SEX inleiding


Wilde seks is de regel DOOR DIRK DRAULANS  //Knack 29 maart 2006

Hoe seks precies ontstaan is, is nog niet duidelijk    :  onstaan sex <– doc

ONSTAAN SEX
(intermezzo ) _________________________________________________________________________________________
Lijkt het samensmelten van een eicel en een spermatozoide niet een beetje op het endo-symbiotische samensmelten van twee microben … zeker wanneer dat gebeurt in volle zee tussen bijvoorbeeld de voortplantingscellen van primitieve ( vastzitttende )dieren ….
En wat denk je van die rare beesten als hermafrodiete slakken … ? een derde soort “geslacht” allicht ? of van die beestjes die al naargelang hun ouderdom veranderen van geslacht ?
Er is met andere woorden onnoemelijk veel te zeggen over het “onstaan” van de
“sexen ” … een mannelijke adamrib als startpunt zal daarbij niet even geloofwaardig zijn als bijvoorbeeld een soort ” euh … “cannibalisme ” bij voorhistorische proto-celligen ?
http://en.wikipedia.org/wiki/Evolution_of_sex#Origin_of_Sexual_Reproduction 
Origin of sexual reproduction 
Sexual reproduction evolved and led to what we think of it today; that is: meiosis followed by fertilization. Gametes (i.e. meiosis products) are produced in the most primitive eukaryotes living today: protists. It should be noted that genetic exchange, like the one that occurs in prokaryotes via bacterial conjugation, is not a form of sexual reproduction and as such has no evolutionary links to it. Organisms need to replicate their genetic material in an efficient and reliable manner. The necessity to repair genetic damage is one of the leading theories explaining the origin of sexual reproduction. Diploid individuals can repair a mutated section of its DNA via genetic recombination, since there are two copies of the gene in the cell and one copy is presumed to be undamaged. A mutation in an haploid individual, on the other hand, is more likely to become resident, as the DNA repair machinery has no way of knowing what the original undamaged sequence was[16]. Another theory is that sexual reproduction originated from selfish parasitic genetic elements that exchange genetic material (that is: copies of their own genome) for their transmission and propagation. In some organisms, sexual reproduction has been shown to enhance the spread of parasitic genetic elements (e.g.: yeast, filamentous fungi)[17]
 
lees vooral  ook  dit —>
CB350
http://www.talkorigins.org/indexcc/CB/CB350.htmlBovendien
Heb je al gehoord van de “endosymbiose”hypotheses van Lynn Margulis ?
en
Wat denk je trouwens van bacteriofagen en dergelijke …
Zijn sommige virussen niet in staat zich in te bouwen in een gen van hun gastheer ? ( Erv’s en Hervs ? )http://en.wikipedia.org/wiki/Endosymbiotic_theoryOoit  al eens  gehoord van laterale gen-uitwisseling bij allerlei microben ?
“Genetische manipulatie” is in de natuur al zeer lang bezig , ( ahaha GM is niet een menselijke uitvinding ; het is een ontdekking die al aanwezig was in de micro wereld ) sex is trouwens NIET de enige effektieve manier om recombinaties en genetische uitwisselingen te bewerkstelligen ….  
_____________________________________________________________________________________________________

WAT WE WEL WETEN   :

Geslachtelijke  voortplanting    =  is een  van de verschillende (succesvollere )  manieren  om variatie in het leven te introduceren en  vooral  fouten in de genen op te ruimen.

De bijtjes zoemen ondertussen  weer   vrolijk rond de bloemetjes.En zorgen voor honing. En de vogeltjes! Zo vrolijk zingend.

Blij dat het weer lente is.

* Maar het vogelleven is niet zo frivool als wij graag denken. Die meesjes die zich samen inspannen voor het grootbrengen van een hoop kleine schreeuwlelijken in de nestkast, die houden er een ingewikkeld, zelfs pervers seksleven op na: met een hoop buitenechtelijke partners, met verkrachtingen en met het fameuze cloacapikken – waarmee mannetjes hun vrouwtjes controleren op de aanwezigheid van vreemd sperma en vrouwtjes bij zichzelf zo nodig sperma weghalen van mannetjes die ze eigenlijk niet zien zitten.

Ontrouwe vrouwtjes Knack – 26-11-2003( Dirk Draulans)

Ontrouw houdt de mensen – en dus ook de wetenschappers – bezig. Een goede tien jaar geleden veroorzaakten Antwerpse ornithologen opschudding toen ze vaststelden dat de pimpelmezen in het
Peerdsbos helemaal niet de brave, monogame vogeltjes waren waar iedereen ze voor hield. En niet alleen de mannetjes, maar ook (en misschien zelfs vooral) de vrouwtjes reden regelmatig een scheve schaats.
Sindsdien wordt er ijverig gezocht naar de motieven voor deze vrouwelijke ontrouw – naar die van de mannetjes hoefde niet lang te worden gezocht: :omdat ze minder investeren in hun nakomelingen is het voor hen voordeliger zoveel mogelijk vrouwtjes te bevruchten. Maar waarom gaan de vrouwtjes op een ander, met het risico de aandacht van hun ‘hoofdmannetje’ te verliezen?

Bart Kempenaers, de onderzoeker van toen in het Peerdsbos, is momenteel verbonden aan het Duitse Max Planck Instituut voor Ornithologie. In het topvakblad Nature presenteert hij met een aantal collega’s nieuwe gegevens over ontrouwe pimpelmeesvrouwtjes, ditmaal uit een Oostenrijks bos.
Uit hun laatste cijfers blijkt dat pimpelmeesvrouwtjes van ontrouw profiteren, omdat ze er zo in slagen mogelijke nefaste effecten van inteelt te onderdrukken.
Ontrouwe vrouwtjes produceerden jongen die later gemiddeld zelf succesvol waren in de voortplanting, onder meer omdat ze genetisch ‘gevarieerder’ waren dan jongen uit nesten met trouwere vrouwtjes.
De drang om inteelt te vermijden, kan dus het sociaal gedrag van dieren sturen.

Excuus voor ontrouw Knack – 20-11-2002 ( Dirk Draulans)

Mensen beginnen nu al redenen te verzinnen om de ontrouw van vogels te verklaren. Het verhaal is ondertussen bekend.
Vroeger werden vogels beschouwd als vaandeldragers van de monogamie, maar hoe meer biologen het ouderschap van vogeleitjes onderzoeken, hoe meer ze tot de vaststelling komen dat er in de vogelwereld nogal wat ‘buitenechtelijk gedoe’ is.

In het wetenschappelijke topvakblad Nature heeft een schare ornithologen onder wie Bart Kempenaers – een Belg verbonden aan het Duitse Max Planckinstituut – het ouderschap van drie steltlopertjes onder de loep genomen, waaronder de strandplevier en de oeverloper die ook bij ons voorkomen.
Tussen 5 en 20 procent van de onderzochte koppeltjes bleken buitenechtelijke betrekkingen te hebben gehad, wat resulteerde in tussen 3 en 7,5 procent kuikens met minstens één vreemde ouder.
(Ook mannetjes kunnen hun vrouwtjes bedriegen, in een systeem dat quasiparasitisme gedoopt werd, waarbij de ‘vriendinnen’ van de vader hun eitjes stiekem in het nest van de officiële wederhelft komen droppen.)
Nauwkeurig DNA-onderzoek wees uit dat de vogels meer de neiging hadden om vreemd te gaan, naarmate ze genetisch meer verwant aan elkaar waren. Dat zou dan een ingreep zijn om de nefaste gevolgen van inteelt gedeeltelijk op te vangen. Onbeantwoorde vragen die daarbij rezen waren
1) hoe vogels weten in welke mate ze aan elkaar verwant zijn, en
2) waarom vogels bij wijze van spreken verplicht worden om met verwante partners te paren

Het seksleven van de bij is méér dan pervers: groepsseks, foltering, moedermoord en een dodelijke paring, het hoort er allemaal bij.

Homofiele groepssex op een orchidee /Andrena flavipes males + Ophrys bilunulata http://www.flickr.com/photos/90408805@N00/139664134/

De mannelijke dar is er alleen voor de voortplanting, en alleen als hij geluk heeft, want slechts één op de zeshonderd mannetje komt tot paren. De andere worden door de werksterbijen in het nest tot de hongerdood veroordeeld – de werksters liquideren ook de oude koninginnen.

copulatie” in de vlucht” van honingbijen

De gelukkige dar die kon paren, sterft meteen na de daad, want zijn achterlijf breekt af en blijft als een soort kuisheidsgordel in de koningin steken. Kuisheidsgordels zijn een courant gegeven in de natuur. Ze komen voor bij vlinders, slangen, vleermuizen en zelfs eekhoorntjes. Meestal betreft het een stevige klomp zaadvocht die de ingang van het vrouwelijk voortplantingskanaal verstopt, zodat het zaad van nakomers minder kans heeft om daar te geraken waar het moet zijn: bij de eitjes. Elke man die eerlijk is met zichzelf weet: 100 procent zeker van het vaderschap zijn we nooit (tenzij tegenwoordig met DNA-tests, maar de gevolgen van die kennis zijn ongetwijfeld nog niet tot het genetisch materiaal doorgedrongen).

Een leven zonder moraliteit is een gemakkelijk leven.

Wij maken ons voortdurend zorgen over hoe we onze seksualiteit privé kunnen houden of zelfs aan banden kunnen leggen. Wij hebben liefde ontwikkeld, romantiek en familiegeluk. Maar in se draait ook bij ons het leven om de voortplanting van de eigen genen in de volgende generaties, zoals overal in de natuur. Wij onderscheiden ons alleen van de andere dieren door daar regelmatig hypocriet over te doen, uit een vorm van héél laat geëvolueerde schaamte.

Minstens 40 MILJOEN JAAR SEKSLOOS

Seks is van alle tijden. Hoe het precies ontstaan is, is niet duidelijk, maar waarschijnlijk ligt een vorm van kannibalisme aan de basis ervan, zo’n twee miljard jaar geleden. Sommige eencelligen zwolgen toen kleinere exemplaren op, maar in de plaats van het genetisch materiaal dat ze binnenkregen mee te verteren, begonnen ze het te gebruiken. De eerste genetische versmelting was een feit.

Véél later moet door een aantal genetische wijzigingen de evolutie naar twee geslachten zijn ingezet, die de genetische vermenging garandeerde. Ongeslachtelijke voortplanting – het eenvoudig delen van een organisme – was geen optie meer. Tegenwoordig plant meer dan 99 procent van de dieren zich geslachtelijk voort.

De uitzonderingen worden als biologische curiosa gekoesterd en bestudeerd.

___________________________________________________________________________________________

Seks of je leven

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/42289978/

Is seks beter dan klonen? Wel als je een mosdiertje bent, in het Caraïbische gebied woont en je soort zo lang mogelijk in stand wilt houden.

Fossielen van mosdiertjes. De bovenste variant (links de boven-, rechts de onderkant) plantte zich seksueel voort, de onderste kloonde zich. (foto: Aaron O’Dea)

Mosdiertjes leven al miljoenen jaren in de Caraïbische Zee. De koraalachtige diertjes konden zich aanvankelijk voortplanten door zich te klonen, maar ook met behulp van seks. Tegenwoordig is de klonende variant uitgestorven in de Caraïbische Zee. Hoe komt dat?
Ongeveer 4 miljoen jaar geleden rees de landengte van Panama op uit de zee, waardoor de Caraïbische Zee en de Stille Oceaan van elkaar gescheiden raakten. De Caraïbische wateren werden daardoor helder en voedselarm, terwijl ze eerder troebel en voedselrijk waren. Het gevolg: zo’n twee tot drie miljoen jaar later waren de klonende mosdiertjes uitgestorven. Het ligt voor de hand dat zij uiteindelijk niet in staat waren om zich aan te passen aan het nieuwe milieu. Seksuele voortplanting brengt veel meer variatie in de genetische samenstelling van een soort, zodat de kans groter is dat er een geschikte variant ontstaat die gedijt onder de nieuwe omstandigheden.

Opvallend is dat het zo lang kan duren voor een verandering in het milieu zorgt voor het uitsterven van (een variant van) een soort, constateren de onderzoekers van het Smithsonian Tropical Research Institute. Het is dus blijkbaar heel goed mogelijk dat soorten die tegenwoordig floreren, in de verre toekomst zullen uitsterven als gevolg van iets dat lang geleden is gebeurd. ‘Een verontrustend idee’, aldus een van de onderzoekers.

Bouwe van Straten ( 2009)

_____________________________________________________________________________

Vele raderdiertjes planten zich al 40 miljoen jaar ongeslachtelijk voort. Veertig miljoen jaar zonder seks dus. Voor hen heeft het goed gewerkt.

bdelloidae

http://www.science20.com/news/do_you_need_sex_to_be_a_species?quicktabs_1=1

creature-385-150805a

sexloos sukses ?
Heeck (Roeland )

(evolutionaire processen in ) De natuur was best gek genoeg om ergens duurzame sexloze voortplanting te hebben gerealiseerd.

Bdelloïd ( in wel 360 verschillende soorten naast sexende andere raderdiertjes soorten) was al onderwerp van veel onderzoek wat bleek uit de vraagtekens bij de cladogrammen in
http://www.tolweb.org/Rotifera
electron micrographs showing morphological variation of bdelloid rotifers and their jaws. Have these asexual animals really diversified into evolutionary species? (Image: Diego Fontaneto)
Nieuw onderzoek dat sexloos sukses een apart te bestuderen onderwerp is naast de met sex realiseerbare vermeerdering van variatie binnen een soort. :
http://www.timesonline.co.uk/tol/news/uk/science/article1539281.ece
* Voer(en stekelig vraagje ) voor creationisten:
“Waarom een paar geschapen terwijl ’t eenvoudiger kan.”
Engelse onderzoekers zijn er achter gekomen dat een microscopisch klein beestje, in de 40 miljoen jaar dat het bestaat, nog nooit sex heeft gehad en toch is geëvolueerd tot verschillende soorten.
Sex – het is een hoop gedoe en gezweet, maar we hebben het nodig.
Als ultieme bevestiging van wederzijdse liefde. Ter ontspanning ‘ende vermaeck’.
En – niet in de laatste plaats: om het voortbestaan van onze soort te verzekeren.
Want door middel van sex creëren we genetische variatie binnen de soort die mens heet.
En alleen door genetisch te variëren zijn we in staat om te overleven onder de wisselende omstandigheden op aarde. Dat heet evolutie.Nu is er een nietig beestje gevonden dat met deze biologische wetmatigheid gewoon even de vloer aan veegt.
Engelse onderzoekers zijn er achter gekomen dat bdelloiden (spreek de b niet uit) in de 40 miljoen jaar dat ze bestaan nog nooit sex hebben gehad en toch zijn geëvolueerd tot verschillende soorten.
Deze bdelloiden zijn microscopisch klein, ongewerveld en ze leven in vijvers, rivieren en waterige bodems. De diertjes leggen eitjes en elk eitje is een exacte kopie van de moeder – een kloon.
Mannetjes komen niet in het verhaal voor.
De Engelse biologen vonden op verschillende plekken op aarde, verschillende soorten bdelloiden.
De bdelloiden hebben zich op die verschillende plekken aangepast aan de daar heersende omstandigheden. Net zoals dat bij anderen dierlijke meercellige organismen gebeurt zijn de meesten , zij die zich sexueel voortplanten.Nu was al wel bekend dat de bdelloiden niet overal identiek zijn, maar dat zou worden veroorzaakt door willekeurige genetische mutaties die tijdens het ‘klonen’ optreden.
Dat was al bekend bij planten / dat gebeurt erg gemakkelijk bij sommige soorten
wortelstekken van dahlia’s zijn daar zelfs voor berucht hij bloemisten
Miljoenen jaren van natuurlijke selectie hebben geresulteerd in verschillende soorten bdelloiden met uiteenlopende uiterlijke kenmerken.
Dieren die geen sex hebben zijn evolutionair dus helemaal niet kansloos, zoals tot nu toe werd gedacht.bron: Public Library of Science Biology
De bron van variatie bij deze aseksuele beestjes ?

°

Geen seks kan soms héél succesvol zijn

26/08/2013

Geen seks kan soms héél succesvol zijn

© Science Photo Library 

Seks – in de betekenis van geslachtelijke voortplanting – wordt in het algemeen als nuttig beschouwd, omdat het de overlevingskansen van een soort bevordert.

De constante vermenging van genen garandeert meer aanpassingsmogelijkheden in wisselende omstandigheden, of meer weerstand tegen opduikende ziektes. Maar zoals altijd zijn er uitzonderingen.

Al tientallen miljoenen jaren geen seks meer

Raderdiertjes, bijvoorbeeld, zijn eenvoudige wezentjes die in extreme omstandigheden kunnen overleven, maar ze hebben al tientallen miljoenen jaren geen seks meer. De vrouwtjes – er zijn geen mannetjes – planten zich ongeslachtelijk voort: hun eitjes komen uit zonder dat er een bevruchting aan te pas kwam.

Sommigen veronderstelden dat de diertjes af en toe, als het écht moeilijk wordt, weleens seks hebben, maar volgens onderzoek van de ploeg rond biologe Karine Van Doninck van de Universiteit Namen, gepubliceerd in Nature, zijn er geen aanwijzingen dat raderdiertjes ooit seks hebben.

Ze slaagde erin het genetisch materiaal van de diertjes in kaart te brengen. Die lijken niet in staat tot de complexe celdeling die nodig is voor het vormen van geslachtscellen. Daarvoor zijn de chromosomen die in elke cel in paartjes aan elkaar gekoppeld zijn, te verschillend van elkaar.

Genen van bacteriën of schimmels
Toch is er genetische variatie in het spel, want acht procent van de genen in de diertjes bleek afkomstig van bacteriën of schimmels. Dat is uitzonderlijk veel. De raderdiertjes vangen de gevolgen van hun gebrek aan seks dus gedeeltelijk op door genen van andere organismen te ‘stelen’. (DD)

Asexueel ?
artikel over aseksuele voortplanting van bdelloidea
http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?artid=34419
The Sexual Organs of Dandelions

The Sexual Organs of Dandelions

Dandelions, like all flowers, have the proper organs (stamen and pistil) necessary for sexual reproduction, but do not use them. Dandelions reproduce without fertilization; they basically clone themselves, and they are quite successful at it. Look at any lawn for the proof. If dandelions were to revert to sexual reproduction, they might not retain whatever traits they have that allow them to be pests to gardeners everywhere. If flowers can begin reproducing in this manner, does that mean animals, even humans could too? Asexual reproduction can be a good strategy in an environment that is constant if a species is well suited to those conditions. It doesn’t take a scientist to figure out that humans wouldn’t last long if the condition set forth was no sexual contact with others. Therefore, the human sexual organs are probably in no danger of becoming vestigial.

Paardenbloemen ( Taraxum officinalis ) bezitten zoals alle bloemen sexuele organen ( stamper en stuifmeeldraden )maar gebruiken ze meestal niet
Paardenbloemen planten zich gewoonlijk voort zonder bevruchting ; het zijn dan in essentie klonen , en ze zijn erg succevol …kijk maar naar elk gazon
Moesten paardenbloemen terug de geslachtelijke voortplanting als de meest courante invoeren , dan zouden de meeste populaties misschien de eigenschappen verliezen die hen wereldwijd tot zulke pesten van de tuinder maken
Asexuele (vegetatieve ) reproductie is een goede strategie in een biotoop /omgeving die constant blijft en waar de soorten zich optimaal aan hebben aangepast

De voortplanting van paardenbloemen vindt voor een groot deel plaats door middel van agamospermie, ,
d.w.z dat het vruchtbeginsel kan uitgroeien tot een zaad zonder dat de eicel bevrucht is geweest.
De paardenbloem kloont zichzelf op deze manier.
Daardoor zijn er grote groepen paardenbloemen die weinig van elkaar verschillen en deze worden microsoorten genoemd.
In Nederland zijn er minimaal 250 microsoorten gevonden.
Deze microsoorten worden samengevoegd tot secties.
Deze worden in diverse flora’s beschreven in plaats van de soorten.
De paardenbloem kan zich echter ook voortplanten door middel van bevruchting
Een ander voorbeeld zijn ( van oorsprong amerikaanse ) waterpest-soorten ( exoten /neofyten –>
http://nl.wikipedia.org/wiki/Neofyt ) in europese wateren, die zich alhier uitsluitend door stekken voortplant….. en zich hebben kunnen handhaven /
De amerikaanse stamouder plant zich nog steeds sexueel voort :
De alleenstaande mannelijke bloemen bevinden zich aan het wateroppervlak.
De planten zijn echter tweehuizig en hier zijn van beide soorten : (Elodea canadensis/)(Elodea nutallii) alleen vrouwelijke exemplaren bekend.
In Japan is echter alleen de mannelijke vorm bekend van smalle waterpest(Elodea nutallii).
http://nl.wikipedia.org/wiki/Waterpest
Moesten deze planten in Noord amerika uitsterven dan zouden alleen deze zich per stek reproducerende afstameligen overblijven …..

Het mysterie van de man

Mensen doen het, guppies doen het, fruitvliegen doen het. Regenwormen doen het ook, net als tuinbonen, golden retrievers en champignons. Het gaat hier over geslachtelijke voortplanting, de voortplantingswijze waarbij nakomelingen ontstaan uit de versmelting van het genetisch materiaal van hun ouders. Belangrijk detail: één van die ouders is vrouw, de andere is man.

Er bestaan zoveel soorten die zich geslachtelijk voortplanten, dat het nauwelijks is voor te stellen dat het ook anders zou kunnen. Laat staan dat je je zou afvragen wat het evolutionair nut is van geslachtelijke voortplanting. Toch is dat een vraag die evolutiebiologen zichzelf hebben gesteld. Met onverwacht resultaat: welk voordeel van geslachtelijke voortplanting de evolutiebiologen ook bedenken, het lijkt niet te kunnen opwegen tegen één overduidelijk nadeel. Dat nadeel van geslachtelijke voortplanting is de man.

Geslachtelijk versus ongeslachtelijk voortplanten
Het antwoord op de vraag wat het evolutionair voordeel is van geslachtelijke voortplanting, hangt af van het alternatief waarmee we vergelijken. Wie in de natuur op zoek gaat naar alternatieve manieren van voortplanting, vindt al snel soorten die zich behalve geslachtelijk ook ongeslachtelijk kunnen voortplanten. Zo kunnen allerlei planten zich niet alleen geslachtelijk (door middel van bestuiving), maar ook ongeslachtelijk voortplanten. Met behulp van uitlopers (aardbei) of wortelstokken (gember); door afsplitsing van bollen (ui), of door productie van zaden zonder bestuiving (paardebloem). Ook dieren zoals poliepen, watervlooien en bladluizen wisselen geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplantingsfasen af.

Onder de vissen, reptielen en amfibieën zijn soorten te vinden die zich ongeslachtelijk voortplanten. Een aantal daarvan heeft het vermogen tot geslachtelijke voortplanting zelfs helemaal verloren. Ook bacteriën planten zich uitsluitend ongeslachtelijk voort, door zich in twee챘n te delen. Uit het feit dat deze micro-organismen een van de oudste organismen zijn, kunnen we afleiden dat de ongeslachtelijke manier van voortplanten het oudst is.

Geslachtelijke voortplanting moet echter al vroeg in de evolutie zijn ontstaan, want de grote meerderheid van de planten, dieren en schimmels plant zich geslachtelijk voort. De uitzonderingen hierop laten zien dat ongeslachtelijke voortplanting meerdere keren opnieuw is ontstaan uit geslachtelijk voortplantende soorten. Het is opvallend dat die overgang van geslachtelijke naar ongeslachtelijke voortplanting zich in verreweg de meeste gevallen recent heeft voltrokken. Met andere woorden, het is moeilijk hogere organismen te vinden die vroeg in de evolutie zijn ontstaan en zich al die tijd ongeslachtelijk hebben voortgeplant.

De verklaring voor deze waarnemingen is niet eenvoudig. Het lijkt zo te zijn dat geslachtelijke voortplanting een bepaald voordeel heeft boven ongeslachtelijke. De eerste is immers ooit ontstaan uit ongeslachtelijke voortplanting. Bovendien: aangezien ongeslachtelijk voortplanten nu de uitzondering is, en geslachtelijk meer regel, lijkt het erop dat ongeslachtelijk voortplantende soorten op de lange termijn niet overleven. Daar tegenover staat wel dat ongeslachtelijke voortplanting herhaaldelijk is ontstaan in hogere organismen die zich al geslachtelijk voortplantten. Dit laatste lijkt meer te wijzen op evolutionair voordeel voor de soort die zich ongeslachtelijke voortplant.

Geslachtelijke voortplanting vreet energie
Wat moeten we doen om een beter beeld krijgen van de voordelen en nadelen van geslachtelijke voortplanting? Eén mogelijkheid is op zoek gaan naar twee planten- of diersoorten die in alle opzichten gelijk zijn, behalve in hun voortplantingswijze. We kunnen dan onderzoeken welke van de twee soorten het uiteindelijk zal winnen wanneer ze competitie met elkaar moeten aangaan.

Goede kandidaten voor zo’n onderzoek zijn twee soorten renhagedissen uit het geslacht Cnemidophorus. Deze renhagedissen komen voor in het westelijk deel van Noord-Amerika. De meeste soorten planten zich geslachtelijk voort. Enkele Cnemidophorus hagedissen doen het ongeslachtelijk. Cnemidophorus uniparens is zo’n ongeslachtelijk voortplantende (of a-seksuele) renhagedis: uni-parens betekent één ouder. Alle individuen van Cnemidophorus uniparens zijn vrouwtjes. Ze leggen zonder tussenkomst van mannetjes eieren. Uit die eieren ontwikkelt zich een nieuwe generatie vrouwtjes.

http://en.wikipedia.org/wiki/Desert_Grassland_Whiptail_Lizard

File:Cnemidophorus-ThreeSpecies.jpg

The asexual, all-female whiptail speciesCnemidophorus neomexicanus (centre), which reproduces via parthenogenesis, is shown flanked by two sexual species having males, C. inornatus (left) andC. tigris (right), which hybridized naturally to form the C.neomexicanus species.

http://en.wikipedia.org/wiki/Parthenogenesis

Verschillende soorten van het genus Cnemidophorus zijn parthenogenetisc   http://en.wikipedia.org/wiki/Teiidae   Niettegenstaande het onnodig en nutteloos is om te copuleren , zullen deze hagedissen het af en toe toch nog proberen ; een van de wijfjes zal beginnen de rol van een “mannetje” te imiteren en tracht te copuleren met een ander wijfje ….
De soort is geevolueerd uit een soort die zich geslachtelijk voortplant en blijkbaar is het paar-instinct nog steeds latent en “gedegenereerd”(?)  aanwezig … Dat is ondertussen een overbodig overblijfsel geworden ?


Als we Cnemidophorus uniparens en een andere, geslachtelijk (of seksueel) voortplantende soort Cnemidophoru onder dezelfde omstandigheden laten opgroeien, dan zien we dat vrouwtjes van beide soorten ongeveer evenveel eieren leggen.

Uit de eieren van de aseksuele soort komen alleen vrouwtjes. De eieren van de andere soort ontwikkelen zich voor de helft tot vrouwtjes en de helft tot mannetjes. Dat laatste is een belangrijk verschil. De mannetjes leggen geen eieren en produceren geen nakomelingen. Dus slechts de helft van de nakomelingen van een seksueel vrouwtje draagt bij aan het produceren van weer een nieuwe generatie. De andere helft (mannetjes) doet niets behalve vrouwtjes bevruchten. Als we naar die tweede generatie kijken – de ‘kleinkinderen’ van de aseksuele en de seksuele vrouwtjeshagedissen uit de proef – dan zien we dus twee keer zoveel aseksuele dan seksuele individuen (zie afbeelding 1). Kortom, de seksuele soort neemt twee keer langzamer in aantal toe dan de aseksuele soort, omdat de seksuele soort vijftig procent van haar voortplantingsenergie verspilt aan de productie van mannetjes.

De kosten (in energie en bouwstoffen) voor de mannenproductie noemen we ook wel ‘het tweevoudig nadeel’ van seksuele voortplanting: tweevoudig slaat op twee keer minder individuen in de tweede generatie en omdat het er minder zijn, heet het een (evolutionair) nadeel.

Gerdien De Jong 

  1. Onthoud dat al die  ideeën  van ‘kosten’ gaan  over de handhaving van seksuele voortplanting, niet over de oorsprong van sexuele  voortplanting  .

    Waarom mannetjes?

    Dan moet je niet zoeken bij ‘de evolutie van sex’ maar bij ‘de evolutie van anisogamie’. Bijvoorbeeld:
    http://en.wikipedia.org/wiki/Anisogamy

    PNAS 109 2012 13692-13697 DOI: 10.1073/pnas.1203495109

    TREE 27 2012 260-264 DOI: 10.1016/j.tree.2011.12.006
    Bell, 1978. Evolution of anisogamy. J theor biol 73 247-270 DOI: 10.1016/0022-5193(78)90189-3

    Waarom zoveel mannetjes? Zie: evolutie van sex ratio.
    http://en.wikipedia.org/wiki/Fisher%27s_principle

    Over de evolutie van recombinatie percentages:
    De Visser & Elena, 2007. The evolution of sex: empirical insights into the roles of epistasis and drift. Nature Reviews Genetics 8: 139

    Nature%20Rev.%20Genetics%202[1] de Visser  <—pdf

    zie ook  

Afb. 1: Het tweevoudig nadeel van geslachtelijke voortplanting. Bij geslachtelijke voortplanting gaat de helft van de energie en bouwstoffen voor voortplanting naar de productie van mannen. Die mannen dragen vervolgens niet bij aan de creatie van de volgende generatie. Om zo’n populatie in stand te houden, moet een vrouwtje minstens twee nakomelingen produceren. Onder diezelfde omstandigheden groeit een populatie op waarvan de individuen zich ongeslachtelijk voortplanten. Als een aseksueel vrouwtje gemiddeld twee nakomelingen produceert, verdubbelt de populatiegrootte met elke nieuwe generatie. Dit komt omdat elke nakomeling ook bijdraagt aan de groei van de populatie.

Het tweevoudig nadeel van seksuele voortplanting brengt evolutiebiologen in verlegenheid. Ze kunnen niet goed verklaren waarom seksuele voortplanting in zoveel soorten voorkomt, terwijl het zo’n overduidelijk nadeel heeft ten opzichte van aseksuele voortplanting. Afgezien van dit wetenschappelijke aspect is het tweevoudig nadeel van seksuele voortplanting voer voor feministen en een aanslag op het ego van de gemiddelde (lees: mannelijke) evolutiebioloog.

Wat de onderliggende motivatie ook moge zijn, een indrukwekkend grote groep wetenschappers heeft zich gestort op de vraag of seksuele voortplanting misschien voordelen heeft die opwegen tegen het tweevoudig nadeel. Het resultaat van alle onderzoeken is een aantal aanwijzingen dat laat zien dat het nadeel van geslachtelijke voortplanting soms minder groot is dan tweevoudig. Daarnaast zijn een groot aantal theorie챘n ontwikkeld die laten zien dat geslachtelijke voortplanting onder bepaalde omstandigheden wel degelijk voordelen heeft.

Seksuele voortplanting is niet altijd zo nadelig
Diverse biologen hebben erop gewezen dat het tweevoudig nadeel van geslachtelijke voortplanting berust op belangrijke aannames die niet altijd gelden. Zo wordt verondersteld dat de productie van mannetjes ten koste gaat van de productie van vrouwtjes. In het geval van de renhagedissen klopt dat: een vrouwtje kan maar een beperkt aantal eieren leggen. Voor elk ei waaruit een mannetje ontstaat, moet ze een dochter inleveren. Toch zijn er ook situaties waarin de productie van zoons niet noodzakelijkerwijs ten koste gaat van de productie van dochters.

Kijk bijvoorbeeld naar hermafrodieten. Dit zijn tweeslachtige organismen zoals een aantal plantsoorten, regenwormen en platwormen. Hermafrodieten produceren geen zoons of dochters – ze zijn immers tweeslachtig – maar ze moeten hun energie wel verdelen over de productie van mannelijke en de vrouwelijke geslachtscellen en -organen.

Ook voor hermaphrodieten is er een nadeel van geslachtelijke voortplanting. Vergelijk maar eens twee soorten hermafrodieten die in alle opzichten gelijk zijn behalve in hun manier van voortplanting. De ene soort plant zich geslachtelijk voort, door middel van bevruchte eieren. De andere soort produceert aseksuele nakomelingen uit onbevruchte eieren. Een populatie aseksuele hermafrodieten kan harder groeien dan een seksuele populatie. Dat komt omdat de aseksuele individuen niets hoeven te investeren in hun mannelijke functie. Ze kunnen alle energie en bouwstoffen in de productie van eieren stoppen. Maar, betekent dit ook dat ze twee keer zoveel eieren zullen produceren, en dus ook twee keer zo hard in aantal zullen toenemen, zoals het tweevoudig nadeel van geslachtelijke voortplanting voorspelt? Dat zal alleen zo zijn als de afname van investering in mannelijke functie resulteert in een even grote toename van de investering in vrouwelijke organen en cellen. Dat is niet altijd zo.

Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat verschillende grondstoffen nodig zijn bij de productie van mannelijke of vrouwelijke geslachtscellen en –organen. Niet alle grondstoffen die nodig zijn voor de ontwikkeling van mannelijke functies, zijn bruikbaar voor de productie van vrouwelijke. In zo’n geval is de tweede generatie van de aseksuele populatie minder dan twee keer groter dan die van de seksuele populatie. Met andere woorden: als de investering in de mannelijke functie (zoons) niet direct ten koste gaat van de investering in vrouwelijke functie (dochters), dan geldt het tweevoudig nadeel niet.

Laten we de platworm bekijken (afbeelding 2). Stel dat eiwitten (oranje rondjes) en vetten (groene rondjes) nodig zijn om de geslachtsorganen aan te leggen. Voor de testes zijn de bouwstoffen eiwit en vet nodig in de verhouding 2:1. Voor de ovaria geldt de verhouding 1:2. De seksuele platworm produceert twee nakomelingen (het eigen ei wordt bevrucht en de worm bevrucht zelf een ander ei – de platworm is immers tweeslachtig!), die elk voor de helft meetellen voor het nakomelingenschap, omdat slechts de helft van het DNA aan elke nakomeling is doorgegeven.

Omdat voor de ovaria eiwitten en vetten in een andere verhouding nodig zijn dan voor de testes, kan een aseksuele platworm niet automatisch twee keer zoveel investeren in ovaria. In het voorbeeld kan de aseksuele platworm slechts anderhalf keer zo grote ovaria aanleggen als een seksuele platworm. De aseksuele worm produceert daarom gemiddeld slechts anderhalf maal zo veel eieren als een seksuele platworm en geen sperma. Gemiddeld produceert de aseksuele worm dus anderhalve nakomeling uit eigen eieren, met 100% identiek genetisch materiaal. Een vergelijking van het aantal nakomelingen (gemeten in het aantal keer dat het hele genenpakket is doorgegeven) van de seksuele met de aseksuele platworm laat nu niet een tweevoudig nadeel zien, maar een ‘anderhalfvoudig’ nadeel voor geslachtelijke voortplanting.

Afb. 2: Minder dan tweevoudig nadeel bij seksueel voortplantende platwormen. Oranje rondjes staan voor eiwitten, groene voor vetten. Beide zijn noodzakelijke grondstoffen om de geslachtsorganen aan te leggen.

Een andere aanname die niet altijd opgaat, is het uitgangspunt dat mannetjes tijdens hun leven geen enkel positief effect hebben op het aantal nakomelingen van een vrouwtje. Die aanname klopt niet voor soorten waarbij het mannetje meehelpt bij de ouderlijke zorg; denk aan stekelbaarsjes, zeepaardjes en mensen. Dankzij die hulp kan een seksueel voortplantend vrouwtje meer nakomelingen grootbrengen dan een zelfde ongeslachtelijk vrouwtje. De laatste moet het immers alleen opknappen. Een deel van de energie die is ‘verspild’ aan mannetjes, krijgt zo’n vrouwtje terug in de vorm van ouderlijke zorg. Daarom is ook bij soorten die mannelijke ouderzorg kennen, het nadeel van geslachtelijke voortplanting minder dan tweevoudig.

Genetische variatie versus klonen
Bij het vergelijken van geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting hebben we tot nu 챕챕n belangrijk verschil tussen deze twee voortplantingswijzen onbesproken gelaten. Anders dan bij ongeslachtelijke voortplanting, vindt bij geslachtelijke voortplanting een reductiedeling (meiose) plaats. Bij de meiose verdeelt de cel zijn chromosomen over twee nieuwe cellen. Dit is nodig omdat een nakomeling ontstaat uit de versmelting van twee geslachtscellen: 챕챕n van de man en 챕챕n van de vrouw. Zonder meiose zou een nakomeling twee keer zoveel chromosomen bezitten als zijn ouders, en diens nakomelingen nog twee keer zoveel.

Door de meiose dragen beide ouders vijftig procent van hun genetisch materiaal over aan de nakomeling (dit is het tweevoudig nadeel van geslachtelijke voortplanting op genetisch niveau!). Om de meiose eerlijk te laten verlopen, worden de chromosomen willekeurig verdeeld over twee geslachtscellen, zodat alle chromosomen evenveel kans lopen om in de volgende generatie terecht te komen. Dit heeft een belangrijk bijeffect. De willekeur van de meiose zorgt ervoor dat het resultaat van elke reductiedeling anders is. Niet alleen de chromosomenparen worden onafhankelijk van elkaar over de dochtercellen verdeeld, ook binnen chromosomenparen vindt recombinatie van genen plaats door crossing over.

In afbeelding 3 zijn de gevolgen van meiose uitgewerkt voor een kruising tussen twee vissen. De ene vis draagt een allel (blauw) dat zorgt voor een blauwe glans op de schubben, en een allel (roze) dat zorgt voor roze vinnen. De andere vis draagt twee kopie챘n van een allel (groen) dat zorgt voor groene vinnen. De genen voor schub- en vinkleur liggen op hetzelfde chromosoom. De nakomelingen van de kruising tussen beide ouders vertonen variatie voor schub- en vinkleur. Geen van de nakomelingen ziet er hetzelfde uit als een van de ouders.

Afb. 3: Meiose zorgt voor variatie. Het gen voor schubkleur (blauw of ongekleurd) en vinkleur (groen, roze of ongekleurd) liggen op hetzelfde chromosoom. Als twee vissen met verschillende allelen paren kan recombinatie zorgen voor een groot aantal nieuwe combinaties van eigenschappen in de nakomelingen.

In werkelijkheid wordt het uiterlijk van de nakomelingen bepaald door duizenden eigenschappen, die verdeeld zijn over meerdere chromosomen. Dit betekent dat het aantal combinaties van eigenschappen die door meiose kunnen ontstaan in de praktijk ver boven het aantal geproduceerde nakomelingen ligt: geen twee nakomelingen zullen genetisch identiek zijn. Met andere woorden, geslachtelijke voortplanting levert nakomelingen op met genetische variatie; ongeslachtelijke voortplanting levert daarentegen genetisch identieke nakomelingen op, het zijn klonen.

Zit in deze variatie onder nakomelingen misschien een evolutionair voordeel ten opzichte van ongeslachtelijke voortplanting? Zo ja, zou dit het tweevoudig nadeel van geslachtelijke voortplanting kunnen compenseren?

Kosten en baten van recombinatie
Recombinatie zorgt voor het ontstaan van nieuwe gencombinaties binnen een populatie organismen. Dat kan handig van pas komen wanneer een soort leeft in een veranderend milieu waarvoor steeds nieuwe combinaties van eigenschappen nodig zijn. Bij aseksuele organismen kan de optimale combinatie van eigenschappen alleen ontstaan door meerdere mutaties, die in elke afstammingslijn afzonderlijk moeten plaatsvinden. Daardoor kan het erg lang duren voordat een lijn zich heeft aangepast. In een seksuele populatie daarentegen, kunnen de mutaties van verschillende individuen via geslachtelijke voortplanting snel combineren tot een optimaal genenpakket, dat eigenschappen representeert die het organisme goed aangepast maken voor zijn omgeving.

De keerzijde van de medaille is dat recombinatie ook gunstige gencombinaties verwoest. Als de milieuomstandigheden constant zijn is recombinatie nadelig. In een aseksuele populatie zullen alle nakomelingen het genotype van hun ouder erven. Als de milieuomstandigheden lange tijd onveranderd zijn, mogen we aannemen dat dit genotype ook het optimale genotype is. In een seksuele populatie ontstaan daarentegen steeds varianten van het meest optimale genotype. Die varianten hebben per definitie steeds een lagere fitness.

Geslachtelijke voortplanting zorgt via recombinatie niet alleen voor het ontstaan van voordelige mutaties, maar recombineert ook schadelijke mutaties. Een positief effect daarvan is dat recombinatie nakomelingen kan opleveren die minder schadelijke mutaties hebben dan hun ouders. Zoiets is in aseksuele populaties onmogelijk. Sterker nog, aseksuele populaties hopen in de loop van de tijd steeds meer schadelijke mutaties op. Dat komt omdat schadelijke mutaties zich bij toeval kunnen verspreiden door de gehele populatie totdat er geen individuen overblijven die de mutatie niet bij zich dragen. De kans hierop is weliswaar klein, maar niet afwezig. Wanneer een mutatie zich volledig door een aseksuele populatie heeft verspreid, is er geen weg terug. Dit proces treedt niet op in seksuele populaties, dankzij recombinatie.

Recombinatie van schadelijke mutaties heeft nog een tweede effect, maar of dat positief of negatief uitpakt is afhankelijk van de omstandigheden. Er ontstaat namelijk variatie in het aantal schadelijke mutaties per individu. Het kan zijn dat door die variatie de schadelijke mutaties effici챘nter door natuurlijke selectie uit de populatie kunnen worden verwijderd, waardoor de fitness van de populatie in het geheel toeneemt.

Een voorwaarde hiervoor is dat de negatieve effecten van een extra mutatie groter worden naarmate een individu al meer schadelijke mutaties bij zich draagt. Anders gezegd, het gezamenlijke schadelijke effect van alle mutaties die een individu bij zich draagt moet groter zijn dan de optelsom van de schadelijke effecten die elke mutatie afzonderlijk zou veroorzaken. In dat geval zijn de fitnesskosten per mutatie het hoogst voor individuen met veel mutaties. Zulke individuen zijn er niet alleen in absolute, maar ook in relatieve zin bijzonder slecht aan toe, en zij zullen met hoge waarschijnlijk weg geselecteerd worden. Daardoor neemt de hoeveelheid mutaties in de populatie af. Het tegenovergestelde effect treedt op wanneer de negatieve effecten van een extra mutatie afnemen naarmate een individu al meer schadelijke mutaties bij zich draagt. In dat geval worden juist de individuen met weinig mutaties relatief sneller weg geselecteerd.

Afbeelding 4 laat voor een extreem voorbeeld zien hoe recombinatie van schadelijke mutaties een voordeel kan opleveren voor een seksuele populatie. In het voorbeeld nemen we aan dat individuen pas schadelijke effecten van hun mutaties ondervinden als ze tenminste twee mutaties hebben. Het schadelijke effect van twee mutaties is dus groter dan twee keer het schadelijk effect van 챕챕n mutatie (een enkele mutatie heeft nog geen schadelijk effect). De nakomelingen van ouders met 챕챕n mutatie kunnen nul, een of twee mutaties bezitten. De nakomelingen met twee mutaties overleven niet. Na selectie bezit twee van de drie nakomelingen een mutatie. Dat is gemiddeld minder dan hun ouders. In een aseksuele populatie produceren individuen met 챕챕n mutatie ook altijd nakomelingen met 챕챕n mutatie. Er is nu geen afname in het aantal mutaties in de volgende generatie.

Afb. 4: Recombinatie van schadelijke mutaties: Bij de kevers die zich geslachtelijk voortplanten zijn de nakomelingen variabel voor het aantal schadelijke mutaties dat ze dragen (nul, een, of twee), ook al dragen de ouders beide 챕챕n schadelijke mutatie.

Moeten we nu blij zijn met de man?
Het is al met al niet gemakkelijk te bepalen of nu de kosten, of juist de baten van geslachtelijke voortplanting de weegschaal laten doorslaan. Afhankelijk van de milieuomstandigheden en de precieze manier waarop schadelijke mutaties elkaar be챦nvloeden, heeft geslachtelijke voortplanting voordelen dan wel nadelen ten opzichte van ongeslachtelijke voortplanting.

Zeker is wel dat geslachtelijke voortplanting de beste kansen bieden onder veranderende milieuomstandigheden en wanneer schadelijke mutaties elkaars effecten versterken. Bestaan dergelijke omstandigheden, of is het milieu waarin populaties leven veel vaker constant? En hebben nadelige mutaties gezamenlijk minder effect dan hun afzonderlijke effecten opgeteld? Het antwoord ligt nog steeds verborgen in de natuur en kunnen we alleen door waarnemingen en slimme experimenten achterhalen.

Experimentele evolutie met behulp van micro-organismen en moderne bio-informatica technieken maken het misschien binnenkort mogelijk uit te vinden hoe mutaties elkaars schadelijke effecten be챦nvloeden. Voor wat betreft de veranderlijkheid van de milieuomstandigheden richt de aandacht zich momenteel vooral op ziekteverwekkers als oorzaak van continue verandering. Ziekteverwekkers evolueren in hoog tempo nieuwe strategie챘n waarmee ze de verdedigingsmechanismen van hun gastheer ondermijnen. Daardoor is voortdurende verandering van die verdedigingsmechanismen noodzakelijk. Ziekteverwekkers en hun gastheren zijn verwikkeld in een niet ophoudende evolutionaire wapenwedloop, waarin geslachtelijke voortplanting een voorsprong kan opleveren. Ondersteuning voor dit idee komt bijvoorbeeld uit studies die een verband aantonen tussen de frequentie van geslachtelijke voortplanting en de grootte van het gevaar van ziekteverwekkers.

Afb. 5: Ziekteverwekkers en geslachtelijke voortplanting. Veel slakken kunnen zich geslachtelijk en ongeslachtelijk voortplanten. Vergelijkend onderzoek aan Nieuw-Zeelandse slakken populaties heeft aangetoond dat de frequentie van geslachtelijke voortplanting hoger is naarmate er meer parasieten in het milieu voorkomen. Geslachtelijke voortplanting zorgt op plaatsen met veel parasieten (locatie 1) voor variatie, en dat maakt snellere aanpassingen in de evolutionaire wapenwedloop met de parasiet mogelijk. Op plaatsen zonder parasieten (locatie 2) zijn die voortdurende aanpassingen niet noodzakelijk, en is juist ongeslachtelijke voortplanting optimaal.

Ook al zou uiteindelijk blijken dat de omstandigheden optimaal zijn geweest voor de evolutie van geslachtelijke voortplanting, het zal de vraag blijven of de voordelen van geslachtelijke voortplanting opwegen tegen de aanzienlijke reductie in effici챘ntie die gepaard gaat met het produceren van mannen. Het tweevoudig nadeel van geslachtelijke voortplanting lijkt immers een onoverwinnelijke barri챔re voor elk afzonderlijk voordeel van geslachtelijke voortplanting dat we kunnen bedenken. Daar komt nog eens bij dat veel voordelen van geslachtelijke voortplanting pas op de lange termijn zichtbaar worden, terwijl het tweevoudig nadeel direct voelbaar is.

De verklaring voor het bestaan van geslachtelijke voortplanting moeten we daarom zoeken in de combinatie van verschillende voordelen. In de hoop dat die voordelen elkaar versterken.

Bronnen:
Seksuele Selectie – een proces van tegenstrijdige belangen. James L. Gould & Carol Grant Gould (1993). Natuur & Techniek, Maastricht/Brussel.

Voor vragen of opmerkingen n.a.v. dit artikel kunt u mailen met:
Expertise Centrum Biologie, NIBI
Bezoek de website van het NIBI
___________________________________________________________________________________________

Bij andere soorten hebben de vrouwtjes de mannetjes (grotendeels ) overboord gegooid, althans in de dagelijkse praktijk en gedurende bepaalde levensfasen .

Draadwormen, bladluizen en wandelende takken hebben geen mannetjes nodig,( gedurende bepaalde fasen van hun levenscyclus ) en ook bij reptielen is maagdelijke voortplanting geen uitzondering. Het komt voor naast de bisexuele voortplanting in dezelfde soort( bij voormelde insekten noemt dat de sexuele fase )

Een speciale vorm is te bemerken bij mieren en bijen … mannnetjes onstaan daar uit onbevruchte eicelllen van de koningin ( en bij het gebrek aan een koningin uit die van werksters ?) …De (vrouwelijke ) kasten bestaan uit bevruchte eitjes

Darren
Knack – 15-10-2003 ( Dirk Draulans)

Bij bijen wordt het geslacht van het kroost bepaald door de kwestie of een eitje al dan niet bevrucht is.
Uit onbevruchte eitjes komen mannetjes (darren), uit bevruchte sluipen vrouwtjes (werksters en koninginnen).
Dat lijkt een wat afwijkende manier om de geslachtsverdeling binnen een soort te reguleren, maar ze gaat op voor niet minder dan 20 procent van de bekende diersoorten, waaronder mieren, teken en mijten.

Het vakblad Cell rapporteert de ontdekking van het gen verantwoordelijk voor het onderscheid tussen darren en werksters.
Dit csd-gen komt in verschillende vormen voor. Als een diertje er slechts één vorm van krijgt, wordt het een mannetje. Twee vormen geven samen aanleiding tot een vrouwtje.
De ontdekking werd bevestigd in experimenten waarin een molecule werd gebruikt die een bepaalde variant van het gen uitschakelt. Als ze werd ingespoten in een bevrucht bijeneitje, sloop er meestal een mannetje uit.
Meteen is een oeroude en bizarre waarneming uit de bijhouderij verklaard. Tijdens proeven om door inteelt performante honingmakers te creëren, hadden imkers vastgesteld dat uit bevruchte eitjes af en toe steriele mannetjes kropen, die in een korf meestal onmiddellijk verdwenen omdat werksters ze opaten.
Als gevolg van de inteelt kan er in een eitje een identieke variant van het csg-gen terechtkomen afkomstig van zowel de vader als de moeder. En dan is het resultaat een mannetje. Man-zijn heeft bij de bij dus minder met bevruchting dan wel met de aanwezigheid van genvarianten te maken.

Parthenogenesis komt her en der bij o.a. vissen en ook hagedissen voor, en bij kalkoenen in kalkoenfabrieken, en produceert alleen vrouwtjes.
Bij zoogdieren kan parthenogenese niet voorkomen, omdat bij het maken van de placenta het patroon van genexpressie uit het vaderlijke genoom nodig is.
Verder is in de ontwikkeling van het embryo vrouwelijk de uitgangspositie – een Y-chromosoom of het coderende deel daarvan(dat alleen van de vader kan komen) is nodig voor ontwikkeling als mannelijk.
Zie voor hermafrodieten bij mensen:
A. Leroi, 2007. Mutanten.
Een XX persoon wordt geen man.
Parthenogenesis komt her en der bij o.a. vissen en ook hagedissen voor, en bij kalkoenen in kalkoenfabrieken, en produceert alleen vrouwtjes.
Bij zoogdieren kan parthenogenese niet voorkomen, omdat bij het maken van de placenta het patroon van genexpressie uit het vaderlijke genoom nodig is.( Geen mirakuleuze “baby  jezus”  dus )
Verder is in de ontwikkeling van het embryo vrouwelijk de uitgangspositie – een Y-chromosoom of het coderende deel daarvan(dat alleen van de vader kan komen)  nodig voor ontwikkeling tot mannelijk.
1) bij zoogdieren komt parthenogenesis dat leidt tot een levend jong ; niet voor.
2.) parthenogenesis produceert bij andere gewervelden alleen vrouwtjes omdat er geen Y chromosoom is van de vader
3) als jezus biologisch een normale man was, dan had hij een Y chromosoom en dat kan hij niet van zijn moeder hebben gehad want normale vrouwen hebben 2 X chromosomen en geen Y.

Hier een zeer onwaarschijnlijk en onorthodoxe verklaring voor Jezus:
http://www.asa3.org/ASA/PSCF/1983/JASA9-83Kessel.html.
De auteur is bioloog en gaat er van uit dat Jezus chromosomaal vrouw was (met XX) en later een sexconversie heeft doorgemaakt waardoor hij er als man uit ging zien.

Het verhaal staat op de website van: The American Scientific Affiliation (ASA)

Buiten dit ( voor mij dan ) raar verhaaltje staat er wel een degelijke en interessante lijst en lectuur over parthenogenesis zuiver vanuit biologisch perspektief

*******************************************************************************************************************

An Outline of Parthenogenetic Animal Groups

Phylum Aschelminthes
Class Rotifera.3,4Wheel animalicules” discovered by early microscopists; many species are parthenogenetic.
Order Bdelloidea. Apparently all females.
Order Monogonata. Some species are all females.
Class Nematoda (roundworms).
Order Rhabditida. Several species of the terrestrial genus Rhabdites5,6many of the parasitic genus Strongyloides7 are known to be parthenogenetic. Gynogenesis occurs in the latter genus.
Order Tylenchida.8 Many species of tylenchoid genera utilize variations of parthenogenesis.

Phylum Platyhelminthes (flatworms).
Class Turbellaria.9ree-living flatworms of the genus Bothrioplana are parthenogenetic.
Class Trematoda (flukes).
Subclass Digenea (endoparasitic flukes).10 Species of the genera Schistosomatum, Schistosoma, Fasciola, Fasciolopsts, etc., have been reported to be parthenogenetic in both the adult and pedogenetic rediae, although some workers suspect the larval reproduction is better explained as polyernbryony.
Class Cestoidea (tapeworms). “Only recently has parthenogenesis been reported for tapeworms.”11 The single report involves a triploid tapeworm of the family Caryophyllaeidae parasitic on fish.
Phylum Annelida (segmented worms).
Class Oligochaeta (earthworms).12 “Parthenogenesis occurs in a few species.
Phylum Mollusca
Class Gastropoda (snails).13 Only two parthenogenetic species are known, one each for the genera Campeloma and Potamopyrgus.


Phylum Arthropoda
Class Crustacea
Subclass Branchiopoda. Parthenogenesis is of common occurrence in this group.
Order Anostraca (fairy shrimps).14,15 The genus Artemia is known to be parthenogenetic.
Order Diplostraca
Suborder Cladocera (water fleas).16 The genus Daphnia is parthenogenetic.
Subclass Ostracoda (mussel or seed shrimps).17,18 Parthenogenesis occurs in the fresh-water genus Cypris.
Subclass Malacostraca
Superorder Peracarida
Order Isopoda (sow bugs).19 The single genus Trichoniscus has parthenogens


Class Myriapoda (centipedes and millipedes)20 Parthenogens occur in a few species.
Class Arachnida. It is difficult to comprehend the immensity of this group which rivals the class Insecta in both total number of estimated species and number of individuals.
Subclass Acari. (mites and ticks).21 The mites occur in great variety, adapted as they are to almost every kind of environment. Although not much studied to date, it is probable that they will account for more than a million species when they are finally described. judging from the forms that have been studied, an immense number of parthenogenetic mites will be ultimately recognized. Parthenogenesis exhibits much variety in mites and parthenogenetic species, genera, and even families occur widely. It is likely that the subclass Acari has more parthenogens than all the other animal groups combined. The five orders Astigmata, Protostigmata, Mesostigmata, Metastigmata, and Cryptostigmata all have parthenogentic forms.


Class Insecta. In this class, with its million or more named species, there are many examples of partbenogenesis.


Order Orthoptera.
Family Mantidae.22 Some species are parthenogenetic.
Family Phasmidae (walking sticks).23 Parthenogenesis is rather common and some species are unisexual, being without known males.
Family Blattidae (cockroaches).24
Family Acrididae (grasshoppers).25
Order Psocoptera. Mockford26 lists 30 species of parthenogenetic psocopterans. They represent the 12 families listed and 20 genera.
Families Lepidopsocidae, Atropidae, Psyllipsocidae, Liposeelidae, Epipsocidae, Caeciliidae, Elipsocidae, Psoculidae, Philotarsidae, Lachesillidae, Peripsocidae, and Psocidae.
Order Thysanoptera (thrips). Some species are partly parthenogenetic and at least one thrips is wholly so.27
Order Embioptera (webspinners). One species of the genus Haploembia is parthenogenetic.28

Order Homoptera (bugs).
Superfarnily Coccoida (scales). Nur29 lists 33 species of parthenogenetic coccids. These represent the four families listed below and 22 genera.
Families Margarodidae, Pseudococcidae, Lecaniidae, and Diaspididae.Another source30 names Coccidae as having parthenogens.
Superfamily Aphidoidea (plant lice).31 Parthenogenesis is characteristic of this group. It consists of the families Aphididae, Phylloxeridae, Eriosomatidae, and Adelgidae, all of which have parthenogens. Some species lack males entirely. An aphidoid related family is Aleyrodidae which too may have parthenogens.
Order Lepidoptera. References to parthenogenesis in lepidopterans are few. Narbel32,33 studied two virgin-birth species in the family Psychidae. They represented the genera Apterona and Solenobia. Another lepidopteran genus having parthenogens is Tephrosia and was reported by Peacock and Harrison.34

Order Diptera (flies).
Family Drosophilidae.35-37 Many species demonstrate parthenogenesis, including the aptly named Drosophila parthenogenica. Family Culicidae. A single mosquito species, Culexfatigans, has been shown to be parthenogenetic.38
Family Chironomidae. Some of these midges are parthenogenetic.39
Family Lonchopteridae. Most scissor-winged fly species have few or no males.40
Family Cecidomyiidae (gall midges).41 The genera Miastor and Oligarces are famous for their combination of parthenogenesis with pedogenesis (reproduction by children).
Order Coleoptera (beetles).42 This is by far the largest order of insects, including about half of the known species and subspecies of all animals. It is estimated that there are about 750,000 kinds of living beetles. Parthenogenesis is widely spread in the group and occurs in all three of the suborders.

Suborder Arebostomata. Partbenogenesis occurs in one family.
Suborder Adephaga. Parthenogenesis occurs in one family.
Suborder Polyphaga. Parthenogenesis is known to occur in several families including Scolytidae, Ptinidae, Ciidac, Chrysomelidae, and the great family Curculionidae,43 making in all some 80 forms known to be parthenogenetic in this suborder.
Order Hymenoptera. The peak of occurrence of parthenogenesis is found in this large order of some 125,000 species and subspecies. “All Hymenoptera thus far reported are parthenogenetic.”44 The large sample thus far studied justifies the expectation that parthenogenesis in one form or another is unanimous for the 125,000 named kinds of hymenopterans and will hold true for the 75,000 species which it is estimated remain to be discovered and studied. The great number of already investigated forms constitutes a broad spectrum of the order and includes representatives of many superfamilies and families. Slobodschikoff and Daly,45 in their list of hymenopterans known to utilize the thelytoky variation of parthenogenesis, place them under 12 families: Diprionidae, Tenthredinidae, Ichneurnoidae, Brachonidae, Trichogrammatidae, Signipboridae, Eulopbidae, Eucyrtidae, Cynipidae, Bethylidae, Formicidae, and Apidae.
Phylum Chordata, Subphylurn Vertebrata.
Class Pisces.46 Two genera of fishes have parthenogenetic representatives.
Family Poeciliidae. Genus Poecilia (Molliensia), with one diploid gynogenetic “species.”47 Genus Poeciliopsis, with three triploid gynogenetic “species. “48
Class Amphibia.49 As in the fish, parthenogenesis is relatively rare in amphibians.
Order Anura. Parthenogenesis is naturally occurring with polyploidy in three genera of frogs, viz., Ceratophrys, Hyla, and Odontophrynus.50
Order Caudata. Parthenogenesis occurs naturally with gynogenesis and/or polyploidy in three genera of urodeles, viz., Ambystoma, Eurycea, and Notophthalmus.


Class
Reptilia.51 There is an extensive literature on parthenogenesis in reptiles, most of it pertaining to lizards.
Order Sauria. This group has many parthenogenetic species representing 6 families and 9 genera as follows: Family Teiidae, genera Cnemidophorus and Gymnothalmus.
Family Lacertidae, genus Lacerta.
Family Xantusiidae, genus Lepidophyma.
Family Agamidae, genus Leiolepis.
Family Gekkonidae, genera Lepidodactylus, Hemidactylus, and Gephyra.52
Family Chamaelonidae, genus Chamaeleo.53

Class Aves.
Order Galliformes. The only two birds that are known to sometimes reproduce by natural parthenogenesis are the turkey53,54 and chicken.55
Class Mammalia. Although there are no scientifically documented cases of naturally occurring parthenogenesis in mammals going to full term, there are a number of authentic reports of the early stages of such spontaneous unisexual reproduction in this class.56 Several of these cases are given in the general text.


Parthenogenesis
komt voor bij Komodovaranen en bepaalde soorten slangen, vogels en vissen.
°
Haaien zwanger zonder hulp van mannetjes
Vrouwelijke hamerhaaien kunnen voor nageslacht zorgen zonder tussenkomst van een mannetje.
Ze zijn in staat een onbevrucht eitje te laten ontwikkelen tot een embryo
Ierse en Amerikaanse onderzoekers onderzochten de geboorte van een hamerhaai in een dierentuin in het Amerikaanse Nebraska in 2001.
Deze zaak leidde destijds tot wetenschappelijke ophef, maar pas nu( mei 2007) kon door DNA-onderzoek ook worden vastgesteld dat er inderdaad geen mannetje aan deze geboorte te pas was gekomen.
Het was toen de eerste keer dat dit vermogen tot aseksuele voortplanting voldoendebewijsmatig werd vastgesteld bij haaiachtigen.
°
 10 oktober 2008
Een zwartpunt vrouwtjeshaai is zwanger geraakt zonder hulp van een mannetje.
Het is de tweede keer dat wetenschappers een maagdelijke zwangerschap aantreffen bij een haai, waardoor aannemelijk wordt dat haaien in staat zijn zich voort te planten zonder bevruchting.
Vermoedelijk hebben hormonen in de vrouwelijke zwartpunthaai ervoor gezorgd dat chromosomen zich spontaan splitsten tijdens de ontwikkeling van het eitje.
Dit proces, parthenogenesis genoemd, zou een manier kunnen zijn om uitsterving te voorkomen, denken de onderzoekers.
De vrouwtjeshaai stierf overigens tijdens een onderzoek. …..Tijdens de autopsie bleek dat ze zwanger was.
In het embryo werd alleen dna van de moeder aangetroffen.
blacktip13

Black tip shark with diver

http://nl.wikipedia.org/wiki/Zwartpunthaai

°

‘Maagdelijke’ geboorte bij
Kaphamerhaai(Sphyrna tiburo);
door
Nathalie Carpentier / De Morgen
2007-05-24
( aangepast en ontdaan van “slordigheden ” ,( waarschijnlijk ) verkeerde invullingen en voorzien van nader specifierend aanvullend kommentaar )
Een Vrouwtjeshaai van de soort Sphyrna tiburo die jaren geen contact met mannetjes had, baarde in de dierentuin van Nebraska een gezond jong
Een vrouwelijke hamerhaai in gevangenschap heeft zich voortgeplant zonder dat er seksueel contact aan te pas kwam met een mannetje.
Het haaienjong werd enkele jaren geleden geboren in de dierentuin van Nebraska.
DNA-onderzoek heeft nu ook bewezen dat het echt gaat om een ‘maagdelijke’ geboorte.
    Bonnethead Sharks    42959691-bonn-spl-203b
Op 14 december 2001 stonden de biologen van de Henry Doorly Zoo in Nebraska voor een raadsel, vermelden onderzoekers in het blad Biology Letters.
Een van de drie vrouwelijke haaien in gevangenschap had een normaal ontwikkeld, levend vrouwelijk jong gebaard.
Geen van de drie kandidaat-moeders was echter sinds hun vangst( als onvolwassen juvenielen ) in het wild drie jaar eerder nog in contact geweest met
een mannetje.Sommigen suggereerden dat een van de vrouwtjes geslachtsgemeenschap had gehad v처처r haar gevangenschap en het sperma zo lang had opgeslagen in haar lichaam.
Iets wat haaien wel degelijk kunnen, alleen kunnen ze dat zaad hooguit zes maanden bewaren, geen drie jaar.
DNA-onderzoek heeft nu uitsluitsel gebracht:
het DNA van het jong vertoonde sterke gelijkenissen met het DNA van een van de vrouwtjes, maar bezat geen ‘mannelijk’ DNA,(1)
aldus het verslag in Biology Letters.
Dat betekent dat er sprake was van ongeslachtelijke voortplanting, ook bekend als parthenogenese.
Voortplanting zonder bevruchting is bekend bij verschillende diersoorten, ook gewervelde zoals reptielen en amfibieën. vogels en beenvissen
Bijvoorbeeld Katvisen ( een beenvis) kunnen zich parthenogenetisch voortplanten
Normaal komt parthenogenesis niet voor bij zoogdieren en kraakbeenvissen zoals haaien.
Bij parthenogenese wordt een eicel gestimuleerd om zich te ontwikkelen tot een embryo zonder bevruchting door een mannelijke spermacel.(2)
De wetenschappers vrezen dat die voortplanting negatieve gevolgen zal hebben voor de haaienpopulatie.
Het aantal haaien in het wild neemt sterk af, onder meer door overbevissing. Als meerdere groepen haaien zouden overschakelen op ongeslachtelijke voortplanting .(3)vanwege een tekort aan mannetjes, zal dat de populaties verder verzwakken, aldus het team
Ongeslachtelijke voortplanting verschraalt immers de genetische diversiteit.Bij geslachtelijke voortplanting zorgt de mix van genetisch materiaal langs moeders- en vaderszijde voor vernieuwing,
waardoor populaties van dieren van de volgende generaties een assortiment van nieuwe varianten en unieke( micro)evolutionaire ) kenmerken ontwikkelen
( die niet meteen genetische isolatie opleveren ) waardoor het globaalbestand van die generatie dus beter kan overleven omdat ze geschiktere aanpassigen blijkt te bevatten .
Grote Populaties met veel varianten ,zijn als een schot hagel …er treffen altijd wel een paar verschillende doelen …
“Gewervelde dieren zijn in de loop der eeuwen juist in de richting van geslachtelijke voortplanting geëvolueerd omdat het hen een evolutionair
voordeel bood”,

The team, led by Demian Chapman of the Pew Institute for Ocean Science in the US, used a DNA fingerprinting technique similar to that is used in
human paternity tests. Initially, this was to determine which of the three females was the mother.
In offspring that are produced sexually, half the DNA comes from the mother and the other half from the father.
So, seeking evidence of the father, they then subtracted the mother’s contribution from the offspring’s DNA.
“In this particular case, after we subtracted the mother’s DNA, there was nothing left,”
says Prod철hl.
“It was fantastic!”
The researchers were forced to conclude that the pup had no father, making it the first documented case of asexual reproduction in cartilaginous fish.
Sadly, the remarkable specimen later died, apparently killed by another fish in the aquarium.


Het Y chromosoom ontbreekt in het genoom waardoor het jong vrouwelijk is( in dit geval was er echter slechts één X chromosoom )
(2)
Het genoom van het jong bleek haploid te zijn
in dat geval is dus in het kernDNA van de eicel slechts de helft van het genoom van de normale soortgenoten aanwezig …
http://www.sun-sentinel.com/news/local/southflorida/sfl-cshark23may23,0,726989.story?coll=sfla-home-headlines
Dit uitzonderlijk en zeldzaam soort haploide voortplanting is normaal onder bijen ( tijdens de; normale routine produktie van darren )…
Daar zijn de haploiden –> mannetjes( darren ) omdat bij insekten een ander systeem sexchromosoom systeem geld dan bij de vertebraten …(zie hierboven
__> sex determinatie systemen )
(3)
Dat lijkt toch onwaarschijnlijk ; immers parthenogenetische voortplanting zoals hier is aangetoond lijkt eerder een zeer uitzonderlijke gebeurtenis te zijn .. voor zover we nu weten ….
Moederhaai blijkt maagd
http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/
Arianne Hinz
Stop drie vrouwtjeshaaien in een tank en na verloop van tijd kunnen het er alleen maar minder worden.
Dat dachten de meeste onderzoekers tenminste.
Groot was dan ook de verbazing toen het er ineens vier waren: een van de hamerhaaien had een kindje gekregen.
Dat was in 2001.
Het ongeloof over deze schijnbaar maagdelijke geboorte was echter zo groot dat bioloog Demian Chapman van het Guy Harvey onderzoekscentrum in Florida
(VS) en zijn collega’s eerst op zoek gingen naar andere verklaringen.
Was een van de haaien misschien voor haar vangst, drie jaar geleden, bevrucht?
Hadden ze het sperma in de tussentijd opgeslagen? Het leek onwaarschijnlijk, want de haaien waren gevangen lang voordat ze seksueel volwassen waren.
Sindsdien hadden ze geen contact meer gehad met mannetjeshaaien.
Toch was dat altijd nog makkelijker te geloven dan dat er sprake zou zijn van maagdelijke voortplanting bij een hamerhaai.
Het DNA van de pasgeborene bood uitkomst: er was geen aandeel van een vader in te vinden.
Een van de haaien had zich inderdaad voortgeplant zonder seks, bevestigen de onderzoekers nu in Biology Letters.
Deze vondst laat zoogdieren over als de enige groep gewervelde dieren met een kaak, waarbij spontane maagdelijke voortplanting nog nooit is aangetoond.
Volgens deze onderzoekers tenminste.
Sommige “gelovige ” mensen denken daar ongetwijfeld anders over.
Sluit dit venster

Bij afwezigheid van een geschikte partner gaat de hamerhaai ‘Sphyrna tiburo’ soms over tot ongeslachtelijke voortplanting.

Biology Letters.
Virgin birth in a hammerhead shark
Demian D. Chapman1,†, Mahmood S. Shivji1,
Ed Louis2, Julie Sommer2, Hugh Fletcher3
and Paulo A. Prodo hl3,*

Parthenogenesis bij vertebraten =Verwekt zonder vader

Door Michiel van Nieuwstadt  // 22 dec 2006.

Voortplanting zonder seks is betrekkelijk zeldzaam onder vertebraten (dieren met een ruggegraat).    Foto AFP

Voortplanting zonder seks is betrekkelijk zeldzaam onder vertebraten Foto AFP In Groot-Brittannië  hebben Komodovaranen nageslacht verwekt zonder seks.

“…Niemand had dit zijn wildste dromen verwacht. Een vrouwelijk komodovaraan leeft op haarzelf. Ze produceert een nest met eieren en die eieren blijken vruchtbaar te zijn. Het is de natuur die zijn weg vindt”, aldus Kevin Buley van Chester Zoo in Noord-Engeland.

Phillip Watts van de universiteit van Liverpool schreef gisteren in het wetenschappelijke tijdschrift Nature een verslag van het reeds bekende onderzoek .

Watts gelooft dat het voortplanten zonder seks van de Komodovaranen een voortplantingsstrategie is die de dieren toepassen als ze lang ge챦soleerd zijn.

De onderzoekers denken dat het erfelijk materiaal is ontstaan door één set chromosomen van de moeder te kopieëren. ( verdubbeling )

Bij parthenogenese of gynogenese zouden de te verwachten nakomelingen dus de nakomelingen net als de moeder, van het vrouwelijke geslacht.( twee X chromosomen )moeten zijn … hier niet dus

In totaal legden de moedervaranen Flora (in de dierentuin van Chester) en Sungai (in de dierentuin van Londen) 15 levensvatbare eieren, allemaal van het mannelijk geslacht. Sungai is intussen overleden.

Nature spreekt van een ‘Maagdelijke geboorte’. Toch had een van de twee vrouwtjes (Sungai in de dierentuin van Londen) 2,5 jaar voordat ze de eieren legde seks met een mannetje, dat was overgekomen uit een andere dierentuin. Sommige dieren kunnen sperma langdurig opslaan in hun lichaam. Echter de seks die deze varaan had, diende alleen om de hormoonproductie op gang te helpen. Het zaad van haar paringspartner is ongebruikt afgebroken.

Dat in dit geval toch sprake is van seksloze voortplanting maken de wetenschappers vooral op uit een analyse van het DNA van de varanen.

De babyvaraantjes waren weliswaar geen exacte klonen van de moeder, maar hun genen kwamen wel uitsluitend van de moeder.

Het nageslacht had in het DNA half zo veel variatie als de moederdieren.

In het wild zou voortplanting zonder seks nuttig kunnen zijn. ( zeker in geisoleerde populaties ) De mannetjes kunnen in later stadium weer op zoek naar een vrouwtje.

Komodovaranen (Varanus komodoensis) kunnen twee tot drie meter lang worden. Het zijn ’s werelds grootste hagedissen. Ze leven bijna uitsluitend op het Indonesische eiland Komodo. Ze zijn bedreigd. In het wild zijn er nog maar 4.000 over, waaronder 1.000 volwassen vrouwtjes.

Komodovaranen worden, net als panda’s, zelden in gevangenschap geboren. De hagedissensoort werd in 1911 ontdekt door de Nederlandse KNIL-soldaat Van Hensbrack.

In de dierentuin is de aseksuele voortplanting een probleem, denken de auteurs, omdat het nageslacht genetisch minder gevarieerd is dan de moeders. Daardoor ontstaan problemen die vergelijkbaar zijn met de gevolgen van inteelt.

Voortplanting zonder seks is betrekkelijk zeldzaam onder vertebraten Van circa 70 soorten vertebraten (0,1 procent van het totaal) is bekend dat ze het kunstje kunnen.

Diverse slangensoorten hebben het eerder in de dierentuin gedaan. Toch is het fenomeen volgens de onderzoekers onverwacht bij een groot reptiel als de Komodovaraan.

Voor veel insecten is parthenogenesis de gewoonste zaak van de wereld.(bijvoorbeeld bladluizen )

Een in gevangenschap levende komodovaraan verorbert een kip

Een in gevangenschap levende komodovaraan verorbert een kip

Zwaarste hagedis op aarde
De Komodo-varaan (Varanus komodoensis) is met een lengte van drie meter en een gewicht van meer dan 150 kilo veruit de grootste en zwaarste hagedis op aarde.

De reusachtige hagedissen leven tegenwoordig nog maar in een klein gebied: op de Indonesische eilandjes Komodo, Rinca en het westelijk deel van Flores plus enkele zeer kleine eilandjes rondom Komodo. Het is een ruig en droog gebied waar de dieren heer en meester zijn.

Voor- en nadelen
De ongeslachtelijke voortplanting heeft voor de komodovaranen in het wild mogelijk grote voordelen opgeleverd bij het koloniseren van kleine eilandjes. De dieren zijn uitstekende zwemmers die er niet voor terugdeinzen om een stuk zee over te zwemmen. Vrouwtjes kunnen op zo’n eenzaam eilandje door middel van parthenogenese toch voor nageslacht zorgen.

Een nadeel is dat de genetische diversiteit door de ongeslachtelijke voortplanting afneemt.

Komodo draken zijn vleeseters pur sang en hardnekkige jagers. Wie eenmaal door een Komodo-varaan gebeten is, is in de regel de klos. Hun speeksel bevat stoffen die bij prooidieren onmiddellijk een (meestal dodelijke) vergiftiging veroorzaken.Het slijm in de bek van een komodovaraan bevat immers gevaarlijke bacteriën. De prooi overleeft een beet zelden. want er volgt een onvermijdelijke infectie , zelfs als er niet onmiddelijk een voldoende voorhanden dosis gif is ingebracht

Telkens een komodo varaan bijt beschadigd hij zijn tandvlees ( dat over de tanden groeit )…. Het dier zelf is immuum voor het bacterieele gif

Ze eten werkelijk alles wat ze maar te pakken kunnen krijgen: aas, zwijnen, herten, buffels en zelfs paarden. Vaak werken de varenen samen en sluiten ze hun prooi in.

Video’s van Komodovaranen

Links:

  • ParthenogeneseParthenogenese of maagdelijke geboorte is een verschijnsel dat al heel lang bekend is. Hoewel hij het fijne er nog niet van begreep, beschreef Aristoteles tussen 348 en 322 voor Christus al dat sommige insecten en vissen zich blijkbaar zonder paring voortplanten

    Wat is parthenogenese?

    Bij parthenogenese ontwikkelt de eicel zich zonder bevruchting door een zaadcel tot een volledig individu. Het lijkt wat op klonen, maar in dat geval wordt de kern van de eicel vervangen door de kern van een gewone lichaamscel. Het lijkt ook wat op de vegetatieve voortplanting van vele planten en bepaalde lagere dieren: jonge individuen ontstaan uit gewone lichaamscellen als uitloper van het ouderlijk organisme. Bij beide vormen van ongeslachtelijke voortplanting kunnen in korte tijd grote aantallen identieke individuen ontstaan. Afhankelijk van de wijze waarop de ontwikkeling verloopt onderscheiden we verschillende vormen van parthenogenese.

    De nakomelingen kunnen bijvoorbeeld de enkele set chromosomen houden die ook in de eicellen aanwezig is, of ze kunnen een dubbele set verkrijgen zoals in de gewone lichaamscellen door versmelting van twee eicelkernen.

    De nakomelingen kunnen alleen mannelijk of vrouwelijk zijn, of beide, enzovoort.

    Insecten.

    Parthenogenese komt bij vele insecten voor. Iedereen die wel eens de Europese wandelende tak heeft gekweekt, weet dat dit diertje zich zonder tussenkomst van mannetjes kan voortplanten.

    Bij sommige vlinders komen parthenogenetische stammen voor, zoals bij de zakjesdragers van het geslacht Psyche. Misschien is bij deze laatste van invloed dat de geslachtelijke bevruchting niet eenvoudig verloopt. Het vrouwtje is ongevleugeld en blijft in het omhulsel dat als een zakje (vandaar de naam) de rups tot woning heeft gediend. Het mannetje moet haar in dit zakje bevruchten.

    Insecten slaan na de paring de zaadcellen op, om ze later gedoseerd toe te laten tot de eicellen. Een bijenkoningin kan besluiten onbevruchte eieren te leggen. Zij doet dit laat in het voorjaar of vroeg in de zomer. Uit die onbevruchte eieren komen uitsluitend mannetjes. Deze hebben een enkele set chromosomen, ze zijn haplo챦d. Uit de bevruchte eieren komen werksters of koninginnen.

    Parthenogenese in de slaapkamer

    De snelheid waarmee bladluizen zich op onze kamer- en tuinplanten kunnen vermenigvuldigen, is te danken aan parthenogenese. Bladluizen hebben over het algemeen meerdere generaties per jaar. In het voorjaar komen de nieuwe luizen uit eieren die overwinterd hebben. Deze eerste luizen zijn ongevleugelde vrouwtjes, die bekend staan als stammoeders. Zij planten zich niet alleen parthenogenetisch voort, maar de eieren komen al in het lichaam uit, zodat de vrouwtjes in feite levendbarend zijn. De nakomelingen zijn allemaal vrouwtjes, en reeds bij de geboorte hebben ze ver ontwikkelde eieren in hun ovaria. Dat kweekt dus snel aan. De meeste individuen zijn ongevleugeld, maar enkele hebben vleugels en kunnen andere voedselplanten bereiken, waar ze zich opnieuw razendsnel kunnen vermenigvuldigen. Naarmate het seizoen vordert komen er meer gevleugelde dieren. In de herfst worden er ook mannetjes geboren en na bevruchting worden de wintereieren gelegd.

    Gewervelde dieren

    Bij gewervelde dieren komt ontwikkeling van een eicel tot volwassen individu zonder versmelting met een zaadcel sporadisch en meestal als afwijking voor.

    Bij zoogdieren leidt het slechts tot een gezwel in de ovaria.

    Bij reptielen echter is natuurlijke parthenogene wel bekend. Vooral bij hagedissen van het geslacht Lacerta is dit goed onderzocht. Deze ongeslachtelijke voortplanting heeft ongetwijfeld te maken met het succes van hagedissen bij het koloniseren van kleine eilandjes.

     

MANNEN EN VROUWEN
Kris Verburgh
Maandag, 31 augustus 2009
http://fantastisch.filosofie.be/index.php?/archives/331-Waarom-zijn-er-mannen-en-vrouwen.htmlWaarom zijn er mannen en vrouwen? Waarom bestaat al het complexe leven op deze planeet uit twee geslachten? Het zou immers veel handiger zijn mocht er één geslacht zijn, zodat het aantal partners zou verdubbelen. Ook goed is dat er juist heel veel verschillende geslachten zouden zijn, zodat je je nagenoeg met iedereen kon voortplanten. Zo bestaat er een paddestoelsoort die 28 000 geslachten telt. De kans dat zo een paddenstoel iemand van hetzelfde geslacht tegenkomt is dan maar één op de 28 000.Geen of heel veel geslachten lijkt het beste, maar twee geslachten, dat lijkt de minst goede oplossing van allemaal.De reden waarom er twee geslachten zijn valt te zoeken bij de mitochondriën. De mitochondriën zijn de energiecentrales van de cel. In deze celonderdelen worden suikers en vetten verbrand om energie te creëren. Gemiddeld bevinden er zich enkele honderden mitochondriën in een cel.Ooit waren deze mitochondriën vrij levende bacteriën, maar zo’n twee miljard jaar geleden slikte een grote bacterie een kleinere bacterie op, die dan voor de grote bacterie energie ging produceren.Mitochondriën worden van generatie op generatie doorgegeven via de eicel. Dat wil zeggen dat bij de bevruchting de mitochondriën in de mannelijke zaadcelrest buiten de eicel achterblijven, en dat de bevruchte eicel alle (moederlijke) mitochondriën bevat. Die bevruchte eicel gaat dan delen, en haar mitochondrien worden verdeeld over de dochtercellen waaruit een nieuw kind ontstaat.En dat is de reden waarom er mannen en vrouwen zijn: bij de bevruchting mogen niet zowel de mitochondriën van de vader als die van de moeder in één cel samenkomen. Anders zouden de mitochondriën met elkaar in de kling geraken. Mitochondriën zijn immers oude bacteriën, en bevatten hun eigen DNA en kunnen zichzelf voortplanten.Als de twee soorten mitochondriën in één cel zouden samenkomen (zoals bij de bevruchting), zou er selectie optreden. De mitochondriën die zich immers het snelst kunnen vermenigvuldigen, zullen van generatie op generatie overgaan.Het probleem is dat mitochondriën ook energie voor al onze cellen moeten produceren. Als er selectie optreed op het niveau van snelheid van voortplanting, dan zouden mitochondriën zich steeds sneller gaan voortplanten (om van generatie op generatie kunnen over te springen), maar steeds minder goed energie produceren, wat slecht zou zijn voor het organisme.Daarom dat de natuur ervoor heeft gekozen om geslachtscellen te differentiëren: kleine, behendige zaadcellen die maar enkele honderden mitochondriën bevatten (genoeg om de reis te maken van zaadbuis naar eicel), en gigantische eicellen, die honderdduizend mitochondriën bevatten. Deze moederlijke mitochondriën worden naar de volgende generatie doorgegeven.De gevolgen zijn mannelijke en vrouwelijke toiletten op luchthavens, broeken en rokken en Barbies en Action Mans.

“Sex-determination systems”
Sex determination in reptiles
Among the reptiles one of a variety of different sex determination systems may be used. These include a ZZ male:ZW female system, a XY male:XX female system, genetic sex determination by genes not on a sex chromosome, and temperature sex determination.
Sex determination in these komodo reptiles is of the WW/WZ type, where the females are the heterogametic sex( WZ)
 In Varanus species, females have dissimilar chromosomes (Z and W), whereas the combination ZZ produces males10, so the parthenogenetic mechanism can produce only homozygous (ZZ or WW) individuals and therefore no females.

Overleven zonder seks

Sluit dit venster

Het overgrote deel van de Nederlandse paardenbloemen plant zich a-seksueel voort. In andere delen van Europa zijn paardenbloemen te vinden die zijn overgestapt op seksuele voortplanting. (Foto: WA1ECA)

Symposium over a-seksuele voortplanting

Er kleven zoveel nadelen aan seks, dat sommige organismen zich liever zonder geslachtsverkeer voortplanten. Over de voor- en nadelen van zo’n seksloos leven spraken onderzoekers deze week op een symposium in Amsterdam.

Seks is ontzettend ineffici챘nt. Het kost veel tijd om een geschikte partner te vinden, en dan is het nog maar de vraag of je met hem of haar mag paren. Wie wel eens een blauwtje heeft gelopen kan dit alleen maar beamen. Sommige dieren, bloemen, schimmels en planktondiertjes weten dat al lang.

Zij planten zich voort zonder tussenkomst van een soortgenoot. Klonale voortplanting wordt dat genoemd, omdat nakomelingen precies dezelfde genetische informatie dragen als hun ouders.

En dat is handig, want zo kun je al je genen doorgeven zonder dat ze zich vermengen met het DNA van een minder succesvolle soortgenoot.

Wat hebben we dan eigenlijk aan seks, vraagt Bill Rice, geneticus aan de University of California, zich af. Rice onderzoekt de kosten en baten van een seksueel leven, en was een van de opvallendste sprekers op het symposium over a-seksuele voortplanting dat deze week in Amsterdam werd gehouden.

Voor seksuele voortplanting heb je mannetjes nodig die voor de bevruchting zorgen, legde Rice uit. De aanwezigheid van mannetjes gaat echter ten koste van de overlevingskansen van vrouwtjes. Al die hofmakerij en andere seksuele bijkomstigheden die kosten vooral het vrouwtje veel tijd. Tijd die een vrouwtje ook had kunnen besteden aan voedsel zoeken.

“Dat proces kun je ook gewoon hier op straat zien,” lichtte Rice na zijn presentatie toe. “Bij duiven bijvoorbeeld. De mannetjes willen domweg zo vaak mogelijk paren, en vallen de vrouwtjes voortdurend lastig.”

Rice zag dit verschijnsel ook bij de fruitvliegjes in zijn laboratorium. Hij zette jonge fruitvliegvrouwtjes en -mannetjes bij elkaar, en zag dat de overlevingskans van de vrouwtjes daardoor achteruit liep.

Ook op DNA-niveau brengt de aanwezigheid van mannetjes grote kosten met zich mee, bleek uit Rice’s onderzoek.

Mannetjes en vrouwtjes hebben grotendeels hetzelfde DNA,” lichtte Rice toe. “We zagen bij de fruitvliegjes dat DNA-mutaties die positief zijn voor mannetjes, vaak juist nadelig uitwerken voor vrouwtjes. Bij mensen kan dat ook zo werken. Stel dat wij, door zo’n mutatie, ineens allemaal smallere heupen zouden krijgen, zoals mannen. Dat is op zich positief, want dan kunnen we sneller lopen. Voor vrouwen levert het echter grote problemen omdat er levensgevaarlijke complicaties kunnen ontstaan wanneer ze een kind ter wereld brengen.”

A-seksuele organismen krijgen vrijwel nooit de kans zich te ontwikkelen tot complexere wezens, wanneer ze vasthouden aan klonale voortplanting.

Vroeg of laat stappen ze over op voortplanting via seks.

Blijkbaar bestaat er een soort compensatie voor de kosten die seks met zich mee brengt. De onderzoekers nemen aan dat onder meer de verspreiding van kwaadaardige en goedaardige genen die compensatie veroorzaakt.

In a-seksuele organismen kunnen nadelige DNA-mutaties zich veel sneller opstapelen. Daarnaast hebben seksuele wezens juist een voordeel dat ze hun genetische informatie mengen met hun soortgenoten. Op deze manier kunnen door toeval DNA-combinaties ontstaan die uitmonden in gunstige genen.

Seks levert op de lange termijn veel voordelen op, daarover waren de sprekers van het Amsterdamse symposium het met elkaar eens. Maar waarom zien we dan nog steeds a-seksuele wezens? Geneticus Bill Birky van de University of Arizona had een antwoord klaar:

“A-seksuelen zijn de ‘lucky survivors’. Het is net alsof je gokt in een casino. Je bent dan een a-seksuele bezoeker in een seksueel huis, en weet dat je eerder zult verliezen dan winnen. Toch kun je geluk hebben en af en toe iets winnen. Maar dat betekent niet dat je ook de beste kansen hebt. De a-seksuele organismen die we nu zien, hebben gewoonweg nog niet de tijd gehad om uit te sterven.”

Aschwin Tenfelde

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/15050698/

 

‘Maagdelijke voorplanting helpt haaien overleven’

Vrouwtjeshaaien kunnen zich zonder hulp van mannetjes voortplanten en hebben hun soort daarmee mogelijk honderden miljoenen jaren in stand gehouden. Dat beweren Britse en Amerikaanse wetenschappers naar aanleiding van een nieuwe studie. 29 april 2010

Whitespotted bamboo shark., Chiloscyllium plagiosum, Image ID: 14965

http://www.oceanlight.com/whitespotted_bamboo_shark_photo.html

Onderzoekers van het Field Museum in Chicago onderzochten parthenogenese, oftewel maagdelijke voortplanting bij vrouwtjeshaaien door eieren van een vrouwelijke witgestippelde bamboehaai in een broedkas te bewaren.Het vrouwtje leefde in gevangenschap en had nooit contact gehad met een mannetjeshaai.

De wetenschappers gingen er in eerste instantie dan ook vanuit dat de eieren niet bevrucht waren. Maar tot hun verbazing kwamen twee van de eieren uit.

Uit een genetische analyse van de haaien die werden geboren, bleek dat er sprake was een parthenogenese, zo meldt het Britse tijdschrift New Scientist. De volledige resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Heredity.

Incident In 2001 had een vrouwelijke hamerhaai in Omaha’s Henry Doorly Zoo in de Verenigde Staten al eens een dochter verwekt zonder dat ze contact had gehad met een mannetje. Het haaienjong stierf echter na drie dagen alweer. Wetenschappers hielden er toen nog rekening mee dat het om een incident ging.Inmiddels vermoeden de meeste wetenschappers dat alle vrouwtjeshaaien in staat zijn om doormiddel van maagdelijke voortplanting jongen te verwekken.

Overlevingsstrategie “Dit onderzoek suggereert dat parthenogenese een overlevingsstrategie van haaien is”, verklaart onderzoeker Paulo Prodöhl van Queens University in Belfast in het Britse tijdschrift New Scientist.Haaien overleven al honderden miljoenen op aarde. De dieren leven vaak in groepen die bestaan uit alleen mannetjes of alleen vrouwtjes. Maagdelijke voortplanting stelt de vrouwtjes waarschijnlijk in staat om zich ook in het wild voort te planten zonder dat er mannetjes in de buurt zijn.

http://www.nu.nl/wetenschap/2236968/maagdelijke-voorplanting-helpt-haaien-overleven-.html

Eicellen hebben voldoende capaciteit om op zichzelf de weg naar nakomelingschap af te leggen. Dat zou zelfs bij de mens mogelijk kunnen zijn, want onderzoekers van het Schotse Roslin Instituut, waar in 1996 het eerste gekloonde schaap (de ondertussen schielijk overleden Dolly) geboren werd, kondigden vorig jaar in december aan dat ze erin geslaagd zijn mits de nodige elektrische stimulatie menselijke eicellen zonder bevruchting te laten uitgroeien tot een embryo van tien dagen. Verder kunnen ze niet, om ethische redenen, en het is dus niet zeker dat deze vorm van voortplanting levenskrachtig zou zijn – bij apen en muizen treden er in latere fasen in ieder geval problemen op met abnormale embryo’s.

Geen man, wel kinderen

Zelfbevruchting lukt nu ook bij zoogdieren

Mannen, opgepast. In een experiment dat de voortplantingsgeneeskunde ooit op zijn kop kan zetten, hebben Japanse en Koreaanse onderzoekers bewezen dat vrouwtjeszoogdieren geen mannetje nodig hebben om zich voort te planten. Het is zelfs betrekkelijk simpel om een vrouwtje zonder seks te bevruchten. Bij muizen, dan.

Zoogdieren hebben maar een onhandige voortplanting: een vrouwtje zal nu nooit eens uit zichzelf kinderen krijgen. Andere dierklassen, zoals vooral insecten en reptielen, wél. Als er lange tijd toevallig geen mannetje in de buurt is, gaan ze soms over tot zelfbevruchting. Uit hun eieren groeien dan spontaan jonkies. ‘Parthenogenese’, is het woord voor die truc van de natuur: voortplanting zonder seks.

Tomohiro Kono van de Landbouwuniversiteit van Tokio en collega’s hebben nu bewezen dat zoogdieren het ook kunnen. Met ‘Kaguya’, het eerste zoogdier ter wereld dat is verwekt door parthenogenese. Kaguya is een laboratoriummuisje, en aan haar conceptie kwam geen zaad te pas: ze komt voort uit een eitje van haar moeder, bevrucht met het eitje van een andere, genetisch aangepaste vrouwtjesmuis. Naar het zich laat aanzien is Kaguya goed gezond. Het muisje heeft zelfs jonkies gekregen. Die werden weer wél met ouderwetse seks verwekt.

Toepasbaar op mensen is de methode bij de huidige stand van de techniek nog niet. Alleen al om ethische redenen: je zou een menseneitje genetisch moeten veranderen, hem bevruchten en opkweken tot baby – en die baby direct na de geboorte doodmaken om er de eicellen uit te snijden. Mannen hoeven zich voorlopig dus geen zorgen te maken, hun zaad blijft nog wel even onmisbaar.

Het neemt niet weg dat maagdelijke bevruchting bij zoogdieren naar laboratoriummaatstaven verrassend makkelijk is. Onderzoeker Kono hoefde slechts 챕챕n gen uit te zetten, plus dat hij nog een stukje DNA – een zogenoemde ‘insulator’ – moest weggummen. Daarna groeiden de muizeneitjes als kool.

Geslachtscellen van zoogdieren houden parthenogenese tegen met een soort genetische handrem. Al in 1996 slaagde de groep van Kono erin om een beetje aan die handrem te morrelen. De onderzoekers kregen toen eicellen zo ver dat ze zich gingen delen, net als een gewoon embryo. Maar de vruchten stierven al na enkele weken.

Nu heeft Kono de techniek geperfectioneerd. Een vrouwtjesmuis wordt zodanig genetisch veranderd dat haar eicellen in genetisch opzicht lijken mannelijke zaadcellen. Die ‘vermannelijkte’ eicellen worden kort na de geboorte geoogst, waarna het DNA eruit wordt gehaald en wordt ingebracht in een gewoon eitje. Kono bevruchtte op die manier 457 eitjes. Twee daarvan groeiden uit tot echte muisjes, waarvan Kaguya er 챕챕n is.

Onderzoekers verwachten dat de techniek op den duur kan leiden tot handige manieren om aan stamcellen te komen, de oercellen die nog kunnen uitgroeien tot andere celtypes. Voor de korte termijn geeft het experiment inzicht in hoe de voortplanting van zoogdieren precies werkt. In een commentaar in Nature wijzen onderzoekers David Loebel en Patrick Tam erop dat het eigenlijk raar is dat zoogdieren een genetische handrem hebben op seksloze zelfvoortplanting. Seks is best leuk, maar als je geen man hebt, is het nooit weg als je jezelf kunt bevruchten.

Vrouwen die zelf wel eens een onbevlekte ontvangenis willen proberen, moeten nog even wachten tot de techniek verder is. Tegenover persbureau Associated Press heeft Kono maar 챕챕n woord voor de vraag naar een toepassing van de techniek bij mensen: “Zinloos”.

Maarten Keulemans

Tomohiro Kono, Yayoi Obata, Quiong Wu, Katsutoshi Niwa et al: Birth of parthenogenetic mice that can develop to adulthood. In: Nature, Vol. 428, 860-864 (2004).

Sluit dit venster
Pril geluk in het lab: Het vaderloze muisje Kaguya bij haar eigen nestje jonkies. (T. Kono, Nature)
Sluit dit venster
De ontwikkeling van seksloos bevruchte muizenembryo’s. (T. Kono, Nature)

Maagd baart kloon

Seksloze python verbluft met jonkies

Sluit dit venster

Een reuzenpython met eieren. (Foto: Artis)

Hagedissen deden het al, en nu blijken ook reuzenslangen het te doen: zichzelf klonen. De ontdekking komt niet uit een oerwoud – maar uit hartje Amsterdam.

Artis zat met een raadsel, het Raadsel van het Reptielenhuis. Hoe kan een vrouwtjespython die naar alle waarschijnlijkheid nog nooit een mannetjesslang heeft ontmoet eieren leggen met jonkies erin? De donkere tijgerpython van Artis doet het al vijf jaar lang, iedere lente weer.

Het antwoord is “megabijzonder”, zegt bioloog Eugene Bruins. De python blijkt helemaal geen man nodig te hebben om zichzelf voort te planten. En dat niet alleen: het dier blijkt zichzelf spontaan te kunnen klonen. Het is voor het eerst dat een reuzenslang op zoiets wordt betrapt.

Seksloze voortplanting is een bekende curiositeit uit de natuur. Biologen hebben er zelfs een woord voor: ‘parthenogenese’, ofwel ‘maagdelijke geboorte’. Het verschijnsel duikt soms op bij luizen, raderdiertjes en insecten en, in zeer zeldzame gevallen, bij reptielen en vissen. Als de vrouwtjes langdurig zonder mannetje zitten, gaan ze er spontaan toe over zichzelf te vermenigvuldigen.

Ook kleine slangetjes doen het heel soms op die manier. Maar met een beperking: de nakomelingen zijn altijd mannetjes. Zo niet de lange dikkerd uit Artis. De python brengt vrouwtjes voort – exacte kopie챘n van mamma slang, zo leert vergelijkend onderzoek van 692 stukjes DNA.

Daarvan zijn Bruins en zijn collega Tom Groot van de Universiteit van Amsterdam behoorlijk ondersteboven. Er is namelijk een goede reden waarom slangen die zich geslachtsloos voortplanten altijd mannetjes baren. Terwijl vrouwen bij de mens twee X-chromosomen hebben, hebben vrouwtjesslangen twee verschillende geslachtschromosomen: een W- en een Z-chromosoom. Als een slang zichzelf bij gebrek aan mannetjes voortplant, splitsen die W en de Z zich op en kopi챘ren ze zichzelf. De ene uitkomst, een cel met ‘WW’ erin, is niets en sterft. De andere uitkomst, ‘ZZ’, staat bij slangen voor een mannetje. Slangen die zichzelf voortplanten k첬nnen dus helemaal geen vrouwtjes baren. Zo staat het althans in de boekjes.

Niet de tijgerpython uit Amsterdam Centrum. “Bij ons moet er iets anders aan de hand zijn”, constateert bioloog Groot. “Wat precies, daarnaar kunnen we eigenlijk alleen maar gissen.” Een sterk vermoeden hebben de onderzoekers wel. Naar alle waarschijnlijkheid splitst de python haar chromosoom niet op, maar verdubbelt het eerst: WZ wordt WZWZ. Daarna pas splitst het chromosoom zich, in twee eicellen met ieder de combinatie WZ. En WZ, dat is bij slangen het kenmerk van een vrouwtje – zoals XY bij mensen altijd een man oplevert. “We denken dat het zo gaat omdat we het verschijnsel kennen uit de natuur”, zegt Groot. “Sommige hagedissen doen het op die manier”.

Groot wijst erop dat de kloontruc voor een slang veruit de slimste manier van voortplanten is. Slangen die van zichzelf een mannetje afsplitsen, offeren namelijk de helft van hun erfelijk materiaal op. “Dat is in feite inteelt”, zegt Groot. “Nakomelingen bezitten dan nog maar de helft van het erfelijk materiaal van het origineel.” Bij de python uit Artis zit dat anders. De nakomelingen zijn juist genetisch identiek aan de moederslang. “En ze zijn genetisch gezien dus ook even sterk als het origineel.”

Het liefst zouden Groot en Bruins weten of reuzenslangen hun voortplantingstruc vaker gebruiken. Maar ja, een vijf meter lange slang van veertig kilo die pas na vijf jaar geslachtsrijp is laat zich wat lastig onderzoeken. Een reuzenpython is nu eenmaal geen fruitvliegje, weet Groot. “De tijgerpython is zo ongeveer het meest onmogelijke proefdier dat je kunt bedenken.”

Misschien het vreemdste, zo constateren Bruins en Groot in het wetenschapsblad Heredity, is dat Artis nog twee vrouwtjespythons heeft. En die klonen zichzelf n챠et. Terwijl het gerieflijke reptielenhuis toch een slangenparadijs is: lekker warm, en altijd genoeg te eten. De ideale plek om een gezinnetje te stichten, voor een slang.

Nee: de raadsels van het reptielenhuis zijn de wereld nog niet uit.

Maarten Keulemans, NOS Online

T. Groot, E. Bruins en J. Breeuwer, “Molecular genetic evidence for parthenogenesis in the Burmese python, Python molurus bivittatus”. In: Heredity, februari 2003.

Sluit dit venster

Slangenseks: de werking van gewone voortplanting, ‘gewone’ parthenogenese en de parthenogenese van de python uit Artis in schema. Illustratie: (c) BioNieuws, http://www.bionieuws.nl

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/10516494/

Parthenogenese is een goede strategie ?
Michael Tuk
Als een organisme prachtig aangepast is aan zijn omgeving, zou de meest zinnige strategie zijn om exacte kopie챘n van zichzelf te maken.
Wanneer hij zo stom is om om zich in plaats daarvan in seks uit te leven, zullen zijn nakomelingen vrijwel allemaal slechter zijn aangepast dan hun goed aangepaste ouder- zowel vanwege de onvermijdelijke recombinatie van genen als vanwege het feit dat de gekozen partner waarschijnlijk iemand is met een minder goed aangepast genotype.
Stel dat er door een of andere mutatie, een vrouw zonder hulp van de andere sekse dochters zou kunnen produceren die precies zijn zoals zij en dat het een vrouw oplevert met een uitzonderlijk goed aangepast genotype.
Dan heeft zij twee enorme voordelen.
* Ten eerste kan zij exacte en goed aangepaste kopie챘n van zichzelf maken waarbij er geen verslechterde aanpassing op zal treden.
* Ten tweede zijn zij en haar nakomelingen effici챘nter dan haar zusters die zich seksueel voortplanten.
—> Zij hoeven niet de helft van de reproductieve tijd te verknoeien met het produceren van nutteloze mannen, die overal een rommeltje van maken,
in de weg lopen, bier drinken en niet zelf rechtstreeks nakomelingen produceren. (1)
Computersimulaties van een populatie waarin een dergelijke mutant verschijnt, laten zien dat zij zich met een verblindende snelheid verspreiden door de hele populatie.
Het voordeel van parthenogenese (voortplanting zonder bevruchting)(2) is overweldigend, maar slechts tijdelijk.
*Aseksuele organismen kunnen minder makkelijk schadelijke mutaties verwijderen of gebruik maken van gunstige mutaties. (3)
*En als de omgeving drastisch verandert, wat onvermijdelijk een keer gebeurt, kunnen seksuele organismen daar voordeel bij hebben.
Maar over het algemeen zal parthenogenese, ondanks deze restricties, bij een redelijk constante omgeving op korte termijn winnen.
De enige reden voor het in stand houden van seksuele reproduktie is misschien wel het feit dat mutaties naar parthenogenese zeldzaam zijn.
Er bestaan bij voorbeeld geen parthenogenetische zoogdieren.

Zonder deze gelukkige omstandigheid zouden we allemaal het produkt zijn van maagdelijke geboorten.
(1) De kostenbeperking op nutteloze mannetjes :
Mieren en bijen ontwikkelden strakke beperkingen op de levensduur van verspilzieke – mannetjes : de investeringen in dit soort geslachtsdieren
worden drastisch ingeperkt ; ze sterven door uitsputting of worden gedood na de functionele geslachtsdaad of doodeenvoudig niet aangemaakt
(voedingspatronen van de larven ) tijdens bepaalde periodes van het seizoen
Mannetjes worden zelfs geelimineerd of verorberd wanneer ze functioneel overbodig zijn geworden ( bijvoorbeeld bij spinnen en bidsprinkhanen )
waarbij hun eiwitten dienen als supplemtaire start- voedselbron en gemakkelijke hap voor de bevruchte wijfjes : wat uiteraard een voordeel is
De “afschaffing” van de mannetjes kan ook gebeuren door endocyte parasieten ( dus niet door mutaties ) —> bijvoorbeeld wohlbachia bacterieen in
sluipwedspen Nasonia ( waarvan op het huidige ogenblik een projekt de genomen sequensed van een aantal soorten )
http://www.hgsc.bcm.tmc.edu/projects/nasonia/
(2)
Dat parthenogenese veel voordelen bied … wordt zeer overtuigend aangetoond in de levenscycli van vele insecten
Bladluizen wisselen parthenogenetische reproductie bij groot (voedselaanbod) af met sexuele reproduktie bij voedselschaarste en door nood aan nieuwe
kolonisaties van gastplanten is dit een succesvolle evolutionair ontwikkelde strategie geworden die perfekt inspeelt op de seizoenwisselingen die het
voedselaanbod regelen
Hetzelfde geld voor bepaalde wespjes die zich voeden met paddestoelen
Bij komodo varanen is de (zeldzaam ?) voorkomende parthenogenese vermoedelijk ( zoals door sommige herpetologen geopperd ) het strategische antwoord
op isolatie en genetische bottle- necks ( door bijvoorbeeld de moeilijke kolonisatie van eilanden door aangespoelde exemplaren / de isolatie in
dierentuinen )
(3) Toch variatie bij asexuele voortplanting ?
Het is natuurlijk niet zo dat asexuele voortplanting( bijvoorbeeld door stekken ) de mutationele variabiliteit in het nageslacht van de stamouder zou onmogelijk maken
Dat is alleszins niet het geval bij planten…..
Wortelstekken van dahlia’s en hosta’s zijn zelfs bekend om hun vele mutaties en worden er zelfs artificieel op geselecteerd
Dat dit in het ” wild ” veel minder zou voorkomen is een optie die __ voor zover ik weet ____ nog niet echt is onderzocht
De twee soorten Waterpest in europese wateren zijn uitsluitend vrouwelijke exoten die zich door expliciete gespecialiseerde knopvorming en
fragmentatie voortplanten
( ook in hun thuisland Noord amerika planten ze zich zelden geslachtelijk voort )
RasVariaties( en misschien zelfs ringspecies gradienten ) in die europese soorten
zijn nog niet goed bekend of in kaart gebracht ? ..
.
Maar
ongeslachtelijke voortplanting en eventuele genetische variaties:mutanten
is zeker (nog) niet goed onderzocht bij dieren die zich ook voornamelijk door knopvorming kunnen voortplanten (= hydra/kwallen )
Er is natuurlijk ook nog een andere complicatie die verwarring kan zaaien ; sommige organismen bezitten een sterk regeneratievermogen
( salamanders / hagedissen /aardwormen )
maar dat zijn ___meen ik ___ geen voortplanting-strategieen … Het zijn veeleer ontwikkelings-vraagstukken ( evo-devo ) die te maken hebben met
differentiatie en mogelijks ook stamcellen , en het schijnt beperkt te zijn ( hagedissen kunnen niet onbep챗rkt ” nieuwe “staarten laten aangroeien
bij verlies )
Opmerking
Mutaties ( veranderingen in de copieering van genetisch inhouden ) treden evengoed op in de fenotypische resultaten van de ontwikkeling en verdere levensloop van meercellige organismen : de lichaamscellen worden ter zijnertijd vervangen ( of sterven af door apoptosis )en moeten zich daarom tijdig delen ( of aangemaakt worden uit andere cellen en ” stam” cellen)= in feite is een individueel lichaam een strak georganiseerde kolonie ( in ruimte en tijd ) van veel verschillende zich reproducerende cellen die onderling in chemische en fysische communicatie staan en samenwerken in allerlei synergieen —> men noemt dat somatische mutaties en evolutie ( kanker is zelfs een genetische mutant die zich zelfstandig
(= selfish) gaat gedragen / voornamelijk een gemuteerde /genetisch “beschadigde ” cel die weigert geprogrammeerd ( apoptosis ) op tijd te sterven –>KANKER )
We kunnen er van uitgaan dat
organismen die zich voortplanten door fragmentatie van hun lichaam ( annelida / planten stekken / wortelstokken etc … ) wel degelijk
genetisch “verschillende ” fragmenten als uitgangsmateriaal kunnen hebben ; hetzij
door degeneraties , hetzij door somatische mutaties ….
***Toevoeging :
( sommige planten kunnen zelf worden geent en vormen zo chimeren ) 

Vissoort overleeft duizenden jaren zonder seks

23 april 2008

Een vissoort, die alleen uit vrouwen bestaat, overleeft al 70.000 jaar zonder zich seksueel voort te planten.

Vissen leggen normaalgesproken eieren die door mannetjes bevrucht worden


Vissen leggen normaalgesproken eieren die door mannetjes bevrucht worden

Wetenschappers van de Schotse universiteit van Edinburgh hebben ontdekt dat de Amazon Molly, die in Texas en Mexico leeft, een speciaal genetische overlevingstactiek waardoor de vissoort niet uitsterft.

Seks met vreemden
Normaliter leidt een
seksloze voortplanting in de natuur tot te veel schadelijke veranderingen, waardoor de soort na een tijd problemen krijgt met de voortplanting en vaak uitsterft.

De wetenschappers uit Edinburgh hebben complexe wiskundige modellen bestudeerd om erachter te komen hoe het kan dat de Amazon Molly zo lang kan overleven zonder seksuele voortpanting. Zo hebben de wetenschappers berekend wanneer de vissoort logischerwijs zou zijn uitgestorven en ontdekten ze dat dit veel langer is dan verwacht.

Nazaat
Uiteindelijk ontdekten de wetenschappers dat de vis wel omgang heeft met mannetjes van andere vissoorten, maar dat dit niet noodzakelijk is voor de voortplanting.

Het geeft hun reproductieproces een impuls. De vissen nemen wat van het DNA van de mannetjes over om hun eigen genenpool op te frissen.

Het nazaat van de vissoort is een kloon van de moeder en erft geen enkel DNA van de mannelijke vis.

Ook klonen is een speciale, want ongeslachtelijke vorm van voortplanting, waarbij het genetisch materiaal van een gewone cel in een draageitje tot deling wordt gebracht. Japanse onderzoekers zijn er vorig jaar ook in geslaagd muisjes te maken door het genetisch materiaal van een eikern te laten versmelten met dat van een ander ‘genetisch vermannelijkt’ eitje (in de plaats van een zaadcel). Daar kwamen levenskrachtige vrouwelijke muisjes uit voort.

De technologie ent zich hier echter op de uitzonderingen. In de meeste gevallen zijn mannen nodig om vrouwen een normale voortplanting te garanderen. De voornaamste redenen voor het succes van seks zijn ondertussen blootgelegd. Seks is goed voor een individu, zijn genetisch materiaal en zijn nakomelingen. Seks ruimt fouten in de genen op en zorgt voor de variatie die aan de basis ligt van de natuurlijke selectie – en dat is de motor van de evolutie.

In feite heeft de veelzijdigheid van het leven alles te maken met het succes van seks, niet alleen door het introduceren en stimuleren van variatie, maar ook doordat seks hand in hand gaat met een steeds sterker wordende competitie om voort te planten. De weelderige bloemen van de orchidee, de lichtflitsen van vuurvliegjes, het gezang van de kanarie en de welvingen van de Sixtijnse Kapel: ze zijn allemaal het gevolg van een onweerstaanbare drang om indruk te maken en zo tot voortplanting te komen.

Mosmijt herontdekt seks /Evolutie in z’n achteruit

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/34242614/

Sommige mosmijten planten zich maagdelijk voort, andere doen aan seks.

Voortplanting zonder seks is niet alleen minder leuk, het is ook niet te voorkomen met standaard voorbehoedsmiddelen.

En het levert minder mooie plaatjes op.

Sommige mosmijten, zoals de Crotoniidae, hebben daarom eieren voor hun geld gekozen. Ze planten zich, anders dan hun voorvaderen, weer geslachtelijk voort. En dat levert schattige baby mosmijten op.

Weg is weg, zeggen sommige evolutie-wetenschappers. Toch deed de mosmijt eerst wel, toen niet en nu weer wel aan seks, ontdekken onderzoekers.

Seksuele voortplanting is een heel gedoe, zeker vergeleken met de maagdelijke voortplanting waar veel lage planten en bepaalde vrouwelijke dieren zich van bedienen. Degenen die zijn overgeleverd aan deze omslachtige manier van reproductie moeten eerst een partner zoeken. Die moet vervolgens worden overgehaald tot seks en dan volgt de daad zelf nog, die ook bakken vol energie kost. Er moet wel iets heel goeds tegenover deze manier van voortplanting staan, om dit gehannes tussen de geslachten de moeite waard te maken.

Een belangrijk voordeel van seksuele voortplanting, dat op dit punt vaak naar voren geschoven wordt, is dat deze manier van voortplanting tot meer genetische variatie leidt. Soorten die zich maagdelijk voortplanten zijn tamelijk nieuw en bovendien gedoemd om uit te sterven, denken sommige wetenschappers. Volgens hen is aseksuele voortplanting evolutionair gezien een doodlopende straat. Geen onterechte gedachte, want maar een paar soorten die zich ongeslachtelijk voortplanten overleven dit op de lange termijn. Mosmijten vormen zo’n uitzondering op de regel. De dieren planten zich op allerlei verschillende manieren voort, maar voornamelijk ongeslachtelijk. Toch bestaat een bepaalde groep mosmijten, de ‘Desmonomata’, al zeker honderd miljoen jaar.

Sommige leden van deze Desmonata-groep planten zich maagdelijk voort, anderen, zoals de ‘Crotoniidae’, doen het geslachtelijk. Volgens onderzoekers uit Darmstadt (Duitsland) en New York hebben Crotoniidae de geneugten van seks pas onlangs herontdekt. Ze stammen namelijk af van een ongeslachtelijke soort, maar hun verre voorvaderen planten zich ook al seksueel voort. Dat vermoedden de wetenschappers tenminste. Hun resultaten presenteren ze deze week in PNAS.

Volgens de wet van Dollo kan het vermoeden van de onderzoekers niet waar zijn. De wet, die begin vorige eeuw opgesteld is door de Belgische bioloog en dinosaurusjager Louis Dollo, stelt dat eenmaal verdwenen eigenschappen nooit meer terugkeren. Zo krijgen kippen nooit meer de tanden terug die ze in hun evolutie van dinosaurus tot pluimvee hebben verloren, en krijgen mensen nooit meer een staart, het rudimentaire staartbeentje ten spijt. Ook een mijtensoort krijgt volgens deze theorie nooit meer de mogelijkheid om zich seksueel voort te planten, nadat hij de overstap heeft gemaakt naar ongeslachtelijke voortplanting.

Als de onderzoekers dus aan kunnen tonen dat de seksuele evolutie van de Crotoniidae inderdaad volgens dit stramien is verlopen is, ontkrachten ze daarmee de wet van Dollo. En dat is precies wat ze in hun onderzoek gedaan hebben. Uit uitgebreid stamboomonderzoek blijkt dat Crotoniidae seks inderdaad opnieuw ge챘valueerd hebben.

Dieren die aan aseksuele voortplanting doen zijn dus helemaal niet gedoemd om uit te sterven. Ze kunnen zich weer geslachtelijk gaan voortplanten. Maar dan moet wel aan een voorwaarde voldaan zijn. Aseksuele soorten bestaan namelijk voor minstens 99 procent uit vrouwen. Ze hebben immers toch geen seks, dus waarom zouden ze energie verspillen aan het maken van een man? Dat er af en toe toch een jongetje geboren wordt is volgens de onderzoekers waarschijnlijk een foutje. Dit foutje zou echter wel de reden kunnen zijn dat de mijten het vermogen om het mannelijke geslacht te produceren niet helemaal zijn kwijt geraakt. Het was alleen min of meer in coma. Door dit vermogen om heren te produceren weer nieuw leven in te blazen, konden ze de overstap maken naar voortplanting door middel van seks.

Het is overigens niet voor het eerst zijn dat deze wet op losse schroeven wordt gezet. Zo bleek al dat wandelende takken tenminste vier keer in de evolutie het vermogen om te vliegen hebben verworven. Ook een plant, de ‘Hieracium pilosella’, won ondanks dat ze afstamt van een aseksueel reproducerende soort haar seksualiteit weer terug. En nu is het dus ook bij dieren ontdekt. Dat ze er maar van mogen genieten.

Arianne Hinz

Katja Domes, Roy A. Norton, Mark Maraun, Stefan Scheu, ‘Reevolution of sexuality breaks Dollo’s law’, PNAS Early Edition april 2007

PARASITERENDE MANNETJES

De voordelen van seks moeten wel enorm zijn dat ze de zware nadelen ervan overtreffen. Als het grote streven effectief de voortplanting is van de eigen genen in de volgende generatie, dan ligt seks niet voor de hand, want de helft van de genen van de baby’s zijn van iemand anders (de partner). Vrouwtjes slepen genen mee van mannetjes die zich in vele gevallen zelfs niet om de kroost bekommeren.

Voor mannetjes lijkt het concept seks helemaal absurd, want zij hebben geen enkele garantie op voortplanting. Zij moeten een vrouwtje vinden dat bereid is mee te gaan, want anders heeft hun leven – biologisch gesproken – geen zin. Sommige mannetjes, zoals die van de zeepok, hangen als een minuscuul wezentje op het lichaam van een vrouwtje te wachten tot ze hun zaad kunnen lossen.

Er zijn zelfs mannetjes, zoals die van bepaalde diepzeevissen, die parasiteren op de vrouwtjes en dus zelfs geen eigen leven kunnen leiden.

Female deep-sea anglerfish with attached male
Photo: Dr. Theodore W. Pietsch, University of Washington. 
pic3withmale
Look carefully and you will see the male  anglerfish (= Hengelvis) attached to the back of the female
male deep sea angler fish The deep sea angler fish and its bizarre reproductionMales of the deep sea angler fish are very very tiny and may only measure some 6mm!

Seks leidt er ook toe dat vele wezens de aandacht voor hun eigen overleving uit het oog verliezen. Meestal zorgen ze ervoor dat ze zo weinig mogelijk opvallen en zich zo weinig mogelijk kwetsbaar opstellen. Maar als ze met seks bezig zijn, schuiven ze die bekommernissen opzij. Mensen zetten hun job en hun gezin op het spel als ze verliefd worden. Vogeltjes gaan hoog in een boom misbaar maken: met luid gezang en opvallende kleuren proberen ze een partner aan te trekken. Cobra’s en schorpioenen moeten niet alleen de weerstand van de partner overwinnen, maar ook zijn gif zien te vermijden.

Seks is ook héél omslachtig. Daardoor zal één enkele zich ongeslachtelijk voortplantende slak na amper vijftig generaties een populatie van een miljoen seksuele slakken overwoekerd hebben. En toch is seks de regel. Seks is de enige manier, hebben biologen ontdekt, om kinderen te maken die beter zijn dan jezelf. En dat is van zo’n onschatbare waarde dat de natuur alles op één kaart heeft gezet: seks. Ongeslachtelijk voortplantende wezens zijn, bijvoorbeeld, heel kwetsbaar voor de vele parasieten die de natuur op de wereld losgelaten heeft. Als er géén variatie in een systeem komt, kan zo’n parasiet een populatie binnen de kortste keren uitroeien.

Maar als er wél variatie is, zal er altijd een combinatie zijn die ontsnapt. Er zijn mensen die een – nog niet opgehelderde – natuurlijke weerstand tegen het aidsvirus hebben. Apen zijn ongevoelig voor hun variant (= SIV) van het virus, ongetwijfeld omdat er in het verleden een zware selectie heeft plaatsgevonden. Seks introduceert een niet-onaanzienlijke voorsprong in de strijd tegen belagers.

Seks houdt het genetisch materiaal ook gezond. Dat werd lange tijd als hypothese vooropgesteld, maar is half februari voor het eerst onomstotelijk bewezen, in het vakblad Science, door het lot van zich ongeslachtelijk voortplantende watervlooien met dat van geslachtelijke exemplaren te vergelijken. De ongeslachtelijke diertjes stapelden vrij snel vier keer meer schadelijke mutaties in hun genetisch materiaal op dan de andere. Het vermengen van genetisch materiaal van twee partners laat namelijk toe dat fouten weggemoffeld worden: fouten worden overruled door de eigenschappen van de partner. ( heterozygote ipv homozygote alellen-paren )

Het is ook te vergelijken met tweedehandswagens: een wagen met een kapotte motor kan niet rijden en een met een gebroken transmissie evenmin, maar als je de transmissie van de ene in de andere steekt, kan het weer wel.

Recombinatie, heet dat in het biologisch jargon. De voordelen van recombinatie wegen duidelijk veel zwaarder dan de nadelen van seks. Wie nog eens ligt te genieten van een geweldige stoeipartij, mag niet uit het oog verliezen dat hij dat te danken heeft aan het nut van de recombinatie van genetisch materiaal.

Of, om het nog scherper te stellen, de natuur heeft mannetjes getolereerd om vrouwtjes te helpen bij het wegwerken van potentieel kwalijke mutaties.

HET NUT VAN KIESKEURIGHEID

Toch worden de voordelen van recombinatie pas na verloop van tijd duidelijk. Seks is daarentegen vrij snel populair geworden, zodat biologen ervan overtuigd geraakten dat er ook op korte termijn een voordeel aan verbonden moest zijn. En daar is het oog sinds kort gevallen op het nut van een goede partnerkeuze: door een geschikte partner te kiezen, kunnen wezens de kans op een succesvolle voortplanting verhogen. Iemand die niet kieskeurig is, laat kansen liggen, tenzij hij niet te kiezen heeft natuurlijk. Maar als het meest gezonde vrouwtje paart met het sterkste mannetje is dat voor beide voordelig. Hun genen worden dan relatief gemakkelijk aan de volgende generaties doorgegeven. Inbegrepen de genen die ervoor zorgen dat ze door elkaar aangetrokken werden.

Rond dat gegeven is de hele winkel van opvallende kleuren, geluiden en gedragingen gegroeid. Sommige dieren maken er gretig gebruik van. Het vakblad Animal Behaviour rapporteerde vorige zomer dat de vrouwtjes van de wenkkrab gemiddeld meer dan twintig mannetjes, en soms zelfs meer dan honderd, evalueren voor ze hun keuze maken.

Sommige vogels maken indruk met hun staart – de pauwenstaart als pronkstuk is een klassieker uit de biologie. De staart van sommige soorten is zo onhandig dat ze moeite hebben om normaal te vliegen. Toch is eind vorig jaar in Science aangetoond dat een lange staart nuttig is. Boerenzwaluwmannetjes waarvan de staart artificieel langer werd gemaakt, hadden gemiddeld meer jongen dan zwaluwen met een staart van hun niet-gemanipuleerde lengte. En dat zowel omdat ze betere wijfjes aantrokken als dat die wijfjes minder omgang zochten met andere mannetjes. Een dubbel voordeel dus, gekoppeld aan de kwaliteitsevaluatie op basis van de staartlengte.

Een mooie, lange, glanzende staart impliceert namelijk niet alleen handigheid om aan rovers te ontsnappen, maar vooral een inherente weerstand tegen ziektes. Vergelijkbaar met het stilaan klassiek wordende verhaal van de aantrekkingskracht van symmetrie in de mensenwereld. Een symmetrisch gezicht is het gevolg van een vlekkeloos verlopen embryonale ontwikkeling, met een minimale kans op ernstige genetische fouten. Zo zou een sexy mannenstem zelfs een erotiserend effect op vrouwen hebben, omdat ze symmetrie garandeert, want onderzoek heeft uitgewezen dat de stembanden van mannen met een sexy stem veel meer symmetrisch zijn dan andere.

Door dat enorme succes bij de partnerkeuze moet seksualiteit zich razend snel verspreid hebben, zodat de voordelen verbonden aan recombinatie ook de kans kregen zich te manifesteren, en seks op relatief korte tijd heel belangrijk werd. Toch lijkt er een manier te zijn om geslachtelijke voortplanting nog succesvoller te maken die de natuur over het hoofd heeft gezien: hermafroditisme, of het tegelijk man en vrouw zijn. Slechts 10 tot 15 procent van de dieren, vooral ongewervelden, is hermafrodiet. Dat ze zichzelf zouden bevruchten, heeft natuurlijk geen zin, want zo verliezen ze de voordelen van recombinatie.

Ze kunnen echter wel tegelijk vader en moeder spelen. Dat doen ze ook. Maar zoals onderzoek met zeenaaktslakken in het vakblad Current Biology uitwees, is het leven voor de ware hermafrodiet een constante strijd. In de hermafrodietenwereld wordt de bijna permanente oorlog tussen de twee geslachten op de spits gedreven: ze willen het er niet alleen zo goed mogelijk afbrengen, maar ook tegen een zo laag mogelijke kostprijs. Hermafrodieten zijn namelijk voortdurend op hun hoede voor bevruchting door hun partner zonder dat ze hem zelf kunnen bevruchten. Want dan draaien ze op voor zijn kroost (of op zijn minst zijn genen), terwijl ze zelf hun zaad niet kwijt zijn geraakt. In feite spelen hermafrodieten op het ogenblik van de paring liever de rol van de man: de bevruchter die het vervolgens op een lopen zet. Om dat euvel te vermijden zijn er in hun wereld huiveringwekkende rituelen ontwikkeld, zoals penisgevechten en bloederige penetraties. Geen leven dus, maar in de zeenaaktslakkenwereld is het normaal. De natuur kent geen menselijke normen, geen moraal. Zeker niet als het om seks gaat. Seks is te belangrijk om lang over na te denken.

GESLACHTEN /KUNNE

Waarom zijn er mannen en vrouwen? Waarom bestaat al het complexe leven op deze planeet uit twee geslachten? Het zou immers veel handiger zijn mocht er één geslacht zijn, zodat het aantal partners zou verdubbelen. Ook goed is dat er juist heel veel verschillende geslachten zouden zijn, zodat je je nagenoeg met iedereen kon voortplanten. Zo bestaat er een paddestoelsoort die 28 000 geslachten telt. De kans dat zo een paddenstoel iemand van hetzelfde geslacht tegenkomt is dan maar één op de 28 000.

Geen of heel veel geslachten lijkt het beste, maar twee geslachten, dat lijkt de minst goede oplossing van allemaal.

De reden waarom er twee geslachten zijn valt te zoeken bij de mitochondriën. De mitochondriën zijn de energiecentrales van de cel. In deze celonderdelen worden suikers en vetten verbrand om energie te creëren. Gemiddeld bevinden er zich enkele honderden mitochondriën in een cel.

Ooit waren deze mitochondriën vrij levende bacteriën, maar zo’n twee miljard jaar geleden slikte een grote bacterie een kleinere bacterie op, die dan voor de grote bacterie energie ging produceren.

Mitochondriën worden van generatie op generatie doorgegeven via de eicel. Dat wil zeggen dat bij de bevruchting de mitochondriën in de mannelijke zaadcelrest buiten de eicel achterblijven, en dat de bevruchte eicel alle (moederlijke) mitochondriën bevat. Die bevruchte eicel gaat dan delen, en haar mitochondrien worden verdeeld over de dochtercellen waaruit een nieuw kind ontstaat.

En dat is de reden waarom er mannen en vrouwen zijn: bij de bevruchting mogen niet zowel de mitochondriën van de vader als die van de moeder in één cel samenkomen. Anders zouden de mitochondriën met elkaar in de kling geraken. Mitochondriën zijn immers oude bacteriën, en bevatten hun eigen DNA en kunnen zichzelf voortplanten.

Als de twee soorten mitochondriën in één cel zouden samenkomen (zoals bij de bevruchting), zou er selectie optreden. De mitochondriën die zich immers het snelst kunnen vermenigvuldigen, zullen van generatie op generatie overgaan.

Het probleem is dat mitochondriën ook energie voor al onze cellen moeten produceren. Als er selectie optreed op het niveau van snelheid van voortplanting, dan zouden mitochondriën zich steeds sneller gaan voortplanten (om van generatie op generatie kunnen over te springen), maar steeds minder goed energie produceren, wat slecht zou zijn voor het organisme.

Daarom dat de natuur ervoor heeft gekozen om geslachtscellen te differentiëren: kleine, behendige zaadcellen die maar enkele honderden mitochondriën bevatten (genoeg om de reis te maken van zaadbuis naar eicel), en gigantische eicellen, die honderdduizend mitochondriën bevatten. Deze moederlijke mitochondriën worden naar de volgende generatie doorgegeven.

De gevolgen zijn mannelijke en vrouwelijke toiletten op luchthavens, broeken en rokken en Barbies en Action Mans.

Natuurlijke selectie, en seksuele selectie.

Seksuele selectie was het grote meningsverschil tussen Darwin en Wallace
Volgens Wallace was er helemaal geen seksuele selectie, maar een soort afgeleide vorm van natuurlijke selectie (een aantrekkelijker mannetje is ook
sterker en gezonder, en dus een betere partner voor de vrouwtjes
).
Ronald Fisher is een recenter voorbeeld van iemand die de kaart trekt voor Wallace.
Amotz Zahavi
verklaart seksuele selectie in de vorm van handicap: (A)
een seksuele sierlijkheid is niet energie-efficiënt, en toont dus dat het organisme in kwestie zich dergelijke potsierlijkheden kan veroorloven ;
dit organisme moet dan wel een gezonde, sterke partner zijn.
Een opvallende eigenschap van seksuele selectie is dat het aanleiding kan geven tot zeer overdreven eigenschappen, waarvan men op het eerste gezicht zou verwachten dat natuurlijke selectie ze wel weg zou selecteren.
Voorbeelden
( die door voornamelijk creationisten van de “degeneratie “, veelvuldig worden aangehaald zijn )
1.- de Steenbok (dier) met de grote horens ,
De mannetjes met de grootste geweien winnen de paringsgevechten.
( creationist ) Steenbokken zoeken hun voedsel op rotsige hellingen , de lichtste zijn in het voordeel , de zwaarste verhongeren niet zelden ….
Het is leugenachtige ONZIN dat door grotere geweien de steenbokken verhongeren/sterven.
Wel is aangetoond dat de mannentjes meer last hebben van lawines, die overleven ze minder vaak dan de vrouwtjes, die lager op de berg vertoeven
Maar zelfs moest deze kwak hwaar zijn : als die bok genoeg ooien bevrucht heeft , heeft hij toch zijn functie volbracht ?…
Evolutie gaat over het doorgeven van kopien van zoveel mogelijk van de eigen genen aan de volgende generatie( in dit geval) steenbokken … daarna mogen die mannelijke beesten gerust dood , het zijn toch maar opvreters …
en zij die al verhongeren voor dat ze zelfs kunnen paren ( omdat ze bijvoorbeeld al te zwaar zijn ) vedwijnen met hun genetisch materiaal gewoon uit de genenpoel .. .. duidelijk ?
(Als je ergens met je fiets naartoe rijd , dan geeft het toch ook niet dat die fiets in stukken valt als je dan maar al aangekomen bent ? )
De functie van het mannetje is biologisch gezien zoveel mogelijk wijfjes bevruchten
er zijn er zelfs die door het wijfje worden opgeeten na de copulatie ….
Organismen (fenotypes ) zijn in de eerste plaats voertuigen en kopiermachines van genen (genotype ) …de rest is bijzaak … het selectiecriterium zijn de genen …—>  ZELFZUCHTIG GEN
PRONKEN  /  STATUS  en seksueel sukses  

DE STEENBOK

De steenbok leeft in troepen. Weidend van ’s morgens tot ’s avonds in de eenzame valleien, heerst hij over een omvangrijk, rotsachtig gebied. Men kan hem nog terugvinden in de Alpen waar hij tot de beschermde diersoorten behoort. Hij voelt zich goed op meer dan 2000 m hoogte. Hij heeft een goed voorziene bruine vacht. Wanneer men hem verrast, geeft hij een alarmsignaal d.m.v. een kort en helder neusgefluit.

Hij voedt zich met geurende planten, gras, boornknoppen en twijgen.

steenbokken

 

De berggeit, ondanks haar 90 kg, is enorm soepel en handig : haar korte poten en enorme spierkracht laten haar toe buitengewone sprongen te maken en de ergste oneffenheden te beklimmen.

fra-e-45

 

Het mannetje draagt twee enorme, naar achter gebogen horens die een lengte van 1 m kunnen bedragen. Het vrouwtje draagt ook horens, maar veel kleiner.

De paartijd geschiedt van december tot januari en in mei-juni worden er dan één tot twee jonge geitjes geboren.

 
2.- het felgekleurd roodborstje
2.- De wenkkrab met de grote scharen
De wenkkrab-mannetjes krijgen in de paartijd een grote rechterschaar.
Hoe groter de schaar hoe meer succes bij de wijfjes .
Niet zelden vallen de mannetjes omver door de zwaarte van hun schaar .
4.- Hoe luider de merel zingt hoe meer succes bij de wijfjes.
Maar een sperwer denkt : Een luidruchtige merel , lunchtime .
Echter als er vijanden in de buurt zijn opgemerkt , laat de merel een heel ander geluid horen; dat klinkt helemaal niet zo mooi. …. Hij verplaatst zich ook voortdurend …… Trouwens uitkijkposten die alarm slaan ( bij sociale zuid amerikaanse apen bijvoorbeeld ) trekken de rover ook aan … maar ze vluchten wel onmiddelijk weg en ze wisellen voortdurend …
5.- de lange, gekleurde pauwenstaarten.
Het procédé bij bijvoorbeeld pauwen is dat aanvankelijk de vrouwtjes, om wat voor reden ook,
mannetjes met een langere of fellere staart aantrekkelijk vonden, en daar dus bij voorkeur mee paarden.
Door seksuele selectie werden vervolgens de staarten van de mannetjes steeds langer en feller.
Dat vermindert misschien de overlevingskans van het individuele mannetje(1), maar als dat verschil maar wordt gecompenseerd door de grotere paringskans
van de mannetjes die wel overleven met een langere staart, zal de staart blijven groeien, totdat een evenwicht wordt bereikt tussen de natuurlijke en de seksuele selectie.
Interessant hierbij is dat het effect zichzelf kan versterken:
Als er sprake is van een bepaalde voorkeur bij de vrouwtjes, zal het voordelig zijn voor vrouwtjes om dezelfde voorkeur te hebben als de meerderheid.
Reden hiervoor is, dat dergelijke vrouwtjes zonen zullen krijgen die ook weer door andere vrouwtjes aantrekkelijk worden gevonden
Belangrijk is dat je ‘evolutie’ niet ziet als ‘verbetering’, ook niet bij dieren.
Het gaat uiteindelijk steeds om selectie door de omgeving.
Natuurlijke selectie draait steeds om: ‘welke diersoorten overleven in welke omgevingen en geven hun genen daardoor door’.
Een “gehandicapte” wenkkrab met een te grote achaar kan overleven en zijn genen doorgeven in een omgeving, die een dergelijke ‘handicap’ goed gezind is of niet slecht gezind is. .
Stel dat vrouwtjes ‘vallen’ op krabben met grote scharen, geven op het eerste zicht de grote scharen hun genen door.
Komen er in die omgeving ook gewonere krabben voor met kleinere scharen , en predatoren, zullen deze ‘gewone’ krabben gewoon meer kans hebben hun
genen door te geven.
De ‘gehandicapte’ krabben zijn immers minder snel of ” vallen omver ” en vallen ten prooi .
Ook dat overleven van deze krabben-soorten gebeurt in de natuurlijke biotopen van organismen volledig ‘toevallig’ afhankelijk van het soort omgevingen.
Natuurlijke selectie gaat steeds over ‘toeval’ van omstandigheden.
Diegenen die de omstandigheden dan nog naar hun hand kunnen zetten (de mens) hebben de meeste kans op overleven mbt dit natuurlijk selectiemechanisme.
Onze soort is dus ook zeer talrijk.
Natuurlijke selectie gebeurt gewoon, zonder daarbij een ‘verbetering’ an sich te beogen.
Wel ‘een overleven van diegenen die aangepast zijn aan het milieu van dat moment’.
En die soorten ontstaan via ‘afwijkingen'( mutaites ) in het DNA.
Seksuele selectie is ook een selectiemechanisme, maar vele malen ondergeschikt aan ‘omstandigheden die bepalend zijn voor het al dan niet overleven
van een soort’.
Seksuele selectie speelt bij allerlei dieren een rol, maar uiteindelijk overheerst de selectie die gebeurt door milieuomstandigheden, predatoren, enz…
Alleen een heel sterk en gezond mannetje kan het zich veroorloven om zich te tooien met een hele lange felgekleurde staart of een metersbreed gewei. De afmetingen en felle kleuren vertellen het wijfje iets over de goede genen van de man.
*Felle kleuren en grote horens, scharen,… zijn kenmerken van goede gezondheid = sterke genen = aantrekkelijk
*Veel afwijkingen bij mensen ( waterhoofd etc ) zijn tekenen van slechte gezondheid = slechte genen = niet aantrekkelijk
*Bij de mens speelt in de huidige maatschappij ook andere factoren mee om aantrekkelijk te zijn.
Ik heb eens een test gezien op TV: een man werd in oude jeans en t-shirt in een etalage gezet en er werd aan passerende vrouwen gevraagd om hem te
scoren op /10 qua aantrekkelijkheid. daarna kreeg dezelfde man een chique kostuum aan en werd de test opnieuw gedaan.
Zijn score was beduidend hoger. Reden: kostuum is teken van goed betaalde job = goed overlevingskansen in deze maatschappij = aantrekkelijk

(A)
“Aantrekkelijke “dieren ( volgens de evaluaties eigen aan die diersoort ) krijgen sneller partners. Veel mensenmannetjes zouden ook graag een “handicap “hebben waardoor wijfjesmensen mij niet kunnen weerstaan … ze willen zelfs ” hun arm geven” of hun ” leven ”
voor het object van hun liefde ….
Deze pauwen-mannetjes zijn echter in het nadeel , immers , hoe groter de staart , hoe logger het dier en hoe kwetsbaarder het is voor natuurlijke vijanden.
Als hij zich snel genoeg /tijdig kan voortplanten is er niets aan de hand. …Een gedeelte van zijn persoonlijke genenbak wordt daardoor vertegenwoordigd in de volgende generaties van de populatie en vd soort …. Dat is hetgene wat telt …
En als hij wat langer in leven blijft kan hij ook meer paren …
Trouwens de predatoren eten ook wel kortstaarten ( en waarschijnlijk ook andere prooien ) …. anders zouden die rovers ook wel eens uit kunnen sterven … ahahaha
(1)
Hoe groter de staart van de pauw, hoe groter hij lijkt voor natuurlijke vijanden. Vooral als er tientallen ogen op lijken te zitten. Wanneer de pauw plots zijn waaier opent staren veel ” ogen ” de potentieele aanvaller aan ( net zoals bij vlinders )
Pauwen zijn trouwens geen doetjes

Peacocks know that looks count for a lot in this world. Research has shown that peahens choose their mates based on the quality of their plumage – the size and distribution of “eyespots.” But until now, scientists did not know whether that choice had any positive effect for the birds and their offspring, especially because the males do not help raise the brood.In a letter to the journal Nature, Marion Petrie of Oxford University’s Department of Zoology described an experiment in which Petrie raised groups of peafowl sired by different males.The offspring of the males with the most eyespots, Petrie found, were generally larger at 84 days of age than the others. Then, the peacocks were released into the relative wilds of nearby Whipsnade Park, where such predators as foxes thinned the population to 41 percent of its original size within two years. The bigger peacocks were likelier to survive than the punier birds.

“The results show the offspring of highly ornamented males tend to grow better and that these advantages translate into differences in the chance of their subsequent survival under almost natural conditions,” Petrie concluded. “These data provide support for the idea that females may be gaining good ‘viability’ genes for their offspring when mating with attractive males.”
http://www.feathersite.com/Poultry/Peafowl/WhyPeacocks.html

Darwins vergeten werk: seksuele selectie

8 februari 2009

http://www.elsevier.nl/web/10222803/Sturm-und-Drang/Darwins-vergeten-werk-seksuele-selectie.htm?rss=true

Het beste voorbeeld voor seksuele selectie zijn de veren van een pauw

Het beste voorbeeld voor seksuele selectie zijn de veren van een pauw

Op 12 februari is het precies 200 jaar geleden dat Darwin geboren werd. Zijn 150 jaar geleden verschenen boek ‘On the Origin of Species’ over natuurlijke selectie is wereldberoemd, maar minder bekend is zijn in 1871 verschenen werk over seksuele selectie.

Dit werk is niet minder briljant, maar werd niet zo populair omdat Victoriaanse biologen niet gecharmeerd waren van het idee.(1)

Wat is het probleem?

Natuurlijke selectie alleen kan niet verklaren waarom de hersenen van de mens en zijn voorvaderen in de laatste miljoenen jaren qua omvang zo zijn geëxplodeerd. Hersenen zijn kostbaar in onderhoud, omdat ze met een paar procent lichaamsgewicht zelfs in rust nog 20-25 procent van de beschikbare energie consumeren.(2) Met mindere hersenen kun je ook nog prima jagen en sociaal gedrag vertonen. Daarbij: waarom zouden we überhaupt in staat zijn om zo’n gecompliceerde taal spreken als het ene geslacht zwijgzaam in het vuur staart en de andere over medegroepsleden roddelt?

Zonde van de energie. En niet alleen op het gebied van taal, maar ook op gebieden van kunst, cultuur – en humor – doet de mens veel meer dan het absolute bestaansminimum vereist. Evolutie lijkt meer te zijn dan survival of the fittest.

Voorkeur
Dat is waar seksuele selectie inspringt – het idee dat een diersoort een voorkeur kan ontwikkelen voor een bepaald kenmerk: dieren met dat kenmerk zijn aantrekkelijker en het nageslacht zal meer van dat kenmerk hebben, waar weer verder op wordt geselecteerd.(2)

Het beste voorbeeld zijn pauweveren: totaal overbodig voor overleven, lastig zelfs, maar voor vrouwtjes toch een selectiecriterium. Die veren zijn ook niet geheel zonder nut: ze zijn in bepaalde zin een teken van ‘geschiktheid’, aangezien een zieke en zwakke mannetjespauw niet snel een mooie bos veren kan onderhouden. Omgedraaid, met een mooie bos veren is het mannetje waarschijnlijk gezond – een goed stel genen, voor pauwtjes-vrouwen dan. (3)

Pauwenveer
Negen jaar geleden publiceerde de Amerikaanse onderzoeker Geoffrey Miller de interessante hypothese dat de menselijke versie van de pauwenveer ons creatieve brein is. Net zoals de pauwenveer zijn onze geexplodeerde hersenen lastig, kostbaar in het onderhoud en gevoelig voor fouten.

Onze hersenen zijn als het ware een indicatie van onze geschiktheid: als je zoiets kunt onderhouden zit je genetisch waarschijnlijk goed in elkaar. Aangezien de hersenen niet direct waar te nemen zijn, zijn haar prestaties doorslaggevend. Vandaar onze opmerkelijke creativiteit op zoveel gebieden. Schilder een prachtig kunstwerk, gebruik moeilijke woorden, win een discussie, maak een gevatte opmerking of draag een mooi gedicht voor en je maakt indruk op het andere geslacht. Een kwestie van kansen en inschattingen: allemaal tekenen van geschiktheid.

Testikels (2)
Seksuele selectie hoeft niet bij iedere diersoort hetzelfde te zijn: andere apen hebben bijvoorbeeld eerder ingezet op een ander kostbaar lichaamsdeel: testikels. Gevoelig, duur te onderhouden, en als gevolg daarvan is hun brein niet in dezelfde mate geexplodeerd als bij mensen. Waar diersoorten op inzetten is van veel factoren afhankelijk; een belangrijke is in ieder geval de relatievorm.

Bij losse seksuele verhoudingen zoals bij chimpansees en bonobo’s is het voor mannen beter om zoveel mogelijk zaad te verspreiden (inzetten op testikels), maar bij meer monogame vormen is dat weer niet nodig.

Er zijn aanwijzingen voor seriele monogamie en een incidentele scheve schaats bij onze voorvaderen. Bij zulke relatievormen zijn ook de hersenen van een vrouw belangrijk bij het beslissen waar je tijd en moeite in gaat stoppen. Als je toch jaren voor een vrouw kiest, kun je ook maar beter iets meer te bespreken hebben dan welke mooie broek ergens in een etalage hing. Bij mensen is het dus niet alleen een kwestie van de man etaleert en de vrouw kiest, zoals in zovele diersoorten, maar hebben we dubbele seksuele selectie.

Natuurlijke selectie ziet de evolutie van de mens als een drama vol tegenslag, hongersnood en overleven; met seksuele selectie erbij wordt het eerder een romantische komedie.

De auteur Victor Spoormaker (28) werkt als onderzoeker bij het Max Planck Instituut voor Psychiatrie in München. Hij studeerde psychologie aan de universiteiten van Utrecht en Florida en promoveerde in 2005 als een van de jongste psychologen ooit aan de Universiteit Utrecht.

(1) De reden dat de theorie van sexuele selectie en die van de ‘evolution of man’ pas later werden gepubliceerd , was dat Darwin bang was dat zijn theorie dan helemaal niet zou worden geaccepteerd, omdat het een brug te ver zou zijn

.-Vooral het poneren van de ” vrouwelijke teeltkeus ” stond haaks op de victoriaanse mentaliteit die vrouwen als sexueel kompleet passief, naif en willoos afschilderde

De meeste mannen ( jonge testosterone bommen, en beslagen / ervaren oudere mannen ) zijn helemaal niet zo selectief als het op sex aankomt, maar pakken veeleer alles wat ze kunnen krijgen, zolang het maar warm is en er een gat in zit….Selectie komt overwegend van de vrouwelijke kant … Eieren zijn veel duurder in opbouw dan het aanmaken van kwakjes met miljoenen spermatozoiden .Vrouwen zijn trouwens minder lang vruchtbaar tijdens hun leven

– “Mannen vallen op domme blonde vrouwen met grote tieten” is het hedendaagse generaliserend vooroordeel dat gedeeltelijk uit de victoriaanse mentaliteit is ontwikkeld .Dat ideaal is voor de gemiddelde man slechts voor éénmalig vertier. Meestal zullen mannen liever veilig een gezinnetje stichten met een vrouw met minder uitdagend profiel (… en misschien een paar maitresses erop nahouden voor het “vermaak”:die liefst niet zwanger worden ) …

In de tijd van Darwin 1850-1900 was het de heersende gedachte dat de man diegene was die voornamelijk de selectie deed.
In de moslim en christen wereld staat de man ook van oudsher hoger in rang orde.
Eva is uit een rib gemaakt, eva laat zich door de slang verleiden, enz. De koran maakt het nog bonter.

Bij de chimpansee en bonobo is er een duidelijk verschil. De leider bij de chimp neemt de vrouwen waar hij zin in heeft. maar als hij te wreed is kan de groep zich tegen hem keren. De vrouwen kunnen gezamelijk de leider aanvallen. Dan heeft hij een echt probleem. Bij de bonobo’s zijn de vrouwen veel dominanter en is sex een manier om de gemoederen te bedaren. Het zijn “kamasoetra primaten”
Briljant beschreven door de Nederlander en hoogleraar psychologie en meer Frans de Waal in oa. De aap in ons. .

(2) …..Investeren in grotere teeltballen of grotere hersenen en denkvermogen ? beide opties zijn energieverslinders ….

Pauweveren en /of testikels bepalen de natuurlijke sexuele selectie ? De grote van de menselijke testikels heeft met de “sperma oorlog”te maken….
De gorilla heeft kleine testikels en de rest van het aparaat is ook klein

omdat hij als enige alpha- mannetje in een troep de vrouwtjes bevrucht.

Bij de chimpansee probeert de leider dat ook, maar chimpansees leven in groepen met meerdere mannetjes die een graantje mee pikken. De grote teelballen zijn wapens in de oorlog van het zaad. Chimpansees ( en bonobo’s ) vertonen een los promiscue seksuele gedrag en mannetjes hebben dientengevolge meer baat bij een grotere spermaproductie teneinde een vrouwtje te kunnen bevruchten. Bij chimpansees is het dus bittere noodzaak grote teelballen te hebben, om maar een kans te hebben zich voort te planten.

De mens zit daar ergens tussen in
De relatief grote menselijke teelballen betekend dat monogamie niet vanzelfsprekend is van uit evolutionair oogpunt.

(3) …..Het mechanisme achter de sexuele selectie (in dit geval als drijvende kracht achter grotere hersenen–intelligentie – evolutie ) is geheel te verklaren door het verschijnsel van positieve feedback: Vrouwtjes die vallen(= vrouwelijke teeltkeus ) op mannetjes met iets grotere hersenen krijgen kinderen met de genen voor iets grotere hersenen, die kinderen hebben zelf ook weer de voorkeur voor partners met iets grotere hersenen etc. etc, …….en uiteindelijk explodeert de boel.(wapenwedloop !!! )

Maar ook ‘Money and power’ ( het gevolg van machiavellistische intelligentie en vooral sociale positie in de pikorde ) is wat indruk maakt op de vrouwtjes….Voor sommige vrouwen geldt dat inderdaad…Er zijn allerlei varianten in het “uitkiezen “natuurlijk .

Het hebben van geld en macht zijn dingen waar men niet naast kan kijken ….ze kunnen natuurlijk eveneens het resultaat zijn van een specifieke inzet van de creativiteit en de intelligentie …Rijkere burgers zullen zich bovendien ook zeer dikwijls “kunst ” aanschaffen , een intellectuele of ” nobele” status verlangen en/of pronken met de aangekochte pluimen van iemand anders … demens leeft niet van brood alleen …. ahahaha

* Mannen met heel veel brein hebben vaak heel weinig kinderen of zelfs helemaal geen kinderen, terwijl de breinlozen zich ongebreideld vermeerderen.

“Breinlozen” moeten( in de natuurlijke toestand ) veel kinderen voortbrengen zodat er minstens een paar van overleven : breinlozen en kansarmoede zitten samen in een vicieuze cirkel

“Slimmerikken “( in de natuurlijke toestand ) hebben meestal wat minder kinderen , die ze dan ook beter kunnen opvoeden en langer ondersteunen :het zijn “kansrijken “

“Slimmerikken “zonder kinderen zijn natuurlijk ook mogelijk , net zoals breinlozen zonder kinderen bestaan …. Slimmerikken met heel veel kinderen bestaan ook ( kijk maar naar polygamisten )

Kinderen worden trouwens (in primitievere landbouw-stadia van de menselijke historie ) gemaakt ) omdat ze een steun zullen betekenen bij het ouder worden

Vrouwelijke teeltkeus

Zwakke vogel kiest zwakke partner

Zwakkere vogelvrouwtjes hebben het liefst een zwakke partner.
Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek bij zebravinken.
Biologen die de evolutie bestuderen, hadden altijd aangenomen dat alle vrouwtjes voor de beste mannetjes zouden gaan.
Maar zwakkere vogels luisterden het liefst naar gezang van eveneens zwakke mannetjes.

De onderzoekleidster, Marie-Jeanne Holveck van het Franse centrum voor functionele en evolutionaire ecologie in Montpellier,
legde uit dat zwakke en sterke vogels op veel gebieden van elkaar verschillen.

Knoppen
Dat geldt onder meer voor het metabolisme (stofwisseling), de aantrekkelijkheid en de levensduur.
Wetenschappers kweekten vogels van verschillende kwaliteiten door de omvang van de kooi aan te passen.
De vrouwtjes konden met hun snavel twee knoppen indrukken en hoorden dan het gezang van een zwak of juist sterk mannetje.
De zwakkere vrouwtjes kozen steevast voor het gefluit van hun kwalitatieve evenknie.

(anp/mvl)

Gulle mannelijke chimpansees hebben vaker seks

9 april 2009 /Jop de Vrieze

Rotterdam, 9 april. Wilde chimpanseemannetjes die over een langere periode vrijwillig vlees hebben gedeeld met hun vrouwelijke groepsgenoten, hebben later vaker seks met deze vrouwtjes. Dat blijkt uit Duits onderzoek, gisteren gepubliceerd in het online wetenschappelijke tijdschrift PLoS One.

De bevindingen sluiten aan bij de meat for sex-hypothese die verklaart waarom mannen vlees delen met vrouwtjes. Vlees vormt voor de dieren een belangrijke eiwitbron, en omdat vrouwtjes nauwelijks jagen zijn ze hiervoor aangewezen op de gunsten van de mannetjes. Het is voor het eerst dat blijkt dat mannetjes op lange termijn seksueel voordeel hebben van het delen van vlees met vrouwtjes.

Als ware paparazzi observeerden de Duitsers 22 maanden lang een groep wilde chimpansees in Ivoorkust. Hun interesse ging uit naar de vijf volwassen mannetjes en naar de acht volwassen vrouwtjes die tijdens de periode vruchtbaar werden – chimpansees hebben alleen seks wanneer de vrouwtjes vruchtbaar zijn. Ze hebben een open seksleven, maar zijn wel enigszins selectief in het kiezen van hun sekspartners.

Gedurende de twee jaar dat het onderzoek liep, hadden de vrouwtjes tussen de drie en vier sekspartners. Het aantal copulaties per paartje varieerde van twee tot elf.

Van de ‘stelletjes’ die seks hadden, bleek bij 70 procent het mannetje vlees met het vrouwtje te hebben gedeeld. Als een mannetje helemaal geen vlees deelde met zijn partner, copuleerde het stel minder vaak. Hoe veel vlees het mannetje deelde, maakte niet uit.

Opvallend was dat er juist tijdens de vruchtbare periode van de vrouwtjes geen verband was tussen het delen van vlees en het aantal copulaties. Alsof de bedoelingen van de vrijgevige mannetjes er dan te dik bovenop lagen. In hun analyse sloten de onderzoekers machtsuitoefening (door mannetjes of vrouwtjes) uit. En het was ook niet zo dat sociaal aangelegde vrouwtjes veel vlees kregen én vaak seks hadden.

Volgens primatoloog Frans de Waal is er steeds meer bewijs voor wederkerigheid bij chimpansees. Bekend was al dat chimpanseemannen papaya’s stelen van boeren in ruil voor seks met vrouwtjes, en dat ze voedsel delen met apen die hen net gevlooid hebben.

Dat er op de lange termijn een verband is tussen seks en voedsel delen, betekent volgens De Waal nog niet dat de apen prestaties en tegenprestaties precies bijhouden:

„De wederkerigheid kan ook lopen via goede relaties.”

Aantrekkelijke oudere vrouwen

22-11-2006 10:06 door Tomaso Agricola
oudevrouwen
 In Current Biology het verslag van een onderzoek naar de leeftijdsvoorkeuren van chimpansee mannetjes in hun vrouwtjes.
Bij mensen schijnt (1)het zo te zijn dat in vrijwel elke cultuur de mannen voorkeur hebben voor jonge vrouwen.
Dat zou te maken hebben met de langdurige band die mannen en vrouwen bij de mens met elkaar aangaan.
Hoe jonger de vrouw hoe langer de mogelijkheid om kinderen te krijgen (veel gezonde kinderen krijgen is nu eenmaal de zin van het leven in de biologie).
De vrouwelijke overgang zou de zoektocht naar een jonge vrouw nog versterken.

Het idee is dat bij soorten waarbij de paarband minder sterk is en er geen overgang is dit soort voorkeuren minder sterk, of zelfs niet aanwezig, zijn.
En in de chimpansee (our closest living relative zoals het abstract zegt) is dit nu onderzocht door Martin Muller, Melissa Thompson en Richard Wrangham van de afdelingen antropologie van de Harvard en Boston University.De grote vraag is natuurlijk hoe je weet of een mannetje een vrouwtje aantrekkelijk vindt.
Hiervoor werd gekeken naar verschillende gedragingen, waaronder het aantal mannetjes dat dingt naar een vrouwtje wanneer ze in oestrus was, en het aantal daadwerkelijke copulaties, maar ook de hoeveelheid agressie onder de mannetjes onderling in relatie tot een vrouwtje.Ten eerste bleek dat chimpansee mannetjes inderdaad voorkeur hebben voor bepaalde vrouwtjes, maar dat het precies omgekeerd was als bij de mens. Een chimpanseeman doet het liever met een oudere vrouw.

Gezien de relatief recente afsplitsing van chimpansee en mens concluderen de auteurs dat onze voorkeur voor jongere vrouwen een specifieke menselijke eigenschap kan zijn die verband houdt met de langdurige paarband die we aangaan.

Zou het dan zo zijn dat bij chimpansees de vrouwtjes hun best doen om er oud uit te zien, terwijl ze bij de mens juist hun best doen om er jong uit te zien?
Wellicht is het een idee om hetzelfde bij zwanen te onderzoeken.
Die gaan tenslotte ook een lange paarband aan.
Vooropgesteld natuurlijk dat mannelijke zwanen in staat zijn om de leeftijd van de partner te schatten.

Omdat chimpansees massaal vreemdgaan, zijn de mannetjes veroordeeld tot oudere vrouwtjes die hun vruchtbaarheid ruimschoots bewezen hebben. ?

 

 

Door Bas Benneker

Oudere vrouwtjes populair bij chimpansees

In tegenstelling tot – naar verluidt – mensen geven mannetjes bij chimpansees niet de voorkeur aan jongere, maar juist aan oudere vrouwtjes – die overigens vrijwel het hele leven vruchtbaar blijven.

Dat vermoeden bestond al langer bij aaponderzoekers, maar een grootschalig onderzoek bevestigt deze hypothese.

De Amerikaanse onderzoekers analyseerden zeven jaar lang het gedrag van meer dan dertig chimpansees in een nationaal park in Oeganda.

Daarbij hanteerden ze vier criteria voor aantrekkelijkheid van vrouwtjes voor het andere geslacht: hoeveelheid toenaderingen voor copulatie, aantal mannetjes dat zich aandiende bij ovulerende vrouwtjes, status van de mannetjes en gevechten over vrouwtjes.

Promiscu
Inderdaad bleek er voor ieder afzonderlijk criterium een rechtevenredig verband te bestaan tussen leeftijd en aantrekkelijkheid van vrouwtjes. De samengestelde ‘aantrekkelijkheidsindex’ wees uit dat 45-jarige vrouwtjes twee keer zo aantrekkelijk zijn als 15-jarige.

Chimpansees, onze nauwste nog levende verwanten, blijken in dit opzicht dus opmerkelijk te verschillen van mensen.

De onderzoekers wijten dit aan de promiscu챦teit van de chimpansee – of aan de monogamie van de mens. Aangezien de mannetjeschimpansee toch niet verwacht lange tijd aan een vrouwtje vast te zitten, zou hij de voorkeur geven aan het korte-termijn resultaat: gegarandeerde, want door de jaren bewezen vruchtbaarheid.

De aantrekkingskracht van oudere vrouwtjes bij chimpansees kan volgens biologen liggen in hun relatief hoge status, het feit dat ze vruchtbaar blijven (chimpansees kennen geen menopause), en hun ervaring met moederschap, waardoor meer nakomelingen overleven. Ook kan een rol spelen dat oudere vrouwen kennelijk een genetische aanleg hebben voor ouder worden en dus aan hun kinderen ‘krachtige’ genen kunnen meegeven.

Chimpanseevaders investeren verder niet in hun kinderen, er is geen paarvorming. De voorkeur van de menselijke man voor jongere vrouwen is waarschijnlijk te verklaren uit de langdurige paarband die mensenmannen en mensenvrouwen doorgaans aangaan. In alle culturen geldt: hoe jonger de vrouw, hoe langer die band kan duren. Verder is de kans bij jongere vrouwen het kleinst dat ze al kinderen van andere mannen hebben en bovendien loopt de vruchtbaarheid bij mensenvrouwen vroeg terug.

(1)
….Vergeten te zeggen, dat veel vrouwen soms jongere mannen erg aantrekkelijk vinden…. er bestaat nog zoiets als vrouwelijke teeltkeus ook
….Ik heb de indruk dat er steeds meer mannen zijn die de voorkeur geven aan wat oudere vrouwen, en oudere vrouwen aan iets jongere mannen.
Het oppervlakkig zoeken naar uiterlijk is aan het verdwijnen.
De Nederlandse primaatonderzoeker Frans de Waal zet overigens vraagtekens bij de conclusies: niet omdat chimpansees liever jonge vrouwtjes zouden willen, maar omdat volgens hem in de praktijk helemaal niet is bewezen dat mannen bij mensen de voorkeur geven aan jonge vrouwen.  
evolutieConcurrentie1

Ook chimpansees houden hun partners voor de aap

De paringsrituelen van chimpansees zijn ingewikkelder dan tot op heden werd vermoed. De vrouwtjes hebben het liefst met zoveel mogelijk partners seks, maar houden dit liever geheim.

Vrouwelijke chimpansees hebben in het geheim seks met veel verschillende partners. Tijdens en na de daad gedragen ze zich meestal erg rustig met de bedoeling hun overspelige activiteiten voor de andere wijfjes verborgen te houden.
Dat zeggen Tobias Deschner van het Max-Planck-Instituut voor evolutionaire antropologie in Leipzig en twee Schotse onderzoekers in de online krant “PLoS ONE”.De drie onderzoekers bestudeerden zestien maanden lang het gedrag van de chimpansees in het Budongo-regenwoud in Oeganda. Ze concentreerden zich vooral op de paringsroep van de vrouwtjes.
sekskreten van een vrouwtjes chimp sekskreten van een vrouwtjes chimp
Rivalen
De luide kreten waarmee vrouwelijke chimpansees hun mannelijke soortgenoten lokken, is niet bedoeld om de rivaliteit onder de mannetjes aan te wakkeren, zoals tot hiertoe werd aangenomen, maar om de aandacht te trekken van zoveel mogelijk leidersmannetjes.
De strategie om zoveel mogelijk sekspartners in korte tijd te hebben, is mogelijks een manier om de nakomelingen te beschermen, vermoeden de onderzoekers.
Omdat de mannetjes niet zeker zijn wie de vader is van de apenjongen, zouden ze minder geneigd zijn het jong – misschien een latere rivaal – te doden. Ook andere agressieve leden van de chimpanseegroep – het gaat dan vooral om de andere vrouwtjes – zouden op die manier op een afstand worden gehouden.De paringskreten van de vrouwelijke chimpansees klinken niet altijd even luid. Zijn er “hooggeplaatste” vrouwelijke rivalen in de buurt, dan zetten de wijfjes hun zoektocht naar een paringspartner in stilte verder, kwestie van hun concurrenten niet op het juiste spoor te zetten, denken de onderzoekers.
Dat zou willen zeggen dat de intensiteit van de paringskreten niet afhankelijk is van de vruchtbaarheid van de wijfjes.
(dpa/sps)

Wat de vrouwtjes precies bedoelen met de geluiden die ze maken.

de Britten merkten op dat het vrouwtje zich tijdens de seks soms muisstil houdt, zodat vrouwelijke rivalen in Oeganda’s Budongo Forest niet weten waar ze mee bezig is.

Een andere reden voor het lage volume tijdens de copulatie zou kunnen zijn dat de vrouwtjes geen reputatieschade op willen lopen, zodat ze later nog eens in beeld kunnen komen bij de mannetjes die hoog in de rang van de groep staan.

18/06/08
Het zijn toch echt net mensen!
* Zijn ze nou zo menselijk, of worden ze dat omdat deze wetenschappers ze met menselijke ogen bekijken?
Als je dit stukje leest is het in ieder geval duidelijk familie

Als de seksuele zeepbel barst…?
Barbara vreede 23.03.2011
http://www.sciencepalooza.nl/2011/03/als-de-seksuele-zeepbel-barst/
Zeepbellen zijn een bijkomstigheid van marktwerking, en ook marktwerking is niet gisteren ontdekt.

Het Amerikaanse radioprogramma Planet Money wijdde er een paar maanden geleden een leuke test aan: ze vroegen hun luisteraars om uit drie dieren (een kitten, een aapje en een baby-ijsbeer) de liefste te kiezen.

http://www.npr.org/2010/12/07/131726215/economics-experiment-pick-the-cutest-animal

De vraag werd echter op twee verschillende manieren gesteld:

een deel van de bezoekers werd gevraagd welk dier zij zelf het liefst vonden,

het andere deel werd verzocht te bepalen welk dier zij dachten dat het ‘best uit de test’ zou komen.

Resultaat: hoewel de kitten in beide gevallen populair was, bleek in de eerste groep slechts 50% uit kittenliefhebbers te bestaan, terwijl in de tweede een forse 76% op het katje stemde.

Die opgeblazen populariteit is de basis voor een kitten-bubble, zo stelden de makers van Planet Money, en een verklaring voor de vorming van zeepbellen.

De waarde van iets vertaalt zich eerder naar wat men denkt dat algemeen in trek is, dan wat aan de eigen specifieke behoeften voldoet. Dat is ook te zien op de huizenmarkt: voor een huis dat een koper makkelijk weer kwijt kan raken legt hij sneller een centje meer op tafel.

Marktwerking is niet alleen te vinden op de beurs of de huizenmarkt, maar ook in de natuur om ons heen.

Daar wordt het seksuele selectie genoemd: hoe aantrekkelijker het mannetje, hoe populairder bij de vrouwtjes, dus hoe meer nageslacht hij produceert.

De genenpool die hieruit volgt kan bizarre vormen aannemen: denk bijvoorbeeld aan de enorme verenpracht van een pauw. (De theorie hierachter is overigens dat een mannetje met grote staart fit genoeg is om zich een zware verenpracht te veroorloven, en dus goed genetisch materiaal met zich meedraagt.)

Daarnaast lijken de ingrediënten voor een zeepbel ook bij seksuele selectie grotendeels aanwezig te zijn.

Namelijk, niet alleen moet vader een vrouwtje werven, maar hun zoons moeten dat vervolgens ook succesvol kunnen doen.

Het is dus niet alleen vaders uiterlijk, maar ook moeders keuze die belangrijk is voor de toekomst van het nageslacht, en die dus bloot staat aan selectie.

Het loont niet om als vrouwtje een excentrieke smaak te hebben, als dit betekent dat jouw zoons er zo vreemd uitzien dat niemand ze moet hebben.

In tegenstelling tot bij de wispelturige beursspeculanten wordt de seksuele markt echter streng gereguleerd: voorkeur waait niet met alle winden mee, maar is generaties lang evolutionair voorgeprogrammeerd. Evolutie houdt de boel zo streng in de gaten.

Hoe zit het dan als er toch een zeepbel ontstaat?

Dat weten we dankzij recent onderzoek uit Brisbane, Australië, waar het scenario experimenteel werd opgezet.

http://www.pnas.org/content/108/9/3659.abstract

 

 

In het laboratorium werden fruitvliegjes kunstmatig ‘sexier’ gemaakt: de mannetjes werden door de wetenschappers in 11 generaties geselecteerd op hoge productie van seksferomonen, en zo werd de zeepbel opgeblazen.

Deze supersexy mannetjes werden vervolgens teruggeplaatst bij vrouwtjes uit de groep, waar ze hun kansen konden wagen. Hoewel ze ongetwijfeld populair bleken, kelderde hun genetisch aandeel in de populatie razendsnel: binnen vier generaties was de situatie weer terug bij af, en was het feromoongen waarop geselecteerd werd gewoon weer op de oude frequentie aanwezig. Natuurlijke selectie, gestoeld op andere aspecten dan aantrekkelijkheid, had andere prioriteiten.

Kortom:

al is de zeepbel nog zo snel, natuurlijke selectie achterhaalt haar wel. Daar kunnen ze op de beurs nog wat van leren.

OPGETUT

Lange staart niet enkel decoratief
14 MEI 2007
De lange staartveren van de mannelijke boerenzwaluw zijn niet slechts ornamenten om zijn seksuele aantrekkelijkheid te verhogen, zoals lang gedacht werd.
Mannetjes met langere staarten vliegen beter, en vangen meer insecten. En dàt vinden vrouwtjes wel aantrekkelijk, zoals blijkt uit een studie in Current Biology.
Illustration: Barn swallow
Barn Swallow shot at RSPB Elmsley Marshes nature reserve.
Boerenzwaluwvrouwtjes hebben een voorkeur voor mannetjes bij wie de twee buitenste, prominente staartveren langer zijn dan bij hun concurrenten. Volgens Darwin zijn deze veren slechts ornamenten, en kiezen vrouwtjes wat ze ‘mooi’ vinden. Voor het eerst hebben wetenschappers deze veronderstelling getoetst, waarbij bleek dat de lengte van de staart de vliegkunst van de mannetjes beïnvloedt.
De onderzoekers wilden weten of de vrouwtjes vallen voor decoratie of functionaliteit. Door de staarten tot verschillende lengtes te knippen bepaalden ze eerst de optimale lengte van de staart, voor een goede wendbaarheid en vangst van insecten.
Vervolgens vergeleken ze de oorspronkelijke lengte van iedere staart met de optimale lengte. Zit daar verschil in, dan betekent dat dat de staartlengte groter wordt zonder dat dat positief is voor het functioneren, dus enkel voor de decoratieve waarde. Dat bleek niet het geval te zijn.
Professor Matthew Evans van de Universiteit van Exeter:
Wij geloven dat de staartlengte wel dient om vrouwtjes aan te trekken, maar vrouwtjes kiezen tussen de mannetjes op basis van verstandige criteria zoals de vaardigheid om te vliegen, en prooi te vangen. Het decoratieve deel van de staart zegt alleen: ‘Ik ben een man’.
De resultaten van deze studie dwingen ons om oude aannames ter discussie te stellen over ornamenten en seksuele selectie.’

Informatie: www.current-biology.com
Noot  :
Mannetjes  boerenzwaluwen ( en koppeltjes )  met langere staarten komen vroeger aan in het broedgbied dan de anderen ? … en beginnen  ook vroeger met het inrichten van het  nest  … dat betekent misschien  een voordeel tegenover de concurenten in de strijd om de  benodigde  voedselvoorraden ( en de verzamelaars -tijd die eraan moet worden besteed bij het voederen van de jongen ) later op het jaar ….Maar koude voorjaren  kunnen dit weer afstraffen ….

Rode borsten doen het goed bij zwaluwvrouwtjes

6 juni 2008 Door Anna Dijkman

Het credo dat ‘kleren de man maken’, lijkt ook voor zwaluwen te gelden. Amerikaanse onderzoekers versterkten de natuurlijke kleur van de borstveren van mannelijke zwaluwen die daarna veel aantrekkelijker werden gevonden 챕n meer testosteron gingen aanmaken.

Rode borst in trek bij zwaluwvrouwtjes
Rode borst in trek bij zwaluwvrouwtjes

De boerenzwaluw heeft van nature lichtrood gekleurde borstveren. Wetenschappers van de universiteit van Colorado vingen 63 mannelijke zwaluwen en maakten hun veren met een niet-schadelijke kleurstof dieper van kleur.

Concurrentie
De bijgekleurde zwaluwen kwamen daarna ineens veel vaker in gevechten terecht omdat andere mannetjes ze blijkbaar als grotere concurrentie zagen. Ook kregen ze meer aandacht van de vrouwtjes.

Door hun drukke bezigheden waren de mannetjes na een week slanker geworden en, opvallend, het niveau van het mannelijke hormoon testosteron was gestegen. De zwaluwen gingen zich waarschijnlijk ook mannelijker en aantrekkelijker voelen, aldus de onderzoekers.

Duur pak
Dat zou ook kunnen gelden voor mensen, bijvoorbeeld wanneer een man een duur pak draagt, zegt onderzoeksleider Rebecca Safran tegen The Daily Mail. ‘Als een man denkt dat hij de hele wereld aankan, ontstaat er wellicht een soort biochemische feedback.’

In eerder onderzoek had Safran al aangetoond dat mannetjes met diepgekleurde borstveren eerder in het seizoen broeden dan gemiddelde mannetjes. Ook gingen hun vrouwtjes minder vaak vreemd.

http://www.vogelvisie.nl/soort/boerenzwaluw.php

Seksuele selectie door partnerkeuze: Waarom zijn veel vogels felgekleurd?

Jeroen Reneerkens 9/7/2002

http://www.kennislink.nl/web/show?id=85542

Waarom hebben roodborstjes rode borstjes? Evolutiebiologen onderzoeken onder andere waarom dieren en planten vaak zo’n uitgesproken uiterlijk hebben. Ze laten zich daarbij vandaag de dag nog steeds leiden door de theorieën van de grondlegger van de evolutieleer, Charles Darwin. Iedereen kent de termen ‘struggle for life’ en ‘survival of the fittest’. Kan de evolutie-theorie ook verklaren waarom de roodborstjes in onze achtertuin een rood gekleurde borst hebben?

Hoe werkt evolutie? Natuurlijke selectie in werking.
De evolutieleer gaat ervan uit dat verschillen in eigenschappen tussen individuen zorgen voor evolutie; een verandering in de genetische samenstelling van groepen organismen gedurende opeenvolgende generaties. Elk individu moet continu concurreren met anderen en zal zijn eigenschappen optimaal gebruiken om zijn overlevingskansen en de kansen op het krijgen van (veel) nageslacht te vergroten. Alle eigenschappen die de efficiëntie van individuen kan vergroten worden in de strijd gegooid, denk bijvoorbeeld aan lange snavels, agressief gedrag, een effectief immuunsysteem enzovoorts. De winnaars in deze concurrentiestrijd, die Darwin ‘the struggle for life’ noemde, zijn de bezitters van die eigenschappen, die onder de heersende omstandigheden leiden tot een langer leven en meer nageslacht. Een lange snavel kan bijvoorbeeld overlevingskansen vergroten doordat een vogel meer voedsel kan bemachtigen, het hebben van lange vleugels vergroot de ontsnappingsmogelijkheden aan een roofdier, bepaalde antistoffen bestrijden ziektes efficiënter, enzovoorts. Als de eigenschappen die voor een verhoogde reproductie zorgen erfelijk zijn, heeft dat als gevolg dat er in een volgende generatie meer vogels zijn die (het genetisch materiaal voor) deze eigenschappen bezitten. Dit noemen evolutiebiologen natuurlijke selectie; het proces waarbij gunstige eigenschappen in uiterlijk en gedrag, een dier beter laten profiteren van zijn omgeving met een verhoogde levenskans en reproductief succes als gevolg. Het feit dat roodborstjes een rood gekleurd lijfje hebben toont aan dat deze eigenschap over de loop van generaties heeft geleid tot een verhoogde overleving en/of reproductie. Maar hoe dan?

Seksuele selectie
Het bezit van een langere snavel kan -gegeven de omstandigheden- de overlevingskansen van een vogel dus vergroten. Welk voordeel hebben sterk rood gekleurde roodborstjes ten opzichte van minder opvallende soortgenoten? Het antwoord kan gevonden worden in wat evolutiebiologen seksuele selectie noemen. Deze speciale vorm van natuurlijke selectie komt voort uit eigenschappen die direct een voordeel hebben op reproductie.

In eerste instantie klinkt het misschien vreemd dat een opvallend gekleurd verenkleed leidt tot een hogere overlevingskans. Zo’n verenkleed trekt immers veel aandacht en kan daardoor sneller opgemerkt worden door een roofdier. Het zal de overlevingskansen op die manier niet vergroten. Ook Darwin brak in 1859 in zijn beroemde boek ‘On the origin of species by means of natural selection’ zijn hoofd hier al over. Hij vroeg zich af wat de voordelen van de mooie lange staarten van mannetjespauwen zijn, immers in een oerwoud vol tijgers (het natuurlijk leefmilieu van pauwen) is zo’n staart van meer dan een meter lang alleen maar onhandig als je moet vluchten voor je leven. Zo’n lange staart, concludeerde Darwin, kan onmogelijk de overlevingskansen van een pauw vergroten, maar zal deze eerder verkleinen. In 1871 kwam hij met een mogelijke verklaring voor deze paradox. Hij opperde dat opvallende eigenschappen voor extra nageslacht kunnen zorgen doordat ze gunstig zijn in de concurrentiestrijd om partners. Met andere woorden: een mannetjespauw met een indrukwekkende staart of een felgekleurd roodborstje is aantrekkelijk voor het andere geslacht. Geen wonder dus dat roodborstjes hun rode lijfje zo opvallend naar voren steken als ze in het voorjaar hard zingen om indruk te maken op een wijfje! Op die manier lokken ze makkelijker een partner, hebben ze een grotere kans op jongen en geven ze uiteindelijk hun genetisch materiaal door aan hun nageslacht.

Seksuele selectie bevordert eigenschappen die de reproductie vergroten, bijvoorbeeld door het vinden van een goede partner. Het is opvallend dat eigenschappen die tijdens de partnerkeuze gunstig kunnen zijn, niet noodzakelijkerwijs ook een voordeel opleveren om lang en gezond te leven. Er zijn grenzen aan seksuele selectie. Hoe aantrekkelijk je ook bent als pauw met een lange staart, als diezelfde staart ervoor zorgt dat je niet meer kan vluchten voor een roofdier, dan heeft het aantrekkelijk zijn nog maar weinig zin.

Waarom zijn felgekleurde vogels aantrekkelijk?
Inmiddels is er door evolutiebiologen steeds meer bewijs verzameld dat dieren bepaalde opvallende uiterlijke verschijningen bezitten om daarmee soortgenoten het hof te maken. Bij boerenzwaluwen is dat bijvoorbeeld een lange symmetrische staart, bij roodborstjes is het aannemelijk dat dat een felrood gekleurd borstje is (zie afbeelding 1).

 Afbeelding 1. Het felrood gekleurde borstje van een Roodborst dient om soortgenoten het hof te maken.bron: Jan van de Kam, Griendtsveen, NL.

Je kan je echter afvragen waarom juist dit soort opvallende eigenschappen aantrekkelijk gevonden worden als het gaat om het kiezen van een partner. Wat is het voordeel van een felgekleurde metgezel als deze een verhoogde kans heeft gepakt te worden door een roofdier? Waarom worden minder opvallende exemplaren niet sexy gevonden? Evolutiebiologen geloven dat opvallende verenkleden en andere ornamenten (zoals bijvoorbeeld het kuifje van een kievit, de opvallende kraagveren van mannetjes kemphanen en de roodgekleurde lellen van een haan) een goede conditie en kwaliteit van de bezitter ervan weergeven. Het is gunstig om te paren met een vogel die in een goede conditie is, dat kan immers betekenen dat deze partner ook goed voedsel kan zoeken voor zijn jongen, of dat deze vogel geschikt genetisch materiaal heeft, dat hij/zij dus aan het nageslacht zal doorgeven.

Gunstige omstandigheden in de omgeving, zoals veel voedsel en het ontbreken van roofdieren en parasieten kunnen ervoor zorgen dat een vogel in een goede conditie is. Extra verkregen energie kan dan aan een mooi verenkleed worden besteed. Deze energie hoefde immers niet geïnvesteerd te worden in het vinden van voedsel, het vluchten voor roofdieren en het bestrijden van parasieten. Dit garandeert ook dat alleen de geluksvogels zich een mooi verenpak kunnen aanmeten en daarmee te koop kunnen lopen. Toevallig goede voedselomstandigheden kunnen dus leiden tot verschillen in uiterlijk. Het is echter waarschijnlijker dat individuele kwaliteitsverschillen ook een genetische basis hebben. Een keuze voor een felgekleurde partner is dan een keuze voor een vogel -en dus nageslacht- met goed genetisch materiaal. Welke garantie is er dat een opvallend gekleurde vogel ook inderdaad gunstige genetische eigenschappen bezit? Waarom kunnen genetisch minder bedeelden niet ‘vals spelen’ en ook een mooi verenkleed ontwikkelen?

Het keurmerk van genetische kwaliteit is een mooi verenkleed. Drie voorbeelden.
Er zijn boeken vol geschreven over seksuele selectie, veel theoretische modellen proberen de kracht en werking van seksuele selectiedrukken te voorspellen en wekelijks verschijnen er vele biologisch wetenschappelijke tijdschriften die bol staan over dit onderwerp. In drie voorbeelden uit recent onderzoek worden mechanismen geopperd die suggereren dat mooi (rood) gekleurde vogels garant staan voor genetische kwaliteit.

1) Het broedkleed van de mannetjes van de Mexicaanse roodmus (Carpodacus mexicanus) varieert in kleur van vaal geel tot donkerrood (zie afbeelding 2). Door de Amerikaanse evolutiebioloog Geoffrey Hill en zijn collegae wordt dankbaar onderzoek gedaan aan deze vinkachtige. Ze hebben aangetoond dat de mate van roodkleuring en de intensiteit van het verenkleed voor wijfjes een belangrijk selectie-criterium is bij het kiezen van een mannetje. De diepst rood gekleurde mannetjes zijn het meest in trek als partner. De rode kleur wordt gevormd door kleurstoffen die carotenoïden heten. In tegenstelling tot melanine, een andere kleurstof in veren die vogels zelf kunnen produceren, moeten carotenoïden via het voedsel opgenomen worden. Roodmussen moeten dus tijdens de rui naar een zomerkleed, caretenoïd-rijk voedsel eten om zo rood en aantrekkelijk mogelijk uit de verf te komen. “Je bent wat je eet” is dus een zeer toepasselijke uitdrukking voor deze vogelsoort. Nu zijn carotenoïden relatief schaars aanwezig in het milieu en moeten roodmussen dus actief op zoek gaan naar deze roodkleuren. Ook is gebleken dat mannetjes die geïnfecteerd zijn met veel parasieten meer moeite hadden een mooi rood verenkleed aan te leggen. Vrouwelijke Mexicaanse roodmussen doen er dus goed aan om de felst rood gekleurde mannen te begeren, want die hebben bewezen in staat te zijn voldoende voedsel te kunnen vinden en hebben bovendien minder last van parasieten.

 Afbeelding 2. De kleur van mannetjes Mexicaanse roodmussen kan varieren van vaalgeel (midden) tot dieprood (boven), afhankelijk van de hoeveelheid caroteno챦den die worden gegeten . Vrouwtjes (beneden) zijn minder mooi gekleurd dan mannetjes.klik op de afbeelding voor een grotere versie

2) Rosse grutto’s (Limosa lapponica, zie afbeelding 3) komen in de Nederlandse Waddenzee slechts kortstondig voor als ze op weg zijn naar hun broedgebieden op de Siberische toendra. Als deze steltlopers rond koninginnedag in Nederland arriveren, hebben ze een lange non-stopvlucht uit West Afrika (3000 kilometer!), waar ze de winter hebben doorgebracht, achter de rug. Bij aankomst in de Waddenzee zijn de wadvogels al voor een groot gedeelte van een grijs winterkleed naar een mooi rood zomerkleed geruid. De mannetjes zijn feller rood dan de vrouwtjes. Het vervangen van het winterkleed heeft dus voor een groot gedeelte al in de overwinteringgebieden van deze trekvogels plaatsgevonden terwijl ze dan nog enkele maanden tijd en 6500 kilometer verwijderd zijn van hun broedgebieden, waar ze met behulp van hun zomerkleed een geschikte partner hopen te versieren.
In mei slaan rosse grutto’s in de Waddenzee vet in hun lichaam op als brandstof voor de lange trekvlucht en eiwit in de vorm van vergrote vliegspieren. Hierbij verdubbelen ze in gewicht ten opzichte van hun gewicht dat ze eind april bij aankomst in Nederland hebben! Dit ‘opvetten’ kost veel moeite en bovendien is er haast geboden om op tijd in de broedgebieden aan te komen om een territorium te bemachtigen. Dus het is maar goed dat de vogels tijdens hun tussenstop in Nederland zich niet ook nog bezig hoeven te houden met het kwetsbare proces van het vervangen van veren. Tijdens de rui isoleert een verenkleed namelijk de lichaamswarmte minder goed, en is het door een verhoogde luchweerstand ook lastiger om te manoeuvreren en dus te ontsnappen aan roofdieren.

De Nederlandse biologen Piersma en Jukema ontdekten echter dat tegen de verwachtingen in een deel van de vogels in de Waddenzee toch de rui naar een mooi zomerkleed hervatten. Het bleek hier om vogels te gaan die met het meest volledige zomerkleed in de Waddenzee arriveren en bovendien relatief zwaar waren. Exemplaren die dus qua tijd en energie goed in de slappe was zitten, kunnen het zich permitteren om de hoeveelheid en kwaliteit van rode veren op het laatste moment nog te maximaliseren. Vorig jaar verscheen van dezelfde onderzoekers een artikel waarin beschreven werd dat de vrouwtjes die deze ‘extra’ rui vertoonden ook minder darmparasieten herbergden. Ook bij rosse grutto’s lijkt het er dus op dat een rossig gekleurd verenkleed potentiële partners in de broedgebieden er op kan wijzen dat het desbetreffende individu in goede conditie is. Hoewel aannemelijk, is het bij deze soort overigens nog niet aangetoond dat de rossigste individuen inderdaad de voorkeur hebben tijdens de partnerkeuze.

 Afbeelding 3. Tijdens het broeden verbergt dit in Lapland broedende mannetje Rosse Grutto zijn opvallend rood gekleurde borst door zich bij naderend gevaar tegen de grond te drukken. Zo kan deze vogel opvallen tijdens de partnerkeuze zonder verhoogde kans om opgemerkt te worden door rofdieren tijdens het broeden.bron: Jan van de Kam, Griendtsveen, NL.

3) Een aantal Zweedse biologen kwam onlangs met een interessant idee waarom juist opvallend gekleurde kenmerken zoals veren, snavels en gekleurde oogringen in de strijd om een partner als indicator gelden voor een goede gezondheid. Om deze hypothese te begrijpen is een korte (en vereenvoudigde) introductie over het afweersysteem nodig. Het immuunsysteem van gewervelde dieren bestrijdt lichaamsvreemde ziekteverwekkers met zogenaamde vrije radicalen. Dat zijn elektrisch geladen moleculen, bijprodukten van de stofwisseling, die lichaamscellen aanvallen door de celmembranen binnen te dringen en daar een reactie aangaan met enzymen, essenti챘le eiwitten en nucle챦nezuren.

Er zijn twee soorten immuunresponsen, een specifieke en een algemene. Bij de specifieke respons moet het lichaam een specifieke antistof aangemaakt hebben, waar een vogel dus ook het genetisch materiaal voor moet hebben. In zo’n geval wordt met weinig vrije radicalen de ziekteverwekker specifiek bestreden. Bij een algemene immuunrespons worden echter veel vrije radicalen gebruikt, die minder specifiek allerlei weefsel aantasten, en niet alleen het pathogeen. Kleurrijke veren en andere ornamenten die een rol spelen bij de partnerkeuze zijn gemaakt van weefsel dat over het algemeen erg gevoelig is voor vrije radicalen. Gezonde dieren die dus vrijgebleven zijn van ziekteverwekkers, of dieren die het genetisch materiaal bezitten om ziekteverwekkers te bestrijden met behulp van specifieke antistoffen zullen zelf ook minder schade leiden van veel vrije radicalen. Felgekleurde veren, die kwetsbaar zijn voor vrije radicalen, kunnen dus alleen nog sterker kleuren als een vogel niet al te vaak ziek is geweest of op het moment ziek is. Omdat alleen gezonde dieren sterk gekleurde veren kunnen produceren, doet een vogel er dus goed aan om met een felgekleurde partner te paren. Op die manier worden directe infecties vermeden en is de kans groot dat de genen voor een effectief immuunsysteem (èn een aantrekkelijk gekleurd verenpak) aan de jongen worden doorgegeven.

Concluderend is er de afgelopen jaren steeds meer duidelijk geworden over de oorsprong van de vaak mooie rode kleuren van vogels. Het is aannemelijk dat vogels met zo’n verenpak hun kwaliteit aan soortgenoten willen showen tijdens de partnerkeuze. Voor verschillende vogelsoorten kan er een ander signaal uitgaan van zo’n verenkleed. Het kan betrouwbaar aantonen dat een vogel weinig parasieten bezit of deze effectief kan bestrijden, dat een vogel een efficiente trekvogel is of dat de vogel in kwestie goed is in het vinden van voedsel. Een combinatie van verschillende signalen is ook mogelijk. In elk van de gevallen zorgt een voorkeur voor een sterk gekleurde partner voor de instandhouding en misschien zelfs versterking van de mooie kleuren over generaties. De felle strijd om partners die de roodborstjes elk voorjaar in de achtertuin voeren, heeft in ieder geval tot gevolg dat mensen van de daaruitvolgende kleurenpracht kunnen genieten.

Bronnen:
Jukema, J., en Piersma, T. 1993. Hoe rosser de grutto, hoe beter ie trekt. Limosa 66: 32-34
Van de Kam, J., Ens, B., Piersma, T., en Zwarts, L. 1999. Ecologische atlas van de Nederlandse
wadvogels. Schuyt & Co, Haarlem.

 Bezoek de website van het NIBI
VOGELZANG 

Had Darwin het fout? Nieuwe studie naar vogelzang zet Darwin’s theorie van sexuele selectie op losse schroeven

Superb Fairywren Malurus cyaneus
boven: zingend vrouwtje!
onder: mannetje [5]
©Bush Telegraph

Een artikel met de kernachtige en krachtige titel ‘Female song is widespread and ancestral in songbirds‘ [1] wil niets minder dan een revolutie teweeg brengen in het denken over sexuele selectie. Het artikel toont aan dat bij vogels niet uitsluitend de mannetjes zingen zoals altijd gedacht is. Vrouwtjes luisteren niet alleen, maar zingen ook. Sinds Charles Darwin hebben biologen het verschijnsel dat mannetjes zingen geinterpreteerd als een manier om vrouwtjes aan te trekken en concurrende mannetjes te verdrijven. Tegelijk verdedigen mannentjes daarmee hun territorium in het broedseizoen. Dat vrouwtjes de mannetjes kiezen met de mooiste zang verklaarde Darwin als eerste met sexuele selectie. Strikt genomen sluit dit niet uit dat vrouwtjes ook zingen, maar waarom zouden ze eigenlijk? Bovendien werd het niet waargenomen. Behalve enige uitzonderingen. Maar het artikel claimt dat bij 71% vande onderzochte vogelsoorten wereldwijd de vrouwtjes ook zingen. De meerderheid! Het artikel gaat nog verder: zang bij beide geslachten was aanwezig in de voorouders van alle zangvogels en exclusieve mannentjeszang is later ontstaan bij een minderheid. In alle soorten waarbij de vrouwtjes niet zingen moet dit verklaard worden als een secundair kenmerk. Een kenmerk dat verloren is gegaan (verliesmutatie). Dit zet de wereld op zijn kop! Dat uitsluitend de mannetjes zingen is een secundaire eigenschap van zangvogels. Terwijl we niet beter wisten dat zingende mannetjes de regel zijn en zingende vrouwtjes de uitzondering. En dat dat altijd zo geweest was.

Dit is een totaal tegen-intuïtief idee. Iedere vogelliefhebber weet immers dat als hij een merel, roodborst, tjiftjaf of tuinfluiter hoort zingen, dat het een mannetje is. Beweren dat vrouwtjes ook zingen, klinkt net als: mannetjes leggen ook eieren, maar dat heeft iedereen altijd over het hoofd gezien!

De onderzoekers hebben in totaal 323 soorten onderzocht (literatuur onderzoek):

229 soorten zingt het vrouwtje ook 32 families = 71% van de soorten
  94 soorten zingt het vrouwtje niet 19 families = 29%
323 soorten totaal 34 families =100%

(In totaal zijn er plm 112 zangvogel families.)

Radikaal
Deze resultaten zijn een omkering van de feiten waarop Darwin zijn theorie baseerde, en daarom moet de hele theorie van sexuele selectie opnieuw bekeken worden:

“Here we propose and test an evolutionary scenario that is radically different from the framework used since Darwin applied his theory of sexual selection to bird song: rather than being rare and atypical, we propose that female song is widespread and ancestral in songbirds.”

Dus, de resultaten zijn voor de auteurs aanleiding voor niet zomaar een kleine revisie, maar een totale omkering van de traditionele visie dat vrouwtjeszang een uitzondering of afwijking is, maar zang bij zowel mannetjes als vrouwtjes is de regel, en de afwezigheid van zang bij vrouwtjes is de uitzondering. Dit blijft niet zonder gevolgen voor Darwin’s theorie van sexuele selectie:

“a result that challenges the view that sexual dimorphism in song production arises primarily as a result of sexual selection.”

Darwin’s theorie van sexuele selectie als verklaring voor het bestaan van verschil in zang van mannetjes en vrouwtjes wordt dus sterk in twijfel getrokken.

Wat heeft Darwin gezegd?

fotoreproductie v.d.
1871 editie

De auteurs citeren Darwin’s The Origin of Species (1859) waarin Darwin het verschil in verenkleed en zang bij vogels verklaart door voorkeuren van vrouwtjes bij partnerkeuze [2]. Nu is de The Origin of Species het belangrijkste werk van Darwin waarmee hij het meest bekend is geworden, maar Darwin behandeld zijn theorie van sexuele selectie in ‘The Descent of Man, and Selection in Relation to Sex‘ (1871) waarin hij maar liefst 4 hoofdstukken aan vogels wijdt [3]. De paragraaf ‘Vocal and instrumental music’ gaat over zang bij vogels. De paragraaf is bijzonder amusant en onthullend en geeft een beeld hoe men in die tijd met vogels omging, zoals het vangen van vinken met een zingende lokvogel en met lijmstokjes [3]. Maar waar het hier om gaat is dat Darwin de opvatting van experts citeert die zeggen dat vrouwtjes het best zingende mannetje kiezen:

“Bechstein, who kept birds during his whole life, asserts, “that the female canary always chooses the best singer, and that in a state of nature the female finch selects that male out of a hundred whose notes please her most”. (p 52 part II chapter XIII Princeton paperback editie 1981)

Maar:

“Some authors, however, argue that the song of the male cannot serve to charm the female, because the females of some few species, such as of the canary, robin, lark, and bullfinch, especially when in a state of widowhood, as Bechstein remarks, pour forth fairly melodious strains.” (p. 54)

goudvink, eigen opname.
Zie: Goudvink laat zich vrij makkelijk fotograferen

Dus Darwin noemt de kanarie, roodborst, leeuwerik, en goudvink als voorbeeld van soorten waar de vrouwtjes ook zingen, maar denkt dat het een artefact is dat verklaard kan worden door abnormale, onnatuurlijke omstandigheden (kooivogels!). Hij merkt wel op dat bij ganzen het mannetje niet altijd de meest luidruchtige is. Verder in het hoofdstuk geeft hij echter vele voorbeelden van anatomische verschillen in stembanden en veren en het gedrag (balts) van mannetjes ten opzichte van vrouwtjes. Ook zijn bij vogels de mannetjes meestal feller gekleurd dan vrouwtjes en dat ziet Darwin begrijpelijkerwijs als allemaal wijzend in dezelfde richting, nl. dat mannetjes zingen om vrouwtjes aan te trekken. Met andere woorden: sexuele selectie.

Als Darwin in Australië had gewoond…
Eén van de auteurs van het revolutionaire (mag ik wel zeggen) artikel ‘Female song is widespread and ancestral in songbirds‘  is de Leidse onderzoeker Katharina Riebel. In een telefonische interview vertelde zij dat twee van de medeauteurs Australiërs zijn die uit eigen waarneming talloze vogelsoorten kennen waar de vrouwtjes ook zingen. Je kunt zelfs zeggen dat het daar eerder regel dan uitzondering is. Zie foto van de Australische ‘Superb Fairywren’ hierboven. Bij deze vogel is het wel erg gemakkelijk te constateren dat het vrouwtje zingt omdat het verenkleed zo sterk verschilt van het mannetje. In Europa en Noord-Amerika is de situatie wat betreft zingen het omgekeerde. Je kunt je dus afvragen of Darwin dezelfde theorie had bedacht als hij in Australië had gewoond!

De oorsprong van zangvogels
De onderzoekers constateren verder dat de oorsprong van zangvogels in Azië en Australië ligt en dat uit stamboom onderzoek blijkt dat de oorspronkelijke zangvogels gekenmerkt werden door zang bij beide geslachten (‘is ancestral in songbirds’). De Europese en Noord-Amerikaanse vogelsoorten stammen af van de Australische-Aziatische soorten en hebben door verliesmutaties de vrouwenzang grotendeels verloren. Tenminste, dat is de meest waarschijnlijke verklaring volgens de auteurs.

In het interview dat ik had met Katharina Riebel merkte ze op dat hoewel het artikel spreekt over alternatieven voor sexuele selectie zoals sociale selectie of natuurlijke selectie, Darwin’s theorie van sexuele selectie niet de prullenbak in kan. Het gaat hier om het kenmerk zang bij vogelvrouwtjes en dat Darwin’s theorie niet noodzakelijk op losse schroeven komt te staan voor andere kenmerken (uitwendige geslachtskenmerken) en voor andere diergroepen (zoogdieren, insecten, reptielen). Ook wil het niet automatisch zeggen dat vrouwtjes in het broedseizoen zingen of dat hun repertoire hetzelfde is. Verschillen kunnen er blijven.

Vragen, vragen, vragen
In feite roept het onderzoek vele nieuwe vragen op: welke selectiedruk tegen zang in vrouwtjes in Europese vogelsoorten zou er geweest kunnen zijn? Is er een relatie met aan- of afwezigheid van vogeltrek? monogamie? territorialiteit?testosterongehalte bij mannetjes? Wat gebeurt er in de hersenen van vrouwtjes waardoor ze hun zangcapaciteiten verliezen? Welke genen zijn er bij betrokken?
Ook moeten we opnieuw het veld in om zo goed mogelijk vast te stellen of er in Europa en Amerika vrouwtjes zingen: in het broedseizoen of ook er buiten? hebben ze ander reportoire? Wat is de kans dat je in Nederland een zingend vrouwtje aantreft? Het is duidelijk dat vele uren waarneming in het veld nodig zijn als vrouwtjes zelden zingen. En bovendien is het voor mij aanleiding opnieuw te lezen wat Darwin allemaal nog meer geschreven heeft over sexuele selectie bij vogels.

Noten

  1. Karan J. Odom et al (2014) Female song is widespread and ancestral in songbirds Nature Communications, 4 March 2014
  2. Charles Darwin (1859): “… female birds, by selecting, during thousands of generations, the most melodious or beautiful males, according to their standard of beauty, might produce a marked effect”, The Origin of Species.
  3. Charles Darwin (1871) ‘The Descent of Man, and Selection in Relation to Sex, met name hoofdstuk XIII: Secondary Sexual Characters of Birds. Zoek online op: Darwin Online, Identifier =  F955 en Text = “canary, robin” (bijvoorbeeld) en klik in de resultatenlijst op de link F955 dan kom je op de passage: “… because the females of some few species, such as of the canary, robin, lark, and bullfinch…” . De hele paragraaf geeft een verrassend tijdsbeeld van hoe ‘vogelliefhebbers’ toen omgingen met vogels in het wild: methodes van vogelvangen met lijmstokjes en de prijzen van verschillende zingende mannetjes. In één passage vertelt Darwin hoe iemand met lijmstokjes in 1 dag een record van 70 vinken heeft gevangen. De test voor de beste zanger is dat hij blijft zingen terwijl je met de kooi rondjes boven je hoofd draait!!!
  4. Misschien werd de observatie dat alleen manntjes zingen beinvloed door culturele factoren als het feit dat de katholieke kerk vrouwen niet mogen zingen in een kerkkoor (bron) en door het Bijbelse gebod “”The women should keep silent in the churches.” (1 Corinthians 14:34 English Standard Version). Dus: God had de vrouw bij mensen en vogels verboden te zingen!
  5. Het grappige is dat de wikipedia pagina over Superb Fairywren terloops vermeldt dat een bepaald liedje door het mannetje en vrouwtje gezongen worden. Terloops! Zonder op te merken dat dit typerend is voor veel zangvogels. Het onderzoek is zo nieuw dat het nog niet doorgedrongen is tot wikipedia.

Aussie birds prove Darwin wrong 5 Mar 2014 Dit is een radio interview met de Australische auteur van het artikel. Begin: 12:56 eind: 20 min.

Sciencedaily: Birdsong is not all about sexual selection: Female birds sing much more often than previously thought 5 Mar 2014

Publications – Katharina Riebel

DE MENS

Genen en partnerkeuze

Partnerkeuze

partnerkeuze

Vrouwen kiezen een partner op basis van zijn genen.

30 01 2007

Mensen neigen er toe partners te kiezen die een anders samengesteld genenpakket hebben dan zijzelf. Dat vermijdt inteelt en verhoogt de kans op een beter immuunsysteem van het nageslacht dat zo beter bestand is tegen ziektes.

Christine Garver-Apgar, promovenda bij de faculteit Psychologie van de Universiteit van New Mexico onderzocht vreemd gaan bij vrouwen in relatie met de overeenkomst in genen met de partner. Zij vond dat vrouwen met veel gedeelde genen minder sexueel werden aangetrokken tot hun partner, zich meer aangetrokken voelden door andere mannen en ook meer vreemd gingen. Dat effect werd nog versterkt in de vruchtbare periode van de maandelijkse cyclus.

(Gepubliceerd in: Psychological Science )

Mooi zijn is altijd goed

DOOR DIRK DRAULANS / Knack – 14-05-2008

Inteelt

Zijn sommige vormen van inteelt bevorderlijk voor de vruchtbaarheid? Knappen vrouwen af op mannen met veel testosteron? De studie van de biologie van de schoonheid blijft verrassen.

De meeste mensen kijken graag naar zichzelf. Zelfs ’s ochtends, wanneer ze toch zelden op hun aantrekkelijkst zijn, inspecteren ze zich grondig in de spiegel. Zoals de tragische Griekse held Narcissus, die zo verliefd werd op zijn spiegelbeeld in het water dat hij geen oog meer had voor iemand anders. Geen solide biologische strategie, want zo kom je niet tot voortplanten.

Wij hebben daar iets beters op gevonden. We lijken de neiging te hebben om naar kenmerken van onszelf in andere mensen te gaan zoeken. Uit experimenten gepubliceerd in het vakblad Proceedings of the Royal Society B blijkt dat studenten in een onlinespel om geld meer vertrouwen hadden in spelers die op henzelf leken dan in anderen. De studenten kregen van hun medespelers enkel foto’s te zien en daarvan waren sommige – buiten hun weten – zo gemanipuleerd dat er trekken van henzelf in terug te vinden waren. Die trekken volstonden om een groter vertrouwen te uiten.

Het vakblad Current Psychology heeft de resultaten van experimenten gepubliceerd, waarin foto’s van mensen zo werden gemanipuleerd dat ze eruitzagen als iemand van het andere geslacht. Alle proefpersonen werden vooral aangetrokken door de eigen, gemanipuleerde foto’s – ze wisten uiteraard niet dat het om een gemanipuleerde foto van henzelf ging. Mensen vallen dus op trekken van zichzelf wanneer ze potentiële partners evalueren.

Mensen hebben daarenboven de neiging om anderen met wie ze fysiek wat gemeen hebben, dezelfde psychologische eigenschappen toe te dichten, zoals hulpvaardigheid, opvliegendheid of een afkeer van afwassen. Dat uit zich in de werking van de hersenen. Daarin zit een zone, de ventrale mediale prefrontale cortex, die vooral actief is wanneer we reflecteren over onze voorkeuren en ervaringen. Maar hij is, volgens het vakblad Neuron, ook actief als we nadenken over de ervaringen van mensen met wie we ons om een of andere reden verbonden voelen. Nadenken over wat mensen ervaren met wie we weinig gemeen lijken te hebben, zit in een andere zone: de dorsale mediale prefrontale cortex. Hersenscans zouden dus perfect kunnen aantonen met wie we ons verbonden voelen.

De hersenen zijn uiteraard ook op het eigen lichaam gefocust. Als we een beeld zien van iemand in een pijnlijke situatie, zoals iemand die met zijn vinger tussen de deur zit, voelen we dat v챕챕l sterker als we ons inbeelden dat we het zelf meemaken, aldus het vakblad Neuropsychologia. De eigen pijn is de ergste pijn.

NEEF EN NICHT

Welke zin heeft het dat we onszelf aantrekkelijk vinden en bij anderen op zoek gaan naar onze eigen kenmerken? Dat is een interessante vraag. Er is al gepostuleerd, bij analogie met de vaststelling dat mensen ook eigenschappen van hun moeder mooi blijven vinden, dat we aangetrokken worden door alles wat naar mogelijke verwantschap kan wijzen. Vanuit biologisch oogpunt streven we er immers naar de eigen genen zoveel mogelijk naar de volgende generaties over te planten. Dit proces van verwantschapsselectie kan verklaren waarom we gemakkelijk geneigd zijn leden van de eigen familie te helpen, want die dragen gedeeltelijk ook onze genen. Het succes van de ingewikkelde maatschappijen van sociale insecten, zoals bijen en mieren, met steriele werksters die alles investeren in het grootbrengen van zusters en niet van dochters, steunt daarop: omdat ze allemaal verwant zijn aan elkaar, maakt het weinig uit dat ze zich niet zelf kunnen voortplanten. Ze doen het voor hun genen.

De interesse in kenmerken vergelijkbaar met die van jezelf komt op vele plaatsen in de dierenwereld voor. Het vakblad Molecular Ecology publiceert merkwaardige gegevens over de gevlekte landsalamander die erop wijzen dat vrouwtjes mannetjes prefereren waar ze licht aan verwant zijn. Een verschijnsel dat ook in andere diergroepen is waargenomen. Bij mensen is het regelmatig voorgekomen dat neven en nichten met elkaar trouwden. Met het risico op genetische afwijkingen tot gevolg. De zwaar gehandicapte Franse schilder Henri de Toulouse-Lautrec was een kind van een huwelijk tussen neef en nicht. De Europese vorstenhuizen hadden eeuwenlang te kampen met allerhande genetische aandoeningen, zoals hemofilie, die gestimuleerd worden door inteelt. Een beperking van de genetische variatie kan tot een opstapeling van fouten in de genen leiden.

Maar nieuwe inzichten tonen aan dat er voordelen verbonden kunnen zijn aan inteelt. Lichamen zijn in principe goed aangepast aan de lokale situatie waarin ze moeten gedijen. Het kan dan een risico zijn te grote veranderingen te introduceren, want zo dreig je nakomelingen te krijgen die misschien minder goed aangepast zijn aan de heersende omstandigheden dan jezelf. Een zeker conservatisme in de partnerkeuze is dus mogelijk een goede aanpassing.

Wat de aantrekkelijkheid van je eigen kenmerken in andere mensen zou kunnen verklaren. Misschien zijn mensen die wat op jezelf lijken dus ook goed aan de heersende omstandigheden aangepast. Zonder dat ze daarom noodzakelijk sterk verwant zijn, en de risico’s op inteelt dus beperkt blijven.

Wetenschappers zijn wel op zoek getrokken naar voorbeelden die illustreren dat inteelt gunstig kan zijn. Het blad Science News gaf in deze context enkele opmerkelijke indicaties.

Een soort bastkever uit Azië is sinds 1994 onze Belgische bossen aan het veroveren en kan zware schade aan pas omgevallen bomen aanrichten, omdat vrouwtjes er grote broedkamers in knagen, waarin ze schimmeltuinen aanleggen voor de voeding van hun jongen. Het lijkt in deze soort de gewoonte te zijn dat broer en zus met elkaar paren. Er zijn tot dusver geen schadelijke neveneffecten op de nakomelingen gezien, maar er is wel vastgesteld dat eieren van broederzusterparen gemakkelijker uitkomen dan andere. Waarom, is niet duidelijk.

Ook van sommige Afrikaanse cichlidenvissen is vastgesteld dat paartjes van broer en zus het er beter afbrengen dan andere. De visjes van een soort uit Nigeria en Kameroen gebruiken holletjes in de rivierwand, waarin ze hun jongen onderbrengen om ze tegen rovers te beschermen. Vader en moeder vormen een monogaam paartje en zorgen samen voor de kids. Als een koppeltje uit broer en zus bestaat, worden er meer inspanningen geleverd om de jongen te bewaken. De visjes zouden inteelt geïntroduceerd hebben om een vorm van goede ouderzorg mogelijk te maken. Want met inteelt, waarin je dus paart met iemand aan wie je verwant bent, hebben je nakomelingen meer genen met jezelf gemeen dan wanneer je een volslagen vreemde als partner kiest.

Je zet je dus voor méér genetisch nakomelingschap in, wat in omstandigheden zonder opvallende genetische risico’s gunstig zou kunnen zijn.

BLONDJES ZIJN DOM

Het wetenschappelijk topvakblad Science bracht enkele maanden geleden een opvallende analyse uit een grootschalig IJslands genetisch project, waarin 165 jaar gegevens over 160.000 koppels zijn opgenomen.

Uit de resultaten blijkt dat huwelijken tussen neef en nicht gemiddeld minder succesvol waren dan andere verbintenissen, met minder nageslacht en meer kinderen die op jonge leeftijd stierven. Maar koppels die bestonden uit neven en nichten van de derde generatie, die dus een betovergrootouder gemeen hebben, brachten het er het best af: meer kinderen en meer kleinkinderen dan eender welke andere samenstelling (zelfs onverwante) van koppels. Het laatste woord over inteelt is dus nog niet gezegd. Links en rechts gaan er al stemmen op om de beladen term – inteelt wordt per definitie geassocieerd met negatieve gezondheidseffecten – door iets neutralers te vervangen.

Wanneer het niet gaat om de herkenning van eigen kenmerken vervallen mensen bijna vanzelf in stereotypen: blondjes zijn dom, rosharigen agressief, dikke mensen gemoedelijk, dat soort dingen. Stereotypen maken het gemakkelijk om orde in de chaos te brengen, om overzicht te krijgen in de enorme variatie in kenmerken die we voortdurend voorgeschoteld krijgen. Dat geldt ook voor de evaluatie van schoonheid.

Schoonheid

We kunnen met redelijke zekerheid stellen dat één axioma altijd opgaat inzake de evaluatie van schoonheid: wat mooi is, is goed – anders zou het niet als mooi gezien worden. De bedenker van de evolutietheorie, Charles Darwin, realiseerde zich al dat een van de pijlers van evolutie, naast natuurlijke selectie, seksuele selectie is, waarbij individuen een partner kiezen in functie van eigenschappen die wijzen op succes. Een gorillavrouwtje zal zich graag laten dekken door het sterkste gorillamannetje, zelfs als dat betekent dat ze zijn aandacht moet delen met andere vrouwtjes. Want de sterkste gorilla is het beste mannetje, en biedt dus ook de beste garantie op succesvolle kinderen, waardoor hij veel vrouwtjes aantrekt.

Het klassieke voorbeeld van seksuele selectie is de pauw die loopt te pronken met zijn staart: een onhandig gevaarte dat hem hindert bij het vliegen en het ontsnappen aan eventuele belagers, maar dat ook wijst op zijn alertheid en goede gezondheid. Een grote, glanzende staart kan namelijk alleen maar gemaakt zijn door een mannetjespauw waar weinig op aan te merken is, en die dus ook veel kans heeft om goede kinderen voort te brengen.

Het onderzoek naar de menselijke schoonheid als een door seksuele selectie gekneed concept is trouwens, na een overzicht van enkele jaren geleden in het wetenschappelijke vakblad Biological Reviews‘Darwiniaanse esthetica’ gaan heten.

Het is ondertussen bekend dat symmetrie zo’n esthetisch kenmerk is. Een symmetrisch lichaam is een lichaam waarin tijdens de embryonale ontwikkeling weinig fouten zijn geslopen, want anders zou het minder symmetrisch geweest zijn. Symmetrie kan dus een indicatie zijn van goede genetische kwaliteiten. Een inzicht dat niet alleen in de aantrekkingskracht van gezichten een rol zou spelen, maar ook in, bijvoorbeeld, het evalueren van een stem: een mooie, diepe mannenstem zou een stem gelinkt aan symmetrische stembanden zijn. Symmetrische borsten zouden dan weer meer melk produceren dan asymmetrische, en dus ook rechtstreeks aan een meer geslaagde voortplanting gekoppeld kunnen zijn.

VOLLE RODE LIPPEN

Jeugdigheid is een ander kenmerk dat aantrekkelijkheid bevordert, zeker in een soort zoals de mens die met het ouder worden haar vruchtbaarheid verliest – onze vrouwen worden op een gegeven ogenblik (de menopauze) zelfs totaal onvruchtbaar. Een mensenvrouw zou maximaal vruchtbaar zijn op haar 24e. Alle signalen die gelinkt kunnen worden aan jeugdigheid zijn daarom interessante signalen, en zijn gekoppeld geraakt aan schoonheid.

Een gave huid, stevige borsten en blonde haren (de haren hebben met het verouderen de neiging donkerder te worden) signaleren jeugdigheid, en worden dus alvast in onze cultuur graag aan schoonheid gelinkt, toch zeker aan vrouwelijke schoonheid.

Omdat een gezond mannenlichaam minder cruciaal is voor de voortplanting – het hoeft geen dracht en bevalling te ondergaan en dient ook niet te zogen – zijn eigenschappen die jeugdigheid signaleren bij mannen minder aan de orde dan bij vrouwen. Vrouwen zullen mannen vooral taxeren op eigenschappen die van hen een goede partner, en zo mogelijk ook een goede vader, kunnen maken. Vroeger waren dat spieren en testosteron, want kracht en een zekere mate van agressiviteit waren nuttig bij de talrijke fysieke confrontaties in prehistorische tijden. Aan testosteron gerelateerde kenmerken, zoals ruige lichaamsbeharing, een stevige kin en brede voorarmen, waren gegeerd.

Maar met het veranderen van de omgevingseigenschappen worden ook de kenmerken die van mannen goede partners maken bijgestuurd. Testosteron is minder aan de orde in onze op communicatie en diensten gestoelde maatschappij, waarin kracht nagenoeg alleen nog bij sportmanifestaties nuttig kan zijn. Vrouwen zijn geleidelijk mannen gaan kiezen met minder uitgesproken mannelijke kenmerken, zodat de moderne man er in vergelijking met zijn prehistorische voorzaat heel wat vrouwelijker uitziet. Als er één type kenmerken is dat goed ouderschap etaleert, zijn het vrouwelijke kenmerken.

Er zijn – misschien gelukkig maar – ook kenmerken waar we minder greep op lijken te hebben, zoals geur. Dat komt deels doordat sommige geurstoffen, zoals feromonen, niet altijd een stevige indruk nalaten: we voelen niet bewust dat ze actief zijn. Sommige mensen worden, zonder dat ze precies beseffen waarom, door elkaar aangetrokken omdat ze goed matchende feromonen en andere lichaamsgeuren hebben. Hier zou expliciet naar een vorm van genetische veelzijdigheid gestreefd worden, in die zin dat mensen geuren aantrekkelijk lijken te vinden die gekoppeld zijn aan een type genetische afweer dat sterk van dat van henzelf verschilt. De logica daarachter is dat een mengeling van twee types afweer kinderen een bredere dekking tegen allerhande onheil kan verschaffen. Een element waarvoor al wat wetenschappelijke ondersteuning is gevonden, maar dat nog steeds voer is voor discussie en debat.

De cosmetica-industrie probeert greep te krijgen op lichaamsgeuren. Er worden om de haverklap parfums op de markt gebracht die op de werking van feromonen zouden steunen, en waarvan de gebruiker zou profiteren door een onwaarschijnlijke verhoging van zijn aantrekkingskracht op het andere geslacht. Voorlopig is de greep van de industrie op de verborgen chemie van het menselijk lichaam evenwel te beperkt om een groot effect te hebben. De parfumindustrie lijkt eerder uit te blinken in het verbergen van kwalijke geurtjes dan in het promoten van geschikte lichaamsgeuren. En misschien maar goed ook, want er sluipen in de schoonheidswereld al genoeg mogelijkheden om valse kwaliteitssignalen te sturen. Het wordt steeds moeilijker om een ‘eerlijk’ – lees: biologisch verantwoord – oordeel over iemands kwaliteiten te vellen.

Want de cosmetica-industrie is vooral goed geworden in het promoten van signalen bij vrouwen die jeugdigheid etaleren, zelfs jeugdigheid gekoppeld aan extra vruchtbaarheid. Het is ondertussen bekend dat de ontwikkeling van volle en wat rodere lippen in de puberteit, en van geprononceerde jukbeenderen en een blos op de wangen, gelinkt is aan een hormonenconstellatie die met goede kansen op vruchtbaarheid is geassocieerd. Meisjes met van nature vollere lippen en een blos zijn gemiddeld vruchtbaarder dan andere meisjes. Oordeel nooit voor ’s ochtends, zou een gezonde waarschuwing kunnen zijn voor de op eerlijke signalen beluste man.

Meisjes doen er uiteraard ook goed aan de indicaties van vermogen die een man etaleert op hun waarheidsgehalte te taxeren. Want ook daarin zijn de mogelijkheden om vals te spelen eindeloos groot.

En een vrouw heeft zoveel meer te verliezen dan een man als ze een foute partnerkeuze maakt, precies omdat ze zoveel meer in de voortplanting moet investeren.

Op het eerste gezicht

“Na een tiende seconde is het oordeel al geveld”

  • Wat vinden we een aantrekkelijk gezicht? Duitse onderzoekers zochten het grondig uit en maakten er een geweldige website over.

    Vinden we iemand aantrekkelijk, betrouwbaar, competent? Een gezicht hoeft maar een tiende seconde in beeld te zijn en we hebben onze mening al klaar. Dat verandert niet meer door langer kijken. Dus nadenken over zo’n portret doen we vervolgens alleen om ons oordeel te rechtvaardigen, niet om het te vormen, zeggen Amerikaanse psychologen.

    In 1772 publiceerde de Zwitserse theoloog Johann Caspar Lavater het boek ‘Over de Physiognomie’. Daarin beschreef hij tot in detail welke verbanden er volgens hem waren tussen gelaatstrekken en karaktertrekken. Zonder enige wetenschappelijke onderbouwing, maar dat verhinderde niet dat het een van de meest invloedrijke boeken van de achttiende en negentiende eeuw werd. In onze tijd hebben de ideeën van Lavater niet zoveel aanhangers. Maar het beoordelen van mensen op hun uiterlijk, dat doen we nog wel allemaal. Na een tiende seconde kijken denken we zelfs al te weten wat voor vlees we in de kuip hebben, demonstreren de Amerikaanse psychologen Janine Willis en Alexander Todorov.

    Ze hebben een groot aantal studenten gezichten van acteurs laten zien en ze gevraagd die zo snel mogelijk te beoordelen. De 66 gezichten, met een neutrale uitdrukking, werden erg kort getoond, namelijk een hele, een halve of zelfs maar een tiende seconde. ‘Is deze persoon aardig?’, was de vraag aan sommige studenten. Andere groepen bogen zich over de betrouwbaarheid, competentie, agressiviteit of aantrekkelijkheid van de getoonde mensen. Ja of nee, met één druk op de knop was het oordeel geveld. Daarna moesten de proefpersonen steeds aangeven hoe zeker ze waren van hun oordeel.

    Een andere groep studenten kreeg uitgebreid de tijd om dezelfde portretten te bekijken en mocht cijfers geven voor elke geteste eigenschap: bijvoorbeeld een één voor een totaal onbetrouwbare tronie en een negen (het hoogst haalbare) voor iemand aan wie je je pincode zonder een moment van twijfel zou vertellen. Die oordelen dienden als referentie voor de snelle proef. Gelukkig voor de onderzoekers was er een sterk verband tussen de cijfers en oordelen in de ja/nee-test. Met andere woorden: een gezicht dat bij lang bestuderen onbetrouwbaar werd gevonden, kreeg dat stempel ook vaak in de snelle proef.

    Uit die snelle tests bleek dat het voor de oordelen van de studenten eigenlijk niet uitmaakte of ze een tiende, een halve, of een hele seconde naar de portretten hadden kunnen kijken. Ze reageerden even snel, en werden alleen wat zekerder over hun oordeel als ze langer de tijd hadden gekregen om te kijken. Kortom, zeggen deze onderzoekers: in honderd milliseconden is het oordeel geveld, en daar verandert niets meer aan met langer kijken. Langer nadenken helpt hooguit om argumenten te bedenken bij het eerste, intuïtieve oordeel. Dat je ook kunt nadenken over de herinnering aan een gezicht dat je heel kort hebt gezien, vinden ze blijkbaar niet van belang.

    De onderzoekers hadden vooraf gedacht dat het verband tussen de uitslagen van de twee proeven het sterkst zou zijn voor de eigenschap aantrekkelijkheid, maar dat bleek niet het geval. De oordelen over betrouwbaarheid bleken het meest overeen te stemmen.

    “Achteraf gezien is dit geen verrassende bevinding”, aldus Willis en Todorov in het artikel (waarschijnlijk niet beseffend dat zoiets voor alle mogelijke bevindingen opgaat). “Evolutionair psychologen hebben betoogd dat het detecteren van betrouwbaarheid essentieel is voor de overleving.” Bovendien, voegen ze daaraan toe, laat hersenonderzoek met scanners de laatste jaren ook zien dat het oordeel over betrouwbaarheid spontaan en automatisch tot stand komt, zonder tussenkomst van de hersenschors, het deel van de hersenen waarmee we redeneren.

    Waarschijnlijk geldt dat dus voor meer eigenschappen die we van gezichten denken af te lezen. Of we daar de volle honderd milliseconden voor nodig hebben is trouwens niet duidelijk geworden door dit onderzoek. Het is best mogelijk dat de ondergrens nog lager ligt. Tonen deze proeven nu het gelijk van Lavater aan? Nee natuurlijk. Dat iedereen ruwweg dezelfde eigenschappen aan een gezicht toeschrijft, wil nog niet zeggen dat de eigenaar ook daadwerkelijk zo in elkaar steekt als de kijkers denken.

    Elmar Veerman

    Sluit dit venster

    Enkele jaren geleden maakte een Britse forensisch antropoloog deze ‘reconstructie’ van het mogelijke gezicht van Jezus. Wat zou Lavater hiervan gevonden hebben?

    Sluit dit venster

    Gezichten die zijn samengesteld uit een groot aantal portretten, zoals deze, worden vaak aantrekkelijk gevonden. Duitse onderzoekers leggen uit waarom op http://www.beautycheck.de

    Janine Willis en Alexander Todorov: ‘First Impressions – making up your mind after a 100 ms exposure to a face’, Psychological Science, juli 2006

    ZIP! Weg herinnering’, http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/29780641/;jsessionid=96A88F29F00C9C968D9B1023BBE12014″>

Sexuele selectie bij de mens
Ideale lichaamsvorm vastgesteld
21 augustus 2008
Britse wetenschappers hebben de aantrekkelijkste lichaamsvorm voor zowel mannen als vrouwen vastgesteld.
Vrouwen maken het meeste indruk met een klein postuur en lange benen. 
Mannen zouden vooral succes hebben met een lang lichaam en relatief korte benen.

De onderzoekers van Brunel University in Londen gebruikten een 3D-scanner om gedetailleerde afbeeldingen te maken van 77 mannen en vrouwen.
Het gezicht en de huidskleur van de modellen werd geneutraliseerd met de computer, zodat proefpersonen de afbeeldingen daarna puur op lichaamsvorm konden beoordelen.
Uit de beoordelingen bleek dat symmetrische lichamen van zowel mannen als vrouwen het meest in de smaak vielen.
Maar volgens de onderzoekers is die symmetrie vaak niet met het blote oog te ontdekken.
De proefpersonen maakten hun keuzes vooral op basis van opvallende lichaamskenmerken.
Slanke taille
Zo waren mannen het meeste onder de indruk van een klein vrouwenlichaam met slanke taille en verhoudingsgewijs lange benen en grote borsten.
Beroemde voorbeelden worden ook genoemd door de onderzoekers: Scarlett Johansson, Raquel Welch en Marilyn Monroe.
Vrouwen vielen vooral voor mannen met brede schouders, een wat langer bovenlichaam en relatief korte benen, zoals de Olympische recordzwemmer Michael Phelps.
Symmetrisch
De mensen met de genoemde mannelijke en vrouwelijke lichaamskenmerken waren volgens de 3D-scans vaak ook meer symmetrisch.
En eerder onderzoek heeft uitgewezen dat ‘symmetrische’ mensen weer over betere genen beschikken.
Volgens hoofdonderzoeker William Brown is dat allemaal geen toeval.
“Het wordt al langer aangenomen dat mensen aangetrokken worden door iemand, met wie ze verwachten een hoge kwaliteit nakomelingen te kunnen verwekken”, 
verklaarde hij tegen de Britse krant Daily Telegraph.
“Omdat symmetrie vaak moeilijk met het blote oog is te ontdekken, gebruikt de evolutie ook andere signalen om de kwaliteit en vruchtbaarheid van een mogelijke partner aan te geven , zoals brede schouders en een slanke taille.”
(c) NU.nl/Dennis Rijnvis
 
Grootste man ter wereld met echtgenote

Meer seks met symmetrisch lijf

Mensen met een symmetrisch lichaam worden aantrekkelijker gevonden door personen van het andere geslacht.

Mensen met een gelijkmatig gezicht vinden we knapper dan mensen met scheve gelaatstrekken, dat was al bekend. Maar hoe zit dan met de rest van het lichaam, vroegen Engelse onderzoekers zich af.

Een probleem bij dit soort onderzoek is dat niet alleen de vorm van iemands lichaam de aantrekkelijkheid bepaalt. Ook kleding- en haarstijl, huidskleur of gezichtsuitdrukking spelen een rol. Daarom gebruikten de onderzoekers in plaats van proefpersonen computerbeelden die leken op echte lichamen, maar die gestript waren van alle extra informatie. Proefpersonen zagen alleen naakte lijven, op het virtuele slipje na dan.

Sluit dit venster

Van dit soort computerbeelden moesten de proefpersonen aangeven hoe aantrekkelijk ze ze vonden (beeld: PNAS)

De mate van symmetrie van zo’n computerlijf werd berekend op basis van metingen aan nek, schouders, borst, onderarm, biceps, onderarm, elleboog, knie, enkel en voet (enzovoorts) van de proefpersoon. Vervolgens werden de beelden getoond aan proefpersonen van de andere sekse, die aan moesten geven hoe aantrekkelijk ze een bepaald lichaam vonden. Bij zowel mannen als vrouwen scoorden de symmetrische lichamen beduidend beter. De onderzoekers vermoeden dat dit komt doordat symmetrie een reflectie is van een gezond lichaam.

Arianne Hinz

Wiegende wespentailles

Met een wespentaille alleen redden de dames het niet. Ze moeten ook heupwiegen, ontdekten Amerikaanse onderzoekers.

Onderzoekers uit New York en Texas lieten proefpersonen reageren op geanimeerde schaduwen met verschillende heup-taille verhoudingen en loopbewegingen. De silhouetten hadden geen borsten, haar of gezichtstrekken. Hun loopbewegingen varieerden van vrouwelijk, met wiegende heupen, tot mannelijk, met breed bewegende schouders, zoals te zien is in de filmpjes.

En wat blijkt?

Als een proefpersoon het geslacht van zo’n geanimeerd poppetje eenmaal heeft vastgesteld, vormt dit de bril waardoor alle andere seksuele aspecten bekeken en geëvalueerd worden. Is de animatie een vrouw, heeft ze een vrouwelijk figuur én beweegt ze ook nog vrouwelijk, dan wordt ze als aantrekkelijker gezien, dan wanneer lichaamsvorm en manier van bewegen niet overeenkomen.

Een wespentaille alleen is dus niet genoeg.De dames daarnaast ook hun heupen in de strijd gooien.

En voor de mannen geldt precies het tegenovergestelde. Om aantrekkelijk gevonden te worden moeten ze niet al te veel taille hebben.

Maar ze moeten daarnaast ook niet te veel met hun heupen wiegen en juist wel hun schouders in de strijd gooien.

Sluit dit venster

Alleen een mooi lijntje is niet genoeg om iemand van de andere sekse het hoofd op hol te brengen. Bijpassende heup- en schouderbewegingen blijken net zo belangrijk.

http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/33630123/

Dans goed, lijf goed

Wat zeggen je dansbewegingen over je algemene aantrekkelijkheid? Veel, blijkt uit een studie met dansende dummy’s.

Symmetrische mensen dansen beter. William Brown en collega’s van de Rutgers University in New Jersey gebruikten acht camera’s tegelijk om 183 jonge Jamaïcanen, zowel jongens als meisjes, te filmen terwijl ze in hun eentje dansten op een populair deuntje. Uit de beelden van veertig dansers werden anonieme, geslachtsloze computeranimaties gemaakt, die de dansbewegingen van de jongeren precies nadeden. Meer dan 150 jongeren bekeken deze dansende dummy’s en beoordeelden vervolgens de aantrekkelijkheid van de bewegingen. Uit twintig vraaggesprekken bleek dat niemand de dansers aan hun bewegingen had herkend.

Vooraf hadden de onderzoekers de symmetrie van de dansers grondig doorgemeten. Ze hadden expres de tien meest symmetrische en de tien minst symmetrische jongeren van elk geslacht gekozen om model te staan voor de dansdummy’s.

Wat ze verwacht hadden, bleek te kloppen: dummy’s van de symmetrische jongeren werden aantrekkelijker gevonden dan die van de asymmetrische. Dat gold vooral voor meisjes die bewegingen van jongens beoordeelden.

Heel verklaarbaar, vinden de onderzoekers, want dames investeren het meeste in de voortplanting en hebben dus veel belang bij het vinden van een gezonde, hoogwaardige partner.

Symmetrie geldt als een sterke maat voor die kwaliteit. Zijn symmetrische mensen ook echt succesvoller in de voortplanting? De toekomst zal het uitwijzen, want de onderzoekers willen deze groep jongeren nog lang volgen

Sluit dit venster

Een dansende jongere met zijn dummy achter hem geprojecteerd. Foto: W. Brown

Vogelmannen dansen als duo

http://images.vpro.nl/img.db?41494227+s(400) Het kan wel vijf jaar duren voor hij aan de beurt is. Maar scheve ogen, ho maar

Bij veel diersoorten vechten de mannetjes om het recht op seks. In Costa Rica leven vogels die samen een dansje doen, waarna een van de twee dansers van de daad afziet.

Zo’n tweede man blijft tot vijf jaar lang netjes wachten op zijn kans, aldus zoöloog David McDonald van de universiteit van Wyoming (VS) op de jaarlijkse wetenschappelijke bijeenkomst AAAS. Hij erft het territorium als het ‘alfamannetje’ sterft.(1)

“Voor zover ik weet is dit het enige voorbeeld van samenwerking tussen mannetjes bij het paren uit het hele dierenrijk”, zei hij.

Het samenwerken is bij de langstaart-manakin, zoals de vogelsoort heet, niet gebonden aan de familiekring. Overigens is het verhaal over deze buitenbroederlijke samenwerking niet helemaal nieuw. Onderzoekster Emily Duval schreef er al in 2007 over in The American Naturalist, en een studente van de Belgische site Penhousepikte dat op. Maar McDonald komt met nieuwe details. En het mooiste is natuurlijk het filmpje van de dansende mannen dat daar ook te bekijken is.

Elmar Veerman

NOOT (1) het is niet ongewoon dat vrouwen die zonder man vallen , een relatie beginnen met een van hun “vroegere” minnaars/ huisvrienden (toen hun man nog leefde ) 

Man tegen vrouw

Evolutie nog niet uitgespeeld

Als het kinderen betreft, hebben muizenmannetjes en –vrouwtjes tegenstrijdige belangen. Vaders willen grote nesten vol hebberige baby’s; moeders moeten ook om zichzelf denken. Geheim wapen in de strijd: de vlaggetjes die ze aan hun genen meegeven.

Sluit dit venster

Toon op originele grootte

Muizen paren, maar nog lang daarna strijden hun genen met elkaar.

Liefde is strijd. Een evolutionaire strijd in het klein. Moeder wil een nest, maar ze wil ook energie overhouden voor volgende nesten. De vader daarentegen wil een zo groot en sterk mogelijk nest. Bij de meeste diersoorten geldt namelijk dat haar toekomstige nesten niet van hem zullen zijn. Bovendien kost het zwanger zijn, voeden en opvoeden hem toch geen energie. De nakomeling zelf is gebaat bij zoveel mogelijk melk en aandacht.

Die evolutionaire strijd is nog niet gestreden: bij ieder nest weer vechten de drie partijen voor hun belangen. Reinmar Hager en Rufus Johnstone van de University of Cambridge (Groot-Brittanni챘) laten onder meer zien dat een muizenvader bepaalt hoe groot het nest is (vakblad Nature, deze week). De muizenmoeder bepaalt vervolgens hoeveel melk ze geeft.

De evolutiebiologen kweekten met twee typen muizen ruim honderd muizennesten. De nesten van de CBA-stam waren kinderrijk, terwijl de B6-stam minder – maar grotere – pups per nest telden. Je zou denken dat de moeder het kindertal stuurt, maar bij de gekruiste nesten (moeder en vader van een verschillende stam) bleek dat helemaal niet te kloppen. Alleen de vader had invloed op het kindertal. Een CBA-vader verwekte bij de B6-moeder een groot, CBA-achtig nest, en andersom.

Dat is heel bijzonder: de muizenvader pakt direct na de paring zijn biezen, maar zijn invloed reikt veel verder. Het is bekend dat bij muizen een deel van de bevruchte eicellen afsterft, en de onderzoekers vermoeden nu dat de mannetjesgenen dat proces kunnen afremmen om maar zoveel mogelijk nakomelingen te krijgen.

De moeders kijken echter niet machteloos toe of de verwekker rekening met haar houdt of niet. De kinderrijke CBA-vrouwtjes bleken hun investering in te perken, want ze verliezen tijdens het voeden minder gewicht; ze geven hun nest simpelweg minder melk.

De onderzoekers denken dat de concurrentie tussen mannen- en vrouwenbelangen via de genen wordt uitgevochten. Het DNA wordt allang niet meer gezien als een levensloze blauwdruk, eerder als ruw materiaal dat allerlei invloeden ondergaat. Zo zetten vaders en moeders bepaalde genen aan of uit door er een soort vlaggetjes aan te hangen. Met die genetische ‘imprinting’ kunnen ze na de paring – en lang na het afscheid – voor zichzelf opkomen. Vaders zullen genen markeren die tot veel en overdreven hebberige nakomelingen leiden, terwijl de moeder in haar eicellen genen aanzet die dat compenseren.

De investering van de moeder ligt bovendien niet vast, maar die laat ze afhangen van de omstandigheden. Dat bleek toen de onderzoekers alle nesten verwisselden. De muizen gaven meer melk aan nesten van hun (genetisch identieke) stamzusters. Was het nest ter wereld gebracht door een moeder van het andere type, dan gaven zowel CBA als B6-adoptiemoeders minder melk.

Wat de adoptie-resultaten nog ingewikkelder maakt, is dat het niet uitmaakte of de nesten puur of gekruist waren. De stam van de natuurlijke moeder had invloed op de melkstroom, maar de stam van de vader maakte niets uit. Dat betekent dat een CBA-adoptiemoeder guller was voor een nest van een tweelingzus en B6-vader, dan voor een nest van een B6-moeder en CBA-vader.

In de natuur komt het herkennen van eigen pups goed van pas, want muizen hebben soms gezamenlijke nesten. Maar het is nog onbekend hoe de muizenmoeders het verschil merken tussen de twee kruisingen, die immers hetzelfde erfelijk materiaal hebben. Ook hier zou genetische imprinting een rol kunnen spelen. Het erfelijk materiaal van de twee kruisingen is weliswaar hetzelfde, maar door de vlaggetjes maakt het verschil welke genen van de vader en welke van de moeder afkomstig zijn.

Simone de Schipper

Reinmar Hager & Rufus Johnstone: The genetic basis of family conflict resolution in mice. In Nature vol 421 pag. 533-535 (30 januari 2003).

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/10449333/;jsessionid=74146A2F51A1BC14F1D97B80B8BAE3D3

Opdringerige guppy’s

Sluit dit venster

Toon op originele grootte

Een guppyvrouw. Onweerstaanbaar, vinden de mannen…

Guppy’s verkiezen de dood boven seks
Vrouwelijke guppy’s riskeren hun leven om stalkers te ontlopen.

Mannelijke guppy’s staan met hun felle kleuren graag in de schijnwerpers in de hoop zo een vrouwtje aan de haak te slaan.
Die zijn enkel geïnteresseerd in de aantrekkelijkste mannelijke exemplaren. Maar guppy’s zijn slechte verliezers.
De afgewezen mannetjes blijven zichzelf opdringen in de hoop toch nog een paring uit de brand te slepen. Om hun belagers te ontlopen, verspillen de vrouwelijke guppy’s tijd en massa’s energie, die beter in voedsel zoeken en de voortplanting kan worden geïnvesteerd.
Biologen hebben vastgesteld hoe de wijfjes hun stalkers afschudden door delen van de rivier op te zoeken waar veel roofvissen zwemmen.
De vrouwtjes riskeren hierdoor hun leven, maar de mannetjes vallen door hun felle kleuren veel meer op, en staken meestal wijselijk hun charmeoffensief.

http://www.pbs.org/wgbh/evolution/sex/guppy/index.html

Ongewenste intimiteiten bedreigen voortbestaan Mexicaanse visjes

Links

Sluit dit venster

…maar vrouwtjes van de soort Skiffia bilineata vinden ze doorgaans nog aantrekkelijker. En dat is voor beide partijen sneu

Guppymannetjes vullen een groot deel van hun dag met pogingen tot seks. Niet alleen vrouwtjes van hun eigen soort hebben daar last van.

In Mexico lijken de opdringerige guppen zelfs een hele vissoort over de rand van de afgrond te duwen.

Het populairste aquariumvisje aller tijden heeft de wereld in razend tempo veroverd. Guppy’s werden halverwege de negentiende eeuw ontdekt, kwamen aan het begin van de twintigste eeuw voor het eerst naar Europa en zwemmen nu in vrijwel alle landen ter wereld rond. En niet alleen achter glas. Ook in het wild blijkt de soort een ongekend succesnummer.

Guppy’s kunnen overleven onder allerlei omstandigheden. Schoon of vies water, zoet of een beetje zout, het maakt ze weinig uit. En ze eten wat de pot schaft. Andere visjes worden door de oprukkende guppen verdrongen, soms tot uitsterven aan toe. In Mexico bijvoorbeeld. Daar hebben de oude soorten niet alleen te lijden doordat de nieuwelingen hun eten wegkapen, maar ook onder hun zucht naar seks, schrijven Mexicaanse biologen deze week in vakblad Biology Letters.

Visjes van de soort Skiffia bilineata hebben wel wat weg van guppy’s, maar ze zijn er niet sterk aan verwant. Paren doen ze door in een soort omhelzing – lastig als je een visje bent – hun geslachtsopeningen op elkaar te drukken. Bij guppen gaat dat anders. Die hebben een vin aan hun onderlijf die tot een soort penis vergroeid is, maar dan wel eentje met weerhaken aan de top. Dat apparaat proberen ze voortdurend in de geslachtsopening van hun vrouwen te brengen, die dat maar af en toe toelaten.

Skiffia bilineata en Poecilia reticulata (de officiële naam van de guppy) kunnen samen geen vruchtbaar nageslacht krijgen. Maar dat betekent niet dat er geen pogingen worden gedaan. Alejandro Valero en twee collega’s hebben daar uitgebreid onderzoek naar gedaan.

Guppenmannen die met een Skiffiavrouw alleen zijn, maken voortdurend avances. Met hun penisachtige vin kunnen ze haar geslachtsopening beschadigen en bovendien moet ze voortdurend vluchten, wat natuurlijk tijd en energie kost. De onderzoekers wilden weten of dit ook een rol speelt als er vrouwtjesguppen in de bak zwemmen.

Nou, reken maar. De mannetjes bleken zelfs een voorkeur te hebben voor de vreemde vrouwen. Door hun bouw lijken zij veel op guppenvrouwen die op springen staan van de – onbevruchte – eitjes, schrijven de biologen, en waarschijnlijk maakt dat ze zo onweerstaanbaar.

Dat is jammer voor de seksbeluste guppymannetjes, want de felbegeerde partners zijn niet op ze gebouwd en tot kinderen leidt al die moeite ook niet. Maar het is nog veel erger voor de Skiffiavrouwtjes. Op plaatsen waar guppy’s verschijnen, worden zij voortdurend gevolgd, zodat ze verder nergens meer aan toe komen.

Sluit dit venster

Guppy’s zijn erg populair. Dit zijn allemaal mannetjes.

Inmiddels zijn er guppy’s op vrijwel alle plaatsen waar Skiffia bilineata in het wild voorkomt. De soort gaat het zwaar krijgen, verwachten Valero en zijn medeonderzoekers, mede door de opdringerige guppenmannen. Op de helft van de plaatsen waar hij voorkwam, is hij nu al verdwenen.

Elmar Veerman

Alejandro Valero, Constantino Marcias Garcia en Anne Magurran: ‘Heterospecific harassment of native endangered fishes by invasive guppies in Mexico

Sluit dit venster

Een pronkende guppyman. Let op zijn speciale, penisachtige vin.

Hermafrodieten en co 

http://fauneetflore.haplosciences.com/snail2.jpg

Slakken maken graag een slippertje
21 november 2007Slakken en andere ongewervelde hermafrodieten hebben graag seks met meerdere partners. Hermafrodieten, die zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsdelen hebben, bevruchten liever een nieuwe (onbevruchte )partner dan dat ze bij de oude blijven.Dat blijkt woensdag uit onderzoek van Joris Koene en Andries ter Maat van de afdeling Dierecologie van de Vrije Universiteit in Amsterdam.Het onderzoek werd middels een keuze-experiment uitgevoerd onder 264 volwassen poelslakken. De slakken lieten reeds bevruchte partners links liggen, terwijl ze wel gemotiveerd waren om een nieuwe partner te insemineren.VerspreidenHet resultaat is in lijn met de theorie van spermaconcurrentie, waarbij mannetjes hun zaad zo efficiënt mogelijk proberen te verspreiden. Op die manier vergroten ze de kans dat hun geslacht wordt voortgezet.Van ratten en andere gewervelde dieren met gescheiden seksen, was al langer bekend dat ze een voorkeur hebben voor wisselende seksuele contacten. Dat is dus nu ook vastgesteld bij hermafrodieten ….

(c) NU.nl/Kristiaan Asscheman

PARADIJSVOGELS EN SEKSUELE SELECTIE

Kris Verburgh Woensdag, 25 februari 2009

http://fantastisch.filosofie.be/index.php?/archives/293-paradijsvogels-en-seksuele-selectie.html

Paradijsvogels zijn het toppunt van seksuele selectie. Terwijl natuurlijke selectie maakt dat dieren zo goed mogelijk aan hun omgeving zijn aangepast, doet seksuele selectie eigenlijk net het omgekeerde: het zadelt dieren op met pronkerige ornamenten of uitputtende vormen van gedrag zoals paringsdansen, die vaak de overleving juist moeilijker maken.

Uiteraard draait het in de natuur niet enkel om overleving, maar ook om voortplanting. En dat lukt enkel maar door een kieskeurig vrouwtje te bekoren. Zo werd de evolutie van veel soorten niet enkel gestuurd door mutatie en schijnbare willekeur, maar ook door de keuzes van vrouwtjes.

Wetenschappers zoals Geoffrey Miller geloven zelfs dat de menselijke taal, en vooral de ‘overbodige’ ornamenten ervan, zoals het vermogen om te kunnen dichten, of het kennen van tal van synoniemen (met 4000 woorden kan je 98 % van alle conversaties voeren, terwijl een mens gemiddeld 30 000 woorden ken), ook het resultaat is van seksuele selectie. Gedurende honderdduizenden jaren verkozen vrouwen mannen die het best hun (primitieve) taal konden hanteren, omdat dit ook een teken was van (sociale) intelligentie en dus een overlevingsvoordeel had. Kortom, met een gedicht kon je vroeger geen mammoet vellen, maar je kon er wel een partner mee vinden.

Lecture on Sexual Selection by Richard Dawkins …

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

One Response to SEX inleiding

  1. Pingback: INTEELT en dergelijke | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: