God, sex en evolutie


ANTICREATO    

SEX  

EVOLUTIE      

18 februari 2013

http://korthof.blogspot.be/2013/02/god-sex-en-evolutie.html#comment-form

Mijn foto    

°
In 1993, dus bijna 20 jaar eerder, had creationist Walter ReMine al gedaan wat Joris van Rossum in zijn proefschrift in december 2012 deed, nl. de moeilijke verklaarbaarheid van seksuele voortplanting gebruiken cq misbruiken ten behoeve van creationisme of Intelligent Design.
°
In zijn boek The Biotic Message behandelde ReMine het probleem ‘The Origin of Sex’ in 10 paginas (pag. 196–206).
Méér dan wat je doorgaans bij creationisten ziet.
°
Hij schetst daar een glashelder maar pessimistisch beeld van de wetenschappelijke literatuur van dat moment met vele citaten van vooraanstaande evolutiebiologen als J. F. Crow, G. Bell, G. C. Williams, Michod and Levin, John Maynard Smith en Richard Dawkins.
°
ReMine benadrukt dat het probleem van het ontstaan van sex één van de grootste onopgeloste vraagstukken in de biologie is. Dit baseert hij op de meest pessimistische citaten die hij kan vinden:
°
Graham Bell (1982) The Masterpiece of Nature: The Evolution and Genetics of Sexuality:
“Sex … does not reduce fitness, but halves it”.   (A*)
Dit citaat heb ik gecontroleerd; het is correct.
°
Ook een dramatisch citaat van George C. Williams (1975) Sex and Evolution, pag. 11, dat ReMine aanhaalt, is correct.
Toevallig (?) citeert Joris van Rossum van dezelfde pagina van het hetzelfde boek van Williams .
°
Het citaat is( oorspronkelijk  afkomstig )van John Maynard Smith (1986) The Problems of Biology, p. 35:
“The origin of the sexual process remains one of the most difficult problems in biology” …..is correct. 
°
ReMine vertelt over de vergeefse zoektocht van evolutiebiologen naar mogelijke voordelen van sex die het nadeel moeten compenseren.
°
Zijn overzicht lijkt een beetje op hoofdstuk 2, ‘
°The Enigma’, van Matt Ridley’s The Red Queen (1993)     (C*)
…….waarin Ridley ook opeenvolgende veelbelovende verklaringen voor sex de revue laat passeren, die later niet houdbaar blijken.
°
Het verschil is dat Ridley geen creationist is.
°
Het patroon is altijd hetzelfde:
creationisten zoeken problemen in de wetenschappelijke literatuur en gaan deze vervolgens exploiteren voor hun eigen doelen. Voor hun eigen karretje spannen.
Als ze verder niets met het resultaat weten te doen dan volstaan ze met te roepen: Ha! er zijn problemen met de evolutietheorie!”, of nog aardiger: “evolutie is gefalsifieerd!”. Meestal is de conclusie: Design! Omdat creationisten vaak de problemen niet zelf bedacht hebben, maar in de wetenschappelijke literatuur gevonden hebben, heeft het geen zin dié problemen te ontkennen.
Het probleem van de verklaring van seksuele voortplanting is een authentiek evolutionair probleem waar biologen al meer dan 40 jaar aan werken. (Als creationsiten zélf problemen hebben bedacht zijn het meestal pseudo-problemen die makkelijk te herkennen zijn door even in de wetenschappelijke literatuur te gaan rondneuzen). Vergelijk dit biologsiche probleem met de 40-jarige geschiedenis van de String Theory in de natuurkunde. Skeptici zeggen daarover: string theory is a miserable failure!
°
Wat wij als wetenschappers moeten doen is dus:
°
1) controleren of de problemen echt zijn en of de citaten kloppen,
°
2) erkennen dat ze echt zijn.
°
Ontkennen heeft weinig zin, want dan zouden wetenschappers werken aan oplossingen voor problemen die niet bestaan!
Wetenschap bestaat nu eenmaal uit het oplossen van problemen.
Hoe diepgaander de problemen zijn, hoe groter de uitdaging.
Alleen ambitieuze wetenschappers pakken hardnekkige en fundamentele problemen aan.
Dat verdient respect en bewondering.
°
Het getuigt dan ook van totaal onbegrip van wat wetenschap is om te roepen dat er iets fundamenteel mis is met een bepaalde tak van wetenschap als er onopgeloste problemen zijn. Onzin! Integendeel!
°
Vergelijk het probleem van dark matter en dark energy in de moderne kosmologie: “After more than two decades of hunting, why is it still so difficult to find dark matter?”.
°
Wijst dat probleem op design? Er zal vast wel een creationist rondlopen die dat beweert.
°
Ook heb ik grote bewondering voor wiskundigen die een lijst bijhouden van onopgeloste problemen! Maar wiskundigen worden niet geplaagd door creationisten!
Dat is het verschil!
°
(Claim  by remine )
1.–……the most plausible evolutionary theories predict that sex should not exist…..

2.- Uiteindelijk concludeert (ReMine:ReMine’s conclusion:  —>  
based on  selective  “quote mining “and …..  indeed, the origin and maintenance of sex is  a  real  and  wellknown evolutionary problem. )
(On page 196–206 ReMine gives an overview of the problem of the evolutionary origin of sex. He gives the most pessimistic quotes of important evolutionary biologists such as J.F. Crow, G. Bell, G.C. Williams, Michod and Levin, Maynard Smith, and Dawkins …..

“Creationists expect that the genetic mechanisms of sex serve some useful biological function. They intuitively viewed that function as the long-term maintenance of healthy populations. Most likely, sex serves such a function as suggested by hypotheses like Muller’s ratchet. Such functions come naturally to the creationist’s worldview. An unlike evolution, a designer can be “far-sighted”, can see the long-term benefit of sex, and can build it into life” (p.206).

Hoe ironisch: een creationst bedenkt een functie voor seks!

Wat kan een creationist anders doen?
Niemand kan  ontkennen dat seks in de overgrote meerderheid van de soorten voorkomt.
°
Dat feit had ReMine zojuist tegen evolutie gebruikt.
Grappig is dat de creationist vervolgens voor het volgende probleem komt te staan: als seks ontworpen is door de Designer, en dus nuttig is, waarom bestaat er überhaupt ongeslachtelijke voortplanting?
°
(  …..How “far-sighted” is a designer who first creates mutations and subsequently creates sex as the solution? And if the Creator built sexual reproduction into life, then why does asexual reproduction exist?
ReMine can’t explain asexual reproduction.
And if sex is good, celibacy must be wrong.  ) 
Conclusie:
door de hulp van God in te roepen is de wetenschap nog nooit vooruit gekomen.
De alternatieven van de creationist zijn onwetenschappelijk en onnozel.

Tot nu toe het mooiste wat een creationist met het evolutionaire probleem van seksuele voortplanting heeft gedaan is het volgende:

°

Sexual Reproduction: A Continuing Mystery to Evolutionists (Website: Evidence for God):

“Sexual reproduction and recombination are part of God’s plan, since they limit the expression of mutated genes that would have had detrimental effects upon the individual who possessed the gene. In addition, God created humans as males and females for the expressed purpose of marriage and unity within the body of Christ, as fellow servants and heirs in Him.”

Is dat niet prachtig? Waarom schiep God Adam en Eva? Opdat zij sex zouden hebben! Be fruitful and multiply!

°
En waarom moesten zij sex hebben?
Recombinatie!
°
Fantastisch: die technische termen ‘recombinatie’ en ‘gene’ in de context van een 3000 jaar oud mythologisch verhaal met een pratende slang: is dat niet geweldig?
Het allermooiste is natuurlijk dat de auteur niet door heeft dat God éérst een probleem creëerde (mutaties) en daarna de oplossing (seksuele reproductie en recombinatie)!
Je vraagt je af: Waarom mutaties in the first place? Waren Adam en Eva compleet met mutaties geschapen? Bizar. Tenslotte blijft de vraag ook hier waarom God ook ongeslachtelijke voortplanting creëerde, als sex zo goed was.
Maar, is dat niet hetzelfde probleem dat evolutiebiologen ook hebben: waarom zowel geslachtelijke als ongeslachtelijke voortplanting naast elkaar bestaan? Ook hier zien we weer dat er nog nooit een wetenschappelijk probleem is opgelost door God te introduceren.
°

De bedoeling van deze blog is niet van Rossum weerleggen. Van Rossum is niet weerlegd omdat hij een creationist of ID-er zou zijn.  ( **)

°
Maar deze militante creationistische traditie vormt wel de historische achtergrond van zijn proefschrift.
°
Alles wijst er op dat zijn motivatie dezelfde is als van bovengenoemde creationisten die ieder probleem in de evolutietheorie aangrijpen om iets te suggereren in de trant van: Zie je wel, de evolutietheorie deugt niet. Er moet iets anders zijn. Ik weet niet wat, maar gewoon iets anders.
Joris van Rossum doet dat op zijn eigen manier
°

zie ook

(**)

( zie verder over Van Rossum  :   mijn blog    en uiteraard ook  de daar vermelde  relevante  blogartikels van  G.  Korthof en Marleen  )

_______________________________________________________________________________________________________

Postscript

Artikelen in BioNieuws 16 feb 2013:

met dank aan Gert van Maanen en Gerdien de Jong 

_____________________________________________________________________________________________________

APPENDIX 

Bron ;

http://korthof.blogspot.be/2013/02/voor-en-nadelen-van-sex.html

 

 

sexual reproduction

Voor- en nadelen van sex. ©Carl Zimmer, Douglas Emlen (2013) p.333

http://ncse.com/news/2012/10/preview-evolution-making-sense-life-0014599

http://dbs.umt.edu/research_labs/emlenlab/documents/Chapter%208.pdf

Voor- en nadelen van sex

De vraag:

“is het waar dat ik bij sex 50% van mijn genen verlies? ”

(Gert korthof )

Antwoord:

Nee, niet 50% van uw genen, maar wel 50% van Uw allelen!

Als U bij iedere keer sex 50% van Uw genen zou verliezen, dan zou U al heel snel niets meer overhouden! (50%, 25%, 12,5%, 6,25%, etc).

U leest allerlei wilde verhalen op het internet of in proefschriften dat niet al uw ‘genen’ verloren gaan omdat bij een volgend kind andere genen/allelen aan bod komen, etc., etc.

Dit is allemaal niet relevant.

Bij sex worden slechts 50% van Uw allelen doorgegeven aan Uw kind.

Dat is een feit.

Mendel heeft dat ooit eens vastgesteld.

U moet zélf beslissen of U dat acceptabel vindt of niet.

Het enige alternatief is U te laten kloneren.

Want  helaas zijn –evolutionair gesproken– al Uw genen verloren als U geen kinderen heeft

Gerdien de Jong

De ‘cost of meiosis’ heeft heel wat zonden op zijn virtuele geweten. Dit heeft intussen de status van ‘urban myth’:
is het waar dat ik bij sex 50% van mijn genen verlies?

.In een aseksuele populatie die gelijk blijft in aantal …..

<gert korthof

<Gerdien schreef “In een aseksuele populatie die gelijk blijft in aantal…” maar dan beschrijf je het op <populatieniveau in plaats van vanuit een individu geredeneerd. Vanuit een individu geredeneerd geldt: 2n > n is <halvering. 

<Bestaan er haploide organismen die sex en meiose hebben?
n > 2n > n
of:
n > 4n > 2n > n
?

Gerdien de Jong   22 februari, 2013 10:21  // antwoorde  op  …Bestaan er haploide organismen die sex en meiose hebben?” 

Mossen bv. Het mos dat we zien is haploied.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Mossen

Er zijn haploide eencellige eukaryoten met meiose en syngamie.

(Gerdien de Jong vervolgt)

……heeft 1 diploid vrouwtje gemiddeld 1 diploid dochtertje met precies haar diploide set: 1 * 1 = 1.In een seksuele populatie die gelijk blijft in aantal heeft een vrouwtje samen met een mannetje gemiddeld twee kinderen, gemiddeld een zoontje en een dochtertje. Het vrouwtje geeft een haploid genoom door aan zoontje en een haploid genoom door aan dochtertje. Het mannetje geeft een haploid genoom door aan zoontje en een haploid genoom door aan dochtertje. Totaal doorgegeven door vrouwtje: 2 * 1/2 =1. Totaal doorgegeven door mannetje: 2 * 1/2 = 1.
Er worden bij de meiose maternaal en paternaal verkregen allelen herverdeeld over nieuwe gameten, dat is alles.

°De verwantschapsgraad met kinderen is in een aseksuele populatie gelijk aan 1 en in een seksuele populatie gelijk aan 1/2. Dit verschil in verwantschapsgraad leidt niet tot selectie (anders dan Williams suggereerde; en ook bovenstaande  tabel lijkt te suggereren).

<(<gert korthof) Maar: een segregation distorter probeert  net  de verwantschap met kind te verhogen boven 0,5 . En dat verwacht je ook. De zeldzaamheid van segregation distorters bewijst dat natuurlijke selectie ze op een laag niveau houdt. Maar er is een intra genomic conflict: paternaal tegen maternale chromosomen.

(Gerdien de Jong vervolgt)  De ‘two-fold costs’ zijn het gevolg van het bestaan van mannetjes: als een vrouwtje in plaats van een zoontje en een dochtertje twee dochtertjes maakt, aseksueel, is ze 2 * 1 = 2 keer vertegenwoordigd in de populatie. De populatie gaat ook groeien.
Begin met 2N seksuele beesten, N vrouwtjes en N mannetjes, en n aseksuele vrouwtjes. Elk vrouwtje maakt 2 kinderen en gaat daarna dood. Aseksuele vrouwtjes maken 2 dochters, seksuele vrouwtjes maken een dochter en een zoon.

Dan zijn er in de volgende generatie
2n aseksuele dochters
N seksuele dochters
N zoontjes. Evenveel dochters als zonen, de seksratio.
Totaal 2N seksuele kinderen.

Totaal 2n aseksueel en 2N seksueel. De verhouding aseksueel tot seksueel is nu n/N in plaats van n/(2N) een generatie terug. Zo kom je op de ‘two-fold cost of sex’. Of reken: n/(n+2N) eerste generatie versus 2n/(2n+2N) tweede generatie. En de nakomelingen van een vrouwtje dat aseksueel wordt nemen de populatie over, als zo’n vrouwtje aseksueel zou kunnen worden. Mannetjes zijn wat gehandicapt in het zelfstandig maken van zoontjes, nemen we aan, anders werkte dit niet.

Dat is ook al in 1976 betoogd: bestaat de ‘cost of meiosis’ wel?

Nu zie je ‘cost of meiosis’ niet meer in artikelen, alleen ‘cost of males’.

*De  geaccumuleerde  kosten van  sexuele voortplanting in  zogenaamde ( een ouderwetse maar nog bruikbare term )  meercelligen  is de  —>  individuele  dood  

*asexuele  ( clonale ) eencelligen  gaan  op in hun nageslacht  … Het zijn ook geen echte individuen ( een ” individu” is een echte en zelfs obligate symbiose van allerlei cellen  (zelfs van diverse oorsprong –> bionoom )

Bovendien  zijn  de “soort”grenzen tussen deze  micro-organismen   ook  erg  diffuus —> denk aan    Laterale gen transferten

Toch hebben  “eencelligen ”  ook  systemen ontwikkeld die men protosexueel kan noemen   =  proto-sexuele uitwisselingen van  genen bij  protista  en bacterieen   (—> conjugatie –>  http://nl.wikipedia.org/wiki/Conjugatie_(genetica))

21 februari, 2013 16:13

MUTATIONAL   MELTDOWN ?  

Gerdien de Jong

Ik heb nog een excel programma + handleiding voor selectie op twee genen in een seksuele populatie, dat kan laten zien dat een ‘ongunstig allel’ b op gen B nooit door een ‘gunstig allel’ a op gen A meegesleept kan worden tot fixatie van genotype bb. 

gert korthof

en wat is de conclusie  ?  :

Mutational meltdown is een illusie?

Een sexueel voortplantende soort kan nooit een Mutational meltdown ondergaan door mutatie accumulatie?

Geen enkele combinatie van mutatiefrequentie , accumulatie van slightly deleterious mutations en population decline kan een populatie doen uitsterven?

Natuurlijke selectie houdt IEDERE soort in leven no matter what?

———————————–

LINKS   //  Een leesbaar artikel over het onderwerp: 


Sarah Otto (2008) Sexual Reproduction and the Evolution of Sex, Scitable (by Nature Education) (gratis): Birds do it, and bees do it. Indeed, researchers estimate that over 99.9% of eukaryotes reproduce sexually. What, then, are the true costs and benefits of sex? (met dank aan Deen).

ook  nog :
20 maart: 

Denkcafé: Onbegrijpelijke seks Gerdien de Jong in debat met Joris van Rossum. (met dank aan Rob van der Vlugt)

 

——————————-

 

KANTTEKENINGEN  van * Tsjok ( voorlopige conclusies ?  ) 

Maar Laat ik wat speculeren over “mutationale meltdown “(Voor zover ik  het heb begrepen ); 

Dat een soort ” no matter what ” blijft bestaan(Sexuele soorten  bezitten  m.a.w. EEN CONSERVEREND voordeel  ? –—> zie de vele voorbeelden van” stasis ” ?
°Maar in hoeverre die stasis soorten ( ook wel eens levende fossielen genoemd ) genetisch gelijk zijn gebleven aan hun verre voorganers , is niet te achterhalen ….

Een  goed alternatief is natuurlijk ;
-“Mutational meltdown” komt voor bij seksuele soorten en leidt (misschien ook )tot uitsterven van die “soort “...
1.- Het uitsterven van soorten is een feit ( en waarschijnlijk niet alleen maar door uitroeiing en of zogenaamde contingente klimatologische en /of kosmische “ongelukken ” ? … )
2.- en het schijnt dat dat sexuele soorten een gemiddelde (soort) levensduur hebben –> Alleen is de afwikkeling van een eventuele meltdown ( of op andere wijzen uitsterven )van een sexuele soort een traag proces( als je de geologische tijd * waarbinnen dit plaatsgrijpt beziet vanuit ons individuele menselijk begrip van “tijd” dat hoogstens een hondertal jaren beslaat en mits gebruikmaking van allerlei technologische middelen met grote ecologische voetafdruk )…..er is dus tijd genoeg om een”soort” te laten functioneren  als vooroudergroep of stamlijnengroep ( lanceerplatform )van verschillende nieuwe soorten die op verschillende tijdstippen aftakken gedurende de “levensduur” van de “voorouder” soort en opnieuw gaan dienen als  niewe lanceerplatformen   voor   volgende  tussentrapsraketten 

*Uiteraard kan je  ook proberen  de levensduur van een soort ook  af te zetten tegenover het aantal benodigde ( ingeschatte gemiddelde generatiewisseling (en ))binnen die soort … maar het is de vraag in hoeverre de tijd nodig voor een volgende   generatiewisseling (ongeveer) konstant blijft ….

* Er is eveneens een speculatie mogelijk die zegt dat de levensduur van succesvolle soorten ook afhankelijk is van de mate waarin wordt omgegaan met overbevollking

– dikwijls wordt de mogelijkheid geopperd  dat een succesvolle soort ( namelijk de onze ) dit zal kunnen overwinnen door technologische vooruitgang …. maar dat houdt natuurlijk geen rekening  met de totale uitputting en vervuiling   van onze planeet…ooit onze wieg   ….  een “moeder  aarde ” die  daardoor wel eens kan veranderen  in een  mensonleefbare  (= mensuitstotende , mensvernietigende   )omgeving  …. of de mens  ooit andere planeten  zal  moeten  gaan bevolken (–> zie de “raad ” van  Stephen Hawkins ) lijkt me  toch  een  onmogelijke  zaak … alleen al  gezien de  nog grotere technologische en ekonomische  middelen  die daarvoor zullen moeten worden aangemaakt in een  voorzienbare tijd dat alles al  aan het teruglopen is ….  

_Creationisten over  “Mutational meltdown ” / zie   

___

________________________________________________________________________________________________

Bibliographie 

( A * ) 

http://biology.mcgill.ca/faculty/bell/sex_selection.html

Sex and sexual selection

Graham Bell.  1982.  The Masterpiece of Nature: the Evolution and Genetics of Sexuality.  Croom Helm, London; University of California Press, Berkeley.

Voorkant  <—klik op de boekomslag =  een link met  google book  met  uitreksel   uit  hoofdstuk  1.5    “ the cost of sex ” …
Maar  Graham Bell heeft  natuurlijk  ook recenter werk gepubliceerd :
Bell, G.  1989.  Sex and Death in Protozoa: the History of an Obsession.  Cambridge University Press.

The prevailing theory to explain the maintenance of sex is that it accelerates adaptation by increasing genetic variation.  Our experiments with the green alga Chlamydomonas support this view.

A single sexual episode depresses mean fitness but increases variation, so fitness recovers through selection

  • Renaut, S., Replansky, T., Heppleston, A. & Bell, G. 2006. The ecology and genetics of fitness in Chlamydomonas. XIII. The fitness of long-term sexual and asexual populations in benign environments.  Evolution 60: 2272-2279.
  • Kaltz, O. & Bell, G. 2002. The ecology and genetics of fitness in Chlamydomonas. XII. Repeated sexual episodes increase rates of adaptation to novel environments.  Evolution 56: 1743-1753.
  • Colegrave N., Kaltz O. & Bell G. 2002. The ecology and genetics of fitness in Chlamydomonas. VIII. The dynamics of adaptation to novel environments after a single episode of sex. Evolution 56: 14-21.
  • Zeyl, C. & G. Bell. 1997. The advantage of sex in evolving yeast populations. Nature 388: 465-468.

We also have a long-term experiment to investigate how gender evolves in response to the environment in which mating takes place.

  • Bell G. 2005. Experimental sexual selection in Chlamydomonas. Journal of Evolutionary Biology 18: 722-734.

Sexual selection increases zygote production by at least an order of magnitude.

  ( B* )

Sex and Evolution

George C. Wiliams    University Press, 1975

This book explores the relationship between various types of reproduction and the evolutionary process. Starting with the concept of meiosis, George C. Williams states the conditions under which an organism with both sexual and asexual reproductive capacities will employ each mode. He argues that in low-fecundity higher organisms, sexual reproduction is generally maladaptive, and persists because there is no ready means of developing an asexual alternative.

The book then considers the evolutionary development of diverse forms of sexuality, such as anisogamy, hermaphroditism. and the evolution of differences between males and females in reproductive strategy.The final two chapters examine the effect of genetic recombination on the evolutionary process itself.

Voorkant    <—klik op de boekomslag =  een link met  google book  met  uitreksels (preview )
<—( beide  screenshot afbeeldingen van teksten ((hierboven  en hieronder ) zijn  aanklikbaar voor een vergroting ) : Het gaat  over  De  inhoud  van het boek +samenvattingen   / de zwarte niet onderlijnde  teksten zijn integraal te vinden op de ” preview”
( <—klik  hierboven op de boekomslag =  een link met  google book  met  uitreksels (preview 
S E  2

.

.

.

.

.

http://mcgoodwin.net/pages/otherbooks/mr_redqueen.html

( C * )

The Red Queen:

Sex and the Evolution of Human Nature

HarperCollins, 29-apr.-2003 – 416 pagina’s

Referring to Lewis Carroll’s Red Queen from Through the Looking-Glass, a character who has to keep running to stay in the same place, Matt Ridley demonstrates why sex is humanity’s best strategy for outwitting its constantly mutating internal predators. The Red Queen answers dozens of other riddles of human nature and culture — including why men propose marriage, the method behind our maddening notions of beauty, and the disquieting fact that a woman is more likely to conceive a child by an adulterous lover than by her husband. Brilliantly written, The Red Queen offers an extraordinary new way of interpreting the human condition and how it has evolved.

Voorkant  http://www.amazon.com/Red-Queen-Evolution-Human-Nature/dp/0060556579#reader_0060556579
 (excerps including ; human nature (chapter I )   &   Epilogue )
°


The Red Queen: Sex and the Evolution of Human Nature 
Summary by

Michael McGoodwin, prepared 2001

: This work has been summarized using the Penguin Book 1994 edition.  Quotations are for the most part taken from that work, as are paraphrases of its commentary.

Overall Impression:

This is a rather wordy book that is filled with details but a little shy on well demarcated conclusions. There are no diagrams or other helpful visual aids that might be expected, just pure text. The author studied zoology before becoming a journalist and science writer.


Chapter 1: Human Nature

The nature of human nature is the theme of the book, how it evolved, how human sexuality evolved. Reproduction is the sole goal for which human beings are designed. Nothing in our natures has not been carefully chosen. Reproductive success is the examination that all human genes must pass.

Human culture is a product of human nature, not just of our free will or invention. We have laws against racism that allow persons to calculate the consequences of violating them though they may be acting racist because of human nature.

Richard Dawkins 1970s argues that the body is merely an evolutionary vehicle for our genes–the genes force the body to do things to perpetuate them. There is selective competition for genes.

The human brain developed current its form and capacity 3M to 100K years ago on African savanna–100K years is only 3000 generations ago. 30 generations back, in 1066, you had a billion ancestors [probably with considerable overlap]. The differences between individuals are attributable to individual variation (85%), tribal/national variation (8%), and racial variation (7%).

People are attracted to people of high reproductive potential, the consequences of which are sexual selection. Even behavior is adapted to this goal. We are descended from men who preferred fertile women. The goal is not just to survive but to breed. The human intellect itself has evolved to contribute to reproductive success.

Time erodes any temporary advantage, progress is relative and futile, the struggle is Sisyphean. The Red Queen concept derives from Lewis Carroll “Through the Looking Glass”: The faster you run, the more the world moves with you and the less you make progress. (“However fast they went, they never seemed to pass anything.”) Marriage is a blend of or balance between cooperation and exploitation/conflict.

Chapter 2: The Enigma

What is the purpose of sex? It is the queen of evolutionary problems. Sex is bothersome and yet has persisted tenaciously. We have 75000 x 2=150000 genes in 23 pairs of chromosomes. Gametes have 75000 genes which have been intermixed (via recombination) in meiosis. Further mixing takes place when the gametes fuse (outcrossing). Thus the baby gets a thorough mix of the genes of the 4 grandparents.

Sex is a source of individual variability furnishing material for the operation of natural selection. This is the “Vicar of Bray” hypothesis, which emphasizes rapid adaptability to change. But mankind’s greatest rival is mankind. We use our intellects to outwit each other. Animal altruism is a myth.

George Williams argued how collective effects could flow from the actions of self-interested individuals. A creature would evolve to help its species only if its self-interest coincided. There is a cost to sex… Are males worth it? Many animals and plants have abandoned sex or only resort to it intermittently. Sex serves the species but at the expense of the individual…

Harris Bernstein argues that the main purpose of sex is to repair genes… This is useful but probably not the entire purpose of sex.

Sex breaks up the linkage of one gene with another, increases randomness. Thus it might help to get rid of bad mutations (which inevitably accumulate: Muller’s ratchet). Sex is more necessary if you are big and do not belong to a huge population with rapid reproduction. Sex throws the ratchet in reverse. Ultimately, there is no purely genetic explanation of sex.\

Chapter 3: The Power of Parasites

Bdelloid rotifers do not employ sex, can dry up and blow about as tuns.

Graham Williams describes the “Tangled Bank” hypothesis: in a saturated economy, it pays to diversify.

Longer-lived mammals exhibit more chromosomal crossovers: 30 in man, 10 in rabbits, 3 in mice.

The Red Queen hypothesis: species do not get any better at surviving, their chances of extinction are random. “It takes all the running you can do to keep in the same place. If you want to get to somewhere else, you must run at least twice as fast as that. [Carroll]” Sex is all about combating the enemy that fights back (parasites [including microbes], predators and competitors). Parasites are especially deadly. You never win, you only gain a temporary respite. Virulent parasites versus ones that do not kill their hosts. Artificial viruses (computer programs). Parasites employ binding proteins, which the host evolves and varies. The advantage of sex can appear in a single generation when it comes to parasites. Variation arises from heterozygosity and also from population-derived polymorphism. Heterozygosity can improve survival (e.g.. sickle cell vs. malaria). Polymorphic blood group genes affect disease resistance and is maintained by disease predation.

Immune system would not work without sex…

William Hamilton’s computer model of sex and disease. When parasites are introduced, the sexual organisms do better than the asexual. Antiparasite adaptations are in constant obsolescence.

To properly compete, parasites also need sex.

Studies reinforcing the Red Queen/parasite hypothesis include the New Zealand water snails and the Mexico topminnow.

Genetic insertions (jumping genes, transposons)...

Red Queen is only a part of the explanation for why we are sexual.

Chapter 4: Genetic Mutiny and Gender

There is intragenomic conflict. Genes are active and resemble cunning individuals. When it acts to enhance its own survival, this is an effective strategy. Must find right balance between cooperation and competition.

Conjugation by paramecia and bacteria is used to transfer genes, is not a type of reproduction. It serves the purposes of the genes and not the bacteria. For genes, sex is a way to spread laterally as well as vertically. Transposons (jumping genes) are genes which can cut themselves out of one chromosome and insert themselves into another. Some plasmids actually provoke conjugation. The distinction between a rogue gene and a virus is indistinct.

Genes are full of half-suppressed mutinies, selfish chromosomes. A segregation distorter gene in a fruit fly can kill all sperm containing the other copy of the chromosome, so that all sperm produced that survives contains the segregation distorter gene. It is like Cain, which kills Abel–a fratricidal gene. Processes like these are called “meiotic drive” because they drive the process of meiosis into a biased outcome. These are rare, are defended against by recombination or swapping (“crossing over”) in meiosis. The Y chromosome is not recombined and the X chromosome is especially susceptible to Cain genes that kill the Y gene (male-killer genes)…

Definition of Male (many small mobile gametes) vs. Female (few large immobile gametes). Organelles (mitochondria, chloroplasts) are descendants of bacteria. Mitochondria have 37 genes of their own, all from the mother: the father’s sperm’s organelles are excluded from the fertilized ovum with great thoroughness. Suicidal organelles… Sperms leave behind their organelles (mitochondria and flagellum) at the egg membrane, only the nucleus enters. This prevents introducing infection–safe sex.

Gender was invented as a means of resolving the conflict between the cytoplasmic genes of 2 parents [dogmatic?]. All cytoplasmic genes come from the mother.

Why are we not hermaphroditic (as in most plants) instead of dioecious (2 separate genders, typical of mobile species)?…

Sex-ratio distorters in turkeys, wasps. Human families with only daughters have a cytoplasmic gene which feminizes every embryo, even those that at puberty will appear male.

Lemmings. The “Driving Y” which causes the death of X-bearing sperm, assuring male offspring. Infinite series of rebellions. Multigender organisms. Female biased sex ratio in lemmings.

How gender is determined: (1) Chooses gender appropriate to sexual opportunities. (2) Leave it to environment (3) Mother determines sex of each child. The genetic lottery for sex determination is not incompatible with sex allocation. Of American presidents, 60% of children have been male…

The Trivers-Willard theory posits that parents in good condition probably have male-biased litters while those in poor condition will have female-biased litters. Dominant females are more likely to have sons than daughters (in red deer)…

Can human gender be preselected? Infanticide of females. High levels of maternal HCG increase prob. of female, and high testosterone in father of sons. But true control of gender as might be desired by dairy farmers has not proved possible despite considerable effort. Cultural variation in preference for boys versus girls. Daughters are preferred in poor cultures because they are more likely to lead to grandchildren, can marry up, etc. The ability to choose preferably the male sex would benefit the individual but would be a tragedy of the commons.

Chapter 5: The Peacock’s Tale

The showy tail is the peacock’s way of attracting the peahen. Sexual selection has selectively bred this trait. Males invest less in childrearing than females in most but not all species (e.g., jacana). In elephant seals, only a few males father all the offspring. Beauty arose to satisfy the Red Queen contest. Previously bright colors were seen as a warning to predators. In peacocks and other birds, size (and symmetry) of plumage matters. Exaggerated gaudy ornaments burden the males (in terms of longevity and protection from predators) but are the key to successful mating. Females prefer them because other females prefer them–fashion is arbitrary . Polygamy… Most of the peahens choose the same male. Bird leks (places where males gather, parade their wares to the visiting females. Only a few males do most of the mating–up to 30 times in one morning).

Dichotomous sexual selection theories:

(1) Fisher (Sir Ronald Fisher) sexy-son Good-taste: females prefer beautiful males because the heritable beauty will be passed on to sons who will attract females.

(2) Good-gene good-sense healthy-offspring (Alfred Wallace): peahens prefer beautiful males because beauty is a sign of good genetic qualities incl. diseases resistance.

Computer modeling favors the Fisherians to some extent…

Ornaments are handicaps to survival from predators but increase ability to seduce females. They are also living proof of the male’s vigor that he has been able to survive with it. The more flamboyant or symmetrical a male’s appearance, the less troubled with parasites he is. Successful males are not necessarily truthful, sometimes just more persuasive. However, red carotenoid pigments in male facial sexual appendages are indications of low parasitism. The better songsters in birds (nightingale) are less visibly showy, since visual appearance plays a lesser role. Young women in their breeding prime have narrow waists to suggest large breast tissues and wide hip bones suitable for reproduction.

Female taste is idiosyncratic. Of zebra finches, the more red the more attractive is the male.

In humans, attractiveness is not just about appearance but also wittiness, cleverness, etc.

Chapter 6: Polygamy and the Nature of Men

We are designed for a system of monogamy plagued by adultery. Polygamy flourishes where it is allowed [is this contradictory?]. 3/4 of tribal cultures are polygamous. Powerful men have always had more than one mate, though usually only one legitimate wife who produces the heirs. Males are usually the seducer, women the seduced (exception: jacana, phalarope).

Homosexual promiscuity: Homosexuals are generally more promiscuous than heterosexuals. Male homosexuals are acting out male tendencies unfettered by the pressure of women toward monogamy. Lesbians are rarely promiscuous.

Harems and wealth. There is a polygyny threshold in which a suitably advantaged male attracts more than one mate, even in humans. It applies to humans regarding cattlemen of Kenya. Although first wives resent the new arrivals, the subsequent wives are receiving companionship, job sharing, and comfort (even career enhancement due to decreased responsibility). The mating system chosen is influenced by the distribution and population density of females.

Hunter gatherers… Sexual division of labor. Men seek power and building or dominating male-male coalitions. Men can always increase their reproductive success by philandering. Equitable sharing of hunted food is reciprocal altruism.

Chimps rise to alpha male status with cunning and coalitions as well as physical prowess. Coalitions in species can be based on reciprocity or relatedness.

Emperors have large harems. The more polygamous societies have male inheritance.

Laura Betzig posited via historical review that power in cultures is used for sexual success. Young virgins are recruited and guarded. Emperors become breeding machines with “onerous” duties. There is always one legitimate queen with legitimate heirs.

Slaves have been equated to concubines in Rome, etc. Many women were “employed” in castles and monasteries (in “gynoeciums” [women’s apartments]).

For males, violence is rewarded by greater reproduction. Christians equated sex and sin prob. because of the trouble it leads to. Of Pitcairn survivors, many women but only 1 man survived due to sexual competition. Monogamy reduces murderous competition.

Chimps exhibit intergroup violence, killing the males of nearby groups and taking over the females. So do the Yanomamo’s of Venezuela–they fight over women (this was disbelieved initially by anthropologists). The Iliad is a war over women. Armies are motivated over rape, as in Serbia. Democracy and the abolition of despotic power breeds monogamy.

Chapter 7: Monogamy and the Nature of Women

Polygamy is infrequent in hunter gatherers (exceptions: PNW Indians and Australian aborigines). Marriage is a child rearing institution. Women are not interested in overt polygamy but are often unfaithful. The Herod effect: Sarah Hrdy. Sperm competition theory. Female chimps have steady mates but sneak out to mate with a top male. Infanticide by a male mate halts maternal milk production and prepares them for new pregnancy. Female chimps mate with many males to share paternity and prevent infanticide. Human stepchildren are 65x more likely to die than children living with their parents [can this be true?]. Promiscuity and peacefulness of bonobos (pygmy chimps)–mating is so frequent it rarely leads to aggression.

Women seek monogamous marriages, lesbians are not promiscuous. Women are sometimes unfaithful. Species in which males have bigger testicles have more female polygamy [is this cause or effect?]. This allows more effective sperm competition. Man’s are medium sized, with unusually low sperm/gram tissue. For birds, many of the chicks are not the ostensible father’s–the fathers are cuckolded. Testicles are largest in polyandrous birds. Birds with large testicles tend to live in colonies where the females have ample opportunity for adultery.

A female with a mediocre husband having with good territory should have an affair with a genetically superior husband (the Emma Bovary strategy). Attractive males make inattentive fathers.

The amount of sperm retention in the vagina depends on orgasm. Faithful women and ardent lovers have high sperm retention (high fertility) orgasms compared to unfaithful women with their spouses (Baker and Bellis). Men and rats who have been away ejaculate more than ones who have been with the female all day (to overcome competition from other sperm).

Male birds behave in constant terror of infidelity of their females and mate frequently to compete (e.g., goshawks). Men keep an eye on their wives by proxy, gossip–for which language is required.

Human females have concealed ovulation, forcing males to mate regularly, exhibit continual sexual interest. This helps to prevent infanticide–neither the husband nor the lover knows if he is the father. Women use perpetual sexual availability to seduce philanderers in exchange for gifts.

Males may hold 2 territories, each with a committed mate. Men deceive their wives, not their lovers.

Jealousy is deep seated in men, a human universal. The absence of jealousy in a husband is worrisome to a wife. Couples who exhibit occasional jealousy are more likely to stay together. Men are less accepting of infidelity in their wives–there is also a legal double standard [really?].

Courtly love is about passing wealth to sons so they can be successful adulterers, cuckolding heiresses. Jousting impressed the ladies [and facilitated these relationships?] Tristan… The Church became obsessed with sex to prevent lords from siring legitimate heirs [can this be true?]. In the American South, the effort was to keep the wealth in the family. Incest laws are in part an effort for rulers to prevent wealth concentration in other families (and are not always followed by the rulers).

Men want to acquire power and use it to lure women who will bear heirs, and to acquire wealth to buy other men’s wives who will bear bastards. Wealth and power are a means to women which lead to genetic eternity. Women want a husband who will provide care and food for her children, and a lover who will give them first-class genes.

Chapter 8: Sexing the Mind

Cites objective evidence for gender differences in the brain: bigger hippocampi in male voles etc.

Males evolved to fight in the male hierarchy and hunt. Men are more violent, women more nurturing. Male apes that show aggression are rewarded.

Girls are better at verbal tasks, boys are better at mathematical tasks,  boys are more aggressive, boys are better at some visuo-spatial tasks (e.g., rotation, throwing spear at moving target, making tools), and girls are better at others (spotting mushrooms, berries, plants)…

Females of phalaropes and jacanas, who play the dominant roles over males, have higher testosterone than males. Turner’s S. pts have decreased testosterone and are more hyperfeminine in behavior. Men with less intrauterine testosterone are less assertive, more shy. The first pulse of testosterone in the uterus primes the male, the second during puberty develops the full male effects.

Baby girls do more smiling and communicating, boys do more playing with things. Boys are more fidgety, inattentive, girls better at linguistic forms. Kibbutzes tried to make sex roles uniform but failed. Feminism is not egalitarian–it is trying to change the nature of men while insisting that women are unchangeable. Women are slightly better than men at running countries.

Male homosexuality is fixed before adulthood. LH may have to do with it. Prenatal deficiency of testosterone increases likelihood of being male homosexual, as are XXY and men exposed intrauterine to female hormones or conceived in times of great stress. Homosexuality is more common in left handed males. Growing evidence that it is partly genetically determined…

Rich men marry beautiful women. Women pay attention to cues of wealth and power, men pay attention to cues of health and youth.

Sexual fantasies are greater in men, more ubiquitous, visual, specifically sexual, promiscuous, and active, often involve strangers–in women they are more of familiar partners, more contextual, emotive, intimate, passive. Men like pornography, women like romance novels. Images of women in pornography are more arousing to men and to women.

Marriage has a natural period of c. 4 years. Men often seek younger wives.

The racial differences between men are minimal compared to the differences between men and women. Sexual role playing is universal: men pursue and acquire while women are protected and bartered.

Chapter 9: The Uses of Beauty

If an identical twin is gay, the other twin is gay 50% of the time. Is there a gay gene? The genes of mitochondria may carry the gay gene [evidence?]…

Beauty is universal but standards applied differ.

Incest taboo may consist of dislike of mating with those we grew up with and knew well in childhood. Nancy Thornhill concludes incest taboos are actually rules about marriage customs invented by powerful men to prevent rivals from accumulating wealth by marrying their own cousin. Aversion to mating with childhood familiars wears off in later life.

Imprinting of chicks toward their mothers occurs at 13-16 hours in chicks and goslings. Similarly, Westermarck says we become sexually indifferent to those with whom we were reared during a critical period, c. 8 – 14 y/o.

Skinny women became a prejudice in the 1950s, …, a religion in the 1980s. Victorian women were not thin. Most tribal peoples prefer plump women. Thinness is now a sign of status. Status consciousness and sexual selection means that males may now select females who will bear thin daughters who will themselves attract men who prefer thinness.

Waists matter because men prefer women whose waist if much thinner than her hips–the ratio matters more than the absolute measurement. This is gynoid fat distribution (hips and breasts fat predominate) cf. android fat distribution (belly fat predominates). Men have selectively if subconsciously bred women with hourglass bodies. Choosing broad hipped women allows babies to have largest brains at birth–men are left with the impression that a hourglass figure represents large hips and better childbirth potential.

Role of blond hair–found mainly in young women, leading to a sexual preference for blondes.

Facial symmetry is a key to beauty. Face is information dense. The computer-averaged face is more beautiful than any explicit extreme example. Faces of models are often forgettable. A beautiful woman can always marry above her station.

Women are attracted to men for their personality and status more than for their beauty and figure. Height however is universally considered attractive. A man must be taller than his date. One inch is worth $6000/year in salary; height contributes to self-assurance. Body language contributes to male sexiness. Character is important in male stars. Male handsomeness depends on skills and prowess.

Women are impressed with symbols of status, fashionable clothes. Men think women care more about male physique than they do, women think men care about status cues more than they actually do.

Fashion is obsessed with novelty, conspicuous display. Fashion is change and obsolescence imposed on a pattern of tyrannical conformity.

Eugenics will never work, standards of beauty change. Beauty cannot exist without ugliness. We each instinctively know our relative worth.

Chapter 10: The Intellectual Chess Game

Brains are large in dolphins (1500 gm) in part to deceive. Lucy the Australopithecus afarensis had brain size 400 c.c.s (bigger than chimp, smaller than orangutan). Current human capacity is 1400 c.c.s. Brain growth occurred because of Red Queen sexual selection.

Chomsky theory of hard-wired deep structure in brain preprogrammed to learn language. But vocabulary and syntax is plastic and variable.

Dogma of sociologists (Emil Durkheim) 1895: anything that varies between cultures must be culturally rather than biologically determined. M. Mead argued that sexual practices were largely the product of nurture. Aversion to sociobiology, which seemed to provide justification for prejudice.

The brain has modules designed by evolution which are specialized mechanisms to recognize faces, read reactions, fear snakes, infer semantic meaning, etc.

Man is not the only tool user. He made tools c. 2.5 M years ago Oldowan technology. Man is not the only skilled hunter.

18% of our energy goes to the brain. Evolution of intelligence is not neutral. Concept of neoteny (retention of juvenile features into adult life)–more a feature of man than of other animals. Need for recursion in narrative speech [?].

Value of gossip. Man applies his intelligence in social situations. Consciousness operates on a need-to-know policy. The greatest minds are mind-reading minds: Jane Austen, Shakespeare. Animals use communication primarily to manipulate one another rather than to transfer information. Laws are easier to enforce when they are presented as part of social contract.

Deceiving and detecting deception are the primary uses of intelligence. Deception is the reason for the invention of the subconscious.

According to Geoffrey Miller, the neocortex is largely a courtship device to attract and retain sexual mates. Hominid males and females became satisfied with nothing less than psychologically brilliant, fascinating, articulate, entertaining companions. Sexual selection can complicate rather than assist the problems of survival. Women need to have the creativity and variety of Scheherezade (Scheherezade effect) to keep their husband around for years–men need the Dionysus effect to do the same (dance, music, intoxication, and seduction). Larger brains require longer period of maturation in the offspring, thus long-term bonds are required.

Dance, music, humor, and sexual foreplay are unique to humans. Sexual fascination of music is obvious.

Neoteny and obsession with youth…

The head is the human equivalent of the peacock’s tail according to sexual selection theory, but this connection is tenuous. Wit, virtuosity, inventiveness, and individuality turn people on. Be different.

Epilogue: The Self-Domesticated Ape

The study of human nature is at an early stage.. Human communities always invent a hierarchy and always atomize into possessive sexual bonds…

GERELATEERD         BOEKBESPREKINGEN.docx (6.5 MB)<—

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

7 Responses to God, sex en evolutie

  1. Pingback: ANTI-CREATO « Tsjok's blog

  2. Pingback: inhoud S « Tsjok's blog

  3. Pingback: INHOUD GLOS E « Tsjok's blog

  4. Arjan Fernhout zegt:

    Stephen Jay Gould over de uitgangspunten van Richard Dawkins n.a.v. de vraag: “U ergert zich over zelfzuchtige genen. […] Volgens D. zijn wij overlevingsmachines, blinde robots, geprogrammeerd om de zelfzuchtige moleculen in onze genen te bewaren. Hij schrijft dat deze waarheid hem nog altijd met verbazing vervult.”

    G: “Dat mag hem ook wel verbazen omdat het niet waar is. Als metafoor vind ik het best; het is een manier om over het darwinisme te spreken, maar voor D. is het geen metafoor. Hij gelooft dat het de werkelijkheid is. En hij heeft het mis en veel evolutie-biologen weten dat. (Darwin: natuurlijke selectie voor lichamen en daarvoor dacht men dat selectie opging voor soorten, ecosystemen en nog grotere eenheden > reductionische traditie verder na Darwin: selectie op niveau van organismen > nog verdere vorm van reductionisme bij Dawkins: selectie op niveau van genen) Maar dat kan niet, want natuurlijke selectie werkt op vele eenheden tegelijk. (indien voor elk onderdeel van een organisme precies één gen, dan wél selectie op genniveau) Maar zodra er sprake is van niet-additieve interactie op grote schaal tussen de genen – wat in werkelijkheid ook gebeurt – krijg je eigenschappen op het niveau van organismen die niet terug te voeren zijn op afzonderlijke genen. […] Selectie op genniveau is alleen maar plausibel als de dood of het aantal nakomelingen formeel terug is te voeren op de verschillende overlevingsvoorwaarden van de genen en dat is niet zo (zoals wel aan te tonen bij organismen). Het organisme is namelijk een verzameling bijkomende eigenschappen die voortvloeien uit de niet-lineaire interactie van genen en het kan dan ook niet simpelweg worden gereconstrueerd op grond van een opsomming van genen en hun werking. Dit is eigenlijk een filosofisch punt en mensen als Elliot Soburn en Lisa Lloyd, twee eminente filosofen op het gebied van de biologie, hebben hier overtuigend over geschreven.

    Dawkins heeft wel gelijk dat er selectie plaatsvindt op genniveau, maar daar heb je geen zelfzuchtige genen voor nodig. De selectie bestaat omdat de natuurlijke selectie op een aantal niveau’s tegelijk werkt. Je hebt selectie op het niveau van de soort, van het organisme – Darwins idee van selectie – en van het gen, en waarschijnlijk ook op het niveau van de stamboom of […] de lokale populatie (ik denk dat selectie via de voortreffelijkheid van het stamverband sterk onderschat wordt wat in sociaal-psychologische zin zeker anno nu uiterst relevant c.q dramatisch is – A.F.) Maar het interessante is dat genselectie, echte genselectie in de meeste gevallen optreedt als de genetische effecten niet tot uitdrukking komen in het organisme, het belangrijkste aanknopingspunt voor de selectie. Stel bijvoorbeeld dat een gen wordt gedupliceerd zonder dat het enig effect heeft op de uiterlijke vorm van het organisme, dan blijft het verborgen voor […] Darwins vorm van selectie, die op organismen inwerkt. En als het gen zich binnen het genetische systeem blijft vermenigvuldigen, is er sprake van selectie op genniveau: je hebt dan een gen dat volgens het darwinistische principe steeds meer kopieën van zichzelf in de wereld brengt. Dit soort genselectie komt weliswaar voor, maar komt niet tot uiting in de adaptieve fenotypen van het organisme. Dat is de fout die Dawkins maakt.”

    “Een schitterend ongeluk” W.Kayzer (1993) p.129-130.

  5. Pingback: INTEELT en dergelijke | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: