LIJST A fossiele amfibieen


GLOS A

 

Amfibieen 

http://www.prehistoriclife.nl/BeschrijvingAF.html  

De moderne land- en watersalamanders, kikkers en padden zijn de nakomelingen van de eerste Amphibia, oftewel amfibieën die zich 370 miljoen jaar geleden op het land waagden. Hun verovering van het land was echter geen volledig succes – voor de voortplanting moesten de amfibieën nog steeds terug naar het water. Het zijn hun afstammelingen – de reptielen – die pas echt het land veroverden. De naam Amphibia betekend ‘beide levens’ en refereert naar het vermogen van deze dieren om in twee werelden te leven – de wereld van het water, nog steeds bewoond door hun voorouders de vissen, en de wereld van het land, dat hun afstammelingen de reptielen zouden erven. De pas uit het ei gekropen larve van een amfibie is aangepast aan het leven in het water – ze heeft kieuwen en een zwemstaart. Later treedt er een vrij snelle gedaantewisseling op waarbij deze kenmerken verloren gaan. De larve krijgt dan longen en sterkere ledematen waarmee ze later aan het leven op het land was aangepast. Er zijn verschillende redenen om aan te nemen dat ook de fossiele amfibieën uit het Palaeozoïcum een dergelijk aquatisch larvaal stadium doorliepen. Er is een aantal vondsten gedaan van kleine individuen met sporen van kieuwen, die via een reeks van steeds grotere exemplaren verbonden zijn met volwassen dieren zonder sporen van kieuwen. In andere gevallen, zoals bij Seymouria werden in de kop van jonge dieren de restanten van kanalen van het zijlijnorgaan aangetroffen. Dit zijlijnorgaan kan alleen werkzaam zijn geweest onder water. Ten slotte is er een aantal nog levende amfibieën, zoals de mudpuppy uit Noord-Amerika, die weer zijn teruggekeerd naar een volledig aquatisch bestaan en in het volwassen stadium hun kieuwen hebben behouden. Dit gold ook voor een aantal Palaeozoïsche amfibieën zoals Gerrothorax, die drie paar veervormige kieuwen had. Een van de karakteristiekste kenmerken van de hedendaagse amfibieën is hun vochtige huid. Het is tegelijkertijd ook het kenmerk dat hen het duidelijkst onderscheidt van hun Palaeozoïsche voorouders. Moderne amfibieën ademen zowel door de longen als door de huid. Deze huidademhaling legt echter wel beperkingen op aan hun grootte en levenswijze. Veel amfibieën uit het Palaeozoïcum hadden zware schubben of een pantser over het lichaam en bereikten bovendien een respectabele omvang. Ze konden niet door de huid ademhalen en hadden om vochtverlies tegen te gaan een ondoorlaatbare leerachtige huid. Mede hierdoor waren het trage, nogal plompe dieren. Paleontologen zijn het er over eens dat de amfibieën zijn ontstaan uit een van de drie groepen spiervinnigen. Deze drie groepen zijn de longvissen (Dipnoi) met een aantal nog levende soorten, de Coelacanthida of Actinistia met nog één levende soort en de uitgestorven Rhipidistia, die zijn opgesplitst in de Osteolepiformes en de Porolepiformes. De structuur van de spieren en beenderen in de gepaarde, vlezige vinnen konden zich zonder veel moeite hebben ontwikkeld tot de ledematen van een primitief amfibie. Bovendien bezaten deze vissen net als amfibieën longen. Dit is in ieder geval zeker bij de nog levende longvissen; ook de enig levende Coelacanth heeft een, zij het enkelvoudige, op longen lijkende structuur. Het is op grond hiervan aannemelijk dat ook de uitgestorven Rhipidistia longen gehad zullen hebben. Verder hebben zowel de longvissen als de Rhipidistia openeningen in het verhemelte, die overeenstemmend zijn met de inwendige neusopeningen van de amfibieën. Paleontologen verschillen echter van mening over de groep waaruit de amfibieën zouden zijn ontstaan. De meesten geloven dat dit de Rhipidistia waren. De bouw van de schedel en de vinnen/poten van deze vissen vertoont een verbluffende overeenkomst met die van de primitieve amfibieën. Andere paleontologen houden het erop dat de longvissen de voorouders waren. Zij baseren dit op de ontwikkeling van longen, neusgaten en vinnen die overeenkomt met de ontwikkeling van deze lichaamsdelen bij levende amfibieën. Ongeacht tot welke groep de voorouders van de amfibieën hebben behoord, blijft de vraag waarom zij aan land zijn gegaan. Immers, de temperatuurwisselingen op het land zijn veel groter en het gevaar van uitdroging ligt constant op de loer. Aanvankelijk dacht men dat deze evolutionaire verandering tot stand was gekomen in een milieu waar periodieke droogten optraden. Vissen die hun uitdrogende poel konden verlaten en over land op zoek konden gaan naar andere nog waterhoudende poelen, zouden sterk in het voordeel zijn geweest. De meest recente theorie gaat er evenwel van uit dat de vissen het land op trokken om te ontkomen aan de vele roofzuchtige waterbewoners. Eenmaal aan land ontdekten zij de grote voedselrijkdom van de sappige begroeiing langs de oevers met slakken, wormen, insekten en andere ongewervelden. Dit was de gelegenheid voor cruciale evolutionaire veranderingen die uiteindelijk leidden tot de ontwikkeling van de eerste amfibieën. De oudst bekende amfibieën zijn gevonden in gesteenten van het Laat-Devoon op Groenland. In die tijd, zo’n 370 miljoen jaar geleden, maakte Groenland deel uit van het Euramerikaanse continent, dat toen ter hoogte van de evenaar lag. Opvallend is dat bijna lle vroege amfibieën en hun afstammelingen, de reptielen, tot in het Midden-Perm, zo’n 270 miljoen jaar geleden, slechts op dit continent zijn aangetroffen. Hieruit kan worden afgeleid dat deze dierenop dit continent moeten zijn ontstaan. Pas na het Midden-Perm, nadat Azië en de zuidelijke landmassa’s van Gondwanaland aan Euramerika waren vast komen te liggen en gezamenlijk het supercontinent Pangea vormden, verspreidden de amfibieën en reptielen zich over de gehele wereld. In het Perm bereikten de Palaeozoïsche amfibieën hun grootste vormenrijkdom. Uit deze periode zijn meer dan honder geslachten bekend, verdeeld over veertig families. In de Trias werden de laatste antieke amfibieën door de Therapsiden van het land verdreven. Er zijn uit deze periode weliswaar nog meer dan tachtig geslachten bekend, maar deze behoorden tot slechts vijftien families, alle temnospondyle labyrinthodonten. Aan het lange bestaan van de labyrinthodonten was nu bijna een eind gekomen. In het Jura kwamen nog slechts twee geslachten voor, één in Australië en één in China. De voorouders van de hedendaagse amfibieën met hun vochtige huiden waren ook al verschenen, zoals de eerste kikker Triadobatrachus. Beenderen van de eerste Urodela, waartoe de hedendaagse salamanders behoren, zijn gevonden in gesteenten uit de Jura

amfibieen evolutie en geologie    <–Docx

http://www.biolib.cz/en/taxon/id304/

Uitgestorven voorlopers van extante groepen 

  • Lissamphibia. Modern amphibians are known first from the Triassic, but they might have arisen earlier. Triassic fossils are rare, but the fossil record for frogs and urodelans after the Jurassic is quite extensive, but it is not for caecilians, probably because of their reduced skeleton.
  • Early frogs are from the Lower Jurassic of Argentina and Arizona, but there are some ‘proto-frogs’ from the Lower Triassic of Madagascar (Triadobatracus) and Poland (Czatkobatrachus).
  • The earliest salamanders are from Middle Jurassic Europe (Marmorerpeton) and Asia (Karaurus), while most later fossils are from all over the Northern Hemisphere.
  • The earliest fossil caecilian is Eocaecilia from the Lower Jurassic of Arizona, a form that still has reduced limbs, although in modern caecilians the limbs are absent.

Illustrations of what some prehistoric amphibians may have looked like:

prehistoric-amphibians-12622

 

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

°

A

___________________________________________________________________

Capitosauroid / ‘ Abi Adi Lizard ‘  / Ethiopia

Jurassic   Triassic

 

___________________________________________________________________

Acanthostega was redescribed in the 1990s by Jenny Clack and Mike Coates, and represents the most primitive tetrapod that has hands and feet for which we have a full skeleton. It had toes (eight per limb), no fin rays, a large load-bearing pelvis and is thought to have retained gills into adulthood.

Figure 2. Acanthostega in a swimming posture (from Clack)

Figure 3 The left forelimb of Acanthostega, showing the eight digits (from Clack)
___________________________________________________________________
°
___________________________________________________________________


Holotype (RSM 1967/13/1) of Acherontiscus caledoniae. From Carroll, 1969.              lepospondyli

http://www.palaeocritti.com/by-group/lepospondyli/acherontiscus

___________________________________________________________________


Acroplous vorax Hotton, 1959, DMNH 44396. Skull in A, dorsal view; B, ventral view (displaced pterygoids and parasphenoid removed during preparation); C, left lateral view; D, occipital view; E, right mandible, labial view (image reversed); F, lingual view (image reversed); G, dorsal view. Scale bar equals 1 cm.

http://dinosauria.ucoz.com/news/2008-07-02-4

___________________________________________________________________

actiobates

actinobates

______________________________________________________________

Actinodon

un-actinodon-(a-gauche)-decouvert-au-chemin-de-muse-et-un-onchiodon-(a-droite)-photo-dr

Un actinodon (à gauche) découvert au chemin de Muse et un onchiodon (à droite). Photo DR

http://www.bienpublic.com/cote-d-or/2011/08/25/des-fossiles-de-poissons-qui-nous-attendent

A rare fossil Amphibian :   Actinodon frossardi, from the Lower Permian of Autun,

http://fossilspictures.wordpress.com/2009/03/11/actinodon-frossardi-permian-france/Adamanterpeton

http://www.dinofan.com/dfanimals/LifeForm_Detail_Images.aspx?SBID=28106

Crâne d’Actinodon.
Crâne d'Actinodon.

Aedua Graudryi (Dauvage), Igornay, Saône-et-Loire.

 

_______________________________________________________________

Adelogyrinus simnorhynchus 89980f278576

  

Adelospondylus

adelospondylus watsoni skull 0ae4c0d045ba

 

Skull of Adelospondylus watsoni, after Carroll, 1967    http://www.palaeocritti.com/by-group/lepospondyli/adelospondylus

http://www.reptileevolution.com/adelospondylus.htm

________________________________________________________________

http://tolweb.org/Palaeobatrachidae/16985

 

_____________________________________________________________

dissorophoidean euskelian temnospondyl

 

______________________________________________________________

___________________________________________________________________

_____________________________________________________________

AMBER ….

Frogs, toads and other amphibians are very rarely found as amber inclusions for several reasons: they’re usually larger than most insects and as such have a greater amount of muscle power available to extract themselves from the primordial goo, their moist skin is less likely to stick to the sap, and their usual habitats aren’t in the trees.

 

Except for tree frogs, of course, of which the fingernail-sized specimen above is a prime example. If authenticated, this frog would have met his maker approximately 25 million years ago in the area of today’s Chiapas State, Mexico.

 

 

amphibamushttp://dinosaurs.about.com/od/dinosaurpictures/ig/Prehistoric-Amphibian-Pictures/Amphibamus.htm

Late Carboniferous (300 million years ago)/Small size; salamander-like body/insectivore ?

It’s often the case that the genus that lends its name to a family of creatures is the least understood member of that family. In the case of Amphibamus, the story is a bit more complicated; the word “amphibian” was already in wide currency when the famous paleontologist Edward Drinker Cope bestowed this name on a fossil dating from the late Carboniferous period.

Amphibamus seems to have been a much smaller version of the larger, crocodile-like “temnospondyl” amphibians (such as Eryops and Mastodonsaurus) that dominated terrestrial life at this time, but it might also have represented the point in evolutionary history when frogs and salamanders split off from the amphibian family tree. Whatever the case, Amphibamus was a small, inoffensive creature, only slightly more sophisticated than its recent tetrapod ancestors.

 

Saurerpeton (× 1/2, after Romer, 1930, fig. 6); Amphibamus, the palatal view × 2-1/4, from Watson, 1940, fig. 4 (as Miobatrachus), the dorsal view × 2-1/2, from Gregory’s revised figure of Amphibamus (1950, Fig. 1); Protobatrachus, × 1, from Watson, 1940, fig. 18, 19.

http://www.gutenberg.org/files/37350/37350-h/37350-h.htm

 

 

found in Ohio, USA //Medial Pensylvannian  //3 x 2.8 cm  Amphibamus lyelli

http://fossils.valdosta.edu/fossil_pages/fossils_pen/a5.html

AMPHIBIANS  (FOSSIL)

http://http://dc152.4shared.com/doc/gAtoYuue/preview.html

___________________________________________________________________

 

__________________________________________________________________

__________________________________________________________________

Anconastes was a realtively small temnospondyl amphibian,‭ ‬and although the name means‭ ‘‬mountain dweller‭’‬,‭ ‬Anconastes probably didn’t stray too far from the swamps and water systems of Carboniferous North America.

 

Gzhelian of the Carboniferous.

__________________________________________________________________

andrias_schleuchzeri.jpg   Untitled-1.jpg

 

 

__________________________________________________________________

Angusaurus: Getmanov 1989.  A. dentatus Getmanov 1989, A. succedaneus Getmanov 1989,A. tsylmensis Novikov 1990 (?= Trematosaurus [S02]), A. weidenbaumi (= Trematosaurus w. = Thoosuchus w.) Kuzmin 1935.

Range: Early Triassic of Russia.

Phylogeny: Trematosauridae:: Trematosaurus + *.

http://palaeos.com/vertebrates/temnospondyli/trematosauridae.html

 

___________________________________________________________________

 

___________________________________________________________

°  ANURA  

De moderne kikkers en padden worden gegroepeerd in de Anura. De volwassen dieren zijn zeer gespecialiseerde gewervelde dieren met de kortste wervelkolom van alle vertebraten en met geweldige springpoten. Een anure ondergaat tussen het larvale en het volwassen stadium een ware metamorphose. Hij verandert van een pootloze, zwemmende herbivoor (kikkervisje) met een lange staart in een springende, staartloze insectivoor met grote ogen. Paleontologen zijn er vrij zeker van dat de temnospondyle labyrinthodonten, bijvoorbeeld van eryopide vormen. De eerste amfibie met kikkerachtige trekken dateert uit de vroege Trias

 

 

________________________________________________________________

.Anthracosauria    

De anthracosauriërs, ook wel bekend onder de naam batrachosauriërs, waren labyrinthodonten die verschenen in het Carboon en in het Midden-Perm uitstierven. De groep was lang niet zo talrijk en vormenrijk als de temnospondylen, maar onder hen bevonden zich wel de voorouders van de reptielen. In tegenstelling tot de temnospondylen, zijn bij de anthracosauriërs de zijdelings gelegen elementen aan de wervels behouden gebleven en ontwikkeld tot de wervelkolom. Bij primitieve dieren zijn deze beide elementen nog in de vorm van 2 halve ringen. Bij latere soorten smelten deze samen en vormen zo de wervelkolom van de amnioten.

  • Order Anthracosauria, also known as coal lizards, are early stem-amniotes (not true amniotes though, as they still had a larval from) known from the Carboniferous to the Triassic. They were fish-eating carnivores that seem to have been terrestrial animals that became secondarily adapted for life in water. An example is Proterogyrinus from the Early Carboniferous of the USA and Scotland. This was 1 m long with an elongated skull, well developed limbs, a tail for swimming and may have had an eardrum.

 _____________________________________________________________________________

 

apachesaurus fossils

 

___________________________________________________________________

  • Apateon                       Apateon Lower Permian Fossil Amphibian    Apateon pedestris (a Permian tetrapod)

Apateon Permian Fossil AmphibianThis is a rarely seen amphibian; known as Apateon pedestris, thought to be a precursor of the salamanders. The family derives its name from the gill structures that are present from larvae to adult. Some salamanders demonstrate neoteny, or the capability of reproducing while in what is ostensibly the larval state. Neoteny is not all that uncommon among modern-day Apateonsalamanders (some 40 species in 9 different families demonstrate this strategy), with the Mexican Salamander, Axolotl, being an example; this means that it retains its gills and fins, and it doesn’t develop the protruding eyes, 
eyelids and characteristics of other adult salamanders. It grows much larger than a normal larval salamander, and it reaches sexual maturity in this larval stage. The detail is amazing for a specimen nearly 300 million years old. Note the soft tissue outlines preserved. Apateon pedestris grew to a maximum length of 9 cm.

click fossil pictures to enlarge

Phylum Chordata, Subphylum Vertebrata, Superclass Tetrapoda, Class Amphibia, Order Temnospondyli, Family BranchiosauridaeGeological Time: Lower Permian (Asselian Age – 290 million years ago)Size: 42 mm long (tip of skull to tip of tail along backbone). Matrix: 50 mm by 55 mm    Fossil Site: Red Beds, Odernheim, Germany

apateon wl-am1bapateon wl-am2bapareon wl-am3bapateon wl-am5bapateon wl-am6bapateon wl-am7bBranchiosaur Amphibian genus apateon, species pedestris Permian swamps in Pfalz, Germany    280 Million years old

 

_____________________________________________________________Aphaneramma

http://nl.wikipedia.org/wiki/Aphaneramma

Meer afbeeldingen

 

aphanerama skulls

aphanerammaAphaneramma is een uitgestorven geslacht van amfibieën, dat voorkwam in het Vroeg-Trias. Deze dieren konden tot 1 meter lang worden. Wikipedia

http://www.utm.utoronto.ca/~w3bio356/lab_info/lab_03/aphaneramma.htm

___________________________________________________________________

Apodops is an extinct genus of early caecilian from the Paleocene of Brazil.

_________________________________________________________________

_________________________________________________________________

_________________________________________________________________

temnospondyl amphibian in the family Rhytidosteidae from the early Triassic.

Arcadia myriadens.jpg

_________________________________________________________________

The only identified species in the genus is A. basalticus, which lived during the Oligocene

 

_________________________________________________________________

  Archegosaurus schedel/replica / Lebach/Saarland (germany) 

Archegosaurus 

Archegosaurus behoort tot de klasse der Labyrinthodonta, een groep uitgestorven amfibieën. Deze amfibieën waren de eerste vertebraten die in het Devoon het land veroverden. Zij hadden zich uit de Sarcopterygii ontwikkeld, een klasse waartoe de kwastvinnigen en longvissen behoren. In een groep uit deze klasse ontwikkelde zich in het Devoon de longen uit de zwemblaas, toen ze om onbekende redenen het water verlieten.
Archegosaurus kon 1 m lang worden. Samen met Sclerocephalus en Actinodon behoorde hij tot de grootste amfibieën in Europa in het Perm.

Archegosaurus decheni fossil. This amphibian, which lived in the Permian period (280-248 million years ago), was the first vertebrate to begin the conquest of solid ground. The fossil was found in deposits in Saarland, Germany. Taken from Mines and Miners L. Simonin, 1868.    http://www.sciencephoto.com/media/172180/view

http://www.henskensfossils.nl/NETH0001.htm

http://dinosaurs.about.com/od/tetrapodsandamphibians/p/archegosaurus.htm

Late Carboniferous-Early Permian (310-300 million years ago)/Stubby legs; crocodile-like build  / Fish eater

Considering how many complete and partial skulls of Archegosaurus have been found–almost 200, all of them from the same fossil site in Germany–this is still a relatively mysterious prehistoric amphibian. To judge from reconstructions, Archegosaurus was a large, crocodile-like carnivore that prowled the swamps of western Europe, feasting on small fish and (perhaps) smaller amphibians and tetrapods. By the way, there are a handful of even more obscure amphibians under the umbrella “archegosauridae,” one of which bears the amusing name Collidosuchus.

http://palaeos.com/vertebrates/temnospondyli/metoposauroidea.html

______________________________________________________________

_______________________________________________________________

_________________________________________________________________

  • Asaphestra,                                                                                                                                                         Asaphestra is an extinct genus of microsaur within the family Tuditanidae

___________________________________________________________________


Holotype of A. chiton. After Broili, 1904.

Holotype of A. glascocki. From Case, 1911.


Skull (UC 673) of A. novomexicanus. From Case & Williston, 1913.

http://www.palaeocritti.com/by-group/temnospondyli/aspidosaurus

___________________________________________________________________

___________________________________________________________________

australerpeton preview010

preview009

 

http://dc307.4shared.com/doc/gUOgboVx/preview.html

http://www.dinofan.com/dfanimals/LifeForm_Detail_Images.aspx?SBID=28144

___________________________________________________________________

Austrobrachyops Аустробрахиопс
Austrobrachyops jensei holotype, left pterygoid, dorsal view.
Trading card - Lost Worlds by William Stout - Large Thecodont and Austrobrachyops

___________________________________________________________________

†superfamily Brachyopoidea Lydekker 1885 (tetrapod) Alternative spelling: Brachiopoidea

OsteichthyesTemnospondyli

Synonym:   austropelor Longman 1941 [nomen dubium]

labyrinthodont amphibian

___________________________________________________________________

___________________________________________________________________

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

7 Responses to LIJST A fossiele amfibieen

  1. Pingback: INHOUD GLOS A « Tsjok's blog

  2. Pingback: FOSSIELE AMFIBIEEN INHOUD « Tsjok's blog

  3. Pingback: LIJST D FOSSIELE AMFIBIEEN | Tsjok's blog

  4. Pingback: LIJST B FOSSIELE AMFIBIEEN | Tsjok's blog

  5. Pingback: LIJST C FOSSIELE AMFIBIEËN | Tsjok's blog

  6. Pingback: LIJST FOSSIELE AMFIBIEEN E | Tsjok's blog

  7. Pingback: LIJST L Fossiele AMFIBIEEN | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: