VERKLARENDE WOORDENLIJST PALEONTOLOGIE E


 zie onder Geologie /PALEONTOLOGIE 


°

EXTERNE  LINKS  & bronnen  

–> Nederlands WOORDENLIJST 

http://www.fossiel.net/information/article.php

–> English 

http://palaeos.com/paleontology/glossary.html

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

 Paleontological glossary

Choose the first letter of the the term you’re interested in:
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |

_________________________________________________________________________________________________

Verklarende woordenlijst Paleontologie

___________________________________________________________________________________

E

°

Echinacea 2   (verouderd /wordt soms nog gebruikt in de paleontologie  )  klasse zeeegels   volgens  R.C Moore  1966   bestaande uit  2  subklassen  : / a. Perichoechinoidea met 4 orden:      /  b. Euchinoidea met 4 superorden, 17 orden en 11 suborden:   Diadematacea , Echinacea, Gnathostomata, Atelostomata.

________________________________________________________________________________________

°

Echinocorys    : Echinocorys, (orde Holasteroida). Flink van formaat. In Zuid-Limburg in het Krijt.–> behorende tot de irreguliere zeeëgels –>  Irregularia 

 

Fig.60. Echinocorys scutata forma ovata LESKE. (naar Zittel, 1915) http://www.seeigel-fossilien.de/varianten_seeigel_echinocorys.htm

Fig.60. Echinocorys scutata forma ovata LESKE. (naar Zittel, 1915)
http://www.seeigel-fossilien.de/varianten_seeigel_echinocorys.htm

 

 

 

http://www.seeigel-fossilien.de/varianten_seeigel_echinocorys.htm

Afbeeldingen van echinocorys                                                                                                                                                                                          // Echinocorys is een uitgestorven geslacht van stekelhuidigen, dat leefde van het Laat-Krijt tot het Paleoceen. Wikipedia

http://en.wikipedia.org/wiki/Echinocorys

Echinocorys sulcatus Echinoid Fossil

 Denmark. It appears be an Echinocorys sulcatus from the Paleocene (Danian).

See the Fossils of NJ web site for more information: fossilsofnj.com/coppermine/displayimage.php?pid=39

______________________________________________________________________________________

°

Echinocystitoida   //  Orde  van de subklasse  Perichoechinoidea —> klasse echinoidae 

http://en.wikipedia.org/wiki/Echinocystitoida

( order Echinocystitoida)  //  Proterocidaris belli (Kier, 1959); USNM 144189. Marble Falls Formation, Lower Westphalian, Upper Carboniferous, Bluff Creek, Texas, USA. Apical view, from Kier, P. M. 1965. Evolutionary trends in Paleozoic echinoids. Journal of Paleontology 39, 436-465, pls 55-60.

Diameter of test 160 mm.  (NH  UK ) 

________________________________________________________________________________________

°
Echinodermata 2 3 4

–> stam (phylum) van de Eumetazoa.

–> Groep I van de zogenaamde mesofossielen ( -methode  )

Echinodermata.
De Echinodermata = Echinodermen = Stekelhuidigen zijn veelal vrij goed te herkennen door hun gelijkenis met recente vormen. Alle soorten van deze stam zijn marien.
Al in het Paleozoïcum kwamen er veel Echinodermen voor. In het Perm stierven er veel soorten uit. In Trias en Jura waren ze nog zo algemeen, dat ze dikke lagen kalksteen vormden. In het Krijt nam hun belangrijkheid af.

De stam Echinodermata werd vroeger verdeeld in 2 substammen.
— Pelmatozoa = gesteelde = vastgehechte stekelhuidigen.
— Eleuterozoa = Echinozoa = Homalozoa = vrijlevende stekelhuidigen.

Nu hanteren we een verdeling in 4 substammen:
a. Homalozoa.
b. Crinozoa = zeelelieachtigen.
c. Asterozoa.
d. Echinozoa = zeeegelachtigen.

echinodermata ency1fossil echinoids

echinodermata 1.docx (3 MB)   <–

Echinodermata of stekelhuidigen vormen een stam binnen de Deuterostomia. Stekelhuidigen zijn mariene dieren en hebben een skelet dat uit kalkplaatjes bestaat. De meeste Echinodermen zijn te herkennen aan een vijfstralige symmetrie. De Echinodermata omvat onder meer de:

  • Blastoïden (Blastoidea): een uitgestorven groep;
  • Crinoiden (Crinoidea): zee-lelies en haarsterren, een bestaande groep (Ordovicium – heden);
  • Cystoideeën (Cystoidea): een uitgestorven groep (OrdoviciumDevoon);
  • Ophiuroidea: bestaande groep met de slangsterren en brokkelsterren;
  • Asteroidea: bestaande groep met de zeesterren en kussensterren (Ordovicium – heden);
  • Holothuroidea: bestaande groep met de zeekomkommers (Siluur – heden);
  • Echinoidea: bestaande groep met de zee-egels.

Geocoma, een slangster uit het Jura van Duitsland

 

Echinoderm: meaning “spiny skinned”, names any member of Phylum Echinodermata; a large group of primarily pentamerally radially symmetrical exclusively marine metazoans with internal calcite skeletons and hydrostatic vascular system. Includes crinoids (sea lilies)echinoids (sea urchins, sand dollars, sea biscuits), holothurians (sea cucumbers), asteroids (starfish), ophiuroids (brittle star), and many exclusively Paleozoic groups such as blastoids, edrioasteroids, carpoids, and others. (University of Arizona Geosciences 308 Paleontology glossary) More

________________________________________________________________________________

°
Echinoid: Subphylum Echinozoa, Class Echinoidea. Sea urchins and their relatives. Echinoderms with spherical or flattened bodies, often protected by long spines, like starfish they move about on tube feet. Very common as fossils, especially in the Cretaceous and TertiaryOrdovician – Recent (rare prior to the Jurassic). (MAK)

Echinoidea  // ZEEËGELS 

Meer afbeeldingen  <—

Zee-egels (Echinoidea) behoren tot het Phylum stekelhuidigen (Echinodermata). Net als andere Echinodermen hebben ze een vijf stralige symmetrie. Het lichaam bestaat uit vergroeide kalkplaten. De stekels waren beweeglijk en zaten vast op de kalkplaten. Zee-egels leven op de bodem van de zee.

Van zee-egels blijft meestal de schaal goed bewaard, omdat deze van Calciet is opgebouwd. De stekels vallen er meestal af en worden vaak los gevonden. Zee-egels komen voor sinds het Ordovicium tijdperk.

Voorbeeld van regulaire zee-egels

Zee-egels zijn onder te verdelen in regulaire en irregulaire zee-egels. De regulaire zee-egels zijn geheel vijfstralig symmetrisch en hebben hun anus aan de bovenkant en hun mond aan de onderkant. Irregulaire zee-egels hebben hun mond en anus vaak allebei aan de onderkant. Deze zee-egels hebben ook een minder regelmatige vorm.

Foto’s

Echinoidea   Leske, 1778

http://en.wikipedia.org/wiki/Sea_urchin       —>

http://www.nhm.ac.uk/resources-rx/files/timetree-chap38-35341.pdf

regular echinoids

Echinoida 2

Phylum: Echinodermata
Subphylum: Echinozoa
Class: Echinoidea
Leske, 1778
Subclasses

Echinoidea  =Echinoidea. Ordovicium – recent.  //   De klasse Echinoidea = Zeeëgels omvat met zijn meer dan 1000 soorten wellicht de bekendste stekelhuidigen. Hun vorm is meestal rond, maar soms vijfzijdig of hartvormig. Ze bezitten een schaal =kalkskelet, waarop beweeglijke stekels zijn geplaatst. Deze dienen als bescherming, maar ook als middel voor verplaatsing over de zeebodem. Bij het fossiel is de bevestigingsplaats van de stekels waar te nemen. Soms zijn deze zelf ook fossiel bewaard gebleven.

Op de schaal zijn radiaal rijen waar te nemen van paren poriën, die ambulacraalvelden begrenzen. Tussen deze velden liggen de interambulacraalvelden.

_______________________________________________________________________________________
°

Echinolampas  : Irreguliere zeeegels  /  IRREGULARIA   :  (orde Cassiduloida), Eoceen-recent.

Echinolampas  gambierensis

Echinolampas Gambieri

°

Echinolampas morgani

°

Echinolampas20posterocrassa20curtata

Echinolampas morgani

Echinolampas  osterocrassa curtata

°

Echinoneina 2 //Gnathostomata met de orde: Holectypoida  —> en de suborde:Echinoneina,   

Conulus, Krijt. Komt veel voor in het Krijt van Engeland.

http://www.thefossilforum.com/index.php?/topic/17178-conulus-echinoid/  Afbeeldingen van conulus fossil

°
Echinothuroida  //orde van de  Diadematacea

°
Echinozoa 2 3  (echinodermata ) –>een  onder de  vier onderstammen  der (verouderd )Eleuterozoa = Echinozoa = (modern ) Homalozoa —->  vrijlevende stekelhuidigen.   Afbeeldingen van homalozoa

  • Zeelepelachtigen : Carpoidea was een kleine, veelvormige groep, die leefden van het Cambrium tot het Devoon. Hun skelet bevatte wel de karakteristieke bestanddelen van calciet, maar had verder geen gemeenschappelijke kenmerken met de vijfstralige symmetrie der stekelhuidigen. … Wikipedia

    Zeelepelachtigen of Homalozoa is een uitgestorven onderstam van de stekelhuidigen. De dieren leefden in zee, van het Cambrium tot en met het Devoon (ca. 540-360 miljoen jaar geleden).

    Zeelepelachtigen hadden een afgeplat lichaam met één arm en/of een steel. Geleerden denken dat de arm en/of steel werd gebruikt bij het eten. Hoewel de huidige stekelhuidige radiaire symmetrie vertonen, waren de zeelepels asymmetrisch. De zeelepelachtige worden nog niet zo lang bestudeerd. Over hun levenswijze is weinig bekend. Er gaan stemmen op dat de zeelepelachtigen verwant zou kunnen zijn aan de Hemichordaten.

    Tot op heden zijn er 12 families en 60 geslachten bekend. Hieronder worden enkele klassen besproken. Deze zijn uiteraard voortgekomen uit fossielvondsten.

    • De gewone zeelepel (klasse Homoiostelea) had een afgeplat, asymmetrisch lichaam met één arm en een steel.
    • De armloze zeelepel (klasse Homostelea) leefden minder lang, ongeveer 540-500 miljoen jaar geleden. In tegenstelling tot de gewonde zeelepel hadden zij geen arm, maar alleen een steel.
    • Steelloze zeelepels (klasse Stylophora) hadden zoals de naam al zegt, geen steel. Echter ze hadden wel één goed ontwikkelde arm.

_____________________________________________________________________________________

Ectoproct 2 3   //Bryozoa = Ectoprocta = Mosdiertjes.

°

 

Ediacaran: most recent period of the Proterozoic era, characterised by the appearance of both enigmatic Vendobionta and trace fossils that seem to pertain to more conventional organisms. The term Ediacaran was replaced for a while by Vendian, but now it seems that Ediacaran is back in fashion. (MAK)

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ediacarium

Eon Era Periode Ouderdom Ma
Fanerozoïcum Paleozoïcum Cambrium later
Proterozoïcum Neoproterozoïcum Ediacarium 635 – 541
Cryogenium 850 – 635
Tonium 1000 – 850
Mesoproterozoïcum Stenium 1200 – 1000
Ectasium 1400 – 1200
Calymmium 1600 – 1400
Paleoproterozoïcum Statherium 1800 – 1600
Orosirium 2050 – 1800
Rhyacium 2300 – 2050
Siderium 2500 – 2300
Archeïcum Neoarcheïcum vroeger
Indeling van het Proterozoïcum volgens de ICS.[1]

 

 

Ediacaran biota: enigmatic life forms from the Ediacaran period; the first large to appear. Their affinities remain highly controversial; they have been interpreted as the first representatives of current animal phyla (Cnidaria, Annelida, Arthropoda, etc), as sister group to all metazoa more derived than sponges, as a totally distinct kingdom (Vendobionta, Vendozoa), and even as marine fungi and giant Rhizarian protists. Each hypothesis has advantages and disadvantages going for it. (MAK)

 

Afbeeldingen van Ediacaran fossils <—

ediacaran  biota

*

Ediacaran mountain

 

 http://www.sciencedaily.com/releases/2014/10/141016100317.htm Roots of the ancient mountain range, long since eroded, were found in Northeast Brazil. Credit: Carlos Ganade de Araujo

http://www.sciencedaily.com/releases/2014/10/141016100317.htm
Roots of the ancient mountain range, long since eroded, were found in Northeast Brazil.
Credit: Carlos Ganade de Araujo

 

°
– Edichnia
–Epichnia
– Exichnia = in het onderste grensvlak van de laag liggend. /drie van de vier ichnofossiele boorgaten en graafgangen klassen volgens de methode van Martinson (1970), vooral bedoeld voor geologen en sedimentologen
: Onderscheidt vier groepen. :
– Epichnia = op de laag liggend.
— Endichnia = in de laag liggend.
— Hypichnia = in het onderste grensvlak van de laag liggend.
— Exichnia = onder de laag liggend, maar wel in contact ermee.
Ze gaan uit van de ligging van de sporen t.o.v. een belangrijke laag of bank in een ontsluiting, waarin levenssporen( voornamelijk boorgangen ) zichtbaar zijn.
De namen geven dus aan, of de sporen op, in of onder de laag liggen, of dat ze het grensvlak van de laag snijden.

_______________________________________________________________________________________

Edrioasteroidea  //Cambrium – Onder-Carboon.  uitgestorven klasse van de  echinodermata  ( vroeger = Echidozoa  ) 
Komen voor in een beperkt aantal soorten. Ze zijn schijfvormig en hebben verhoogde, stervormige groeven. Ze lijken op zeesterren met een balvormig lichaam.     Afbeeldingen van Edrioasteroidea

http://en.wikipedia.org/wiki/Edrioasteroidea

Growing on this Ordovician brachiopod, at the lower right, is a round organism with five rays, looking suspiciously like a starfish. It is in fact Isorophus, a member of the extinct echinoderm class Edrioasteroidea. Although superficially like starfish, edrioasteroids were sessile – attached to a substrate by a short thick stalk covered with plates. Their ambulacra – the five radiating feeding grooves in the upper part of the organism, covered by large plates – grew in a curved, often spiral or nearly spiral pattern

http://www.ucmp.berkeley.edu/echinodermata/edrioasteroidea.html

________________________________________________________________________________________

Eéncelligen // verouderde term van Ernst Haeckell , maar wordt nog gebruikt in de paleontologie
Eénzaadlobbigen

_______________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________Elasmobranchia // 

Elasmobranchia met de orden CladoselachiiSelachii = haaienBatoida= roggen en zaagvissen,Bradyodonti.

Haaien en Roggen zijn bekend vanaf het Devoon. Het skelet van kraakbeen is zelden bewaard gebleven. Fossiel vinden we vrijwel alleen de scherpe tanden, soms in grote aantallen. Dat komt, doordat één haai vele honderden tanden oplevert. Vondsten van grote hoeveelheden haaientanden zijn b.v. bekend uit het Krijt, uit het Tertiair van Twente en Achterhoek en uit het Eoceen van Antwerpen, Gent en Cadzand.// Haaientanden  zijn  populair bij verzamelaars en worden over de gehele wereld gevonden 

Haaientanden

–> De tanden van roggen zijn plat met richels, waarmee ze schelpen kunnen vermalen.

Roggentand

  • Elasmobranchii   :    De Elasmobranchii vormen een groep binnen de Chondrichthyes of kraakbeenvissen, en omvat de haaien, roggen en vleten. Fossiele vertegenwoordigers zijn gekend vanaf het Siluur. Aangezien het skelet van deze dieren grotendeels uit kraakbeen bestaat, blijft het moeilijk bewaard. Desalniettemin zijn complete fossiele kraakbeenvissen van deze groep gekend uit tal van Lägerstatten, waaronder deze van Solnhofen, Duitsland en uit Libanon. Tanden en kauwplaten blijven wel zeer goed bewaard en worden plaatselijk gemakkelijk gevonden.In het determinatiesysteem is deze groep opgedeeld in de Batoidea, waarbinnen de roggen en vleten ondergebracht zijn, en de overige Elasmobranchii (voornamelijk haaien).Losse tanden worden vaak gevondenGoed bewaarde complete specimens, zoals deze uit Libanon, zijn uitzonderlijk     Globe.pngFoto’s of locaties voor Batoidea bekijken     Globe.pngFoto’s of locaties voor overige Elasmobranchii bekijken

___________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________

Eleuterozoa  //(=  vrijlevende stekelhuidigen.)  verouderde  naam voor  een (van de vier )  onderstam(men)  der echinodermata  :  Homalozoa

_________________________________________________________________________________________

°

Entelophyllum. // Siluur. Gotland. // een van( de als voorouderlijke beschouwde )kolonievormende koralen van de subklasse Rugosa

Rugose_koraal_Entelophyllum_-_Groningen

Entelophyllum, een rugose koloniekoraal met een compacte bouw waarbij de afzonderlijke woonbuizen elkaar aan alle zijden raken. Rugose koralen zijn de voorlopers van onze huidige rifkoralen. Zwerfsteen van Groningen.

Tenuiphyllum_sp._-_Groningen

Rugose koloniekoralen komen in een aantal soorten voor. Het meest gevonden zijn die van Entelophyllum. De kolonies zijn meest struikvormig vertakt. In elk van de woonbuizen leefde een anemoon-achtige koraalpoliep. Zwerfsteen van Groningen.

____________________________________________________________________________________

Entoprocta = Kamptozoa.

_____________________________________________________________________________________

 

Eocene: An epoch of the early Tertiary period, spanning the time between 55.5 and 33.7 million years ago. Its name is from the Greek words ἠώς (eos, dawn) and καινός (kainos, new)). It was a period of global greenhouse climate and lush forests, in which small to large archaic mammals, large reptiles, and giant flightless birds all flourished. (USGS Paleontology glossary, MAK, Perseus Digital Library) Moderate, cooling climate. Archaic mammals (e.g. Creodonts, Condylarths, Uintatheres, etc) flourish and continue to develop during the epoch. Appearance of several “modern” mammal families. Primitive whales diversify. First grasses. Reglaciation of Antarctica and formation of its ice cap; Azolla event triggers ice age, and the Icehouse Earth climate that would follow it to this day, from the settlement and decay of seafloor algae drawing in massive amounts of atmospheric carbon dioxide, lowering it from 3800 ppmv down to 650 ppmv. End of Laramide and Sevier Orogenies of the Rocky Mountains in North America. Orogeny of the Alps in Europe begins. Hellenic Orogeny begins in Greece and Aegean Sea. (Wikipedia) More

 

Epibiont = levend op een ander levend wezen.

  • Epibiont  /  Epibionten  //Een epibiont is een organisme dat leeft op een ander organisme (levend of dood).Kokerworm als epibiont op een zee-egel.

°

Epifauna: Those organisms that live attached to other, larger organisms. Examples include the corals, bryzoa, worms and bivalves that are found attached to echinoids of the chalk.

   

Brachiopods      with bryozoan epifauna                      Strophodonta sp
Middle Devonian

Brachiopod with at least 3 types of epifauna (including a bivalve)
Middle Devonian

_______________________________________________________________________________________

°

Erratic: Rocks of pebble size or above that have been transported from their original source and often end up out of context with the geology of the area that they were transported to. In Britain, erratics are usually the legacy of glaciers.

_________________________________________________________________________________________

Epifyt  :  een  niet -parasitaire plant, levend op bovengrondse delen  van een  andere  plant.  Bijvoorbeeld veel orchideeen en bromelia’s   Afbeeldingen van epifyten

________________________________________________________________________________________

°_____________________________________________________________________________________

Epizoair = een organisme, levend op een dier. (bijvoorbeeld zeepokken op een walvis / zeeanemoon op een heremietkreeft  )

Heremietanemoon (Calliactis parasitica); l’anémone solitaire; hermitcrab anemone; Einsiedler-Seerose oder Schmarotzerrose.

. De wetenschappelijke soortnaam sugereert dat er sprake is van parasitisme, maar het is eerder mutualisme. De anemoon biedt bescherming en profiteert zelf van voedselresten. Soms probeert ze levende krabben te verschalken; krabben jagen soms ook op zeeanemonen.

____________________________________________________________________________

Equisetophyta = Lycopsida = Paardenstaarten = Sphenopsida = Equisetales (verouderd).

calamites 2

________________________________________________________________________________________

  • Erfelijkheidsleer  :  Genetica   // De genetica of erfelijkheidsleer is de tak van de wetenschap die een verklaring biedt voor de genetische overerving van eigenschappen. Gregor Mendel wordt algemeen gezien als de grondlegger van de genetica, en de wetenschap heeft een enorme maatschappelijke relevantie gekregen sinds de ontdekking van DNA en de ontwikkeling van analytische technieken die onderzoek op moleculair niveau toelaten.Samen met de evolutietheorie vormt genetica het tweeluik dat de ontwikkeling van leven op Aarde kan verklaren.                                                                                                                            Tag  : GENETICA, <—

GENETICA

 artikel GIST <—doc archief 

JUNK DNA -Doc  archief 

   Knock out  <—doc  WP

MENDEL  <—

________________________________________________________________________________________

  • Eukaryoot   /   Eukaryoten  //Eukaryoten zijn organismen waarvan de cel een celkern bevat. In de taxonomie zijn de Eukaryoten een domein.

_________________________________________________________________________________________
Eurypterid: colloquially known as “sea scorpions”, these were medium-sized to gigantic, marine to freshwater to amphibious Paleozoic chelicerates, include the largest arthropods ever to live (up to 2.5 meters long).Ordovician to Permian, most common during the late Silurian and early Devonian, although also flourished in Carboniferous swamps(MAK)

 

°

EUTHYCARCINOIDS  

http://www.fossilmall.com/Cambrian_Shadows/euthycarcinoid.htm

The euthycarcinoids

are poorly understood and highly enigmatic arthropods that have at various times been assigned to nearly all major clades of Arthropoda. Vaccari (2004) notes that recent work has supported a placement with crustaceans or a myriapod-hexapod assemblage, a basal position in the Euarthropoda, or a placement in Hexapoda or a hexapod stem group. The near future may better define the elusive euthycarcinoids, as phylogenetic studies unveil the genes involved in arthropod evolution (Schram, 2001).The euthycarcinoids are known from 13 species from Upper Ordovician or Lower Silurian-Middle Triassic from Western Australia, Europe (e.g., the Rhynie chert) and the Mazon Creek in Illinois. In all cases the depositional characteristics suggests freshwater or brackish water environments. Recently, Vaccari (2004) described Apankura machu from a 38 mm holotype coming from late Cambrian of Argentina that occurs along with footprints and tail-drag trackways conspicuously similar to those of Protichnitesfrom the Krukowski quarry. This finding pushes back the groups origin by some 50 million years. Since the Krukowski quarry is probably an older Cambrian assemblage, the Krukowski ichnofauna be the earliest arthropod fossils in the fossil record that are associated with land-based footprints. The trackways in the formation strengthen the theory that similar traces of subaerial origin from Cambro-Ordovician such as the Cambrian Krukowski quarry and the Ordovician Kingston formation in Ontario, Canada (MacNaughton, 2002) were made by euthycarcinoids. I am also struck that this arthropod has similarities to Fuxianhuia protensa, a basal arthropod from the Chengjiang Lagerstatte of China.

Euthycarcinoid reconstruction

Above: Reconstruction of the Rhynie chert euthycarcinoidHeterocrania rhyniensis (scale bar = 2mm) (Anderson & Trewin 2003).

http://www.abdn.ac.uk/rhynie/euthy.htm

Heterocrania rhyniensis

http://www.hornissenschutz.de/euthycarcinoid.htm

Euthycarcinoida    :  tegenwoordig geklasseerd bij de crustaceeen  

The Cambrian euthycarcinoid Mosineia macnaughtoni from the Elk Mound Group, Blackberry Hill, central Wisconsin. Cambrian euthycarcinoids such as this one may have been the first animals to walk on land.

http://en.wikipedia.org/wiki/Euthycarcinoidea

________________________________________________________________________________________

Een exoskelet is een uitwendig skelet wat voorkomt bij bepaalde ongewervelde dieren. Dit in tegenstelling tot de gewervelden waar het skelet aan de binnenkant zit. Het bied stevigheid, en in veel gevallen ook bescherming tegen aanvallers. Voorbeelden van dieren met een exoskelet zijn arthropoda (o.a. kreeften en insecten), Mollusca (vb. slakken en ammonieten) en echinodermata (vb. zee-egels).

Het  exoskelet kan bestaan uit chitine zoals bij insecten, maar ook uit kalk zoals in gastropoden of kiezel zoals bij diatomeeën.

Deze libel kwam uit zijn larve stadium, die een tijd leeft onder water en later op de wal is gekropen om te ontpoppen.
De libel lag helemaal opgerold en opgesloten in deze larve en barstte via de rug naar buiten

wat achterblijft is het  afgedankte  overblijfsel  van het   lege  exoskelet van de ontpopte larve 

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

3 Responses to VERKLARENDE WOORDENLIJST PALEONTOLOGIE E

  1. Pingback: INHOUD O/P | Tsjok's blog

  2. Pingback: INHOUD G | Tsjok's blog

  3. Pingback: bing.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: