ATACAMA walvis massagraf

°

  

 zie onder Geologie

°

°

Mysterie van fossiel massagraf opgehelderd

3D relief map of the Atacampa Plateau.

Generalized, modern vegetation zones in the region of Quebrada del Chaco.

Generalized, modern vegetation zones in the region of Quebrada del Chaco.

Location: The bones were found near Copiapo, around 440 miles north of Chile's capital, Santiago

Location: The bones were found near Copiapo, around 440 miles north of Chile’s capital, Santiago

AP

Findings: A video still shows Minister of National Assets Catalina Parot, using crutches, looking at one of the prehistoric whale fossils in the desert

wo 26/02/2014   Kathleen Heylen
°
Wetenschappers menen te weten waarom tientallen walvissen miljoenen jaren geleden aangespoeld zijn in Chili en er een fossiel massagraf gevormd hebben. Giftige algen  zijn waarschijnlijk   de grote schuldige?

De goed bewaarde, miljoenen jaren oude walvisgeraamtes liggen in de Atacama-woestijn …. Volgens de wetenschappers is het kerkhof ontstaan door vier  verschillende massastrandingen in de loop van   enkele duizenden jaren 

°

Het was een van de meest verbazingwekkende Paleontologische vondsten van de voorbije jaren: een massagraf van walvissen van meer dan 5 miljoen jaar oud in de Atacama-woestijn in Chili.

Al sinds 2010 was bekend dat in dat gebied resten van fossiele walvissen te vinden waren. Tijdens graafwerken voor de Pan-Amerikaanse snelweg vlakbij werden tal van fossiele walvisbeenderen ontdekt. De plek verwierf de bijnaam “Cerro Ballena” (‘walvisheuvel”).

atacama discovery

+8

Discovery: The researchers believe the fossilized remains could have accumulated over a long period of time, between two million and seven million years ago

Read more: http://www.dailymail.co.uk/news/article-2063973/Whales-desert-Prehistoric-bones-unearthed-Chiles-Atacama-desert.html#ixzz2uRgXg2Gm
Follow us: @MailOnline on Twitter | DailyMail on Facebook

AP

Een jaar later kregen Amerikaanse en Chileense wetenschappers de kans om een deel van de site uitgebreid te onderzoeken, toen er gewerkt werd aan de verbreding van de snelweg. Ze kregen slechts twee weken de tijd voor alle veldwerk, voor de site werd dichtgegooid en overgoten met beton, maar slaagden erin in die korte periode een indrukwekkende vondst te noteren.

°

De site bevatte de restanten van tien verschillende soorten gewervelde zeedieren in vier aparte lagen in de bodem. Daarbij een soort waterluiaard, twee soorten snoeken, twee soorten robben en minstens vier soorten walvissen. Pronkstukken van Cerro Balleno waren de nog relatief intacte individuele skeletten van meer dan 40 walvissen.

De wetenschappers maakten onder meer digitale 3D-modellen van de resten die ze aantroffen en namen beenderen weg voor verder onderzoek.

Investigators from the Smithsonian Institution laser-scan one of the desert whales in the Atacama Desert, to create and preserve a digital image of it.

°

  

Een gemeenschappelijke, plotse dood

°

Een van de vele vragen die de site opwierp, was hoe de zeedieren daar beland waren, en in zulke grote aantallen. De wetenschappers ging er al snel van uit dat er  gemeenschappelijke, plotse doodsoorzaken  moesten  zijn.

°

Bijna alle walvisskeletten waren zo goed als intact en lagen bijna allemaal op dezelfde manier gepositioneerd, bijvoorbeeld met hun snuit in dezelfde richting en ondersteboven.(met de buik omhoog dus )

walvisgraf

foto:Adam Metallo.

De moordenaar van de veertig walvissen is verrassend eenvoudig: alg.

Het Andesgebergte zou flink wat ijzer in de oceaan hebben doen belanden. Het zorgde ervoor dat de algen in grote overvloed gingen bloeien en samen een dodelijk gif produceerden. Dieren die in zee leefden, kregen dat gif door inademing(in het geval van de vissen ) of door  ervan te eten (zeezoogdieren ), binnen. Daarop begaven hun organen het en vonden de dieren al snel de dood. Dat meldt het Smithsonian.

Op de rug
De onderzoekers baseren hun conclusies onder meer op het feit dat de walvissen met hun buik naar boven ontdekt zijn.

“Net als de bultruggen en blauwe vinvissen van vandaag de dag hadden deze prehistorische walvissen een grote keelzak,” l

egt onderzoeker Nicholas Pyenson uit. Wanneer de dieren sterven en beginnen te ontbinden, vult die keelzak zich met gassen, waardoor de walvis – wanneer deze in het water sterft – met zijn buik naar boven gaat drijven.

Dat de walvissen in de Atacama-woestijn met de buik naar boven liggen, suggereert dus dat ze in zee zijn gestorven.

“Deze enorme hompen vlees strandden op een wad, maar er waren toen nog geen grote roofdieren op het land die de karkassen uit elkaar konden halen en de botten weg konden dragen.” Naar verloop van tijd verging het vlees van de walvissen en werden de botten bedekt met zand.

Het enorme walvisgraf in Chili.  Foto: Adam Metallo.

Het enorme walvisgraf in Chili. Foto: Adam Metallo.

Algen
Een andere aanwijzing dat algen de boosdoener waren, is het feit dat op de skeletten fossiele algenmatten zijn ontdekt.

Deze matten ontstaan wanneer algen overvloedig bloeien.

“Tegenwoordig promoot opgelost ijzer de bloei van schadelijke algen en de Andes is rijk aan ijzer. Dus stellen we dat de bergen ten oosten van dit gebied de bron van de drijvende kracht achter deze bloeiende algen zijn.”

De onderzoekers ontdekten ook dat de algen meerdere keren genadeloos toesloegen. In het gebied zijn grote hoeveelheden fossiele resten van verschillende dieren in verschillende aardlagen aangetroffen. Het suggereert dat de algen zeker vier verschillende keren op dezelfde plek, in een periode van 10.000 tot 16.000 jaar toesloegen.

°

Grote hoeveelheden van dergelijke algen eten kan een snelle dood veroorzaken. De opbouw van de toenmalige kustlijn in Cerro Ballena leidde ertoe dat de dode en stervende dieren slechts op een kleine oppervlakte in een riviermonding aanspoelden.

Vermoedelijk door stormgolven zijn de karkassen op hogergelegen zandgronden beland, waar ze in de loop van miljoenen jaren begraven raakten. Dat plaatste ze buiten bereik van aaseters die in zee leven. Omdat ze in woestijnachtig gebied aanspoelden, waren er ook slechts weinig landdieren die de lichamen konden aanvreten.

°

Wetenschappers hebben nog geen “smoking gun”

°De wetenschappers benadrukken dat het slechts gaat om een werkhypothese (1) . Ze kunnen niet met 100 procent zekerheid zeggen dat de giftige algen er de oorzaak van zijn dat de dierven stierven. Het team vond meerdere korrels en laagjes ijzeroxide in de bodem die zouden kunnen wijzen op de aanwezigheid van algen.

Specifieke cellen van algen werden echter NIET  aangetroffen, dat zou pas een “smoking gun” zijn, luidt het.

°

Volgens de onderzoekers omvat de site van Cerro Ballena nog honderden fossiele restanten die nog moeten worden blootgelegd en onderzocht. Er lopen ook nog verschillende onderzoeksprojecten naar de resten die al zijn ontgonnen.

°

Het Smithsonian National Museum of Natural History in Washington DC heeft heel wat onderzoeksgegevens online geplaatst op de website cerroballena.si.edu.

AP
Preparation: A paleontologist encases a whale fossil to be taken to Chile’s Paleontological Museum of Caldera. Most of the fossils are baleen whales measuring 25ft long
AP
AP
‘Extraordinary': Prehistoric bones belonging to 75 whales have been found in the Atacama desert near Copiapo, Chile. 
°
Bronmateriaal =
Zie ook –>
  • Walvissen
  • een ander walviskerkhof  in de Andes  bevind zich in  de Pisco formtie van Peru                                                                         http://origins.swau.edu/who/chadwick/Pisco.pdf                                          Afbeeldingen van pisco formation whales                                                                         http://en.wikipedia.org/wiki/Piscobalaena
°
OPMERKINGEN  —> 
°
(1)  maw –>  Er is nog niet voldoende   bewijs -materiaal in de fossielen om van een hoogstwaarschijnlijke  hypothese te kunnen spreken ... en al zeker niet van een “theorie ” ( = zoals gebruikelijk  wordt in de  media  een “theorie” gelijkgesteld  aan een   “verantwoorde ” gissing (=educated guess (*) // Een theorie  stoelt echter  op  heel wat meer =   nml  :  een theorie is   een bundeling  ( een synthese )van hypothesen  die voldoende onderbouwd zijn   en dat ook bij machte is deze hypothesen met een model  te verklaren   zodat er voorspellingen  kunnen worden gemaakt en de bekomen  verwachtingen toetsbaar zijn  ;waardoor  de theorie ook kan worden gefalsifeerd volgens de wetenschappelijk noodzakelijke  criteria , in het bijzonder  binnen  het methodisch naturalisme  ) 
°
–> (*) Dat is natuurllijk koren op de molen van IdC-ers  die altijd al beweren dat  “wetenschap ( in het bijzonder evolutie ) is slechts een theorie (= gissing net als alle andere )”
°
Nota  ;
°
—>  Uiteraard is het massagraf in de  chileense woestijn al meermaals  aangehaald  als “bewijs “van een  vloed ( catastrofisme , —> en  zelfs de ” Bijbelse zondvloed” volgens de creationisten , in het bijzonder de Yec’s ) 
°
Enkele  kinderachtige droge  komieken en clowns als  welkom vermaak  en afwisseling ? 
(en ook een deel van de atacama woestijn )
Debunked :
marine fossils in mountains  proof of flood ? 
°
Refuting these crea claims ;
°
Nederlandstalige   trollen van allerlei pluimage op hun plaats gezet ? —>

VERKLARENDE WOORDENLIJST PALEONTOLOGIE A

 zie onder Geologie /PALEONTOLOGIE 

zie ook    

°

EXTERNE  LINKS  & bronnen  

In het Nederlands–> Nederlands 

http://www.fossiel.net/information/article.php WOORDENLIJST 

°

In English Please–> English 

http://palaeos.com/paleontology/glossary.html

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

 

Paleontological glossary Choose the first letter of the the term you’re interested in:A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |

 

_________________________________________________________________________________________________

Verklarende woordenlijst Paleontologie

DINOSAURICON A             

°

A

°

In het Nederlands

*Aanhechtingssporen (holdfast trace-fossil  ) 

Aanhechtingssporen van organismen zijn b.v. bekend van oesters, die zich vasthechten aan gesteenten en vancrinoïden in Silurische kalkstenen.
Verder van zeepokken en ook oesters, gehecht aan andere organismen.
Veel organismen hechten zich aan schelpen of skeletten van andere organismen, die dood of levend kunnen zijn.
Epibiont = levend op een ander levend wezen.
Epizoair = een organisme, levend op een dier.
Epifyt = een plant, levend op een plant.
Epilithe = een organisme, levend op een gesteente.

In English PleaseCrinoid Holdfast in Waldron Shale    

 

Unidentified crinoid holdfast embedded in Waldron Shale of Clark County, Indiana.  Fossil dates to Middle Silurian Period.

Crinoid holdfasts and bryozoans on a cobble from the Ordovician of northern Kentucky.
In English PleaseEdiacaran  holdfasts

In English PleaseAspidella is the holdfast of a sea pen-like organism, which had a large bulbous holdfast buried in the sediment, with a stalk and frond rising up into the water column. So the organism has some elements (the holdfast) below the bacterial mat, and some (the frond) above the mat.In this configuration, the frond will be subject to water currents. What is though to have happened is that strong currents carrying the sand that will eventually overlay the organisms has hit the frond and basically dragged the whole organism including the holdfast, in the direction of the palaeocurrent. As the holdfast is under the mats, this dragging has uprooted the holdfast and dragged it through the microbially bound mat layer. The parallel lines represent torn-up bits of mat which were attached to the top of the holdfast. Lumpy margins of the ‘mops’ are probably caused by small lumps of sediment trapped next to the holdfast.

Formation of “mops”. A: Normal conditions. B: Current drag. C: Current induced structures.
D: Sand deposition. E: Preservation. (Tarhan et al. 2010)

This explanation can explain a number of structures seen in Ediacaran rocks.

____________________________________________________________________________________________________
ABAXIAAL
abaxiaal  / bijv.naamw. [plantkunde]
…..aan de zijde die van de as is afgekeerd
…..Van de as afgekeerd ….van de hoofdas weggekeerd (cf. adaxiaal)
¨¨¨Aan de kant die van de hoofdas afgekeerd is. Alternatieven: abaxiale
*Spelling’abaxiaal‘ komt NIET voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en de spellingwoordenlijst van OpenTaal. Dit wil niet zeggen dat het fout gespeld is. …

In English PleaseAbaxial … A term used to describe the lower surface of an organ/organism; more specifically for plants it describes the side away from the axis of the plant (especially denoting the lower surface of a leaf).

__________________________________________________________________________________________________

ABYSSAAL  …..heeft betrekking op alles wat voorkomt in de diepzee, dieper dan 1000 meter. De  Diepzee betreffende / Meer dan 1000 meter diepgaand in zee  /  Uit de diepe aardkorst / Uit de diepste zee / Zeer diepgaand

ABYSSALE ZONE   —>  De Abyssale zone of abyssopelagische zone is dat deel van de oceaan dat tussen 4000 en 6000 meter diep is. De abyssale zone ligt hiermee dieper dan bathyale dieptes, maar minder diep dan diepzeetroggen. Het woord “abyssaal” is afgeleid van ἄβυσσος, Grieks voor “bodemloos”. = Op deze diepte dringt geen licht van het oppervlak door  … http://nl.wikipedia.org/wiki/Abyssale_zone

°In English PleaseAbyssal Zone ….The abyssal zone is a very deep part of the ocean (6000–8000 m water depth).

__________________________________________________________________________________________________

In English PleaseACANTHODIANS

A primitive group of Silurian to Permian jawed bony fishes, bearing bony spines in front of all but their caudal fins.

http://www.bloggen.be/evodisku/archief.php?ID=2447359

In het Nederlands*Acanthodii

De Acanthodii zijn de oudst bekende vertebraten, die zowel kaken met tanden als vinnen bezaten. Er wordt verondersteld, dat deze kaken zijn ontstaan uit de eerste kieuwbogen van hun voorouders, die bestonden uit scharnierende stukjes kraakbeen. Wikipedia ….Voor de  vinnen ( behalve de staartvinnen )  staan gewoonlijk  beenderige stekelachtige structuren

Climatius https://i2.wp.com/s45.radikal.ru/i108/0810/79/9cf483d2260f.jpg 

°
In English Please
Abbreviated Dendrogram
Gnathostomata
|--Placodermi
`--o Eugnathostomata (=Acanthodii)
   |--Ptomacanthus
   |--+--Climatiiformes
   |  `--Chondrichthyes
   `--Teleostomi
      |--+--Ischnacanthiformes
      |  `--Acanthodiformes
      `--Osteichthyes
         |--Actinopterygii
         |  |--Cladistia
         |  `--Actinopteri
         |     |--Chondrostei
         |     `--Neopterygii
         `--Sarcopterygii

Acanthodii: Acanthodus. 

reconstructions of three acanthodians

Range: Ordovician to Early PermianPhylogeny: TeleostomiOsteichthyes + *: Climatiiformes + (Ischnacanthiformes + Acanthodiformes).http://palaeos.com/vertebrates/acanthodii/acanthodii.html

Climatius (top left; Lower Devonian), Diplacanthus (top right; Middle Devonian) and Acanthodes (center; Lower Permian) ©
acanthodii logo
  _________________________________________________________________________________________________
In het Nederlands
Acervularia. Siluur.  Gotland.  —> zie ook   anthozoa 
In English PleaseAcervularia ananas, a colonial rugose coral from the Silurian of Wenlock
__________________________________________________________________________________________________

In het NederlandsActinopterygii 

Afbeeldingen van actinopterygii

http://nl.wikipedia.org/wiki/Straalvinnigen

http://www.fossiel.net/id_system/fossil_id_search.php?cat=54

De Actinopterygii of straalvinnige vissen vormen een klasse binnen de beenvissen (Osteichthyes). Beenvissen bezitten, in tegenstelling tot kraakbeenvissen, een skelet dat volledig verbeend is. Binnen de beenvissen worden naast de straalvinnige vissen ook de kwastvinnige vissen (Sarcopterygii) ondergebracht.

Diplomystus, een zeer goed bewaarde straalvinnige vis uit het Eoceen van Wyoming, VS

     

Foto’s of locaties voor Actinopterygii bekijken

___________________________________________________________________________________________________
 
ACNIDARIA —>  RIBKWALLEN   —>    CTENOPHORA 
In het Nederlands
–> De ribkwallen vormen een stam van het dierenrijk. Tot deze stam rekent men zeedieren die gelijkenis hebben met neteldieren, maar geen netelcellen bezitten. De naam “ribkwal” slaat op de gekamde ribben op het lichaamWikipedia
In English Please

In English PleaseORDOVICIAN  CTENOPHORE 

Phylum Ctenophora  /Geological Time: Lower Ordovician/Size (25.4 mm = 1 inch): Fossil is 20 mm diameter on a 120 mm by 30 mm matrix / Fossil Site: Fezouata Formation, Zagora, Morocco



In English PleaseComb jellies derive their name from the groups of cilia that allow them to move through the water column. They are known as far back in time as the Cambrian of
Chengjiang, the Burgess Shale of Canada, and the Wheeler Shale of Utah. Due to the fact that they are wholly soft-bodied, they are rarely seen as fossils, even from those well-known largerstatte, making this example most unusual as it comes from the younger Ordovician deposits of Morocco. Note the smaller second example in the background
.

  

Bathocyroe fosteri a common but fragile deep-sea lobate, oriented mouth down  Light diffracting along the comb rows of a Mertensia ovum. The right lower portion of the body is regenerating from previous damage.

http://www.fossilmall.com/EDCOPE_Enterprises/invertebrates/invert92/Invfossil92.htm

In English PleaseANCESTORS ?  

“CREATIONISTS, please note,” says Simon Conway Morris of the University of Cambridge. Beautifully preserved fossils of soft-bodied animals found in China show that the origin of phyla, the broadest category in the classification of animal life, is less mysterious than was thought.

Gaps in the fossil record mean that animal groups sometimes seem to pop up without having obvious ancestors. One example is the comb jellies or ctenophores, soft-bodied animals that live throughout the world’s oceans.

Now, with the discovery of eight fossils, (reported  2006) palaeontologists think its ancestors came from the Ediacaran biota, the planet’s first large complex creatures.

The animal has been named Stromatoveris , for “mattress spring” – it lived attached to the seabed by a stalk. The fossils were found in deposits in Chengjiang in Yunnan province, and are about 515 million years old. This means the animal lived in the midst of the Cambrian explosion …

http://scienceblogs.com/pharyngula/2006/05/08/stromatoveris/

_________________________________________________________________________________________________
ACROSALENIA  (orde Salenoida), Jura. Heeft een afgeplatte schaal met grote knobbels. ZEE- EGEL

In English PleaseAcrosalenia L. Agassiz, 1840, p. 38

[= Plesiosalenia Valette, 1906, p. 275 (subjective); = Perisalenia Valette, 1906, p. 276 (subjective).

See also Acrosalenia (Milnia) Haime, 1849]

Diagnostic Features
  • Apical disc not raised above the corona; smooth; hemicyclic (the posterior two oculars reaching the periproct).
  • Periproct displaced towards posterior along anterior-posterior axis. One or more suranal plates incorporated into the disc.
  • Ambulacral plating trigeminate adorally and usually throughout; granulation developed between the two columns of primary tubercles.
  • Single primary tubercle to each interambulacral plate; all tubercles perforate and crenulate. In type species primary tubercles decrease in size adapically.
  • Primary spines relatively stout and fusiform, with cortex.
Distribution

Lower Jurassic (Hettangian-Sinemurian) to Lower Cretaceous (Valanginian); Europe, Former Soviet Republic, North Africa; Middle East.

Name gender feminine
Type

 Acrosalenia spinosa L. Agassiz, 1840, by original designation.

Species Included
Classification and/or Status

CalycinaSalenioida (stem group).

Presumed paraphyletic.

Remarks

This genus, as redefined here, is presumed to represent the earliest stem group members of the SalenioidaMilnia is separated here as a monophyletic subclade distinguished by having a very slender, strongly U-shaped posterior genital plate (genital plate 5). Metacrosalenia differs in having simple ambulacral plating from the ambitus adapically. Eodiadema has a similar tuberculation, and a hemicyclic apical disc, but the disc has a smoothly rounded periproctal opening and there is no evidence for there having been suranal plates.

A. chartroni has a hemicyclic apical disc and integrated suranal plates that give the inner edge of the apical disc an angular appearance.

A. lycetti Wright, 1851 differs from true Acrosalenia in having a monocyclic rather than hemicyclic apical disc. It deserves separation at generic level.

Agassiz, L. 1840. Description des Échinodermes fossiles de la Suisse. Partie 2, Cidarides.Mémoires de la Société helvétique des Sciences naturelles, 4, 107 pp., 11 pls

Vadet, A. 1985. Oursins fossiles du Boulonnais. Memoires de la Societe academique du Boulonnais 1, 60 pp.

Acrosalenia (Milnia) Haime, 1849, p. 217

[=Thylosalenia Pomel, 1883, type species Hemicidaris patella Agassiz, 1840, by original designation]

Diagnostic Features
  • Periproct displaced towards posterior along anterior-posterior axis.
  • Apical disc not raised above the corona; smooth.
  • One large suranal plate plus smaller ones.
  • Posterior genital plate strongly U-shaped; bounded by posterior ocular plates, genital plate 5 and suranal plates.
  • Ambulacral plating trigeminate throughout; granulation developed between the two columns of primary tubercles.
  • All tubercles perforate and crenulate.
Distribution

MiddleJurassic (Callovian) to Lower Cretaceous (Valanginian); Europe.

Name gender feminine
Type

 Milnia decorata Haime, 1849 [=Acrosalenia angularis Agassiz, in Agassiz & Desor,1847], by original designation.

Species Included
  • M. angularis (Agassiz, in Agassiz & Desor, 1847); Oxfordian-Kimmeridgian, Europe.
  • M. guittoni Vadet, Nicolleau & Pineau, 1996; Callovian, France.
  • M. patella (Agassiz, 1846); Valanginian, Europe.
Classification and/or Status

CalycinaSalenioida (stem group)

Presumed monophyletic.

Remarks

Differs from Acrosalenia in having a slightly stronger posterior elongation of the apical disc opening and a more slender and much more strongly U-shaped posterior genital plate. Haime established this genus on the specimen illustrated here. As Wright (1856) documented, this was very quickly treatred as a synonym of Acrosalenia.

Haime, J. 1849. Observations sur le Milnia decorata. Annales des Sciences naturelles, (3) 12, 217-240.

Wright, T. 1857-1878.  Monograph of the British fossil Echinodermata of the Oolitic Formations: Volume 1. The Echinoidea.  Palaeontographical Society Monographs, London. i-xviii + 1-371, pls 1-80. 1-154, pls 1-10 (1857); 155-302, pls 11-22 (1858); 303-390, pls 23-36 (1859); 391-468, pls 37-43 (1861); 469-481 (1878).

_

Afbeeldingen van acrosalenia  <–

________________________________________________________________________________________________

In English PleaseACROTRETIDA    Cambrium tot recent.    Brachiopoda    ( Nota :   Isocrania bekend uit het Krijt van Zuid-Limburg.)

http://en.wikipedia.org/wiki/Acrotretida

Afbeeldingen van acrotretida

.

Acrotretida: Oval or round shaped.

Below: Example of Order Acrotretida

For more information:

http://www.ucmp.berkeley.edu/brachiopoda/lingulata.html

http://palaeo.gly.bris.ac.uk/Palaeofiles/Fossilgroups/Inarticulate/index.html

http://www.palaeos.com/Invertebrates/Lophotrochozoa/Brachiopoda/Linguliformea/Lingulida.html

_________________________________________________________________________________________

°

In het NederlandsAREAAL  ; verspreidingsgebied  (  som van verschillende   leefgebieden en niches     van een (meestal opportunistische )  soort  )

°

In English Please°Aerial  Living above the surface of the ground or water (as in aerial roots).

*  Structuren ( van planten ) die leven  boven het wateroppervlak(waterplanten –>  bloemen )   of bovengronds (luchtwortels)

LUCHTWORTELS 

Waringinboom met veel luchtwortels.Volgens de gids een Tarzanboom.

Indonesische Waringinboom met veel luchtwortels.
Volgens de gids een Tarzanboom.

obligate epiphyte  orchideen met luchtwortels

______________________________________________________________________________________________

AEROBES  Organisms that require free oxygen (O2). See Aerobic.

In het NederlandsAEROOB (microbiologie )    –>   Rotting heeft plaats, als het milieu aëroobis = als er voldoende zuurstof aanwezig is. Als dit niet het geval is, dan kan er door anaërobe bacteriën (= geen zuurstof nodig hebbende bacteriën, )stinkend H2S=zwavelwaterstof worden gevormd.

 °Aerobic  …..Requiring free oxygen (O2).

http://en.wikipedia.org/wiki/Aerobic_organism

(Microbiology )

aerobes-anaerobes

_________________________________________________________________________________________

°

In het Nederlandsaff.

De uitdrukking aff. wordt gebruikt in de wetenschappelijke naamgeving om te duiden op het mogelijk taxonomisch verband tussen een nieuwe soort en een gekende soort. Het kan met andere woorden gelezen worden als ‘gelijkend op’.

Bijvoorbeeld een trilobiet beschreven door Morzadec als ‘Heliopyge aff. helios’ geeft aan dat het om een soort gaat die sterk gelijkt op H. helios, maar desalniettemin eventueel ook nog een andere soort zou kunnen zijn

________________________________________________________________________________________

In het Nederlands*Afzettingen /sediments

– Fossielhoudende ( Afzettings)gesteenten zijn verreweg de belangrijkste Matrix-materialen voor een paleontoloog…

Sedimentaire fossielhoudende gesteenten kunnen de basis vormen van sommige morfogenetische gesteenten ( =bijvoorbeeld blauwe hardsteen ) deze kunnen ook ( meestal kleinere ) fossielen bevatten

    Oudste Sedimentair archief = oudste leven <–klik

°

In het Nederlands*Afzettings gesteenten /Sedimentary rock

http://skywalker.cochise.edu/wellerr/rocks/sdrocksL.htm

Weathering decomposes bedrock

Flowing water,wind,gravity,and glaciers then erode the rock,transport it downslope,and finally deposit
it on thesea coast or in lakes and river valleys.Finally,the loose sedi-ment is cemented to form hard sedimentary rock.
Sedimentary rocks make up only about 5 percent of the Earth’s crust.However,because they form on theEarth’s
surface,they are widely spread in a thin veneer over underlying igneous and metamorphic rocks.
As a result,sed-imentary rocks cover about 75 percent of continents.Many sedimentary rocks have high economic
value.Oiland gas form in certain sedimentary rocks.Coal,a major energy resource,is a sedimentary rock.Limestone
is an important building material,both as stone and as the primary ingredient in cement.Gypsum is the raw material
for plas-ter. Ores of copper,lead,zinc,iron,gold,and silver concen- trate in certain types of sedimentary rocks

____________________________________________________________________________________________________

°

Age of Mammals:

term found in popular books on evolutionary systematics for the Cenozoic era, beginning with the Paleocene Epoch when following the K-T (end Cretaceousmass extinctionmammals underwent a huge evolutionary radiation and thus replaced reptiles as the dominant life on Earth. Paleontologist Björn Kurtén wrote a popular intelligent layperson book with the same title. The Age of Mammals is also the name of a mural by Rudolph Zallinger for the Yale Peabody Museum (link), which follows his earlier and better known The Age of Reptiles. The Age of Mammals has in turn been replaced by the Anthropocene or Age of Man, (Holocene) when humans dominate every conceivable environment and most other life forms (apart from weedy species) are suffering a mass extinction (Yes I know humans are also mammals, so technically speaking this is still the age of mammals, but I tend to think of age of mammals as a period of flourishing biodiversity). (MAK)

Tijdperk der zoogdieren  —>  quartair  

°

Age of Reptiles: term found in popular books on evolutionary systematics for the Permian through to Cretaceous periods (but obviously originating with Victorian discoveries of “antediluvian monsters”), when reptiles(first mammal-like reptiles, then archosaurs and marine reptiles) were the dominant life on Earth. Paleontologist Edwin Colbert wrote a popular intelligent layperson book with the same title. The Age of Reptiles was followed by the Age of Mammals(MAK).

murals  ager of reptiles


The Age of Reptiles is also the title of a 110-foot (30 meter) mural painted by Rudolph Zallinger depicting the time from the Devonian to the Cretaceous and featuring dinosaurs and other prehistoric animals (His The Age of Mammals mural is similar and covers the Cenozoic). The fresco sits in the Yale Peabody Museum in New Haven, Connecticut, and was completed in 1947 after three years of work. The Age of Reptiles was at one time the largest painting in the world, and depicts a span of nearly 350 million years in Earth’s history. Painted in the Renaissance fresco secco technique, The Age of Reptiles was an important cultural influence during the 1950s-60s, images of which are often found in earlier books on paleontology, and was also the model for dinosaur toys. Despite its somewhat outdated view of dinosaurs (presenting them as slow, sluggish creatures), The Age of Reptiles is still notable for its historical and artistic merit and as the largest natural history painting in the world. It has been an inspiration to many visitors including both Robert Bakker and Peter Dodson, who credit it with influencing them to become paleontologists. Dodson was nearly moved to tears upon first seeing it as a college senior. (Wikipedia).

Editors note: In my own case, a photo of this mural in a book (I no longer remember which one) when I was still a young child (maybe 10 or so) exerted a huge influence on me, like a revelation, and for the first time gave me a visual appreciation of deep time in terms of succession and transformation of various forms of plant and animal life. To this day, this mural, along with a spindle diagram of vertebrate evolution in G.G. Well’sScience of Life, have been the two central influences that determined the way I think about deep time and the evolution of life on Earth. I think of Palaeos com as in many ways simply an extension, update (in keeping with more recent discoveries) and commentary on this magnificent work.

(MAK)

Link – Age of Reptiles at the Yale Peabody Museum

Tijdperk der reptielen  –> Mesozoicum

°

Age of the fishes 

Tijdperk der vissen  —>  devoon  

°

Aglaspids

A group of arthropods which are of uncertain affinities, but look superficially like horseshoe crabs.

Beckwithia typa
Weeks Formation
Millard County, Utah

Beckwithia

Aglaspids

Aglaspida

Aglaspid - Beckwithia

Aglaspid – Beckwithia   Late Cambrian, Utah, USA

Cambrian aglaspid arthropod. Despite a superficial resemblance, aglaspids are NOT trilobites. This 0.5″ creature is actually related to eurypterids and horseshoe crabs. They are primarily found in the Late Cambrian, but are very rare anywhere they are found.

the Aglaspids remain enigmatic arthropods. Once placed with chelicerates, most workers now consider them incertae sedis, as the early arthropod phylogeny remains a highly confounded arena. The enigmatic group of early arthropods are possibly closely related to trilobites, and possibly link the trilobites with the Chelicerata. Hoxie (2005) has proposed aglaspids as among the key candidates for Protichnites trackmakers. Aglaspid fossils are found in many Cambrian and Ordovician fossil sites throughout the world. These arthropds had eight to twelve pairs of appendages, and a wide range of sizes from an inch long to nearly a foot. It is almost certain that the aglaspids did not live on land, but perhaps came ashore to mate and lay eggs, as horseshoe crabs do today. Or they may have been escaping 
predators that by the late Cambrian consisted of some scary creatures such as anomolacaris. Or, perhaps microbial mats along the shoreline provided an abundant and easy food source. Regardless, it was a paramount event for life on earth when thethe first attempts at land colonization were made. Morphologically, aglaspids appear similar to the modern-day pill bug (or rolly polly), except, like some trilobites, often had a prominent cephalon and tail appendage or telson. Their legs, designed for strolling the seafloor, probably would not have enabled 
much speed during land locomotion.

http://en.wikipedia.org/wiki/Aglaspidida

http://www.fossilmuseum.net/fossils/aglaspida.htm

The Aglaspida (Aglaspids) are an unranked (incertae sedis) clade of early arthropods that due to their resemblance to horseshoe crabs were once believed to ancestral horseshoe crabs, and were included with the chelicerata. Most recently, aglaspids are held to be distinct group, possibly closely related trilobites, and possibly linking the trilobites with the Chelicerata. Although aglaspid fossils are distributed worldwide, they are relatively uncommon in the fossil record. They are, in fact, one of the largest non-trilobite arthropod groups in the fossil record.

Aglaspids had 8 to 12 pairs of appendages and a prominent telson. These morphological characteristics have caused considerable support for Aglaspids being the maker of Protichnites ichnofossils. Protichnites of the Upper Cambrian Mount Simon Sandstone in Wisconsin have been suggested as the first footprints on land in the fossil record, possibly marking the transition to terrestrial life that took tens of millions years more to complete.

Unknown Aglaspid Arthropod
Weeks Formation
Millard County, Utah

Hesselbo S.P. (1989) The Aglaspidid Arthropod Beckwithia from the Cambrian of Utah and Wisconsin, Journal of Paleontology, 63(5) 636-642
Hesselbo S.P. (1992) Aglaspidida (Arthropoda) from the Upper Cambrian of Wisconsin. Journal of Paleontology, 66:885-923.

http://www.indiana9fossils.com/Arthropods/Aglaspids.htm

Leptoglaspis schmidti: Ordovician : Fezouata Formation / Mecisri – Zabora Area, Morocco N. Africa

A new aglaspidid arthropod, Chlupacaris dubia gen. et sp. nov., is described from the Pusgillian (lower Ashgill, Upper Ordovician) Upper Tiouririne Formation near Erfoud, southeastern Morocco. Although disarticulated, careful documenting of the tergites allows a reconstruction of the exoskeleton to be made. Although somewhat trilobite-like in appearance, the lack of facial sutures, a well-defined axis with articulating half-rings and a pygidium clearly prove Chlupacaris gen. nov. is not a trilobite. An interesting feature is the presence of a hypostome in this non-trilobite arthropod. In contrast to other aglaspidids usually considered to be carnivorous, a filter-feeding mode of life is proposed for Chlupacaris gen. nov., based on the strongly vaulted cephalon, subvertical orientation of the hypostome and less strongly vaulted trunk. Chlupacaris gen. nov. is probably most closely related to the atypical aglaspidid Tremaglaspis unite from the Tremadoc (Lower Ordovician) of the U.K., but it can also be tentatively linked to the problematic Lower Cambrian arthropods Kodymirus vagans and Kockurus grandis from the Czech Republic. The relevance and validity of previous definitions and of possibly significant characters used for identifying aglaspidids are evaluated, and as a result, a new combination of characters diagnosing Aglaspidida is proposed. Contrary to previous reports, it is suggested that aglaspidids are probably more closely related to trilobites than they are to chelicerates. This notion may be supported by the shared possession of a mineralised cuticle, a possibly similar number of cephalic appendages, and the presence of a hypostome in some forms, although this last character may alternatively be homoplastic.

Chlupacaris dubia: Ordovicianl: Tiouririne Formation: Oued Draa  Valley, Morocco N. Africa

http://www.paleodirect.com/pgset3/crus026.htm

Leptaglaspis sp.

____________________________________________________________________________________________________
In het NederlandsKaaklozen  
Tot de klasse Agnatha behoren ca. 45 soorten, waarvan de meeste uitgestorven. Een voorbeeld is de recente Lamprei. De uitgestorven pantservissen kwamen voor in Siluur en Devoon.
De kaakloze vissen vormen een parafyletische groep binnen de Chordata. Ze worden vaak onderscheiden van de andere, ‘echte’ vissen, die dan behoren tot de Gnathostomata. Wikipedia

…….De agnatha of kaakloze vissen vormen een superklasse binnen het phylum Chordata. Recente vertegenwoordigers zijn onder meer de Prikken  (vb. de Beekprik Lampetra planeri). De vroegste fossiele vertegenwoordigers zijn gekend van het Cambrium, waarmee dit één van de eerste groepen binnen de Chordata is in het fossielenbestand.

Binnen de Benelux kunnen kaakloze vissen onder meer aangetroffen worden in het Devoon van zuid-België, waar het erg zeldzame verschijningen zijn. Zo is onder meer Pteraspis rostrata  beschreven uit het Devoon van de omgeving van Bergen (Mons).File:Pteraspis rostrata.jpg

Agnatha: name given to what was previously considered a class of jawless fish, including both Paleozoic ostracoderms and extant lampreys and hagfish. With the cladistic revolution, the term has been replaced by more phylogenetically accurate terms such as “basal vertebrate” (MAK)
°

Afbeeldingen van fossil agnatha

The Agnatha are the jawless fish, and the extant varieties are the last survivors of the world’s first vertebrate animals. Jawless fishes diverged from other fish during the Cambrian some 500 million years ago, and lack scales, paired fins, and jaws. They instead have a circular toothed outgrowth used to latch on to the side of another fish in order to feed on its blood. Agnatha were prominent among primitive fishes of the early Paleozoic. Haikouichthys and Myllokunmingia are notable agnathans from the Chengjiang biota of China.

Another putative agnathid from Chengjiang is Haikouella. The Agnatha larvae are filter feeders, a characteristic that betrays their evolutionary kinship with invertebrate chordates. Many Ordovician, Silurian, and Devonian agnathans were heavily armored with bony, spiked plates. The Ostracoderms were the first armored agnathans, ancesctors of the bony fishes and thus to tetrapods, including humans, beings) that are are known from the middle Ordovician. Agnathans never recovered from a decline during the Devonian.

Haikouella fossil from Chengjiang biota The Agnatha are the jawless fish, and the extant varieties are the last survivors of the world’s first vertebrate

 

__________________________________________________________________________________________________
ALGAE
In het Nederlands

Algen of wieren zijn een verzamelnaam van een diverse groep relatief eenvoudige organismen die plantaardig zijn en dus aan fotosynthese doen. Zowel eencellige algen in het water als meercellige zeewieren behoren tot deze groep. Deze groep heeft geen wortels, bladeren en bloemen die de later ontstane hogere planten wel hebben. Fossiele algen zijn al bekend vanaf hetPrecambrium tijdperk.

Onder andere de stam Chlorophyta (Groenwieren) behoort tot de algen.

—> Photosynthetic, almost exclusively aquatic, nonvascular plants that range in size from simple unicellular forms to giant kelps several feet long. They have extremely varied life cycles and first appeared in the Precambrian.

What are Green Algae?   Green algae belong to the group Chlorophyta, named for the green pigment (chlorophyll) these protists use to photosynthesize. This is the same green pigment used by plants. Both unicellular and multicellular forms can be found in marine and freshwater environments.

The fossil record of green algae may extend back into the Precambrian, with fossils of freshwater chlorophytes from Australia. Dasycladacean green algae first appear in the Cambrian, while other types of green algae make their first appearances in the fossil record throughout the Phanerozoic.

First known fossil occurrence: Precambrian.

Last known fossil occurrence: Quaternary. This group has living relatives.

Cool Green Algae links:

Search for images of Green Algae on Google

Receptaculites
Receptaculites
From the Ordovician in Nevada

© 2003 P.J. Noble, University of Nevada, Reno (noblepj@unr.edu)

stromatolite
stromatolite
From the Precambrian in British Columbia

© 0 Ron Stanwood (kambaba@lottocheatah.com)

___________________________________________________________________________________________________

____________________________________________________________________________________________________

In het Nederlands*AMMONIETEN         Leefden in het Paleozoïcum en vooral in het Mesozoïcum. Ze zijn kenmerkend voor de periode van Devoon t/m Krijt. Ze hadden een wereldwijde verspreiding en ze zijn van groot belang voor datering binnen het Mesozoicum. Ze lijken op platte Gastropoden.

Typisch is de sifo = een buis, die langs de buikzijde van de winding door alle kamers, waaruit een ammoniet is opgebouwd, heenloopt.

Fig.56. Anarcestes (Anarcetes) lateseptatus plebeius (BARRANDE), Devoon, Böhmen. (naar Zittel, 1915)
Ammonieten kunnen worden ingedeeld naar hun voorkomen in geologische perioden of zelfs in tijdvakken

Voorbeelden:

Goniatites. Devoon – Perm. Bij ons in het Onder-Carboon, in zwerfstenen of los als zwerfsteen.
Reticuloceras. In schalie uit het Boven-Carboon o.a. bij Epen.
Gastrioceras. Boven-Carboon.
Ceratites. Trias.
Dactylioceras. Midden- en Onder-Jura. o.a. bekend uit Holzmaden in Duitsland.
Phylloceras. Onder-Jura – Boven-Krijt.
Asteroceras Jura.
Hamites. Krijt.
Rhyncolites, een bovenkaakdeel, misschien behorend tot Nautilus. Boven-Maastrichtiën.

ammonieten en aanverwanten.docx (3.3 MB)

Een ammoniet is een fossiele schelp uit het Paleozoïcum en Mesozoïcum. De diergroep is aan het eind van het Krijt uitgestorven. Slechts het spiraalgewijs gewonden uitwendige skelet is fossiel bewaard gebleven. Deze fossielgroep is van groot belang voor datering van Mesozoïsche laagpakketten.

Ammonitida

Een ammoniet is een gekamerde schelp van een uitgestorven inktvisachtige. De orde van Ammonitida behoort tot de klasse Inktvisachtigen (Cephalopoda) en het phylum Weekdieren (Mollusca). De naam is afkomstig van de Egyptische god Ammon. Sommige ammonieten lijken immers op de opgekrulde ramshorens waarmee Ammon werd voorgesteld.

De schelp was meestal van aragoniet, wat slecht fossiliseert en soms alleen de steenkern overlaat. Waar de schaal wel bewaard is, kunnen in sommige gevallen lagen parelmoer voor een spectaculair kleurenpalet zorgen. Wel worden kleinere ammonieten vaak gevonden in gepyritiseerde vorm. Ammonieten waren zwemmende dieren die hetzij traag zwemmen door bewegingen met hun tentakels, maar snel konden wegschieten door met kracht water uit een kanaal te persen, zoals huidige inktvissen dit doen. Verticale bewegingen door de waterkolom werden gedaan door stikstofgas in oude kamers te pompen. De kamers zijn onderling door een buis (sipho) verbonden zodat het gas vanuit de lichaamsvloeistof van het dier getransporteerd kon worden. Bij ammonieten loopt deze sipho of siphonaal kanaal langs de ventrale zijde (buitenzijde). De laatste, meest recente kamer omvat vaak meer dan de helft van een volledige winding, huisvest het lijf van het dier en wordt woonkamer genoemd.

Voorbeeld van een ammoniet (Pleuroceras)

De grootte van de ammonieten varieert van minder dan een centimeter tot meer dan 2,5 meter doorsnee. Er kwamen vele soortenen variëteiten ammonieten voor. De meeste soorten waren spiraalvormig opgerold, maar er kwamen ook ontrolde vormen voor (‘Heteromorf’). Ammonieten met bewaring van de weke delen zijn tot nu toe nog niet gevonden, waardoor reconstructies in zekere mate speculatief blijven.

Bij deze ammoniet uit het Toarciaan van de Rhône-alpes, Franktrijk, zijn de complexe sutuurlijnen goed zichtbaar

De tussenschotten van de kamers zijn voor ammonieten op een typische manier grillig geplooid, waardoor bij deze fossielen vaak repetitieve boomvormige lijntjes te zien zijn. Dit noemen we “sutuurlijnen”, en ze vormen een belangrijk determinatiekenmerk. De complexiteit van de sutuurlijnen is ook een handige manier om enkele grote groepen van cephalopden van elkaar te onderscheiden (zie afbeelding). Ammonieten leefden vanaf het boven Siluur tot ze, net als de niet-avische dinosauriërs, uitstierven aan het einde van het Krijt.

Impressie van een heteromorfe ammoniet (© F Lerouge)

Ammonieten zijn in de loop van de geschiedenis snel geëvolueerd. Samen met het feit dat ze goed fossiliseren, maakt het een zeer geschikt gidsfossiel. De stratigrafie van het Mesozoicum is grotendeels gebaseerd op het voorkomen van bepaalde soortenammonieten. Vooral in de Jura en het Krijt tijdperk waren ammonieten erg talrijk.

Sutuurlijnen bij nautiloidengoniatietenceratieten en ammonieten

Binnen de Benelux zijn ammonieten gekend uit onder meer het Krijt in de omgeving van Maastricht, en het Jura van het uiterste zuiden van België en Luxemburg.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Ammonitida bekijken

AMMONITES   // A coiled, chambered fossil shell of a cephalopod mollusc of the extinct subclass Ammonoidea. Traditionally divided into three types, according to suture: goniatites (Devonian to Permian) have simple lobes, ceratites (Triassic) have a saw-toothed pattern, and ammonites proper (Jurassic and Cretaceous) are the most complex, have fractal sutures with rounded lobes and saddles. Ammonoids appear in the Devonian and become very important as fossils from the Carboniferous through to the Cretaceous. There abundance, wide distribution, and short stratigraphic range make them excellent index fossils. (USGS Paleontology glossary)

Graphic: selected ammonites, from Phil Eyden, Ammonites: A General Overview

 .

Ammonite Fossils

a selection of ammonites fossils 

Much of what we know or presume about ammonites comes from the study of their only known living relative, thenautilus.

Ammonites are excellent index fossils

____________________________________________________________________________________

*AMFIBIA  

In het Nederlands      Amphibia 2   

amfibieen evolutie en geologie    <–DoCX

Amphibia

De Amphibia of Amfibieën vormen een klasse binnen de gewervelden (Vertebrata). Recente vertegenwoordigers zijn onder meer de kikkers, padden en salamaders. Amfibieën behoren tot de eerste gewervelden die op het land voorkwamen, dit vanaf hetDevoon tijdperk. Ze evolueerden vanuit een groep kwastvinnige vissen.

Amfibieën hebben doorgaans een aquatische of semi-aquatische levenswijze en zijn gebonden aan water voor de reproductie.

Micromelerpeton, een amfibie uit het Perm van Duitsland.

Binnen de Benelux zijn fossielen van amfibieën gekend uit onder meer het Boven-Devoon van zuid-België, waar ze tot de absolute zeldzaamheden behoren.
________________________________________________________________________________________________

AMOEBA   A microscopic, one-celled animal consisting of a naked mass of protoplasm.

1. The oldest fossil Protozoa

Vase-shaped microfossils (VSMs) preserved by the billions in carbonate nodules from the ~742-770 Ma Chuar Group, Grand Canyon, Arizona. —>  exhibit morphological and behavioral characters strikingly similar to those found in modern testate amoebae, including both arcellid amoebae (part of the Amoebozoa clade together with slime molds) and euglyphid amoebae (part of the Rhizaria clade, together with foraminiferans and radiolarians).

Together with a fossil red, green, and xanthophyte algae preserved in other Proterozoic rocks, VSMs tell us that crown-group eukaryotes had appeared and were diversifying by early Neoproterozoic time, before the onset of worldwide glaciation, and possibly coincident with a rise in atmospheric oxygen.

The VSM species, Bonniea dacruchares, and a modern analog.

Here are some(eventually) side-by-side comparisons of VSMs (on the left) and modern testate amoebae (on the right). Images of modern testate amoebae are courtesy of Ralf Meisterfeld.

VSMs attached at their openings, similar in appearance to modern testate amoebae undergoing asexual reproduction.

<Palaeoarcella athanata,

The VSM species, Palaeoarcella athanata, and the modern analog, Arcella.

Melanocyrillium hexodiadema,

VMF  amoeba
1–9, 11, 13,Melanocyrillium hexodiadema
Melanocyrillium(a, d: M. horodyskii; b: M. fimbriatum; c & f: M. cf. hexodiadema; e: M. sp. A; g: M. sp B
(a, d: 0.041 mm; b-c, e-f: 0.041 mm; g: 0.035 mm)

I. Early Eukaryote Evolution

Fossil evidence suggests that eukaryotes had appeared by ~2700 million years ago, but that they only began diversifying in the Neoproterozoic Era, ~1000 to 542 million years ago (Ma).

Dramatic environmental changes form the backdrop to this diversification, including rising oxygen levels, extreme glaciations, supercontinent breakup and formation, reorganization of the carbon cycle, and, possibly, true polar wander. I am broadly interested in how the evolution of eukaryotes influenced and was influenced by these events.

Note : 

Also important is that VSMs represent the earliest body fossil evidence for predators. Some tests even have what appear to be ‘bite marks’—some other organism preying on them? I actually have no idea what these perfectly semi-circular holes are, but have ruled out the possibility that they are test characters or taphonomic artifacts.

If anyone has suggestions or have seem similar features elsewhere, please email me!

This work was funded by NSF.

Publications arising from this work:
Porter and Knoll (2000) Neoproterozoic testate amoebae: evidence from vase-shaped microfossils in the Chuar Group, Grand Canyon. Paleobiology 26(3): 360-385.

Porter et al. (2003). Vase-shaped microfossils from the Neoproterozoic Chuar Group, Grand Canyon: a classification guided by modern testate amoebae. Journal of Paleontology 77(3): 409-429.
Porter (2004). The fossil record of early eukaryotic diversification. Paleontological Society Papers 10: 35-50.
Porter (2006)
. The Proterozoic fossil record of heterotrophic protists. In Xiao, S., and Kaufman, A.J. (eds.), Neoproterozoic Geobiology. Geobiology Series.

2. The paleontology of the middle Neoproterozoic Chuar Group, Grand Canyon: Biotic turnover prior to Sturtian low-latitude glacation

For her master’s thesis, my former graduate student, Robin Nagy, studied the organic-walled microfossils (acritarchs) preserved in shale from Chuar Group. She uncovered an interesting pattern: diverse acritarch assemblages are present in the lower part of the Chuar Group, but disappear in the upper part, replaced by structures we interpret as Sphaerocongregus variabilis, thought to be the remains of bacterial blooms. Also at this level the first vase-shaped microfossils appear. This pattern does not appear to be controlled by changes in water depth or preservational conditions, and we interpret it to reflect biotic turnover ca. 750 Ma.Interestingly, this same pattern of turnover has been noted in global compilations of organic-walled microfossil diversity, and was thought to be associated with the beginning of low-latitude ‘snowball Earth’ glaciations.The fact that we see this drop in the >742 +/- 6 Ma Chuar Group, many millions of years before the Sturtian glaciation(s) (which occured sometime betweem 726 and 660 Ma [Hoffmand and Li, 2009, doi:10.1016/j.palaeo.2009.03.013]) suggests that the turnover had some other cause. In collaboration with Carol Dehler, and Yanan Shen, we propose that widespread eutrophication may have been the trigger. This work was funded by NSF.
Publications arising from this work:
Nagy et al. (2009). Biotic turnover driven by eutrophication before the Sturtian low-latitude glaciation. Nature Geoscience. doi:10.1038/ngeo525 Robin and I also studied microfossils from the co-eval Uinta Mountain Group, and found assembalges similar to those of the upper Chuar Group (vase-shaped microfossils, Sphaerocongregus variabilis (=Bavlinella faveolata), but no or few acritarchs).Publications arising from this work: Nagy and Porter (2005).Paleontology of the Neoproterozoic Uinta Mountain Group. In Dehler, C.M., Pederson, J.L., Sprinkel, D.A., and Kowallis, B.J. (eds.), Uinta Mountain Geology. Utah Geological Association Publication 33, p. 49-62.
Dehler, et al. 2005. Neoproterozoic Uinta Mountain Group of northeastern Utah: pre-Sturtian geographic, tectonic, and biologic evolution. In Pederson, J., and Dehler, C.M. (eds.), Interior Western United States. Geological Society of America Field Guide 6, p.1-26.
Dehler et al. (2007).The Neoproterozoic Uinta Mountain Group revisited: a synthesis of recent work on the Red Pine Shale and undivided clastic strata, northeastern Utah. Pp. 151-166 in Link, P.K., & Lewis, R. (eds.): Proterozoic Geology of Western North America and Siberia. SEPM Special Publication 86.

3. Rotting protists

Most of the early fossil record of eukaryotes consists of taxonomically problematic fossils – we know they are eukaryotes but that’s about it. It’s usually assumed these fossils are the cysts of green algae because of the assumed degradation-resistance of this group. Julie Bartley and I have decided to test this idea: are green algal cysts more resistant than structures of other protists? We plan to set up experiments to rot several different protists—red algal vegetative cells, green algal cysts and vegetative cells, protozoan cysts, fungal spores, and oomycete filaments—to compare the relative resistance of these structures.

< Hemisphaeriella ornata

Afbeeldingen van Hemisphaeriella ornata

_http://dash.harvard.edu/handle/1/3007648

________________________________________________________________________________________________

In het NederlandsAmphicoele wervel

Wervel die aan biconcaaf ofwel beide zijden concaaf (hol) is. Vissen bijvoorbeeld, hebben wervels van deze vorm.

Schematische doorsnede van een amphicoele wervel in vergelijking met andere werveltypen.

______________________________________________________________________________________

In het NederlandsAmniota

Taxonomische groep binnen de Chordata die wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een vlies rond de eieren, waardoor ze geen water nodig hebben voor de voortplanting. De eerste amniota verschenen in het Carboon tijdperk en kwamen voort uit de Amfibiën.

°

Anaerobes

Organisms that can live in environments lacking free oxygen (O2). See Anaerobic.

Anaerobic

Occurring in the absence of free oxygen (O2).

Analogous

Structures with a similar function that do not have a common evolutionary history (i.e structures resulting from convergent evolution). The opposite is known as ‘homologous’.

____________________________________________________________________________________

In het NederlandsANAPSIDA 

File:Skull anapsida 1.png

Anapsid skull of Caretta caretta (Loggerhead sea turtle), a Testudine

De Anapsida zijn een uitgestorven groep reptielen die als kenmerk hebben dat de schedel geen openingen heeft achter de ogen. Het is een problematische groep, waarover veel discussie bestaat en de indeling en zelf validiteit onzeker is. Lang werd gedacht dat schildpadden, die anapside schedels hebben, van deze groep afstammen gezien ze anapside schedels hebben. Volgens de laatste onderzoeken zouden de schildpadden echter kunnen thuishoren bij de Diapsida. In deze indeling worden de schildpadden voorlopig nog bij de Anapsida geplaatst, maar dat is dus met een groot vraagteken.

De meeste Anapsida zijn uitgestorven aan het einde van het Perm tijdperk. Enkele van de oudste reptielen behoren tot deze groep zoals de genera Procolophon, Hypsognathus, Eudibamus en Arganacera.

     Globe.png

Foto’s en locaties voor Anapsida bekijken

Ancestral    :   preexisting condition or character state.

____________________________________________________________________________________________________

°

 ANGIOSPERMAE 

De Angiospermae of bedektzadigen is een groep landplanten binnen de Tracheophyta. Alle bloeiende planten behoren tot deze groep. Deze planten kunnen zich voortplanten door middel van vruchten die zaden bevatten.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Angiospermae bekijken

______________________________________________________________________________________

°

In het NederlandsANNELIDA  

De Annelida of ringwormen vormen een phylum binnen het koningkrijk Animalia. Recente anneliden zijn onder meer regenwormen en borstelwormen of Polychaeta. In deze laatste groep worden onder meer de serpuliden of kokerwormen ondergebracht, welke dank zij een verhard kalkskelet frequent als fossiel gevonden worden.

Fossielen van ‘zachte’ anneliden zijn gekend uit uiteenlopende Lägerstatten, waaruit blijkt dat deze groep reeds vertegenwoordigers had in het Cambrium.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Polychaeta bekijken

     Globe.png

Foto’s of locaties voor overige Annelida bekijken

Annelids

Annelids are a group of segmented worms that includes earthworms and leeches. Although annelid fossils are rare, the fossil record of the group extends back to the Cambrian period.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ringwormen

http://en.wikipedia.org/wiki/Annelid

Annelid Fossils

Because the annelids have soft bodies, fossilization is exceedingly rare. The best-preserved and oldest specimens come from Cambrian Lagerstätten such as the Burgess Shale of Canada, and the Middle Cambrian strata of the House Range in Utah. Putative Annelid ichnofossils are known from the Ediacara Hills of Australia and the White Sea Region of Russia. The Annelids are also well represented among the Pennsylvanian-age Mazon Creek fauna of Illinois.

Dickinsonia costata
Class Polychaeta (?)
Vendian (600 mya)
White Sea, Russia

Wiwaxia
Possible Annelid Ancestor
Marjum Formation, Utah

Rhaphidiophorus hystrix
Class Polycheate
Pennsylvanian
Mazon Creek, Illinois

Coprinoscolex ellongimus
Actually Phylum Echiura
“Oldest Known Leech”
Pennsylvanian
Mazon Creek, Illinois

Didontogaster cordylina
Class Polycheate
Pennsylvanian
Mazon Creek, Illinois
Astreptoscolex anasillosus
Class Polycheate
Pennsylvanian
Mazon Creek, Illinois

Pieckonia helenae
Class Polycheate
Pennsylvanian
Mazon Creek, Illinois

Esconites zelus
Class Polycheate
Pennsylvanian
Mazon Creek, Illinois
Fossundecima konecniorum
Polychaete Worm with Preserved Jaws
Phylum: Annelida; Class Polychaeta
CarboniferousMazon Creek, Illinois
Annelida; incertae sedis
Class Polychaeta (?)
Middle Cretaceous
Lebanese Lagerstatt

zie ook   ->

http://www.nhm.ac.uk/nature-online/species-of-the-day/evolution/platynereis-dumerilii/

 _________________________________________________________________________________________

 In het NederlandsANTHOZOA   = Bloemdieren worden onderverdeeld in de onderklassen:
1.  Rugosa.
2.  Octocorallia.
3.  Scleractinia.

<  Rugosa zijn te beschouwen als de voorlopers van de huidige rifbouwende koralen, de Scleractinia.
Rugose koralen kwamen voor in het Paleozoïcum.

Ze omvatten zowel solitaire als kolonievormende soorten.
Bekende vindplaatsen ervan liggen in de Eifel in het Midden-Devoon in de omgeving van Gerolstein.
Op het eiland Gotland in de Oostzee zijn langs de kust heel veel solitaire Rugosa te vinden. Kolonievormende soorten zijn daar in talrijke stromatoporenriffen te vinden.
Voorbeelden van Rugosa zijn:
Acervularia. Siluur.  Gotland.
Entelophyllum. Siluur. Gotland.
Cyathophyllum. Midden-Devoon. Eifel en Ardennen.
Hexagonaria. Midden-Devoon. Eifel en Ardennen.
Lithostrotion. Onder-Carboon. Kolenkalk. België.

De Anthozoa, met onder meer de koralen en zee-anemonen, vormen een klasse binnen het Phylum Cnidaria. Fossiele vertegenwoordigers zijn gekend van voor het Cambrium tijdperk. Vooral de koralen worden als fossiel zeer vaak aangetroffen in voormalig (sub)tropische mariene sedimenten. Koralen zijn kolonies van poliepachtige diertjes die voornamelijk in tropische zeeën voorkomen. Door ongeslachtelijke deling ontstaan uit één koraalkelkje gehele kolonies, welke hele riffen kunnen opbouwen. Ook in koudere wateren komen ze voor, maar ze bouwen daar geen riffen op.

Calceola sandalina, een herkenbaar solitair koraal uit het Devoon van België

De meeste fossiele koralen behoren tot de ordes van de Rugose, Tabulate en Scleractine koralen.Tabulate koralen zijn altijd kolonievormend, maar rugosekoralen komen vaak solitair voor. Het skelet bestaat uit calciet (kalk). Vanaf het Ordovicium tot het uitsterven aan het einde van het Perm tijdperk leefden de rugose en tabulate koralen.

De Scleractine koralen ontwikkelden zich vanaf het Midden-Trias en tot op heden zijn zij de voornaamste rifvormers. Hun skelet bestaat uit aragoniet (snel oplosbare kalk) dus vinden we meestal alleen steenkernen en afdrukken. In de fossielen zijn meestal de kamertjes waar de koraalpoliepjes hebben geleefd goed te zien.

 

Voorbeeld van een rugose koraal

Binnen de Benelux worden koralen in tal van fossielhoudende mariene afzettingen aangetroffen. Het meest prominent zijn de riffen in het Devoon en Carboon van België, welke vaak commercieel worden uitgebaat voor de productie van natuursteen.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Anthozoa bekijken

http://palaeo.gly.bris.ac.uk/palaeofiles/fossilgroups/anthozoa/record.html

___________________________________________________________________________________________________

 In het NederlandsANURA 

Binnen de groep van de Amfibieën (Amphibia) zijn de Anura, oftewel kikkers (en padden) de groep met de meeste soorten. Naast de kikkers omvat de groep van amfibieën ook nog de salamanders en wormsalamanders. Kikkers zijn te herkennen aan het platte lijf en de uitpuilende ogen.

De metamorfose van kikkers vanaf het larve stadium (kikkervisje) tot aan kikker is uniek in de groep van de gewervelde dieren. De oudste kikker stamt uit het onder Trias tijdperk en is zo’n 250 miljoen jaar oud.

De eerste Amfibie voorouders van de kikkers ontstond al in het boven Devoon tijdperk.

___________________________________________________________________________________

*APERTURE

A relatively large opening on the last-formed chamber of a foraminiferal shell

___________________________________________________________________________________________________

 In het NederlandsAPOMORFIE 

Een apomorfie is een eigenschap die in een bepaalde taxonomische eenheid (bijvoorbeeld OrdeFamilie of Genus) afwijkt van zijn voorouders. Het gaat dus om een nieuw geëvolueerde eigenschap die bij de directe voorouder nog niet voorkwam.

________________________________________________________________________________________

°

Apoxogenesis    …..A type of determinate plant growth that results in a continual decrease in the diameter of the primary xylem in distal parts of the plant, for example, in the Lepidodendrales. The opposite is known as ‘epidogenesis’.

Incomplete development   stages  in   regenerations  ( for example in  distal   leaves )

Plumeria rubra (Apocynaceae: Plumerioideae)

Decent-sized tree clearly showing the characteristic architecture of the species (Leuwenberg’s Model) and also the apoxogenetic leaf development.

___________________________________________________________________________________________________

Arachnids

are a group of invertebrate arthropods belonging to the subphylum Chelicerata. All arachnids are characterized by the possession of jointed appendages and eight legs. They include spiders, scorpions, ticks, mites and harvestmen, among other species.

In het NederlandsARACHNIDA   De Arachnida vormen een klasse van Arthropoda waar de volgende groepen onder vallen:

  • Spinnen
  • Mijten
  • Teken
  • Schorpioenen en Pseudoschorpioenen

Fossiele resten zijn bekend uit lägerstatten en lagen met een meer dan behoorlijke bewaring. Arachnida zijn een oude groep onder de geleedpotigen, met vertegenwoordigers die teruggaan tot het Siluur tijdperk.

Uit de Benelux zijn resten gekend uit onder meer Carboonstorten in Nederland.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Arachnida bekijken

____________________________________________________________________________________________________

Arborescent

A term describing “tree-like” structures/in plants & some animals .

Dendronotus arborescens* wax model of whole animal displayed on scallop shell.   Hunterian Museum & Art Gallery collections, catalogue number GLAHM 135832 

Sketch of 3 types of individuals in a colony of Bowerbankia, an arborescent type of bryozoan.  Individuals in arborescent colonies live attached to a common stolon and have chitinous body walls.  A.  Individual zooid with its lophophore extended for feeding.  B.  Retracted individual.  C.  A degrading individual that is brooding an embryo.  Redrawn from Barnes, 1980.

Arborescent shell ornamented by areoli: Homotrema rubra (Lamarck), arborescent habit, SEM graphs, Recent, Gulf of Aqaba.
A: overview of arborescent shell, B: detail of a single branch, Note the sponge spicules (ssp) glued into the tubular peristomal extension of the aperture to serve as fishing rods that support filiform pseudopodia extending into turbulent water for the capture of food.
a: aperture; ar: areoli.

__________________________________________________________________________________________________

°

In het NederlandsARCHAEABACTERIA   …De Archaebacteria of Archaea vormen een groep of koninkrijk van eencelligen. De aanwezigheid van Archaea in het fossielenbestand is voornamelijk gekend uit moleculaire analyse van gesteenten, en dateert vanuit het Precambrium tijdperk.

__________________________________________________________________________________

ARCHOSAURS 

archosaur:

_____________________________________________________________________________________________________

Arthropods

Arthropods are a group of animals united by a suite of features including a segmented body with specialised regions (tagmosis), an open circulatory system featuring with a dorsal heart, and an exoskeleton composed of articulated plates which is moulted as the animal grows (ecdysis). The five major groups which make up the phylum Arthropoda are the extinct trilobites, the hexapods (insects and a few smaller groups), the crustaceans (e.g. crabs, lobsters, shrimp, and many more, including woodlice), the myriapods (millipedes, centipedes, and relatives), and the chelicerates (arachnids and horseshoe crabs).

Afbeeldingen van fossil arthropods

Fossil Record of Arthropoda

Soft-bodied relatives of the arthropods, as well as trace fossils that were made by some arthropod-like organisms, appear in the Vendian. However, arthropods underwent rapid evolution in the Cambrian Period; Cambrian localities like the world-famous Burgess Shale in British Columbia are rich in unusual athropods, many of which are not obviously related to the traditional classes of living arthropods. Trilobites were a dominant marine group in the early Paleozoic. The earliest arachnids turn up in the Silurian, and move onto land shortly before the insects appeared in the middle Devonian Period, about 385 million years ago; over the next hundred or so million years both groups radiated into several diverse lineages.

The above image is the head and mouthparts of a fossilized larva of the water bug Schistomerus, found silicified in Miocene deposits (about 15 million years old) near Barstow, California. The actual size of the head is about one millimeter. This photograph was taken with UCMP’s own Environmental Scanning Electron Microscope.

In het NederlandsARTHROPODEN oftewel geleedpotigen is een phylum binnen de Animalia, die zich kenmerkt doordat de dieren een uitwendig chitinepantser hebben. Het lichaam is vaag onderverdeeld in segmenten en de poten hebben gewrichten. De meeste beschrevensoorten op aarde behoren tot de geleedpotigen.

De arthropoden omvatten onder meer de:

Alleen de trilobieten zijn als groep uitgestorven, de overige groepen zijn ook nu nog alom vertegenwoordigd. De oudste groepen arthropoden stammen al uit het Cambrium tijdperk.

Protocallianassa faujasi, een arthropode uit het boven-krijt van Limburg.

_______________________________________________________________________________________________

Artifact

A structure or material not normally present, not naturally occurring, for example, produced by a preparation techniques.

___________________________________________________________________________________________________

Assemblage Zone

In biostratigraphy, a biozone that is characterised by a particular group of organisms rather than a single organism.

__________________________________________________________________________________________________

In het NederlandsASTEROZOA  

De Asterozoa vormen een subphylum binnen de Echinodermata. De groep omvat onder meer de zeesterren en slangsterren. Fossiele vertegenwoordigers zijn bekend vanaf het vroege Ordovicium tijdperk.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Asterozoa bekijken

°

In het NederlandsATLAS  De atlas is de bovenste wervel van de wervelkolom. De bovenkant van de wervel zit met een gewricht vast aan de schedel.

Zie ook de lijst met soorten botten van gewervelden.

°

Autecology

Study of the relationship between an organism and its environment.

___________________________________________________________________________________________________

Authigenic Cementation

A type of preservation that involves soft sediment cementation by iron and carbonate compounds (e.g. FCO3 – siderite); resulting replicas of surface features including moulds and casts (e.g. Mazon Creek).

In exceptional circumstances three-dimensional preservation can occur (e.g. Crock Hey Pit, Coseley).

___________________________________________________________________________________________________

Autotroph

A form of metabolism in which the organism synthesizes its own food from inorganic compounds; photosynthetic and chemosynthetic organisms are examples of autotropy.

Afbeeldingen van Autotroph 

Photosynthesis and chemosynthesis are both processes by which organisms produce food; photosynthesis is powered by sunlight while chemosynthesis runs on chemical energy :  both are forms of autotrophy

Close up of a tubeworm “bush”, which mines for sulfide in the carbonate substrate with their roots. The sulfide is metabolized by bacteria living in the tubeworms, and the energy produced sustains both organisms. It is a classic symbiotic relationship. Lophelia II 2010 Expedition, NOAA-OER/BOEMRE.

Close up of a tubeworm “bush,” which mines for sulfide in the carbonate substrate with their roots. The sulfide is metabolized by bacteria living in the tubeworms and the chemosynthetic energy produced sustains both organisms. It is a classic symbiotic relationship. Lophelia II 2010 Expedition, NOAA-OER/BOEMRE.

See also white and black smokers  

___________________________________________________________________________________________________

  precambrium 

____________________________________________________________________________________________________

°

AVES  

In het Nederlands ……Binnen de Vertebrata omvat de klasse Aves alle vogels. Het zijn bipedale, warmbloedige, geverderde en vliegende dieren. Er zijn ook vogelsoorten, zowel recent als uitgestorven, die alleen kunnen lopen. Verder zijn vogels warmbloedig en leggen ze eieren. Vogels stammen af van een theropode groep Dinosauria, en verschijnen voor het eerst in het fossielenbestand in de loop van het Jura. Assymetrie in sommige veren wijst erop dat het vliegvermogen toen al behoorlijk was ontwikkeld, en recent onderzoek wijst uit dat ook verschillende groepen binnen de Dinosaurussen reeds geverderd waren, al lijkt het vliegvermogen zich wel exclusief bij de vogels ontwikkeld te hebben. In tegenstelling tot de niet-vogelachtige dinosauriërs hebben de vogels demassa-extinctie op de K-Pg grens overleefd.

Eén van de meest iconische vogelfossielen: Archaeopteryx lithographica uit het Jura van Beieren, Duitsland (Foto H. Raab)

Shenzhouraptor, letterlijk een vroege vogel uit het Krijt van China (reconstructie door Matt Martyniuk)

Fossiele vogelbotten zijn meestal te herkennen omdat ze hol zijn.

Binnen de Benelux kunnen we vogelfossielen aantreffen in onder meer het Neogeen van Noord-België en Zuid-Nederland.

     Globe.png

Foto’s of locaties voor Aves bekijken

LIJST FOSSIELE AMFIBIEEN E

 GLOS A 

 

E

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

http://tolweb.org/Dissorophoidea/17607

 Ecolsonia cutlerensis

Elginerpeton,

The very earliest discovered amphibian is Elginerpeton, which was found in Scotland and dates back 368 million years.

eogyrinius

eogyrinus3

 

  • Eryops was a temnospondyl from the Early Permian of North America. It had a massive skeleton and heavy limbs. Eryops was about 2 m long and was the top carnivore, eating fish and small tetrapods.

  

Artistic reconstruction of Eryops, from http://www.myherp.com

Eucritta (Dmitri Bogdanov)

eucritta

Eucritta (Dmitri Bogdanov)

Early Carboniferous (350 million years ago)Small size; long tail / Isectivore ?

The name Eucritta (“creature”) doesn’t seem particularly informative, unless you combine this Carboniferousgenus with its only known species: Eucritta melanolimnetes, or “creature from the Black Lagoon.” Unlike the star of that 1950′s horror flick, Eucritta was extremely tiny, less than a foot long and only weighing a few ounces. The reason it earns its “creature” status is that Eucritta presents a puzzling mix of tetrapodamphibian and reptilian characteristics, which makes it a bit of a monster–at least in evolutionary terms, if not in terms of its size or temperament.

F

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Fedexia striegeli

 

G

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

H

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

I

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

  • Ichthyostega was a large carnivore, ranging in size from 0.5 – 1.2 m. The earliest known Ichthyostega comes from 363 million year old deposits in Greenland. It was largely aquatic but had massive broad ribs that could have been used for support of internal organs while on land.

Rekonstruktion von Ichtyostega

ICHTYOSTEGIA (orde )

The earliest well known amphibians come from the Late Devonian, some 360 million years ago, and areAcanthostega and Ichthyostega.

Figure 1. Reconstruction of Ichthyostega, showing skull, vertebral column, and limbs, and its hind limb based on a specimen collected in 1987. Note the seven digits on the hind limb (from Clack).
Reconstructions of (a) Acanthostega and (b)Ichthyostega, from Benton, 1997.

Artistic reconstruction of Ichthyostega, fromhttp://www.myherp.com

J

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

K

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

 

 

 

Koskinodon

Koskinodon

The temnospondyl amphibian Koskinonodon of the late Triassic at @AMNH

 

Ammonieten

GLOS A   

ammonieten en aanverwanten.docx (3.3 MB)

°Hedendaagse verwanten van de ammonieten

ammonite-related-octopus

octopus    octopus <— archief document 

Squid (pijlinktvissen )     /

Pijlinktvissen 2

Pijlinktvissen1

                                                       

Nautillus  

Nautilusweekdieren-8Nautillus

crown group  and ancestors

Palaeoecology.

 

 

 

 

°

Verwanten  & crown group

° KERNWOORDEN   

Prehistorische inktvissen beten van zich af

woensdag 15 juli 2009

Wat doe je als hongerige inktvis als je een ammoniet (fossiele inktvisachtige met kalkschaal) tegenkomt? Val je de opening waardoor de armen van de ammoniet komen aan? De op het oog gemakkelijkste weg is niet de meest succesvolle. Prehistorische inktvissen zonder kalkschaal vielen juist de achterkant van de ammoniet van achter aan, beten een gat in de schaal en vraten hun prooi op. Met groot succes. Tijdsperiode? Van 200-66 miljoen jaar geleden toen de ammonieten én de roofdieren veelvuldig aanwezig waren in de oceanen.

Ammonieten: één van de bekendste fossielen ter wereld. Deze prehistorische inktvisachtige moeten vele vijanden hebben gehad. Daar is echter weinig over bekend. Adiël Klompmaker, Natascha Waljaard (beiden Universiteit Utrecht) en René Fraaije (Oertijdmuseum De Groene Poort in Boxtel) hebben een nieuwe vijand gevonden: andere inktvissen. Deze rovers vielen de ammonieten van achter aan, beten door hun schaal heen en peuzelden de prooi op. Dat staat te lezen in het bekende wetenschappelijke vakblad Palaeogeography, Palaeoclimatology,

Ammonoid

Veel ammonieten leefden in de waterkolom. Sommige ammonieten vertoefden nabij de bodem van de oceaan op zoek naar onder andere algen.

Ammonieten

Deze fossiele inktvisachtigen leefden van ongeveer 400 tot 66 miljoen jaar geleden. Rondom de beroemde Krijt-Tertiair grens stierven ze uit. Waarschijnlijk als gevolg van de komeetinslag nabij Mexico en langdurig vulkanisme in India. Ammonieten zijn één van de meest gewilde collectoritems voor fossielenzoekers vanwege hun schoonheid. Ook zijn ze heel belangrijk in het bepalen van de ouderdom van gesteentelagen op aarde. Ammonieten fossiliseren namelijk goed, zijn wereldwijd te vinden en evolueerden snel. Het 8-10 armige beestje leefde in de oceanen en had een uitwendige kalkschaal.

Ammonoid_cross_section

Een doorsnede van een ammoniet. De (hier kleine) armen staken door de opening naar buiten. De kalkschaal diende niet alleen voor bescherming. De luchtkamertjes maakten de ammoniet een beetje lichter, waardoor de ammoniet niet als een baksteen naar de bodem zonk.

Bescherming mislukt

De kalkschaal dient deels ter bescherming. Maar die bescherming gaat niet altijd op. Veel predatoren grijpen zich vast aan de opening waar de armen uitkomen en bijten/knippen stukjes ervan af. Dergelijke aanvallen op levende Nautilus, een andere groep inktvisachtigen met een uitwendige schaal, zijn vaak niet succesvol. Aanvallen op de opening van de ammonietenschaal mislukten ook vaak, soms geholpen door een verdikking van de schaal op deze plaats. Het is zelfs zo dat sommige ammonieten zich zelfs konden terugtrekken in de ammonietenschaal, met al hun armen.

In de Jura (200-145 miljoen jaar geleden) en in het Krijt (145-66 miljoen) veranderde er iets in het oceaanecosysteem. Inktvissen zonder een uitwendige schaal namen enorm toe in aantal en soortenrijkdom in de vroege Jura. De vele nieuwe soorten waren alle op zoek naar voedsel. Ook is bekend dat inktvissen niet bepaald de domste jongens van de klas zijn. Deze inktvissen hadden het op de veel voorkomende ammonieten voorzien. Op een speciale manier. De inktvissen vielen namelijk niet op de conventionele manier aan, maar ze vielen de ammoniet van de achterkant aan. Een echte verrassingsaanval dus. Waarschijnlijk gebruikten ze hun armen voor houvast voordat ze hun dodelijk beet plaatsten. Met hun sterke en scherpe bek beten ze moeiteloos door de schaal heen. De weke massa was zo gemakkelijk toegankelijk.

Bewijs daarvoor zijn de vele beschadigingen in de laatste winding van de ammonietenschaal op een relatief vaste positie. De auteurs hebben dit type beet het ‘ventrale bijtspoor’ genoemd. Het deel van de schaal waar de beschadiging zit, heet namelijk de ventrale kant.

Bijtsporen

Bijtsporen

Androgynoceras links en Amaltheus margaritatus rechts missen een deel van hun schaal. Niet toevallig aan de achterzijde van de ammoniet. Deze ammonieten zijn afgebeeld in ongeveer hun vermoedelijke levenspositie in de waterkolom. (Herman Akkerman)

Hakken en verzamelen

Het balletje ging aan het rollen toen René Fraaije veel van deze beschadigingen vond in het Duitse Dotternhausen. Tijdens gezamenlijke veldwerken in 2006 en 2008 werden er nog meer gevonden door het onderzoeksteam. Verder onderzoek aan collecties in onder andere Naturalis (Leiden), Natuurhistorisch Museum Maastricht en aan de universiteit in het Duitse Münster leverde nog meer resultaten op. De herkomst van de collecties was onder andere Nederland, Duitsland, Frankrijk en Spanje.

In alle grote collecties uit de Jura en het Krijt doken vele bijtsporen op. Wel 10-20% van de collectie had zo’n beschadiging. Van 400-200 miljoen jaar geleden zijn er echter nauwelijks dergelijke bijtsporen in ammonieten bekend. En dat is helemaal niet vreemd aangezien de belangrijkste predator pas vanaf 200 miljoen jaar enorm in soortenrijkdom en aantallen toenam. Waarschijnlijk hebben ook roofvissen een klein deel van deze bijtsporen veroorzaakt.

Eten en gegeten worden blijft boeien. De paleontologie levert zo nu en dan een zo’n verhaal op. Een verhaal dat letterlijk op te rapen is in de groeves.

Squid

Een overblijfsel van een fossiele inktvis (links) en de ammoniet Harpoceras (rechts). Ze leefden zo’n 180 miljoen jaar geleden samen in de wateren rond het Duitse plaatsje Dotternhausen. In deze plaats zijn veel ammonieten met bijtsporen gevonden. Natascha Waljaard

Onderzoek en perspresentatie

Klompmaker en Waljaard deden hun onderzoek als afsluiting van hun master Biogeologie aan de Universiteit van Utrecht. Adiël Klompmaker onderzocht de beschadigingen aan de ammonieten door de geologische tijd heen en van verschillende vindplaatsen. Natascha Waljaard specialiseerde zich in de bijtsporen uit een belangrijke vindplaats in Duitsland (Dotternhausen). Voor het onderzoek kregen beide begeleiding van Prof. dr. Bert van der Zwaan (Universiteit Utrecht) en Dr. René Fraaije.

De presentatie van het onderzoek zal plaatsvinden op zaterdag 18 juli om 15:00 uur in Oertijdmuseum De Groene Poort te Boxtel (Bosscheweg 80, 5283, WB Boxtel, http://www.oertijdmuseum.nl). Vertegenwoordigers van de pers zijn van harte welkom.

Voor meer info kunt u zich wenden tot Adiël Klompmaker (adielklompmaker@gmail.com) of Oertijdmuseum De Groene Poort (info@oertijdmuseum.nl) of bellen naar 0411-616861.

Referentie:

Klompmaker, A.A., N.A. Waljaard & R.H.B. Fraaije. 2009. Ventral bite marks in Mesozoic ammonoids. Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology. doi:10.1016/j.palaeo.2009.06.013

Fossil_squids

Voorbeelden van fossiele inktvissen zonder uitwendige schaal. Deze beestjes leefden zo’n 180 miljoen jaar geleden in de oceaan van zuidwest Duitsland. Toen op zoek naar ammonieten, nu in een museum. Natascha Waljaard

Zie ook:

Ammonieten behoren met hun opgerolde schelp tot de fraaiste fossielen. Het zijn de resten van een uitgestorven groep inktvissen.

De naam ammoniet is afgeleid van de Egyptische god Ammon, die werd voorgesteld als een ram. De vorm van de fossiele schelp lijkt dan ook op een ramshoorn. In de Middeleeuwen werden ammonieten slangenstenen genoemd. Volgens de legende had de heilige Hilda de slangen die haar plaagden in steen veranderd. Soms werd de overeenkomst met een opgerolde slang versterkt door het fossiel te verfraaien met een uitgehakte slangenkop. Het Engelse plaatsje Whitby in Yorkshire draagt drie van deze ammoniet/slangen in zijn wapen.

Tegenwoordig weten we dat ammonieten de schalen zijn van een uitgestorven groep inktvissen. Net als de recente Nautilus, een tropische inktvis die leeft in het westen van de Stille Oceaan, hadden deze inktvissen een uitwendige schelp. Ammonieten zijn echter meer verwant met de pijlinktvissen. Net als deze dieren hadden ze waarschijnlijk tien armen.

Gidsfossielen van het     Mesozoïcum

De oudste ammonieten vinden we in het   Devoon (410-360 miljoen jaar geleden). De oudste soorten hebben een min of meer rechte schelp. In de loop van de evolutie zou die schelp steeds verder oprollen. In de Duitse vindplaats Hunsrück is een aantal prachtig bewaard gebleven fossielen uit het Vroege Devoon gevonden. De inktvissen van deze vindplaats laten zien dat er in die tijd een grote variatie was. Sommige soorten hadden rechte schelpen, bij andere soorten is de schelp helemaal opgerold. Allerlei tussenvormen zijn ook aanwezig.

Bij typische ammonieten is de schelp spiraalvormig opgerold. Vooral in het Krijt ontstaan er veel ontrolde vormen. Er ontstaan dan allerlei merkwaardige schelpen, die weinig op typische ammonieten lijken.

Ammonieten hadden hun bloeitijd in het Mesozoïcum (250-65 miljoen jaar geleden). Ze waren zo talrijk en wijdverspreid, dat de indeling van het Mesozoïcum grotendeels op ammonieten is gebaseerd. Aan het eind van de periode stierf de groep uit.

Levenswijze

Waarschijnlijk konden ammonieten, net als de recente Nautilus, zwemmen. De Nautilus kan drijven doordat er lucht in de kamers van zijn schelp zit. Als er gevaar dreigt, kan hij door hard water weg te spuiten, zich uit de voeten maken. Sommige soorten ammonieten hielden zich dicht bij de bodem op. Daar waren ze op zoek naar allerlei diertjes en leefden mogelijk ook van aas.

In de 19de eeuw ontdekte een Duitse paleontoloog dat in vindplaatsen van ammonieten groepjes van twee soorten waren te onderscheiden. Als ze klein waren was er weinig verschil, maar de volwassen exemplaren verschilden in de vorm van de buitenste windingen. Tegenwoordig denkt men dat het hier helemaal niet om twee soorten gaat. De kleine (microconchen) en grote (macroconchen) schelpen behoren tot dezelfde soort, maar verschillen in geslacht. Waarschijnlijk zijn de microconchen de mannetjes en de macroconchen de vrouwtjes van de soort.

Het wetenschappelijk onderzoek aan grote fossiele ongewervelde dieren geniet de laatste jaren steeds minder belangstelling. Men richt zich meer en meer op het onderzoek aan microfossielen. Tijdens proefboringen voor bijvoorbeeld aardolie komen duizenden microfossielen naar boven. De kans dat men een ammoniet in een boring aantreft is echter zeer klein. Microfossielen lijken dus veel nuttiger. De indeling van het Mesozoïcum is echter oorspronkelijk vastgesteld met behulp ammonieten. Daarom is het juist belangrijk dat we voldoende kennis houden over deze groep. 

This is a fossiliferous concretion containing a large macroconch of Hoploscaphites brevis, Inoceramus nebrascensis and Baculites cuneatus . This fossil, collected as AMNH 63467, was found in the Baculites cuneatus Zone, Pierre Shale, Meade County, South Dakota. (Credit: S. Thurston/AMNH)

Invertebrate fossils collected from the methane seep. The scale bar applies to all except A, D, H, and K. (Credit: by AMNH\S. Thurston)
Landman, Neil H.; Kennedy, W. J. (William James); Cobban, William Aubrey; Larson, Neal L. Scaphites of the ‘nodosus group’ from the Upper Cretaceous (Campanian) of the Western Interior of North America. Bulletin of the American Museum of Natural History, 2010; 342 [link]
These marcasite-coated ammonites were discovered during the re-development of the railway station in Bielefeld, Germany. (Credit: Picture: Paul Marx / PIXELIO)
Kenneth De Baets, Christian Klug, Dieter Korn, Neil H. Landman. Early evolutionary trends in ammonoid embryonic development. Evolution, 2012; DOI: 10.1111/j.1558-5646.2011.01567.x

‘Het  genus   BACULITES  stierf  uit door haar

 strikte dieet’

 07 januari 2011   1
Baculites from peru 
Baculite species   peru 2011

Honderen miljoenen jaren regeerden de ammonieten de zeeën en oceanen en nog steeds duiken de fossiele resten overal op. Maar geen enkel fossiel kon wetenschappers vertellen wat enkele   soorten   van het genus   Baculites   aten .

http://en.wikipedia.org/wiki/Baculites

Tot nu:

onderzoekers hebben een scan van de kaken gemaakt en concluderen dat ( de onderzochte ) dieren  enkel plankton aten . En dat kan wel eens  hun  ondergang zijn geworden.

De onderzoekers reconstrueerden de kaken van drie Baculites  specimen  die ongeveer 76 miljoen jaar geleden leefden.

South-Dakota025

The three ammonites used for this study were collected in South Dakota on AMNH expeditions. 
Credit: Landman

De bovenste kaak van deze ammonieten was ongeveer net zo groot als de helft van de onderkaak en vrij plat.

These jaws were made for squashing  ….This is a 3-D reconstruction of the radula (tongue-like anatomical structure of mollusks for feeding) of a Baculites fossil. Teeth are depicted in yellow and the fragments of the fossil’s last meal, caught between the jaws, in blue (for a crustacean) and pink (for a snail), respectively. (Credit: I. Kruta/MNHN)

Strikt dieet
Uit de beelden van de wetenschappers lijkt  dat deze baculites  eigenlijk enkel in staat waren  om plankton te eten. Dat vermoeden wordt bevestigd door de voedselrestanten ( van   een   kleine zeeslak   en  drie minuscule  crustaceeen – , waarvan eentje in twee is “gebeten ”  ) die de onderzoekers in één van de  onderzoekobjekten vonden.

Ammonites Dined

Reconstructed radula of the straight shelled ammonite Baculites (70-80 Myr-old) with each color representing a different type of tooth; generated from Synchrotron Radiation microtomographic slices. 
Credit: Tafforeau/Kruta

Ammonite jaws lie just inside the body chamber. The research team’s new scans of  Baculites, a straight ammonite found worldwide, confirms older research that ammonites had multiple cusps on their radula, a kind of tongue covered by teeth that is typical of mollusks. The radula can now be seen in exquisite detail: the tallest cusp is 2 mm high, tooth shape varies from saber to comb-like, and teeth are very slender. The jaw is typical of the group of ammonites (the aptychophorans) to whichBaculites belongs. In addition, one specimen has a tiny snail and three tiny crustaceans in its mouth; one of the crustaceans is even cut in two pieces. Because these planktonic fossils are not found anywhere else on the specimen, the team thinks that the specimen died while eating its last meal rather than being scavenged by these organisms after death.

Uitgestorven
De studie suggereert niet alleen wat deze dieren op het menu hadden staan, maar verklaart mogelijk ook waarom deze soort zo plotseling verdween. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat plankton zo’n 65 miljoen jaar geleden in het nauw zat: hun aantal liep rap terug. (1b) Deze soort  zou daardoor zonder eten hebben gezeten en zijn verdwenen.

Enkele  ” wetenschapsjoernalisten “ ,( OPGELET   **  ) generaliseerden  dat graag  naar” alle” ammonieten  (A)  .

Echter lang niet alle onderzoekers zijn overtuigd door dergelijke “conclusion jumping ” ( zelfs niet wanneer ze worden gemaakt door de onderzoekers van de studie in kwestie )

Sommigen wijzen erop dat plankton nooit helemaal verdween ……….en dat deze ” ammoniet”  dus nog wel wat voedsel voorhanden had.

De onderzoekers hebben bovendien maar( drie specimen van  )  één soort van het genus  baculites  bestudeerd, dus het zou kunnen dat andere soorten ( en dat zijn er  zoveel meer   )  wel een gevarieerd menu hadden.  (1) 

Tekening van de  door de wetenschappers onderzochte ammoniet.
Afbeelding: A. Lethiers / UPMC
°
Bronmateriaal:
Ammonites’ strict diet doomed them to extinction” – Newscientist.com
Kruta, I.; Landman, N.; Rouget, I.; Cecca, F.; Tafforeau, P. (2011). “The Role of Ammonites in the Mesozoic Marine Food Web Revealed by Jaw Preservation”. Science 331 (6013): 70–72. Bibcode:2011Sci…331…70K. doi:10.1126/science.1198793.

Ammonites are prominent in macroevolutionary studies because of their abundance and diversity in the fossil record, but their paleobiology and position in the marine food web are not well understood due to the lack of preserved soft tissue. We present three-dimensional reconstructions of the buccal apparatus in the Mesozoic ammonite Baculites with the use of synchrotron x-ray microtomography. Buccal mass morphology, combined with the coexistence of food remains found in the buccal mass, SUGGESTS   that these ammonites fed on plankton.

This diet may have extended to all aptychophoran ammonites °   which share the same buccal mass morphology. Understanding the role of these ammonites in the Mesozoic food web provides insights into their radiation in the Early Jurassic, as well as their extinction at the end of the Cretaceous/early Paleogene. 

http://www.geo.fu-berlin.de/geol/fachrichtungen/pal/eigenproduktion/Band_10/21_Schweigert.pdf

°  Synchrotron analysis of an aptychophoran ammonite revealed remains of isopod and mollusc larvae in its buccal cavity, indicating at least this kind of ammonite fed on plankton.

Citaten 

“Our research suggests several things. First, the radiation of aptychophoran ammonites might be associated with the radiation of plankton during the Early Jurassic,” says Landman.

“In addition, plankton were severely hit at the Cretaceous-Tertiary boundary, and the loss of their food source probably contributed to the extinction of ammonites. This research also has implications for understanding carbon cycling during this time.”

(1)  Commentaren  

**OPGELET

…. Het oorspronkelijke( nederlands-talige )  artikel is een verschrikking (qua vertaling en interpretatie )  ….Niettemin blijft het wel een  artikeltje  dat    een  nuttige  signaalfunctiebezit  … Gelukkig is veel van het oorspronkelijke   studie- materiaal ( en achtergronden )  beschikbaar na wat zoekwerk   ….

(A)

 https://nl.wikipedia.org/wiki/Ammonoidea

Voorkant
<– Google books  Ammonoid Paleobiology
geredigeerd door Neil H. Landman,Kazushige Tanabe,Richard Arnold Davis
  • Remains of small crustaceans inside ammonites have been interpreted as stomach contents,
  • Some specimen contains the tiny jaws of another ammonite

Stomach contents ammonitesFossielenzoeker  :      ik geloof het generaliserende  ammonietenverhaal niet.     - Uit Solnhofen zijn mooie fossielen bekend van ammonieten met de resten  van vrijzwemmende zeelelies in hun maag.

-Maar ….. de “gevonden  “maaginhouden” zijn slechts interpretaties

  • (1b ) Ammonieten maakten, na het  uitkomen uit hun ei, zélf een planktonische fase door.Dat was hun achilleshiel en de oorzaak van hun uitsterven.” ….Men denkt dat de ammonieten door hun voortplantingsstrategie uitstierven. De jongen maakten deel uit van het plankton dat aan het zeeoppervlak dreef. Zure regen en verduistering van de zon door stofwolken zorgden waarschijnlijk voor slechte condities voor de eitjes en de jongen om zich te ontwikkelen….” (wikipedia)

Orthoceras[1].pdf (584.2 KB)

La historia en la piedra #1 (Perolo Orero - www.orerofotografia.com -) Tags: life light reflection history luz valencia stone fossil three nikon stones live sombra shades paleontology vida bodegn reflejo tres fotografia minimalismo sombras historia ammonites valence freelance piedras fotografo piedra onblack fosil vivir paleontologia orero d80 aplusphoto naturewatcher ammonoide palontologo nikon175528dxThe Golden Section (dougchinnery.com) Tags: sea shells white black macro poster spiral fossil mono fineart shell inside toned chambers ammonites fossils nautilus spiralling thegoldensectionLa historia en la piedra #2 (Perolo Orero - www.orerofotografia.com -) Tags: life light reflection history luz valencia stone three nikon stones live sombra shades vida bodegn reflejo tres fotografia minimalismo sombras historia ammonites valence freelance piedras fotografo piedra fosil vivir paleontologia orero d80 flickrestrellas ammonoide palontologo nikon175528dx
Ammonite IIa (dedalus11) Tags: pictures orange abstract macro art nature spiral photography fossil amber photo foto fotografie photographer photographie close natural image photos spirals space patterns kunst natur structures imagens images photographic structure fotos ammonite makroaufnahme organic fotografia macros makro spacy madagascar photoart bilder imagen ammonites fossils artnoveau macrophotography ammonit fantastique  makros naturalpatterns macrophotos macroshots makroaufnahmen makrofoto nahaufnahmen fossilien versteinerungen makrofotografie macroaufnahmen naturalezza makrobilder challengeyouwinner macroaufnahme dedalus11 macroart bioarchitecture makrobild makrofotos ammonoidea haphazartlikeapainting imatgen macrorealidad flossils imagten Ammonite Fossils (Evelyn Flint) Tags: uk canon somerset explore ammonites fossils kilve eos7d evelynflintMy history #1 (Perolo Orero - www.orerofotografia.com -) Tags: life 2 naturaleza history blanco nature water valencia animal stone wall pared gris agua nikon gray 8 paleontology laundry vida target tamron historia jurassic ammonites valence piedra fosil fosiles molusco puebo paleontologia jursico orero d80 cretacico cretacic paleontologo ammonoide jursicopaleontologo paleontologicsteampunk spiral (dedalus11) Tags: art nature spiral kunst ammonites fossils spirale steampunk ammonit ammoniten naturalezza cleoniceras besairieiAmmonite XI (dedalus11) Tags: pictures orange abstract macro art nature spiral photography fossil amber photo foto fotografie photographer photographie close natural image photos spirals space patterns kunst natur structures imagens images photographic structure fotos ammonite makroaufnahme organic fotografia macros makro spacy madagascar photoart bilder imagen ammonites fossils artnoveau macrophotography ammonit fantastique makros naturalpatterns macrophotos macroshots makroaufnahmen makrofoto nahaufnahmen fossilien ammoniten versteinerungen makrofotografie macroaufnahmen naturalezza makrobilder macroaufnahme dedalus11 macroart bioarchitecture makrobild makrofotos ammonoidea cleoniceras haphazartlikeapainting imatgen macrorealidad flossils imagten besairieiAmmonites.. (Sea Moon) Tags: fossil seashell ammonites nautilus mollusk cephalopod1031024 (El Bibliomata) Tags: old art illustration century vintage book arte antique illustrated libro illustrations drawings books engraving plates dibujos antiguo ammonites xix 19th engravings ilustraciones siglo grabados lminas ilustrado pixelegis bibliomata lellouniversalWhitby seabed (tina negus) Tags: cambridge fossil blackwhite yorkshire whitby ammonites seabed sedgwickmuseumofgeologyLone Ammonite (shadamai) Tags: shells black fossil gold amber simple prehistoric ammonites flickrchallengegroup flickrchallengewinner rocksminerals fiveprojectsfossils (somecat) Tags: fossils bw ammonites memoriesPromicroceras marstonensi (tina negus) Tags: cambridge fossil geology ammonites sedgwickmuseum marstonmarbleKs jura ammoniteszek a Dunntli-kzphegysgbl  // Late Jurassic ammonites from Hungary (Fzy Istvn) Tags: fossil ammonites fozy smaradvny fzy ammonitesz magyaroraszg

Archicebus achilles

°

°

Oudste vrijwel complete skelet van een primaat

ontdekt

 06 juni 2013  1

primaat

Wetenschappers hebben in China  de resultaten  van een tien jaar durende  analyse  gepubliceert (1)….  Het  gaat om het vrijwel complete skelet van een 55 miljoen jaar oude primaat .

Het zijn de oudste resten die ooit van een primaat zijn teruggevonden en ze kunnen ons wellicht een beter beeld geven van de evolutie van de primaten en de mens.

De wetenschappers doen hun ontdekkingen  in het blad Nature uit de doeken

“Hoewel wetenschappers eerder tanden, kaken en enkele schedels of een paar beenderen van primaten uit deze periode hebben teruggevonden, is geen enkel bewijsstuk zo compleet als dit nieuwe skelet uit China,” vertelt onderzoeker Dan Gebo.

Het skelet van deze primaat is zo’n zeven miljoen jaar ouder dan het skelet van een primaat dat wetenschappers eerder als ‘oudste skelet’ aanduidden.

Gebo benadrukt dat zo’n compleet skelet ons van beter bewijs voorziet als het gaat om de evolutie die primaten en uiteindelijk ook mensen hebben doorgemaakt. “We hoeven daar niet meer naar te raden.”

De naam

De onderzoekers hebben de primaat de naam Archicebus achilles gegeven.
Archi‘ is Grieks voor ‘het begin’ en
cebus‘ betekent zoveel als ‘aap met lange staart’.
Achilles‘ verwijst naar de bijzondere anatomie van de hielen van de primaat.

Piepklein primaatje
De fossiele resten van de primaat werden in eerste instantie ontdekt door een boer. Hij trof de resten ten zuiden van de Yangtze-rivier aan. In de tijd van de primaat telde dit gebied verschillende meren die omringd werden door tropische bossen.

“Onze analyse laat zien dat deze primaat heel klein was en minder woog dan een ounce (ongeveer 28 gram, red.),” vertelt onderzoeker Xijun Ni, één van de wetenschappers die nadat de boer de fossiele resten aan de wetenschap schonk, mocht onderzoeken. “De primaat had slanke ledematen en een lange staart.” Waarschijnlijk was het dier voornamelijk overdag actief en at het insecten.

Belangrijk
De onderzoekers kunnen niet vaak genoeg benadrukken hoe belangrijk de vondst is. Het vrijwel complete skelet heeft de potentie om ons een veel beter beeld te geven van de allereerste fase in de evolutie van  de haplorini . Dat wil echter niet zeggen dat we met deze vondst moeiteloos alle geheimen uit die tijd kunnen ontrafelen.

De primaat beschikt over een  unieke  combinatie van eigenschappen  (Mozaik )  die nog nooit in één  Haplorine primaat  zijn aangetroffen.

Archicebus verschilt radicaal van andere primaten, zowel levende als uitgestorven exemplaren, die ons bekend zijn,” stelt onderzoeker K. Christopher Beard.

“Het lijkt op een vreemde kruising met de voeten van een kleine aap, de armen, benen en tanden van een heel primitieve primaat en een primitieve schedel met verrassend kleine ogen. De vondst dwingt ons om de manier waarop de (vroegste)  primaten  zijn geëvolueerd, te herschrijven.”

Een reconstructie van het skelet van de primaat. Afbeelding: Xijun Ni / Chinese Academy of Sciences, Paul Tafforeau / European Synchrotron Radiation Facility.

Een reconstructie van het skelet van de primaat. Afbeelding: Xijun Ni / Chinese Academy of Sciences, Paul Tafforeau / European Synchrotron Radiation Facility.

Bijzondere voeten
Met name de voeten van de primaat zijn bijzonder.

“We zien robuuste, grote tenen waarmee het dier kon grijpen, lange tenen en eigenschappen die horen bij primitieve primaten die in bomen leefden, maar we hebben ook te maken met hielbeenderen die doen denken aan apen en aapachtige middenvoetsbeenderen die je normaal gesproken niet zou vinden bij een primitieve primaat uit het Eoceen,”

stelt Gebo.

“Deze nieuwe(mozaik)  combinatie van eigenschappen is door ons geïnterpreteerd als bewijs dat dit fossiel vrij primitief was en dat zijn unieke anatomische combinaties een verband leggen tussen de Tarsiidae (spookdieren) en apen.”

De vondst geeft ons meer duidelijkheid over de evolutie van primaten en mensen. Afbeelding: M.A. Klingler / Carnegie Museum of Natural History.

De vondst geeft ons meer duidelijkheid over de evolutie van primaten en mensen. Afbeelding: M.A. Klingler / Carnegie Museum of Natural History.

Archicebus achilles  2

Archicebus achilles I

 

De vondst werpt ook weer een nieuw licht op een prangende vraag van een heel andere aard: waar ontstonden de primaten? Lang werd gedacht dat de wieg van de primaten in Afrika stond.

“Maar het laatste decennium lijkt het erop dat Azië een aannemelijker continent van oorsprong is en dit nieuwe skelet onderschrijft die visie.”

De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Xijun Ni, Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology, Chinese Academy of Sciences.
CITATEN  

°Dr Chris Beard,

one of the team who has been studying the fossil at the Carnegie Museum of Natural History in Pittsburgh, Pennsylvania, said:

“This is an amazingly complete fossil primate for this time period – there is nothing else known from the fossil record that resembles this.

“For the very first time, this fossil shines a light on a part of the primate tree that is very close to the divergence of the lineage that will lead on one hand to living tarsiers and on the other to anthropoids – monkeys, apes and humans.

“The evidence that early primate evolution was restricted to Asia is becoming more compelling by the day.”

“This( fossil )was a tiny delicate primate, It was probably quite a frenetic animal, and even anxious. It would have moved around a lot looking for its next meal climbing and leaping around in the canopy.”

“Here is a fossil that is very, very close to the evolutionary divergence of tarsiers and anthropoids.

“The heel and foot in general was one of the most shocking parts of this fossil when we first saw it. The foot looks like one from a small monkey, a marmoset.

The heel bone is the reason we named it Achilles in the end and it looks like one from the earliest anthropoid we had evidence for.

“I think what it means is that the common ancestors of anthropoids and tarsiers had features that were more like anthropoids than tarsiers.”

“It differs radically from any other primate, living or fossil, known to science.

“It looks like an odd hybrid with the feet of a small monkey, the arms, legs and teeth of a very primitive primate, and a primitive skull bearing surprisingly small eyes.

“It will force us to rewrite how the anthropoid lineage evolved.

Check out all the latest News, Sport & Celeb gossip at Mirror.co.uk http://www.mirror.co.uk/news/world-news/archicebus-achilles-skeleton-discovered-tiny-1934333#ixzz2VQl2W1yP
Follow us: @DailyMirror on Twitter | DailyMirror on Facebook

Archicebus achilles. (MAT SEVERSON/AFP)

°Dr Xijun Ni,

from the Chinese Academy of Sciences, in Beijing, China, who was one of the leading members of the research team, said:

“We spent a long time with this fossil and examined a lot of other specimens so we could place it as accurately as we can.(2)                      It will tell us a lot of stories about the origins of primates and our remote ancestors.”

http://www.science20.com/news_articles/archicebus_achilles_oldest_known_primate_discovered-113751

Dr. Jin Meng of the American Museum of Natural History in New York.

“To test these different hypotheses (3) and determine the phylogenetic position of the new primate, we developed a massive data matrix including more than 1000 anatomical characters and scored for 157 mammals,

Dr. Marian Dagosto notes that,

“Even though Archicebus appears to be a very basal member of the tarsier lineage, it resembles early anthropoids in several features, including its small eyes and monkey-like feet. It suggests that the common ancestor of tarsiers and anthropoids was in some ways more similar than most scientists have thought.”

 Dr. Daniel Gebo

of Northern Illinois University said that, “The tiny size and very basal evolutionary position of Archicebus support the idea that the earliest primates, as well as the common ancestor of tarsiers and anthropoids, were miniscule. This overturns earlier ideas suggesting that the earliest members of the anthropoid lineage were quite large, the size of modern monkeys.”

(1) The fossil, which is also  named after the Greek hero  Achilles due to an odd heel bone it has, was discovered in a slab of slate in the Jingzhou area of eastern China, just south of the Yangtze river, by a local farmer around 10 years ago.

The  fossil  was  recovered from ancient lake strata, the skeleton of Archicebus was found by splitting apart the thin layers of rock containing the fossil. As a result, the skeleton of Archicebus is now preserved in two complementary pieces (of the matrix)  called a “part” and a “counterpart,” each of which contain elements of the actual skeleton as well as impressions of bones from the other side.

°The scientists then spent 10 years analysing the fossil using advanced imaging facilities at the European Synchrotron Radiation Facility in Grenoble, France.This allowed them to peer inside the rock to look at details of the skeleton that were hidden and produce a three dimensional image of the remains.

(2) de analyse duurde ongeveer 10 jaar 

 http://www.science20.com/news_articles/archicebus_achilles_oldest_known_primate_discovered-113751          Dr. John Flynn,dean of the Richard Gilder Graduate School and curator of the American Museum of Natural History.

“People may see this simply as another discovery of a well preserved fossil, but to reveal the remarkable secrets that have been hidden in the rock for millions of years, we undertook extensive work, applied state-of-the-art technology, and intensive international cooperation took place behind the scenes at several museums. It took us ten years,” 

 

(3) The evolutionary relationships among primates and their potential relatives, and among the major lineages within the Primate order have been debated intensively for many years
LINKS 

Aurornis xui

Een paleontoloog van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) heeft samen met Chinese, Italiaanse en Britse collega’s de meest primitieve vogel tot nu toe ontdekt.

29 mei 2013

The half-metre tall Aurornis xui, which lived in China 150 million years ago, is believed to be the earliest known member of the bird family tree.

Artist’s impression by Masato Hattori 

http://www.nature.com/news/new-contender-for-first-bird-1.13088

De paleontoloog, Pascal Godefroit, deed de ontdekking al een jaar geleden in de Tiaojishanformatie

De Aurornis xui (dageraadvogel) had vier vleugels maar volgens de wetenschappers kon hij waarschijnlijk niet vliegen maar kon goed lopen  .en leefde  tijdens het Jura

De Aurornis  xui  , wat staat voor ”dageraad van de vogel”, stoot daarmee (nogmaals ) de Archeopterix van de troon als oudste voorloper van de vogel, zo staat woensdag in tijdschrift Nature.

Het fossiel van de Aurornis, met deels bewaarde veren, werd door fossielenverzamelaars gevonden in de Noordoost-Chinese provincie Liaoning. Een internationaal team onder leiding van paleontoloog Pascal Godefroit (KBIN) onderzocht het fossiel en ontdekte dat het zowat 155 tot 165 miljoen jaar oud was.

”Het dier was ongeveer 50 centimeter groot en kon wellicht goed lopen. Zijn kleine tandjes doen vermoeden dat het om een insecteneter gaat.”

nature12168-f1_2

Figure 1: Aurornis xui YFGP-T5198. a, Photograph. b, Line drawing. Abbreviations: cav, caudal vertebrae, cev, cervical vertebrae; dv, dorsal vertebrae; fu, furcula; ga, gastralia; lf, left femur; lh, left humerus; lil, left ilium; lis, left ischium; lp, left pes; lpu, left pubis; lr, left radius; ls, left scapula; lt, left tibia; lu, left ulna; ma, mandible; rcor, right coracoid; rf, right femur; rh, right humerus; ril, right ilium; ris, right ischium; rm, right manus; rp, right pes; rpu, right pubis; rr, right radius, rs, right scapula; rt, right tibia; ru, right ulna; sac, sacrum; sk, skull.

http://www.readcube.com/articles/10.1038/nature12168?utm_campaign=readcube_access&utm_source=nature.com&utm_medium=purchase_option&utm_content=thumb_version&tab=summary

nature12168-f2_2 fig 2

Figure 2: Selected skeletal elements of Aurornis xui YFGP-T5198. a, Photograph of skull and mandible in right lateral view. b, Line drawing of skull and mandible in right lateral view. c, Photograph of pelvis in right lateral view. d, Line drawing of pelvis in right lateral view. e, Photograph of the scapular girdle. f, Photograph of proximal portion of the tail in right lateral view. Abbreviations: af, antorbital fenestra; ca, caudal; ddp, dorsodistal process; don, distal obturator notch; en, external naris; fu, furcula; hae, haemapophyses; hy, hyoid; ldt, left dentary; lf, left femur; lfr, left frontal; lis, left ischium; lj, left jugal; lna, left nasal; lp, left pubis; ls, left scapula; mf, maxillary fenestra; ns, neural spine; op, obturator process; par, parietal; pmf, promaxillary fenestra; pon, proximal obturator notch; ra, right angular; rcor, right coracoid; rdt, right dentary; rect, right ectopterygoid; rf, right femur; rfr, right frontal; ril, right ilium; ris, right ischium; rj, right jugal; rl, right lacrimal; rmx, right maxilla; rna, right nasal; rpm, right premaxilla; rpo, right postorbital; rq, right quadrate; rqj, right quadratojugal; rs, right scapula; rsa, right surangular; rsq, right squamosal; sc, scleral plates.

Uitzonderlijk

Via een uitzonderlijk omvangrijke analyse van de ontwikkelingsgeschiedenis, waarbij beschreven wordt hoe de ene groep organismen uit de andere ontstond , blijkt dat het dier aan de basis staat van de vogelstamboom.

”Het verschil vinden tussen een primitieve dinosauriër of vogel is bijzonder moeilijk”, aldus Godefroit.

De studie bevestigt ook dat de typische vogelvlucht maar één keer ontstond binnen de zogenaamde Paraves, een groep die gevederde dinosauriërs (2) en vogels omvat.”

Jonger

De Archeopteryx, waarvan sinds 1861 een twaalftal exemplaren zijn beschreven, wordt 10 miljoen jaar jonger geschat dan de Aurornis.

Door de ontdekking van de Aurornis blijft hij evenwel tot de tak van de vogels behoren: in 2011 nog plaatste men de archeopteryx  bij de gevederde dinosauriërs.

(wikipedia )

In 2011, Chinese paleontologist Xu Xing claimed Archaeopteryx was not a bird ancestor.[4] A phylogenetic analysis of Aurornis suggests that it belongs in the bird linage, in a more basal position than Archaeopteryx.[4] The analysis, based on “almost 1,500 [morphological] characteristics”, contradicts Xu’s conclusion which was based on fewer characteristics, and returns Archaeopteryx to the bird lineage.[5] Whether A. xui will be accepted as a true bird by other paleontologists is yet to be determined. Recent discoveries “[emphasize] how grey the dividing line is between birds and dinosaurs”, says Paul Barrett of the Natural History Museum in London. “There’s such a gradation in features between them that it’s very difficult to tell them apart … [Aurornis xui] is certainly an older member of the bird lineage than Archaeopteryx, and it’s fair to call it a very primitive bird. But what you call a bird comes down to what you call a bird, and a lot of definitions depend on Archaeopteryx.”[4] Bird evolution specialist Lawrence Witmer called the new analysis compelling.[6] However, American paleontologist Luis Chiappe disagrees, saying A. xui’s forelimb is too short to be a true bird. It “is very birdlike, but it is not yet a bird,” he concludes.[7]

http://phenomena.nationalgeographic.com/2013/05/29/the-changing-science-of-just-about-birds-and-not-quite-birds/

nature12168-f3_2 fig 3

Figure 3: Phylogenetic relationships of Aurornis xui among coelurosaurian theropods. Time-calibrated strict consensus tree of the 216 most-parsimonious trees resulting from our phylogenetic analysis (tree length = 4429; consistency index excluding uninformative characters = 0.27; retention index = 0.58; Supplementary Information). In this hypothesis Aurornis is an avialan more basal than Archaeopteryx, and Troodontidae is the sister-group of Avialae.

”De Archeopterix blijft een primitieve vogel, maar het dier dat we nu beschreven, is nog primitiever”, aldus Godefroit.

Door: ANP
Godefroit et al, Nature 2013, A Jurassic avialan dinosaur from China resolves the early phylogenetic history of birds 
°
NOTEN
(1)
  1. “Primitief” in de context van de palaeontology is niet het tegenovergestelde van “geavanceerd”.
  2.  In de taxonomie/cladistiek staat “primitief” ofwel “basaal” tegenover “gederiveerd”.
  3. ‘Primitief’ betekent niet dom, achterlijk of niet ontwikkeld, maar ‘eerst’. Het gaat om de ( tot nu  bekende ) eerste vogel.
    1. De status als tussenvorm van een fossiel hangt niet af van wat we weten over de afstamming, maar van de morfologie. Als een fossiel morfologisch intermediair is tussen een basale en gederiveerde vorm, dan is het een tussenvorm. 
(2)
  1. Alle vogels zijn nog steeds vliegende ( en gevederde ) dinosauriers. Alleen is de stamboom nu iets aangepast aan de nieuwe vondsten .
  2. The dinosaurs didn’t go extinct after all. They are alive and well today. Natural selection (with the help of a comet) just happened to pick dinosaurs that were smaller, covered in feathers, and in many cases, could fly

MEXICO GUATEMALA BELIZE

 

 

°foto’s midden amerika.docx (7.3 MB) 
°midden amerika teksten.docx (4.2 MB)

°Precolombiaanse offerpraktijken.docx (801.9 KB)  …de Maya mensenoffers Lees er hier alles over!

Een universeel  gegeven  

http://en.wikipedia.org/wiki/Human_sacrifice

http://www.scientias.nl/?s=mensenoffers&x=19&y=12

MEXICO

mapa azteca Un paseo por la historia de México, Teotihuacan

2000 jaar oude nederzetting met piramide ontdekt in Mexico

 15 juli 2013

Archeologen hebben in Mexico de resten van een zeer oude nederzetting teruggevonden. In de nederzetting – die zo’n 2000 jaar oud is – troffen de archeologen onder meer dertig graven en de resten van een piramide terug.

De nederzetting bevindt zich in het zuidoosten van Mexico, in de stad Jáltipan. De Mexicanen stuitten op de nederzetting tijdens bouwwerkzaamheden. Daarop werden er archeologen bijgehaald. Zij zijn opgravingen begonnen en hebben al verschillende ontdekkingen gedaan.

Graven
. In zeker twee ervan liggen kinderen begraven. De overledenen kregen flink wat offers mee. In de graven zijn botten van honden, coyotebeenderenresten van hertengeweien, vissen en vogels teruggevonden, . “Lange beenderen en grote tanden” kunnen dan weer van kamelen en dwergneushoorns afstammen, aldus INAH-projectleider Alfredo Delgado. De wetenschappelijke analyse, die minstens drie maanden zal duren, moet meer duidelijkheid brengen

. Mogelijk was het de bedoeling dat de dieren de doden tijdens hun reis naar de onderwereld zouden vergezellen.

Volgens het INAH kan het gaan om een gemeenschappelijke begraafplaats of marktplaats van verschillende oude Amerikaanse volksgroepen. De keramische figuren worden aan onder andere de Teotihuacan-, Maya-, Nahua- en Popoluca-culturen toegeschreven.

.

Fossiele resten

In de nederzetting werden ook veel fossiele resten aangetroffen. Sommige resten zijn van dieren die al meer dan 10.000 jaar zijn uitgestorven. Daarmee zijn deze fossiele resten dus aanzienlijk ouder dan de nederzetting zelf. Mogelijk verzamelden de inwoners van de nederzetting deze fossiele resten.

Piramide
Ook troffen de onderzoekers op een naburige  heuvel de resten van een piramide aan. Het stenen gebouw moet zo’n twaalf meter hoog zijn geweest zestig meter lang en vijfentwintig meter breed en was bekleed  met kalksteen . De vondst is heel bijzonder, zo benadrukken de archeologen. In dit deel van Mexico worden namelijk maar zelden stenen gebouwen van dit type teruggevonden is.

INAH denkt dat  in een nabijgelegen werkplaats voor bakstenen van mogelijke invloed van de Maya-cultuur getuigt.

Inwoners
Onduidelijk is nog wie er precies in de nederzetting woonden. Tijdens de opgravingen zijn namelijk sporen van diverse culturen teruggevonden. Sommige gebouwen doen bijvoorbeeld denken aan de Maya’s, terwijl het ontdekte aardewerk weer afkomstig lijkt uit de stad Teotihuacán. Mogelijk was de nederzetting een plek waar allerlei culturen samenkwamen, bijvoorbeeld een markt of overheidscentrum.

De archeologen vermoeden dat de nederzetting rond het begin van de jaartelling tot stand kwam. Tot het jaar 600 of 700 was de nederzetting bewoond

Bronmateriaal:
Entierros prehispánicos y pirámide en Veracruz” – INAH
De foto bovenaan dit artikel is afkomstig van INAH.

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/belga_20130711_precolumbiaanse_graven

  • INAH

 

 

Mensenoffers  van de azteken  nabij Xaltocan meer  in

Mexico

An Ancient Surprise” – GSU.edu

 28 januari 2013

tlaloc

Onderzoekers hebben in Mexico de resten van tientallen mensen teruggevonden. Het gaat waarschijnlijk om mensenoffers die ergens tussen het jaar 660 en 890 werden gebracht.

Eigenlijk was antropoloog Christopher Morehart van plan om nabij het meer Xaltocan onderzoek te doen naar oude sporen van landbouw. Maar zijn onderzoek veranderde radicaal toen hij op menselijke resten stuitte. Inmiddels zijn de stoffelijke resten van 31 mensen blootgelegd.

Onthoofd
De doden liggen allemaal met hun hoofd op het oosten gericht, begraven. En alles wijst erop dat ze geofferd werden. “Er is overtuigend bewijs dat deze mensen geofferd en onthoofd werden,” vertelt Morehart. De mensen vonden ergens tussen 660 en 890 de dood. In deze periode kwam er een einde aan het machtige nabijgelegen Teotihuacan en kwamen de machtige Azteken op.

Tlaloc
In de graven werden beeldjes teruggevonden die doen denken aan de goden die lang geleden in dit gebied werden vereerd. Tlaloc bijvoorbeeld: de god van regen en water (zie de afbeelding hierboven). “Er was hier een soort ritueel gaande waarbij offers gebracht werden aan goden die geassocieerd werden met de aarde en regen en daarbij werden ook mensenoffers gebracht die weer samenhangen met geweld, conflicten en oorlogsvoering,” stelt Morehart.

Pollen
Ook lang nadat de mensenoffers hier ter ruste werden gelegd, bleef deze laatste rustplaats belangrijk. Er werden geen mensenoffers meer gebracht, maar men bleef er rituelen uitvoeren. Zo werd er wierook gebrand en zijn pollen teruggevonden van planten waarvan we weten dat ze een rituele betekenis hadden. Sterker nog: zelfs in moderne tijden was deze plaats nog van betekenis. Zo zijn er ook sporen van modernere rituelen teruggevonden.

Morehart zet zijn onderzoek in het gebied voort en hoopt nog meer te weten te komen over wat zich hier door de eeuwen heen heeft afgespeeld

.

Teotihuacan

 04 augustus 2010   4

Archeologen hebben onder de ruïnes van de Mexicaanse stad Teotihuacan een verborgen tunnel en meerdere kamers ontdekt. De kans is groot dat de tunnel naar de graven van de eerste leiders van Teotihuacan leidt. Daarmee zou een einde komen aan veel mysteries.

Van Teotihuacan is tegenwoordig weinig meer over, maar vroeger was het een zeer beroemde stad. De stad ontstond zo rond 200 voor Christus en groeide uit tot een cultureel centrum met meer dan 100.000 inwoners. Rond het jaar 750 raakte de stad in verval. Rond 1300 kwamen de Azteken in het gebied en zij gaven de stad de naam Teotihuacan. Dat betekent letterlijk: ‘de plaats waar men god wordt’. De meeste mensen kennen Teotihuacan tegenwoordig vooral van de piramide van de zon en de piramide van de maan.

Van boven naar onder: de piramide van de zon, de piramide van de maan en uitzicht over Teotihuacan.

Opgraving
Wetenschappers weten vrijwel niets van de sociale structuren van Teotihuacan. De stad wordt al zo’n 100 jaar bestudeerd, maar afbeeldingen en graven van de leiders zijn nog nooit ontdekt. Ook geschriften ontbreken. Daarom moet de archeologie  het vooral van opgravingen hebben.

Qetzacoatl
Archeologen vermoedden in 2003 al dat zich onder de stad een tunnel bevond. Tijdens een zware storm zakte de grond aan de voet van de tempel van Qetzacoatl weg. Afgelopen jaar begonnen de archeologen met graven en onlangs stuitten ze op twaalf meter diepte eindelijk op het dak van de tunnel.

Heilige
Met behulp van een camera namen de archeologen een kijkje in de tunnel. Deze bleek vier meter breed te zijn. De wetenschappers vermoeden dat de tunnel tussen 200 en 250 na Christus is afgesloten. Het zou een zeer heilige plaats voor de bewoners van Teotihuacan zijn geweest. “Ik denk dat de tunnel het centrale element was,” legt archeoloog Sergio Gomez uit. “Het belangrijkste element waar de rest van dit ceremoniële centrum omheen is gebouwd. Dit was de heiligste plaats.”

Kamer
Met behulp van scans hebben de archeologen de tunnel inmiddels al beter kunnen bestuderen. Ze ontdekten dat deze na 37 meter dood lijkt te lopen: er bevindt zich een steen of muur. Maar de scans tonen aan dat de tunnel achter die barrière gewoon doorloopt en eindigt in een grote kamer van tien bij tien meter. Deze kamer bevindt zich direct onder de tempel. Aan elke kant van de tunnel bevinden zich dan nog twee kleinere kamers.

Leider
Volgens Gomez wijst alles erop dat het gaat om een tombe van een belangrijke leider. In de tunnel vonden de archeologen namelijk 50.000 offers. Deze zijn er kort voordat de tunnel voorgoed werd afgesloten, in gegooid. “Elke archeoloog die in Teotihuacan heeft gewerkt, heeft geprobeerd om de graven van de leiders te vinden. Er is een grote kans dat dit de plaats is. In de centrale kamer kunnen we de resten vinden van degene die Teotihuacan regeerde.”

Volgens Gomez duurt het nog zeker twee maanden voordat de archeologen de tunnel kunnen betreden. Hopelijk zal dan blijken hoe Teotihuacan geregeerd werd en uit kon groeien tot een stad met verstrekkende culturele invloed.

Tunnel ontdekt onder Mexicaanse tempel

31 mei 2011   0

Wetenschappers hebben onder de tempel van Quetzalcoatl een tunnel ontdekt. De tunnel werd zo’n 1800 jaar geleden dichtgemaakt.

De onderzoekers ontdekten de tunnel met behulp van radarbeelden. De tunnel bevindt zich op een diepte van zo’n veertien meter en is 120 meter lang.

Onderwereld
In de tunnel troffen de onderzoekers allerlei symbolen aan. De symbolen wijzen erop dat de tunnel een representatie van de onderwereld is.

Grafkamer
Waar de tunnel naartoe leidt, is nog onduidelijk. Maar wetenschappers gaan ervan uit dat zich aan het eind van de tunnel een grafkamer bevindt. “Aan het eind bevinden zich meerdere kamers die mogelijk de restanten van heersers van de Meso-Amerikaanse beschaving bevatten,” legt archeoloog Sergio Gomez Chavez uit. “Als dat bevestigd wordt, is dit één van de belangrijkste archeologische ontdekkingen van de 21e eeuw.”

De tempel en de tunnel bevinden zich in Teotihuacan. De stad is van grote archeologische waarde: het was voordat de Spanjaarden Mexico binnenvielen de grootste stad van Meso-Amerika. Er staan tal van bekende gebouwen zoals bijvoorbeeld de zonnepiramide en de maanpiramide.

Bovenstaande foto is gemaakt door Daniel Lobo (via Flickr.com)

Bronmateriaal:
Tunnel found under temple in Mexico” – Physorg.com

.

“Tunnel naar de onderwereld “in Mexico bevat 50.000 objecten

 

 . De 120 meter lange tunnel werd in 2003 ontdekt en is de laatste jaren onderzocht door robots en mensen.

Daarbij   troffen zij ook drie grafkamers aan.

Ongeveer 2000 jaar geleden leefden er meer dan 120.000 mensen in het gebied rondom de Tempel van de Gevederde Slang. Daarmee was de stad Teotihuacán voor die tijd een echte wereldstad. Enkele honderden jaren later was de stad zo goed als uitgestorven. Wetenschappers hopen dat de vondsten in de grafkamers en in de tunnel meer onthullen over hoe de bewoners van Teotihuacán leefden. Wellicht dat zelfs de graven van belangrijke leiders terug te vinden zijn. Op dit moment zijn deze graven nog niet gevonden, maar de onderzoekers geven de hoop niet op. “Als we deze graven vinden, dan treffen we mensen aan die enorm belangrijk waren”, vertelt projectwetenschapper Sergio Gomez.

 

offergaven

offergaven

 

This Aug. 6, 2014 photo released by Mexico’s National Institute of Anthropology and History (INAH) shows a sculpture unearthed at the Teotihuacan archeological site in Mexico. Mexican archaeologists have concluded a yearslong exploration of a tunnel sealed nearly 2,000 years ago at the ancient city of Teotihuacan and found thousands of relics. Teotihuacan dominated central Mexico centuries before the rise of the Aztecs in the 14th century. (AP Photo/Proyecto Tlalocan, INAH)

 

http://www.nu.nl/wetenschap/3915861/heilige-tunnel-mexico-blootgelegd.html

http://media.zie.nl/e/?v=385zkjbfna7p

 

 

OVER TEOTIHUACÁN

Wie de stad met daarin tal van machtige bouwwerken die tot op de dag van vandaag te bewonderen zijn, bouwden, is onduidelijk. De mensen die de stad stichtten, lieten voor zover bekend geen geschriften achter. We weten zelfs niet hoe ze hun stad noemden. De naam Teotihuacán kwam pas veel later in zwang en is bedacht door Azteken die zichtbaar onder de indruk waren van Teotihuacán wat letterlijk zoiets betekent als ‘de stad waar mensen goden worden’.

De tunnel is mogelijk gebruikt door de leiders en andere belangrijke mensen van Teotihuacán. Zo vonden de archeologen bij de ingang van de tunnel een offertafel, waar inwoners geschenken voor de goden konden neerleggen. Deze geschenken werden opgeslagen in de tunnel en mogelijk gebruikt om de macht te houden. De inwoners van Teotihuacán gebruikten de tunnel tot het jaar 250 na Christus, waarna de ondergrondse gangen werden afgesloten.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Teotihuac%C3%A1n_(historische_stad)

 

 

50.000 objecten
Naar verwachting liggen er 50.000 objecten in de tunnel, waaronder 4.000 houten figuren, sculpturen van steen, juwelen en schelpen. Op foto’s en videobeelden zijn ook messen van vulkanisch glas en pijlpunten zichtbaar.

Koninklijke tombe
Gomez hoopt dat tijdens toekomstige expedities nog meer belangrijke vondsten worden gedaan. Aan het einde van de tunnel hoopt de onderzoeker een koninklijke tombe te vinden.

“Gezien de grote hoeveelheid offergaven aan het einde van de tunnel, kan deze tombe niet op een andere plek zijn”, meldt Gomez.

 

 

p

trap zijdelings

Tempel van de gevederde slang

Afbeeldingen van tempel van de gevederde slang  <—

http://wikimapia.org/19471789/nl/Piramide-van-de-Gevederde-Slang

 

Bronmateriaal:

ABUNDANTE OFRENDA, UMBRAL DE CÁMARAS BAJO EL TEMPLO DE LA SERPIENTE EMPLUMADA” – INAH

http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-2813097/Filled-artifacts-ancient-Mexican-tunnel-lead-royal-tombs.html

http://phys.org/news/2014-10-mexico-archaeologists-explore-teotihuacan-tunnel.html

 

°

Offers ontdekt onder Piramide van de Zon

http://en.wikipedia.org/wiki/Pyramid_of_the_Sun

  1. De piramide van de zon is het grootste bouwwerk in de Mexicaanse ruïnestad Teotihuacán en het op een-na-grootste bouwwerk van het precolumbiaanse Meso-Amerika. Wikipedia
  2.  San Juan Teotihuacán, 55800 Teotihuacán de Arista, Edomex, Mexico
15 december 2011 1

Het jade masker

De offers zijn waarschijnlijk meer dan 1900 jaar oud en werden nog voor de bouw van de piramide begon, gebracht.

Dat maken archeologen van het Mexicaanse Instituto Nacional de Antropología e Historia (INAH) bekend. Er werden potten, beeldjes van mensen en stukjes vulkanisch glas aangetroffen. Ook vonden onderzoekers pijlpunten en iets wat lijkt op messen. Tevens werden de restanten van dieren aangetroffen: onder meer een arend, katten en honden. De offers zijn nog voordat de piramide er was, gebracht. Hoogstwaarschijnlijk ter ere van een regengod.

Groen masker
In de fundering van de piramide werd nog een bijzondere vondst gedaan: een groen masker.

Volgens de onderzoekers is het voor het eerst dat in het oude stadje in een rituele context een masker wordt teruggevonden.

De piramide van de zon. Foto: Stefan Perneborg (cc via Flickr.com).

Teotihuacan
De piramide van de zon bevindt zich in de oude stad Teotihuacán. De piramide is zo’n 225 meter breed en lang en zo’n 65 meter hoog. De bouw ervan startte meer dan 1900 jaar geleden. Tussen de eerste en zevende eeuw na Christus werd er aan de stad Teotihuacán gewerkt. De gebouwen werden niet zomaar neergezet: er werd rekening gehouden met de stand van bijvoorbeeld de zon. Ooit moeten de religieuze gebouwen deel uit hebben gemaakt van een enorme stad: Teotihuacán besloeg op het hoogtepunt zo’n 36 vierkante kilometer. Zo’n tien procent van die ruimte werd besteed aan bouwwerken voor de goden. Gedurende de zevende eeuw werd de stad getroffen door brand. De bewoners vertrokken hierop.

De onderzoekers hebben altijd vermoed dat zich onder de piramide offers zouden bevinden.

Daarom werden diverse tunnels onder het bouwwerk gegraven in een poging de offers te vinden.

Bronmateriaal:
Hallan ofrenda originaria de pirámide del sol” – INAH.gob.mx
Pre-Hispanic City of Teotihuacan” – Unesco.org
De foto bovenaan dit artikel is afkomstig van de site INAH.gob.m).

http://phys.org/news/2011-12-teotihuacan-pyramid.html#nRlv

Robot ontdekt drie grafkamers onder Mexicaanse  tempel

van de  gevederde  slang

 

 

busto quetzalcoatl en teotihuacàn

busto quetzalcoatl en teotihuacàn

25 april 2013 
De GEVEDERDE SLANG ;KUKULCAN/ QUETZALCOATL
Afbeeldingen van kukulcan god  <—-zie ook reactie onderaan  
File:Teotihaucan-3027.jpg
Pyramid of the Feathered Serpent, from the top of the Adosada platform.
File:Teotihaucan-3015.jpg

Adosada platform in the midground, Pyramid of the Feathered Serpent behind the platform, person beside a small platform in the foreground gives scale

Archeologen hebben met behulp van een robot drie kamers ontdekt onder de Tempel van de Gevederde Slang in Teotihuacán, Mexico. En dat is verrassend: onderzoekers dachten maar één kamer onder de tempel aan te gaan treffen.

Om de kamertjes te ontdekken, werd het uiterste van Tlaloc II-TC gevraagd. Het robotje werd in een 2000 jaar oude tunnel geplaatst en moest vervolgens ondanks zijn flinke gewicht (ongeveer 35 kilo) en alle modder waarin zijn wielen konden blijven steken, zo ver mogelijk zien te komen. Terwijl de robot zich door de gang begaf, maakte deze foto’s en scans van zijn omgeving.

Over Teotihuacán

Wie de stad met daarin tal van machtige bouwwerken die tot op de dag van vandaag te bewonderen zijn, bouwden, is onduidelijk. De mensen die de stad stichtten, lieten voor zover bekend geen geschriften achter. We weten zelfs niet hoe ze hun stad noemden. De naam Teotihuacán kwam pas veel later in zwang en is bedacht door Azteken die zichtbaar onder de indruk waren van Teotihuacán wat letterlijk zoiets betekent als ‘de stad waar mensen goden worden’.

Zo ontdekten de archeologen dat onder de tempel niet één kamer, maar drie kamers te vinden zijn. De onderzoekers hopen dat de ontdekking ze meer kan vertellen over de oorspronkelijke bewoners van Teotihuacán. Iets minder dan 2000 jaar geleden moeten in dit gebied meer dan 120.000 mensen hebben geleefd. En daarmee was het naar de maatstaven van die tijd een echte wereldstad. Maar enkele honderden jaren later verlieten deze mensen de stad opeens. Onduidelijk is nog waarom. De archeologen verwachten dat de tempel ze veel meer kan vertellen over het (rituele) leven van de bewoners van Teotihuacán. Ze hopen in de kamers onder de tempel uiteindelijk de graven van belangrijke leiders van het gebied terug te vinden.

De tunnel onder de tempel werd in 2003 ontdekt toen heftige regenval een flink gat in de grond nabij de tempel blootlegde. Het gat bleek toegang te geven tot een netwerk van tunnels onder de tempel. Met behulp van de robot wordt dat netwerk nu bestudeerd. De robot is al een heel eind: alleen de laatste dertig meter van de 120 meter lange tunnel moet nog onderzocht worden. Maar voor de robot dat kan doen, moet eerst de aarde die ‘m nu de weg verspert, worden verwijderd. De archeologen doen dat ongetwijfeld graag. Ze hebben namelijk grote verwachtingen van het laatste stukje van de tunnel. Ze verwachten dat zich hier een trap bevindt die ze nog eens drie tot vier meter dieper onder de tempel brengt.

Bronmateriaal:
Son tres las cámaras subterráneas detectadas en Teotihuacan” – INAH.gob.mx
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door jschmeling (via Wikimedia Commons).

http://phys.org/news/2013-04-robot-chambers-ancient-mexico-temple.html

http://portalvacaciones.com/tag/piramide-del-sol/

 

 

 

MAYA’S

Maya_map

De Maya’s leefden en handelden in een streek die Meso-Amerika wordt genoemd. Geografisch strekt Meso-Amerika zich uit van het noorden van Mexico tot aan Nicaragua en Costa Rica. Het omvat Quintana Roo, Yucatán, Campeche, Chiapas, en Tabasco in Mexico, het gehele tegenwoordige Guatemala, Belize, en het uiterst westelijke deel van Honduras en El Salvador. Deze streek is ongeveer 900 km van noord naar zuid, en 500 km van oost naar west.

Wikimedia Commons

YUCATAN  

Een van de bekendste Mayasteden op Yucatán is Chichén Itzá, die op de Werelderfgoedlijst staat van Unesco.

19 juni 2013

Opnieuw Mayastad ontdekt in jungle van Mexico

 De nederzetting strekt zich uit over een gebied van 22 hectare.

De nederzetting op het schiereiland Yucatán, die een paar weken geleden is ontdekt, telt talrijke resten van tempels, paleizen, woningen en velden voor het heilige balspel van de Maya’s. De grootste tempel zou 23 meter hoog zijn, aldus het Nationale Instituut voor Antropologie en Geschiedenis (INAH).

Karakteristiek voor de stad zijn steenblokken met inscripties, zogeheten stèles. ”Heerser K’inich B’ahlam heeft de rode (of grote) steen in 751 opgesteld”, valt op een van de rijk versierde stèles te lezen. Het onderzoeksteam moest zich een weg van twee uur door het dichte regenwoud van de deelstaat Campeche banen om bij de ruïnes te komen.

Archeologen hebben een grote Mayastad gevonden in de oostelijke  jungle van Mexico(yucatan ). De Mayastad – met de naam ‘Chactún’ – ligt in een gebied waar ook veel andere Mayasteden zijn gevonden. Tot op heden bleef deze Mayastad onopgemerkt, omdat Chactún haast niet bereikbaar is.

Archeologen vermoeden dat de Mayastad zijn bloeiperiode kende in de periode van 600 tot 900 na Christus. De stad is vergelijkbaar in grootte met beroemde Mayasteden als El Palmar, Becan en Nadzcaan. “Het is één van de grootste Mayasteden van de centrale laaglanden”, onthult de Sloveense onderzoeksleider Ivan Šprajc.

Mayasteden

Met enige regelmaat worden er nieuwe Mayasteden gevonden, zoals in 2011. Hoewel Mexico vrij toeristisch is, zijn de jungles nog onbekend terrein.

Moeilijk bereikbaar
De onderzoekers onderzochten stereoscopische luchtfoto’s en zagen vervolgens architectonische overblijfselen in de jungle. Om vast te stellen dat het inderdaad een nieuwe Mayastad is, reisden de onderzoekers door de jungle met een terreinwagen. Regelmatig moesten zij stoppen om de weg vrij te maken, omdat vegetatie een deel van de weg had opgeslokt. Na een paar uur rijden bereikten zij de nieuwe Mayastad.

Piramides, altaren en stèles
Chactún is ongeveer 22 hectare groot. Het gebied bestaat uit drie monumentale complexen. Er zijn veel piramidale structuren zichtbaar. Verder troffen de archeologen terrassen, pleinen, gebeeldhouwde monumenten, speelvelden (waar de Maya’s een balspel speelden) en woonwijken aan. De hoogste piramide is 23 meter hoog. De onderzoekers prijzen vooral de mooie altaren en stèles. Stèles zijn steenblokken met inscripties. Drie van de negentien stèles in Chactún zijn uitstekend bewaard gebleven. “Eén van de stenen is opgesteld in 751 door de heerser K’inich B’ahlam”, vertelt Šprajc.

Hergebruikt
Veel van de altaren, stèles en andere monumenten zijn minder goed bewaard gebleven. Deze zijn honderden jaren later hergebruikt. Šprajc: “De mensen die de monumenten hergebruikten wisten niet wat ze betekenden.”

Bekijk beelden van de ruïnes:

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11"
  • 12
Bronmateriaal:
DESCUBREN SITIO MAYA EN CAMPECHE” – Conaculta

GUATEMALA

Begin Maya-beschaving ?

26 april 2013  

De beschaving van de Maya’s ontwikkelde zich ver voor onze jaartelling en beleefde zijn hoogtepunt in de zogenaamde “klassieke periode”:, die grofweg duurde van 250 tot 900 na Christus. De Maya’s ontwikkelden zich tot de meest geavanceerde cultuur van ‘precolumbiaans Amerika’ (de tijd vóórdat ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus daar in 1492 aankwam). Zo waren ze de enige indianencultuur die over een volledig ontwikkeldschrift beschikte. Verder verwijzen de vele tempels, piramiden en zelfs complete steden in de jungles van Mexico, Guatemala en Belize naar de grootsheid van het oude volk.

Maya-map

Het leefgebied van de Olmekencultuur en de latere Maya-beschaving

Maar over waar de Maya’s vandaan kwamen, door wie ze cultureel beïnvloed werden en hoe hun vroegste ontwikkeling verliep is maar weinig bekend.

Veel Maya-onderzoekers zijn van mening dat ze sterk beïnvloed zijn door de Olmeken, een volk die tussen ca. 1500 en 400 v. Chr. langs de kusten van de Golf van Mexico leefde. De Olmeken worden wel als de moeder-cultuur van de Maya’s gezien.

Bij de Olmeken werden de culturele innovaties gedaan. Het bouwen van de piramide-achtige tempels en grote vierkante pleinen. Die zien we nu als typisch voor de Maya’s, maar werden door vrijwel alle Midden-Amerikaanse indianenculturen gebouwd. Ook bepaalde ideeën over politieke centralisatie die de Maya’s later verder succesvol uitbouwden, zouden bij de Olmeken zijn ontstaan, denken deze onderzoekers.

Andere onderzoekers zijn van mening dat de Maya’s de Olmeken vooral als rivalen zagen en nauwelijks cultureel uitwisseling met hen hadden. Volgens hen ontwikkelde de Maya-cultuur zich vrij geïsoleerd van andere culturen.

800px-seibal-temple

Piramide-achtige Mayatempel in Ceibal, Guatemala

 wikimedia commons

Een nieuw onderzoek wijst er echter  op dat de Maya-beschaving op een heel andere manier is gestart dan archeologen dachten. Dat stellen archeologen nu ze in de Maya-stad Ceibal het oudste Maya-observatorium ooit hebben ontdekt.

Als het over het ontstaan van de Maya-beschaving gaat, zijn archeologen het beste in twee kampen te verdelen. Het ene kamp denkt dat de Maya-beschaving onafhankelijk van andere beschavingen in de jungle van het huidige Guatemala en het zuiden van Mexico ontstaan is. Het andere kamp denkt dat de Maya-beschaving sterk beïnvloed wordt door de veel oudere beschaving van de Olmeken en dan in het bijzonder door hun centrale stad: La Venta.

Allebei fout?
Het lijkt er nu op dat beide kampen er met hun ideeën naast zitten, zo schrijven archeologen in het blad Science. Ze baseren die conclusie op opgravingen in Ceibal: een Maya-stad in Guatemala. Tijdens de opgravingen stuitten ze op een observatorium dat aanzienlijk ouder bleek dan gedacht. Uit de opgravingen blijkt dat La Venta zo’n 200 jaar nadat Ceibal tot stand kwam, uitgroeide tot het belangrijke centrum dat het voor de Olmeken was.

 

Complex
Het onderzoek stelt niet dat de Maya-beschaving ouder is dan de beschaving van de Olmeken.

De Olmeken hadden namelijk nog een andere belangrijke stad die eerder dan La Venta ontstond. Maar het onderzoek suggereert wel dat La Venta GEEN   enorme invloed kan hebben gehad op de prille Maya-beschaving.

“We stellen dat het scenario van de prille Maya-cultuur veel complexer is dan we dachten,” vertelt onderzoeker Victor Castillo.

De archeologen zijn zich ervan bewust dat er wel overeenkomsten zijn tussen de beschaving van de Olmeken en die van de Maya’s. Zo lijkt de architectuur van beide beschavingen op elkaar en zijn er ook wel overeenkomsten tussen rituelen die de Maya’s en Olmeken erop nahielden. Maar het zou te kort door de bocht zijn om te stellen dat de Maya’s de Olmeken simpelweg na-aapten.

De onderzoekers denken dat zowel het Ceibal van de Maya’s als La Venta van de Olmeken het resultaat is van een geografisch verder reikende culturele verandering die zo’n 1000 voor Christus optrad.

“Er was sprake van een enorme sociale verandering die van de zuidelijke laaglanden van de Maya’s tot de kust van Chiapas en de zuidelijke Golfkust reikte en het gebied van Ceibal maakte deel uit van die bredere sociale verandering,” vertelt onderzoeker Inomata Triadan.

“De opkomst van een nieuwe vorm van samenleven – met een nieuwe architectuur en nieuwe rituelen – werd de belangrijke basis voor alle latere Meso-Amerikaanse beschavingen.”

Bronmateriaal:
Archaeologists Unearth New Information on Origins of Maya Civilization” – UAnews.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Sébastian Homberger (via Wikimedia Commons).

 T. Inomata; D. Triadan; V. Castillo, Early Ceremonial Constructions at Ceibal, Guatemala, and the Origins of Lowland Maya Civilization, Science, 26 april 2013    DOI:10.1126/science.1234493

Tombe van beroemde Maya-koningin K’abel ontdekt

Geschreven op 04 oktober 2012 om 08:35 uur door 

The Holy Snake Lord: Archaeologists say this tiny alabaster vessel shows a depiction of Queen Kalomt'e K'Abel, considered one of the great warrior queens of the Maya civilisationThe Holy Snake Lord: Archaeologists say this tiny alabaster vessel shows a depiction of Queen Kalomt’e K’Abel, considered one of the great warrior queens of the Maya civilisation

Remains of the great queen: This picture shows the bone of Queen K'Abel, who reigned for 20 years over the region and is onsidered the greatest ruler of the Maya's Late Classic periodRemains of the great queen: This picture shows the bones of Queen K’Abel, who reigned for 20 years over the region and is onsidered the greatest ruler of the Maya’s Late Classic period

Read more: http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-2212761/Raiding-tomb-Holy-Snake-Lord-Researchers-uncover-7th-Century-resting-place-Mayas-great-warrior-queen.html#ixzz2RUSvGVe0

Archeologen hebben in Guatemala de tombe van Maya-koningin K’abel teruggevonden. De koningin leefde in de zevende eeuw en wordt gezien als één van de belangrijkste vorsten van de klassieke Maya-beschaving.

De onderzoekers vonden het graf bij de tempel in een oude Maya-stad: El Perú-Waka, op zo’n 75 kilometer afstand van Tikal. De stad moet ooit heel indrukwekkend zijn geweest: in het hart ervan bevonden zich op ongeveer één vierkante kilometer pleinen, paleizen, huizen en tempels. En daaromheen strekte de stad zich nog vele vierkante kilometer uit en waren nog meer huizen en tempels te vinden.

Het graf van koningin K’abel. Foto: Washington University in St Louis

Vaasje        De onderzoekers vonden het graf op een prominent plekje in de stad. Dat het het graf van K’abel was, ontdekten ze toen ze op een klein vaasje (zie hierboven), gemaakt van albast stuitten. Uit de opening van het vaasje komt het albasten hoofd en een albasten arm van een oudere vrouw. Daarnaast staan op het vaasje ook enkele hiëroglyfen die erop wijzen dat het vaasje aan koningin K’abel toebehoorde. Naast het vaasje werden ook vazen van keramiek in het graf teruggevonden. En buiten het graf stonden steles (stenen platen) met daarop teksten.

A drawing of the glyphs on the back of the vessel which researchers say is the name of Queen K'Abel

A drawing of the glyphs on the back of the vessel researchers say is the name of Queen K’Abel

Relics discovered in the tomb of Queen K'Abel: The Maya queen was buried alongside a hoard of jade jewels and other artifactsRelics discovered in the tomb of Queen K’Abel: The Maya queen was buried alongside a hoard of jade jewels and other artifacts

Ancient: A stucco polychrome bowl with a lid found at the Peru-Waka siteAncient: A stucco polychrome bowl with a lid found at the Peru-Waka site

El Peru-Waka is situated towards the top right of this map of western Peten and adjacent parts of of the Maya worldEl Peru-Waka is situated towards the top right of this map of western Peten and adjacent parts of of the Maya world

Read more: http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-2212761/Raiding-tomb-Holy-Snake-Lord-Researchers-uncover-7th-Century-resting-place-Mayas-great-warrior-queen.html#ixzz2RUTH9OF3

Hoogste Strijder
Kan-Koning Yuhknoom Ch’een de Grote veroverde de regio Péten, waarin de stad El Perú ligt, ergens tussen 636 en 686. Hij werd daarbij geholpen door de Wak-koning K’inich Bahlam II. Vervolgens zorgde de Kan-koning ervoor dat de Wak-koning trouwde met een vrouw uit zijn familie (waarschijnlijk zijn dochter): prinses K’abel. K’abel regeerde samen met haar echtgenoot K’inich Bahlam. Samen hadden ze de macht zeker twintig jaar in handen, maar waarschijnlijk nog veel langer. K’abel werd ook wel aangeduid met de titel ‘Kaloomte’ wat zoveel betekent als ‘Hoogste Strijder’ daarmee was haar gezag welbeschouwd groter dan dat van haar echtgenoot.

Rond 800 na Christus kwam er een einde aan de macht van de familie van K’abel en K’inich Bahlam. Maar eerder bleek uit onderzoek al dat de tempel in het stadscentrum zelfs vele generaties daarna nog steeds door aanbidders werd bezocht. Ze brachten offers en zetten fragmenten van koninklijke steles voor de tempel. Onderzoekers konden dit maar niet verklaren, maar de vondst van het graf van K’abel maakt alles duidelijk. Eén van de machtigste vrouwen uit dit gebied werd hier begraven.

Koningin K’abel is een oude bekende voor de archeologen. Enkele decennia geleden werd van haar namelijk een prachtig portret (rechts) teruggevonden. En ook haar echtgenoot werd vereeuwigd (links).

Bronmateriaal:
The queen of El Perú-Waka, New discoveries in an ancient Maya temple” – Wustl.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Washington University in St. Louis.

Graf van  K’utz Chmané  ontdekt

 26 oktober 2012  

Archeologen hebben in Guatemala de tombe van leider K’utz Chman teruggevonden. Hij zou de grondlegger van de Maya-cultuur zijn geweest, zo meldt onder meer de BBC.

De onderzoekers vonden het graf terug in Tak’alik Ab’aj. In deze oude stad zijn in het verleden al ontdekkingen gedaan die getuigen van de ondergang van de Olmeken (de eerste grote beschaving van dit gebied) en de daaropvolgende opkomst van de Maya’s.

Elementen
Met de vondst van de tombe denken de onderzoekers nu de sporen van een man gevonden te hebben die een zeer belangrijke rol speelde in de opkomst van de Maya’s. Volgens archeoloog Miguel Orrego zou K’utz Chman verschillende elementen geïntroduceerd hebben die de Maya-cultuur later zouden kenmerken. Denk bijvoorbeeld aan de bouwstijl van de Maya’s.

 

Sieraden
In de tombe – die ergens tussen 700 en 400 voor Christus gebouwd zou zijn, troffen onderzoekers onder meer sieraden aan. De botten van K’utz Chman zijn niet teruggevonden: de archeologen vermoeden dat deze al helemaal zijn vergaan. Dat de persoon die hier begraven lag een leidinggevende rol had, zou blijken uit de vondst van een ketting: hierop is een beeltenis te zien van een man met het hoofd van een gier. De vogel staat symbool voor macht en een hoge status, zo schrijft de BBC.

De Maya’s ontwikkelden zich gaandeweg tot een zeer machtige cultuur met hele uitgesproken kunst en architectuur. Ze hadden hun eigen goden en rituelen en een eigen schrift. Ze waren bijzonder goed onderlegd: zo hadden ze kaas gegeten van wiskunde en was ook hun kennis van de astronomie  indrukwekkend. De cultuur bereikte na het jaar 250 na Christus een hoogtepunt. Rond het jaar 800 begon de cultuur in verval te raken: de Maya’s verlieten hun steden en daarmee sijpelde ook langzaam maar zeker de cultuur van de Maya’s weg. Over de redenen achter dat verval wordt nog steeds volop gediscussieerd. Sommigen stellen dat (een door de Maya’s zelf veroorzaakte) klimaatverandering het volk fataal werd. Anderen denken dat meerdere factoren een rol speelden: droogte, een veranderend klimaat en sociale onrust, bijvoorbeeld.

Packed with jade jewels and other artefacts, it is the oldest royal Mayan burial ground ever found.

A jade figure found in the royal tomb of a Mayan king found on June 2012, at Takíalik Abíaj Archaeological National Park in Retalhuleu departament, 180 km south of Guatemala City.
jade beads found in the royal tomb of a Mayan king found on June 2012

Extraordinary artefacts: A jade figure (up ) and jade beans (bottom ) found in the royal tomb of the Mayan king

Unearthed: Pots in the grave of King K'utz Chman, a priest who is believed to have reigned around 700 B.C.Unearthed: Pots in the grave of King K’utz Chman, a priest who is believed to have reigned around 700 B.C.
Great treasures: Packed with artefacts, the grave is the most ancient royal Mayan burial ground found to dateGreat treasures: Packed with artefacts, the grave is the most ancient royal Mayan burial ground found to date
Amazing find: More pots found in the royal tomb of the Mayan king, located to the west of Guatemala City: More pots found in the royal tomb of the Mayan king, located to the west of Guatemala City
Verification: Scientists found the grave in June, but it has taken until now to confirm it belonged to K'utz ChmanVerification: Scientists found the grave in June, but it has taken until now to confirm it belonged to K’utz Chman
Past times: Ceramic dolls found in the royal tomb of the Mayan king discovered at the Tak'alik Ab'aj dig Past times: Ceramic dolls found in the royal tomb of the Mayan king discovered at the Tak’alik Ab’aj dig
jade beans
jade beans

Jade beans: Guatemala is studded with amazing ruins from the Mayans, who thrived between A.D. 250 and 800

Importance: The team found glistening jade jewels, including a necklace with a pendant carved in the shape of a vulture's head - a symbol that represented power and high economic statusImportance: The team found glistening jade jewels, including a necklace with a pendant carved in the shape of a vulture’s head – a symbol that represented power and high economic status
On location: The site of the discovery of the royal tomb at the Tak'alik Ab'aj dig in Retalhuleu in GuatemalaOn location: The site of the discovery of the royal tomb at the Tak’alik Ab’aj dig in Retalhuleu in Guatemala

Read more: http://www.dailymail.co.uk/news/article-2223355/Grave-ancient-king-laid-foundations-Mayan-civilisation-700-B-C-discovered-archaeologists.html#ixzz2RURddGfL

Bronmateriaal:

met video op de pagina  …
‘Oldest Mayan tomb’ found in Guatemala’s Retalhuleu” – BBC.co.uk

Tempel van de zonnegod van de Maya’s ontdekt

 20 juli 2012  5

A tracing of an image found at the El Zotz archaeological site in Guatemala depicts the Maya sun god. “The stuccos provide unprecedented insight into how the Maya conceived of the heavens,” said archaeologist Stephen Houston, “how they thought of the sun, and how the sun itself would have been grafted onto the identity of kings and the dynasties that would follow them.” Credit: Stephen Houston

Archeologen hebben in Guatemala een piramide en tempel ontdekt die ter ere van de zonnegod door de Maya’s werd opgericht. De vondst kan ons veel meer vertellen over het godsdienstig leven van de oude Maya’s.

De tempel is rijkelijk versierd. Op de tempel bevinden zich allerlei maskers. Die maskers laten zien door welke fasen de zon (die de Maya’s als een god beschouwden) dagelijks heen ging. De maskers zijn zo’n 1,5 meter hoog. Tussen de maskers lopen banden waarop zich juwelen bevonden. Die vertegenwoordigden Venus en andere planeten.

Tombe
Eerder werd in ditzelfde gebied een tombe met daarin menselijke resten en allerlei objecten teruggevonden. Het zou om een koninklijke tombe gaan. Waarschijnlijk hoort de tempel erbij. Deze zou na het overlijden van de edele nabij het graf zijn gebouwd om hem in verband te brengen met de eeuwige zon.

“De zon was een heel belangrijk element voor de leiders van de Maya’s,” vertelt onderzoeker Stephen Houston. “Het was een icoon dat ze opzettelijk in verband brachten met de koninklijke lijnen, de koninklijke identiteit en de koninklijke macht. Het (de zon, red.) is het meest dominante hemellichaam. Het is iets dat elke dag opkomt en in alle hoekjes en gaatjes doordringt, net zoals de koninklijke macht dat verondersteld wordt te doen. Dit gebouw viert dat nauwe verband tussen de koning en het machtigste en dominantste object dat aan de hemel aanwezig is.”

Tempel
De tempel bevindt zich net achter de tombe, boven op de zogenoemde Diablo Piramide.

“De Diablo Piramide is één van de meest ambitieus gedecoreerde gebouwen in het oude Amerika,” vertelt Houston. “Het pleisterwerk geeft ons een heel nieuw kijkje in hoe de Maya’s de hemel zagen, hoe ze over de zon dachten en hoe de zon zelf deel uitmaakte van de identiteit van koningen en de dynastieën die daarop volgden.”

Zichtbaar
De piramide met daarop de tempel moet zo’n 1600 jaar geleden een fantastisch gezicht geweest zijn. De piramide bevindt zich op een berg die zich hoog boven de oude Mayastad El Zotz uitstrekte. De tempel op de top van de piramide was waarschijnlijk helemaal rood geverfd. Wanneer de zon onderging en opkwam was de tempel het beste te zien. Zelfs op 25 kilometer afstand moet de tempel nog zichtbaar zijn geweest. En dat is mogelijk niet voor niets. De tempel werd gebouwd in een tijd dat de Maya’s het niet al te gemakkelijk hadden. Ze kwamen in contact met de mensen van Teotihuacan: een grote stad nabij het huidige Mexico-Stad. Deze mensen vielen het gebied van de Maya’s soms binnen.

De piramide en tempel zijn mogelijk opgericht als een symbool van macht, om te laten zien dat El Zotz de touwtjes nog stevig in handen had.

Levend wezen?
Eén vondst wijst er voorzichtig op dat de Maya’s de piramide en tempel ook echt als een levend wezen zagen. Op een gegeven moment werden de neuzen en monden van de maskers namelijk systematisch verminkt. Ook de banden op het voorhoofd waarop stond wat de maskers voor moesten stellen, werden beschadigd. Mogelijk was dat een manier om het gebouw te ‘deactiveren’.

De Maya’s deden dat waarschijnlijk toen ze een nieuw gebouw aan het bestaande wilden toevoegen.

Het is heel waarschijnlijk dat de tempel ons nog veel meer over de Maya’s gaat vertellen. Onderzoekers hebben op dit moment nog maar een klein deel van de tempel teruggevonden. Zeker zo’n 70 procent van het gebouw moet nog worden bestudeerd.

http://en.wikipedia.org/wiki/El_Zotz

http://news.nationalgeographic.com/news/2012/07/120720-maya-temple-el-zotz-masks-faces-science-houston/

One of the stucco masks found in the substructure of the pyramid. El Diablo, El Zotz, Petén.

One of the stucco masks found in the substructure of the pyramid. El Diablo, El Zotz, Petén.

http://www.revuemag.com/2010/09/mayan-royal-tomb-unearthed/02-f12-el-zotz-012/

Bronmateriaal:
El Zotz masks yield insights into Maya beliefs” – Brown.edu
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Stephen Houston.

http://www.mesoweb.com/reports/ZotzTomb.pdf

 ° de grootste dam die de Maya’s ooit hebben gebouwd

°

BELIZE 

gtb-maya-site-map-belize-big

http://www.guidetobelize.info/en/maya/belize-mayan-map-directory-guide.shtml

http://en.wikipedia.org/wiki/Maya_ruins_of_Belize

maya-crocodile-effigy-belize

An anthropomorphic effigy vessel found in the Maya Ruins of Belize.

It features a modeled human face emerging from a crocodile’s mouth – probably used as an offering vessel.

°

El SALVADOR  

Ceren 

http://www.scientias.nl/oude-weg-van-de-mayas-ontdekt/47907

http://www.scientias.nl/ceren-het-pompeii-van-de-mayas/50037

http://www.scientias.nl/maya-keuken-ontdekt-in-het-pompeii-van-centraal-amerika/83683

Bronmateriaal:
CU-Boulder team discovers ancient road at Maya village buried by volcanic ash 1,400 years ago” – Colorado.edu
Joya de Cerén Archaeological Site” – WHC.UNESCO.org
Boek: Before the volcano erupted: the ancient Cerén village in Central America. Door: Payson Sheets. 

UC Research on Maya Village Uncovers ‘Invisible’ Crops, Unexpected Agriculture” – UC>edu

ceren

De Maya’s: wat geloofden ze nu echt?

 19 september 2010 8

Aan goden geen gebrek bij de Maya’s. Voor vrijwel elk façet van hun bestaan hadden ze een god. En al die goden hadden hun eigen kenmerken, nukken en wensen. Geen wonder dat met name de priesters en elite daar hun handen vol aan hadden. Toch deden ze het met alle liefde, want de Maya’s wisten ook wel: voor wat, hoort wat.

In het begin was er op de hemel en de zee na helemaal niets. De goden van de hemel besloten daar verandering in te brengen en gingen in conclaaf met de goden van de oceaan. Ze kwamen overeen dat ze vereerd wilden worden, maar ze waren niet van plan om elkaar te gaan vereren en dus moest er een derde persoon bij komen. Om dat mogelijk te maken, creëerden de goden een plaats waar deze kon wonen. Ze hoefden het woord ‘aarde’ maar uit te spreken en direct was het er. De goden gingen toen dieren maken. Maar dat bleken niet zulke goede vereerders te zijn: ze krijsten maar wat. Daarop probeerde men de eerste mens te maken. Deze bestond uit modder en sprak alleen maar wartaal. Om dat op te lossen, maakten de goden een mens van hout. Dat leek perfect, maar de houten mens voelde niets en kon zijn scheppers dus ook niet oprecht vereren. De goden verwoestten de mensen die ze gemaakt hadden en deden een nieuwe poging. Ze maalden mais fijn, voegden er water aan toe en zo ontstond de mens. Deze kon de goden goed en oprecht vereren.

Schepping
Het scheppingsverhaal van de Maya’s is bijzonder. De Maya’s dateerden het zelf op de datum 13.0.0.0.0.4 Ahau 8 Cumha. Wie deze combinatie van twee Maya-kalenders omrekent, komt uit op 13 augustus 3114 voor Christus. Toen begon het allemaal. Met dank aan het narcisme van de goden.

Wereld
De Maya’s hadden een bijzonder beeld van de wereld. De aarde was in hun beleving plat en vierkant. Boven hun hoofden bevond zich het hemelrijk en onder hen het dodenrijk. Er zijn verslagen waarin te lezen valt dat het hemelrijk uit dertien lagen bestaat met elk een eigen god. De onderwereld zou negen ‘verdiepingen’ tellen.

In het midden van dit alles stond de wereldboom 

Op de hoeken van de aarde stonden vier bomen. Deze zorgden ervoor dat de hemel niet naar beneden viel. De god Pauahtun hielp waar nodig een handje door de hemel te ondersteunen. De aarde maakte volgens de Maya deel uit van een groter geheel. Hoe de planeet zich precies tot de rest verhield, wisten ze niet goed. Sommigen dachten dat de aarde op de oerzee dreef. Anderen vermoedden dat een enorme schildpad de aarde op zijn rug had genomen en zo door de oerzee zwierf.

Boven: de maangodin. Midden: de zonnegod. Onder: de maisgod (links) en Chac (rechts)

Goden
De Maya’s moesten op deze vierkante aarde dus hun goden vereren. Een hele klus; het pantheon was omvangrijk. Een greep uit de belangrijkste goden:

De god van de dag werd – hoe kan het ook anders – belichaamd door de zon. De Maya’s noemden deze god  Kinich Ahau wat letterlijk ‘heer met het gezicht van de zon’ betekent. Het volk bedacht dat deze god elke ochtend opnieuw geboren werd, gedurende de dag veranderde in een oude man en zo de cyclus van een mensenleven dagelijks meemaakte. In de nacht verbleef de zon in het dodenrijk. Daar vocht deze met een jaguar. Gelukkig won de zon elke keer weer, zodat deze toch kon opkomen.
De god van de nacht werd belichaamd door een vrouw: de maangodin. Zij werd meestal naakt afgebeeld.
En dan was er ook nog Chac.
Deze god ging over de regen, donder en bliksem. Daarmee was hij een god die men graag zag komen (vanwege de regen), maar even vaak graag zag gaan (vanwege het onweer).
Ook voor het voedsel hadden de Maya’s een god: Hun Hunaphu oftewel de maisgod. Dankzij hem was de mens ooit (uit mais!) ontstaan en nu maakte hij groei en ontwikkeling mogelijk.
Ook voor andere facetten hadden de Maya’s hun goden. Zo was er een god voor de handel, voor de kunst en voor de onderwereld.
Wanneer een koning van de Maya’s stierf, werd deze ook goddelijk. De koning ging dan deel uitmaken van de hemel. Ook de omgeving van de Maya’s werd als spiritueel gezien. Zo waren bergen heel belangrijk voor het volk, omdat de zielen van de voorouders daar zouden wonen.Ritueel
Het mag duidelijk zijn dat het dagelijks leven van de Maya’s doordrenkt was met godsdienst.Dat gold vooral voor de elite en priesters. Zij waren in het bijzonder op de goden aangewezen, omdat ze deze vrijwel dagelijks om advies en hulp moesten vragen.Om in contact te komen met de goden, werden diverse rituelen uitgevoerd. Vaak kwam daar een hoop pijn bij kijken, zo blijkt uit afbeeldingen en beeldjes die de Maya’s ons hebben achtergelaten. Er zijn beelden bekend waarbij de vrouw van de koning een touw met doornen door een gat in haar tong trekt. Terwijl ze – ongetwijfeld door pijn, dagenlang vasten en het gebruik van middelen die hallucinaties veroorzaken – in extase raakt, krijgt ze een visioen. Het contact is dan gelegd.Maar niet alleen vrouwen moesten de rituelen ondergaan. Er zijn ook beeldjes gevonden van mannen die met een mes of pijl hun eigen penis openrijten. De Maya’s zagen het als vanzelfsprekend. De goden deden immers ook zoveel voor hen.

De goden deden ook aan zelfkastijding wanneer dat nodig was om de mensen in hun behoeften te voorzien. Hier is te zien hoe een god danst terwijl hij onder meer in zijn hoofd snijdt.

Mensenoffer
Om alle goden te vriend te houden, moest er hard gewerkt worden. Gelukkig was er altijd wel een mogelijkheid om de goden te paaien: een mensenoffer deed bijvoorbeeld wonderen. In de meeste gevallen waren het krijgsgevangen of slaven die door de Maya’s werden geofferd.

Om te bepalen wie dat macabre lot ten deel viel, gebruikten de Maya’s soms een balspel. Hoe het spel precies gespeeld werd, is niet helemaal duidelijk. Vaststaat dat er twee teams waren en dat de bal in een ring geworpen moest worden.
Waarschijnlijk speelden de Maya’s zelf tegen hun sterk verzwakte krijgsgevangen, zodat ze zeker wisten dat ze wonnen.
De verliezer werd geofferd.
Geur
Mensen die geofferd moesten worden, werden goed verzorgd. Het was tenslotte een cadeautje voor de goden. Kort voor de ceremonie werden de slachtoffers blauw geverfd en kregen ze een hoofdtooi op.Zo werden ze naar de top van de piramide gebracht. Het offeren kon daar op verschillende manieren gebeuren. Soms werden de slachtoffers eerst onthoofd. Maar het kwam ook voor dat het offer nog levend op het altaar werd gelegd.De priester maakte een snee in de borst en rukte het nog kloppende hart eruit. Het lichaam werd daarna naar beneden gegooid. Naast mensen werd ook voedsel geofferd.De Maya’s dachten niet dat de goden dit echt opaten: de geur was genoeg.

De krijgsgevangen worden gepresenteerd aan de koning.

Overdreven
Hoewel wij bij de Maya’s tegenwoordig al snel aan deze gruwelijke daden denken, lijkt enige relativering op zijn plaats. Het is niet zo dat de Maya’s dagelijks mensen offerden. De offers vonden voornamelijk plaats wanneer de goden in actie moesten komen: bij droogte, ziekte of oorlog bijvoorbeeld. Of als een tempel werd geopend.

Dat de Maya’s toch vooral door hun mensenoffers beroemdheid verworven, lijkt te wijten te zijn aan de Spaanse kolonisten die het gedrag van de Maya’s flink overdreven en zo hun harde aanpak goed praatten.
De Spanjaarden vielen het land van de Maya’s rond 1520. Toch betekende dat niet direct het eind van de mensenoffers. Volgens de Mexicaanse regering zou de laatste mens nog  omstreeks 1860 zijn geofferd.Het hiernamaals
Wanneer een Maya stierf, daalde hij af in de onderwereld. Daar kwam hij oog in oog te staan met de heren die daar de dienst uitmaakten. Hun namen spreken voor zich: Een dood, Zeven dood, Demon van de Pus, Beenderscepter en Bloedverzamelaar. Wanneer de onderwereld verslagen was, zegevierde de dode.In het geval van de Maya-koningen betekende dat dat zij zelf goden werden en hun plaats in de hemel mochten innemen.De wisselwerking tussen de Maya’s en hun goden is interessant. In de beleving van de Maya’s waren ze volledig afhankelijk van hun goden, maar konden ze hun lot desalniettemin enigszins zelf sturen.Zolang zij hun goden vereerden en tevreden hielden, zou de wereld niet vergaan en was hun hachje gered.Het was een wisselwerking: voor wat, hoort wat.Tegelijkertijd hielpen de goden en hun mythen onverklaarbare zaken te verklaren en bewezen die onverklaarbare zaken maar weer eens dat de goden bestonden.Het is een godsdienstig systeem dat prima werkte voor de Maya’s.Sterker nog: er zijn nog altijd   oude Maya’s die dit geloof nog steeds handhaven. Hier en daar werd het wel wat aangepast en vermengd met het door de Spaanse bezetter meegebrachte katholicisme.

Rekenen met de Maya’s

 29 augustus 2010 7

De Maya’s vormden een bijzonder volk dat zijn tijd ver vooruit was. Een goede reden om de beschaving eens onder de loep te nemen. De komende weken trakteren we u elk weekend op een uitgebreid Maya-artikel. Deze week deel 1. Over één van de specialiteiten van het Zuid-Amerikaanse volk: keiharde wiskunde in een bijzonder cijferschrift.

De Maya’s vestigden zich in het jaar 1800 voor Christus in het zuidelijke deel van Amerika en zetten er in no-time een bijzondere beschaving neer. Toen de Spanjaarden in de zestiende eeuw arriveerden, ging het volk en haar cultuur grotendeels ten onder. Maar archeologische opgravingen pogen de kennis en kunde van de Maya’s al jarenlang nieuw leven in te blazen. En dat lukt: het volkje weet ons keer op keer weer te verbazen.

Dresdener Codex
Zo wisten wetenschappers de hand te leggen op de Dresdener Codex. Dit boek – geschreven in de elfde of twaalfde eeuw – bevat heel veel tabellen, teksten en ook cijfers. Het boek – eigenlijk een lange strook papier gemaakt van boomschors – is van onschatbare waarde, want er is maar weinig geschreven informatie van de Maya’s bewaard gebleven. De Spanjaarden en met name hun fanatieke bisschoppen wisten wel raad met de ‘godslasterlijke’ geschriften en verbrandden het grootste deel. Gelukkig konden wetenschappers uit de Dresdener Codex nog veel informatie halen. Vooral over het bijzondere cijferschrift van de Maya’s dat gebruikt werd voor de handel, kalender en astronomie.

Cijfertjes
De Maya’s ontwikkelden een eigen cijferschrift bestaande uit puntjes en streepjes. Ze gebruikten deze tekens voor van alles: van de handel tot de sterrenkunde. Dat betekende dat het omvangrijk moest zijn: van kleine tot enorme getallen. En dat lukte moeiteloos. De Maya’s creëerden een systeem waarin gemakkelijk tot in de miljoenen kon worden geteld. Bovendien was het relatief simpel.

Afbeelding: Bryan Derksen

Nul
De Maya’s hadden ook een symbool voor nul. En dat is tamelijk bijzonder. Het is onwaarschijnlijk dat het volk de eerste was die met dit symbool voor ‘niets’ kwam, maar vaststaat dat de Maya’s met het

gebruik ervan toch hun tijd vooruit waren.

Grote getallen
Getallen werden in kolommen genoteerd. Hierbij betroffen de onderste rij de eenheden. De rij daarboven de twintigtallen en de rij daarboven ging met vierhonderdtallen en de rij daarboven weer per 8000 enzovoort.

Tekens: Bryan Derksen

Berekeningen
Het uitvoeren van berekeningen werkte relatief simpel. Het was gewoon een kwestie van de streepjes en stipjes (die zoals u eerder zag in kolommen worden genoteerd) bij elkaar optellen.

Tekens: Bryan Derksen

Goden
De Maya’s hadden nog een tweede cijferschrift dat van een iets creatievere aard is. Hierbij werden de hoofden van goden gebruikt om cijfers aan te duiden. Zo zou het hoofd van de maïsgod symbool

hebben gestaan voor nummer acht. Deze aanpak komt vooral terug in monumenten en kunstwerken.

Al die tekentjes en getalletjes gingen veelal op in het grotere geheel. De Maya’s waren zich er terdege van bewust dat ze deel uitmaakten van een veel grotere kosmos en legden die voor zover hun kennis en kunde dat toeliet in geschriften vast. Zo hielden ze zich onder meer bezig met astronomie en voorspellingen. Ook ontwikkelden ze diverse kalenders waarin de cycli die ze zelf in het leven hadden bespeurd weer terugkwamen. Daarover kunt u de komende weekenden meer lezen. Met volgende week deel 2: De Maya-kalender. Hoe zit het nu echt?

Bronmateriaal:
Boek: De Maya’s. Leven, mythen en kunst. Van Timothy Laughton.
Maya numerals” – Wikipedia.org

Sterren kijken met de Maya’s

12 september 2010 4
File:Chichen Itza Observatory 2 1.jpg

De Maya’s hadden sterk het idee dat ze als mens en volk onderdeel uitmaakten van de veel grotere kosmos. Wat in die kosmos gebeurde, had dan ook automatisch grote consequenties voor het individu. Een goede reden om het universum goed in de gaten te houden. Want een gewaarschuwd man telde – ook in die tijd – voor twee.

De Maya’s waren gek op de heldere sterrenhemel en alle sterren en planeten die zich daar ophielden. Het heelal hielp ze wanneer ze hun kalenders in wilden vullen, hun steden vorm moesten geven en gaf volgens het fascinerende volkje zelfs een stukje van de toekomst prijs.

Observatorium
Men doet er goed aan om de sterrenkundigen onder de Maya’s niet te onderschatten. Ze bestudeerden de hemel met verve en hadden zelfs speciale observatoria tot hun beschikking. Eén daarvan staat in Chichén Itzá en ziet er nog prima uit. Het observatorium heeft diverse gangen en een aantal daarvan liggen precies op één lijn met de zuidelijkste en noordelijkste plek waar de planeet Venus (chak’ek) ‘s avonds ondergaat. De Maya’s wisten wat ze deden.

Venus. Foto: NASA

Venus
Venus was enorm belangrijk voor de sterrenkundigen en profeten. De laatstgenoemde groep baseerde een belangrijk deel van de profetieën op de planeet. Venus vertegenwoordigde het lot in de negatieve zin van het woord. Wanneer de planeet ‘s ochtends of ‘s avonds verscheen, was dat voor de Maya’s het teken dat er iets ergs ging gebeuren. Dat kon van alles betekenen: droogte of oorlog bijvoorbeeld. De Maya’s zagen de planeet heel nadrukkelijk als iets negatiefs. Velen van hen dachten zelfs dat de straling van de planeet hen zou beschadigen. Daarom gingen de luiken van veel huizen zodra de planeet verscheen, dicht.

Indrukwekkend
De Maya’s hadden geen telescopen of andere apparatuur en namen alles met het blote oog waar. Nog indrukwekkender is het feit dat ze ook de juiste verbanden wisten te leggen. Zo verschijnt Venus 260 dagen lang voor zonsopgang en een even lange periode na zonsondergang. Toch concludeerden de Maya’s terecht dat deze ochtend- en avondster in werkelijkheid dezelfde planeet was. Ook berekenden ze precies wanneer de planeet weer verschijnen zou en wanneer diens opkomst gepaard ging met de opkomst van andere hemellichamen. De omwenteling van de planeet duurde volgens de Maya’s 584 dagen. Moderne wetenschappers concludeerden dat het om 583,92 dagen gaat en daarmee zat het oude volk er slechts 0,08 dagen naast.

Het observatorium in Chichén Itzá. Foto: Jim Gateley

Onderwereld
Venus werd naadloos in de godsdienstige verhalen van de Maya’s opgenomen. Als de planeet onderging, dan bezocht deze het dodenrijk oftewel de onderwereld: Xibalba. Het is niet zo’n gek idee dat de Maya’s echt het idee hadden dat Venus na ondergang ‘verdween’. Het volk ging er namelijk vanuit dat de aarde plat was. Boven de aarde was de sterrenhemel. Daar bevonden zich ook de Mayavorsten die overleden waren. Wanneer deze met succes uit Xibalba wisten te ontsnappen, gingen ze namelijk voor eeuwig deel uitmaken van het universum. Onder de aarde bevond zich de gevreesde onderwereld.

Zon en maan
Ook de zon en de maan waren belangrijk voor de Maya’s. Volgens de mythe wisten de tweelingbroers Hunahpu en Xbalanque de bazen van de onderwereld met een trucje op het verkeerde been te zetten. Zo overwonnen ze het dodenrijk en om dat te vieren veranderen zij in de zon en maan. De Maya’s leken zich gedegen bewust van de invloed die deze twee hemellichamen op het dagelijks leven hadden. Het volk moest dan ook niet veel van zons- en maansverduisteringen hebben waarbij de tweeling door een donker monster leek te worden opgegeten.

Een deel van de Dresden Codex. Dit ‘boekwerk’ van de Maya’s heeft het meeste weg van een soort almanak. Niet alleen de data, maar ook de banen van diverse planeten en sterren staan erin beschreven.

Dierenriem
Natuurlijk keken de sterrenkundigen en profeten veel verder dan Venus. Ze ontwikkelden zelfs hun eigen dierenriem. Deze verschilt sterk met die van ons westerlingen. Alleen de schorpioen duikt in beide dierenriemen op. Behalve de schorpioen hadden ook de schildpad (de gordel van Orion), jaguar (ram), kikker (het westelijke deel van de leeuw), papegaai (steenbok), vogel (weegschaal), geelbekslang (boogschutter), aap (maagd), stekelvarken (het oostelijke deel van de leeuw), skelet (vissen), vleermuis (waterman), ratelslang (plejaden) en uil (tweelingen). De sterrenkundigen en profeten combineerden twee sterrenbeelden met elkaar. Een paar bestond uit twee sterrenbeelden waarvan er één aan de oostelijke hemel en één an de westelijke hemel stond. Er is verder weinig over de dierenriem bekend; veel geschriften van de Maya’s zijn door de Spanjaarden vernietigd.

Macht
De cycli van hemellichamen waren dus doorslaggevend voor de Maya’s. Door naar de hemel te kijken, dachten ze te kunnen voorspellen wat er zou komen en wat er moest gebeuren. Dreigde er onheil? Dan moesten de goden zo spoedig mogelijk in de watten gelegd worden. En stonden de sterren ‘goed’? Dan was het tijd voor oorlog. Maar niet alleen de profeten gebruikten de sterrenhemel om hun zin door te drijven. Koningen deden dat net zo. Zo is van koning Yax Pac bekend dat hij zijn levensloop overtuigend met die van de kosmos wist te verbinden. En daardoor nam zijn macht en invloed toe.

De Maya’s waren als”wetenschappers” in staat om hun kennis omtrent de sterrenhemel steeds verder uit te breiden.

Maar de verklaring voor al die natuurverschijnselen bleven ze in hun godsdienst zoeken.

Sterker nog:

de wetenschap was ondergeschikt aan de godsdienst(eigenlijk zoals alle geloven ; een  superstitie -). Het bestuderen van de hemel was geen keuze, maar (volgens die goedsdienst ) een noodzakelijkheid. Alleen zo kon achterhaald worden wat de goden met de aarde – in de ogen van de Maya’s een vierkante speelbal in de handen van meedogenloze goddelijke machten – voor ogen hadden.

Uiteraard was hun astronomie niet meer dan een  lokale vorm van astrologie ….en was hun  gegeven verklaring van hun waarneming   …..pseudowetenschap 

De kunst en architectuur van de Maya’s

 26 september  1

De Maya’s waren zich er terdege van bewust dat ze maar voorbijgangers in een hele lange cyclus waren en dus legden ze hun gedachten, overtuigingen, gebeurtenissen en grote kennis zo nauwkeurig mogelijk vast voor het nageslacht. Dat resulteert in machtige bouwwerken en verfijnde tekeningen. Allemaal met een eigen verhaal.

De Maya’s waren meesters in het verbeelden van verhalen. Ze deinsden nergens voor terug en gebruikten een breed scala aan materialen: van steen tot het kostbare jade en van gips tot hout. De thematiek was dwars door alle eeuwen heen eigenlijk altijd hetzelfde: voor goden, vorsten en de elite was een hoofdrol weggelegd. Maar ook de natuur – een spirituele kracht in de beleving van de Maya’s – werd niet vergeten.

Natuur
De vormen die we tot op de dag van vandaag in steden aantreffen, zijn stuk voor stuk gebaseerd op de natuur. De enorme pleinen zijn als meren. De pilaren vormen een woud en de piramides waar menig religieuze ceremonie werd gehouden waren de bergen oftewel de plek waar de zielen van de voorouders huisden. Bij de bouw van sommige steden werd nauwlettend rekening gehouden met de sterren. Astronomie en astrologie waren heel belangrijk voor de Maya’s en gebouwen werden veelvuldig versierd met astronomische voorstellingen. Soms werden gangen in gebouwen ook in dezelfde lijn als planeten aangelegd. Dat geldt bijvoorbeeld voor één van de observatoria. Een aantal gangen daarvan liggen op één lijn met de meest zuidelijke en meest noordelijke plek waar Venus ‘s avonds ondergaat.

Het paleis van Palenque. Hier valt de verfijnde bouwstijl op.

Proces
Denk niet dat de Maya’s er gedurende hun geschiedenis en dwars door hun rijk dezelfde bouwstijl op nahielden. Ze ontwikkelden zichzelf. Op sommige plekken zijn de piramides bijvoorbeeld vrij breed en laag, terwijl ze elders weer boven het woud uittorenen. Onderzoekers hebben geconcludeerd dat de bouwsels van de Maya’s regelmatig aangepast werden. Zo zou er aan de Noord-Acropolis in Tikal in totaal vijftienhonderd jaar gebouwd zijn. De komst van een nieuwe koning was meestal aanleiding voor zo’n verbouwing.

Propaganda

De elite en vorsten kwamen ruimschoots aan hun trekken in de kunst. Ze werden onder meer vereerd middels stenen zuilen. Elke keer als de vorst iets bijzonder meemaakte, werd dat met zo’n zuil vereeuwigd. Zo zijn er zuilen voor het huwelijk, gewonnen oorlogen en troonsbestijgingen. Zo’n zuil kon soms wel tien meter hoog zijn. Met behulp van beelden en hiëroglyfen werd uitgelegd waarom de vorst diens troon verdiende. Welbeschouwd is het dan ook gewoon eeuwenoude propaganda; de Maya’s deinsden er niet voor terug om kunst te gebruiken om verkeerde beslissingen van een koning goed te praten.

Betekenis
Wie de gebouwen of andere kunstwerken van de Maya’s gadeslaat, zal ongetwijfeld direct zien dat details heel belangrijk waren. Gebouwen zijn geheel versierd met reliëf, hiëroglyfen of afbeeldingen. Het mooie is dat elk detail een betekenis heeft. De Maya’s decoreerden namelijk niet om het decoreren. Alles voegde iets toe aan de betekenis van het gehele kunstwerk. Kunstenaars tekenden, beeldhouwden of bouwden ook vrijwel altijd natuurgetrouw. Abstractie kwam wel voor, maar was altijd nog te herkennen, omdat anders de betekenis niet te achterhalen was.

Wie waren de kunstenaars?
In de meeste beschavingen hulden kunstenaars zich in de anonimiteit. De Maya’s deden dat niet. Zij signeerden hun werk regelmatig. Vandaar dat we ook weten wie de kunstenaars waren. Uit onderzoek is gebleken dat de meeste kunstenaars deel uitmaakten van de koninklijke familie. Het waren bijvoorbeeld de jongere broers van de koning zelf. Van de architecten weten we dan weer heel weinig. Hun namen staan nergens opgetekend.

Kleurtje
Wanneer we tegenwoordig aan de kunst van de Maya’s denken, dan zien we bruine of grijze beeldjes en gebouwen voor ons. Ooit was dat wel anders. De Maya’s versierden hun gebouwen zowel binnen als buiten met felle kleuren. Ook beelden, borden en vazen kregen een kleurtje. De meest beroemde kleur is toch wel het maya-blauw dat zelfs duizenden jaren na dato nog goed bewaard is gebleven.

Wetenschap   en het recept van Maya-blauw

Stevig verfje

Geschreven op 02 augustus 2010 om 10:36 uur door 8

Wetenschappers hebben verf ontwikkeld die zeker duizend jaar mee kan. Het geheim? De Maya’s! Het volk gebruikte honderden jaren geleden al felblauw pigment en dat heeft de tand der tijds goed doorstaan. 

Dit pigment is eeuwenlang in de gevaarlijke omstandigheden van de jungle bewaard gebleven,” vertelt onderzoeker Eric Dooryhee. “Wij proberen dat na te doen en zo nieuwe materialen te maken.

Jarenlang bestudeerden Dooryhee en zijn collega’s de verf van de Maya’s. Uiteindelijk slaagden ze er met behulp van röntgenstraling in om de structuur van de verf te achterhalen.

Sterk
De meeste organische soorten verf gaan na enige tijd verloren, maar het helderblauwe pigment van de Maya’s is sterk. Niet alleen doorstond het eeuwenlang regen, hitte en licht, ook de zuren die onderzoekers er in laboratoria opgooiden, konden geen schade berokkenen.

Moleculen

Hoe kan dat?

De Maya’s maakten wierook van hars en verbrandden dat. De hitte daarvan gebruikten ze om een mengsel van indigoplanten en klei – palygorskiet – te verwarmen. Uit de röntgenbeelden blijkt dat de moleculen van de indigo tijdens het verhitten in de klei kropen en zo alle kleine gaatjes opvulden. Hierdoor kon de kleur niet verdwijnen. De klei beschermt vervolgens de indigo tegen bijvoorbeeld extreme weersomstandigheden.

Zeoliet
Dooryhee wilde het kunstje van de Maya’s natuurlijk dolgraag herhalen. Maar dan wel op een manier dat wij daar tegenwoordig iets aan hebben. Hij combineerde indigo met de poreuze stof zeoliet. Zeoliet wordt tegenwoordig veel gebruik voor het maken van bijvoorbeeld cement. Door deze stoffen te combineren ontstond een nieuw soort, eeuwige verf. Volgens Dooryhee is deze verf zeer geschikt voor het restaureren van schilderijen. De verf zou ook heel goed kunnen worden gebruikt voor het vervaardigen van gekleurd cement.

Chaak
De Maya’s ontwikkelden de verf zo’n 1700 jaar geleden. In 1931 werd het pigment voor het eerst door archeologen ontdekt. De Maya’s gebruikten de kleuren niet alleen voor hun kunstwerken, maar zouden ook hun offers van een kleurtje voorzien hebben. Voorwerpen, maar ook mensenoffers werden blauw geverfd en/ of ritueel geslacht  en/of   alvorens deze in een diepe natuurlijk bron ( cenote )  of een  door tropische stormen onstaan  draineergat  ,  werden gegooid. In de bronnen woonde volgens de Maya’s de regengod Chaak en een  draineergat was een gevaarlijk verschijnsel dat  een zoenoffer verlangde  voor diezelfde god ….

De stoffen die de Maya’s in de verf stopten, werden door het volk als helend beschouwd. Het is dan ook logisch dat zij juist de offers voor de regengod van deze ‘helende’ verf voorzagen: de god van de regen was met zijn buien in staat om ook het land te helen.

…wetenschappers vorig jaar eindelijk bronnen van Maya-blauw hebben ontdekt?

Geschreven op 03 april 2012 om 16:46 uur door 1

Na tientallen jaren onderzoek denken wetenschappers te weten waar een belangrijk ingrediënt voor Maya-blauw vandaan komt.

Wetenschappers weten al langere tijd dat Maya-blauw bestaat uit indigo en palygorskiet, een kleisoort. Maar de bronnen van het mineraal waren tot nu toe onduidelijk. In een nieuw onderzoek in het Journal of Archaeological Science combineren onderzoekers de hedendaagse kennis van de inheemse bevolking en een analyse van oude monsters van Maya-blauw. Op basis daarvan trekken ze conclusies. Het palygorskiet in sommige monsters van de kleur zou uit mijnen in Yucatan, een schiereiland van Mexico, komen.

Maya-blauw
De fascinerende kleur werd aangebracht op potten, beeldhouwwerken en muurschilderingen in Meso-Amerika tijdens de Klassieke en Post-Klassieke perioden (250-1520 na Christus). Meso-Amerika is een gebied dat zich uitstrekt van Centraal-Mexico tot Nicaragua en hier zijn vele volkeren ontstaan zoals de Azteken en de Maya’s. De ongewone kleur speelde een grote rol in oude religieuze rituelen. Zo werden mensenoffers en de altaren waarop deze werden gebracht, versierd met de kleur. Maya-blauw is bijzonder goed bestand tegen hitte en vocht en staat voor de helende werking van water.

Palygorskiet
Het onderzoek naar de bronnen voor palygorskiet is al sinds 1960 bezig. Door een combinatie van etnografisch onderzoek en mineralogische analyses zijn wetenschappers er achter gekomen dat de kleisoort uit twee mijnen in Yucatan komt. Eén daarvan ligt in Sacalum en een andere vlakbij de stad Ticul. Het team verzamelde 200 monsters van het mineraal uit de Yucatan regio en vergeleek deze met het Maya-blauw pigment, gevonden op potten uit Chichén Itzá en Palenque. En wat bleek? Het pigment uit Chichén Itzá kwam overeen met de monsters van palygorskiet uit Sacalum. De pigmenten uit Palenque komen mogelijk ook uit Sacalum of een andere onbekende bron, maar dit kon niet worden vastgesteld.

De mijnen zouden de ideale bron geweest zijn voor de oude Maya’s. Beide plekken zijn namelijk erg toegankelijk, ideaal voor de Maya’s zonder moderne technologie. Maar om de mijnen definitief in verband te brengen met de oude Maya’s moet er eerst meer onderzoek plaatsvinden.

03 april 2013  1

maya-blauw

Het prachtige, heldere Maya-blauw pronkt tot op de dag van vandaag op muren en aardewerk. Maar hoe de Maya’s deze verf maakten? Dat is een raadsel. Wetenschappers denken het recept nu echter eindelijk op het spoor te zijn.

De ingrediënten van het Maya-blauw kennen we. De verf bestond uit een organisch onderdeel (indigo, van de plant Indigofera suffruticosa) en een anorganisch onderdeel (palygorskiet, een soort klei).

Maar hoe die twee bestanddelen precies bereid werden en uiteindelijk het Maya-blauw vormden? Dat weten wetenschappers niet goed. De huidige theorie stelt dat Maya-blauw op één unieke manier gemaakt werd en dat er dus ook maar één Maya-blauw is.

Verschillende tinten
Een nieuw onderzoek van twee universiteiten in Valencia trekt die theorie nu in twijfel. “We ontdekten een tweede pigment in de verf,” zo vertelt onderzoeker Antonio Doménech. Het gaat om het pigment dehydro-indigo.

“Dit moet zich gevormd hebben door oxidatie van de indigo wanneer dit aan warmte werd blootgesteld. Indigo is blauw. Dehydro-indigo is geel. De aanwezigheid van beide pigmenten in verschillende verhoudingen zou het Maya-blauw een groenere of minder groene tint geven. Het is mogelijk dat de Maya’s wisten hoe ze de gewenste tint moesten verkrijgen door te variëren met de temperatuur waarmee de verf gemaakt werd, bijvoorbeeld door de mix korter of langer te verhitten of door meer of minder hout op het vuur te gooien.”


Binding
Een andere vraag die wetenschappers er omtrent het Maya-blauw op nahouden, is hoe de indigo-moleculen zich aan de klei hechten. En ook die vraag denken de onderzoekers van de Spaanse universiteiten op te kunnen lossen. Wanneer zowel de klei als de kleurstof verhit worden tot een temperatuur tussen 120 en 180 graden Celsius, verdampt het water dat in de klei aanwezig is. De indigo bindt zich aan de klei (terwijl een deel van de indigo oxideert en dehydro-indigo vormt). En later vult de verf de lege kanalen in de klei (achtergebleven nadat het water is verdampt). De onderzoekers benadrukken dat het een hypothese is.

Eerder onderzoek
Het is niet voor het eerst dat wetenschappers voorzichtig conclusies trekken over de bereiding van het beroemde Maya-blauw: een helder verfje dat bovendien uitstekend in staat is gebleken om de tand des tijds te doorstaan. In 2008 stelden wetenschappers nog dat het hele mysterie omtrent Maya-blauw was opgelost. Ze hadden namelijk een kom gevonden met daarin de verf, gemixt met wierook.

Dus de simpele conclusie die ze toen trokken, was dat de verf bereid werd door wierook te verwarmen,” stelt Doménech, die zich in die simpele uitleg absoluut niet vinden kan.

Het Maya-blauw werd voor tal van doeleinden gebruikt. Zo is het aangetroffen op aardewerk, maar ook op muren, beeldhouwwerk en in geschriften van de Maya’s. Doménech sluit niet uit dat het Maya-blauw door de eeuwen veranderde en ook voor andere doeleinden werd gebruikt.

De kleurige kunstwerken van de Maya’s, met rechts het overbekende Maya-blauw.

Hoofden
De Maya’s beelden ook vaak mensen af. Wat opvalt aan die afbeeldingen is de manier waarop ze dat deden. De mensen hebben een extreem schuin voorhoofd. Dat is geen fantasie: de Maya’s vonden dat heel mooi en deden er alles aan om ook zo’n schuin voorhoofd te krijgen. Baby’s kregen bijvoorbeeld een houten plankje op hun voorhoofd gedrukt om dat te bewerkstelligen.

Afbeelding uit het boek De Maya’s. Leven, mythen en kunst

Humor
De Maya’s mochten dan altijd een boodschap hebben met hun kunst, humor was ook belangrijk. Dat vinden we dan ook regelmatig in hun kunst terug. Bijvoorbeeld in het beeldje hiernaast. Een oude man laat zijn handen onder de jurk van een jonge dame glijden. Het beeldje werd gevonden in een graf en verbeeldt mogelijk de verwachtingen die de Maya’s hadden van het leven na de dood.

Schrift
De kunst van de Maya’s beperkte zich niet tot tekeningen, beeldhouwwerken en architectuur. Om er zeker van te zijn dat de boodschap overkwam, grepen de Maya’s ook regelmatig naar het schrift. Hun schrift bestond uit fonetische hiëroglyfen en enkele logogrammen (tekeningen die een woord uitbeelden). Pas in 1952 slaagde een wetenschapper erin het schrift min of meer te vertalen. Dat onderzoek staat echter nog steeds in de kinderschoenen en veel teksten moeten nog vertaald worden. Vaststaat dat de schrijvers ervan hun werk tot kunst verhieven. De schrijvers waren belangrijk in de maatschappij van de Maya’s en maakten – net als de meeste kunstenaars – vaak deel uit van het koninklijk hof.

Codices
De schrijvers legden zoveel mogelijk zaken vast. Hun geschriften gaan over mysteries, astronomie en godsdienst, maar ook over praktische zaken. Hoe moest er gejaagd worden? Wanneer moesten de goden vereerd worden? En wanneer verscheen Venus weer aan de hemel? De schrijvers legden het allemaal vast. Helaas zijn er weinig geschriften bewaard gebleven. De Spaanse kolonisten waren ervan overtuigd dat de boeken van de Maya’s – ook wel codices genoemd – vol stonden met duivelse leugens en verbrandden de meesten. Al met al zijn er slechts vier codices overgebleven. Hierin worden de geschriften afgewisseld met afbeeldingen en daarmee vormen de werken een kunstwerk op zich.

Een deel van de Madrid-codex. Deze codex is vernoemd naar de stad waarin deze zich momenteel bevindt.

Wetenschappers koesteren de kunstwerken die de Maya’s hebben achtergelaten. Vocht, Spanjaarden en ouderdom hebben menig vaas, geschrift en gebouw de kop gekost en wat er nog is, wordt zorgvuldig bewaard. Want alleen de werken van de Maya’s zelf kunnen nog getuigen van een bloeiende beschaving die haar tijd op vrijwel alle fronten ver vooruit was.

De ineenstorting van het Maya-rijk: wat ging er mis?

 03 oktober 2010  6

De oude Maya’s hadden de macht, kennis en kunde om hun beschaving onsterfelijk te maken. Maar het schijnbaar onmogelijke gebeurde in de achtste en negende eeuw. Delen van de beschaving stortten in, Maya’s verlieten hun steden halsoverkop en de cultuur wankelde. Het is één van de grootste mysterieus uit de archeologie.

Zo omstreeks de achtste en negende eeuw verlieten de Maya’s hun steden in het zuidelijke laagland van hun rijk. Enkele boeren bleven achter, maar de cultuur die gedragen werd door priesters, de elite en kunstenaars verdween. Dat gebeurde niet van de één op de andere dag. De steden waren al langer in verval, zo concluderen archeologen. In die tijd werden minder monumenten opgericht en ook de bouw van gigantische architectonische pareltjes kwam stil te liggen.

Machteloos?
Vreemd genoeg greep niemand in. De Maya’s die zich toch altijd op overtuigende wijze met de toekomst bezighielden, zagen dit blijkbaar niet aankomen. Of waren ze machteloos? Uit onderzoek blijkt dat het noodlot stad voor stad bij de keel greep. De data op monumenten houden in de stad Bonampak omstreeks 792 abrupt op. In Piedras Negras stopt de telling in 795. En Palenque werd vier jaar later verlaten. Yaxchilán bleef na 808 stil. Eén van de laatste steden die nog bewoond werd was Tikal. En deze viel in 889. Tegelijkertijd deed het noorden van het rijk het prima. Sterker nog: de steden leefden hier op. Slechts een deel van het rijk raakte uit balans.

De resten van Bonampak

Antwoord
Archeologen zijn al decennia lang op zoek naar het antwoord op de prangende vraag waarom de Maya’s in het zuiden hun schepen achter zich verbrandden. Er zijn heel veel theorieën, maar niet één kan met zekerheid bevestigd worden.

Droogte
Eén van de theorieën die door de jaren heen het best overeind is gebleven is die van de droogte. Omstreeks de negende eeuw bevonden de Maya’s zich op hun piek. Op elke vierkante kilometer woonden meer dan 775 mensen. Zelfs het platteland was drukbevolkt. En dat kan een beschaving, hoe sterk en slim ook, opbreken. “Ze deden het zichzelf aan,” meent archeoloog Tom Sever. “De Maya’s worden vaak gezien als mensen die in harmonie met hun omgeving leefden,” voegt onderzoeker Robert Griffin toe. “Maar net als vele andere culturen voor en na hen, probeerden ze de moeilijke tijden te overleven door hun omgeving te verwoesten.” Niet alleen nam akkerland en bebouwing veel land in beslag, bomen waren ook hard nodig als bouwmateriaal. “Ze moesten twintig bomen verbranden om genoeg kalksteen te verwarmen om één vierkante meter van hun gigantische tempels, fonteinen en monumenten te bepleisteren,” vertelt Sever.

Kleurrijke tekeningen in de tempel van Bonampak

Neerwaartse spiraal
De onderzoekers berekenen de scenario’s door. Als de Maya’s alle bomen zouden kappen, betekende dat een temperatuurstijging van zo’n drie tot vijf graden Celsius en twintig tot dertig procent minder regen. Die hitte en droogte zou met name in de steden keihard zijn aangekomen. “De steden probeerden genoeg water voor zo’n achttien maanden in hun reservoirs te houden. (…) Zonder voldoende regen komen de reservoirs droog te staan.” En dat resulteert in een ontevreden volk. En dat leidt tot onrust, ontwrichting van het leiderschap en uiteindelijk wellicht zelfs de ondergang. Het was een neerwaartse spiraal waar de Maya’s in het zuiden niet aan konden ontsnappen.

Catastrofe
De theorie omtrent de droogte laat zien dat dit vraagstuk meerdere antwoorden heeft. Een stad of een beschaving valt niet door één oorzaak. Pas wanneer meerdere gebeurtenissen elkaar opvolgen, brengt dat een catastrofe teweeg. Veel archeologen wijten de val van de steden en een deel van het rijk van de Maya’s aan onrust (intern en extern), ziekte en zelfs oorlogen. Het lijkt erop dat ze allemaal een stukje van de waarheid in pacht hebben.

Hedendaagse Maya’s

Ontwrichting
Om te begrijpen hoe droogte (of iets anders) in het geval van de Maya’s tot zulke grote problemen kon leiden, is het goed om de sociale verhoudingen nog eens onder de loep te nemen. De koning maakte de dienst uit. Hij was een verlengstuk van de goden en verantwoordelijk voor het welzijn van het land en het volk. Als er in het land iets fout ging, dan wees de beschuldigende vinger al snel naar de koning. Maar wanneer die kritiek aanzwelt, komt het hele systeem onder druk te staan. Want de koning heeft zijn plaats te danken aan de goden. Twijfel aan de gevestigde orde kan een samenleving die zo gericht is op eenheid en zich nauw verbonden weet met het goddelijke gemakkelijk ontwrichten.

Onrust
Dat verklaart ook waarom de Maya’s eigenlijk nooit meer van deze klap herstelden. Vele Maya’s ontvluchtten het zuiden en probeerden het in andere delen van het rijk opnieuw. Maar ze evenaarden de pracht en glorie nooit meer. Er was teveel onrust, die nog eens vergroot werd door een invasie van de Tolteken. Die onrust hield bovendien eeuwen lang aan. En dat vergemakkelijkte de veldtocht van de Spanjaarden veel later aanzienlijk. Zij stuitten tijdens hun ontdekkingstocht door Latijns-Amerika in de zestiende eeuw op de Maya’s. Dat gaf de neerwaartse spiraal die al in de negende eeuw was ingezet een boost. De Maya’s waren niet bestand tegen de ziekten van de Spanjaarden en werden gedwongen hun cultuur en religie af te staan.

De kolonisten dwongen het trotse volk op de knieën. De geschriften waarin duizenden jaren aan kennis en kunde was vastgelegd, werden verbrand. Maar ook nadat de Spanjaarden het gebied hadden verlaten, ging de discriminatie door. De Maya’s werden achtergesteld en bij vlagen zelfs massaal omgebracht. Naar schatting wonen op dit moment nog zo’n acht miljoen Maya’s in Mexico en omgeving. Een deel van hen probeert het leven van diens voorouders te leven, maar het grootste deel vecht met de eigen identiteit. Enerzijds lokt de moderne samenleving en anderzijds voelt het volk zich sterk verbonden met het geweldige erfgoed van de voorouders. Het is het lot van een volk dat ooit zijn tijd ver vooruit was, maar op de knieën gedwongen werd en nooit meer overeind kwam.

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 298 andere volgers