VOEDSELPYRAMIDES en ECOLOGIE

°

   ecosystemen

°

Planeet aarde  <—

Voedselpyramides <—  doc

°

VOEDSELWEB  

28 november  2012  /Wageningen University, Laboratorium voor Entomologie

Pas op voor de vijand van de vijand van jouw vijand

Planten die door rupsen worden aangevallen, roepen de hulp in van sluipwespen met behulp van vluchtige geurstoffen die de plant aanmaakt in reactie op de vraatschade. Daarbij helpen sluipwespen de plant om van zijn vretende belager af te komen. De geurstoffen worden echter ook door andere insecten waargenomen. Een nieuwe studie van een Wagenings onderzoeksteam in het ‘open access’ tijdschrift PLoS Biology van 27 november laat zien hoe weer ándere sluipwespen deze plantengeuren oppikken om hún gastheer, sluipwespen, op te sporen.

Lysibia nana parasiteert poppen van Cotesia glomerata

Foto: Lysibia nana parasiteert poppen van Cotesia glomerata, gemaakt door Nina Fatouros.Een team van Nederlandse onderzoekers onder leiding van onderzoeker Erik Poelman van Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR, en collega’s onderzocht het gedrag van zgn. secundaire sluipwespen (‘hyperparasitoïden’) die andersoortige sluipwespen aanvallen die een rups belagen. Het team toont aan dat deze hyperparasitoïden kunnen ruiken of planten worden aangevallen door gezonde rupsen of door rupsen die door andere sluipwespen zijn geparasiteerd, waarin de secundaire sluipwespen hun eigen eitjes leggen. In zowel gecontroleerde laboratoriumtoetsen als onder veldomstandigheden, vond het team dat hyperparasitoïden een voorkeur hebben voor plantengeuren die vrijkomen van planten waarvan geparasiteerde rupsen aten in vergelijking met planten waarvan gezonde rupsen aten. Deze resultaten laten zien dat deze vijanden van de vijand van de vijand een complex netwerk van interacties tussen de plant, rups, en sluipwesp gebruiken om hun gastheer, de sluipwesp, te lokaliseren.

Koolplanten (1) worden aangevreten door rupsen van koolwitjes (2) die op hun beurt worden geparasiteerd door sluipwespen (3). Hyperparasitoiden (4) leggen hun eitjes in de poppen van sluipwespen. Deze hyperparasitoiden vinden de poppen van sluipwespen door de planten geuren die vrijkomen bij vraatschade van geparasiteerde rupsen.
Koolplanten (1) worden aangevreten door rupsen van koolwitjes (2) die op hun beurt worden geparasiteerd door sluipwespen (3). Hyperparasitoiden (4) leggen hun eitjes in de poppen van sluipwespen. Deze hyperparasitoiden vinden de poppen van sluipwespen door de planten geuren die vrijkomen bij vraatschade van geparasiteerde rupsen.

Om te laten zien hoe dit complexe netwerk van interacties betrouwbare informatie over de aanwezigheid van sluipwespen kan bevatten, verzamelden de onderzoekers speeksel van de geparasiteerde en gezonde rupsen. Stoffen in het speeksel van de rups spelen een belangrijke rol in het veroorzaken van de verandering in geuren die de plant produceert bij vraatschade van rupsen. Poelman’s team ontdekte dat het aanbrengen van speeksel van geparasiteerde rupsen bij de plant een ander geurprofiel veroorzaakt dan speeksel van een gezonde rups. Bovendien zijn de plantengeuren die de plant maakt in reactie op het spuug van geparasiteerde rupsen aantrekkelijk voor de secundaire sluipwespen, die de parasiterende sluipwespen belagen.

Voedselweb

“Je moet de planten-geurproductie in reactie op planteneters zien in de context van het hele voedselweb, inclusief de vijanden van sluipwespen”, zegt onderzoeker Erik Poelman die met een Veni-subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) het onderzoek leidde:

“Dan pas kun je de ecologische functies van plantengeuren goed begrijpen”. In aanvulling op de ecologische aspecten van hun werk, benadrukken de auteurs ook dat hun bevindingen van belang zijn voor het ontwikkelen van strategieën voor geïntegreerde plaagbestrijding, waarin sluipwespen worden gebruikt om insectenplagen te reguleren. “Hoewel sluipwespen effectieve biologische bestrijders zijn, lijkt het erop dat het optimaliseren van biologische bestrijding met plantengeuren bijwerkingen kan hebben. Daardoor kan de effectiviteit van de plaagbestrijding verminderen”, aldus Poelman.

Veel meer insectensoorten in het regenwoud dan voorheen gedacht

15 maart 2014

Door parasitaire wespen te bestuderen die eitjes leggen in larven van tropische vliegen, leggen wetenschappers een complex web aan wisselwerkingen tussen vliegen, wespen en planten bloot

Biologen van verschillende Amerikaanse universiteiten tonen deze week in een artikel in Science aan waarom dit leidt tot veel meer soorten insecten.

Abstract :

Ecological specialization should minimize niche overlap, yet herbivorous neotropical flies (Blepharoneura) and their lethal parasitic wasps (parasitoids) exhibit both extreme specialization and apparent niche overlap in host plants.

From just two plant species at one site in Peru, we collected 3636 flowers(  Gurania flowers     ) yielding 1478 fly pupae representing 14 Blepharoneura fly species, 18 parasitoid species (14 Bellopius species), and parasitoid-host associations, all discovered through analysis of molecular data. Multiple sympatric species specialize on the same sex flowers of the same fly host-plant species—which suggests extreme niche overlap; however, niche partitioning was exposed by interactions between wasps and flies. Most Bellopius species emerged as adults from only one fly species, yet evidence from pupae (preadult emergence samples) show that most Bellopius also attacked additional fly species but never emerged as adults from those flies.

Fig. 1

http://www.sciencemag.org/content/343/6176/1240.figures-only

3089_mximage
1. Opius bellus lateral habitus f… Opius bellus lateral habitus female ↰ ↴
3090_mximage
2. Opius bellus lateral ha… Opius bellus lateral habitus male ↰ ↴
3096_mximage
3. Opius bellus propodeum and … Opius bellus propodeum and petiole lateral ↰ ↴
3097_mximage
4. Opius bellus propodeum a… Opius bellus propodeum and petiole dorsal ↰ ↴
3084_mximage
5.Opius bellus face
3086_mximage
6. Opius bellus face and man… Opius bellus face and mandible ↰ ↴
3094_mximage
7. Opius bellus showing occip… Opius bellus showing occipital carina absent ↰ ↴
3092_mximage
8. Opius bellus top of head … Opius bellus top of head and mesonotum ↰ ↴
3093_mximage
9. Opius bellus head late… Opius bellus head lateral view ↰ ↴
3083_mximage
10.Opius bellus fore wing
_______________________________________________________________________________
°

Het bestuderen van de wisselwerking tussen soorten is een grote uitdaging voor wetenschappers. Soorten bezetten vaak een stukje ruimte in een ecosysteem, ook niche genoemd.

Zo’n niche bevat alle middelen die de soort nodig heeft om te leven en zich voort te planten. Binnen de niche wordt het leven ook sterk bepaald door de wisselwerking tussen roofdieren en concurrenten.

Soorten proberen ervoor te zorgen dat ze zo min mogelijk afhankelijk zijn van hulpbronnen die anderen ook gebruiken. Op die manier creëert elke soort zijn eigen niche door bijvoorbeeld verschillende delen van eenzelfde plant te eten. Dit soort specialisatie zorgt voor steeds maar weer veranderende soorten en uiteindelijk het ontstaan van nieuwe.

In sommige ecosystemen is het aantal verschillende soorten enorm, veel groter dan het aantal wat je zou verwachten als er afgegaan zou worden op het aantal verschillende niches.

Door gebruik te maken van nieuwe moleculaire technieken konden de biologen minutieus onderzoek doen naar gemeenschappen van plant-etende insecten en parasitaire wespen die eitjes in de planteneters leggen. Op die manier is de wesp ook onderdeel van het maken van de niche, waardoor op één en dezelfde plant verschillende niches ontstaan.

 Regenwoud 

Daarvoor onderzochten de biologen duizenden plant-etende insecten waarvan de larven zich voeden met de sappige delen van de bloemen van komkommerachtige soorten in het Peruviaanse regenwoud.

De precieze methode toonde aan dat het aantal verschillende soorten vliegen en wespen op slechts twee verschillende typen plant extreem divers was, namelijk veertien vliegen en achttien wespen.

Door te kijken naar de vliegenlarven voordat de wespen uitkwamen, konden de wetenschappers zien welke wespen het uiteindelijk wel zouden overleven. Dit suggereert dat als de wespen hun eitjes in de verkeerde soort vliegenlarve leggen, de wespen niet uitkomen.

De complexe interactie tussen de vlieg en de wesp genereert een aantal unieke niches, die weer leiden tot extreme specialisatie en naast elkaar bestaan van grote aantallen vliegjes en wespen in slechts één simpel plant-systeem. Een systeem wat dus niet zo simpel is, als er beter naar gekeken wordt.

De auteurs stellen dat deze zeer specifieke interacties kunnen bijdragen aan de grote soortenrijkdom in tropische systemen.

Door: NU.nl/Krijn Soeteman

http://www.nu.nl/wetenschap/3726921/veel-meer-insectensoorten-in-regenwoud-dan-voorheen-gedacht.html  

°

Wereld zonder grote carnivoren ziet er heel anders uit

 10 januari 2014  33

leeuw

Een nieuw onderzoek stelt niet alleen dat de grote carnivoren verdwijnen, maar bewijst ook direct dat dat een enorm probleem is. De carnivoren hebben een enorme invloed op hun omgeving en hun verdwijning is een ramp voor het ecosysteem.

Meer dan 75 procent van de 31 grote vleeseters is aan het verdwijnen. Met name in het zuidoosten van Azië, het zuiden en oosten van Afrika en in de Amazone nemen hun aantallen af. In de meeste ontwikkelde gebieden – denk aan landen in West-Europa en het oostelijke deel van de VS – zijn zelfs al helemaal geen grote vleeseters te vinden. “We raken onze grote vleeseters kwijt,” concludeert onderzoeker William Ripple.

Poema
En het verdwijnen van die grote vleeseters heeft gevolgen, zo tonen de onderzoekers aan. Ze brachten voor hun studie de invloed die onder meer Afrikaanse leeuwen, luipaarden, wolven en lynxen op hun leefgebied hebben. Zo tonen ze bijvoorbeeld aan dat het verdwijnen van de poema en wolven ervoor zorgt dat het aantal grazende dieren – bijvoorbeeld herten en elanden – stijgt. Zij verstoren de vegetatie en hebben zodoende weer invloed op vogels en kleinere zoogdieren die van die vegetatie afhankelijk zijn.

Leeuw
En zo heeft het verdwijnen van elke grote vleeseter gevolgen. De verdwijning van de leeuw zorgt er op bepaalde plekken in Afrika bijvoorbeeld voor dat de groene baviaan aan een opmars begint en hij vormt een bedreiging voor gewassen en vee.

“Om deze diersoorten te kunnen behouden, moeten mensen ze tolereren,” stelt Ripple. “We zeggen dat deze dieren het recht hebben om te bestaan, maar ze bewijzen ons economisch en ecologisch gezien ook een dienst.” Een goede reden om ons nog meer in te zetten voor het behoud van de soorten, zou u zeggen.

Maar heeft dat nog wel zin? Ripple denkt van wel.

Op plaatsen waar grote vleeseters waren verdwenen en opnieuw zijn geïntroduceerd heeft het ecosysteem zich vrij snel hersteld.

Bronmateriaal:
Loss of large carnivores poses global conservation problem” – Oregonstate.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Oregon State University.

Afrikaanse leeuw ziet aantallen in vijftig jaar tijd meer dan halveren  <—

 

–>  Problemen?

°De natuur vindt bij verschuivingen  altijd wel  een ander evenwicht. 

°Er is nml  ALTIJD een (dynamische ) balans in de natuur.

° Maar dat betekent niet dat de uitkomst  van dergelijke  herschikklingen altijd   een mensvriendelijk evenwicht hoeft te zijn  

—>   Een ecosysteem is een zelf-organiserend systeem. Het zal altijd zoeken naar een bepaalde balans, dynamisch, met bijvoorbeeld voedselrijke periodes door het weer (goede mastjaren, goede muizenjaren) die voor dynamiek zorgen.

Het is wel zo dat je bij uitsterven “geesten van het verleden” ziet.

Zo zijn er bepaalde zaden die alleen door megafauna kunnen worden verspreid, of bepaald gedrag in soorten wat niet logisch is in moderne context (de gaffelbok’s snelheid wordt vaak genoemd, die hij zou hebben door een  “wapen”wedloop met de Amerikaanse cheetah die uitgestorven is, maar ik meende dat er alweer aan getwijfeld wordt).

In sommige gevallen kan het uitsterven van de ene soort de andere soort meenemen, maar ik geloof niet wat vaak wordt gezegd door ecologen dat een ecosysteem een jenga toren is. Ik zie het eerder als een soort sociaal netwerk.

Er onstaat een nieuw systeem als apex predatoren uitsterven. Mij maakt het niks uit*, maar ik heb er ook nauwelijks invloed op. En in de natuur bestaat ook niet zoiets als waarde, dat gaat gewoon door. Neemt niet weg dat het voor mensen wel eens negatief uit kan pakken.

*(ik heb wel “behoefte” aan natuur om mij heen (het platteland), en dat hoeft van mij ook niet “puur” te zijn met alleen “inheemse” soorten. Dat de wolf in Nederland terugkeert lijkt mij leuk, maar de kans dat ik die daadwerkelijk zie is klein.)

°

—>   Teveel  individuen  van de ene soort = kan dienen  als  voedsel   en  grotere  populatie-  groei bij   andere  soorten  en zelfs een tijdelijke bevolkingsexplosie  van die laatsten —> maar ook  daarna keert  het  evenwicht terug.

(en dat is niet alleen van kracht bij ecosystemen met roofdieren …..)

Jaarlijks is er een muizenplaag in AUS wanneer het graan rijp is, deze verdwijnt even snel als het graan van het veld is.

°

Hoe wolven  zelfs  de loop van de rivier veranderen

°

n 1995 werd een kleine groep wolven losgelaten in het Amerikaanse Yellowstone Park, nadat die diersoort er zeventig jaar lang afwezig was geweest. Er gebeurde in de jaren daarna iets wonderbaarlijks: het complete ecosysteem van het park veranderde – en zelfs de rivieren stromen anders sinds de komst van de wolf.

Hoe zit dat?

Dat legt een video uit die dit weekend online gezet werd door de organisatie Sustainable Man en gebruikmaakt van een TED-talk van schrijver en milieuactivist George Monbiot. Die legde in juni vorig jaar (met een stem die doet denken aan Sir David Attenborough) uit waarom hij zo enthousiast is over ‘re-wilding’.

Wolves were once native to the US’ Yellowstone National Park — until hunting wiped them out. But when, in 1995, the wolves began to come back (thanks to an aggressive management program), something interesting happened: the rest of the park began to find a new, more healthful balance. In a bold thought experiment, George Monbiot imagines a wilder world in which humans work to restore the complex, lost natural food chains that once surrounded us.

Hoe ging dat dan? In het kort: voordat de wolven kwamen had het park een overschot aan herten, die alles gretig kaalgraasden.

Na het uitzetten van de wolven werden er uiteraard enkele herten opgegeten, maar het zorgde er ook voor dat ze voortaan wegbleven uit bepaalde delen van het park, omdat het daar te gevaarlijk voor ze werd.

Op die plekken kwam de vegetatie weer helemaal tot bloei: bomen groeiden hoger, op dorre vlaktes verrezen populieren en wilgen, die op hun beurt weer vogels en bevers aantrokken. De bevers bouwden dammen op het water en daar kwamen weer otters, muskusratten, eenden, reptielen en vissen op af.

De wolven joegen ook op de coyotes, daardoor kregen konijnen en muizen meer kans en dat zorgde weer voor meer vossen, haviken en dassen. Zelfs beren hadden profijt van de nieuwe verhoudingen. Kortom: het complete ecosysteem veranderde omdat de wolf was geherintroduceerd bovenaan de voedselketen.

Maar het meest verbazingwekkende was dat zelfs de geografie van het park veranderde met de komst van de groep wolven: rivieren stromen nu anders dan voor 1995.

°

Mocht je de video willen overslaan en gewoon de tekst willen lezen, hier het bewuste stukje uit het transcript van de TED-talk van Monbiot:

“But here’s where it gets really interesting. The wolves changed the behavior of the rivers. They began to meander less. There was less erosion. The channels narrowed. More pools formed, more riffle sections, all of which were great for wildlife habitats. The rivers changed in response to the wolves, and the reason was that the regenerating forests stabilized the banks so that they collapsed less often, so that the rivers became more fixed in their course. Similarly, by driving the deer out of some places and the vegetation recovering on the valley sides, there was less soil erosion, because the vegetation stabilized that as well. So the wolves, small in number, transformed not just the ecosystem of the Yellowstone National Park, this huge area of land, but also its physical geography.”

Voor wie er meer over wil weten: hier een wetenschappelijke publicatie over ‘trophic cascading’, zoals het fenomeen genoemd wordt.

 

 

Als grote dieren verdwijnen, komt het knaagdier aan de macht

 

Europese bosmuis

(***)

Als de grote zoogdieren uit een ecosysteem verdwijnen, komen de kleinere knaagdieren aan de macht. En dat is zorgwekkend: veel van deze knaagdieren dragen gevaarlijke ziektes met zich mee en daarmee groeit ook de kans dat wij mensen ziek worden aanzienlijk.

 

Wereldwijd hebben de grote zoogdieren het moeilijk. Om verschillende redenen – ontbossing en de jacht bijvoorbeeld – lopen hun aantallen terug.

Kenia
Onderzoekers van de universiteit van Stanford besloten te achterhalen wat er precies gebeurt als grote zoogdieren uit de ecosystemen verdwijnen. Ze trokken naar Kenia en zetten vier hectare grote stukken savanneland af. Ze voorkwamen zo dat grote dieren als olifanten, giraffes en zebra’s gedurende twee jaar in die gebieden konden komen. Vervolgens keken ze wat er gebeurde.

“DIT IS EEN ONDERGEWAARDEERDE EN VERRADERLIJK EENVOUDIGE MANIER WAAROP VERANDERINGEN DIE MENSEN IN GANG ZETTEN, KUNNEN LEIDEN TOT EEN GROTER RISICO OP ZIEKTE”

Knaagdieren en vlooien
Het aantal knaagdieren in de stukken afgezette savanne verdubbelde.

Waarschijnlijk doordat er meer voedsel en land beschikbaar was.(1)

Met het aantal knaagdieren nam ook het aantal vlooien toe. Vlooien dragen vaak ziekteverwekkers bij zich en vergroten de kans dat ook mensen ziek worden. “Dit is een ondergewaardeerde en verraderlijk eenvoudige manier waarop veranderingen die mensen in gang zetten (door te jagen, bomen om te hakken, red.) kunnen leiden tot een groter risico op ziekte,” vertelt onderzoeker Hillary Young.

Oost-Afrika
De onderzoekers wijzen erop dat meer dan zestig procent van alle menselijke ziektes hun oorsprong vinden in ziekteverwekkers die dieren bij zich dragen. Dat vlooien ziektes aan mensen doorgeven, is heel normaal en gebeurt overal: zowel in tropische gebieden als in voorsteden. In Oost-Afrika, waar ziektes die door knaagdieren aan mensen worden doorgegeven vaak voorkomen, kunnen mensen door besmette knaagdieren aan te raken tyfus en zelfs de pest krijgen. Veel gezondheidsklinieken in het gebied kunnen die ziektes niet opsporen, laat staan behandelen.

Al met al kan het verdwijnen van grote zoogdieren en de opkomst van knaagdieren de kans dat mensen een dodelijke ziekte oplopen, verdubbelen. “Onze gegevens suggereren dat het handhaven van een gezonde populatie megafauna ons helpt om nare bacteriën te vermijden,” benadrukt onderzoeker Rodolfo Dirzo.

 

(***)

Beetje  verwarrend  een europese bosmuis te gebruiken  als illustratie  , als het gaat over  een onderzoek in een keniaanse savanna  ….. nogal  wiedes dat er  dan  vlug verkeerde conclusies op de loer liggen voor en door  de gewone  lezer

 

(1)

Grote  grazers kunnen   hele gebieden knaagdier onvriendelijk maken doordat deze dieren hele grasgebieden kaalvreten, waar de knaagdieren    meer voedsel tot hun beschikking hebben. ? (en of zich beter kunnen  verschuilen ( voor de roofvogels bijvoorbeeld ?(* )

–> Veel   knaagdieren zitten overdag ondergronds  en  foerageren  ’s nachts 

–> Veel knaagdieren zijn opportunistische eters die genoegen nemen met veel verschillend  voedsel  (denk aan muizen en ratten )

–> Olifanten en  giraffen  zijn vooral bladeters die heelwat jonge  bomen vernietigen en( in het geval van de olifant ) ontwortellen …. ( wat dus ( op lange termijn ) het savanna-karakter van het gebied  conserveert  ) –> op twee jaar tijd  bieden (eventueele ) opschietende  jonge boompjes geen  nuttige  schuilplaatsen  

(2) Met het verdwijnen  van de grote grazers  verdwijnen ook de grote katten , 

(3) hyena’s  , afrikaanse honden …konden ook niet over die  “begrenzingen”  

(4) reptielen , kleinere katten  en zeker roofvogels  gingen toch moeiteloos over die ” begrenzingen “  ?  Hangt er dus van af wat je “grote ” zoogdieren noemt ….en/of  wat die “afbakening”  voorstelt   ….

 

Advertenties

HEPATITIS VIRII

°

°

Hepatitisvirus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Hepatitisvirus is een verzamelnaam voor een aantal virussen die hepatitis, een leverontsteking, kunnen veroorzaken.

Classificatie

Er bestaan verschillende soorten humane hepatitisvirussen, behorende tot verschillende virusfamilies:

De virusfamilie Hepadnaviridae bevat naast het humane hepatitisvirus HBV ook nog hepatitisvirussen die andere organismen infecteren:

  • Bepaalde leden van het genus Ortohepadnavirus infecteren knaagdieren, zoals de Virginische marmot (Woodchuk Hepatitis Virus -WHV-) en grond- en boomeekhoorns (GroundSquirels Hepatitis Virus -GSHV-).
  • Leden van het genus Avihepadnavirus infecteren o.a. eenden (Duck Hepatitis B Virus -DHBV-)
    en reigers (Heron Hepatitis B Virus -HHBV-).

_

http://pathmicro.med.sc.edu/virol/hepatitis-virus.htm

Several diseases of the liver, collectively known as hepatitis, are caused by viruses. The viruses involved, five of which have been reasonably well characterized, come from a wide range of virus families. Hepatitis A virus is a picornavirus, a small single strand RNA virus; hepatitis B virus belongs to the hepadnavirus family of double stranded DNA viruses; hepatitis C virus is a flavivirus, a single stand RNA virus; hepatitis E, also an RNA virus, is similar to a calicivirus. Hepatitis D which is also known as Delta agent is a circular RNA that is more similar to a plant a viroid than a complete virus.

Table 1

Hepatitis A Hepatitis B Hepatitis C Hepatitis Delta Hepatitis E
Virus family Picornavirus Hepadnavirus Flavivirus Circular RNA similar to plant viroid Similar to Calicivirus
Nucleic acid RNA (+ sense) DNA (partially double strand) RNA (+ sense) RNA (- sense) RNA (+ sense)
Disease caused Infectious hepatitis Serum hepatitis Non-A, non-B hepatitis Enteric non-A, non-B hepatitis
Size ~ 28nm ~40nm 30 – 60nm ~ 40nm 30 – 35 nm
Envelope No Yes Yes Yes No

Hepatitis A 

Electronmicrograph of hepatitis A virus particles.

Several diseases of the liver, collectively known as hepatitis, are caused by viruses. The viruses involved, five of which have been reasonably well characterized, come from a wide range of virus families. Hepatitis A virus is a picornavirus, a small single strand RNA virus; hepatitis B virus belongs to the hepadnavirus family of double stranded DNA viruses; hepatitis C virus is a flavivirus, a single stand RNA virus; hepatitis E, also an RNA virus, is similar to a calicivirus. Hepatitis D which is also known as Delta agent is a circular RNA that is more similar to a plant a viroid than a complete virus. For a summary of the hepatitis viruses, see Table1.


An electron micrograph of the Hepatitis A virus (HAV)
CDC – Betty Partin

HEPATITIS A VIRUS

Figure 2
Hepatitis A virus – a picornavirus

This picornavirus (figure 1) is the causative agent of infectious hepatitis. Picornaviruses have a single strand, 3’-polyadenylated, positive sense RNA genome surrounded by a naked (unenveloped) icosahedral capsid that is around 28 nm in diameter (figure 2). At the 5’ end of the RNA strand is a viral protein called VPg. There is only one serotype of HAV.

Taken fromgech_0001_0002_0_img0129.jpg

www.marlerblog.com/…/ hepatitis-information/

HEPATITIS B 

Figure 3A
Transmission electron micrograph of hepatitis B virions, also known as Dane particles
CDC/Dr. Erskine Palmer

Figure 3B
Hepatitis B virus © Dr Linda Stannard, University of Cape Town, South Africa. Used with permission

Figure 3C
Hepatitis B virus
CDC

Figure 3D Hepatitis B virus. Dane particle and incomplete particles that are found in patient’s serum
Figure 3E
Hepatitis B virus structure © Dr Linda Stannard, University of Cape Town, South Africa. Used with permission

Figure 4A
Hepatitis B replication

Figure 4B
Genome replication in retroviruses

Figure 4C
Genome replication in hepadnaviruses

 hepatitis B

hbv_3d_high hepatitis- Bhcv_3d_high Hepatitis  -C

http://en.wikipedia.org/wiki/Evolution_of_Hepatitis_C_virus

Hepatitis C

2009

RNA-blokker maakt korte metten met hepatitis C

Deense wetenschappers hebben een nieuwe behandeling tegen hepatitis C ontwikkeld. Met een RNA-blokker verhinderen zij dat het virus zich kan delen. Bij chimpansees resulteert de behandeling in een langdurige afname van de ziekteverschijnselen, zonder bijwerkingen.

door 

Wereldwijd zijn 170 miljoen mensen geïnfecteerd met het hepatitis C virus. Dit virus veroorzaakt leverziekte en geeft patiënten een verhoogde kans op leverfalen en leverkanker. De huidige behandeling van hepatitis bestaat uit een cocktail van interferon enribavirine. Die combinatie is erg giftig en zorgt daardoor voor vervelende bijwerkingen. Bovendien duurt de behandeling lang, meestal een week of 48. Na die periode is de helft van de patiënten virusvrij. Bij de andere helft slaat de cocktail helemaal niet aan. Een betere behandeling tegen hepatitis C is dan ook hard nodig. Wat zijn de opties?

Hepatitis_c_tumor

Deze levertumor is ontstaan na chronische infectie met het hepatitis C virus. Deense wetenschappers hebben een RNA-blokker gevonden die verhindert dat het hepatitis C virus zich kan delen. In de toekomst is die blokker wellicht in te zetten bij de behandeling van hepatitis C.

RNA blokkeren

Het hepatitis C virus gebruikt microRNA (miR-122) om cellen in de lever te infecteren. miR-122 wordt gemaakt in de lever en bindt het virus op twee verschillende plekken. Daardoor komt het genetisch materiaal van hepatitis tot expressie en kan het virus zich gaan delen. Deense wetenschappers vonden een stof die miR-122 blokkeert. Deze stof maakt hepatitis C onschadelijk door binding tussen miR-122 en het virus te voorkomen. De Denen testten hun ontdekking op chimpansees, de enige zoogdieren die naast mensen gevoelig zijn voor infectie met het hepatitis C virus.

Gedurende twaalf weken kregen twee apen een hoge dosis (5mg/kg) van de RNA-blokker en twee apen een lage dosis (1mg/kg). Op die twaalf weken volgde een behandelingsvrije periode van zeventien weken. Een lage dosis heeft weinig effect, maar met een hoge dosis zagen de wetenschappers wel resultaat. Drie weken na de start van de behandeling was de hoeveelheid virusdeeltjes in de lever van de chimpansees 2,5 keer lager dan zonder RNA-blokker. De afname in miR-122 is nog duidelijker. Dankzij de RNA-blokker is de hoeveelheid miR-122 na behandeling 350 keer lager dan voor behandeling.

De behandeling werkt tot enkele maanden na het toedienen van de RNA-blokker. De Denen hebben in die periode ook eventuele bijwerkingen van het nieuwe medicijn nauwlettend in de gaten gehouden. Er werden geen abnormale ontstekingsreacties gevonden. Wel wordt de hoeveelheid cholesterol in het bloed door de behandeling met 29 tot 44 procent verlaagd. Dit effect is tijdelijk. Na afloop van de behandeling stijgt de concentratie cholesterol weer naar het oude niveau.

Resistentie

Naast bijwerkingen speelt resistentie een grote rol bij het gebruik van antivirale middelen. Vanwege resistentie zijn medicijnen die het hepatitis C virus direct aanpakken weinig succesvol. Enkele dagen na behandeling met zo’n middel muteert het virus waardoor het zich weer ongestoord kan delen en verspreiden. Na behandeling met de RNA-blokker neemt de hoeveelheid genetisch materiaal van hepatitis C niet toe. Ook vonden de wetenschappers geen mutaties op de plekken waar miR-122 op het virus aangrijpt. Het lijkt er dus op dat hepatitis C niet zo snel resistent wordt tegen de nieuwe behandeling.

Bij chimpansees werkt de RNA-blokker langdurig en treden er geen bijwerkingen op. Ook van resistentie lijkt geen sprake. De resultaten van deze eerste tests zijn veelbelovend. Daarom wordt de werking van het middel nu bekeken bij gezonde menselijke vrijwilligers. De Denen willen hun RNA-blokker uiteindelijk inzetten in combinatie met andere medicijnen. De stof zou bijvoorbeeld interferon in de huidige cocktail kunnen vervangen.

Bronnen

Therapeutic silencing of microRNA-122 in primates with chronic hepatitis C virus infection (Robert Lanford e.a.), Science, 3 december 2009

Zie ook

Diagnose hepatitis C wordt vaak gemist (Kennislinkartikel)
Op zoek naar een hepatitis C vaccin (LUMC)

Hepatitis_c

Het hepatitis virus, gezien door een elektronen microscoop. Het virus gebruikt microRNA (miR-122) uit levercellen om zichzelf te kunnen delen. Door miR-122 te blokkeren, nemen de ziekteverschijnselen bij chimpansees met hepatitis C langdurig af.

Medicijnmix verslaat hepatitis C

97 procent van de proefpersonen geholpen

  • DOOR: MENNO SEDEE
  • 7 november 2013

Geïnfecteerd met hepatitis C? Dan biedt een nieuwe combinatie van medicijnen goede hoop. Behandelingen gaan nu nog gepaard met nare bijwerkingen. Eén derde van de besmette personen is überhaupt onbehandelbaar.Tot nu dus, lijkt het.

   

Het virus hepatitis C, met al zijn beschermende lagen.

Hepatitis A en B kennen de meesten wel. Vaccinatie tegen deze virussen staat op de standaard to-do-list van reizigers naar landen als Indonesië, Vietnam en Brazilië.

Het hepatitis C-virus is het minder bekende broertje, maar besmetting is net zo gevaarlijk. Geïnfecteerden hebben kans op levercirrose, waarbij het orgaanweefsel wordt vervangen door littekenweefsel.

Hepatitis C is daardoor de leverziekte die het vaakst dwingt tot levertransplantatie.

Bijwerkingen

Bestaande geneesmiddelen voor hepatitis C zijn gebaseerd opinterferonen. Dat zijn eiwitten die in cellen van het immuunsysteem voorkomen. Helaas vertonen veel patiënten heftige bijwerkingen bij interferongebaseerde medicatie. Bovendien moeten de geneesmiddleen wekelijks worden ingespoten, gedurende 24 tot 48 weken. Door veelvoorkomende bijwerkingen als bloedarmoede, depressie en griepachtige symptomen is niet iedereen bereid de behandeling te ondergaan. Voor velen is deze behandeling überhaupt geen optie vanwege te heftige bijwerkingen en intolerantie.

Voor deze groep patiënten bieden onderzoekers van het Texas Health Science Center in de Verenigde Staten weer hoop. Met een nieuwe medicijncombinatie kunnen ze ook de voorheen onbehandelbare vormen van het hepatitis C-virus bestrijden. Ze testten een mix van sofosbuvir en ledipasvir, twee geneesmiddelen tegen virussen. De combinatie blijkt ook nog eens veel minder bijwerkingen te veroorzaken dan de bestaande therapieën.

Medicatiecocktail

Van sofosbuvir en ledipasvir was al bekend dat ze een positieve uitwerking hebben tegen hepatitis C. Nu blijkt dat de combinatie goed werkt. Debbie van Baarle, immunoloog bij het RIVM: ‘We kunnen bij hepatitis C veel leren van het onderzoek naar hiv, waarbij gebruik wordt gemaakt van een medicatiecocktail. Daarbij zitten meerdere virusremmers bij elkaar om tegen zoveel mogelijk virusvarianten te kunnen strijden.’

Onderzoeksleider Eric Lawitz testte met zijn collega’s de uitwerking van de sofosbuvir-ledipasvirmix op honderd besmette personen. Daarvan hadden zestig mensen nog nooit een behandeling ondergaan, de andere veertig wel, maar zonder resultaat. Subgroepen kregen de medicatie toegediend in combinatie met het bestaande hepatitis C-medicijn ribavirin. Bij enkele subgroepen duurde de behandeling acht weken, bij de overige twaalf. De wetenschappers publiceerden hun resultaten in het medisch tijdschrift The Lancet.

Na de kuur vertoonden maar liefst 97 van de honderd proefpersonen een aanhoudende reactie tegen het virus. Daarbij was er geen verschil tussen de groepen die wel of geen ribavirin hadden ingenomen of tussen de groepen die acht of twaalf weken waren behandeld.

Geen vaccin

Deze uitkomst is hoopvol voor patiënten op wie de bestaande behandelingen geen effect hadden. ‘Als je niet reageert op de standaardtherapie tegen hepatitis C, dan zijn er nog geen alternatieven voor je,’ zegt Van Baarle. Ook bestaat er nog geen vaccin tegen hepatitis C, in tegenstelling tot de A- en B-variant. Waarom? ‘Net als bij het aidsvirus hiv maakt het hepatitis C-virus veel foutjes tijdens vermenigvuldiging,’ legt Van Baarle uit. ‘Door de vele mutaties, kunnen virussen gemakkelijk aan een vaccin ontsnappen.’ Net als bij hiv dus.

Verspreiding

© Lokal Profil
Op dit kaartje zie je waar hepatitis C voorkomt. Hoe donkerder het land hoe hoger het percentage dat is geïnfecteerd.

Hepatitis (Grieks voor leverontsteking) kan ontstaan door het drinken van alcohol of het gebruiken van drugs. Maar bij hepatitis A, B en C is een virus de boosdoener, die de lever ernstig beschadigt. Waar het hepatitis A-virus ook kan worden overgedragen via besmet water of voedsel, verspreidt het hepatitis C-virus zich door direct bloedcontact.

Voordat het virus werd ontdekt in 1989 testten ziekenhuizen bij bloedtransfusies nog niet op dit virus. Velen raakten op deze manier besmet. In Nederland zijn ongeveer 60 duizend personen geïnfecteerd met het hepatitis C-virus, maar wereldwijd rond de 170 miljoen. Dat komt vooral doordat in ontwikkelingslanden ziekenhuizen het niet zo nauw nemen met de steriliteit als in Nederland. Het virus verspreidt zich dan bijvoorbeeld door hergebruik van naalden.

Om dezelfde reden komt in Nederland verspreiding vaker voor via drugsnaalden en bij het zetten van tatoeages.

Soms wordt hepatitis C als een SOA gezien, omdat het bij seksueel contact, vooral tussen mannen, in andermans bloedbaan terecht kan komen. Daarnaast kan een hepatitisvirus beter zijn gang gaan bij iemand die met hiv is geïnfecteerd, omdat hiv het immuunsysteem aantast.

Het laatste garnizoen

In een reactie op het artikel in The Lancet wijzen Margaret Hellard en Joseph Doyle uit Melbourne, Australië, op een aantal kanttekeningen. Het onderzoek is bijvoorbeeld maar op één plek uitgevoerd, wat de representativiteit van het onderzoek afzwakt. Daarnaast is het nog niet bekend of behandelingen zonder interferonen na twaalf weken een terugval vertonen. Het onderzoek stopte na twaalf weken, dus daar is nu niets over bekend.

Met deze gedachten in het achterhoofd, biedt de nieuwe medicijnmix goede hoop. Het combinatiewapen kan dan wellicht het laatste garnizoen patiënten neerslaan.

OCTOPUSSY

°

BIODIVERSITEIT  

MOLLUSCA  

WEEKDIEREN  

°

Trefwoorden

CEPHALOPODA   

°

27-03-2009

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<– oorspronkelijk  uit bloggen be  octopussy  =  (OCTOPUSSEN  EVOLUTIE  -)

1.- VONDSTEN   IN  LIBANON 

Keuppia levante sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâdjoula (Lebanon).
Middle Cretaceous in Lebanon,

The holotype specimen Keuppia levante (Image credit: Dirk Fuchs, )
http://www.examiner.com/x-1242-Science-News-Examiner~y2009m3d17-Against-the-odds-ancient-octopus-fossils-discovered
another  Source here

Keuppia levante is een van de  drie (1) zopas  in  libanon  ontdekte  -95a-100 MY oude ,  fossiele  octopus soorten
(Octopoda (=Incirrata)http://nl.wikipedia.org/wiki/Achtarm  )uit het krijt

—>  Octopus fossielen zijn  zeldzaam  en  ongebruikelijk :  
Ze  bezitten geen  inwendig skelet (2)   en  daardoor zullen  na hun dood  de  weke delen  binnen enkele weken compleet verschrompeld zijn.Dit exemplaar is  echter  uitzonderlijk  compleet :   zelfs de inktzak en zuignappen zijn nog  te onderscheiden

Bovendien  ging  vroeger  niemand   gericht   op zoek naar een fossiele octopussen  , om die bovenvermelde  redenen
Toch waren  en zijn er  reeds   fossiele octopussen  bekend

O.m. uit diezelfde site  Middle Cretaceous in Lebanon ____   een zogenaamde Lagerstaete  wat staat voor een bepaalde type  formatie die exceptionele bewaring  van  (ook zachte  )weefsels mogelijk maakt  _____,werd al 100 jaar geleden een  andere  fossiele  octopus  , de  Palaeoctopus  gerecupereerd

Cretaceous Octopus Fossil

Woodward’s 1896 specimen / Old Covent, Sahel-el-Alma, Mount Lebanon( British Museum of Natural History in London)
Order Cirroctopoda(?) familie ,  Paleoctopodidae
Palaeoctopus is preserved as a film, or tissue impression, in sandstone. It is a short squat eight-armed octopus with an indistinct head.
Much as with Pohlsepia and Proteroctopus, Palaeoctopus has a pair of triangular fins on either side of its head though these are smaller than Proteroctopus.( zie appendix )
A faint trace of a web uniting the arms is visible and the presence of suckers on the arms has been identified.

Palaeoctopus newboldi

°

Er  zijn daar bovenop  genoeg  andere   fossiele COLEOIDEA  (–>  inktvisachtigen  mét  inwendige schelp )gevonden
–>-Tegenwoordig worden fossielen zeer gericht gezocht.
De kennis van de tijdschaal van de evolutie en van de geologische vorming van de aardlagen is zo ver gevorderd  dat paleontologen gericht  op locaties kunnen zoeken naar tussenvormen om hun hypotheses te testen. 
In hoeverre dit   fossiel (mogelijks)  gericht is gezocht  , weet ik (nog ) niet
Maar de
 keuze van de  site is zeker niet toevallig  (zie hierboven )

_

De ontdekker van de huidige libanese  fossielen  ,    Dirk Fuchs van de Universiteit van Berlijn.,  zei
Deze dingen zijn 95 miljoen jaar oud, maar één van de fossielen is nauwelijks van levende soorten te onderscheiden,”

Dat is een “onvoorzichtige” uitspraak die natuurlijk  door allerlei creationisten zal worden  ge-quoted
( Nu door  bijvoorbeeld ..de( Belgische YEC-er ) Oneof   ,naprater  van    de (Nederlandse  fundamentalisten van   ) Schepper en zoon  (3)

Creationisten  zijn er natuurlijk,  ook zonder die quote,   al  als de kippen bij__ zoals een korte  lezing van lezersbrieven en reacties op blogs laat zien  ____ om te  verklaren dat  ;

” Vreemd  ,dat  octopussen  er na al die miljoenen jaren nog hetzelfde uitzien. “(3**)
en ook Harun Yayah  volgelingen zullen het gegeven beslist  gaan gebruiken 


°


Maar creationisten   vergeten een bepaald  gedeelte   van de anatomie dat  kompleet anders  is dan van  de huidige  octopussen  :
Er  is zelfs  geen enkele andere  huidige koppotige( cephalopoda )  die   een  zelfde   GLADIUS  bezit   als dit fossiel . 
°

Deze  fossiele en  de huidige octopussen  gelijken  alleen oppervlakkig  op elkaar .
Het kompleetste  fossiel  bezit een  herkenbaar  vestigale  schelp  de gladius

http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/18/octopods-from-the-cretaceous/

De gedetailleerde  schets (rechts ) met de  vestigale gladius  van het holotype, MSNM i26320a 


holotype, MSNM i26320a

(Click for larger image)
Keuppia levante sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâdjoula (Lebanon). A,
holotype, MSNM i26320a. B, sketch of the holotype

PZ MEYERS  :
” ….there is a shell gland a chitinous chunk of vestigial shell called the gladius…”

Gladius/Zwaard. 
Hoornige, veervormige schelp van inktvissen. 
Komt overeen met de opperhuid van een schelp.
 http://www.soortenbank.nl/soorten.php?so

(PZ MEYERS )
Octopods also have something similar, but in modern forms it is reduced to a delicate little rod-like bar, nothing more.

Note that in Keuppia above, the gladius is relatively robust — it looks like a pair of clamshells imbedded in the head. Next, here’s another of the specimens found in this locality, Styletoctopus annae.
Look at the gladius here. “

i-4c45d63a0a312e034a823a85d9e7fe0a-styletoctopus.jpeg

Styletoctopus annae sp. nov. from the Upper Cenomanian (Metoicoceras geslinianum Zone) of Hâqel (Lebanon). 
A, specimen MSNM i26323. B, close-up of A showing the imprints of the stylets situated in the lateral mantle sac.

–> Deze ontdekking  is eveneens  biezonder omdat   het hier  gaat   om de   zoveelste (zogenaamde  )” transitionnal  “(4)
*het fossiel bevat een mix  van kenmerken  (= een mozaïk )
*K.Levante   bezit  een tweedelige  robustere  versie  van een vestigale  gladius , ( in elk geval  robuuster  dan de rudimentaire gladius-resten van de   huidige   leden  van de  moderne Familie Octopodidae

(nota ) Er wordt soms een andere classering gebruikt  waarbij  de hier  in dit  artikel en figuur  gebruikte 
(Engelse )Octopoda —>  =  ( ned ) Onderorde Incirrina (octopoda)     ,   (Engelse )   Ciroctopoda  —-> =  (ned) OnderordeCirrina  )

” ….If you put these data together with other observations of even older cephalopods, including more squid-like forms, you get a picture of an evolving morphology from an ancestral unpaired shell to a divided form to spread-apart lateralized stylets to the modern, even more reduced form…..”
i-84a4f08733ca149207ee361c9b486c52-oct_phylo.jpeg

(Click for larger image)

http://geology.about.com/b/2009/03/18/fossil-octopus-really.htm
http://www.sciencedaily.com/releases/2009/03/090317111902.htm
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/octopods_from_the_cretaceous.php
http://www.msnbc.msn.com/id/29757659

abstract 
NEW OCTOPODS (CEPHALOPODA: COLEOIDEA) FROM THE LATE CRETACEOUS (UPPER CENOMANIAN) OF HÂKEL AND HÂDJOULA, LEBANON
Authors: FUCHS, DIRK1; BRACCHI, GIACOMO2; WEIS, ROBERT3
http://www.ingentaconnect.com/content/bpl/pala/2009/00000052/00000001/art00005
Evolutie van giften
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/04/cephalopod_venoms.php

____________________________________________________________________________________________________________________________________

NOTEN EN COMMENTAREN

(1)
Keuppia levante gen. nov., sp. nov.,
Keuppia hyperbolaris gen. nov,. sp. nov.
Styletoctopus annae gen.

(2)
De    COLEOIDEA   bezitten echter  wel een   inwendige ( meestal  brose ) schelp =de  meeste  fossiele cephalopoden   werden voornamelijk  (en worden nog )  door paleontologen gedetermineerd  aan de  hand van de (uitwendige ) ” schelp“(bv.ammonieten )
en de inwendige schelp ( bv.Belemnieten )
Bij octopussen ( die tot de  Coleoidea  behoren  )  is dat een klein beetje  anders

http://www.geologie.ac.at/filestore/download/BR0046_045_A.pdf
(waaruit )
“…..Their (= the octopoda) evolution can be demonstrated by allometric growth and reduction of the middle field of the gladius.  ”
Toch zijn  fossielen van  weke delen  van organismen ___en van erg vluchtige  voorvallen ____ bewaard  gebleven  ….
er  zijn  bijvoorbeeld  “fossiele”  regendruppel-inslagen en voetafdrukken  in  vulkanische  as bewaard gebleven ; om nog maar te zwijgen van  allerlei  sporen  van dino’s
Er zijn ook  kwallen en” weke “skeletloze  overblijfselen  van andere  precambrische organismen bekend  –> bijvoorbeeld   Dicksonia

(3) Bijvoorbeeld de Nederlandse  YEC creationist  ;  Schepper & zoon heeft het  ook  over
Van ‘primitieve’ octopussen werd verondersteld dat ze vlezige vinnen aan hun lijf hadden, maar daarvan werd niets gezien bij deze fossielen, hoewel ze uitzonderlijk goed bewaard zijn gebleven.”
maar dat is mogelijk  een afleidings-manoeuvre (of een niet terzake doende  opmerking   , die alleen maar  een of andere    veronderstelde  (hypotghetische) “primitieve “octopus-voorouder   verder  weg  doet plaatsen  in de tijd  …)
Waar het om gaat is  de  vestigale  GLADIUS ( in vergelijking met de  rudimentaire  gladius-resten   van tegenwoordige octopus-soorten ) ,maar  daarover zwijgt men  …..

(3**)
Hier vind je enkele  antwoorden aan   (amerikaanse ) creationisten
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/in_which_i_am_woefully_accurat.php
http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/03/even_dumber_than_denyse_oleary.php
Omdat nederlandstalige   creationisten veelal   clonen zijn van “amerikaanse”voorbeelden  , is het verantwoord te verwijzen naar  de
antwoorden  van de  amerikaanse “debunkers ” :  je zit dan meteen aan de bron  van die “eindeloze discussies ” …

( vertaalde  samenvatting uit bovenstaande  blogposts  )
a-
“…….Creationisten  beweren  dat   deze  nieuwe   vondsten  een  “voorbeeld zijn van  stasis ”  ( bijvoorbeeld hier –>  false conclusion that this is an example of stasis  )….
Maar  dat is niet zo  : deze fossielen zijn duidelijk verschillend van moderne vormen

  ( amerikaanse )Creationisten  beweren  verder , op grond van die valse conclusie ,   dat ;
De
 octopus (vulgaris?  ) “helemaal niet evolueerde  “

Noteer echter dat het bezit van  acht  tentakels   ,  een zeer algemeen kenmerk is van  de  octopodiformes   ….
De evolutionaire   veranderingen  die worden  beschreven kan je niet zomaar   verwerpen  omdat
je meent   dat  ”  alles met acht “armen “bezaaid  met herkenbare zuignappen   , wel hetzelfde soort  schepsel moet zijn  ”
Er zijn meer dan 200 verschillende  species opgenomen   in de familie Octopodidae, en er staan  meer dan  100  specima  te wachten op verdere  beschrijvingen en classificatie in die  familie   ___er zijn ongetwijfeld nog meer octopodidae  die op ontdekking wachten .
De octopodidae  zijn  van een  ongelofelijk diversiteit ( en dat alleen al wijst op een zeer  hoge ouderdom van hun  gemeenschappelijke  voorouder  met andere  octopusachtigen ( waarvan velen ook acht  “armen “bezitten  )

Deze blinde beunharen  en  morosofe  kwaks ( of misschien wel  regelrechte leugenaars ?) doen eigenlijk  steeds hetzelfde  .
Zo zouden  ze  ___ eenzelfde redeneertrant volgend ____ook  gemakkelijk  de paleontologen erop kunnen wijzen  dat  ;
Er   GEEN  evolutie heeft plaatsgevonden  , omdat  365 miljoen oude  tetrapoda …… net als  alle hedendaagse   zoogdieren  nog  steeds  vier  ledematen bezitten …..”

(Mijn commentaar )
In feite is  het hier aangevoerde  creationistische ” bezwaar ” de aloude mantra  :
” Hoe  gegeven  organismen  ( zoals hier  , de octopussen )   ook mogen varieeren
ze blijven  octopussen   ( = een bijbelse “geschapen  “soort   of  “baramin ( baranoom  )”
waarbij  micro-evolutie  wordt aanvaard  en macroevolutie  ontkent
(micro en macro evolutie uiteraard in de creationistische terminologie  / betekenissen  )

(anderen )
* Veel  volwassenen kennen  nauwelijks   het verschil  tussen  een  spin, een insect en  zelfs kleine schaaldiertjes  (= pissebedden ) ;
Ze  vatten dat alles  gemakshalve samen als  het   te verdelgen    “klein kruipend   (on)gedierte ”  :  de  “beestjes ”
Deze creationistische  artikels tonen  nogmaals aan dat  hun doelgroep  diegenen   zijn  met het grootst mogelijk  onbegrip  over de natuur  ___
en die er het meest  over willen  vertellen  . Ze  vinden  dat zij  serieus  moeten  worden  genomen   als  plaatselijke  “autoriteiten” ter zake  …
zelfs als ze worden herkend als  ignoramus
Iets waarop  creato’s  inspelen  opdat ze hun meningen  ( met een grote portie  populair appeal ) als  “wetenschappelijk valabele  en verantwoorde   kritiek  ”
verder kunnen slijten

*” ….De 95 miljoen-jaar-oude octopus evolueerde  uiteindelijk niet  als  puntje bij paaltje komt ” ( Denise O’Leary  )
Echter  deze gevonden  octopus is een  basale vorm  uit de  orde  der  octopoda ____net zoiets  als… de   afstand maki-Mens .
Iemand moet een  classificatie-cursus   volgen

.*…de morfologische  verschillen tussen de  voorbeelden  uit het krijt    en   de  moderne octopodae zijn op zijn  minst even  divers  als die tussen  chimpansees en mensen.
Indien er slechts  micro evolutie en variatie is  opgetreden in het  inkvis -baramin ….wat is dan  de reden  om  de mens NIET te zien als een variatie  van de chimp ? (of omgekeerd )

*Zelfs als de fossiele octopus morfologisch  identiek  moest  zijn   ( wat hij  niet IS )  aan eigentijdse , zou dat nog  niets zeggen  over  de genetische drift , welke zich niet noodzakelijk  dient te manifesteren in de  restanten van de  fysieke verschijning

b.-

(creato )
1  “Wetenschappers  zijn in verwarring   gebracht door de vondst  van  het recentste fossiel ”
2″ Het is een octopus die zij  op 95 miljoen  jaar oud hebben geschat  ”
3 “en,weet je  wat?
Het  ziet eruit als een moderne  hedendaagse  modern  octopus –  kompleet  met acht armen , met rijen zuignappen   en zelfs sporen van inkt. ”
4 “Het lijkt erop  dat in al die tijd  de octopus niet  is  geëvolueerd  – niet eens  één uiterst klein beetje.
 ”

(PZ)
1.- Wetenschappers  zijn helemaal   niet  door deze ontdekking in de war  gebracht.
2.-  Oppervlakkig gezien is dit juist
Alhoewel  – ze ” schatten”  het niet (zonder onderbouwing )  op – 95 miljoen jaar .
De creationist  probeert de indruk te wekken dat het hier omeen blote gissing  (= slechts een “‘claim”)gaat …
Het is een conclusie die door het geologische  bewijsmateriaal wordt gesteund.
De vondst is gedaan in een geologische formatie die minstens al honderd jaar bekend is  en  telkens weer  is gedateerd en gekontroleerd
3 .-Er zijn honderden octopus-soorten
De hierboven vermelde  beschrijving van de “octopus ”  is van kleuter niveau  ,een vierjarige die  met een kleurpotlood iets krabbelt
De fossielen  (er waren verscheidene geïdentificeerden species) lijken NIET  op  moderne octopods, maar hebben verscheidene veelbetekenende verschillen.
4 .-Compleet  vals.
De creationist heeft het wetenschappelijke   paper ( en uiteraard de argumenten ) niet gelezen  dat deze fossielen in de  lange geschiedenis van evolutieve veranderingen
en  vertakkingen binnen het   geslacht (plausibel )  inpast.

Ik kom toch nog eventjes terug op die  Schepper&zoon -figuur
die schrijft  o.a.   in het kader  van  een   soort  persoonlijk  kommentaar  op een  creationistisch  bewerkt  artikel over deze vondsten ;
Een evolutionaire voorloper van deze beesten kan niet worden getoond en in 95 miljoen jaar zou er niets aan ze veranderd zijn,
terwijl in diezelfde tijd dino’s in vogels veranderden.
Hier is iets niet in de haak als je het mij vraagt.”

1.- de evolutionaire voorloper  van “deze beesten”   is nog niet met zekerheid bekend …..heilaas zal  ook deze voorloper  niet worden  herkend  daar geen enkele van  al “deze beesten ” een   identiteitskaart op zak  heeft  of een  trouwboek  bezit
..Een beschrijving  , robotfoto’s    van   een mogelijke  kandidaat  binnen een  bekende  fossiele   groep waaruit ” deze  ( nu gevonden  fossiele)beesten ”   kunnen zijn voort gekomen , is echter  wél voorhanden
2.-” er zou niets veranderd zijn “=  is een  tendentieuze  sxuggestie die   een  ordinaire  ,   verdraaiende  leugen  tracht te  verbergen    – De huidige  verwanten /  collaterale  afstammelingen  van die  beesten  zijn dus wél veranderd  …  de gevonden  fossielen en  de hedendaagse octopussen  zijn  morfologisch  /anatomisch  wel  degelijk andere beesten
, terzelfdertijd vertonen ze ook veel  gelijkenissen  ….nogal duidelijk  toch ?
Lees   trouwens  de” paper ” , zodat je er iets meer  van afweet  dan de schijver van die creato- kwakkels en suggestieve truuks   …
3.-  Vogels  ZIJN  de   huidige  nog levende  dino’s….Niemand weet  op welk moment  of tijdstip  (een ) afstammingslijn( en ) uit  een bepaalde dino -groep  is afgetakt  die dieren heeft opgeleverd die men  “vogels” kan noemen ….Die creato  weet dat  blijkbaar wél ?
alhoewel  hij niet in evolutie “gelooft “( evolutiekunde   is trouwnes  geen geloof maar  een  interdiciplinaire wetenschap !!!   )
Er is echter  wel degelijk  genoeg  fossiel ( en  ander  vergelijkend ) materiaal  om de link   theropoda -moderne vogels , te kunnen maken  en te  ondersteunen …
4.- Wat hier ” niet in de haak”is ?   De  moedwillige onkunde   en  de mogelijke  leugenachtigheid  van deze creationist ….is voor iedereen duidelijk

(4)
Eigenlijk  is elk  fossiel (en  extant organisme )een ” transitionnal “ …
*
De term ( in het biezonder   het creationistische weggevertje  ” missing link “  )
heeft   bar  weinig  te  maken met  de wetenschap  zelf  maar  alles met  opherklopte en   sensationele persberichten  erover

——————————————————————————————————————————————————————————————————–

andere  CEPHALOPODA  

APPENDIX
(OPGEPAST  !!! de  volgende   artikels   zijn  wel   iets   verouderd  sinds deze nieuwe  vondsten  )

(Victor Strijdbos ) 

Evolutie van de Cephalopoda.
De oudste Cephalopoda zijn vermoedelijk ontstaan uit de monoplacophora, de oermollusken. Het lichaam verlengde zich in dorsoventrale richting en de voet verplaatste zich naar de kopstreek.

mollusca-phylog



Mogelijke evolutie series binnen de  mollusca 

evolutie mollusca(naar Salvini-PLawen )

crown group  and ancestors

crown group and ancestors 

°De mogelijke evolutie van de oermollusk  naar de Cephalopoda.

De voet ontwikkelde zich tot een nieuw bewegingsysteem, er vormden zich tentakels en 2 over elkaar liggende lappen, die samen een trechter vormen. Het dier bezit tentakels welke aan zijn kop bevestigd zijn, vandaar koppotigen. Uit deze traag voortbewegende vorm van Cephalopoda hebben zich weer actievere soortgenoten ontwikkeld. Een aantal tentakels reduceerde naar stevige armen en de trechterlappen vergroeiden met elkaar. De ingewandenzak werd nog langer, de mantel overgroeide de schelp die geleidelijk kleiner werd. Er zijn ook Cephalopoda met een inwendige schelp, zoals o.a. bij de belemnieten.

De uitwendige schelp, een ronde- of ellipsvormige conische rechte of opgerolde buis, is verdeeld in kamers. Een goed voorbeeld vanrecente Cephalopoda met een uitwendige schelp is de nautilus

Een ammonoida

ceratites

CERATITES 

nautilus 2

Nautilus

en met een inwendige schelp de sepia.

sepia zeekat
De uitwendige schelp van de Ammonoidea en Nautiloidea, werd omgevormd tot een hydrostatisch orgaan.
Bij Cephalopoda met een inwendige schelp verloor de schelp de drijffunctie.
De schelp werd achteraan verzwaard door materiaalafzetting, hierdoor krijgt men een betere gewichtsverdeling.
Het dier werd duidelijk mobieler en kon zich ook sneller horizontaal bewegen.

°
De evolutie ging nog verder,
nog meer actieve Cephalopoda reduceerden de schelp tot een dunne hoornpen zoals bij de pijlinktvissen.
Snel zwemmende Cephalopoda verloren hun schelp volledig, zoals bijvoorbeeld bij de Octopoda

Indeling van de Cephalopoda

De klasse Cephalopoda wordt onderverdeeld in 3 ordes: Ammonoidea, Nautiloidea en Coleoidea.
Ammonoidea hebben een uitwendige schaal, meestal planispiraal. De sutuurlijn is meestal complex en er is een eenvoudig siphokanaal aan de buitenrand van de venter.
Nautiloidea bezitten ook een uitwendige schaal, de sutuurlijn is eenvoudig en er zijn complexe siphonale trechters. Het siphokanaal ligt in het midden van de septa.


mollusca-nested-hierarchy

Bestand:Cuttlebone.jpg
Coleoidea
hebben een inwendige schaal, ( het zogenaamde “zeeschuim” ) zoals bij sepia.
de  sepia is trouwens  ook  een  achtarmige inktvis

Als fossiele Coleoidea denken wij aan de belemnieten.

Nautiloidea en Coleoidea zijn recent nog vertegenwoordigd.


OVERZICHT  OCTOPUS EVOLUTIE

http://www.tonmo.com/science/fossils/fossiloctopuses.php

 tree-of-life-mollusca
Phyllum MOLLUSCADE CLASSIFICATIE  VAN DE CEPHALOPODA  IS NOG STEEDS NIET  AFGEWERKTBOVENDIEN WORDEN OUDE EN NIEUWE  CLASSIFICATIE- SCHEMA’S ( EN VOLGENS DE  VERSCHILLENDE  TAALGEBIEDEN  ) NOG STEEDS  DOOR ELKAAR GEBRUIKT ( ook in de wetenschappelijke  publicaties  !!!  )…..1.- Encyclopedia of Life
http://www.eol.org/pages/2312Molluscs +

http://www.tonmo.com/science/public/vampyroteuthis.php

 

Genus LEEDSICHTHYS en fossiele mesozoische vissen

°

VISSENEVOLUTIE

°

{PDF}

Mercian 2004 v16 p043 Leedsichthys problematicus, Dawn.pdf 

 caudal fin of Leedsichthys. This was huge: the measure from tip to tip of the tail was 3.6 m. The fin rays bifurcated at intervals until, at the distal end, they were.

{PDF}

http://eprints.gla.ac.uk/81797/1/81797.pdf

 

Mercian 2004 v16 p043 Leedsichthys problematicus, Dawn.pdf http://www.emgs.org.uk/…/Mercian%202004%20v16%20&#8230;

 caudal fin of Leedsichthys. This was huge: the measure from tip to tip of the tail was 3.6 m. The fin rays bifurcated at intervals until, at the distal end, they were.

 

De vis  , kon ruim 16 meter lang worden. Dat hebben Schotse wetenschappers berekend.

 26 augustus 2013 17:53   26 augustus 2013
 
Leedsichthys_new1DB
 
°
 
 
 
 

Sommige soorten uit het geslacht  Leedsichthys deden  er waarschijnlijk 38 jaar over om een ( maximale ? ) engte van 16,5 meter te bereiken.

Op de leeftijd van 20 jaar besloeg de lengte van die vissoorten   waarschijnlijk nog maar 8 tot 9 meter. …….Dat meldt de Universiteit van Glasgow.

Life reconstructions ( BBC )
Leedsichthys
 
    

http://www.bbc.co.uk/science/seamonsters/factfiles/leedsichthys.shtml

http://nl.wikipedia.org/wiki/Leedsichthys

2013 

Het is voor het eerst dat de  gemiddelde  maximale lengte en de groeicurve  voorkomend in dit  prehistorische vis -genus  nauwkeurig is berekend op basis van wetenschappelijk onderzoek. (1)

Skeletten

http://www.big-dead-fish.com/

Leedsichthys problematicus  cast

°

http://www.nerc.ac.uk/publications/planetearth/2002/autumn/aut02-bigfish.pdf

Leedsichthys problematicus

°

 

 

 

http://www.gla.ac.uk/news/archiveofnews/2010/february/headline_141850_en.html

Fossil thought to be part of the Leedsichthys jaw, it was found in the 'Star Pit' at Whittlesey, Peterborough

University of glasgow  2010         Major findings  

°

:Dr Liston worked alongside experts from the University of Oxford, DePaul University in Chicago, Fort Hays State University in Kansas as well as the University of Kansas.

Leedsichthys had been an isolated example of a truly giant filter feeder in the oceans during the age of dinosaurs, with a puzzling gap between it and the first appearance of modern filter-feeders, some 100 million years later. 

“The breakthrough came when we discovered additional fossils, similar to Leedsichthys, but from much younger rocks. These specimens indicated that there were giant filter-feeding fishes for much longer than we thought. We then started to go back to museum collections, and we began finding suspension-feeding fish fossils from all round the world, often unstudied or misidentified,” continued Dr Liston.

Several of the most important new fossils – all from the same extinct bony fish family as Leedsichthys came from sites in the state of Kansas in the US. Other remains meanwhile, originated as far afield as Dorset and Kent in the UK, and Japan.

One of the best preserved Kansas specimens had historically been interpreted as similar to a fanged predatory swordfish. When members of the team began to clean the specimen, they were surprised to find a toothless gaping mouth, with an extensive network of thin elongate bony plates to extract huge quantities of microscopic plankton from large volumes of Late Cretaceous seawater.

2013 

De Schotse onderzoekers baseren hun bevindingen op een analyse van verschillende skeletten van de prehistorische vissensoorten uit het genus  . Dat was een ingewikkelde klus, aangezien er niet één compleet skelet is teruggevonden.

“We keken daarom niet alleen naar de botten, maar ook naar interne groeistructuren die je kunt vergelijken met de groeiringen in boomstammen”, verklaart hoofdonderzoeker Jeff Liston. “Op die manier kregen we een idee van de leeftijd en de lengte van de bestudeerde dieren.”

Uit het onderzoek bleek dat de Leedsichthys waarschijnlijk groter kon worden dan de walvishaai, de soort die op dit moment bekend staat als de grootste vis. Walvishaaien kunnen een lengte van ongeveer 14 meter bereiken.

large-721061Walvishaai

http://www.meesterbrein.com/view.php/de-grootste-vis-ooit-de-walvishaai.html

Plankton

De wetenschappers beschrijven hun bevindingen uitgebreid in het wetenschappelijk tijdschrift Mesozoic Fishes 5: Global Diversity and Evolution.

Net als de walvishaai voedde de Leedsichthys zich met plankton. De grote vissen beschikten over bijzondere kieuwen waarmee ze plankton konden filteren uit het zeewater dat door hun mond stroomde.

“De kieuwen functioneerden eigenlijk als het net van een trawlvisser”, aldus Liston. “De techniek was vanzelfsprekend erg effectief, gezien het grote formaat dat de dieren konden bereiken.”

(Door: NU.nl/Dennis Rijnvis    )
 
 
 
(1)
uiteraard is dit niet de grootste (bekende )” vis” die ooit leefde
–>  De schatting van de  grootste lengte  van (bijvoorbeeld )  de  prehistorische  haai  C. Megalodon    zit ruimschoots boven de 16 m.—> Megalodon (reuzenhaai) wordt ingeschat op twintig meter lang…
 
Megalodon_scale
 
 
—> Haaien inclusief Megalodon zijn kraakbeenvissen, Leedsichthys is een beenvis. Dat zijn in wezen twee totaal verschillende klassen van dieren, ook al heten ze allemaal ‘vis’.
Dus ik denk niet dat er in het wetenschappelijke artikel staat dat dit “de grootste vis ooit” was, ofzo. Meer iets als “de grootste beenvis ooit”. En dat wordt dan ‘vis’, want journalisten/redacties denken dat hun publiek het anders niet begrijpt.
—>De term “vis” is polyfyletisch… erg lastig dus .
Gould heeft niets voor niets gezegd, “there is no such thing as a fish”.
 
 
 
 
 
(Phylogeny )Cladogram after Friedman et al. (2010).[1]
 
†Pachycormidae
 
 
 
 
°
 
 
Matt Friedman, Kenshu Shimada, Larry D. Martin, Michael J. Everhart, Jeff Liston, Anthony Maltese and Michael Triebold. 2010. “100-million-year dynasty of giant planktivorous bony fishes in the Mesozoic seas”. Science. 327 (5968): 990–993. doi:10.1126/science.1184743. http://www.sciencemag.org/content/327/5968/990
 
Rhinconichthys taylori  2010
 
 
 

Planktonetende zeemonsters

Grote planktonfilterende beenvissen bestonden al 100 miljoen jaar voor de walvis

 

Een  artist's impression  van  Bonnerichthys , een planktonetende beenvis die ooit rondzwom in de zee boven het huidige Kansas. (Foto Robert Nicholls,  www.paleocreations.com )
Zoom
Een  artist’s impression  van  Bonnerichthys , een planktonetende beenvis die ooit rondzwom in de zee boven het huidige Kansas. (Foto Robert Nicholls,  http://www.paleocreations.com )

Baleinwalvissen, walvishaaien en reuzenmanta’s schuimen al tientallen miljoenen jaren de oceanen af op zoek naar plankton. Maar wie filterde al die kleine organismen in de kleine 200 miljoen jaar daarvoor uit het water? Volgens nieuw onderzoek klaarden grote beenvissen met opengesperde bekken die klus.

Fossielen van oeroude beenvissen liggen vaak al sinds de negentiende eeuw in museumdepots. Deze resten waren echter nooit gecategoriseerd, of lagen in de kast met een verkeerd label eraan gehangen. En terwijl die resten jarenlang lagen te verstoffen, braken onderzoekers hun brein over het hoe en waarom er geen aanwijzingen waren voor het bestaan van grote filtervoeders, soortgelijk aan de huidige baleinwalvis, tijdens het Mesozoïcum (250 tot 65 miljoen jaar geleden).

In die tijdsperiode zijn namelijk ook de hedendaagse planktonsoorten ontstaan. Het leek daarom nogal vreemd dat er vrij plotseling, pas vanaf 65 miljoen jaar geleden, een uitgebreide variatie aan filtervoeders is ontstaan.

Beenvissen

De enige aanwijzing voor oudere grote filtervoeders was een handjevol fossiele resten van beenvissen, hoofdzakelijk afkomstig uit Europa. De fossiele beenvissen stamden echter uit een relatief korte tijdsperiode van 165 tot 145 miljoen jaar geleden. En ze behoorden tot de inmiddels uitgestorven Pachycormidae-familie, die juist hoofdzakelijk uit roofvissen bestaat.

Voor biologen leken de grote filtervoederende beenvissen haast op een ‘klein en mislukt evolutionair experiment’.

Onderzoekers uit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië publiceren deze week in Science over hun nieuwe analyse van fossiele resten. Op één exemplaar na, dat recent in kalklagen in de Amerikaanse staat Kansas werd ontdekt, waren alle fossielen afkomstig uit musea in Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Japan. Het betrof onder meer een complete schedel, schedelfragmenten, voorvinnen en botresten.

De onderzoekers identificeerden deze fossiele resten als afkomstig van de beenvissoorten Rhinconichthys taylori en Bonnerichthys gladius, 170 tot 65 miljoen jaar oud. Deze ‘voorlopers van walvissen’ hebben dus meer dan 100 miljoen jaar lang bestaan. En niet zoals eerder gedacht maar 20 miljoen jaar. Ook kwamen ze, gezien de vindplaatsen in Europa, de Verenigde Staten en Japan, in verschillende wereldzeeën voor.

Reuzenbekhaai Reconstructies van de fossielen laten zien dat deze beenvissen zo’n vier tot vijf meter lang zijn geweest, vergelijkbaar met de hedendaagse reuzenbekhaai. Toch waren het relatief kleine exemplaren, want de al bekende resten van planktonetende beenvissen haalden lengtes tot maar liefst negen meter. Dat komt overeen met de gemiddelde walvishaai.

De beenvissen moeten, net als hedendaagse baleinwalvissen, met opengesperde bek hebben rondgezwommen om plankton uit grote hoeveelheden water te filteren. Het binnenkomende water werd na filtering weer afgevoerd door kieuwen in de achterzijkant van de kop.

De bestaansperiode van de planktonetende beenvissen sluit precies aan op de opkomst van de hedendaagse filtervoeders. Die kwamen vanaf ongeveer 65 miljoen jaar geleden op en vulden het gat in het ecosysteem dat de uitstervende beenvissen achterlieten.

Als eerste verscheen de reuzenbekhaai, die in de 30 miljoen jaar daarna werd gevolgd door onder meer reuzenmanta’s, walvishaaien, reuzenhaaien en baleinwalvissen.

Stoffige resten uit de fossielenkast kunnen dus nog een heel nieuw licht werpen op de evolutie. Misschien toch wel handig om de labels aan de fossielvondsten uit Darwin’s tijd nog maar eens goed na te lopen.

Paul Schilperoord

Matt Friedman e.a., ‘100-Million-Year Dynasty of Giant Planktivorous Bony Fishes in the Mesozoic Seas’, in Science, 19 februari 2010.

De vindplaats van de fossiele beenvisvinnen in kalkafzettingen in Kansas. (Foto Dr. K. Shimada)

 
De vindplaats van de fossiele beenvissen  in kalkafzettingen ion Kansas  ( Dr K Shimada )
°
2
 
   Reconstructie van de beenvis Bonnerichthys  aan de hand van fossiele resten. (Foto Dr. M. Friedman, University of Oxford)
Bonnerichthys jawbones and forefinn/ Matt friedman
Bonnerichthys  sciencemag
 
 
 
De grote gefossiliseerde voorvinnen van de beenvis  Bonnerichthys . (Foto Dr. M. Friedman, University of Oxford)
 
De grote gefossiliseerde voorvinnen  van de beenvis bonneichthys  ( Dr . M Friedman , Univ Oxford )
 
         Bonnerichthys gladius  &  Rhinconichthys taylori.
 
 
 

MIMI en andere MEGAVIRii

MIMI  & co  —>

MIMI <— archief  doc

Mimivirus- the emerging paradox of quasi-autonomous viruses pdf

4678.pdf minimal genome bacillus subtilis  pdf

°

Het allereerste ontdekte  MEGAVIRUS    MIMI  

MIMI 636962104

°

mimi287

Mimi virus /Alexei Kouprianov (via Wikimedia Commons).

Mimi infection

Mimi.Infect2

 Andere megavirii

°

Megavirus

chilensis

 11 oktober 2011   1

Wetenschappers hebben voor de kust van Chili het allergrootste virus ooit ontdekt. Het infecteert waarschijnlijk amoeben.

De onderzoekers hebben het virus de naam Megavirus chilensis gegeven, zo schrijven ze in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences. Het virus heeft een diameter van 0,7 micrometer (een micrometer is een duizendste van een millimeter) en is daarmee zelfs groter dan sommige bacteriën.

“Je hebt geen elektronenmicroscoop nodig om het te zien,” vertelt onderzoeker Jean-Michel Claverie. “Je kunt het met een gewone microscoop zien.” Het virus is een flink stukje groter dan de vorige recordhouder: het Mimivirus

Een virus kan zich enkel verspreiden door een cel binnen te vallen. Het megavirus pakt dat slim aan. Het virus heeft een soort haartjes aan de buitenkant en lijkt daarmee een beetje op een bacterie. Amoeben eten bacteriën en werken het virus dus nietsvermoedend naar binnen. Eenmaal binnen kan het virus zijn gang gaan. Het megavirus heeft meer dan duizend genen. Die heeft hij stuk voor stuk nodig om het trucje in de amoeben te volbrengen.

Bronmateriaal:
Ocean trawl reveals ‘megavirus’” – BBC.co.uk

Mark Geels
http://www.sciencepalooza.nl/2013/08/tree-of-life-2-0/         SCHUDDEN AAN DE STAMBOOM VAN HET LEVEN  

07.08.2013

Verschenen in Columns en Opiniede Groene AmsterdammerFocus2 reacties

Tree of Life

“The affinities of all the beings of the same class have sometimes been represented by a great tree”

Deze zin van Charles Darwin uit ‘On the Origin of Species’ is één van de verwijzingen die hij maakt naar de ‘Tree of Life’.

Dit eeuwenoude mythologische symbool heeft sindsdien model gestaan voor de evolutie van al het leven op aarde.

Three Domains  hypothesis  

Tot voor kort werd aangenomen dat deze boom drie hoofdstammen/domeinen had: eukaryoten (cellen met een kern), bacteriën en archae (oerbacteriën)(1) maar in juli van dit jaar werd door twee afzonderlijke publicaties duidelijk dat de stammen er anders uitzien dan gedacht.

De eerste publicatie gaat over nieuwe donkere microbiële materie. Onze kennis over bacteriesoorten was tot nu toe gelimiteerd tot die stammen die we in het laboratorium konden kweken, zuiveren en isoleren, en daarna konden karakteriseren op DNA-niveau.  Een wereldwijd consortium aangevoerd door Amerikaanse en Australische onderzoekers, publiceerde deze maand in Natureeen gigantische studie gericht op het beter in kaart brengen van, wat zij noemen ‘donkere microbiële materie’ – dat wat we nog níet kennen.

De onderzoekers namen op negen verschillende plekken, op de hele wereld (heetwaterbronnen,  bodemsediment, brak water en totaal zuurstofloze (anaerobe) omgevingen) monsters. Met behulp van moderne technieken was men in staat om individuele bacteriën te isoleren en hiervan het DNA te karakteriseren zonder de bacteriën eerst te kweken in het laboratorium.

De resultaten waren veelzeggend: de onderzoekers vonden 20 nieuwe bacteriesoorten die allemaal compleet nieuwe takken vormden aan de bacteriële evolutionaire stamboom. Verder zijn nieuwe evolutionaire relaties tussen bacteriesoorten in detail duidelijk geworden en compleet onverwachte functionele eigenschappen blootgelegd die aan sommige zijtakken van de Tree of Life nog niet waren toegeëigend.

Deze studie heeft in één klap 11% meer diversiteit in bacteriestammen in de wereldwijde databases gebracht en menig hypothese over bacteriële taxonomie en evolutie opgeschud.

De tweede publicatie die de traditionele Tree of Life op zijn grondvesten deed schudden was een Franse publicatie, in Science, over twee reusachtige nieuwe virussen die eencellige infecteren.

Virussen worden niet als levende organismes gezien omdat zij andere levende cellen nodig hebben voor replicatie.

De nieuw ontdekte virussen waren reusachtig: 100x zo groot als normale virussen, bijna zo groot als bacteriën. Daarom dachten de onderzoekers in eerste instantie dat het om bacteriën ging. Toen ze echter nauwkeurig naar de levenscyclus keken, bleken zij zich helemaal niet als bacteriën maar als virussen te vermeerderden.

Ten tweede bleken de nieuwe organismes net zoveel DNA te bevatten als primitieve meercelligen die traditioneel een veel hogere rang op de levensboom hebben. Tenslotte bleek de DNA-sequentie in vergelijking met andere virussen zoveel onorthodoxe stukken te bevatten, dat het leek alsof deze virussen afkomstig waren van een tot nu toe onbekende vierde stam aan de Tree of Life.

Vanwege deze bijzondere verrassingen en vanwege hun vorm zijn deze virussen ‘Pandora-virussen’ genoemd. De nieuwe virussen werden nagenoeg gelijktijdig en eenvoudig in zowel Australië als Chili gevonden, wat de auteurs redelijkerwijs doet geloven dat er wereldwijd veel meer moeten zijn.

Meercellig leven (zoals planten, dieren en mensen( 2 ) op aarde was niet mogelijk was geweest zonder eencellig leven.

Het is goed te realiseren dat bacteriën, eencelligen en virussen miljoenen jaren heer en meester waren, voordat wij ook maar iets betekenden. Wat nu, door middel van moderne technieken blijkt, is dat die voorgeschiedenis veel rijker en gevarieerder is geweest dan het traditionele drie-stammen model ons eerst deed geloven.

Noten

(1)   Dat is niet correct. De drie domeinen zijn eukaryoten, archaea en eubacteria.  (archaea en eubacterie werden vroeger “samengevat “als bacteriae )

(2) …..Ook veel schimmels  zijn   meercellig (paddestoelen). 

PANDORA  virussen

 19 juli 2013   2

pandoravirus

Franse wetenschappers hebben twee megavirussen ontdekt die de boeken ingaan als de grootste virussen die tot op heden zijn teruggevonden. De virussen zijn net zo lang als een honderdste van een menselijke haar. En voor een virus is dat bijzonder indrukwekkend.

De onderzoekers vonden de virussen op twee heel verschillende plekken op aarde. Het ene megavirus – Pandoravirus salinus genaamd – troffen ze voor de kust van Chili aan. Het andere virus Pandoravirus dulcis – in Australië. Beide virussen werden in het water aangetroffen. De virussen zijn ongeveer een micrometer lang. Dat betekent dat u slechts een gewone lichtmicroscoop nodig heeft als u de virussen wilt bewonderen.

Nieuw geslacht
Het gaat niet alleen om twee nieuwe soorten, maar ook om een nieuw geslacht – Pandoravirus. De virussen lijken zowel qua uiterlijk als genetisch namelijk op geen enkel micro-organisme dat eerder is ontdekt, zo schrijven de onderzoekers in het blad Science.

Genen

De pandoravirussen hebben ongeveer 2500 genen. En dat is een enorme hoeveelheid. De meeste virussen moeten het namelijk met zo’n tien genen doen.
Rasterelektronenmicroscoopbeeld van een Pandoravirus.
Raster-elektronenmicroscoop   foto van  pandora virus

De virussen hebben ook dubbel zo veel basenparen (de verbindingen tussen de twee DNA-strengen) als Mimivirussen, tot voor kort de grootste in hun soort.De oorsprong van de nieuwe Pandoravirussen is vooralsnog een mysterie. Onderzoekers kunnen ze niet meteen linken aan soortgenoten.

Het Pandoravirus salinus werd gevonden aan de monding van de Tunquen-rivier in Chili, terwijl dulcis op de bodem van een zoetwatervijver bij het Australische Melbourne werd aangetroffen. De wetenschappers zochten op die plaatsen bewust naar grote virussen, want ook de Mimivirussen zaten in sediment.

Het onderzoek werd gevoerd onder leiding van Nadège Philippe van de Aix-Marseille-universiteit. (tn)

Amoebe
Om te kijken waartoe de virussen precies in staat zijn, lieten de onderzoekers ze los op amoebes. Ze bleken de kern van deze eencellige organismen te veranderen, wat uiteindelijk resulteert in de dood van de amoebe. Wij mensen hebben overigens niets te vrezen van de nieuw ontdekte virussen.

Het feit dat de pandoravirussen eigenlijk op geen enkel bekend virus lijken, suggereert dat we nog veel moeten leren over de wereld der virussen.

Het is ook niet onaannemelijk dat wetenschappers in de toekomst nog grotere en complexere virussen gaan ontdekken. Vandaar dat ze deze megavirussen ook de naam Pandoravirussen hebben gegeven: waarschijnlijk is dit nog maar het begin en gaat met deze ontdekking een doosje vol met verrassingen die de biologie op zijn kop kunnen zetten, open.

Zo wordt er – omdat de megavirussen zo weinig gemeen hebben met organismen die we tot op heden kennen – al voorzichtig gesteld dat het wellicht tijd wordt om een vierde domein aan de drie domeinen van leven (bacteriën, Archaea en eukaryoten) toe te voegen.

Bronmateriaal:
Pandoraviruses: amoeba viruses with genomes up to 2.5 mb reaching that of parasitic eukaryotes” – Science

  • Levende wezens ? :– het is natuurlijk slechts  een kwestie van (rekbare en voorlopige   ) definities–  het lijkt  wellicht tijd  om een  apart  domein ( of zelfs    netwerk ) toe te voegen  aan de domeinen van levende organismen
    • Alleen al   door  het immense verschil in aantal genen met andere virii Daar tegenover  staat dat  (ook deze  mega-virii ) , voor zover ik weet  ,  de  duplicatie-mechanismen  van  andere cellen uit andere domeinen ( in dit geval dus amoeben ? )  nodig hebben  om zich te kunnen  reproduceren  ….. Slechts wanneer er megavirii worden ontdekt die  zich  zelfstandig ( en hun gastheer slechts als “voedsel” gebruiken )  kunnen reproduceren,  is het hek van de dam….

°

Grootste virus ter wereld uit permafrost gehaald en gebruikt om organismen te infecteren

 04 maart 2014 0

virus1

Wetenschappers hebben in Siberisch permafrost het grootste virus ter wereld ontdekt. Het zit er al meer dan 30.000 jaar ingevroren, maar toen onderzoekers het virus ‘wakker maakten’, bleek het nog uitstekend in staat om organismen te besmetten.

Het nieuwe virus heeft de naam Pithovirus sibericum gekregen. Het virus herinnert ons eraan dat het smelten van permafrost niet zonder risico’s is. In het ijs bevinden zich wellicht ziektekiemen die zelfs tientallen duizenden jaren nadat het permafrost ontstond en deze kiemen insloot nog een gevaar kunnen vormen voor de gezondheid van mensen en dieren. Dat schrijven de onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

1,5 micrometer
De onderzoekers ontdekten het virus in permafrost afkomstig van Siberië. Koolstofdatering toonde aan dat het virus al meer dan dertigduizend jaar in het ijs gevangen zat. P. sibericum is het grootste virus dat onderzoekers ooit ontdekt hebben. Het virus is maar liefst anderhalve micrometer lang (een micrometer is een duizendste van een millimeter). En daarmee zijn ze net iets groter dan de vorige recordhouder: het Pandoravirus.

 

Amoebe
Net als de Pandoravirussen vormt P. sibericum geen gevaar voor mensen. P. sibericum infecteert namelijk – net als de Pandoravirussen – amoebes. En dat lukt de virusdeeltjes blijkbaar zelfs nadat ze meer dan dertigduizend jaar in ijs hebben doorgebracht: de onderzoekers haalden de virusdeeltjes uit het ijs, wekten ze tot leven en brachten ze in contact met een amoebe. De deeltjes drongen de amoebe binnen, vermenigvuldigden zichzelf en maakten zich op om meer cellen te infecteren.

Genetisch
Het nieuw ontdekte virus mag dan groot en na duizenden jaren nog steeds gevaarlijk zijn: genetisch gezien is het dan – in vergelijking met andere grote virussen – weer minder indrukwekkend. Het genoom van het virus telt slechts 500 genen. Ter vergelijking: de Pandoravirussen tellen 2500 genen. De onderzoekers schrijven dan ook dat het nieuwe virus doet denken aan een overgangsvorm: het virus heeft de vorm van de Pandoravirussen, maar doet qua genen meer aan ‘gewone’ virussen denken. “Dit suggereert dat er onder pandoravirus-achtige deeltjes sprake is van een nog onontdekte diversiteit aan ongebruikelijke virusfamilies,” aldus de onderzoekers.

Wat de onderzoekers met name met hun studie wilden achterhalen, is of het mogelijk is om virusdeeltjes die duizenden jaren in ijs gevangen zaten weer te laten doen wat ze voor het ijs kwam ook deden. En dat kan. “Het suggereert dat het dooien van de permafrost – hetzij door opwarming of door industriële exploitatie – in gebieden rond de pool ons niet vrijstelt van toekomstige bedreigingen van de menselijke of dierlijke gezondheid.”

Bronmateriaal:
Thirty-thousand-year-old distant relative of giant icosahedral DNA viruses with a pandoravirus morphology

– PNAS.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door TKTK / Julia Bartoli / Chantal Abergel / IGS / CNRS-AMU.

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/1.1899168

http://www.nu.nl/wetenschap/3717465/wetenschappers-brengen-30000-jaar-oud-virus-weer-leven.html

http://www.bbc.com/news/science-environment-26387276

(a clickeable  audio  interview  with Prof   Jan-Michel Claverie  on the webpage  )

WARI

PERU

°INCA.docx (3.4 MB)

°

Heersers over de Andes Rond 600

acht eeuwen voor de opkomst van de Inca’s, beheersten twee koninkrijken de Andes: in het noorden de Wari’s, bedreven wegenbouwers en pottenbakkers en in het zuiden de Tiwanaku’s, de tempelbouwers van het Titicaca-meer.

Lang voor het ontstaan van het Inca-rijk, dat de hele Andes zou omspannen, stichtten de Wari’s (Huari’s) een imperium dat bijna even groot was- en dat veel langer heeft standgehouden. Terwijl het Inca-rijk nauwelijks honderd jaar heeft bestaan, hebben de Wari’s het meer dan vier eeuwen uitgehouden, van omstreeks 600 tot ongeveer 1000.

Hetzelfde geldt voor het rijk van de Tiwanaku’s (Tiahuanaco’s) in Bolivia.

Image

Image

De enorme Poort van de Zon, van oorsprong een heilige toegangsdeur, is nu het nationale symbool van Bolivia. Dit Tiwanaku-bouwwerk leerde de volgende imperia een les: onderschat nooit de macht van het ontzag.

Samen stonden deze  twee beschavingen aan de basis van latere imperia in de Andes

Daarnaast probeerden  de WARI  ook grote gebieden onder één heerschappij te brengen- en waren daarmee wellicht het eerste “imperialistische” volk op het Amerikaanse continent.

Het Wari-rijk omvatte op zijn hoogtepunt een groot deel van de hoge Andes en strekte zich vanaf de zuidgrens van het huidige Peru 1500 kilometer noordwaarts uit. Net als andere imperialisten beheersten de Wari’s verre koloniën, waaronder enkele langs de zuidkust van Peru.

En net als veel andere rijken had het een rivaal: het Tiwanaku-imperium aan de oevers van het Titicaca-meer in Bolivia. Beide hadden een heersende elite die toezag op de bouw van grote steden, tempels en paleizen. Behalve van politieke maatregelen maakten beide rijken ook gebruik van bepaalde religieuze symbolen en overtuigingen, teneinde de heerschappij te verwerven over een omvangrijk gebied en grote aantallen mensen. En: beide rijken stortten ongeveer duizend jaar geleden ineen.

De Wari’s en tot op zekere hoogte ook de Tiwanaku’s hebben het “imperium” in de Andes geïntroduceerd,” zegt archeologe Katharina Schreiber. “Dat maakte het voor de Inca’s gemakkelijker om hun rijk op te bouwen, aangezien ze al wisten wat het inhield.”

Tot voor kort leken de Wari’s zo goed als verloren voor de geschiedenis.

Lang zijn de Tiwanaku’s door archeologen beschouwd als de “bedenkers” van het imperialisme in de Andes, ook al omdat de Inca’s hen als hun directe voorouders bestempelden en geen melding maakten van de Wari’s.

Maar de afgelopen twintig jaar heeft een handjevol Noord- en Zuid-Amerikaanse geleerden het Wari-rijk geleidelijk herontdekt en studie gemaakt van de relatie tussen de Wari’s en het Tiwanaku-rijk, hun machtige, meer mystieke buur.

Zo kwam ook aan het licht hoeveel de Inca’s van beide culturen hebben geleerd over de (krijgs)kunst van het opbouwen van een rijk.

°

DE  WARI 

https://en.wikipedia.org/wiki/Wari_Empire

Na de ondergang van de Moche-cultuur in Peru ontstond rond 600 van onze tijdrekening de Wari-cultuur, een militaristische cultuur die als eerste volk in Zuid-Amerika begon met militaire veroveringen en al bestaande rijken in de regio onderwierp. Tijdens het hoogtepunt van de beschaving, in de 9e en 10e eeuw, heersten de Wari over een gebied van 300.000 vierkante kilometer.

Belga   ….Een Wari-hoofdtrofee.

De Wari legden een wegennetwerk aan dat technisch even hoogstaand was als het latere wegennet van de Inca’s en ze waren de eersten in Zuid-Amerika die planmatig steden gingen aanleggen. Huari, de hoofdstad van de Wari, was ruim 1.200 jaar geleden één van de grotere wereldsteden. In Huari leefden 40.000 mensen, terwijl Parijs in het jaar 800 slechts 25.000 inwoners telde en Londen slechts 10.000. De stad bestond uit tempels, paleizen en woonwijken en werd van water voorzien door een ingewikkeld systeem van kanalen en aquaducten.

In de 11e eeuw van onze jaartelling begon de teruggang van het Wari-rijk: de bevolking nam af en de steden in het hoogland, in de Andes, werden een na een verlaten. Later werden ook de steden aan de kust verlaten en trokken de inwoners zich in dorpen terug. Mogelijk waren veranderingen in het klimaat de oorzaak van die terugval.

Na de ondergang van de Wari-cultuur kende het gebied gedurende enkele eeuwen geen centraal bestuur meer, tot de Inca’s het gebied onder hun gezag brachten.

Image

Het Wari-imperium kwam voort uit kleine boerengemeenschappen in het droge dal van Ayacucho in Peru, tegen de westelijke hellingen van de Andes. Tegenwoordig is Ayacucho een middelgrote stad met een druk vliegveld en een universiteit- en toch hoef je maar een paar centimeter diep te graven of gewoon over een akker te lopen om op een scherf van Wari-aardewerk te stuiten.

“Op elke heuvel rond Ayacucho en verder het dal in tot aan de oude hoofdstad van het Wari-rijk (ongeveer elf kilometer verderop) zijn er Wari-vindplaatsen,” aldus de Peruaanse archeoloog José Ochatoma. Hij en zijn vrouw, Martha Cabrera, hebben onlangs een van de grootste, de Wari-stad Conchopata, gedeeltelijk ontgraven. Op haar hoogtepunt was het een uitgestrekte stad met bedreven pottenbakkers. Mogelijk waren zij het die Conchopata voorzagen van het fraai beschilderde aardewerk.

De vindplaats grenst aan de start- en landingsbaan van het vliegveld van Ayacucho en gaat er gedeeltelijk onder schuil. De site staat bovendien centraal bij een landgeschil tussen de archeologen en een groep projectontwikkelaars, die inmiddels zijn begonnen met de bouw van stenen en adobe huizen boven op een aantal ruïnes.

De meeste Wari-sites, waaronder Conchopata en de Wari-hoofdstad met haar lamavormige graftombe, zijn door archeologen uit het begin van de twintigste eeuw over het hoofd gezien; de door de Tiwanaku’s achtergelaten stenen monumenten maakten meer indruk.

_________________________________________________________________________

De  hoofdstedelijke  Wari’s groeven hun koninklijke  tombes in de vorm van een lama en bekleedden haar daarna met stenen. Als je begint met de   kop van de lama…   komt  er  een zijkamer die de oren vormt.  ….. En verderop  liggen de maag en de poten.

Na de  de buik van de lama komen  vier kortere kamers, de poten … ze vertakken zich vanuit  de lange “maag”- ruimte … Uiteindelijk is er  de kleinste kamer van alle: de staart van de lama.

“We vermoeden dat dit de plaats is waar de koning werd begraven.” De archeologe Isbell leunt over de rand van een nauwe, cirkelvormige schacht die in de vloer is uitgegraven.

Eerder hebben archeologen weliswaar in nog  geen enkele kamer voorwerpen ontdekt die wijzen op een koninklijk graf, toch denkt Isbell dat deze unieke structuur moet zijn gebouwd voor het hoogste lid van de Wari-elite.

Helemaal op de bodem van de graftombe, vier meter onder ons, bevindt zich een lege, met stenen beklede holte. Deze is ruim duizend jaar geleden gegraven en bevatte in die tijd mogelijk de mummie van een koning, keramische potten boordevol voedsel, de botten van geofferde lama’s en allerlei prachtige zilveren, turkooizen en gouden voorwerpen. 

Examples of wari tombs 

A tomb at the   huari  ruins.

waritomb

http://machimon.wordpress.com/2011/03/18/1831/

_____________________________________________________________________

De veronderstelling was dat de overblijfselen van de twee beschavingen uit één cultuur afkomstig waren, die van de Tiwanaku’s, en dat de Wari-sites slechts de bestuurlijke centra van het Tiwanaku-volk waren.

Maar in de jaren dertig kwam de Peruaanse archeoloog Julio C. Tello tot het inzicht dat het om twee afzonderlijke culturen ging. Sindsdien is een archeologische schat van Wari-overblijfselen aan het licht gekomen. Hun hoofdstad, door onderzoekers eveneens “Wari” genoemd, beslaat zo’n vijftien vierkante kilometer.

ImageImage

De Wari’s en de Tiwanaku’s, ooit beschouwd als één cultuur, deelden weinig meer dan religieuze symbolen- en een betwiste grens. Onzeker is of ze oorlog voerden of dat ze een gewapende vrede handhaafden. Vermoedelijk stond zowel het keramieke Wari-gezicht (links) als de gouden Tiwanaku borstplaat voor een bepaalde rang.
Tot nu toe is slechts een klein deel van de plek afgegraven, maar er is genoeg van de stad over om de schattingen van archeologen, die oplopen tot zeventigduizend inwoners, te rechtvaardigen.

De stad kende statige tempels, hoven, koninklijke graftomben, paleizen, en gebouwen met meerdere verdiepingen. De meeste muren en gebouwen waren bedekt met een witte pleisterlaag, wat de stad letterlijk glans gaf. Vanuit de hoofdstad bestuurden de Wari’s hun rijk en hielden ze alles in de gaten, van het pottenbakken in het naburige Conchopata tot de graanproductie in verre koloniën- en dat alles zonder de hulp van een schrift.

“Dat is een van de grote raadsels,” zegt archeoloog Gordon McEwan, die opgravingen doet op Wari-sites in de vallei van Cusco, ruim 250 kilometer ten zuidoosten van Ayacucho. Voordat onderzoekers de Inca’s volledig doorgrondden, was de algemene opvatting dat “rijken alleen konden bestaan in samenlevingen met een schriftstelsel”, vervolgt McEwan. “Maar de Wari’s hadden geen schrift en de Inca’s evenmin. Dus hoe hebben die beschavingen dan hun imperia kunnen opbouwen?”

Conchopata heeft enkele aanwijzingen opgeleverd. De schat aan potten en offeranden die er de afgelopen vijf jaar is blootgelegd, duidt op een manier van besturen die veel lijkt op die van de Wari’s. Van de eens zo bedrijvige nederzetting resteren slechts de lage funderingsmuren van talloze gebouwen, die meestal waren neergezet in een rasterpatroon. In haar hoogtijdagen was Conchopata, net als alle Wari-nederzettingen, een stad die in sterke mate was georganiseerd, met woonwijken, bestuurlijke centra en religieuze plaatsen.

Veel van die religieuze centra bestonden uit gebouwen in de vorm van de letter D. (Deze worden niet aangetroffen in Tiwanaku- of Inca-nederzettingen.) “Om nog onduidelijke redenen hielden ze van de kleur wit,” vertelt Ochatoma in één van de tempels in Conchopata. Het pleisterwerk op de vloer heeft de tand des tijds grotendeels doorstaan en blinkt in de Andes-zon.

Image        Image

In hun officiële rode tenue inspecteren burgemeesters van dorpen rond Tiwanaku het tempelcomplex Kalasasaya, een van de grootste en meest omstreden opgravingen in Zuid-Amerika. De burgemeesters namen onlangs bezit van de site, nadat ze niet hadden mogen delen in de toeristische opbrengsten die de Boliviaanse overheid hun had beloofd. De poncho’s staan symbool voor hun dorp, zoals de strak ingesnoerde hoofden van jonge kinderen (rechts) resulteerden in schedelvormen die ooit de mensen uit de diverse rijksdelen van elkaar onderscheidden.

Hoewel onderzoekers de kluwen van de Wari-godsdienst nog niet helemaal hebben ontward, duiden de ontdekkingen van Ochatoma erop dat de bevolking rituele en mogelijk ook door het rijk voorgeschreven offers van zowel mensen als dieren bracht. Onder de gepleisterde vloer heeft het Ochatoma-onderzoeksteam verscheidene kuilen uitgegraven met daarin verbrande menselijke schedels en de overblijfselen van geofferde kameelachtigen. Nog onduidelijk is of het gaat om beenderen van bergschapen of van kleine lama’s, omdat de botten sterk op elkaar lijken.

Om deze offeranden te vinden, hoefde Ochatoma niet de hele vloer af te graven. Hij klopte er gewoon op met het handvat van zijn troffel, op zoek naar een hol geluid- een veelgebruikte methode bij het zoeken naar voorwerpen achter muren of onder vloeren.

In de buurt van de muren vond hij honderden scherven van prachtig beschilderde en opzettelijk stukgegooide potten, soms ter grootte van wijnvaten. In andere kuilen lagen kapotte kruiken die waren versierd met de afbeelding van een hallucinogene plant. Later bleek dat een van de kruiken ooit chicha bevatte, een van maïs gebrouwen drank die ook nu nog in de Andes wordt gedronken.

Mogelijk hebben zowel de beschilderde potten als de inhoud ervan een rol gespeeld in de wijze waarop de Wari’s hun imperium hebben opgebouwd. Ze geloofden namelijk dat er een verband was tussen deze voorwerpen en het bovennatuurlijke, aldus archeologe Anita Cook. Cook en William Isbell werken al jarenlang in Conchopata, en hun project wondt mede gefinancierd door de National Geographic Society.

De afbeeldingen op de potten, die overal terugkomen, wijzen op een samenleving die was gericht op macht en gezagsuitoefening: de pottenbakkers mochten uitsluitend door het rijk goedgekeurde symbolen schilderen.

Image

Image

In tegenstelling tot de Tiwanaku-tempels waren de ceremoniële ruimten van de Wari’s zeer besloten. Hun regionale centrum Pikillacta, in de Peruaanse Cusco-vallei, was een wirwar van kleine, witgepleisterde kamers omgeven door een ruim tien meter hoge muur. Mogelijk hebben de Wari’s hier de voorouderlijke mummies van overwonnen volken opgeslagen om hun land in handen te krijgen. Onderdanen woonden in de stad rituelen bij waar de elite chicha dronk uit rituele bekers, zoals de jaguarbeker rechts.

Uit een plastic zak haalt Cook grote scherven van een aantal kruiken, alle versierd met abstracte afbeeldingen van condors, katachtigen en kameelachtigen- stuk voor stuk symbolen van het bovennatuurlijke in Andes-religies, ook in die van de Tiwanaku’s en de Inca’s.

De symbolen gaan zeker terug tot het Pucará-volk, dat rond 200 voor Christus het bekken van het Titicaca-meer bewoonde,” vertelt Cook. “We weten niet precies wat ermee wordt gezegd, maar het zijn wel symbolen die iedereen in de Andes zou hebben herkend.”

Enkele motieven zijn maar voor één uitleg vatbaar: ze laten de Wari’s zien als een agressief volk, krijgslieden die er niet voor terugdeinsden krijgsgevangenen te offeren. Dit is volgens Cook “de eenvoudigste verklaring” voor de potten met afbeeldingen van afgehakte hoofden, armen en benen, en van met dierenmaskers getooide krijgers die als trofee hoofden vasthouden die herinneren aan de onder de tempel van Ochatoma gevonden schedels.

De kruiken van de Wari’s dienden als staatspropaganda en droegen boodschappen van de gedeelde religieuze overtuiging, maar ook van terreur en macht.

“Het grootste deel van de aardewerkproductie werd van bovenaf gecontroleerd”, zegt McEwan.

“Veel ervan was uitsluitend bestemd voor feesten en werd na afloop, als onderdeel van het ritueel, stukgegooid. De ceremonie had een wederkerig karakter: de elite richtte een groot feestmaal aan om de plaatselijke bevolking te danken voor haar dienstbaarheid en trouw, en iedereen dronk na elkaar chicha uit de symbolisch beschilderde potten.”

De volgorde werd daarbij bepaald door de plaats in de maatschappelijke hiërarchie. Tijdens de feestelijkheden deelden bestuurders ook mondelinge bevelen uit die de plaatselijke leiders moesten uitvoeren.

Die bevelen moeten soms erg wreed van aard zijn geweest, aldus imperiumdeskundige Katharina Schreiber. Haar onderzoek toont aan dat de Wari’s in sommige delen van hun koninkrijk hele dorpen verplaatsten, waarbij mensen die in hooggelegen gebieden aardappelen teelden, werden gedwongen te vertrekken naar lagergelegen gebied om daar maïs te verbouwen- een praktijk die honderden jaren later door de Inca’s werd overgenomen.

De Wari’s hadden grote hoeveelheden maïs nodig voor hun door de staat aangemoedigde rituele feesten, die het imperium bij elkaar hielden. Onderworpen volken hebben waarschijnlijk ook het grootste deel van de mankracht geleverd voor de grote bouwconstructies van de Wari’s- hun steden met meerdere verdiepingen tellende gebouwen, hun stenen aquaducten en het uitgebreide wegennet dat nu vaak ten onrechte aan de Inca’s wordt toegeschreven.

Image

Image
Drie verdiepingen onder de grond onderzoekt archeoloog William Isbell een lamavormige graftombe, waar mogelijk leden van de koninklijke familie van Wari werden begraven. Hoewel de tombe in de oude Wari-hoofdstad grondig is geplunderd, is zij het mooiste voorbeeld van “houwsteenarchitectuur” dat tot nu toe in het Wari-rijk is gevonden- door de Tiwanaku’s werd het nog geperfectioneerd.

Beide culturen aanbaden de stafgod die rechts op een Wari-potscherf is afgebeeld. Men dacht dat deze machtige godheid de oogst, regen en bliksem beheerste.

De Wari’s waren zonder twijfel een dictatoriaal volk,” zegt McEwan. Hij vermoedt dat Pikillacta, de Wari-stad die hij bij Cusco heeft opgegraven, als vorm van belastingbetaling is gebouwd door plaatselijke arbeidskrachten. Net als Conchopata en de stad Wari werd Pikillacta in een raster ontworpen.

De systematiek in de ruïnes ten spijt, zou iemand in de Wari-tijd maar moeilijk de weg hebben gevonden in Pikillacta. “De muren waren aan beide zijden een meter of twaalf hoog,” zegt McEwan tijdens een wandeling over een van de oude wegen van Pikillacta. “Er waren geen ramen, dus we hadden maar een klein stukje hemel kunnen zien. Er waren meer dan zevenhonderd kamers, maar slechts zeven wegen. Alle gebouwen waren bovendien in Wari-stijl spierwit gepleisterd.” McEwan denkt dat Pikillacta een provinciaal centrum is geweest voor de uitermate belangrijke rituele feesten met hun wederkerige karakter. “Je kwam hier als gast, bijvoorbeeld van het lokale bestuur. Je kwam Pikillacta niet zonder uitnodiging of gids binnen. Alléén zou je nooit de weg kunnen vinden.”

“Bij de bouw was Pikillacta met opzet ontoegankelijk gemaakt,” zegt McEwan. Mogelijk heeft een deel van de stad gediend als opslagplaats voor mummies. Volgens McEwan hadden de Wari’s de macht over hun koloniën te danken aan hun succes bij het buitmaken van de voorouderlijke mummies en skeletten van andere volken: die werden “in gijzeling” gehouden, waarmee tegelijk de levenden gijzelaars werden, omdat hun eigendomsrechten waren gekoppeld aan hun voorouders.

Voorouderverering is lange tijd erg belangrijk geweest in de Andes-culturen. Een duizenden jaren oude traditie die doorliep tot in de tijd van de Inca’s. (Ook tegenwoordig koesteren veel volken in de Andes een diepe verering voor hun gestorven familieleden.) Mogelijk verschilden de samenlevingen op details van elkaar, maar in het algemeen bewaarden mensen de botten van hun voorouders bij zich in de buurt, opgeslagen in urnen of manden. Zo konden ze gemakkelijk worden vereerd of om zegen en raad worden gevraagd. De bewaarde botten waren ook van praktisch nut: de verzorgers ervan verkregen rechten op land en water. Ze vormden het tastbare bewijs dat iemands betovergrootvader het land had bewerkt en dat het deze persoon dus rechtens toekwam.

“Ik denk dat de Wari’s dit geloof gebruikten voor het stichten van hun rijk,” zegt McEwan. “Ze maakten de mummies van andere volken buit of gaven ze opdracht de mummies van hun voorouders naar plaatsen als Pikillacta te brengen, waar ze werden opgeslagen. De enige manier voor iemand om zijn voorouders te benaderen- en dus zijn land en water- was via de staat. Als iemand zich daar niet bij neerlegde, werden zijn voorouders door de Wari’s vernietigd, wat de persoon in kwestie berooid achterliet. De Inca’s deden dit ook, maar het idee is waarschijnlijk afkomstig van de Wari’s.”

Pikillacta lag vlak bij de grens van het Wari-rijk. De Wari’s hebben dieper in de Cusco-vallei nog een paar nederzettingen gebouwd. Maar hoe meer ze naar het zuiden oprukten, hoe dichter ze bij het Titicaca-meer kwamen en bij het gebied van hun belangrijkste rivalen: de Tiwanaku’s.

TIWANAKU 

ImageImageImage

Tiwanaku, het Mekka van de Andes, was rond 200 voor Christus een boerendorp vijftien kilometer ten zuiden van het Titicaca-meer. De stad was in 700 uitgegroeid tot welvarende rijkshoofdstad met geterrasseerde piramides, paleizen en geïrrigeerde landbouwgrond, goed voor het voeden van zestigduizend monden. De Pumapunku-tempel aan de westzijde wordt beschouwd als een van de mooiste voorbeelden van Tiwanaku-architectuur.

De soms 120 ton zware zandstenen platen van de tempel passen precies- aanleiding tot fantastische theorieën over buitenaardse bouwtechnieken. Onderzoeker Alexei Vranich meent dat de Pumapunku diende als “opvangcentrum”, waar bedevaartgangers uit alle delen van het rijk de staatsgodsdiens werd bijgebracht met behulp van chicha (een gefermenteerde drank), hallucinogenen en ritueel theater. Daarna konden de bekeerlingen verder naar andere tempels in het rituele centrum van de stad, zoals de zeventien meter hoge Akapana-tempel. Een rampzalige droogte maakte rond 1100 mogelijk een einde aan het Tiwanaku-bewind over het zuiden van de centrale Andes.

De Inca’s hebben dan misschien de praktische methoden voor het handhaven van een imperium van de Wari’s overgenomen, voor geestelijke zaken keken ze naar Tiwanaku. Daar kwamen hun voorvaderen vandaan, zo vertelden de Inca’s aan de Spanjaarden, waarmee ze te kennen gaven dat de bloedverwantschap hun het recht gaf over de Andes te heersen. Archeologen hebben nog niet kunnen vaststellen of de Inca’s terecht aanspraak op dit erfgoed maakten. Maar dat ze het verband wilden leggen, spreekt volgens onderzoekers boekdelen over het belang van Tiwanaku.

“Iedereen in de Andes wist van het bestaan van Tiwanaku,” aldus archeoloog Alexei Vranich, die bezig is met het ontgraven van de Pumapunku, een Tiwanaku-tempel. “De tempel was van groot religieus belang en was tevens een bedevaartscentrum, en trok mensen naar Tiwanaku. Het laat zich gemakkelijk raden waarom. Kijk maar eens wat er gebeurt als we naar de top van de tempel klimmen.”

De onderzoekers begonnen aan de klim van ongeveer een kilometer van het tempelcomplex. In de Tiwanaku-tijd begonnen de pelgrims hun voettocht waarschijnlijk aan de oevers van het zo’n vijftien kilometer verderop gelegen Titicaca-meer, een van de heiligste plaatsen in de Andes. Volgens de godsdienst in het berggebied is de schepper er uit het water verrezen om de aarde en de mensen te vormen. Langs de oevers van het meer staan overal ruïnes van kleine heiligdommen en tempels, die soms teruggaan tot 700 voor Christus. Tiwanaku, vermoeden onderzoekers, was oorspronkelijk zo’n klein religieus centrum. Maar in de zesde eeuw na Christus is het een vooraanstaand bedevaartscentrum geworden, mogelijk door zijn centrale plaats in de mythologie van de Andes of vanwege de politieke macht van het Tiwanaku-volk. Sommige bedevaartgangers legden waarschijnlijk grote afstanden af en staken het azuurblauwe water van het meer over op rieten vlotten. Net als de onderzoekers zijn ze vervolgens in oostelijke richting gelopen, over de grasvlakte van de Altiplano naar de hoge toppen van de Andes. Een groot deel van die reis moet de hoogste berg, de Illimani, hen “als een baken” hebben gewenkt, zegt Vranich. “Illimani was hun heiligste berg, waar volgens hen veel voorouders na hun dood naartoe gingen.”

Op een bepaald punt op het pelgrimspad verdwijnt de Illimani plotseling uit het zicht. In plaats daarvan rijst de Pumapunku op, een piramidevormige tempel van klei en steen met een afgeplatte top. De tempel is nu grotendeels een ruïne. Maar tijdens de pelgrimstochten van weleer is er geen spoor van steenwerk te zien geweest. Vranich kan zich goed voorstellen dat de tempelmuren waren bekleed met platen bladgoud en zilver, en met kleurrijke stoffen bewerkt met kostbare stenen en metalen; de lemen vloeren waren schitterend gekleurd met dieprode, blauwe en groene schilderingen. “Het moet overweldigend zijn geweest,” zegt Vranich. “Een geestverruimende ervaring die het leven verandert, nog versterkt door de verdovende middelen die ze gebruikten.” In de ruïnes van Tiwanaku zijn een hallucinogene cactus, andere hallucinogene planten, hulpmiddelen voor het gebruik daarvan en snuifpoeder gevonden. Recentelijk heeft een andere archeoloog een mummie van een sjamaan opgegraven, compleet met zijn dosis verdovende middelen en medicijnen.

Image

Wari snijwerk

Vranich vermoedt dat de architecten van Tiwanaku zeer bewust de tempel zo hebben gebouwd dat de berg uit het zicht bleef. “Ze wisten wat voor effect het zou hebben als de Illimani zou verdwijnen,” zegt hij. “Het was een van de optische illusies die ze hier tot stand hebben gebracht.” Alleen wie de allerlaatste trap beklimt en de afgeplatte bovenkant van de tempel bereikt, ziet de berg weer opdoemen, met zijn blauw-witte gloed.

“Kijk maar om je heen,” zegt Vranich. “De Illimani ligt voor ons, het Titicaca-meer achter ons. In de kosmologie van de Andes vormt dit echt een plek tussen hemel en aarde.”

De Pumapunku is maar een van de vele tempels en ingewikkelde binnenhoven met stenen beelden en sculpturen die de Tiwanaku’s op een gebied van vijf vierkante kilometer hebben gebouwd. Om het religieuze centrum heen legden ze een gracht aan, waarbij in feite een miniatuurmeer ontstond met het tempelcomplex als een eiland in het midden.

De centrale tempel, die Akapana wordt genoemd, kent zeven niveaus, kennelijk met de bedoeling om deze te laten lijken op de toppen van de nabijgelegen Quimsachata. Om dit effect nog te versterken, brachten de Tiwanaku’s een afwateringssysteem in de tempel aan, zodat het water zich er in het regenseizoen met donderend geweld doorheen zou storten. “Het was een manier om de aarde te vernieuwen en het circulatiesysteem van het universum in stand te houden,” aldus archeoloog Alan Kolata. Hij vermoedt dat de Tiwanaku’s vruchtbaarheids- en andere riten uitvoerden wanneer het water door hun bergtempel raasde.

Andere riten hadden een wreder karakter. De Tiwanaku’s waren net als de Wari’s agressief en ze vierden hun overwinningen met het offeren van gevangenen. Rond de Akapana zijn stoffelijke overschotten zonder ledematen gevonden. Wat ze eveneens met de Wari’s gemeen hadden, was dat ze hun keramiek versierden met gruwelijke scènes van krijgers-met-poemamasker die een afgehakt hoofd in hun handen hielden of die een gordel met hoofden als trofee droegen, de tong uit de mond en met weggedraaide ogen.

Op hun hoogtepunt, tussen 700 en 1000, beheersten de Tiwanaku’s bijna het hele bekken van het Titicaca-meer, evenals naar het zuidoosten gelegen gebieden in Bolivia en naar het zuidwesten in Chili. De Tiwanaku’s waren, net als de Wari’s, uiterst bedreven bouwkundigen en boeren, en ze maakten het brede rivierdal van de Katari, die het Titicaca-meer van water voorziet, tot de graanschuur van hun hoofdstad. Ze gebruikten daarbij een uitgebreid stelsel van kanalen en wegen om zevenduizend hectare opgehoogde akkers voor maïs, aardappelen, quinoa en andere gewassen te bevloeien. “Ze hebben zelfs meanders uit de rivier gehaald en lieten het water in een rechte lijn dwars door de vallei stromen,” aldus archeoloog John Janusek, die verscheidene Tiwanaku-nederzettingen in de buurt heeft opgegraven.

Kennelijk hadden de Tiwanaku’s grote hoeveelheden maïs, aardappelen en coca nodig om de bedevaartgangers die naar hun tempels kwamen, van voedsel te voorzien en te imponeren. Archeologen weten nog niet of de Tiwanaku’s dorpen onder dwang verplaatsten, zoals de Wari’s deden, maar ze vermoeden wel dat de Tiwanaku’s een opener samenleving hadden en dat de stad Tiwanaku niet zo strikt werd gecontroleerd als Wari-steden als Pikillacta. “Tiwanaku was een zeer kosmopolitische stad. Een stad die mensen aantrok,” zegt fysisch antropologe Deborah Blom, terwijl ze voorzichtig twee in Tiwanaku gevonden schedels ter vergelijking naast elkaar zet. Blom bestudeert de migratie van volken binnen het oude koninkrijk en heeft ontdekt dat mensen uit alle windstreken hier blijkbaar welkom waren. De beide schedels zijn daar een goed voorbeeld van.

“De manier waarop mensen hun hoofd vormgaven, liep in de verschillende delen van het Tiwanaku-grondgebied sterk uiteen,” zegt Blom. “Het hoofd van een baby werd met een koord omwikkeld of er werd een lat op gebonden, om het een speciale vorm te geven.” Eenmaal volwassen droeg zo iemand dan een hoed die paste bij de specifieke vorm van zijn hoofd. Een van de schedels van Blom is lang en buisvormig en doet denken aan de top van een vulkaan, wat misschien ook de bedoeling was. De andere schedel is van voor tot achter platgedrukt, zodat de zijkanten uitpuilen. “De buisvormige zijn afkomstig van mensen van de oostelijke oever van het meer, de afgeplatte komen van Moquegua, niet ver van de Peruaanse zuidkust,” aldus Blom. Uit genetisch onderzoek blijkt “dat ze hier naar toe zijn gereisd en onderling trouwden.” Blom heeft nog geen enkel spoor ontdekt van Wari-kolonisten (die de achterkant van hun schedel eenvoudig afplatten).

De Wari’s en de Tiwanaku’s trouwden misschien niet onderling, maar er is evenmin bewijs dat hun verstandhouding vijandig was. Beide rijken hadden koloniën in Moquegua, een warme streek waar maïs werd verbouwd. Toch is er niets te vinden dat op veldslagen wijst. “Zij waren de grote, belangrijke mogendheden van hun tijd,” zegt Schreiben. “Ze moeten met elkaar te maken hebben gehad, maar we weten niet hoe?” Nog altijd wordt volop onderzoek gedaan naar de chronologie van de geschiedenis van beide koninkrijken. Sommigen zeggen dat het Wari-rijk het eerst is ingestort, volgens anderen was dat het Tiwanaku-imperium. Heeft het ene rijk het andere veroverd, of zijn beide door een periode van droogte op de knieën gedwongen? Wat de oorzaak ook is geweest, beide rijken beleefden blijkbaar een abrupt einde. In Conchopata legden de pottenbakkers op een dag hun gereedschap neer en vertrokken; mogelijk werden ze verdreven door een nog onbekende indringer. In Tiwanaku staakten de steenhouwers hun monumentale bouwprojecten, waarbij ze tempels onafgemaakt achterlieten, alsmede een groot aantal reusachtige andesietblokken langs het Titicaca-meer. Die liggen daar nu in het gras als grote gestrande walvissen- vergeten is het doel dat ze dienden.

Niettemin hebben zowel de Wari’s als de Tiwanaku’s iets in de Andes tot stand gebracht wat nooit helemaal is verdwenen: het idee van een imperium. Vierhonderd jaar later bliezen de Inca’s, voortbouwend op de achtergebleven fundamenten, dit idee nieuw leven in.

°

Ontdekking   van   WARI  MUMMIES

27/08/ 2008

Huaca Pucllana ruins ( Lima)

DE GEMASKERDE DAME  

http://enperublog.com/2008/08/26/intact-wari-tomb-at-the-huaca-pucllana/

2_ap080827014731_mask_461.jpg

Ancient Wari Mummy Discovered in Peru

mummie masker van wari-vrouw 

A mummy of the Wari prehispanic culture is seen inside a recently discovered tomb in Lima's Huaca Pucllana ceremonial complex August 26, 2008. Archaeologists working at the ruins of Huaca Pucllana in the country's capital pulled a mummy from a tomb on Tuesday, thought to be from the ancient Wari culture that flourished in modern-day Peru before the Incas. REUTERS-Enrique Castro-Mendivil

A mummy of the Wari prehispanic culture is seen inside a recently discovered tomb in Lima's Huaca Pucllana ceremonial complex August 26, 2008. Archaeologists working at the ruins of Huaca Pucllana in the country's capital pulled a mummy from a tomb on Tuesday, thought to be from the ancient Wari culture that flourished in modern-day Peru before the Incas. REUTERS-Enrique Castro-Mendivil  in het graf

A mummy of the Wari prehispanic culture is seen inside her tomb in Lima’s Huaca Pucllana ceremonial complex August 26, 2008.

REUTERS/Enrique Castro-Mendivil

Workers removing one of Three Wari Mummies from Tomb in Lima, Peru

Workers removing the 1,300-year-old “Lady of the Mask” mummy from her tomb in Lima, Peru

http://lastdaysoftheincas.com/wordpress/ancient-wari-mummies-discovered-in-peru-alongside-child-sacrifices#.Uc3jGqBCTcf

A child skull and ceramic pieces of the Wari prehispanic culture are seen inside a recently discovered tomb in Lima's Huaca Pucllana ceremonial complex August 26, 2008. Archaeologists working at the ruins of Huaca Pucllana in the country's capital pulled a mummy from a tomb on Tuesday, thought to be from the ancient Wari culture that flourished in modern-day Peru before the Incas. REUTERS-Enrique Castro-Mendivil

A child skull and ceramic pieces  …..

http://en.wikipedia.org/wiki/Huaca_Pucllana

http://enperublog.com/2007/02/22/huaca-pucllana/

21 /10 /2010

 HUACA-PUCLLANA   =  VIER   MUMMIES ONTDEKT   

http://enperublog.com/2010/10/21/four-wari-mummies-unearthed-at-the-huaca-pucllana/

°

16/12/ 2008

 Vondst van   een Wari -stad   in de  buurt  van CHICLAYO  :  Cerro Patapo  / NOORD -PERU   

https://en.wikipedia.org/wiki/Cerro_P%C3%A1tapo_ruins

http://www.timesofmalta.com/articles/view/20081217/world-news/ancient-wari-city-unearthed-in-peru.237590

°

A large Wari ceramic face found at an earlier date. The Wari flourished in the Peruvian Andes between 700 and 1200 AD

A large Wari ceramic face found at an earlier date. The Wari flourished in the Peruvian Andes between 700 and 1200 AD

Read more: http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-1360529/Discovery-tombs-Peru-shines-new-light-Inca-empires-origins.html#ixzz2XXphOxh4

25 /02 / 2011

http://www.wired.co.uk/news/archive/2011-02/28/wari-tombs-peru-machu-picchu

DE HEERSER   VAN VILCA 

9  tombes  gevonden in de Cuzco-regio, waar later de Inca’s zouden heersen.

The tombs are within the archaeological complex of Espiritu Pampa, in the Cuzco district of Vilcabamba, some 1,100 kilometers (680 miles) south-east of Lima.

°

De ontdekking  van de necropolis rond de Heerser van  Vilca  , kan onze kijk op de totstandkoming van het machtige Inca-rijk veranderen.

De tombes zijn afkomstig uit de Wari-cultuur, een beschaving die tussen het jaar 700 en 1200 – ruim twee eeuwen voor de Inca’s – in de Andes floreerde.

De wetenschappers vonden diverse voorwerpen in de tombes. Onder meer een zilveren borstplaat, een masker, gouden armbanden en houten wandelstokken die met zilver bedekt waren.

Prize find: This silver breastplate belonged to a noble from the Wari culture

Prize find: This silver breastplate belonged to a noble from the Wari culture

A pre-Inca lord: Gold and silver pieces are shown at Peru's National Institute of Culture in Cuzco

A pre-Inca lord: Gold and silver pieces are shown at Peru’s National Institute of Culture in Cuzco

“Lord of Vilca”  tomb :  Gold and silver pieces of a pre-Inca lord are shown at the National Institute of Culture in Cuzco, Peru. A team of archaeologists has discovered the tomb of a Wari noble, a find being hailed as important as the discovery of Machu Picchu. Picture: AP Source: AP

Read more: http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-1360529/Discovery-tombs-Peru-shines-new-light-Inca-empires-origins.html#ixzz2XXp3XFnQ

Het is het eerste bewijs dat de Wari in de jungle leefden en toont aan dat de Wari het gebied veel eerder dan de Inca’s bestuurden .

 “Het is goed mogelijk dat de Inca’s geïnspireerd werden door de Wari-cultuur, wat hen in staat zou hebben gesteld om een eigen compleet politiek systeem te ontwikkelen.”

“Dit is de belangrijkste ontdekking sinds jaren,” meent expert Juan Garcia. “Misschien nog wel belangrijker dan Machu Picchu zelf.”

Machu Picchu werd zo’n honderd jaar geleden ontdekt en trekt ieder jaar ruim 500.000 toeristen. De stad werd gebouwd door de Inca’s, die tussen 1400 en 1532 een enorm rijk stichtten dat pas na de komst van de Spaanse bezetters ineenstortte.

Zo’n belangrijke ontdekking als deze proeft natuurlijk naar meer. Archeologen hopen dan ook in de omgeving van de tombes een hele stad te vinden.

Zelfs de naam Paititi is al gevallen.

Volgens legendes zou deze mysterieuze, verlaten stad vol met goud en juwelen liggen

°

Koninklijke tombe van Wari KONINGINNEN  gevonden

http://www.thedailystar.net/beta2/news/ancient-royal-tomb-unearthed-in-peru/

The archaeologists spent months secretly digging through the burial chambers. The photo was taken from BBC Online.Belga

Het skelet van een van de drie Wari-koninginnen.

28 juni 2013   0

wari-tombe

Archeologen hebben in Peru een koninklijke tombe van de Wari gevonden. De Wari heersten ruim duizend jaar geleden in een grote regio in het huidige Peru. Zij waren de laatste dominante cultuur in de Andes tot de opkomst van de Inca’s.

Een beker van albast. Ook deze beker werd gevonden door de archeologen.

Een beker van albast. Ook deze beker werd gevonden door de archeologen.

Posted Image
Ceramic Flask
Photograph by Patrycja Przadka Giersz

Posted Image
Wari Lord
Photograph by Daniel Giannoni
// With eyes wide open, a painted Wari lord stares out from the side of a 1,200-year-old ceramic flask found with the remains of a Wari queen. Giersz and his colleagues think the Wari may have displayed the body of the queen after death in a royal ancestor cult.

In de 1.200 jaar oude tombe   in   “El Castillo de Huarmey”troffen de archeologen de graven van drie Wari-koninginnen aan.en de  skeletten  van minsten 60   andere mensen ….vele zaten rechtop … een teken van koninklijke bloede ….   Ook vonden zij goud, zilver en mogelijk mensenoffers( van nobelen ? ) , zo melden de wetenschappers aan National Geographic.

Het graf is gevonden op de archeologische site El Castillo de Huarmey (kleine foto), waar ooit een paleis stond van waaruit de Wari-opperheren regeerden over 40.000 onderdanen.

Archeoloog Milosz Giersz van de universiteit van Warschau is blij dat de tombe nog niet is ontdekt door plunderaars. Hij en zijn teamleden werkten de afgelopen maanden in het geheim aan het opgraven van de artefacten. In totaal vonden zij meer dan duizend objecten, waaronder juwelen, bronzen bijlen, gouden gereedschap, messen, zilveren schalen, geschilderd keramiek en cocabladhouders. Ook vonden zij de lichamen van zestig mensen, waarvan enkelen wellicht als menselijke offers zijn begraven.

 

Grote hoofdstad
Hoewel de successen van de Inca’s goed zijn gedocumenteerd door de Spaanse veroveraars, weten we nog relatief weinig over de Wari

. En dat terwijl Huari – de hoofdstad van de Wari – ruim 1200 jaar geleden één van de grotere wereldsteden was. In Huari leefden 40.000 mensen. Ter vergelijking: Parijs had in het jaar 800 na Christus slechts 25.000 inwoners, in Londen leefden 10.000 mensen en Amsterdam bestond zelfs niet eens!

Ruines van Huari ; 

https://en.wikipedia.org/wiki/Wari_ruins

 

Foto’s
Hieronder een paar foto’s van diverse vondsten.

Meer foto’s bekijken? Ga naar de website van National Geographic!

Deze gouden oorsieraden werden gedragen door een belangrijke Wari-vrouw.

Deze gouden oorsieraden werden gedragen door een belangrijke Wari-vrouw.

Een stenen kralenketting.

Een stenen kralenketting.

Een 1.200 jaar oude houten lepel.

Een 1.200 jaar oude houten lepel

Bronmateriaal:
First Pictures: Peru’s Rare, Unlooted Royal Tomb” – National Geographic
Foto’s copyright National Geographic

Posted Image
Gold Tools
Photograph by Patrycja Przadka Giersz

Bending to his work inside the burial chamber, archaeologist Milosz Giersz brushes away sediments from a small cane box. Giersz and his colleagues found gold weaving tools tucked inside such boxes. The Wari queens, they now surmise, wove cloth with gold instruments.

Posted Image

Geofferd  kind  ?  

Human Sacrifices?
Photograph by Patrycja Przadka Giersz

Posted Image

°
WARI    ART

wari art II

 

huari art

Four-Cornered Hat
 

Finely woven tunics and four-cornered hats were symbols of prestige in Wari  societies. Worn by high-status men, these garments were decorated with geometric designs and stylized figurative images depicting staff bearing anthropomorphic figures, animals, and plants central in Wari and Tiwanaku religions. Four-cornered hats are characterized by a square top and pointed tips sometimes adorned with tassels projecting from each corner. While Wari hats often show a smooth, pile surface, hats produced by Tiwanaku weavers generally have knotted surfaces. Although four-cornered hats are present in burials, signs of repeated use such as worn edges, ancient mends, and stains of hair oil indicate that they were worn during life. Hats are also represented in figurative art. A category of Wari sculpted vessels show high-status men with elaborate tapestry tunics taking the stance of the staff-bearing deity and wearing four-cornered hats. Two of the most important Tiwanaku stone sculptures, the Ponce and Bennett Monoliths discovered in the ceremonial core of the ancient city of Tiwanaku, represent elaborately dressed elite figures wearing square headdresses that resemble four-cornered hats.

WIST U DAT…  …de Inca’s kinderen uit het hele rijk offerden?

Aurornis xui

Een paleontoloog van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) heeft samen met Chinese, Italiaanse en Britse collega’s de meest primitieve vogel tot nu toe ontdekt.

29 mei 2013

The half-metre tall Aurornis xui, which lived in China 150 million years ago, is believed to be the earliest known member of the bird family tree.

Artist’s impression by Masato Hattori 

http://www.nature.com/news/new-contender-for-first-bird-1.13088

De paleontoloog, Pascal Godefroit, deed de ontdekking al een jaar geleden in de Tiaojishanformatie

De Aurornis xui (dageraadvogel) had vier vleugels maar volgens de wetenschappers kon hij waarschijnlijk niet vliegen maar kon goed lopen  .en leefde  tijdens het Jura

De Aurornis  xui  , wat staat voor ”dageraad van de vogel”, stoot daarmee (nogmaals ) de Archeopterix van de troon als oudste voorloper van de vogel, zo staat woensdag in tijdschrift Nature.

Het fossiel van de Aurornis, met deels bewaarde veren, werd door fossielenverzamelaars gevonden in de Noordoost-Chinese provincie Liaoning. Een internationaal team onder leiding van paleontoloog Pascal Godefroit (KBIN) onderzocht het fossiel en ontdekte dat het zowat 155 tot 165 miljoen jaar oud was.

”Het dier was ongeveer 50 centimeter groot en kon wellicht goed lopen. Zijn kleine tandjes doen vermoeden dat het om een insecteneter gaat.”

nature12168-f1_2

Figure 1: Aurornis xui YFGP-T5198. a, Photograph. b, Line drawing. Abbreviations: cav, caudal vertebrae, cev, cervical vertebrae; dv, dorsal vertebrae; fu, furcula; ga, gastralia; lf, left femur; lh, left humerus; lil, left ilium; lis, left ischium; lp, left pes; lpu, left pubis; lr, left radius; ls, left scapula; lt, left tibia; lu, left ulna; ma, mandible; rcor, right coracoid; rf, right femur; rh, right humerus; ril, right ilium; ris, right ischium; rm, right manus; rp, right pes; rpu, right pubis; rr, right radius, rs, right scapula; rt, right tibia; ru, right ulna; sac, sacrum; sk, skull.

http://www.readcube.com/articles/10.1038/nature12168?utm_campaign=readcube_access&utm_source=nature.com&utm_medium=purchase_option&utm_content=thumb_version&tab=summary

nature12168-f2_2 fig 2

Figure 2: Selected skeletal elements of Aurornis xui YFGP-T5198. a, Photograph of skull and mandible in right lateral view. b, Line drawing of skull and mandible in right lateral view. c, Photograph of pelvis in right lateral view. d, Line drawing of pelvis in right lateral view. e, Photograph of the scapular girdle. f, Photograph of proximal portion of the tail in right lateral view. Abbreviations: af, antorbital fenestra; ca, caudal; ddp, dorsodistal process; don, distal obturator notch; en, external naris; fu, furcula; hae, haemapophyses; hy, hyoid; ldt, left dentary; lf, left femur; lfr, left frontal; lis, left ischium; lj, left jugal; lna, left nasal; lp, left pubis; ls, left scapula; mf, maxillary fenestra; ns, neural spine; op, obturator process; par, parietal; pmf, promaxillary fenestra; pon, proximal obturator notch; ra, right angular; rcor, right coracoid; rdt, right dentary; rect, right ectopterygoid; rf, right femur; rfr, right frontal; ril, right ilium; ris, right ischium; rj, right jugal; rl, right lacrimal; rmx, right maxilla; rna, right nasal; rpm, right premaxilla; rpo, right postorbital; rq, right quadrate; rqj, right quadratojugal; rs, right scapula; rsa, right surangular; rsq, right squamosal; sc, scleral plates.

Uitzonderlijk

Via een uitzonderlijk omvangrijke analyse van de ontwikkelingsgeschiedenis, waarbij beschreven wordt hoe de ene groep organismen uit de andere ontstond , blijkt dat het dier aan de basis staat van de vogelstamboom.

”Het verschil vinden tussen een primitieve dinosauriër of vogel is bijzonder moeilijk”, aldus Godefroit.

De studie bevestigt ook dat de typische vogelvlucht maar één keer ontstond binnen de zogenaamde Paraves, een groep die gevederde dinosauriërs (2) en vogels omvat.”

Jonger

De Archeopteryx, waarvan sinds 1861 een twaalftal exemplaren zijn beschreven, wordt 10 miljoen jaar jonger geschat dan de Aurornis.

Door de ontdekking van de Aurornis blijft hij evenwel tot de tak van de vogels behoren: in 2011 nog plaatste men de archeopteryx  bij de gevederde dinosauriërs.

(wikipedia )

In 2011, Chinese paleontologist Xu Xing claimed Archaeopteryx was not a bird ancestor.[4] A phylogenetic analysis of Aurornis suggests that it belongs in the bird linage, in a more basal position than Archaeopteryx.[4] The analysis, based on “almost 1,500 [morphological] characteristics”, contradicts Xu’s conclusion which was based on fewer characteristics, and returns Archaeopteryx to the bird lineage.[5] Whether A. xui will be accepted as a true bird by other paleontologists is yet to be determined. Recent discoveries “[emphasize] how grey the dividing line is between birds and dinosaurs”, says Paul Barrett of the Natural History Museum in London. “There’s such a gradation in features between them that it’s very difficult to tell them apart … [Aurornis xui] is certainly an older member of the bird lineage than Archaeopteryx, and it’s fair to call it a very primitive bird. But what you call a bird comes down to what you call a bird, and a lot of definitions depend on Archaeopteryx.”[4] Bird evolution specialist Lawrence Witmer called the new analysis compelling.[6] However, American paleontologist Luis Chiappe disagrees, saying A. xui’s forelimb is too short to be a true bird. It “is very birdlike, but it is not yet a bird,” he concludes.[7]

http://phenomena.nationalgeographic.com/2013/05/29/the-changing-science-of-just-about-birds-and-not-quite-birds/

nature12168-f3_2 fig 3

Figure 3: Phylogenetic relationships of Aurornis xui among coelurosaurian theropods. Time-calibrated strict consensus tree of the 216 most-parsimonious trees resulting from our phylogenetic analysis (tree length = 4429; consistency index excluding uninformative characters = 0.27; retention index = 0.58; Supplementary Information). In this hypothesis Aurornis is an avialan more basal than Archaeopteryx, and Troodontidae is the sister-group of Avialae.

”De Archeopterix blijft een primitieve vogel, maar het dier dat we nu beschreven, is nog primitiever”, aldus Godefroit.

Door: ANP
Godefroit et al, Nature 2013, A Jurassic avialan dinosaur from China resolves the early phylogenetic history of birds 
°
NOTEN
(1)
  1. “Primitief” in de context van de palaeontology is niet het tegenovergestelde van “geavanceerd”.
  2.  In de taxonomie/cladistiek staat “primitief” ofwel “basaal” tegenover “gederiveerd”.
  3. ‘Primitief’ betekent niet dom, achterlijk of niet ontwikkeld, maar ‘eerst’. Het gaat om de ( tot nu  bekende ) eerste vogel.
    1. De status als tussenvorm van een fossiel hangt niet af van wat we weten over de afstamming, maar van de morfologie. Als een fossiel morfologisch intermediair is tussen een basale en gederiveerde vorm, dan is het een tussenvorm. 
(2)
  1. Alle vogels zijn nog steeds vliegende ( en gevederde ) dinosauriers. Alleen is de stamboom nu iets aangepast aan de nieuwe vondsten .
  2. The dinosaurs didn’t go extinct after all. They are alive and well today. Natural selection (with the help of a comet) just happened to pick dinosaurs that were smaller, covered in feathers, and in many cases, could fly