Geologie trefwoord M

°

 zie onder Geologie

°

Magma   A melt, generally containing suspended crystals and other volatiles, formed by total or partial melting of solid mantle or crustal material.

Magma 25 keer sneller aan aardoppervlak dan gedacht

04 januari 2010 o4

 GEOLOGIE 

Hoelang duurt het voordat magma het aardoppervlak bereikt en als lava uit de vulkaan stroomt?

Niet zolang als altijd werd gedacht. Uit onderzoek blijkt dat de stromen met vloeibaar gesteente 25 keer zo snel aan het aardoppervlak komen. En dat zet alle vulkaanmodellen op zijn kop.

In 2001 werd het idee geboren om een enorme centrifuge te bouwen. In deze centrifuge moesten de temperatuur en druk in het binnenste van de aarde worden nagebootst. De invloed van deze krachten konden zo beter in kaart worden gebracht. Onderzoeker Max Schmidt gebruikte de centrifuge om de omstandigheden in de asthenosfeer te onderzoeken. In deze laag bevindt zich het gesmolten gesteente dat de vulkanen moet voeden.

De onderzoekers bootsten het transport van de gesmolten gesteenten na waarbij basaltisch glas uit de oceaan als gesteente diende. De bovenste aardmantel bestaat voor tweederde uit het mineraal olivijn. Hier maakten de onderzoekers een vorm van waar het gesteente doorheen kon bewegen. Vervolgens werd alles opgewarmd tot zo’n 1300 graden en werd er flinke druk uitgeoefend (één gigapascal). Zo konden de onderzoekers de snelheid waarmee de massa bewoog, vaststellen. De gesmolten gesteenten bleken niet, zoals James Connolly ooit beweerde, honderdduizenden jaren nodig te hebben om van zo’n 120 kilometer diepte te komen. Het ging slechts om enkele duizenden jaren. “Als een vulkaan vandaag uitbarst, is het magma niet in de ijstijd, maar in de tijd van de farao’s of omstreeks de geboorte van Christus gevormd,” vertelt Schmidt.

Uit de resultaten blijkt ook dat de krachten die magma aan het aardoppervlak brengen van veel dieper komen. Overigens past de grotere snelheid waarmee gesmolten gesteente omhoog komt, prima bij wat we al wel wisten. Vulkanen zijn immers slechts enkele duizenden jaren actief

Bronmateriaal:
Geosciences: Melt Rises to Earth’s Surface Up to 25 Times Faster Than Previously Assumed” – Sciencedaily.com

°

Magnitude is de maat voor de energie die bij een aardbeving vrijkomt, uitgedrukt in een cijfer op de Schaal van Richter.Zie ook:Intensiteit

°

MAKANA RIDGE

 

Makana Mountain ridge

http://en.wikipedia.org/wiki/Makana

Mantle

The layer beneath the crust, but above the core in the interior of the Earth. It’s composition is broadly that of ultrabasic rocks.In the mantle, temperatures range between 500°C-900°C at the upper boundary with the crust to over 4,000°C at the boundary with the core. Although the higher temperatures far exceed the melting points of the mantle rocks at the surface (about 1200°C for representative peridotite), the mantle is almost exclusively solid. The enormous lithostatic pressure exerted on the mantle prevents melting, because the temperature at which melting begins (the solidus) increases with pressure.The internal structure of the earth

 

Mare    Area of dark basaltic lava on the Moon (pl. Maria).

°

Marien heeft betrekking op de zee, komt voor bij of in de zee, wordt gevormd door of in de zee.

Zie ook:Marien milieu  : Een marien milieu is een omgeving die in open verbinding staat met de zee.

°

Marine Isotope Stages (MIS) is een systematiek voor de stratigrafische indeling van het Kwartair en Neogeen, gebaseerd op de relatieve hoeveelheid mariene zuurstofisotopen O16 in kalkschalige organismen.

°

MATRIX

MATRIX   green_river_gar003-crop

MATRIX   green_river_gar003-crop

°

Matrix  limestone  with quartz 148095-050-C3357F65

http://en.wikipedia.org/wiki/Matrix_(geology)

Matrix  limestone  with quartz 148095-050-C3357F65

°http://nl.wikipedia.org/wiki/Matrix_(geologie)

MEANDER

Een meanderende rivier is een in grote kronkels voortstromende rivier die langzaam en geleidelijk van plaats verandert door erosie aan de buitenbochten en sedimentatie aan de binnenbochten.

Zie ook: Anastomoserende rivier      Verwilderde rivier

°

Een meetnet is een stelsel van samenhangende meetstations, meet- en/of bemonsteringspunten.Zie ook:Grondwatermeetnet

°

 

Melange

A melange is formed in the accretionary wedge as sediment and oceanic crust is scraped off the descending plate in a subduction zone. The melange comprises a strongly brecciated unit with large blocks of pre-existing rocks in a deformed fine grained matrix. Olistostromes are similar units but have a gravity sliding origin rather than a tectonic one. For a melange to be described as such it must be of mapable size, contain ‘exotic’ clasts (i.e. not derived from immediately adjacent units) and be matrix supported. A melange may also form from vertical (gravity-driven) movements within a sediment pile (diapirism). The term melange is derived from French, meaning mixture.Photo of melange. A melange is a mappable body of rock that includes fragments and blocks of all sizes, embedded in a generally sheared matrix.Image Courtesy of Marli Miller, University of Oregon
Caption: Photo of melange. A melange is a mappable body of rock that includes fragments and blocks of all sizes, embedded in a generally sheared matrix. 

Member A division of a formation, generally of distinct lithologic character and of only local extent.

°

Het Mesolithicum is een archeologische periode, Midden Steentijd die duurde van ± 8.000 tot 4.000 jaar voor Christus.–> Zie ook:Bronstijd  IJzertijd Neolithicum Paleolithicum Romeinse Tijd

°

Mesozoic Era comprising the Triassic, Jurassic and Cretaceous, spanning 245-65Ma.

MESOZOICUM

Afbeeldingen van mesozoicum

http://nl.wikipedia.org/wiki/Mesozo%C3%AFcum

Eon Era Periode Subperiode Ouderdom Ma
Fanerozoïcum Cenozoïcum Paleogeen Paleoceen jonger
Mesozoïcum Krijt Laat 66,0 – 100,5
Vroeg 100,5 – 145,0
Jura Laat 145,0 – 163,5
Midden 163,5 – 174,1
Vroeg 174,1 – 201,3
Trias Laat 201,3 – ~235
Midden ~235 – 247,2
Vroeg 247,2 – 252,2
Paleozoïcum Perm Lopingien ouder
Indeling van het Mesozoïcum volgens de ICS.[1]

http://nl.wikipedia.org/wiki/Categorie:Mesozo%C3%AFcum

De middentijd van de aardgeschiedenis, –>  het Mesozoicum, duurde ongeveer 185 miljoen jaar. Catastrofen markeren zowel het begin als het einde van deze periode.

Nederland was tijdens het Mesozoïcum langere tijd door de zee bedekt. Vooral Laat-Mesozoïsche gesteenten komen in onze ondergrond veel voor. Alleen in Zuid-Limburg en in het uiterste oosten van ons land komen deze aan de oppervlakte. Door opheffing  en erosie zijn de oudere Mesozoïsche gesteenten grotendeels verdwenen. Hoewel veel beter bekend dan het Paleozoïcum blijft ook het beeld van de Mesozoïsche geschiedenis van ons land nog fragmentarisch.

°

Metamorfe mineralen zijn zware mineralen, hoofdzakelijk afkomstig van metamorfe gesteenten; –> deze mineralen zijn stauroliet, andalusiet, sillimaliet en distheen.

°

 

 

Metamorphism Metamorphosis require heat, pressure and time and is an extension of lithification, but it can occur on any rocks type (including metamorphic rocks). There is a continuum of type from heat dominated (marble) to pressure dominated (blueschist). Metamorphism is ranked in terms of a grade. A high grade metamorphic rock is a gneiss, which has undergone intense heat and pressure. It is important to note metamorphism occurs in the solid state – there is no melting. If the rock starts to melt it is called a migmatite (Mixed IGneous and metamorphic rock).

°

METEORITES                    meteorieten inslag <–DOC

Impact  craters   : 

http://www.passc.net/EarthImpactDatabase/gossesbluff.html

Micrite   Micro-crystalline carbonate mud.

°

 

Microfossielen: evolutie onder de microscoop

microfossielen

Op de oceaanbodem ligt een schat aan microfossielen. Deze microscopische organismen bieden de ideale gelegenheid om de geheimen van de evolutie te ontrafelen.

Wanneer evolutiebiologen het hebben over overgangsfossielen, dan denkt men meteen aan vondsten zoals Archeopteryx of Tiktaalik. Minder bekend zijn microfossielen van organismen zoals foraminiferen, radiolariën en diatomeeën. Miljarden van deze fossielen bedekken de bodem van de oceanen. Hun dichtheid kan oplopen tot een miljoen individuen per vierkante meter. Een typische bemonstering in de tropen levert 60 tot 70 soorten op. In sommige groepen, zoals de foraminiferen, zijn er al meer dan 60.000 soorten beschreven.

Tiktaalik: dit geslacht wordt door wetenschappers gezien als zogenaamde missing link tussen de vissen en de gewervelde landdieren.

Evolutie
Deze fossielen zijn ideaal voor evolutionaire studies. Een sedimentboring van de oceaanbodem levert een continue reeks fossielen op die soms miljoenen jaren overbruggen zonder onderbrekingen. Deze boorkernen kunnen gedateerd worden met moderne technieken, zoals stabiele isotopen of magnetische stratigrafie. Op deze manier beschikken wetenschappers over een unieke kijk in het verleden. Microfossielen bewijzen ook hun nut buiten de evolutietheorie. Heel wat paleontologen werken voor oliemaatschappijen en helpen met het dateren van de aardlagen waarin geboord wordt. Paleontologen kunnen gemakkelijk de leeftijd van een laag bepalen door middel van de aanwezige microfossielen.Evolutie verantwoordelijk is voor de diversiteit aan leven op onze planeet. Twee processen spelen hierin een cruciale rol: anagenese en cladogenese. Anagenese beschrijft het proces waarbij een populatie als geheel evolueert over de tijd, bijvoorbeeld door een toename in grootte. Cladogenese is een vorm van evolutionaire splitsing waarbij één soort opgesplitst wordt in meerdere soorten. Dit is een cruciaal voor de vorming van nieuwe soorten. Twee groep microfossielen die deze processen prachtig illustreren zijn de foraminiferen en de radiolariën.

Radiolariën (stralendiertjes) zijn haast niet met het blote oog te zien en hebben een groote van 0,03 tot 2 millimeter. Onder de microscoop onthullen zij hun bijzondere vormen.

Radiolariën en foraminiferen
In bodemlagen uit het Eoceen (50 miljoen jaar geleden) vinden we sponsachtige, ronde radiolariën die Lithocyclia ocellus gedoopt werden. Door deze balvormige fossielen te volgen doorheen de miljoenen jaren sediment, kan men zien dat deze organismen gradueel hun sponsachtige karakter verliezen en vier armen ontwikkelen. In dit stadium luistert het fossiel naar de naam L. aristotelis. Daarnaast blijft de morfologie veranderen. Eerst zien we drie armen ontstaan (L. angusta) en later reduceren twee armen tot een spoelachtige vorm. Deze verandering is zo extreem dat paleontologen de fossielen in een nieuw genus onderbrengen: Cannartus. Dit genus splitst vervolgens in verschillende evolutionaire lijnen.Recent publiceerden Paul Pearson (Cardiff University) en Thomas Ezard (University of Southampton) een studie over de evolutionaire geschiedenis van het genus turborotalia. Deze groep organismen leefde van 45 tot 34 miljoen jaar geleden. Pearson en Ezard bekeken meer dan 200 individuele fossielen en verdeelden deze over verschillende morfologische groepen (zogenaamde morphospace) per bodemlaag. Gedurende 11 miljoen jaar was er slechts één morfologische groep per bodemlaag aanwezig, tot zo’n 35 miljoen jaar geleden Toen werden er plots twee groepen gevonden. Een mooi voorbeeld van anagenese en cladogenese in het fossiele bestand.

Bronmateriaal:
Pearson, N.P. & Ezard, T.H.G. (2013) Evolution and speciation in the Eocene planktonic foraminifer Turborotalia. Paleobiology, 40(1): 130-143.
Protero, D.R. (2007) Evolution: What the Fossils Say and Why It Matters. Colombia University Press, New York.

 

 

°

Migratie is de ondergrondse verplaatsing van vloeistoffen en gassen onder invloed van geologische processen.

°

Een milieu is de verzameling van alle omgevende invloeden of krachten die op een plaats aanwezig zijn en die het karakter van een sediment bepalen.

 

°

Een mineraal is een onder normale temperatuur en druk voorkomend chemisch element of verbinding, herkenbaar op grond van diverse macroscopische, microscopische, chemische en fysische eigenschappen.             —> Zie ook:Metamorfe mineralen   Zware mineralen

Mineral     A naturally occurring homogeneous solid with a highly ordered lattice and of a defined chemical composition.      

°

Mineraalwater is microbiologisch heilzaam water uit ondergrondse aquifers afgetapt via natuurlijke of geboorde bronnen. Het water dient te voldoen aan de Europese richtlijn voor natuurlijk mineraalwater.

 

 

°

 

MOAB : 

  1. GEOLOGY OF THE MOAB REGION Introduction – National Park   pdf

    http://www.nature.nps.gov/geology/education/…/moab.pdf
    door A Foos – ‎1999 – ‎Verwante artikelen

    GEOLOGY OF THE MOAB REGION. (Arches, Dead Horse Point and Canyonlands). 

    Moab

http://www.utahmountainbiking.com/goodies/geol-moab.htm

The Geologic History of Moab &  Utah 

<Pennsylvanian Period:

Deposition of the Paradox Formation salt. During the Pennsylvanian Period (320-285 million years ago), much of Utah was covered by ocean. A small arm of the Ancestral Rockies penetrated into Utah from the east, north of the Moab area. Extending south from the tip of these highlands was an area that was occasionally submerged, occasionally “high and dry.” The Moab region was a gigantic deep “sinkhole,” called the Paradox Basin.

From time to time, the Paradox Basin would be flooded with ocean water as sea levels rose (or the land bridge subsided). A layer of limestone would form in this new ocean bay. Then the Paradox Basin would be cut off from the ocean and would dry out, leaving evaporated salts, capped with shale. Multiple such cycles occurred over millions of years, leaving over 1000 feet of salt. No rock of the Pennsylvanian Period is exposed at the surface in the Moab area, but the shape of the land has been affected by the Paradox Formation salt (more on this later).

Potash (a salt of potassium) is mined from Paradox Formation deposits deep under the Colorado River

<Permian Period:

Canyonlands and Monument Valley strata. The Ancestral Rockies continued to erode during the Permian Period (285-245 million years ago), and were essentially gone by the Triassic Period. In the Permian, the Paradox Basin had completely filled, and the Moab area was a region of near-ocean dunes (the ocean lay to the west). During this time, sandstone was deposited in southeast Utah, such as the DeChelly sandstone that forms the spires of Monument Valley, the Cutler formation sandstone that forms the needles and arches of Canyonlands, and the White Rim and Organ Rock sandstone of Canyonlands. (No rock of the Permian Period is seen in the Moab valley.)

<Triassic Period:

Muddy floodplains give way to sand dunes. By the Triassic Period (245-205 million years ago), the Ancestral Rockies were eroded away. The southeast corner of the state was a large flat floodplain, with the seashore moving back and forth over huge mudflats. The Moenkopi formation, then the Chinle formation, were formed of layers of mud, with occasional layers of harder sandstone.

EarlyTriassic

A short distance northeast of the Moab valley, the Moenkopi and Chinle formation shales and sandstones (from the early Triassic) form terraced skirts around the Wingate sandstone spires in the Castle valley 

In the later Triassic, the sea retreated to the west, and the area again became a giant desert (similar to today’s Sahara). The Wingate sandstone was deposited by these sand dunes, then the harder Kayenta on top of it. Wingate sandstone forms the high cliffs west of Moab, and the spires of Castle Valley, visible from the Porcupine Rim trail.

<Jurassic Period:

The rising of western Utah changes Moab from sand dunes to river floodplain. The Jurassic Period (205-140 million years ago) started with the southern part of Utah covered by deep sand dunes. This formed the famous Navajo sandstone, seen on the Slickrock trail and at the top of the Moab Rim and Poison Spider Mesa trail

Because of the salt-dome anticline , the Navajo sandstone lies at different levels on either side of the Moab Valley. On the west, for example at the top of the Moab Rim, it’s high on top of the cliffs.

On the east at Slickrock, it’s just above the valley floor.

Moab  Gemini bridges

—> “skirts” of the cliffs are Chinle formation shales and sandstones. The tall cliffs are Wingate sandstone. Note the rim of hard Kayenta sandstone that protects the cliffs .Afbeeldingen van gemini bridges trail moab

Kayenta sandstone has a denser matrix between the grains of sand, so it resists erosion. The Kayenta is a ledge-former, making it a good way to get to the top of the Moab Rim. Once the Kayenta erodes away, the underlying Wingate crumbles quickly.

This picture is NOT near White Canyon but it shows the formations which are seen throughout the southwest including White Canyon.  The Navajo sandstone at the top of this picture is all eroded away at Copper Point, but the very top of the point is Kayenta sandstone , while the main cliff is Wingate sandstone.  The Chinle shale formation is much thicker at White Canyon.  Except for being colored purple near Copper Point, the Moenkopi looks just the same.

This picture shows the formations which are seen throughout the southwest . The Navajo sandstone at the top of this picture is all eroded away at Copper Point, but the very top of the point is Kayenta sandstone , while the main cliff is Wingate sandstone. The Chinle shale formation is much thicker Except for being colored purple near Copper Point, the Moenkopi looks just the same.

File:Cliffs in Canyonlands along Utah 211 showing Wingate Sandstone capped by Kayenta Formation.jpeg

Cliffs in Canyonlands along Utah 211 showing Wingate Sandstone capped by Kayenta Formation

On top of the Navajo is the orange Entrada sandstone, fine-grained and an excellent arch former. Entrada is seen at Bartlett Wash and Tusher Canyon. It forms the arches in Arches National Park, just north of Moab.

Utah Geological Survey » Entrada Sandstone    geology.utah.gov/blog/?tag=entradasandston21 aug. 2013 – Variations in the Entrada’s appearance across the state are due to differences …  Afbeeldingen van orange Entrada sandstone

  1. The Middle Jurassic Entrada Sandstone in Northeastern Arizona nmgs.nmt.edu/publications/…/54_p0303_p0308.pdf

    door RB O’SULLIVAN – ‎Geciteerd door 1 – ‎Verwante artikelen

    In northeastern Arizona the Entrada Sandstone is about 30 m thick and consists of upper and orange or yellowish gray, consist of fine to medium, poorly sorted.

Goblin Valley State Park, Entrada Sandstone Hoodoos1

Goblin Valley State Park, Entrada Sandstone

Above the Entrada is the Curtis formation, a hard white sandstone.

Figure 1: The uppermost units of the San Rafael Group (from bottom to top, Entrada Sandstone, Curtis Formation, and Summerville Formation) capped by the basal conglomerate of the Tidwell Member of the Morrison Formation (Mathis, 2000).

During the late Triassic and Jurassic, western Utah was rising in altitude. But the eastern half was sinking. Utah’s “dividing point” for the past 500 million years has been the Wasatch line — the line of faults running down the Wasatch Front and into the Hurricane Fault of southwestern Utah. With slumping of the land east of the Wasatch line, the sea advanced temporarily into eastern Utah.

At Tusher Canyon, the white Curtis Formation sandstone forms cliffs above the ridged orange Entrada

Entrada Sandstone capped by Curtis Formation in Cathedral Valley. 

< As the area east of the Wasatch line filled with sediment, eastern Utah became a river floodplain (with rivers running east out of western Utah and meandering towards the Gulf of Mexico).  =

This is the Morrison Formation, a soft shale with pastel colors. The Morrison Formation can be seen along the highway north of Moab.

File:MorrisonType-2.JPG

Close-up of the Morrison at the type locality.

http://en.wikipedia.org/wiki/Morrison_Formation

The Morrison Formation is host to both dinosaur fossils and to deposits of uranium and vanadium. (The dinosaur quarries near Vernal and Price are in this formation.)

The late Triassic, the Jurassic, and the Cretaceous Periods are the age of dinosaurs. In floodplain and mud deposits, such as hereon the Klondike Bluffs trail, dinosaur footprints can be seen.

<Cretaceous Period:

Seas reclaim eastern Utah. For most of the Cretaceous (140-65 million years ago), western Utah remained a highland, while the Gulf of Mexico spread through the middle of the continent, covering eastern Utah. During this time, shales were deposited. The gray Mancos shale dominates the landscape all the way from Price until Highway 191 begins dropping down into the Moab area. The sea retreated towards the end of the Cretaceous, as the western half of the continent began to uplift. The Mancos shale, and the Cretaceous-era Dakota sandstone underneath it, eroded away from Moab area as the salt dome elevated the land surface

<Tertiary Period,

–> Event 1:

The Great Basin subsides while the western continent is uplifted.                                                                                                             The Colorado establishes its present course. During the Tertiary (65 million years ago), the Rockies and Uinta Mountains began to rise, and the entire western continent was uplifted. (At the Wasatch line, the Great Basin area began to slump and pull away relative to eastern Utah.)

The meandering course of the Colorado  and the goosenecks of the San Juan river suggest that this was once a slow-moving stream in a near-level plain. As the western US rose up, the river began to cut deeply into its established channel. 

< Tertiary Period,

Event 2:

The Paradox Salt forms a dome, creating an anticline. Under great pressure, salt can flow like a glacier. Salt of the Paradox Formation was squeezed into a dome in the Moab area, elevating the rocks above it. A “hump” of strata is called an anticline. As the dome gradually rose up, the Colorado cut down through the rising rock to maintain its course

Cracks formed in the rock over the dome of salt. These are the fissures that allowed formation of fins and arches in Arches National Park and the Slickrock area.

At this viewpoint over Arches National Park from the end of the Klondike Bluffs trail, the effect of the vertical rock fractures are seen.

<Tertiary Period,

Event 3:

The Moab Fault allows salt to erode, collapsing the center of the anticline. A fault line runs down each side of the Moab valley. These faults join near the entrance to Arches. Perhaps because of water running down along the fault line, salt was dissolved away deep under the rock of Moab. The overlying slab sunk down, creating a “collapsed anticline” that is the Spanish and Moab valley.

°

Moedergesteente is gesteente waarin olie, gas of erts gevormd wordt of werd.

Boorkern van gas- en/of oliemoedergesteente © TNO-NITG

°

 

MOHER   CLIFFS 

MOHER CLIFFS

MOHER  CLIFFS

http://en.wikipedia.org/wiki/Cliffs_of_Moher

Moho   See Mohorovičić discontinuity. Mohorovičić discontinuity

The Mohorovičić discontinuity, usually referred to as the Moho, is the boundary between the Earth’s crust and the mantle. The Moho serves to separate both oceanic crust and continental crust from underlying mantle. The Mohorovičić discontinuity was first identified in 1909 by Andrija Mohorovičić, a Croatian seismologist, when he observed the abrupt increase in the velocity of earthquake waves (specifically P-waves) at this point.The internal structure of the earth

Morphospecies Concept     Species are defined on the basis of consistent morphological differences. See also biological species concept and phylogenetic species concept.

Mould   An imprint of a fossil. See also cast.

°

MODDER VULKAAN

http://nl.wikipedia.org/wiki/Moddervulkaan

Moddervulkaan vormt eiland in de Arabische zee

 27 januari 2011   1

Er is een nieuw eiland verschenen in de Arabische zee. Het gaat om een moddervulkaan, die sinds eind november in de Arabische zee te zien is. NASA’s Earth Observing-1 satelliet maakte op 11 januari een foto van dit nieuwe eiland. NASA verwacht dat het eiland binnen een paar maanden weggespoeld is, zoals vaker gebeurt met moddereilanden.

Zoals u kunt zien op de foto neemt de woeste zee zand mee, waardoor er niet veel meer overblijft van de vulkaan.

De nieuwe moddervulkaan is 30 tot 60 meter groot en steekt daarmee net boven het wateroppervlak uit. In vergelijking met andere moddervulkanen is deze vulkaan vrij groot, alhoewel er exemplaren zijn die een hoogte van 100 meter kunnen bereiken.

Een moddervulkaan bestaat uit modder en gas die vanuit een ondergronds reservoir naar buiten stromen via een vulkanische kegel of simpelweg een scheur in de grond.

Bronmateriaal:
“Gooey” New Mud Volcano Erupts From Arabian Sea” – National Geographic

°

MUDPOT ( = MUDVOLCANO )

Mud volcano

http://en.wikipedia.org/wiki/Mudpot

°

°

Geologie trefwoord N O

°

 zie onder Geologie

*

___________________________________________________________________

°

Natural Selection  Differential reproductive success. Produces descent with modification, i.e. evolution.

°

Neolithicum
Het Neolithicum is een archeologische periode, Jonge Steentijd, die duurde van ± 4.000 tot 1.700 voor Christus.

Neosome A geometric element of a composite rock or mineral deposit, appearing to be younger than the main rock mass, for example the leucosomes in a migmatite are a neosome.

Nephelinite A silica-undersaturated volcanic igneous rock containing nepheline and pyroxene.

Neutral theory of molecular evolution   Predicts that alleles are fixed at a constant rate for a given gene over long periods and that most molecular variation is selectively neutral.

Niijima.

Nishinoshima 

Vulkaan creëert gloednieuw eiland voor de kust van Japan

Geschreven op 22 november 2013 om 08:47 uur door 6

eiland

Japan heeft er een stukje grondgebied bij gekregen.

Voor de kust van Nishinoshima heeft een onderzeese vulkaan een heus eilandje opgeworpen. 

Het eiland voor de kust van eiland Nishinoshima is in november  ongeveer 200 meter breed, zo stelt het Japanse Meteorologische Agentschap in een persbericht.

Ook heeft het agentschap enkele foto’s van het nieuwe grondgebied vrijgegeven.

Op de foto’s zien we het eiland en een rookpluim die van het eiland opstijgt. Ook is te zien hoe de wateren rondom het eiland door toedoen van de vulkaan flink verkleurd zijn.

Het eilandje van dichterbij. Terwijl het groeit, levert het door erosie door toedoen van water ook weer in. Afbeelding: Japans Meteorologisch Agentschap.

Het eilandje van dichterbij. Terwijl het groeit, levert het door erosie door toedoen van water ook weer in.Afbeelding: Japans Meteorologisch Agentschap.

Onderzeese vulkanen zijn Japan niet vreemd. Voor de kust van het land loopt de zogenoemde ‘Ring van vuur’. Dit is een gebied dat bekendstaat om vulkaanuitbarstingen en aardbevingen.

*   Nu ook vanuit de ruimte zichtbaar          20 december 2013 2

japans eiland

NASA heeft met behulp van een satelliet een foto gemaakt van het eilandje dat enkele weken geleden door toedoen van vulkanische activiteit voor de kust van Japan ontstond.

Op de foto zien we het eiland Nishinoshima dat sinds eind november vergezeld wordt door een ander eilandje. Dit kleinere eilandje is het resultaat van een vulkaanuitbarsting. Begin december meldde de Japanse Kustwacht dat het eilandje inmiddels zo’n 56.000 vierkante meter groot is en meer dan twintig meter boven het wateroppervlak uitsteekt.

Boven en ten zuiden van het eilandje ziet u witte wolkjes. Die bestaan waarschijnlijk uit stoom en andere vulkanische gassen. De wateren rondom het eilandje zijn wat groenig van kleur. Dat komt door vulkanische mineralen en gassen en doordat sediment op de zeebodem door de uitbarsting verplaatst is.

Het is niet ongebruikelijk dat door toedoen van vulkanische activiteit nieuwe eilanden ontstaan. Maar meestal is hun bestaan maar van korte duur. Golven beuken tegen het eiland aan en daarbij erodeert het snel. Toch lijkt het erop dat het Japanse eilandje nog wel even blijft bestaan.

Het groeit namelijk nog steeds en wetenschappers vermoeden dat het eiland reeds groot genoeg is om zeker nog enkele jaren te blijven bestaan.

Reden genoeg voor de Japanners om het een naam te geven: Niijima.

zie ook  in het bijzonder  het ijslandse  eilandje   Surtsey.

Persbericht Japans Meteorologisch Agentschap” – Seisvol.kishou.go.jp

Nomenclature   The method of naming species of animals and plants scientifically.

NonconformityAn unconformity that exists between sedimentary rocks and metamorphic or igneous rocks when the sedimentary rock was deposited on the pre-existing, eroded metamorphic or igneous rock.

 

UPDATE :

Nieuw eiland voor kust van Japan eet zijn buurman op

aan elkaar

Door toedoen van een vulkaanuitbarsting ontstond in november 2013 een nieuw eilandje in het westelijke deel van de Stille Oceaan. Onderzoekers twijfelden of het eilandje zou blijven bestaan, maar het eilandje lijkt niet van plan te zijn om te vertrekken: inmiddels heeft het zelfs zijn buurman al geannexeerd.

Een vulkaan op de bodem van de Stille Oceaan spuwde in november vorig jaar zoveel materiaal uit dat het zelfs boven het zeeoppervlak uitsteeg.

Het resultaat?

Een nieuw eilandje. Hoelang het eilandje stand zou houden, was onduidelijk. Want terwijl het groeide, leverde het ook constant materiaal in: golven sloegen tegen de randen aan, waardoor deze erodeerden.

Maar een dikke maand nadat het eiland ontstond, konden onderzoekers melden dat het nog steeds groeide en misschien wel enkele maanden of zelfs jaren kon blijven bestaan.

 

Twee eilanden zijn één geworden, zo bewijst deze satellietfoto. Afbeelding: NASA.

Twee eilanden zijn één geworden, zo bewijst deze satellietfoto. Afbeelding: NASA.

Het eilandje dat in november 2013 ontstond, is ondertussen groter dan Nishino-shima oorspronkelijk was.

De aaneengegroeide eilanden zijn samen bijna duizend meter breed. En de vulkaanuitbarsting gaat nog altijd door. Het hoogste punt op het eiland is inmiddels drie keer hoger dan eind vorig jaar het geval was en steekt zo’n zestig meter boven de zeespiegel uit.Inmiddels zijn we een dikke vier maanden verder en blijkt het eiland bijzonder ambitieus te zijn.

Het heeft zelfs zijn 500 meter verderop gelegen buurman geannexeerd. Het gaat om het eiland Nishino-shima. Het eiland ontstond begin jaren zeventig eveneens door een vulkaanuitbarsting.

Het nieuwe eiland kruipt langzaam richting zijn buurman. De eerste foto stamt uit begin december. De tweede uit eind december vorig jaar. Afbeeldingen: Japanse Kustwacht.

 

°

Noordzeebekken
Het Noordzeebekken is dat deel van het Noordzee- en aangrenzende landgebied dat vanaf het Tertiair aan daling onderhevig is.

°

Noordatlantische oceaan 

Duizenden bergen ontdekt op de bodem van de oceanen

 

 

Wetenschappers hebben met behulp van gegevens van twee satellieten een nieuwe kaart gemaakt van de zeebodems wereldwijd. Op de kaart zijn onder meer duizenden nog nooit waargenomen onderzeese bergen te zien.

De nieuwe kaart is twee keer zo nauwkeurig als de vorige versie die bijna twintig jaar geleden gemaakt werd. Om de kaart te maken, gebruiken wetenschappers gegevens van ESA’s CryoSat-2-satelliet. Deze satelliet bestudeert met name het ijs op de polen, maar is ook voortdurend actief boven de oceanen. Ook data van NASA’s Jason-1 – een satelliet die eveneens de zwaartekrachtsvelden boven de aarde in kaart bracht – werden gebruikt.

Heuvels
“De dingen die je het duidelijkst ziet, zijn de abyssale heuvels, de meest voorkomende landvorm op de planeet,”

vertelt onderzoeker David Sandwell. Abyssale heuvels zijn kleine heuvels op vlakke, diepere delen van de oceaanbodem.

Bergen
Op de kaart zijn duizenden onderzeese bergen te zien die wij mensen nog nooit verkend hebben. De meeste van deze onderzeese bergen waren ooit actieve vulkanen. Ook stuitten de onderzoekers op nieuw bewijs voor spreidingszones in de Golf van Mexico. Deze spreidingszones waren 150 miljoen jaar geleden actief en liggen nu begraven onder dikke lagen sediment.

De kaart zal voor verschillende doeleinden gebruikt worden.

“Eén van de belangrijkste zaken waarvoor we de kaart kunnen gebruiken, is het verbeteren van de schattingen van de diepte van tachtig procent van de oceanen.”

Ook zal de kaart gebruikt worden door Google om de Google Maps van de oceanen nog gedetailleerder te maken. Bovendien kan de kaart ons meer vertellen over de tektoniek van de diepe oceanen.

Bronmateriaal:
New map uncovers thousands of unseen seamounts on ocean floor” – NSF.gov
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door David Sandwell / SIO.
°
Mondial  ocean floor  _77979968_cut
Mondial ocean floor  //  The new gravity data gives us our clearest view yet of the shape of the ocean floor
CryoSat (Esa)
CryoSat’s primary role is to measure the shape of polar ice surfaces – not the shape of the seafloor
°

°

Normaal Amsterdams Peil (NAP)
Het Normaal Amsterdams Peil (NAP) is Nederlands standaard vergelijkingsvlak voor de hoogteligging.

°

Normal Fault  A fault caused by extension.

caused by extension

caused by extension

Normal fault //  A geologic fault in which the hanging wall has moved downward relative to the footwall. Normal faults occur where two blocks of rock are pulled apart, as by tension. Compare reverse fault.

normal fault an inclined fault in which the hanging wall appears to have slippeddownward relative to the footwall

 

See Note and illustration at fault.

 

fault

top: normal fault
center: reverse fault
bottom: strike-slip fault

http://www.thefreedictionary.com/normal+fault

 

Afbeeldingen van normal fault <–

 

normfault

Normal fault

http://www.artinaid.com/2013/04/components-and-types-of-geological-faults/

The “normal fault” is generated by the traction with vertical motion with respect to the “fault plane”, which typically has an angle of 60° from the horizontal plane, and as we have seen, generates a “hanging wall” and a “foot wall” where rocks on one side of the fault sink over rocks from the other side of the fault.

There are areas in a fault where the rock is separated, so that the crust in a specific area is able to occupy more space and do not create rocky ledges.

http://geophysics.ou.edu/geol1114/notes/structure/structure.html

 

°

 

 

Nuees Ardentes  See Pyroclastic Flows.

_________________________________________________________________________________________

OEVERWAL   –> Natuurlijke  dijk 

Afbeeldingen van oeverwal

Oeverwallen zijn langgerekte hoogtes die langs de oever van een rivier liggen. Ze zijn door de rivier zelf gevormd door afzetting van grof zand en fungeren als een soort ‘natuurlijke dijk’ die de rivier in zijn stroombedding houdt. Alleen bij hoog water kunnen oeverwallen overstromen. Met het water voert de rivier zand aan, dat direct naast de oever bezinkt waardoor de oeverwallen in de loop van de tijd steeds hoger groeien.

http://www.geologievannederland.nl/landschap/landschapsvormen/oeverwal

http://www.cs.uu.nl/research/projects/i-cult/Vecht/Portal/Processes/Vorming/Vorming_land.htm

De rivier zorgt bij overstroming voor afzettingen. De grovere sedimentdeeltjes bezinken in de rivier en op de naaste oever, de kleinere deeltjes komen verder van de rivier terecht.

Oeverwal
Een oeverwal is een natuurlijke hoogte langs een rivier, die ontstaat doordat tijdens het buiten haar oevers treden van de stroom het grofste materiaal het dichtst bij de rivier wordt afgezet.

 

 

____________________________________________________________

°

O’ahu 

Hawaïaans eiland O’ahu blijkt een stapeltje vulkanen te zijn

oahu

Het op twee na grootste eiland van Hawaii bestaat niet uit twee, maar uit drie schildvulkanen. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. Onder de twee bekende schildvulkanen blijkt een derde vulkaan schuil te gaan.

Lang dachten onderzoekers dat het eiland O’ahu uit de restanten van twee vulkanen bestond: Wai’anae en Ko’olau. Maar dat beeld moet op de schop, zo melden onderzoekers. Wai’anae en Ko’olau blijken namelijk te rusten op de flanken van een derde vulkaan: Ka’ena.

Het onderzoek lost een mysterie dat enkele jaren geleden ontstond, op. Toen bestudeerden onderzoekers de samenstelling van door Wai’anae geproduceerd lava. “We wisten dat het gevormd was door het gedeeltelijk smelten van de korst onder Wai’anae, maar we begrepen niet waarom het deze samenstelling van isotopen had,” vertelt onderzoeker John Sinton. “Nu realiseren we ons dat de korst die onder Wai’anae smolt, eigenlijk deel uitmaakt van de oudere Ka’ena-vulkaan.”

“Wat vooral heel interessant is, is dat Ka’ena een ongebruikelijk lange geschiedenis als submariene vulkaan lijkt te hebben,” voegt Sinton toe. “Pas heel laat in die geschiedenis brak deze door het oppervlak van de oceaan heen.” Wat we van Hawaïaanse vulkanen weten, is bijna geheel gebaseerd op de vulkanen die hoog boven de zeespiegel uitstijgen en bijna al die vulkanen ontstonden op de flanken van andere vulkanen. Ka’ena biedt onderzoekers nu de kans om een Hawaïaanse vulkaan die geheel geïsoleerd op de diepe oceaanbodem ontstond, te bestuderen.

 

Bronmateriaal:
On the shoulder of a giant: Precursor volcano to the island of O’ahu discovered” – University of Hawaii ‑ SOEST (via Sciencedaily.com)
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Trey Ratcliff (cc via Flickr.com)

Wikipedia

Oahu (Hawaïaans: Oʻahu) is een van de eilanden van de Amerikaanse staat Hawaï. Het is het derde eiland in grootte, met een totaal landoppervlak van 1600 km². Het eiland is 71 km lang en 48 km breed. Het heeft een kustlijn van 366 km.

 

File:Hawaii-Oahu-TF.jpg

Oahu, Hawaii, computer image generated using TruFlite

°

Mt  ONTAKE 

 

Mount Ontake barst uit: waarom zag niemand dat aankomen?

mount ontake

In september  2014  barstte de Japanse vulkaan Mount Ontake uit. De uitbarsting kwam als een totale verrassing en kostte aan zeker dertig mensen die nabij de top van de vulkaan aan het wandelen waren, het leven. Waarom zag niemand dit aankomen?

De eruptie van Mount Ontake kwam als een donderslag bij heldere hemel en overviel tientallen mensen die op de zeer populaire recreatieplek vertoefden. Het totale aantal slachtoffers is nog onbekend, wel weten we dat in ieder geval dertig wandelaars die zich op het moment van de eruptie nabij de top van de vulkaan bevonden, het leven lieten.

Monitoren
Het zet je aan het denken. Hoe kan een vulkaan ons anno 2014 zo verrassen?

“De wijze waarop Japanse vulkanen gemonitord worden, is uitstekend,”

zo benadrukt Shane Cronin, als professor Earth Sciences werkzaam aan deMassey University.

“Er was twee weken voor de eruptie wel sprake van wat onrust, maar in het geval van een veelvuldig actieve vulkaan als Ontake is er vaak seismische activiteit die samenhangt met hydrothermale systemen. De eruptie kwam echt als een donderslag bij heldere hemel, aangezien er voorafgaand geen sprake was van zeer grote onrust.”

Nieuwe waarschuwingssignalen?

“De eruptie van Ontake was niet bijzonder krachtig,” voegt professor David Rothery van de Open Universiteit toe. “Maar er werden wel meerdere centimeters as verspreid in gebieden nabij de top. Het doet denken aan de eruptie van 1979: de enige andere recente eruptie van deze vulkaan. Ik ben verrast dat de vulkaan zonder waarschuwing uitbarstte, omdat er – voor zover ik weet – seismometers op de Ontake staan die interne bewegingen van magma zouden moeten detecteren. ‘Stiekeme’ uitbarstingen die niet voorafgegaan worden door waarschuwingssignalen zijn echter niet onbekend, een analyse van de verzamelde data zal wellicht informatie blootleggen die we – achteraf – als waarschuwingssignalen hadden moeten opvatten. Dat is hoe we leren om het de volgende keer beter te doen.”

Mount Ontake bevindt zich op de plek waar de bodem van de Stille Oceaan en de Filipijnenzee onder Japan duikt. Hierdoor smelt de aardkorst op grote diepte en ontstaat magma. Terwijl het magma omhoog komt, ontsnappen gassen – zoals waterdamp – en dat kan een eruptie bijzonder explosief maken. Zoals gezegd was de eruptie van Ontake die dat weekend plaatsvond niet bijzonder krachtig.

Toch kwamen tientallen mensen om het leven.(1)

“Gevaren waren in dit geval snelbewegende stromen van as, gas en stoom,” vertelt Cronin. “Deze doden door verstikking, fysieke inslagen van grote stenen of verbranding. Andere gevaren zijn grote gesteenten (met een diameter tot wel één meter) die als mortiergranaten uit de krater gegooid worden.”

Bronmateriaal:
Volcanic eruption in Japan – experts respond – Sciencemediacentre.co.nz
De foto bovenaan dit artikel is afkomstig van Wikimedia Commons.

(1)

  • Volgens verschillende ooggetuigen van de eerste rij, zijn er verschillende mensen omgekomen omdat de aarde openscheurde, andere zijn dan weer omgekomen door zware objecten die op hun zijn terecht gekomen, andere zijn dan weer omgekomen door verstikking-verbranding van de longen.
  • er is ook  nog  de officieele  japanse  verklaring : Meeste mensen zijn omgekomen door verstikking en of een hartstilstand =  de normale procedure-uitleg die de Japanse instanties standaard meegeven.
    Op de slachtoffers word later een autopsie uitgevoerd, om de ware oorzaak van het overlijden te achterhalen.
  • http://www.volkskrant.nl/reizen/waarschuwing-voor-giftige-gassen-toeristische-vulkaan-java~a2848280/

 

°

 

Onverzadigde zone
De onverzadigde zone is het deel van de grond boven de grondwaterspiegel, waarin de poriën zowel water als lucht bevatten.

°

OPAAL 

ruwe opaal

 

 

ruwe opaal

opaal

 

 

 

opal lemon oregon opal°

lemon oregon opal

opal

 

 

 

Oppervlaktedelfstoffen
Oppervlaktedelfstoffen zijn natuurlijke (bouw)grondstoffen die uit de ondergrond nabij het oppervlak worden gedolven zoals bijvoorbeeld zand.

Oppervlaktewater
Oppervlaktewater is het water dat stroomt over of verblijft op het aardoppervlak.

°

ORDOVICIUM 

Het Ordovicium is een periode uit de geologische tijdschaal (of een systeem in de stratigrafie), die ongeveer van 485 tot 443 miljoen jaar geleden duurde. Het Ordovicium is onderdeel van het Paleozoïcum, het volgt op het Cambrium en wordt opgevolgd door het Siluur.

Era Periode Ouderdom Ma
Mesozoïcum Trias jonger
Paleozoïcum Perm 251,0 – 299,0
Carboon 299,0 – 359,2
Devoon 359,2 – 416,0
Siluur 416,0 – 443,7
Ordovicium 443,7 – 488,3
Cambrium 488,3 – 542,0
Neoproterozoïcum Ediacarium ouder

Afbeeldingen van ordovicium

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ordovicium

http://nl.wikipedia.org/wiki/Categorie:Ordovicium

De wereld van het Ordovicium

 

°

Organogeen
Organogeen betekent uit organische resten opgebouwd.

(Super(orkaan Haifan )

superorkaan   taifoen Haiyan

Orogenese
Orogenese is gebergtevorming.

°

ORTHOKLAAS 

Het mineraal orthoklaas is een kaliumaluminiumtectosilicaat met de chemische formule KAlSi3O8. Het behoort tot de veldspaten.–>   Afbeeldingen van orthoklaas

orthoklaas  Orthoklaas

°

Overschuiving

 

Een overschuiving in de Eifel, Duitsland

http://nl.wikipedia.org/wiki/Overschuiving

Overschuiving    is het door breukwerking of plooiing boven elkaar voorkomen van lagen die oorspronkelijk naast elkaar gelegen waren. Zie ook: Aardverschuiving Bodemdaling Compressie Inklinking Krimp Rifting Zetting

°

OWACHOMO   NATURAL BRIDGE 

Owachomo Natural Bridge

ORKANEN

°

     GEOLOGIE  

°

Kernwoorden

, , , , , , , , , , ,

2008

Minder orkanen in Atlantische Oceaan

Nieuws zondag 18 mei 2008

De wereldwijde opwarming zorgt voor het opwarmen van oceaanwater. Juist water boven de 27°C zorgt voor het ontstaan van orkanen. Hoe warmer, des te meer orkanen denken velen dan ook. Ton Knutson en collega’s van het NOAA schrijven in Nature Geoscience echter dat het aantal orkanen in de Noord-Atlantische oceaan gedurende de 21e eeuw zal afnemen.

door

Begin mei raasde de dodelijke cycloon Nargis over Myanmar, en dat terwijl cyclonen (of orkanen) daar niet geregeld voorkomen. In het noordwestelijke deel van de Atlantische oceaan komen ze meer voor. De orkaanactiviteit is hier toegenomen sinds 1980, mogelijk door het opwarmende klimaat. Tom Knutson en collega’s van het Amerikaanse NOAA (National Oceanic and Atmospheric Administration) laten in Nature Geoscience zien dat de orkaanactiviteit juist af zal nemen in de 21e eeuw.

Katrina

Wellicht de bekendste orkaan is de Katrina, die eind augustus 2005 over New Orleans trok, de omgeving verwoeste en alles onder water zette. De orkaan was van de zwaarste categorie (categorie 5) en is de duurste orkaan ooit. Wat staat er te gebeuren als dit soort orkanen steeds meer voorkomen, zoals de verwachting is?

Katrina op 27 augustus 2005, net voordat de orkaan New Orleans bereikte. Bron: NASA.

Orkanen en convectie

Door het opwarmende klimaat wordt het oppervlaktewater in de oceaan steeds warmer, waardoor er meer water verdampt. Deze warme, vochtige lucht stijgt op en is in combinatie met een lagedrukgebied de directe oorzaak van het ontstaan van orkanen. Na het stijgen condenseert de vochtige lucht en het gaat regenen, waardoor er energie vrijkomt. Deze energie zorgt voor het stijgen van lucht en het verder dalen van de luchtdruk, gevolgd door het aantrekken van lucht uit omliggende gebieden. Deze lucht stijgt weer op, condenseert en verlaagt de luchtdruk. En zo treedt een zichzelf versterkend effect op: convectie.

Deze convectie zal afnemen zodra de bron, het warme oceaanwater, er niet meer is en de orkaan boven land komt. De orkaan neemt in kracht af en zal uiteindelijk ophouden te bestaan. De convectie zal echter toenemen als méér water of als water sneller boven de 27°C komt, de oceaanwatertemperatuur waarbij orkanen ontstaan. Simpele conclusie: hoe warmer het water, hoe meer orkanen?

De verspreiding van orkanen van 1985-2005. Blauwe en groene lijnen geven respectievelijk tropische depressies en tropische stormen aan. Van lichtgeel naar rood wordt een toenemende schaal van orkaanintensiteit weergegeven.

De 21e eeuw

Wetenschappers van het NOAA zijn er achter gekomen dat het niet zo eenvoudig ligt. Zij hebben een klimaatmodel gemaakt van het Noord-Atlantische gebied en simuleren daarmee de orkaanseizoenen van 1980-2006. Deze seizoenen lopen van augustus tot en met oktober. Na samenvoeging met andere modellen konden ze het aantal orkanen tot in de tweede helft van de 21e eeuw voorspellen.

Vooral de Noord-Amerikanen zullen een gat in de lucht springen, want de resultaten tonen aan dat het aantal orkanen zal afnemen (-18%). Dit geld ook voor tropische stormen (-27%), nog net geen orkaan. De Noord-Amerikanen krijgen er echter wel een grote bak met extra regen voor terug. Voor Europeanen is het nieuws dat het gebied waar orkanen nu voorkomen niet zal uitbreiden, en dus lijkt Europa buiten schot te blijven.

Rijden over de snelweg was geen probleem na Katrina (New Orleans, 2005). Bron: US Navy.

Kritiek

Dit is goed nieuws als de modelberekeningen kloppen. Het gebruikte klimaatmodel heeft echter moeite de zware orkanen te simuleren. Voor het voorspellen van toekomstige orkanenfrequenties zijn de atmosfeer (met broeikasgassen) en de temperatuur van het oppervlakteoceaanwater veranderd. Dit is gedaan op basis van andere modellen die het verloop ervan in de 21e eeuw hebben voorspeld. Mogelijke veranderingen in ozon en stofdeeltjes werden niet meegenomen in het model. De resultaten van de NOAA-onderzoekers geven echter aan dat circulatie en de hoeveelheid vocht mogelijk belangrijker is dan de temperatuur van het oppervlakteoceaanwater. Als klapper op de vuurpijl laat een andere modelsimulatie zien dat het aantal orkanen juist met 7% toeneemt en het aantal grote orkanen zelfs met 70%!

Wat is nu waarheid? Ieder model is weer anders en modellen zijn zeer gevoelig voor kleine veranderingen, net als het klimaat. Te prijzen valt dat de onderzoekers zelf ook kritisch zijn naar hun resultaten. Het beste is dan ook maar om de bekende zin van wetenschappers uit te spreken: ‘er is meer onderzoek nodig’…

Grenada kampte ook met de gevolgen van de orkaan Ivan in 2004. Bron: USAID

Referentie:

Knutson et al., 2008. Simulated reduction in Atlantic hurricane frequency under twenty-first-century warming conditions. Nature Geoscience

Zie ook:

 
Nieuws vrijdag 28 november 2008 

Zwaar orkaanseizoen ten einde

Het orkaanseizoen van 2008 is bijna ten einde. Ike zorgde voor een bovengemiddeld sterk orkaanseizoen. Vooral Haiti en Cuba werden zwaar getroffen.

door

Het orkaanseizoen van 2008 was een actief orkaanseizoen en voor bijna duizend mensen zelfs dodelijk. De totaalschade liep op tot bijna 54 miljard dollar, de op één na duurste ooit. Vooral Ike richtte enorme schade aan. Alleen 2005 was duurder met 141 miljard dollar. De totale orkaanenergie was bovengemiddeld door Ike.

Een orkaanseizoen loopt van 1 juni tot en met 30 november. Vijf orkanen groeiden in 2008 uit tot orkaancategorie 3 (maximaal 5). Vooral Ike (maximaal categorie 4) liet een spoor van vernieling achter. Het is op het lijstje van de meest vernietigende orkaan nummer drie en de schade liep op tot 31,5 miljard dollar. Orkaan Bertha vestigde een record door 17 dagen achtereen actief te blijven, een unicum voor de maand juli. De totale orkaanenergie bedroeg 141 op de ACE schaal (=104 knopen2), tegenover 248 in 2005. Het gemiddelde van 1950-2005 ligt net iets boven de 100. Ike maakte dit jaar het verschil met een waarde van ruim 38.

De orkaan Gustav komt uit zuidoostelijke richting en raast hier over Cuba. Bron: NASA

KNMI nieuws

Het KNMI meldde op 28 november dat het seizoen tal van records heeft opgeleverd. ‘Liefst zes opeenvolgende orkanen, Dolly, Edouard, Fay, Gustav, Hanna en Ike, bereikten het vasteland van de Verenigde Staten’. Edouard en Fay zijn echter géén orkanen maar tropische stormen die nooit de orkaanstatus hebben bereikt. De Amerikanen melden echter dat het een gewoon orkaanseizoen is geweest met alleen Ike als uitschieter. Records zijn er echter wel gebroken, zoals er elk seizoen records zijn.

Cuba en Haïti

Cuba kreeg drie zware orkanen te verwerken (Gustav, Ike en Paloma), een record. Midden september trok Ike ( slechts categorie 4) over het eiland en vernielde een groot deel van het eiland en de hoofdstad. Diezelfde maand deed de orkaan Gustav de windmeters van het Cubaanse Meteorologische Instituut de windmeters uitslaan tot recordsnelheden van 340 km/uur.

Haïti werd getroffen door één tropische storm (Fay) en maar liefst drie orkanen (Gustav, Hanna en Ike). Meer dan 100.000 huizen werden verwoest of beschadigd door de storm zelf of door overstromingen die ontstonden vanwege de ontbossing van het eiland. Het officiële dodental liep tegen de 800.

Houston liep op 13 september grote schade op toen Ike over de stad raasde. De ruiten van deze wolkenkrabber in de binnenstad waren begin oktober nog niet allemaal gerepareerd. Bron: Adiël Klompmaker

Stijging?

Sinds midden jaren 90 is het gemiddelde aantal tropische stormen flink toegenomen ten opzichte van de jaren 70 en 80. Op dit moment is een aantal van 10-15 per jaar normaal. Als wordt gekeken naar het aantal orkanen lijkt er geen relatie te zijn. De laatste jaren lijkt het aantal toe te nemen, maar van 1950-1970 was het aantal ook al ongeveer zo hoog.

Het aantal tropische stormen in blauw en de sterke orkanen in rood. De lijnen geven het 10-jarig gemiddelde. Een tropische storm wordt pas een orkaan genoemd als windsnelheden vanaf 119 km/u worden bereikt (categorie 1). De zwaarste orkanen (categorie 5) behalen windsnelheden vanaf 250 km/u. Het KNMI noemt een orkaan overigens ‘hurricane’ (de Engelse vertaling). Bron: KNMI

Klimaat

Het KNMI meldt dat een relatie van het grotere aantal stormen met de opwarming van de aarde is tot nu toe niet gevonden. Het hangt hier helemaal af van de definitie van een storm: een normale storm, een tropische of een orkaan. Voor orkanen lijkt er wel een verband met het klimaat te worden gevonden. Afgelopen september bleek dat de zwaarste orkanen in kracht toenemen, en vooral in het Atlantische gebied. Dat deden de onderzoekers door te redeneren van 1980. Wordt echter op langere tijdsschaal gekeken dan blijkt er geen verband. Ongetwijfeld zal hierover veel onderzoek worden gepubliceerd in 2009.

Orkanen: meer of minder? Volgens gegevens van de Atlantische Oceaan blijkt dat er geen duidelijke trend is vanaf 1950. Bron: Creative Commons

De tropische stormen en orkaan in 2008 waren achtereenvolgens Arthur, Bertha, Cristobal, Dolly, Edouard, Fay, Gustav, Hanna, Ike, Josephine, Kyle, Laura, Marco, Nana, Omar en Paloma.

Zie ook:

2009 Minder actief orkaanseizoen verwacht

vrijdag 20 maart 2009

Voor de eerste helft van het orkaanseizoen dat start in juni worden minder orkanen verwacht. Dit geldt voor het Atlantische gebied. Basis hiervoor is het koude water voor de westkust van Afrika en La Niña.

door

De eerste verwachtingen voor het Atlantisch orkaanseizoen zien er gunstig uit. In de Atlantische Oceaan en de Caribische Zee worden dit jaar minder orkanen verwacht dan de afgelopen jaren. Ook in de westelijke Stille Oceaan, dus voor de westkust van Mexico en de VS, worden dit jaar minder orkanen verwacht.

Het Atlantisch orkaanseizoen duurt van juni tot december. De verwachting van de orkaanactiviteit is afkomstig van het Europees Weercentrum ECMWF, waarin het KNMI participeert, en geldt voor de eerste helft van het orkaanseizoen.

De orkaan Ike veroorzaakte ongeveer 20 miljoen euro schade, waarvan het grootste deel in de VS. Bron: NASA

Koeler water

De belangrijkste factor voor het geringere aantal tropische stormen is de relatief lage temperatuur van het zeewater voor de westkust van Afrika. De verwachting is dat dit zeker tot de zomer voortduurt. De zee bij de Afrikaanse westkust is het brongebied voor de meeste tropische stormen, die daarna de oceaan oversteken naar de Antillen en Noord-Amerika. Aangezien een tropische storm zijn energie ontleent aan warm water, ontstaan er door dit koele water dit jaar waarschijnlijk minder orkanen.

La Niña verdwijnt

Een tweede factor is La Niña. Dit is een afkoeling van het zeewater langs de evenaar in de Stille Oceaan. La Niña bevordert juist de vorming van orkanen. Echter, de huidige La Niña zal waarschijnlijk tegen de zomer afgelopen zijn. Mogelijk slaat La Niña zelfs om in het tegengestelde, El Niño, wat het aantal orkanen nog iets meer kan onderdrukken in de Atlantische Oceaan.

Dat betekent niet dat er helemaal geen orkanen zullen langskomen in het Atlantische gebied. Normaal telt een seizoen tegenwoordig zo’n twaalf tot zestien tropische stormen waarvan er vijf tot tien uitgroeien tot een orkaan. Bovendien zeggen de prognoses niets over de schade die ze kunnen aanrichten. Op deze termijn is niet aan te geven hoeveel orkanen het land bereiken en hoe zwaar ze worden.

Verleden

Vorig jaar was bijzonder. In totaal ontstonden er acht orkanen, waarvan er liefst zes het vasteland van de Verenigde Staten bereikten, terwijl er vijf uitgroeiden tot een zware orkaan. Recordjaar is 2005 toen het Atlantisch gebied veertien orkanen zag passeren.

Zie ook:

2013

Meer Sandy’s en Katrina’s

Door opwarming van de aarde

  • Door: Menno Sedee
Categories:
Aarde & Klimaat

Zoom

Onduidelijkheid en onzekerheid heerste over de invloed van de opwarming van de aarde op het ontstaan van hevige stormen. Amerikaanse onderzoekers hebben nu slecht nieuws voor hun landgenoten.

De Verenigde Staten maken regelmatig catastrofale stormen mee. Naast het maken van honderden slachtoffers, brengen ze de getroffen gebieden tientallen miljarden aan schade toe. Velen herinneren zich orkaan Sandy van 2012 nog wel: meer dan 250 doden en een geraamde vijftig miljard dollar schade. Of Katrina, die maar liefst 1850 mensen meesleurde in haar val en een slordige honderd miljard dollar heeft gekost. Maar ook minder bekende stormen richten veel ellende aan. Het land werd vorig jaar getroffen door maar liefst zeven stormen die ieder meer dan een miljard dollar aan economisch verlies veroorzaakten.

Onzekerheid

Helaas heerst er nog grote onzekerheid over de invloed van de opwarming van de aarde op het ontstaan van zware stormen, met windsnelheden boven de 90 kilometer per uur, en orkanen, met windsnelheden boven de 120 kilometer per uur. Bruikbare klimaatmodellen waren tot nog toe niet voldoende voorhanden. Dat komt onder andere door het ontbreken van een betrouwbaar datarapport over de invloed van klimaatverandering in het verleden op zware onweersbuien – en met name tornado’s – waarmee systematisch de klimaatverandering en weerpatronen kunnen worden geanalyseerd. Daarnaast zijn er uiteenlopende meningen en theorieën over welke natuuromstandigheden essentieel zijn bij het ontstaan van extreem onweer.

Wetenschappers van de Universiteit van Stanford, onder leiding van Noah Diffenbaugh, hebben nu meerdere modellen bij elkaar gelegd om uitspraak te kunnen doen over de invloed van de opwarming van de aarde op het ontstaan van stormen en orkanen. Ze gebruikten hiervoor de database van het omvangrijke Coupled Model intercomparison Project (CMIP). Dit klimaatproject verzamelt en organiseert sinds 1995 een groot deel van de klimaatmodellen. Veel van deze modellen spreken elkaar ogenschijnlijk tegen of laten zich moeilijk vergelijken of combineren. Het onderzoeksteam van Diffenbaugh heeft de uitkomsten van verschillende modellen geanalyseerd en verontrustende conclusies getrokken.

Energie en wind

Zoom
Convectie in zijn uiterlijke vorm.

Het wordt algemeen aangenomen dat er in ieder geval twee omgevingsfactoren belangrijk zijn voor stormvorming. De eerste is de aanwezigheid van “convective available potential energy”, oftewel CAPE. Deze energie ontstaat wanneer de lucht in de onderste atmosfeerlaag wordt opgewarmd. Warme lucht stijgt op en neemt vocht met zich mee, welke zich in de hogere regionen verzamelt. De stijging van lucht wordt convectie genoemd. De tweede factor is de aanwezigheid van zogenaamde windscheringen. Dat zijn plotselinge veranderingen in de windsnelheid en/of –richting die het verzamelde vocht organiseren tot een potentiële storm.

Dat de CAPE de laatste decennia steeg door de opwarming van de aarde, en dat dat een stimulerende invloed heeft op het ontstaan van stormen en orkanen, daarover was iedereen het eens. Onderzoekers wezen ook op de daling van het aantal windscheringen. Wat is dan de netto invloed op het ontstaan van stormen?

Het team van Diffenbaugh heeft met behulp van CMIP gevonden dat de daling van windscheringen vooral voorkomt op dagen van een laag CAPE-gehalte. Het dalende aantal windscheringen betekent dus niet dat automatisch het aantal stormdagen verkleint. Amerikanen kunnen de komende eeuw meer stormen verwachten, vooral in de lente. Volgens de voorspelling stijgt het aantal stormdagen per lente met tweeënhalf gedurende deze eeuw. Dat lijkt niet veel, maar als je beseft dat stormen niet zo vaak voorkomen in het huidige klimaat is het relatief een grote stijging, namelijk veertig procent.

Slecht nieuws

In een artikel dat een half jaar geleden in PNAS werd gepubliceerd, schatten onderzoekers al dat het aantal zware orkanen (de Katrina’s) dat de kust van de VS bereiken met twee tot zeven per jaar zal stijgen, als de temperatuurstijging gedurende de 21e eeuw één graad zal zijn. Het nieuwste IPCC-rapport, waarin zo’n 9.000 wetenschappelijke studies zijn verwerkt, verwacht dat het moeilijk of misschien wel onmogelijk zal zijn de temperatuurstijging onder de twee graden te houden, ook al is de stijging tot nu toe minder sterk dan ze hadden voorspeld in 1998.

De problemen zullen zich niet tot de west-Atlantische kust beperken. Het klimaatmodel EC-EARTH, dat is ontwikkeld door het KNMI, brengt slecht nieuws. De temperatuur waarbij extreem onweer ontstaat is 27 graden Celsius. Dat zal steeds vaker voorkomen en dichterbij huis. Orkanen hebben dus minder tijd om af te zwakken voordat ze in Europa arriveren. Vooral de Noordzee en de Golf van Biskaje krijgen het zwaar te verduren.

Meer begrip over het ontstaan van zware stormen of orkanen kan het waarschuwingssysteem verbeteren, waardoor schade kan worden beperkt. De combinatie van meer stormen met een zeespiegelstijging vraagt ook meer aandacht voor geavanceerder watermanagement.

Zowel een gunstig als een ongunstig scenario van het broeikaseffect betekent een stijging van het aantal stormen en orkanen. De Amerikanen krijgen het sowieso moeilijker. Harde bewijzen dat temperatuurstijging rechtstreeks de frequentie en intensiteit van orkanen beïnvloedt stapelen zich op. Vervelend, maar het is misschien beter dan onzekerheid.

TAIFOEN   Haiyan 

TAIFOEN   Haiyan    november 2013 

Superstorm Haiyan of Yolanda, zoals de storm in de Filipijnen genoemd werd ….kwam met  windsnelheden van ruim 300 kilometer per uur aan land.

Waar kwam deze tyfoon vandaan?
De tyfoon Haiyan ontstond in de Stille oceaan, 10 tot 30 graden boven of onder de evenaar.

In die gebieden beginnen met grote regelmaat tyfonen, ook wel orkanen of cyclonen genoemd. Het water heeft daar de hele zomer kunnen opwarmen tot een temperatuur van rond de 30 graden. Daardoor begint het water te verdampen. Die waterdamp kan in een rustige atmosfeer regenwolken vormen. Doordat de buien gaan samenwerken beginnen ze om elkaar heen te draaien, wat een lagedrukgebied oplevert dat een tropische depressie heet.

Deze depressies kunnen zich ontwikkelen tot tropische stormen en in het ergste geval tot cyclonen. Doordat de warme waterdamp condenseert in de wolken, krijgen deze een enorme hoeveelheid extra warmte mee, die ze hun kracht geeft. Hoe warmer het water, hoe sterker de orkaan.

Hoe zwaar was deze storm?
Volgens de Amerikaanse meteoroloog Jeff Masters is Haiyan de zwaarste tyfoon die ooit land bereikte. Of dat klopt, zal in de toekomst pas duidelijk worden. “Dat gebeurt aan de hand van de opgelopen schade en alle informatie die vergaard is vlak voordat de tyfoon aan land ging”, zegt ‘, zegt de Nederlandse weerkundige Reinout van den Born.

Het is overigens onwaarschijnlijk dat Haiyan de krachtigste orkaan ooit is.

In 1996 trok de cycloon Olivia over de Stille Oceaan. Die houdt het record voor de hoogste windsnelheden ooit gemeten: 408 kilometer per uur, maar Olivia kwam pas aan land toen de orkaan al veel aan snelheid verloren had. Haiyan lijkt aan land te zijn gegaan met windsnelheden van meer dan 300 kilometer per uur.

Waarom is er zoveel schade?
Een storm die met windsnelheden van ruim 300 kilometer per uur aan land komt is hoe dan ook catostrofaal. Een tyfoon als Haiyan heeft een diameter van honderden kilometers.

Een tyfoon is het gevaarlijkst op het moment dat hij aan land gaat. Dan gaat alles tegelijk mis: de storm veroorzaakt een vloedgolf van drie tot vier meter, die met grote snelheid over het land spoelt.

Als de plek waar de storm aan land komt net boven zeeniveau ligt, zoals in de Filipijnen het geval is, spoelt deze vloedgolf honderden meters landinwaarts. Iets dergelijks gebeurde ook in New Orleans, tijdens de orkaan Katrina.

Obstakels die de wind op zijn pad vindt zorgen ervoor dat de storm aan de onderkant wordt afgeremd, waardoor de orkaan chaotisch gaat bewegen. Zo ontstaan rukwinden, die nog meer schade aanrichten dan de harde wind alleen.

Ten slotte bevat een tyfoon een enorm hoeveelheid water. De regen die met de turbulente wind wordt meegeslingerd zorgt voor nog meer schade.

Worden de Filipijnen vaker getroffen dan andere gebieden?
Een groot gebied rond de Stille Oceaan – Filipijnen, Vietnam, Japan en Micronesië – wordt vaak getroffen door noodweer. “Veel vaker dan gebieden aan de Atlantische Oceaan, zoals de VS en Haïti, hoewel daar wel meer media-aandacht voor is”, zegt Van den Born. Bovendien zijn de stormen in Azië doorgaans zwaarder.

Dat komt door een gebrek aan golfstromen, die het vele oceaanwater de aarde rondsturen. Omdat zo’n golfstroom in delen van de Stille Oceaan ontbreekt, kan het water lange tijd stilliggen en opwarmen. Hoewel de watertemperatuur in de Golf van Mexico ook kan oplopen, wordt het water daar regelmatig afgevoerd naar koudere gebieden, waardoor de kans op een orkaan kleiner is dan in Azië. De Filipijnen hebben het extra zwaar, omdat ze vlak bij de kraamkamer van cyclonen liggen; een tyfoon hoeft hier maar een korte afstand af te leggen om de eilandengroep te bereiken.

Had de schade van Haiyan beperkt kunnen worden?
Waarschijnlijk niet. De Filipijnen hebben veel ervaring met stormen en zijn daardoor ook relatief goed voorbereid op noodweer. Maar een uitzonderlijk catastrofale tyfoon als Haiyan richt zo veel schade aan in zo’n enorm gebied, daar valt niet tegenop te boksen, denkt Van den Born. “Er wonen miljoenen mensen in het gebied waar de orkaan overheen trok. Die allemaal evacueren is niet te doen. Zelfs als we een tijd van te voren al wisten wat er zou gebeuren, zou het onmogelijk zijn om iedereen op tijd naar een andere plek te krijgen. Waar moeten ze heen?”

supertyphoon Haiyan

dodelijke stormen

superorkaan   taifoen Haiyan

Tyfoon Haiyan door klimaatverandering?

Zoom
© Wikimedia Commons
Deze kaart laat de orkanen zien die voorkwamen tussen 1985 en 2005. De Filipijnen worden elk jaar hard getroffen. Was de tyfoon Haiyan dus een ‘normaal’ verschijnsel, of speelt klimaatverandering toch een rol?

 Als de aarde opwarmt, warmt ook de bovenste laag van de oceaan op. Aangezien stormen hun energie uit warm water (boven de 27e graden) verkrijgen, zal de opwarming van de aarde het ontstaan van dit soort desastreuze weersomstandigheden in de hand moeten werken.

Logisch toch? Maar zo simpel is het niet. Het is ook bekend dat door opwarming meer windscheringen voorkomen. Windscheringen zijn winden die verschillende richtingen op waaien. Deze winden rukken orkanen juist uiteen.

Nature beantwoordt meerdere vragen naar aanleiding van de tyfoon Haiyan, waaronder: wat is het verschil tussen tyfoon, cycloon en orkaan?

°

‘Orkanen zullen meer schade aanrichten door opwarming van de aarde’

14/11/2013

Orkanen zoals die op de Filipijnen zullen vaker voorkomen door de opwarming van de aarde. De superstormen zullen ook meer schade aanrichten.

MENSELIJKE  ELLENDE 

'Orkanen zullen meer schade aanrichten door opwarming van de aarde'

© Reuters

  • Inwoners van Tacloban staan tot hun knieën in het stinkende water, waarin lijken, menselijke uitwerpselen en allerlei afval drijven.

Overlevenden van taifoen Haiyan tussen het puin in Tacloban, 10 november 2013.

Veel metereologen  verwachten  in de toekomst meer orkanen van het kaliber van Haiyan.En door de stijging van het zeepeil zullen die ook steeds meer schade kunnen aanrichten.

De supertyfoon Haiyan, die op de Filipijnen mogelijk meer dan 10.000 mensenlevens eiste, is een van de zwaarste stormen die de weerdiensten ooit op Aarde gemeten hebben.

°

De grote vraag  is ditmaal  of de klimaatverandering mee verantwoordelijk is voor de storm en zijn verwoestende kracht

°

Een gevolg van de opwarming van het klimaat?

—> De Filipijnse onderhandelaar op de klimaattop in Warschau Yeb Sano wond er alvast geen doekjes om:                                              Wat mijn land doormaakt als gevolg van deze extreme klimaatgebeurtenis is te gek voor woorden. Maar we kunnen er hier in Warschau een eind aan maken, zei hij.

Tijdens de 19e VN-klimaattop zei Yeb Sano  nog dat de Filipijnen weigeren te accepteren dat dit soort monsterstormen dood en verderf zaaien, zonder dat wordt gewerkt aan oplossingen. “Mijn land weigert te accepteren dat een 30e of 40e klimaatconferentie nodig moet zijn om het probleem van klimaatverandering op te lossen.”

Alle terechte wetenschappelijke twijfel ten spijt, is 2013 het derde jaar op rij dat de archipel af te rekenen krijgt met een monsterstorm en het zesde jaar op rij dat de tropische stormen het land honderden miljoenen dollars kost.    De Filipijnse Klimaatcommissaris, Naderev Madla Saño, berekende dat elk(van de 21 ste eeuwse ) taifoenseizoen de Filipijnen twee procent van zijn bruto nationaal product kost aan verwoeste oogsten en productiviteit en nog eens twee procent aan reconstructiekosten.

 —> Warm water   //

 Dat de klimaatverandering ervoor zorgt dat orkanen (of met een ander woord: tyfoons of cyclonen) talrijker en krachtiger worden, kunnen we volgens  vele  metereologen  niet met  zekerheid stellen.   (1)

De klimaatwebsite Climate Central citeerde Brian McNoldy, een klimaatwetenschapper aan de Universiteit van Miami. Hij stelt dat er geen wetenschappelijke basis is om het extreme karakter van Haiyan toe te schrijven aan de opwarming van de aarde. ‘

 ‘Je kan niet selectief zijn in het toewijzen van de impact van klimaatopwerming’, zegt hij. ‘Deze superstorm was net zo veel het resultaat van het huidige klimaat als al de andere stormen van dit jaar die minder krachtig waren.’(2)

Er zijn  trouwens  onvoldoende betrouwbare gegevens beschikbaar om te zeggen dat het aantal orkanen en hun intensiteit veranderd is ten opzichte van pakweg 100 jaar geleden. Daar weten we te weinig over.

°

_____________________________________________________________________________________

Feeding the Monster

…..we know what causes large-scale cyclones like hurricanes and typhoons: Heat.

Specifically, warm water, which provides energy to the storm. The water warms the air above it, which responds by rising. Surrounding cooler air is drawn in, is warmed by the water, rises, and the cycle continues. As it grows, the rotation of the Earth sets the huge air mass spinning, and you get a hurricane (or, as they are called when they’re in the Pacific Ocean, a typhoon (Taifoen ) — the generic term is a tropical cyclone). It continues to strengthen as long as more energy is available.

http://www.slate.com/blogs/bad_astronomy/2013/11/12/supertyphoon_haiyan_a_glimpse_of_the_future_now.html

__________________________________________________________________________________________

‘Wat we dankzij de wetenschap intussen wel weten, is hoe ze tot stand komen. Orkanen hebben warm water nodig om te groeien, en het is duidelijk dat de oceanen aan het opwarmen zijn. Een logische conclusie die je dan kunt trekken is: orkanen worden groter en krachtiger.’

‘Anderzijds zorgt dat warme water er ook voor dat de wind boven zee verandert, en zelfs de vorming van orkanen afremt… Een complexe materie’.

Het jongste rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), het klimaatpanel van de Verenigde Naties (VN). ‘acht het waarschijnlijk dat in een opwarmend klimaat orkanen krachtiger zullen worden, van het kaliber van Haiyan en Katrina.’

Meer schade

Wat metereologen wèl met zekerheid kunnen zeggen, is dat de zeespiegel stijgt.

Uit gegevens van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) blijkt dat het voorbije decennium het zeepeil jaarlijks gemiddeld met 3,2 millimeter is gestegen. In de 20e eeuw was dat gemiddeld 1,6 millimeter. Een en ander maakt dat orkanen gevaarlijker worden voor kustbevolkingen, aldus de WMO.

‘De snelheid waaraan de zeespiegel stijgt, heeft enorme effecten : ‘Het betekent onder andere dat koraalriffen harder moeten groeien, maar die kunnen dat niet bijhouden als gevolg van de verzuring van de oceanen. En het zijn die koraalriffen die als een soort natuurlijke golfbreker bescherming kunnen bieden aan kwetsbare kustgebieden.’

‘Feit is ook dat de waterhuishouding op haar kop staat.

Een warme atmosfeer houdt meer vocht vast, waardoor het op verschillende plaatsen in de wereld steeds vaker en heviger zal regenen. En heel wat grote steden die historisch ontstaan zijn in de buurt van een riviermonding, lopen op hun beurt het risico dat ze bij noodweer te veel water te slikken krijgen.’

Dat alles in beschouwing genomen, maakt dat we kunnen verwachten dat noodweer zoals orkanen in de toekomst meer schade zal aanrichten’

° Vooral Global Warming  ? 

De Australische Sydney Herald was alleszins  een stuk affirmatiever. Die krant citeerde Will Steffen, een onderzoeker aan de Australian National University (ANU), die verwees naar het feit dat een warmer en vochtiger klimaat –dat reeds vastgesteld is- een duidelijke invloed heeft op stormen zoals Haiyan.

Een cycloon haalt het grootste deel van zijn energie uit de oppervlaktewaters van de oceaan. We weten dat die oppervlaktewateren zowat over de hele planeet opwarmen. In die zin heeft klimaatverandering een behoorlijk directe impact op de natuur van de storm’, zegt Steffen.

“De opwarming van de aarde zorgt ervoor dat de temperatuur van het water van de oceanen hoger wordt. Daardoor kunnen er vaker tyfoons voorkomen zoals Haiyan, “Dat zegt meteoroloog Hans Roozen. Warm zeewater

Voor het ontstaan van orkanen is de zeewatertemperatuur bepalend. “Ergens tussen 26,5 en 27,0 graden ligt de kritische grens’‘, legt meteoroloog Roozen uit. “Een orkaan wordt gevoed door warm zeewater. Stel dat het zeewater continu 29 graden zou zijn, dan zijn er vaker orkanen die ook meer schade zullen aanrichten.”

Voor de Filipijnen en de regio geldt nu een orkaanseizoen van april tot en met januari. “Maar door de opwarming van de aarde, stijgt ook de temperatuur van het zeewater en als we niet oppassen is er straks het hele jaar rond kans op orkanen.” Een orkaan verliest boven land altijd snel aan kracht en wordt dan een tropische storm.

‘Ideale’ voorwaarden
Overigens waren alle voorwaarden voor het ontstaan van de tyfoon Haiyan aanwezig. Zo werkten de zeewatertemperatuur en de hoge- en lagedrukgebieden mee.

“De zogenoemde straalstroom op 9 à 10 kilometer in de hoogste atmosfeer had de windkracht nog kunnen laten afnemen, maar dat is niet gebeurd. Flauw gezegd had Haiyan de wind in de rug. Alle seinen van Moeder Natuur stonden op groen voor dit natuurgeweld.’

REACTIES EN AANVULLINGEN

(1)  in een wereld die opwarmt kun je meer tropische stormen en orkanen zoals Haiyan verwachten. ?

Nu al bevat de dampkring zo’n 4 procent meer waterdamp en is de toplaag van de zee enkele tienden van graden warmer dan een jaar of vijftig geleden. Dat geeft heftiger en nattere stormen, is de gedachte.

°

‘Je kunt absoluut niet zeggen dat een afzonderlijke tyfoon is toe te schrijven aan klimaatverandering’, zegt KNMI-onderzoeker Rein Haarsma. Er zijn vele tyfonen nodig om, met het juiste statistische gereedschap, eventuele trends te kunnen lospeuteren.

Geen trend omhoog of omlaag
In de Atlantische Oceaan zijn de voorzichtige eerste aanwijzingen dat er iets verandert wel – al zijn ze omstreden – maar in de Stille Zuidzee nog niet. Toen Japanse en Taiwanese onderzoekers een paar jaar geleden alle tyfonen die tussen 1902 en 2005 in de Filipijnen aan land waren gekomen uitzetten in een grafiek, zagen ze daarin geen enkele betekenisvolle trend omhoog of omlaag.

Als er al iets van invloed is, dan zijn het de trage natuurlijke schommelingen van de zeewatertemperatuur, die de tyfonen nu weer wat meer naar het oosten, dan weer wat meer naar het westen sturen, aldus de wetenschappers.

Anders wordt dat wellicht in de toekomst.

Deskundigen gaan er ruwweg van uit dat het aantal tropische stormen in een opwarmende wereld iets afneemt, maar dat ze in kracht zullen toenemen.

Afnemende aantallen:

in een warmere wereld zijn ook de hogere luchtlagen warmer, en dat remt de vorming van wolkenclusters. maar er zijn ook  krachtiger stormen  boven zeeën die warmer zijn, want  eenmaal gevormde orkanen kunnen meer energie opnemen.:

  © epa.

‘Effecten over twintig jaar merkbaar’
Wanneer dat merkbaar wordt, is onzeker en hangt onder meer af van hoe snel de aarde opwarmt. Haarsma denkt de effecten al over een jaar of twintig in de statistieken te kunnen waarnemen, een cycloonexpert als Gabe Vecchi van het Amerikaanse klimaatcentrum NOAA houdt het op rond het jaar 2100.

In steen gebeiteld zijn de prognoses daarmee niet.

Zo voorzien de studies belangrijke regionale verschillen: terwijl er volgens de computermodellen bij een voortgaande opwarming over een eeuw beduidend meer supercyclonen in de Noord-Atlantische Oceaan zullen zijn, lijkt er uitgerekend rondom de Filipijnen nauwelijks iets te veranderen.

(2) Maar  dat belet niet, schrijft de auteur van het stuk, dat er grote wetenschappelijke consensus is over het feit dat dit soort superstormen in de toekomst veel frequenter zullen voorkomen als gevolg van de opwarming van aarde en oceanen. ‘Sommige studies hebben vastgesteld dat de uitstoot van roet in Zuid-Azië, gecombineerd met globale opwarming, de dwarskracht van de wind boven de Indische Oceaan al verminderd heeft, wat de intensiteit van de tropische stormen in dat gebied al versterkt heeft de voorbije jaren.’

°

OCTOPUSSY

°

BIODIVERSITEIT  

MOLLUSCA  

WEEKDIEREN  

°

Trefwoorden

CEPHALOPODA   

°

27-03-2009

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<– oorspronkelijk  uit bloggen be  octopussy  =  (OCTOPUSSEN  EVOLUTIE  -)

1.- VONDSTEN   IN  LIBANON 

Keuppia levante sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâdjoula (Lebanon).
Middle Cretaceous in Lebanon,

The holotype specimen Keuppia levante (Image credit: Dirk Fuchs, )
http://www.examiner.com/x-1242-Science-News-Examiner~y2009m3d17-Against-the-odds-ancient-octopus-fossils-discovered
another  Source here

Keuppia levante is een van de  drie (1) zopas  in  libanon  ontdekte  -95a-100 MY oude ,  fossiele  octopus soorten
(Octopoda (=Incirrata)http://nl.wikipedia.org/wiki/Achtarm  )uit het krijt

—>  Octopus fossielen zijn  zeldzaam  en  ongebruikelijk :  
Ze  bezitten geen  inwendig skelet (2)   en  daardoor zullen  na hun dood  de  weke delen  binnen enkele weken compleet verschrompeld zijn.Dit exemplaar is  echter  uitzonderlijk  compleet :   zelfs de inktzak en zuignappen zijn nog  te onderscheiden

Bovendien  ging  vroeger  niemand   gericht   op zoek naar een fossiele octopussen  , om die bovenvermelde  redenen
Toch waren  en zijn er  reeds   fossiele octopussen  bekend

O.m. uit diezelfde site  Middle Cretaceous in Lebanon ____   een zogenaamde Lagerstaete  wat staat voor een bepaalde type  formatie die exceptionele bewaring  van  (ook zachte  )weefsels mogelijk maakt  _____,werd al 100 jaar geleden een  andere  fossiele  octopus  , de  Palaeoctopus  gerecupereerd

Cretaceous Octopus Fossil

Woodward’s 1896 specimen / Old Covent, Sahel-el-Alma, Mount Lebanon( British Museum of Natural History in London)
Order Cirroctopoda(?) familie ,  Paleoctopodidae
Palaeoctopus is preserved as a film, or tissue impression, in sandstone. It is a short squat eight-armed octopus with an indistinct head.
Much as with Pohlsepia and Proteroctopus, Palaeoctopus has a pair of triangular fins on either side of its head though these are smaller than Proteroctopus.( zie appendix )
A faint trace of a web uniting the arms is visible and the presence of suckers on the arms has been identified.

Palaeoctopus newboldi

°

Er  zijn daar bovenop  genoeg  andere   fossiele COLEOIDEA  (–>  inktvisachtigen  mét  inwendige schelp )gevonden
–>-Tegenwoordig worden fossielen zeer gericht gezocht.
De kennis van de tijdschaal van de evolutie en van de geologische vorming van de aardlagen is zo ver gevorderd  dat paleontologen gericht  op locaties kunnen zoeken naar tussenvormen om hun hypotheses te testen. 
In hoeverre dit   fossiel (mogelijks)  gericht is gezocht  , weet ik (nog ) niet
Maar de
 keuze van de  site is zeker niet toevallig  (zie hierboven )

_

De ontdekker van de huidige libanese  fossielen  ,    Dirk Fuchs van de Universiteit van Berlijn.,  zei
Deze dingen zijn 95 miljoen jaar oud, maar één van de fossielen is nauwelijks van levende soorten te onderscheiden,”

Dat is een “onvoorzichtige” uitspraak die natuurlijk  door allerlei creationisten zal worden  ge-quoted
( Nu door  bijvoorbeeld ..de( Belgische YEC-er ) Oneof   ,naprater  van    de (Nederlandse  fundamentalisten van   ) Schepper en zoon  (3)

Creationisten  zijn er natuurlijk,  ook zonder die quote,   al  als de kippen bij__ zoals een korte  lezing van lezersbrieven en reacties op blogs laat zien  ____ om te  verklaren dat  ;

” Vreemd  ,dat  octopussen  er na al die miljoenen jaren nog hetzelfde uitzien. “(3**)
en ook Harun Yayah  volgelingen zullen het gegeven beslist  gaan gebruiken 


°


Maar creationisten   vergeten een bepaald  gedeelte   van de anatomie dat  kompleet anders  is dan van  de huidige  octopussen  :
Er  is zelfs  geen enkele andere  huidige koppotige( cephalopoda )  die   een  zelfde   GLADIUS  bezit   als dit fossiel . 
°

Deze  fossiele en  de huidige octopussen  gelijken  alleen oppervlakkig  op elkaar .
Het kompleetste  fossiel  bezit een  herkenbaar  vestigale  schelp  de gladius

http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/18/octopods-from-the-cretaceous/

De gedetailleerde  schets (rechts ) met de  vestigale gladius  van het holotype, MSNM i26320a 


holotype, MSNM i26320a

(Click for larger image)
Keuppia levante sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâdjoula (Lebanon). A,
holotype, MSNM i26320a. B, sketch of the holotype

PZ MEYERS  :
” ….there is a shell gland a chitinous chunk of vestigial shell called the gladius…”

Gladius/Zwaard. 
Hoornige, veervormige schelp van inktvissen. 
Komt overeen met de opperhuid van een schelp.
 http://www.soortenbank.nl/soorten.php?so

(PZ MEYERS )
Octopods also have something similar, but in modern forms it is reduced to a delicate little rod-like bar, nothing more.

Note that in Keuppia above, the gladius is relatively robust — it looks like a pair of clamshells imbedded in the head. Next, here’s another of the specimens found in this locality, Styletoctopus annae.
Look at the gladius here. “

i-4c45d63a0a312e034a823a85d9e7fe0a-styletoctopus.jpeg

Styletoctopus annae sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâqel (Lebanon). 
A, specimen MSNM i26323. B, close-up of A showing the imprints of the stylets situated in the lateral mantle sac.

–> Deze ontdekking  is eveneens  biezonder omdat   het hier  gaat   om de   zoveelste (zogenaamde  )” transitionnal  “(4)
*het fossiel bevat een mix  van kenmerken  (= een mozaïk )
*K.Levante   bezit  een tweedelige  robustere  versie  van een vestigale  gladius , ( in elk geval  robuuster  dan de rudimentaire gladius-resten van de   huidige   leden  van de  moderne Familie Octopodidae

(nota ) Er wordt soms een andere classering gebruikt  waarbij  de hier  in dit  artikel en figuur  gebruikte 
(Engelse )Octopoda —>  =  ( ned ) Onderorde Incirrina (octopoda)     ,   (Engelse )   Ciroctopoda  —-> =  (ned) OnderordeCirrina  )

” ….If you put these data together with other observations of even older cephalopods, including more squid-like forms, you get a picture of an evolving morphology from an ancestral unpaired shell to a divided form to spread-apart lateralized stylets to the modern, even more reduced form…..”
i-84a4f08733ca149207ee361c9b486c52-oct_phylo.jpeg

(Click for larger image)

http://geology.about.com/b/2009/03/18/fossil-octopus-really.htm
http://www.sciencedaily.com/releases/2009/03/090317111902.htm
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/octopods_from_the_cretaceous.php
http://www.msnbc.msn.com/id/29757659

abstract 
NEW OCTOPODS (CEPHALOPODA: COLEOIDEA) FROM THE LATE CRETACEOUS (UPPER CENOMANIAN) OF HÂKEL AND HÂDJOULA, LEBANON
Authors: FUCHS, DIRK1; BRACCHI, GIACOMO2; WEIS, ROBERT3
http://www.ingentaconnect.com/content/bpl/pala/2009/00000052/00000001/art00005
Evolutie van giften
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/04/cephalopod_venoms.php

____________________________________________________________________________________________________________________________________

NOTEN EN COMMENTAREN

(1)
Keuppia levante gen. nov., sp. nov.,
Keuppia hyperbolaris gen. nov,. sp. nov.
Styletoctopus annae gen.

(2)
De    COLEOIDEA   bezitten echter  wel een   inwendige ( meestal  brose ) schelp =de  meeste  fossiele cephalopoden   werden voornamelijk  (en worden nog )  door paleontologen gedetermineerd  aan de  hand van de (uitwendige ) ” schelp“(bv.ammonieten )
en de inwendige schelp ( bv.Belemnieten )
Bij octopussen ( die tot de  Coleoidea  behoren  )  is dat een klein beetje  anders

http://www.geologie.ac.at/filestore/download/BR0046_045_A.pdf
(waaruit )
“…..Their (= the octopoda) evolution can be demonstrated by allometric growth and reduction of the middle field of the gladius.  ”
Toch zijn  fossielen van  weke delen  van organismen ___en van erg vluchtige  voorvallen ____ bewaard  gebleven  ….
er  zijn  bijvoorbeeld  “fossiele”  regendruppel-inslagen en voetafdrukken  in  vulkanische  as bewaard gebleven ; om nog maar te zwijgen van  allerlei  sporen  van dino’s
Er zijn ook  kwallen en” weke “skeletloze  overblijfselen  van andere  precambrische organismen bekend  –> bijvoorbeeld   Dicksonia

(3) Bijvoorbeeld de Nederlandse  YEC creationist  ;  Schepper & zoon heeft het  ook  over
Van ‘primitieve’ octopussen werd verondersteld dat ze vlezige vinnen aan hun lijf hadden, maar daarvan werd niets gezien bij deze fossielen, hoewel ze uitzonderlijk goed bewaard zijn gebleven.”
maar dat is mogelijk  een afleidings-manoeuvre (of een niet terzake doende  opmerking   , die alleen maar  een of andere    veronderstelde  (hypotghetische) “primitieve “octopus-voorouder   verder  weg  doet plaatsen  in de tijd  …)
Waar het om gaat is  de  vestigale  GLADIUS ( in vergelijking met de  rudimentaire  gladius-resten   van tegenwoordige octopus-soorten ) ,maar  daarover zwijgt men  …..

(3**)
Hier vind je enkele  antwoorden aan   (amerikaanse ) creationisten
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/in_which_i_am_woefully_accurat.php
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/even_dumber_than_denyse_oleary.php
Omdat nederlandstalige   creationisten veelal   clonen zijn van “amerikaanse”voorbeelden  , is het verantwoord te verwijzen naar  de
antwoorden  van de  amerikaanse “debunkers ” :  je zit dan meteen aan de bron  van die “eindeloze discussies ” …

( vertaalde  samenvatting uit bovenstaande  blogposts  )
a-
“…….Creationisten  beweren  dat   deze  nieuwe   vondsten  een  “voorbeeld zijn van  stasis ”  ( bijvoorbeeld hier –>  false conclusion that this is an example of stasis  )….
Maar  dat is niet zo  : deze fossielen zijn duidelijk verschillend van moderne vormen

  ( amerikaanse )Creationisten  beweren  verder , op grond van die valse conclusie ,   dat ;
De
 octopus (vulgaris?  ) “helemaal niet evolueerde  “

Noteer echter dat het bezit van  acht  tentakels   ,  een zeer algemeen kenmerk is van  de  octopodiformes   ….
De evolutionaire   veranderingen  die worden  beschreven kan je niet zomaar   verwerpen  omdat
je meent   dat  ”  alles met acht “armen “bezaaid  met herkenbare zuignappen   , wel hetzelfde soort  schepsel moet zijn  ”
Er zijn meer dan 200 verschillende  species opgenomen   in de familie Octopodidae, en er staan  meer dan  100  specima  te wachten op verdere  beschrijvingen en classificatie in die  familie   ___er zijn ongetwijfeld nog meer octopodidae  die op ontdekking wachten .
De octopodidae  zijn  van een  ongelofelijk diversiteit ( en dat alleen al wijst op een zeer  hoge ouderdom van hun  gemeenschappelijke  voorouder  met andere  octopusachtigen ( waarvan velen ook acht  “armen “bezitten  )

Deze blinde beunharen  en  morosofe  kwaks ( of misschien wel  regelrechte leugenaars ?) doen eigenlijk  steeds hetzelfde  .
Zo zouden  ze  ___ eenzelfde redeneertrant volgend ____ook  gemakkelijk  de paleontologen erop kunnen wijzen  dat  ;
Er   GEEN  evolutie heeft plaatsgevonden  , omdat  365 miljoen oude  tetrapoda …… net als  alle hedendaagse   zoogdieren  nog  steeds  vier  ledematen bezitten …..”

(Mijn commentaar )
In feite is  het hier aangevoerde  creationistische ” bezwaar ” de aloude mantra  :
” Hoe  gegeven  organismen  ( zoals hier  , de octopussen )   ook mogen varieeren
ze blijven  octopussen   ( = een bijbelse “geschapen  “soort   of  “baramin ( baranoom  )”
waarbij  micro-evolutie  wordt aanvaard  en macroevolutie  ontkent
(micro en macro evolutie uiteraard in de creationistische terminologie  / betekenissen  )

(anderen )
* Veel  volwassenen kennen  nauwelijks   het verschil  tussen  een  spin, een insect en  zelfs kleine schaaldiertjes  (= pissebedden ) ;
Ze  vatten dat alles  gemakshalve samen als  het   te verdelgen    “klein kruipend   (on)gedierte ”  :  de  “beestjes ”
Deze creationistische  artikels tonen  nogmaals aan dat  hun doelgroep  diegenen   zijn  met het grootst mogelijk  onbegrip  over de natuur  ___
en die er het meest  over willen  vertellen  . Ze  vinden  dat zij  serieus  moeten  worden  genomen   als  plaatselijke  “autoriteiten” ter zake  …
zelfs als ze worden herkend als  ignoramus
Iets waarop  creato’s  inspelen  opdat ze hun meningen  ( met een grote portie  populair appeal ) als  “wetenschappelijk valabele  en verantwoorde   kritiek  ”
verder kunnen slijten

*” ….De 95 miljoen-jaar-oude octopus evolueerde  uiteindelijk niet  als  puntje bij paaltje komt ” ( Denise O’Leary  )
Echter  deze gevonden  octopus is een  basale vorm  uit de  orde  der  octopoda ____net zoiets  als… de   afstand maki-Mens .
Iemand moet een  classificatie-cursus   volgen

.*…de morfologische  verschillen tussen de  voorbeelden  uit het krijt    en   de  moderne octopodae zijn op zijn  minst even  divers  als die tussen  chimpansees en mensen.
Indien er slechts  micro evolutie en variatie is  opgetreden in het  inkvis -baramin ….wat is dan  de reden  om  de mens NIET te zien als een variatie  van de chimp ? (of omgekeerd )

*Zelfs als de fossiele octopus morfologisch  identiek  moest  zijn   ( wat hij  niet IS )  aan eigentijdse , zou dat nog  niets zeggen  over  de genetische drift , welke zich niet noodzakelijk  dient te manifesteren in de  restanten van de  fysieke verschijning

b.-

(creato )
1  “Wetenschappers  zijn in verwarring   gebracht door de vondst  van  het recentste fossiel ”
2″ Het is een octopus die zij  op 95 miljoen  jaar oud hebben geschat  ”
3 “en,weet je  wat?
Het  ziet eruit als een moderne  hedendaagse  modern  octopus –  kompleet  met acht armen , met rijen zuignappen   en zelfs sporen van inkt. ”
4 “Het lijkt erop  dat in al die tijd  de octopus niet  is  geëvolueerd  – niet eens  één uiterst klein beetje.
 ”

(PZ)
1.- Wetenschappers  zijn helemaal   niet  door deze ontdekking in de war  gebracht.
2.-  Oppervlakkig gezien is dit juist
Alhoewel  – ze ” schatten”  het niet (zonder onderbouwing )  op – 95 miljoen jaar .
De creationist  probeert de indruk te wekken dat het hier omeen blote gissing  (= slechts een “‘claim”)gaat …
Het is een conclusie die door het geologische  bewijsmateriaal wordt gesteund.
De vondst is gedaan in een geologische formatie die minstens al honderd jaar bekend is  en  telkens weer  is gedateerd en gekontroleerd
3 .-Er zijn honderden octopus-soorten
De hierboven vermelde  beschrijving van de “octopus ”  is van kleuter niveau  ,een vierjarige die  met een kleurpotlood iets krabbelt
De fossielen  (er waren verscheidene geïdentificeerden species) lijken NIET  op  moderne octopods, maar hebben verscheidene veelbetekenende verschillen.
4 .-Compleet  vals.
De creationist heeft het wetenschappelijke   paper ( en uiteraard de argumenten ) niet gelezen  dat deze fossielen in de  lange geschiedenis van evolutieve veranderingen
en  vertakkingen binnen het   geslacht (plausibel )  inpast.

Ik kom toch nog eventjes terug op die  Schepper&zoon -figuur
die schrijft  o.a.   in het kader  van  een   soort  persoonlijk  kommentaar  op een  creationistisch  bewerkt  artikel over deze vondsten ;
Een evolutionaire voorloper van deze beesten kan niet worden getoond en in 95 miljoen jaar zou er niets aan ze veranderd zijn,
terwijl in diezelfde tijd dino’s in vogels veranderden.
Hier is iets niet in de haak als je het mij vraagt.”

1.- de evolutionaire voorloper  van “deze beesten”   is nog niet met zekerheid bekend …..heilaas zal  ook deze voorloper  niet worden  herkend  daar geen enkele van  al “deze beesten ” een   identiteitskaart op zak  heeft  of een  trouwboek  bezit
..Een beschrijving  , robotfoto’s    van   een mogelijke  kandidaat  binnen een  bekende  fossiele   groep waaruit ” deze  ( nu gevonden  fossiele)beesten ”   kunnen zijn voort gekomen , is echter  wél voorhanden
2.-” er zou niets veranderd zijn “=  is een  tendentieuze  sxuggestie die   een  ordinaire  ,   verdraaiende  leugen  tracht te  verbergen    – De huidige  verwanten /  collaterale  afstammelingen  van die  beesten  zijn dus wél veranderd  …  de gevonden  fossielen en  de hedendaagse octopussen  zijn  morfologisch  /anatomisch  wel  degelijk andere beesten
, terzelfdertijd vertonen ze ook veel  gelijkenissen  ….nogal duidelijk  toch ?
Lees   trouwens  de” paper ” , zodat je er iets meer  van afweet  dan de schijver van die creato- kwakkels en suggestieve truuks   …
3.-  Vogels  ZIJN  de   huidige  nog levende  dino’s….Niemand weet  op welk moment  of tijdstip  (een ) afstammingslijn( en ) uit  een bepaalde dino -groep  is afgetakt  die dieren heeft opgeleverd die men  “vogels” kan noemen ….Die creato  weet dat  blijkbaar wél ?
alhoewel  hij niet in evolutie “gelooft “( evolutiekunde   is trouwnes  geen geloof maar  een  interdiciplinaire wetenschap !!!   )
Er is echter  wel degelijk  genoeg  fossiel ( en  ander  vergelijkend ) materiaal  om de link   theropoda -moderne vogels , te kunnen maken  en te  ondersteunen …
4.- Wat hier ” niet in de haak”is ?   De  moedwillige onkunde   en  de mogelijke  leugenachtigheid  van deze creationist ….is voor iedereen duidelijk

(4)
Eigenlijk  is elk  fossiel (en  extant organisme )een ” transitionnal “ …
*
De term ( in het biezonder   het creationistische weggevertje  ” missing link “  )
heeft   bar  weinig  te  maken met  de wetenschap  zelf  maar  alles met  opherklopte en   sensationele persberichten  erover

——————————————————————————————————————————————————————————————————–

andere  CEPHALOPODA  

APPENDIX
(OPGEPAST  !!! de  volgende   artikels   zijn  wel   iets   verouderd  sinds deze nieuwe  vondsten  )

(Victor Strijdbos ) 

Evolutie van de Cephalopoda.
De oudste Cephalopoda zijn vermoedelijk ontstaan uit de monoplacophora, de oermollusken. Het lichaam verlengde zich in dorsoventrale richting en de voet verplaatste zich naar de kopstreek.

mollusca-phylog



Mogelijke evolutie series binnen de  mollusca 

evolutie mollusca(naar Salvini-PLawen )

crown group  and ancestors

crown group and ancestors 

°De mogelijke evolutie van de oermollusk  naar de Cephalopoda.

De voet ontwikkelde zich tot een nieuw bewegingsysteem, er vormden zich tentakels en 2 over elkaar liggende lappen, die samen een trechter vormen. Het dier bezit tentakels welke aan zijn kop bevestigd zijn, vandaar koppotigen. Uit deze traag voortbewegende vorm van Cephalopoda hebben zich weer actievere soortgenoten ontwikkeld. Een aantal tentakels reduceerde naar stevige armen en de trechterlappen vergroeiden met elkaar. De ingewandenzak werd nog langer, de mantel overgroeide de schelp die geleidelijk kleiner werd. Er zijn ook Cephalopoda met een inwendige schelp, zoals o.a. bij de belemnieten.

De uitwendige schelp, een ronde- of ellipsvormige conische rechte of opgerolde buis, is verdeeld in kamers. Een goed voorbeeld vanrecente Cephalopoda met een uitwendige schelp is de nautilus

Een ammonoida

ceratites

CERATITES 

nautilus 2

Nautilus

en met een inwendige schelp de sepia.

sepia zeekat
De uitwendige schelp van de Ammonoidea en Nautiloidea, werd omgevormd tot een hydrostatisch orgaan.
Bij Cephalopoda met een inwendige schelp verloor de schelp de drijffunctie.
De schelp werd achteraan verzwaard door materiaalafzetting, hierdoor krijgt men een betere gewichtsverdeling.
Het dier werd duidelijk mobieler en kon zich ook sneller horizontaal bewegen.

°
De evolutie ging nog verder,
nog meer actieve Cephalopoda reduceerden de schelp tot een dunne hoornpen zoals bij de pijlinktvissen.
Snel zwemmende Cephalopoda verloren hun schelp volledig, zoals bijvoorbeeld bij de Octopoda

Indeling van de Cephalopoda

De klasse Cephalopoda wordt onderverdeeld in 3 ordes: Ammonoidea, Nautiloidea en Coleoidea.
Ammonoidea hebben een uitwendige schaal, meestal planispiraal. De sutuurlijn is meestal complex en er is een eenvoudig siphokanaal aan de buitenrand van de venter.
Nautiloidea bezitten ook een uitwendige schaal, de sutuurlijn is eenvoudig en er zijn complexe siphonale trechters. Het siphokanaal ligt in het midden van de septa.


mollusca-nested-hierarchy

Bestand:Cuttlebone.jpg
Coleoidea
hebben een inwendige schaal, ( het zogenaamde “zeeschuim” ) zoals bij sepia.
de  sepia is trouwens  ook  een  achtarmige inktvis

Als fossiele Coleoidea denken wij aan de belemnieten.

Nautiloidea en Coleoidea zijn recent nog vertegenwoordigd.


OVERZICHT  OCTOPUS EVOLUTIE

http://www.tonmo.com/science/fossils/fossiloctopuses.php

 tree-of-life-mollusca
Phyllum MOLLUSCADE CLASSIFICATIE  VAN DE CEPHALOPODA  IS NOG STEEDS NIET  AFGEWERKTBOVENDIEN WORDEN OUDE EN NIEUWE  CLASSIFICATIE- SCHEMA’S ( EN VOLGENS DE  VERSCHILLENDE  TAALGEBIEDEN  ) NOG STEEDS  DOOR ELKAAR GEBRUIKT ( ook in de wetenschappelijke  publicaties  !!!  )…..1.- Encyclopedia of Life
http://www.eol.org/pages/2312Molluscs +

http://www.tonmo.com/science/public/vampyroteuthis.php

 

ZUURSTOF

°

   GEOLOGIE  

°

LINKS  ;

http://www.daeme104.centerall.com/page506_5.php   (aardse atmosfeer )

De samenstelling van de dampkring is sinds het ontstaan van de aarde, 4,6 miljard jaar geleden, sterk veranderd.We weten niet precies hoe onze atmosfeer is ontstaan, maar wel weten we dat de samenstelling ervan flink is veranderd sinds onze planeet zo’n 4,6 miljard jaar terug uit een wolk van gas en stof om de jonge zon ontstond.

De aarde was te klein en te heet om zijn eerste atmosfeer van waterstof en helium vast te houden. Daarna werd hij geleidelijk kouder en is er een vaste korst met vulkanen ontstaan, waaruit de tweede atmosfeer van waterdamp en kooldioxide werd gevormd; met kleine hoeveelheden stikstof, ammoniak en andere gassen, maar nog steeds zonder zuurstof.

Hierna gebeurden er twee dingen die van belang zijn voor het ontstaan van de huidige atmosfeer. Ten eerste werd de aarde door ijskometen gebombardeerd, waardoor er enorme massa’s water naar de aarde zijn aangevoerd. Zeer waarschijnlijk is het water in de oceanen grotendeels van buitenaf gekomen. Daarin losten grote hoeveelheden kooldioxide op, die op die manier uit de atmosfeer verdwenen.

Het leven op aarde ontstond ongeveer drie miljard jaar geleden, toen ook de zuurstofproducerende cyanobacteriën zich begonnen te verbreiden. Gedurende lange geologische periodes produceerden die zuurstof.

De zuurstof belandde in eerste instantie echter niet in de atmosfeer, want veel elementen, zoals ijzer, reageerden namelijk direct met de zuurstof en gingen er een verbinding mee aan.
Uiteindelijk kwam de zuurstof toch in de atmosfeer terecht, en bleef daar ook.

Toen ontstond ook de ozonlaag, die het leven tegen de ultraviolette zonnestraling beschermt. De afgelopen twee miljard jaar had de aarde een zuurstofrijke atmosfeer, die op de huidige lijkt; onderzoeken tonen aan dat het zuurstofniveau met tussenpozen van miljoenen jaren wisselt. 

http://www.museumkennis.nl/nnm.dossiers/museumkennis/i002642.html

http://nl.wikipedia.org/wiki/Marine_Isotope_Stage                                                                                      http://nl.wikipedia.org/wiki/Proterozo%C3%AFcum                                                                                   http://www.webelements.com/oxygen/geology.html

°

Het ontstaan van meercelligheid ging gepaard met de sterke stijging van het zuurstofgehalte in de atmosfeer. (1)

14 januari 2013

Fossilized cyanobacterial endoliths: Eohyella dichotemata of Late Protetozoic and Eohyella fossil assemblage or Eohyella campbellii ~ at 1.5 Ga, the oldest known microbial endolith

     

compare withHyella stella ~ similar to Eohella dichotemata of Late Proterozoic /

Compare a modern Lyngba sp.
with fossil thin-section of filamentous Palaeolyngbya, Bitter Springs chert, Late Proterozoic

  

http://cyanophyta.blogspot.be/2006/12/fossilized-cyanobacteria.html

Het is voor het eerst dat het ontstaan van meercelligheid in verband wordt gebracht met de ‘Grote Zuurstofcatastrophe ‘. Wetenschappers schrijven dat maandag in PNAS.

De “Grote Zuurstofcatastrophe ” is het moment in de prehistorie dat het gehalte aan zuurstof in de atmosfeer sterk steeg, en daarmee de verdere  ontwikkeling van leven gemakkelijker maakte.  (2)

Dit gebeurde zo rond 2,4 miljard jaar geleden. (UPDATE  —> zie volgend artikel ) 

Blauwalgen

Cyanobacteriën of blauwalgen, een groep van zuurstofproducerende, vroege levensvormen, bestonden al ver voor de Zuurstofgebeurtenis. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat deze bacteriën meercelligheid begonnen te vertonen precies rond de tijd van de zuurstoftoename.

De onderzoekers bekeken daartoe fossielen van oude exemplaren en verzamelden genetische gegevens van de nu nog levende cyanobacteriën.

Ze concluderen dat de twee gebeurtenissen aan elkaar verwant kunnen zijn, omdat meercelligheid de bacteriën de mogelijkheid bood om niches, of ‘rollen’ in de natuur, efficiënter te vervullen.

De snelle groei die daar het gevolg van was, zou, met de snel toegenomen zuurstofproductie, kunnen verklaren waarom de Grote Zuurstofgebeurtenis plaatsvond.

Basis

“We beginnen nu te begrijpen dat het ontstaan van meercelligheid in cyanobacteriën waarschijnlijk aan de basis heeft gestaan van de grote zuurstofgebeurtenis”, zegt onderzoeker Jurriaan de Vos. “Die gebeurtenis heeft mogelijk de loop van de evolutie van al het leven op aarde beïnvloed, inclusief die van cyanobacterien zelf.”

Door: NU.nl/Stephan van Duin

REACTIES 
(1) —-> … of meercelligheid was mogelijk op het moment dat er meer zuurstof was … ?

  1. Ik heb altijd gelezen, dat de enorme toename van het atm. zuurstofgehalte meercelligheid mogelijk maakte. Dus eerst meer zuurstof, toen meercelligheid.                                                                                                                                                                                                 De hogere cellen  (Eukaryote cel), waar alle planten en dieren uit bestaan, heeft itt de primitievere Prokaryote cel (bacteriën, blauwalgen) veel meer energie en O2 nodig.                                                                                                                                                                          Dit werd dus pas mogelijk toen er vanaf 2.4 gigajaar (gj) geleden O2 in de atmosfeer kwam, vermoedelijk in eerste instantie door cyanobacteriën (blauwalgen, dus Prokaryoten), later ook door gewone groene algen (dus Eukaryoten).                                                —>  Meercelligen hebben nog veel meer O2 nodig en dat gebeurde pas vanaf plm. 0.8 gj (dus 800 miljoen jaar) geleden, toen het vrije O2 gehalte in de atmosfeer enorme ging stijgen. Dit kon, doordat toen de aardkorst verzadigd was met O2 en er dus een overschot voor de atmosfeer overbleef.                                                                                                                                                                           Relatief niet zo lang daarna, vanaf zo’n 0,6 gj (600 miljoen jaar) geleden zie je ineens de explosieve toename en diversificatie van het meercellig leven. ( cambrische  explosie )                                                                                                                                                                                   

    1. De vraag is inderdaad of meercelligheid het gevolg is van het grote zuurstofgebeuren of andersom. Voor beide valt wat te zeggen, maar het artikel staat dus dat de wetenschappers aantoonden dat de meercelligheid  begon bij de  cyanobacterien zelf.

      1. dat de cyanobacterien meercellig werden en toen in aantal konden toenemen. We kennen  (volgens mij) geen meercellige cyanobacterien, zelfs helemaal geen meercellige bacterien, dus eerlijk gezegd begrijp ik het artikel niet zo goed

      Als je je verder bedenkt dat zuurstof voor deze bacterien een afvalproduct is, kan de ” grote zuurstofcatastrophe ” dus niet de oorzaak zijn voor de  beginnende  meercelligheid van de cyano’s. De tijd die genoemd word: 2,4 miljard jaar geleden komt overeen met het begin van de grafiek van het zuurstofgehalte in de atmosfeer (die grafiek staat in de wikipedia pagina  hieronder  gepost ) Die hele zuurstoftoename heeft 500 miljard jaar geduurd dus om het een ‘event’ te noemen is misschien wat overdreven. Het klinkt iig niet onredelijk.

    2. of je  met de taaie cyanobacteriën (blauwalgen) het O2 gehalte van een planeet de zuurstof  in de atmosfeer  veel boven de pakweg 3% zult krijgen?  Je zou daarmee kunnen beginnen en dan later andere (groene) algen , etc.   —->Zit je met een jonge aarde nog wel met de issue van de opname van O2 door de oceanen en korst. Dat is echt enorm en voordat dat verzadigd is. ….  Maar mogelijk zou die opname en het wegvangen van geproduceerde O2 naar menselijke maatstaven redelijk langzaam kunnen zijn  gaan, zodat er toch een opbouw van O2 in de atmosfeer mogelijk was   ??
    1.  O2 is wel verdraaid reactief.
      Dus mijn vraag is en blijft: –>  raak je op een jonge aardachtige planeet niet erg snel je meeste geproduceerde O2 weer kwijt aan binding door de korst (met name ijzer!) en de oceanen? ( zie mars )

(2)  —->

http://en.wikipedia.org/wiki/Great_Oxygenation_Event

File:Oxygenation-atm-2.svg

Estimated evolution of atmospheric  P_{{O_{{2}}}}. The upper red and lower green lines represent the range of the estimates. The stages are: stage 1 (3.85–2.45Gyr ago (Ga)), stage 2 (2.45–1.85Ga), stage 3 (1.85–0.85Ga), Stage 4 (0.85–0.54Ga )and stage 5 (0.54Ga–present)

.

 interessante gebeurtenis in de evolutie. Ik denk dat wij er anders uit zouden zien als het zuurstofgehalte een stuk lager  had           gelegen .

–> Ik denk dat de mens er dan helemaal niet was geweest .                                                                                                                                                         —–>  De wereld zou er dan stukken anders uit zien, dat is met heel veel dingetjes het geval.   ( contingency )

Het was ook een catastrofe ( en de eerste grote uitsterving ?) 

  1. Zuurstof is giftig voor de meeste anarobe bacterien dus die legden het loodje, en bovendien kreeg de Aarde te maken met een lange sneeuwbal-aarde periode. Dus het was wel degelijk een ‘catastrofe’. 

http://www.geologievannederland.nl/tijd/reconstructies-tijdvakken/precambrium

 

°

Zuurstof veel eerder in atmosfeer dan gedacht

Zuurstof verscheen 700 miljoen jaar eerder in de lucht dan tot nu toe werd gedacht.

29 september 2013

Dat schrijven Amerikaanse en Deense wetenschappers van respectievelijk de Universiteit van Brits Columbia en van de Universiteit van Denemarken deze week in Nature.

Ze kwamen tot deze conclusies nadat ze drie miljard jaar oude bodems onderzochten in Zuid-Afrika.

De bodems zijn de oudste ter wereld.

 

Het is algemeen bekend dat de aarde 2,3 miljard jaar geleden zuurstofrijker werd tijdens de zuurstofcrisis. Toen kwam de vorming van zuurstof door fotosynthese in een stroomversnelling. Wetenschappers van de universiteit van Kopenhagen en de universiteit van Brits-Columbia hebben echter aanwijzingen gevonden dat de atmosfeer van de aarde drie miljard jaar geleden een klein beetje zuurstof bevatte  (1).

De eerste honderden miljoenen jaren na het ontstaan van de aarde was de atmosfeer zuurstofloos. Pas toen er bepaalde bacteriën, zogenaamde cyanobacteriën, verschenen, die fotosynthese in hun repertoire hadden, kwam de eerste zuurstof in de lucht.(1)

Dat baande uiteindelijk het pad voor al het leven dat we nu kennen.

Zuurstofcatastrofe

Tot dusver werd er vanuit gegaan dat de bacteriën hun werk pas deden vanaf ongeveer 2,3 miljard jaar geleden, in een periode die de grote zuurstofcatastrofe wordt genoemd.

De onderzoekers vonden in de drie miljard jaar oude bodems echter ook sporen van zuurstof. Dat betekent dat zuurstof al 700 miljoen jaar eerder in de atmosfeer kwam dan gedacht.

De wetenschappers concluderen hieruit dat de cyanobacteriën waarschijnlijk eerder ten tonele kwamen dan gedacht, maar dat de snelheid waarmee ze de atmosfeer met zuurstof vulden lager was dan aangenomen.

Langdurend proces
“We weten dat fotosynthese zorgde voor de productie van zuurstof, waardoor de atmosfeer zuurstofrijker werd en er organismen ontstonden die tegen zuurstof konden”, vertelt onderzoeker Sean Crowe van de universiteit van Brits-Columbia. “Nu leren we dat dit proces al heel vroeg begon, zo’n drie miljard jaar geleden.”

Toch duurde het nog 1,5 miljard jaar totdat er ongeveer net zoveel zuurstof was geproduceerd als tegenwoordig.

“Onze bevindingen impliceren dat het erg lang duurde voor geologische en biologische processen nader tot elkaar kwamen om zuurstof te produceren”, zegt hoofdonderzoeker Lasse Døssing van de universiteit van Kopenhagen

Door: NU.nl/Hidde Boersma

 

Bronmateriaal:
Ancient soils reveal clues to early life on Earth” – Universiteit van Brits-Columbia

 

  • (1) Heden ten dagen bevat de atmosfeer 20% zuurstof  …..  Maar men zegt duidelijk  in het artikel  dat men bewijzen vond die aanduiden dat er voorafgaand aan de   de zuurstofcrisis – katastrofe  LAGE concentraties zuurstof gevonden werden.
    Er was dus  nog niet  volop fotosynthese aan de gang …. en

    —> het ontstaan van leven gelijk staat natuurlijk  niet gelijk   aan organismen die zuurstof produceerden.                                                                   —> De eerste prokaryoten dateren  trouwens  van ver voor de zuurstofcrisis.

    • Zwavelisotopen zijn   ook een atomen die  gebruikt kunnen  worden voor de datering  van  geologisch- chemische -biochemische anaerobe processen die energie opleverden(   aan  chemotrofen ? ) ……   Daar was 4 miljard jaar genoeg van op aarde.

     

    °

    Organismen begonnen veel eerder met zuurstofproductie dan gedacht

    Nieuw onderzoek toont aan dat zuurstofproducerende organismen zo’n drie miljard jaar geleden op aarde aanwezig waren. Dat is vele miljoenen jaren eerder dan gedacht. Deze organismen maakten de weg vrij voor complexere levensvormen.

    Onderzoekers trekken die conclusie nadat ze onderzoek deden in India. Ze vonden er bewijs voor chemische verwering van gesteenten, een proces dat leidde tot de vorming van grond in de aanwezigheid van zuurstof. En dat gebeurde allemaal zeker 3.02 miljard jaar geleden.

    Fotosynthese
    De hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer was in die tijd opvallend groot, zo stellen de onderzoekers. Zo groot dat die zuurstof alleen maar geproduceerd kan zijn door organismen die lichtenergie en koolstofdioxide omzetten in zuurstof en water. Dit proces – bekend als fotosynthese – wordt vandaag de dag door miljoenen verschillende soorten planten en bacteriën gebruikt. Maar in die tijd was het een cruciaal proces dat de geschiedenis van onze planeet een heel andere wending gaf. Fotosynthese zorgde ervoor dat de atmosfeer van de aarde – die daarvoor rijk aan methaan en koolstofdioxide en arm aan zuurstof was – veel meer zuurstof ging bezitten. Doordat organismen zuurstof gingen produceren, werd de atmosfeer zuurstofrijk. Die zuurstof maakte de evolutie van complexer, meercellig leven mogelijk.

    Eerder
    Lang dachten onderzoekers dat de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer zo’n 2,4 miljard jaar geleden door toedoen van zuurstofproducerende organismen steeg. Maar nu blijkt dat dus al miljoenen jaar eerder gebeurd te zijn. “Dit is een heel opwindende ontdekking,” vertelt onderzoeker Quentin Crowley. “Het vult een gapend gat in onze kennis over de evolutie van de jonge aarde.”

    Er was 3,4 miljard jaar geleden vrijwel geen zuurstof in de atmosfeer te vinden. Recent onderzoek suggereert dat de hoeveelheid zuurstof 2,96 miljard jaar geleden begon toe te nemen. Deze nieuwe ontdekking duwt dat moment zo’n zestig miljoen jaar dieper de geschiedenis in.

     

    Bronmateriaal:
    Trinity geologists re-write Earth’s evolutionary history books” – Trinity College Dublin (via Eurekalert.org)
    The study site landscape is shown with boulders of the paleosol in the foreground.
    °
    Working with Professors Joydip Mukhopadhyay and Gautam Ghosh and other colleagues from the Presidency University in Kolkata, India, the geologists found evidence for chemical weathering of rocks leading to soil formation that occurred in the presence of O2.
     °
    Using the naturally occurring uranium-lead isotope decay system, which is used for age determinations on geological time-scales, the authors deduced that these events took place at least 3.02 billion years ago. The ancient soil (or paleosol) came from the Singhbhum Craton of Odisha, and was named the ‘Keonjhar Paleosol’ after the nearest local town.
    °
     (1) REACTIES : 
    SNOWBALL EARTH   –> zuurstofcrisis  
    °
    Ben wel benieuwd naar wat dan juist de factor geweest kan zijn die tot de snowball aarde heeft geleid, ik herinner me dat vooral de opkomst en grote productie van zuurstof hiervoor verantwoordelijk was.
    °
     het kan hier aan gelegen hebben ?
     °
    of gewoon een misrekening
    An extraordinary episode of global cooling hundreds of millions of years ago that some experts say caused earth to completely freeze over has been miscalculated, a new study says.
     °

    Onvoldoende zuurstof zorgde voor uitblijven dieren

    http://www.nu.nl/wetenschap/3917845/onvoldoende-zuurstof-zorgde-uitblijven-dieren.html

    01 november 2014

    Door: NU.nl/Krijn Soeteman

    Tussen de komst van complex leven in de vorm van eencelligen en het ontstaan van dieren zit een gat van ongeveer een miljard jaar. Wetenschappers denken dat het uitblijven van voldoende zuurstof de belangrijkste reden was.

    Geologen van verschillende universiteiten schrijven dat deze week in het tijdschrift Science.

    Zo’n zevenhonderd tot achthonderd miljoen jaar geleden ontstond vrij plotseling complex leven op aarde. De grote vraag was of dit kwam door genetische veranderingen van organismen of dat het te maken had met de omstandigheden op aarde.

    De geologen gaan uit van het laatste. Door onderzoek te doen aan sedimenten uit Australië, Canada, China en de Verenigde Staten, ontdekten de geologen dat de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer in het Mesoproterozoïcum (tussen de 1 en 1,6 miljard jaar geleden) toen minder dan 0,1 procent bedroeg van de huidige hoeveelheid.

    Er bestonden al wel vermoedens over de hoeveelheid zuurstof, maar die lagen tussen de één en veertig procent van wat er nu in de lucht zit. Nu bestaat de atmosfeer voor ongeveer 21 procent uit zuurstof.

     

    Meer zuurstof

    Langzaamaan ging de hoeveelheid zuurstof achthonderd miljoen jaar geleden omhoog. Dat zorgde voor allerlei reacties over de hele aarde, zoals sterke afkoeling. Niet veel later, zo’n 542 miljoen jaar geleden, nam de verscheidenheid van diersoorten ineens heel snel toe. Deze periode heet ook wel de Cambrische Explosie.

    Toch is er ook kritiek op de studie. Het onderzoek naar afzettingen in beddingen van ondiep water, betekent niet per se dat een vergelijkbare hoeveelheid zuurstof ook in de oceanen voor kwam.

    Misschien zat daar wel meer zuurstof in, aldus geochemicus Robert Frei van de Universiteit van Kopenhagen.

     

    ____________________________________________________________________________________

    I —> zuurstof kwam pas vrij toen chlorofyl in de eerste algencellen het als asfvalproduct tijdens hun groei uitscheidden. Het was er altijd al; chemisch gebonden aan andere elementen. En het zuurstof-verbruikende leven kon pas ontstaan toen er een kritische hoeveelheid zuurstof in -eerst- het zeewater was opgelost, en later in de atmosfeer was terecht gekomen. Dat kostte een paar jaartjes; een miljardje of twee 
    Dus van een plotseling verschijnen ervan  is absoluut geen sprake.

    We weten niet precies hoe onze atmosfeer is ontstaan, maar wel weten we dat de samenstelling ervan flink is veranderd sinds onze planeet zo’n 4,6 miljard jaar terug uit een wolk van gas en stof om de jonge zon ontstond.

    De aarde was te klein en te heet om zijn eerste atmosfeer van waterstof en helium vast te houden. Daarna werd hij geleidelijk kouder en is er een vaste korst met vulkanen ontstaan, waaruit de tweede atmosfeer van waterdamp en kooldioxide werd gevormd; met kleine hoeveelheden stikstof, ammoniak en andere gassen, maar nog steeds zonder zuurstof.

    Hierna gebeurden er twee dingen die van belang zijn voor het ontstaan van de huidige atmosfeer. Ten eerste werd de aarde door ijskometen gebombardeerd, waardoor er enorme massa’s water naar de aarde zijn aangevoerd. Zeer waarschijnlijk is het water in de oceanen grotendeels van buitenaf gekomen. Daarin losten grote hoeveelheden kooldioxide op, die op die manier uit de atmosfeer verdwenen.

    Het leven op aarde ontstond ongeveer drie miljard jaar geleden, toen ook de zuurstofproducerende cyanobacteriën zich begonnen te verbreiden. Gedurende lange geologische periodes produceerden die zuurstof.

    De zuurstof belandde in eerste instantie echter niet in e atmosfeer, want veel elementen, zoals ijzer, reageerden namelijk direct met de zuurstof en gingen er een verbinding mee aan.
    Uiteindelijk kwam de zuurstof toch in de atmosfeer terecht, en bleef daar ook.

    Toen ontstond ook de ozonlaag, die het leven tegen de ultraviolette zonnestraling beschermt. De afgelopen twee miljard jaar had de aarde een zuurstofrijke atmosfeer, die op de huidige lijkt; onderzoeken tonen aan dat het zuurstofniveau met tussenpozen van miljoenen jaren wisselt.

     

    NASA/JPL/UCSD/JSC

    De huidige atmosfeer bevat zuurstof, in tegenstelling tot de luchtlagen van vroeger.

    nu is het 18% zuurstof, en ooit was het 26% en ooit onder de 10, zelfs 0% hebben we gehad.

    Planeet is niet een geheel gesloten systeem, zuurstof (en koolzuur ook trouwens) kan worden opgeslagen in de vorm van mineralen en in vloeistoffen, dat kan dus ook weer vrijkomen

     

    °

    II .-  Bij de huidige stand van de wetenschap gaat men er van uit dat de aarde bijna 4.6 miljard jaar oud is. …..

    .Maar  er zijn inmiddels al zoveel daterings onderzoeken geweest die allemaal rond de zelfde tijd uit komen dat het onomstotelijk te noemen is

    –> De ouderdom van de aarde is prima en reproduceerbaar vast te stellen via ouderdomsbepalingen van gesteenten.

    Meer op:

    http://home.hccnet.nl/g.vd.ven/dateringsmethodes.htm                                          http://www.natuurkunde.nl/opdrachten/1493/ouderdomsbepaling-vwo-2012-2-opg-2

    -Veel zaken  zijn  via de ‘wetenschappelijke methode’ perfect  aan te tonen, en dat daarbij   herhalingen van de bepalingen en de onderzoeken   steeds dezelfde waardes geven.

    -Een wetenschappelijk opgeleid iemand weet dat ” er  zeer veel   “onomstotelijk vaststaat”. 

    °
    ____________________________________________________________________________________

    Making oxygen before life: Oxygen can form directly from carbon dioxide in upper atmosphere

    October 3, 2014    //  University of California – Davis

    http://www.sciencedaily.com/releases/2014/10/141003092259.htm

    Summary:

    About one fifth of the Earth’s atmosphere is oxygen, pumped out by green plants as a result of photosynthesis and used by most living things on the planet to keep our metabolisms running. Scientists have now shown that oxygen can be formed directly from carbon dioxide in the upper atmosphere, changing models of how the atmosphere evolved early in Earth’s history.

     

    zuurstof uit koolzuur en UV

    zuurstof uit koolzuur en UV

     

     

    UC Davis chemists have shown how ultraviolet light can split carbon dioxide to form oxygen in one step.

    Credit: Zhou Lu

     

    °

     

     

     

GEOLOGIE TREFWOORD F

°

 zie onder Geologie

—————————————————————————————————————————————————————-

°

NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING


GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL

door F.C. Kraaijenhagen

Een gezamenlijke uitgave van de
NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING
en de
NGV afdeling LIMBURG
September 1992

1992 © Copyright Nederlandse Geologische Vereniging.

Voor Internet herzien en bewerkt in 2006 door George Brouwers Oisterwijk.

AAngevuld en uitgebreid met

http://www.natuurinformatie.nl/ndb.mcp/natuurdatabase.nl/i000448.html#A

Geologische begrippen   

Klik op een begrip voor de definitie. Wil je meer weten over een bepaald begrip, bekijk dan het thema‘De ondergrond van Nederland’, of gebruik de zoekmachine.

De geologische tijdvakken zijn niet opgenomen in deze begrippenlijst. Zie voor de beschrijving van deze tijdvakken het thema ‘Ondergrondse tijdmachine’.

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

°

&

Glossary of Terms for Geology

(From The Earth’s Dynamic Systems, Fourth Edition by W. Kenneth Hamblin. Macmillan Publishing Company, New York, NY. Copyright © 1985) 

[A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ]          http://www.evcforum.net/WebPages/Glossary_Geology.html

°

FACETED SPURS 

A spur or ridge that has been beveled or truncated by faulting, erosion, or glaciation

image  image

Manti-La Sal National Forest, Utah  //Faceted spurs are flat, triangular slopes usually at the edge of a mountain front with an active normal fault at the base. They are created as normal faulting occurs creating a topographic expression called a fault scarp that is gradually eroded by the formation of drainages. As drainages form, they carve relatively straight down the fault scarp, creating series of triangular faces.

Oblique aerial view northward of Coyote Creek fault in San Jacinto fault zone, September 1990. Straight mountain front with faceted spurs demarcates fault trace. . ©AGS

west face of santa catalina mountain

°

FACIES

//A distinctive group of characteristics within part of a rock body (such as composition, grain size, or fossilassemblages) that differ as a group from those found elsewhere in the same rock unit. Examples: conglomeratefacies, shale facies, brachiopod facies.

http://en.wikipedia.org/wiki/Facies

  • 1 Facies types
    • 1.1 Sedimentary facies    //   ,  physical, chemical, and biological aspects of a sedimentary bed and the lateral change within sequences of beds of the same geologic age.
    • Sedimentary rocks can be formed only where sediments are deposited long enough to become compacted and cemented into hard beds or strata. Sedimentation commonly occurs in areas where the sediment lies undisturbed for many years in
    • sedimentary basins. Whereas some such basins are small, others occupy thousands of square kilometres and usually have within them several different local depositional environments. Physical, chemical, and biological factors influence these environments, and the conditions that they produce largely determine the nature of the sediments that accumulate. Several different local (sedimentary) environments may thus exist side by side within a basin as conditions change laterally; the sedimentary rocks that ultimately are produced there can be related to these depositional environments. These different but contemporaneous and juxtaposed sedimentary rocks are known as sedimentary facies, a term that was first used by the Swiss geologist Amanz Gressly in 1838.
    • Sedimentary facies are either terrigenous, resulting from the accumulation of particles eroded from older rocks and transported to the depositional site; biogenic, representing accumulations of whole or fragmented shells and other hard parts of organisms; or chemical, representing inorganic precipitation of material from solution. As conditions change with time, so different depositional sites may change their shapes and characteristics. Each facies thus has a three-dimensional configuration and may in time shift its position.
    • —> There are several ways of describing or designating sedimentary facies. By noting the prime physical (or lithological) characteristics, one is able to recognize lithofacies.
    • The biological (or more correctly, paleontological) attributes—the fossils—define   —> biofacies.
    • Both are the direct result of the depositional history of the basin. By ascribing modes of origin to different facies (i.e., interpreting the lithofacies or biofacies) one can visualize a genetic system of facies. It is also common to speak of alluvial facies, bar facies, or reef facies, using the environment as a criterion. This may lead to confusion when revisions of interpretation have to be made because of new or more accurate information about the rocks themselves.
    • Just as there are regular associations of different local environments in modern sedimentary basins, associations of facies also are known to follow similar patterns in the stratigraphic column. A common example of the latter is that of regular lithofacies and biofacies successions being formed between the edge, or shoreline, of a water-filled basin and the deeper water at its middle. Coarse sediment gives way to finer sediment in the deepening water. Changes in sea level as time passes are a common cause of successive changes in the stratigraphic column. As sea level rises and the sea spreads across what was land, shallow-water sediments are laid down in the newest area to receive such material while areas that were shallow are now deeper and receive finer, or otherwise different, sediments. As the sea advances inland, the belts of sedimentation follow and the retreat of the sea causes the belts to move back offshore.

Johannes Walther, a German geologist, noted in 1894 that the vertical facies sequence in a sedimentary basin undergoing expansion and deepening so that the sea transgresses the land surface (or the reverse, a regression) is the same as the horizontal sequence. This has enabled geologists, knowing the pattern of facies at the surface, to predict accurately what may also be found at depth within a sedimentary basin. It is clear, however, that Walther’s observation only applies where there is no major break (i.e., an erosional interval) in the continuity of the succession.

From studies of facies relationships to one another it has become recognized that the gradational, sharp, or eroded contacts between these rock bodies are also of significance in finding the mode of origin. It is also apparent that many facies follow one another in time and space in a repetitive way. A vertical pattern, for example, may be found in a borehole sunk vertically through a sequence of facies. This has been observed in many alluvial sequences and in the coal-bearing series of Carboniferous, Permian, and other systems. Facies under clay, coal, shale, and sandstone may be repeated many times and are called cyclothems. Cyclic or rhythmic sedimentation has been recorded in different rocks in many parts of the world and may arise in many ways; however, re-examination of many successions originally described as cyclic shows that this phenomenon is not as common or as constant as had been believed.

Today it is recognized that facies associations and distribution depend upon interrelated controls. The most important include sedimentary processes, sediment supply, climate, tectonics (earth movements), sea level changes, biological activity, water chemistry, and volcanic activity. Of these the environment of deposition (climate) and tectonic activity are paramount as they may ultimately regulate the other factors.

In industries that exploit earth resources such as fossil fuels, facies (or sedimentary basin) analysis is important in research. It may lead to predictions about where coal, petroleum, natural gas, or other sedimentary materials may be found. Apart from examination of rock specimens, this kind of analysis may also rely heavily upon the geophysical properties of the rocks, such as their densities and electrical magnetic and radioactive properties. Using information about these obtained in boreholes, rapid facies recognition and correlation may be made and the economically important resources may be located.

Faciës

Faciës  //  is de som van de lithologische en paleontologische kenmerken van een sedimentaire afzetting op een bepaalde plaats.

(Geol., miner.) De gezamenlijke lithologische, palaeontologische, chemische en mineralogische eigenschappen van de gesteenten of de afzettingen die zich op een bep. plaats bevinden en die karakteristiek zijn voor de wordingsgeschiedenis van die plaats; verschijningsvorm.

Het begrip facies …. Eensdeels wordt bedoeld: de omstandigheden waaronder een sediment werd gevormd …. Aan de andere kant kan de nadruk gelegd worden op de samenstelling van het sediment,   V.D. VLERK en KUENEN, Geheimschr. d. Aarde 33 [1940].

Van de kust zeewaarts gaande kruist men achtereenvolgens de littorale facies (= strand), de neritische facies (van het strand tot ± 200 m) enz.,   V.D. VLERK en KUENEN, Geheimschr. d. Aarde 34 [1940].

http://nl.wikipedia.org/wiki/Facies_(geologie)

Facies     = lithologische groepering, die duidt op een constant milieu =

het geheel van mineralesamenstelling, korrelgrootte, fossielinhoud en aard van de gelaagdheid, waaruit conclusies kunnen worden getrokken over de omgeving = het milieu, waarin het gesteente is gevormd.

Voorbeeld: diep water of een kenmerkende fauna.

Op enige afstand van elkaar kunnen zich tegelijkertijd in verschillende milieus verschillende processen afspelen. Ook kan er verschil zijn in flora en fauna. Deze verschillende lokale kenmerken van flora en fauna in sedimenten duidt men aan met facies.

Samenhangend met de milieus spreekt men b.v. van strandfacies, koraalfacies, rivierfacies e.d. Deze facies kunnen in de geologische geschiedenis herhaaldelijk optreden.

Wil men de nadruk leggen op de aard van het gesteente dan spreekt men van lithofacies, b.v. een zandige facies, een kalkfacies, enz.

Flora en fauna geven hun naam aan biofaciës,b.v. koraalfacies.

Het kennen van de facies is belangrijk bij relatieve ouderdomsbepaling. Maar zorgvuldigheid is hierbij geboden, want twee dicht bij elkaar gelegen facies van gelijke ouderdom kunnen totaal verschillende fossielen e.d. opleveren Bijvoorbeeld een kust en een nabijgelegen zee of rivier leveren tegelijkertijd verschillende fossielen op.

Strandfaciës met zwak hellende lagen © TNO-NITG

Facies-fossiel. 

Faciësfossiel   =   Een fossiel, dat kenmerkend is voor een bepaalde facies,

Een faciësfossiel = een fossiel van een organisme, dat beperkt is tot bepaalde omstandigheden in een speciale omgeving.

— Voor brakwater of zoetwater, voor diepe zee en woestijnachtig land, voor allen kent men typeerende fossielen en deze worden daarom faciesfossielen genoemd,   V.D. VLERK en KUENEN, Geheimschr. d. Aarde 46 [1940].
Het rijke leven in de vroegere zeeën geeft door zijn typische facies-fossielen al dadelijk een zeer bruikbaar middel aan de hand, om de levensvoorwaarden en dus ook het milieu te bepalen,   ESCHER, Alg. Geol. 95 [1948].
Echter
— Fossielen, die typisch zijn voor een bepaalde faciës, zijn nogal  slecht te gebruiken voor ouderdomsbepalingen, want zij ontbreken in een andere faciës,   ESCHER, Alg. Geol. 72 [1948].
—> Het is dus  op grond der fossiele  flora alleen niet geoorloofd de Bontzandsteen als afzonderlijke formatie in de geschiedenis der aarde te beschouwen, maar alleen als een zeer gespecialiseerde facies, waarnaast op andere plaatsen andere facies bestaan hebben,   Hout in alle T. 1, 104 [1949].
°

FACETED SPUR

//   A spur or ridge that has been beveled or truncated by faulting, erosion, or glaciation

faceted spur

—> A planar surface that truncates a spur (narrow ridge) as a result of faulting and subsequent erosion. Also know as a triangular facet or triangular spur. These features are commonly regarded as neotectonic features, although the rates and actual processes of their formation are poorly understood  

http://earthquake.usgs.gov/hazards/qfaults/glossary.php

Faceted Spurs

image       image

Manti-La Sal National Forest, UtahFaceted spurs are flat, triangular slopes usually at the edge of a mountain front with an active normal fault at the base. They are created as normal faulting occurs creating a topographic expression called a fault scarp that is gradually eroded by the formation of drainages. As drainages form, they carve relatively straight down the fault scarp, creating series of triangular faces.

Central Utah: Topographic Amplification of Earthquake Ground Motions       Images         Google Earth KMZ

DEM’s, hillshades and slope grids     Point cloud

Source ;  http://www.opentopography.org/index.php/resources/lidarlandforms

.

WEST FACE OF THE SANGRE DE CRISTO MOUNTAINS AT NORTHERN END OF THE SAN LUIS VALLY.  MOVEMENT ALONG THE CRESTONE FAULT IS GEOLOGICALLY YOUNGER THAN THE PIRATE FAULT IN ARIZONA.

http://csmsgeologypost.blogspot.be/2011/02/faceted-spurs-signs-of-movement.html

Oblique aerial view northward across Coyote Creek fault in San Jacinto fault zone, September 1990. Straight mountain front with faceted spurs demarcates fault trace.

Familie

FAN    /A fan-shaped deposit of sediment. See also alluvial fan, deepsea fan.

One of several types of fan-shaped deposits of sediment caused by the flow of streams or glacial melt:

alluvial fan

FAULT  //A surface along which a rock body has broken and been displaced.    //Fault: A fracture in rock along which there has been movement. There are numerous types, including normal faults, reverse faults and pivot faults.

Fold, folding: A deformation of rock strata, usually caused by tectonic forces.    PLOOING

Fracture

: How a homogenous rock will break, e.g. flint has a conchoidal fracture.

°

FAULT  : A fracture in rock along which there has been movement. There are numerous types, including normal faults, reverse faults and pivot faults.

FAULT  BLOCK  //A rock mass bounded by faults on at least two sides.

FAULT SCARP // A cliff produced by faulting.

Fauna

FAUNAL SUCCESSION , PRINCIPLE OF  /The principle that fossils in a stratigraphic sequence succeed one another in a definite, recognizable order.

Favosites 2

°

FELDSPAR

mineral group consisting of silicates of aluminum and one or more of the metals potassium, sodium, or calcium. Examples: K-feldspar, Ca-plagioclase, Na-plagioclase.

http://en.wikipedia.org/wiki/Feldspar

http://nl.wikipedia.org/wiki/Veldspaat

http://www.kijkeensomlaag.nl/cms/index.php?option=com_content&view=article&id=646&Itemid=448

Veldspaten zijn veruit de belangrijkste mineralen in aardkorstgesteenten.  Veldspaten vormen mengkristallen, er zijn een aantal soorten met   allerlei tussenvormen.                                                                                                                                    Zwerfsteenliefhebbers hebben er weinig aan  want het is niet mogelijk om met een loep of een binoculair de afzonderlijke leden of tussenvormen te herkennen.

(klik op de foto’s voor vergrotingen )

Bohuslangraniet_porfirisch_detail_-_Werpeloh_Dldjpg

Porfirische Bohuslangraniet – Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.).Kaliveldspaat is in de meeste gevallen het hoofdbestanddeel in granieten. Het hoge percentage bepaalt de kleur van  graniet. In bovenstaande graniet is een deel van de kaliveldspaatkristallen idiomorf, d.w.z. de kristallen bezitten een eigen vorm, te herkennen aan de rechthoeken. De splijtvlakken van kaliveldspaat spiegelen

Uthammergraniet_alkaliveldspaatgraniet__-_Damsdorf_Dldjpg

Uthammergraniet – Zwerfsteen van Damsdorf (Dld.). De hoofdmassa bestaat uit dieprode kaliveldspaat. De grote kristallen zijn voor een deel idiomorf, zij het met afgeronde hoeken. Het opvallend witte mineraal is kwarts. Plagioklaas, de andere veldspaatsoort in graniet is hier vrijwel afwezig. Dergelijke granieten zonder of met slechts heel weinig plagioklaas noemt men alkaliveldspaatgranieten.

Namen als orthoklaas, microklien, albiet enz. die in zwerfsteenboeken bij gesteentebeschrijvingen regelmatig worden genoemd, zijn vanacademische waarde en in feite overbodig. Bij zwerfstenen hebben we maar met twee veldspaatnamen te maken: kaliveldspaat en plagioklaas. Is het verschil tussen beide niet duidelijk, dan spreken we alleen van veldspaat.

Siljangraniet_-_Lieveren_DrJPG Alandrapakivi_-_Gieten__Drjpg
Siljangraniet – Zwerfsteen van Lieveren (Dr.). De meeste granieten bestaan uit een ongericht mengsel van twee soorten veldspaat: kleurige kaliveldspaat en (geel)witte of meer groenige plagioklaas. Indien beide veldspaatsoorten voorkomen, is plagioklaas vrijwel altijd lichter van tint dan de kaliveldspaat.
Ålandrapakivi – Zwerfsteen van Gieten (Dr.).De ronde vlekken zijn zgn. ovoïden, eivormige tot ronde kristallen van roodachtige kaliveldspaat die omgeven zijn door een dunne rand van witverweerde plagioklaas. Plagioklaas vormt elders in het gesteente ook kleinere zelfstandige witte kristallen.

Kaliveldspaat en plagioklaas zijn verzamelnamen, ongeacht in welk

gesteente ze voorkomen. Het leren herkennen van beide is zeer

belangrijk. Zonder die kennis is het determineren en benoemen van

kristallijne zwerfstenen vrijwel onmogelijk.

Kkarapakivigraniet_met_kaliveldspaatmegakristen_-_Klazinaveen_Dr._ Megakrist_kaliveldspaat_in_Finse_porfiergraniet_2_-_Groningen
Porfirische biotietrapakivigraniet – Klazinaveen (Dr.). De oranje vlekken in de steen zijn van kaliveldspaat. Ze zijn meest rechthoekig of afgerond rechthoekig van vorm en tevens bijzonder groot. Kaliveldspaten in graniet kunnen in sommige gevallen meer dan 10cm groot zijn. Dergelijk grote kristallen noemt men wel megakristen.
Finseporfiergraniet met megakrist van kaliveldspaat – Zwerfsteen van Groningen. De oranje vlek is onregelmatig van vorm. De basisvorm is eivormig, een ovoïde dus. De omtrek van de oorspronkelijke ovoïde is te herkennen aan de concentrische rangschikking van de donkere insluitseltjes. Vervolgens is het veldspaatkristal in het magma door verdere kristallisatie groter geworden, waarbij de eigen kristalvorm zoveel mogelijk nagestreefd is. Dat is hier maar ten dele gelukt, omdat de ovoïde niet uit één, maar uit twee afzonderlijke kristallen bestond.

Verdieping
Microklien
In hobbyliteratuur over gesteenten en zwerfstenen wordt vaak gesproken van orthoklaas,

microklien en sanidien. Geen van deze drie soorten is echter met het blote oog  of met

de loep te onderscheiden. Het noemen van deze veldspaatsoorten suggereert een

volledigheid en zekerheid die niet te controleren valt met de middelen die amateurgeologen

doorgaans gebruiken. Het is daarom beter om van kaliveldspaat te spreken.

 

Toch is het zinvol hier enige bijzonderheden te noemen, met name waar het gaat om

microklien. Microklien is de lage temperatuurvorm van kaliveldspaat. Door zijn bijzondere

eigenschappen is microklien alleen met zekerheid in slijpplaatjes te herkennen. Dat

microklien zo vaak genoemd wordt in beschrijvingen van pegmatieten en schriftgranieten

komt omdat het in die gesteenten de bepalende veldspaatsoort is.

 

 

Perthitische_kaliveldspaa Perthitische_kaliveldspaat_detail_-_Gieten_Drjpg
Perthitische kaliveldspaat in pegmatiet – Zwerfsteen van Gieten (Dr.).In pegmatiet bereiken veldspaten grote tot soms wel reusachtige afmetingen. De grootste kristallen zijn enige tientallen meters groot! De kaliveldspaat daarin is meestal microklien, een lage temperatuursvorm, waarin zich meestal zichtbare lijntjes, stengeltjes of naalden aftekenen van  wit-achtige albiet. Perthietische kaliveldspaat in een pegmatiet – Zwerfsteen van Gieten (Dr.). Ook in deze pegmatiet zien we op het splijtvlak van de kaliveldspaat een fijn patroon van witte adertjes. Ze zijn ook hier van witte albiet, een natriumrijke ‘zure’ plagioklaassoort die meestal fraai wit van kleur is.

 

 

Microklien vertoont in pegmatiet vaak fraaie ontmengingspatronen van witte albiet. Men

noemt dit perthiet. Perthiet herkennen we makkelijk aan de dunne, witachtige, ietwat

slingerende lijntjes, die evenwijdig in de veldspaat gerangschikt zijn.

 

 

Kaliveldspaat__-_Emmerschans_DrJPG Perthitische_kaliveldspaat_-_Ellertshaar_Dr Kaliveldspaat_oranje_-_Groningen
Drie voorbeelden van perthitische kaliveldspaat uit zwerfsteenpegmatieten. Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.).
Perthitische kaliveldspaat – Zwerfsteen van Groningen Perthitische kaliveldspaat – Zwerfsteen van Groningen.

 

 

Op het breukvlak zijn veldspaten makkelijk te herkennen aan hun meer of minder

rechthoekige vormen en hun spiegelende, vaak stoeptrede-achtige splijtvlakjes. Op het

breukvlak vallen de glanzende splijtvlakken direct in het oog. Bij het draaien in de hand

zien we in de steen steeds weer andere vlakjes spiegelen. In tegenstelling tot kwarts

splijten veldspaten in twee loodrecht op elkaar staande richtingen. Deze splijting veroorzaakt

de rechte vlakken en de stoeptreetjes op het breukvlak. De naam orthoklaas

(= ‘breekt rechthoekig’) duidt op deze splijting.

 

 

Kaliveldspaat_breukvlak__-_Haren_Grjpg Viborgitische_pyterliet_detail_-_Neuenkirchen_Dldjpg
Kaliveldspaatkristal in pegmatiet – Zwerfsteen van Haren (Gr.). Kristallen van kaliveldspaat splijten op een regelmatige wijze langs kristalvlakken. Op het breukvlak spiegelen die sterk. Het breukvlakken van kaliveldspaat in zwerfstenen is meestal dusdanig, dat vaak kleine stoeptreedjes ontstaan.
Pyterliet (= rapakivigraniet), detail – Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.).
 Aan de buitenzijde van grootkorrelige granieten valt de natuurlijke splijting van kaliveldspaat vaak goed in het oog. Ook hier zien we een stoeptrede-achtig breukvlak.

 

 

Het is niet moeilijk om kaliveldspaat van plagioklaas te onderscheiden.

Zwerfsteen- verzamelaars zijn hierbij in het voordeel. Plagioklaas

verweert namelijk veel sneller en ook anders dan kaliveldspaat. Aan

de buitenkant van de zwerfstenen kleurt plagioklaas krijtwit.

Kaliveldspaat doet dat niet. Hooguit verbleekt de kleur enigszins.
Uiteindelijk lost plagioklaas volkomen op. Het laat putten na in het

oppervlak.

Op een vers breukvlak of bij onverweerde zwerfstenen is het verschil

tussen beide veldspaten moeilijker vast te stellen. Er bestaat echter

een ezelsbrugje om plagioklaas toch van kaliveldspaat te kunnen

onderscheiden. Zijn beide veldspaten aanwezig dan is plagioklaas vrijwel

altijd lichter van tint. Het kleurverschil tussen beide veldspaattypen is

in granieten en gneizen duidelijk zichtbaar. Is er sprake van een rode

gneis of van een oranje-rode graniet, dan heeft dit vooral betrekking op

de kaliveldspaat. De overige mineralen veranderen het kleurbeeld niet

wezenlijk.

Intermezzo


Uitzondering op de regel
In sommige rapakivigranieten is het kleurverschil net andersom. Daar is de plagioklaas dikwijls

iets donkerder roodachtig getint dan de kaliveldspaat. Rapakivi’s bezitten een overmaat aan

ijzer (hematiet). Vandaar de vaak rode kleuren van deze gesteenten. Ook de plagioklaas ontkomt

niet aan de roodkleuring door hematiet. In sommige rapakivi’s is de plagioklaas violetrood,

bruinrood en soms scharlakenrood met splijtvlakken die soms een zijdeglans vertonen.

Plagioklaas_in_porfirische_rapakivigraniet_-_Groningen Plagioklaas_rood_in_Finsegranietporfier_-_Haren_Grjpg
Roodachtige plagioklazen in rapakivigraniet – Zwerfsteen van Groningen. De plagioklaaskristallen zijn op doorsnede zonair. Dat duidt op een groei met onderbrekingen, gekoppeld aan samenstellingsveranderingen.  De rode kleur van de plagioklazen in veel rapakivigranieten is te danken aan de overmaat aan ijzer (= hematiet) in deze gesteenten. Het kleurt de granieten vaak rood.
Rode plagioklaas in Finseporfiergraniet – Zwerfsteen van Haren (Gr.). In sommige gevallen is de plagioklaas zelfs scharlakenrood. In geen enkel ander gesteente komen dergelijk intensief rood gekleurde plagioklaaskristallen voor als juist in rapakivi’s.

 

Heel anders is de situatie in donkere, ijzerrijke (mafische) gesteenten

zoals dioriet, gabbro, basalt en hun porfirische varianten. In deze

gesteenten komt alleen plagioklaas als veldspaat voor. Verweerde

zwerfstenen zijn daarom aan de buitenzijde zwart-wit van kleur (dioriet)

of groen-zwart met grijswitte vlekjes of spikkels van plagioklaas (gabbro).

Dioriet_-_Werpeloh_Dldjpg Porfirische_diabaas_overzicht_met_plagioklaas_-_Grollo_DrJPG
Dioriet – Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.).
 Zwerfstenen van dioriet zijn verweerd meestal wit/zwart van kleur. Het witte bestanddeel is plagioklaas, de donkere mineralen zijn in hoofdzaak hoornblende met wat biotiet.
Plagioklaasporfirische diabaas – Zwerfsteen van Grollo (Dr.).
 Plagioklazen vormen net als kaliveldspaten een reeks afzonderlijke leden die in samenstelling iets van elkaar verschillen. In zware ijzerrijke gesteenten als gabbro, diabaas en basalt zijn de plagioklazen kalkrijker dan die in dioriet. Ze ‘ogen’ grijzer, vaak grauwer ook. Dikwijls tonen ze op het verweringsvlak een grijs-wolkige structuur.

Plagioklaas vormt net als kaliveldspaat mengkristallen met aan de

uiteinden van de reeks een natriumrijke (= meer wit van kleur) en een

kalkrijke (= meer grauwgrijs van kleur) vorm. Het plagioklaastype in

diorieten kleurt daarom veel witter dan de kalkrijkere plagioklazen in

gabbro’s. Bij deze kleurt de plagioklaas (wolkig) grauw, grijs tot

grijs(violet)blauw.

Coronitische_oeralietgabbro_-_Emmerschans_Drjpg Coronitische_anorthosietgabbro_2_-_Heiligenhafen_Dldjpg
Oeralitische gabbro met een coronitische structuur – Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.). De donker groen-grijze bestanddelen waren oorspronkelijk pyroxenen (augieten). In de loop van de tijd zijn ze omgezet in oeralitische hoornblende (amfibool). Het mineraal vormt  relatief dikke zomen om de donkere aggregaten. De tussenmassa is grauw-grijs gekleurde, basische plagioklaas
Coronitische anorthosietgabbro – Zwerfsteen van Heiligenhafen (Dld.). Ook in deze gabbro zijn de oorspronkelijke pyroxenen omgezet in amfibool. De donkere randjes zijn duidelijk zichtbaar. De plagioklaas is hier blauw-grijs van kleur met een paarse kleurzweem. Dergelijk gekleurde gabbro’s zijn vaak anorthosietgabbro’s.

Plagioklaas is minder stabiel dan kaliveldspaat. In de loop van de tijd

vindt in het gesteente omzetting plaats waarbij o.m. epidoot ontstaat.

Dit mineraal veroorzaakt een groenkleurig van de plagioklaas. In veel

Scandinavische zwerfstenen hebben we daar mee te maken. In oude

basische gesteenten is door omzetting vaak chloriet gevormd. Dit

zwartgroene mineraal kleurt de plagioklazen ook groenachtig, maar

anders dan door epidoot.

Finsegranietporfier_3_-_Emmerschans Plagioklaas_in_Siljangraniet_-_Lieveren_Dr
Groen-achtig gekleurd, troebel plagioklaaskristal – Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.). Plagioklazen zijn in ‘verse’ toestand meestal glashelder. Naar mate de gesteenten ouder zijn, treden in plagioklaas omzettingen op. Ze veroorzaken een vertroebeling. De groene kleur wordt veroorzaakt door fijn verdeelde epidoot.
Plagioklaaseersteling in Siljangraniet – zwerfsteen van Lieveren (Dr.).
 De oorspronkelijke glasheldere plagioklaas is door veroudering troebel geworden. Onder de eersteling is donkerpaarse fluoriet zichtbaar.

Kaliveldspaat en plagioklaas zijn met de loep ook nog op een andere

manier van elkaar te onderscheiden. Op het verse breukvlak zien we

op splijtvlakken van plagioklaas vaak een karakteristieke, zeer fijne

streping. Het wordt veroorzaakt doordat de kristallen om en om met

elkaar zijn vergroeid. Ze vormen zgn. tweelingen. Deze vergroeiingen

volgen bepaalde kristalwetten. Bij kaliveldspaat zien die vergroeiingen

er anders uit dan die van plagioklaas.

Verdieping
Tweelingveldspaten
Veldspaten vertonen heel vaak vergroeiingen van twee of meer kristallen. De wijze van vergroeiing

is specifiek, zowel voor kaliveldspaat als voor plagioklaas. Kaliveldspaat vormt vergroeiingen

die uit twee kristallen bestaan. Op het breukvlak zien we twee helften die beurtelings het licht

weerkaatsen. Draait men de steen dan valt op dat er altijd maar één helft van het kristal spiegelt.

Draait men de steen verder dan spiegelt de andere helft. Deze vergroeiingsvorm noemt men

‘Karlsbader tweeling’. In zwerfstenen zijn deze vergroeiingen makkelijk te ontdekken.

 

 

Karlsbader_tweeling_van_kaliveldspaat_-_Groningen Finsegranietporfier_Karlsbader_tweeling_-_Emmerschans_Drjpg
Karlsbader tweeling van kaliveldspaat in een porfirische biotietrapakivi – Zwerfsteen van Groningen. Bij het draaien van de steen zal het spiegelende gedeelte uitdoven en zal vervolgens de andere helft gaan spiegelen.
Karlsbader tweeling van kaliveldspaat in Finsegranietporfier – Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)..

 

 

Ook plagioklaas vormt tweelingkristallen, al zien die er doorgaans anders uit dan bij kaliveldspaat.

Bij plagioklaas zijn meerdere kristallen om en om met elkaar vergroeid. Deze zogenoemde

polysynthetische tweelingkristallen vertonen op de splijtvlakken een karakteristieke dunne,

kaarsrechte streping van heel dunne lijntjes. Tweelingvorming bij plagioklaas kan vergeleken

worden met gestapelde spaanplaten die ieder t.o.v. de ander zijn verschoven. Op dwarsdoorsnede

kunnen we de scheiding tussen de platen als streping vertalen. 

 

 

Labradoriet_in_anorthosietgabbro_-_Ylmaa_Viborg_Finland Plagioklaas_met_tweelingstreping_-_Zwitserland
Plagioklaas met tweelingstreping in anorthosietgabbro (‘spectroliet’) van Ylämaa in Zuid-Finland. de regenboogkleuren worden veroorzaakt door lichtreflecties in het kristal.
Tweelingstreping op een splijtvlak van plagioklaas – Zwitserland. De afzonderlijke plagioklaaskristallen liggen om en om als bladzijden van een boek tegen elkaar aan, waardoor ze om beurten spiegelen. De zeer geringe dikte van de kristallen veroorzaakt daardoor een kaarsrecht verlopende streping, die heel anders is dan het lijntjespatroon van witte albiet in kaliveldspaat.
Plagioklaas_met_tweelingstreping_-_Sogndal_Noorwegen Plagioklaas_met_tweelingstreping_in_leucogabbro_-_Tensfeld_Dldjpg
Tweelingstreping in enigszins verweerde plagioklaas – Sogndal, Zuid-Noorwegen.
Tweelingstreping in een plagioklaaskristal in gabbro – Zwerfsteen van Tensfeld (Dld.).
 In veldspaatrijke gabbro’s, plagioklaasporfirische diabazen en dito basalten is op sommige splijtvlakken van de plagioklaaskristallen een duidelijke tweelingstreping waar te nemen.

 

 

 

Terwijl Karlsbader tweelingen makkelijk te ontdekken zijn, moeten we die van plagioklaas met

de loep zoeken door de steen met een verse breukvlak langzaam in de hand te draaien. De fijne

streping is pas goed  te zien op spiegelende splijtvlakken. Men leert beide tweelingvormen het

beste kennen door ze te zoeken in grootkorrelige of porfirische zwerfstenen. Tweelingen van

kaliveldspaat vind je vooral in granieten en gneizen, die van plagioklaas kom je het duidelijkst

tegen in donkerkleurige basische gesteenten als gabbro en diabaasporfiriet (plagioklaasporfier).

 

 

 

Veldspaatvaria

 

Op onderstaande foto’s vindt U een aantal aanvullende voorbeelden

van verschijningsvormen van kaliveldspaat en plagioklaas in

zwerfstenen.

 

 

Kaliveldspaat_uit_Kristalzuilensyenietporfier_-_Wippingen Porfirische_rapakivigraniet__met_kaliveldspateersteling_perthitisch-_Ellertshaar
Kaliveldspaatkristallen met kristallografisch begrensde vlakken uit kristalzuilen-syenietporfier – Zwerfsteen van Wippingen (Dld.). Van dit type gidsgesteente uit Zuid-Zweden is bekend dat de veldspaateerstelingen vrij los in het gesteente zitten. De binding met de fijnkorrelige grondmassa is niet sterk. Bij verwering zijn de kristallen soms uit het gesteente te peuteren.
Kaliveldspaatmegakrist in Finseporfiergraniet – Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.). Het sterk porfirische rapakivigesteente bevat talrijke oranje eerstelingen van perthitische kaliveldspaat. De kristallen zijn idiomorf. Daarnaast zijn olijfgroen gekleurde plagioklazen aanwezig. Het is een gidsgesteente uit het rapakivigebied van Laitila (Nystadtmassief) op het vasteland van Finland.
Kindagraniet_met_kaliveldspaateersteling_-_Borger_Drjpg Paskallavikporfier_detail_zonaire_kaliveldspaat_-_Een_West_Norg
Gezoneerd kaliveldspaatkristal in Kindagraniet – Zwerfsteen van Borger (Dr.). Deze porfirische granieten uit Östergötland in het noordoosten van de provincie Smaland, bevatten grijs-bruine tot bruin-violette kaliveldspaateerstelingen die dikwijls een  ringenstructuur tonen. Dit duidt op onderbrekingen in de groei tijdens de kristallisatie in het magma.
Gezoneerde kaliveldspaateersteling in Paskallavikporfier – Zwerfsteen van Een-West (Norg), Dr.
 Gedurende het kristallisatieproces verandert de samenstelling van de kaliveldspaat. Vaak gaat dit gepaard  met onderbrekingen in de groei. Op gepolijste oppervlakken is dit duidelijk te zien aan de schalige, concentrische structuur, alsof het kristal uit een aantal ringen bestaat. Het is veroorzaakt door geringe chemische veranderingen in het magma ten tijde van de kristallisatie, die zich ook optisch laten herkennen.
Gezoneerde_kaliveldspaateersteling__in_Finsegranietporfier_-_Groningen Plagioklaas_in_rapakivigraniet_-_Gieten_Drjpg
Zonaire bouw van een kaliveldspaateersteling in een Finsegranietporfier – Zwerfsteen van Groningen
 De schalige bouw van het veldspaatkristal laat duidelijk zien dat de ringen de omtrekken van het veldspaatkristal vormen. De eersteling op de foto is dus idiomorf.
Zonaire plagioklaaseersteling in Finsegranietporfier – Zwerfsteen van Gieten (Dr.).
 Ook in plagioklaaskristallen, zeker als ze aan de buitenzijde van de steen enigszins verweerd zijn, tonen soms een zonaire bouw. Hier worden de groeistadia gemarkeerd door dunne zwarte lijntjes. Deze bestaan uit zeer kleine insluitsels van donkere mineralen als hoornblende en magnetiet.
Grijze_Revsundgraniet_met_kaliveldspaatovode_-_Borger Kaliveldspaateersteling_met_plagioklaaskern_in_Jungfrungraniet_-_Nijbeets_Fr
Megakrist van kaliveldspaat in Grijze Revsundgraniet – Zwerfsteen van Borger (Dr.). Grote eerstelingen van kaliveldspaat zijn zelden zuiver. Vaak bevatten ze allerlei insluitsels van andere mineralen. Hier bevat de kaliveldspaat witachtige vlekjes van ingesloten plagioklaas.
Kaliveldspaateersteling met plagioklaaskern in Jungfrungraniet – Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.). Een aantal Smalandgranieten rekent men tegenwoordig tot  de bekende rapakivifamilie. Virbograniet, Götemargraniet en ook Jungfrungraniet zijn hiervan mooie voorbeelden. Meestal is in rapakivigranieten sprake van kaliveldspaten die omgeven zijn door een mantel van (witverweerde) plagioklaas. Het kan echter ook andersom: plagioklaas, omgeven door kaliveldspaat, waarbij de laatste is uitgegroeid tot een idiomorf rechthoekig kristal.
Viborgiet_Baltic_brown-_Ylmaa_Viborg_Finland Ovoden_in_Viborgiet_-_Lahti_Finland
Viborgiet met een geringde ovoïde – Ylämaa, Viborg, Zuid-Finland. Gepolijst oppervlak.
 Viborgieten zijn grootkorrelige rapakivigranieten met grote rondachtige kaliveldspaten waarvan een flink aantal ommanteld is door plagioklaas. Op de foto is de blauwgrijze plagioklaasmantel relatief dik.
Viborgiet – Zwerfsteen van Lahti, Zuid-Finland. Plagioklaas verweert wit. Dat is bij rapakivi’s vaak goed te zien. Hier zijn de ronde roodachtige kaliveldspaten (ovoïden) omgeven door een smalle mantel van witte plagioklaas.
Pyterliet_ovode_-_Stocksee_Dldjpg Viborgiet_met_ovode_en_concentrische_insluitsels_-_Ylmaa_Viborg_Finland
Kaliveldspaatovoïde in pyterliet – Zwerfsteen van Stocksee (Dld.). De grote ronde veldspaten in rapakivi’s wekken de indruk uit een kristal te bestaan. Dat is ook vaak het geval, maar ovoiden die uit twee of meer afzonderlijke kristallen bestaan komen ook veel voor. Vooral op verse splijtvlakken zijn door verschil in spiegeling de afzonderlijke individuen goed te herkennen. Bovenstaande ovoïde is een aggregaat van vier afzonderlijke kaliveldspaatkristallen.
Kaliveldspaatovoïde in Viborgiet met insluitselringen –  Ylämaa, Viborg, Zuid-Finland. De afgebeelde kaliveldspaatovoïde toont een prachtige zonaire bouw waarvan de opeenvolgende stadia gemarkeerd zijn door ringvormig gerangschikte kleine insluitsels van kwarts, hoornblende en biotiet. De ontwikkeling van kaliveldspaatovoïden in rapakivi’s is nog steeds niet helemaal opgehelderd. Wel maken de eerstelingen duidelijk dat de groei niet ononderbroken is geweest. Groeifasen werden gevolgd door stilstand en wellicht zelfs met resorptie gevolgde door verdere groei. Een en ander kan te maken hebben gehad met bewegingen van de groeiende kristallen in het magma, maar kunnen ook wijzen op samenstellingsveranderingen in het magma gedurende de kristallisatie.
Kaliveldspaatovode_in_plagioklaas_-_Zuidlaren_Drjpg Anorthoklaas_eersteling_in_rhombenporfier_-__Werpeloh_Dldjpg
Kaliveldspaatovoïde in een idiomorf rechthoekig plagioklaaskristal in een porfieraplitische rapakivigraniet – Zwerfsteen van Zuidlaren. Nadat de gevormde kaliveldspaatovoide tijdens het kristallisatieproces omgeven werd door een mantel van plagioklaas, is deze laatste uitgegroeid tot een zelfstandig rechthoekig idiomorf kristal. Deze en andere heel bijzondere kristalvormingen van veldspaten in rapakivi’s zijn tot op heden niet goed verklaarbaar.
Rhombisch veldspaatkristal in rhombenporfier – zwerfsteen van Werpeloh (Dld.). De ruitvormige veldspaten in rhombenporfieren hebben een bijzondere samenstelling. De ontstaanstemperatuur was bij de kristallisatie nog zo hoog (ca. 1200 graden C.) dat plagioklaas en kaliveldsdpaat zich volkomen met elkaar konden mengen tot kristallen. Dit noemt men ternaire veldspaat ofwel anorthoklaas. Naderhand hebben beide bestanddelen zich in vaste toestand in het kristal ontmengd. Dit is zichtbaar aan de vlekkerige structuur. Oranje is kaliveldspaat, de bleker getinte delen zijn plagioklaas. Door omzetting van de laatste heeft zich bovendien groene epidoot gevormd.

K-feldspar and plagioclase feldspar

Feldspars have two cleavage planes that intersect at 90°. Fragments of pure feldspar crystals thus tend to form rectangular blocks with irregular ends. Feldspars have vitreous lusters and occur in opaque shades of white to gray to pink to very dark gray. Other rarer colors are also possible!The feldspars are divided into two main groups: Potassium feldspar (“K-spar”) and plagioclase (“plag”). Both display two cleavages and an overlapping range of colors, but only plagioclase displays tiny grooves on one cleavage known as striations. The photos below show several examples of feldspar. 
This white feldspar shows two cleavages (top/bottom and sides) plus the fracture surface (front).Both plagioclase and K-spar are commonly white; the lack of striations suggests that this is K-spar.
The salmon-pink color is typical of K-spar. Note the two cleavage surfaces and one fracture surface.There are no striations.
Here are some of the more common colors of feldspar.Broken feldspars do not always make perfect cleavage blocks for many reasons. Just look to see two planes intersecting at 90°!. The dark and pink samples display the tiny veinlets commonly seen in K-spar.
This photo shows the very thin surface striations that are seen on some cleavages of plagioclase, but never in K-spar. Unlike the tiny veinlets of the K-spar sample above, the striations form on the surface of a cleavage plane (the veinlets are internal color variations) and the striations are perfectly parallel.Click here to see the right-angle cleavages of this sample.
These are two well-formed feldspar crystals taken from a weathered granite in the Mojave Desert of California.The blocky shape of well-formed crystals plus the two cleavages at right angles to each other mean that feldspar crystals in rocks tend to have straight edges and planar surfaces.

http://en.wikipedia.org/wiki/Feldspar

Felsische mineralen  :  de lichtgekleurde =felsische mineralen, waartoe behoren de kwartsen alkaliveldspaat, plagioklaasen veldspatoïden.

FELSITE //A general term for lightcolored aphanitic (fine-grained) igneous rocks. Example: rhyolite.

Fenokristen

Ferromagnesian minerals

//A variety of silicate minerals containing abundant iron and magnesium. Examples: olivine, pyroxene,amphibole.

Ferricretes

°
Ficus   Mollusk  –>  Eoceen – recent.

°

Fiord

glaciated valley flooded by the sea to form a long, narrow, steep-walled inlet.

Fjorden

Firn

Granular ice formed by recrystallization of snow. It is intermediate between snow and glacial ice. Sometimes referred to as neve.

Firn
-bekken
-lijn
-plateaus

°
Fissidentalium

Fissure //An open fracture in a rock

Fissure eruption //Extrusion of lava along a fissure.

Flint //  A popular name for darkcolored chert (cryptocrystalline quartz).

Flagellaten 2
-silico
Flexibilia
Flexuren
-steileFlint

Flood basalt //An extensive flow of basalt erupted chiefly along fissures. Synonymous with plateau basalt.

Flood plain //The flat, occasionally flooded area bordering a stream.

FloraFluorescentie
Fluoriet

Fluvial//Pertaining to a river or rivers.

Fluvial environment //The sedimentary environment of river systems.

Fluviatiel

Fluviatiel heeft betrekking op rivieren.

fluviatiel

Een afzetting door een rivier.

Fluviatiel milieu

Een fluviatiel milieu bestaat uit de omgeving en de daarbij behorende omstandigheden van rivieren.

 

Fluviatiel-denudatieve reliëf

Fluvioglaciale afzettingen

fluvioglaciale afzetting

Een afzetting door het smeltwater van het landijs. In Nederland betreft het afzettingen uit het Saalien.

Fluvio-periglaciale afzettingen

Fluvio-periglaciale afzettingen zijn door smeltwater van gletsjers en landijs gevormde afzettingen.

Onder invloed van permafrost en zomerse opdooi sterk verstoorde periglaciale afzettingen © TNO-NITG

Flysch 2
Flyschafzettingen

Fodinichnia 2

Focus //The area within the earth where an earthquake originates.

FOLD //A bend, or flexure, in a rock

Folded mountain belt //A long, linear zone of the earth’s crust where rocks have been intensely deformed by horizontal stresses and generally intruded by igneous rocks. The great folded mountains of the world (such as the Appalachians, the Himalayas, the Rockies, and the Alps) are believed to have been formed at convergent plate margins.

Foliation //A planar feature in metamorphic rocks, produced by the secondary growth of minerals. Three major types are recognized: slaty cleavageschistosity, and gneissic layering.

Footwall//The block beneath a dipping fault surface.

Foreshore  //The seaward part of the shore or beach lying between high tide and low tide

Foramen
Foraminiferen
Formatie

Formatie

Een Formatie is de belangrijkste lithostratigrafische eenheid. Het streven is het gehele voor de stratigrafie toegankelijke gesteentepakket in Formaties te verdelen. Formaties worden doorgaans vernoemd naar de plaats of gebied waar de formatie voor het eerst beschreven is. De term ‘afzettingen‘ wordt gebruikt voor een onderdeel van een Formatie.

Formatiewater

Formatiewater is grondwater dat aanwezig is in diepgelegen gesteentepakketten dat geen deel meer uitmaakt van de hydrologische kringloop.

Zie ook:  Bodemwater Bronwater Grondwater Mineraalwater Oppervlaktewater Smeltwater Zoet water Zout water

Formation  //A distinctive body of rock that serves as a convenient unit for study and mapping.

Fosfaatafzettingen
Fosfaten
Fosforiet(en) 2
-knollen
Fossiele(n)
-brandstoffen
-evaporieten
-sporen
-strandwalformatiesFossielEen restant of afdruk van een organisme uit vroegere geologische tijdvakken.

Fossiel

Een fossiel is een als verstening of versteende afdruk gevonden overblijfsel van planten of dieren.

Afdruk van een Carboonplant © Naturalis

Zie ook:  Ammoniet

Fossil//Naturally preserved reo mains or evidence of past life, such as bones, shells, casts, impressions, and trails.

fossiele energie //Energie uit organisch materiaal dat in eerdere geologische tijdvakken door fotosynthese is vastgelegd en dat sinds die tijd bewaard is gebleven. Bijv. aardolie, steenkool en aardgas.

Fossil fuel//A fuel containing solar energy that was absorbed by plants and animals in the geologic past and thus is preserved in organic compounds in their remains. Fossil fuels include petroleum, natural gas, and coal.

°

Fossilisatie

waterbloei en fossilisatie file359991[1] pdf

°

Fracture zone//

1 (field geology) A zone where the bedrock is cracked and fractured.

2 (oceanography) A zone of long, linear fractures on the ocean floor, expressed topographically by ridges and troughs. Fracture zones are the topographic expression of transform faults.

Fragmocoon
Franjeriffen

°
Freatische vlak

Freatisch vlak

Het freatisch vlak is de bovenbegrenzing van het grondwater in de verzadigde zone.

Freatisch Water

Freatisch water is het water onder de grondwaterspiegel in een relatief goed doorlatende laag en boven een eerste slecht doorlatende of ondoorlatende laag.

°

Fringing reef //reef that lies alongside the shore of a landmass.

Frost heaving //The lifting of unconsolidated material by the freezing of subsurface water

Frost wedging//The forcing apart of rocks by the expansion of water as it freezes in fractures and pore spaces..

°

Ftaniet

°
Fugichnia 2

°
Fulguriet 2

°
Fumarolen
°
Fungi 2

°
Fusulinina

°
Fyla 2

°
Fylliet

°
Fylogenetische verwantschap

°
Fylum 2

°
Fysische geografie

°

Fytoliete

°

GEOLOGIE TREFWOORD K

 zie onder Geologie

°

NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING


GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL

door F.C. Kraaijenhagen

Een gezamenlijke uitgave van de
NEDERLANDSE GEOLOGISCHE VERENIGING
en de
NGV afdeling LIMBURG
September 1992

1992 © Copyright Nederlandse Geologische Vereniging.

Voor Internet herzien en bewerkt in 2006 door George Brouwers Oisterwijk.

AAngevuld en uitgebreid met

http://www.natuurinformatie.nl/ndb.mcp/natuurdatabase.nl/i000448.html#A

Geologische begrippen   

Klik op een begrip voor de definitie. Wil je meer weten over een bepaald begrip, bekijk dan het thema‘De ondergrond van Nederland’, of gebruik de zoekmachine.

De geologische tijdvakken zijn niet opgenomen in deze begrippenlijst. Zie voor de beschrijving van deze tijdvakken het thema ‘Ondergrondse tijdmachine’.

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

&

Glossary of Terms for Geology

(From The Earth’s Dynamic Systems, Fourth Edition by W. Kenneth Hamblin. Macmillan Publishing Company, New York, NY. Copyright © 1985) 

[A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ]          http://www.evcforum.net/WebPages/Glossary_Geology.html

°

Kaaklozen


Kaar 2    —>  Cirque

Keteldal kaarcirque of firnbekken (indien nog gevuld met sneeuw/ijs/firn) is een half cirkelvormige vallei gevormd door de erosie die door een gletsjer wordt veroorzaakt.(= Kaar) (Noors: Botn):

P1090317

Cirque de Gavarnie  ….Beroemd keteldal in de Pyreneeën. UNESCO werelderfgoedlijst. Met de hoogste en langste waterval van Europa, bijna 500 mtr. hoog.


Ardennen-Eifel-Vogezen  :  Arete tussen twee karen boven  //het Wormsadal. Vogezen,

—>……………………………………………………………………  —–>

RELIEFVORMEN GEMAAKT DOOR  ALPIENE GLETSJERS  :

1. Truncated spur (= Afgeknot spoor)

… The ridge (= kam) has been cut off sharply by the ice that flowed down  the main valley.

2. Ribbon lake (= Langgerekt meer; Fjordachtig meer):
A long, narrow and deep lake in a part of the valley cut deeper by the  glacier.. A rock bar (= rotsdrempel) or a terminal moraine (= eindmorene) is often responsible for damming up the present day drainage.


3. Arête (= Graat) (Noors: Egg):
A  sharp ridge (= scherpe kam) between cirques (= karen).

4. Pyramidal peak (= Kaarling; Pyramidale piek):
… Steep triangular faces
(=wanden) divided by arêtes (sharp ridges).


5. Cirque (= Kaar) (Noors: Botn): An armchair shaped hollow with steep back and sides)

6. Tarn (= Kaarmeer): (Noors: Tjern, Tjørn) … A small lake in the floor of the cirque.


..

Piek Graat Cirque afbeelding


7. U-shaped valley (= U-vormig dal; Trogdal):… It has steep sides and nearly flat floor.

8. Hanging side valley (= Hangend zijdal):
The floor of the side valley is much higher than the floor of the main valley. (Streams flowing from hanging valleys often form waterfalls when they  plunge into the main (u-shaped) valley.)


9. Misfit stream (= Hongerrivier): The stream is far too small to have cut the valley.

10. Alluvial cone (= Puinkegel):
… The cone shaped pile of rock remains (alluvium) washed down by the  stream and piled up where the steep valley side meets the valley floor
.

<————————-<————————————

Kaarmeer    —> Tarn (= Kaarmeer):

(Noors: Tjern, Tjørn)
… A small lake in the floor of the cirque.

tarn (or corrie loch) is a mountain lake or pool, formed in a cirque excavated by a glacier

Ardennen-Eifel-Vogezen: kaarmeer met puinkegel 

Lac Blanc
Vogezen                                                                                                                                                                                                                                                          Lac Blanc (Witte Meer) kreeg zijn naam door de lichte stenen aan de oever. Het is een kaarmeer.

Kaarmeer 

Red Tarn from near the summit of Helvellyn in the Lake District, England.

°

Kalium

Kalium – Argon -Methode

Kalk

-areniet
-branderijen
-knollen
-koolzure
-korsten
-oölieten
-sinter
-sponzen
-steen
-tuf

KAME 

A body of stratified glacial sediment. A mound or an irregular ridge deposited by a subglacial stream as analluvial fan or a delta .

Kamptozoa 2
Kanaal
Karaat 2
Karboon
-onder
Karneool
Karren

°

___________________________________________________________________________________________________
Karst     de  naam is ontleend aan een streek in Joegoslovië : de Karst, een massief van Istria, dat geldt als het klassieke voorbeeld van het reliëf in een kalkstreek.

http://www.underground-istria.org/en/project/what-is-karst/

°
KARST    Met de term karst worden alle verschijnselen bedoeld die te maken hebben met de oplossing van kalksteen in water.
Karst doet zich voor in streken waar kalksteen aan de oppervlakte ligt en wordt aangetast door de chemische verwering door de zure eigenschappen van regenwater. Karst veroorzaakt steeds enkele typische landschapsvormen en kenmerken zoals:
°
GOUFFRE

Een gouffre is de Franse term voor een (al dan niet gedeeltelijk of geheel ingestorte) natuurlijke ondergrondse kalksteenkoepel. Een gouffre is aan de oppervlakte soms te herkennen aan een diepe put in het landschap. Een andere veel voorkomende naam voor dit verschijnsel is een aven.

Gouffres maken altijd deel uit van een groter grottencomplex; ook kunnen diverse gouffres naast elkaar ontstaan.
Gouffres worden aangetroffen in gebieden waar de ondergrond bestaat uit kalksteen en waar het grondwaterpeil aanzienlijk lager ligt dan het grondoppervlak.
De vorming van een gouffre neemt tenminste enige tientallen miljoenen jaren in beslag. Door infiltratie van zuur regenwater (vanwege het daarin opgeloste koolzuurgas) lost de kalksteen langzaam op, waarbij aanvankelijk, in spleten in het gesteente, ondergrondse rivieren ontstaan (karstverschijnsel).
Door erosie slijten de beddingen van deze rivieren naar beneden toe, terwijl van bovenaf door verdere infiltratie het kalksteen van de plafonds steeds verder oplost. Hierdoor ontstaan de bekende kalksteengrotten met stalagmieten en stalactieten.
afb18.jpg
Bovenstaande foto: de Heilige Cenote van Chichén Itzá met een doorsnede van 135 meter en een diepte van 40 meter.//Zie ook SINKHOLE –> ZINKGAT 
°
Indien de grot groot genoeg wordt zullen, door structurele verzwakking van het gesteente van het plafond, grote brokken kalksteen afbreken en naar beneden vallen, waarbij het dak van nature een koepel- of een conus-vorm krijgt (denk bij de laatste aan een gotische spitsboog). Deze dakvormen bieden een grote stabiliteit. Echter, dit proces zal zich door verdere verzwakking van het gesteente regelmatig herhalen. Als de omstandigheden juist zijn kunnen deze grotten een hoogte en diameter bereiken van enige honderden meters, al zal de uiteindelijke hoogte afhangen van de diepte van het bed dat de rivier ter plaatse heeft uitgesleten; het puin van het plafond zal de grot gedeeltelijk vullen. Het hoogste punt zal uiteindelijk door het grondoppervlak breken (of op een andere plek, dit is afhankelijk van het reliëf aan de oppervlakte).Aanvankelijk zal aan de grond nog weinig te zien zijn; wel kunnen dieren in het gat terecht komen, hetgeen de gouffres de bijnaam “poorten van de hel” bezorgde van schaapherders die regelmatig dieren kwijtraakten. Als tenslotte door verdere verzwakking van het overgebleven gesteente van het dak een reeks laatste instortingen plaats vindt, ontstaat de uiteindelijke vorm van de gouffre: die van een groot, rond en diep gat in het landschap met vaak loodrechte wanden. Men spreekt dan van een doline. Plaatselijk kunnen deze gaten zich vullen met water.
Gouffres worden aangetroffen in kalksteenplateau’s, zoals de Ardèche, de Montagne Noire en de Causses in Zuid-Frankrijk. Ook elders worden ze aangetroffen, zoals in Slovenië, Kroatië, Hongarije en Turkije.
Op het schiereiland Yucatán in Mexico staan ze bekend onder de naam Cenote.

DOLINE

afb19.jpg
Een doline komt voor in gebieden waar kalksteen aan de oppervlakte ligt en ontstaat wanneer deze steenlaag door de werking van zure regen (chemische verwering) wordt aangetast. Er zijn twee manieren waarop een doline kan ontstaan: ofwel door een plaatselijke sterke verwering aan het oppervlak, ofwel door de (gedeeltelijke) instorting van een onderliggende grot. Dolines kunnen tot tientallen meters groot worden. Wanneer meerdere aangrenzende dolines in elkaar overgaan, spreekt men van een karstdal.

°

GROT
1.- Spilje (caves)the water  passage ( =  verdwijngat )  connects them to the surface but they stretch horizontally into the underground (up to 45º).
 —-> SPELONK  onstaat wanneer de rivier  zich vooraleer onderaards te worden  ,  verlegd   en een andere  bedding  gaat vormen en/of   ,de   spilje  wordt opgeheven  door  gevolgen van  aardbevingen   of vulkanischer activiteiten (en andere  gebergtevormende krachten )
meestal is geen rivier meer aanwezig in het  drooggevallen  hol  dat bovendien klein kan uitvallen ( instortingen  en aaneenkittend puin  verkleinen  bijvoorbeeld  de voormalige spilje )   of de gehele spilje met in en uitstroomgat komt droog te liggen 
2.- Kaverna (cavern) – not connected to the surface and may be huge (Tounj Cave, which used to ba a cavern, with the length of 8487m is third in Croatia and it was discovered during the works in quarry).  —>  GESLOTEN   GROT
In Kaverna  onstaat een  natuurlijke toegang   onstaat   (bijvoorbeeld )  door een plaatselijke  dakinstorting ( er onstaat een trou , maar op de bodem kan zich een verder uitgebreid grottencomplex (met onderaardse rivier  ) zich uitstrekken

afb20.jpg
Een grot is een (natuurlijk gevormde) onderaardse ruimte. Grotten worden vaak gevormd door oplossing van kalksteen (calciet) in koolzuurhoudend water. Het is dan een karstverschijnsel.        Vaak komen in grotten ook druipstenen voor.

°
KARSTPIJP

afb21.jpg
Een karstpijp of orgelpijp is een verticale koker gevormd in kalksteen. De pijp ontstaat door karstverwering op zwakke plekken zoals diaklazen, breuken en dolines, en kan tot honderd meter diep worden.
Een actieve karstpijp wordt steeds breder en dieper. Soms kan men niet meer spreken over een koker, maar is deze uitgegroeid tot een onregelmatige, brede en hoge ruimte, die via een gat in de plafond in verbinding staat met de buitenwereld.

°
LAPIAZ

afb22.jpg
Lapiaz ontstaat wanneer de vruchtbare bodem door bijvoorbeeld wind of stromend water, de schurende werking van gletsjers of door de golfslag wordt wegerodeerd. Zodra de beschermende bodem verdwenen is, wordt de kalksteen aangetast door het zure regenwater (chemische verwering) en door vorstverwering, waardoor kleine scheurtjes en openingen in de harde kalksteen op lange termijn uitgroeien tot spleten en kloven.

De oppervlak van de kalksteen lijkt daardoor soms op een kunstmatige bestrating, vandaar de Engelse benaming limestone pavement. Uiteindelijk blijft er een landschap over van rechtopstaande kalksteenplaten (clints), gescheiden door diepe kloven (grikes of grykes).
°
POLJE

afb23.jpg
Een polje is een gebied met een vlakke bodem met steile randen en ontstaat door karst. Het woord polje is afkomstig uit het Sloveens en Kroatisch waar het ‘veld’ betekent. In het Nederlands, maar ook in het Engels en andere talen, wordt het gebruikt als geografische term.
Poljes kunnen honderden vierkante kilometers beslaan. Rivierwater verdwijnt in een vaak breed dal in ponoren (verdwijngaten). Daar kan het dus zijn dat een rivier (gedeeltelijk) onder water verdwijnt. Onder de grond zit vaak een ondoorlatende laag.

Daardoor kunnen meertjes gevormd worden.
Poljes ontstaan doordat het grondwater de aanwezige kalksteen oplost. Andere geologische omstandigheden zoals tektonische depressies zoals slenken zijn als randvoorwaarde noodzakelijk voor het ontstaan.
Door de beweging van tektonische aardplaten kunnen er wel eens scheuren komen in gesteenten. Zo kan er een grote breuk ontstaan in een landschap, wat een soort traptrede vormt.
Het hoge gedeelte heet de horst, het lage gedeelte de slenk.
Deze slenk kan het begin zijn van de vorming van een polje.
°
KARSTBRON

Een karstbron, ook wel resurgentiebron genoemd, is een bron waar water uit de grond aan het oppervlak komt. Dit fenomeen komt vooral voor in kalksteengebieden. Het water verdwijnt eerst in de grond via kleine openingen (karstpijpen) om via een lange weg terug aan het oppervlak te komen (resurgentiebron).

°
KARSTRIVIER

Een karstrivier is een deel van een rivier dat onder de grond ligt.

Photograph
onderaardse rivier in de grot van remouchamp 
°
VERWIJNGAT  (CHANTOIR ) 
Chantoir du Grandchamps=  een van Belgie’s grootste en indrukwekkendste dolines ….deze chantoir, Ligt op de limiet schist/kalksteen  . Je bekijkt hier een   verdwijngat ineens met heel andere ogen.
valei der chantoirs
De Vallei der Chantoirs (Frans: Vallon des Chantoirs) is een karstsysteem in België dat zich uitstrekt over de gemeenten Sprimont en Aywaille in de provincie Luik. Het karstsysteem ontwikkelde zich in kalksteen van het Devoon. Het wordt gekenmerkt door het feit dat alle waterstromen snel in de grond verdwijnen in het onderliggende kalksteen. Deze verdwijnpunten worden in Wallonië chantoirs genoemd. Het onderzoek in het grottensysteem wees uit dat het water van de ondergrondse stromen samenkomen in een gemeenschappelijke ondergrondse stroom, die bovenkomt in de grotten van Remouchamps. De ondergrondse rivier kreeg de naam Rubicon.
“Le site correspond à une perte totale du ruisseau du Fond des Pipires, dans une vaste dépression boisée avec une cascade de 10 m. La grotte est formée de galeries subhorizontales développées d’est en ouest. L’écoulement souterrain suit la stratification, en sens opposé au cours d’eau aérien.
Le réseau présente des méandres et étroitures. On note l’existence de deux grandes salles. Les eaux qui se perdent à Grandchamps rejoignent le collecteur du Vallon des Chantoirs, qui se déverse dans la grotte de Remouchamps (dossier CSIS, CWEPSS). “
De plekken waar de rivier in de grond gaat noemt met een verdwijngat.

afb24.jpg

De Lesse bij Han-sur-Lesse is een voorbeeld van zo’n rivier. Door de eeuwen heen heeft het water van de Lesse tegen de kalksteen gestroomd met de tijd is daar een gat in gekomen. Nog later is het langs de andere kant weer te voorschijn gekomen.(Trou de Han )

Deze resurgentie   noemen we in de (Nederlandse ) geologie  de Karstbron of “vauclusebron”  (of in het frans = een  “trou “)
°
UITSTROOMGAT  of resurgentiegat / TROU 
Trou de Han
Entrée des grottes de Remouchamps
de  grot van Remouchamp (met uitstroomgat  van de “Rubicon ” naar afwatering  in de amblève vallei , links onder )
en gelegen onder de (Kunstmatige )ingang van de  voor het toerisme  erg  aangepaste grot 
. Een ander (meer natuurlijk )  voorbeeld   van resurgentiegat   is de bron van Eprave (Dinant),  en de  Fontaine de vaucluse (Provence).
°
Eprave (Dinant),
Aan de voet van het oude Ardense massief, op enkele kilometer van de beroemde grot van Han, schuilt het rustige dorpje Eprave in de vallei van de Lhomme,. De Lhomme, die net als haar woelige bijrivier, de Wamme, op het hoogplateau ontspringt, stroomt hier door de brede kalkstrook die de overgang vormt tussen de Ardennen en de Famenne.
De ontmoeting tussen water en kalksteen leidde tot zonderlinge verschijnselen die de specialisten als karstverschijnselen bestempelen.  Zoals op andere plaatsen zijn deze bijzondere vormen van verwering in verband te brengen met het langzaam oplossen van het gesteente in water dat koolzuurgas uit de lucht opnam.(—> zure regen, zuur water  )
Vanaf Rochefort dringt de Lhomme in de barsten van de kalk door, zozeer zelfs dat in droge perioden de rivier aan de oppervlakte niet meer dan een beekje vormt.
Modderige oevers van de Lhomme 
_
Verder stroomafwaarts lijkt de vallei geklemd te zitten tussen steile wanden die worden beheerst door de bossen van Noulaiti en Wérimont.
Nog verder, vlak na een brede bocht van de rivier, rijst in het midden van een brede vlakte de ‘Rond Tienne’, een eigenaardige heuvel in de vorm van een suikerbrood, die overhelt boven een oude bedding van de Lomme.
Lange tijd bespoelde de rivier de voet van de heuvel en beschreef er een sierlijke meander. Beetje bij beetje sleet de erosie de lus verder uit tot een volledige cirkel waarna de rivier terug rechtdoor kon stromen en de meander droog kwam te liggen.

Die beboste bult temidden een verlaten vallei is absoluut een bezoekje waard.  De  ontspringende  heldere, zuivere bron is  te vinden die op de noordelijke  : het is ongetwijfeld een stukje van de ondergrondse Lhomme dat hier even opduikt. Vanaf deze uitkijkpost heeft men een goed uitzicht op de rots van Eprave, een ware muur van kalk die vreemd uitsteekt boven het landschap.
Plaatselijk heet hij ‘Tienne del Roche’ en zijn top ligt 45 meter hoger dan de rivier.
Vanaf de linkeroever van de Lhomme kronkelt een pad door de bossen dat leidt naar een hol in de flank van de heuvel. Daar, twintig meter boven de rivier, duikt een brede gang naar de diepten der aarde : de grot van Eprave. Nog een oude doorgang van de Lhomme.
Vanaf dit hol voeren enkele treden naar een natuurlijke schuilplaats onder de rotsen.
Onder deze natuurlijke boog klatert uit de diepte van de rots een woelige stroom water op, die het lage debiet van de rivier opeens doet aanzwellen. Waar dat water vandaan komt ? U raadt het al : uit de ondergrondse vloed van de Lhomme en de Wamme, die mysterieuze wateren die door de rots werden verzwolgen.
Is de streek van Eprave vooral bekend voor haar opvallende natuurverschijnselen, ze bewaart ook nog sporen van een ver verleden. In de prehistorie is het bos van Wérimont bewoond geweest en opgravingen bij de Trou de l’Ambre hebben talrijke graven blootgelegd en ook een kostbaar halssnoer van amberkralen, waarnaar de plek dan werd genoemd.
°

KARSTbarsten   

Škrape (cracks) – the smallest but most numerous karst formations on the surface. Most common forms are grooves and small winding or meandering channels.

http://en.wikipedia.org/wiki/Limestone_pavement

karst cracks /Škrape   Kaninksi Podi ( slovakia ) and Croatia national Park 

KARSTbarsten


-depressies    Zie ook SINKHOLE –> ZINKGAT 
-hydrologie
-kloven
-pijpen
-restbergen

KARSTvallei  

Ponikva (swallow hole, karst valleys) – are oval depressions caused by corrosion of water disappearing underground. Their width and depth most often range from a few to hundred meters. According to their shape it is possible to distinguish among oval, flat-bottomed or funnel-shaped ones. The area abundant in ponikve is called boginjavi krš.

Cerknica field

Picture 2 Cerkniško polje (the Cerknica field) with the lake, Slovenia

– TOPOGRAPHY  : Landscape characterized by sinks, solution valleys, and other features produced by ground-water activity  .

(Karst)-verschijnselen 2 3

__________________________________________________________________________________________________  

KARTERING   = in kaart brengen

°

Kationen      ionen met  een positieve lading.

Een kation = het positieve deel van een molecuul bestaat vaak uit een metaal.
tegnover een  anion = het negatieve  ion  van een molecuul wordt meestal gevormd door groepen atomen, zoals b.v.carbonaat, sulfaatfosfaat,enz.

°
Kauri

°
Kegel
-karst
-schelpjes

°
Keienvloertje

°

Keileem 2 3

Keileem is leem dat grind en keien bevat en die afgezet is onder landijs of gletsjers.

Keileem © TNO-NITG

KEILEEM 

Onder  het grasland  zit  eerst een oranje en bruine laag keileem ….., dan volgt het Miocene zand, in geologische termijn de Laag van Miste, en daaronder ligt de Oligocene klei.

Dit profiel is in de kuilranden goed zichtbaar. Als je het profiel van iets dichterbij bekijkt dan zie je dat er zich onder de oranje laag een grindlaag bevind —>

Dat zijn smeltwaterafzettingen nog voordat de gletsjers het keileem afzetten,” licht Boekschoten toe. “Het keileem is met gletsjers naar ons land getransporteerd.”

P9020032

Bert Boekschoten checkt of we hier inderdaad met keileem te maken hebben. En dat is het geval.

Direct eronder ligt een laagje grind: net iets oudere smeltwaterafzettingen uit de ijstijd. Hieronder ligt de meters dikke Laag van Miste, 15,8 miljoen jaar oud, uit het tijdperk dat internationaal bekend staat als het Langhian (16 tot 13,5 miljoen jaar geleden). In de regionale geologie van het Noordzeebekken is deze tijd beter bekend als het Hemmoorian.

Foto  ; Annemieke van Roekel

http://www.kennislink.nl/publicaties/miocene-schatkamer-onder-groene-zoden

Het Kenozoïcum beslaat de laatste 65 miljoen jaar van de aardgeschiedenis. De aarde koelde af, maar niet voortdurend. Er waren betrekkelijk stabiele perioden, onderbroken door een snellere afkoeling ongeveer 50 en 38 miljoen jaar geleden. Een verdere afkoeling ongeveer 15 miljoen jaar geleden leidde tot de vorming van berggletsjers op het noordelijk halfrond en van de Antarctische ijskap. De tweede periode van het Kenozoïcum is het Kwartair, dat 1,6 miljoen jaar geleden begon en tot op heden doorloopt. Deze periode begon in het Pleistoceen, dat zeven ijstijden telde, waarbij op het hoogtepunt 32% van de aarde bedekt was met ijs. Deze ijstijden traden ruwweg elke 100.000 jaar op en werden onderbroken door kortere, warme interglaciale perioden. De meest recente ijstijd bereikte zijn hoogtepunt ongeveer 18.000 jaar geleden. IJskappen van soms wel 3 km dik bedekken heel Noord-Amerika en heel Scandinavië. Ze strekten zich uit tot halverwege Engeland en de Oeral. Op het zuidelijk halfrond waren een groot deel van Nieuw-Zeeland en Argentinië me ijs bedekt. Ook de Snowy Mountains in Australië en de Drakensbergen in Zuid-Afrika waren bedekt met ijs. Maar ongeveer 12.000 jaar geleden begon er een opvallende opwarming en 7.000 jaar geleden waren de Noord-Amerikaanse en Scandinavische ijskappen gesmolten. De zeespiegel steeg en de kustlijnen van de continenten kregen geleidelijk hun huidige vorm. Wij leven nu in het Holoceen, een warme periode die 10.000 jaar geleden begon. Maar het is heel goed mogelijk dat we alleen in een interglaciale periode leven die uitloopt op een ijstijd.
Era     Etage/Tijdsnede Tijd geleden (Ma)
Fanerozoïcum Holoceen 0-0,0117
Pleistoceen Laat 0,0117–0,126
Midden 0,126–0,781
Calabrien 0,781–1,806
Gelasien 1,806–2,588
Plioceen Piacenzien 2,588-3,60
Zanclien 3,60-5,333
Mioceen Messinien 5,333-7,246
Tortonien 7,246-11,62
Serravallien 11,62-13,82
Langhien 13,82-15,97
Burdigalien 15,97-20,44
Aquitanien 20,44-23,03
Oligoceen Chattien 23,03-28,1
Rupelien 28,1-33,9
Eoceen Priabonien 33,9-38,0
Bartonien 38,0-41,3
Lutetien 41,3-47,8
Ypresien 47,8-56,0
Paleoceen Thanetien 56,0-58,7
Selandien 58,7-61,6
Danien 61,6-66,0
Zoogdieren
KenozoïcumKenozoïcum

Kwartair
Neogeen
KwartairHoloceen
0,012
KwartairPleistoceen
1,8
Plioceen
5,3
Mioceen
23
PaleogeenPaleogeen Oligoceen
34
Eoceen
56
Paleoceen
65,5

http://www.kenozoicum.nl/

Stratigrafie van het Kenozoïcum – Begeleid zelfstandig leren

– De geologische geschiedenis, Kenozoïcum, 65 miljoen jaar gelden – heden

Algemeen
Het Era Kenozoïcum kent een tweetal Tijdvakken: Tertiair en Kwartair. Het Tertiair beslaat vrijwel het gehele hoofdtijdperk.
In het Tertiair vinden belangrijke verschuivingen plaats. Groenland raakt los van Europa. Noord- en Zuid-Amerika worden bij Panama met elkaar verbonden. Australië raakt los van Antarctica. In het Periode Eoceen bestaan nog slecht 3% van de thans bekende soorten. In de Periode Plioceen is dit percentage opgelopen tot 90%.Klimaat
Het klimaat was in het Tijdvak Tertiair waarschijnlijk minder gelijkmatig als in het Hoofdtijdvak. Het Tijdvak wordt gekenmerkt door het afwisselend warme en koude perioden. De koude perioden worden vanaf het Midden Pleistoceen aangeduid als glacialen. De warme interglaciale perioden worden een steeds zeldzamer verschijnsel. De onderlinge klimaatschommelingen worden extremer. In algemene zin treed er een complete afkoeling op die uiteindelijk de huidige gemiddelde waarden heeft bereikt.Geologie van het Tertiair (65 miljoen – 2 miljoen jaar geleden)
Tektonische bewegingen die tijdens het Tertiair optreden vormen nog steeds het Noordzeebekken, een dalingsgebied waarin in een ondiepe zee of kustlagunes hoofdzakelijk zand of kleien worden afgezet. De grens tussen land en zee wordt hoofdzakelijk bepaald door verschillen in daling en stijging van delen van de aardkorst. Nederland maakt sinds het Tijdvak Krijt deel uit van dit dalinggebied. Door de plaattektonische bewegingen van de aardschollen ontstond ook het Oost Nederlands Plateau. Momenteel treffen we het plateau aan oostelijk van de grens die loopt van Nijmegen tot Almelo waarbinnen ook Winterswijk ligt. Door de ligging van Nederland op de rand van het Noordzeebekken komen grote verschillen voor in reliëfvormen in het gebied met opheffing en het gebied van bodemdaling.Geologie van het Kwartiair (2 miljoen jaar geleden tot heden)
Veroorzaakt het eerste Tijdvak, het Tertiair, nog tektonische veranderingen in het tweede Tijdvak, het Kwatiair, is hiervan nog nauwelijks sprake. Het klimaat is de bepalende factor voor de optredende veranderingen. Het is de tijd van de ijstijden, perioden met tropische temperaturen worden afgewisseld door perioden met een poolklimaat. Veelal doen veranderingen zich aan het oppervlakte voor, zoals uitspoeling en verstuivingen. Het oorspronkelijke plateau wordt in meerdere kleinere plateaus opgedeeld door ingesleten erosiegeulen en dalen. In de Periode van het Holoceen ligt de geomorfologie zo goed als vast. Er treedt een klimaatsverandering op waardoor er een dichtere begroeiing kan ontstaan. Deze begroeiing zorgt ervoor dat de erosie en sedimentatieprocessen tot staan worden gebracht.Pleistoceen, tijd van de IJstijden
Veelal zijn de vormen van geomorfologische oorsprong tijdens de ijstijden van de Periode van het Pleistoceen ontstaan. Deze Periode kenmerkt zich door koudere (glaciale) tijden en warmere (interglaciale) tijden. Tijdens de glaciale tijden wordt de Nederlandse omgeving gekenmerkt door een koud, soms droog landklimaat met tot op grote diepte permanent voorkomende bevroren ondergrond, de zgn. permafrost. In de meest extreme tijden kwam zelfs een poolwoestijn voor waarin nagenoeg geen begroeiing voor kwam.
Wind had een grote invloed op het onbegroeide landschap. De erosie die optrad werd hoofdzakelijk veroorzaakt door wind, smeltwater en door het landijs verplaatste materiaal.
De interglaciale tijden waren warm en vochtig, vergelijkbaar met het huidige klimaat soms warmer. Er bestond een dichte begroeiing waarbij sterke bodemvorming optrad. Door grote verscheidenheid in temperatuur kenden verschillende tijden een rijke en soms exotische begroeiing. Een begroeiing die vergelijkbaar kan zijn met thans voorkomende soorten uit China, Japan, de Kaukasus en het zuidelijk deel van de Verenigde Staten.
Het belangrijkste kenmerk van geomorfologisch reliëf zijn de stuwwallen, ontstaan door de stuwende werking van het landijs. Dekzandafzettingen zijn door water-en winderosie ontstaan.Het Saalien
Het Saalien is de ijstijd die in Noord Europa omstreek 200.000 jaar geleden begon en omstreeks 130.000 geleden eindigde. Het was niet een aaneengesloten koude tijd. Er kwamen ‘warmere’ tijden, vergelijkbaar met de huidige temperaturen voor. Veelal zijn de afzettingen slecht bereikbaar omdat daarover in latere tijden nieuwe afzettingen zijn afgezet.
Grote delen van Nederland raakten bedekt onder het Scandinavische ijspakket. Deze afzettingen zijn van grote invloed geweest op de vorming van reliëf in Nederland. Door de vorming van het ijspakket daalde de zeespiegel tenminste 140 m., waardoor het gehele Noordzeebekken droog viel. In het gebied waar Winterswijk deel van uitmaakt ontstaat een sterk verbrokkeld reliëf en komen grote verschillen voor in hoogteligging, bodemtypen en waterhuishouding. De bedekking van het landijs uit het Saalien is van grote invloed geweest op de huidige reliëfverschillen. De rivieren hebben een belangrijke rol gespeeld bij de vorming van de huidige ondergrond. Aan het einde van het Tijdvak van het Tertiair, was de omgeving van Winterswijk bedekt met kleiige en zandige afzettingen.Het Weichselien
Het Weichselien duurde van ca. 120.000 tot 10.000 jaar geleden. Het landijs breidde zich vanuit het noorden weer sterk uit maar het bereikte Nederland niet meer. Het zeeniveau lag in die tijd maximaal 110 m. lager dan tegenwoordig.Holoceen
Het Holoceen omvat de laatste 10.000 jaar van de geologische tijd. Aan het begin van dit laatste geologisch Tijdvak lag de morfologie van het landschap zo goed als vast. De tijd van grootschalige erosie- en sedimentatie was voorbij. Onder invloed van klimaatsverandering ontstond er een dichtere begroeiing die erosie tegenging. Door keileemafzettingen afgezet in de ijstijden, trad stagnatie van grond- en regenwater op waardoor hoog- en laagveen gebieden zijn ontstaan. Op de dekzandruggen in de dalen en op de hellingen van het Oost Nederlandse Plateau ontstonden tegen de middeleeuwen de esdekken door het opbrengen van organisch materiaal vermengt met dierlijke mest (potstal). Hierdoor is het dekzandreliëf op veel plaatsen versterkt en ontstonden de kenmerkende steilranden. In de Late Middeleeuwen werden pogingen ondernomen om de afwatering van het gebied te verbeteren door het graven van verschillende watergangen. Deze “beken” hebben zich in de loop van de tijd ontwikkeld als beken met een semi-natuurlijk karakter.
Door bossen, houtwallen en het agrarische grondgebruik zijn veel contouren van de erosiegeulen niet meer zichtbaar in het huidige landschap

°

KETTLE  a closed depression in a deposit of glacial drift formed where a block of ice was buried or partly buried and then melted

°

Keukenzout
Keuper
Keverslakken
Kiezel 2
-concreties
-korsten
-oölietgrinden
-zuur
-zuurgroep
Klapperstenen
Klasse

Klastisch materiaal  Klastisch 2

Klastisch materiaal bestaat uit afbraakproducten die als vast materiaal getransporteerd worden of zijn.

°

Klei

Klei bestaat uit gesteentefragmenten en mineraaldeeltjes met specifieke eigenschappen met een korrelgrootte kleiner dan 0,002 mm.

Kleiwinning nabij de Maas, bij Maalbeek © TNO-NITG                    Zie ook:Leem    Löss  Lutum  Silt   Zand

°

Klei

-rode diepzee

°
Kleur
Kleurindex
Klieving

Klimaat

Het klimaat is de gemiddelde gesteldheid van de lucht en het weer in een bepaald gebied.  —> prof Sintubin over  Klimaat

Klimaat(en) 2 3 4 5

-aride
-berg
-gordels
-makro
-mediterrane
-micro
-meso
-paleo
-polair
-semi-aride
-steppe
-subtropisch
-tropisch
-tropische savanne
-woestijn
-zones

°

klimatologie     Wetenschap  nauw  verbonden met  de geologie

KLIMAATOPWARMING

*opwarming broeikasteffect

BEDROG en klimaatverandering- sceptici    (bespreking Nederlandstalig  boek  van een”‘ klimaat-scepticus ” ) opwarming  <—Doc archief     klimaatsceptici en  journaille  over opwarming     the great warming up swindle  <–   Archief doc

_  KLIMAATVERANDERING:

2014

Watercyclus versterkt abrupte klimaatverandering

De rol van de watercyclus tijdens abrupte temperatuurveranderingen is van groot belang voor de daadwerkelijke impact van klimaatverandering op de continenten.

Dat schrijven wetenschappers van de Duitse Potsdammer universiteit deze week in het tijdschrift Nature Geoscience.

De onderzoekers laten zien dat tijdens de snelle afkoeling aan het begin van de laatste koude periode, ofwel de Jonge Dryas (12700 jaar geleden), verandering in de watercyclus de grootste aanjager was van het snel kouder worden van West-Europa.

De wetenschappers reconstrueerden de veranderingen in neerslaghoeveelheden door organische resten te analyseren afkomstig uit sediment dat ze opvisten uit het Meervelder kratermeer in de Eiffel

Bos

Ze konden daarbij aantonen dat het binnendringen van koude, droge poollucht in West-Europa leidde tot het instorten van lokale ecosystemen, zoals bossen.

Het onderzoek is belangrijk omdat zo de exacte volgorde van gebeurtenissen gedurende plotselinge klimaatverandering duidelijk wordt. Dit is één van de grote onbekende factoren binnen het paleo-klimaatonderzoek.

De precieze resultaten verkregen de onderzoekers door een nieuwe methode toe te passen. Hierbij onderzochten ze moleculaire, organische overblijfselen van plant-fossielen op de verhouding tussen zogeheten zwaar deuterium- en lichte waterstofisotopen. Deze isotopen kunnen gebruikt worden om veranderingen in de herkomst van het water waar de planten van leefden, te bepalen.

IJstijd

De Jonge Dryas-periode was de laatste grote koude-periode aan het eind van het laatste glaciaal, ook wel ijstijd genoemd. Deze periode duurde zo’n 1100 jaar.

De oorzaak was waarschijnlijk een abrupte verandering van de heersende windrichting boven Europa. Dit onderzoek laat zien dat die verandering van heersende windrichting en de droge poollucht bijdroeg aan het verdwijnen van de grote bossen in West-Europa.

Hiermee dragen de resultaten van dit onderzoek bij aan de ontwikkeling van preciezere, regionale klimaatmodellen.

Klink

Klink is compactie door verkleining van het poriënvolume, e.d.

Klippen

http://nl.wikipedia.org/wiki/Klip

http://nl.wikipedia.org/wiki/Klippen_van_Moher

  Moher (Ireland)

 australia

  Dover

Klippen am Cap Blanc Nez 2004 Cap blanc Nez

°

Kloofdal

kloofdal Pyreneeën: Gorges de Holzarté
In hard gesteente ontstaat een kloofdal daar er bijna uitsluitend verticale erosie speelt. In Duitsland noemt men dit een schlucht, in Frankrijk een gorges. Vb.: de Gorges de Holzarté in de Pyreneeën, de hangbrug wiebelt meer dan 170 m boven de rivier, de overtocht is ‘bangelijk’!

Les gorges du tarn
Roemenie Donau

De waterhuishouding in Roemenië wordt sterk bepaald door de Karpaten en de Donau (Roemeens: Dunarea), waarvan het stroomgebied geheel Roemenië omvat.

De Donau komt bij Bazias het land binnen en stroomt in eerste instantie als een snel stromende bergrivier in een 150 meter breed kloofdal – de IJzeren Poort of Portile de Fier– tussen het Banatergebergte en het Balkangebergte.

In Walachije verbreedt de rivierbedding zich en neemt de stroomsnelheid sterk af. De delta van de Donau (ca. 5050 km2), het grootste deltagebied van Europa, ligt bijna geheel op Roemeens grondgebied (de rest ligt in de Oekraïne) en stroomt over 1075 km op Roemeens grondgebied.

http://nl.wikipedia.org/wiki/IJzeren_Poort    Kloofdal van de Donau 

°
Knopstralers

°

Koem

1) Rivier in iran

2) Russische zandwoestijn : Een zandwoestijn heet een erg of een koem.

Zandwoestijnen
Zandwoestijnen zijn woestijnen zoals we ze eigenlijk allemaal kennen en toch zijn er slechts weinig van aanwezig op onze planeet. Een zandwoestijn wordt gevormd als er uit verwering in de omgeving genoeg zand beschikbaar is. Er is verder eveneens een ideale situatie nodig wat betreft de windrichtingen. De windrichtingen moeten namelijk in evenwicht zijn, anders verwaait het zand waardoor de zandwoestijn zal verdwijnen.

°
Kokerwormen 2
Kokkels
Kolonie

°

Kom/

Een kom is een laag gebied langs een rivier waar na overstroming vaak water blijft staan en klei kan bezinken.

Komgrond /komklei

http://nl.wikipedia.org/wiki/Komgrond    —>  ook bekend als  rivier  -overstromingsgebied of uiterwaarden  

Toen na de laatste ijstijd de temperatuur was gestegen werd de afvoer via de rivieren regelmatiger. De verwilderde rivieren veranderden in meanderende rivieren.
Bij hoge waterstand traden ze buiten hun oevers.

Bij deze overstromingen werden klei en zand afgezet. Omdat de stroming minder sterk werd en zand zwaarder is dan klei, werd het zand als eerste afgezet. Toen ontstonden er zanderige oeverwallen. Zand werd als eerste afgezet en kwam daardoor vlak naast de rivier terecht. Toen ontstonden zanderige oeverwallen. Verder van de rivier af werd klei afgezet in kommen, want daar is de stroming minder sterk. De komgronden liggen lager, omdat klei meer water kan bevatten gaat dat op den duur inklinken. De komgronden zijn ook natter dan de oeverwallen, omdat deze lager liggen. De komgronden worden nu gebruikt als hooi- en weilanden. De verschillen tussen klei en zand hebben in de rivierkleilandschappen gezorgd voor reliëf.

°

Koninkrijken 2
Koolstofgehalte

°

Koolwaterstoffen    Koolwaterstoffen 2

Koolwaterstoffen zijn verbindingen bestaande uit ondermeer koolstof en waterstof; bestanddeel van aardolie, condensaat en aardgas.

°

Koolzuurontrekking
Koppotigen 2
Koraalsponzen
Koralen 2
Korrelgrootte 2 3

Korund

Korund

http://nl.wikipedia.org/wiki/Korund

  

°
Kosmisch stof

°
Kosmogene
Kosmopolitisch

°
Kraagdieren 
Kraakbeenvissen
Krabben

°

KRATER

Meteoorkrater Winslow, Arizona

VULKAANKRATER
krater van een vulkaan. Nieuw Zeeland

Krater

-meer

Vulkanen kunnen verschillende vormen aannemen. Meestal ontstaat er door ophoping van uitstromend materiaal een kegel = dom met in het midden een krater. Bij rustende vulkanen ligt hierin vaak eenkratermeer

.
-wand

  eifel /kratermeren 

kraterwand  van de vesuvius

Breccies uit de ringwal van (met de klok mee) meteroriet -kraters CFK48, -13, -01, -13, -49, en -02. © Ph. Paillou/Elsevier

http://www.kennislink.nl/publicaties/veld-van-inslagkraters-in-de-sahara-veroorzaakt-door-gelijktijdige-meteorieten

°
Kratonen
Kreeften
Krijt
Krijtfossielen

°

Krimp

Krimp is de relatieve vermindering van het volume van de grond veroorzaakt door uitdroging eventueel met scheurvorming.                 Zie ook: Aardverschuiving   Bodemdaling  Compressie  Inklinking  Overschuiving  Rifting   Zetting

°

Krimpscheuren

http://nl.wikipedia.org/wiki/Krimpscheur

door uitdroging

in drooggevallen wadden en slikken

Ongerijpte bodem2 door droogte

°Ongerijpte bodem door  uitdroging  

°

Door vorst

http://www.kennislink.nl/publicaties/bevroren-barsten-in-de-bodem

in  permafrost 

Melting_pingo_wedge_ice

Pingo met ijswigpolygonen in Canada. De meertjes tussen de ijswiggen zijn kenmerkend voor gebieden waar de permafrostlaag aan het ontdooien is. Creative Commons

http://www.geologievannederland.nl/landschap/landschapsvormen/pingoruine

°

Kristalassen
Kristal(len) 2
-lografie
-roosters
-stelsels 2
-structuur
-water
Kritische snelheid
Krokodillen
Kronkelberg

°

KROONENBERG  SALOMON ( of   SIMON  )

http://nl.wikipedia.org/wiki/Salomon_Kroonenberg 

Kroonenberg, Salomon

“Wat betreft de klimaatverandering geldt Kroonenberg als een criticus van het Kyoto-protocol; hij relativeert de positie en de tijdsspanne van de mens binnen de geologische geschiedenis en wijst op de constante veranderingen in het klimaat, waar hij veelvuldig onderzoek naar gedaan heeft.

“In het Krijt, zo’n honderd miljoen jaar geleden, was er twintig maal zoveel koolzuurgas als nu en groeiden er broodvruchtbomen op Groenland. Dat is pas een broeikaseffect!” (S.Kroonenberg)

  1. er is een verschil tussen  een  natuurlijk broeikaseffect en het versterkt broeikaseffect (mens). We mogen zelfs blij zijn dat er op het huidige ogenblik    een voor de mens leefbare dampkring is.(voor hoelang nog ? )
  2.  Soms wordt  aangevoerd dat de  uitzonderlijke opwarming van  zo’n zeg maar   200 miljoen jaar geleden (Trias Jura overgang of TJ lijn ) kan  veroorzaakt zijn geweest  door co2 uitstoot van (super)vulkanen ( zeggen klimaatsceptici in koor ) maar dat is nog  steeds  onderwerp van debat  : 
    1.  Er zijn ook andere verklaringen voor de verschijnselen 200M jaar geleden. CO2 hoeft helemaal niet veel invloed hebben gehad. Het waterdamp gehalte en andere broeikasgassen als methaan en zwavelverbindingen kunnen veel belangrijker geweest zijn. Ook roet of stof in de atmosfeer kan voor opwarming zorgen

      1. roet en stof (en as en zwavelverbindingen, dacht sulfide /  So2(rotte eieren luchtje ) ) weerkaatsen zonlicht. dus eerder daling temp. als er vele supervulkanen uitbarsten zal er eerst voor jaren een vulkanische winter ( vergelijk met een nucleaire  winter ) ontstaan.Normaal gesproken wordt het kouder door zo’n supervulkaanuitbarsting.
      2. Wel heel trendy om nu te claimen dat de aarde juist daardoor zou opwarmen…
      3. maar na die  winter  zal de uitgestote co2 zijn werk doen als broeikasgas. 
    1. ……de spontane uitbarstingen in de Trias: de zogenoemde Siberische trappen. Volgens de wetenschappelijke beweringen waren dat spontane vulkanische erupties die 250 miljoen jaren geleden begonnen in het gebied dat nu Siberië wordt genoemd. Ze duurden +/- een miljoen jaar lang. Die periode was in het begin van de Trias.

      1. Dit soort globale grote  uitbarstingen komt periodiek voor, volgens het geologische bestand. Zelfs tussen de vrij recente extinctie 65 million jaar terug(Xhichulub meteoor inslag  en einde van de  grote dino’s -) en nu zijn al meerdere extinctiegolven opgetreden, waarvan tenminste één door geologische activiteit. Natuurlijk zijn niet al deze golven even hevig van aard geweest. Platentektoniek kan mogelijk een verklaring geven voor het periodiek optreden van dergelijke reeksen uitbarstingen. 
    1. De uitbarstingen begonnen 200 miljoen jaar geleden in Marokko(atlas ?  )  …..

Zie hierover  ook   —>uitstervingen

  1. noot  1   —> Jawel er waren grote klimaatschommelingen in het  geologische verleden  van de aarde   – maar  de meeste  klimaatveranderingen ( met name de opwarmingen )  werden  ook meestal veroorzaakt  door broeikasgassen. (methaan , Co2 etc )

    1.  Praktische alle grote uitstervingsgolven zijn vergezeld gegaan  van  (geologisch ) plotselinge klimaat veranderingen  die op hun beurt werden veroorzaakt door  diverse gebeurtenissen (vulkanisme / asteroiden inslag  en nu (voor  de eerste keer )  menselijke broeikasgassen(antropogene )  uitstoot )
    2. —> ( klimaatscepticus )”CO2 volgt opwarming maar  veroorzaakt deze niet. “
      1. Dus omdat bij sommige natuurlijke opwarming events CO2 de temperatuur volgt stel je dat CO2 geen broeikasgas is?
        Waar is de logica hierin? 
  1. noot2   ; en  afkoeling  :  We zaten geheel volgens Milankovitch in een neerwaardse trend, totdat we daar opeens als een gek CO2 in de lucht begonnen te pompen.
    http://www.nujij.nl/wetenschap/global-cooling-al …

    1. en dan te bedenken dat er erg regelmatig  en op korte termijn  op deze planeet ongeveer 150 vulkanen uitbarsten en in china sommige kolenmijnen al 100 jaar branden zonder nog ooit gedoofd te kunnen worden. Over  een beetje  supplementaire co2 uitstoot gesproken
      1. Die vulkanen zijn echter  te   verwaarlozen bij de  menselijke uitstoot. USGS (en die weten veel van vulkanen)“The 35-gigaton projected anthropogenic CO2 emission for 2010 is about 80 to 270 times larger than the respective maximum and minimum annual global volcanic CO2 emission estimates.”
        http://volcanoes.usgs.gov/hazards/gas/climate.php

°

Zijn  wetenschappelijke kritiek vatte   S Kroonenberg  samen in het boek De menselijke maat: de aarde over tienduizend jaar. 

—> Naar aanleiding van berichten dat hij zijn standpunt over de rol van de mens bij klimaatverandering had gewijzigd schreef Kroonenberg: “…ik accepteer voor het moment het argument van het IPCC dat de stralingsforcering van de zon op zichzelf niet voldoende is om de opwarming van de laatste dertig jaar te verklaren. Dat betekent overigens allerminst dat het ook in de toekomst warmer zal worden..

–> In december 2009 werd hij, samen met Hans Labohm, door de NOS geïnterviewd als ‘klimaatscepticus’. Hierin bevestigde hij dat er naar zijn opvatting geen verband is tussen de uitstoot van CO2 en de opwarming van de aarde.” 

  1. Salomon Kroonenberg heeft geen idee waar hij het over heeft, hij is een geoloog en geen klimatoloog en dat is duidelijk te horen.–> Dat iemand een wetenschapper is op een(vak) gebied betekent nog niet dat diegene expert is op elk wetenschappelijk (vak)gebied.
    1. Kroonenberg doet uitspraken over de toekomst op grond van cyclische patronen die verder gaan dan de mens door overlevering kan doorgeven. Omdat u het niet ziet, en een geoloog wel… Misschien zijn ” in  the long run “eerder te vertrouwen   geologen dan  klimatologen.? 

      1. Klimatologen gebruiken voor hun modellen ook zeker input vanuit de geologie. Ze hebben voor hun modellen kennis nodig van de cycli die de Aarde heeft gekend, en informatie over de mogelijke sturende factoren in die cycli. Het is mede door geologische kennis dat we nu met enige zekerheid kunnen zeggen dat de opwarming die de Aarde nu meemaakt niet uitsluitend  vanuit natuurlijke factoren verklaard kan worden.

Kruin
Kruipen
-gangen
-sporen

Kryoturbatie    Kryoturbatie

Kryoturbatie is de verstoring van de oorspronkelijke gelaagdheid van een sediment door de werking van vorst en dooi.

Kubisch
Kunstmatige systemen
Kustdrift
Kusten 2

Kusterosie

Kusterosie is erosie van de kust en landinwaarts terugdringen van de kustlijn.

Kustafslag na een zware storm op 22 februari 1990, bij Bergen aan Zee (Noord-Holland) © TNO-NITG

Kustvlakte

Een kustvlakte is een effen gebied in de nabijheid van de zee.

Kwalitatieve analyse
Kwallen
Kwantitatieve analyse
Kwartair 2 3
Kwarts
Kwartsiet

Kwel

http://nl.wikipedia.org/wiki/Kwel

Kwel is het uittreden van grondwater, opwaartse stroming van grondwater eindigend aan het oppervlak.

—> Kwelgebied

Kwelder

De kwelder is het buitendijks gelegen aangeslibd land dat begroeid is en met vloed niet meer onder water loopt.

foto 1 kwelders en schor
De Oosterkwelder van Schiermonnikoog vanuit de lucht.
© Rijkswaterstaat.

http://www.natuurkennis.nl/index.php?hoofdgroep=2&niveau=3&subgroep=108&subsubgroep=1024&subsubsubgroep=490

Kwelder of schor      Soortenarm, maar specifiek     Vogels
Typen kwelders

Kwelgebied

Een kwelgebied is een gebied waar grondwater zich beweegt in de richting van hetoppervlak(tewater).    —>Kwel

Luchtfotoserie hoogwater 1995 Bergen kwel gebied ten Oosten van RW271 nabij km 129

Luchtfoto hoogwater 1995:Bergen, ‘kwel’gebied ten Oosten van RW271 nabij km 129.50.