ATACAMA walvis massagraf

°

  

 zie onder Geologie

°

°

Mysterie van fossiel massagraf opgehelderd

3D relief map of the Atacampa Plateau.

Generalized, modern vegetation zones in the region of Quebrada del Chaco.

Generalized, modern vegetation zones in the region of Quebrada del Chaco.

Location: The bones were found near Copiapo, around 440 miles north of Chile's capital, Santiago

Location: The bones were found near Copiapo, around 440 miles north of Chile’s capital, Santiago

AP

Findings: A video still shows Minister of National Assets Catalina Parot, using crutches, looking at one of the prehistoric whale fossils in the desert

wo 26/02/2014   Kathleen Heylen
°
Wetenschappers menen te weten waarom tientallen walvissen miljoenen jaren geleden aangespoeld zijn in Chili en er een fossiel massagraf gevormd hebben. Giftige algen  zijn waarschijnlijk   de grote schuldige?

De goed bewaarde, miljoenen jaren oude walvisgeraamtes liggen in de Atacama-woestijn …. Volgens de wetenschappers is het kerkhof ontstaan door vier  verschillende massastrandingen in de loop van   enkele duizenden jaren 

°

Het was een van de meest verbazingwekkende Paleontologische vondsten van de voorbije jaren: een massagraf van walvissen van meer dan 5 miljoen jaar oud in de Atacama-woestijn in Chili.

Al sinds 2010 was bekend dat in dat gebied resten van fossiele walvissen te vinden waren. Tijdens graafwerken voor de Pan-Amerikaanse snelweg vlakbij werden tal van fossiele walvisbeenderen ontdekt. De plek verwierf de bijnaam “Cerro Ballena” (‘walvisheuvel”).

atacama discovery

+8

Discovery: The researchers believe the fossilized remains could have accumulated over a long period of time, between two million and seven million years ago

Read more: http://www.dailymail.co.uk/news/article-2063973/Whales-desert-Prehistoric-bones-unearthed-Chiles-Atacama-desert.html#ixzz2uRgXg2Gm
Follow us: @MailOnline on Twitter | DailyMail on Facebook

AP

Een jaar later kregen Amerikaanse en Chileense wetenschappers de kans om een deel van de site uitgebreid te onderzoeken, toen er gewerkt werd aan de verbreding van de snelweg. Ze kregen slechts twee weken de tijd voor alle veldwerk, voor de site werd dichtgegooid en overgoten met beton, maar slaagden erin in die korte periode een indrukwekkende vondst te noteren.

°

De site bevatte de restanten van tien verschillende soorten gewervelde zeedieren in vier aparte lagen in de bodem. Daarbij een soort waterluiaard, twee soorten snoeken, twee soorten robben en minstens vier soorten walvissen. Pronkstukken van Cerro Balleno waren de nog relatief intacte individuele skeletten van meer dan 40 walvissen.

De wetenschappers maakten onder meer digitale 3D-modellen van de resten die ze aantroffen en namen beenderen weg voor verder onderzoek.

Investigators from the Smithsonian Institution laser-scan one of the desert whales in the Atacama Desert, to create and preserve a digital image of it.

°

  

Een gemeenschappelijke, plotse dood

°

Een van de vele vragen die de site opwierp, was hoe de zeedieren daar beland waren, en in zulke grote aantallen. De wetenschappers ging er al snel van uit dat er  gemeenschappelijke, plotse doodsoorzaken  moesten  zijn.

°

Bijna alle walvisskeletten waren zo goed als intact en lagen bijna allemaal op dezelfde manier gepositioneerd, bijvoorbeeld met hun snuit in dezelfde richting en ondersteboven.(met de buik omhoog dus )

walvisgraf

foto:Adam Metallo.

De moordenaar van de veertig walvissen is verrassend eenvoudig: alg.

Het Andesgebergte zou flink wat ijzer in de oceaan hebben doen belanden. Het zorgde ervoor dat de algen in grote overvloed gingen bloeien en samen een dodelijk gif produceerden. Dieren die in zee leefden, kregen dat gif door inademing(in het geval van de vissen ) of door  ervan te eten (zeezoogdieren ), binnen. Daarop begaven hun organen het en vonden de dieren al snel de dood. Dat meldt het Smithsonian.

Op de rug
De onderzoekers baseren hun conclusies onder meer op het feit dat de walvissen met hun buik naar boven ontdekt zijn.

“Net als de bultruggen en blauwe vinvissen van vandaag de dag hadden deze prehistorische walvissen een grote keelzak,” l

egt onderzoeker Nicholas Pyenson uit. Wanneer de dieren sterven en beginnen te ontbinden, vult die keelzak zich met gassen, waardoor de walvis – wanneer deze in het water sterft – met zijn buik naar boven gaat drijven.

Dat de walvissen in de Atacama-woestijn met de buik naar boven liggen, suggereert dus dat ze in zee zijn gestorven.

“Deze enorme hompen vlees strandden op een wad, maar er waren toen nog geen grote roofdieren op het land die de karkassen uit elkaar konden halen en de botten weg konden dragen.” Naar verloop van tijd verging het vlees van de walvissen en werden de botten bedekt met zand.

Het enorme walvisgraf in Chili.  Foto: Adam Metallo.

Het enorme walvisgraf in Chili. Foto: Adam Metallo.

Algen
Een andere aanwijzing dat algen de boosdoener waren, is het feit dat op de skeletten fossiele algenmatten zijn ontdekt.

Deze matten ontstaan wanneer algen overvloedig bloeien.

“Tegenwoordig promoot opgelost ijzer de bloei van schadelijke algen en de Andes is rijk aan ijzer. Dus stellen we dat de bergen ten oosten van dit gebied de bron van de drijvende kracht achter deze bloeiende algen zijn.”

De onderzoekers ontdekten ook dat de algen meerdere keren genadeloos toesloegen. In het gebied zijn grote hoeveelheden fossiele resten van verschillende dieren in verschillende aardlagen aangetroffen. Het suggereert dat de algen zeker vier verschillende keren op dezelfde plek, in een periode van 10.000 tot 16.000 jaar toesloegen.

°

Grote hoeveelheden van dergelijke algen eten kan een snelle dood veroorzaken. De opbouw van de toenmalige kustlijn in Cerro Ballena leidde ertoe dat de dode en stervende dieren slechts op een kleine oppervlakte in een riviermonding aanspoelden.

Vermoedelijk door stormgolven zijn de karkassen op hogergelegen zandgronden beland, waar ze in de loop van miljoenen jaren begraven raakten. Dat plaatste ze buiten bereik van aaseters die in zee leven. Omdat ze in woestijnachtig gebied aanspoelden, waren er ook slechts weinig landdieren die de lichamen konden aanvreten.

°

Wetenschappers hebben nog geen “smoking gun”

°De wetenschappers benadrukken dat het slechts gaat om een werkhypothese (1) . Ze kunnen niet met 100 procent zekerheid zeggen dat de giftige algen er de oorzaak van zijn dat de dierven stierven. Het team vond meerdere korrels en laagjes ijzeroxide in de bodem die zouden kunnen wijzen op de aanwezigheid van algen.

Specifieke cellen van algen werden echter NIET  aangetroffen, dat zou pas een “smoking gun” zijn, luidt het.

°

Volgens de onderzoekers omvat de site van Cerro Ballena nog honderden fossiele restanten die nog moeten worden blootgelegd en onderzocht. Er lopen ook nog verschillende onderzoeksprojecten naar de resten die al zijn ontgonnen.

°

Het Smithsonian National Museum of Natural History in Washington DC heeft heel wat onderzoeksgegevens online geplaatst op de website cerroballena.si.edu.

AP
Preparation: A paleontologist encases a whale fossil to be taken to Chile’s Paleontological Museum of Caldera. Most of the fossils are baleen whales measuring 25ft long
AP
AP
‘Extraordinary’: Prehistoric bones belonging to 75 whales have been found in the Atacama desert near Copiapo, Chile. 
°
Bronmateriaal =
Zie ook –>
  • Walvissen
  • een ander walviskerkhof  in de Andes  bevind zich in  de Pisco formtie van Peru                                                                         http://origins.swau.edu/who/chadwick/Pisco.pdf                                          Afbeeldingen van pisco formation whales                                                                         http://en.wikipedia.org/wiki/Piscobalaena
°
OPMERKINGEN  —> 
°
(1)  maw –>  Er is nog niet voldoende   bewijs -materiaal in de fossielen om van een hoogstwaarschijnlijke  hypothese te kunnen spreken ... en al zeker niet van een “theorie ” ( = zoals gebruikelijk  wordt in de  media  een “theorie” gelijkgesteld  aan een   “verantwoorde ” gissing (=educated guess (*) // Een theorie  stoelt echter  op  heel wat meer =   nml  :  een theorie is   een bundeling  ( een synthese )van hypothesen  die voldoende onderbouwd zijn   en dat ook bij machte is deze hypothesen met een model  te verklaren   zodat er voorspellingen  kunnen worden gemaakt en de bekomen  verwachtingen toetsbaar zijn  ;waardoor  de theorie ook kan worden gefalsifeerd volgens de wetenschappelijk noodzakelijke  criteria , in het bijzonder  binnen  het methodisch naturalisme  ) 
°
–> (*) Dat is natuurllijk koren op de molen van IdC-ers  die altijd al beweren dat  “wetenschap ( in het bijzonder evolutie ) is slechts een theorie (= gissing net als alle andere )”
°
Nota  ;
°
—>  Uiteraard is het massagraf in de  chileense woestijn al meermaals  aangehaald  als “bewijs “van een  vloed ( catastrofisme , —> en  zelfs de ” Bijbelse zondvloed” volgens de creationisten , in het bijzonder de Yec’s ) 
°
Enkele  kinderachtige droge  komieken en clowns als  welkom vermaak  en afwisseling ? 
(en ook een deel van de atacama woestijn )
Debunked :
marine fossils in mountains  proof of flood ? 
°
Refuting these crea claims ;
°
Nederlandstalige   trollen van allerlei pluimage op hun plaats gezet ? —>

VERKLARENDE WOORDENLIJST PALEONTOLOGIE E

 zie onder Geologie /PALEONTOLOGIE 


°

EXTERNE  LINKS  & bronnen  

–> Nederlands WOORDENLIJST 

http://www.fossiel.net/information/article.php

–> English 

http://palaeos.com/paleontology/glossary.html

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

 Paleontological glossary

Choose the first letter of the the term you’re interested in:
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |

_________________________________________________________________________________________________

Verklarende woordenlijst Paleontologie

___________________________________________________________________________________

E

°

Echinacea 2   (verouderd /wordt soms nog gebruikt in de paleontologie  )  klasse zeeegels   volgens  R.C Moore  1966   bestaande uit  2  subklassen  : / a. Perichoechinoidea met 4 orden:      /  b. Euchinoidea met 4 superorden, 17 orden en 11 suborden:   Diadematacea , Echinacea, Gnathostomata, Atelostomata.

________________________________________________________________________________________

°

Echinocorys    : Echinocorys, (orde Holasteroida). Flink van formaat. In Zuid-Limburg in het Krijt.–> behorende tot de irreguliere zeeëgels –>  Irregularia 

 

Fig.60. Echinocorys scutata forma ovata LESKE. (naar Zittel, 1915) http://www.seeigel-fossilien.de/varianten_seeigel_echinocorys.htm

Fig.60. Echinocorys scutata forma ovata LESKE. (naar Zittel, 1915)
http://www.seeigel-fossilien.de/varianten_seeigel_echinocorys.htm

 

 

 

http://www.seeigel-fossilien.de/varianten_seeigel_echinocorys.htm

Afbeeldingen van echinocorys                                                                                                                                                                                          // Echinocorys is een uitgestorven geslacht van stekelhuidigen, dat leefde van het Laat-Krijt tot het Paleoceen. Wikipedia

http://en.wikipedia.org/wiki/Echinocorys

Echinocorys sulcatus Echinoid Fossil

 Denmark. It appears be an Echinocorys sulcatus from the Paleocene (Danian).

See the Fossils of NJ web site for more information: fossilsofnj.com/coppermine/displayimage.php?pid=39

______________________________________________________________________________________

°

Echinocystitoida   //  Orde  van de subklasse  Perichoechinoidea —> klasse echinoidae 

http://en.wikipedia.org/wiki/Echinocystitoida

( order Echinocystitoida)  //  Proterocidaris belli (Kier, 1959); USNM 144189. Marble Falls Formation, Lower Westphalian, Upper Carboniferous, Bluff Creek, Texas, USA. Apical view, from Kier, P. M. 1965. Evolutionary trends in Paleozoic echinoids. Journal of Paleontology 39, 436-465, pls 55-60.

Diameter of test 160 mm.  (NH  UK ) 

________________________________________________________________________________________

°
Echinodermata 2 3 4

–> stam (phylum) van de Eumetazoa.

–> Groep I van de zogenaamde mesofossielen ( -methode  )

Echinodermata.
De Echinodermata = Echinodermen = Stekelhuidigen zijn veelal vrij goed te herkennen door hun gelijkenis met recente vormen. Alle soorten van deze stam zijn marien.
Al in het Paleozoïcum kwamen er veel Echinodermen voor. In het Perm stierven er veel soorten uit. In Trias en Jura waren ze nog zo algemeen, dat ze dikke lagen kalksteen vormden. In het Krijt nam hun belangrijkheid af.

De stam Echinodermata werd vroeger verdeeld in 2 substammen.
— Pelmatozoa = gesteelde = vastgehechte stekelhuidigen.
— Eleuterozoa = Echinozoa = Homalozoa = vrijlevende stekelhuidigen.

Nu hanteren we een verdeling in 4 substammen:
a. Homalozoa.
b. Crinozoa = zeelelieachtigen.
c. Asterozoa.
d. Echinozoa = zeeegelachtigen.

echinodermata ency1fossil echinoids

echinodermata 1.docx (3 MB)   <–

Echinodermata of stekelhuidigen vormen een stam binnen de Deuterostomia. Stekelhuidigen zijn mariene dieren en hebben een skelet dat uit kalkplaatjes bestaat. De meeste Echinodermen zijn te herkennen aan een vijfstralige symmetrie. De Echinodermata omvat onder meer de:

  • Blastoïden (Blastoidea): een uitgestorven groep;
  • Crinoiden (Crinoidea): zee-lelies en haarsterren, een bestaande groep (Ordovicium – heden);
  • Cystoideeën (Cystoidea): een uitgestorven groep (OrdoviciumDevoon);
  • Ophiuroidea: bestaande groep met de slangsterren en brokkelsterren;
  • Asteroidea: bestaande groep met de zeesterren en kussensterren (Ordovicium – heden);
  • Holothuroidea: bestaande groep met de zeekomkommers (Siluur – heden);
  • Echinoidea: bestaande groep met de zee-egels.

Geocoma, een slangster uit het Jura van Duitsland

 

Echinoderm: meaning “spiny skinned”, names any member of Phylum Echinodermata; a large group of primarily pentamerally radially symmetrical exclusively marine metazoans with internal calcite skeletons and hydrostatic vascular system. Includes crinoids (sea lilies)echinoids (sea urchins, sand dollars, sea biscuits), holothurians (sea cucumbers), asteroids (starfish), ophiuroids (brittle star), and many exclusively Paleozoic groups such as blastoids, edrioasteroids, carpoids, and others. (University of Arizona Geosciences 308 Paleontology glossary) More

________________________________________________________________________________

°
Echinoid: Subphylum Echinozoa, Class Echinoidea. Sea urchins and their relatives. Echinoderms with spherical or flattened bodies, often protected by long spines, like starfish they move about on tube feet. Very common as fossils, especially in the Cretaceous and TertiaryOrdovician – Recent (rare prior to the Jurassic). (MAK)

Echinoidea  // ZEEËGELS 

Meer afbeeldingen  <—

Zee-egels (Echinoidea) behoren tot het Phylum stekelhuidigen (Echinodermata). Net als andere Echinodermen hebben ze een vijf stralige symmetrie. Het lichaam bestaat uit vergroeide kalkplaten. De stekels waren beweeglijk en zaten vast op de kalkplaten. Zee-egels leven op de bodem van de zee.

Van zee-egels blijft meestal de schaal goed bewaard, omdat deze van Calciet is opgebouwd. De stekels vallen er meestal af en worden vaak los gevonden. Zee-egels komen voor sinds het Ordovicium tijdperk.

Voorbeeld van regulaire zee-egels

Zee-egels zijn onder te verdelen in regulaire en irregulaire zee-egels. De regulaire zee-egels zijn geheel vijfstralig symmetrisch en hebben hun anus aan de bovenkant en hun mond aan de onderkant. Irregulaire zee-egels hebben hun mond en anus vaak allebei aan de onderkant. Deze zee-egels hebben ook een minder regelmatige vorm.

Foto’s

Echinoidea   Leske, 1778

http://en.wikipedia.org/wiki/Sea_urchin       —>

http://www.nhm.ac.uk/resources-rx/files/timetree-chap38-35341.pdf

regular echinoids

Echinoida 2

Phylum: Echinodermata
Subphylum: Echinozoa
Class: Echinoidea
Leske, 1778
Subclasses

Echinoidea  =Echinoidea. Ordovicium – recent.  //   De klasse Echinoidea = Zeeëgels omvat met zijn meer dan 1000 soorten wellicht de bekendste stekelhuidigen. Hun vorm is meestal rond, maar soms vijfzijdig of hartvormig. Ze bezitten een schaal =kalkskelet, waarop beweeglijke stekels zijn geplaatst. Deze dienen als bescherming, maar ook als middel voor verplaatsing over de zeebodem. Bij het fossiel is de bevestigingsplaats van de stekels waar te nemen. Soms zijn deze zelf ook fossiel bewaard gebleven.

Op de schaal zijn radiaal rijen waar te nemen van paren poriën, die ambulacraalvelden begrenzen. Tussen deze velden liggen de interambulacraalvelden.

_______________________________________________________________________________________
°

Echinolampas  : Irreguliere zeeegels  /  IRREGULARIA   :  (orde Cassiduloida), Eoceen-recent.

Echinolampas  gambierensis

Echinolampas Gambieri

°

Echinolampas morgani

°

Echinolampas20posterocrassa20curtata

Echinolampas morgani

Echinolampas  osterocrassa curtata

°

Echinoneina 2 //Gnathostomata met de orde: Holectypoida  —> en de suborde:Echinoneina,   

Conulus, Krijt. Komt veel voor in het Krijt van Engeland.

http://www.thefossilforum.com/index.php?/topic/17178-conulus-echinoid/  Afbeeldingen van conulus fossil

°
Echinothuroida  //orde van de  Diadematacea

°
Echinozoa 2 3  (echinodermata ) –>een  onder de  vier onderstammen  der (verouderd )Eleuterozoa = Echinozoa = (modern ) Homalozoa —->  vrijlevende stekelhuidigen.   Afbeeldingen van homalozoa

  • Zeelepelachtigen : Carpoidea was een kleine, veelvormige groep, die leefden van het Cambrium tot het Devoon. Hun skelet bevatte wel de karakteristieke bestanddelen van calciet, maar had verder geen gemeenschappelijke kenmerken met de vijfstralige symmetrie der stekelhuidigen. … Wikipedia

    Zeelepelachtigen of Homalozoa is een uitgestorven onderstam van de stekelhuidigen. De dieren leefden in zee, van het Cambrium tot en met het Devoon (ca. 540-360 miljoen jaar geleden).

    Zeelepelachtigen hadden een afgeplat lichaam met één arm en/of een steel. Geleerden denken dat de arm en/of steel werd gebruikt bij het eten. Hoewel de huidige stekelhuidige radiaire symmetrie vertonen, waren de zeelepels asymmetrisch. De zeelepelachtige worden nog niet zo lang bestudeerd. Over hun levenswijze is weinig bekend. Er gaan stemmen op dat de zeelepelachtigen verwant zou kunnen zijn aan de Hemichordaten.

    Tot op heden zijn er 12 families en 60 geslachten bekend. Hieronder worden enkele klassen besproken. Deze zijn uiteraard voortgekomen uit fossielvondsten.

    • De gewone zeelepel (klasse Homoiostelea) had een afgeplat, asymmetrisch lichaam met één arm en een steel.
    • De armloze zeelepel (klasse Homostelea) leefden minder lang, ongeveer 540-500 miljoen jaar geleden. In tegenstelling tot de gewonde zeelepel hadden zij geen arm, maar alleen een steel.
    • Steelloze zeelepels (klasse Stylophora) hadden zoals de naam al zegt, geen steel. Echter ze hadden wel één goed ontwikkelde arm.

_____________________________________________________________________________________

Ectoproct 2 3   //Bryozoa = Ectoprocta = Mosdiertjes.

°

 

Ediacaran: most recent period of the Proterozoic era, characterised by the appearance of both enigmatic Vendobionta and trace fossils that seem to pertain to more conventional organisms. The term Ediacaran was replaced for a while by Vendian, but now it seems that Ediacaran is back in fashion. (MAK)

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ediacarium

Eon Era Periode Ouderdom Ma
Fanerozoïcum Paleozoïcum Cambrium later
Proterozoïcum Neoproterozoïcum Ediacarium 635 – 541
Cryogenium 850 – 635
Tonium 1000 – 850
Mesoproterozoïcum Stenium 1200 – 1000
Ectasium 1400 – 1200
Calymmium 1600 – 1400
Paleoproterozoïcum Statherium 1800 – 1600
Orosirium 2050 – 1800
Rhyacium 2300 – 2050
Siderium 2500 – 2300
Archeïcum Neoarcheïcum vroeger
Indeling van het Proterozoïcum volgens de ICS.[1]

 

 

Ediacaran biota: enigmatic life forms from the Ediacaran period; the first large to appear. Their affinities remain highly controversial; they have been interpreted as the first representatives of current animal phyla (Cnidaria, Annelida, Arthropoda, etc), as sister group to all metazoa more derived than sponges, as a totally distinct kingdom (Vendobionta, Vendozoa), and even as marine fungi and giant Rhizarian protists. Each hypothesis has advantages and disadvantages going for it. (MAK)

 

Afbeeldingen van Ediacaran fossils <—

ediacaran  biota

*

Ediacaran mountain

 

 http://www.sciencedaily.com/releases/2014/10/141016100317.htm Roots of the ancient mountain range, long since eroded, were found in Northeast Brazil. Credit: Carlos Ganade de Araujo

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/10/141016100317.htm
Roots of the ancient mountain range, long since eroded, were found in Northeast Brazil.
Credit: Carlos Ganade de Araujo

 

°
– Edichnia
–Epichnia
– Exichnia = in het onderste grensvlak van de laag liggend. /drie van de vier ichnofossiele boorgaten en graafgangen klassen volgens de methode van Martinson (1970), vooral bedoeld voor geologen en sedimentologen
: Onderscheidt vier groepen. :
– Epichnia = op de laag liggend.
— Endichnia = in de laag liggend.
— Hypichnia = in het onderste grensvlak van de laag liggend.
— Exichnia = onder de laag liggend, maar wel in contact ermee.
Ze gaan uit van de ligging van de sporen t.o.v. een belangrijke laag of bank in een ontsluiting, waarin levenssporen( voornamelijk boorgangen ) zichtbaar zijn.
De namen geven dus aan, of de sporen op, in of onder de laag liggen, of dat ze het grensvlak van de laag snijden.

_______________________________________________________________________________________

Edrioasteroidea  //Cambrium – Onder-Carboon.  uitgestorven klasse van de  echinodermata  ( vroeger = Echidozoa  ) 
Komen voor in een beperkt aantal soorten. Ze zijn schijfvormig en hebben verhoogde, stervormige groeven. Ze lijken op zeesterren met een balvormig lichaam.     Afbeeldingen van Edrioasteroidea

http://en.wikipedia.org/wiki/Edrioasteroidea

Growing on this Ordovician brachiopod, at the lower right, is a round organism with five rays, looking suspiciously like a starfish. It is in fact Isorophus, a member of the extinct echinoderm class Edrioasteroidea. Although superficially like starfish, edrioasteroids were sessile – attached to a substrate by a short thick stalk covered with plates. Their ambulacra – the five radiating feeding grooves in the upper part of the organism, covered by large plates – grew in a curved, often spiral or nearly spiral pattern

http://www.ucmp.berkeley.edu/echinodermata/edrioasteroidea.html

________________________________________________________________________________________

Eéncelligen // verouderde term van Ernst Haeckell , maar wordt nog gebruikt in de paleontologie
Eénzaadlobbigen

_______________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________Elasmobranchia // 

Elasmobranchia met de orden CladoselachiiSelachii = haaienBatoida= roggen en zaagvissen,Bradyodonti.

Haaien en Roggen zijn bekend vanaf het Devoon. Het skelet van kraakbeen is zelden bewaard gebleven. Fossiel vinden we vrijwel alleen de scherpe tanden, soms in grote aantallen. Dat komt, doordat één haai vele honderden tanden oplevert. Vondsten van grote hoeveelheden haaientanden zijn b.v. bekend uit het Krijt, uit het Tertiair van Twente en Achterhoek en uit het Eoceen van Antwerpen, Gent en Cadzand.// Haaientanden  zijn  populair bij verzamelaars en worden over de gehele wereld gevonden 

Haaientanden

–> De tanden van roggen zijn plat met richels, waarmee ze schelpen kunnen vermalen.

Roggentand

  • Elasmobranchii   :    De Elasmobranchii vormen een groep binnen de Chondrichthyes of kraakbeenvissen, en omvat de haaien, roggen en vleten. Fossiele vertegenwoordigers zijn gekend vanaf het Siluur. Aangezien het skelet van deze dieren grotendeels uit kraakbeen bestaat, blijft het moeilijk bewaard. Desalniettemin zijn complete fossiele kraakbeenvissen van deze groep gekend uit tal van Lägerstatten, waaronder deze van Solnhofen, Duitsland en uit Libanon. Tanden en kauwplaten blijven wel zeer goed bewaard en worden plaatselijk gemakkelijk gevonden.In het determinatiesysteem is deze groep opgedeeld in de Batoidea, waarbinnen de roggen en vleten ondergebracht zijn, en de overige Elasmobranchii (voornamelijk haaien).Losse tanden worden vaak gevondenGoed bewaarde complete specimens, zoals deze uit Libanon, zijn uitzonderlijk     Globe.pngFoto’s of locaties voor Batoidea bekijken     Globe.pngFoto’s of locaties voor overige Elasmobranchii bekijken

___________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________

Eleuterozoa  //(=  vrijlevende stekelhuidigen.)  verouderde  naam voor  een (van de vier )  onderstam(men)  der echinodermata  :  Homalozoa

_________________________________________________________________________________________

°

Entelophyllum. // Siluur. Gotland. // een van( de als voorouderlijke beschouwde )kolonievormende koralen van de subklasse Rugosa

Rugose_koraal_Entelophyllum_-_Groningen

Entelophyllum, een rugose koloniekoraal met een compacte bouw waarbij de afzonderlijke woonbuizen elkaar aan alle zijden raken. Rugose koralen zijn de voorlopers van onze huidige rifkoralen. Zwerfsteen van Groningen.

Tenuiphyllum_sp._-_Groningen

Rugose koloniekoralen komen in een aantal soorten voor. Het meest gevonden zijn die van Entelophyllum. De kolonies zijn meest struikvormig vertakt. In elk van de woonbuizen leefde een anemoon-achtige koraalpoliep. Zwerfsteen van Groningen.

____________________________________________________________________________________

Entoprocta = Kamptozoa.

_____________________________________________________________________________________

 

Eocene: An epoch of the early Tertiary period, spanning the time between 55.5 and 33.7 million years ago. Its name is from the Greek words ἠώς (eos, dawn) and καινός (kainos, new)). It was a period of global greenhouse climate and lush forests, in which small to large archaic mammals, large reptiles, and giant flightless birds all flourished. (USGS Paleontology glossary, MAK, Perseus Digital Library) Moderate, cooling climate. Archaic mammals (e.g. Creodonts, Condylarths, Uintatheres, etc) flourish and continue to develop during the epoch. Appearance of several “modern” mammal families. Primitive whales diversify. First grasses. Reglaciation of Antarctica and formation of its ice cap; Azolla event triggers ice age, and the Icehouse Earth climate that would follow it to this day, from the settlement and decay of seafloor algae drawing in massive amounts of atmospheric carbon dioxide, lowering it from 3800 ppmv down to 650 ppmv. End of Laramide and Sevier Orogenies of the Rocky Mountains in North America. Orogeny of the Alps in Europe begins. Hellenic Orogeny begins in Greece and Aegean Sea. (Wikipedia) More

 

Epibiont = levend op een ander levend wezen.

  • Epibiont  /  Epibionten  //Een epibiont is een organisme dat leeft op een ander organisme (levend of dood).Kokerworm als epibiont op een zee-egel.

°

Epifauna: Those organisms that live attached to other, larger organisms. Examples include the corals, bryzoa, worms and bivalves that are found attached to echinoids of the chalk.

   

Brachiopods      with bryozoan epifauna                      Strophodonta sp
Middle Devonian

Brachiopod with at least 3 types of epifauna (including a bivalve)
Middle Devonian

_______________________________________________________________________________________

°

Erratic: Rocks of pebble size or above that have been transported from their original source and often end up out of context with the geology of the area that they were transported to. In Britain, erratics are usually the legacy of glaciers.

_________________________________________________________________________________________

Epifyt  :  een  niet -parasitaire plant, levend op bovengrondse delen  van een  andere  plant.  Bijvoorbeeld veel orchideeen en bromelia’s   Afbeeldingen van epifyten

________________________________________________________________________________________

°_____________________________________________________________________________________

Epizoair = een organisme, levend op een dier. (bijvoorbeeld zeepokken op een walvis / zeeanemoon op een heremietkreeft  )

Heremietanemoon (Calliactis parasitica); l’anémone solitaire; hermitcrab anemone; Einsiedler-Seerose oder Schmarotzerrose.

. De wetenschappelijke soortnaam sugereert dat er sprake is van parasitisme, maar het is eerder mutualisme. De anemoon biedt bescherming en profiteert zelf van voedselresten. Soms probeert ze levende krabben te verschalken; krabben jagen soms ook op zeeanemonen.

____________________________________________________________________________

Equisetophyta = Lycopsida = Paardenstaarten = Sphenopsida = Equisetales (verouderd).

calamites 2

________________________________________________________________________________________

  • Erfelijkheidsleer  :  Genetica   // De genetica of erfelijkheidsleer is de tak van de wetenschap die een verklaring biedt voor de genetische overerving van eigenschappen. Gregor Mendel wordt algemeen gezien als de grondlegger van de genetica, en de wetenschap heeft een enorme maatschappelijke relevantie gekregen sinds de ontdekking van DNA en de ontwikkeling van analytische technieken die onderzoek op moleculair niveau toelaten.Samen met de evolutietheorie vormt genetica het tweeluik dat de ontwikkeling van leven op Aarde kan verklaren.                                                                                                                            Tag  : GENETICA, <—

GENETICA

 artikel GIST <—doc archief 

JUNK DNA -Doc  archief 

   Knock out  <—doc  WP

MENDEL  <—

________________________________________________________________________________________

  • Eukaryoot   /   Eukaryoten  //Eukaryoten zijn organismen waarvan de cel een celkern bevat. In de taxonomie zijn de Eukaryoten een domein.

_________________________________________________________________________________________
Eurypterid: colloquially known as “sea scorpions”, these were medium-sized to gigantic, marine to freshwater to amphibious Paleozoic chelicerates, include the largest arthropods ever to live (up to 2.5 meters long).Ordovician to Permian, most common during the late Silurian and early Devonian, although also flourished in Carboniferous swamps(MAK)

 

°

EUTHYCARCINOIDS  

http://www.fossilmall.com/Cambrian_Shadows/euthycarcinoid.htm

The euthycarcinoids

are poorly understood and highly enigmatic arthropods that have at various times been assigned to nearly all major clades of Arthropoda. Vaccari (2004) notes that recent work has supported a placement with crustaceans or a myriapod-hexapod assemblage, a basal position in the Euarthropoda, or a placement in Hexapoda or a hexapod stem group. The near future may better define the elusive euthycarcinoids, as phylogenetic studies unveil the genes involved in arthropod evolution (Schram, 2001).The euthycarcinoids are known from 13 species from Upper Ordovician or Lower Silurian-Middle Triassic from Western Australia, Europe (e.g., the Rhynie chert) and the Mazon Creek in Illinois. In all cases the depositional characteristics suggests freshwater or brackish water environments. Recently, Vaccari (2004) described Apankura machu from a 38 mm holotype coming from late Cambrian of Argentina that occurs along with footprints and tail-drag trackways conspicuously similar to those of Protichnitesfrom the Krukowski quarry. This finding pushes back the groups origin by some 50 million years. Since the Krukowski quarry is probably an older Cambrian assemblage, the Krukowski ichnofauna be the earliest arthropod fossils in the fossil record that are associated with land-based footprints. The trackways in the formation strengthen the theory that similar traces of subaerial origin from Cambro-Ordovician such as the Cambrian Krukowski quarry and the Ordovician Kingston formation in Ontario, Canada (MacNaughton, 2002) were made by euthycarcinoids. I am also struck that this arthropod has similarities to Fuxianhuia protensa, a basal arthropod from the Chengjiang Lagerstatte of China.

Euthycarcinoid reconstruction

Above: Reconstruction of the Rhynie chert euthycarcinoidHeterocrania rhyniensis (scale bar = 2mm) (Anderson & Trewin 2003).

http://www.abdn.ac.uk/rhynie/euthy.htm

Heterocrania rhyniensis

http://www.hornissenschutz.de/euthycarcinoid.htm

Euthycarcinoida    :  tegenwoordig geklasseerd bij de crustaceeen  

The Cambrian euthycarcinoid Mosineia macnaughtoni from the Elk Mound Group, Blackberry Hill, central Wisconsin. Cambrian euthycarcinoids such as this one may have been the first animals to walk on land.

http://en.wikipedia.org/wiki/Euthycarcinoidea

________________________________________________________________________________________

Een exoskelet is een uitwendig skelet wat voorkomt bij bepaalde ongewervelde dieren. Dit in tegenstelling tot de gewervelden waar het skelet aan de binnenkant zit. Het bied stevigheid, en in veel gevallen ook bescherming tegen aanvallers. Voorbeelden van dieren met een exoskelet zijn arthropoda (o.a. kreeften en insecten), Mollusca (vb. slakken en ammonieten) en echinodermata (vb. zee-egels).

Het  exoskelet kan bestaan uit chitine zoals bij insecten, maar ook uit kalk zoals in gastropoden of kiezel zoals bij diatomeeën.

Deze libel kwam uit zijn larve stadium, die een tijd leeft onder water en later op de wal is gekropen om te ontpoppen.
De libel lag helemaal opgerold en opgesloten in deze larve en barstte via de rug naar buiten

wat achterblijft is het  afgedankte  overblijfsel  van het   lege  exoskelet van de ontpopte larve 

Verklarende woordenlijst Paleontology D

  / PALEONTOLOGIE

EXTERNE  LINKS  & bronnen  

–> Nederlands WOORDENLIJST 

http://www.fossiel.net/information/article.php

–> English 

http://palaeos.com/paleontology/glossary.html

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

Paleontological glossary (Choose the first letter of the the term you’re interested)

in: A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |

 

_________________________________________________________________________________________

Verklarende woordenlijst Paleontologie


D

Dactylioceras  ….Ammonieten,uit   het   Midden- en Onder-Jura. o.a. bekend uit Holzmaden in Duitsland.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Dactylioceras

Dactylioceras sp.

Dactylioceras sp.  / A fossil Ammonite, Dactylioceras sp., from the Jurassic (Toarcian) Shale of Holzmaden, Germany.

http://de.wikipedia.org/wiki/Posidonienschiefer-Formation

Lias  Holzmaden 

°

Decapoda   …. voorbeeld  : Meyeria (klasse Malacostraca, orde Decapoda, onderorde Pleocyemata). Een kreeft. Bekend uit het Onder-Krijt van Bentheim en van het isle of wight 

meyeria

http://palaeo.gly.bris.ac.uk/Palaeofiles/Fossilgroups/Decapoda/fossilrecord.html

- Photo COPYRIGHTED ! anomura (germany )

_____________________________________________________________________________

Demospongiae  //Demosponzen  // —

Demospongiae =Demosponzen = ‘gewone sponzen’ met een skelet van hoornachtig materiaal =spongine, of van kiezelzuur zonder spongine.

This phylogenetic tree uses biological systematics.  All of the shown genera and species belong to the class Demospongiae as well as the order Homoscleromorpha based on 28S rDNA analyses.

http://bioweb.uwlax.edu/bio203/2011/pluym_conn/phylogeny.htm

Calcareous skeletons apparently evolved independently within three classes of sponges—Calcarea, Demospongiae, and Archaeocyatha.

Class Demospongea

Sponges with skeletons of spongin, spongin and siliceous spicules, or a skeleton of fused opaline silica.

When present, spicules are commonly monaxon, tetraxon, or polyaxon, but never triaxon.

Nomenclature of Common Megascleres & Microscleres in Fossil and Modern Sponges

Modified from Boardman et al (1987)

Here is an example of a modern demosponge with spongin.

demosponge
Here is a good example of a fossil demosponge.
Note in this specimen the canals in the siliceous walls.
Note that calcification also occurs in demospongiae

________________________________________________________________________________________

Dendrieten   // PSEUDOFOSSIELEN  …. op gesteenten  kunnen  soms dendrieten voorkomen —> op boomtakken of mos gelijkende afzettingen van mangaan- of ijzerverbindingen. (dendron = boom.)

Afbeeldingen van Dendrites(crystal)

  Manganese dendrites on a limestone bedding plane from Solnhofen, Germany. Scale in mm.

http://en.wikipedia.org/wiki/Dendrite_(crystal)

http://nl.wikipedia.org/wiki/Dendriet_(kristal)

°
Dendrietisch  //Als een dalstelsel in een homogene ondergrond ongestoord en volledig tot ontwikkeling kan komen, dan vormt er zich een dendrietisch = boomvormig dalstelsel. NB. Dendron = boom. Zo’n stelsel omvat veel kleineeinddalletjes = brondalletjes, die zelf geen zijdalletjes meer hebben. Ze worden dalletjes van de eerste orde genoemd. Deze stromen uit in dalen van de tweede orde, die in dalen van de derde orde, enz. Hethoofddal is het dal van de hoogste orde. De verhouding van het aantal dalen van opeenvolgende orde noemt men de bifurcation ratio = de vertakkingfactor van het dalstelsel of deel daarvan.
Er bestaan allerlei wetmatigheden; waaraan de omstandigheden binnen een dalstelsel voldoen. Ze zijn vastgelegd in de Wetten van Horton.

________________________________________________________________________________________
Dendrograptus  // —->  Dendrograptus is an extinct genus of Graptolite from the Lower Ordovician.

http://fossiilid.info/9947

Dendrograptus sp., GIT 539-48-1

GIT 539-48-1 Dendrograptus sp.
INFO | IMAGE
Dendrograptus sp., GIT 539-48-2

GIT 539-48-2 Dendrograptus sp.
INFO | IMAGE
Dendrograptus sp., GIT 539-48-2

GIT 539-48-2 Dendrograptus sp.
INFO | IMAGE
Dendrograptus vulgaris Obut, 1953, GIT 119-19

GIT 119-19 Dendrograptus vulgaris Obut, 1953
INFO | IMAGE
Dendrograptus sp., GIT 539-48-3

____________________________________________________________________________________

°

DENTALIUM  Dentalium

Mollusca (Weekdieren)  Klasse:   Scaphopoda (Tandschelpen)  Orde:  Dentaliida    http://nl.wikipedia.org/wiki/Dentalium

   Antalis vulgaris

Antalis vulgaris (o Dentalium vulgaris): ) //  Dentalium is een geslacht van weekdieren, dat fossiel bekend is vanaf het Ordovicium. Tegenwoordig bestaan er nog enkele soorten van dit geslacht.

Fossil scaphopod (tusk shell), Dentalium; middle Miocene (c. 15 my old), Mornington, Victoria
Photographer: John Broomfield / Source: Museum Victoria

°

Dentalium Scaphopod    from  in the Eocene.

Specimens found in the Stone City Formation (aka Whiskey Bridge) of Brazos River, near Bryan, Texas.
    
    

_________________________________________________________________________________________

DEVOON    

The Devonian Period:  The Age of Fish

Devonian —>  A period of the Paleozoic era, spanning the time between 410 and 360 million years ago. It is named after Devonshire, England, where rocks of this age were first studied. (USGS Paleontology glossary)

First clubmosses, horsetails and ferns appear, as do the first seed-bearing plants (progymnosperms), first trees (the progymnosperm Archaeopteris), and first (wingless) insects.

Strophomenid and atrypid brachiopod,rugose and tabulate corals, and crinoids are all abundant in the oceans. Goniatite ammonoids are plentiful, while squid-like coleoids arise.

Trilobites and armoured agnaths decline, while jawed fishes (placoderms, lobe-finned and ray-finned fish, and early sharks) rule the seas.

First amphibians still aquatic.

Old Red Continent” of Euramerica. Beginning of Acadian Orogeny for Anti-Atlas Mountains of North Africa, and Appalachian Mountains of North America, also the Antler, Variscan, and Tuhua Orogeny in New Zealand. (Wikipedia) More

°

The Devonian Period of the Paleozoic Era lasted from 417 million years ago to 354 million years ago. It is named for Devon, England where the old red sandstone of the Devonian was first studied.

The Continents of The Devonian
During the Devonian there were important changes in the land masses on the globe. North America and Europe had collided forming a large continent called Euramerica. This caused the formation of the Appalachian Mountain Range. The other large land mass was Gondwana. It was made up of South America, Africa, Antarctica, India and Australia. These two large land masses lay close to one another near the equator.

Devonian Continents

The two continents were moving toward each other throughout the Devonian Period. The waterway between the two continents covered a subduction zone. This is an area where one plate is moving underneath the other. Eventually this would mean that the two continents would collide to form the supercontinent Pangea in the Permian Period. That event is more than 64 million years later.

Plants Cover The Land
Laying so close to the equator meant that the climate of the Devonian was warm. The warm temperatures made life on land particularly good for the plants. They developed vascular tissues to carry water and food through roots and leaves. The most important development was the seed. Now plants were not dependent on the presence of water for reproduction and they could move further inland. Ferns and the first trees began to cover the land.

Insects and Other Animals Find Homes On Land
The plant-covered lands made a good home for the first wingless insects and spiders. Even a primitive vertebrate, the tetrapod or four-footed vertebrate, developed the ability to live outside the water and move on land.

fish fossil

The Age of Fishes

THE FISHES 

Spindle diagram for the evolution of fish and other vertebrate classes.[2]Conventional classification has living vertebrates as a subphylum grouped into eight classes based on traditional interpretations of gross anatomical and physiological traits. In turn, these classes are grouped into the vertebrates that have four limbs (the tetrapods) and those that do not: fishes. The extant vertebrate classes are:[3]

Fish:

Tetrapods:

In addition to these are two classes of extinct jawed fishes, the armoured placoderms and the spiny sharks.

The Devonian is known as the Age of Fishes. It is famous for the thousands of species of fish that developed in Devonian seas. We know this because of the fish fossils found in Devonian rocks. When fish first started to develop, they had no jaws and the support structure was made of cartilage. This material doesn’t fossilize well, so the earliest fossils were of fish whose outside skin was protected by scales and plates made of boney tissue. These fish were called Ostracoderms. Their name means “shell-skins.” These animals appear in rock from the late Silurian and early Devonian periods.

Devonian fish Dunkleosteus

Fish with Jaws
The next development was the fish with jaws, gills and paired fins. The Placoderms were the first fish to have all three of these characteristics. They still had the “shell skin” of the Ostracoderms, but it mainly covered the head and neck area. The largest of the Placoderms was the Dunkleosteus. It was a huge predator in the Devonian seas. It could be as long as 10 meters. Instead of teeth, it had large boney plates that stuck down in the front of its mouth opening. The powerful jaws were deadly to other fish, sharks and even other Dunkleosteus.

Devonian anchient shark

Ancient Sharks
Sharks, or Chondricthyes, developed during the Devonian also. Sharks are thought to be descendents of the large Placoderms, but they lost the ability to form the boney armor on the outside of the body and were unable to form bones on the inside also. Their body is supported by cartilage. Because of the skeletons of cartilage, very little fossil evidence is available. They did leave behind their teeth. Much of the information we have about ancient sharks comes from the many different types of fossil teeth that have been found. Sharks first appear during the middle of this period.

The Bony Fish; Osteichthyes

  1. Afbeeldingen van devonian bone fishes

The bony fish appear during the Devonian Period. The first of these are the lobe-fins. These fish have pairs of fins with fleshy lobes at the base and more typical fin membranes at the ends. The lobes contain jointed bones. These lobe-fins are thought to have evolved into “legs” and eventually into amphibians that spend their lives both in and out of the water.

The coelacanth is a lobe-fin fish that developed during the Devonian. For years it was thought to have gone extinct at the end of the Mesozoic Era along with the dinosaurs, but in 1938 a living coelacanth was caught. Since then coelacanths have been seen from time to time in the Indian Ocean.

The Lung Fish
The Dipterus was a lungfish that developed at this time. In many ways it looked like the lobe-fins with bony flesh at the base of its fins. But the Dipterus had lung sacks branching off of its throat that got air from the gills. During the Devonian Period, there were huge swings of floods and drought. During drought times, when lakes turned into ponds, the plants used all the oxygen in the little water that remained. A Dipterus that was stranded in such a pool could stick its head out of the water and get the air it needed to stay alive.

The Reef Builders
The reef building work of the sponges and corals went on through the Paleozoic Era. They built some of the largest reefs in the world. Invertebrates grew well in Devonian seas too, so many new species developed. The ammonite is one of these.

Mass Extinction Ends The Period
Species had begun to branch out and include both land and water habitats. The Devonian Period ended with a mass extinction. The Devonian extinction hurt the water habits much more than those on land. The sponges and corals were the most affected. No major reef building happened again for thousands of years.

  


Life of the Devonian

Change in the Devonian Seas

The Devonian seas were dominated by brachiopods, such as the spiriferids, and by tabulate and rugose corals, which built large bioherms, or reefs, in shallow waters. Encrusting red algae also contributed to reef building. In the Lower Devonian, ammonoids appeared, leaving us large limestone deposits from their shells. Bivalves, crinoid and blastoid echinoderms, graptolites, and trilobites were all present, though most groups of trilobites disappeared by the close of the Devonian.

The Devonian is also notable for the rapid diversification in fish. Benthic armored fish are common by the Early Devonian. These early fish are collectively called “ostracoderms“, and include a number of different groups. By the Mid-Devonian, placoderms, the first jawed fish, appear. Many of these grew to large sizes and were fearsome predators. Of the greatest interest to us is the rise of the first sarcopterygiians, or the lobe-finned fish, which eventually produced the first tetrapods just before the end of the Devonian.


Change in the Devonian Landscape

By the Devonian Period, life was well underway in its colonization of the land. Before this time, there is no organic accumulation in the soils, causing these soil deposits to be a reddish color. This is indicative of the underdeveloped landscape, probably colonized only by bacterial and algal mats.

By the start of the Devonian, however, early terrestrial vegetation had begun to spread. These plants did not have roots or leaves like the plants most common today, and many had no vascular tissue at all. They probably spread largely by vegetative growth, and did not grow much more than a few centimeters tall. These plants included the now extinct zosterophylls and trimerophytes. The early fauna living among these plants were primarily arthropods: mites, trigonotarbids, wingless insects, and myriapods, though these early faunas are not well known.

By the Late Devonian, lycophytessphenophytesferns, and progymnosperms had evolved. Most of these plants have true roots and leaves, and many are rather tall plants. The progymnosperm Archaeopteris, whose leaves are shown at right, was a large tree with true wood. In fact it is the oldest such tree known, and produced some of the world’s first forests. By the end of the Devonian, the first seed plants had appeared. This rapid appearance of so many plant groups and growth forms has been called the “Devonian Explosion”. Along with this diversification in terrestrial vegetation structure, came a diversification of the arthropods.


Devonian Times presents oodles of information about early forests and the first vertebrates on land. The information is based on findings at Red Hill, Pennsylvania, USA.

Read about the Devonian Mass Extinction at the Hooper Virtual Paleontology Museum.

Find out more about the Devonian paleontology and geology of North America at the Paleontology Portal.

_________________________________________________________________________________________

Diagenesis:

*The process during which sediments are compacted and/or cemented, to become rocks.

*All chemical, physical, and biological modifications undergone by a sediment after its initial deposition

  • Diagenese   ;   Diagenese is een proces dat zorgt dat gesteente minerale veranderingen ondergaat nadat het is afgezet. Diagenese vindt plaats bij relatief lage temperatuur en druk. Het gesteente hoeft hiervoor dus niet diep begraven te zijn in de aardkorst.
  • Als het gesteenteveranderd doordat het aan een hoge temperatuur en druk wordt blootgesteld is er sprake van metamorfose. Of er diagenese plaatsvindt, en in welke mate hangt sterk af van de samenstelling van het gesteente en de chemische samenstelling van het grondwater. Als er zeer oplosbare mineralen in een gesteente aanwezig zijn zoals in kalksteen of evaporiet, dan zal er veel eerder diagenese plaatsvinden.Een voorbeeld van diagenese is cementatie. Hierbij slaan opgeloste mineralen uit het grondwater neer in het gesteente. Dit kan ook onderzee plaatsvinden. De dichtheid van het gesteente neemt hierbij toe, en de porositeit neemt af. Het gesteente gaat hierbij ook meer een vast geheel vormen.Een andere vorm van diagenese is compactie. Door het gewicht van bovenliggende pakketten sediment wordt de afzetting samengedrukt. Ook kan er drukoplossing plaatsvinden doordat korrels waar de meeste druk op staan eerder kunnen oplossen in het grondwater. De opgeloste mineralen slaan vervolgens weer neer in de poriën. De dichtheid neemt hiermee verder toe.Een derde vorm van diagenese is uitloging. Door bepaalde chemische samenstelling van grondwater kunnen ook mineralen uit een afzetting oplossen en met grondwaterstromingen verdwijnen uit de afzetting.In kalkhoudende fossielen kan door diagenetische processen rekristallisatie optreden waarbij het fossiel wordt omgezet naar meer stabiele vormen van kalk. Bijvoorbeeld omzetting van aragoniet naar calciet.
  • Fossielen (vooral die van aragoniet) kunnen ook geheel oplossen. Als later door diagenese de holte weer wordt opgevuld door een ander mineraal kunnen steenkernen ontstaan.
  • Kalksteen wordt soms ook door diagenese omgezet in dolomietFossielen gaan hierbij vaak verloren of worden aangetast.
  • Diagenese speelt ook een rol bij de verandering van organische stoffen in sedimenten. Denk bijvoorbeeld aan de vorming van steenkoololie en gas.

____________________________________________________________________________________

Differential erosion/weathering: Caused by differences in the resistance of rocks and particles within rocks. This can be applied on a small scale e.g. a fossil weathering out of its surrounding matrix, a large scale e.g. valleys naturally cutting through less resistant rocks, and any other scale in-between.

______________________________________________________________________________________

  • Diagnostische eigenschap(pen)  …Een diagnostische eigenschap is een eigenschap op basis waarvan een taxonomische groep onderscheiden kan worden van andere groepen. 

____________________________________________________________________________________

  • Diapsida (Diapsiden)De Diapsida zijn een groep gewervelde dieren met oorspronkelijk twee gaten achter de oogkas. Bij sommige groepen zijn later in de evolutie deze gaten weer verloren gegaan, maar ze behoren nog wel tot diapsida op grond van hun afstamming. Tot de diapsida behoren:

    De eerste diapside is de Petrolacosaurus uit het boven Carboon van Noord AmerikaIn het Mesozoicum waren de diapsida dominant.

Petrolacosaurus kansensis

Petrolacosaurus kansensis, from the Late Pennsylvanian of Kansas. Drawing from Diapsid characters, from Benton 2000.

Labidosaurus

Life restoration of Petrolacosaurus kansensis, the earliest known diapsid, from the Late Carboniferous of Kansas. Illustration by Nobu Tamura (Wikipedia)

http://palaeos.com/vertebrates/diapsida/araeoscelida.html

____________________________________________________________________________________

  • Diatomee /Diatomeeën /Diatomophyceae    :                                                                                                                                                                   De Diatomophyceae of Bacillariophyceae vormen een klasse van algen, welke als microfossielen aangetroffen worden sinds hetJura tijdperk.                                                                                                                                                                                             De meeste soorten zijn slechts 10 tot 100 micrometer groot. Deze soortenrijke groep wordt veel gebruikt in onderzoek naar de stratigrafie. Diatomeeën hebben een extern kiezelskeletje van kiezel—>  (Kwarts, SiO2)                                                     .Diatomeeën of kiezelwieren, ook wel diatomen genoemd, vormen een stam binnen de supergroep Chromalveolata van eencellige wieren met een extern skelet van kiezel. Ze behoren tot de eukaryote algen of tot het fytoplankton. Wikipedia        //                                                                                                                               http://en.wikipedia.org/wiki/Diatom                                                                                                                                                                              Evolutionary history                                                                                                                         Terre diatomées ou farine fossil -shell Flour Diatomaceous earth image0 diatomaceous   powder /sand   (magnified ) = Fossil Shell Flour:
  • This is the result of the fossilization of microscopic unicellular phytoplankton shells that once lived in the oceans and lakes that covered  several times   many  regions of the Earth.
  •  Meer afbeeldingen

Diatoms: Microscopic, unicellular (single celled), golden-brown algae.  They are found practically everywhere, including marine, brackish, fresh water, soil, and ice environments. They are characterized by a ‘pill box’ style skeleton (frustule) composed of opaline silica. The opaline silica is unstable and begins to convert to cristobalite as the diatom-bearing sediment is buried and temperatures rise. The frustule is dissolved and the record of the organism is lost.

Veel plankton komt voor in het noordelijk deel van de Atlantische, de Indische en de Pacifische Oceaan. Het fytoplankton  daar  bestaat vooral uit geweldige hoeveelheden diatomeeën, waarvan de naar de bodem zinkende skeletdeeltjes het hoofdbestanddeel vormen van het sediment. Dit diatomeeënslik ligt als een brede gordel om  o.a.  het gehele Antarctische continent.

_____________________________________________________________________________________

___________________________________________________________________________________

  • Dimorfie    ;   Seksuele dimorfie is het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes van een organisme. Niet alle organismen hebben deze verschillen, en eventuele verschillen kunnen behoorlijk uiteenlopen. Niet alleen dieren hebben seksuele dimorfie, maar het komt ook bij sommige planten voor.
  • DIMORPHISM  :

Where one species is found in two distinctly different forms,

Sexual dimorphism
Sexual dimorphism exists in both humans and ammonites, but while human males are typically larger,                                                   male ammonite fossils are much smaller than females.Here, a small human female (Beth Kaminsky) with a small male ammonite, and a big human male (Alaskan artist Ray Troll) poses with a big female ammonite.

–> for instance when the male of an ammonite species is smaller than the female.

Figure 6.2   Sexual dimorphism in ammonites, the Jurassic Kosmoceras. The larger shell (macro conch )(a) was probably the female, the smaller(micro conch ) (b) the male. (Courtesy of Jim Kennedy and Peter Skelton.)

Claire Still and Rowan Lockwood looked at the relationship between sexual dimorphism in ammonoids and how long a taxon survives. Ammonoids were shelled cephalopods (squid) that first show up (I think) in the Devonian, and reached incredible levels of diversity in the Mesozoic before finally going extinct at the end of the Cretaceous. Many ammonoids are notable for being sexually dimorphic, meaning the sexes are different sizes and/or shapes, as in Didymoceras below (specimen from the Wyoming Dinosaur Center):

Still and Lockwood found that sexually dimorphic taxa tended to survive for longer than monomorphic taxa. It’s not clear why this is the case, as modern birds seem to show the opposite pattern.

https://gsa.confex.com/gsa/2010NE/finalprogram/abstract_170226.htm  http://vmnhpaleontology.wordpress.com/2010/03/16/gsa-day-3/

–> dimorphism in other  fossils 

canine teeth of Amphicyon

Figure 3. Right lower canine teeth of Amphicyon longiramus from Thomas Farm demonstrating sexual dimorphism in body size. A, UF 271019, male; B, UF 154301, female.

http://www.flmnh.ufl.edu/vertpaleo/fossilspeciesAmphicyonlongiramus.htm

—> Extant  “great apes ”  skulls also show clearly dimorphismal traits  

Bornean orangutan male (left) and female skull showing sexual dimorphism

Bornean orangutan male (left) and female skull showing sexual dimorphism

_________________________________________________________________________________________

°

Dinocyst: A resting stage or reproductive stage in the life cycle of a dinoflagellate. (USGS Paleontology glossary)

light microscope image of dinoflagellateModern dinoflagallates, found off the shore of South Africa, viewed by light microscopy.light microscope image of dinoflagellate

A Confocal Laser Scanning Microscope was used to image this microscopic animal. Very thin optical sections (images) are taken, as in computer tomography (CT scans). These images are then re-composed on a computer to produce a 3D reconstruction. The movie is not complete because ‘depth’ information is limited to the optical section width and is therefore of low resolution.

Dinoflagellates are microscopic unicellular algae (plants), which populate the sea in huge numbers. They mostly belong to the phytoplankton, which live in the surface waters of the ocean and photosynthesise (like land plants). Hence they belong to the important group of ‘primary producers’ at the beginning of the food chain, serving as food for many larger creatures.

These cysts give a continuous abundant fossil record from many sedimentary rocks from the Upper Triassic Period onwards, so we know they have existed for more than 200 million years.

–>Moreover, the dinoflagellate cysts changed quickly during the Mesozoic Era and Cenozoic Era. They are therefore very good guide fossils and much used for age dating of sedimentary rocks (a technique called biostratigraphy). Dinoflagellate cyst biostratigraphy is especially widely used in exploration for oil or gas reservoirs.

Links

°

 Dinoflagellate: Small organisms with both plant-like and animal-like characteristics, in earlier taxonomies usually classified as algae (plants). They take their name from their twirling motion and their whip-like flagella.(USGS Paleontology glossary);

found as fossil from the mid Triassic to the present. Modern dinoflagellates are often responsible for the phosphorescence of the sea and toxic red tide. Fossil dinoflagellates are used to date and correlate rocks from the Triassic to the Quaternary. (Amateur Geologist Glossary) —->

Dinoflagellaten 2     Deel van het phytoplankton  ….= ééncellige algen. .
Sommige van deze organismen leven in kolonies van ééncelligen.

Vb. ééncellige algen.
Dinoflagellate Digoflagellate

Earliest  miocne flagellate

Earliest Miocene dinoflagellate

Deflandrea Robusta

Deflandrea…

Dracodinium waipawaense

Dracodinium…

Pyxidinopsis waipawaensis

Pyxidinopsi…

Charlesdown edwardsii

Charlesdown…

_____________________________________

°

Dinosauria     Dinosauriër      Dinosauriërs  —>

De superorde Dinosauria, ofwel dinosauriërs vormen een bekende groep binnen de klasse van de reptielen (Reptilia). De dinosauriërs ontstonden in het Trias tijdperk sommige groepen, met name de vogels (Aves), komen voor tot vandaag. De overige groepen, ook wel gemakshalve niet-vogelachtige dinosauriërs genoemd, stierven uit bij de massa-extinctie aan het einde van hetKrijt. Een meteroietinslag op het huidige schiereiland Yucatan lag wellicht aan de basis van deze extinctie, waarbij ook vele andere iconische taxa zijn uitgestoreven, waaronder de ammonietenbelemnieten en pterosauriërs.

De dinosauriërs kunnen worden onderverdeeld in de Saurischia en de Ornithischia die zich onderscheiden met een andere vorm van de pelvis en het schaambeen (pubis). Binnen de Saurischia hebben zich vanuit de Theropoden de vogels ontwikkeld. Recente ontdekkingen van dinosaurus- en vogelfossielen in Chinese Lägerstatten hebben aangetoont dat vele groepen een lichaamsbedekking van veren hadden, die soms een uitgesproken ornamentele functie hadden. Andere dinosauriërs hadden een huid met schubben, vergelijkbaar met reptielen vandaag. Dit blijkt uit verschillende vondsten van gemummificeerde specimens, en specimens die huidafdrukken hebben nagelaten in het omliggend gesteente.

Er bestonden zowel herbivoren als carnivoren binnen de dinosauriërs. Ze hadden een terrestrische levenswijze. Dinosauriërs zijn een zeer diverse groep die veel verschil vertoont in grootte en lichaamsbouw. Dinosauriërs legden eieren en hadden in sommige gevallen broedzorg. Of dinosauriërs warmbloedig of koudbloedig waren zijn wetenschappers het nog niet over eens, maar het is zeer waarschijnlijk dat er ook in dit opzicht variatie bestond tussen de verschillende groepen.

Er zijn inmiddels resten van vele (ruim 1300) soorten dinosauriërs gevonden. Enkele bekende soorten zijn de Tyrannosaurus, Allosaurus, Triceratops, Spinosaurus en Iguanodon. Zeereptielen zoals de Mosasaurus en de vliegende Pterosauriërs behoren niet tot de dinosauriërs, maar ze leefden wel in dezelfde periode.

Dinosaurussen spreken tot de verbeelding (Foto Michael Gray)

Dinosauriërs spreken erg tot de verbeelden, niet in het minst door de vormvariaties binnen en tussen de groepen, en de enorme groottes die sommige genera konden bereiken. In dat opzicht kunnen ze een belangrijke rol spelen in het loswekken van intresse van mensen voor de geschiedenis van het leven op aarde en fossielen. Vaak zijn Dinosauriërs de eerste uitgestorven diergroep waar mensen -niet zelden als kind- mee in aanraking komen. Als geen andere heeft deze groep kunstenaars, film- en documentairemakers en schrijvers geïnspireerd. Dinosauriërs zijn publiekstrekkers waarmee musea bezoekers en fondsen kunnen verwerven. Dit uit zich helaas ook in de -vaak illegale- internationale handel in fossiele resten van dinosauriërs.

Het monteren van een Iguanodon uit Bernissart

Binnen de Benelux zijn verschillende vondsten van dinosauriërs gedocumenteerd. De meest iconische hiervan is ongetwijfeld de vondst in 1878 van een hele kudde Iguanodons en geassocieerde fauna in een steenkoolmijn in de omgeving van Bernissart, België. Maar zelfs in de mariene krijtafzettingen rond Maastricht zijn botresten van Dinosauria aangetroffen. Het gaat hier om resten die toendertijd door rivieren vanuit het vasteland naar het mariene milieu zijn getransporteerd.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Dinosauria bekijken

__________________________________________________________________________________

°

Diploria: A genus of coral that first appeared in the Late Cretaceous, and is still extant (Phylum Cnidaria, Class Anthozoa, Order Scleractinia, Family Faviidae). Component of modern reefs in the Caribbean and Florida.

Afbeeldingen van fossil diploria

http://en.wikipedia.org/wiki/Diploria

HPIM1028

Fossil Brain Coral – Diploria strigosa

_______________________________________________________________________________________

Dipnoi  // De Dipnoi of longvissen vormen een onderklasse binnen de Sarcopterygii (Kwastvinnigen). Ze komen voor in het fossielenbestand van het Devoon tot heden. Ze zijn aangepast om om te gaan met tijdelijke droogte. Hiervoor bezitten ze een soort longen waarmee ze lucht kunnen happen, en het vermogen zich in te graven om de droge periode uit te zitten. Deze aanpassingen kwamen al vroeg in de evolutionaire geschiedenis van deze groep voor, zo blijkt onder andere uit de positionering van de neusgaten bij fossielen vertegenwoordigers.

Afbeeldingen van dipnoi

°Meer afbeeldingen

  • Longvissen zijn onder de vissen waarschijnlijk het nauwst verwant aan de viervoeters zoals kikkers, krokodillen en apen. Zij worden ingedeeld bij de kwastvinnigen. Dipnoi verschenen voor het eerst in het vroege Devoon. Wikipedia

longvis en evolutie <— doc

http://en.wikipedia.org/wiki/Lungfish#Timeline_of_genera

Some Lungfish are able to survive when their pools dry up! they can burrowing into the mud and seal themselves in a mucous-lined burrow, to help keep moist. During this time, they breathe air through their swim bladder instead of through their gill. These fish will even drown if they are kept underwater and not allowed to breathe air!
Fossilized lungfish burrows have been found in rocks as old as the Permian peiriod.
There are seven families of fossilized lungfish known, only two survived into the Triassic and those two are still alive today!

_____________________________________________________________________________________

Distaal  : Distaal is een anatomisch begrip; een lichaamsdeel dat zich verder van het midden van het lichaam bevindt. Het tegengestelde isproximaal.

Dorsaal   :  Dorsaal betekent aan de rugzijde van een organisme.

____________________________________________________________________________________

 Draadwormen            Ronde of Draadwormen          Afbeeldingen van draadwormen

  • Rondwormen zijn een grote groep van zeer algemeen voorkomende wormen. Er zijn meer dan 25.000 beschreven soorten. Ook de aaltjes behoren tot de nematoden. Nematologie is de wetenschap die de nematoden bestudeert. Wikipedia

http://en.wikipedia.org/wiki/Nematode

The nematodes or roundworms are one of the most common phyla of animals, with more than 20,000 described species. They inhabit freshwater, marine, and terrestrial environments, where they often outnumber other animals in both individual and species counts, and are found in locations as diverse as Antarctica and oceanic trenches. Further, there are a great many parasitic forms, including pathogens in most plants and animals, humans included. Only Phylum Arthropoda exceeds Nematoda in diversity.

Nematodes are unsegmented, bilaterally symmetric, have triploblastic protostomes, and possess a complete digestive system. Nematodes are believed to be related to the arthropods and priapulids and grouped with them in the Ecdysozoa (the molting animals), the evolutionary is unresolved.

Because most living forms are microscopic, the discovery of their ancient ancestors as fossils is unlikely.

However, one species of extant parasitic nematode can reach 13 meters in length. lacking notable mineralized body parts, chances for fossilization of soft tissues is rare, and require special circumstances as existed for the specimens from the Cambrian Chengjiang fossils shown below, which also suggest their evolutionary appearance in the Precambrian.

Lobopodians

Nematode fossils have been found in amber.   —->   Afbeeldingen van nematode in amber

This piece of Baltic amber contains a spider (Araneida) and a fly. Apparently in the death throws of the fly, there were 5 Nematodes that decided to “abandon ship”. They apparently came out of the abdominal area and tried their best to get away from the dying fly. Needless to say, their fate was sealed 45 million years ago. They could not get out of the sticky resin and found the same death trap that the fly did. 

_________________________________________________________________________________________

Domesticatie Hond en evolutie hondachtigen

°

INHOUD GLOS H <– 

°

http://multivu.prnewswire.com/mnr/pg/38879/

Dog lived 31,700 years ago,
– October 17, 2008
http://learningfromdogs.com/2011/02/22/most-beautiful-relationship/
http://www.msnbc.msn.com/id/27240370/

a large and toothy canine that lived 31,700 years ago and subsisted on a diet of horse, musk ox and reindeer, according to a new study.

The discovery could push back the date for the earliest dog by 17,700 years, since the second oldest known dog, found in Russia, dates to 15,000 years ago.

Another one comes from kesserloch
http://www.swissinfo.ch/eng/science_technology/Could_the_world_s_oldest_dog_be_Swiss.html?cid=19738642

A cranial fossil found more than 100 years ago in a cave near the northern Swiss city of Schaffhausen may well belong to the oldest domestic dog in the world.

http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0022821

—> Remains for the older prehistoric dog, which were excavated at Goyet Cave in Belgium, suggest to the researchers that the Aurignacian people of Europe from the Upper Paleolithic period first domesticated dogs.

Fine jewelry and tools, often decorated with depictions of big game animals, characterize this culture.

http://anthropology.net/2008/10/18/a-possible-domestication-of-dogs-during-the-aurignacian-31700-years-ago/

http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0022821

honden

De hond ontstond meer dan 18.000 jaar geleden in Europa

Moderne honden stammen waarschijnlijk af van wolven die 18.000 jaar geleden werden gedomesticeerd door jagerverzamelaars in Europa.

De viervoeters zijn waarschijnlijk niet verwant aan de wolvenfamilies in Azië en het Midden-Oosten die eerder werden beschouwd als hun voorouders.

Dat melden Finse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

15 november 2013  

hond

Europese jagers en verzamelaars waren de eersten die de wolf domesticeerden en stonden dus aan de wieg van de hond zoals we die vandaag de dag kennen. Dat suggereert een nieuw onderzoek. Europeanen zouden de wolf zeker 18.000 jaar geleden al gedomesticeerd hebben.

“We ontdekten dat niet recente wolven, maar oude Europese wolven direct verwant waren aan de hond,” vertelt onderzoeker Robert Wayne, verbonden aan de University of California, Los Angeles. De vondst is in lijn met eerder onderzoek waaruit bleek dat de oudste fossiele resten van honden in Europa terug te vinden zijn.

Genen
Wayne en zijn collega’s bestudeerden tien oude, ‘wolfachtige’ dieren en acht oude ‘hondachtige’ dieren. De dieren leefden meer dan 1000 jaar geleden (sommigen zelfs 30.000 jaar geleden) en waren allemaal afkomstig uit Europa. Op basis van de genen van de dieren concluderen de onderzoekers dat de gedomesticeerde honden genetisch nauw gerelateerd waren aan inmiddels uitgestorven wolven die in Europa leefden.

Palaeolithic dog from the Goyet cave (Belgium)
Some dog-looking remains are more than 30,000 years old

Jagers en verzamelaars
De onderzoekers vermoeden dat de eerste wolven door Europese jagers en verzamelaars gedomesticeerd werden.

“De wolf is het eerste gedomesticeerde dier en de enige grote vleesetende soort die mensen ooit hebben gedomesticeerd,” stelt Wayne.

“Dat vond ik altijd een beetje apart. Andere wilde dieren werden gedurende de ontwikkeling van de landbouw gedomesticeerd en moesten daarna in de nabijheid van mensen blijven. Dat zou voor een groot, agressief roofdier (zoals de wolf, red.) een lastige situatie zijn. Maar als de domesticatie van wolven samenviel met het bestaan van jagers en verzamelaars, kan men zich voorstellen dat wolven eerst voordeel haalden uit karkassen die mensen achterlieten – een natuurlijke rol voor een grote vleeseter – en later dichter bij de mensen gingen verblijven.” Het idee van wolven die gingen waar jagers en verzamelaars gingen, kan mogelijk verklaren hoe deze wolven uiteindelijk evolueerden tot de hond

Sommige wolven volgden deze jagerverzamelaars waarschijnlijk op afstand om zich te voeden met de resten van grote prooien, zoals mammoeten en buffels, die de mensen doodden.

“Het is duidelijk dat wolven door deze grote karkassen profiteerden van hun verblijf in de buurt van mensen”, verklaart hoofdonderzoeker Olaf Thalmann op BBC News.

Maar andersom profiteerden mensen volgens hem ook van de wolven “Je moet je voorstellen dat de wolven een goed alarmsysteem vormden voor aanvallen van andere roofdieren, zoals beren en hyena’s.” Waarschijnlijk besloten de jagerverzamelaars dan ook om de dieren te gedogen en zelfs te temmen.

De wolven die de mens volgden, zouden hun territorium hebben opgegeven en waarschijnlijk niet of nauwelijks meer gepaard hebben met wolven die in dat territorium achterbleven.

“We hebben vandaag de dag een vergelijkbaar proces,” vertelt Wayne. Hij denkt dan aan wolven in Noord-Amerika die het rendier tijdens zijn duizend kilometerlange reis vergezelt. Wanneer deze wolven tijdens de winter weer terugkeren naar hun eigen territorium, paren ze niet met wolven die daar leven en nooit migreren. De onderzoekers denken dat ditzelfde proces speelde onder de wolven die achter de mens aangingen, waardoor zij zich uiteindelijk tot een aparte soort ontwikkelden.

Het onderzoek van Wayne is ongetwijfeld niet onomstreden.

Eerdere studies wezen er namelijk op dat de hond in het Midden-Oosten ontstond.

Wayne denkt die resultaten echter wel te kunnen verklaren.

“Toen we eerder overeenkomsten ontdekten tussen wolven uit het Midden-Oosten en gedomesticeerde honden, waren die overeenkomsten waarschijnlijk het resultaat van kruisingen tussen honden en wolven. Het suggereert niet per se dat de hond in het Midden-Oosten ontstond.”

Om de voorouders van moderne honden definitief in kaart te brengen zijn echter meer genetische studies nodig. Door de vele hondenrassen en het feit dat sommige honden later weer zijn gekruist met wolven, is het voor Thalman lastig om zijn theorie goed te onderbouwen.

“Maar dit is zeker een plausibel scenario voor de domesticatie van honden”, vindt hij.

HOND VAN GOYET 

Ook de hond van Goyet, het oudst bekende fossiel van een hondachtige, werd in de studie betrokken. Paleontologe Mietje Germonpré beschreef in 2009 het 32.000 jaar oude fossiel, dat gevonden werd in de grotten van Goyet, nabij Namen. De nieuwe studie wijst uit dat de hond van Goyet geen directe voorouder is van de moderne hond, maar veeleer toebehoort aan een uitgestorven zustergroep. Dit suggereert dat de schedel van Goyet stamt uit een vroege domesticatieperiode, zonder nakomelingen. De resultaten van het onderzoek werden gepubliceerd in Science

(kv)

(EOS)

EERSTE HONDEN STIERVEN UIT IN DE IJSTIJD

29 juli 2011

De eerste gedomesticeerde wolven stierven uit in de de laatste ijstijd. Dat blijkt uit onderzoek van Canadese wetenschappers.
Sommige wolven werden zeker 33.000 jaar geleden al gedomesticeerd door mensen, maar deze dieren brachten geen nakomelingen voort die het Laatste Glaciale Maximum
http://nl.wikipedia.org/wiki/Laatste_Glaciale_Maximum
overleefden.  De dieren waren zeer waarschijnlijk niet bestand tegen de kou.

Dat schrijven medewerkers van het Canadese onderzoeksinstituut Pacific Identifications
http://www.pacificid.com/
in het wetenschappelijk tijdschrift PloS ONE.
http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0022821

SKELET
De onderzoekers kwamen tot hun conclusies op basis van de vondst van een 33.000 jaar oud skelet van een wolf in een grot in het Altajgebergte
http://nl.wikipedia.org/wiki/Altaj_(gebergte)
in Siberië.

razboinichya canid

razboinichya

Figure 1. The Razboinichya canid.
 

A) aerial view, B) profile, C) palate, D) left mandible, E) left lower tooth row (scale on ruler in cm). Sub-triangular hole in the skull is the place of initial sampling for 14C dating in 2007.

doi:10.1371/journal.pone.0022821.g001

Figure 2. Coronoid process (mandible) profiles, clockwise from bottom left.

Thule-age dog (<1000 years old) from Devon Island, central Canadian Arctic [17]; modern Alaskan malamute (Univ. Victoria, Canada 90/28); Razboinichya canid; and Neolithic Chinese dog from Jiahu site [31]. Many Neolithic dogs from the Middle East and North American wolves [32] have a straight profile like Arctic Thule-aged dogs illustrated on the left, while dingo and Chinese wolves [33] have the slightly hooked profile shown on the right. Prehistoric North American dogs outside the Arctic [32], [33] have a profile with a more pronounced hook than the Razboinichya and Jiahu specimens above. Photo credits: Jiahu dog, Yuan Jing; Devon Island dog, Robert W. Park; modern Malamute, Susan J. Crockford; Razboinichya canid, Nikolai D. Ovodov.

doi:10.1371/journal.pone.0022821.g002

Het skelet wees er op dat het dier enkele kenmerken van een hond had. Het gebit van het dier is echter identiek aan dat van wolven.

“De vondst van deze hond demonstreert dat de omstandigheden 33.000 jaar geleden al gunstig waren voor de domesticatie van wolven”, verklaart hoofdonderzoekster Susan Crockford op Discovery News.

STABIEL

“Maar zulke omstandigheden moeten vele generaties stabiel blijven om tot de ontwikkeling van een echte hond te leiden”, aldus Crockford. “Het lijkt er op dat zulke omstandigheden niet aanwezig waren tot de periode die aanbrak na de laatste IJstijd, ongeveer 19.000 jaar geleden.”

In de nabijheid van het wolvenskelet uit Siberië zijn geen andere resten van gedomesticeerde wolven aangetroffen. De wetenschappers gaan er dan ook vanuit dat het om een zeer primitieve hond ging die mogelijk niet bewust is getemd door mensen.

VOEDSEL

Volgens Crockford kan de domesticatie van honden ook op een natuurlijke manier plaatsvinden als wolven zich vaak ophouden in de omgeving van mensen, bijvoorbeeld omdat ze er gemakkelijk voedsel kunnen vinden.

Op die manier zijn de eerste gedomesticeerde wolven waarschijnlijk langzaam afhankelijk geworden van mensen.
Comments   Op een rijtje  ;

-Er is één skelet van een wolf/hond gevonden ergens in siberië. ouderdom is bepaald op 33.000jaar.

De huidige hond is niet hetzelfde als deze oude vertegenwoordiger van de siberische hond/wolf …
Een aantal wolven zijn geëvolueerd tot de huidige honden. Een proces dat misschien wel lang heeft geduurd …. , waarbij deze siberische wolf/hond en misschien wel, maar misschien ook niet een rol heeft gespeeld.
De vondst van slechts 1 skelet van – 33.000 lijkt mij niet statistisch voldoende om conclusies te trekken( Er is ook niet genoeg vergelijkingsmateriaal  ? ) 
* Er zijn wél wolf/hond -skeletten onderzocht uit de tijd tussen 33.000 en 20.000 jaar geleden : daar wordt (in het artikel )het gevonden skelet ook  mee vergeleken.
*-Deze Siberische hond leefde zo’n 12.000 jaar voordat de huidige hond bestond. Je kunt net zo goed zeggen dat Luxemburgers niet bestaan omdat hun aantal niet statistisch significant genoeg is in verhouding met de complete wereld bevolking.

-De oorzaak van het overlijden van de gevonden wolfshond is onbekend
Stel dat het een ‘gehandicapte’ wolf/hond was
* En dat  zou  dan statistisch gezien wel relevant wezen ? : een gehandicapte hond?= Een handicap die een wolf op een hond laat lijken, allicht  ?
Om toch maar te pogen en te blijven “ontkennen ” dat de hond(als soort )  uit de  grijze  wolf(als soort ) is geevolueerd ?

*In het artikel staat dat de onderzoekers vermoeden dat het in dit geval om een zeer primitieve hond ging, die mogelijk niet bewust is getemd door mensen.
Maar dat wil nog niet zeggen dat die ene gevonden wolfshond in de grot gehandicapt was.

Maw …
Is dat ene skelet van 33.000jaar terug wel maatgevend ?

Natuurlijk is dat ene skelet van 33.000 jaar terug , maatgevend.

* Die onderzoekers hebben toch enkele kenmerken in het skelet gevonden die overeenkomen met de hond?
* -Wat nu wel zeker is geweten door die vondst en het onderzoek van dat skelet uit een grot in het Altajgebergte in Siberië, is dat sommige wolven populaties  zeker 33.000 jaar geleden al gedomesticeerd werden ( “bewust ”  door  mensen.?)
In dit geval is dat de Siberische (grijze )wolf geweest die  gedomesticdeerd is geraakt

http://nl.wikipedia.org/wiki/Domesticatie

De eerdere jongen van het  uitgestorven Siberische wolfshonden ras,  zullen wel enkele  skeletkenmerken van (huidige ) honden hebben gehad, die ook bij het gevonden exemplaar zijn aangetroffen

Het gebit was nog wel geheel identiek aan dat van de Siberische wolf waarmee  het domesticatie proce si s gestart

En het skelet kon zich daardoor aanpassen aan de domesticerende  leefomstandigheden.
.

Daaruit  kan  vermoedelijk  geconcludeerd worden, dat dergelijke Siberische wolfshonden exemplaren heel dicht in de buurt van mensen geleefd moeten hebben, tot in de grotten dicht bij het vuur, en dat ze zelfs gevoerd werden door mensen, waardoor hun gebit zich ook kon aanpassen met enkele kenmerken aan die domesticerende leefomstandigheden.

Het is door die vondst geweten dat deze dieren geen nakomelingen voortbrachten die het Laatste Glaciale Maximum overleefden. 

1.-  Die gedomesticeerde dieren waren vast niet bestand tegen de kou van het Laatste Glaciale Maximum.
De omstandigheden zoals de kou, hebben er  dus  voor gezorgd dat de soort zich niet verder heeft kunnen ontwikkelen tot een hond  omdat de populatie uitstierf
Voor  domesticatie  heb  je  namelijk meerdere generaties over een langere periode nodig, met gunstige fok omstandigheden zoals genoeg voedsel, om tot de ontwikkeling van een echte hond te kunnen komen.

2.-  Misschien hadden de mensen de rest van het “kweek”roedel al lang opgegeten vanwege de kou tijdens het Laatste Glaciale Maximum. En zijn ze na de laatste IJstijd, ongeveer 19.000 jaar geleden, opnieuw onder gunstige omstandigheden weer begonnen met fokken van wolfshonden uit de Siberische wolf.

Dat laatste is ook niet helemaal betrouwbaar  , De siberische roedels  kunnen zichzelf grotendeels gedomesticeerd hebben voordat de mens er actief aan te pas kwam en dat staat ook in het artikel vermeld.
Dat die Siberische wolven zichzelf grotendeels gedomesticeerd hebben door zelf in de buurt van mensen te gaan leven voor het voedsel, voordat de mens er actief aan te pas kwam.

Wanneer de mens bewust is gaan fokken met de nakomelingen daarvan, om er verschillende rashonden van te kunnen maken ,dat is (mij ) eigenlijk niet bekend.

Wel  een  mooi filmpje van de Siberische wolf ,zodat je een kleine indicatie hebt, hoe koud het kan zijn in de winter voor de overlevende wolven en paarden in Siberië.Kan je nagaan,hoe bar de omstandigheden waren voor wolven in de IJstijd.

http://natgeotv.com/nl/wild-russia/videos/siberia-eurasian-wolves

18 Oct 2008

Hondenschedel uit Waalse grot is oudste ter wereld

Een prehistorische hondenschedel die werd gevonden in de grotten van Goyet (Condroz) is het oudst bekende fossiel van een hond ter wereld. De grote hond leefde zo’n 31.700 jaar geleden. Dat besluit onderzoekster Mietje Germonpré van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in een nieuwe studie, die binnenkort in het Journal of Archaeological Science wordt gepubliceerd. De hondenschedel lijkt erop te wijzen dat de domesticatie van de hond begon tijdens het Aurignaciaan (Jong-Paleolithicum).

Voor het onderzoek onderzocht paleontologe Germonpré, samen met collega’s uit onder meer Sint-Petersburg, Cambridge en Oxford, 117 schedels van recente en prehistorische honden, wolven en vossen. Volgens Germonpré vormt de grootte van de tanden het meest opmerkelijke verschil tussen de prehistorische hond en zijn moderne tegenhanger. Ze vergelijkt de tanden van de schedel dan ook eerder met die van wolven. Qua vorm leken de paleolithische honden wellicht op de Siberische husky, maar qua grootte hadden ze meer gemeen met grote herdershonden.

De analyse van de skeletten toonde aan dat paleolithische honden bredere en kortere snuiten hadden, en relatief bredere schedels dan fossiele en moderne wolven. DNA-onderzoek op Belgische fossiele wolven wees op een behoorlijk grote genetische diversiteit tussen de onderzochte exemplaren. Deze wolven uit het Laat-Glaciaal en het Pleniglaciaal jaagden vooral op paarden en bizons. Rendieren en muskossen daarentegen werden wellicht weinig bejaagd. Het dieet van de ‘hond van Goyet’ is nog niet gekend, aangezien het isotopenonderzoek op dit specimen nog bezig is. Ook het DNA van de hond werd nog niet onderzocht.

Germonpré vermoedt dat de domesticatie van honden begonnen zou kunnen zijn toen prehistorische jagers een vrouwelijke wolf doodden en haar jongen mee naar huis namen. Recent onderzoek op zilvervossen suggereert dat, als de meest volgzame puppies worden verzorgd en gekoesterd, er slechts tien generaties nodig zijn om morfologische veranderingen teweeg te brengen. Volgens Germonpré is het mogelijk dat de honden gebruikt werden voor de jacht op en het transport van wild. De honden konden ook gehouden worden voor hun vacht en vlees, als huisdier, of als dier met een rituele connotatie.

Lees meer: Fossil dogs and wolves from Palaeolithic sites in Belgium, the Ukraine and Russia: osteometry, ancient DNA and stable isotopes (Journal of Archaeological Science)
Bron: Discovery Channel

De hond van Goyet   <—Archief DOC 

_

Honden hielpen mogelijk honderden mammoeten om zeep

 

Als het om het uitsterven van de mammoet gaat, krijgen mensen vaak de schuld. Maar dat is niet helemaal terecht. Nieuw onderzoek suggereert dat de eerste honden een belangrijke bijdrage leverden aan de dood van vele mammoeten.

In het centrale en oostelijke deel van Eurazië werd meer dan één miljoen jaar geleden al door mensen op mammoeten gejaagd. Maar in de periode tussen 45.000 en 15.000 jaar geleden werden mensen er opeens verbazingwekkend goed in. In aardlagen uit die tijd worden in een vrij klein gebied soms wel de resten van honderden mammoeten teruggevonden. “Eén van de grootste vraagstukken omtrent deze gebieden is hoe met de wapens uit die tijd zulke grote aantallen mammoeten konden worden gedood,” vertelt onderzoeker Pat Shipman.

Techniek
Ze besloot zich in dat vraagstuk vast te bijten en stelde allereerst vast dat de mammoeten niet door een natuurramp of ouderdom of ziekte dood waren gegaan. Alles wees er dus op dat mensen in de eerdergenoemde periode een nieuwe techniek ontwikkelden om deze mammoeten te vangen en te doden en dat die techniek aanzienlijk beter werkte dan de technieken die ze in de duizenden jaren ervoor gebruikt hadden. Maar welke techniek was dat?

Dog man and mammoth

Op de foto ziet u de schedel van een hond. Na de dood van deze hond werd een groot bot – mogelijk van een mammoet – in zijn bek geplaatst. Mogelijk was het een soort begrafenisritueel waarmee mensen de hond erkenden als een succesvolle jager op mammoeten. De resten van de hond zijn afkomstig uit Tsjechië en zo’n 27.000 jaar oud.

Hond
Shipman komt met een hypothese: de allereerste honden hielpen mensen om de mammoeten te vangen. Ze baseert haar hypothese op recentelijk Belgisch onderzoek dat aantoont dat grote vleeseters in het gebied waar de mammoeten ontdekt werden geen wolven, maar honden waren. “Honden helpen jagers om hun prooi sneller en vaker te vinden en houden die prooi op zijn plaats door te grommen en aan te vallen terwijl de jagers eraan komen. Beide effecten zouden het succes van de jacht vergroot hebben.” Bovendien wijst het Belgische onderzoek erop dat deze honden bijzonder groot waren. “Ze konden helpen om de prooi naar huis te dragen of het karkas tegen andere roofdieren te beschermen en jagers in staat te stellen op de plek waar de mammoet gedood werd, te overnachten.”

Wolven
De hypothese van Shipman wordt onder meer onderschreven door het feit dat in gebieden waar de resten van veel mammoeten werden ontdekt, ook de resten van veel wolven en vossen werden aangetroffen. “Zowel honden als wolven zijn heel alert op de aanwezigheid van andere gerelateerde vleeseters en zij beschermen hun territorium en voedsel fel. Als mensen met gedomesticeerde honden of zelfs half gedomesticeerde wolven leefden en werkten, mag men verwachten dat er meer wilde wolven gedood werden.”

Nader onderzoek op plekken waar opvallend veel resten van mammoeten zijn teruggevonden, moet aantonen of de hypothese van Shipman klopt. Men zou dan op meerdere plekken met veel resten van mammoeten onder meer de resten van grote honden, wolven en vossen terug moeten vinden.

 

Bronmateriaal:
Domestication of dogs may explain large numbers of dead mammoths” – PSU.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Anthropos Museum / Mietje Germonpre.

 

_

_

 

 

 

Dog’s ancestry can be traced back 65 million years, from primitive carnivores called miacids,to around 16-23 million years ago Tomarctus appeared which nearly all canids descend.

afstamming 38879-hi-Dogs

°

EVOLUTIE   VAN DE  HONDACHTIGEN  

°hondachtigen<– doc archief 

Evolution_150dpi

stambom

In de loop van de zeventig miljoen jaar die ons scheiden van de aanvang het Tertiair, dat is het geologische tijdperk waarin de zoogdieren de overhand over de reptielen verwierven, verschenen talrijke hondachtigen  op aarde.

Deze hond-achtigen  waren zeer uiteenlopend van vorm : sommigen leken op beren, andere op hyena’s; weer andere op katten. Sommige waren heel klein, andere waren echte reuzen. Er moeten in het geheel minstens zeventig verschillende soorten geweest zijn.

Slechts enkele slaagden erin om die 700.000 eeuwen te overleven. De meeste zijn verdwenen, zoals ook de beer-honden (Amphicyonidae), de hyena-honden en de kat-honden niet meer bestaan.

Het is vrijwel onmogelijk voor de hondachigen  een afstamming vast te stellen die volkomen juist zou zijn. Niet echt bij gebrek aan punten van overeenkomst, maar omdat het bijzonder moeilijk is een keuze te maken tussen de talrijke dieren die enige gelijkenis met onze huidige hond vertonen.

°Miacidae

miacids

http://en.wikipedia.org/wiki/Miacids                                                                         http://nl.wikipedia.org/wiki/Miacidae

Uit de Miaciden   ontwikkelden zich in het  Vroeg Oligoceen   toen de bossen zich terugtrokken en plaats maakten voor graslanden, de familie Hondachtigen. Tot deze familie behoren onderfamilies:BorophaginaeHesperocyoninae (beiden uitgestorven wolfachtigen), Caninae (echte honden), Octocyoninae, en Symosyoninae

Borophaginae

Borophagus secundus

Borophagus is an extinct genus of the subfamily Borophaginae, a group of canids loosely known as “bone-crushing” or “hyena-like” dogs. Borophagus (boro = “carrion” or “flesh” and phagus = “to eat”) is the holotype genus. Though not one of the biggest Borophagines, it had a more highly-specialized capacity to crunch bone than larger genera such as Epicyon, which seems to be a trend of the group (Turner, 2004).

This specimen was discovered in Hemphill County, Texas in the Ogallala Formation.

Late Miocene

Borophaginae

Boraphaginae 2

°

Mesocyon, die zich ontwikkeld heeft uit de Hesperocyon leefde ca. 29 – 21 mjg. in Noord-Amerika.

____________________

A tree climber, Hesperocyon is the most common dog of the Oliogocene Hesperocyon is an extinct genus of canids (family Canidae, subfamily Hesperocyoninae). From the Duchesnean North American Land Mammal Age (NALMA).

Hesperocyon gregarius

_______________________________________________________________________________

Mesocyon,was de rechtstreekse voorvader is van de twee latere Hondachtigen uit het Oligoceen: deCynodesmus en de Tomarctus. De Mesocyon zou als schakel tussen de Daphoenus en deze  vermelde  typen kunnen worden beschouwd.

Van deze hondachtige zijn verschillende soorten bekend, met klauwen die vrijwel geen gelijkenis met die van de katachtigen vertoonden en die reeds goed aan het doel van hardlopen beantwoordden (de vijf functionele tenen bleven echter bestaan)

beer honden

bear dogs amphicyonidsmesonyx 2http://en.wikipedia.org/wiki/Bear_dog

Cynodesmus (35 – 30 mjg)

cynodesmus 1Cynodesmus

De Cynodesmus leek erg veel op een  Hyena  en had diverse katachtige trekken. Van dit dier lijken de wilde Zuid-Afrikaanse honden en de Afrikaanse hyena af te stammen. De Cynodesmus, ongetwijfeld het product van een hogere evolutie dan al zijn voorgangers, kan men als de windhond uit die tijden beschouwen, dus een hardloper bij uitstek.

afrikaanse wilde honden

afrikaanse wilde honden

African Hunting Dog Skull  // cast replica

Lycaeon pictus. Canidae. Single species. Lived in most of Africa south of Sahara and Egypt

 

Tomarctus (18 – 10 mjg )

Er zijn aanwijzingen dat deze Tomarctus minder intelligent was dan de huidige hond.

De Tomarctus, wiens schedel gelijkenis vertoont met die van de huidige hondenrassen, was eveneens een goed hardloper en leek op een das met een zware kastanjebruine vacht en een zeer dikke staart.

Tomarctus

De Canis (een benaming die niet uitsluitend de tamme hond, maar ook de wolf, de jakhals, de vos en alle soorten aanduidt die tot het geslacht ‘Canis’ behoren) verscheen in Europa, Azië en Afrika in het Plioceen, tien miljoen jaar geleden en in Noord-Amerika pas in het Pleistoceen, nauwelijks een miljoen jaar geleden.

De overgang van deze dieren van de Oude naar de Nieuwe Wereld hoeft ons niet te verbazen, daar die plaatsvond vanuit Azië dat in die tijd door een landtong met Noord-Amerika was verbonden. Nochtans bereikten deze migraties, wat betreft de honden, niet het zuidelijk halfrond. In die tijden migreerden dieren voortdurend over grote uitgestrekte gebieden heen en weer, op zoek naar gunstiger leefomstandigheden

De Hondachtigen (onze huidige gedomesticeerde hond, de wolf, de vos, de jakhals en vele wilde honden) stammen allen af van de Tomarctus.

°

CONCURENTEN . 

In het Mioceen (23,5 – 6 miljoen jaar geleden) werden de Hondachtigen door de Katachtigen voorbijgestreefd . De honden en wolven waren lichamelijk minder goed bedeeld dan de katachtige moordmachines, maar zij wisten een eigen manier van jagen te ontwikkelen door hun hersens te gebruiken en in groepen op jacht te gaan. Dus terwijl een kat het voornamelijk moest hebben van zijn geperfectioneerde lijf en ledematen gebruikte een wolf zijn verstand en sociale vaardigheden, net als de verwanten van de katten, de hyena’s die voor de hondachtige strategie hadden gekozen.

De honden ontwikkelden zich tot de Noord-Amerikaanse ‘achtervolgingsroofdieren’, zoals de hyena’s dat deden in de Oude Wereld.

Ze hebben allemaal (met uitzondering van de in het woud levende boshond) lange poten en lenige lichamen die geschikt zijn om te rennen.

De vroegste honden, in het Eoceen, hadden daarentegen korte poten en lange lijven en zagen eruit als de hedendaagse Viverridae (Civetkatten) uit de kattenfamilie. De honden hebben een bijzonder goed aanpassingvermogen.

De meesten eten vlees en wat vegetatie, maar de lepelhond eet termieten en andere insecten en af en toe een vogel of wat vruchten. Hun sociale karakter varieert eveneens sterk. Sommige leven in afzondering, terwijl anderen uiterst sociaal zijn en in groepen jagen. In feite kunnen er zelfs binnen één soort verschillende leefwijzen voorkomen.

Zo’n 5 miljoen jaar geleden wisten de honden de Oude Wereld binnen te komen en daar buitengewoon succesvol te worden. De rode vos heeft de wolf inmiddels onttroond als meest voorkomend zoogdier (afgezien van de mens) buiten de tropen.

In het verleden zijn er ook honden geweest die leken op katten (ze beslopen hun prooi in plaats van deze na te jagen) en bottenkrakende “hyenahonden” of borophaginae, maar deze stierven uit door de concurrentie van de katachtigen.

EXTANT  

Canidae

Dogs, Wolves, Foxes etc.

 

The Family Canidae is comprised of thirty-four species of wild dogs found throughout the world. They range from small foxes, coyotes, and jackals to large wolves and wild dogs, such as the dingo of Australia. Species may inhabit all terrains, from hot deserts to arctic ice fields. Many run in packs which may number up to thirty members, while others are solitary or hunt in pairs. Canids are cunning, skillful hunters with good hearing and an acute sense of smell. They utilize these skills to hunt and consume a variety of herbivorous animals, the staple of their diets. All canids belong to the Order Carnivora.

Species and taxonomy  //FAMILY CANIDAE 

Subfamily Caninae

  • True dogs – Tribe Canini
  • ** Coyotecoyte skull bc-143e-lgcoyte skullCanis latrans (also called Prairie Wolf)WTQ-105: Coyote  Skull ( Replica)WBC-143E: Coyote  Skull (Bone Clones) WSM-105: Coyote  Skull (Natural Bone Quality A)

WOP-04: Coyote  Baculum  (7cm) (Natural Bone)WCW-05: Coyote  Claw 2cm (Natural Bone)WK9-01: Coyote  Canine (SINGLE) (Natural Bone)

Coyote Baculum (7cm)                                      Claw  2cm                                                                   canines

WFP-07: Coyote  Footprint (Do Not Specify)WNT-05: Coyote  Negative Footprint (8.5x7cm) (Do Not Specify)

Thriving during the Pleistocene, the Dire Wolf is not a direct ancestor of any of today’s known species of canine. They once co-existed in North America with Grey Wolves. Dire Wolves had short, thick legs, a larger, broader skull and more massive teeth than the modern wolves. Their brain case is also notably smaller than their remaining canine cousins. Current belief is that they were likely scavengers rather than hunters. Remains of over 3,600 individuals have been recovered from the La Brea tar pits – more than any other species of mammal. This may also be an indication of their preying in packs on dead or incapacitated animals that were themselves trapped in the mire.

   

† Dire Wolf Skull  WBC-020T: Dire Wolf Skull (Tar Finish) (Bone Clones) WS-BC-020T: Dire Wolf Skull with Stand (Bone Clones)WS-BC-020A: Dire Wolf Skull with Stand (Bone Clones)WBC-020A: Dire Wolf Skull (Antique Finish) (Bone Clones)WRB-105: Dire Wolf Baculum (18cm) ( Replica)

† Dire Wolf Baculum (18cm)

 

 

 

 

  • ** Gray WolfCanis lupus (2.723 Ma to present)General , wolf (=canis lupus)

WBC-004: Gray Wolf Skull (Bone Clones)

WMO-17: Gray Wolf Canine (Museum Quality Replica)  WBC-172: Mexican Gray Wolf Skull (Bone Clones)

canine                                                                                        Mexican gray wolf

WRB-137: Gray Wolf Baculum (13cm) ( Replica)        WMO-16: Gray Wolf Claw (4cm) (Museum Quality Replica)

Baculum                                                                                 Claw

WBC-147: Red Wolf Skull (Bone Clones)Red Wolf Skull

*** Domestic DogCanis lupus familiaris

West Highland White Terrier

WSM-130: Domestic Dog Skull (Large) (Natural Bone Quality A)WSM-134: Domestic Dog Skull (small)  (Natural Bone Quality A)WSM-133: Domestic Dog Puppy Skull (Natural Bone Quality A)

Domestic Dog Skull                                                                                                                                   Puppy Skull                                                                                                                                                                           Boston Terrier

WBC-260: Bull Terrier Dog Skull (Bone Clones)Bull Terrier  WOK-2513: Boston Terrier Skull (Natural Bone) Boston terrier 

WBC-128: English Bulldog Skull (Male) (Bone Clones)WTQ-432: English Bulldog Skull (Female) ( Replica)

English Bulldog Skull (Male & female )

   

Neapolitan mastiff skull on top. Wolf skull on the bottom.

Wolf skull on the left. Neapolitan mastiff skull on right.

Bull Mastif

http://www.angelfire.com/mi/dinosaurs/dogs.html

Great dane dog

 File:Great Dane and Chihuahua Skeletons.jpg

Great  Dane                      Chihuahua Skeleton

mudwerks:</p><br /><br /><br /> <p>(via AMARANT CHIHUAHUA KENNEL - ILLUSTRATED CHIHUAHUA STANDARD)<br /><br /><br /><br /> [link via http://scientificillustration.tumblr.com/]</p><br /><br /><br /> <p>Skelechi! Even its skeleton is cute &lt;3

 

  

Lhasa Apso Dog

(shiu chiu) 

    

  • *** Dingo, most often classified as Canis lupus dingo (sometimes considered a separate taxon)

Dingo

  • ** Ethiopian WolfCanis simensis (also called Abyssinian Wolf, Simien Fox and Simien Jackal)
  • Genus Cuon
  • **
  • Cuon alpinus  ,  Aziatische wilde hond , rode hond, alpenhond , adjakDholeCuon alpinus or Canis alpinus (also called Asian Wild Dog)
  • Genus Lycaon
  • Genus Atelocynus
  • Genus Cerdocyon
  • Genus Dusicyon 

falkland island wolf

  • ** CulpeoLycalopex culpaeus
  • Genus Chrysocyon
  • manenwolf
  • Genus Speothos

 

  • True foxes – Tribe Vulpini

Poolvos

 

  • ** Red FoxVulpes vulpes (1 Ma to present)

red fox 1471-2148-13-114-4Red-fox_Flickr_Harley-Kingston

  • Genus Urocyon (2 Ma to present)
  • ** Gray FoxUrocyon cinereoargenteus

                                 

                                                       Gray Fox

      

 

  • Basal Caninae
  • Genus Otocyon (probably a vulpine close to Urocyon)

OCTOPUSSY

°

BIODIVERSITEIT  

MOLLUSCA  

WEEKDIEREN  

°

Trefwoorden

CEPHALOPODA   

°

27-03-2009

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<– oorspronkelijk  uit bloggen be  octopussy  =  (OCTOPUSSEN  EVOLUTIE  -)

1.- VONDSTEN   IN  LIBANON 

Keuppia levante sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâdjoula (Lebanon).
Middle Cretaceous in Lebanon,

The holotype specimen Keuppia levante (Image credit: Dirk Fuchs, )
http://www.examiner.com/x-1242-Science-News-Examiner~y2009m3d17-Against-the-odds-ancient-octopus-fossils-discovered
another  Source here

Keuppia levante is een van de  drie (1) zopas  in  libanon  ontdekte  -95a-100 MY oude ,  fossiele  octopus soorten
(Octopoda (=Incirrata)http://nl.wikipedia.org/wiki/Achtarm  )uit het krijt

—>  Octopus fossielen zijn  zeldzaam  en  ongebruikelijk :  
Ze  bezitten geen  inwendig skelet (2)   en  daardoor zullen  na hun dood  de  weke delen  binnen enkele weken compleet verschrompeld zijn.Dit exemplaar is  echter  uitzonderlijk  compleet :   zelfs de inktzak en zuignappen zijn nog  te onderscheiden

Bovendien  ging  vroeger  niemand   gericht   op zoek naar een fossiele octopussen  , om die bovenvermelde  redenen
Toch waren  en zijn er  reeds   fossiele octopussen  bekend

O.m. uit diezelfde site  Middle Cretaceous in Lebanon ____   een zogenaamde Lagerstaete  wat staat voor een bepaalde type  formatie die exceptionele bewaring  van  (ook zachte  )weefsels mogelijk maakt  _____,werd al 100 jaar geleden een  andere  fossiele  octopus  , de  Palaeoctopus  gerecupereerd

Cretaceous Octopus Fossil

Woodward’s 1896 specimen / Old Covent, Sahel-el-Alma, Mount Lebanon( British Museum of Natural History in London)
Order Cirroctopoda(?) familie ,  Paleoctopodidae
Palaeoctopus is preserved as a film, or tissue impression, in sandstone. It is a short squat eight-armed octopus with an indistinct head.
Much as with Pohlsepia and Proteroctopus, Palaeoctopus has a pair of triangular fins on either side of its head though these are smaller than Proteroctopus.( zie appendix )
A faint trace of a web uniting the arms is visible and the presence of suckers on the arms has been identified.

Palaeoctopus newboldi

°

Er  zijn daar bovenop  genoeg  andere   fossiele COLEOIDEA  (–>  inktvisachtigen  mét  inwendige schelp )gevonden
–>-Tegenwoordig worden fossielen zeer gericht gezocht.
De kennis van de tijdschaal van de evolutie en van de geologische vorming van de aardlagen is zo ver gevorderd  dat paleontologen gericht  op locaties kunnen zoeken naar tussenvormen om hun hypotheses te testen. 
In hoeverre dit   fossiel (mogelijks)  gericht is gezocht  , weet ik (nog ) niet
Maar de
 keuze van de  site is zeker niet toevallig  (zie hierboven )

_

De ontdekker van de huidige libanese  fossielen  ,    Dirk Fuchs van de Universiteit van Berlijn.,  zei
Deze dingen zijn 95 miljoen jaar oud, maar één van de fossielen is nauwelijks van levende soorten te onderscheiden,”

Dat is een “onvoorzichtige” uitspraak die natuurlijk  door allerlei creationisten zal worden  ge-quoted
( Nu door  bijvoorbeeld ..de( Belgische YEC-er ) Oneof   ,naprater  van    de (Nederlandse  fundamentalisten van   ) Schepper en zoon  (3)

Creationisten  zijn er natuurlijk,  ook zonder die quote,   al  als de kippen bij__ zoals een korte  lezing van lezersbrieven en reacties op blogs laat zien  ____ om te  verklaren dat  ;

” Vreemd  ,dat  octopussen  er na al die miljoenen jaren nog hetzelfde uitzien. “(3**)
en ook Harun Yayah  volgelingen zullen het gegeven beslist  gaan gebruiken 


°


Maar creationisten   vergeten een bepaald  gedeelte   van de anatomie dat  kompleet anders  is dan van  de huidige  octopussen  :
Er  is zelfs  geen enkele andere  huidige koppotige( cephalopoda )  die   een  zelfde   GLADIUS  bezit   als dit fossiel . 
°

Deze  fossiele en  de huidige octopussen  gelijken  alleen oppervlakkig  op elkaar .
Het kompleetste  fossiel  bezit een  herkenbaar  vestigale  schelp  de gladius

http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/18/octopods-from-the-cretaceous/

De gedetailleerde  schets (rechts ) met de  vestigale gladius  van het holotype, MSNM i26320a 


holotype, MSNM i26320a

(Click for larger image)
Keuppia levante sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâdjoula (Lebanon). A,
holotype, MSNM i26320a. B, sketch of the holotype

PZ MEYERS  :
” ….there is a shell gland a chitinous chunk of vestigial shell called the gladius…”

Gladius/Zwaard. 
Hoornige, veervormige schelp van inktvissen. 
Komt overeen met de opperhuid van een schelp.
 http://www.soortenbank.nl/soorten.php?so

(PZ MEYERS )
Octopods also have something similar, but in modern forms it is reduced to a delicate little rod-like bar, nothing more.

Note that in Keuppia above, the gladius is relatively robust — it looks like a pair of clamshells imbedded in the head. Next, here’s another of the specimens found in this locality, Styletoctopus annae.
Look at the gladius here. “

i-4c45d63a0a312e034a823a85d9e7fe0a-styletoctopus.jpeg

Styletoctopus annae sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâqel (Lebanon). 
A, specimen MSNM i26323. B, close-up of A showing the imprints of the stylets situated in the lateral mantle sac.

–> Deze ontdekking  is eveneens  biezonder omdat   het hier  gaat   om de   zoveelste (zogenaamde  )” transitionnal  “(4)
*het fossiel bevat een mix  van kenmerken  (= een mozaïk )
*K.Levante   bezit  een tweedelige  robustere  versie  van een vestigale  gladius , ( in elk geval  robuuster  dan de rudimentaire gladius-resten van de   huidige   leden  van de  moderne Familie Octopodidae

(nota ) Er wordt soms een andere classering gebruikt  waarbij  de hier  in dit  artikel en figuur  gebruikte 
(Engelse )Octopoda —>  =  ( ned ) Onderorde Incirrina (octopoda)     ,   (Engelse )   Ciroctopoda  —-> =  (ned) OnderordeCirrina  )

” ….If you put these data together with other observations of even older cephalopods, including more squid-like forms, you get a picture of an evolving morphology from an ancestral unpaired shell to a divided form to spread-apart lateralized stylets to the modern, even more reduced form…..”
i-84a4f08733ca149207ee361c9b486c52-oct_phylo.jpeg

(Click for larger image)

http://geology.about.com/b/2009/03/18/fossil-octopus-really.htm
http://www.sciencedaily.com/releases/2009/03/090317111902.htm
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/octopods_from_the_cretaceous.php
http://www.msnbc.msn.com/id/29757659

abstract 
NEW OCTOPODS (CEPHALOPODA: COLEOIDEA) FROM THE LATE CRETACEOUS (UPPER CENOMANIAN) OF HÂKEL AND HÂDJOULA, LEBANON
Authors: FUCHS, DIRK1; BRACCHI, GIACOMO2; WEIS, ROBERT3
http://www.ingentaconnect.com/content/bpl/pala/2009/00000052/00000001/art00005
Evolutie van giften
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/04/cephalopod_venoms.php

____________________________________________________________________________________________________________________________________

NOTEN EN COMMENTAREN

(1)
Keuppia levante gen. nov., sp. nov.,
Keuppia hyperbolaris gen. nov,. sp. nov.
Styletoctopus annae gen.

(2)
De    COLEOIDEA   bezitten echter  wel een   inwendige ( meestal  brose ) schelp =de  meeste  fossiele cephalopoden   werden voornamelijk  (en worden nog )  door paleontologen gedetermineerd  aan de  hand van de (uitwendige ) ” schelp“(bv.ammonieten )
en de inwendige schelp ( bv.Belemnieten )
Bij octopussen ( die tot de  Coleoidea  behoren  )  is dat een klein beetje  anders

http://www.geologie.ac.at/filestore/download/BR0046_045_A.pdf
(waaruit )
“…..Their (= the octopoda) evolution can be demonstrated by allometric growth and reduction of the middle field of the gladius.  ”
Toch zijn  fossielen van  weke delen  van organismen ___en van erg vluchtige  voorvallen ____ bewaard  gebleven  ….
er  zijn  bijvoorbeeld  “fossiele”  regendruppel-inslagen en voetafdrukken  in  vulkanische  as bewaard gebleven ; om nog maar te zwijgen van  allerlei  sporen  van dino’s
Er zijn ook  kwallen en” weke “skeletloze  overblijfselen  van andere  precambrische organismen bekend  –> bijvoorbeeld   Dicksonia

(3) Bijvoorbeeld de Nederlandse  YEC creationist  ;  Schepper & zoon heeft het  ook  over
Van ‘primitieve’ octopussen werd verondersteld dat ze vlezige vinnen aan hun lijf hadden, maar daarvan werd niets gezien bij deze fossielen, hoewel ze uitzonderlijk goed bewaard zijn gebleven.”
maar dat is mogelijk  een afleidings-manoeuvre (of een niet terzake doende  opmerking   , die alleen maar  een of andere    veronderstelde  (hypotghetische) “primitieve “octopus-voorouder   verder  weg  doet plaatsen  in de tijd  …)
Waar het om gaat is  de  vestigale  GLADIUS ( in vergelijking met de  rudimentaire  gladius-resten   van tegenwoordige octopus-soorten ) ,maar  daarover zwijgt men  …..

(3**)
Hier vind je enkele  antwoorden aan   (amerikaanse ) creationisten
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/in_which_i_am_woefully_accurat.php
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/even_dumber_than_denyse_oleary.php
Omdat nederlandstalige   creationisten veelal   clonen zijn van “amerikaanse”voorbeelden  , is het verantwoord te verwijzen naar  de
antwoorden  van de  amerikaanse “debunkers ” :  je zit dan meteen aan de bron  van die “eindeloze discussies ” …

( vertaalde  samenvatting uit bovenstaande  blogposts  )
a-
“…….Creationisten  beweren  dat   deze  nieuwe   vondsten  een  “voorbeeld zijn van  stasis ”  ( bijvoorbeeld hier –>  false conclusion that this is an example of stasis  )….
Maar  dat is niet zo  : deze fossielen zijn duidelijk verschillend van moderne vormen

  ( amerikaanse )Creationisten  beweren  verder , op grond van die valse conclusie ,   dat ;
De
 octopus (vulgaris?  ) “helemaal niet evolueerde  “

Noteer echter dat het bezit van  acht  tentakels   ,  een zeer algemeen kenmerk is van  de  octopodiformes   ….
De evolutionaire   veranderingen  die worden  beschreven kan je niet zomaar   verwerpen  omdat
je meent   dat  ”  alles met acht “armen “bezaaid  met herkenbare zuignappen   , wel hetzelfde soort  schepsel moet zijn  ”
Er zijn meer dan 200 verschillende  species opgenomen   in de familie Octopodidae, en er staan  meer dan  100  specima  te wachten op verdere  beschrijvingen en classificatie in die  familie   ___er zijn ongetwijfeld nog meer octopodidae  die op ontdekking wachten .
De octopodidae  zijn  van een  ongelofelijk diversiteit ( en dat alleen al wijst op een zeer  hoge ouderdom van hun  gemeenschappelijke  voorouder  met andere  octopusachtigen ( waarvan velen ook acht  “armen “bezitten  )

Deze blinde beunharen  en  morosofe  kwaks ( of misschien wel  regelrechte leugenaars ?) doen eigenlijk  steeds hetzelfde  .
Zo zouden  ze  ___ eenzelfde redeneertrant volgend ____ook  gemakkelijk  de paleontologen erop kunnen wijzen  dat  ;
Er   GEEN  evolutie heeft plaatsgevonden  , omdat  365 miljoen oude  tetrapoda …… net als  alle hedendaagse   zoogdieren  nog  steeds  vier  ledematen bezitten …..”

(Mijn commentaar )
In feite is  het hier aangevoerde  creationistische ” bezwaar ” de aloude mantra  :
” Hoe  gegeven  organismen  ( zoals hier  , de octopussen )   ook mogen varieeren
ze blijven  octopussen   ( = een bijbelse “geschapen  “soort   of  “baramin ( baranoom  )”
waarbij  micro-evolutie  wordt aanvaard  en macroevolutie  ontkent
(micro en macro evolutie uiteraard in de creationistische terminologie  / betekenissen  )

(anderen )
* Veel  volwassenen kennen  nauwelijks   het verschil  tussen  een  spin, een insect en  zelfs kleine schaaldiertjes  (= pissebedden ) ;
Ze  vatten dat alles  gemakshalve samen als  het   te verdelgen    “klein kruipend   (on)gedierte ”  :  de  “beestjes ”
Deze creationistische  artikels tonen  nogmaals aan dat  hun doelgroep  diegenen   zijn  met het grootst mogelijk  onbegrip  over de natuur  ___
en die er het meest  over willen  vertellen  . Ze  vinden  dat zij  serieus  moeten  worden  genomen   als  plaatselijke  “autoriteiten” ter zake  …
zelfs als ze worden herkend als  ignoramus
Iets waarop  creato’s  inspelen  opdat ze hun meningen  ( met een grote portie  populair appeal ) als  “wetenschappelijk valabele  en verantwoorde   kritiek  ”
verder kunnen slijten

*” ….De 95 miljoen-jaar-oude octopus evolueerde  uiteindelijk niet  als  puntje bij paaltje komt ” ( Denise O’Leary  )
Echter  deze gevonden  octopus is een  basale vorm  uit de  orde  der  octopoda ____net zoiets  als… de   afstand maki-Mens .
Iemand moet een  classificatie-cursus   volgen

.*…de morfologische  verschillen tussen de  voorbeelden  uit het krijt    en   de  moderne octopodae zijn op zijn  minst even  divers  als die tussen  chimpansees en mensen.
Indien er slechts  micro evolutie en variatie is  opgetreden in het  inkvis -baramin ….wat is dan  de reden  om  de mens NIET te zien als een variatie  van de chimp ? (of omgekeerd )

*Zelfs als de fossiele octopus morfologisch  identiek  moest  zijn   ( wat hij  niet IS )  aan eigentijdse , zou dat nog  niets zeggen  over  de genetische drift , welke zich niet noodzakelijk  dient te manifesteren in de  restanten van de  fysieke verschijning

b.-

(creato )
1  “Wetenschappers  zijn in verwarring   gebracht door de vondst  van  het recentste fossiel ”
2″ Het is een octopus die zij  op 95 miljoen  jaar oud hebben geschat  ”
3 “en,weet je  wat?
Het  ziet eruit als een moderne  hedendaagse  modern  octopus –  kompleet  met acht armen , met rijen zuignappen   en zelfs sporen van inkt. ”
4 “Het lijkt erop  dat in al die tijd  de octopus niet  is  geëvolueerd  – niet eens  één uiterst klein beetje.
 ”

(PZ)
1.- Wetenschappers  zijn helemaal   niet  door deze ontdekking in de war  gebracht.
2.-  Oppervlakkig gezien is dit juist
Alhoewel  – ze ” schatten”  het niet (zonder onderbouwing )  op – 95 miljoen jaar .
De creationist  probeert de indruk te wekken dat het hier omeen blote gissing  (= slechts een “‘claim”)gaat …
Het is een conclusie die door het geologische  bewijsmateriaal wordt gesteund.
De vondst is gedaan in een geologische formatie die minstens al honderd jaar bekend is  en  telkens weer  is gedateerd en gekontroleerd
3 .-Er zijn honderden octopus-soorten
De hierboven vermelde  beschrijving van de “octopus ”  is van kleuter niveau  ,een vierjarige die  met een kleurpotlood iets krabbelt
De fossielen  (er waren verscheidene geïdentificeerden species) lijken NIET  op  moderne octopods, maar hebben verscheidene veelbetekenende verschillen.
4 .-Compleet  vals.
De creationist heeft het wetenschappelijke   paper ( en uiteraard de argumenten ) niet gelezen  dat deze fossielen in de  lange geschiedenis van evolutieve veranderingen
en  vertakkingen binnen het   geslacht (plausibel )  inpast.

Ik kom toch nog eventjes terug op die  Schepper&zoon -figuur
die schrijft  o.a.   in het kader  van  een   soort  persoonlijk  kommentaar  op een  creationistisch  bewerkt  artikel over deze vondsten ;
Een evolutionaire voorloper van deze beesten kan niet worden getoond en in 95 miljoen jaar zou er niets aan ze veranderd zijn,
terwijl in diezelfde tijd dino’s in vogels veranderden.
Hier is iets niet in de haak als je het mij vraagt.”

1.- de evolutionaire voorloper  van “deze beesten”   is nog niet met zekerheid bekend …..heilaas zal  ook deze voorloper  niet worden  herkend  daar geen enkele van  al “deze beesten ” een   identiteitskaart op zak  heeft  of een  trouwboek  bezit
..Een beschrijving  , robotfoto’s    van   een mogelijke  kandidaat  binnen een  bekende  fossiele   groep waaruit ” deze  ( nu gevonden  fossiele)beesten ”   kunnen zijn voort gekomen , is echter  wél voorhanden
2.-” er zou niets veranderd zijn “=  is een  tendentieuze  sxuggestie die   een  ordinaire  ,   verdraaiende  leugen  tracht te  verbergen    – De huidige  verwanten /  collaterale  afstammelingen  van die  beesten  zijn dus wél veranderd  …  de gevonden  fossielen en  de hedendaagse octopussen  zijn  morfologisch  /anatomisch  wel  degelijk andere beesten
, terzelfdertijd vertonen ze ook veel  gelijkenissen  ….nogal duidelijk  toch ?
Lees   trouwens  de” paper ” , zodat je er iets meer  van afweet  dan de schijver van die creato- kwakkels en suggestieve truuks   …
3.-  Vogels  ZIJN  de   huidige  nog levende  dino’s….Niemand weet  op welk moment  of tijdstip  (een ) afstammingslijn( en ) uit  een bepaalde dino -groep  is afgetakt  die dieren heeft opgeleverd die men  “vogels” kan noemen ….Die creato  weet dat  blijkbaar wél ?
alhoewel  hij niet in evolutie “gelooft “( evolutiekunde   is trouwnes  geen geloof maar  een  interdiciplinaire wetenschap !!!   )
Er is echter  wel degelijk  genoeg  fossiel ( en  ander  vergelijkend ) materiaal  om de link   theropoda -moderne vogels , te kunnen maken  en te  ondersteunen …
4.- Wat hier ” niet in de haak”is ?   De  moedwillige onkunde   en  de mogelijke  leugenachtigheid  van deze creationist ….is voor iedereen duidelijk

(4)
Eigenlijk  is elk  fossiel (en  extant organisme )een ” transitionnal “ …
*
De term ( in het biezonder   het creationistische weggevertje  ” missing link “  )
heeft   bar  weinig  te  maken met  de wetenschap  zelf  maar  alles met  opherklopte en   sensationele persberichten  erover

——————————————————————————————————————————————————————————————————–

andere  CEPHALOPODA  

APPENDIX
(OPGEPAST  !!! de  volgende   artikels   zijn  wel   iets   verouderd  sinds deze nieuwe  vondsten  )

(Victor Strijdbos ) 

Evolutie van de Cephalopoda.
De oudste Cephalopoda zijn vermoedelijk ontstaan uit de monoplacophora, de oermollusken. Het lichaam verlengde zich in dorsoventrale richting en de voet verplaatste zich naar de kopstreek.

mollusca-phylog



Mogelijke evolutie series binnen de  mollusca 

evolutie mollusca(naar Salvini-PLawen )

crown group  and ancestors

crown group and ancestors 

°De mogelijke evolutie van de oermollusk  naar de Cephalopoda.

De voet ontwikkelde zich tot een nieuw bewegingsysteem, er vormden zich tentakels en 2 over elkaar liggende lappen, die samen een trechter vormen. Het dier bezit tentakels welke aan zijn kop bevestigd zijn, vandaar koppotigen. Uit deze traag voortbewegende vorm van Cephalopoda hebben zich weer actievere soortgenoten ontwikkeld. Een aantal tentakels reduceerde naar stevige armen en de trechterlappen vergroeiden met elkaar. De ingewandenzak werd nog langer, de mantel overgroeide de schelp die geleidelijk kleiner werd. Er zijn ook Cephalopoda met een inwendige schelp, zoals o.a. bij de belemnieten.

De uitwendige schelp, een ronde- of ellipsvormige conische rechte of opgerolde buis, is verdeeld in kamers. Een goed voorbeeld vanrecente Cephalopoda met een uitwendige schelp is de nautilus

Een ammonoida

ceratites

CERATITES 

nautilus 2

Nautilus

en met een inwendige schelp de sepia.

sepia zeekat
De uitwendige schelp van de Ammonoidea en Nautiloidea, werd omgevormd tot een hydrostatisch orgaan.
Bij Cephalopoda met een inwendige schelp verloor de schelp de drijffunctie.
De schelp werd achteraan verzwaard door materiaalafzetting, hierdoor krijgt men een betere gewichtsverdeling.
Het dier werd duidelijk mobieler en kon zich ook sneller horizontaal bewegen.

°
De evolutie ging nog verder,
nog meer actieve Cephalopoda reduceerden de schelp tot een dunne hoornpen zoals bij de pijlinktvissen.
Snel zwemmende Cephalopoda verloren hun schelp volledig, zoals bijvoorbeeld bij de Octopoda

Indeling van de Cephalopoda

De klasse Cephalopoda wordt onderverdeeld in 3 ordes: Ammonoidea, Nautiloidea en Coleoidea.
Ammonoidea hebben een uitwendige schaal, meestal planispiraal. De sutuurlijn is meestal complex en er is een eenvoudig siphokanaal aan de buitenrand van de venter.
Nautiloidea bezitten ook een uitwendige schaal, de sutuurlijn is eenvoudig en er zijn complexe siphonale trechters. Het siphokanaal ligt in het midden van de septa.


mollusca-nested-hierarchy

Bestand:Cuttlebone.jpg
Coleoidea
hebben een inwendige schaal, ( het zogenaamde “zeeschuim” ) zoals bij sepia.
de  sepia is trouwens  ook  een  achtarmige inktvis

Als fossiele Coleoidea denken wij aan de belemnieten.

Nautiloidea en Coleoidea zijn recent nog vertegenwoordigd.


OVERZICHT  OCTOPUS EVOLUTIE

http://www.tonmo.com/science/fossils/fossiloctopuses.php

 tree-of-life-mollusca
Phyllum MOLLUSCADE CLASSIFICATIE  VAN DE CEPHALOPODA  IS NOG STEEDS NIET  AFGEWERKTBOVENDIEN WORDEN OUDE EN NIEUWE  CLASSIFICATIE- SCHEMA’S ( EN VOLGENS DE  VERSCHILLENDE  TAALGEBIEDEN  ) NOG STEEDS  DOOR ELKAAR GEBRUIKT ( ook in de wetenschappelijke  publicaties  !!!  )…..1.- Encyclopedia of Life
http://www.eol.org/pages/2312Molluscs +

http://www.tonmo.com/science/public/vampyroteuthis.php

 

Genus LEEDSICHTHYS en fossiele mesozoische vissen

°

VISSENEVOLUTIE

°

{PDF}

Mercian 2004 v16 p043 Leedsichthys problematicus, Dawn.pdf 

 caudal fin of Leedsichthys. This was huge: the measure from tip to tip of the tail was 3.6 m. The fin rays bifurcated at intervals until, at the distal end, they were.

{PDF}

http://eprints.gla.ac.uk/81797/1/81797.pdf

 

Mercian 2004 v16 p043 Leedsichthys problematicus, Dawn.pdf http://www.emgs.org.uk/…/Mercian%202004%20v16%20&#8230;

 caudal fin of Leedsichthys. This was huge: the measure from tip to tip of the tail was 3.6 m. The fin rays bifurcated at intervals until, at the distal end, they were.

 

De vis  , kon ruim 16 meter lang worden. Dat hebben Schotse wetenschappers berekend.

 26 augustus 2013 17:53   26 augustus 2013
 
Leedsichthys_new1DB
 
°
 
 
 
 

Sommige soorten uit het geslacht  Leedsichthys deden  er waarschijnlijk 38 jaar over om een ( maximale ? ) engte van 16,5 meter te bereiken.

Op de leeftijd van 20 jaar besloeg de lengte van die vissoorten   waarschijnlijk nog maar 8 tot 9 meter. …….Dat meldt de Universiteit van Glasgow.

Life reconstructions ( BBC )
Leedsichthys
 
    

http://www.bbc.co.uk/science/seamonsters/factfiles/leedsichthys.shtml

http://nl.wikipedia.org/wiki/Leedsichthys

2013 

Het is voor het eerst dat de  gemiddelde  maximale lengte en de groeicurve  voorkomend in dit  prehistorische vis -genus  nauwkeurig is berekend op basis van wetenschappelijk onderzoek. (1)

Skeletten

http://www.big-dead-fish.com/

Leedsichthys problematicus  cast

°

http://www.nerc.ac.uk/publications/planetearth/2002/autumn/aut02-bigfish.pdf

Leedsichthys problematicus

°

 

 

 

http://www.gla.ac.uk/news/archiveofnews/2010/february/headline_141850_en.html

Fossil thought to be part of the Leedsichthys jaw, it was found in the 'Star Pit' at Whittlesey, Peterborough

University of glasgow  2010         Major findings  

°

:Dr Liston worked alongside experts from the University of Oxford, DePaul University in Chicago, Fort Hays State University in Kansas as well as the University of Kansas.

Leedsichthys had been an isolated example of a truly giant filter feeder in the oceans during the age of dinosaurs, with a puzzling gap between it and the first appearance of modern filter-feeders, some 100 million years later. 

“The breakthrough came when we discovered additional fossils, similar to Leedsichthys, but from much younger rocks. These specimens indicated that there were giant filter-feeding fishes for much longer than we thought. We then started to go back to museum collections, and we began finding suspension-feeding fish fossils from all round the world, often unstudied or misidentified,” continued Dr Liston.

Several of the most important new fossils – all from the same extinct bony fish family as Leedsichthys came from sites in the state of Kansas in the US. Other remains meanwhile, originated as far afield as Dorset and Kent in the UK, and Japan.

One of the best preserved Kansas specimens had historically been interpreted as similar to a fanged predatory swordfish. When members of the team began to clean the specimen, they were surprised to find a toothless gaping mouth, with an extensive network of thin elongate bony plates to extract huge quantities of microscopic plankton from large volumes of Late Cretaceous seawater.

2013 

De Schotse onderzoekers baseren hun bevindingen op een analyse van verschillende skeletten van de prehistorische vissensoorten uit het genus  . Dat was een ingewikkelde klus, aangezien er niet één compleet skelet is teruggevonden.

“We keken daarom niet alleen naar de botten, maar ook naar interne groeistructuren die je kunt vergelijken met de groeiringen in boomstammen”, verklaart hoofdonderzoeker Jeff Liston. “Op die manier kregen we een idee van de leeftijd en de lengte van de bestudeerde dieren.”

Uit het onderzoek bleek dat de Leedsichthys waarschijnlijk groter kon worden dan de walvishaai, de soort die op dit moment bekend staat als de grootste vis. Walvishaaien kunnen een lengte van ongeveer 14 meter bereiken.

large-721061Walvishaai

http://www.meesterbrein.com/view.php/de-grootste-vis-ooit-de-walvishaai.html

Plankton

De wetenschappers beschrijven hun bevindingen uitgebreid in het wetenschappelijk tijdschrift Mesozoic Fishes 5: Global Diversity and Evolution.

Net als de walvishaai voedde de Leedsichthys zich met plankton. De grote vissen beschikten over bijzondere kieuwen waarmee ze plankton konden filteren uit het zeewater dat door hun mond stroomde.

“De kieuwen functioneerden eigenlijk als het net van een trawlvisser”, aldus Liston. “De techniek was vanzelfsprekend erg effectief, gezien het grote formaat dat de dieren konden bereiken.”

(Door: NU.nl/Dennis Rijnvis    )
 
 
 
(1)
uiteraard is dit niet de grootste (bekende )” vis” die ooit leefde
–>  De schatting van de  grootste lengte  van (bijvoorbeeld )  de  prehistorische  haai  C. Megalodon    zit ruimschoots boven de 16 m.—> Megalodon (reuzenhaai) wordt ingeschat op twintig meter lang…
 
Megalodon_scale
 
 
—> Haaien inclusief Megalodon zijn kraakbeenvissen, Leedsichthys is een beenvis. Dat zijn in wezen twee totaal verschillende klassen van dieren, ook al heten ze allemaal ‘vis’.
Dus ik denk niet dat er in het wetenschappelijke artikel staat dat dit “de grootste vis ooit” was, ofzo. Meer iets als “de grootste beenvis ooit”. En dat wordt dan ‘vis’, want journalisten/redacties denken dat hun publiek het anders niet begrijpt.
—>De term “vis” is polyfyletisch… erg lastig dus .
Gould heeft niets voor niets gezegd, “there is no such thing as a fish”.
 
 
 
 
 
(Phylogeny )Cladogram after Friedman et al. (2010).[1]
 
†Pachycormidae
 
 
 
 
°
 
 
Matt Friedman, Kenshu Shimada, Larry D. Martin, Michael J. Everhart, Jeff Liston, Anthony Maltese and Michael Triebold. 2010. “100-million-year dynasty of giant planktivorous bony fishes in the Mesozoic seas”. Science. 327 (5968): 990–993. doi:10.1126/science.1184743. http://www.sciencemag.org/content/327/5968/990
 
Rhinconichthys taylori  2010
 
 
 

Planktonetende zeemonsters

Grote planktonfilterende beenvissen bestonden al 100 miljoen jaar voor de walvis

 

Een  artist's impression  van  Bonnerichthys , een planktonetende beenvis die ooit rondzwom in de zee boven het huidige Kansas. (Foto Robert Nicholls,  www.paleocreations.com )
Zoom
Een  artist’s impression  van  Bonnerichthys , een planktonetende beenvis die ooit rondzwom in de zee boven het huidige Kansas. (Foto Robert Nicholls,  http://www.paleocreations.com )

Baleinwalvissen, walvishaaien en reuzenmanta’s schuimen al tientallen miljoenen jaren de oceanen af op zoek naar plankton. Maar wie filterde al die kleine organismen in de kleine 200 miljoen jaar daarvoor uit het water? Volgens nieuw onderzoek klaarden grote beenvissen met opengesperde bekken die klus.

Fossielen van oeroude beenvissen liggen vaak al sinds de negentiende eeuw in museumdepots. Deze resten waren echter nooit gecategoriseerd, of lagen in de kast met een verkeerd label eraan gehangen. En terwijl die resten jarenlang lagen te verstoffen, braken onderzoekers hun brein over het hoe en waarom er geen aanwijzingen waren voor het bestaan van grote filtervoeders, soortgelijk aan de huidige baleinwalvis, tijdens het Mesozoïcum (250 tot 65 miljoen jaar geleden).

In die tijdsperiode zijn namelijk ook de hedendaagse planktonsoorten ontstaan. Het leek daarom nogal vreemd dat er vrij plotseling, pas vanaf 65 miljoen jaar geleden, een uitgebreide variatie aan filtervoeders is ontstaan.

Beenvissen

De enige aanwijzing voor oudere grote filtervoeders was een handjevol fossiele resten van beenvissen, hoofdzakelijk afkomstig uit Europa. De fossiele beenvissen stamden echter uit een relatief korte tijdsperiode van 165 tot 145 miljoen jaar geleden. En ze behoorden tot de inmiddels uitgestorven Pachycormidae-familie, die juist hoofdzakelijk uit roofvissen bestaat.

Voor biologen leken de grote filtervoederende beenvissen haast op een ‘klein en mislukt evolutionair experiment’.

Onderzoekers uit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië publiceren deze week in Science over hun nieuwe analyse van fossiele resten. Op één exemplaar na, dat recent in kalklagen in de Amerikaanse staat Kansas werd ontdekt, waren alle fossielen afkomstig uit musea in Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Japan. Het betrof onder meer een complete schedel, schedelfragmenten, voorvinnen en botresten.

De onderzoekers identificeerden deze fossiele resten als afkomstig van de beenvissoorten Rhinconichthys taylori en Bonnerichthys gladius, 170 tot 65 miljoen jaar oud. Deze ‘voorlopers van walvissen’ hebben dus meer dan 100 miljoen jaar lang bestaan. En niet zoals eerder gedacht maar 20 miljoen jaar. Ook kwamen ze, gezien de vindplaatsen in Europa, de Verenigde Staten en Japan, in verschillende wereldzeeën voor.

Reuzenbekhaai Reconstructies van de fossielen laten zien dat deze beenvissen zo’n vier tot vijf meter lang zijn geweest, vergelijkbaar met de hedendaagse reuzenbekhaai. Toch waren het relatief kleine exemplaren, want de al bekende resten van planktonetende beenvissen haalden lengtes tot maar liefst negen meter. Dat komt overeen met de gemiddelde walvishaai.

De beenvissen moeten, net als hedendaagse baleinwalvissen, met opengesperde bek hebben rondgezwommen om plankton uit grote hoeveelheden water te filteren. Het binnenkomende water werd na filtering weer afgevoerd door kieuwen in de achterzijkant van de kop.

De bestaansperiode van de planktonetende beenvissen sluit precies aan op de opkomst van de hedendaagse filtervoeders. Die kwamen vanaf ongeveer 65 miljoen jaar geleden op en vulden het gat in het ecosysteem dat de uitstervende beenvissen achterlieten.

Als eerste verscheen de reuzenbekhaai, die in de 30 miljoen jaar daarna werd gevolgd door onder meer reuzenmanta’s, walvishaaien, reuzenhaaien en baleinwalvissen.

Stoffige resten uit de fossielenkast kunnen dus nog een heel nieuw licht werpen op de evolutie. Misschien toch wel handig om de labels aan de fossielvondsten uit Darwin’s tijd nog maar eens goed na te lopen.

Paul Schilperoord

Matt Friedman e.a., ‘100-Million-Year Dynasty of Giant Planktivorous Bony Fishes in the Mesozoic Seas’, in Science, 19 februari 2010.

De vindplaats van de fossiele beenvisvinnen in kalkafzettingen in Kansas. (Foto Dr. K. Shimada)

 
De vindplaats van de fossiele beenvissen  in kalkafzettingen ion Kansas  ( Dr K Shimada )
°
2
 
   Reconstructie van de beenvis Bonnerichthys  aan de hand van fossiele resten. (Foto Dr. M. Friedman, University of Oxford)
Bonnerichthys jawbones and forefinn/ Matt friedman
Bonnerichthys  sciencemag
 
 
 
De grote gefossiliseerde voorvinnen van de beenvis  Bonnerichthys . (Foto Dr. M. Friedman, University of Oxford)
 
De grote gefossiliseerde voorvinnen  van de beenvis bonneichthys  ( Dr . M Friedman , Univ Oxford )
 
         Bonnerichthys gladius  &  Rhinconichthys taylori.
 
 
 

PAARDEN

paardenevolutie   <— doc archief

 

‘verre voorouders van onevenhoevigen   ontstonden in India’

An artist’s depiction of Cambaytherium thewissi.
Credit: Elaine Kasmer

Paleontologen hebben in India de 54,5 miljoen jaar oude fossiele resten gevonden van een voorouder van het paard, de neushoorn en de tapir.

AUTEUR: LISA DUPUY FOTOGRAAF: ELAINE KAMSER; NATURE

De vondst toont volgens onderzoekers van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KNIB) en Amerikaanse en Indische collega’s aan dat de onevenhoevigen in India ontstonden. Dat schrijven ze deze week in Nature Communications.

Verste voorouder
Het team heeft in totaal meer dan tweehonderd fossielen opgegraven. De tanden, schedels en botten zijn van een primitief zoogdier dat ze Cambaytherium thewissi hebben genoemd. Het dier heeft zowel kenmerken van de huidige onevenhoevigen, maar ook van primitievere dieren. Vooral de tanden, het heiligbeen en de hand- en voetbeentjes duiden op een primitief dier. De vondst biedt dus een “blik op hoe de verste voorouders van paarden en neushoorns eruit moeten hebben gezien”, aldus Thierry Smith, de paleontoloog van het KNIB die het onderzoek leidde. “Zo dicht bij de oorsprong zijn we nog niet geerder geweest.”

 

skull an teeth  of cambaytherium

 

Beeld: Nature. De schedel, onderkaak en tanden van Cambaytherium thewissi. De fossielen laten een “mix” zien van kenmerken van moderne paarden en een primitiever dier, zoals de tanden. 

Cambaytherium thewissi leek op een klein paard en woog waarschijnlijk tussen de 20 en 35 kilo. Het primitieve paard at planten vruchten en grassen. “Later in hun evolutie zijn ze op alleen maar grassen overgeschakeld”, zegt Smith.

India in het vroege eoceen
De fossielen stammen uit het vroege eoceen en zijn 54,5 miljoen jaar oud. Cambaytherium is nergens anders gevonden, wat erop duidt dat India toen een geïsoleerd gebied was – een eiland dat was losgescheurd van Madagaskar, en richting het huidige Azie dreef

 

http://www.readcube.com/articles/10.1038/ncomms6570?utm_campaign=readcube_access&utm_source=nature.com&utm_medium=purchase_option&utm_content=thumb_version&show_checkout=1&tracking_action=preview_click

 

Perissodactyla trees

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/11/141120081752.htm                     http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap

http://phenomena.nationalgeographic.com/2014/11/25/fossil-beast-helps-fill-the-backstory-of-horses-tapirs-and-rhinos/

Cambaytheridae  

http://repository.ias.ac.in/93951/1/new_early.pdf

 

°

Paardenfossiel van 47 miljoen jaar oud hield nog kleine verrassing verborgen

JOERI VLEMINGS11-11-14, 20.40uBron: Huffington Post
©Senckenberg Research Institute Frankfurt

Twaalf jaar geleden ontdekten paleontologen een fossiel van een voorhistorisch paard van maar liefst 47 miljoen jaar oud. In het millenniumjaar waren zij zich niet bewust van de kleine verrassing die het dier nog in petto had. Blijkt nu dat de merrie drachtig was.

De huidige X-stralen-technologie met hoge resolutie legt de zwangerschap van de Eurohippus messelensis onomstotelijk bloot. De merrie was in de laatste fase van de dracht, zo laat de grootte van het ongeboren veulen zien. De positie van het babypaardje sluit ook uit dat noch moeder noch kind omkwamen tijdens de bevalling.

“Bijna alle beenderen van de foetus bevinden zich op hun oorspronkelijke plaats“, zeg dr. Jens Lorenz Franzen van het Senckenberg Onderzoekscentrum in Frankfurt. “Alleen de schedel is verbrijzeld”, zegt Franzen, leider van het onderzoeksteam.

Het is nog maar het tweede bekende fossiel waarvan de placenta te herkennen valt. De afmetingen doen vermoeden dat het prehistorische paard ongeveer zo groot als een fox terriër was. Het voortplantingssysteem is grofweg hetzelfde gebleven bij de veel grotere paarden die we vandaag kennen.

De overblijfselen werden in 2000 ontdekt in het Duitse Messel Pit, zo’n dertig kilometer ten zuidoosten van Frankfurt, waar meer dan 1.000 fossielen van planten en dieren gevonden werden, tot wel 57 miljoen jaar oud.

Wetenschappers denken dat een oud meer op de site giftig vulkanisch gas bevatte dat heel wat dieren doodde, waaronder de Eohippus-soort. Door het gebrek aan zuurstof op de bodem van het meer braken anaerobe bacteriën de karkassen af om een opvallend gedetailleerd en intact fossiel over te houden.

 

http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/1651601.stm

Walking With Beasts, BBC

 

°

 

 

 

Evolutie van een nobel dier   <— NADARWIN 

http://web.archive.org/web/20070930185026/http://www.nadarwin.nl/FB/paarden.html

( ANTI CREATO)  vooral ook  —>   tussenvormen bestaan niet ( een  uitgebreid   word -document dat apart inplakbaar is op gelijk welke internet pagina  en /of discussieplatform )

horse-evolution

 

File:Equine evolution.jpg

‘Archaische Paarden ( EQUUS ) ontstonden vier miljoen jaar geleden’

27 juni 2013

http://en.wikipedia.org/wiki/Evolution_of_the_horse

This image shows a representative sequence, but should not be construed to represent a “straight-line” evolution of the horse. Reconstruction, left forefoot skeleton (third digit emphasized yellow) and longitudinal section of molars of selected prehistoric horses

Horseevolution

°(UPDATE  )

°

De  ” equus” Paardenlijn   takte waarschijnlijk twee miljoen jaar eerder  af  dan gedacht, zo blijkt uit DNA uit een prehistorisch paardenbot dat is gevonden in Canada.

Horse-fossil

oeroud paardenbot© Ludovic Orlando

Deze twee stukjes paardenbot zijn omstreeks 700 duizend jaar oud en bevatten genoeg leesbaar DNA om de hele genenkaart van het dier te reconstrueren.

Het bot is afkomstig van een paard dat ongeveer 560.000 tot 780.000 jaar geleden leefde. Op basis van een vergelijking tussen genetisch materiaal uit het fossiel en de genen van moderne paarden kan worden aangenomen dat de eerste archaische paarden ongeveer vier miljoen jaar geleden ontstonden.

Daarmee zijn paarden twee miljoen jaar eerder geëvolueerd dan tot nu toe werd aangenomen. Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Kopenhagen in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

IJsbeer

Het prehistorische paardenbot is gevonden in het noorden van Canada in een permanent bevroren laag van de aarde, waardoor het DNA in het fossiel relatief goed bewaard is gebleven.

De wetenschappers onttrokken het genetisch materiaal uit het collageen van het bot. Met speciale technieken slaagden ze erin om de DNA-volgorde te reconstrueren. Dat is uitzonderlijk gezien de ouderdom van het fossiel.

Het oudste bot waaruit tot nu toe DNA was onttrokken, was afkomstig van een ijsbeer die ongeveer 110.000 tot 130.000 jaar geleden leefde. “We hebben die tijdsbarrière nu doorbroken”, verklaart hoofdonderzoeker Ludovic Orlando op Nature News.

Wanneer een organisme sterft, kunnen de DNA-moleculen bewaard blijven. Niet als volledige chromosomen, maar wel als korte stukjes. Dit is te vergelijken met een puzzel. Wetenschappers moeten de puzzelstukjes op de juiste manier in elkaar leggen om het totaalplaatje te zien. Des te ouder het fossiel, des te minder ‘data’ blijft er over om het genoom in kaart te brengen. De puzzel wordt dus alsmaar lastiger.

Analyse
De wetenschappers analyseerden de botresten van het paard en vonden aminozuren. “We werden direct enthousiast, omdat dit een sterk teken was dat er nog eiwitten aanwezig waren”, vertelt onderzoeker Dr. Orlando. “Toen we even later bloedeiwitten ontdekten, begon het onderzoek veelbelovend te worden.” De onderzoekers vonden een klein beetje DNA, maar het was genoeg om het volledige genoom inzichtelijk te krijgen.

De eerste paardachtige
Door het genoom te vergelijken met het genoom van een 43.000 jaar oud paard, zes hedendaagse paarden en een ezel, stellen wetenschappers vast dat de voorouder van alle moderne paardachtigen ongeveer vier tot 4,5 miljoen jaar geleden op het toneel verscheen. Voorheen dachten onderzoekers dat de eerste moderne  paardachtige pas twee miljoen jaar geleden op aarde galoppeerden . Er moet dus een en ander ge-updated worden

Terug in de tijd
“Dankzij nieuwe technologieën kunnen we nu tien keer verder terug in de tijd kijken”, zegt professor Willerslev. “Hierdoor kunnen we de evolutionaire geschiedenis van dieren beter ontrafelen.”

Przewalskipaard

http://en.wikipedia.org/wiki/Przewalski%27s_horse

File:Przewalski's Horse, Dubbo Zoo, c 2005.jpg

Op basis van de prehistorische paardengenen kunnen de Deense onderzoekers inschatten hoe de de populatie van wilde paarden varieerden  in de loop der tijd. Vooral in klimatologische periodes waarin veel graslanden ontstonden, groeide het aantal paarden waarschijnlijk. In tijden van extreme kou krompen  de populaties.

Uit het gereconstrueerde DNA blijkt verder dat het oorspronkelijk uit Mongolië afkomstige Przewalskipaard genetisch gezien het enige overgebleven wilde paard op aarde is.

Przewalskipaarden waren in in de jaren zestig bijna uitgestorven, maar met behulp van een speciaal fokprogramma is de soort weer nieuw leven ingeblazen. ……  De dieren zijn onder meer uitgezet in  het Nederlandse  Natuurpark Lelystad.

 

Oudste DNA-analyse: van 100.000 naar ca. 700.000 jaar oud

Przewalski's paard en veulen

Deense onderzoekers slaagden er in om DNA te extraheren uit botten van een paard dat 580.000 à 760.000 geleden leefde in Yukon, Canada. Ze konden het genoom van dit paard terug samen stellen. Dit kon lukken omdat de botten in de permafrost, 700.000 jaar oud ijs, bewaard bleven.
Het vorige record voor DNA-analyse van 100.000 jaar oude botten kwam van een neanderthaler in Scladina (Sclayn) , België. (1)
De vondst in Yukon werd vergeleken met die van 43.000 jaar oude paardenbotten, DNA van hedendaagse paarden en de aan het paard verwante ezel. Daaruit kon men afleiden dat de laatste gemeenschappelijke voorouder van alle paardachtigen (waaronder ook zebra’s en onagers) 4 à 4,5 miljoen jaar geleden leefde. Dat is dubbel zo lang als men tot voor kort aannam. Przewalski’s paarden splitsen van gedomesticeerde paarden af tussen 38.000 en 72.000 jaar.

Bron:
Ludovic Orlando et al., Recalibrating Equus evolution using the genome sequence of an early Middle Pleistocene horse, Nature (2013)

doi:10.1038/nature12323.

http://www.nature.com/nature/journal/v499/n7456/abs/nature12323.html

http://www.readcube.com/articles/10.1038/nature12323

 

°

 

°

 

http://en.wikipedia.org/wiki/Domestication_of_the_horse

 

DOMESTICATIE 

 

 

 

Wetenschappers identificeren genen die paarden tam maakten

Wetenschappers hebben een groot aantal genen geïdentificeerd die de domesticatie van paarden mogelijk maakten.

Het gaat om 125 genen die fysieke en psychologische veranderingen teweeg hebben gebracht bij paarden.

De genetische mutaties zorgden er bijvoorbeeld voor dat gedomesticeerden paarden eigenschappen ontwikkelden als verminderde angst, sterkere spieren en een betere balans.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Kopenhagen in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS.

 

Botten

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door de genen van vijf moderne paardensoorten te vergelijken met DNA dat werd aangetroffen in botresten van enkele wilde paarden die 16.000 tot 43.000 jaar geleden in Siberië leefden.

Waarschijnlijk stammen alle moderne soorten af van deze wilde paarden, die inmiddels zijn uitgestorven.

Door een genetische analyse slaagden de onderzoekers erin om het domesticatieproces van de wilde paarden te reconstrueren.

 

Transport

“Wij leveren in deze studie een lijst van genmutaties die waarschijnlijk door mensen zijn gestimuleerd bij de domesticatie van paarden”, verklaart onderzoekster Beth Shapiro op nieuwssite ScienceDaily.

 

A man catches domestic Mongolian horses with a lasso in Khomiin Tal, Mongolia. Credit: Copyright: Ludovic Orlando.

A man catches domestic Mongolian horses with a lasso in Khomiin Tal, Mongolia.
Credit: Copyright: Ludovic Orlando.

 

 

 

 

“Het is een fascinerende lijst, omdat er enkele genen in voorkomen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van spieren en botten. Dit suggereert dat deze genen hielpen om paarden meer geschikt te maken om goederen te transporteren”, aldus Shapiro.

Maar ook het gedrag van de paarden veranderde vermoedelijk door de selectie van bepaalde genen. “We hebben ook genen geïdentificeerd die schrikreactie van paarden beïnvloeden”, aldus hoofdonderzoeker Ludovic Orlando. “Deze genen zouden wel eens de sleutel kunnen zijn bij het temmen van wilde dieren.”

 

Nadelen

De domesticatie van paarden zorgde ook voor nadelige genmutaties. De wetenschappers vonden bij moderne gedomesticeerde paarden meer genen die wijzen op inteelt dan bij de wilde paarden uit Siberië.

Waarschijnlijk ontstonden deze mutaties omdat de eerste gedomesticeerde paarden werden gefokt in een relatief kleine populatie.

http://www.nu.nl/wetenschap/3954555/wetenschappers-identificeren-genen-paarden-tam-maakten.html

Paarden Genen 

 

°

 

Paard al minstens  14000 jaar geleden tam gemaakt

 1 februari 2012
http://www.nu.nl/wetenschap/2729088/paard-al-14.000-jaar-geleden-tam-gemaakt.html

– Paarden zijn meerdere malen in de geschiedenis gedomesticeerd.

Dat schrijven Italiaanse wetenschappers van de universiteit van Pavia in PNAS.

De onderzoekers analyseerden mitochondriaal DNA van 83 paarden. Mitochondriaal DNA wordt alleen overgeërfd via de moeder en door het te bestuderen kon een van de oudste  voorouderlijke   Equus ferus  –oermerries die  mede aan de basis stond van de huidige tamme paardenpopulaties, (op theoretische gronden )worden gereconstrueerd …. die (nog wilde ) merrie moet zo ongeveer  tussen  140.000 tot 160.ooo jaar geleden hebben rondgelopen (1)

http://phys.org/news/2012-01-mtdna-modern-horses-ancestor-years.html

Omdat de huidige wilde (przewalksi) en  tamme  paarden ( volgens  hun chromosmengetal  ___en verder verfijnd door de nieuwe analyse  ) van elkaar verschillen, kan  bepaald worden wanneer de eerste tamme paarden een feit waren.

-chromosomen: ( wild )  Przewalskis —> 66,

– tamme paarden  ( inclusief verwilderde  paarden zoals mustangs en de uitgestorven Tarpan )—-> 64  chromosomen,

-de kruisingsprodukten   tussen beiden   —>65  chromosomen

Oermerries

De 83 onderzochte paarden kwamen van over de hele wereld: Azië, Europa, het Midden-Oosten en beide Amerika’s. Analyse van al deze paarden leverde niet één maar achttien mitochondriale clusters ( =18   haplogroepen  –>http://en.wikipedia.org/wiki/Haplogroup  ) op.

Dat betekent dat er meerdere (latere ?) oermerries moeten zijn  geweest , en  misschien ook dat het paard dus vaker dan een keer tam is gemaakt.

MAAR  

DAT  WORDT NU  BETWIJFELD DOOR  EEN   NIEUWE DNA -ANALYSE (ditmaal –>  NUCLEAIR  DNA van  monsters bij minstens 300 verschillende paarden uit alle windstreken     ZIE —> ( 2b )   ) 

……Uit de analyse bleek ook dat alle gevonden mitochondriale  haplo -groepen zo rond de 14.000 (2)  jaar geleden  al present  waren : verschillende  groepen mensen kwamen blijkbaar   op het idee om paarden te gaan houden en ze in te zetten voor transport, in gevechten en als voedselbron.

Met .andere.woorden

Alle  gevonden  haplogroepen  behoren tot het  neolithicum   en takken af van een (oudste) vrouwelijk ancestraal  mtDNA genoom  (130,000–160,000 ). Azie is de geboortegrond  van alle  (gekende ) afstammelingen van de equus merries ( inclusief de wild gebleven extante  Przewalskis  )

Opvallend is de ( op basis van de studie  oudste geschatte )ouderdom van paarddomesticatie.

Andere dieren, zoals de koe en het schaap zijn pas 10.000 jaar geleden tam gemaakt.(2 &  3)

(1)

Het betekent  onder meer  dat die “oudste”voorouderlijke  oermerrie van het moderne paard =de recentste gemeenschappelijke matrilineaire voorouder van alle nu levende paarden is  en  omdat alle nu levende moderne paarden  hun mitochondriale DNA (met mutaties) van haar “geërfd” hebben.

Men neemt aan (in die studie )dat  deze  mitochondriale merrie  ( net als de mitochondriale Eva )  ongeveer 160.000 tot 140.000    geleden moet hebben geleefd. Het blijft echter  een  theoretische aanname 

zie ook  –> mitochondriale Eva  : dat is eveneens  een  puzzel die erg veel (andere )misverstanden  heeft opgeleverd   

http://nl.wikipedia.org/wiki/Mitochondriale_Eva

http://en.wikipedia.org/wiki/Domestication_of_the_horse

(2)

dat is  ouder  , maar inpasbaar  als  betere inschatting,   dan  ”  other  modern sources  that suggest  horse domestication in asia  between  5000 en 8000 years ago   “

http://www.biomedcentral.com/content/pdf/2041-2223-3-4.pdf

……the conclusion (of the italian paper ) appears to be that domestication occurred – multiple times, by mankind sourcing different wild mares at different points of history and from different locations – on the Eurasian Steppes from the Eneolithic onwards. The Eneolithic falls between the Neolithic and the Bronze Age, and might also be called the Copper Age. As there is already a large amount of archaeology linking horse domestication, copperwork and the spread of proto-Indo European in this area, this appears to confirm the theory that the Steppes were the origin of large scale and enduring horse domestication.

This also means that the Saudi Arabians need to come up with a bit more proof for their claim that horse domestication began in the Arabian Peninsula circa 7,000 BC and that there were already Arab-type horses at that period.

http://susannaforrest.wordpress.com/tag/mitochondrial-genomes-from-modern-horses-reveal-the-major-haplogroups-that-underwent-domestication/

°

(2b )

FINALE   UPDATE  ?  

8 May 2012

“……Archeologische resten wijzen erop dat de eerste paarden in het westelijke deel van de Euraziatische steppe werden gehouden, maar dna-onderzoek zou erop wijzen dat wilde paarden meerdere keren zijn getemd, op verschillende plaatsen.

Nieuw genetisch onderzoek spreekt dat laatste tegen: de eerste paarden kwamen wel degelijk uit de regio rond het zuidwesten van Rusland. Bovendien hebben de wetenschappers die de studie uitvoerden een goede verklaring bedacht voor de uitkomsten van het eerdere dna-onderzoek.  ….”

 

°

 

 Harry van Schalkwijk
harryschalkwijk.wordpress.com

Dank zij de relevante   links  naar recentere  (peer reviewed ) opvolgings studies  ,   geleverd door  Harry  Schalkwijk ( zie hieronder in de reacties   ) kunnen we  nu o.m.  een  mogelijke  verklaring leveren  aangaande  de kwestie  … ” vanwaar de     mitochondriale DNA      bijdragen  van de  oermerries  aan de huidige  paardengenomen  ,  vandaan  komen ( ook bij het éénmalige  domesticeren van het paard   in de euraziatische steppe  ) “

°Het  gaat  om  een  DNA  studie  met als resultaat  een  nieuw geponeerde   samenvattende   stelling  die  erin slaagt  twee  posities in het debat over paardendomesticatie  te verenigen

BBC =

“.….Domestic horses …… spread across Europe and Asia, breeding with WILD  mares   ALONG  THE WAY ……,research published in the journal PNAS     suggests.  ” 

De nieuwe studie  vergeleek  Nucleaire DNA monsters van 300 paarden uit  8 landen   in Europa en Azie  ….Genetische data werden  ingevoerd  in  computer modellen  , die waren ontwikkeld  om verschillende   domesticatie scenario’s te onderzoeken  

Dr Vera Warmuth from the Department of Zoology at Cambridge said:

“It shows that horse domestication originated in the western part of the Steppes and that the spread of domestication involved lots of integration of wild horses.”

De Conclusies van de studie  kunnen  verklaren  …. waarom bewijs verkregen uit  mitochondriaal DNA (mtDNA )  en verkregen  uit uitstuitend  matrilineaire  stamlijnen  ____wat tot desuggestie  leide dat  paarden meermaals werden getemd  ____ niet noodzakelijk de voormelde voorgestelde   suggestie  moeten  ondersteunen   …. integendeel

°  Wilde merries werden steeds  opnieuw gebruikt om reeds getemde kudden  van nieuw genetisch materiaal te voorzien …. Temeer omdat de getemde  kuddes  zich(misschien )  moeilijk  bleken  voort  te  planten  zonder dat “vers bloed ”  …..

(“In fact, it appears that wild mares were used to re-stock herds of existing domesticated horses, perhaps because they did not breed easily in captivity.”

—-> This is the case with Przewalski’s horse, which is the closest wild relative of modern horses.

Przewalski’s horses, the closest wild relatives of the domestic horse
Przewalski’s horses are the closest wild relatives of the domestic horse   )

 

 ” 

(3)

(wolfs)”honden “schijnen  veel vroeger te zijn gewoon geraakt aan de mens 

Cultuur impact   ?

Het feit dat paarden al ” veel eerder(dan  5000 jaar geleden ) getemd  ”  waren door mensen heeft grote invloed op cultuur van mensen over de hele wereld 

Het verbeterd de mogelijkheid tot handel en heeft grote voordelen in tijden van oorlog. Als we de oorsprong van paardendomesticatie verder naar achter schuiven, (—>  zie ook ( 2b ) voor een tegengeluid  dat het opschuiven van de  ouderdom van de paarddomesticatie  betwijfeld   )zullen we opnieuw moeten nadenken over de impact die het heeft gehad op de ontwikkeling van de mensheid. 

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

°

Verdere  LINKS  over paarden evolutie  : 

http://www.kennislink.nl/publicaties/my-little-pony-maar-dan-in-het-echt