Microbieele ecosystemen


Schimmels blijken wereldwijd diep onder de zeebodem actief

 19 februari 2013  

schimmel

Nieuw onderzoek wijst erop dat schimmels die onder de zeebodem leven wereldwijd op grote schaal voorkomen en actief zijn. “Ze zijn overal!” stelt onderzoeker Jennifer Biddle.

Zo’n tien jaar geleden ontdekten wetenschappers schimmels in sedimenten uit de oceaan. Ze verwijderen enkele schimmels en zetten deze in het laboratorium op de kweek. Het lukte zo om de schimmels te laten groeien. Grote vraag was echter of deze schimmels ook op de zeebodem actief waren en groeiden of dat ze daar inactief rondhingen.

Biddle en haar collega’s besloten zich enkele jaren geleden in dat vraagstuk vast te bijten. Ze verzamelden enkele schimmels voor de kust van Chili en stelden dat de schimmels waarschijnlijk ook op de zeebodem actief waren.

rRNA
Dat onderzoek krijgt nu een vervolg. De onderzoekers verzamelden wereldwijd monsters en analyseerden de schimmels die ze daarin aantroffen. Ze ontdekten dat de schimmels – ondanks dat deze in extreme omstandigheden en enkele meters onder de zeebodem leven – gewoon actief waren.

“We verzamelden monsters wereldwijd, op verschillende dieptes en wat dit onderzoek laat zien is dat er een indrukwekkende hoeveelheid rRNA van schimmels in de sedimenten zit.”

rRNA is een celcomponent dat heel belangrijk is voor het maken van proteïnes. Wanneer onderzoekers rRNA aantreffen, is dat een sterke aanwijzing dat de producent ervan leeft en groeit.

Rol

Onduidelijk is nog welke rol de schimmels precies onder de zeebodem spelen. Het is mogelijk dat ze voedsel afbreken dat vervolgens weer door microben die nog dieper onder de zeebodem leven, wordt opgegeten.

Elementen
Maar de onderzoekers vonden nog een aanwijzing dat de schimmels actief waren. Zo bleek er een verband te zijn tussen de hoeveelheid koolstof, stikstof en zwavel in bepaalde delen van de oceaan en de aan- of afwezigheid van schimmels. Daarmee hebben de onderzoekers stevig bewijs gevonden dat erop wijst dat schimmels onder de zeebodem geen inactieve sporen zijn die zomaar de oceaan in zijn gewaaid, naar de bodem zijn gezakt en daar in de modder begraven zijn. “Ze zijn erop aangepast om hier te leven,” stelt Biddle.

Complexe levensvorm
Uit eerder onderzoek bleek al dat (oer)bacteriën in staat zijn om direct onder de zeebodem te leven.

Dat ook schimmels daartoe in staat blijken, is opvallend. Schimmels zijn namelijk een veel complexere levensvorm dan bacteriën: ze zijn groter en bestaan uit meerdere cellen. Dat ze in deze extreme omstandigheden kunnen leven, wijst erop dat ook complexe levensvormen meer kunnen hebben dan gedacht. Dat schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE.

Dat wil echter niet zeggen dat de schimmels onder de zeebodem het gemakkelijk hebben.

De druk van de zee is er enorm, er is geen zuurstof en ook het voedsel is beperkt. Vandaar dat de groei van de schimmels daar een stuk langzamer gaat dan die van schimmels aan het oppervlak. 

Bronmateriaal:
Fungi, fungi everywhere” – Udel.edu
De foto bovenaan dit artikel is afkomstig van de universiteit van Delaware.
°
°

Diepe aardkorst bevat waarschijnlijk meer leven dan gedacht

 18 december 2014 
De diepe aardkorst bevat mogelijk veel meer micro-organismen dan tot nu toe werd aangenomen, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.

Miljarden jaren oude rotsen die zich diep in de aardkorst bevinden, produceren door chemische processen honderd keer zo veel waterstof als tot nu toe werd aangenomen.

Aangezien micro-organismen zich kunnen voeden met deze gassen, leven er waarschijnlijk ook veel meer microben in waterrijke delen van de aardkorst dan tot nu toe werd geschat.

Dat melden Canadese onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

 

 

Boorgaten

De wetenschappers brachten de waterstofproductie in de diepe aardkorst in kaart door gegevens te verzamelen uit tweehonderd boorgaten in Canadese, Zweedse, Finse en Zuid-Afrikaanse mijnen.

Met de verzamelde informatie maakten ze een schatting van de totale productie van waterstof in de oudste delen van de aardkorst. Het gaat dan om rotsen uit het Precambrium, een geologisch tijdperk dat 4,6 miljard jaar geleden begon en 550 miljoen jaar geleden eindigde.

De onderzochte rotsen beslaan meer dan 70 procent van de totale aardkorst waaruit de continenten op aarde zijn opgebouwd.

 

Kolonies

De onverwacht hoge productie van waterstof wijst op een onverwacht grote hoeveelheid water en energie in de diepere aardlagen waar miniscule levensvormen op kunnen teren.

In 2006 werd er al eens een populatie waterstof-etende microben ontdekt, vier kilometer onder de grond in de Zuid-Afrikaanse plaats Witwatersrand.

De nieuwe bevindingen suggereren dat dit soort kolonies van microben op veel meer plekken voorkomen.

“Deze ontdekking zorgt voor een gigantische verandering in de bestaande theorieën over waar levensvormen kunnen bestaan op deze planeet”, aldus hoofdonderzoekster Barbara Sherwood Lollar op Nature News.”

http://www.nature.com/news/earth-s-deep-crust-could-support-widespread-life-1.16575

Gallo Images/Superstock

Hydrogen-eating microbes live in rock 4 kilometres below the surface of the Witwatersrand basin in South Africa.

°

‘Helft van alle organismen verborgen onder aardoppervlak’

  10 maart 2010 
 – De helft van alle organismen op aarde leeft mogelijk verborgen onder het aardoppervlak of in rotsen. Dat blijkt uit een schatting van Amerikaanse wetenschappers.

Wetenschappers van de University of Southern California vermoeden dat zeker vijftig procent van al het leven op onze planeet zich bevindt in rotsen, mijnen, oliebronnen en op of onder de bodem van de oceaan.

Ze maakten hun schatting bekend op een conferentie van de American Geophysical Union, zo meldt nieuwssite Physorg.com.

“De leefbare zone van de aarde strekt zich uit tot een diepte van honderden tot duizenden meters”, verklaart onderzoekster Katrina Edwards. “De organismen die in deze omgeving leven, hebben allemaal bij elkaar een massa die ongeveer overeenkomt met de organismen die boven de aardbodem leven.”

Boringen

Om een beter beeld te krijgen van de organismen in de zogenaamde ‘onderaardse biosfeer’ willen de wetenschappers gaten boren in de bodem van de wereldoceanen. In die gaten moeten metingen worden verricht met apparaten die via satellieten en kabels gegevens kunnen versturen naar bovengrondse laboratoria.

De eerste van de ondergrondse observatoria moeten nog deze zomer worden geïnstalleerd. Volgens de onderzoekers kan hun werk ook nuttig zijn met de zoektocht naar buitenaards leven.

°

Buitenaardse zoektocht

“Veel van wat wij doen bij het ontdekken en begrijpen van de diepe biosfeer heeft relevantie voor de zoektocht naar leven elders in het universum”,

aldus Edwards.

“Het heeft allemaal te maken met de detectie van leven. De binnenkant van de aarde is een natuurlijke testruimte voor buitenaardse zoektochten naar leven”, verklaart de onderzoekster.

°
°

Lazarus bacterieen   in  oeroude KLEI SEDIMENTEN  

 

 18 mei 2012   2

Hangin’ on. Scientists have found that microbes living in cores of ancient, deep-sea mud, such as the one shown above, consume oxygen at extremely slow rates.
Credit: Bo Barker Jørgensen

Wetenschappers hebben in 86 miljoen jaar oude klei levende microben teruggevonden.

De microben houden er een wel heel langzame levensstijl op na.

De bacteriën leven. Maar daarmee is ook eigenlijk alles wel gezegd.

Dat schrijven de onderzoekers in het blad Science.

Sedimenten
De onderzoekers voerden hun onderzoek op de Stille Oceaan uit. Ter hoogte van de evenaar boorden ze in de zeebodem en verzamelden sedimenten. Deze sedimenten liggen opgestapeld: de nieuwste bovenop, de oudste daaronder.

Bijzonder
Het is niet heel ongewoon om in klei van onder de zeebodem microben aan te treffen. Ongeveer 90 procent van alle eencellige organismen op aarde leeft onder de zeebodem.

Wat wel bijzonder is, is dat de microben die de onderzoekers in de diepere sedimenten aantroffen, nog leefden. Blijkbaar hadden ze al die jaren genoeg gehad aan de weinige zuurstof die in de sedimenten zat opgeslagen.

Zuinig
De microben namen nog zuurstof op, maar deden dat wel zo langzaam dat er eigenlijk maar amper sprake kan zijn van echt ‘leven’. Deze microben waren er in de tijd van de dinosaurussen al en moeten het tot op de dag van vandaag doen met de grondstoffen die ze toen werd toebedeeld. En dus leven ze langzaam en zuinig. Ze verbruiken uitzonderlijk weinig energie. Om hun biomassa te verdubbelen, trekken ze zo’n 1000 jaar uit. Waarschijnlijk duurt de celdeling ook ongeveer zo lang.

De kans is groot dat alles wat wetenschappers over bacteriën waar we vandaag de dag mee in aanraking komen, geleerd hebben, niet van toepassing is op deze microben.

Het lijkt erop dat deze organismen er hun eigen regels op nahouden. En blijkbaar werkt dat prima voor deze microben: ze zijn er tenslotte al zo’n 86 miljoen jaar oud mee geworden.

Het onderzoek laat maar weer eens zien dat sommige organismen bijzonder taai zijn: ze kunnen zelfs in moeilijke omstandigheden lang mee.

http://www.the-scientist.com/?articles.view/articleNo/32102/title/Live-Slow–Die-Old/

image: Live Slow, Die Old

Deep-sea sediment bacteriaShelly Carpenter, NOAA Ocean Explorer 

https://theabysmal.wordpress.com/2012/05/22/life-continues-to-define-itself-well-past-our-extremest-expectations/

Bronmateriaal:
Science
– Aerobic Microbial Respiration in 86MillionYearOld DeepSea Red Clay
Barely alive deep-sea microbes” – Eurekalert.org
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Bo Barker Jørgensen / © Science/AAAS.
°
Lazarus bacterieen ;
°
°
°
BACTERIA BACTERIEËN  <—Doc archief
Bacterie onder stress

Microben vormen honderden meters onder de zeebodem een heus ecosysteem

 15 maart 2013   C 1

in het lab

Whack here. By taking great care to eliminate possible contamination of rock samples — including sterilizing the outer surfaces of rocks and then removing their outer layers to expose fresh material within—researchers found the strongest evidence yet that microbes live deep within the sea floor.
Credit: Jesper Rais/AU Communication

Nieuw onderzoek wijst erop dat honderden meters onder de zeebodem, diep ingegraven in de oceanische korst heel veel micro-organismen leven. Sterker nog: hoogstwaarschijnlijk bevindt zich onder de zeebodem het grootste ecosysteem op aarde.

Dat schrijven wetenschappers in het blad Science.

Ze boorden door zo’n 2,5 kilometer water en honderden meters sediment heen. Vervolgens haalden ze 3,5 miljoen jaar oud basalt boven.

We leveren het eerste directe bewijs voor leven diep in de oceanische korst,” vertelt onderzoeker Mark Lever.

Energie
Maar hoe komen die microben zo diep in de oceanische korst aan energie? Normaal gesproken is zonlicht een belangrijke bron van energie: fotosynthetische organismen gebruiken het om koolstofdioxide om te zetten in organisch materiaal.

Maar zonlicht komt niet in de oceanische korst terecht.

“Onze resultaten suggereren dat dit ecosysteem grotendeels gebaseerd is op chemosynthese,” legt Lever uit.

“In de basaltische oceanische korst zitten kleine aderen en daar loopt water doorheen.” Dit water reageert waarschijnlijk met stofjes in het basalt (bijvoorbeeld het mineraal olivijn) en daarbij komt waterstof vrij. “Micro-organismen gebruiken waterstof als een bron van energie om koolstofdioxide om te zetten in organisch materiaal.”

Direct bewijs
Wetenschappers vermoeden al langer dat leven in de oceanische korst voorkomt. Maar bewijs ervoor was altijd indirect: het was gebaseerd op chemische aanwijzingen in gesteenten.

“Direct bewijs ontbrak,” stelt onderzoeker Olivier Rouxel. Lever en zijn collega’s hebben dat directe bewijs nu gevonden.

“Het begon allemaal toen ik DNA haalde uit de gesteenten,” vertelt Lever.

“Tot mijn verrassing identificeerde ik genen die we normaal vinden in methaan-producerende micro-organismen.”

De onderzoekers kweekten enkele micro-organismen afkomstig uit het basalt in het lab en maten daar de methaanproductie. En met elk experiment kwamen ze tot dezelfde conclusie: in het basalt leefden microben die methaan produceerden. “Ons werk bewijst dat microben een belangrijke rol spelen in de chemie van basalt en zo invloed uitoefenen op de chemie van de oceanen.”

Groot
De oceanische korst bedekt ongeveer zestig procent van het oppervlak van de aarde. Daarmee is het ecosysteem waarvoor de onderzoekers nu direct bewijs gevonden hebben, het grootste dat op aarde voorkomt.

Wetenschappers blijven de oceanische korst bestuderen, want hun studie heeft nogal wat implicaties.

“Het is mogelijk dat leven gebaseerd op chemosynthese ook op andere planeten gevonden kan worden.Onze toekomstige studies gaan hopelijk onthullen of dat het geval is.”

Ook hopen de onderzoekers te achterhalen welke rol het leven in de oceanische korst speelt als het gaat om de koolstofkringloop op onze planeet.

Bronmateriaal:
Energy from the interior of the Earth supports life in a global ecosystem” – Aarhus University (via Eurekalert.org).
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Jesper Rais / AU Communication.

 

 

PLANKTON  

Plankton

LAN

http://tsjok45.multiply.com/photos/album/1270#photo=1

Zoom into the freshwater portrait

Zoom into the marine portrait

of ga naar “attachment ” voor links op bovenstaande individuele organismen

http://micropolitan.org/drawings/1/index.html

plankton<— doc

fresh water marine

Bell
animallcules


dinoflagellate

Desmids

rotifer

Heliozoa

Copepod


Noctiluca

diatom

diatoms

diatom

red algae

°

Zoöplankton

start > geleedpotigen > kreeftachtigen > watervlo

525px-Daphnia_pulex

foto’s : paul hebert, ralf wagner, carmen rodriguez

°

800px-Evadne_spinifera

 °

800px-Polyphemus_pediculus

Eenoogkreefje springt op uit water

21 maart 2012
_59185537_copepod_12a
Scientists studied escapes by the Anomalocera ornata copepod in the north-western Gulf of Mexico
– Aan het wateroppervlak levend plankton blijkt uit het water te kunnen springen om vis die op hen jaagt te ontvluchten.

Dat melden biologen van de Universiteit van Texas in de nieuwste editie van Proceedings of the Royal Society B. Proceedings of the Royal Society B,

Het gaat om twee soorten eenoogkreeftjes, uiterst kleine schaaldiertjes van 2 tot 3 millimeter groot.

Dat deze diertjes uit het water kunnen springen was al aan het eind van de negentiende eeuw ontdekt, maar toen dacht men dat ze dat tijdens de rui deden om van hun oude uitwendige skelet af te komen.

De Amerikanen tonen nu op basis van video-opnamen in wild en in het laboratorium aan dat de sprongen die de minikreeftjes maken een uitstekende manier zijn om aan de greep van plankton-etende vis te ontkomen.

Gemiddeld legden de kreeftjes veertig keer hun lichaamslengte door de lucht af en 3,4 keer de lichaamslengte van de vis die op hen joeg. De hoogste sprong die de onderzoekers waarnamen was 17 cm.

De onderzoekers rekenden uit dat de sprong veel energie kost, maar toch efficiënter is dan een vlucht door het water. De stroperigheid van water is hoger dan die van lucht, waardoor voortbeweging bij hoge versnelling relatief meer energie kost dan in lucht.

De meeste dierlijke planktonsoorten zijn doorzichtig en blijven daardoor uit de greep van vissen. Omdat eenoogkreeftjes aan het oppervlak leven, beschikken ze over pigment dat hen beschermt tegen UV-straling, maar ook zichtbaar maakt.

De mogelijkheid om te springen is hier een evolutionair antwoord op

De kracht waarmee het eenoogkreeftje zichzelf door het water lanceert is uniek in het dierenrijk.

Het eenoogkreeftje is volgens Deense onderzoekers tien tot dertig keer sterker dan elke andere diersoort waarvan de kracht ooit is gemeten. Het waterdiertje met een gemiddelde lengte van ongeveer een millimeter kan zichzelf lanceren met sprongen waarbij een snelheid wordt bereikt van 500 keer zijn eigen lichaamslengte per seconde.

Dat melden de onderzoekers van de Technische Universiteit van Denemarken in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of the Royal Society Interface.

Trillende ledematen

“De sprongen van eenoogkreeftjes laten zien dat ze in relatie tot hun formaat maarliefst 10 keer sterker zijn dan andere dieren waarvan de kracht tot nu toe is gedocumenteerd”, verklaart hoofdonderzoeker Thomas Kiørboe.

De wetenschappers kwamen tot hun conclusie door de sprongen van het eenoogkreeftje tot in detail te bestuderen op vertraagde videobeelden. Uit het onderzoek is gebleken dat het dier beschikt over twee mechanismen om kracht op te wekken. Ten eerste trillen de ledematen van het eenoogkreeftje onophoudelijk, waardoor energie wordt opgewekt om te zwemmen. Ten tweede kan het dier zich met diezelfde trillende ledematen afzetten op het water voor een sprong.

ontkomen aan jagers
De dieren gebruiken hun grote sprongkracht voornamelijk om te vluchten voor roofdieren. Eenoogkreeftjes zijn erg populair als snack bij andere zeedieren. Onder meer haringen, kwallen en makrelen jagen op de kreeftachtigen.

©

NU.nl/Dennis Rijnvis

start > geleedpotigen > kreeftachtigen > eenoogkreeftje(ook roeipootkreeftje genoemd)

foto’s : uwe kils, j liebig, thomas bjorkan, public

°

Fytoplankton

phytoplankton

Fytoplankton is plankton dat voor de energievoorziening afhankelijk is van fotosynthese. Hiertoe behoren zowel bacteriën met chloroplasten, zoals blauwalgen, als de overige algen.

Fytoplankton is de grootste producent van zuurstof op aarde. Het is de voedselbron van zoöplankton en van hogere dieren.

Er zijn erg veel soorten fytoplankton die ieder eigen optimale omstandigheden kennen, factoren die hierin een rol spelen zijn:

Belangrijke groepen algen in het fytoplankton zijn de diatomeeën en de dinoflagellaten.

Dinoflagellates

http://ocw.unu.edu/international-network-on-water-environment-and-health/unu-inweh-course-1-mangroves/phytoplankton.pdf

°

De grote ontgroening

Basis van het zeeleven ruim 40 procent afgekalfd

De afgelopen eeuw zijn de oceanen drastisch veranderd. Zonder dat iemand het merkte is het water veel minder groen geworden, wat erop wijst dat het hele ecosysteem sterk is verarmd. Waarschijnlijk is opwarming van het zeewater de belangrijkste oorzaak.

Het water in de meeste oceanen wordt steeds helderder. Voor een leek klinkt dat misschien als goed nieuws, maar in werkelijkheid is het een zich voltrekkende ramp. Het betekent dat er minder fytoplankton is. En die minuscule plantjes zijn de voedselbron waarvan vrijwel al het leven in zee afhankelijk is. Een drietal oceaanonderzoekers komt in Nature met schokkende cijfers. Minstens 40 procent van het plantaardige plankton is sinds 1950 verdwenen en waarschijnlijk zelfs meer.
Eigenlijk is het vreemd dat Boris Worm, Daniel Boyce en Marlon Lewis van de universiteit van Dalhousie (Canada) de eersten zijn die zoiets belangrijks boven water weten te krijgen. Misschien omdat het zo’n lastige klus was. Worm: ‘De meeste oceanografen kijken vooral naar satellietbeelden, die direct duidelijkheid geven. Mooi, alleen meten satellieten pas sinds 1979 hoeveel fytoplankton er is, en geven ze pas vanaf 1997 een echt gedetailleerd beeld van de toestand. Hun metingen leken op een daling te wijzen, maar de periode is te kort om daar zeker van te zijn. Dus hebben wij gegevens over de tijd daarvoor bij elkaar gezocht. Dat, en vooral de statistische bewerking daarvan, kostte in totaal drie jaar. Maar nu hebben we dan ook een veel completer beeld.’
Het belangrijkste meetinstrument waarop Worm en zijn collega’s hun conclusies baseren, is doodsimpel: een witte schijf aan een touwtje, de zogenoemde Secchi-schijf. Laat die in het water zakken, meet de diepte waarop je ‘m nog net kunt zien en je hebt een maat voor de helderheid van het water. Dit soort eenvoudige metingen is sinds het einde van de negentiende eeuw overal ter wereld gedaan. Op open zee is de uitkomst daarvan sterk verbonden aan de hoeveelheid fytoplankton in de bovenste 25 meter water. Het drietal onderzoekers combineerde zulke meetresultaten met directe metingen van de hoeveelheid groene kleurstof in het water, die in 1900 voor het eerst gedaan zijn. In totaal verwerkte het team bijna een half miljoen waarnemingen.
Schokkende uitslag
De uitslag was ook voor hen een schok. ‘We vonden een opvallend sterke, wereldwijde achteruitgang die minstens 50, en waarschijnlijk al 100 jaar gaande is,’ vertelt Worm. ‘Acht van de tien oceaanregio’s lieten die achteruitgang zien. Van de omvang in de eerste helft van de eeuw zijn we niet zo zeker, omdat daarvan te weinig waarnemingen zijn, maar vanaf 1950 bedraagt die zeker 40 procent. Alleen in de Indische Oceaan nam de hoeveelheid fytoplankton juist toe.’
Over de oorzaken van de grootschalige achteruitgang is wel iets zinnigs te zeggen. Al is niet alles duidelijk, zegt Worm. ‘We vonden regionaal een duidelijk verband met opwarming van de bovenste waterlaag. En we menen ook te snappen waarom. In de oceaan heb je altijd verschillende waterlagen, waarvan de bovenste de warmste is. Hoe groter het temperatuurverschil is met de laag eronder, hoe slechter die twee lagen mengen. Daar gaat het mis, want de diepere waterlagen bevatten voedingsstoffen die het fytoplankton nodig heeft. Is er minder menging, dan zul je ook minder groen zien.’
Aan de polen gaat deze verklaring niet op, want daar is niet voedsel-, maar lichtgebrek de voornaamste rem op de groei van het groene plankton. Toch zijn de minuscule plantjes ook daar in de problemen – al is het aantal waarnemingen van de Zuidpoolregio wat magertjes. Toegenomen wind zou een oorzaak kunnen zijn, zegt Worm, omdat de waterlagen daardoor sterker mengen. ‘Dat is aan de polen ongunstig voor het plankton, omdat het in de diepte minder licht opvangt.’ In de Indische Oceaan ging het ook harder waaien, wat daar juist zou kunnen verklaren dat het water groener werd.
Weggevangen walvissen
Zou het wegvangen van bijna alle walvissen er ook iets mee te maken kunnen hebben? Voor 1950 wemelde het rond de polen van de zeezoogdieren, en de rondzwemmende kreeftachtigen die zij aten, leefden vooral van fytoplankton. Nu zijn er nauwelijks walvissen meer, dus vreet dit krill misschien meer groen weg. ‘Ja, die suggestie hebben meer mensen gedaan,’ reageert Worm. ‘Het is ook iets waarin we vanaf het begin geïnteresseerd waren: welke effecten hebben de walvisvaart en de visserij gehad op de groenheid van de oceanen? Jammer genoeg is het nog niet gelukt de nodige gegevens bij elkaar te krijgen. Dat wordt ons volgende project.’
Als ver 40 procent minder groenvoer in de oceaan is, wil dat dan ook zeggen dat de rest van het oceaanleven 40 procent achteruit is gegaan? Dat staat volgens Worm nog niet vast. ‘Het is mogelijk dat de omloopsnelheid hoger is geworden door de opwarming. We weten dat kleine zeediertjes actiever worden bij warmte, en dat zou kunnen betekenen dat het fytoplankton sneller wordt opgegeten. In dat geval zijn de effecten voor de rest van het voedselweb kleiner, omdat de productie van het fytoplankton op peil blijft.’
Nog een laatste vraag. Hoe zit het met zuurstof? Minder groen in de oceaan betekent minder zuurstofproductie, terwijl oceanen geacht worden ongeveer de helft daarvan voor hun rekening te nemen. Heeft dat gevolgen voor onze lucht? ‘Er is de laatste decennia een langzame, maar significante daling van het zuurstofgehalte in de oceanen en in de atmosfeer zichtbaar,’ antwoordt de zeeonderzoeker. ‘Die wordt vooral toegeschreven aan het verbranden van fossiele brandstoffen. Maar de achteruitgang van het fytoplankton zou er ook een rol bij kunnen spelen.’
Elmar Veerman
Daniel G. Boyce, Marlon R. Lewis en Boris Worm: ‘Global phytoplankton decline over the past century’, Nature, 30 juli 2010

750px-Cwall99_lg

Opstoot van Emiliania huxleyi

Bronmateriaal: “Phytoplankton Bloom off Iceland” – NASA

FYTOPLANKTON kleurt water bij IJsland lichtblauw

De Atlantische Oceaan voor de kust van IJsland is helderblauw op een nieuwe foto van NASA’s Aqua-satelliet. Miljoenen microscopische, plantachtige organismen – fytoplankton – zijn verantwoordelijk voor de explosieve jaarlijkse bloei. Na de lente dooft het helderblauwe licht langzaam uit.

Hoe komt het dat fytoplankton zo aanwezig is in de lente? Wetenschappers denken dat dit komt door de plotselinge stijging van het zonlicht en warme temperaturen. Toch is het ook mogelijk dat de bloei een connectie heeft met winterstormen. Analyses van de SeaStar-satelliet laten namelijk zien dat fytoplankton in het midden van de winter begint te bloeien.

Maar waarom groeit fytoplankton in een seizoen met de slechtste weersomstandigheden? Waarschijnlijk zorgen winterse stormen ervoor dat het water aan het oppervlak van oceanen wordt gemixt met koud, diep water. Het fytoplankton op het oppervlak wordt naar de bodem getrokken, waar het de gelegenheid krijgt om te groeien. Hoe lager het plankton zich bevindt, des te moeilijker het voor roofdieren is om het fytoplankton op te eten. Omdat de organismen niet zo snel worden opgegeten, krijgen ze meer tijd om te groeien.

Fytoplankton
Fytoplankton is plankton dat voor de energievoorziening afhankelijk is van fotosynthese. Hiertoe behoren zowel bacteriën met chloroplasten, zoals blauwalgen, als de overige algen.

DIATOMEËN

Fytoplankton is de grootste producent van zuurstof op aarde. Het is de voedselbron van zoöplankton en van hogere dieren.

Illustrations of types of phytoplankton.

°

Fytoplankton ‘bloeit’ steeds eerder

Caroline Hoek4/ maart 2011

Als het zomer wordt op de noordpool dan verandert het water in een azuurblauw palet waarvan de kleuren lijken uit te lopen. Dat bijzondere effect wordt veroorzaakt doordat fytoplankton zich verzamelt. Uit onderzoek blijkt nu dat het fytoplankton zich in sommige gebieden sinds 1997 steeds ietsje eerder begint te verzamelen en dus ook steeds eerder ‘bloeit’.

De onderzoekers baseren hun conclusies op satellietbeelden die tussen 1997 en 2009 van de Noordelijke IJszee worden gemaakt. Fytoplankton is piepklein, maar wanneer het zich in grote concentraties verzamelt, is het zelfs op satellieten goed zichtbaar. Dat komt doordat de planten zonlicht absorberen. In grote hoeveelheden veranderen ze de reflectie van het zonlicht en dus de kleur van het water.

Te vroeg
Lang niet alle satellietbeelden waren even geschikt, zo benadrukken de wetenschappers. Soms gooiden wolkenvelden of ijs roet in het eten. Maar de beelden die wel geschikt waren, spreken voor zichzelf. In de bestudeerde gebieden bloeide zo’n elf procent van het fytoplankton te vroeg. Slechts één procent van de planten was te laat zichtbaar.

Groot verschil
Soms liepen de verschillen sterk op. Zo was er een gebied waar fytoplankton in 1997 nog in september bloeide en nu al in juli begon.

Fytoplankton is klein, maar zeer belangrijk. Het bevindt zich namelijk helemaal onderaan de voedselketen en draagt deze als het ware: als er geen fytoplankton is, is dat in de gehele voedselketen merkbaar. De dieren die fytoplankton eten, hebben hun hele ritme afgestemd op de periode waarin fytoplankton ‘bloeit’. Het is onduidelijk of de dieren last hebben van het feit dat fytoplankton er steeds vroeger bij is, maar onderzoekers zijn bang dat de dieren die fytoplankton op het menu hebben staan er hinder van ondervinden.

°

Fytoplankton verzamelt zich en geeft het water prachtige kleuren. Foto: NASA

 

Satelliet ziet fytoplankton opbloeien voor kust van Alaska

 

Het is lente in de Golf van Alaska. En dat is goed te zien op foto’s die NASA’s Aqua-satelliet eerder deze maand maakte. Op de foto’s kleurt het water voor de kust van Alaska donkergroen door een explosieve toename van fytoplankton.

Lente betekent meer zonlicht en meer voedingsstoffen. En daar houdt fytoplankton wel van. De microscopisch kleine plantachtige organismen gedijen prima onder die omstandigheden. De hoge concentratie fytoplankton zorgt er zelfs voor dat het water voor de kust van Alaska donkergroen kleurt.

De Aqua-satelliet maakte er op 2 mei diverse foto’s van. Samen vormen zij het kiekje dat u hieronder ziet. U ziet de zuidkust van Alaska en vlak voor de kust zijn de donkergroene sporen die wijzen op de aanwezigheid van fytoplankton duidelijk zichtbaar.

Lente in Alaska fyto2

 

De foto helemaal boven aan dit artikel  laat eveneens de Golf van Alaska zien en werd op 9 mei door dezelfde satelliet gemaakt.

Wie goed kijkt, ziet behalve het donkergroen ook een grijzere tint vlak voor de kust van Alaska. Het wijst erop dat hier sedimenten in het water beland zijn: waarschijnlijk zijn rivieren – die smeltwater afvoeren – daarvoor verantwoordelijk.

Dat het fytoplankton het voor de kust van Alaska zo goed doet, heeft te maken met een samenloop van omstandigheden. As van de vele vulkanen in de buurt vult het water met voedingsstoffen die het fytoplankton nodig heeft. De rivieren dragen ook hun steentje bij door sedimenten in zee te dumpen. De turbulente wateren woelen bovendien het sediment op de bodem van de zee los. Wanneer het lente wordt en er meer zonlicht komt, kan het dan ook niet anders dan dat de hoeveelheid fytoplankton hier explosief toeneemt.

Tot grote vreugde van onder meer krabben, vissen en walvissen die fytoplankton op hun menu hebben staan.(1)

 

Bronmateriaal:
Springtime in the Gulf of Alaska” – NASA.gov
De foto’s in dit artikel zijn gemaakt door Norman Kuring / Aqua / Modis.

(1)

Stond “fytoplankton “niet aan de basis van die milieuramp in Griekenland (massale vis sterfte door eutrofieering ) een paar jaar geleden?

 

Milieuramp Koroniameer in Griekenland

De toestand van het Koroniameer met een omtrek van 52 kilometer is een regelrechte milieuramp, ofschoon dit meer wordt beschermd door internationale verdragen als “Ramsar” en “Natuur 2000”.

Een maand geleden zijn duizenden vogels in het meer omgekomen en onlangs kwamen duizenden dode vissen aan de oppervlakte bovendrijven.

Uit microscopische analyse van het water blijkt dat de massale vissterfte verband houdt met de massale toename van fytoplankton, en volgens verklaringen van deskundigen is de storting van onbewerkt stedelijk huisvuil in het meer de vermoedelijke oorzaak van de ecologische ramp.

<Is de Commissie van plan onmiddellijk onderzoek te doen naar de oorzaken van deze ramp?

< Zal zij maatregelen nemen om het Koroniameer te redden en het natuurlijke milieu in deze streek te herstellen, en een einde te maken aan het gebruik ervan als stortplaats van stedelijk huisvuil?

http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+QT+H-2004-0409+0+DOC+XML+V0//NL

De Commissie is op de hoogte van de aantasting van het ecosysteem van het Koronia-meer als gevolg van de intensieve landbouwactiviteiten, het irrationele gebruik van waterbronnen en de verontreiniging die wordt veroorzaakt door de lozing van gevaarlijke stoffen en stedelijk afvalwater.

De Commissie heeft een inbreukprocedure ingeleid uit hoofde van artikel 226 van het Verdrag, op grond van de niet-naleving door Griekenland van zijn verplichtingen in het kader van Richtlijn 79/409/EEG(1) inzake het behoud van de vogelstand, Richtlijn 92/43/EEG(2) inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna en Richtlijn 76/464/EEG(3) betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd.

In december 2003 besloot de Commissie een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Griekenland heeft op deze beschuldigingen gereageerd door informatie te verschaffen over de maatregelen die zijn genomen om het Koronia-meer te beschermen. Het antwoord van de Griekse autoriteiten wordt momenteel door de Commissie geëvalueerd.

De Commissie neemt alle maatregelen die binnen haar bevoegdheid liggen om ervoor te zorgen dat Griekenland de voorschriften van de communautaire wetgeving naleeft, en zij zal, mocht dit noodzakelijk blijken, niet aarzelen om de inbreukprocedure voort te zetten.

In ieder geval dient te worden benadrukt dat de Griekse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de selectie van projecten uit hoofde van de verordening tot oprichting van een Cohesiefonds.

 

°

 

 

Plantje zwemt weg uit angst voor roofdierenPlantje zwemt weg uit angst voor roofdieren

Wetenschappers hebben ontdekt dat fytoplankton, microscopisch kleine zeeplantjes, in staat is om het hazenpad te kiezen wanneer het…
Shell heeft toestemming gekregen en mag voor de kust van Alaska gaan…

 

 

°
Biological Pump. Courtesy: DOE Center for Research on Ocean Carbon Sequestration
Koolstofcyclus<– Archief doc
°

Plankton in oceanen slaat veel meer koolstof op dan gedacht(1)

 18 maart 2013
°

oceaan

Nieuw onderzoek wijst erop dat plankton in de grote oceanen tot wel twee keer meer koolstofdioxide tot zich neemt dan gedacht. Tijd om de modellen die onderzoekers gebruiken om de hoeveelheid koolstofdioxide in de oceaan vast te stellen, grondig te herzien.

In 1934 stelde oceanograaf Alfred Redfield dat zowel plankton als het materiaal dat plankton uitscheidt dezelfde verhouding koolstof, stikstof en fosfor bevat. Namelijk: 106:16:1. Het maakte daarbij volgens Redfield niet uit hoe diep het plankton zat: zowel aan het oppervlak als op de bodem van oceanen verhielden koolstof, stikstof en fosfor zich op deze wijze tot elkaar.

Wetenschappers hebben nu ontdekt dat Redfield ernaast zat. De verhouding is niet overal hetzelfde. Zo blijkt warm water zonder veel voedingsstoffen nabij de evenaar een heel andere verhouding te hebben dan het koude water dat rijk aan voedingsstoffen is en zich nabij de polen bevindt. Nabij de evenaar is de verhouding koolstof, stikstof en fosfor in plankton 195:28:1. Terwijl het bij de polen uitkomt op 78:13:1.

Het is voor het eerst dat met observaties wordt aangetoond dat Redfield ernaast zit. “Daarom is dit (onderzoek, red.) zo belangrijk,” benadrukt onderzoeker Adam Martiny.

Redfields theorie komt in tal van tekstboeken terug en is in diverse modellen gebruikt. Zowel de tekstboeken als de modellen zullen moeten worden herzien.

Bronmateriaal:
Ocean plankton sponge up nearly twice the carbon currently assumed” – University of California, Irvine (via Eurekalert.org).
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).
°
(1) Naast de opslag van CO2 door het plankton , lost ook een gedeelte van het atmùosferische Co2 op in het water met vorming van zuren = dat verhoogd de PH van der oceanen  dat op zijn beurt ….het afsterven van het plankton veroorzaakt
Maar in hoeverre  deze (daadwerkelijk ) verzuring  gemeten is  ( of berekend door de (voorlopig  bekende ) opname van de co2 door door het phytoplankton af te trekken van de( in principe )  berekenbare  oplossing  van  het atmosferische Co2 percentage  is nog niet duidelijk an allezins ingewikkeld  ) … Te onthouden   is dat de  voortschrijdende verzuring van de oceanen een feit is : maar in hoeverre  , waar(bijvoorbeeld lokaal klakrijke gebieden )   en vooral aan welke snelheid dat PH veranderd  is zeker nog niet uitgeplozen …….
°
°

Plankton een derde lichter door zure zeeën

 10 maart 2009

 Verzuring van de oceanen, als gevolg van de stijgende CO2-concentratie, zorgt nu al voor aantasting van plankton, meldt een Australisch onderzoeksteam.

Oceanen nemen CO2 op uit de lucht. Hoe hoger de CO2-concentratie van de atmosfeer, hoe hoger ook de concentratie in de oceanen. In dat proces lost het CO2 op tot koolzuur, waarbij het water langzaam zuurder wordt.

En dat kan verstrekkende ecologische gevolgen hebben, waarschuwen wetenschappers. Wanneer de verzuring een kritische grens bereikt kunnen veel organismen geen kalkskeletjes meer maken, of zelfs geheel oplossen.

William Howard van de Universiteit van Tasmanië, hoofd van het Antarctic Climate and Ecosystems Cooperative Research Centre, zegt dat de zuurgraad nu al zo hoog is dat hij en zijn onderzoekers de ecologische schade kunnen meten.

Howard en zijn co-auteur, Andrew Moy, hebben de skeletjes van foraminiferen, een microscopische planktonsoort, onderzocht in de wateren tussen Australië en Antarctica en deze vergeleken met tot 50.000 jaar oude fossielen van dezelfde diertjes.

Hun bevindingen, die zullen worden gepubliceerd in Nature Geoscience, laat zien dat het gewicht van de skeletjes in de laatste decennia met 30 tot 35 procent is afgenomen.

Wat de gevolgen zijn voor het ecosysteem weten we nog niet goed”, zegt Howard.

“De implicaties voor klimaatverandering zijn echter een stuk duidelijker.” Foraminiferen spelen namelijk een belangrijke rol in de koolstofkringloop.

Tijdens hun groei slaan ze CO2 op in de calciumskeletjes. Wanneer ze sterven zakt al dat koolstof naar de bodem, waar het tot miljoenen jaren in kalksteenpakketten blijft opgeslagen, aldus Howard.

“En foraminiferen vormen een significant deel van alle carbonaatmassa in de oceanen. Hoe minder foraminiferen, hoe sneller de CO2-concentratie van de oceanen én de atmosfeer toeneemt.”

De oceanen zijn volgens de Australiërs al een derde zuurder geworden.

Alles dat calciumcarbonaat wil maken, waaruit ook vissenbotjes, koraal en schelpen bestaan, zal het zwaar krijgen”, zegt Howard.

°

donderdag 29 juli 2010

Voedselketen in de oceanen bedreigd

De hoeveelheid fytoplankton is de laatste decennia dermate sterk achteruitgegaan dat het de voedselketen in de oceanen bedreigt. Dat blijkt uit een studie van het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

http://www.nature.com/nature/journal/v466/n7306/abs/nature09268.html

http://www.nature.com/nature/journal/v466/n7306/fig_tab/nature09268_ft.html

Fytoplankton is plankton dat door fotosynthese zijn eigen voedsel aanmaakt en zuurstof produceert. Het bestaat uit microscopisch kleine organismen en daalt volgens de studie van Amerikaanse en Canadese wetenschappers gemiddeld met 1 procent per jaar.

De opwarming van de aarde zou de oorzaak zijn.

Volgens de wetenschappers is er een verband tussen het verdwijnen van het
plankton en de stijging van de oppervlaktetemperaturen van de oceanen. Fytoplankton bestaat uit microscopisch kleine, plantaardige organismen.

De verdwijning ervan bedreigt de stabiliteit van het klimaat, het welzijn van de visserij en van oceanen. Dat blijkt uit onderzoek van aquatisch ecoloog Daniel Boyce…

Cruciale rol
“Het fytoplankton speelt een cruciale rol in het ecosysteem van onze planeet. Het produceert 50 procent van de zuurstof die we inademen, het reduceert de koolstofdioxide en het is belangrijk voor de visserij : het is nml een voedselbron voor veel vissen.

Een oceaan met minder fytoplankton zal anders functioneren“, zegt onderzoeker Boris Worm

Belangrijk

“Ik denk dat het heel moeilijk voor te stellen is dat fytoplankton zo belangrijk kan zijn, omdat de meeste mensen het niet zien in hun dagelijks leven… Maar alles dat met ze gebeurt heeft effect op de gehele mariene voedselketen, en op ons.”

Een blauwe oceaan is niet per se iets goeds. Recente satellietfoto’s lieten zien dat de oceaan van groen naar blauw is veranderd, als gevolg van de vermindering van fytoplankton. Maar die gegevens zijn maar tot dertien jaar terug te bekijken.

Daarom hebben Boyce en zijn collega’s een half miljoen metingen van de helderheid van de oceaan bestudeerd. Zo konden ze een gedetailleerder beeld krijgen en verder terug in het verleden kijken.

Analyse

Uit hun analyse bleek dat de hoeveelheid fytoplankton decennialang per jaar met gemiddeld één procent daalde in acht van de tien grote oceanen. De grootste afname vond plaats in de poolregio, de tropische gebieden rond de evenaar en op de open zee.

De wetenschappers kunnen niet met zekerheid zeggen wat de oorzaak is van de massale verdwijning van het fytoplankton, maar temperatuurdata geeft een aanwijzing. De afname was het sterkst op plaatsen waar de oppervlakte van de zee het meest was opgewarmd.

De waterlagen mengen slechter als het temperatuurverschil groter is. Warmere oceaanwateren verminderen de hoeveelheid voedingsstoffen die vanuit de koude diepte naar het oppervlak kunnen komen. Het fytoplankton leeft van die voedingsstoffen.

Voedselketen

Als er minder fytoplankton is, hebben vissen minder te eten. De verdwijning van het plankton zal vanzelf de rest van de voedselketen raken. Vissers zullen minder vis vangen en de dieren die van vis leven zullen minder te eten hebben.

Het fytoplankton beïnvloedt ook het klimaat, doordat het koolstofdioxide reduceert en warmte opneemt

http://news.discovery.com/earth/phytoplankton-oceans-food-web.html

°
Figure 2: Phytoplankton species
Photos by Josje Snoek and Petra Visser
Compilation by Ellen Spanjaard / 
Michael Stringer, Pleurosigma (marine diatoms),

Het geweld van de oceanen

Gevoelige oceaanstromen en fytoplankton reageren heftig op opwarming

Een opwarmende atmosfeer zet het leven van algen in de oceanen onder druk. Zij staan aan de basis van de voedselketen en zijn een grote afnemer van koolstof uit de atmosfeer. Samen met veranderende oceaanstromen hebben ze een groot aandeel in de wereldwijde klimaatverandering.

Diatomeeën behoren tot de meest voorkomende typen fytoplankton.

Bij een opwarmende aarde denk je al snel aan het warmer worden van de lucht boven het land waar je je bevindt. Eigenlijk best gek, omdat het aardoppervlak voor zeventig procent uit watermassa bestaat. Het grootste deel van onze planeet is bedekt met oceanen. En ook die zijn aan het opwarmen. Maar daar merken wij vast niets van. Of toch wel? Ik vroeg het aan Herman Ridderinkhof, adjunctdirecteur van het NIOZ en als wetenschapper gespecialiseerd in onderzoek naar oceaanstromingen.

Ridderinkhof legt uit: ‘Net als sommige luchtstromen boven land veranderen bij een wisselende temperatuur oceaanstromen ook. En denk ook aan hoe dieren en planten zich op land aanpassen aan de warmte. Een dergelijk proces vind ook plaats in de oceanen. De oceanen zijn wat dat betreft een hele wereld op zichzelf.’ Wat gebeurt er in die wereld eigenlijk tijdens het opwarmen van onze planeet?

Oceaanstromingen

‘We weten inmiddels dat de oceanen over de hele wereld constant in beweging zijn. Maar de grote stromingen zijn zelf ook verder op te delen,’ aldus Ridderinkhof.
Hij vertelt dat er een gelaagdheid in de diepte van de oceaan bestaat. ‘Dit komt doordat water niet overal even zwaar is. Warm water is namelijk lichter dan koud water en verplaatst zich zo over het oppervlak van de oceanen. Water dat door de sterkere instraling van de zon rond de evenaar opwarmt verplaatst zich van daaruit richting de polen. Aldaar koelt het water af en zakt het weer de diepte in. Dit diepere koude water warmt dan rond de evenaar weer op waarna het zich weer richting de polen beweegt.’

El Niño

‘Hoe oceanen stromen hangt ook samen met luchtstromen, zoals de passaatwind,’ zegt Ridderinkhof. Hoe deze winden waaien bepaalt voor een deel hoe het water zich verplaatst over het aardoppervlak. Dit resulteert in verschillende verschijnselen. ‘Een van de verschijnselen die we inmiddels goed begrijpen is El Niño. Dit laat goed zien wat een verandering in winden en oceaanstroming teweeg kan brengen. Passaatwinden stuwen het rond de evenaar opgewarmde water in de Grote Oceaan richting Indonesië waar het zich ophoopt, terwijl aan de kust van Peru het koude water juist opwelt. Vervolgens stuwen westenwinden vanaf Indonesië het warme water weer terug naar Zuid-Amerika waardoor het water daar soms wel vijf graden warmer kan zijn dan normaal.’

En wat heeft dat voor gevolgen? Ridderinkhof: ‘Door meer verdamping van het water komt er meer neerslag dan normaal en kunnen hele oogsten op land weg geregend worden. Omdat we een El Niño nu al een half jaar van tevoren kunnen voorspellen, kan de landbouw en de visserij zich er beter op aanpassen.’

Nieuwe verschijnselen

Maar onderzoekers snappen nog lang niet alles. ‘Wat het smelten van de gletsjers in Groenland met de oceanen gaat doen is nog hartstikke onzeker. Het zoete koude water wat dan aan de oceaan wordt toegevoegd zou de warme stroming richting Europa kunnen blokkeren. We hebben echter geen idee of dit effect er werkelijk zal zijn. We hebben dit als mensen immers niet eerder meegemaakt,’ verklaart Ridderinkhof. ‘Over deze theorie worden gigantische Hollywood producties gemaakt, maar het is vooralsnog vooral speculatie. Laten we eerst meer proberen te begrijpen van variaties in oceaanstromingen over lange tijdsperiodes voordat we hier uitspraken over doen.’

De mens is niet de enige die zich probeert aan de passen aan deze variaties in activiteit van oceanen als gevolg van een opwarmende aarde. Ook het leven in de oceanen zelf speelt een grote rol in hoe het wereldwijde klimaat in zijn geheel bestand is tegen een verdere opwarming. Katja Philippart, ook werkzaam bij het NIOZ, bij de afdeling Mariene Ecologie, legt uit hoe gevoelig het leven in de oceaan is voor opwarming. ‘Deze gevoeligheid kunnen we goed aflezen aan de hand van de reacties van het fytoplankton in de oceaan.’

Wat is dat? ‘Fytoplankton betekent letterlijk zwevende plantjes. De meeste soorten fytoplankton zijn zo klein dat ze niet met het blote oog te zien zijn. Toch is het de basis van de voedselketen in de zee. Alle andere wezens in de oceaan zijn van hun overleven uiteindelijk afhankelijk van het fytoplankton, de bron van voedsel waar de hele voedselketen mee begint.’

Opname CO2

‘Deze kleine eencellige algen nemen licht en CO2 op om te kunnen groeien. Doordat deze algen CO2 opnemen spelen ze een grote rol in de wereldwijde opname van koolstofdioxide. Ze zijn namelijk over de hele wereld in alle oceanen te vinden en in een zeer grote hoeveelheid. Kunnen de algen goed groeien, dan wordt er dus meer CO2 opgenomen. Een deel van deze algen zinkt met koolstof en al naar de zeebodem, waardoor er zo minder CO2 in de atmosfeer blijft hangen.’

Philippart benadrukt dat de algenpopulatie zeer gevoelig is voor een opwarmende oceaan en een hoge concentratie CO2 in de atmosfeer. ’De algen hebben kalkskeletjes die kwetsbaar zijn voor verzuring van de oceaan. Als er meer CO2 in de oceaan komt dan kan worden opgenomen, dan verzuurt het water. Dit verzuurde water brengt schade aan de kalkskeletjes van de algen, en zorgt ervoor dat ze niet zwaar genoeg meer zijn om af te dalen naar de zeebodem. Het CO2 dat ze bij zich dragen zal dan niet afvallen naar de zeebodem, maar weer opstijgen naar de atmosfeer.’

Opwarming en fytoplankton

Wat het effect van een opwarmende oceaan op het fytoplankton is, en wat de gevolgen daarvan zijn voor het klimaat, vat Philippart als volgt samen: ‘Omdat het fytoplankton zijn voeding vooral uit het koude water haalt, zal een opwarmende oceaan ervoor zorgen dat de algen minder goed toegang hebben tot hun voedsel, waardoor de wereldwijde hoeveelheid fytoplankton zal afnemen. Gezien het fytoplankton zo veel minder CO2 kan opnemen en de oceanen verzuren blijft er meer CO2 in de atmosfeer hangen, waardoor het broeikaseffect versterkt wordt.’

Met een door mensen verder opwarmende aarde zouden de grootste klimaatveranderingen weleens het gevolg kunnen zijn van hoe de oceanen reageren op deze verwarming. Ridderinkhof en Philippart wijzen op het belang van meer onderzoek naar de rol van oceanen in het wereldwijde klimaatsysteem.

carboon in water

°

NATUURLIJKE    OLIEVRETERS   ? 

 

°

Buffercapaciteit van de  wereldwijde OCEANEN is groot ( naar menselijke maatstaven ) maar niet oneindig   

Overbevissing, verzuring, zuurstofloze zeewoestijnen ... het zijn maar enkele van de ecologische rampen  en instortende  (vooralsnog  plaatselijke  )ecologische systemen , die zich onder het wateroppervlak van de oceanen afspelen.

Het wordt zo langzamerhand duidelijk  dat  “wir haben es nicht gewusst” tot een nog schadelijk   excuus is verworden… en als we zo doorgaan  krijgen we ( of minstens ook  onze nakomelingen   )sowieso de rekeningen  gepresenteerd

Iglo pakjes  en  alle  andere  producten  van de “welvaart ”  en de massale galloperende bevolkingstoename  zorgen  daar wel voor  …

Huidige  politici ?  ……  die proberen  steeds  weer  de kool en de geit te sparen

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

5 Responses to Microbieele ecosystemen

  1. Pingback: INHOUD Gaia Millieu | Tsjok's blog

  2. Pingback: PERMAFROST | Tsjok's blog

  3. Pingback: GEOLOGIE TREFWOORD F | Tsjok's blog

  4. Pingback: SCHIMMELS | Tsjok's blog

  5. Pingback: Woordenlijst paleontologie F / Z | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: