HOMO SAPIENS SAPIENS IN AFRIKA

°

°

MENSENRASSEN,  <—

afrika -10.000 tot nu.docx (186.1 KB)

°

 

 

https://tsjok45.wordpress.com/2012/11/28/ras/san-bosjesman/

 

 

‘Eerste kampvuren versterkten sociale banden’

 

'Eerste kampvuren versterkten sociale banden'

De eerste kampvuren versterkten mogelijk de sociale banden tussen mensen, zo blijkt uit onderzoek onder bosjesmannen in Afrika.

http://www.nu.nl/wetenschap/3885152/eerste-kampvuren-versterkten-sociale-banden-.html

23 september 2014

Als bosjesmannen in de Kalahari-woestijn zich ’s avonds rond een kampvuur verzamelen, veranderen hun conversaties.

Hun gesprekken gaan bij het vuur opvallend vaak over sociale relaties en religie, terwijl de stamleden overdag vooral economische problemen bespreken.

Waarschijnlijk beïnvloedden de eerste kampvuren de conversaties van onze verre vooroudersop dezelfde manier, zo melden onderzoekers van de Universiteit van Utah in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS.

Verschil

De wetenschappers brachten tussen 1970 en 2013 verschillende malen een bezoek aan de Ju’/Hoan, een groep bosjesmannen die in de Kalahari-woestijn in Namibië en Botswana leven.

Ze registreerden conversaties van de stamleden overdag en ’s avonds als ze zich rond een kampvuur verzamelden.

“We vonden een opvallend verschil tussen de gesprekken in het licht van het kampvuur en de conversaties overdag”,

verklaart onderzoekster Polly Wiessner op ABC News.

Anekdotes

De wetenschappers classificeerden 81 procent van gesprekken rond het kampvuur als ‘sociale vertellingen’. Bij deze gesprekken werd er zeer beeldend gesproken over de belevenissen van voorouders, familieleden of kennissen. Overdag vonden dit soort uitwisselingen van sociale anekdotes bijna niet plaats.

Volgens Wiessner suggereert de studie dat het vermogen van mensen om vuur te maken ertoe leidde dat hun gesprekken veranderden en hun sociale banden sterker werden.

Slaappatroon

“Het vuur veranderde ons slaappatroon. We bleven langer wakker en er ontstond dus extra tijd waarin niet gewerkt kon worden”, zo speculeert de onderzoekster.

Rond het kampvuur ontstonden daardoor volgens Wiessner als vanzelf gesprekken die niet over werk gingen, maar over sociale relaties.

De sfeer van rond het kampvuur is in de huidige maatschappij nog steeds terug te vinden, benadrukt de antropologe.

“Zelfs vandaag de dag houden we nog van een open haarden en in restaurants steken we vaak kaarsen aan, zodat er een sfeer ontstaat die intimiteit en sociale binding stimuleert.”

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

Starting a fire

trance dancers around the fire 

 

Afbeeldingen van Ju’/Hoan  <–

 

 

Avonden rond kampvuur gaven moderne samenleving mee vorm

Bosjesmannen 1124606107

Marc van Dessel
23.09.2014
De verhalen die ’s avonds rond het kampvuur werden verteld hebben de verschillende samenlevingen in de loop van de geschiedenis mee vormgegeven door tradities te versterken en de harmonie en gelijkheid binnen een groep te bevorderen. Dat blijkt uit een Amerikaanse studie over de Bosjesmannen in de Afrikaanse Kalahari-woestijn.

Tot hiertoe bogen de wetenschappers zich vooral over de invloed van een bepaalde keuken op de voeding en de anatomie, maar over bijvoorbeeld het belang van een kampvuur bij wijze van het verlengen van de dag was weinig tot niets geweten. Zo zou het vuur niet enkel hebben gediend om voedsel te bereiden en roofdieren af te schrikken, maar bevorderde het ook de sociale activiteiten na het vallen van de nacht.

Om de precieze impact van een kampvuur op een samenleving te proberen bepalen, bestudeerden wetenschappers van de universiteit van Utah de gesprekken rond het kampvuur van de Kalahari-Bosjesmannen, aangezien hun huidige bestaan de meeste overeenkomsten vertoont met de levens van onze voorouders zo vele jaren geleden.

Antropologe Polly Wiessner vergeleek onder andere 174 conversaties over een periode van dertig jaar en stelde vast dat de gesprekken overdag veelal handelden over economische activiteiten zoals de jacht, terwijl de nachtelijke uurtjes eerder gereserveerd waren voor zang, dans, religieuze plechtigheden en het vertellen van boeiende verhalen.

“Versterking van sociale weefsel”

Ook werd er ’s nachts rond het vuur druk gepraat over de geestenwereld en over denkbeeldige gemeenschappen die ver van de Bosjesmannen zouden bestaan. Tijdens die avondlijke gesprekken werd ook informatie uitgewisseld over culturele gewoonten en sociale normen.

Volgens de onderzoekster droegen de avonden rond het kampvuur op die manier bij tot een versterking van het sociale weefsel binnen een samenleving en tot de ontwikkeling van menselijke cognitieve capaciteiten op vlak van culturele uitwisseling, wederzijds begrip en een doorgedreven onderlinge samenwerking.

De analyse van de gesprekken rond het kampvuur kan met andere woorden een antwoord bieden op de vraag hoe deze intieme momenten hebben bijgedragen tot de evolutie van de menselijke samenleving, luidt het tot slot.

 

(1)

Overdag zijn die mensen die men onderzocht – en die als model voor onze prehistorische voorouders werden gebruikt – hard aan het werk voor o.a. het vangen, verzamelen …etc….van voedsel e.d.

’s Avonds in het donker kan dat niet en dus eet men en rust men uit bij het enige licht en de warmtebron die men heeft: het centrale kampvuur (die ook voor bescherming zorgde tegen roofdieren).

Uiteraard komen dan de sociale uitwisselingen tot leven.(1b)

(1b)

Er waren overdag ook sociale uitwisselingen … Jagen vergt immers samenwerking , kinderen oppassen verloopt ook veel beter  wanneer er wordt samengewerkt in vrouwengroepen   etc ….  Het gaat om ; de INHOUDELIJKE  AARD van de gesprekken  ( =over  religie , overpeinzingen en  culturele gedachtenwisselingen  ,    trance dansen etc … )die blijkbaar onderwerpen aansnijden die overdag veel minder aan bod komen

Dat heeft met de sfeer van een vuur weinig tot niets te maken.
Het is eerder andersom dat men vuur als sfeervol is gaan beschouwen omdat die geassocieerd werd met sociaal contact, dan dat vuur een goede sfeer voor sociaal contact bevorderde.

 Ik weet niet of onze associatie van vuur met gezellig – die we blijkbaar met de Bosjesmannen delen , genetisch bepaald is.

Het kan goed cultureel bepaald zijn, en dat zou kunnen betekenen dat weliswaar alle culturen dit kennen, maar dat daarmee nog niet gezegd is dat onze voorouders dit ook  zo hebben ervaren .

Het is best mogelijk dat ze eerst het vuur ontdekten en er toen achter kwamen dat het weliswaar prettig is om bij het vuur te zitten

°

 

 

Firelight talk of the Kalahari Bushmen: Did tales told over fires aid our social and cultural evolution?

September 22, 2014   Source:  University of Utah
Summary:
A study of Africa’s Kalahari Bushmen suggests that stories told over firelight helped human culture and thought evolve by reinforcing social traditions, promoting harmony and equality, and sparking the imagination to envision a broad sense of community, both with distant people and the spirit world.
Ifung man sitting in camp

Ifung man sitting in camp

!Kung Kalahari Bushmen in Africa sit in camp. A University of Utah study of nighttime gatherings around fires by these hunter-gatherers suggests that human cultural development was advanced when human ancestors started telling stories around the fire at night to reinforce social traditions, promote harmony and spark the imagination.
Credit: Polly Wiessner, University of Utah
Advertenties

EMOTIES

BREIN EN EVO  INHOUD       

EMOTIES HERSENDOSSIERS 3.docx (1 MB)

evolutionair voordeel gedrag.docx (374.3 KB)

°

zie ook

__________________________________________________________________

Acht gezichtsuitdrukkingen: blijdschap, boosheid, verdriet, minachting, walging, neutraal, angst en verbazing

In de Nijmeegse database zijn acht belangrijke emoties opgenomen: blijdschap, boosheid, verdriet, minachting, walging, neutraal, angst en verbazing.

http://www.ru.nl/@746910/pagina/

FacialExpressions

 

facial-expressions1  chimps

 

 

 

°

 

Chimps are good at showing their moods and do so using the expressions on their faces. The shape of the mouth and whether or not the teeth are bared are important signals. The chimps pictured above are showing (1) a desire to play, (2) how they beg for food, (3) fear, and (4) anxiety.

 

 

heel herkenbare basale emoties en gezichtuitdrukking

°

De meeste onderzoekers zijn het erover eens dat wij mensen zes basale emoties hebben die te herkennen zijn aan de hand van specifieke gezichtsuitdrukkingen. Maar die zes basale emoties gaan nu op de schop: nieuw onderzoek suggereert dat we er maar vier hebben.

Onderzoeker Paul Ekman stelde dat er zes basale emoties zijn die we middels een bepaalde gezichtsuitdrukking communiceren en die mensen wereldwijd – ongeacht hun taal of cultuur – begrijpen. Die zes emoties zijn: vreugde, verdriet, angst, woede, verbazing en walging. Als u een gezicht trekt dat getuigt van walging, dan maakt het dus niet uit waar u dat gezicht trekt: of u nu in China of in Noorwegen of in Arabië bent, iedereen herkent de gezichtsuitdrukking en weet dat u walgt.

Onderzoek
Tenminste: dat dacht Ekman. Nieuw onderzoek suggereert namelijk dat er eigenlijk maar vier basale emoties zijn die we heel gemakkelijk aan een bepaalde gezichtsuitdrukking kunnen verbinden. Onderzoekers van de universiteit van Glasgow bestudeerden de spieren in het gezicht en het moment waarop bepaalde spieren bij het vertonen van een bepaalde emotie actief werden.

Angst en verbazing
Uit het onderzoek blijkt dat de gezichtsuitdrukkingen die horen bij blijheid en verdriet vanaf het begin al duidelijk onderscheidend zijn van de rest van de basale emoties.

 

(verdriet ? )

http://www.scientias.nl/rouw-in-het-dierenrijk/29966

blije chimpansee ? 

lachende chimps 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Chimpansee

http://nl.wikipedia.org/wiki/Lachen_(gedrag)

Chimpansees, gorilla’s, bonobo’s en orang-oetans produceren bij speelse activiteiten als stoeien, elkaar nazitten of kietelen geluiden die verwant lijken aan de lach van mensen. Het lachen van jonge chimpansees en bonobo’s gaat vaak gepaard het een typisch spelgezicht(play-face) en is vooral opvallend bij het kietelen. Bij het spelgezicht staat de bek iets open, en is alleen de bovenrand van de ondertanden zichtbaar. De vocale lach van chimpansees verschilt echter qua geluidspatroon van die van mensen, en is meer een soort hijgerig in- en uitademen. Hij verandert ook niet bij het ouder worden. Ook blijken deze dieren gevoelig in dezelfde ‘kietelgebieden’ op het lichaam, zoals buik en oksels.

een “lachende “orang oetang

°

curious and  exited  df2fa600d48714f85f29b243af968b00_mediumCurious , baffled   and ….. exited 

 

Maar voor angst en verbazing ligt dat anders. Zij delen in de eerste fase waarin mensen deze emoties uiten de wijdopengesperde ogen en zijn dan moeilijk van elkaar te onderscheiden.

 

1358243740_chimpansee_flickr_patries71

De verbazing van de porno-verslaafde  chimp Gina 

 

http://www.kennislink.nl/publicaties/het-bange-dier

 

Chimpansees die gebruikt worden voor medische proeven vertonen dezelfde psychiatrische symptomen als mensen die gefolterd worden.

In een studie met 116 chimpansees bleek dat 95 procent minstens één van de patronen vertoont die we ook bij mensen terugvinden die lijden aan de posttraumatische stressstoornis. De dieren in kwestie werden ooit gebruikt voor medische proeven en leven intussen in een reservaat in de VS. Maar hun gedrag wekt jaren later nog steeds bezorgdheid, zo melde de Britse krant The Independent.

Voor de studie werd het gedrag van de apen vergeleken met het gedrag bij menselijke patiënten. De chimpansees hebben last van meerdere symptomen: ze blijven weg uit bepaalde ruimten in hun leefomgeving, ze vertonen angstuitbarstingen, ze hebben moeite met sociaal contact en ze kunnen amper slapen.

 

 

°

 

Datzelfde geldt voor woede en walging: zij delen in het begin de gerimpelde neus en zijn in eerste instantie meer aanwijzingen dat gevaar dreigt.

Pas in een later stadium zijn angst en verbazing en woede en walging van elkaar te onderscheiden en dus zijn er  vier verschillende gelaatsuitdrukkingen horend bij vier verschillende emoties.

Evolutie
De onderzoekers stellen dan ook dat er eigenlijk maar vier basale emoties zijn die gemakkelijk van het gezicht af te lezen zijn. Dat is volgens de onderzoekers met het oog op de evolutietheorie goed te verklaren.

Gelaatsuitdrukkingen kunnen we om twee redenen maken: om ons vege lijf te redden of om anderen te waarschuwen.

Evolutionair gezien is het eerste het belangrijkste.

In het geval van gevaar zijn onze ogen dan ook wijd opengesperd, zodat we zoveel mogelijk informatie tot ons kunnen nemen en we trekken onze neus op om te voorkomen dat we eventuele schadelijke stofjes binnen zullen krijgen.

In dat prille stadium kan een ander die gelaatsuitdrukking nog niet aan een bepaalde emotie koppelen.

Later worden andere spieren in het gezicht actief waardoor de ander dat wel kan en dus weet of iemand angstig of gewoon verbaasd is en op basis daarvan kan handelen (in het geval van angst bijvoorbeeld op de vlucht slaan).

“Wat ons onderzoek laat zien is dat niet alle spieren in het gezicht tegelijkertijd actief worden wanneer we een bepaalde gezichtsuitdrukking vormen,”

stelt onderzoeker Rachael Jack. In plaats daarvan worden eerst spieren actief die ons kunnen redden en pas later worden de spieren waarmee we iets naar anderen kunnen communiceren, actief.

“Ze veranderen van in de biologie gewortelde signalen in de complexere specifieke signalen met een sociale functie.”

Bronmateriaal:
Written all over your face: humans express four basic emotions rather than six, says new study” – Gla.ac.uk

*

…wetenschappers  hebben onlangs kaartjes van ons lichaam gemaakt  waarop te zien is waar elke emotie te voelen is?
Kaartje van uw lichaam laat zien waar elke emotie te voelen isEmoties hebben ook een fysiek effect. Zo kan een gevoel van verliefdheid ons warm van binnen maken, terwijl…

°

BOOSHEID  

 

De evolutie van het boze gezicht ontrafeld

 Boze  verwanten 

edinburg zoo

edinburg zoo

angrty gorilla    759211749_6f6642c0f5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

angry  and menacing  gorilla 

 

 

Vraag tien mensen om een boos gezicht te trekken en ze zullen alle tien dezelfde spieren aanspannen. Waarom? Wetenschappers zijn eruit: het boze gezicht is evolutionair gezien voordelig, omdat het ons sterker laat lijken dan we zijn.

Waar ter wereld je ook komt: een boos gezicht is overal hetzelfde. “Zelfs kinderen die blind geboren zijn, trekken dit gezicht als ze boos zijn ook al hebben ze het zelf nog nooit gezien,” vertelt onderzoeker Aaron Sell. Wereldwijd gooien mensen zeven spiergroepen in de strijd om een boos gezicht te maken. En dat is fascinerend. Want waarom deze zeven spiergroepen? Amerikaanse en Australische wetenschappers wilden dat ook wel eens weten.

Onderhandelingen
Tijdens een eerder onderzoek deden deze wetenschappers al de ontdekking dat de emotie ‘woede’ waarschijnlijk ontstond en zich wist te handhaven omdat het een nuttige emotie is tijdens onderhandelingen. Een eerste stap tijdens onderhandelingen is de ander laten weten dat je het niet eens bent met zijn voorstel en dat het conflict pas voorbij is als er een voor beide partijen aanvaardbare oplossing is gevonden. Dat verklaart volgens de onderzoekers waarom de emotie ‘woede’ gepaard gaat met een specifieke gezichtsuitdrukking: met die gezichtsuitrukking laat je aan anderen weten dat je het niet eens bent met het voorstel. “Maar het boze gezicht geeft niet alleen de start van een conflict weer,” benadrukt Sell. “Elke specifieke gezichtsuitdrukking zou dat immers kunnen doen. Wij bedachten dat het boze gezicht deze specifieke vorm heeft, omdat het nog een boodschap afgeeft: elk element ervan is ontworpen om de ander te intimideren.” Volgens de onderzoekers draagt elk element van het boze gezicht eraan bij dat een individu gevaarlijker oogt. En hoe gevaarlijker een individu oogt, hoe groter de kans is dat hij zijn zin krijgt.

Experiment
Een mooie hypothese. Maar is dat werkelijk zo? De onderzoekers namen de proef op de som. Met behulp van de computer genereerden ze verschillende gezichten. Die gezichten gaven ze de verschillende elementen van een boos gezicht mee. Het resultaat was een gezicht dat niet boos keek, maar wel één element van woede bezat. Eén zo’n element dat je in een boos gezicht aantreft, is bijvoorbeeld de lage wenkbrauwen. De onderzoekers genereerden een gezicht met lage en met hoge wenkbrauwen en lieten proefpersonen de gezichten bekijken. Vervolgens moesten die proefpersonen aangeven hoe sterk ze de afgebeelde persoon achten. De proefpersonen die een gezicht met lage wenkbrauwen (slechts één element van een boos gezicht) zagen, dachten dat de afgebeelde persoon veel sterker was dan de persoon met hoge wenkbrauwen. En dat gold niet alleen voor de wenkbrauwen, maar voor elk individueel element van een boos gezicht: de samengeknepen lippen, de hoge kin, enzovoort.

“Ons eerdere onderzoek toonde aan dat mensen uitzonderlijk goed in staat zijn om de vechtvaardigheden van een individu vast te stellen door naar zijn gezicht te kijken,” vertelt Sell. “Aangezien mensen die sterker lijken vaker hun zin krijgen – zelfs als anderen even sterk zijn – concluderen we dat de evolutie van het boze mensengezicht verrassend eenvoudig verklaard kan worden: het is het etaleren van dreiging.”

Net zoals sommige dieren zich wanneer ze bedreigd worden groter maken dan ze in werkelijkheid zijn, wekken bedreigde mensen het idee dat ze groter en sterke zijn dan ze in werkelijkheid zijn door boos te kijken.

“Het verklaart waarom de evolutie deze specifieke gezichtsuitdrukking selecteerde om samen te gaan met woede,”

voegt onderzoeker John Tooby toe.

“Woede ontstaat doordat je weigert om de situatie te accepteren en het gezicht organiseert zich vervolgens zo dat je de andere partij duidelijk laat weten welke gevolgen het heeft als deze de situatie niet acceptabeler maakt. Wat vooral zo prettig is aan deze onderzoeksresultaten is dat geen enkel element van het boze gezicht toeval is: ze geven allemaal dezelfde boodschap af.”

 

Bronmateriaal:
The Universal ‘Anger Face’” – UCSB.edu

 

“Een boos gezicht trekken is geen toeval”

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/1.2076467

 

VRT

di 02/09/2014 
Gianni Paelinck
Lage wenkbrauwen, opengesperde neusgaten en gespannen lippen: het zijn de kenmerken van een boos gezicht en dat is niet toevallig, ontdekten onderzoekers van de universiteit van Santa Barbara in Californië. Ons gezicht is zo geëvolueerd omdat het ons sterker doet lijken. Elk element van een boos gezicht helpt ons een ander te intimideren en dat is evolutionair voordelig.

We gebruiken 7 spiergroepen om tot de specifieke constellatie van een boos gezicht te komen en dat alles is te herleiden tot de evolutietheorie. Een boos gezicht biedt ons functionele voordelen, zo stellen de onderzoekers.

“In een eerder onderzoek toonden we al aan dat de emotie woede ons helpt om te onderhandelen bij een conflict”, zegt onderzoeker Aaron Sell.

Met woede gaat ook een specifieke gezichtsuitdrukking gepaard en die is overal ter wereld hetzelfde. Meer nog: de uitdrukking is aangeboren want ook blinde kinderen trekken eenzelfde boos gezicht, zo stellen de wetenschappers.

“Een boos gezicht doet ons sterker lijken dan we zijn”

De onderzoekers van de universiteit van Santa Barbara genereerden met computers enkele gezichten met telkens een boos element en lieten dat vervolgens zien aan proefpersonen. Wat bleek? De proefpersonen dachten dat de mensen met ook maar één boos element in het gezicht veel sterker waren dan wanneer dat element niet te zien was.

“Elk element van een boos gezicht helpt dus om een ander te intimideren omdat de boze persoon sterker gaat lijken”, aldus onderzoek Sell.

Op die manier kunnen mensen zich dus sterker voordoen dan ze eigenlijk zijn, waardoor ze in een conflict een sterkere onderhandelingspositie krijgen. En dat is volgens de onderzoekers het resultaat van onze biologische evolutie.

“Woede ontstaat wanneer een persoon een gegeven situatie niet kan aanvaarden en het gezicht organiseert zichzelf onmiddellijk om aan de andere persoon te tonen wat het hem kan kosten als die de situatie niet acceptabeler maakt.

Ons onderzoek toont nu aan dat alle elementen in een boos gezicht niet toevallig zijn, maar allemaal dezelfde functie hebben: het etaleren van een dreiging”,

luidt de conclusie van het onderzoek.

Het onderzoek is gepubliceerd in het vakblad “Evolution & human behavior”.

The anger face

 

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/08/140828184811.htm

The anger face is a constellation of features, each of which makes a person appear physically stronger.
Credit: © Vera Kuttelvaserova / Fotolia

Rimpels helpen ons om te schatten hoe oud iemand is. Maar nieuw onderzoek wijst erop dat we (onbewust)…
 °
AGRESSIE 
Agressie  <– doc (chimps and  war )
agressie.docx (1.3 MB) <– 
°
 http://www.nu.nl/wetenschap/3880353/evolutie-maakte-menselijke-gezichten-sterk-verschillend–.html

‘Evolutie maakte menselijke gezichten sterk verschillend’

Menselijke gezichten zijn waarschijnlijk geëvolueerd om zo veel mogelijk uniek te zijn. Dat beweren Amerikaanse wetenschappers in een nieuwe studie.

 

individual faces ( homo sapiens )

individual faces ( homo sapiens )

De verschillen tussen gezichten van individuen zijn bij mensen veel groter dan bij dieren.

Dat is waarschijnlijk in de loop van de evolutie zo gegroeid, omdat de herkenbaarheid van individuen van groot belang is bij sociale interacties tussen mensen.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Californië in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.

Genen

De wetenschappers analyseerden de DNA-volgorde van een groot aantal mensen over de hele wereld. Genen waarvan bekend is dat ze de vorm en bouw van het gezicht bepalen, bleken veel sterker te variëren dan genen die het uiterlijk van andere lichaamsdelen beïnvloeden.

Volgens hoofdonderzoeker Michael Sheenan suggereren de bevindingen dat het gezicht van mensen is geëvolueerd om zo veel mogelijk uniek te zijn.

Waar de meeste dieren vooral op geuren afgaan om elkaar te herkennen, zijn sociale interacties bij mensen vooral visueel gericht.

Hersenen

“Mensen zijn fenomenaal goed in het herkennen van gezichten, er is zelfs een hersendeel gespecialiseerd in deze taak”, verklaart Sheenan op nieuwssite ScienceDaily.

“Onze studie toont aan dat mensen in de loop van de evolutie zijn geslecteerd om uniek en herkenbaar te zijn.”

Sheenan neemt zichzelf als voorbeeld om het bijzondere staaltje evolutie uit te leggen. “Het is duidelijk in mijn voordeel dat ik anderen gemakkelijk kan herkennen, maar het is ook handig dat ik herkenbaar ben voor anderen. Als het geen evolutionair voordeel zou zijn om een uniek gezicht te hebben, dan zouden we er allemaal ongeveer hetzelfde uitzien.”

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/09/140916112240.htm

Human faces are so variable because we evolved to look unique

Date:September 16, 2014
Source:University of California – Berkeley
Summary:
Why are human faces so variable compared to other animals, from lizards and penguins to dogs and monkeys? Scientists analyzed human faces and the genes that code for facial features and found a high variability that could only be explained by selection for variable faces, probably because of the importance of social interactions in human relationships and the need for humans to be recognizable.
The amazing variety of human faces — far greater than that of most other animals — is the result of evolutionary pressure to make each of us unique and easily recognizable.
Credit: UC Berkeley
human faces variety

human faces variety

Humans have much more individually distinctive faces than many animals. (a) Human populations show extensive variability in facial morphology that is used for individual recognition. Patterns of elevated variability are even maintained in more genetically homogeneous populations such as the Finnish, as demonstrated by the portraits of six male soldiers. (b) In contrast to the variability present in human faces, many animals such as king penguins have much more uniform appearances. While king penguins are not known to visually recognize individuals, they do have highly distinctive vocalizations that are used for individual recognition. (Photo credits: SA-kuva, Finnish Armed Forces photograph; Wikimedia commons.)
°
Apen gezichten  —>
primaten gezichten

primaten gezichten

HOMO SAP

http://www.nature.com/nature/journal/v513/n7518/full/nature13673.html*

°AFSTAMMING  VAN DE  MENS  en de mensachtige              

°

Homo leeftijd (mln) herseninhoud (1000cc)°HOMO SAPIENS.docx (4.4 MB)°ngandong , mungo , archaic africa.docx (.2 KB)
sapiens 0,15 – heden 1100 – 1400Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. TANDEN UIT DE QESEM GROT Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Xuchang mensAFRICAN HOMO SAPIENShttp://phys.org/news/2013-06-beachcombing-early-humans-africa.html#nRlvhttp://phys.org/news/2013-05-human-culture-linked-rapid-climate.html#nRlvhttp://phys.org/news/2012-12-africa-homo-sapiens-techies.html#nRlv

*

Kernwoorden

, , , , , , , ,

*

maandag 13 januari 2014

200.000 jaar mens, maar niet altijd dezelfde!

Hoewel het voor het ongeoefende oog misschien lastig is om de mens van tienduizenden jaren geleden te onderscheiden van de mens van nu, is dat voor wetenschappers een eitje. Regionale variatie in huidskleur, afweersysteem en stofwisseling laten zien dat evolutie zeker niet tot stilstand is gekomen.

door

Hoewel de meest kenmerkende eigenschappen van de mens in Afrika zijn ontstaan, ziet ons lichaam er nu toch anders uit dan toen de eerste homo sapiens [1] Afrika verliet.

Dit blijkt uit onderzoek van het menselijk genoom en van overblijfselen van menselijke skeletten.

Van genen is vaak onduidelijk wat ze precies met het lichaam doen. Als onderzoek van het genoom dus laat zien dat de frequentie waarmee een bepaalde genvariant voorkomt is veranderd, is dat niet per se terug te zien in menselijke overblijfselen. Waarschijnlijk is dat bij het merendeel van de gevallen van genetische verandering zelfs niet zo. Meestal gaat het immers ook maar om heel subtiele verschillen.

Map-of-human-migrations

Kaart van hoe de mens zich over de wereld verspreidde. De gekleurde strepen geven aan hoeveel duizendtal jaar geleden groepen mensen (weergegeven met zwarte pijlen en strepen) wegtrokken. Wikimedia

Andersom hoeven veranderingen van het skelet niet voort te komen uit genetische verandering. De omgeving oefent namelijk ook na bevruchting van de eicel invloed uit op het lichaam en op welke genen aan en uit worden gezet. Aan het feit dat ons lichaam er anders uit is gaan zien liggen dus meerdere processen ten grondslag.

Versnelling van menselijke evolutie

Aan regionale variatie in lichaamskenmerken (zoals huidskleur) is goed te zien dat er nadat onze voorouders uit Afrika wegtrokken nog genetische verandering heeft plaatsgevonden. Recent onderzoek laat zelfs zien dat Noord-Nederlanders genetisch verschillen van Zuid-Nederlanders. Dit soort regionale verschillen wijst op recente selectie.

Niet alleen heeft er sinds onze laatste gemeenschappelijke voorouder dus nog genetische verandering plaatsgevonden, het heeft er alle schijn van dat evolutie zelfs versneld is. Deze versnelling is te verklaren vanuit drastische veranderingen in de leefomgeving gecombineerd met een sterke bevolkingsgroei. In nieuwe leefomgevingen werden andere lichamelijke kenmerken gunstig. En omdat er in een grotere bevolking meer mutaties (toevallige veranderingen in het erfelijk materiaal) worden gegenereerd, is er ook een grotere kans dat er geselecteerd kan gaan worden op zo’n nu gunstig geworden kenmerk.

Vermoedelijk werden genetische oplossingen voor de uitdagingen waarvoor de nieuwe omgeving ons stelde, ook aangedragen doordat homo sapiens zich met andere mensachtigen (zoals de Neanderthaler) heeft gekruist. Deze kruisingen hebben vast ook voor veel ongunstige eigenschappen gezorgd. Maar ongunstige eigenschappen werden door selectie gauw genoeg weer geëlimineerd, terwijl de eigenschappen die voortplantingsvoordeel boden, konden blijven bestaan.

Xrayricketslegssmall

Tekort aan vitamine D kan resulteren in de Engelse ziekte, met als kenmerkend verschijnsel de kromme benen te zien op deze röntgenfoto. Mrich

Huidskleur

De duidelijkste genetische verandering is wel huidskleur. Onderzoek toont aan dat er in niet-Afrikaanse populaties de afgelopen tienduizend jaar sterk is geselecteerd op genen die hierop van invloed zijn. Homo sapiens ontstond niet ver van de evenaar. Mensen die van die plek wegtrokken, kregen door de verminderde blootstelling aan de zon te maken met vitamine D-tekorten.

Omdat deze tekorten aandoeningen als de Engelse ziekte tot gevolg konden hebben, hadden mensen die meer vitamine D opnamen omdat ze net wat lichter getint waren een voortplantingsvoordeel.

Huidskleur hangt niet perfect samen met breedtegraad, onder andere omdat ook voeding (met name vlees en vis) een bron is van vitamine D. Mogelijk heeft dus niet alleen het wegtrekken van de evenaar, maar ook het door de komst van de landbouw veranderende voedingspatroon voor de lichtere huidskleur gezorgd.

Afweersysteem

Een tweede terrein waarop zich sinds de uittocht uit Afrika belangrijke genetische verandering heeft voorgedaan, is dat van ons afweersysteem. Ook hierin zijn grote regionale verschillen ontstaan.

Door domesticatie nam de omgang met dieren in Eurazië [15] sterk toe en eveneens kwamen mensen veel dichter op elkaar te wonen. Infectieziekten kregen hierdoor vrij spel. Omdat infectieziekten dodelijk kunnen zijn en de kans op voortplanting dus sterk inperken, was een mutatie die infectieziekten minder dodelijk maakt in deze gebieden enorm gunstig.

Egyptian_domesticated_animals

Domesticatie: Een koe wordt gemolken in het Antieke Egypte. wikimedia commons

De ziekten die Europeanen met zich meedroegen en voor hen al lang niet meer dodelijk waren, bleken dat bij de verovering van Amerika voor de Indianen nog wel te zijn. In Afrika werden Europese kolonisten echter geconfronteerd met malaria. Hiertegen hadden de Afrikanen in de loop der tijd genetische bescherming ontwikkeld. Mogelijk kan dit verklaren waarom het de Europeanen wel lukte om de Amerika’s maar niet om Afrika te veroveren.

Stofwisseling

Ook is er de afgelopen tienduizend jaar sterk geselecteerd op genen die te maken hebben met het verwerken van voedsel. Niet zo gek misschien als je weet hoe zeer de komst van de landbouw ons voedingspatroon heeft veranderd. Granen en zuivelproducten zijn we tienduizend jaar geleden pas in grote hoeveelheden gaan consumeren.

Hoe langer er ergens al landbouw bedreven wordt, hoe langer geleden het is dat mutaties op het gebied van stofwisseling optraden en hoe minder gevoelig mensen zijn voor welvaartsziekten. Een bekend voorbeeld van zo’n mutatie is ons, door de domesticatie van dieren, toegenomen vermogen om zuivel te verteren. In Noord-Europa maken tegenwoordig bijna alle volwassenen het enzym lactase aan, wat het mogelijk maakt melksuikers af te breken [21].

Tuareg

Ook onder bepaalde groepen Afrikanen heeft zich lactosetolerantie ontwikkeld. Door de Sahara rondtrekkende Toearegs bijvoorbeeld konden de melk van hun kamelen goed gebruiken; hier op de foto’s begeleiden zij overigens toeristen op een rondreisje. Rainer Voegeli

De toename in de hoeveelheid geconsumeerde koolhydraten had aandoeningen gerelateerd aan insulineresistentie (zoals diabetes) en daarmee een selectie op hogere insulinegevoeligheid [23] tot gevolg. Daarnaast zijn er veranderingen opgetreden in de frequentie waarmee genvarianten die te maken hebben met het vervoer van vitaminen voorkomen.

Seksuele selectie

Verder blijkt er recentelijk onder andere geselecteerd te zijn op genen die van invloed zijn op hersenen, botten, reuk, smaak, haargroei en oogkleur. De meeste van de in dit artikel beschreven genetische veranderingen lijken overigens eerder het resultaat van natuurlijke dan van seksuele selectie. Een andere huidskleur, afweer en stofwisseling ging namelijk gepaard met een grotere kans om gezond de reproductieve [25] leeftijd te bereiken. Maar tussen bruine en blauwe ogen en tussen kroeshaar en steil haar lijken geen functionele verschillen te bestaan. Dat maakt het waarschijnlijker dat de selectie op haargroei en oogkleur seksueel van aard was.

Veranderende menselijke overblijfselen

Naast onderzoek van het menselijk genoom, laat ook onderzoek van overblijfselen van menselijke skeletten zien dat ons lichaam is veranderd. Dit onderzoek heeft bijvoorbeeld duidelijk aangetoond dat de mens gedurende de afgelopen tienduizenden jaren niet altijd even lang is geweest. Lange tijd krompen we en het dieptepunt in lichaamslengte werd vermoedelijk zo’n vijfduizend jaar geleden bereikt. Tegenwoordig zijn we weer bijna net zo lang als onze jagende en verzamelende voorouders.

Ook is onze hersenomvang afgenomen. Deze krimp heeft vermoedelijk geen genetische grondslag. Hoewel er tegenwoordig weinig effect meer lijkt te zijn van intelligentie op voortplantingssucces, lijkt het ook weer niet waarschijnlijk dat een kleiner brein een groter nageslacht met zich meebracht, zeker honderden of duizenden jaren geleden niet. Ons krimpende brein lijkt, net als ons krimpende lichaam, eerder een uiting van een slechtere gezondheid.

Dagwater_concrete_jungle1

We zijn pas vrij recentelijk landbouw gaan bedrijven. Op de voeding die landbouw ons biedt, is ons lichaam daarom nog niet afgestemd. Deze mismatch zou resulteren in een slechtere gezondheid, met een kleiner brein, een kleiner lichaam en slechter gebit tot gevolg. Wikimedia Commons

Het aantal generaties ná de komst van de landbouw is namelijk te klein om ons genetisch volledig aan het nieuwe voedingspatroon aan te passen. Wat we dankzij de landbouw zijn gaan eten, deed ons lichaam dus niet per se goed. Ook ons verslechterde gebit en onze kleiner geworden bekkeningang zouden aan deze mismatch te wijten kunnen zijn.

Sterke veranderingen in de leefomgeving brachten dus ook een veranderend menselijk lichaam met zich mee. In hoeverre het veranderen van de mens zelf vervolgens ook weer zorgde voor verdere culturele veranderingen (bijvoorbeeld de industriële revolutie [31]) blijft nog onduidelijk. Er valt dus nog veel meer te ontdekken over de wederzijdse beïnvloeding van onze omgeving en onze biologie.

Fransje Smits is als postdoctoraal onderzoeker in de sociologie verbonden aan de Universiteit van Luxemburg.

Bronvermelding

  1. Homo sapiens http://nl.wikipedia.org/wiki/Mens
  2. Eurazië http://nl.wikipedia.org/wiki/Eurazi%C3%AB
  3. Melksuikers af te breken http://www.mlds.nl/ziekten/130/lactose-intolerantie/
  4. Insulinegevoeligheid http://nl.wikipedia.org/wiki/Insuline
  5. Reproductieve http://nl.wikipedia.org/wiki/Voortplanting_%28biologie%29
  6. Industriële revolutie http://nl.wikipedia.org/wiki/Industriele_revolutie

 

Eerste ontmoeting mensen en neanderthalers in Saudi-Arabië?

In saoudi arabie liggen de resten vaak aan het oppervlak (Foto Greta Jans )

ma 05/05/2014 –Luc De Roy
Archeologen van de KU Leuven en hun Saudische collega’s hebben in de woestijn in centraal Saudi-Arabië prehistorische artefacten gevonden van moderne mensen en neanderthalers. Mogelijk hebben homo sapiens en de neanderthaler elkaar daar voor het eerst ontmoet en zich met elkaar vermengd. De vondsten hebben ook implicaties voor de Out-of-Africa-theorie.

Professor Joachim Bretschneider van de Onderzoeksgroep Nabije Oosten Studies van de KU Leuven was in Saudi-Arabië om er in de centraal gelegen regio Al-Ghat 3.000 jaar oude inscripties en rotstekeningen te bestuderen. Omdat er ook veel prehistorische artefacten te vinden waren, in de woestijn van centraal Saudi-Arabië liggen die vaak aan de oppervlakte door de erosie, vooral de wind, haalde hij zijn collega Philip Van Peer van de Eenheid Prehistorische Archeologie erbij.

Op de site Jebel Samar vonden ze stenen voorwerpen waarvan het productieproces duidelijk Afrikaanse eigenschappen vertoont, vertelt Van Peer: “Het gaat om dezelfde technologie die de vroege homo sapiens in Noord-Afrika zo’n 130.000 jaar geleden toepaste. En die heeft zo’n specifieke combinatie van kenmerken dat een meervoudige ontwikkeling ervan haast onmogelijk is: het is geen Arabische technologie die toevallig lijkt op een Afrikaanse technologie”, zegt hij op de site van de KU Leuven.

“Klimatologisch gezien klopt het plaatje ook: het was een vochtiger periode tussen de droge ijstijden. De Sahara en Arabië bestonden toen uit savanne, met graslanden en galerijwouden langs permanente rivieren. Met andere woorden, de ideale omstandigheden voor homo sapiens om zich verder te verspreiden. In Al-Ghat vonden ze water en de goede grondstoffen om voorwerpen te maken, voornamelijk silex of vuursteen: een hard en breekbaar gesteente dat goed te bewerken is.”

Out-of-Africa

De vondsten lijken te suggereren dat we de Out of Africa-hypothese anders moeten invullen, legt Van Peer uit.

“De genetica vertelt ons dat onze soort – homo sapiens – ontstaan is in Afrika en zich dan in een aantal bewegingen heeft verspreid over heel de wereld. De poort om uit Afrika te raken ligt in het noordoosten, langs de kust van de Rode Zee. Op haar zuidelijkste punt is de zee op haar smalst – nauwelijks 18 kilometer tijdens de laagste zeestanden van de ijstijd. Een oversteek daar lijkt logisch en het gebruik van deze zuidelijke route is ook wat de vele studies van de genetische variatie in moderne populaties lijken aan te geven. Langs de kustlijn van het Arabisch schiereiland heeft Homo sapiens zich 74.000 jaar geleden dan snel verder verspreid naar Azië en Australië.”

“Maar een belangrijke kanttekening is dat een dergelijk genetisch model enkel gebaseerd is op de overlevers die vandaag rondlopen, en geen rekening houdt met alle homo sapiens-populaties die in de loop der tijden geheel verdwenen zijn. Daarvan vinden we wel sporen terug via archeologische resten. Die vormen dus een test voor theorieën die op genetische informatie gebouwd zijn. Dat maakt Saudi-Arabië net zo interessant voor archeologen.”

“Onze vondsten in Al-Ghat bevestigen de Out of Africa-hypothese, maar werpen wel enkele nieuwe vragen op. Wat we vinden in Jebel Samar, wijst duidelijk op geïmporteerde Afrikaanse technologie. Maar die lijkt verrassend vroeg aanwezig geweest te zijn. Bovendien bevinden we ons hier in centraal Saudi-Arabië, ver weg van de kusten van het Arabisch schiereiland. Beide observaties stellen de hypothese van een éénmalige, snelle kustmigratie dus serieus in vraag.”

In de plaats van een eenmalige snelle migratie langs de kust, lijkt het er dus op dat de eerste moderne mensen zich lange tijd gevestigd hebben in het binnenland van Saudi-Arabië.

Neanderthalers

Bovendien werpen de vondsten mogelijk ook een nieuw licht op de eerste ontmoetingen tussen homo sapiens en neanderthalers, zegt Van Peer.

“Een paar jaar geleden deed ik een verkennende missie een tiental kilometer ten westen van Jebel Samar. Toen vonden we ook stenen voorwerpen uit dezelfde periode, maar dan van een technologie die veel meer op die van de neanderthalers lijkt. Zijn neanderthalers ooit zover naar het zuiden afgezakt en hebben ze daar de eerste homo sapiens ontmoet?”

“Het is al langer bekend dat neanderthalers aan het begin van de laatste ijstijd in het gebied aanwezig waren. Maar het is zeker de moeite om verder te onderzoeken of homo sapiens en de neanderthaler in Saudi-Arabië voor de eerste maal met elkaar in contact gekomen zijn. Dit zou het kerngebied kunnen zijn waar een oorspronkelijke vermenging van de beide populaties plaatsvond, waarna homo sapiens zich verder verspreidde naar Azië en Australië. Het zou alvast verklaren waarom uit het meest recente genetisch onderzoek blijkt dat ook in populaties uit die gebieden een klein percentage neanderthaler-DNA voorkomt terwijl daar nooit neanderthalers hebben geleefd.

°

‘ LEVALLOIS   TECHNIEK  

27 september 2014

‘Maaktechniek gereedschap ontstond op meerdere plekken’

Een specifieke manier om stenen gereedschap te maken ontstond waarschijnlijk vrijwel gelijktijdig bij de vroege mens in Afrika en in Eurazië.(1) 

'Maaktechniek gereedschap ontstond op meerdere plekken'

Foto: AFP
Archeologen van verschillende universiteiten uit Europa en Amerika schrijven dat deze week in het tijdschrift  Science.
De studie gaat daarmee in tegen de leidende theorie dat deze zogeheten Levalloistechniek een resultaat was van de exodus van de vroege mens uit Afrika.

Met de Levalloistechniek worden werktuigen gemaakt door eerst een grotere steen te bewerken, waarna de dunne en zeer scherpe afslagen, of splinters, van deze steen goed bruikbaar zijn als snijvoorwerpen, zoals messen.
De in Armenië gevonden gereedschappen zijn tussen de 325.000 en 335.000 jaar oud. De vindplaats is nabij het plaatsje Nor Geghi.
Door de leeftijd van de site in Armenië beter te bepalen konden de onderzoekers ook de duizenden gevonden uit steen vervaardigde werktuigen beter dateren. De verbeterde datering kon gedaan worden door analyse van twee nabijgelegen oude lavastromen.

This image shows stone tools found at the site of Nor Geghi, Armenia: top - biface tool; bottom - a Levallois core. Image credit: © Dan Adler.

This image shows stone tools found at the site of Nor Geghi, Armenia: top – biface tool; bottom – a Levallois core. Image credit: © Dan Adler.

http://www.sci-news.com/othersciences/anthropology/science-stone-tool-discovery-nor-geghi-armenia-human-innovation-02177.html

Innovative Stone Age tools were not African invention, say researchers

Levallois and biface tools. Credit: Royal Holloway, University of London

http://phys.org/news/2014-09-stone-age-tools-african.html

http://www.iflscience.com/plants-and-animals/ancient-stone-toolmaking-evolved-multiple-times-across-continents

Vuistbijl
Naast de relatief vooruitstrevende voorwerpen die met de Levalloistechniek gemaakt werden, vonden de archeologen ook veel vuistbijlen en vergelijkbare voorwerpen die gemaakt werden met de bifaciale techniek.

Deze techniek is minstens een miljoen jaar ouder.
Vuistbijlen werden vaak van vuursteen gemaakt en zijn meestal aan twee kanten op eenzelfde manier afgeplat. Hier komt ook de eigenlijk Franse term ‘bifaciaal’ vandaan, maar bifaciaal kan slaan op meerdere voorwerpen en niet alleen vuistbijlen.

De vervanging van vuistbijlen en andere bifaciale voorwerpen door voorwerpen gemaakt met de Levalloistechniek wordt beschouwd als een van de belangrijkste veranderingen in het productieproces van stenen voorwerpen sinds de komst van de bifaciale techniek.
Door: NU.nl/Krijn Soeteman

 (1)

Waarschijnlijk zijn er ook vandaag nog genoeg voorbeelden te vinden waarbij een standaard product een hapering of een kinderziekte vertoond,en mensen dan op geheel verschillende plekken daarop reageren  door  toch dezelfde  geimproviseerde oplossingen of  nieuwe  vervangprodukten te ontwikkelen   .Sommige van die “verbeteringen ”  zullen  dus   weer nieuwe producten hebben opgeleverd.

°

Gerelateerde artikelen

°

Ook dit is jouw voorouder: de Oude Noord-Euraziër

 

Wetenschappers dachten tot nu toe dat moderne Europeanen het resultaat waren van een mix van twee populaties: Europese jager-verzamelaars en neolitische boeren uit het oosten. Nu blijkt er nog een populatie te zijn, die zeker toegevoegd moet worden aan de familieboom.

 

Inheemse’ blauwogige jagers met donkere trekken vermengden zich millennia geleden met bruinogige boeren met een bleke huid, die vanuit landen als het huidige Turkije, Syrië en Israël naar Europa waren gekomen

Al lange tijd blijkt er sprake te zijn van een genetische connectie tussen Europeanen en inheemse Amerikanen.

Nu blijkt dat de derde genetische voorouder van de Europeanen de brug vormt.

Een internationaal team van onderzoekers analyseerde het DNA van negen oude skeletten : zeven ‘jager-verzamelaars’ uit Scandinavië (8.000 jaar oud), een jager wiens resten zijn gevonden in een grot in Luxemburg (8.000 jaar oud) en een boer uit Duitsland (7.000 jaar oud),  en   werd het genoom van    2.345 moderne mensen geanalyseerd e: Men vond een derde genetische voorouder: de Oude Noord-Euraziërs.

De Oude Noord-Euraziërs kwamen vanuit het noorden van Eurazië, denk aan het huidige Rusland, en reisden naar Europa en over de Beringstraat naar Noord-Amerika.

Hierdoor vermengde het DNA van de Oude Noord-Euraziërs zich met het DNA van inheemse Amerikanen en Europeanen.

°

Waaruit bestaat jouw DNA?
“Bijna alle Europeanen hebben DNA van deze drie groepen,” beweert professor David Reich van de Harvard Medical School. Zijn onderzoek verschijnt vandaag in Nature.

“Noord-Europeanen hebben meer DNA van jager-verzamelaars, terwijl Zuid-Europeanen genetisch gezien meer gemeen hebben met de neolitische boeren.”

 

Vooral Litouwers hebben veel genen van de jager-verzamelaars, tot wel 50%.

De Oude Noord-Euraziërs hebben in mindere mate bijgedragen aan de hedendaagse Europeaan. Hoewel de genen van de Oude Noord-Euraziër in vrijwel iedere Europeaan terug te vinden zijn, is het percentage nooit meer dan twintig procent.

Bijzondere vondst
Toen Reich en zijn collega’s aan het onderzoek begonnen, waren er nog geen Oude Noord-Euraziërs gevonden. Verrassend genoeg trof een ander team archeologen in januari de resten aan van twee Oude Noord-Euraziërs in Siberië.

“Nu kunnen we bestuderen of zij gerelateerd zijn aan andere populaties.”

 

Bronmateriaal:
New Branch Added to European Family Tree” – Harvard Medical School
°

New branch added to European family tree: Europeans descended from at least 3, not 2, groups of ancient humans

September 17, 2014
Harvard Medical School
Summary:
Previous work suggested that Europeans descended from two ancestral groups: indigenous hunter-gatherers and early European farmers. This new study shows that there was also a third ancestral group, the Ancient North Eurasians, who contributed genetic material to almost all present-day Europeans. The research also reveals an even older lineage, the Basal Eurasians.
This skull of a 7,000-year-old German farmer was among the ancient human bones that revealed more about the genetic heritage of present-day Europeans.
Credit: Joanna Drath/University of Tübingen
°
°
Modelling the relationship of European to non-European populations. A three-way mixture model that is a fit to the data for many populations. Present-day samples are coloured in blue, ancient in red, and reconstructed ancestral populations in green. Solid lines represent descent without mixture, and dashed lines represent admixture. We print mixture proportions and one standard error for the two mixtures relating the highly divergent ancestral populations. (We do not print the estimate for the ‘European’ population as it varies depending on the population.)
°

Oudste menselijke genoom bevat Neanderthaler-DNA

NEANDERTHAL GENEN EN UST ‘-ISHIM MENS 

Wetenschappers hebben het genoom van een 45.000-jaar oude mens in kaart gebracht om te ontrafelen wanneer Neanderthalers en moderne mensen seks hadden. Zij concluderen dat de vermenging van DNA zo’n 50.000 tot 60.000 jaar geleden plaatsvond.

In 2008 werd het dijbeen van een man gevonden langs de rivier Irtysh in het westen van Siberië. Deze man leefde 45.000 jaar geleden. Het is tot op het heden de oudste moderne mens waarvan het genoom is ontrafeld.

“Het is daarnaast één van de oudste mensen die ooit buiten Afrika of het Midden-Oosten is gevonden”, concludeert antropoloog Bence Viola.

Vroege vermenging
De onderzoekers beweren dat de desbetreffende man Neanderthaler-DNA heeft. Sterker nog, de hoeveelheid Neanderthaler-DNA is vergelijkbaar met het percentage in mensen die vandaag de dag op aarde leven. De gemiddelde Nederlander of Belg heeft 1,5 tot 2,1 procent Neanderthaler-DNA in zijn lichaam. Omdat dit percentage 45.000 jaar geleden niet anders was, concluderen wetenschappers dat de vermenging van DNA zeker 7.000 tot 13.000 jaar daarvoor plaatsvond. Dit betekent dat moderne mensen en Neanderthalers 50.000 tot 60.000 jaar geleden seks hadden, kort nadat mensen zich vanuit Afrika en het Midden-Oosten over de aarde verspreidden.

Menu
Het dijbeen onthulde overigens nog meer geheimen. Zo at deze man voornamelijk planten en groenten, zoals knoflook, aubergines, peren, bonen en tarwe. Dit is af te leiden uit koolstof- en stikstofisotopen in het dijbeen. Daarnaast had de man zoetwatervissen en dieren op het menu staan.

Mutaties
Omdat het 45.000 jaar oude genoom van extreem goede kwaliteit is, hebben wetenschappers het aantal mutaties kunnen berekenen. Hieruit blijkt dat er ongeveer één tot twee mutaties per jaar plaatsvinden in de genomen van mensen in Europa en Azië. Dit komt overeen met andere onderzoeken naar de genetische verschillen tussen ouders en kinderen.

Bronmateriaal:

Earliest modern human sequenced” – Max Planck Insituut

*
( Jente )
Hier is een mooie uitleg (en figuur) hoe de auteurs de tijd van vermenging konden berekenen.
°
 Fu, Q., et al. 2014.Genome sequence of a 45,000-year-old modern human from western Siberia. Nature 514:445-449. abstract
( fossil found in 2008)
Usht'-Ishim Man's femur (from Nature).
 Uit een beetje collageen, het bindweefsel in het lichaam van mens en dier, uit het oude bot, kon de erfelijke informatie van de Homo sapiens afgelezen worden. Er bleken sporen van DNA van de Neanderthaler in te zitten.

‘Kalender’

Het stuk dijbeen uit de Irtyush-rivier vlakbij Ust’-Ishm, draagt een klein beetje meer Neanderthaler-DNA bij zich dan hedendaagse niet-Afrikanen.

Het grote verschil tussen de overblijfselen van het Neanderthaler-DNA bij de Siberiër en de nu levende mens, is dat het bij de Siberiër in vrij lange strips voorkomt, iets wat na tienduizenden jaren overerving niet meer het geval is.

Deze verschillen zorgen voor een soort ‘kalender’. Er is bekend hoeveel tijd er zit tussen mutaties gedurende duizenden jaren.

Le fémur de l'"Homme d'Ust'Hishim", un Sibérien vieux de 45 000 ans.
 
 ‘”Ust’-Hishim Man ” FEMUR,     45 000  years old Siberian  | Viola et al. Nature
  Svante Pääbo (Institut Max Planck d'anthropologie évolutionnaire, Leipzig) examine le fémur d'Ust'-Ishim, à Omsk, en Sibérie Occidentale, où le fossile a été retrouvé en 2008.
Svante Pääbo
Figure 5: Regions of Neanderthal ancestry on chromosome 12 in the Ust’-Ishim individual and fifteen present-day non-Africans. The analysis is based on SNPs where African genomes carry the ancestral allele and the Neanderthal genome carries the derived allele. Homozygous ancestral alleles are black, heterozygous derived alleles yellow, and homozygous derived alleles blue. (From Fu et al. 2014).
Figure 5: Regions of Neanderthal ancestry on chromosome 12 in the Ust’-Ishim individual and fifteen present-day non-Africans. The analysis is based on SNPs where African genomes carry the ancestral allele and the Neanderthal genome carries the derived allele. Homozygous ancestral alleles are black, heterozygous derived alleles yellow, and homozygous derived alleles blue. (From Fu et al. 2014).
 (**)
 °

Late gang

Uit al de verkregen   informatie kunnen de wetenschappers nu aflezen hoeveel tijd het Neanderthaler-DNA al in de Siberische mens voorkwam. De schatting is dat de mens en de Neanderthaler tussen de 7.000 en 13.000 jaar eerder met elkaar kruisten, dus niet meer dan 60.000 jaar geleden.

De uitkomst laat ook zien dat de voorouders van hedendaagse Australaziaten met eenzelfde hoeveelheid Neanderthaler-DNA in hun genen als Euraziaten, onderdeel moeten zijn geweest van een vrij late gang door Neanderthaler-territorium, zegt een van de onderzoekers op

Phys.org.

 

‘IJsbrug’

Ondanks dat, kan het wel zijn dat de vroege mens al eerder dan 60.000 jaar geleden door Zuidoost-Azië trok, maar van deze groep is niet voldoende overgebleven om nu nog terug te kunnen vinden.

Antropologen denken dat de noordelijke Euraziaten het hedendaagse Alaska meer dan 15.000 jaar geleden introkken via een ‘ijsbrug’ die de eilanden in de Beringstraat met elkaar verbond en dat de kolonisatie van Amerika via die weg plaatsvond.

( NU.nl/Krijn Soeteman)

Neanderthalers   <—

 

 Reacties : 
(**)
– Eerder onderzoek heeft laten zien dat het Neanderthaler DNA  bij homo sapiens sapiens(vrijwel) grotendeels uitgeschakeld staat.
Slechts een klein deel van ons gehele DNA staat “aan”.
= DNA-bevat veel  ballast ( of ezit  een hele grote rommelzolder met ooit nog bruikbare spullen  ?)-Toch  werd er al  over gespeculeerd of neanderthalgenen misschien zoiets als autisme zouden kunnen verklaren
en
– weerstand tegen bepaalde ziekten heb je van de Neanderthaler
*
” …..Homo sap en  Neanderthaler  waren toch verschillende soorten mens en  dat  zou  ten hoogste onvruchtbare nakomelingen kunnen opleveren. Dus hoe komt dat dna dus in ons genoom terecht  ….”
Zo simpel is het allemaal niet. De meeste soorten zijn genetisch vrijwel identiek aan hun nauwste verwanten – het label ‘soort’ is tenslotte een arbitrair iets.
De moderne mens is in de biologie een van de weinige soorten die door competitie zijn nauwste verwanten tot uitsterven heeft gedreven (1).
En voordat dat gebeurde kon je er van uitgaan dat ook de mens in staat was met zijn nauwste verwanten te kruisen. (net zoals  hond en grijze  wolf kunnen kruisen en vruchtbare (fertiele) nakomelingen kunnen krijgen  ) Wellicht is dat zelfs na 6 miljoen jaar ( de split tussen chimp en  vtroegste  mensachtigen lijnen ) van divergentie nog mogelijk:
het is nooit getest (om voordehandliggende redenen), maar het is goed mogelijk dat een kruising tussen mens en chimp levensvatbare (hoewel waarschijnlijk niet vruchtbare) nakomelingen oplevert.(2)
(=net zoals bij paard en ezel ) 
(1)…….. hoe en waarom de Neanderthaler is uitgestorven is nog steeds een raadsel …..
(2)…….. ’t Is wel geprobeerd, door ene Ilja Ivanov. Zie de wiki.
http://en.wikipedia.org/wiki/Humanzee#The_Ivanov_experimentsDaarnaast zijn er aanwijzingen dat na de eerste splitsing tussen mens en chimp er nog lange tijd sex is geweest tussen mens en chimp, waarna er een tweede afsplitsing volgde. Die aanwijzingen zitten in de x-chromosomen van mens en chimp, die ruim een miljoen jaar later uit elkaar gingen dan andere chromosomen.Bron: wederom wiki:
–> Humanzee //
.
°

 watis een soort <–Doc archief 

soortbastaarden  <–Doc archief

 

°

I)   Neanderthaler dna :
volgens de laatste onderzoeken delen we 1.5 tot 2.1%(al hoewel het wel per continent verschilt wij delen rond de 2% )

We delen iets met de Neanderthaler wat de mens in midden en zuid Afrika niet deelt,

maar   of wij die genen  werkelijk  gekregen hebben van de Neanderthaler staat daarmee allerminst vast.(*)
.

*

-Denisova mens is er ook nog , maar sommigen menen dat Denisova een siberisch ras is van de neanderthaler

-De onderzoekers hebben gekeken naar o.a. het dna afkomstig uit fossiele resten
en ze hebben ons(moderne) dna vergeleken met Afrikanen die dus geen Neanderthaler dna bezitten
….die 2% komt overeen met gedeeltes van het dna die ze gevonden hebben  in de fossiele resten van Neanderthalers
Ook Denisovaz DNA is onderzocht en vergeleken met de mens … Genetische poren van Denisova DNA komen o.a. ook v oor bij melanesiers

Blijkbaar is er ook gekruist met denisova …..

Het kan net zo goed zijn dat er een afscheiding in Afrika is gebeurd  en dat daar die 2% vandaan kwam(van een afrikaanse Homo Heidelbergensis ? ) VOORDAT de uitwisseling met de(EUROPESE ) Neanderthaler kon plaats vinden.
Dat we het van NEANDERTHALERS hebben overgenomen kan alleen maar bewezen worden uit vondsten van onze net intrekkend voorouders, waar die 2% uitdrukkelijk ontbreken.
Wel die zijn er niet zover ik weet, dus is de vraag gewoon open.

Neen
–> Men heeft niet veel DNA van de neanderthaler( en al helemaal niet van de prille neanderthaler )  en van onze voorouders uit die  tijd zo’n 60.000 (of later ) .
De DNA vergelijkingen zijn veel jonger. (—> 47.000 jaar voor de geanalyseere homo sap /en dat is zo rond de tijd dat homo sapiens in Europa aankwam )
Anders had men  toch  zat vondsten van   neanderthaler ontmoette waar die paar % niet inzaten
Dit ontbreekt maar is wel essentieel, dus blijft alles speculatief.

http://nos.nl/artikel/155603-moderne-mens-toch-familie-van-neanderthaler.html
(-
In de zin dat huidige mens ook Neanderthaler genen heeft geeerfd had, maar NIET dat de neanderthaler de Homo sapiens heeft voortgebracht.
De boom des levens heeft niet alleen afstammingslijnen-takken(eigenlijk bundels van kleine takjes) : maar ook plaatsen op die takken waar verschillende takjes werden geeent met stukjes van takjes uit andere( maar verwante )stam- lijnen  )

http://nl.wikipedia.org/wiki/Evolutie_van_de_mens
Er is eerder aangetoond dat op het Arabisch schiereiland H.S. en Neanderthaler elkaar vaker ontmoet moeten hebben .
Dit  huidige  onderzoek gaat me wat te snel .

De voorouders van de moderne mens evolueerdenin Africa.(zo’n 200.000 jaar geleden  / de neanderthaler  onstond zo’n 500.000 jaar geleden (volgens de jongste beviondingen ) ….vanuit het begin in  midden en Zuid-afrika (en later de hoorn van afrika)  hebben verschillende ‘migratiegolven’ zich verspreid over Eurazie.
Er waren daar dus tegen de tijd dat de moderne mens zich over het continent verspreidden reeds een aantal verschillende nauw verwante zustersoorten en ondersoorten van H. sapiens: H. (sapiens) neanderthalensis, en H. (sapiens) denisovan (als dat de juiste aanduiding is),en mogelijk nog andere derivaten van H. heidelbergensis of zelfs H. antecessor.
Er heeft in Europa en Azie vermenging plaatsgevonden tussen een aantal daarvan, wat  resulterende in een complex patroon van verwantschappen.
Uiteindelijk was H. sapiens sapiens de enige overlevende soort en ondersoort van het genus Homo.

°
“de conclusies van de onderzoeken zijn aanvechtbaar.”

klopt, want alle conclusies zijn aanvechtbaar…… maar of ze stand zullen houden is de ham vraag

°

DNA uit fossielen is een nieuwe discipline in volle ontwikkeling :
(Bijvoorbeeld )

-Er werd een bot van een paardachtige van ruim 550.000 jaar terug gevonden in permafrost, waardoor het DNA goed bewaard is gebleven.
Uit de DNA analyse, in combinatie met radiometrische datering, heeft men nauwkeuriger de afsplitsing van paard, zebra en ezel van een gezamenlijke voorouder in de tijd kunnen bepalen.
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23803765/

-Men is ondertussen begonnen met het sequensen van het DNA van mammoeten (eveneens in permafrost  en ijsgrotten gevonden )

 

Prehistorische mens in Europa

ARCHEOLOGIE  antropologie   :

 

°Homo Sapiens in Europa.docx (1.9 MB)

°

°

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Neanderthaler genoom 

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mitochondriale Genenkaart van Neanderthaler

 Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.POLONAISE met neanderthaler

°

Slimme Neanderthalers

Geavanceerde botgereedschappen gevonden van voor komst moderne mens

  • DOOR: NADINE BÖKE
geschiedenis & archeologie

Vier oeroude stukken gereedschap, gemaakt van bot, lijken te bewijzen dat de Neanderthalers zelf ook in staat waren redelijk geavanceerde technieken te ontwikkelen. Misschien keek de moderne mens deze truc zelfs wel bij hen af.

Drawings and photographs of the four lissoirs discovered in two Neandertal sites in southwest France. Abri Peyrony and Pech-de-l’Azé I Projects
Click to enlarge

http://www.examiner.com/article/discovery-oldest-specialized-tools-ever-found-europe?cid=rss

Neanderthal lissoir

http://www.theguardian.com/science/2013/aug/12/neanderthals-invented-tool-leather-lissoir
© Abri Peyrony / Pech-de-l’Azé I Projects
Een van de best bewaarde gebleven stukken botwerktuig. Het is de overduidelijk rond geslepen punt van een ‘lissoir’; waarschijnlijk is de punt afgebroken tijdens het gebruik van het gereedschap.

Er komt de laatste jaren steeds meer bewijs dat Neanderthalers, de mensachtigen die Europa bevolkten voor de moderne menser voet aan de grond zette, helemaal niet zo bot en dom waren als lang gedacht. Zekookten, gebruikten medicinale planten, maakten make-up en sieraden, en ze waren op z’n minst slim genoeg omgeavanceerde gereedschapstechnieken af te kijken van Homo sapiens. Een nieuwe vondst van oeroud gereedschap laat nu zien dat Neanderthalers mogelijk zelf ook geavanceerde technieken bedachten.

Het gereedschap is voor de verandering eens niet gemaakt van steen, maar van bot. Het gaat om vier bewerkte ribben van hertachtigen. Ze zijn alle vier op dezelfde manier bewerkt: een van de punten is afgesleten, rond gemaakt en gepolijst. Zo vormen ze een type werktuig dat ook uit latere tijden bekend is, onder de Franse naam ‘lissoir’ (letterlijk: gladmaker). Het is gereedschap waarmee gevilde dierenhuiden bewerkt kunnen worden om ze mooier, sterker en beter waterdicht te maken. De botwerktuigen zijn gevonden in twee verschillende grotten in de Franse Dordogne. Volgens een analyse van de aardlaag waarin ze zijn aangetroffen, werden ze daar grofweg 51.000 jaar geleden achtergelaten.

Daarmee dateren de gereedschappen van voor de komst van de moderne mens in die regio. Homo sapiens trok ergens tussen de 45.000 en 40.000 jaar geleden Europa in. Oftewel, duizenden jaren later pas. Dit kan betekenen dat de Neanderthalers zelf hebben uitgevogeld hoe ze dit soort gereedschap moesten produceren en gebruiken. Een alternatieve verklaring is dat de Neanderthalers de truc hebben afgekeken bij moderne mensen die in het nabije Oosten leefden. Dan zouden deze botwerktuigen bewijs zijn dat moderne mensen al vroeger invloed uitoefenden op de Neanderthalers dan gedacht.

Hoofdonderzoeker Jean-Pierre Texier durft zelfs nog een stapje verder te gaan. Volgens hem zijn er namelijk geen vergelijkbare, door moderne mensen gemaakte werktuigen uit dezelfde tijdsperiode en bredere regio bekend. Misschien hebben in dit geval de Neanderthalers dus niet de truc afgekeken van de moderne mens, maar andersom. En hadden onze voorouders hun kennis over leerbewerking dus mede te danken aan deze uitgestorven medemensachtige.

Bron: Jean-Pierre Texier e.a., Neanderthals made the first specialized bone tools in Europe, in: PNAS, 12 augustus 2013

© Abri Peyrony / Pech-de-l’Azé I Projects
Een schematische tekening van hoe ‘lissoirs’ vroeger gebruikt werden, en hoe ze vaak braken. De nu aangetroffen stukken gereedschap zijn allemaal van dit soort karakteristiek afgebroken punten.
°
http://www.oldstoneage.com/ap/summary.html

Abri Peryony – Summary

Abri Peyrony is known primarily from Peyrony’s brief publication in 1925 and from Lenoir and Dibble’s report of their test excavations there in 1990 as part of the Combe-Capelle Bas project. These latter excavations seemed to show that in situ deposits still remained at the site, though the extent of these was not clear and whether they were in primary or secondary context was debated. Unfortunately, Peyrony’s did not publish a section or a plan of the site. Thus one of our primary goals was to evaluate what remained of the site. Of particular interest in this regard was a rock pile on the western side. Paul Fitte had said he had the rocks placed there to protect the site sometime after Peyrony’s excavations.

After three years of excavation at the site, it is not clear that rock pile pre-dates Peyrony, and that deposits remain on both the lower and upper terrace. The stratigraphy is roughly as Peyrony described with two layers on each terrace. On the lower terrace we found numerous handaxes indicative of a Mousterian of Acheulian Tradition assemblage. On the upper terrace, we found a very similar industry, but we did not find any handaxes.

The fauna are well preserved and show very little evidence for carnivore accumulation or modification. The fauna of the lowest level on the lower terrace is dominated by cervids (reindeer) and in the upper level by large bovids and horse.

In addition to the stone artifacts and bones, we also found numerous pieces of manganese dioxide. The study of these pieces is still on-going, but many of them have facettes that show that they were worked.

Level L-3A Bifaces

An example of some of the handaxes found in a level with one of the Abri Peyrony lissoirs. Abri Peyrony Project
Click to enlarge

 http://theconversation.com/neandertal-toolmakers-left-a-leatherworking-legacy-16959

We also found three pieces of modified bone that appear to be bone-tools. These pieces come from the two levels on the lower terrace. A manuscript describing these pieces is under review.

The lower terrace deposits have been dated using radiocarbon on bone. These results show the site to be very late or final Middle Paleolithic. In 2013, several OSL samples were also collected as part of a project to date several sites in the area. These samples have been studied and will be published in a paper on the MTA that also includes new data from Pech de l’Aze I.

°

http://www.nature.com/news/neanderthals-made-leather-working-tools-like-those-in-use-today-1.13542

°
http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2013/augustus/Slimme-Neanderthalers.html
http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2010/oktober/Precieze-oertechnieken.html
http://blogs.discovermagazine.com/80beats/2008/08/26/neanderthal-tools-were-a-match-for-early-homo-sapiens/
°
PRECISIETECHNIEKEN  
Afrikaanse Mensen(  afrikaanse archaische Homo sapiens sapiens –>zo’n 200.000 jaar geleden  in Zuid-oost afrika onstaan als de nu nog  enige   overlevende loot  van de mensenstamboom ?   )  gebruikten 75 duizend jaar geleden al precisietechnieken om stenen werktuigen te maken. Dat is minstens   55  tot  30 duizend jaar   eerder dan ( op grond van  de   ouderdom toegeschreven aan de tot nu toe  gevonden artefacten en de aanwezigheid van de “europese “homo sapiens sapiens  immigrant )  gedacht   
°
Een Afrikaanse pijlpunt van silcrete waarvan de punt is bewerkt door  pressure flaking  (grootte schaalstreepje 1 mm). [Foto Science/AAAS]

°

Roemeense  “Pestera cu Oase ” grot

36.000  jaar oude menselijke botten in een roemeens berenhol

 http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/3129654.stm

22 September, 2003

Jaw, PNAS

These bones of modern man  are the oldest found in Europe
Facial fossil, Journal of Human Evolution

The facial fossil comes from an adolescent male
4 maart 2013

Neanderthalers stierven mogelijk uit door hun onvermogen om kleine prooien  te vangen. ?

Dat beweren Britse wetenschappers in een nieuwe studie.

Bij de jacht richtten Neanderthalers zich voornamelijk op grote dieren, zoals bizons en herten.

Toen deze soorten in aantal terugliepen, slaagden de oermensen er waarschijnlijk niet in om over te schakelen op kleinere prooien zoals konijnen.Dat was mogelijk een van de redenen waarom Neanderthalers uitstierven, zo beweren archeologen van het Durrell Wildlife Conservation Trust in Jersey in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Human Evolution.

  1. er is een groot verschil tussen het vangen van een klein dier dat tussen de begroeiing heen rent en een groot dier dat over een vlakte heen rent.
    Waarom denkt u dat er bijna geen Bisons meer zijn maar “klein grut “wel   (2)                                                                             –> er is nogal een verschil tussen een massieve bizon en een klein rondscharrelend wild  
  2. WAAROM die aantallen bisons terugliepen? Wellicht is dat namelijk precies de reden waarom ook de Neanderthalers uitstierven.                            

De onderzoekers brachten skeletten in kaart van verschillende diersoorten, die zijn gevonden in grotten in Frankrijk en Spanje. 

Uit het onderzoek bleek dat er tot 30.000 jaar geleden vaak karkassen van bizons, herten en paarden belandden in grotten waar mensen leefden.

In de periode daarna liepen de aantallen van deze grote dieren terug en namen de bewoners vaker konijnen en andere kleine dieren mee naar hun grotten.

Deze omslag in het dieet van oermensen viel samen met het uitsterven van de Neanderthalers. De wetenschappers vermoeden daarom dat Neanderthalers er in tegenstelling tot de voorouders van moderne mensen niet in slaagden om het gebrek aan grote prooien te compenseren met de vangst van kleinere dieren 

Waarom Neanderthalers moeite zouden hebben gehad met het vangen van konijnen, is onduidelijk.(1)

In het Britse weekblad New Scientist suggereert hoofdonderzoeker John Fa  ook nog  dat de primitieve mensen minder goed konden samenwerken dan moderne mensen, die konijnen mogelijk gezamenlijk uit hun hollen jaagden. 

°

Volgens Bruce Hardy, antropoloog bij het Kenyon College in Gambier (Ohio) gaat de interpretatie van  de hoofdonderzoeker te ver.
Mensen kunnen dan wel meer kleine dieren  dan de Neanderthalers naar binnen gewerkt hebben, maar noch de mens, noch de Neanderthaler, zou uitsluitend vlees in hun dieet gehad hebben. 
 –> Wat te ver gezocht   —> aangezien je op een dieet van alleen maar konijn niet lang kunt bijven  leven. Konijn kan alleen maar een aanvulling  zijn  in een dieet —>  nooit het hoofdbestandeel.
—>   (1) het gaat echter duidelijk   om  “kleine prooien ” en niet perse” konijnen”    … De  wetenschappers stellen dat Neaderthalers moeite hadden kleine prooidieren te vangen. (Dat van die konijnen is de jopurnalisten prietpraat … er zijn nog andere  dieren  als voorbeelden van klein wild  te bedenken, zoals eend, gans en zwaan. )
—> ***    Waarschijnlijk waren de ” kleinere ”   beestjes te snel, bezatten de neanderthalers geen techniek voor het zetten van vallen(= het waren geen goede stropers )  of  is dit gewoon een  erg  voorbarige conclusie.
–>”Toen de Neanderthaler in Noord-europa uitstierf leefde hier in NW europa  nog   geen “konijnen”
—> dus hebben die konijntjes er niets mee te maken,…..dat er in Frankrijk en Spanje wel  konijntjes en Neanderthalers (eventueel) samen rondliepen(2) is bijzaak omdat de neanderthaler ook uitstierf in gebieden waar geen konijntjes leefden ,  kun je de konijntjes er niet de schuld van geven.
–>  Wilde konijnen werden   in de 13de eeuw vanuit Spanje in de noordelijke helft van Europa  ingevoerd.  Konijnen zijn het eerst gesignaleerd  in Spanje wat als bruggehoofd  diende voor die soorten (uit de hazenfamilie.)die niet opgewassen waren tegen de ijstijd  klimaatsomstandigheden in   noord – europa  …..  Ze bleven tot het Iberisch Schiereiland beperkt tot monniken ze in Europa in hun kloostertuinen gingen houden. ……en natuurlijk ontsnapten er een paar.

Het wilde konijn of Oryctolagys cuniculus is waarschijnlijk afkomstig uit Azië, maar de laatste ijstijd verdreef de dieren naar het Iberische schiereiland. Hier merkten de Feniciërs dit dier rond de 11de eeuw v.C. reeds in grote getalen op, maar omdat ze het konijn niet kenden en wel de klipdas, noemden ze de locatie ‘het land der klipdassen’ of in het Hebreeuws ‘i saphan im’, wat later door de Romeinen verbasterd werd tot Hispania, nu het huidige Spanje.

De Romeinen waren de eersten die het konijn leerden appreciëren omwille van zijn pels en smakelijke vlees. Oorspronkelijk werden konijnen gehouden in ommuurde tuinen, waar de dieren beschermd en gevoederd werden. Pas later in de Middeleeuwen begonnen monniken met de eigenlijke domesticatie van het konijn. De dieren werden in kooien gehouden en naast selectie op grootte begon men ook doelgericht te fokken met dieren die opvielen door hun aparte haarkleur of pelsstructuur. Op die manier ontstond een brede waaier aan rassen.

Het wilde konijn weet zich gemakkelijk aan verschillende omstandigheden aan te passen en is over de hele wereld verspreid, vaak door toedoen van de mens. Het leeft bij voorkeur op zanderige gronden, waar ze leven in een uitgebreid ondergronds gangenstelsel met o.a. aparte kraamkamers. Verder laten ze ook hun uitwerpselen in een vaste hoek achter, iets wat ook onze tamme konijnen nog steeds doen. Het konijn leeft in grote familiegroepen met een eigen territorium. Deze groepen bestaan uit een ram met meerdere voedsters en bijbehorende jongen. Ze leven in strikte hiërarchie en de dominante dieren eisen steeds het beste voedsel en de beste schuilplaatsen op. Jonge rammen worden meestal uit de groep verjaagd en wanneer ze geen aansluiting vinden bij een andere groep, leven ze hun leven lang solitair.

—>De laatste   Europese  Neanderthalers   leefden in Noord Spanje …. Neanderthalers kwamen voor van Zuid-Europa tot midden-oosten en oekraine.
Toch stierven ze in de koudere delen eerder uit (waar het groot wild juist langer overleefde dan in Spanje) en was het leefgebied van de konijnen (tot aan de Romeinse tijd alleen op het Iberische schiereiland) juist de laatste plaats waar nog Neanderthalers leefden. Die iberische   neanderthalers   bleven er dus wellicht langer   overleven  op klein wild ( waaronder ook konijnen ? ) dan elders. en allicht leerden ze  de  technieken  ook van de homo sapiens( die de stropersstiel geleerd had in het midden oosten )  en  die in Spanje (hoogstwaarschijnlijk) kruiste  met het lokale Neanderthaler ras   die uiteindelijk  genetisch  opging  in de Homo sap  )
  1.  klein wild  ( in het bijzonder konijnen) vang je  dus voornamelijk met vallen  en met veel geduld ….
    Nu  bezit een stroper  dus  al een  uitgebreide kennis van diverse types valstrik voor die beesten
    Die stroper   kent deze vallen omdat ze aangeleerd werden .. Bedenk dat IEMAND ze daarvoor uit heeft moeten vinden…. sja en wie was dat… ? 
—> Het wilde konijn komt  voor in archeologische sites met een ouderdom vanaf ca. 12.000 jaar in zowel Spanje als Frankrijk … 
—>  In de tijd van de Neanderthaler was het verspreidingsgebied van konijnen heel klein
(2) ––> misschien planten de  bizons zich trager voort  ?
°
Een andere hypothese  over het uitsterven van de neanderthalers  is  dat  de  neanderthalers geen honden hielden en homo sapiens wel. Honden bieden veel  voordelen: ze kunnen ook  wel helpen jagen op klein wild, ze waarschuwen voor aankomend gevaar , ruiken veel beter , zijn goede spoorzoekers  en zijn sneller dan mensen.
Kan best zo zijn  gegaan  , en het botst niet met de in het artikel   voorgestelde ” theorie “.
Homo sapiens  was ook veel beter in het domesticeren van allerlei  wilde dieren … waarschijnlijk deden Neanderthalers dat niet 
°

Gravettecultuur

32.000 jaar oude menselijke resten ontdekt in Oekraïne

 21 juni 2011  

Wetenschappers hebben in Oekraïne één van de oudste restanten van moderne mensen in Europa ontdekt. De fossielen zijn 32.000 jaar oud.De archeologen troffen niet alleen menselijke botten en tanden aan, maar ook gereedschappen, ornamenten en restanten van dieren.

A human incisor (L.Crépin/CNRS)
Teeth were among the ancient human remains found at the cave site

Kort

De botten van de mensen trokken de aandacht van de wetenschappers: ze zijn allemaal kort. Er zijn geen menselijke botten langer dan 12 centimeter teruggevonden. Op de botten die werden aangetroffen, waren bovendien diepe groeven te zien. Dat wijst erop dat de botten met een mes zijn bewerkt.

Cut marks on human bone  (L.Crépin/CNRS)
Remains at the site bear cut marks where stone tools were used to remove flesh

Schoon

Waarschijnlijk werden de botten van de oude mensen na hun dood ritueel ‘schoongemaakt’, zo stellen de onderzoekers in het blad PLoS ONE. De sneden waren heel anders dan die in de botten van de dieren en dat bewijst dat menselijke botten anders werden verwerkt. Het is niet aannemelijk dat het vlees van de overledenen door mensen werd opgegeten.

Gravette
De gevonden gereedschappen wijzen erop dat de oude mensen tot de Gravettecultuur behoorden: een cultuur uit de Steentijd die zich over het hele Europese continent verspreidde. “De Gravettecultuur is de cultuur die bepalend is voor moderne mensen,” legt onderzoeker Clive Finlayson uit. “Deze mensen hadden messen, lichtgewicht gereedschappen, openluchtkampen en gebruikten de botten van mammoeten om tenten te maken.” Dat er nu zulke oude restanten van deze cultuur in Oekraïne zijn aangetroffen, wijst erop dat de Gravettecultuur zich vanuit Rusland over Europa verspreidde.

Het is niet voor het eerst dat in Oekraïne oude resten worden teruggevonden. De grot waarin de nieuwe vondst werd gedaan, werd al in 1991 ontdekt. Sinds die tijd zijn er ongeveer 200 menselijke resten ontdekt.

De bovenstaande foto laat een pijlpunt uit de Gravettecultuur zien. De pijlpunt werd al eerder ontdekt en maakt geen deel uit van dit onderzoek. Foto: Didier Descouens (via Wikimedia Commons).

Bronmateriaal:
Early human fossils unearthed in Ukraine” – BBC.co.uk

°

Veenlijken:

de meest indrukwekkende tijdcapsules

 17 augustus 2013  
Bronmateriaal:
The Tollund Man” – Tollundman.dk
Conserving the Lindow Man” – Britishmuseum.org
The woman from Huldremose” – Natmus.dk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Preben Denhom Grønlund Produktion ©Forhistorisk Museum Mosegård.

Het lijkt wel alsof ze aan de tand des tijds ontkomen zijn. Ze zijn duizenden jaren oud, maar hebben hun haren, hun nagels, hun gezichtsuitdrukking en zelfs hun kleding nog. Welkom in de wondere wereld der veenlijken.

Terwijl de Egyptenaren zich in allerlei bochten wrongen om hun dierbaren aan de tand des tijds te laten ontsnappen, zijn veenlijken – die misschien nog wel beter bewaard zijn gebleven dan de meeste Egyptische mummies – een natuurproduct. Mensen hebben geen moeite gedaan om de stoffelijke resten te behouden, maar ze simpelweg in het veen achtergelaten. De natuur deed vervolgens de rest. Het veen is zuur en zuurstofvrij en remt zo het vergaan van het lichaam, maar ook van de kleding en haren. Het lijkt soms wel alsof de tijd heeft stilgestaan en teruggevonden veenlijken zo weer tot leven kunnen komen. Dat maakt ze misschien een beetje eng, maar tegelijkertijd ook razend interessant. Het zijn een soort tijdcapsules die ons heel veel kunnen vertellen over de tijd waarin deze mensen leefden. Geen wonder dat wetenschappers ze heel graag bestuderen.

Het lijkt wel alsof de man slaapt. Foto: Tollundman.dk.

Het lijkt wel alsof de man slaapt. Foto: Tollundman.dk.

Man van Tollund
Eén van de meest onderzochte veenlijken ter wereld is de Man van Tollund. Het Deense veenlijk is uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Dat blijkt vooral wanneer u zijn gezicht bekijkt. Hoewel de man al zeker 2300 jaar geleden overleed, is zijn gezichtsuitdrukking nog steeds zichtbaar. Ook zijn enkele vingers van de man uitstekend bewaard gebleven: zo goed dat wetenschappers zelfs zijn vingerafdrukken hebben kunnen verzamelen. De man zou op het moment van overlijden tussen de 30 en 40 jaar oud zijn geweest. Zijn lijk is ongeveer 160 centimeter lang. Zijn grote voeten wijzen er echter op dat de Man van Tollund bij leven veel groter was: mogelijk is hij in het veen gekrompen. Over de doodsoorzaak van de Man van Tollund hoefden de onderzoekers niet lang na te denken. Rond de hals van de man bevindt zich een – eveneens uitstekend bewaard gebleven – touw, ook zijn groeven onder de kin zichtbaar. De man is overduidelijk opgehangen. Waarschijnlijk niet omdat hij een misdaad had begaan, maar als een offer voor de goden. Dat leiden onderzoekers af uit het feit dat zijn ogen na zijn dood zijn gesloten en hij zorgvuldig in een slaaphouding in zijn graf is gelegd. Het is moeilijk voor te stellen dat mensen voor een misdadiger die moeite zouden nemen.

Tollund Man. Foto: Tollundman.dk.

De Man van Tollund zoals deze er kort na zijn ontdekking in 1950 uitzag. Wat opvalt, is dat zijn handen en armen niet zo goed bewaard zijn gebleven. Dat komt doordat er in het veen gegraven is, waardoor deze armen en handen aan lucht zijn blootgesteld en toch iets sneller zijn vergaan. Foto: Tollundman.dk.

Man van Grauballe
In 1952, twee jaar nadat de Man van Tollund werd gevonden, werd in Denemarken nog een heel bijzonder veenlijk ontdekt: de Man van Grauballe. Wat meteen opvalt, zijn zijn handen. Die zijn uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Zelfs de nagels zijn nog zichtbaar. Ook de haardos van de man is nog intact. De Man van Grauballe leefde in de IJzertijd en was ongeveer dertig jaar oud toen hij overleed. Ook over zijn doodsoorzaak hoefden onderzoekers niet lang te twisten. Zijn nek is van oor tot oor doorgesneden.

De man van Grauballe. Inzet: zijn handen. Grote foto: Preben Denhom Grønlund Produktion ©Forhistorisk Museum Mosegård. Inzet: Malene Thyssen (via Wikimedia Commons).

De man van Grauballe. Inzet: zijn handen. Grote foto: Preben Denhom Grønlund Produktion ©Forhistorisk Museum Mosegård. Inzet: Malene Thyssen (via Wikimedia Commons).

Dieet
Niet alleen de buitenkant van de veenlijken is meestal goed bewaard gebleven. Ook de binnenkant wordt in het veen goed gepreserveerd. Vaak is zelfs het voedsel in de maag nog goed te identificeren. Zo konden wetenschappers precies achterhalen wat de Man van Tollund en de Man van Grauballe als laatste maaltijd hadden genuttigd. In de maag van de Man van Tollund werden bijvoorbeeld veertig verschillende zaden aangetroffen. Sporen van vlees, vis of vers fruit konden de onderzoekers niet vinden. Ook de Man van Grauballe had voornamelijk zaden in de maag, maar bij hem werden ook aanwijzingen gevonden dat hij zo af en toe vlees at.

De kleding van de Vrouw van Huldremose. Foto: Natmus.dk.

De kleding van de Vrouw van Huldremose. Foto: Natmus.dk.

Mode
Behalve dieet kunnen de veenlijken ons ook veel vertellen over de mode uit de tijd waarin zij leefden. Een prachtig voorbeeld van zo’n veenlijk dat ons veel over de stijl van die tijd vertelt, is de Vrouw van Huldremose. Deze dame overleed ergens rond 200 voor Christus en werd een slordige 2000 jaar later teruggevonden. Haar kleding is uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Ze droeg een wollen jurk, een sjaal en twee omslagdoeken, gemaakt van dierenhuiden (zie de afbeelding hiernaast). Maar de veenlijken kunnen ons niet alleen meer vertellen over kledingstijlen. Met name de vrouwen die in het veen ter ruste werden gelegd, kunnen ons veel meer vertellen over de haarmode uit die tijd. Neem bijvoorbeeld het veenlijk van de Vrouw van Elling. Haar haar is prima bewaard gebleven. Het was ongeveer een meter lang en deels gevlochten (zie de afbeelding hieronder). Maar ook de veenlijken van mannen getuigen van stijl, zo bewijst een Duits veenlijk met lang haar dat aan de zijkant van het hoofd in een knotje samengebonden is. Was het voor Deense mannen in de IJzertijd gebruikelijk om kort haar te hebben (zoals de Man van Grauballe en de Man van Tollund) in Duitsland was lang haar in die periode blijkbaar ‘in’.

De Vrouw van Elling (links). En een reconstructie van haar kapsel (rechts). Inzet: Het Duitse veenlijk met het knotje aan de zijkant. Foto's: Tollundman.dk.

De Vrouw van Elling (links). En een reconstructie van haar kapsel (rechts). Inzet: Het Duitse veenlijk met het knotje aan de zijkant. Foto’s: Tollundman.dk.

IN NEDERLAND

Ook in Nederland zijn diverse veenlijken teruggevonden. Enkele bekende veenlijken zijn het Meisje van Yde(1) en het paar van Weerdinge (zie hieronder). Ook deze drie veenlijken stammen uit de IJzertijd.

Offers
En zo herbergen veenlijken dus een schat aan informatie over het dieet en de uiterlijke kenmerken van mensen uit die tijd. Maar daar blijft het niet bij. De veenlijken kunnen ons ook veel vertellen over de cultuur in de IJzertijd. Wat opvalt wanneer we de veenlijken onder de loep nemen, is dat veel van deze mensen een gewelddadige dood zijn gestorven. De nek van de Man van Grauballe is doorgesneden, de Vrouw van Elling is opgehangen, net als de Man van Tollund. En de Duitse man met het knotje aan de zijkant van het hoofd was onthoofd. Het lijkt in eerste instantie lastig vast te stellen of deze mensen in een vlaag van woede vermoord zijn of dienst deden als offers. In veel gevallen denken onderzoekers toch dat er sprake is van het laatste. Ze leiden dat dan af uit de zorgvuldige manier waarop mensen in het veen ter ruste zijn gelegd. Ook is het goed om te bedenken dat het veen zo’n 2000 jaar geleden een hele belangrijke rol speelde in het leven van mensen. Ze haalden er bouwmaterialen, brandstoffen en soms zelfs ruwe materialen om ijzer uit te maken, uit. Tegelijkertijd werd het veen vaak gezien als een gebied dat mensen en goden met elkaar verbond. Hier werden offers gebracht om de goden te danken voor de overvloed of gunstig te stemmen en te hopen op meer. Vaak bestonden die offers uit objecten of dieren, maar soms blijkbaar ook uit mensen.

Het paar van Weerdinge. Lang werd gedacht dat het man en vrouw waren, maar later bleek het toch om twee mannen te gaan.

Het paar van Weerdinge. Lang werd gedacht dat het man en vrouw waren, maar later bleek het toch om twee mannen te gaan.

Hoewel veenlijken al heel wat geheimen hebben prijsgegeven, blijft er nog genoeg te raden over. Wetenschappers blijven zich dan ook in de veenlijken verdiepen en mede dankzij steeds geavanceerdere technieken komen we zo stukje bij beetje meer te weten over een tijd waarvan op de veenlijken na zo weinig is overgebleven.

(1) in Europa en Noord-Amerika zijn een kleine 500 menselijke veenlijken gevonden,waaronder het Nederlandse ‘meisje van Yde’

°

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20101215_offeraandegoden01

Zo zagen de spanjaarden  eruit   7000 jar geleden ?

27/01/14 – 16u30  Bron: BBC

Donker haar, een donkere huidskleur en felblauwe ogen; zo zagen de eerste Europeanen er uit. © CSIC.

Volgens een team van Spaanse onderzoekers zag de gemiddelde Europeaan er 7.000 jaar geleden anders uit dan oorspronkelijk gedacht, meldt de omroep BBC. Onze huid en haarkleur waren een pak donkerder, terwijl onze ogen felblauw kleurden.

In 2006 vond een biologisch instituut uit Barcelona de resten van twee skeletten in de grotten van het bergachtige noordwesten in Spanje. Omdat de omgeving zo koel en donker was, bleven de resten goed bewaard en bleken ze via de tanden ideaal voor DNA-onderzoek.Nadat de eerste Afrikaanse voorouders zo’n 45.000 jaar geleden naar Europa verhuisden, werd gedacht dat hun huid vrij snel lichter werd van kleur. Volgens dit onderzoek lijkt dat dus niet te kloppen, aangezien de eerste Europeanen dan al zo’n 40.000 jaar in Europa huisden.Genetisch gezien ligt hun DNA het dichtst bij Zweden of Finnen. Daardoor hebben de blauwe ogen wel een verklaring, maar de donkere huid en het bruine of zwarte haar echter nog niet. De vondst van deze skeletten betekent meteen de oudste volledige DNA-set op Europese bodem.Het team kreeg ook meer inzicht in de overgang van het jagen naar de landbouw.Zo waren de eerste Europeanen lactose-intolerant en kon hun maag zetmelen simpelweg niet verteren. Hun voeding haalden ze voornamelijk met proteïnen.Met de intrede van agrarische technieken wijzigde dat patroon.nu.nl/wetenschap/3685819/europese-jager-verzamelaars-hadden-donkere-huidskleur.htmlhttp://www.scientias.nl/zo-zagen-de-europese-jagers-en-verzamelaars-eruit-donkergetint-met-blauwe-ogen/97256

Bronmateriaal:
Blue eyes, dark skin: How European hunter-gatherer looked, 7,000-year-old genome shows” – Spanish National Research Council (via Sciencedaily.com).
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door PELOPANTON / CSIC.

°  

Homo sapiens mensen stammen in laatste instantie allemaal af van  afrikaanse (khoisan type  ?  )  mensen….. allang bekend ( –> Grimaldi schedel in Monaco )

 

http://en.wikipedia.org/wiki/Grimaldi_Man

https://mathildasanthropologyblog.wordpress.com/tag/grimaldi-people/

1–>Europeans are the product of about 40,000 years of in situ evolution.

2–> There may have been TWO colonist groups of Europe originally……

One whose  remains were found in the Grottes des Enfants in Monaco( France) were called the Grimaldi people.

I am having a devil of a time finding any information on them, except that they seemed to be very similar to the Khoisan. The structure of their forehead seems to indicate they are NOT related to MODERN  Negroids though, and they are mostly described as an outlier in the Cro Magnon ‘normal’ range.

      Afbeelding

–> Vraag is dus waar de blanke   huidskleur van de europeaan vandaan komt …. Volgens dit onderoek is dat misschien veel later de  huidskleur van de europeaan  geworden  dan ooit werd aangenomen 
Er zijn er twee exodussen uit Afrika naar de rest van de wereld geweest en er zijn verschillende groepen naar Europa gekomen : via een lange omweg via Azie
maar ook relatief direct vanuit Afrika (altijd nog via nabije oosten en Turkijke en Balkan. Sowieso zijn daarbij nog hele series andere scenario’s niet uit te sluiten.

Echter , uit één  DNA onderzoek van één enkel gevonden  bruikbaar restant ( een tand dus ) kan men nog niet teveel conclusies trekken.

—> Veel interessanter dan de huidskleur zijn de bevindingen over wat de mensen toen wel en niet kon verteren.
Doordat de mens van jager/verzamelaar naar landbouwer is overgegaan is ons diet zo extreeem veranderd dat we daar nog steeds niet alle gevolgen van doorgrond hebben.
In zeker zin zijn “moderne” ziekten als Diabetes Type II, magnesiumtekorten e.a. daarop terug te voeren.
Ons lichaam is feitelijk niet helemaal ingericht op het leven dat we zijn gaan leiden
(al worden we aan de andere kant nu wel zo’n anderhalf tot 2 keer zo oud als de mensen toen, dat wel)

Kijk even naar het filmpje:
http://www.youtube.com/results?search_query=pale

°
Vast staat dat de landbouw tussen 12.000 en 10.000 in Mesopotamie tot onwikkeling is gekomen (met zetmeel en melkproducten), zie Gobekli Tepe en omgeving.
Dan kun je dus uit de resultaten van het aangehaalde onderzoek eigenlijk alleen maar afleiden dat daar, in Mesopotamie, kennelijk een andere volksstam leefde dan in Noord-Spanje.
De vraag is dan welke lijntjes er zijn tussen de moderne mens en deze beide volksstammen.

—> Vaak wordt vergeten dat landbouw-veeteelt onafhankelijk(!) tot ontwikkeling kwam op meerdere plekken in de wereld en rond die tijd.
Sowieso in China, Turkije en Zuid-Amerika maar vermoedelijk op meer plekken en ook dichterbij of zelfs in Europa.
Het probleem is dat men uitgaat van gevonden sporen …. Het klimaat en de grond in Mesopotamie laat het bewaren van deze sporen meer toe, (ook andere van resten van beschavingen e.d.) .
In andere, nu meer vochtigere regio’s en met minder steen, zijn veel minder sporen (vooralsnog) gevonden maar dat wil niet zeggen dat die ontwikkelingen daar niet waren.
Sterker nog, er komen nu mondjesmaat aanwijzingen dat dit heel goed wel het geval kan zijn geweest.
(ook speelt nog het feit dat de regio rond Mesopotamie, Egypte, etc van oudsher veel belangstelling heeft gehad omdat er veel te vinden was en omdat o.a. de Engelsen en de Fransen met hun belangen
veel aktief waren en die landen al heel lang in oudheid zijn geinteresseerd).
Het verhaal is nog lang niet compleet en er zullen nog velen correcties, aanvullingen en verrassingen over de periode 10000 tot 3000 jaar geleden , gedaan en gevonden gaan worden.

Lang voordat de eigenaar van de in Spanje ontdekte kies leefde (die kennelijk geen landbouwproducten kon verteren) was er al op uitgebreide schaal sprake was van landbouwende gemeenschappen elders.

Daarmee kun je je dan afvragen welk genetisch lijntje tussen die vroege Spanjaard en de veel vroegere boeren elders bestaat,
en of de moderne Europeanen een mengvorm zijn of dat zij meer verwantschap hebben met de vroege boeren
( -en dan waarschijnlijk de Centraal-Aziatische of die uit het daar toch wel redelijk in de buurt liggende Midden-Oosten).

‘Blanke Europeaan ontstond pas 5500 jaar geleden’

31 augustus 2009

Mensen in Europa kregen pas enkele duizenden jaren geleden een blanke huidskleur. Dat concluderen Noorse onderzoekers in een nieuwe studie.
De wetenschappers van de  universiteit van Oslo  beweren dat mensen met een lichte huidskleur ongeveer 5500 jaar geleden de overhand kregen in Europa, doordat de eerste volken landbouw gingen bedrijven.Het landbouwvoedsel bevatte veel minder   vitamine D dan het eten dat de Europeanen binnen kregen toen ze nog als jager-verzamelaar leefden.

Het menselijk lichaam kan de belangrijke stof ook aanmaken als de huid in contact komt met de zon. Maar blanke mensen produceren vitamine D veel effectiever onder invloed van zonlicht dan mensen met een donkere huidskleur.

Evolutie
Volgens de onderzoekers hadden blanke personen daardoor opeens een evolutionair voordeel ten opzichte van hun donkere medemens.

In Engeland hoorde vis 5500 tot 5200 jaar geleden opeens niet meer bij het voedselpatroon”, aldus hoofdonderzoeker Johan Moan. . “Dat leidde tot een snelle ontwikkeling van een lichte huidskleur.”(1)

Kwalen
Eerdere onderzoeken hebben aangetoond dat een gebrek aan vitamine D kan leiden tot veel medische kwalen, zoals diabetes, hartfalen en een slecht functionerend immuunsysteem.
Volgens de Noorse onderzoekers liepen mensen met een donkere huidskleur 5500 jaar geleden dan ook meer risico om vroeg te overlijden, vooral als ze in het noorden van Europa leefden.
Klimaat
“Koude klimaten en hoge breedtegraden zullen de ontwikkeling van een lichte huidskleur extra hebben gestimuleerd”, zo schrijven ze in hun studie. “Het landbouwvoedsel bevatte niet genoeg vitamine D en de straling van de zon was te laag om genoeg vitamine D te produceren in een donkere huid.”
°
—>  lichtere  huidskleuren ( vitamine D en zonlicht  ?   )afzonderlijk onstaan in  de noordelijke  streken van   Europa    en    Azie ?
(1) ……  INUIT   waren  bijna uitsluitend   jagers   ze   aten  veel  rauwe vis  ( grote bron van vitamine D ) en bleven dus donkerder  gekleurd van huid ? …
(bron NU.nl)
° Europeanen komen oorspronkelijk via +/- Turkmenistan uit Afrika.
In ieder geval zijn alle  mensen  op aarde  familie van elkaar.

BIPEDALISME (updatings )

°AFSTAMMING  VAN DE  MENS  en de mensachtige   

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bipedie

Bipedie

Een struisvogel beweegt zich bipedisch voort.

Bipedie of tweevoetigheid is de eigenschap zich te kunnen bewegen op de twee achterste ledematen. Een diersoort wordt als tweevoetig beschouwd indien ze zich voornamelijk op de achterste ledematen beweegt. Dieren die af en toe enkele seconden zich op dergelijke manier voortbewegen zijn niet tweevoetig.

De mens is de bekendste tweevoetige soort op aarde. Andere primaten met dezelfde voorouders als de mens, zoals de gorilla en de chimpansee, zijn eveneens in staat zich op de achterste ledematen te begeven.

Bipedie is niet altijd hetzelfde als rechtop lopen: de australopithecus bewoog zich al bipedisch voort, maar het is pas sinds de homo erectus dat de mens ook rechtop loopt, waarbij ‘rechtop’ wordt opgevat als ‘met het hoofd boven de nek’.

Tweevoetige diersoorten

http://en.wikipedia.org/wiki/Bipedalism

File:Muybridge runner.jpg

A Man Running – Eadweard Muybridge

 

 

Convergenties tot op het bot uitgekleed

© bionieuws

Wat hebben de bolosauriërs, kangoeroe, springhaas en mens met elkaar gemeen? Inderdaad: rechtoplopen of bipedalisme, een adaptatie met consequenties voor zuurstofopname, predatordetectie en het vrijkomen van de voorpoten.

In Convergent Evolution analyseert de Amerikaanse paleobioloog George McGhee zulke evolutionaire convergenties tot op het bot. Niet alleen convergenties tussen dieren- en plantensoorten, maar ook vergelijkbare oplossingen in ecosystemen, moleculen en zelfs gedrag.

Steeds bekijkt McGhee aan de hand van fylogenie hoe vaak zo’n vergelijkbare oplossing onafhankelijk is ontstaan. Voor ogen is dat bijvoorbeeld 49 keer, en dat gegeven heeft grote wetenschappelijke en filosofische implicaties: evolutie is voorspelbaar. Vandaar de ondertitel: een bewuste verbastering van Darwins beroemde volzin endless forms most beautiful.

Convergent Evolution – Limited Forms Most Beautiful
George R. McGhee
The MIT Press
ISBN 9780262016421

 

° 

bipedalisme.docx (1.5 MB) <–archief document 

Wat is eigenlijk het verschil tussen mens en mensaap?
Drie aspecten cruciaal:
– Bipedalisme: rechtop lopen, mens is efficiënte lange afstand loper, aap
is klimmer
– Kleine bovenhoektanden, geen diastema in onderkaak, kaken
bewegen vrij
– Hersenvolume: Chimpansee en Australopithecus ½ lt, Home Erectus
1 lt., H. Sapiens 1½ lt.

Eerst zijn het rechtop lopen en de gebitsveranderingen ontstaan, misschien door de overgang van een oerwoud naar een savanne milieu, een droger dieet en later de jacht. Daar kwamen geleidelijk bij een vlakker voorhoofd, minder zware wenkbrauwen, een meer voorwaartse positie van het ruggenmergsgat (foramen major), een opponeerbare duim en als laatste, een snelle vergroting van de hersens.

 

 

Step%20by%20Step-Bipedalism%20Evolution_1[1]   <— PDF

De eerste rechtoploper van het  geslacht “Homo “…?

In April-Mei 2000 deden Martin Pickford (archeoloog) en Brigitte Senut (morfoloog) opgravingen in de Tugen Hills (Kenia), wel vaker de bakermat van de mens genoemd. Kiptalam Cheboi (een van de Keniaanse wetenschappers die hielp bij de opgravingen) was de eerste die tanden vond die waarschijnlijk van menselijke oorsprong waren. De kiezen hadden kenmerken van de mens, want ze waren klein en hadden een dikke laag glazuur. Terwijl de snij- of voortanden meer eigenschappen vertoonden van de chimpansee. Zijn tanden waren van het platte, vermalende type. Dat betekent dat hij veel noten, zaden, vruchten en insecten at. Later vond Pickford een dijbeen op de site, en Senut vond ook nog een opperarmbeen. Al deze vondsten werden gedaan in vulkanische aardlagen die de ondergrond voor een meer vormden, de Lukeido-formatie. Deze laag lag tussen trachiet van 6.2 miljoen jaar oud en basalt van 5.65 miljoen jaar (periode van het laat-mioceen). Het “wezen” had nog altijd geen naam. Orrorin is een legende van de oorspronkelijke bewoner van het gebied. Dus werd het wezen Orrorin Tugenensis, een moeilijke naam. Dat vond de pers ook en noemde hem, omdat hij in 2000 gevonden was, de millenniumman.

Als je iemand neemt en je plaats daar zijn vader achter en achter die man zijn vader, en daarachter zijn vader etz… Dan komt de Homo Sapiens ongeveer 7 km ver in die rij (150.000 jaar oud). Nog verder hebben we de Homo Habilis, de mens die de eerste werktuigen maakte die staat 100 km ver in de rij (2.000.000 jaar oud). Als ‘eerste’ hadden in die rij hadden we tot voor kort het ‘dier’ met een naam waar je duizelig van wordt, de Australopithecus Afarensis, die staat ongeveer 200 km ver. Het is 3 à 4 miljoen jaar oud. Het bekendste skelet hiervan is Lucy.

De millenniumman had zijn nesten in bomen. Hij sliep er waarschijnlijk ook in. Hij was zo groot als een chimpansee, maar met langere benen. Als je er een zou zien lopen zou je er geen mens in herkennen. Het waren sociale dieren. Ze vormden dus een groep en die was meestal multi-male, multi-female. Ze kenden ook geen stenen voorwerpen (dat verscheen pas 2.500.000 jaar geleden. Het was een bosdier dat veel water nodig had om te overleven. Hij had sterke bovenarmen en vingerkootjes die gekromd waren è voor de grip op takken. En in deze periode was hij de prooi niet het roofdier. Maar er moest een dringender reden zijn om op 2 benen te gaan lopen. Marc Raibert, expert op het vlak van robotica zegt dat het maken van een robot met 2 benen makkelijker is dan een met 4 benen, de onderlinge coördinatie is minder ingewikkeld en er zijn minder onderdelen nodig. Voor een dier/mens ligt dat anders. Op 2 benen kon je je gemakkelijk voorbewegen dan op 4. Je bent ook wendbaarder en het belangrijkste: ‘het’ heeft zijn handen vrij. Alleen creëer je met bipedalisme (2-voetigheid) een groot probleem; het evenwicht. Het kon een aap zijn evenwicht leren houden. Ook hiervoor is een tamelijk voor de hand liggende verklaring. Het komt door een verandering in de natuur van Kenia in het laat-mioceen. Toen moest het dichte bos plaats maken voor grote, open savanne met heel veel roofdieren. Maar volgens Robin Crompton (een van de weinige onderzoekers naar het looppatroon van vroege mensen) is bipedalisme ontstaan in de bomen. Want daar zijn overal takken om je heen voor als het mocht misgaan. Maar ook apen vallen uit bomen. In de savanne MOESTEN ze op 2 benen lopen, in de bomen KONDEN ze dat doen.

Dat bipedalisme is heel belangrijk voor de Orrorin. Als hij dat deed zijn we 99% zeker dat hij tot het geslacht(GENUS HOMO )  van de mens behoort.

  • Het is typisch menselijk.
  • Dijbenen moeten licht gebogen worden voor de ondersteuning.
  • Er is een groef in de kop van het dijbeen door een spier die daar gespannen staat door op 2 benen te lopen.
  • Door ons gewicht buigt de kop ook licht naar beneden en wordt het net onder de kop dikker.
  • Kniegewricht wordt aangepast voor een stand van die benen die naar achter plooien. – jammer genoeg zijn er (nog) geen knieschijven of zo gevonden. –

Orrorin stond, liep en wandelde veel in zijn leven. Dat toont zich in de botten. Orrorin is dus hoogstwaarschijnlijk een voorouder van de  miljarden mensen vandaag. 

Hoe onze handen , handen geworden zijn tijdens   het ontwikkelen van het bipedalisme

Er zijn in de 20ste eeuw zoveel vondsten gedaan van fossiele hominiden, dat de evolutie van de mens nu op hoofdlijnen bekend is. We weten inmiddels welke opeenvolgende mensachtigen in de afgelopen vier miljoen jaar op aarde leefden en hoe hun ontwikkeling heeft geleid tot het ontstaan van de moderne mens Homo sapiens. Door vondsten van schedels, delen van skeletten, maar ook van gereedschappen die onze voorouders gebruikten, is bekend dat de evolutie van de mens in vier grote stappen (ontwikkelingsfasen) is verlopen. Door fossiele botten te vergelijken met het skelet van de moderne mens en met dat van de verschillende mensapen die nog op aarde leven, kunnen we iets zeggen over de eigenschappen van de verschillende mensachtigen. De vondsten zeggen ook iets over de handen van onze verre voorouders. Al zijn er van onze voorlopers nog geen complete handen gevonden, het is in grote lijnen toch duidelijk hoe de menselijke hand is geëvolueerd.

Evolutie van de hand: van 4 poten naar 2 poten en 2 armen.

Wij mensen lopen op twee benen. We hebben een zogenaamde bipedale wijze van voortbewegen. Dat is een van de meest fundamentele stappen in de ontwikkeling van de menselijke soort. We onderscheiden ons zo van alle andere zoogdieren (kangoeroes en springhazen vormen een uitzondering). Op onze achterste benen lopen, betekende dat onze handen vrijkwamen. Onze voorpoten hadden we niet meer nodig om ons op voort te bewegen. Omdat deze functie niet meer nodig was, kon de hand zich in de evolutie specialiseren in het hanteren van werktuigen.

Chimpansees, bonobos en gorillas bewegen zich quadrupedaal (op vier poten) voort. Ze kunnen slechts kleine stukjes rechtoplopen op een vrij stuntelige manier. Anders dan andere dieren die zich op vier benen voortbewegen, steunen de grondbewonende mensapen op hun knokkels (knuckle walking), inplaats van op de vingers of de palm van de hand. Dit zorgt ervoor dat ze hun lange vingers hebben kunnen behouden, die zijn namelijk niet praktisch om op te lopen, maar wel om mee te klimmen. De hand had van met name de chimpansee heeft drie functies; lopen op de grond, klimmen in bomen en dingen kunnen hanteren.

Zes miljoen jaar geleden waren onze verre voorouders nog aapachtig. Zij leefden in regenwouden en waren vergelijkbaar met mensapen zoals we die nu kennen. Ze hadden dus ook handen die voldeden aan de drie genoemde functies. Doordat de leefomgeving veranderde -het bos werd langzaam een open savanne- waren onze voorlopers langzaam genoodzaakt zich meer op de vlakte te gaan begeven. Zo ontwikkelde zich langzaam een andere manier van voortbewegen; een vroege vorm van het bipedale voortbewegen (meer hierover vind je onder het volgende kopje “Evolutie van rechtoplopen”). Hierdoor kwamen de handen vaker los van de grond en zo werd de functie van voortbewegen minder belangrijk. Verre rechtoplopende voorouders konden in de beginfase waarschijnlijk nog gemakkelijk in bomen vluchten voor gevaar, ze hadden nog lange armen waarmee klimmen goed mogelijk was. Op langer termijn waren er bij gevaar ook andere mogelijkheden. Met een tak slaan of zwaaien kon soms al genoeg zijn een roofdier weg te jagen. Je kon jezelf ook beschermen door bijvoorbeeld zelf een schuilplaats te bouwen.

De bouw en werking van de hand was een compromis tussen de verschillende functies. Doordat we rechtop gingen lopen, werden twee van de drie functies van de hand minder belangrijk; voortbewegen en klimmen. Hierdoor kreeg de functie die overbleef, het kunnen hanteren, de ruimte om verder te ontwikkelen. Beter gezegd: Veranderingen in de eigenschappen van de hand, die ten tijde van het klimmen en voort met de handen nog nadelig zouden zijn, werden nu behouden omdat ze praktisch bleken voor het hanteren. Het hebben van kortere vingers is bijvoorbeeld voor klimmen niet handig, maar wel praktisch voor hanteren.

Evolutie van het rechtoplopen

Rechtoplopen was dus een voorwaarde voor de hand om te kunnen evolueren. Als we daar van uitgaan, vragen we ons natuurlijk direct af hoe het kwam dat onze verre voorouders rechtop gingen lopen (bipedalisme).Om dit toe te kunnen lichten, is gebruik gemaakt van de werken paleontoloog Dr. John de Vos (1998,2004).

1 Verandering van leefomgeving

Er zijn veel verschillende theorieën over het ontstaan van het bipedale voortbewegen van onze voorouders. In veel van deze theorieën speelt verandering van leefomgeving een rol. Een mogelijke oorzaak van het veranderen van de leefomgeving is een klimaatverandering. (e.g. Dart, 1925; Robinson, 1963; Coppens, 1975; Howell, 1978; Brain, 1981; Vrba, 1985, 1988, 1995, 2000; Stanley, 1992; Potts, 1996) In de loop van het Mioceen (25 -5 miljoen jaar geleden) en Plioceen (5 2 miljoen jaar geleden) kwam het oostelijke deel van Afrika door bewegingen in de ondergrond (tektoniek) omhoog. Het klimaat werd koeler. Tropische bossen, leefgebied van onze aap-achtige voorouders,trokken zich steeds verder tergu naar de evenaar; in Oost-Afrika maakten ze plaats voor (boom)savannes, gebieden met veel gras en verspreid staande bomen. Zon leefgebied zou voor onze verre voorouders, die zich eerder altijd voortbewogen in de bomen, betekenen dat ze zich meer en meer op de grond moesten voortbewegen. Maar voortbewegen over de grond hoeft niet perce op twee poten. Mensapen bewegen zich over het algemeen ook quadrupedaal voort, ze lopen op vier poten. Wat bracht de mensaap waar de mens van afstamt er toe rechtop te gaan lopen?

2 Verandering van gedrag

Door verschillende paleontologen en paleoantropologen worden hiervoor uiteenlopende verklaringen gegeven. Er zijn veel theorieën die te maken hebben met het gedrag van onze verre voorouders.

Zo zouden ze langzamerhand rechtop zijn gaan lopen om dingen als gereedschap en voedsel te dragen (o.a. Hewes 1961, Kortlandt 1967 , Leakey,Lewin 1979). Verre voorouders zouden sociaal gedrag vertonen; voor elkaar voedsel zoeken en dit op een gemeenschappelijke plek (thuisbasis) met elkaar delen (food sharing) Het voedsel moest dan natuurlijk worden gedragen. Ook het maken en gebruik van gereedschap en het kunnen gooien van stenen wordt wel als argument gebruikt (o.a. Washburn 1950, 1960, 1967, Darwin 1871, Tobias 1967,1981, Washburn &Moore 1980). Zelfs het kunnen plukken van bessen uit hoge bosjes wordt genoemd als reden (o.a. Pilbeam 1980). Een andere oorzaak die wordt genoemd, is dat onze voorouders indruk zouden willen maken op elkaar en andere dieren: Door rechtop te lopen zie je er groter uit en zijn de geslachtsdelen beter zichtbaar. Volgens deze theorie is het rechtoplopen en het vrijkomen van de handen ontstaan door seksuele selectie. Een bijkomend effect van rechtoplopen is dat je een beter zicht hebt: de ogen zitten hoger zodat je beter over lang gras heen kunt kijken(o.a. Livingstone 1962). Ook zou rechtoplopen gunstig zijn voor het regelen van de temperatuur: minder huidoppeervlak staat zo bloot aan de zon (e.g. Wheeler 1984, 1985)

Dit is een lange lijst met verklaringen die eenvoudig nog langer te maken is (de Vos, 1998). De ene theorie is wat aannemelijker dan de andere, maar ze zijn allemaal speculatief en moeilijk te bewijzen. Aan bijvoorbeeld een stuk schedel kunnen we tenslotte niet zien hoe de eigenaar zich gedroeg. De meeste van deze theorieën zijn bovendien teleologisch, dat wil zeggen: ze redeneren naar een doel toe: het vrijmaken van de handen. Ze redeneren naar het rechtoplopen toe. Dit is in strijd met de wetenschappelijke opvatting dat evolutie geen voorgedefinieerde richting heeft en nooit naar een doel toewerkt. Evolutie is meer een proces van toevalligheden.

De theorieën hebben verder met elkaar gemeen dat ze grotendeels vanuit een antropocentrisch standpunt zijn beredeneerd. Dat wil zeggen dat het wordt bekeken vanuit de manier waarop wij mensen zouden reageren op een situatie. Eigenlijk kunnen we er niet van uitgaan dat de mensachtige, die toen leefde, ook zo reageerde. Ook hebben we het over een heel erg lange periode van ontwikkeling. Zo lang dat het voor ons mensen moeilijk te bevatten is dat ook erg kleine veranderingen over een dergelijke periode uiteindelijk grote gevolgen kunnen hebben.

Uiteindelijk zijn er veel aanpassingen van de anatomie nodig geweest om bipedalisme mogelijk te maken. Een verre voorouder die zich nog met vier poten voorbewoog, dacht niet op een ochtend toen hij wakker werd: Laat ik vandaag eens rechtop gaan lopen.

3 Energie-efficiëntie (Theorie van De Vos)

De evolutie van mensen wordt vaak anders uitgelegd dan de evolutie van dieren. De verklaring van de evolutie van dieren wordt vaak gedaan aan de hand van een zo optimaal mogelijk gebruik van energie.

Je kunt deze theorie ook toepassen op het ontstaan van onze manier van lopen. In een landschap waarin langzaam minder bomen kwamen, moest een aapachtige zich steeds meer over de grond voortbewegen. Van boom naar boom klimmen was er niet meer bij: hij moest over de grond om bij de volgende boom te komen. Daar was hij veilig voor roofdieren en hij kon er voedsel (vruchten) vinden. Op vier poten over de grond voortbewegen kost relatief veel energie. Energetisch gezien is rechtoplopen op twee benen veel efficiënter. Het kost minder energie. Er was dus een selectiedruk op dieren die zich goed op hun achterste benen konden voortbewegen. Chimpansees doen dat ook om korte stukjes te overbruggen. Er waren nog meer voordelen aan het rechtoplopen: je bent groter en je kunt je beter roofdieren afschrikken. Je kunt er ook soortgenoten mee aftroeven die bij dezelfde vruchtdragende boom willen komen. Loop je het meest rechtop, dan maak je de meeste indruk en heb je het voedsel voor jezelf. Dat kun je vervolgens met de vrouwtjes delen, en zo vergroot je je kans op paren en nakomelingen verwekken, die weer de loopeigenschappen van jou erven.

Voortbewegen op twee inplaats van vier ledematen kost al minder energie. Daarnaast kost ook stilstaan minder energie: je hoeft immers minder spieren aan te spannen. Deze energiewinst is een verklaring van de ontwikkeling van bipedaal voortbewegen. Deze theorie heeft als een van de weinige dus niet als doel, maar als gevolg dat de handen vrij kwamen. En hij is niet gebaseerd op gedrag, maar op zo efficient mogelijk omgaan met energie.

Zeven belangrijke aanpassingen voor het rechtoplopen

Rechtop lopen is niet zomaar iets. Om efficiënt rechtoplopen mogelijk te maken zijn in de bouw van een viervoeter fundamentele wijzigingen noodzakelijk. Deze zijn in de bouw van ons lichaam terug te vinden.

Een van de lastige dingen aan het voortbewegen op twee benen is dat je gewicht voortdurend boven een klein steunvlak moet worden gebalanceerd. Soms boven twee, maar vaak ook maar boven één voet. Dit vraagt een goede coördinatie en evenwicht. Daarnaast komen er heel andere krachten op de wervelkolom te staan. Ook het rechtop houden van ons grote hoofd vergt de nodige aanpassingen.

Hieronder staan de belangrijkste aanpassingen op een rijtje (in willekeurige volgorde).

1. Onze ogen staan meer voor in onze schedel. We hebben grotere hersenen en een beter evenwichtsorgaan. Lopen is eigenlijk met het lichaam naar voren vallen en net op tijd het andere been bijzetten om te voorkomen dat je valt. Dit vereist veel coördinatie tussen ogen, spieren, hersenen en evenwichtsorgaan.

2. Het achterhoofdsgat, de bevestiging aan de nekwervels, is meer recht onder de schedel komen te staan. Op die wijze is het gewicht van ons grote hoofd meer verdeeld en steunt het op de wervelkolom. Het dragen van het hoofd kost zo minder energie.

3. De mens heeft een ton-vormige borstkas in plaats van de vorm van een omgekeerde trechter, zoals bij apen. Bij apen is dit nog nodig om de armen langs het lichaam te bewegen tijdens het voortbewegen.

4. De wervelkolom heeft een andere, grotere curve in nek en onderrug. Deze S-vorm is erg belangrijk voor het verdelen van krachten tijdens het lopen op twee benen. De bochten vangen als het ware de klappen van het lopen op.

5. Wij hebben een aangepast, breder, maar minder lang bekken. Van bovenaf gezien meer een S-profiel. Dit heeft gevolgen voor het verloop van de spieren tussen bekken en bovenbeen, zodat de benen anders bewogen kunnen worden.

6. Mensen hebben langere benen dan armen, bij apen is dit andersom. Onze benen hebben ook een groter gewicht dan die van apen, hierdoor wordt ons zwaartepunt in het lichaam verlaagd, wat gunstig is voor het bewaren van het evenwicht tijdens het lopen.

7. Wij hebben een grotere “Carrying Angle”. Dat is de hoek die het bovenbeen(bot), de femur maakt ten opzichte van de knie en het heupgewricht. Onze knieën en dus onze onderbenen staan zo meer onder ons lichaam, zo kunnen we ons steunvlak (onze voeten) makkelijker onder ons gewicht plaatsen.

8. Mensen hebben een andere voet dan apen: Wij hebben een grote hiel, voor het vergroten van het steunvlak. Ook hebben wij niet meer de mogelijkheid om de grote teen te opponeren. De grote teen heeft een belangrijk plaats gekregen naast de andere tenen. De grote teen is belangrijk voor de krachtverdeling tijdens het afrollen van de voet.
Bron: Fleagle (1980)

Handigere hand, minder handige voet, alhoewel…

Het probleem met de theorieën is dat ze lastig te bewijzen zijn. Ze zijn misschien allemaal een beetje waar. Welke theorie we ook volgen, uiteindelijk kwam de hand vrij. Hierdoor kon de hand zich ontwikkelen tot een fijn gereedschap. Maar ook de voet, die eerder nog ook voor grijpen en klimmen werd gebruikt, kreeg een andere vorm. Deze werd langzamerhand meer een loop-gereedschap. Steeds minder handig om mee te klimmen, steeds handiger om op te lopen dus. In figuur is een apenvoet en een mensenvoet te zien. Er is duidelijk te zien dat bij ons mensen de grote teen helemaal naast de andere tenen is komen te staan, terwijl bij de aap de grote teen meer lijkt op een duim. De grote teen is bij het afrollen van de voet belangrijk geworden voor de krachtverdeling in de voet. In de laatste fase van het afrollen van de voet tijdens het lopen steunen we op de grote teen.

 apenvoet_mensenvoet

Sommige mensen worden soms door complicaties zonder armen geboren. Die mensen kunnen dan nog verrassend veel met hun voeten, maar het is geen optimaal gereedschap.

Wat maakt de hand van de mens tot de menshand?

De belangrijkste eigenschap van de mensenhand is dat hij de precisiegreep beheerst. Dat betekent dat het topje van de duim naar de andere vingers gebracht kan worden, waardoor we iets precies tussen de vingertopjes kunnen vastpakken, zelfs heel precies tussen twee vingers. Hiervoor moet de duim kunnen opponeren en de lengteverhouding tussen vingers en duim moet precies goed zijn.

Het vermogen om de duim opponeren (Dat is duim tegenover de vingers plaatsen en wordt onder andere mogelijk gemaakt door de vorm van het zogenaamde CMC1 gewricht. Zie ook Bouw en Werking.)

Hierdoor kan de mens heel precies dingen tussen zijn vingers beethouden, terwijl een aap alleen dingen tussen vingers en handpalm kan klemmen (krachtgreep).

Huidige mensapen kunnen vrijwel niet opponeren, hun CMC1 gewricht heeft een andere vorm en de verhoudingen van de vingers zijn heel anders dan bij de hand van de mens. Een chimpansee heeft in verhouding met zijn duim erg lange vingers. Hij kan dus geen precisiegreep maken en is dus niet in staat tot fijne manipulatie van voorwerpen. Ook zijn er verschillen tussen spieren van mensen en apen. Vooral de spieren van de duim zijn veel meer ontwikkeld bij de mens dan bij een aap. Dit moet ook wel, omdat we de duim heel precies moeten kunnen besturen.

Er zijn verschillende fossiele onderdelen van handen van onze mensachtige voorouders gevonden. Dit zijn mensachtigen die vanwege de vorm van de fossielen en vanwege verschillen in ouderdom in bepaalde groepen zijn ingedeeld.

Complete skeletten van mensachtigen zijn nog niet gevonden, maar gelukkig kunnen losse botjes veel vertellen over de bouw en de gebruiksmogelijkheden van de handen van onze voorouders.

We kunnen dan bijvoorbeeld letten op de vorm van het CMC1 gewricht en de lengteverhoudingen van de vingers. Spieren zijn natuurlijk niet bewaard gebleven, maar aanhechtingsvlakken op de botten kunnen soms wel iets zeggen over de spieren van de hand.

Hieronder worden de hoofdfasen van de evolutie van de mens(J. de Vos ,2004) kort besproken. We proberen aan de hand van wat er van de handen gevonden is iets te zeggen over de eigenschappen van die handen.

Prehistorisch gereedschappen vertellen ook veel over de de werking van de handen van de maker.

Fossiele resten van vroege mensachtigen, zijn vooral gevonden in Afrika en Azië. Het gaat al met al om meer dan twintig soorten. Ze laten zien dat de mens in de afgelopen vier miljoen jaar drie grote stappen of ontwikkelingsfasen heeft doorlopen: de Australopithecus-fase, de Homo erectus-fase en de Homo sapiens-fase.

Australopithecus-fase
{65_Australopithecus-fase?}

Wie? Wanneer?

Onder de Australopithecus fase, de fase van de eerste aapmens-achtigen die rechtop gingen lopen, rekenen we de volgende soorten: Australopithecus afarensis, , Australopithecus robustus, Australopithecus africanus, Paranthropus, Sahelanthropus, Kenyaanthropus, Australopithecus (homo) habilis/rudolfensis. Deze soorten leefden tussen 4 en 2 miljoen jaar geleden. (de Vos, 2004)

Uiterlijk

Deze aapmens-achtigen hadden lange armen en korte benen. De vondst van voetstappen in Laetoli (Tanzania) bewijst dat ze rechtop liepen. Ze worden dan ook wel gezien als rechtoplopende apen. (de Vos, 2004)

Vondsten van de hand?

Van verschillende soorten van deze fase zijn handbotjes gevonden, maar lang niet van alle soorten Maar er is geen complete hand gevonden. Hoe komt dat? Handen en voeten hebben veel kleine botjes. Als een dier of mensachtige ergens dood ligt en het is nog niet bedekt door bijvoorbeeld afzetting van een rivier, zullen deze kleine botjes eerder door aaseters worden meegenomen.

De hand in de Australopithecus-fase

Over de hele australopithecus fase kunnen we stellen dat de mensachtigen een vrij aapachtige hand had, waarmee geen precisiegreep mee kon worden uitgevoerd. Wel zien we steeds meer mensachtige eigenschappen in de aapachtige hand verschijnen. Ook zien we een ontwikkeling in het maken van gereedschap. Hoewel de mensachtigen tijdens de fase nog wel aapachtig waren, ontwikkelde zich het inzicht dat nodig is om gereedschap te maken.

De voeten hebben nog niet de grote teen zoals wij, maar nog een meer losstaande grote teen. De manier van lopen was al wel bipedaal, maar moet anders zijn geweest dan onze manier van voortbewegen.

Dit hele beeld past ook erg goed in de theorie dat er een tussenvorm moet zijn geweest. Een tussenvorm tussen het voortbewegen in de bomen met klim en klauter-handen en het uiteindelijke bipedaal voortbewegen met handige handen, zoals we nu zelf hebben.

GENUS HOMO 

  1. De totstandkoming van het bipedalisme resulteerde in het permanent vrijmaken van de hand en het toenemend gebruik en later ook de bewerking van tuigen

Homo erectus fase

 

Wie? Wanneer?

Onder de Homo erectus fase, de fase van de mensachtigen die gingen lopen zoals wij, rekenen we de volgende soorten: Homo erectus, Homo ergaster, Homo antecessor, Homo heidelbergensis.

Deze fase loopt tussen 2 miljoen en 300.000 jaar geleden. (Vos, 2004)

Uiterlijk

De soorten in deze groep, worden gezien als mensachtige figuren met menselijke verhoudingen en een menselijke manier van lopen, maar met een relatief klein brein. (Vos, 2004)

Vondsten van de hand?

Hoewel deze fase een kleine 2 miljoen jaar duurde, is er erg weinig gevonden van handen en voeten uit deze fase.

Wat weten we van de hand?

Van de anatomie van de hand van de Homo erectus weten we niet veel, omdat er heel weinig onderdelen van zijn gevonden. De meer op de mens lijkende bouw in vergelijking met soorten uit de Australopithecusfase, de ontwikkeling van de voet naar een echte mensenvoet, de ontwikkeling van het menselijk bipedaal lopen en de ontwikkeling van de symmetrische vuistbijl en andere fijnere gereedschappen doen vermoeden dat ook de hand in de tussentijd verder ontwikkeld was. Dat er meer grepen mee konden worden gemaakt, dat ze al een fijner gereedschap waren geworden. De mogelijkheid bestaat dat de hand nog niet zo handig was als de mensenhand zoals we die nu kennen. We weten niet of de soorten uit deze fase de precisiegreep konden maken.

Hopelijk worden er in de toekomst nog fossielen gevonden van de hand uit de homo erectus fase die ons meer antwoorden.

Neandertaler (Homo neanderthalensis)

De Homo neanderthalensis, wordt ook wel de Neandertaler genoemd. De neandertaler werd altijd gezien als het schoolvoorbeeld van de holenmens. Ruwe, grote, domme mensachtigen die in barre omstandigheden overleefden. Tijdens de laatste ijstijd levend en op den duur verdrongen door de nieuwe slimme soort: de Homo sapiens. Maar de laatste jaren vraagt men zich af hoe ruw en dom de Homo Neanderthalensis eigenlijk echt was. Daar verschillen de meningen over (Hecht, 2004).

Er is ook veel discussie geweest of de Homo neanderthalensis zich nu wel of niet heeft voortgeplant heeft met de Homo sapiens.(Jones, 2007) Aan die discussie lijkt door recent onderzoek naar DNA een eind te zijn gekomen. Na het vergelijken van delen van het DNA van de Neanderthaler en DNA van de mens is berekend dat de soorten al tussen 660,000 en 140,000 eerder van elkaar gesplitst waren. Ze zouden na die tijd geen DNA met elkaar hebben uitgewisseld (Green et alii, 2008). De Homo neandertalensis was dus echt een ander soort dan de Homo sapiens. Eerder werd de Homo Neanderthalensis nog wel gezien als een ondersoort van de mens en werd dus Homo sapiens neanderthalensis genoemd. Daarom werd hij bij de Homo sapiens fase gerekend. Dit blijkt dus niet te hoeven en nu wordt er ook wel gezegd dat de Homo neanderthalensis juist nog bij de Homo erectus fase hoort.

Wie?  Wanneer? De Homo Neanderthalensis leefde tussen de 100.000-10.000 jaar geleden in Europa.

Uiterlijk

De Homo neandertalensis had een groot hoofd met veel hersenen, meer dan de Homo sapiens (meer hersenen hoeft niet direct te betekenen dat hij slimmer was), boven de ogen hadden ze dikke wenkbrauwbogen. Ze hadden geen kin en waren klein en gedrongen gebouwd, als eskimos. Ze hadden meer krachtige armen dan mensen (Trinkaus & Chirchil, 1988) Vaak worden ze kaal afgebeeld, maar ze waren waarschijnlijk bedekt met haar (Liebermann, 1989). Helemaal aangepast aan het leven op de Mammoet steppe ten tijde van de laatste ijstijd.

Vondsten van de hand?

Er is iets waar we de Homo neanderthalensis dankbaar voor zijn. Ze begroeven degene die overleed. Tenminste, dat zeggen sommige paleontologen, anderen trekken dat weer in twijfel (Gargett, 1989 a, b)

Begraven of niet, een aantal doden moeten snel onder de grond terecht zijn gekomen. Dat is namelijk erg goed voor de fossilisering, zo hebben ze ons veel informatie nagelaten. In Ferrassie, Frankrijk is dus ook een vrijwel complete hand gevonden. Een hand van een Homo Neanderthalensis van zon 60.000 jaar oud.

In het werk van Villemeur (1994) wordt de hand van de Homo neanderthalensis vergeleken met de mensenhand. Uit dit werk blijkt dat de mensenhand en de hand van de Homo neanderthalensis anatomisch wel veel van elkaar weg hebben. Maar, het sleutelwoord bij de Homo neanderthalensis is kracht. De hand is robuuster en heeft grotere aanhechtingen voor grotere spieren. De krachtgreep van de Homo neanderthalensis moet heel krachtig zijn geweest (als je jarig was, gaf je hem liever geen hand). Ook de handwortelbeentjes hebben een andere. Daarbij komt dat de duim een grotere abductie en oppositie kon maken dan de menselijke hand; de hand kon goed open. De lengteverhoudingen van de Neanderthalensis hand lijken wel op die van de mens. Dit alles bijelkaar lijkt er op dat de Homo Neanderthalensis ook een precisiegreep kon. Door zijn grove gespierde bouw lijkt er wel op dat hij op een andere manier met zijn handen omging.

Wat weten we van de hand?

Hoewel de hand veel meer gespierd is en er op andere manieren met krachten in de hand werd omgegaan, lijkt de hand qua verhoudingen op die van de mens. Of de Homo Neanderthalensis ook een precisiegreep kon wordt over gediscussieerd. De soort kon er in ieder geval wel heel nauwkeurige stenen vuistbijlen mee maken. Fysiek was de Homo Neanderthalensis sterk, maar misschien moeten we het uiteindelijke falen van de soort wel zoeken in de combinatie: brein/handen. Misschien was de Homo Neanderthalensis minder goed in het zien van verbanden, het zoeken naar oplossingen, het omgaan met veranderingen. Minder goed dan de Homo Sapiens, de mens die zijn veerkracht wel heeft bewezen. We weten het niet.

Homo sapiens fase

Wie?

Wanneer? De  Homo sapiens Fase, de fase waar we gelukkig nog niet van weten tot wanneer hij loopt, begon zon 150.000 jaar geleden.

Vondsten van de hand?

De eerste aanwijzingen voor een nieuwe soort in het geslacht homo zijn gevonden in zuid-afrika en zijn zon 100000- 120000 jaar oud. (Stringer & Andrews, 1988; Deacon et alii 1986) De hersenen en de handen, de combinatie was er. Het inzicht en bewustzijn dat nodig was en het lichaam die de plannen uit kon voeren waren aanwezig. Langzaam bevolkte de Homo sapiens de wereld.

Gereedschap?

De eerste Homo sapiens hadden een nieuw soort steenbewerkingstechniek. Met deze techniek maakten ze lange, dunne messen van steen.(Tattersall,2000). Hier konden ze erg veel mee. Over de verdere ontwikkeling van de Homo sapiens valt ook iets te lezen in het artikel hand in de tijd.

Wat weten we van de hand?

De hand van de van de vroege mens is niet te onderscheiden van een atletische levend mens, in termen van gewrichtsvormen, verhoudingen van handbeentjes en armen en gespierdheid. (Trinkhaus, 1980)

Conclusie:

Hoewel er door de kleine hoeveelheid vondsten nog veel gaten zitten in wat we van de hand tijdens de evolutie weten, zijn we toch redelijk wat te weten gekomen van de ontwikkeling van de hand. We zien in grote lijnen waar de hand veranderd, maar we kunnen toch nog niet duidelijk zeggen wanneer bijvoorbeeld de precisiegreep precies zijn intrede deed. De eerste Homo sapiens kon het, maar wat konden de soorten in de Homo erectusfase? Werden zij alleen beperkt door de manier waarop zij dachten? Of hadden zij ook minder handige handen?

Uiteindelijk is de hele evolutie van de mens een ingewikkelde samensmelting van ontwikkelen van het voortbewegen, ontwikkeling van de anatomie, het ontwikkelen van de hersenen, invloeden van buitenaf, zoals voedsel en klimaat. Allemaal bepalend zijn voor wat we nu. Van wezens met aap-achtige handen tot individuen met handen die kunnen wat de handen kunnen.

– Ferry Kruiswijk, Bwegingstechnologie Haagse Hogeschool & Naturalis © 2009

http://www.museumkennis.nl/nnm.dossiers/museumkennis/i006260.html

Rotsen en kloven lieten de mens rechtop lopen

 27 mei 2013 24

SONY DSC

Waarom ging de mens rechtop lopen? Waren onze voorouders gedwongen rechtop te lopen doordat de bossen door klimaatverandering afnamen of had het een andere reden?

Volgens nieuw onderzoek dat in Antiquity staat, gebeurde het al eerder. De mensachtigen  jaagden  namelijk naar voedsel en hadden hierbij meer succes in steil, ruig landschap.  Ze  moesten  door bergen en dalen en werden  zo uiteindelijk  die behendige, sprintende mens die kan grijpen en springen tegelijk omdat hij op twee benen loopt.

Afrika
Archeologen aan de University of York namen verschillende evolutietheorieën op de proef die ons eerder vertelden hoe onze viervoetige voorouders rechtop gingen lopen. Ze stellen dat de oorsprong van de rechtopstaande mens in het ruige landschap van Oost- en Zuid-Afrika ligt dat door de plaatverschuivingen en vulkanen in het Plioceen gevormd was. Hetzelfde tijdperk waar de eerste mensachtigen (Hominini) verschenen, zo blijkt uit gevonden resten in dit gebied.

Hominini
Onze voorouders trokken mogelijk richting de rotspartijen en kloven omdat deze onderdak boden en er eveneens goed gejaagd kon worden. Om ergens te komen, moesten ze wel rechtop klauteren en zich rechtop door de kloven bewegen.

“Uit ons onderzoekt blijkt dat tweevoetigheid ontwikkeld kan zijn als reactie op het terrein, in plaats van als reactie op veranderingen van de begroeiing door het veranderde klimaat,” zegt Dr Isabelle Winder, één van de onderzoekers.

Het terrein was ruw en dit bood voor mensachtigen voordelen zoals veiligheid en voedsel, vertelt Winder.

“Het bleek ook een motivatie(  beter nog  ___> selectieve druk  ) te zijn om hun motorische vaardigheden te verbeteren door snel te klimmen, balanceren, klauteren en bewegen over die gebroken grond.

” Het moest snel gebeuren, anders konden onze voorouders door de grond heen zakken of er tussen vallen of blijven steken. En daarom was rechtop lopen vereist voor deze bewegingen. Op die manier hadden de mensachtigen tegelijk de handen en armen vrij om beter te kunnen klimmen of dingen zoals gereedschap beter te gebruiken.

Dat de voeten en het skelet zich verder ontwikkelden, kan komen doordat de mensachtigen later tripjes maakten verder weg in de omliggende vlaktes; op zoek naar nieuwe leef- en jaaggebieden.

“Het gevarieerde terrein heeft misschien ook bijgedragen aan de verbeterde cognitieve vaardigheden zoals navigatie en communicatie die goed waren voor de verdere evolutie van onze hersenen en sociale functies zoals samenwerken en teamwerk,”

zegt Winder.

Bronmateriaal:
The Ascent of Man: why our early ancestors took to two feet” – University of York.
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door e_monk (cc via Flickr.com).

Warmte dwong ons niet om rechtop te lopen

13 december 2011  2

Waarom gingen mensachtigen op twee benen lopen?

In ieder geval niet omdat het op vier te heet was, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

Het  volgende kan dus in de papiermand (volgens deze nieuwe hypothese )  : 

Lang liepen onze voorouders op vier pootjes. Maar op een gegeven moment veranderde dat en gingen ze op twee benen verder. Over de oorzaak van die omschakeling wordt nog altijd druk gespeculeerd.

Warmte
Wetenschappers bedachten dat het misschien iets te maken had met de warmte. Onze voorouders zouden door rechtop te lopen, voorkomen hebben dat ze tijdens een lange wandeling oververhit raakten. Ze baseerden hun conclusies op onderzoeken waarin ze stilstaande voorouders bestudeerden.

 

Klopt niet
Maar klopten die conclusies wel?

Onderzoekers Graeme Ruxton en David Wilkinson beten zich in die vraag vast en besloten eens te kijken wat er gebeurde als zo’n voorouder die rechtop liep ook daadwerkelijk ging lopen.

En ze moeten concluderen dat hitte niet de reden kan zijn geweest dat onze voorouders rechtop gingen lopen.

Of onze voorouders zich nu op vier of twee ledematen voortbewogen: de kans dat ze oververhit raakten, bleek even groot. Rechtop lopen, zou dan ook niet het gevolg zijn van warmte. Onduidelijk blijft waarom  mensen zich dan op twee benen gingen voortbewegen.

Zweten
En ook het probleem van de hitte bleef: hoe konden mensen – als rechtop lopen niet hielp – het hoofd koel houden?

Uit het onderzoek blijkt dat het verlies van lichaamshaar en de mogelijkheid om te zweten hielp. Pas wanneer het lichaam qua zweetklieren en lichaamsbeharing op dat van de moderne mens begon te lijken, bleek het in staat om ook op het heetste moment van de dag in open veld actief te zijn.

Het volledige onderzoek is terug te vinden in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Bronmateriaal:
Avoidance of overheating and selection for both hair loss and bipedality in hominins” – PNAS.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Iris Young (cc via Flickr.com).

‘Mens is opgestaan om beter te kunnen vechten’

Geschreven op 23 mei 2011 door mvdb

Op twee benen slaan (vechtvoordeel bij overeind staan)

Waarom is de mens op twee benen gaan staan en lopen? Rechtovereind kunnen we de vijand een hardere rechtse verkopen, zo beweert een Amerikaanse wetenschapper.Onze voorouders besloten enkele miljoenen jaren geleden hun vier benen in te ruilen voor twee, om daarmee de andere twee ledematen vrij te houden voor andere zaken. Zaken zoals het verzamelen van voedsel en het hanteren van gereedschappen. Of, zoals een aantal wetenschappers heeft geopperd, om beter te kunnen vechten. Dit laatste besloot David Carrier (Universiteit van Utah) aan een test te onderwerpen. Heeft de tweebenige houding ofwel het bipedalisme ons echt voordeel opgeleverd op dat vlak?

Carrier vroeg vijftien getrainde boxers en martial-arts-beoefenaars (allemaal mannen) staande of op handen en knieën met hun vuist een blok raken waarin een sensor zat om de kracht van de stomp te meten. De proefpersonen moesten een zijwaartse, een opwaartse en een neerwaartse stomp uitvoeren. Bij elke stomp vanuit de staande positie bleek de kracht zeker 1,5 keer groter dan wanneer de mannen op handen en knieën hetzelfde deden.

Staand vechten levert dus een aanzienlijk voordeel op. Dat verklaart waarom mensapen als chimpansees en gorilla’s vaak op hun achterpoten gaan staan om hun tegenstanders te slaan bij het gevecht om territoria en de vrouwtjes. Dat zou ook weleens voor mensen kunnen gelden, in ieder geval vroeger.

Maar dat is niet het enige wat Carrier constateert op basis van zijn onderzoek. De neerwaartse stomp bleek krachtiger te zijn dan de opwaartse stomp en dat gold voor beide houdingen. De conclusie? Lange mannen hebben een voordeel ten opzichte van kortere tegenstanders bij een vuistgevecht. Dat zou goed kunnen verklaren waarom vrouwen lange mannen aantrekkelijker vinden en als gezonder, intelligenter en sociaal dominanter beoordelen. Niet omdat ze van gewelddadige mannen houden, maar omdat een lange man beter in staat zou moeten zijn om haar en de kinderen te beschermen tegen rivalen.

Hoe logisch het ook allemaal klinkt, toch zijn er tegengeluiden te horen over de vechthypothese. Zo vindt Herman Pontzer (Universiteit van Washington) de studie een goede test van het menselijke boksvermogen, maar beoordeelt hij het bewijs voor de evolutie van het bipedalisme als niet erg sterk. “Als chimpansees en sommige andere vierbenigen in staat zijn om op twee benen gaan staan om te vechten, waarom zouden wij dan zo’n radicale evolutie in onze anatomie moeten doorstaan, als dit niet eens nodig is?”, legt hij uit aan LiveScience. Carrier brengt daar tegenin dat het vechtvoordeel volgens hem maar één van de factoren is die de mens rechtop heeft doen lopen.

Bronnen: University of Utah, LiveScience, PLoS ONE

Beeld: David Carrier/University of Utah

WIST U DAT…

oude split mensapen – apen

°

overzicht en commentaren <— SCHEDELS EN SKELETTEN  (beeldmateriaal)

Fossiele primaten en co <—-(beeldmateriaal)

Mensapen

Splitsing 1

Tijdens het Mioceen, tussen de 8 en 4,5 miljoen jaar geleden vond van de stam Hominini de laatste aftakking plaats tussen nu nog levende geslachten Homo en Pan, waartoe de Chimpansees en de Bonobo behoren. De Sahelantrhopus Tchadenis en de Orrorin tugunensis waren mogelijk de voorouders die wij met de Chimpansee delen.

Ardipithecus is ook een serieuse kandidaat 

Splitsing 2    De scheiding tussen deze voorouder en de tak van de gorilla’s wordt geschat op circa 8 tot 10 miljoen jaar geleden.

Splitsing 3   De gemeenschappelijke voorouder van ons en de orang-oetans wordt geschat tussen de 13 en de 16 miljoen jaar geleden.

Splitsing 4  De scheiding tussen lagere mensapen (Hylobatidae) en de hogere mensapen wordt geschat op 15 à 19 miljoen jaar geleden.

(  ?   <—zie ook  )

Sivapithecus  en   Anoiapithecus brevirostris.  zijn door mij(speculatief )  toegevoegd aan deze stamboom 

– aegyptopithecus en dergelijke.docx (4.3 MB)

(evodisku2)

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Orang oetan

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. Nog een aap uit de mouw
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Saadanius hijazensi

Iyad S. Zalmout/University of Michigan Museum of Paleontology//A primate skull unearthed in Saudi Arabia suggests the split may have occurred 24 million to 29 million years ago.

Splitsing  5  ….Splitsing tussen mensapen en apen zou ongeveer 30 miljoen jaar geleden plaats hebben gevonden

(the evolutionary split )

At the crossroads. Fossils of two primates, an early ape ancestorRukwapithecus fleaglei(left foreground) and an early Old World monkey  Nsungwepithecus gunnelli..(right background) were found in Tanzania’s Rukwa Rift Basin.
Credit: (left) Nancy J. Stevens; (right) Illustration by Mauricio Antón
Old World monkeys (cercopithecoids).
genus Rukwapithecus, an early member of the hominoids, the group containing the great apes (gorillas, chimpanzees, bonobos, orangutans and humans) and lesser apes (gibbons).
Rukwapithecus fleaglei

Twee fossielen getuigen van splitsing aap en mensaap

Artikel | 16 mei, 2013 – EOS 

Wetenschappers hebben de oudste restanten van apen en mensapen gevonden.

Een fossiele onderkaak en enkele tanden geven aan dat de evolutionaire tak van mensen en mensapen zich 25 tot 30 miljoen jaar geleden afscheidde van de zogenoemde apen van de Oude Wereld.

De genen van huidige primaten vertellen ons dat de evolutionaire tak van mensapen – waaronder ook mensen – zich zo’n 25 à 30 miljoen jaar geleden afscheidde van de zogenoemde apen van de Oude Wereld, zoals bonobo’s en makaken. Het was tot nu toe moeilijk die theorie te staven aangezien de oudste relevante fossielen dateren van ongeveer 20 miljoen jaar geleden. De ontdekking van twee nieuwe, oudere fossielen werpt nu nieuw licht op de zaak.

Nancy Stevens van University of Ohio documenteert in een studie in Nature twee nieuwe fossielen, één van een mensaap, en één van een aap van de zogenoemde Oude Wereld. Beide vondsten zijn afkomstig van de Rukwa Rift, een onderdeel van het Oost-Afrikaanse Rift in Tanzania. De onderzoekers konden met grote zekerheid vaststellen dat de fossielen 25,2 miljoen jaar oud zijn. Concreet gaat het om de onderkaak, inclusief enkele tanden, van wat de onderzoekers een Rukwapithecus fleaglei doopten, en een kies van een Nsungwepithecus.

Onderzoek van de dierenrestanten wijst uit dat de Nsungwepithecus een oudewereld-aap was die tot de Cercopithecoidea behoorde, een familie binnen de clade van de Catarrhini (een onderverdeling binnen de primaten). Een andere familie binnen die clade is de Hominidae, waartoe de chimpansees, bonobo’s, gorilla’s, oerang-oetans en ook de mensen behoren. De Rukwapithecus vertoont dan weer kenmerken die geassocieerd worden met de Hominidae. Die aap valt dus te klasseren als een vroeg soort mensaap, en niet als een oudewereld-aap.

De Nsungwepithecus en de Rukwapithecus zijn de oudste beschreven primaten en tonen aan dat de clade van de Catarrhini 25 miljoen jaar geleden al bestond. De vondst van de fossielen impliceert dat de splitsing van mensapen en oudewereld-apen meer dan 25 miljoen jaar geleden plaatsvond, en dat bevestigt de bestaande hypothese op basis van DNA-onderzoek.

Het onderzoek suggereert bovendien dat de evolutionaire lijnen uiteenliepen in een tijd met veel geologische veranderingen. Toen Rukwapithecus en Nsungwepithecus ten tonele verschenen, was het klimaat warmer en was het vlakke Tanzaniaanse landschap al voor een deel opengebroken in bergen, diepe kloven en meren. (ma)

old Split Between Old World Monkeys and Apes
http://www.nature.com/nature/journal/vaop/ncurrent/fig_tab/nature12161_F3.html

http://www.nature.com/nature/journal/vaop/ncurrent/fig_tab/nature12161_F1.html

Oldest Evidence of Split Between Old World Monkeys and Apes(

b)=Nsungwepithecus gunnelli.

 

http://www.nature.com/nature/journal/vaop/ncurrent/fig_tab/nature12161_F2.html

http://www.the-scientist.com/?articles.view/articleNo/35555/title/Oldest-Fossil-of-Ape-Discovered/

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fossiele apen in 2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Darwinius masillae
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GANLEA megacanina

Prehistorische Culturen

°ARCHEOLOGIE  antropologie   :  

Oudste muurtekeningen van  Frankrijk  ontdekt

 15 mei 2012  

Wetenschappers hebben in het zuiden van Frankrijk één van de eerste vormen van muurtekeningen ontdekt.

De muurtekeningen zijn ongeveer 37.000 jaar oud en het werk van de Aurignacien-cultuur. “De eerste Aurignacien-mensen functioneerden min of meer net zo als de mensen vandaag de dag,” vertelt onderzoeker Randall White in een persbericht. “Ze hadden relatief complexe sociale identiteiten die ze communiceerden door persoonlijke versieringen en ze maakten beelden en afbeeldingen.”

Kalksteen
De gevonden kunst bevindt zich op een kalkstenen blok. Dat blok werd in 2007 al in een grot waar de Aurignacien-mensen leefden, teruggevonden. Het blok vormde ooit het plafond van de grot en bevond zich zeker op zo’n twee meter hoogte. Het is versierd met afbeeldingen van onder meer dieren.

Enkele fragmenten van de tekeningen. Foto: Raphaëlle Bourrillon (via NYU.edu).

Dagelijks leven
Niet alleen de ouderdom van deze vondst, maar ook de plaats ervan is heel bijzonder. De mensen leefden in deze grot en de kunst maakte blijkbaar deel uit van dat dagelijkse leven.

“De kunst lijkt ietsje ouder te zijn dan de beroemde schilderingen in de Grotte Chauvet in het zuidoosten van Frankrijk, maar in tegenstellingen tot de Chauvet-schilderingen en etsen die zich diep onder de grond en ver van de woonplaats bevinden, worden deze (nieuwe, red.) schilderingen geassocieerd met het alledaagse leven.”
De schilderingen bevinden zich dicht bij het vuur dat de mensen ooit maakten, hun gereedschappen en de plaats waar ze die gereedschappen vervaardigden.De muurtekeningen zijn voor zover nu bekend waarschijnlijk de oudste muurtekeningen van  frankrijk  . Eerder zijn wel muurtekeningen uit ongeveer dezelfde periode in Italië, Duitsland en een ander deel van Frankrijk aangetroffen. De oude muurtekeningen kunnen ons dan ook veel meer vertellen over het leven van de mensen die tienduizenden jaren geleden in Europa leefden.Het volledige onderzoek naar de tekeningen is verschenen in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Bronmateriaal:
Anthropologists Discover Earliest Form of Wall Art” – NYU.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Raphaëlle Bourrillon (via NYU.edu).

Oudste Europese rotskunst ontdekt: gemaakt door

Neanderthalers?

 TEKENINGEN  

Wetenschappers hebben in Spanje mogelijk de oudste tekeningen ooit ontdekt. De  houtskool  schetsjes zijn wellicht door Neanderthalers gemaakt.

Dat meldt New Scientist. En ook diverse Spaans kranten maken melding van de ontdekking. De tekeningen werden ontdekt in de Cueva de Nerja: de Nerja-grotten. De grotten zijn enkele kilometers lang en bevinden zich in Andalusië, in Spanje.

Zeehond
De tekeningen laten volgens de archeologen zeerobben of zeehonden zien. Nabij de tekeningen is houtskool teruggevonden dat gedateerd is en tussen de 43.500 en 42.300 jaar oud is. Naar verwachting is de leeftijd van de tekeningen vergelijkbaar. Daarmee zouden het de oudste tekeningen ooit gevonden, zijn.

Foto’s

Foto’s van de rotstekeningen kunt u hier bekijken.
Were these seals painted by Neanderthals? (<i>Image: Nerja Cave Foundation</i>)

Were these seals painted by Neanderthals? (Image: Nerja Cave Foundation)

Neanderthalers?
Gezien de leeftijd van de tekeningen vermoeden de onderzoekers dat deze door Neanderthalers zijn gemaakt. De Neanderthalers bevonden zich in die tijd namelijk in dit deel van Europa. Bovendien is bekend dat Neanderthalers zeeroofdieren als zeehonden en zeerobben aten. Zij kenden de afgebeelde dieren dus goed.

Revolutionair
Als de tekeningen inderdaad aan Neanderthalers toebehoren dan is dat revolutionair. Tot op heden zijn alle artistieke uitingen – van tekeningen tot beeldjes – aan Homo sapiens toegeschreven. In 2010 schreven onderzoekers zelfs nog dat de Neanderthaler helemaal niet zo creatief was.

Dat alles kan nu dus veranderen. Maar dan moet wel eerst de leeftijd van de tekeningen onomstotelijk worden vastgesteld. New Scientist weet te melden dat dat echter nog wel even op zich zal laten wachten: pas na 2013 worden de tekeningen gedateerd.

Bronmateriaal:
Fundación Cueva de Nerja” – Cuevadenerja.es
¿La obra de arte más antigua de la Humanidad?” – Elmundo.es
First Neanderthal cave paintings discovered in Spain” – Newscientist.com
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door NASA.
  • De schilderingen waarover in het artikel wordt gesproken zijn al tientallen jaren bekend. Bijvoorbeeld J.L. Sanchidrian, wijdde er zelfs een speciale studie aan, gepubliceerd 1986. El arte prehistorico de la Cueva de Nerja. 

    • Laat ze nu eerst die grotschilderingen zelf proberen te dateren met AMS en Raman en microstratigrafie en dan kunnen we verder kijken of ze wellicht in verband kunnen worden gebracht met de Neanderthalers. Tot nu toe is dit een onzinnig bericht. In de grotten met paleolithische tekeningen wordt allerhande materiaal gevonden, van jong tot heel oud. Die Nerja grotten zijn door allerlei mensen bezocht... Om de houtskool te associeren met de tekeningen is al een hele stap. EERST DE TEKENINGEN ZELF DATEREN. (Bert Schaap, Studiecentrum voor Prehistorische Kunst, Maastricht. )

 15 juni 2012  2

Onderzoekers hebben in het noorden van Spanje rotskunst ontdekt die zeker 40.800 jaar oud is. Daarmee is het veruit de oudste rotskunst die ooit in Europa is teruggevonden.

Wetenschappers dateerden vijftig tekeningen in elf grotten in het noorden van Spanje. En dat klinkt eenvoudiger dan het is. Normaal gesproken wordt voor datering vaak gebruik gemaakt van een methode die ook wel koolstofdatering wordt genoemd. Maar hier kon dat niet, omdat er geen organische resten zijn. Om toch vast te kunnen stellen hoe oud de tekeningen waren, dateerden de onderzoekers de totstandkoming van kleine stalactieten op de tekeningen. Om de leeftijd daarvan te berekenen, gebruikten ze de uranium-thoriumdatering. Dat vertelde ze hoe oud de rotskunst minimaal was.

De alleroudste
De oudste tekeningen bleken zeker 40.800 jaar oud te zijn, zo schrijven de onderzoekers in het blad Science. Daarmee is het de oudste rotskunst die ooit in Europa is teruggevonden. De tekeningen zijn al blazend op de wanden aangebracht en laten onder meer handen in rode schijven zien. In de grot Altamira zijn ook tekeningen teruggevonden die zeker 35.600 jaar oud zijn. Dat toont aan dat in deze grot al 10.000 jaar eerder dan gedacht werd getekend. Ook blijken mensen deze grot over een periode van 20.000 jaar herhaaldelijk te hebben bezocht en daar ook hun artistieke sporen te hebben achtergelaten.

Tekening
Veel van de oude tekeningen die in het verleden zijn teruggevonden, laten dieren zien. Deze oudste afbeeldingen doen dat niet. “Dat suggereert dat de oudste kunst niet figuratief was,” stelt onderzoeker Paul Pettitt. “En dat kan belangrijke implicaties hebben voor de wijze waarop kunst is geëvolueerd.”

Neanderthalers?
Grote vraag is natuurlijk van wiens hand de 40.800 jaar oude tekeningen zijn. Het oudste bewijs voor de aanwezigheid van moderne mensen in dit deel van Spanje is 41.500 jaar oud. Voor de komst van de moderne mensen leefden de Neanderthalers in dit gebied. Er zijn dus eigenlijk drie mogelijkheden. Of de moderne mensen tekenen en schilderden al voor ze het gebied betrokken of ze zijn daar kort nadat ze hier kwamen mee begonnen, wellicht in een reactie op de competitie met de Neanderthalers. Een andere mogelijkheid is dat de tekeningen van de hand van Neanderthalers zijn.

Wetenschappers aan het werk. Foto’s gemaakt door (v.l.n.r.): Rodrigo de Balbin, Pedro Saudra, Rodrigo de Balbin en Rodrigo de Balbin.

Modern mens versus Neanderthaler
“In Afrika is al bewijs voor eerder menselijk symbolisme aangetroffen in de vorm van 70.000 tot 100.000 jaar oude geperforeerde stenen, gegraveerde eierschalen en pigmenten, maar dit lijken de oudste rotstekeningen van Europa te zijn,” vertelt onderzoeker Alistair Pike. “Een argument voor de ontwikkeling van deze rotstekeningen kan zijn dat de eerste groepen moderne mensen gedwongen werden tot een culturele innovatie om de competitie met Neanderthalers te overleven. Een andere optie is dat schilderen in grotten al voor de komst van moderne mensen begon en door Neanderthalers werd uitgevoerd. Dat zou een fantastische vondst zijn, want het zou betekenen dat de handafdrukken op de muren de omtrekken van de handen van Neanderthalers zijn. Maar we moeten meer tekeningen dateren om te achterhalen of dat het geval is.”

Het onderzoek is niet alleen belangrijk vanwege de ontdekkingen, maar ook vanwege de methodiek. De onderzoekers hebben aangetoond dat het mogelijk is om kunst op basis van hele kleine monsters te dateren.

Bronmateriaal:
Uranium-series dating reveals Iberian paintings are Europe’s oldest cave art” – Bris.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Pedro Saudra.
°
PECHE-MERLE 
STIPPELPAARD 
08 november 2011 5

Gestippelde paarden die in rotstekeningen zijn aangetroffen, zijn niet door de kunstenaars verzonnen, zo blijkt. Ze bestonden echt.

Zo’n 25.000 jaar geleden tekenden kunstenaars op rotsen niet langer enkel wild vee en neushoorns. Ook dook er plotseling een bijzonder paard op. Het paard is wit met zwarte stippen.

Populair
Tegenwoordig is dat niets bijzonders: paarden met stippen komen veelvuldig voor en zijn populair. Maar onderzoekers dachten altijd dat de paarden met stippen pas ontstonden nadat de mens het paard als huisdier ging houden. Dat was zo’n 5000 jaar geleden. Hoe kon het paard dan 25.000 jaar geleden al opduiken in tekeningen? Wetenschappers concludeerden dat de kunstenaars het paard verzonnen.

Ze putten voor sommige afbeeldingen blijkbaar uit hun verbeelding.

 

Ouder
Maar nieuw onderzoek bewijst nu dat de gestippelde paarden veel ouder zijn dan gedacht en zelfs 25.000 jaar geleden al op aarde voorkwamen.

De onderzoekers analyseerden het DNA van 31 paarden die tussen de 20.000 en 2200 jaar oud waren. Zes paarden bleken genen te hebben die erop wijzen dat ze stippen hadden.

De onderzoekers bestudeerden daarop nog eens tien paarden die allemaal uit het westen van Europa kwamen en gemiddeld 14.000 jaar oud waren. Maar liefst vier hadden weer genen die leidden tot stippen.

Blijkbaar kwamen gestippelde paarden in ieder geval in Europa veelvuldig voor, zo schrijven de onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Drie varianten
Uit het onderzoek blijkt dat paarden in de tijd van de rotstekeningen in drie varianten voorkwamen: in het roodbruin, in het zwart en met stippen.

En dat zijn ook de drie varianten die opduiken in rotstekeningen in Europa.

“Grottekeningen zijn realistischer dan vaak wordt gesuggereerd,” moet onderzoeker Arne Ludwig concluderen.

Paarden met stippen kwamen tot zo’n 14.000 jaar veelvuldig voor. Waarschijnlijk bleven ze dankzij de stippen goed gecamoufleerd in bijvoorbeeld sneeuw. Toen de ijstijd voorbij was, werden de stippen overbodig en werd het paard met de stippen zeldzamer. Later zouden fokkers deze  variant weer ontdekt hebben en ermee aan de slag zijn gegaan.

  • Appaloosa (ras)

    De Appaloosa is een bekend paardenras dat vooral opvalt door zijn gestipte vacht. De appaloosa is het meest bekende gestipte paardenras. Daarom worden vaak alle gestipte paarden appaloosa’s genoemd, dit is echter niet juist. Er zijn namelijk meer gestipte rassen, zoals de Knabstrupper uit Denemarken en de Pinzgauer uit Oostenrijk. Deze paarden zijn gestipt, maar bezitten geen van de raskenmerken van de appaloosa.
    We kennen in de  Nederlanden  vooral  twee soorten appaloosa’s. Namelijk de Amerikaanse Appaloosa, deze zijn  vooral voor  westerns  gefokt, en de Nederlandse Appaloosa, sportpaarden met een stippenpatroon.

    http://www.bokt.nl/wiki/Appalo…

  • Op de rotstekening zie ik stippen boven het paard en eronder dus als je het mij vraagt stonden er eerst een boel stippen en heeft er iemand een paard overheen getekent.

    • Het DNA van paarden is min of meer in kaart gebracht, daarmee dus ook de genen die instaan voor de kleuren..denk maar aan de wetten van Whendel.

Rotstekeningen van kinderen ontdekt

 30 september 2011 5

Archeologen hebben in Frankrijk 13.000 jaar oude rotstekeningen ontdekt die zijn gemaakt door twee- tot zevenjarigen.

De Grotte de Rouffignac is heel bekend. Wetenschappers vonden er eerder al prachtige tekeningen van bijvoorbeeld mammoeten en neushoorns. Maar toen onderzoeker Jessica Cooney zich over de tekeningen boog, ontdekte ze iets bijzonders.

Sommige tekeningen stelden niet echt iets voor. Het waren enkel lijnen. En die lijnen waren zo uitzonderlijk smal dat ze niet door de dikkere vingers van volwassenen kunnen zijn aangebracht. Aan de hand van de lijnen achterhaalden de onderzoekers de werkelijke leeftijd van de kunstenaars. Ze ontdekten zo diverse kunstwerken die gemaakt zijn door zevenjarigen, zesjarigen en zelfs peuters van een jaar of twee.

“Je kijkt naar de tekeningen en je weet direct dat ze gemaakt zijn door kinderen,” stelt Cooney.

Waarschijnlijk tekenden de kleintjes de rotstekeningen terwijl hun ouders met hun eigen tekeningen bezig waren. En waarschijnlijk kregen de kinderen hulp. Veel van de tekeningen bevinden zich namelijk op flinke hoogte. De kleintjes moeten dus door volwassenen zijn opgetild om hun tekeningen te kunnen maken.

Bronmateriaal:
Archaeologist’s find ancient ‘cave art’ in the Dordogne” – BBC.co.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Sharpe & Van Gelder / Reesvalley (via Wikimedia Commons).

°

BRONSTIJD 

Sociaal uitnodigende rotskunst en tijdslijnen

 21 mei 2012 r 4

De kunst vormt een tijdlijn waar mensen door de eeuwen heen met elkaar communiceerden.

Onder meer over trends en dingen die ze bevielen.

Archeoloog Mark Sapwell bestudeert de kunst.

Het gaat om twee ‘tijdlijnen’: eentje in Zweden en eentje in Rusland.

Elke ‘tijdlijn’ bestaat uit zeker 2500 afbeeldingen waarop onder meer dieren, mensen, de jacht en boten te zien zijn. Met speciale software bewijst Sapwell dat het echt een ‘tijdlijn’ is waarin sprake is van ontwikkeling.

Ontwikkelingen
De analytische software stelt Sapwell in staat om afbeeldingen met elkaar te vergelijken en aan te tonen dat latere generaties voortborduurden op de kunst van eerdre generaties.

Zoals een Facebook-status uitnodigt tot een reactie, zo lijkt de rotskunst ook heel sociaal en uit te nodigen tot toevoegingen,” vertelt Sapwell.

 

Zweden
Neem bijvoorbeeld de rotskunst in Zweden. De oudste afbeeldingen zijn 6000 jaar oud en laten voornamelijk dieren zien. Aan dit werk werden nieuwe tekeningen toegevoegd. Maar opvallend genoeg zijn deze sterk vergelijkbaar met de eerdere afbeeldingen. En daarmee gaven de mensen eigenlijk aan dat de eerdere kunst ze beviel.  Naast dieren worden ook mensen afgebeeld. Er zijn zelfs mengelingen van mensen en dieren zichtbaar: mogelijk het begin van de eerste mythes.

“Hybriden zoals bijvoorbeeld half mens half vis, werden steeds vaker geïntegreerd alsof het door de kunst steeds gangbaarder werd.” Ook worden er later steeds meer boten afgebeeld: dat laat zien dat de jagers en verzamelaars meer gingen reizen.

Oude tijdlijn
De ‘tijdlijn’ toont hoe de kunst, maar ook de samenleving waarop deze gebaseerd was, zich ontwikkelde. Welke nieuwe elementen hun intrede deden en wat de mensen goed vonden en wat dus bleef. Duizenden jaren lang kwamen mensen naar deze ‘tijdlijn’ om er hun gedachten over dingen te spuien en te reageren op eerdere gedachten van anderen.

“Ik denk dat mensen hier kwamen, omdat ze mensen kenden die hier voor hen waren geweest. Net als vandaag de dag willen mensen zich met elkaar verbonden voelen.”

De rotskunst bevindt zich op plekken waar mensen wel langs moesten lopen. Op plaatsen nabij waterversnellingen en watervallen. Mensen moesten hun boot uit het water halen en een stukje over land wandelen alvorens ze weer met de boot verder konden. En precies daar – op de plaats waar ze het land op moesten – is de kunst te vinden.

Mobiel
Ook deze rotskunst ging op een gegeven moment ‘mobiel’. Mensen maakten hun afbeeldingen op gereedschappen en die gereedschappen verspreidden zich over een groot gebied.

De kunst is bijzonder interessant voor archeologen.

Doordat mensen hier duizenden jaren actief waren, zijn ontwikkelingen in hun samenlevingen en ideeën heel goed zichtbaar.

Bronmateriaal:
Bronze Age Facebook” – Cam.ac.uk
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Mark Sapwell.
ABORIGINALS 

Oudste tekening Aboriginals ontdekt

Geschreven op 31 mei 2010 om 11:28 uur door 0

Archeologen hebben in het noorden van Australië een rotstekening van de Aboriginals ontdekt.

Op de tekening zijn emoe-achtige vogels te zien. De afbeelding zou meer dan 40.000 jaar oud zijn en is daarmee de oudste nog bestaande tekening van de Aboriginals.

De tekening bevindt zich op gesteente en toont twee gigantische vogels, zogenaamde Genyornis.

Deze vogels zijn volgens de archeologen zo’n 40.000 jaar geleden uitgestorven en dat zegt veel over de leeftijd van de tekening.

“De details van deze schildering wijzen erop dat de tekening is gemaakt door iemand die deze dieren heel goed kende,” vertelt onderzoeker Ben Gunn.

“Dus: of de tekening is 40.000 jaar oud of de genyornis leefde veel langer dan de wetenschap denkt.”

Het is heel lastig om de exacte leeftijd van de tekeningen vast te stellen.

Om die reden zullen de wetenschappers vooral af moeten gaan op de afgebeelde dieren.

Volgens Wes Miller, één van de afstammelingen van de Aboriginals, bewijzen de afbeeldingen dat zijn volk al tienduizenden jaren in dit gebied woonden.

“Het toont aan dat de Jawoyn-mensen al heel, heel lang in dit land woonden. Mensen zeggen dat altijd wel, maar dit is duidelijk bewijs dat de Jawoyn-mensen samen met andere inheemse volken allang in dit land waren. En dat is geweldig.”

In de buurt van deze zeer oude tekening zijn ook andere afbeeldingen van uitgestorven dieren gevonden. Onder meer een Tasmaanse tijger en een gigantische kangoeroe. 

Bronmateriaal:
Painting believed to be Australia’s oldest Aboriginal rock art ” – Monstersandcritics.com

Kleurrijke rotstekeningen

 28 december 2010  

De Australische rotstekeningen zijn al 40.000 jaar oud, maar nog steeds zeer kleurrijk. Hoe kan dat? Wetenschapper Jack Pettigrew concludeert dat de kunst leeft. Letterlijk. Kleurrijke bacteriën en schimmels hebben de tekeningen gekoloniseerd. Dat verklaart tevens waarom onderzoekers zoveel moeite hebben met de datering van de kunst: de tekeningen vernieuwen zichzelf voortdurend.

Normaal gesproken worden rotstekeningen steeds vager. Maar de bekende Bradshaw-tekeningen niet. Deze blijven kleurrijk.

Pigment
Toen de wetenschappers de tekeningen van dichtbij bekeken, ontdekten ze dat deze helemaal geen pigmenten bevatten. De oorspronkelijke kleurstoffen zijn vervangen door gekleurde micro-organismen: bacteriën en schimmels. “Deze organismen leven en kunnen zichzelf duizenden jaren op rij geregenereerd hebben,” legt Pettigrew uit. Dat verklaart waarom de tekeningen er nog zo ‘fris’ uitzien.

Schimmel
Er leven verschillende organismen op de kunst, maar een zwarte schimmel komt wel heel vaak voor. Deze soort blijft in leven door diens voorgangers op te eten. Mogelijk zat er in de verf die de maker van het kunstwerk gebruikte al sporen van deze schimmel. Als dat het geval is, zijn de schimmels afstammelingen van deze tienduizenden jaar oude sporen.

Het onderzoek verklaart waarom het zo moeilijk is om de duizenden jaren oude kunst te dateren. De schilderingen zijn wel oud, maar het leven dat erin zit, is nog tamelijk recent. Nu blijkt dat bacteriën en schimmels in de kunst opgesloten zitten, ontstaan er nieuwe mogelijkheden voor de datering. Door de genen en mutaties van de soorten in kaart te brengen, kan de leeftijd ervan worden vastgesteld. “We zijn daar reeds mee begonnen, maar dat kan een langlopend project worden.”

Bronmateriaal:
Ancient rock art’s colours come from microbes” – BBC.co.uk
Close-up of Bradshaw art (J Pettigrew)
Black fungi with yellow “fruiting bodies” (left), alongside red bacteria, give one work its colours
Bradshaw art (J Pettigrew) The indicated region (white box) shows black fungi at a sharp boundary
AMERIKA ‘S 

Zeer oude tekening van mammoet ontdekt

Geschreven op 22 juni 2011 om 15:42 uur door 0

In Florida is een bot met een tekening van een mammoet ontdekt. Het is de enige oude afbeelding van een mammoet die ooit in  Noord – Amerika werd aangetroffen.

Het bot en de tekening zijn ongeveer 13.000 jaar oud. “Dit is een ongelofelijk spannende ontdekking,” stelt onderzoeker Dennis Stanford. “Er zijn in Europa honderden afbeeldingen van olifantachtigen op de muren van grotten en op botten teruggevonden, maar in Amerika nog nooit. Tot nu.”

Klein
De afbeelding is zo’n zeven centimeter lang en 4,5 centimeter hoog. Het bot waarop de tekening is gemaakt, behoorde waarschijnlijk toe aan een groot zoogdier. Mogelijk een mammoet.

Echt
Archeologen, paleontologen, kunstenaars en antropologen hebben zich over het bot gebogen en concluderen dat de tekening echt oud is. Het bewijst dat de mensen in Amerika tijdens de laatste IJstijd kunstwerken maakten van de dieren waar ze op joegen. Aangezien de laatste mammoet zo’n 13.000 jaar geleden uit Amerika verdween, moet het bot zeker zo oud zijn.

Het bot met de afbeelding wordt op dit moment tentoongesteld in het Museum of Natural History in Gainesville, Florida.

Bovenstaande afbeelding laat de tekening zien. Foto: Chip Clark / Smithsonian.

Oudste rotstekening van Amerika gevonden

Geschreven op 23 februari 2012 om 15:18 uur door 4

In Brazilië hebben wetenschappers de oudste rotstekening van Zuid-Amerika gevonden.

De tekening is zeker 9000 jaar oud.

Zij vonden een oude rotstekening van een mensachtig figuur in de kalksteengrot Lapa do Santo in Brazilië. De tekening is tussen de 9.000 en 12.000 jaar oud. Dit zou betekenen dat het de oudste rotstekening is die ooit in de nieuwe wereld is gevonden. Ook wijst de tekening erop dat het land eerder door mensen bewoond werd dan voorheen werd gedacht.

 

De grot bevindt zich in Lagoa Santa in het centrale oosten in Brazilië, op zestig kilometer van de stad Belo Horizonte. De grot waarin de tekening werd gevonden is één van de grootste in de streek. De grot heeft namelijk een oppervlakte van 1300 vierkante meter.

Er is weinig bekend over vroege kunst in Amerika; de afgelopen jaren werden maar weinig betrouwbare rotstekeningen gevonden in dit werelddeel. Dat stellen de onderzoekers in hun paper. Hierdoor weten zij maar weinig over de verschillen die er in die tijd in de gedachtegang over symboliek waren. Door de vondst weten de archeologen nu wat meer. De tekening lijkt namelijk veel op de grotkunst die werd gevonden in grotten in dezelfde regio: Lapa do Ballet en Lapa das Caieiras. In het noordoosten van Brazilië is ook grotkunst gevonden die erg veel lijkt op dat uit de regio van Lagoa Santa. Dit geeft volgens de onderzoekers aan dat er contact moet zijn geweest tussen groepen verspreid over 1600 kilometer.

Rotstekening Lapa do Santo

Een rotstekening van een mensachtig figuur werd gevonden in de grot Lapa do Santo in Brazilië. Bron: PloS ONE

  • Een mensachtig figuur?
    Ik zie eerder een soort gekko of iets dergelijks

Bronmateriaal:
Rock Art at the Pleistocene/Holocene Boundary in Eastern South America” – plosone.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door MSeses (cc via commons.wikimedia.org).

 

DRAAGBARE   KUNSTWERKEN
reindeer antler Neschers

Versierd gewei kunstwerk uit steentijd

Een versierd gewei van een rendier dat is gevonden in Frankrijk, is mogelijk het eerst ontdekte draagbare kunstwerk uit het stenen tijdperk.

Het gewei met een ingekerfde tekening van een paard werd naar schatting 14.000 jaar geleden gemaakt door jager-verzamelaars die aan het einde van het stenen tijdperk in het huidige Frankrijk leefden.

Het kunstwerk werd al bijna 200 jaar geleden ontdekt, maar pas nu is duidelijk geworden hoe groot de historische waarde van het voorwerp is.

Waarschijnlijk is het gewei achteraf bezien het eerst ontdekte kunstvoorwerp uit het stenen tijdperk, zo melden onderzoekers van het Britsh Museum of National History in het vaktijdschrift Journal of Antiquity.

Uit het onderzoek blijkt dat de tekening van het paard in de hoorns in twee fases werd gemaakt. Eerst kerfde de tekenaar de grote lijnen van het lichaam in het gewei. Vervolgens bracht hij kleine anatomische details aan.

Het versierde gewei werd tussen 1830 en 1848 opgegraven in de Franse plaats Neschers en in 1849 aangekocht door het British Museum of Natural History.

Destijds was er echter nog te weinig bekend over de menselijke historie om het voorwerp op waarde te schatten, waardoor het primitieve kunstwerk in het archief belandde.

Pas in 2011 werd het gewei herontdekt en opnieuw bestudeerd met behulp van een CT-scanner en een 3D-microscoop, zodat de ouderdom kon worden bepaald. Ook werd in kaart gebracht hoe het kunstwerk is gemaakt. 

“Met dit soort technologie kunnen we de metrische eigenschappen van een inkerving beter en objectiever in kaart brengen dan met een beschrijving”, verklaart hoofdonderzoeker Silvia Bello op de nieuwssite van het Natural History Museum.

Door het gebruik van de nieuwe technieken zal het gewei niet opnieuw in de vergetelheid raken, benadrukt Bello. “Doordat we nu ook digitale gegevens over het kunstwerk hebben, blijft dit kunstwerk in zekere zin beter geconserveerd voor toekomstige generaties.”

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0305440312005377