VOGELEVOLUTIE


Hugo Vandendries weet er alles van:
hij is dino-specialist van het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel,
 HUMO : Is de kip(=de vogels) echt een verre nazaat van de dino’s?

Hugo Vandendries :«Het is zelfs geen verre nazaat, maar een rechtstreekse afstammeling. Je moet het skelet van een kip maar eens vergelijken met dat van bijvoorbeeld de gigantische Diplodocus die zo’n 150 miljoen jaar geleden leefde: heel erg gelijkend.»

HUMO De dinosauriërs waren toch uitgestorven door een gigantische meteorietinslag? Of is die theorie achterhaald?

Vandendries«Er bestaan verschillende hypothesen, en de meteoriet is nog altijd de meest aanvaarde. 65 miljoen jaar geleden stierf twee derde van alle planten- en diersoorten uit toen een reusachtige meteoriet insloeg op het Mexicaanse schiereiland Yucatán, men heeft lang aangenomen dat alle dinosauriërs toen mee het loodje hebben gelegd.

»Een andere hypothese is dat de dino’s zijn uitgestorven door gigantische vulkaanuitbarstingen – daarvan heeft men in India kilometers dikke lagen as teruggevonden.

»Daarnaast bestaan er ook nog een aantal behoorlijk gekke theorieën, waar de meeste wetenschappers weinig geloof aan hechten. Eén theorie zegt dat de dino’s een soort collectieve zelfmoord hebben gepleegd. Nog een andere stelt dat ze gestikt zijn doordat ze hun eigen giftige winden inademden.»

HUMO Oké, de dino’s zijn dus uitgestorven. Hoe rijmt u dat dan met de afstamming van onze kip?

Vandendries

«Wat vaak vergeten wordt, is dat er maar één grote tak van de dinosauriërs uitgestorven is: (en hier gaat  Vandendries zwaar in de fout ) die met reptielbekkens. Een andere tak had het bekken van een vogel. Die tak heeft zich gewoon verder ontwikkeld, en daar stamt onze kip van af.

Kijk maar eens naar de vogels in je tuin: dat zijn in feite geëvolueerde dinosauriërs.

(1)  Dit is  een grote  veelgemaakte   FOUT  ……. Het is  in feite andersom: 

= het  hagedisbekken ( –> Saurischia —>Theropoda  Maniraptora  –>VOGELS  ) tegenover het  vogelbekken(–> Ornitschia  —>  waaronder  ook  Sauropoda  (= diplodocus ) 

Saurischia bekken                                                              Ornitschia  bekken  

File:Saurischia.png       De typische bekkenstructuur van de Ornitischia met teruggeklapte pubes

DE VOGELS STAMMEN  AF VAN DE SAURiSCHIA ( in tegenstelling tot wat een oppervlakkige  vergelijking( en vooral een naamverwantschap )  lijkt te suggereren )

_..zie verder de  terechte  reactie  onderaan 

°

The dinosaurs have been very successful. They changed and survived.

Emu

Some birds still have claws. The Hoatzin and the Black Vulture chicks have claws too

»Een jaar of tien geleden heeft men in China voor het eerst een archeopteryx met pluimen gevonden – zéér bijzonder, want pluimen fossiliseren bijna nooit. Sindsdien hebben we een beter beeld van hoe de evolutie van dino naar vogel verlopen is. In een allereerste fase had je dino’s met hooguit wat dons. Latere soorten kregen pluimen waarmee ze niet echt konden vliegen – ze regelden er vooral hun temperatuur mee. Nog een stuk later zijn die pluimen dan geëvolueerd tot echte vleugels. Stel dat we dat allemaal niet zouden weten: dan zouden we de archeopteryx gewoon als dinosauriër gecatalogeerd hebben, en niet als de overgangsvorm tussen dino en vogel die hij in werkelijkheid was.

»Overigens: na die vondst in China zijn natuurwetenschappelijke musea wereldwijd hun archeopteryx-fossielen opnieuw gaan bekijken, en ze hebben vastgesteld dat het in feite kleine dino’s waren, niet groter dan een kalkoen. Zelfs de grote Tyrannosaurus Rex, die wel vijftien meter lang kon worden, had in een embryonale fase wellicht pluimen.»

HUMO Dus het antwoord op de vraag wat er het eerst was, de kip of het ei, is eigenlijk: de dino?

Vandendries «Zo zou je het kunnen zeggen.»
27/4/2013  Door Kim Verhaeghe,

Daarom staan vogels gehurkt

Vogels staan en lopen gehurkt, met de bovenbenen bijna horizontaal gepositioneerd. Paleontologen analyseerden 3D-beelden van dinosauriërs, de verre voorouders van de vogels, om uit te zoeken hoe dat komt.

Dino-evolutie verklaart gehurkte positie.

Dino-evolutie verklaart gehurkte positie.

Vogels staan en lopen in een nogal ongewone gehurkte positie, met de bovenbenen bijna horizontaal gepositioneerd. Paleontologen analyseerden 3D-beelden van dinosauriërs, de verre voorouders van de vogels, om uit te zoeken hoe dat komt.

De onderzoekers van Royal Veterinary College in Londen digitaliseerden de skeletten van 17 archosauriërs, de groep van landdieren waartoe naast uitgestorven dino’s ook krokodillen en vogels behoren. Aan de 3D-reconstructies voegden ze het vlees en de spieren toe om het lichaamsgewicht en de positie van het massamiddelpunt in te schatten.

Vervolgens bestudeerden de paleontologen hoe dat massamiddelpunt wijzigde gedurende de evolutie van de dinosauriërs, en welke lichaamsveranderingen daarvoor verantwoordelijk waren. Eerder onderzoek toonde al aan dat de eerste archosaurussen, ongeveer 245 miljoen jaar geleden, meer leken op moderne krokodillen: ze liepen op vier poten, en hadden een zware staart. Later in hun evolutie, ongeveer 235 miljoen jaar geleden, gingen de dino’s op twee poten lopen. Aanvankelijk waren hun poten gestrekt, met een verticaal bovenbeen, net zoals wij op onze benen staan. Maar naarmate de staart korter en lichter werd, verschoof het massamiddelpunt naar voor, waardoor de dinosauriërs minder verticaal en meer gehurkt gingen staan: meer “vogelachtig” dus.

De resultaten van dit nieuwe onderzoek spreken die hypothese niet tegen, maar wijzen wel op een essentiële ‘vergetelheid’: de invloed van de steeds zwaarder wordende voorpoten in hun evolutie naar vleugels. Ook die massa vooraan zorgde mee voor de verschuiving van het massamiddelpunt naar voren, en dus voor de shift van een rechtopstaande naar een gehurkte positie. Het onderzoek staat deze week in Nature. (kv)

Van Dinosauriërs naar vogels
auteur ; Jurre e.a. /Dit is afkomstig van het oude RC forum (het stuk is gedateerd maar toch nog interessant )
Bewijzen, aanwijzingen en feiten over de vogelevolutie uit Dinosauriërachtige voorouders.
Skeletkenmerken van Dinosauriërs laten een duidelijke evolutionaire lijn zien, ik geef hiervan wat voorbeelden, een wat uitgebreider verhaal is hier te lezen -> http://www.dinosaurus.net/vogelII.htm
Bird-theropods-trails-
Waarneer we de voeten van Dinosauriërs op filogenetische wijze rangschikken zien we al snel een geleidelijke overgang van Dinosaurusvoeten naar vogelvoeten:
Bird-hands-and-legs-
PZ Meyers
Hetzelfde geldt voor de staarten, Primitievere Dinosauriërs als Ceratosauriërs beschikken over zo’n 50 staartwervels, de meer geavanceerde Coelurosauriërs hebben er nog zo’n 40, en zeer vogelachtige Dinosauriërs, ik zou denken de maniraptora zo’n 25.
De staarten worden steeds korter en stijver, en met iedere stap komt het zogeheten transition point (overgang beweegelijke staartwervels een onbeweegelijke staartwervels) dichter bij de staartbasis te liggen.
Nomingia-gobiensis
Nomigia  gobiensis
°
Bij de Dinosauriër Nomingia trouwens, zijn de staartwervels met elkaar vergroeid, men spreekt van een Pygostyle staart, dit
komt verder alleen bij vogels voor.
staarten
°
En zo ook de heupen, Dinosauriërs worden op basis van hun heupen in 2 groepen verdeeld, de Saurischia (Hagedis-heupen) en Ornithischia (Vogel-heupen).

Nu behoren de voorouders van de vogels niet tot de Ornithischia maar tot de Saurischia. Echter zoals je kunt zien verplaatst de (met groen aangegeven) pubis (schaambeen) zich telkens wat naar achteren om uiteindelijk een vogelachtige heup te vormen.

https://i2.wp.com/www.dinosaurus.net/pics/heupen.gif

Ten slotte de vingers van de Dinosauriërs, hierbij komt het merkbare evolutionaire effect minder goed naar voren, al is hier wel duidelijk te zien het grote verschil in de vingers van Archaeopteryx en hedendaagse vogels en de overeenkomsten met Dinosauriërs

.handen

Voor wat uitgebreidere info ->

http://www.dinosaurus.net/vogelII.htm

http://www.dinosaurus.net/vogelI.htm
In dit licht lijkt het niet verrassend dat er ook Dinosauriërs worden gevonden met veren op hun lijf

Veel Dinosauriërs zijn aangetroffen met veren op hun lijf.

UPDATE :

Vroege veren

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/39278836/

Sluit dit venster

Zo zitten ze al honderd miljoen jaar in barnsteen. Ooit was dat hars van een boom. (Foto Vincent Perrichot e.a.)

In een Frans stukje barnsteen zijn zeven veertjes van honderd miljoen jaar oud gevonden. Misschien van een vogel, maar een dinosaurus lijkt waarschijnlijker.

Het is niet de eerste keer dat er veertjes opduiken uit de tijd van de dinosauri챘rs, maar ze vergroten wel het inzicht in het ontstaan van deze vorm van lichaamsbedekking, schrijven Franse onderzoekers in Proceedings of the Royal Society B.

De veertjes hebben een hoofdschacht van enkele millimeters lang met vertakkingen zonder de haakjes die vogelveren hebben. Didier Neraudeau: “We wilden graag weten of die vertakkingen in één vlak lagen, zoals bij vogelveren, of niet. Dat was met een lichtmicroscoop niet goed te zien. Daarom probeerden we het met microtomografie.”

Voor die techniek is een synchrotron nodig, een monsterlijk apparaat waarin elektronen worden versneld. ( http://weblogs.vpro.nl/australie/2007/05/03/supersnelle-elektronen/ )

Het was de moeite waard, vindt Neraudeau: “Op de beelden is te zien dat de vertakkingen aan alle kanten rondom de schacht ontspruiten. Het betekent dat we hier een type veer hebben waarvan het bestaan wel was voorspeld, maar dat nog nooit gevonden was, een evolutionaire tussenvorm.”

Voor vliegen is dit type niet geschikt, maar als lichaamsisolatie zal het prima hebben gewerkt.

Aan welk dier de veertjes hebben toebehoord, kan Neraudeau niet met zekerheid zeggen. Maar vermoedens zijn er wel: “In de buurt van het stuk barnsteen zijn tanden gevonden van een soort dinosaurus waarvan bekend is dat hij veren had. Vogelfossielen van honderd miljoen jaar oud zijn daar niet opgedoken, al bestonden er al wel vogels in die tijd.”

Elmar Veerman

http://www.sciencedirect.com/science?_ob=MImg&_imagekey=B6X1G-4M4TNV1-1-1&_cdi=7242&_user=10&_orig=browse&_coverDate=02%2F28%2F2007&_sk=999939998&view=c&wchp=dGLbVzW-zSkWW&_valck=1&md5=881a2376990af89f11a2cc278857c66a&ie=/sdarticle.pdf

Gevederde dino’s
Zie verder ook evodisku 2 blog

DINO VLEUGELS ZIJN PRODUCTEN VAN SEXUELE SELECTIE
6 april 2009
© NU.nl/Dennis Rijnvis ( in het rood toevoegingen van mezelf )

Gevleugelde ( zowel grote als kleine ) dino’s kregen veren ….. in eerste instantie omdat er sexueel geselecteerd werd ;
vliegen en zweven waren slechts latere functies van de reeds aanwezige veren en de forsere vleugels en bij kleinere dino’s
Dat beweren Britse wetenschappers in een nieuwe studie.

De onderzoekers van de universiteit in Manchester berekenden met computersimulaties op basis van fossielen dat de EERSTE gevleugelde dinosaurussen bij hun bewegingen geen voordeel hadden aan de veren op hun voorste ledematen..
De vleugels waren ook te klein om mee te kunnen vliegen of zweven. (1)
En de veren zaten zelfs vaak in de weg.
Ze zorgden volgens de wetenschappers voor extra weerstand bij het rennen.

Competitie “Als een dier begon te rennen op zijn achterpoten en zijn voorpoten opzij hield als vleugels, dan kostte dat meer energie. De vleugels waren in dat opzicht een nadeel in de competitie met anderen”, (2)
zegt hoofdonderzoeker Robert Nudds in de Britse krant Daily Telegraph.
Er moet dus een andere selecterende evolutionaire factor zijn geweest die ervoor heeft gezorgd dat dinosaurussen met veren generaties lang konden overleven.”

Paringsritueel  De onderzoekers suggereren daarom dat de dinosaurussen profiteerden van hun veren bij seksuele selectie. (3)
Ze zouden hun vleugels in eerste instantie alleen hebben gebruikt om een partner aan te trekken of te imponeren ( en om hun rivalen af te schrikken of te intimideren ? ) .

Onze theorie is dat de eerste gevederde dinosaurussen hun voorpoten gebruikten in een soort paringsritueel”,
aldus Nudds.
“Misschien paradeerden ze wat rond tijdens de balts en spreidden ze hun voorpoten om zo te laten zien hoe mooi hun veren waren.”

Zweefduik      Sommige gevleugelde dinosaurussen worden beschouwd als de voorlopers van vogels.
Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat de dinosaurussen vleugels begonnen te ontwikkelen, omdat ze in bomen gingen leven.
Ook Nudds vindt dat een aantrekkelijke verklaring, maar volgens hem is de oude theorie niet te onderbouwen met (fossiele ) feiten.( voor andere ondersteunende ” feiten” –> 1b)

“Het klinkt logischer (4)dat dinosaurussen hun voorpoten begonnen te spreiden als vleugels toen ze vanuit bomen naar beneden sprongen, zodat ze een zweefduik naar de grond konden maken”,
zegt hij.
Maar die theorie wordt simpelweg niet ondersteund door fossielen.”
(1)
Je heb ook geen volgroeide vleugels nodig om er voordeel uit te halen.
hangt er trouwens ook vanaf hoe groot het dier in kwestie is
Een kip kan niet echt vliegen met die kleine vlerkies van hem, maar hij haalt wel 90 km/uur , te voet.
Struisvogels zijn groot en zwaar en bezitten een massa veren en kleine vleugels …maar lopen ook hard , snel en langdurig
1b
( verwilderde ) Kippen klimmen bij valavond in bomen en gaan daar op stok….buiten het bereik van o.a. straathonden ( en vroeger in hun geboorteland: de valleien rond de voet van de himalaya ) vossen ….
Kon ik dikwijls al zelf zien in de stadparken van mijn vlaamse thuisstad

(2) De uitspraak van de wetenschappers die ongeveer vertellen dat
snel rennende dino’s last moeten hebben van hun vleugelachtige voorpoten door slechte aerodynamiek , is op zijn minst erg naif ….
Waarom zouden sommige theropoda ( de dino’s waar de vogels van afstammen )hun voorpoten en vooral hun handen niert kunnen plooien langs hun romp
zoals vogels dat ook doen met hun vleugels

Er zijn zelfs aanwijzingen dat ze dat wél deden
Een voorbeeld ; de basale theropode
Dilophosaurus wetherilli (-198 MY )
http://www.bloggen.be/evodisku/archief.php?ID=2
(3)
Als men een nieuw dier of fossiel ontdekt met rare aanhangsels die op het eerste gezicht de overlevingskansen sterk zouden moeten verkleinen, kan je erbij na blind vanuit gaan dat het met
sex te maken heeft. (rare onhandig grote geweien, de staart van de pauw (klassiek voorbeeld), felle kleuren die vijanden aantrekken etcetera).
De simpelste verklaring is vaak de juiste.
Ermee vliegen konden dino van een halve ton (minstens !) niet . In een boomklimmen of uit een boom springt lijkt me ook niet echt plausibe voor die zwaargewichten ,
dus blijft er uiteindelijk maar 1 simpele verklaring over die ook bij de huidige dieren voor de meest vreemdsoortige uitstulpingen en versierselen zorgt : SEX.

(4) Een Intelligente Designer werkt logisch … Niet de evolutie dat proces is unintelligent gepruts ; het is barokke ” Rude Goldberg design ” die wordt geperfectioneerd over zeer lange tijdspannen door drastische selectie, op leven en dood , van het aangeboden materiaal ….

En als we nog verder kijken zien we een grote overeenkomst tussen hedendaagse vogels en Dinosauriërs als bv. Velociraptor, die beschikt over een halvemaanvormig polsbeentje, waarmee vogels flapperende bewegingen maken, de Dinosauriër Oviraptor vertoond dezelfde behoefte om zijn tanden te verliezen net als vogels hebben gedaan, en de oviraptoride Nomingia heeft op dezelfde manier als vogels doen zijn staartwervels aan elkaar geplakt.
De broedende Oviraptor Citipati, die in broedhouding over zijn nest is gevonden geeft aan dat veren er ook kunnen zijn geweest ookal zijn ze niet gefossiliseerd, en eveneens dat vogels het uitbroedingsgedrag ook niet van een vreemde hebben.
De gehele lichaamsbouw, zoals het lopen op 2 poten en het horizontaal houden van de ruggengraad (In tegenstelling tot bipede zoogdieren) en tevens de warmbloedigheid, want er komen steeds meer aanwijzingen dat vele Dinosauriers endotherm zijn geweest, wijst regelrecht in de richting van evolutie van vogel uit Dinosauriër…
Hoatzin
“Some people have called the hoatzin a living fossil and equated these claws with those of Archaeopteryx, the ancestor of modern birds that lived 150 million years ago. However, the claws are not unique among birds: some species of geese retain spurs on their wings into adulthood, and young European coots have a single claw on each wing that helps them climb back to the nest as well. It is more likely that the hoatzin’s claws are not a relic, but a recent adaptation to its rather precarious nesting site.”https://i0.wp.com/www.lastrefuge.co.uk/images/photo/hoatzin09c.jpg
hoatzin Embryo hand
 

Hoatzin (Opisthocomus hoazin) chicks possess unusual anatomical feature on the wing, vestigial claws enabling it to grip branches, Guyana (4201-39855 / 00277751 © Minden Pictures)

Hoatzin (Opisthocomus hoazin) chicks possess unusual anatomical feature on the wing, vestigial claws enabling it to grip branches, Guyana

Hoatzin kuikens bezitten vleugelklauwtjes , maar ze zijn lang niet de enige extante vogels met een dergelijke uitrusting …
Bij Hoatzin is dat het duidelijkst zichtbaar , maar bij andere vogels zijn er vestigale overblijfselen ;
…….so I’m checking out our new emu chick and I discover something I didn’t even know they had…wings. And not normal wings to be sure. In fact they’re not really wings at all, but tiny vestigial arms, each with a single visible finger and on that finger is a claw!

 
Now there are a couple of reasons why that was surprising to find. One is that I was taught that there was only one bird in all the world that had claws in its wing. The hoatzin of South America has claws in its youth, which disapear as it matures. But that was supposed to be it. And emus aren’t even closely related to hoatzins.
 
I read an undergraduate study of the emu that gave an in-depth description of the bird, but didn’t mention this unusual feature. Then I read a doctoral thesis on the evolution of flightless birds from dinosaurs that somehow overlooked this one immediately relevant detail as well. I even presented my find to a handful of evolutionary biologists at Talk.Origins, who didn’t believe me until I showed them the pictures! But there it is.
 
There were those who said that it couldn’t have a claw in its adulthood. And I when I suggested that other ratites might have claws as well, (as an remnant of their dinosaur heritage) there were more skeptics. But I looked into it at length and finally found out that the ostrich had much more than that. Ostriches have claws at the end of three actual saurian fingers on each wing! Well in that case, why aren’t they still dinosaurs now?
And its not just ratites and hoatzins that have these.
I found lots of other birds that did as well!…..
This enigmatic claw is important
De volgroeide Hoatzinvleugel heeft op het eerst zicht geen klauwtjes
meer
Here’s the evolution of the carpometacarpus in dinosaurs.
(included is de hoatzin hatchtlin )
A: the ornithischian Heterodontosaurus
B: the early theropod Herrerasaurus
C: the neotheropod Coelophysis
D: the tetanuran Allosaurus
E: the early maniraptoran Ornitholestes
F: the Jurassic avialae Archaeopteryx
G: the cretaceous enantiornithe Sinornis
H: the wing of an Opisthocomus (hoatzin) hatchling
I: the wing of the adult chicken Gallus
(and just for shits and giggles,-)
J is a pterosaur.
i’ve color coded these for you, to match metacarpals and phalanges.
A-I are borrowed from here, and arranged cladistically, such that “Succesive taxa share a more recent common ancestor with modern birds (Neornithes)”
Hoatzin is een van de nog meest primitiefste vogels die bestaat, en verschilt op heel wat punten van de moderne vogels onder andere de klauwen (sterk gereduceerd bij volwassen exemplaren) overigens Hoatzin heeft felrode ogen
Overigens hebben we de creationisten nu wel een prachtig argument geleverd, als het jong van Hoatzin lijkt op Archaeopteryx, is Archaeopteryx wel het jong van een hele normale vogel.
Nou moeten we weer bedenken waarom dat niet zo is…
Sommige creationisten gebruiken de Hoatzin juist als argument tegen Archaeopteryx, omdat het zou aantonen dat de reptielachtige kenmerken van Archie niks voorstellen, omdat ze ook in ‘moderne’ vogels voorkomen. Wat vinden jullie daarvan?

Een volwassen archaeopteryx is het jong van een heel normale vogel, maar hij heeft wel goed ontwikkelde vleugels, een beetje vergelijkbaar met een volwassen hoatzin eigenlijk, ze vliegen beide wellicht even goed, of eerder slecht.

Echter Archaeoptreyx heeft een benige staart en tanden

Klauwen zijn één ding, en dan nog alleen in Hoatzinkuikens (nadruk op kuikens). Wat Archaeopteryx zo Dinosaurusachtig maakt is de hele structuur van het skelet, met als meest prominente uiterlijkheden tanden en een benige staart.
Als je kijkt naar de classificatie zie je al dat Archaeopteryx iets totaal anders is dan de hedendaagse vogels.

Hoatzin behoord als het goed is gewoon tot de Neornithes waartoe alle hedendaagse vogels behoren.

Daarnaast zijn er de uitgestorven Odontornithes, waartoe bv. Hesperornis en Ichtyornis behoren, en tenslotte de Archaeornithes. Onderklasse Archaeornithes bevat maar één orde: de Archaeopterygiformes, en die bevat maar één familie: Archaeopterygidae, en die bevat maar één genus: Archaeopteryx.

Dus alleen al vanwege het feit dat Archaeopteryx zo geïsoleerd in het classificatieschema staat is een bewijs dat hij totaal anders is dan andere vogels. En dat de vreemde kenmerken die hij bij zich draagt overeenkomen met die van Dinosauriërs, dat zegt voor mij genoeg…

Hier hebben we Archie:

https://i2.wp.com/www.dinosaurus.net/pics/archaeske.gif
En hier hebben we ter vergelijking (v.l.n.r)
Comsognathus, Velociraptor en een raaf. (niet op schaal)

https://i2.wp.com/www.dinosaurus.net/pics/compske.gifhttps://i0.wp.com/www.dinosaurus.net/pics/veloske.gifhttps://i1.wp.com/www.dinosaurus.net/pics/kraaiske.gif

Opsomming van de vogelachtige kenmerken van Archaeopteryx:

– veren
– halvemaanvormig polsbeentje (om vleugelslagen te maken.)
– grote hersenen
– borstbeen

Reptielachtige kenmerken:

– benige staart
– tanden
– 3 vingerklauwen (het hele leven door)
– gastralia (=buikribben, kijk maar naar de plaatjes, Archie, Compy en de Raptor hebben allen gastralia, de raaf echter niet.)
– raptorklauw (opnieuw, zie plaatje.)

Dat zijn degenen die ik zoëven weet op te hoesten, maar paleontologen weten zo blijkt er nog veel meer. Hier bijvoorbeeld: http://www.dinosauria.com/jdp/archie/dromey.htm
staan alle overeenkomsten van Archaeopteryx met de Dinosauriërs uit de familie Dromaeosauridae (Familie van oa Velociraptor):

Archaeopteryx is not only a theropod, it is a dromaeosaur because it shares a number of detailed characters only with dromaeosaurs. Some other characters are found only in the two forms and some basal birds. Some of the Archaeopteryx-dromaeosaur characters are as follows.

Nasal depressed nasal and snout upturned
Dorsal process of maxilla almost reaches preorbital bar
Preorbital bar slender & straight preorbital in lateral view
Dorsal depression on the ectopterygoid
Diamond shaped supraoccipital
Strongly twisted paraoccipital process (noted by Currie)
Highly modified tail with hyperdorso-flexible base (condition approached in troodonts)
Middle finger most robust
Ilium parallelogram shaped (also basal birds)
Pubic peduncle very large & reversed
Ilio-pubic articulation inverted V shape
Pubic shafts are flat plates oriented 140 degrees to each other

Er staat zelfs dat met uitzondering van de hallux (teenbot vermoed ik) Archaeopteryx over geen enkel kenmerk beschikt dat niet ook in andere Therapoden wordt gevonden.

Is het teveel gezegt als ik beweer dat Archaeopteryx onmogelijk een ‘100 %’ vogel kan zijn?

Nog een ophelderende link: http://www.ucmp.berkeley.edu/diapsids/birds/archaeopteryx.html

De oervogel had de poten van een dinosaurus
door Bart Eeckhout

De Archaeopteryx, de oudste bekende vogel, verschilt duidelijk van zijn huidige soortgenoten door zijn poten, die veel weg hadden van de poten van de dinosauriërs. Dat heeft een team wetenschappers uit Frankfurt achterhaald. De resultaten van de onderzoekers verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

Het team rond paleo-ornitholoog Gerald Mayr van het onderzoeksinstituut Senckenberg uit Frankfurt onderzocht een goed bewaard skelet van ongeveer 150 miljoen jaar oud en ontdekte dat de grote teen van de Archaeopteryx niet volledig gekromd was, zoals dat wel het geval is bij de huidige vogels.

Dit toont aan dat de Archaeopteryx geen poot had waarmee hij takken kon sjouwen, zoals de vogels van nu”, zo besluiten de wetenschappers.

De bevindingen zijn een nieuw bewijs voor de verwantschap van de oervogel met de vleesetende sauriërs uit de groep van de (op twee poten lopende) theropoden.

De verwantschap van de moderne vogel met de theropoden is een wijdverbreide maar geen universeel aanvaarde theorie, die met de nieuwe ontdekking opnieuw aan kracht wint.

Publicatiedatum : 2005-12-02

Belangrijk
Voor de duidelijkheid vermeld ik hier even dat Avialae en Aves niet door alle paleontologen hetzelfde worden gebruikt.
Jacques Gauthier heeft avialae benoemd in 1986 als: Archaeopteryx plus alle moderne vogels en alle maniraptoren die van hun laatste gemeenschappelijke voorouders afstammen.
Bij de skeletkenmerken gaan we van deze formulering uit. Er gaan echter de laatste tijd stemmen op die vinden dat de hierbovenstaande formulering van toepassing is op de klasse Aves.
Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld Archaeopteryx in het eerste geval ingedeeld wordt in Avialae en in het tweede geval in Aves. Avialae wordt dan als volgt geformuleerd: Neornithes (moderne vogels) plus alle maniraptoren dichter bij hen dan bij Deinonychus. Voor deinonychosauria geldt de volgende formulering: Deinonychus en alle maniraptoren dichter bij hem dan bij vogels.
 

Als je bij de tekeningen in het openingsbericht de nieuwere formulering wilt gebruiken moet je dus Avialae vervangen door Aves en Aves vevangen door Neornithes.


Hoe zit het dan met de verhalen over de Archeopteryx van wie de verschillende kootjes van de hand (=vogel) niet overeenkomen met die van een reptiel?
Dat dus bijvoorbeeld, weet even niet precies, de ringvinger bij het reptiel bij de Archeopteryx een wijsvinger is. Wat er dus op zou duiden dat de vogels niet van reptielen afstammen.
(kort ; )
De vingers van Archaeopteryx hebben de I-II-III identiteit! De vingerformule (phalangeal formula) van Archaeopteryx luid: 2-3-4-X-X (Een vinger formule geeft weer hoeveel kootjes de vingers van een dier hebben, de X staat voor ‘geen’. laatste twee vingers ontbreken dus bij Archaeopteryx.)
 
(lang )
In het stukje staat het ietswat versimpeld uitgelegt, ik zal het hier iets diepgaander bespreken:
Op het eerste gezicht lijkt er niets aan de hand =
de drie korte vingers van moderne vogels
(Vingerformule: 1-2-1-X-X) lijken door vergelijkende anatomie gewoon de I-II-III identiteit te hebben.
De problemen beginnen pas waarneer je dit op embryologisch niveau gaat bekijken.
Een vinger ontstaat in een embryologisch ontwikkelingsproces uit een vingerbasis, een zogenoemde condensatie, als een vinger gedurende het evolutieproces verdwijnt is het gebruikelijk dat de vingercondensatie behouden blijft.
Zo hebben vogels dus drie korte vingers, maar vier vingercondensaties, namelijk cII (c= condensatie), cIII, cIV en cV, dus alleen cI is definitief verdwenen. En dat is dus ook meteen het probleem, vogels hebben hun condensatie I verloren, wat zou moeten betekenen dat de vingers van vogels niet I-II-III zijn, maar II-III-IV, want zonder condensatie I kan vinger I natuurlijk nooit groeien toch?Misschien toch wel! Het bewijs dat dit mogenlijk is wordt geleverd door de moderne kiwi, die maar twee vingers heeft (II en III) en bij wie het in de natuur soms voorkomt dat vinger II het aantal en de kenmerken van de phalanges van vinger I hebben, of een combinatie van vinger I en II. Condensatie III heeft nooit de groei van vinger III tot gevolg. De natuurlijke variatie van kiwivingers demonstreert dat er geen relatie is tussen de vingeridentiteit en de condensatie.
Vogels kunnen ondanks het verlies van condensatie I hun vinger I laten groeien door daar condenstatie II voor te gebruiken, en de vinger die daar oorspronkelijk stond op zijn beurt ook weer een eindje verschoven richting condensatie III.
Omdat er geen sprake is van een conflict tussen de embryologische en anatomische data is het dus ook geen bewijs tegen de evolutie van vogels uit dinosauri챘rachtige voorouders. Meer info: Dinosaurus.netAls het goed is snap je nu ook waarom de vingers van Archaeopteryx de I-II-III identiteit hebben, de stelling dat de vingers II-III-IV zouden zijn geweest had alleen kunnen worden bewezen waarneer iemand de embryologische ontwikkeling van het dier had kunnen volgen en dat gaat nogal moeilijk met een uitgestorven diersoort.
Zoals nu blijkt beschikken echter zowel vogels als dinosauri챘rs over de vingers I-II-III en is er van vinger IV al helemaal geen sprake…
Op andere gebieden zijn er hoedanook feiten die een evolutie van vogels uit dinosauri챘rs suggereren, dus dat we niet goed weten hoe veren ontstonden doet geen afbreuk aan het hele vogelevolutiemodel.
We kunnen wel zien in het fossielenbestand hoe het skelet van een dinosauri챘r veranderd in dat van een vogel,
Er zijn tussenvormen,
Sinornis, Iberomesornis, Confuciusornis, die beschikken allemaal over kenmerken die zowel bij reptielen als vogels worden gevonden…

en wat betreft tussenvormen:in het algemeen

Natuurlijk hebben er talrijke overgangsvormen bestaan en is de overgang van de ene naar de andere levensvorm heel gradueel. Maar al deze overgangsvormen zijn inmiddels verdwenen.

Het enige wat we terugvinden is een promille hiervan in de vorm van fossielen

 
We zien dat de voeten steeds vogelachtiger worden en hoe dat komt zien we als we er een paar van wat dichter bij bekijken. Het is opvallend dat een vogel-embryo tijdens zijn groei bijna dezelfde ontwikkeling maakt van de benen en voeten als dinosaurussen hebben doorgemaakt van Saurischia tot aan Aves (vogels).
Saurischia Embryo stadium A
We zien dat bij zowel vroege Saurischia als bij vogel-embryo’s de fibula of kuitbeen tot aan de enkels doorloopt. Ze hebben beide 5 tenen of in ieder geval rudimentaire overblijfselen die op 5 tenen wijzen. De eerste teen van zowel saurischia als van vogel-embryo’s zit boven aan de enkel vast aan de voetwortelbeentjes.
Theropoda Embryo stadium B
Bij Theropoden verliest de eerste teen het kontakt met de enkel en zakt naar beneden, en dit gebeurt precies hetzelfde bij embryo’s in stadium B van hun ontwikkeling. Theropoden en embryo’s hebben beiden nog beenderen in de voet die op vijf tenen wijzen. Hiervan is de vijfde teen bij dinosaurussen niet meer dan een stukje overgebleven bot en niet zichtbaar bij levende exemplaren. Hoewel de eerste teen bij theropoden gezakt is wordt hij niet gebruikt bij het lopen.
Tetanurae Avialae Embryo stage C
Bij Tetanurae zien we dat ze een grote ascending process hebben, een soort botuitgroeisel net boven de enkel. Ook bij embryo’s van stadium C begint nu zo’n ascending process te groeien. Wat verder opvalt is dat omdat de tibia oftewel scheenbeen veel harder groeit dan het kuitbeen dit kuitbeen het kontakt met de enkel verliest, een kenmerk van vogels. Ook is in dit stadium teen V geheel verdwenen. Avialae zijn primitieve vogels of bijna vogels. Hier zitten alle dieren die dichter bij vogels staan dan bij deinonychosauria (dromaeosauriden). Een belangrijk kenmerk van deze groep is de omgekeerde hallux of 1e teen. Die draaide helemaal naar de achterkant van de voet en gaf vogels de mogelijkheid om takken vast te grijpen.
Aves Embryo volgroeid
Bij Aves zien we dan dat de middenvoetbeentjes vergroeien tot een bot en zo de tarsometatarsus vomt. Ook de ascending process vergroeid en dit gebeuren zien we bij een volgroeid vogel-embryo terug. Als we het groeiproces van een vogel-embryo volgen komen we alle stadia van de dinosaurusontwikkeling weer tegen. Een belangrijke aanwijzing dat vogels via theropode, tetanurean en coelurosaurian dinosaurusssen zijn ontstaan.
de beschrijvingen van de soorten onder het tabelletje ‘Van dinosaurus naar vogel’ http://nadarwin.nl/gallerij.html
Fossiel van ‘dino-vogel’ ontdekt
23/07/2002
In China is een fossiel gevonden van een dinosaurus die kon vliegen. Daarmee is volgens wetenschappers de veronderstelling van de evolutie van dino’s tot vogels bevestigd. Dat hebben Chinese media dinsdag gemeld.
Prof. Ji Qiang van het Geologisch Instituut van de Academie van Wetenschappen in Peking zei dat hij een fossiel heeft gevonden van een dier dat tussen dinosaurus en vogel in zit. Hij ontdekte de ‘dinosaurus-vogel’ in de provincie Liaoning, in het noordoosten van China, en heeft hem Shenzhouraptor Sinensis genoemd.
Volgens Ji is het een kleine tweepotige dinosaurus uit het Onder-Krijt (140 miljoen jaar geleden).
Het dier lijkt op de archeopterix, een vreemde vogel ter grootte van een kip maar met overwegend reptielachtige eigenschappen.
De Shenzhouraptor heeft geen tanden, maar wel een lange staart met twintig wervels, een U-vormige borst en veren.
“Te oordelen naar de breedte van de schouders, de bekkengordel, borst, poten en veren, is het zeker dat hij inderdaad kon vliegen en dat hij de ontbrekende schakel is tussen tweepotige dinosaurussen en vogels”, zei prof. Ji.
Onder paleontologen was het een gangbare theorie dat de vogels afstammen van kleine, tweepotige, vleesetende dinosaurussen. Maar die veronderstelling was tot nu toe alleen gesteund door het bestaan van de archeopterix.
Wel zijn er in Liaoning eerder fossielen van kleine tweepotige dinosaurussen gevonden.
Un dinosaure à plumes et sachant voler... (la tête est à gauche et la queue à droite)
Shenzhouraptor sinensis

Kleine vleesetende dinosaurus ontdekt

In Noord-Amerika zijn botjes van een nieuwe dinosaurus ontdekt, de kleinste vleesetende dino van het continent tot nu toe.Dat melden de ontdekkers in het Amerikaanse tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Het beestje, dat zo groot moet zijn geweest als een kip, heeft de welluidende naam Hesperonychus (=westerse klauw) elizabethae gekregen. De dino lijkt op een mini-editie van de Velociraptor

Ben van Raaij 17 maart 2009

Model of the Newly Discovered Hesperonychus Elizabethae

Model of the Newly Discovered Hesperonychus Elizabethae

De onderzoekers van de Universiteit van Calgary (Canada) zijn erg blij met de ontdekking, schrijven zij in het blad PNAS.

In de Dinosaur Park Formation in Alberta zijn eerder al veel grote dino’s gevonden. Hoewel onderzoekers bijna zeker wisten dat er 75 miljoen jaar geleden ook kleine vleeseters rondliepen, hadden ze daarvoor geen bewijs. Hesperonychus vult dit gat in de Amerikaanse prehistorie.

De botten werden aan het begin van de jaren tachtig al gevonden, maar onderzoekers dachten dat het om een jong dier ging. Naar nu blijkt was de zogeheten hesperonychus met vijftig centimeter volgroeid.

De botjes van het prehistorische bijtertje lagen al ruim 25 jaar in de kast van de universiteit, maar zijn nu pas beter en grondiger onderzocht.

Het fossiel van de dinosaurus – niet meer dan wat bekkenbotjes – dateert uit het late Krijt en is 75 miljoen jaar oud.

Wie weet wat voor bijzondere beesten er nog meer uit de archieven komen ‘kruipen’.

Dat het om een kleine carnivoor gaat, maken de auteurs op uit klauwtjes en gewrichtjes die in de buurt van de bekkenbotjes zijn aangetroffen. Het is een zogeheten maniraptor, een vleesetende dinosaurus met lange handen.

Het dier liep op twee poten en at insecten, vogels en vogelachtigen , kleine zoogdieren en waarschijnlijk ook dinosaurusbaby’s.

De nieuwe dinosaurus (Hesperonychus elizabethae) is lid van de groep van de gevederde dromaeosauriërs en nauw verwant met kleine Aziatische vleeseters als Sinorthinosaurus, waarvan vooral in China veel fossielen zijn gevonden. De Amerikaanse dino, die zo’n kleine twee kilo moet hebben gewogen, is wel circa 45 miljoen jaar jonger dan de Aziatische ‘microraptors’.

In het Noord-Amerikaanse Krijt zijn veel fossielen van grote vleesetende dinosauriërs gevonden, zoals Tyrannosaurus rex. Kleine dino’s zijn zeldzaam en kleine vleesetende dino’s ontbraken tot nu toe geheel. Paleontologen hebben zich altijd afgevraagd welke dieren de niche van de kleine vleeseters bezetten( en of dat wellicht vroege zoogdieren waren. )

Volgens de auteurs moeten er in elk geval ook kleine vleesetende dinosauriërs zijn geweest. Zij denken dat deze in grote aantallen voorkwamen en een belangrijk onderdeel waren van de carnivore fauna van het late Krijt.

Het fossiel laat zien dat de dromaeosauriërs zowel geografisch als in de tijd veel ruimer verspreid waren dan gedacht. Ook vormt het een aanwijzing dat de dinosaurusfauna van Azië en Noord-Amerika veel verwantschappen tonen .

Gevederde dinosauriër zonder veren wijst op complexe evolutie

1 Juli 2006, jaargang 8 nr. 13 Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Faculteit Aardwetenschappen Universiteit van Silezi챘

SAMENVATTING
De overgang van reptielen (namelijk een bepaalde groep dinosauri챘rs) naar vogels moet complexer zijn geweest dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit de vondst van een dino uit het Laat-Jura in de groeve Stark van de beroemde Duitse vindplaats Solnhofen (bij M체nchen), waar ook alle exemplaren van de eerste vogel (Archaeopteryx) zijn gevonden.
Archaeopteryx maakte, hoewel algemeen beschouwd als de eerste vogel, deel uit van een groep dino’s (de Coelosauria) die werden gekenmerkt door een verenkleed. Behalve Archaeopteryx zijn er van deze groep, waarvan in de laatste jaren veel exemplaren in China zijn gevonden, geen geslachten gevonden waarvan aannemelijk is dat ze konden vliegen. Wel is waarschijnlijk dat diverse andere geslachten glijvluchten konden maken.
Het uitgeprepareerde holotype van Juravenator starki.
Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Het nu gevonden fossiel, dat de naam Juravenator starki heeft gekregen (De jager uit het Juragebergte van Stark; Stark is de familienaam van de eigenaar van de groeve), behoort ook tot de Coelosauria, en lijkt in veel opzichten op de vroegste Coelosauria die in China zijn gevonden. Hij blijkt echter geen veren te hebben gehad! De overgang van ongevederde dino’s naar vogels ging dus niet zonder meer via een tussenfase van gevederde dino’s, maar is complexer geweest.

Reconstructie van de op twee poten lopende Juravenator.

Juravenator starki was een ongeveer 75 cm lange vleeseter, die 150 miljoen jaar geleden zijn prooi ving in de moerasachtige gebieden die destijds veel in Europa voorkwamen. Van het gevonden exemplaar is zo’n 65 cm gefossiliseerd (een stukje van de lange staart is afwezig), en dat is – zoals met veel fossielen uit Solnhofen – gebeurd op een extreem goede wijze. Daarom kan worden vastgesteld dat het om een nog jong exemplaar ging, en dat hij een schubachtige huid moet hebben gehad zonder veren.

Onderzoekers Ursula G철hlich en Luis Chiappe met het brokstuk met het fossiel.
bron: G. Janssen, Paleontologisch Museum, M체nchen.

Tot nu toe werd aangenomen dat veren, die als een soort huidschubben kunnen worden beschouwd, zich slechts eenmaal bij de Coelosauria hadden ontwikkeld. De vondst van een nieuw geslacht zonder veren zou er volgens deskundigen echter op kunnen wijzen dat veren binnen deze groep diverse malen tot ontwikkeling zijn gekomen. Een andere mogelijkheid is overigens dat de voorouders van Juravenator wel over veren beschikten, maar dat die ergens in de evolutionaire ontwikkeling weer verloren zijn gegaan. Niet geheel uit te sluiten – maar uiterst onwaarschijnlijk – is een derde mogelijkheid, n.l. dat het nog jonge exemplaar van Juravenator op latere leeftijd alsnog veren zou hebben gekregen.

Referenties
G철hlich, U.B. & Chiappe, L.M., 2006. A new carniverous dinosaur from the Late Jurassic Solnhofen archipelago. Nature 440, p. 329-332.

Xu, X., 2006. Scales, feathers and dinosaurs. Nature 440, p. 287-288.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Ursula G철hlich, Department for Geo- and Environmental Sciences, Universit채t M체nchen, M체nchen (Duitsland).

Bezoek de website van de Nederlandse Geologische Vereniging en het elektronisch geologisch tijdschrift NGV Geonieuws.
°

De evolutie van vogels begon ongeveer 20 miljoen jaar eerder dan tot nu toe werd aangenomen, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.

24 februari 2014
De eerste lichtgewicht dinosauriërs met veren en vleugels verschenen vermoedelijk 170 miljoen jaar geleden op het toneel, ver voordat de oudst bekende oervogels van het geslacht Archaeopteryx ontstonden.

Deze voorlopers van vogels klapwiekten nog niet met hun vleugels, maar zweefden vermoedelijk van boom naar boom.

Dat melden Britse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Evolution.

evo12363-fig-0001

Figure 1. Rates of femur and forelimb evolution in Theropoda. Branch lengths are scaled, (i) red branch leading to the Paraves indicating an ∼200-fold rate increase relative to the background rate and (ii) yellow branches to Microraptorinae indicating an approximately eightfold rate increase relative to the background rate (not scaled relative to evolutionary rate). The original time-calibrated phylogeny is shown in dark gray. Circular rings indicate 5 Ma time intervals from the KPg boundary.

Evolutiesnelheid 

De wetenschappers kwamen tot hun inzichten door met een numeriek model de evolutiesnelheid van verschillende eigenschappen van vogels te berekenen.

Ze analyseerden de evolutionaire stamboom van verschillende vogels en brachten in kaart hoe lang het duurde voordat de optimale lichaamsgrootte, lichaamsvorm en vleugels ontstonden bij deze soorten.

Met behulp van die gegevens konden ze berekenen hoe lang het duurde voordat de eerste vogels – dinosauriërs uit de groep Paraves – een vogelachtig lichaam ontwikkelden.

Skeleton of the paravian dinosaur Microraptor, from the Early Cretaceous (125 million years ago) of NE China.  This dinosaur was experimenting with flight, but its unique kind of flight – gliding using all four feathered limbs – did not lead to anything. Image is supplied with permission from the Institute of Vertebrate Paleontology & Paleoanthropology (IVPP), Beijing.

Skeleton of the paravian dinosaur Microraptor, from the Early Cretaceous (125 million years ago) of NE China. This dinosaur was experimenting with flight, but its unique kind of flight – gliding using all four feathered limbs – did not lead to anything.Image supplied with permission from the Institute of Vertebrate Paleontology & Paleoanthropology (IVPP), Beijing.

°

“Tot nu toe konden we alleen gokken wanneer de grote evolutionaire veranderingen plaatsvonden”, verklaart hoofdonderzoeker Gavin Thomas op de nieuwssite van de Universiteit van Bristol.

“Maar door de nieuwe methode weten we dat het kleine lichaam en de lange vleugels van vogels al ontstonden voordat de vogels zelf op het toneel verschenen.

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

‘High rates of evolution preceded the origin of birds’ by Puttick, M.N., Thomas, G.H., and Benton, M.J. in Evolution: DOI: 10.1111/evo.12363
°
Een moleculaire kijk op vogelevolutie
Marcel van Tuinen

Ze komen in vogelgidsen altijd in dezelfde volgorde aan bod: de zeevogels voorin, achteraan de zangvogels. Daartussenin vinden we de duiven, de hoenders, de roofvogels en moerasvogels. Deze klassieke, 19e-eeuwse indeling van dierenrijk en vogelgids is puur gebaseerd op morfologische vergelijkingen. En waarom ook niet? Vogels zijn vrij eenvoudig in verschillende groepen onder te brengen: eerst een vlotte tweedeling tussen water- en landvogels; verder onderverdelen in roofvogels, moerasvogels, duiven, zangvogels… Er heerst orde in de vogelgids: wie in het bos een zangvogeltje spot, hoeft nooit ver heen en weer te bladeren.

Zijn dit de ‘echte’ pelikanen? Uitgerekend de pelikaan blijkt op grond van moleculair onderzoek niet bij de ‘pelikaanachtigen’ thuis te horen, maar in de buurt van steltlopers als lepelaars en ibissen.

Helaas geeft deze indeling de werkelijkheid iets te simpel weer. Feit is dat bijna alle vogels een onzekere plaats innemen in de traditionele classificaties. De komst van verbeterde morfologische methoden en de ontwikkeling van moleculaire technieken heeft de vogelstamboom sinds de jaren zestig revolutionair gewijzigd. Vreemd genoeg zijn de nieuwe inzichten nog niet of nauwelijks naar de vogelgidsen doorgesijpeld. Veel vogelaars vogelen dus nog steeds met verouderde idee챘n.
De vroege classificaties stoelen allemaal op een fenetische methode. Deze groepeert organismen puur aan de hand van de totale hoeveelheid morfologische overeenkomst. Twee vogelgroepen die meer overeenkomsten met elkaar vertonen dan met een derde groep, zijn dus nauwer met elkaar verwant. Vergelijk maar eens een eend, zwaan en struisvogel, en het is duidelijk dat de eenden en zwanen meer op elkaar lijken dan op de struisvogel. Zo’n indeling van verschillende soorten in clusters (bijvoorbeeld geslachten of families) is echter een door mensen bedacht systeem, dat niet noodzakelijkerwijs ook de achterliggende evolutionaire ontwikkeling weerspiegelt.

Superordes
De evolutionaire geschiedenis van een organisme, ook wel een fylogenie genoemd, laat zich letterlijk als een stamboom visualiseren. Iedere vertakking staat voor een soortvorminggebeurtenis, waarbij 챕챕n soort zich in twee챘n splitst. Deze twee soorten kunnen uiteindelijk uitgroeien (via verdere soortvorming) tot twee families, waarbij de oorsprong van beide families in de praktijk vaak nog vrij eenvoudig tot 챕챕n gemeenschappelijke voorouder te herleiden valt.
Met de tijd groeit elke familie uit tot meerdere families. Deze families op hun beurt vallen weer te groeperen in ordes. Op dat niveau aangeland zijn er vaak te weinig overeenkomsten meer over om twee ordes tot 챕챕n gemeenschappelijke voorouder te herleiden. Juist hier ligt het grootste probleem in de bestaande vogelclassificaties: het merendeel van de superordes in het vogelrijk is gebaseerd op minimaal bewijs. De evolutionaire geschiedenis van de duiven, zangvogels, papegaaien, muisvogels, koekoeken en vele andere ordes is nog altijd een compleet mysterie.

Snavels en veren
De meeste biologen zijn het er over eens dat totaal verschillende organismen verdacht veel op elkaar kunnen gaan lijken wanneer ze onder dezelfde (ecologische) selectiedruk staan. Dit fenomeen heet convergente evolutie en komt misschien wel veel vaker voor dan tot nu toe werd aangenomen. Om bij het maken van een classificatie deze valkuil te omzeilen, is het zaak in een analyse de evolutionaire relaties niet te laten bepalen door de totale hoeveelheid overeenkomende karakters, maar alleen naar de karakters te kijken die uniek zijn voor een cluster.
Een voorbeeld: alle vogels hebben veren, maar alleen de moderne (levende) vogels hebben een snavel. De meer primitieve, uitgestorven vogelgroepen hadden nog tanden in hun bek, die daarmee dus geen snavel mag heten. Dat maakt de snavel tot een uniek karakter dat de moderne vogels onderscheidt van andere vogels. De aanwezigheid van veren echter is geen argument voor de plaatsing van alle moderne vogels in 챕챕n groep, want ook de meer primitieve vogels hadden veren. De aanwezigheid van veren is een primitief, dus niet uniek karakter. De fylogenetische methode die alleen gebruikmaakt van dergelijke unieke karakters (ook wel synapomorfie챘n genoemd) wordt cladistiek genoemd en is in de vroege jaren zestig ontwikkeld door de Duitse onderzoeker Willi Hennig.

Convergente evolutie

Convergente evolutie. De pinguïns van het zuidelijk halfrond vertonen veel overeenkomsten met de alken, zeekoeten en papegaaiduikers van het noordelijk halfrond. De overeenkomsten zijn het gevolg van convergente evolutie, en zeggen niets over de feitelijke verwantschap.

Cladistieke methoden hebben inmiddels bij vogels verscheidene gevallen van convergente evolutie aan het licht gebracht. Zo is het nu duidelijk dat, hoewel de gelijkenis verrassend is, gierzwaluwen en boerenzwaluwen niet nauw aan elkaar verwant zijn. Gierzwaluwen zijn verwant aan kolibries en vormen samen een orde die apart staat van de zangvogelorde waartoe boerenzwaluwen behoren.
Wellicht hét klassieke voorbeeld van convergente evolutie bij vogels draait om de alk en pinguïn. De alken op het noordelijk halfrond lijken als twee druppels water op de pinguïns op het zuidelijk halfrond en bezetten een vergelijkbare ecologische niche, maar alken blijken in de verste verte niet aan pingu챦ns verwant. Ze hebben meer gemeen met meeuwen, sternen en jagers. Het feit dat vele ornithologen, met name diegenen die deze vogels beschreven, deze vormen van convergente evolutie over het hoofd zagen, is voor altijd versteend in de Latijnse geslachtsnaam van de reuzenalk: Pinguinis.
Toch is ook de cladistieke methode geen garantie voor succes. Het is vaak erg moeilijk om unieke karakters te vinden die ook nog bij ander ordes voorkomen. De cladistieke methode heeft tot nu toe vooral succes in het clusteren van de primitieve loopvogels en tinamoes in één superorde (Paleognathae) en alle andere vogels in een tweede superorde (Neognathae), waarbinnen de eendachtigen en hoenders dan weer een aparte groep vormen. De meeste andere ordes worden nog steeds in de classificaties geplaatst aan de hand van één enkel karakter of ecologische overeenkomst. Uilen en roofvogels onderscheiden zich samen van andere vogels doordat ze scherpe klauwen en gebogen snavels bezitten. Omdat ze alle lange poten hebben, beschouwen de meeste ornithologen de reigers, ooievaars, flamingo’s, ibissen en lepelaars tevens als nauw verwant.

Moleculaire klok
Naast de cladistieke methode valt het probleem van convergente evolutie ook met moleculaire technieken te omzeilen. Tijdens mijn promotieonderzoek aan de Pennsylvania State University in Pennsylvania, VS, probeerde ik de vroege evolutie van moderne vogels te ontrafelen aan de hand van de basenvolgorde van het DNA, zowel uit de celkern als uit de mitochondriën. Uit de overeenkomsten en verschillen in de basenvolgorde van verschillende vogels destilleer je naast fylogenetische informatie (het ‘hoe’) ook gegevens over de biogeografie en evolutionaire tijdschaal (het ‘waar’ en het ‘wanneer’) van een stamboom. Dat ‘timen’ van de evolutionaire ontwikkeling staat bekend als de ‘moleculaire klok’. Deze klok geeft, gebaseerd op de aanname dat de mutatiefrequentie van het genetisch materiaal redelijk constant is, met de mate van verschil tussen twee stukken DNA een idee van het tijdstip waarop de tak in tweeën splitste.
Hoewel de moleculaire klok nog steeds als controversieel wordt beschouwd, is deze juist voor het opstellen van de vogelstamboom uiterst bruikbaar, aangezien vogels niet scheutig zijn met het nalaten van fossielen. Vanwege hun volmaakte vliegcapaciteiten hebben vogels een lichtgebouwd, fragiel skelet van holle botten, dat slecht fossiliseert.
In totaal onderzocht ik van 56 vogels uit alle bestaande vogelordes (waaronder ordes die nog nooit moleculair waren onderzocht) steeds hetzelfde stukje genetisch materiaal. Van de meeste van de 56 vogels bepaalde ik de basenpaarvolgorde van drie mitochondriale genen en vier genen uit de celkern. Bij elkaar voor iedere vogelsoort ruim vierduizend basenparen van binnen en buiten de kern.
De media zijn natuurlijk vooral ge챦nteresseerd in controversi챘le resultaten. Fylogenetische verschillen tussen een traditionele en moleculaire benadering worden daarom vaak zo ver opgeblazen dat veel onderzoekers in de traditionele systematiek hun vertrouwen in DNA-onderzoek al lang hebben verloren. Dat is jammer, want al die nieuwe en onverwachte moleculaire fylogenetische resultaten zijn vaak helemaal niet zo onverwacht en nieuw. In de meeste gevallen komen alleen verrassende verschillen naar voren in gevallen die ook in morfologische studies al dubieuze resultaten opleverden.

Pelikaan als steltloper?

Fuut clustert met flamingo. Moleculair onderzoek laat zien dat traditionele classificaties niet noodzakelijkerwijs ook met familieverbanden corresponderen: de flamingo bijvoorbeeld clustert met de fuut in plaats van met de rest van de steltlopers, terwijl de pelikaan bij de steltlopers opduikt en niet bij de pelikaanachtigen.

Vogels

°

http://science.naturalis.nl/collections/schatten-van-ncb-naturalis

Types uit de verzameling (klik op tekst voor vergroting en beschrijving )

°

Wilgengors lead

WilgengorsOudste type-exemplaar in de vogelcollectie van Naturalis

Mees monarch

Mees monarchGevangen door een missionaris

Violette purperspreeuw lead

Violette purperspreeuwVan een eiland, maar welk eiland?

Corvus octopennatus

Corvus octopennatusWist wetenschappers om de tuin te leiden

Corvus crinitus

Corvus crinitusNiet van echt te onderscheiden

Ruys paradijsvogel

Ruys paradijsvogelGeboren uit overspel?

Bensbachs paradijsvogel

Bensbachs paradijsvogelZijn identiteit blijft een raadsel

Langsnavelhoningeter

LangsnavelhoningeterGeboortedatum onbekend

Chinese koolmees

Chinese koolmeesGooi nooit oude naamkaartjes weg!

Bospoederdonsklauwier

BospoederdonsklauwierMet zijn paspoort is wat mis

Geelrugwielewaal

GeelrugwielewaalEen tekening bewijst zijn bestaan

Bruinborstrietvink

BruinborstrietvinkEn weg was de zwerm

Fluweelborstboomklever

FluweelborstboomkleverTenen geven hem een nieuwe naam

Fijihoningeter

FijihoningeterUit het bezit van een rijke reder

Padangpieper

PadangpieperVernoemd naar zijn ontdekker

Sumatraanse boomekster

Sumatraanse boomeksterBrutaal sociaal

Kortstaartkitta

KortstaartkittaZorro onder de vogels

Fanteekamzwaluw

FanteekamzwaluwVerwarring rond een luchtacrobaat

Vegetarische boomvink

Vegetarische boomvinkLiet Charles Darwin zien dat soorten veranderlijk zijn

Kusaie-spreeuw

Kusaie-spreeuwOpgevreten door scheepsratten

Temmincks honingzuiger

Temmincks honingzuigerVernoemd naar Coenraad Jacob Temminck, de oprichter van Naturalis

Diksnavelleeuwerik

DiksnavelleeuwerikBenoemd door Charles Bonaparte, de neef van Napoleon

Dikbekraaf

DikbekraafGrootste zangvogel, grootste gok

Lidths gaai

Lidths gaaiAparte gaai van de verzamelprofessor

Gouden fluiter

Gouden fluiterWhat’s in a name…

Japanse pestvogel

Japanse pestvogelHield zich lang schuil

°

De groep Pelecaniformes, ofwel de pelikaanachtigen, bestaat naast pelikanen ook uit jan-van-genten, fregatvogels, aalscholvers, keerkringvogels en slangehalsvogels. Bij de traditionele definitie van deze groep telt mee dat dit de enige vogels zijn die een wangzak hebben (vooral duidelijk te zien bij pelikanen en fregatvogels), voorzien zijn van zwemvliezen rondom alle (vier) tenen en dat ze allemaal een typisch geluid maken bij het landen.
Een uitgebreide studie van het DNA van pelikaanachtigen in de jaren tachtig leverde echter al een opmerkelijk resultaat: de pelikanen zelf bleken niet het meest verwant aan de andere pelikaanachtigen, maar vinden hun meest verwante soort in een excentrieke Afrikaanse ooievaar/reigerachtige moerasvogel: de schoenbekreiger, ook wel schoenbekooievaar genoemd. Hiervoor is wel degelijk morfologisch bewijs maar het unieke zwemvlies en de wangzak werden dermate complex geacht, dat het onmogelijk leek dat zulke complexe karakters meer dan eenmaal onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan.
‘De moleculaire data moeten dan wel fout zijn,’ luidde de opvatting van vooraanstaande ornithologen. Voor mij was dat een goede aanleiding om meer data te verzamelen. In mijn onderzoek voegde ik niet alleen meer gegevens toe vanuit andere plaatsen in het genoom, maar ik bestudeerde ook andere relevante vogelgroepen zoals de ibissen, ooievaars, reigers, pinguïns, waadvogels en kraanvogels. Mijn bedoeling was met name om de fylogenetische positie van drie uiterst raadselachtige vogelgroepen te onderzoeken: de flamingo’s, de hamerkop en de schoenbekreiger.

Flamingo geen steltloper
Literatuur wees uit dat flamingo’s duidelijke verwantschap vertonen met eenden, waadvogels (met name de Australische kluten) óf met de ooievaars en ibissen. De hamerkop is net als de schoenbekreiger een buitenissige Afrikaanse steltloper waarvan onduidelijk is waar die nu precies in de stamboom past. Minimale moleculaire data waren aanwezig en na twee jaar bloed, zweet en tranen in een biologisch lab in State College, was het eindelijk tijd voor de fylogenetische analyse. Volgens de moleculaire data bleken de ibissen en reigers het meest verwant aan de hamerkop en schoenbek, maar ook de pelikanen horen hierbij! De andere pelikaanachtigen bleken nogal verspreid over de vogelstamboom op te duiken, waarin de fregatvogels wellicht een groep vormen met de stormvogels en albatrossen en juist niet met de aalscholvers. De orde Pelecaniformes is dus hoogstwaarschijnlijk volstrekt kunstmatig.
Totaal onverwacht rolde uit dit onderzoek ook nog een volstrekt ondubbelzinnige moleculaire uitspraak over de precieze positie van de flamingo’s. Volgens de moleculaire data (DNA-sequencing van zes verschillende genen en nieuwe DNA-hybridizatieinformatie) is de flamingo niet nauw verwant aan de eend. Ze hebben ook weinig te maken met steltlopers of waadlopers. In plaats daarvan clusterden de futen samen met de flamingo’s.
Controversiële resultaten, waarbij het zaak is de mogelijkheid van ongewenste vervuiling in de DNA-monsters uit te sluiten. Na een tweede proefneming bleek daarvan absoluut geen sprake te zijn. Zo’n uiterst vreemd fylogenetisch resultaat lijkt onmogelijk, omdat flamingo’s morfologisch en ecologisch flink verschillen van futen. Juist deze extreme divergentie lijkt de reden voor de moeilijkheid om futen en flamingo’s morfologisch te groeperen: divergentie als de andere kant van de convergentiemedaille.

Continentale drift

Landbruggen. Loopvogels, die niet vliegen of zwemmen, waren voor hun verspreiding op landbruggen aangewezen. Tussen Zuid-Amerika en Australi챘 was via Antarctica uitwisseling mogelijk.

Voor veel vogelaars zijn loopvogels misschien de meest lelijke en oninteressante groep. In evolutionair opzicht zijn ze echter wel degelijk fascinerend. De loopvogels zijn de grootste en meest primitieve nog levende vogels die hun vliegvermogen volledig zijn kwijtgeraakt. Hun tegenwoordige verspreiding op het zuidelijk halfrond valt te herleiden tot de in het Krijt startende drift van de zuidelijke continenten.
Afrika, Zuid-Amerika, Madagaskar, India, Antarctica, Australië en Nieuw-Zeeland vormden tot 120 à 130 miljoen jaar geleden één continent, Gondwana. De Amerikaanse ornitholoog Joel Cracraft kwam in 1974 met overtuigend morfologisch bewijs op de proppen dat loopvogels monofyletisch zijn, oftewel meer verwant zijn aan elkaar dan aan andere niet-loopvogels, en dat de fylogenetische splitsingen inderdaad overeenkomen met de biogeografische scenario’s. Ooit verspreid over één zuidelijk continent vinden we tegenwoordig vanwege de continentale verdeling de struisvogel in Afrika, de nandoes in Zuid-Amerika, de emoe in Australië, de kasuarissen in Australië en Nieuw-Guinea, en de vreemde kiwi’s in Nieuw-Zeeland. Daarnaast kwamen de recent uitgestorven olifantvogels voor in Madagaskar en de moa’s in Nieuw-Zeeland.

Loopvogelfossielen
Sindsdien is deze theorie bekritiseerd met andere suggesties tégen een monofyletische oorsprong en de vondst van loopvogelfossielen op het noordelijk halfrond. Mijn moleculaire resultaten stellen echter eensluidend dat loopvogels een aparte en primitieve groep vormen. Recent functioneel-morfologisch werk van de promovendus Sander Gussekloo aan de Universiteit Leiden geeft eenzelfde beeld. Bovendien komen de evolutionaire splitsingen goed overeen met de volgorde waarin de zuidelijke continenten zich afsplitsten van Gondwana. Volgens de nieuwe moleculaire gegevens is de Zuid-Amerikaanse nandoe nauw verwant aan de Australische en Nieuw-Zeelandse emoe en kiwi’s.
Paleontologisch en morfologisch onderzoek laat zien dat deze verwantschappen corresponderen met de evolutionaire en biogeografische trends bij buideldieren en sommige amfibie챘n. Antarctica verbond tot ongeveer 65 miljoen jaar geleden Zuid-Amerika en Australi챘. Fossiele vondsten van loopvogels en andere fauna wijzen nu eenduidig op het gebruik van deze landbrug.

Loopvogel migreert vliegend?

Loopvogels. De loopvogels zijn hun vliegvermogen kwijtgeraakt, wat het verhaal van hun verspreiding nauw verbindt met het verschuiven van de continenten.

De openstaande vraag is dan hoe de meest primitieve loopvogels in Afrika zijn terechtgekomen en hoe de fossielen op het noordelijk halfrond binnen dit continentale-driftscenario passen. Er zijn drie mogelijkheden: 처f vliegend; 처f honderd miljoen jaar geleden via continentale drift, toen Zuid-Amerika en Afrika zich afsplitsten; 처f via actieve verspreiding over land via Europa en Noord-Amerika. Dat de verre voorouders van struisvogels ooit vlogen, is vrijwel zeker, maar er bestaat geen enkel bewijs voor goed vliegende, laat staan voor vliegend migrerende loopvogelvoorouders.
Moleculaire-klokgegevens komen hier goed van pas, want er is maar een handvol gedateerde fossielen bekend. Nieuwe gegevens dateren de oorsprong van de loopvogels en tinamoes na de splitsing van Afrika en Zuid-Amerika. Daarmee blijft alleen het scenario over waarin de struisvogel zich over land van Zuid-Amerika via Noord Amerika en Europa naar Afrika verspreidde ergens in het laat-Krijt of het vroege Kenozo챦cum. Laten de oudst bestaande fossielen nu juist gevonden zijn in Noord-Amerika en Europa! De tegenwoordige verspreiding van de moderne loopvogels is dus hoogstwaarschijnlijk grotendeels een geologisch gevolg. Helaas blijft de evolutionaire geschiedenis van de uitgestorven olifantsvogel uit Madagaskar en de moas in Nieuw-Zeeland nog grotendeels onopgelost omdat genetische gegevens grotendeels ontbreken.
Morfologische analyses blijven cruciaal in het vergaren van fylogenetische kennis omdat het de enige manier is om fossielen te beschrijven en omdat de bestaande traditionele fylogenetische methoden in veel gevallen dezelfde resultaten opleveren als moleculair werk. Moleculair onderzoek levert momenteel dus een double check op de morfologische methoden. Soms leidt het tot verbazingwekkende resultaten. Wellicht nog belangrijker is om nader morfologisch onderzoek te verrichten aan juist d챠e karakters waarin convergentie lijkt te zijn opgetreden. Immers, meer inzicht in de oorsprong en ontwikkeling van nieuwe karakters bij levende organismen is van groot belang, willen we ooit de complete stamboom van het leven kunnen benaderen. E챕n ding is zeker: zowel morfologie als DNA gaan de doorslag geven in het ontcijferen van dit grootste wetenschappelijke raadsel.

Literatuur
Biogeografie: Rienk de Jong. Botsende continenten, botsende theorie챘n. N&T, 6-2000

DNA-sequencing: Cisca Wijmenga en Alfons Bardoel. Inzicht: Genen lezen. N&T, 7/8-2000

Vogelevolutie: A Feduccia. The origin and evolution of birds. Yale University Press, New Haven and London (1996).

opmerking : Veel ideeen van Feduccia zijn achterhaald ( in het bijzonder de afstamming van vogels uit de Theropoda, is nu de consensus , Feduccia schijnt dit scenario nu ook (schoorvoetend ? )aanvaard te hebben )

Vogelstamboom

http://www.tolweb.org/Dinosauria/14883

Sibley and Ahlquist. Reconstructing bird phylogeny by comparing DNA’s. Scientific American 254(2): 82-93 (1986).

°

Vroege Vogels

Vogels en dinosauriërs waren tijdgenoten

Waren kippen, eenden en ganzen tijdgenoten van de dinosauriërs, of verschenen ze pas later op het toneel, toen de dino’s waren uitgestorven? Deze vraag houdt paleontologen al tien jaar bezig. Deze week geven onderzoekers uit Noord- en Zuid Amerika in Nature uitsluitsel over deze kwestie: ganzen graasden ooit zij aan zij met dinosauriërs.

Het fossiel werd in 1992 gevonden op het eiland Vega in West-Antarctica. Het was zo groot als een theeschoteltje en het bevatte een mikado aan dunne vogelbotjes. Alleen, eenmaal in het atelier ging er iets mis. Verschillende botjes bleken erg fragiel en raakten onherstelbaar beschadigd door de preparatie. Wel was er vooraf een latex afgietsel gemaakt van de onbehandelde vondst. De vondst werd gedateerd op 66 miljoen jaar oud (‘vlak’ voor het uitsterven van de dinosauriërs) en behoorde daarmee tot het Krijt-tijdperk. Het fossiel werd beschouwd als overgangsvorm naar de huidige vogelsoorten. Het verdween in de la en zou er pas twaalf jaar later weer uitkomen. In 1995 ontspint zich in de paleontologie een debat over de evolutie van vogels. Het ene kamp heeft het over een ‘explosieve evolutie’ van vogels na het uitsterven van de dinosauriërs zo’n 65 miljoen jaar geleden. Pas nadat de dino’s van het toneel waren verdwenen zou er plotseling een enorme explosie van vogelsoorten hebben plaatsgevonden. Welnee, zeggen de anderen, eenden, kippen en ganzen waren er voor die tijd ook al en ze hebben de massale uitsterving overleefd. 65 Miljoen jaar geleden maakte een enorme meteoorinslag in de Golf van Mexico een einde aan het leven van de helft van alle diersoorten, waaronder de dinosauriërs. Het is de bekendste massa-uitsterving. Daarna, toen alles weer woest en ledig was, grepen andere dieren hun kans. Onder hen zoogdieren en vogels. Zoveel is zeker, maar waren er voor het uitsterven van de dino’s al verschillende moderne (dat is: tandloze) vogelsoorten, of zijn die pas daarna ontstaan? Het antwoord kwam aanvankelijk uit een heel andere hoek van wetenschap: een genetische studie uit 1999. Genetici analyseerden eenzelfde gen binnen verschillende vogelsoorten. Dat moest duidelijkheid geven over de onderlinge verwantschap. De genetische stamboom die zo ontstond, projecteerde de vertakkingen aan de vogelstamboom lang voor de massa-extinctie van 65 miljoen jaar geleden. Dat wees erop dat vogels vermoedelijk zij aan zij hebben gelopen met de dino’s. Maar daarmee was de kous nog niet af, want er was geen fossiel bewijs voor handen. Of toch? Onderzoekster Julia Clarke (Universiteit van North Carolina) en collega’s namen het 66 miljoen jaar oude fossiel uit 1992 uit de la en besloten het nog eens grondig te onderzoeken. De latex-afdruk van de onbehandelde vondst was nog beschikbaar en bovendien konden er röntgen-opnamen gemaakt worden van het fossiel. Dat bood de mogelijkheid om alle botjes op te meten en de vondst in te passen in de vogelstamboom. De gefossiliseerde vogel kreeg een naam, Vegavis iaai, en belandde in de stamboom naast de huidige eend. Maar dat betekende dat ook de kip en de gans toen al rondliepen, want die soorten splitsen al eerder af in de stamboom. Julia Clarke wist het nu zeker: eenden, ganzen en loopvogels (kleine struisvogels) waren er als de kippen bij: ze liepen gelijk op aarde rond met de dinosauriërs. Naturalis-paleontoloog Lars van den Hoek Ostende is niet verbaasd. Hij herkent het patroon van de ontwikkeling van zoogdieren. Ook in die groep nam het aantal soorten na het uitsterven van de dinosauriërs enorm toe, maar al voor die tijd hadden zich de vertakkingen gevormd aan de stamboom. De eerste vertakkingen aan de stamboom zijn er al in het Krijt, de versnelling volgt in het volgende tijdperk, het Tertiair. Van den Hoek Ostende vindt het niet vreemd dat een fossiel eerst in een la verdwijnt en pas jaren later gebruikt wordt om een argument te beslechten. “Als die discussie nog niet leeft, dan kijk je niet zo naar je materiaal. Pas als er een discussie aan de gang is, ga je beter kijken en maak je tijd en budget vrij. Dan kijk je ook gerichter en weet je beter wat je ermee wilt.” Jos Wassink Julia A. Clarke, Claudia P. Tambussi, Jorge I. Noriega, Gregory M. Erickson & Richard A. Ketcham: “Definitive fossil evidence for the extant avian radiation in the Cretaceous.”,

Nature, Vol. 433, 20 jan 2005, p. 305 – 308.

Het fossiel van Vegavis iaai. De vondst is 66 miljoen jaar oud en werd in 1992 gevonden op het eiland Vega bij Antarctica. Geoefende kijkers herkennen hier een heiligbeen, dijbeen en scheenbeen

Het fossiel van Vegavis iaai. De vondst is 66 miljoen jaar oud en werd in 1992 gevonden op het eiland Vega bij Antarctica. Geoefende kijkers herkennen hier een heiligbeen, dijbeen en scheenbeen.

öntgenopname van een ander deel van dezelfde vondst. De grootste structuren zijn hier het heupbeen, nek- en borstwervels. Voordeel van de röntgentechniek is dat de fragiele vogelbotjes niet vrijgeprepareerd hoeven te worden.

röntgenopname van een ander deel van dezelfde vondst. De grootste structuren zijn hier het heupbeen, nek- en borstwervels. Voordeel van de röntgentechniek is dat de fragiele vogelbotjes niet vrijgeprepareerd hoeven te worden.

°

Missing birds?
Tientallen exemplaren ontdekt van ‘bijna-recente’ vogel uit Vroeg-Krijt

http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsart.php?artikelnr=717

Een Chinees-Amerikaans team heeft in China zo’n 40, deels vrijwel complete, skeletten opgegraven van de vogel Gansus yumenensis. De vondst werd gedaan in gesteenten die ongeveer 110 miljoen jaar geleden (Vroeg-Krijt) werden gevormd in een meer nabij de huidige stad Changma, in het noordwesten van de provincie Gansu. De vogels werden gevonden in de Xiagou-Formatie, die zo’n 5-15 miljoen jaar jonger is dan de gesteenten in de (bijna 2000 km verderop gelegen) provincie Liaoning, waaruit zoveel gevederde dinosauriërs en primitieve vogels tevoorschijn zijn gekomen.

Gansus yumenensis,717a


Bijna compleet exemplaar (IG-04-CM-004) van Gansus yumenensis, met (donkerbruin) afdrukken van de veren bij de vleugelbotten

     Gansus yumenensis,717b

Detail van de poten (exemplaar IG-04-CM-008), met zwemvliezen tussen de tenen
Alle recente (en sommige uitgestorven) vogels behoren tot de Ornithurae. De oudst bekende vertegenwoordigers van dat taxon stamden tot nu toe van 99 miljoen jaar geleden (Laat-Krijt). Omdat ook Gansus tot dit taxon behoort, vertegenwoordigen de gevonden skeletten nu de oudst bekende vertegenwoordigers van deze groep van ‘recente’ vogels.

 

Gansus yumenensis,717f

De leiders van het onderzoeksteam, Hai-lu You en Matt Lamanna, in de groeve bij Changma, met diverse fossiele resten op de voorgrond

Gansus yumenensis,locaztie

Vindplaats van de fossiele vogels (illustratie: Mark Klingler)

Gansus yumenensis,717d

Reconstructie (door Mark Klingler) van het skelet (grijze fragmenten zijn geïnterpreteerd)

Gansus yumenensis,717e

Reconstructie (door Mark Klingler) van Gansus yumenensis

De gevonden fossielen zijn deels uitstekend bewaard gebleven. Zo zijn er onder meer afdrukken van de veren te zien. Ook is duidelijk dat Gansus zwemvliezen had, zodat hij aangepast moet zijn geweest aan een leven in het water. De onderzoekers speculeren nu reeds dat mogelijk alle recente vogels afstammen van voorouders die ten minste een deel van hun leven in het water doorbrachten. Ze beschouwen Gansus ook als een ‘missing link’ in de evolutie van de vogels, omdat er uit het Mesozo챦cum nauwelijks andere fossiele vogels bekend zijn die tot de Ornithurae behoren. Tot nu toe was er 챕챕n incompleet stuk van een achterpoot van Gansus bekend, en daar was niet veel uit af te leiden. Door het grote aantal nu gevonden skeletten en de goede staat waarin veel daarvan verkeren, kan nu echter een reconstructie met een grote mate van details worden gemaakt. Zo blijkt dat Gansus sterk op de huidige eenden moet hebben geleken. Belangrijker is echter dat de aangetroffen fossielen veel meer duidelijk maken over de evolutionaire overgang van vleesetende dino’s naar de huidige vogels.

Referenties:
  • You, H.-l., Lamanna, M.C., Harris, J.D., Chiappe, L.M., O’Connor, J., Ji, S.-a., Lü, J.-c., Yuan, C.-x., Li, D.-q., Zhang, X., Lacovara, K.J., Dodson, P. & Ji, Q., 2006. A nearly modern amphibious bird from the Early Cretaceous of Northwestern China. Science 312, p. 1640-1643.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Matt Lamanna, Carnegie Museum of Natural History, Pittsburg, PA (Verenigde Staten van Amerika).

 

http://www.msnbc.msn.com/id/6866337/

Dinosaurus had gezelschap van gigantische vogel

10 augustus 2011
– Op en boven de aarde leefden miljoenen jaren geleden reusachtige vogels. De soort ‘Samrukia nessovi’ leefde in hetzelfde tijdperk als dinosaurussen.
The fossilised jawbone is nearly twice the length of that of an ostrich, the largest bird found on Earth today
Partial lower jaws of the giant Cretaceous bird Samrukia:
Posterior region from above (a) and below (b), jaw’s right side, seen from the outside (d) and the inside.
CREDIT: Naish, Dyke, Cau, Escuillié and Godefroit

Dat schrijft de BBC woensdag op basis van een artikel in Biology Letters. Het artikel beschrijft de vondst van een fors kaakbeen in Kazachstan.

De bijbehorende schedel was waarschijnlijk zo’n 30 centimeter lang. Zijn vleugels hadden een spanwijdte van ongeveer vier meter. In rustpositie was hij twee tot drie meter groot. Met zijn vijftig kilo leek hij mogelijk op een grote, kraai-achtige albatros

De vogel leefde tijdens het geologische Krijt-tijdperk, net als dinosauriërs, zoogdieren en andere vogels. Lang werd vermoed dat pterosauriërs destijds de enige grote vliegende dieren waren. De Samrukia nessovi bewijst het tegendeel.

Wervelbot

Al eerder duidde een archeologische vondst op reusachtige vogels tijdens het Krijt. In 1995 meldde het tijdschrift Nature de vondst van een wervelbot in Frankrijk. Dat zou van een vergelijkbaar dier afkomstig zijn.

Nu blijkt dat de vogels ook oostelijker, in Azië, voorkwamen. “Deze dieren leefden samen met grote dinosauriërs”, vertelt de Britse paleontoloog Darren Naish aan de BBC. “Over hoe dat in zijn werk ging kunnen we enkel speculeren.”

Onderkaak

Vaststellen hoe de vogel eruitzag is erg lastig. In Kazachstan is enkel een bot van een onderkaak gevonden.

“We weten niet eens of hij bijvoorbeeld een jager of een planteneter was”, meldt Naish aan de nieuwssite LiveScience. “Maar ik gok dat hij generalist was. Hopelijk verschaffen nieuwe vondsten daar later meer informatie over.”

giant-bird-size

Scientists aren’t sure if the ancient bird flew or was grounded (both body shapes shown here), but either way it was enormous, much larger than “normal size” Mesozoic birds (shown in background) and larger than humans.
CREDIT: John Conway.

Over jonge dinosaurussen en vogels

n 29 mei 1012

Voor wie zich interesseert in dinosaurussen en hun afstammelingen, de vogels, zijn er onlangs weer mooie ontdekkingen gedaan. De classificatie van deze uitgestorven dieren is erg ingewikkeld en ik heb me er nooit in verdiept, maar nu hebben onderzoekers in Nature aangetoond dat de schedel van de huidige vogels bijzonder veel overeenkomsten vertoont met de schedel van de jongen van dinosaurussen. Dat gegeven verdient wel enige aandacht. Het zou daarbij gaan om pedomorfisme, een vorm van neotenie, waarbij juveniele eigenschappen tot in het volwassen stadium blijven bestaan.

Ook de mens wordt beschouwd als onderhevig aan neotenie. Het gaat dan om een aantal eigenschappen zoals het grote brein, een plat gezicht, een onbehaard lichaam en gezicht, korte ledematen en grote ogen. Wij zouden lijken op de jongen van de chimpansee.

Confuciusornis: een uitgestorven vogel waarvan de schedel wordt vergeleken met die van een alligator (zie tweede figuur).

In het geval van de vogels gaat het om een versnelling van het bereiken van de reproductieve leeftijd. In plaats van jaren, zoals bij dinosaurussen, lukt het veel vogels in 3 tot 4 maanden seksueel te rijpen. Dit fenomeen, dat een gevolg is van neotenie, wordt ook wel pedogenese genoemd. Het is mooi om te zien hoe het mogelijk is, door veranderingen in de ontwikkeling van voorouderlijke dieren, een heel nieuwe groep dieren te krijgen. De vogels zijn met hun 10.000 soorten de meest succesvolle gewervelden die op het land leven. Als we naar vogels kijken en luisteren zien en horen we eigenlijk jonge dinosaurussen.

Het is duidelijk dat dinosaurussen en vogels verschillend zijn. Dinosaurussen hebben een lange snuit en tanden, terwijl vogels in verhouding grotere ogen en hersens hebben. De schedels van jonge dinosaurussen en vogels komen daarentegen wel overeen. Maar dat niet alleen. Bij de moderne vogels is er ook nauwelijks verschil in de vorm van de schedel tussen jonge en volwassen vogels. Terwijl de jongen van dinosaurussen een grote verandering ondergaan gedurende het volwassen worden.

De veranderingen in de tijdlijn van de ontwikkeling van dinosaurussen naar vogels is volgens de auteurs een prachtig staaltje van evolutionaire strategie. Deze minimale verandering heeft een enorme succesvolle groep voortgebracht. Het is ongelooflijk dat je zo een groot verschil kunt krijgen door een kleine verandering in de timing. Dit laat ook zien dat evolutie weinig verandering (mutatie) nodig heeft om iets heel nieuws voort te brengen.

birds-have  paedomorphosis-in-dinos-and-birds-Birds-have-paedomorphic-dinosaur-skulls

Gevederde dino’s
Niet nieuw, maar wel erg nuttige informatie (in .pdf formaat ongeveer 3mb!)
http://www.dinosaur-museum.org/featheredinosaurs/exhibit.pdf

Archie :
http://www.talkorigins.org/faqs/archaeopteryx/info.htmlhttp://evolutionwiki.org/wiki/Archaeopteryx

Eerste ovaalvormige dinosaurusei ontdekt

Voor het eerst hebben wetenschappers ovaalvormige dinosauruseieren ontdekt. De fossiele resten van de eieren doen sterk denken aan eieren van kippen en brengt de dino’s op overtuigende wijze in verband met moderne vogels.

Wetenschappers vonden de fossiele resten van de eieren in Spanje. En dat was even een verrassing, zo is in het blad Palaentology te lezen. De eieren zijn namelijk ovaal. En dus heel anders dan al die andere dinosauruseieren die tot op heden zijn ontdekt. Eerdere eieren hadden een symmetrische vorm.

De onderzoekers hebben het nieuwe type ei de naam Sankofa pyrenaica gegeven. De eieren zijn zo’n zeven centimeter hoog en vier centimeter breed. De eierschaal was ongeveer 0,27 millimeter dik. Er zijn meerdere eieren teruggevonden: meestal gaat het om fragmenten, maar er zijn ook enkele min of meer complete fossiele resten van eieren ontdekt. De eieren werden hier zo’n 70 tot 83 miljoen jaar geleden neergelegd.

De onderzoekers stellen dat hun ei eigenlijk de missing link is tussen de dino’s en vogels.

Er is slechts één keer eerder een vergelijkbaar soort ei uit deze periode teruggevonden. Dit ei werd aangetroffen in Argentinië en behoorde toe aan een primitieve vogel.

De ontdekking van de fossiele resten van deze eieren wijst erop dat de bekende hypothese dat theropoda die niet het luchtruim kozen en in het Krijt leefden, een voorouder delen met de moderne vogels.

http://nanopatentsandinnovations.blogspot.be/2012/07/fossil-egg-discovered-in-lleida-spain.html

http://www.aninews.in/newsdetail9/story62402/fossil-egg-found-in-spain-links-dinosaurs-to-modern-birds.html

Vroegste basale  vogel     

LINKS

 Pelagornis chilensis      De vogel had een spanwijdte van 5,1 meter!

‘Steltloper is in 110 miljoen jaar geen spat veranderd’

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

8 Responses to VOGELEVOLUTIE

  1. joost tibosch sr zegt:

    Weet niet precies hoe er op uw interessante blogs wordt gereageerd. Wil nu ook uitdrukkelijk laten blijken, dat ik uw blogs nauwlettend volg en waardeer!

    • tsjok45 zegt:

      Bedankt voor uw waardering

      Veel van het archief -materiaal is nu hier op mijn WP blog ondergebracht maar het
      hoeft nog geupdate en gecorrigeert te worden ( vooral ook de links dienen te worden gecontroleert en ik hoop maar dat er niet teveel beeldmateriaal verdwijnt)
      Ik ben al blij dat het overzetten van mijn multiply archief (dat dus op 1 januari van het internet verdwijnt ) grotendeels is gelukt … er blijft echter nog een hoop over te zetten : Het is en blijft een enorm werk en een race tegen de tijd …maar ik heb toch nog een paar weken

      met vriendelijke groeten

  2. gerard zegt:

    M. Vandendries slaat de bal behoorlijk mis als hij beweert dat vogels afstammen van de dino’s met een vogelbekken. Integendeel, hoe raar het ook klinkt, vogels zijn verwant met de tweevoetige theropoden en hebben een reptielbekken.
    Het is dus de groep van de ornitischa die uitgestorven is..

    • tsjok45 zegt:

      Inderdaad …. De dino’s met vogelbekkens (= ornitschia ) zijn uitgestorven …. De hagedisbekkens (saurischia ) waaronder de theropoda leven nog steds verder als de ” vogels ” ….


      de TRICERATOPS is een lid van de Ornitschia (vogelbekken )
      de T REX is een lid der teropoda (Saurischia –> hagedisbekken )

  3. Pingback: DINOSAURICON B | Tsjok's blog

  4. Pingback: DINOSAURICON UVW | Tsjok's blog

  5. Pingback: Aurornis xui | Tsjok's blog

  6. Pingback: GEOLOGIE IN TELEGRAMSTIJL A | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: