Geologie trefwoord D


         zie onder GEOLOGIE   —->  GEOLOGIE TREFWOORD 

°

dacite  dacite(Volcanology)

 Dacite is an igneous, volcanic rock with a high iron content found at many lava-domes.
Dacite) is an igneous, volcanic rock with a high iron content. It is intermediate in compositions between andesite and rhyolite, and, like andesite, it consists mostly of plagioclase feldspar with biotite, hornblende, and pyroxene (augite and/or enstatite). It has an aphanitic to porphyritic texture with quartz as rounded, corroded phenocrysts, or as an element of the ground-mass. The relative proportions of feldspars and quartz in dacite, and in many other volcanic rocks, are illustrated in the QAPF diagram. Dacite is also defined by silica and alkali contents in the TAS classification.The plagioclase ranges from oligoclase to andesine and labradorite, and is often very zoned. Sanidine occurs also in some dacites, and when abundant gives rise to rocks that form transitions to the rhyolites. The biotite is brown; the hornblende brown or greenish brown; and the augite is usually green.

The groundmass of these rocks is often microcrystalline, with a web of minute feldspars mixed with interstitial grains of quartz or tridymite; but in many dacites it is largely vitreous, while in others it is felsitic or cryptocrystalline. In hand specimen many of the hornblende and biotite dacites are grey or pale brown and yellow rocks with white feldspars, and black crystals of biotite and hornblende. Other dacites, especially augite and enstatite dacites, are darker colored.

The rocks of this group occur in Romania, Almeria (Spain), Argyll and other parts of Scotland, Bardon Hill in Leicestershire, New Zealand, the Andes, Martinique, Nevada and other regions of western North America, Greece (Methana, Nisyros, Santorini) as well as other places. They are mostly associated with andesites and trachytes, and form lava flows, dikes, and in some cases form massive intrusions in the centers of volcanoes. Dacite is an important rock type at Mount St. Helens.

The word dacite comes from Dacia, a province of the Roman Empire which lay between the Danube River and Carpathian Mountains (now modern Romania) where the rock was first described.

__________________________________________________________________________________________________

 

°

DAL 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Dal_(aardrijkskunde)

Een langgerekte laagte tussen twee hellingen, meestal aangelegd door een rivier.
-antecedent  ( –> tegengestelde van epigenetisch )

Het gebergte is opgeheven, nadat de rivier er al was, waarbij de erosie van de rivier het opheffen kon bijhouden. Men spreekt dan van een antecedente rivier en een antecedent dal.( vaak een doorbraakdal ) …… Ze zijn vaak te herkennen aan een verbogen terras.

Voorbeelden :

< het doorbraakdal van de Rijn door het Leisteengebergte. 

< Het dal van de Maas in de Belgische Ardennen is een voorbeeld van een doorbraakdal, dat door harde zandsteenruggen heen ingesleten is

Bestand:Bedford-gaps.jpg

Photo of water gaps in Bedford County, Pennsylvania, facing east from the top of Kinton Knob, Wills Mountain. Taken and Uploaded by James Stuby.

Twee doorbraakdalen door kammen van de Appalachen in Pennsylvania (V.S.), uitgesleten door de Juniata River.
-bodem  / DALBODEM   1) Deel van dal      2)    rivierbodem    http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/DALBODEM/1

zie ook —>  bedding,
-dichtheid   —>  Maat voor dichtheid van het aantal rivierelementen in een riviergebied. Als de rivier veel zijtakken heeft, heb je een hoge daldichtheid.

De opbouw van een dalstelsel
Bij de afbraak van reliëf speelt erosie door water een grote rol, de erosie begint als regenwater dat in de gebergten op de helling valt , over de oppervlakte gaat stromen. Dit water concentreert zich spoedig in geultjes en snijdt in de verweerde bovenlaag van het gesteente in. Deze geulerosie vormt het begin van het ontstaan van een rivierstelsel.

De geultjes worden steeds dieper en er ontstaan aan de hoofdloop steeds meer zijtakken. De vertakking stopt als er een evenwicht ontstaat tussen de afvoercapaciteit en de hoeveelheid neerslag die na aftrek van de verdamping moet worden afgevoerd. Het verzamelgebied van al het regenwater dat uiteindelijk door een rivier wordt afgevoerd, noemen we zijn stroomgebied. Tussen stroomgebieden van rivieren bestaan vaak grote verschillen in daldichtheid. De daldichtheid kunnen we bepalen door de totale lengte van hoofd –en zijrivieren te delen door de oppervlakte van het stroomgebied. 

http://www.scholieren.com/samenvatting/34944
-eind
-evolutie
-gletsjers

-grondEen kunstmatige bodem, gevormd na afgraving van hoogveen in de veenkoloniën. De tijdelijk aan de kant gezette bovenste laag van het veen (bonkaarde) werd door het dekzand gemengd.

-hoofd
-stelsels

DALVORMING  
Als je een gebergte op een satellietfoto bekijkt, dan zie je meteen dat die wordt doorsneden door een systeem van dalen. Vanuit een hoofddal vertakken steeds kleiner wordende dalen zich naar de hoger gelegen gedeelten. Het struikvormige patroon dat zo ontstaat, valt vrijwel geheel samen met het afwateringssysteem van het gebergte. De beken uit de kleine dalen komen uit op riviertjes in de grotere dalen die uiteindelijk uit zullen monden in een grote rivier in het hoofddal. Bovendien vinden we, mits het gebergte hoog genoeg is, boven in de dalen vaak gletsjers.

Satellietfoto van de Grote Himalaya in het noorden van Bhutan, waarop de verschillende grote gletsjers, gletsjermeren en gletsjerstuwmeren te zien zijn.

 

Het is niet toevallig dat het systeem van dalen samenvalt met het riviersysteem. De gletsjers en de rivieren waden zich een weg naar beneden. Door de kracht van het water en de schurende werking van het ijs zijn uiteindelijk de dalen ontstaan.

Dalvorming

File:Kashmir-sat-nasa.jpg

De Kasjmirvallei op een satellietfoto.
De vallei is het vlakke, ovale gebied omgeven door de Himalaya’s.
Dalvorming door gletsjers

In het hooggebergte vinden we in de hoger gelegen delen gletsjers. Gletsjers bewegen zich heel langzaam, maar de ijsmassa heeft een grote schurende kracht. Allerlei brokken steen die op een gletsjer zijn gevallen, worden meegenomen in het ijs. Daardoor werken gletsjers als reusachtige raspen die een dal uitschuren. Een gletsjer schuurt zowel materiaal van de bodem als van de zijwanden. Daardoor heeft een dal dat door een gletsjer is gevormd over het algemeen een U-vormige doorsnede.

Als je op vakantie in de Alpen bent, zul je regelmatig U-vormige dalen tegenkomen, terwijl de gletsjer pas kilometers verderop begint. In Schotland zijn zelfs U-vormige dalen, terwijl er helemaal geen gletsjers te vinden zijn. Dergelijke dalen zijn gevormd tijdens de ijstijden, toen de gletsjers veel verder reikten dan vandaag de dag.

Dalvorming door rivieren

Vooral in de bergen kan stromend water een enorme kracht ontwikkelen. Het klettert naar beneden en sleurt allemaal kleine deeltjes met zich mee. Rivieren kunnen zo zelfs in het hardste gesteente een geul uitslijpen. Hoe een rivier precies stroomt, hangt af van de ondergrond. Als een rivier van een harde ondergrond opeens een zachte laag tegenkomt, dan zal hij die zachte laag sneller afslijten. Zo kan hij een gat uitslijten en kan een waterval ontstaan. Een rivier snijdt als het ware als een mes door het landschap. Daardoor ontstaan V-vormige dalen, met de rivier op het diepste punt. Grotere rivieren in bergen verleggen vaak hun bedding. Zo ontstaan vlechtende of verwilderde rivieren. De dalen van dergelijke rivieren zijn vaak erg breed, doordat de rivier dan weer hier, dan weer daar stroomt. Zodra rivieren het laagland bereiken, verliezen ze veel van hun kracht. Naast erosie vindt dan ook afzetting van materiaal plaats.

DAL  -wand

–>  op de dalwand ( en afhankelijk van de  steilte )  onstaat  denudatie 

(Voorbeeld van verchillende  dalwanden  )  In een  v-dal is het  dal  ontstaan door water erosie r. Het water stroomt door het dal en sleept het materiaal van de bodem met zich mee.
De V slaat op de doorsnede van het dal: als je een lijn trekt dwars op het dal, zie je een V.
De V-dalen in Limburg zijn ontstaan door het stromen van smeltwater tijdens de ijstijden. Tegenwoordig stroomt er geen water meer door de dalen.

Asymmetrische v-dalen zijn in Limburg ontstaan aan het eind van de ijstijden, door zon en schaduw. Aan de kant van het dal waar de zon het meest op schijnt, is de bodem droger en krijg je weinig bodembeweging richting de dalbodem.

De dalwand blijft steil. Aan de schaduwkant ontdooit de bovenlaag van de bodem en wordt een grote modderboel die makkelijk het dal in schuift. De dalwand wordt afgevlakt. Je krijgt een asymmetrische V met een flauwe helling en een steile helling.

°
Davis, W.M

°

-Death valley              http://www.nps.gov/deva/index.htm

Mesquite Dunes in Death Valley National Park

°
Debiet 2 3 4 5              DEBIET     : <Het debiet is de gemiddelde hoeveelheid water, die per tijdseenheid door een rivier   wordt afgevoerd, uitgedrukt in kubieke meters per seconde.

<De hoeveelheid water die in een bepaalde tijd langs een bepaald punt langs een rivier stroomt.

°

debris avalanche   (Volcanology)

 A sudden collapse of volcanic material from an unstable side of a volcano. Debris avalanches are a particularly violent type of pyroclastic flows (in its broader meaning).
Related keywords (1):pyroclastic flow
debris avalanche yosemite

Yosemite park : A debris avalanche is triggered and starts moving down the steep slope

 

 Debrisavalanche = Landslide

___________________________________________________________

.
Declinatie

°
Deflatie 2 3 4 5   =   winderosie.

  1. proces waarbij gesteenten door de wind worden afgesleten
  2. De uitschurende werking van de wind heet deflatie.

Zeereep | © Ecomare, Sytske Dijksen

Als de vegetatie in de zeereep wordt beschadigd (denudatie ) krijgt de wind vat op het zand. Er ontstaat een stuifkuil 

°
Deformatie 2 3
Deformeren

Deformation: When a rock layer’s structure is altered by tectonic forces. Examples of deformation include folding and faulting.
Degenkrab
Degradatie
Dekblad
Dekzand 2 3 4
-jonger
-ouder

DEKZAND   <Een eolische zandafzetting uit de Weichselienstijd, die vrijwel heel Nederland heeft bedekt.

<Dekzand bestaat uit door de wind afgezette zanden gedurende het laatste deel van de laatste IJstijd (het Weichselien).

Opgestoven zand dat op dekzand ligt. Het grensvlak wordt gekenmerkt door de grijszwarte kleuren van een tijdens het Holoceen gevormde podzolbodem in de bovenkant van het dekzand © TNO-NITG

Zie ook:

Zand

Zilverzand

DELFSTOF    

Een delfstof is een mineraal of nuttige stof die uit de grond gegraven wordt zoals bijvoorbeeld steenkool.

Zie ook:   Oppervlaktedelfstoffen

°

Del  DUINPAN 


Delta 2     DELTA  Zie ook:  Estuarium

<Een delta bestaat uit de armen waarin de rivier zich vertakt bij haar uitmonding alsmede het door die armen omsloten land.

<   Een afzetting van sediment voor de monding van een rivier. De afzetting kan zo omvangrijk worden dat een heel meer wordt opgevuld.

<Uitbouw van rivierafzetting in zee met vaak een driehoekige vorm

°
Denudatie 2 3 4
Denudatiebasis

°

Derived fossil: A fossil incorporated into younger sediments after it has been weathered or eroded out of its original matrix.

°
Depressies
-afvloeiloze

°
Desertpavement

Een bijzonder geval  wanneer het  weggeblazen zandpakket steentjes of stenen bevatte . Deze steentjes  blijven liggen en vormen na enige tijd een aaneengesloten laagje op de zandoppervlakte en verhinderen hierdoor verdere deflatie.

Zo’n laagje heet   desertpavement = keienvloertje.

http://en.wikipedia.org/wiki/Desert_pavement

Keizandniveau_-__Ballorveld_Rolde_Drjpg  Ballorveld_uitgeblazen_keizandniveau

Op het Balloërveld bij Rolde komt in een zandverstuiving het oude keizandniveau in de vorm van een desert-pavement uit het Pleniglaciaal weer te voorschijn. 

Een oud deflatieoppervlak uit het Pleniglaciaal werd door recente uitblazingblootgelegd. Het oppervlak bestaat uit duizenden zwerfsteentjes, grindjes en grof zand dat in de koude tweede helft van het Weichselien in een polaire woestijnomgeving een desert-pavement vormde.

Van dichtbij valt op dat alle zwerfsteentjes in meerdere of mindere mate een lakglans vertonen. Het glanseffect danken ze aan de schurende en polijstende werking van verstuivend zand in de laatste ijstijd.

Men kan ze vaak terugvinden in zand- of lössprofielen. Men kan ze b.v. ook waarnemen in verstuivingen van Pleistocene afzettingen op de Veluwe en in oudere dekzand-afzettingen in Nederland.
Tijdens hun ontstaan zal er dus een polair woestijnklimaat hebben geheerst.

°
Desintegratie  = mechanische verwering = afbraak   

°

°
Desquamatie 2

°

Desiccation cracks: Cracks formed in muds and clays etc. due to rapid dehydration of their surfaces. These can be found in fossil form and evidence a terrestrial depositional environment.

°
Determinatie
Determineren
Detritische 2
Devoon
Diabaas 2
Diadematoida

°
Diagenese 2 3

°

Diagenesis: The process during which sediments are compacted and/or cemented, to become rocks.
Diaklaas(azen) 2 3 4
Diadematacea
Diasteem

°

DIATOMEEËN   Diatomeeën zijn ééncellige plantaardige micro-organismen met een celwand van twee als deksels en doos over elkaar sluitende schaaltjes van kiezelzuur: zij komen in zoet-, brak- en zoutwater zeer algemeen voor en de kiezelschaaltjes blijven na het afsterven van de cellen in het sediment bewaard.

http://www.ucmp.berkeley.edu/chromista/diatoms/diatomfr.html

Most diatom fossils known are from Eocene and Miocene rocks, such as the marine diatoms shown below. At left is a single valve from the Actinoptychus heliopelta, while at right is Sceptroneis caduceus. Both of these are from marine deposits of Miocene age, the Calvert Formation of Maryland.

                                                                          Diatomeeën of kiezelwieren

Ook wel diatomen genoemd, zijn eencellige wieren met een extern skelet van kiezel (siliciumdioxide), die voor ongeveer de helft van de primaire voedselproductie der zeeën verantwoordelijk zijn. Ze behoren tot de eukaryote algen en zijn onderdeel van het phytoplankton. De plaats in de taxonomische indeling is niet geheel zeker, maar meestal worden ze ingedeeld in hun de klasse Bacillariophyceae. De klasse telt ongeveer 10.000 soorten. De meeste diatomeeën variëren in grootte van 10 tot 100 micrometer.

De eukaryote kiezelwieren hebben een extern kiezelskelet dat uit twee helften bestaat, die als doos en deksel in elkaar passen. Een van de helften heeft een spleet, waardoor het kiezelwier stoffen uit zijn milieu opneemt of afscheidt.

Diatomeën onder de microscoop

De voortplanting geschiedt vooral langs vegetatieve weg, door celdeling.
De skelethelft afkomstig van de moedercel is daarbij altijd de buitenste schil.
Dit heeft tot gevolg dat de cel die uit de grootste skelethelft is ontstaan uiteindelijk even groot zal worden als de moedercel, maar dat de cel die uit de kleinere schil ontstaat iets kleiner zal blijven. Op den duur zouden sommige cellen daardoor kleiner en kleiner worden, maar dat wordt voorkomen doordat af en toe een fase van geslachtelijke voortplanting wordt ingelast, waarbij de daaruit voortkomende cellen weer de maximale grootte kunnen bereiken.

Diatomeeën hebben een enigszins bruinachtige kleur omdat de groene kleur van het chlorofyl door andere kleurstoffen wordt gemaskeerd. Een groot deel van het zoöplankton leeft van hen. Zodra er voldoende nutriënten in het water aanwezig zijn, kunnen diatomeeën zich explosief gaan vermenigvuldigen. Er wordt dan van diatomeeënbloei gesproken.

Fossiele overblijfselen tonen aan dat diatomeeën sinds het Jura-tijdperk overvloedig aanwezig zijn. Mogelijkerwijs is de uitstervingscatastrofe aan het eind van het Perm-tijdperk een belangrijke factor geweest bij de opkomst van deze groep autotrofe, eukaryote eencelligen.

Onder gunstige omstandigheden kunnen de skeletten van kiezelwieren zich ophopen tot diatomeeënslik. Dit slik kan zowel in zee als in het zoete water worden afgezet. Diatomeeënslik is ook uit de diepzee bekend. Boven de grondwaterspiegel kan door ontwatering en compactie diatomeeënaarde ontstaan.

Diatomeeën 2 3 4

http://nl.wikipedia.org/wiki/Diatomee%C3%ABn

°

Diatomeeënslib
Diatomiet 2
Dichtheid
Dicotylen 2
Didelphia
Dieptegesteenten 2

°
Diepzeetroggen 2 3 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Trog_(geografie)

       

Schematische weergave van de vorming van troggen (trench).                                                                                                                                                   zie ook —Continentverschuivingen  —>      en                                                                                         http://weetlogs.scilogs.be/index.php?op=ViewArticle&articleId=235&blogId=22

Stille oceaan troggen 

< Diepzeetrog :   Langgerekt dal in de oceaanbodem. Hoort bij een subductiezone

Het ontstaan van troggen volgens de Plaattektoniek : 

Inwendige hitte circuleert door de mantel terwijl de platen over het oppervlakte van de aarde verschuiven. Het materiaal dat vrijkomt bij de oceanische ruggen veroorzaakt oceaanbodem spreiding. Als gevolg daarvan vindt subductie plaats bij de diepzee troggen, waardoor lagen sediment (met geel aangegeven) zich aan de rand opstapelen. Volgens de plaattektoniek ontstaan er aardbevingen daar waar de ene plaat onder de andere schuift (bij de Benioff zones) en andere plaatgrenzen. Deze theorie stelt dat er plaatselijk gesteente smelt als gevolg van subductie, waardoor magma ontstaat die naar boven komt waardoor vulkanen  ontstaan.

OPGELET  !!!!

(bovenstaande  plaatje    en tekstje  is afkomstig  van  Nederlandse  YEC -site ( creationisten  mixen  waarheden en  hun apologetica  zodat een soort  halve waarheden onstaan die goed   in hun sektarisch -religieus   kraam kunnen   passen / of minstens verwarring en twijfel ( aan de wetenschappelijke  methode )  zaaien )  —> http://home.kpn.nl/genesis/deel2/Troggen2.htm … Kun  je eens kompleet  doorlezen als je eens goed wilt lachen  met  crea-bagger …..   ) 

°

Differential erosion/weathering: Caused by differences in the resistance of rocks and particles within rocks. This can be applied on a small scale e.g. a fossil weathering out of its surrounding matrix, a large scale e.g. valleys naturally cutting through less resistant rocks, and any other scale in-between.
Differentiatieverschijnsel

°

DIJKVAL  Dijkval is het bezwijken van dijken als gevolg van externe invloeden, bijvoorbeeld onderspoeling.

°
Dilatatie

Dioriet 2
Dip slope     Dip slope: A slope that runs roughly parallel to the gradient of the rock bedding below.

Dogger: A large, calcareous nodule or concretion. Spherical or sub-spherical in shape.

Disconformiteit
Discontinuïteitsvlak
Discordant  :  Maken  onderbroken  lagen  een hoek met elkaar, dan liggen ze discordant. Voorbeeld: het in Zuid-Limburg afgezette Krijt op het geplooide Carboon.

Fig.3. Discordante ligging van het Boven-Krijt op het Boven-Carboon in Zuid-Limburg.
(gedeeltelijk naar W.J. Jongmans, 1937)

DISCORDANTIE   Discordantie heeft betrekking op het ontbreken van continuïteit op de grens van twee laagpakketten; meestal tengevolge van een periode met erosie en eventueel vervorming (scheefstelling, plooiing).

Discordantie   :  Discordanties  : Een discordantie is een laagvlak waar een hoekverschil met de onderliggende lagen te zien is. Een discordantievlak is te volgen over grotere afstand. Op de schaal tot enkele meters is er sprake van sedimentaire structuren.

Een discordantievlak is een periode waarin er geen afzetting heeft plaatsgevonden. In de meeste gevallen heeft er ook erosieplaatsgevonden. Nieuwe lagen die later op het discordantievlak zijn afgezet liggen over het algemeen recht. Door de verschillende mate van erosie op het discordantievlak lopen de onderliggende lagen dood tegen de discordantie. In de stratigrafie is het voorkomen van een discordantie een ‘gat’ in de tijd van de gesteenteopeenvolging.

Oorzaken van een discordatie en dus een pauze in de sedimentatie kan veroorzaakt zijn door kleine veranderingen in aanvoer van sediment tot aan grote tektonische bewegingen als gebergtevorming.

_______________________________________________________________________________

Discordanties
Divergerend   < Divergeren  = Uit elkaar bewegen (= divergentie)
-patroon
Documenteren van vondsten
Dogger
Dolerieten

°
Doline(s)   Een depressie in het landschap ontstaan door oplossing van het onderliggende kalksteen.

http://english.51766.com/detail/scenes_detail.jsp?ent_id=cqtkdf  /Houping Tiankeng  / Giant Doline (China )

Doline   , Dolines

 

 

 

DOLINE

-instortings
-meertjes
-oplossings
Dolomiet 2

(Beige  dolomiet  :  veel gebruikt bij tuinaanleg )

  • (Gravier d’Or ) 

 

Dolomiet

 

Dolomieten
Dolomitisatie

Dolomitisation: The process whereby a calcium carbonate rock is converted to double calcium magnesium carbonate – ‘dolomite’. Fossils are usually destroyed during this change.
Dom
Domichni
Domichnia 2

DONK 

Een donk is een hogergelegen plek in het landschap. Veelal een rivierduin of een begraven rivierduin uit de laatste IJstijd (het Weichselien)    < Een rivierduin dat geheel is omgeven door (of bedekt met) jongere holocene afzettingen.

Donken
Doorbraakdalen
Doordringbaarheid

Doorlatendheid

Doorlatendheid is het vermogen van de grond om vloeistof of gas door te laten.  Zie ook:   Permeabiliteit

Doorzichtigheid

Draaier

Draaiers
Drachenfelstrachiet 2
Drift

Drift: Material left behind by glacial and fluvio-glacial conditions.
Driftstromen
Droogdalen   droogdal

Een door samenspel van solifluctie en sneeuwsmeltwaterstromen tijdens een ijstijd gevormd dal. De bevroren bodem was ondoorlatend; nu meestal niet meer waardoor het dal geen water meer zal bevatten.

°
Druipsteen   Afzetting van calciet en andere mineralen door druipend water in grotten.

Druipsteen   ,  Druipstenen

 

°
Druk
-gelaagdheid
-ontlasting
-splijting 2
-verschillen
Dryas 2 3 4
-Jonge Dryas
-Late Dryas
Duinen  < DUIN  =Door de wind samengestoven heuvel van fijn zand
-dwars
-kam
-lengte
-lij
-organogene
-pan
-parabool
-sikkel
-streep
-vrije

°

Duinvallei

Primair: een laagte tussen een oude zeereep en een nieuwe zeereep; een oorspronkelijke strandvlakte of vlak. Secundair: laagten die door winderosie zijn uitgeblazen tot het grondwaterniveau.

Duinpan  : Del

Panorama depanne.jpg

Dunnepanne    (De Panne ° )

Afbeelding 48

klik voor vergroting   Ter Schelling

Een duinpan is een uitzonderlijk ecologisch systeem , en habitat van veel zeldzame soorten  

°

Duizendpoten
Duricrusts 2

dustbowl

Een gebied dat door stofstormen sterk is geërodeerd. In de dertiger jaren kwamen ze veel voor in het middenwesten van de VS door verdroging van de landbouwgrond.

http://www.weru.ksu.edu/new_weru/multimedia/dustbowl/dustbowlpics.html

http://www.livinghistoryfarm.org/farminginthe30s/water_02.html

Dust Storm Lamar Colorado

dwarsduin

Een relatief recht duin waarvan de kam loodrecht op de windrichting staat.
Dynamische metamorfose

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

2 Responses to Geologie trefwoord D

  1. Pingback: INHOUD G | Tsjok's blog

  2. Pingback: Verklarende woordenlijst Paleontology D | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: