zelfzuchtige gen / Selfish gene


°

The selfish Gene,

https://tsjok45.wordpress.com/2012/12/11/6347/zelfzuchtig-gen-dawkins/

 

Cover

http://en.wikipedia.org/wiki/The_Selfish_Gene

 

zelfzuchtig gen DAWKINS  <— archief doc

°

Het gaat er in het boek ” the selfisch gene “vooral om dat wij voor onze genen een gigantisch voorplantingsorgaan zijn.

Genen doen niets anders dan zichzelf voortplanten via onze zelfreplicerende voortplantingsfabriek (net zoals virussen de replicatiemechanismen van echte levende micro- organismen benutten ) .
°
Ze zijn met niets anders dan zichzelf bezig.
Dat is toch wel selfish zou ik zo zeggen.
Genen en het organisme dat ze ‘bewonen’ hebben gemeenschappelijke belangen en werken dus enigszins samen.
Wat Dawkins volgens mij bedoelt is dat vanuit evolutionair/genetisch oogpunt het individu enkel soortgenoten zal bevoordelen als de eigen genen er overlevingsvoordeel bij hebben.

°

Dat het aangrijppunt(=handvat) van natuurlijke selectie eerder in het individu ligt dan in de soort.

°
En dat de controle eerder op genen-niveau gebeurt dan op gedragsniveau.
In die zin zijn de genen ‘baas’ en werken ze enkel met het organisme samen als ze er zelf voordeel bij hebben
Ik heb echter wel het gevoel dat sommigen dit zullen interpreteren alsof is bedoelt dat genen een “doel” hebben, en dat er dus mogelijks een soort van bewustzijn  achter steekt (mogelijks indirect, via een “schepper”).
°
Lichaam en genen werken altijd samen, want genen geven “stuursignalen” aan het lichaam.
Die overigens niet altijd één-op-één uitgevoerd worden !
°
Ik zie het zo dat elk allel (specifieke variant van een gen), zijn drager in een bepaalde richting stuurt.
Die richting is overigens afhankelijk van het “toeval”, want bepaald door de mutatie die het allel heeft geproduceerd.
Wanneer dat een richting is waarin het individu méér en beter (= fitter) nageslacht kan produceren, dan zal de verspreiding van dat gen bevorderd worden.
°
Genen die sturen in een gunstige (= grotere fitness) richting, die bevorderen hun eigen voortbestaan.
De andere (niet-egoïstische) genen sterven op termijn uit
(1).
Vandaar dat wij nu enkel (metaforisch) “egoïstische” genen overgehouden hebben !
Die ons overigens als voortplantingsorgaan gebruiken, zoals hierboven in het begin reeds gesteld !
(1)
Waarbij ik overigens even bewust voorbij ga aan epigenetica , junk-DNA en ERVS
bron:
waar overigens een zeer interessant vervolg aan deze aanzet wordt gebreid
zie ook –> ( alle artikels in dit topic over )
°
The selfish Gene,
Oxford University Press, Oxford 1976
De opvattingen over het zelfzuchtige gen werden voor het eerst geformuleerd door Richard DAWKINS:
Van Samuel Butler stamt de boutade dat
een kip niet meer is dan de manier waarop een ei een ander ei maakt.
Dawkins maakte ze wat puntiger door te beweren dat
een organisme niet meer is dan de manier waarop DNA meer DNA maakt.
De boutade zet een alledaagse intuïtie op haar kop: dat DNA de informatie is die een lichaam nodig heeft om een nieuw lichaam te maken.
De omkering leert ons dat het organisme slechts het middel is – het ‘vehicle’ – dat het DNA gebruikt om nieuw DNA te maken.
De uitspraak kadert in de discussie omtrent het niveau van de selectie: soort, groep, organisme of gen.

(Humo 31 december 2001) Dawkins ;

….. onsterfelijke genen springen van lichaam naar lichaam , van generatie naar generatie en reizen door de tijd , terwijl ze de lichamen waarin ze wonen als niet meer dan tijdelijke overlevingsapparaten bechouwen …. Het is beeldspraak in die zin dat genen geen brein hebben en dus niet “zelfzuchtig” kunnen zijn …..

Kiest men daarbij voor het ‘zelfzuchtige’ individu, dan krijgt men problemen met de verklaring van altruïsme: waarom zou een moeder haar eigen belang opofferen aan dat van haar kinderen – of nog krasser: waarom zou een wijfje er de voorkeur aan geven te zorgen voor de jongen van haar zus (de koningin bij mieren en bijen) in plaats van zelf eieren te leggen?
Als niet het individu, maar het gen de eenheid van selectie is, krijgen we een mogelijke verklaring: de moeder zorgt in haar kind voor haar eigen genen, en dat doet ook de zus van de koningin bij mieren en bijen.

Dawkins ;

” Kijk , basically , is het “Selfish Gene “boek , mijn manier om de evolutietheorie uit te leggen .

Darwin was er zich goed van bewust dat het individu niet overleeft omwille van zichzelf : Neen , het wil boven alles overleven om zich te kunnen voortplanten … Maar toen ik aan het Selfish Gene begon , dachten de meeste biologen nog dat , dat te maken had met de wil om de soort in stand te houden … Uit talloze waarnemingen blijkt dat niet te kloppen ; het individu plant zich voort om zijn geneen te laten overleven . Waarom? Omdat zijn genen hem daartoe dwingen ___ omdat de genen het individu op maximale voortplanting hebben ingesteld …

Doen die genen dat bewust ? Nee , het gebeurt allemaal mechanisch , automatisch en onbewust . Alleen als we met ons menselijk brein naar het verloop en het resultaat van de evolutie kijken , en we zouden de genen menselijke eigenschappen toedichten , dan zou hun voornaamste eigenschap zijn zelfzucht en egoisme .Genen , dieren , planten , auto’s kunnen niet zelfzuchtig zijn , omdat zelfzucht een menselijke categorie is , maar als ze een brein zouden hebben , zou dat ongetwijfeld zelfzuchtig zijn . Genen manipuleren de wereld en de lichamen waarin ze tijdelijk verblijven . Ze bouwen die zo dat ze een zo groot mogelijke kans krijgen te overleven en zich zelf voort te planten …”

http://www.kennislink.nl/web/show?id=95629

http://www.kennislink.nl/web/show?id=93115

°

Samenwerkingsverbanden

°

Elke cel in uw lichaam is de woonplaats van MITOCHONDRIEN: kleine bacterien in Endosymbiose die dermate gespecialiseerd zijn, als energieopwekkende batterijen, dat ze ongeveer achthonderd miljoen jaar geleden hun onafhankelijkheid hebben opgegeven in ruil voor een comfortabel bestaan binnen de cellen van onze voorouders. Zelfs onze cellen zijn coalities of voorbeelden van ver doorgedreven symbiose (biologische associaties)

Maar dat is nog niet het laatste Russische poppetje.Want binnenin de mitochondrien bevinden zich kleine chromosomen ( mtDNA )die de genen dragen, en binnenin de kernen van uw cellen bevinden zich zesenveertig grotere Chromosomen/chromatiden die nog meer genen dragen

Menselijke chromosomen opereren in teams van drieentwintig paren in plaats van alleen. Maar ze zouden ook individueel kunnen functioneren – zoals ze dat doen in bacterien.

En zelfs chromosomen zijn geen individuen maar samenwerkingsverbanden: samenwerkingsverbanden van genen.

Genen kunnen opereren in kleine teams van ongeveer vijftig exemplaren (die Virussen worden genoemd), maar velen “kiezen” daar met voor.

Zij vormen in teamverband complete chromosomen: teams van duizenden nauw verbonden genen. (noot (1)

En zelfs genen zijn misschien niet atomistisch: sommige van hen produceren slechts partiele boodschappen die moeten worden samengevoegd met boodschappen uit andere genen om ergens op te slaan

Het onderwerp samenwerking voert ons dus onverwacht diep in de biologie.

*Genen in teamverband vormen chromosomen, *chromosomen in teamverband vormen complexe cellen, * complexe cellen in teamverband vormen lichamen en * lichamen in teamverband vormen kolonies.

Een bijenkorf is op veel meer niveaus een collectieve onderneming dan op het eerste gezicht het geval lijkt.

°

De zelfzuchtige genen

°

In het midden van de jaren zestig voltrok zich een revolutie in de biologie, met name dankzij de inzet van twee mannen: George C. Williams , en William Donald Hamilton

Deze revolutie is het bekendst geworden door Richard Dawkins’ term ” zelfzuchtige gen “(The Selfish Gene) en de kern ervan wordt gevormd door het idee dat

individuen niet altijd doen wat goed is voor hun groep, hun familie of zelfs zichzelf. Maar wel doen ze altijd datgene wat goed is voor hun genen, omdat ze allemaal onvermrjdelijk afstammen van diegenen die hetzelfde deden. Geen van uw voorouders stierf als vrijgezel.

Williams en Hamilton zijn allebei naturalisten en einzelgangers.

De Amerikaan Williams begon zijn loopbaan als aquatisch bioloog; de Brit Hamilュton als onderzoeker van sociale insecten. Eind jaren vijftig en begin jaren zestig introduceerde eerst Williams en daarna Hamilton een nieuwe en verrassende manier om te kijken naar evolutie in het algemeen en naar sociaal gedrag in het bijzonder.

Williams begon met de observatie dat oud worden en sterven voor een lichaam nogal contraproductief is, maar dat het voor de genen zin heeft om veroudering in te programmeren in het lichaam nadat de voortplanting heeft plaatsgevonden.

Dieren (en planten), zo concludeerde hij, zijn niet gemaakt om dingen te doen voor hun soort of voor zichzelf maar voor hun genen.

Meestal vallen het genetische en het individuele belang samen — maar niet altijd (zaim sterft om zich te kunnen voortplanten en bijen plegen zelfmoord door te steken).

Vaak dwingt het belang van de genen een individu om dingen te doen die gunstig zijn voor het nageslacht – maar niet altijd (vogels laten hun jongen in de steek als het voedsel opraakt; chimpansee-moeders spenen hun jengelende jongen op een harteloze manier).

Soms betekent het dingen doen in het belang van andere verwanten (mieren en wolven helpen hun zusters bij het voortplanten).

Soms betekent het dingen doen die het belang van de groep dienen (muskusossen staan schouder aan schouder tegenover een troep wolven om hun jongen te beschermen).

In enkele gevallen betekent het andere individuen dingen laten doen die slecht voor ze zijn (een verkoudheid maakt dat je moet hoesten; salmonella bezorgt je diarree).

Maar altijd, zonder uitzondering, zijn levende wezens geュmaakt om dingen te doen die de kansen voor hun genen of kopieen van hun genen om te overleven of zich voort te planten, doen toenemen.

Zoals Williams het op zijn typerende wijze ronduit formuleerde:

‘Als regel veronderstelt een moderne bioloog die een dier iets ziet doen om een ander te helpen, dat het of door die ander gemanipuleerd wordt of dat het op subtiele wijze toch zeifzuchtig is.”

Dit idee is vanuit twee richtingen ontstaan. Om te beginnen had het een theoretische achtergrond.

Aangenomen dat genen de gangbare munt zijn in de kringloop van de natuurlijke selectie, is het een onvermijdelijke, algoritmische zekerheid dat genen die gedrag teweegbrengen dat het voortbestaan van die genen bevordert, gedijen ten koste van genen die dat niet doen. Dat is gewoon een simpele consequentie van het feit van reproductie.

Het inzicht kwam ook voort uit waarnemingen en experimenten. Alle vormen van gedrag die onbegrijpelijk hadden geleken vanuit de optiek van het individu of de soort, werden plotsklaps duidelijk toen ze door een ‘genen-bril’ werden bekeken.

Met name sociale insecten, zo wist Hamilton triomfantelijk aan te tonen, zorgden voor meer kopieen van hun genen in de volgende generatie door hun zusters bij de voortplanting te helpen dan door zichzelf voort te planten.

Vanuit het standpunt van de genen bezien was het verbluffendeAltruisme van de werkstermier dus puur en alleen zelfzuchtig.

De onbaatzuchtige samenwerking van de mierenkolonie was een illusie:

elke werkster streefde naar genetische onsterfelijkheid via haar broers en zusters,

het nageslacht van de koningin, in plaats van via eigen nakomelingen,

maar dat deed ze met evenveel genen-zelfzuchtigheid als een mens die zich met de ellebogen omhoog werkt in het bedrijfsleven.

De mieren en de termieten mochten dan, de ‘Hobbesiaanse oorlog hebben afgezworen’, maar dat gold niet voor hun genen.

Deze revolutie binnen de biologie had dramatische gevolgen voor de diュrect betrokkenen.

Net als Copernicus en Darwin deelden Williams en Haュmilton een tik uit aan het idee van de importantie van de mens.

Niet alleen was de mens net als de dieren, maar hij was ook nog eens het wegwerp-speeltje en werktuig van een comite van zelfzuchtige genen.

Hamilton zelf herinnert zich nog het moment waarop hij begon te beseffen dat zijn lichaam en zijn genoom meer op een samenleving leken dan op een machiュne.

‘Het besef begon te dagen dat het genoom geen monolithische gege-vensbank was die onder leiding van het management maar met een ding bezig was — zichzelf in leven houden, nakomelingen krijgen — zoals ik me tot dan toe had voorgesteld. In plaats daarvan begon ik me een voorstelling te maken van een soort vergaderzaal, het toneel van een machtsstrijd tus-sen egoi’sten en facties… Ik zeif was een ambassadeur die door een fragie-le coalitie naar het buitenland werd gezonden, een drager van conflicte-rende instructies die afkomstig waren van onzekere heersers over een verdeeld koninkrijk.

Toen Richard Dawkins als jonge wetenschapper op dezelfde ideeen stuitte, was hij al even verbaasd:

‘We zijn overlevingsmachines – robotvoertuigen die blind geprogrammeerd zijn om ervoor te zorgen dat de zelfzuchtiュge moleculen die ook wel genen worden genoemd, overleven. Dat is een waarheid die me nog altijd vervult van verbijstering. Hoewel ik het inmid-dels al jaren weet, schijn ik er nooit volledig aan te kunnen wennen.

Voor een van Hamiltons lezers liep het idee van de zelfzuchtige genen zelfs uit op een tragedie.

George R. Price bracht zichzelf genetica bij om Ha­miltons grimmige conclusie dat altruisme slechts genetische zelfzuchtigheid was, te kunnen ontkrachten, maar in plaats daarvan bewees hij dat deze onweerlegbaar juist was – hij verbeterde zefs de algebra en leverde enkele be langrijke bijdragen aan de theorie. De twee mannen begonnen samen te werken maar Price, die in toenemende mate tekenen van mentale instabi-liteit begon te vertonen, zocht vertroosting in het geloof, gaf al zijn bezit-tingen weg aan de armen en pleegde zeifmoord in een leeg en koud Lon-dens kraakpand, met als enig bezit enkele van Hamiltons brieven

Een veel gebruikelijker reactie i-wass hopen dat Williams en Hamilton wel weer zouden verdwijnen.

De kreet ‘zelfzuchtige genen’ klonk op zich al Hobbesiaans genoeg om de meeste sociale wetenschappers uit de buurt te houden van de zeifzuchtige-genenrevolutie en om meer conventionele evolutiebiologen als Stephen Jay Gould en Richard Lewontin aan te zetten tot een voortdurend achterhoedegevecht.

Net als Kropotkin werden zij afgestoten door de gedachte (in feite een misverstand, zoals we zullen zien) dat Williams, Hamilton en hun collega’s alle vormen van onbaatzuchtigheid probeerden te reduceren tot fundamenteel eigenbelang.

Zij dachten dat hiermee, om Friedrich Engels te parafraseren, de rijkdommen der natuur werden verzopen in de ijskoude wateren van het eigenbelang.”

Toch is de zelfzuchtige-genen revolutie allerminst een naargeestige Hobbesiaanse aansporing om gewoon je gang te gaan en de belangen van anderen te negeren, integendeel.

Er is wel degelijk plaats voor altruisme.

Immers, terwiji Darwin en Huxley, net als klassieke economen, als vanzelfsprekend hadden aangenomen dat mensen handelen uit eigenbelang, zijn Williams en Hamilton te hulp gesneld om een veel krachtiger drijfveer van gedrag bloot te leggen: genetisch belang.

Zelfzuchtige genen gebruiken soms onbaatzuchtige individuen om hun doel te bereiken. Plotseling wordt individueel altruisme begrijpelijk.

Huxley, die uitsluitend dacht in termen van inュdividuen, was gefixeerd op hun onderlinge strijd en zodoende, blind voor de talloze manieren waarop individuen elkaar niet altijd bestrijden. Als hij in staat was geweest om te denken in terュmen van genen, zou hij tot een minder Hobbesiaanse conclusie zijn gekomen over het individu.

Vaak speelt de biologie een verzachtende rol met betrekking tot economische theorieen en niet een verhardende.


Ref ; Matt ridley “De oorsprong van de moraal “ P 22- 23 -24 – 25noot ( 1) : samenwerkingsverbanden van virii ?

°

Genetisch ellebogenwerk loont niet altijd

°

MENNO SCHILTHUIZEN(Oorspronkelijk verschenen in Intermediair, 4 december 1997.)

Sinds de beroemde Britse bioloog Richard Dawkins hem meer dan twintig jaar geleden introduceerde, spreekt de term selfish gene zeer tot de verbeelding.

Tot die tijd had men de evolutie gezien als een strijd tussen verschillende individuen, of dat nu dino’s, dennen of Denen waren.De sterkste overleeft en bepaalt hoe de volgende generatie eruit gaat zien.

Maar Dawkins, en, toegegeven, een heleboel van zijn literair minder begaafde voorgangers, betoogden dat het eigenlijk niet het beest of de plant is die zich voortplant, maar zijn genen.

Organismen, zei Dawkins met een scheve grijns, zijn alleen maar het vervoermiddel dat DNA gebruikt om van deze naar de volgende generatie te komen.

Een beetje een kip-of-ei-probleem, maar de provocatie had w챕l effect. Want Dawkins’ nieuwe visie op de evolutie betekende ook dat het niet per se noodzakelijk was dat genen zich harmonieus zouden gedragen. Een gen dat losbreekt uit het keurslijf van de chromosomen en zich verspreidt ten koste van andere genen, ten koste zelfs van zijn drager, kan toch in de evolutie succesvol blijken te zijn.

‘Meiotic drivers’ zijn zulke zelfzuchtige genen, zegt Michiel van Boven, Rijksuniversiteit Groningen

‘Hun truc’, legt Van Boven uit, ‘is dat ze genetisch voorpiepen.’

Iedereen heeft twee sets chromosomen in zijn cellen; de ene set afkomstig van vader, de andere van moeder. In zaad- of eicellen worden deze twee sets weer gereduceerd tot één, waarbij een genetische loterij voor elk gen bepaalt of het de versie van vaders dan wel van moederskant is die in een zaad- of eicel terechtkomt.

Normaal gesproken heeft een gen van bijvoorbeeld vaderskant dus een kans van vijftig procent om in een ei- of zaadcel terecht te komen. Puur toeval.

Maar ‘meiotic drivers’, zoals bijvoorbeeld het zogenoemde t-complex dat bij muizen voorkomt, nemen daar geen genoegen mee. Tijdens de vorming van geslachtscellen dringen ze voor.

Hoe ze dat precies doen is niet bekend, maar waar het op neerkomt is dat een onevenredig groot deel van de ei- of zaadcellen het ego챦stische gen draagt.

Van Boven deed onderzoek naar de verspreiding van het t-complex, want daar is iets raars mee aan de hand:

‘Het gen weet binnen te dringen in zo’n negentig procent van alle ei- en zaadcellen. Je zou dus verwachten dat binnen de kortste keren alle muizen het t-complex hebben. Maar dat is niet zo. Het gaat om hooguit tien procent.’

Nu was al langer bekend dat het t-complex zich niet straffeloos kan verspreiden.

Zodra een dier een t-complex heeft op beide chromosomen, bevechten de beide zelfzuchtige genen elkaar tot het bittere einde. Van de muis, welteverstaan.

Van Boven: ‘Zo’n muis gaat dood of is onvruchtbaar. Hierdoor kan de frequentie van het gen nooit uitstijgen boven de vijftig procent. Maar dat is toch nog een hogere frequentie dan wat je in de natuur vindt.

Van Boven maakte wiskundige en computermodellen om erachter te komen wat er precies aan de hand was. Het bleek dat het t-complex in zijn verspreiding wordt gehinderd door het feit dat muizen in het wild geen aaneengesloten populatie vormen. Er bestaan allemaal kleine populaties, die nogal ge챦soleerd zijn.

In zulke populaties, zegt Van Boven, zal de frequentie van het gen snel toenemen, waardoor ook de kans dat twee muizen met allebei een t-complex elkaar tegenkomen, groot wordt.

Daardoor zullen ze dus veel sterfte en onvruchtbaarheid in hun nakomelingen ondervinden, en zal de subpopulatie instorten. Dat is sneu voor de betreffende muizen, maar het gevolg is dat de frequentie van het gen in de gehele populatie veel lager blijft dan vijftig procent. Brutale genen hebben niet de halve wereld.

Strijd om de genen-overdracht Onderzoek van de bioloog Arnqvist van de Zweedse universiteit van Ume(in 2000) wijst uit dat fruitvliegen, biologische middelen in de strijd der seksen gooien, vooral wanneer het vrouwtje zich, om het op een zachte manier uit te drukken, promiscue gedraagt.
Om het eigen zaad de beste kans op slagen te geven ontwikkelden sommige mannetjes proteïnen die het zaad van andere mannetjes doodt.
Dat het vrouwtje daarbij enige collaterale schade oploopt, vormt blijkbaar geen bron voor ethische bezwaren.
Anderen insecten leveren samen met hun kwakje dan weer proteïnen af die het verlangen om te paren bij vrouwtjes doen afnemen.
Maar de wijfjes laten zich uiteraard niet onbetuigd en hebben zo hun eigen truukjes gevonden om zich tegen al dat biologisch geweld te beschermen.
Op termijn zou dit volgens Arnqvist kunnen leiden tot de creatie van nieuwe soorten, die onderling geen nageslacht zouden kunnen voortbrengen.
Arnqvist en zijn collega’s testten hun idee door het uitgebreid verzamelen van gedrags-en genetische informatie van duizenden insecten, met inbegrip van vliegen, muggen, kevers en vlinders.
Om te peilen hoe seksuele conflicten en strategieën van invloed zijn op de soortvorming zochten de wetenschappers naar paren van groepen met een gemeenschappelijke voorouder, waarbij de ene groep voormelde fruitvlieg strategieen en conflicten tussen de seksen kent , en de andere niet.
De resultaten van gewone tellingen in die groepen van soorten , waren dramatisch significant .Speciatie had in clades ,waar wijfjes aanpapten met veel verschillende mannetjes, minstens vier keer zo snel plaatsgevonden.
Het verschil bleef, ook wanneer de onderzoekers rekening hielden met andere factoren van soortvorming zoals (bijvoorbeeld ) de grootte van de insecten en het geografische bereik/areaal , die deels verantwoordelijk zijn voor een verhoogde speciatie
Het onderzoek geeft aan dat een krachtig mechanisme – snelle evolutie van het reproductieve systeem – betrokken is , bij de soortvorming, zegt William Rice, een evolutionair bioloog aan de Universiteit van Californië/,Santa Barbara.
Er is al veel werk verzet( in verband met deze conflicterende genetisch zelfzuchtige belangen tussen de sexen ) maar tot voor kort was hier niet veel vooruitgang geboekt ” zegt hij.
Rice denkt dat
” dergelijke zelfzuchtige genetische / seksuele conflicten ook optreden bij gewervelde dieren, maar slechts weinig mensen hebben dat gecontroleerd
Sexual conflict promotes speciation in insects
Göran Arnqvist*, Martin Edvardsson, Urban Friberg, and Tina Nilsson
http://www.ebc.uu.se/zooeko/GoranA/pnas2000.pdf

1.- Minzame schurk, of egoïstische moordenaar?
( 21/03/2006) Roger Highfield
De genen zullen alles doen wat nodig is om te dupliceren en te overleven:
zelfs als het resultaat infanticide ( zie wrede natuur, < ) moordende wapenwedlopen of een bloedige oorlog tussen de seksen ( –> De Wrede Natuur,< ) is.
Nieuw bewijsmateriaal versterkt de 30-jaar-oude visie van Richard Dawkins , bekend als het “zelfzuchtige gen “concept
Quote ;

“Wij zijn overlevingsmachines – robotvoertuigen die blind worden geprogrammeerd om de egoïstische molecules te bewaren en door te geven die als genen bekend staan . Dit is een waarheid die me nog steeds met verbazing vervult “-

Richard Dawkins,
Drie decennia nadat Richard Dawkins ons begrip over het levende, hervormde met zijn ” zemfzuchtigegen “-concept , is er genoeg bewijsmateriaal verzameld om de koude visie te steunen ,over
” hoe organismen, families en de maatschappij” ___door de eenvoudige ingebouwde opdracht ( programma)”verdubbeld” in onze genetische instructies ____, gestalte worden gegeven. “
°
Het betekend niet dat de genen daadwerkelijke motieven hebben, maar slechts dat hun gevolgen kunnen worden beschreven alsof :
de genen die aan de volgende generatie worden doorgegeven –> degenen zijn die hun eigen belangen dienen, en niet noodzakelijk die van de maatschappijen of zelfs de organismen waarin ze zich bevinden.
“Wij zijn slechts voertuigen om de DNA-verspreiding ___in tijd en ruimte ____ te helpen.
°
HERNIEUWDE  KRITIEK   OP  ” The Selfish Gene ) 

Ratzinger, Dawkins, Odifreddi, Monod, en meer…

3 reacties   oktober 1, 2013

Het is geen vers nieuws meer, maar er is een dialoog op gang gekomen tussen Joseph Ratzinger en Piergiorgio Odifreddi, een Italiaans wiskundige.

FESTIVAL DELLA MENTE

Piergiorgio Odifreddi

De ex-paus heeft een brief geschreven aan Odifreddi. Het is een reactie op een essay van Odifreddi met de titel, “beste Paus, ik schrijf je” (“Caro papa, ti scrivo”) dat weer een kritiek is op de werken van Ratzinger.

°

De brief van Ratzinger gaat over veel onderwerpen zoals, de historiciteit van Jezus, de verbinding tussen religie en rede en vooral over de waarde van de wetenschap.

°

Ratzinger zegt dat er heel wat science-fiction in de evolutietheorie te vinden is.(1) Richard Dawkins met zijn “the selfish gene” noemt hij een klassiek voorbeeld van science-fiction. Hij haalt ook een stuk van Jacques Monod (Nobel 1965) aan uit zijn beroemde boek “Toeval en onvermijdelijkheid” en zegt daarvan dat de schrijver dat stuk er ingezet heeft wetende dat het om science-fiction gaat. Het betreft een citaat waarin Monod beschijft hoe de gewervelden tetrapoden ontstonden uit vissen die langzaamaan de vloedlijn, de kust, verkozen. Waar zouden volgens de ex-paus de gewervelde tetrapoden vandaan gekomen zijn ?

Had Johannes Paulus II niet al ingezien dat de evolutietheorie op zeer sterke basis staat inmiddels.

Daar denkt Ratzinger blijkbaar weer heel anders over.(2 a)

°

Het lijkt erop dat Ratzinger opnieuw dezelfde fout maakt als indertijd de kerk tegen Galileo. De kerk was toen, zoals Feyerabend al beweerde, zo strikt wetenschappelijk en aan de wetenschappelijke methode gebonden dat ze de wetenschappelijke ideeën van Galileo niet konden accepteren omdat daar de bewijzen niet sterk genoeg voor waren.

Er is plotseling dus veel kritiek op “The selfish gene” van Richard Dawkins niet alleen van de ex-paus. Onder andere van Laurence (Larry) Moran en van een blogger van the Guardian, Andrew Brown die op zijn buurt weer door Jerry Coyne (2b) bekritiseerd wordt. Kortom, een heen en weer van argumenten.

°

Een mooie ode aan Monod daarentegen is het boek van Sean Carroldie vandaag bij Larry Moran op bezoek was.

°

Het is interessant te zien dat een relatief oud boek als dat van Dawkins nog steeds zoveel stof doet opwaaien. Dawkins lacht in zijn vuistje nu zijn bestseller opnieuw zoveel aandacht krijgt net voor de uitgave van zijn nieuwe autobiografie.

°
Zie ook
Reacties
(1)
  1. gert korthof oktober 2, 2013 

    a) “Ratzinger zegt dat er heel wat science-fiction in de evolutietheorie te vinden is. ”
    Ha! hoor wie dat zegt! De Rooms Kathiolieke kerk is HET grote bolwerk dat VOLLEDIG 100% op fictie is gebaseerd! Had die kerk ook maar 1% van het bewijsmateriaal voor alle Bijbelse en theologische beweringen dat biologen hebben voor de evolutietheorie; dat zou dat al heel veel zijn!
    De huidige paus schijnt wat beter te zijn…….

    b) Beter ????   afwachten maar wat die theologen  als “bewijs” zullen presenteren  (tsjok ) 

    zie ook :

(2)

  1. joost tibosch sr oktober 2, 2013

    Met de huidige omvang en diepgang van wetenschap is het gebruikelijk geworden dat menswetenschappers zich beperken tot hun eigen vakgebieden en waar nodig een beroep doen op de huidige stand van zaken in de natuurwetenschap.

    –> Maar veel van wat in de menswetenschappen  zichzelf “wetenschap “noemt  ( confessionele theologie en veel van de filosofisch-  -metafysische  bespiegelingen en uitspraken    bijvoorbeeld ) zijn geen  echte wetenschap  = maar slechts inlegkunde  van  allerlei samenhangende   meningen  en wensdenken-oefeningen   ,  die niet  (voldoende ) bewezen zijn  en/ of niet kunnen worden  gefalsifeerd  ( en dus nooit  verworpen of verlaten )  …..  De reden waarom deze onderdelen van de menswetenschap   ,  graag “wetenschap ”  willen zijn  , is gelegen in het feit dat de (natuur)wetenschap  op nauwelijks  300 jaar tijd een  corpus van   bruikbare (wat niet wil zeggen ” reeds  technisch  toepasbare” )  controleerbare en herzienbare -uitbreidbare  kennis heeft vergaard volgens de wetenschappelijke methode ( = methodisch naturalisme )  terwijl ze zelf (na duizenden jaren )nog steeds geen poot hebben om op te staan( wanneer ze dus  v oorwenden  andere methodieken  te  kunnen  gebruiken dan de natuurwetenschappelijke )  ….

    (a) De theoloog-patroloog Benedictus gaat nu zijn boekje te buiten met eigen wetenschappelijke meningen over de nu bekende natuurwetenschappelijke evolutieleer.

    Ook natuurwetenschappers doen er goed aan om zich te beperken tot hun eigen vakgebieden met zo nodig een beroep op de huidige stand van zaken in de menswetenschappen.

    (b) Natuurwetenschappers overschrijden nu hun grenzen met eigen wetenschappelijke meningen over de nu bekende menselijke zingeving.

    Allen hebben bij de huidige stand van menswetenschap wel het mensenrecht op eigen verantwoorde persoonlijke keuze van levensbeschouwing en zingeving..zonder elkaars mensenrecht daarbij te schenden (of elkaar zomaar “voor gek te verklaren”).

    Het idee  dat iedereen zijn  eigen ” boekje” ( en leergezag op zijn gebied ) heeft  dat hij” niet te buiten mag gaan  ” , is bekend   —> het is het NOMA principe  ( van de gescheiden magistera ) : een compromis-voorstel van  S. J. Gould  … dat ondertussen  al lang is ontmaskerd als een   uitsluitend  politiek  manoever waarbij de “wetenschappers  ” PUBLIEKELIJK   ” allerlei ” fictie ” als alternatieve verklaring( en leugentje om bestwil ten gerieve van  wensdenkers , nostalgie , resultaten van opvoeding en   zwakkere broeders en zusters  )  , kunnen aanvaarden….  

°
Zuid-afrikaanse “MEERKATTEN”/ stokstaartjes
Meerkatten
De overlevings-instincten
Stokstaartjes ( suricata suricata ) :
De Matriarch zet ,bij hongersnood ,laag in de sociale rangorde geplaatste
wijfjes eruit en doodt hun kroost..

Een Universitair team van Cambridge meldde de gevolgen van deze “zelfzucht ” voor zuid-afrikaanse “meerkatten “( in werkelijkheid zijn dit mangoesten ipv primaten )___ die minzame sterren van menige biologie/documentaires,
De leden van een stokstaartjes-groep zijn dicht verwant en dit is waarom ze zo goed op elkaar lijken en voor elkaar zorgen .
—> Maar het beeld van altruistische schepselen die zich aan een eindeloze schildwachtplicht kwijten om hun jongen en familie te beschermen vertelt helemaal
niet het volledige verhaal; althans volgens acht jaar onderzoek (in het Kuruman -rivier reservaat )door Dr. Andrew Young en Prof. Tim Clutton-Brock .
*Bij ” het bewaken tegen roofdieren,” leiden de “egoïstische” acties van genen inderdaad tot “niet-zelfzuchtige” acties van het individu….
*Maar bij voedselschaarste tracht de matriarch de reproductie in de groep te monopoliseren zodat slechts haar genen worden doorgegeven.
*Wanneer zij zwanger wordt zet zij de ondergeschikte wijfjes eruit en doodt hun kroost om de controle te handhaven.
*Nadat haar jongen geboren zijn, zullen “de uitgestotenen “terugkeren en zelfs het dominante wijfje helpen met baby-sitten : zij is een naaste verwant en door voor haar kinderen te zorgen, helpen ze om sommige van hun genen te verspreiden.
Maar het team van Cambridge rapporteerde ook dat in die gevallen waar een ondergeschikt wijfje zwanger wordt, zij ook, tot infanticide overgaat
-van de jongen van andere ondergeschikte zusters en van de matriarche – en zodoende de kansen op genoeg voedsel voor haar eigen kroost, drastisch ve opvoert zodat meer van haar eigen genen aan de volgende generatie worden doorgegeven .
Ondanks het feit dat dicht verwante wijfjes ,met veel gemeenschappelijk gen-materiaal :samenwerken , schijnt de stokstaartjes -maatschappij ook te worden gedreven door interne conflicten ____te vergelijken met vrij grote parallellen in maatschappijen van (eu)sociale insecten zoals bijen of mieren en waar infanticide (in de vorm van ei – en larve-vraat )en de tactische machtsstrijd ook bestaat,( waarbij de kolonies en de bijenkorven ook door nauw verwante individuen worden bevolkt.)
WESPEN
wesp
dolichovespula-sylvestris_11jd
” …De resultaten van het “stokstaartjes” -onderzoek toont een opmerkelijke gelijkenis met het recente werk dat met
Dolichovespula sylvestris wespen in Groot-Brittannië « werd gedaan” zei Prof. Francis Ratnieks van de Universiteit van Sheffield, waar hij de wespen  samen met Dr. Tom Wenseleers en collega’s bestudeerde.
De nesten bestaan uit kolonies van 50-100 wespen met verscheidene wijfjes die eieren leggen : ééntje is de matriarchale “koningin” en de anderen zijn   een paar vruchtbare werksters .
De wijfjes doden elkaars eieren en leggen hun eigen eieren in de cellen: nochtans, doden de eierleggende werksters slechts elkaars eieren, terwijl de   koningin eieren doodt die door de  vrucvhtbare  arbeiders worden gelegd.
“Wat wij in zowel in de meerkatten als bij de wespen terugvinden is de hardvochtige concurrentie onder de fokkende wijfjes voor het benodigde voedsel van hun broed en wel dmv eieren moord of infanticide,” zei Prof. Ratnieks.
Dit is één manier, (wanneer de middelen-en het voedsel-aanbod zijn beperkt, ) waarop de genen hun kans verhogen om te kunnen worden doorgegeven.
            
“Dumping egg “
destructie van elkaars eieren bij gedeeld nest  

http://www.hastingsreserve.org/Resident%20Web%20Pages/Koenig%20Web%20Pages/AWIntroPoster/AWposter.html

Het zelfzuchtige gen-concept verklaart ook waarom Eikelspecht-zusters , die samen in hetzelfde nest hun eiergen leggen ,elkaars eieren eruit gooienom hun gentisch aandeel tot de gemeenschappelijke kroost te verhogen.
HEG D (2001) Twee legsels in één nest: de evolutie van gezamenlijk nestelen bij vogels. LIMOSA 74 (2): 73-73.AI sinds begin vorige eeuw verschijnen er regelmatig berichten in de ornithologische literatuur over vondsten van zeer grote legsels in een nest. Met de ontwikkeling van DNA fingerprint technieken sinds 1985 is het mogelijk om het ouderschap te bepalen van deze legsels.
Een deel van de vergrote legsels bleek afkomstig van vrouwtjes die eieren ‘dumpen’ in de nesten van andere broedpaartjes. Een ander deel bleek te behoren tot gezamenlijk nestelende vrouwtjes.
Gezamenlijk nestelen blijkt regelmatig voor te komen bij minimaal 35 vogelsoorten (verdeeld over 15 families) en blijkt uiteen te vallen in vijf algemene typen.
Drie typen komen voor bij coöperatief broedende soorten:
1) meerdere paartjes in hetzelfde territorium (‘plural breeding’);
2) broedpaar met helpervrouwtje( s);
3) mannetje met meerdere vrouwtjes, waarbij het mannetje het grootste deeI van de incubatie op zich neemt.
Twee typen komen voor bij soorten die normaal gesproken niet coöperatief broeden:
4) coöperatieve polygynie (man met twee vrouwen);
5) vrouwtje-vrouwtje broedparen.
Het voorkomen van gezamenlijk nestelen roept allerlei gedragsecologische vragen op. Kunnen we deze vorm van nestelen daadwerkelijk coöperatief noemen?
Wat zijn de reproductieve consequenties?
Hoe lossen de soorten het probleem op van vergrote legsels en het maximaal aantal eieren wat effectief kan worden bebroed?
Wanneer en hoe kunnen we binnen-groep conflicten verwachten?
Hierop is ingegaan aan de hand van twee voorbeelden, een waarbij gezamenlijk nestelen waarschijnlijk een recent en/of relatief onbelangrijk evolutionair fenomeen is (de Scholekster Haematopus ostralegus),
en
een waarbij gezamenlijk nestelen de regel is (vaak door twee of meer zusters), maar desalniettemin leidt tot grote binnen-groep conflicten, dominantierangordes en destructie van elkaars eieren (de Eikelspecht Melanerpes formicivorus).
Of
waarom de vrouwelijke werkster mieren eerder verkiezen jonge koninginnen op te kweken dan mannetjes , waardoor dan weer de geslachtsverhoudingen binnen sommige insectmaatschappijen worden gestuurd .
De genetische oorlog ( sexueel antagonisme ) tusen de geslachten heeft een bizar resultaat gehad in het geval van bijvoorbeeld de “brandmier”,
133845-962-1120132626250-wasmannia-klein
133853-962-1120138278494-voortplanting-schema

Zoals bij andere mieren, combineren de koninginnen (om vrouwelijke arbeidersmieren te produceren die steriel zijn.)hun eitjes-(genen )met die van opgespaard sperma van tijdens de bruidsvlucht …Maar , wanneer het tot de produktie an de volgende generatie van “maagdelijke” koninginnen komt, heeft deze soort een opmerkelijke evolutioaire truuk ontwikkeld – om het doorgeven van de eigen koninginnen- genen te maximaliseren, KLONEN deze koninginnen zich eigenlijk, veleer dan het bevruchten van hun haploid DNA met het bewaarde sperma van het mannetje toe te laten .
Een genetische analyse door Dr. Denis Fournier van de Vrije Universiteit van Brussel toonde aan dat
de mannelijke mieren hun eigen tegentactiek hebben ontwikkeld om ervoor te zorgen dat hun genen ook nog steeds worden doorgegeven : zij hebben een manier gevonden om de vrouwelijke genetische bijdrage tot een bevrucht (werkster )ei te elimineren, uiteindelijk uitmondend in de productie van een mannelijke kloon, .
WapenwedloopDe oorlog tussen de genen gaat dieper dan tussen groepen, families en individuen.
Ook  binnen ons eigen organisme .
Wij erven twee exemplaren van elk gen, van elke ouder.
Nochtans, gebruiken wij bij sommige genen, slechts het exemplaar van één van de ouder en dat tengevolge van het “imprinting” proces .
Prof. David Haig van de Universiteit van Harvard stelt dat “imprinting ” een evolutionair gevolg is van de strijd tussen de genen van vader en moeder :
Allebei willen ze al hun genen doorgeven aan hun nakomelingen, maar de genen die van de twee ouders worden geërfd zijn in conflict over “hoeveel   van de moederlijke middelen /developmental -instructies/instinctieve zorg , de moederlijke- broed (of gewoon ei -machine) aan het ontwikelend foetus zou moeten ter beschikking stellen .”
In wezen, hebben de van moederszijde-geërfde genen een duidelijkere belangstelling in de overleving van het moederlijke erfgoed dan in die van de vader.
De vader wil een groter foetus laten groeien. Dit is een organisme – inclusief de vaderlijke genen -met een verbeterde kans op overleving en middelen-gebruik binnen de moeder-machine zodat er niets verspild wordt aan het nageslacht van een andere(eventuele )concurerende of potentieele man.
De vrouwen, enerzijds, willen wel genoeg middelen voor het groeiende kind verstrekken , maar binnen redelijke grenzen – zij moeten echter sommige middelen investeren in hun eigen “genetische ” overleving en om hun potentieel te verzekeren meer van de eigen genen aan toekomstige kinderen/generatie door te geven.
Het resultaat, zegt Prof. Haig, is een bewapeningswedloop, waarbij vaderlijke genen sterke nakomelingen promoten
en moedergenen de groei onder controle houden en in de tegenaanval gaan .
JUNK DNA < klik
Een gedetailleerde inspectie van het menselijke genoom laat ons zwermen “egoïstische genen” ontdekken .
Het bestaan van het vermeende JUNK DNA , zonder ( tot voor kort )duidelijk functioneel voordeel voor ons organisme , was een raadsel maar kon gemakkelijk met het “zelfzuchtig gen concept” worden verklaard.
Genetische parasieten, met hun “dupliceer me” instructies , hebben, over de generaties, mee gestalte gegeven aan ons overgeerd genoom
Ze noemen
Retrotransposon (Lines , Sines, Ltr en DNA transposons,) en maken een significante fractie van onze genetische code uit ….

Types of retrotransposons

Retrotransposons belong to the class I type of mobile elements, which consists of two sub-types, the long terminal repeat (LTR) and the non-LTR retrotransposons. The LTR retrotransposons have direct LTRs that range from ~100 bp to over 5 kb in size. LTR retrotransposons are further sub-classified into the Ty1-copia and the Ty3-gypsy groups based on both their degree of sequence similarity and the order of encoded gene products. Ty1-copia and Ty3-gypsy groups of retrotransposons are commonly found in high copy number (up to a few million copies per haploid nucleus) in plants with large genomes. Ty1-copia retrotransposons are abundant in species ranging from single-cell algae to bryophytes, gymnosperms, and angiosperms. Ty3-gypsy retrotransposons are also widely distributed, including both gymnosperms and angiosperms. LTR retrotransposons make up approximately 8% of the human genome.[citation needed]

The non-LTR retrotransposons, consists of two sub-types, long interspersed nuclear elements (LINEs) and short interspersed nuclear elements (SINEs). They can also be found in high copy numbers (up to 250,000[citation needed]) in the plant species.

  • LINEs (long interspersed elements) are long DNA sequences that represent reverse-transcribed RNA molecules originally transcribed by RNA polymerase II into mRNA (messenger RNA to be translated into protein on ribosomes). LINE elements code for 2 genes, one of which has known reverse transcriptase and integrase activity, enabling them to copy both themselves and other, noncoding LINES such as AluI elements (see below for more detail). Because LINES move by copying themselves (instead of moving, like transposons do), they enlarge the genome. The human genome, for example, contains about 900,000 LINES, which is roughly 21% of the genome.[1] LINES are used to generate genetic fingerprints.
  • SINEs (short interspersed elements) are short DNA sequences that represent reverse-transcribed RNA molecules originally transcribed by RNA polymerase III into tRNA, rRNA, and other small nuclear RNAs. SINEs do not encode a functional reverse transcriptase protein and rely on other mobile elements for transposition. The most common SINES in primates are called Alu sequences. Alu elements are about 300 base pairs long, do not contain any coding sequences, and can be recognized by the restriction enzyme AluI (thus the name). With about 1 million copies, SINEs make up about 11% of the human genome.[1] While previously believed to be “junk DNA”, recent research suggests that both LINEs and SINEs have a significant role in gene evolution, structure and transcription levels. The distribution of these elements has been implicated in some genetic diseases and cancers.

Retroviruses, like HIV-1 or HTLV-1 behave like retrotransposons and contain both reverse transcriptase and integrase. The integrase is the retrotransposon equivalent of the transposase of DNA-transposons.


Sommigen, zoals Lines , coderen voor de eiwitmachines die productie-Lijnen in ons developmental-recept opnemen.
Anderen, in het bijzonder de ALU -groepen , (

  • Alu sequence ) halen voordeel uit de eiwitmachines die door de ” Lines ” werden gestuurd .

Volgens Dr. Hubbard,
hebben wij hier een soort van ‘voeding’ van egoistisch DNA door ander egoïstisch DNA.”
De zelfzuchtige genen kunnen ons DNA al sinds de dageraad van het leven ,zowat vier miljard jaar geleden, goed door elkaar hebben gegooid

Wikipedia

KEVIN R. FOSTER,*§ FRANCIS L. W. RATNIEKS,* NICLAS GYLLENSTRAND† and PETER A. THORÉN‡


Kuisheidsgordel voor spinnen
wespspin

Mannetjes van de wespspin willen niet dat hun sekspartner ook door andere mannetjes bevrucht wordt. Dus blokkeren ze de ingang.

Paren is een hachelijke onderneming als je een mannetjeswespspin bent. Je moet je komst aankondigen met voorzichtige webtrillingen en vervolgens onder de dame van je dromen kruipen. Met een van je palpen, een soort aangepaste voorste pootjes die precies in de vrouwelijke geslachtsopening passen, breng je een pakketje sperma in. En dan snel wegwezen, anders eet vrouwlief je zonder pardon op. (1)

Duitse onderzoekers zagen dat het uiteinde van het mannelijke paringsorgaan vaak afbreekt bij de vluchtpoging, in wel 80 procent van de gevallen.

Om zo snel mogelijk weg te komen? Of om te zorgen dat andere mannetjes hun zaad niet meer bij deze vrouw kwijt kunnen?

Biologiestudent Stefan Nessler zocht dit uit.

Hij ontdekte dat het voor de overleving van de mannetjes niet uitmaakt of ze een stukje van zichzelf in hun sekspartner achterlaten, en kwam er bovendien achter dat een paring met een geblokkeerd vrouwtje maar half zo lang duurt als normaal. (2)

Het afgebroken stukje mannenspin( = de bulbus ) is dus echt een soort kuisheidsgordel, concludeert hij

(1)Het afbreken van de tip van de bulbus komt enkel voor bij Argiope soorten. Waar de man veel kans heeft om opgegeten te worden. Zo stelt hij zijn nageslacht ook na zijn dood veilig door te verhinderen dat zijn vrouwtje nog kan paren Bovendien verschaft hij de eerste eiwitrijke maaltijd om de door hem bevruchte eitjes te ontwikkelen ; dt is alweer een voordeel

(2)Hoe langer het paren duurt, hoe groter de kans op nakomelingen van dat mannetjeMaagdelijke vrouwtjesspinnen paren gemiddeld 16 seconde, terwijl vrouwtjes met een achtergelaten geslachtsdeel het nog maar 8 seconde doen.

snelcursus SPINNEN

http://www.sit-wis.be/UPLOAD/Snelcursus-1-Araneologie.pdf

http://www.sit-wis.be/UPLOAD/Snelcursus-2-Initiatie_determineren.pdf


En bij de mens ?
Vriendschap, ouderliefde, familiebanden en altruïsme berusten feitelijk op vormen van
genetisch egoïsme.
Darwins evolutietheorie staat, anderhalve eeuw na dato, nog zo stevig als een huis.
Alternatieve theorieën zijn er niet.
Tegenwerpingen van de kant van creationisme en Intelligent Design zijn zo lachwekkend dat daaraan geen woord hoeft te worden vuilgemaakt.
Volgens de bekende Amerikaanse filosoof Daniel Dennett is de evolutieleer “the greatest idea, ever”.
De evolutieleer heeft zich sinds Darwin voortdurend ontwikkeld.
Het idee van de ‘survival of the fittest’ wordt niet langer van toepassing geacht op soorten of groepen, maar op ‘genen’.
De drijvende kracht achter de evolutie is, volgens de huidige geleerden, de drift waarmee genen zich kopi챘ren.
Niet wij, mensen, reproduceren ons via onze genen; het zijn de genen die zich reproduceren via ons.
Wij zijn, in de woorden van Richard Dawkins (The Selfish Gene) ‘their survival machines’
In het bijzonder de evolutionaire psychologie probeert menselijk gedrag te verklaren op grond van inzichten ontleend aan de evolutietheorie
met name ook aan de hand van vormen van “genetisch egoisme “
Jaloezie :
mannen hebben veel meer te verliezen bij ontrouw van hun partner dan vrouwen. Vrouwen lopen bij ontrouw van hun echtgenoot het risico dat deze zijn
opvoedende taken zal verzaken. Dat is een kleinigheid vergeleken bij het gevaar dat mannen lopen bij ontrouw van hun vrouw, namelijk dat hun vrouw
een kind van iemand anders ter wereld brengt. Als hun dat overkomt zijn ze dubbel gedupeerd, doordat hun eigen genen buiten spel zijn gezet,
en ze de genen van de concurrent bevorderen. Vandaar dat mannetjesdieren allerlei tactieken hebben ontwikkeld om wijfjes te monopoliseren.
Mannetjeshaaien spoelen een vrouwtjeshaai schoon alvorens er hun sperma in te deponeren.
Leeuwen en apen vormen harems waarin dominante mannetjes hun wijfjes afschermen tegen indringers.
Zo’n haremstructuur ligt dichter bij onze menselijke natuur dan de monogamie die in onze cultuur is voorgeschreven.
Dominante mannetjes, worden dan ook beperkt in hun natuurlijke neiging tot haremvorming, en moeten zich tevreden stellen met slechts
챕챕n vrouw, .
Vandaar dat ‘a silverback if ever there was one’, overmatig jaloers is op zijn vrouw.
Vandaar dat een vonkje achterdocht voldoende is om hem te laten ontploffen en te laten moorden
Overspel :
wordt net zo vanzelfsprekend met vrouwen geassocieerd als jaloezie met mannen.
Hoe komt dat? Hoe komt het dat vrijwel alle culturen met twee maten meten als het om overspel gaat?
Dat overspel beschouwd wordt als een halsmisdrijf als het om vrouwen gaat, en schouderophalend wordt afgedaan als het om mannen gaat?
Waarom klampen mannen zich vast aan het idee dat vrouwen monogaam (moeten) zijn?
De feiten spreken het tegen.
Uit onderzoek naar in paartjes levende diersoorten blijken vrouwtjes achter de rug van hun mannetjes vreemd te gaan met hordes minnaars.
Schokkend bewijst dna-onderzoek naar menselijk kroost dat het bij mensen al niet anders is: van veel kinderen is de biologische vader een ander
dan de vader wiens naam ze dragen. De vraag is nu: wat drijft vrouwen ertoe om zich, ondanks alle gevaren, toch tot overspel te laten verleiden?
Wat hebben ze erbij te winnen? Ze winnen daar, zegt de evolutionaire psychologie, twee dingen bij.
Allereerst hopen ze op betere genen voor hun nageslacht dan hun echtgenoot hun kan bieden.
In de tweede plaats hopen ze dat een kind van hun aantrekkelijke, sexy minnaar net zo aantrekkelijk en sexy zal zijn als die minnaar zelf,
zodat het zich beter zal kunnen weren in de reproductiestrijd.
Dat zijn de redenen waarom gerespecteerde echtgenotes als Madame Bovary, Anna Karenina en Effie Briest hun positie en hun leven in de waagschaal
stellen voor buitenechtelijke avonturen. Ze zijn getrouwd met een man die hun bescherming biedt, een goede vader is, over een maatschappelijke
positie beschikt, maar die zich qua sex-appeal niet kan meten met jonge minnaars.
Het is dus heel verleidelijk voor Emma, Anna en Effie om deze maatschappelijke zekerheid te combineren met superieur genetisch materiaal.
Ze streven naar ‘the best of both worlds’.
Een en ander bevestigt nog maar eens dat mannen alle aanleiding hebben om jaloers te zijn.
Genetisch gezien is het namelijk rampzalig als ze worden ‘gekoekoekt’.
Het Franse ‘cocufié’ en het Engelse ‘cuckolded’ zijn allebei afgeleid van de koekoeksvogel en na het voorafgaande begrijp je direct waarom overspel
in deze landen zo wordt genoemd, want voor een man is er niets ergers dan wanneer er een koekoek in zijn nestje wordt gelegd
Infanticide en stiefkinderen
In leeuwen- en apengemeenschappen worden dominante mannetjes op een zeker moment verjaagd door een jongere rivaal.
Het eerste wat deze nieuwe leider doet als hij bezit neemt van zijn nieuw verworven harem is alle jongen vermoorden.
Zulke hartverscheurende taferelen zijn het gevolg van een onwrikbare genetische logica.
De nieuwe leider vernietigt de genen van zijn voorganger en hij maakt de wijfjes ontvankelijk voor de zijne: een dubbel genetisch voordeel.
Dergelijke praktijken in het dierenrijk leren ons dat ouderschap berust op de zorg die dieren besteden aan de bevordering van hun eigen genen
en de uitschakeling van vreemde.
Deze ontnuchterende visie vormt de achtergrond van de talloze stiefkinddrama’s in literatuur en mythologie, van Harry Potter en Oliver Twist tot Assepoester.
” …Gelukkig maken de mensen het niet zo bont als de dieren.
De beschaving, heeft een matigend effect op natuurlijke impulsen en onderscheidt ons als mensen van de instinctief handelende dieren….” menen velen
Ik heb daar zo mijn twijfels over.
Onderzoek wijst uit dat stiefkinderen veertig tot zestig procent meer kans hebben dan biologische kinderen om te worden verwaarloosd, misbruikt en vermoord.
De behandeling van stiefkinderen in het dierenrijk verklaart en onthult waarom ook stiefkinderen in het mensenrijk in de hoek zitten waar de klappen vallen.
Vriendschap
In Centraal- en Zuid-Amerika leeft een vleermuizensoort die ‘vampier’ wordt genoemd.
Het dier dankt zijn naam aan het feit dat het zich voedt met het bloed van vee.
’s Nachts vliegen de vampiers uit, besluipen hun prooidieren, maken een wondje met hun vlijmscherpe tandjes en zuigen daar bloed uit.
Dat is een precaire operatie.
Een derde van de vleermuizen keert terug met een lege maag. En dat terwijl ze vijftig tot honderd procent van hun
lichaamsgewicht aan bloed nodig hebben, en verhongeren als ze meer dan twee nachten achtereen niet hebben gegeten.
Observaties van biologen leren nu dat vampiers belangengroepen vormen, hechte associaties die jarenlang in stand blijven en die daarop berusten dat
leden van de groep die voedsel hebben gevonden bloed afstaan aan groepsleden die dat niet is gelukt.
Dit gedrag vormt de basis van vriendschap, zoals we die ook onder mensen kennen.
Vriendschap berust op de uitwisseling van diensten volgens het Romeinse principe
do ut des’:
‘ik geef jou iets opdat jij mij iets teruggeeft’.
en zelfs
“Scratch my back , I scratch yours “
Dat principe moet verder meestal voldoen aan de voorwaarde dat de kosten lager zijn dan de baten.
Een vleermuis die met een vol buikje terugvliegt naar zijn boom kan zich makkelijk veroorloven om een slokje of wat af te staan aan een
hongerig vriendje. De ‘kosten’ zijn relatief laag, de winst voor de ontvanger is daarentegen heel hoog.Vriendschap is niet belangeloos.
Ze berust op een ingewikkelde boekhouding waarbij de ‘uitgaven’ in balans worden gebracht met de ‘inkomsten’.
Als u drie jaar achtereen kerstkaarten hebt gestuurd aan een vriend, maar er nooit een terug heeft ontvangen, dan is de kans groot dat u ermee stopt omdat ‘niet alles van één kant kan komen’.
Er is veel intelligentie nodig om zo’n ingewikkelde boekhouding bij te houden.
Vriendschap komt dan ook alleen voor bij intelligente dieren, zoals vleermuizen en mensen…
François de la Rochefoucauld:
Wat de mensen vriendschap noemen is in werkelijkheid een partnerschap waarbij belangen wederzijds worden gespaard en goede diensten worden uitgewisseld. Het is al met al een vorm van handel waarbij het eigenbelang altijd iets hoopt te winnen.’

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

3 Responses to zelfzuchtige gen / Selfish gene

  1. tsjok45 zegt:

    EVODISKU NOTES S : Selfish gene
    Dawkins

    (“selfish gene” in the opening chapter of The Extended Phenotype)

    “….It is legitimate to speak of adaptations as being “for the benefit of” something, but that something is best not seen as the individual organism. It is a smaller unit which I call the active germ-line replicator. The most important kind of replicator is the “gene” or small genetic fragment. Replicators are not, of course, selected directly, but by proxy; they are judged by their phenotypic effects. Although for some purposes it is convenient to think of those phenotypic effects as being packaged together in discrete “vehicles” such as individual organisms, this is not fundamentally necessary. Rather, the replicator should be thought of as having extended phenotypic effects, consisting of all its effects on the world at large, not just its effects on the individual body in which it happens to be sitting….”

    http://sandwalk.blogspot.com/2009/03/levels-of-selection.html
    http://www.newscientist.com/article/mg20126981.800-the-selfless-gene-rethinking-dawkinss-doctrine.html?page=1

    Samengevat :

    1.- DARWINISME ?
    dat is een verzameling inspirerende ideetjes van 150 jaar geleden
    Ondertussen is daar een hele wetenschap uit gegroeid
    Onzin en tijdverspilling om het nog te hebben over de toenmalige uitgangsprincipes en werkhypothesen van een beginnende wetenschap van 150 jaar geleden …

    2.- “OVERLEVEN ” ( = “struggle for life” en “survival of the fittest” ?/ oorspronkelijk zijn dat slagzinnen van Huxley & Spencer / het is dus “huxleyisme” en “Spencerisme ? )is slechts (volgens de klassieke evolutionaire betekenis )het resultaat van zich succesvol voortplanten ; het gaat alleen om het doorgeven en het vergroten van het aantal kopieen van (gedeeltes ) van de eigen genenset in de volgende generaties van de afstamlijn en waardoor deze genen (en hun expressie in sterfelijke fenotypen )aanwezig blijven in de voortgang van de geschiedenis …

    2.- Uiteraard speelt SEXUELE SELECTIE daarbij een hoofdrol : het feit dat bepaalde fenotype dragers van een bepaalde genenset langer lever dan anderen ( zowel door geschiktheid als door toevalligheden ) vergroot alleen maar de tijd en mogelijkheid om meer nageslacht op de wereld te zetten …Onvruchtbare
    (bijvoorbeeld door een “ongeluk” gecastreerde ) maar succesvolle langlevers spelen geen rol , tenzij ze ook altruistische bijdragen leveren die de verspreiding van het genetische materiaal van hun naaste ( wel fertiele ) verwanten( waar ze dus veel genen mee gemeenschappelijk hebben ) helpen verspreiden of diens nakomelingen helpen opvoeden ….

    (GERT KORTHOF ) over KOONIN , Het beroemde “selfish gene concept” van Dawkins en DNA

    1.- De replicatie van het genetisch materiaal is de belangrijkste eigenschap van het leven.
    (Er staat nog net niet ‘het doel van het leven’! )

    2.- Het fenotype (lichaam) van bacterie, plant en dier staat ten dienste van de replicatie van het genoom.
    Voeg daarbij de verworven achtergrond kennis toe: dat genoom bestaat uit DNA.
    En de relevante informatie in DNA berust op de specifieke Watson-Crick base paring van de bases A met T en C met G.

    3.- dan =
    Een groot deel van de machinerie van een organism heeft in feite tot taak copieer fouten te minimaliseren.
    Bij een bacterie wordt 10% van het genoom voor DNA repair gebruikt ….
    en de mens heeft tenminste 130 DNA-repair enzymen.
    Het woord “anti-entropic devices” ( Van koonin ) betekent eigenlijk =
    systemen om degradatie te verminderen zoals DNA-repair .
    En verder om fouten bij het vertalen van genetische informatie naar eiwitten te herstellen.
    Want ook daar worden fouten gemaakt. En dat is weer belangrijk omdat eiwitten de machinerie vormen die replicatiefouten
    moeten herstellen.
    Foutgevoeligheid van DNA oplossen door voor méér eiwitten in het DNA te coderen!
    Een wonderbaarlijke prestatie die lijkt op Baron Münchhausen die zich aan zijn haren uit het moeras trok.
    Als U zich afvraagt wat maag, darm, mond, tong, tanden, etc in ons lichaam doen, dan heeft Koonin daar ook een antwoord op:
    die zorgen voor de grondstoffen voor replicatie en de rest van het lichaam in stand te houden.

    Een typsiche Dawkiniaanse selfish gene beschrijving!

    Typerend voor Koonin gebruikt hij ‘replicatie’ in plaats van ‘DNA’.
    Hij bedoelt de componenten van DNA: 4 bases, deoxyribose, fosfaat, nucleosides, nucleotides.

    Ik vertaal dit naar DNA:
    die fouten bestaan uit fouten in de Watson-Crick base paring (AT en CG) die we punt-mutaties noemen.
    Ten tweede:
    inserties, deleties die in feite berusten op breuken in de fosfaat-suiker backbone van DNA
    (de backbone was chemisch steviger dan de base binding ).
    Maar zowel de base paring als de fosfaat-suiker backbone maakten DNA tot zo’n chemisch perfect molecuul,
    Een molecuul waar nauwelijks chemische alternatieven voor te vinden zijn.
    ‘Optimaal gezien de omstandigheden’ zei iemand.
    Een molecuul dat chemisch niet anders opgebouwd kan worden dan het is.
    Een noodzakelijk molecuul.
    Als je Röntgen-diffractie patronen en de bestanddelen kent, volgt daaruit noodzakelijkerwijs de driedimensionale structuur van DNA.
    Zo logisch zit DNA in elkaar.
    Welnu, ‘the secret of life’ is dat het leven een groot deel van zijn machinerie nodig heeft om beschadigingen en replicatie fouten
    in DNA te herstellen!

    Nota bene:
    het is mijn interpretatie van bovenstaande passages van Koonin dat een groot deel van de biologische machinerie van ons lichaam
    tot taak heeft de chemische tekortkomingen van DNA als informatiedrager te compenseren.
    Evolutie heeft gekozen voor DNA en het compenseren van de nadelen van DNA

    Samenvatting:

    DNA replicatie is cruciaal in de evolutie (‘essentie van het leven’)
    maar DNA heeft nadelen (replicatie fouten, beschadigingen) veroorzaakt door de chemie van DNA
    die nadelen worden (ten dele) door repair systemen opgevangen
    DNA replicatie én DNA repair vormen ‘de essentie van het leven’
    DNA repair wordt uitgevoerd door enzymen die in het DNA gecodeerd moeten worden
    dat kost méér DNA dat onderhouden moet worden
    dat is kostbaar, maar het lijkt dat dit tot nu toe op te brengen is…

    Het toevoegen van DNA repair enzymen kost méér DNA , dat onderhouden moet worden.
    Wat nu als er mutaties optreden in DNA-repair enzymen?
    Dan kunnen die zichzelf (en de rest van de genen!) niet meer adequaat repareren!
    Potentieel een catastrofe!
    Vergelijk dit met de menselijke samenleving wanneer in een ramp- of oorlog situatie gewonden naar ziekenhuizen worden
    gebracht. Wat nu als het ziekenhuis personeel zelf gewond of ziek is?
    of het ziekenhuis gebombardeerd, ingestort of weggespoeld is?
    Die crisissituatie in de menselijke samenleving is een goede metafoor voor een genoom met gemuteerde DNA-repair-genen!

  2. Pingback: Natuurlijke Selectie « Tsjok's blog

  3. Pingback: EGOISME | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: