaal zeker geweten. Ze waren in ieder geval bedekt met heel veel kleine bloedvaten en een dunne huid. Wanneer de bloedvaten zich met bloed vulden, zag je mogelijk een rode kleur doorheen de huid. Stegosaurus kon zijn platen zo laten ‘blozen’. Misschien kon hij via zijn platen warmte kwijtraken (Wanneer krijg jij rode kaken? Als je het te warm hebt!). Sommige wetenschappers denken dat de Stegozijn rode platen deed blozen om vijanden bang te maken of wijfjes te lokken. Word jij soms rood wanneer je boos of verliefd bent?
Deze dino leefde 150-135 miljoen jaar geleden. Paleontologen vonden hem in de VS.

KBIN

Ga naar de homepage

Infraorde Stegosauria

Chialingosaurus

Huayangosaurus, een meer basale stegosauride

Een mogelijke stamboom van de Stegosauria vind je op

Stegosaurus (Greek for “roof lizard”);

Woodlands of western North America /Late Jurassic (150 million years ago) About 20 feet long and 2 tons

Double rows of plates extending from back; spiked tail; unusually small head

Stegosaurus was a large, ponderous, plant-eating dinosaur that lived in the environs of North America during the late Jurassic period (about 150 million years ago). What made this herbivore (and other stegosaurs like it) especially striking were the double rows of large, bony plates jutting out of its back. No one is quite sure why Stegosaurus had these plates: they may have evolved for defensive purposes (there were lots of hungry tyrannosaurs and other large theropods roaming the woodlands of North America), or they may have served to dissipate heat from this dinosaur’s body, roughly the same function of an elephant’s floppy ears.

Besides its plates, what set Stegosaurus apart from other herbivorous dinosaurs was its unusually small, walnut-sized brain, which prompted one paleontologist to speculate that it had a supplementary brain in its butt.
Since Stegosaurus was one of the earliest dinosaurs to be discovered (the first fossils of this genus were unearthed way back in 1877), this led to the popular misconception that all dinosaurs were nature’s D students.Recently, though, scientists have come to the conclusion that at least some dinosaurs (but not Stegosaurus) may have been fairly smart, at least by Jurassic standards.

The most famous of the stegosaurs–the spiked, plated dinosaurs–Stegosaurus had much in common with the equally influential Ankylosaurus, especially as regards its unusually small brain.

So dimwitted was Stegosaurus that paleontologists once speculated that it harbored a second brain in its posterior, one of the field’s more spectacular blunders.

1. Stegosaurus had a brain the size of a walnut. The four-ton Stegosaurus was equipped with an unusually small brain, only about the size of a dog’s. It was once proposed that this none-too-bright herbivore had supplementary grey matter located in its hip region, but paleontologists quickly soured on this “brain in the butt” theory.

2. No one knows why Stegosaurus had plates…Did Stegosaurus evolve its thin, tough, roughly triangular plates as a form of defense against larger predators? Were they a sexually selectedcharacteristic, meaning males with bigger plates had a better chance of mating with females? Or could they have been used to regulate this dinosaur’sbody temperature? It’s still a mystery.

3. …or exactly how these plates were arranged along its back.The name Stegosaurus means “roofed lizard,” reflecting the belief of 19th-century paleontologists that this dinosaur’s plates lay flat along its back. Various reconstructions have been offered since then, the most convincing of which has the plates alternating in parallel rows (and facing pointy side up) along Stegosaurus’ spine.

4. Stegosaurus’ spiked tail is called a “thagomizer.”Way back in 1982, a famous Far Side cartoon showed a group of cavemen clustered around a picture of a Stegosaurus’ tail; one of them points to the sharp spikes and says, “Now this end is called the thagomizer…after the late Thag Simmons.” The word “thagomizer” has been used by paleontologists ever since. (Did Stegosaurus wield its thagomizer in battles againstAllosaurus? Read this article to find out!)

5. Most stegosaurs hailed from Asia, not North America.Although it’s by far the most famous, Stegosaurus wasn’t the only spiked, plated dinosaur of ancient times. Remains of these reptiles have been found all over the world, with a large concentration in Asia–hence the odd-sounding genera Chialingosaurus, Chungkingosaurusand Tuojiangosaurus.

6. It was once thought that Stegosaurus walked on two legs.Because it was discovered such a long time ago, Stegosaurus is the poster-lizard for wacky dinosaur theories. Paleontologists once thought this plant-eater was bipedal, like Tyrannosaurus Rex; even today, some experts argue that it was occasionally capable of rearing back on its two hind feet.

7. Stegosaurus supplemented its diet with rocks.Like many herbivorous dinosaurs, Stegosaurus swallowed small rocks (known as gastroliths) that helped mash the tough vegetable matter in its enormous stomach. Of course, it’s also possible that Stegosaurus swallowed rocks because it had a brain the size of walnut; who knows?

8. Stegosaurus is the state dinosaur of Colorado.Back in 1982 (around the same time Gary Larson was coining the word “thagomizer”), the governor of Colorado signed a bill making Stegosaurus the official state dinosaur, after a two-year write-in campaign by thousands of fourth-grade students. (By the way, Colorado was partially submerged in water back in Mesozoic times.)

9. Unlike most dinosaurs, Stegosaurus had cheeks.Although it had a tiny brain, Stegosaurus did sport one relatively advanced feature: based on an analysis of its teeth, experts believe this dinosaur may have had cheeks. Why were cheeks so important? Well, they gave Stegosaurus room to chew and pre-digest its food, and also allowed it to store more food than non-cheeked dinosaurs.

10. Stegosaurus was closely related to Ankylosaurus.Back in the Cretaceous period, stegosaurs (plated, spiked dinosaurs) were first cousins of ankylosaurs (armored dinosaurs), both grouped under the larger classification of “thyreophorans” (Greek for “shield bearers).

Like Stegosaurus, Ankylosaurus was a four-footed herbivore, and even less appetizing to ravenous raptors.

Gallery of Stegosaurus pictures.

Miragaira longicollum

http://dinogoss.blogspot.com/2009/02/miragaia-so-long-stegosaur.html

Early sketch of a Struthiomimus.

Stygimoloch (“river devil”)
was a pachycephalosaurid that lived during the Cretaceous Period between 68-65 million years ago in what is now North America. This dinosaur measured about 10 feet long and bore a thick skull that was decorated with six large spikes that covered the top rim of its head. This may have served the dinosaur as a display of recognition, helping the dinosaur to identify its companions. This dinosaur was a plant-eater and it lived in herds for protection from predators such as Tyrannosaurus, Dromaeosaurus, and Gorgosaurus. Males would often challenge one another to battle, either for females with which to mate, or for supremacy in the herd. It was previously thought that, like goats, they would butt heads with each other until one weakened and backed off, leaving the victor to choose a female or to lead a herd. However, the lack of apparent cranial damage exhibited by recent fossil discoveries has given rise to the hypothesis that they did not actually butt heads with other members of the herd. Some conjecture that stygimoloch headbutted other dinosaurs in their much softer underbelly regions, as a measure of self-defense against predation.
© 2007 Answers Corporation

Stygimoloch May 14, 2011

Filed under: Pachycephalosauria
Stygimoloch’s tough, bony skull was thought to have protected its brain during its amazing headbutting fights. This hypothesis has been disputed in recent years.
Stygimoloch lived in herds and grazed in woodland areas. It had short front legs, but far longer back legs. It also had a lengthy tail which it held level with its body when running. On its head were prominent horns. These were originally thought to have functioned solely for show and not used as weapons.
The name of this pachycephalosaur derives from its frightful appearance. Moloch was a horned devil in Hebrew mythology, and in Greek legends the river Styx was the river that the dead had to cross to reach the underworld. The fossils were found in the Hell Creek formation in Montana, and this was a further inspiration for the name. The first Stygimoloch horn core was found in 1896 and regarded as part of aTriceratops skull. In the 1940s, when pachycephalosaurs were recognized, it was classed as a species of Pachycephalosaurus.Factbox
Name: Stygimoloch, meaning ‘horned devil from the river of death’
Size: 3m long
Food: plants
Lived: about 70 million years ago during the Cretaceous Period in North America
The most obvious feature of Stygimoloch is the array of horns projecting from the rim of the dome. The head is quite long and the dome is high, narrow and thin. From the front, this presents a startling apparition of ornamentation, with long horns surrounded by clusters of more stubby spikes, that would evidently have been very effective as a threat or defence display, very much like those of some of the horned ceratopsians.
Unlike other pachycephalosaurs, the domed skull is relatively small, slightly flattened from side to side, and pear-shaped; even when isolated this unusual dome can easily be distinguished from the broader, larger domes of Pachycephalosaurus. While the dome is reduced in size, the ornamentation over the skull is more elaborate than in any other pachycephalosaur. Short, conical hornlets covered the nose, and the back corners of the skull bore an enormous pair of massive, backward-pointing spikes, up to 5cm in diameter and 15 cm long; these are surrounded by two or three smaller spikes. The function of this unusual ornamentation is unknown. Even if other pachycephalosaurs did butt heads (which is a subject of continuing debate), the small dome of Stygimoloch suggests that this behaviour was not as important. Instead, the skull ornament might have functioned for display, may have been used for self-defence, or perhaps were locked together and used in shoving matches, like the horns of deer. More likely, however, is that the squamosal horns were used to inflict pain during flank-butting.
Stygimoloch is known mostly from the skull. There have been five partial skulls found, but there have been other parts of the skeleton found in remains from North and South Dakota, USA.

UPDATE  = Pachycephalosaurus, Stygimoloch, and Dracorex.
These were bipedal ornithischian dinosaurs that had hard bony domes on their heads, often complemented with an array of spikes

Dracorex was small with a relatively flat head with small spikes,
Stygimoloch was mid-sized with a small bony dome and huge horns,
and Pachycephalosaurus was large with a large bony dome and relatively small horns.

Together these dinosaurs appear to represent a growth series from juvenile to adult, all grouped together as Pachycephalosaurus, and the evidence can be found in the makeup of the bones.

http://blogs.smithsonianmag.com/dinosaur/2009/10/bone-headed-dinosaurs-reshaped-their-skulls/

Image Copyright / Dinosaur Society
styracosaurus.jpg
Styracosaurus was a dinosaur that walked on four short legs. This large plant-eater had a six-spiked frill projecting from the back of its skull. It also had an upward-pointing horn on its nose (2 feet (60 cm) long and 6 inches (15 cm) wide), and two small horns above its eyes. These spikes and the horn probably provided protection from predators, and were possibly used in mating rituals and rivalry. It had a short, thick, pointed tail, a large, bulky body, a large skull and a beak. Styracosaurus hatched from eggs. Styracosaurus was about 18 feet (5 m) long, 6 feet (1.8 m) tall, and weighed up to 3 tons.WHEN STYRACOSAURUS LIVEDStyracosaurus lived in the late Cretaceous period, about 77-70 million years ago. It was among the last of the dinosaur species to evolve before the Cretaceous-Tertiary extinction 65 million years ago. Among the contemporaries of Styracosaurus were Tyrannosaurus rex, Ankylosaurus (an armored herbivore), Corythosaurus (a crested dinosaur), and Dryptosaurus (a meat-eating dinosaur).BEHAVIORStyracosaurus may have been a herding animal, like some other ceratopsians. This hypothesis is supported by the finding of bone beds, large deposits of bones of the same species in an area. Styracosaurus hatched from eggs, and the young may have been cared for by parents. When threatened by predators, Styracosaurus may have charged into its enemy like a modern-day rhinoceros does. This would have been a very effective defense.DISCOVERY OF FOSSILSStyracosaurus was named in 1913 by L. M. Lambe from a fossil found near Alberta, Canada. Fossils have been found in the USA and Canada. A bonebed of about 100 Styracosaurus fossils was found in Arizona, USA, indicating that they travelled in herds.CLASSIFICATIONStyracosaurus was a late ornithischian dinosaur, the order of bird-hipped, herbivorous dinosaurs. It was a member of the suborder Marginocephalia, and of the family of large, horned, frilled, herding herbivores, the ceratopsians. The ceratopsians were one of the last major groups of dinosaurs to evolve, and include Psittacosaurus, Leptoceratops, Pachyrhinosaurus, Montanoceratops, Chasmosaurus, Centrosaurus, Triceratops, Styracosaurus, Protoceratops, and others.Text Copyright ©1996-2007 EnchantedLearning.comStyracosaurus albertensis (“speerpuntreptiel”) was een viervoetige herbivore dinosauriër behorend tot de groep van de Ceratopidae en meer bepaald de Centrosaurinae met een lengte tot 5,5 meter en een gewicht van drie ton. Deze dinosauriër leefde zo’n 75 miljoen jaar geleden in het Laat-Krijt (Campanien). Restanten van Styracosaurus zijn gevonden in Alberta (Canada) en Montana (VS).De soort is in 1913 beschreven door Lawrence Lambe opbasis van een vondst door Charles Mortram Sternberg. Er zijn nog twee andere soorten beschreven: S. parksi en S. ovatus, maar het is zeer de vraag of dit werkelijk aparte vormen zijn.Net zoals andere ceratopiërs had Styracosaurus hoorns en een nekschild. Zijn geslachtsnaam vindt oorsprong in de zes naar achter gerichte stekels die zich op de achterzijde van het nekschild bevonden. Deze stekels hadden misschien tot doel de kwetsbare nekstreek te beschermen in geval van een aanval, of ze dienden voor het soortonderscheid of onderlinge dreiging. De soortaanduiding verwijst naar Alberta
While the estimated length of 34 meters and mass estimate of 36-40 tonnes is smaller than some of the more sensational numbers that have been floated in popular books (and of course the internet), we suggested in our paper that many of those estimates were, shall we say… extravagant. Supersaurus appears to be close to the longest animal whose length can be reliably estimated (read: not counting Amphiceolias fragilimus), though it was lighter than the giant titanosaurs.
http://skeletaldrawing.blogspot.com/2012/04/yup-ok-apatosaurus-is-freakin-huge.html

  •  

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

DINOSAURICON R

R

 

 

 

File:Rajasaurus.jpg

RAJASAURUS narmandensis

Family: Abelisauridae.

http://nl.pinterest.com/tsjok/dinosauricon-a-abelisauridae/  <—
Length: 6 – 9 m.
Height: 3, 5 m.
Weight: 3 tons.
A vicious theropod dinosaur that preyed upon large herbivores and ornithopods.
Rajasaurus are bruisers, throwing their weight around whenever something gets in between them and their dinner. Rajasaurus has a very good sense of smell and an average sight


Raja nagoya.gif Rajasaurus Dinosaur
Rajasaurus narmadensis is a bipedal theropod dinosaur recognized by Chicago paleontologists Paul Sereno and Jeff Wilson.
The bones had been excavated in 1983 by a joint Indo-American group, counting members from the University of Michigan, University of Chicago, and the Punjab University of Northern India, working in India’s Narmada valley.
It almost certainly had a small horn.
While the skull is unfinished, the pieces found include the jaws and brain case.
The specimen is predictable to have been about 25-30 feet long.
The bones are dated at 65 million years old, putting them at the end of the Cretaceous.

The name Rajasaurus narmadensis means “regal dinosaur from the Narmada.”
The bones were establish near the Narmada River in western India.

rajasaurus  f1.jpg (1800×1350)

 

 

Finger bone fossil /incerta sedis

Finger bone fossil /incerta sedis


The Rapator which means “plunderer” was a Theropod dinosaur and inhabited Australia. Very little is known about this dinosaur because the only fossil has been found so far and it was a finger bone. From that one bone they have concluded that this dinosaur would have been approximately 9 meters tall and lived during the early cretaceous period. Some people believed that it was not a Theropod, but a alvarezsaurdae family genus.

If it is then it would be by far the largest alvarezsaurdae ever discovered. It was originally described by Friedrich Von Huene in 1932 but was changed to Rapator because that sounded much cooler. All mentioned of the Rapator can’t really be realistically correct because obviously there’s going to be a lot of guess on the topic.

Meer afbeeldingen  <—,

Rapator ornitholestoides is een theropode dinosauriër, behorende tot de groep van de Neotheropoda, die tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige Australië. Wikipedia

Rapator ornitholestoides Huene, 1932
Theropode incertain de l’Albien (112-99.6 MA) d’Australie (Nouvelles Galles du Sud); connu par un métacarpe partiel; (taille estimée à 10 mètres).

 

http://qilong.8m.com/rapator_ornitholestoides.html
http://home.alphalink.com.au/~dannj/rapator.htm

 

 

 

young-rapetosaurus-990x540

  • A reconstruction of young Rapetosaurus at Chicago’s Field Museum.
  • °
  • Raptorex

RAPTOREX kriegsteini

http://nl.wikipedia.org/wiki/Raptorex

(DeMorgen/ 19.09.2009)

EEN NIEUWE OVERGANGSVORM ? AHAA , WEER EENTJE VAN DIE “NIET -BESTAANDE” FOSSIELEN ?

Het verschil tussen de Tyrannosauriers is groot

“De gedachte was dat de kenmerken van de Tyrannosaurus geëvolueerd waren ten gevolge van het leefgedrag en de bouw van de dieren,” zei Stephen L. Brusatte van het Amerikaanse Museum van Nationale Geschiedenis. “Ze moeten hun hele skelet in de loop der miljoenen jaren hebben gewijzigd zodat ze met een dergelijk kolossale omvang hebben kunnen functioneren.”

Maar kleine versie van de Tyrannosaurus Rex werd ongeveer drie meter lang en woog slechts 75 kilo. Hij leefde zo’n 125 miljoen jaar geleden, ongeveer 35 miljoen jaar voordat de reus Tyrannosaurus Rex het stof der aarde deed opwaaien. Deze ontdekking brengt een hoop nieuwe vragen over de ontwikkeling van de Tyrannosaurus Rex, die ongeveer vijf maal langer en bijna honderd keer zwaarder was.

De nieuwe dinosauriërs, met de naam Raptorex kriegsteini,”gooien roet in het eten wat betreft de tot nu toe aangenomen theorieën over de evolutionaire ontwikkeling van lichaamsvormvan die uiteindelijk leiden tot de Tyrannosaurus rex ,” zei Mr. Brusatte.

Lichaamsvorm
Tot nu toe gingen wetenschappers er vanuit dat de vreemde lichaamsvorm van de T.REX een gevolg was van zijn grote formaat.
Maar hier zien we een voorouderlijk dier dat 60 a 75 kgr woog ” ongeveer zo groot …. als een mens”,
verklaart onderzoeker Stephen Brusatte op BBC News

Wapens
“En toch had het dier alle lichaamskenmerken van de Tyrannosaurus: het grote hoofd, de sterke spieren en de kleine armpjes waarvan we dachten dat het een evolutionaire aanpassing was vanwege zijn grote lichaam.
Maar we kunnen nu dus vaststellen dat deze lichaamskenmerken al evolueerden als een efficiënte set wapens bij een roofdier dat heelwat kleiner was als de Tyrannosaurus rex en 60 miljoen jaar eerder leefde”, aldus Brusatte.

Het bijna volledige fossiel werd gevonden in Noord oost China en gekocht door Henry J. Kriegstein, die waarschuwde Paul C. Sereno, een paleontoloog aan de universiteit van Chicago en hoofd auteur van de wetenschappelijke publicatie. Het fossiel is op een illegale manier verkregen en zal naar een museum in China getransporteerd worden.

Dr. Sereno zei dat het fossiele van een jonge volwassen dier was, ongeveer 5 à 6 jaar oude en aan het einde van haar groeiperiode. Naast het te grote hoofd, de kaken en de benen heeft het fossiel lange scheenbeenderen en lange, maar compacte voeten ,die zouden het dier hebben geholpen snel te kunnen rennen achter andere kleine dinosaurussen en andere prooidieren.
Wij zien dit alles, tot onze grote verbazing, bij een dier dat in feite het lichaamsgewicht van de mens heeft.” Aldus Dr. Sereno.

De Raptorex, zou net als grote neef de T. rex, dieren met haar tanden en sterke kaken hebben gedood. De armen waren niet het belangrijkste middel om een prooi mee aan te vallen. In feite, zei Dr. Sereno, zijn de armen alsmaar kleiner geworden en het hoofd groter.
“Dit is een dier dat behendig snelle aanvallen uitvoerde,”.
“Als er gewicht aan de bovenkant bijkwam door een groeiend hoofd, dan is er iets dat heeft moeten wijken, anders verliest het dier de benodigde balans.” Dr. Sereno denkt dat het de korte voorpoten verklaard.

Thomas R. Holtz Jr., een paleontoloog aan de universiteit van Maryland, die niet betrokken was bij de ontdekking, zei dat de vondst geholpen heeft de evolutie van de Tyrannosaurus Rex en dus ook het ontstaan van haar karakteristieke eigenschappen beter te leren begrijpen.

Dr. Holtz, mertke op dat de bevindingen nog wel onafhankelijk moeten worden getoetst en bevestigd. “ Er was een witte vlek in de stamboom tussen de eerdere, meer primitieve Tyrannosauriërs met relatief korte benen en lange armen en de latere reuzen met de veranderde kenmerken. Dit verduidelijkt een stukje van de puzzel.”

Deze miniatuur voorouder van Tyrannosaurus Rex beschikte over de karakteristieke krachtige kaken, de lange achterpoten, het bovenmaatse hoofd en de korte voorpoten, van de koning der dinosauriërs
Volgens onderzoekers van de universiteit van Washington en het American Museum of Natural History zou het dier wel eens een belangrijke overgangsvorm kunnen zijn tussen de Tyrannosaurus rex en andere basis- theropoda

De nieuweling ….Raptorex kriegsteini

De overblijfselen van de kleine dinosauriër met de naam Raptorex kriegsteini zijn ongeveer 125 miljoen jaar oud.
Het fossiel suggereert dat het dier dezelfde lichaamskenmerken had als de Tyrannosaurus rex: een kop met een forse kaak, relatief kleine voorpoten en een gigantisch lijf met grote achterpoten
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Science.(Paul Sereno and Carol Abraczinskas)

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<–Schrikaanjagende hagedissen

Guanlong,Guanlong wucaii
Stokesosaurus
Eotyrannus Eotyrannus
Xiongguanlong
DilongDilong

Reference: 
Science10.1126/science.1177428
Images: Reconstruction by Todd Marshall; other images from Science/AAAS

http://scienceblogs.com/notrocketscience/2009/09/raptorex_tiny_king_of_thieves_shows_how_tyrannosaurus_body_p.php

Nederlandse bronnen
http://www.nu.nl/wetenschap/2084677/t-rex-had-dwergachtige-voorouder.html
http://denieuwsgier.blogspot.com/2009/09/nieuwe-tyrannosaurus-ontdekt.html (= New york Times artikel)

 

 

 

  • Rhinorex condrupus 

 De afbeelding  is gemaakt door Julius T. Csotonyi.

Wetenschappers hebben in Utah een nieuwe soort dinosaurus ontdekt. De dino moet zo’n negen meter lang zijn geweest.

Wat echter het meest opvalt is zijn opmerkelijk grote neus, (1) waarvan nog onduidelijk is waar deze precies voor diende.

De dinosaurus heeft de naam

gekregen. De dino leefde zo’n 75 miljoen jaar geleden in wat nu Utah is. Het was een echte planteneter.

Schedel

“We hebben bijna de gehele schedel ontdekt,” vertelt onderzoeker Terry Gates. “En dat is geweldig.”

Om die schedel vervolgens te prepareren was een hele klus.

“We hadden bijna twee jaar nodig om het fossiel uit het zandsteen te krijgen waar het in zat.”

Kam
Maar het is gelukt. En het was zeker de moeite waard. Zo kunnen de onderzoekers nu vaststellen dat de dinosaurus behoort tot de Hadrosauridae.

Hadrosauridae worden meestal geïdentificeerd aan de hand van de benige kam die zich op hun schedel bevindt. R. condrupus moet het zonder zo’n kam doen. Maar hij compenseert dat met zijn neus: die is namelijk enorm.

Onduidelijk is nog waar de neus precies voor diende.

“Als de dinosaurus op zijn verwanten lijkt dan had hij waarschijnlijk geen super reukzintuig,” legt Gates uit.“Maar misschien gebruikte hij de neus om partners aan te trekken, of om soortgenoten te herkennen of als een verlengstuk van zijn bek.”

Bronmateriaal:
New Hadrosaur Noses into Spotlight” – NCSU.edu

Abstract:

A new species of hadrosaurid is described from the Upper Cretaceous Neslen Formation of
central Utah. Rhinorex condrupus is diagnosed on the basis of two unique traits, a hook-shaped
projection of the nasal anteroventral process and dorsal projection of the posteroventral process
of the premaxilla, and further differentiated from other hadrosaurid species on the morphology of
the nasal (large nasal boss on posterodrosal corner of circumnarial fossa, small protuberences on
anterior process, absence of nasal arch), jugal (vertical postorbital process), postorbital (high
degree of flexion present on posterior process), and squamosal (inclined anterolateral processes).
This new taxon was discovered in estuarine sediments dating to approximately 75 Ma and just
250 km north of the prolific dinosaur bearing strata of the Kaiparowits Formation,possibly
overlapping in time with Gryposaurus monumentensis. Phylogenetic parsimony and Bayesian
analyses associate this new taxon with the Gryposaurus clade, even though the type specimen
does not possess the diagnostic nasal hump of the latter genus. Comparison with phylogenetic
analyses from other studies show that currently consensus exists between general structure of the
hadrosaurid evolutionary tree, but at closer examination there is little agreement among species
relationships.

New hadrosaurid from the Campanian of Utah    pdf  file WP <–Rhinorex condrupus

http://www.nu.nl/wetenschap/3883617/dinosaurus-met-enorme-neus-ontdekt.html

 

–> De resten van het dier werden al in de jaren ’90 opgegraven in de Neslen-formatie in de staat Utah. In eerste instantie was de Rhinorex interessant studiemateriaal doordat de huidafdrukken goed bewaard waren gebleven. Daarna werden de resten weer opgeslagen in de opslag van het Brigham Young Museum of Paleontology.

Schedel

Toen twee onderzoekers de nog in zandsteen gevatte schedel in de archieven terugvonden, wisten ze nog niet dat ze met een nieuwe soort van doen hadden. Pas nadat ze de schedel met veel moeite uit het zandsteen hadden gehaald en reconstrueerden, kwamen ze erachter dat ze een nieuwe soort hadden ontdekt.

De dinosaurër was in totaal zo’n negen meter lang en woog rond de 3.800 kilo. Zijn leefomgeving bestond uit moerasland, ongeveer honderd kilometer van de kust.

De onderzoekers vermoeden dat de neus aantrekkelijk was voor soortgenoten en/of handig was voor het kapot pletten  van planten door er tegenaan te duwen

http://www.sciencecodex.com/new_hadrosaur_noses_into_spotlight-142017

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/09/140919122137.htm

 

 

 A new saurolophine hadrosaurid (Dinosauria: Ornithopoda) from the Campanian of Utah, North America.

A new saurolophine hadrosaurid (Dinosauria: Ornithopoda) from the Campanian of Utah, North America.

 

Credit: Image courtesy of Taylor & Francis

http://nl.wikipedia.org/wiki/Rhinorex
http://en.wikipedia.org/wiki/Rhinorex

Rhinorex Condrupus: 75-Million-Year-Old Huge-Nosed ‘Jimmy

Named Rhinorex condrupus, the fossil was found by researchers from North Carolina State University and Brigham Young University, and lived …

Uitgebreid onderzoeken (Nog 76 artikelen)

 

 

(1) 

kritosaurus & muttaburasaurus

kritosaurus & muttaburasaurus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

°

Profile sketch of the head of Rinchenia.

File:Rinchenia mongoliensis profile1.jpg


 

 

 

 

 

 

 

 

SKULL RUGOPS SKULL

http://www.sciencephoto.com/media/411803/view
http://afrol.com/articles/13106

african  dinosaur

african dinosaur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

°

 

°

Rukwatitan bisepultus

http://en.wikipedia.org/wiki/Rukwatitan

 

Paleontologists discover new species of titanosaurian dinosaur in Tanzania

September 8, 2014
Ohio University
Summary:
Paleontologists have identified a new species of titanosaurian, a member of the large-bodied sauropods that thrived during the final period of the dinosaur age, in Tanzania. Although many fossils of titanosaurians have been discovered around the globe, especially in South America, few have been recovered from the continent of Africa.

 

An artistic rendering of a deceased Rukwatitan bisepultus individual in the initial floodplain depositional setting from which the holotypic skeleton was recovered.

Credit: Mark Witton, University of Portsmouth

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/09/140908143535.htm

 

Rukwatitan_Silhouette

This image shows the pieces of the skeleton recovered of Rukwatitan bisepultus within a silhouette of the animal. The bar equals 1 meter. Image credit: Eric Gorscak, Ohio University.

http://www.ohio.edu/research/communications/rukwatitan.cfm

°

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

DINOSAURICON PQ

P

Life restoration of Pachycephalosaurus.

Pachycephalosaurus  // The unique Pachycephalosaurus had a thick, dome-shaped head with some remains measuring up to 10 inches thick. While it had been believed that the Pachycephalosaurus used its thick skull to ram head-to-head against other males and predators as defense and as a sign of dominance, further studies have disproven this myth. The domed area of its skull was actually made of porous and fragile bone that would have crumpled had two skulls collided. All of the remains found so far show no signs of scarring, leading scientists to believe that Pachycephalosaurus never rammed its head into anything as hard as its own skull. More likely, it would ram another or a predator in the side, damaging internal organs and causing massive bruises while suffering little to no damage itself.
the dome-headed dino would not automatically start ramming a predator, though. Running was its first line of defense and, despite traveling in herds, it would much rather flee than risk its own life. Two powerful hind legs carried the Pachycephalosaurus’ body, and it had two short forelimbs that may have let it walk (and possibly run) on all four limbs while scavenging for food. Its tail was stiff, filled with a mesh of tendons around the base. What purpose this could have served is unknown, but it may have aided in balance while charging at a predator or could even have allowed for fast whipping actions.ORDER: Ornithischia
SUBORDER: Pachycephalosauria
INFRAORDER: Carnosauria
GENUS: Pachycephalosaurus
Additional Sources:
Zoom Dinosaurs,
http://www.enchantedlearning.com/subjects/dinosaurs/

 

http://www.cbv.ns.ca/marigold/history/dinosaurs/datafiles/parasaurolophus.html

 

Dinosaurus. Het fossiele skelet van het reptiel, bekend als de Pariesaur opgegraven in de Karoo woestijn in Zuid-Afrika. De pariesaur is tentoongesteld in het Walker museum op de universiteit van Chicago, Verenigde Staten van Amerika 1933. Foto: De vinder en curator van het museum Paul Miller en Miss Helen Galllagher.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Pareiasaurus

Dinosaurus. Het fossiele skelet van het reptiel, bekend als de Pariesaur opgegraven in de Karoo woestijn in Zuid-Afrika. De pariesaur is tentoongesteld in het Walker museum op de universiteit van Chicago, Verenigde Staten van Amerika 1933. Foto: De vinder en curator van het museum Paul Miller en Miss Helen Galllagher.

04 oktober 2012   18

Wetenschappers hebben een nieuwe soort dinosaurus ontdekt. De dino woog minder dan de huiskat, had vampierachtige hoektanden en lange, stugge haren op bijna zijn gehele lichaam.

De fossiele resten van de dinosaurus werden enkele decennia geleden al in het zuiden van Afrika teruggevonden. Ze verdwenen in de fossielencollectie van de Harvard Universiteit en daar heeft onderzoeker Paul Sereno ze nu opgediept en geïdentificeerd. De dinosaurus heeft de naam Pegomastax africanus gekregen en leefde zo’n 200 miljoen jaar geleden.

Pegomastax africanus. Afbeelding: Todd Marshall.

Papegaai
P. africanus moet er bijzonder uitgezien hebben. De dinosaurus was ongeveer 60 centimeter lang en woog minder dan een huiskat. De kop van het beest is slank en nog geen acht centimeter lang en de bek doet sterk denken aan de snavel van een papegaai. In de bek vonden de onderzoekers scherpe hoektandjes terug.

Zelfverdediging
Die tandjes verbaasden Sereno. P. africanus is namelijk een planteneter. “Heel zeldzaam dat een planteneter zoals Pegomastax scherpe, vergrote hoektandjes heeft die doen denken aan een vampier.” Maar waar gebruikte hij de tandjes dan voor? Zelfverdediging, vermoedt Sereno. En voor het vechten met andere soortgenoten in een poging een vrouwtje voor zich te winnen.

Een andere opvallende eigenschap van de dinosaurus zijn de stugge haren die bijna het gehele lichaam van P. africanus bedekten. Met die haren moet P. africanus eruit gezien hebben als een vlug stekelvarken op twee pootjes, stelt Sereno.

File:Pegomastax africana holotype cropped.jpg

Holotype of Pegomastax africana: Partial Skull with jaw fragments and teeth, photo and drawing.

Bronmateriaal:
Dwarf species of fanged dinosaur emerges from southern Africa” – Uchicago.edu

http://phenomena.nationalgeographic.com/2013/01/28/p-is-for-pelecanimimus/

Art by Steveoc 86, image from Wikipedia.Art by Steveoc 86, image from Wikipedia.
Harpymimus – seen here – was a close relative of the archaic, feathery Pelecanimimus from Spain.
i-cf4fef9589bbe1f550c0888bb2a41840-VilleSinkkonenPelecanimimus.jpg      Pelecanimimus polyodon  
pelecamiminus
 

Phuwiangosaurus-sirindhornae-(< click on left photo )

Phuwiangosaurus : a giant sauropod of Thailand’s North-East 110 million years ago: a titanosaur of the Early Cretacous period.

Discovered by a team of geologist in 198: they found the fossil near a dried up stream called Huay Pratu Tee Mah in Khon Kaen province.

During that era lived in thailand various dinosaurs( like the unname sauropod that is still being studying,)Iguanodon, Psittasaurus, Gallimimus, and Siamosaurus.
Vier andere soorten van dinosauriërs opgegraven in Phu Wiang zijn onder andere de Siamotyrannus isanensis (een kleinere versie van Tyrannosaurus rex), de Siamosauraus suteethorni (een krokodil-achtig wezen), de Compsognathus (‘s werelds kleinste dinosaurus) en een Ornithomimosaur (een struisvogel-achtige dinosaurus).

In de buurt van de Chaiyaphum provincie zijn twee andere nieuwe dinosauriër soorten ontdekt, de Psittacosaurus sattayaraki (een papegaai-billed dinosaurus) en de Isanosaurus attavipachi (die vergelijkbaar is met Phuwiangosaurus).

Phuwiangosaurus only (potential) enemy was the local tyrannosauride Siamotyrannus
.

 ; Holotype AMNH 6523,
incomplete skull and maxilla, first cervical vertebrae and some dermal scutes.
Other referred material are a well preserved skull and almost complete postcranial skeleton of a young individual, another complete postcranial skeleton and fragmentary remains of postcrania and armour. In total more than 15 specimens including 1 complete and 4 partial skulls, nearly complete skeleton with armor.
The skull was 300 mm long and 340 mm wide.
The postcranial skeleton is relatively light, the limb bones are slender, the manus is pentadactyl and the the pes tetradactyl.
From Dinodata.org
Image: Tim Bekaert
” up to date ” Description —> http://en.wikipedia.org/wiki/Plateosaurus

Plateosaurus is een geslacht van uitgestorven plantenetende dinosauriërs dat behoorde tot de groep van de Sauropodomorpha en leefde in het late Trias (NorienRhaetien).

De soort Plateosaurus engelhardti is door Von Meyer in 1837 beschreven — dus nog voordat de term “dinosauriër” bestond — op grond van een vondst uit 1834 bij Heroldsberg door Johann Friedrich Engelhardt; de soortaanduiding eert de ontdekker. De naam werd door Von Meyer niet nader toegelicht; het klassiek Griekse platys kan “plat”, “sterk” of “krachtig” betekenen.

Plateosaurus is zeer goed bekend door de vondst in 1910 in Saksen-Anhalt door Von Huene van tientallen vrijwel complete skeletten. Deze werden in 1914 door Otto Jaekel beschreven als een tweede soort: P. longiceps.

Voor een dinosauriër was Plateosaurus vrij klein, maar met een lengte tot tien meter en een gewicht van een kleine ton naar huidige maatstaven bepaald geen kleintje. Hij was zeer langwerpig gebouwd met een lange nek, een lange romp en een krachtige en hoge maar opnieuw lange staart. Hij kon vermoedelijk op twee benen lopen, net als zijn vleesetende voorouders; maar de armen waren sterk, van geduchte klauwen voorzien en zeker in staat om het voorste deel van het lichaam te dragen. Volgens recent onderzoek van Parrish konden de handpalmen echter niet richting grond gedraaid worden; is dat juist, dan was voortbeweging op vier poten onmogelijk. Bij het eten kon hij zich oprichten en de lange nek lijkt geëvolueerd te zijn om zijn bereik nog groter te maken.

Hieruit is wel afgeleid dat ook de Sauropoda hun overeenkomstige kenmerken voor hetzelfde doel gebruikten. Het hoofd was klein en langwerpig, met veel tanden om plantendelen los te scheuren. Door de vondst van vele fossielen op één plek heeft men gedacht dat Plateosaurus in kudden leefde.

Infraklasse: Archosauromorpha
Superorde: Dinosauria
Orde: Saurischia
Onderorde: Sauropodomorpha
Familie: Plateosauridae
http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2012/05/23/theropod-thursday-19-the-mysterious-frickopod/

The Sauriermuseum Frick in Frick, Switzerland, exists because of the Tongrube Keller in Frick is one of the three localities in Europe yielding large numbers of skeletons of Plateosaurus.Plateosaurus was an obligate saurischian biped, but it’s most certainly NOT a theropod,http://www.sauriermuseum-frick.ch/index.php?id=21&L=1
http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2012/05/23/theropod-thursday-19-the-mysterious-frickopod/
http://en.wikipedia.org/wiki/Plateosaurus
The clay pit from which the material comes

The Plateosaurus layer is exposed at the bottom right, where you can just about make out an ongoing excavation above the red marls.

http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2012/07/13/its-time-for-even-more-plateosaurus-prosauropod-proportions/

It’s time for even more Plateosaurus! (prosauropod proportions)

…..It’s been an awfully long time since I last postedon that poor critter, in fact over six weeks,
Plateosaurus engelhardti MSF 23, Sauriermuseum Frickin Frick, Switzerland,This time I have some stunning visuals, courtesy of the go-to guy for skeletal drawings, Scott Hartman – blogs at skeletaldrawing.org.
Having played around an awful lot with my awesome digital Plateosaurus skeleton I soon found that there were many more uses for it than simple digital range of motion (ROM) analyses. Or using it as a basis for CAD model, which can then be used to check center of mass and so on. One thing that was fun to do was helping colleagues in South America who contacted me about a Riojasaurus mount. How to place the body and limbs? Given the fact that P. and R. are both fairly closely related “prosauropods” one might be tempted to just c&p the posture of one to the other. Given the fact that the limbs of R. look much more sturdy than those of P., one might be tempted to place it into a typical sauropod posture, with fully erect and pillar-like limbs.
I came up with a fairly simple way of testing different postures. From the literature I took measurements of R. limb bones. Femur length was especially important, but I also got those of forelimb and distal hind limb bones. Then, I scaled my digital files using these values. Once, I scaled each bone to have the length it has in Riojasaurus. The second time, I applied the scaling factor for the femur to all bones of Plateosaurus. Here’s what I got
Red = Plateosaurus, all bones scaled with factor that achieves
same femur length in P. and Riojasaurus
Green = P. scaled for femur+tibia length of Riojasaurus, forelimb scaled
separately to match R. size
Orange = P. scaled for femur length of R., forelimb scaledseparately
to match R. size
As can be clearly seen, Riojasaurus has a much longer humerus than Plateosaurus. That alone may not mean too much, but don’t forget that I scaled isometrically. That means that the scaled-up bones are not as study proportionally for the bigger animals as the normal sized ones are for the small one – the real bones of R. are a lot more massive, too. Additionally, the forelimb of R. are over-proportionally thick, thus even more sturdy than if I had scaled allometrically. That’s indicative of rather massive forces acting on the forelimb.
But that’s not all: I now used R.-scales limbs on my P.digital mount.Pretty obviously, R. makes a much better quadruped than P.!
But how much more obvious are these differences if not only the limbs, but the entire skeletons are used in the comparison? This is where the Master of Skeletal Drawings comes in! Scott sent me these drawings of “prosauropods” with permission to post:Pretty much same size (thus differing scales), top to bottom:
Massospondylus
Melanorosaurus
Plateosaurusof the three, Massospondylus is the smallest, and Melanorosaurus the largest. It’s easy to see how the forelimb and the shoulder girdle are much more massive and more sturdy, as well as larger in Melanorosaurus. Unsurprising, as Melanororsuarus is much closer to sauropods than the other two. Interestingly, it has the proportionally shortest neck….. weird!

protoceratops.jpg

Protoceratops andrewsi

 

Protoceratops May 17, 2011

Filed under: Ceratopsia
When scientists found Protoceratops’ nests in the Mongolian desert, it was proof that dinosaurs laid eggs and that some lived in family groups or herds.
There have been dozens of skeletons of Protoceratops found, both adult and juvenile, and so the whole growth pattern is known. It was found by the expeditions to the Gobi Desert undertaken by the American Museum of Natural History in the 1920s. It seems to have lived in herds, and its remains are so abundant that it has been termed the “sheep of the Cretaceous”.
Protoceratops was a small dinosaur, only about the size of a large dog. Although it looked fierce, with its heavy head, sharp, beak-like mouth and large bony frill around its neck, Protoceratops ate only plants. It had a heavy, squat body, with a long, thick tail. Protoceratops walked on its four stumpy legs, but moved quite quickly when in danger.Protoceratops is a heavy animal with short legs, a deep tail and a heavy head. Although a member of the horned dinosaurs, it does not have true horns. Two forms of adult are known, a lightweight form with a low frill, and a heavier form with a big frill and a bump on the snout where a horn would have been. These probably represent the two sexes, with the males having the heavier head.
There was a bony frill or shield around its neck, which grew bigger and broader as the dinosaur grew older. The frill protected the neck ofProtoceratops from attack by carnivorous dinosaurs. Males also used their frills for display, to attract females at the beginning of the mating season. Their frills made them look intimidating, which helped to ward off rival males.
Protoceratops had large, strong muscles around its jaws. These helped it bite off tough leaves and woody plants with its hooked beak. It then sliced up the plants with its scissor-like teeth.
In 1922, a scientific expedition to the Gobi Desert in Mongolia unearthed nests of Protoceratops’ eggs. These contained the first dinosaur eggs ever found. The discovery proved for the first time that dinosaurs laid eggs. Until then, no-one knew if they laid eggs or gave birth to live young. As many as thirty eggs were found in one nest. It is unlikely that one female laid so many eggs at once, so scientists speculated that two or more Protoceratops females may have shared the same nest.
Several nests have been found close together. This seems to show that Protoceratops lived in family groups or small herds. Once the eggs had hatched safely, the babies which broke out of the shells were about 30cm long. The adult females brought food to the nests until their young had grown large enough to find it for themselves.
Skeletons of Protoceratops found in Mongolia range from tiny ones still inside the eggs to small babies and fully grown adults. Some of the adults vary slightly. They have differently shaped frills, for example. Scientists have suggested that this is because the males were bigger than the females, with larger heads, frills and crests.
Protoceratops had to guard its nests against predators such as Oviraptor, whose name means ‘egg-stealer’. Dinosaur eggs would have made an ideal meal for it. A fossilised Oviraptor skeleton, with its skull smashed in, was found above a nest of Protoceratops’ eggs. Perhaps an angry parent had killed it when it tried to rob the nest.

http://sauropedia.wordpress.com/2011/05/17/protoceratops/
http://www.thehistoryblog.com/archives/date/2011/11/30

Protoceratops andrewsi is een neoceratopische dinosauriër uit het late Krijt (Campanien).

Fossielen van dit dier zijn gevonden in Mongolië door Chapman Andrews naar wie de soortaanduiding ook vernoemd is. Volwassen dieren waren gemiddeld twee meter lang met uitschieters tot ongeveer drie meter. Achterop de kop droeg het een groot nekschild. Het had geen hoorns, maar wel een hoornen neuskam aan de voorkant van de kop.

De paleontoloog Peter Dodson ontwikkelde een theorie die stelde dat er sekseverschillen bestonden waarbij de vrouwtjes lagere schedels en een kleiner nekschild hadden. De oudste mannetjes hadden de grootste nekschilden, en men gaat er dan ook van uit dat deze in onderlinge gevechten werden gebruikt.

De achterpoten van Protoceratops waren langer dan de voorpoten. Algemeen wordt aangenomen dat het dier zich alleen op vier poten voortbewoog, vergelijkbaar met de hedendaagse neushoorn, hoewel het dier veel kleiner was, zo’n twee meter lang. De bek was voorzien van een benen, vermoedelijk met hoorn beklede, snavel die waarschijnlijk werd gebruikt om harde vegetatie de baas te worden.

Meestal wordt aangenomen dat het zich basaal in de groep van de Neoceratopia bevindt als lid van de Protoceratopidae. Protoceratops behoort per definitie tot de klade van de Coronosauria. De geslachtsnaam betekent “voorloper van de Ceratopidae”. Het is echter geen directe voorouder van deze groep. Het meervoud van de naam is “protoceratopia”.

In de jaren twintig was Protoceratops de eerste dinosauriër waarvan men meende eieren en nesten gevonden te hebben. De eieren waren langwerpig, 10-15 cm. lang. Ze waren opvallend goed behouden, en sommige zelfs volledig onbeschadigd. In de eieren werden fossielen van de embryo’s gevonden. Toen echter een embryo onderzocht werd, bleek in 1994 dat de eieren van Oviraptor waren. Tegenwoordig wordt weer van andere eieren vermoed dat ze van Protoceratops waren en weten we ook dat al veel eerder, toen niet herkende, resten van dinosauriëreieren gevonden zijn.

Een beroemd fossiel toont een protoceratops en een velociraptor, in een fel gevecht gewikkeld op het moment van overlijden. Waarschijnlijk zijn ze tijdens hun strijd bedolven door een instortend door regen verzadigd zandduin
.

http://blogs.scientificamerican.com/tetrapod-zoology/2012/04/07/ryan-et-al-horned-dinosaurs/
Skull of Protoceratops andrewsi (though this one is without the sclerotic rings you need to determine eye size). Photo by Jordi Payà, from wikipedia.
  
  Marginocephalia
Taxonomy: Ceratopia Neoceratopia Protoceratopidae
Age: Late Cretaceous (?Santonian Campanian)
Locality: Djadochta Formation, Beds of Toogreeg, ?Beds of Al
Length: 2.3 meters
Width: 0.55 meters
Height: 0.85 metersDescriptionThe abundant species Protoceratops.
There are about 80 skulls from this species, some skeletons juvenile to adult.
Protoceratops (first horned face) was discovered by an American expedition to Mongolia in the early 1920s. The numerous skeletons belonged to four- legged plant-eaters with outsize heads, bony neck frills, sharp, shearing cheek teeth, and parrot- like beaks. Re-examining some of the dozens of Protoceratops fossil skulls, from hatchlings to old individuals led a Russian scientist in 1990 to re-identify two as belonging to a new genus Breviceratops, Protoceratops (and Breviceratops retain premaxillary teeth all other neoceratopians have lost themPic Copyright © infoseekProtoceratops, was a sheep-sized (1.5 to 2m long) herbivorous ceratopsian dinosaur, from the Upper Cretaceous Period of what is now Mongolia. Unlike later ceratopsians, it lacked well-developed horns.
Protoceratops had a large neck frill, which may have served to protect the neck, to anchor jaw muscles, to impress other members of the species or combinations of these functions.Discovery and speciesProtoceratops was discovered during the 1920s, in the Gobi desert, in Gansu, Inner Mongolia. Many skeletons were discovered by the American expedition. the type species, P. andrewsi, was formally described by Granger and Gregory in 1923. The fossils date from the Campanian epoch of the Upper Cretaceous (83.5 to 70.6 Million Years Ago).In 1971, a fossil was found that captured a Velociraptor clutched around a Protoceratops in Mongolia. It is believed that they died simultaneously, while fighting, when they were either surprised by a sand storm or buried when a sand dune collapsed on top of them.
A second species, P. hellenikorhinus, was named in 2001 from the Bayan Mandahu formation in Inner Mongolia, China and also dates from the Campanian epoch of the Upper Cretaceous. It is notably larger than P. andrewsi.In the 1920s, Roy Chapman Andrews discovered the first known fossilized dinosaur eggs, in the Gobi Desert of Mongolia. Due to the proximity of Protoceratops, these eggs were believed at the time to belong to this species. The nearby theropod Oviraptor was thought to have been engaged in the process of stealing and eating them. However, later discoveries indicate that the eggs were in fact Oviraptor’s own.Copyright © 2006 Answers Corporation
Oct 26, 1012
by Neal for group ffd
as published in 2012 in Paleontological Research 16(3): 179-198.
This quote from the abstract says:Four skull specimens (MPC-D 100/537, 100/538, 100/539 and 100/540) of Protoceratopsidae from the Upper Cretaceous in Udyn Sayr, Mongolia are described, and their ontogenetic stage and expression of sexual dimorphism are estimated. These specimens are identified as Protoceratops andrewsi (MPC-D 100/53, 100/539), P. cf. andrewsi (MPC-D 100/538), and Protoceratops sp. (MPC-D 100 540), respectively. MPC-D 100/537 and 100/539 are attributed to subadult “female” and MPC-D 100/538 to subadult “male”. MPC-D 100/540 is adult with unknown sex.
Based on the frill morphologies, the Udyn Sayr specimens are classified into three types: type 1 (MPC-D 100/539), well developed ridge on the lateral surface of the squamosal; posteriorly projected posterior margin of the squamosal; type 2 (MPC-D 100/537), posteriorly rounded posterior margin of the squamosal; developed ridge on the posterior margin of the parietal; and type 3 (MPC-D 100/540), large size, posteriorly curved posterior margin of the squamosal; the rugose surface texture on the dorsal side of parietal MPC-D 100/538 could not be categorized because the specimens’s frill is not preserved. These frill morphologies differ from those of Protoceratops from the Djadokhta Formation in the adjacent dinosaur locality Tugrikin Shire. The morphological differences among the Udyn Sayr specimens may indicate intraspecific variation of Protoceratops.

http://blogs.scientificamerican.com/tetrapod-zoology/2012/04/07/ryan-et-al-horned-dinosaurs/
Psittacosaurus preserved alongside the turtle Manchurochelys – proof of aquatic habits in a psittacosaurid! (irony). Image by Christopher, Tania and Isabelle Luna, from wikipedia

   
             New dinosaur, Psittacosaurus gobiensis: Parrot-like dinosaur found in Mongolia
Psittacosaurus-
http://blogs.scientificamerican.com/tetrapod-zoology/2012/04/07/ryan-et-al-horned-dinosaurs/
That famous psittacosaurid with the quilly tail – so far the only one known to have these structures (from Mayr et al. 2002).
Psittacosaurus(pronounced /ˌsɪtəkɵˈsɔrəs/, from the Greek for ‘parrot lizard’) is a genus of psittacosaurid ceratopsian dinosaur
from the Early Cretaceous Period of what is now Asia, about 130 to 100 million years ago. It is notable for being the most species-rich dinosaur genus. At least ten extinct species are recognized from fossils found in different regions of modern-day China, Mongolia and Russia, with a possible additional species from Thailand.All species of Psittacosaurus were gazelle-sized bipedal herbivores characterized by a high, powerful beak on the upper jaw. At least one species had long, quill-like structures on its tail and lower back, possibly serving a display function. Psittacosaurs were extremely early ceratopsians and, while they developed many novel adaptations of their own, they also shared many anatomical features with later ceratopsians, such as Protoceratops and the elephant-sized Triceratops.Psittacosaurus is not as familiar to the general public as its distant relative Triceratops but it is one of the most completely known dinosaur genera. Fossils of over 400 individuals have been collected so far, including many complete skeletons. Most different age classes are represented, from hatchling through to adult, which has allowed several detailed studies of Psittacosaurus growth rates and reproductive biology. The abundance of this dinosaur in the fossil record has led to its use as an index fossil for Early Cretaceous sediments of central Asia.Different species of Psittacosaurus varied in size and specific features of the skull and skeleton, but shared the same overall body shape. The best-known species, P. mongoliensis, reached 2 meters (6.5 ft) in length. The maximum adult body weight was most likely over 20 kilograms (44 lb) in P. mongoliensis. Several species approached P. mongoliensis in size (P. major, P. neimongoliensis, P. xinjiangensis), while others were somewhat smaller (P. sinensis, P. meileyingensis). P. ordosensis was the smallest known species, 30% smaller than P. mongoliensis. The largest were P. lujiatunensis and P. sibiricus, although neither was significantly larger than P. mongoliensis.The skull of Psittacosaurus was highly modified compared to other ornithischian dinosaurs of its time. The skull was extremely tall and short, with an almost round profile in some species. The portion in front of the orbit (eye socket) was only 40% of total skull length, shorter than any other known ornithischian. The lower jaws of psittacosaurs are characterized by a bulbous vertical ridge down the center of each tooth. Both upper and lower jaws sported a pronounced beak, formed from the rostral and predentary bones, respectively. The bony core of the beak may have been sheathed in keratin to provide a sharp cutting surface for cropping plant material. As the generic name suggests, the short skull and beak superficially resembled those of modern parrots. Psittacosaurus skulls shared several adaptations with more derived ceratopsians, such as the unique rostral bone at the tip of the upper jaw, and the flared jugal (cheek) bones. However, there was still no sign of the bony neck frill or prominent facial horns which would develop in later ceratopsians. Bony horns did protrude from the skull of P. sibiricus, but these are thought to be an example of convergent evolution.Psittacosaurus postcranial skeletons were more typical of a ‘generic’ bipedal ornithischian. In P. mongoliensis, similarly to other species, the forelimbs were only 58% as long as the hindlimbs, indicating that these animals were almost totally bipedal in life. There were only four digits on the manus (‘hand’), as opposed to the five found in most other ornithischians (including all other ceratopsians). Overall, the four-toed hindfoot was very similar to many other small ornithischians.TaxonomyPsittacosaurus was named in 1923 by Henry Fairfield Osborn, paleontologist and president of the American Museum of Natural History (AMNH) in a paper published on October 19. The generic name is composed of the Greek words ψιττακος/psittakos (‘parrot’) and σαυρος/sauros (‘lizard’), suggested by the superficially parrot-like beak of these animals and their reptilian nature.Over a dozen species have been referred to the genus Psittacosaurus, although only nine to eleven are considered valid today. This is the highest number of valid species currently assigned to any single dinosaur genus (not including birds). In contrast, most other dinosaur genera are monospecific, containing only a single known species. The difference is most likely due to quirks of the fossil record. While Psittacosaurus is known from hundreds of fossil specimens, most other dinosaur species are known from far fewer, and many are represented by only a single specimen. With a very high sample size, the diversity of Psittacosaurus can be analyzed more completely than that of most dinosaur genera, resulting in the recognition of more species. Most extant animal genera are represented by multiple species, suggesting that this may have been the case for extinct dinosaur genera as well, although most of these species may not have been preserved. In addition, most dinosaurs are known solely from bones and can only be evaluated from a morphological standpoint, whereas extant species often have very similar skeletal morphology but differ in other ways which would not normally be preserved in the fossil record, such as behavior, or coloration. Therefore actual species diversity may be much higher than currently recognized in this and other dinosaur genera.
Over a dozen species have been referred to the genus Psittacosaurus, although only nine to eleven are considered valid today. This is the highest number of valid species currently assigned to any single dinosaur genus (not including birds). In contrast, most other dinosaur genera are monospecific, containing only a single known species. The difference is most likely due to quirks of the fossil record. While Psittacosaurus is known from hundreds of fossil specimens, most other dinosaur species are known from far fewer, and many are represented by only a single specimen. From wikipedia.com.Psittacosaurus (parrot lizard)was a two-legged herbivore that resembled the ornithopod Hypsilophodon, but had a deeper, longer body, a shorter tail, longer arms, and four -fingered, grasping hands. The fourth finger and the first of the four toes were very short. But Psittacosaurus oddest feature was its short. deep head with a parrot-like beak, formed partly by the rostral bone unique to ceratopians.
Valid Psittacosaurus species
Psittacosaurus mongoliensis — Mongolia, northern China
Psittacosaurus sinensis — northeastern China
Psittacosaurus meileyingensis — north-central China
Psittacosaurus xinjiangensis — northwestern China
Psittacosaurus neimongoliensis — north-central China
Psittacosaurus ordosensis — north-central China
Psittacosaurus mazongshanensis — northwestern China
Psittacosaurus sibiricus – Russia (southern Siberia)
Psittacosaurus lujiatunensis – northeastern China
Psittacosaurus major – northeastern China
Psittacosaurus gobiensis – Inner Mongolia
°
Possible Psittacosaurus species
°
?Psittacosaurus sattayaraki – ThailandClassification
°
http://www.nu.nl/wetenschap/3548342/drie-dinosauriersoorten-blijken-soort-.html

Drie dinosauriërsoorten uit het geslacht Psittacosaurus blijken in werkelijkheid tot één soort te behoren, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.

12 augustus 2013

Fossielen van de plantenetende dinosauriërs Psittacosaurus lujiatunensis, Psittacosaurus P. major en Hongshanosaurus houi verschillen zo weinig van elkaar dat de dieren ten onrechte worden beschouwd als verschillende soorten.

Waarschijnlijk zijn kleine vervormingen van de fossielen aangezien voor kenmerken op basis waarvan soorten worden ingedeeld.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Pennsylvania in het wetenschappelijk tijdschrift PloS One.

Lasers

De wetenschappers analyseerden 30 verschillende schedels van de drie dinosauriërsoorten met behulp van geometrische morphometrie, een techniek waarbij de vorm van fossielen zeer nauwkeurig in kaart wordt gebracht met lasers.

Vervolgens bleek dat de dieren op basis van de op de scans gevonden eigenschappen slechts ingedeeld konden worden bij één soort, Psittacosaurus lujiatunensis.  

De wetenschappers vermoeden dat de fossielen eerder verkeerd zijn ingedeeld doordat niet alle schedels op dezelfde manier fossiliseren. Tijdens het proces kunnen er deukjes en scheuren in het bot ontstaan, waardoor fossielen van dezelfde soort een iets verschillend uiterlijk krijgen. Met de laseranalyse kunnen dit soort oneffenheden beter worden herkend.

Eindeloze mogelijkheden

“Tijdens onze studie hebben enkele valse soorten gevonden die niet kunnen worden beschouwd als biologische soorten, maar zijn ontstaan door het fossilisatieproces”, verklaart hoofdonderzoeker Peter Dodson op nieuwssite ScienceDaily.

“Hopelijk zal dit ervoor zorgen dat meer paleontologen geometrische morphometrie gaan gebruiken”, aldus onderzoeker Brandon Hedrick. “Deze techniek biedt eindeloze mogelijkheden voor het onderzoek naar dinosauriërs.”

Dinosauriërs van het geslacht Psittacosaurus leefden ongeveer 125 miljoen jaar geleden. De naam betekent ‘papegaaireptiel’.  De dinosauriërs hebben de naam te danken aan hun scherp gebogen snavel, die leek op die van een papegaai.

 
Landmark locations. The locations of the 3D landmarks are presented here in (A) dorsal and (B) lateral views on ZMNH M8137. Since the landmarks were not reflected on either side of the skull, the left lateral landmarks have different landmark numbers than the right lateral landmarks. A 3D model of the skull of ZMNH M8137 is included in Multimedia S1 for reference. Scale = 50 mm. (Credit: Brandon P. Hedrick, Peter Dodson. Lujiatun Psittacosaurids: Understanding Individual and Taphonomic Variation Using 3D Geometric Morphometrics. PLoS ONE, 2013; 8 (8): e69265 DOI: 10.1371/journal.pone.0069265)
°

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

°

antwoorden aan  creationisten =

er zijn weinig dino’s <–

dinosauriërsoorten blijken één soort’  <–

°
Psittacosaurus is the type genus of the family Psittacosauridae, which was also named by Osborn in 1923.
Only one other genus, Hongshanosaurus, is currently classified in this family alongside Psittacosaurus.
Psittacosaurids were basal to almost all known ceratopsians except Yinlong and perhaps Chaoyangsauridae. While Psittacosauridae was an early branch of the ceratopsian family tree,
Psittacosaurus itself was probably not directly ancestral to any other groups of ceratopsians. All other ceratopsians retained the fifth digit of the hand, a plesiomorphy or primitive trait, whereas all species of Psittacosaurus had only four digits on the hand. In addition, the antorbital fenestra, an opening in the skull between the eye socket and nostril, was lost during the evolution of Psittacosauridae, but is still found in most other ceratopsians and in fact most other archosaurs. It is considered highly unlikely that the fifth digit or antorbital fenestra would evolve a second time.Although many species of Psittacosaurus have been named, their relationships to each other have not yet been fully explored and no scientific consensus exists on the subject. The most recent and most detailed cladistic analysis was published by Alexander Averianov and colleagues in 2006. It has been suggested that P. lujiatunensis is basal to all other species. This would be consistent with its earlier appearance in the fossil record.ProvenancePsittacosaurus is known from over 400 individual specimens, of which over 75 have been assigned to the type species, P. mongoliensis. All Psittacosaurus fossils discovered so far have been found in Early Cretaceous sediments in Asia, from southern Siberia to northern China, or possibly as far south as Thailand. The most common age of geologic formations bearing Psittacosaurus fossils is from the late Barremian through Albian stages of the Early Cretaceous, or approximately 125 to 100 Ma (million years ago). Nearly all terrestrial sedimentary formations of this age in Mongolia and northern China have produced fossils of Psittacosaurus, leading its use as an index fossil for this time period in the region, along with the very common pterosaur Dsungaripterus.The earliest known species is P. lujiatunensis, found in the lowest beds of the Yixian Formation. Over 200 specimens attributed to this genus have been recovered from these and other beds of the Yixian, the age of which is the subject of much debate. Although many early studies using radiometric dating put the Yixian in the Jurassic Period, tens of millions of years outside of the expected temporal range of Psittacosaurus, most recent work dates it to the Early Cretaceous. Using argon-argon dating, a team of Chinese scientists dated the lowest beds in the formation to about 128 Ma, and the highest to approximately 122 Ma. A more recent Chinese study, using uranium-lead dating, suggests that the lower beds are younger, approximately 125 Ma, while agreeing with an age of 122 Ma for the upper beds. This work indicates that the Yixian is early Aptian in age, or possibly late Barremian to early Aptian.PaleobiologyDietPsittacosaurs had self-sharpening teeth that would have been useful for cropping and slicing tough plant material. However, unlike later ceratopsians, they did not have teeth suitable for grinding or chewing their food. Instead, they used gastroliths, stones swallowed to wear down food as it passed through the digestive system. Gastroliths, sometimes numbering more than fifty, are occasionally found in the abdominal cavities of psittacosaurs, and may have been stored in a gizzard, as in modern birds.Growth rateSeveral juvenile Psittacosaurus have been found. The smallest is a P. mongoliensis hatchling in the AMNH collection, which is only 11 to 13 centimeters (4–5 inches) long, with a skull 2.8 centimeters (1 in) in length. Another hatchling skull at the AMNH is only 4.6 centimeters (1.8 inches) long. Both specimens are from Mongolia. Juveniles discovered in the Yixian Formation are approximately the same age as the larger AMNH specimen. Adult Psittacosaurus mongoliensis approached 2 meters (6.5 ft) in length.A histological examination of P. mongoliensis has determined the growth rate of these animals. The smallest specimens in the study were estimated at three years old and less than 1 kilogram (2.2 lb), while the largest were nine years old and weighed almost 20 kilograms (44 lb). This indicates relatively rapid growth compared to most reptiles and marsupial mammals, but slower than modern birds and placental mammals. An age determination study performed on the fossilized remains of Psittacosaurus mongoliensis by using growth ring counts suggest that the longevity of the basal ceratopsian was between 10 or 11 years.Copyright © 2009 Answers
°
CorporationPSITTACOSAURUShttp://en.wikipedia.org/wiki/PsittacosaurusP Mongoliensis
Meaning Of Name: Parrot reptile
Classification: CERATOPSIA; Psittacosauridae
Age: Early Cretaceous (Aptian-Albian), Barunbayan Formation, lOO-l25 million years ago
Locality: Gobi Desert, Southwestern Peoples’; Republic of Mongolia
Skeleton Cast Size: l50cm in lengthThis dinosaur which spent most of its time standing on its two hind legs is thought to have been near the ancestry of the horned dinosaurs (neoceratopsians), which include such well known forms as Triceratops .
The generic name for this dinosaur, Psittacosaurus , means the ‘parrot-like lizard’ in reference to its prominent parrot-like beak. This feature was one of the principal advances of this form from the generalised bipedal fabrosaurids and hypsilophodontids that gave rise to it.
Psittacosaurus was the first step on the path towards the four-footed, horned descendants that were to appear more than twenty millions years later. It had a special bone called the rostral, found in the horned dinosaurs, even though in many ways, such as in the construction of its teeth, it is still very similar to hypsilophodonts in a way.
Psittacosaurus is a missing link between two large groups of dinosaurs!
Psittacosaurus was one of the most common dinosaurs in the Early Cretaceous collections from Mongolia sometimes making up over 90% of all the dinosaur bones found, most frequently in lake and stream deposits.
Psittacosaurus was a plant eater with leaf-shaped teeth that sliced past one another like the blades of scissors. It must have grabbed plants with its parrot-like beak, chopped them up, and then smashed them up with gizzard stones, which have been found inside the body cavity of some skeletons of this little dinosaurhttp://www.ainakrine.org/dinosaure/info/Psittacosaurus.html

De Psittacosaurus – een kleine rechtop lopende dinosauriër met een papegaaiachtige snavel – maakte pas na zijn vierde levensjaar een groeispurt door waarbij zijn achterpoten flink in lengte toenamen. Tot die tijd kroop het dier waarschijnlijk op vier poten rond.

Dat melden Chinese en Britse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communication.

De wetenschappers kwamen tot het nieuwe inzicht door een biomechanische analyse te maken van skeletten van het dier. Ook werden dwarsdoorsnedes gemaakt van enkele botten om meer inzicht te krijgen in de groei van de dinosauriër.

“Sommige botten van baby’s waren slechts een paar millimeter dik, ik moest er heel voorzichtig mee omgaan om goede dwarsdoorsnedes te maken”, verklaart hoofdonderzoeker Qi Zhao in de Britse krant The Telegraph.

Voorpoten

Uit het onderzoek bleek dat tussen het eerste en derde levensjaar van het dier vooral zijn voorpoten hard groeiden. Pas na de groeispurt van zijn achterpoten, tussen zijn vierde en zesde levensjaar, kregen de ledematen van de Psittacosaurus de juiste verhouding om rechtop te lopen. Voor die tijd bewoog het dier zich waarschijnlijk kruipend voort.

Volgens Mike Benton, een paleontoloog van de Universiteit van Bristol die niet bij het onderzoek was betrokken, suggereert de studie dat de voorouders van rechtop lopende dinosauriërs ook op vier poten liepen.

“De kruipende baby’s en peuters wijzen erop dat op een eerder punt in de geschiedenis zowel de jeugdige dinosauriërs en volwassen dieren zich op vier poten voortbewogen”, verklaart hij. “Het suggereert dat de Psittacosaurus en dinosauriërs in het algemeen pas in tweede instantie op hun achterpoten zijn gaan lopen.”

 Dinosaurs crawled on all fours like toddlers before switching to two feet when they grew up, experts have discovered.

(Door: NU.nl/Dennis Rijnvis )

Q

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

DINOSAURICON O

O


  Fossil  tibia and astragalusojoceratops-skull

O is for Ojoceratops – Phenomena: Laelaps

  1. RECONSTRUCTION OF OJOCERATOPS FROM THE HOLOTYPE AND REFERRED SPECIMENS. ART BY ROBERT SULLIVAN, IMAGE FROM WIKIPEDIA.

http://s-jasinski.blogspot.be/2011/07/ojoraptorsaurus-and-epichirostenotes-2.html

169._Sullivan_et_al.__Ojoraptorsaurus__COLOR[1]ojpraptorsaurus <–pdf

Rhabdodon

Olorotitan arharensis     Reuzenzwaan

Afbeelding Olorotitan arharensis

 

: Krijt: Ornitischia: Herbivoor: 9m

Eén van de allerlaatste Aziatische dinosauriërs die leefde vóór het uitsterven van de dino’s op het einde van het krijt. Olorotitan arharensis(wat “reuzenzwaan van Arhara” betekent) werd in 2001 bij de Amoer ontdekt, de grensrivier tussen Rusland en China. Je kan zien dat hij verwant was aanParasaurolophus aan de grote bijlvormige holle kam op zijn schedel, waarmee waarschijnlijk geweldige geluiden gemaakt werden.

Deze dino leefde 75-70 miljoen jaar geleden. Paleontologen vonden hem in Rusland

KBIN

File:Olorotitan arharensis.jpg

File:Olorotitan 28-12-2007 14-52-33.jpg

fig. 63)    

Omeisaurus tianfuensis skeletal reconstruction, from He et al. (1988:fig. 63)

http://www.palaeocritti.com/by-group/dinosauria/sauropoda/omeisaurus

  http://animals.howstuffworks.com/dinosaurs/omeisaurus.htm

Omnivoropteryx sinousaorum Czerkas & Ji, 2002
Oiseau (Oviraptorosaure indéterminé pour certains) du Barremien/Aptien (130-112 MA) de Chine; connu par un squelette quasi complet.

…..het is gesuggereerd dat Omnivoropteryx een jonger synoniem is van Sapeornis.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Sapeornis

Ornitholestes sketch.

  • Ornithomimosauria

De struisvogelachtige dino’s  werden  vrij recent nog voorgesteld  als  geschubd en weinig indrukwekkend. Nieuw onderzoek wijst erop dat daar weinig van klopt: deze  dino’s zouden prachtige veren en indrukwekkende vleugels hebben gehad.

Dat schrijven Canadese wetenschappers. Zij ontdekten de eerste Ornithomimosauria – zoals de groep waartoe de struisvogelachtige dino behoort voluit heet – met veren in Canada. De fossiele resten geven ons een heel ander beeld van de dino. Het beest blijkt niet geschubd, maar bedekt met veren.

Primeur
“Dit is echt een heel opwindende ontdekking, aangezien het de eerste met veren bekleedde dinosaurus is die op het westelijk halfrond is teruggevonden,” vertelt onderzoeker Darla Zelenitsky van de universiteit van Calgary. “Bovendien zijn dit – ondanks dat er al heel veel skeletten van ornithomimosauria bekend zijn – de eerste exemplaren die aantonen dat de ornithomimosauria bedekt waren met veren, net zoals verschillende andere theropode dinosaurussen.

Vleugels
In totaal vonden de onderzoekers in 75 miljoen jaar oude gesteenten de resten van een jonge en twee volwassen dino’s met veren terug. Ze stammen uit het geslacht Ornithomimus.

Natuurlijk doen de veren ons denken aan vogels. Toch verliep de ontwikkeling van de veren niet zo als we dat van vogels gewend zijn. “De dinosaurus was gedurende zijn leven bedekt met veren, maar enkel oudere individuen ontwikkelden grotere veren op de armen, waardoor vleugelachtige structuren ontstonden.” Bij vogels gaat dat heel anders. “Zij ontwikkelen de vleugels over het algemeen al heel jong, kort nadat ze uit hun ei komen.”

Functie
De dinosaurussen waren te zwaar om met de vleugels te vliegen, dus wat was dan de functie van deze lange veren?

“Het feit dat vleugelachtige voorpoten in rijpere individuen ontstonden, suggereert dat ze alleen later in het leven werden gebruikt,” vertelt onderzoeker François Therrien. De onderzoekers vermoeden dan ook dat de dino’s de vleugels gebruikten om een partner aan de haak te slaan en/of eieren uit te broeden.

De vondst van de met veren beklede Ornithomimus, die tot de groep ornithomimosauria behoort, wijst er volgens de onderzoekers op dat wellicht alle ornithomimosauria veren hadden. Als dat het geval is, is de kans groot dat we wereldwijd op voorheen onverwachte plekken resten van zulke met veren beklede dino’s terug gaan vinden. Want de vondst wijst uit dat de resten van deze dino’s op veel meer plekken dan gedacht behouden kunnen blijven.

“We dachten altijd dat met veren beklede dinosaurussen enkel in modderige sedimenten in stille wateren – denk aan de bodem van meren en kustmeren – konden fossiliseren. Maar de ontdekking van deze ornithomimosauria in zandsteen wijst erop dat met veren beklede dinosaurussen ook bewaard kunnen blijven in gesteenten die door oude, stromende rivieren zijn afgezet.”

En dat is goed nieuws: de meeste skeletten van dino’s zijn tot op heden in zandsteen aangetroffen. En dus is de kans dat we wereldwijd in zandsteen ook dino’s met veren aan gaan treffen groot.

Bronmateriaal:
Canadian researchers discover fossils of first feathered dinosaurs from North America” – Ucalgary.ca
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Julius Csotonyi.
Fig. 4. Ornithomimosaur plumage and its phylogenetic context. Artistic representations of (A) juvenile plumage and (B) adult plumage, both illustrated by Julius Csotonyi. (C) Phylogenetic distribution of major feather types and wings/pennibrachia in theropods. “Filamentous feathers” refer to all feathers that lack a rigid shaft [types 1, 2, and 3b of (11) and morphotypes 2 to 7 of (3)], whereas “shafted feathers” refer to all feathers that possess a rigid shaft [types 3a, 3a+b, 4, and 5 of (11) and morphotypes 8 and 9 of (3)]. Theropod phylogeny is from (35), and the reported occurrences of feathers are from (2, 36). The basalmost occurrence of winglike structures among Theropoda is in Ornithomimosauria. Forearm protuberances in a basal carcharodontosaur have been suggested to be associated with non-scale skin appendages (37) of unknown type. Green node, Theropoda. Yellow node, Maniraptora. Blue branches indicate clades that possess wings/pennibrachia. Gray wings denote clades in which at least one taxon used wings for aerial locomotion.

< Ornithomimosaures

Ornithomimidés

Les Ornithomimidés « imitateur d’oiseau » pourraient être qualifiés de « Dinosaures Autruches ».
En effet, leur bec ressemblait à celui des oiseaux. Ils avaient un corps élancé et de longues pattes. Ils se comportaient comme les grands ratites aux ailes rudimentaires d’aujourd’hui, courant à près de 80 km/h pour fuir le danger.

Principales caractéristiques des Ornithomimidés

Ces dinosaures n’avaient pas de dents. Ils étaient vifs et possédaient un gros cerveau par rapport à leur taille.

Ornithomimidé

Morphologie d’un Ornithomimosaure

À la différence des oiseaux actuels, ils portaient une longue queue ossifiée. De plus, ils avaient des bras aux doigts griffus et non des ailes.
La comparaison des squelettes avec ceux d’autres théropodes montre que les ornithomimidés étaient des coelurosaures proches des maniraptores, sous-groupe auquel appartiennent Velociraptor et les oiseaux.

Où et quand vivaient les Ornithomimosaures ?

Ces dinosaures ont vécu principalement au Crétacé supérieur. Des fragments d’os retrouvés dans des roches du Jurassique supérieur en Angleterre ont été attribués à des ornithomimidés mais des doutes subsistent.

Une empreinte de pas fossilisée attribuée à Hopiichnus shingi a été découverte en Arizona. Elle est datée de 196.500 à 183.000 Ma (Jurassique inférieur-Jurassique moyen).

La grande majorité des fossiles provient d’Amérique du Nord. Cependant, les Ornithomimosaures ont vécu également en Asie.

Exemples d’Ornithomimosaures

Les ornithomimidés les plus connus sont :

  • Struthiomimus
  • Dromiceiomimus
  • Ornithomimus
  • Anserimimus
  • Gallimimus
  • Pelecanimimus

Struthiomimus « semblable à l’autruche » est le mieux connu des ornithomimosaures. C’était un dinosaure léger, trapu et adapté à la course, probablement l’animal le plus rapide qui ait existé.

On pense qu’il vivait en troupeau. Son bec étroit et dépourvu de dents lui permettait d’avaler les petits lézards, insectes et végétaux. Il devait sûrement pouvoir attraper de petits morceaux de nourriture avec ses bras et ses mains fines.

Les fossiles de ce dinosaure ont été retrouvés au Canada. Il mesurait plus de 3 m de long.

En principe les ornithomimidés n’ont pas de dents. Mais, Pelecanimimus en possédait 220 qui ressemblaient à de minuscules piquants.

Pelecanimimus

Pelecanimimus. © dinosoria.com

L’absence de dents chez les genres proches démontre que ces dinosaures devaient être omnivores. Pelecanimimus, lui, pouvait sans problème déchiqueter la chair de petits animaux.

Gallimimus diffère des autres genres d’Amérique du Nord par la forme de son crâne et les dimensions de ses membres.

Gallimimus

Gallimimus. © dinosoria.com

Son museau et son bec sont allongés et ses mains sont plus courtes ; c’est le plus grand Ornithomimidé connu avec 6 m de long.

V. Battaglia (12.2003). M.à.J 10.2009

Dromiceiomimus . Gallimimus . Pelecanimimus

Liens

Ornithomimidae sur Paleobiology Database
Hopiichnus shingi sur Paleobiology Database

< Familles de Dinosaures

Drijflijk uit de zee bij Maastricht

Reconstructie van een Nederlandse dino, met  eendensnavel, duizend tanden en een kam op zijn kop. (Natuurhistorisch Museum Maastricht)
Door onze redacteur Michiel van Nieuwstadt

In ons grotendeels met klei bedekte  nederland, werden ze niet verwacht: resten van dino’s. Maar nu zijn er toch twee dozijn botjes. En een reconstructie van de bijbehorende hadrosaurus.

Het beest ter grootte van een Indische olifant behoort tot de hadrosaurussen: dieren met een bek in de vorm van een eendensnavel, meer dan duizend (reserve)tanden en een kam op de kop.

Het is verrassend dat in ons grotendeels met klei bedekte land in de afgelopen anderhalve eeuw toch nog 26 dinobotjes en -tanden bijeen zijn gesprokkeld, in zeeafzettingen nog wel. Rond Maastricht zijn stukjes bovenkaak gevonden, scheenbeen, staartwervel, k ootjes,dijbeen, wat tandjes en mogelijk een schaambeen.

Schulp denkt dat die restjes op één na toebehoren aan één of twee forse hadrosaurus-soorten. In de reconstructie is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de 26 dinobrokken uit de buurt van Maastricht. Concreet gaat het om een Nederlands scheenbeen, een dijbeen en een kuitbeen. Een middenvoetsbeentje was duidelijk te groot, maar een afgietsel ervan is een maatje verkleind en óók verwerkt. De rest van de dinobrokken was te groot óf te klein om te kunnen gebruiken.

Een hadrosaurus, gevonden langs de Chinees-Russische grensrivier de Amoer (een amurosaurus), is het hart van de reconstructie. Een Nederlands dijbeenstuk lijkt volgens Schulp ‘als twee druppels water’ op het amurosaurusdijbeen. De Nederlandse dino’s zijn hadrosaurussen, concludeert Schulp daarom: „Dat zit geramd.”

Twintig van de 26 Maastrichtse hadrosaurusstukjes hebben onmiskenbaar aan een hadrosaurus toebehoord.

Schulp: „De andere fossielen zijn zodanig vermangeld dat je ze eigenlijk niet met zekerheid kunt thuisbrengen, maar voor de rest is classificatie eigenlijk geen probleem. Je zou kunnen zeggen dat de hadrosaurus grotendeels uit herkenbare standaardonderdelen was opgebouwd.”

De schedel was het moeilijkst te reconstrueren.

Van amurosaurus zijn maar een paar schedelstukjes bekend. Voor de reconstructie van de Nederlandse hadrosaurusschedel is daarom gebruik gemaakt van de Noord-Amerikaanse hadrosaurus Corythosaurus.

„Over de schedel van de Nederlandse hadrosaurussen weten we heel weinig en juist die schedels waren heel gevarieerd”, zegt Schulp. „De breedte van de eendensnavel loopt tussen de verschillende soorten uiteen. Ook de omvang van de kenmerkende uitstulpingen bovenop de schedel varieert van kleine knobbeltjes tot uitzinnige uitsteeksels met krullen die over de rug naar achteren lopen.” In de reconstructie is gekozen voor een ‘bescheiden’ kam, ‘losjes’ gebaseerd op de kam van Corythosaurus.

Tenslotte kwam ook de recente ontdekking in North-Dakota van pas van een hadrosaurus-fossiel met huidafdrukken. Die huidafdrukken lieten zien hoeveel spiermassa eronder zat. „Vooral de spieren aan het begin van de staart hebben we na die vondst nog wat aangezet”, zegt Schulp.

Schulp voorzag de Nederlandse hadrosaurus van zachte streepjes en een rode kam. Hij erkent grif dat de reconstructie een ingewikkelde puzzel is waarin her en der een foutje kan zitten. „Als paleontoloog heb je te maken met harde feiten, gefundeerde aannames en onderbouwd giswerk”, zegt Schulp. „ We duidelijk  maken wat de zekerheden en onzekerheden zijn.”

Een wetenschappelijke naam heeft de Nederlandse hadrosaurus niet. In het Britse Natural History Museum zijn dij- en scheenbeenresten van een in Nederland gevonden hadrosaurus voorzien van het etiket Orthomerus dolloi, maar volgens Schulp is die naamgeving uit 1883 verouderd. „We zijn sinds die tijd verwend met een paar fatsoenlijke skeletten van hadrosaurussen”, zegt Schulp. „Dan moet je een paar luizige botjes uit Nederland geen naam willen geven.”

Twee dozijn botjes

Tegen het einde van het ‘tijdperk der dinosauriërs’ lag ter hoogte van Maastricht een ondiepe zee . De 26 dinobrokken uit de regio zijn volgens Schulp als drijflijk vanaf het land naar open zee gedobberd. „Een groot karkas zal nooit ver de zee op drijven”, zegt hij. „Het vasteland was niet veel verder weg dan Heerlen of Aken nu. We moeten de paleogeografische kaarten herzien, want daarop staan alleen eilandjes.” De tachtig meter dikke laag met afzettingen uit het laatste miljoen jaar voor de dinosauriërs uitstierven, loopt vanuit Nederlands Limburg door in België en verdwijnt daar in de diepte. Schulp schat dat driekwart van de Maastrichtse dinobrokken in Nederland gevonden is en de rest in België.

 

File:Orthomerus dolloi.jpg

Fossil of Orthomerus, an ornithopod dinosaur    KBIN  Musee d’Histoire Naturelle, Brussels

oryctodromeus cubicularis

http://viersterren.wordpress.com/2009/07/14/de-burcht-van-de-dinosaurier/

In de Amerikaanse staat Montana is de ondergrondse burcht van een dinosaurus gevonden, met het gezin er nog in.

Hiermee is voor het eerst aangetoond dat er onder deze hypsilidonte  oerreptielen holengravers waren. Ook is dit het eerste keiharde bewijs voor broedzorg bij dinosauriërs. Een team onder leiding van David Varricchio vond een vreemde wormachtige structuur van zandsteen in wat 95 miljoen jaar geleden de modder van een regelmatig overstromend riviergebied was. Het gedraaide stuk zandsteen liep dwars door drie rotslagen heen. Het moet een gegraven hol zijn geweest, schrijven de onderzoekers in vakblad PNAS.
Erin vonden ze de resten van drie skeletten, twee kleintjes en een grotere. De holbewoners waren planteneters van een nog onbekende soort, die Oryctodromeus cubicularis is gedoopt. Een ouder met twee jongen, dat kan bijna niet anders. Het volwassen exemplaar had stevige schouders en was iets meer dan twee meter lang, waarvan de helft staart. Dit leek eerst te groot voor de holte, maar, zegt Varricchio, het paste waarschijnlijk nét. Daarmee voorkwam de gravende dino dat grotere dieren zijn hol konden binnendringen.
Het begin van de tunnel, die een diameter had van ongeveer 25 centimeter. Vrij krap voor een twee meter lang beest, maar blijkbaar ging het.

Blijkens de publicatie in de Britse Proceedings of the Royal Society ontdekten de wetenschappers het nest in een oude rivierbedding in het zuidwesten van de Amerikaanse staat Montana. De 95 miljoen jaar oude botten blijken afkomstig van een volwassen dier en twee jonge exemplaren. Volgens de onderzoekers is dit het eerste bewijs dat sommige soorten dino’s ondergrondse nesten groeven. Voorheen werd aangenomen dat dinosauriërs niet in nesten of holen voor hun jongen zorgden.

De Amerikanen melden dat het hier gaat om een nieuw soort kleine dinosaurus, Oryctodromeus cubicularis genaamd. Ze denken dat ook andere kleinere soorten door holen te graven konden overleven in de extreme omstandigheden van woestijnen of hooggebergte.

De fossielen van het dinogezin zijn aangetroffen in een stuk zandsteen. Gezien de aanwezigheid van dit afzettingsgesteente moet het ondergrondse hol miljoenen jaren geleden zijn ondergestroomd.

In eerste instantie leek de twee meter lange Digging runner of the lair , zoals de dinosaurus door zijn ontdekkers is genoemd, te klein voor het nest. Maar, zo stellen de onderzoekers, er zijn nu ook allerlei zoogdieren die in kleine ondergrondse nesten kruipen. Dit doen ze zodat ze zichzelf beter tegen indringers kunnen beschermen.

 De dinosaurus in kwestie behoort tot de hypsilophonten, kleine ornithischische (plantenetende) dinosaurussen. Ze werden gevonden in de achterste kamer van een gangenstelsel onder de grond, en dit kan een adaptatie zijn voor het grootbrengen van jongen in een kouder klimaat zoals bij de poolstreken. Hoewel Hypsilophodontidae tegenwoordig niet meer als één groep wordt zien, en de leden ervan meer bij de Euornithopoda worden gerekend is een naast familielid bijvoorbeeld Leaellynasaura die binnen de poolcircel heeft geleefd.

Hoewel de verschillende dinosaurusgroepen een zeer lange levensduur hebben gehad, zo’n 165 miljoen jaar tegen bijvoorbeeld 5 a 6 miljoen jaar voor de mens, zijn ze voornamelijk landbewonende dieren gebleven. Dit in tegenstelling tot de zoogdieren bijvoorbeeld. Zelfs de mogelijkheid van de voorlopers van vogels, kleine dromaeosauride dinosaurussen, om in bomen te klimmen wordt door velen als controversieel gezien. En hoewel voor sommige dinosaurussen een gravende levenswijze werd verondersteld, zoals bij Mononykus en Heterodontosaurus, en er bewijs is voor het maken van nesten van Troodon en sauropode titanosauriërs waar graafwerk aan te pas is gekomen is er van holbewoning geen sprake.

Classificatie
Ornithischia
Ornithopoda
Euornithopoda
Oryctodromeus cubicularis

Etymologie
Orycto en dromeus komen uit het Grieks en betekent “gravende renner” en cubicularis slaat op het bewonen van een hol

holotype
Mor 1636a; samengegroeide premaxilla; achterste deel van de schedel; drie nekwervels, zes rugwervels, 23 staartwervels; drie ribben, samengegroeide schouderbeenderen, opperarmbeen, spaakbeen en ellepijp, scheenbeen en middenvoetsbeentje IV
Paratype
Mor 1636b; gevonden in associatie met de holotype en vertegenwoordigt twee juveniele dinosaurussen van 55 tot 65% lengte ten opzichte van het volwassen dier.
Plaats en Tijd
De gevonden fossielen stammen uit het bovenste deel van het Midden-Krijt, en zijn gevonden in de Blackleave formatie, Beaverhead CO., Montana, USA

http://www.bionieuws.nl/artikel.php?id=3194&print=1

Ouranosaurus nigeriensis
was een herbivore dinosauriër uit de groep van de Euornithopoda, tijdens het Vroege Krijt levend in het huidige West-Afrika.

Ouranosaurus werd in 1976 beschreven door Taquet op basis van een in 1966 in Niger gevonden vrij volledig skelet uit het Aptien, zo’n 110 miljoen jaar geleden.

Het meest opvallende kenmerk van Ouranosaurus waren de enorme doornuitsteeksels op de ruggewervels die wellicht een groot zeil op zijn rug ondersteunden. Eenzelfde kenmerk treffen we aan bij Spinosaurus, een carnivore tijdgenoot uit hetzelfde gebied. Het is wel verondersteld dat het extreem hete klimaat uit die periode tot overeenkomstige aanpassingen geleid heeft: een zeil vergrootte het uitstralingsoppervlak.

Ook twee eerdere synapsiden, Dimetrodon en Edaphrosaurus, hadden een zeil, hoewel ze niet aan de dinosauriërs verwant waren. Bij dezen had het zeil vermoedelijk mede de functie het dier op te warmen. Bij de dinosauriërs speelde dat vermoedelijk geen rol; door hun enorme massa waren die weinig gevoelig voor afkoeling — als ze al niet volledig warmbloedig waren.

Een ander bijzonder kenmerk van Ouranosaurus vormde de enorm lange schedel. Het hele beest werd zo’n zeven meter lang. Zijn voorpoten hadden geen grijpfunctie meer.

Ouranosaurus is basaal geplaatst in de Hadrosauroidea

 

OVIRAPTOR 

Oviraptor was a small Mongolian theropod dinosaur, first discovered by legendary paleontologist Roy Chapman Andrews and first described by Henry Fairfield Osborn, in 1924

.
Its name is Latin for ‘egg thief’, referring to the fact that the first fossil specimen was discovered atop a pile of what were thought to be Protoceratops eggs. The specific name philoceratops means “lover of ceratopsians”, also given as a result of this find.

However,
it is now believed that the eggs belonged to this genus itself and that the specimen was actually brooding its eggs, based on discoveries of a related animal called Citipati. Oviraptor forms the basis of a family called Oviraptoridae, named by Barsbold in 1976. Barsbold then used the name to coin a group called Oviraptorosauria.

Oviraptor may have eaten eggs. However, in 1977, Barsbold argued that the strength of its beak would indicate that it was strong enough to break the shells of mollusks such as clams, which are found in the same formation as Oviraptor. The idea of a crushing jaw was first proposed by H. F. Osborn, who believed that the toothless beak in the original skull, together with an extension of several bones below the jaw from the palate, would have made an “egg-piercing” tool, though this interpretation has been disputed. These bones form part of the main upper jaw bone or maxilla, which converge in the middle to form a pair of prongs. The rest of the bony palate, unlike all other dinosaurs, is extended below the jaw line and would have pushed into the space between the toothless lower jaws. A rhamphotheca, or the keratin forming the beaks of birds, covered the edges of upper and lower beaks and probably the palate, as proposed by Barsbold and Osborn.

Oviraptor lived in the late Cretaceous Period, during the Santonian stage, and may have lived in an earlier stage called the Campanian, between 80 to 70 million years ago; it comes almost exclusively from the Djadokhta Formation of Mongolia, as well as the northeast region of the Neimongol Autonomous Region of China, in an area called Bayan Mandahu. Relatives of Oviraptor include “Ingenia” and Chirostenotes.

Oviraptor was one of the most bird-like of the non-avian dinosaurs. Its rib cage, in particular, displayed several features that are typical of birds, including a set of processes on each rib that would have kept the rib cage rigid. A relative of Oviraptor called Nomingia was found with a pygostyle, which is a set of fused vertebrae that would
later help support the tail feathers of birds. Skin impressions from more primitive oviraptorosaurs, like Caudipteryx and Protarchaeopteryx, clearly show an extensive covering of feathers on the body, feathered wings and feathered tail fans. A feather tail fan is also indicated by the presence of a pygostyle in Nomingia, suggesting that this feature was widespread among oviraptorosaurs. Additionally, the nesting position of the brooding
Citipati specimens implies the use of feathered wings to cover the eggs. Given the close anatomical similarity between these species and Oviraptor, it is almost certain that Oviraptor had feathers as well. Oviraptor is traditionally depicted with a distinctive crest, similar to that of the cassowary. However, re-examination of several oviraptorids (Clark, Norell & Barsbold, 2001) show that this well-known dinosaur may actually be a species of Citipati, a relative of Oviraptor. It is likely that Oviraptor did have a crest, but its exact size and shape are unknown due to crushing in the skull specimens.

Oviraptor philoceratops

Eierdief
Afbeelding Oviraptor philoceratops

Krijt: Saurischia: Carnivoor: 1.8m

De eerste indruk is de belangrijkste, en voor Oviraptor heeft dit jaren ernstige gevolgen gehad. Toen hij in 1920 voor het eerst ontdekt werd, lagen zijn fossiele resten op een nest eieren. Wetenschappers dachten dat het de eieren van een protoceratops waren, en dat de kleine dino ze wilde stelen om op te eten. Ze noemden hem dan ook de “eierdief”. Vele jaren later ontdekten paleontologen dezelfde soort eieren met daarin een oviraptor-jong. Toen pas beseften ze dat ze deze arme dino vals beschuldigd hadden en dat hij de eieren niet wilde stelen… Het waren zijn eigen eitjes die hij probeerde te beschermen!

Deze dino leefde 83-72 miljoen jaar geleden. Paleontologen vonden hem in Mongolië en China.

Oviraptor philoceratops dinosaur

JULIUS T CSOTONYI

Oviraptor philoceratops dinosaur, This small dinosaur, an ornithopod, had a characteristic bony head crest. Its fossils date from the Cretaceous, and are found in Mongolia

 

FEATHERS  of OVIRAPOTOR  = Best evidence yet that dinosaurs used feathers for courtship

 

 

oviraptor  show 537269_454361871283843_1171334315_n

 

male oviraptor dinosaurs Ingenia yanshini shake their tail feathers to woo potential female mates (reconstruction of such dino-wooing shown here).

 

[Paleontology • 2013] Oviraptorosaur tail forms and functions (Theropoda: Oviraptorosauria) | Best evidence yet that dinosaurs used feathers for courtship

  1. Best evidence yet that dinosaurs used feathers for courtship http://phys.org/news/2013-01-evidence-dinosaurs-feathers-courtship.html via @physorg_com

    W. Scott Persons, IV, Philip J. Currie, and Mark A. Norell. 2013. Oviraptorosaur tail forms and functions. Acta Palaeontologica Polonica. doi: http://dx.doi.org/10.4202/app.2012.0093
    http://www.app.pan.pl/article/item/app20120093.html

    °

Groep OrnithopodaOrnithopods ORNITOPODA * http://en.wikipedia.org/wiki/Ornithopod
http://nl.wikipedia.org/wiki/Ornithopoda
, http://www.geol.umd.edu/~tholtz/G104/10419orni.htm

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs