AFSCHRIKKEN


   :     EVOLUTIE  VAN GEDRAG  
°
zie ook
Camoeflage en mimicrie    
°
Afschrikking   werkt  nogal  eens  bij hogere dieren  ( bijvoorbeeld primaten –> denk aan de schijn  en verwittigingsaanvallen van het gorilla mannetje  waarmee hij  indringers (ook van andere soorten ) verjaagd …. Het werkt vooral  nogal  eens   bij sexueel vecht en imponeergedrag  tegenover bijvoorbeeld  (zwakke )  rivalen en jongvolwassen   challengers  die lager staan in de pikorde  ….
 
°
TUSSEN ROOFDIER   EN POTENTIEEL  SLACHTOFFER  
°

Chemische afschrikking

Als je een lieveheersbeestje “pest” door zachtjes op hem te drukken dan produceert hij een gele vloeistof. Dit gedrag heet “reflexbloeden“. De vloeistof (hemolymfe), die tevoorschijn komt bij het femoro-tibiale gewricht van de poten, heeft een kwalijk geurtje en smaakt erg bitter. Vogels die een lieveheersbeestje oppakken proeven dit bloed en laten hem dan soms snel vallen.

°

aposematische kleuring

Het rood met zwarte kleurpatroon is dan ook te beschouwen als een waarschuwing. Dit ziet men vaak bij insecten of andere dieren die hun giftigheid of vieze smaak adverteren door een felle kleur en wordt aposematische kleuring genoemd. De vieze smaak wordt veroorzaakt door een alkaloïde dat per lieveheersbeestje verschilt.

Er is aangetoond dat deze vloeistof van het zevenstippelig lieveheersbeestje giftig is voor koolmeeskuikens. Die van het tweestippelig lieveheersbeestje niet.

In België wordt aan kinderen vaak verteld dat het lieveheersbeestje ‘gepist’ (geplast) heeft wanneer het deze vloeistof achterlaat.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Lieveheersbeestjes#Chemische_afschrikking

°
GELUID
°
Geen schrik aanjagen   maar    een  STOORZENDER  opzetten  
 Vleermuizen eten graag motten. Maar motten (oftewel nachtvlinders) worden natuurlijk niet graag opgegeten. Dus zijn deze dieren al tientallen miljoenen jaren verwikkeld in een evolutionaire  wapenwedloopom elkaar om de tuin te leiden.
Vleermuizen vangen in ’t donker hun prooi, door ultrasone geluidssignalen uit te stoten. Hun gevoelige oren kunnen door de manier waarop dit geluid weerkaatst horen waar zich een lekker hapje bevindt.
Motten hebben zich hiertegen bewapend, door oren te ontwikkelen die ook gevoelig genoeg zijn om ultrasoon geluid op te vangen. De zenuwen die dit geluid opvangen zijn zelfs rechtstreeks verbonden met zenuwen die de mot doen vluchten.Sommige nachtvlinders  ontwikkelden nog andere truuks  om aan vleermuizen te ontkomen.
1.- Twee Amerikaanse biologen beschrijven  proeven met enkele pijlstaartsoorten in Maleisië. Ze stelden de diertjes bloot aan ultrasone vleermuisgeluiden. En wat deden de motten toen? Ze gingen zelf óók ultrasoon geluid produceren.2.- Dit fenomeen was al bekend uit een andere mottenfamilie, de beervlinders. Als zij het ultrasone geluid produceren, laten vleermuizen hen  verder  met rust.
Biologen vermoeden dat het  geproduceerd motten-geluid vleermuizen in de war maakt, hen waarschuwen dat de motten niet lekker zijn,( waarschuwings-signalen )  of zelfs het  vleermuizen gehoor    blokkeert.
°
1.- Tijgermot   en vleermuissonar
 
Bat blocker.
A tiger moth (B. trigonae) mits ultrasonic clicks to try and jam the attacking brown bat’s sonar.
Credit: Photo courtesy of Nickolay Hristov; (inset) Photo courtesy of William Conner
Bertholdia trigona
(with video on page )
 
 De tijgermot een tijgermotDe tijgermotDe tijgermot

Vleermuizen zijn nachtdieren en vinden hun weg in de pikdonkere wereld met echolocatie. Ze zenden geluiden uit en lokaliseren objecten of prooien door naar de echo te luisteren. Op die manier vinden ze hun volgende avondmaal of voorkomen ze dat ze tegen een boom aanknallen.

Veel nachtmotten zijn hier handig op aangepast en hebben verschillende verdedigingstechnieken tegen de vleermuizen ontwikkeld. Zodra ze het geluid van hun belagers horen, gaan ze er vandoor of proberen ze met schijnbewegingen aan de duikvluchten te ontkomen.

Maar de motten die het vaakst aan de dood ontsnappen zijn degenen die zelf geluid beginnen te maken als er gevaar op de loer ligt.

Of dit geluid dient als afschrikmechanisme, waarschuwingssignaal of stoorzender is niet meteen  bekend en is ook nooit onderzocht.

Daarom hingen Amerikaanse onderzoekers verschillende tijgermotten met een superdunne vislijn aan het plafon van een kamer. Een deel van de motten kon gewoon zijn klikkende geluid maken, terwijl de onderzoekers bij een ander deel gaatjes prikten in het geluidproducerende orgaan.

Daarna was het tijd om de vleermuizen erop los te laten. De stille motten hadden duidelijk pech: hiervan werden er 400 procent meer gevangen dan van de klikkende motten.

Het aantal aanvallen dat de vleermuizen deden op de verschillende motten was wel gelijk. Vanaf het begin af aan en dag in dag uit.

het klikgeluid in ieder geval niet een afschrikmechanisme is. Anders zouden de vleermuizen vanwege de schrik in ieder geval de eerste paar keer niet op de klikkende motten jagen.

Maar het betekent ook gelijk dat het geluid geen waarschuwingssignaal is, zoals ‘ik ben geen lekker en misschien zelfs giftig hapje’. Ook in dat geval zouden de stille motten vaker aangevallen moeten worden.

De laatste mogelijkheid is dat ze met hun klikgeluid de vleermuizen in de war brengen.

De filmpjes die de onderzoekers maakten ondersteunen dit idee ook.

De vleermuizen die een duikvlucht maken naar de klikkende tijgermotten grijpen vaak mis. Het is vergelijkbaar met dubbel zien of geen diepte meer in kunnen schatten.

Bovendien klikken de motten in hetzelfde frequentiebereik als het sonargeluid van de vleermuizen.

Bron: ScienceNOW

°

2.-  Pijlstaartmotten  en vleermuizen

http://news.sciencemag.org/sciencenow/2013/07/scienceshot-vibrating-genitals-m.html

3 juli 2013

Als(sommige ) aziatische   mannelijke nachtvlinders uit de familie pijlstaarten worden aangevallen door een vleermuis bewegen ze hun geslachtsdeel snel heen en weer tegen hun onderlichaam, waardoor er ultrasone klanken ontstaan die vleermuizen afschrikken.(?  (1))

Wijfjes  produceren eenzelfde soort geluid, maar doen dat op een andere, nog onbekende manier. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Biology Letters.

sn-moths.jpg
Credit: Jesse R. Barber and Akito Y. Kawahara

Figure 1.

(a) A spectrogram of the anti-bat sound produced by Cechenena lineosa is depicted above a series of high-speed video frames (b) of the stridulatory apparatus completing a modulation cycle of the valves. (c) Lateral view of genital valve shows enlarged scales for ultrasound production. (d) A line drawing depicts the motion of the valve as it moves dorso-proximally when pulled inward and ventro-distally as it moves outward.

Cechenena lineosa is een soort in de taxonomische indeling van de Lepidoptera. De borstkas, de buik en de vleugels van de vlinder zijn bedekt met schubben. De vlinder gebruikt een roltong om zich te voeden met bloemennectar.

http://en.wikipedia.org/wiki/Cechenena_lineosa

Figure 2.

 Theretra nessus responding to playback of a bat echolocation attack. Triangles indicate the timing of modulation cycles.

Theretra nessus is een soort in de taxonomische indeling van de Lepidoptera. De borstkas, de buik en de vleugels van de vlinder zijn bedekt met schubben. De vlinder gebruikt een roltong om zich te voeden met bloemennectar.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Theretra_nessus

Fel licht

De wetenschappers ontdekten het verdedigingsmechanisme van de motten door de reacties van de diertjes te bestuderen tijdens een gesimuleerde vleermuisaanval, zo beschrijft nieuwssite ScienceNow.

Bij het experiment lokten de wetenschappers pijlstaartmotten in Maleisië in de val door met een fel licht te schijnen. Vervolgens bonden ze een minuscuul touwtje om het lichaam van de insecten, zodat de diertjes niet weg konden vliegen, en speelden ze geluiden van jagende vleermuizen af.

Klikkende geluiden

Uit het experiment blijkt dat de mannelijke diertjes tijdens een vleermuisaanval hun geslachtsdelen heen en weer schudden, zodat enkele grote huidschilfers langs hun onderlichaam schuren. Daardoor ontstaan er klikkende, ultrasone geluiden.

Vrouwtjes maken vergelijkbare geluiden, maar gebruiken waarschijnlijk een ander mechanisme dat nog niet in kaart is gebracht alhoewel ze wel over dezelfde huidschilfers-schubben beschikken  

 De diertjes blijken dit geluid ook te gebruiken om individuen van het andere geslacht te lokken als ze willen paren.

Misschien is het dus in de evolutie wel in de eerste instantie hiervoor ontwikkeld, denkt onderzoeker Jesse Barber.

En bleek het daarna ook een handig middel  tegen  de vleermuizen  te  zijn.  

Waarom deze maleise  motten ultrasone geluiden maken in de strijd tegen vleermuizen is ook nog onduidelijk. Mogelijk verstoren de ultrasone klanken de echolocatie van vleermuizen. (1) en dat is gelet op gelijkaardig onderzoek bij de tijgermot,  ( zie boven ) de meest waarschijnlijke optie 

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

°

(1)

Het is  nogal  twijfelachtig of de  vleermuizen  schrikken  van – of  “afgeschrikt ” worden door-  die  ultrasone geluiden  … Ik denk veeleer dat  de echolokatie van de   jagende  vleermuis  wordt verstoord , zodat ze naast de prooi grijpt  of ze zelfs die prooi niet opmerkt  ….De vlinders ontspringen de dans (=  omdat ze  “onzichtbaar” of “verkeerd  zichtbaar ”  zijn voor de vleermuis sonar )  , maar de vleermuizen worden niet “verjaagd ” …. die gaan gewoon  verder  op zoek naar motten zonder die  stoorzenders  …en laten de  klikkende   en ongrtijpbare  motten maar voor wat ze zijn

°

APPENDIX  

°

Pijlstaarten
De pijlstaarten zijn een familie van nachtvlinders. De meeste pijlstaarten zijn grote nachtvlinders, de kleinere soorten vliegen meestal overdag. Over de hele wereld zijn ongeveer duizend soorten bekend.

 PIJLSTAARTMOTTEN  <— Doc  archief  

°

CREA  HOEKJE  :

°

VLEERMUIZEN SONAR   —->  dus  Intelligent Designer  ? 

( of een  belegen  stukje schaamteloze afschrijverij van  R. DAWKINS door de jongens van CREABEL )

Vleermuizen zijn zoogdieren: ze baren levende jongen en zogen die. Het zijn de enige vliegende zoogdieren.

Vleermuizen uit onze streken zijn insecteneters, maar er zijn ook fruiteters, nectareters, viseters en rovende soorten.

Een van de unieke eigenschappen van  minstens   de (insectivore  )vleermuis is haar manier van ‘zien’; de vleermuis is meestal ’s nachts actief, maar het licht is dan schaars en daar heeft ze dus niet veel aan, zeker niet om op insecten te jagen.

Maar de vleermuis ziet met geluid!

Tot voor 50 jaar was het een raadsel hoe de vleermuis zag!

In de 18de eeuw had men al wel vastgesteld dat het iets met de oren te maken had maar het fijne ervan wist men niet. Kort voor de tweede wereldoorlog werd er een microfoon ontwikkeld die ultra hoge tonen kon waarnemen. Dit was de start voor het ontmaskeren van het vleermuizenraadsel.

De vleermuis werkt met een soort Sonar systeem: ze zendt korte kreetjes uit en vangt de echo ervan op. Door dit echopatroon te ontleden kan ze haar naaste omgeving waarnemen. De vleermuis kan maar enkele meters ver ‘horen’ dit komt door de aard van het geluid dat ze uitzendt.

Om een redelijk scherp beeld te krijgen moet de toon van het uitgezonden geluid zo hoog mogelijk zijn: hoe hoger de toon hoe duidelijker het beeld omdat de golflengte korter wordt. Het nadeel is echter dat hoge tonen sneller verzwakken dan lage tonen. Dit maakt dat de vleermuis een enorm lawaai moet maken om toch nog een redelijk ‘zicht’ te hebben.

Als wij het zouden kunnen horen zou het overeenkomen met een opstijgende straaljager, gelukkig zijn deze  geluiden verborgen voor ons, want anders zouden we niet meer kunnen slapen van de herrie die de vleermuizen maken.De mens hoort tot een toonhoogte van 10 tot 20 kHz, de vleermuizen gebruiken tussen de 10 en de 160 kHz. Om een insect van 6 mm te ‘zien’ is 50 kHz nodig.

De vleermuis moet dus, heel de tijd dat ze wil ‘zien’, roepen en dan naar de echo luisteren. Maar om te roepen heb je adem nodig, en het kost je ook energie. Daarom roept de vleermuis 10 pulsen per seconde in gewone omstandigheden.

Dit kan ze opdrijven tot 200 pulsen per seconde waneer ze snel moet kunnen reageren, Bijvoorbeeld bij de achtervolging van een prooi.

Dit tempo van pulsen is te vergelijken met het beeld van een televisie toestel, normaal kwamen  er 50 beelden per seconde. Maar sommige mensen kregen hoofdpijn omdat ze die 50 beelden per seconde als flikkering opmerken, daarom fabriceert men tegenwoordig tv toestellen  die 100 beelden per seconde opbouwen en  daardoor aangenamer zijn om naar te kijken.

Als de vleermuis een prooi in zicht heeft zou je denken dat ze die met de mond beetpakt en opeet.

Mis, de prooi wordt gevangen in een soort zak aan het onderlichaam, de werkelijke reden hiervoor kent men niet, maar waarschijnlijk ziet de vleermuis vlak voor haar neus niet zo goed meer omdat de stand van de oren ten opzichte van de geluidsbron (de neus of de mond) dit niet toelaat en er beperkingen aan haar manier van horen zijn, ook kan de vleermuis niet tegelijk eten en roepen (= zien).

Als de prooi dan in de zak zit moet ze wel zo vlug mogelijk verorberd worden. Dit kan niet wachten tot de vleermuis geland is en op een rustig plekje zit want het insect zou zich al kunnen bevrijd hebben uit de zak.

Vlak nadat de prooi gevangen is, wordt ze in een record tempo verorberd. De vleermuis steekt haar kop in de buidel en eet het insect op, de schildjes van kevers en de vleugels van motten en nachtvlinders worden verwijderd voor de diertjes worden opgegeten. Al die tijd kan de vleermuis niet  “zien” , het gaat dan ook razend snel.

De zienswijze van de vleermuis, die echolocatie wordt genoemd, is eigenlijk analoog met de radar en de sonar die we tegenwoordig op schepen, luchthavens en legerinstallaties tegenkomen.

De geschiedenis van de radar begint in 1928, maar pas tegen de tweede wereldoorlog krijgen zowel radar als sonar een redelijk bruikbare vorm. In de 15 jaar die nodig waren om de radar te ontwikkelen, hebben de onderzoekers verschillende serieuze problemen moeten overwinnen. Zo moet men voor het berekenen van de afstand, tussen de radar en het op te sporen object, de juiste snelheid van de golven kennen.

Bij de radar is dit de lichtsnelheid, bij de sonar en de vleermuis is het de geluidssnelheid (331m/sec).

De vleermuis moet om goed te ‘zien’ twee dingen weten,

(1) de afstand tot en (2) de richting van het object.

De richting kennen is niet zo speciaal (alhoewel); die wordt afgeleid uit het verschil tussen de signalen (wat betreft geluidssterkte en tijd) die worden opgevangen door beide oren. Doch de afstand meten is niet zo evident. De vleermuis slaakt een kreet en dan wacht ze op de echo. Dit wachten duurt niet erg lang want als het voorwerp 1 meter van haar is verwijderd, is het geluid 2 m onderweg: 1m heen en 1m terug. Dit duurt 1/155ste van een seconde, of 0,006 sec.

Nu is er een probleem. Als er een straaljager over uw hoofd scheert, dan duurt het even vooraleer u terug normaal hoort. Als dit bij de vleermuis ook zo zou zijn, dan zou ze nooit de echo van haar klikjes kunnen opvangen.

We kunnen ons ook afvragen hoe het komt dat de vleermuis niet doof wordt van haar eigen geroep. Moesten wij dag in dag uit in het lawaai van straaljagers staan dan zouden wij binnen enkele weken potdoof zijn. Maar de vleermuis  is voorzien van drie  handigheden :

vooreerst zijn er speciale oorspiertjes die de gevoeligheid van het oor afzwakken op het moment van het uitzenden van het signaal.

Ten tweede wordt het reactievermogen van de oorzenuw in de hersenen afgezwakt.

Ten derde hebben de vleermuizen een speciaal ooruitsteeksel, de tragus, dat de gevoeligheid van het oor voor teruggekaatste signalen verhoogt en dat beschermend werkt tegen de uitgezonden signalen.

Merk op dat de eerste twee beschermmiddelen zeer snel moeten reageren! Als de vleermuis op 10cm voor haar oren nog wil ‘zien’ dan moeten de beschermingen binnen de 0,0006 sec (6 tienduizendste van een seconde) tenietgedaan worden, en alles moet er op voorzien zijn om scherp te kunnen ontvangen.

Het is hier op zijn plaats om even stil te staan bij de resultaten van 27 jaar onderzoek naar het sonar systeem van de vleermuis2. Bij de ongeveer 800 soorten van de Microchiroptera3 zijn de eet- en leefgewoonten zeer verschillend. Ook de sonarsystemen zijn zeer verschillend, en dit is zelfs onder de verschillende soorten verspreid .

Men kan de sonarpulsen in drie types indelen: constante frequentie (CF), gemoduleerde frequentie (FM) en een combinatie van deze beide (CF-FM).

De constante frequentie duidt op een geluid met één toonhoogte, de gemoduleerde frequentie klinkt van hoog naar laag en de combinatie CF-FM is een geluid waar deze twee geluiden achter mekaar geroepen worden (zoiets als: “iiiiaa”). Hierbij komt nog dat deze tonen niet geheel zuiver zijn: het geluid bevat ook nog een aantal hogere harmonische tonen.

Enkele voorbeelden:

Soort vleermuis Geluid
Myotis lucifuqus FM 0,5 tot 3 ms 1 octaaf zakkend
Pteronotus parnellii CF-FM: CF 5 tot 30 ms + FM 2 tot 4 ms
Noctilio leporinus CF + CF-MF om te vliegen, FM om te jagen

Elk van de gebruikte principes heeft zijn voor- en nadelen; de jaag- en eetgewoonten zijn daarom in overeenstemming met de ingebouwde biosonar:

hoe groter het frequentiespectrum des te duidelijker is het verkregen beeld (vergelijkbaar met meer kleur voor een visueel systeem).

Hogere frequentie geeft meer detail maar draagt minder ver (dit lijkt op een gedetailleerd beeld dat in mist vervaagt). Het aantal geluidspulsen is afhankelijk van de juistheid die benodigd is in een bepaalde situatie: bij normale vlucht weinig pulsen (en echo’s), bij de moeilijke manoeuvres, vlak voor het grijpen van de prooi, zeer veel pulsen (met hoge frequentie) om nauwkeurig de bewegingen van de prooi te kunnen volgen. Door de hogere harmonische tonen zijn zelfs details zoals de bewegingen van de vleugels van de slachtoffers, zichtbaar voor de vleermuis.

Bepaalde soorten kunnen de frequentie van die harmonische tonen beïnvloeden naargelang de situatie.

De verschillen in de uiterlijke kenmerken van de biosonar van de vleermuis, reflecteren zich weliswaar in de gegevens die het neurologisch systeem van het dier te verwerken krijgt. Dit werd door verschillende neurologen bestudeerd en de eerste werken op dit gebied werden in 1964 gepubliceerd. Ondertussen hebben meerdere wetenschappers verschillende soorten vleermuizen onderzocht, maar de best onderzochte vleermuis is de Pteronotus parnellii,

De PP meet de relatieve snelheid van zijn prooi t.o.v. zichzelf aan de hand van het Doppler Effect. Indien de frequentie van de echo hoger is dan de frequentie van de ‘gil’ van de vleermuis, dan komt de vleermuis dichter bij haar prooi. Maar door kleine verschillen in de toonverschuiving, kunnen de pp en de hoefijzervleermuis eveneens bewegingen van de vleugels onderscheiden via de beweging van planten of stationaire voorwerpen. Dit doen ze aan de hand van een techniek die nu Doppler-shift-compensatie genoemd wordt. Dit fenomeen werd ontdekt door Hans-Ulrich Schnitzler van de universiteit van Tubingen (D).

De PP roept in rust een gil met een frequentie van 30,5 kHz waaraan harmonische tonen worden toegevoegd van 61 en 92 kHz. De oren van deze vleermuis zijn extreem gevoelig voor deze specifieke tonen en bijna ongevoelig voor nabijliggende tonen. Er is bijvoorbeeld een ‘venster’ met een breedte van 61,0 tot 61,5 kHz.

Dit noemen we frequentie tuning (afstemming). De drie uitgezonden toonhoogtes hebben hun eigen ontvangorganen in het oor en hun eigen zenuwen. Er kunnen verschillen van 0,01% in de toonhoogte worden gedetecteerd. Een vliegend insect geeft al snel een echo van een grootteorde sterker. Dit systeem heeft, in samenwerking met de Doppler-shift-compensatie, drie voordelen:

  1. Bij het compensatiesysteem wordt een frequentie van 59 kHz uitgezonden, het oor is daar praktisch ongevoelig voor.
  2. De neuronen in het oor zijn zo fijn afgestemd dat ze hun deel van het geluid, de tonen van de juiste frequentie, uit een luide achtergrondruis kunnen halen.
  3. De tonen waarop de neuronen zijn afgestemd zijn de meest waarschijnlijke om insecten te kunnen opsporen.

De pp is hierdoor in de mogelijkheid om met gemak insecten op te sporen en te jagen, zelfs in dichte begroeiing.

FM vleermuizen, zoals de little brown bat, die in open lucht jagen, hebben geen Doppler-shift-compensatie of frequentie tuning.

Het is duidelijk dat het uitzenden of roepen van geluiden en het opvangen van de echo nog maar het begin zijn van een veel ingewikkelder systeem van analyse van de verkregen gegevens. Het blijkt dat de verwerking van de gegevens in verschillende fases en locaties binnen de hersenen verwerkt worden. Bij de PP is de opsplitsing als volgt:

  1. Frequenties en amplitudes.
  2. Verschillen tussen de pulsen en hun echo’s.
  3. Het tijdsverschil tussen pulsen en hun echo’s.
  4. De verwerking van de Doppler-shift-compensatie.

Het aandeel van de hersenen dat de gegevens van het laatste punt verwerkt, beslaat 30% van de omvang van de totale hersenen, toch gaat het hier slechts over de verwerking van signalen tussen de 60,6 en 62,3 kHz. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de frequentie die hier verwerkt wordt, exact is afgestemd op de rustfrequentie van de vleermuis, deze is verschillend van soort tot soort. Het gaat hier dus om een sterk geïndividualiseerd systeem.

      Hersenmechanica: Het blijkt dat in de hersenen, het deel dat zich bezig houdt met de verwerking van de gegevens die kritisch zijn voor het gedrag van zijn eigenaar, steeds een groot deel van het volume in beslag nemen. Opmerkelijk hierbij is het feit dat deze delen van de hersenen bij de mens en dier op een gelijkaardige wijze werken. Vanuit de evolutiestamboom gezien moet er ook in deze bijzonder gespecialiseerde organen een gelijklopende ontwikkeling geweest zijn.

Tenslotte willen we nog even bespreken hoe de vleermuis haar eigen echo onderscheidt van het geroep van tientallen soortgenoten uit zijn leefgemeenschap.

De eerste harmonische tonen uit het geluidsspectrum van de kreet van de vleermuis is de zwakste component. Deze bevat slechts 1% van de energie van de kreet. Hierdoor is dit deel zo goed als onhoorbaar voor de vleermuizen rondom. Om het rekenmechanisme in gang te zetten moet dit geluid gehoord worden, het zorgt voor de perfecte afstemming. De vleermuis zelf hoort deze toon wel door de geluidsgolven die door het weefsel van de vleermuis het oor bereiken. Door de kleine verschillen in toonhoogte waarmee elke individuele vleermuis ‘ziet’, zijn ze door dit mechanisme afgeschermd van mekaars geluiden.

Het is meer dan duidelijk dat het gehoor van de vleermuis een    hoogstandje is, (waarschijnlijk momenteel nog niet geëvenaard door menselijke techniek. )Toch is de vleermuis niet alleen voorzien van dit soort high tech.

Ook kikkers bijvoorbeeld hebben neuronen die twee, voor de paring belangrijke geluiden combineren en verwerken in de hersenen…..

°

Uiteraard is dit alles ( inclusief  de uitrusting van de aangehaalde  motten )   koren op de  molen van de  ID-er en de creationist die  daarin de intervenieërende  doelgerichte   hand van de  Intelligent creator /god  ziet  …. maar wie van de twee  trekt die alleswetende  plannenmaker   nu voor  :  de mot of de vleermuis ….?

–  Ah ja,  de mens natuurlijk , want die is”  de kroon der schepping ”  …..ahahaha

°

zie ook

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

2 Responses to AFSCHRIKKEN

  1. Pingback: WP EVODISKU INHOUD B | Tsjok's blog

  2. Pingback: INHOUD GLOS E | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: