SOORT BASTAARDERING Hybridisatie


soortbastaarden  <–Doc archief

 

°

Wat is de Regel van Haldane?

 

In 1922 deed de bioloog J.B.S. Haldane een opmerkelijk observatie, die ondertussen een biologische algemeenheid is en sindsdien bekend staat als de Regel van Haldane. Maar wat houdt deze regel precies in?

De Stelling van Pythagoras, de Wetten van Mendel, en het Doppler effect zijn allemaal genoemd naar hun beroemde ontdekkers. Maar heb je ooit gehoord van de Regel van Haldane? Laten we eerst kennis maken met de excentrieke bioloog waar deze regel naar vernoemd is. John Burdon Sanderson (J.B.S.) Haldane heeft een enorme invloed gehad op de huidige biologie, met vooral bijdragen aan genetica en evolutiebiologie. Samen met Ronald Fisher en Sewall Wright legde hij in de jaren 1920 de basis voor de Moderne Synthese van de evolutietheorie, waarin onder andere genetica, systematiek en paleontologie verenigd werden.

VROUW: “IK KAN NIET GELOVEN DAT ÉÉN CEL IN MILJARDEN JAREN KAN UITGROEIEN TOT EEN COMPLEX WEZEN ALS EEN MENS. HALDANE: “MAAR MEVROUW, U DEED HET ZELF IN NEGEN MAANDEN!”

Hij is ook gekend om zijn vele quotes en anekdotes. Zo kreeg hij ooit de vraag van enkele theologen wat hij kon vertellen over de Schepper aan de hand van zijn Creatie. Haldane antwoordde: “Een buiten proportionele affectie voor kevers”, waarbij hij verwees naar de enorme diversiteit aan kevers wereldwijd. Een andere anekdote vond plaats na een lezing. Een vrouw kwam naar hem toe en zei dat ze niet kon geloven hoe één kleine cel over miljarden jaren kan uitgroeien tot een complex wezen als de mens. Hierop zei Haldane: “Maar mevrouw, u deed het zelf in negen maanden!”

Observatie
In 1922 publiceerde Haldane een kort artikel waarin hij een merkwaardige observatie beschreef. Namelijk dat “wanneer onder de nakomelingen van twee verschillende dierenrassen één geslacht afwezig, zeldzaam, of onvruchtbaar is, dan is dit steeds het geslacht met twee verschillende geslachtschromosomen”. Is deze zin als Chinees voor jou? Geen probleem, ik zal ze samen met jou ontleden. Hiervoor moeten we twee onderwerpen aansnijden: geslachtchromosomen en hybridisatie.

Geslachtschromosomen
Wat bepaalt het geslacht van een individu? Vroeger dacht men het geslacht bepaald werd door de plek waar het embryo zich ontwikkelt. Ligt het links dan wordt het een meisje, maar ligt het rechts dan wordt het een jongen. Vrouwen werd dan ook aangeraden om na de seks op een bepaalde zijde te gaan liggen om het geslacht van het kind te beïnvloeden. Ondertussen weten we dat het geslacht bepaald wordt door twee chromosomen, X en Y. Heb je twee X-chromosomen, dan bent u een vrouw. Bezit je naast een X-chromosoom ook nog een Y-chromosoom, dan behoort u tot het mannelijke geslacht. Dit systeem geldt voor alle zoogdieren. Bij vogels werkt het dan weer net omgekeerd. Een mannetje heeft twee identieke Z-chromosomen, terwijl een vrouwtje een Z- en een W-chromosoom heeft.

Hybridisatie
Wanneer twee verschillende soorten onderling kruisen, dan noemen we de nakomelingen hybriden. Het bekendste voorbeeld is de muilezel, een kruising tussen een paardenhengst en een ezelin (de omgekeerde combinatie geeft een muildier). Deze dieren combineren de goede eigenschappen van het paard en de ezel, maar ze zijn wel meestal onvruchtbaar. Hoewel hybriden niet altijd onvruchtbaar zijn, hebben ze vaak te kampen met allerlei fysieke kwaaltjes. Volgens de Regel van Haldane zijn het vooral hybriden met twee verschillende geslachtschromosomen die het meeste last ondervinden van deze ongemakken. Bij zoogdieren zijn dat dus de mannetjes en bij vogels zouden dat de vrouwtjes moeten zijn. Sinds de observatie van Haldane hebben wetenschappers diverse diergroepen onder de loep genomen en ontdekt dat ze allemaal de Regel van Haldane volgen.

Meeuwen en padden
In Polen broeden de Zilvermeeuw (Larus argentatus) en de Pontische Meeuw (L. cachinans) in hetzelfde gebied nabij de Vistula rivier. Deze soorten kunnen onderling kruisen en in het Poolse broedgebied zijn dan ook heel wat gemengde koppels te vinden. Onderzoekers van het Ornithologisch Station uit Gdansk volgden het succes van deze kolonie gedurende negentien jaar. Hybride mannetjes hadden een gelijkaardige overlevingskans vergeleken met gewone mannetjes. Maar hybride vrouwtjes hadden een beduidend lagere overlevingskans. Dit komt overeen met de Regel van Haldane, want bij vogels hebben de vrouwtjes twee verschillende geslachtschromosomen (ZW).

In het zuidwesten van de Verenigde Staten kruisen twee soorten padden (Spea bombifrons en S. mulitplicata). De resulterende hybriden zijn levensvatbaar, maar de mannetjes zijn steriel. Lisa Wünsch en Karin Pfennig (University of North Carolina) bestudeerden de zaadcellen van deze padden. Hybriden produceerden nog steeds dezelfde hoeveelheid zaadcellen, maar het merendeel ervan was abnormaal van vorm en onbeweeglijk. Ergens in de vorming van de zaadcellen loopt dus wat mis. Vrouwelijke hybriden zijn daarentegen vruchtbaar, precies zoals voorspeld door de Regel van Haldane.

Mechanisme
Een patroon vinden in de natuur is één ding, het mechanisme erachter ontrafelen is een heel andere zaak. Genetici deden talloze experimenten met fruitvliegjes en hebben ondertussen verschillende hypothesen voor het mechanisme achter de Regel van Haldane.

De dominantie-hypothese gaat ervan uit dat op de geslachtschromosomen bepaalde genen liggen die een negatief effect hebben op zijn drager. (1)

Wanneer er een tweede versie van dit chromosoom aanwezig is met de goede versie van het gen, dan wordt het negatieve effect meestal teniet gedaan. Maar als er op het X-chromosoom een schadelijk gen ligt en er is geen tweede X-chromosoom (maar het veel kleinere Y-chromosoom) aanwezig, dan komt het negatieve effect toch tot uiting. Hetzelfde principe geldt uiteraard voor het ZW-systeem bij vogels.(2)

Bronmateriaal:

Haldane, J.B.S (1922) Sex-ratio and unisexual sterility in hybrid animals. Journal of Genetics, 12:101-109. Laurie, C.C. (1997) The Weaker Sex is Heterogametic: 75 Years of Haldane’s Rule. Genetics, 147:937-951. Neubauer, G., Nowicki, P. & Zagalska-Neubauer, M. (2014) Haldane’s rule revisited: do hybrid females have a shorter lifespan? Survival of hybrids in a recent contact zone between two large gull species. Journal of Evolutionary Biology, 27:1248-1255. Wu, C.I. & Davies, A.W. (1993) Evolution of postmating reproductive isolation: the composite nature of Haldane’s rule and its genetic bases. The American Naturalist, 142:187-212. Wünsch, L.K. & Pfennig, K.S. (2013) Failed sperm development as a reproductive isolating barrier between species. Evolution and Development, 15:458-465.

 

  • (1)–> Het is niet zeker dat dit het exacte mechanisme is. Er zijn nog andere hypothesen, maar die zijn nogal complex om hier uit te leggen. (Voor meer info: http://en.wikipedia.org/wiki/H…
  •  (2)–> Homozygoot en heterozygoot zijn termen die niet gebruikt worden voor chromosomen, maar voor de genen op de chromosomen. Als er twee X-chromosomen zijn, dan is het perfect mogelijk dat een individu heterozygoot is voor een bepaald gen, omdat op X1 een recessieve versie ligt en op X2 een dominante versie. Maar mannen hebben maar 1 X-chromosoom en zijn dus altijd homozygoot voor de genen op dat chromosoom (de wetenschappelijke term hiervoor is hemizygoot).
  • U moet het mechanisme dus bekijken vanuit het perspectief van het gen en niet het chromosoom.

°

Ruilhandel in de natuur: de grote voordelen van hybridisatie

 06 december 2013 3

heliconius

Plantkundigen geven al jaren aan dat hybridisatie voordelig kan zijn.

Uitwisseling van genetisch materiaal tussen soorten kan één van beide soorten een adaptief voordeel opleveren. Zoölogen bleven sceptisch, maar recent onderzoek toont aan door in de dierenwereld vlijtig DNA wordt uitgewisseld.

 een krekster  ?  oftewel een vogel die het resultaat leek te zijn van een romance tussen een ekster en een kraai.

krekster

krekster

Het is geen bonte kraai, want die hebben een grijs lichaam met zwarte vleugels. Het is ook geen albino want dan zouden de ogen rood zijn. Het lijkt op leucisme, dat is het ontbreken van donkere pigmenten, maar dan is elke veer of helemaal gekleurd of helemaal wit.

Half-om veren, zoals bij deze vogel, duiden meestal op een slechte conditie.

Deze afwijking valt natuurlijk het meest op bij zwarte vogels. Verder schijnt eenzijdig voedsel, wat cultuurvolgers als bijvoorbeeld merel, kauw en zwarte kraai veel krijgen deze afwijking te versterken. Het kan ook nog een toevallige mutatie zijn –

See more at: http://utrechtseheuvelrug.punt.nl/content/2010/11/krekster#sthash.m8MMfsi6.dpuf

°

Nader onderzoek toonde aan dat de(meeste ) krekster(s)  een doodgewone kraai met een afwijking zijn  en dat het vogeltje dus niet één van de diersoorten is die het stiekem met een andere diersoort aanlegt.

°

Niet zo zeldzaam
Lang namen biologen aan dat een kruising tussen soorten vrij zeldzaam was.

Maar recente onderzoeken tonen aan dat dat niet het geval is.

Maar hoe zit dat nu precies met kruisingen tussen soorten – met een duur woord ook wel hybridisatie genoemd?

Wie doen aan hybridisatie? En waarom?

In andere woorden: wat levert het ze op?

Vliegenvangers
In Zweden kunt u tijdens een boswandeling genieten van twee soorten vliegenvangers: de Withalsvliegenvanger (Ficedula albicollis) en de Bonte Vliegenvanger (F. hypoleuca). Deze soorten kruisen ook regelmatig en de resulterende hybriden zijn zelfs vruchtbaar.

Wanneer deze hybriden paren met één van de ouderlijke soorten, zou dit kunnen leiden tot de uitwisseling van genetisch materiaal tussen soorten.

Hakan Tegelström en Hans Gelter van de Universiteit van Uppsala toonden in 1990 aan dat er inderdaad genetisch materiaal tussen de soorten wordt uitgewisseld. Dit proces staat bekend als introgressie.

Jakobskruiskruid. Afbeelding: Rasbak (via Wikimedia Commons).

Jakobskruiskruid. Afbeelding: Rasbak (via Wikimedia Commons).

Plantenonderzoek
Plantkundigen bestuderen introgressie al langer en zien het nut ervan in.

Edgar Anderson publiceerde reeds in 1949 een artikel getiteld Introgressive Hybridization, waarin hij suggereert dat het genetische materiaal dat een soort verkrijgt via introgressie wel eens voordelig zou kunnen zijn. In recent onderzoek met diverse plantensoorten, zoals de iris, zonnebloem en Jacobskruiskruid, werd de voorspelling van Anderson bevestigd. Door hybridisatie verkregen deze soorten nieuwe genen die een adaptief voordeel opleverden. Er is dus heel wat bewijs voor adaptieve introgressie gevonden in de plantenwereld. Maar zoölogen bleven sceptisch ten opzichte van mogelijk voordelen van hybridisatie. Recent zijn er echter enkele overtuigende voorbeelden van adaptieve introgressie gedocumenteerd bij dieren. Hoog tijd voor een kort overzicht.

Resistente muizen
In de jaren vijftig gebruikte men het gif warfarine om knaagdieren, zoals muizen en ratten, te bestrijden. Maar net zoals bacteriën resistent worden voor antibiotica, verkregen sommige muizen resistentie voor warfarine door een mutatie in een bepaalde regio van hun DNA. In 2011 toonde Ying Song (Rice University in Houston, Texas) met enkele collega’s aan dat Europese muizen (Mus musculus) resistentie voor warfarine niet zelf ontwikkeld hadden, maar verkregen hadden door middel van hybridisatie met resistente Algerijnse muizen (Mus spretus).

Canis lupus. Afbeelding: Gary Kramer (via Wikimedia Commons).

Canis lupus. Afbeelding: Gary Kramer (via Wikimedia Commons).

Zwarte wolven en witte coyotes
Men weet al lang dat leden van de hondachtigen (familie Canidae), zoals honden, wolven en coyotes, regelmatig kruisen. Dit biedt mogelijkheden voor adaptieve introgressie. In 2009 onderzocht Tovi M. Anderson met haar collega’s de genetische basis van zwarte vacht bij wolven (Canis lupus). Tot hun verbazing bleek het gen dat verantwoordelijk was voor de zwarte vacht afkomstig van honden. De wolven hadden het gen tijdens hun evolutie verloren, maar door hybridisatie met honden was het gen opnieuw in de wolvenpopulatie terecht gekomen. De resulterende zwarte vacht bezorgde de wolven een selectief voordeel in het beboste Noord-Amerika. Een gelijkaardige situatie komt voor bij coyotes (Canis latrans) waar een gen voor witte vacht ook voorkomt bij hondenrassen, zoals Golden Retriever en Labrador. De frequentie van het gen in de populatie coyotes is vooralsnog erg laag. Dus of het ook een adaptief voordeel zal opleveren, vergelijkbaar met de zwarte vacht bij wolven, is nog onzeker.

En gele kippen
Darwin gaf al aan dat de kip afstamt van de Rode Kamhoen (Gallus gallus). Maar de gele huid die we bij onze huis-tuin-en-keuken kippen aantreffen, komt niet voor bij zijn wilde voorouder.

Jonas Eriksson en collega’s toonden aan dat de gele huid afkomstig is van een nauw verwante soort, namelijk Gallus sonnerati. De introgressie van het gen voor gele huid heeft waarschijnlijk plaatsgevonden in gevangenschap, omdat beide soorten in het wild niet kruisen.

Het vlindergenus Heliconius (zie de afbeelding bovenaan dit artikel) wordt al jaren bestudeerd om ecologische en evolutionaire vraagstukken op te lossen. In 2012 werd het genoom van drie vlindersoorten uit dit genus in kaart gebracht. Verschillende genen voor de prachtig gekleurde vleugelpatronen werden geïdentificeerd. Verder onderzoek toonde aan dat twee regio’s in het genoom tussen soorten uitgewisseld werden. Deze regio’s zijn essentieel voor mimicrie, het nabootsen van andere soorten om aan predatie te ontsnappen. Het is niet moeilijk om u voor te stellen dat uitwisseling van zulke genen voordelig werkt.

Jente Ottenburghs (1988) heeft sinds zijn Master Evolutie en Gedragsbiologie aan de Universiteit van Antwerpen een brede interesse voor evolutionaire biologie. Sinds mei 2012 werkt hij als PhD-student bij de Resource Ecology Group aan de Universiteit van Wageningen. Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier.

Bronmateriaal:
Hedrick, P.W. (2013). Adaptive introgression in animals: examples and comparison to new mutation and standing variation as sources of adaptive variation. Molecular Ecology, 18: 4606-18 doi: 10.1111/mec.12415
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Robert Lawton (via Wikimedia Commons).

KRUISINGEN BINNEN HET GENUS HOMO  ?  

Homo sapiens  sapiens  x homo “sapiens”(?)  neanderthalensis ?

De eerste   homo sapiens sapiens   mensen die buiten Afrika leefden, pikten door hun seksuele contacten met Neanderthalers waarschijnlijk HLA genen op   , die hun nageslacht beschermden tegen ziektes op andere continenten

De kruisingen  zorgden  er daardoor voor dat mensen zich gemakkelijker over de planeet konden verspreiden. Dat meldt het Britse tijdschrift New Scientist op basis van een onderzoek aan de Universiteit van Stanford.

 Immuumsysteem 

Met name een aantal allellen binnen de zogenaamde Humaan Leukocyten Antigenen (HLA) – een groep van 200 genen die essentieel is voor het menselijke immuunsysteem – zijn waarschijnlijk afkomstig van Neanderthalers. (1)

Hoofdonderzoeker Peter Parham kwam tot zijn bevindingen door de HLA-genen van mensen uit verschillende werelddelen te vergelijken met genen van Neanderthalers.

Hij vond bij dat onderzoek bewijs voor de theorie dat de eerste moderne mensen veel genen hebben opgepikt van Neanderthalers. Zijn bevindingen heeft hij gepresenteerd op een bijeenkomst van de Royal Society in Londen.

Volgens Parham waren de Neanderthaler-genen essentieel voor de succesvolle verspreiding van moderne mensen over de wereld, omdat veel van  de produkten  hun  oorspronkelijke afrikaanse  genen alleen beschermden tegen ziektes die in Afrika voorkwamen.

Neanderthalers leefden al vele jaren succesvol buiten Afrika toen ze in aanraking kwamen met homo sap 


Oorspronkelijk kwamen zowel de Neanderthalers als de moderne mensen uit Afrika…..Ten laatste  zo’n 400.000 jaar geleden verlieten de Neanderthalers Afrika en trokken naar Europa en Azië.

Onze voorouders bleven toen nog in Afrika en ontwikkelden zich tot  homo sapiens. Pas 100.000 jaar geleden verlieten ook onze voorouders het Afrikaanse continent in een gigantische migratiegolf.  Zo’n 20.000 jaar leefden de twee mensenrassen min of meer samen  in dezelfde  niet-afrikaanse  regio’s 

Genoom  

Het belang van Neanderthaler-genen bij bescherming tegen ziektes komt ook tot uiting in het genoom van moderne mensen.Over het geheel genomen is slechts zes procent het menselijk genoom afkomstig van Neanderthalers. Binnen de HLA-genen is het aandeel van Neanderthaler-genen echter veel groter.

Dit wijst er op dat de eerste homo sapiens mensen  die buiten Afrika leefden deze genen goed konden gebruiken  om te overleven.

(1)Humaan Leukocyten Antigenen (HLA). Een familie genen die een belangrijke rol speelt in de bescherming tegen indringers in ons lichaam, zoals virussen.

De HLA-genen van de Neanderthalers en Denisovans, een andere prehistorische mensachtige, kregen honderdduizenden jaren de tijd zich aan te passen aan ziektes in Europa en Azië.Het verkrijgen van de genen door kruising vergrootte de overlevingskans van onze  homo sap voorouders dan ook aanzienlijk.
Verspreiding
De hoeveelheid HLA die afkomstig is van onze prehistorische neven loopt sterk uiteen per continent.

Zo schatten de wetenschappers dat Europeanen de helft van een bepaald type HLA te danken hebben aan Neanderthalers en Denisovans.

Onder Afrikanen komt het type bijna niet voor terwijl het bij Aziaten kan oplopen tot 95 procent.

Volgens de onderzoekers is dit verschil te verklaren doordat de prehistorische mens seksuele relaties aanging met zijn neven en vroeger afgetakte   medemens, toen hij  100.000 tot  65.000 jaar geleden Afrika verliet. Hoe verder de mens wegtrok, hoe meer kruising er kon optreden.

 

 

Hybride soortvorming: 1 + 1 = 3

10 december 2013   1

P. verticillata

In de achttiende eeuw ontdekte Carolus Linnaeus dat nieuwe soorten kunnen ontstaan door hybridisatie. Deze manier van soortvorming, nu bekend als hybride speciatie, komt regelmatig voor bij planten. Maar ook in het dierenrijk vindt men af en toe een hybride soort.

Carolus Linnaeus is vooral bekend als grondlegger van het moderne systeem van naamgeving in de biologie. In zijn Systema Naturae (1735) schreef hij ‘nullae dantur species novae’ (er zijn geen nieuwe soorten), waarmee hij aangaf dat alle soorten onveranderlijk gebleven zijn sinds hun schepping. Maar enkele jaren later ontving hij van een collega een merkwaardige plant uit het genus Linaria. Hij ontdekte dat deze plant een hybride oorsprong had en stelde een theorie voor waarop nieuwe soorten kunnen ontstaan, namelijk door middel van hybridisatie. Dat noemen we ook wel hybride speciatie. Het komt regelmatig voor bij planten, maar ook in het dierenrijk zijn enkele hybride soorten te vinden.

Chromosomen
Op basis van het aantal chromosomen van de hybride soort, maken biologen een onderscheid tussen twee algemene vormen van hybride speciatie. Wanneer hybriden een dubbel (soms zelfs driedubbel) chromosomenaantal hebben ten opzichte van hun oudersoorten, spreekt men van polyploidy. Een mooi voorbeeld hiervan komt uit de Royal Botanical Gardens in Kew (Verenigd Koninkrijk). Hier ontdekten botanisten dat de Kew sleutelbloem (Primula kewensis) het resultaat was van een kruising tussen twee andere soorten (P. floribunda en P. verticillata, zie afbeelding hierboven). Verder onderzoek toonde aan dat P. kewensis 36 chromosomen heeft en de twee oorspronkelijke oudersoorten elk 18.

Geen verandering
Bij de andere vorm van hybride speciatie vindt er geen verandering in het aantal chromosomen plaats. Biologen hebben het dan over homoploide hybride speciatie. Bij planten zijn er tot nu toe een twintigtal gevallen bekend. Het best beschreven zijn drie soorten zonnebloemen (Heliantus anomalus, H. deserticola en H. paradoxus), die elk het resultaat zijn van kruisingen tussen H. annuus en H. petiolaris.

Vlinders uit het geslacht Heliconius. Boven van links naar rechts: Heliconius erato notabilis, Heliconius erato etylus, Heliconius erato emma. Midden van links naar rechts: Heliconius melpomene melpomene, Heliconius heurippa, Heliconius cydno cordula. Onder: Heliconius charithonia, Heliconius hermathena renatae, Heliconius erato hydara.  Afbeelding: Hybrid trait speciation and Heliconius butterflies, Philosophical Transactions of the Royal Society B, 27 September 2008 vol. 363 no. 1506 3047-3054.

Vlinders uit het geslacht Heliconius. Boven van links naar rechts: Heliconius erato notabilis, Heliconius erato etylus, Heliconius erato emma. Midden van links naar rechts: Heliconius melpomene melpomene, Heliconius heurippa, Heliconius cydno cordula. Onder: Heliconius charithonia, Heliconius hermathena renatae, Heliconius erato hydara. Afbeelding: Hybrid trait speciation and Heliconius butterflies, Philosophical Transactions of the Royal Society B, 27 September 2008 vol. 363 no. 1506 3047-3054.

Hybride speciatie is vooral goed bestudeerd in de plantenwereld. Maar het aantal studies dat hybride diersoorten meldt, groeit snel. Het meeste overtuigende voorbeeld werd beschreven bij vlinders uit het genus Heliconius. Op basis van de vleugelpatronen vermoedden Jesus Mavarez (Smithsonian Tropical Research Institute, Panama) en zijn collega’s dat H. heurripa een kruising was tussen H. melponene en H. cydno. Zij kruisten de twee soorten in gevangenschap en volgens hun verwachtingen leken alle kruisingen sprekend op H. heurripa. Daaropvolgend genetisch onderzoek bevestigde de hybride oorsprong van deze soort. In 2008 publiceerde diezelfde Jesus Mavarez samen met Mauricio Linares een lijst van mogelijke hybride soorten in het dierenrijk. Met de huidige vooruitgang in genetische technieken kunnen wetenschappers nagaan of alle soorten op deze lijst wel degelijk hybriden zijn. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

 

Bronmateriaal:
Baack, E.J. & Rieseberg, L.H. (2007) A genomic view of introgression and hybrid speciation. Current Opinion in Genetics & Development, 17:513–518.
Mallet, J. (2007) Hybrid Speciation. Nature, 446(7133):279-83.
Mavarez, J. et al. (2006) Speciation by hybridization in Heliconius butterflies. Nature, 441(7095):868-71.
Mavarez, J. & Linares, M. (2008) Homoploid hybrid speciation in animals. Molecular Ecology, 19:4181-5.
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).

 

 

 

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

5 Responses to SOORT BASTAARDERING Hybridisatie

  1. Pingback: inhoud S | Tsjok's blog

  2. Eigenlijk best vreemd dat de zoölogen aanvankelijk geen voordeel zagen van Hybridisatie van soorten. Het verschijnsel soorthybridisatie bij ezels en paarden is al sinds de oudheid bekend en wordt door mensen sindsdien opzettelijk toegepast.
    Zelf heb ik geëxperimenteerd met soorten dwerggarnalen uit de geslachten Caridina en Neocaridina om een type te verkrijgen dat zich beter handhaaft tussen zijn vijanden in een dierenverblijf (aquarium).
    Deze soorten garnalen zijn vele generaties kunstmatig gekweekt en geselecteerd op hun felle rode kleuren en strepen wat ze commercieel suksesvoller maakte, maar hun vaardigheid om zich te verstoppen en te verdedigen leek verloren gegaan te zijn. Er lijkt verbetering in te komen.

  3. Pingback: WAT IS EEN SOORT ? | Tsjok's blog

  4. Pingback: INTEELT en dergelijke | Tsjok's blog

  5. Pingback: HOMO SAP | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: