Pterosauria

 

 INHOUD —-> https://tsjok45.wordpress.com/2012/09/03/evodisku/

 

LINK

http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2014/04/11/pterosaurs-take-manhattan/

 

AMNH  exhibition :   The accompanying website is chock full of images, videos and information– go have a look.

Here’s a nice summary video.

 

 

 

 

A to Z List of Pterosaurs

They weren’t technically dinosaurs, but these flying, gliding pterosaurs crowded the skies of the Mesozoic Era.
________________________________________________________________________________________________

Aetodactylus
This Cretaceous pterosaur had an unusually narrow beak.

 ________________________________________________________________________________________

Alanqa
This giant pterosaur stalked the swamps of northern Africa.

________________________________________________________________________________________

Anhanguera
This pterosaur had crests on the top and bottom of its head.

AnhangueraAnhanguera2Anhanguera-santanae

°http://nl.wikipedia.org/wiki/Anhanguera_(pterosauri%C3%ABr)

http://museumvictoria.com.au/melbournemuseum/discoverycentre/dinosaur-walk/meet-the-skeletons/anhanguera/

 

_________________________________________________________________________________________________

Anurognathus

One of the smallest pterosaurs of prehistoric times.

__________________________________________________________________________________________________

Azhdarcho
A giant pterosaur from central Asia.

_________________________________________________________________________________________________

Bakonydraco
The remains of this pterosaur were found in Hungary.

_________________________________________________________________________________________________

Caulkicephalus
This pterosaur was recently discovered on the Isle of Wight.

_________________________________________________________________________________________________

 

Cearadactylus
A fish-eating pterosaur from South America.

_________________________________________________________________________________________________

Coloborhynchus
The largest toothed pterosaur yet identified.

De Krijt-pterosauriër Coloborhynchus spielbergi

http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i002072.html

Hoewel de eerste pterosauriërs reeds in de  Trias (248-213 miljoen jaar geleden) verschijnen, duurt het tot het Krijt (144-65 miljoen jaar geleden) dat de vliegende reptielen enorme groottes bereiken, met spanwijdtes tot 12 meter. Pterosauriërs waren tijdgenoten van de dinosauriërs, maar ze behoren tot een andere groep reptielen. Binnen de paleontologie is afgesproken dat de naam dinosauriërs alleen gebruikt mag worden voor op het land levende dieren; alle reptielen die kunnen vliegen of in zee leven zijn geen dinosauriërs.

Prepareren

De grote pterosauriër in Naturalis is zo’n groot vliegend reptiel uit het Krijt. Het fossiel komt uit Brazilië, en toen het naar het museum kwam, zaten de botten nog in kalksteen. Een bedrijf in Duitsland dat gespecialiseerd is in het uitprepareren van botten, heeft de botten ontdaan van het omringend gesteente. Het was hiervoor nodig om het gesteente met de botten eerst onder een röntgenapparaat te leggen, zodat de preparateurs in ieders geval bij benadering wisten waar ze bot konden verwachten. Dit maakte het uitprepareren gemakkelijker. Toen dit na ongeveer één jaar klaar was, kon de studie van de botten beginnen.

Studie

Het wetenschappelijke werk bestaat uit het bestuderen, beschrijven en tekenen van de botten. Dit geeft niet alleen informatie over de vorm van het dier maar ook over de manier waarop het lichaam functioneerde. En dit geeft weer aanwijzingen voor de manier van leven. Als dit gedaan is, moet het skelet vergeleken worden met andere skeletten van pterosauri챘rs. Dit is belangrijk omdat je dan uit kunt maken of het om een nieuwe soort gaat of niet. Het belang van het bepalen of een fossiel een nieuwe soort is of niet komt voort uit het feit dat in principe iedere soort zijn eigen manier van leven heeft. Meer soorten (een grotere diversiteit) wijst erop dat er een noodzaak was voor dieren om zich aan te passen aan andere omstandigheden dan hun voorouders, wat bijvoorbeeld veroorzaakt kan zijn doordat in de oude situatie niet genoeg voedsel meer te vinden was. Aanpassing aan een andere omgeving zorgt voor anatomische veranderingen en die worden door paleontologen in kaart gebracht en gebruikt om een nieuwe soort te defini챘ren.

De pterosauriër in Naturalis is een nieuwe soort van het genus (= geslacht) Coloborhynchus. Vertaald betekent dit zoiets als “snuit die onvolgroeid is.” In de 19de eeuw bedacht de paleontoloog sir RichardOwen deze naam, toen hij een in Engeland gevonden pterosauri챘rsnuit beschreef, die volgens hem onvolgroeid was

Hij vond het heel raar dat er dieren bestonden met een stompe snuit, waar dan ook nog eens twee tanden uitstaken. Er ontstond direct een discussie of het allervoorste stuk van dit fossiel misschien was afgebroken.

Anderen dachten dat de twee ronde structuren op de platte voorkant, de tandholtes, wellicht waren veroorzaakt door erosie; het fossiel was immers zeer slecht bewaard gebleven. Maar recente vondsten hebben duidelijk gemaakt dat de snuit inderdaad stomp is en twee tanden heeft. Andere kenmerken van dit genus zijn de grote kam op de snuit en een kleinere aan de onderkaak. De kam op de snuit zit tot helemaal vooraan, in tegenstelling tot de kam van het zeer nauw verwante genus Anhanguera; hier zit de kam namelijk meer naar achteren (maar er zijn nog andere verschillen). De verschillen tussen de soorten zijn minder duidelijk.

fig 2 – Coloborhynchus spielbergi verschilt in enkele details van andere Coloborhynchus soorten

Het gaat hier om kleine details. Zo zijn de rami (= opstijgende takken) van de onderkaak meer gebogen dan bij andere soorten en is de richel op het verhemelte veel minder goed ontwikkeld. En ook het borstbeen ziet er anders uit, maar hier moet wel bij gezegd worden dat er maar twee andere borstbeenderen bekend zijn, waarvan er maar een is gepubliceerd.

Levenswijze

Gezien het gebit en de omgeving waar het fossiel gevonden is, is het aannemelijk dat het dier vis at, die hij uit het water hapte tijdens het maken van een duikvlucht. De kam op zijn kop zou dan misschien gediend kunnen hebben als een soort kiel om door het water te ploegen. Maar hier moet nog meer onderzoek naar worden gedaan, omdat eenzelfde functie ook wordt toegeschreven aan de kam vanAnhanguera, die, zoals hierboven reeds vermeld, op een andere plaats zat. De verschillen in het gebit van Anhanguera (meer en kleinere tanden dan Coloborhynchus) wijzen ook op een andere manier van leven. Er is nog niet veel bekend hoe deze dieren verder geleefd hebben, bijvoorbeeld of ze in groepen leefden of niet. Slechts van een enkele pterosauriërsoort is hierover meer zekerheid. Zo leefdePterodaustro, de ‘flamingo’-pterosauri챘r, in grote groepen. Hoewel de dieren, gezien hun bouw, zeer zeker in staat waren grote afstanden af te leggen, is het niet met zekerheid te zeggen of ze dit ook deden. Hiervoor is het aantal gevonden fossielen te beperkt. Ook is er nog te veel onduidelijk over welke kenmerken uniek zijn voor deze pterosauriërsoorten. En zolang we daar niet over eens zijn, wordt ook de systematische indeling lastig en weten we niet zeker of die ene soort op een bepaalde plaats voorkomt of dat dit een verwante, maar toch nieuwe soort is. Onzeker is ook of de dieren eieren hebben gelegd of niet; er is tot op heden nog geen ei gevonden.

Toekomst

Het lijkt erop dat we al veel weten over deze prehistorische dieren. En dat is ook zo als het gaat om de botten, hoewel ook hier nog veel onduidelijk is, zoals blijkt uit het voorgaande. Maar over hoe het dier geleefd heeft, zowel met betrekking tot het functioneren van zijn lichaam als met betrekking tot zijn plaats in het ecosysteem, is nog veel te onderzoeken. Toekomstig onderzoek richt zich hier dan ook met name op.

auteur: André J. Veldmeijer

 

_________________________________________________________________________________________________

Ctenochasma
This pterosaur had over 200 needle-like teeth.

_________________________________________________________________________________________________

°

Darwinopterus

Photograph courtesy Atlantic Productions/ZOO EFX

Darwinopterus, a pterosaur that lived 160 million years ago, is shown flying through a Jurassic forest. About the size of a crow, Darwinopterus had an anatomy that contained elements of both early and more advanced pterosaurs and is therefore considered a transitional animal. Its sharp teeth and flexible neck have led some paleontologists to speculate that it may have hunted in the air.
An important “missing link” in pterosaur evolution.

Photo: A Darwinopterus flies through a Jurassic forest in an image from the movie Flying Monsters 3D

 

_______________________________________________________________________________________________

 

°

Dimorphodon

Dimorphodon

Dimorphodon macronyx   // Dimorphodon was a midsize pterosaur with a blunt, bulky head and two types of teeth.

Dimorphodon Fossil

Dimorphodon fossil  //With a skull shaped to snap jaws fast, this animal likely caught insects mid-air.

Dimorphodon
This big-headed pterosaur had two distinct types of teeth.

D Macronyx

dimorphodon 1dimorphodon (R Owen ) dimorphodon°

http://www.dinosaurfact.net/Pterosaurs/Dimorphodon.php

http://en.wikipedia.org/wiki/Dimorphodon

http://nl.wikipedia.org/wiki/Dimorphodon

File:Dimorphodon2DB.jpg

____________________________________________________________________________________________________

°

Dorygnathus   A typical pterosaur from western Europe.

°

Dsungaripterus
A typical pterosaur of the early Cretaceous. /  -145 a -99.6 MY                                                                                                                                                 Asia: Mongolia, China

http://www.palaeocritti.com/by-group/pterosauria/dsungaripterus

http://laignoranciadelconocimiento.blogspot.be/2011/09/dsungaripterus.html

Dsungaripterus

  skull

http://paleodb.org/cgi-bin/bridge.pl?a=home

Dsungaripterus

Dsungaripterus weii
This pterosaur’s rugged skull shows adaptations for digging and eating shellfish.

Dsungareptirus Fossil

Dsungaripterus fossil
These crushing teeth could have pulverized clams like a nutcracker.

_______________________________________________________________________________________________

Eudimorphodon
This pterosaur flew the skies of Europe well over 200 million years ago.

________________________________________________________________________________________________

 

Eurazhdarcho
This giant pterosaur was recently discovered in Transylvania.

________________________________________________________________________________________________

Feilongus
This narrow-beaked pterosaur was recently discovered in China.

________________________________________________________________________________________________

Germanodactylus
This flying reptile was once thought to be a species of Pterodactylus.

________________________________________________________________________________________________

Gnathosaurus
This “jaw lizard” was discovered in 1833.

_________________________________________________________________________________________________

Hatzegopteryx
Might this pterosaur have been bigger than Quetzalcoatlus?

_________________________________________________________________________________________________

Hamipterus tianshanensis

June 5, 2014
Source:Cell Press
Summary:
Researchers have discovered the first three-dimensionally preserved pterosaur eggs in China. The eggs were found among dozens, if not hundreds, of pterosaur fossils, representing a new genus and species (Hamipterus tianshanensis). The discovery reveals that the pterosaurs — flying reptiles with wingspans ranging from 25 cm to 12 m — lived together in gregarious colonies.
This image depicts ecological reconstructions of Hamipterus.
Credit: Chuang Zhao
Pterosaurs and their  3D  eggs from China

Eieren van Pterosaurus ontdekt

Het gaat om vijf goed bewaard gebleven eieren die zijn ontdekt temidden van veertig fossielen van mannelijke en vrouwelijkePterosauriërs.

Uit de vondst blijkt dat de vliegende reptielen waarschijnlijk in grote kolonies leefden en broeden .

Dat melden Chinese onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschriftCurrent Biology.

De wetenschappers ontdekten de gefossiliseerde Pterosauruseieren tijdens een opgraving in de Chinese provincie Xinjiang. Het gaat niet om afdrukken van eieren in gesteentes, maar om driedimensionale structuren.

“Vijf van de eieren zijn driedimensionaal bewaard gebleven, sommige zijn bijna helemaal compleet”, verklaart hoofdonderzoeker Xiaolin Wan op nieuwssite ScienceDaily.  

Om de gefossiliseerde eieren zit een kalkrijke schil, aan de binnenkant bevindt zich een dik membraan. Daarmee lijken de fossielen erg op moderne slangeneieren.

De aanwezigheid van de veertig skeletten suggereert dat de vliegende reptielen zich hadden verzameld in een broedgebied. Waarschijnlijk begroeven de vrouwtjes hun eieren in vochtig zand nabij een meer om ervoor te zorgen dat hun jongen niet zouden uitdrogen.

“Vindplaatsen als deze leveren veel informatie op over het gedrag van deze vliegende reptielen die met geen enkele moderne diersoort zijn te vergelijken”, aldus Wan.

De opgegraven Pterosuariërs leefden ongeveer 120 miljoen jaar geleden. De vleugels van de dieren hadden in sommige gevallen een spanwijdte van maar liefst twaalf meter.

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis


driedimensionaal ei 

 

Wetenschappers hebben in China voor het eerst in 3D bewaard gebleven eieren van pterosaurussen ontdekt. Nabij de eieren ontdekten ze bovendien de resten van zeker tientallen volwassen pterosaurussen. Het gaat om een nieuwe soort.

Nieuwe soort
De ontdekte pterosaurussen en hun eieren zijn nieuw voor de wetenschap. De onderzoekers hebben de nieuwe soort de naam Hamipterus tianshanensis gegeven. Waarschijnlijk begroeven deze pterosaurussen hun eieren in het zand nabij een meer om te voorkomen dat deze zouden uitdrogen. Het feit dat er nabij de eieren zoveel resten van volwassen pterosaurussen zijn ontdekt, wijst erop dat ze in groepen leefden.

De eieren
De eieren van deze nieuwe soort hebben een vrij dunne, kalkachtige schaal. Daaronder bevindt zich een zacht, maar dik membraan. De eieren lijken daarmee op de eieren van moderne slangen.

De volwassenen
De onderzoekers bestudeerden bovendien de fossiele resten van veertig mannelijke en vrouwelijke volwassen pterosaurussen. Uit dat onderzoek blijkt dat er de nodige verschillen waren tussen de mannetjes en vrouwtjes. Onder meer de grootte, vorm en de hoofdkam was bij de vrouwtjes anders dan bij de mannetjes.

 

De ontdekte eieren. Afbeelding: Maurilio Oliveira.

Bijzonder
De ontdekking in het noordwesten van China is heel belangrijk. Met name omdat er ook eieren zijn aangetroffen.

Tot op heden zijn er maar enkele eieren van pterosaurussen teruggevonden en die waren allemaal ‘plat’. Het is voor het eerst dat in 3D bewaarde eieren zijn ontdekt. Ook is het uniek dat de eieren in gezelschap van hun ouders worden teruggevonden.Hoewel de vondst ons veel kan vertellen over het leven, gedrag en de voortplanting van de pterosaurus is er nog genoeg wat we niet weten. Wellicht dat meer opgravingen in ditzelfde gebied daar verandering in kunnen brengen.

Bronmateriaal:
First 3-D pterosaur eggs found with their parents” – Cell Press (via Eurekalert.org).
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door HombreDHojalata (via Wikimedia Commons).

 

___________________________________________________________

°

Huaxiapterus jii

SKULL  Top: from left to right, anterior portions of the skull of Huaxiapterus jii, H. corollatus and skull of H. benxiensis. Bottom: photography of the holotype (BXGM V0011) of H. benxiensis. After Lü, 2007

huaxiaperus-skullsHuaxiapterus-RS

°

Life reconstruction of Huaxiapterus jii (© Rafael Silva do Nascimento)

http://www.dinodinosaurs.com/f1605/huaxiapterus-information-1324.html

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_____________________________________________

°

Istiodactylus
This “sail finger” flew the skies of Cretaceous England.

 

______________________________________________

Jeholopterus
This fanged pterosaur looked like a flying vampire.

°

 Jeholopterus ningchengensis

http://www.reuters.com/article/2009/08/05/us-china-pterosaur-idUSTRE5745GJ20090805

__________________________________________________________________________________

Liaoningopterus
This Asian pterosaur was a close relative of Anhanguera.

___________________________________________________________________________________-

Nemicolopterus
This tiny pterosaur was discovered in China in early 2008.

Mini-pterosauriër/ Remy van den Brand

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/39232189/

Sluit dit venster

 Nemicolopterus crypticus[Afbeelding: Michael Skrepnick].

Onderzoekers beschrijven begin februari 2008 in PNAS een van de kleinste pterosauriërs ooit.

Het fossiel van deze vliegende, tandeloze dino werd gevonden in een Chinees gesteente dat stamt uit het Krijt en 125 tot 120 miljoen jaar oud is.

Lang was het leven van het dier niet, want volgens de wetenschappers, onder leiding van de Chinese paleontoloog Xiaolin Wang, gaat het nog maar om een jonkie. En met een spanwijdte van pak ‘m beet 25 centimeter is het een van de kleinste pterosauriërs die tot nu toe bekend zijn. Latere familieleden konden een spanwijdte van meer dan zes meter bereiken.

Opvallend zijn onder meer de erg gekromde tenen, die erop wijzen dat het beestje voornamelijk in bomen rondhing.

Waarschijnlijk ving en verorberde het daar insecten.

Mini-Pterodactyl Found in China

small pterosaurs

 http://news.nationalgeographic.com/news/2008/02/photogalleries/reptile-pictures/photo3.html

_____________________________________________________________________________________

 

Nyctosaurus
This pterosaur came equipped with its own mast and sail.

______________________________________________________________________________________

Ornithocheirus
One of the largest pterosaurs of the Cretaceous period.

_______________________________________________________________________________________

Peteinosaurus
One of the earliest known pterosaurs.

________________________________________________________________________________________

Preondactylus
The earliest pterosaur yet identified.

________________________________________________________________________________________

Pteranodon
What folks usually refer to when they say “pterodactyl.”  —>( in  gewone spreektaal   worden beiden  gebruikt als  synoniem voor “pterosaurier …”-)

 

 

 Pterosauriers ; 

 pterosauriers

 

Pterodactylus

 

Bekende geslachten zijn de Rhamphorhynchus (afb. links), Pterodactylus en Pteranodon.
De Pterosauria waren reptielen met een lange schedel, een kort lichaam, een lange staart (althans in de oudste primitieve vormen).
De voorste twee ledematen hadden zich ontwikkeld tot vleugels, gevormd door een huidplooi (zoals ook bij vleermuizen), die gesteund werd door één zeer lang uitgegroeide vinger. De overige vingers van de voorpoot fungeerden als een kleine klauw halverwege de vleugel. De beenderen zijn licht en hol, zoals bij vogels.

Uit de Archosauromorpha ontwikkelden zich aan het eind van het Trias (ca. 210-190 miljoen jaar geleden) de Pterosauria (Vliegende Hagedissen).
De Pterosauria (Gr. Pteron = vleugel; sauros = hagedis) vormen de enige groep reptielen die ooit gevlogen hebben. Zij kwamen in het Jura en het
Krijt, veel voor in Europa en Noord-Amerika, al zijn er ook soorten bekend uit Afrika. De bloeitijd van deze dieren ligt in de Jura; slechts weinig soorten zijn tot in het Krijt blijven voortbestaan.

°
Voorouders : Pterosauria (Gr. Pteron = vleugel; sauros = hagedis) worden gezien als Archosauria en bovendien als zustergroep van
(of althans nauw verwant aan) de Dinosauria. Dit is echter omstreden: veel onderzoekers menen dat de Pterosauria van hagedisvormige dieren als
Cosesaurus afstammen. Dit diertje leefde tijdens het Midden-Trias (ca. 220 mjg) in Spanje en behoort tot de Prolacertiformes, een groep van uiteenlopende primitieve reptielen en een onderverdeling van de Archosauromorpha. Anderen plaatsen de Pterosauria zelfs in de Lepidosauromorpha (Eosuchia) een zustergroep van de Archosauromorpha als vrije nauwe verwanten van de hagedissen en slangen.

°

De Vliegende reptielen moeten niet worden beschouwd als de voorlopers van de vogels. Uit goed bewaard gebleven materiaal is o.a. komen vast te staan dat de Pterosauria geen veren bezaten. De Vogels hebben zich langs een andere weg ontwikkeld, namelijk uit de Ornithosuchia (orde Thecodontia) of uit de Theropoden (Dinosauriërs)
Cosesaurus, de mogelijk voorouder van de Pterosauria.

Cosesaurus aviceps (Ellenberger and DeVillalta 1974) Middle Triassic ~225 mya, ~16cm long, was originally considered an ancestor of birds, then a juvenile Macrocnemus (Sanz and López-Martinez 1984) and finally an ancestor of pterosaurs (Peters 2000b). Here Cosesaurus was derived from a sister to Huehuecuetzpalli Jesairosaurus and MacrocnemusCosesaurus was a basal fenestrasaur that phylogenetically preceded SharovipteryxLongsiquama and pterosaurs. Once again, as important changes took place, the taxon had a smaller adult size.
http://www.reptileevolution.com/cosesaurus.htm

*Tot de Pterosauriërs (Vliegende Reptielen) uit het Krijt behoorde de Hesperorinis. Dit dier was uitstekend zwemmer en duiker, dankzij zijn zwemvliesachtige poten. De vleugels waren daarentegen klein en onontwikkeld, waardoor het dier niet kon vliegen. De Hesperorinis kwam alleen aan land om haar nest te bouwen.

 

°

 

 

Pteranadon

Pteranodon longipens
With wingspans up to 20 feet, this was one of the largest pterosaurs.

 

Pteranodon Fossil

Pteranodon fossil
Pteranodon fossils were first discovered in western Kansas, U.S.

 

_________________________________________________________________________________________

Pterodactylus
The first pterosaur ever to be discovered–and still the most famous.

_________________________________________________________________________________________

Pterodaustro
A weirdly beaked cousin of Pterodactylus.

Pterodaustro

Pterodaustro guinazui
This pterosaur’s teeth were so thin they resembled the bristles of a brush.

Pterodaustro Fossil for DL

Pterodaustro fossil
Its teeth were not for biting; the animal likely scooped up water to strain it for food.

 

Groeicurve van een vliegend draakje

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/39308259/

Een pterosaurus( Pterosauriërs )die zijn voedsel waarschijnlijk uit het water filterde, begon al aan de voortplanting als hij de helft van zijn uiteindelijke grootte had bereikt.

Dat leidt een drietal onderzoekers af uit geplette fossiele botten die gevonden zijn Argentinië. Ze zijn van ‘Pterodaustro guiñazi’, een vliegend reptiel met een merkwaardig gevormde bek. In die bek zaten talloze haarachtige tanden, die doen denken aan de baleinen van een walvis.

De gevonden botten zijn van verschillende grootte, en er is zelfs een fossiel embryo bij, compleet met eierschaal. Hoewel veel van de beenderen geplet waren, konden Anusuya Chinsamy (universiteit van Kaapstad, Zuid-Afrika) en collega’s uit de VS en Argentinië ze dankzij groeiringen in het bot gebruiken om vast te stellen hoe oud de vliegende draakjes geweest waren toen ze stierven. Ook is uit de structuur af te leiden of ze veel energie staken in iets anders, vermoedelijk voortplanting.

Jonge dieren groeiden in hun eerste twee jaar snel en werden dan seksueel actief, concluderen de onderzoekers. Op dat moment hadden ze iets meer dan de helft van hun uiteindelijke omvang. In de drie à vier jaar erna groeiden ze langzaam verder door, tot een uiteindelijke vleugelspanwijdte van tegen de tweeënhalve meter.

Elmar Veerman

Sluit dit venster

Van Pterodaustro zijn honderden skeletten gevonden.

_________________________________________________________________________________________

Quetzalcoatlus
One of the largest creatures ever to take to the sky.

°

De Quetzalcoatlus leefde in het laat-Krijt. Het dier had een vleugelspanwijdte van 12 meter, wat overeenkomt met een gevechtsvliegtuigje uit de tweede wereldoorlog. Hij jaagde voornamelijk op vis in de Amerikaanse binnenzee en viel zelden andere dinosauriërs aan.

°

Two Quetzalcoatlus Scavenge a Dinosaur

Photograph courtesy Atlantic Productions/ZOO EFX

A pair of Quetzalcoatlus scavenge a dinosaur carcass, as some paleontologists believe they might have. Quetzalcoatlus had an enormous beak the size of a man. It is the largest known pterosaur, and its height, standing, would have been eye-to-eye with a giraffe.

Quetzalcoatlus, which lived right up until the end of the Cretaceous period and the extinction of the dinosaurs, is considered in some ways to be at the top of the pterosaur family tree.

Photo: Two Quetzalcoatlus scavenge a dead dinosaur carcass in a scene from the movie Flying Monsters 3D

__________________________________________________________________________________________

Rhamphorhynchus
This pterosaur is hard to spell, but its remains are unusually well preserved.

_____________________________________________________________________________________________

Scaphognathus
A small, rhamphorhynchoid pterosaur of the late Jurassic period.

_____________________________________________________________________________________________

Sordes
A pigeon-sized pterosaur of the late Jurassic.

______________________________________________________________________________________________

°

Tapejara Head

Photograph courtesy Atlantic Productions/ZOO EFX

A close-up view of the head of Tapejara is shown here. The name is derived from Tupi Indian mythology and means “the old being.”

Some scientists have proposed that, in addition to being able to fly, Tapejara could perhaps manipulate its body to “sail” across the surface of the ocean in search of prey. Like a boat, the “hull” of the pterosaur could be formed by the breastbone dipping into the water, and the two hind legs directed backward would function like lateral hulls.

Other scientists have suggested that the Tapejara’s enormous head was not used as a sail, but instead to attract a mate. It could be that the animals with the biggest and most spectacular head crests were able to demonstrate to potential mates that they were the fittest individuals in the population

Tapejara

Photo: A Tapejara head at close range, with a huge, colorful crest, from the movie Flying Monsters 3D
A colorful pterosaur from South America.

 

________________________________________________________________________________________________

Thalassodromeus
This South American pterosaur had a gigantic head crest.

________________________________________________________________________________________________

°

Tupandactylus imperator

Tupandactylus
No other pterosaur had a bigger crest in relation to its body size.

Tupandactylus crest fossil

Tupandactylus fossil
This rare specimen shows signs of the soft tissue between the bones of the crest.

_____________________________________________________________________________________________

 

Tupuxuara
A colorful pterosaur closely (and confusingly) related to Tapejara.

 

_______________________________________________________________________________________________

Vectidraco
This pterosaur was discovered by a five-year-old girl.

________________________________________________________________________________________________

Zhejiangopterus
One of the best-preserved of the giant pterosaurs.

 

________________________________________________________________________________________________

***************************************************************************************************************

 

 

NADER   BEKEKEN  (Diverse artikels  ) 

 

 

 

Vroege vogels en pterosauriërs zaten elkaar niet in de weg

http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsnr.php?nummer=105

15 November 2005, jaargang 7 nr. 22

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Vroege vogels en pterosauriërs zaten elkaar niet in de weg De provincie Liaonin in noordoost China levert een voortdurende stroom van interessante nieuwe fossielen op. De afzettingen zijn vooral bekend geworden door de vondsten van gevederde dinosauri챘rs, maar zijn minstens zo interessant door het gelijktijdige voorkomen van pterosauri챘rs en vroege vogels. Daarover zijn net nieuwe gegevens beschikbaar gekomen, die ook meer inzicht geven in de onderlinge verhoudingen tussen beide groepen.

De schedel van Feilongus youngi

In de Yixian Formatie zijn de schedel en de onderkaak een nieuwe pterosauri챘r gevonden, Feilongus youngi. Het gaat om een (nieuw) geslacht dat tot de Archaeopterodactyloidea moet worden gerekend. Met zijn spanwijdte van ca. 2,4 m is hij de grootst bekende vertegenwoordiger uit deze groep. De tanden (het moeten er in totaal 76 zijn geweest) zijn naaldvormig. In de Jiufotang Formatie is het grotendeels complete skelet gevonden van een exemplaar dat eveneens een nieuw geslacht representeert, Nurhachius ignaciobritoi, dat tot de Istiodactylidae moet worden gerekend. De spanwijdte bedroeg 2,4-2,5 m, en deze soort had 54 tanden. Beide nieuwe vondsten komen uit afzettingen (de Jehol Groep) die ongeveer 225 miljoen jaar oud zijn (Vroeg-Krijt), en beide behoren tot taxa die tot nu toe alleen uit Europa bekend waren. Dat betekent volgens de onderzoekers dat er waarschijnlijk een levendig ‘verkeer’ tussen Europa enerzijds en Siberi챘 en Oost-Azi챘 anderzijds bestond.


Het complete skelet van Nurhachius ignaciobritoi

De oudste formatie van de Jehol Group, de Yixian Formatie, heeft nu 7 soorten pterosauriërs opgeleverd. De op de Yixian volgende Jiufotang Formatie heeft nu 6 soorten opgeleverd. Het is daarbij interessant dat de beide formaties verschillende fauna’s van pterosauriërs hebben, die resp. relatief primitief en relatief ver ontwikkeld zijn. Dat is opvallend omdat vindplaatsen van pterosauriërs elders ter wereld alleen betrekkelijk primitieve vormen bevatten (Solnhofen) of juist alleen betrekkelijk ontwikkelde vormen (Santana Fm.). De onderzoekers vermoeden dat de relatief lange tijdspanne waarin de Jehol Groep werd afgezet (5 miljoen jaar) verantwoordelijk is voor deze zichtbare evolutie. Die evolutie lijkt overigens complex en moet nog grotendeels ontrafeld worden.


Reconstructie van een pterosauriër uit de Jehol groep

Naast de ca. 40 resten van pterosauriërs die de Yixian Formatie heeft opgeleverd, zijn er ook meer dan 1000 fossiele vogels uit afkomstig. De Jiufotang Formatie heeft, naast zo’n 1090 pterosauriërs, ook meer dan 1000 vogels opgeleverd. In totaal zijn er nu uit de Jehol Groep 21 vogelsoorten beschreven (terwijl nog tenminste vijf nieuwe soorten niet zijn beschreven). Voor de pterosauriërs gaat het om 13 beschreven en minstens 3 nog onbeschreven soorten. Door deze aantallen is nu een redelijk beeld van de vliegende fauna van destijds verkregen. Duidelijk is dat er veel meer vogels waren dan pterosauriërs, zowel in soortenrijkdom als in aantal. De verspreiding van deze fossielen wijst erop dat beide groepen elkaar in het Vroeg-Krijt (en mogelijk gedurende het grootste deel van het Mesozoïcum) niet in de weg zaten: de vogels leefden vooral in het binnenland, terwijl de pterosauriërs meer de kustgebieden bevolkten.

Referenties:
  • Wang, X., Kellner, A.W.A., Zhou, Z. & Almeida Campos, D. de, 2005. Pterosaur diversity and faunal turnover in Cretaceous terrestrial ecosystems in China. Nature 437, p. 875-879.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Xiaolin Wang, Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology, Chinese Academy of Sciences, Beijing (China).

Jachtwijze van pterosauriërs moet worden herzien

1 November 2007, jaargang 9 nr. 11 artikel 862

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=862

502171-e6ff8abef93adbee81f0af15586e74ea

Over de wijze waarop de pterosauriërs leefden en hun voedsel verkregen, bestaat nog veel onduidelijkheid. Deze opmerkelijke diergroep, waarvan sommige soorten een spanwijdte hadden van 12-15 m, leefde volgens de huidige opvattingen voor een belangrijk deel van vis. Op basis van de anatomie van hun kop, en ook van hun bek, werd tot nu toe verondersteld dat ze (zo niet alle dan toch in ieder geval sommige soorten zoals Thalassodromeus en Quetzalcoatlus) dat deden door dicht over het wateroppervlak te scheren, waarbij ze de onderste helft van hun snavel door het water haalden, in de hoop om zo een vis te vangen. Die wijze van vissen wordt recent onder meer toegepast door schaarbekken (Rynchops).
Het beeld van de reusachtige pterosauriërs die scherend over het water, met hun snavel het water doorklievend op jacht naar vissen, lijkt echter niet langer houdbaar. Op basis van nagebouwde snavels vanTupuxuara en van Thalassodromeus sethi – een soort die in 2002 veel aandacht kreeg juist omdat de gevonden restanten de karakteristieken van kop, hals en snavel vertoonden die op het vissen op deze methode lijken te wijzen – hebben onderzoekers van de Universiteit van Portsmouth namelijk vastgesteld dat deze in het water een zeer grote weerstand zou hebben ondervonden. Die moet een orde van grootte groter zijn geweest dan die van de schaarbek. Als gevolg daarvan zou deze manier van foerageren aan Thalassodromeus zeer veel energie hebben gekost; zoveel energie dat de zo gewonnen prooidieren daarvoor geen compensatie zouden bieden. Bij de stern gaat het al om zo’n 20% van de energie die het voedsel oplevert (en dat is waarschijnlijk ook de reden waarom zo weinig vogelsoorten op deze wijze vissen), en bij de grote pterosauriërs zou de balans dus zelfs negatief zijn geweest.

In principe zouden kleinere pterosauri챘rs (de onderzoekers noemen een drempelwaarde van 2 kg) deze jachtmethode wel kunnen hebben toegepast met een positieve energiebalans, maar bij de aangetroffen restanten van zulke kleine pterosauri챘rs (onder meer Rhamphorhynchus) ontbreken juist de aanpassingen van de kop en de nek die voor een dergelijke wijze van vissen nodig zijn.

Een en ander impliceert natuurlijk niet dat de pterosauriërs niet op vis jaagden. Ze moeten daarvoor echter andere methoden hebben gebruikt. Ook de stern doet dat overigens frequent, waarbij hij op 3-5 m boven het water vliegend naar vis aan het wateroppervlak speurt, en zich vervolgens loodrecht op een waargenomen prooi laat vallen, vergelijkbaar met de wijze waarop sommige roofvogels andere vogels vangen.

Referenties:
  • Humphries, S., Bonser, R.H.C., Witton, M.P. & Martill, D.M., 2007. Did pterosaurs feed by skimming? Physical modelling and anatomical evolution of an unusual feeding method. PloS Biology 5(8): e204. doi:10.1371/journal.pbio.0050204.

donderdag, 20 augustus 2009
In het Zuid-Franse Crayssac hebben paleontologen landingssporen van een pterosaurus gevonden.

http://rspb.royalsocietypublishing.org/content/early/2009/08/14/rspb.2009.1161.full?sid=cdc2579c-7701-4130-b021-6073962d1328

De onderzoekers hebben hun vondst bekend gemaakt in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society. Het is voor het eerst dat er sporen van de ‘landingsbaan’ van een pterosaurus zijn gevonden.

De pterosauria, voor zover bekend de enige reptielen die ooit gevlogen hebben, kwamen voor van het Trias tot het Krijt en leefden voornamelijk in Europa en Noord-Amerika. De vondst van het landingsspoor van een pterosaurius geeft onderzoekers een uniek inkijkje in hoe de dieren landden.

De onderzoekers laten weten dat het reptiel ongeveer 150 miljoen jaar geleden landde in zachte klei en zo sporen achter liet. De pterosaurius zou bij deze landing zijn vleugels hebben gebruikt om af te remmen. De eerste afdrukken die gevonden zijn waren namelijk die van achterpoten. Zodra de vaart verminderd was bracht de pterosaurius ook zijn voorpoten naar de grond, maakte hij een ‘hupje’ en liep hij vervolgens verder. Bij het lopen gebruikte het dier ook de punten van de vleugels.

Vermoed wordt dat de gevonden sporen afkomstig zijn van een kleine pterosaurius.
De klauwen van het dier dat de afdrukken achterliet waren ongeveer vijf centimeter lang.

Of grotere pterosauriërs op dezelfde wijze landden is niet bekend.
Pterosaurus landde op twee poten
http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2009/augustus/Pterosaurus-landde-op-twee-poten.html
 

Een spoor in 140 miljoen jaar oude Franse modder laat zien hoe een vliegend reptiel geland moet zijn: eerst op zijn achterpoten, waarna hij op vier poten verder liep.
Er zijn de afgelopen jaren al veel meer loopsporen van pterosauriërs gevonden op ‘Pterosaur Beach’, een rotsformatie in het zuidwesten van Frankrijk. Maar nu presenteert het team van Jean-Michel Mazin iets unieks.

De paleontologen beschrijven  een serie afdrukken die een klein exemplaar van zo’n vliegend reptiel heeft gemaakt tijdens een landing. Het dier had voetzolen van zo’n 5 centimeter lang, is te zien aan de ondiepe afdrukken in wat destijds modder was.

Uit het spoor blijkt dat de pterosauriër bijna stilstond in de lucht voor hij neerkwam, dan z’n twee achterpoten naast elkaar neerzette, twee sprongetjes maakte en vervolgens voet voor voet begon te lopen. Hij steunde daarbij met zijn voorpoten op de grond. Kortom: hij landde als een vogel, maar liep als een vleermuis. Of het beest met zijn vleugels flapperde om af te remmen, zoals je bij vogels vaak ziet, is niet uit het spoor af te leiden. Hij kan ook vaart verminderd hebben zoals paragliders en grotere vogels dat doen: op het laatste moment optrekken en dan bijna loodrecht uit de lucht vallen, met gespreide vleugels.

Een grote wens van de onderzoekers is om een spoor te vinden van een opstijgende pterosauriër, want daarover zijn nog veel vragen. Ze blijven dus verder zoeken.

Elmar Veerman

Pterosaurus was lange afstandsvlieger
maandag 18 oktober 2010 (Knack )-

http://nl.wikipedia.org/wiki/Pterosauriërs 

Pterosauriërs, de grootste vliegende dieren die ooit hebben geleefd, konden 16.000 kilometer aan één stuk door vliegen.
Dat verklaarden onderzoekers van de Chatham Universiteit in Pittsburgh op een bijeenkomst van de Society for Vertebrate Paleontology.

De reptielen leefden ongeveer 200 miljoen jaar geleden.
Ze waren zo groot als een moderne giraf en hadden vleugels met een spanwijdte van 10 meter.
Hiermee konden ze zich laten voortdrijven door stijgende luchtstromen.

Zweeftechniek

Michael Habib, de hoofdonderzoeker die de nieuwe berekeningen maakte, gaat ervan uit dat de Pterosaurus tijdens een vlucht steeds maar enkele minuten na elkaar met zijn vleugels klapperde, waarna hij op de luchtstromen zweefde om zijn spieren te laten rusten. Op deze manier kon hij 16.000 kilometer of meer afleggen zonder te landen.
Volgens de onderzoekers is hun berekening van de maximale vliegafstand van de dieren redelijk conservatief. Zo wordt er geen rekening gehouden met de atmosfeer in de Krijtperiode. Die was warmer en had meer opstijgende warme luchtstromen. “De laagste schattingen liggen rond de 8.000 kilometer”, aldus Habib, “maar bij de hoogste schattingen loopt de afstand op tot wel 32.000 kilometer.”
Het onderzoek spreekt eerdere bevindingen, die zeggen dat zulke grote dieren gewoonweg niet kunnen opstijgen, tegen. Daar stellen de onderzoekers nu tegenover dat de Pterosaurus weliswaar bijna 300 kilo woog, maar dat hij veel vetreserves verbrandde om zo lang in de lucht te blijven. Tijdens een vlucht van 16.000 kilometer verbrandde het dier bijna 80 kilogram vet.
Als Habibs bevindingen kloppen, is het mogelijk dat Pterosaurussen die in verschillende continenten zijn teruggevonden, toch tot dezelfde soort behoren.

http://news.nationalgeographic.com/news/2010/10/101015-science-giant-pterosaurs-longest-nonstop-flight-distance-record/
‘Pterosaurus vloog als zweefvliegtuig’ 
Nu nl   25 november 2010
– De pterosaurus kreeg in de loop van de evolutie waarschijnlijk reusachtige vleugels om voorzichtiger te kunnen vliegen en landen.
Dat blijkt uit een onderzoek van Britse wetenschappers.
De pterosaurus had vermoedelijk een vleugelspan die kon oplopen tot ruim tien meter, omdat het dier daardoor een extra zachte landing
konden maken. Pterosauriërs gebruikten hun vleugels waarschijnlijk ook niet om hard te vliegen, maar om langzaam door de lucht te zweven.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Bristol in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the Royal Society B.
http://www.bristol.ac.uk/news/2010/7335.html
http://rspb.royalsocietypublishing.org/

Breekbaar

“Aangezien de botten van de pterosaurus erg lang en dun waren en dus breekbaar, was het vermogen om zacht te landen erg belangrijk om verwondingen
te voorkomen”, verklaart hoofdonderzoeker Colin Palmer op BBC News.
http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-11815320

“Door deze manier van landen konden ze veel groter worden dan moderne vogels”, aldus Palmer.
Windtunnel

De wetenschapper kwam tot zijn conclusies door modellen van pterosaurusvleugels te bouwen en deze te testen in een windtunnel. Hij ontdekte al snel dat de vleugels weinig aerodynamisch waren, omdat ze relatief veel bot bevatten. Daardoor waren ze erg kwetsbaar bij snelle en plotselinge bewegingen.

Volgens Palmer is het daarom aannemelijk dat pterosauriërs nauwelijks klapwiekten, maar met gespreidde vleugels door de lucht zweefden en gebruik maakten van stijgende luchtstromen.
Landing

De windtunneltest wees verder uit dat de dieren door hun grote vleugels een zeer langzame en  zachte landing konden maken. Dat was volgens Palmer ook noodzakelijk om te voorkomen dat hun lange en dunne botten zouden breken. .

“Een pterosaurus die aankwam op zijn plaats van bestemming, wilde niet tegen een rots aan botsen”, aldus Palmer. “Deze dieren moesten absoluut zacht en gecontroleerd landen.”

Darwinopterus Modularis een perfecte mix tussen twee pterosauriers -groepen .(1)

bron : eosmagazine.eu – 10/14/2009 –
zie ook( voor meer achtergrondinfo) ;
http://www.ucmp.berkeley.edu/diapsids/pterosauria.html

Maar vooral
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pterosauri%C3%ABrs
http://en.wikipedia.org/wiki/Pterosaur

 deel van een van de gevonden skeletten

Britse en Chinese wetenschappers (2) hebben een nieuw soort vliegend reptiel (1)ontdekt.
Ze hebben twintig fossiele skeletten onderzocht die eerder dit jaar zijn gevonden in Noordoost-China, in rotsen die 160 miljoen jaar oud bleken te zijn.(ongeveer de grenslijn tussen Midden- en Laat – Jura )
Deze pterosurier vloog rond tijdens de overgang van de midden- naar de late jura, en minstens tien miljoen jaar eerder dan de eerste vogel, archeopteryx.

De onderzoekers doopten de nieuwe pterosaurus of vliegend reptiel (1-) Darwinopterus (‘de vleugel van Darwin’), omdat hij het bewijs kan zijn voor een ongewone vorm van evolutie.

Wetenschappers kennen al langer twee verschillende groepen pterosauria-morfen :
* De oudste zijn de”basale” pterosauriers rhamphorhynchoidae’ :primitieve vliegende reptielen met relatief korte schedels voorzien van verschillende dinstinctieve “openingen “, lange cervicale ( nek) ribben , een korte metacarpus ( zoiets als een handpalm of een voetzool ) , lange staarten( met de onvermijdelijke uitzonderingen en een groot vliegmembraam dat is gespannen tussen de achterpoten= het cruropatagium ) Deze pterosaurus-groep dateert van die in het begin van het mesozoïcum (220-65 miljoen jaar geleden/ –>ze duiken voor het eerst op in het laat trias ) :ze zijn van (relatief)klein tot medium postuur


 Jeholopterus nichengensis
http://www.universitario.com.br/noticias/noticias_noticia.php?id_noticia=8577 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jeholopterus


* De jongste groep zijn de Pterodactyloidae complexere pterosauria met een korte staart .De schedels zijn lang en smal , er is vooraan een enkele grote opening ( ipv twee ) voor beide ogen …de cervicale riben ontbreken, ze bezitten een lange metacarpus, het cruropatagium is allometrisch gereduceerder geworden ….Ze duiken op in het laat Jura en konden soms gigantische proporties aannemen ….
*De laatste groep (pterodactyloidae) evolueerden uit de eerste groep, ( rhamphorhynchoidae)
maar tussen beide groepen zat een enorm evolutionair gat.


http://www.bertsgeschiedenissite.nl/geschiedenis%20aarde/pterosauria.htm

Pterodactylus kochi, Jura afdrukken van de vleugel membranen zijn bewaard gebleven .De vleugelspanwijdte van pterosauriamorfen varieerde van 20 centimeter tot 12 meteres
Deze reptielen uit het laat jura zaten in dezelfde “predator” niches van/als de huidige vogels
Courtesy of J.M.V.Rayner 
http://blackwellpublishing.com/ridley/image_gallery/Jurassic_pterosaur.asp 


De ‘nieuwe’ Darwinopterus zit met zijn 160 miljoen jarige ouderdom zowat ( met zijn groep )in het midden van het plaatje.
Het roofdier had lange kaken, scherpe tanden en een vrij flexibele nek en was ongeveer zo groot als een kraai.
Volgens de onderzoeker kan je hem waarschijnlijk het best vergelijken met de hedendaagse havik.

‘Darwinopterus betekende ook
een aantal niet bevestigde meer algemene (speculatieve )verwachtingen (=educated guesses ) voor ons’
,
zegt David Unwin van de University of Leicester, een van de onderzoekers. (2)
Maar dat leverde dcus wel heel veel nieuw fossiel (bewijs)materiaal op, ter ondersteuning van ” gewijzigde ” en nieuwe werkhypothesen over de evolutie van ( in dit geval) deze tussengroep van pterosauriers ..

‘We hadden verwacht dat de transitie-groep ( waartoe deze darwinoptgerus als soort hoort ) tussen beide pterosauriers( de primitieve en de geavanceerde ) een
 geleidelijke overgang zou tonen, zoals bijvoorbeeld een staart die noch lang noch kort zou zijn.
Maar Darwinopterus heeft vreemd genoeg het het hoofd en de nek van de geavanceerde pterosaurus, terwijl de rest van het skelet, inclusief de erg lange staart, identiek is aan dat van de“primitieve “pterosaurussen.

‘De geologische ouderdom van Darwinopterus en de bizarre combinatie van geavanceerde en primitieve kenmerken openbaart heel wat over de evolutie van deze pterosaurus.
Die evolutie ging vooral heel snel met veel grote verandering op korte tijd.(Op geologische tijdschaal ).
Voorts valt op dat hele groepen kenmerken die belangrijke structuren vormen, zoals de schedel, de nek of de staart,
 samen blijken te zijn geëvolueerd: eerst het hoofd en de nek, later gevolgd door het lichaam, de staart, de vleugels en de poten. Het lijkt er dus op dat natuurlijke selectie op hele ‘modules’ inwerkte, en niet, zoals we verwachtten, op specifieke kenmerken zoals de vorm van de bek of van de tanden. Dat gegeven ondersteunt het controversiële idee van relatief snelle ‘modulaire’ evolutie.’(3)
( in de citaten staan de het rood gemaakte zinsneden voor mijn persoonlijke (vervangende ) interpreterende vertalingen (van bepaalde termen en zinnetjes ) of mijn toegevoegde nota’s) 

Het onderzoek staat in het britse Proceedings of the Royal Society B.
zie bijlage ( onderaan /aan te klikken )

Figure 2. Holotype ZMNH M8782 (a,b,e) and referred specimen YH-2000 ( f ) of D. modularis gen. et sp. nov.: (a) cranium and mandibles in the right lateral view, cervicals 1-4 in the dorsal view, scale bar 5cm; (b) details of the dentition in the anterior tip of the rostrum, scale bar 2cm; (c) restoration of the skull, scale bar 5cm; (d) restoration of the right pes in the anterior view, scale bar 2 cm; (e) details of the seventh to ninth caudal vertebrae and bony rods that enclose them, scale bar 0.5 cm; ( f ) complete skeleton seen in the ventral aspect, except for skull which is in the right lateral view, scale bar 5 cm. 

Abbreviations: a, articular; cr, cranial crest; d, dentary; f, frontal; j, jugal; l, lacrimal; ldt, lateral distal tarsal; m, maxilla; mdt, medial distal tarsal; met, metatarsal; n, nasal; naof, nasoantorbital fenestra; p, parietal; pd, pedal digit; pf, prefrontal; pm, premaxilla; po, postorbital; q, quadrate; qj, quadratojugal; sq, squamosal; ti, tibia.




Figure 4.
Phylogenetic relationships and evolutionary context of

Darwinopterus. (a) Phylogenetic analysis of Pterosauria (see the
electronic supplementary material for details), possible alternative locations for 
Darwinopterus 
indicated by D1 and D2.

(b) Schematic restorations of a basal pterosaur (above), Darwinopterus (middle) and a pterodactyloid (below) standardized

to the length of the DSV, the arrow indicates direction of evolutionary transformations; modules: skull (red), neck (yellow),
body and limbs (monochrome), tail (blue); I, transition phase one; II, transition phase two. 

(c) Time-calibrated phylogeny
showing the temporal range of the main pterosaur clades;
basal clades in red,
pterodactyloids in blue; known ranges of
clades indicated by solid bar, inferred ‘ghost’ range by coloured line; footprint symbols indicate approximate age of principal
pterosaur track sites based on 
Lockley et al. (2008); stratigraphic units and age in millions of years based on Gradstein et al.(2005)
.
1, 
Preondactylus
; 2, Dimorphodontidae; 3, Anurognathidae; 4, Campylognathoididae; 5, Scaphognathinae; 6, Rhamphorhynchinae;
7, 
Darwinopterus; 8, Boreopterus; 9, Istiodactylidae; 10, Ornithocheiridae; 11, Pteranodon; 12, Nyctosauridae; 13, Pterodactylus
;
14, 
Cycnorhamphus; 15, Ctenochasmatinae; 16, Gnathosaurinae; 17, Germanodactylus
; 18, Dsungaripteridae;
19, 
Lonchodectes
; 20, Tapejaridae; 21, Chaoyangopteridae; 22, Thalassodromidae; 23, Azhdarchidae. Abbreviations:M, Monofenestrata;
P, Pterodactyloidea; T, Pterosauria; ca, caudal vertebral series; cv, cervical vertebral series; mc, metacarpus; na,
nasoantorbital fenestra; r, rib; sk, skull; v, fifth pedal digit.

Darwinopterus is in there, too—it’s the small purple box numbered “7”. You can see from this diagram that it is a pterosaur in a very interesting position, just off the branch that gave rise to the pterodactyls. How it got there is interesting, too: it’s basically a pterosaur body with the head of a pterodactyl. Literally

http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/10/15/darwinopterus-and-mosaic-modul/

Phylogenetic analysis confirms that, as strongly suggested by its apparent transitional nature, Darwinopterus is the sister-taxon to Pterodactyloidea (it has to be outside of this major clade, as published definitions are node-based*).

Pterodactyloidea [adjacent ‘family tree’, from Unwin (2003), Basal pterosaurs, aka ‘rhamphorhynchoids’, are down at the bottom in blue; pterodactyloids are in purple].
Diverse Links over pterosauriers

http://www.nsf.gov/od/lpa/news/03/pr03124.htm
http://pandasthumb.org/archives/2009/10/darwinopterus-a.html#more
Zie vooral http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2009/10/darwinopterus_transitional.php

°

NOTEN

(1) Er wordt herhaaldelijk in dit artikel nogal ergerlijk en slordig gesproken over ” vliegende dino’s Maar pterosauriers( = zoals ze gebruikelijk genoemd worden in in de spreektaal /maar eigenlijk zijn het pterosauria-morfen ) zijn zeker GEEN dinosauriers (= deze vliegende reptielen zijn zelfs geen dinosauro-morfen ) Het zijn archosauriers
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pterosauri%C3%ABrs
…..Om een structuur te krijgen die de volle verwantschappen weergeeft en direct aansluit bij de resultaten van wetenschappelijk onderzoek, kunnen we een 
cladogram gebruiken zoals dit van Unwin:[16]

(2) Hoofdonderzoeker is Junchang Lü /Institute of Geology, Chinese Academy of Geological Sciences, Beijing

(3) Modulaire evolutie levert de zogenaamde ” mozaik”-types op
(PZ MEYERS)” …..The transitional form between two species isn’t necessarily a simple intermediate between the two in all characters, but may be a mosaic: the anatomy may be a mix of pieces that resemble one species more than the other. In this case, what happened in the evolution of the pterodactyls was that first a pterodactyl-like skull evolved in a pterosaur lineage, and that was successful; later, the proto-pterodactyls added the post-cranial specializations. Not everything happened all at once, but stepwise….”

Prachtige site
http://www.pterosaur.net/index.php

Oerreptiel legde een ei

dinoegg

Voor het eerst is het geslacht van een pterosaurus vastgesteld
Een ei van drie centimeter lag bij de cloaca van de pterosaurus. Het was dus een vrouwtje
.

23.08.2011

Onderzoekers van de Chinese academie van aardwetenschappen in Beijing hebben als eersten met zekerheid het geslacht van een pterosaurus kunnen vaststellen. Dat komt doordat een boer in de Chinese provincie Liaoning onlangs een ei heeft gevonden bij een 160 miljoen jaar oud, vrijwel compleet fossiel van de pterosaurus Darwinopterus. Het fossiel is zonder twijfel een vrouwtje, aldus de paleontologen.

Het ei bevindt zich net iets buiten het geboortekanaal van de pterosaurus en is waarschijnlijk naar buiten gestuwd door de gassen die bij de ontbinding van het dier vrijkwamen.

De paleontologen konden zien dat de linkervleugel is gebroken. Mogelijk is de pterosaurus daardoor gestorven, waarna ze naar de bodem van een meer is gezonken en werd geconserveerd. De onomstotelijke bepaling van het geslacht is heel belangrijk voor de paleontologen.

http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2011/02/10/darwinopterus-pterosaur-with-egg/

dinoskelet

MRS-T

Het fossiel dook op in de Chinese provincie Liaoning.


Eerder hebben zij namelijk pterosaurussen met én zonder kam op hun kop gevonden, en ze betwijfelden of het wel om één en dezelfde soort ging, ook al waren de skeletten verder identiek. Maar de vondst van deze vrouwtjespterosaurus, die geen kam heeft, neemt de twijfel weg – in elk geval wat de Darwinopterus betreft.

Het staat vast dat bij deze soort alleen het mannetje een kam had. De hanenkam was een teken van kracht bij de strijd van de mannetjes om de vrouwtjes. En voor de vrouwtjes was de kam een teken dat het mannetje een goede partner was.

Vrouwtjes hadden een groter bekken
In het gebied waar het fossiel gevonden is, zijn nog tien exemplaren gevonden van de Darwinopterus. En doordat het geslacht is bepaald, kunnen de paleontologen nu vaststellen dat de vrouwtjes een groter en flexibeler bekken hadden dan de mannetjes. Dat is ook logisch, want daardoor konden de vrouwtjes makkelijker eieren leggen.

Uit onderzoek naar het ei blijkt dat dit geen harde kalkschaal had, zoals bij vogels, maar een zachte, perkamentachtige schaal, zoals bij reptielen van nu. De schaal bevatte poriën, waardoor de foetus van water werd voorzien. Dat duidt erop dat de eieren van de pterosaurus werden begraven, net zoals die van schildpadden en krokodillen.

Zo is de theorie weerlegd dat pterosaurussen op de huidige vogels leken, in de zin dat zij nesten bouwden en goed voor hun jongen zorgden. De onderzoekers trekken juist de conclusie dat de voortplanting en kraamtijd van pterosaurussen meer gemeen heeft met die van reptielen dan met die van vogels.

Sexueel dimorphisme 

i-f83f754d279bb433f02400c1a77be1af-Darwinopterus-female-&-male-background-Witton-Feb-2011.jpg

Het vrouwtje van de Darwinopterus (l) had geen kam, alleen het mannetje had er een. of was het een rode kam ? 

File:Darwinopterus NT.jpg


http://www.eosmagazine.eu/home/ctl/Detail/mid/485/xmid/2934/xmfid/12.aspx

  21 jan 2011

Pterosaurus legde zachte eieren

Een spectaculair fossiel van een pterosaurus en haar ei geven inzicht in hoe de gevleugelde reptielen zich voortplantten. De paleontologen die de vondst deden, denken dat ze bewijs hebben dat het dier meerdere eieren legde en dat de pasgeboren jongen zelfstandig konden overleven en dus konden vliegen.

Pterosaurus waren de eerste gewervelden die konden vliegen. De gevonden fossielen zijn om en bij de 220 miljoen jaar oud, uit het trias. 65 miljoen jaar geleden stierven ze uit. De dieren waren de grootste vliegende dieren ooit, sommige hadden vleugels met een spanwijdte van 10 meter.

Over hun levenswijze en gedrag is nog weinig geweten. Vogels en krokodillen zijn de dichtste nog levende verwanten van de pterosaurus, maar de drie groepen zijn evolutionair enorm uit elkaar gegroeid. Uit eerder ontdekte fossielen bleek al dat pterosaurus eieren legde, maar er bleven weinig eieren bewaard en direct bewijs over hoe ze hun jongen opvoedden is er niet. Deze nieuwe vondst, beschreven in Sciencedeze week, biedt een paar opmerkelijke uitkomsten.

‘Mrs T’ of ‘Mrs Pterodactyl’, zoals het fossiel werd gedoopt, is in China gevonden. Het behoort tot het geslacht Darwinopterus, waarvan de vleugels een spanwijdte van één meter hadden. De resten van een vleugel zijn 160 miljoen jaar oud en waren op de bodem van een meer gezonken. Het dier broedde nog net een ei uit vlak voor het met sediment werd bedekt.

De afmetingen van het ei komen overeen met de pelvis van het dier, zodat de kans dat het ei per toeval bij de pterosaurus terechtkwam, uiterst klein is. Uit verdere analyse bleek het ei niet uit calciumcarbonaat te bestaan, zoals vogeleieren. In hetzelfde meer werden nochtans andere eieren opgegraven die wel kalk bevatten. Dat bewijst volgens de onderzoekers dat pterosaurus zachte eieren legde, zoals reptielen. Dat bevestigt eerdere theorieën.

Het ei is ook relatief klein, met een geschat gewicht van zes gram. Het dier zelf zou tussen 110 en 220 gram gewogen hebben. Moderne vogels met een gelijkaardig gewicht leggen eieren die tot drie keer zo zwaar zijn. Volgens onderzoeker David Unwin legde pterosaurus, net zoals huidige reptielen, verschillende kleine eieren in bodems waar vocht door kan sijpelen. Door het vocht verdubbelen de eieren in gewicht voor ze openbarstten.

De pasgeboren pterosaurussen waren kleine versies van de volwassene en konden vermoedelijk zelfstandig overleven en vliegen. Moderne vogels daarentegen komen uit het ei met onontwikkelde vleugels en hebben ouderlijke zorg nodig om te overleven.

Mannetje had hanenkam
Het fossiel Mrs T lost ook een andere vraag op: wat zijn mannetjes en wat zijn vrouwtjes? Van de dertig al opgegraven Darwinopterussen hadden sommige een grote hanenkam, andere niet. Van het pas beschreven fossiel ontbreekt een deel van het fossiel maar er blijft genoeg over om te concluderen dat Mrs T geen hanenkam had. De hanenkammen waren volgens de onderzoekers dus pronkstukken bij de mannen. Die hadden ook een smaller bekken dan Mrs T, wat te verwachten was.

Toch is niet iedere paleontoloog overtuigd. Kevin Padian van de University of California denkt dat Mrs T geen kam had omdat het dier nog te jong was, en niet omdat het vrouwelijk was. Hij denkt ook dat het ei te groot was om er meerdere ineens te kunnen leggen. (rvb)

Bijlagen:

rspb.2009.1603.full.pdf pterosaurs.pdf (945.4 KB)   

Grootste vliegende reptiel moest taxiën om in de lucht te komen

http://www.scientias.nl/grootste-vliegende-reptiel-moest-taxien-om-in-de-lucht-te-komen/75533

Geschreven op 09 november 2012 

Met een spanwijdte ietsje groter dan die van een F16 had het vliegende reptiel uit het geslacht Quetzalcoatlus zeker het benodigde materiaal om het luchtruim te kiezen. Maar als ‘ie al vliegen kon, hoe kwam het beest ter grootte van een giraf dan ooit de lucht in? Door te taxiën, zo stellen wetenschappers.

Reptielen uit het geslacht Quetzalcoatlus kent u waarschijnlijk van die prachtige platen waarop indrukwekkende vogelachtige reptielen met enorme vleugels pronken. Vaak worden ze vliegend voorgesteld waarbij hun spanwijdte van tien meter of meer gebruikt wordt om indruk te maken op de toeschouwer. Maar hoe kwamen deze giganten ooit de lucht in?

Simulatie
Onderzoekers van de Texas Tech University beten zich in dat vraagstuk vast. Ze maakten gebruik van computersimulaties om te achterhalen hoe het dier met succes het luchtruim zou kunnen kiezen. In hun simulatie maakten ze gebruik van de grootste Quetzalcoatlus ooit gevonden.

Helling
De onderzoekers berekenden dat de Quetzalcoatlus in kwestie ongeveer 70 kilo moet hebben gewogen. En met zo’n gewicht en met het oog op de grootte en omvang van de vleugels was er eigenlijk maar één manier waarop deze reptielen heelhuids in de lucht konden komen. Door te taxiën. “Als Quetzalcoatlus zich op de grond bevond, moest deze waarschijnlijk een helling vinden en dan daar heel snel op vier poten vanaf rennen, dan op twee poten en vervolgens voldoende kracht opbouwen om het luchtruimte kiezen,” vertelt onderzoeker Sankar Chatterjee. “Het had een gebied nodig om te taxiën.”

De Quetzalcoatlus in vergelijking met een mens een giraf en daarnaast (van bovenaf gezien) in vergelijking met een F16. Afbeeldingen: Texas Tech.

Photo: A Quetzalcoatlus soars alongside a gilder in a scene from the movie Flying Monsters 3D

Quetzalcoatlus With Glider

A Quetzalcoatlus is shown flying along with a glider (piloted by David Attenborough) in a composite image from a film. Quetzalcoatlus’s wingspan reached up to 35 feet, the longest wingspan of any animal ever known to live on Earth.

This animal—the biggest that has ever flown—was probably a tremendous glider. With hollow bones and lightweight construction, it would have had an ideal form to exploit natural up-currents to stay aloft without flapping.

°

Katapult
De resultaten van de onderzoekers staan haaks op eerdere studies. Zo stelden onderzoekers recent nog vast dat de Quetzalcoatlus zo’n 250 kilo woog. En dat het reptiel ondanks dat enorme gewicht nog steeds het luchtruim kiezen kon, door zijn voorpoten als een katapult te gebruiken en zichzelf de lucht in te schieten. Vandaag de dag zijn er nog dieren die dat doen: de vampiervleermuiz bijvoorbeeld. Chatterjee durft echter met zekerheid te stellen dat deze aanpak onmogelijk gewerkt kan hebben bij de Quetzalcoatlus. Wat mogelijk is voor een vleermuis van 25 gram is onmogelijk voor een dier dat vele malen keer zwaarder is. Dat komt onder meer door de enorme vleugels van het dier. “Met een spanwijdte van 10,4 meter zou Quetzalcoatlus niet in staat zijn om na zo’n sprong krachtig met zijn vleugels te slaan en daarbij met die kwetsbare vleugels niet de grond te raken.”

In de lucht
Maar ook opstijgen door te taxiën was een hele klus, zo benadrukt Chatterjee. De onderzoekers vermoeden dan ook dat Quetzalcoatlus het grootste deel van zijn tijd in de lucht doorbracht. Het reptiel moet zich eenmaal in de lucht prima hebben kunnen redden; met de grote vleugels kon deze heerlijk door de lucht glijden zoals grote vogels dat vandaag de dag doen.

In hun simulaties gaan de onderzoekers ervan uit dat de Quetzalcoatlus zo’n 70 kilo woog. Dat is weinig voor een reptiel dat ongeveer zo groot is als een giraf en meer dan tien meter brede vleugels had. Toch denkt Chatterjee er niet ver vanaf te zitten. Hij wijst erop dat de botten van het dier hol waren en dat dat al heel veel gewicht scheelde.

http://dinosaurpalaeo.wordpress.com/2013/01/23/palaeontology-of-sw-germany-3-1-13-hauff-pterosaurs/

Campylognathoides liasicus,

hauff_68

File:Campylognathoides sp AMNH 1713 cast skull.jpg

File:Campylognathoides-Ghedo.JPG

Wingspan about a meter./Cast of the Pittsburgh specimen of Campylognathoides liasicus  AMNH

hauff_69

hauff_74

Cast – this original is at the SMNS. A bigger one, with a wingspan of about 230 cm.

Interestingly, both specimens are labelled as C. zitteli, but the Pittsburgh one is definitely C. liasicus

Dorygnathus banthensis

Dorygnathus banthensis with a wingspan of a good meter (105 cm). A rhamphorhynchid

hauff_80

File:Dorygnathus.JPG

A cast in the Urwelt-Museum Hauff at Holzmaden of UUPM R 156, a specimen sold by Bernhard Hauff to the University of Uppsala in 1925

File:Dorygnathus banthensis 2.jpg

Dorygnathus banthensis, unterer oder schwarzer Jura, etwa 188 Millionen Jahre alt, Holzmaden, Württemberg

hauff_77

De vliegende reptielen ….. een nieuwe soort ontdekt. De nieuwe soort moet met een spanwijdte van drie meter redelijk indrukwekkend zijn geweest.

De onderzoekers hebben de nieuwe soort de naam Eurazhdarcho langendorfensis gegeven. Ze vonden de fossiele resten van de soort – die zo’n 68 miljoen jaar oud zijn – terug in Roemenië.

Lopen en vliegen
Eurazhdarcho behoort tot een groep pterosauriërs die we de azhdarchiden noemen,” vertelt onderzoeker Darren Naish. Deze reptielen hadden lange nekken en lange koppen.

Hun vleugels waren zeer geschikt voor een leven in de lucht, maar ook op de grond redden ze zich prima. De reptielen vouwden hun vleugels dan op en liepen op hun achterpoten en de punten van hun vleugels (die dienst deden als voorpoten). Dat schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE.

 

Roemenië
De nieuwe soort die wetenschappers van de universiteit van Southampton nu ontdekt hebben, was met een spanwijdte van drie meter redelijk groot, maar niet gigantisch. “Dat geldt voor veel dieren die we tot op heden in Roemenië ontdekt hebben,” stelt Naish. “Ze zijn vaak klein in vergelijking met familieleden in andere gebieden.”

Voedsel
Hoe vliegende reptielen zoals de nieuwe soort aan eten kwamen, daar waren de meningen lang over verdeeld. Vlogen ze over wateren en pikten ze hun voedsel tijdens hun vlucht op? Of liepen ze langs het water en haalden ze met hun lange snuiten prooien uit de modder? “Eén van de nieuwste ideeën is dat azhdarchiden door de bossen, velden en andere gebieden liepen op zoek naar kleinere prooien. Eurazhdarcho onderschrijft dit beeld van de azhdarchiden, aangezien deze fossielen afkomstig zijn van een landinwaarts gelegen gebied waar zowel bossen en velden als lange, meanderende rivieren en moerasachtige gebieden zijn,” vertelt onderzoeker Gareth Dyke.

De vondst van de nieuwe soort is best bijzonder. Het is het meest complete voorbeeld van een azhdarchide die tot op heden in Europa is teruggevonden.

http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0054268

Figure 4 Eurazhdarcho langendorfensis (EME VP 312) in situ bone map.
Figure 4. Eurazhdarcho langendorfensis (EME VP 312) in situ bone map.

 

Figure 5 Preserved elements of Eurazhdarcho langendorfensis re-assembled as found in partial articulation.
Figure 5. Preserved elements of Eurazhdarcho langendorfensis re-assembled
Figure 6 Line drawings of preserved Eurazhdarcho langendorfensis cervical vertebrae.
show less
Figure 6. Line drawings of preserved Eurazhdarcho langendorfensis cervical vertebrae.
show more

EME VP 312. (a) Cervical four in lateral view. (b) Cervical four in dorsal view. (c) Cervical four in anterior view. (d) Cervical three in dorsal view. (h). Cervical three in lateral view. For scales see figures 7–9. Abbreviations: ns, neural spine; prz, prezygapophysis; nc, neural canal.

Figure 7 Eurazhdarcho langendorfensis, cervical vertebra three.

MOSASAURUS and VARANEN (MONITOR LIZARDS )

 Mosasauridae zijn hagedissen en behoren tot de Varanoidea.
De huidige varanen zijn de nauwste verwanten van de Mosasauridae. Mogelijk behoren ook de slangen tot de varanen + mosaurus-clade.
Varanus salvator, een bij het water levende
soort uit het Lichfield National Park in Australië
 Varanus Bitawa 
Varanus   exanthematicus

KOMODO VARAAN 

http://www.geologischevereniging.nl/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=1114
voorouderlijke verwanten van de komodovaraan 

Holmes, R.B., Murray, A.M., Attia, Y.S., Simons, E.L. & Chatrath, P., 2010. Oldest known Varanus (Squamata: Varanidae) from the Upper Eocene and Lower Oligocene of Egypt: support for an African origin of the genus. Palaeontology 53, p. 1099-1110.

Voorouder /verwant komodo-varaan

megalania priscus ( “oude” maar gepasseerde wetenschappelijke   naam ) = Varanus prisca

J. J. HEAD & all

https://tsjok45.wordpress.com/2011/01/10/test-2/varanus-prisca/

klik op de foto voor een grotere versie

°

Over de komodovaraan

De komodovaraan is de grootste hagedis die vandaag de dag nog in leven is. En met de dieren valt niet te spotten: het zijn echte roofdieren die grote prooien kunnen verslinden. Van waterbuffels tot herten.
Ook zijn er verhalen bekend waarin ze mensen doden.
°

komodo media_l_4112381    komodo media_xl_3597640   KOMODO media_xl_4112385

Gifcocktail

De Komodovaraan, ’s werelds grootste en gevaarlijkste hagedis, blijkt zijn slachtoffers niet te doden met een cocktail van dodelijke bacteriën in zijn mond – zoals altijd werd aangenomen –
maar is wel degelijk erg giftig.   Pas in 2009 werd ontdekt dat hij gifklieren bezit en  dat die ( in combinatie met de bacteriën in zijn bek) dodelijk uit de hoek kunnen komen.

Door scans te maken van het hoofd van een Komodovaraan hebben wetenschappers van de Universiteit van Melbourne complexe gifklieren in de mond van de hagedis ontdekt.
Die werken zoals bij gifslangen.

Lange tijd werd gedacht dat varanen hun slachtoffers  alleen doodden door bacteriën in het speeksel, die een verwoestende uitwerking hebben als ze na een beet in het weefsel of de bloedbaan  van prooidieren terecht komen.

 Geen dodelijke bacteriën in de mond

 02 juli 2013 8

komodovaraan

Nieuw onderzoek toont aan dat de komodovaraan zijn mond zorgvuldig schoon houdt en dat daar dus geen dodelijke bacteriën te vinden zijn.

Komodovaranen leven in Indonesië. Ze eten onder meer reeën en zwijnen. Zo’n 75 procent van de reeën en zwijnen die slachtoffer worden van de komodovaraan sterft binnen dertig minuten. Nog eens vijftien procent legt binnen drie tot vier uur het loodje. Dat de beet van de komodovaraan zo dodelijk is, werd lang geweten aan bacteriën die in de mond van de komodovaraan voor zouden komen. Maar een nieuw onderzoek rekent  verder  af met die aanname. “Komodovaranen zijn eigenlijk heel schone dieren,” concludeert onderzoeker Bryan Fry, van de universiteit van Queensland.

Poetsen
“Wanneer komodovaranen klaar zijn met eten, besteden ze zo’n tien tot vijftien minuten aan het likken van de lippen en schuren ze met hun hoofd langs bladeren om hun mond schoon te maken. Bovendien houdt de tong de binnenkant van hun mond ook extreem schoon. In tegenstelling tot wat mensen denken, hebben komodovaranen geen stukken rottend vlees (afkomstig van hun slachtoffers, red.) waar bacteriën goed op gedijen, tussen hun tanden zitten.”

Waterbuffel
Maar hoe is die mythe dan ontstaan? Ook dat zochten de onderzoekers uit. Het blijkt alles te maken te hebben met de waterbuffel. Ook dit dier kan slachtoffer worden van de komodovaraan, maar in tegenstelling tot reeën en zwijnen overleeft de waterbuffel een aanval vaak wel.

“Waterbuffels ontkomen bijna altijd, maar hebben dan wel diepe wonden in hun poten,” vertelt Fry. In het verleden bestudeerden onderzoekers de aangevallen waterbuffels. En in hun wonden vonden ze zeer gevaarlijke bacteriën terug.

De link was snel gelegd: die moesten wel uit de mond van de komodovaraan komen. Maar die conclusie is onjuist, legt Fry uit. Een gewonde waterbuffel vlucht naar warm, stilstaand water vol met uitwerpselen van andere waterbuffels en dus ook vol met bacteriën. “Wanneer de waterbuffel met zijn gapende wonden in dat water gaat staan, raken die wonden geïnfecteerd.” En dat is dus niet de schuld van de onhygiënische komodovaraan.

Wellicht vraagt u zichzelf af waarom de waterbuffel zo onverstandig is en in het vieze water gaat staan. Dat heeft alles te maken met ons: de mens.
Waterbuffels zijn door mensen naar Indonesië gebracht; van oorsprong komen waterbuffels daar niet voor. In het oorspronkelijke leefgebied van de waterbuffel zijn grote, schone plassen water te vinden: de ideale plek om de wonden veilig uit te spoelen. Op Indonesië moeten de dieren het met kleine, vieze waterplassen doen. De waterbuffels gedragen zich alsof ze in hun oorspronkelijke leefgebied zijn,   dus dat baden  in indonesie  is niet zo gezond  :   het tegendeel is waar.
Wanneer ze hun toevlucht zoeken in het water worden hun wonden blootgesteld aan de uitwerpselen en urine van andere buffels. “Dat is een ideale situatie voor het ontstaan van infecties.”… En natuurlijk hebben de overlevende generaties  waterbuffels in indonesie   gereageerd    aan de slechtere omstandigheden …. hun ras  kan  nu  iets  beter  tegen een  infektie- stootje

Dat de mythe van de komodovaraan met de fatale bacteriën in de mond zo lang overeind bleef, heeft ook met de komodovaraan zelf te maken. Tijdens onderzoeken werden bij sommige komodovaranen gevaarlijke bacteriën in de mond aangetroffen. Dit onderzoek toont echter aan dat die bacteriën daar niet thuishoren. Ze belanden in de mond van de komodovaraan wanneer deze uit vieze waterbronnen drinkt. Maar de komodovaranen hebben te weinig gevaarlijke bacteriën in hun mond om waterbuffels aan een infectie te helpen. Sterker nog: de populatie bacteriën in de mond van de komodovaraan is vergelijkbaar met die in de mond van andere vleeseters.

Bronmateriaal:
Fear of Komodo dragon bacteria wrapped in myth” – UQ.edu.au
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Neil (via Wikimedia Commons).

Komodovaraan dodelijker dan gedacht

 EOS

Artikel | 19 mei, 2009 – 12:52

De prooien van de Komodovaraan sterven niet aan bloedvergiftiging veroorzaakt door toxische bacteriën in de muil van het dier, zoals eerder werd gedacht. Het zelfgeproduceerd gif maakt een hagedissenbeet fataal.De Komodovaraan (Varanus komodoensis) is de grootste hagedis ter wereld – mannetjes kunnen tot drie meter lang worden en meer dan honderd kilogram wegen. De varanen beschikken over een zestigtal gezaagde tanden waarmee ze hun prooi dodelijk kunnen verwonden.Australische wetenschappers hebben met behulp van gesofisticeerde medische beeldvormingtechnieken ontdekt dat de kaken van de dieren bovendien gifklieren bevatten. Daarmee ontkrachten ze de algemene veronderstelling dat de prooien van varanen sterven aan bloedvergiftiging veroorzaakt door toxische bacteriën in de muil van de hagedissen. In plaats daarvan is het de combinatie van een bloederige beet en zelfgeproduceerd gif die prooien de das om doet.Komodovaranen bijten hun slachtoffers en laten ze vervolgens weer los, waarna ze wachten tot de prooi doodbloedt. Het gif dat tijdens de beet wordt afgescheiden zorgt voor een snelle daling van de bloeddruk, waardoor de prooi in een shock terechtkomt en als verlamd blijft zitten, en stimuleert het bloeden.Hoewel de bijtkracht van een varaan veel zwakker is dan die van een krokodil, kunnen de reuzenhagedissen dankzij hun speciale jachttechniek waarbij het contact met de prooi tot een minimum wordt beperkt, toch relatief grote prooien aan.(ddc)

  • In 2008 werd ontdekt dat de Komodo varaan gifklieren heeft. Het gif in kwestie voorkomt stolling van het bloed (INR —>  het is dus een anticoagulans  zoals ” bloedverdunners ” en ” rattenvergif ”   )  en verlaagt de bloeddruk, als gevolg waarvan de gebeten prooi in shock raakt en doodbloed.
    Zie Fry et al., PNAS 106 (2009), p. 8969-8974

°

Vrouwelijke komodovaraan sterft eerder

 18 oktober 2012  

De vrouwelijke komodovaraan heeft het niet gemakkelijk: ze moet enorme nesten bouwen en zes maanden lang heel intensief op haar eieren passen. En die zware huishoudelijke taken eisen hun tol, zo blijkt nu uit onderzoek: ze kosten het vrouwtje heel wat levensjaren.

Mannelijke komodovaranen kunnen rond de zestig jaar oud worden. Vrouwtjes leven aanzienlijk korter: gemiddeld 32 jaar. Onderzoekers vroegen zich af hoe dat enorme verschil te verklaren valt en bestudeerden gedurende tien jaar 400 komodovaranen in het oosten van Indonesië.

Groeien
De lange periode van onderzoek stelde de wetenschappers in staat om precies vast te stellen hoe snel de komodovaraan groeit. Het leverde opvallende resultaten op. Mannetjes en vrouwtjes zijn ongeveer even groot, totdat ze ( beiden ) op zevenjarige leeftijd seksueel volwassen worden. Vanaf dat moment groeien de vrouwtjes veel trager. Het resultaat? Een volwassen mannelijke komodovaraan is zo’n 160 centimeter lang en weegt 65 kilo. Een volwassen vrouwtje is ongeveer 120 centimeter lang en weegt ongeveer 22 kilo.

Prioriteiten
Het vertelt iets over de prioriteiten van de komodovaraan, zo schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE. Wanneer ze seksueel volwassen zijn, steken de vrouwtjes in tegenstelling tot de mannetjes aanzienlijk minder energie in groeien. Maar waar gaat die energie dan heen? Het huishouden.

Hard werken
“De verschillen in grootte tussen de twee geslachten lijken verband te houden met de enorme hoeveelheden energie die vrouwtjes investeren in het produceren van eieren, het bouwen en bewaken van hun nesten,” vertelt onderzoeker Tim Jessop. Het is zwaar werk. Vooral dat bewaken van de eieren: dat duurt zo’n zes maanden en in die periode eet het vrouwtje niets, waardoor ze veel gewicht verliest en zeker niet groeien kan.

Het onderzoek kan wetenschappers mogelijk helpen om de komodovaraan te beschermen. De soort staat te boek als kwetsbaar. Als we precies weten hoe de dieren zich ontwikkelen, kunnen we betere maatregelen nemen om ze te behouden.

Bronmateriaal:
Extreme ‘housework’ cuts the life span of female Komodo Dragons” – Melbourne.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Raul654 (via Wikimedia Commons).

°
Op zesjarige leeftijd is het mannetje seksueel rijp
Van zodra hij volwassen is, heeft hij geen natuurlijke vijanden meer.
Een volwassen reuzenhagedis kan drie meter lang worden en tot 200 kilo wegen.
Deze varanen zijn de grootste hagedissen ter wereld .
Gemiddeld worden de imposante dieren zowat dertig jaar oud.

°

Beschermde soort
De komodo leeft solitair en staat in zijn geïsoleerde leefomgeving bovenaan de voedselketen. Hoewel het om een beschermde diersoort gaat, blijft het aantal in de natuur levende komodo’s afnemen.
De voornaamste oorzaken zijn de illegale jacht en het steeds kleiner wordende leefgebied.
Er zouden nog 6000  a  4.000 exemplaren in het wild leven op de Indonesische eilanden Komodo, Padar, Rinco maar ook in enkele reservaten op het grotere eiland Flores.

KOMODOmedia_xll_5536720

Komodovaraan verwant met fossiele hagedis uit Afrika
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

http://www.geologischevereniging.nl/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=1114

De komodovaraan (Varanus komodoensis).

Draken bestaan, al hebben ze niet alle eigenschappen uit de talrijke Middeleeuwse legendes. De komodovaraan (Varanus komodoensis), die meters lang kan worden, is een hagedis die echter in veel opzichten uiterlijk op een draak lijkt, en het is dan ook geen wonder dat zijn Engelse naam komodo dragon (komododraak) is. Ook zijn gelijkenis met dino’s is frappant. Het dier komt alleen nog in Indonesië voor, waar zijn leefgebied in de laatste eeuwen echter ook sterk in omvang is afgenomen.

Varanen komen ook elders in Azië en Afrika voor, maar hoe hun voorouders zijn geëvolueerd en waar dat gebeurde, was onduidelijk omdat er nauwelijks fossiele restanten van dit taxon (de Varanidae) bekend zijn. Daarin is nu verandering gekomen doordat in een woestijngebied meer dan honderd wervels van een fossiele varaan zijn gevonden. Die wervels zijn gedateerd als 33 miljoen jaar oud (Laat-Eoceen en Vroeg-Oligoceen).

De vindplaats van de fossiele
wervels in Fayum-woestijn in Egypte.

De fossiele wervels vertonen volgens de onderzoekers een zo grote gelijkenis met die van de huidige varanen – en speciaal met de komodovaraan – dat het heel nauwe verwanten moeten zijn. Dat is opvallend, want de oudste fossiele restanten die aan de komodovaraan worden toegeschreven zijn slechts zo’n 700.000 jaar oud. Dit zou betekenen dat deze varaan in enkele tientallen miljoenen jaren niet of nauwelijks is veranderd, en dus met recht als levend fossiel kan worden beschouwd.

wervels uit de hals

(boven: recent; onder fossiel).


<—-wervels uit de rug
(boven: recent; onder fossiel)

<—wervels uit de staart
(allemaal fossiel).

Toch moet er in die lange tijd wel iets gebeurd zijn, want de fossiele wervels werden gevonden in Egypte, in de Fayum-woestijn. Dat is min of meer de tegenpool van Indonesië waar de komodovaranen nu leven. Deze varanen moeten vroeger dus hetzij een veel grotere verspreiding hebben gehad dan nu, of ze zijn – om wat voor reden dan ook – in de loop der tijd ver gemigreerd.

De fossiele varaan, waaraan nog geen officiële naam is toegekend, was meer dan anderhalve meter lang. Het moet een goede zwemmer zijn geweest, en het is dus geen wonder dat de fossiele wervels werden gevonden in een door winderosie uitgeblazen vlakte die ooit de bodem van een rivier of en meer moet zijn geweest. Of het dier volledig in het water leefde, of deels op het land, is vooralsnog onduidelijk, maar sommige recente varanen, zoals Varanus salvator, zijn ook uitstekende zwemmers.

Varanus Salvator

De fossiele varaan leefde duidelijk in of bij zoet water. Het lijkt dan ook uitgesloten dat die varaan uit Afrika naar Indonesië is gezwommen. Daarbij moet worden bedacht dat Afrika van 100 tot 12 miljoen jaar geleden volledig geïsoleerd in de oceaan lag. De onderzoekers opperen de mogelijkheid dat de migratie gedurende miljoenen jaren plaatsvond doordat kleine landmassa’s of kleine aardschollen zich van Afrika afsplitsten en van positie veranderden, daarbij hun fauna en flora met zich meevoerend.

Dat is een intrigerende hypothese. Vanwege het voorkomen van min of meer nauw verwante dieren in Azië en Afrika (o.a. bepaalde zoetwatervissen, maar ook varanen!) werd to nu toe namelijk algemeen aangenomen at deze dieren vanuit Azië naar Afrika zijn gemigreerd. Dat lijkt nu dus juist omgekeerd.

Referenties:
  • Holmes, R.B., Murray, A.M., Attia, Y.S., Simons, E.L. & Chatrath, P., 2010. Oldest known Varanus (Squamata: Varanidae) from the Upper Eocene and Lower Oligocene of Egypt: support for an African origin of the genus. Palaeontology 53, p. 1099-1110.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Rob Holmes, Department of Biological Sciences, University of Alberta, Edmonton

(Canada).

Full-size image (78 K)

Fig. 1. Location map, geological sketch of the Salas de los Infantes area (Burgos, Spain), and stratigraphic position of the Viajete fossiliferous level.

arcanosaurus ibericus

Fig. 3. Arcanosaurus ibericus n. gen. et sp. (Late Barremian–Aptian; Viajete, Burgos, Spain). A–B, posterior cervical vertebra MDS-VJ 17; C, posterior cervical vertebra MDS-VJ 9; D–E, posterior cervical vertebra MDS-VJ 8; F–J, dorsal vertebra (holotype) MDS-VJ 5; K–L, caudal vertebra MDS-VJ 19; M, caudal vertebra MDS-VJ 20; N, caudal vertebra MDS-VJ 23 and O, caudal vertebra MDS-VJ 28; in A, I, K, M – ventral, B, C, J, N – left lateral, D, F, L – anterior, E, G – posterior, H – dorsal, and O – right lateral views. Scale bar equals 5 mm.

http://rhamphotheca.tumblr.com/post/44880733337/arcanosaurus-ibericus-o-a-new-varanoid-squamate
http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0195667112001723

Fig. 2. Arcanosaurus ibericus n. gen. et sp. (Late Barremian–Aptian; Viajete, Burgos, Spain). A–F, axis vertebra MDS-VJ 1; G–J, anterior cervical vertebra MDS-VJ 2; in A, H – anterior, B – posterior, C,I- dorsal, D,J – ventral, E – right lateral and F,G – left lateral views. Scale bar equals 5 mm.

Full-size image (71 K)
Fig. 4. Arcanosaurus ibericus n. gen. et sp. (Late Barremian–Aptian; Viajete, Burgos, Spain). A, mid-sagittal and B, neutral transverse X-ray tomographic sections of MDS-VJ 6. PPB: primary periosteal bone. Scale bars equal: A – 1 mm; B – 5 mm.

http://colectivosalas.blogspot.be/2013/01/arcanosaurus-ibericus-un-lagarto-entre.html
http://en.wikipedia.org/wiki/Arcanosaurus

°

°

MOSASAURUS

MOSASAURUS

Mosasaurs are close relatives of the monitor lizards (family Varanidae).

“As early as 1800, the Dutch palaeontologist Adriaan G. Camper recognised the monitor (varanid) lizard affinities of these fossil vertebrates (Camper, 1800; Mulder, 2003), well before they were described as Mosasaurus(Conybeare, 1822). Points of similarity between mosasaurs and snakes were recognised by Edward D. Cope. This inspired him to introduce the order Pythonomorpha (Cope, 1869a).”

Lee (1997) suggests that snakes evolved from a marine mosasaur. The monitor lizards undoubtedly share a common ancestor with the mosasaurs, although their exact relationship remains controversial. There are suggestions that mosasaurs descended from a monitor lizard or from an aigialosaur, which is itself considered a close relative of the monitor lizards.
http://www.njgonline.nl/publish/articles/000258/article.pdf

Therefore monitor lizards, snakes and mosasaurs all appear to be closely related. Their exact relationship with each other would need to be worked out
http://www.oceansofkansas.com/mus-mosa.html

   <– phylogenie

Amateurvondst blijkt ‘missing link’    //zaterdag, 19 november 2005

Een 16 jaar geleden gevonden fossiel in Texas, blijkt een belangrijke schakel te zijn in de evolutie van mosasaurussen.
Dat bericht de Southern Methodist University in Dallas, die de vondst uitvoerig heeft onderzocht.
Erkenning
Fossielenjager Van Turner vond 16 jaar geleden een fossiel bij een bouwplaats in de buurt van Dallas en had direct door dat dit iets bijzonders moest zijn.

De kenner van fossielen kon zijn vondst niet plaatsen en bracht het voor onderzoek naar het Dallas Museum of Natural History,dat over een grote collectie fossielen beschikt.

Bijna 16 jaar later krijgt de amateur-fossielenjager inderdaad de erkenning die hij verdient: het fossiel blijkt een vroege vertegenwoordiger te zijn van een uitgestorven tak van de hagedissen die evolutionair gezien een belangrijke omschakeling maakten: van landdieren ontwikkelden zij zich tot reptielen die volledig in het water leefden.

Het reptiel is deze maand wetenschappelijk beschreven in een speciaal nummer van het Netherlands Journal of Geosciences en vernoemd naar zijn ontdekker: Dallasaurus turneri.
Belangrijke schakel
De Dallasaurus turneri leefde ongeveer 92 miljoen jaar geleden in de kustgebieden van Texas en vertegenwoordigt een belangrijke schakel in de evolutie van de Mosasauridae : Mosasaurussen.

Deze prehistorische dieren ontstonden op land, maar geleidelijk aan zochten ze het water op.
In de zeeën evolueerden ze verder en wisten ze de oceanen net zo te domineren zoals de dinosaurussen dat op het vasteland deden.

De Texaanse vertegenwoordiger is een vroege variant van de de mosasaurussen en de eerste die in Noord-Amerika is gevonden.

Het dier heeft nog duidelijke kenmerken van een bewoner van het vastland, zoals voor- en achterpoten die geschikt zijn om om mee te lopen.Bij latere mosasaurussen ontwikkelden de poten zich tot vinnen.
Komodo-varaan
Op basis van het fossiel, dat circa 80 procent van het dier weergeeft, hebben curators een recontructie gemaakt die een tijd in het Dalles  museum te zien was. Het reptiel lijkt wel wat op een kleine Komodovaraan , de nauwste verwant in de dierenwereld van tegenwoordig.

here is a reconstruction of D Turneri what it is believed to look like   //Some fossils./ One with a person in it for scale.:

 For a quick overview of Mosasaurs you can do no better than Oceans of Kansas

New Transitional Fossil Found: Dallasaurus turneri

http://mcdougald.blogspot.com/2005/11/new-transitional-fossil-found.html

John Wilkins at Evolving Thoughts has some interesting thoughts on the subject as well.
The Hairy Museum of Natural History has more.

Including links to pics of the fossil, the paper it was described in and more!
The mosasaurs are species of aquatic reptiles that are related to lizards (to be more precise the varanoid lizards – of which the Komodo 
dragon is a good example).During the upper cretaceous they reached their peak. Almost 20 genera are recognized for this period with the largest approaching 30 feet.They were ocean going carnivores that ate almost anything that swam in the sea.

*Below is a list of some representative species 

However, we are not concerned with one of the larger species. We are interested in a little three foot long specimen discovered in Texas..Most Mosasaurs have flippers, Dallasaurus turneri has limbs similar to other land lizards.

From Science Daily: // Until the discovery of Dallasaurus, however, only five primitive forms with land-capable limbs were known, all of them found in the Middle East and the eastern Adriatic.  The advanced fin-bearing mosasaurs have been grouped into three major lineages. Although a small number of primitive mosasaur have been known to retain land-capable limbs, they were thought to be an ancestral group separate from the later fin-bearing forms. Dallasaurus represents a clear link to one lineage of the later forms and the first time researchers can clearly show mosasaurs evolved fins from limbs within the different lineages of mosasaurs.

Ancestor ?      MOSASAUROID AIGIALOSAURIDAE

Aigialosaurus was a semi aquatic lizard that was developed to enter the water yet still return to land.‭ ‬This is similar to many other lizards at this stage of the Cretaceous that would eventually evolve into the mosauridae,‭ ‬the last major group of marine reptiles that would adapt to ocean life during the Mesozoic.‭

Aigialosaurus (Opetiosaurus) bucchichi Skeleton on Matrix http://www.bhigr.com/…/product.php?&#8230; – Verenigde Staten –

http://reptileevolution.com/aigialosaurus.htm http://en.wikipedia.org/wiki/Aigialosaurus

Aigialosaurus

  • A. dalmaticus Kramberger, 1892 (type)
  • A. bucchichi Kornhuber, 1901
  • (synonym)Opetiosaurus Kornhuber, 1901
Sauropsida
Order: Squamata
Suborder: Scleroglossa
Superfamily: Varanoidea
Family: Aigialosauridae
Genus: Aigialosaurus
Kramberger, 1892

MOSASAURUS en Co

.Halisaurus family 

H. platyspondylus
H. ortlebi
H. arambourgi
H. onchognathus

2.Eonatator family 

E. sternbergii

3.Clidastes family 

C. liodontus
C. “moorevilensis”
C. propython

4.Mosasaurus family 

(links ) M. hoffmanni (=M. maximus)  

(hierboven  rechts ) skelet van Bèr (M hoffmani Maastricht )   
M. conodon
M. dekayi
M. missouriensis
M. mokoroa

5.Moanasaurus family 

M. mangahouangae

6.Amphekepubis family 

A. johnsoni

7.Liodon family

L. anceps
L. sectorius
L. mosasauroides

8.Plotosaurus family 

P. tuckeri
P. bennisoni

9.Globidens family 

G. alabamaensis
G. dakotensis

10.Prognathodon family 

P. overtoni
P. giganteus
P. rapax
P. waiparaensis
P. stadtmani
P. solvayi

11.Plesiotylosaurus family 

P. crassidens

12.Carinodens family

C. belgicus

13.Goronyosaurus family 

G. nigeriensis

14.Pluridens family

P. walkeri

15.Platecarpus family 

P. tympaniticus (=P. coryphaeus, P. ictericus)
P. planifrons
P. bocagei (=Angolasaurus; Lingham-Solair 1994)

16.Ectenosaurus family 

E. clidastoides

17.Selmasaurus family

S. russelli

18.Igdamanosaurus family 

I. aegyptiacus

19.Yaguarasaurus family

Y. colombianus

20.Plioplatecarpus family 

P. primaevus
P. houzeaui
P. marshii

20.Tylosaurus family 

T. proriger
T. nepaeolicus
T. kansasensis
T. ivoensis

21.Hainosaurus family 

H. bernardi
H. pembinensis
H. gaudryi

22.Taniwhasaurus family

T. oweni (=Tylosaurus haumuriensis)

23.Lakumasaurus 

L. antarcticus

Maashagedis had gespleten tong

29/09 – De zeereptielen die 65 miljoen jaar geleden op de plaats van het huidige Maastricht in een tropische zee rondzwommen, hadden een enigszins gespleten tong. Dat concludeert de Maastrichtse paleontoloog Anne Schulp in zijn proefschrift.

gebaseerd op de analyse van de kolossale schedel van mosasaurus ‘Ber’, die in 1998 in de ENCI-groeve in de stad werd gevonden.Schulp is verbonden aan het Natuurhistorisch Museum Maastricht, waar de schedel permanent wordt tentoongesteld. Schulp gebruikte een veelheid aan onderzoekstechnieken om te komen tot een beeld van de levende mosasaurus. Behalve scanners gebruikte hij ook een nagebouwde kaak en een bijtkrachtmeter om oesters, krabben en inktvissen door te bijten.

De tong van de mosasaurus is volgens Schulp vooral uit museaal oogpunt van belang. Die moet in eventuele reconstructies correct zijn. Uit vergelijkingen van de bouw en vermoedelijke voedingsgewoonten van het prehistorische Maasmonster met die van hedendaagse reptielen, komt hij tot de conclusie dat die tong aan het uiteinde waarschijnlijk gespleten is geweest. Hard bewijs daarvoor is er niet, zachte delen als de tong worden niet in fossielen teruggevonden.

In zijn proefschrift geeft Schulp een overzicht van de evolutionaire verwantschappen tussen de gevonden mosasaurusachtige zeereptielen uit Nieuw-Zeeland, Israël, België en de VS. Hij denkt dat een onlangs gevonden fossiel in Angola een missing link kan zijn tussen de Maastrichtse Ber en de andere mosasaurussen.

Onze bloedeigen ‘Maashagedis’ “Bèr”

De Mosasaurus: zwemmende gigant, trots van Maastricht, cruciale schakel in de evolutie, schrik van menige haai, oerstom en hartstikke uitgestorven

Nederland is niet rijk bedeeld met dinosauriërs. De oorzaak is simpel. Toen de dino’s over de aarde liepen, was er helemaal geen Nederland.

Nederland is immers piepjong. Althans, in geologische termen. Een paar miljoen jaar oud, ontstaan uit slib dat bezonk in de monding van enkele grote rivieren. Toen Nederland zich vormde, waren de dinosauri챘rs al lang en breed uitgestorven.

In de tijd van de dino’s bevond zich op de plek waar nu Nederland is, een ondiepe tropische zee met heuse koraalriffen. Er heerste een superbroeikaseffect en de zeespiegel was aanzienlijk hoger dan nu. Noordwest-Europa was een archipel en het dichtstbijzijnde eiland waar destijds dino’s (hele kleintjes) voorkwamen, was zo’n 100 kilometer ver, ergens in Duitsland.

Toch waren er op de plek die nu Nederland heet destijds wel degelijk angstaanjagende monsters. Voor het ongeoefende oog leken ze in vrijwel elk opzicht op dino’s. Ze konden ruim 15 meter lang worden, vraten alles op wat bewoog (inclusief haaien) en hadden net als dino’s het brein van een schoothondje.

Deze zwemmende monsters heten Mosasaurussen, Latijn voor Maasreptielen.

Ze leefden van ongeveer 90 miljoen jaar geleden tot 65 miljoen jaar geleden, toen ze met de dinosauriërs door een meteorietinslag in het huidige Mexico tot uitsterven werden gedoemd. Officieel mag de Mosasaurus geen dino worden genoemd, benadrukt Anne Schulp. Deze paleontoloog en conservator bij het Natuurhistorisch Museum in Maastricht promoveert in oktober op de Mosasaurus. ‘Het was ook een reptiel, maar wezenlijk anders dan een dino. Vogels staan dichter bij dinosauriërs dan de Mosasaurus.’

Maar, eerlijk is eerlijk, ook Anne Schulp is er niet vies van om de Mosasaurus af en toe toch een beetje met een dinosauriër te vergelijken. Zo is de kracht waarmee de grootste Mosasaurus kon bijten ongeveer dezelfde als die van de Tyrannosaurus rex, de beroemdste dino, heeft Schulp uitgerekend. ‘De Mosasaurus was een zwemmende Tyrannosaurus.’

Feit is ook dat de dino en de Mosasaurus elkaar een beetje in de weg zitten. Althans in museaal opzicht. De Mosasaurus is in Nederland wereldberoemd: bij de kennismakingstocht van prinses Máxima werd ze ook langs het Natuurhistorisch Museum in Maastricht geleid om daar onze Mosasaurussen te aanschouwen. Maar die beroemdheid dankt hij aan de afwezigheid van echte dino’s. In andere landen (de Verenigde Staten, Argentinië) hebben ze ook fossielen van Mosasaurussen, maar die zijn daar minder beroemd. Anne Schulp: ‘Als je in je museum een dino van 30 meter hebt, is een Mosasaurus van 15 meter niet zo bijzonder.’

Haaienvreter

De Mosasaurus was de grootste vleeseter die ooit in zee heeft gezwommen. Een beest dat net als haaien om de paar jaar een nieuwe rij tanden kreeg. Een beest ook dat, zoals Anne Schulp het uitdrukt, ‘de haaien kort hield’. Voor het ontstaan van de Mosasaurus waren er al haaien (de haai is oeroud), daarna ook, maar tijdens de heerschappij van de Mosasaurus veel minder, zo blijkt uit de fossielen.

De Mosasaurus concurreerde met de haai en heeft deze – gezien zijn formaat en zijn enorme bek – zo goed als zeker bejaagd. Andersom trouwens ook: haaien hebben zich te goed gedaan aan dode Mosasaurussen, blijkt uit afdrukken die op de fossielen in Maastricht zijn aangetroffen. Ook liggen op het fossiel van de recentste Maastrichtse Mosasaurus her en der haaientanden.

Wetenschappelijk is de Mosasaurus fascinerend. Hij vertegenwoordigt de terugkeer naar de zee. In de evolutie zijn eerst de vissen ontstaan. Op een gegeven moment zijn er vissen het land op gekropen en hebben zich daar verder ontwikkeld tot onder andere zoogdieren. Sommige dieren zijn vervolgens later in de evolutie teruggekeerd naar de zee. De walvis (een zoogdier) is daar een voorbeeld van, net als de Mosasaurus.

De oudste dateren van zo’n 90 miljoen jaar geleden, blijkt uit Kroatische fossielen. ‘Toen waren het nog een soort walvissen met pootjes.’ Daarna heeft de Mosasaurushet fantastisch gedaan. Er ontstonden tal van verschillende soorten, die zich specialiseerden. Grote Mosasaurussen die haaien aten, middelgrote reuzenreptielen met een gespecialiseerd gebit waarmee ze reuzenschildpadden konden kraken, en kleintjes die schelpen dan wel visjes te grazen namen. Vooral in de laatste 5 miljoen jaar van zijn bestaan, tussen 70 en 65 miljoen jaar geleden was de Mosasaurus heer en meester der zeeën en oceanen. De fossielen die in Maastricht zijn gevonden, stammen uit deze hoogtijdagen.

Vooral de Pietersberg, nabij Maastricht, is een ongekende en wereldberoemde bron voor Mosasaurussen. De kalksteen die hier, en elders in Zuid-Limburg, aan de oppervlakte komt, zit barstensvol fossielen. Zelfs stukjes echte dino komen hier voor. Dino? Er zijn toch nooit echte dino’s in Nederland geweest? Inderdaad, maar er spoelden vanaf het dichtstbijzijnde vasteland via de rivieren soms dinoresten naar de tropische zee die Nederland toen was. Via fossilisering zijn die resten in het kalksteen van Zuid-Limburg beland.

Oorlogsbuit
Er zijn in Zuid-Limburg diverse min of meer intacte Mosasaurussen gevonden. De beroemdste is aan het eind van de achttiende eeuw door het Franse leger dat toen Maastricht veroverde, mee naar Parijs genomen en ligt in een museum aldaar.

Deze fossiele schedel heeft een grote wetenschappelijke, historische en zelfs religieuze betekenis. Op basis van de studie van deze uit Maastricht geroofde schedel (plus de vondsten van mammoeten) concludeerde de Franse wetenschapper baron Georges Cuvier destijds dat er in het grijze verleden dieren hebben geleefd die zijn uitgestorven. Bovendien vermoedde hij dat deze dieren van voor de bijbelse zondvloed stamden. Met andere woorden, het Oude Testament was als historisch document onbetrouwbaar.

Later baseerde Darwin zich mede op Cuvier (en dus op de ‘Nederlandse’ Mosasaurus) toen hij met zijn evolutietheorie kwam: diersoorten kunnen onder druk van de natuurlijke omgeving in andere soorten ‘evolueren’, en het uitsterven van de ene soort biedt ruimte aan andere soorten.

De Parijse Mosasaurus is een van de belangrijkste fossielen uit de geschiedenis – te vergelijken met de eerste Neanderthaler die in de buurt van Düsseldorf is gevonden. Des te triester is het dat dit fossiel niet in Nederland te bezichtigen is, maar nog steeds als oorlogsbuit in een Parijs museum ligt. Er zijn de afgelopen jaren diverse pogingen geweest om deze beroemde Mososaurus terug te krijgen naar Maastricht – inclusief vragen in het Europees Parlement – maar tot dusver zonder resultaat.

Een van de problemen is de precedentwerking: als erkend wordt dat de Mosasaurus door Frankrijk als oorlogsbuit is geroofd en dus moet worden teruggegeven, hoe moet het dan met de talloze kunstschatten in het Louvre en het British Museum (onder andere de door Griekenland teruggeëiste ‘Elgin marbles’) die eveneens zijn gepikt?

De Mosasaurus die in Parijs ligt, was niet de eerste Mosasaurus die in Limburg is gevonden: de eerste is te bezichtigen in het Haarlemse Teylers Museum. Het was ook niet de laatste: in 1998 is er opnieuw een tamelijk complete Mosasaurus in de Pietersberg ontdekt. Dit fossiel (op zijn Limburgs B챔r gedoopt) is te zien op de buitenplaats van het Natuurhistorisch Museum in Maastricht. Dat zal vast en zeker ook niet de laatste zijn: de Pietersberg herbergt er vermoedelijk nog wel een paar.

Maastricht

De Maashagedis,

Mosasaurus hoffmanni (Mantell,1829), heeft nooit in de rivier de Maas gezwommen. Daar waar nu de Maas stroomt, bevond zich in het Krijt – 65 miljoen jaar geleden – een diepe, warme zee. Als de in zee levende dieren stierven, werden ze door kalk ingekapseld en konden ze fossiliseren. Veel later kwam die kalk aan de oppervlakte en werd het gebruikt als meststof. In de kalkgroeves en ook in de gangen die door de kalkwinning in de Sint-Pietersberg ontstonden, vond men in het midden van de achttiende eeuw reusachtige kaken met grote tanden. Men had in die tijd nog een statisch beeld van de wereld: “God had de aarde geschapen zoals zij was.” Die grote kaken moesten dan ook toebehoord hebben aan tandwalvissen of krokodillen, zoals die nog steeds voorkwamen.

Het ‘eerste’ uitgestorven dier

Volgens Hoffmann, een arts die ook in naturali챘n ge챦nteresseerd was, waren de kaken van een krokodil. De wetenschapper PetrusCamper meende dat ze hadden toebehoord aan een tandwalvis, waarschijnlijk een potvis. Maar de Fransman Cuvier stelde aan het einde van de achttiende eeuw dat dieren ook konden uitsterven. In 1796 vergeleek hij een schedel van een mammoet uit Siberi챘 met een Afrikaanse olifant en Indische oIifant en kwam tot de conclusie dat ze verschillend waren. Omtrent de mammoet had hij drie hypothesen: het dier leefde nog ergens, de mammoet was een overgangsvorm, of hij was uitgestorven. Dat zo’n groot dier als de mammoet nog ergens onopgemerkt zou leven, geloofde Cuvier niet. En een overgangsvorm paste niet in het statische wereldbeeld. Zodoende kwam Cuvier op het idee dat dieren konden uitsterven. Adriaan Gilles Camper zette het wetenschappelijk werk van zijn vader Petrus voort. Hij wilde aantonen dat zijn vader het met zijn ‘potvis’ bij het rechte eind had. Maar na vergelijking van de schedel met verschillende nog levende dieren, kwam Adriaan Camper tot de conclusie dat noch zijn vader noch Hoffmann gelijk had. Camper meende eveneens dat dieren konden uitsterven. In zijn optiek was de Maashagedis een uitgestorven varaanachtig reptiel. In 1829 gaf Mantell het ‘grote beest van Maastricht’ de wetenschappelijke naam Mosasaurus hoffmanni, ter ere van Hoffmann.

Eerste fossielen

De eerste fossielen van de Maashagedis werden al in 1764 in de Sint-Pietersberg gevonden door J.B. Drouin. De beroemdste is echter in1780 ontdekt. In dat jaar vonden arbeiders in één van de gangen van de Sint-Pietersberg een aantal kaken. Barthlemy Faujas de Saint Fond (1742-1819) geeft een beschrijving van de lotgevallen van de kaken. Volgens hem riepen de groeve-arbeiders de hulp in van de arts Hoffmann. Hoffmann liet de kaken voorzichtig uitgraven en naar zijn huis brengen. Pater Godin claimde de kaken op grond van het feit dat ze in zijn grond waren gevonden en maakte er een rechtszaak van. Hij won en stelde de kaken tentoon in een huisje aan de voet van de Sint-Pietersberg. In 1795 veroverden de Fransen Maastricht en eisten de kaken op. Godin had intussen de kaken in de stad verstopt. Het verhaal gaat verder dat een zekere Freichine een beloning van 600 flessen uitmuntende wijn uitloofde voor degene die het stuk onbeschadigd bij hem thuis bezorgde. De andere dag al brachten 12 grenadiers de kaken bij Freichine. De fossielen werden naar Parijs verzonden, waar ze nu nog te zien zijn in het natuurhistorisch museum. Een afgietsel werd aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (nu Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis) geschonken. Volgens de studente Peggy Rompen klopt dit verhaal echter niet. Hoffmann zou de fossielen nooit in bezit hebben gehad; er heeft nooit een rechtszaak tegen Hoffmann plaatsgevonden en er zijn nooit flessen wijn uitgeloofd voor het opsporen van de fossielen. Het verhaal van Faujas werd volgens Rompen verzonnen ter rechtvaardiging van het feit dat het Franse leger een burger zijn eigendom had ontnomen.

De aard van het beestje

Het was de beroemde zoöloog Hermann Schlegel, van1858 tot 1884 directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, die in 1854 aantoonde dat de Maashagedis flippervormige ledematen moest hebben gehad en dus een zeedier moest zijn geweest. Tot dan toe had men aangenomen dat de Maashagedis zowel op het land als in het water kon leven en daaraan aangepaste ledematen had. Mosasauriërs vormden een soortenrijke groep. Sommige soorten waren enkele meters groot, andere konden zo’n 15 meter lang worden. Alle soorten voedden zich met ammonieten en bewogen zich voort door middel van horizontale bewegingen van rug en staart. De flippers werden voornamelijk gebruikt om te sturen en het lichaam stabiel te houden.

Oeroud zeereptiel had gruwelijke kaakontsteking

Zeereptiel in het Natuurhistorisch Museum Maastricht. (ANP)

ANP

MAASTRICHT – Een 66 miljoen jaar oud zeereptiel heeft maandenlang rondgezwommen met een forse ontsteking in de achterste kaakbotten. Waar normaal het kaakscharnier zit, heeft de infectie grote stukken botweefsel weggevreten.

Dat zeggen onderzoekers die de versteende kaak met een röntgenscanner hebben doorgelicht. Het fossiel van de mosasaurus werd in 1953 gevonden bij Bemelen. Hoewel de ongezond uitziende kaakbotten destijds de aandacht trokken, kon de oorzaak er van niet worden achterhaald. Met ct-scans is dat wel mogelijk. Het ontstoken kaakbot is sinds vrijdag te zien in het Natuurhistorisch Museum Maastricht.

Uit het onderzoek blijkt niet alleen dat de ontsteking een forse hoeveelheid botweefsel heeft weggevreten, ook is er aan de buitenkant van het bot nieuw botweefsel gevormd. Dat betekent dat het dier de ontsteking geruime tijd heeft overleefd.

Mosasauriërs hielden er ruwe omgangsvormen op na. Sporen van botbreuken of bijtincidenten worden vaker gevonden, maar de omvang van de ontsteking waarmee de Bemelse mosasaurus nog lang heeft rondgezwommen noemen de onderzoekers zeer uitzonderlijk.

Mosasauriërs waren zeereptielen, nauw verwant aan slangen en hagedissen. Ze werden zes meter of groter, met uitschieters tot boven de zestien meter. Aan het eind van het Krijt, ruim 65 miljoen jaar geleden, stonden de mosasauriërs in zee bovenaan de voedselpiramide. De enige dieren waar ze echt voor moesten uitkijken waren àndere mosasauriërs. Er zijn fossiele aanwijzingen van kannibalisme bij mosasauriërs bekend. De omgeving van Maastricht was rond die tijd bedekt door een ondiepe, tropische zee.

(kleine )Mosasauriers waren prooi van haaien en/of grotere mosasaurier-soorten

Fossiele botten vertonen vaak sporen van tanden. Dat geldt bijv. ook voor mosasauriërs, de enorme marine reptielen die onder meer in het Krijt van Zuid-Limburg zijn aangetroffen. Het was echter tot nu toe onduidelijk of de bijtsporen (soms zelfs in de vorm van in het bot losgelaten tanden) afkomstig waren van aaseters of van jagers die het op levende mosasauriërs hadden voorzien.
Grote mosasauriërs zoals Mosasaurus en Prognathon waren zelf grote rovers: uit de maaginhoud van sommige fossiele exemplaren blijkt dat ze vooral vis aten, maar ook vogels. Afdrukken van hun tanden zijn ook gevonden op de schilden van schildpadden, de schelpen van grote ammonieten, en de resten van tal van andere dieren, die kennelijk ook op hun menu stonden. Deze dominerende jagers bereikten lengtes tot zo’n 14 m (misschien zelfs 18 m). Daarom bestond er altijd veel twijfel of deze dieren zelf ook als prooi dienden van diergroepen, hoewel wel vaststaat dat sommige relatief kleine mosasauriërs (zoals Clidastes) zeker bejaagd werden door hun grotere verwanten (zoals de grote Tylosaurus). Of haaien, waarvan talrijke bijtsporen op de botten van mosasauriërs zijn aangetroffen, de dieren levend aanvielen, of dat ze alleen de kadavers van reeds gestorven mosasauriërs aten, was tot nu toe onduidelijk.

De twijfel omtrent haaien als jagers van mosasauriërs berust vooral op het feit dat de meeste haaien veel kleiner waren dan de mosasauriërs (hun lengte was gewoonlijk minder dan 3 m); voor zover bekend kon alleen de haai Cretoxyrhina mantelli zo’n 5 m groot worden

Het is alleen vast te stellen dat bijtsporen veroorzaakt zijn door de aanval op een leven dier, als dat dier de aanval lang genoeg overleefde om de veroorzaakte wonden en beschadigingen te laten helen.

Dergelijke herstelverschijnselen zijn nu aangetroffen. Een exemplaar van Platecarpus vertoont bijtindrukken in zijn staartwervels; langs deze indrukken van tanden – die aan een haai moeten worden toegeschreven – is het bot hersteld.

Het dier overleefde dus de aanval van een haai.

Andere exemplaren van Platecarpus vertonen bijtwonden in de hals- en (deels vergroeide) ruggewervels. In een van die vergroeide ruggenwervels zijn maar liefst zeven tandafdrukken te zien aan één kant, en acht aan de andere kant.

De ruimtes die de tanden bij de beet hebben achtergelaten, blijken in een doorsnede van het bot te liggen onder abcessen, die erop wijzen dat het dier door of na de beet geïnfecteerd is geraakt, en dat het lichaam daarop heeft gereageerd. De abscessen zijn bewaard gebleven doordat ze zijn opgevuld met kleine calcietkristalletjes.

Overigens betekenen deze vondsten niet dat haaien niet ook de kadavers van gestorven mosasauriërs aten. Ook daarvoor zijn nu duidelijke aanwijzingen gevonden.

Referenties:
  • Rothschild, B.M., Martin, L.D. & Schulp, A.S., 2005. Sharks eating mosasaurs, dead or alive? Netherlands Journal of Geosciences 84, p. 335-340.

Coccolieten in het abces dat bij Platecarpus ontstond na een haaiebeet

     Vergroeide wervels van een mosasauriër met talrijke tandafdrukken van een haai

In het bot van Platecarpus vastgegroeide haaietand

Lange wijd uit elkaar liggende groeven in de staartwervels van Platecarpus, veroorzaakt door een haaiebeet

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Bruce Rothschild, University of Kansas Museum of Natural History, Lawrence, KA (Verenigde Staten van Amerika).

http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsnr.php?nummer=108

Ook rivieren werden geregeerd door enorme zeereptielen

 20 december 2012  6
Bronmateriaal:
The First Freshwater Mosasauroid (Upper Cretaceous, Hungary) and a New Clade of Basal Mosasauroids” – PLoS ONE
First freshwater mosasaur discovered” – PLoS ONE (via Eurekalert.org).
De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Dmitry Bogdanov (via Wikimedia Commons).

mosasaurus

Voor het eerst hebben wetenschappers bewijs gevonden dat Mosasauridae – flinke geschubde zeereptielen – ook in zoet water leefden. In Hongarije vonden ze een nieuwe soort terug die – net als rivierdolfijnen – in zoet water leefde. Een primeur!

De nieuwe soort heeft de naam Pannoniasaurus inexpectatus gekregen en was ongeveer zes meter lang. De fossiele resten zijn het eerste voorbeeld van een Mosasauridae die in zoet water kon leven. Dat schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE.

Meerdere exemplaren
De onderzoekers vonden meerdere exemplaren van de soort terug – zowel volwassen als jonge dieren. Daardoor hebben ze al een goed beeld van hoe het dier er zo’n 84 miljoen jaar geleden uit moet hebben gezien. De poten van P. inexpectatus waren vergelijkbaar met die van landhagedissen. Hun schedel doet denken aan de schedel van een krokodil.

Fossiele resten van P. Afbeelding:

De bouw van Pannoniasaurus inexpectatus. Afbeelding: Makádi L, Caldwell MW, Ősi A (2012) The First Freshwater Mosasauroid (Upper Cretaceous, Hungary) and a New Clade of Basal Mosasauroids. PLoS ONE 7(12): e51781. doi:10.1371/journal.pone.0051781.

Aanpassen
De vondst wijst erop dat Mosasauridae zich in een rap tempo aan een grote verscheidenheid aan watergebieden konden aanpassen. En blijkbaar waren er zelfs exemplaren die zich de zoete wateren eigen maakten. In die wateren moet het zeereptiel een machtige verschijning zijn geweest. “De grootte van Pannoniasaurus maakt het het grootste bekende roofdier in de wateren uit die tijd,” vertelt onderzoeker Laszlo Makadi.

In zee
De familie der Mosasauridae wordt traditioneel gezien als een familie bestaande uit gigantische reptielen met vinnen, die in oceanen en zeeën leefden. Ook in Nederland zijn al regelmatig fossiele resten van deze zeereptielen teruggevonden. Onlangs werd in een groeve bij Maastricht nog het fossiel van een dertien meter lang exemplaar ontdekt. In de tijd waarin dit reptiel leefde, was Nederland (net als een groot deel van de rest van Noord-Europa) bedekt met een ondiepe zee. Nu is dus duidelijk dat de enorme reptielen ook over de zoete wateren regeerden.

De Mosasauridae verdwenen ongeveer tegelijkertijd met de dinosaurussen. En toen konden andere grote waterdieren de touwtjes in handen nemen. Haaien bijvoorbeeld. Geschubde reptielen komen we vandaag de dag überhaupt nog maar zelden in het water tegen. Slechts enkele soorten reptielen leven in zoet water en nog minder treffen we er in de oceanen aan.

Op de afbeelding bovenaan dit artikel ziet u niet P. inexpectatus, maar een andere Mosasaurus.

°

Maashagedis jaagde als een haai

De prehistorische maashagedis was snel en wendbaar als een haai, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.

De Mosasaurus, ook wel maashagedis genoemd, had een soort haaienstaart met vinnen, waarmee het dier waarschijnlijk al zijn prooien te snel af was.

Het zeereptiel stond zeventig miljoen jaar geleden bovenaan de voedselketen in oceanen over de hele wereld. Tot nu toe werd aangenomen dat de Mosasaurus een lange, spitse staart had waarmee het dier slechts korte stukken hard kon zwemmen.  Dat melden Zweedse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Fossiel

De onderzoekers vonden bewijs voor de haaienstaart van de maashagedis bij een inspectie van een bijzonder goed bewaard gebleven fossiel uit Jordanië. De staart en de vinnen van het individu zijn nog bijna volledig intact. Zelfs het zachte weefsel van het fossiel is niet helemaal vergaan.

De studieresultaten werpen een volledig nieuw licht op de zwemcapaciteiten van deze prehistorische dieren 

Krachtig

“Aangezien Mosasaurussen hagedissen waren, werden ze traditioneel ook gezien als hagedisachtige dieren met lange, kronkelige lichamen en een lange staart, waarmee ze slechts korte sprintjes door het water konden trekken tijdens achtervolgingen”, verklaart hoofdonderzoeker Johan Lindgren op Discovery News.

De haaienstaart doet  echter  vermoeden dat de dieren zich op dezelfde manier door het water bewogen als moderne haaien: snel, krachtig en wendbaar.

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

http://www.nature.com/ncomms/2013/130910/ncomms3423/full/ncomms3423.html

http://www.readcube.com/articles/10.1038/ncomms3423?utm_campaign=readcube_access&utm_source=nature.com&utm_medium=purchase_option&utm_content=thumb_version

Prognathodon sp  <— doc archief

°

sauropoda

 

Sauropods – Whale Lizards by arvindpillai

Left – A Blue Whale, the largest living animal known to science, Right – The African Elephant, the largest extant land animal

The force of gravity – together with certain physiological and ecological constraints – holds in check the evolution of ever larger body-sizes among mammals on land. By becoming secondarily adapted to life in water, however, whales have been able to circumvent at least some of these size restrictions.

The largest extant land mammal – the African Elephant – is outweighed by sea-going baleen whales of even middling proportions. In all of the Cenozoic era (the 65 million year period following the extinction of the dinosaurs), no terrestrial mammal ever grew to match the Gray Whale, let alone the Blue whale, in body dimensions. The reduced weight constraints of an aquatic medium may account for this apparent difference in maximum attainable size.

Leaving the mammals aside, there is one group of extinct land creatures that did approach the awe-inspiring lengths (though not quite the sheer tonnages) of baleen whales, pushing the evolutionary envelope in terms of height, length, weight and girth in a way that no other terrestrial animal group, before or since, ever did.

Together with whales, the sauropods are examples of animal gigantism par excellence.

What are Sauropods?

The term “Sauropoda” refers to group of quadrupedal, megaherbivorous dinosaurs that existed for a span of over 135 million years – from the close of the Triassic period to the very end of the reign of the dinosaurs. Their highly distinctive body plan was characterized by:

1) An elongate neck. One that, in some genera, grew to double the length of the trunk.
2) A small skull relative to body size, with enlarged eye-orbits and highly placed nasal openings
3) A massive body with a long tail
4) Stout, columnar limbs positioned directly below the body. The bones of the hands/forefeet were arranged into a roughly tubular configuration (vertical with respect to the ground), with the phalanges (finger-bones) reduced. Only the first digit bore a claw – and this too was lost in some of the later groups. The structure of the hind foot was notably different from that of the fore foot – the phalanges were larger and three of the digits were typically claw bearing. The bones of the hindfoot were not arranged vertically with respect to the ground, as was the case with the hand bones, but appear to have assumed a “flatter” posture (semi-plantigrade). A cushioning “pad” of tissue seems to have been present at the base of the hindfoot. Reconstructions of sauropod hands and feet as either elephant-like, with nail-like hooves, or lizard-like, with clawed fingers splayed out every which way, are equally incorrect.

There was limited deviation from this general body plan over the rather lengthy course of sauropod evolution. Paleontologists have puzzled for decades over the ecological, biomechanical and physiological implications of sauropod size and anatomy. How big did they get? What sort of diet fueled those enormous bodies? How did the sauropod heart pump blood across those serpentine necks, all the way to the brain? This article shall consider some of these questions.

How big did Sauropods get?

I have seen books quantify the dimensions of sauropods in feet, meters, cars, double-decker buses, building stories, elephants and bulldozers. The longest of them (Diplodocus and Supersaurus) hit a length of about 33-35 meters (longer than a blue whale). Even conservative body mass estimates suggest that the heaviest sauropods (Argentinosaurus) weighed over 70 tonnes (10 times the weight of a male African elephant).

There were, of course, examples of much smaller sauropods – Eoparasaurus, for example, was only 6 meters long from snout to tail.

The immense size of sauropods would have served as a deterrent against predators (and there was no shortage of large, powerful predators in many of the times and places in which sauropods existed). The long neck would have given the animal a wide sphere of access to vegetation.

What did sauropods feed on? How did they process food?

Sauropod teeth – which ranged from pencil shaped to spatulate, depending on the species – were designed primarily for grabbing and tearing vegetation off shoots and branches (‘cropping’) rather than grinding down tough plant matter. There is nothing analogous to the chewing apparatus of modern mammalian herbivores built into the oral anatomy of sauropods – no large, flattened, squarish teeth positioned at the back of the jaw to pulverize ingested food items. The head was small and the dentition weak. We may infer that very limited mechanical breakdown of food took place in the oral cavity before it was swallowed.

It has been proposed that sauropods utilized large stones in the stomach (called gastroliths) to grind down food. This digestive adaptation is called a “gastic mill” and is observed in modern birds. But the small sizes of fossilized ‘gizzard stones’ relative to body dimensions as well as the possibility that they are simply a result of sedimentary processes, has led a number of researchers to dismiss the idea that this form of food reduction played major role in sauropod digestion. But, without a gastric mill or significant oral processing, how did sauropods physically reduce ingested plant matter into smaller, more digestible bits?
Perhaps such processing was not necessary. Like modern vertebrate herbivores, Sauropods almost certainly relied on a community of symbiotic microbes to break down (otherwise-indigestible) cellulose present in the cell walls of ingested plant material. This microbe-mediated process, involving the enzymatic breakdown of cellulose (and other carbohydrates) to short chain fatty acids that can be absorbed by the host, is called fermentation. The tremendous sizes of sauropods might have permitted the retention of food in the digestive tract for long periods of time. Prolonged food retention times and extensive exposure to microbial fermentation may have actually compensated for the limited mechanical reduction of food in the mouth and gut.

The lengthy necks of sauropods gave them an enormous foraging range. They fed primarily on gymnosperms (conifers), sphenophytes (eg. Horsetails) and pteridophytes (ferns). As flowering plants diversified rapidly during the mid-cretaceous, they too were no doubt incorporated into the sauropod diet.

Bird lungs and long necks

The vertebrae and ribs of sauropods have well-developed air-spaces, which have been interpreted as emanating from the respiratory system. These air spaces are similar in nature to those found in birds (their closest living relatives), suggesting that sauropods may have sported an avian-style respiratory system – with air-sacs distributed throughout the body. The presence of these air spaces lightened the enormous skeletons of these animals without compromising strength. In addition, the presence of air sacs may have permitted the evolution of one of the signature features of sauropods: an elongate neck. As one increases the length of the pathway of air-conduction from the nostrils to the lungs, the amount of so-called anatomical “dead space” increases. Dead space refers to inhaled air, located in the conducting areas of the respiratory system, which does not participate in gas exchange. The large dead space present in the incredibly long tracheas of sauropods (also seen in the much smaller necked giraffe) would have severely lowered breathing performance were it hooked up to a mammalian-type lung. Under an avian model of respiration, however, the additional air-storage capacity provided by the air sacs would allow the trachea to overcome this dead space and maintain respiratory efficiency.

The high rates of growth determined from histological analysis of sauropod bone tissues appear to indicate that, for at least part of their life span, sauropods had high basal metabolic rates far more comparable to large mammals than to modern ectothermic reptiles. This high BMR may have slowed down later in the life of the animal. Adult sauropods would have retained heat energy and maintained a relatively stable body temperature by mere virtue of their size (gigantothermy). Muscular activity, metabolic reactions and digestive processes, such as fermentation in the gut, can be assumed to have produced heat internally. The air sacs described earlier would have served as surfaces for heat exchange.

How did the sauropod heart pump blood to the head?

The vertical distance between the heart and the head of sauropods is dependent on neck posture. If large sauropods did hold their necks upright, the vertical heart-brain distance in many cases would be over 8 meters. Scientists infer that huge blood pressures (over 700 mm Hg) – unheard of among modern animals – would be necessary to supply the head with oxygen and nutrients. The enlarged, highly muscular heart that would be necessary to produce this astonishing hydrostatic pressure would be grossly energy inefficient, cause space problems and suffer from a number of mechanical disadvantages. And so, various cardiovascular adaptations have been hypothesized to exist in sauropods to get around the hypertension issue.

Some workers have suggested that the sauropod circulatory system featured multiple ‘hearts’ in series, each accessory heart capable of pumping blood to the next valved pump in the circulatory pathway (thereby allowing effective blood-flow from the primary heart to the brain). However, no such system has been observed to exist in modern vertebrates and it is unclear how the nervous co-ordination of this congo-line of secondary hearts would have operated. Perhaps sauropod blood had a higher viscosity and erythrocyte count, increasing its oxygen carrying capacity.
The neck posture of sauropods is still widely debated, but if the head were habitually positioned at low-to-medium heights – as appears to be the case in Diplodocus – then there is no need to invoke the presence of a grossly hypertrophied heart or outrageously high blood pressures. Browsing at high elevations for limited periods of time, though costly in terms of cardiac output – may have given sauropods access to critical food resources unavailable to other animals.

Could sauropods rear up?

Kinetic-dynamic modeling of the skeletons of sauropods indicates that at least some of them were capable of briefly rearing up on their hind legs and utilizing their tails as a “third leg” of sorts (a kind of tripodal stance) before dropping back down to a quadrapedal stance. This would have allowed for browsing at great heights. A rearing diplodocus would have been a sight to behold indeed.

BBC production called The Ballad of Big Al. This clip involves a pack of Allosaurus’ launching a concerted attack on a Diplodocus herd.

<!– var tcdacmd=”cc=pic;dt”; –>

Trefwoorden:

,,  

,,  

   

Big & small

Why did some dinosaurs grow so big?

http://pubs.usgs.gov/gip/dinosaurs/growth.html

Paleontologists don’t know for certain, but perhaps a large body size protected them from most predators, helped to regulate internal body temperature, or let them reach new sources of food (some probably browsed treetops, as giraffes do today). No modern animals except whales are even close in size to the largest dinosaurs; therefore, paleontologists think that the dinosaurs’ world was much different from the world today and that climate and food supplies must have been favorable for reaching great size.

Sauropoda: de echte groten der aarde

Caroline Hoek op 4 maart 2012

De echte groten der aarde: dat waren toch echt de Sauropoda!

De Sauropoda is een groep plantenetende dinosaurussen. De dieren heersten lange tijd over de aarde. Op alle continenten – zelfs op Antarctica – zijn resten van de plantenetende dinosaurussen teruggevonden.

Soorten
Sauropoda is een onderorde die weer onder te verdelen valt in tal van soorten. Want Sauropoda waren er in allerlei maten. Hele kleintjes, maar ook uitzonderlijk grote.Sterker nog: de grootste landdieren die ooit op aarde hebben rondgelopen behoren tot de Sauropoda!

Nek
De Sauropoda brachten het grootste deel van hun leven op vier benen door. Het waren echte planteneters. Sommige wetenschappers vermoeden dat de dieren daar ook hun lange nekken aan te danken hebben. De opvallend lange halzen kwamen prima tot hun recht wanneer de dieren groen van grotere hoogte moesten plukken. Anderen vermoeden dat de lange nek ervoor zorgde dat de dinosaurussen zonder veel te hoeven lopen toch veel voedsel tot zich konden nemen: de halzen konden immers een flink oppervlak beslaan. Zo zouden de dieren veel energie hebben bespaard. Hoewel de nek toch één van de meest kenmerkende eigenschappen van deze dinosaurussen is, is dus nog niet helemaal duidelijk welke functie deze nu precies had.

Sauropoda in Duitsland. Afbeelding: Gerhard Boeggemann (via Wikimedia Commons).
De opvoeding
Jonge Sauropoda kwamen in een ei ter wereld. De grootte van zo’n ei verschilde natuurlijk per soort. Er zijn eieren van zo’n 27 centimeter lang teruggevonden, maar er zijn ook eieren bekend die maar de helft zo lang zijn. Onduidelijk is wat de moeder na het leggen van het ei deed. We weten nog altijd niet of de moeder (en/of vader) bij de eieren in de buurt bleef, de jongen verzorgde of de handen er helemaal van af trok. Sommigen denken dat jonge en volwassen Sauropoda niet met elkaar optrokken vanwege het verschil in grootte. De kleintjes zouden heel gemakkelijk vertrapt worden door de ouderen. Wetenschappers hebben in het verleden wel voetstappen van Sauropoda teruggevonden die erop wijzen dat jongvolwassen en volwassen Sauropoda samen optrokken. Mogelijk gebeurde dat pas wanneer het grootste verschil in grootte geschiedenis was. Het is ook best mogelijk dat bepaalde soorten Sauropoda wel voor hun jong zorgden en anderen weer niet. Zo zijn er sporen van Phuwiangosaurussenteruggevonden die erop wijzen dat volwassen dieren wel met hele jonge soortgenoten optrokken. Mogelijk werden jonge dino’s van deze soort dus wel door hun ouders opgevoed.

Een nagebouwd skelet van de Argentinosaurus. De grootte van het beest wordt vooral duidelijk als u kijkt naar de mensen die naast het skelet staan. Foto: Eva K. (via commons.wikimedia.org/wiki/File:Argentinosaurus_DSC_2943.jpg )

argentinasaurus vertebra

Maatje XXXXXL
Zoals gezegd waren Sauropoda er in allerlei maten. Sommige dinosaurussen uit deze onderorde waren slechts enkele meters lang, maar ook de grootste dinosaurussen ooit gevonden behoren tot de Sauropoda.

De Argentinosaurus gaat bijvoorbeeld de boeken in als het zwaarste en het langste landdier dat ooit geleefd heeft. Het beest kon naar schatting wel 37 meter lang worden en kon gemakkelijk 80.000 kilo wegen. Zo’n enorm lijf vroeg natuurlijk om een hoop onderhoud. De dinosaurus bracht het grootste deel van zijn leven dan ook waarschijnlijk etend door. Toch is Argentinosaurus niet de grootste dinosaurus ooit.

Die eer lijkt weggelegd voor de mysterieuze Amphicoelias fragillimus. In 1878 werd één bot van dit beest teruggevonden. Helaas is dat bot weer kwijtgeraakt, maar gelukkig zijn er nog wel uitgebreide beschrijvingen van overgebleven. Op basis van die beschrijvingen heeft onderzoeker Kenneth Carpenter een schatting van de grootte van A. fragillimus gemaakt. En die schatting liegt er niet om. De dinosaurus zou 58 meter lang zijn geweest. Het hoogste punt op de rug was 9,25 meter hoog en het beest had een gewicht van meer dan 122.000 kilo!

Zo groot was de Amphicoelias fragillimus volgens Carpenter. Afbeelding: Dropzink (via Wikimedia Commons).
Vijanden
Het is misschien moeilijk voor te stellen, maar ook deze gigantische planteneters hadden vijanden. Toch moest een vleesetende dinosaurus met honger wel van hele goede huize komen, wilde hij zo’n Sauropoda op het menu zien verschijnen. Ten eerste waren zeker de grote Sauropoda natuurlijk indrukwekkende verschijningen. Die hoogte werkte ook op een andere manier in hun voordeel: vleeseters konden moeilijk bij het zwakste punt van de dinosaurussen – de nek – komen. Daarnaast hadden de Sauropoda een lange staart waarmee ze flinke klappen uit konden delen. Wanneer de Sauropoda in een groepje bijeen waren, hadden roofdieren hoogstwaarschijnlijk helemaal geen schijn van kans.

Net zoals de meeste dinosaurussen verdwenen ook de Sauropoda door toedoen van een massa-extinctie van de aardbodem. Dat gebeurde zo’n 65 miljoen jaar geleden.

De  restanten van Sauropoda worden nog altijd met grote regelmaat op tal van plekken teruggevonden. Het zijn de bewijzen van een soort die in zijn hoogtijdagen over vrijwel de gehele aarde heerste. Sauropoda waren dieren  om rekening met te houden. Het waren geen vleeseters, maar voor veel organismen waarschijnlijk toch wel redenen om een blokje om te gaan.

Bronmateriaal

The energetics of low browsing in sauropods” – Royalsocietypublishing.org
Biggest of the big: a critical re-evaluation of the mega-sauropod Amphicoelias fragillimus” – Econtent.unm.edu
Argentinosaurus feeding” – BBC.co.uk
Boek: Introduction to the study of dinosaurs. Door: Anthony J. Martin.
Boek: Biology of the Sauropod Dinosaurs: Understanding the Life of Giants. Door: Nicole Klein, e.a.
Boek: Dinosaurs: A Concise Natural History. Door: David E. Fastovsky, e.a.
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Debivort (cc via Flickr.com).

Vooral de  sauropoda  behoren tot de  grootste  reuzen die ooit geleefd hebben  …Maar de  extante  walvis  : de   grote  blauwe vinvis  is nog wel iets groter  …..

LONG NECKS

APATOSAURINAE  

APATOSAURUS  / BRACHIOSAURUS

¨*apatosaurus  *Brachiosaurus *Brachiosaurus * apatosaurus skull

  

   

 

  Caudal vertebrate

Ischium  

Diplodocus

      

Diplodocus  cast London ,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Diplodocus discovered in 1877, is one of the longest known dinosaurs.

It was probably also very gassy

 GIRAFFATITAN 

 

 

°

 

Oct 16, ’07

Wetenschappers ontdekken nieuwe reuzendinosaurus

Graphic showing an impression of Futalognkosaurus dukei (Source: Annals of the Brazilian Academy of Sciences)

The plant-eater’s skeleton came
complete with fossilised leaves
Wetenschappers hebben in Argentinië een enorm skelet gevonden van een plantenetende dinosaurus. Het gaat om een van de grootste en meest complete skeletten ooit gevonden en de structuur van de nek duidt erop dat het skelet waarschijnlijk van een tot nog toe onbekende soort titanosaurus was.
De soort is Futalognkosaurus dukei genoemd. De naam Futalognkosaurus is afgeleid van het Mapucho, de lokale indianentaal, en wil zoveel zeggen als ‘Grote baas van de hagedissen’.

De eerste botten werden in 2000 gevonden aan de oever van het Barreales meer in de provincie Neuquen (Patagonië). De afgelopen zeven jaar zijn de onderzoekers bezig geweest met het uitgraven van de botten.

A dinosaur backbone sticks out of ground in Patagonia (AP)

Patagonia is rich in remains like this
 exposed dino spine

De nieuwe dino moet zo’n 32 meter lang zijn geweest, en pak ‘m beet vier verdiepingen hoog. De botstructuur in de extreem lange nek (17 meter!) is zo anders dan van al bekende dino’s, dat de onderzoekers van mening zijn dat Futalognkosaurus een aparte soort is. Het dier had een staart van vijftien meter. Er is een nekwervel gevonden met een hoogte van een meter.

In Argentinië werden al eerder reusachtige dino’s gevonden als Argentinosaurus (35 meter lang) en de Puertasaurus reuili. (35 tot 40 meter)

Het beest wandelde waarschijnlijk ongeveer 88 miljoen jaar geleden rond in Patagoni챘 .

 (novum/mvl)
Sluit dit venster

Dinosaur remains (National Museum of Brazil)

Late Cretaceous beast: The remains are simply huge

SLIDE  SHOW

http://www.reuters.com/article/slideshow/idUSN1536246420071016#a=1

Sluit dit venster
De nek van Futalognkosaurus, hier op een artist impression, was dertien meter lang. Ter vergelijking: een giraffennek meet een meter of twee
thumbnail
thumbnail
thumbnail
thumbnail
thumbnail
thumbnail
thumbnail
thumbnail
thumbnail
thumbnail
Nieuwe dinosaurus-soort ontdekt 
29 augustus 2006
Maxakalisaurus topai,
 Braziliaanse paleontologen hebben een nieuwe dinosaurus-soort ontdekt.
Het enorme dier van zo’n 13 meter lang leefde volgens de deskundigen ongeveer 80 miljoen jaar geleden. in  het krijt
Fossiele resten van de Maxakalisaurus topai, behorend tot de groep Titanosaurussen, zijn gevonden in  de zuidelijke Braziliaane staat Minas Gerais.
De nieuwe dino is genoemd naar de Indianenstam Maxakali, die nu nog in het gebied leeft.
De plantenetende Maxakalisaurus topai had een fors lichaam, een lange staart en nek, en een relatief klein hoofd.

Important find

The find is extremely important as Maxakalisaurus topai is closely related to a highly evolved group of dinosaurs, called the Saltasaurinae, researcher Alexander Kellner said after presenting a reconstructed    model- skeleton of the reptile in the National Museum in Rio de Janeiro.

The Saltasaurinae lived 70 million years ago and the fossils have only been found in Argentina.

“Among its specific traits are some peculiarities that we found in the vertebrae, especially a protuberating sacral vertebra … It also has teeth with carinae (ridges), which we think served to better process the food,” Kellner said.

Dinosaurs from the Titanosauria group were the main herbivorous dinosaurs of the ancient super-continent known as Gondwana, which grouped Australia, India, Africa, South America and Antarctica some 200 million years ago.

Some scientists believe a connection still existed between what is now South America, Antarctica, India and possibly Australia until about 70 million years ago.

Nigersaurus  taqueti

500 snijtanden in een vederlichte kop

De kop van Nigersaurus was buitenissig: superlicht en voorzien van 500 snijtanden. Een echte grasmaaier. De schedel stak in 1997 boven het woestijnzand uit en is nu met moderne technieken uitgebreid doorgelicht.

Amerikaanse paleontologen hebben een vreemde dinosaurussoort ontdekt, van 110 miljoen jaar geleden.

Het dier moet zo groot als een olifant geweest zijn, met een muil die nog het meest lijkt op een grasmaaier en een nek die het dier nauwelijks kon strekken. Dat betekent dat de kop altijd dicht bij de grond bleef en dat de
Nigersaurus taqueti wellicht de koe van de oertijd was.

De extreem licht uitgevoerde kop van Nigersaurus, die 110 miljoen jaar geleden leefde, telt  500 snijtanden, elk ongeveer zo groot als de hoektand van een peuter.   (Foto WFA)

De extreem licht uitgevoerde kop van Nigersaurus, die 110 miljoen jaar geleden leefde, telt 500 snijtanden, elk ongeveer zo groot als de hoektand van een peuter.  (Foto WFA)

Meer bepaald zou het dier met zijn brede bek met twee dichte rijen kleine tanden als een soort grasmachine  door de varens en paardenstaarten zijn gegaan.

Paul Sereno van de Universiteit van Chicago en zijn team ontdekten   in 1997 vijf skeletten van de 9 meter lange soort in Nigerese Sahara.
De onderzoekers hebben nu met computermodellen een aanschouwelijk beeld van hun vondsten gemaakt.
Sereno stelt zich ook vragen bij beelden van gerelateerde soorten zoals  Diplodocus  (  Diplodocoidea )  , vaak voorgesteld terwijl ze van boomtoppen eten.
Het lijkt de paleontoloog waarschijnlijker dat ook die dinosauriërs graasden.

CT-scan van dinosauriër wijst op eten van de grond, niet uit bomen

20 november 2007   /Michiel van Nieuwstadt

Reconstructie van Nigersaurus.   (Foto en illustratie National Geographic)

Reconstructie van Nigersaurus.
(Foto en illustratie National Geographic)

De koe onder de dinosauriërs, 110 miljoen jaar geleden. Zo typeren Amerikaanse wetenschappers het buitenissige dier dat zij hebben gereconstrueerd. Hun bevindingen zijn gepubliceerd in het novembernummer van het gratis toegankelijke wetenschappelijke internettijdschrift Plos ONE.

De 30 centimeter brede rechthoekige bek van Nigersaurus taqueti oogt als een mechanische grijper. Die grijper is volgepropt met meer dan 500 snijtanden. In het oog springen twee kaarsrechte tandenrijen van elk circa 60 stuks in de boven- en onderkaak van het fossiel. Achter elke zichtbare tand schuilt een batterij reservetanden, soms wel tien. Slijtsporen op de tanden laten zien dat ze gebruikt werden als een soort scharen om vegetatie mee af te ‘knippen’. Veel langer dan een maand gingen de tanden waarschijnlijk niet mee.

Volgens het team van paleontologen onder leiding van de Amerikaanse fossielenjager Paul Sereno is Nigersaurus een extreem gespecialiseerde sauropode. Tot deze groep van dinosauriërs met olifantspoten, lange nekken en lange staarten behoren de grootste landdieren die ooit op aarde geleefd hebben. Nigersaurus was in deze categorie een kleintje: niet veel zwaarder dan een Indische olifant.

Volgens Sereno was Nigersaurus niet in staat om zijn kop ver van de grond te tillen. Net als een koe graasde hij op de grond. Op het menu stonden paardenstaarten en varens, want gras bestond 110 miljoen miljoen jaar geleden niet of nauwelijks. Interessant is de conclusie van Sereno dat ook andere, bekendere sauropoden zoals Diplodocus hun kop niet ver konden optillen. Ten onrechte zijn deze dieren lang afgeschilderd als een soort giraffen met een lange nek om hoog in de bomen naar bladeren te reiken.

Nigersaurus had een herseninhoud van 53 kubieke centimeter, niet veel meer dan die van een schaap. Zijn brein was daarmee veel kleiner dan dat van vleesetende dinosauriërs en zelfs relatief klein in vergelijking met andere sauropoden.

De eerste botten van Nigersaurus werden in de jaren vijftig uitgegraven in de woestijn van Niger door een team onder leiding van de Franse paleontoloog Philippe Taquet.

Sereno’s medewerker Didier Dutheil zag in 1997 een schedel van het dier boven het woestijnzand uitsteken en nu is het fossiel met moderne technieken uitgebreid doorgelicht.

Mede-auteur Lawrence Witmer van de universiteit van Ohio in Athens bracht de reservetanden aan het licht op een CT-scan van de schedel. ‘CT’ staat voor computer tomography. Het is een reeks röntgenfoto’s waaruit de computer een driedimensionaal beeld opbouwt.

Met de CT-scanner bracht Witmer ook details van de binnenkant van de schedel van Nigersaurus in kaart. Het onderzoek richtte zich in het bijzonder op de zogeheten halfcirkelvormige kanalen, onderdeel van het binnenoor. Die zijn belangrijk voor richtingsgevoel en balans van gewervelde dieren. Uit de positie van de kanalen leidde Witmer de positionering van de kop af. Nigersaurus hield die bijna loodrecht naar beneden, in de richting van de grond. Uit de structuur van de dertien nekwervels viel af te leiden dat het dier nauwelijks omhoog kon kijken.

Volgens Sereno en Witmer graasden ook andere sauropoden, zoals Diplodocus, op de grond, al wijst de positionering van hun binnenoor erop dat zij hun kop iets meer rechtop hielden. Dinosauriërexpert

Martin Sander van de universiteit van Bonn kan goed leven met de bizar ogende reconstructie van de schedel van Nigersaurus. De reconstructie van de halfcirkelvormige kanalen noemt hij het krachtigste punt uit de studie. Maar de neerwaartse kop van Nigersaurus zegt volgens Sander weinig over de houding van sauropoden in het algemeen. „We hebben hier te maken met een uitzonderlijk gespecialiseerd dier”, zegt hij in een telefonische toelichting.

Toch zijn wetenschappers het er volgens Sander wel over eens dat ook Nigersaurus’ grote verwant Diplodocus zijn nek bij voorkeur omlaag hield. Dat geldt niet noodzakelijkerwijs voor andere sauropoden zoals Camarasaurus en Brachiosaurus.

Sander: „Er is geprobeerd om de positie van de nek te reconstrueren door de verschillende wervels uit de wervelkolom zo neutraal mogelijk over elkaar te leggen. Daaruit is geconcludeerd dat Brachiosaurus zijn kop vertikaal hield, maar dat klopt niet. Wij hebben laten zien dat zo’n neutrale positionering van de wervelkolom de houding van levende dieren zoals een kameel of een struisvogel óók niet goed voorspelt.”

 Uit de littekens van gewrichtsbanden op de nekwervels van Brachiosaurus is volgens Sander daarentegen wel de conclusie te trekken dat Brachiosaurus wél ver boven zijn omgeving uittorende.

De enorme tandenbatterij van Nigersaurus huist in een klein en fragiel schedeltje. De paar botjes die de vreemde knipsnuit verbinden met de rest van de schedel zijn slechts een paar millimeter dik.

Nigersaurus is een extreme variant in een toch al vreemde groep dinosauriërs. Waar komt die uitzonderlijke bouw vandaan?

Plantenetende zoogdieren zouden nooit toekunnen met zo’n kleine kop”, zegt Sander. „Dat komt doordat zij voedsel in hun bek vermalen. Daarvoor zijn enorme kiezen nodig. Je ziet dat de kop van grote plantenetende zoogdieren disproportioneel groter wordt.”

Bij grote plantenetende dinosauriërs ligt het anders, zegt Sanders. Zij verteerden hun voedsel door het eindeloos te laten gisten in hun enorme lichamen.

Sander speculeert dat sauropoden hun lange nekken in de loop van de evolutie ontwikkelden om zuinig te kunnen doen met hun energie. Dat is, denkt hij, ook het nut van een olifantsslurf. Het heen en weer zwaaien van een lang uitsteeksel is een efficiëntere manier om voedsel te benaderen dan rondstappen op lompe olifantspoten.

National Geographic Magazine toont in het decembernummer reconstructies van Nigersaurus en andere dinosauriërs


spinophorosaurus

remesetal2009-spinophorosaurus-fig1-field-photo

spinophorosaurus vertebrae.

remesetal2009-spinophorosaurus-fig3-vertebrae.jpeg

TURIASAURUS    Turiasaurus riodevensis 21 december 2006

– In Spanje zijn de fossiele overblijfselen van een gigantische dinosaurus
ontdekt.De resten werden in een kalksteenafzetting bij het plaatsje Riodeva in Zuid-Spanje gevonden, verspreid over een oppervlak van 280 vierkante meter.
Bij de opgraving werden ook resten van al bekende sauri챘rs gevonden.
 Het dier woog tussen de 40 en 48 ton en zag eruit als een reusachtige  hagedis.
Het beest leefde 150 miljoen jaar geleden en had een voorpoot met een bovenbot zo hoog als een volwassen man: bijna 1,80 meter De tenen aan de voorpoten van de Turiasaurus waren zo groot als een rugby-bal, schrijven de onderzoekers.
Zijn tanden tot drie centimeter dik en tien centimeter lang. , zo meldden de Spaansewetenschappers, die hun vondst wereldkundig maken in het blad Science.
Van kop tot staart was hij 30 tot 37 meter lang.
Het gaat om een wat primitiever gebouwd dier dan de sauriërs die in de Amerika’s en Afrika leefden aan het einde van het Jura-tijdperk. Behalve de poten en klauwen, zijn ook kleinere fragmenten gevonden van de schedel, tanden en andere skeletdelen als ribben.
   

http://www.aaas.org/news/releases/2006/1222sauropod.shtml

De Europese dino heeft de naam Turiasaurus riodevensis gekregen 

De nieuwe dinosaurus is Turiasaurus riodevensis gedoopt, een samentrekking van het Griekse woord Teruel (hagedis) en Riodeva, het dorp waar het fossiel is gevonden.

Het is het grootste exemplaar dat tot nu toe in Europa is ontdekt. Eerder werden vooral in Zuid- en Noord-Amerika resten van grote dinosaurussen gevonden.

Ook in Europa hebben dus enkele forse prehistorische monsters geleefd.

ZIE OOK:

Eieren gevonden in fossiel van dinosaurus
Student vindt voetafdruk dinosaurus in Alaska
Resten dinosaurus onder bodem Noordzee
Mini-dinosaurus ontdekt in Duitsland
Nieuwe dinosaurus-soort ontdekt

Phylogenetic relationships of Turiasaurus gen. nov. and the newly recognized clade Turiasauria. This analysis also groups European, Asian, and South American Middle-Upper Jurassic Euhelopodidae-related sauropods in a monophyletic clade. The figure represents a 50% majority-rule consensus cladogram based on 11 most parsimonious trees. The data matrix contains 309 characters and 33 taxa, adding three genera from the Villar del Arzobispo Formation: GalveosaurusLosillasaurus, and Turiasaurus (table S3). The analysis was done with PAUP* 4.0b 10: tree length = 611; consistency index = 0.5205; retention index = 0.7233.
i-7731b86d93235895399817e5e6f8d821-turia_clade.gif

Skeletal elements of T. riodevensis gen. et sp. nov.: left radius, ulna, carpal, and manus in cranial view (A); humerus in cranial (B) and lateral (C) views; left ulna in cranial view (D); left radius in medial (E), proximal (F), and distal (G) views; left fibula in medial view (H); middle dorsal vertebra in cranial view (I); left sternal plate in ventral view (J); cervical vertebra and rib in left lateral view (K); cervical rib in medial (L) and lateral (M) views; left tibia in proximal (N) and medial (O) views; left astragalus in proximal (P) and cranial (Q) views; metatarsal V in lateral view (R); right pes in cranial view (S); distal caudal vertebra in left lateral view (T). Scale bar 1 = 20 cm [(A) to (H), (N) to (Q), and (S)]; scale bar 2 = 10 cm [(I) to (M)]; scale bar 3 = 5 cm (R), and scale bar 4 = 2 cm (T).

Er is genoeg materiaal aangetroffen om een redelijk betrouwbare reconstructie van deze reus te maken. Het gevonden exemplaar moet zo’n 35 m lang zijn geweest en 40-48 ton hebben gewogen  

Tot de 70 gevonden fragmenten, die samen een kwart van het hele skelet vertegenwoordigen, behoort het merendeel van een voorpoot. Alleen al het opperarmbeen is zo groot als een mens (1,79 m). Dit is vrijwel even groot als het opperarmbeen van Argentinosaurus, waarvan het grootst bekende exemplaar 1,81 m meet. Alleen de brachiosauriërs hadden grotere voorpoten, maar die waren veel groter dan hun achterpoten, en hun totale grootte was dan ook minder dan die van Turiasaurus.

Het skelet van de hele voorpoot van Turiasaurus is 3,5 m hoog. De achterpoten van het dier waren ongeveer even groot, en daarmee duidelijk groter dan die van Brachiosaurus. Aan de tenen zitten grote klauwen, maar het dier was waarschijnlijk een planteneter. Dat blijkt uit de karakteristieken van de aangetroffen tanden.

Waarschijnlijk leefde Turiasaurus langs de kust van de Tethyszee, de (veel bredere) voorloper van de Middellandse Zee. Hij moet daar gezelschap hebben gehad (zoals blijkt uit andere vondsten op de locatie en in de nabije omgeving) van andere dinosauriërs (inclusief op twee poten lopende vleeseters), andere sauropoden (waaronder soorten die leken op de bekende zwaar gepantserde Stegosaurus), schildpadden en krokodilachtige reptielen.

Onderzoekers Luis Alcalá, Rafael Royo en Alberto Cobos bij de in Dinopolis tentoongestelde voorpoot van Turiasaurus.
bron: Fundación Dinopolis, Teruel (Spanje).

Het grote aantal botfragmenten dat is gevonden (onder meer van de schedel, de ribben, het schouderblad, naast uiteraard de botten van de poten; helaas ontbreken restanten van het bekken) maakt niet alleen de reconstructie van het dier goed mogelijk, maar levert ook veel informatie over de taxonomische plaats van het dier. Het gaat om een nieuw geslacht (en dus ook een nieuwe soort) van de sauropoden (waartoe alle ’reuzendino’s’ behoren). Turiasaurus wijkt echter wel zoveel af van alle andere sauropoden dat er een aparte familie voor is benoemd (de Turiasauria).

Royo-Torres, R., Cobos, A. & Alcalá, L., 2006. A giant dinosaur and a new sauropod clade. Science 314, p. 1925-1927.

Zie verder

Turiasaurus riodevensis was a sauropod dinosaur.

The systematic paleontology of it is:

Saurischia Seeley 1888
Sauropodomorpha von Huene 1932
Sauropoda Marsh 1878
Turiasauria Royo-Torres et al. 2006
Turiasaurus Royo-Torres, Cobos, and Alcala 2006
Turiasaurus riodevensis Royo-Torres et. al. 2006

Fossil remains of it have been found in the Villar del Arzobispo Formation in Teruel, Spain. They were unearthed in strata dating to a span that is Tithonian-Berriasian (Late Jurassic-Early Cretaceous). Royo-Torres- Cobos, and Alcala formally described Turiasaurus in 2006.
Phylogenetic analysis has resulted in a new clade being created, one called Turiasauria. Turiasaurus has been placed in it, along with Losillasaurus and Galveosaurus. [Note – The source of this information is an article written by R. Royo-Torres, A. Cobos, and L. Alcala. The title is A Giant European Dinosaur and a New Sauropod Clade. It was published in 2006 in Science 314: 1925-1927.]
This dinosaur was definitely a giant. It has been estimated to have possibly been 30 m. (98 feet) in length. Turiasaurus may have weighed up to 48 tons. This excerpt from DinoData lists characteristics of the holotype:

Holotype: An articulated left forelimb including humerus, radius, proximally incomplete ulna, carpal, five metacarpals, and seven phalanges (specimen numbers CPT-1195 to CPT-1210, housed in the Museo de la Fundacion Conjunto Paleontologico de Teruel-Dinopolis, Teruel, Aragon, Spain).

This excerpt tells about the paratype:

Paratype: Remains attributed to the same individual, found close to each other in an area of 280 m2, consisting of skull fragments, eight teeth, six cervical vertebrae, with ribs probably cervicals 3 to 8), two proximal dorsal vertebrae, a middle dorsal vertebra, fragments of other dorsal vertebrae, eight dorsal ribs (five incomplete), a partial sacrum, two distal caudal vertebrae, a proximal fragment of the left scapula, a left sternal plate, a distal fragment of the left femur, a proximal fragment of the left tibia, a distally incomplete left fibula, a complete left astragalus, two left pedal phalanges, and an incomplete right astragalus and pes, housed in the Museo de la Fundacion ComjuntoPaleontologico de Teruel-Dinopolis, Teruel, Span.

Neal Robbins

http://nl.wikipedia.org/wiki/Turiasaurus

Maar er zitten natuurlijk   ook “kleintjes “onder de sauropoda

Mini-dino leefde in Duitsland

07/06/06
http://www.hln.be/hlns/cache/det/art_218995.html?wt.bron=categorieArt3In Duitsland leefden 154 miljoen jaar geleden mini-dinosaurussen. Dat heeft de Duitse paleontoloog Martin Sander ontdekt. Met een gewicht van naar schatting een ton waren de dieren maar liefst vijftig keer zo klein als hun naaste familielid, de Brachiosaurus, schrijft Sander in een artikel dat donderdag verschijnt in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Kleine botten
De botten van de plantenetende dwergdino werden in 1998 ontdekt in een steengroeve in het noorden van het Harzgebergte. Gezien de geringe omvang van de botten gingen wetenschappers er aanvankelijk van uit dat ze van jonge dieren afkomstig waren. Na uitgebreid onderzoek door Sander, die verbonden is aan de universiteit van Bonn, bleek echter dat het ging om resten van volwassen dinosaurussen. Daarmee was duidelijk dat Sander een wetenschappelijke sensatie in handen had: verreweg de kleinste reuzendinosaurus die ooit gevonden is.Het dier, dat ‘Europasaurus holgeri’ is gedoopt, naar de vinder van hun botten, de amateur-paleontoloog Holger Lüdtke, was nauwelijks langer dan een personenauto: hooguit zo’n zes meter lang. Een dwerg in vergelijking met hun grote broer, het grootste landdier dat ooit geleefd heeft, die 45 (?)meter lang kon worden en tot zo’n tachtig ton woog.Verklaring
De verklaring voor hun geringe omvang was waarschijnlijk voedselschaarste. Delen van Duitsland lagen 150 miljoen jaar geleden onder water, ook het gebied waar de resten van de Europasaurusopdoken. Hoe meer de zeespiegel steeg, en hoe meer land onder water liep, hoe moeilijker de dinosaurussen het kregen om voldoende voedsel te vinden.
De kleinere dieren hadden een betere overlevingskans, omdat ze minder voedsel nodig hadden. Het is pas de tweede keer dat een dergelijk geval van ‘verdwerging’ bij dinosaurussen is ontdekt.
Volgens Sander kan het krimpen van dieren die op eilanden leven vrij snel gaan, vaak binnen tien tot twintig generaties.
Zo hebben de Engelsen ooit herten op de Shetlandeilanden uitgezet die zich in korte tijd tot dwergvormen hebben ontwikkeld.
Op eilanden in het huidige Indonesie kwamen dwergolifanten voor, die negentig centimeter groot waren.
En op het eiland Flores ontdekten wetenschappers de 18.000 jaar oude botten van een hominide -dwerg.
 Deze zogeheten Hobbit van Flores werd slechts een meter lang.           (novum)

Here is a line drawing – showing the bones found and where they belong on the dinosaur (from the supplementary material to the Nature article):

http://www.newscientist.com/article/mg19025554.000-new-dinosaur-is-the-smallest-giant.html

November 11, 2011

Gauging stance in “wide-gauge” sauropods

by Scott Hartman

In 1999 Jeff Wilson and Matt Carrano published an excellent paper addressing the phenomena of “wide-gauge” sauropod trackways. For years researchers had been working to explain why sauropod trackways seemed to come in two very different flavors – some of them were very closely spaced…so much so that they would actually overlap on the midline of the track. Other sauropod tracks seemed to show animals walking with their feet spread much further apart.

What were paleontologists to make of this?

One explanation was that the trackways were made by the same type of sauropods that were engaging in different behaviors. In other words, perhaps sometimes a sauropod would walk with its legs close in, while at other times it would use a wide-gauge stance.

Wilson & Carrano proposed that instead the trackways were made by sauropods with different skeletal adaptations. They mustered quite a few lines of evidence, but perhaps the best was that there was a group of sauropods – titanosaurs – that in fact had a much wider pelvis than other sauropods. The paper created a framework for later workers to use when attempting to correlate track makers with fossilized trackways, and is generally a towering success.

But I did want to take issue with one figure of the paper – one that pops up repeatedly at SVP. It is figure 5, demonstrating their interpretation of hing leg stance:

That’s Camarasaurus on the left and Opisthocoelicaudia on the right. The clever reader may have already surmised from the title of this post that I think the animal on the right has its legs spread too far apart. But I have a larger issue: both animals have their legs spread much too far apart.
Remember that narrow-gauged trackways actually have their feet fall so close together that they frequently overlap along the midline. There’s no way even sauropod “A” could make those tracks in the stance as figured. And this is why I’m bringing this up, because animals generally don’t walk around with their legs acting as perfectly vertical beams. If you spend time watching large animals walk away from you, you’d see something like this:
Elephant image from here, rhino image from here.

People also move like this, with our vertical limbs generally sloping in toward the midline when we walk or run. There are probably several reasons for this (including mechanical efficiency) but for our purposes here let’s just setting on the fact that it happens. Large, straight-limbed graviportal animals tend to walk with the limbs angled inward, not down (and certainly not angled out).

And the trackways also demonstrate this. If you place place sauropods over the actual trackways in question, you end up with a stance more like this:

In this case I’ve put a diplodocid (Supersaurus) on the left, while the animal on the right is scaled to the pelvic dimensions of Opisthocoelicaudia as seen in the original paper. Both animals have the hind legs mostly vertical but gently sloping inward.

This is not to say that sauropods never adopted a pose with their legs spread out a bit; Wilson & Carrano point out that titanosaurs have adaptations that may have allowed them to evert their hind limbs more effectively. They suggest that titanosaurs may have done so when rearing up, or during other activities that require greater stability.

I don’t take issue with that, and those sorts of differences in the legs and pelvis may make it possible to tease out further behavioral differences between sauropod groups. But when walking around in their day to day lives both the footprints and modern analogs make a strong case that the limbs should be vertical, and if anything sloping in towards the midline rather than spread away from it.

Reference:

Wilson, J. A, & Carrano, M. T. 1999. Titanosaurs and the origin of “wide-gauge” trackways: a biomechanical and systematic perspective on sauropod locomotion. Paleobiology, 25(2), pp. 252-267.

Sauropoda sporen  ;

OKLAHOMA  COLORADO

Brachiosaurid Sauroposeidon
Arizona en Utah duizenden pootafdrukken van dinosaurussen
october  2008
Amerikaanse archeologen hebben op de grens van de staten Arizona en Utah duizenden pootafdrukken van dinosaurussen gevonden
Ze spreken van een unieke vondst omdat ze op een oppervlakte van slechts 3000 vierkante meter liggen.
 Dat schrijven de onderzoekers van de universiteit van Utah in het paleontologische blad Palaios, meldde de BBC .
De pootafdrukken variëren in maat van 2,5 tot 50 centimeter. Sommige afdrukken zijn 40 centimeter en tonen drie tenen.
Volgens de ontdekkers zijn de sporen 190 miljoen jaar oud.
Ze hopen dankzij de pootafdrukken meer te weten te komen over de soorten die destijds in de Amerikaanse woestijn leefden.

Print collections are known elsewhere but the scale here is impressive
Dinosaur tail marks are rare. The diagram better illustrates the drag movement

Footprints (N.Miller)

The prints will eventually erode away
Drinkplaats
De vindplaats is vroeger vermoedelijk een drinkplaats geweest waar zeker vier soorten dinosaurussen kwamen drinken.
De onderzoekers vonden er ook sleepsporen van de staarten van dinosaurussen.
Sommige van die sporen hadden een lengte van zeven meter.
De afdrukken zijn na een zandverschuiving vermoedelijk bedekt geraakt en door erosie nu weer zichtbaar geworden.

Portugal 

In het spoor van de dinosauriërs

dinovlakte.jpg

Op een kleine 10 kilometer van de creationisten in Fatima, zijn voetsporen ontdekt van dinosauriërs.
Het zijn sporen van 175 miljoen jaar oud.
Toen was het gebied een vlak en moerassig gebied en Europa zat nog aan Noord-Amerika vast.
Later is het gebied opgeheven tot een behoorlijk bergachtig gebied.

poot.jpg

De sporen zijn bij toeval ontdekt in een voormalige steengroeve (naast bosbouw een van de belangrijkste bestaansmiddelen in het gebied).

spoor.jpg

Het zijn de langste en oudste sporen in hun soort en zeer goed bewaard gebleven.

Er is een route uitgezet over de vlakte en daar kan je de sporen prima zien.
Opvallend is dat de voor- en achterpoten prima van elkaar te onderscheiden zijn.

http://bartvermeulen.sp.nl/weblog/2006/07/25/in-het-spoor-van-de-dinosauriers/#more-973

Pedreiro do Avelino

Fatima tracks  

Valentine island  

cinnamon county

Brasil 

SAUROPODOMORPHA

°

De groep sauropodomorpha  wordt traditioneel onderverdeeld in de Sauropoda en de Prosauropoda, maar omdat de Sauropodomorpha als stamklade zijn gedefinieerd, is deze onderverdeling wellicht niet helemaal sluitend: er zouden dus, afhankelijk van de definitie van de Prosauropoda, in principe sauropodomorfen kunnen bestaan die niet tot de Sauropoda of Prosauropoda behoren. Daarbij kunnen de traditionele Prosauropoda zeer wel parafyletisch zijn, zodat de sauropoden nauwer verwant zijn aan sommige “prosauropoden”.

Strikt genomen behoren de  sauropodomorpha( —>  sauropod-vormigen  )   tot een (mogelijk) voorouderlijke  zustergroep  van de ” sauropoden”   en de hun  ( allicht verondersteld  )aanverwante groepen
Het zijn maw. organismen die misschien  colaterale  verwanten  zijn   van de sauropoden
Sommige van de  de(bekende )  alleroudste sauropoden   zijn   enigmatisch =  want (mogelijke )afstammelingen  van  overgansvormen die  allerlei “mozaieken ”  van kenmerken (tussen sauropoden en sauropodomorpha  ) vertonen
Uiteraard zijn er ook een paar bekend  die als   strikte sauropodomorpha zijn te klasseren    (voor zover dit vaststelbaar is= zie hieronder over “kenmerken die de sauropoden niet bezitten   “)
°
Prosauropode dinosaurussen
Prosauropoden verschijnen ongeveer 230 mjg en verdwijnen 178 mjg. Gedurende deze tijd waren de prosauropode dinosaurussen de talrijkste grote landbewonende dieren. Hun overblijfselen zijn over de gehele wereld gevonden inclusief Antarctica. Het schijnt dat Prosauropoden de eerste groep tetrapoden zijn geweest, aangepast aan het grazen op grotere hoogten.
Prosauropoden worden traditioneel in drie families verdeeld.
Thecodontosauridae
Kleine tot 2 meter lange tweebenige dieren zoals Thecodontosaurus.
°
(deze website is NIET  altijd   wetenschappelijk verantwoord, maar  bevat veel goed materriaal )
  
°
°
Late Triassic (225-208 million years ago)
About 7 feet long and 100 poundsSquat body; long, narrow headOne of those dinosaurs that sounds more like a disease than a living creature, Thecodontosaurus (“socket-toothed lizard”) was among the earliest prosauropods, slender, sometimes bipedal herbivores that were ancestral to the house-sized giants of the Jurassic and Cretaceous periods. As one of the first “sauropodomorph” dinosaurs, Thecodontosaurus wasn’t all that distant, evolutionary speaking, from the earliest theropods of the Triassic period like Herrerasaurus and Staurikosaurus.Thecodontosaurus received its mouthful of a name thanks to its distinctive teeth, which resembled those of a modern monitor lizard but were anchored firmly into sockets in its jaws.
This is also one of the few dinosaurs that seems to have lived entirely on (what is now) the British Isles.
°
Melanorosauridae
De minst bekende familie van grote 8-11 meter lange vierbenige Prosauropoden zoals Riojasaurus.
Melanosauriden werden algemeen beschouwd als de voorlopers van de sauropoden.
Dit kwam door hun oppervlakkige gelijkenis zoals hun grootte, vierbenige loop en rechte dijbenen.
°
Massospondylidae
°
°
*
Recent hebben enkele paleontologen echter opgemerkt dat Prosauropoden enkele kenmerken hebben die sauropoden niet bezitten.
Deze kenmerken zijn:
een keratine bek
wangzakken
grote rugwaarts aflopende botuitgroeisel in de maxilla (bovenkaak)
de handbeenderen
een ‘driehoekig’ uiteinde van het ischium
reductie van de 5e metatarsus (kwam ook bij andere dinosaurussen voor, maar niet bij de sauropoden)
Sauropoden en prosauropoden worden daarom beschouwd als zustergroepen. De prosauropoden kunnen dan worden omschreven als: Thecodontosauridae, Plateosauridae, Melanorosauridae en alle Sauropodomorpha dichter bij hen dan bij Sauropoden.
Omdat prosauropoden gekartelde tanden hebben werd vroeger aangenomen dat ze vleeseters waren, maar latere studies hebben aangetoond dat het planteneters zijn geweest. Het feit dat er zogenaamde maalstenen zijn aangetroffen in enkele prosauropode skeletten lijkt die opvatting te steunen.
De handen van prosauropoden zijn ook interessant omdat ze een grote klauw aan hun duim hebben. De handen bestaan uit 5 vingers waarvan de vingers I,II en III robuuster zijn dan de vingers IV en V. De grote klauw van vinger I (duim) heeft een grote draaiboog en kan bij het lopen op 4 benen net zoals bij de Dromaeosauridae omhoog gehouden worden zodat hij de grond niet raakt. Fossiele sporen lijken dit te bevestigen aangezien deze eerste vinger alleen wordt aangetroffen in diepe sporen. Wat de prosauropoden deden met zo’n klauw is nog niet geheel duidelijk. Het kan zijn ter verdediging maar het is ook goed mogelijk dat een prosauropode met zo’n klauw takken of gebladerte bij elkaar hield om het beter te kunnen pakken met zijn bek.
°
File:Plateosaurus arm and hand.jpg
Left lower arm and hand of Plateosaurus engelhardti IFGT “Skelett2” from Trossingen, Germany on exhibit at the museum of the Institute for Geosciences of the Eberhard-Karls-University Tübingen, Germany.
Mount created under the direction of Friedrich von Huene.
°
Waarom prosauropoden verdwenen van het toneel is nog niet geheel duidelijk maar waarschijnlijk heeft competitie er ook mee te maken. Waarschijnlijk waren de Ornithischia beter uitgerust met kauwapparaten en moesten ze de strijd om voedsel aangaan met de Ornithischia voor laaggroeiende planten en met de sauropoden voor de hooggroeiende bladeren.
*
PLATEOSAURIDAE   
Meestal 3-6 meter lange dieren zoals Plateosaurus en Lufengosaurus.
Waarschijnlijk 2 en 4 benig.
°
LUFENGOSAURUS 
°
 lufengosaurus hueni
Lufengosaurus hueni skeleton cast replica
Late TriassicOriginal discovered in Yunnan

Lufengosurus magnus

lufengosaurus_magnus

2   Lufengosaurus magnus skeleton cast replicas
Lufengosaurus, meaning “Lufeng Lizard”), was a prosauropod dinosaur which lived during the Early and Middle Jurassic period in what is now southwestern China.

This Lufengosaurus dinosaur skeleton cast was molded from the original fossil discovered in Yunnan

Early Jurassic (200-180 million years ago)   / About 20 feet long and half a ton  / PlantsDistinguishing Characteristics:
Long neck and tail; quadrupedal posture
About Lufengosaurus:
An otherwise unremarkable prosauropod (the line of quadrupedal, herbivorous dinosaurs that preceded the giant sauropods) of the late Jurassic period, Lufengosaurus had the honor of being the first dinosaur ever mounted and displayed in China, an event that was commemorated in 1958 with an official postage stamp. Like other prosauropods,
Lufengosaurus probably nibbled on the low-lying branches of trees, and may have been capable of (occasionally) rearing up on its hind legs. About 30 more-or-less complete Lufengosaurus skeletons have been assembled, making this herbivore a common exhibit in China’s natural history museums.
°
PLATEOSAURUS   
Plateosaurus engelhardti skull cast replica
Plateosaurus was an early dinosaur, a long-necked plant-eater from the late Triassic.
Plateosaurus is a basal sauropodomorph dinosaur, a so-called prosauropod. The latest research recognizes two species: the type species P. engelhardti from the late Norian and Rhaetian, and the slightly earlier P. gracilis from the lower Norian.
Dinosauria, Order: Saurischia, Suborder: Sauropodomorpha, Infraorder: Prosauropoda, Family: Plateosauridae, Genus: Plateosaurus

      plateaosaurus AMNH , sauriermuseum frick

Late Triassic (220-210 million years ago)
About 25 feet long and 2 tons

Partially opposable thumbs; small head on long neck

Plateosaurus was the prototypical prosauropod–the sub-order of small-to-medium sized, four-legged herbivorous dinosaurs closely related to the giant sauropods of the later Jurassic and Cretaceous periods. Because so many of its fossils have been found, paleontologists believe Plateosaurus may have roamed the plains of late Triassic Europe in vast herds.

One feature of Plateosaurus that has caused raised eyebrows among paleontologists is the partially opposable thumbs on its front hands. We shouldn’t take this to indicate that this (fairly dumb) dinosaur was well on its way to evolving fully opposable thumbs, which are believed to have been one of the necessary precursors of human intelligence.
Rather, it’s likely that this feature evolved in order to enable Plateosaurus to grasp the leaves or small branches of trees, and wouldn’t have developed any further over time.

°
Plateosaurus engelhardti
°
Plateosaurus engelhardti
Dinosaur Cast
°
Group: Dinosauria – Sauropodomorpha
Original Specimen Location: Stuttgart
Specimen Number: SMNH 13200
Age: Late Triassic
Where Found: Trossingen, Germany
Date Found: 1932
Size: 20ft
Original Material: 70%
Source: DINOLAB

Class: Sauropsida
Superorder: Dinosauria
Order: Saurischia
Suborder: Sauropodomorpha
Infraorder: Prosauropoda
Family: Plateosauridae
Genus: Plateosaurus

Plateosaurus was an early sauropod dinosaur, and (once  considered ) one of the earliest specimens named in all of dinosauria. It was a   ‘forerunner’, in that it had many primitive characteristics which would later be refined by its descendents. It was a stocky biped, and balanced a long neck with an equally long tail. The heavy, narrow skull was lined with leaf-shaped teeth, ideal for herbivorous grazing. There was a spiked thumb on each hand, which would have been used for defence or stripping vegetation from plants. Superficially, Plateosaurus resembles a long-necked ornithopod, although the phylogenetics of such a relationship have yet to be understood.

Type Species: Plateosaurus engelhardti

Von Meyer, H. (1837). Mitteilung an Prof. Bronn (Plateosaurus engelhardti). Neues Jahrbuch für Geologie und Paläontologie Vol. 316.

Locality: Nuremberg, Germany.

Scientific Resources:

Gunga, H-C; Suthau, T; Bellmann, A; Friedrich, A; Schwanebeck, T; Stoinski, S; Tirppel, T; and Hellwich, O. (2007). Body mass estimations for Plateosaurus engelhardti using laser scanning and 3D reconstruction methods. Naturwissenschaften, Vol. 94, No. 8, pp. 623-630.

Klein, N. (2004). Bone histology and growth of the prosauropod dinosaur Plateosaurus engelhardti MEYER, 1837 from the Norian bonebeds of Trossingen (Germany) and Frick (Switzerland).Universitaet Bonn, Faculty of Mathematics and Sciences Dissertations, 2004.

Sander, PM. (1992). The Norian Plateosaurus bonebeds of central Europe and their taphonomy. Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology, Vol. 93, No. 3-4, pp. 255-299.

°
Plateosaurus, or “flat lizard”, evolved in the Late Triassic and lived through to the Early Jurassic period. It was a forerunner ( tho!ug not an ancestor ) of the first giant dinosaur herbivores, growing to around 9 metres long and 3-4 metres high. It had a long tail, long hind limbs, and a small head at the end of a fairly long neck. The teeth were leaf-shaped and the jaws beak-like. Although it walked on four legs, palaeontologists believe it could rear up on its hind legs and use its powerful clawed hands to pull in succulent branches.
Many fossils of these dinosaurs have been found throughout Europe and several species have been identified. The abundance of Plateosaurus fossils at some localities has prompted the suggestion that they lived in herds and even that they migrated to avoid seasonal droughts.
Plateosaurus belonged to a group known as the prosauropods( a nomen dubium ? )  and was a relative – though not an ancestor – of the gigantic sauropods of the Jurassic and Cretaceous. Plateosaurus and the other prosauropods were the first dinosaur group to feed exclusively on vegetation and were the first animals on Earth to evolve the ability to feed on relatively high vegetation. Until their appearance all herbivores had been squat, short-necked animals incapable of reaching high foliage.
°
PLATEOSAURUS   von Meyer ,1837
Een in Europa gevonden prosauropode dinosaurus van zo’n 6-8 meter lengte. Hij leefde in de late Trias ongeveer 220 mjg. Er zijn bijna 100 skeletten van deze dinosaurus gevonden waarvan enkele compleet. Er zijn resten bekend uit Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Zweden.
Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 1X1m
‘Plat reptiel’
Dinosauria
Saurischia
Sauropodomorpha
Prosauropoda
Plateosauridae

Norian 220.7 - 209.6 mjg

(Naturalis)

°

http://www.whatsontianjin.com/news-209-new-dinosaur-species-found-in-argentina-is-missing-link-of-dinosaur-evolution.html

http://jurassicjourneys.net/?p=991

°

SEITAAD RUESSI 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Seitaad

°

UNAYSAURUS

http://en.wikipedia.org/wiki/Unaysaurus

°

°

°

http://en.wikipedia.org/wiki/Leonerasaurus

VULCANODON

Inguanodon & Co

 

Iguanodon orientalis

Iguanodon means “Iguana tooth”.It is classified as: ORNITHOPODA; Iguanodontia; Iguanodontidae
Early Cretaceous (Aptian), Barum Bayan Formation
Discovered in the Gobi Desert, Southwestern Mongolian Peoples’ Republic.
Iguanodon orientalis from Mongoliais very similar to iguanodonts from Europe (below) except for its huge, bulbous ‘nose.’This hollow structure may have been used as a resonating chamber for making ‘dinosaur music or mating calls.
Its hands had four fingers and a spike-like thumb, which it may have used to defend itself.
Its teeth are reminiscent of those in hypsilophodonts, flattened side to side, and leaf-shaped. They probably sliced up plant material like a pair of scissors.

Because of the large number of skeletons of these dinosaurs frequently found together and evidence from fossil track ways, palaeontologists think they may have formed herds. Their remains are most often found in sediments deposited in swampy, lake and river edge environments suggesting that is the place they spent most of their time munching on horsetails (like the living Equisetum), ferns, cycads and various kinds of conifers.

Iguanodon sp. skeletoncast replica.Early Cretaceous
Molded from the original discovered in Alashanqi, Neimenggu

 

 

 

 

 

PROBACTROSAURUS gobiensis skeleton

“Before the Bactrian reptile”
Probactrosaurus is classified as: ORNITHOPODA; Iguanodontia; Iguanodontidae
It’s fossils have been found in the Early Cretaceous (Aptian-Albian) sediments.
Discovered in the Alashan Desert, Inner Mongolia, China.

 

Europese inguanodont

 

 

 

 

Tenontosaurus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedkundig en cultuurhistorisch belang   ;

http://www.geol.umd.edu/~tholtz/G104/lectures/104hist.html 

* Inguanodon  is de tweede  “officieele” dino  vondst  uit de geschiedenis  en  komt op naam van Dr. Gideon and Mary Ann Mantell: …

Het gebeurde allemaal  in de  Weald regio van zuid-oost  Engeland en  de   inguanodon vondst  betrof    tanden  …De tanden zijn   bladvormig  , wat doet denken aan de extante   Iguana een  voornamelijk harbivoor reptiel .. Daarom noemden de Mantells het  fossiel  Iguanodon (“iguana tand”)

  • Formeel beschreven   in 1825

Bestand:Mantell's Iguanodon teeth.jpg

Enkele exemplaren van de tanden, zoals getoond door Mantells publicatie van 1825, met onderaan ter vergelijking leguanentanden

  • het dier werd gereconstrueerd als een immense versie van  iguana hagedis

 

 

 

 

 

(helemaal rechts   :   “L’équipe de Louis Dollo ” bij de reconstructie van een   Iguanodon in 1880, in de   chapelle Saint-Georges.
De beenderen waren met koorden  opgehangen aan een stelling  . De lengte van de koorden kon  door knopen  worden veranderd  , om zodoende de  “beste natuurlijke“(?) posities  te vinden  Verschillende  beenderen  bevatten meer dan een kilo  pyriet .
Om vervormingen  na de verwijdering van het pyriet te vermijden  werden ze in een  bad schrijnwerkers-houtlijm gedoopt  .

De eerste opstelling van een iguanodon op twee poten werd uitgevoerd door L. De Pauw onder de leiding van L. Dollo.

Volgens deze laatste waren iguanodons tweevoeters;het skelet van een kangoeroe (de staart) en van een struisvogel (het bekken en de achterpoten) stonden model.  In rusttoestand  lag de staart als steun op de grond en bij het lopen werd hij opgelicht als tegengewicht voor de rest van het lichaam.Nu wordt meestal aangenomen dat bij het stappen de vier poten gebruikt werden, bij het rennen de twee achterpoten.)

In 1841, gaf  Sir Richard Owen  een  publieke lezing  over de tot dan toe in  ontdekte zuid engelse reptielen  ….  Hij concludeerde  dat  Megalosaurus ,( de allerseerste  dino die werd  ontdekt en beschreven in 1824  door Reverend William Buckland:  ) IIguanodon , and Hylaeosaurus (eveneens ontdekt door het Mantell’ echtpaar  ) een aparte groep vormden  … Hij stelde de naam  Dinosauria (“verschrikkelijke grote hagedissen “) voor  …

Eind maart 1878  komt dan de belangrijke ontdekking in  BERNISSART

Nog steeds is deze vindplaats en vondst  belangrijk  ..Bernissart  werd beroemd  door de  fossiele  rijkdom die werd ontdekt  tussen  1878 en 1884 in de steenkoolmijn charbonnage Sainte-Barbe: Men ontdekte in Bernissart   29 komplete inguanodon  skeletten , 2 krokodillen, l fragment van een insekt  , tientallen coprolieten en duizenden  planten fragmenten .De fossielen van Bernissart  werden gevonden  in zwarte kleilagen  die met “wealdenian” noemt ( naar de lagen in  Zuid -Engeland )

http://gigadino.pagesperso-orange.fr/images_dossiers/bernissart3.JPG
Extraction “d’argiles wéaldiennes  ”   dichtbij   Bernissart

 

De eerste   door Dollo   opgestelde  inguanodon werd onmiddelijk  tentoongesteld  op de binnenkoer  van de mijn van Bernissart         De eerste  inguanodon in Brussel  dateert van 1883

De geleerden uit die tijd  maakten hun reconstructies op basis van struisvogel en kangoeroe voorbeelden -modellen    ; zodoende  verzonnen  ze gedeeltelijk  een  bipedale positie voor de inguanodons . Maar deze  houding is fout gebleken …Toch worden  (om historische redenen ) nog veel van die belangrijke  vondsten nog steeds in die  houding tentoongesteld  ….

http://gigadino.pagesperso-orange.fr/images_dossiers/bernissart5.JPG

http://gigadino.pagesperso-orange.fr/images_dossiers/bernissart10.JPG

*  Over de ontdekking van mijnwerker Jules Créteur liet de goegemeente zich aanvankelijk slechts schertsend uit.

     Achterkant van een belgisch  50 centimes muntstukje  met de beeltenis van  Jules Créteur , geslagen in de jaren  1950  

Hij zelf hoopte dat zijn vondst een fossiele boomstronk gevuld met goud betrof zodat hij het mijnwerkersplunje voor eens en altijd aan de wilgen kon hangen.
Onderzoek bevestigde dat Créteur 322m onder de grond van Bernissart, een spreekwoordelijk door God vergeten dorp op de grens met Noord-Frankrijk, 17km ten westen van Bergen, op een fossiel bot was gestuit.

Hij bleek achteraf  de enige geweest te zijn die zich vragen bij het bot had gesteld (of erbij weggedroomd was): zijn collega’s hadden zich reeds door een compleet skelet gewerkt.

De vondst leverde hem geen goud op (het bot bevatte pitriet, een geelachtig mineraal gelijkend op goud), maar wereldwijde bekendheid.

Jules Créteur was in het zog terechtgekomen van een kudde prehistorische dieren die in de wereld haar evenknie niet kende.
Wetenschappers zetten reconstructies op waaruit bleek dat de reusachtige dieren omstreeks 130 miljoen jaar geleden aan hun einde waren gekomen.

Hoogstwaarschijnlijk waren ze overvallen door een storm met ongekende kracht waarvoor ze begrijpelijk maar nodeloos op de vlucht waren geslagen: de iguanodons werden verrast door grondverzakkingen en kolkende rivieren die misschien ook  het gevolg van het noodweer waren.
De reuzenhagedissen stortten de diepte in, braken in hun val de beenderen en botten van hun vijf ton zware lijven en werden begraven in een vaalgrijze sarcofaag gevonden in  een samengeperste kleilaag  ingebed in een  steenkoolgordel  die van Mons overLa Louvière naar Luik liep

Glazen kooi
’s Lands begaafdste eminentie inzake geologie en paleontologie, Louis De Pauw, die in 1860 te Lier het grootste skelet van een ‘Belgische’ mammoet had opgedolven, werd uitgenodigd om in Bernissart voor opheldering te zorgen.

Onder zijn toedoen kwamen naast beschrijvingen, nog eens 28 geraamtes aan de oppervlakte.
Het Museum van Natuurwetenschappen te Brussel legde onmiddellijk beslag op de complete vondst, het gemor in Bernissart ten spijt.

In Brussel werden ze opgenomen in de collecties van het KBNI  en op verschillende  manieren  opgesteld

 

 

 

uiteindelijk  werden ze  ondergebracht in de nieuwe galerij der dinosauriers in 2007

Mocht de eerste gereconstrueerde iguanodon in 1883 in het Hof vanNassau te Brussel in een glazen kooi plaatsnemen , in Bernissart zetten de bewoners een hartverscheurend klaaglied in, La complainte de l’iguanodon.
In 1972 kreeg de gemeente één exemplaar terug dat in een museum met te laag plafond op halve hoogte werd tentoongesteld.
Het lang beloofde museum kwam er dertig jaar later, in 2002.


De opening van het museum was meteen de inleiding van een reeks nieuwe opgravingen. Daar er drie dieren per are zijn gevonden, hopen de onderzoekers nu veel meer iguanodons op te graven. Optimisten rekenen zelfs op dertig exemplaren. De huidige politici schelen overigens in niets met hun 19de-eeuwse collega’s: velen waren toen gewonnen voor de verkoop van de gouden monsters van Jules Créteur om een eenmalige belastingverlaging (voor de rijken) door te voeren. Begrotingstrucs zijn de monstres sacrés van alle tijden.

De Inguanodons  van Bernissart  zijn de  allereerst ontdekte komplete  en gearticuleerde  dinosaurusvondsten ter wereld  . Ook vandaag nog  zorgt hun exellente conservatiestatus ervoor  dat ze nog steeds worden beschouwd als relevant referentie en onderzoek materiaal voor paleontologen over de hele wereld  ..

een van de bernissart inguanodons  uitgeleend aan het museum van Madrid 
http://gigadino.pagesperso-orange.fr/bernissart.html

inguanodon

“Met de tand van een leguaan”

Gewicht: ongeveer 4,5 ton Houding: Zowel tweevoeter als viervoeter Voedsel: Herbivoor Vindplaatsen Azië, Noord-Amerika en Europa Bijzonderheden: zijn twee duimen in de vorm van een puntige kegelLengte: tot 10mHoogte: staand op de achter poten: 5m                                          Tijdperk: 110 – 130 miljoen jaar geleden (Vroeg Krijt)

De wetenschap weet veel over de inguanodontidae  Van inguanodon zelf   zijn in 120 miljoen jaar oude rotsen in Europa en Azië duizenden fossielen gevonden Soms is zo’n skelet in z’n geheel bewaard gebleven. Ook in Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en Australië zijn er resten van Iguanodonachtige dinosaurussen gevonden

Inguanodon  had geen voortanden    Waarom niet? Het voorste stuk van z’n kaak had de vorm van een harde snavel. Daarmee kon hij geen vlees snijden en  eten, maar waarschijnlijk kon het dier  wel bladeren en stengels afrukken.

Z’n kiezen verraden hem .De Iguanodon had brede, platte kiezen net als andere planteneters. Met wat weweten over de snavelvormige bek, kunnen we aannemen dat de Iguanodon planten heeft gegeten en geen vlees.

‘Handige handen’  Omdat de dinosaurus  op z’n achterpoten liep, had hij z’n voorpoten vrij voor anderedingen. De Iguanodon had hoefvormige tenen, waar hij op kon leunen bij het eten. De kleine teen zat apart, zodat hij daarmee zijn voedsel beet kon pakken. Zijn grote teen leek wel een beitel. Hiermee kon hij zich verdedigen tegen z’n vijanden ?  .

Schubben    De weke delen van een dier, zoals z’n huid fossilifieren bijna nooit , omdat ze te snel wegrotten. In een paar gevallen is de structuur van de dinosaurushuid in het gesteente afgedrukt; dan kunnen we zien dat het dier een geschubde, taaie huid heeft gehad.Maar we weten(nog)  niets over de kleur van de huid, ook niet of hij gevlekt of gestreept was.

Kon hij goed zien en horen?Aan de stukken van de schedel van de dinosaurus kunnen we zien hoe de vorm van zijn kop is geweest. Naar de zachte delen zoals de ogen, de oren en de neusgaten moeten we maar raden. We weten ook niet of de Iguanodon goed kon horen en zien. Omdat er zoveel fossielen bewaard zijn gebleven, weten we dat er heel veel van deze dieren geweest zijn.

De omvang van zijn hersenen     We kunnen wel raden hoe groot de hersenen van een dinosaurus geweest zijn als we de ‘holte’ in zijn versteende schedel bekijken. Net als bij de tegenwoordige reptielen zijn de hersenen van de Iguanodon en zijn soortgenoten klein in vergelijking met hun enorme lijven. We kunnen alleen niet peilen hoe slim ze waren

Twee of vier poten       Al zijn er nog zoveel versteende resten van de Iguanodon gevonden, toch kunnen de geleerden het er niet over eens worden of de dinosaurus op twee of op vier poten heeft gelopen. Waarschijnlijk liep hij op zijn achterpoten, maar af en toe bukte hij zich misschien om op vier poten te kunnen grazen. Dat doet een kangoeroe ook.

Een kolossaal lijf ?                 Om in leven te blijven moest de Iguanodon enorme hoeveelheden planten eten. Hij moet dus een geweldig grote maag en buik hebben gehad om al dat voedsel te verteren. Sommige plantenetende dinosaurussen hebben waarschijnlijk steentjes mee ingeslikt om het voedsel in hun maag fijn te kunnen maken.

Het gemak van de staart      Bij alle dinosaurussen is de staart ongeveer hetzelfde. De Iguanodon kon met zijn staart van alles doen – net als met de rest van zijn lijf. Als hij hard wilde lopen tilde hij zijn staart van de grond op; ook kon hij er zijn evenwicht mee bewaren. Als hij tegen een boom leunde om de bladeren te eten ging hij er ook wel op ‘zitten’.

 

de juiste  manier waarop  het dier zich bewoog  …..word gedemonstreert in dit stuk speelgoed

inguanodon skelet   in de  foute  opstelling  zoals die gebruikelijk was eind 19de begin xx eeuw  …deze “kangoeroe ” opstelling  maakte het noodzakelijk  de  manier  waarop  de staart werd gedragen ,te breken  

 

 

 

 

 

 

 

 


Inguanodon bernissartensis

Bestand:Iguanodon bernissartensis skull.JPG

Iguanodon bernissartensis  Een afgietsel van de schedel; het brokkelige en beschadigde oppervlak is een gevolg van de “pyrietziekte”

Museum / Brussel De sterren van  het Museum van het   Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen blijven de iguanodons (Iguanodon bernissartensis), die werden gevonden in een mijnschacht in het Belgische dorp Bernissart.

 

 

Inguanodon  van Bernissart
Iguanodon heeft enkele  kernmerken die  ook bij andere inguanodontiae voorkomen  ;diamantvormige  maar asymetrische   tanden die  staan geordend in een tandboog , een dolkachtige “duim ” ,.Deze  dino bezat  ,als volwasssen dier, realtief lange sterke voorpoten . wat erop wijst dat ze het grootste deel van hun wakkere tijd  op vier poten rondliepen

Het mag de belangrijkste dinosaurusvondst ter wereld worden genoemd door de uitzonderlijke volledigheid van de skeletten én het grote aantal individuen dat werd gevonden.

http://www.natuurwetenschappen.be/museum

in de vernieuwde zaal der dinosaurussen /

….maar nog steeds in de “kangoeroe” houding

De collectie van het Museum voor Natuurwetenschappen ( Brussel ) (KMNIB is uniek in de wereld.   In 1878, het jaar waarin de “kudde” iguanodons werd ontdekt in de ondergrond van het steenkoolbekken van Bergen, kregen wetenschappers voor het eerst zulke volledige en goed bewaarde skeletten in handen.  Van de 30 skeletten van fossiele iguanodons ontdekt in de koolmijn van Bernissart, werden er in een vitrine in Brussel  enkele in rechtopstaande positie tentoongesteld, naast andere exemplaren in de positie zoals ze werden gevonden  Zo’n 135 miljoen jaar geleden moet de soort bernissartensis hebben rondgedoold in een subtropisch deltagebied dat ook het westen van Henegouwen bestreek en dat destijds veel meer naar het zuiden gelegen was: op ongeveer 35° noorderbreedte.

Deze soort die behoort tot de orde van Ornithischia (dit zijn de dinosauriërs waarvan de heupbeenderen doen denken aan die van de huidige vogels) was rechtopstaand 5 meter hoog en 10 meter lang.

In de omgeving waren beslist predatoren aanwezig, maar de krachtige staart, scherpe tanden en lange duimsporen van de iguanodon zullen vast het nodige respect hebben afgedwongen. Hoe het komt dat een zo groot aantal exemplaren op dezelfde plaats werd aangetroffen, blijft een raadsel. Werden zij hier naartoe gedreven door een vijand? Misschien was de natuurlijke put waarin de kadavers zich in de loop der tijd opstapelden gewoon heel gunstig voor hun bewaring.

Reconstructie van een kudde in de juiste loophouding

Iguanodon  bernissartensis 

Iguanodontidae

Gemiddeld om de zeven weken wordt een  nieuwe dinosaurussoort ontdekt.

In 1878 deed men in een mijnschacht van Bernissart (Henegouwen) een ongelofelijke vondst: op  322 meter onder de grond ontdekten nietsvermoedende mijnwerkers toevallig een dertigtal skeletten van iguanodonten, een gigantische dinosauriërsoort. Een wereldprimeur: voor het eerst kon men een volledige reconstructie maken van een dinosauriër van dieomvang. Even uitzonderlijk was dat samen met de iguanodonten honderden andere  fossiele dieren en planten werden gevonden waardoor men ook meteen een idee kreeg van het leven inonze contreien tijdens de prehistorie. België moet toen een moerassig gebied zijngeweest met een warm  klimaat.

De iguanodonten werden voor het eerst aan het publiek getoond in 1882, toen het Natuurhistorisch museum nog gevestigd was in het toenmalige Paleis van Nassau aan het Koningsplein.
Een twintigtal jaar later kwamen ze terecht op de plaats waar ze nu nog altijd (én eindelijk opnieuw) in volle glorie te bewonderen zijn, in de speciaal voor hen gebouwde zaal, een ontwerp van architect Janlet. Een architectonische parel van 3000 m² met veel metaalwerk en glas, op zich al een bezoek waard.

   

   
“We hebben de ruimte zoveel mogelijk gereconstrueerd in haar oorspronkelijke staat, met restauratie van de originele monumentale trap en de balustrades, tot en met de vloeren toe.“,

zo vertelt Hugo Vandendries, hoofd van de educatieve dienst. Hij gidst met veel aanstekelijk enthousiasme door de gerenoveerde zaal die op dat ogenblik nog volop een bouwwerf was, maar wel al voldoende onthult om te zien dat de langdurige verbouwing het wachten meer dan waard was. “De verbouwingen zijn effectief begonnen in 2005, maar daarvoor was er al een team van experten bezig met het uitdenken van het nieuwe concept.”
De iguanodoncollectie, nog steeds uniek overigens, is ondergebracht in twee grote vitrines.
De eerste vitrine bevat de bekende rechtopstaande skeletten, negen in totaal waarvan er zeven een grondige facelift hebben gekregen.
De liggende, meer fragiele skeletten (elf in totaal) zijn te vinden in een tweede vitrine, onder de grond.

“Daarom heet het eerste deel van de expo ‘Onder onze voeten’. Je kan in gedimd licht naar  beneden gaan om de skeletten te bekijken, dat moet je het gevoel geven dat de mijnwerkers hadden toen ze op hun zoektocht naar steenkool op de iguanodonbeenderen stootten; Het grote voordeel van de nieuwe opstelling in deze twee vitrines is dat je alle delen van de anatomie van de dinosauriër vanaf een welbepaalde plaats van heel dichtbij kunt bekijken.” 

En inderdaad, eerst kijk je bijna letterlijk in het gebit van zo’n beestje, en op een ander, lager niveau in de zaal kan je  als het ware zijn vingerkootjes of ribben tellen.

“De iguanodonten werden van bij het begin op twee poten opgesteld, wat wetenschappelijk gezien niet fout maar ook niet helemaal correct was. Eigenlijk waren het viervoeters. Maar ze richtten zich wel regelmatig op om te eten bijvoorbeeld, of om zich te verdedigen. Hun volle lengte bedroeg dan ongeveer vijf meter!”

In het eerste deel van de tentoonstelling heeft men verder nog aandacht voor hoe een levend dier een fossiel is geworden en voor de inmiddels sterk ontwikkelde studie van de fossielen, de paleontologie.

In deel twee, ‘Levende dieren’, kom je op een interactieve manier heel wat te weten over de levenswijze van de dino’s: hoe ze liepen, communiceerden, zich verstopten, zich voortplantten…  Je krijgt er ook een beeld van de vele verschillende soorten dino’s die er waren.
Daarvoor heeft men een tiental skeletten (originelen of afgietsels) van over de hele wereld aangekocht.
De iguanodon krijgt dus voortaan het gezelschap van de werkelijk kolossale tyrannosaurus rex, een 27 meter lange diplodocus en de imponerende triceratops
Met de hulp van multimediale technieken lijken die prehistorische creaturen vaak letterlijk tot leven te komen. 

“De tijd van veel te lange saaie teksten op panelen is natuurlijk voorbij. We willen met onze ‘hernieuwde’ aanpak zoveel mogelijk mensen op verschillende niveaus aanspreken, van een kleuter die vooral zintuiglijk wil ervaren, tot een bezoeker die eerder op wetenschappelijke kennis uit is. We hebben geprobeerd om het geheel zo aantrekkelijk en interactief mogelijk te maken; zo kan je bijvoorbeeld een dansje doen met een pachycephalosaurus: via een projectie zal die gigantische dino al je bewegingen nabootsen, ongetwijfeld een hit bij kinderen.”

Gediplomeerd dinoloog
Deel drie, ‘Nog steeds bij ons?’, zoekt naar een verklaring voor het uitsterven van de dino’s, maar wil vooral duidelijk maken dat ze eigenlijk nog altijd onder ons zijn. 

“Vogels zijn de rechtstreekse afstammelingen van dinosauriërs; er zijn zelfs theorieën die zeggen dat vogels de dino’s van vandaag zijn. Sinds een tiental jaar heeft men meer en meer dino’s ontdekt met veren en zelfs vleugels. We hebben bij elke dino ook telkens een vogel geplaatst, zoals een struisvogel, om duidelijk te maken dat de verwantschap zeer groot is. Dat was vroeger ondenkbaar, het is pas door de evolutie van het onderzoek van de laatste jaren dat we dat nu met zekerheid kunnen stellen.”

Een volledig nieuw onderdeel is het paleoLAB, een ontdekkingsruimte waar ouders en kinderen zich tot paleontoloog kunnen ontpoppen: je kunt er fossielen opgraven en er dan afgietsels van maken, dinopoten aantrekken en nagaan welke sporen je zo achterlaat, dinotanden in de juiste kaken plaatsen of een levensgrote stegosaurus in mekaar puzzelen. 

“Ons publiek bestaat voor 50% uit scholen en voor 50% uit families of groepen. We droomden er allang van om dat gemengde publiek iets aan te bieden waardoor ze zelf aan de slag kunnen gaan. Er zullen ook animatoren zijn om wat te begeleiden, maar het is zo geconcipieerd dat je eigenlijk alles autonoom kan doen. In het eerste deel van de tentoonsteling, ‘Onder onze voeten’, zie je op een video professionele paleontologen aan het werk, en hier kan je wat je gezien hebt dus zelf eens proberen. In schoolverband kan men verschillende modules doorlopen om een gediplomeerd ‘dinoloog’ te worden, maar in familieverband is het wat vrijblijvender. We willen kinderen vooral prikkelen om zich spelenderwijs te verdiepen in de prehistorische tijd. Je kunt zelfs meerdere keren komen want we zullen regelmatig nieuwe activiteiten aanbieden.”
Bij het verlaten van de zaal geeft Hugo Vandendries nog mee dat ze er deze keer bewust voor hebben gekozen om geen dinorobots in de expo op te nemen. 

“Enkele jaren geleden hadden we een special op poten gezet, ‘Dinos en co’, die toen grotendeels was gewijd aan de namaakdino’s, zoals ze bekend zijn geworden door de film Jurassic Park van Steven Spielberg. Maar weet je, de authentieken spreken toch meer tot de verbeelding; het is opmerkelijk dat deze beesten jong en oud zo sterk blijven fascineren. Ik denk dat de verklaring onder meer te vinden is in het feit dat ze niet meer leven, en dat je dus grotendeels kunt fantaseren hoe ze moeten hebben geleefd. En natuurlijk ook het feit dat ze zo reusachtig groot en sterk waren, en dan toch ineens – bij wijze van spreken – hebben opgehouden te bestaan; het is en blijft voor een deel altijd een mysterie.”

Iguanodon bernissartensis        http://www.rescast.com/specimens/show_specimen.php?SpecimenID=41

http://www.senckenberg.de/images/content/museum/daueraustellungen/dinos/iguanodon.jpg 

Musea met  fossielen 

http://www.fossiel.net/informatie/musea.php

De volgende informatie over  fossielen is (op de  site  van fossielnet )beschikbaar:

Naast de skeletten van de Iguanodons staan in het KBIN   ook afgietsels van originele skeletten van andere dinosauriërs in de galerij, zoals de  

Stegosaurus

Stegosauridae Stegosaurinae

Maiasaurus
Maiasaura

Tyrannosaurus rex

Tyrannosauridae   Tyrannosaurinae   Tyrannosauroidea

Diplodocus
Diplodocidae   Diplodocoidea   

Pachycephalosaurus               
Pachycephalosauria

SPINOSAURS

Baryonyx

 

 


Baryonyx walkeri is een bijzondere vleesetende dinosauriër uit wat tegenwoordig Groot-Brittannië heet, stammend uit de periode van het vroege Krijt.Hij werd in 1983 ontdekt en in 1986

beschreven.Uiterlijk …. Het ongeveer twaalf meter lange dier heeft de kenmerkende bouw van de Theropoda maar veel langere armen. Deze dragen aan de duim een grote klauw van ongeveer 30 centimeter lang. De nek en schedel zijn ook afwijkend van de andere theropoden. Ten eerste staat de nek niet in een S-vorm zoals bij veel andere theropoden.

Ten tweede lijkt de 1.20 m lange schedel op die van een krokodil en heeft hij rechte, kegelvormige, tanden. De stijve staart en wat langere kop zijn ook kenmerken voor de Baryonyx.
De staart was (werd verondersteld ) voornamelijk om het evenwicht te bewaren als dit dier voorover gebogen stond om vissen te vangen, het hoogste punt is dan ook de 2,5 m hoge heup.
<p> <P/>
CT scan van een hagedis schedelNIEUWE TECHNIEKEN :
Modern Paleontology =CT scans & reconstruction by computer

Baryonyx jaw

This image shows the results of the CT scan reconstruction. The Baryonyx snout bone is transparent brown. This shows us that the teeth (yellow) had extremely deep roots and that Baryonyx had independently evolved a bony palate (the pink structure), also seen in crocodilians — another feature that makes this dinosaur even more ‘crocodile-like’. (Credit: Emily Rayfield)

http://www.sciencedaily.com/releases/2008/01/080113212741.htm

 

baryonyx-tmk.avi (1.3 MB) <–klik  voor video fragment 

 

  
   
           
Not many actual Spinosaurus bones have been found, so the British-found Baryonyx fossil remains were used, along with other more stylised dinosaur body parts, as templates for the skeleton building .Baryonyx is intriguing because it’s the most complete spinosaur skeleton ever found and so has been really important to recent research on these fish-eating dinosaurs. And Baryonyx was the first-known dinosaur to like eating fish.
 
Spinosaurus
  
Spinosaurus (meaning thorn lizard) giant.
At 17 metres, possibly the biggest killer ever to walk the earth, this beast dominated the first episode of the Planet’s Dinosaur history.
NHM (uk)
Natural History Museum

NHM (uk)
Natural History Museum

Spinosaurus aegyptiacus

was een vleesetende dinosauriër uit het midden van het Krijt, een theropode uit de groep van de Spinosauroidea, een onderverdeling van de Tetanurae. Spinosaurus behoort per definitie tot de Spinosauridae en de Spinosaurinae.

De fragmentarische fossiele resten werden in 1912 in Egypte gevonden door de Duitse verzamelaar Markgraf en in 1915 beschreven door de Duitse paleontoloog Ernst Stromer. Zij zijn in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan tijdens een bombardement op München.

Hoewel we geen compleet beeld hebben van dit dier, maken de bekende gegevens het om drie redenen opmerkelijk:

  • Spinosaurus heeft, net de andere leden van Spinosauridae zoals Baryonyx en Suchomimus, een langwerpige schedel met kegelvormige tanden die sterk op die van krokodil gelijkt. Er wordt verondersteld dat het dier dus net als een krokodil van vis leefde. De conische tanden, die gespecialiseerd zijn in het vasthouden – en niet het verwonden -van de prooi, wijzen er in ieder geval op dat hij joeg op vrij kleine dieren.
  • Spinosaurus bezat enorm lange doornuitsteeksels (spinae) op de ruggenwervels waar het dier ook naar genoemd is. Meestal wordt aangenomen dat die een hoog zeil droegen, mogelijkerwijze voor een verbeterde afkoeling in het extreem hete klimaat dat in die periode in Afrika heerste.
  • Spinosaurus was gigantisch en verreweg de grootste bekende theropode. Hoe groot precies is zeer omstreden. Het in 1915 beschreven fragmentarische skelet bestond uit voornamelijk uit ruggenwervels en een kaakfragment. Uit de wervels kan men door vergelijking met Baryonyx de lengte schatten. Gregory S. Paul kwam in 1988 in zijn Predatory Dinosaurs of the World tot een schatting van vijftien meter. Omdat hij aannam dat Spinosaurus een stuk eleganter gebouwd was en een relatief langere staart bezat dan Tyrannosaurus, schatte hij het gewicht losjes op zo’n vijf ton. Latere nauwkeuriger analyses toonden aan dat de lengte zo’n zestien meter moet hebben bedragen — anderhalf keer langer dan Sue, het grootste tentoongestelde skelet van Tyrannosaurus rex— en het gewicht eerder tegen de negen ton lag. Deze spinosaurus was echter nog niet volgroeid. Het kaakfragment dat erbij gevonden werd, duidt op een schedellengte van een kleine anderhalve meter. De laatste jaren werden er illegaal opgedolven fragmenten uit Noord-Afrika naar de VS gesmokkeld. Een daarvan is het kaakfragment MSNM V4047. Een publicatie uit 2006 van Dal Sasso komt tot een schatting van 1,75 meter voor de schedellengte. Combineren we dit met de schedel van het holotype dan krijgen we dus een spinosaurus van negentien meter lang en een gewicht van vijftien ton. Zo’n exemplaar zou een rughoogte hebben van een kleine zes meter, bekroond met een zeil van ruim twee meter hoog. Hij zou 150 kg vis per dag hebben moeten eten om in zijn energiebehoefte te voorzien. Dal Sasso onthield zich van zo’n extrapolatie, hield rekening met de mogelijkheid dat Stromer resten van twee individuen gevonden had en combineerde de schedellengte met de verhoudingen bij Suchomimus, wat de schatting weer terugbracht tot een voorzichtiger zeventien meter. Er is een zich in particuliere hand bevindend schedelfragment bekend dat een eerste analyse op een 2,5 meter lange schedel vond wijzen. Mocht dit correct zijn dan moet de lengte nog eens met anderhalf en het gewicht met drie vermenigvuldigd worden: bij de hoge schatting leidt dit tot een dier van een 27 meter lengte met een gewicht van ruim veertig ton!

 
January 11, 2012

Revisiting the Fisher King

by Scott Hartman
 
 
 
 

Spinosaurus is probably the longest theropod we know of, and may have been the heaviest as well. Yet counter-intuitively it shows specialization for piscivory

Tongue firmly out of cheek now, Spinosaurushas lit up imaginations partially due to its size, but also because there was so much you had to imagine to try and reconstruct the animal.

Until the last decade or two it was sort of a theropod Rorschach test where you could project any sort of oversized monster theropod onto its scant (and now lost) remains.
This brings a thrilling “Sherlock Holmes” quality when trying to imagine the living animal, but for most of the last century serious attempts to reconstruct Spinosaurus have been more frustrating than titillating.Darren Naish has an excellent write up of the history (and tragedy) of the type specimen of Spinosaurus, which I won’t duplicate here. The long and short of it is that WWII claimed the fossils as another victim of the conflict. The already-meager remains lost, paleontologists were stuck with the original description and some somewhat uninspired sketches as the only link to the past.A series of fortunate events occurred in the latter half of the 20th century that allowed for a more accurate interpretation of Spinosaurus to emerge.
For one, other spinosaurids were found.
Baryonyx from the U.K.,
and Nigerian Suchomimus, started to paint a more complete picture of what these animals were like.
They had bizarrely long snouts that seemed to resemble a gharial as much as a traditional theropod.
Suchomimus even had a smaller version of the enlarged neural spines on the back:

The amusingly-named Irritator from South America further clarified the relationships and anatomy of spinosaurids. But the real breakthrough was the re-discovery of several photographic plates of the original material.

While Spinosaurus wasn’t the most complete specimen, having photographs at least made it possible to ensure that what was found is incorporated accurately into a reconstruction.

Among other details, the image also shows what had been the basis of attempts to restore the shape of the elongate sail or hump on the back: Stromer’s original interpretation for the position of the elongated neural spines.

In particular, notice that the tallest one is set directly in front of the sacrum here, while the only associated tail vertebra (at the far left of the picture) has a very short spine. That has lead most people to infer that the spine started quickly after the neck, grew to ridiculous heights over the pelvis, and then quickly dropped off again.
Indeed, this is the interpretation that I used in my first attempt, and has been widely seen in such disparate and reputable scientific endeavors as Jurassic Park 3, the Carnegie Collection of “museum quality replicas”, and Greg Paul’s reconstruction in his Princeton Field Guide to Dinosaurs.
I had been concerned with Stromer’s original interpretation for the placement of the tallest neural spinse – no vertebral body (centrum) was preserved, but the change in the angle of the spine seemed pretty extreme compared to the previous dorsals, especially right in front of the sacrum.
My solution was to assume it was a sacral neural spine.
This largely preserved the traditional appearance of the “sail”, but provided a bit of breathing room for the change in orientation

Luckily for us, Andre Cau and Jamie Headden were busy mulling over this specific issue, and came to a much more likely conclusion, that the backward-oriented neural spine was actually an anterior caudal. Looking at a host of dinosaurs with elongate neural spines, they noted that in general you never seen backward-canted spines in front of the hips, you always see them after it.

There is a bit more detailto the argument (which I encourage you to read on their blogs), but in essence they make a very compelling case.I made some other corrections from my previous attempt – there had been some scaling issues with the neck vertebrae that had given my reconstruction a thinner Baryonyx-like profile in the neck.
Also, it appears that the necks of these animal don’t have as much of the traditional theropod S-curve, so that was changed as well (although I still don’t buy the extreme hang-dog look that Greg Paul has started to restore his spinosaurs with).

The results are a stockier animal, with a more elongate sail (or hump):

Looking at the rigorous reconstruction, it’s clear that there’s still quite a bit of uncertainty in the skeleton, although not all of the missing parts are created equal. Much of the pelvic girdle is known from Irritator, as is the back of the skull.

Also, some unpublished specimens shed light on this, even if they aren’t documented well enough to be official parts of the reconstruction.
Still, there’s a bit of ambiguity about the exact limb proportions, the length of the tail, and the exact shape of the sail.

Carcharodontosauridae

Carcharodontosauridae zijn nog het best van al te omschrijven als landhaaien … het waren in hun tijd top predatoren :ze behoorden tot de meest efficiente moordmachines op land , die ooit evolutionair zijn ontwikkeld

stamboom <–

Carcharodontosauridae

Acrocanthosaurus     http://nl.wikipedia.org/wiki/Acrocanthosaurus

dc card acroc big Acrocanthosaurus

Acrocanthosaurus Skull e1286031149657 Acrocanthosaurus
An Acrocanthosaurus’ skull

Stovall & Langston, 1950


Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 2X2m
‘Boven gestekelde hagedis’
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Tetanurae
Carnosauria
Allosauridae

 

Aptian-Albian 121-98.9 mjg

North Carolina Museum of Natural Sciences

 J. Arts

Acrocantosaurus behoort tot de familie Allosauridae en dat is niet zo verwonderlijk want als je je een beeld wilt vormen van hem dan moet je je gewoon een Allosaurus voorstellen met over zijn nek en rug een 35 tot 50 cm lang zeil. Zijn zeil was dus beslist niet zo groot als van Spinosaurus. Hij leefde in de vroege Krijtperiode zo’n 120 mjg. Hij werd ongeveer 13 meter lang


 

Carcharodontosaurus   

Restanten van Carcharodontosaurussen  werden  opgegraven in Egypte en Marokko, maar de Nigeriaanse fossielen wijken zo af van de eerder beschreven soorten dat het volgens Brusatte echt om een nieuwe soort gaat. Die moet zo’n 95 miljoen jaar geleden over de aarde hebben rondgestapt.

http://archive.southcoasttoday.com/daily/05-96/05-17-96/1adino.htm

Photo by The Associated Press
University of Chicago paleontologist Paul Sereno walks behind a model of a 5-foot-long Carcharodontosaurus skull his team discovered in the Moroccan Sahara along with the fossils of an unknown dinosaur. With a brain about 1/15 the size of man’s, Carcharodontosaurus was similar to the T-Rex but hungrily roamed around about 25 million years earlier


In diezelfde tijd liepen er meer grote vleesetende dino’s in de Sahara rond: de Spinosaurus bijvoorbeeld, een achtien meter lange vleesmachine, en de Abelisaurus (Abelisauridae /Abelisauroidea. )Die laatste mat van kop tot staart negen meter: een onderdeurtje, vergeleken met Spinosaurus ….

Sluit dit venster

Bovenkaak van Spinosaurus, een achtien meter lange vleesmachine.

Carcharodontosaurus /Stromer, 1931

Deze dino heeft zaagachtige tanden, die sterk lijken op de witte haai of op de tanden van de mensenhaai.

De kartels van de tanden van de Carchardontosaurus vertonen grote gelijkenissen met de tanden van een haai.

Fossils from “Taouz” region of the Sahara Desert, Morocco/Carcharodontosaurus by the great TODD MARSHALL.http://www.paleodirect.com/dt211.htm

Deze enorme dinosaurus dankt zijn naam aan zijn dodelijke tanden

Deze enorme theropode dinosaurus is in het jaar 1931 in Afrika ontdekt. Opmerkelijk was dat de kop van de Carcharodontosaurus behoorlijk smal was. Ook opmerkelijk was dat het achterlijf van deze dino hoger was dan het voorlijf: een diagnostisch kenmerk van een uitstekende jager. Ook de bovenbenen van deze dino waren indrukwekkend: de meest gespierde bovenbenen van alle (gevonden) dinosaurussen : die spieren staan garant voor snelheid en wendbaarheid

  • Hoogte: 4 meter,
  • Lengte: 11 meter,
  • Gewicht: 6 ton,
  • Kopgrootte: 1,6 meter.

Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 2X2m
‘Haaietand-reptiel’
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Tetanurae
Neotetanurae
Allosauridae
Charcharodontosauridae

 

Aptian-Cenomanian 121 - 93.5 mjg

Een van de zeer grote vleesetende dinosaurussen, zijn schedel had een lengte van tussen de 1.53 en 1.60 meter en was daarmee van de orde van grootte van Tyrannosaurus en Giganotosaurus(ook een carchanodontosauride ) . Carcharodontosaurus Saharicus was (tot nu toe) de grootste theropode die in het huidige Afrifa leefde. Zijn resten zijn gevonden in Marokko, Egypte, Sudan, Niger en Algerije. Maar tot nu toe is er nog geen geheel sklelet van deze theropode dinosaurus gevonden. Daarom wordt zijn lengte ook geschat van 8 tot 15 meter. Hij leefde in de late Krijt-periode. Hieronder zie je de in 1995 in Marokko gevonden schedel.



© J. Arts


© J. Arts

Klik hierboven om te vergroten.

Bron: dinosauromorpha.de
Hier is een gereconstrueerde skelet van Carcharodontosaurus.

 

Carchadontosaurus iguidensis.

Student vindt nieuwe dino

Dec 12, ’07,

Een Britse student heeft een nieuw type vleesetende dino gevonden. Het is meteen een van de de grootste in zijn soort.

Carcharondontosaurus iguidensis heet het monster, en hij heeft een kop van bijna twee meter en tanden ‘zo groot als bananen’, aldus het persbericht.

Sluit dit venster

‘Tanden zo groot als bananen’, volgens het persbericht. Zo groot zijn ze nu ook weer niet: de zwartwitte blokjes bovenin zijn een centimeter breed. Minibanaantjes dus, die tanden van Carchadontosaurus iguidensis.

Steve Brusatte, een masterstudent aan de universiteit van Bristol, had de eer het beest als een nieuw type dinosaurus te herkennen. De fossielen van het dier werden in 1997 in Niger opgegraven door een team onder leiding van de beroemde dino-jager Paul Sereno.

Deze week beschrijven Sereno, Brusatte en collega’s de vondst in het tijdschrift Journal of Vertebrate Paleontology.

The enigmatic dino killing crocThe enigmatic dino killing croc

THE ENIGMATIC DINO KILLING CROC   (Collected by Neal )

The Echkar formation of Niger, which overlies the El Rhaz, has a unusual assemblage. Crocodilians diversified and even appear in terrestrial niches. The El Rhaz has the giant Sarcosuchus, but it appears to have occupied a familiar niche–aquatic ambush predator (or piscivorous or both). In contrast, the Echkar had the diminutive Anatosuchus, the ferocious Kaprosuchus, and Laganosuchus. What was responsible for this?

In part, it could’ve been due to the warm climate of Niger, in contrast to cooler climates of the Nemegt and Hell Creek, which were disadvantageous to ectotherms. The main reason, however, was the ascendancy of a single dominant theropod, and its ecological effects.
The Echkar has yielded Carcharodontosaurus iguidensis. At 14m and 3.2 tons, it was undoubtedly the top predator in its environment. Like other predatory giants, such as Acrocanthosaurus and T. rex, C. iguidensis may have been unable to coexist with other large theropods. The transition from the El Rhaz to the Echkar may have been similar to the transition from the Morrison to the Antlers, or the transition from the Dinosaur Park to the Hell Creek. In all these cases, a variety of predators gave way to a single dominant one. Whereas Allosaurus, Ceratosaurus and Torvosaurus coexisted in the Morrison, only one big hunter, Acrocanthosaurus, existed by the Albian in North America. Likewise, Eocarcharia and Krytops in the E Rhaz appear to have given way to one theropod giant, Carcharodontosaurus iguidensis, in the Cenomanian Echkar.
To understand what effect this may have had on crocodilians, Bakker noted evidence for resource partitioning in the Morrison. Only Allosaurus may have hunted dinosaurs regularly. In contrast, Torvosaurus appears to have eaten turtles and crocodilians. No doubt, it played a key role in suppressing crocodilian radiations. Only small, aquatic species had much chance of surviving the terrestrial hunter.
Like Allosaurus and Acrocanthosaurus, Carcharodontosaurus iguidensis was almost certainly a dinosaur hunter. By eliminating other theropods, which may have had the same niche as Torvosaurus, C. iguidensis apparently liberated crocodilian evolution. The dominance of a single theropod which specialized in eating sauropods may best explain why Kaprosuchus, in particular, was able to evolve.
Kaprosuchus was almost certainly a terrestrial ambush predator. It must have preyed on dinosaurs–perhaps small sauropods or ornithopods. Orbits which faced somewhat anteriorly bear witness to predatory habits while a keratinous shield in front of its snout suggest it leaped at its prey. Kaprosuchus also had three sets of tusk-like teeth, projecting above and below its skull. The size of the teeth reflect the need to kill quickly, due to ectothermy. As an ectotherm, Kaprosuchus did not have the energy for a prolonged gladiatorial battle with a dinosaur. Its modest (6m) size wasn’t the only problem.*
Dinosaur prey was endothermic therefore had much more energy than the croc. It was essential, therefore, to kill or fatally injure a dinosaur with the first bite. Very large teeth increased the likelihood of a decisive initial strike. The teeth could’ve quickly penetrated the skull of a low browser. Or, Kaprosuchus might’ve sunk its fangs into the underbelly of a sauropod, ripping it open and causing disembowelment.
*Kaprosuchus was only about 6m long because an ectotherm had no hope of outrunning endothermic dinosaurs so it had to lie in ambush; excessive size would’ve made hiding too difficult and may also have attracted the attention of C. iguidensis.

   

Eocarcharia       Kryptops palaios & Eocarcharia dinops

2008-02-15
Onderzoekers hebben in de Saharawoestijn in Niger resten gevonden van twee vleesetende dinosaurussen. De dieren leefden 110 miljoen jaar geleden tijdens het Krijttijdperk en leveren nieuwe informatie op over de vroege evolutie van deze soorten.Door Thea Swierstra
De dinosaurussen werden blootgelegd tijdens een expeditie onder leiding van paleontoloog Paul Sereno van de Amerikaanse University of Chicago in 2000, maar pas nu hebben de wetenschappers ze kunnen identificeren en er een naam op kunnen plakken
Familie:Abelisauridae
Het ene fossiel behoort toe aan de kortsnuitige Kryptops palaios , door de onderzoekers ook wel ‘old hidden face’ genoemd vanwege het eelt dat zowat zijn hele hoofd bedekte.
In zijn korte bek staken kleine tanden, waarmee de snelle tweebenige aaseter met gemak een karkas uiteenreet. Voor het pakken van levende prooien leenden de kleine kaken van het circa 7,60 meter grote beest zich minder.
De Eocarcharia dinops, het tweede dier dat is aangetroffen, is ongeveer van dezelfde lengte, dus even groot of zelfs groter dan de T-rex. Hij wordt ‘fierce-eyed dawn shark’ genoemd, omdat hij bijzonder bonkige wenkbrauwen en lemmetvormige tanden heeft.
Deze tanden waren uiterst geschikt om levende prooien uit te schakelen.
De nieuwe fossielen geven een blik op een vroeger moment in de evolutie van de vleeseters op het zuidelijke continent. Tot de vondst was er maar weinig bekend over de vroege ontwikkeling van deze dinosaurussen.
Alles wat je tegenkomt, is een prettige aanvulling op wat we al wisten, maar hiermee krijg je de vroege evolutie net iets scherper”, zegt Anne Schulp, paleontoloog van het Natuurhistorisch Museum in Maastricht.
Voor mensen die onderzoek doen naar de dinosaurussen op de zuidelijke continenten, is deze vondst alsof je een Neanderthaler van je eigen soort vindt”, zegt Steve Brusatte, een student van de Britse Bristol University, die deelnam aan het onderzoek.
“Dit zijn de eerste sporen van de twee belangrijkste vleesetende groepen die Afrika, Zuid-Amerika en India gedurende 50 miljoen jaar zouden domineren.”

Het onderzoek wordt deze maand gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Acta Palaeontologica Polonica.Publicatiedatum : 2008-02-15

Midden Krijt (Aptianian Albian, ca. 112 My) Elrhaz Formation / Niger

Artist’s impression of Kryptops palaios./Het dier bezat een hoornachtige (eelt ) bedekking op zijn snuit
Die kon waarschijnlijk gediend hebben in de balts
Tot nu toe oudst bekende Abelisauride , Kryptops palaios gen. et sp. nov
Maxilla , bekkengordel ,wervels en ribben van een individu
De uitwendige indrukken van de bloedvaten op een maxilla en een nauw antorbitale fossa plaatsen de fossielen binnen de abelisauridae

Artist’s impression Eocarcharia dinops./ Het dier bezat scheermesachtige dolktanden
De Carcharodontosauride, Eocarcharia dinops gen. et sp. nov
Schedelbeenderen , en losse tanden
Phylogenetic analysis plaatst de fossielen van Eocarcharia dinops aan de basis van de carcharodontosaurida, gelijkend op Acrocanthosaurus maar vroeger te plaatsen in de stamboom dan Carcharodontosaurus and Giganotosaurus
Sereno, P.C. and Brusatte, S.L. 2008. Basal abelisaurid and carcharodontosaurid theropods from the Lower Cretaceous Elrhaz Formation of Niger. Acta Palaeontologica Polonica 53 (1): 15–46.
De twee vleeseters waren tijdgenoten van een andere carnivoor in dezelfde regio : Suchomimus, een grote vis-etende theropode 
Het is duidelijk uit hun anatomie af te leiden dat zij verschillende dingen aten: Suchomimus at vissen, Kryptops at kleinere dieren en Eocarcharia was het grootste roofdier van zijn tijd ,
In de hedendaagse Afrikaanse savanne moeten leeuwen, cheetahs en hyenas verschillend voedsel eten om zij aan zij te kunnen overleven. Het is fascinerend om ditzelfde gegeven te zien in een 110-miljoen-jaar-oud ecosysteem

 

Giganotosaurinae            Giganotosaurus /Coria & Salgado, 1995

  • Hoogte: 4,5 meter,
  • Lengte: 12 meter,
  • Gewicht: 8 ton,
  • Kopgrootte: 1,8 meter.

De naam van deze dinosaurus, Giganotosaurus, doet vermoeden dat dit de grootste dinosaurus ooit op aarde was. Zijn naam mag dan kolossaal klinken, maar de Giganotosaurus was niet de grootste dinosaurus op aarde. Hij was ongeveer even groot als de T-Rex: 12 meter lang. De grootste dinosaurus ooit was de Spinosaurus

Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 2X2m
‘Gigantische zuidelijk reptiel’
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Tetanurae
Carnosauria
Allosauridae

 

Albian-Cenomanian 112.2 - 93.5 mjg

Dit is de tot nu toe grootste vleesetende dinosaurus ooit gevonden. Tot nu toe was deze eer voorbehouden aan Tyrannosaurus Rex, maar de in 1993 ontdekte Giganotosaurus was met zijn 14.5 meter nog een stuk langer dan zijn rivaal. Zijn kop alleen al had een lengte van 180 cm. Een gedeeltelijke onderkaak die is gevonden en in 1998 beschreven is 8% groter dan de onderkaak van de Type species en zou dus zo’n 195 cm lang moeten zijn. Toch was Tyrannosaurus Rex waarschijnlijk sterker, want de tanden van Giganotosaurus waren smaller, zijn herseninhoud geringer en hij was in zijn geheel wat minder robuust gebouwd dan Tyrannosaurus. Giganotosaurus leefde ongeveer 90 mjg in Argentinie waar hij in 1993 bij het plaatsje El Chocon door een amateur-paleontoloog werd gevonden.



“Image: John Conway (http://jconway.co.uk)”


© J. Arts

Een tekening van een cast van Giganotosaurus zoals opgesteld in The Academy of Science in Philadelphia.


© J. Arts

© J. Arts

Tijdens het dinosaurus tijdperk, heersten de dinosaurussen over het supercontinent Pangaea, waaruit onze huidige continenten zijn ontstaan.

Tijdens het Krijt zijn de continenten uit elkaar gevallen, waardoor unieke dinosaurussoorten konden ontstaan. Fossielen van de Giganotosaurus zijn gevonden in Argentinië. Van de Giganotosaurus is (nog) geen compleet skelet gevonden. De ontdekking van de Giganotosaurus vond pas in het jaar 1993 plaats

De Giganotosaurus was een rechtopstaande carnivoor en een jager. Hij at – vermoedelijk – het middenformaat dinosaurussen zoals bijvoorbeeld de Andesaurus

 

Mapusaurus  

Mapusaurus

De opgravingen van de versteende restanten van de Mapusaurus zijn in Argentinië begonnen in het jaar 1995 en duurde tot 2001. Na jarenlang onderzoek kwam pas in 2006 naar buiten dat wetenschappers vermoedelijk de grootste carnivoor onder de dinosaurussen hadden gevonden.

Inmiddels is bekend dat de Mapusaurus bijzonder groot is, maar niet de grootste onder de dino´s is. Na de eerste vondsten, is er op dit moment een nagenoeg compleet skelet van de Mapusaurus

Mapusaurus was een geducht jager : deze dino jaagde vermoedelijk in groepsverband. Door het teamwork was het mogelijk om grotere dinosaurussen( waaronder dus reusachtige sauropoden ) aan te vallen

Dinosaurus Mapusaurus jaagt in groepen  

  • Hoogte: 4 meter,
  • Lengte: 12 meter,
  • Gewicht: 4 ton,
  • Kopgrootte: 1 meter

http://www.dinosaurisle.com/neovenator.aspx

This image is of a reconstructed skull, part of a full size model displayed at Dinosaur Isle of wight which contains a mix of real fossilized bones from the type specimen and reconstructed elements.
The reconstruction is 7.5 metres long, it is one of Dinosaur Isle’s prized exhibits and part of a unique dinosaur.

Neovenator / Hutt, Martill & Barker, 1996

Classificatie Vindplaats grootte 1 blok= 1 X 1m
‘Nieuwe Jager’
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Tetanurae
Avetheropoda
Carnosauria
Allosauroidea
Allosauridae?

 

Verenigd Koninkrijk Ongeveer 8 meter lang

Aptian 121 - 112.2 mjg

Neovenator salerii werd al in 1978 gevonden, tenminste een gedeelte. Het duurde echter verscheidene jaren voor alle beenderen geborgen waren en pas in 1996 werd deze dinosaurus beschreven en benoemd. Ongeveer 70% van het dier is teruggevonden en de fossiele resten verkeren in een goede staat. In de week van 11 juni 2001 is een team paleontologen bezig nog meer resten van deze dinosaurus op te graven. Er wordt gehoopt dat de handbeenderen zullen worden gevonden en de achterkant van de schedel.
Neovenator lijkt wat op Allosaurus maar is kleiner, en lichter gebouwd. Toch is dit een van de grotere vleesetende dinosaurussen die in het Verenigd Koninkrijk is gevonden. Een van de voornaamste voedselbronnen zal de ook hier veelvuldig voorkomende Iguanodon zijn geweest. In de site die nu (11 juni 2001) wordt uitgegraven liggen trouwens de beenderen van een Neovenator en een Iguanodon bij elkaar. Neovenator is tot nu toe alleen op de Isle of Wight gevonden dat toen trouwens (120 mjg) geen eiland was maar een deel van het vaste land.


Neovenator salerii
© J. Arts, based on an image from Walking With Dinosaurs from the BBC

Shaochilong

/shaochilong maortuensis.

.

.

.

 

 

 

  1. Another Look at Asia’sSharkToothed Dragon” – Blogs – Smithsonian


 

 

 

Tyrannotitan   

Tyrannotitan chubutensis

saurischians
Sub-Orde: theropoden
Groep: Carcharodontosauridae
Periode
Onder-Krijt (-114 tot -108 mijn)

Tyrannotitan Chubutensis

photo

Museo Egidio Feruglio – Trelew

*Novas, F.E, S. de Valai, P. Vickers-Rich & T. Rich (2005). A large Cretaceous theropod from Patagonia, Argentina, and the evolution of carcharodontosaurids. Naturwissenschaften online advance publication (Apr. 16, 2005Abstract.

Afmetingen


Lengte: 13 m(?)
Gewicht: (?) 2 ton

De Tyrannotitan chubutensis , wiens naam betekent << >> tirannieke titan van de provincie Chubut (Argentinië) was een grote carnosaurier en een groot roofdier. Hij jaagde op andere dinosaurussen van het titanosaurus , Amargasaurus type en waarschijnlijk ook op andere carnivoren die kleiner wqren dan hemzelf (Megaraptor, neuquenraptor etc …). Hij was te vinden in een droog steppe landschap met struiken, Araucaria en een aantal coniferen.

© Unlobogris, Deviantart

Beschreven in 2005 door Novas, Wallis, Vickers-Rich & Rich: het fossiel was toen, van een van de grootst geachte bekende vleesetende dinosauriers . …

Tyrannotitan

Yangchuanosaurus.
 airport exhibit =loan from Fernbank Museum of Natural History
  

 

DINOSAURICON CERATOPSIDEN

 
A_Diversity_of_Ceratopsids_by_Qilong.jpg
ceratopsians-phylogeny 2007
Ceratopsian phylogeny.
Diabloceratops is listed as the ‘Last Chance’ specimen. Image courtesy Jim Kirkland.
CERATOPSIANS

bagaceratops  //Mongolian gobi desert

cerasinops Hodgskissi.jpg
diabloceratops-eatoni
Dr. James Kirkland (L), and Paleontologist Don Bileux (R) who discovered the skull, answer questions about the Ceratopsian skull from children from the Cosgriff Catholic School who were at the Utah Core Research center on a filed trip..———————-The skull is a ceratopsian dinosaur dubbed the “Last Chance” ceratopsian.10/14/07. .Scott Sommerdorf / The Salt Lake Tribunehttp://archosaurmusings.wordpress.com/2010/05/28/guest-post-presenting-diabloceratops-eatoni/
  Diabloceratops. Image courtesy Jim Kirkland.
Variation in ceratopsian skull
Variation in ceratopsian skull characters. Diabloceratops is listed as the ‘Last Chance’ specimen. Image courtesy Jim Kirkland.
 
.
.
.
koreaceratops
   
Kosmoceratops richardsoni
 
leptoceratopsids

Line diagrams of leptoceratopsids and selected out groups. Missing elements are listed in black and grey. Illustrations are based on the following material: Protoceratops andrewsi AMNH 6438 (modified from Brown and Schlaikjer, 1940); Montanoceratops cerorhynchus (modified from Chinnery and Weishampel, 1998); Cerasinops hodgskissi MOR 300 (modified from Chinnery and Horner, 2007); Prenoceratops pieganensis (MNHCM, no number); Udanoceratops tschizhovi PIN 3907/11 (modified from Kurzanov, 1992); Leptoceratops gracilis (CMN 8889); Zhuchengceratops inexpectus (ZCDM V0015); Unescoceratops koppelhusae (TMP 95.12.6). Gryphoceratops morrisoni (ROM 56635). Scale bar represents 10 cm.
°

 

Nasutoceratops titusii

Wetenschappers hebben in Utah een wel heel opvallende dinosaurus ontdekt. Het dier beschikt niet alleen over een indrukwekkend beenschild en twee scherpe hoorns, maar ook over een gigantische neus.

Het gaat om een voor de wetenschap onbekende soort en dus mochten de onderzoekers het beestje een naam geven. Dat is Nasutoceratops titusi geworden. Nasutoceratops betekent zoveel als ‘gezicht met hoorns en grote neus’, terwijl titusi verwijst naar paleontoloog Alan Titus.

Hoorns
De dino behoort tot dezelfde familie als de Triceratops, maar bezit wel enkele unieke eigenschappen waarmee deze zich overduidelijk van andere dino’s in deze familie onderscheidt. Zo heeft N. titusi overduidelijk unieke hoorns: ze zijn opvallend lang, gekruld en naar voren gericht. Het beenschild (het schild direct achter de kop) is in vergelijking met familieleden van N. titusi opvallend simpel: bij andere dino’s uit deze familie zitten er vaak een soort haken of stekels aan.

Neus
Maar het meest opvallend is toch wel de neus van N. titusi, zo stellen de onderzoekers in hun paper. Alle familieleden van de dino bezitten een flinke neus, maar die van N. titusi is extra flink. Wetenschappers hebben geen idee waarom de dinosaurus zo’n grote neus had. “De jumbo-neus van Nasutoceratops had waarschijnlijk niets te maken met een beter reukvermogen, aangezien die receptoren zich verder naar achteren in de kop bevinden,” legt onderzoeker Scott Sampson uit. “De functie van dit bijzondere kenmerk blijft dan ook onduidelijk.”

N. titusi werd aangetroffen in het zuiden van Utah. In de tijd van de plantenetende dino maakte dit stukje land deel uit van Laramidia: een eiland ter grootte van Australië dat ontstond toen het centrale deel van Noord-Amerika onder water kwam te staan en het westelijke en oostelijke deel van Noord-Amerika geïsoleerd raakten. Op Laramidia was het in de tijd van de dino’s behaaglijk warm: er heerste een subtropisch klimaat. N. titusi was overigens niet alleen op Laramidia: naar schatting leefden er zo’n twaalf soorten grote dinosaurussen. En dat is opvallend. Ter vergelijking: het huidige Afrika telt vijf gigantische zoogdieren. Onduidelijk is hoe zo’n relatief klein eiland als Laramidia 76 miljoen jaar geleden zoveel verschillende soorten giganten kon tellen.

Bronmateriaal:
Big-Nosed, Long-Horned Dinosaur Discovered in Utah” – NHMU.Utah.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).

http://rspb.royalsocietypublishing.org/content/280/1766/20131186.full.pdf+html

Nasutoceratops titusi

Nasutoceratops dino© Raúl Martín
Zo zal Nasutoceratops titusi er ongeveer uit hebben gezien, al is over zijn kleuren eigenlijk niets bekend.
°
Anatomical drawings from the Royal Society journal article.

Anatomical drawings from the Royal Society journal article. Source: Supplied

°
Pinacosaurus_mephistocephalus_
protoceratops        Mongolia
There are a ton of these in various museums,
Titanopentaceratops.
http://whenpigsfly-returns.blogspot.com/2010/12/first-new-ceratopsid-of-2011.html(OMNH 10165) actually belongs to a separate genus, Titanoceratops, and that said genus is the earliest reprentative of the Triceratopsini, an end-Cretaceous group of giant chasmosaurine ceratopsids comprised of Eotriceratops and “Toroceratops.”
The skulls of (A) Triceratops and (B) Torosaurus. (B) has a larger crest than (A), with two promanent openings, but this might be a later developmental stage. From Longrich and Fieldtriceratops & torosaurus

Hunt- Lehman_2008.
http://sciencythoughts.blogspot.com/2012/03/torosaurus-and-triceratops-one-dinosaur.html(2012)http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2009/02/month_in_dinosaurs_part_iii.php
ceratopsid2.jpg    The frills of (A) Triceratops and (B) Torosaurus; fen, fenestra; fos, parietal-squamosal fossa; par, parietal; sq, squamosal. P0, midline epiparietal; p1–p5 epiparietals 1–5; eps, epoccipital crossing the parietal-squamosal suture. From Longrich and Field (2012).http://sciencythoughts.blogspot.com/2012/03/torosaurus-and-triceratops-one-dinosaur.html
.
http://sciencythoughts.blogspot.com/2012/03/torosaurus-and-triceratops-one-dinosaur.htmlThe distribution of Triceratops and Torosaurus. (1) Scollard Formation, Alberta; (2) Frenchman Formation, Saskatchewan, (3) Hell Creek Formation, Montana; (4) Hell Creek Formation, North Dakota; (5) Hell Creek Formation, South Dakota; (6) Lance Formation, Wyoming; (7) Denver Formation, Colorado; (8) North Horn Formation, Utah; (9) Javelina Formation, Texas. From Longrich and Field (2012).
Triceratops-Senckenberg-Museum
Triceratops & Centrosaurus   //Farke_et_al_ceratopsid_skull_lesions_Jan_2009.jpg
http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2009/02/month_in_dinosaurs_part_iii.php
SUzbekFig5.jpg
Supraorbital horn core of Turanoceratops tardabilis, the first definite ceratopsid dinosaur from Asia. Ceratopsids (which include the famous Triceratops) were once thought to be restricted to western North America

http://www.mnh.si.edu/ete/ETE_People_Sues_ResearchThemes_AsianDinosaurs.html
unescoceratops koppelhusae
http://coo.fieldofscience.com/2008/06/ceratopsids-cretaceous-flash-in-pan.htmlYinlong downsi, the earliest known ceratopsian. Reconstruction by Andrey Atuchin.
     zuniceratopsZuniceratops

VAGACERATOPS 

Ceratopsia

Ceratops

 

   

Een blik onder dinoschubben

 
January 2008

Een bijzonder goed bewaard gebleven fossiel van een kleine dinosaurus laat zien dat het dier een erg stevig gebouwde huid had.

De psittacosaurus waarvan de Zuid-Afrikaanse paleontoloog Theagarten Lingham-Soliar de fossiele overblijfselen bestudeerde, leefde ongeveer honderd miljoen jaar geleden in wat nu China is.

Dit plantenetende dinosaurusje was ongeveer zo groot als een gazelle, schrijft de onderzoeker in het vakblad Proceedings of the Royal Society B. Het had een snavel, maar was niet nauw verwant aan de dino’s waaruit later de vogels zijn ontstaan. Aan andere fossielen was al te zien dat zo’n psittacosaurus stevige schubben had. Nu beschrijft Lingham-Soliar voor het eerst wat daar onder zat.

Hij kon daar iets van zien, doordat het dinosaurusje een scherp afgetekende wond had toen het gefossiliseerd werd.

Waarschijnlijk door een beet van een roofdier of een aaseter. Op die plek, vlak voor een van de achterpoten, zag de plaeontoloog met een microscoop lagen vezels dwars op elkaar liggen. In minimaal tien lagen, maar waarschijnlijk waren het er meer dan 25. Dat moet wel collageen geweest zijn, betoogt hij. Ter vergelijking liet hij een stuk huid van een witte haai een maand rotten en droogde het daarna uit. Hij zag opmerkelijke overeenkomsten in structuur.

De psittacosaurus had een heel taaie huid, concludeert hij, vermoedelijk om hem te beschermen tegen bijtgrage roofdieren

Sluit dit venster

Er bestonden allerlei soorten binnen de familie psittacosaurus. Tot welke het exemplaar van Lingaham-Soliar behoorde, weet hij niet. Deze artistieke impressie is van Pavel Riha

Dossier dino’s

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/dossiers/24509537/

http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/7177181.stm
Ceratopsians
http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2009/04/greek-nosed_first-horned_face.php
Tet Zoo ceratopsian articles

 

Twee “nieuwe ” gehoornde  dino’s 

22 september 2010

 Amazing Horned Dinosaurs Unearthed on “Lost Continent

– VS  Wetenschappers hebben twee nieuwe dinosaurussoorten met hoorns beschreven :  De schedels werden al in 2000 en 2007 gevonden
De botten van de uitgestorven planteneters lagen in een afgelegen natuurgebied in het zuiden van Utah.
Beide  taxa zijn afkomstig van de  Kaiparowits Formation of  Grand Staircase-Escalante National Monument, southern Utah.
Daar  zijn al veel resten van dinosaurussen opgegraven, meldde Scott Sampson van de Universiteit van Utah in het wetenschapsblad PLoS On

Sampson, S. D., M. A. Loewen, A. A. Farke, E. M. Roberts, C. A. Forster, J. A. Smith, and A. L. Titus. 2010.
New horned dinosaurs from Utah provide evidence for intracontinental dinosaur endemism. PLoS ONE 5(9): e12292. 
doi:10.1371/journal.pone.0012292

Getty, M.A., M.A. Loewen, E. Roberts, A. L. Titus, and S.D. Sampson. 2010. Taphonomy of Horned Dinosaurs (Ornithischia: Ceratopsidae) from the Late Campanian Kaiparowits Formation, Grand Staircase-Escalante National Monument, Utah. Pp. 478-494 in M. J. Ryan, B. J. Chinnery-Allgeier, and D. A. Eberth (eds.), New Perspectives on Horned Dinosaurs. Indiana University Press, Bloomington.

Beide soorten zouden ongeveer 7/76  miljoen jaar geleden hebben geleefd in zompige gebieden.
Destijds was het westen van Noord-Amerika door een zee gescheiden van het oosten
Het “westelijke” verloren continent Laramidia, dat ontstond toen het midden van Noord-Amerika onderliep.
Het oostelijk en westelijk deel van wat nu de Verenigde Staten zijn, waren toen aparte werelddelen. Laramidia was ongeveer even groot als Australië.

Kosmoceratops richardsoni

dinos.jpg
Kosmoceratop  “Scratching the Surface

Kosmoceratops would have been slightly smaller, perhaps 15 feet  long and 2.5 tonnes, with 15 bony horns/horn-like features on its skull, making it one of the more ornate-headed dinosaur known. Subadults and adults are known for both of these new species.


de Kosmoceratops, die verwant is met de meer bekende Triceratops, ziet er nogal bizar uit.
Het beest leefde 76 miljoen jaar geleden op aarde in de warme, vochtige moerassen van wat nu Utah is.
Hij was ongeveer zo groot als een  fors nijlpaard,(5 meter ? )  maar had een enorme schedel van wel twee meter lang.

Opmerkelijk is dat het dier 15 grote hoornen op zijn hoofd droeg: een boven de neus  een boven elk oog, een die uit elk jukbeen stak en een rij van tien hoornen aan de achterkant van het hoofd.
De horens boven de ogen staan zijdelings maar zijn lang en scherp …

De andere Dino  is Utahceratops getty genoemd., was iets groter dan de Kosmoceratops, met een schofthoogte van twee meter en een lengte van zes tot zeven meter. , maar had slechts drie hoorns …
Utahceratops    bezit korte en stompe ooghoorns ,die zijdeling uitwaaieren  ipv rechtop te staan zoals bij Triceratops e.a. ceratopsiden  : een beetje zoals de moderne bizon                                                                                           .
Volgens Mark Loewen leek deze dino  op een reusachtige neushoorn ”met een belachelijk grote kop”.

     

Utahceratops “The Whirlpool of Life
Utah, USA Age: Late Cretaceous, 70MYA
Utahceratops was discovered in 2000 by Mike Getty and is thus far the most abundant ceratopsian found in the monument, known from 6 localities. It is estimated that Utahceratops would have stood 6 feet tall at the shoulder and hips and was 18 to 22 feet in length, weighing about 3-4 tonnes.

http://en.wikipedia.org/wiki/Utahceratops


Sexuele attibuten 


Wetenschappers namen aanvankelijk aan dat dergelijke  dieren hun hoofdgereedschap gebruikten om vijanden van zich af te schudden.
Maar meer en meer vermoeden paleontologen dat de hoornen een seksuele functie hadden.
In dat geval zouden de hoornen gediend hebben in de strijd voor een vrouwtje, zoals de veren van een pauw, of het gewei van een hert , waarbij de mannetjes de vrouwtjes probeerden aan te trekken en/of andere mannetjes te intimideren. 

Noord-Amerikaanse  Ceratopsiden


Distribution of ceratopsians during the Campanian
stage of the Late Cretaceous period

http://paleochick.blogspot.com/2010/09/new-horned-dinosaurs-from-utah-provide.html
http://www.sciencedaily.com/releases/2010/09/100922121943.htm

Support Wikipedia

 

DINOSAURICON XYZ

X

Xenoceratops 

Artist reconstruction of Canada’s oldest ceratopsid, Xenoceratops foremostensis , from southern Alberta 78 million years ago. The new species of horned dinosaur was identified from fossils originally collected in 1958. Approximately 20 feet long and weighing more than 2 tons, the newly identified plant-eating dinosaur represents the oldest known large-bodied horned dinosaur from Canada. Research describing the new species is published in the October 2012 issue of the Canadian Journal of Earth Sciences. (Credit: © Julius T. Csotonyi 2012)

http://www.sciencedaily.com/releases/2012/11/121108074008.htm

  Xiongguanlong

http://www.palaeocritti.com/by-    group/dinosauria/tyrannosauroidae/xiongguanlong

Artist’s restoration of Xuwulong.

Y

http://crossroadsmag.eu/2008/02/9-feb-27-april-chinese-dinosaures-in-maastricht/

Saurischia: Theropoda : Late Jurassic : Sichuan 
Length: 9.5 meters Width: 1.8 meters Height: 3.2 meters Weight: 300 Kg

The largest Jurassic carnosaur ever found in Asia. It was 8 metres long with powerful bipedal back legs, enabling it to run fast. The head was nearly 1 meter long. Its dagger-like teeth helped this dinosaur to tear off and kill its prey, which included the various kinds of herbivorous(vegetarian) dinosaurs of this period.

Yangchuanosaurus, a carnivore that roamed Asia about 150 million years ago in the Late Jurassic.
Countless pointy teeth, that have lost none of their ferocity over time, are visible in the open jaws of the massive almost one metre long skull.
The species was discovered during construction works on the Shangyou dam.
Since then more fossils of its kind have been found throughout Asia.
Don’t let the resemblance fool you though. In spite of its eight-metre long body, its 2.000 kg of weight and its ferocious looks, the Yangchuanosaurus is not a small Tyrannosaurus.
The T.rex lived much later, about 66 million years ago, in America, when the Yangchuanosaurus was long extinct.

°

Younginidae

Youngina

 

Youngina is een uitgestorven geslacht van reptielen, dat voorkwam in het Laat-Perm. Deze dieren konden tot 30 cm lang worden. Fossielen werden gevonden in Zuid-Afrika

De schedel van Youngina, die aan een korte hals zat, had een bijna driehoekige vorm. Achter elke oogholte bevonden zich twee schedelopeningen. De korte snuit liep naar voren spits uit. Het gebit met lange en spitse tanden doet vermoeden, dat het dier over een krachtige beet beschikte en waarschijnlijk schaaldieren op het menu had staan. De ledematen leken op die van de huidige hagedissen.

 

Youngina – Wikipedia, la enciclopedia libre // // //

YOUNGINA  CAPENSIS

http://en.wikipedia.org/wiki/Youngina

http://whyihatetheropods.blogspot.be/2010/11/new-paper-braincase-of-youngina.html

Upoungina capensis Braincase

°

  • Yongjinglong datangi

31/01/14 – 15u50  Bron: Volkskrant.nl

Een onderzoeksteam, geleid door paleontologen van de Universiteit van Pennsylvania, heeft in het noordwesten van China een nieuwe dinosaurussoort ontdekt. De nieuwe dino heeft de naam  gekregen.

De nieuwe dinosoort is een plantetende Sauropoda. Deze leefde in het Krijt (het geologische tijdperk dat van ongeveer 145 tot 66 miljoen jaar geleden duurde). De Sauropoda behoort weer tot de Titanosauria: een groep waarin we de grootste levende organismen die ooit op aarde rondliepen, aantreffen.De paleontologen concludeerden, aan de hand van fossielen die al in 2008 ontdekt waren, dat de nieuwe dino niet de grootste in de groep Titanosauria was. Geschat wordt dat de Yongjinglong ongeveer 15 tot 20 meter hoog was. Maar de fossielen behoorden waarschijnlijk tot een jong exemplaar, een volwassen Yongjinglong zou dus nog een stuk groter kunnen zijn.Schouderblad van twee meter
De anatomische kenmerken van de botten kwamen grotendeels overeen met die van een andere Titanosaur die al in 1929 in China werd ontdekt, de Euhelopus zdanskyi. “Het schouderblad was erg lang, bijna twee meter. Beide zijden lopen bijna paralel, in tegenstelling tot veel andere Titanosauria, waarbij de schouderbladen meer naar buiten buigen”, vertelt paleontoloog Liguo Li.Voorheen werden voornamelijk in de Verenigde Staten veel nieuwe dinosoorten ontdekt, maar sinds 2007 gebeurt dat steeds vaker in China. De fossielen van het laatste exemplaar werd in de provincie Gansu gevonden. Eerder werden daar ook de Huanghetitan liujiaxiaensis en Daxiatitan binglingi ontdekt. “Gansu is nu een zeer belangrijk gebied in China. Deze dinosaurus is nog een van de schatten van Gansu”, zegt onderzoeker Peter Dodson in een persbericht.De studie van de paleontologen is gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift PloS One.

Paleontologen maakten aan de hand van de fossielen deze tekening van de Yongjinglong datangi.
© University of Pennsylvania.

Yueosaurus Tiantaiensis.

Artist’s restoration of Yunnanosaurus.

  • Yurgovuchia doellingi

    .

http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0036790
http://nl.wikipedia.org/wiki/Yurgovuchia
http://geology.utah.gov/whatsnew/news/new0512b.htm

Ontdekt in de Amerikaanse staat Utah.
De dinosaurus maakte naar schatting 120 tot 130 miljoen jaar geleden het gebied onveilig en was ongeveer zo groot als een coyote,
De dromaeosauride (=raptor-pop naam ) is waarschijnlijk een voorouder van de veel grotere en bekendere Utahraptor
Paleontologen vonden naast de overblijfselen van het roofdier ook de botten van twee andere vermoedelijk onbekende soorten dinosauriërs

Z

Zephyrosaurus

Pic from © Natural History Museum, London 
Zephyrosaurus was an ornithopod dinosaur. Its fossils were found in strata dating to the early Cretaceous. The type species, Zephyrosaurus schaffi was described by Sues in 1980. The fossils include one partial skeleton, found in Montana, United States.

Order: Ornithischia
Suborder: Ornithopoda
Family: Hypsilophodontidae
Genus: Zephyrosaurus

 

 

Ziapelta sanjuanensis

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ziapelta                                                                                                                     http://en.wikipedia.org/wiki/Ziapelta

Artist's conception of the newly discovered ankylosaur,

 

 

http://uofa.ualberta.ca/news-and-events/newsarticles/2014/september/new-dinosaur-from-new-mexico-has-relatives-in-alberta

Artist’s conception of the newly discovered ankylosaur,

°

In 2011 vonden wetenschappers de resten van de Ziapelta sanjuanensis in de Amerikaanse staat New-Mexico.

Deze gepantserde dino blijkt nauwe banden te hebben met andere ankylosauria in de Canadese staat Alberta.

In 2011 vonden wetenschappers de resten van de Ziapelta sanjuanensis in de Amerikaanse staat New-Mexico. Deze gepantserde dino blijkt nauwe banden te hebben met andere ankylosauria in de Canadese staat Alberta.

statenIn een paper in PLOS One staat dat er genoeg verschillen zijn om de Ziapelta sanjuanensis als een aparte soort te zien. Denk bijvoorbeeld aan de opvallend grote stekels in de nek. Ook de schedel van de New Mexicaanse dino verschilt van die van andere ankylosauria.

“De hoorns aan de achterkant van de schedel zijn en buigen naar binnen”, vertelt de onlangs afgestudeerde onderzoeker Victoria Arbour. “Op zijn snuit heeft de Ziapelta sanjuanensis een mix van vlakke en hobbelige schubben. Dit is erg ongebruikelijk voor een ankylosaurus.”

 

 

 

In een paper in PLOS One staat dat er genoeg verschillen zijn om de Ziapelta sanjuanensis als een aparte soort te zien. Denk bijvoorbeeld aan de opvallend grote stekels in de nek. Ook de schedel van de New Mexicaanse dino verschilt van die van andere ankylosauria.

 

De Ziapelta sanjuanensis leefde in de late Krijt-periode, toen Noord-Amerika nog gesplitst was door een grote zee. De staten Alberta en New Mexico lagen hierdoor allebei aan de zee, zoals rechts te zien is. Opvallend is dat wetenschappers nog geen ankylosauria-fossielen in Alberta gevonden hebben uit dezelfde periode dat de Ziapelta leefde, oftewel 76 miljoen tot 66 miljoen jaar geleden. “Misschien dat de Ziapelta toen ook wel in Canada wandelde, maar daar hebben we nog geen bewijzen voor gevonden”, verklaart Arbou

Bronmateriaal:
New dinosaur from New Mexico has relatives in Alberta” – Universiteit van Alberta

 

Complete skull of Ziapelta sanjuanensis; abbreviations: asca – anterior supraorbital caputegulum; bas – basioccipital; ch – choana; fm – foramen magnum; j – jugal; laca – lacrimal caputegulum; loca – loreal caputegulum; ltf – laterotemporal fenestra; mnca – median nasal caputegulum; nar – external naris; oc – occipital condyle; orb – orbit; pal – palatine; par – parietal; parocc – paroccipital process; pmx – premaxilla; psca – posterior supraorbital caputegulum; pt – pterygoid; q – quadrate; qj – quadratojugal; qjh – quadratojugal horn; snca – supranarial caputegulum; socc – supraoccipital; sqh – squamosal horn; tr – tooth row; v – vomer. Image credit: Arbour VM et al.

Complete skull of Ziapelta sanjuanensis; abbreviations: asca – anterior supraorbital caputegulum; bas – basioccipital; ch – choana; fm – foramen magnum; j – jugal; laca – lacrimal caputegulum; loca – loreal caputegulum; ltf – laterotemporal fenestra; mnca – median nasal caputegulum; nar – external naris; oc – occipital condyle; orb – orbit; pal – palatine; par – parietal; parocc – paroccipital process; pmx – premaxilla; psca – posterior supraorbital caputegulum; pt – pterygoid; q – quadrate; qj – quadratojugal; qjh – quadratojugal horn; snca – supranarial caputegulum; socc – supraoccipital; sqh – squamosal horn; tr – tooth row; v – vomer. Image credit: Arbour VM et al.

Complete skull of Ziapelta sanjuanensis;

http://www.sci-news.com/paleontology/science-ziapelta-sanjuanensis-ankylosaur-new-mexico-02170.html?utm_source=feedburner&utm_medium=feed&utm_campaign=Feed%3A+BreakingScienceNews+(Breaking+Science+News)

 

°

Life restoration of Zuniceratops.

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs

DINOSAURICON UVW

trefwoorden 

Bhart-Anjan Bhullar,Biologie,dinosaurus,EvolutiefossielenHarvardKrokodil,Paleontologiepedomorfschedelvogels

_____________________________________________________________________________________________________

U

uberabatitan reconstructies

Uberabatitan ribeiroi e abelissauro viveram no final da Era dos Dinossauroshttp://www.casadaciencia.ufrj.br/AtividadesExtras/uberabatitan/album/pages/Um%20gigante%20de%2065%20milh%F5es%20de%20anos.htm

uberabatitan ribeiro

°

Uberabatitan Ribeiroi

A model of Uberabatitan Ribeiroi, a Late Cretaceous period dinosaur, is seen at the Federal University, in Rio de Janeiro, Wednesday, Sept. 24, 2008. Three specimens were found in different fossil sites of Uberaba County, in the Brazilian state of Minas Gerais. The Uberabatitan Ribeiroi, which lived in what is currently Brazil some 65 million years ago, had a length of more than 20 meters and weighed some 16 tons. (AP Photo/Silvia Izquierdo)
°
uberabatitan riberoi
 model of the head of Uberabatitan Ribeiroi, a Late Cretaceous period dinosaur, is seen at the Federal University, in Rio de Janeiro, Wednesday, Sept. 24, 2008.
_____________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________

uenlagia  phylogenetic position

Cladogram depicting the phylogenetic relationships of Unenlagia comahuensis,
and indicating the actual record of each theropod lineage (solid bars).

 

Unenlagia

Unenlagia was a type of theropod dinosaur, more specifically a dromaeosaur (‘raptor’). It was first described in 1997 from a semi-articulated partial skeleton found in Neuquén, Argentina. The skeleton was found in Upper Cretaceous aged sediments. A second species was described in 2004, it was discovered in the same locality as the holotype. This second species is based on fragmentary remains including a humerus, hand claw and more. Besides the type species, U. comahuensis, a second species, U. paynemili has been described from the same formation in 2004 based on fragmentary remains.

Unenlagia comahuensis

Novas and Puerta, 1997 Half-bird 2 m Holotype (MCF PVPH 78): Semi-articulated partial skeleton. Portezuelo Formation, Upper Cretaceous (Turonian-Coniacian) Type Locality: Sierra del Portezuelo, Neuquén, Argentina

Unenlagia paynemili

Calvo, Porfiri and Kellner, 2004 Half-bird Holotype (MUCPv-349): Humerus and pubes Paratypes: MUCPv-343 (hand claw); MUCPv-409 (partial ilium); MUCPv-415 (toe bone); MUCPv-416 (partial dorsal vertebra). Portezuelo Formation, Upper Cretaceous (Turonian-Coniacian) Type Locality: Neuquén, Argentina

Posted Image
Casts of U. paynemili fossils; today the claw is considered one of the hand unguals =   not of the foot as shown here          


Theropoda   Family: †Dromaeosauridae   Subfamily: †Unenlagiinae     Genus: †Unenlagia Novas & Puerta, 1997

Species

  • U. comahuensis Novas & Puerta, 1997 (type)
  • U. paynemili Calvo, Porfiri & Kellner, 2004

         

 http://carnivoraforum.com/topic/10011391/1/                                                                                                            http://www.palaeocritti.com/by-group/dinosauria/deinynochosauria/unenlagia

_____________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Utahraptor
Utahraptor (Utah Thief) is the biggest dromaeosaur. It lived on earth 127 million years ago, in the Early Cretaceous period. Utahraptor can grow up to 7 meters long and about 4 meters high. It has no evidence of feathers; however scientists speculate that it does have feathers since other dromeosaurs have feathers.
Utahraptor-BW
 Utahraptor-drawings
Utahraptor was a large, terrifying mid-Cretaceous predator with 9-15 inch long middle-toe claws. It was a lightly built, fast-moving, agile, bipedal (walked on two legs), bird-like dinosaur. It had a curved, flexible neck and a big head. Sharp, serrated teeth were set into very powerful jaws. Each of its three fingers on each arm had large, sharp, curved claw.
It had four-toed feet; the second toe had a 9-15 inch (23-38 cm) sickle-like claw and the other toes had smaller claws. Its long tail had bony rods running along the spine giving it rigidity; the tail was used for balance and fast turning ability. It had a relatively large brain and large, keen, eyes. Up to 6.5 meters (22 feet) long, 2 meters (over 6 feet) tall and 700 kg (1500lbs) in weight, Utahraptor would have been a formidable predator.
125 million years ago in the Early Cretaceous period.
Utahraptor was a carnivore, a meat eater. It probably ate just about anything it could slash and tear apart. When hunting in packs, Utahraptor could probably kill any prey it desired.
The Utahraptor is known to have co-existed with a number of large, plant-eating dinosaurs including the heavily-spined and armored nodosaur, the two-legged, spike-thumbed iguanodons, and massive, long-necked Sauropod.
Utahraptor was the most intelligent animal in its world and information about Deinonychus suggests it may have been a pack hunter.
As it is thought that packs of Deinonychus hunted 30-foot-long relatives of the iguanodons, it is easy to envision a pack of Utahraptors taking on a 50-foot elephantine sauropod.
Locomotion
Utahraptor walked on two slender, bird-like legs; it must have been a fast runner, considering its legs and light weight. When it ran, it rotated its huge middle-toe-claw upwards and ran on the other toes.
Discovery
James Kirkland, Rob Gaston, and Don Burge discovered Utahraptor in 1993 in Grand County, Utah, within the Cedar Mountain Formation. The Utahraptor ostrommaysorum specimen is currently housed at the College of Eastern Utah, although Brigham Young University currently houses the largest collection of Utahraptor fossils.
Utahraptor is also the oldest known dromaeosaurid.
It closely resembles Deinonychus except for the large, much more blade-like claws on its hand.

 

Utahraptor ostrommaysi hand claw ( replica) : Formation: Cedar Mountain

 Such claws suggest that besides piercing and holding, the Utahraptor’s hand claws may have been nearly as important in cutting the hide of it s victim as the sickle-claw on its foot.
This specialization alone suggests there must be both an older and smaller common ancestor to both Utahraptor and the rest of the known dromaeosaurids that is closer to the origin of birds.
Posted Image
super-slashing claw on each hind foot,
Utahraptor would have been an extraordinary killing machine. It is estimated that it reached 20 feet in length and weighed close to a ton.
Two inch serrated “steak knife” teeth in a skull a foot and a half long, blade-like claws up to 10 inches long on its hands combined with 15-inch killing sickle-laws on its feet, and a fast, highly agile body.
Posted Image
Posted Image
  
Utahraptor

Long de 6 m, Utahraptor “prédateur de l’Utah” est un dinosaure de la famille des Dromaeosauridés.

Sa taille est exceptionnellement grande. En effet, Utahraptor qui ressemble beaucoup à Deinonychus, était deux fois plus grand que lui

Les restes très fragmentaires d’Utahraptor ont été découverts dans l’Utah. Ils sont datés du Crétacé inférieur.

Ce dinosaure a été décrit en 1993 par Kirkland, Burge et Gaston. Utahraptor ostrommaysorum est l’espèce type et la seule espèce décrite à ce jour.

Utahraptor

Utahraptor. (Museum of Ancient Life, Utah). By Steve le walready

Il faut souligner que la reconstitution a été effectuée avec des fragments provenant de plusieurs individus.

Tout en muscles et doté d’une longue queue, Utahraptor possède la morphologie d’un animal actif.

Comme pour les autres Dromaeosauridés, son arme la plus redoutable était la griffe recourbée terminant le deuxième orteil de chaque pied.
Nul doute que ce dinosaure était un redoutable prédateur surtout s’il chassait en bande.

Griffe Utahraptor

Griffes d’Utahraptor. By Zachary Tirrell

Les paléontologues savent très peu de choses sur le mode de vie de ce dinosaure. On peut simplement faire des suppositions en se basant sur d’autres Dromaeosauridés mieux connus.

On sait par exemple que Velociraptor chassait en bande ainsi que Deinonychus.
On sait également que les Droameosauridés possédaient des plumes.

Utahraptor

Utahraptor. By Zachary Tirrell

On imagine avec terreur une bande d’Utahrators de 6 m de long parés de plumes colorées attaquer un sauropode comme Cedarosaurus ou un Iguanodon qui vivaient à la même époque dans cette région.

Classification : Saurischia Theropoda Tetanurae Coelurosauria Dromaeosauridae    (V.B (05.2003). M.à.J 02.2008)

Les Dromaeosauridés

_____________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________

V

______________________________________________________________________________________________________

.

_______________________________________________________________________________________________________

Life restoration of Velociraptor

  • velociraptor_mongoliensis.gif
VELOCIRAPTOR MONGOLIENSIS Genus of clawed theropod dinosaur (family Dromaeosauridae) that flourished in central and eastern Asia during the Late Cretaceous Epoch (99–65 million years ago). It was related to an Early Cretaceous (144–99 million years ago) North American genus, Deinonychus. Both genera had a sickle-shaped claw on each foot and ossified tendon reinforcements in the tail that enabled them to keep their balance while striking and slashing at prey. Swift, agile predators of small herbivores, they grew up to 6 ft (1.8 m) long and weighed up to 100 lb (45 kg).Velociraptor [Gr.,=swift robber], swift bipedal carnivorous dinosaur of the late Cretaceous period. It was relatively small, being approximately 6 ft (1.8 m) long. It was similar to Deinonychus in appearance and, like that dinosaur, had a lethal sickle-shaped claw on the second toe of each three-toed foot, which was used for attacking prey. Fossil skeletons have been found in Mongolia. A find of particular interest, discovered in the Gobi desert in 1971, revealed a Velociraptor in the act of attacking another dinosaur, the herbivorous Protoceratops. Velociraptor belongs to the group of saurischian theropods [Gr.,=beast feet] that includes Tyrannosaurus, Deinonychus, and living birds.
Popularized by the movie Jurassic Park in 1993, the Velociraptor stood between six and 12 feet tall, allowing it to hunt man-sized prey very easily . Though hiding in a cave may seem like a good “escape plan” in evading most dinosaurs such as the T-Rex, the Raptors could easily follow into nearly any structure.
Vicious(supposed ) pack hunters, the Raptors’ abnormally large brain capacity gave them problem-solving abilities and rudimentary thinking skills, enabling them to form a social order or even to execute attack plans for hunting prey. Michael Crichton’s book Jurassic Park (on which the movie was based) shows them tempting prey with one visible Raptor while two others circle around to take it by surprise from both sides. Not only were they vicious and moderately intelligent, they were also extremely fast, capable of speeds approaching 40 miles per hour. And their powerful legs allowed them to jump roughly 30 feet off the ground. This skill was most effectively used to attack large prey like Stegosaurs and possibly even Brachiosaurs.
Accompanying their powerful bodies and intelligent brains, the Raptors came equipped with human-like arms rarely seen in other dinosaur species. The long arms were jointed at the elbow and had three long fingers with sharp claws on the ends. Despite these powerful appendages that could have grabbed and latched onto prey, their main attack came from the legs. Backed up by powerful muscles, the Raptors had a long, curved toe claw on the middle toe of each foot that was retractable and controlled by a set of tendons.
The claws on the average Raptor were about seven inches long and very sharp. When attacking large prey, the Raptors would run and jump, using their toe claw to slice down the belly of the animal, spilling its internal organs within a few seconds’ time.

Velociraptor May 14, 2011

Filed under: Theropoda

Perhaps the best-known of the dromaeosaurids, Velociraptor is known from several specimens, the first found by the American Museum of Natural History expedition to Mongolia in the 1920s. Found in 1971, a famous fossil consisted of a complete Velociraptor skeleton wrapped around that of a Protoceratops. The two had been preserved in the middle of a fight, possibly engulfed in a sandstorm.
Velociraptorwas a redator and could run very fast on its long hind legs. It chased through the Cretaceous forests after small mammals or small herbivorous dinosaurs
Factbox   Name: Velociraptor, meaning ‘fast hunter’ Size: about 2m long and 1m high Food: meat, especially other dinosaurs Lived: about 90 million years ago during the Cretaceous Period in Mongolia

The 80 very sharp curved teeth in a long snout, flattened from side to side, the three-fingered hands, each finger equipped with eagle-like talons, and the curved killing claw, 9cm long, on the second toe of each foot, show this to have been a ferocious hunter. Its long, stiff tail functioned as a balance while running and making sharp turns. A covering of feathers would help to keep the animal insulated, a necessity for its active, warm-blooded lifestyle.Creatures that it pursued were(probably )  terrified of it and stood little chance of escape. Velociraptorstood on one back leg, attacked with the other. The long, sharp claw on each foot faced inwards and was used to stab and slash at its helpless prey.Before the discovery of Velociraptor in Mongolia in 1924, scientists had thought of dinosaurs as slow and stupid creatures. But Velociraptorwas built for speed. It was also perhaps one of the most intelligent of all dinosaurs.In September 2007, researchers found quill knobs on the forearm of a Velociraptor found in Mongolia. These bumps on bird wing bones show where feathers anchor, and their presence on Velociraptor indicate it definitely had feathers. However, these feathers were not used for flight. Rather, they were probably used for display, for covering their nests while brooding, or for added speed and thrust when running up inclined slopes.

http://news.nationalgeographic.com/news/bigphotos/images/071108-dinosaurs_big.jpg
Velociraptors (such as the one depicted by the model above) and some other dinosaurs had similar respiratory systems to those of modern-day diving birds, a new study says. Air sacs along the dinosaurs’ spines would have helped make the animals speedy predators, the researchers add.Photograph by Gary Ombler/Dorling Kindersley Collection/Getty Images
Velociraptor

C’est en 1912 en Mongolie que l’image du dinosaure bête et pataud prend fin. En effet, le squelette exhumé se révèle être celui d’un animal agile et rapide. Il est baptisé Velociraptor mongoliensis ” prédateur rapide “.

Velociraptor est le type même du théropode agile et intelligent. Depuis 1912, de nombreuses découvertes ont été effectuées sur Velociraptor. Les derniers fossiles exhumés prouvent que ce dinosaure possédait des plumes.

Jusqu’ en 1993, les scientifiques pensaient que Velociraptor ne mesurait guère plus d’ un mètre de haut. Mais un squelette de 1,80 m, retrouvé en Utah, a mis fin à ce portrait bien établi. Cependant, il est impossible d’établir une taille standard car le nombre de fossiles n’est pas suffisant.

Tout en muscles, doté d’une longue queue, sa morphologie est celle d’un animal hyperactif.

Les premiers restes de Velociraptor viennent de la formation Djadochta de Shabarak Usa, en Mongolie. Velociraptor mongoliensis a été décrit par Osborn en 1924.

Velociraptor

Squelette d’un Velociraptor. © dinosoria.com

A ce jour, les paléontologues disposent d’une dizaine de spécimens. Le plus ancien fossile remonte au début du Crétacé, il y a environ 150 millions d’années.

Crâne Velociraptor

Crâne de Velociraptor. © dinosoria.com

La tête de Velociraptor, longue, basse et au museau plat, est le caractère principal qui le différencie des autres dromaeosaures, aux têtes courtes et épaisses. Cette différence de morphologie reflète peut-être un régime alimentaire différent mais ce n’est qu’une hypothèse.

On peut constater sur le crâne que les orbites sont grandes et que les dents sont nettement crénelées.

Dents de Velociraptor

Dents de Velociraptor. © dinosoria.com

Il fait partie de la famille des Dromaeosauridés comme Deinonychus ” Terrible griffe”. Ce prédateur chassait en bande à la manière des loups. D’après plusieurs fossiles découverts, Velociraptor en faisait autant.

Aujourd’hui, l’image que l’on a des dinosaures et en particulier des théropodes a changé. On sait que certains d’entre eux possédaient une intelligence similaire à celles de certains mammifères actuels. De plus, la découverte, il y a quelques années, de deux nouveaux fossiles présentant des traces de plumes a radicalement modifié éontologues sur les dinosaures.

Les dinosaures à “plumes” Velociraptor à plumes

Velociraptor ne possédait pas une peau semblable aux reptiles. Certains musées n’hésitent d’ailleurs plus à exposer des reconstitutions de spécimens arborant un bien joli duvet.

Velociraptor

Velociraptor avec des plumes. © BBC

En septembre 2007, des points de fixation de plumes ont été retrouvés le long des membres antérieurs d’un Velociraptor.Le paléontologue Alan Turner ainsi que Peter Makovicky et Mark Norell peuvent donc prouver que Velociraptor avait bien des plumes.

_________________________________________________________________________________________intermezzo___

FEATHERS  <—> VEREN

21-09-2007

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN PLUIM WAARD

http://www.bloggen.be/evodisku/archief.php?ID=27

http://www.kennislink.nl/web/show?id=178384

….. Nu, negen jaar na de fossiele vondst, bekijken Amerikaanse onderzoekers het armbot nog eens goed en komen tot een verrassende ontdekking. Op het bot zitten aanhechtingspunten voor secundaire veren, ofwel slagpennen.

De pijlen geven de aanhechtingen voor slagpennen aan.De ‘slagpenknobbels’ op het gevonden bot zitten op een regelmatige afstand van vier millimeter van elkaar. Het zijn er zes, maar vanwege de lengte van het bot hadden het er veertien kunnen zijn. Bij andere vliegende dino’s zijn soorten bekend met tussen tien en achttien van zulke veren, dus dit exemplaar valt er netjes tussenin. Ook bij nu levende vogels bestaat die variatie.” Het ontbreken van deze veerschachtknopen betekent niet dat een dino noodzakelijkerwijs geen veren had …. maar het vinden van deze veerknopen op dit fossiel , bewijst dat de velociraptor veren had …. iets dat we al langer vermoedden, maar nog nooit konden bewijzen”, aldus de hoofdonderzoeker Alan Turner.

Het feit dat de velociraptors een verenkleed bezaten , betekent overigens niet automatisch dat ze konden vliegen. …..
De auteurs stellen dat misschien een voorvader van velociraptor de capaciteit verloor om te vliegen, maar zijn veren behield wat dan weer nuttig was —> .Niet om te vliegen, maar voor uiterlijk vertoon en baltsgedrag ( sexuele selectie ? ) , om te helpen het evenwicht te bewaren en te manoeuvreren tijdens een snelle ren , om het nest beter te kunnen beschermen en als isolerende vacht .

Hoe meer wij over deze dieren leren , hoe meer we ontdekken dat er fundamenteel geen verschil is tussen vogels en hun dicht verwante dinosauriers-voorvouders zoals deze velociraptor,” zei Dr Norell, Curator in de paleontologie van het Amerikaanse Museum en mede-auteur van de studie .
“Allebei hebben een
Furcula (of vorkbeen ), leggen eieren in / en broeden ( vermoedelijk ) op nesten, bezitten holle beenderen en veren . Als dieren zoals velociraptor vandaag in leven waren zou onze eerste indruk zijn dat zij eigenlijk zeer ongebruikelijke vogels vertegenwoordigen ”

Scientists found evidence of six quill knobs–locations where feathers are anchored to bone–on the forearm of a Velociraptor fossil
Credit: M. Ellison/AMNH

http://www.amnh.org/science/papers/velociraptor_feathers.php

Science 21 September 2007:
Vol. 317. no. 5845, p. 1721
DOI: 10.1126/science.1145076Brevia<?xml:namespace prefix = o ns = “urn:schemas-microsoft-com:office:office” />

Feather Quill Knobs in the Dinosaur Velociraptor  //Alan H. Turner,1* Peter J. Makovicky,2 Mark A. Norell1

Some nonavian theropod dinosaurs were at least partially covered in feathers or filamentous protofeathers. However, a completeunderstanding of feather distribution among theropod dinosaursis limited because feathers are typically preserved only inlagerstätten like that of <?xml:namespace prefix = st1 ns = “urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags” />Solnhofen, Germany or Liaoning, China.Such deposits possess clear taphonomic biases toward small-bodiedanimals, limiting our knowledge regarding feather presence inlarger members of feathered clades. We present direct evidenceof feathers in Velociraptor mongoliensis based on the presenceof quill knobs on the posterior forearm. This report of secondariesin a larger-bodied, derived, and clearly flightless member ofa nonavian theropod clade represented by feathered relativesis a substantial contribution to our knowledge of the evolutionof feathers.

1 Division of Paleontology, American Museum of Natural History, Central Park West at

79th Street, New York, NY100245192, USA
2Department of Geology, The Field Museum, 1400 South Lake Shore Drive, Chicago, IL 606052496, USA.

* To whom correspondence should be addressed. E-mail: turner@amnh.org

Some nonavian theropod dinosaurs were at least partially coveredin feathers or filamentous protofeathers (1). However, a completeunderstanding of feather distribution among theropod dinosaursis limited because feathers are typically preserved only inlagerstätten like that of Solnhofen, Germany or Liaoning,China. Such deposits possess clear taphonomic biases towardsmall-bodied animals, limiting our knowledge regarding featherpresence in larger members of feathered clades.

We present direct evidence of feathers in Velociraptor mongoliensisbased on the presence of quill knobs on the posterior forearm.In many living birds, raised knobs along the caudal margin oftheulnarevealwhere the quills of the secondary feathers areanchored to the bone by follicular ligaments. Quill knobs arevariably present in extant bird species and are present in onlya few basal taxa such as Ichthyornis (2), so their absence doesnot necessarily indicate a lack of feathers. Their presence,however, is a direct indicator of feathers of modern aspect(e.g., feathers composed of a rachis and vanes formed by barbs).

The specimen IGM (Geological Institute of Mongolia) 100/981was collected at the Gilvent Wash locality near Ukhaa Tolgod(Campanian Djadokhta Formation). The specimen is estimated tohave been 1.5 m long and to have weighed roughly 15 kg. It possessesseveral characteristics found in V. mongoliensis, a common dromaeosauridin the Djadokhta Formation. IGM 100/981 preserves six low papillaeon the middle third of the caudal margin of the ulna (Fig. 1).These are regularly spaced about 4 mm apart. Topographically,these papillae correspond to the quill knobs in living birds.Given their spacing in IGM 100/981, we estimated that thereis space for eight additional secondary feathers. This suggeststhat 14 secondaries were present in Velociraptor, which compareswell with the 12 or more secondaries in Archaeopteryx (3). About18 secondaries are suggested for the dromaeosaurid Microraptor(4), whereas its close relative Rahonavis appears to have possessedjust 10 (5).

Fig. 1. (A) Dorsal view of right ulna of Velociraptor IGM 100/981. (B) Detail of red box in (A), with arrows showing six evenly spaced feather quill knobs. In (B), a cast of IGM 100/981 was used. (C) Dorsal view of right ulna of a turkey vulture (Cathartes). (D) Same view of Cathartes as in (C) but with soft tissue dissected to reveal placement of the secondary feathers and greater secondary coverts relative to the quill knobs. (E) Detail of Cathartes, with one quill completely removed to reveal quill knob. (F) Same view as in (E) but with quill reflected to the left to show placement of quill, knob, and follicular ligament. Follicular ligament indicated with arrow

Such variation is expected because extant birds display variablecounts even within species (3).

Known coelurosaurs with wing feathers of modern aspect are smallbasal members of their respective clades. Some have been consideredpossibly volant (4, 5), and it has been suggested that the large-bodied,derived members of the feathered theropod clades may not haveretained feathers or only retained feathers while juveniles(6). This Velociraptor specimen indicates this is not the casefor at least one lineage of dromaeosaurids. An examination ofthe living families of birds shows a significant correlationbetween the absence of ulnar papillae and the loss and/or reductionin volancy, even though some strong flyers lack papillae (7).This raises the possibility that ulnar papillar reduction orabsence in large-bodied derived dromaeosaurids reflects lossof aerodynamic capabilities from the clade’s ancestral members.Quill knobs in Velociraptor could reflect retention of feathersfrom smaller possibly volant ancestors, but such feathers mayhave had other functions. Although thermoregulatory effectsof secondaries on the ulna would be negligible, such featherscould have been used for display (1), in shielding nests forthermal control (8), or for creating negative lift during inclinerunning (9). Whether this feature represents retention of anancestral function or the cooption for other purposes, the presenceof quilled feathers on the posterior of the arms in a medium-sizedderived, clearly nonvolant dromaeosaur can now be established.

References

  • · 1. M. A. Norell, X. Xu, Annu. Rev. Earth Planet. Sci. 33, 277 (2005). [CrossRef] [ISI]
  • · 2. J. A. Clarke, Bull. Am. Mus. Nat. Hist. 286, 1 (2004). [CrossRef]
  • · 3. A. Elzanowski, in Mesozoic Birds, Above the Heads of Dinosaurs, L. M. Chiappe, L. M. Witmer, Eds. (Univ. California Press, Berkeley, CA, 2002), pp. 129159.
  • · 4. X. Xu et al., Nature 421, 335 (2003). [CrossRef]
  • · 5. C. A. Forster, S. D. Sampson, L. M. Chiappe, D. W. Krause, Science 279, 1915 (1998).[CrossRef] [ISI] [Medline]
  • · 6. X. Xu et al., Nature 431, 680 (2004). [CrossRef] [Medline]
  • · 7. Materials and methods are available on Science Online.
  • · 8. T. P. Hopp, M. J. Oren, in Feathered Dinosaurs, P. J. Currie, E. B. Koppelhus, M. A. Shugar, J. L. Wright, Eds. (Indiana Univ. Press, Bloomington, IL, 2004), pp. 234250.
  • · 9. K. P. Dial, Science 299, 402 (2003).[Abstract/Free Full Text]
  • · 10. We thank S. Nesbitt for comments, L. Barber and A. Balcarcel for preparation and casting, M. Ellison for photography, P. Sweet, P. Capainolo, and the 1998 Gobi field crew. This study was supported by NSF Division of Earth Sciences (M.A.N. and P.J.M.) and a NSF Doctoral Dissertation Improvement grant (A.H.T.).

Supporting Online Material   www.sciencemag.org/cgi/content/full/317/5845/1721/DC1

Materials and Methods   Fig. S1

References

_____________________________________________________________________________________________________

En effet, ces points de fixation sont identiques aux points d’ancrage des pennes c’est-à-dire les plumes qui sont indispensables au vol des oiseaux modernes.

Pour l’équipe de paléontologues du Museum d’histoire naturelle de New York, cette découverte implique que contrairement à ce qui avait été soutenu jusqu’à présent, les dromaeosauridés de grande taille n’ont pas perdu leurs plumes au cours de l’évolution. Cependant, Velociraptor ne pouvait pas voler. Par contre, les chercheurs pensent que les ancêtres des dromaeosauridés avaient cette capacité.

A quoi servaient ces plumes ? Pour l’instant, les paléontologues ne peuvent faire que des hypothèses. Peut-être s’agissait-il d’un « ornement » utile lors de la parade sexuelle, peut-être que les femelles les utilisaient pour garder à bonne température leurs œufs ?

Comme l’autruche, Velociraptor pouvait peut-être également se servir de ses plumes dans les changements rapides de direction.

Une griffe aiguisée comme un rasoir

A près de 40 km/h, ces bipèdes bondissaient sur leurs proies, balançaient leurs deux pieds sur le torse de l’adversaire et leur plantaient leur redoutable griffe dans le corps.

Griffe d’un Velociraptor (Museum of Natural History). © dinosoria.com       Cette griffe, capable de se relever presque à la verticale, était idéale pour s’agripper. Après avoir lacéré leur proie, ils pouvaient tout à loisir la déchiqueter grâce à leur quinzaine de dents en forme de rasoir.

Comme chez de nombreux théropodes, la main n’a que trois doigts. Cette main, de structure simple, forme un crochet très efficace pour agripper fermement les proies. Les petits os du poignet en forme de galet sont disposés de manière à rendre l’articulation souple pour améliorer la prise.

Griffes velociraptor

Griffes fossiles de Velociraptor. © dinosoria.com   D’après des empreintes fossiles, on sait également que Velociraptor n’utilisait que 2 doigts pour marcher et courir.

Griffes Velociraptor

Reconstitution des pattes par la BBC     Le troisième doigt restait relevé afin probablement d’en éviter l’usure.

Souvenirs d’un combat

La scène fossilisée est extraordinaire. Elle a été découverte en 1971. Un Velociraptor tient dans ses bras unProtoceratops et s’apprête à le déchiqueter.

Combat Velociraptor et Protoceratops

Velociraptor et Protoceratops. © dinosoria.com     Velociraptor est mort en tenant dans ses mains la tête cuirassée de Protoceratops, tout en lui lacérant le ventre avec ses griffes.

Mais, Protoceratops avait percé la poitrine de son adversaire avant de mourir lui aussi. La patte arrière du Velociraptor était restée coincée dans les mâchoires de sa proie. Ensevelis depuis 80 millions d’années dans le désert de Gobi, leur position témoigne de la fureur du combat.

Pourquoi le combat s’est-il interrompu ? Une tempète de sable a peut-être enseveli les deux animaux en plein combat. Nul ne saura jamais qu’elle aurait pu en être l’issue.

Classification   Saurischia Theropoda Tetanurae Coelurosauria Dromaeosauridae  

V.Battaglia (05.2003) M.à.J 02.2008

Dossier complémentaire sur le Velociraptor

Dernières découvertes sur le Velociraptor . Velociraptor contre Tarchia et Protoceratops

Sources. Liens externes

Article sur la découverte des points de fixation de plumes. Science magazine (pdf en anglais)

Classification du Velociraptor (en anglais)
The Society of Vertebrate Paleontology (en anglais)

La grande encyclopédie des dinosaures, David Norman, éditions Gallimard 1991

< Lexique dinosaures

Velociraptor mongoliensis was een theropode dinosauriër uit de groep van de Maniraptora, levend in het Late Krijt, meer bijzonder in het Campanien, in formaties tussen de 80 en 73 miljoen jaar oud.

De soort werd in 1922 ontdekt in Mongolië door Chapman Andrews en in 1924 beschreven door Henry Osborn, op basis van holotype AMNH 6515. De geslachtsnaam Velociraptor is afkomstig uit het Latijn en betekent “snelle rover”; de soortaanduiding verwijst naar Mongolië.

Velociraptor was een kleine vleeseter van ongeveer 1,8 meter lengte, met een heuphoogte van een halve meter en een massa van zo’n vijftien kilogram – ongeveer zo groot als een fikse kalkoen met een lange staart. De schedel was vrij langwerpig en zo afgeplat dat hij zelfs een beetje hol was aan de bovenkant. De romp is relatief kort.

Velociraptor behoort tot de Deinonychosauria, vermoedelijk tot de Dromaeosauridae (net als Deinonychus), en per definitie tot de Velociraptorinae en deelde de vogelachtige kenmerken van die groepen: een groot borstbeen, opklapbare lange armen met grote drievingerige handen, een horizontaler schouderblad, ribuitsteeksels om luchtzakken aan te drijven, een naar achteren stekend schaambeen en vermoedelijk warmbloedigheid gecombineerd met een verenkleed. Door de vorm van de wervels, met lange naar achteren wijzende uitsteeksels was het achterste deel van de staart onbuigzaam; dit kenmerk wordt wel verklaard door aan te nemen dat dit deel als stabilisator fungeerde bij het bespringen van de prooi. De tweede teen droeg een sterk vergrote gekromde klauw die in opgetrokken stand meegedragen werd. De grootste gevonden klauw heeft een lengte van 67 mm; met de hoornschacht mee zou de klauw dan zo’n tien centimeter geweest zijn.

De functie van de zeer karakteristieke ‘raptorklauw’ wordt verduidelijkt door de beroemde vondst in de jaren zeventig van een velociraptor en een protoceratops die, in een strijd op leven en dood verwikkeld, door duinzand bedolven werden; terwijl de bek van de planteneter de arm van de vleeseter in een fatale greep omklemt, klauwt de voet van Velociraptor in de nekwervels van Protoceratops. De klauw had dus vermoedelijk vooral een steekfunctie.

Sommige auteurs, zoals Gregory S. Paul, stellen dat Velociraptor, net als de rest van de familie Dromaeosauridae, niet zozeer een vogelachtige dinosauriër is, als wel een echte vogel in de meest strikte zin van het woord, die dus dichter bij de moderne vogels staat dan Archaeopteryx. Volgens dit alternatieve model is Velociraptor — of zijn voorouder, het vermogen om te vliegen secundair kwijtgeraakt, op een soortgelijke manier als struisvogels. Primitieve dromaeosauriërs konden misschien wel vliegen (Microraptor is het beste voorbeeld). Overigens impliceert het hebben van een vliegende voorouder niet dat men tot de vogels behoort.

____________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________

VEREN  <—> Velociraptor 

Veren kwamen voor bij dinosauriërs, maar waren eerder uitzondering dan regel.

Dat meldt het wetenschapsblad Nature op haar website.

Lang werd gedacht dat de meeste dinosauriërs kaal waren, tot in 2002 meerdere fossielen werden gevonden die wezen op de aanwezigheid van een verendek.

Sindsdien wordt er volop gespeculeerd. Veren zouden de standaard zijn geweest(1). Sommige soorten verloren ze in de loop van hun evolutie, andere behielden ze.

Uit deze soorten kwamen de vogels voort.

Onderzoekers van het Natural History Museum in Londen en het Royal Ontario Museum in Toronto hebben nu alle gegevens over ontdekte dinosaurushuiden op een rij gezet.

Het resultaat presenteerden ze eind oktober tijdens een bijeenkomst van de Society of Vertebrate Palaeontology in Los Angeles.

Alleen soorten zoals de Tyrannosaurus rex en de Velociraptor waren gevederd, van soorten zoals de Triceraptops en de Stegosaurus en giganten zoals de Brachiosaurus hadden alleen minder voorkomende ondersoorten veren, aldus de onderzoekers.

Het onderzoek kent nog wel een beperking: er zijn geen fossielen met voldoende bewaard gebleven huid uit de eerste fase van het dinosauriërstijdperk.

Wanneer die wel gevonden worden én inderdaad sporen van veren bevatten, verandert dat de zaak weer.

Door: NU.nl/Jop de Vrieze

°
Wat er door wetenschappers wordt beweerd klopt niet altijd. Het is waarschijnlijk erg lastig om, door middel van fossielen, te bepalen welke soorten veren hadden. Dat neemt nog niet weg dat ze waarschijnlijk overtuigende theorien en bewijzen hebben, aangezien er anders een horde andere wetenschappers klaar zit om hun stellingen te ontkrachten. Dat is hoe de wetenschap werkt!
Afdrukken van veren zijn gevonden in diverse dino- fossielen.
chicken tyranno  leg
Daarnaast hebben de skeletten van een aantal dino’s verdomd veel weg van een aantal vogels. Door deze bevindingen kunnen wetenscheppers  een uitspraak doen en vervolg onderzoek gaan doen welke soorten dinosauriers veren hadden. Het is dus 100% zeker dat er een aantal dino’s veren hadden, welke dat waren is dus onduidelijk. 
http://en.wikipedia.org/wiki/Feathered_dinosaur
(1)
(L-R): The skeleton of an ornithomimid dinosaur with preserved evidence of fossil feathers and an artist's impression of the feathered ornithomimid dinosaurs found in Alberta, Canada

The skeleton of an ornithomimid dinosaur with preserved evidence of fossil feathers (L)
and an artist’s impression of the feathered ornithomimid dinosaurs found in Alberta, Canada (R) Photo: PA

 

De veren die de vogels overerfden  zijn (convergent ? )  ontstaan bij de raptors, de voorouders van de vogels;  toen de raptors kleiner werden konden ze moeilijker warmte vast houden en begonnen er zich veren te ontwikkelen in de huid.

De eerste primitieve  veren dienden  dus(mogelijk eerst en vooral )  voor de thermische regulering( en voor kleine warmbloedige dieren ( velociraptors en co  worden   tegenwoordig verondersteld warmbloedig te zijn geweest ) is dat een levensnoodzaak   .

Een allosaurus weegt vele tonnen terwijl de vogels 5 – 7 kilo wogen. Warmte vasthouden is lastiger voor kleine dieren. De veren evolueerden om lichaamswarmte vast te houden toen deze dieren, kleiner werden in hun ezvolutie stamlijnen . Veren
om te vliegen waren de laatste fase ( tot op de dag van vandaag ) in deze evolutie.

°  

Er is niet zoveel verschil tussen een T.rex en een kip.

Als je een vogel ziet, is hij voor een groot gedeelte een theropode dinosaurier.
De holle botten kwamen voor bij de theropoda.

Die hebben 210 miljoen   jaar bestaan.

Theropoda hadden een vorkbeen lang voordat er een dier  vloog. Ze hebben allemaal een polsbot, de semi lunit carpal, dat sterk
kan buigen wat handig is om een prooi te grijpen. Met dezelfde beweging slaat een vogel z’n vleugel omlaag. Zo zijn er veel kenmerken waaruit blijkt dat vogels dinosauriers zijn. Maar deze kenmerken ontstonden niet om te gaan vliegen. Ze bleken toevallig nuttig /bruikbaar voor dat fladder en later  vlieg-gedrag van de eerste vogels.

KIp :

http://nl.wikipedia.org/wiki/Kip_(vogel)

Klik om toegang te krijgen tot 1867906.pdf

 Een kip is een gedomesticeerd bankivahoen (Gallus gallus). Hoewel dit een klein boshoen is kan het wel degelijk  wat vliegen bv om rivieren over te steken of om   een klimpartij te ondersteunen  en  daarna  veilig   te kunnen rusten in de boomtoppen.

Aan de vorm van de slagpennen kan je zien of ze voor vliegen hebben  gediend. De pennen moeten op de lucht drukken als de vleugel naar  beneden gaat en de lucht doorlaten bij het liften. Daarvoor is een   asymmetrische slagpen nodig.

Kippenveren  zijn ook nog wel goed om de vogel  lekker warm te houden . (vooral de donsveertjes)Die veren hebben duidelijk ook nog een ander gebruik dan wat korte afstand  vliegen  of  fladderend klimmen  .

°

_______________________________________________________________________________________________________

1.- VOGELS ZIJN DINO’s 

–> Het idee dat vogels dinosauriërs zijn is  al oud . De Britse bioloog Thomas Huxley opperde het voor het eerst in 1868, een paar jaar nadat Darwin zijn Origin of Species publiceerde.

Maar Huxley stond alleen: de algemene opvatting was lang dat dinosauriërs en vogels aparte evolutionaire afstammingslijnen vormen.

–> Vanaf de jaren ’70 is het tij gaan keren (deze periode wordt door paleontologen liefkozend de “‘Dinosaur Renaissance”  genoemd).

—> Sinds de ontdekking van tientallen fossielen van gevederde dinosauriërs in de jaren ’90 staat het als een paal boven water: vogels stammen rechtstreeks van dinosauriërs af.

2.- Vogels zijn onvolgroeide dinosauriërs

door   1 06 2012

De schedel van een kerkuil. Let op de grote ogen en het bolle schedeldak.

Dinosauriërs kropen uit het ei met een korte snuitje, grote ogen en een bolle hersenpan. Vogels en krokodillen, hun naaste nog levende verwanten, doen dat nu nog steeds. Maar waar de schedels van volwassen krokodillen en dinosauriërs plat en langwerpig zijn, blijven vogelschedels steken in de kuikentijd. Vogels behouden hun enorme ogen en hersenen een leven lang. Ze zijn pedomorf, zou een bioloog zeggen. Die observatie kunnen Spaanse en Amerikaanse paleontologen nu ook met cijfers staven. Afgelopen zondag publiceerden zij een grote studie naar vogel- en dinosaurusschedels in Nature.

Het komt misschien als een verrassing, maar volgens de geldende taxonomische mores zijn vogels dinosauriërs, net zoals mensen zoogdieren zijn. Vogels stammen rechtstreeks af van een groep tweebenige, vleesetende roofdinosauriërs, de theropoden. Dat maakt de verschillen tussen vogelschedels en die van hun uitgestorven verwanten alleen maar interessanter: wanneer kregen vogels die jonge kop?

Een schedel van Herrerasaurus, een primitieve theropode, met daarop de 45 ijkpunten die Bhullar voor elke schedel bepaalde.Een schedel van Herrerasaurus, een primitieve theropode, met daarop de 45 ijkpunten die Bhullar voor elke schedel bepaalde.

Om die vraag te beantwoorden, zocht Bhart-Anjan Bhullar samen met zijn collega’s naar foto’s en reconstructies krokodillen-, dinosaurus- en vogelschedels. Ze vertaalden de vorm en omtrek van bijna 50 schedels in digitale schedelprofielen, aan de hand van 45 verschillende ijkpunten. Waar mogelijk deden ze dat voor jonkies én volwassen dieren.

Alle schedels gingen hierna door de statistische molen. Het bewijs voor pedomorfie was overduidelijk. De dinosauriërs die nauw verwant zijn aan vogels, zoals de ‘oervogel’ Archaeopteryx, behoorden tot hetzelfde statistische cluster als de allerjongste dinosauriërs en krokodillen. De schedel van een volwassen Confuciusornis, de oudste vogel met een snavel, was qua vorm bijvoorbeeld nauwelijks te onderscheiden van een baby-Byronosaurus. Voor moderne vogels was dit effect nog sterker. Hun gezichten zijn nóg platter, hun ogen nóg boller.

De onderzoekers vonden aanwijzingen dat de pedomorfose van vogels in vier stappen verliep:

Het is niet zo dat kleine vogels of dino’s per se kinderlijker waren dan grote. Struisvogels (Struthio) en emoes (Dromaius) zijn dan wel de reuzen van het vogelrijk, ze hebben toch een kuikenkop. En Compsognathus had als piepkleine vleesetende dino een volwassen schedel.

Bhullar vond één onderdeel van de vogelschedel dat niet pedomorf is: de snavel. Het voorste puntje van het bovenkaakbeen groeit bij vogels veel verder uit dan bij dinosauriërs. Toen klauwen vleugels werden, gingen de voorouders van moderne vogels hun snavel gebruiken om voorwerpen vast te grijpen, vermoedt Bhullar.

°

“As we noted, flight probably followed the evolution of paedomorphosis, and small size is required to be able to fly.

However, this doesn’t address what may have selected for paedomorphosis in general.

Obviously animals of a radically different size can exploit a range of ecological niches their ancestors can not, or can only transiently during their own ontogenies. Early stem-group birds clearly found a fruitful existence living the small-predator life. Moreover, after the end-Cretaceous extinction, everything above about 1 kg on land died, and only the small animals were left, including a couple of lineages of paedomorphic dinosaurs representing the ancestors of modern birds. In the now depauperate world, they were able to explosively radiate into the bewildering diversity of birds we see today.”

Er lopen dus een aantal dingen door elkaar: in de overgang van Guanlong-achtige schedels naar die van Archaeopteryx in de figuur hierboven (a) worden schedels pedomorf, (b) krimpt de lichaamsgrootte en (c) gaan voorouders van vogels zweven/vliegen.

°

Vogels zijn (o.a.) zeer sterk visueel gespecialiseerde dieren, waardoor de grote ogen en daaraan verwante schedelaanpassingen verklaard kunnen worden.(*)

(*)

vogelhersens en -ogen zijn relatief groot voor hun schedels, ten opzichte van krokodillen en andere dinosauriërs. Neem de overgang van Guanlong naar Archaeopteryx in de figuur hierboven. In Archaeopteryx zijn de hersens gekanteld, en beslaan ze een groter gedeelte van de schedel dan in Guanlong. Ook aan het schedeldak is dat te zien (helemaal rechtsboven): die wordt in de loop van de vogelevolutie steeds groter.

In de laatste alinea van hun artikel speculeren de onderzoekers over de rol die het gezichtsvermogen en het brein gespeeld heeft in de evolutie van vogels. Ik kan  me voorstellen dat een kleine, op insecten jagende vogelouder gebaat is bij goed zicht. Ogen worden groter, alsmede de hersenen om die visuele input te verwerken (pedomorfose).

–> Dat deze dieren uiteindelijk gaan vliegen/zweven heeft misschien niet zoveel te maken met hun pedomorfe kop, maar meer met hun leefwijze en kleine lichaamsgrootte? Maar dat is speculatie van mijn kant.

Het zou mij niet verbazen dat de functionele reden(en) van grote oogkassen en bolle hersenpan van jonge dinosauriërs inclusief jonge vogels te vinden zijn in de gemeenschappelijke vereisten en/of beperkingen van hun vroege ontwikkeling, en dat die vereisten andere zijn dan visuele specialisatie enz.

In deze visie zou de relatief weinig veranderde schedelvorm van volwassen vogels toevallig maar ook opportuun genoemd kunnen worden.

Een andere vraag zou daarom kunnen luiden: waarom veranderen de schedels van volwassen dinosauriërs gedurende hun ontwikkeling in tegenstelling tot die van vogels?

Waren de functionele eisen van bv. vroege dinosauriërs zodanig dat hun volwassen schedelvorm weinig veranderde, zoals bij vogels, of was dat niet meer dan een optie waarvan door de later onstane vogels (opnieuw?) handig gebruik gemaakt werd?

*

Waarom_ juist de vliegende  tak van de dinosaurus familie de neotene hoofdvorm heeft ontwikkeld. ? 
Het lijkt mij voor de hand dat dit geen toeval is maar juist iets met het vliegen te maken heeft.

-L aat ik er een gooi naar doen.

Een gewone dinosaurus-kop  is te zwaar om goed mee te kunnen vliegen.

Wachten op de vele gunstige mutaties die onafhankelijk moeten plaatsvinden om zon dinosaurus kop om te vormen in een lichtgewicht vogelkopje duurt te lang.

Mogelijk is een enkele mutatie echter voldoende om die dinosaurus kop halverwege in zijn ontwikkeling te stoppen, en kan daarmee de vereiste lichte en kleine kopvorm bereikt worden (Saltationisme ? )(**)

°  De hierboven  aangekaarte  evolutionaire  ontwikkelingen zijn natuurlijk deels met elkaar vervlochten, waardoor waarom-vragen( in verband met deze ontwikkelingen)   niet zo makkelijk te beantwoorden zijn …….  en uiteraard stammen ( volgens der huidige geldende  consensus( zie hierboven de engelse quote  ) de vogels af van kleine raptors //Blijkbaar hebben de   kleine  vogelachtige dino’s zich weten te handhaven  na het grote uitsterven  en alle overige soorten dinosauriërs niet.

°(** ) Pedomorfie is de gemakkelijkste vorm van evolutie,het vraagt weinig veranderingen in de genetische opmaak Blijkbaar is de huidige vorm van vogels  functioneel bepaald. Deze functionele vorm is ook een vorm die gemakkelijk in een ei past. Dinosauriers en krokodillen moeten deze vorm na geboorte snel verlaten: met een brede lange bek is het makkelijker prooien te grijpen of te grazen.

Bronnen:
Uilenschedel door Didier Descouens
Bhullar, B., Marugán-Lobón, J., Racimo, F., Bever, G., Rowe, T., Norell, M., & Abzhanov, A. (2012). Birds have paedomorphic dinosaur skulls Nature DOI: 10.1038/nature11146

—> De termen   pedomorf/ pedomorfose/ pedomorfisme  en  Neotenie .

1.-pedomorfose is een algemenere term dan neotenie.? 

2.- Neotenie heeft betrekking op het (excessief) veel langer duren van een vroeg – jeugdig – groeistadium van een voorouder in een volwassen dier   Neotenie is een uitvinding van de anatoom Louis Bolk uit NL in de context van de kwestie intelligentie en ras Voor details zie De mens gemeten, over de geschiedenis van de intelligentietest (S. Gould, Amsterdam 1996).

3.- ‘pedomorf’   omvat   zowel neotenie ( een blijven steken  in de ontwikkeling  ) als progenese (een versnelling van de seksuele rijping = waardoor een juveniele vorm toch geslachtrijp wordt  ).

______________________________________________________________________________________________________

File:Bird Diversity 2013.png

__________________________________________________________________________________________________

Sauropoda
|-?Kunmingosaurus 
|-Vulcanodon  
|-?Kotasaurus 
     |
     |-Barapasaurus  
     |-?Zizhongosaurus
     |-?Ohmdenosaurus 
         |
         |-?Euhelopidae
         |    |-Shunosaurus 
         |    |-Klamelisaurus 
         |    |-?Bellusaurus 
         |    |-Nurosaurus 
         |    |-?Datousaurus 
         |    |-?Hudiesaurus
         |    |-?Tehuelchesaurus
         |         |
         |         |-Euhelopinae
         |              |-Euhelopus 
         |              |-Omeisaurus  
         |              |-Mamenchisaurus
         |              |-?Tienshanosaurus
         |
         |-Eusauropoda
              |-Amygdalodon 
                   |
                   |-?Volkheimeria 
                        |
                        |-?Patagosaurus 
                             |
                             |-?Cetiosaurus 
                             |-?Cetiosaurus 
                                 |
                                 |-Jobaria 
                                     |
                                     |-Neosauropoda

Sauropoda incertae sedis:
Asiatosaurus 
Asiatosaurus
Cariodon
Moshisaurus
"Pleurocoelus" 
Macroscelosaurus
Qinlingosaurus 
Teishanosaurus
"Titanosaurus" 
Ultrasaurus tabriensis

Eusauropoda incertae sedis:
Dachongosaurus 
Lancajiangosaurus 
Lapparentosaurus 
"Morosaurus" 
?Oshanosaurus 
Protognathosaurus
Rhoetosaurus 
Cetiosaurus
"Rebbachisaurus"

volkheimeria_chubutensis_skeletal_by_paleo_king-d6ng8qn

Vulcanodon dinosaur


___________________________________________________________________________________________________

W

______________________________________________________________________________________________________

°WARMBLOEDIG  ? 

Reptielen waren ooit warmbloedig’

 11 juni 2010  1

Uit een analyse van enkele prehistorische reptielen blijkt dat zij naar alle waarschijnlijkheid warmbloedig waren. De warmbloedige varianten van de tegenwoordig koudbloedige (1)  reptielen zijn uitgestorven, maar zouden nog opvallend laat in de evolutie naast de koudbloedige dieren hebben bestaan.

De onderzoekers bestudeerden de ichthyosauria , plesiosauria  en mosasaurus .

De eerste twee dieren bleken inderdaad warmbloedig te zijn.

De wetenschappers baseren zich daarbij op de gefossiliseerde tanden. Ze vergeleken de verhouding tussen zuurstof-16 en zuurstof-18. Deze verhouding verandert wanneer de lichaamswarmte verandert. Door de verhouding in beeld te brengen, wisten de onderzoekers te achterhalen hoe warm het lichaam van de dieren ten tijde van de groei van hun tanden was.

Volgens de onderzoekers is het niet zo dat de koudbloedige dieren de warmbloedige dieren per direct vervingen; de twee soorten hebben naast elkaar bestaan. Dat dat ook geldt voor de ichthyosauria en plesiosauria is overigens wel bijzonder; dat betekent dat de koudbloedigen en warmbloedigen veel later in de evolutie nog naast elkaar leefden.

De onderzoekers menen dat er nu eerst onderzocht moet worden welk dier als eerste tot een koudbloedige evolueerde. Maar andere onderzoekers trekken de conclusies in twijfel en vinden dat er eerst meer onderzoek gedaan moet worden naar de lichaamswarmte. Want waren de dieren wel echt warmbloedig? Waren ze niet gewoon goed in staat om hun lichaamswarmte op peil te houden?

Vandaag de dag zijn alle reptielen koudbloedig. Dat betekent dat ze hun lichaamstemperatuur niet intern regelen, maar aanpassen aan de temperatuur van hun omgeving. Dat heeft als gevolg dat de reptielen in periodes van kou zeer langzaam zijn en bij hitte pas echt actief worden.

(1) Endotherm en Ectotherm zijn mogelijk wat lastigere termen, maar geven veel meer ruimte om te speculeren over hoe het complete thermoregulatiesysteem van dergelijke dieren in elkaar zat.

Grote dino

 24 juni 2011 0

Uit onderzoek blijkt dat sauropoda – één van de grotere dinosaurussoortengroepen  – ongeveer net zo’n lichaamstemperatuur hadden als wij mensen.

Over het algemeen geldt: hoe groter het dier, hoe hoger de lichaamstemperatuur. Maar dat geldt niet voor de enorme dinosaurussen, zo blijkt. Het is dan ook aannemelijk dat deze dieren een soort mechanisme hadden waarmee ze zichzelf konden koelen.

Tanden
De onderzoekers trekken die conclusie na het bestuderen van tanden van dinosaurussen zoals deBrachiosaurus brancai en Camarasaurus. Ze letten daarbij op concentraties van isotopen: koolstof-13 en zuurstof-18.

Deze isotopen kunnen zich aan elkaar binden. Hoe vaak ze dat doen, is afhankelijk van de temperatuur. En dus kan op basis van deze isotopen iets gezegd worden over de lichaamstemperatuur van de dieren.

Koelbloedig
Uit dit onderzoek bleek dat de dinosaurussen ongeveer dezelfde lichaamstemperatuur als wij mensen hadden.

De sauropoda gaan overigens de boeken in als koudbloedig: ze vertrouwden voor warmte op hun omgeving en regelden de lichaamstemperatuur niet intern.

De onderzoekers wijzen erop dat de buiten temperaturen in de tijd van de dinosaurussen waarschijnlijk hoger waren dan nu het geval is en dat de dieren zichzelf koelden, om te voorkomen dat ze te warm zouden worden.

Schaduw
De dinosaurussen zouden vooral veel warmte hebben verloren via hun lange nekken en staarten. “Sauropoda hadden waarschijnlijk nog wel andere mogelijkheden om zich af te koelen,” stelt onderzoeker Robert Eagle. Zo zouden ze bijvoorbeeld ook de schaduw op hebben gezocht als het te warm werd.

De onderzoekers hopen in een later stadium ook de lichaamstemperatuur van jonge en kleinere sauropoda te kunnen bestuderen. Ze willen zo achterhalen of de grootte en leeftijd van de dieren nog invloed had op hun temperatuur. Uiteindelijk willen ze vaststellen wanneer vogels – afstammelingen van de dinosaurussen – de overstap maakten van koelbloedig naar warmbloedig.

Bovenstaande afbeelding is gemaakt door Steveoc 86 (via Wikimedia Commons).

Bronmateriaal:
Big dinos stayed cool” – News.discovery.com

Toch warmbloedig?

 28 juni 2012   13

Lang dachten onderzoekers dat de enorme reptielen koudbloedig waren, maar een nieuwe studie schoffelt het belangrijkste bewijs daarvoor ongenadig hard onderuit.

Er zijn heel wat fossiele resten van dinosaurussen teruggevonden. En die resten kunnen ons ook veel vertellen. Bijvoorbeeld hoe zo’n dinosaurus gebouwd was. Maar er zijn ook heel veel dingen die ze op het eerste gezicht lijken te verzwijgen. Bijvoorbeeld of dinosaurussen koud- of warmbloedig waren. En dus was het even zoeken naar bewijs voor de stelling dat dinosaurussen koudbloedig waren.

Lines of Arrested Growth
Uiteindelijk vonden onderzoekers dat bewijs in de Lines of Arrested Growth (LAG). Deze lijnen zijn terug te vinden in de botten van dinosaurussen en doen denken aan de jaarringen van bomen. De lijnen ontstaan in seizoenen waarin de dieren het lastig hebben (bijvoorbeeld de winter of tijdens droogte) en hun groei door een gebrek aan voedsel stil komt te liggen. Onderzoekers stelden dat dieren die LAGs hadden, wel koudbloedig moesten zijn. In tegenstelling tot warmbloedige dieren, regelen koudbloedige dieren hun temperatuur niet zelf: deze wordt sterk beïnvloed door de temperaturen van de omgeving. En dat heeft gevolgen voor de groei, zo dachten onderzoekers. Een warmbloedig dier heeft altijd dezelfde temperatuur en dezelfde snelle stofwisseling en dus altijd dezelfde hoeveelheid energie om te groeien.

Het resultaat: een warmbloedig dier groeit altijd even hard.

Een koudbloedig dier daarentegen heeft niet altijd dezelfde temperatuur en ook de snelheid van de stofwisseling verschilt en dus groeit deze met horten en stoten.

De conclusie van de onderzoekers: dieren met LAGs zijn koudbloedig. Dat was direct het belangrijkste argument voor de stelling dat ook dinosaurussen koudbloedig waren.

Hier zijn twee LAGs te zien. Het bot behoort toe aan een edelhert. Foto: Meike Köhler / ICP.

Nieuwe studie
In een nieuwe studie bestudeerden de onderzoekers de groei van warmbloedige dieren. Ze waren er niet op uit om het fundament onder de koudbloedige dinosaurus weg te schoffelen. Ze wilden alleen weten hoe de omgeving de groei van diverse dieren beïnvloedde. Om dat te achterhalen, bestudeerden ze de botten van verschillende dieren. Tot hun grote verbazing troffen ze ook bij warmbloedige dieren LAGs aan. De onderzoekers moeten dan ook concluderen dat LAGs niet wijzen op koudbloedigheid, maar in plaats daarvan laten zien hoe de stofwisseling van een dier in reactie op veranderingen in de omgeving verandert. En dat geldt zowel voor koudbloedige als warmbloedige dieren, zo schrijven de onderzoekers in het blad Nature.

 

Voedsel
De onderzoekers zochten ook uit om wat voor veranderingen in de omgeving het ging. Ze ontdekten zo dat veel regenval en een beperkte hoeveelheid voedsel de grootste invloed had op de stofwisseling. Groter nog dan de temperatuur. Wanneer er weinig voedsel voorhanden is, dan past het lichaam de behoefte van het dier daaraan aan. De stofwisseling vertraagt, waardoor dieren minder voedsel nodig hebben. Gevolg is wel dat de groei ook iets langzamer plaatsvindt.

 

Verrassend
“Het lijkt verrassend dat er tot op heden nog geen systematisch onderzoek is gedaan om te bewijzen of ontkrachtigen dat alleen koudbloedigen tijdens hun groei deze kenmerken (LAGs) in hun botten ontwikkelen,” bekent onderzoeker Meike Köhler. Ze wijst erop dat eerdere studies de theorie al in twijfel trokken en dat nu voor het eerst bewezen is dat die twijfel terecht is.

Het onderzoek is niet alleen interessant voor paleontologen en anderen die zich in de geschiedenis van het leven op aarde vastbijten. Ook voor mensen die zich met het huidige leven op aarde bezighouden, is het enorm nuttig. Nu blijkt dat ook warmbloedigen LAGs hebben en dat die LAGs iets vertellen over de reactie op veranderingen in de omgeving, hebben onderzoekers een manier gevonden om vast te stellen of die veranderingen een populatie bedreigen.

Bronmateriaal:
 According to a study published in Nature dinosaurs were warm-blooded reptiles” – ICP.cat

19 juli 2013  6

Onvoldoende spierkracht
…..wetenschappers van de universiteit van Adelaide  herbben nieuwe aanwijzingen   nieuw  gevonden dat dinosaurussen warmbloedig waren. Professor Roger Seymour beweert dat koudbloedige dinosaurussen niet genoeg spierkracht zouden hebben om op andere dieren te jagen in het Mesozoïcum. Hij stelt dit in een paper in het wetenschappelijke blad PLOS One.

Als voorbeeld noemt Seymour zoetwaterkrokodillen. Een krokodil met een gewicht van 200 kilo heeft slechts 14% van de spierkracht van een zoogdier. Dit percentage daalt naarmate een krokodil zwaarder is. “Een koudbloedige krokodil heeft  naar verhouding    niet hetzelfde  uithoudingsvermogen als warmbloedige zoogdieren”, beweert Seymour.

“Een krokodilachtige dinosaurus zou het nooit kunnen winnen van een zoogdierachtige dinosaurus van dezelfde grootte”, beweert Seymour. De onderzoeker vermoedt dat krokodilachtige dino’s daarom warmbloedig waren. Dit komt overeen met eerder bewijs dat Seymour vond, namelijk dat dinosaurussen actiever waren dan zoogdieren.


Of dinosaurussen koud- of warmbloedig waren? Er is slechts een  ‘aantal  aanwijzingen  voor warmbloedigheid bij (velen ? van  ) die prehstorische reptielen  ……’wetenschappers komen echter   langzaam maar zeker in de buurt van een antwoord.

Bronmateriaal:
New evidence for warm-blooded dinosaurs” – Universiteit van Adelaide

_Als we naar de grote grazende zoogdieren kijken dan zien we dat deze dieren ongeveer het grootste gedeelte van de tijd (17 uur) per dag aan de voedselopname (grazen) besteden. Dit heeft vooral te maken  met  het  geringe  energiepotentieel   en verwerking van het   voedsel dat grazen en het lange proces van voedselvertering bij    herbivore   soorten met zich meebrengt.

Dat zal voor de plantetende dinosaurussen niet anders zijn geweest. Daaruit volgt haast logischerwijs dat de plantetende dinosaurussen sowieso niet koudbloedig geweest kunnen zijn omdat er anders veel te veel van de beschikbare graastijd door de noodzakelijke warmteopname verloren zou gaan.

Daarmee zouden ze sowieso ’s nachts amper kunnen grazen en dat heeft weer tot gevolg dat de noodzakelijke voedselopname in het geding zou komen.

Op dit terrein maakt het evolutieproces geen onderscheid tussen grazende dinosaurussen of grazende zoogdieren.

______________________________________________________________________________________________________

Life restoration of Wintonotitan.

wintonotitan_wattsi_reconstruction_by_2195razielim-d5c3snc

  • Wintonotitan-caudalsMiddle and posterior caudal vertebrae of Wintonotitan wattsi. Middle caudal vertebra in lateral (A), dorsal (B) and anterior (C). Posterior caudal vertebrae in lateral (D, G, H, J, M, P, S, V), dorsal (E, H, K, N, Q, T, W) and anterior (F, I, L, O, R, U, X) views. Abbreviations: bic, incipient biconvexity.

SA Hocknull, MA White, TR Tischler, AG Cook et al. New Mid-Cretaceous (Latest Albian) Dinosaurs from Winton, Queensland, Australia „PLoS ONE”. 4 (7), ss. e6190 (2009). doi:10.1371/journal.pone.0006190 (en). Image found at: http://www.plosone.org/article/slideshow.action?uri=info:doi/10.1371/journal.pone.0006190&imageURI=info:doi/10.1371/journal.pone.0006190.g014

_____________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_dinosaurs