SCHILDPAD EVOLUTIE


°

Schildpad   <—

°

Manier van ademhalen schildpad was aanwezig  bij

vroege reptielen van 260 miljoen jaar geleden.

Schildpadden hebben dankzij hun schild een unieke manier van ademhalen die ontstaan is bij reptielen van 260 miljoen jaar geleden.

Zwitserse paleontologen schrijven dat vrijdag in Nature Communications.

Schildpadden hebben speciale spieren voor de ademhaling. Het zijn spieren die de longen verbinden met de buitenkant van het lichaam, en die door aan te spannen de longen open trekken en lucht naar binnen zuigen.  Het grote verschil met bijvoorbeeld de menselijke ademhaling(2) is dat onze borstkas flexibel is, en dat via het uitzetten daarvan de longen vergroot worden. Een schildpad heeft die flexibiliteit niet, en moet dus op een andere manier lucht aanzuigen.

 

Overlappende ribben

Het Zwitserse onderzoek laat zien dat de techniek met de speciale spieren al ontstaan is  in vroege reptielen van 260 miljoen jaar geleden.In die tijd leefde de Eunotosaurus africanus, en die had dan wel geen schild, maar wel sterk overlappende ribben. Het blijkt dat daar de spieren ook al nodig waren om de longen open te trekken.

Een echt, volledig schild zoals de schildpadden dat hebben, bestaat pas vijftig miljoen jaar. Maar de bijbehorende ademhaling is dus een aantal maal ouder.

– Anapsida – no fenestrae – cotylosaurs and Chelonia (turtles and relatives)
– Synapsida – one low fenestra – pelycosaurs and therapsids (the ‘mammal-like reptiles’)
– Euryapsida – one high fenestra (above the postorbital and squamosal) – protorosaurs (small, early lizard-like reptiles) and the marine sauropterygians and ichthyosaurs, the latter called Parapsida in Osborn’s work                                                                       – Diapsida – two fenestrae – most reptiles, including lizards, snakes, crocodilians, dinosaurs and pterosaursSchildpadden stammen dus niet af van dino’s, maar van een zustergroep binnen de klasse van Reptilia.

april 2013 

Schildpadden  afstamming   en nieuw wetenschappelijk onderzoek. (*)

  1. Het was al  lang  bekend  dat  onder de reptielen   ;  slangen en hagedissen in een groep zitten, en krokodillen en vogels ( allebei verwant aan de dino’s. )Dan bleef   allen nog de vraag hoe je de groepen reptielen indeelt:
  2. schildpadden dicht bij de kroko’s , de vogels-dino’s  , of  een zusterlijn( uit dezelfde voorouderlijke  groep )   naast allebei  die twee takken ? ….  of niet
  3. en idem voor de slangen/hagedissen. 
  4. uiteraard waren er nog de reptielen  die later ontwikkelden tot zoogdieren  , maar die takten vroeger al af  (synapsids )….

______________________________________________________________

Oude opvattingen en  een belangrijke  vondst 

phylogenies Testudines =Chelonii

 

 

http://en.wikipedia.org/wiki/Turtle

______________________________________________________________

°

Ondanks hun bijzondere lichaam zijn schildpadden geen primitieve reptielen(anapsida)   die volledig apart staan van de andere groepen  reptielen  zoals lang werd gedacht, maar stammen de dieren wel degelijk   af van de voorouders van onder meer  de  dinosauriers-vogels groep   en  de   krokodillen uit  de archosaurieërs groep  .

Schildpadden splitsten zich ongeveer 250 miljoen jaar geleden af van deze  twee andere takken   (  en ontwikkelden pas relatief laat hun schild. Dat meldt een internationaal team van onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen door de DNA-volgorde van de (extante )  soepschildpad en de(extante)  Chinese drieklauw in kaart te brengen.

chelonia midas  ohau

 

http://marinebio.org/species.asp?id=51

 

 

chinese drieklauwChinese  drieklauw

–> Uit de resultaten blijkt het verwantschap met  de   (extante )vogels-(+ de (niet afgebeelde )uitgestorven dino’s )  en (extante) krokodillen( en  andere gewervelden ) 

 

 

http://www.nature.com/ng/journal/vaop/ncurrent/fig_tab/ng.2615_ft.html

Figure 1: Turtle phylogeny and divergence time estimation by molecular clock analysis.

voorouderlijke  schildpad phylogeny  ng_2615-F1

(a) Two genome-sequenced turtles, the soft-shell turtle (P. sinensis) and the green sea turtle (C. mydas). (b) Estimated divergence times of 12 vertebrate species calculated using the first and second codon positions of 1,113 single-copy coding genes (Supplementary Tables 9 and 10). Tree topology is supported by 100% bootstrap values and further statistical assessment (Supplementary Fig. 5 and Supplementary Tables 11–13). The black ellipses on the nodes indicate the 95% credibility intervals of the estimated posterior distributions of the divergence times. The red circles indicate the fossil calibration times used for setting the upper and lower bounds of the estimates. MYA, million years ago.

De afsplitsing van de schildpad van deze groep ging ruim 250 miljoen jaar geleden waarschijnlijk gepaard met een grote uitstervingsgolf. Het is nog onduidelijk of die twee gebeurtenissen met elkaar te maken hadden.  

Uit de studie blijkt verder dat het schild van schildpadden pas relatief laat is ontstaan onder invloed van genen uit hun ledematen.

Voor die tijd ontwikkelde het lichaam van de dieren zich volgens het ‘gewone’ bouwplan voor gewervelde dieren.( en dat is nog steeds te zien in de  embryonale ontwikkeling van  extante  schildpadden ) 

Schildpad ontwikkeling  130428144848-largeTurtle and chicken body plan during development. (Credit: Image courtesy of RIKEN)

Evolutionaire vernieuwingen 

“Schildpadden zijn interessant omdat ze een speciaal geval zijn aan de hand waarvan we de grote evolutionaire veranderingen die plaatsvonden in de geschiedenis van de gewervelde dieren mogelijk beter kunnen begrijpen”, verklaart onderzoeker Naoki Irie op nieuwssite ScienceDaily. “De studie biedt niet alleen een inzicht in de evolutie van schildpadden, maar geeft ons ook aanwijzingen over de manier waarop evolutionaire vernieuwingen zijn ontstaan bij gewervelden.”

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis 

(*) de oorspronkelijke  kop  ”  SCHILDPAD   BLIJKT VERWANT AAN VOGEL ” is schandalige journalistiek  want het zet vlug de niet-deskundige op het verkeerde been  … Schande  ook voor die wetenschappers die dergelijke    suggesties  misschien gebruikten om in de belangstelling te komen  … alhoewel  ik houd op  verregaaande slordigheden …wat  echter  niet verantwoord is voor  “wetenschap-“journalisten die worden  verondersteld beter te weten  dan  leken  en/of minstens  hun bronnen  en die beweringen moeten weten te plaatsen in het grotere wetenschappelijke kennis-corpus , conform de huidige consensus … Ze moeten informeren  en geen misvattingen verspreiden  ….

  1. De 2 belangrijkste eigenschappen van een vogel zijn  , dat deze vleugels en veren heeft. De eerste schildpad hiermee moet nog geboren worden. Op deze manier kun je ook beweren dat ieder zoogdier (incl. de mens), verwant is aan een amoebe met schijnvoetjes. Dat is natuurlijk juist omdat ze ergens in “deep time ” wel een gemeenschappelijke voorouder zouden moeten hebben  ….
  2. Maar men is het ook  eens geworden  in de paleontoloçgie   dat de vogels veel later dan die andere archosauriers  afstammen  van de dino’s ( in feite zijn  de  vogels de nog levende zeer succesvolle ( ook nog vandaag  )extante  dinosauriers )in het bijzonder de maniraptora 
  3. lange tijd is beweerd dat de vogels nauwer afstamden van de krokodillen  , maar dat is ondertussen  een gepasseerde hypothese    ….   Kroko’s en dino’s ( met later hun afstammelingen de vogels ) stammen af van dezelfde voorouderlijke archosauriergroep  ….Door (sensatie zoekend ? of uit  onwetendheid ?   ) een artikel te publiceren ter attentie van het grote publiek  waarin  kan zeer dubbelzinnig   de schildpad verwant wordt verklaard aan vogels  en krokodillen ( en zonder de dino’s te vernoemen die de feitelijke (uitgestorven ) nauwe  verwanten /voorouders zijn van de vogels   )worden die oude  gepasseerde  en terzijde geschoven   werkhypothesen  terug opgerakeld … en dat is natuurlijk koren op de molen van creationisten allerhande  en is  de   bron van misverstand en   anti-wetenschappelijk  gezeur   ……

(1)Wat deze wetenschappers  dus eigenlijk hebben gevonden   is het tijdperk   of   de periode waarbinnen   de splitsing tussen de anapsiden en de diapsiden heeft plaatsgevonden.  (Wij( en de andere zoogdieren(ook de uitgestorven  )  vallen onder de synapsiden en die zijn al eerder afgescheiden) 

aangevuld   phylogeny  overzicht

(Door mij )  Aangevuld  schildpadden fylogenie overzicht

zie ook (update 2014) =

Turtles 1-s2.0-S1055790314003819-main (1)

Scientists place turtles in the newly named group ‘Archelosauria‘ with their closest relatives: crocodiles,dinosaurs and birds .

 

°

 

  1. Zhuo Wang, Juan Pascual-Anaya, Amonida Zadissa, Wenqi Li, Yoshihito Niimura, Zhiyong Huang, Chunyi Li, Simon White, Zhiqiang Xiong, Dongming Fang, Bo Wang, Yao Ming, Yan Chen, Yuan Zheng, Shigehiro Kuraku, Miguel Pignatelli, Javier Herrero, Kathryn Beal, Masafumi Nozawa, Qiye Li, Juan Wang, Hongyan Zhang, Lili Yu, Shuji Shigenobu, Junyi Wang, Jiannan Liu, Paul Flicek, Steve Searle, Jun Wang, Shigeru Kuratani, Ye Yin, Bronwen Aken, Guojie Zhang, Naoki Irie. The draft genomes of soft-shell turtle and green sea turtle yield insights into the development and evolution of the turtle-specific body plan. Nature Genetics, 2013; DOI: 10.1038/ng.2615

Odontochelys semitestacea of ” Hoe schildpad aan zijn schild komt ” (A)

turtle4.massive

The fossil turtle Odontochelys semitestacea has a fully formed shell shielding its belly, but an incomplete upper shell, extending from its ribs and backbone. Photograph: Institute of Vertebrate Palaeontology and Palaeanthropology, Beijing

Paleontologen hebben drie 220 miljoen jaar oude schildpaddenfossielen ontdekt in de sedimenten van het trias van China .
Het gaat om het oudste fossiel tot nog toe (*)
De vondst kan helpen om enkele belangrijke vragen over het ontstaan van het schildpaddenpantser (1) te beantwoorden.

Bijzonder aan deze oude dieren is dat ze wel een pantser op de buik hadden, maar niet op de rug.(carapax) En ze beschikten over tanden: hedendaagse soorten schildpadden hebben een verhoornde rand aan hun bek.Bovendien bezat het dier een spitse snuit en een lange staart , maar het is wel degelijk een oerschildpad .

Het enige dat aan een rugschild doet denken is de aanwezigheid van een soort hoornen schildplaatjes op de ruggenwervels.

Aangezien deze schildpad geen losse hoornen platen op zijn rug heeft kunnen deze ook niet samengeklonterd zijn tot een schild. Het buikschild en de verhoornde ruggenwervels suggereren dat alleen de huid op de rug nog hoefde te verbenen.

De onderzoekers beweren dat de rug later als geheel verbeend is. De ontwikkeling van de embryo’s van hedendaagse schildpadden ondersteunt dit idee. Bij de foetus groeit ook eerst het buikschild en verbeent de rug pas later
De officieele bekendmaking ,voor het grote publiek , van de vondst en een eerste kennisgeving-studie verschenen in Nature

______________________________________________________________________________

PZ Meyers (B):

Een interessant beestje …. een 220 MY fossiel uit China , van een dier dat manifest schildpad-achtig is

Meer afbeeldingen

http://en.wikipedia.org/wiki/Odontochelys

 

odontochelys-fossil

odontochelys-belly

Merk de schedel op ; Er zijn tanden en niet uitsluitend een tandeloze hoornige bek zoals bij de moderne schildpadden . Ook de rug is bijzonder voor een schildpad : De ribben zijn afgeplat en breed …maar er is geen schild …Het is een schildpad zonder schild….

Laten we het eens omkeren :Er is nog een ander specimen voorhanden waarvan we de ventrale zijde kunnen bestuderen …en jawel daar is overduidelijk het plastron aanwezig ….het buikpantser van de schildpadden

http://tsjok45.multiply.com/photos/album/174/Schildpadevolutie_#2
Wat hier gevonden werd is een langbenig ,met een lang lichaam en met tanden uitgerust reptiel ____In het bezit van een plastron zoals een schildpad en met aanwijzingen of startplaatsen in de beenstructuur van de ruggegraat van waaruit een rugschild kan ontwikkelen ….De waargenomen morfologieen zijn ook kompleet conform/inpasbaar met/in de embryologische ontwikkelingen van de moderne schildpaden ;eerst het plastron en daarna het ruggeschild Dit is een prachtige transitioneel .

( artist reconstruction / deMorgen /Nature )

Guizho-draak-1

Li C, Wu X-C, Rieppel O, Wang L-T, Zhao L-J (2008) An ancestral turtle from the Late Triassic of southwestern China. Nature 456: 497-501.

Guizho-draak-II-dino

__________________________________________________________________________

(*)

The ultimate origin of turtles and tortoises is still shrouded in mystery, but many paleontologists believe that these shelled reptiles can trace their ancestry all the way back to the late Permian Eunotosaurus. The striking thing about this small reptile is that it possessed wide, elongated ribs that curved around its back, a kind of “proto-shell” that one can easily imagine evolving (over the course of tens of millions of years) into the giant carapaces of Protostega and Meiolania. As to what kind of reptile Eunotosaurus itself was, that’s a matter of debate; some experts think it was a “pareiasaur,” a family of ancient reptiles best represented by Scutosaurus.

http://en.wikipedia.org/wiki/Eunotosaurus

31 mei 2013

http://www.nu.nl/wetenschap/3487959/schildpad-had-negen-verbrede-ribben-schild.html

Een 260 miljoen jaar oud Zuid-Afrikaans fossiel, deEunotosaurus, werpt in een nieuwe studie   meer  licht op de ontwikkeling van het schild van de schildpad. Het dier had negen verbrede ribben onder het schild.

Wetenschappers van onder andere de Yale University uit de Verenigde Staten publicerenhun bevindingen vrijdag in het tijdschrift Current Biology……de update werd mogelijk door de recente  ontdekking van nieuwe  fossiele  specimen van de soort  

The skeleton of Eunotosaurus africanus (Tyler Lyson et al) ,fills a gap in the early evolution of turtles and their enigmatic shell.

Het schild van de schildpad is bijzonder omdat het is opgebouwd uit zo’n 50 botten. Schildpadden zijn de enige dieren die een schild vormen door de ribben met de ruggengraat te laten vergroeien met daaroverheen hoornplaten.

Andere gewervelde dieren met een schild vormen dat alleen van hoornachtige schubben aan de buitenzijde van het lichaam.

Beschermend schild

Gewervelde dieren, zoals zoogdieren en hagedissen, gebruiken de ribben ook om de longen vrij te houden en te ademen.

Een schildpad heeft de ribben omgevormd tot het beschermende schild en heeft dus een andere manier moeten vinden om te ademen. In dit geval met behulp van een soort gespierde ‘draagdoek’ of ‘tilband’.

De voorheen oudst bekende schildpadfossielen zijn één van zo’n 215 miljoen jaar oud en één uit China van 220 miljoen jaar oud. Deze hadden respectievelijk een volledig ontwikkeld schild en een deels ontwikkeld dekschild, maar wel een volledig ontwikkeld borststuk.

Verbrede ribben

http://en.wikipedia.org/wiki/Eunotosaurus

De Eunotosaurus zet de ontwikkeling naar de schildpad nog eens 40 miljoen jaar terug. Het dier had negen verbrede ribben die alleen in schildpadden te vinden zijn.(1)

En, net als bij latere schildpadden, had het dier geen tussenribspieren tussen de ribben. Verder had Eunotosaurus geen andere overeenkomsten met de Chinese schildpadvoorloper en latere schildpadden.

Vervolgonderzoek gaat zich vooral richten op verschillende andere aspecten van het ademhalingssysteem. Dit systeem ontwikkelde zich in combinatie met het schild waardoor de evolutionaire ontwikkeling beter in te vullen is.

 

Door: NU.nl/Krijn Soeteman

(1) Dat het schild op die manier tot stand is gekomen was reeds bekend: deze bevinding werpt licht op een vroege fase van deze ontwikkeling, en plaatst hem in een bepaald tijdskader.

-“Eunotosaurus neatly fills an approximately 30–55-million-year gap in the turtle fossil record,” said lead author Dr Tyler Lyson from the Smithsonian’s National Museum of Natural History, Yale Peabody Museum of Natural History and Yale University.

“There are several anatomical and developmental features that indicate Eunotosaurus is an early representative of the turtle lineage; however, its morphology is intermediate between the specialized shell found in modern turtles and primitive features found in other vertebrates. As such, Eunotosaurus helps bridge the morphological gap between turtles and other reptiles.”

http://www.sci-news.com/paleontology/article01119-eunotosaurus-turtle-shell.html

EUNOTOSAURUS 

http://en.wikipedia.org/wiki/Eunotosaurus

 

—> Afbeeldingen van eunotosaurus africanus

 

Eunotosaurus_africanus

Eunotosaurus africanus fossil

 

 

 

http://www.palaeocritti.com/eunotosaurus

Reconstruction of Eunotosaurus africanus. From Watson, 1914

 a small turtle-like reptile from the Middle Permian of South Africa. It is known from incomplete skeletons characterized by plate-like ribs

http://www.reptileevolution.com/eunotosaurus.htm

http://thedragonstales.blogspot.be/2010/06/turtles-back-to-parareptilia-you-go.html

http://palaeos.com/vertebrates/anapsida/eunotosaurus.html

Full-size image (164 K)

Figure 1. Newly Described Eunotosaurus africanus Material(A) Photograph (left) and illustration (right) of GM 86/341 in dorsal view.(B) Photograph (left) and illustration (right) of GM 86/341 in ventral view.(C) Close-up photographs of the neck region of GM 86/341 in dorsal (top) and ventral (bottom) views showing differences between cervical (short centra with bulbous neural spines, and elongate ribs) and dorsal (greatly elongate centra, with long neural spines, and anteroposterior broadened ribs) vertebrae.(D) Photograph (left) and illustration (right) of QR 3299 in dorsal view.(E) Photograph (left) and illustration (right) of QR 3299 in ventral view.See alsoFigure S1 for red/blue stereophotographs of each specimen.

Full-size image (132 K)

Figure 2. Histological Data from the Ribs of Eunotosaurus africanus and Proganochelys quenstedti(A) Illustration of Eunotosaurus (GM 86/341) showing where the left third dorsal rib was sectioned histologically (red line).(B) Histological section in normal (left) and polarized (right) light showing the T shape of the rib in cross-section (see “1” in F, which shows the approximate place the histological section was taken as compared to where the section was taken for Proganochelys). Black arrows indicate the presence and orientation of Sharpey’s fibers.(C–I) Images in (C), (D) and (E) are seen in normal transmitted (upper) and cross-polarized light using a lambda compensator (lower). Image in (H) is seen in normal transmitted and the one in (I) is seen in cross-polarized light.(C) Close-up view of the posterior diploe portion of the T-shaped rib. Thin external and internal compact layers frame interior cancellous bone, which is composed of thin trabeculae. Note the thin ring-like structure at internal (visceral) surface of the rib.(D) Close-up view of the midshaft region of the rib. Note central ovoid cavity surrounded by periosteal parallel-fibered bone (PFB). Sharpey’s fibers (ShF) are present in the posterior part of this region (blue colors). White arrows indicate the orientation of insertion of the ShF.(E) Close-up of the drop-shaped bulge, which consists internally of highly vascularized woven bone tissue (WFB) and externally of PFB. Sharpey’s fibers (white arrows) are absent from the anterior and ventral parts of the bulge. White arrows indicate presence and orientation of Sharpey’s fibers.(F and G) Eunotosaurus specimen (F, left; GM 71) showing the change in cross section of the rib (F, right) as you move distally compared to the change in cross section of the rib/costal morphology (G, left) of Proganochelys (G, right).(H) Histological section of Proganochelys (MB.R. 3449.2) taken from the right costal 7? at approximately level three (see the corresponding number in G).(I) Close-up view of the external cortex, which is composed mainly of interwoven structural fibers (ISF). Numerous parallel Sharpey’s fibers insert into the bone tissue at high angles (ShF). A few scattered secondary osteons (SO) are visible.See also Figure S2.

Full-size image (145 K)

Figure 4. Evolutionary Developmental Model for the Origin of the Turtle ShellResults of a phylogenetic analysis of shelled reptiles and characters important in constructing a shell are plotted against the ontogeny of pleurodire turtles. Thin sections through turtle embryos show the initial outgrowth of (sub)dermal bone through the costals first (carapace length [CL] = 13.0 mm in the pleurodire Emydura subglobosa) and then the neurals (CL = 18.0 mm in the pleurodirePelomedusa subrufa). The timing of ontogenetic transformations of those features (in red) important in the construction of the shell (i.e., the number of dorsal vertebrae or ribs does not change through ontogeny) is congruent with the phylogenetic transformation of those same features based on our recovered tree topology. Our model makes explicit morphological and histological predictions for the lineage prior to the most recent common ancestor ofEunotosaurus africanus and turtles that are met by the morphology found in Milleretta rubidgei. Numbers above each node represent bootstrap frequencies obtained in the phylogenetic analysis. See section VIII of the Supplemental Experimental Procedures for justification for each reconstruction. See also Figures S3 and S4.

http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2013/06/02/turtle-origins/

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0960982213005666

 

Lange tijd   bezaten  de  ontdekte schildpadfossielen  een    compleet pantser-kapsel , zodat onderzoekers het raden hadden naar de ontstaansgeschiedenis van het verbluffende staaltje van zelfverdediging.

Het oudste fossiel tot nu toe was van een schildpad ter land, van 205 miljoen jaar terug, uit Duitsland: Proganochelys

The general morphology of turtles, showing the high level of similarity between Triassic and modern forms.

 

(A) The( formerly) oldest known turtle, Proganochelys quenstedti, from the Upper Triassic of Germany. (B) The extant turtle, Emys orbicularis (the European pond turtle). Figure modified from Gaffney (1990).

°

Prionochelys-nesting-on-a-Cretaceous-beach-940x705

Staatliches Museum für Naturkunde Stuttgart

 

Hoornige bek van de Proganochelys quenstedti

 

phylogeny

phylogeny

Proganochelys quenstedti

 

Maar Proganochelys quenstedti was ook al compleet geharnast en gaf daarom geen uitsluitsel over de evolutionaire schreden op weg naar het schild

 

2007-01-30-10-44-03Image2 (1)

Het leek wel een “onherleidbaar ” kenmerk van de schildpadden , dat plotst “volledig ” moest zijn onstaan van bij het begin
Echter
De pas ontdekte schildpad heeft een volledig ontwikkelde buikplaat maar nog geen volledig ontwikkeld rugschild.
Ze beschikt wel over bredere, verstevigde ribben en verstevigingen ter hoogte van de rugwervels.

Over de ontwikkeling van het pantser bestonden tot nu toe twee theorieën.

1.- Mogelijk ontstond het pantser uit verhoornde huidplakken( afkomstig van de huid dus ) die zich aan de ribben en wervels vasthechtten. Dino’s en de krokodillen van nu ’kozen’ voor zo’n bepantsering van bothuid. (3)

2.- De nu meer gangbare theorie zegt dat de wervels en ribben aan de onderkant steeds verder naar buiten groeiden en zo eerst een buikschild vormde. Uiteindelijk omspanden die uitdijende botten het hele dier. Als je het embryo in het ei volgt, lijkt daar meer voor te zeggen dan voor de verhoornde huid.

De skeletjes uit China (40 centimeter) met buikplaat en zonder rugplaat zijn daarmee te rijmen. Ze doen vermoeden dat de schildpad oorspronkelijk in het water is begonnen. Daarin dobberend zou hij dan van onderen goed beschermd zijn tegen rovers. Op land moest daar een bovendeksel bij. Overigens duidt ook de structuur van de voorpoten op een aquatische leefwijze van de dieren die deze fossielen hebben nagelaten

De gevonden fossielen suggereert de stelling dat het schildpadpantser zich in twee stappen ontwikkelde:

Eerst ontwikkelde zich aan de buikzijde het zogenaamde plastron.
In Odontochelys wordt het plastron verder volledig ontwikkeld met inbegrip van alle aanwezige beenderen die in recentere schildpadden worden gevonden.
De bovenkant ( of het schild,) wordt vertegenwoordigd door een paar kleine huidbeen-vomgevingen , direct boven enkele ruggewervels….die “verstevigingen ” zaten derhalve in de ideale positie om verderte ontwikkelen tot de neurale beenderen in het schild van alle recentere schildpadden.
De vondst, , doet vermoeden dat verbreding van de ribben en beenvorming ter hoogte van de ruggengraat de eerste stappen in de evolutie van het schildpaddenschild waren ….
Deze hypothese wordt ondersteund door de embryologische ontwikkeling bij schildpadden.(2)

Bronnen :
(A) Eos zie ook
http://www.guardian.co.uk/science/2008/nov/26/earliest-turtle-fossil-shell

http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/7748280.stm

http://www.sciencecentric.com/news/article.php?q=08112702-study-oldest-turtle-fossil-shows-how-shell-evolved

http://richarddawkins.net/forum/viewtopic.php?f=46&p=1546103
http://pandasthumb.org/archives/2008/11/odontochelys-a.html
(B) http://scienceblogs.com/pharyngula/2008/11/odontochelys_a_transitional_tu.php

NOTEN

(1) De hardleerse (en liegende ) creationisten blijven zeggen dat
” er is nooit een “vis” gevonden met pootjes ” ( maar dan wordt er plotst eentje gevonden met pootjes ) …, of
“Er is nog nooit een walvis met achterpoten gevonden ” ( en dan duikt er plots een op ) ….of
“Nog nooit is een halfbepantserde schildpad gevonden ” …maar nu is er wél eentje ontdekt ….
Odontochelys is het zoveelste transitionele fossiel dat de creationisten steeds weer opeisen
” een halfbepantserde schildpad ” met haar ” onherleidbaar “(=IC) harnas …..
Toch blijven ze beweren ” er zijn geen overgangsvormen …..”

(2) “Is het mogelijk dat deze particuliere tak aan de struik van de schildpad-evolutie afstamt van voorouders met een komplete bepantsering (= degeneratie ?) en dat vervolgens
een gedeeltelijk verlies van het pantser een fitness- voordeel inhield ? “

Odontochelys semitestacea – letterlijk de ’betande, half-schildige’ schildpad – laat ruimte voor andere scenario’s dan de nu gesuggerteerde twee -stappen ontwikkelings-lijn . In een begeleidend commentaar in Nature suggereren enkele paleontologen dat deze schildpadden hun rugschild zijn verloren. Het geraamte van het hele schild lijkt namelijk wel aanwezig, maar de bekleding ervan aan de rugzijde niet. Misschien was dat in water prettige aanpassing. Sommige hedendaagse “Water”-schildpadden hebben immers ook een wat slapper harnas.

De vondst van de oudere schildpad kan er volgens de onderzoekers op duiden dat de schildpad oorspronkelijk een waterdier was, dat pas later het land is opgekropen.

Wetenschappers Robert Reisz en Jason Head van Universiteit van Toronto grijpen de vondst aan om in Nature een andere visie te publiceren.
De schildpad kan ook juist een verder geëvolueerde vorm van de schildpad zijn die afscheid heeft genomen van zijn rugschild.
De lederschildpad is bijvoorbeeld een hedendaagse waterschildpad die geen hoornen rugschild heeft.


Er zijn echter teveel primitieve eigenschappen gedetecteerd bij de nu gevonden fossielen , om die mogelijkheid te blijven overwegen =
Odontochelys, bezat tanden op de tandboog , het gehemelte , de maxilla en premaxilla.

We mogen er ons aan verwachten dat de plastron het eerst ontwikkelde want , zoals ontwikkelingsbioloog PZ Meyers betoogd , tijdens de ontwikkeling van het schildpad-embryo verschijnt eerst het plastron , gevolgd door de groei van het schild ….Dit suggereert minstens dat het plastron eerst evolueerde en de rest van het pantser slechts later aansloot … .

(3) er bestaan natuurlijk ook nog hedendaagse aanhangers van de hypothese dat het schildpadschild onstond uit huidstructuren zoals schubben en dermale platen… Een van de fossielen die ( tot nu toe ) dit meenden te kunnen ondersteunen werd gevonden in New-Mexico

http://www.newscientist.com/article/dn14892-fossil-reveals-how-the-turtle-got-its-shell.html?DCMP=ILC-hmts&nsref=news8_head_dn14892

Chinlechelys tenertesta : De fossiele restanten van een 210-MY, land-reptiel inspireerden het volgende scenario

http://dracovenator.blogspot.com/2008/10/good-news-everyone.html http://www.hmnh.org/archives/2008/10/10/chinlechelys-tenertesta/

( de gevonden restanten zijn uitermate fragmentair )

SCHILDPADSOEP : Prehistorische schildpad met keiharde dikke eieren

30-08-2008 http://www.bloggen.be/evodisku/archief.php?ID=99

Een 75 miljoen jaar oud fossiel van een drachtige schildpad, werpt een nieuw licht op de evolutie van reptielen.
Het is ook de eerste keer dat een fossiel werd gevonden van een drachtige schildpad.

De eieren-dragende moeder werd in 1999 ontdekt in het zuidwesten van Canada (1) door leden van ‘the Royal Tyrrell Museum of Paleontology’
In 2005 vonden paleontologen van de ‘University of Calgary ‘ ( Darla Zelenitsky )85 km daar vandaan een nest eieren van dezelfde soort; De 4cm lange ronde eieren werden gelegd in de nabijheid van een rivier
Het is vrij zeldzaam om eieren en babies van een uitgestorven dier te vinden , het is nog zeldzamer om ze in het lichaam van hun moeder te vinden ” zei Darla Zelenitsky, , die ook al betrokken was bij de vondst en de studie van een drachtige dinosaurier ( een van de jongste bewijzen van de link met de vogels )

De Canadese onderzoekers beschrijven hun vondst deze week in het vaktijdschrift Biology Letters.

Adocus fossiel 

adocus 080827152614

“….Although it is relatively rare to find the eggs and babies of extinct animals, it is even rarer to find them inside the body of the mother,” says Darla Zelenitsky. (Credit: Photo by Ken Bendiktsen)

“De schildpad werd uitgeprepareerd aan ‘ the Royal Tyrrell Museum’ ;dat duurde ongeveer een jaar ‘ zei Zelenitsky.
Vorig jaar werd het uitpreparen van het nest succesvol be-eindigd …ik heb gewacht om beide vondsten samen te kunnen publiceren in hetzelfde paper…”

Het schild van het dier was bij de ontdekking al gedeeltelijk gebroken ; …dit toonde onomwonden aan dat het restant
van een moederschildpad afkomstig was “
zei François Therrien, curator of dinosaur palaeoecology at the Royal Tyrrell Museum
Uit een CT-scan bleek de veertig centimeter lange rivierschildpad nog meer eieren onder zijn schild te hebben ; het dier bevatte minstens vijf verpletterde eieren
Het later gevonden nest bevatte 26 eieren :
De normale dracht wordt zo ongeveer op ong 20 eieren geschat

De schildpad behoort tot de soort Adocus en leefde ten tijde van de dinosauriërs.
“Het gaat om een erg primitieve schildpad die waarschijnlijk basaal ligt in de stamboom der moderne schildpadden ;De ontdekking van eieren en nest stelt ons in staat meer te leren over de evolutie van deze kenmerken in moderne schildpadden van vandaag …”zei Darla Zelenitsku
“Gebaseerd op deze fossiele vondsten kunnen we veronderstellen dat:de voorouders van de meeste huidige extante schildpaden met schild-beschermde nek, ___de meerderheid der soorten vandaag___grote hoeveelheden eieren met harde /rigiede schalen, legden ..,” zei Therrien.

De eieren blijken dus extreem hard en dikschalig te zijn, terwijl die van hedendaagse soorten veeleer dun en zacht zijn.
De dikke eierschalen kunnen zo geëvolueerd zijn dat ze het ei beschermden tegen uitdroging in droge klimaten of tegen roofdieren zoals dinosauriërs.

(1) badlands of southeastern Alberta,ten zuiden van Medicine Hat/ Manyberries, Alberta area / een van de meest beroemde en komplete vindplaatsen van niet-mariene schildpadden uit het krijt

http://www.sciencedaily.com/releases/2008/08/080827152614.htm

Bronnen
http://www.eurekalert.org/pub_releases/2008-08/uoc-ams082708.php
http://news.guelphmercury.com/News/article/373719
Zie ook
http://www.tolweb.org/Testudines
Schildpadden <–wikipedia
http://www.paleocene-mammals.de/turtles.htm

Shell of Adocus, a Late Cretaceous to Eocene member of the extinct family Adocidae. Note the lengthened, smoothly contoured shell form of this large aquatic turtle. Double lines show the limits of the horny plates covering the bony shell. The species shown is the Late Cretaceous Adocus punctatus, with a shell length of about 53cm.

(5) Mlynarski, M. 1976: Testudines. Handbuch der Paläoherpetologie/Handbook of Paleoherpetology, Part 7, Gustav Fischer Verlag

UP DATE

http://www.sciencedaily.com/releases/2009/04/090415141225.htm

A prehistoric turtle fossil waits for a CT scan at Bozeman Deaconess Hospital. The egg seen in the open area of the shell prompted MSU researchers to look for more eggs inside the shell.

Credit: MSU photo by Kelly Gorham

Prehistoric Turtle Goes To Hospital For CT Scan In Search For Skull, Eggs, Embryos — ScienceDaily // // // // //

°

Dit fossiel ( genus Adocus) is afkomstig van “the Grand Staircase-Escalante National Monument ” in Kanab, Utah en ontdekt in 2006 …..Het is klaar om te worden gescand , op zoek naar meer eieren onder de schaal

In Utah zijn ong 10 soorten schildpaddden en afzonderlijk gefossilifieerde eiren gevonden in de harde zandsteen

 

 

Aurorachelys

In het hoge noorden van Canada heeft een team geologen van de Universiteit van Rochester een onverwachte fossiel opgegraven: een soort van tropiese, zoetwaterschildpad, verwant met soorten die tegenwoordig alleen in Azie voorkomen.

hi319

“Knowing from previous expeditions to the area that the rocks were rich with fossils, Tarduno kept an eye out for them and was rewarded when one of his undergraduate students uncovered the amazingly well preserved shell of a turtle. Together with collaborator Donald Brinkman of the Royal Tyrrell Museum of Canada, they later named the fossil Aurorachelys, or aurora turtle. The turtle strongly resembles a freshwater Mongolian species, which raised obvious questions about how it(s ancestors ) came to be in the (salty) marine waters of the North American Arctic.”

De stamouders van die beesten migreerden direct vanuit Azie naar Noord Amerika
Ze migreerden via een zoetwaterzee die boven op de warme zoute Arctiese Oceaan dreef, (1) zeggen de wetenschappers van Rochester.

“[The] animals migrated from Asia to North America not around Alaska, as once thought, but directly across a freshwater sea floating atop the warm, salty Arctic Ocean.”

Dus NIET , zoals altijd was aangenomen via Alaska, waar eens een hypothetiese landbrug lag die Azie met het Amerikaanse continent verbond…..

(1) 

#comment 3 http://www.volkskrantblog.nl/bericht/244728

Toen ik op Guam woonde was een van de eerste dingen die ik leerde dat praktische de gehele zoetwatervoorraad van dat eiland drijft op een massa zout water. Google maar eens op ‘fresh water lense system guam’.
Ook wanneer je eens gaat duiken bij een riviermonding zal je zelf de scheiding tussen zoet en zout water kunnen zien, de halocline heet dat in het engels, geloof ik.
Daarbij, zout water bevat zout opgelost in het water en is dus zwaarder dan water waarin geen zout zit. Natuurkundig zou het gekker zijn wanneer het andersom zou zijn…

comment # 89  Eelco /

In het oorspronkelijke artikel staat : “”The find strongly suggests that animals migrated from Asia to North America not around Alaska, as once thought, but directly across a freshwater sea floating atop the warm, salty Arctic Ocean.” Geen wetenschapper dus die dit als waarheid aanneemt;’Suggest’ is een essentieel onderdeel van de uitspraak van de ontdekker……

Het wordt dan ook (bewust ? ) weggelaten door de misquoting creationist :

“”[The] animals migrated from Asia to North America not around Alaska, as once thought, but directly across a freshwater sea floating atop the warm, salty Arctic Ocean.”

#Comment 96 Peter Mudde

” ….Er drijft een zoetwaterzee op een zoutwateroceaan in een tropies paradijs?
Rara, rara, raar, waar is dat? ….”
Voor de kust van Brazilie, voorbij de monding van de Amazone in de oceaan
Overigens is zoals gezegd, een zoetwater’brug’ een suggestie, geen conclusie…
-Je kunt ook een andere suggestie doen :
Moerasschildpadden leven wel vaker in zout water
Ik heb er deze zomer nog 1 in een strandplas in Midden Amerika gevonden.
Een Noordamerikaanse soort (Diamondbackturtle) is een bijna obligate zoutwaterbewoner.

Mexicanen tonen 72 miljoen jaar oude zeeschildpad

MEXICO-STAD – Paleontologen hebben donderdag in Mexico een fossiel tentoongesteld van een zeeschildpad die 72 miljoen jaar geleden leefde.

”De oudste die we tot nu toe hadden gevonden was 65 miljoen jaar oud en kwam uit de Verenigde Staten”, maakte het Nationaal Instituut voor Antropologie en Geschiedenis bekend.

Het fossiel is samen met de versteende resten van zes andere zeeschildpadden gevonden in Coahuila. Die plek wordt door Mexicaanse wetenschappers ook weleens het ”paleontologisch paradijs” genoemd vanwege de vele vondsten.

Volgens de onderzoekers is de zeeschildpad een voorouder van de huidige groene zeeschildpad, ook wel soepschildpad genoemd
Een schildpad van 72 miljoen jaar oud en van nu (soepschildpad )zijn “onveranderd ” wat hun uiterljjk betreft ( het “levend fossiel “argument )

Sommige dieren zoals de schildpad , krokodil en haaien zijn al miljoenen jaren morfologisch ” hetzelfde” omdat zij eenvoudigweg toen al vroeg de robuuste en perfecte vorm hadden ontwikkeld in een levensmillieu dat eigenlijk weinig nieuwe uitdagingen heeft opgeleverd voor het morfologische bouwplan van die dieren gedurende die miljoenen jaren .
Vele andere vormen van andere organismen waren dat dus niet en moesten zich blijven aanpassen.

Bovendien weten we niets( met zekerheid die de gewone extrapolaties of de speculaties overschrijd ) over de innerlijke veranderingen , of de veranderingen in de niet geconserveerde ( niet- gefossileerde )weefsels van die dieren , noch van hun vroegere genetische programma’s …

6 maart 2009

donderdag, 9 juli 2009

Wetenschappers aan het Centrum voor Ontwikkelingsbiologie in Kobe (Japan) denken de embryologische herkomst van het schildpad-schild gevonden te hebben.

De Japanse embryologen vergeleken de groei van verschillende embryo’s van muizen, kippen en schildpadden.

Volgens een Japanse studie in vakblad Science is het schild van de schildpad ontstaan uit ribben. Tijdens de ontwikkeling van een schildpadembryo klapt een gedeelte van zijn lichaamswand dubbel. Daarbij omsluiten de ribben de schouderbladen aan de bovenkant. Op die manier ontstaat een bouwplan dat radicaal verschillend is van dat van andere gewervelden.

Met het skelet van de schildpad is iets vreemd aan de hand; de schouderbladen liggen aan de binnenkant van de ribben. Niemand weet hoe dat zo gekomen is, maar het heeft iets te maken met de ontwikkeling van het rugschild. Hierover zijn verschillende theorieën. De schouderbladen zijn wellicht naar achter verplaatst en op die manier onder het schild gedoken. Dit lijkt onwaarschijnlijk, omdat een achterwaartse verplaatsing van bot in ontwikkelende schildpadden nog nooit is waargenomen

Vergelijk deze twee filmpjes maar eens goed met elkaar. Wat valt je op? Bij de muis (onder) ligt het schouderblad (groen) boven de ribbenkast. Bij de schildpad (boven) ligt het schouderblad verstopt onder de ribben. Dit laatste is uniek en komt niet voor bij andere reptielen, vogels of zoogdieren. Video’s: Shigeru Kuratani en Hiroshi Nagashima, Science

Samengevoegde platen

Een tweede visie is dat het schild voortkomt uit kleine plaatjes bot (osteodermen) die in de diepe huidlagen van bijvoorbeeld krokodillen en hagedissen liggen. Bij de schildpad zouden deze kleine stukjes bot zijn samengevoegd tot grote platen waarin de ribben later zijn vastgegroeid. Er zijn twee problemen met dit scenario. Het verklaart niet hoe bot kan fuseren met ribben die normaal gesproken opzij groeien en we krijgen geen antwoord op de vraag hoe de schouderbladen op hun vreemde plek terecht komen.

Dubbelklappen

Japanse wetenschappers komen nu met een derde verklaring; de ribben vormen het schild van de schildpad. Om deze aanname te testen, vergeleken zij de ontwikkeling van de kip, de muis en de schildpad met elkaar. Als piepjong embryo lijken deze drie dieren sprekend op elkaar, maar tijdens de ontwikkeling van de schildpad gebeurt iets merkwaardigs. Een gedeelte van de lichaamswand klapt dubbel, waardoor de ribben zich naar boven richten en daarbij de schouderbladen omsluiten. Het schild is geboren.

Embryo’s van de kip (boven) en de schildpad (onder).

In eerste instantie lijken zij veel op elkaar. Bij de schildpad ontstaat, gedurende de ontwikkeling, het rugschild (cr).

Tijdens de groei van het embryo constateerde de Japanners dat de lichaamswand van de schildpad zich dubbelvouwt, waardoor een lichaamsplooi onstaat.

Op de onderste afbeelding zie je bij de oranje pijltjes een beginnetje van de aanleg van dit schild. © Shigeru Kuratani en Hiroshi Nagashima, Science

Tijdens het omklappen van de lichaamswand blijven bepaalde verbindingen tussen ontwikkelend bot en spier bestaan, maar er vormen zich ook nieuwe connecties. Deze laatste zijn uniek; het zijn verbindingen die we niet zien bij andere reptielen, vogels of zoogdieren.

Oerschildpad

De Japanners vergeleken hun resultaten met de waarnemingen die pas geleden aan de (voor zover bekend) oudste fossiele schildpad werden gedaan. Deze ‘oerschildpad’ leefde ongeveer 220 miljoen jaar geleden en had nog geen rugschild. Toch onderstreept het fossiel de resultaten van de Japanse onderzoekers. Bij de oerschildpad was het buikschild al gedeeltelijk in ontwikkeling en bovendien was de ligging van zijn ribben vergelijkbaar met die van de moderne schildpad.

Door die verandering groeien de ribben in een rechte lijn, waardoor een cirkel ontstaat. In de huid van de schildpad ontstaat een cirkelvormige verdikking, die dienst doet als rand van het schild.

Tandwiel Als de ribben volgroeid zijn sluiten ze aan op de cirkel, waardoor een soort tandwiel ontstaat op de rug van de schildpad. In de fase daarna groeien de ribben naar elkaar toe tot één geheel: het schild.

Op de afbeelding die door de onderzoekers is vrijgegeven is te zien dat de schouders van de schildpad onder het schild zijn gegroeid.Onderzoeker Hiroshi Nagashima publiceerde zijn bevindingen in het tijdschrift Science.

  1. Evolution of the turtle body plan by the folding and creation of new muscle connections (Hiroshi Nagashima e.a.), Science, 10 juli 2009
  2. How did the turtle get its shell? (Olivier Rieppel), Science, 10 juli 2009

http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/8142664.stm

Gefossiliseerde schildpad heeft extreem dik schild

Tim Kraaijvanger op 7 april 2010

Wetenschappers hebben in een Colombiaanse kolenmijn de restanten van een schildpad gevonden. Hoewel sommige schildpadden zeer klein of juist zeer groot zijn, blinkt de gevonden schildpad ergens anders in uit: de dikte van zijn schild. Het schild is namelijk even dik als een boek met 400 pagina’s.

Waarom was het schild van deze schildpad zo dik?

Wetenschappers denken dat het misschien nodig was om het dier te beschermen tegen gigantische roofdieren, zoals prehistorische krokodillen. Of misschien beschermde het schild tegen de Titanoboa cerrejonensisa, de grootste slang ooit ontdekt.

The fossilized shell of Cerrejonemys wayuunaiki measured about 1 meter across and was about 35mm thick. – Edwin Cadena

Meer afbeeldingen voor Cerrejonemys wayuunaiki;<–

 

 

http://www.fossilscience.com/research/New_thick-shelled_turtle_species_lived_with_worlds_biggest_snake.asp

http://www.msnbc.msn.com/id/36340086/ns/technology_and_science-science/t/ancient-thick-shelled-turtle-found-coal-mine/

http://www.wired.com/wiredscience/2010/04/thick-shelled-fossil-turtle/

http://lapaleontologiaencolombia.blogspot.com/2011/06/cerrejonemys-wayuunaiki.html

Op zich is het best mogelijk. De schildpad met de naam Cerrejonemys wayuunaiki leefde zestig miljoen jaar geleden. In dezelfde periode kwamen prehistorische krokodillen en gigantische slangen voor. Dit betekent dat de schildpad kort na het uitsterven van de dinosauriërs op aarde leefde.

“Dit soort fossielen geven een momentopname van het eerste moderne regenwoud in Zuid-Amerika”, vertelt wetenschapper Carlos Jarmillo van het Smithsonian tropisch onderzoeksinstituut. “De schildpad leefde na het uitsterven van de dinosauriërs en voordat de Andes ontstond. Hopelijk vertelt het fossiel ons meer over de omgeving waarin de schildpad leefde.”

http://www.bioone.org/doi/abs/10.1080/02724631003621946

Hoe schildpad inslag meteoriet overleefde die dino’s uitroeide

65 miljoen jaar geleden werd de dinosaurus uitgeroeid door een gigantische meteorietinslag. Volgens Amerikaanse paleontologen hebben de Boremys-schildpadden de verwoestende klap wél overleefd. Onderzoekers hebben in Noord-Dakota en Montana immers fossiele resten gevonden die dateren van de periode van de inslag.

Hoe hebben ze dat in godsnaam overleefd? De wetenschappers denken dat hun trage stofwisseling aan de basis ligt.
“We denken dat deze schildpadden (die in het water leefden, red.) de meteorietinslag konden overleven, omdat ze van nature diverse gedragskenmerken hebben die ze helpen om te overleven in zware tijden,” legt onderzoeker Walter Joyce uit. “Als het te koud is, gaan ze in winterslaap. Als het te warm of te droog is, graven ze zichzelf in in de modder (tot het probleem voorbij is, red.). Dat zijn gewoonten die handig zijn tijdens alledaagse situaties, maar blijkbaar ook tijdens meteorietinslagen.”

Eten
De schildpad at van alles: een kenmerk dat ook handig was in tijden dat er geen uitgebreid buffet beschikbaar was. De kleinste Boremys werd niet veel groter dan 24 centimeter, maar er waren ook exemplaren van 80 centimeter lang. De schildpad deed het heel goed in de periode tussen 80 en 42 miljoen jaar geleden. Zeker na de massa-extinctie die 65 miljoen jaar geleden plaatsvond.
Zeer taai
“Boremys-schildpadden waren zeer taaie dieren. Ze konden overleven in zeer moeilijke omstandigheden. Dinosaurussen bezweken en ook landschilpadden haalden het niet. De zeeschildpadden: die bleven in leven”, zegt Tyler Lyson van Yale University.

Toch uitgestorven
De meteoriet die insloeg op het Mexicaanse schiereiland Yucatan had een diameter van tien kilometer en een snelheid van meer dan 80.000 kilometer per uur.

Maar uiteindelijk kwam ook voor de Boremys het onvermijdelijke einde in zicht: het dier stierf uit. Waardoor? Wetenschappers weten het niet precies, maar vermoeden dat de opmars van zoogdieren en vogels (na het uitsterven van de dino’s) de schildpadden fataal is geworden. De schildpadden stonden waarschijnlijk op het menu van veel kleine roofdieren. Ze waren nog niet in staat om hun kop in te trekken, waardoor ze werden doodgepikt of onthoofd .

Het onderzoek laat zien dat de massa-extinctie veel complexer was dan gedacht. Maar het vertelt ons ook iets over de situatie anno 2011.

Schildpadden zijn taaie dieren die al honderden miljoenen jaren bestaan, maar ze hebben het tegenwoordig ook heel moeilijk en dat is vooral de schuld van de mens. “Ze overleefden de asteroïde,” stelt expert James Parham. “Maar ze kunnen onze soort niet overleven.”

(dea)

Boremys

Journal of Paleontology 83(6):833-853. 2009
doi: 10.1666/09-035.1

A Revision of Plesiobaena (Testudines: Baenidae) and an Assessment of Baenid Ecology Across the K/T Boundary

http://www.bioone.org/doi/abs/10.1666/09-035.1

aDepartment of Geology and Geophysics, Yale University, 210 Whitney Avenue, New Haven, Connecticut 06511, < tyler.lyson@yale.edu>
bMarmarth Research Foundation, Marmarth, North Dakota 58643
cInstitut für Geowissenschaften, University of Tübingen, Sigwartstraße 10, 72076 Tübingen, Germany, < walter.joyce@uni-tuebingen.de>
dYale Peabody Museum of Natural History, 170 Whitney Avenue, New Haven, Connecticut 06511

Abstract

Over the course of the last two decades, the baenid taxon Plesiobaena has typically been thought to consist of two named species, Plesiobaena antiqua (Campanian) and Plesiobaena putorius (Paleocene), along with an unnamed species from the Maastrichtian, but the interrelationship of these three taxa was never explored in an explicit phylogenetic context. Herein we present or re-describe a number of relevant specimens and provide a cladistic analysis of Baenidae using species only as terminal taxa. The phylogenetic analysis clearly reveals that Plesiobaena in the traditional sense is a paraphyletic assemblage relative to the clade formed by Gamerabaena sonsalla and Palatobaena spp., thus demanding some nomenclatural adjustments. In particular, Plesiobaena putorius is moved to a new genus, Cedrobaena, and the unnamed taxon from the Maastrichtian is formally named Peckemys brinkman. Many of the new Cedrobaena putorius and Peckemys brinkman specimens described herein were found at the Turtle Graveyard locality in Slope County, North Dakota, along with four other turtle taxa, increasing the turtle diversity of this locality to at least six taxa. Although this indicates that Turtle Graveyard is the world’s most diverse fossil turtle thanatocoenosis, a comparable diversity is found in modern river systems in the southeastern United States today. Our phylogenetic analysis indicates that seven out of nine latest Cretaceous baenid turtle lineages survived into the Paleocene, four of which are interpreted as being durophagous.

Accepted: June 18, 2009

APPENDIX I
Description of the single character added to the analysis of Lyson and Joyce (in press): 72. Lateral expansion of parietal: 0) maximum combined width of parietals is less than length; 1) maximum combined width of parietals is greater than length.

Figure 1.
Cedrobaena putorius, gen. nov., material from the Cedar Point Quarry, Early Tiffanian, Paleocene. A. Partially crushed holotype skull (YPM PU14984) in dorsal, ventral, and right lateral views (left to right). B. Referred Cedrobaena putorius skull (YPM PU 16837) from a juvenile individual in right lateral view. C. Referred Cedrobaena putorius skull (YPM PU 20600) in dorsal, ventral, and right lateral views (left to right). Arrows indicate autapomorphies for Ce. putorius: posterior extension of frontals ends within orbit; well developed parietal overhang overlying supraoccipital with parallel sides; and posteroventral closure of the incisura columellae.

Figure 2. Cedorbaena putorius skull (FMNH PR 2258) from the Hell Creek Formation (latest Maastrichtian) of South Dakota. Illustrations (bottom) and photographs (top) in dorsal (left), ventral (middle), and right lateral (right) views. Abbreviations: bo, basioccipital; bs, basisphenoid; ex, exoccipital; fr, frontal; ju, jugal; mx, maxilla; op, opisthotic; pa, parietal; pal, palatine; pfr, prefrontal; pmx, premaxilla; po, postorbital; pt, pterygoid; qj, quadratojugal; qu, quadrate; so, supraoccipital; sq, squamosal; vo, vomer.

Figure 3. Cedorbaena putorius skull (MRF 239) from Turtle Graveyard locality in the Hell Creek Formation (latest Maastrichtian) of southwestern North Dakota. Illustrations (bottom) and photographs (top) in dorsal (left), ventral (middle), and left lateral (right) views. Abbreviations: bo, basioccipital; bs, basisphenoid; fr, frontal; ju, jugal; mx, maxilla; op, opisthotic; pa, parietal; pal, palatine; pfr, prefrontal; po, postorbital; pr, prootic; pt, pterygoid; qj, quadratojugal; qu, quadrate; so, supraoccipital; sq, squamosal; vo, vomer.
Figure 4. Peckemys brinkman (gen. et sp. nov.) skull (UMMP 20490, holotype) from the Hell Creek Formation of northeastern Montana, near Fort Peck. Photograph (top) and illustration (bottom) in dorsal (left), ventral (middle), right lateral (top right), and posterior (bottom right) views. Abbreviations: bo, basioccipital; bs, basisphenoid; ex, exoccipital; fr, frontal; ju, jugal; mx, maxilla; na, nasal; op, opisthotic; pa, parietal; pal, palatine; pfr, prefrontal; pmx, premaxilla; po, postorbital; pr, prootic; pt, pterygoid; qj, quadratojugal; qu, quadrate; so, supraoccipital; sq, squamosal; vo, vomer.

Figure 5. Peckemys brinkman skull (MRF 231) from Turtle Graveyard locality in the Hell Creek Formation (latest Maastrichtian) of southwestern North Dakota. Photograph (top) and illustration (bottom) in dorsal (left), ventral (middle), left lateral (top right), and posterior (bottom right) views. Abbreviations: bo, basioccipital; bs, basisphenoid; ex, exoccipital; fr, frontal; ju, jugal; mx, maxilla; na, nasal; op, opisthotic; pa, parietal; pal, palatine; pfr, prefrontal; pmx, premaxilla; po, postorbital; pt, pterygoid; qj, quadratojugal; qu, quadrate; so, supraoccipital; sq, squamosal; vo, vomer.
Figure 6. Peckemys brinkman lower jaw (UMMP 20490, holotype) photographs (left) and line drawings (right) in dorsal (top), right lateral (middle), and medial (bottom) views. Abbreviations: ang, angular; art, articular; cor, coronoid; den, dentary; pra, prearticular; sp, splenial; sur, surangular.

Figure 7. Peckemys brinkman shell (UMMP 20490, holotype) photographs (left) and line drawing (right) in dorsal (top) and ventral (bottom) views showing the scute morphology. Abbreviations: ab, abdominal; an, anal; ce, cervical; eg, extragular; fem, femoral; hum, humeral; ifm, inframarginal; pec, pectoral; pl, pleural; ve, vertebral. Shaded area in line drawing represents foam padding.

Figure 8. Peckemys brinkman cervical vertebrae (UMMP 20490, holotype) line drawing of the 2nd–8th cervical vertebrae (top) in right lateral view modified from Case 1639 and photograph of 2nd–6th cervical vertebrae (bottom) in right lateral view.

Figure 9. Peckemys brinkman caudal vertebrae (UMMP 20490, holotype) photograph in right lateral view.

Figure 10. Peckemys brinkman left manus (UMMP 20490, holotype) photograph (left) and line drawing (right) in ventral view. Abbreviations: dc I, distal carpal I; ca V, distal carpal V; in, intermedium; mc I, metacarpal I; mc III, metacarpal III; mc V, metacarpal V; pi, pisiform; ra, radiale; rad, radius; ul, ulnare; uln, ulna. Lateral centrale (left) and medial centrale (right) are shaded gray.

Figure 11. Peckemys brinkman left pes (UMMP 20490, holotype) photograph (left) and line drawing (right) in dorsal view. Abbreviations: asc, astragalocalcaneum; dt I, distal tarsal I, dt IV, distal tarsal IV; fi, fibula; mt I, metatarsal I; mt V, metatarsal V; ti, tibia.

Figure 12. Baenidae cladogram mapped against the stratigraphic range from which each taxon has been reported (bold lines). Support for each node is measured using bootstrap frequency (top) and Bremer support for each clade (bottom).

Notes to Tables

Appendix 2. Character-taxon matrix for the phylogenetic analysis performed in this study. Missing data are coded as “?”. Polymorphic character states are coded as: a  =  0/1 and b  =  0/2.

Fossiel van gigantische schildpad ontdekt

De schildpad was ongeveer zo groot als een kleine auto en leefde zo’n 60 miljoen jaar geleden in Colombia.

De schildpad heeft de naam Carbonemys cofrinii gekregen. Letterlijk betekent het zoiets als de ‘kolen schildpad’ en daarmee is deze vernoemd naar de vindplaats van het dier: een kolenmijn. De schedel van het dier is ongeveer 24 centimeter lang. Een eindje verderop werd ook een schild teruggevonden dat hoogstwaarschijnlijk bij de schedel hoort. Het schild is een indrukwekkende 1 meter 72 lang.

Groot territorium
De schildpad leefde in zoet water en maakt deel uit van een groep schildpadden waar eerder al kleine exemplaren van werden teruggevonden. C. cofrinii is zeker de grootste schildpad die ooit in dit gebied en uit deze tijd is aangetroffen. En dat is ook logisch, zo stellen de onderzoekers. Het grote dier had waarschijnlijk een groot leefgebied nodig om aan voldoende voedsel te kunnen komen. Dus als er andere fossiele resten zijn, dan bevinden die zich waarschijnlijk ver van deze vindplaats.

Blokje om
Het grote dier moet heel indrukwekkend zijn geweest. Maar was het ook reden om een blokje om te gaan? Voor veel tijdgenoten waarschijnlijk wel. De kaken van het dier zijn zeer sterk en moeten in staat zijn geweest om andere schildpadden en mogelijk zelfs krokodillen te verorberen.

De onderzoekers doen hun vondst in het blad http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/14772019.2011.569031 uit de doeken.

De afbeelding hierboven laat zien hoe de schildpad er uit moet hebben gezien.

It is described from an isolated skull, 21 cm in length by 13 cm wide, from the 58-55 million year old, Upper Palaeocene Cerrejón Formation at the Cerrejón Mine.

Carbonemys cofrinii. (A) Photograph of skull, complete dorsal view. (B) Interpretive drawing of (A). (C) Skull without a portion of the parietal, showing the bones at the roof of the otic chamber. (D) Interpretive drawing of (C). Abbreviations: fr, frontal; fst, foramen stapedio temporale; ju, jugal; mx, maxilla; op, opisthotic; pa, parietal; pf, prefrontal; po, postorbital; pr, prootic; q, quadrate; qj, quadratojugal; so, supraoccipital; sq, squamosal. Cadena et al. (2012).
Carbonemys cofrinii. (A) Photograph of skull, complete ventral view. (B) Interpretive drawing of (A). Abbreviations: bo, basioccipital; bs, basisphenoid; cm, condylus mandibularis; co, condylus occipitalis, ju, jugal; mx, maxilla; op, opisthotic; pa, parietal; pal, palatine; pm, premaxilla; pp, processus paroccipitalis; pr, prootic; pt, pterygoid; ptp, processus trochlearis pterygoidei; q, quadrate; qj, quadratojugal; so, supraoccipital; sq, squamosal. Cadena et al. (2012).
Taxon A. (A) Photograph of carapace (upper shell), dorsal view. (B) Interpretive drawing of (A). (C) Photograph of plastron (lower shell), ventral view. (D) Interpretive drawing of (C). Cadena et al. (2012).

The second undescribed Side-Necked Turtle is a group of four shells, about 20 cm in length, which are not formally described as they lack skulls, considered the by Cadena et al. the most important feature for classification purposes. One of these shows sign of having been bitten by a crocodile.

Taxon B. (A) Photograph of carapace. (B) Interpretive drawing of (A). (C) Photograph of plastron. (D) Interpretive drawing of (C). (E) Photograph of carapace. (F) Interpretive drawing of (E). (G) Photograph of plastron. (H) Interpretive drawing of (G). (I) Photograph of partial shell in dorsal view. (J) Interpretive drawing of (I), plastral elements in dark grey. (K) Photograph of partial shell in ventral view. (L) Interpretive drawing of (K), plastral elements in dark grey. (M) Photograph of nearly complete shell in dorsal view. (N) Interpretive drawing of (M), black spots represent crocodile bite marks. (O) Photograph of nearly complete shell in ventral view. (P) Interpretive drawing of (O), black spots represent crocodile bite marks. (Q) Photograph of the smallest turtle from the Cerrejón Formation, nuchal and costal 1 in ventral view. (R) Interpretive drawing of (Q) nuchal and costal 1 in dorsal view. Abbreviations: abd, abdominal scale; axb, axillary buttress; axs, axillary scar; c, costal; ent, entoplastron; epi, epiplastron; fem, femoral; gu, gular; hum, humeral; hyo, hyoplastron; hyp, hypoplastron; ins, inguinal scar; int, intergular; iscs, ischial scar; m, marginal; mes, mesoplastron; n, nuchal; p, peripheral; pec, pectoral; pl, pleural; pubs, pubis scar; pyg, pygal; sp, suprapygal; v, vertebral; xip, xiphiplastron. Cadena et al. (2012).

Bijna perfect ronde prehistorische schildpad ontdekt

13 juli 2012

In Colombia zijn de fossiele resten van een heel bijzondere schildpad teruggevonden. Het schild van het dier is ongeveer net zo groot en net zo rond als een grote autoband.

Dat schrijven wetenschappers in het blad http://www.psjournals.org/doi/abs/10.1666/11-128R1.1

De schildpad is nieuw voor de wetenschap en heeft de naam Puentemys mushaisaensis gekregen. Het dier leefde zo’n 60 miljoen jaar geleden in het noordwesten van het huidige Zuid-Amerika.

Temperatuur
P. mushaisaensis heeft een totale lengte van zo’n 1,5 meter. Maar wat het meest opvalt, is toch wel dat bijna perfect cirkelvorige schild. Waarom het schild die vorm had, is niet helemaal duidelijk. Onderzoekers vermoeden dat het bijzondere schild de schildpad onder meer hielp om zijn lichaamstemperatuur te regelen. Het ronde schild – dat ook niet zo komvormig is – zou het oppervlak van het lichaam dat aan het licht en de warmte van de zon werd blootgesteld, hebben vergroot. Hierdoor kon de koudbloedige schildpad beter op temperatuur blijven en een actiever leven leiden.

De fossiele resten van de cirkelvormige schildpad. Foto: Edwin Cadena.

Roofdieren
Ook zou de schildpad het roofdieren bijzonder moeilijk hebben gemaakt met zijn ronde vorm. Dat laatste was zeker geen overbodige luxe. Op de plaats waar de fossiele resten van P. mushaisaensis zijn teruggevonden, werden eerder onder meer resten van Carbonemys cofrinii http://www.scientias.nl/fossiel-van-gigantische-schildpad-ontdekt/63761– een schildpad ter grootte van een kleine auto – en Titanoboa – de grootste slang ter wereld – teruggevonden. Titanoboa kon nog wel eens schildpadden ter grootte van P. mushaisaensis verorberen. Maar waarschijnlijk hoefde P. mushaisaensis zich geen zorgen te maken: de bek van Titanoboa was net iets te klein om de bijna perfect cirkelvormige schildpad naar binnen te werken.

Met de ontdekking van de vrij flinke P. mushaisaensis is maar weer eens bewezen dat reptielen zo’n 60 miljoen jaar geleden (na het uitsterven van de dinosaurussen) flink groter waren dan nu het geval is. Eerder waren Titanoboa en Carbonemys daar ook al bewijzen van.

 

 

°

L’histoire des Tortues

http://www.dinosoria.com/tortues.htm

 

Les tortues (Testudines) ont une histoire qui remonte à plus de 200 millions d’années. La tortue a connu les dinosaures et traversé toutes les crises climatologiques.
Aujourd’hui, il existe plus de 293 espèces de tortues qui ont conquis les mers, les rivières et les terres.

Durant ces dernières années, l’extermination des tortues s’est accélérée. La Turtle Survival Alliance (TSA) a été créée pour tenter de stopper l’extinction de ces merveilleux reptiles. Actuellement, environ 42% des espèces sont en voie d’extinction.

L’origine des tortues

L’origine des tortues fait toujours l’objet de controverses. Les tortues sont les seuls vertébrés dont les ceintures pelviennes et scapulaire sont enfermées dans une cage formée par les côtes soudées aux os plats. Les plus anciens fossiles qui présentent ces caractères datent du Trias, il y a 220 millions d’années.
Mais déjà à cette époque, elles étaient très diversifiées et avaient colonisées le monde entier.

Tortue aquatique

La tortue a su s’adapter à tous les environnements. By Zevotron

La plus ancienne tortue, connue à ce jour, est Proganochelys. Cette tortue d’eau douce qui vivait au Trias supérieur était déjà dotée de toutes les caractéristiques de nos tortues actuelles.
La différence réside dans le fait qu’elle avait encore des dents et qu’elle mesurait près d’un mètre de long.
Ses fossiles ont été mis au jour en Allemagne et en Thaïlande.

Proganochelys

Proganochelys . © Roger Lauret

On n’a pas encore trouvé de formes intermédiaires qui pourraient nous dire quels étaient les ancêtres des tortues. Une chose est sure, Proganochelys avait déjà une longue histoire évolutive.

Tortue marine

Tortue marine photographiée en Australie. By Leonard Low

Après l’apparition des premières tortues, deux sous-groupes se séparent qui correspondent aujourd’hui à 2 sous-ordres :

Les tortues Pleurodires (pleurodira): elles rétractent la tête sur le côté, à l’horizontale. Les Pleurodires regroupent des tortues palustres.

Les tortues Cryptodires (Cryptodira): elles rétractent leur tête en S, verticalement.. Les Cryptodires regroupent les tortues marines, les tortues terrestres et certaines espèces aquatiques.

Tortue marine prehistorique

Reconstitution de tortues marines. By Mark Jaquith

D’autres caractéristiques différencient ces deux sous-groupes comme notamment le fonctionnement des mâchoires.

Proterochersis qui vivait à la même époque que Proganochelys pliait le cou pour rentrer la tête. Cela indique que la différenciation entre Pleurodires et Cryptodires avait déjà eu lieu à cette époque.

Les tortues terrestres

Dès le Crétacé et jusqu’à un passé récent, il existait de gigantesques tortues terrestres : les meiolaniidés (Meiolaniidae).
Elles ont été découvertes en Amérique du Sud et en Australie.
Elles mesuraient jusqu’à 2,5 m de long. Leurs crânes étaient pourvus de grandes cornes. Elles ne pouvaient pas rentrer la tête dans leur carapace.

Crâne de Meiolaniidé

Crâne de Meiolaniidé . © Roger Lauret

Un peu comme les ankylosaures, elles possédaient une massue osseuse au bout de la queue pour se défendre.
Les derniers meiolaniidés vivaient encore sur l’île de Lord Howe, il y a 120 000 ans.
Des fossiles de Meiolania, une autre tortue à cornes, ont été datés de moins de 150 000 ans sur une île à quelques kilomètres de l’Australie.

Meiolania

Fossile de Meiolania . © Roger Lauret

Les tortues de mer : Archelon

Les tortues marines se sont développées au Crétacé inférieur. Mais des gisements comme Solnhofen (Allemagne) ou Cerin (France) ont livré les premiers fossiles de tortues marines datés du Jurassique.
Ces tortues montrent des doigts allongés qui devaient soutenir une palmure importante. Elles devaient sans doute vivre dans les lagunes et les zones côtières.

Fossile de Protostega gigas, une tortue marine

Fossile de Protostega gigas, une tortue marine. Elle possède de grandes nageoires mais une carapace peu développée. © Roger Lauret

Protostega gigas,

Protostega gigas, Meer afbeeldingen <–

http://www.rmdrc.com/archives/1584

Protostega gigas – Rocky Mountain Dinosaur Resource Center //

 

°

Protostega-gigas 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

p gigas sternbr2°

 

 

Protostega-gigas-marine-turtle--940x624

 

Protostega-gigas°

°

Prostega-the-second-largest-turtle-species-ever-discovered-940x705

°

Au Crétacé, certaines tortues vont conquérir les océans.

La carapace s’allège alors considérablement et les membres se transforment en palettes natatoires.

Archelon était l’une des plus grandes tortues de mer. Archelon ischyros mesurait plus de 4 m de long et son poids est estimée à environ 2 tonnes. On pense que sa carapace était recouverte d’un cuir épais et non de plaques osseuses afin d’alléger le poids. C’est le cas de la tortue luth actuelle.

Archelon

Archelon. By Zachary Tirrell

Chez d’autres tortues marines, des pointes défensives se développèrent. Elles devaient certainement dissuader les mosasaures et autres prédateurs marins.

Tortue luth

P Gigas  live reconstruction 

Tortue luth .

Archelon a disparu au Crétacé supérieur (Campanien).

Adaptabilité et diversité

Les tortues ont parcouru des millions d’années grâce à leur grande adaptabilité aux différents environnements.

Bebe tortue

Bébés tortues. By Clearly Ambiguous

Certaines espèces actuelles sont des spécialistes du camouflage telle la tortue aquatique Chelus fimbriatus.
D’autres possèdent des carapaces avec des éperons.
Il existe des tortues carnivores comme les tortues-alligators, capables de casser un manche à balai d’un coup de bec.

Tortue

La tortue possède un bec corné puissant. By Audrey jm529

Leur longue évolution est une véritable réussite. Il n’est pas étonnant qu’elles aient survécu à de nombreuses extinctions.
Après tant de chemin parcouru sans encombre arriveront-elles à survivre à leur principal prédateur : l’homme ?

–> Véronique Battaglia (12.2003). M.à.J 01.2009

 

 

°

Turtles are one of the most successful animals in Earths history. They evolved around the same time as the dinosaurs, 225 million years ago, and have thrived ever since.

02724634.2011.pdf%20%20Boremys%20tortoise[1]  <– pdf

Schildpadden

http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2013/06/04/more-about-turtles/

Inside a turtle.

Inside a turtle.

"[T]he amniotes' ribs and muscle plate grow together ventrally and make a single layer in body, outside of which the scapula is situated. In turtles, ribs grow laterally and are confined dorsally. However muscle plate is folded at the tip of ribs and runs inside the scapula as in other amniotes, showing basic topology between the elements is not changed both in turtles and other amniotes." From RIKEN.

“[T]he amniotes’ ribs and muscle plate grow together ventrally and make a single layer in body, outside of which the scapula is situated. In turtles, ribs grow laterally and are confined dorsally. However muscle plate is folded at the tip of ribs and runs inside the scapula as in other amniotes, showing basic topology between the elements is not changed both in turtles and other amniotes.” From RIKEN.

°

LINKS ;

http://www.oceansofkansas.com/turtles.html

 

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

2 Responses to SCHILDPAD EVOLUTIE

  1. Pingback: Extante Reptielen foto’s , Links | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: