DINOSAURICON S

INHOUD  S

 


Top: Saurolophus (Duckbilled Hadrosaur) Skull.
Bottom: Juvenile Ornithopod Skull.

 

Saurolopus Angustirostris.jpg

SAUROPODOMORHS /

.

.

SAUROPODS

Sauropoda

http://sauroposeidon.files.wordpress.com/2010/04/wedel-2003-evolution-of-pneumaticity.pdf

 Ignacio A. Cerda, Leonardo Salgado, and Jaime E. Powell wrote an article titled Extreme postcranial pneumaticity in sauropod dinosaurs from South America. It was published in 2012 in Palaontologische Zeitschrift. This quote from the abstract says:

Birds are unique among living tetrapods in possessing pneumaticity of the postcranial skeleton, with invasion of bone by the lung and air-sac system. Postcranial skeletal pneumaticity (PSP) has been reported in numerous extinct archosaurs including pterosaurs and non-avian dinosaurs. Here we report a case of small-bodied, armored sauropod dinosaurs from the Upper Cretaceous of South America. Based on osteological data, we report an extensive invasion of pneumatic diverticula along the vertebral column, reaching the distal portion of the tail. Also, we provide evidence of pneumaticity in both pectoral and pelvic girdles. Our study reveals that the extreme PSP in archosaurs is not restricted to pterosaurs and theropod dinosaurs.
19 augustus 2013 
sauropoda

Nieuw onderzoek wijst erop dat de  nekken van plantenetende dino’s  een stuk minder flexibel waren dan gedacht.

Die conclusie trekken wetenschappers in het blad PLoS ONE.

Verrassend genoeg baseren ze hun conclusies niet direct op een studie onder de Sauropoda: de plantenetende dino’s met hun lange nekken. Nee, in plaats daarvan bestudeerden ze de nek van de struisvogel. En dat is niet zo gek als het lijkt, zo benadrukken de onderzoekers.

Ze wijzen erop dat ook de sauropoda  verre voorouders van de vogels zijn.(1)

Bovendien “is de morfologie van de wervels en nekspieren (van de struisvogel, red.) goed vergelijkbaar met die van de Sauropoda”, zo schrijven ze.

De flexibiliteit van de struisvogelnek. Afbeelding: Cobley MJ, Rayfield EJ, Barrett PM (2013) Inter-Vertebral Flexibility of the Ostrich Neck: Implications for Estimating Sauropod Neck Flexibility. PLoS ONE 8(8): e72187. doi:10.1371/journal.pone.0072187.

De flexibiliteit van de struisvogelnek. Afbeelding: Cobley MJ, Rayfield EJ, Barrett PM (2013) Inter-Vertebral Flexibility of the Ostrich Neck: Implications for Estimating Sauropod Neck Flexibility.

PLoS ONE 8(8): e72187. doi:10.1371/journal.pone.0072187.

De onderzoekers bestudeerden in totaal drie struisvogelnekken. In tegenstelling tot eerdere onderzoeken keken ze niet alleen naar de botjes in de nek, maar ook naar het weefsel ertussen. En uit dat onderzoek blijkt dat dat weefsel de nek aanzienlijk minder flexibel maakt. “De zachte weefsels in de nek beperken absoluut de flexibiliteit,” zo stellen de onderzoekers. Toen ze de weefsels verwijderden, nam die flexibiliteit namelijk enorm toe. “Daarom moet er rekening worden gehouden met de spiermassa als we de flexibiliteit (van de nek, red.) willen voorspellen.” En ook het kraakbeen heeft invloed op de flexibiliteit.Wanneer de onderzoekers die conclusies vervolgens loslaten op de Sauropoda, moeten ze concluderen dat de nek van deze giganten niet zo flexibel was. En dat verandert onze kijk op de wijze waarop de Sauropoda aan hun voedsel kwamen. De plantenetende dino’s zijn de grootste dino’s die ooit op aarde hebben rondgelopen. Om hun enorme lichaam draaiende te houden, moesten ze dagelijks enkele honderden kilo’s voedsel naar binnen werken. Onderzoekers dachten altijd dat ze daarvoor niet ver hoefden te wandelen. Ze konden dankzij hun lange nekken vanaf één locatie van de grond en van tal van boomtakken eten. Maar dit onderzoek trekt dat nu in twijfel. Als de nek niet zo flexibel was, moesten de Sauropoda mogelijk hun lichaam meer bewegen om toch aan voldoende voedsel te kunnen komen.

Bronmateriaal:
Inter-Vertebral Flexibility of the Ostrich Neck: Implications for Estimating Sauropod Neck Flexibility” – PLoS ONE
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Kildevil (via Wikimedia Commons).

(1).-

uiteraard is het de tak van de  theropoda (en in het bijzonder de  maniraptorae )die (volgens de gangbare consensus  nog altijd ) het dichts bij de  aviales (vogels ) staat

“Sauropods are stem avians,”zegt het plos artikel   ; het   betekent slechts dat theropoda  ( waartoe de vogels (aviales )behoren )  en sauropoda  samen  allicht  een  gemeenschappelijke voorouder hebben :   te vinden onder de eerste (oudste ) dinosauriers  (net zoals ook  placentale en marsupiale zoogdieren  ook een (veronderstelde  )  voorouderlijke stam onder de  vroege   mammiliformes  moeten  hebben gehad )

http://sauroposeidon.files.wordpress.com/2010/04/wedel-2007-prosauropods.pdf

 

°

Het stukje schedel dat onderzoekers hebben teruggevonden en hoe dat in de schedel van de dinosaurus heeft gepast. Ook de verhouding tot de schedel van de mens is mooi in kaart gebracht.

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0195667112001395

Full-size image (48 K)

<img hspace=”2″ height=”163″ border=”0″ align=”middle” width=”189″ vspace=”2″ alt=”Full-size image (48 K)” title=”Full-size image (48 K)” src=”http://ars.els-cdn.com/content/image/1-s2.0-S0195667112001395-gr3.sml” data-thumbsrc=”http://ars.els-cdn.com/content/image/1-s2.0-S0195667112001395-gr3.sml” data-fullsrc=”http://ars.els-cdn.com/content/image/1-s2.0-S0195667112001395-gr3.jpg”>

Shortest tree recovered by the phylogenetic analysis (Tree length = 2463, CI = 0.3886, RI = 0.5196). Numbers adjacent to nodes indicate the Bremer Support values >1. Abbreviations: ALLOS, Allosauroidea; CARCHAR, Carcharodontosauridae.

according to Smithsonian Magazine. <–

http://theropoda.blogspot.be/2012/10/sauroniops-pachytholus-cau-dalla.html

app20110043[1] sauroniops <–pdf

http://carnivoraforum.com/topic/9749866/1/

De Sauroniops pachytholus is een vleesetende theropode dinosauriër, behorend tot de groep van de Carnosauria, die tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Marokko. De soort werd in 2012 gemeld en beschreven door Andrea Cau, Marco Dalla Vecchia en Matteo Fabbri en nog hetzelfde jaar door dezelfde auteurs benoemd in een opvolgend artikel.

Een 12 meter  theropode  :  Paleontologen ontdekten enkel de schedel van de dinosaurus, maar in deze schedel zaten wel enorme oogkassen. De paleontologen van het Museum van Geologie Giovanni Capellini in Bologna uit Italië noemen het enorme beest Sauroniops pachytholus, of “Oog van Sauron” in het Grieks. Dit beest zwierf zo’n 95 miljoen jaar geleden over deze aarde in Noord afrika.

 Andrea Cau  ….”Het idee om deze enorme jager zo te noemen, kwam na het zien van de schedel. Het beest met die oogkassen deed me direct denken aan Sauron uit de film van Peter Jackson.”

De soortaanduiding   pachytholus    betekent “dik schedeldak”.

Het holotype, MPM 2594, is gevonden in de Kem Kem-lagen die dateren uit het Cenomanien. Het bestaat uit een linkervoorhoofdsbeen. Sauroniops is door de beschrijvers ingedeeld  bij  de Carcharodontosauridae

* Aan de hand van het voorhoofdsbeen van Sauroniops blijkt dat deze soort waarschijnlijk een knobbel of bult op zijn voorhoofd heeft gehad. Deze had vermoedelijk een rol bij het baltsen. Carcharodontosauriden  bezaten sowieso  opvallende lichaamskenmerken die vermoedelijk een rol gespeeld hebben bij de sexuele selectie, zoals de opvallende rug van de Acrocanthosaurus.De Carcharodontosauridae was een familie van enorme roofdino’s, met meerdere soorten die groter waren dan T-rex.Ze vormen een aftakking van de bekendere Allosauridae.

http://www.scientias.nl/nieuwe-dinosoort-vernoemd-naar-sauron/75397

Bronmateriaal:
Sauroniops pachytholus (Cau, Dalla Vecchia and Fabbri 2012b): The Carcharodontosauridae “abelisauro-mime”” – Theropoda.blogspot.nl

http://www.flickr.com/photos/rescuedbyrover/4196403922/sizes/m/in/photostream/

http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2012/11/17/clubbing/

NHM in London //Partial tail and tail club of Euoplocephalus tutus in the NHM’s Dinosaur Hall.

The NHM has a very nice specimen that goes with it, an articulated individual of “Scolosaurus cutleri” (junior synonym of E. tutus), that is nearly complete

File:Scolosaurus cutleri.JPG

http://en.wikipedia.org/wiki/File:Scolosaurus_cutleri.JPG

Jan 13, ’13 by Neal

Pal Penkalski and William T. Blows wrote an article titled Scolosaurus cutleri (Ornithischia: Ankylosauria) from the Upper Cretaceous Dinosaur Park Formation of Alberta, Canada. It was published in 2013 in the Canadian Journal of Earth Sciences. This quote from the abstract says:

The synonomy of the ankylosaurid dinosaur Scolosaurus with Euoplocephalus has been widely accepted since the 1970’s. However, Scolosaurus cutleri exhibits differences which separate it from Euoplocephalus tutus and Dryoplocephalus acutosquamus. Although the holotype of Euoplocephalus is fragementary, several other specimens can be reliably referred to this taxon and used for comparison. Scolosaurus differes from Euoplocephalus in cervical half-ring, osteoderm, and forelimb morphology. Scolosaurus differs from Dyoplosaurus primarily in pelvic morphology and osteoderm shape. Recognition of Scolosaurus as a valid taxon adds to the growing concept that the Upper Cretaceous ankylosaurid fauna of North America was more diverse than previously thought.

Artist’s restoration of Segisaurus.

   
Known from a single fragmentary skeleton which is missing the skull, Segisaurus is one of the last Coelophysoid of North America.The “Tsegi Canyon lizard,” S. halli is the type and only species of Segisaurus.
The only known specimen of this coelophysid was discovered in 1933 in Arizona, and is the only dinosaur to have ever been excavated from the site.
It was described by Charles Lewis Camp in 1936, who omitted the ‘T’ at the beginning of the name of the canyon for which it is named.Segisaurus lived during the Early Jurassic period about 183 million years ago, and was about a meter long, half a meter tall, and weighed about 4-7 kilograms.
It appears to have been closely related to the more famous Coelophysis. It is known from only a single, incomplete skeleton which which lacks the skull and most of its dorsal and cervical vertebrae.
Segisaurus has a unique opening in the ischial portion of its puboischial plate.Known from a single fragmentary skeleton which is missing the skull, Segisaurus is one of the last Coelophysoid of

Segnosaurus July 22, 2011  Filed under: Theropoda —

Segnosaurus showed an unusual combination of features of ornithischians, theropods and prosauropods. Its pelvis looked like the pelvis of the dromaeosaurids, although it was much larger. Segnosaurus had feet with long, slender theropod-like claws and ankles, although it had four toes instead of three on each foot. The teeth, although there were many and small, resembled those of some theropods.

We know of only a few remains of Segnosaurus, but the whole animal can be restored by comparison with its close relatives. The head is based on the skull of the closely related Erlikosaurus, and the feathery covering comes from an early Cretaceous form, Beipiaosaurus, found perfectly preserved in the Liaoning sediments, in China.
Factbox//Name: Segnosaurus, meaning ‘slow reptile’ Size: 4-9m long Food: probably plants, but some experts have suggested meat and fish Lived: 75 million years ago in the Late Cretaceous Period in MongoliaThe fragmentary remains of this genus show the typical down-turned jaw with the leaf-shaped teeth, and the hip bones with the swept-back pubis that give the impression of an ornithischian dinosaur. These are important details in establishing the makeup of this whole line of dinosaur. It is such an important animal that the name Segnosauria has been proposed as alternative name for the group. Fossil eggs about the size of duck eggs have been attributed to these animals.Experts are not sure what sort of food Segnosaurus ate. It had teeth at the back of its jaw to cut up food – like the bipedal carnivores. But at the front of its mouth was a toothless beak – like some of the herbivores. Indeed, the dinosaur was probably omnivorous.Segnosaurus also had feet quite unlike those of ordinary carnivores. It had sturdy legs and short, broad feet which ended in four toes. Some experts think that the feet may have been webbed.The scientist who named Segnosaurus in 1979 suggested that it waded, or even swam, catching fish with its claws or in its toothless beak. But scientists are still unsure; it is possible that it was a herbivore and used its beak to nip off leaves.The restoration is largely based on the partial remains of three skeletons. It differs from other therizinosaurids by the arrangement of teeth in the jaw.
Seismosaurus

seismosaurus pictures

En 1986, des paléontologues ont découvert au Nouveau-Mexique de nombreux fragments de la colonne vertébrale et du bassin d’un dinosaure baptisé Seismosaurus.

Seismosaurus vivait au Jurassique supérieur. Il fait partie de la famille des Diplodocidae

Initialement, la taille avait été largement surestimée à cause d’un placement erronée des vertèbres.

Seismosaurus avalait puis digérait grâce aux gastrolithes de grandes quantités de végétaux. 230 gastrolithes ont été trouvées à l’emplacement de l’estomac.

Seismosaurus

Seismosaurus exposé a New Mexico. By Terra Nova

Les roches dans lesquelles a été retrouvé Seismosaurus (Colorado Morrison Formation) contenaient également les fossiles d’ Amphicoelias et Supersaurus. Ces deux derniers étaient sans doute encore plus imposants que Seismosaurus.

Leurs squelettes sont très fragmentaires.

Il n’est pas certain que Seismosaurus soit une espèce à part entière. Il est très probable qu’il s’agisse d’un Diplodocus.

Seismosaurus hallorum deviendrait alors Diplodocus hallorum.

Classification : Saurischia Sauropodomorpha Sauropoda Diplodocidae
Gillette, 1991

Espèce type: Seismosaurus hallorum

File:Seismosaurus SK.jpg

V.B (02.2004). M.à.J 03.2008.

Siats meekerorum

http://nl.pinterest.com/tsjok/dinosauricon-n-neovenatoridae/

Nieuwe monsterdinosaurus ontdekt

22/11/2013 om 17:35

In de Verenigde Staten werd  een gigantische vleesetende dinosaurussoort ontdekt. Het gaat om de Siats meekerorum. Het beest kreeg een naam naar een mensenetend monster uit een indianenlegende.

 

Siats meekerorum. Afbeelding: Jorge Gonzales.
Dinosaurus Siats meekerorum © IMAGEGLOBE

In de Verenigde Staten werd  een nieuwe vleesetende dinosaurussoort ontdekt. Het dier leefde tijdens het Boven-Krijt en is een van de drie grootste soorten die ooit in Noord-Amerika werden ontdekt. Dat maakten paleontologen vrijdag in het tijdschrift Nature Communications bekend.

De “siats meekerorum”, een naam die refereert aan het mensetende monster uit een indianenlegende, is slechts de tweede dinosaurus uit de carcharodontosaurus-familie, gigantische vleesetende dinosaurussen, die in Noord-Amerika werd ontdekt. De eerste Noord-Amerikaanse carcharodontosaurus, acrocanthosaurus atokensis werd in 1950 ontdekt.

Het skelet van de siats, beschreven door Lindsey Zanno (museum voor natuurwetenschappen van North Carolina) en Peter Makovicky (Field Museum in Chicago), is dat van een jong exemplaar van meer dan 9 meter groot en 4 ton zwaar. Toch is het gigantische skelet dat van een jong dier.

siats 3

°

Figure 3: Select pelvic and hindlimb elements of the holotype of S. meekerorum. (a) Right ilium in lateral view; (b) fibula in lateral view; right ischium in (c) ventral, (d) proximal and (e) lateral views; (f) pedal phalanx III-2 in lateral view; (g) right pedal phalanx II-1 in medial view. Scale bar: 5 cm. arp, acetabular rim of pubic peduncle of ilium; bf, brevis fossa; cf, cuppedicus fossa; ilp, iliac peduncle of ischium; isp, ischial peduncle of ilium; lif, ligament fossa; lw, lateral wall of brevis fossa; Maf, M. adductor femoris scar on ischium; Mcf, M. caudofemoralis origin; pil, pubic peduncle of ilium; pp, pubic peduncle of ischium.

De onderzoekers schatten dat een volwassen dier ongeveer zo groot kan worden als een acrocanthosaurus. De twee soorten blijven daarmee qua grootte achter de tyrannosaurus rex, die tot negen ton kon wegen.

Volgens de onderzoekers heerste de siats tijdens het Boven-Krijt (tussen de 100 en 66 miljoen jaar geleden) over het gebied dat vandaag de staat Utah is. Tot nu toe was nog niet geweten wie het voornaamste roofdier uit die periode was in Noord-Amerika. Tijdens de periode van de Siats was het landsschap groen en werd het bevolkt door herbivoren, schildpadden, krokodillen en andere roofdieren zoals de eerste tyrannosauridae .

“De carcharodontosaurussen hebben langer geregeerd in Noord-Amerika dan we hadden verwacht”, verklaarde Lindsey Zanno. Meer nog, de siats overbrugt een lacune van meer dan 30 miljoen jaar in het fossielenregister, een periode waarin de rol van belangrijkste roofdier van de carcharodontosaurus in het Onder-Krijt werd overgenomen door de tyrannosaurus aan het einde van het Krijt.

siats 4

°

Figure 4: Evolutionary relationships of apex predators in the Late Jurassic and Cretaceous of North America. Apex predator role defined as largest predators per time bin, generally estimated as species with a femur length >1 m15; (a) trifaunal characterization of predator guilds with unique taxonomic and mass compositions: a diverse, mixed mass, Late Jurassic predator assemblage, mid-Cretaceous gigantic carcharodontosaurian dominated fauna and terminal large-bodied to gigantic tyrannosaurid guild. Grey boxes on timescale to left indicate spans when apex predators achieved gigantism, topping estimates of 3,500 kg30. Chronostratigraphic occurrences follow30; (b) combinable component consensus tree showing taxonomy and relationships of North American predators during this interval and S. meekerorum posited as a megaraptoran neovenatorid. Numbers at nodes denote Bremer support values. Taxon colours consistent between parts a and b. Ma equals million years ago.

siat 5

°

Figure 5: Distribution of Carcharodontosauria in time and space. (a) Combinable component consensus tree showing chronostratigraphic distribution of Allosauria; (b) mid-Cretaceous (Aptian-Cenomanian) paleobiogeographic map of Carcharodontosauria, illustrating the former western North American gap filled by discovery of Siats. Previously known generalized areas denoted with black stars, newly described distribution in western North America marked with red star. Map adapted from ref. 69 with permission from Elsevier.

°

Siats zou er zo voor kunnen gezorgd hebben dat de kleine tyrannosaurussen zich niet als koning van de voedselketen konden vestigen. Pas toen de siats verdween, konden de tyrannosauridae  evolueren tot een enorm roofdier zoals de T.REX .

Siats meekerorum   nature

°

http://www.readcube.com/articles/10.1038%2Fncomms3827?tab=summary

S. meekerorum behoort tot een groep roofdinosaurussen waarvan eerder alleen fossiele resten in Azië, Australië en Zuid-Amerika zijn teruggevonden.

“Dit is het eerste bewijs dat deze dieren in Noord-Amerika voorkwamen,” vertelt Pete Makovicky, verbonden aan The Field Museum, een partij die meewerkte aan de ontdekking. “Tot een paar jaar geleden wisten we niet dat deze dinosaurussen op noordelijke continenten voorkwamen, dus dachten we dat de dinosaurussen die op noordelijke continenten leefden zich onderscheidden van de dino’s die op de zuidelijke continenten leefden, vanwege de continentverschuiving. Maar nu blijkt dat het vinden van dinosaurussen die nauw aan elkaar verwant zijn en op verschillende continenten leefden, beter dan gedacht in staat waren om hindernissen zoals oceanen te overwinnen.”

Naast Siats hebben de onderzoekers nog twee andere soorten dinosaurussen in het gebied ontdekt. Ze hopen deze later dit jaar te presenteren en verwachten niet dat het daarbij blijft: er zouden in het gebied nog veel meer dinosaurussen op hun ontdekking liggen te wachten.

Bronmateriaal:
Dino discovery” – Fieldmuseum.org
Colossal New Predatory Dino Terrorized Early Tyrannosaurs” – NCSU.edu

_

Sterk bewijs dat dino’s veren gebruikten om partner te versieren

04 januari 2013   11

similicaudipteryx

Wetenschappers hebben het sterkste bewijs tot nog toe gevonden dat sommige dinosaurussen hun veren puur gebruikten om een partner te versieren. Ze schudden er waarschijnlijk flink op los met hun verenbos.

De onderzoekers bestudeerden de oviraptor.

De laatste wervels van deze groep dinosaurussen vormden één geheel. Het staartbeen was als het ware vergroeid. “Deze structuur noemen we pygostyle,” vertelt onderzoeker Scott Persons. “Onder moderne dieren hebben alleen vogels deze nog.”

 

Eén van de oviraptors die de onderzoekers bestudeerden, was de dinosaurus Similicaudipteryx. Deze had op het vergroeide staartbeen veren. Deze waaierden zich rond de staart uit. Van deze dino weten we dat hij niet kon vliegen. Waartoe dienden de veren dan? Het vermoeden bestond dat hij de veren gebruikte om een partner te versieren. Om te achterhalen of dat vermoeden klopte, bestudeerde Persons de structuur van het bot en de spieren in de staart. Uit het onderzoek blijkt dat de botten en spieren het mogelijk maakten voor Similicaudipteryx om flink met zijn staart te schudden en de veren op en neer te bewegen.

Similicaudipteryx was één van de eerste oviraptors. Maar ook latere exemplaren konden heel goed met hun staart schudden. Dat wijst erop dat de staart van dino’s uit deze groep ook veel later nog hetzelfde doel diende. “In die tijd waren er ook al dinosaurussen die veren gebruikten om te vliegen of om zich te beschermen tegen de kou,” vertelt Persons. “Dit (onderzoek, red.) laat zien dat dinosaurussen aan het einde van het Krijt al alles met hun vleugels konden doen wat ook moderne vogels nu doen.”

Best evidence yet that dinosaurs used feathers for courtship” – University of Alberta (via Eurekalert.org).
De foto bovenaan dit artikel is afkomstig van de website van de University of Maryland).

 

Sinocalliopteryx gigas

Holotype of Sinocalliopteryx gigas. (Credit: Xing et al., Abdominal Contents from Two Large Early Cretaceous Compsognathids (Dinosauria: Theropoda) Demonstrate Feeding on Confuciusornithids and Dromaeosaurids. 
Lida Xing, Phil R. Bell, W. Scott Persons, Shuan Ji, Tetsuto Miyashita, Michael E. Burns, Qiang Ji, Philip J. Currie. Abdominal Contents from Two Large Early Cretaceous Compsognathids (Dinosauria: Theropoda) Demonstrate Feeding on Confuciusornithids and Dromaeosaurids. PLoS ONE, 2012; 7 (8): e44012 DOI: 10.1371/journal.pone.0044012

 

Sinocalliopteryx gigas (Ji, Ji Lu and Yuan 2007) Early Cretaceous ~125 mya, 2.75 m in length, was derived from a sister to Juravenator and Tawa. A sister to Sinocalliopteryxpreceded Archaeopteryx and the rest of the birds. While Sinocalliopteryx lived later thanArchaeopteryx, much smaller sister taxa with similar traits must have lived much earlier in the Middle Jurassic.
Overall much larger and distinct from Juravenator, the skull of Sinocalliopteryx had a lower, more pointed snout and a smaller antorbital fenestra. The jugal was taller, which raised the smaller orbit. The lateral temporal fenestra was shorter. The teeth were relatively smaller.
The dorsal vertebrae were shorter and there were fewer dorsal ribs. The neural spines of the posterior dorsals were taller. The tail was relatively shorter.
The coracoid was larger. The metacarpals were shorter and the fingers were longer with highly curved claws.
The ilium was deeper. The pubis was directed ventrally. The hindlimb was longer.
Sinocalliopteryx was more fully feathered, especially on the torso and hind limbs. With such large hands and grappling claws, it is probable that smaller sisters of Sinocalliopteryxbegan to climb trees.
Ji S, Ji Q, Lu J and Yuan C 2007. A new giant compsognathid dinosaur with long filamentous integuments from Lower Cretaceous of Northeastern China. Acta Geologica Sinica, 81(1): 8-15.
wiki/Sinocalliopteryx
http://www.reptileevolution.com/sinocalliopteryx.htm

Sinocalliopteryx gigas

Geschreven op 31 augustus 2012 om 12:46 uur door 3

De dinosaurus Sinocalliopteryx kon niet vliegen, maar hij at wel vliegende dino’s. Dit blijkt uit een onderzoek van wetenschappers van de universiteit van Alberta. De wetenschappers ontdekten fossielen van drie vliegende dino’s in de maag van een gefossiliseerde Sinocalliopteryx.

De Sinocalliopteryx was een gevederde dinosaurus met de looks van een roofvogel. Toch kon hij niet vliegen. De Sinocalliopteryx was twee meter lang, waardoor de dino niet veel langer was dan een hedendaagse wolf.

In de maag van een Sinocalliopteryx vonden wetenschappers drie Confuciusornissen. De Confuciusornis was één van eerste vogels en had een lengte van ongeveer twintig centimeter. De middelgrote vogel bleek niet in staat om lange afstanden te vliegen. De wetenschappers Robert Nudds en Gareth Dyke publiceerden in 2010 een onderzoek dat de Confuciusornissen enkel glijvluchten konden maken. De slagpennen op het einde van de vleugel van de Confuciusornis zouden een te zwakke en te dunne as hebben om een klappende vlucht te ondersteunen.

Stealth-technieken
Aangezien de Confuciusornis enkel korte afstanden kon viegen, zag de Sinocalliopteryx in de vogel een fijn hapje. Waarschijnlijk gebruikte de dino stealth om de vogel te stalken. De Sinocalliopteryx kon namelijk niet in bomen klimmen, zoals de Confuciusornis____ die laatste was  echter  geen hoogvlieger  

De Sinocalliopteryx was waarschijnlijk een echte jager en een gretige eter. Dit verklaart waarom er niet één, maar drie Confuciusornissen in de maag van de dino te vinden zijn.

Tweede exemplaar
De Amerikaanse wetenschappers vonden het fossiel in de Chinese provincie Liaoning.

Zij troffen nog een ander exemplaar van de Sinocalliopteryx aan. Ook de maag van deze dino was goed gevuld, namelijk met een Sinornithosaurus. Dit was een kleine vleesetende dino ter grootte van een kat.

Image and text copyright 2004-2007, Feenixx Publishing, Inc.Means: “Chinese dragon feather”: Early Cretaceous – 130 MYa: Liaoning Province, China/(1.3 m) (2.5 kg)Sinosauropteryx is the first dinosaur fossil ever found that showed evidence of having feathers. It has been called one of the most exciting scientific discoveries in decades. This animal was not a bird, but rather a theropod dinosaur. This Chinese fossil clearly shows defined feathers around much of this little dinosaur! It was a small, swift hunter that could not fly, but it seems to demonstrate that dinosaurswere beginning to look and act more like birds. It is a very important fossil for a number of reasons. First, and perhaps most importantly, it is a critical piece of evidence supporting the argument that birds descended from dinosaurs. Additionally, depending on its exact classification, it shows that at least some non-avian coelurosaurs were feathered. The exact use of the feathers will be debated for some time. They are clearly not flight feathers, but they may have been used for insulation, courtship display, individual identification, or a combination of all of these. It all began in 1994, when farmer Li Yinfang broke open a slab of rock in the Province of Liaoning in northeastern China. He was amazed to find the complete skeleton of a long-tailed turkey sized animal appeared. He knew he had discovered something very important. This exciting new species was first reported by Ji and Ji in 1996, then received further studies by Chen, Dong and Zhen in 1998 and Currie and Chen in 2001.Sinosauropteryx is important not only because of its integument, but also because it is a basal coelurosaur and represents an important stage in theropod evolution that is poorly understood. Sinosauropteryx has the longest tail of any known theropod, and a three-fingered hand dominated by the first finger, which is longer and thicker than either of the bones of the forearm. It also has a thick coat of feather-like structures, which seem to be simple branching structures. One specimen of Sinosauropteryx also preserves stomach contents, and a pair of eggs in the abdomen. The area of Liaoning Province where Sinosauropteryx was found is extremely rich in 140 million year old fossils. By studying fossil sites we know what animals and plants existed at the same period in time as Sinosauropteryx. This information allows us to write the story you are about to read. Three complete skeletons of Sinosauropteryx have been found, including unlaid eggs and some internal organs. It was a meat-eater as one specimen had the jawbone of a mammal in its stomach. The jawbone was not enough to identify the mammal.
Theropoda: Maniraptora: Troodontidae : Early Cretaceous
Locality: Asia
Length: 0.96 meters
Height: 0.42 metersRare species of troodontid from Asia. This particular specimen shares many traits with birds, which is common among troodontids and other raptors. The vicious claws, teeth, and running legs typical of raptors are seen combined with the light bones, wing-like arms and furcula (wishbone) seen in birds

Artist’s restoration of the giant theropod Spinosaurus.

SPINOSAURUS Spinosaurus

Pic Credit: Arthur Weasley
Spinosaurus.// . The biggest predator ever to walk the earth. Cretaceous North Africa.

Spinosaurus (meaning “spine lizard”) is a genus of theropod dinosaur which lived in what is now North Africa, from the Albian to early Cenomanian stages of the Cretaceous Period, about 95 to 93 million years ago. This genus was first known from Egyptian remains discovered in the 1910s and described by German paleontologist Ernst Stromer. These original remains were destroyed in World War II, but additional skull material has come to light in recent years. It is unclear whether one or two species are represented in the described fossils. The best known species is S. aegyptiacus from Egypt, although a potential second species, S. marocannus, has been recovered from Morocco.The distinctive “spines” of Spinosaurus, which were long extensions of the vertebrae, grew up to 2 metres (6.6 ft) long and were likely to have had skin connecting them, forming a sail-like structure, although some authors have suggested that they were covered in muscle and formed a hump or ridge. Multiple functions have been put forward for this structure, including thermoregulation and display. According to recent estimates, Spinosaurus is the largest of all known carnivorous dinosaurs, even larger than Tyrannosaurus rex and Giganotosaurus. These estimates suggest that it was around 16 to 18 meters in length (52.5 to 59.1 ft) and 9 tonnes (9.9 tons) in weight, although these figures have not been universally accepted.Although Spinosaurus is well-known to dinosaur enthusiasts due to its size, sail, and elongated skull, it is mostly known from remains that have been destroyed, aside from a few more recently discovered teeth and skull elements. Additionally, so far only the skull and backbone have been described in detail, and limb bones have not been found. Jaw and skull material published in 2005 show that it had one of the longest skulls of any carnivorous dinosaur, estimated at about 1.75 meters long (5.75 ft). The skull had a narrow snout filled with straight conical teeth that lacked serrations. There were six or seven teeth on each side of the very front of the upper jaw, in the premaxilla bones, and another twelve in both maxillae behind them. The second and third teeth on each side were noticeably larger than the rest of the teeth in the premaxilla, creating a space between them and the large teeth in the anterior maxilla; large teeth in the lower jaw faced this space. The very tip of the snout holding those few large anterior teeth was expanded, and a small crest was present in front of the eyes.The sail of Spinosaurus was formed of very tall neural spines growing on the back vertebrae. These spines were seven to eleven times the height of the vertebrae from which they grew. The spines were slightly longer front to back at the base than higher up, and were unlike the thin rods seen in the pelycosaur finbacks Edaphosaurus and Dimetrodon.Spinosaurus gives its name to a family of dinosaurs, the Spinosauridae, of which other members include Baryonyx from southern England, Irritator and Angaturama (which is probably synonymous with Irritator) from Brazil, Suchomimus from Niger in central Africa, and possibly Siamosaurus, which is known from fragmentary remains in Thailand. Spinosaurus is closest to Irritator, which shares its unserrated straight teeth, and the two are included in the subfamily Spinosaurinae. In 2003, Oliver Rauhut suggested that Stromer’s Spinosaurus holotype was a chimera, composed of back vertebrae from a carcharodontosaurid similar to Acrocanthosaurus and a dentary from a large theropod similar to Baryonyx. This analysis, however, has been rejected in recent papers.The first described remains of Spinosaurus were found in the Bahariya Valley of Egypt in 1912, and were named by German paleontologist Ernst Stromer in 1915. Fragmentary additional remains from Bahariya, including vertebrae and hindlimb bones, were designated by Stromer as “Spinosaurus B” in 1934. Stromer considered them different enough to belong to another species, and this has been borne out; with the advantage of more expeditions and material, it appears that they either pertain to Carcharodontosaurus or to Sigilmassasaurus. Some of the Spinosaurus fossils were damaged during transport back to the Deutsches Museum, in Munich, Germany, and the remaining bones were completely lost due to Allied bombing in 1944. Two species of Spinosaurus have been named: Spinosaurus aegyptiacus (meaning “Egyptian spine lizard”) and Spinosaurus marocannus (meaning “Moroccan spine lizard”). S. marocannus was originally described by Dale Russell as a new species based on the length of its neck vertebrae.[8] Later authors have been split on this topic, some considering the length of the vertebrae to be variable from individual to individual and therefore regarding S. marocannus as invalid or a synonym of S. aegyptiacus, and others retaining it as valid.Copyright © 2007 Answers CorporationSpinosaurusThe imposing dinosaur’s most unusual feature was its large sail. Whenever Spinosaurus would arch its back, the sail, made of lengthy spines covered with skin, would rise into the air. The sail alone was the height of a man. No one really knows the reason for having a sail on it’s back, but it’s felt it may have helped to cool the dinosaur, in hot weather. As the wind blew across the sail, it would cool it down, in the same way that holding your hand in the wind, will cool that down. A large body would have a smaller surface area (per weight ratio), and therefore would hold in heat, whereas the sail would allow it to literally “blow away” with the wind.Spinosaurus ate smaller dinosaurs, and possibly fished in rivers, in much the same way as Grizzly Bears do, by snatching fish from rivers. Spinosaurus had what was arguably the longest head of any known carnivorous dinosaur. Measuring close to 6 feet in length, the head featured a narrow snout — all the better for showcasing its straight teeth.No other dinosaurs would pose a threat to spinosaurus, due to his size, as well as his very scary appearance.

spinosaurus skull 

630px-Spinosaurus-skull-en_svg

Giganotosaurus-graph

SUCHOMIMUS 

Pic  by Dinosauricon

suchomimus

Suchomimus (crocodile mimic), a relative of Spinosaurus, appears to be specialized in catching fish, and has teeth of the same kind and arrangement as modern crocodiles.
Suchomimuswas a large, spinosaurid dinosaur with a crocodile-like mouth that lived 110 to 120 million years ago, during the middle portion of the Cretaceous period in Africa.Characteristics and environment
Unlike most giant theropods, Suchomimus had a very long, low snout and narrow jaws studded with some 100 teeth, not very sharp and curving slightly backward. The tip of the snout was enlarged and carried a “rosette” of longer teeth. The animal is reminiscent of crocodilians that eat mainly fish, such as the living gharial, a type of large crocodile with a very long, slim snout, from the region of India.Suchomimus also had a tall extension of its vertebrae which may have held up some kind of low flap, ridge or sail of skin, as seen in much more exaggerated form in Spinosaurus. Detailed study shows that the specimen of Suchomimus was a subadult about 11 m (36 ft) in length, but scientists think that it may have grown to about the same size as Tyrannosaurus, about 12 m (40 ft) long. The overall impression is of a massive and powerful creature that ate fish and meat more than 100 million years ago, when the Sahara was a lush, swampy habitat.Suchomimus has been placed among the spinosaurs, a group of predators. Apart from the back ridge, Suchomimus was very similar to Baryonyx which also had strong forelimbs and a huge sickle-curved claw on its “thumb”. And, as with Baryonyx, the claw was the first fossil part to be noticed by palaeontologists. Suchomimus was considerably larger than Baryonyx, but the latter might almost have been a juvenile of the former.Suborder:Theropoda
Family:Spinosauridae
Genus:Suchomimus
Species: S. tenerensisBinomial name: Suchomimus tenerensis
After discovering a new specimens of Carcharodontosaurus and the Sarcosuchus, Chicago-based palaeontologist Paul Sereno and his team added a discovery in 1997. In the Sahara, near the Tenere Desert in Niger, they found fossils that represented about two-thirds of the skeleton of a huge meat-eater. This was named Suchomimus (“crocodile mimic”) after the shape of its head.

Pic by M Shiraishi

Stegoceras (‘horned roof’ – Greek stego- meaning ‘roof’ and ceras- meaning ‘horn’) was a plant-eating ornithischian pachycephalosaurid dinosaur that lived in what is now North America during the Late Cretaceous Period. It had an estimated length of up to 2 metres (6.5 feet). It was named by Lawrence Lambe, in 1902.

It has served as a model for other pachycephalosaurs, due to the completeness of the excavated remains. When discovered, it was believed to be related to Troodon. This theory was, however, dispelled upon discovery of the domed skull.

Anatomy

Stegoceras sported a three inch-thick skull. It was initially proposed that male Stegoceras (and individuals of other pachycephalosaurid species) would ram each other headlong, not unlike contemporary bighorn sheep or musk oxen. It was later suggested that they engaged in flank-butting rather than ramming, a widely evidenced theory. Foremost, the rounded shape of the skull roof would lessen the contacted surface area during head-butting, resulting in glancing blows. Second, pachycephalosaurs could not align their head, neck, and body perfectly horizontally straight (which would be needed to transmit stress) — it was more likely that they carried their neck in an “S”- or “U”-shaped curve (Stegoceras seemed to carry their spine in a less extreme curve, due to their thick neck muscles). Lastly, the relatively wide width of most pachycephalosaurs would have served to protect vital organs from harm during flank-butting.

When a partial skeleton of Stegoceras was first discovered, it was thought to have gastralia, or belly ribs, not typically found in other ornithischian dinosaurs. They were subsequently found to be ossified tendons.

Copyright © 2008 Answers Corporation

Stegoceras June 27, 2011

Filed under: Pachycephalosauria —
An adult male Stegoceras would have fought fiercely with another for control of the herd. Although quite small, Stegoceras was a tough creature. A bipedal herbivore, Stegoceras was a member of an unusual group, the pachycephalosaurs (‘thick-headed reptiles’).
This is the best known of the pachycephalosaurids, with dozens of skull fragments known and also a partial skeleton. The structure of the bone in the head dome was such that the bone fibres aligned to absorb impact from the top. The vertebrae of the neck and back were very strong, lashed together with strong tendons that prevented twisting, and aligned to absorb shocks emanating from the head end. The hips were particularly wide and solid. All this is consistent with the idea that the dome was used as a weapon, like a battering ram.
Factbox
Name: Stegoceras, meaning ‘roof horn’
Size: 2.5-3m long and 1.5m high
Food: plants and ferns
Lived: 75 million years ago in the Late Cretaceous Period in North America
Pachycephalosaurs had one special feature in common – a thick, rounded skull. On Stegoceras’ head was a semicircle of small bony lumps. These bumps ran above its eyes and around the back of its neck. Experts are not certain what the lumps were for, but they could have been used in flank-butting, a widely evidenced theory. The skull was not very thick when Stegoceras was born, but it became thicker as the dinosaur got older.
Some experts believe that they have discovered examples of both male and female Stegoceras. They have found that some skulls are thicker than others and believe that these thick skulls may have belonged to the males. A male Stegoceras could have a skull up to 6cm thick – which is half as thick as a brick.
It was initially proposed that male Stegoceras (and individuals of other pachycephalosaur species) would ram each other headlong, not unlike contemporary bighorn sheep or musk oxen. It was later suggested that they engaged in flank-butting rather than ramming, a theory for which there is a great deal of evidence. Foremost, the rounded shape of the skull roof would lessen the contacted surface area during headbutting, resulting in glancing blows. Second, pachycephalosaurs would not have been able to align their head, neck and body in a perfect horizontal line (which would be needed to transmit stress) – it was more likely that they carried their neck in an S- or U-shaped curve (this to a lesser extent in Stegoceras, due to their thick neck muscles). Lastly, the relatively large width of most pachycephalosaurs would have served to protect vital organs from harm during flank-butting.
For most of the time, Stegoceras was a peaceful herbivore. It moved through the Late Cretaceous vegetation, pulling leaves and flowers from trees and low-lying plants with its beaked mouth. Its teeth were sharp and serrated like a saw. Stegoceras used them to shred leaves and plants, rather like modern goats.
The dome on the head of Stegoceras is high, but not as high as that of others in the group, and is surrounded by a frill of little horns and knobs. The teeth at the front of the jaw are very widely set and the muzzle is broad compared with other pachycephalosaurids. This may indicate a less selective feeding strategy. The very broad hips suggest that the pachycephalosaurids gave birth to live young (this is not widely accepted).

Stegosaurs Stegosaurus

   

Stegosaurus skull

head was about the same size as the head of a large dog
Stegosaurus is een dinosauriër behorend tot de Stegosauria, een groep herbivore Ornithischia uit de groep van de Thyreophoradie in het Jura haar hoogtepunt bereikte. Stegosaurus leefde tijdens het Late Jura (Kimmeridgien-Tithonien) in Noord-Amerika.Stegosaurus was acht tot negen meter lang en 2.5-3 meter hoog. Stegosaurus was een vierbenige dinosauriër, hoewel de rechte achterpoten veel langer zijn dan de wat naar achteren gebogen voorpoten. Ondanks zijn grote formaat was daarom de kop niet eens zo ver van de grond, wellicht ongeveer 1,5 meter, maar niet zo laag als oudere illustraties vaak aangaven. Mogelijk kon Stegosaurus zich op de achterpoten opheffen om hoger gelegen vegetatie te bereiken; discussie hierover is nog steeds gaande.De tanden waren opvallend klein, en de kaak was zo gebouwd dat deze geen kauwfunctie kan hebben gehad. Het voedsel werd wellicht vermalen door maagstenen. Ook de kop en schedel zijn zeer klein – van de twee of drie ton gewicht werd nog geen honderd gram door de hersenen ingenomen.Resten van Stegosaurus worden vaak van meerdere individuen bij elkaar aangetroffen, wat doet vermoeden dat ze in kudden leefden.Het meest opvallende kenmerk van de stegosauriërs is een lange rij van benige platen of stekels die over de gehele rug van het dier liep; Stegosaurus, het bekendste lid en naamgever van de groep, heeft zeer grote rugplaten.Hoewel beroemd, zijn de beenplaten van Stegosaurus nog steeds met raadselen omgeven. Zo weet men nog altijd niet zeker hoe ze over de rug verdeeld waren. Mogelijk was er een rij van platen, die afwisselend naar links en naar rechts gericht stonden. Het is echter ook mogelijk dat er twee hetzij parallelle hetzij alternerende rijen platen waren. De reden dat dit nog niet definitief vastgesteld is, is dat de platen niet met de rest van het skelet verbonden waren, en dus gedurende het fossilisatieproces meestal sterk verschuiven zodat hun oorspronkelijke positie slechts zeer globaal uit hun vondstpositie valt af te lezen. De laatste vondsten wijzen er sterk op dat de theorie dat de platen afwisselend links en rechts stonden, de juiste is.Ook de functie van de platen is nog niet geheel opgehelderd. De meest voor de hand liggende reden is ter verdediging, en de vier stekels op de staart, de “Thagomizer”, hebben ongetwijfeld deze functie gehad, maar of dit ook voor de platen op nek en rug gold, is nog maar de vraag. Ze lijken daarvoor niet de meest geschikte vorm te hebben. Othniel Charles Marsh, die het geslacht in 1877 benoemde, dacht dat de platen plat op het lichaam lagen — vandaar de naam: “dakreptiel” — maar daar werd al snel vanaf gestapt. Als de platen scherpe hoornen randen droegen waren ze een fysieke belemmering voor een aanval op de rug. Bob Bakker dacht dat de platen zelfs beweegbaar waren en verlaagd konden worden tot een horizontale stand, zodat ze een schaarbeweging naar een aanvaller konden maken als het dier die met de staartstekels probeerde te raken. Aanpassingen voor zo’n functie zijn echter niet gevonden. Een sterke aanwijzing voor een althans oorspronkelijke verdedigende functie wordt wel gezien in het feit dat kleinere soorten stegosauriërs in dezelfde positie stekels hadden. Bij grote dieren zouden die te ver uiteen staan om een aanval te blokkeren en dat zou dan de evolutie tot een plattere vorm veroorzaakt hebben.Een andere mogelijkheid is dat ze dienden voor temperatuurregeling: als het dier moest afkoelen, leverden de platen een groot oppervlak, en konden zo gemakkelijk warmte afgeven. Als het buiten het warmst was, tijdens het middaguur, was de smalle bovenkant van de platen op de zon gericht. Een aanwijzing dat deze theorie juist is, is dat de platen klaarblijkelijk goed doorbloed waren, waardoor surpluswarmte uit de rest van het lichaam snel naar de platen overgebracht kon worden. Het is onvermijdelijk dat de platen een zeker effect op de temperatuurhuishouding hadden. Er werden windtunnelproeven uitgevoerd die aantoonden dat de ruitvorm zeer geschikt is voor het veroorzaken van meer turbulentie wat de warmte-uitwisseling weer ten goede zou komen. Stegosaurus was de grootste bekende stegosauriër en grotere dieren hebben door hun absolute oppervlakte-inhoud-verhouding meer moeite warmte af te staan. Daar staat tegenover dat ze juist door hun grotere massa minder snel opwarmen wat dit probleem weer compenseert.Een andere mogelijkheid is dat de platen dienden om het dier groter te laten lijken dan het in werkelijkheid was ter afschrikking van roofdieren, zoals Allosaurus, een tijdgenoot die in dezelfde lagen gevonden wordt.
First Record of Stegosaur Dinosaur Tracks in the Lower Cretaceous (Berriasian) of Europe Jun 30,
(Collected by Neal for group ffd2009 )
Link:
http://www.mnhn.fr/museum/front/medias/publication/44522_g2012n2a4.pdf

Stegosaurus May 14, 2011

Filed under: Thyreophorathyreophora
One spike of its spiked tail and Stegosaurus could cripple any predator that threatened it.
Stegosaurus had a small head, a thick, clumsy body and a spiky tail. Along its back were two rows of bony, diamond-shaped plates. Although it looked fierce, Stegosaurus ate mainly low-growing ferns and other plants. It lived in herds that grazed together.
Although S. armatus was the first Stegosaurus species to be found, S. stenops, found by Othniel Charles Marsh, is the more familiar species.

Factbox
Name: Stegosaurus, meaning ‘roof lizard’
Size: 7.5-9m long and 4m high
Food: low-growing ferns and other plants
Lived: about 140 million years ago in the Late Jurassic Period in North America

As well as the plates that Stegosaurus has along its back, it also has two pairs of spikes on the end of its tail to use as weapons. Recent studies show that these spikes stick out sideways. A mass of little bony ossicles protect the throat. The brain is the smallest, when compared with the bulk of the animal, for any dinosaur.
This dinosaur’s tail was long and used for balance, having very short front legs and much shorter back ones to support the weight of its body. It moved on all four legs, stumping heavily along. It could not walk or run very fast and was preyed on by fast-running, carnivorous dinosaurs, such as Allosaurus.
Its small head, which was about the size of a large dog’s, was close to the ground so Stegosaurus grazed mainly on low-growing plants. It had a weak jaw, and could chew only soft, leafy food.
Stegosaurus‘ spiky tail that was very thick and powerful, with bony plates all the way down. Stegosaurus may have used its tail to defend itself, and its young, against any carnivorous dinosaur which came within range.
The back plates were once thought to have been paired, but are now believed to have been in an alternating double row, with the largest plates at the hips, tapering in size towards the head. They may have been covered in horn and used for defence, or covered in skin and used as heat radiators.
Scientists have also suggested that the plates on Stegosaurus’ back may have been very brightly coloured. So the males probably used the plates to warn off other males in the herd and to attract the females at the start of the mating season.

STEGOSAURUS STENOPS

 

Jura Ornitischia Herbivoor Lengte:10m

Stegosaurus dankt zijn naam aan de beenplaten die langs zijn ruggengraat in zijn huid gehecht waren. Die waren zo breekbaar dat hij ze niet als verdedigingswapen kon gebruiken, wat hij wel deed met de vier beenstekels op zijn staart. Maar waarvoor dienden die rugplaten dan wel? Dat is nog niet helemaal zeker geweten. Ze waren in ieder geval bedekt met heel veel kleine bloedvaten en een dunne huid. Wanneer de bloedvaten zich met bloed vulden, zag je mogelijk een rode kleur doorheen de huid. Stegosaurus kon zijn platen zo laten ‘blozen’. Misschien kon hij via zijn platen warmte kwijtraken (Wanneer krijg jij rode kaken? Als je het te warm hebt!). Sommige wetenschappers denken dat de Stegozijn rode platen deed blozen om vijanden bang te maken of wijfjes te lokken. Word jij soms rood wanneer je boos of verliefd bent?
Deze dino leefde 150-135 miljoen jaar geleden. Paleontologen vonden hem in de VS.

KBIN

Ga naar de homepage

Infraorde Stegosauria

Chialingosaurus

Huayangosaurus, een meer basale stegosauride

Een mogelijke stamboom van de Stegosauria vind je op

Stegosaurus (Greek for “roof lizard”);

Woodlands of western North America /Late Jurassic (150 million years ago) About 20 feet long and 2 tons

Double rows of plates extending from back; spiked tail; unusually small head

Stegosaurus was a large, ponderous, plant-eating dinosaur that lived in the environs of North America during the late Jurassic period (about 150 million years ago). What made this herbivore (and other stegosaurs like it) especially striking were the double rows of large, bony plates jutting out of its back. No one is quite sure why Stegosaurus had these plates: they may have evolved for defensive purposes (there were lots of hungry tyrannosaurs and other large theropods roaming the woodlands of North America), or they may have served to dissipate heat from this dinosaur’s body, roughly the same function of an elephant’s floppy ears.

Besides its plates, what set Stegosaurus apart from other herbivorous dinosaurs was its unusually small, walnut-sized brain, which prompted one paleontologist to speculate that it had a supplementary brain in its butt.
Since Stegosaurus was one of the earliest dinosaurs to be discovered (the first fossils of this genus were unearthed way back in 1877), this led to the popular misconception that all dinosaurs were nature’s D students.Recently, though, scientists have come to the conclusion that at least some dinosaurs (but not Stegosaurus) may have been fairly smart, at least by Jurassic standards.

The most famous of the stegosaurs–the spiked, plated dinosaurs–Stegosaurus had much in common with the equally influential Ankylosaurus, especially as regards its unusually small brain.

So dimwitted was Stegosaurus that paleontologists once speculated that it harbored a second brain in its posterior, one of the field’s more spectacular blunders.

1. Stegosaurus had a brain the size of a walnut. The four-ton Stegosaurus was equipped with an unusually small brain, only about the size of a dog’s. It was once proposed that this none-too-bright herbivore had supplementary grey matter located in its hip region, but paleontologists quickly soured on this “brain in the butt” theory.

2. No one knows why Stegosaurus had plates…Did Stegosaurus evolve its thin, tough, roughly triangular plates as a form of defense against larger predators? Were they a sexually selectedcharacteristic, meaning males with bigger plates had a better chance of mating with females? Or could they have been used to regulate this dinosaur’sbody temperature? It’s still a mystery.

3. …or exactly how these plates were arranged along its back.The name Stegosaurus means “roofed lizard,” reflecting the belief of 19th-century paleontologists that this dinosaur’s plates lay flat along its back. Various reconstructions have been offered since then, the most convincing of which has the plates alternating in parallel rows (and facing pointy side up) along Stegosaurus’ spine.

4. Stegosaurus’ spiked tail is called a “thagomizer.”Way back in 1982, a famous Far Side cartoon showed a group of cavemen clustered around a picture of a Stegosaurus’ tail; one of them points to the sharp spikes and says, “Now this end is called the thagomizer…after the late Thag Simmons.” The word “thagomizer” has been used by paleontologists ever since. (Did Stegosaurus wield its thagomizer in battles againstAllosaurus? Read this article to find out!)

5. Most stegosaurs hailed from Asia, not North America.Although it’s by far the most famous, Stegosaurus wasn’t the only spiked, plated dinosaur of ancient times. Remains of these reptiles have been found all over the world, with a large concentration in Asia–hence the odd-sounding genera Chialingosaurus, Chungkingosaurusand Tuojiangosaurus.

6. It was once thought that Stegosaurus walked on two legs.Because it was discovered such a long time ago, Stegosaurus is the poster-lizard for wacky dinosaur theories. Paleontologists once thought this plant-eater was bipedal, like Tyrannosaurus Rex; even today, some experts argue that it was occasionally capable of rearing back on its two hind feet.

7. Stegosaurus supplemented its diet with rocks.Like many herbivorous dinosaurs, Stegosaurus swallowed small rocks (known as gastroliths) that helped mash the tough vegetable matter in its enormous stomach. Of course, it’s also possible that Stegosaurus swallowed rocks because it had a brain the size of walnut; who knows?

8. Stegosaurus is the state dinosaur of Colorado.Back in 1982 (around the same time Gary Larson was coining the word “thagomizer”), the governor of Colorado signed a bill making Stegosaurus the official state dinosaur, after a two-year write-in campaign by thousands of fourth-grade students. (By the way, Colorado was partially submerged in water back in Mesozoic times.)

9. Unlike most dinosaurs, Stegosaurus had cheeks.Although it had a tiny brain, Stegosaurus did sport one relatively advanced feature: based on an analysis of its teeth, experts believe this dinosaur may have had cheeks. Why were cheeks so important? Well, they gave Stegosaurus room to chew and pre-digest its food, and also allowed it to store more food than non-cheeked dinosaurs.

10. Stegosaurus was closely related to Ankylosaurus.Back in the Cretaceous period, stegosaurs (plated, spiked dinosaurs) were first cousins of ankylosaurs (armored dinosaurs), both grouped under the larger classification of “thyreophorans” (Greek for “shield bearers).

Like Stegosaurus, Ankylosaurus was a four-footed herbivore, and even less appetizing to ravenous raptors.

Gallery of Stegosaurus pictures.

Miragaira longicollum

http://dinogoss.blogspot.com/2009/02/miragaia-so-long-stegosaur.html

Early sketch of a Struthiomimus.

Stygimoloch (“river devil”)
was a pachycephalosaurid that lived during the Cretaceous Period between 68-65 million years ago in what is now North America. This dinosaur measured about 10 feet long and bore a thick skull that was decorated with six large spikes that covered the top rim of its head. This may have served the dinosaur as a display of recognition, helping the dinosaur to identify its companions. This dinosaur was a plant-eater and it lived in herds for protection from predators such as Tyrannosaurus, Dromaeosaurus, and Gorgosaurus. Males would often challenge one another to battle, either for females with which to mate, or for supremacy in the herd. It was previously thought that, like goats, they would butt heads with each other until one weakened and backed off, leaving the victor to choose a female or to lead a herd. However, the lack of apparent cranial damage exhibited by recent fossil discoveries has given rise to the hypothesis that they did not actually butt heads with other members of the herd. Some conjecture that stygimoloch headbutted other dinosaurs in their much softer underbelly regions, as a measure of self-defense against predation.
© 2007 Answers Corporation

Stygimoloch May 14, 2011

Filed under: Pachycephalosauria
Stygimoloch’s tough, bony skull was thought to have protected its brain during its amazing headbutting fights. This hypothesis has been disputed in recent years.
Stygimoloch lived in herds and grazed in woodland areas. It had short front legs, but far longer back legs. It also had a lengthy tail which it held level with its body when running. On its head were prominent horns. These were originally thought to have functioned solely for show and not used as weapons.
The name of this pachycephalosaur derives from its frightful appearance. Moloch was a horned devil in Hebrew mythology, and in Greek legends the river Styx was the river that the dead had to cross to reach the underworld. The fossils were found in the Hell Creek formation in Montana, and this was a further inspiration for the name. The first Stygimoloch horn core was found in 1896 and regarded as part of aTriceratops skull. In the 1940s, when pachycephalosaurs were recognized, it was classed as a species of Pachycephalosaurus.Factbox
Name: Stygimoloch, meaning ‘horned devil from the river of death’
Size: 3m long
Food: plants
Lived: about 70 million years ago during the Cretaceous Period in North America
The most obvious feature of Stygimoloch is the array of horns projecting from the rim of the dome. The head is quite long and the dome is high, narrow and thin. From the front, this presents a startling apparition of ornamentation, with long horns surrounded by clusters of more stubby spikes, that would evidently have been very effective as a threat or defence display, very much like those of some of the horned ceratopsians.
Unlike other pachycephalosaurs, the domed skull is relatively small, slightly flattened from side to side, and pear-shaped; even when isolated this unusual dome can easily be distinguished from the broader, larger domes of Pachycephalosaurus. While the dome is reduced in size, the ornamentation over the skull is more elaborate than in any other pachycephalosaur. Short, conical hornlets covered the nose, and the back corners of the skull bore an enormous pair of massive, backward-pointing spikes, up to 5cm in diameter and 15 cm long; these are surrounded by two or three smaller spikes. The function of this unusual ornamentation is unknown. Even if other pachycephalosaurs did butt heads (which is a subject of continuing debate), the small dome of Stygimoloch suggests that this behaviour was not as important. Instead, the skull ornament might have functioned for display, may have been used for self-defence, or perhaps were locked together and used in shoving matches, like the horns of deer. More likely, however, is that the squamosal horns were used to inflict pain during flank-butting.
Stygimoloch is known mostly from the skull. There have been five partial skulls found, but there have been other parts of the skeleton found in remains from North and South Dakota, USA.

UPDATE  = Pachycephalosaurus, Stygimoloch, and Dracorex.
These were bipedal ornithischian dinosaurs that had hard bony domes on their heads, often complemented with an array of spikes

Dracorex was small with a relatively flat head with small spikes,
Stygimoloch was mid-sized with a small bony dome and huge horns,
and Pachycephalosaurus was large with a large bony dome and relatively small horns.

Together these dinosaurs appear to represent a growth series from juvenile to adult, all grouped together as Pachycephalosaurus, and the evidence can be found in the makeup of the bones.

http://blogs.smithsonianmag.com/dinosaur/2009/10/bone-headed-dinosaurs-reshaped-their-skulls/

Image Copyright / Dinosaur Society
styracosaurus.jpg
Styracosaurus was a dinosaur that walked on four short legs. This large plant-eater had a six-spiked frill projecting from the back of its skull. It also had an upward-pointing horn on its nose (2 feet (60 cm) long and 6 inches (15 cm) wide), and two small horns above its eyes. These spikes and the horn probably provided protection from predators, and were possibly used in mating rituals and rivalry. It had a short, thick, pointed tail, a large, bulky body, a large skull and a beak. Styracosaurus hatched from eggs. Styracosaurus was about 18 feet (5 m) long, 6 feet (1.8 m) tall, and weighed up to 3 tons.WHEN STYRACOSAURUS LIVEDStyracosaurus lived in the late Cretaceous period, about 77-70 million years ago. It was among the last of the dinosaur species to evolve before the Cretaceous-Tertiary extinction 65 million years ago. Among the contemporaries of Styracosaurus were Tyrannosaurus rex, Ankylosaurus (an armored herbivore), Corythosaurus (a crested dinosaur), and Dryptosaurus (a meat-eating dinosaur).BEHAVIORStyracosaurus may have been a herding animal, like some other ceratopsians. This hypothesis is supported by the finding of bone beds, large deposits of bones of the same species in an area. Styracosaurus hatched from eggs, and the young may have been cared for by parents. When threatened by predators, Styracosaurus may have charged into its enemy like a modern-day rhinoceros does. This would have been a very effective defense.DISCOVERY OF FOSSILSStyracosaurus was named in 1913 by L. M. Lambe from a fossil found near Alberta, Canada. Fossils have been found in the USA and Canada. A bonebed of about 100 Styracosaurus fossils was found in Arizona, USA, indicating that they travelled in herds.CLASSIFICATIONStyracosaurus was a late ornithischian dinosaur, the order of bird-hipped, herbivorous dinosaurs. It was a member of the suborder Marginocephalia, and of the family of large, horned, frilled, herding herbivores, the ceratopsians. The ceratopsians were one of the last major groups of dinosaurs to evolve, and include Psittacosaurus, Leptoceratops, Pachyrhinosaurus, Montanoceratops, Chasmosaurus, Centrosaurus, Triceratops, Styracosaurus, Protoceratops, and others.Text Copyright ©1996-2007 EnchantedLearning.comStyracosaurus albertensis (“speerpuntreptiel”) was een viervoetige herbivore dinosauriër behorend tot de groep van de Ceratopidae en meer bepaald de Centrosaurinae met een lengte tot 5,5 meter en een gewicht van drie ton. Deze dinosauriër leefde zo’n 75 miljoen jaar geleden in het Laat-Krijt (Campanien). Restanten van Styracosaurus zijn gevonden in Alberta (Canada) en Montana (VS).De soort is in 1913 beschreven door Lawrence Lambe opbasis van een vondst door Charles Mortram Sternberg. Er zijn nog twee andere soorten beschreven: S. parksi en S. ovatus, maar het is zeer de vraag of dit werkelijk aparte vormen zijn.Net zoals andere ceratopiërs had Styracosaurus hoorns en een nekschild. Zijn geslachtsnaam vindt oorsprong in de zes naar achter gerichte stekels die zich op de achterzijde van het nekschild bevonden. Deze stekels hadden misschien tot doel de kwetsbare nekstreek te beschermen in geval van een aanval, of ze dienden voor het soortonderscheid of onderlinge dreiging. De soortaanduiding verwijst naar Alberta
While the estimated length of 34 meters and mass estimate of 36-40 tonnes is smaller than some of the more sensational numbers that have been floated in popular books (and of course the internet), we suggested in our paper that many of those estimates were, shall we say… extravagant. Supersaurus appears to be close to the longest animal whose length can be reliably estimated (read: not counting Amphiceolias fragilimus), though it was lighter than the giant titanosaurs.
http://skeletaldrawing.blogspot.com/2012/04/yup-ok-apatosaurus-is-freakin-huge.html

  •  

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

DINOSAURICON R

R

 

 

 

File:Rajasaurus.jpg

RAJASAURUS narmandensis

Family: Abelisauridae.

http://nl.pinterest.com/tsjok/dinosauricon-a-abelisauridae/  <—
Length: 6 – 9 m.
Height: 3, 5 m.
Weight: 3 tons.
A vicious theropod dinosaur that preyed upon large herbivores and ornithopods.
Rajasaurus are bruisers, throwing their weight around whenever something gets in between them and their dinner. Rajasaurus has a very good sense of smell and an average sight


Raja nagoya.gif Rajasaurus Dinosaur
Rajasaurus narmadensis is a bipedal theropod dinosaur recognized by Chicago paleontologists Paul Sereno and Jeff Wilson.
The bones had been excavated in 1983 by a joint Indo-American group, counting members from the University of Michigan, University of Chicago, and the Punjab University of Northern India, working in India’s Narmada valley.
It almost certainly had a small horn.
While the skull is unfinished, the pieces found include the jaws and brain case.
The specimen is predictable to have been about 25-30 feet long.
The bones are dated at 65 million years old, putting them at the end of the Cretaceous.

The name Rajasaurus narmadensis means “regal dinosaur from the Narmada.”
The bones were establish near the Narmada River in western India.

rajasaurus  f1.jpg (1800×1350)

 

 

Finger bone fossil /incerta sedis

Finger bone fossil /incerta sedis


The Rapator which means “plunderer” was a Theropod dinosaur and inhabited Australia. Very little is known about this dinosaur because the only fossil has been found so far and it was a finger bone. From that one bone they have concluded that this dinosaur would have been approximately 9 meters tall and lived during the early cretaceous period. Some people believed that it was not a Theropod, but a alvarezsaurdae family genus.

If it is then it would be by far the largest alvarezsaurdae ever discovered. It was originally described by Friedrich Von Huene in 1932 but was changed to Rapator because that sounded much cooler. All mentioned of the Rapator can’t really be realistically correct because obviously there’s going to be a lot of guess on the topic.

Meer afbeeldingen  <—,

Rapator ornitholestoides is een theropode dinosauriër, behorende tot de groep van de Neotheropoda, die tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige Australië. Wikipedia

Rapator ornitholestoides Huene, 1932
Theropode incertain de l’Albien (112-99.6 MA) d’Australie (Nouvelles Galles du Sud); connu par un métacarpe partiel; (taille estimée à 10 mètres).

 

http://qilong.8m.com/rapator_ornitholestoides.html
http://home.alphalink.com.au/~dannj/rapator.htm

 

 

 

young-rapetosaurus-990x540

  • A reconstruction of young Rapetosaurus at Chicago’s Field Museum.
  • °
  • Raptorex

RAPTOREX kriegsteini

http://nl.wikipedia.org/wiki/Raptorex

(DeMorgen/ 19.09.2009)

EEN NIEUWE OVERGANGSVORM ? AHAA , WEER EENTJE VAN DIE “NIET -BESTAANDE” FOSSIELEN ?

Het verschil tussen de Tyrannosauriers is groot

“De gedachte was dat de kenmerken van de Tyrannosaurus geëvolueerd waren ten gevolge van het leefgedrag en de bouw van de dieren,” zei Stephen L. Brusatte van het Amerikaanse Museum van Nationale Geschiedenis. “Ze moeten hun hele skelet in de loop der miljoenen jaren hebben gewijzigd zodat ze met een dergelijk kolossale omvang hebben kunnen functioneren.”

Maar kleine versie van de Tyrannosaurus Rex werd ongeveer drie meter lang en woog slechts 75 kilo. Hij leefde zo’n 125 miljoen jaar geleden, ongeveer 35 miljoen jaar voordat de reus Tyrannosaurus Rex het stof der aarde deed opwaaien. Deze ontdekking brengt een hoop nieuwe vragen over de ontwikkeling van de Tyrannosaurus Rex, die ongeveer vijf maal langer en bijna honderd keer zwaarder was.

De nieuwe dinosauriërs, met de naam Raptorex kriegsteini,”gooien roet in het eten wat betreft de tot nu toe aangenomen theorieën over de evolutionaire ontwikkeling van lichaamsvormvan die uiteindelijk leiden tot de Tyrannosaurus rex ,” zei Mr. Brusatte.

Lichaamsvorm
Tot nu toe gingen wetenschappers er vanuit dat de vreemde lichaamsvorm van de T.REX een gevolg was van zijn grote formaat.
Maar hier zien we een voorouderlijk dier dat 60 a 75 kgr woog ” ongeveer zo groot …. als een mens”,
verklaart onderzoeker Stephen Brusatte op BBC News

Wapens
“En toch had het dier alle lichaamskenmerken van de Tyrannosaurus: het grote hoofd, de sterke spieren en de kleine armpjes waarvan we dachten dat het een evolutionaire aanpassing was vanwege zijn grote lichaam.
Maar we kunnen nu dus vaststellen dat deze lichaamskenmerken al evolueerden als een efficiënte set wapens bij een roofdier dat heelwat kleiner was als de Tyrannosaurus rex en 60 miljoen jaar eerder leefde”, aldus Brusatte.

Het bijna volledige fossiel werd gevonden in Noord oost China en gekocht door Henry J. Kriegstein, die waarschuwde Paul C. Sereno, een paleontoloog aan de universiteit van Chicago en hoofd auteur van de wetenschappelijke publicatie. Het fossiel is op een illegale manier verkregen en zal naar een museum in China getransporteerd worden.

Dr. Sereno zei dat het fossiele van een jonge volwassen dier was, ongeveer 5 à 6 jaar oude en aan het einde van haar groeiperiode. Naast het te grote hoofd, de kaken en de benen heeft het fossiel lange scheenbeenderen en lange, maar compacte voeten ,die zouden het dier hebben geholpen snel te kunnen rennen achter andere kleine dinosaurussen en andere prooidieren.
Wij zien dit alles, tot onze grote verbazing, bij een dier dat in feite het lichaamsgewicht van de mens heeft.” Aldus Dr. Sereno.

De Raptorex, zou net als grote neef de T. rex, dieren met haar tanden en sterke kaken hebben gedood. De armen waren niet het belangrijkste middel om een prooi mee aan te vallen. In feite, zei Dr. Sereno, zijn de armen alsmaar kleiner geworden en het hoofd groter.
“Dit is een dier dat behendig snelle aanvallen uitvoerde,”.
“Als er gewicht aan de bovenkant bijkwam door een groeiend hoofd, dan is er iets dat heeft moeten wijken, anders verliest het dier de benodigde balans.” Dr. Sereno denkt dat het de korte voorpoten verklaard.

Thomas R. Holtz Jr., een paleontoloog aan de universiteit van Maryland, die niet betrokken was bij de ontdekking, zei dat de vondst geholpen heeft de evolutie van de Tyrannosaurus Rex en dus ook het ontstaan van haar karakteristieke eigenschappen beter te leren begrijpen.

Dr. Holtz, mertke op dat de bevindingen nog wel onafhankelijk moeten worden getoetst en bevestigd. “ Er was een witte vlek in de stamboom tussen de eerdere, meer primitieve Tyrannosauriërs met relatief korte benen en lange armen en de latere reuzen met de veranderde kenmerken. Dit verduidelijkt een stukje van de puzzel.”

Deze miniatuur voorouder van Tyrannosaurus Rex beschikte over de karakteristieke krachtige kaken, de lange achterpoten, het bovenmaatse hoofd en de korte voorpoten, van de koning der dinosauriërs
Volgens onderzoekers van de universiteit van Washington en het American Museum of Natural History zou het dier wel eens een belangrijke overgangsvorm kunnen zijn tussen de Tyrannosaurus rex en andere basis- theropoda

De nieuweling ….Raptorex kriegsteini

De overblijfselen van de kleine dinosauriër met de naam Raptorex kriegsteini zijn ongeveer 125 miljoen jaar oud.
Het fossiel suggereert dat het dier dezelfde lichaamskenmerken had als de Tyrannosaurus rex: een kop met een forse kaak, relatief kleine voorpoten en een gigantisch lijf met grote achterpoten
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Science.(Paul Sereno and Carol Abraczinskas)

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<–Schrikaanjagende hagedissen

Guanlong,Guanlong wucaii
Stokesosaurus
Eotyrannus Eotyrannus
Xiongguanlong
DilongDilong

Reference: 
Science10.1126/science.1177428
Images: Reconstruction by Todd Marshall; other images from Science/AAAS

http://scienceblogs.com/notrocketscience/2009/09/raptorex_tiny_king_of_thieves_shows_how_tyrannosaurus_body_p.php

Nederlandse bronnen
http://www.nu.nl/wetenschap/2084677/t-rex-had-dwergachtige-voorouder.html
http://denieuwsgier.blogspot.com/2009/09/nieuwe-tyrannosaurus-ontdekt.html (= New york Times artikel)

 

 

 

  • Rhinorex condrupus 

 De afbeelding  is gemaakt door Julius T. Csotonyi.

Wetenschappers hebben in Utah een nieuwe soort dinosaurus ontdekt. De dino moet zo’n negen meter lang zijn geweest.

Wat echter het meest opvalt is zijn opmerkelijk grote neus, (1) waarvan nog onduidelijk is waar deze precies voor diende.

De dinosaurus heeft de naam

gekregen. De dino leefde zo’n 75 miljoen jaar geleden in wat nu Utah is. Het was een echte planteneter.

Schedel

“We hebben bijna de gehele schedel ontdekt,” vertelt onderzoeker Terry Gates. “En dat is geweldig.”

Om die schedel vervolgens te prepareren was een hele klus.

“We hadden bijna twee jaar nodig om het fossiel uit het zandsteen te krijgen waar het in zat.”

Kam
Maar het is gelukt. En het was zeker de moeite waard. Zo kunnen de onderzoekers nu vaststellen dat de dinosaurus behoort tot de Hadrosauridae.

Hadrosauridae worden meestal geïdentificeerd aan de hand van de benige kam die zich op hun schedel bevindt. R. condrupus moet het zonder zo’n kam doen. Maar hij compenseert dat met zijn neus: die is namelijk enorm.

Onduidelijk is nog waar de neus precies voor diende.

“Als de dinosaurus op zijn verwanten lijkt dan had hij waarschijnlijk geen super reukzintuig,” legt Gates uit.“Maar misschien gebruikte hij de neus om partners aan te trekken, of om soortgenoten te herkennen of als een verlengstuk van zijn bek.”

Bronmateriaal:
New Hadrosaur Noses into Spotlight” – NCSU.edu

Abstract:

A new species of hadrosaurid is described from the Upper Cretaceous Neslen Formation of
central Utah. Rhinorex condrupus is diagnosed on the basis of two unique traits, a hook-shaped
projection of the nasal anteroventral process and dorsal projection of the posteroventral process
of the premaxilla, and further differentiated from other hadrosaurid species on the morphology of
the nasal (large nasal boss on posterodrosal corner of circumnarial fossa, small protuberences on
anterior process, absence of nasal arch), jugal (vertical postorbital process), postorbital (high
degree of flexion present on posterior process), and squamosal (inclined anterolateral processes).
This new taxon was discovered in estuarine sediments dating to approximately 75 Ma and just
250 km north of the prolific dinosaur bearing strata of the Kaiparowits Formation,possibly
overlapping in time with Gryposaurus monumentensis. Phylogenetic parsimony and Bayesian
analyses associate this new taxon with the Gryposaurus clade, even though the type specimen
does not possess the diagnostic nasal hump of the latter genus. Comparison with phylogenetic
analyses from other studies show that currently consensus exists between general structure of the
hadrosaurid evolutionary tree, but at closer examination there is little agreement among species
relationships.

New hadrosaurid from the Campanian of Utah    pdf  file WP <–Rhinorex condrupus

http://www.nu.nl/wetenschap/3883617/dinosaurus-met-enorme-neus-ontdekt.html

 

–> De resten van het dier werden al in de jaren ’90 opgegraven in de Neslen-formatie in de staat Utah. In eerste instantie was de Rhinorex interessant studiemateriaal doordat de huidafdrukken goed bewaard waren gebleven. Daarna werden de resten weer opgeslagen in de opslag van het Brigham Young Museum of Paleontology.

Schedel

Toen twee onderzoekers de nog in zandsteen gevatte schedel in de archieven terugvonden, wisten ze nog niet dat ze met een nieuwe soort van doen hadden. Pas nadat ze de schedel met veel moeite uit het zandsteen hadden gehaald en reconstrueerden, kwamen ze erachter dat ze een nieuwe soort hadden ontdekt.

De dinosaurër was in totaal zo’n negen meter lang en woog rond de 3.800 kilo. Zijn leefomgeving bestond uit moerasland, ongeveer honderd kilometer van de kust.

De onderzoekers vermoeden dat de neus aantrekkelijk was voor soortgenoten en/of handig was voor het kapot pletten  van planten door er tegenaan te duwen

http://www.sciencecodex.com/new_hadrosaur_noses_into_spotlight-142017

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/09/140919122137.htm

 

 

 A new saurolophine hadrosaurid (Dinosauria: Ornithopoda) from the Campanian of Utah, North America.

A new saurolophine hadrosaurid (Dinosauria: Ornithopoda) from the Campanian of Utah, North America.

 

Credit: Image courtesy of Taylor & Francis

http://nl.wikipedia.org/wiki/Rhinorex
http://en.wikipedia.org/wiki/Rhinorex

Rhinorex Condrupus: 75-Million-Year-Old Huge-Nosed ‘Jimmy

Named Rhinorex condrupus, the fossil was found by researchers from North Carolina State University and Brigham Young University, and lived …

Uitgebreid onderzoeken (Nog 76 artikelen)

 

 

(1) 

kritosaurus & muttaburasaurus

kritosaurus & muttaburasaurus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

°

Profile sketch of the head of Rinchenia.

File:Rinchenia mongoliensis profile1.jpg


 

 

 

 

 

 

 

 

SKULL RUGOPS SKULL

http://www.sciencephoto.com/media/411803/view
http://afrol.com/articles/13106

african  dinosaur

african dinosaur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

°

 

°

Rukwatitan bisepultus

http://en.wikipedia.org/wiki/Rukwatitan

 

Paleontologists discover new species of titanosaurian dinosaur in Tanzania

September 8, 2014
Ohio University
Summary:
Paleontologists have identified a new species of titanosaurian, a member of the large-bodied sauropods that thrived during the final period of the dinosaur age, in Tanzania. Although many fossils of titanosaurians have been discovered around the globe, especially in South America, few have been recovered from the continent of Africa.

 

An artistic rendering of a deceased Rukwatitan bisepultus individual in the initial floodplain depositional setting from which the holotypic skeleton was recovered.

Credit: Mark Witton, University of Portsmouth

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/09/140908143535.htm

 

Rukwatitan_Silhouette

This image shows the pieces of the skeleton recovered of Rukwatitan bisepultus within a silhouette of the animal. The bar equals 1 meter. Image credit: Eric Gorscak, Ohio University.

http://www.ohio.edu/research/communications/rukwatitan.cfm

°

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

DINOSAURICON PQ

P

Life restoration of Pachycephalosaurus.

Pachycephalosaurus  // The unique Pachycephalosaurus had a thick, dome-shaped head with some remains measuring up to 10 inches thick. While it had been believed that the Pachycephalosaurus used its thick skull to ram head-to-head against other males and predators as defense and as a sign of dominance, further studies have disproven this myth. The domed area of its skull was actually made of porous and fragile bone that would have crumpled had two skulls collided. All of the remains found so far show no signs of scarring, leading scientists to believe that Pachycephalosaurus never rammed its head into anything as hard as its own skull. More likely, it would ram another or a predator in the side, damaging internal organs and causing massive bruises while suffering little to no damage itself.
the dome-headed dino would not automatically start ramming a predator, though. Running was its first line of defense and, despite traveling in herds, it would much rather flee than risk its own life. Two powerful hind legs carried the Pachycephalosaurus’ body, and it had two short forelimbs that may have let it walk (and possibly run) on all four limbs while scavenging for food. Its tail was stiff, filled with a mesh of tendons around the base. What purpose this could have served is unknown, but it may have aided in balance while charging at a predator or could even have allowed for fast whipping actions.ORDER: Ornithischia
SUBORDER: Pachycephalosauria
INFRAORDER: Carnosauria
GENUS: Pachycephalosaurus
Additional Sources:
Zoom Dinosaurs,
http://www.enchantedlearning.com/subjects/dinosaurs/

 

http://www.cbv.ns.ca/marigold/history/dinosaurs/datafiles/parasaurolophus.html

 

Dinosaurus. Het fossiele skelet van het reptiel, bekend als de Pariesaur opgegraven in de Karoo woestijn in Zuid-Afrika. De pariesaur is tentoongesteld in het Walker museum op de universiteit van Chicago, Verenigde Staten van Amerika 1933. Foto: De vinder en curator van het museum Paul Miller en Miss Helen Galllagher.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Pareiasaurus

Dinosaurus. Het fossiele skelet van het reptiel, bekend als de Pariesaur opgegraven in de Karoo woestijn in Zuid-Afrika. De pariesaur is tentoongesteld in het Walker museum op de universiteit van Chicago, Verenigde Staten van Amerika 1933. Foto: De vinder en curator van het museum Paul Miller en Miss Helen Galllagher.

04 oktober 2012   18

Wetenschappers hebben een nieuwe soort dinosaurus ontdekt. De dino woog minder dan de huiskat, had vampierachtige hoektanden en lange, stugge haren op bijna zijn gehele lichaam.

De fossiele resten van de dinosaurus werden enkele decennia geleden al in het zuiden van Afrika teruggevonden. Ze verdwenen in de fossielencollectie van de Harvard Universiteit en daar heeft onderzoeker Paul Sereno ze nu opgediept en geïdentificeerd. De dinosaurus heeft de naam Pegomastax africanus gekregen en leefde zo’n 200 miljoen jaar geleden.

Pegomastax africanus. Afbeelding: Todd Marshall.

Papegaai
P. africanus moet er bijzonder uitgezien hebben. De dinosaurus was ongeveer 60 centimeter lang en woog minder dan een huiskat. De kop van het beest is slank en nog geen acht centimeter lang en de bek doet sterk denken aan de snavel van een papegaai. In de bek vonden de onderzoekers scherpe hoektandjes terug.

Zelfverdediging
Die tandjes verbaasden Sereno. P. africanus is namelijk een planteneter. “Heel zeldzaam dat een planteneter zoals Pegomastax scherpe, vergrote hoektandjes heeft die doen denken aan een vampier.” Maar waar gebruikte hij de tandjes dan voor? Zelfverdediging, vermoedt Sereno. En voor het vechten met andere soortgenoten in een poging een vrouwtje voor zich te winnen.

Een andere opvallende eigenschap van de dinosaurus zijn de stugge haren die bijna het gehele lichaam van P. africanus bedekten. Met die haren moet P. africanus eruit gezien hebben als een vlug stekelvarken op twee pootjes, stelt Sereno.

File:Pegomastax africana holotype cropped.jpg

Holotype of Pegomastax africana: Partial Skull with jaw fragments and teeth, photo and drawing.

Bronmateriaal:
Dwarf species of fanged dinosaur emerges from southern Africa” – Uchicago.edu

http://phenomena.nationalgeographic.com/2013/01/28/p-is-for-pelecanimimus/

Art by Steveoc 86, image from Wikipedia.Art by Steveoc 86, image from Wikipedia.
Harpymimus – seen here – was a close relative of the archaic, feathery Pelecanimimus from Spain.
i-cf4fef9589bbe1f550c0888bb2a41840-VilleSinkkonenPelecanimimus.jpg      Pelecanimimus polyodon  
pelecamiminus
 

Phuwiangosaurus-sirindhornae-(< click on left photo )

Phuwiangosaurus : a giant sauropod of Thailand’s North-East 110 million years ago: a titanosaur of the Early Cretacous period.

Discovered by a team of geologist in 198: they found the fossil near a dried up stream called Huay Pratu Tee Mah in Khon Kaen province.

During that era lived in thailand various dinosaurs( like the unname sauropod that is still being studying,)Iguanodon, Psittasaurus, Gallimimus, and Siamosaurus.
Vier andere soorten van dinosauriërs opgegraven in Phu Wiang zijn onder andere de Siamotyrannus isanensis (een kleinere versie van Tyrannosaurus rex), de Siamosauraus suteethorni (een krokodil-achtig wezen), de Compsognathus (‘s werelds kleinste dinosaurus) en een Ornithomimosaur (een struisvogel-achtige dinosaurus).

In de buurt van de Chaiyaphum provincie zijn twee andere nieuwe dinosauriër soorten ontdekt, de Psittacosaurus sattayaraki (een papegaai-billed dinosaurus) en de Isanosaurus attavipachi (die vergelijkbaar is met Phuwiangosaurus).

Phuwiangosaurus only (potential) enemy was the local tyrannosauride Siamotyrannus
.

 ; Holotype AMNH 6523,
incomplete skull and maxilla, first cervical vertebrae and some dermal scutes.
Other referred material are a well preserved skull and almost complete postcranial skeleton of a young individual, another complete postcranial skeleton and fragmentary remains of postcrania and armour. In total more than 15 specimens including 1 complete and 4 partial skulls, nearly complete skeleton with armor.
The skull was 300 mm long and 340 mm wide.
The postcranial skeleton is relatively light, the limb bones are slender, the manus is pentadactyl and the the pes tetradactyl.
From Dinodata.org
Image: Tim Bekaert
” up to date ” Description —> http://en.wikipedia.org/wiki/Plateosaurus

Plateosaurus is een geslacht van uitgestorven plantenetende dinosauriërs dat behoorde tot de groep van de Sauropodomorpha en leefde in het late Trias (NorienRhaetien).

De soort Plateosaurus engelhardti is door Von Meyer in 1837 beschreven — dus nog voordat de term “dinosauriër” bestond — op grond van een vondst uit 1834 bij Heroldsberg door Johann Friedrich Engelhardt; de soortaanduiding eert de ontdekker. De naam werd door Von Meyer niet nader toegelicht; het klassiek Griekse platys kan “plat”, “sterk” of “krachtig” betekenen.

Plateosaurus is zeer goed bekend door de vondst in 1910 in Saksen-Anhalt door Von Huene van tientallen vrijwel complete skeletten. Deze werden in 1914 door Otto Jaekel beschreven als een tweede soort: P. longiceps.

Voor een dinosauriër was Plateosaurus vrij klein, maar met een lengte tot tien meter en een gewicht van een kleine ton naar huidige maatstaven bepaald geen kleintje. Hij was zeer langwerpig gebouwd met een lange nek, een lange romp en een krachtige en hoge maar opnieuw lange staart. Hij kon vermoedelijk op twee benen lopen, net als zijn vleesetende voorouders; maar de armen waren sterk, van geduchte klauwen voorzien en zeker in staat om het voorste deel van het lichaam te dragen. Volgens recent onderzoek van Parrish konden de handpalmen echter niet richting grond gedraaid worden; is dat juist, dan was voortbeweging op vier poten onmogelijk. Bij het eten kon hij zich oprichten en de lange nek lijkt geëvolueerd te zijn om zijn bereik nog groter te maken.

Hieruit is wel afgeleid dat ook de Sauropoda hun overeenkomstige kenmerken voor hetzelfde doel gebruikten. Het hoofd was klein en langwerpig, met veel tanden om plantendelen los te scheuren. Door de vondst van vele fossielen op één plek heeft men gedacht dat Plateosaurus in kudden leefde.

Infraklasse: Archosauromorpha
Superorde: Dinosauria
Orde: Saurischia
Onderorde: Sauropodomorpha
Familie: Plateosauridae
http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2012/05/23/theropod-thursday-19-the-mysterious-frickopod/

The Sauriermuseum Frick in Frick, Switzerland, exists because of the Tongrube Keller in Frick is one of the three localities in Europe yielding large numbers of skeletons of Plateosaurus.Plateosaurus was an obligate saurischian biped, but it’s most certainly NOT a theropod,http://www.sauriermuseum-frick.ch/index.php?id=21&L=1
http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2012/05/23/theropod-thursday-19-the-mysterious-frickopod/
http://en.wikipedia.org/wiki/Plateosaurus
The clay pit from which the material comes

The Plateosaurus layer is exposed at the bottom right, where you can just about make out an ongoing excavation above the red marls.

http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2012/07/13/its-time-for-even-more-plateosaurus-prosauropod-proportions/

It’s time for even more Plateosaurus! (prosauropod proportions)

…..It’s been an awfully long time since I last postedon that poor critter, in fact over six weeks,
Plateosaurus engelhardti MSF 23, Sauriermuseum Frickin Frick, Switzerland,This time I have some stunning visuals, courtesy of the go-to guy for skeletal drawings, Scott Hartman – blogs at skeletaldrawing.org.
Having played around an awful lot with my awesome digital Plateosaurus skeleton I soon found that there were many more uses for it than simple digital range of motion (ROM) analyses. Or using it as a basis for CAD model, which can then be used to check center of mass and so on. One thing that was fun to do was helping colleagues in South America who contacted me about a Riojasaurus mount. How to place the body and limbs? Given the fact that P. and R. are both fairly closely related “prosauropods” one might be tempted to just c&p the posture of one to the other. Given the fact that the limbs of R. look much more sturdy than those of P., one might be tempted to place it into a typical sauropod posture, with fully erect and pillar-like limbs.
I came up with a fairly simple way of testing different postures. From the literature I took measurements of R. limb bones. Femur length was especially important, but I also got those of forelimb and distal hind limb bones. Then, I scaled my digital files using these values. Once, I scaled each bone to have the length it has in Riojasaurus. The second time, I applied the scaling factor for the femur to all bones of Plateosaurus. Here’s what I got
Red = Plateosaurus, all bones scaled with factor that achieves
same femur length in P. and Riojasaurus
Green = P. scaled for femur+tibia length of Riojasaurus, forelimb scaled
separately to match R. size
Orange = P. scaled for femur length of R., forelimb scaledseparately
to match R. size
As can be clearly seen, Riojasaurus has a much longer humerus than Plateosaurus. That alone may not mean too much, but don’t forget that I scaled isometrically. That means that the scaled-up bones are not as study proportionally for the bigger animals as the normal sized ones are for the small one – the real bones of R. are a lot more massive, too. Additionally, the forelimb of R. are over-proportionally thick, thus even more sturdy than if I had scaled allometrically. That’s indicative of rather massive forces acting on the forelimb.
But that’s not all: I now used R.-scales limbs on my P.digital mount.Pretty obviously, R. makes a much better quadruped than P.!
But how much more obvious are these differences if not only the limbs, but the entire skeletons are used in the comparison? This is where the Master of Skeletal Drawings comes in! Scott sent me these drawings of “prosauropods” with permission to post:Pretty much same size (thus differing scales), top to bottom:
Massospondylus
Melanorosaurus
Plateosaurusof the three, Massospondylus is the smallest, and Melanorosaurus the largest. It’s easy to see how the forelimb and the shoulder girdle are much more massive and more sturdy, as well as larger in Melanorosaurus. Unsurprising, as Melanororsuarus is much closer to sauropods than the other two. Interestingly, it has the proportionally shortest neck….. weird!

protoceratops.jpg

Protoceratops andrewsi

 

Protoceratops May 17, 2011

Filed under: Ceratopsia
When scientists found Protoceratops’ nests in the Mongolian desert, it was proof that dinosaurs laid eggs and that some lived in family groups or herds.
There have been dozens of skeletons of Protoceratops found, both adult and juvenile, and so the whole growth pattern is known. It was found by the expeditions to the Gobi Desert undertaken by the American Museum of Natural History in the 1920s. It seems to have lived in herds, and its remains are so abundant that it has been termed the “sheep of the Cretaceous”.
Protoceratops was a small dinosaur, only about the size of a large dog. Although it looked fierce, with its heavy head, sharp, beak-like mouth and large bony frill around its neck, Protoceratops ate only plants. It had a heavy, squat body, with a long, thick tail. Protoceratops walked on its four stumpy legs, but moved quite quickly when in danger.Protoceratops is a heavy animal with short legs, a deep tail and a heavy head. Although a member of the horned dinosaurs, it does not have true horns. Two forms of adult are known, a lightweight form with a low frill, and a heavier form with a big frill and a bump on the snout where a horn would have been. These probably represent the two sexes, with the males having the heavier head.
There was a bony frill or shield around its neck, which grew bigger and broader as the dinosaur grew older. The frill protected the neck ofProtoceratops from attack by carnivorous dinosaurs. Males also used their frills for display, to attract females at the beginning of the mating season. Their frills made them look intimidating, which helped to ward off rival males.
Protoceratops had large, strong muscles around its jaws. These helped it bite off tough leaves and woody plants with its hooked beak. It then sliced up the plants with its scissor-like teeth.
In 1922, a scientific expedition to the Gobi Desert in Mongolia unearthed nests of Protoceratops’ eggs. These contained the first dinosaur eggs ever found. The discovery proved for the first time that dinosaurs laid eggs. Until then, no-one knew if they laid eggs or gave birth to live young. As many as thirty eggs were found in one nest. It is unlikely that one female laid so many eggs at once, so scientists speculated that two or more Protoceratops females may have shared the same nest.
Several nests have been found close together. This seems to show that Protoceratops lived in family groups or small herds. Once the eggs had hatched safely, the babies which broke out of the shells were about 30cm long. The adult females brought food to the nests until their young had grown large enough to find it for themselves.
Skeletons of Protoceratops found in Mongolia range from tiny ones still inside the eggs to small babies and fully grown adults. Some of the adults vary slightly. They have differently shaped frills, for example. Scientists have suggested that this is because the males were bigger than the females, with larger heads, frills and crests.
Protoceratops had to guard its nests against predators such as Oviraptor, whose name means ‘egg-stealer’. Dinosaur eggs would have made an ideal meal for it. A fossilised Oviraptor skeleton, with its skull smashed in, was found above a nest of Protoceratops’ eggs. Perhaps an angry parent had killed it when it tried to rob the nest.

http://sauropedia.wordpress.com/2011/05/17/protoceratops/
http://www.thehistoryblog.com/archives/date/2011/11/30

Protoceratops andrewsi is een neoceratopische dinosauriër uit het late Krijt (Campanien).

Fossielen van dit dier zijn gevonden in Mongolië door Chapman Andrews naar wie de soortaanduiding ook vernoemd is. Volwassen dieren waren gemiddeld twee meter lang met uitschieters tot ongeveer drie meter. Achterop de kop droeg het een groot nekschild. Het had geen hoorns, maar wel een hoornen neuskam aan de voorkant van de kop.

De paleontoloog Peter Dodson ontwikkelde een theorie die stelde dat er sekseverschillen bestonden waarbij de vrouwtjes lagere schedels en een kleiner nekschild hadden. De oudste mannetjes hadden de grootste nekschilden, en men gaat er dan ook van uit dat deze in onderlinge gevechten werden gebruikt.

De achterpoten van Protoceratops waren langer dan de voorpoten. Algemeen wordt aangenomen dat het dier zich alleen op vier poten voortbewoog, vergelijkbaar met de hedendaagse neushoorn, hoewel het dier veel kleiner was, zo’n twee meter lang. De bek was voorzien van een benen, vermoedelijk met hoorn beklede, snavel die waarschijnlijk werd gebruikt om harde vegetatie de baas te worden.

Meestal wordt aangenomen dat het zich basaal in de groep van de Neoceratopia bevindt als lid van de Protoceratopidae. Protoceratops behoort per definitie tot de klade van de Coronosauria. De geslachtsnaam betekent “voorloper van de Ceratopidae”. Het is echter geen directe voorouder van deze groep. Het meervoud van de naam is “protoceratopia”.

In de jaren twintig was Protoceratops de eerste dinosauriër waarvan men meende eieren en nesten gevonden te hebben. De eieren waren langwerpig, 10-15 cm. lang. Ze waren opvallend goed behouden, en sommige zelfs volledig onbeschadigd. In de eieren werden fossielen van de embryo’s gevonden. Toen echter een embryo onderzocht werd, bleek in 1994 dat de eieren van Oviraptor waren. Tegenwoordig wordt weer van andere eieren vermoed dat ze van Protoceratops waren en weten we ook dat al veel eerder, toen niet herkende, resten van dinosauriëreieren gevonden zijn.

Een beroemd fossiel toont een protoceratops en een velociraptor, in een fel gevecht gewikkeld op het moment van overlijden. Waarschijnlijk zijn ze tijdens hun strijd bedolven door een instortend door regen verzadigd zandduin
.

http://blogs.scientificamerican.com/tetrapod-zoology/2012/04/07/ryan-et-al-horned-dinosaurs/
Skull of Protoceratops andrewsi (though this one is without the sclerotic rings you need to determine eye size). Photo by Jordi Payà, from wikipedia.
  
  Marginocephalia
Taxonomy: Ceratopia Neoceratopia Protoceratopidae
Age: Late Cretaceous (?Santonian Campanian)
Locality: Djadochta Formation, Beds of Toogreeg, ?Beds of Al
Length: 2.3 meters
Width: 0.55 meters
Height: 0.85 metersDescriptionThe abundant species Protoceratops.
There are about 80 skulls from this species, some skeletons juvenile to adult.
Protoceratops (first horned face) was discovered by an American expedition to Mongolia in the early 1920s. The numerous skeletons belonged to four- legged plant-eaters with outsize heads, bony neck frills, sharp, shearing cheek teeth, and parrot- like beaks. Re-examining some of the dozens of Protoceratops fossil skulls, from hatchlings to old individuals led a Russian scientist in 1990 to re-identify two as belonging to a new genus Breviceratops, Protoceratops (and Breviceratops retain premaxillary teeth all other neoceratopians have lost themPic Copyright © infoseekProtoceratops, was a sheep-sized (1.5 to 2m long) herbivorous ceratopsian dinosaur, from the Upper Cretaceous Period of what is now Mongolia. Unlike later ceratopsians, it lacked well-developed horns.
Protoceratops had a large neck frill, which may have served to protect the neck, to anchor jaw muscles, to impress other members of the species or combinations of these functions.Discovery and speciesProtoceratops was discovered during the 1920s, in the Gobi desert, in Gansu, Inner Mongolia. Many skeletons were discovered by the American expedition. the type species, P. andrewsi, was formally described by Granger and Gregory in 1923. The fossils date from the Campanian epoch of the Upper Cretaceous (83.5 to 70.6 Million Years Ago).In 1971, a fossil was found that captured a Velociraptor clutched around a Protoceratops in Mongolia. It is believed that they died simultaneously, while fighting, when they were either surprised by a sand storm or buried when a sand dune collapsed on top of them.
A second species, P. hellenikorhinus, was named in 2001 from the Bayan Mandahu formation in Inner Mongolia, China and also dates from the Campanian epoch of the Upper Cretaceous. It is notably larger than P. andrewsi.In the 1920s, Roy Chapman Andrews discovered the first known fossilized dinosaur eggs, in the Gobi Desert of Mongolia. Due to the proximity of Protoceratops, these eggs were believed at the time to belong to this species. The nearby theropod Oviraptor was thought to have been engaged in the process of stealing and eating them. However, later discoveries indicate that the eggs were in fact Oviraptor’s own.Copyright © 2006 Answers Corporation
Oct 26, 1012
by Neal for group ffd
as published in 2012 in Paleontological Research 16(3): 179-198.
This quote from the abstract says:Four skull specimens (MPC-D 100/537, 100/538, 100/539 and 100/540) of Protoceratopsidae from the Upper Cretaceous in Udyn Sayr, Mongolia are described, and their ontogenetic stage and expression of sexual dimorphism are estimated. These specimens are identified as Protoceratops andrewsi (MPC-D 100/53, 100/539), P. cf. andrewsi (MPC-D 100/538), and Protoceratops sp. (MPC-D 100 540), respectively. MPC-D 100/537 and 100/539 are attributed to subadult “female” and MPC-D 100/538 to subadult “male”. MPC-D 100/540 is adult with unknown sex.
Based on the frill morphologies, the Udyn Sayr specimens are classified into three types: type 1 (MPC-D 100/539), well developed ridge on the lateral surface of the squamosal; posteriorly projected posterior margin of the squamosal; type 2 (MPC-D 100/537), posteriorly rounded posterior margin of the squamosal; developed ridge on the posterior margin of the parietal; and type 3 (MPC-D 100/540), large size, posteriorly curved posterior margin of the squamosal; the rugose surface texture on the dorsal side of parietal MPC-D 100/538 could not be categorized because the specimens’s frill is not preserved. These frill morphologies differ from those of Protoceratops from the Djadokhta Formation in the adjacent dinosaur locality Tugrikin Shire. The morphological differences among the Udyn Sayr specimens may indicate intraspecific variation of Protoceratops.

http://blogs.scientificamerican.com/tetrapod-zoology/2012/04/07/ryan-et-al-horned-dinosaurs/
Psittacosaurus preserved alongside the turtle Manchurochelys – proof of aquatic habits in a psittacosaurid! (irony). Image by Christopher, Tania and Isabelle Luna, from wikipedia

   
             New dinosaur, Psittacosaurus gobiensis: Parrot-like dinosaur found in Mongolia
Psittacosaurus-
http://blogs.scientificamerican.com/tetrapod-zoology/2012/04/07/ryan-et-al-horned-dinosaurs/
That famous psittacosaurid with the quilly tail – so far the only one known to have these structures (from Mayr et al. 2002).
Psittacosaurus(pronounced /ˌsɪtəkɵˈsɔrəs/, from the Greek for ‘parrot lizard’) is a genus of psittacosaurid ceratopsian dinosaur
from the Early Cretaceous Period of what is now Asia, about 130 to 100 million years ago. It is notable for being the most species-rich dinosaur genus. At least ten extinct species are recognized from fossils found in different regions of modern-day China, Mongolia and Russia, with a possible additional species from Thailand.All species of Psittacosaurus were gazelle-sized bipedal herbivores characterized by a high, powerful beak on the upper jaw. At least one species had long, quill-like structures on its tail and lower back, possibly serving a display function. Psittacosaurs were extremely early ceratopsians and, while they developed many novel adaptations of their own, they also shared many anatomical features with later ceratopsians, such as Protoceratops and the elephant-sized Triceratops.Psittacosaurus is not as familiar to the general public as its distant relative Triceratops but it is one of the most completely known dinosaur genera. Fossils of over 400 individuals have been collected so far, including many complete skeletons. Most different age classes are represented, from hatchling through to adult, which has allowed several detailed studies of Psittacosaurus growth rates and reproductive biology. The abundance of this dinosaur in the fossil record has led to its use as an index fossil for Early Cretaceous sediments of central Asia.Different species of Psittacosaurus varied in size and specific features of the skull and skeleton, but shared the same overall body shape. The best-known species, P. mongoliensis, reached 2 meters (6.5 ft) in length. The maximum adult body weight was most likely over 20 kilograms (44 lb) in P. mongoliensis. Several species approached P. mongoliensis in size (P. major, P. neimongoliensis, P. xinjiangensis), while others were somewhat smaller (P. sinensis, P. meileyingensis). P. ordosensis was the smallest known species, 30% smaller than P. mongoliensis. The largest were P. lujiatunensis and P. sibiricus, although neither was significantly larger than P. mongoliensis.The skull of Psittacosaurus was highly modified compared to other ornithischian dinosaurs of its time. The skull was extremely tall and short, with an almost round profile in some species. The portion in front of the orbit (eye socket) was only 40% of total skull length, shorter than any other known ornithischian. The lower jaws of psittacosaurs are characterized by a bulbous vertical ridge down the center of each tooth. Both upper and lower jaws sported a pronounced beak, formed from the rostral and predentary bones, respectively. The bony core of the beak may have been sheathed in keratin to provide a sharp cutting surface for cropping plant material. As the generic name suggests, the short skull and beak superficially resembled those of modern parrots. Psittacosaurus skulls shared several adaptations with more derived ceratopsians, such as the unique rostral bone at the tip of the upper jaw, and the flared jugal (cheek) bones. However, there was still no sign of the bony neck frill or prominent facial horns which would develop in later ceratopsians. Bony horns did protrude from the skull of P. sibiricus, but these are thought to be an example of convergent evolution.Psittacosaurus postcranial skeletons were more typical of a ‘generic’ bipedal ornithischian. In P. mongoliensis, similarly to other species, the forelimbs were only 58% as long as the hindlimbs, indicating that these animals were almost totally bipedal in life. There were only four digits on the manus (‘hand’), as opposed to the five found in most other ornithischians (including all other ceratopsians). Overall, the four-toed hindfoot was very similar to many other small ornithischians.TaxonomyPsittacosaurus was named in 1923 by Henry Fairfield Osborn, paleontologist and president of the American Museum of Natural History (AMNH) in a paper published on October 19. The generic name is composed of the Greek words ψιττακος/psittakos (‘parrot’) and σαυρος/sauros (‘lizard’), suggested by the superficially parrot-like beak of these animals and their reptilian nature.Over a dozen species have been referred to the genus Psittacosaurus, although only nine to eleven are considered valid today. This is the highest number of valid species currently assigned to any single dinosaur genus (not including birds). In contrast, most other dinosaur genera are monospecific, containing only a single known species. The difference is most likely due to quirks of the fossil record. While Psittacosaurus is known from hundreds of fossil specimens, most other dinosaur species are known from far fewer, and many are represented by only a single specimen. With a very high sample size, the diversity of Psittacosaurus can be analyzed more completely than that of most dinosaur genera, resulting in the recognition of more species. Most extant animal genera are represented by multiple species, suggesting that this may have been the case for extinct dinosaur genera as well, although most of these species may not have been preserved. In addition, most dinosaurs are known solely from bones and can only be evaluated from a morphological standpoint, whereas extant species often have very similar skeletal morphology but differ in other ways which would not normally be preserved in the fossil record, such as behavior, or coloration. Therefore actual species diversity may be much higher than currently recognized in this and other dinosaur genera.
Over a dozen species have been referred to the genus Psittacosaurus, although only nine to eleven are considered valid today. This is the highest number of valid species currently assigned to any single dinosaur genus (not including birds). In contrast, most other dinosaur genera are monospecific, containing only a single known species. The difference is most likely due to quirks of the fossil record. While Psittacosaurus is known from hundreds of fossil specimens, most other dinosaur species are known from far fewer, and many are represented by only a single specimen. From wikipedia.com.Psittacosaurus (parrot lizard)was a two-legged herbivore that resembled the ornithopod Hypsilophodon, but had a deeper, longer body, a shorter tail, longer arms, and four -fingered, grasping hands. The fourth finger and the first of the four toes were very short. But Psittacosaurus oddest feature was its short. deep head with a parrot-like beak, formed partly by the rostral bone unique to ceratopians.
Valid Psittacosaurus species
Psittacosaurus mongoliensis — Mongolia, northern China
Psittacosaurus sinensis — northeastern China
Psittacosaurus meileyingensis — north-central China
Psittacosaurus xinjiangensis — northwestern China
Psittacosaurus neimongoliensis — north-central China
Psittacosaurus ordosensis — north-central China
Psittacosaurus mazongshanensis — northwestern China
Psittacosaurus sibiricus – Russia (southern Siberia)
Psittacosaurus lujiatunensis – northeastern China
Psittacosaurus major – northeastern China
Psittacosaurus gobiensis – Inner Mongolia
°
Possible Psittacosaurus species
°
?Psittacosaurus sattayaraki – ThailandClassification
°
http://www.nu.nl/wetenschap/3548342/drie-dinosauriersoorten-blijken-soort-.html

Drie dinosauriërsoorten uit het geslacht Psittacosaurus blijken in werkelijkheid tot één soort te behoren, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.

12 augustus 2013

Fossielen van de plantenetende dinosauriërs Psittacosaurus lujiatunensis, Psittacosaurus P. major en Hongshanosaurus houi verschillen zo weinig van elkaar dat de dieren ten onrechte worden beschouwd als verschillende soorten.

Waarschijnlijk zijn kleine vervormingen van de fossielen aangezien voor kenmerken op basis waarvan soorten worden ingedeeld.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Pennsylvania in het wetenschappelijk tijdschrift PloS One.

Lasers

De wetenschappers analyseerden 30 verschillende schedels van de drie dinosauriërsoorten met behulp van geometrische morphometrie, een techniek waarbij de vorm van fossielen zeer nauwkeurig in kaart wordt gebracht met lasers.

Vervolgens bleek dat de dieren op basis van de op de scans gevonden eigenschappen slechts ingedeeld konden worden bij één soort, Psittacosaurus lujiatunensis.  

De wetenschappers vermoeden dat de fossielen eerder verkeerd zijn ingedeeld doordat niet alle schedels op dezelfde manier fossiliseren. Tijdens het proces kunnen er deukjes en scheuren in het bot ontstaan, waardoor fossielen van dezelfde soort een iets verschillend uiterlijk krijgen. Met de laseranalyse kunnen dit soort oneffenheden beter worden herkend.

Eindeloze mogelijkheden

“Tijdens onze studie hebben enkele valse soorten gevonden die niet kunnen worden beschouwd als biologische soorten, maar zijn ontstaan door het fossilisatieproces”, verklaart hoofdonderzoeker Peter Dodson op nieuwssite ScienceDaily.

“Hopelijk zal dit ervoor zorgen dat meer paleontologen geometrische morphometrie gaan gebruiken”, aldus onderzoeker Brandon Hedrick. “Deze techniek biedt eindeloze mogelijkheden voor het onderzoek naar dinosauriërs.”

Dinosauriërs van het geslacht Psittacosaurus leefden ongeveer 125 miljoen jaar geleden. De naam betekent ‘papegaaireptiel’.  De dinosauriërs hebben de naam te danken aan hun scherp gebogen snavel, die leek op die van een papegaai.

 
Landmark locations. The locations of the 3D landmarks are presented here in (A) dorsal and (B) lateral views on ZMNH M8137. Since the landmarks were not reflected on either side of the skull, the left lateral landmarks have different landmark numbers than the right lateral landmarks. A 3D model of the skull of ZMNH M8137 is included in Multimedia S1 for reference. Scale = 50 mm. (Credit: Brandon P. Hedrick, Peter Dodson. Lujiatun Psittacosaurids: Understanding Individual and Taphonomic Variation Using 3D Geometric Morphometrics. PLoS ONE, 2013; 8 (8): e69265 DOI: 10.1371/journal.pone.0069265)
°

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

°

antwoorden aan  creationisten =

er zijn weinig dino’s <–

dinosauriërsoorten blijken één soort’  <–

°
Psittacosaurus is the type genus of the family Psittacosauridae, which was also named by Osborn in 1923.
Only one other genus, Hongshanosaurus, is currently classified in this family alongside Psittacosaurus.
Psittacosaurids were basal to almost all known ceratopsians except Yinlong and perhaps Chaoyangsauridae. While Psittacosauridae was an early branch of the ceratopsian family tree,
Psittacosaurus itself was probably not directly ancestral to any other groups of ceratopsians. All other ceratopsians retained the fifth digit of the hand, a plesiomorphy or primitive trait, whereas all species of Psittacosaurus had only four digits on the hand. In addition, the antorbital fenestra, an opening in the skull between the eye socket and nostril, was lost during the evolution of Psittacosauridae, but is still found in most other ceratopsians and in fact most other archosaurs. It is considered highly unlikely that the fifth digit or antorbital fenestra would evolve a second time.Although many species of Psittacosaurus have been named, their relationships to each other have not yet been fully explored and no scientific consensus exists on the subject. The most recent and most detailed cladistic analysis was published by Alexander Averianov and colleagues in 2006. It has been suggested that P. lujiatunensis is basal to all other species. This would be consistent with its earlier appearance in the fossil record.ProvenancePsittacosaurus is known from over 400 individual specimens, of which over 75 have been assigned to the type species, P. mongoliensis. All Psittacosaurus fossils discovered so far have been found in Early Cretaceous sediments in Asia, from southern Siberia to northern China, or possibly as far south as Thailand. The most common age of geologic formations bearing Psittacosaurus fossils is from the late Barremian through Albian stages of the Early Cretaceous, or approximately 125 to 100 Ma (million years ago). Nearly all terrestrial sedimentary formations of this age in Mongolia and northern China have produced fossils of Psittacosaurus, leading its use as an index fossil for this time period in the region, along with the very common pterosaur Dsungaripterus.The earliest known species is P. lujiatunensis, found in the lowest beds of the Yixian Formation. Over 200 specimens attributed to this genus have been recovered from these and other beds of the Yixian, the age of which is the subject of much debate. Although many early studies using radiometric dating put the Yixian in the Jurassic Period, tens of millions of years outside of the expected temporal range of Psittacosaurus, most recent work dates it to the Early Cretaceous. Using argon-argon dating, a team of Chinese scientists dated the lowest beds in the formation to about 128 Ma, and the highest to approximately 122 Ma. A more recent Chinese study, using uranium-lead dating, suggests that the lower beds are younger, approximately 125 Ma, while agreeing with an age of 122 Ma for the upper beds. This work indicates that the Yixian is early Aptian in age, or possibly late Barremian to early Aptian.PaleobiologyDietPsittacosaurs had self-sharpening teeth that would have been useful for cropping and slicing tough plant material. However, unlike later ceratopsians, they did not have teeth suitable for grinding or chewing their food. Instead, they used gastroliths, stones swallowed to wear down food as it passed through the digestive system. Gastroliths, sometimes numbering more than fifty, are occasionally found in the abdominal cavities of psittacosaurs, and may have been stored in a gizzard, as in modern birds.Growth rateSeveral juvenile Psittacosaurus have been found. The smallest is a P. mongoliensis hatchling in the AMNH collection, which is only 11 to 13 centimeters (4–5 inches) long, with a skull 2.8 centimeters (1 in) in length. Another hatchling skull at the AMNH is only 4.6 centimeters (1.8 inches) long. Both specimens are from Mongolia. Juveniles discovered in the Yixian Formation are approximately the same age as the larger AMNH specimen. Adult Psittacosaurus mongoliensis approached 2 meters (6.5 ft) in length.A histological examination of P. mongoliensis has determined the growth rate of these animals. The smallest specimens in the study were estimated at three years old and less than 1 kilogram (2.2 lb), while the largest were nine years old and weighed almost 20 kilograms (44 lb). This indicates relatively rapid growth compared to most reptiles and marsupial mammals, but slower than modern birds and placental mammals. An age determination study performed on the fossilized remains of Psittacosaurus mongoliensis by using growth ring counts suggest that the longevity of the basal ceratopsian was between 10 or 11 years.Copyright © 2009 Answers
°
CorporationPSITTACOSAURUShttp://en.wikipedia.org/wiki/PsittacosaurusP Mongoliensis
Meaning Of Name: Parrot reptile
Classification: CERATOPSIA; Psittacosauridae
Age: Early Cretaceous (Aptian-Albian), Barunbayan Formation, lOO-l25 million years ago
Locality: Gobi Desert, Southwestern Peoples’; Republic of Mongolia
Skeleton Cast Size: l50cm in lengthThis dinosaur which spent most of its time standing on its two hind legs is thought to have been near the ancestry of the horned dinosaurs (neoceratopsians), which include such well known forms as Triceratops .
The generic name for this dinosaur, Psittacosaurus , means the ‘parrot-like lizard’ in reference to its prominent parrot-like beak. This feature was one of the principal advances of this form from the generalised bipedal fabrosaurids and hypsilophodontids that gave rise to it.
Psittacosaurus was the first step on the path towards the four-footed, horned descendants that were to appear more than twenty millions years later. It had a special bone called the rostral, found in the horned dinosaurs, even though in many ways, such as in the construction of its teeth, it is still very similar to hypsilophodonts in a way.
Psittacosaurus is a missing link between two large groups of dinosaurs!
Psittacosaurus was one of the most common dinosaurs in the Early Cretaceous collections from Mongolia sometimes making up over 90% of all the dinosaur bones found, most frequently in lake and stream deposits.
Psittacosaurus was a plant eater with leaf-shaped teeth that sliced past one another like the blades of scissors. It must have grabbed plants with its parrot-like beak, chopped them up, and then smashed them up with gizzard stones, which have been found inside the body cavity of some skeletons of this little dinosaurhttp://www.ainakrine.org/dinosaure/info/Psittacosaurus.html

De Psittacosaurus – een kleine rechtop lopende dinosauriër met een papegaaiachtige snavel – maakte pas na zijn vierde levensjaar een groeispurt door waarbij zijn achterpoten flink in lengte toenamen. Tot die tijd kroop het dier waarschijnlijk op vier poten rond.

Dat melden Chinese en Britse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communication.

De wetenschappers kwamen tot het nieuwe inzicht door een biomechanische analyse te maken van skeletten van het dier. Ook werden dwarsdoorsnedes gemaakt van enkele botten om meer inzicht te krijgen in de groei van de dinosauriër.

“Sommige botten van baby’s waren slechts een paar millimeter dik, ik moest er heel voorzichtig mee omgaan om goede dwarsdoorsnedes te maken”, verklaart hoofdonderzoeker Qi Zhao in de Britse krant The Telegraph.

Voorpoten

Uit het onderzoek bleek dat tussen het eerste en derde levensjaar van het dier vooral zijn voorpoten hard groeiden. Pas na de groeispurt van zijn achterpoten, tussen zijn vierde en zesde levensjaar, kregen de ledematen van de Psittacosaurus de juiste verhouding om rechtop te lopen. Voor die tijd bewoog het dier zich waarschijnlijk kruipend voort.

Volgens Mike Benton, een paleontoloog van de Universiteit van Bristol die niet bij het onderzoek was betrokken, suggereert de studie dat de voorouders van rechtop lopende dinosauriërs ook op vier poten liepen.

“De kruipende baby’s en peuters wijzen erop dat op een eerder punt in de geschiedenis zowel de jeugdige dinosauriërs en volwassen dieren zich op vier poten voortbewogen”, verklaart hij. “Het suggereert dat de Psittacosaurus en dinosauriërs in het algemeen pas in tweede instantie op hun achterpoten zijn gaan lopen.”

 Dinosaurs crawled on all fours like toddlers before switching to two feet when they grew up, experts have discovered.

(Door: NU.nl/Dennis Rijnvis )

Q

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

DINOSAURICON O

O


  Fossil  tibia and astragalusojoceratops-skull

O is for Ojoceratops – Phenomena: Laelaps

  1. RECONSTRUCTION OF OJOCERATOPS FROM THE HOLOTYPE AND REFERRED SPECIMENS. ART BY ROBERT SULLIVAN, IMAGE FROM WIKIPEDIA.

http://s-jasinski.blogspot.be/2011/07/ojoraptorsaurus-and-epichirostenotes-2.html

169._Sullivan_et_al.__Ojoraptorsaurus__COLOR[1]ojpraptorsaurus <–pdf

Rhabdodon

Olorotitan arharensis     Reuzenzwaan

Afbeelding Olorotitan arharensis

 

: Krijt: Ornitischia: Herbivoor: 9m

Eén van de allerlaatste Aziatische dinosauriërs die leefde vóór het uitsterven van de dino’s op het einde van het krijt. Olorotitan arharensis(wat “reuzenzwaan van Arhara” betekent) werd in 2001 bij de Amoer ontdekt, de grensrivier tussen Rusland en China. Je kan zien dat hij verwant was aanParasaurolophus aan de grote bijlvormige holle kam op zijn schedel, waarmee waarschijnlijk geweldige geluiden gemaakt werden.

Deze dino leefde 75-70 miljoen jaar geleden. Paleontologen vonden hem in Rusland

KBIN

File:Olorotitan arharensis.jpg

File:Olorotitan 28-12-2007 14-52-33.jpg

fig. 63)    

Omeisaurus tianfuensis skeletal reconstruction, from He et al. (1988:fig. 63)

http://www.palaeocritti.com/by-group/dinosauria/sauropoda/omeisaurus

  http://animals.howstuffworks.com/dinosaurs/omeisaurus.htm

Omnivoropteryx sinousaorum Czerkas & Ji, 2002
Oiseau (Oviraptorosaure indéterminé pour certains) du Barremien/Aptien (130-112 MA) de Chine; connu par un squelette quasi complet.

…..het is gesuggereerd dat Omnivoropteryx een jonger synoniem is van Sapeornis.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Sapeornis

Ornitholestes sketch.

  • Ornithomimosauria

De struisvogelachtige dino’s  werden  vrij recent nog voorgesteld  als  geschubd en weinig indrukwekkend. Nieuw onderzoek wijst erop dat daar weinig van klopt: deze  dino’s zouden prachtige veren en indrukwekkende vleugels hebben gehad.

Dat schrijven Canadese wetenschappers. Zij ontdekten de eerste Ornithomimosauria – zoals de groep waartoe de struisvogelachtige dino behoort voluit heet – met veren in Canada. De fossiele resten geven ons een heel ander beeld van de dino. Het beest blijkt niet geschubd, maar bedekt met veren.

Primeur
“Dit is echt een heel opwindende ontdekking, aangezien het de eerste met veren bekleedde dinosaurus is die op het westelijk halfrond is teruggevonden,” vertelt onderzoeker Darla Zelenitsky van de universiteit van Calgary. “Bovendien zijn dit – ondanks dat er al heel veel skeletten van ornithomimosauria bekend zijn – de eerste exemplaren die aantonen dat de ornithomimosauria bedekt waren met veren, net zoals verschillende andere theropode dinosaurussen.

Vleugels
In totaal vonden de onderzoekers in 75 miljoen jaar oude gesteenten de resten van een jonge en twee volwassen dino’s met veren terug. Ze stammen uit het geslacht Ornithomimus.

Natuurlijk doen de veren ons denken aan vogels. Toch verliep de ontwikkeling van de veren niet zo als we dat van vogels gewend zijn. “De dinosaurus was gedurende zijn leven bedekt met veren, maar enkel oudere individuen ontwikkelden grotere veren op de armen, waardoor vleugelachtige structuren ontstonden.” Bij vogels gaat dat heel anders. “Zij ontwikkelen de vleugels over het algemeen al heel jong, kort nadat ze uit hun ei komen.”

Functie
De dinosaurussen waren te zwaar om met de vleugels te vliegen, dus wat was dan de functie van deze lange veren?

“Het feit dat vleugelachtige voorpoten in rijpere individuen ontstonden, suggereert dat ze alleen later in het leven werden gebruikt,” vertelt onderzoeker François Therrien. De onderzoekers vermoeden dan ook dat de dino’s de vleugels gebruikten om een partner aan de haak te slaan en/of eieren uit te broeden.

De vondst van de met veren beklede Ornithomimus, die tot de groep ornithomimosauria behoort, wijst er volgens de onderzoekers op dat wellicht alle ornithomimosauria veren hadden. Als dat het geval is, is de kans groot dat we wereldwijd op voorheen onverwachte plekken resten van zulke met veren beklede dino’s terug gaan vinden. Want de vondst wijst uit dat de resten van deze dino’s op veel meer plekken dan gedacht behouden kunnen blijven.

“We dachten altijd dat met veren beklede dinosaurussen enkel in modderige sedimenten in stille wateren – denk aan de bodem van meren en kustmeren – konden fossiliseren. Maar de ontdekking van deze ornithomimosauria in zandsteen wijst erop dat met veren beklede dinosaurussen ook bewaard kunnen blijven in gesteenten die door oude, stromende rivieren zijn afgezet.”

En dat is goed nieuws: de meeste skeletten van dino’s zijn tot op heden in zandsteen aangetroffen. En dus is de kans dat we wereldwijd in zandsteen ook dino’s met veren aan gaan treffen groot.

Bronmateriaal:
Canadian researchers discover fossils of first feathered dinosaurs from North America” – Ucalgary.ca
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Julius Csotonyi.
Fig. 4. Ornithomimosaur plumage and its phylogenetic context. Artistic representations of (A) juvenile plumage and (B) adult plumage, both illustrated by Julius Csotonyi. (C) Phylogenetic distribution of major feather types and wings/pennibrachia in theropods. “Filamentous feathers” refer to all feathers that lack a rigid shaft [types 1, 2, and 3b of (11) and morphotypes 2 to 7 of (3)], whereas “shafted feathers” refer to all feathers that possess a rigid shaft [types 3a, 3a+b, 4, and 5 of (11) and morphotypes 8 and 9 of (3)]. Theropod phylogeny is from (35), and the reported occurrences of feathers are from (2, 36). The basalmost occurrence of winglike structures among Theropoda is in Ornithomimosauria. Forearm protuberances in a basal carcharodontosaur have been suggested to be associated with non-scale skin appendages (37) of unknown type. Green node, Theropoda. Yellow node, Maniraptora. Blue branches indicate clades that possess wings/pennibrachia. Gray wings denote clades in which at least one taxon used wings for aerial locomotion.

< Ornithomimosaures

Ornithomimidés

Les Ornithomimidés « imitateur d’oiseau » pourraient être qualifiés de « Dinosaures Autruches ».
En effet, leur bec ressemblait à celui des oiseaux. Ils avaient un corps élancé et de longues pattes. Ils se comportaient comme les grands ratites aux ailes rudimentaires d’aujourd’hui, courant à près de 80 km/h pour fuir le danger.

Principales caractéristiques des Ornithomimidés

Ces dinosaures n’avaient pas de dents. Ils étaient vifs et possédaient un gros cerveau par rapport à leur taille.

Ornithomimidé

Morphologie d’un Ornithomimosaure

À la différence des oiseaux actuels, ils portaient une longue queue ossifiée. De plus, ils avaient des bras aux doigts griffus et non des ailes.
La comparaison des squelettes avec ceux d’autres théropodes montre que les ornithomimidés étaient des coelurosaures proches des maniraptores, sous-groupe auquel appartiennent Velociraptor et les oiseaux.

Où et quand vivaient les Ornithomimosaures ?

Ces dinosaures ont vécu principalement au Crétacé supérieur. Des fragments d’os retrouvés dans des roches du Jurassique supérieur en Angleterre ont été attribués à des ornithomimidés mais des doutes subsistent.

Une empreinte de pas fossilisée attribuée à Hopiichnus shingi a été découverte en Arizona. Elle est datée de 196.500 à 183.000 Ma (Jurassique inférieur-Jurassique moyen).

La grande majorité des fossiles provient d’Amérique du Nord. Cependant, les Ornithomimosaures ont vécu également en Asie.

Exemples d’Ornithomimosaures

Les ornithomimidés les plus connus sont :

  • Struthiomimus
  • Dromiceiomimus
  • Ornithomimus
  • Anserimimus
  • Gallimimus
  • Pelecanimimus

Struthiomimus « semblable à l’autruche » est le mieux connu des ornithomimosaures. C’était un dinosaure léger, trapu et adapté à la course, probablement l’animal le plus rapide qui ait existé.

On pense qu’il vivait en troupeau. Son bec étroit et dépourvu de dents lui permettait d’avaler les petits lézards, insectes et végétaux. Il devait sûrement pouvoir attraper de petits morceaux de nourriture avec ses bras et ses mains fines.

Les fossiles de ce dinosaure ont été retrouvés au Canada. Il mesurait plus de 3 m de long.

En principe les ornithomimidés n’ont pas de dents. Mais, Pelecanimimus en possédait 220 qui ressemblaient à de minuscules piquants.

Pelecanimimus

Pelecanimimus. © dinosoria.com

L’absence de dents chez les genres proches démontre que ces dinosaures devaient être omnivores. Pelecanimimus, lui, pouvait sans problème déchiqueter la chair de petits animaux.

Gallimimus diffère des autres genres d’Amérique du Nord par la forme de son crâne et les dimensions de ses membres.

Gallimimus

Gallimimus. © dinosoria.com

Son museau et son bec sont allongés et ses mains sont plus courtes ; c’est le plus grand Ornithomimidé connu avec 6 m de long.

V. Battaglia (12.2003). M.à.J 10.2009

Dromiceiomimus . Gallimimus . Pelecanimimus

Liens

Ornithomimidae sur Paleobiology Database
Hopiichnus shingi sur Paleobiology Database

< Familles de Dinosaures

Drijflijk uit de zee bij Maastricht

Reconstructie van een Nederlandse dino, met  eendensnavel, duizend tanden en een kam op zijn kop. (Natuurhistorisch Museum Maastricht)
Door onze redacteur Michiel van Nieuwstadt

In ons grotendeels met klei bedekte  nederland, werden ze niet verwacht: resten van dino’s. Maar nu zijn er toch twee dozijn botjes. En een reconstructie van de bijbehorende hadrosaurus.

Het beest ter grootte van een Indische olifant behoort tot de hadrosaurussen: dieren met een bek in de vorm van een eendensnavel, meer dan duizend (reserve)tanden en een kam op de kop.

Het is verrassend dat in ons grotendeels met klei bedekte land in de afgelopen anderhalve eeuw toch nog 26 dinobotjes en -tanden bijeen zijn gesprokkeld, in zeeafzettingen nog wel. Rond Maastricht zijn stukjes bovenkaak gevonden, scheenbeen, staartwervel, k ootjes,dijbeen, wat tandjes en mogelijk een schaambeen.

Schulp denkt dat die restjes op één na toebehoren aan één of twee forse hadrosaurus-soorten. In de reconstructie is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de 26 dinobrokken uit de buurt van Maastricht. Concreet gaat het om een Nederlands scheenbeen, een dijbeen en een kuitbeen. Een middenvoetsbeentje was duidelijk te groot, maar een afgietsel ervan is een maatje verkleind en óók verwerkt. De rest van de dinobrokken was te groot óf te klein om te kunnen gebruiken.

Een hadrosaurus, gevonden langs de Chinees-Russische grensrivier de Amoer (een amurosaurus), is het hart van de reconstructie. Een Nederlands dijbeenstuk lijkt volgens Schulp ‘als twee druppels water’ op het amurosaurusdijbeen. De Nederlandse dino’s zijn hadrosaurussen, concludeert Schulp daarom: „Dat zit geramd.”

Twintig van de 26 Maastrichtse hadrosaurusstukjes hebben onmiskenbaar aan een hadrosaurus toebehoord.

Schulp: „De andere fossielen zijn zodanig vermangeld dat je ze eigenlijk niet met zekerheid kunt thuisbrengen, maar voor de rest is classificatie eigenlijk geen probleem. Je zou kunnen zeggen dat de hadrosaurus grotendeels uit herkenbare standaardonderdelen was opgebouwd.”

De schedel was het moeilijkst te reconstrueren.

Van amurosaurus zijn maar een paar schedelstukjes bekend. Voor de reconstructie van de Nederlandse hadrosaurusschedel is daarom gebruik gemaakt van de Noord-Amerikaanse hadrosaurus Corythosaurus.

„Over de schedel van de Nederlandse hadrosaurussen weten we heel weinig en juist die schedels waren heel gevarieerd”, zegt Schulp. „De breedte van de eendensnavel loopt tussen de verschillende soorten uiteen. Ook de omvang van de kenmerkende uitstulpingen bovenop de schedel varieert van kleine knobbeltjes tot uitzinnige uitsteeksels met krullen die over de rug naar achteren lopen.” In de reconstructie is gekozen voor een ‘bescheiden’ kam, ‘losjes’ gebaseerd op de kam van Corythosaurus.

Tenslotte kwam ook de recente ontdekking in North-Dakota van pas van een hadrosaurus-fossiel met huidafdrukken. Die huidafdrukken lieten zien hoeveel spiermassa eronder zat. „Vooral de spieren aan het begin van de staart hebben we na die vondst nog wat aangezet”, zegt Schulp.

Schulp voorzag de Nederlandse hadrosaurus van zachte streepjes en een rode kam. Hij erkent grif dat de reconstructie een ingewikkelde puzzel is waarin her en der een foutje kan zitten. „Als paleontoloog heb je te maken met harde feiten, gefundeerde aannames en onderbouwd giswerk”, zegt Schulp. „ We duidelijk  maken wat de zekerheden en onzekerheden zijn.”

Een wetenschappelijke naam heeft de Nederlandse hadrosaurus niet. In het Britse Natural History Museum zijn dij- en scheenbeenresten van een in Nederland gevonden hadrosaurus voorzien van het etiket Orthomerus dolloi, maar volgens Schulp is die naamgeving uit 1883 verouderd. „We zijn sinds die tijd verwend met een paar fatsoenlijke skeletten van hadrosaurussen”, zegt Schulp. „Dan moet je een paar luizige botjes uit Nederland geen naam willen geven.”

Twee dozijn botjes

Tegen het einde van het ‘tijdperk der dinosauriërs’ lag ter hoogte van Maastricht een ondiepe zee . De 26 dinobrokken uit de regio zijn volgens Schulp als drijflijk vanaf het land naar open zee gedobberd. „Een groot karkas zal nooit ver de zee op drijven”, zegt hij. „Het vasteland was niet veel verder weg dan Heerlen of Aken nu. We moeten de paleogeografische kaarten herzien, want daarop staan alleen eilandjes.” De tachtig meter dikke laag met afzettingen uit het laatste miljoen jaar voor de dinosauriërs uitstierven, loopt vanuit Nederlands Limburg door in België en verdwijnt daar in de diepte. Schulp schat dat driekwart van de Maastrichtse dinobrokken in Nederland gevonden is en de rest in België.

 

File:Orthomerus dolloi.jpg

Fossil of Orthomerus, an ornithopod dinosaur    KBIN  Musee d’Histoire Naturelle, Brussels

oryctodromeus cubicularis

http://viersterren.wordpress.com/2009/07/14/de-burcht-van-de-dinosaurier/

In de Amerikaanse staat Montana is de ondergrondse burcht van een dinosaurus gevonden, met het gezin er nog in.

Hiermee is voor het eerst aangetoond dat er onder deze hypsilidonte  oerreptielen holengravers waren. Ook is dit het eerste keiharde bewijs voor broedzorg bij dinosauriërs. Een team onder leiding van David Varricchio vond een vreemde wormachtige structuur van zandsteen in wat 95 miljoen jaar geleden de modder van een regelmatig overstromend riviergebied was. Het gedraaide stuk zandsteen liep dwars door drie rotslagen heen. Het moet een gegraven hol zijn geweest, schrijven de onderzoekers in vakblad PNAS.
Erin vonden ze de resten van drie skeletten, twee kleintjes en een grotere. De holbewoners waren planteneters van een nog onbekende soort, die Oryctodromeus cubicularis is gedoopt. Een ouder met twee jongen, dat kan bijna niet anders. Het volwassen exemplaar had stevige schouders en was iets meer dan twee meter lang, waarvan de helft staart. Dit leek eerst te groot voor de holte, maar, zegt Varricchio, het paste waarschijnlijk nét. Daarmee voorkwam de gravende dino dat grotere dieren zijn hol konden binnendringen.
Het begin van de tunnel, die een diameter had van ongeveer 25 centimeter. Vrij krap voor een twee meter lang beest, maar blijkbaar ging het.

Blijkens de publicatie in de Britse Proceedings of the Royal Society ontdekten de wetenschappers het nest in een oude rivierbedding in het zuidwesten van de Amerikaanse staat Montana. De 95 miljoen jaar oude botten blijken afkomstig van een volwassen dier en twee jonge exemplaren. Volgens de onderzoekers is dit het eerste bewijs dat sommige soorten dino’s ondergrondse nesten groeven. Voorheen werd aangenomen dat dinosauriërs niet in nesten of holen voor hun jongen zorgden.

De Amerikanen melden dat het hier gaat om een nieuw soort kleine dinosaurus, Oryctodromeus cubicularis genaamd. Ze denken dat ook andere kleinere soorten door holen te graven konden overleven in de extreme omstandigheden van woestijnen of hooggebergte.

De fossielen van het dinogezin zijn aangetroffen in een stuk zandsteen. Gezien de aanwezigheid van dit afzettingsgesteente moet het ondergrondse hol miljoenen jaren geleden zijn ondergestroomd.

In eerste instantie leek de twee meter lange Digging runner of the lair , zoals de dinosaurus door zijn ontdekkers is genoemd, te klein voor het nest. Maar, zo stellen de onderzoekers, er zijn nu ook allerlei zoogdieren die in kleine ondergrondse nesten kruipen. Dit doen ze zodat ze zichzelf beter tegen indringers kunnen beschermen.

 De dinosaurus in kwestie behoort tot de hypsilophonten, kleine ornithischische (plantenetende) dinosaurussen. Ze werden gevonden in de achterste kamer van een gangenstelsel onder de grond, en dit kan een adaptatie zijn voor het grootbrengen van jongen in een kouder klimaat zoals bij de poolstreken. Hoewel Hypsilophodontidae tegenwoordig niet meer als één groep wordt zien, en de leden ervan meer bij de Euornithopoda worden gerekend is een naast familielid bijvoorbeeld Leaellynasaura die binnen de poolcircel heeft geleefd.

Hoewel de verschillende dinosaurusgroepen een zeer lange levensduur hebben gehad, zo’n 165 miljoen jaar tegen bijvoorbeeld 5 a 6 miljoen jaar voor de mens, zijn ze voornamelijk landbewonende dieren gebleven. Dit in tegenstelling tot de zoogdieren bijvoorbeeld. Zelfs de mogelijkheid van de voorlopers van vogels, kleine dromaeosauride dinosaurussen, om in bomen te klimmen wordt door velen als controversieel gezien. En hoewel voor sommige dinosaurussen een gravende levenswijze werd verondersteld, zoals bij Mononykus en Heterodontosaurus, en er bewijs is voor het maken van nesten van Troodon en sauropode titanosauriërs waar graafwerk aan te pas is gekomen is er van holbewoning geen sprake.

Classificatie
Ornithischia
Ornithopoda
Euornithopoda
Oryctodromeus cubicularis

Etymologie
Orycto en dromeus komen uit het Grieks en betekent “gravende renner” en cubicularis slaat op het bewonen van een hol

holotype
Mor 1636a; samengegroeide premaxilla; achterste deel van de schedel; drie nekwervels, zes rugwervels, 23 staartwervels; drie ribben, samengegroeide schouderbeenderen, opperarmbeen, spaakbeen en ellepijp, scheenbeen en middenvoetsbeentje IV
Paratype
Mor 1636b; gevonden in associatie met de holotype en vertegenwoordigt twee juveniele dinosaurussen van 55 tot 65% lengte ten opzichte van het volwassen dier.
Plaats en Tijd
De gevonden fossielen stammen uit het bovenste deel van het Midden-Krijt, en zijn gevonden in de Blackleave formatie, Beaverhead CO., Montana, USA

http://www.bionieuws.nl/artikel.php?id=3194&print=1

Ouranosaurus nigeriensis
was een herbivore dinosauriër uit de groep van de Euornithopoda, tijdens het Vroege Krijt levend in het huidige West-Afrika.

Ouranosaurus werd in 1976 beschreven door Taquet op basis van een in 1966 in Niger gevonden vrij volledig skelet uit het Aptien, zo’n 110 miljoen jaar geleden.

Het meest opvallende kenmerk van Ouranosaurus waren de enorme doornuitsteeksels op de ruggewervels die wellicht een groot zeil op zijn rug ondersteunden. Eenzelfde kenmerk treffen we aan bij Spinosaurus, een carnivore tijdgenoot uit hetzelfde gebied. Het is wel verondersteld dat het extreem hete klimaat uit die periode tot overeenkomstige aanpassingen geleid heeft: een zeil vergrootte het uitstralingsoppervlak.

Ook twee eerdere synapsiden, Dimetrodon en Edaphrosaurus, hadden een zeil, hoewel ze niet aan de dinosauriërs verwant waren. Bij dezen had het zeil vermoedelijk mede de functie het dier op te warmen. Bij de dinosauriërs speelde dat vermoedelijk geen rol; door hun enorme massa waren die weinig gevoelig voor afkoeling — als ze al niet volledig warmbloedig waren.

Een ander bijzonder kenmerk van Ouranosaurus vormde de enorm lange schedel. Het hele beest werd zo’n zeven meter lang. Zijn voorpoten hadden geen grijpfunctie meer.

Ouranosaurus is basaal geplaatst in de Hadrosauroidea

 

OVIRAPTOR 

Oviraptor was a small Mongolian theropod dinosaur, first discovered by legendary paleontologist Roy Chapman Andrews and first described by Henry Fairfield Osborn, in 1924

.
Its name is Latin for ‘egg thief’, referring to the fact that the first fossil specimen was discovered atop a pile of what were thought to be Protoceratops eggs. The specific name philoceratops means “lover of ceratopsians”, also given as a result of this find.

However,
it is now believed that the eggs belonged to this genus itself and that the specimen was actually brooding its eggs, based on discoveries of a related animal called Citipati. Oviraptor forms the basis of a family called Oviraptoridae, named by Barsbold in 1976. Barsbold then used the name to coin a group called Oviraptorosauria.

Oviraptor may have eaten eggs. However, in 1977, Barsbold argued that the strength of its beak would indicate that it was strong enough to break the shells of mollusks such as clams, which are found in the same formation as Oviraptor. The idea of a crushing jaw was first proposed by H. F. Osborn, who believed that the toothless beak in the original skull, together with an extension of several bones below the jaw from the palate, would have made an “egg-piercing” tool, though this interpretation has been disputed. These bones form part of the main upper jaw bone or maxilla, which converge in the middle to form a pair of prongs. The rest of the bony palate, unlike all other dinosaurs, is extended below the jaw line and would have pushed into the space between the toothless lower jaws. A rhamphotheca, or the keratin forming the beaks of birds, covered the edges of upper and lower beaks and probably the palate, as proposed by Barsbold and Osborn.

Oviraptor lived in the late Cretaceous Period, during the Santonian stage, and may have lived in an earlier stage called the Campanian, between 80 to 70 million years ago; it comes almost exclusively from the Djadokhta Formation of Mongolia, as well as the northeast region of the Neimongol Autonomous Region of China, in an area called Bayan Mandahu. Relatives of Oviraptor include “Ingenia” and Chirostenotes.

Oviraptor was one of the most bird-like of the non-avian dinosaurs. Its rib cage, in particular, displayed several features that are typical of birds, including a set of processes on each rib that would have kept the rib cage rigid. A relative of Oviraptor called Nomingia was found with a pygostyle, which is a set of fused vertebrae that would
later help support the tail feathers of birds. Skin impressions from more primitive oviraptorosaurs, like Caudipteryx and Protarchaeopteryx, clearly show an extensive covering of feathers on the body, feathered wings and feathered tail fans. A feather tail fan is also indicated by the presence of a pygostyle in Nomingia, suggesting that this feature was widespread among oviraptorosaurs. Additionally, the nesting position of the brooding
Citipati specimens implies the use of feathered wings to cover the eggs. Given the close anatomical similarity between these species and Oviraptor, it is almost certain that Oviraptor had feathers as well. Oviraptor is traditionally depicted with a distinctive crest, similar to that of the cassowary. However, re-examination of several oviraptorids (Clark, Norell & Barsbold, 2001) show that this well-known dinosaur may actually be a species of Citipati, a relative of Oviraptor. It is likely that Oviraptor did have a crest, but its exact size and shape are unknown due to crushing in the skull specimens.

Oviraptor philoceratops

Eierdief
Afbeelding Oviraptor philoceratops

Krijt: Saurischia: Carnivoor: 1.8m

De eerste indruk is de belangrijkste, en voor Oviraptor heeft dit jaren ernstige gevolgen gehad. Toen hij in 1920 voor het eerst ontdekt werd, lagen zijn fossiele resten op een nest eieren. Wetenschappers dachten dat het de eieren van een protoceratops waren, en dat de kleine dino ze wilde stelen om op te eten. Ze noemden hem dan ook de “eierdief”. Vele jaren later ontdekten paleontologen dezelfde soort eieren met daarin een oviraptor-jong. Toen pas beseften ze dat ze deze arme dino vals beschuldigd hadden en dat hij de eieren niet wilde stelen… Het waren zijn eigen eitjes die hij probeerde te beschermen!

Deze dino leefde 83-72 miljoen jaar geleden. Paleontologen vonden hem in Mongolië en China.

Oviraptor philoceratops dinosaur

JULIUS T CSOTONYI

Oviraptor philoceratops dinosaur, This small dinosaur, an ornithopod, had a characteristic bony head crest. Its fossils date from the Cretaceous, and are found in Mongolia

 

FEATHERS  of OVIRAPOTOR  = Best evidence yet that dinosaurs used feathers for courtship

 

 

oviraptor  show 537269_454361871283843_1171334315_n

 

male oviraptor dinosaurs Ingenia yanshini shake their tail feathers to woo potential female mates (reconstruction of such dino-wooing shown here).

 

[Paleontology • 2013] Oviraptorosaur tail forms and functions (Theropoda: Oviraptorosauria) | Best evidence yet that dinosaurs used feathers for courtship

  1. Best evidence yet that dinosaurs used feathers for courtship http://phys.org/news/2013-01-evidence-dinosaurs-feathers-courtship.html via @physorg_com

    W. Scott Persons, IV, Philip J. Currie, and Mark A. Norell. 2013. Oviraptorosaur tail forms and functions. Acta Palaeontologica Polonica. doi: http://dx.doi.org/10.4202/app.2012.0093
    http://www.app.pan.pl/article/item/app20120093.html

    °

Groep OrnithopodaOrnithopods ORNITOPODA * http://en.wikipedia.org/wiki/Ornithopod
http://nl.wikipedia.org/wiki/Ornithopoda
, http://www.geol.umd.edu/~tholtz/G104/10419orni.htm

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

DINOSAURICON MN

M

Afbeeldingen van Machairasaurus  <–

 

Malawisaurus (Greek for “Malawi lizard”);
Habitat:Woodlands of Africa /Early Cretaceous (125-115 million years ago)/Large size; armor plating on back

(4.3 meters) (9.1 meters) (10,900 kg)

Malawi, Africa. Discovered by Dr. Louis Jacobs, Malawisaurus closely resembles Andesaurus from South America. Its discovery provided a missing link in the evolutionary story of titanosaurids. It is the only Titanosaurid for which skull material (but not a whole skull) is known.

Moreso than the still-mysterious Titanosaurus, Malawisaurus can arguably be considered the “type specimen” for titanosaurs, the lightly armored descendants of the giant sauropods of the Jurassic period. Malawisaurus is one of the few titanosaurs for which we have direct evidence of a skull (albeit only a partial one that includes most of the upper and lower jaw), and fossilized scutes have been found in the vicinity of its remains, evidence of the armor plating that once lined this herbivore’s neck and back.

( Incidentally, Malawisaurus was once considered a species of the now-invalid genus Gigantosaurus–not to be confused with Giganotosaurus (note that extra “o”), which wasn’t a titanosaur at all but a large theropod.

Malawisaurus dixeyi is one of the most complete titanosaur sauropods described in the scientific literature to date.
It is known from skull material (which is a rare case for sauropods in general, not to mention titanosaurs), most of the cervical (neck) vertebrae, all the dorsal (back) vertebrae, all the sacral vertebrae and a large portion of the caudal (tail)
vertebrae as well as most of the appendicular elements excluding the ilia, pubis and scapula
Malawisaurus was rather small (for a sauropod). The projection of its length was about 11.05 meters (that is what the apparent length is from snout to the tip of the tail in the top view of the skeletal).
However, along the vertebral series it was about 11.25 meters long. This is in comparison to some titanosaurs which reached over 35 meters in length, and at least one poorly known diplodocid sauropod reached a length of 60-70 meters long. It massed around 2.52-2.59 tonnes, compared to the largest titanosaurs which may have massed up to 100 tonnes and the largest sauropod ever, Amphicoelias fragillimus, probably massed close to 200 tonnes.
Malawisaurus is even exceeded in mass by a number of living terrestrial mammal species, as Loxodonta africana (African Bush Elephant), L. cyclotis (African Forest Elephant), Elephas maximus (Asian Elephant), Hippopotamus amphibius (Hippo), Ceratotherium simum (White Rhino), Rhinoceros unicornis (Indian Rhino) all of which have members that well exceed 2,500 kg in mass.
The largely aquatic (although they breed, fight and rest on land) species in the genus Mirounga (the elephant seals) also can mass well over 2,500 kg.
Notes on the reconstruction by
The gray bones indicate bones and parts of bones that aren’t preserved and so are based off of related species.
The white bones indicate preserved bones and the pale yellowish colored bones are bones that are preserved but not figured so their shape is conjectural.
Finally, the light blue bones are bones that are from another specimen to help fill in some gaps of knowledge in the caudal series.
In comparison to earlier reconstructions some updatring changes were made :
First, the metacarpal configuration of the forelimb was changed;
second, the black outline around the forelimb was changed to reflect a more robust musculature;
similarly, the black outline around the lower part of the hindlimb was changed to reflect a more robust musculature; also, the size of the ischium is now larger because it was incorrectly scaled in the earlier version;
Palaeozoologist also  changed the length of the pubis to be more similar proportionally to that of Futalognkosaurus with regards the change of the size of the ischium;

finally, the black outline of the belly has been extended and the outline around the anterior to mid-caudals has been extended laterally to reflect new thoughts about the tail musculature in dinosaurs.

Dentaries and teeth demonstrate the presence of at least two sauropods in Malawi,Malawisaurus and Karongasaurus.

Based on differences in the morphology of the caudal vertebrae that have been generally recognized as significant, titanosaurian caudal vertebrae from Malawi also represent at least two taxa including Malawisaurus and Titanosauridae

indet. Malawisaurus has platycoelous medial caudal vertebrae, whereas a procoelous middle or posterior caudal vertebra is distinct from Malawisaurus and referred to Titanosauridae indet. A third taxon may be represented by vertebra referred to Titanosauria indet.

Phylogenetic analyses that include Aeolosaurus, Alamosaurus, Andesaurus, Antarctosaurus, Argentinosaurus, Epachthosaurus, Malawisaurus, Nemegtosaurus, Neuquensaurus,Opisthocoelicaudia, Quaesitosaurus, Rapetosaurus, Saltasaurus, and Titanosaurus (Upchurch 1995,1998,1999;Salgado et al. 1997;Curry Rogers and Forster 2001; see also Wilson 2002) indicate that Andesaurus and Malawisaurus are basal titanosaurians.

In fact, Malawisaurus is the most complete Early Cretaceous titanosaurian known.

It is represented by cranial elements, 18 cervical, 10 dorsal, six sacral, and 51 caudal vertebrae, 24 chevrons, pectoral elements, pelvic elements, and dermal armor. Phylogenetic analyses also indicate that taxa with cylindrical teeth and strongly procoelous posterior caudal vertebrae (or opisthocoelous in the case of Opisthocoelicaudia) are more derived than those with broad teeth and platycoelous middle and distal caudal vertebrae.

Skull Shape and Morphological Diversity in Malawi Sauropods. Cranial material attributed to titanosaurians includes one or two partial braincases of Titanosaurus indicus from the Late Cretaceous of India (Berman and Jain 1982;Chatterjee and Rudra 1996), a maxilla from India (von Huene and Matley 1933), a partial braincase and partial skull roof of Saltasaurus (PVL 4017-161) from the Late Cretaceous of Patagonia (Powell 1986,2003), a premaxilla of Titanosauridae indet. from the Late Cretaceous of Patagonia (Scuitto and Martinez 1994), a premaxilla (PVL 3670-12) that Powell (1979) identified as Laplatasaurus but later referred to as Titanosauridae indet. (Powell 1986,2003), a fragmentary braincase from the Late Cretaceous of France (Le Loeuff et al. 1989), the braincase, quadrate, quadratojugal, squamosal, and the lower jaws of Antarctosaurus wichmannianus (MACN 6904) from the Late Cretaceous of Patagonia (von Huene 1929;Powell 1986,2003), two partial braincases of Antarctosaurus septentrionalis from the Late Cretaceous of India (von Huene and Matley 1933;Chatterjee and Rudra 1996), a nearly complete disarticulated cranium of Rapetosaurus from the Late Cretaceous of Madagascar (Curry Rogers and Forster 2001,2004), and the specimens of Malawisaurus from the Early Cretaceous of Malawi.

There are two basic morphs of sauropod skulls: one high and short, the other low and elongate (Wilson 2002). The high, short morph is referred to as a macronarian skull, whereas the low, elongate morph is generally referred to as a diplodocoid skull (Coombs 1975;McIntosh and Berman 1975;Berman and McIntosh 1978;Salgado and Calvo 1997;Wilson 2002). The macronarian skull is present in Brachiosaurus, Camarasaurus, Datousaurus, Euhelopus, Mamenchisaurus, Omeisaurus, Shunosaurus, and most prosauropods, whereas the diplodocoid skull is present in Apatosaurus, Diplodocus, and dicraeosaurids (Salgado and Calvo 1997; see also Tidwell and Carpenter, 2003).

Comparison of cranial features of Malawisaurus with macronarian and diplodocoidskulls suggests that Malawisaurus had a high, short macronarian skull (Figure 31). The anterior section of the suture between premaxilla and maxilla appears to have been nearly vertical as suggested by the highly angled articular surface for the maxilla on the premaxilla. The high premaxilla also suggests that Malawisaurus had a high, short, and blunt snout, and separate nares positioned rostrally and facing laterally. The tooth row extends more than half the length of the dentary. The mandibular symphysis is oblique to the long axis of the mandible. The occipital condyle projected posteroventrally and the basipterygoid processes projected ventrally. The quadrate axis was nearly vertical, the pterygoid process of the quadrate was approximately perpendicular to the long axis of the pterygoid, the pterygoid process was directed anteriorly as in Brachiosaurus (Janensch 1935) and Camarasaurus (Osborn and Mook 1921), and the mandibular articulation was placed posteriorly beneath the level of the occipital condyle. Thus, this study demonstrates that at least some titanosaurians, including Malawisaurus, had high and short crania, as compared to others such as Rapetosaurus, which had low and elongate crania (Curry Rogers and Forster 2001,2004).

In addition, the titanosaurians Nemegtosaurus (Nowinski 1971), and Quaesitosaurus (Kurzanov and Bannikov 1983; Curry Rogers and Forster 2001) had slender teeth restricted to the anterior portion of the mandible, and also had low and elongate crania. If that association of characters is general within titanosaurians, by implication Karongasaurus would also have had a low and elongate cranium. Further, phylogenetic analyses indicate that titanosaurians with slender teeth and which have strongly procoelous middle and posterior caudal vertebrae are derived relative to basal titanosaurians (Upchurch 1995;Salgado et al. 1997;Curry Rogers and Forster 2001). Thus, both Karongasaurus and Titanosauridae indet. from the Dinosaur Beds are derived relative toMalawisaurus. If those characters are linked, the vertebra assigned to Titanosauridae indet. may belong to Karongasaurus.

In any case, Malawisaurus and Karongasaurus are two distinct titanosaurian taxa that coexisted in the Early Cretaceous of Malawi and exhibited quite different morphological features, certainly in their lower jaws and teeth, and probably also in their skull shapes. Cylindrical teeth, an anteriorly restricted tooth row, and a long, low skull shape evolved as a complex at least twice, once within diplodocoids and once within titanosaurians. This character complex is functionally and adaptively important for feeding. Its multiple origins, and its variance from the macronarian skull pattern, implies that Malawisaurus and Karongasaurus were ecologically distinct. If so, differences seen in the lower jaw, teeth, and probably the skull of these herbivores were significant in the ecological partitioning of their Early Cretaceous environment. Although the macronarian and diplodocoid skull morphs are well known to occur together, for example in the Jurassic of Africa, in the Early Cretaceous of Malawi approximately equally divergent skull morphs are exhibited at a lower systematic level among titanosaurians alone

 

http://www.paleofile.com/Dinosaurs/Armor/Maleevus.asp

 

maleevus

 

Sketch of the sauropod Mamenchisaurus.

“Grootste dinoskelet” tentoongesteld in Japan

Het Gunma Museum of Natural History in Japan meent het grootste skelet van een dinosaurus in zijn collectie te hebben. Het gaat om een replica van een volledig skelet van een 35 meter lange Mamenchisaurus, een planteneter. Het skelet werd gevonden in de Gobiwoestijn in China in 2001. (ruwe beelden APTN – 13/07/09)

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/archief/nieuws/buitenland/1.562835

Click here to view larger image.

  Click to view animal family tree

Mamenchisaurus                                                                                                    //   145–160 million years ago, //Late Jurassic

compared to an African elephant and a woman

http://museumvictoria.com.au/melbournemuseum/discoverycentre/dinosaur-walk/meet-the-skeletons/mamenchisaurus/

 
Groep Maniraptorae

Bambiraptor
Bambiraptor. Photo © Rob Gay.

Bird’s closests relatives : Maniraptora ( “seizing hands ” )

We all know now that birds are dinosaurs, right? The clade Maniraptora (which is defined as containing all dinosaurs closer to birds than to ornithomimids ) is the group of theropod dinosaurs that many paleontologists believe birds were derived from some 150 or so million years ago, in the Jurassic period. Hence, according to phylogenetic taxonomy, birds are by definition maniraptorans, and the other maniraptorans are their closest relatives.

The exact membership of this clade is highly disputed; any coelurosaur could be quite convincingly argued to be a member of Maniraptora. There is much convergent evolution apparent in

Velociraptor skull
Velociraptor skull. Photo © Rob Gay.
We’ll present some of the most accepted members of the clade Maniraptora; their position may very well change with future studies.Maniraptora, which makes the resolution of their phylogeny difficult; a problem compounded by their poor fossil record. Even without considering birds, Maniraptora is a diverse and interesting group, with many specimens that outwardly look dissimilar, but have enough structures in common (synapomorphies) to unite them as a group. Maniraptorans are united by the possession of modified elements in the wrist; the semilunate carpal is a bone unique to this group — along with other modifications of the forelimb, it makes the flight stroke in birds possible, and was probably co-opted by birds for flight from a grasping function. Other characteristics present in typical maniraptorans include a fused clavicle (furcula, or “collar bone”) and sternum (“breast bone”), a pubis (part of the pelvis) that points downwards rather than forwards as in typical saurischians, a shortened and distally stiffened tail, long arms, and a manus (hand) which is larger than the pes (foot).

 

Major Maniraptoran groups:

Aves: The birds. Dromaeosaurs: The “raptor” dinosaurs. Troodontids: The smartest non-avian dinosaurs? Therizinosaurs: Bizarre plant-eating theropods? Oviraptors: Strange maniraptorans with evidence of devoted parental care
feather chart
This phylogenetic tree represents the evolutionary view of dinosaur-to-bird evolution. The green dot is the proposed branch point for theropods.
The yellow dot—placed after ornithomimids are said to have branched off—represents the beginning of maniraptorans.
Evolutionists generally believe that maniraptorans evolved into birds.
The current paleontological findings associated with each group—filaments, feathers, and wings—are indicated. Note that the ornithomimids are noted to have all three, even though the fossilized evidence only consists of some marks on bony surfaces without any actual feathers or wings being present.
Also note that the groupings include actual birds, some being extinct. 13 Image published in D. Zelenitsky et al.,10 through www.sciencemag.org.
.

GROEP : Marginocephalia *Marginocephalia

 

Afbeeldingen van Masiakasaurus knofleri  <—

http://nl.pinterest.com/tsjok/dinosauricon-a-abelisauridae/

Masiakasaurus knofleri - newly discovered dinosaur from Madagascar

http://www.dinosaur-world.com/weird_dinosaurs/masiakasaurus_knofleri.htm

 

Eerst kruipen, dan rennen

juli 2005

Zes prachtig geconserveerde dino-eieren werden in 1978 opgegraven in het Golden Gate Highlands National Park in Zuid Afrika.

De eieren waren zó fragiel, dat het 25 jaar zou duren voordat twee ervan werden opengemaakt. Onderzoekster Diana Scott is een jaar in de weer geweest met tandartsboortjes en andere piepkleine instrumenten om twee van de embryo’s in de zes centimeter grote eieren vrij te prepareren. Het zijn de oudste fossiele dino-embryo’s die ooit zijn gevonden. De eieren zijn afkomstig van Massospondylus carinatus, een vegetarische dino uit het late Trias en het vroege Jura, zo’n 220 tot 183 miljoen jaar geleden.

Een volwassen exemplaar mat vijf meter van staart tot kop, en liep rechtop op zijn achterpoten. De vorm van het hoofd, de nek en de bovenste ledematen van het embryo lijkt er echter op te wijzen dat de jonge exemplaren van de soort eerst een tijd op vier ledematen in het rond kropen, vooraleer ze op twee achterpoten gingen lopen. Vooral het grote hoofd was opvallend: dat moet veel te zwaar zijn geweest voor de lange nek. Ook opvallend was het feit dat de embryo’s geen tanden hebben. Dat betekent dat ze van hun ouders afhankelijk waren voor zorg en eten. Volgens Robert Reisz, een van de onderzoekers, is die bevinding – als ze juist is – de alleroudste aanwijzing van ouderlijke zorg

Cast of a Muttaburrasaurus skeleton.

montanoceratops-old-990x404Brown and Schlaikjer’s reconstruction of what we now call Montanoceratops, with the cheek bone confused for a nose horn. From Brown and Schlaikjer, 1942.
A restoration on Montanoceratops as we know the dinosaur now. Art by Nobu Tamura, image from Wikipedia.Chinnery, B., Weishamphel, D. 1998. Montanoceratops cerorhynchus (Dinosauria: Ceratopsia) and relationships among basal neoceratopsians. Journal of Vertebrate Paleontology. 18, 3: 569-585Makovicky, P. 2010. A redescription of the Montanoceratops cerorhynchus holotype with a review of referred material, pp. 68-82, in Ryan, M., Chinnery-Allgeier, B., Eberth, D., eds., New Perspectives on Horned Dinosaurs. Bloomington: Indiana University Press.

N

Nasuroceratops 

Een dinosaurus met een “grote neus, horen-snuit”

  • Proceedings Royal Society B

wo 17/07/2013 – 14:17 Luc De RoyAmerikaanse geleerden hebben een nieuwe soort dinosaurus beschreven, een erg ongewoon lid van de familie waartoe ook de triceratops behoort. Het gaat om een exemplaar met een erg grote neus en met de grootste horens die ooit bij een lid van de familie gevonden zijn.

De fossiele resten van de dinosaurus werden in 2006 gevonden in het Grand Staircase-Escalante Monument in de woestijn van Utah. Het heeft verschillende jaren geduurd om het fossiel te prepareren en te bestuderen en de resultaten zijn nu gepubliceerd in The Proceedings of the Royal Society B.

De nieuwe dinosaurus werd Nasutoceratops titusi genoemd, grote neus, hoorn-snuit; titusi verwijst naar de paleontoloog Alan Titus.

Proceedings Royal Society B

De rotsen waarin de fossielen gevonden werden dateren van zo’n 75 miljoen jaar geleden, de late Krijtperiode en de laatste bloeitijd van de dinosaurussen. Er werd een bijna volledige schedel gevonden, fragmenten van twee andere schedels en delen van de voorpoten.

Doctor Mark Loewen van de University of Utah en het Natural History Museum of Utah zei aan BBC News: “Deze dinosaurus blies ons compleet van onze sokken. We hadden nooit kunnen voorspellen dat hij er zo zou uitzien, – hij staat zo ver van de norm voor deze groep van dinosaurussen.”  Veel leden van de ceratops-famlilie hebben twee hoorns en een korte, neushoornachtige stomp op hun neus. In de plaats daarvan heeft Nasutoceratops een korte maar hoge neus met een boog op en erg lange hoorns.

Proceedings Royal Society B

“De hoorns zijn veruit de grootste van alle leden van deze groep van dinosaurussen”, zei Loewen, “ze buigen naar voren en naar opzij. Bovendien heeft hij ook de grootste neus van zijn groep.” Achteraan zijn kop had hij ook een gekartelde kraag.

Nasutoceratops was ook geen kleintje, hij zou zowat 2,5 ton gewogen hebben, en met zijn vreemde uiterlijk zou hij er angstaanjagend uitgezien hebben. Zoals alle leden van de ceratops-familie was hij evenwel een planteneter, die in de tropische, moerassige omgeving waar hij leefde, grote hoeveelheden planten verorberd zal hebben.

“Schatkamer”

De woestijn waar Nasutoceratops gevonden is, maakte deel uit van wat toen Laramidia was, een langgerekt eiland dat later met Appalachia Noord-Amerika zal vormen. Laramidia blijkt een ware schatkamer voor paleontologen.

Belga

In de buurt van de fossiele resten van Nautoceratops werden ook andere plantenetende soorten gevonden, waaronder twee andere soorten van gehoornde dinosaurussen en hadrosauriërs met een eendensnavel, wat er op wijst dat ze in staat waren samen te leven.

“Al deze dieren wogen verschillende tonnen… Je hebt een omgeving waarin al deze grote herbivoren wedijveren voor voedsel. We zijn niet echt zeker hoe je al deze dieren kunt onderhouden, maar je vindt ze wel allemaal tegelijkertijd in de rotsen”, zei Loewen. Hij voegde er nog aan toe dat er nog andere merkwaardige nieuwe soorten ontdekt waren.

Proceedings Royal Society B

(Proceedings of the Royal Society B)

Fossiel van broedende dino ontdekt

 22 februari 2012 1

Een bijzondere vondst in Mongolië.  Een moederdino gestorven en gefossiliseerd    terwijl ze op haar eieren broedde .De onderzoekers beschrijven hun ontdekking in het blad PLoS ONE. De dinosaurus in kwestie is afkomstig uit het geslacht Nemegtomaia. Toepasselijk genoeg betekent Nemegtomaia zoiets als: goede moeder van Nemegt (dit laatste is een verwijzing naar een geologische formatie waarin de dinosaurus is teruggevonden). Het geslacht bestaat uit dinosaurussen die zich op twee poten voortbewogen en al wel iets weghadden van de moderne vogels. De dinosaurus behoort tot de soort Nemegtomaia barsboldi.

Niet compleet
De gevonden dinosaurus is niet helemaal compleet. Er missen enkele delen. Waarschijnlijk is de dino nadat deze stierf door diverse roofdieren aangevreten. Maar wat er nog van over is, is toch tamelijk indrukwekkend. Zo laat het fossiel nog goed zien hoe de dinosaurus op de eieren zat. De poten bevonden zich hoogstwaarschijnlijk in het midden van een ring eieren en de armen had de dinosaurus om de bovenste delen van de eieren geslagen.

Een reconstructie van de dinosaurus op zijn nest. Afbeelding: via PLoS ONE – doi/10.1371/journal.pone.0031330.g003.
Ouder
De schedel van de dinosaurus is ongeveer 172 millimeter lang. Het dier moet ongeveer twee meter lang zijn geweest en ongeveer veertig kilo hebben gewogen. Het is zeer aannemelijk dat de dinosaurus één van de ouders van de jonge dino’s in de eieren was.

De gevonden eieren. Foto: via PLoS ONE – doi/10.1371/journal.pone.0031330.g010.
Het is niet helemaal duidelijk hoe de dinosaurus is gestorven. Het feit dat de dino al broedend stierf, wijst er echter op dat het dier een plotseling dood is gestorven. Mogelijk werd de dino overvallen door een zandstorm. Van de eieren is weinig overgebleven. Zo zijn er geen embryo’s of hele eieren meer aangetroffen. Wel kunnen de onderzoekers met zekerheid vaststellen dat de dino op zeker zeven eieren broedde. Deze eieren lagen wat dieper. Het is goed mogelijk dat zich op deze eieren nog een laag eieren bevond. De eieren moeten ongeveer vijf tot zes centimeter breed en veertien tot zestien centimeter lang zijn geweest.

A model of a Nodosaur dinosaur sits inside what is believed to be the fossil of a Nodosaur footprint. The footprint was found by Ray Stanford a local dinosaur hunter. (Credit: NASA/Goddard/Rebecca Roth)

http://www.sciencedaily.com/releases/2012/08/120821120324.htm

http://www.washingtonpost.com/national/health-science/dinosaur-age-meet-the-space-age/2012/08/17/76c176f4-e89a-11e1-8487-64e4b2a79ba8_story.html

Artist’s restoration of a pair of Nanshiungosaurus.

Choiniere, J., Forster, C., de Klerk, W. 2012. New information on Nqwebasaurus thwazi, a coelurosaurian theropod from the Earl Cretaceous Kirkwood Formation in South Africa. Journal of African Earth Sciences. 71-72: 1-17

click to enquire about this image

Nqwebasaurus thwazi            http://www.wildlifeartist.com.au/showimage.asp?code=F051

________________________________________________________________

  • Nyasasaurus” – nomen nudum; possibly non-dinosaurian (–> Archosauria)

-Dinosauria first appeared during the first period of the Mesozoic Era, the Triassic, and they prevailed throughout the rest of this Era. Currently, the birds are the only survivors of their lineage. Eoraptor, the proposed common ancester of dinosaurs is about 230 million years old, but recent (2012) studies of fossils like Nyasasaurus suggest the dino ancestors  may be older (250 million years old).

Meer afbeeldingen

Nyasasaurus parringtoni of Nyasasaurus alophos is een archosauriër, behorend tot de groep van de Dinosauriformes, die tijdens het Trias leefde in het gebied van het huidige Tanzania. Wellicht is het de oudste bekende dinosauriër.

Update –> Wikipedia

Nyasasaurus

Nyasasaurus parringtoni  Biol. Lett.-2013-Nesbitt- <– pdf  2012

nyasasaurus parringtoni

 

 

nyasasaurus in megamatrice

Nyasasaurus vs T alophos update

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

Support Wikipedia

DINOSAURICON L

° L

http://nl.wikipedia.org/wiki/Labocania                                               http://dinosaurs.about.com/od/carnivorousdinosaurs/p/Labocania.htm LABOCANIA

LAMBEOSAURUS  Lambe’s Lizard Herbivore, Bipedal, semi Quadrupedal Order: Ornithischia Suborder: Ornithopoda  Infraorder: Iguanodontia: Hadrosauridae (6.1 meters) (12.2 meters) (6,350 kg)  Late Cretaceous Notes: Abundant Lambeosaurus remains have been discovered in Montana, Mexico, and Alberta, Canada. It is one of the few dinosaurs that left behind fossilized skin casts, which clearly indicated it’s skin had a pebbly texture. Resembling Corythosaurus, Lambeosaurus’ nostrils extended up from the snout and through its hollow crest. It was one of the largest hadrosaurs.

 

 

 

 

Lambeosaurus January 27, 2012

 
 
 
 
Filed under: Ornithopoda

Lambeosaurus had a toothless beak and a strange-looking crest on its head. This herbivorous dinosaur had pebbly skin with scales that fitted together like a mosaic. Lambeosaurus usually walked on four feet, but when threatened it ran off on its powerful hind legs. It relied on its sharp eyes and good hearing to sense danger. This is a well-known dinosaur, and gives its name to the lambeosaurine hadrosaurids (those with ornate hollow crests on their heads). Its remains were discovered in 1889, but it was not recognized as a distinct genus until 1923. More than 20 fossils have been found. The wide geographical range of the finds suggests that it lived all along the western shore of the late Cretaceous inland sea of North America. Factbox//Name: Lambeosaurus, meaning ‘Lambe’s lizard’, after the Canadian palaeontologist Lawrence Lambe Size: 15m longFood: leaves and other parts of plants Lived: 70-66 million years ago in the Late Cretaceous Period in Alberta, Canada; the USA and Mexico The hollow crest on the top of the head is in the shape of an axe, with a squarish blade sticking up and a shaft pointing backwards. The square portion is the hollow part with the convoluted nasal passages, while the spike is solid. The crest of the larger species, L. magnicristatus, has a larger hollow portion, bigger than the skull itself, and a very small spike. The skin is thin and covered in small polygonal scales. As males had larger crests, it may have been a way to tell them apart from females. Some experts think the crest was used as a ‘snorkel’ if Lambeosaurus went underwater. It is more likely that it was used to make sounds. One scientist discovered that, as air moved through the crest of a similar dinosaur, it sounded like a medieval horn. So, Lambeosaurus could have had its own distinctive call. Inside its huge 2m-long skull, Lambeosaurus had hundreds of small, sharp teeth for crunching pine needles, woody twigs or seeds. When the teeth wore down, new ones grew to replace them.

Lametasaurus named for the Lameta Formation, Jabalpur, India, a generic name given to a possible dubious dinosaur species Lametasaurus indicus MATLEY, 1923 (nomen dubium, partim) Locality: Slops of Bara Simla Hill, Jubbulpore, Madhya Pradesh State, India.                                                                                                        Horizon: Near the top of the Greensand zone, immediately below the base of the Main Limestone, Lameta Formation.                Biostratigraphy:  Age: Maastrichtian Stage, Uppermost Senonian Subepoch, Gulf Epoch, Late Cretaceous.  Material:: Sacrum, ilia,   tibia, 2 lateral spines and about 5,000 scutes. Note: COOMBS & MARYANSKA, 1990 attribute the sacrum, ilia and tibia to theropods, maybe an Abelosaurid (MOLNAR, 1990). http://www.paleofile.com/Dinosaurs/Sauropoda/Titanosaurus.asp http://fossilworks.org/cgi-bin/bridge.pl?taxon_no=57450&action=checkTaxonInfo   °

Lamplughsaura is een geslacht van dinosauriërs behorende tot de groep van de Sauropodomorpha dat in het Vroege Jura leefde in het gebied van het huidige India.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Lamplughsaura

Lamplughsaura is one of those transitional dinosaurs that paleontologists have a hard time making heads or tails of: this 33-foot-long herbivore was either an extremely early and primitive sauropod or a fairly advanced “sauropodomorph,” or prosauropod. Unusually, this early Jurassic plant-eater was discovered in India, not otherwise a very promising location for dinosaur fossils, and it was named after the director of the Indian Statistical Institute, Pamela Lamplugh.

Posted Image http://brolyeuphyfusion9500.deviantart.com/art/Lamplughsaura-dharmaramensis-354610377

It was named after Pamela Lamplugh, founder of the Indian Statistical Institute. http://www.palaeocritti.com/by-group/dinosauria/sauropoda/lamplughsaura Lamplughsaura     lamplughsaurus

LAPLATASAURUS La Plata (La Plata, Argentina) Lizard Herbivore,y Quadrupedal SaurischiaSuborder: Sauropodomorphar: Sauropoda Family: Titanosauridae(9.1 meters) (19.8 meters) Late Cretaceous Notes: Discovered in Argentina, this huge dinosaur had hardened areas (most likely bony plates) in its skin for protection.

 

  • Laquintasaura venezuelae

 

Nieuwe dinosaurussoort hield van gezelligheid

Laquintasaura – Wikipedia

dino

Wetenschappers hebben in Venezuela een nieuwe dinosaurussoort ontdekt. De dinosaurus leefde 200 miljoen jaar geleden en alles wijst erop dat hij van gezelligheid hield: de nieuwe dinosaurussoort leefde waarschijnlijk in kleine groepen.

De nieuwe soort heeft de naam Laquintasaura venezuelae gekregen. De dinosaurus was ongeveer één meter lang en zijn heup bevond zich op ongeveer 25 centimeter hoogte. Waarschijnlijk at de dinosauraus voornamelijk planten, maar wellicht waagde hij zich ook aan insecten en andere kleine prooien.

Extinctie
De dinosaurus leefde ongeveer 200 miljoen jaar geleden. “Laquintasaura leefde kort na de enorme extinctie aan het eind van het Trias – 201 miljoen jaar geleden,” vertelt onderzoeker Paul Barrett. “Het laat zien dat dinosaurussen kort na deze gebeurtenis al terugveerden.”

In groepen
Wetenschappers vonden verschillende botten van L. venezuelae terug. De botten behoren toe aan zeker vier verschillende individuen die dicht bij elkaar zijn teruggevonden. Hun leeftijden lopen uiteen van drie tot ongeveer twaalf jaar oud.

Het wijst erop dat deze dinosaurus in kleine groepen leefden. “Het is fascinerend en verrassend om te zien dat ze in kuddes leefden, iets waar we van dinosaurussen uit deze tijd tot op heden weinig bewijs van hebben gevonden.”

De nieuwe dinosaurus behoort tot de Ornithischia: een groep dinosaurussen met heupen die doen denken aan die van een vogel. Laquintasaura is de oudste dinosaurus in deze groep die in groepen leefde.

La Quinta Formation

New Dinosaur in Venezuela the Size of 'Small Dog'

(Photo : Courtesy Natural History Museum of London)

museum news release.

 Laquintasaura_fixed_by_tom_parker

Een impressie van de Laquintasaura venezuelae Wikimedia commons

A palaeoequatorial ornithischian and new constraints on early dinosaur diversification

http://rspb.royalsocietypublishing.org/content/281/1791/20141147

http://www.kennislink.nl/publicaties/nieuwe-dinosaurussoort-ontdekt-in-venezuela

 

  • Leaellynasaura
  • Leinkupal laticauda  Bekijk video Argentijnse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One. De Diplodocus is opgegraven in de Argentijnse regio Patagonië. De botten zijn verbrijzeld en incompleet, maar de wetenschappers hebben toch kunnen vaststellen dat het om een nog niet eerder waargenomen soort gaat. Vooral de verbinding tussen de staart, die ongeveer dertien meter lang kon worden, en de ruggenwervels van het dier, is uniek. De dinosaurus heeft de naam Leinkupal laticauda gekregen. Het is voor het eerst dat er een fossiel van een Diplodocus is gevonden in Zuid-Amerika. Maar vooral de periode waarin het dier leefde, verbaast wetenschappers. Lang werd aangenomen dat alle Diplodocussen 144 miljoen jaar geleden uitstierven door een nog onbekende oorzaak. “Maar deze bevinding laat zien dat deze groep overleefde tot in het vroege Krijt”, verklaart hoofdonderzoeker Pablo Gallina op nieuwssite Chileno. Waarschijnlijk stierven de ‘langnek-dinosaurussen’ 144 miljoen jaar geleden niet wereldwijd uit, maar slaagden ze erin om langer te overleven in Zuid-Amerika.

    Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

Leinkupal laticauda  1 ,2   FIGURE 1: Photographs and half-tone drawings of the cervical and dorsal vertebrae of Leinkupal laticauda, gen. n. sp. n. (MMCH-Pv 63). Cervical 6? in (A) lateral and (B) posterior views. Cervical 8? in (C) lateral and (D) ventral views. Cervical 11? in (E) lateral and (F) dorsal views (reversed). Dorsal 2? in (G) lateral and (H) anterior views (reversed). Abbreviations: cprf, centroprezygapophyseal fossa; dia, diapophysis; hns, hemi neural spine; mt, median tubercle; nc, neural canal; pcdl, posterior centrodiapophyseal lamina; pf, pneumatic fossa; pocdf, postzygapophyseal centrodiapophyseal fossa; podl, postzygodiapophyseal lamina; poz, postzygapophysis; pp, parapophyses; prdl, prezygodiapophyseal lamina; prz, prezygapophysis; pvf, posteroventral flanges; sdf, spinodiapophyseal fossa. Scale bar equals 10 cm. FIGURE 2: Photographs and half-tone drawings of the anterior caudal vertebrae of Leinkupal laticauda, gen. n. sp. n. (MMCH-Pv 63). Caudal 1-2? in (A) lateral and (B) posterior views. Caudal 7? in (C) lateral and (D) anterior views (reversed). Abbreviations: pf, pneumatic fossa; podl, postzygodiapophyseal lamina; poz, postzygapophysis; prdl, prezygodiapophyseal lamina; prsl, prespinal lamina; prz, prezygapophysis; sprl, spinoprezygapophyseal lamina; spol, spinopostzygapophyseal lamina; tp, transverse process. Scale bar equals 10 cm.   Leinkupal phylogeny FIGURE 4: Phylogenetic position of Leinkupal laticauda, gen. n. sp. n. (A) Strict consensus tree recovered after the inclusion of Leinkupal laticauda in a published data matrix focused on Diplodocoidea relationships [21]. (B) Most parsimonious tree recovered after the inclusion of Leinkupal laticauda in another published data matrix focused on Diplodocidae relationships [22]. Support values (Bremer/Bootstrap) of principal nodes are in brackets

  • Leptoceratops       Leptoceratops gracilis likely survived for about 50 million years before going extinct at the end of the Cretaceous period.                                                                                                                                                                                                                              Though Leptoceratops was 6 to 9 feet (2 to 2.7 meters) long, it was only 2 to 3 feet (0.6 to 0.9 meters) high at its hips. This long, slender, low-slung animal browsed on ground cover and other low plants—but it may have been able to extend its reach.
 
Unescoceratops koppelhusae (upper right) and Gryphoceratops morrisonii (lower left), new leptoceratopsid dinosaurs from Alberta, Canada. Click to enlarge this image. Julius T. Csotonyi http://news.discovery.com/animals/dino-gryphoceratops-morrisoni-120316.html
 
 

Lesothosaurus May 16, 2011

Filed under: Ornithopoda

Lesothosaurus was one of the tiniest dinosaurs that ever lived, and a natural victim for predators. Lesothosaurus was only about a metre long, which is no bigger than a labrador. This little dinosaur looked very much like a lizard with a long tail. It had a small head with a tough, beak-like mouth which it used to nip off leaves and plants for food. Inside its mouth, along its cheeks, were small teeth shaped like arrowheads. Lesothosaurus used these to chew up the tough and woody parts of plants before swallowing them. The most primitive ornithischians, such as Lesothosaurus, had not evolved the complex chewing mechanism that was to characterise the later forms. Instead, they would have crushed their food by a simple up-and-down chopping action of the jaws. This is quite an unspecialised feeding method, and these animals may well have eaten carrion or insects as well as plants in order to survive. Factbox Name: Lesothosaurus, meaning ‘reptile from Lesotho’ Size: up to 1m long Food: low-lying plants Lived: about 190 million years ago in the Early Jurassic Period in Lesotho, southern Africa Lesothosaurus is one of the most primitive of the ornithischians, and as such it is difficult to put into a strict classification. It is a small, two-footed herbivore, built for speed. The head, on the end of a flexible neck, is short, triangular in profile, with big eyes. The teeth are arranged in a simple row and, unlike all other ornithopods, the mouth does not seem to have cheeks. The jaw action is one of simple chopping. The snout ends with a horn-covered, vegetation-cropping beak. Lesothosaurus is very similar to the earlier-discovered Fabrosaurus. However, the Fabrosaurus material is so poor it is impossible to make direct comparisons. If they are the same genus, then the name Fabrosaurus would have to take precedence, being applied first. Lesothosaurus had a body that was built for speed. It was light and nimble with long, slender back legs. Always on the alert for danger, it could run very fast to escape from carnivorous dinosaurs which tried to capture and kill it. This dinosaur had no weapons with which to defend itself. However, scientists believe it may have had a way of warning other Lesothosaurus, by a noise or signal, when a predator was on the prowl.

Lesothosaurus diagnosticus Hagedis van Lesotho Jura , Ornitischia Herbivoor 1m

Lesothosauruslijkt op het eerste zicht verdacht veel op een vleeseter. Hij had lange achterpoten en korte voorpoten met grijphanden. Maar als je wat beter kijkt, zie je dat hij geen klauwen aan zijn poten heeft. Ook zijn korte, stompe tanden zijn aangepast aan het eten van planten. Door zijn lange poten was hij een goede loper en kon hij het op een sprinten zetten wanneer een gevaarlijke vleeseter op de loer lag. Hij was ongeveer zo groot als een hond (1m), maar of je hem ook trucjes kon leren, dat betwijfelen we.Deze dino leefde 200-190 miljoen jaar geleden. Paleontologen vonden hem in Zuid-Afrika. Ga naar de homepageKBIN

schedel in het museum / Brussel http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Lesothosaurus_diagnosticus.jpg

 
 
 
 

Life restoration of Leaellynasaura.

 

Liaoceratops   You, H., Tanoue, K., and Dodson, P., 2007, “A new specimen of Liaoceratops yanzigouensis (Dinosauria: Neoceratopsia) from the Early Cretaceous of Liaoning Province, China”, Acta Geologica Sinica 81(6): 898-904 — met Zoología Ub. http://sciencev1.orf.at/science/news/47928   Life reconstruction of Liaoceratops yanzigouensis (© N. Tamura)

Ceratopsia: Neoceratopsia/Early Cretaceous (Barremian)Yixian Formation,Shangyuan, Liaoning, China

Ceratopsians(horned dinosaurs) represent one of the last and the most diverse radiations of non-avian dinosaurs. Although recent systematic work unanimously supports a basal division of Ceratopsia into parrot-like psittacosaurids and frilled neoceratopsians, the early evolution of the group remains poorly understood, mainly owing to its incomplete early fossil record.Cladistic analysis posits this new species as the most basal neoceratopsian. This new taxon demonstrates that some neoceratopsian characters evolved in a more incremental fashion than previously known and also implies mosaic evolution of characters early in ceratopsian history.

http://www.dinocasts.com/prod_productDetails.asp?ProductId=630

Holotype skull of Liaoceratops yanzigouensis. From Xu et al., 2002.
Scale bar, 4.5 cm.
Abbreviations: ea, eminences on angular; ep, ectopterygoid; es, eminences on squamosal; fd, flange on dentary; fm, fossa on external surface of the mandible; fn, fossa on nasals; j, jugal; jh, jugal horn; lpr, lateral process of jugal; m, maxilla; mp, mandibular process of pterygoid; p, parietal; pa, palatine; pf, prefrontal; pm, premaxilla; pp, posterior process of pterygoid; r, ridge; pfe, parietal fenestra; qj, quadrojugal; sq, squamosal.
 
Liaoceratops yanzigouensis  416314a-f1.2
 
 
 
  • Liaoceratops is een geslacht van plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorend tot de groep van de Ceratopia, dat tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige China.Wikipedia
     
     

http://www.nature.com/nature/journal/v416/n6878/fig_tab/416314a_F2.html     Scale bar, 1 cm. Abbreviation: ea, eminences      fd, flange on dentary;    fm, fossa on external surface of the mandible;          qj, quadrojugal;        sq, squamosal.  Sr, sharp ridge. liaoceratops 416314a-f2.2       http://www.nature.com/nature/journal/v416/n6878/full/416314a.html

Lirainosaurus skull (Collected & posted by Neal ) Neal B. Vila, A. Galobart, J.I. Canudo, J. Le Loeuff, J. Dinares-Turrell, V. Riera, O. Oms, T. Tortosa, and R. Gaete wrote an article titled The diversity of sauropod dinosaurs and their first taxonomic succession from the latest Cretaceous of southwestern Europe: Clues to their demise and extinction. It was published in 2012 in Palaeoecology, Palaeoclimatology, Palaeoecology. This quote from the abstract says:

 
Southwestern Europe is a key setting to evaluate the diversity of non-avian dinosaurs before the end of the Cretaceous (below the k-Pg boundary). The ancient Ibero-Armorican Island, encompassing the current regions of North-East Iberia and South France, provides a substantial record of sauropod fossils. The study of multiple sauropod femora from localities where upper Campanian to uppermost Maastrichtian successors are both exposed, together with the integration of the information gathered from previously known localities has allowed the biodiversity of sauropods to be reassessed within a precise and clear chronostratigraphic network. From the studied sample several titanosaur forms have been distinguished including a gracile and small-sized titanosaur (Lirainosaurus astibiae), a robust medium-sized titanosaur (Ampelosaurus atacis), a gracile medium-sized titanosaur (Atsinganosaurus velauciensis), and five other indeterminate but distinct titanosaurs, which span the late Campanian through the entire Maastrichtian. The youngest of these occurs in the uppermost part of palaeomagnetic chron C30n in the latest Maastrichtian (~ 0.4-1 Ma before the K-Pg boundary), represents the youngest sauropod yet documented in Eurasia. The pattern of diversity on the Ibero-Armorican Island rules out a decline in sauropod diversity at the very end of the Cretaceous at the very end of the Cretaceous. As with other regions during the Late Cretaceous, the abundance and quality of the sauropod fossil record is probably influenced by multiple biases (sampling, ecological, environmental).

app20100043 Lirainosaurus.pdf

Lufengosaurus
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Lufengosaurus LufengosaurusCredit: Phil GilstonLufengosaurus grew to be about 20 feet (6 meters) in length.
 

Dinosaurus rekte en strekte zijn spieren al in het ei

 
 
( Wikipedia )
 
In 2013 werd de vondst gemeld van een broedkolonie van Lufengosaurus met behalve eierschalen een zo groot aantal embryo’s dat men van een “beenderbed” sprak. Het grote aantal maakte het mogelijk een groeicurve vast te stellen van de ontwikkeling in het ei. Die wees een zeer snelle groei uit zodat de broedduur of incubatietijd overeenkomstig kort moest zijn geweest. Daarbij bleek uit de asymmetrische groei van de omtrek van het dijbeen en de snelle toeneming in grootte van de vierde trochanter, een spieraanhechting aan de achterzijde van de schacht van dat bot, dat de embryo’s al in het ei hun spieren trainden door ze samen te trekken.[11]
 
 
 
 
 
 
 
Dinosaur embryo Dinosaur embryoCredit: D. MazierskiAn artist’s impression of Lufengosauarus inside the egg.  Embryo Bones Embryo BonesCredit: D. MazierskiAn artist’s impression of an embryonic Lufengosaurus, showing the dinosaur’s growing skeleton.

11 april 2013  0 Paleontologen hebben in China gefossiliseerde embryo’s van dinosaurussen teruggevonden. De maar liefst 190 miljoen jaar oude embryo’s wijzen erop dat de dino’s in hun ei heel snel groeiden én heel veel bewogen. De paleontologen ontdekten de embryo’s nabij de Chinese stad Lufeng. Het gaat om zo’n 20 embryo’s van de Lufengosaurus. Een volwassen exemplaar uit dit geslacht kon zo’n acht meter lang worden. Dino Bone Growth Dino Bone GrowthCredit: D. Mazierski and D. Scott, from photos by A. LeBlancCross-sections of the smallest to largest Lufengosaurus femur bones, showing how the bones changed throughout embryonic development. Ontwikkeling Wat de vondst zo bijzonder maakt, is het feit dat de teruggevonden embryo’s niet allemaal even oud zijn en zich dus in verschillende stadia van hun ontwikkeling bevinden. “Het is voor het eerst dat we in staat zijn om de groei van embryo’s van dinosaurussen te volgen, terwijl zij zich nog ontwikkelden,” vertelt onderzoeker Robert Reisz. “Onze resultaten zullen een enorme impact hebben op ons begrip van de biologie van deze dieren.” Snelle groei Reisz en zijn collega’s bestudeerden het grootste bot dat de embryo’s rijk waren: het bot in het dijbeen. Dit bot groeide rap in het ei, zo blijkt wel. Terwijl de dinosaurussen in hun ei groeiden, verdubbelde de lengte van het bot zich: van 12 naar 24 millimeter. De snelle groei die de dinosaurussen in hun ei doormaakten, wijst erop dat de dino’s maar korte tijd in hun ei doorbrachten.

download

In southwestern China, researchers discovered the oldest known dinosaur embryos, finding more than 200 bones of unhatched dinosaurs (a thigh bone shown) that date to nearly 200 million years ago. Credit: Dianne Scott Beweging Een andere opvallende ontdekking is dat het bot in het dijbeen in het ei van vorm veranderde. En de dinosaurusjes deden dat zelf: door hun spieren samen te trekken. “Dat suggereert dat dinosaurussen, net als moderne vogels, in hun eieren bewogen,” vertelt Reisz. “Het is het eerste bewijs van zulke bewegingen onder dinosaurussen.” ° De onderzoekers zijn in hun nopjes met hun vondst. Niet in de laatste plaats, omdat de embryo’s zo uitstekend bewaard zijn gebleven. In de botjes van de piepkleine dino’s lijken zelfs nog collageenvezels te zitten. Collageen is een eiwit dat in bot voorkomt, maar zelden in zeer oude gefossiliseerde dieren wordt teruggevonden. “De botten van oude dieren worden tijdens het proces van fossiliseren door het gesteente vervormd. Resten van proteïnen in embryo’s vinden, is heel opmerkelijk, zeker aangezien deze exemplaren zo’n 100 miljoen jaar ouder zijn dan andere fossielen die vergelijkbaar organisch materiaal bevatten.” ° Reisz  said that his team has detected traces of organic molecules in the embryonic bones, which he believes to be the degraded remains of proteins like collagen. This echoes the claims of Mary Schweitzer from North Carolina State University, who recently claimed that she recovered collagen and other proteins from the bones of two Cretaceous dinosaurs—Tyrannosaurus and the duck-billed Brachylophosaurus. He analyzed the specimens using infrared spectroscopy and showed that the protein signals are coming from deep inside the bones’ cores, which are too dense for contaminants like bacteria to have penetrated.  “This makes us really confident that the signal is coming from original dinosaurian organic remains,” he said. Reisz has not yet tried to extract the proteins in question, but may try to in the future. http://www.the-scientist.com/?articles.view/articleNo/35052/title/Dinosaur-Embryo-Graveyard/ http://www.sciencenews.org/view/generic/id/349552/description/Dinosaur_embryos_were_restless_speedy_growers ° Leg Bone Section Leg Bone SectionCredit: A. LeBlancA cross-section of an embryonic dinosaur femur found in Yunnan, China. The honeycomb-like area is bone tissue with large spaces for blood vessels, indicating rapid growth of the bone. Bronmateriaal:World’s oldest dinosaur embryo bonebed yields organic remains” – Utoronto.ca De foto bovenaan dit artikel is afkomstig van de universiteit van Toronto. http://www.eurekalert.org/pub_releases/2013-04/uot-wod040513.php R. R. Reisz et al., “Embryology of Early Jurassic dinosaur from China with evidence of preserved organic remains,” Nature, 496: 210-214, 2013. http://www.nature.com/nature/journal/v496/n7444/full/nature11978.html ,Figure 1: Location and stratigraphy of Lufeng monotaxic embryonic bone bed. a, Map of China with study area in Yunnan Province shown by inset box. b, General geological map of the study area. c, Stratigraphic section showing location of the embryonic bone bed within Zhangjia’ao member of Lower Lufeng Formation. Figure 2: Sauropodomorph dinosaur embryonic skeletal elements from the Lufeng bone bed. a, Reconstructed embryonic skeleton of Early Jurassic sauropodomorph (using Massospondylus as a model, not to scale), showing in dark red the known elements from Dawa (Chuxiong Prefectural Museum, no. C2019 2A233). Exact skeletal positions of numerous centra, ribs and distal limb elements are difficult to determine. b, Left maxillae in ventromedial and labial views, respectively, with enlarged view of partially erupted tooth. c, Mid-dorsal centrum in lateral and anterior views. d, Left ilium in lateral view. e, Right scapula, vertebrae and left humerus preserved in one nodule. f, Right femur in posterolateral and medial views, showing prominence and shape of the fourth trochanter. g, Large right femur preserved with ribs and various other skeletal elements in nodule. h, Embryonic limb elements and ribs showing alignment along long axes. i, Close-up of proximal end of right tibia, showing external foramina of primary cavities (vascular canals). Scale bar, 1 cm, unless otherwise shown.   lufgensaurus embryo's  

  lufgensaurus embryo's  fig 5

LINKS

 
  • Lythronax argestes  ..7/11/13…Bron: AP                                                                                                                                                                                                                                                                                    © ap.                                                       Paleontologen hebben in de Amerikaanse staat Utah een “overgrootnonkel” van Tyrannosaurus rex onthuld. Deze onbekende dinosaurussoort zou zo’n tien miljoen jaar eerder hebben geleefd dan zijn beruchte achterneef.                                                                                                                                                            © ap.                                                                                                                                                          Een compleet geraamte van de  Lythronax argestes staat sinds vandaag tentoon in het Natuurhistorisch Museum van Utah. Zijn geslachtsnaam betekent ‘koning van het bloedvergieten’, de soortnaam is afgeleid van de zuidwestelijke wind die Homerus beschreef.                                                                                                                                                                                                   De in 2009 ontdekte vleeseter was waarschijnlijk ietsje kleiner dan de Tyrannosaurus rex, maar verder hadden ze veel gemeen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       .

De dinosaurus leefde op Laramidia. Deze landmassa ontstond toen het centrale deel van Noord-Amerika onder water kwam te staan en het westelijke en oostelijke deel van het continent van elkaar gescheiden waren. Laramidia vormde het westelijke deel. De acht meter lange dinosaurus leefde hier zo’n tachtig miljoen jaar geleden. Smalle kop L. argestes heeft een korte, smalle kop die naar achteren toe breder uitloopt. Zijn ogen waren geörienteerd op wat er voor de dino gebeurde. Daarmee onderscheidt de dinosaurus zich van zijn tijdgenoten, maar vertoont deze tegelijkertijd veel overeenkomsten met de Tyrannosaurus rex die zo’n tien tot twaalf miljoen jaar later ontstond. “De breedte van de achterkant van de schedel van Lythronax stelt het in staat om met een overlappend gezichtsveld te kijken – daarmee heeft de dinosaurus binoculair zicht – heel nuttig voor een roofdier,” vertelt onderzoeker Mark Loewen. Eerder dachten onderzoekers dat Tyrannosauridae met een vergelijkbare brede kop zo’n zeventig miljoen jaar geleden ontstonden, maar L. argestes bewijst dat die bouw al zo’n tien miljoen jaar eerder een feit was. Lythronax argestes. Afbeelding: Gary Staab. Lythronax argestes. Afbeelding: Gary Staab. Ontstaan De onderzoekers vermoeden dat de dinosaurussen uit de groep Tyrannosauridae op het westelijke deel van Noord-Amerika ontstonden. Diverse soorten zouden zich na verloop van tijd naar het andere deel van Noord-Amerika hebben verplaatst, terwijl andere soorten aan het eind van het Krijt naar Azië togen.

  • © a© ap.© ap.tyrannosauridae© ap.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             Met zijn tachtig miljoen jaar oud is Lythronax de oudste dino uit de groep Tyrannosauridae. Het feit dat de jongste dino uit die groep – Tyrannosaurus rex – slechts tien tot twaalf miljoen jaar later leefde, wijst erop dat de grote diversiteit binnen deze groep vóór tachtig miljoen jaar geleden ontstond.                                                                                                           De onderzoekers vermoeden dan ook dat er nog heel wat nieuwe soorten uit de groep Tyrannosauridae op hun ontdekking liggen te wachten.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                
    Tot nog toe was het niet duidelijk waarom de tyrannosaurusfamilie zo divers is. De Amerikaanse paleontologen vermoeden nu dat dit komt door stijgingen en daling van het zeeniveau. “Doordat hierdoor verschillende groepen van de dieren geïsoleerd van elkaar leefden, zijn ze anders geëvolueerd en daardoor zijn er zoveel verschillende soorten.”

    Plos One

    Figure 2. Skull reconstructions and selected cranial elements of Lythronax argestes.
    show more
    These stippled reconstructions (A) are based on cranial elements recovered (B) for UMNH VP 20200. Selected elements of L. argestes holotype (UMNH VP 20200) including: (C) maxilla in lateral (photoreversed) and ventral views; (D) nasal in left lateral and dorsal view; (E) photoreversed frontal and laterosphenoid in lateral and dorsal view; (F) jugal in left lateral and dorsal view; (G) quadrate in left lateral and caudal view; (G) surangular in left lateral view; (I) prearticular in left lateral view; (J) dentary in lateral and ventral views. Abbreviations: a1-a11, alveoli 1–11; fpc, frontoparietal midsagittal crest; jf, jugal flange of the quadrate; jpr, jugal pneumatic recess; ljo, lateral jugal ornamentation; ls, laterosphenoid; mf, maxillary fenestra; na, naris; pf, palatine flange; pp, premaxillary process of nasal; qf, quadrate foramen; qjf, quadratojugal facet; sf, surangular foramen; sog, supraorbital groove; sop, suborbital process; vjo, ventral jugal ornamentation. Scale bars in A and C–J represent 10 cm and scale bar in B represents a total of 50 cm. doi:10.1371/journal.pone.0079420.g002

    http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0079420

     

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             07 november 2013                                                                                                                     Newly Discovered Predatory Dinosaur “King of Gore” Reveals the Origins of T. rex” – Utah.edu                                                                                                                                                                                                                                http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

  Support Wikipedia

DINOSAURICON K

K

  • Kaatedocus   Kaatedocus  /  A new taxon of diplodocid sauropod Kaatedocus siberi gen. et sp. nov., Kaatedocus siberi gen. et sp. nov., is recognized based on well-preserved cervical vertebrae and skull from the Morrison Formation (Kimmeridgian, Late Jurassic) of northern Wyoming, USA. A phylogenetic analysis places it inside Diplodocinae (Sauropoda, Flagellicaudata), as a sister taxon to a clade uniting Tornieria africana and the classical diplodocines Barosaurus lentus and Diplodocus. The taxon is diagnosed by a unique combination of plesiomorphic and derived traits, as well as the following unambiguous autapomorphies within Diplodocidae: frontal separated anteriorly by a U-shaped notch; squamosals restricted to the post-orbital region; presence of a postorbital foramen, a narrow sharp and distinct sagittal nuchal crest; the paired basal tuber with a straight anterior edge in ventral view; anterior end of the prezygapophyses of mid- and posterior cervical vertebrae is often an anterior extension of the pre-epipophysis, which projects considerably anterior to the articular facet; anterodorsal corner of the lateral side of the posterior cervical vertebrae marked by a rugose tuberosity; posterior margin of the prezygapophysial articular facet of posterior margin of the prezygapophysial articular facet of posterior cervical vertebrae bordered posteriorly by conspicuous transverse sulcus; posterior cervical neural spines parallel to converging. The inclusion of K. siberi and several newly described characters into a previously published phylogenetic analysis recovers the new taxon as basal diplodocine, which concurs well with the low stratigraphical position of the holotype specimen. Dinheirosaurus and Supersaurus now represent the sister clade to Apatosaurus and Diplodocinae and therefore the most basal diplodocid genera. The geological location in the less known northern parts of the Morrison Kimmeridgian Fm., whereas K. siberi was found, corroborates previous hypotheses on faunal provinces within the formation. The probable subadult ontogenetic stage of the holotype specimens allows analysis of ontogenetic changes and their influence on diplodocid phylogeny.

Image and video hosting by TinyPic

Kaatedocus-siberi-ii

http://dinosaurs.wikia.com/wiki/Kaatedocus

Kentrosaurus


http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/e/ec/Berlin_Naturkundemuseum_Dino_Eingangshalle.jpg/800px-Berlin_Naturkundemuseum_Dino_Eingangshalle.jpg

kentrosaurus aethiopicus.

http://ombdinotopia.proboards.com/index.cgi?board=dinotopia&action=display&thread=360&page=10

January 30, 2012   Filed under: Thyreophora

A sharp spike on each shoulder of this dinosaur gave it extra protection from large predators. Kentrosaurus grazed on low-growing plants with its small head close to the ground. It walked on four chunky legs that carried its heavy body. Kentrosaurus lived at the same time asStegosaurus, but was only about a quarter of its size.

Factbox //Name: Kentrosaurus, meaning ‘pointed lizard’ Size: 2.5m long and about 1m high Food: low-growing plants Lived: 150-140 million years ago in the Late Jurassic Period in Tanzania, East Africa

The nine pairs of plates on the neck and back are very much narrower than those of Stegosaurus, and the five pairs of spines run in a double row right down the tail. Near the front of its back, the spikes were quite flat. They became more narrow and pointed from its middle to the end of its tail. Another pair of spines projects sideways from the shoulders.

Unlike more advanced stegosaurs, it seems Kentrosaurus did not have ossicles across its body embedded in the skin. Kentrosaurus may have used its sharp spikes to defend itself rather like today’s porcupines do. The little skull contains a tiny brain with well-developed olfactory bulbs. This suggests Kentrosaurus had a very good sense of smell, which would have aided food gathering.

Kentrosaurus lived among some of the largest dinosaurs, the gigantic Giraffatitan and Dicraeosaurus, in what is now Tanzania, East Africa.

This stegosaur was excavated between 1909 and 1912 from the Tendaguru site by a team from Germany. Several hundred Kentrosaurusbones were found, suggesting that something like 70 individuals died there. The group find suggests that it may have been a herding animal. Two mounted skeletons were prepared for the Humboldt Museum in Berlin, Germany, but one was destroyed by bombing during World War II.

Kentrosaurus aethiopicus was een ornithischische dinosauriër behorend tot de de groep van de Stegosauria die tijdens het Late Jura, zo’n 155 miljoen jaar geleden, leefde in Afrika.
Hij had een lengte van vijf meter. In tegenstelling tot Stegosaurus had hij maar tot aan het midden van zijn rug een zevental paar platen; deze waren smal en klein. Daarachter kwamen vijf paar scherpe stekels, uitmondend in een paar “thagomizer” stekels aan het eind van de staart. Dit wordt wel gezien als een aanwijzing dat in ieder geval de oorspronkelijke functie van de ruguitsteeksels bij de stegosauriërs een verdedigende was.
Fossielen van Kentrosaurus werden gevonden tijdens de Duitse expeditie naar de Tendaguru-vindplaats in het toenmalige Duits Oost-Afrika, het huidige Tanzania. Een opgesteld skelet in Berlijn is door een bombardement verloren gegaan. De soort werd in 1915 beschreven door Hennig. Kentrosaurus betekent “stekelig reptiel”; de soortaanduiding verwijst naar de Afrikaanse afkomst: met Aethiopia werd in het Klassieke Grieks heel Afrika aangeduid.

http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2014/06/10/a-digital-dino-bone/

 

kentrosaurus bone

 

 

 
Kileskus 534251459
kileskus-large-990x456
  An outline of the tyrannosauroid Kileskus, showing known parts in dark grey. Art by Conty, image from Wikipedia.
Holotype (ZIN PH 5/117) of Kileskus aristotocus. From Averianov et al., 2010. Scale bar is 3 cm.

ontdekt in Zuid-Korea. : een fossiel van de onderkaak van een gehoornde dinaurussoort die zo’n tachtig miljoen jaar geleden tijdens het krijttijdperk geleefd zou hebben.
Het fossiel is goed bewaard gebleven en had volgens een Zuid-Koreaans staatsinstituut “duidelijke teken van acht tanden in de linkeronderkaak”. Het gaat vermoedelijk om een voorloper van de plantenetende soorten Triceratops en Protoceratops.

Kritosaurus

http://ombdinotopia.proboards.com/index.cgi?board=dinotopia&action=display&thread=360&page=12

Kryptops palaios

Familie: Abelisauridae

Kundurosaurus – A Hadrosaur of the Cretaceous (  article  collected  &posted by “Neal” )  

Kundurosaurus nagornyi was a hadrosaurid dinosaur of the late Cretaceous. It is in the subfamily Saurolophinae. The holotype (AENM 2/921) and referred remains were found in the Udurchukan Formation at Kundur in the Amur Region of Far Eastern Russia. They were unearthed in strata that might date to the Maastrichtian age (70.6 – 65.5 million years ago) of the Cretaceous.

Pascal Godefroit, Yuri L. Bolotsky, and Pascaline Lauters wrote an article titled A New Saurolophine Dinosaur from the Latest Cretaceous of Far Eastern Russia. It was published in 2012 in PLoS one. This quote from the abstract says:
Background
Four main dinosaur sites have been investigated in latest Cretaceous deposits from the Amur/Heilongjiang Region: Jiayin and Wulaga in China (Yuliangze Formation), Blagoveschenk and Kundur in Russia (Udurchukan Formation). More than 90% of the bones discovered in these localities belong to hollow-crested lambeosaurine saurolophids, but flat-headed saurolophines are also represented: Kerberosaurus manakini at Blagoveschenk and Wulagosaurus dongi at Wulaga.
Methodology/Principal Findings
Herein we describe a new saurolophine dinosaur Kundurosaurus nagornyi gen. et sp. nov., from the Udurchukan Formation (Maastrichtian) of Kundur, represented by disarticulated cranial and postcranial material. This new taxon is diagnosed by four autapomorphies.
Conclusions/Significance
A phylogenetic analysis of saurolophines indicates that Kundurosaurus nagornyi is nested within a rather robust clade including Edmontosaurus spp., Saurolophus spp., and Prosaurolophus maximus, possibly as a sister taxon for Kerberosaurus manakini also from the Udurchukan Formation of Far Eastern Russia. The high diversity and mosaic distribution of Maastrichtian hadrosaurid faunas in the Amur-Heilongjiang region are the result of complex palaeogeographical history and imply that many independent hadrosaurid lineages dispersed without any problem between western America and eastern Asia at the end of the Cretaceous
The complete text is on this link.
°
 Kulindadromeus zabaikalicus
Kulindadromeus zabaikalicus
do 24/07/2014 – Belga
Meer dinosauriërs dan we tot nu toe hadden aangenomen, beschikten over veren. Dat blijkt uit een ontdekking van de Belgische paleontoloog Pascal Godefroit. Mogelijk bewijst de vondst zelfs dat alle dinosauriërs veren konden ontwikkelen, zo meldt het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). Het onderzoek daarover werd ook gepubliceerd in het wetenschappelijke magazine Science.

Sinds 1996 is aangetoond dat de meeste vleesetende dinosauriërs – of theropoden – min of meer geëvolueerde pluimen hadden. Sommigen hadden ook vleugels waarmee ze van de ene boom naar de andere konden zweven of vliegen.

Maar een onderzoeksteam van de Belgische wetenschapper Pascal Godefroit en zijn Russische collega Sofia Sinitsa ontdekte in de zomer van 2013 aan de Olov-rivier in het oosten van Siberië een nieuwe dinosaurussoort, die Kulindadromeus zabaikalicus werd gedoopt. De Kulindadromeus is anderhalve meter lang, met korte armen, lange achterpoten en een lange staart die bedekt was met schubben. Hij had een korte schedel en de tanden van een planteneter.

Maar de meest verrassende ontdekking van de paleontologen is dat de 169 tot 144 miljoen jaar oude soort complexe structuren op de voor- en achterpoten heeft die op veren lijken. De erg goed bewaarde draden, elk 15 millimeter lang, clusteren per zes of zeven samen.

Het is de eerste keer dat dergelijke structuren bij een primitieve en plantenetende dinosaurus ontdekt worden. Dat bewijst meteen dat niet enkel de theropoden over veren beschikten.

De ontdekking laat meteen ook vermoeden dat deze structuren waarschijnlijk bij alle dinosauriërs voorkwamen, misschien zelfs al bij de meest primitieve soorten, zo concluderen de wetenschappers. De theorie zal de komende jaren ongetwijfeld nog tot veel discussie leiden onder paleontologen, aldus het KBIN

Screen shot 2014-07-26 at 4.21.54 AM

Reconstruction of Kulindadromeus zabaikalicus. A basal ornithopod dinosaur, with feathers and scales, from the Middle to Late Jurassic of southeastern Siberia. [Drawing by Pascale Golinvaux (Royal Belgian Institute of Natural Sciences)]

Here’s a figure from the paper showing the reconstruction of the skeleton; the scale lines, which apply to the bones, are 1 cm. (2.54 cm/inch)

Screen shot 2014-07-26 at 3.46.07 AM

 

 

Screen shot 2014-07-27 at 5.44.28 AM

The skull, also with a 1 cm scale:

 

Here are impressions of scales on the leg (tibia and tarsus):

Screen shot 2014-07-26 at 4.18.01 AM

Large arched scales on the tail (B and C):

Screen shot 2014-07-26 at 4.18.10 AM

Screen shot 2014-07-26 at 4.18.19 AM

Below are the “feathers” on the arm bones (humerus and part of radius and ulna). B. shows enlargement of the white box in “A”, with the filamentous structures growing out of “compound structures”, and C is an interpretive drawing. The authors note:

These occur as groups of six or seven filaments that converge proximally and arise from the central regions of a basal plate. Individual filaments are 10 to 15 mm long. Those on the humerus are wider (0.2 to 0.4 mm) and straighter than those on the femur (0.1 to 0.2 mm). These groups of filaments. . .  resemble the down feathers of some modern chicken breeds, such as the Silkie, which are devoid of barbules.

Screen shot 2014-07-26 at 4.20.43 AM

The fact that feathers appear to be growing out of scale-like features suggests, as biologists have long assumed, that feathers actually evolved from scales, though the authors suggest that the “scales” on birds’ legs and feet are not persistent scales derived from their reptilian ancestors, but evolved back from feathers! Since scales certainly preceded feathers in the fossil record, this shows that truly new structures, certainly involving new genetic information, can evolve (and then be lost, reverting on birds’ feet to scales). That belies the common creationist criticism that new genetic information can’t evolve (we saw that from one commenter earlier today).

Here are some “monofilaments” around the rib cage. These are distributed widely around the head, neck, and thorax:

Screen shot 2014-07-26 at 4.24.12 AM

Enlargement of above (box), showing filaments:

Screen shot 2014-07-26 at 4.24.21 AM

Here’s the money paragraph from the paper:

. . . the integumentary structures in Ornithischia, already described in Psittacosaurus and Tianyulong, could be homologous to the “protofeathers” in non-avian theropods. In any case, it indicates that those protofeather-like structures were probably widespread in Dinosauria, possibly even in the earliest members of the clade. Further, the ability to form simple monofilaments and more complex compound structures is potentially nested within the archosauromorph clade. . .

Here’s the final statement in the National Geographic article:

“This does mean that we can now be very confident that feathers weren’t just an invention of birds and their closest relatives, but evolved much deeper in dinosaur history,” [Godefroit] adds. “I think that the common ancestor of dinosaurs probably had feathers, and that all dinosaurs had some type of feather, just like all mammals have some type of hair.”

Even so, Godefroit suggests that the largest dinosaurs likely had the fewest feathers, as they wouldn’t have needed them for insulation. “Just like elephants in Africa don’t need fur,” he says.

That suggests that feathers evolved in smaller dinosaurs as insulation, and the largest ones simply lost them, just as elephants, which evolved from much smaller animals, lost their hair (although their mammoth relatives in colder climes either did not, or re-evolved hair). I like the idea that feathers conferred insulation on these creatures, though a signalling function (which means that the feathers probably were colorful, and may have had different colors and patterns in different species) is not out of the question.

________________

Godefroit, P., S. M. Sinitsa, D. Dhouailly, Y. L. Bolotsky, A. V. Sizov, M. E. McNamara, M. J. Benton, and P. Spagna. 2014. A Jurassic ornithischian dinosaur from Siberia with both feathers and scales. 2014.  Science 345:451-455.

Support Wikipedia

DINOSAURICON J

J

Jainosaurus

Het dier heeft sterke tanden en kaken die het mogelijk maakten om de meest taaie planten naar binnen te werken. Deze dinosaurus leefde  in het huidige Mexico.

 

A iguanodontid, Jinzhousaurus yangi gen. et sp. nov., is erected based on the cranial and dental morphology of a specimen from the Yixian Formation of western Liaoning. Although a few primitive characteristics remain,Jinzhousaurus yangi display a number of characteristics similar to those seen in derived iguanodontids. Other interesting characteristics include the absence of antorbital fenestra and the frontal excluded from the participation in orbit, which are closer to the condition in hadrosaurids. The unusual combination of the characteristics provides important data for assessing morphological evolution toward hadrosaurs. The new discovery also represents the first reported large-sized dinosaur from Jehol fauna in western Liaoning, and increases the diversity of this famous fauna. Furthermore, the discovery of a derived iguanodontid from the Yixian Formation provides further evidence supporting a Cretaceous age of the Jehol fauna, which is consistent with an isotopic age.

http://www.app.pan.pl/archive/published/app54/app54-035.pdf
http://www.springerlink.com/content/0k65311548643t30/fulltext.pdf

Jobaria tiguidensis(Rebbachisaurus tamesnensis Lapparent, 1960)

Sereno, Beck, Dutheil, Larsson, Lyon, Moussa, Sadleir, Sidor, Varricchio, Wilson G. P. & Wilson, J. A. 1999

Holotype (MNN TIG3): Partial articulated skeleton including the axis, forelimbs and hind limbs, pubes, and most of the tail.

Referred materials: Several partial skeletons and isolated bones.

: Tiourarén Formation. Middle Jurassic (Bathonian-Oxfordian).: Tamerát, Niger.

Sauropoda Diplodocoidea

Jobaria was a relatively large primitive sauropod dinosaur with a rather short neck; it reached lengths of around 21 m .It was discovered in the fall of 1997 during an expedition to Niger’s Sahara Desert, led by palaeontologist Paul Sereno.

It was first suggested that Jobaria lived during the Early Cretaceous Period, however later studies show that it lived during the Middle Jurassic Period.

A juvenile Jobaria discovered at the site in Niger yielded tooth marks on the ribs, suggesting the specimen was preyed upon, perhaps by the dinosaur Afrovenator.

Jobaria tiguidensis

In 1994 toen Sereno et al. Afrovenator beschreven maakten zij ook melding van de ontdekking van de resten van een onbekende sauropode. J. tiguidensis is gevonden in het Valanginian/Hauteravian van centraal Niger. Hij was 21,3 m. lang en zijn heuphoogte bedroeg meer dan 4,5 meter. In zijn leven woog hij vermoedelijk meer dan 18.000 kg. “Jobar” is blijkbaar een creatuur van Tuareg legenden; de tweede naam refereerd aan een rotswand in de buurt van de vindplaats. Indien J. tiguidensis zou zijn gevonden in lagen uit de beginperiode van het Midden Jura dan zou deze dinosaurus een redelijk potentionele kandidaat zijn geweest om de voorouder te zijn van alle geavanceerde sauropoden, zoals het is verschijnt hij echter te laat in tijd.

De schedel van Jobaria is opgebouwd uit zeer fragile botten en heeft zeer grote openingen voor de neus en ogen, vermoedelijk beschikte dit dier over een zeer goed ontwikkeld reuk- en gehoorzintuig.  De hersenpan is het meest robuste gedeelte van de schedel. De lepelvormige tanden vertonen overeenkomsten met die van de eerste sauropoden. Er is geen andere sauropode uit het Krijt bekend met lepelvormige tanden. Deze waren zeer goed aangepast om bladeren en takken van bomen te rukken.

De dorsale (rug) wervels van de jonge Jobaria bezitten een simpele structuur.

Er zijn geen depressies voor luchtzakken van de longen en de uitsteeksels boven op de wervels zijn simpele beenplaten.

De nekwervels zijn relatief kort en er zijn er slechts 12. De bal-en-holte articulatie tussen de nekwervels stond de nek toe zowel zij- als opwaarts te bewegen. Luchtzakken langs de nek (verbonden met de longen) maakten de nek lichter.

Paul C. Sereno, Allison L. Beck, Didier B. Dutheil, Hans C. E. Larsson, Gabrielle H. Lyon, Bourahima Moussa, Rudyard W. Sadleir, Christian A. Sidor, David J. Varricchio, Gregory P. Wilson, and Jeffrey A. Wilson Science 286(5443): 1342-1347 [Nov 12 1999]

http://www.dinosaurus.net/nieuws/Jobarianl.htm

 

The skull of Juravenator starki. Photo by Ghedoghedo, image from Wikipedia.

The skull of Juravenator starki. Photo by Ghedoghedo,

http://phenomena.nationalgeographic.com/2012/12/19/j-is-for-juravenator/

Juravenator starki had both scales and simple dinofuzz. Photo by Ghedoghedo, image from Wikipedia.

 

 

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

Support Wikipedia

DINOSAURICON I

i

Ichabodcraniosaurus” – nomen nudum; probably Velociraptor

IgnavusaurusKnoll2010_Ignavusaurus_fig2.jpg

Abstract: A well-preserved, articulated dinosaur skeleton from southern Africa is described. The specimen comes from the upper Elliot Formation (?Hettangian) of Ha Ralekoala (Lesotho) and represents a new species: Ignavusaurus rachelis genus et species nova. A cladistic analysis suggests that Ignavusaurus is more derived than Thecodontosaurus–Pantydraco, but more primitive than Efraasia. Ignavusaurus indeed shares a number of unambiguous synapomorphies with the taxa more derived than Thecodontosaurus–Pantydraco, such as a fully open acetabulum, but it is more plesiomorphic than Efraasia and more derived sauropodomorphs as shown by the evidence of, for instance, the distal extremity of its tibia that is is longer (cranio-caudally) than wide (latero-medially). The discovery of Ignavusaurus increases the known diversity of the early sauropodomorph fauna of the upper Elliot Formation, which stands as one of the richest horizons in the world in this respect. Cambridge Journals:A primitive sauropodomorph from the upper Elliot Formation of Lesotho 

Iguanacolossus *

Iguanodoniguanodon Iguanodon

An Illustration of a restorated Iguanodon from a skeleton. These types of herbivores are now known to have lived in Europe, North America, and Asia 120 million years ago. — Image by Bettmann/CORBIS Animals Cretaceous Period Dinosaur Engravings Extinct animal Iguanodon Intaglio prints Mesozoic Era Nobody One animal Prehistoric Prints Transfer prints Photograph: © Bettmann/CORBIS
Iguanodon_skull

(Megalosaurus ?)  Oxford museum
Iguanodon    is een herbivore ornithopode dinosauriër uit het Vroege Krijt. Het was een van de meest voorkomende dinosauriërs, en het typevoorbeeld van de groep van Iguanodonten. Het was een van de eerste dinosauriërs die ontdekt werd. Iguanodons zijn gevonden in Europa, Noord-Afrika en Noord-Amerika (vondsten in Mongolië zijn nog onzeker), verwante soorten ook in andere werelddelen, tot in Australië toe. Een van de rijkste vindplaatsen was in 1878 in een kolenmijn in Bernissart in België, waar meerdere complete en relatief zeer weinig verstoorde skeletten bij elkaar lagen.Iguanodons waren tamelijk grote dieren, met een lengte van zes tot tien meter (afhankelijk van de precieze soort) en een gewicht van 4,5 tot 5,5 ton.Iguanodon bezat een hoornige snavel, vergelijkbaar met die van schildpadden, dieper in de mond bevonden zich (links en rechts) onder elkaar liggende rijen tanden, die samen een in de hoogte en breedte aaneengesloten “batterij” vormden met een door afslijting steeds scherpe snijrand, die permanent van onderen aangevuld werd door de groei van een nieuwe rij. Het kauwen gebeurde niet zoals bij zoogdieren door de kaak in het horizontale vlak rond te laten draaien, maar doordat het stuk van de schedel waar de boventanden in zaten bij de sluiting van de kaken naar binnen klapte. Iguanodon bezat een vrij korte, omhooggebogen hals. De kop was tamelijk zwaar en qua vorm enigszins vergelijkbaar met een paardenhoofd.Iguanodons konden zowel op twee als op vier poten lopen; over wat de meest gebruikelijke vorm van voortbeweging was, bestaat nog geen enigheid. Opvallend detail is dat ze een hoornige, kegelvormige klauw hadden waar bij een mens zich de duim zou bevinden.Iguanodon was de eerste dinosauriër die ontdekt werd, hoewel Megalosaurus eerder beschreven werd. Vanaf ongeveer 1810 werd in steengroeven een aantal tanden en botten ontdekt en aan verzamelaars verkocht. Omdat de tanden wel op die van leguanen leken, maar dan een stuk groter, werd het dier Iguanodon (leguanentand) genoemd. Het werd voor het eerst beschreven en kreeg zijn naam door Gideon Mantell in 1825.Nadat meer vondsten gedaan waren, maakte hij een reconstructie die echter naar wat wij nu weten niet erg met de werkelijkheid overeenkwam. Zo toonde hij Iguanodon als een log, vierbenig reptiel, terwijl we nu weten dat Iguanodon redelijk snel en in elk geval facultatief tweebenig was. Een sterk opgerichte houding was echter onmogelijk doordat verbeende pezen de basis van de staart naar beneden kromden. Ook werd de duimkegel bij gebrek aan kennis over waar het thuishoorde als een hoorn op de neus geplaatst. Een andere foute interpreatie betrof de lengte die door extrapolatie vanuit de bouw van een hagedis op wel zestig meter geschat werd. Later in zijn leven kreeg Mantell een steeds beter beeld van de werkelijke bouw van het dier.

Toen in 1842 de Dinosauria door Richard Owen voor het eerst benoemd werden, werd Iguanodon met Megalosaurus en Hylaeosaurus in deze groep geplaatst.

In 1878 werden in de steenkoolmijnen van Bernissart skeletten gevonden van de dinosauriërgeslacht Iguanodon. Deze vondst is vrij uniek in de wereld: 30 complete en enkele onvolledige skeletten werden teruggevonden. Het was de eerste keer dat zoveel en zo’n volledige resten van dinosauriërs werden teruggevonden en zijn momenteel te bezichtigen in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. De soort kreeg de naam Iguanodon bernissartensis, wat wil zeggen Iguanodon van Bernissart. Het is nog steeds niet duidelijk hoe het komt dat zoveel skeletten op dezelfde plaats bewaard zijn maar algemeen neemt men aan dat de vindplaats een natuurlijke moerassige bezinkingsput was. De kadavers konden zich er gedurende vele jaren opeenstapelen en fossiliseerden. De steenkool uit het bekken van Bergen waarnaar gedolven werd, stamt uit het Carboon, de iguanodons uit het Jura, een latere periode. De dinosauriërs zijn gevonden doordat hun resten door een onderaardse verschuiving, een “cran”, in oudere lagen terecht zijn gekomen.

Iguanodon May 17, 2011

Filed under: Ornithopoda

One of the first dinosaurs to be found, Iguanodon had strong back legs with three-toed feet and hoof-like nails.

Iguanodon usually walked on all fours but sometimes got about on just its hind legs. It weighed as much as an elephant.

Famed as being one of the first dinosaurs to be scientifically recognized, Iguanodon became something of a wastebasket taxon over the years. It was thought to have been a four-footed, rhinoceros-like animal until complete skeletons were found in a mine in Belgium in the 1880s. Thereafter, it was restored in a kangaroo-like pose. Now it is largely regarded as a four-footed animal once more.

Factbox //Name: Iguanodon, meaning ’iguana tooth’Size: up to 10m long and 5m highFood: plants and leavesLived: about 120-110 million years ago in the Early Cretaceous Period in Europe, Mongolia, North Africa

Iguanodon is the archetypal ornithopod. Its head is narrow and beaked, with tough, grinding teeth. Its hands consist of three weight-bearing fingers with hooves. It has a massive spike on the first finger used for defence or gathering food, and a prehensile fifth finger that works like a thumb. The hind legs are heavy and the three toes are weight-bearing. The long, deep tail balanced the animal as it walked.

Although Iguanodon was found and named by Mantell in 1825, the description was based only on teeth. In 2000 the International Commission on Zoological Nomenclature ruled the type species to be I. bernissartensis described in 1881, based on complete skeletons from Belgium.

Scientists speculate that Iguanodon probably walked on its toes, like a cat or dog. When chased by a predator, it could run at speeds of 35km/h. Iguanodon’s tail was stiff and flat, and this helped it to keep its balance.

Several skeletons of Iguanodon have been found close together. This is a clue to the fact that they lived in groups or herds. Iguanodon was the second dinosaur to be named (after Megalosaurus), in 1825.

Iguanodon had very strange hands. These had four fingers and a pointed thumb that resembled a spike. Iguanodon could only move this spike from side to side and used it as a weapon to defend itself. Iguanodon was a herbivore and used its fourth finger to hook down branches for food.

Most of Iguanodon’s day was probably spent searching for food and then chewing it up. It had no teeth at the front of its jaws but used its bony beak to bite off leaves. its back teeth were like an iguana’s, but much larger. There were about a hundred of them.

In 1878, in the small town of Bernissart in Belgium, miners working 322m down a shaft struck a mass of fossil bones. They had dug right through the skeleton of an Iguanodon. Finally, the bones of 39 Iguanodon were discovered there, and were put together. The complete skeletons can still be seen in the Royal Institute of Natural Sciences in Belgium.

Mantellisaurus atherfieldensis   Iguanodon atherfieldensis

Leguanentand van Atherfield

Posted Image

Afbeelding Iguanodon atherfieldensis

Deze iguanodonsoort was kleiner en slanker dan Iguanodon bernissartensis; kijk maar naar de schedel en de voorpoten. Hij liep meestal op twee poten. Net als andere iguanodons had deze dinosoort puntige duimstekels om zich te verdedigen. Ooit werd gedacht dat deze ‘hoorns’ op de snuit van de iguanodons stonden, zoals bij een neushoorn! Naast de groep Iguanodon bernissartensis die in het Belgische mijndorp Bernissart werd gevonden, werd ook één heel goed bewaard skelet van Iguanodon atherfieldensis gevonden.

Deze dino leefde 135-110 miljoen jaar geleden. Paleontologen vonden hem in Groot-Brittanië, België, Duitsland, Spanje, Frankrijk en Mongolië

KBIN

Iguanodon atherfieldensis is very similar to Iguanodon bernissartensis, but is smaller and more gracile and has some other osteological differences. Differences between these two species can be explained as ontogenetic, sexual, or individual (ecological) variations. Despite these possibilities, it is still considered that these are two different species.

 
Skeleton of Iguanodon atherfieldensis
Iguanodon dinosaurIguanodon atherfieldensis, one of the most complete skeletons of an Iguanodon discovered in the British Isles. Found on the Isle of Wight in 1917, it dates back 140-110 million years.The Natural History Museum UKThe skull of Iguanodon atherfieldensis, found in Britain.The skull of Iguanodon atherfieldensis, found in Britain. The fossil evidence of dinosaurs and plants suggests that the Earth was several degrees warmer in the Cretaceous than it is today.The Natural History Museum UK

Iguanosaurus” – nomen nudum; Iguanodon *Iguanoides” – nomen nudum; Iguanodon *

Early, inaccurate sketch of two Iguanodon

http://www.lindahall.org/events_exhib/exhibit/exhibits/dino/index.shtml

1. Buckland, William. “Notice on the Megalosaurus or great Fossil Lizard of Stonesfield,” in: Transactions of the Geological Society of London, series. 2, vol. 1 (1824), pp. 390-396.

2. Mantell, Gideon. “Notice on the Iguanodon, a newly discovered fossil reptile, from the sandstone of Tilgate Forest, in Sussex,” in: Philosophical Transactions of the Royal Society of London, vol. 115 (1825), pp. 179-186.

3. Mantell, Gideon. The Wonders of Geology. London: Relfe and Fletcher, 1838.

4. Owen, Richard. “Report on British fossil reptiles. Part II,” in: Report of the Eleventh Meeting of the British Association for the Advancement of Science, held at Plymouth, July 1841, pp. 66-204.

5. Hawkins, Benjamin Waterhouse. “On visual education as applied to geology,” in: Journal of the Society of Arts, vol. 2 (1854), pp. 444-449.

6. Owen, Richard. Geology and Inhabitants of the Ancient World. London: Crystal Palace Library, and Bradbury & Evans, 1854.

7. Goodrich, Samuel Griswold. Illustrated Natural History of the Animal Kingdom. New York: Derby & Jackson, 1859

Iliosuchus

Ilokelesia

Incisivosaurus, Gabriel Lio.jpg

Incisivosaurus

http://ombdinotopia.proboards.com/index.cgi?board=dinotopia&action=display&thread=360&page=7

[image]
This image of Incisivosaurus, by Portia Sloan, was released to the press by the IVPP.

Incisivosaurus (“incisor lizard”) was a basal oviraptorosaurian theropod dinosaur from the Lower Cretaceous Period of what is now the People’s Republic of China. The holotype, a skull, mandible, and an incomplete cervical vertebra, was collected from the lowermost levels (fluvial beds) of the Yixian Formation (Jehol Group, Barremian) in the Sihetun area, near Beipiao City, in western Liaoning Province. The most significant, and highly unusual, characteristic of this theropod is it apparent adaptation to an herbivorous or False Doctrinevorous lifestyle. The genus was named for its prominent and rodent-like incisiform premaxillary teeth, which exhibit wear patterns common to plant-eating dinosaurs. The species name honors Dr. Jacques Gauthier. The skull, which measures approximately 10 cm, preserves the most complete dentition known for any oviraptorosaurian. A cladistic analysis published by Xu et al. (2002) indicates that Incisivosaurus is the basalmost of the Oviraptorosauria, below Caudipteryx + the Caenagnathoidea polytomy.

Description
Osmolska et al. (2004) describe Incisivosaurus gauthieri as follows: “The long preorbital region is approximately half the length of the skull. The pterygoid has an accessory ventral flange that contacts its fellow on the midline. The mandible is slender with a reduced coronoid bone and a long external fenestra. The upper jaws and mandible bear a heterodont dentition; the first premaxillary tooth is mesiodistally compressed and greatly enlarged, while the second through fourth premaxillary teeth are much small and subconical. The nine maxillary teeth and eight or nine dentary teeth are small and lanceolate.” The skull also possesses a vertically oriented ectopterygoid, a fused dentary symphysis, a long and shallow posteroventral process of the dentary, large mandibular fenestra, a strap-like splenial, and long retroarticular process. All these traits are shared with more typical oviraptorosaurs.

However, the skull of Incisivosaurus lacks the following traits generally used to unite oviraptorosaurs and derived avialians: toothless jaws, abbreviated nasal, elongate parietals, quadrates with lateral cotyles for the quadratojugal, a rodlike jugal bar, a long maxillary process of the palatine, an absence of a subsidiary palatine fenestra, an ectopterygoid that articulates primarily with the lacrimal and maxilla laterally, absence of a jugal hook on the ectopterygoid. In most of these particular instances, Incisivosaurus more closely resembles therizinosaurs than birds.

Incisivosaurus is assumed to have been feathered like most other maniraptoran theropods and may have been secondarily flightless. Its total body length has been estimated at just under a meter.
© 2007 Answers Corporation

Indosaurus

Indosuchus

Ingenia” – preoccupied name, has not yet been renamed

Inosaurus

Irritator

Isanosaurus

Ischisaurus – junior synonym of Herrerasaurus

Ischyrosaurus” – preoccupied name, has not yet been renamed

Isisaurus

Issasaurus” – nomen nudum; Dicraeosaurus

Itemirus

Iuticosaurus

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

Support Wikipedia

DINOSAURICON G

G

Gallimimus June 15, 2011

Filed under: Theropoda

With a short, light body and long back legs, Gallimimus was a fast-running dinosaur. It took very long strides and could outrun most predators. It looked like a large ostrich with its long neck and toothless beak. Its stiff tail helped it to balance when running.

The ornithomimid featured in the film Jurassic Park was Gallimimus. It was a fairly good representation, except that it is now thought that these animals were covered in feathers, which would make sense if they were to be as active as they were portrayed in the film. There are skeletons of juveniles that have allowed scientists to study the growth pattern of ornithomimids in general.

Factbox//Name: Gallimimus, meaning ‘chicken mimic’ Size: 6m long and 3m high Food: plants, eggs, insects and lizards  Lived: about 70 million years ago in the Cretaceous Period in Mongolia

Gallimimusis the largest known type of ornithomimid, but it has shorter arms in proportion to the other species. The hands, too, are quite small and the fingers are not very flexible. The head is quite long and graceful and, as in nearly all ornithomimids, the jaws have no teeth. The beak of the lower jaw is shovel-shaped, and the big eyes are situated on the sides of the head, so it did not have binocular vision.Like the other ostrich mimics and modern birds, Gallimimus had hollow bones. This device allowed for a reduction of weight in the body, without reducing the strength, and enabled the animal to move quickly. The main difference between the two known Gallimimus species is the shape of the fingers. G. mongoliensishad shorter hands and would not have grasped as well.Gallimimus had short arms with three claws on its hands. The claws were sharp, but Gallimimuscould not grasp things very well and did not eat meat because it could not tear it up.Gallimimus’claws came in very useful, however, because it used them to scrape away at the soil to dig up eggs for food. It ate mostly plants, but it also fed on small insects, which it grabbed in its beak, and even chased lizards.

http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2007/05/24/galve-european-spinosaurines-c/

Ornithischia Thyreophora Ankylosauria Ankylosauridae?
Subfamily: Polacanthinae?
Genus: Gargoyleosaurus
Species: G. parkpinorum

Fossil range: Late Jurassic

Posted Image

Gargoyleosaurus (meaning “gargoyle lizard”) is one of the earliest ankylosaurs known from reasonably complete fossil remains. Its skull measures 29 centimetres (11 in) in length, and its total body length is an estimated 3 to 4 metres (9.8 to 13 ft). It may have weighed as much as 1 tonne (2,200 lb). The holotype was discovered at the Bone Cabin Quarry West locality, in Albany County, Wyoming in exposures of the Upper Jurassic (Kimmeridgian to Tithonian stages) Morrison Formation.

The type species, G. parkpinorum (originally G. parkpini) was described by Ken Carpenter et al. in 1998. A mounted skeletal reconstruction of Gargoyleosaurus parkpinorum can be seen at the Denver Museum of Nature and Science. Gargoyleosaurus was present in stratigraphic zone 2 of the Morrison Formation.

Posted Image

Holotype
The holotype specimen of Gargoyleosaurus parkpinorum was collected by Western Paleontology Labs in 1996 and is currently held in the collections of the Denver Museum of Nature and Science, Denver, Colorado. Besides the holotype, two other partial skeletons are known (although not yet described) The holotype consists of most of the skull and a partial postcranial skeleton. The specimen was originally described as Gargoyleosaurus parkpini by Carpenter, Miles and Cloward in 1998, then renamed G. parkpinorum by Carpenter et al. in 2001, in accordance with ICZN art. 31.1.2A.

Posted Image

Classification
Much of the skull and skeleton has been recovered, and the taxon displays cranial sculpturing, including pronounced deltoid quadratojugal and squamosal bosses. The taxon is further characterized by a narrow rostrum (in dorsal view), the presence of seven conical teeth in each premaxilla, an incomplete osseous nasal septum, a linerarly arranged nasal cavity, the absence of an osseus secondary palate, and, as regards osteoderms, two sets of co-ossified cervical plates and a number of elongate conical spines.

Vickaryous et al. (2004) place Gargoyleosaurus parkpinorum within the Family Ankylosauridae of the Ankylosauria and are in agreement with most previous phylogenetic hypotheses, which place the genus as the sister group to all other ankylosaurids (i.e., members of the Ankylosauridae). These studies however, only utilized the skull, whereas many of the distinctive features of the family Polacanthidae are in the postcranial skeleton.

http://carnivoraforum.com/topic/9329337/1/


This great photo of the holotype of Gargoyleosaurus parkpini, DMNH 27726, was taken by Jim Puckett in the Dinosaur Hall of “Prehistoric Journey” at the Denver Museum of Nature and Science.

dmnhanka.jpg (13974 bytes)  Reconstructed skeleton of the Jurassic ankylosaur (Gargoyleosaurus parkpini) in the Denver Museum of Science and Nature. Note scutes dermal covering the head and upper body.)

  • GarudimimusGarudimimus is een geslacht van theropode dinosauriërs, behorend tot de groep van de Maniraptoriformes, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Mongolië. De enige benoemde soort is Garudimimus brevipes

http://www.dino-nakasato.org/image/special97/Garu-pht-l.jpg

Garudimimus brevipes Barsbold, 1981
Garudimimidé du Cenomanien/Santonien (99.6-83.5 MA) de Mongolie (Ömnögov’); identifié par un squelette partiel (crâne, os des bras, vertèbres, pubis …).

Garudimimus, meaning “Garuda mimic”, is a genus of ornithomimosaur dinosaur from the Upper Cretaceous Period. It was found in sedimentary deposits in Bayshin Tsav, Mongolia.

Garudimimus was about 13 feet in length and was possibly an omnivore. It is believed that this dinosaur was not built for speed, unlike most ornithomimosaurs. It had short legs and heavy feet. The muscles of the legs were not as developed as in more derived ornithomimosaurs. Each foot had four toes, also unlike the typical three-toed relatives. The skull was rounded and the eyes would have been large. It was previously thought that this dinosaur had a horn at the top of the skull, however, recent studies show that the horn was a misplaced skull bone.

  • Gasparinisaura   Gasparinisaura is een geslacht van plantenetende dinosauriërs, behorend tot de groep van de Euornithopoda, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Zuid-Amerika. De enige benoemde soort is Gasparinisaura cincosaltensis.
  Gasparinisaura 2.jpg
____________________________________________________________________________________________________
°
  • Gastonia Gastonia  Gastonia is een uitgestorven geslacht van plantenetende ornithischische dinosauriërs dat tijdens het Vroeg-Krijt leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika.
gastonia_burgei
This drawing shows the possible appearance of Gastonia, a dinosaur from the early Cretaceous Period (around 125 million years ago). Gastonia featured a sacral shield and large spikes on its shoulders. It was named by James Kirkland in 1998 after remains were found in Utah, USA.
gastonia
http://blog.press.princeton.edu/2010/10/02/pgs-daily-dinosaur-gastonia-burgei/
A few skulls and skeletons from nearly complete to partial.
ANATOMICAL CHARACTERISTICS Head very small, heavily armored, no teeth on front of upper jaw. Arm and leg very short. Belly extremely broad. Large sidewaysprojecting shoulder spines, no lateral spines at hip, modest spines on side of tail.
AGE Early Cretaceous, Barremian.
DISTRIBUTION AND FORMATION Utah; Lower Cedar Mountain.
HABITAT Short wet season, otherwise semiarid with floodplain prairies, open woodlands, and riverine forests

 

____________________________________________________________________________________________________

Gigano2

  • Gigantosaurus carolinii, bigger than the Mapusaurus , it was even larger than the Tyranosaurus Rex, with a skull 1.8m long.
    ________________________________________________________________________________________________
  • Gigantoraptor

Gigantoraptor Erlianensis

Gigantoraptor Erlianensis

Journalists examine the replica of a fossilized skull, a small scale model and actual fossilized leg bones from the Gigantoraptor erlianensis, whose fossilized bones were uncovered recently in northern China at an unveiling held in Beijing, China, Wednesday, June 13, 2007. The remains of a giant, birdlike dinosaur at least 35 times the weight of similar species have been found in China, a surprising discovery that indicates a more complicated evolutionary process for birds than originally thought, scientists said Wednesday.(AP Photo/Ng Han Guan)
____________________________________________________________________________________________________
  • Gigantspinosaurus  Gigantspinosaurus is een geslacht van plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorend tot de groep van de Stegosauria, dat tijdens het Opper-Jura leefde in het gebied van het huidige China

skull-photo2

gigintspin-mount

http://archosaurmusings.wordpress.com/2008/11/13/gigantspinosaurus-the-lost-chinese-stegosaur/

the Tendaguru giant.
Berlin: MFN Dinosaur Hall,
Giraffatitan brancai was a sauropod, one of a group of four-legged, plant-eating dinosaurs with long necks and tails, and tiny brains.Originally considered to be a species of Brachiosaurus, Giraffatitan appears to deserve its own genus, as no derived characters have been found to link it to Brachiosaurus proper. The skull has an unusually tall rounded crest containing the nostrils, which is why it was selected for this poster. This species is unusual in possessing “withers” over the shoulders.
It and the other Brachiosaurids are members of the Brachiosauridae family of dinosaurs.They differ from other sauropods, as all had a long giraffe-like build, with long forelimbs and a raised neck, which it probably used to graze in the tops of trees. It has been suggested that all were basal titanosauriforms thrown together without respect for true characteristics, such as long necks and long arms.
For many decades, Brachiosaurus was the largest known dinosaur. It has since been exceeded in sheer mass by a number of giant titanosaurids like the Argentinosaurus and it was finally surpassed in height by another brachiosaurid, the Sauroposeidon. It was, however, still the largest dinosaur known from a relatively complete skeleton and the largest on display anywhere in the world.
The first Brachiosaurus was discovered in 1900 by Elmer S. Riggs, in the Grand River Canyon of western Colorado, in the United States. He named the new species and genera in 1903 after its long front limbs. Brachiosaurus means “arm lizard”, from the Greek brachion (“arm”) and sauros (“lizard”). This first discovered species has named Brachiosaurus altithorax and it was made famous by the movie “Jurassic Park”. It is very tall (40 feet!) and very heavy – more than 12 elephants! Unlike most of the other long-necked dinosaurs,
Starting in 1909, German paleontologist Werner Janensch found many new specimens in Tanzania, Africa, including some nearly complete skeletons. These were the Brachiosaurus brancai, which is shown on the poster. Its fossilized remains are on display at the Humboldt Museum in Berlin, Germany. The remains are primarily from one gigantic animal, except for a few tail bones (caudal vertebrae) which belong to another animal of the same size and species While the Diplodocus carnegiei mounted at the Carnegie Museum of Natural History in Pittsburgh, United States actually exceeds it in length, the Berlin animal is taller, and far more massive. Almost a century after its discovery, it still remains the largest mounted dinosaur in the world. It has also been one of the luckiest, because it escape destruction when most of Berlin was reduced to rubble by allied bombardment during World War II.There are three known species of Brachiosaurus;
B. alataiensis (de Lapparent & Zbyszewski, 1957): Is known from back bones (vertebrae), and parts of the hip and limbs, which were recovered in Estremadura, Portugal. It lived about 150 million years ago, during the Kimmeridgian age of the late Jurassic period.
B. altithorax (Riggs, 1903). The type species is known from two partial skeletons recovered in Colorado and Utah in the United States. It lived from 145 to 150 million years ago, during the Kimmeridgian to Tithonian ages.
?B. nougaredi (de Lapparent, 1960): While it may not be a distinct species (nomen dubium?) it is known from set of fused bones over the hip (sacrum), and parts of a forelimb, which were recovered in Wargla, Algeria in Africa. It lived 100 to 110 million years ago, during the Albian to Cenomanian ages of the middle Cretaceous period.There at least two other valid members of the family. :
Giraffatitan brancai (Janensch, 1914 (formerly B. brancai): The new type species, it is known from five partial skeletons, including at least three skulls, and some limb bones, which were recovered in Mtwara, Tanzania, in Africa. It lived from 145 to 150 million years ago, during the Kimmeridgian to Tithonian ages of the late Jurassic period.
Cedarosaurus weiskopfae (Tidwell, Carpenter, and Brooks, 1999). A new brachiosaurid from the Yellow Cat member of the Cedar Mountain Formation in Utah. This sauropod is known from a partial skeleton including vertebrae, partial girdles, and most of the limbs. Remains referred to Pleurocoelus may belong here. It was a smallish sauropod.http://www.dinosaur-world.com/weird_dinosaurs/giraffatitan%20_brancai.htm
Members of an antarctic 1990–91 expedition collected partial remains of a Jurassic creature called Glacialisaurus, meaning “frozen lizard.”The entire dinosaur must have been 20–25 feet (6–8 m) long and weighed an estimated 4–6 tons.
This is (tentatively) identified as a plant-eating, longnecked dinosaur, or sauropodomorph.
Again, this was a big eater.
Illustration by Mike Belknap

Skeleton of Giraffatitan.

Gondwanatitan

Gondwanatitan is a Primitive Titanosaur from late Cretaceous Brazil.  It was similar to Aeolosaurus.

esqueleto de gondwanatitan

http://dinossaurosondeviveramcaracteristicas.blogspot.be/2013_06_01_archive.html

http://dinosaurs.about.com/od/herbivorousdinosaurs/p/gondwanatitan.htm

  • Gongbusaurus Gongbusaurus is een geslacht van plantenetende ornithischische dinosauriërs dat tijdens het late Jura leefde in het gebied van het huidige China

   

“Gongbusaurus” wucaiwanensis

Gongbusaurus (meaning “Yu Gong’s (of the Zigong Dinosaur Museum) lizard”) is a genus of ornithischian (an ornithopod?) dinosaur that lived between about 160 and 155 million years ago, in the Late Jurassic period. A small herbivore, it is very poorly known. Two species have been assigned to it, but as the original name is based on teeth, there is no concrete evidence to connect the two species. Its fossils have been found in China.

 Afbeeldingen van Gongxianosaurus


Skeletal reconstruction of Gongxianosaurus shibeiensis. From He et al., 1998.

http://www.palaeocritti.com/by-group/dinosauria/sauropoda/gongxianosaurus

Gorgosaurus libratus
Gorgosaurus, meaning “fierce lizard” (from the Greek: gorgos/ meaning ‘terrible’ or ‘fierce’ and saurus/ meaning ‘lizard’) is a genus of carnivorous dinosaur that reached 7 to 8 metres (27 to 30 feet) in length, with an estimated weight of 2.5 tonnes (2.75 short tons). It was first described by paleontologist Lawrence Morris Lambe, in 1914 and has been found in western Canada and the United States. It lived about 70 million years ago in the late Cretaceous Period.
Over 20 Gorgosaurus skeletons have been recovered, making it the most well-represented tyrannosaurid in the fossil record. Generally similar to Tyrannosaurus and most other large tyrannosaurids (such as Daspletosaurus and Albertosaurus), Gorgosaurus can be described as having a massive head, large curved teeth, tiny two-fingered front limbs, and powerful legs. Compared to the other tyrannosaurids, Gorgosaurus is most similar to its very close relative Albertosaurus. Although it has been suggested that Gorgosaurus was a scavenger, its co-existence with the similarly sized but more robust tyrannosaurid, Daspletosaurus, casts doubt on this theory. Another hypothesis proposes that Gorgosaurus, which was rather lean for a tyrannosaurid, actively hunted fleet-footed animals such as duckbills and ornithomimids (‘ostrich-mimic’ dinosaurs). According to this proposition, the more troublesome ceratopsians and ankylosaurians (horned and heavily armoured dinosaurs) would have been left to Daspletosaurus.For years, the species Gorgosaurus libratus (the only species of Gorgosaurus currently recognized) was assigned to the Albertosaurus genus. However, recent work done by paleontologists suggest that enough differences exist between G. libratus and the other Albertosaurus species, to justify the original genus name of Gorgosaurus.Order: Saurischia
Suborder: Theropoda
Family: Tyrannosauridae
Subfamily: Albertosaurinae
Genus: Gorgosaurus
Species: G. libratus

Image © The Natural History Museum, London 2007

Goyocephale was a genus of dinosaur which lived during the Late Cretaceous period. It lived in what is now Mongolia. Goyocephale was a pachycephalosaur, which were ornithischians with thick, bony skulls.Goyocephale probably weighed 10-40 kg. The type species, Goyocephale lattimorei, was formally described by Perle, Maryanska, and Osmolska in 1982. It is based on a fairly complete skeleton.

Order: Ornithischia
Suborder: Marginocephalia
Infraorder: Pachycephalosauria
Family: Pachycephalosauridae
Genus: Goyocephale
Perle, Maryanska, and Osmolska (1982)
Species:
Goyocephale lattimorei

Gryponyx

Gryponyx africanus

Gryponyx taylori

Gryponyx transvaalensis

A new species of the hadrosaurine hadrosaurid Gryposaurus was discovered in the late Campanian Kaiparowits Formation of southern Utah.

Gryposaurus monumentensis

Lees meer … Palaeoblog
Lees het oorspronkelijke wetenschappelijke artikel

http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1096-3642.2007.00349.x/full

Gryposaurus monumentensis

Gryposaurus notabilis
Gryposaurus was a common duck-billed dinosaur known from a over 10 skulls, some bones, and one of the very few skin casts ever found. The skin cast reveals the skin on its neck, sides and belly were covered with smooth scales less than a quarter of an inch in size. It had a long, narrow skull, highly-arched nostrils, and a big bump on its snout. It was a large plant-eater that would have traveled in herds while trying to avoid being eaten by some of the earliest tyrannosaur family members. Discovered in Alberta, Canada by L. Lambe in 1914, the type species is G. notabilis.
Gryposaurus is much better known under the name Kritosaurus notabilis. For a long time Kritosaurus and Gryposaurus were considered to be the same genus, but in the last twenty years it has become clear that the type material of Kritosaurus is not particularly diagnostic, based on a fragmentary skull.

Gryposaurus, meanwhile, is based on much better remains. Interestingly, it now appears that Kritosaurus may actually be a “saurolophinid”, instead of a “gryposaurinid”, illustrating the problems of establishing hadrosaurid taxa on material that is either missing or has an inadequately preserved skull.

hadrosaurid, hadrosaur, duck-billed dinosaur=  was a plant-eater that was about 30 feet (9 m) long.

  • Guaibasaurus    Guaibasaurus is een geslacht van saurischische dinosauriërs dat tijdens het late Trias leefde in het gebied van het huidige Brazilië. De typesoort is Guaibasaurus candelariensis.

http://maniraptora.com/dinosaurs_world/macn/guaiba/code.html

Skeleton of Guaibasaurus candalariensis

Meer afbeeldingen <—

Guaibasaurus (“Rio Guaiba lizard”) was an  early dinosaur from the Late Triassic, about 220 million years ago. It was found in 1998 by José Bonaparte and Jorge Ferigolo near Candalaria, Río Grande do Sul Province, Brazil. The remains consist of two incomplete skeletons. Guaibasaurus is an even more primitive saurischian than either the Argentinean Herrerasaurus or the Brazilian Staurikosaurus, and may belong to the group that was ancestral to both sauropods and theropods.

.

.

.

.

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

Support Wikipedia