Creationistische retoriek en debat met creationisten


 ANTI-CREATO ;
°
Inhoud
°
  1. Stefaan Blancke “debateren met creationisten “
  2. doorsnee creationistische volgelingen
  3. Els geuzenbroek “creationistiche rethoriek onder de loep”
  4. Waarom de “Christen fundie ”  de evotheorie moet verwerpen .
  5. The Woolly thinkers  Guide to retoric   —>  pdf   (klik)  woolly 
  6. evolutietheorie is niet gelijk aan atheisme 
  7. theistische evolutionisten : cartoon zak 
 °

DEBATTEREN MET  CREATIONISTEN ? 

Stefaan Blancke

Inleiding
Reeds tientallen jaren worden er op universiteitscampussen en elders in de Verenigde Staten debatten georganiseerd tussen creationisten en wetenschappers.

Het lijkt een zeer democratische, eerlijke manier van werken. Geef beide partijen de kans om elk hun argumenten uit de doeken te doen, en wie de beste argumenten heeft, wint het debat. Gezien de enorme bewijslast in het voordeel van de evolutietheorie -homologe kenmerken, het fossielenbestand, biogeografische bewijzen, DNA, embryologie, enz. – lijkt de uitslag van het debat eigenlijk al op voorhand vast te liggen, zou je denken. Niettemin nemen creationisten dolgraag deel aan zulke debatten. Elke kans op een confrontatie met een wetenschapper wordt met beide handen gegrepen. Reeds in de jaren dertig van de vorige eeuw nodigde Harry Rimmer, in die periode de meest beruchte creationist, wetenschappers uit om met hem in debat te treden. Hij betaalde zelfs voor al hun onkosten. Hebben creationisten dan misschien toch gelijk? Beschikken zij over zulke sterke argumenten dat ze denken het publiek voor zich te kunnen winnen? Of zijn het simpelweg intellectuele masochisten die het fijn vinden om publiekelijk op hun bek te gaan? Niets van dat alles: een debat heeft zo zijn eigen kenmerken die zeer aantrekkelijk zijn voor een creationist. Om dezelfde reden zijn wetenschappers niet zo tuk op dergelijke debatten. Vaak weigeren ze dan ook een rechtstreekse, publieke discussie met een creationist.


Ontleend respect en retorische trucs 

Eén van de redenen voor die weigering is dat creationisten hun deelname aan het debat op zich reeds als een overwinning beschouwen. Het feit alleen al dat een wetenschapper met hen in discussie treedt, is volgens hen een teken dat hun opvattingen ernstig worden genomen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat het enthousiasme van een creationist toeneemt naarmate de reputatie van de wetenschapper in kwestie groter is.

Zowel voor Richard Dawkins als Stephen J. Gould was dit voldoende redenen om elke uitnodiging tot een debat naast zich neer te leggen. Hoewel beide wetenschappers het over heel wat zaken oneens waren (bv. het tempo van evolutie, de waarde van het adaptationisme, de verklarende kracht van evolutie inzake het menselijk gedrag, enz.) correspondeerden ze vlak voor Goulds dood over een gezamenlijk standpunt ten opzichte van het al dan niet discussiëren met creationisten. In een brief die ze ter publicatie wilden opsturen naar de hoofdredacteur van de New Vork Review of Books schreven ze: “De vraag wie zo een debat zou ‘winnen’ is niet aan de orde. Deze mensen verwachten niet dat ze zo’n debat zouden kunnen winnen. De slag die ze willen slaan is eenvoudigweg de erkenning die voortkomt uit het feit dat ze met een echte wetenschapper op het podium mogen staan. Dit zal bij naïeve omstanders de indruk wekken dat er hier stof ligt die het echt waard is om er op ongeveer gelijke voet over te debatteren.” De boodschap is duidelijk. Door als wetenschapper met creationisten in debat te treden geef je hen – en hun opvattingen – een wetenschappelijke geloofwaardigheid die ze niet verdienen.
Toch zijn er mensen die wel de confrontatie met creationisten aangaan. Daarbij komen ze echter niet altijd als overwinnaar uit de bus. Duane T. Gish, auteur van Evolution. The fossils say no! en één van de voortrekkers van het wetenschappelijke creationisme in de jaren zeventig, maakte er een sport van om zijn tegenstander op korte tijd zoveel mogelijk “problemen” en “tekortkomingen” van de evolutietheorie voor de voeten te gooien. Daarbij sprong hij moeiteloos van fysica naar paleontologie, van biologie naar genetica. In het korte tijdsbestek van het debat kon zijn opponent – die meestal slechts specialist was op één domein – onmogelijk alle foutieve claims weerleggen. Hierdoor wekte Gish de indruk dat evolutionisten niet op al zijn opmerkingen een gepast antwoord hadden en er echt iets aan de hand was met de evolutietheorie. Het tij keerde echter voor Gish wanneer zijn opponenten zijn truc doorzagen en hem van hetzelfde laken een broek uitdeelden. Wetenschappers confronteerden Gish nu zelf meteen heleboel problemen voor het creationisme. Een andere manier om Gish het onderspit te laten delven, bestond erin zijn argumenten reeds te weerleggen nog voor hij ze zelf had geformuleerd. Gish stond er immers voor bekend dat hij als een robot telkens dezelfde argumenten naar voren bracht. Daarbij herhaalde hij steeds dezelfde grapjes. En ook die werden soms verteld voor Gish aan de beurt was.
Doorgaans zijn creationisten beter getraind in het voeren van een publiek debat dan wetenschappers. Ze beschikken dan ook vaak over een groter arsenaal aan retorische trucs om het debat in hun voordeel te laten kantelen. De grondlegger van de Intelligent Design-beweging, Phillip Johnson, laat een wetenschappelijke discussie bijvoorbeeld regelmatig uitmonden in een meer filosofisch debat. In plaats van te spreken over mogelijke interpretaties van bepaalde feiten, richt Johnson zijn pijlen op het naturalisme dat de basis vormt voor wetenschappelijk onderzoek. Hierdoor wordt de wetenschapper gedwongen de strijd aan te gaan op een terrein dat niet het zijne is. Niet dat Johnsons argumenten veel hout snijden, maar de wetenschapper kan de misvattingen niet meteen uit Johnsons redenering halen. Hierdoor loopt hij het risico bij het publiek een zwakke indruk na te laten.


Een politieke oplossing voor een wetenschappelijk probleem 

Een ander groot probleem is dat binnen die debatten wetenschappelijke onderwerpen worden behandeld op een niet-wetenschappelijke, bijna politieke manier. Niet dat discussies binnen de wetenschap onmogelijk of onwenselijk zijn, integendeel. Maar dan kan je op zijn minst verwachten dat de deelnemers aan die discussie, ten eerste, voldoende en juist geïnformeerd zijn over de huidige stand van zaken, ten tweede, bereid zijn die informatie op een correcte manier met een lekenpubliek te delen, en ten derde, een verbetering of uitbreiding van de wetenschappelijke kennis voor ogen hebben. Je mag ook veronderstellen dat er een echt probleem op tafel ligt waarover echte, wetenschappelijke discussie bestaat. In het geval van het creationisme is geen van die voorwaarden vervuld.

Ten eerste zijn creationisten veelal leken met betrekking tot de wetenschappen waarbinnen zij zich menen te kunnen bewegen. Paul Chien bijvoorbeeld, de voornaamste ‘paleontoloog’ binnen de Intelligent Design beweging, is een bioloog zonder enige paleontologische verdienste. Henry Morris, grondlegger van de creationistische beweging in de jaren zestig en zeventig en stichter van het Institute for Creation Research (ICR), is een hydraulisch ingenieur -en de reeds vermelde Phillip Johnson is een jurist. Daarom kan je maar beter voorzichtig omspringen met de informatie die zij verspreiden over biologie, geologie, enz.

Ten tweede hebben creationisten de neiging om hun eigen versie van de evolutietheorie te fabriceren. Vervolgens tonen ze aan dat die versie geen steek houdt en evolutietheorie onmogelijk waar kan zijn. Een goed voorbeeld is de idee dat evolutie een spel is van louter toeval. Schud wat atomen door elkaar en na verloop van tijd, als je genoeg hebt geschud, ontstaat er toevallig iets complex zoals het oog. Er is echter geen enkele bioloog die deze versie aanhangt. Binnen het debat spreken beide partijen dus over twee heel verschillende evolutietheorieën. Alleen weet het publiek dat niet, en ontstaat de indruk dat creationisten inderdaad fouten binnen de evolutietheorie weten bloot te leggen. Deze indruk berust echter op foutieve informatie die creationisten al dan niet bewust verspreiden.

Ten derde zijn creationisten allerminst begaan met de verbetering of de uitbreiding van wetenschappelijke kennis. Het creationisme is in de eerste plaats een politiek-maatschappelijk project met een zeer conservatieve agenda. Daarom ook is de overwinning in de ogen van de creationisten al behaald op het moment dat een wetenschapper toehapt en de uitnodiging voor een debat aanvaardt. Het verleent hen en hun ideeën een zekere geloofwaardigheid, die ze daarna kunnen aanwenden om bij het publiek nog meer twijfel te zaaien over de evolutietheorie en hun verhaal kracht bij te zetten.

Ten vierde lijkt het alsof er werkelijk iets tussen creationisten en evolutionaire wetenschappers te discussiëren valt, maar dat is natuurlijk niet zo. Niet dat er binnen de wetenschappen geen discussie over de evolutietheorie meer mogelijk is, verre van. Wetenschap leeft van kritiek, ze is niet mogelijk zonder. Biologen discussiëren bijvoorbeeld nog heel fel over het belang en de reikwijdte van natuurlijke selectie. Die discussie vindt echter plaats tussen mensen die oprecht zoeken naar de meest waarschijnlijke verklaringen voor bepaalde fenomenen. Die intentie ontbreekt volkomen bij creationisten. Ook vandaag herhalen aanhangers van Intelligent Design klakkeloos dezelfde argumenten als de creationisten uit de jaren zeventig. De wetenschap daarentegen is niet blijven stilstaan, dus het valt te betwijfelen of die argumenten nog steeds van tel zijn (als ze dat ooit al zijn geweest).
Creationisten zoeken hun toevlucht tot het debat om hun zogenaamde wetenschappelijke bezwaren te uiten, omdat ze binnen het wetenschappelijke bedrijf zelf geen plaats krijgen. Ze horen helemaal niet thuis in de wetenschappen. Hun opvattingen kunnen immers de toets van de kritiek niet doorstaan. In debat gaan met een wetenschapper is de enige manier waarop ze nog enigszins wetenschappelijke allure kunnen verwerven. Wanneer Maria Vanderhoeven, de toenmalige Nederlandse CDA-minister voor Onderwijs, in 2005 een oproep deed voor een debat tussen evolutionaire wetenschappers en aanhangers van Intelligent Design, was ze in dezelfde retorische val getrapt. Een gesprek met Cees Dekker, een Nederlands natuurkundige (en dus wederom geen bioloog) met een voorliefde voor Intelligent Design, had haar daartoe aangezet. Een wetenschappelijk probleem los je echter niet op door elke visie evenwaardig te behandelen en erover te debatteren, maar door het toepassen van de wetenschappelijke methode. Via een politieke weg een andere visie opdringen aan de wetenschap is niet gezond en getuigt slechts van de zwakte van die visie.

°
Dogmatische wetenschappers 
Er zijn dus redenen te over om als wetenschapper niet met creationisten in debat te gaan. Er is echter ook een keerzijde. Als je niet op een uitnodiging ingaat, bestendig je de populaire karikatuur van de dogmatische wetenschapper, die creationisten graag verspreiden. Een weigering om te debatteren leggen ze uit als het zoveelste bewijs dat wetenschappers niet willen luisteren naar de creationisten. Wetenschappers stellen zich niet open voor een andere visie. Of durven wetenschappers gewoonweg de confrontatie niet aan, uit angst dat de leugens van de evolutietheorie aan het licht zouden komen? Op die manier is het natuurlijk niet moeilijk om gelijk te halen. In ieder geval claimen creationisten dat ze niet de behandeling krijgen die ze verdienen.

Een weigering komt creationisten evengoed uit als een toezegging. Aanvaard je als wetenschapper de uitnodiging dan profiteren ze van de respectabiliteit die je ze verleent. Weiger je, dan word je ingeschakeld in een aloude creationistische klaagzang. Creationisten hebben immers steeds het gevoel dat ze tekort worden gedaan door wetenschappers. Ze ijveren voor gelijke tijdsverdeling (equal time) en evenwaardige behandeling (balanced treatment) in openbare scholen. Ze appelleren daarbij ongegeneerd aan de sterke democratische gevoelens van de Amerikaanse bevolking. Ze presenteren het creationisme als een volwaardig alternatief voor de evolutietheorie en beweren dat hun visie daarom minstens even veel aandacht verdient. Moeten kinderen niet alle informatie krijgen om een kritisch oordeel te kunnen vellen over de evolutietheorie? De dictatoriale wetenschappers laten echter zelfs niet toe dat ook maar iets van het creationisme de klassen binnendringt. Hoe onfair is dat? En als je als wetenschapper het debat weigert, wuif je opnieuw de ‘uitgestoken hand’ van de creationisten weg.

°
Besluit 
Wanneer je als wetenschapper een uitnodiging krijgt om in discussie te treden met een creationist, beland je abrupt in een situatie waarin je niet kan winnen. Ofwel aanvaard je het debat en verleen je jouw tegenstander een geloofwaardigheid die hij of zij niet verdient. Ofwel weiger je de confrontatie aan te gaan, en word je verweten een enggeestige, starre dogmaticus te zijn. Nochtans zijn er voldoende redenen om te weigeren: je loopt het risico om op onbekend terrein te komen en om verstrikt te geraken in retorische trucs. Een goede voorbereiding kan dat enigszins verhelpen. Kortom, een eenvoudig antwoord ligt niet voor de hand. Elke wetenschapper die wordt uitgenodigd moet zelf bepalen of hij de uitnodiging aanvaardt of niet. Maar als een wetenschapper het debat weigert, geloof dan niet dat hij uit angst elke confrontatie vermijdt, zoals creationisten graag beweren. Of dat hij te naargeestig, te ingenomen is om creationisten een kans te geven. Wetenschappers zijn voldoende kritisch. Zelfkritiek en kritiek van en op anderen is van vitaal belang voor degelijk wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappers hebben een open geest, maar niet zo open dat hun hersenen eruit vallen. Meer mogen we niet verwachten.

 °

Waar haalt de doorsnee creationistische volgeling de mosterd ? 

°

1.- Autoriteit wordt toegekend aan pseudo-wetenschappers  en  sektarische apologeten : de referenties van  doorsnee creationisten  zijn de websites en propaganda van die professionele creationisten 

 

Doorsnee creationisten vertrouwen  op de expertise van anderen.

Ik zie tenminste niks origineels in dat dom gelul van hen . Die ” expertise” heeft alleen geen betrekking op wetenschap … het zijn doodeenvoudig  staaltjes  rethorische  taalvirtuositeit , pseudowetenschap, drogredenaties en soms regelrechte leugens van apologeten  en  bouwers van woordkastelen  ( zoals ook  confessionele  theologen meestal doen )

2.)

Doorsnee creationisten zijn herkauwers  en net als hun “voorgangers” vooral citaten-maniakken en  quote-miners   die het liefst van al  wetenschappelijke citaten uit hun context situeren  , zodat het  gemakkelijker  wordt  /lijkt alsof dit hun stellingen onderbouwt  …. 

http://en.wikipedia.org/wiki/Fallacy_of_quoting_out_of_context

 

°

Creationistische retoriek onder de loep

29 01 09 –

http://www.atheisme.eu/nl/entry/178/creationistische_retoriek_onder_de_loep

Auteur: Els Geuzebroek


12th Foundational Falsehood of Creationism. Creationistische methode onder de loep.

De strategie waarmee creationisten hun visie aan de man brengen berust in essentie op drie soorten argumenten, die makkelijk zijn door te prikken als je ze herkent:

1) retorische argumentatie die geen feitelijke basis heeft (type I),

2) het verdraaien of ontkennen van wetenschappelijke feiten (type II),

3) een wetenschappelijke status van het creationisme suggereren (type III).

Het is   een goed idee dit te demonstreren aan de hand van het gesprek met de creationistische catastrofist, geoloog en bioloog Tom Zoutewelle tijdens de uitzending waarmee Andries Knevel het darwinjaar bij de EO opende.
De evolutieleer verklaart het bestaan van de soorten vanuit de werking van de natuur zelf; volgens creationistische opvattingen wordt de evolutie gestuurd door een onzichtbare hand. De evolutieleer baseert zich daarbij op tastbare biologische feiten en fossiele vondsten, terwijl theorieën die stellen dat de hand van god schuilt in het bestaan van het leven het volledig moeten doen met retorische argumenten. Dit zijn bewijzen die hun kracht ontlenen aan de welsprekendheid van de brenger van de boodschap, zonder hiervoor tastbaar bewijs te leveren.


Atheist’s Nightmare. Bewijzen voor evolutie worden ontkend.

Dit verschil is zo essentieel dat de belangrijkste creationistische strategie bestaat uit het bagatelliseren of ontkennen van de bewijzen voor evolutie, om hiermee op gelijke voet te komen. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat de evolutietheorie ‘slechts een theorie is’, dat voor de evolutie geen enkel bewijs bestaat, geen fossiele vondst ooit heeft aangetoond dat een soort is geëvolueerd uit een vorige soort, dat zogenaamde bewijzen in werkelijkheid vervalsingen zijn of dat ze aanspraken allang weer zijn herroepen: allemaal type II-argumenten.

Daartegenover wordt gesuggereerd dat er vele wetenschappelijke bewijzen zijn voor goddelijk ingrijpen in de evolutie. Het eerste voorbeeld voor dit type III-argument is al meteen de wetenschappelijke status van twee deelnemers in de uitzending, Cees Dekker en van Zoutewelle, die als argument op zich fungeert voor wie wetenschappelijke bewijs voor god wil suggereren. Dit argument wordt ontkracht door de constatering dat deze wetenschappers weliswaar op de hoogte zijn van allerlei wetenschappelijke feiten, maar precies daar waar goddelijke invloed zou moeten worden aangetoond ontbreekt nu juist het wetenschappelijke bewijs en het wetenschappelijk denken. De wetenschap van de creationisten en catastrofisten gaat over de oude god van de gaten. Wetenschappers van deze orde zijn dan ook altijd op zoek naar de gaten in de wetenschap.

Onwaarneembare kracht

Zoutewelle neemt afstand van vele niet ter discussie staande wetenschappelijke ontdekkingen ten gunste van het catastrofisme en steekt zijn licht over de evolutionaire stand van zaken op in creationistische kringen. Volgens hem is de wereld niet alleen ontstaan door zichtbare krachten; ook onzichtbare krachten hebben een rol gespeeld.

Commentaar
Hoewel voor de evolutie voortdurend tastbare feiten als bewijs worden aangedragen, is voor goddelijke inmenging nog geen enkel tastbaar bewijs gevonden. Dat kan ook uit de aard van de zaak niet, want zoals Tom Zoutewelle zegt: het gaat juist om die ‘onzichtbare invloed’ waar god hem zit, de ‘onzichtbare fenomenen’. Nou is ‘onzichtbare kracht’ een retorische drogreden die als een worst voor onze neus wordt gehangen maar waar we nooit bijkunnen. Een typisch type I-bewijs dus. Iets is onwaarneembaar of het is een fenomeen: de woorden sluiten elkaar uit en spreken elkaar tegen. 
Natuurlijk kun je tegenwerpen dat die kracht er toch wel kan zijn, maar dat wij mensen niet zijn toegerust om hem te kunnen waarnemen. Maar dat is weer te weerleggen omdat we zo’n onwaarneembare kracht helemaal niet nodig hebben voor de evolutietheorie. De waarneembare werkelijkheid is voldoende. Het argument dat de onzichtbare kracht zijn werking heeft in die gebieden die de wetenschap ‘niet kan verklaren’ betreft de bekende ‘god van de gaten’.

Een kracht of invloed die niet zichtbaar is, is er gewoon niet. Wetenschappelijk uitgedrukt zou je kunnen zeggen dat de invloed van god oneindig klein is, en dat is dus verwaarloosbaar.
Toch heeft deze oneindig kleine macht een omgekeerd evenredige grote overtuigingskracht op de creationist. Hoe onzichtbaarder god is, hoe meer dat een bewijs is voor zo’n grootsheid, lijkt het. Als je hem nergens ziet, moet het wel een zeer bijzondere kracht zijn, heel anders dan alle krachten die wij kennen. Zo wordt afstand gedaan van de noodzaak van bewijsvoering voor een goddelijk aandeel in de werkelijkheid.

Terwijl een wetenschappelijke theorie aan de kant wordt gezet omdat foute ideeën zorgvuldig worden geëlimineerd en nieuwe ontdekkingen die de theorie kunnen verbeteren worden toegelaten, wordt een theorie superieur geacht die feitelijke bewijskracht afwijst vanwege het grenzeloze vertrouwen in het niet-waarneembare en dus in wetenschappelijk opzicht niet-bestaande.

Het verbeteren van een theorie is geen argument tégen die theorie.

De evolutieleer zal volgens Zoutewelle binnen aanzienbare tijd als de grootste wetenschappelijke dwaling worden beschouwd, op grond van de vele veranderingen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden sinds Darwins boek het daglicht zag. De evolutietheorie is in tegenstelling wat niet-wetenschappers volgens Zoutewelle denken helemaal geen afgeronde theorie.

Commentaar

ventastega  acanthostega
tiktaalik:ventastega,acanthostega entiktaalik: overgang van vinnen naar poten in het late devoon, ca. 360 miljoen jaar geleden.

*

*

°Het diskwalificeren van het wetenschappelijk gehalte van de evolutietheorie is standaard type II-retoriek. Verandering en ontwikkeling zijn natuurlijk geen argumenten tégen evolutie, maar een gevolg van voortschrijdend inzicht. In de loop van anderhalve eeuw werd het inzicht in evolutie steeds groter door voortdurend onderzoek, nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, steeds meer fossiele vondsten die laten zien hoe evolutie naar andere soorten plaatsvond etc. Hoewel er geen complete afstammingslijnen zijn in te vullen van de vroegste levensvormen tot een van de huidige in leven zijnde soorten, zijn er wel degelijk tussenstadia gevonden die laten zien dat ontwikkeling heeft plaatsgevonden van lichaamsdelen, bijvoorbeeld van vissevin naar voeten en ledematen. Een voorbeeld is de acanthostega, eenamfibieachtige vis, die 360 miljoen jaar geleden in het devoon langzaam op weg waren van het water naar het land te trekken. De acanthostegawas in vele opzichten nog een vis. Hij had bijvoorbeeld nog geen longen en ademde met kieuwen. Maar de vinnen hadden de vorm van poten met voeten gekregen, niet sterk genoeg om mee te lopen, maar wel wel om zich voort te bewegen in de modder, misschien in water dat te ondiep was om te zwemmen. Een andere ‘vis met poten’, waarover in 2006 werd gepubliceerd, is de tiktaalik. Ook deze leefde in het devoon. Dergelijke vondsten uit het devoon laten zien dat de poten eerst in het water ontstonden, en later op het land een toepassing vonden toen ze sterk genoeg werden om op te kunnen lopen.

Het diskwalificeren van het wetenschappelijk gehalte van de evolutietheorie is standaard type II-retoriek. Verandering en ontwikkeling zijn natuurlijk geen argumenten tégen evolutie, maar een gevolg van voortschrijdend inzicht.

In de loop van anderhalve eeuw werd het inzicht in evolutie steeds groter door voortdurend onderzoek, nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, steeds meer fossiele vondsten die laten zien hoe evolutie naar andere soorten plaatsvond etc.

Hoewel er geen complete afstammingslijnen zijn in te vullen van de vroegste levensvormen tot een van de huidige in leven zijnde soorten, zijn er wel degelijk tussenstadia gevonden die laten zien dat ontwikkeling heeft plaatsgevonden van lichaamsdelen, bijvoorbeeld van vissevin naar voeten en ledematen.

Een voorbeeld is de acanthostega, een amfibieachtige vis, die 360 miljoen jaar geleden in het devoon langzaam op weg waren van het water naar het land te trekken. De  acanthostega was in vele opzichten nog een vis. Hij had bijvoorbeeld nog geen longen en ademde met kieuwen. Maar de vinnen hadden de vorm van poten met voeten gekregen, niet sterk genoeg om mee te lopen, maar wel wel om zich voort te bewegen in de modder, misschien in water dat te ondiep was om te zwemmen. Een andere ‘vis met poten’, waarover in 2006 werd gepubliceerd, is de tiktaalik. Ook deze leefde in het devoon. Dergelijke vondsten uit het devoon laten zien dat de poten eerst in het water ontstonden, en later op het land een toepassing vonden toen ze sterk genoeg werden om op te kunnen lopen. 
Embryologisch onderzoek laat zien dat aan de ontwikkeling van de voet een structuur vooraf gaat die voorkomt in de vinnen van straalvinnige vissen.


Gerobatrachus hottoni, gemeenschappelijke voorouder van kikkers en salamanders, leefde in het perm.

Hoewel vele anti-evolutionisten blijven volhouden dat er nooit een missing link is gevonden, zijn er dus ontelbare tussenvormen gevonden, die laten zien dat er een weg in de evolutie van lichaamsdelen waarneembaar is.

Natuurlijk brengt iedere tussenvorm weer twee nieuwe open plaatsen met zich mee, eentje voor en eentje na de ontdekte tussenvorm, zodat elke nieuwe ontdekking eigenlijk leidt tot méer gaten om de creationisten gerust te stellen. Elke ontdekte schakel betekent voor de creationist twee gaten erbij waar god kan worden opgeslagen. 

Waar evolutie toe in staat is, is het beste te demonstreren aan de hand van de soorten dieren en planten die met de hulp van menselijke selectie zelf zijn ontwikkeld tot eetbare gewassen en gedomesticeerde dieren.

Darwin, die zelf paarden fokte, kwam hierdoor op het revolutionaire idee van de natuurlijke selectie. Het darwinisme verklaart het ontstaan van de soorten door het mechanisme van natuurlijke selectie op de altijd aanwezige variatie binnen een populatie van een soort.

Ouders geven hun bijzondere kenmerken door aan het nageslacht. Aanpassing aan omgevingsfactoren vindt plaats als een kenmerk het aantal nakomelingen begunstigt ten opzichte van anderen, zodat dit kenmerk zich op den duur door de hele populatie verspreidt.

Wetenschappelijke kennis wordt niet geopenbaard

elementenlijst

Bekijk hier

de complete elementenlijst van het Discovery Institute: satirisch voorbeeld van type II-argumentatie.

Wetenschappelijke vooruitgang voorstellen als een bewijs van zwakte omdat het verbetering en verandering inhoudt is een elementair voorbeeld van een type II-bewijs: het bagatelliseren en ontkennen van wetenschappelijke feiten.

Wetenschappelijke kennis komt niet zoals goddelijke openbaringen als een kant en klaar, onaantastbaar pakketje uit de hemel vallen.

Van goddelijke openbaringen wordt aangenomen dat ze onfeilbaar zijn, wat het erkennen van fouten hindert. Een beroep doen op de onfeilbaarheid van god is natuurlijk een type I-argument: je kan er het woordje ‘niks’ voor in de plaats zetten.

In essentie is het probleem dat sommigen er moeite mee hebben in te zien dat de heilige boeken aan de menselijke geest zijn ontsproten en door mensenhanden zijn geschreven, waardoor ze leiden aan menselijke beperkingen. Door de ongefundeerde bijbelse beweringen als onfeilbaar te beschouwen kunnen ze niet van hun elementairste fouten worden ontdaan. Liever proberen aanhangers van openbaringen de hele natuur door retorische salto’s aan te passen aan de vermeende openbaring dan te zeggen dat het geopenbaarde niet helemaal aansluit bij wat we met eigen ogen waarnemen, dus dat er iets niet aan klopt.
Nieuwe vondsten worden aan de theorie getoetst, en als ze erin passen is de theorie nog eens bevestigd; passen ze niet, dan moet misschien de theorie worden aangepast of zelfs verworpen. Maar tot nu toe is, ondanks de vele ontdekkingen en vergissingen, nog nooit het concept van evolutie zelf op losse schroeven kwam te staan. Het spreekt vanzelf dat er op basis van de beperkte aantallen vondsten tot nu toe af en toe fouten worden gemaakt. Maar doordat fouten worden hersteld, wordt het inzicht alleen maar groter. In tegenstelling tot de grote hoeveelheid bewijzen voor evolutie is er nooit een tastbaar bewijs ter ondersteuning van de herhaalde scheppingen van de catastrofetheorie aangedragen.

Wetenschap is geen heilige waarheid

Wetenschap is ook geen ‘heilige waarheid’, waar iedereen zich aan moet onderwerpen alsof het onaantastbare dogma’s betreft. Wetenschappelijke theorieën nodigen altijd uit tot falsificatie, en moeten zelfs falsifieerbaar worden opgesteld, zoals Zoutewelle toch wel zal weten. Het is dus niet verbazend dat een revolutionaire theorie die een eeuwenoud religieus scheppingsverhaal tegenspreekt dankzij het doen van waarnemingen niet onmiddellijk een onfeilbaar alternatief op tafel legt.

Hoe werkt evolutie? Bekijk de documentaire De blinde horlogemaker van Richard Dawkins.

Bovendien is het verhaal over evolutie veel complexer en kleurrijker dan de enkele, vage beweringen uit de heilige boeken. Dit is mooi te zien in de documentaire De onzichtbare horlogemakervan Richard Dawkins, een film die iedereen in het darwinjaar zou moeten bekijken. Evolutie is een simpele, begrijpelijke verklaring voor het leven en het onstaan van soorten, die veel meer voor de hand ligt en aanvaardbaarder is dan het idee dat een onzichtbare god het leven op onverklaarbare wijze schiep. Natuurlijk, bepaalde dingen zijn voor ons onverklaarbaar, maar om hier vlug god in proberen te voeren is simpelweg de god van de gaten, de god die steeds verder naar de achtergrond verschuift naarmate meer vragen worden beantwoord; een typisch type I-bewijs dat ongedefinieerd blijft en alleen uit woorden bestaat. Het is de god wiens naam betekent: ‘ik weet het gewoon niet’. Onbeantwoorde vragen kun je dan ook beter beantwoorden door te zeggen ‘ik weet het niet’, in plaats van opgelucht danwel triomfantelijk te roepen: ‘en dat deed nou god!’

Sporen van een aapachtige herkomst

Tom Zoutewelle vindt de suggestie dat de mens via selectie en mutatie of door ‘toeval’ is ontstaan wetenschappelijk onzinnig. Op de vraag naar een wetenschappelijk alternatief wijst hij op de sporen van ontwerp, die als bewijs dienen voor goddelijke interventie. Een voorbeeld van zulke sporen is dat er indicaties zijn dat er voor de biochemische basis van het leven vormen van ontwerp nodig zijn.

commentaar


DNA-ligase: complexe biochemische basis voor het leven niet mystificeren maar verklaren.

Vormen van ontwerp: een schoolvoorbeeld van een retorisch type I-argument. Net als ‘god’ staan de ‘vormen van ontwerp’ nergens voor, en worden ze ‘per definitie’ niet verklaard.
De ‘sporen van ontwerp’ zijn type III-bewijzen: het woord ‘sporen’ suggereert dat het gaat om waarnemingen met bewijskracht voor een ontwerper. Maar het gaat gewoon om waarneembare fenomenen waarvan het bestaan door niemand wordt ontkend. Het argument is te herleiden tot het aloude: ‘De schepper bestaat, want zie, zijn schepping, de aarde, bestaat’. De retorische kracht zit erin dat de tastbaarheid van het verschijnsel moet afstralen op de ontwerper. Maar de ontwerper is en blijft een retorisch hol vat. Complexe systemen fungeren niet als bewijs voor een ontwerper. Het betreft gewoon zaken die verklaard moeten worden. Welke elementen van die chemische basis wijzen op een ontwerp, en wat zijn er voor bewijzen dat hier werkelijk een ontwerper moet hebben gesleuteld? Hoe de verwijzing naar de biochemische basis van het leven een wetenschappelijk alternatief is, wordt uit het gesprek verder niet duidelijk. Ook op de website waar Zoutewelle aan verbonden is, creaton.nl, is geen exactere beschrijving te vinden van wat hier bedoeld wordt, en waarom ‘de biochemische basis’ een ‘spoor van ontwerp’ is dat als bewijs kan dienen voor het bestaan van een ontwerper.
Vormen van ontwerp of sporen van ontwerp zijn geen concrete feiten, en het zijn zeker geen wetenschappelijke bewijzen voor het bestaan van een god. Sporen van een aapachtige herkomstzijn overvloediger aanwijsbaar, en zijn ook veel bewijsbaarder.
De moderne mens heeft veel lichamelijke gebreken die je vanuit het idee van een intelligente ontwerper ontwerpfouten zou willen noemen. In feite zijn dat vaak sporen die verwijzen naar onze herkomst van aapachtige wezens.

verstandskies (1)
Doordat het gezicht van mensen korter werd, past de verstandskies niet goed in onze kaken.

Voor de opkomst van de moderne tandheelkunde was het doorkomen van de verstandskies een belangrijke doodsoorzaak. Gezicht en kaken van de moderne mens werden korter dan die van onze voorouders, terwijl ons gebit nog de kenmerken had van onze voorouders met een langere snuit. Nog altijd probeert hetzelfde aantal kiezen zich in te passen in een hiervoor te klein geworden kaak, en velen onder ons zijn geconfronteerd met de misère die dit met zich meebrengt.
Een lange snuit is het kenmerk van een aapachtige, en niet van een mens. Een sleutelende ontwerper had iets aan het kaakprobleem gedaan.
Het wijzigen van de gezichtsvorm brengt ook een andere positie van het strottenhoofd met zich mee, waardoor wij een flexibele stem hebben en ons spraakvermogen ontwikkelden. Maar een nadeel van die verschuiving is dat we ons makkelijk kunnen verslikken.
De oudste gevonden primaten dateren van zo’n zestig miljoen jaar terug, uit de periode die we Krijt noemen. Deze leefden in de bomen. In latere periodes ontstonden nieuwe soorten. Soorten als de orang oetan en de ramapithecus, die ca. 10 miljoen jaar geleden verschenen, zijn verwant met de moderne mensapen. Er zit geen logica in een scheppingstheorie die inhoudt dat er regelmatig catastrofes en herscheppingen hebben plaatsgehad om nieuwe soorten te implementeren die zo goed in een continue lijn zijn te plaatsen dat ze ook met evolutie te verklaren zijn.

Handachtig skelet van de Walvisvin.

Andere voorbeelden zijn atavistische kenmerken als het bezit van een staart of een sterk behaarde huid of rudimentaire organen als ons stuitbeen, en de staart die we tijdens onze embryonale fase ontwikkelen, die gelukkig weer verdwijnt. Walvissen en dolfijnen hebben rudimentaire achterpoten, een herinnering aan een leven als landzoogdier. De vroegste voorouders van de walvis, zoals de pakicetus en de ambulocetus (‘wandelende walvis’) hadden nog zwakke poten, maar ze leefden in het water. Bij deze dieren ontwikkelen de achterpoten zich net als bij ons de staart nog altijd tijdens de embryonale fase, maar voor de geboorte zijn ze alweer teruggetrokken. Aan het skelet zijn ze echter nog wel aanwezig. Paleontologisch onderzoek laat zien dat walvissen afstammen van evenhoevige dieren. Ze zijn naaste familie van het nijlpaard. Het skelet van de voorvínnen van de walvis laat zien hoe binnen de huid een handachtige ledemaat met vijf vingers schuilgaat, een herinnering aan vroegere voorouders. Waarom zou een god de moeite nemen van een herschepping waarbij een structuur intact wordt gelaten die hoort bij een andere omgeving, compleet met behoud van ongebruikte gewrichten?
Natuurlijk is het mogelijk dat god de bouwstenen van oudere modellen niet weggooide maar hergebruikte in nieuwe systemen voor modernere functies, zonder acht te slaan op de problemen die ontstaan als verouderde onderdelen lukraak worden hergebruikt in plaats van ze te perfectioneren volgens de eisen van de nieuwe markt. Maar dan doet god eigenlijk niet veel bijzonders extra dat niet ook gewoon verklaard kan worden door evolutie. Aangezien god volledig onzichtbaar is, krijgt volgens het scheermes van Ockham natuurlijke selectie de voorkeur. Dergelijke feiten wijzen op een aapachtige herkomst, en niet op een schepper die bij tijden een nieuwe schepping neerzet.

Tom Zoutewelle: ik laat me niet uit over de aard van de ontwerper… 

commentaar
Dat is dan ook een zuiver, 100 % type I-argument. Een ongedefinieerd woord zonder enige betekenis, een retorisch hol vat. Ontwerper, god, ‘iets’, hogere macht, onwaarneembare kracht, al dit soort woorden betekenen niets, en stralen hun betekenisloosheid af op ieder tastbaar begrip waaraan ze worden gekoppeld.
Wie een wetenschap promoot waarin een schepper ingrijpt in het leven, zal als eerste een theorie moeten ontwikkelen over zo’n schepper. Als precies dat wordt nagelaten, is er geen sprake van wetenschap, maar van geloof.

Zoutewelle: …maar ik heb zelf de overtuiging dat wetenschappelijk is vast te stellen dat het gaat om een ontwerp.

commentaar
De overtuiging dat iets wetenschappelijk is vast te stellen is van hetzelfde kaliber als het onwaarneembare fenomeen. ‘Overtuiging’ is hier gelijk aan ‘geloof’, terwijl er in de praktijk helemaal niets wetenschappelijk wordt vastgesteld. Retorisch gezien lift de volledig onfeitelijke ‘overtuiging’ mee op de suggestie van het betrouwbare ‘wetenschappelijke vaststellen’. Type III dus: door een retorische truc wordt wetenschappelijk bewijs gesuggereerd, maar het wordt niet geleverd.

Zoutewelle: Het is een misvatting dat de mens van de aap afstamt. Er is nog geen enkel duidelijk beeld van wat de status is van de paleonthologische vondsten, dus de botten die in de verschillende aardlagen zijn gevonden. De oudste tot nu toe gevonden homoniden, zo’n zes miljoen jaar oud, zijn meteen de menselijkste fossielen, en er is geen enkel zicht op hoe deze ontwikkeling heeft plaatsgevonden.

Commentaar

toumai
Toumai, ca. zes miljoen jaar oude hominide, of misschien nog geen hominide.

Een hard type II-argument: de wetenschappelijke en bewijskrachtige status van het paleonthologisch bewijs ontkennen. Het is niet zo duidelijk wat Zoutewelle bedoel met ‘menselijkste fossielen’, en ook de website van creaton.nl geeft geen wezenlijke informatie hierover. Maar zes miljoen jaar geleden leefden er geen moderne mensen op aarde. Rond die tijd leefde de laatste gemeenschappelijke voorouder van mens en chimpansee. Van veel vondsten uit die periode is er geen eenduidigheid of de fossielen van een vroege hominide waren of van een voorouder van de chimpansee. Bekend is de schedel die gevonden is in Tsjaad, die de naam Toumai heeft gekregen. De schedel vertoont een aantal hominide kenmerken. Zo is het gezicht plat, in tegenstelling tot de langere snuit van de apen. De ruggengraat is op dezelfde manier aan de schedel gehecht als bij hominiden, wat erop kan wijzen dat Toumai rechtop liep en tweebenig was. Zijn herseninhoud van 300 cc is zo groot als die van hedendaagse chimpansees. Toumai heeft kenmerken die doen denken aan een hominide en andere die doen denken aan een chimpansee-achtige. Deze onduidelijkheid is juist wat je volgens de evolutieleer zou verwachten als je uitgaat van een ontwikkelingslijn die zich ergens opsplitst. Duidelijker in te delen hominiden dateren van een latere tijd.

Zoutewelle: Catastrofisme heeft niets te maken met de ‘theorie van de jonge aarde’, die zegt dat god de wereld een paar duizend jaar geleden heeft geschapen. Zoutewelle is om die reden geïrriteerd door het label creationist. Hij gaat wel degelijk uit van een hoge ouderdom van de aarde, maar de mens verscheen volgens Zoutewelle zo’n tienduizend tot twintigduizend jaar geleden op het toneel, en wel als aparte schepping van god.

Commentaar
Type III, althans, voor zover het wordt aangestipt. Er lijkt iets te worden gesuggereerd over wetenschappelijk bewijs voor zo’n jonge leeftijd van de mens, maar er wordt verder niet op in gegaan. Zoutewelle zegt nog wel iets over het belang van fossielen in bepaalde aardlagen, maar hierover wordt niet doorgevraagd. Een zoektocht op het internet naar de theorie van Zoutewelle op dit punt leverde niets op, en ook op creaton.nl werd de theorie niet uiteengezet. Het zou wel leuk zijn als hier een paar wetenschappelijke argumenten voor werden geleverd, maar het bleef bij een ongestaafde bewering. Op de website van creaton.nl is weinig te vinden over hoe het scheppingsproces in samenhang met catastrofes heeft plaatsgehad. En meer is er waarschijnlijk ook niet te verwachten.

Zoutewelle: Aardlagen en fossielen spelen een rol in de bewijsvoering voor de ouderdom van het leven. Dit wordt ook niet tegengesproken door de bijbel, als je althans de juiste vertaling hanteert. Het woord voor hemel is bijvoorbeeld ook te vertalen als ‘heelal’.

Commentaar
Het woord voor hemel vertalen als ‘heelal’ is een mooi voorbeeld van een retorische salto om de realiteit aan te passen aan het onfeilbaar geachte boek. Een verhuld type III-argument dus, want deze poging dient om te bewijzen dat wat er in de bijbel staat vooruit liep op moderne wetenschappelijke kennis.

Illustratie van het schijnbare firmament van hemelse sferen met vaste sterren, uit Le livre du Ciel et du Monde, 1377, Nicole Oresme

Het probleem is dat het woord voor hemel (shamayim) zich niet laat vertalen als heelal omdat de schrijvers van de bijbel nog niet bekend waren met het heelal. Om te beginnen staat er dat god een raqiya schiep, wat wordt vertaald als ‘uitspansel’, ‘firmament’ of ‘hemelgewelf’. Het gaat duidelijk om een ruimte die wordt ‘uitgestrekt’ boven de aarde. Bovendien wordt er gesproken van ‘gescheiden wateren’, waarbij een deel van het water ‘onder het gewelf’ wordt geplaatst, en een deel ‘erboven’. Verder werden er ‘lichten geplaatst aan het hemelgewelf’, een duidelijke indicatie dat het hier niet gaat om een heelal waarin de aarde mede plaatsheeft, maar van een lokatie die zich boven de aarde bevindt.
Uit de bijbelse tekst weerklinkt het geocentrisch wereldbeeld, waarbij de hemelen met de hemellichamen van oost naar west rond de aarde draaiden. Dat is een gevolg van optisch bedrog door een oppervlakkige waarnemer die vanaf de aarde naar de hemel kijkt. Een ‘hemel’ was een niveau rond of boven de aarde waarin een bepaalde groep hemellichamen met een eigen specifieke snelheid draaide. Wil je hier een andere vertaling van maken om aan de moderne inzichten tegemoet te komen, dan zeg je in feite dat de mensen die leefden in de tijd dat de bijbelse verhalen werden opgetekend zelf geen inzicht hadden in wat ze opschreven, en dat de moderne wetenschappelijke methode er aan te pas moet komen om de oude heilige teksten in hun goddelijke grootsheid te kunnen doorgronden.
In de wetenschap zou zulk vaag taalgebruik niet worden getolereerd. Woorden die zich moeiteloos kunnen aanpassen aan elke gewenste situatie zijn niet geschikt voor feitelijke, ondubbelzinnige uitspraken.

In den beginne schiep god de aarde en het leven: de aarde is er, en dan schept god het leven, zegt Zoutewelle. Op de vraag hoe hij dit dan wetenschappelijk bewijst antwoordt hij dat hij de aardlagen heeft bestudeerd om de juistheid van de catastrofetheorie aan te kunnen tonen. Sinds de jaren ’80 is deze theorie herontdekt. Aardlagen zouden zijn afgezet door snelle, schokkende processen (catastrofes). Dit inzicht heeft inmiddels breeduit postgevat in de geologie, aldus Zoutewelle.

Commentaar
Een helder type III-argument. Zo zegt Zoutewelle dat hij de aardlagen heeft bestudeerd, wat hem wetenschappelijk gezag moet verschaffen. Volgens het systeem van drogredenen doet hij hier een beroep op autoriteit, zonder dat hij het nodige bewijs hoeft te leveren. Zoutewelle beantwoordt de vraag naar het bewijs dan ook helemaal niets. Hij zegt slechts dat de inzichten van decatastrofetheorie breeduit hebben postgevat in de geologie. Maar het enige waar de geologen het over eens zijn is dat er inderdaad catastrofes hebben plaatsgevonden, en dat die invloed hebben gehad op het aardoppervlak én op de evolutie.

proburnetia

http://atrox1.deviantart.com/art/Proburnetia-310795845


Life restoration of Proburnetia viatkensis (© N. Tamura)

Line drawing of the holotype skull (PIN 2416/1) of Proburnetia viatkensis. From Rubidge and Sidor, 2002. Scale bar is 2 cm.

Proburnetia.  // …… Zoogdierachtig reptiel uit het late perm. Therapsidenwaren mogelijk voorouders van de moderne zoogdieren.

Er zijn een aantal grote periodes van massaal uitsterven geweest. De meeste zijn waarschijnlijk veroorzaakt door ijstijden. Het krijt eindigde door de komeetinslag bij Yucatan in Mexico.
Na een ramp plantten de overgebleven soorten zich voort, en ontwikkelden na verloop van tijd een grote diversiteit aan nieuwe levensvormen. Door het grote uitsterven kregen ze de ruimte om de omgeving te bezetten. Het betrof geen ‘herscheppingen’; het ging om levensvormen die al bestonden, maar slechts op kleine schaal, doordat andere dominante levensvormen alle ruimte innamen.
Zoogdierachtige reptielen, therapsiden, kwamen al voor tijdens het perm, en vormden toen de dominante soort op het land. Nadat het perm door een ijstijd was afgesloten, de grootste aanslag op het leven die ooit op aarde heeft plaatsgehad, verdwenen de zoogdieren naar de achtergrond, en nam de heerschappij van de dinosaurussen een aanvang. Intussen evolueerde het leven gewoon door, ook dat van de zoogdieren. Pas 65 miljoen jaar geleden, toen de dinosaurussen met het einde van het krijt uitstierven, waarschijnlijk door komeetinslagen of misschien grootschalige vulkanische uitbarstingen, kregen de zoogdieren weer een kans. Maar al die tijd hebben ze wel bestaan. Nu begonnen de zoogdieren aan hun veelkleurige tijdperk. De eerste primaten, waartoe ook de mensen behoren verschenen al 60 miljoen jaar geleden, of misschien zelfs al tijdens het krijt.

Zoutewelle geeft als reden dat je er niet meer over hoort dat het een uitdaging is om in de wetenschap een standpunt in te nemen, die voor anderen misschien te groot is. Je hebt er wel moed voor nodig: “Wij mensen die uitgaan van een schepping zijn in de wetenschap veruit in de minderheid.” De catastrofisten vormen een minderheid binnen de wetenschap, maar dat wil nog niet zeggen dat ze het bij het verkeerde eind hebben. 

Commentaar
Je hebt natuurlijk moed om in de wetenschap een standpunt in te nemen dat niet door wetenschappelijk erkende feiten wordt ondersteund. Je zal worden afgebrand door je collega’s.
Zoutewelle suggereert dat er een wetenschappelijk draagvlak is voor een schepping, maar hij voert ondanks de rechtstreekse vragen van Knevel geen enkel voorbeeld van zo’n wetenschappelijk bewijs op. Type III-bewijs dus.
Creationistische wetenschappers van deze orde stellen het vaak voor alsof ze eenzame verlichten zijn die op hun tijd vooruit lopen en pas later erkenning zullen krijgen. Ze verwijzen graag naar Galilei met zijn minderheidsidee over het heliocentrisch wereldbeeld, of naar de paradigmaverschuiving van Kuhn. Ook Zoutewelle doet dit op creaton.nl.

Citaat Zoutewelle: Hoe reageert de wetenschapper op een afwijking? In eerste instantie zal een wetenschapper zijn geloof in het paradigma niet verliezen. Er worden talrijke verfijningen en ad hoc wijzigingen verzonnen om elk open conflict te vermijden. […]
Er is nog steeds sprake van een algemene acceptatie van het paradigma van de evolutie, maar er zijn talrijke anomalieën en tegenstrijdige versie van het paradigma. De oude garde lijkt niet in staat te zijn om te veranderen, er moet een nieuwe generatie van biologen en paleontologen opstaan om L’histoire se repete, gelet op het navolgende citaat van Darwin aan het einde van ‘On the Origin of Species’: ‘Hoewel ik volledig van de waarheid van de gezichtspunten in dit boek overtuigd ben, verwacht ik absoluut niet ervaren natuurkenners te overtuigen, wier geesten gedurende een lange reeks van jaren en vanuit een diametraal tegenovergesteld gezichtspunt gevuld zijn met een grote hoeveelheid feiten. Maar ik wacht vol vertrouwen op de toekomst, op jonge en opkomende natuurvorsers, die in staat zullen zijn om beide kanten van de zaak onpartijdig te bekijken.’

Creationistisch paradigma: debewijzen

Natuurlijk identificeren de creationistische natuurvorsers zich graag met dit citaat van Darwin. Hier wordt gesuggereerd dat afwijzing de voorbode is van latere erkenning. Ongefundeerde stellingen krijgen het aura van onbegrepen briljant inzicht dat pas door latere generaties zal worden erkend. Verwijzen naar Thomas Kuhn is een type III-argument, omdat er wordt gesuggereerd dat latere generaties evolutionisten zullen toegeven dat de catastrophetheorie de schepping inderdaad wetenschappelijk onderbouwt.
De werkelijkheid is dat mensen zich door het doen van observaties juist begonnen te ontworstelen aan religieuze wereldbeelden, die vroegen om acceptatie van het dogma in plaats van een skeptische geest en eigen onderzoek. De skepsis van de creationisten houdt in dat er juist geen onderzoek wordt gedaan omdat ‘de aard van de ontwerper’ dit niet toelaat, een contradictie waarmee ze zichzelf buiten de wetenschap plaatsen.

Cees Dekker vraagt of Zoutewelle van zijn geloof zal vallen als morgen de evolutieleer toch wordt bewezen.
Zoutewelle: Als je aan zo’n studie begint word je natuurlijk geconfronteerd met zaken die anders zijn dan wat je van huis uit via het geloof en de kerk hebt meegekregen. Het zou kunnen dat ik mijn geloof zou verliezen als de evolutietheorie blijkt te kloppen …

Commentaar
Integendeel. Dekker en Zoutewelle negeren hier dat de juistheid van de evolutie allang bewezen is, en bedienen zich en passant van een type II-argument. Maar het is duidelijk dat een echte creationist niet aan het twijfelen wordt gebracht door bewijzen van het tegendeel. Het geloof wordt door geen enkel bewijs voor het tegendeel verloren, want anders zou het allang zijn uitgestorven. Het tegenovergestelde vindt plaats: het retorisch draaien wordt geperfectioneerd. Zonder aarzelen bedienen wetenschappers zich van onmogelijke constructies zoals ‘onmeetbare krachten’ en ‘onzichtbare verschijnselen’. Er ontstaat een perfecte blinde vlek voor de realiteit en wat evolutie werkelijk inhoudt. Alles wat twijfel kan veroorzaken wordt feilloos uitgebannen.

Zoutewelle: … maar daar staat tegenover dat ik vind dat wetenschap mij weinig vertelt over zingeving. Daar zit voor mij nog een andere crux. Zingeving wil voor mij zeggen: waarom ben ik hier op aarde.

Commentaar
Dat is een feit dat niemand kan ontkennen: wetenschappelijke theorieën staan los van zingeving. Drogredeneringsgewijs is dit argument zo non sequitur dat iedereen die gespitst op een wetenschappelijk argument zit te wachten helemaal van slag is. Maar wishful thinking is geen leidraad om grip op de wereld te krijgen, en feel good-verhaaltjes hebben geen functie als bewijs voor wetenschappelijke geldigheid. Zoutewelle weerlegt de gevolgen van een confrontatie met de werkelijkheid door over te springen op gebrek aan zingeving, om zo de betekenis van wetenschap te bagatelliseren. Dat is een mooi voorbeeld van psychologische ontkenning, dus eigenlijk een type II-argument, gedreven door een psychische blokkade voor de werkelijkheid.
Het gebrek aan zingeving is geen argument tegen evolutie, maar maakt de evolutie juist begrijpelijker en concreter.

Dat is dus zo’n beetje alles wat er gebeurt in de creationistische argumentatie. Ongedefinieerde ideeën worden door retorische woordspellen voorgesteld als wezenlijke machten, er wordt veel tijd gestoken in het ontkennen, bagatelliseren en negeren van de evolutie, en er wordt gesuggereerd dat er wetenschappelijke bewijzen bestaan voor het creationisme.

Wie zich een beetje verdiept in het hoe en wat herkent alle vormen van misleiding direct.

Of het veel helpt in een discussie met een creationist is de vraag, omdat feiten niet altijd voldoende lijken te zijn om een zinsbegoocheling door te prikken.

Maar het is misschien wel voldoende om mensen die niet bekend zijn met evolutie op het goede spoor te zetten.

°
The Woolly thinkers  Guide to retoric   —>  pdf   (klik)  woolly 
 °
 – Waarom de “Christen fundie ”  de evotheorie moet verwerpen …
Voorbeelden van  creationistische  fundies ideologen
(uiteraard bestaan er vooral islamistische  creationisten van dit kaliber ___maar ik laat ze hier bewust buiten beschouwing en wél omdat het allen creationisten zijn die zijn  geinspireerd  door de amerikaanse creationisten ) 
°
  1. (een internet zelote   met het allias  TTT)

…… Standpunt in de Bijbelse gedachte is dat Adam de eerste mens was en gezondigd heeft. 
Vervolgens leert de Bijbel dat Christus (ofwel de 2e Adam) de straf voor deze zonde (de dood) op zich heeft genomen. 
-Dus door 1 mens zonde de wereld in, door 1 er weer uit (Althans relatie met God is hersteld). 
Ik neem aan dat je kunt begrijpen dat als er geen eerste mens geweest is dit de 2e Adam toch echt wel overbodig maakt..
-In principe loochent  men  dus het kruis  …

  1. Dr  P.Borger                                                                                     Creationist en wetenschapper/onderzoeker ( asthma)    vat  snedig  samen  waarom de“christen “(fundamentalist )  de  evolutiewetenschap( die trouwens volgens hem voornamelijk een atheistisch complot  is )  niet kan accepteren  ;

(Oct 21, ’08 PeterBorger)” …..  Christus was geen geevolueerde aap,….Hij was de zoon Gods, de tweede Adam……Dat is de bijbelse theologie. En die is onverenigbaar met evologie…..”

“…. Daarover gaat de hele bijbel. De oorsprong, de val van Adam, de belofte van en komst van de tweede Adam (=Christus). Als je Genesis verwerpt dan verwerp je Christus en is er geen reden om christen te worden. ….”

En hier geeft deze creationist ook -overduidelijk mee aan dat hij ongelooflijk pseudowetenschappelijk bezig is(wanneer hij het heeft over evolutiewetenschappern )

  • .Want  je kan alleen christen zijn als je het letterlijke verhaal van Genesis geloofd,… Alles wat je onderzoekt moet dus overeenkomen met het genesis verhaal,…. al je onderzoeken zijn dus gericht naar die vooraf ingenomen “conclusie”,
  • Vooraf al stellen( als “conditio sine qua non” ) wat het onderzoek moet aantonen is je reinste pseudowetenschap

*

Eens  men begint met geloven in belegen boekjes en mythes   , kan men eigenlijk alles geloven … toch ?want dat soort van   geloven  doe je zonder enig tastbaar en controleerbaar  bewijs  … Alles wat wordt geloofd zonder zelfs maar  enige  elementaire en herhaalbare  bewijsvoering kan ook verworpen worden zonder bewijs

  • De evolutietheorie weerlegt bepaalde nauw-creationistische claims.Waar echter voor moet worden opgepast, is om de theorie direct te koppelen aan atheisme. Bij tegenstanders is dat bon ton (zie PB). De evolutietheorie is een wetenschappelijke theorie en die moet per definitie niets zeggen over levensbeschouwelijke zaken.(wetenschappers zijn natuurlijk wat anders dan wetenschap )Dat evolutie en bijbels creationisme (Genesis letterlijk nemen, dus) elkaar uitsluiten is geen gevolg van de evolutietheorie, maar van de wijze waarop het scheppingsverhaal wordt geinterpreteerd.De bal moet dus gelegd worden, daar waar zij hoort.
  • De zondeval moet hebben plaatsgevonden als historisch moment.

Dit is het prangende punt bij creationisten.
Immers, als de zondeval niet heeft plaatsgevonden, waarvoor is Christus dan op aarde gekomen?
Immers, volgens creationisten  is de hele schepping door de zondeval verdorven geraakt.
“Maar eens komt de situatie van voor de zondeval weer terug, want de visioenen over hoe het zal zijn wanneer Jezus terugkomt naar de aarde beschrijven dat de leeuw stro zal eten als een rund (Jesaja 65:25)” (275-276).
(Let er ook op dat velen hier zonder enige rechtvaardiging een christologische lezing van Jesaja hanteren .)

°
3.-
Maar gelukkig(?)  zijn er ook  nog  de theistische evolutionisten 
°
zak jezus

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

One Response to Creationistische retoriek en debat met creationisten

  1. Pingback: ANTI-CREATO « Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: