Uitstervende en terug opduikende Amfibiëen


 amfibieen 

http://www.endangeredspeciesinternational.org/amphibians4.html

Geen enkele diergroep  wordt meer bedreigd dan de amfibieën. (2010) Op zijn minst een derde van de soorten zou met uitsterven bedreigd zijn. Dat heeft te maken met het verdwijnen van traditionele habitats van amfibieën, zoals bossen en moerasland. 1.- Ziektes slaan zwaar toe De kikkers krijgen bovendien af te rekenen met schimmelziektes en   rana – virussen  . Vooral de schimmel   chytridiomycosis houdt lelijk huis. De ziekte heeft ( als hoofdoorzaak ? ) bijvoorbeeld de in Costa Rica overvloedig aanwezige gouden pad in minder dan een jaar van de kaart geveegd. chytridiomycosis

°

°Een patholoog ontdekte sporen van een organisme bij een mysterieuze huidziekte bij kikkers in een dierentuin. Bij nader onderzoek aan de Amerikaanse Universiteit van Maine herkende men het eencellige organisme van de onbekende schimmel. De grote vraag is nu of dit eencellige organisme wel de werkelijke oorzaak is. Het kan ook zijn dat het nu pas toeslaat omdat de kikker reeds aan een opeenstapeling van ernstige milieuverstoringen is blootgesteld. Hierdoor kan de weerstand dermate zijn verzwakt dat deze schimmel de druppel is die de emmer doet overlopen.

°

http://www.scielo.sa.cr/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S0034-77442002000200033

*De rode pad of gouden pad Incilius periglenes, Bufo periglenes of Ollotis periglenes http://nl.wikipedia.org/wiki/Rode_pad Bufo periglenes     – De beroemde Rode Pad (ook wel Gouden Pad genoemd) Bufo periglenes uit Costa Rica. Dit land is een dorado wat betreft amfibieën en reptielen.

°

Alleen al in het bekende gebied Monteverde kwamen ( 1999 )  zo’n 154 soorten voor. De mannetjes van de Rode Pad zijn fraai oranjerood van kleur, de wijfjes meer bruinachtig. De dieren komen alleen voor in het ‘Monteverde Nevelwoudreservaat‘.

°

Met uitzondering van de enkele dagen per jaar dat ze te voorschijn komen om aan de voortplanting mee te doen, verblijven ze hun verdere leven in holtes tussen het wortelgestel van de bomen. Helaas werden in 1987 de laatste dieren gezien en ondanks naarstig speurwerk zijn ze daarna niet meer gevonden. Gevreesd moet worden dat  deze soort is uitgestorven. Ook over deze doodsoorzaak tast men nog volledig in het duister. De aantasting van de ozonlaag lijkt te ver gezocht voor dieren die zich overwegend in holtes tussen boomwortels ophouden.

°

Wat misschien wel een oorzaak zou kunnen zijn, is de verhoogde activiteit van de nabij gelegen vulkaan de Arenal. De zure gassen die door de krater worden uitgebraakt, worden met de regen weer over de oerwouden uitgestort in de vorm van zure regen.

°

Een feit is echter dat er in de Monteverde de laatste tijd opvallend weinig amfibieën worden gevonden.

°

chytrid  menace

°

2.-  POLLUTIE

°

Afwijkingen

Naast het plotseling verdwijnen van kikkersoorten, worden er de laatste jaren opvallend veel misvormde kikkers gesignaleerd. Bij vissen was dit al langer bekend en wordt er een verband gelegd met de lozing van schadelijke stoffen.

 

°

Berucht zijn in dit geval vooral de kwikverbindingen. De verontrustende berichten over kikkers met afwijkingen komen o.a. uit Japan, Amerika en Canada, maar ook dichter bij huis zoals bijvoorbeeld Engeland. De afwijkingen treden vooral op in het achterlijf van de kikker waar dan teveel of te weinig poten aanwezig zijn, mismaakte poten of poten op verkeerde plaatsen. Ook kunnen ogen ontbreken of op een vreemde plaats zitten. Het meest aangetast zijn die soorten die vooral in het water leven. Omdat er weinig langdurige studies naar amfibieën zijn gedaan is het moeilijk te achterhalen of er werkelijk een toename van afwijkingen valt te constateren. Uitgezonderd misschien de staat Minnesota in de USA, waar in 1996 een groot aantal misbaksels zijn gevonden, waarvan voorgaande jaren geen sprake was.

°

Omdat het wel duidelijk is dat amfibieën door hun dunne en naakte huid en hun vaak dubbele levenswijze uitstekende milieu-indicatoren zijn, vinden er de laatste tijd wereldwijd vele amfibieëninventarisaties plaats, met het gevolg dat ook afwijkingen vaker worden gesignaleerd. Duidelijk is in ieder geval wel dat sinds 1994 een stijging van het aantal misvormingen te bespeuren valt. Aangezien bij chromosomenonderzoek bij de volwassen dieren geen afwijkingen zijn gevonden, sluit men genetische oorzaken eigenlijk uit. Men vermoedt dat er reeds tijdens het ei- of larvestadium iets verkeerd gaat. Langere tijd is al gedacht aan een parasiet en ook chemicaliën blijven in beeld. Zo bleek in een poel met flink wat pesticiden 12% van de kikkers misvormd, tegen 1 tot 2% in betrekkelijk schone gebieden.

°

Stralingsgevaar?

Chernobyl  amfibieen

Nederland  1975

Een uitputtend onderzoek naar afwijkingen bij kikkers is bij mijn weten in Nederland nog nooit uitgevoerd. Wel heeft de specialistisch bioloog dr. Dick Hillenius in 1975, toen verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, geëxperimenteerd om er achter te komen welke uitwerking radioactieve straling op kikkereitjes had. Dit naar aanleiding van de vondst in dat jaar van talloze mismaakte kikkers en hun bijna volgroeide larven in een slootje in Amsterdam. In dit slootje loosde het toenmalige Instituut voor Kernfysisch Onderzoek in die jaren vermoedelijk haar afval. De afwijkingen betroffen vooral de ledematen van de kikkers. Zo hadden veel dieren teveel vingers aan de handjes en teveel tenen aan de voetjes (polydactylie). Bij sommige ontbraken de armpjes en zaten de handjes op softenon-achtige wijze aan het lichaam vast en werden dieren gevonden met meerdere achterpoten. Hoewel dr. Hillenius altijd overtuigd is geweest dat radioactieve straling de oorzaak van de afwijkende Amsterdamse kikkers is geweest, is een bewijs nooit geleverd. Directie en medewerkers van het Instituut voor Kernfysica voelden zich vooral gesteund door de uitspraak van de Fransman Jean Rostant, die gespecialiseerd was in afwijkingen bij kikkers, en die verkondigde dat dit soort van afwijkingen wel vaker voorkwam, zelfs op plaatsen waar van stralingsgevaar geen sprake was. Dat dit laatste inderdaad een feit is ontdekte ik in 1990 toen ik me bezig hield met het opkweken van kikkers. In juli van dat jaar werd namelijk in Friesland groot alarm geslagen omdat men meende de Amerikaanse Brulkikker (Rana catesbeiana) in een vijver aan de Parklaan in Franeker te hebben ontdekt. Een potje met meerdere klompjes dril werd toen door mij meegenomen en thuis op een zolderkamer uitgebroed. Van de vermeende Brulkikker was echter geen sprake. Alle geboren kikkertjes behoorden tot onze inheemse groene kikker. Wat bleek echter wel? Tussen de opgroeiende kikkerlarven zaten enkele misbaksels met dezelfde afwijkingen als toen in Amsterdam. Bij sommige diertjes waren de achterpootjes vergroeid, hadden ze handjes met zes in plaats van vier vingers, voetjes met zeven in plaats van vijf tenen, ontbraken de armpjes en zaten de handjes direct tegen het lichaam, terwijl bij één exemplaar zelfs vier voetjes aan de achterste ledematen zichtbaar waren.

Kleurafwijkingen

Albino kikkers

Tot voor kort waren albinistische kikkervondsten in ons land vrij zeldzaam. Slechts twee meldingen waren tot 1995 bekend. Beide keren betrof het een mannelijke Bruine Kikker. Eén werd in 1947 in het Noordhollandse Koedijk ontdekt, terwijl de andere melding een dier betrof dat in 1990 in een plantsoen in Den Helder werd gevonden. Dit veranderde plotseling in 1995. In Friesland kwamen in dat jaar vier meldingen binnen, terwijl uit de rest van het land ook nog eens negen gevallen van albinisme werden gesignaleerd. Ook in omringende landen zoals buurland België, maar vooral ook in Engeland deed dit verschijnsel zich voor. Het betroffen hier steeds zowel bruine als groene kikkers. Albinisme kent twee oorzaken en wel het ontbreken van het enzym tyrosinase of het ontbreken van melanocyten. Zodra er een storing optreedt in de productie van tyrosinase – een noodzakelijke katalysator voor de pigmentvorming – dan wordt er in het geheel geen pigment aangemaakt. Deze totale pigmentloosheid wordt albinisme genoemd en heeft een genetische grondslag. Afwezigheid van melanocyten (pigmentcellen) kan plaatselijk (partieel) optreden. In sommige delen van de huid kan het pigment ontbreken, terwijl het in andere gedeelten wel aanwezig is. Bij partiële albinisme worden als oorzaken o.a. omgevingsinvloeden en zelfs een virus genoemd. Albinokikkerlarven komen onder normale omstandigheden zelden tot wasdom. Om te groeien hebben de larven behalve veel voedsel, nogal wat warmte nodig. Normaal gepigmenteerde larven hebben geen moeite om met hun donkere huid de warmte te absorberen. Bij albinolarven ligt dit een stuk moeilijker. Dat er in 1995 zoveel albino’s zijn ontdekt ligt vermoedelijk aan de voorafgaande fraaie zomer. Sommigen gaan zelfs verder en schrijven dit fenomeen toe aan de geleidelijke opwarming van de aarde, het zgn. broeikaseffect. In 1997 kwamen er plotseling zes meldingen binnen van blauwgekleurde groene kikkers en in 1998 werden zelfs negen exemplaren gezien. De pigmenten geel en blauw geven samen de groene kleur aan onze ‘boerennachtegaal’. Door een genetische afwijking ontbreekt in dit geval de factor geel, waardoor de kikker blauw kleurt. Voor eerdere meldingen van blauwgekleurde groene kikkers moest in de literatuur maar liefst 45 jaar terug worden gegaan.

Conclusie

Blauwgroene kikker

Een duidelijke oorzaak aan te wijzen voor bovengenoemde afwijkingen bij kikkers is vooralsnog niet mogelijk. Het is te hopen dat we de waarschuwing die de kikkers voor ons in petto hebben binnen afzienbare tijd op de juiste wijze kunnen interpreteren en dat er op de juiste wijze naar wordt gehandeld. Als het voor kikkers onleefbaar is geworden op onze aarde, zullen de gevolgen voor het mensdom op den duur ook niet uitblijven. Onderzoeken zijn volop in gang. Met name in Amerika is o.a. een onderzoek gaande naar het synthetische hormoon methopyreen, dat vanaf het midden van de jaren tachtig in zwang raakte om te voorkomen dat muskieten volwassen zouden worden en om vlooien bij honden en katten te bestrijden. In de Cascade Mountains in Oregon bestudeert o.a. dr. Andy Blaustein de invloed van de ultraviolette stralen op kikkers. Men kwam op de ultraviolette-hypothese omdat de omgeving wat betreft aanwijsbare vervuiling onaangetast is. De invloed van de zon wordt hier op dikkopjes getest. Voor sommige soorten schijnt inderdaad het gat in de ozon zijn tol te eisen. Ook het parasietenonderzoek is zeker nog niet afgerond en een grondige analyse van het water zal steeds nodig zijn.

°

bedreigde-amfibieen-1

_________________________________________________________________________________

bedreigde amfibieen 1   doc archief

index[1]bedreigde amfibieen europa pdf ..

°

LIST   OF   ENDANGERED   AMPHIBIA  http://earthsendangered.com/search-groups2.asp?search=1&sgroup=AM http://www.guardian.co.uk/environment/gallery/2008/jan/09/conservation.endangeredspecies#/?picture=331991942&index=4 Short link for this page: http://gu.com/p/xx25b

 http://amphibiaweb.org/aw/declines/extinct.html

_ http://www.edgeofexistence.org/amphibians/top_100.php (2012)

°

Family 2012Scientific name Common name(s) Red List status Population trend
Amphibians-Caecilians Amphibians-Frogs Amphibians-Salamanders

_____________________________________________________________________________________

 Rhinoderma  rufum  mogelijk uitgestorven

 20 juni 2013 5
°

darwinkikker

°

In 1834 vond Charles Darwin een bijzondere kikker in Chili, namelijk de Rhinoderma rufum. Deze kikker werd voor het laatst gezien in 1980.

°

Wetenschappers zochten de afgelopen vier jaar naar bewijs dat het diertje nog steeds bestaat, maar helaas vonden zij helemaal niets.

°

De Rhinoderma rufum is een bijzondere kikker. De kikkervisjes groeien namelijk in de kwaakblazen van volwassen mannetjes. Een unicum!

Daarnaast ziet de kikker er vreemd uit. Het internationale team van Chileense en Britse onderzoekers onderzochten 2.244 museummonsters van twee Rhinoderma soorten: de hoogstwaarschijnlijk uitgestorven R. rufum en de R. darwinii. Vervolgens reisden de wetenschappers naar 223 verschillende locaties om de kikkers te zoeken. In totaal vonden zij 36 groepen van R. darwinii kikkers met een gemiddelde grootte van 33,2 kikkers per groep.Helaas troffen zij geen R. rufum kikkers aan.

°

Categoriseren ……..Biologen categoriseren de Rhinoderma darwinii al een tijdje als een bedreigde diersoort. Op basis van dit onderzoek adviseren de onderzoekers om de status te veranderen naar ‘kwetsbaar’. Ook de status van R. rufum moet veranderd worden van ‘ernstig bedreigd’ naar ‘mogelijk uitgestorven’.

°

De onderzoekers hebben nog stille hoop dat de Rhinoderma rufum niet uitgestorven is. Wellicht leven deze kikkers in een onherbergzaam gebied in het noorden van Chili.

°

Bedreigingen De kikkers in Chili en in andere delen van de wereld hebben het niet heel erg makkelijk. Door ontbossing wordt het leefgebied steeds kleiner. Daarnaast krijgen de kikkers te maken met invasieve soorten en de chytrid-schimmel.

°

http://www.edgeofexistence.org/amphibians/species_info.php?id=590&search=possibly_extinct

The Northern Darwin’s frog is one of only two frogs in the world where the young undergo part of their development in the parent’s mouth. Eggs are laid on damp ground and, when the developing tadpoles start to wriggle in their egg capsules, the guarding male swallows them into his vocal sac. Here they stay until their jaws and digestive tracts are fully formed, where upon the male carried them to a stream. This species has not been seen since around 1980 and it could have been driven to extinction by a mystery disease, possibly the fungal disease chytridiomycosis (responsible for many amphibian declines globally), although this has not previously been reported from Chile.

°

Bronmateriaal: The Population Decline and Extinction of Darwin’s Frogs” – PLOS One

°

Wetenschappers wekken uitgestorven kikker – voor heel even – weer tot leven

°

 18 maart 2013r 4
°

kikker

Wetenschappers zijn er door klonen in geslaagd om het genoom van een uitgestorven Australische kikker weer te activeren. Ze brachten de uitgestorven kikker zo – het zij voor even – weer tot leven.

°

Het draait allemaal om de kikker Rheobatrachus silus. De kikker stierf in 1983 uit en hield er een bijzondere manier van voortplanting op na. De kikker slikte zijn eieren in, broedde ze uit in zijn maag, waarna de jongen via de mond ‘geboren’ werden. Weefsel Hoewel de kikker al enige tijd is uitgestorven, hebben we zijn DNA nog.

°

Wetenschappers hebben in de jaren zeventig namelijk weefsel van de kikker verzameld en opgeslagen. Wetenschappers hebben uit dat weefsel celkernen gehaald. Die dode celkernen plaatsten ze in de eieren van een andere kikkersoort. Sommige van de eitjes begonnen zich daarop spontaan te delen en groeiden uit tot embryo’s: een klomp levende cellen.

 °

Goed nieuws …….Geen van deze embryo’s bleven langer dan een aantal dagen in leven, maar toch zijn de onderzoekers blij met de resultaten. Genetisch onderzoek toont namelijk aan dat de gedeelde cellen genetisch materiaal van de uitgestorven kikker bevatten. “We hebben dode cellen geactiveerd en het genoom van de uitgestorven kikker tot leven laten komen,” benadrukt onderzoeker Mike Archer.

°

De onderzoekers hopen uiteindelijk natuurlijk jonge R. silus te mogen verwelkomen. “We zijn er steeds zekerder van dat de hindernissen die nog voor ons liggen van technologische en niet van biologische aard zijn en dat het ons zal lukken.” En als het met R. silus eenmaal lukt, lijkt de weg vrij om andere amfibieën die op het punt van uitsterven staan, op deze manier te redden. De onderzoekers presenteerden hun resultaten tijdens het TEDx DeExtinction Event in Washington. Behalve het werk van Archer en zijn collega’s passeerden hier ook andere projecten de revue. Wetenschappers van over de hele wereld bespraken onder meer de stand van zaken als het gaat om het middels klonen tot leven wekken van uitgestorven soorten zoals de dodo, de wolharige mammoet en de moa

°. Bronmateriaal: Scientists produce cloned embryos of extinct frog” – UNSW.edu.au De afbeelding bovenaan dit artikel is gemaakt door Peter Schouten. https://nl.wikipedia.org/wiki/Rheobatrachus

Gastric Brooding Frog (Rheobatrachus silus)

Another victim of the amphibian disaster was a fascinating little frog from Australia that was only discovered in 1973, yet by 1981, it had vanished without a trace.

06.06.2013 …..De Australische zeester Smilasterias multipara legt uit de geslachtsporiën in haar armen eitjes van zo’n één millimeter diameter. Vervolgens eet ze deze op, soms wel honderdvijftig in totaal. De eitjes ontwikkelen  zich in de ouderlijke maag tot larven en na een maand of twee metamorferen ze tot miniatuurzeesterretjes van drie millimeter in doorsnede – zo’n tien keer kleiner dan volwassen exemplaren. Weer een maand later braakt de moeder de jongen het natte buitenleven tegemoet.

°

Hoe bizar maagbroeden ook is, het blijkt in ieder geval twee keer onafhankelijk van elkaar geëvolueerd te zijn: in 1972 ontdekten biologen in Australië Rheobatrachus silus: de maagbroedende kikker.

°

Ook deze dieren slikken hun eitjes zonder kauwen door en wachten tot deze zich hebben ontwikkeld tot volwaardige juveniele kikkers. Om te zorgen dat ze haar dril niet prematuur verteert last de moeder een vastenperiode in en legt ze de productie van maagzuur volledig plat. Pas na een broedtijd van zes weken kruipen de jongen haar bek uit. Het kikkervermogen om de productie van maagzuur gedurende het broedseizoen uit te schakelen intrigeerde ook artsen, die in de late jaren zeventig nog vele door maagzweren geteisterde mensen behandelden.

°

In 1982 bewezen de latere Nobelprijswinnaars Warren en Marshall dat het gros van de maagzweren veroorzaakt wordt door kolonisatie van het maagslijmvlies door Helicobacter pylori en dat antibiotica deze bacteriën kunnen bestrijden, maar voor deze ontdekking vestigden de meeste klinici voor de behandeling hun hoop op het remmen van het sterke zuur dat de maag maakt. °

Het plan was om te ontdekken hoe de kikker haar zuurproductie platlegde, om die strategie vervolgens ook in ulcuspatiënten toe te passen.

°

Begin jaren tachtig bleek echter dat maabroedende kikkers plotseling waren uitgestorven. Dit, en de herontdekking van de maagzweerveroorzakende bacteriën, aborteerde de kikkermaagzuur-onderzoekslijn in een vroeg stadium.

°

Ingevroren exemplaren …….Toch kunnen de kikkerprojecten binnenkort wellicht weer uit de ijskast komen: in ‘project Lazarus’ proberen Australische biologen de maagbroeders nieuw leven in te blazen, door het DNA uit ingevroren exemplaren van Rheobatrachus silus met DNA-loze eicellen van een andere soort te combineren. Tot een volledige kikker is het nog niet gekomen, maar in maart berichtten de onderzoekers wel dat de eerste barrière – de eicel laten beginnen met delen – is geslecht.

°

http://en.search.wordpress.com/?q=Rheobatrachus+silus

http://en.wikipedia.org/wiki/Gastric-brooding_frog

°

Wetenschappers redden piepklein kikkertje met gigantisch probleem

25 maart 2013 r 9

kikker Piepklein zijn ze en tegelijkertijd kampen ze met een gigantisch probleem: de kikkertjes hierboven dreigen uit te sterven. Maar wetenschappers zijn er nu voor het eerst in geslaagd om met de kikkertjes te fokken. En dat biedt hoop… De onderzoekers ‘hielpen’ twee kikkertjes om negen gezonde jongen op de wereld te zetten. En een ander kikkerstel hielpen ze aan honderden kikkervisjes. En dat is enorm goed nieuws, zo vertelt onderzoeker Brian Gratwicke. “Deze kikkers vormen de laatste hoop voor hun soort.” Leefgebied Gemakkelijk was het zeker niet om met de kikkertjes – Atelopus limosus – te fokken. Eerst bouwden de onderzoekers de omgeving waarin de kikkers zich normaal voortplanten nauwgezet na. In een speciale watertank legden ze meerdere stenen neer zodat onder water een soort grotten ontstonden. Hier konden de kikkers hun eitjes leggen. Om er vervolgens voor te zorgen dat de kikkervisjes het zouden redden, moest er zuurstofrijk water – met een temperatuur tussen de 22 en 24 graden – langs de rotsen stromen. En natuurlijk moest er voedsel zijn: de kikkervisjes eten algen die op de rotsen groeien. De onderzoekers kweekten deze en stelden ze ter beschikking van de jonge kikkers.

 

Inspirerend Uiteindelijk resulteerde het harde werk in negen gezonde jonge kikkers en vele gezonde kikkervisjes met de potentie om uit te groeien tot gezonde kikkers. Ook voor de wetenschappers is dat goed nieuws. Ze zijn er in het verleden in geslaagd om verschillende bedreigde kikkersoorten een handje te helpen bij de voortplanting. Maar A. limosus wilde in eerste instantie maar niet lukken. Dat het nu toch gelukt is, betekent dat er weer hoop is. “Deze nieuwe generatie is heel inspirerend voor ons terwijl we deze soort en andere soorten proberen te behouden en te verzorgen,” merkt Gratwicke op. Amfibieën hebben het wereldwijd moeilijk. En zeker kikkers vechten om te overleven. Naar schatting zijn er de afgelopen decennia tientallen kikkersoorten uitgestorven. De belangrijkste oorzaken? Het verlies van hun leefgebied, klimaatverandering, een schimmelziekte en vervuiling. Bronmateriaal: Smithsonian Conservation Biology Institute and Collaborators Successfully Breed Endangered Frog Species” – SI.edu De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Brian Gratwicke / Smithsonian.

Verloren gewaande kikker duikt weer op

 28 maart 2012  1

Eigenlijk dacht iedereen dat hij was uitgestorven, maar het tegendeel is waar. De kikker met de lange vingers leeft nog! In 1949 zagen de onderzoekers de kikker Cardioglossa cyaneospila voor het laatst. Het beestje leefde in Burundi: een land dat het in de decennia erna niet al te gemakkelijk had. Er was sprake van politieke onrust, de bevolking groeide rap en het leefgebied van de kikker werd steeds kleiner. Eigenlijk dachten de meeste wetenschappers dan ook wel dat de kikkersoort het loodje had gelegd. Verrassing Maar 62 jaar nadat C. cyaneospila voor het laatst werd gezien, duikt de kikker weer op. Eind vorig jaar ontdekten wetenschappers het bijzondere kikkertje in Burundi. De onderzoekers vonden in een bos in het zuidwesten van Burundi één exemplaar terug. Maar ‘s nachts waren kreten van nog veel meer van deze kikkers te horen. Dat wijst erop dat zich in het bos een gezonde populatie C. cyaneospila ophoudt.

Lange vingers De kikker is bijna vier centimeter lang en is blauw met grijs gekleurd. De mannetjes hebben één uitzonderlijk lange vinger. Waarom deze vinger zo lang is, is onbekend. Naast deze kikker hebben de onderzoekers nog veel meer soorten amfibieën in het bos aangetroffen. Ook zijn enkele soorten gevonden die mogelijk nog niet beschreven staan. Het is nu van belang dat duidelijk wordt hoeveel exemplaren elke soort ongeveer telt en welke maatregelen eventueel moeten worden getroffen om de dieren te beschermen. Bronmateriaal: Elusive long-fingered frog found after 62 years” – Calacademy.org De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door David Blackburn (via Eurekalert.org).

Uitgestorven kikker duikt weer op

 22 november 2011  1

Iedereen had de moed al opgegeven, maar na meer dan vijftig jaar radiostilte laat de Palestijnse schijftongkikker plots weer van zich horen. Tientallen jaren geleden veroorzaakte het leefgebied van de Palestijnse schijftongkikker problemen. Het moerasachtige gebied bleek een belangrijke bron van malaria te zijn. Direct werden acties ondernomen: het water werd weggepompt en daarmee verdween ook het leven uit het gebied.

 

Ecosystemen verdwenen en diverse soorten stierven uit. Lang werd gedacht dat ook de Palestijnse schijftongkikker het loodje legde. Het feit dat niemand de kikker in zo’n vijftig jaar tijd gezien had, onderschreef die gedachte. Wie schetst dan ook de grote verbazing van natuurbeschermers wanneer ze onlangs op een onbekende kikkersoort stuiten en dat – jawel – een Palestijnse schijftongkikker blijkt te zijn? Ondanks de vernietiging van zijn leefgebied heeft de kikker het toch gered. Een klein beetje hulp kreeg de kikker van de natuur. Overstromingen zorgden er tientallen jaren nadat de mensen het water wegpompten voor dat het leefgebied van de kikker weer onder water kwam te staan. De mensen lieten het zo en boden de kikker zo zonder het te weten de mogelijkheid om van het randje van de afgrond terug te keren.

Herontdekte kikker is eigenlijk levend fossiel

Discoglossus nigriventer

 palestijnse schijftongkikker 1223844958

di 04/06/2013 – Dominique Fiers

Het in 2011 herontdekte exemplaar van de zwartbuikschijftongkikker Discoglossus nigriventer, oftewel Palestijnse schijftongkikker, ( ook wel Hula painted frog ) blijkt eigenlijk een nazaat te zijn van een 15.000 jaar geleden uitgestorven amfibieënsoort. Dat is de opmerkelijke conclusie van een internationaal onderzoeksteam dat de als uitgestorven beschouwde kikkersoort jaren bestudeerde.

De Palestijnse schijftongkikker werd begin jaren 40 van de vorige eeuw in de Houla-vallei in Israël ontdekt. Maar de strijd tegen malaria en meer bepaald het droogleggen van de moerassen, werd de soort fataal. Men ging ervan uit dat de kikker met de opvallende zwarte en witte stippen op de buik sinds de jaren 50 uitgestorven was. In 1996 werd de kikkersoort officieel als dusdanig geregistreerd.

Tot in 2011 onderzoekers een levend exemplaar ontdekten in het natuurreservaat van Houla. Sindsdien werden in hetzelfde gebied nog een tiental andere exemplaren aangetroffen.

Een team van Israëlische, Duitse en Franse onderzoekers die de kikkers onderzochten, vielen van de ene in de andere verbazing toen bleek dat de nieuw ontdekte Palestijnse schijftongkikkers een ander dna-patroon vertoonden dan verwacht.

Hun dna kwam overeen met dat van de Latonia-kikkers, een kikkersoort die gedurende vele miljoenen jaren overal in Europa voorkwam, maar – op de Palestijnse schijftongkikker na- 15.000 jaar geleden uitstierf.

De onderzoekers publiceerden hun bevindingen vandaag in het tijdschrift Nature Communications.

Prehistorische familie
Genetische analyse wijst uit dat de Palestijnse schijftongkikker sterk verschilt van andere schijftongkikkers, die in het noorden en westen van Afrika leven. Een verband tussen deze soorten is onwaarschijnlijk. In plaats daarvan is de Palestijnse schijftongkikker gerelateerd aan kikkers van het geslacht Latonia, die vanaf de prehistorie in Europa leefden

File:Latonia seyfriedi 001.jpg

Latonia seyfriedi, Discoglossidae; Miocene, Öhningen layers, Öhningen, Germany; Staatliches Museum für Naturkunde Karlsruhe, Germany

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Palestijnse_schijftongkikker

http://en.wikipedia.org/wiki/Hula_painted_frog

De Palestijnse schijftongkikker is een tot 2011 uitgestorven gewaande kikker uit de familie Alytidae. De soort werd lange tijd tot het geslacht Discoglossus gerekend, maar is in 2013 in het geslacht   Latonia ingedeeld. Wikipedia

Meer afbeeldingen <–

http://en.wikipedia.org/wiki/Discoglossidae

°

Bronmateriaal: Hula Painted Frog Bounces Back From Extinction” – Wired.com De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Conservation International / Professor Heinrich Mendelssohn (via Wired.com). WIST U DAT… allerkleinste gewervelde dieren deze piepkleine kikkertjes zijn?

…onlangs ook al een uitgestorven schildpad is teruggevonden?
________________________________________________
RODE LIJST    BELGIE (2013 -)

Regionaal uitgestorven

Geelbuikvuurpad Bombina variegata

Ernstig bedreigd

Boomkikker Hyla arborea boomkikker   koen 2013 Knoflookpad Pelobates fuscus

Bedreigd

Vroedmeesterpad Alytes obstetricans 

Kwetsbaar

Heikikker Rana arvalis  Kamsalamander Triturus cristatus  Rugstreeppad Bufo calamita  Vuursalamander Salamandra salamandra 

Bijna in gevaar

Poelkikker Pelophylax lessonae 

Momenteel niet in gevaar

Alpenwatersalamander Ichthyosaura alpestris  Bastaardkikker Pelophylax kl. esculentus  Bruine kikker Rana temporaria  Europese meerkikker Pelophylax ridibundus Gewone pad Bufo bufo  Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris  Vinpootsalamander Lissotriton helveticus 

° LINKS   evodisku  WP  over kikkers en padden<— doc archief amfibieen nieuws  <— doc archief multiply photo’s   <—doc archief ° Jaaroverzichten 2006   doc  archief   = Gouden pad  (pijlgifkikker )

°

overzicht pijlgifkikkers  <— doc archief

Atelopus

Klompvoetkikkers, (Atelopus) behoren tot een geslacht van kikkers uit de    familie padden (Bufonidae).

Er zijn zo’n 80 soorten die ondanks dat ze kikkers worden genoemd eigenlijk tot de padden behoren. Een aantal soorten is al langere tijd niet meer gezien en men vermoedt dat een deel hiervan inmiddels helaas reeds is uitgestorven Een deel van deze sterfte wordt toegeschreven aan  een schimmel waar de amfibieën in alle stadia gevoelig voor zijn, kikkers over de gehele wereld aantast en doet sterven. De naam van deze schimmel is Batrachochytrium dendrobatidis. Er is wel een behandeling tegen in de vorm van een antibioticum, maar het is onmogelijk om alle amfibieën daar mee in contact te brengen. Wat wel gebeurt is dat kikkers uit de natuur worden gevangen en in gevangenschap worden nagekweekt omdat de nakweek met het antibioticum is  te behandelen waardoor de resistent worden tegen de schimmel. Daar zijn aantoonbaar goede resultaten mee geboekt

Een van de bekendste Atelopus soorten is Atelopus zeteki, de zogenaamde Gouden Pad van Panama. Dit dier is de nationale trots van Panama en staat voor welvaart en geluk. Ze werden vroeger wel gevangen en gehouden in hotels en restaurants, om toeristen te trekken. Deze soort is in de afgelopen eeuw met meer dan 80% in aantal in de natuur teruggelopen en er werd zelfs gevreesd dat de soort zou zijn uitgestorven. Momenteel worden ze in fokprogramma’s bij verschillende dierentuinen over de wereld gekweekt.

atelopus zeteki

 Atelopes zeteki

De Gouden Pad van Panama moet niet worden verward met de Gouden Pad van Costa Rica (Bufo periglenes), deze pad is vrijwel zeker uitgestorven en werd sinds 1989 niet meer gezien.

Datzelfde leek het geval te zijn voor de Harlekijnpad (Atelopus varius) die ook niet meer te vinden zou zijn. Inmiddels zijn er weer wat kleine populaties bekend, maar deze soort is ook uitermate bedreigd

Atelopus varius   atelopus varius

harlekijn kikkers

harlekijn  man en  vrouw

harlekijn atelopus flavescensIn de buurt van Cayenne een klompvoetkikker met helder gele rug en roze buik. Die voldeed helemaal aan het verwachtingspatroon van Atelopus flavescens (Duméril & Bibron, 1841), de typesoort van het geslacht.

 In februari 2006 vonden Lotty Sonnenberg en Loek aan het eind van het Kawgebergte op de Montagne Favard een aantal Atelopus flavescens die net zo geel waren als die welke Hans en Loek eerder in de buurt van Cayenne aantroffen.

Evengoed als Atelopus flavescens variabel (gele rug normaal, donkere rug met tekening als variatie) zou kunnen zijn, kan dat  ook  gelden voor Atelopus franciscus

atelopusfranciscus text  francescus

 


°

 

zwarte andespad

De Jambato pad (Atelopus ignescens), ook wel zwarte Andespad, was endemisch in de bergbossen in enkele valleien van de Andes in Ecuador. Vroeger kwam hij daar op veel plaatsen (Paramo de Guamaní) in grote aantallen voor. Echter sinds 1988 wordt hij daar niet meer gezien. In 1999-2001 werden er nog enkele uitvoerige onderzoeken naar deze soort gedaan. O. Pronk weet te melden: “Ze waren toen enorm algemeen in droog grasland onder het overhangende gras in ijskoud, stromend water. Ik heb begrepen dat de soort inmiddels volledig uitgestorven zou zijn volgens I.U.C.N., door de Chytrid schimmel. Heel triest dus.”

° suriname <— doc archief
Atelopus spumarius hoogmoedi.

°

° 2008  doc  archief    =  schimmel en rana virus  kikkersterfte in Nederland

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

2 Responses to Uitstervende en terug opduikende Amfibiëen

  1. Pingback: INHOUD GLOS A | Tsjok's blog

  2. Pingback: INHOUD Gaia Millieu | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: