TRILOBIETEN


°  

BELANGRIJKE  LINK  …. WP

Logo www.palaeontologyonline.com

http://www.palaeontologyonline.com/articles/2013/fossil-focus-trilobites/

°

Trilobites on the sea bedTrilobites

Trilobieten
Tijdens het Paleozoïcum leefden in de zee een groep van geleedpotige diertjes. Dit waren de zogenaamde trilobieten.
Trilobieten worden gerekend tot de geleedpotigen, alhoewel sommige wetenschappers menen dat ze een geheel eigen groep vormen. Ze waren gemiddeld tussen de drie en tien centimeter lang. Sommige soorten konden tot 70 centimeter lang worden. Trilobieten leefden in de zeeën van het Paleozoïcum (ca. 540-250 miljoen jaar geleden). Vooral tijdens het Cambrium (ca. 540-500 miljoen jaar geleden) waren ze zeer talrijk.

Aan het eind van het Cambrium stierven veel diersoorten uit, maar de trilobieten wisten zich goed te herstellen. Toen aan het eind van het Devoon weer veel levensvormen uitstierven, verdwenen ook de meeste trilobieten.

In het Carboon en Perm zijn ze zeldzaam, daarna verdwijnen ze helemaal. Er zijn meer dan 1500 trilobietengeslachten bekend, met vele duizenden soorten. Door hun grote vormenrijkdom zijn trilobieten met name belangrijk voor de stratigrafie van het Cambrium en Ordovicium.

time table

Opbouw 

Trilobieten worden gekenmerkt door een lichaam dat zowel in de lengte- als in de breedte in drie stukken is gedeeld. De naam: trilobiet (= drielobbige) danken ze aan de driedeling in de breedte. Het voorste gedeelte van het lichaam, het cephalon, is vergroeid tot een harde plaat. Daarachter ligt een reeks van segmenten die ten opzichte van elkaar kunnen bewegen, de thorax. Het achterste stuk, het pygidium, is vaak vergroeid, maar kan ook uit losse segmenten bestaan. Trilobieten hadden een hard uitwendig skelet. Dat betekent dat ze net als krabben alleen maar konden groeien door regelmatig te vervellen. De meeste fossielen van trilobieten zijn dan ook waarschijnlijk afgeworpen huiden.

De meeste trilobieten leefden op de bodem. Uit sporen blijkt dat ze tijdens het kruipen de modder omwoelden om daar allerlei voedseldeeltjes uit te filteren. Sommige vormen groeven zich gedeeltelijk in. Er waren echter ook trilobieten die waarschijnlijk een zwemmend bestaan leidden.

trilobites-anatomy

Het trilobietenoog 

Trilobites-eyes

In veel trilobieten zijn de ogen prachtig bewaard gebleven. De ogen van trilobieten zijn de oudst bekende ter wereld en er is veel onderzoek aan gedaan. Trilobieten hadden net als insecten facetogen. Het oog is opgebouwd uit veel kleine lenzen die door een membraan worden bedekt. Daardoor hadden trilobieten een breed blikveld. Het geslacht Phacops had een heel bijzonder oog. Hier liggen de lenzen los van elkaar en hebben ieder hun eigen membraan. Dergelijke ogen zijn alleen bij trilobieten bekend.

Overigens hadden niet alle trilobieten ogen. Sommige vormen waren geheel blind. Andere vormen hadden ogen op steeltjes. Zo konden ze in het sediment verborgen zijn, terwijl ze toch konden kijken wat er om hen heen gebeurde.

06-03-2008

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<trilobieten http://www.bloggen.be/evodisku/archief.php?ID=57

1133716657.53711

.

Ramirez

Trilobieten  leefden van het Cambrium tot en met het Perm.
Ze leken qua bouw op pissebedden.

°

Trilobieten

http://www.fossiel.net/information/article.php?id=30&/Trilobita

Trilobieten behoren tot de geleedpotigen. Het zijn de oudste bekende dieren met ogen en leefden van het Cambrium  tot in het Perm  in het Paleozoicum . Ze stierven dus weer uit ver voor de dinosauriers ongeveer 300 miljoen jaar geleden aan het einde van het Perm  tijdperk. De naam is ontleend aan het feit dat ze uit drie lobben bestaan, twee pleurale lobben en in het midden een derde as-lob. Ook over de lengte kent een trilobiet drie delen; het cephalon (kopschild), de thorax (lijf) en het pygidium (staartschild).

Het schild van trilobieten is van gemaakt van chitine. Dit pantser is heel star, en daarom moet de trilobiet tijdens de groeifase verschillende malen vervellen. Er worden daarom ook veel meer fossiele stukken vervellingen gevonden, dan hele trilobieten.

Elrathia kingli
Elrathia kingii, midden-Cambrium, Wheeler formatie, Utah VS.

°

Trilobieten leefden op, nabij en in de zeebodem. Ze leefden van plankton en andere kleine zeeorganismen. De grootte varieerde van enkele millimeters tot de tot nu toe grootst gevonden soort op New Foundland, Isotelus rex van 72 cm. Met enige regelmaat worden nog nieuwe (sub)soorten ontdekt. De vorm van trilobieten is erg uiteenlopend. Zo waren er soorten met en zonder stekels, blinde exemplaren en soorten met juist hele grote ogen. De ogen van trilobieten zijn gefacetteerd. Deze ogen zijn vaak goed bewaard gebleven in de fossielen.

Fossielen van trilobieten zijn te vinden van het gehele beest , delen ervan (pantsersdelen) of sporen op de zeebodem zogenaamde cruziana. Deze sporen bestonden uit pootsporen en ingravingen van het beestje. Trilobieten wisselden of ‘vervelden’ van pantser van tijd tot tijd. Alleen de ‘harde delen’ (pantser) van de trilobiet zijn over het algemeen gefossiliseerd.

cruziana  trilobite tracks
Voorbeeld van een spoor (Cruziana) van een trilobiet.

Trilobieten zijn in meerdere landen te vinden maar de grootste gebieden waar ze vandaan komen zijn Tsjechie, Marokko en de Verenigde Staten. In Europa zijn in Engeland, Duitsland, Zweden, Estland en Belgie ook nog een aantal vindplaatsen te vinden. In het phylum Arthropoda is de klasse Trilobita in negen verschillende orden onderverdeeld. Phacopida is misschien wel de bekendste orde van deze negen met o.a. zijn soort Phacops. Deze negen orden zijn weer onder te verdelen in 150 families met in totaal zo’n 15.000 beschreven soorten.

Een van de  overvloedig  voorkomende fossielen vanaf  het  vroege cambrium ( Cambrian ) , behoren tot de uitgebreide en   de succesvolle substam (biologie) der  Trilobieten (Trilobites trilobites ) ….
( zie ook   
 http://www.trilobites.info/   )

De thans uitgestorven trilobieten waren de meest voorkomende wezens in de zeeën tijdens het 
cambrium, ongeveer 500 miljoen jaar geleden. Uit de vroege soorten ontwikkelden zich vele andere soorten en ze bereikten hun hoogtepunt in de ordovicium-periode. Ze waren nog steeds van belang tijdens het silurium, maar daarna bleven er slechts enkele soorten meer over. De laatste trilobieten kwamen nog  voor gedurende   perm-periode, zo’n 220 miljoen jaar geleden, waarna ze voorgoed verdwenen ( de   grote   uitstervinsgolf op het einde van het perm) .

ARTHROPODA  CLADE
30 Jul 2006
http://www.peripatus.gen.nz/Taxa/Arthropoda/Index.html

cgmArthropoda

Deze oude arthropoda worden door zowel   YEC  als  OEC creationisten  ook veelal  aangevoerd als een “overduidelijk  icoon//bewijs”  van de creationistische  verklaring voor   ( =de plotse creatie van de soorten door een  ID -er  )tijdens   de  “cambrische explosie ” …(1) 

Eigenlijk  beweren creationisten  dat
ook binnen de soortenexplosie  van  de  trilobieten (ruim 17.000 soorten bekend  en er worden er regelmatig nieuwe gevonden ), geen  overgangsvormen(=transitionnals )  kunnen  worden waargenomen ….Overgangsvormen bestaan immers niet volgens deze creato’s
en
-dat derhalve  ook de trilobieten  niet zijn verder geevolueerd
– noch verder opgesplits(= speciatie en radiatie )  in verschillende soorten waarvan de
vele  fossiele  soorten die ondertussen zijn bekend  ____  zoals dit wordt verklaard  ; Conform de huidige consensus in de paleontologie  , zijnde  de “beste “verklaring van de waarnemingen en  het  fossielen  archief ….

Trilobieten-orden

INDELING TRILOBIETEN

°

http://www.icteach.nl/Pagina’s/Uitgestorven/Inhoud/Overzichten/Dierenrijk/Indeling%20Trilobieten/indeling_trilobieten.htm
A Guide to the Orders of Trilobites

Agnostus Redlichia Olenoides odontopleurida Arctinurus Acastoides Cyphoproetus Homotelus Harpes (Harpetidae) Elrathia

Click on any of the images above to be sent to a page featuring details on trilobites in that Order

Ptychagnostus (Ptychagnostidae) Redlichia (Redlichiidae) Olenoides (Dorypygidae) odontopleurida Arctinurus (Lichidae) Reedops (Phacopidae) Gerastos (Proetidae) Homotelus (Asaphidae) ph Bolaspidella (Menomoniidae)
Agnostida Redlichiida Corynexochida Odontopleurida Lichida Phacopida Proetida Asaphida Harpetida Ptychopariida

Click on any of the images above to be sent to a gallery featuring photos of trilobites in that Order
De evolutie  van de trilobieten is namelijk  zo  uitgebreid ,divers en relatief( geologisch )  zo  snel (2) gebeurt  dat deze vondsten uitstekende  gidfossielen (3)  blijken te zijn  

Trilobieten   komen over de  gehele wereld als  fossiel  voor (http://www.fossiel.net/vindplaatsen/vindplaatsensoort.php?soort=trilobieten) :

Een   vroeg   voorbeeld  waarbij   de  oudste en meest “primitieve )trilobieten ( voornamelijk  de  orde  Redlichiida (in het bijzonder de Suborde Olenellina)  in evolutionaire  en  geologische(stratigrafische )  series(4) voorkomen ( samen met  andere  getuigen van de toenmalige fauna’s ) zijn te vinden  in california
(   http://www.ucmp.berkeley.edu/cambrian/marblemts.html  )

Trilobieten series  in de Marble &  Providence Mountains  ca

   marblemts
 
The Latham Shale, Marble Mountains, San Bernadino County, California.
 
 
 
 
 
 
 
cambmojave0001
 
 Bristolia insolensBristolia insolens, trilobietkop-pantser uit de bovenste/jongste  laag van de formatie  .


Bristolia Bristolia insolens (Resser, 1928). Cephalon.
Onder- Cambrium, Latham shale, dicht bij de top van de formatie /Cadiz, San Bernadino County, CA.
Bristolia bristolensisBristolia bristolensis  trilobietkop-pantser uit de midden laag  van de serie .

Latham shale,( vroeg cambrium)   San Bernadino County, CA.

Olenellus mohavensis

Olenellus mohavensis, trilobietkop-pantser uit de midden-  laag  van de formatie.

Olenellus fremonti

Olenellus fremonti, trilobietkop-pantser uit de onderste/oudste  laag  van de serie .

Olenellus fremonti (Walcott, 1910). >
laag Cambrium , Latham shale, about 10m boven de basis  van de formatie /Cadiz, San Bernadino County, CA

Onder der  trilobiten van de Latham Shale bevindt één soort die erg  lang grotendeels morfologisch onveranderd (= stasis ? )aanwezig  blijft  in het fossielen verslag:   Mesonacis fremonti zit in dezelfde laag  als  Olenellus clarki en de  Bristolia mohavensis, maar  het blijft aanwezig tot  en met   het einde van de  Latham Shale  en gaat  verder  in de Cadiz formatie.
Het  stratigrafische voorkomen van deze soort overtroeft alle bekende trilobieten uit de lagen van de   Latham, Chambless Limestone, en  Cadiz Formaties !
De details  van deze  belangrijke stratigradfische  verdeling van deze soort  ,  zijn  te vinden  in het  “paper ” van Webster et al
(2003)
available in pdf here.

Mesonacis fremonti

Afstamming en verwantschappen
http://www.trilobites.info/origins.htm

http://www.trilobites.info/triloclass.htm

Major clades of Paleozoic Arthropoda
In this classification, Trilobieten zijn een   klasse  binnen de supergoep  Arachnomorpha,
Een van de twee  o Superclassen  binnen   het   Subphylum Schizoramia van he   tphyllum   Arthropoda.

(©2000 by S. M. Gon III, created in Macromedia Freehand 8.)

 <klik  <klik
Van Parvancorina tot                  Trilobiet Clade van de
Trilobiet                                   Arachnomorpha

Systematische verwantschap  en  verdeling over de geologische tijd  van de  verschillende   trilobieten  orden


In the image above added 31 January 2009, Redlichiida is seen to be among the most primitive of trilobite orders, and restricted to the Cambrian.

In deze figuur  is     Redlichiida , voorgesteld  als de basale ( primitieve )trilobieten – orde  ____ te vinden in de  afzettingen striktbepaerkt tot  het cambrium
http://www.trilobites.info/ordredlichiida.htm

( ©2007 by S. M. Gon III, created using Macromedia Freehand and PaintShop Pro
Thanks to Nigel Hughes for stimulating discussions leading to revisions of this figure.
As of June 2007, a version of this figure was published in Hughes 2007.
http://www.trilobites.info/triloclass.htm#orders   )


NOTEN 

(1)
bijvoorbeeld  De Yec/ID  creationist  Peter Borger   ;
“….Het waren gewoon multipurpose genomes waar de trilobieten over beschikten. Vol met genetiese redundanties en Variatie Inducerende Genetiese Elementen (VIGEs) die chromosomen transloceren en aldus de bouwplannen wijzigen.  “
…..Het gaat hier echter  wel  over de  verwantschappen  en soortvorming van 15.000  t/m 17000 bekende  species gespreid vanaf het vroegste cambrium t/m het einde van het Perm….zie ook  (2b)

( Uit  de onnoemelijke  YEC  site  “ Evobeliever ” /( vertalingen  van  artikels uit   “creation science”  )
”  ….Neem de trilobieten als voorbeeld. Deze fossielen zijn zo gewoon dat u er een kan kopen onder de 15 €, maar er werden nooit fossielen van een voorouder gevonden!

de “oude aarde” ( islamisme ) -creationist  Harun Yayah :
” levende wezens die in de laag gevonden worden die tot het Cambrium behoorde, verschenen opeens in het fossielenarchief – er zijn geen voorouders die eerder bestonden. De fossielen die in de rotsen van het Cambrium gevonden zijn, zijn van slakken, trilobieten, sponzen, aardwormen, kwallen, zee-egels en andere ingewikkelde ongewervelden. Dit omvangrijke mozaïek van levende wezens vormde zo’n groot aantal ingewikkelde levensvormen, die zo plotseling verschenen, dat deze wonderlijke gebeurtenis in de geologische literatuur wordt aangeduid met de ‘Explosie van het Cambrium’.Trilobieten-fossielen  met hun skelet, complexe ogen en ledematen, ‘verschijnen’ verbazingwekkend  in  de  lagen  van de “ongeëvenaarde ” cambrische  explosie van leven op aarde
Levensvormen ( ook de   trilobieten )blijken complex te zijn, zelfs die welke werden aangetroffen in de ”oudste’ lagen van het fossiele verleden.
Zo blijken verschillende soorten trilobieten  een zeer geavanceerd gezichtsvermogen te hebben.
Toch beweren evolutionisten dat deze wezentjes zich waarschijnlijk geleidelijk ontwikkeld hebben in de tijd dat de eerste meervoudige levensvormen zich beginnen te ontwikkelen, zo’n veronderstelde 620 miljoen jaren geleden
1.- Veel primitievere  (= de oudste ) trilobieten bezitten GEEN   ogen
2.- Hoe meer variatie een soort( en uberhaupt later gedivergeerde  verschillende soorten ) kent, hoe meer ruw materiaal natuurlijke selectie heeft om mee te werken.
( voozichtige  creationisten claimen  enkel  😉
In ‘oudere’ aardlagen zijn geen voorlopers van trilobieten gevonden.
Ze verschenen dus volledig gevormd, met al hun organen en structuren.
Maar de trilobieten  stierven ook volledig uit /in hoeverre  is dit verzoenbaar met creatie ?
Wat is het nut geweest van deze dieren, als het einddoel de mens en de natuur om hem heen is?
Waartoe hebben de dinosauriërs geleefd, en de trilobieten?
Voor de richtingloze natuurlijke selectie is de wereld op elk moment af.
Waarom de trilobieten 350 miljoen jaar geleden bleken verdwenen te zijn is niet meer te achterhalen
maar we hebben de zekerheid dat dit ons  ook te wachten staat en alle logica laat vermoeden dat daarmee ook het zelfbewustzijn zal verdwenen zijn van deze aarde.

 


(2)

a)  Het tempo  van de  veranderingen( en aanpassingen )  werden vooral  veroorzaakt door de vele tektonische  , klimatologische  e.a. geologische en fysico-chemische   fenomenen die aan het begin en tijden het cambrium schering en inslag waren op deze planeet… 


 

http://findarticles.com/p/articles/mi_qa3790/is_199903/ai_n8829266/pg_1

Testing the Darwinian legacy of the Cambrian radiation using Trilobite phylogeny and biogeography
Journal of Paleontology,  Mar 1999  by Lieberman, Bruce S

ABSTRACT-
Since the publication of Darwin (1859), the biological meaning of the Cambrian radiation *  has been debated.
Most commentators agree, however, that the Cambrian radiation is fundamentally a time of major metazoan cladogenesis.
In and of itself this does not necessarily mean that unique evolutionary processes operated during the Cambrian radiation.
Phylogenetic analysis has been used to study the tempo of speciation during the radiation, and thus far there is no need to invoke special rules relating to the tempo of evolution. Instead, what seems unique about the Cambrian radiation is its place as an important episode in the history of life-that is, as the first major radiation of the Metazoa.
Although the tempo of evolution during the Cambrian radiation may not have been uniquely high, there were largely unique tectonic events that transpired during the late Neoproterozoic and Early Cambrian, such as extensive cratonic fragmentation. Biogeographic analysis of Early Cambrian olenelloid trilobites reveals that these tectonic events powerfully influenced evolutionary and distributional patternsin this diverse and abundant trilobite group.

This emphasizes the importance of physical earth history in generating evolutionary patterns.
In the general study of macroevolutionary patterns and processesearth history phenomena emerge as powerful forces influencing the history of life and provide insights into evolution that can best be inferred by paleontological data.

Cambrian radiation ( =cambrische “vertakkingen ” van de levensboom  in  phyla )  = Creationisten  spreken natuurlijk  liever van “cambrian explosion “ 


b) Snelle evolutie ( althans = SPECIATIE , ( specifieering=soorten-onstaan  door  bijvoorbeeld  ecomorfen )  en het  geologisch  erg  vlug onstaan van soortenzwermen    ) is ook geopperd   bij de CICHLIDEN , ANOLIS HAGEDISSEN  en
(vermoedelijk ) de oude  fossiele  Coelacanthen  ….

(3)
voorbeeld van enkele   Gidsfossielen ( =Index fossil  ) aanklikbare –> List of Common Index Fossils (Tsjok45)
 
(4)
Een andere uitgebreide “serie ” die duidelijk de verwantschappen en afstammingslijnen aantoont ( inclusief transitionnals tussen verschillende species ) is te vinden in het fossielen archief van het genusPhacops ( Phacops rana Pennsylvania Geological Survey: The State Fossil ) Phacopida
(; Phacops rana ;Eldredge, Niles, 1972.1974
Systematics and evolution of Phacops rana (Green, 1832)
Phacops iowensis Delo, 1935 (Trilobita) from the Middle Devonian of North America. ;
Strapple 1978). Er wordt aangevoerd dat de onderzochte / waargenomen gevallen van ( allopatrische ) speciatie te maken hebben met de ramificatie van de ring- soort ( met mondiale verspreiding) Phacops rana , in verschillende subspecies ( ondersoorten of rassen )
(= creationisten spreken in dit verband van microevolutie )De over gang tussen soorten is vaak gradueel terwijl de naamgeving een strikte scheiding doet vermoeden.
Zo heb je bijvoorbeeld soort A die kan kruisen met B en vruchtbare nakomelingen kan krijgen B kan kruisen met A en C maar A en C kunnen niet met elkaar kruisen, dit heet ring soort. Een bekend voorbeeld is een zogenaamde “ringsoort” bij salamanders( http://www.santarosa.edu/lifesciences2/enreview.htm )maar er zijn nog veel meer voorbeelden bekend…. ringsoortvorming komt vooral voor bij soorten die over een groot uitgestrekt gebied leven maar zelf niet zo mobiel zijn.( = veel kosmopoliete planten ) * Echter ook bij gespecialiseerde diersoorten ( = sommigen zitten vast tijdens hun volwassen leven (= sessiel ) , maar verspreiden zich als “larven ” die rondzwemmen in het plankton ) ;
* Ook ” honden ” zijn eigenlijk een ringsoort ; een chihuahua kan nooit paren met een deense dog , om evidente anatomische redenen .
 
 
 
Trilobieten evolueerden aanvankelijk zeer snel, later nauwelijks
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
 
Al tientallen jaren vermoeden paleontologen dat soorten die bestaan uit individuen die onderling grote variatie vertonen, sneller evolueren dan soorten met weinig variatie. Dat vermoeden kon tot nu toe echter niet worden hard gemaakt. Nu is echter een studie met trilobieten uit het Cambrium uitgevoerd waaruit dat wel overtuigend blijkt. Volgens de onderzoekers verklaart dat ook de grote variatie die bij trilobieten uit het Cambrium wordt gevonden, terwijl die dieren later nauwelijks meer leken te veranderen.
 
Deze bij verzamelaars zeer geliefde fossielgroep, verwant aan de nu nog levende degenkrab (die als een levend fossiel kan worden beschouwd), stierf 251 miljoen jaar geleden uit, op de grens van Perm en Trias. Tot die tijd waren het in grote hoeveelheden voorkomende zeedieren, waarvan ongeveer 17.000 soorten bekend zijn. Deze soorten varieerden van haast microscopisch klein tot enkele decimeters groot; de meeste waren 2-10 cm lang. Hun grote verscheidenheid, in combinatie met hun frequente voorkomen als fossiel, maakt ze zeer geschikt voor vergelijkende studies en voor bestudering van evolutionaire patronen. Voor de nu uitgevoerde studie onderzocht Mark Webster 982 soorten. Zijn studie is uitzonderlijk, omdat bijna alle studies die zich met variatie bezighouden betrekking hebben op de verschillen tussen soorten; de nu uitgevoerde studie betreft echter de variatie aan kenmerken van individuen binnen afzonderlijke soorten.
 
 
 
 
Two species of trilobites found in the Southwestern United States. Trilobites went extinct 250 million years ago, long before the appearance of the first dinosaurs.
Credit: Dan Dry / University of Chicago
 
 
 
Plate III.   Cambrian Crustacea.Plate III. -Fig. i, Ptychoparia kingi Meek, x 1/2 M. C. 2, P.antiquitata Salter, x 1/2,M. C. 3, Crepicephalus texanus Shumard, x 1/2, M. C. 4, Mesonacis vermontana Wale, x 1/2, L. C. s, Zacanthoides typicalis Wale, x 1, M. C. 6, Paradoxtdes harlani Green, x 1/4 M. C. 7, Dorypyge curticei Wale, x 1/2 M. C. 8, Atops trilineatus Emmons,x 1/2, L. C. 9, Agnostus interstrictus White, x 3/2, M. C. 10, Microdiscus spectosus Ford, x 1, L. C. 11. Hipponicharion eos Matthew, x 4, L. C. 12, Aristozoe rotundata Wale.The great importance of the Trilobites for Cambrian stratigraphy is indicated by {he fact that the three divisions of the system are named for the three dominant genera of these crustaceans, Olenellus, Paradoxides, and Dikellocephalus.Two other divisions  of great importange  for   Cambrian stratigraphy  : the Ostracoda, little bivalve forms, whose shells look deceptively like those of molluscs; and the Phyllocarida, which have a large shield on the head and thorax, and a many-jointed abdomen, with terminal spine.
Plate II.   Cambrian Trilobites.Plate II. – Cambrian Trilobites.Fig. i, Holmia broggeri Wale, x 1/2, L. C. 2, Olenellus thompsoni Hall, x 1/2 L. C. (Walcott).
Read more:http://chestofbooks.com/science/geology/Intro/Cambrian-Life-Arthropoda.html#.UL4W54OzKSo#ixzz2E67Ec3qu
 EstXys
 
 
Twee Cambrische trilobieten
 
Meet the family. Estaingia (right) and Xystridura (left).
In Part 1 we looked at the growth patterns of the Early Cambrian trilobite Estaingia bilobata, using certain measurements from the head, or cranidium. In this part we’ll compare and contrast those growth patterns with the Early Cambrian trilobite Xystridura templetonensis.
 
 

Trilobieten ontstonden bij de ‘Cambrische explosie’ (van dieren met harde bestanddelen) op de grens van Precambrium en Cambrium. In korte tijd verscheen toen, nadat er eerder alleen primitieve organismen zoals bacteriën en algen hadden geleefd, en nadat gedurende (geologisch) betrekkelijk korte tijd de nog steeds raadselachtige Ediacara-fauna tot ontwikkeling was gekomen (en, naar het zich laat aanzien, ook weer was uitgestorven), een zeer diverse fauna waarbij zich ook in verbazingwekkend korte tijd relatief gecompliceerde organen zoals ogen ontstonden en zich ook ledematen ontwikkelden. De trilobieten vormen op zichzelf al een overtuigend bewijs van deze opmerkelijke ontwikkeling. Het lijkt er bovendien op dat ook soorten een ‘hollende evolutie’ doormaakten na het maximum van de Cambrische explosie, in de vorm van de ontwikkeling van een grote variëteit binnen een soort.

  The Cambrian Period, 550-510 million years ago is often referred to as the dawn of the explosion of life because it is a time when great diversity of life forms were first recorded as fossils. While multicelled organisms (metazoans) actually evolved much earlier, the story is poorly documented in the fossil record because they did not have protective outer coverings and soft tissue is rarely preserved.
 
Most modern groups of invertebrates first appeared at the beginning of the Cambrian Period. The major groups were arthropods (animals with joined appendages such as insects, spiders, crabs), echinoderms (spiny skinned animals such as starfish), cnidarians (including corals, jellyfish and sea anemones), and mollusks (clams, snails and squids).
 
De uitgevoerde studie is daarom mede van belang voor de speurtocht die nog steeds gaande is naar het hoe en waarom van de Cambrische explosie, een verschijnsel dat sindsdien nooit meer in vergelijkbare mate is opgetreden (al ontstonden er later wel in betrekkelijk korte tijd weer veel nieuwe soorten na massauitstervingen). Om meer over de variaties binnen afzonderlijke soorten te weten te komen richtte Webster zich vooral op kenmerken die snel evolueerden. Dat geldt bijv. voor de kop van de trilobieten, waar dat gebeurde met tal van kenmerken; voorbeelden zijn de verschillende soorten ‘versiering’, het aantal en de plaats van stekels, en de vorm van de diverse segmenten van de kop. Webster vond dat, generaliserend, zo’n 35% van de door hem onderzochte 982 soorten variatie vertoonde in deze evoluerende karakteristieken. Naar tijd uitgesplitst ligt dat echter verschillend voor trilobietensoorten uit het Vroeg- en Midden-Cambrium is dat meer dan 70%, terwijl het voor latere soorten slechts 13% is. Na het Cambrium trad zelfs nauwelijks variatie binnen een soort meer op.

Voor de afname van de variatie in tijd wijzen paleontologen twee mogelijke oorzaken aan. De eerste is dat er in het begin van het Cambrium nog weinig competitie bestond, waardoor soorten zich minder dan nu hoefden te specialiseren om aan voedsel te komen, en dus een grote ‘vrijheid tot variatie’ hadden. De tweede hypothese is dat tal van processen op elkaar inspelen bij de ontwikkeling van eitje tot volledig individu. Dat zou aanvankelijk een minder sterke rol gespeeld hebben dan later, waardoor in het begin van het Cambrium individuen zich gedurende hun ontwikkeling verschillend konden gaan manifesteren.

Referenties:
  • Hunt, G., 2007. Variation in early evolution. Science 317, p. 459-460.
  • Webster, M., 2007. A Cambrian peak in morphological variation within trilobite species. Science 317, p. 499-502.

Foto’s: University of Chicago, Chicago, Il (Verenigde Staten van Amerika)

.
Onderzoeker Mark Webster van de Universiteit van Chicago

 
APPENDIX
Enkele cambrische  trilobieten van groot  biogeografisch /biostratigrafisch  belang
Biostratigrafie
 


 <   <

Fallotaspis longa Oryctocephalus indicus  Lejopyge laevigata

oudste trilobieten (e.g., Fallotaspis longa) FAD Series 2, Stage 3

Oryctocephalus indicus FAD Series 3, Stage 5

Lejopyge laevigatus FAD Series 3, Stage 7

Olenellus gilberti Ptychagnostus (Acidusus) atavus         Glyptagnostus reticulans

Olenellus gilberti (e.a. olenellids)FAD  Series 2, Stage 4

Ptychagnostus atavus FAD  Series 3, Drumian Stage (6)

Glyptagnostus reticulatus FAD  Furongian Series, Paibian Stage (8)

Agnostotes orientalisLotagnostus americanus

Agnostotes orientalis FAD Furongian Series, Stage 9

Lotagnostus americanus FAD Furongian Series, Stage 10

 

Twin towers trilobiet  //Fossiel met zonneklep

De torentrilobiet van achteren gezien, met de omgevouwen ‘zonnekleppen’ duidelijk zichtbaar op de ogentorens (klik voor een vergroting). Ook is goed te zien dat beide ogen samen een blikveld van 360 graden beslaan – de complete omgeving van het dier (foto Science). 

Zijaanzicht van het fossiel 

 De staart ligt links; rechts het omhoogtorenende oog dat bezaaid is met kleine bolletjes, de lenzen (foto Science). 

Trilobieten schuwden het daglicht niet. Een onwaarschijnlijk fraai fossiel met ogen die hoog boven het lijf uit torenen, maakt duidelijk dat de geleedpotige dieren uit de oertijd in zonverlicht water zwommen. Een zonneklep voorkwam zelfs dat hij door de schittering werd verblind.

In Oost-Marokko struikel je over de trilobieten. Elke toerist wordt vriendelijk, maar zeer voortvarend benaderd door verkopers, van wie de tassen en broekzakken soms uitpuilen van de fossielen. Het gebied is dan ook een van de rijkste vindplaatsen ter wereld van de geleedpotige oerdieren. Paleontoloog Richard Fortey – bekend om zijn prachtige boek ‘Leven: een ongeautoriseerde biografie’ – komt er regelmatig, en ook hij wordt door de handelaren aangeklampt.

Onlangs kreeg hij een fossiel onder ogen dat hij niet goed kon plaatsen. Hij kocht het, maakte er foto’s van, en stuurde die naar de Canadese trilobietenexpert Brian Chatterton van de Universiteit van Alberta. Ook die keek vreemd op. Uit de tien uitsteeksels die loodrecht uit de rug van het dier komen, maakte hij al op dat het fossiel uitzonderlijk veel details laat zien. “Maar de echte blikvangers zijn de ogen,” zegt hij in een persbericht.

Chatterton heeft in zijn carrière erg veel trilobietenogen gezien – ogen zijn een belangrijk onderdeel bij het onderzoek van het diertje. Het stierf 251 miljoen jaar geleden uit, maar was ooit het meest voorkomende wezen in alle oceanen. Er zijn enkele duizenden soorten bekend, in lengte variërend van een millimeter tot zeventig centimeter, maar met name hun ogen verschillen in allerlei opzichten. Het aantal lenzen in een enkel oog kan bijvoorbeeld variëren van één tot 15.000. Soms zijn de ogen klein en liggen ze in de kop verzonken, terwijl die van een andere soort juist als grote, niervormige kwabben aan de buitenkant van de kop zitten geplakt. Maar geen enkele bekende soort heeft ogen als de twee torens op het fossiel dat Fortey in Marokko kocht.

In het tijdschrift Science beschrijven hij en Chatterton hoe het ongeveer 390 miljoen jaar oude dier zijn wereld moet hebben gezien. De twee ogen hebben van bovenaf bekeken de vorm van een halve cirkel, en zijn aan de buitenkant bezaaid met lensjes – in totaal zo’n 560 stuks. Met elkaar beslaan de ogen een blikveld van twee halve cirkels, dus 360 graden. Het dier kon met andere woorden in één blik zijn volledige omgeving zien, zonder zijn kop te hoeven draaien. Hij kon zelfs achter zijn lichaam kijken, omdat de lenzen hoog genoeg reiken om over zijn rug heen te blikken.

Is dat op zich al een fraai bouwplan, het mooiste zit volgens Fortey en Chatterton in het detail. De bovenkant van de torenogen is een beetje omgevouwen, zodat het dier een soort zonneklep had. Met een experiment maakten de onderzoekers duidelijk wat daar de vermoedelijke functie van was: zij beschenen het fossiel met een lichtstraal recht boven het oog, en zagen dat de zonneklep een schaduw over alle lenzen wierp. Dat betekent dat het dier geen last heeft gehad van de schittering van de zon op het wateroppervlak boven hem.

Dat is een groot voordeel dat andere trilobieten niet hebben gehad, stelt Chatterton. “De rand blokkeert de schittering van boven, de schittering die het blikveld van andere soorten wazig moet hebben gemaakt.” Dat storende licht van boven is ook een van de redenen waarom sommige onderzoekers denken dat trilobieten alleen ’s nachts actief zijn geweest. Fortey en Chatterton menen nu aangetoond te hebben dat dat in ieder geval niet voor de ‘torentrilobiet’ opgaat. “Een zonneklep heeft weinig zin in het donker,” schrijven ze.

In de Engelstalige media is het dier al tot ‘twin towers trilobite’ gedoopt, maar zijn wetenschappelijke naam luidt ‘Erbenochile erbeni’. Hij werd al eerder beschreven na de vondst van een fossiel in Algerije, maar daarvan was alleen de staart bewaard gebleven. Het exemplaar dat Fortey kocht, is inmiddels bij zijn werkgever, het Natuurhistorisch Museum van Londen, te zien.

Marc Koenen

Richard Fortey en Brian Chatterton: A Devonian Trilobite with an eyeshade. In: Science, vol. 301, p. 1689 (19 september 2003

Parent Directory        02-Feb-2008 16:21
1at.jpg  ( small )1az.jpg (Large ) 09-Feb-2003   PHYLONYX

http://www.stonecompany.com/fossils/trilobites/devonian/morocco/Phylonyx/images

philonyx

philonyx

philonyx

zie ook

Marella en co

1ct.jpg                 10-Feb-2004
1cz.jpg                 09-Feb-2003 09:30    58k
1dt.jpg (small)  1dz.jpg (large )     1et.jpg (small)1ez.jpg (large )  1ft.jpg     11   k 1fz.jpg 11 gt.jpg (small) 1gz.jpg (large )  65am.JPG  10k 565az.JPG  35 565bm.JPG 10 565bz.JPG 39 565cm.JPG 15 565cz.JPG 53k 565dm.JPG  12 565dz.JPG  45 566am.JPG  9k
566az.JPG   33 566bm.JPG   8k 566bz.JPG  36566cm.JPG  8 566cz.JPG  34 566dm.JPG  10566dz.JPG   50 566em.JPG  11 566ez.JPG 47 566fm.JPG  9 566fz.JPG   35WS_FTP.LOG 8k

 TRILOBITA  doc <–
 
 
 

THE LIFE STYLE OF TRILOBITES

Trilobiet-De-Morgen-

trilobites-2-De-Morgen

Phacops, trilobite  Phacops rana, Trilobite Mass Mortality Plate Phacops rana  VIEW
Phacops   VIEW 

Phacops                                         Terataspis grandis     Reedops maurulus
Three Phacops Trilobites    Terataspis  grandis (giant trilobite)        Reedops maurulus, trilobite VIEW                                                                  VIEW                                        VIEW 
Reedops deckeri   VIEW         Psychopyge elegans    VIEW 

Reedops deckeri, trilobite    Psychopyge elegans, trilobite
Psychopyge elegans    VIEW
Psychopyge elegans, Trilobite    Metacryphaeus limabambae, Trilobite Metacryphaeus limabambae VIEW
Metacryphaeus limabambae VIEW                Laethoprusia sp  VIEW

Metacryphaeus limabambae (trilobite)                 Laethoprusia sp., trilobite

Proetide trilobieten Wetenschappelijke naam: PROETIDA

Proetide trilobieten zijn uitgestorven geleedpotigen, die leefden gedurende het Cambrium (ca. 540-500 miljoen jaar geleden). Hun kop was variabel van vorm, ze hadden 6-17 lichaamssegmenten, en hun staart had goed ontwikkelde ribben. Net als andere trilobieten, had hun lichaam een duidelijke driedeling, zowel in de lengterichting (kop, lichaam, staart), als in de dwarsrichting (een duidelijk afgescheiden middendeel). http://www.museumkennis.nl/nnm.dossiers/museumkennis/i000506.html

Superfamily Proetoidea

Comptonaspis swallowi
Superfamily Proetoidea Family Proetidae
Mississippian
Saline County, Missouri
Griffithides bufo
Superfamily Proetoidea Family Proetidae
Mississippian
Crawfordsville, Indiana
Dechenella
Dechenella burmeisteri
Superfamily Proetoidea
Family Proetidae
Devonian
Alnif , Morocco
Archegonus (Phillibole) nehdenensis
Superfamily Proetoidea Family Phillipsiidae
Mississippian
Aprath, Germany
   
Archegonus (Phillibole) aprathensis
Superfamily Proetoidea Family Phillipsiidae
Mississippian
Aprath, Germany
Basidechenella rowi
Superfamily Proetoidea Family Proetidae
Devonian
Hamilton Group, New York

Superfamily Aulacopleuroidea

Cyphaspis sp.
Superfamily Aulacopleuroidea
Family Aulacopleuridae
Devonian
Alnif , Morocco
Cyphaspis sp.
Superfamily Aulacopleuroidea
Family Aulacopleuridae
Devonian
Alnif , Morocco
Comptonaspis swallowi
Superfamily Aulacopleuroidea
Family Aulacopleuriidae
Silurian
Waldron Shale, Indiana
Cyphaspis carrolli
Superfamily Aulacopleuroidea
Family Aulacopleuridae
Lower Devonian
Haragan Formation, Oklahoma
 
Aulacopleura koninicki
Superfamily Aulacopleuroidea
Family Aulacopleuridae
Silurian
Liten Formation, Kosov, Czech Republic
Otarion diffractum
Superfamily Aulacopleuroidea
Family Aulacopleuridae
Silurian
Lodenice, Czech Republic
Radnoria
Superfamily Aulacopleuroidea
Family Brachymetopidae
Silurian
Rochester Shale Formation, New York

Superfamily Bathyuroidea

Cordania
Bathyurus superbus
Superfamily Bathyuroidea
Family Bathyuridae
Ordovician
Lowville Formation, Ontario
Cordania falcata
Superfamily Bathyuroidea Family Brachymetopidae
Devonian
Haragan Formation, Oklahoma
Bathyurellus teretus
Superfamily Bathyuroidea Family Bathyuridae
Ordovician
Fillmore Formation, Utah
Carolinites sp. aff. C. genacinaca
(exceedingly rare)
Superfamily Bathyuroidea
Family Telephinidae
Ordovician
Fillmore Formation, Pogonip Group
Millard county, Utah

AGNOSTIDA

Agnostide trilobieten zijn uitgestorven geleedpotigen, die leefden gedurende het Cambrium (ca. 540-500 miljoen jaar geleden). Het waren kleine diertjes. De kop en staart waren bijna gelijk in vorm. Ze hadden slechts 2-3 lichaamssegmenten. De meeste soorten waren blind. Net als andere trilobieten had hun lichaam een duidelijke driedeling, zowel in de lengterichting (kop, lichaam, staart), als in de dwarsrichting (een duidelijk afgescheiden middendeel). De naam ‘Agnostide trilobieten’ is afgeleid van Agnostus, een door Linnaeus in 1757 gepubliceerd trilobietengeslacht. http://www.museumkennis.nl/nnm.dossiers/museumkennis/i000299.html http://nl.wikipedia.org/wiki/Agnostida

http://www.fossilmuseum.net/Fossil_Galleries/Trilobites-Agnostida.htm

http://www.fossilmuseum.net/FossilsReferences.htm#Agnostida

Ptychagnostus praecurrens
Family Ptychagnostidae
Early Cambrian
Burgess Shale, Canada
Peronopsis segmenta
Family Peronopsidae
Marjum Formation
Millard County, Utah
Ptychagnostus akanthodes
Family Ptychagnostidae
Marjum Formation
Millard County, Utah
Ptychagnostus michaeli
Family Ptychagnostidae
Marjum Formation
Millard County, Utah
 
Ptychagnostus atavus
Family Ptychagnostidae
Marjum Formation
Millard County, Utah
Ptychagnostus michaeli
Family Ptychagnostidae
Marjum Formation
Millard County, Utah
Baltagnostus eurypyx
Family Diplagnostidae
Wheeler Formation
Millard County, Utah
Peronopsis sp
Family Peronopsidae
Early Middle Cambrian
Kaili Formation
Guizhou Province, China
Ptychagnostus richmondensis
Family Ptychagnostidae
Middle Cambrian
Marjum Formation
Millard County, Utah
Ptychagnostus buckleyi
Family Peronopsidae
Middle Cambrian
Christmas Hills
Tasmania, Australia
Peronopsis interstricta
Family Peronopsidae
Middle Cambrian
Wheeler Formation
Millard County, Utah
 
 
 
 

Asaphide trilobieten Wetenschappelijke naam: ASAPHIDAAsaphide trilobieten zijn uitgestorven geleedpotigen, die leefden gedurende het Cambrium (ca. 540-500 miljoen jaar geleden). Ze hadden een halfcirkelvormige tot driehoekige kop, 7-8 lichaamssegmenten en een halfcirkelvormige staart, al dan niet met stekel. Net als andere trilobieten, had hun lichaam een duidelijke driedeling, zowel in de lengterichting (kop, lichaam, staart), als in de dwarsrichting (een duidelijk afgescheiden middendeel). Trilobieten leefden in zee.http://www.museumkennis.nl/nnm.dossiers/museumkennis/i001101.htmlhttp://www.fossilmuseum.net/Fossil_Galleries/TrilobitesAsaphida.htm

Superfamily Anomocaroidea

Housia sp.
Superfamily Anomocaroidea Family Pterocephaliidae
Upper Cambrian
Radium, British Columbia
Pterocephalia norfordi
Superfamily Anomocaroidea Family Pterocephaliidae
Upper Cambrian
Cranbrook, British Columbia
 
Glyphaspis capella
Superfamily Anomocaroidea Family Anomocarellidae
Middle Cambrian
Wolsey Formation, Montana

Superfamily Asaphoidea

 
Isoteloides flexus (rare)
Superfamily Asaphoidea Family Asaphidae
Ordovician
Fillmore Formation, Millard County, Utah
Megistaspis triangularis
Superfamily Asaphoidea Family Asaphidae
Lower Ordovician
Wolchow river, Russia
Homotelus florencevillensis
Superfamily Asaphoidea
Family Asaphidae
Subfamily Isotelinae
Upper Ordovician
Clayton County, Iowa
Ptyocephalus yersini
Superfamily Asaphoidea
Family Asaphidae
Subfamily Ptyocephalinae
Ordovician
Fillmore Formation
Millard County, Utah
Niobe schmidti
Superfamily Asaphoidea
Family Asaphidae
Middle Ordovician
Wolchow River, Russia
Pseudasaphus tecticaudatus
Superfamily Asaphoidea
Family Asaphidae
Middle Ordovician
Wolchow River, Russia
Isotelus gigas
Superfamily Asaphoidea
Family Asaphidae
Ordovician
Lindsay Formation, Ontario, Canada
Lachnostoma latucelsum
Superfamily Asaphoidea
Family Asaphidae
Middle Cambrian
Ninemile Formation, Nevada
Asaphus cornutus
Superfamily Asaphoidea
Family Asaphidae
Middle Ordovician
Wolchow River, Russia
Asaphus expansus
Superfamily Asaphoidea
Family Asaphidae
Lower Ordovician
Wolchow River, Russia
Asaphus punctatus
Superfamily Asaphoidea
Family Asaphidae
Middle Ordovician
Wolchow River, Russia
Asaphus kowalewskii
Superfamily Asaphoidea Family Asaphidae
Middle Ordovician
Wolchow River, Russia
Pseudogygites
Cyclopyge
 
Asaphus cornutus
Superfamily Asaphoidea Family Asaphidae
Middle Ordovician
Wolchov River, Russia
Pseudogygites latimarginatus
Family Asaphidae
Upper Ordovician
Lower Whitby Formation, Ontario, Canada

Superfamily Trinucleioidea

Nankinolithis sp.
Superfamily Trinucleoidea Family Trinucleidae
Ordovician
El Kaid Errami, Morocco
Paratrinucleus acervulosus
Family Trinucleidae
Upper Ordovician
Blacksburg, Virginia
Onnia superba
Death Assemblage
Superfamily Trinucleoidea
Family Trinucleidae
Middle Devonian
Blekos, Morocco
Salterolithus caractaci
Superfamily Trinucleoidea Family Trinucleidae
Upper Ordovician
Caradoc Series, Harnage (Shales) Formation, Welshpool, England
Raphiophorus
Cnemidopyge bisecta
Raphiophorus parvulus
Family Raphiophoridae
Upper Silurian
Shropshire, United Kingdom
Cnemidopyge bisecta
Family Raphiophoridae
Upper Ordovician
Wales, United Kingdom
Lochodomas volborthi
Superfamily Trinucleoidea Family Trinucleidae
Ordovician
Wolchow River, Russia
Deanaspis goldfussi
Superfamily Trinucleoidea Family Trinucleidae
Ordovician
Bohemia Czech Republic
 
 

5093

<–Acadoparadoxides sp. . //Cambrian Draa Valley area, Morocco

 

                                                                                 Cambropallas 

5092 (1)

5092Cambropallas telesto, //Middle Cambrian , Jbel Wawrmast Formation. Morocco

5439 (1)

Croatocephalus species. // Devonian Morocco

4500

Ditomopyge // Permian USA

4090Ductida sp  //  Lower Devonian of China.

3257Elrattia sp.// cambrium

3256Flexicalymene sp // Devonian, Morocco

4105

Geesops // Morocco, Devonian

5438Hollardops  //  (Forma Metacanthina) species.
Devonian ,Morocco.

2754

Phacops  // Upper Devonian of Morocco

4042

Proetus // Morocco Upper Devonian (360 mya).

5437Scutellum species. //  Devonian age, Morocco

4494Metacryphaeus venustus //Devonian Bolivia

4495

4305Ogygiocarella sp. //  Ordovician Llandrindod Wells, Wales, UK

4075

Ogygiocarella //Wales, UK
/Ordovician

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: