Empathie en psychopaat


EMOTIES HERSENDOSSIERS 3.docx (1 MB)<– archief doc 

EMPATHIE  

http://nl.wikipedia.org/wiki/Empathie

http://brainwaves.corante.com/archives/2004/02/22/empathy_is_a_hardwired_feeling.php

http://www.empathicbrain.com/

°spiegelneuronen  

http://nl.wikipedia.org/wiki/Spiegelneuron

http://www.kennislink.nl/publicaties/spiegelneuronen-socialer-dan-gedacht

http://www.kennislink.nl/publicaties/spiegelneuronen-socialer-dan-gedacht

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2012/mei/Empathie–aangeleerd-of-aangeboren.html

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2009/april/Spiegelneuronen-kunnen-meer.html

HET BASIS  VERMOGEN dat empathie mogelijk  maakt :  

1)  “Voelen wat een  ander  voelt “oftewel  = DEZELFDE  EMOTIONELE TOESTANDEN DELEN  

‘Kippen kunnen empathie voelen’

 9 maart 2011

 Kippen zijn in staat om zich in te leven in soortgenoten. Dat blijkt uit een nieuw experiment van Britse wetenschappers.

De hartslag en lichaamstemperatuur van een hen wordt hoger als haar kuikens worden blootgesteld aan een harde, kunstmatige windvlaag. Ook vertonen hennen over het algemeen meer stressvolle gedragingen nadat hun kuikens worden belaagd, zoals een verhoogde alertheid en en luider gekakel.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Bristol in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the Royal Society B.

Kuikens pesten

“Ons onderzoek geeft een antwoord op de fundamentele vraag of vogels de capaciteit hebben om empathische reacties te vertonen”, verklaart hoofdonderzoekster Jo Edgar op nieuwssite Physorg.com.

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door hennen uitgebreid te bestuderen terwijl ze de kuikens van de dieren pestten door lucht in hun richting te blazen. De kuikens raakten daardoor gestrest en die emotie werd door hun moeders overgenomen.

Emoties

“We hebben tijdens dit experiment ontdekt dat volwassen, vrouwelijke vogels tenminste een van de onderliggende eigenschapen bezitten voor empathie bezitten, oftewel het vermogen om de emotionele staat van anderen te delen”,

 

Inlevingsvermogen – Voelen wat een ander voelt

 http://www.psychologiemagazine.nl/web/Artikelpagina/Inlevingsvermogen-Voelen-wat-een-ander-voelt.htm
december 2005   door Pek a.
°
Als we zien hoe een ander met een hamer op zijn vinger slaat, wapperen we instinctief met onze eigen hand. Au! Dat doet pijn! Maar hoe ‘weet’ ons brein dat eigenlijk? En waarom zijn vrouwen meevoelender dan mannen? Alles over de biologische basis van empathie.
Voelen wat een ander voelt Voelen wat een ander voelt

Zalen vol groezelige wezentjes, vastgebonden in groezelige bedjes. Magere lijfjes, expressieloze gezichtjes. Begin 1990 maakten ze hun tv-­debuut, de bewoners van de Roemeense kindertehuizen. In het land van Ceausescu waren ze nutteloze objecten geweest. Eten hadden ze nog gekregen, aandacht was te veel gevraagd. Wie ziek werd, kon klappen verwachten.

Het waren beelden waarbij je wereldwijd de harten kon horen breken. Geld en goederen stroomden toe, en er waren genoeg westerlingen die wel een kind uit zo’n ‘afvalbak met sterfhuisconstructie’ wilden adopteren. Maar vijftien jaar later is het duidelijk dat het met een groot deel van die geadopteerde Roemeentjes niet goed gaat.

Ze hechten zich slecht, zijn druk en ongeconcentreerd, liegen en stelen of hebben last van woedeaanvallen. Een aanzienlijk deel van hen vertoont gedrag dat aan autisme doet denken: ze herhalen steeds dezelfde bewegingen, mijden oogcontact en houden geen rekening met hun omgeving.

Hoe zouden deze kinderen vandaag de dag reageren als de media onverhoopt een kinderhel ontdekten die vergelijkbaar was met hun weeshuizen? Niet, is waarschijnlijk het antwoord. Empathie – het vermogen zich in de belevingswereld van een ander te verplaatsen – is namelijk ook een eigenschap die ze nauwelijks ontwikkeld hebben, laat staan dat ze zoiets als sympathie – medeleven – kennen.

Instinctieve reactie
‘Niet goed ingespiegeld’, zou Joachim Bauer over deze kinderen kunnen zeggen. Bauer, internist en hoogleraar psycho-neuro-immunologie aan de universiteit van Freiburg, publiceerde onlangs Warum ich fühle, was du fühlst: het eerste voor een breed publiek geschreven boek over spiegelneuronen. De ontdekking van deze hersencellen is door sommigen wel dé wetenschappelijke ontdekking van afgelopen decennium genoemd (zie kader hieronder).

Het is dan ook niet niks: ons brein blijkt een apart systeem te hebben dat ons in staat stelt intuïtief te ‘voelen’ wat een ander voelt. Wanneer we zien hoe iemand met een hamer op zijn duim slaat, maken onze hersenen niet eerst de cognitieve hink-stap-sprong: ‘ik zie een klap op een nagel’ – ‘ik herinner me dat dat bij mij ooit gemeen zeer deed’ – ‘dat zal hem dus ook pijn doen’. Nee, bij het zien van de misslag van een ander worden in onze eigen hersenen meteen de zenuw­cellen actief die ook in actie zouden komen als we onszelf op de vingers mepten. Zodat we niet alleen direct beseffen dat een blijk van medeleven op zijn plaats is, maar de kans ook groot is dat we zelf instinctief reageren door met een van pijn vertrokken gezicht onze hand laten wapperen.

Voor sommige wetenschappers blijft het daarbij. Ze zien het spiegelneuronensysteem hoofdzakelijk als een short cut tussen iets wat anderen doen of overkomt en ons eigen handelen. Voor hen bepalen deze ‘resonerende zenuwcellen’ vooral ons talent om van medemensen te leren hoe iets (niet) moet. Het mechanisme zou ons in de eerste plaats in staat stellen adequaat op onze fysieke omgeving te reageren.

Anderen, onder wie Joachim Bauer, gaan veel verder. Bauer stelt dat spiegelneuronen de neuro­logische basis zijn van empathie, sympathie en ons vermogen van iemand te houden. ‘Wie anderen niet intuïtief durft te vertrouwen, hun indrukken niet spontaan in zichzelf kan navoelen, gevoelens niet spiegelen kan, die heeft het zwaar in de liefde,’ schrijft hij in Warum ich fühle, was du fühlst.

Maar, stelt hij, deze vermogens moeten wel ontwikkeld worden. Dat gebeurt via ‘inspiegeling’ door contact met andere mensen. Wie als kind niet ervaart dat medemensen – met name de ouders – op zijn gevoelens ingaan, zal op zijn beurt nauwelijks ‘emotionele resonans’ ontwikkelen. Een opvatting die bevestigd lijkt te worden door het voorbeeld van de Roemeense weesjes.

Resonerende hersencellen
Is empathie inderdaad een kwestie van vlijtig ouderlijk inspiegelen? De Frans-Duitse neurobioloog Christian Keysers, momenteel werkzaam bij het bcn-NeuroImaging Center in Groningen, houdt het voorlopig liever in het midden. Misschien, zegt hij, is een goed werkend spiegel­neuronensysteem genetisch bepaald; misschien ook is het een kwestie van op het juiste moment de juiste ervaringen opdoen. Waarschijnlijk is het een mix van die twee, maar bij zijn weten kan niemand nog zeggen wat het gewicht van elk van beide is.

Wat Keysers wél kan zeggen, is dat er aantoonbaar samenhang is tussen enerzijds goed werkende spiegelneuronen en anderzijds een hoge score op de empathieschaal. Dat komt in ieder geval naar voren uit de experimenten waarmee zijn onderzoeksgroep Neurobiology of Empathy momenteel bezig is. Proefpersonen worden daarin onder andere geconfronteerd met een film waarin iemand een blik vol walging vertoont. Bij alle deelnemers slaat daarbij de insulaire cortex aan alsof ze zelf iets weerzinwekkends waar­nemen. Maar: de mate waarin verschilt. Hoeveel walging hun eigen hersenactiviteit weerspiegelt, correspondeert met de hoogte van hun score op de empathietest die ze voor deelname hebben ingevuld. Die test is een verkorte versie van de test op pagina 23, met alleen de zes vragen die betrekking hebben op perspective taking (I).

‘Een heel algemeen testje, dat in feite niets te maken heeft met ons experiment,’ vertelt Keysers. ‘De proefpersonen moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze zich tijdens een ruzie proberen te verplaatsen in de ander. Toch blijkt dat wie hier hoog scoort op inlevingsvermogen, ook een sterker reagerend spiegel­systeem heeft.’ Wat ook opvalt, vervolgt hij, is dat de hersenen van vrouwen gemiddeld sterker ‘resoneren’ dan die van mannen. En, dat was al langer bekend, dat vrouwen hoger uitkomen op de empathieschaal. Dat zou erop kunnen duiden dat geslachts­hormonen een rol spelen in ons spiegelsysteem. Maar daarmee, zegt Keysers, begeeft hij zich echt buiten zijn terrein. Bij zijn weten is er nog geen onderzoek naar gedaan.

Testosteron en autisme
Waarover wél al het nodige bekend is, is het verband tussen inlevingsvermogen en het mannelijk geslachtshormoon testosteron. Dat hebben we te danken aan Simon Baron-Cohen, hoog­leraar ontwikkelingspsychopathologie in Cambridge. Baron-Cohen is een vooraanstaand autisme-onderzoeker, maar het grote publiek kent hem vooral als de auteur van m/v het verschil (2003). In dit boek betoogt hij dat er wat betreft het menselijk brein een glijdende schaal is van empathisch ingesteld via systematisch ­ingesteld naar autistisch. Waarbij de meer empathische hersenen meestal aan een vrouw toebehoren, en de meer systematische tot autistische doorgaans in een mannenhoofd huizen.

Zijn theorie: het testosteronniveau waaraan we in de baarmoeder zijn blootgesteld, bepaalt hoe goed we later in staat zijn ons in een ander te verplaatsen. Onderzoek onder een aantal baby’s van wie de moeder tijdens de zwangerschap een vruchtwaterpunctie had laten doen, bevestigde dat. Hoe hoger het testosteronniveau in het vruchtwater, hoe hoger later de score van het kind in kwestie – vanzelfsprekend meestal een jongetje – op de drang dingen te onderzoeken, te slopen en weer in elkaar te zetten – oftewel: de drang tot systeembouw. De score op taalniveau, sociale vaardigheden en oogcontact daalde daarentegen naarmate het testosteronniveau hoger was. En juist die laatste elementen zijn gekoppeld aan empathie.

Wat de neiging oogcontact te zoeken met ­empathie te maken heeft? Ten eerste biedt de gezichtsuitdrukking rond de ogen veel informatie over iemands gemoedstoestand. Ten tweede is oogcontact dé manier om inlevingsvermogen aan te zwengelen. Wie een ander aankijkt, ontkomt namelijk zelden aan de neiging die ander ook te imiteren. Daar komt geen wilsbesluit bij kijken. Wel, zo suggereert recent onderzoek, het spiegelsysteem. Dat zou hier weer die snelle vertaling maken van andermans naar eigen ­gedrag. We zien iemand glimlachen en pop!, we glimlachen terug.

Facial feedback
En uit die imitatie volgt inleving. Dat bewijst sociaal-psycholoog Mariëlle Stel in de dissertatie waarop ze eind september promoveerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In een van haar onderzoeken gaf Stel een deel van de proefpersonen opdracht bewust de gezichtsuitdrukking van hun gesprekspartner te imiteren, en een ­ander deel om dat juist niet te doen. De uitkomst: mensen die hun gesprekspartner imiteren, nemen meer van diens gemoedstoestand over en kunnen zich daarin rationeel ook beter verplaatsen dan mensen die dat niet doen.

Stel verklaart deze onderzoeksuitkomsten uit het zogenaamde facial feedback-effect. Volgens deze theorie zenden de gezichtsspieren een seintje naar het emotiecentrum in de hersenen, waar de gezichtsuitdrukking in kwestie vervolgens wordt ‘terugvertaald’ naar de bijbehorende emotie. ‘Je spiegelneuronen zorgen ervoor dat je een glimlach makkelijk overneemt, en facial feedback maakt dat je de bijbehorende emotie gaat voelen,’ vat de onderzoekster samen.

Maar dat effect, ontdekte Stel, treedt ook op wanneer je opzettelijk imiteert, dus zonder tussenkomst van spiegelneuronen. Bewust of onbewust, wie andermans mimiek spiegelt, neemt altijd iets van diens gevoelens over. Zodat een niet-empathisch iemand al heel wat invoelender kan worden puur door anderen meer na te doen.

Wel ontdekte Stel dat het effect dat imitatie op je eigen emoties heeft, van persoon tot persoon verschilt. Vrouwen reageren er over het algemeen meer op dan mannen. ‘Vrouwen zijn doorgaans expressiever, ze gebruiken hun gezicht meer en daardoor is bij hen de link tussen ­gezichtsspieren en hersenen sterker,’ vermoedt Stel. ‘Een vrouw die imiteert, herkent andermans gevoelens dus sneller dan een man. Bij hem werkt die verbinding gewoon minder snel, zelfs als hij heftig imiteert.’

Waarmee we weer terug zijn bij de vraag of inlevingsvermogen een in de baarmoeder bepaald gegeven is. ‘Ik vermoed van wel,’ antwoordt Mariëlle Stel. Maar dat een gebrek aan inlevingsvermogen een last voor het leven is, ontkent ze. ‘Je kunt empathie trainen. Uit mijn onderzoek blijkt immers dat ook mensen die bewust imiteren, beter gaan begrijpen hoe die ander zich voelt. En je hoeft echt niet bang te zijn dat je gesprekspartner dat merkt. Ik ben in mijn onderzoeken nooit mensen tegengekomen die doorhadden dat de ander ze opzettelijk nadeed.’

Christian Keysers ziet eveneens aanleiding tot optimisme. ‘Als wij tegen proefpersonen zeggen dat ze een film heel precies moeten bekijken, zie je dat hun hersenen sterker geactiveerd worden,’ zegt hij. ‘Empathie valt dus wel degelijk bij te sturen.’ Overigens ook in tegenovergestelde richting: ‘Mensen van wie het spiegelsysteem heel sterk reageert op beelden, vertonen minder activatie als we ze laten wegkijken. Je kunt je eigen gevoeligheid dus wel enigszins reguleren.’

Inge Diepman, tv-interviewster: ‘Als je oogcontact houdt, zeggen mensen meer’
‘Meehuilen doet geen recht aan iemands verhaal. Daar moet je als interviewer verre van blijven. Maar je moet wel betrokken zijn, oprecht geïnteresseerd.

Anderen zeggen van mij dat ik dat ben. En dat ik “vraag met de ogen wat de mond niet zegt”. Ik kan goed luisteren. Ik bereid mijn interviews heel goed voor, weet wat ik ermee wil, maar daarna laat ik het los. Als je in je hoofd geen ruimte maakt voor wat de geïnterviewde zegt, ga je namelijk makkelijk voorbij aan de antwoorden die je krijgt. Ik kijk daarom tijdens de opnamen zelden op mijn papieren. Dat is trouwens ook omdat je veel mist als je mensen niet blijft aankijken.

Als je oogcontact houdt, zeggen ze meer doordat ze je interesse voelen. En soms zie ik dat een geïnterviewde geraakt is door een vraag, terwijl er dan toch een ontwijkend antwoord komt. Dat benoem ik dan. In een van de recente Zwarte schaap-uitzendingen kwam bijvoorbeeld Richard Klinkhamer aan bod, die schrijver die zijn echtgenote heeft omgebracht. Aan het begin van dat programma werd een foto van zijn vrouw getoond. Hij keek weg. Toen ik hem daarna naar Hannie en haar dood vroeg, wilde hij er niet over praten. “Ik zag u uw blik afwenden,” zei ik daarop. Toen kwam het toch tot iets van een antwoord.

Annette Heffels, psychotherapeute: ‘Je moet blijven checken of je goed zit’
Luisteren en je inleven in een ander is een basistechniek in mijn vak. Door te verwoorden wat mensen verbaal en non-verbaal communiceren, help je ze zich bewust te worden van wat er in ze omgaat. Net had ik bijvoorbeeld een cliënt die met een verbaasd gezicht zei dat het beter met hem ging. Dan zeg ik: “Je durft er nog niet op te vertrouwen dat je het goed doet.” Vervolgens kun je verder gaan over zijn twijfel. Zo help je iemand hardop na te denken over zichzelf.

Ik doe dit werk al zo lang dat ik redelijk kan inschatten wat er in iemand omgaat. Maar je moet het blijven checken door het hardop te verwoorden. Het gevaar dat je je eigen gedachten of ervaringen projecteert op een ander, ligt altijd op de loer. Overigens moet je je ook weer niet té goed inleven. Mensen gaan immers in therapie omdat ze steeds in hetzelfde kringetje draaien en juist op:endattr val andere gedachten moeten komen. Daar help je ze bij door vragen te stellen bij wat zij als de objectieve waarheid zien. “Weet je wel zeker dat dat zo is? En waarom zou dat zo verschrikkelijk zijn?”

Wanneer je een therapie start, voeg je je in eerste instantie naar de manier van doen van de cliënt. Dat gaat niet eens helemaal bewust. Met iemand die hoog opgeleid is, praat je anders dan met iemand die weinig opleiding heeft. Dat betekent niet dat je niet jezelf zou zijn; je spreekt andere kanten van jezelf aan, om dicht bij iemand te gaan staan en een werkrelatie aan te gaan.’

Spiegelneuronen: ‘Het DNA van de psychologie’
Een van de belangrijkste neurobiologische ontdekkingen van de laatste decennia is per toeval gedaan. Halverwege de jaren 1990 onderzochten neurowetenschappers Giacomo Rizzolatti en Vittorio Gallese welke hersencellen precies geactiveerd worden als een aapje zijn handjes gebruikt. Maar tot hun verbazing bleek dat de handelingsneuronen in de premotorische schors van de makaak niet alleen actief werden als het dier een pinda oppakte: ze lichtten ook op als hij een van de onderzoekers datzelfde zag doen!

De premotorische schors is het hersengebied dat betrokken is bij het voorbereiden van complexe bewegingen. Dat de actieaansturende zenuwcellen ook actief werden als de makaak iemand anders een handeling zag verrichten, was een sensatie. Er bleek immers uit dat het bewegingssysteem in het brein op een of andere manier bezig is andermans acties te ‘lezen’.

Het onderzoek naar deze “resonerende zenuwcellen” in 1996 mirror neurons (speigelneuronen) gedoopt – verplaatste zich al snel naar de menselijke hersenen. FMRI-scans en EEG’s toonden aan dat ook ons brein reageert op het zien van andermans handelingen. In 1999 plaatste fysioloog William Hutchison zelfs elektroden direct in het brein van een vrouw die een hersen operatie moest ondergaan. Nadat de onderzoekers hadden vastgesteld welke zenuwcellen oplichtten op de scan als ze haar met een lancet in een vingertopje prikten, lieten ze de vrouw toekijken terwijl de onderzoeker zichzelf in de vinger prikte. En jawel: precies dezelfde cellen werden actief.

Hiermee was onomstotelijk bewezen dat mensen ook spiegelneuronen hebben. En doordat het in dit geval ging om zenuwcellen in de gyrus cinguli, het deel van de hersenschors dat een rol speelt bij de totstandkoming van emoties, vermoedden de onderzoekers bovendien dat spiegelneuronen de ‘hardware’ vormen voor empathie en meegevoel. Het brein reageert immers in aanzet hetzelfde op andermans pijn als op eigen pijn.

Giacomo Rizzolatti kwam door vervolgonderzoek eveneens tot verreikende inzichten. Hij ontdekte dat bij mensen ook een ander hersengebiedje geactiveerd wordt wanneer een proefpersoon toekijkt hoe een ander iets doet: het zogenaamde spraakcentrum van Broca, dat een rol speelt bij communicatie. Zou het spiegelsysteem dus verband houden met sociale vaardigheden, en met het ‘lezen’ van andermans gedachten?’ Daarop voortbordurend zijn momenteel wereldwijd wetenschappers bezig met onderzoek naar spiegelneuronen in diverse breingebiedjes.

Zo wordt gekeken naar de rol die ze spelen bij taalverwerving en -verwerking, bij het instuderen van danspassen of pianostukken en bij het fenomeen dat mensen vaak onbewust elkaars lichaamstaal nabootsen. Elders wordt druk gezocht naar het verband tussen autisme en spiegelneuronen. Het idee is dat het spiegelmechanisme bij mensen met een autistische stoornis slecht zou werken, en dat dat verklaart waarom zij zich zo slecht in andermans gevoelens kunnen verplaatsen. Ook borderline, narcisme en andere persoonlijkheidsstoornissen zijn inmiddels al aan een slecht functionerend spiegelsysteem gelinkt.

Het onderzoek gaat kortom heel veel kanten op. Volgens sommigen zijn wetenschappers dan ook zo’n beetje een ‘theorie van alles’ op het spoor. In ieder geval aarzelt de Amerikaanse neuroloog Vilayanur Ramachandran niet de big bang van de menselijke ontwikkeling, zo’n vijftigduizend jaar geleden, aan de spiegelneuronen toe te schrijven; anders dan apen wisten mensen het talent tot navoelen, imiteren en vooral spreken dat deze cellen ons geven, volledig uit te buiten. ‘Ik voorspel dat spiegelneuronen voor de psychologie de betekenis zullen krijgen die DNA voor de biologie heeft,’ zei Ramachandran dan ook in een interview.

Erik van Muiswinkel, cabaretier en imitator: ‘Het helpt als ik goed gegrimeerd ben’
Dick Advocaat, die is me echt onder de huid gaan zitten. Doorgaans kom ik gewoon als mezelf de studio uit, er is te veel onrust in de studio om helemaal op te gaan in degene die je imiteert. Maar op een gegeven moment lagen de opnamen een tijdje stil terwijl ik daar zat als Dick Advocaat, en dan moet je wel improviseren om het publiek bezig te houden. Zo kom je er goed achter hoe iemand zich zou gedragen. Als Advocaat week ik zelfs wel eens af van mijn teksten, hoewel dat bij Kopspijkers niet de bedoeling was. Ik voelde gewoon dat hij iets zó zou zeggen.

Dat inleven in een ander begint bij mij met de stem. Voor iemand die ik goed kan nadoen, heb ik er ook een steekwoord bij. Bij Willem van Hanegem was dat bijvoorbeeld “flauwekul”. Dat is echt de essentie van die man: zo’n schouderophalend “het zal wel”. Als je dat niet weet te treffen, mist de imitatie ziel en doel. Het heeft overigens even geduurd voor ik Van Hanegem te pakken had. Maar op een gegeven moment ben ik gaan meepraten met een video en plotseling schoot ik in een groef. De mensen om me heen vielen getroffen stil, want daar zat ineens Van Hanegem.

Ik heb overigens wel gemerkt dat mijn stemimitaties beter worden wanneer ik als die ander gegrimeerd ben. In de spiegel zie je jezelf in die persoon veranderen, zo krijg je steun van je ogen en dat helpt mij enorm om me in te leven.

Mag het ietsje minder?
Inlevingsvermogen is een mooi ding: wie zich goed in andermans gevoelenskan verplaatsen, heeft meer vrienden en doorgaans een bevredigender liefdesleven. Ook in oppervlakkige sociale contacten werkt empathie als smeermiddel, ontdekte sociaal-psycholoog Mariëlle Stel. Als één van twee toevallige gesprekspartners de ander doelbewust imiteert, ervaren ze het contact allebei als prettiger.

Te veel empathie kan echter lastig zijn. Niemand wil een chirurg die trillend van emotie het mes hanteert. En wat te denken van een manager die het niet over het hart krijgt om een slecht functionerende medewerker te corrigeren, hoewel de hele afdeling daaronder lijdt?

Een gebrek aan inlevingsvermogen kan dus voordelen hebben. In M/V Het verschil somt autismedeskundige Simon Baron-Cohen er een aantal op. Zo verdraagt een minder empathisch persoon langdurige eenzaamheid beter. Bovendien is zo iemand beter in staat harde besluiten te nemen, omdat hij (meestal is het een man) zich minder bezighoudt met de vraag wat anderen daarvan zullen vinden. Te veel inlevingsvermogen kan je carrièrekansen dan ook belemmeren. ‘Mensen in hoge functies zijn minder empathisch,’ weet Stel. ‘Ze hebben meer dominante trekjes. Ze imiteren anderen ook minder, ze worden geïmiteerd. Let maar eens op: als de baas met een pen speelt of achterover gaat zitten, nemen de medewerkers dat over. Andere voordelen die Stel in een gebrekkige empathie ziet: Je krijgt minder snel een naar gevoel als je een ander niet kunt helpen. En je hebt meer tijd voor jezelf en je werk.

Tot slot zijn sociale horken van onschatbare waarde voor de wetenschap. Tenminste, volgens Baron-Cohen, die stelt dat een lager inlevingsvermogen per definitie gelijk opgaat met een beter vermogen systemen te doorzien en te ontwerpen. Van zowel Isaac Newton als Albert Einstein, natuurkundigen aan wiede wereld geniale inzichten te danken heeft, wordt wel gezegd dat hun sociale vaardigheden het niveau hadden dat bij een autistische stoornis hoort

 

Test: Hoe empathisch bent u?

Inlevingsvermogen bestaat uit verschillende eigenschappen, stelt de Amerikaanse sociaal-psycholoog Mark Davis. Kunt u zich bijvoorbeeld goed verplaatsen in een ander, voelt u sterk mee met andermans ellende en raakt u er snel door van streek?

PSEUDO-gedoe ?

Doe de test!

°Weinig empathie heeft ook zo zijn voordelen: het maakt bijvoorbeeld het werk van chirurgen een stuk makkelijker.

°Inlevingsvermogen kun je hebben op twee niveaus: goed kunnen lezen en begrijpen van gevoelens van anderen (onderzoekers noemen dat cognitieve empathie), en goed kunnen meevoelen en begaan zijn met een ander (affectieve empathie). Hoe scoort u op de twee componenten van empathie

( zie ook reacties )

°LINKS

http://phys.org/news164382270.html

Regions of the brain responsible for empathic accuracy

Image credit: Kevin Ochsner and Niall Bolger

Read more at: http://phys.org/news164382270.html#jCp

http://www.sciencedaily.com/releases/2012/10/121024175240.htm

http://psychcentral.com/news/2012/10/26/empathy-spot-located-in-the-brain/46694.html

The anterior insular cortex(AIC)

Empathy Spot Located in the Brain

insel_anatomie_from_wikipaedia2.jpg

Figure 1: Position of the insular cortex in the human brain shown in red (modified from http://en.wikipedia.org/wiki/Insular_cortex). The parts of the frontal, parietal and temporal lobe that usually cover the insula are removed. The green line indicates the position of the central sulcus of the insula, which separates the larger anterior insular cortex (AIC) from the smaller posterior insular cortex (PIC).

http://www.ieeg.uni-freiburg.de/research/neural-basis-of-emotional-processing?set_language=es

°

Coronal section of brain immediately in
front of pons. (Insula labeled at upper right.)

File:Gray731.png

File:Gray717.png

Coronal section of brain immediately in
front of pons. (Insula labeled at upper right.)

De bilaterale anterior insula, de anterior cingulate cortex en de inferieure frontale gyrus –  zijn  allemaal hersendelen die verband houden met empathie, zo bleek uit studies. 

Empathisch zijn, het detecteren en rekening houden met de gevoelens van anderen, wordt doorgaans als een goede eigenschap gezien. Maar je kunt ook te veel om je medemens geven, zodat je je eigen noden verwaarloost.

In het boek ‘Zero Degrees Of Empathy‘ legt professor Simon Baron-Cohen empathie uit en hoe dit gedrag van mensen beïnvloedt. Je kunt het empatisch vermogen van een persoon uitdrukken in een schaal van een tot zes, aldus de professor.“De meeste mensen zitten ergens in het midden, maar er zijn ook personen die aan een van de uitersten zitten. Degenen met nul zullen wreed voor anderen zijn, dit zijn vaak criminelen, zoals moordenaars of zedendelinquenten. Maar je hebt ook anderen die te empathisch zijn en te veel met de gevoelens van anderen rekening houden, waardoor ze zichzelf verwaarlozen.”

Mannen en vrouwen

Om te ontdekken waar iemand op zijn schaal zitten, ontwikkelde de professor een test naar het empathisch vermogen. Uit onderzoek blijkt dat dames over het algemeen empathischer zijn dan mannen. Uit een test blijkt dat in de groep van de score zes enkel vrouwen zaten.“Dit komt door de evolutie, het was lang voor vrouwen voordelig om empathisch te zijn. Zij namen de verzorgende rol op zich, als ze voor baby’s moesten zorgen die niet konden communiceren, moesten naar hun gezicht kijken en snel bepalen of ze hongerig of ziek waren, aangezien dit belangrijk was voor de overleving. In stammen was het essentieel om te tonen dat je empathisch was om ervoor te zorgen dat anderen je beschermden. Dit wordt ook uit een sociaal perspectief aangemoedigd. Als je een meisje een pop geeft, zal ze door haar instinct deze in haar armen wiegen, een jongen zal er eerder de arm af rukken. Onze maatschappij moedigt dit aan, empathie wordt bij vrouwen als een goede eigenschap gezien.”

Lijden

Maar kun je ook te empathisch zijn? Professor Baron-Cohen:
Wanneer je te veel mee leeft met anderen, ga je daar zelf onder lijden. Er zijn mensen die hun empathisch vermogen niet kunnen uitzetten en niet naar televisie kunnen kijken zonder te huilen. Maar deze ‘aandoening’ werd nog nooit wetenschappelijk bewezen. Bij sommigen kan dit wel problematisch worden. Je kunt dit namelijk niet constant volhouden, zeker wanneer je je eigen noden verwaarloost. Want dan ga je nooit je eigen ambities achterna gaan of nooit de strijd aan met anderen uit angst anderen te kwetsen of overstuur te maken.”
Lijstjes maken
Onderzoek toonde aan dat vrouwen die een pil namen die het niveau van testosteron opkrikt, tijdelijk minder empatisch zijn.
Maar dit is volgens de professor niet de beste oplossing.
Het is beter om via oefeningen je leven in evenwicht te brengen.
“Maak twee lijstjes van alles wat je geeft en alles wat je terugkrijgt. Als je te empathisch bent, zal de eerste lijst langer zijn. Maak dan een derde van wat je graag terug zou willen krijgen en vraag hier mensen naar. Zo moet je ervoor zorgen dat beide even lang zijn. Wat velen niet beseffen is dat door zoveel hooi op hun vork te nemen, ze anderen de kans ontzeggen om zich gewaardeerd te voelen. Mensen houden ervan te helpen, dus als je echt empathisch bent, moet je anderen laten helpen net zoveel als jij dat doet”……besluit Baron-Cohen. (ep)
http://www.epo.be/boekenportaal/boekinfo_boek.php?isbn=9789057123436
http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2012/februari/Wreed-zonder-empathie.html

Wreed zonder empathie

  • Door: Ria Hillewaert – Noorderlicht Recensie Team

Wordt je wreed als je geen empathie hebt? Dat hoeft helemaal niet. Het hangt van je verdere karakter af, net als van je omgeving, legt Simon Baron-Cohen uit in zijn nieuwe boek.

Een kampbewaker dwingt een man om de strop rond de hals van zijn vriend te leggen, dokters amputeren de handen van een vrouw en hechten ze verkeerd-om weer aan, rebellen slaan kinderen voor de ogen van hun moeders dood tegen de muur, een man verkracht zijn dochter bijna dagelijks terwijl hij haar meer dan 20 jaar in een kelder gevangen houdt. Bij zoveel horror staat ons verstand stil, we kunnen er niet bij.
Hoe is het mogelijk dat mensen andere mensen zo beestachtig kunnen behandelen?

Door zijn Joodse achtergrond maakte Simon Baron-Cohen reeds vroeg in zijn leven kennis met de gruwelijke gevolgen van de nietsontziende barbaarsheid waarmee mensen andere mensen kunnen behandelen.

De verklaring van filosofie en religie, het ‘kwaad’ zit in de mens, heeft hij altijd ontoereikend gevonden. Als je de menselijke wreedheid echt wilt begrijpen dan moet je inzien waarom mensen elkaar als objecten behandelen.

De mens als object
Gedurende dertig jaar deed Baron-Cohen onderzoek naar empathie. In Nul empathie presenteert hij een wetenschappelijke invalshoek voor het debat over de menselijke wreedheid.

Mensen zijn onverschillig voor het leed van anderen omdat hun natuurlijke gevoelens van medeleven met een lijdende medemens uitgeschakeld zijn. Wanneer iemand een ander mens als een object behandelt, komt dat niet door het ‘kwaad’ maar door afwezigheid van empathie.

Empathie is ons vermogen om ons in te leven in de gedachten of gevoelens van anderen. Dat vermogen is niet bij iedereen even groot. We bevinden ons allemaal op een empathiespectrum dat van hoog naar laag loopt. Deze verschillen kunnen teruggebracht worden tot de werking van een aantal gebieden in de hersenen, het empathiecircuit.

Het vermogen tot empathie is vrij stabiel maar kan veranderen naargelang de omstandigheden.

Als we opgeslorpt worden door ons werk zijn we meer bezig met onszelf dan met anderen. In een vlaag van woede of een dronken bui kunnen we iemand kwetsen. Dit zijn tijdelijke toestanden van empathie-erosie.

Er zijn echter mensen die altijd moeite hebben om zich in anderen in te leven. Voor hen is het zeer lastig, soms bijna onmogelijk om bevredigende relaties te onderhouden. Ze behandelen hun medemensen nagenoeg altijd als objecten en zijn bijna uitsluitend op zichzelf gericht. Deze mensen bevinden zich aan het laagste uiteinde van het empathiespectrum, ze hebben nul empathie.

Positief of negatief?
Voor sommigen van hen heeft dit tekort uitsluitend negatieve gevolgen. Hun leven is bezaaid met moeilijkheden en mislukkingen. De psychiatrie noemt hun probleem een persoonlijkheidsstoornis. Vanuit het empathieperspectief zijn zij nul-negatief.

Bij anderen is het gebrek aan empathie de tegenpool van een positieve eigenschap. Mensen met Asperger en klassiek autisme missen empathie, maar munten vaak uit in het systematiseren en het herkennen van patronen. Zij zijn nul-positief. 

Baron-Cohen exploreert uitgebreid hoe deze mensen in het leven staan en maakt ons attent op de problemen waarmee zij geconfronteerd worden. Hij stelt vast dat bij hen het empathiecircuit inderdaad anders functioneert dan bij de modale mens, en wel met een specifiek patroon bij iedere vorm van nul empathie.

De oorzaak ligt in een ingewikkelde wisselwerking van erfelijkheid met de omgeving, meer bepaald in de mogelijkheid om een veilige hechting te ontwikkelen.

Tenslotte zet Baron-Cohen zijn bevindingen op een rijtje. Aan de resultaten van zijn onderzoek koppelt hij een aantal interessante bespiegelingen over de menselijke wreedheid. We hoeven geen genoegen te nemen met machteloze verzuchtingen over het ‘kwaad’ in de mens. De wetenschap biedt een veel hoopvoller perspectief dan religie of filosofie.

Een aantal psychiatrische stoornissen, zoals borderline, psychopathie en anorexia nervosa, worden begrijpelijker en beter te behandelen als je ze bekijkt vanuit het standpunt van empathie.

De bril van empathie zou kunnen leiden tot meer menselijke en effectieve vormen van rechtspraak en straf. In de plaats van mensen te laten rotten in gevangenissen zouden we hen trainingsprogramma’s in empathie kunnen laten volgen. Er zijn immers aanwijzingen dat iemand ook op latere leeftijd nog empathie kan ontwikkelen.

Essentiële hulpbron
Net als mensen als Frans de Waal en Jeremy Rifkin is Baron-Cohen ervan overtuigd dat empathie een van de meest waardevolle hulpbronnen van onze wereld is.

Begrip voor de positie van de andere partij is de enige manier om voortslepende conflicten op te lossen.

‘Ondergedompeld in empathie wordt ieder probleem oplosbaar’, stelt hij. ‘Het is gratis en kan niemand onderdrukken.’

Titel: Nul empathie – Een theorie van de menselijke wreedheid
Auteur: Simon Baron-Cohen

Tegelijkertijd empathisch en rationeel zijn?

Wij kunnen het niet!

 02 november 2012 1

Wetenschappers hebben ontdekt dat het voor ons brein onmogelijk is om tegelijkertijd empathisch en rationeel te zijn. Het verklaart onder meer waarom zelfs de meest intelligente mensen soms zo gemakkelijk op te lichten zijn.

De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze een experiment met 45 studenten uitvoerden. De studenten ondergingen een MRI-scan en terwijl ze gescand werden, kregen ze twintig geschreven en twintig gefilmde problemen te zien waarbij ze de problemen alleen konden oplossen door zich in te beelden hoe anderen zich zouden voelen (empathie).

Ook kregen ze twintig geschreven en gefilmpde problemen te zien die ze met behulp van de fysica (rationeel dus) moesten oplossen. Zodra de studenten het probleem hadden gelezen of gezien, kregen ze een gesloten vraag voorgelegd waarop ze binnen zeven seconden met ‘ja’ of ‘nee’ moesten reageren.

Resultaten
Uit het experiment bleek dat sociale problemen het sociale netwerk in het brein activeerden en tegelijkertijd het deel van het brein dat geassocieerd wordt met het analyseren en logisch beredeneren, onderdrukten. Het maakte daarbij niet uit of de vragen geschreven of gefilmd waren. Het experiment wijst erop dat het voor ons brein gewoon onmogelijk is om beide netwerken tegelijkertijd te activeren.

Autisme
De studie kan mogelijk verklaren waarom zelfs de meest analytische mensen zich zo gemakkelijk laten oplichten. Een oplichter activeert met een zielig verhaal het empathische deel van het brein, waardoor het analytische netwerk geen schijn van kans meer heeft. Het onderzoek kan ook implicaties hebben voor mensen met bijvoorbeeld autisme. Mensen met autisme zijn er meestal heel goed in om ruimtelijke problemen op te lossen (waarbij logisch gedacht moet worden), maar minder goed in sociale omstandigheden.

Maar ook andere aandoeningen, zoals ADHD, schizofrenie, angsten en depressies, kunnen door onderzoeken als deze in de toekomst wel eens beter behandeld worden. “Behandelingen moeten gericht zijn om een balans tussen de twee netwerken (het logische en sociale netwerk, red.),” vertelt onderzoeker Anthony Jack.

Balans
“Op dit moment richten de meeste behandelingen, maar ook het onderwijs zich op het versterken van het analytische netwerk.” En dat is een probleem. Want ook voor gezonde mensen is het belangrijk dat de twee netwerken in balans zijn. “Je redt het nooit zonder één van deze twee netwerken.” Als voorbeeld haalt Jack een algemeen directeur aan. “Je wilt dat een algemeen directeur zeer analytisch is, omdat hij daarmee het bedrijf efficiënt kan runnen en voorkomt dat je failliet gaat. Maar hij kan gemakkelijk zijn moreel kompas verliezen als hij te analytisch denkt.” Er zou dan ook geen voorkeur voor een bepaald netwerk moeten zijn. In plaats daarvan moeten mensen leren om efficiënt van het ene netwerk op het andere over te stappen en het juiste netwerk op het juiste moment te activeren.

De onderzoekers zetten hun studie voort. Zo willen ze bijvoorbeeld nog achterhalen of studenten wanneer ze mensen op een niet menselijke manier zien afgebeeld (bijvoorbeeld als dieren of objecten) wisselen van het sociale naar het analytische netwerk. Ook willen ze achterhalen welke invloed walging en sociale stereotypering heeft op welk deel van ons brein we activeren.

Bronmateriaal:
Empathy represses analytic thought, and vice versa” – Case.edu

Empathie: niet voor vreemden

Pijn van een vreemde doet minder zeer

1 juli 2009

 Sommige mensen voelen zich zelfs verbonden met een aragosta, maar empathie is vaak het grootst binnen de eigen sociale groep.

Het is nooit leuk om iemand anders pijn te zien lijden. Maar het maakt wel uit wie die ander is. De pijn van een vreemde roept minder empathie op dan het lijden van iemand uit je eigen sociale groep. Dat is zelfs in het brein te zien.

Bijna iedereen beschikt over empathie, het vermogen om je in te leven in de gevoelens van iemand anders. Maar kunnen we voor iedereen evenveel medeleven opbrengen? Waarschijnlijk niet. Het ligt voor de hand dat je je makkelijker inleeft in mensen die dicht bij je staan.

Computerwetenschapper Jaron Lanier heeft dat verhelderd aan de hand van zijn zogenoemde ‘circle of empathy’. In de cirkel bevinden zich de mensen wiens gevoelens belangrijk voor je zijn, en die een respectvolle en gelijke behandeling verdienen. De mensen die minder belangrijk zijn, blijven buiten de cirkel. Een onrechtvaardige behandeling van deze mensen zal je minder raken, dacht Lanier.

De cirkel van medegevoel was slechts een gedachten-experiment van Lanier.

Hij vroeg zich bijvoorbeeld af of mensen ooit in staat zouden zijn om een computer of robot binnen de cirkel te plaatsen (Probo de knuffelrobot misschien?). Ook veronderstelde hij dat linkse mensen de cirkel het liefst zo ruim mogelijk maken, terwijl rechtse mensen hem liever wat kleiner houden.

Pijn in het brein
Nieuw onderzoek laat nu zien dat de cirkel wel eens meer zou kunnen zijn dan een hersenspinsel. Chinese onderzoekers confronteerden studenten met de pijn van anderen, en kwamen er achter dat de studenten meer begaan waren met de pijn van mensen die tot hun eigen groep behoorden. Shihui Han van de universiteit van Bejing recruteerde daarvoor zeventien Chinese en zestien blanke studenten, schrijft hij in The Journal of Neuroscience.

Deze kregen filmpjes te zien van mensen – soms Chinezen, soms blanken – die in hun wang werden gestoken met een naald. Tegelijkertijd keken de onderzoekers naar het hersengebied dat actief wordt wanneer mensen iemand pijn zien lijden: het voorste deel van de cingulaire cortex (ACC).

Als de Chinese studenten de pijn van een Chinees zagen, was de ACC duidelijk actiever dan wanneer ze een blanke zagen lijden. Ook bij blanken was de activiteit in de ACC groter als ze iemand uit hun eigen groep zagen lijden. Er waren wel aanzienlijke individuele verschillen. Sommige studenten reageerden sterker dan anderen op het lijden van individuen uit zowel de eigen als de andere groep. Maar het lijden van iemand uit de eigen groep riep altijd een sterkere reactie op.

Het is voor het eerst dat dit verschil in reactie met behulp van een hersenscan is aangetoond. Het verschil in empathische reactie is dus meetbaar op een behoorlijk fundamenteel, fysiek niveau.

Ongemakkelijke vragen
De onderzoekers spreken in het persbericht politiek correct van verschillen tussen ‘sociale groepen’, maar het is de vraag of dat klopt. Chinesen en blanken kunnen immers heel goed tot dezelfde sociale groep behoren. Feitelijk hebben ze onderzoek gedaan naar verschillen tussen rassen, een onderwerp dat politiek gevoelig ligt. Shihui en consorten haasten zich daarom te zeggen dat ze in dit geval weliswaar ras als groep hebben gekozen, maar dat de uitkomsten zich ook bij andere sociale groepen kunnen voordoen.

Dat maakt het extra jammer dat de onderzoekers zich hebben beperkt tot twee rassen. Want zou een vuilnisman ook minder begaan zijn met de pijn van een manager? Of een christen met die van een moslim? Een vijftienjarige met die van een gepensioneerde?

Dat soort deels ongemakkelijke vragen roept het onderzoek op, constateert ook de Amerikaanse neurologe Martha Farah: “Dit is een fascinerend onderzoek naar een fenomeen dat belangrijke sociale gevolgen heeft voor alles van gezondheidszorg tot het geven van geld aan goede doelen”, zegt ze. “[Maar] welke persoonseigenschappen of levenservaringen kunnen dit verschil verklaren? Gaat het om de raciale identiteit, of om een meer algemeen verschil tussen het zelf en de ander?”

Dergelijke vragen kunnen alleen beantwoord worden door meer onderzoek. Maar het heeft er wel alle schijn van dat de cirkel van medegevoel meer is dan een gedachtenexperiment. Misschien maken we er allemaal wel bewust of onbewust gebruik van.

Bouwe van Straten

Shihui Han e.a., ‘Do you feel my pain? Racial group membership modulates empathic neural responses’, in: The Journal of Neuroscience, 1 juli 2009.

Jaron Lanier, ‘One half of a manifesto, in Wired, December 2000.

WIST U DAT…

ons brein ook niet in het nu kan leven?

vrouwen  gelukkig worden van empathische mannen

EMPATHIE is vooral  van  kracht  bij  het samenleven van   naaste verwanten en  de VRIENDEN ? (incrowd )  

‘ empathie’vooral dan met  vrienden en verwanten (incrowd )

is een sociaal netwerk bevorderend gegeven

Empathie  =  de mogelijkheid zich in iemand anders te verplaatsen, lijkt vast te liggen in het menselijk brein  :   maar vooral  wanneer  mensen zich nauw associëren ( of samenwerken )met anderen die dicht bij hen staan, zoals vrienden en familie . (1)

Dat schrijven onderzoekers onder leiding van James Coan van de University of Virginia uit de Verenigde Staten deze week in het tijdschrift Social Cognitive and Affective Neuroscience.

“These results suggest that one of the defining features of human social bonding may be increasing levels of overlap between neural representations of self and other.” [1]

Er wordt nergens gesproken over de “menselijke hersenen” en “gemaakt voor empathie en vriendschap”, slechts dat ons sociale brein hier een sterke hand in heeft.

[1] http://scan.oxfordjournals.org/content/8/6/670

 

 

 

“Ons  ik  is gedeeltelijk  afkomstig  van de  mensen waar we ons sterk mee verbonden voelen. Met andere woorden: onze eigen identiteit is  mede  gebaseerd op wie we kennen en bij wie we empathische gevoelens hebben.”

 

Om dit uit te vinden, plaatsten de onderzoekers 22 jong volwassenen in een fMRI-scanner om zo hun hersenactiviteit te meten.

Tijdens het experiment was hen  verteld  dat  er een kans  bestond dat ze ,  .of een vriend,  of een vreemde een elektrische schok zouden krijgen …

Heftige reactie

Als de proefpersoon zelf  een  heel  goede kans had   om een schok te krijgen werd, zoals verwacht, een bepâald  hersengedeelte actief. …..

-In het geval van  een aangekondigde  kans op een schok bij een vreemde, bleef een heftige reactie in datzelfde gebied   uit ….

-Als de schokdreiging echter bij een vriend boven het hoofd hing, werd de hersenactiviteit bij de deelnemer nagenoeg gelijk aan de activiteit die zijn hersenen vertoonden bij   eigen   bedreiging   .

“De bevindingen laten zien dat de hersenen een opmerkelijk vermogen hebben om  zich  met anderen te vereenzelvigen  en dat de vooral  mensen die dicht bij ons staan tot een deel van onszelf zijn geworden.( althans wat hun emotionele  toestand  betreft )

Dat is niet alleen een metafoor of poëzie, het is zeer reëel.

Letterlijk voelen we onszelf  bedreigd als een vriend bedreigd wordt  :  maar dat is niet  het geval als een ons vreemde mens  met dergelijke schok wordt bedreigd     ” zegt Coan

Mensen hebben vrienden en bondgenoten nodig waar ze zich ( gevoelsmatig ) aan kunnen verbinden  ….Hoe meer tijd mensen samen doorbrengen, hoe meer ze   ook op  elkaar gaan lijken.

Omdat ons  ‘ik’ ook lijkt te bestaan uit mensen die dichtbij staan,  LIJKT   dit de bron van empathie en deel van het evolutionaire proces waarbij het praktisch was om door middel van vriendschappen en vertrouwen beter te kunnen overleven.(2)

Door: NU.nl/Krijn Soeteman

 

(1)

  1. Voor onze vrienden doen we alles, maar een vreemde?….. Dat is eigenlijk geen “volwaardig  “mens  voor  zolang  die niet beter (relationeel )ge- en be-kend is ) .
  1. Keerzijde aan de medaille  :  De  ‘andere groep’, mensen die NIET  dicht bij  ons   staan,  worden  gauw  als inferieur of anderszins negatief afgeschilderd  ?   (–> 1)
  2. A ……)Als je zo rondkijkt wat mensen elkaar aandoen is er weinig van enige empathie of vriendschap te merken…… Het artikel concentreert zich duidelijk op wat in de sociologie bekend staat als de ingroup.   Daarnaast is er dus ook de outgroup, waar men minder empathie mee heeft (zacht uitgedrukt), dat is dus de keerzijde van de medaille.   Zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Ingroups_and_outgro …
  3. Waarom dan  maken velen  zoveel kapot, zowel voor een ander als voor onszelf…? Waarom Laten velen  mensen die in zwaar weer komen (= niet eens vreemden, maar bekenden) keihard barsten?   :   Vereenzaming  ?  isolement ?  egocentrisme ?  hersenschade ?

°Dat komt  vooral    omdat Nu.nl er álweer een nonsensicaal   (deels  automatisch vertaald  )potje van de paper heeft gemaakt  . —>  Er wordt namelijk in  de  studie   nergens gesuggereerd dat de menselijke hersenen GEMAAKT  zijn VOOR   empathie of vriendschap.—-> dat is trouwens (bedenkelijke ) teleologie , en dat is eigenlijk niets anders dan botte  en ongedocumenteeerde ” conclusion jumping “van bedenkelijk allooi                                                                                                                                                                                                                                 Ja, het is misschien allemaal    onderdeel van ons sociaal wezen,(= sommigen zeggen = het sociale brein ) maar niet de vitale functie van onze hersenen  . 

1)—>Het is  zeker  mogelijk om andermans stemming/gevoel dusdanig te voelen dat  je  het voelt alsof het jezelf betreft.
Meestal gaat dit ‘vanzelf’, maar het kan ook kunstmatig opgewekt worden.

Bij familie of vrienden gaat dit gemakkelijker, maar bij vreemden kan het ook werken.

-Vaak is al dan niet aanwezig zijn van empathie niet het probleem ; maar het openlijk tonen van empathie . Empathisch gedrag wordt immers veelal als zwak beoordeeld / gezien…….
En dat is dus een overblijfsel uit ons verleden :     Immers  evolutie brengt niet alleen goede dingen voort….. in feite is evolutie volkomen onverschillig en ongericht : het is een automatisch algorythme een interactief proces

(2)

(evolutionaire psychologie )  Het SCHEEN  een voordeel te hebben op je eigen overlevingskans als je de overleving van een groep van je eigen soort steunde.                                                                                                                                                                                                                         Evolutie is echter  NOOIT  een doelgericht proces  dat  anticipeert wat in de toekomst  van een soort van pas zou kunnen komen

Door vriendschappen en vertrouwen met elkaar verbonden om te overleven. is  een voordeel gebleken onder bepaalde omstandigheden in het verleden …..

—->Uit een Engels / amerikaans schrijfsel nav het rapport /( Tomasello is GEEN medeauteur van het rapport )

“Tomasello and colleagues suggest in turn that these capacities for shared intentionality, joint attention and cooperative behaviors were critical stepping stones toward the evolution of altruistic behavior in humans.

Converging evidence suggests that altruism evolved in humans under conditions that promoted collaborative behavior…”

oftewel :

Empathie is functioneel omdat het ons in staat stelt om vertrouwen te stellen in anderen en dus in groepsverband samen te werken. Het is daarom een overlevingsmechanisme en past als zodanig binnen de evolutietheorie.

of volgens de woorden van de leider van het onderzoek zelf:
This likely is the source of empathy, and part of the evolutionary process “

 

Mens voelt bijna net zoveel empathie voor robot als voor mens

24 april 2013  11

Wanneer we zien hoe een robot geknuffeld of mishandeld worden dan reageert ons brein daar net zo op als wanneer we zien hoe een mens geknuffeld of mishandeld wordt. Het suggereert dat wij mensen oprecht met robots meeleven.

Onderzoekers lieten veertig proefpersonen video’s van een kleine robot in de vorm van een dinosaurus (1) zien. In de video’s was te zien hoe mensen op een liefdevolle of juist op een gewelddadige manier met de robot omgingen. Nadat de proefpersonen de video bekeken hadden, werd ze gevraagd naar hun emoties.

Ook werd gemeten in hoeverre de mensen opgewonden waren. Proefpersonen die er getuige van geweest waren dat de robot mishandeld werd, waren negatiever en opgewondener dan de mensen die zagen dat de robot liefdevol werd behandeld.

fMRI
In een tweede experiment kregen veertien proefpersonen video’s met daarin een mens, een robot of een levenloos object te zien. In de video’s werd de mens, robot of het levenloze object liefdevol of gewelddadig behandeld.

Terwijl de proefpersonen de video’s bekeken, werd hun hersenactiviteit met behulp van een fMRI vastgelegd. Uit het experiment blijkt dat zien hoe een mens of robot gewelddadig behandeld wordt, precies dezelfde hersenactiviteit oproept bij mensen. Blijkbaar roepen beide omstandigheden dezelfde emotionele reacties op. Wanneer proefpersonen zagen hoe een mens of robot mishandeld werd, riep dat in beide gevallen ook een emotionele reactie op. Wel wees de fMRI-scan erop dat proefpersonen ietsje sterker meeleefden met de mens dan met de robot.

Sociaal intelligent

Sociaal intelligente robots: een droom of werkelijkheid? Redacteur Marleen de Roode zocht het uit. Lees haar bevindingen hier!

Belangrijk
Het onderzoek is belangrijk. Er is namelijk nog maar heel weinig bekend over de wijze waarop mensen reageren op wat de onderzoekers ‘robotische emotie’ noemen. Ook weten we nog niet goed of mensen emotioneel op een robot of een situatie waarin een robot verzeild is geraakt, kunnen reageren. Dit onderzoek biedt op die gebieden iets meer duidelijkheid en kan wetenschappers helpen bij het ontwikkelen van robots die niet alleen handig, maar ook ‘spannend’ zijn.

Maatje
“Een doel van het huidige onderzoek naar robots is het ontwikkelen van een robot-maatje dat een langetermijnrelatie met een mens aan kan gaan,” vertelt onderzoeker Astrid Rosenthal-von der Pütten. Zo’n robot-maatje kan bijvoorbeeld oudere mensen assisteren bij dagelijkse bezigheden en ze in staat stellen om langer thuis te wonen. Ook kunnen robots mensen bij de les houden en aanmoedigen wanneer deze bijvoorbeeld moeten revalideren.

“Een veelvoorkomend probleem is dat een nieuwe technologie in het begin heel opwindend is, maar dat dit effect op een gegeven moment verdwijnt, zeker als de robot betrokken is bij saaie opdrachten die voortdurend herhaald worden. De ontwikkeling en implementatie van mensachtige vaardigheden in robots zoals theory of mind (het vermogen om zich een beeld te vormen van het perspectief van een ander, red.), emoties en empathie wordt gezien als een mogelijkheid om dit dilemma op te lossen.”

De wetenschappers doen hun volledige onderzoek later dit jaar uit de doeken tijdens de 63e Annual International Communication Association-conferentie.

°

(1) -Sommige  mensen spreken over hun geprogrammeerde huiscomputer als over een ”  bezield ” (antropomorf ? )  wezen met een eigen  persoonlijkheid ….Veeg en dweilrobots  roepen al  wat  minder empathie op … en (vaat)wasmachines al helemaal niet

Wat als robots  op mensen gaan lijken?

opmerkingen   :  ANIMISME 

-die robot  moet wel net als de mens,  een soort “animistische  ziel “bezitten  ?  … althans  dat   zou de voorstelbare uitleg kunnen zijn  door  een  willekeurige magische denker ” (en uiteraard zal de robot  ook , volgens de  gevorderde magische denker , net als mens  en dier  daarom  ook  doelgericht ageren  ?)

° Het is niet meer dan normaal voor een sociaal dier als de mens om empathie te vertonen voor ‘objecten’ uit zijn  leefwereld.

°Dat dit empathie voor robots is, is behalve dat het gesuggereert wordt ,niet duidelijk :  een mogelijkheid is dat de emotie niet door de robot maar door de “handeling van de robot ” komt, een moreel gevoel en oordeel  over hoe deze handelde.

In het artikel zijn 3 verschillende situaties met elkaar vergeleken, een mens met mens, robot en een voorwerp. Het zou interressant zijn als er ook gekeken was wanneer een robot een andere robot zou mishandelen.

Het uitgangspunt is om robots te creeren die als “companion” kunnen dienen,…….

dat mensen emotionele banden kunnen  hebben met niet mensen lijkt me niets nieuws.(veel mensen bewaren prullaria met “emotionele ” waarde )

Een groot deel van ons denken is emotioneel, hoe graag we ook denken dat het niet zo is.De emoties zijn  zelfs onze “drives ”

Hoe serieus dit onderzoek is te nemen en wat het nu precies zegt is niet echt duidenlijk voor mij.

Psychopaat: slachtoffer van zijn eigen brein?

Ongeveer 3% van de mannen en 1% van de vrouwen heeft psychopathische trekken. Deze percentages lijken niet afhankelijk te zijn van etniciteit of IQ, maar psychopathie komt wel meer voor onder mensen met een lage socio-economische status.

Een typische psychopaat

De meeste wetenschappers gaan ervan uit dat psychopathie een stoornis in iemands persoonlijkheid is. Het is een specifieke vorm van een zogenaamde antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP) dat zich al op vroege leeftijd kan manifesteren in een gebrek aan sociaal gedrag, bijvoorbeeld liegen, niet samen willen spelen met andere kinderen en agressie.

Een typische psychopaat voelt zich niet schuldig als hij – psychopathie komt drie keer zo vaak voor onder mannen dan vrouwen – anderen kwaad doet. In plaats daarvan geeft hij anderen de schuld of ontkent hij dat hij iets gedaan heeft. Hij is hardvochtig en toont alleen emotie als hij daarmee anderen kan manipuleren. Het gebeurt bijna nooit dat een psychopaat een oprechte emotie deelt met zijn omgeving, zo hij die al heeft en begrijpt.

Naast diverse neurologische en biologische factoren, spelen ook sociale omstandigheden een rol bij de ontwikkeling van psychopathie. Zo zijn psychopathische criminelen vaak opgegroeid in een gezin waar een van de ouders miste of de ouders veel geweld gebruikten tegen elkaar.

Zo’n 15 tot 30% van de criminelen in de gevangenis lijdt aan psychopathie. Lang niet elke crimineel is dus psychopaat, hoewel psychopaten wel 50% meer misdrijven plegen dan andere criminelen. Het is ook niet zo dat elke psychopaat een misdrijf pleegt. Sommige leiden een – relatief – normaal en productief leven. Maar over het algemeen vertoont een psychopaat een zeer ernstige en gewelddadige vorm van antisociaal gedrag, dat ook bijzonder moeilijk bij te sturen is. Het lijkt er zelfs op dat psychopathie eigenlijk onbehandelbaar is.

Psychopathische kinderen

Onderzoek naar psychopathie onder kinderen is moeilijk en stuit vaak op weerstand. De vraag wat er gedaan moet worden met een psychopathisch kind leidt tot vele ethische hoofdbrekens. Een goede behandeling die ook op de lange termijn effect heeft, is er niet. Opsluiten voor iets dat een kind nog niet heeft gedaan – en mogelijk ook nooit gaat doen – kan, met reden, niet in ons land. Maar zo’n kind vrij rond laten lopen en het risico voor lief nemen dat hij later iemand verwond of zelfs vermoord is eigenlijk ook geen optie. Om dit soort dilemma’s te vermijden is het in sommige staten van Amerika verboden om te onderzoeken of een kind lijdt aan psychopathie.

Dat is juridisch misschien wel een oplossing, maar de wetenschap schiet er niks mee op. Daarom is het voor de forensische psychologie goed dat landen als Engeland en Nederland zo’n verbod niet kennen: zo waren er bijvoorbeeld voor de Londense onderzoekers Jones en Viding geen juridische belemmeringen in hun onderzoek. Hun conclusie: ook kinderen kunnen al psychopathische trekken vertonen.

De MacDonald-driehoek

MacDonald omschreef als eerste drie soorten gedrag die een voorbode zijn van psychopathie.
1. Bedplassen op een leeftijd waarop je eigenlijk mag verwachten dat een kind daar overheen is gegroeid.
2. De neiging om dingen te vernielen, met name door brandstichting
3.Wreed gedrag tegen dieren. Dit gaat verder dan zout strooien op een slak of de poten uit een spin trekken. Psychopaten-in-de-dop vermoorden vaak grotere dieren als honden of katten.

Sommigen zien bedplassen, brandstichten en het ombrengen van huisdieren ook als waarschuwing dat een kind later een seriemoordenaar kan worden.

Het lijkt er bovendien op dat de mate van antisociaal gedrag onder deze kleine psychopaten genetisch bepaald is. De onderzoekers speculeren dat dit komt omdat hun amygdala niet goed werkt. Dit hersengebiedje speelt een belangrijke rol bij emotioneel en met name agressief gedrag. Bij volwassen psychopaten was al eerder aangetoond dat hun amygdala niet echt reageert op emotionele prikkels. Ook bij psychopathische kinderen blijkt nu dat ze ongevoelig zijn voor de ellende van anderen. Het onderzoek hiernaar staat echter nog in de kinderschoenen.

Verkeerd reageren op stress

Het idee dat psychopathie en biologie nauw samenhangen, komt ook naar voren in onderzoek onder jongeren. Dit is in het onderzoek naar psychopathie een belangrijke groep, want hoewel psychopathisch gedrag dus al in de kindertijd voorkomt, openbaart het zich meestal ten volle in de puberteit. De Amsterdamse onderzoeker Popma en zijn collega’s keken hoe jongeren reageerden op stress. Het is namelijk bekend dat iemand die nauwelijks op stress reageert, minder angst voelt en eerder crimineel gedrag vertoont.

Om erachter te komen hoe dat bij puberpsychopaten zat stelden de onderzoekers hen bloot aan stress en keken toen naar de hoeveelheid cortisol. Dit hormoon heb je nodig om stress te kunnen voelen. Het lichaam maakt cortisol aan als het daarvoor opdracht krijgt van een hersengebied genaamd de hypofyse. Dit proces noemen we wel de HPA-as. Popma en zijn collega’s ontdekten dat antisociaal gedrag niet direct samenhangt met een afwijkend cortisolniveau, maar wel met een verstoorde activiteit in die HPA-as. Psychopathische pubers reageren dus inderdaad anders op stress en voelen daardoor minder opwinding en angst.

De HPA-as

De ‘hypothalamus-pituitary-adrenal’ as is in ons lichaam verantwoordelijk voor de stressreactie. Het begint in de hypothalamus, een hersengebiedje ter grootte van een pinda dat dicht bij de hersenbasis ligt. Is er bijvoorbeeld sprake van gevaar, dan stuurt de hypothalamus via een soort ‘hotline’ een signaal naar de hypofyse.
De hypofyse is een schakelstation tussen je hersenactiviteit aan de ene kant, en de hormonale activiteiten aan de andere kant. In het geval van stress reageert de hypofyse onder andere door een signaalhormoon (corticotropine) naar de bijnieren te sturen.
De bijnieren maken dan het stresshormoon cortisol aan. Dit hormoon maakt je alerter, waardoor je beter in staat bent om op gevaar te reageren. Ook zet het je spijsvertering tijdelijk op een laag pitje, zodat je meer energie hebt om te vechten of vluchten. Om te voorkomen dat je in de stress blijft, remt de cortisol tegelijkertijd de activiteit van de hypothalamus en de hypofyse af, zodat er niet steeds weer nieuw stresshormoon wordt aangemaakt.

Het lijkt er op dat psychopathisch gedrag komt door een zekere ongevoeligheid voor stress en emoties. Dat de oorzaak – in ieder geval deels – biologisch is wil echter niet zeggen dat er psychopathie volledig onbehandelbaar is. Zo stemt een interventieprogramma voor jeugdige criminelen optimistisch omdat aan het eind hun cortisolniveaus normaliseerden en de agressie was afgenomen. Er is echter nog een lange weg te gaan voordat we zulke programma’s op grote schaal kunnen toepassen, en zelfs dan blijft het de vraag of psychopathie ooit echt goed te behandelen zal zijn.

Roofdier of impulsieve psychopaat?

Wat de zaak er ook niet makkelijker op maakt, is dat de ene psychopaat de andere niet is. Hoewel ze allemaal gemeen hebben dat ze erg agressief en gewelddadig zijn, maakt het bijvoorbeeld uit of een psychopaat verdedigend of aanvallend is ingesteld. Of, met andere woorden: reageert hij op een provocatie of gebruikt hij geweld als instrument om iets te bereiken?

De meeste psychopaten vallen in de laatste categorie, concluderen Walsh en collega’s. En juist dit type psychopaat brengt extra veel schade aan zijn slachtoffers toe doordat hij op het oog charmant maar ondertussen ook erg manipulatief is.

De Maastrichtse onderzoekers Cima, Tonnaer en Lobbestael maken ook onderscheid tussen deze twee soorten psychopaten. Enerzijds heb je de ‘predatory psychopaths’, die een roofzuchtig soort jachtgedrag laten zien.

Aan de andere kant zijn er de impulsieve psychopaten, die spontaan gewelddadig gedrag vertonen. Cima en haar collega’s vroegen zich af of deze twee typen psychopaten ook elk een ander moreel gevoel hadden.

Impulsieve psychopaten gedragen zich vooral verdedigend: ze reageren op provocatie.

Veruit de meeste psychopaten gebruiken agressie en geweld als instrument om iets te bereiken; ze gedragen zich als een soort roofdier en kennen geen onderscheid tussen goed en kwaad.

Dat bleek ook het geval.

Impulsieve psychopaten zijn emotioneler en gebruiken geweld vaak als reactie op iets of iemand. Hoewel dit zomaar kan gebeuren, hebben ze wel besef van goed en kwaad.

Bij de ‘roofdierpsychopaten’ ontbreekt dit besef verontrustend genoeg. Ze zijn hardvochtiger en tonen een groot gebrek aan emoties. Ook hebben ze geen schuldgevoel, waardoor ze helemaal niet van plan zijn hun gedrag bij te stellen. In plaats daarvan geven ze de schuld aan anderen, wiens gedrag ze al snel als vijandig beschouwen.

Kortom: de onderzoekers constateerden dat het deze roofdierpsychopaten aan elk moreel gevoel ontbrak.

Psychopathie: aangeboren of aangeleerd?

Cima en collega’s denken dat het verschil tussen een impulsieve – en roofdierpsychopaten zich misschien uitstrekt tot de hersenen: de aanvallende roofdierpsychopaten en de verdedigende impulsieve psychopaten disfunctioneren elk op een andere manier.

Bij psychopathie zijn verschillende hersengebieden betrokken, omdat het uiteindelijke gedrag gevormd wordt door complexe problemen met onder andere de besluitvorming, het verwerken van emoties en sociale cognities.

Dat psychopathie vooral een biologische oorzaak heeft, wil niet zeggen dat er niks aan te doen is.

Zo zijn er interventieprogramma’s die succesvol iemands cortisolniveau kunnen normaliseren, en dus juist ingrijpen op die biologie.

Ook bij psychopathische kinderen en pubers lijken afwijkingen in hun biologische – en hersenprocessen een doorslaggevende rol te spelen.

Dat deze al in de kindertijd aanwezig zijn, is een aanwijzing dat psychopathie aangeboren is.

Er kan echter tussen de geboorte en de kindertijd een hoop gebeuren, en uit onderzoek is ook gebleken dat bijvoorbeeld geweld tussen de ouders of opgroeien in een éénoudergezin risicofactoren zijn voor het ontwikkelen van psychopathie. Opvoeding speelt dus ook een rol als het gaat om het ontwikkelen van deze uiterst gevaarlijke en gewelddadige stoornis.

Maar of iemand nu als psychopaat geboren of getogen wordt, een effectieve behandeling is van het grootste belang. Want iemand zonder besef van goed en kwaad, bereid om te manipuleren en geweld te gebruiken tot zelfs de dood erop volgt, kun je niet zomaar aan zijn lot overlaten. Niet alleen omdat een psychopaat slachtoffer is van zijn eigen brein, maar ook omdat ieder van ons daarom zijn volgende slachtoffer kan zijn.

Zie ook:

donderdag 6 december 2007 door

Geen besef van goed en kwaad

Dat het roofdierpsychopaten aan elk moreel gevoel ontbreekt is trouwens een onbewust proces en geen keuze van de psychopaat zelf. Dat weten de onderzoekers doordat ze een zogenaamde IAT (Implicit Association Test) gebruikten. Een IAT meet meningen of overtuigingen waarvan je jezelf niet direct bewust bent, maar die vaak wél je gedrag en je keuzes beïnvloedt.

In het geval van de roofdierpsychopaten betekent dat dus dat ze wellicht helemaal niet weten dat ze een gebrekkig besef van goed en kwaad hebben.

Zie ook:

Brein psychopaat mist wat connecties  ?

23 november 2011   3

Nieuw onderzoek verklaart mogelijk het vaak vreemde gedrag van psychopaten: ze missen wat verbindingen in het brein.

Er is al heel veel onderzoek gedaan naar psychopaten. Hun bijzondere gedrag fascineert onderzoekers. Een beetje psychopaat is namelijk bijzonder egoïstisch, kent geen emotie en ook het woord schuldgevoel of geweten is hem (of haar) vreemd.

Verklaren
Maar hoe is dat gedrag te verklaren? Onderzoekers lichten een tipje van de sluier op in een nieuwe studie naar psychopaten. Ze maakten hersenscans van ‘gewone’ gevangen en gevangenen die te boek stonden als psychopaat, zo is binnenkort in het blad Journal of Neuroscience te lezen.

Verbinding
En er bleken diverse verschillen te zijn tussen de scans van psychopaten en gewone gevangenen. Zo bleken psychopaten aanzienlijk minder verbindingen te hebben tussen het deel van de hersenen dat geassocieerd wordt met het maken van keuzes en empathie en andere delen van het brein (waaronder de amygdala).

En dat kan een hoop verklaren. Neem de amygdala: dit deel van het brein is nauw betrokken bij emoties, waaronder gevoelens van angst. Samen met het deel dat ons helpt om keuzes te maken en met mensen mee te leven, regelt de amygdala onze emoties en ons sociale gedrag. Dat psychopaten verbindingen missen tussen deze twee delen verklaart mogelijk deels hun bijzondere (sociale) gedrag.

Bronmateriaal:
Inside the Brains of Psychopaths” – Livescience.com
Psychopaths’ Brains Show Differences in Structure and Function” – WISC.edu

Brein van psychopaat mist ‘bedrading’ die nodig is voor empathie

25 april 2013   4

psychopaat

Nieuw onderzoek verklaart waarom psychopaten zo hardvochtig en gevoelloos zijn. Hun brein mist de bedrading die ze nodig hebben om zich in andere mensen in te kunnen leven en vanuit dat inlevingsvermogen medelijden te hebben of voor andere mensen te zorgen.

De onderzoekers verzamelden tachtig gevangenen die tussen de achttien en vijftig jaar oud waren. Eerst ondergingen de proefpersonen een test waaruit bleek in hoeverre ze als psychopaten bestempeld konden worden. Daarna kregen de proefpersonen beelden te zien waarop mensen met opzet pijn werden gedaan. Zo was bijvoorbeeld te zien hoe iemand de deur van een auto opzettelijk dichtgooide, terwijl de hand van een ander ertussen zat. Ook kregen de proefpersonen korte filmpjes te zien waarin iemand door middel van zijn gezichtsuitdrukking liet zien dat hij pijn had. Terwijl de proefpersonen de filmpjes bekeken, werd hun hersenactiviteit gescand.

Resultaten
De meest psychopathische proefpersonen vertoonden in reactie op de beelden weinig activiteit in de ventromediale prefrontale cortex, de laterale orbitofrontale cortex (samen betrokken bij de controle en het verwerken van emoties), het periaqueductale grijs (een soort schakelcentrum met cellen die onder meer een rol spelen als het gaat om pijn en verdedigingsgedrag) en de amygdala (maakt empathie mede mogelijk). Ook vertoonden ze aanzienlijk meer activiteit in de insula. Dat laatste is best verrassend, aangezien dit deel van de hersenen zintuiglijke prikkels in een emotionele context plaatst.

Amygdala
De verminderde activiteit in die andere delen van de hersenen is een stuk voor de hand liggender en onderschrijft eerdere studies. Neem bijvoorbeeld de verminderde activiteit in de amygdala. We weten van dit deel van het brein dat het een grote rol speelt bij het monitoren van gedrag en het inschatten van de consequenties van gedrag, gevoelens van empathie mogelijk maakt en het welzijn van anderen op waarde schat.

“Een gebrek aan empathie is één van de kenmerkende eigenschappen van psychopathische individuen,” vertelt onderzoeker Jean Decety. “Het is voor het eerst dat neurale processen die verband houden met empathie direct bij psychopathische individuen bestudeerd zijn.”

Volgens Decety wijst het onderzoek erop dat psychopaten de ‘bedrading’ die mensen normaal gesproken in staat stelt om met anderen mee te leven, missen.

“De neurale reactie op andere mensen in nood zou een aversie bij de toeschouwer op moeten roepen die hem aanzet tot minder agressief gedrag of motiveert om de ander te helpen,” zo schrijven de onderzoekers in het blad JAMA Psychiatry.

“Het bestuderen van de neurale reactie van psychopaten die zien hoe anderen pijn wordt gedaan is een effectieve manier om de neurale processen die ten grondslag liggen aan de problemen die psychopaten met affectie en empathie hebben, bloot te leggen.”

Meer lezen over psychopaten

Met psychopaten worden we liever niet geassocieerd.
Maar dat is niet helemaal terecht, zo stelt Kevin Dutton in zijn boek ‘De lessen van de psychopaat‘.
Want van psychopaten kunnen wij ‘gewone’ mensen heel veel leren!
En dat lijkt inderdaad niet zo’n gek idee.
Psychopaten zijn zelfverzekerd, gefocust en charismatisch en vertonen heel wat overeenkomsten met de meest succesvolle mensen uit deze tijd.
art_v1n1raine_3Brain scan (PET) of a normal control (left), a murderer from a deprived home background (middle), and a murderer from a good home background (right).Prefrontal dysfunction is particularly characteristic of murderers from good home backgrounds. courtesy of Adrian Raineart_v1n1raine_2Brain scan (PET) of a normal control (left) and a murderer (right), illustrating the lack of activation in the prefrontal cortex in the murderer. The figures are a transverse (horizontal) slice through the brain, so you are looking down on the brain. The prefrontal region is at the top of the figure, and the occipital cortex (the back part of the brain controlling vision) is at the bottom.Warm colors (e.g., red and yellow) indicate areas of high brain activation; cold colors (e.g. blue and green) indicate low activation. courtesy of Adrian Raine

Psychopaat heeft wel inlevingsvermogen, maar het is niet zo

vanzelfsprekend dat hij het gebruikt

 25 juli 2013  
Bronmateriaal:
Brain Research Shows Psychopathic Criminals Do Not Lack Empathy, but Fail to Use It Automatically” – Oxford University Press (via Sciencedaily.com)

Recent onderzoek suggereert dat een psychopaat moeite heeft om zich in anderen in te leven. Een nieuw onderzoek onderschrijft dat, maar toont tegelijkertijd aan dat de psychopaat zich wel uitstekend in andere kan inleven als dat van hem gevraagd wordt. Blijkbaar heeft een psychopaat dus wel een goed inlevingsvermogen, maar gebruikt hij het niet zo automatisch als ‘gewone’ mensen doen.

Wetenschappers van het Social Brain Lab in Amsterdam verzamelden achttien psychopaten en een controlegroep. Vervolgens lieten ze de proefpersonen filmpjes zien waarin twee mensen elkaar aanraakten. In het ene filmpje raakten ze elkaars handen op een liefhebbende manier aan. In een ander filmpje deden ze elkaar pijn, of raakten ze elkaar op een afwijzende of neutrale manier aan. De proefpersonen kregen de opdracht om naar de filmpjes te kijken alsof ze naar hun favoriete film keken. Daarna lieten de onderzoekers de proefpersonen de filmpjes nogmaals zien. Alleen kregen de proefpersonen nu de opdracht om zich in één van de gefilmde personen in te leven.

Aanraking
Tijdens het derde deel van het experiment moesten de proefpersonen plaatsnemen in een scanner en hun eigen hand aanraken terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten. De onderzoekers wilden zo achterhalen in welke mate de proefpersonen wanneer ze hun eigen hand aanraakten dezelfde hersendelen activeerden als wanneer ze zagen dat anderen elkaars handen aanraakten. Onze hersenen zijn namelijk uitgerust met een spiegelsysteem: wanneer we zien hoe andere mensen zich bewegen, iets aanraken of emotioneel worden, dan worden in onze hersenen de delen die verantwoordelijk zijn voor beweging, aanraking of emoties actief. De acties, aanrakingen of emoties van anderen worden dan dus eigenlijk onze eigen acties, aanrakingen of emoties. Uit eerder onderzoek is gebleken dat wanneer dit spiegelsysteem minder actief is, het voor mensen lastiger is om zich in andere in te leven. Omdat psychopaten moeite hebben om zich in andere in te leven – en daardoor minder moeite hebben om anderen pijn te doen – denken sommige onderzoekers dat hun spiegelsysteem niet goed werkt.

Verschillen
Maar zo simpel is het niet, zo blijkt uit de experimenten die de onderzoekers van het Social Brain Lab uitvoerden. Wanneer de psychopaten de opdracht kregen om de filmpjes te bekijken zoals ze ook hun favoriete film zouden kijken, werd hun spiegelsysteem inderdaad minder actief dan dat van de controlegroep. “Maar wanneer we ze expliciet vroegen om zich in andere in te leven, verdwenen de verschillen tussen de psychopaten en controlegroep vrijwel helemaal,” vertelt onderzoeker Valeria Gazzola.

Het onderzoek suggereert dat psychopaten inderdaad minder empathie voelen voor anderen, maar dat ze zich wel uitstekend in anderen kunnen inleven als dat van ze gevraagd wordt.(1)  En ergens is dat goed nieuws, zo stellen de onderzoekers. Wellicht is het mogelijk om therapieën te ontwikkelen om psychopaten te helpen hun inlevingsvermogen automatischer te gaan gebruiken(1). Hoe zo’n therapie precies vorm zou moeten krijgen, weten de onderzoekers nog niet

psychopaat
°
  • (1)  Ook manipulatie vereist inlevingsvermogen.     —> manipulatie  gaat  dus  niet automatisch maar is bewust   –> veel sociopathen    en   psychopaten zijn goede manipulators (= zelfbescherming ? ) Maar wanneer ze hun    (beperkt )inlevingsvermogen ” automatischer” leren  gebruiken wordt ook hun manipuleren                automatischer  en “minder ” bewust  … het is niet omdat een automobolist “automatische ” handeling    aanleerde en  uitvoert  dat hij daarom niet door een rood licht kan rijden  dat hij niet heeft gezien …

    °In de (vroegere )science fiction (“clockwork orange ) werd dat allemaal bereikt door  een rem in te bouwen  in de ” psyché ” van de  te behandellen persoon en wel door negatieve contiditionering  … maar conditioneringen doven uit als ze niet onderhouden worden  …. Een “knopje” omdraaien  in de hersenen  zelf is natuurlijk iets anders … maar er moet nog onderzocht worden(of minstens ingeschat )  welke(mogelijke)  neveneffekten dit omdraaien  en vastzetten van het knopje in de gewenste stand , kan hebben …. Duidelijk is dat nog niet  …..

°Wist je dat
… een  psychopaat aan zijn woordgebruik kunt herkennen

… psychopaten mogelijk als kind al te herkennen zijn?
Bronmateriaal:
‘Psychopaths’ have an impaired sense of smell” – Springer.com

Psychopaat heeft niet zo’n best reukvermogen

 21 september 2012  

…..De onderzoekers verzamelden 79 mensen zonder strafblad. Gekeken werd hoe goed hun reukzin was. Ook werd gekeken in hoeverre de proefpersonen eigenschappen van een psychopaat vertoonden.

De onderzoekers deden dat door bijvoorbeeld te kijken hoe sterk ze geneigd waren om criminele activiteiten uit te voeren, hoe onberekenbaar hun levensstijl was en hoe hardvochtig de proefpersonen waren. Ook testten de onderzoekers in hoeverre de proefpersonen zich in anderen in konden leven.

Herkennen van geuren
De proefpersonen die hoog scoorden tijdens tests die moesten bepalen in hoeverre ze psychopathische trekjes hadden, bleken minder goed te kunnen ruiken. Ze hadden moeite met het herkennen van geuren en konden geuren minder goed van elkaar onderscheiden, ook al waren ze zich er wel van bewust dat ze iets roken

Orbitofrontale cortex

  
Uit  onderzoek was al gebleken dat de Orbitofrontale cortex van mensen die psychopathische trekjes hebben minder goed functioneert. Deze orbitofrontale cortex is ook nauw betrokken bij het verwerken van geuren. Dat zou dan ook de oorzaak zijn dat psychopaten en mensen die sterke psychopatische trekjes hebben een minder goede reukzin hebben, zo concluderen de onderzoekers in het blad Chemosensory Perception.

In de toekomst kan dit onderzoek wel eens helpen om psychopaten te identificeren. Psychopaten kunnen een test waarin hun reukvermogen wordt vastgesteld namelijk niet zo gemakkelijk beduvelen.

Kids with brains that under-react to painful images” – University College London (via Eurekalert.org).

‘Moeilijk kind’ heeft reeds psychopaatachtig brein

Kinderen met gedragsproblemen zoals agressie en wreedheid tegenover leeftijdsgenoten, vertonen verminderde hersenactiviteit wanneer ze worden geconfronteerd met pijn van anderen.

Dat schrijven Britse psychologen in het nieuwste nummer van Current Biology.

Ze legden een groot aantal kinderen met de genoemde gedragsproblemen in de MRI-scanner en maten daar hun respons op 196 foto’s van leeftijdsgenootjes die duidelijk pijn hadden of juist niet. Hetzelfde deden ze met kinderen zonder dit soort gedragsproblemen.

De moeilijke kinderen bleken bij het zien van de pijnlijke plaatjes verminderde zuurstofrijk-bloedtoevoer-reacties  te vertonen  in een aantal gebieden waarvan bekend is dat ze met empathie voor pijn te maken hebben: de bilaterale anteriore insula, de anteriore cingulate cortex en de inferiore frontale gyrus.

Deze verminderde activatie hing samen met de mate van hardvochtigheid, dus hoe minder activatie, hoe minder empathisch de kinderen in hun dagelijks leven waren.

Bijsturen

Het is volgens de onderzoekers de uitdaging de kinderen met dit type gedragsproblemen dusdanig bij te sturen dat ze het niet tot psychopaat schoppen. Of dit bereikt kan worden door empathietraining of door andere eigenschappen aan te leren moet nog uitgezocht worden.

Overigens is het niet zo dat er zonder zo’n training geen hoop is voor dit soort moeilijke kinderen. Slechts een klein percentage van de ongevoelige kinderen wordt uiteindelijk een psychopaat en een zekere mate van ongevoeligheid kan ook goed van pas komen.

 

Door: NU.nl/Jop de Vrieze

  1. het wordt moeilijk om een grens te trekken wanneer er ‘te weinig’ activiteit is en het gevaar/risico  op  latere psychopathie te groot. Waarschijnlijk is een dergelijke maat op zich onvoldoende om een voorspelling m.b.t. het ontwikkelen van psychopathie te kunnen doen. ………………………………De resultaten van het onderzoek   zijn gebaseerd op een vergelijking met een controle-groep (die exact dezelfde testen krijgen), dus die groep vertoonde een “verhoogde activiteit” t.o.v. de groep met een hoge ‘conduct disorder’ score in een netwerk dat al eerder is vastgesteld te maken te hebben met het verwerken van dit soort (emotionele) informatie. ……………………………“MRI studies in healthy populations have identified a network of brain regions activated by both the experience and observation of pain. This network includes sensory regions such as somatosensory cortex, affective-motivational regions (linked to processing emotional responses to pain), such as anterior insula (AI) and anterior cingulate cortex (ACC), and cognitive-regulatory regions, such as inferior frontal gyrus (IFG) [7, 8, 10, 15, 16].”  ……………………………Kan dus zijn dat deze methode iets heel anders meet, maar dan moeten al voorgenoemde onderzoeken ook op de schop. Lijkt mij niet waarschijnlijk.
  2. Het is bekend dat mensen met bijvoorbeeld autisme moeite hebben met gezichtsherkenning en dan vooral uitdrukking van emoties. Ze kunnen in de ernstigste gevallen iemand soms niet eens herkennen en in het mildste geval hebben ze moeite met zien of iemand nu huilt van het lachen of van verdriet of pijn zelfs. Dus vind ik dit allesbehalve een sluitend onderzoek, aangezien meer kinderen dit kunnen  hebben
    1. Lijkt  mij ook onwaarschijnlijk dat de beproefde diagnose lijsten voor CD ook op de schop moeten, omdat ze misschien wel autisme meten (Gadow, K.D., and Sprafkin, J. (1998). Adolescent Symptom Inventory-4, Norms Manual (Stony Brook, NY, USA: Checkmate Plus). 
  3. buitenmatig agressieve Kinderen( maar wat is buitenmatig ? )  en  “moeilijke”   kinderen zijn juist degene die de ‘hakbijl’ later mogelijk gaan hanteren.
    1. Dit is allemaal al veel langer bekend en onderzocht door Arthur Janov. Er bestaan ook al therapieën om deze mensen “bij te sturen”.
      Deze “moeilijke” kinderen hebben gewoon geen goede opvoeding gehad
      www.primaltherapy.com
    2. Maar zijn   “aangepaste” en  “degelijk opgevoede ” volwassen geworden ” moeilijke kinderen”    niet  puur het product van de ( veelal aanwezige )  hoge intelligentie in combinatie met het (eveneens  aanwezige ) manipulatief vermogen die ervoor zorgen dat zo iemand zich weet te gedragen – maar goed ik weet niet of er iets beters haalbaar is eigenlijk. Je kan iemand ingewikkelde  kunstjes en allerlei omghangsvormen   leren maar toch komt in bepaalde situaties ( sex , dronken toestand, crisis-situaties   ) de ware natuurlijke ge-aardheid  boven( = la guerre et l’amour ne connait point de lois )  … Net zoals het reptielen-brein het overneemt als de hogere functies uitvallen  en de aangeleerde remmingen  (tijdelijk) wegvallen 
    3. …………………..Het ‘volk’ ziet kinderen “intuitief”  nog per definitie als onschuldige wezens die nog alle kanten op kunnen ( de opvoedbare en heropvoedbare “tabula rasa “mens van het dialectisch marxisme bijvoorbeeld  ) door de “nurture ”  terwijl een kind van 5 jaar oud met problematisch agressief gedrag vrijwel nooit de  “geniale dokter” wordt waar de ouders stiekem op hopen( en met de status die ze zelfs nooit konden  bereiken )  .Uiteraard is elke volwassene  het produkt en van zijn “opvoeding”(nurture ) en van zijn  ingebouwde  “natuur”(nature )…Onderzoeken als het hier gesignaleerde , zijn eigenlijk contra-intuitief  zoals veel wetenschap dat is ( en wat de intuitieve  mens, in dit geval , nogal eens  “schandalig ” vindt )  ….. 
    4. Er wordt  gelukkig  onderzoek gedaan naar dergelijke ” moeilijke kinderen “(die wel degelijk bestaan)  . Niet  om volwassen  psychopatische sadistische  daders ” slachtoffers ” te laten worden. Ook niet om originele kinderen die met de kop boven het maaiveld steken in het gareel te dwingen. °

°

forensische psychiatrie

Forensische  en  gerechts-psychiatrie 
°
Als iemands daad het (directe) gevolg is van een psychiatrische stoornis, kan deze daad niet toegerekend worden aan de persoon. Vaak beschouwt men de beoordeling van toerekeningsvatbaarheid als nauw verbonden met het begrip ‘vrije wil’.
De centrale vraag hierbij is dan of de persoon uit vrije wil handelde of dat een geestesstoornis zijn of haar wilsvrijheid verminderde of helemaal wegnam.De begrippen vrije wil en toerekeningsvatbaarheid zijn altijd al voer voor discussie geweest, ook onder filosofen. Vaak betrekt men in die discussies gegevens uit recent neurowetenschappelijk onderzoek. Maar hoe boeiend de eerste bevindingen over dit hersenonderzoek ook zijn, het blijft op dit moment voor een belangrijk deel nog experimenteel werk.
De psychiater neemt dus noodgedwongen zijn toevlucht tot klinisch onderzoek, aangevuld met psychodiagnostisch onderzoek en onderzoek van het gerechtelijk dossier.
Na de omschrijving van het ziektebeeld staat de psychiater voor een moeilijke keuze. Ofwel oordeelt hij dat de persoon toerekeningsvatbaar is, ofwel niet. De strikte juridische invulling van het begrip toerekeningsvatbaarheid (ja of nee) laat bij ons geen genuanceerd psychiatrisch oordeel toe.Niet alleen ons juridische systeem geeft soms aanleiding tot tegenstrijdige diagnoses. Ook de gebrekkige omkadering van gerechtspsychiaters speelt een rol. Er bestaat een acute nood aan opleiding en vorming in de forensische diagnostiek en aan duidelijke kwaliteitsnormen. Voor de complexere gevallen zou een klinische observatie heel waardevol zijn. Uiteraard zou dit voor de overheid een hogere kost met zich brengen. Misschien wringt daar net het schoentje. Vandaag krijgt een gerechtspsychiater 374,36 euro per expertise, ongeacht de werklast die de zaak meebrengt.Justitie geeft anderzijds de indruk niet gewonnen te zijn voor een ander systeem: zij verkiezen een zwart-witverslag waarmee ze verder kunnen. Sommige onderzoeksrechters hebben bovendien een voorkeur voor deskundigen die keiharde verslagen schrijven.Nederlandhttp://www.nationaalkompas.nl/zorg/geestelijke-gezondheidszorg/forensische-psychiatrie/wat-is-forensische-psychiatrie/
Bij onze noorderburen zou het er even anders aan toe gaan.; de  casus  zounneen grondiger klinische observatie ondergaan. In het Pieter Baan Centrum in Utrecht zou een meerkoppig team van verpleegkundigen, psychologen, juristen en psychiaters hem gedurende zeven weken observeren. Men zou ook grondig en uitvoerig met alle betrokkenen – ouders, familie, leraars – spreken. De uiteindelijk rapportage, uitgevoerd door gedragsdeskundigen, die hiervoor een specifieke opleiding genoten, zou intern uitgebreid geanalyseerd en becommentarieerd worden. Pas daarna zou men een unaniem rapport presenteren, in het geijkte format en met de verplichte risicotaxatie.De hieruit voortvloeiende toerekenbaarheid kan vervolgens genuanceerd beschreven worden: men heeft de keuze tussen vijf categorieën van toerekeningsvatbaarheid.
Conclusie: in Nederland is het niet het één óf het ander.
Dat de Nederlanders de mogelijkheid laten iemand verminderd toerekenbaar te verklaren, geeft hen ook de kans om een dader én een straf én een behandelingsmaatregel op te leggen.Wij pleiten ook voor een systeem met ‘glijdende schalen’, waarbij men kan kiezen tussen verschillende categorieën van toerekeningsvatbaarheid. Dit systeem is flexibeler en vermijdt dat psychiaters in zwart of wit vervallen, zoals nu al te veel het geval is.Een nieuwe interneringswet ligt al sinds 2007 klaar. Daarin voorziet men dat deskundigen opgeleid en erkend moeten worden door de minister van Volksgezondheid. De expertise zal ook moeten beantwoorden aan een aantal kwalitatieve criteria. Doel daarbij is tot een soort standaardmodel te komen dat expertise meer coherent maakt. Jammer genoeg werd de wet nog niet gevolgd door uitvoeringsbesluiten, zodat de nieuwigheden vooralsnog dode letter bleven. De wet wordt trouwens gedeeltelijk herschreven.
°
Verwante onderwerpen  :

Meedogenloze moordenaars komen ter wereld met een waar

‘killerbrein’

06 juli 2013   0

Breinscans van moordenaars vertonen vaak afwijkingen terwijl ons brein voor de geboorte grotendeels al ‘af’ is. Betekent dit dat iemand als koelbloedige killer ter wereld komt en hem een voorbestemd, bloeddorstige lot wacht?

Een seriemoordenaar die 64 bloederige moorden pleegt en geen spijt betuigt wanneer hij gepakt wordt; daar moet wel iets mis bij zijn in het hoofd. Zijn eerste moord gebeurde misschien impulsief en klungelig. Hij was wel in staat van zijn slordigheidfoutjes te leren en plande zijn daden steeds zorgvuldiger. Een kalme, geconcentreerde man in de ogen van zijn collega’s, een sociale charmeur in de ogen van de vrouwen. Ondertussen voelt hij zelf niets en moet hij op brute wijze mensen vermoorden om aan zijn ‘trekken’ te komen. Het leed wat hij zijn slachtoffers aandoet en het verdriet dat de nabestaanden op televisie uiten, doen hem niets. Hoe kan dat? Waarom kan iemand zulke gruweldaden op zijn geweten – als hij dat al heeft – hebben zonder dat hij spijt heeft? Waarom doet een moordenaar wat hij doet?

Adrian Raine, hoogleraar neurocriminologie deed tientallen jaren onderzoek naar de biologische en sociale achtergronden van agressief en crimineel gedrag en beantwoordt deze vragen in zijn boek ‘Het gewelddadige brein‘.

Het gewelddadige brein

Oerdrift
Allereerst is het belangrijk om te weten waar geweld vandaan komt.

Adrian Raine legt uit hoe wij mensen zelfzuchtige genenmachines zijn.

Ons evolutionaire doel is ons voortplanten. Vrouwen kunnen kinderen baren en mannen willen die kans tot voortplanting zich toe-eigenen. De man moet daarom een aantrekkelijke voortplantingspartner zijn.

Een gewelddadige man kan de vrouw beschermen en houdt met zijn imposante houding andere mannen op afstand waardoor hij waarschijnlijk langer leeft. Hij kan dan langer voor de kinderen zorgen. Wat wil een vrouw nog meer dan een man die er is voor haar en haar kinderen?

Middelen om van te leven. Tegenwoordig is geld dé hulpbron.

‘Vroeger’ was het voedsel, onderdak en status. Kreeg een man dit niet, gebruikte hij geweld om de middelen zich toe te eigenen. Een mens gaat stiekem heel ver om in leven te blijven en voor nakomelingen te zorgen. Dat mensen eerder dachten dat criminelen en moordenaars een primitief brein hadden, is dan ook niet zo’n hele gekke gedachte.

Waar iemands ‘roots’ liggen, heeft ook invloed op de genen die iemand bij zich draagt. De aanwezigheid van voedsel en de manier van opgroeien en dus overleven beïnvloedde hoe mensen  evolueerden.

In díe cultuur en in díe leefomgeving werkte het; bepaald gedrag werd beloond en genen werden hierdoor succesvol doorgegeven.

Nu is het afwijkend gedrag. Helaas voor de mensen met die eerder succesvolle genen. Het zijn nu gevaarlijke genen die afgestraft worden. De oerdrift om alles voor voortplanting over te hebben, zit hoe dan ook nog steeds bij ons allemaal diep begraven in onze genen.

Eigen kind doden

Dat mensen hun eigen kind doden is misschien nog wel de meest onbegrijpelijke moord die iemand kan plegen. Ook hiervoor zijn een aantal evolutionaire redenen aan te wijzen. Het kan zijn dat ouders door een tekort aan hulpbronnen niet voor het kind kunnen zorgen; ze moeten zelf ook overleven of ze investeren liever in een ouder kind dat ze al hebben.
Als blijkt dat het kind door ziekte de genen niet door kan geven, verdwijnt het nut van voortplanting.
Mannen zorgen niet graag voor andermans genen dus wanneer een moeder alleen met een kind achterblijft, kan het kind meer voortplantingssucces in de weg staan.
Als de moeder nog jong is – en het aantrekkelijkst voor voortplanting – loopt zij misschien beter genenmateriaal mis.
(bij veel dieren treed dan  Infanticide  op ; zodat de vrouwtjes  weer vlugger vruchtbaar worden  )
Zelfzuchtige genen dus.

Genen
Hoe kan het dat iemand door zijn genen aangezet wordt tot geweld? Genen die invloed hebben op antisociaal en agressief gedrag reguleren allemaal de neurotransmitters serotonine en dopamine. Deze stofjes kunnen ons ongeremd maken of ons doen verlangen naar een beloning. Neurotransmitters maken deel uit van de informatie die onze hersenen overdraagt. Als het niveau van serotonine en dopamine verandert, verandert onze waarneming en de emoties die we ervaren.

Genen kunnen dus leiden tot ‘verkeerde’ niveaus van neurotransmitters die op hun beurt kunnen zorgen voor agressieve gevoelens, gedachten en gedrag.

“Geweld is voor 50 procent genetisch,” vertelt Adrian Raine. In zijn boek geeft hij voorbeelden van eeneiige tweelingen die ondanks dat zij apart van elkaar opgroeiden toch ontzettend gewelddadig werden. Of zij nu in een droomgezin in een nette buurt opgroeiden of in een achterbuurt al snel hun eigen boontjes moesten doppen; zij leken wel voorbestemd gewelddadige misdadigers te worden. Toch bepaalt ook de omgeving, voor de andere 50 procent, of iemand gewelddadig wordt of niet.

“Sommige genetische invloeden zijn in combinatie met de omgeving en andersom,” legt Raine uit. “Iedere factor verklaart maar een klein percentage in de variatie. Er is niet één factor die beslist wie crimineel wordt en wie niet. Het is een combinatie van al die factoren. Iedere factor, drie procent hier, vijf procent daar, verhoogt de kans of iemand crimineel wordt.”

Emoties
Genen bepalen hoe iemand emoties ervaart. De emoties ontstaan in ons limbisch systeem. Als iemand teveel emotie heeft, kan het weleens uit de hand lopen. “Zo is de amygdala, die onderdeel uitmaakt van het limbisch systeem (rode gebied in onderstaande animatie), veel actiever bij mannen die hun echtgenoot mishandelen.

Die mannen kunnen overgevoelig reageren als ze geprovoceerd worden en op dat moment hun echtgenoot slaan.” Een extreme reactie die dus kan komen door een extreme reactie in het limbisch systeem. Of dit systeem vanaf de geboorte zo overgevoelig is, weten wetenschappers niet. “Ik denk wel dat criminaliteit deels een ontwikkelingsstoornis is; dat het brein niet normaal ontwikkelt tijdens de kindertijd en jonge volwassenheidsfase,” zegt Raine. Diepgewortelde ervaringen op jonge leeftijd kunnen naast genen invloed hebben op het limbisch systeem.

Limbic lobe animation

Emoties hebben we allemaal en we worden allemaal wel eens kwaad. Het verschil tussen ons als ‘normale’ mensen en moordenaars is dat iets ons ervan weerhoudt te moorden. De frontale cortex, het onderdeel waarmee we redeneren, zegt ons dat het verkeerd is.

“Moordenaars hebben niet een frontale cortex die hun agressieve emoties reguleert,” vertelt Raine. Ze reageren direct op hun emoties. Wat op dat moment in de buurt is, gebruiken ze tegen de persoon die ze iets aan willen doen. Als ze geen geweer hebben, kunnen ze dus kiezen voor een brute afslachting met een mes, vertelt hij.

Wat voelt een seriemoordenaar als hij iemand doodt?

Een kind van elf of twaalf jaar zag hoe een seriemoordenaar andere kinderen in een slaapzaal de keel doorsneed. Het meisje was wakker en keek de moordenaar in zijn ogen. Ze hield haar armen ter bescherming voor haar hals maar de moordenaar zei dat ze deze weg moest halen waarna hij het mes langs haar hals haalde. Het meisje overleefde de mislukte moord en kon navertellen wat ze zag toen ze de moordenaar in zijn ogen keek: “Hij was helemaal leeg. Hij had totaal geen expressie. Ik keek in zijn ogen en er gebeurde niets.”

Geweten
Als een moordenaar wél een normaalwerkende prefrontale cortex heeft en dus wel kan redeneren dat iets niet goed is, kan een slecht werkende amygdala een normale redenatie alsnog in de weg staan.

Een moordenaar kan alsnog gewetenloos reageren, geen medelijden hebben voor zijn slachtoffers, en achteraf geen berouw hebben voor zijn daad.

Sommige moordenaars hebben een geweten en voelen zich erg schuldig over wat ze gedaan hebben.

Psychopathische moordenaars voelen geen schuld en spijt en dat kan twee redenen hebben.

“Allereerst werkt het hersendeel waardoor je kunt reflecteren op jezelf, de polar prefrontale cortex, niet goed bij psychopaten,” vertelt de hersenonderzoeker. Dit plekje dat u ook aanwijst als u zegt dat iemand niet goed snik is, is het stukje brein waardoor u normaal gesproken nadenkt over uzelf en of u de dingen doet zoals ‘het hoort’.

“Doordat dit stukje niet werkt bij psychopaten, hebben zij een gebrek aan inzicht. En daarom, als ze iets fout doen, ligt dit niet aan hen. Het is de verantwoordelijkheid, de schuld, van anderen.”

“Ze moeten mensen vermoorden om die emotionele piek, waar ze zo naar verlangen, te ervaren.”

Lage hartslag

Het blijkt dat gevangenen waaronder koelbloedige moordenaars een lagere hartslag hebben. “Een lage hartslag wordt gezien als een risicofactor van antisociaal gedrag. Je niveau van opwinding/prikkeling is lager dan normaal. Hierdoor zoek je stimulatie om het niveau op te krikken naar normaal.” Delinquenten zitten normaal gesproken onder dat normale niveau en zoeken stimulatie (risicogedrag) om op niveau te komen. “Een lage hartslag weerspiegelt een gebrek aan angst. Als je dat hebt ben je eerder geneigd om regels van de maatschappij te overtreden. Je maakt je geen zorgen over de consequenties, je maakt je geen zorgen over de straf. Je hebt niet dat niveau van vervroegde angst,” zegt Raine. De mensen die een lage hartslag hebben, zijn zich zelf niet bewust dat ze hierdoor stimulatie zoeken of gebrek aan angst hebben. “Ze zijn altijd zo geweest, voor hen is dat normaal,” zegt de hersenonderzoeker. Het is niet zo dat moordenaars met een lage hartslag nóóit stress ervaren. “Als ze bloot worden gesteld aan een levensbedreigende situatie, ervaren ze stress. Maar in eenzelfde situatie ervaart een psychopaat niet zo veel stress als een gemiddeld mens.”

Moraliteit
Een andere reden dat een psychopaat geen schuld voelt, is dat hij letterlijk onbevreesd is. Hij doet wat hij doet en is niet bang voor de eventuele gevolgen of straf. Het blijkt dat de amygdala – het deel dat verantwoordelijk is voor moraliteit, geweten, spijt en schuldgevoel – fysiek achttien procent kleiner is bij psychopaten. Bovendien werkt deze kleinere amygdala niet optimaal. “Wanneer mensen morele beslissingen nemen, is de amygdala flink actief,” vertelt Raine. “Wanneer je denkt aan een regel overtreden, voel je je ongemakkelijk. Dat is je amygdala die geactiveerd is. Maar bij psychopaten die we in een breinscanner leggen en vragen een morele beslissing te nemen, reageert de amygdala niet zoals normaal. Ze voelen niet echt iets zoals angst of opwinding op het moment dat zij iemand vermoorden en het slachtoffer ze met smekende ogen aankijkt. “Psychopaten ervaren emoties niet zoals wij dat doen,” vertelt Raine. “Ze hebben afgestompte emoties door die niet goed functionerende amygdala.” Misschien plegen psychopaten daarom wel van die wandaden; om in contact te kunnen komen met het voelen van enige emotie. Ze moeten meer extreme dingen doen om iets te kunnen voelen. “Sommige moordenaars hebben de behoefte om stimulansen te zoeken in hun leven die ze anders niet zouden hebben. Ze lijden aan een chronisch psychologische onderstimulatie en hun sensatiezoekend gedrag is een manier om hun niveaus van prikkeling ‘normaal’ te maken. Sommigen onder ons worden geprikkeld als ze tijd doorbrengen met vrienden, naar een feestje gaan, iets spannends doen. Anderen moeten mensen vermoorden om die emotionele piek, waar ze zo naar verlangen, te ervaren.”

Waarom schrikt een jarenlange straf in zo'n klein kamertje niet af? Foto: Shearer Family.

Waarom schrikt een jarenlange straf in zo’n klein kamertje niet af? Foto: Shearer Family.

Straf
Een moordenaar met een normaalwerkende prefrontale cortex kan overigens wel van zijn fouten leren. Niet de échte fouten die hij maakt – het vermoorden van mensen – maar de fouten die hij maakt tijdens het moorden. Deze koelbloedige moordenaar met een slecht werkende amygdala leert steeds beter hoe hij mensen kan doden, hoe hij zijn sporen wist en hoe hij mensen kan manipuleren. Het is als het ware een psychopaat met leervermogen. Leren dat moorden en andere gewelddadigheden of misdaden bestraft worden, doen psychopaten echter niet. De amygdala zorgt normaal voor angstconditionering; dat iemand gelijk een onprettig gevoel ervaart wanneer hij weet dat hij iets niet mág doen en zich ‘herinnert’ welke straf hieraan vast zit. Kinderen waarbij angstconditionering op driejarige leeftijd niet leek te werken, bleken op 23-jarige leeftijd al meer veroordeeld te zijn. Wat psychopaten, misdadigers en moordenaars doen geeft ze een beloning. Psychopaten lijken wel verslaafd aan beloning; of dit nu geld is, seks of even voelen dat ze leven wanneer ze dit leven uit een ander zien wegtrekken. “We denken dat psychopaten meer op zoek naar zijn beloningen doordat hun striatum – een hersendeel dat veel betrokken is bij beloningen en reageert op beloningen – fysiek groter is bij hen. Tegelijkertijd is de amygdala, die angst produceert, kleiner. Gevoeliger voor beloning, minder gevoelig voor straf dus.” Dat kan verklaren waarom iemand een winkel overvalt en zich niet druk maakt over de negatieve consequenties (de straf); hij denkt alleen aan de beloning en hoe hij deze kan krijgen.

Liegen
Om hun beloningen binnen te slepen, moeten de psychopaten wel wat moeite doen. “Dat is wat mij zo fascineert: dat psychopaten erg goed zijn in manipuleren, liegen en bedriegen van mensen,” zegt de hoogleraar neurocriminologie. Hoe kan het dat een moordenaar – hoe gek hij ook is – zo goed mensen weet te manipuleren? Hoe kan iemand liegen zonder een spiertje te vertrekken? Vaak hebben psychopathische moordenaars een groter en langer corpus callosum – het verbindingsdeel tussen de linker– en rechter hersenhelft. “Ze hebben niet één, maar twee hemisferen die verantwoordelijk zijn voor hun praatjes,” zegt Raine. Hieraan hebben psychopaten mogelijk hun vlotte babbel te danken. Liegen is echter moeilijk. “Je moet weten wat de ander weet en wat die niet weet. Wat zal hij geloven, wat niet? Je moet kalm overkomen, je motoriek in bedwang houden en niet zitten friemelen van de zenuwen. Je moet de ander recht in zijn ogen kunnen kijken: je wilt hem overtuigen,” legt Raine uit. Om dat te kunnen doen, moet u een erg goede frontale cortex hebben. Dit deel wordt dan ook erg actief op het moment dat u liegt. “Hoe meer verbinding er tussen dat deel van het brein en de overige breindelen is, hoe beter je in staat zult zijn om je emoties en motorische bewegingen te controleren.” Wat Raine en zijn collega’s bij pathologische psychopaten zagen, was dat zij meer witte massa in de frontale cortex hebben. En witte massa is de telefoonbedrading die de frontale cortex, die zo belangrijk is bij liegen, verbindt met andere breindelen. Ook hebben psychopaten vaak een asymmetrische hippocampus. Dit deel is belangrijk voor het ruimtelijk geheugen en ruimtelijk inzicht. Wellicht halen moordenaars die een alibi moeten bedenken daar ook hun voordeel uit. Een asymmetrische hippocampus heeft ook verband met meer agressie. Een onderzoek met ratten toonde aan dat de ratten die op jonge leeftijd veel verhuisden – waardoor de hippocampus (ruimtelijk geheugen) mogelijk asymmetrisch wordt – op latere leeftijd agressiever waren. “Het kan zijn dat de sociale omgeving voor de asymmetrie in de hippocampus zorgt. De sociale omgeving kan het brein veranderen. Een psychopathische manier van leven – veel rondwaren – kan resulteren in de asymmetrie,” vertelt Raine. Uiteindelijk kan iemand agressiever worden en wellicht ook beter liegen.

“Je kunt geen hersenscan doen en zeggen of iemand normaal, een verkrachter, een psychopaat of seriemoordenaar is.”

Hét moordbrein

Het ultieme moordbrein waarmee iemand geboren kan worden is kort door Raine samengevat een hersenpan met drie abnormaliteiten: “Een groter striatum gedreven door beloning, een kleinere amygdala of een niet goed werkende amygdala niet reagerend op straf en gebrekkige frontale kwab functionering waardoor iemand niet reageert op emoties en impulsen.”
Succesvolle psychopaten zijn de psychopaten die niet gepakt worden. Zij hebben wel een goed functionerende frontale kwab, een goede stressrespons en goede executieve functies (plannen, vooruitdenken, responsstrategie aanpassen). Ondanks dat ze weten wat ze doen, kunnen ze zich niet inleven en inbeelden hoe het moet voelen om in de situatie van de ander te zijn, vertelt Raine.

Omgeving
Raine benadrukt telkens in zijn boek dat omgeving óók bepaalt of iemand crimineel wordt of niet. Dit geldt dus ook voor moordenaars. Geweld kan in u zitten en wanneer uw omgeving niet mee zit kan dit doorslaggevend zijn. Zo blijken moordenaars vaker dan normaal op erg jonge leeftijd hun moeder verloren te hebben. Maar ook ervaringen, voeding en lichaamsbeweging zijn omgevingsfactoren. De omgeving heeft hoe dan ook invloed op het brein en afwijkende hersenen geven aan dat het gedrag van iemand ook afwijkend kan zijn. Toch kan iemand met dezelfde genen of breinabnormaliteiten heel anders in het leven terecht komen. “Hersenen in beeld brengen is geen diagnostiek,” zegt Raine. “Je kunt geen hersenscan doen en zeggen of iemand normaal, een verkrachter, een psychopaat of seriemoordenaar is. Er zijn geen één op één verbanden te leggen.” De hersenscan van Raine zelf bleek bijvoorbeeld vergelijkbaar te zijn met die van een seriemoordenaar. Maar ondanks hun vergelijkbare achtergrond heeft Raine niet besloten 64 mensen te vermoorden en pas te stoppen wanneer hij bij nummer 64 gepakt werd. Hij had het wel gekund met zijn uitstekende prefrontale cortex, maar hij deed het niet. Raine biecht op dat hij er wél eens aan gedacht heeft iemand te vermoorden. Hij was 27 jaar – volwassen dus – en wilde de examinator van zijn promotieonderzoek vermoorden, omdat deze totaal niets zag in zijn onderzoek en hem kritiek na kritiek gaf. “Ik werd gedeprimeerd, stopte met schrijven terwijl mijn onderzoek af was. Ik dacht dat ik al mijn tijd verspild had en nooit wetenschapper zou worden. Ik wilde hem vermoorden.” Ondanks al zijn wrok deed hij het niet. “Hij woonde ver van mij af in het zuiden van Engeland, ik woonde in het noorden. Maar ik denk dat ik dácht dat ik hem wilde vermoorden, maar wel wist dat moorden niet goed is. Ik had een moraal geweten en wist dat het fout zou zijn. Mijn amygdala functioneert dus normaal.” Waarom de één besluit mensen te vermoorden en de ander niet, is onduidelijk en waarschijnlijk een combinatie van factoren. “Er zijn geen systematische studies die een grote groep seriemoordenaars en hun brein, genen, biologie en sociale achtergrond bestuderen en vergelijken met mensen die geen seriemoordenaar geworden zijn,” legt Raine uit. “We weten wel dat ze vaak man zijn en een bepaalde leeftijd hebben, maar ze kunnen totaal verschillende achtergronden hebben.” Hersenscans kunnen wel aanwijzingen geven – of iemand zich bijvoorbeeld voornamelijk door zijn emotionele, primitieve oerdrift laat leiden zonder na te denken.

Fouten

Van straf deinzen psychopaten niet bepaald terug. Met een kleinere amygdala en slechte angstconditionering laten zij niets tussen hen en hun beloningen in komen. Maar verklaart dit waarom criminelen steeds weer opnieuw fouten maken? Een psychopatische seriemoordenaar leert steeds beter zijn sporen te wissen en hoe hij aan zijn trekken kan komen zonder dat mensen kunnen achterhalen dat hij het was. Draaideurcriminelen lijken minder slim te zijn. Ondanks al hun oefening belanden zij keer op keer weer in de bak; ook als zij steeds dezelfde misdaden begaan. Waarom leren zij het nou nóóit? “Als je feedback krijgt op wat je fout hebt gedaan, kun je van je fouten leren. Maar als je frontale deel van het brein – die dat soort dingen leert – niet goed werkt, kun je dit niet.”

Gerechtigheid
Met zwaardere celstraffen, hogere boetes of kleinere, sobere cellen, houden we die criminelen waarschijnlijk ook niet uit de bak. Maar is straf überhaupt wel eerlijk als blijkt dat iemand geboren wordt met een crimineel, moordlustig brein? “De oorzaken van het gedrag beginnen vroeg in het leven, vaak buiten de macht van de mensen zelf om. Probeer daarom iets te doen aan de factoren die ze aanzetten tot crimineel gedrag: de sociaalpsychologische maar ook de genetisch biologische oorzaken.” Zo kan het brein verbeterd worden door de omgeving te verbeteren met betere voeding en meer lichaamsbeweging. Driejarige kinderen uit alle lagen van de samenleving deden twee jaar mee aan het opgestelde verrijkingsprogramma. Een controlegroep kreeg geen enkele verrijking en had dus normale ervaringen. “Toen ze elf jaar waren, ontdekten we dat het brein van de kinderen die de verrijking hadden gehad, één jaar voorliep.” Het brein was meer geprikkeld, meer alert en meer ontwikkeld. Op 23-jarige leeftijd bleken deze kinderen 34 procent minder vaak crimineel veroordeeld te zijn. “We kunnen dingen doen op jonge leeftijd om de werking van het brein te verbeteren en om later op volwassen leeftijd crimineel gedrag te verminderen. Dus biologie is niet het lot.” Nog eerder beginnen met ‘therapie’ zou nog beter zijn zegt Raine. “Het is dus nooit te vroeg om criminele omgevingen te stoppen, maar het is ook nooit te laat.” Als iemand al de fout in is gegaan door zijn breinabnormaliteiten is er namelijk ook hoop: Zo kan visolie en omega-3 minder agressief maken. “Jonge gevangenen kregen visolie en een controlegroep in dezelfde gevangenis kreeg placebocapsules. Na vijf maanden begingen de visolie-gevangenen 35 procent minder ernstige overtredingen.” Visolie is geen oplossing, maar kan wel een vermindering van problemen geven. Omega-3 maakte kinderen minder antisociaal en agressief. Raine vertelt dat omega-3, een lange aminozuur, cruciaal is voor breinstructuur en breinwerking: het verbetert de cellen en hun werking in het brein. Misschien is dat de reden dat omega-3 werkt. “Als het klopt, kunnen we het gedrag verbeteren door het brein te verbeteren,” zegt Raine. “Omega-3 is geen wondercapsule, maar het is een voorbeeld van hoe we biologie op een humane, acceptabele manier kunnen veranderen.” Een manier waarop slechte hersenen van moordlustige mensen dus enigszins aangepast kunnen worden, zonder straf.

Maar waar ligt dan de grens van ‘excuses’ voor gewelddadig gedrag?

Raine vindt dat we met zogenaamde foutjes in de hersenen rekening moeten houden.

We moeten erkennen dat het één van de redenen kan zijn waarom iemand iets doet. De strafgraad moet passen bij de graad van in hoeverre iets buiten de macht van een individu ligt.”

°

Vijf dingen die je moet weten over psychopaten

 

Als je aan een psychopaat denkt, denk je misschien aan Hannibal Lector. Of andere akelige figuren. Wetenschappers denken aan iets anders: een fascinerend ‘verschijnsel’ dat ze nog altijd niet hebben kunnen doorgronden.

Voor ons ‘gewone mensen’ is de term ‘psychopaat’ vrij eenduidig. Dat zijn mensen die je niet in het donker wil tegenkomen. Maar er is meer wat je over psychopaten zou moeten weten.

1. De psychopaat heeft een vlak gevoelsleven
Als je struikelt en een enorm pijnlijk been hebt, kan een röntgenfoto uitwijzen of je dat been gebroken hebt. De diagnose ‘psychopaat’ is niet zo gemakkelijk te stellen. Sterker nog: de vraag of psychopaten bestaan, is controversieel. Wel zijn de meeste psychiaters het erover eens dat een gebrek aan interpersoonlijke empathie kenmerkend is voor de mensen die psychopaat genoemd worden. Het gevoelsleven van mensen die wij psychopaten noemen, is vlak: ze haten niet, maar hebben ook niet lief.

MEER LEZEN

Meer weten over psychopaten? Bijt je eens vast in het boek ‘De psychopaat in mij’ van neurowetenschapper James Fallon. Tijdens één van zijn onderzoeken naar Alzheimer analyseert hij hersenscans van een controlegroep en ontdekt hij dat één van die scans veel overeenkomsten vertoont met hersenscans van seriemoordenaars die als psychopaten werden bestempeld. Later ontdekt hij dat hij naar een scan van zijn eigen brein zat te kijken. Het roept heel wat vragen op: hoe kon hij, gelukkig getrouwd en vader van drie kinderen een psychopaat zijn? En was hij in staat om net zulke gruwelijke dingen te doen als de moordende psychopaten die hij onderzocht had? En hoe kon hij ondanks zijn psychopathische trekjes zo succesvol zijn geworden? In het boek ‘De psychopaat in mij‘ zoekt hij naar antwoorden op die boeiende vragen.

2. Het brein van de psychopaat is anders
De basis van dat vlakke gevoelsleven vinden we terug in het brein. Tijdens experimenten lieten onderzoekers psychopaten beelden zien van mensen met pijn. Terwijl de psychopaten naar de beelden keken, werden hun hersenen gescand. Uit het onderzoek bleek dat er – in vergelijking met de controlegroep – weinig activiteit was in de prefrontale cortex, de laterale orbitofrontale cortex, het periaqueductale grijs en de amygdala. Die eerstgenoemde twee delen van het brein zijn betrokken bij de controle en het verwerken van emoties. Het periaqueductale grijs is een soort schakelcentrum met cellen die onder meer een rol gaan spelen als je je moet verdedigen. De amygdala maakt empathie mede mogelijk. De onderzoekers concludeerden op basis van deze hersenscans dat psychopaten de bedrading missen die nodig is om met anderen mee te leven. Nader onderzoek toonde aan dat het lage (ventrale) deel van de prefrontale kwab bij psychopaten heel gebrekkig werkt. Dit deel is verantwoordelijk voor wat onderzoekers ‘warme cognitie’ noemen. Opvallend genoeg werkt het dorsale deel van diezelfde kwab bij psychopaten juist normaal of zelfs bovengemiddeld. Dit deel van het brein is verantwoordelijk voor ‘koude cognitie’ en planning. Het kan allemaal verklaren waarom psychopaten zo koudbloedig en wreed kunnen zijn: ze hebben moeite om zich in anderen in te leven.

Dat ze zich tegelijkertijd voor kunnen doen als heel charmante, vriendelijke mensen hebben ze te danken aan hun normaal of bovengemiddeld ontwikkelde ventrale prefrontale cortex.

3. Psychopaten praten anders
Recent onderzoek suggereert dat je een psychopaat kunt herkennen aan zijn woordgebruik. Onderzoekers verzamelden een aantal moordenaars. Sommigen werden bestempeld als psychopaten. Anderen hadden weliswaar iemand gedood, maar vertoonden geen psychopathische trekjes. Alle moordenaars kregen de opdracht om te vertellen over de moord die ze gepleegd hadden. De onderzoekers analyseerden na afloop de verhalen van de moordenaars en psychopaten en ontdekten dat psychopaten anders over de moord spraken.

Ze gebruikten opvallend vaker woorden die een rationeel verband aangaven (bijvoorbeeld omdat, aangezien).

Ook waren ze sterker gericht op materiële behoeften (eten, drinken, geld) en gebruikten ze opvallend weinig woorden die refereren aan sociale behoeften (familie, religie). Ook bleken psychopaten vaker in de verleden tijd te spreken, wat erop wijst dat hetgeen ze gedaan hebben hen niet raakt, maar ze er in plaats daarvan op een afstandelijke manier naar kijken. Ook bleken psychopaten vaker ‘uh’ en ‘um’ te zeggen.

Waarschijnlijk omdat ze heel berekenend zijn in hun antwoorden en dus meer tijd nodig hebben om zo’n antwoord te formuleren.

SPECTRUM
Niet elke psychopaat heeft evenveel psychopathische trekjes. Er is sprake van een spectrum. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de Hare Checklist waarmee je kunt achterhalen in hoeverre je zelf over psychopathische trekjes beschikt. De lijst bestaat uit twintig kenmerken en je moet aangeven in hoeverre je jezelf (op een schaal van 0 tot en met 2) in die kenmerken herkent.
Voorbeelden van kenmerken op de lijst zijn: onverantwoord gedrag, pathologisch liegen, willekeurig seksueel gedrag, sluw en manipulatief, crimineel veelzijdig en huwelijken/samenleven van korte duur.
“Mensen die op de schaal van de Hare Checklist 25 of 30 halen zijn gevaarlijk,” stelt neurowetenschapper James Fallon. “Maar we hebben mensen nodig die 20 scoren, mensen met de brutaliteit, vurigheid en uitzinnigheid die de mensheid veerkrachtig en flexibel houdt – en in leven.”

4. Niet elke psychopaat is een moordenaar
Zoals we eerder al concludeerden, is de ‘diagnose’ psychopaat vrij lastig te stellen. Beter kun je stellen dat iemand psychopathische trekjes heeft. Maar mensen met psychopathische trekjes hebben niet allemaal evenveel van die trekjes (zie kader). Het verschilt van persoon tot persoon. Vandaar dat ook niet iedereen met psychopathische trekjes gedrag vertoont dat wij met een psychopaat associëren. Er zijn zat mensen met enkele psychopathische trekjes die zich juist dankzij die psychopathische trekjes uitstekend kunnen handhaven in de samenleving. Sterker nog: er zijn zat mensen met enkele psychopathische trekjes die dankzij deze trekjes uitgegroeid zijn tot succesvolle mensen.

“Het lijdt geen enkele twijfel dat het percentage psychopathische hoge scoorders in de zakenwereld hoger is dan in de bevolking als geheel. Je kunt ze vinden in elke organisatie waar positie en status je macht en controle over anderen geven, en de kans op materieel gewin,”

vertelt onderzoeker Bob Hare in het fascinerende boek De lessen van een psychopaat. Juist in een tijd zoals deze – met veel onzekerheid binnen het bedrijfsleven – gedijen mensen met psychopathische trekjes prima.

“De psychopaat kan moeiteloos omgaan met de gevolgen van snelle veranderingen. Hij of zij gedijt er zelfs bij. Een chaos in de organisatie biedt zowel de noodzakelijke prikkel voor de psychopathische hang naar opwinding, als een geschikte dekmantel voor psychopathische manipulatie en corrupt gedrag.”

Het feit dat psychopathische trekjes individuen, maar ook groepen – een krachtige leider die net snel van zijn stuk te brengen is: daar heb je wat aan – goed doet, kan waarschijnlijk verklaren waarom psychopaten nog altijd bestaan en psychopathische trekjes nog niet zijn uitgestorven.

5. Wat te doen als je een echte psychopaat ontmoet?
Dit is misschien wel de belangrijkste vraag. De beantwoording ervan laat ik over aan James Fallon, neurowetenschapper en naar eigen zeggen zelf uitgerust met meerdere psychopathische trekjes.

“Stel je op geen enkele manier kwetsbaar op. Ga bij een kort treffen geen echt contact aan. Glimlach en loop weg. Op elk feestje met honderd mensen loopt waarschijnlijk een psychopaat rond, en die is op zoek naar zwakheden. Let bij langdurige interacties zorgvuldig op de ander en houd elk merkwaardig gedrag in de gaten. Psychopaten bewegen zich door een kantoor of vriendenkring en zijn daarbij voortdurend op zoek naar allianties. Misschien weten ze dat jij niet kwetsbaar bent, maar gebruiken ze bepaalde informatie over jou om overwicht op anderen te krijgen. Het is een schaakspel. Ze bespelen een hele groep, zoekend naar een of twee kwetsbare mensen die ze kunnen gebruiken om te bemachtigen wat ze willen hebben, of het nu seks, geld of macht is. Dus observeren ze hoe hun doelwit met anderen omgaat en bedenken ze hoe ze moeten afrekenen met een argwanende zus of manager. Ze leggen contact met deze mensen en maken ze onschadelijk door zich aardig voor te doen. Veel mensen zijn minder of meer indirect wel enigermate te gebruiken. Hoe bescherm je je daartegen? Door mensen te waarschuwen dat deze kerel je misschien wel probeert te belazeren. Wees voorzichtig. Als je te veel stampij maakt, zou hij het je wel eens betaald kunnen zetten. En je weet niet wat hij dan zal doen.”

°

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

6 Responses to Empathie en psychopaat

  1. Pingback: BREIN EN EVO | Tsjok's blog

  2. joost tibosch sr zegt:

    Heel lang geleden heb ik met studentikose geinigheid meegedaan aan een onderzoek, waarom mensen bier al dan niet lekker vinden. De uitgebreide uitslagen toen deden me toch maar beslissen om voorlopig toch nog maar uit te gaan van mijn intuitieve onwetenschappelijke ervaring. Het kan zijn dat dat me teveel beinvloed heeft, maar ook nu nog neig ik die onwetenschappelijke houding aan te nemen, als men wetenschappelijk zo goed weet hoe alles bij mensen in elkaar steekt. In de toekomst zal ik dat wrschl niet meer doen?

  3. tsjok45 zegt:

    Dat die tesjes in magazines allerhande , iets waardevols zouden zijn , is hoogst betwijfelbaar …. Iedereen die wat bij de pinken is kan studentikoos of humoristisch gaan rommelen met die vraagjes … maar dat is dan wel “liegen “( en die leugens vinden de testers dat weer wél omdat er inconsistenties zijn in de antwoorden op verschillende anders gestelde vraagjes ) en volgens die psycholo-gasten kan dat altijd een indikatie van psychopatisch manipulatief gedrag zijn ?…. of m.a.w. hun conclusies zijn dus (zeker in dit geval ) niet falsificeerbaar en dus waarschijnlijk voor het merendeel hoogt on-wetenschappelijke onzin en simplistische conclusion jumpîng en/of koffiedik kijkerij-toverdokteren ….

    Neemt niet weg dat de zoektocht naar de biologisch-neurologische basis van de empathie in het menselijke brein ( en de verschillende varianten ervan in de menselijke soort ) niets heeft te maken met een “vernieuwde ” heropleving van de pseudo’s van de frenologie

    Ook de ( nog niet voldoende vastgestelde ) correlatie tussen reukvermogens en hersenabnormaliteiten ( of pathologieen van genetische en/of traumatische aard )is beter dan de subjectieve intuitie en de onkontroleerbare anekdotische ervaringsdeskundigheid die soms als alternatief voor dergelijke pop-testjes wordt aangedragen ….

    Uiteraard blijven de hersenen geheimzinnig en is er slechts moeizaam een minuskuul tipje van de sluier opgelicht ….Althans dat hoop ik ook in stilte als leek ….

    Maar de neuro psychologie schrijd toch langzaam vooruit , met heel kleine stapjes ….Afwachten wat het dus wordt ….

  4. tsjok45 zegt:

    WAARSCHUWING /DISCLAIMER
    PSYCHIATRIE en DSM-5

    Midden mei 2013 verschijnt de nieuwe versie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, ofwel de DSM-5, de bijbel van de psychiatrie.
    Internationaal neemt het protest van psychiaters en psychologen toe.
    In het Amerikaanse handboek, dat ook hier en in de rest van de wereld een richtlijn voor artsen vormt, staan een 400-tal mentale stoornissen gegroepeerd. .

    Ook in ons land blijkt dat de populariteit van die ‘labels’ heeft geleid tot een grote toename van diagnoses én van medicijnengebruik. Zo is bij ons tussen 2004 en 2007 de diagnose ADHD verviervoudigd onder kinderen. Tussen 2007 en 2011 steeg ze met 35 procent. Nu zouden ongeveer 66.000 kinderen Rilatine slikken, wat vijf à zes miljoen euro per jaar kost. Ook steeg het gebruik van antipsychotica bij kinderen tussen 2008 en 2011 met 37 procent.

    Een van de felste critici is een expert die zelf meewerkte aan de vorige versies van de DSM. De Amerikaanse psychiater Allen Frances vreest valse epidemieën van nieuwe stoornissen omdat Big Pharma ermee aan de haal zal gaan. Dat gebeurde volgens Allen ook na de vierde editie, waarvan hij de totstandkoming leidde. Nu wil hij mensen waarschuwen voor de gevolgen van nieuwe labels. Eén daarvan is bijvoorbeeld de ‘mild cognitive disorder’, het eerste stadium van vergeetachtigheid. Volgens Frances is het onterecht dat als een stoornis te klasseren en dreigt een situatie te ontstaan waarin op den duur iedereen psychisch ziek wordt verklaard.

    PS … Dat wil niet zeggen dat psychiatrie kompleet “verkeerd” zit … maar er is toch wat grotere skepsis gerechtvaardigd …… ook onder de (huis)artsen

  5. Pingback: dieta daneza pareri

  6. Pingback: EMOTIES | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: