Rudimentaire organen / IP Theorie


 

RUDIMENTAIRE ORGANEN & GEDRAGINGEN

Er zijn een aantal bekende voorbeelden

Waarvan de appendix en

het staartbeen het meest in het oog springen.
( zie :  EVOLUTIE MET EEN STAARTJE
DE STAART VAN HET STAARTENVERHAAL
http://evodisku.multiply.com/journal/item/511/Sporen_van_evolutie  )
Er zijn ook anderen die minder bekend en voor de hand liggen.
Van deze groep licht ik er een paar tussen uit.
Het Vomeronasaal   orgaan oftewel het orgaan van Jacobsen
De nobelprijzen 2004 . : de Nobelprijs voor fysiologie en geneeskunde naar twee Amerikanen, “voor hun ontdekking van geurreceptoren en de organisatie van het geursysteem”.
Hoe mensen geuren kunnen herkennen was tot voor kort een compleet raadsel.
Aan deze puzzel hebben Prof. Dr . Linda Buck en Prof. Dr. Richard Axel veel tijd en aandacht besteedt.
In 1991 beschreven Axel en Buck een familie van duizend genen (3% van ons totale genoom), waarvan elk gen codeert voor één type geurreceptor.
Iedere reukcel in het neusslijmvlies bleek slecht één type van de duizend verschillende receptoren te bezitten. Dat maakt iedere zintuigcel gevoelig voor één of enkele geurstoffen. Die specifieke gevoeligheid blijft gehandhaafd in de hersenen, omdat ieder verzamelpunt (glomerulus) in de reukkolf  ( bulbus olfactorius, olfactorische cortex (reukhersenschors), informatie ontvangt van een groep zintuigcellen van één en hetzelfde type. Op die manier creeert iedere geur, een combinatie van vele reukstoffen, een unieke code of “vingerafdruk” in de reukkolf.
Geursystemen en dan met name vomeronasaal orgaan heeft bij knaagdieren, grazers en carnivoren een belangrijke functie.
Dit orgaan is sigaarvormig en ligt voor in de neusholte.
Bij de hond en het paard is er een opening tussen de bovenlip en de voortanden die uitloopt in het zogenaamde nasopalatine kanaal (canalis nasobalatinis), dat een verbinding vormt tussen hetnasovomerale orgaan en de mond.
Bij de muis is deze verbinding goed te zien, vlak achter de snijtanden ligt een putje met een iets opgelicht dekseltje (soort strotteklepje).
Katten gebruiken dit orgaan om bijvoorbeeld lichaamsgeuren en urine te onderzoeken.
Zij trekken daartoe hun bovenlip op en laten zo de geurstoffen gemakkelijker naar binnen.  Bepaalde stoffen die slecht verdampen kunnen zo gemakkelijker naar binnen.
Er zijn sterke aanwijzingen dat dit orgaan in de dierenwereld van belang is bij het waarnemen van prikkels met een uitgesproken sociale en seksuele betekenis.
Bij paarden wordt het optrekken van bovenlip en kaak “flemen” genoemd.
Het vomeronasale orgaan wordt bij de mens tijdens de embryonale ontwikkeling ook aangelegd, maar na een aantal maanden verdwijnt het weer; het orgaan is dus rudimentair aanwezig.
Wel hebben wij achter de voorste snijtanden nog het genoemde kanaaltje; er loopt een zenuw doorheen die te maken heeft met het gevoel in het gehemelte.
De structuur van het zintuigepitheel van het vomeronasale orgaan lijkt enigszins op die van het reukepitheel. Een verschil is dat de zintuigcellen geen reukharen dragen, maar wel villi ( dit zijn oppervlakte vergrotende uitstulpinkjes).
Deze microvilli  lijken sterk op borstelcellen in het reukepitheel.
Dit wil niet zeggen dat het vomeronasale orgaan evolutionair is afgeleid van het reukzintuig. Aangenomen wordt dat beide organen zich lange tijd afzonderlijk van elkaar hebben ontwikkeld;  een aanwijzing daarvoor kan zijn dat het orgaan van Jacobsen al wordt aangetroffen bij reptielen zoals de slang.
Hoe dit zintuig precies werkt, is nog nog steeds niet geheel duidelijk. Afgezien van connecties met het reukorgaan heeft het vomeronasale orgaan ook eigen verbindingen met de reukhersenen; tevens gaat een aantal zenuwbanen via gaatjes in het zeefbeen naar andere structuren in het brein. In een specifiek voor dit orgaan gereserveerd deel van de olfactorische bulbus worden de signalen verwerkt en doorgeschakeld naar onder andere de hypothalamus en andere gebieden die van belang zijn voor ( de expressie van) emoties, waaronder agressief en seksueel gedrag. (o.a. limbische systemen)
Het vomeronasale orgaan wordt zoals gezegd vooral gebruikt om een eerste, snelle en vaak beslissende indruk te krijgen van de geuren die in een sociale en seksuele context thuishoren.
Dergelijke geuren worden al betrekkelijk vroeg in het leven ingeprent.
Als het orgaan na die inprentingsfase wordt verwijderd, blijkt de neus het voortaan alleen af te kunnen. Bij ratten doen zich dan tenminste geen opvallende veranderingen voor in het sociale gedrag.
Als bij muizen echter zowel het reukorgaan als het vomeronasale orgaan wordt verwijderd, paren de dieren niet meer; bij vrouwtjes degenereert dan tevens de baarmoeder.
Chemical Senses: Non-olfactory chemoreceptors of the nose. Recent advances in understanding the vomeronasal and trigeminal systems. E.B. Keverne e.a.
Piet Vroon – psychologie van de reuk.
Over geuren , socio-hormonen , feronomen  en
het orgaan van jacobson
Geuren spelen een belangrijke rol in het leven van zoogdieren .
Vooral carnivore zoogdieren  hebben de grootste verscheidenheid aan klieren ontwikkeld die chemische signalen  produceren.

Sommige van deze signalen, feromonen genaamd, worden gebruikt in de communicatie tussen soortgenoten.
Ze worden verspreid ( of bijvoorbeed  als  “sporen “,”visiekaartjes ”  en ” merktekens ” ( geurvlaggen ) achtergelaten  in de omgeving en veroorzaken een specifieke reactie in het gedrag van de waarnemer.
Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen feromonen en  andere geuren.
Geuren 
worden spontaan waargenomen  door de zintuigelijke inrichtingen tijdens het ademen  ( ‘ de ” neus ” ) .

Maar  Honden( en katten en waarschijnlijk alle zoogdiern )   nemen  feromonen  afzonderlijk waar via hun vomeronasaal orgaan (VNO)  of systeeem ook wel Orgaan van Jacobson (  “Jacobsen”  is een veelgebruikte  foute spelling )
genoemd.
1.- Jacobson’s Orgaan  in katten
Een kat bezit een orgaan dat ergens  tussen ruiken en smaken in  ligt …
Het word het orgaan van jacobson genoemd .
Dit orgaan is verbonden met het gehemelte en de mondholte door een kanaal en zend de sensaties door naar het brein van de kat
Vomeronasaal olfactorisch  Systeem.
Onmiddelijk na  de bovenste snijtanden liggen de  papilla waar de twee nasopalatine  kanalen uitmonden ..
Deze kanalen veroorloven de langzame transmissie van geuren afkomstig uit de mondholte naar het orgaan van jacobson gelegen boven het harde verhemelte  …
Het VNO orgaan is bezaaid met geurreceptor-cellen  op een andere manier  georganiseerd  dan in het reukslijmvlies -epitheel   =
De zenuwimpulsen worden eerst  doorgegeven  naar het olfactorische  centrum /hersengied ( de  “geurhersenen”  )  in het brein  en daarna( na bewerking )  verder doorgestuurd naar dehypothalamus die onder meer  het seksueel gedrag , het voedingsgedrag  en de sociale interakties  regelt  …
2.- HAMSTER
Waarvoor dient het   VNO -zintuig  (in het bijzonder bij
zoogdieren )  ? 
het antwoord is  kort : de detectie van voornamelijk  feronomen door dat systeem van  geur-sensoren   en als gevolg daarvan
het  automatisch omzetten van die” sociale ”  informatie in die   scheikundige boodschappen in zenuwpuls-treinen …
automatische coderingen door elektrochemische  processen  )
2009 Jerry coyne
3.- Honden ;
Dit gevoelige reukzintuig/systeem  ligt bij honden boven het harde verhemelte en mondt uit in een kanaal dat de  mondholte met de neusholte verbindt.
Vanuit het VNO lopen zenuwbanen rechtstreeks naar het limbisch systeem in de hersenen waar emotionele reacties worden  gereguleerd.
 Het VNO is niet makkelijk toegankelijk tijdens het ademen.
Om activiteit in het VNO te veroorzaken, moet het eerst worden geopend zodat de feromonen toegang hebben tot de receptoren van de zenuwcellen van het orgaan.
De prikkel die de opening van het VNO veroorzaakt, is de geur van het feromoon.
Feromonen hebben dus wel bepaalde geur eigenschappen ( die door een hond zeer gemakkelijk worden herkend door de ” neus ”  maar werken op een andere manier dan normale geuren.
Honden zijn de “neus” specialisten bij uitstek , maar ze bezitten tevens een
zeer goed ontwikkeld  VNO systeem ( allesbehalve rudimentiar dus ) , dat schijnt te zijn gereserveerd voor de sociale kommunikatie  en   als
voornaamste inprenting -mechanisme -programma
De  gedragsreactie  die feromonen veroorzaken in het  waarnemende dier  worden beschouwd als aangeboren programmas , reacties en  reflexen .
Leren speelt echter ook  een belangrijke rol doordat de geuren en prikkels in de omgeving worden geassocieerd met de
automatische gedragsreacties veroorzaakt door het feromoon.
—>De zogenaamde “nestgeur” waardoor een moeder haar jong herkend, en vice versa : is een belangrijk  en herhaaldelijk  aangehaald en  bekend inprenting  proces  in de ethologie …
—-> De eerste seksuele ervaring zou ook wel eens door  zulke  aan    feronomen  gerelateerde  “inprenting processen ” , kunnen   worden  begeleid …
De MENS ?
We mogen ( ?)  besluiten dat
1.- bij carnivore zoogdieren  het VNO zintuig vooral de  sociale kommunikatie binnen de soort , ondersteunt …
Het is in de  eerste plaats een receptor voor de geur-kommunikatie door middel van feronomen ….
territorium  geur-vlaggen , copulatiebereidheid , angst , onderwerping  , agressie , imponeergedrag   etc … en  misschien zelfs chemische  bevelen en een soort van socio-hormonen ( zoals bijvoorbeeld ook veelvuldig  bij ( die andere
geur-kommunikatie  dieren )  ….  de mieren   aangetoond …  )2.- Er dient opgemerkt  dat ook bij de mens het “olfactorische  geheugen”   behoort tot de belangrijkste opslag :
—> Waarnemen van bepaalde geuren ( ook onbewust )  kan erg sterke en gedetailleerde ” herinneringen ” oproepen aan vergeten en erg  ver in het verleden van het individuele  leven liggende  gebeurtenissen ;
—> Ook blijken geuren ( met name  nauwelijk bewust  waargenomen  feronomen ) de hoofdoorzaak te zijn van evaluerende  “gevoelens ” —> bijvoorbeeld
anti en sympathie en/of  andere ” eerste indrukken ” en “dito” beoordelingen
( misschien zelfs  belangrijke  componenten  bij  zulke reacties als “verliefdheid op het eerste gezicht ” en ” vlinders in de buik ” )
Ook in de omgangstaal is dit  “verschijnsel” en ” gevoelen ”  verwoord ;
Het feit dat men iemand “niet meer wil  horen of zien “  word overtroffen door de uitdrukking  dat  “men iemand niet meer kan, wil  of wenst te  ruiken 
—> Geuren zijn  in  staat  erg lang geleden plaatsgevonden  persoonlijke  gebeurtenissen erg makkelijk en helder op te roepen ….
Geliefden  , sympathie en antipathie  zijn volgens sommigen ook bij mensen het gevolg van feronomen (die we dus NIET duidelijk waarnemen … maar
desalniettemin  bijzonder belangrijk zijn ; omdat ze  rechtstreeks  de  ” aan knop “
van bepaalde programmas  en te volgen procedures  “indrukken ” …
Menselijk  Vomeronasaal Orgaan
Anatomische plaatsing van het  location of the vomeronasaal orgaan bij volwassen mensen
(Ik geef hier verder deze belangrijke   verhelderende  engelse tekst  onvertaald ; )
There is no obvious bulge in the nasal septum indicating its position.
The duct opening (VNO pit), that can be observed with an endoscope in most adult humans, is at the anterior end (black dot next to arrowhead).
There is no evidence for true vomeronasal sensory nerves connecting the organ to the brain.
There are nerves running behind the VNO and extending back to the brain (? on the diagram) but they may be only Nervus terminalis, trigeminal and autonomic nerve branches (See also Extended-text)—>

The organ shows some differences in structure compared with other mammalian organs.
It has no obvious thick sensory epithelium but does have a few cells that have been described as similar to bipolar sensory neurons but lacking an axon.
The location and structure suggest that the human organ, if functional, might be stimulated by airborne chemicals rather than by stimuli dissolved in
mucus.
Studies of the human genome indicate that a gene thought to be essential for vomeronasal sensory neuron function in other species is non-functional in
humans, apes and other old-world primates.
The accessory olfactory bulbs, to which VN nerves normally project in mammals, also have not been identified in humans, raising additional questions
about human VNO function. The central target of VNO input in mammals, the cortico-medial amygdala, is present in humans (see diagram) and does receive
chemosensory input (from the main olfactory system).
It surely shares some functions with the amygdala in other mammals but it is not yet clear whether these include the receipt of purely vomeronasal input,
or the analysis of pheromone-related information (whether or not from the vomeronasal system).
(See “Human Vomeronasal Organ” and Extended-text for more details. See “Mammalian Vomeronasal Organ” for information on better studied systems).
Select other topics from the list, or go to Extended text  —
Jacobson’s organ 
is a fascinating part of animal anatomy and it tells us a lot about our own sexual history. The organ is in the nose and it is a special “smell” organ which detects pheromones (the chemical that triggers sexual desire, alarm, or information about food trails). It is this organ that allows some animals to track others for sex and to know of potential dangers. Humans are born with the Jacobson’s organ, but in early development its abilities dwindle to a point that it is useless. Once upon a time, humans would have used this organ to locate mates when communication was not possible. Single’s evenings, chat rooms, and bars have now taken its place in the process of human mate-seeking.
Het VNO systeem  is wel een rudimentair orgaan  maar het is geen overbodig orgaan …
Het is trouwens absurd ( net zoals de crationisten  te stellen ) dat een rudimentair  orgaan per definitie een  nutteloze  ( en in sommige gevallen
zoals bij de appendix , een risicovol )” niet-meer  functionele ” inrichting is ….
Het zal waarschijnlijk wel niet zo goed ( meer )ontwikkeld zijn ( in de zin van  te gebruiken bij vele diverse taken )als bij andere zoogdieren in
volwassen en oudere exemplaren van de menselijke soort
___ en het zal  misschien bij de mens uitsluitend nog voor de sociale  kommunikatie  en het inprenten in een juveniel stadium worden gedbruikt
waarna het zonder probleem overbodig kan worden en zelfs gaan atrofieeren  …  ? 
   … maar het vervult  WEL  degelijk een  erg belangrijke “sociale  emotionele  en
onbewuste  evaluerende  en selekterende “ funktie 
Het zou bijvoorbeeld wel eens erg belangrijk  kunnen meespelen in de cruciale    moeder-kind relaties en kommunikaties gedurende  de  levensbelangrijke coordinerende  fasen  van de ” verzorging”   van  hulpeloze pasgeborenen  en afhankelijke kinderen …Misschien is  ook “moeder-liefde ” en ” liefde voor de moeder ”  zelfs grotendeels gebonden aan feronomen , geassocieerde ( en erdoor op gang gebrachte “opgestarte ” )  inprenting  en  conditionerende ( herinnerende en opgeslagen )  vroege reflexen en reacties daarop  ..
..
REPTIELEN
Jacobson’s Organ is an extrasensory organ in the roof of the snake’s mouth that sharpens its sense of smell. It consists of two hollow, highly sensitive
saclike structures. The snake’s acute odor perception allows it to track both prey and potential mates.

Bij slangen schijnt de situatie anders te liggen  dan bij zoogdiern …

 een  ( cobra ) slang  lijkt eerder vluchtige  bestanddelen die zijn toekomstige prooien ( en seksuele partners ) hebben nagelaten als reukspoor op de grond ,  te  “proeven ” i.p.v. te ruiken … Een slang vangt reukdeeltjes op met zijn voortdurend bewegende
gevorkte  tong en drukt deze daarna op het orgaan van Jacobson.

Het orgaan van jacobson  zou bij slangen ( en andere reptielen ? ) misschien  dus wel eens ,  een overwegend smaakorgaan kunnen  zijn =
Niet verwonderlijk ; smaak en geur werken eigenlijk nauw samen  en detekteren beiden  chemische stoffen ( oren en ogen —> gebruiken de

waaneming van fysische   inputs ;  geluidsgolven  en  fotonen  …)
Slangen zijn  trouwens op vele  fysiologische  ren anatomische gebieden speciaal ;
Bijvoorbeeld
Slangen voelen goed geluids ( en andere )trillingen die zich  door de grond voortplanten … er is daarvoor  een speciale beenverbinding tussen  onderkaak en middenoor voorzien  …
Daarbij is het horen van geluiden die  zich door de atmosfeer verspreiden , niet van groot belang :( en  waarschijnlijk zijn veel slangen struktureel  potdoof ? )  …
Feronomen  detektie  en evolutie http://www.smart-publications.com/articles/article-106-pheromone-revolution.html
John Morgenthaler
In 1870 ontdekte de Franse  grondlegger van  de entomologie    Jean-Henri  Fabre dat mannelijke nachtvlinders ( de  “motten “)uit  de wijde omttrek ( vele   kilometers weg )  , de gekooide wijfjes-motten in zijn lab opgesteld ,  kwamen opzoeken
…  Fabre  veronderstelde dat de wijfjes mot een chemische reukstof gebruikte om de mannetjes aan te trekken
Een eeuw later . in 1959, zette de Duitse  chemicus Adolf Butenandt de moderne feronomen  research in : Hij isoleerde de aktieve  lokstof  stof  , bombykol….
Vrij bijzonder is ook het mannelijk receptor – orgaan dat de lokstof kan detekteren  en gelegen is  op de ( voor dit doel sterk  )sterk gevederde
voelsprieten …

http://www.advance.uconn.edu/images/moth0201.jpg
mannelijke  antenna Polyphemus Mot,( grote zijderups vlinders )
Geursignalen van insekten http://www.kennislink.nl/web/show?id=88956&showframe=content&vensterid=811&prev=88953De vrouwelijke zijdevlinder produceert, net als een loops teefje, een signaalstof om mannetjes te lokken. Zij steekt haar achterlijf omhoog en stulpt twee gele blaasjes naar buiten, waaruit de lokstof kan verdampen. De stof wordt met de luchtstroom meegevoerd en daardoor al snel sterk verdund. Dat betekent dat op enige afstand, zeg een kilometer, de lucht nog maar spoortjes van de stof bevat. Toch zijn mannetjesvlinders in staat zo’n vleug op te merken. Slechts enkele tientallen molekulen veroorzaken, als zij de reukorganen van een mannetje treffen, al grote opwinding. Het dier reageert prompt door in de geurpluim windopwaarts te vliegen om honderden meters verderop naast het lokkende vrouwtje te landen.

Uit: Natuur & Techniek, 1993, jaargang 61, afl. 8

Het spreekt vanzelf dat dit systeem alleen goed kan functioneren, wanneer de mannelijke partners van een lokkende vlinder over zeer gevoelige reukorganen beschikken. Er zijn natuurlijk honderden verschillende insektensoorten die op zoele zomeravonden tegelijkertijd hun uiterste best doen om, ieder met hun eigen signaalstof, een partner te lokken. Deze veelheid van signalen gaat onze neus geheel voorbij.

Zodra de paring is voltooid, vertonen de meeste vrouwtjes geen lokgedrag meer. Ze blijven dan voor hun soortgenoten verder onopgemerkt. In sommige gevallen brengen de mannetjes tijdens de paring zelfs een eigen signaalstof als een soort chemisch eigendomsmerk op het vrouwtje over. Deze geurstof stoot andere mannetjes af.

Onuitputtelijke bron van signaalstoffen

Voor de rupsen is glucobrassicine de smaakmaker bij uitstek

Glucobrassicine is een van de secundaire plantestoffen van koolsoorten. De waslaag van koolbladeren bevat 50 ng cm-2 van deze mosterdolieverbinding. Voor het grote koolwitje is het een belangrijke signaalstof.

De vlinders herkennen de stof met hun voorpoten, waarop zich aan de onderkant een aantal dunne, zwakgebogen smaakharen bevindt. In een porie aan het uiteinde zitten de smaakcellen.

De bevruchte vrouwtjes wacht een moeilijke taak, misschien wel de moeilijkste uit hun leven. Zij moeten hun eitjes d찼찼r deponeren waar de minuscule larven, direct nadat ze uit het ei zijn gekropen, voldoende voedsel van de juiste samenstelling vinden. Voor plantenetende insectensoorten lijkt dat op onze groene planeet niet zo’n probleem, ware het niet dat zij meestal een bijzondere kieskeurigheid ten aanzien van hun voedsel vertonen. Op andere planten dan hun kenmerkende voedselplant gaan ze snel dood. De namen van veel insekten – berkehaantje, wortelvlieg, gentiaanblauwtje, kersevlieg, preimot en koolwitje – spreken voor zich.

De kieskeurigheid van insekten met betrekking tot hun voedselplant hangt samen met chemische eigenschappen van die plant. Hoewel de plantenwereld door haar universele groene kleur een grote homogeniteit in chemische samenstelling suggereert, bevat zij in werkelijkheid een breder scala aan chemische verbindingen, dan elk ander compartiment van de levende natuur. Naast de in levende organismen algemeen voorkomende stoffen, zoals koolhydraten, aminozuren en mineralen, bevat iedere plant ook soortspecifieke, secundaire plantestoffen. Elke plantesoort bezit daarmee een karakteristieke chemische vingerafdruk. Al met al moeten er honderdduizenden verschillende secundaire plantestoffen bestaan, waarvan de alkalo챦den, fenolen en terpeenverbindingen wel de meest bekende vertegenwoordigers omvatten. Insekten hebben zich tijdens hun evolutionaire ontwikkeling aan de chemische kenmerken van de plantenwereld aangepast.

Zo herkent het grote koolwitje in een gevarieerde vegetatie haar waardplant, kool. De vlinder, al rondfladderend op zoek naar een plekje voor haar eieren, strijkt regelmatig neer op alles wat groen is. Met smaakharen op haar voorpoten proeft zij telkens of zij bij toeval op haar waardplant is geland of niet. Op het bladoppervlak van kool bevinden zich namelijk minieme hoeveelheden van een voor deze plantesoort specifieke mosterdolieverbinding, het glucobrassicine. Pas nadat de vlinder deze signaalstof heeft geconstateerd, begint zij de tientallen eitjes stuk voor stuk zorgvuldig tegen elkaar aan te leggen, zodat er een heel regelmatig en fraai geelgekleurd pakketje ontstaat.

Signaalstof voor vriend en vijand
De moederzorg is daarmee echter nog niet afgelopen. Er bestaat gezien het grote aantal koolwitjes in verhouding tot het aantal voedselplanten, een re챘el risico dat een soortgenoot dezelfde plant vindt en er ook haar eieren op legt. Dat zou echter tot ernstige voedselconcurrentie met de rupsjes uit het eerste legsel kunnen leiden. Als een soort territoriumvlag geeft ieder eileggend vrouwtje aan het eipakket een signaalstof mee, een mengsel dat het eileggedrag van andere koolwitjes onderdrukt zodra hun pootsmaakhaartjes ermee in contact komen.

Men kan zich voorstellen dat met voldoende signaalstof uit de eieren spectaculaire dingen op het gebied van de gewasbescherming kunnen worden gedaan. Wordt de signaalstof bijvoorbeeld over een koolplant verspoten, dan zullen legrijpe koolwitjes die plant mijden alsof het een gifplant is. Een realistische bestrijdingsmethode voor dit plaaginsekt komt echter pas binnen bereik als het mengsel niet meer hoeft te worden gewonnen uit eipakketjes, maar in het laboratorium kan worden gesynthetiseerd. Dit euforische toepassingsbeeld werd kort geleden aanzienlijk dichterbij gehaald, toen Wageningse onderzoekers erin slaagden om de chemische structuur van de belangrijkste componenten van de eistof op te helderen. Zij ontdekten dat het om vrij eenvoudige, stabiele aromatische verbindingen gaat, die zich bovendien heel wel laten synthetiseren.

Vanuit biologisch oogpunt blijkt deze signaalstof nog een interessant aspect in petto te hebben. Behalve het grote koolwitje, waarvan de eistof afkomstig is, kunnen ook enkele andere insectensoorten de eistof als signaal benutten. E챕n daarvan is een verwante vlindersoort, het kleine koolwitje. Vrouwtjes van deze soort mijden de eistof eveneens wanneer zij op zoek zijn naar een geschikte plek voor hun eitjes en voorkomen daarmee dat hun nakomelingen in voedselconcurrentie geraken met de rupsen van het grote koolwitje. Er bestaat op z’n minst n챵g een insektensoort die de eistof herkent. Het is een kleine parasitaire wesp (Trichogramma evanescens), die met behulp van een legboor haar eitjes in de eieren van koolwitjes deponeert. De wesp vertoont na contact met deze signaalstof juist een tegengestelde reactie: als zij in aanraking komt met de eistof van haar gastheer, verhoogt zij haar zoekactiviteit, waardoor de kans om snel de begeerde eieren te vinden sterk toeneemt. De signaalstof vervult dus niet alleen een functie in de communicatie tussen soortgenoten, maar waarschuwt tevens een andere voedselconcurrent (het kleine koolwitje) 챔n een natuurlijke vijand. Waarschijnlijk zijn dergelijke netwerkfuncties van communicatiestoffen veel algemener dan we tot voor kort konden bevroeden.

Insekten zijn voedselspecialisten
Niet alleen volwassen vrouwtjes op zoek naar een plaatsje om hun eieren te deponeren zijn buitengewoon selectief met betrekking tot hun waardplant. De uit de eieren gekomen rupsen hebben veelal maar 챕챕n doel voor ogen: eten, eten en nog eens eten van slechts 챕챕n bepaald type voedsel. Rupsen zijn connaisseurs, vaak met een exquise smaak. Maar hoe herkent een insekt ‘zijn’ specifieke voedselplant, nadat hij bijvoorbeeld van zijn plant af is geraakt of als hij een nieuwe voedselplant moet zoeken omdat de eerste is kaalgevreten?

Als we precies willen weten welke chemische prikkels het keuzegedrag bepalen, moeten we in de zintuigen meten op welke stoffen zij reageren. Bovendien moeten we zien te achterhalen met welke code de zintuigcellen aard en concentratie van de stof doorgeven aan de hersenen. Met behulp van geavanceerde elektronische apparatuur is het mogelijk om de zenuwsignalen van afzonderlijke reuk- of smaakcellen op te vangen en aldus de code op grond waarvan de hersenen beslissen over eten of niet eten, als het ware af te tappen.

Met deze elektrofysiologische techniek bleek dat het onderscheidend vermogen van de koolrups berust op een dubbelkenmerk. De koolspecifieke smaakstoffen, zoals het eerder genoemde glucobrassicine, zijn ook nu van belang. Speciaal aangepaste smaakcellen geven, als zij door die stof worden geprikkeld, aan de hersenen het sein ‘eten maar’. Mocht de rups per ongeluk een ongeschikte plant aanvreten, dan worden er smaakcellen geactiveerd, die als een soort brandmelders onsmakelijke stoffen signaleren. Dat kunnen heel verschillende stoffen zijn, zoals alkalo챦den en terpenen die voorkomen in andere plantesoorten dan de waardplant.

Naast dit dubbelsysteem, met stoffen die vraat stimuleren en andere stoffen die vraat remmen, kan de smaakzin op nog een manier worden geprikkeld, of liever gezegd, worden ontregeld. In sommige planten zitten een soort ‘smaakbedervers’. In de schors van de Chinese boomsoort Melia toosendan heeft men toosendanine aangetroffen. Deze verbinding onderdrukt bij de koolrups de gevoeligheid van de smaakcellen voor vraatstimulerende stoffen zoals suiker of glucobrassicine. Zelfs heel geringe hoeveelheden smaakbedervers vergallen de smaak en de rups weigert verder te eten. Het behoeft geen betoog dat het onderzoek naar vraatremmende en smaakbedervende stoffen wel eens milieusparende insektenbestrijdingsmiddelen zou kunnen opleveren.

Beschermstoffen

Toosendanine, afkomstig uit de schors van een Chinese boomsoort, is voor veel insekten een sterk smaakvergallende stof. Reeds bij een concentratie in het voedsel van 0,008% remt de stof de vraatactiviteit met vijftig procent.

Ook planten laten zich door geurstoffen be챦nvloeden. In dit experiment is de middelste van drie katoenplanten in een luchtstroom, met spintmijt ge챦nfecteerd. Wanneer de mijtloze planten later worden vergeleken, blijken de bovenwindse planten aantrekkelijker voor spint dan de planten die al in de ‘lucht’ van aangetaste planten hebben gestaan.

Laten we nu even de aandacht van de insekten afwenden en proberen vanuit een plant te denken. Om te beginnen bezitten ook de door planten geproduceerde signaalstoffen meerdere functies. Het glucobrassicine, dat bij de koolrups eetgedrag stimuleert, is voor de meeste andere insekten een vraatremmende en giftige stof, wat voor de plant natuurlijk van essentieel belang is. De secundaire plantestoffen waar sommige insektensoorten juist op af komen, fungeren als beschermstof tegen tal van andere insekten. Soms gaan dergelijke stoffen buiten de plant een eigen leven leiden. Dat is het geval wanneer een insectensoort handig profiteert van de beschermstoffen in zijn voedselplant, door ze na consumptie niet uit te scheiden, maar op te slaan. Het insekt gebruikt deze ‘gestolen’ signaal- en gifstoffen, om er in geval van nood zijn natuurlijke vijanden mee af te schrikken. Ook hier, evenals bij de eistof van het grote koolwitje, blijkt een signaalstof betrokken te zijn bij relaties tussen meerdere soorten.

Planten beschikken niet alleen over de permanent aanwezige beschermstoffen, maar ook over een chemisch afweersysteem, dat in werking treedt bij insektenvraat. Planten zijn zeker niet zo passief als op het eerste gezicht lijkt. Soms voert de plant bij aantasting de produktie van gifstoffen drastisch op. In andere gevallen produceert de plant die wordt aangevreten, vluchtige signaalstoffen voor zijn omgeving. Die zorgen ervoor dat naburige planten minder aantrekkelijk worden voor de planteneter of trekken natuurlijke vijanden van de planteneter aan. Katoenplanten die door spintmijten zijn aangetast, vertonen zo’n alarmreactie. Uit nauwgezet onderzoek bleek dat onaangetaste katoenplanten die zich benedenwinds van een door spintmijt bevolkte plant bevinden, na verloop van tijd minder aantrekkelijk worden voor spintmijten, dan planten die bovenwinds staan. De aangetaste plant brengt geurstoffen die het afweersysteem van buurplanten activeren, in de lucht, met als gevolg dat hun vatbaarheid voor spintmijt afneemt. Dezelfde vluchtige stoffen trekken bovendien roofvijanden van de planteneter aan. Dankzij de signaalstoffen van de plant kan de rover zijn prooi gemakkelijk vinden, waardoor de groei van de spintmijtpopulatie en uiteindelijk de aantasting van de katoenplant, worden afgeremd.

Afluisteraars en profiteurs

De smaakharen bij de mond van de rups in een elektrofysiologische opstelling worden geprikkeld met druppeltjes smaakstof uit een zeer fijn pipetje.
Met elektrofysiologische apparatuur is het mogelijk de zenuwsignalen uit afzonderlijke smaak- en reukcellen van insekten af te leiden. Daartoe wordt de kop van een rups gemonteerd op de ingang van een zeer gevoelige versterker, die de signalen uit de smaakharen versterkt en zichtbaar maakt op een oscilloscoop
De smaakharen bij de mond van de rups worden geprikkeld met druppeltjes smaakstof uit een zeer fijn pipetje

Wanneer een nieuw geval van chemische communicatie wordt ontdekt, is de eerste indruk meestal dat het om een eenvoudige boodschap tussen twee organismen gaat. Maar steeds vaker blijkt dat meesnuffelaars de boodschap afluisteren en er hun voordeel mee doen. Dikwijls is zo’n communicatiekanaal met aftakkingen naar de afluisteraars ook verknoopt met andere kanalen. Aldus ontstaan netwerken. Een eenvoudige, rechtlijnige chemische communicatie tussen een zender en 챕챕n ontvanger is waarschijnlijk eerder uitzondering dan regel. Dikwijls zijn er vele ontvangers, die ieder deelnemen aan andere chemische communicatienetwerken.

De chemische wereld waarin een insekt zich bevindt, is onvoorstelbaar gedetailleerd en complex. Het gaat om een heel web van boodschappen. Een onderzoek dat erop was gericht om schorskevers te bestrijden door ze met signaalstoffen in vallen te lokken, illustreert die samenhang overduidelijk. Hierbij werden in een door schorskevers aangetast bos vallen opgehangen met daarin de lokstoffen waarmee de kevers soortgenoten aantrekken. Tot verrassing van de onderzoekers vingen zij niet alleen veel schorskevers, maar ook vele andere soorten insekten, waaronder parasieten en roofvijanden van de schorskever en insectensoorten die leven van hetzelfde voedsel als de kever of van dode kevers enzovoort. De lokstof fungeert als signaal naar een groot aantal deelnemers van de levensgemeenschap waarvan de schorskever deel uitmaakt.

Chemische ecologie
In de besproken voorbeelden hebben we gezien hoe geslachtsrijpe insekten hun partner weten te vinden met behulp van geursporen, hoe een vlinder de geschikte plant voor haar nakomelingen herkent aan bepaalde chemische verbindingen op het bladoppervlak van die plant en hoe zij met behulp van een signaalstof haar nageslacht probeert te vrijwaren van een concurrentiestrijd met soortgenoten. De rupsen herkennen de voor hen geschikte voedselplant aan unieke combinaties van geur- en smaakstoffen, die in een vrijwel oneindige variatie in het plantenrijk aanwezig zijn. Maar we hebben ook gezien hoe de chemische prikkels die primair waren bedoeld als lokstof, smaakbederver of merkstof voor territoriumafgrenzing, andere organismen be챦nvloeden, zoals voedselconcurrenten, parasieten en roofvijanden, om nog maar te zwijgen over andere soorten, zoals micro-organismen en andere plantesoorten.

Het beeld waarin de natuurlijke samenhang van planten en dieren voor een belangrijk deel wordt bepaald door chemische signalen, is onontkoombaar en wordt nog met de dag duidelijker. Slechts doordat tot voor kort de chemische analyseapparatuur niet gevoelig genoeg was en doordat onze aangeboren interesse voor chemische signalen niet zo groot is, werd de betekenis van signaalstoffen in de natuur heel lang onderschat. Sinds enige tijd beleeft dit onderzoeksgebied, dat met de term chemische ecologie wordt aangeduid, een opmerkelijke belangstelling. Met de chemische ecologie is een nieuw venster op de natuur geopend, dat uitziet op een immens gebied. We kunnen alleen nog maar gissen naar de reikwijdte ervan, maar het lijkt erop dat we pas het spreekwoordelijke topje van de ijsberg hebben ontdekt.

De eerste lokstof, die van de in het begin van dit artikel genoemde zijdevlinder, werd in 1959 ge챦dentificeerd. Sindsdien heeft men belangrijke stukken van het chemische netwerk waarvan de levende natuur zich bedient, blootgelegd. De produktie van signaalstoffen en de ontvankelijkheid voor deze stoffen vertonen geen constant niveau, maar worden voortdurend aangepast aan de behoeften die een relatie tussen twee organismen op dat moment stelt. De geur van een klaverbloem verandert na de bestuiving zo, dat niet alleen bijen maar zelfs wij het verschil met een onbestoven bloem kunnen ruiken. Doordat bijen de reeds bestoven bloemen in het vervolg overslaan, bevordert de plant op deze wijze de effici챘ntie van de bestuiving.

Ook aan de ontvangerskant bestaan diverse aanpassingen. Zo blijkt dat de aanwezigheid van bepaalde smaakstoffen in het voedsel van rupsen de gevoeligheid van hun smaakzintuigen be챦nvloedt. Als gevolg daarvan smaakt aardappelloof voor een rups die van jongs af aan op aardappel is opgegroeid, heel anders dan voor een rups van dezelfde soort die zich uitsluitend aan tomatenblad tegoed deed. Hun zintuigen hebben zich aangepast aan het type voedsel en je zou kunnen zeggen dat hun smaakcellen (in feite zenuwcellen) een geheugen bezitten.

Dergelijke aanpassingen wijzen op een zich voortdurend wijzigende relatie tussen signaalproducent en signaalontvanger. De verandering van aanpassingen wijst op een evenwichtige samenhang van de organismen, ook al kunnen de belangen van de betrokken wezens sterk van elkaar verschillen.

Na een periode waarin de diversiteit van de chemische communicatie tussen organismen, althans ten dele, kon worden blootgelegd, staan we nu aan het begin van een tijdvak waarin de betekenis van fluctuaties (in ruimte en tijd) in de chemische communicatie kan worden opgehelderd. Dit zal ons begrip van de onderlinge betrekkingen in de natuur verdiepen en een nieuwe dimensie toevoegen aan Darwins waarneming: “We see how full nature is, how finely each holds its place”.

Intermezzo

Signalen voor onze neus
Mogelijk roept het in dit artikel geschetste beeld met betrekking tot insekten de vraag op of de mens in een uitzonderingspositie verkeert en helemaal verstoken is van het chemische communicatiekanaal. Een tweetal voorbeelden die er op wijzen dat ook wij, hoewel veelal onbewust, via signaalstoffen elkaar beïnvloeden, prikkelt wellicht de nieuwsgierigheid.

Van androgene steroïden is bekend dat zij in vluchtige toestand een signaalfunctie kunnen hebben en een rol spelen bij dominantieverhoudingen tussen primaten. Engelse onderzoekers hebben vastgesteld dat zakelijke rekeningen die waren gedrukt op met deze hormonen ge챦mpregneerd papier, sneller werden betaald dan rekeningen op onbehandeld papier. Uit het feit dat voor deze vinding een patentaanvraag loopt, blijkt dat de ontdekkers behalve de signaalstof ook geld ruiken.

Een andere aanwijzing voor het bestaan van signaalstoffen bij de mens is gebaseerd op de waarneming dat bij vrouwen die in groepen samenwonen, zoals in internaten en kloosters, er geleidelijk aan een zekere synchronisatie in hun menstruatiecycli optreedt. Het vermoeden dat de synchronisatie via de reukzin verloopt, lijkt te worden bevestigd door de uitkomsten van een experiment met een aantal niet-samenwonende vrijwilligsters. Zij roken regelmatig aan een watje met okselgeur van één ‘donorvrouw’, die dus als trendsetter fungeerde. Na vier maanden bleken de cycli van de proefpersonen in hoge mate samen te vallen met die van de geurdonor.

Bij de meeste hogere diersoorten is het belang van chemische communicatie nog veel groter dan bij de mens. Informatieoverdracht met behulp van signaalstoffen is beslist niet het alleenrecht van insekten.
Het is meteen  ook een sterke aanwijzing dat  het  feronomen – kommunikatie systeem in de loop der evolutie zowat overal in het dierenrijk is toegepast( en wel omdat het dus in al die verschillende  gevallen een grote evolutionaire overlevingswaarde heeft )  ; zij het met steeds andere (  gebouwd volgens  verschillende  invalshoeken en  principes ? )  apparatuur voor  zender en ontvanger ….

Net zoals het oog ongeveer 40 a 60 keer afzonderlijk is ontwikkeld ( met zulke uiteenlopende  opstellingen als  facetoog , o-cellen , camera-ogen
etc ) is ook  het  VNO systeem  verschillend en dikwijls onafhankelijk  ontwikkeld … Maar net zoals bij de verschillende soorten “ogen ” er steeds
dezelfde genen aan de basis liggen … voorspelden sommigen dat ook aan verschillende  VNO systemen ( zeker wanneer men  de receptoren ( zintuigen)
invertebraten en gewervelden gaat vergelijken  bijvoorbeeld  het orgaan van Jacobson en de voelsprieten van  motten   ) enkele identieke  genen ,zouden
kunnen ten grondslag liggen …
Vomeronasaal  systeem en evolutie ….
1.- vissen  vogels en krokodillen  bezitten het  orgaan van  jacobson ( of een ander  feronoom detektie systeem zoals bijvoorbeeld  sommige invertebrata bezitten )  ,niet
2.- Zoals reeds aangegeven missen  sommige reptielengroepen  het orgaan van Jacobson  ( vogels zijn eigenlijk “dino’s ”
? )anderen zoals  hagedissen en slangen ( die aan elkaar verwant zijn —> slangen zijn pootloze hagedissen  )   bezitten het orgaan wel … Vele Amfibieen  waaronder zelfs volledig in het water levende  salamanders bezitten het  orgaan van jacobson eveneens  …
3.- Alle  zoogdieren bezitten dit zintuig e( orgaan van jacobson ) en wel als een apart systeem dat  tussen het  smaakzintuig en het ruiken in schijnt te liggen :
—-> Ook  Walvissoorten bezitten het nog wel , maar het heeft daar  geen enkele funktie meer( ?)  …
De walvissen maken bij hun  kommunikatie  nu voornamelijk gebruik van geluidsgolven  —> ” walviszang ”
4.- Bij de mens schijnt het nog een paar funkties te vervullen ( ondermeer om bepaalde inprenting programmas en  geheugen files  op te starten )  , maar er is een gen aangetoond dat bij de ontwikkeling   van dit orgaan systeem in andere  niet -primaten/  zoogdieren  is betrokken , doch bij de mens is uitgeschakeld
: het  TRPC2  gen
Velen menen dan ook dat het menselijk  VNO toch een vestigaal orgaan is ,( en volgens sommigen )  dat in de vroege
ontwikkelingsfasen als baby  nog een kleine beperkte maar niettemin belangrijke  rol speelt …
Het zesde zintuig ?
Aantrekking , hofmakerij en voortplanting behoren tot de mooiste , complexe en  wonderlijkste  van alle menselijke interakties … Waarom worden we aangetrokken tot bepaalde personen ? Vallen we echt plotst voor liefde- op -het- eerste -zicht ?
Hoe “weten “/voelen  we dat onze  keuze ( en voorkeur) de goede is ? Deze processen hebben al altijd  artiestien , dichters filosofen en wetenschappers
gefrusteeerd en bezig gehouden …
Moderne wetesnchap is begonnen de antwoorden te formuleren  op sommige van de mysteries die de sexuele aantrekking betreffen :
Men is er van overtuigd geraakt  dat  chemische signalen ( onzichtbaar voor de andere zintuigen ) een belangrijke rol spelen in de selektie van onze partner
maar ook ” intuitieve ”  informatie verschaffen ( in de vorm van  onbewuste inschattingen ,voorkeuren, evaluaties  …  )  over  trouw en de echtheid van
een mogelijke band voor het leven …
Het lijkt erop dat de weg naar het hart  vlak onder onze neus zit …
Feromonen  zijn complexe organische samengestelde stoffen die door alle dieren ___ van protozoa tot en met de primaten ___ worden gebruikt als een kommunikatie middel-systeem
In complexe georganiseerde gemeenschappen vergemakkelijken gespecialiseerde feromonen de samenwerking van individuen voor een aantal ‘sociale”  funkties
Bij insekten zoals mieren en bijen  kunnen  feromonen worden gedruikt als alarminstallaties die een ogenblikkelijk en geweldig antwoord mogelijk maken op
elke aanval op de kolonie
Konijnen markeren hun territoria en laten de leden van een groep zich verspreiden wanneer een  bedreiging optreed …
Katoenkevers  produceren samenscholings -feromonen die de andere leden verwittigen  over   nieuwe voedselbronen  en potentiele  kolonisatie
Gespecialiseerde feromonen dienen een ganse reeks specifieke doelen , sexuele feronomes  spelen een identieke rol in de meeste species
ze veroorzaken sexueele   opwinding  en  toenaderingen tot potentieele partners 
De ontdekking van – en de  onderzoeken naar de  rol en het belang van feromonen ( en van  hormonen zoals  daarvoor  al is gebeurt  ) duid er nog maar eens op dat
“gevoelens ” ( die men onze  emotionele “drijfveren” van de mentale machinerieen
kan  noemen ) het gevolg ( kunnen )  zijn van  complexe  scheikundige  stoffen
in zowel ons millieu interieur als ons millieu exterieur  … De conclusie is alweer
dezelfde ;  Het plotse opduiken van onze gevoelens  heeft een ( uitsluitend ? ) elektro-chemische basis als eerste oorzaak
(Dat is echter een onderwerp dar  verder moet worden behandeld in  ” Brein en evolutie …” —>
zie ook ;
The existence of the vomeronasal organ in postnatalchimpanzees and evidence for its homology with that of humans
http://www.cnbc.cmu.edu/~masmith/reprints/smith_janat_01.pdf
Zie verder  over het Vomeronasaal orgaan en systeem

Bij muizen zijn de sekserollen duidelijk verdeeld. Als manlief zin heeft besnuffelt hij eerst de geheime delen van een voorhanden zijnde dame om haar vervolgens te bespringen. Het vrouwtje laat zich deze seksuele uitspatting welgevallen en ondergaat het geheel rustig en gelaten. Zo gaat het tenminste normaal.

Heel anders wordt het als bij de vrouwelijke muis het orgaan van Jacobson verwijderd wordt. Dit is een reukorgaan waarmee het dier onder andere seksuele geurstoffen waarneemt. Tali Kimchi, Jennings Xu en Catherine Dulac van de Harvard Universiteit in Massachusetts (VS) deden experimenten met vrouwelijke muizen waarbij ze dit orgaan operatief verwijderd hadden. Ze zetten deze muizen in een bak met een mannelijk exemplaar. In de filmpjes is te zien wat er toen gebeurde. Tot grote verbazing van de onderzoekers leek het seksuele gedrag van de vrouwtjes precies op dat van een macho mannetje, schrijven ze in het vakblad Nature.

Het lijkt erop alsof met de verwijdering van het orgaan van Jacobson een knop wordt omgezet in het vrouwenbrein, waardoor de dame zich mannelijk gaat gedragen. Vrouwtjesmuizen hebben dezelfde hersenstructuur voor seksueel gedrag als mannetjes, denken de onderzoekers. Dat ze normaal vrouwelijk gedrag vertonen komt doordat het mannelijke gedrag dan wordt onderdrukt door de geur van seksuele signaalstoffen

Lokstof kan van vrouwtjesmuis macho maken

Ben van Raaij
Seksueel gedrag van mannen en vrouwen ligt misschien minder sterk vast in de hersenen dan gedacht. Vrouwtjesmuizen althans gaan zich seksueel als mannetjes gedragen als bij hen een zintuiglijk ‘schakelaartje’ wordt omgezet.

Dat tonen Amerikaanse onderzoekers van Harvard en Michigan State University aan in een artikel dat online is gepubliceerd in het tijdschrift Nature (5 augustus).

De onderzoekers verstoorden bij hun proefmuizen het functioneren van het vomeronasaal orgaan, een orgaantje achter in de neus waarmee feromonen (geslachtelijke lokstoffen) worden geroken.

Gevolg was dat de vrouwtjes mannelijk seksueel gedrag gingen vertonen: andere vrouwtjes beklimmen en daarbij stotende bewegingen maken. Ook werden ze agressief tegen mannetjes, en toonden ze minder animo om nesten te maken en jongen te zogen.

De seksuele transformatie trad zowel op bij volwassen muizen waarbij het geurorgaantje fysiek was beschadigd, als bij genetisch gemanipuleerde mutanten waarbij een bepaald gen was uitgezet.

Tot nu toe is aangenomen dat bij zoogdieren (inclusief de mens) mannelijk en vrouwelijk seksueel gedrag al vroeg in de embryonale ontwikkeling onder invloed van genen en hormonen (met name testosteron) wordt vastgelegd in het brein. Mannen en vrouwen, is het idee, worden met seksueel specifieke neurale circuits geboren.

Het Amerikaanse onderzoek laat zien dat in elk geval bij muizen feromonen het volwassen vrouwelijk seksueel gedrag bepalen. Verander de waarneming van de feromonen, en het seksueel gedrag van de vrouwtjes verandert radicaal. Dit geldt trouwens ook voor mannetjesmuizen. Die worden na de behandeling minder macho.

De onderzoekers concluderen dat bij de vrouwtjesmuizen mannelijke bedrading al in de hersens aanwezig moet zijn geweest. Mogelijk bestaan mannelijke en vrouwelijke circuits dus naast elkaar in het brein en moet er een zintuiglijke prikkel aan te pas komen – de feromonen – om de ene vorm van seksueel gedrag te activeren en de andere te onderdrukken

ZAKVLEERMUIZEN  EN FERONOMEN

We hebben allemaal een luchtje, maar we zijn ons niet bewust van de manier waarop lichaamsgeuren ons leven be챦nvloeden.De namiddagrituelen van een kleine vleermuis zouden eindelijk kunnen bewijzen dat seksuele aantrekking een kwestie is van geur.

De heksen in Macbeth waren ervan overtuigd: hoe afschuwelijker hun brouwsel, des te effectiever de betovering. “Filet van moerasslang/koken en bakken in de heksenketel/ salamanderoog en kikkerteen/ vleermuishaar en hondentong.”

Een kleine vleermuis in Costa Rica werkt volgens precies dezelfde principes.

In de jaren vijftig ving een zoöloog een heel kleine vleermuis (niet meer dan 7 gram zwaar) die oren op haar vleugels leek te hebben. Bij grondiger onderzoek leken die grote voorarmholtes eerder klieren dan oren te zijn.

Toen de onderzoekers die vleermuizen aan het werk zagen in hun dagnest, konden ze hun ogen amper geloven. Tijdens een langdurig namiddagritueel brouwden de vleermuizen een mengsel dat afschuwelijker was dan Shakespeare ooit had kunnen verzinnen.Ze masseerden hun geslachtsdelen en verzamelden een hele reeks substanties die ze doelbewust in hun vleugelholtes stopten

Dit vrij recent onderzoek bracht aan het licht dat de zakvleugelvleermuizen, zoals ze worden genoemd, hun eigen parfum produceren, ondanks een weinig belovend assortiment substanties

____________________________________________________________________________________________________

White-lined Sac-Wing Bat, Saccopteryx bilineata

Emballonuridae

39% of all mammals in the neotropics are bats (Order: Chiroptera) and are the second largest order of mammals worldwide after rodents. Bats in the neotropics fill all niches, from fruit, fish and insect eaters to carnivorous and vampire bats. This bat weighs 12g and can be found under roof eaves.

Family Emballonuridae
(sac-winged bats, sheath-tailed bats, and relatives

http://animaldiversity.ummz.umich.edu/site/accounts/specimens/Emballonuridae.html

dark sheath-tailed bat
Mosia nigrescens
dark sheath-tailed bat
Mosia nigrescens
dark sheath-tailed bat
Mosia nigrescens
greater dog-like bat
Peropteryx kappleri
greater dog-like bat
Peropteryx kappleri
greater dog-like bat
Peropteryx kappleri
Philippine tomb bat
Taphozous philippinensis
Philippine tomb bat
Taphozous philippinensis
Philippine tomb bat
Taphozous philippinensis
Philippine tomb bat
Taphozous philippinensis
Philippine tomb bat
Taphozous philippinensis

(klick  op foto’s voor vergrotingen en info  )


 We hebben allemaal een luchtje. We zijn ons bewust van de lichaamsgeur van anderen, vooral wanneer die niet lekker ruikt.Maar meestal zijn we ons niet bewust van de manier waarop lichaamsgeuren ons leven be챦nvloeden. Er is een verhaal, wellicht niet echt gebeurd, maar met een zweem van waarheid, dat Italiaanse mannen bij plattelandsdansfeesten een zakdoek onder hun oksel stoppen tijdens het dansen, en hem op het gepaste moment discreet weghalen en hem aan hun partner aanbieden om het zweet van haar voorhoofd te vegen. Volgens de legende was de subtiel geurende zakdoek onweerstaanbaar geworden, met alle onvermijdelijke zinnelijke gevolgen van dien.Voor zover ik weet, is dat concept nooit systematisch getest, maar andere aspecten van de menselijke geur wel. Onze persoonlijke lichaamsgeuren worden tot op zekere hoogte bepaald door onze genen, en meer bepaald door een groep genen die bekendstaat als hetMajor Histocompatibility Complex (MHC). Dat deel van het genoom houdt D zich voornamelijk bezig met het bestrijden van ziektes, en de enorme veranderlijkheid – die nu bepaald kan worden aan de hand van moleculaire hulpmiddelen – zou ons beschermen tegen een enorme diversiteit van ziekteveroorzakende organismes.Hoe veranderlijker het MHC, hoe beter: is er dus een betere manier om een gezonde baby te maken dan te zorgen voor een zo veranderlijk mogelijk MHC? De beste manier om dat te doen, is natuurlijk een baby maken met iemand wiens MHC een aanvulling is op het onze. En dat is de ingenieuze truc die de evolutie gebruikt om te garanderen dat we geen fouten maken. De MHC’s krijgen een verschillende lichaamsgeur zodat we, onbewust, de geschiktste partner uitkiezen.Er zijn tests gehouden waarbij vrouwen gevraagd werd te ruiken aan T-shirts die gedragen waren door mannen.Ze rangschikten T-shirts als aangenaam of onaan genaam ruikend. De zoetruikende T-shirts waren gedragen door mannen wier MHC aanvullend was op die van de snuffelaarster.Zuurruikende T-shirts waren gedragen door mannen met ongeveer hetzelfde MHC. Dat alles gebeurt opmerkelijk genoeg zonder dat we ons ervan bewust zijn. Enkel in bepaalde omstandigheden worden we ons bewust van de immense invloed van lichaamsgeur op ons leven. Wanneer we een geliefde missen, is een korte zweem van zijn geur voldoende om krachtige gevoelens en herinneringen op te roepen.Bij de meeste andere zoogdieren zit het anders in elkaar. Hun levens worden gedomineerd door lichaamsgeuren geproduceerd door speciale geurklieren over hun hele lichaam. De belangrijkste klieren van vossen, dassen en honden bevinden zich dicht bij de staart en de afscheidingen worden gewoonlijk uitgeknepen langs de uitwerpselen.Konijnen en katten hebben geurklieren in het gelaat of de onderkaak, daarom schuren ze dikwijls met hun kin over de grond of op hun baasje.In alle gevallen worden de geuren van die klieren geproduceerd door speciale cellen – meestal gewijzigde zweetklieren – en gebruikt voor verschillende doeleinden.Die chemische signalen, feromonen genoemd, worden opgespoord door speciale geurdetecterende vomeronasale organen in de neus.In de urine van koeien zitten feromonen die afbraakproducten zijn van de hormonen die hun seksuele cyclus regelen.Een stier zal zijn nek uitstrekken en zijn bovenlip opkrullen om het contact van zijn vomeronasale organen met die geuren zo groot mogelijk te maken. Aan de hand van de geur van de koe kan hij haar seksuele ontvankelijkheid bepalen. Ooit werd gedacht dat mensen geen vomeronasale organen hadden, maar ze bevinden zich op het neustussenschot net binnen in onze neusgaten.Honden en vossen gebruiken hun geurige anale afscheidingsstoffen om de grenzen van hun territorium af te bakenen; dassen gebruiken dezelfde klieren om elkaar te markeren en een gemeenschappelijke sociale identiteit te cre챘ren.Mannelijk zakvleugelvleermuizen gebruiken hun geur om een partner te verleiden, net als Italiaanse gigolo’s.Ze doen dat als volgt.Wanneer de gemiddelde mannelijke zakvleugelvleermuis ’s namiddags wakker wordt, nog altijd ondersteboven, begint hij met het onderzoeken, likken en schoonmaken van zijn vleugelholtes. Na enkele ogenblikken leunt hij voorover en slurpt hij enkel druppels urine op uit zijn penis. Hij houdt de urine in zijn mond en met een nu en dan versterkte kauwbeweging blijft hij de holte likken en stopt hij er het mengsel van speeksel en urine in. Daarna buigt hij zich opnieuw voorover naar zijn lies, waar zijn penis een klodder geelachtige materie afscheidt. De vleermuis neemt de klodder op zijn kin en brengt hem snel naar de holte.Voor zover men weet is de klodder afkomstig uit zijn voorhuidklieren – een reeks paarsgewijs gerangschikte bijklieren in het voortplantingssysteem die, bij de meeste andere soorten, helpen bij de aanmaak van zaadvocht. En het is nog niet voorbij. De vleermuis doet zijn mond wijdopen als in een overdreven geeuw, hij perst een druppel vloeistof uit een kleine klier op zijn kin en brengt ook die naar de vleugelzak. Je zou denken dat dat voldoende is, maar het heksenbrouwsel vraagt nog een laatste ongezien ingrediënt. Het is feest bij de miljoenen bacteriën in de voedzame brij in de vleugelholte.Ze vermenigvuldigen zich en verrijken de geur van het mengsel.Dat volledige minutieuze proces neemt elke dag een uur in beslag, maar zodra het afgewerkt is, is het mannetje klaar voor actie.

Hij pikt een haremvrouwtje uit, lanceert zichzelf de lucht in en gaat verleidelijk voor haar zweven. Zijn vleugelzakjes gapen wijdopen en hij stuurt zijn genitaal-speekselparfum in haar richting. Daar hangt ze, met open mond, en ze vangt de geuren op via haar gerimpelde neus. Meer kan hij niet doen. Op basis van zijn geur zal het vrouwtje beslissen of ze al dan niet met hem zal paren.

De onderzoeker

Christian Voigt van het Instituut voor Onderzoek van Wilde Dieren in Berlijn is ervan overtuigd dat de geur van elk mannetje verschillend is en op een bepaalde manier de kwaliteiten van het mannetje weerspiegelt. Of de geur ook MHCsignalen uitzendt, is nog niet bekend. “De vleugelzakjes en hun inhoud”, zegt hij, “dragen alle kenmerken van een seksuele eigenschap.” Vrouwtjes geven de voorkeur aan de geuren van bepaalde mannetjes, en de geprefereerde mannetjes slagen niet alleen voor de test met hun geuren, maar ook met hun genen.

De geur uit de vleugelzakjes is voor de vleermuis als een staart voor een pauw, of een lied voor een nachtegaal. De kansen van een mannetje om zich voort te planten hangen volledig af van de manier waarop hij zijn geuren organiseert. Als hij het juist doet, zal hij kunnen paren. Voigt overhandigt me een klein flesje. “Doe maar”, zegt hij, “open het en snuif eraan.” Voorzichtig draai ik het flesje open en ik ben verbaasd: dit ruikt naar lentebloesems.

Ik ben onder de indruk. Misschien moet ik enkele druppeltjes op mijn zakdoek doen.

(The Independent)

RUDIMENTAIRE  GEURDETECTIE   (tjeerdo )
De geurdetector bij diverse ‘zoog’ – diersoorten. 
Wat zou de mens dan moeten ruiken. 
Is de ontlasting- en urinelucht ook voor de menselijke primaat betekenisvol. ?
En kunnen  wij de bronstigheid van onze echtgenoten nog herkennen (lees  ruiken).?
Apocriene klieren
Bij de mens zijn deze klieren voornamelijk gelegen  rond de anus en genitalien.  Dit zijn de echte apocriene klieren. Wij hebben ook gemodificeerde apocriene klieren onder de oogleden (klieren van Moll), in de areola mammae (tepelhof) en in de uitwendige gehoorgang, hier
produceren ze cerumen (oorsmeer).   Ook de zweetklieren onder de oksels zijn een gewijzigde variant van de oorspronkelijke apocriene klier.
Apocriene klieren produceren een visceuze, enigszins melkachtige stof.  Bepaalde stimuli, zoals angst en seksuele opwinding veroorzaken secretie. Bij de mens is de “oorspronkelijke” functie van de echte apocriene klieren verdwenen. Bij andere zoogdieren dienen de apocriene
klieren als geurorganen voor afbakening van het territorium en als erotische lokmiddel (feromonen).
Bij de meeste primaten, tot en met de gorilla en chimpansee vindt men overal op het lichaam apocriene klieren.
Op het lichaam van de mens ontbreken ze bijna overal.
Ze beginnen zich te ontwikkelen in het menselijk  embryo, en in de vijfde maand van de zwangerschap bevinden ze zich over het gehele lichaam van de foetus, maar vervolgens verdwijnen ze.  Op enkele plaatsen na.
Er wordt gesteld dat de gemodificeerde apocriene klieren in de tepel, het meest de oude functie benaderen.  Voor de  mensenbaby is de geur van de tepel een hulpmiddel om deze te vinden.  De apocriene klieren rond de anus zijn in de loop van de evolutie functieloos geworden.  Sommige verwarren de apocriene klieren van de anus nog wel eens met de anale klieren.  Dit zijn kleine vertakte tubulaire klieren die lozen in het anale kanaal net boven het pecten, terwijl de apocriene klieren van de peri-anale huid, in het laatste deel van het anale kanaal (circumanale klieren) liggen.
Het begrip als erotisch lokmiddel en de uitscheiding van feromonen zie je zijdelings bij de vrouw weer terug komen. 
In de labia majora (grote schaamlippen) liggen groepen apocriene klieren.  Deze rijpen aan het begin van de seksuele rijpheid, dit in tegenstelling tot de eccriene zweetklieren die al vanaf de geboorte aanwezig zijn en geen veranderingen ondergaan.
Maar de aanwezigheid is histologisch dus aan te tonen echter een functie ontbreekt.  Daarom worden ze dus onder de  noemer rudimentair geplaatst.
Waarom heten ze trouwens apocrien?
Epitheliale secretie is onder te verdelen in vier soorten.
Namelijk merocrien, apocrien, holocrien en endocrien. 
Secreties vanuit de apex van de cel naar het celoppervlak of een lumen heten exocrien, terwijl secreties vanuit de zijkant of de basis van de cel die direct in het bloed belanden endocrien
heten.
Merocriene secretie vindt plaats door exocytose van de celapex (=top) naar een holte of lumen;
apocriene secretie vindt plaats door afsplitsing van apicaal celcytoplasma met het celprodukt. 
Bij holocriene secretie wordt de hele cel losgelaten met daarin celprodukten.
Tot slot is er dan nog de endocriene secretie waarbij d.m.v. endocytose het produkt in de bloedbaan terechtkomt.
Verleiden met je lichaamsgeur
19 september 2007
Geuren hebben een sterke invloed op het emotionele brein. Dit komt omdat ons reukorgaan in directe verbinding staat met de kleine hersenen waar ons geheugen en onze emoties zich bevinden. Behalve smaak en stemming be챦nvloeden geuren ook de aantrekkingskracht die we uitoefenen op anderen en dus indirect onze partnerkeuze. Amerikaanse onderzoekers hebben nu ontdekt dat de lichaamsgeur van een man vooral wordt bepaald door degene die hem ruikt.Geur bepaalt meer in je leven dan je op het eerste gezicht zou denken. Zo is wat wij smaak noemen, voor een groot deel geur. Als je iets proeft is het zelfs voor 90% de geur die de smaak bepaalt. De tong kan immers alleen zout, zuur, bitter en zoet proeven. Iemand met anosmie, een aandoening waarbij de reukwaarnemingen ontbreken, mist niet alleen zijn reukvermogen, maar kan dus ook niet zo goed proeven.Geuren zijn niet alleen van belang bij het proeven van voedsel. Ook emoties, gevaar, opwinding en veiligheid nemen we voor een deel waar via de neus. Moeder Natuur heeft ons dat vermogen met een duidelijke reden gegeven. Zo herkennen baby’s hun moeders aan de geur van haar lichaam en krijgen daardoor een gevoel van geborgenheid en vertrouwen.Geurboodschap
We kunnen het ons nu niet meer voorstellen maar in de oertijd was sterk ruiken uit oksels en kruis erg handig bij het overbrengen van de seks- en lustboodschap. Een boodschap die uiteraard van belang was voor de voortplanting en dus het voortbestaan van de mens. In de middeleeuwen stelden artsen soms zelfs een diagnose op basis van de geur van de pati챘nt.Aantrekkelijk
Bij aantrekkingskracht tussen de seksen speelt geur dus een belangrijke rol. Engelse wetenschappers hebben bewezen dat de geur van een partner voor het slagen van een langdurige relatie net zo belangrijk is als het uiterlijk.Soms kunnen we letterlijk door een geur worden ‘gelokt’. De reclame van een mannendeodorant speelt hier handig op in. De man die het betreffende deodorant gebruikt, oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op vrouwen. Althans, dat wil het merk ons doen geloven.Als we iemand prettig vinden ruiken bedoelen we niet dat hij naar niets ruikt of naar zichzelf, maar naar een lekkere geurstof. Met de natuur heeft dat dus weinig te maken. Want hoe zit het met de lichaamseigen geur die we onbewust registreren?Feromonen
In onze neus bevindt zich een speciaal orgaan. Deze piepkleine ‘ontvanger’ signaleert chemische lokstoffen. Dit noemen we ook wel feromonen.
Het woord ‘feromoon’ komt uit het Grieks en betekent letterlijk: ‘drager van opwinding’.
Feromonen zijn sterke natuurlijke chemische bestanddelen die mensen (maar ook dieren) afscheiden om soortgenoten van de andere sekse aan te trekken. Deze natuurlijke functie van feromonen heeft dus alles te maken met het bevorderen van de seksuele aantrekkingskracht.Feromonen zitten in allerlei lichaamsgeurtjes, zoals urine en zweet en zijn uniek voor ieder persoon. Het menselijke gedrag wordt enorm be챦nvloed door deze onzichtbare, suggestieve, volkomen natuurlijke stoffen. Elke keer dat we bijvoorbeeld zweten, scheiden we ook een beetje van de feromonen uit, die ons aantrekkelijker maken in de ogen van de andere sekse. Nog niet zo lang geleden ontdekten onderzoekers dat vrouwen meer zin krijgen in seks als ze de okselgeur van een man opsnuiven.Geuridentiteit
Elke mens heeft een eigen, unieke geur. Dit kun je vergelijken met een vingerafdruk. Onderzoekers hebben ontdekt dat onze geur indirect is gekoppeld aan voor elk mens unieke genen. Je zou kunnen zeggen dat we allemaal een eigen geuridentiteit hebben. Of we iemands geur wel of niet lekker vinden, kan dan ook heel persoonlijk zijn.Persoonlijke lichaamsgeur
Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt dat de lichaamsgeur van een man vooral wordt bepaald door degene die hem ruikt. Van de mensen die meededen aan het onderzoek werd DNA getest. Het bleek dat een klein verschil in het DNA bepaalt hoe de mens een geur ervaart. Met andere woorden 챕챕n gen bepaalt hoe mensen lichaamsgeur waarnemen.Stinken of heerlijk geuren?
Het onderzoek maakt duidelijk hoe het mogelijk is dat het zweet van de zelfde man voor verschillende vrouwen naar vanille, urine of naar helemaal niets kan ruiken. Dat komt doordat het gen dat geuren oppikt in verschillende variaties bestaat.
De volgende stap is om te onderzoeken hoe dit gegeven het sociale en seksuele gedrag van mensen verder nog be챦nvloedt.Interessante links:

Axe-effect

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/12273224/

Okselgeur blijkt kalmeermiddel

W찼t nou onsmakelijk. Voor vrouwen is het snuffelen aan een mannenoksel juist heel rustgevend, blijkt uit Amerikaanse onderzoek. Het kan een vrouw zelfs een eisprong opleveren.

De mens wordt weer eens op zijn nummer gezet: een snuffelend beest, d찼t bent u. Wisten we al dat vrouwen meer zin in seks krijgen als ze de geur van borstvoeding bespeuren en dat mannen kunnen ruiken of een vrouw in haar vruchtbare periode is – nu weer blijkt dat vrouwen kalmeren als ze de okselgeur van een man opsnuiven.

Mannelijk zweet heeft psychologische maar ook lichamelijke effecten op vrouwen. Vrouwen die geconfronteerd werden met mannenzweet kregen er een beter humeur van en voelden zich na het opsnuiven meer ontspannen dan ervoor.

Sterker nog: okselgeur lijkt de menstruatiecyclus van de vrouw te be챦nvloeden. De zweetlucht heeft een direct effect op de afgifte van het ‘Luteiniserend hormoon’. Dit hormoon be챦nvloedt de lengte en de timing van de menstruatiecyclus

Dat zou betekenen dat er misschien een nieuw vruchtbaarheidsmiddel uit zweet kan worden gemaakt, denkt geurchemicus George Preti van het Monellcentrum voor chemisch zintuiglijke waarneming in Philadelphia.

Er bevindt zich een aantal erg interessante, fysiologisch actieve chemicali챘n onder de arm”.

Preti en collega’s stelden een groep vrouwen zes uur lang bloot aan de reuk van mannelijk zweet, dat voor het onderzoek overigens was ‘gemaskerd’ met een andere geur. (1)

Gedurende het experiment hielden de onderzoekers bij hoeveel van het hormoon LH er in het bloed van de proefpersonen vrijkwam. Dat hormoon speelt een sleutelrol bij het op gang komen van de eisprong. De mannengeur bleek het vrijkomen van LH te versnellen, meldt het team in het blad Biology of reproduction. De vrijwilligers meldden bovendien dat ze zich minder gespannen voelden nadat ze aan het zweet hadden geroken.

Volgens Preti is dat allemaal het werk van feromonen, geurstoffen die bij veel zoogdieren een sleutelrol spelen in de communicatie tussen mannetjes en vrouwtjes. (2) De feromonen zouden vrijkomen bij het transpireren en vervolgens worden opgevangen door een speciaal orgaan bovenin de neus. Dat reukproces werd onlangs voor het eerst in detail bestudeerd bij muizen. Bij mensen is de feromonentheorie nog altijd enigszins omstreden, alleen al omdat er nog nooit een feromoon is ge챦soleerd. Een van de belangrijkste tastbare aanwijzingen dat mensen wel degelijk feromonen uitwisselen is een gen genaamd V1RL1. Dat gen, drie jaar geleden beschreven voor een Belgisch-Amerikaans onderzoeksteam, lijkt sterk op een gen dat bij zoogdieren betrokken is bij de bouw van feromonen-receptoren.

Een verklaring voor het ‘okseleffect’ heeft Preti’s collega-onderzoeker Charles Wysocki al. Wysocki’s theorie laat zich nog het beste omschrijven als een soort Goede tijden slechte tijden voor holbewoners: in de oertijd waren de mannelijke jager-verzamelaars z처 vaak van huis, dat vrouwen er evolutionair voordeel bij hadden als ze hun eisprong kregen als hun man eindelijk in de buurt was. Bovendien is de kans dat een vrouw zwanger raakt groter als ze ontspannen is – vandaar het kalmerende effect van mannenzweet. Maar veel meer dan speculatie is het allemaal niet, erkennen Preti en Wysocki.

Andere feromonenonderzoekers benadrukken dat maar weer eens blijkt hoe dierlijk de mens nog is. Dat is niet altijd even handig, constateert Ivanka Savic van het Karolinska-instituut in Stockholm tegenover de nieuwsdienst van het blad Nature. We leven nu eenmaal in een wereld waar snuffelen aan andermans oksel laag wordt gewaardeerd. “Onze biologie is primitief, maar onze maatschappij is beschaafd. Dat levert een spanningsveld op.”

Maarten Keulemans, NOS Online

George Preti et al., “Male axillary extracts contain pheromones that affect pulsatile secretion of luteinizing hormone and mood in women recipients.” In: Biology of reproduction, Vol. 68, 2107-2103 (2003).

(1) De oksel-extracten kwamen van mannen die zich 4 weken lang wasten met geurvrije zeep en die geen deodorant gebruikten. Om er zeker van te zijn dat de vrouwen op de feromonen reageerden en niet op de mannengeur, werd het zweet gemengd met andere geurstoffen. Van de proefpersonen had niemand door dat ze zweet roken; sommigen dachten dat het parfum was, anderen gokten op boenwas

(2) Lokstof
Eén gen bepaalt hoe mensen lichaamsgeur waarnemen.
De jongen op kantoor die naar zweet ruikt, ruikt misschien wat vies voor jou, maar kan er best door voor jouw vrouwelijke collega.Androstenon, een aan testosteron verwant hormoon, zit in zweet en is een belangrijk feromoon of lokstof omdat het voor iedereen uniek is. Androsterone ( kortweg zweet,) ruikt bij eenderde naar vanille . Eenderde vindt het op urine lijken en de rest ruikt helemaal niets

Overblijfselen v/h verleden  ; “nutteloze “reflexen  bij  neonaten  ?
1.- Reflexen zijn automatische ( thermostaat -achtige )  en ingebouwde  feed-back reacties van cybernetische  en regelende  /beshermende aard die worden  gekontroleerd door het zenuwstelsel 
Velen daarvan zijn niet door de wil beinvloedbaar
Sommigen zijn volslagen zinloos
Twee  relevante voorbeelden daarvan  bij pasgeborenen
Grijpreflex

—Als je een vinger in de handpalm van een  baby legt, zal hij deze onmiddellijk stevig beetpakken.
Dit is de grijpreflex van de  baby. De greep van de baby is zo sterk, dat hij zijn hele gewicht kan dragen wanneer hij zich met beide handjes ergens aan vastgrijpt.
—Als je de voetzolen van de baby aait, reageert hij op precies dezelfde manier:  de teentjes krullen naar binnen, waardoor de baby een grijpbeweging maakt met zijn voetje.
Helaas heeft de menselijke moeder geen pels ( meer ) waardoor de grijpreflex eigenlijk op een  overblijfsel/rudimentair restant   uit het fylogenetische verleden van de mens lijkt …
Baby- aapjes grijpen zich wél vast aan de pels , soms al tijdens het geboorte-proces
Schrikreflex of Moro-reflex
timeline1-lg
Alle baby’s vertonen vlak na hun geboorte dezelfde schrikreactie.
Bij een plotseling geluid of een onverwachte beweging zal de baby zijn armen en benen wijd uitspreiden, alsof hij iets wil vastgrijpen, zodat een val  ” in  de diepte”  word vermeden 
–> dat had dus  wél zin  voor    apen babytjes  die  zich vasthouden aan het moederlichaam  ….
omdat een mensenbaby dit niet meer kan doen ( zie boven ) heeft ook deze reactie geen zin meerDaarna buigen de ledematen  langzaam weer naar binnen en balt je kindje zijn vuistjes.
Deze reflex eindigt met een heftige huilbui.—-> De schrikreflex doet, samen met de grijpreflex, sterk denken aan de manier waarop babyaapjes reageren en zich vastgrijpen aan hun moeder. en valt door de evolutie theorie
( in het bijzonder de deeltheorie  die de gemeenschappelijke
voorouder van alle primaten  poneert ) te verklaren …
Wat is de zin van zulke totaal overbodige  ingebouwde regulaties en fijnafstemmingen in
” intelligent  ontworpen ”  babies
Het is alsof een paar technische snufjes van nut in  zeilboten  ___voor de grap  ? ____werden  ingebouwd in  een race-auto ….
Borelingen vertonen geen doelgerichte handelingen( ze kunnen zich niet alleen redden ( veel minder dan andere placentale zoogdier-neonataten ); zelfs niet wat hun algmene houding betreft : en zijn vrij hulpeloos ; Mensen-kinderen moeten zelfs de grootste en langdurigste investeringen , bescherming en aandacht van de beide ouders genieten (van alle diersoorten )om te kunnen overleven( Desmond Morris ) ….
Borelingen vertonen alleen maar “primitieve reflexen “; die later zullen vervangen of overgenomen of uitgeschakeld worden
worden door andere functionelere reflexen , later in de ontwikkeling :
—>of die primitieve reflexen later “verdwijnen ” is zeer de vraag ( ze worden misschien alleen maar later uitgeschakeld —> demente bejaarden schijnen plots weer sommige van die reflexen te vertonen ; net alsof een rem is weggevallen ) :
—> er zijn zowel levensbelangrijke ( bijvoorbeeld al die reflexen die te maken hebben met automatische bescherming tegen licht warmteregulaties en mogelijke chemische en fysische overlast binnen bepaalde grenzen ) als
vrijwel nutteloze reflexen in hun ommidelijke effekten van geen belang voor de bescherming van de baby )
—> er zijn ook reflexen aanwezig die ” specifiek noodzakelijk zijn in die levensfase “( bij het zuigen bijvoorbeeld )
—> of sommige betere reflexen later uit die enkele nutteloze ontwikkelen is ook mogelijk ;
we moeten er immers rekening mee houden dat de hersencapaciteiten van een nieuw-geboren nog in volle ontwikkeling en opbouw zijn …en er daardoor later nieuwe mogelijkheden opduiken ( dat is misschien de reden waarom apenbabies en mensenbabies die samen worden opgevoed ; zo rond het derde
levensjaar merkbaar van elkaar beginnen te verschillen ( niet noodzakelijk ” betere ” of “slechtere ” maar “andere” ) qua mentale mogelijkheden en ontwikkelings-pathways ?
pasgeborenen babies die storingen vertonen in primitieve reflexen , schijnen ook niet te beschikken over de mogelijkheden die betere reflexen te ontwikkelen .
Maar dat kan
natuurlijk ook wijzen op een algemene “slechte ” uitrusting van het
zenuwstelsel ….
Veel van dergelijke reflexen bij babies worden door kinderartsen dan ook als checklist gebruikt bij pasgeborenen om abnormaliteiten op te sporen (= in dit geval defektueuze toestanden in het zenuwstelsel: waarbij de reflexen zowel links als rechts( hersenhelften ? ) optredend met elkaar worden vergeleken )

“Tjeerdo4

De ontwikkeling van een baby kent inderdaad tal van voorbijgaande reflexen. hierboven noemde men al

de Moro-reflex.
Aanpassingsmechanismen die evolutionair rudimentair gedrag nabootsen. Het evolutionaire overleven begint bij de boreling.
De baby is geen sociaal wezen: er is maar één behoefte eten. Over de zogenaamde gastric ?? smile zijn de meningen verdeeld. Waarschijnlijk een aangeboren gedragskenmerk om het gedrag van anderen naar de hand te zetten. Een affectief middel om aandacht op zich te vestigen. En aandacht betekent eten. De biologische behoefte is overduidelijk aanwezig. Mensen zien betekent eten. Menselijke prikkels hebben een duidelijke voorkeur: huidcontact en geur spelen een belangrijke rol.
De cognitieve functies laten een vlugge gewenning (habituatie), conditionering (fles zien? zuigen) en nabootsingleren (imitatie). Gedrag wat bij overige primaten ook terugkomt.
De oude reflexen (archaische) zijn tevens voorbijgaande reflexen:
Een aantal voorbeelden zijn:
– snuffel- of zoekreflexen (rooting reflex0
– zuigreflex
– grijpreflex
– babinsky-reflex (uitwaaieren van tenen)
– Moro-reflex (omarmingsreflex)
– asymmetrische tonische halsreflex
– kruipreflex
– stap- of loopreflex
– primitieve steunreflex
Een aantal reflexen zijn blijvend: slikken en hoesten.
Reflexes are involuntary movements or actions. Some movements are spontaneous, occurring as part of the baby’s usual activity. Others are responses to certain actions. Reflexes help identify normal brain and nerve activity. Some reflexes occur only in specific periods of development.

Primitive reflexes are reflex actions originating in the central nervous system that are exhibited by normal infants but not neurologically intact adults, in response to particular stimuli. These reflexes disappear or are inhibited by the frontal lobes as a child moves through normal child development.

REFLEX NORMAL RESPONSE ABNORMAL RESPONSE
Rooting and sucking rooting reflexNewborns turns head in direction of stimulus, opens mouth, and begins to suck when cheek, lip, or corner of mouth is touched with finger or nipple. Weak or no response occurs with prematurity, neurologic deficit or injury, or central nervous system (CNS) depression secondary to maternal drug ingestion (eg. narcotics).
Extrusion extrusion reflexNewborn pushes tongue outward when tip of tongue is touched with finger or nipple. Continuous extrusion of tongue or repetitivetongue thrusting occurs with CND anomalies and seizures.
Swallowing Newborn swallows in coordination with sucking when fluid is placed on back of tongue. Gagging, coughing, or regurgitation of fluid may occur, possibly associated with cyanosis secondary to prematurity, neurologic deficit, or injury; typically seen after laryngoscopy.
Moro Bilateral symmetrical extension and abduction of all extremities, with thumb and forefinger forming characteristic “C” are followed by adduction of extremities and return to relaxed flexion when newborn’s position changes suddenly or when newborn is placed on back on flat surface.moro reflex Asymmetrical response is seen with peripheral nerve injury (brachial plexus) or fracture of clavicle or long bone or arm or leg. No response occurs in cases of severe CNS injury.
Stepping Newborn will step with one foot and then the other in walking motion when one foot is touched to flat surface.
step reflex
Asymmetrical response is seen with CNS or peripheral nerve injury or fracture of long bone of leg.
Prone crawl Newborn will attempt to crawl forward with both arms and legs when placed on abdomen or flat surface.
prone crawl
Asymmetrical response is seen with CNS or peripheral nerve injury or fracture of long bone of leg.
Tonic neck or “fencing” Extremities on side to which head is turned will extend, and opposite extremities will flex when newborn’s head is turned to one side while resting. Response may be absent or incomplete immediately after birth.
tonic neck
Persistent response after 4th month may indicate neurologic injury. Persistent absence seen in CNS injury and neurologic disorders.
Startle Newborn abducts and flexes all extremities and may begin to cry when exposed to sudden movement or loud noise.
startle thumb Newborn Reflexes
Absence of response may indicate neurologic deficit or injury. Complete and consistent absence of response to loud noises may indicate deafness. Response may be absent or diminished during sleep.
Crossed Extension Newborn’s opposite leg will flex and then extend rapidly as if trying to deflect stimulus to other foot when placed in supine position; newborn will extend one leg in response to stimulus on bottom of foot. Weak or absent response is seen with peripheral nerve injury or fracture of long bone.
Glabellar “blink” Newborn will blink with first 4 or 5 taps to bridge of nose when eyes are open. Persistent blinking and failure to habituate suggest neurologic deficit.
Palmar grasp grasp reflexNewborn’s finger will curl around object and hold on momentarily when finger is placed in palm of newborn’s hand. Response is diminished in prematurity. Asymmetry occurs with peripheral nerve damage (brachial plexus) or fracture of humerus. No response occurs with severe neurologic deficit.
Plantar Grasp plantar graspNewborn’s toes will curl downward when a finger is placed against the base of the toes. Diminished response occurs with prematurity. No response occurs with severe neurologic deficit.
Babinski sign babinski reflexNewborn’s toes will hyperextend and fan apart from dorsiflexion of big toe when one side of foot is stroked upward from heel and across ball of foot. No response occurs with CNS deficit.

Newborn Reflex Video

Reflex en polsbreuk 
DE COLLES FRACTUUR
http://www.godvoordommen.nl/2009/12/03/bewijs-voor-evolutie-de-colles-fractuur/

Mensen lopen, met uitzondering van de periode van training waarin we ons kruipend voortbewegen, hun hele leven rechtop. Deze vorm van voortbeweging heeft zo zijn voordelen, maar tevens niet te verwaarlozen nadelen. Gezien het feit dat we op zijn minst 1 meter zestig lang zijn, kan een onverwachte val voorover hard aankomen.

Aangezien we onze ‘voorpoten’ niet gebruiken om onszelf voort te bewegen, gebruiken we deze twee nuttige aanhangsels in geval van een dergelijke onverwachte ontmoeting met de zwaartekracht om onze val te breken. Dit gaat volautomatisch. Zonder dat we erbij stilstaan proberen we bij een val ons lichaamsgewicht (plus versnelling) tot stilstand te brengen door onze relatief kleine handen eerder de grond te laten raken.

Huisartsen, verpleegkundigen en specialisten kunnen bevestigen dat de meest voorkomende breuk die uit dit aangeboren gedrag voortkomt de ‘Colles fractuur’ genoemd wordt. Het betreft hier een fractuur die ontstaat doordat het polsgewricht te ver doorbuigt in de richting van het lichaam, in tegengestelde richting aan de val.

Deze fractuur heeft een uniek karakter,
http://www.handclinic.nl/content.asp?id=226

omdat het altijd het spaakbeen of soms de ellepijp is die vanwege deze overstrekking nét boven het polsgewricht breekt. De Colles fractuur is daardoor zonder twijfel het gevolg van enerzijds het feit dat we rechtop lopen en anderzijds het resultaat van onze reflexen. Reflexen die bestaan teneinde het lichaam tegen schade te beschermen, maar in dit specifieke geval juist averechts werken en derhalve niet getuigen van enig intelligent ontwerp.

Geen enkele ontwerper die oneindig intelligent is zou immers een reflex ontwerpen die de bezitter in de meeste gevallen schade toebrengt. Enige god faalt dus hopeloos wanneer wij het lichaam beschouwen als ontworpen omhulsel van onze ziel. Maar doet de kennis van evolutie het beter?

Ons spaakbeen en ellepijp zijn relatief dunne botten. Dit verklaart waarom ze relatief gemakkelijk breken in de configuratie van de Colles fractuur. We mogen tevens vaststellen dat de mens zich al minstens 200.000 jaar (maar waarschijnlijk vele malen langer) op beide achterpoten voortbeweegt. Een dergelijke fractuur kan derhalve als een veelvoorkomend fenomeen beschouwd worden in onze relatief jonge geschiedenis op de aarde en als zodanig zou evolutie dus gezorgd moeten hebben voor een tweetal dikkere botten in onze onderarmen dan wij op dit moment waarnemen, nietwaar?

Wanneer wij de meest recente voortgang beschouwen op het gebied van het ontwerp van mensachtige robots, dan valt ons één ding op. In alle gevallen waar sprake is van een onderarm en een hand, zorgen de menselijke ontwerpers voor een configuratie waarin het polsgewricht niet alleen een functie heeft in het faciliteren van de beweging van ‘Noord-Zuid’ en ‘Oost-West’, maar tevens zorg draagt voor het roteren van de hand.

Deze functionaliteit van het door mensen ontworpen polsgewricht is belangrijk; ze zorgt er immers voor dat de onderarm kan bestaan uit een enkel dik ‘bot’ dat niet verantwoordelijk is voor de functionaliteit van het roteren van de arm, zoals bij mensen wel het geval is. Een dergelijk dik bot breekt vele malen minder makkelijk, en is een even elegante oplossing als de bovenarm van de mens. Waarom de intelligente ontwerper derhalve niet gekozen heeft voor eenzelfde configuratie in de mens, is onduidelijk. Wat duidelijk is, is dat het geenszins intelligent ontwerp genoemd kan worden.

Terug naar evolutie. Evolutie kan niet ‘opnieuw beginnen’. Het was dus geen optie een onderarm te evolueren uit een enkel bot en onze pols de taak van het roteren over te laten nemen. Ze kan immers alleen werken met wat er al is. Al onze voorouders, ook degenen die NIET rechtop liepen, vertrouwden op de twee botten in hun onderarm om hun te voorzien van de functionaliteit van het roteren van de hand. De enige ‘verbetering’ die had op kunnen treden door middel van natuurlijke selectie zou dus geweest zijn het verdikken van zowel het spaakbeen als de ellepijp.

Maar wanneer dit gebeurd zou zijn, zou het niet langer mogelijk zijn om de onderarm te draaien. De realiteit is derhalve dat zowel het spaakbeen als de ellepijp zo dik zijn als ze kunnen zijn, zonder dat ze de functionaliteit van het roteren van de hand beïnvloeden. Evolutie is immers een kwestie van het maximaliseren van de voordelen, binnen de mogelijkheden die reeds bestaan. De nadelen kunnen echter niet zomaar overkomen worden en zeker niet vervangen worden door een nieuw, deugdelijk ontwerp.

Het evolutionaire antwoord is nu volstrekt duidelijk: Het feit dat wij ondanks onze voorkeur voor het rechtop lopen vatbaar zijn voor zeer onbenullige breuken aan de onderarm is gelegen in het feit dat beide botten in de onderarm zo dik zijn als ze kunnen zijn, zonder dat ze de belangrijke functionaliteit van het roteren van de hand beïnvloeden. Ook hier verraad ons lichaam zijn ‘lage afkomst’.

De verklaring die de creationisten daarentegen rest blijft: “God wou het zo”. Hij had het beter kunnen doen, maar hij had vast een slechte dag toen hij aan de primaten begon.

EEN STRIJDPUNT  :
NUT of ONNUT  van
De appendix
De appendix vermiformis ook wel wormvorming aanhangsel genoemd. In leerboeken chirurgie (De Boer 1336 pagina’s, Klok 473 bladzijden)  worden tientallen bladzijden besteedt aan dit wormvormig aanhangsel.  De functie wordt in enkele zinssneden omschreven;  onbekend.   Sommigen gaan iets verder rudimentair orgaan wat in de loop van de evolutie zijn oorspronkelijke functie heeft ingeleverd.  Voor de rest is het alleen maar kommer en kwel!! Creationisten en misschien ook theistische evolutionisten geven dit stukje darm nog een functie.  Namelijk een rol als lymfatisch bewaker van de dikke darm.
Echter wat kost dit bewakingssysteem dan wel.  Als we deze kant op kijken en niet de logica volgen van cellulose-vertering, dito opslagplek voor bacterien die hier bij betrokken zijn.
Appendicitis door drukverhoging van het nauwe lumen door zwelling van het lymfoide weefsel in de wand.  Een ingedikt stukje faeces, een corpus alienum (onbekend stukje), een afknikking of een littekenstenose kan voldoende zijn om bacterien op te sluiten of een stuwingsproces op gang te brengen. Dit komt heel frequent voor.  De ziekenhuizen stromen vol met appendicitis.  Op de meest onmogelijke tijdstippen.  Soms wordt besloten om maar gelijk het “mes”  erin te zetten en op andere momenten kiest men voor het tot “rust brengen” van de ontsteking d.m.v. van antibiotica.   Het kan altijd fout gaan.  De ontstoken appendix perforeert en een massale ontsteking (peritonitis) is een gevolg.  Met soms een dodelijk gevolg. Infiltraten, leverabcessen, fistelvorming en soms ontstaat een chronische appendicitis.  Met langdurige klachten.  En we zijn er nog niet helemaal klaar. Carcinomen en sarcomen kunnen ook voorkomen in deze paar centimeter darm.
Dus al die zendelingen die in Afrika prediken over scheppingsfantasie.  Moeten maar hopen dat ze in geval van een appendicitis in het bezit komen van antibiotica.  In glos A wordt antibiotica ook behandeld.  Maar dan vanuit een andere invalshoek.
Dit geschenk van hogere machten is men dan meestal kwijt dan rijk.  En er zal niemand opstaan die hierna vraagt of hij hem alstublieft terug mag hebben.
Nog een paar aandachtspunten:
1.  Dus het smalle dode uiteinde is een fysieke blokkade.  Reactiviteit van het lymfoide weefsel geeft snel afsluiting
2. Er komt steeds meer bewijs dat het verwijderen van de appendix; het voorkomen van collitis ulcerosa vermindert (chronische darmontsteking)
3. Een appendicitis kan dodelijk zijn.  Het gemis van een appendix is niet dodelijk!!
4. Bij het bestuderen van de link van Talk-Origins let op de grootte van de appendix t..o.v. het cellulose-verbruik
5. Er is geen afdoende bewijs dat de appendix bij mensen een immunologische functie vervuld.
6. Fylogenetisch gezien staan apen dicht bij de homo sapiens.  Zij hebben geen of een kleine appendix.  Het coecum is bij hen groter net als de mens.
Appendix
The Riddle of the Appendix
26-02-2007 10:06 Tomaso Agricola
Het is toch wat. Nou had ik altijd gedacht dat de appendix (blinde darm in de volksmond) geen functie vervult in het menselijk lichaam en dan komt de Anchorage Daily News met een bericht met de titel Pellets [hagel, TA] frequently turn up in bird-eaters’ appedixes.Though it may look vaguely like a hand grenade, the solid white structure in the X-ray is actually someone’s appendix, visible only because it is full of shotgun pellets — so full, in fact, that it is stretched to about three times its normal size.

De appendix in kwestie (ik kon de foto niet vinden) is van een 73 jaar oude Inuit vrouw die, waarschijnlijk 10-tallen jaren lang, de hagelkorrels naar binnen had gekregen bij het eten van eende- en ganzevlees. De artsen die haar behandelden waren niet eens verbaasd, want het komt vaker voor bij de inboorlingen van Alaska.Dus, zoals onze oorspieren er voor zijn om onze bril recht te zetten blijkt nu ook de appendix wel degelijk een functie te hebben, namelijk het bewaren van hagelkorrels.
Peter Borger
1.- De appendix heeft een immunologiese functie. Met name in het ongeboren en zeer jonge kind. Er zitten namelijk speciale centra van antilichaam producerende cellen (B cel follikels).Het feit (=observatie) alleen dat de appendix aanwezig is en niet verschrompeld zoals de thymus dat doet op latere leeftijd, duidt op een functie, ook in het latere levensstadium.
Dat is ook een van de redenen dat de appendix tegenwoordig niet meer wordt verwijderd bij een blindedarmontsteking (appendicitis), maar binnenstebuiten gekeerd.
2.- Zo blijkt onze Ontwerper toch weer slimmer dan wij soms veronderstellen…allelluja
  Inuit appendix full of pellets
http://www.nytimes.com/2006/01/03/science/03find.html?pagewanted=printhttp://www.freerepublic.com/focus/f-news/1554434/postsA 73-year-old woman’s appendix was full of buckshot, making it easily visible in this X-ray. The small spot above and to the left is a pellet on the way down

07 februari door Tomaso Agricola

Tomaso Agricola
Unintelligent Design (4):
De appendix
.
Ook met ons maag- darmstelsel lijkt alles goed voor elkaar.
Vanuit de mond wordt het eten, na goed kauwen naar de maag gebracht.
Hier vindt de eerste vertering plaats en worden suikers opgenomen.
Bovendien worden eventuele bacterieen gedood door het maagzuur.
Vanuit de maag gaat het naar de dunne en de dikke darm.
Hier wordt het eten verder verteerd, en worden voedingsstoffen via een ingewikkeld systeem opgenomen.
Na een reis van 30-120 uur eindigen de resten in de endeldarm waar nog wat vocht wordt verwijderd.
Hierna wordt het mengsel van etensresten en bacterieen netjes in het toilet gedeponeerd en afgevoerd.
Niets aan het handje. meestal
Maar ook in dit systeem is iets geks aan de hand.
Wanneer het voedsel vanuit de dunne darm naar de dikke darm gaat passeert het als eerste de blinde darm.
Dit is een doodlopend stukje darm aan het begin van de dikke darm.
Aan deze blinde darm hangt een soort wormpje.
Dit wormpje heet, zeer toepasselijk, ‘wormvorming aanhangsel.
Medici noemen het appendix.
tomasso VKB  2006
Dat er een doodlopend stukje darm is dat is nog niet eens zo gek.
Paarden
bijvoorbeeld hebben een grote blinde darm en zijn er voor hun voedselvertering echt van afhankelijk.
Maar het wormvorming aanhangsel hangt er maar een beetje bij.
Het doet niets en wanneer we merken dat het er is dan is dat omdat er een ontsteking in ontstaat die, wanneer niet behandeld, dodelijke kan zijn.


Gelukkig zijn we tegenwoordig in staat om zonder noemenswaardig risico de appendix meteen operatief te verwijderen wanneer hij problemen veroorzaakt.
In bepaalde gevallen, wanneer mensen naar onherbergzame gebieden gaan waar ze niet meteen naar een ziekenhuis kunnen (de jungle, Antarctica), wordt zelfs
besloten de appendix preventief te verwijderen.
Waarom hebben wij een appendix?
Een echt intelligente ontwerper zou meteen besloten hebben om het ding maar niet bij de mens in te bouwen.
Maar hij zit er toch. Weer een teken van een niet-zo-intelligente ontwerper?
Of wellicht heeft God inderdaad beschikt dat er een worm moest zijn (Jona 4:7).
Wie zegt dat, in het geval van een ontwerper, deze zo intelligent is?
Waarom zou het niet een entiteit geweest kunnen zijn die simpelweg over meer kennis beschikt
dan waar wij nu met zijn allen bij kunnen en her en der
geexperimenteerd heeft? Wij doen dat immers zelf ook
Of geeft de evolutietheorie een betere verklaring?
Volgens de evolutietheorie is de appendix een rudimentair orgaan.
Een overblijfsel van een fuctioneel orgaan dat niet meer gebruikt wordt.
Walvissen hebben bij voorbeeld nog een rudimentair bekken (het bewijs dat ze van landdieren afstammen), wij hebben een rudimentaire darm.
Onze voorouders hadden dit stuk darm nodig bij de spijsvertering, maar bij ons heeft het geen functie meer.
De functie van de appendix in de medische wetenschap wordt weliswaar officieel niet als “niet functioneel” aangeduid, maar als “niet duidelijk”.
Er zijn zelfs wetenschappers die beweren dat de appendix een rol speelt in de ontwikkeling van het immuun systeem.
Dat wij de functie niet helemaal begrijpen of, dat er op dit moment geen duidelijke functie geconstateerd is, wil niet zeggen dat die er ook niet is.
Echter
Wanneer we ongestraft bij hele volksstammen de appendix kunnen verwijderen, wanneer de appendix preventief verwijderd wordt wanneer mensen in de rimboe op
expeditie gaan en wanneer zelfs de appendix verwijderd wordt wanneer het nog niet honderd procent zeker is dat er een blindedarmontsteking gaande is,
dan moet ik toch aannemen dat het geen vitaal orgaan is, dat het geen functie vervuld en dat het zonder problemen verwijderd kan worden.
De mogelijke functionaliteit is nog steeds niet aangetoond.
Je kunt ook geen theorie opbouwen op de verwachting dat dit soort toekomstige inzichten over functionaliteiten wellicht zullen veranderen.
Een theorie bouw je met de kennis die je nu hebt.
En het lijkt er niet op dat er sprake is van intelligent ontwerp.
Het lijkt eerder op prutswerk : een soort knutselaar die alleen maar wat rotzooit en zwemt in de goot …
Ons ongeluk is dat de appendix , ondanks het niet functioneren wel in staat is om te ontsteken.
In het verleden moet dit veel ellende hebben veroorzaakt, maar gelukkig hebben we daar inmiddels wat op gevonden…….. zonder de bovennatuurlijke Intellligente ontwerper
IP – theory

Is de door mij voorgestelde ” intelligente – prutsers ” theory .
en is op zoek naar een evolutionaire verklaring voor “immorele” , “afschuwelijke” en “stupide “ maar waarneembare mankementen in de uitgevoerde resultaten van een of ander “ontwerp “zoals verwezenlijkt in levende wezens

Wanneer u een “(misschien )kapotte ouwe bom” vind uit de eerste wereldoorlog,
terwijl u uw west-vlaamse moestuin omspit ===>weet je zeker dat het hier gaat om een “ intelligent ontworpen “object ___ Althans zolang u niet met bom en al de lucht ingaat …
Op dezelfde manier mogen we onderstellen dat al het afschuwelijke wat we waarnemen in deze “scheppingen” ( die men intelligente ontwerpen noemt ) intelligent ontwerpis , tenzij het natuurlijk gaat over een volslagen idiote opportunistische en blinde “bommenmaker “als bouwer en planner van al dat fraais

Opmerkelijk zijn de in de medische /en diergeneeskundige literatuur te vinden
(en overigens in alle takken van de levenswetenschappen wanneer men daar begint op te letten )

1.- voorbeelden van “falende” en krakemikkige ontwerpen in levende wezens
2.- voorbeelden van onvoorziene bijwerkingen van succesvolle realisaties van ontwerpen
3.- ontwikkelings en produktielijn “ongevallen “/ doodlopende wegen en spontane abortussen …
4.- overblijfselen van afgebroken ontwikkelingslijnen en “afval”-restanten , dat aanleiding kan geven tot kwaadaardige risico’s in latere levensfasen …
5.- speciale slechte en krakemikkige “genetische-informatie ” zoals – valse starten , dubbele en driebubbele stop orders ,stop / stop bevelen zonder daartussenliggende procedure beschrijvingen , in het genoom ingebouwde parasietaire restanten en verongelukte genen
“lege” bestanden … pseudo- genen en ontregelingen
6.- RUBE GOLDBERG machinerieen )en ander “ingewikkeld” geknutsel =
“ Booting up “procedures die gebruik maken van volkomen onnutte gedeeltelijke stappen en onnodige “tussenstappen “ om te worden geactiveerd
7.- het gebruik van “verspilzieke “ omwegen in plaats van shortcuts
“backtrackings “of processie- bewegingen ( twee stappen vooruit , een achteruit
bijvoorbeeld ) constructie / afbraak / herconstructie etc …

Kunst en vliegwerk /Noodoplossingen

(in het engels ; jury-rigged design )
Elke ingenieur weet dat “kunst en vliegwerk ” en allerlei “noodoplossingen “ achteraf , nooit in staat zijn een fundamentele fout in een ontwerp
bestendig en duurzaam
op te lossen ..
.
*Een zinkend en lek gebouwd schip kan drijvend worden gehouden door intensiever te pompen …
*Pleisters op een houten been of andere soorten van symptoombestrijding bestendigen alleen maar de oorspronkelijke miskleun …
Dit soort van “noodoplossingen “ en “voorlopige reparaties ” is schering en inslag in blinde evolutie-ontwerpen
De ontwerpen zijn niet alleen sub-optimaal maar ook nog eens samengesprokkelde klussen en knutselwerkjes , met een
” zo -goed -en- zo -kwaad- als -mogelijk” en met “met-gebruikmaking -van -de -middelen- aan -boord ” karakter
De evolutionaire processen houden de” individuen” ( binnen elke generatie ) juist lang genoeg in leven om zich voort te planten
(In feite is er sprake van een langzaam verschuivend dynamisch evenwicht : de afstamming-stroom van de duplicerende “genen “-opstellingen wordt ( zolang mogelijk ) bestendigd in de tijd …. )
Het voortdurend balanceren op het -scherp -van -het -mes en de groter wordende investeringen in noodoplossingen doen uiteindelijk het incasseringsvermogen ( dynamische evenwichtsbasis en elastische rek ) van het systeem afnemen =
Niet alleen worden de achterafoplossingen/bijsturingen en reparaties steeds ingewikkelder , maar ze vragen steeds meer investeringen totdat het
benodigde kapitaal aan benodigde energie en grondstoffen in toenemende mate door deze oplossingen wordt opgesoupeerd ….
= De biologische soort die voortdurend verder blijft investeren in noodoplossingen en zich specialiseerd in ingewikkelde bijsturingen achteraf , zonder iets te
veranderen aan de basis-fouten van het ontwerp , zal bij bepaalde verandering van de omgevings- omstandigheden en uitdagingen die aan het systeem worden
gesteld dan ook grotere nadelen ondervinden : het aantal opeenvolgende bijsturingen en achteraf -installaties om fouten op te lossen in de responsen op
dreigingen op verschillende niveaus ( bijsturingen van fouten in bijsturingen bijvoorbeeld ) is eveneens beperkt ….
De meeste (alleen maar meercellige ? )biologische soorten zijn uitgerust met deze noodoplossingen en deze “koorddans” systemen …
Uitsterving ( van een bepaald ontwerp ) is dan ook bij toenemende complicaties en risico’s vroeg of laat de algemene regel …
Gelukkig kunnen soorten zich opsplitsen en of zich door de accumulerende evolutie van nieuwe “ontwerpen “en/of het aanboren van nieuwe energie en grondstof-bronnen ,en/of het “veranderen ” van omgeving en niche( waardoor de oplossing voor problemen in het oude millieu irrelevant wordt ) ;
“ombouwen ” tot succesvollere pogingen ….
—>Therapode dino’s verdwijnen, maar hun rechtstreekse nazaten ( de vogels )bestaan nog steeds ….
—>Een bepaald noodzakelijk basisprodukt dat het organisme zelf produceerde, kan nu uit de omgeving worden opgenomen ( verandering dieet )
: bijvoorbeeld vitamines …
Veranderingen in de levenscycli ( evo-devo )
Tijdelijke tussenoplossingen
Een bepaald ” investeringsintensief ” onderdeel van de opstelling wordt nog gebruikt als tussen stap of “ stelling/montage-steiger “ tijdens de “ontwikkeling” maar verdwijnt daarna weer —->
—> Larven van sommige ( zich bewegende en reizende )mariene sessiele dieren bezitten sturende “hersenen ” /zenuwstelsels ; Van zodra de larve zich vastzet op het ( door de “hersenen” van de larf herkende en ontdekte ) geschiklte substraat , waar het dier zich vervolgens tot een succesvolle eet- en voortplantingsmachine omvormt , zijn de ” energieverslindende ” hersenen niet meer nodig en sterven af /worden geassimileerd en gerecycleerd …
De natuur zit helemaal niet zo intelligent in elkaar
als menig creationist of Intelligent Designer vaak denkt.
Het menselijk oog heeft een blinde vlek en
de urineleider bij de man is met z’n vele kronkelingen nodeloos omslachtig.
Een beetje loodgieter zou besluiten dat het een “slecht ontwerp” is en er een prutser aan het werk geweest is.
Dat vormt natuurlijk de rechtstreekse oorzaak van de moeilijkheden die oudere mannen krijgen met hun prostaat
Maar er is meer ;
Omdat de plasbuis bij vrouwen korter is dan bij mannen, krijgen vrouwen veel eerder een blaasontsteking.
Vrouwen kunnen dus vaker last hebben van blaasontstekingen.
Je kunt dus eerder zeggen dat mannen evolutionair gezien beter beschermt zijn tegen bacterieen die omhoog kruipen in de plasbuis dan vrouwen.
Vanuit ID stanpunt gezien moet dit toch leiden tot de vrazag ” Vanwaar dat evolutionaire voordeel voor mannen?”
Nog iets lastiger maar ook dramatischer:
Er worden kinderen geboren met zware genetische defecten, met ongeneeslijke ziekten met een totale aftakeling tot gevolg (de ziekte van Bernheimer-Seitelberger, de ziekte van Tay Sachs, de ziekte van Sandhoff…).
Bij een kind met de ziekte van Tay Sachs takelt enkele weken na de geboorte het zenuwstelsel progressief af en wordt alle zintuiglijke waarneming steeds pijnlijker.
Het kind komt uiteindelijk in een non-responsief vegetatief stadium en sterft binnen de leeftijd van vijf jaar onverbiddelijk een gruwelijke dood.
Foutje in het intelligent ontwerp?
Intelligent Design-aanhangers beweren dan dat ID geen “perfect” ontwerp impliceert.
Hier gaat men voorbij aan de kern van het probleem.
De vraag is waarom we in deze gevallen niet zouden mogen spreken van een “intelligent” ontwerp, met onmiddellijk daaropvolgend de vraag : waarom ontwerpt een schepper zo “selectief intelligent”?
Is een Intelligente Ontwerper dan niet altijd intelligent?
Zeg maar: intelligent, maar soms ook een beetje dom?
Wat ID in de eerste plaats zou moeten verklaren is waarom er zoiets bestaat als een on-intelligent ontwerp!
Het vertebraten oog
Links
Response
(1) Matsui S et al., Adaptation of a deep-sea cephalopod to the photic environment. Evidence for three visual pigments. J Gen Physiol. 1988 Jul;92(1):55-66
(2) Schaeffel F, Murphy CJ, Howland HC Accommodation in the cuttlefish (Sepia officinalis). J Exp Biol. 1999 Nov;202 Pt 22:3127-34.
(3) Parver LM. Auker CR. Carpenter DO. The stabilizing effect of the choroidal circulation on the temperature environment of the macula. Retina. 1982, 2(2):117-20.
(4) Parver LM. Temperature modulating action of choroidal blood flow. Eye. 1991;5 ( Pt2):181-5.
Some More of God’s Greatest Mistakes
Organisms that Look Designed
VERTEBRATEN- OOG en müller cellen
Afiberoptic plate is a “zero-length window” that optical engineers can use to transmit an image without using a lens. Certain cells in the vertebrate eye appear to perform a similar function. An image focused by the lens on the front surface of the retina is conveyed by M체ller cells to rods and cones on the retina’s rear face. Kristian Franze et al. observed that, when light is applied to the dissected retina of a guinea pig, a lattice of bright spots 2 µm in diameter and spacing 6 µm apart appears on the far side. The authors stained the retina with dyes and antibodies specific to Müller cells and confirmed that these long, funnel-shaped cells, which bridge the full thickness of the retina, are responsible for the light transmission. Held in a laser trap, Müller cells transmitted light efficiently across an optical gap. The cells’ refractive index is higher than that of surrounding tissue, and although their shape is not as regular as that of artificial optical fibers, they effectively function as such. — K.M.
Müller cells are living optical fibers in the vertebrate retina
by Kristian Franze, Jens Grosche, Serguei N. Skatchkov, Stefan Schinkinger, Christian Foja, Detlev Schild, Ortrud Uckermann, Kort Travis, Andreas Reichenbach, and Jochen Guck
[
Full Text]
De gliale cellen van Müller die het licht transporteren door het omgekeerde netvlies van gewervelden, gedragen zich als levende optische vezels.
Met hun trechtervormige uiteinde, verzamelen de Müller cellen het licht aan het netvliesoppervlakte en leiden het naar fotoreceptor cellen aan de
tegenoverliggende zijde.
De Müllercellen werken bijna net zoals een optische vezelplaat, die binnen optische wetenschappen worden gebruikt om zonder gebruik van een
lens een beeld met slechts weinig vervorming over te brengen. De cellen hebben zelfs de juiste brekingsindex variatie voor ‘beeldoverdracht met
minimale vervorming en verlies door het netvlies van gewervelden.
De Müllercellen presteren zelfs beter dan optische vezels, omdat zij trechtervormig zijn, waardoor er meer licht voor de receptoren wordt verzameld.
De brede ingangen van de Müllercellen bedekken het volledige netvliesoppervlak, en verzamelen zo de maximale hoeveelheid licht
Andreas Reichenbach, één van de leden uit het onderzoeksteam gaf het volgende commentaar:
“De natuur is zo ingenieus. Dit betekent dat er genoeg ruimte in het oog is voor alle neuronen (zenuwcel) en synapsen enz., maar evengoed kunnen
de Müllercellen maximaal licht opvangen en doorgeven.”
(Hieronder volgt een door mij aangepaste overname en (gedeeltelijke) citering van van de openings-post van Peter Borger ; het oorsrponkelijke bericht is hier te vinden
http://www.volkskrantblog.nl/bericht/125523)
….. Eén enkel foton (lichtdeeltje) volstaat om een fotocel in het oog te activeren .
Wat overigens niet wil zeggen dan sommige fotonen worden gereflecteerd of worden opgevangen
Een groot raadsel was nog steeds hoe het (opgevangen ) licht uiteindelijk de lichtgevoelige cellen ( gelegen op de retina van het camera-oog van vertebraten )
kan bereiken zonder te worden verstrooid
Het licht moet namelijk eerst door vele lagen cellen en weefsel dringen die bovenop deze fotocellen de onbelemmerde doorgang van het licht binnen
deze camera
verstoren .
Dit zogenaamde ontwerp probleem moet worden opgelost om een scherp beeld op het netvlies te krijgen :
dus het teniet doen van de verstrooiingen veroorzaakt door deze belemmeringen .
Onderzoekers van de Universiteit van Leipzig hebben nu een gedeelte van het antwoord gevonden op deze vraag ( zeker wanneer het gaat over” zien “in nogal donkere omstandigheden –>waarbij uiteraard veel minder fotonen binnenkomen )
PNAS on line van 2007, bericht dat het licht wordt opgevangen en doelgericht geleid door een bepaald type cell, bekend als Müller cellen , waarvan men de functie tot dusverre niet goed kende.
Een van de medewerkers aan het paper van Franze et al..
Reichenbach:
(mijn vertaling )
“Müller cellen blijken te werken als een soort “optisch gevoelige plaat “, die het mogelijk maken een beeld te detecteren en te leiden dwars doorheen de verstorende lagen die bovenop de fotocellen liggen … Eenzelfde soort techniek wordt tegenwoordig ook veel gebruikt in de beeldanalyses door optische engeneering ” en beeldoverdracht door middel van optische plastiek en glasvezel kabels
“De Müller cellen gedragen zich als een lens , en verzamelen al het licht( dat erop valt ) zonder enig verlies …
Net zoals een optische (samengestelde) plaat( sensor ipv van een fotografische film ) dat doet
Technische optische platen bestaan uit bundels optische vezels die lichtinval verzamelen en doorgeleiden doorheen elke afzonderlijke de vezel
(ze creeren dus een soort van rasterbeeld waarvan het oplossingsvermogen( de scherpte van het beeld) afhangt van het aantal aanwezige vezels …
)
De onderzoekers hebben ontdekt dat het ontwerp van het vertebraten -oog een stapje verder gaat en gebruik maakt van trechtervormige cellen die de ontvangstvan nog meer fotonen aan het oppervlak van het vertebraten oog mogelijk maakt ,meer nog dan de gewone inval op een simpel “punt ” van het beginpunt van elke optische vezel op de plaat )
…..
Het betekent dat er genoeg plaats is binnen het oog om plaats te bieden aan alle neuronen en sypnapsen (bovenop de fotocellen (= staafjes en kegeltjes )
en voor de (bundels) Muller cellen ….(die de lichtbeelden ongehinderd kunnen transporteren naar de fotocellen die ze omzetten in zenuw-pulstreinen) ”
(* in het rood mijn toevoegingen )
Hieronder de

De ogen van mensen en andere gewervelde dieren lijken wel een constructiefout. Er is namelijk geen enkele voor de hand liggende reden waarom de lichtgevoelige cellen zich op de achterkant van het netvlies bevinden, en niet op de voorkant.
Waarschijnlijk een gevolg van de manier waarop ogen ontstaan en ge챘volueerd zijn.( bij vertebraten )

Maar de evolutie dokterde ( door natuurlijke selectie uit het voortdurend aanbod aan genetische recepten ) een oplossing voor dit probleem uit:
de cellen die de voorkant van het netvlies met de achterkant verbinden, gedragen zich als een optische kabel, waarvan de wanden zo ondoordringbaar zijn voor licht dat er onderweg bijna niets verloren gaat.
De maximale lengte van de zo af te leggen afstand is een vijfde van een millimeter.

Volgens het vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences weerkaatst de wand van deze zogeheten M체ller-cellen alle licht weer naar binnen. De weerkaatsende eigenschappen zijn een gevolg van de aanwezigheid van dichte bundels van polymere vezels in de celwand.

Het inzicht werd bereikt door laserlicht te schijnen op M체llercellen die uit hamsters waren gehaald.

Lichttransporterende cellen fungeren als een optische kabel

De eerste reacties komen natuurlijk uit creationistische en ID -hoek
(zie hierboven voor Peter Borger )
en van william Dembski
http://www.uncommondescent.com/intelligent-design/another-icon-of-bad-design-bites-the-dust/
De eerste antwoorden daarop van de “evolutionisten ‘”lieten ook niet lang op zich wachten
Tomasso schreef in Commentaar# 23 en in antwoord op het blog van Dr. Peter Borger
Wanneer ik (..de) argumenntatie (van creationisten )goed begrijp heeft de ontwerper eerst een enorme bok geschoten door onze retina binnenstebuiten te vouwen.
En toen hij/zij zag dat dat niet werkte besloot hij niet om het ontwerp maar te laten varen, maar bedacht daarna een briljante oplossing om de blunder
te herstellen.
ikzelf
Tsja die Intelligente Ontwerper lijkt wel een soort Rube goldberg -type
http://www.utexas.edu/features/archive/2003/graphics/rube3.jpg
Bovendien heeft deze ontwerper wél al goed werkende camera-ogen ontworpen bij inktvissen
kwallen , landslakken en allerlei schelpdieren
(doopvontschelp )…
de vele ogen van een schelpdier
Hij kan het dus wèl …
of
misschien zijn het andere ontwerpers die deze beestjes hebben voorzien met hun eigen merken ogen ? Zijn deze concurenten-ontwerpers in het bezit van exclusieve patenten
Korthof vermelde reeds William Demski’s triomfalisme en overhaaste conclusies

Die “Intelligence” bedoeld is de intelligente ontwerper) doet sommige dingen en laat andere dingen achterwege.
Hij zorgt goed voor bacterieën want die krijgen zweepstaartjes, maar de mens zit( WEL )opgescheept met schadelijke mutatie’s.
Kitcher omschrijft het beter dan ik hier kan doen.
Met deze gedachtengang en vraagstelling moet je naar uitlatingen kijken van Intelligent Design experts als William Dembski.
Kijk bijvoorbeeld naar de recente blogpost
‘Another Icon of “Bad Design” Bites the Dust’ (2 May 2007) waarin Dembski beweert dat de omgekeerde retina in het menselijk oog in tegenstelling
tot wat Darwinisten beweren juist perfect geschapen is.
Maar als het menselijk oog met omgekeerd netvlies en mèt blinde vlek (‘blind spot’) perfect ontwerp is, is het oog van de Octopus met niet-omgekeerd
netvlies en zonder blinde vlek slecht ontwerp?
Het is één van tweëen.
Opvallend is de altijd triomfantelijke toon van Dembski, in plaats van een serieuze theorie over de powers en limitations van de intelligentie…”
Verder lezen ;
Muller cells

April 30, 2007 CTRetinal glial cells act as optical fibers
By John Timmer | Published: April 30, 2007 – 04:54PM CT
http://arstechnica.com/journals/science.ars/2007/04/30/retinal-glial-cells-act-as-optical-fibers#Comments
By any reasonable standard, the vertebrate eye is laid out pretty stupidly. Because of the way the eye branches off the central nervous system,
the photoreceptors that are key to sensing light form at the deepest layer of the eye.
To get to them, light must travel through a number of other cell types, potentially blurring and distorting images.
Squid, which form their eyes through a different mechanism, don’t have this problem—it appears to be a vertebrate-specific issue.
But that doesn’t mean that vertebrates haven’t made the best of a bad situation.
Research that will appear in the next issue of PNAS reveals that we’ve evolved a clever hack.
Glial cells within the retina act as optical fibers, directing light to the back of the eye where it can be perceived.
A European research team noticed that when light is shone through a retina with the photoreceptors removed, it exits the other side in a grid of bright
spots and dark areas, suggesting that light can take favored paths through the retina.
Looking at it from the other side, they saw that most of the retinal surface that normally faces the light is reflective, with a grid dark patches where
the light was channeled through.
The pattern and size of these light channels matched the appearance of a specific cell type in the retina, the Mülller cells, which are glia
that support the nerves of the eye.
So they isolated some Müller cells, and determined that they had an unusually high refractive index, a feature shared with material used for optical
fibers. They showed that, despite their complex shape, these cells could propagate visible light along their entire lengths.
For their next trick, the research team used an optical trap to line up individual Müller cells floating in a solution, and used a microscopic fiber optic
device to shine light into them. They were able to show that when the cell was lined up straight between this light source and a meter, the amount of
transmitted light jumped. Either changing the alignment or removing the cell eliminated the effect.
The authors note that in mammals, most Müller cells are associated with a single cone cell,
which is responsible for color perception in high-light environments.
Because the Müller cells cells bring light directly to the cells that sense it, the otherwise clumsy arrangement of cells in front of the photoreceptors
may actually limit the scattered or extraneous light that’s sensed.

Geplukt uit diverse discussies

Inverted retina,is a good evidentiary example of how evolution is a non-directed process.
And one that occurs by the cumulative effect of small, random changes over time.
So if the inverted retina of mammals is a good design — does that mean that the uninverted retina of octopods is a bad design?
Note to those suffering from detached retinas:
you still risk severe visual impairment or blindness.
God apologizes; it’s just the cost of such ingenious design
They say it’s a good design, after all, but they seem to forget WHY we call it a bad design in the first place.
Typical strawman argument.
all that proves is given a poor start evolution can refine the design to a working model. No God necessary.
far from being an argument for ID …. their discovery, by real biologists, actually shows us that evolution is a powerful-enough theory for increasing
our scientific knowledge of the world.
M체ller cells would never be discovered by an ID “scientist”. They would have stopped studying the eye long before these sorts of details could ever
be worked out.
Incidentally, what is so “brilliant” about having a blind spot?
“Hemorrhoids, Bad Design or Brilliant?” http://www.hemorrhoids.com
°
Unintelligent Design (14):
http://www.volkskrantblog.nl/blog/699
27-04-2009 Tomaso Agricola
Vorige maand verscheen er in het tijdschrift Cell een artikel van Irina Solovei et al dat deze miskleun van onze schepper onderstreept, want het laat zien dat er bij bepaalde groepen dieren aanpassingen worden ingebouwd om het prutswerkje weer enigszins recht te breien (is dat dan intelligent design vanwege unintelligent design?).Wat is er aan de hand met het oog? De lichtgevoelige cellen in de retina (netvlies in gewoon Nederlands) kijken de verkeerde kant op. Ze kijken in de richting van de achterkant van het oog. Als gevolg van deze omkering moet het licht door allerlei cellagen heen die de lichtgevoelige cellen met de oogzenuw verbinden en ook nog eens door het hele cellichaam van de lichtgevoelige cel zelf omdat het lichtgevoelige gedeelte ook nog eens aan de achterkant zit. Hierdoor gaat licht verloren en wordt ook de scherpte enigzins aangetast (vanwege de schematische weergave is er op dit plaatje veel meer ruimte voor het licht dan in een echte retina).Of dit werkelijk een probleem is was niet helemaal duidelijk, omdat het oog over het algemeen zijn functie redelijk lijkt te vervullen, maar het artikel met de titel Nuclear architecture of rod photoreceptor cells adapts to vision in mammalian evolution laat zien dat die dieren die het met minder licht moeten doen, omdat ze in de schemering of ’s nachts actief zijn, in de celkern een aanpassing hebben om het licht beter door te laten. Een aanpassing die niet bij dagactieve dieren te vinden is en ook niet in de andere lichaamscellen van de nachtactieve dieren. Het is een aanpassing uitsluitend toegepast in de lichtgevoelige cellen, de staafjes, van deze nachtactieve dieren.De aanpassing houdt in dat het deel van de chromosomen dat gekopieerd wordt om eiwitten van te maken en de moleculaire machinerie die zich daar in de celkern mee bezig houdt zich aan de rand van de celkern bevindt en zich dus verspreid heeft over de hele kern. Normaal gesproken bevindt het zich in een beperkte ruimte in het midden van de celkern.De auteurs laten zien dat deze aanpassing te vinden is in allerlei verschillende groepen van nachtactieve dieren (bijvoorbeeld knaagdieren, konijnachtigen, primaten, en evenhoevigen), maar niet in dagactieve dieren uit dezelfde groep (knaagdieren, primaten en evenhoevigen). Bovendien laten de auteurs zien dat deze aanpassing het licht beter doorlaat. De aanpassing wordt echter niet in andere lichaamscellen toegepast omdat de conventionele verdeling een stuk efficiënter werkt.Al met al een extra bewijs dat de Unintelligent Design theorie ondersteund.Oftewel, de evolutie rommelt maar wat aan en wanneer een cel of orgaan of structuur zijn functie zo goed vervult dat de eigenaar er voordeel van heeft is er niemand daarbuiten die zich druk maakt over de vraag of het ook efficiënter kan.
°

Unintelligent Design (14): Oogspieren

Tomaso Agricola
In publieke debatten rond de vragen over de ontwikkeling van het leven en het ontstaan van de verschillende soorten op deze wereld. staan tegenwoordig ( alweer ) twee “oplossingen” tegenover elkaar :
Zijn de soorten ontworpen en gemaakt door een Intelligente Ontwerper/Schepper,
of is er sprake van een ongeleid evolutionair process?
Stephen J Gould is 1 van de (vele) evolutiebiologen die er op heeft gewezen dat dit debat niet geslecht zal worden door te kijken naar de maat van complexiteit of de perfectie waarmee sommige dieren/planten of anatomische kenmerken zijn aangepast aan hun omgeving.
Beide processen (evolutie en ontwerp) zijn in staat om een hoge complexiteit en perfectie te bereiken.
Dat er sprake is van een ongeleid evolutionair proces zal echter zeer snel duidelijk worden zodra we stuiten opimperfecties( grove fouten ontwerpen ) , vreemde ‘ontwerpen'( Rude goldberg ) en sub-optimale( knutsel-ontwerp ) oplossingen.
Een Intelligente Ontwerper zou niet tot dat soort oplossingen komen, ongeleide evolutie echter wel.
Imperfecte, en suboptimale oplossingen leveren het bewijs dat er geen sprake kan zijn dat het leven is ontworpen door een Intelligente /en goedmenende Ontwerper (hoogstens een niet zo intelligente ontwerper).Ondertussen is er een nieuw tijdschrift gestart met de titel Evolution: Education and Outreach. Dit nieuwe tijdschrift ……will promote accurate understanding and comprehensive teaching of evolutionary theory for a wide audience. Targeting K-16 students, teachers and scientists alike, the journal will publish articles to aid members of these communities in the teaching of evolutionary theory.
… en bevat een schat aan informatie, ook voor de geinteresseerde leek.
Uit 1 van de artikelen van Steven Novella met de titel Suboptimal Optics: Vision problems as scars of evolutionary history heb ik het volgende voorbeeld over de oogspieren opgeduikeld (Novella vertelt hierin ook over de retina die binnenstebuiten zit).
oogspieren2
het oog wordt bewogen door 6 spieren (zie plaatje). Om een bolvormig voorwerp stabiel te draaien (in welke richting dan ook) schijnen echter niet meer dan 3 spieren nodig te zijn. Als het oog zou zijn ontworpen dan zou hij dus minimaal met 3 spieren zijn uitgerust. Het zijn er meer. Het eigenaardige is dat met de manier waarop de spieren zijn aangehecht aan het oog geen enkele van de 6 overbodig is. Zodra er 1 uitvalt is er meteen sprake van fouten in oogbewegingen (scheelheid, dubbel zien, of niet in staat zijn het oog te richten).Wanneer je dan al een oog ontwerpt met meer dan het minimum van 3 spieren zou een Intelligente Ontwerper er toch zeker voor zorgen dat de spieren zo rond het oog zitten dat het uitvallen van 1 van die spieren niet onmiddellijk tot problemen zou leiden? Vanuit evolutionair oogpunt is de ietwat onhandige anatomie beter te begrijpen. Uit fossiele gegevens (een oud artikel van Whitnall uit 1911 J Anat Physiol) zou blijken dat het oog van primitieve vissen zelfs 7 spieren had. Het grote aantal, onhandig geplaatste spieren is daarmee een overblijfsel van een evolutionaire geschiedenis van 100-en miljoenen jaren. Over de oorsprong van dit (te) grote aantal spieren wordt verder in het artikel niet gesproken en dit is wellicht ook niet bekend.
02 februari 2006 door Tomaso Agricola
Unintelligent design (2):
Het oog
Neem nu bijvoorbeeld ons eigen oog.
Het lijkt het toppunt van perfectie en was lange tijd het hoofdargument van creationisten.
Een accomodeerbare lens zorgt voor een scherpe afbeelding aan de binnenkant van het oog.
Daar aan de binnenkant zitten 2 soorten lichtgevoelige cellen die het licht opvangen en vertalen in electrische pulsen.
We kunnen er de verschillende golflengtes van het licht mee zien, zodat we in staat zijn kleuren te onderscheiden. Bovendien zijn we in staat onze omgeving scherp waar te nemen over een brede schaal van lichtsterkten. M.a.w. we kunnen goed zien op een heldere zomerdag aan het strand, maar ook midden in de nacht bij het licht van de maan.
En toch, wanneer je goed kijkt kan het beter.
De lichtgevoelige cellen in de retina kijken namelijk de verkeerde kant op.
Ze kijken in de richting van de achterkant van het oog.
Sagschem
Eye02
Als gevolg van deze omkering moet het licht door de zenuwcellen heen die de lichtgevoelige cellen met de oogzenuw verbinden.
Hierdoor gaat licht verloren en wordt ook de scherpte enigzins aangetast.
RetinaLayers
°
Een tweede gevolg hiervan is dat de oogzenuw door de retina heen moet  om de
informatie naar de hersenen te sturen.
°Deze plek is de zogenaamde blinde vlek.
Hierdoor is er een gebied in het gezichtsveld waar we blind zijn.
Normaal   gesproken merken we daar niets van, maar zodra je 1 oog dicht doet kun je hem wel ontdekken door gebruik te maken van de beroemde tekening met de
stip en het kruisje.
°
TESTJES 

Sluit je linkeroog. Kijk vervolgens recht naar het kruisje en ga langzaam met je hoofd dichter naar het beeldscherm. Wat gebeurt er?

 

Blinde vlek

 

In onderstaande afbeelding zie je wat er in werkelijkheid met het beeld gebeurde. Het kruisje komt terecht op de gele vlek, de plek om scherp te kunnen zien. Het rondje valt nu naast de gele vlek en in een bepaald geval zelfs op de blinde vlek. Omdat hier geen zintuigcellen zitten (vanwege de oogzenuw) neem je nu geen stip meer waar.

 

Blinde vlek uitgelegt

Sluit nu je rechteroog en kijk naar de rode stip. Ga steeds dichter naar het beeld…...

 

blinde vlek balk

 

 Sluit weer je rechteroog en kijk naar het kruisje. De rode stip beweegt vanzelf in je blinde vlek….

blinde vlek test

 

blinde vlek test

 

°Hoe vullen je hersenen het gat van de blinde vlek in?

Doe je linkeroog dicht, kijk naar het kruisje en kom dichterbij het scherm….

blinde vlek kleur

blinde vlek invulling

 

Waarom heb je in het dagelijks leven geen last van je blinde vlek?

Je kijkt met twee ogen; beeld valt nooit op beide blinde vlekken tegelijk, dus 1 oog neemt altijd het beeld waar, kijk maar hieronder:

blinde vlek twee ogen

°
<   Meestal is die blinde vlek geen probleem, maar zodra je maar 1 oog kunt gebruiken wordt het dat wel.
En het ergst is nog wel dat
je hersenen bij gebrek aan informatie dit stukje invullen met informatie die niet echt is
.
°
Dat het ook anders kan bewijst een andere diersoort.
°
De inktvis, een weekdier notabene, heeft een oog dat erg veel op het onze lijkt, maar hier zit de retina niet omgeklapt.
Dit weekdier zwemt dus met een oog rond dat in zijn constructie beter is dan het onze.
Inktvissen hebben dit nodig, gezien ze vaak in diepten leven waar minder licht voorradig is dan wij mensen tot onze beschikking hebben.
Verlies aan licht-intensiteit waar wij mensen prima mee overweg kunnen, is voor een inktvis een serieuze belemmering.
camera_eye ,vertebrates , octopus ,squid
Waarom hebben wij niet net zo’n oog?
Wanneer je uitgaat van een intelligente ontwerper dan is het toch vreemd dat hij ons het mindere model heeft gegeven terwijl er er wel een beter model
aanwezig was
.
octopus eye structure
Vanuit evolutionair oogpunt is het wel te begrijpen.
Bij het ontstaan van het oog in onze voorouders is de groei in tegengestelde richting verlopen vergeleken bij de voorouders van de inktvis.
Evolutie zoekt namelijk niet naar de optimale oplossing, maar zal altijd gaan voor de oplossing die beter is dan de huidige.
En daarbij kan het gebeuren dat een weg is ingeslagen die uiteindelijk niet tot een optimaal orgaan leidt, maar simpelweg naar een oplossing die beter is
dan het niet hebben van dat orgaan.
De natuur streeft niet naar perfectie of verbeteringen an sich.
Het draait erom dat het “goed genoeg is” om te kunnen functioneren en voort te bestaan.( minstens tot wanneer succesvol kan worden voortgeplant )
Lukt dit niet, dan zal de natuur zich aanpassen totdat het wel goed genoeg is.
of anders verdwijnt het gewoon : het sterft (uit )
Deze aanpassingrn dienen wel te functioneren voor een specifieke soort. in een bepaalde(eveneens veranderlijke ) omgeving
Hierdoor zullen (samen met een voortdurend aanbod aan varianten waaruit de NS selecteert -)verschillen ontstaan.
Er zijn ontelbare mislukkingen, echter slechts “enkele” successen.
Dat is het leven zoals wij dat kennen.
Zij die in Intelligent Design geloven, gaan hier volledig aan voorbij
zie ook —->
Creationisten en ID-ots bagger
Het grootste argument dat ID-ots hebben is dat het heelal, de natuur en de mens zo perfect in elkaar zitten dat hij niet door symbiose, mutatie en natuurlijke selectie kan zijn ontstaan, zoals de moderne evolutie theorie leert.
Maar zit de wereld wel zo intelligent in elkaar als wij denken?
Is ons lichaam werkelijk zo perfect in elkaar gestoken als deze mensen beweren?
Neem nu bijvoorbeeld ons eigen oog.

Het lijkt het toppunt van perfectie en was lange tijd het hoofdargument van creationisten.
(creato) De astronoom Robert Jastrow zei:
Het oog lijkt te zijn ontworpen, en wel op een manier die geen telescoopbouwer zou kunnen verbeteren.
En in de publikatie Popular Photography wordt erover verteld:
Menselijke ogen hebben een veel wijder bereik voor het onderscheiden van details dan een film.
Ze zien driedimensionaal, met een enorm grote beeldhoek, zonder vertekening, in voortdurende beweging . . .
Een camera met het menselijk oog vergelijken, is geen goede analogie.
Het menselijk oog lijkt meer op een ongelooflijk geavanceerde supercomputer met een kunstmatige intelligentie, informatie verwerkende vermogens, snelheden en verrichtingsmogelijkheden die ver uitsteken boven alle door mensen vervaardigde apparaten, computers of camera’s
-Quote -mining is een geliefde sporttak van de crerationisten /
uiteraard zonder referenties /
“popular” werkjes staan naast de wetenschap natuurlijk

(Creato) “En dat zou zich allemaal bij toeval ontwikkeld hebben?”

Evolutionaire ontwikkellingen zijn niet alleen maar toevalligheden ;
het is vooral roeien met de riemen die men heeft
en af en toe een aangroe van genetisch materiaal ( bijvoorbeeld gen-verdubbelingen )
(C) “- Als wij, die hoogstens voor een deel begrijpen hoe ons eigen oog werkt, laat staan dat we enig idee hebben hoe het ontstaan is, gaan zeggen dat het niet optimaal is samengesteld, is dat bijzonder pretentieus.”
(Tomaso)
Zeggen dat het wel optimaal is terwijl het duidelijk is dat het niet zo is,
komt bij mij ook niet bijster slim over.
“- Dat iets ook anders kan, wil niet zeggen dat dit in andere omstandigheden ook beter is.
Als ik, die in het volle zonlicht leef, alles even scherp en heldere kon zien als die inktvis, zou ik waarschijnlijk binnen de kortste keren hoofdpijn hebben.
Ik knipper nu al met m’n ogen als het gordijn opengaat…”
(Tomaso );
Dus wij hebben een blinde vlek omdat we anders hoofdpijn zouden hebben?
Dit is makkelijk op te lossen door hetzelfde aantal staafjes en kegeltjes te installeren, maar dan de bedrading wel op de goede manier te doen.

Uw “probleem van de hoofdpijn” verklaart nog steeds niet waarom de retina bij ons binnenstebuiten in ons oog zit.
“- De lichtcellen in de retina kijken natuurlijk wel de goede kant op!
Dat wij geen maximale scherpte zien, is een uitgebalanceerd ontwerp van ogen en hersenen, de laatste moeten immers alles verwerken.”
Sorry?
We kijken wel de goede kant op?
Dit moet u uitleggen.
(C) “Geavanceerder is niet per definitie beter.
Dat jij intelligenter bent dan ik, wil nog niet zeggen dat ik minder goed ben “
(Tomaso )
Wie zegt dat dan?
Ik niet.
Jullie beweren dat wij zo intelligent in elkaar zitten.
(C)”God schiep variatie.
Verschil in complexiteit.
Eigenlijk is alles buitengewoon geavanceerd in onze ogen, maar het een nog meer dan het ander
(Tomaso )
De ontwerper heeft ons verschillende soorten ogen gecreeerd om het leven interessanter te maken?
En om dezelfde reden heeft hij fossielen in de grond gestopt?
Dit is misschien leuk voor bij de borreltafel, maar met wetenschap heeft dit argument niets te maken. Het spijt me.
(c)” Als je ervan uitgaat dat een intelligente Ontwerper bestaat , kun je er ook vanuit gaan dat hij bepaalt wat goed is en niet goed, en dan zijn dat niet zijn schepselen die dat bepalen .
Tomaso :
Dat laatste is een non-issue:
U begeeft zich nu in een cirkelredenering.
De ontwerper is intelligent en dus is zijn ontwerp ook intelligent.
En het ontwerp is intelligent dus is de ontwerper ook intelligent.
Wie beweert dat wij in elkaar zijn gezet door een intelligente ontwerper zal ook moeten laten zien dat wij intelligent ontworpen zijn.
Juist dit soort eigenaardigheden bewijst dat wij hoogstens door een unintelligent designer in elkaar zijn gezet die niet te onderscheiden is van een evolutionair proces.
03 februari 2006 door Tomaso Agricola
Unintelligent Design (3):
Ons gebit
Wanneer we bijvoorbeeld naar ons gebit kijken dan lijkt dat prima voor elkaar te zijn. We worden geboren zonder tanden en worden gezoogd door onze moeder.
Na verloop van tijd groeien er als vanzelf tanden in de mond, totdat we een mooi rijtje kleine tandjes hebben waarmee we vast voedsel kunnen eten.
Maar we groeien, en ook daar is aan gedacht.
Na verloop van tijd vallen de kleine tandjes er 1 voor 1 uit en worden vervangen door grotere. Een prachtig systeem.
Maar er zitten ook wat nadelen aan.
En niet alleen dat wij zo verzot zijn op zoete dingen dat wij onze tanden ermee dreigen te bederven.
In principe hebben we daar zelf controle over.
Er is nog iets anders.
Tandenprutserij -design bij mensen
1138951743_41631
Wanneer we het gevoel hebben dat het klaar is, we zijn bijna volwassen en de mond lijkt volledig voorzien van tanden, gebeurt er bij veel mensen iets wat
vaak zeer pijnlijke gevolgen heeft.
Er wordt namelijk nog een extra set van 4 kiezen doorgedrukt; de zogenaamde verstandskiezen.
Niet iedereen krijgt overigens verstandskiezen.
Sommigen krijgen er slechts twee, anderen weer helemaal geen.
Bij de een past het wel op de kaak, bij een ander weer niet.
Het lijkt erop dat onze evolutie is gestopt, of tot nu toe is aangeland, op een plek waar deze kiezen deels aan het verdwijnen zijn, terwijl bij sommigen
ze nog probleemloos kunnen bestaan.
(Want het is maar de vraag of de mens nog kan evolueren.
Gezien de selectie op gezondheid en aanpassing op omgeving amper nog plaatsvindt. Vrijwel iedereen krijgt de kans zich voort te planten. En als het kind ziek en met ernstige afwijkingen die levensbedreigend zijn wordt geboren weet
onze medische wetenschap het toch weer in leven te houden. )
Maar terug naar het topic :
Het probleem is dat er in veel gevallen helemaal geen ruimte meer is voor deze kiezen.
De gevolgen zijn velerlei: caries, opengebeten wangen, gebarste kiezen, ontstekingen in de kaak.
De enige oplossing is die overtollige kies dan maar door de tandarts te laten trekken.
Er zijn zelfs tandartsen, zoals die van mij, die ze liever preventief trekken in plaats van het er op aan laten komen.
Waarom krijgen wij die extra kiezen, waar we geen lust en wel last van hebben?
Wanneer je ervan uitgaat dat er een intelligente entiteit is die ons heeft ontworpen lijkt het hier toch weer een bok te hebben geschoten.
Vanuit het oogpunt van evolutie kun je dit soort ongemakken wel verwachten.
Onze verre voorouders hadden grotere kaken (en kleinere hersenen).
Daar was wel plaats voor de extra kiezen.
Bij de moderne mens is de kaak door de verandering van eetgewoonten (het gebruik van vuur bij het bereiden van het eten) en de groei van de hersenen
kleiner geworden, maar het aantal tanden dat daar uiteindelijk ingroeid heeft zich daar nog niet aan aangepast.
Deze aanpassing zal nu waarschijnlijk ook niet meer komen omdat de tandarts ze, bij ongemak, meteen verwijdert.
En wat te denken van het snotgootje onder de neus?
Twee neusgaten, één gootje!
De blinde darm, of de natuurlijke aandrang de schouders op te trekken bij koude, waardoor de bloedcirculatie verminderd en je het nog kouder krijgt.
Zie ook
—->
Homo futuris

DOODLOPENDE STRAATJES

(Dirk Draulans/knack)

Het leven op aarde is in feite een enorme verspilling van middelen

Als er al een intelligente ontwerper aan de basis van het leven gelegen heeft, zoals de jongste versie van de creationisten (de aanhangers van het scheppingsverhaal als verklaring voor de oorsprong van het leven) het wil, dan heeft die duidelijk andere normen gehanteerd dan wij nu zelf proberen na te streven.

Het leven is een onwaarschijnlijke verspilling van middelen. Al die mensen die geboren worden, en wier doortocht op de wereld geen wezenlijk verschil maakt…

Men zou kunnen zeggen: misschien ligt zo iemand aan de basis van iemand die w챕l een verschil maakt, vele generaties later. Het is een feit dat genie챘n – zowel op sociaal als op intellectueel vlak – schaars zijn, en dat ze vaak opduiken zonder dat ze voorbestemd zijn. Een loterijtje dus, de Charles Darwinnen, Moeder Theresa’s of Eddy Merckxen!

Maar waarom zou zo’n intelligente ontwerper slechts af en toe een bijzondere mens op de wereld willen zetten? Om het status-quo te handhaven, die veel creationisten graag zien? Het is in ieder geval bewezen dat de meesten van onze verre voorouders géén nakomelingen meer hebben, dat ze een doodlopend straatje in het bestaan waren.

Dat blijkt uit genetische tests. Ergens stammen wij allemaal van hetzelfde handvol voorvaderen en voormoederen af. Onze vaderlijke roots zouden in Oost-Azi챘 liggen (waar met beschuldigende vinger naar Djengis Khan verwezen wordt), onze moederlijke roots in de bakermat van de mensheid, in Afrika.

Waarom zou zo’n intelligente ontwerper evenwel regelmatig experimenteren?

*Van 550 tot 250 miljoen jaar geleden waren de trilobieten waarschijnlijk de dominante levensvorm op aarde: in ondiepe zee챘n levende reuzenkakkerlakken met een krabachtig schild.

*Na 300 miljoen jaar had de ontwerper er kennelijk genoeg van, vaagde hij 90 procent van het leven dat hij had gecreeerd in 챕챕n klap weg, en probeerde hij het eens met een gemeenschap die vooral bekend is dankzij de reusachtige monsters die ze heeft voortgebracht: de dinosauri챘rs.

*Ook die vonden geen genade. Ze hielden het geen 200 miljoen jaar vol. Een goede 65 miljoen jaar geleden begon het allemaal opnieuw. En nu zijn wij er. Het hoogtepunt, volgens de creationisten. Maar waarom zouden wij blijvers zijn en onze voorgangers op aarde niet? Omdat wij gezegend zijn met een zelfbewustzijn, en de intelligente ontwerper dus kunnen roemen om zijn vakmanschap?

Zo’n vorm van ijdelheid zou wel erg onreligieus zijn. Oeps, foutje.

De aanhangers van het gedachtegoed dat nu als intelligent design verkocht wordt, proberen hardnekkig elke link naar god of godsdienst te vermijden. Een superontwerper hoeft geen god te zijn. Wat dan wel, wordt niet duidelijk gemaakt.

Over zichzelf afgeroepen
Wetenschapblog NL (bestaat nietmeer) Wim van Gelderen /19 Juni, 2006
……De nachtmerries, de missers, de tekenfoutjes, de vallende steken dienen zich vanzelf aan.
* Ook de wetenschapper die niet gespitst is op ondersteuning van de hypothese dat de natuur een bij elkaar gegrabbelde teringbende is, struikelt over onderbouwingen van die stelling.
Zo ook de onderzoekers van Washington University die, in hun speurtocht naar de oorzaken van multiple sclerose, nagingen hoe het mogelijk is dat lymfocyten, de lichaamseigen immuuncellen, doordringen in het centrale zenuwstelsel om daar de boel te slopen.

Normaal gesproken komen de lymfocyten niet door de zéér selectieve barrière tussen het centrale zenuwstelsel en de rest van het lichaam.

Dit onderzoek laat zien dat het wellicht
En wel middels een normaal verdedigingsmechanisme van ons lichaam: Cellen die worden aangevallen door indringers ‘roepen’ chemisch om hulp en krijgen die ook, in de vorm van de lymfocyten.
Dat zou op zich een slim ontwerp zijn, ware het niet dat het er kennelijk ook voor kan zorgen dat de lymfocyten weten door te dringen in het centrale zenuwstelsel om daar aan het ‘opruimen’ te slaan – uiteindelijk met dodelijke consequenties.
Als dat ontwerp is, is het niet van een erg intelligente soort.
Gedoe
Er bestaan afrikaanse sprinkhanen ( Locusta migratoria ) die een verspillende motorische zenuwenbedrading bezitten ;
Speciaal bij die sprinkhaan is dat die motorische zenuw-leiding ontspringt in een ” gedeelte van de ventrale zenuwstreng in het abdomen ” ( het ganglion dat de vleugelspieren aanstuurt ) , ,stijgt naar de thorax tot onder het hoofd en daalt dan opnieuw , waar het uiteindelijk de verbinding met de vliegspieren in de thorax maakt …
Er is helemaal geen ( bekende ) reden voor deze lus of ” omleiding
Het is nogal moeilijk om dit een goedkoop en duurzaam ontwerp te noemen :
de zenuw te laten ontspringen vanuit de zenuwstreng in het abdomen ___ wanneer dat evengoed kon vanuit de thoraciale notochord :___
Daarbij komt nog dat zintuigelijke impulsen en hersensturing (corrigerende feedback voor het “vliegen” zelf afkomstig van bijvoorbeeld de ogen )
eerst langheen de notochord tot in het abdomen moet vooraleer het verder kan naar
de spieren van de vleugels ….
Noot ; De dorsale insektenhersenen in de kop zijn de fusie van drie dubbele ganglia in het kopgedeelte
—> Het resultaat is een verspilling van de aanwezige ruimte ,materialen en… misschien een fantasietje a la Rube Goldberg ?Het is een voorbeeld van onnodige complexiteit : Gelijk welke derderangs-ingenieur ( prutser ) maakt erg gemakkelijk zulke onnodige barokke “complexiteit”
( gewoon wat ” knutselen “en “afwezig klussen” ) —>op zijn best is dat min of meer werkende troep … een knoeiboel waarbij soms oplossingen moeten worden gezocht om de “vergeetachtigheden “door een nieuw te installeren inrichting te laten corrigeren achteraf …. dat is ook duidelijk een zeer on-ekonomische handelswijze )
Het is natuurlijk niet zo dat voorbeelden van voorkomende “ slecht ontwerpen ” in de natuur , niet zouden kunnen zijn gemaakt door een ID ( of
id-ers) wanneer het ( of ze ) dat zo hadden gewild ;
het punt is echter dat de evolutietheorie een betere en plausibeler verklaring voor het oorzakelijke en antecedentaal onstaan van dit slecht ontwerp bied : Creationisme kan dat niet
Tenzij we natuurlijk met een gek of een sadistisch ID te doen hebben die vind dat het hebben van allerlei ingebouwde prut en prullerij een bron is van
niet aflatende humor ….
en
Ik weet ook nog wel dat er in West Vaanderen ooit eens een hypermoderne brug is gebouwd ( een ontworpen artefact ) midden in de weiden en voor
een snelweg die er nooit kwam … ahahaha —->
dat bewijst alleen maar dat elk “vooraf -uitgedokterd ” intelligent plan , niets betekent wanneer het niet gerealiseerd is, en/of ook door de aanwezige
“mogelijkheden ” toegelaten =
Misschien is die ID wel bezig geweest met een paar vingeroefeningen op deze planeet ? en bestaat de uiteindelijk betere wereld ergens anders
( ik bedoel dus niet de beloofde bovennatuurlijke hoofdprijs ) ?
Deze wereld is een probeersel ?
Zijn we dan toch niet de oogappel ?
Appendix

The Central Nervous System of insecta

Insect circulatory system./Illustration courtesy of Piotr Jaworski (Creative Commons license), modified by Debbie Hadley

 

Insect nervous system./Illustration courtesy of Piotr Jaworski (Creative Commons license), modified by Debbie Hadley http://insects.about.com/od/morphology/ss/internalanatomy_2.htm

The very early development of a central nervous system can be seen in arthropods (insects, crustaceans). In this drawing the   nervous system is drawn in blue, the circulatory system in yellow and the digestive system in green

This drawing focuses on the central nervous system of the arthropod. In the upper part of the picture you see the formation of a primitive brain in 3 round pairs of ganglia (lobes), the forebrain, midbrain and the hindbrain. The forebrain (Protocerebrum) is largely associated with vision. The mid-brain (Deutocerebrum) processes sensory information collected by the antennae. The hind-brain (Tritocerebrum) and the ganglia below it innervate the mouth parts and integrate sensory inputs from forebrain and mid-brain. It also links the brain with the rest of the ventral nerve cord and the visceral and the peripheral systems, i.e. the wiring of the internal organs and limbs.
Even at this early stage neural nets can generate complex behavior. Honey bees, for example, can discern and communicate direction and distance of the food source.source: http://www.cals.ncsu.edu/course/ent425/tutorial/nerves.html#2

Side view of body showing relative position of circulatory(yellow ) digestive(green), and nervous (blue) systems.

Like most other arthropods, insects have a relatively simple central nervous system with a dorsal brain linked to a ventral nerve cord that consists of paired segmental ganglia running along the ventral midline of the thorax and abdomen. Ganglia within each segment are linked to one another by a short medial nerve (commissure) and also joined by intersegmental connectives to ganglia in adjacent body segments.

http://media-2.web.britannica.com/eb-media/17/55317-004-EF0851B6.gif

http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Insects_nervous_system-it.svg

In general, the central nervous system is rather ladder-like in appearance: commissures are the rungs of the ladder and intersegmental connectives are the rails. In more “advanced” insect orders there is a tendency for individual ganglia to combine (both laterally and longitudinally) into larger ganglia that serve multiple body segments.

An insect’s brain is a complex of six fused ganglia (three pairs) located dorsally within the head capsule. Each part of the brain controls (innervates) a limited spectrum of activities in the insect’s body:
Protocerebrum: The first pair of ganglia are largely associated with vision; they innervate the compound eyes and ocelli.
Deutocerebrum: The second pair of ganglia process sensory information collected by the antennae.
Tritocerebrum: The third pair of ganglia innervate the labrum and integrate sensory inputs from proto- and deutocerebrums. They also link the brain with the rest of the ventral nerve cord and the stomodaeal nervous system (see below) that controls the internal organs. The commissure for the tritocerebrum loops around the digestive system, suggesting that these ganglia were originally located behind the mouth and migrated forward (around the esophagus) during evolution.

Located ventrally in the head capsule (just below the brain and esophagus) is another complex of fused ganglia (jointly called the subesophageal ganglion). Embryologists believe this structure contains neural elements from the three primitive body segments that merged with the head to form mouthparts. In modern insects, the subesophageal ganglion innervates not only mandibles, maxillae, and labium, but also the hypopharynx, salivary glands, and neck muscles. A pair of circumesophageal connectives loop around the digestive system to link the brain and subesophageal complex together.

In the thorax, three pairs of thoracic ganglia (sometimes fused) control locomotion by innervating the legs and wings. Thoracic muscles and sensory receptors are also associated with these ganglia. Similarly, abdominal ganglia control movements of abdominal muscles. Spiracles in both the thorax and abdomen are controlled by a pair of lateral nerves that arise from each segmental ganglion (or by a median ventral nerve that branches to each side). A pair of terminal abdominal ganglia (usually fused to form a large caudal ganglion) innervate the anus, internal and external genitalia, and sensory receptors (such as cerci) located on the insect’s back end.

Zie ook ;

http://entomology.unl.edu/ent801/ent801home.html

http://users.aber.ac.uk/pmb/sens2.ppt

Verspillende overbodig barokke (VOB)-ontwerpen
Verkwisting van zenuwbedradingen
Dieren met ogen die nooit licht zien in hun ondergrondse biotoop
De aanwezigheid van penisachtige vagina’s bij gevlekte hyenas wijfjes , en vele anderen zinloze structuren worden veel gemakkelijker verklaard als resten(rudimentaire ,vestigale en rude goldberg inrichtingen en uitrustingen )van een toevallig evolutief proces dan als de stupide blunders van een intelligente ontwerper….
Nog een voorbeeld van stompzinnig en verspillend ontwerp.
Dit zijn geen onherleidbare IC inrichtingen , maar integendeel VOB (= Verspillende overbodig barokke )ontwerpen
 
De neurale weg die sense-data afkomstig van de ogen moeten volgen op hun weg naar de pijnappelklier , is in detail beschreven ;
[ 9.10 ].
De verbinding begint in de retina , stijgt op naar aan de suprachiasmatische kern, en bereikt de paraventriculaire
kern van de hypothalamus .
De blauwe cirkels markeren de paraventriculaire kern en de pijnappelklier . (=hypophyse)*
Deze twee structuren liggen anatomish vrij dicht bij elkaar, en een intelligente ontwerper zou hen zeker door een kortere, directere weg verbonden hebben dan nu het geval is .
In plaats daarvan, wordt de verbinding tussen die twee punten bereikt door een lange weg omlaag naar de thoraciale streng van het ruggemerg om vervolgens doorheen het ventraal gelegen superieure sympatetische cervicale ganglion terug omhoog naar de pijnappelklier te stijgen .

*De hypofyse is
de belangsrijkste schakelaar( relais/interface ) tussen “zenuwstelsel” en hormonenstelsel …
Verspillende overbodig barokke (VOB)-ontwerpen
ref ;
9.) Klein, D. C. et al.:
Lesions of the paraventricular nucleus area of the hypothalamus disrupt the suprachiasmatic-spinal cord circuit in the melatonin rhythm generating system.
Brain Research Bulletin 10: 647-652, 1983.

De terugkerende larynxale zenuw
Bij zoogdieren vormt de terugkerende larynxale zenuw (1)die de motoriek van het strottenhoofd
bedient____ geen korste en rechtstreekse verbinding tussen schedel en larynx, zoals men van een competent ontworpen werkstuk en intelligent ontwerper zou mogen verwachten
In de plaats daarvan daalt het vanuit de nek af naar de borststreek , loopt het rond de ductus arteriosus en stijgt vervolgens terug naar het strottenhoofd
recurrent20laryngeal20nerve
de Nervus laryngeus recurrens. De toevoegin recurrens verraadt al een beetje wat het probleem is. N. laryngeal recurrens loopt vanuit de Nervus vagus door de hals naar beneden, gaat onder de aorta door en daarna weer naar boven naar het strottenhoofd waar het spieren en slijmvlies aanstuurt. Een tamelijk lange omweg, zelfs in de mens; een slechte ingenieur had een kortere weg gevonden. Er is duidelijk sprake van verspilling van materiaal, en de hele constructie ziet er niet bijster intelligent uit.
Giraf Voor een giraf betekent dat onder andere een zenuw van om en bij de 4,5m ( 20-foot) lengte ,daar waar 25 a 3o cm voldoende zou kunnen
geweest zijn ….Als dit een voorbeeld van ontwerp is dan lijkt het zeker op eentje van het non-intelligente soort

De terugkerende larynxale zenuw is een goedvoorbeeld van prutsers-loodgieterij

 

giraffe-recurrent-laryngeal-nervenerve
giraffe and sharkhttp://taxonomy.zoology.gla.ac.uk/~rdmp1c/teaching/L1/Evolution/l2/perfection.html

Vanuit evolutionair oogpunt is deze vreemde constructie wel te verklaren.
In onze verre voorouders, vissen, lagen zenuwstart en doelorgaan recht tegenover elkaar De zenuw kon zo oversteken. In de loop van de evolutie zijn start en doel uit elkaar gegroeid, met grote omwegen tot gevolg.
Bij de evolutionair oudere vissen , lopen aftakkingen van de 10de hersenzenuw (de vagus zenuw)(2)rond elk van de bloedvaten in de 3de, 4de, 5de en 6de kieuwbogen .
Twee van deze takken bleven behouden in de zoogdieren anatomie :, de anterior(superior laryngeal nerve )en terugkerende larynxale(vagus)zenuwen , die brein en larynx verbinden …
De terugkerende lanrynxale zenuw , loopt nog steeds rond het overblijfsel van de 6de aderlijke kieuwboog , die nu ductus arteriosus wordt genoemd ;
Tussen brein en larynx loopt de zenuw naar beneden langs de nek , rond de ductus en terug omhoog naar het strottenhoofd …
Dezse zenuw is beduidend langer dan nodig
(R. J. Berry and A. Hallam, Encyclopedia of Animal Evolution, Facts on File, 1989, p. 83)

(l)een aftakking van de (embryonale) vagus zenuw

2)

Nervus laryngeus recurrens.
 wie denkt dat het allemaal wel wat meevalt met die omweg moet voor de grap eens nameten hoeveel meter zenuw er teveel wordt aangelegd in bijvoorbeeld een paard, (of een giraffe.)

Paard

De Intelligent Design “ hypothese” stelt dat het leven op aarde gevormd is door een intelligente ontwerper.
Wie dit gelooft heeft niet goed opgelet.
Dom ontwerp of “stupid evolution” ?
Want waarom kruisen (bijvoorbeeld)onze slokdarm en luchtpijp elkaar? Door deze ongelukkige constructie kan er voedsel in de luchtpijp komen, soms met dodelijk gevolg.
En waarom heeft de mens bril, kunstgebit, incontinentieluier, gehoorapparaat, kunstheup en rollator nodig?
Waar komen al die kwijlende demente bejaarden vandaan? Waarom gaan we eigenlijk dood?
Omdat het ontwerp niet deugt.
Het is een dom ontwerp.
Een intelligente ontwerper had iets veel beters verzonnen.
Een modulaire opbouw bijvoorbeeld, waarbij onderdelen eenvoudig vervangen kunnen worden.
Net zoals bij een computer: je schroeft de behuizing open, verwijdert het beschadigde onderdeel, klikt het nieuwe onderdeel vast en alles doet het weer.
Kwestie van een paar minuten werk.
Het menselijke ontwerp is het broddelwerk van een talentloze amateur. Ware het niet dat er natuurlijk geen ontwerper achter zit. Levende wezens zijn het product van de stupid evolution_________________________________________________________________________
Creationisten zouden eigenlijk moeten vragen: wat waren de bedoelingen van de intelligent designer
en “Wat zijn de design technische overwegingen geweest om het zo te maken , zoals het is gemaakt ?”Echter
Bij elk van de waarom vragen over de daadwerkelijke details van een uitgevoerd ontwerp van een exemplaar van een organisme (maar eigenlijk elke biologische waarom vraag), blijkt dat de evolutionaire verklaring veel simpeler (Ockham’s razor) en duidelijker is dan veronderstellen dat er een Designer achter zit.
Sterker nog, denken dat er een Designer achter zit blijkt dan vaak een belachelijk idee
(dolfijn zonder kieuwen….wakey,wakey…duhhhh).Maar er is nog altijd een escape-weg voor creationisten:
Men gaat over het algemeen uit van een Intelligente Designer, en niet van een Kunstzinnige Designer(wat dus ook altijd mogelijk is ) : daarmee zouden we alle kanten op kunnen, en zou dat meteen alles verklaren en dus ook mooi de “nagels op een zeekoe,”
(of …”ik laat die dolfijnen gewoon telkens bovenkomen…kunnen de mensen goed zien hoe mooi mijn creaties zijn…”)
___________________________________________________________________________
Intelligent Design? Welnee: Stupid Design!
Joost BrakelDe intelligentie van homo sapiens waarschijnlijk tot gevolg hebben , dat de leefomstandigheden op aarde in korte tijd zodanig zullen verslechteren, dat het einde van de mensheid in zicht komt.
Het ontstaan van wezens met een intelligentie als die van enkelen onder ons is uiteraard een wonder.
Het gebruik van deze intelligentie duidt er echter op, dat er bij het ontwerp geen rekening is gehouden met mogelijke pernicieuze bijwerkingen.
Het lijkt weinig nuttig iets gecompliceerds te construeren, dat opflakkert en uitdooft in een geologisch gezien korte periode.
Het is een ID onwaardig soort vuurwerk.SD heeft er voor gezorgd, dat we eenzaam leven in een groot en koud heelal.
Wanhopig wordt dag en nacht naar metgezellen in dit eenzame universum gezocht, zoals in het Seti project ( http://www.seti.nl).
Zoals bekend betreft het hier het bestuderen van signalen uit de ruimte in de waarschijnlijk vergeefse hoop, dat er ooit iets binnen zal komen dat
duidt op het met ons willen communiceren door de een of andere intelligente levensvorm.De signalen zouden overigens van zo ver komen, dat het sowieso geen flitsende conversatie zal worden.
Denk aan de tijd tussen uitzenden en ontvangen. Hier wordt energie verspild, die beter besteed zou kunnen worden aan het in toom houden van de bijna
nog sterker dan het heelal uitdijende wereldbevolking.SD staat nog maar in de kinderschoenen en is op dit moment slechts een fenomenologische zienswijze.
Het op deze wijze beschouwen van de wereld laat verbanden zien, die anders verborgen zouden blijven.Mijn overtuiging is, dat een vanuit dit paradigma bestuderen van astronomische, biologische en maatschappelijke verschijnselen de waarde van SD zal
aantonen en zal kunnen bijdragen aan de noodzakelijke verdieping en theorievorming.Het in de toekomst opnemen van SD (wacht er niet te lang mee!) in de diverse curricula lijkt geboden.
Stupid Design. & keizerpinguin
In Amerika wordt het leven van de keizer-pinguïn door conservatieven gezien als bewijs van intelligent design,
maar de evolutietheorie lijkt meer bij het in mensenogen ongelooflijke saaie pinguïnbestaan te passen.
Honderd kilometer waggelen over het ijs om één ei te leggen bij temperaturen van 60 onder nul, dan vier maanden te moeten stilstaan in de kou terwijl je partner terugwaggelt om wat te eten te zoeken?
Zeker dezelfde designer als van die instortende ijshal in Duitsland .
Of van Abu Ghraib.
Of Kolyma.*Leuk is ook de wetenschap dat pinguïns allesbehalve monogaam zijn, en er nogal eens homoseksuele relaties op na houden.
*Waarom nemen we niet een voorbeeld aan de natuurlijkeinstincten van, zeg, onze huiskat?
De hele dag liggen slapen, uren heerlijk spelen met nog levende muisjes en vogeltjes, en nestjes kittens werpen van wel drie verschillende vaders
tegelijk?
*Waarom zien we geen inspiratie in de family values van de bidsprinkhaan?
Stupid Construction (SC), ook wel Stupid Design genoemd
Piet Borst
De SC-beweging geeft stem aan de verdrukte onderzoeker die niet gelooft in een Schepping door een intelligente God, omdat de natuur daarvoor te krakkemikkig in elkaar steekt.
Het klassieke voorbeeld van Stupid Construction is onze ruggengraat, in de evolutie ontstaan bij viervoeters, maar ongeschikt voor tweevoeters, zodat we ons rechtop lopen met levenslange pijn bekopen, als het al niet uitdraait op een hernia.
Mijn favoriete voorbeeld van een domme constructie is de aanmaak van mitochondriën, kleine organellen die fungeren als de energiecentrales in onze cellen.
Ze breken de voedingsstoffen in de cel af met behulp van zuurstof en zetten de vrijkomende energie om in een vorm (ATP) die gebruikt kan worden om nieuwe
celbestanddelen aan te maken.Mitochondriën beschikken over hun eigen DNA dat codeert voor mitochondriale eiwitten.
Het curieuze is dat dit DNA maar een paar genen bevat. Om die genen af te lezen is een ingewikkelde machinerie nodig, die door ruim honderd genen in de kern wordt gecodeerd. Dit is niet alleen een waanzinnig inefficiënte manier om een paar mitochondriale eiwitten te maken, maar het maakt ons ook kwetsbaar:
Mitochondriaal DNA is minder goed beschermd tegen DNA-veranderingen, mutaties, dan het DNA in de celkern.
Het gevolg is dat een disproportioneel deel van de aangeboren stoornissen bij de mens te wijten is aan fouten in dat kleine beetje mitochondriale DNA.Waarom gebruiken onze cellen zo’n knullige manier om mitochondriën te maken?
Dat valt alleen te begrijpen uit de evolutionaire oorsprong van onze mitochondriën, zoals eigenlijk alles in de natuur alleen vanuit evolutionair perspectief te doorgronden valt. Mitochondriën zijn ontstaan uit bacteriën, die door een simpele eééncellige vroeg in de evolutie zijn opgenomen.
Zo’n bacterie wordt een endosymbiont genoemd. In een lange evolutie zijn de genen van die endosymbiont grotendeels overgeheveld naar de kern,
zodat de opbouw van nieuwe mitochondriën vanuit de kern gestuurd kan worden.Het overhevelen van genen lijkt een ongeloofwaardig ingewikkeld proces, maar dat valt mee.
Mitochondriën gaan nog al eens stuk in onze cellen en daarbij komt DNA vrij.
Stukken van dat DNA komen terecht in de kern, waar die brokstukken soms ingepast worden in onze chromosomen.
Uit laboratoriumproeven is gebleken dat daarbij mitochondriale genen het vermogen kunnen krijgen om ook in hun nieuwe locatie een eiwit te produceren
dat in de mitochondriën terechtkomt.
Zo zijn in een eindeloze evolutie de genen voor honderden eiwitten vanuit het oermitochondriale DNA overgeheveld naar de kern.So far, so good. Als die overheveling eenmaal loopt, waarom is dat proces dan niet doorgezet totdat alle genen waren overgebracht?
Ook die vraag is beantwoord. De resterende mitochondriale genen coderen voor membraaneiwitten die slecht oplosbaar zijn in de cel.
Het blijkt moeilijk om deze eiwitten buiten de mitochondriën te maken en ze vervolgens naar hun plek binnen in de mitochondriën te loodsen.
Met ingewikkelde kunstgrepen is dat gelukt in het laboratorium, maar hier ligt een enorme evolutionaire drempel voor de vereenvoudiging van de
mitochondriale biogenese.Het stupide proces van aanmaak van mitochondriën in onze cellen is hiermee bevredigend verklaard.
Die verklaring leidt echter ook tot een aantal krachtige voorspellingen.
In de eerste plaats zou je verwachten dat het toevalsgedreven proces van overdracht van genen vanuit mitochondriën naar de kern vrij willekeurig verlopen
is en dat het eindresultaat in verschillende takken van de evolutionaire boom verschillend zal zijn. Dat is het geval.
Er zijn organismen die nog honderd genen in hun mitochondriale DNA hebben en er zijn er die het aantal genen nog verder hebben weten terug te brengen dan
de mens. Er zijn ook krankzinnige tussenoplossingen gevonden, bijvoorbeeld de overdracht van een half gen waarna twee halve eiwitten worden gemaakt,
één in de mitochondriën en één daarbuiten. Die halfjes weten elkaar te vinden en een functioneel eiwit te vormen.
Zoals de mitochondriale expert Michael Gray zegt: Anything goes, je kunt het zo gek niet bedenken of je vindt het wel ergens bij de mitochondriale
biogenese.Een andere voorspelling is dat er mitochondriën moeten zijn ontstaan in de evolutie, die het zonder de slecht oplosbare membraaneiwitten konden stellen
en die er daarom in geslaagd zijn om hun hele mitochondriale genetische systeem kwijt te raken.
Ook die voorspelling is uitgekomen. Er zijn nogal wat ééncelligen die onder omstandigheden leven, waarbij nauwelijks zuurstof beschikbaar is.
Je hebt dan niets aan mitochondriën voor de gebruikelijke manier van ATP-aanmaak.
De mitochondriën in die organismen zijn vaak omgebouwd om op andere manier energie te produceren, waarbij waterstof vrijkomt.
Deze hydrogenosomen hebben geen mitochondriale eiwitten meer nodig en zij bevatten geen mitochondriaal genetisch systeem.Zoals een keuken niet in een uur verbouwd is, zo kun je een mitochondrion niet in een paar generaties tot hydrogenosoom verbouwen.
Met enig geluk zou je dus een organisme moeten kunnen vinden waarin die mitochondri챘n nog midden in de verbouwing zitten.
Dat geluk hebben mijn collegae van de Radboud Universiteit van Nijmegen mogen smaken. (Boxma et al., Nature, 3 maart 2005).
In de darm van de kakkerlak vonden zij een pantoffeldiertje dat hydrogenosomen bevat waarin nog steeds een mitochondriaal genetisch systeem aanwezig is.
Onvoltooide verbouwing! Een true missing link op de evolutionaire weg van mitochondriën naar hydrogenosomen, zoals de Nijmegenaren schrijven.
Dit werk laat op schitterende manier zien hoe ver wij met behulp van het klassieke evolutiemodel zijn gekomen bij het uitzoeken van de oorsprong van
extreem complexe biologische processen.De moraal is duidelijk, hoop ik:
Wie zich goed verdiept heeft in de aanmaak van mitochondriën, zal zijn Darwin koesteren en nooit meer zulke onnozele begrippen als intelligent ontwerp in de mond nemen.
Een fragment van een spreker op Beyond Belief 2006 waarin ( satirisch ?) wordt beargumenteerd waarom de intelligente ontwerper een domme ontwerper was.
Als hij al bestond.

Deze clip is slechts een momentopname van een interessante voordracht handelend over het verband (of net niet) tussen wetenschap en geloof.
Hier is de volledige redevoering van Neil deGrasse Tyson
http://video.google.com/videoplay?docid=-1150978581009235713

SD
The theory of Stupid Design (SD)
holds that certain features of the universe and of living things are so ridiculous that there must have been an unintelligent designer behind them, rather than an intelligent designer or an undirected process such as natural selection.
SD is thus a scientific disagreement with the core claim of creationist /intelligent design theory that the apparent design of living systems actually makes fucking sense.
what a stupid looking thing

Like, for instance, the platypus. What the damn hell is that thing supposed to be? I mean…just look at it. Is it a mammal? Its young feed on milk. Is it a marsupial? It lays eggs. And it’s got a beak. Is it a bird? Yet it spends most of its time in water. Is it an amphibian then? It can’t be, it has fur. But it doesn’t have feet, it has flippers.

Whoever made this stupid thing has got to be the most retarded creator ever.

Only a complete tool would make something so dumb. The irreducible stupidity in all living things points to a short-sighted, half-assed botched job thanks to a dull-witted creator–a creator who almost certainly had no fucking clue what he was doing and fucked everything up when he tried to fix things.

Why the hell do we even have to breathe?

Why do men have nipples?

The annoying sound mosquitos make when they explore your ear at 3am!

If you look at all the irreducibly stupid evidence, you come to the simple conclusion that life could not possibly have evolved nor been the result of any sort of omnipotent intelligence.

There are too many mistakes.

There are too many errors and things going wrong.

There are too many holes in all the other theories. Thus, there must have been a creator behind all this, and that creator, whoever it is, in all His glory, is a god damn idiot.

Heilbot

 

heilbot

Het resultaat van een intelligente ontwerper of het pruts- resultaat van natuurlijke selectie?

Tot zes weken oud zwemmen ze ‘rechtop’ en zitten de ogen aan weerszijden van de kop. Na die zes weken groeien de ogen naar één kant en gaan ze verder als buikschuivers (platvis).

Breuken in de buik
*Waarom hebben mannen tien x zo vaak een liesbreuk als vrouwen. *Waarom zijn bij de man de vezels van de fascia transversalis zo slecht ontwikkeld en waarom missen wij de meest distale vezels van de musculus obliquus internus.
*Waarom hebben er zo ontzettend veel kinderen een navelbreuk. Bij negerkinderen kom je getallen tegen van 80%.
Blanke kinderen 10%.
*Waarom is de “ontwerper” hier zo onzorgvuldig.
Of is de evolutie niet voor iedereen even snel te volgen.
Eigenlijk spreekt het vanzelf :
een intelligente of een unintelligente designer -god is overbodig want
Totaal amateuristisch ogende ineengeflanste knutselarijen ,overbodige restoverblijfselen van vroegere ontwikkelingen ( zo beginnen bijvoorbeeld : dolfijnen embryo’s de ontwikkeling van achterpoten die in een later stadium dan weer worden afgebroken en gereabsorbeert ) en Stupiede Ontwerpen kunnen natuurlijk nog beter verklaart worden door de moderne evolutie/genetica
PSDat van die dolfijnen is te zien in de documentaire
“Animals in the Womb” van Yavar ABBAS

…..watch as fetal features reveal their evolutionary path of these animals when the elephant develops ducts normally found in freshwater fish, and when dolphins show early signs of legs…..

…..Er wordt van alles aangelegd en door apoptosis weer weggehaald.
Zo bijvoorbeeld : tussen de vingers van (het menselijke ) foetus zitten strukturen die eruit zien als “zwemvliezen”, die later door apoptose worden verwijderd….

Unintelligent design : 75 mistakes

07-02-2007 10:06
Tomaso Agricola
Bij de mens is er een interessante eigenschap die ik zelf nog niet had genoemd, namelijk het feit dat wij spieren hebben die de oren kunnen bewegen.
Tenminste, sommige mensen kunnen dat.
Een indicatie dat wij afstammen van dieren die wel hun oren richting het geluid van interesse konden draaien en daarmee een duidelijk bewijs van macro-evolutie.De site ( http://www.freewebs.com/oolon/SMOGGM.htm#auricularismuscles ) zegt hierover The ability of some people to wiggle their ears is, sadly, one of God’s lesser-appreciated gifts to us.
Mijn grootvader kon het, en we moesten er altijd heel erg om lachen. Ik kan het ook (met 1 oor) en mijn kinderen vinden het ook wel grappig. Maar verder heb je er inderdaad niet veel aan.

Tenzij dat het misschien een entertainment- waarde heeft die de aandacht trekt van sommige potentieele partners …mensen houden nu eenmaal van fantasietjes … en “vrouwen doen glimlachten is al het halve werk ” …wist cassanova al ….

Nog eens over de knie

Het kniegewricht vormt de schakel tussen het bovenbeen en het onderbeen. Het betreft hier een zogenaamd scharniergewricht, te vergelijken met een deurscharnier, waardoor het mogelijk is het bovenbeen ten opzichte van het onderbeen over een afstand van 140째 te buigen en vervolgens weer te strekken. Daarnaast kan het onderbeen bij een gebogen knie nog 8째 ten opzichte van het bovenbeen draaien.

  • Anatomie van de knie

anatomie knie

Het kniegewricht vormt de schakel tussen het bovenbeen en het onderbeen. Het betreft hier een zogenaamd scharniergewricht, te vergelijken met een deurscharnier, waardoor het mogelijk is het bovenbeen ten opzichte van het onderbeen over een afstand van 140째 te buigen en vervolgens weer te strekken. Daarnaast kan het onderbeen bij een gebogen knie nog 8째 ten opzichte van het bovenbeen draaien.

Botten

Er zijn drie botstukken betrokken bij de kniebewegingen. Deze botstukken zijn het bovenbeen (femur), in het onderbeen het scheenbeen (tibia) en aan de voorzijde de knieschijf (patella). Het kniegewricht bestaat eigenlijk uit twee gewrichten, namelijk het gewricht tussen bovenbeen en het scheenbeen en het gewricht tussen de knieschijf en het bovenbeen. Omdat deze twee gewrichten binnen één gewrichtskapsel liggen wordt het functioneel als één gewricht gezien.

Het kuitbeen (fibula) welke zich evenals het scheenbeen in het onderbeen bevindt en wel aan de buitenzijde is niet betrokken bij het bewegen van het kniegewricht, maar bij de bewegingen van het enkelgewricht. Soms bevindt zich nog een extra beentje (sesambeentje) aan de achterzijde van het kniegewricht gelegen in de kuitspier. Dit laatste beentje speelt geen rol bij het kniegewricht.

Gewrichtsbanden

De gewrichten worden verstevigd met gewrichtsbanden die ligamenten worden genoemd. De banden bestaan uit lagen sterk bindweefsel. Het kniegewricht heeft een binnenband (mediale band) die in het gewrichtskapsel ligt en een buitenband (laterale band) die net buiten het gewrichtskapsel ligt. De binnen- en buitenband zorgen voor de zijdelingse stabiliteit van het gewricht. Centraal in de knie gelegen zijn de voorste en achterste kruisband die het gewricht tussen bovenbeen en onderbeen als het ware in twee챘n verdeelt. Deze laatste banden, het woord zegt het al, lopen gekruisd. De voorste kruisband die voor de achterste kruisband ligt voorkomt dat het onderbeen naar voren en de achterste kruisband voorkomt dat het onderbeen naar achteren verschuift.

Meniscus

Tussen het gewrichtskraakbeen van het bovenbeen en van het scheenbeen bevindt zich zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde een sinaasappelschijfvormig stukje kraakbeen, de zogenaamde binnen (mediale) en buiten (laterale) meniscus. De menisci zijn evenals een sinaasappelschijf aan de buitenzijde dik en worden naar binnen toe dunner. De menisci zijn bedoeld om de vorm van het gewrichtsoppervlak van het bovenbeen wat bolvormig en het onderbeen wat vlak is op elkaar aan te passen.

De menisci zijn dan ook aan de onderzijde vlak en aan de bovenzijde uitgehold. Daarnaast functioneren de menisci als schokdempers. Wanneer het gewicht op het been wordt gezet dan kunnen de menisci naar buiten uitwijken waardoor de neerwaartse kracht naar buiten wordt omgezet. Dit is vergelijkbaar wanneer men met de voet op een bal staat. De bal wordt platter en wijkt naar buiten uit waardoor een deel van de krachten die naar beneden zijn gericht naar buiten worden omgezet.

De uiteinden van de menisci worden hoorns genoemd: aan de voorzijde de voorhoorn, aan de achterzijde de achterhoorn. Het gedeelte wat tussen de voor- en achterhoorn ligt wordt wel middenhoorn genoemd.

Spieren

De spieren (spier = musculus) die voor de bewegingen van het kniegewricht zorgen zijn de vierkoppige bovenbeenstrekker (musculus quadriceps) en de buigers (hamstrings) van de knie. De vierkoppige bovenbeenstrekker zit vast aan de bovenkant van de knieschijf. De knieschijf is op zijn beurt weer verbonden met een stevige band aan de voorzijde van het bovenste deel van het scheenbeen. Dit wordt de knieschijfpees (ligamentum patellae) genoemd.

Slijmbeurzen

Een slijmbeurs is een dunwandige holte die gevuld is met dezelfde stroperige vloeistof als het gewrichtsvocht. Slijmbeurzen zitten op plaatsen die aan wrijving onderhevig zijn: tussen bot en huid; tussen pees en de huid en tussen pees en een botstuk. Een pees is een koordvormige of platte bindweefselverbinding tussen spier en bot. De belangrijkste slijmbeurzen rond de knie zijn die tussen de knieschijf en de huid (bursa prepatellaris) en tussen de knieschijfpees en de huid.

Voor meer informatie over gewrichten in het algemeen surft u naar Orthopedie.nl Gewrichten

http://www.knie.nl/content/knie/knie_anatomie.asp

01 februari 2006 door Tomaso Agricola
Unintelligent design (1):
Rechtop lopen

In tegenstelling tot de meeste andere dieren lopen wij rechtop.
Dat is heel erg handig, want het betekent dat je je voorpoten, je handen, voor allerlei andere dingen kunt gebruiken.
Met deze handen kunnen we voorwerpen vasthouden terwijl we lopen.
Een tas met spullen bijvoorbeeld, of een speer. Dat laatste komt goed van pas wanneer je op de savanne achter een wildebeest aanrent.
Je kunt al rennend de speer gooien en de kans wordt veel groter dat je een lekker stuk vlees te pakken krijgt.
En met die handen kunnen wij ook allerlei spullen maken.
Er wordt zelfs beweerd dat door het rechtoplopen ons gezicht meer naar onze buikkant draaide waardoor er bovenop het hoofd meer ruimte
kwam voor de hersenen, waardoor we ook nog slimmer werden.
Twee vliegen in 1 klap.

ruggegraat

Maar, aan het rechtoplopen kleven ook duidelijke nadelen.
De meeste nadelen kennen we uit eigen ervaring of van iemand uit de naaste omgeving.
Rugproblemen, pijnlijke voeten en spataderen.

Blijkbaar is er niet overal in het lichaam rekening gehouden met deze rechtopgang.
De rug kan lang niet altijd de last van het lichaam aan, en ook de voeten kunnen het niet altijd verwerken, resulterend in platvoeten e.d.
Rugklachten zijn deels erfelijk( botstructuur en groeistoornissen ) deels onstaan ze door werkomstandigheden (overbelasting) en ongezonde leefwijze ( minder bewegen, zwaarlijvigheid).
Er zijn veel mensen waarbij al op jeugdige leeftijd (aanzet pubertijd) een rugafwijking wordt geconstateerd.
Veel kinderen hebben op basisschoolleeftijd al last hebben van voetafwijkingen, inclusief platvoeten.
rug- en voetproblemen wachten meestal niet tot de persoon volwassen is.
Het opmerkelijkst is misschien nog wel het ontstaan van spataderen.
De aderen in de benen, waardoor het bloed weer naar boven moet naar het hart zijn bij veel mensen niet opgewassen tegen de verhoogde
druk ten gevolge van het rechtoplopen.
De allerergste spataders zijn aambeien. Mede door de rechtopgang is de druk in de bloedvaatjes rond de anus veel groter dan in een dier
dat op 4 benen loopt (daar is het zelfs bijna het hoogste punt van het lichaam).
Bovengenoemde problemen zijn door een ontwerper makkelijk te verhelpen.
Aderen kunnen steviger worden gemaakt.
Ook de voeten en de rug zouden met gemak verstevigd kunnen worden.
Desnoods zet je er een tweede ruggegraat naast.

Waarom is dat niet gebeurd?
Wanneer je uitgaat van een intelligente ontwerper dan lijkt het er toch sterk op dat hij hier een paar steekjes heeft laten vallen.
Eerder een niet-intelligente ontwerper dus.

Uit evolutionair oogpunt is het wel te verklaren.
We lopen namelijk nog niet zo vreselijk lang rechtop.
Het brengt ons bepaalde voordelen die gemiddeld gezien opwegen tegen de genoemde nadelen.
De genoemde nadelen ontstaan vooral doordat bepaalde delen van het lichaam nog niet zijn ingesteld op de nieuwe manier van voortbewegen.
Of dat in de toekomst nog verandert is niet te voorspellen.
Wel is het zo dat de meesten van ons de savanne inmiddels hebben verlaten en dat de selectiedruk dus ook weer veranderd is.

Veel gebreken treden pas op nadat er voor nageslacht is gezorgd en zijn gewoon sleet .
Rechtoplopen doen we ongeveer vanaf onze eerste verjaardag ; de structuren moeten dus wel een hele tijd mee ondanks het zichzelf
in de loop van de jaren steeds stroever lopend reparatievermogen
Ouderdomskwalen worden waarschijnlijk niet snel via de evolutie opgelost;tenzij de ouderen een maatschappelijke functie
vervullen die voordelen opleverd voor de verspreiding van de genen van hun eigen nageslacht en er voldoende materiele overschotten
zijn om deze groep te onderhouden….
Maar de nog steeds bestaande bovenvermelde Jeugdgebreken en ongemakken (die niet echt de voortplanting compleet onmogelijk maken of
verhinderen )zijn ook nog niet helemaal weggeselecteerd of werden door andere evolutionair verworven eigenschappen en inrichtingen ,
van de selectiedruk ontlast
Bovendien viel bij onze voorouders de generatiewissel en het ouderschap waarschijnlijk veel vroeger dan tegenwoordig en was men
uiteindelijk oud op 40 jarige leeftijd en had men al achterkleinkinderen ?….

Rechtop lopen ramp voor mensen

1.- Spataderen, aambeien, versleten heupen, knieen en enkels.

Prolaps (uterus en darm), liesbreuken.
Hoge cortisol en adrenaline-spiegels, met als gevolg dat opstaan bij ouderen ook cardiaal belastend is.
Is dit een fout uit de ontwerpfabriek of zijn we evolutionair gezien nog niet aangepast aan ons huidige bestaan ?

2.- Ook onze ruggegraat is niet al te geschikt om rechtop te lopen.
Men zou dit (op eerste zicht ) ook allemaal kunnen vertalen naar:

We zijn niet aangepast om oud te worden”
Immers, het zijn voornamelijk ouderen die daar last van hebben.
Nou wordt een chimp nooit veel ouder dan 50 jaar, maar ik vraag me af waarneer we die zodanig zouden muteren zodat deze een leefdtijd van 80 kan bereiken
deze niet ook kwaaltjes krijgt als bij mensen die we voor kort hielden voor ‘slechte ‘aanpassing aan rechtoplopen…

Alhoewel
ook jonge mensen hebben last van rugpijn en artrose op 20 jarige leeftijd komt ook al voor

—-> Leeftijd speelt inderdaad een rol, echter vele kwalen komen al op jeugdige leeftijd naar voren.
Hernia van de onderrug is een kwaal die zowel bij ( voornamelijk grote ) vrouwen als mannen veelal optreedt tussen de 20 en 40 jaar. —> Het torsen van het bovenlichaam is funest voor de meesten van ons.( nog erger als het gepaard gaat met overgewicht )
Hoeveel Nederlanders en Belgen lopen er niet rond met rugklachten….

—> Trouwens de aandoening arthrosis deformans wordt niet veroorzaakt door slijtage, maar juist door weinig gebruik van bepaalde delen van het kraakbeenoppervlak in gewrichten.
Gewrichten zijn geen scharnieren!

3.- Zo lang je je maar (veelvuldig) voort kunt planten en zodoende meehelpt de soort in stand houden lijkt mij ( het globale ontwerp ) voldoende.
Stokoud worden heeft geen evolutionair voordeel.
Lagere dieren gaan overigens vaak dood na paren, paaien of baren :
(Dat is zelfs een voordeel voor de soort/populatie —> het spaart voorhanden grondstoffen die daardoor minder worden verkwist aan het instand houden
van nutteloze ( zich niet meer voortplantende ) individuen ? Sommige spinnen eten zelfs de mannetjes( die zich niet rap uit de voeten maken ) op, na de paring –> dat verschaft extra proteinen die ze hard nodig hebben om hun bevruchte eitjes te ontwikkelen )

4.- Ons lichaam is gewoon slecht ontworpen voor rechtop lopen (bipedie). Dit is vanuit evolutionair oogpunt goed te verklaren (we stammen immers van
viervoeters af), maar niet vanuit het oogpunt dat een slimme God ons in elkaar geflanst heeft

Ik ben dan ook erg benieuwd naar de reactie van de crea’s!

°

ARTHRITIS
1) – Het risico op de ontwikkeling van PA ( = poly-articulaire arthritis) voor gelijk welk gewricht is gerelateerd aan de  functionele reserve (s) ( = hun roduustheid ) aanwezig in dat gewricht
—>Alle machines hebben een zekere ingebouwde functionele reserve , of ze nu ontworpen zijn door mensen of door de natuurlijke selektie (in het geval van biologische machines .)—-> We kunnen dat concept iets verduidelijken door
=( bijvoorbeeld ) een automotor die altijd binnen de limieten van zijn “reserves” draaide , te vergelijken met eentje die dat niet deed …
die tweede motor ging/gaat veel vlugger stuk ….

—-> Hetzelfde argument geld voor de ontwikkeling van P.A . -gevoelige gewrichten …. Deze gevoelige gewrichten zijn :

het eerste carpometacarpaal
het eerste metatarsophalangaal
het distaal interphalangaal
Het apophysaal van de ruggegraat
de knie en
het heupgewricht

—>Pols , elleboog , shouder , enkels en hiel zijn zelden PA -gevoelige plaatsen …

Evolutionistische “VERKLARING ” van al dat fraais –

—> Ledemaats-gewrichten dienden oorspronkelijk te functioneren in viervoeters
—> het relatief evolutionaire snelle ombouwen van dit basisplan( door een
horizontale brug , permanent vertikaal te draaien en te laten rusten op twee achterpoten
—> eventueel zelfs met onder andere een “vuistloper”
tussenstadium in de hominiden groep ____ maar daar zijn nog GEEN fossiele aanwijzingen voor… )
in een rechtoplopend voorouder en later menselijk wezen ,betekende een herschikking van de draagkrachten en de belastingen ….

—> op zijn beurt betekend dat ,dat de functionele reserves van elk gewricht veranderden

—>De bovenste menselijke ledematen ( de armen ) zijn geen steunpilaren meer bij de voortbeweging derhalve bezitten ze grote functionele reserves die de
mogelijke vraag ruimschoots overtreffen ….
—> Maar de onderste ledematen moeten voortaan al het lichaamsgewicht dragen
Het gevolg ? jawel u heb het al geraden

De gewrichten waar het PA zich het eerst ontwikkeld zijn die gewrichten met de kleinste reserves en capaciteiten , terwijl Pa slechts sporadisch optreed in de gewrichten met veel reserves ….
2.-EVOLUTIE KLOOI

Een goed voorbeeld van een half-afgewerkt ineengeknutseld nood- ontwerp is de knie …

A. Afarensis(lucy) had al zo een mensen- knie
—> (AL 129-1),

 

File:Al129knee.jpg

http://en.wikipedia.org/wiki/AL_129-1

Alhoewel al behoorlijk ontwikkeld is de knie een gewricht dat de evolutie nog niet heeft kunnen afwerken …en qua duurzaamheid en functionaliteit
derhalve verre van optimaal
is … ( volgens sommigen is het zelfs gebouwd volgens een verkeerd principe ___een verkeerde “montage- technische ” oplossingvan een probleem ___ ,die nooit tot een optimum kan leiden , maar dat laatste is nogal een dubieuze en vooral speculatieve uitspraak … )

Echter
Als je het archief van een orthopedisch chirurg inkijkt , word het onmiddelijk duidelijk dat de menselijke knie simpelweg niet KAN ontworpen zijn om lang
mee te gaan …
( De kleine “veertig “jaar dus om zich te kunnen voortplanten en de jongen op weg te helpen, zijn de waarschijnlijke limiet
—> dat is ook zo ongeveer de leeftijd waarop het volgroeide gebit( al dan niet goed onderhouden ) het laat afweten …. )

Vanaf het moment dat een primaat begon rond te lopen___ op twee ipv op vier poten ___ moesten twee ipv vier knieen het volle vertikaal opgerichte gewicht
torsen en zich aanpassen aan elke draai-beweging , sprong , hurkbeweging samen met andere routine-kwesties als het beklimmen en afdalen van trappen ( of steenhellingen ),het zich voorover buigen en het oprapen van voorwerpen ….enzovoort
Bedenk hoevele malen per dag de knie moet buigen , draaien , stapbewegingen , sprongen en knievallen moet mogelijk maken , samen met nog vele andere
onvoorzichtigheden / eisen en (mis)bruiken …
Bijna alle sporten zijn nadelige misbruiken van/voor de kniefunctie
Atletiek is evenwel relevant voor de life-style van onze voorouders ( lopen , zwemmen ,vluchten , klimmen … en later zelfs ook rituelen als “dansen ”
etc … )
Maar ook een simpele misstap , een omslaande voet of een aantal “trappelbewegingen ” in een zwembad , volstaan om een knie te ruineren van zelfs een voorzichtig iemand ….
De huidige knie , is wel ingenieus ontworpen maar vertoont voornamelijk gebreken die het gevolg zijn van de onmogelijke stress en eisen die de kleine functionele reserves erg snel uitput … Het ding gaat uitzonderlijk snel stuk …. zeker in de moderne tijd
Het feit dat de mens rechtop loopt word onder meer mogelijk gemaakt door het feit dat het kniegewricht kan worden vergrendeld
( een kwestie die te maken heeft met de knieschijf ) …..
En kijk nu eens wat er gebeurt bij een bepaalde zeldzame orthopedische “aandoening” bij zeer jonge kinderen
Genu Recurvatum
—->
(This is surely the most misunderstood topic in discussing)
Een voorbeeld van een nogal klunzig ontwikkelings-  en montage – ontwerp ? of niet ? ;

Ik wil er hier trouwens op wijzen dat AL( de meeste ) “nadelige mutaties” waar de creationisten zo dikwijls mee afkomen , dat eigenlijk OOK wél  kunnen  zijn …”Geen roosjes zonder  doornen  “dus  … 
Wie heeft er hier nu weer een “steekjes” laten vallen ?……Nou, die kan nu ontslagen worden …

(NOTA  :  hoe klunzig een blind en doelloos   evolutionair  “ontwerp ” ook mag zijn   —> wanneer het zich kan voortplanten en vooral   een  fertiele stamlijn kan vormen , is het ok ) 

De knie is toch niet echt een voorbeeld van “uitstekend ” ontwerp , zou ik zo denken en misschien toch ook weer niet met zo’n ‘”uitstekend ” stel hersenen bedacht en/of ontworpen ?
Alles wat niet goed “ontworpen” is, zal de overlevings- fitness tijdens- en aanpassingen aan verdere opeenvolgende omgevings-stress , benadelen/bemoeilijken . ?
Nu ja misschien ; ik zou toch niet zo maar zeggen ALLES
1.)In de biologie gaat er nooit iets over ALLES —> elke biologische” wet “kent zijn vele uitzonderingen …
Dat is niet verwonderlijk —> het zijn en blijven heuristieken / vuistregels
Kijk maar naar de zogenaamde wetten van DOLLO, het genetisch DOGMA etc …
2.)Ten tweede —> De evolutie selekteert komplete individuen ,
( althans geldig in op zijn minst de soorten van “het dierenrijk”) —>niet de “onderdelen” het soort-bouwplan apart…
Het zijn fenotypische individuen die zich voortplanten in de mensachtigen :
GEEN KNIEEN , GEEN HERSENEN , geen ogen of wat dan ook afzonderlijk
Misschien is het slordige en slonzige ineengeprutste karakter van sommige uitrustingstukken wel gecompenseerd met andere “uitstekend”geconstrueerde
onderdelen —> zodat er dus niettegenstaande de handicap , toch word overleefd ….

Zo is de rechtopgaande gang wel de oorzaak van veel stuntelig gedoe
maar het bood ook goede mogelijkheden/uitwegen bij de (verdere ) ontwikkeling van twee nieuwe fantastische instrumenten :

—>de HANDEN (en de armen ), die nu over een maximaal grotere functionele reserve beschikten en erg veel supplementaire taken aankonden …
—> en de menselijke hersenen ;
door het bezit van armen werd de muil een mond ,:
doordat het niet meer nodig was dit onderdeel als een grijporgaan te gebruiken, met de ingebouwde “proevende ” keus op
of uitspuwen , of doorslikken ( dat is dus “evalueren “, zonder te kijken of het vastgegrepene , nog voor “iets anders” kon worden gebruikt )
Bovendien konden de handen het voedsel gaan bewerken , zodat de dikke kaakspieren niet meer zo nodig waren
—> meteen ook een manier om meer ruimte te scheppen voor de groeiende hersenen :…
—> het uitstellen van voedsel bemachtigen en verorberen in een vloeiende beweging , om het ondertussen op nog andere wijzen dan door de “smaak en de reuk “te “onderzoeken ” , opende meteen ook de mogelijkheid rijkere eiwitrijke
voedselbronnen aan te boren ( waarschijnlijk allerlei insekten , rupsen , kadavers , termieten )wat alweer de energie-verslinder die
de hersenen zijn , ten goede kwam …
( samengevat ) —>
Gelukkig ontwikkelde de mens ook een ander nogal gespecialiseerd overlevingsorgaan :
zijn “hersenen” en vooral zijn vermogen kennis en KUNDE
te ontwikkelen, uit te testen en verder door te geven(
door bijvoorbeeld imitatie ) en op te slaan
( mede omdat hij ” vrije “HANDEN heeft ontwikkeld zodat be-handelen een belangrijke innovatie werd ) samen met zijn “vermogen” tot samenwerking,
organisatie en taakverdeling …. en een verregaande ontwikkeling van doorgedreven informatie en ( de laatste 50.000 jaar ( ik zeg maar wat ) ? ontstane ) communicatie
systemen waaronder ook onderwijs , taal materieele cultuur en verdere uitbouw , ontwikkeling en doorgeven van technologische innovaties ….
ook de opslag van het gebeurde in een collectief en voor allen toegankelijk collectief geheugen( bilblio,etc …)
Dus tegenwoordig ook een voortdurend veranderend en aan te vullen internet
Daardoor kon de homo sap , tot nu toe best overleven :
deze nieuwe capaciteiten lieten hem ook vroeger al toe de “kaduke” uitrusting min of meer op te lappen …
Dat komt nu in een versnelling en het is
zelfs mogelijk dat uiteindelijk de mens ooit beslist zijn eigen evolutie collectief te sturen ….
Of deze methodes tot “succes “een blijvertje ( of allemaal gewenst ) wordt kan niemand voorspellen
evolutie en overleven
Inderdaad er lopen heel wat rarititeiten rond die evolutionair gezien, weinig kans hebben om te overleven.
Echter het blijft “trial and error”.
Wij zien alleen de succesverhalen en sommige minder succesvolle.
Een dier die in een ecologische niche terechtkomt en daar ondanks zijn hulpeloosheid zichzelf staande kan houden. Een beetje geluk moet je hebben. Want zodra dit ecosysteem wordt ingenomen door een beter aangepaste variant, kunnen ze samen verder gaan. —> Commensalen of er ontstaat een parasiet die korte metten maakt met zijn gastheer.
En soort A verdwijnt.
In de vergetelheid of in het grote fossielenboek

Het klinkt misschien erg hard, maar ( bijvoorbeeld ) mensen met rugklachten zijn niet goed in staat te overleven, en zouden in de vrije natuur genadeloos uitsterven.
Door onze medische zorg voorkomen we dit.

Hierdoor wordt onze soort steeds zwakker ( en de selectiemechanismen werken( tegenwoordig ) op de mens in veel mindere mate dan op de rest van de natuur). ?
EN misschien is in de huidige mensen- soort de evolutie daardoor schaakmat gezet ?

Maar onze evolutie gaat wel door
—-> het komt vaker voor dat het aantal tanden vermindert, mij is verteld dat dit evolutionair is

—> Probeer maar eens een huidige gemiddelde west-europeaan in een midelleeuws harnas te wurmen … fenotypisch ? of wat ?
—-> wat met de “vermoedelijk aangetoonde” procentueel hogere resistentie tegen HIV van de afstammelingen van pest-overlevers …hoe zit dat ?
—-> de hartziekte- risico verminderend gen -mutant , bij een bepaalde italiaanse familie …
—-> de uitroeiing van de “zuid-amerikaanse indianen” niet door de conquistadores maar door de griep en de meegebrachte pokken … waar die spanjaarden blijkbaar minder last van hadden( door het bezit van andere allelen of door vaccins ontwikkeld in hun afweersysteem ? ) …
—> Het feit dat het bezit van de sikkelcel het risico op ernstige malaria enigzins
verminderd” bij de dragers ervan —> verhinderde lange tijd de kolonisatie van de leefgebieden van die volkeren …. Het beschermde dus niet alleen tegen de malaria maar ook tegen vreemde “invallers” ( concurenten ) die de sikkelsel niet bezaten …
—> de toename aan allergieen en oorontstekingen -(–> vervuiling ? of het gevolg van te overdreven hygiene en properheid- manie ? —> een soort cultureel geinstalleerde smetvrees ?)

T’is erg moeilijk om vast te stellen op wat voor een soort karakteristieken er op het huidige ogenblik NATUURLIJK word uitgeselekteerd …
Dat wat wil NIET zeggen dat er nu plots geen natuurlijke selektie meer is en/of dat er nu ook geen nieuw mutatie-aanbod onstaat …
De wisselwerkingen zijn niet zo makkelijk waarneembaar als je er zelf middenin ziet
( wanneer ze eigenlijk nogal traag gaan in vergelijking met een paar generatiewissels ) en zeker niet wanneer men blijft zweren bij lineaire modellen van simpele “oorzaak-gevolg ” ketens ….
Er IS veel meer in het geding in zulke interaktieve systemen ;
bijvoorbeeld ook terugkoppelingen in verschillende snelheden , doldraaiende loops en diverse explosieve zelfstimulerende ” races ”
( waaronder bijvoorbeeld “sexuele “selektie : inclusief vrouwelijke keuzes en voorkeuren… )

Mja, recentelijk is de mensheid nog wel blootgesteld aan natuurlijke selectie, maar heden ten dage, en vooral in het westen wordt hier voor geen meter
meer uitgeselecteerd.
Dat hebben we in onze maatschappij uitgebannen
.

( of beter ) We hopen dat laatste , ja
Hoelang blijft dat duren ? Hoelang nog blijven bijvoorbeeld onze antibiotica werkzaam?
En
We hebben altijd nog een heleboel DNA- en RNA-virussen. ( nu ook al verstoppertje en haasje over spelende prionen heb ik onlangs gelezen )
Ook al wordt de natuurlijke selectie bij de mens uitgebannen en zitten we dagelijks in de file of wachten we op een nieuwe knie.
De natuurlijke selectie binnen ons virus- ( bacterieel- en schimmel – ) bestand gaat onverminderd door.
Het wachten is op een ebola-griep-variant, op sars-varianten en recombinanten of een ander soort vogelgriep …
Jammer genoeg stopt dan ook ( misschien ) de discussie over evolutie versus creatie

Zelfs al kun je in je hele godgandse lichaam geen spier meer bewegen, je moet blijven leven, aldus je familie, aldus je vrienden, aldus J.P Balkenende.
En ook waarneer je hoogbejaard bent, drie keer per dag je bed schijt …….. en moet wachten tot je doodgaat

een aftakelende machine al dan niet in leven houden heeft niets met het verwekken
van vruchtbaar nageslacht te maken …dat is het waar evolutie om draait –> niet om de verworvenheden van de biefstukken-maatschappij ….

Best mogelijk dat de mens zal trachten de natuurlijke selectie schaakmat te zetten
maar ‘tzal zeker niet gemakkelijk gaan als we maar blijven verder “kweken als konijnen”

…. mag je volgens de wet niet doodgaan, doodgaan is nou eenmaal verboden.
Zo zijn de regels nou eenmaal, je mag niet worden uitgeselecteerd…
Voor het blinde , doorlopende en”hersenloze ” proces dat evolutie noemt bestaat de “wet ” niet ….
Om het eens antropomorfistisch te zeggen
de blinde evolutie lapt het zelfs niet aan zijn laars —> kan zelfs de wet niet lezen ondanks balkenende “…
En sexuele selectie…. tja…
Dan zouden we hier nu geen lelijke mensen meer hebben….
—> Tsja .- t’Is onbegrijpelijk wat een schele vent , en een vrouw met o benen in elkaar vinden … (vrij naar john lee hooker )
Misschien vinden sommigen “lelijk “, juist erg “mooi “en andere meer verborgen capaciteiten spelen natuurlijk ook mee ….
De Creationisten en de knie

Volgens mij is de menselijke knie een duidelijk voorbeeld van een onherleidbaar mechanisme het menselijk kniegewricht.
Binnen dit mechanisme zijn 16 factoren die allemaal tegelijk aanwezig moeten zijn.

Wanneer er een factor mist, verliest het gewricht onherroepelijk zijn functie……
Dit is uitvoerig onderzocht door verschillende biologen…

http://www.trueorigin.org/knee.asp

Zelfs bij oppervlakkige lezing van het betreffende ( creationistisch ) artikel kan je al onmiddellijk besluiten dat de claim niet word ondersteund
Die claim staat helemaal aan het begin — > Het menselijke kniegewricht kon niet evolueren , en daarom moet de mens rechtstreeks en speciaal zijn geschapen ( in zijn lichamelijke structuur ) ….
Daarna begint een uitleg over de verschillende soorten gewrichten ;( zoals schouder , heup , pols knie , enkel , enzovoort ) : dat is leerrijk , en een summiere inleiding …. Maar ik denk dat je na lezing hiervan toch geen volleerd anatoom word …
( ben ik ook niet hoor )
Tsja t’is gewoon maar een demonstratie van de ” geleerdheid” van de creationist ?
1) —> echter ik lees ook nergens maar één poging om aan “vergelijkende “ anatomie te doen, inzonderheid in de primaten-groep
Het gaat er hem NIET om, om het menselijk kniegewricht af te leiden of te laten evolueren uit een schoudergewricht of uit een andersoortig gewricht,
ook niet uit een dierlijke schouder , pols of andersoortig gewricht
maar uit de knieeen van andere primaten ja ?
Er zijn wel degelijk kniegewrichten bij chimpanzees –> geen menselijke uiteraard :
maar bij lucy , en bij andere bekende vertegenwoordigers/ aapmensen van de hominide- struik ( ook als fossiel )zijn het zelfs menselijke knieen … ( zie boven ) of op zijn minst rechtoplopende wezen die een mensachtige knie MOETEN hebben bezeten ( waar die dus nog niet fossiel is gevonden , is dat een VOORSPELLING )
2) Het zo “prachtig “ geschapen , kniegewricht is een zeer fragiele “ineengeknutselde “ oplossing en kan net als de ruggegraat in je latere leven
____mits een beetje sleet ___heel wat pijn en moeilijkheden opleveren ( zie hierboven )
Is de wetenschap er al in geslaagd de evolutie van het menselijk kniegewricht te verklaren /aan te geven ?
Voor zover ik weet is dit (nog ) NIET gebeurd …
Toch wel even het volgende :
” We weten het niet ” is niet hetzelfde als concluderen
1).- dus het kniegewricht MOET zijn gechapen door een —>ID ( de creato’s weten het natuurlijk dus wel :
” We weten het niet “word bij hen —> we hoeven het niet te onderzoeken = we weten alles wat we moeten weten en wel door het “geloof” , de interpretaties
van de “openbaringen ” ( geschriften en gods werk/schepping ) en het absolute en bindend karakter daarvan … )
Het is ook niet hetzelfde als zeggen
2) dus alles wat we wél al weten ( = wat nog niet is “gefalsifieerd “en uiteindelijk ____buiten alle redelijke twijfel, ___als waar word aangenomen ) is
daardoor ook onjuist /of komt te vervallen …

Anti-evolutionisten zeggen dit dus van wetenschappelijk verkregen kennis ,( die hun eigen “scientific creationism”-__of andere kwakzalverij ___
doctrinaire stellingen en ondersteuningen / onmogelijke en ondeugdelijke methodes , )verwerpt of in twijfel trekt …

Beweren dat het kniegewricht is geevolueerd is een werkhypothese —> de steun daarvoor komt uit de vaststelling dat vele gelijkaardige IC -ontwerpen ,
( het oog , de middenoorbeentjes … etc ) wel degelijk en aantoonbaar zijn geevolueerd uit “eenvoudiger ” voorlopers en/of veranderingen van funkties
in niet meer “noofdzakelijke ” onderdelen ….

Ook
—> De eis dat we alles tot in de kleinste “historische “details moeten kunnen aantonen of /waarnemen of de evolutionaire route volledig moeten
reconstrueren door een prodedureele route te beschrijven —-> is onbillijk , en niet noodzakellijk om tot een ” voorlopige en up-dateable “conclusie te
komen … We waren er inderdaad niet bij , maar zolang we niet beschikken over een “tijkdmachine ” , kunnen we OOK niet “zien” wat de “creator” nu
eigenlijk heeft gedaan ….

De ID- hypothese ” goddidit ” is niet geldig :
Het volstaat een enkel voorbeeld van evoluerend IC -opstelling te vinden om ze te falsifieeren …
En
Dat is al herhaaldelijk gebeurt ….( zie bijvoorbeeld —>de ontwikkeling van de gehoorbeentjes uit het kaakkapsel van de therapsiden
—>zie het bericht van loudmouth

Mede daarom is ook de( niet -evoluerende ) ” speciale creatie “van het kniegewricht meteen ook een “bedenkelijk ” voorbeeld geworden … en
erg goedkoop bovendien … dwz —> zonder ook maar enige “initieele “ondersteuning afkomstig uit wetenschappelijke hoek …

Referenties , ( oorspronkelijk verschenen ) op het niet meer bestaand creationistische Yec-forum:
RadicaalChristen Forum ( Wils Jetro .)

Geen Darwin zonder een Dutroux

Nov 1, ’06     /  Dirk Draulans

Ondanks aanvallen uit de hoek van het intelligent design staat de evolutietheorie als een huis. Geen enkele leer verklaart het leven beter.

Natuurlijke selectie

Er was eens een visser. Hij ving veel vissen, en hij was tevreden. Vervolgens waren er steeds meer vissers. Uiteindelijk waren er zoveel vissers dat er bijna geen vis meer was. De vis raakte overbevist. Maar de vissers vonden er iets op. Ze zetten de kleine vissen terug, en namen alleen de grote mee naar huis. Zo voorkwamen ze dat de vispopulaties verdwenen.

Het systematisch teruggooien van kleine vissen had echter een ander effect dan verwacht: de vissen werden gemiddeld kleiner.

Kleinere vissen die zich met succes voortplantten( en vroeger geslachtsrijp werden ) , hadden meer succes dan vissen die wachtten tot ze groot waren om eraan te beginnen.

Want zij werden gevangen, en hadden dus dikwijls minder kroost op de wereld gezet dan de vroege beginners.

Het effect van de goedbedoelde maatregel om vispopulaties te sparen, was nefast voor de vissers. Want ze vingen steeds minder grote vissen. (1)

De vissen hadden zich aangepast aan de maatregel van de vissers. Natuurlijke selectie!

Er zijn tal van voorbeelden (2) om de permanente werking van natuurlijke selectie te illustreren.

Ratelslangen gaan minder ratelen, omdat ratelaars sneller gedood worden dan slangen die stil blijven.

Zwartkopgrasmussen trekken sinds kort in de winter minder ver naar het zuiden. De winters worden warmer, en de vogels die minder ver trekken zijn in het voordeel, want ze verbruiken minder energie.(2)

Natuurlijke selectie is alomtegenwoordig. Iedereen die een beetje oog heeft voor de natuur, en een beetje gezond verstand, ziet het principe in actie.

PREMATURE BABY’S Ook de mens is onderhevig aan natuurlijke selectie. Omdat wij lang leven, gaat er wel vrij veel tijd overheen om veranderingen te introduceren. Daarenboven heeft onze moderne levensstijl ons deels losgekoppeld van onze omgeving, zodat natuurlijke selectie minder greep krijgt op ons lichaam.

Maar als we kijken naar waar we vandaan komen, naar wat er van onze voorouders of van onze dichtste verwanten bekend is, zoals de uitgestorven neanderthaler en de nog levende bonobo, dan zien we niet alleen gelijkenissen, maar ook verschillen. Verschillen die een gevolg zijn van natuurlijke selectie.

Neanderthalers waren behaarder en robuuster dan wij: een aanpassing aan het koude klimaat waarin ze moesten gedijen. Maar de verschillen zijn zo klein dat bijna niemand vandaag een neanderthaler in gewone kleren uit de massa op de Antwerpse Meir zou plukken.

De verschillen met de BONOBO’S  zijn groter – onze levensstijl is dan ook helemaal anders.

Vooral ons hoofd is groter. Onze grote hersenen zijn de belangrijkste aanpassing die de mens tot mens maakte, en tot een succes – tenminste bekeken vanuit ons eigen standpunt.

De groeiende hersenen maakten ons zo succesvol dat ze almaar bleven groeien, tot er een rem kwam op de groei, een rem gedicteerd door de onmogelijkheid om nog grotere hoofden geboren te laten worden.

De natuur had er al een oplossing voor gevonden dat het hoofd bij de geboorte niet langer door het bekken van de moeders kon. Ze had de geboorte naar voren geschoven in de tijd, zodat onze baby’s, in vergelijking met die van andere apen, verhoudingsgewijs vroegtijdig ter wereld komen. Nog verder terugschroeven lijkt onpraktisch. Baby’s moeten levensvatbaar zijn. Natuurlijke selectie kan ook een rem zetten op veranderingen.

Charles Darwin, de ontdekker van de evolutietheorie, begon zijn leven als een soort creationist. Hij geloofde in een schepper en in een schepping. Maar hij zag gaandeweg de mechanismen, zoals natuurlijke selectie en genetische variatie (hoewel in zijn tijd genetica als discipline nog niet bekend was). Hij trok, als eminente wetenschapper, de onvermijdelijke conclusie uit zijn waarnemingen dat soorten uit elkaar ontstaan. De evolutietheorie was een feit.

Meer dan anderhalve eeuw later staat ze nog altijd als een rots, als een van de belangrijkste inzichten die onze kennis ons gebracht heeft. Het leven is voortdurend in beweging, evolueert dat het een lieve lust is. Soorten verdwijnen, soorten ontstaan, soorten veranderen en passen zich aan. Niets is constant.

Fossielen zijn misschien het beste bewijs voor de evolutie van het leven, hoewel de genetica steeds meer sterke evolutieverhalen aanlevert.

Het zou nogal pretentieus zijn om de mens buiten dat proces te plaatsen. (ook wat betreft het zogenaamde “speciale ” en “unieke “(noot 0) aan de mens –> zijn hersenen, cultuur , moreel vermogen , intelligentie etc :maakt hem niet los van de evolutie of wettigt zijn status van “speciaal apart geschapen “en “boven de rest der soorten verheven” zoals velen nog menen dit ,soort verwaande arrogantie en schadelijke antropomorfistisch elitarisme te moeten verdedigen ;of ondersteunen met( vermomde ) obscurantistische mythologische en verwaande politieke semi-theologische insteken (klik <Kroon der schepping )

Wij staan niet boven de natuur, wij zijn er onlosmakelijk mee verbonden.

De mens is evenmin het doel van de evolutie. Evolutie heeft geen doel, maar steunt op TOEVAL. (3)

Wat niet wil zeggen dat evolutie niet gezwind in een bepaalde richting kan lopen, als blijkt dat die richting interessant is, zoals de snelle groei van onze hersenen illustreert.

Evolutie is een op toevallige genetische veranderingen steunend, door natuurlijke selectie gestuurd proces, dat in principe om het even wat kan opleveren, zolang het maar goed aangepast is aan de omgeving waarin het moet gedijen.

Er is geen enkele biologische theorie die zo mooi samenvat hoe het leven georganiseerd is.

EEN STURENDE HAND ? Daarom is het zo vreemd dat een groeiend aantal mensen moeite heeft met de theorie. Een artikel in het wetenschappelijke topvakblad Science bracht onthutsende cijfers over de aanvaarding van de evolutietheorie. In de Verenigde Staten daalt het aantal mensen dat gelooft in het bestaan van evolutie tot 40 procent van de bevolking (in 1985 was dat nog 45 procent). Het aantal mensen dat niet in evolutie gelooft, daalt ook: van 48 naar 39 procent. Er zijn dus meer twijfelaars dan vroeger.

In ons land gebeurt het omgekeerde. Steeds minder twijfelaars, want het aantal ‘gelovers’ stijgt van 70 (in 1992) naar 74 procent vorig jaar, en het aantal ‘niet-gelovers’ van 15 naar 21 procent. Een op de vijf Belgen gelooft niet in evolutie.

Dat is beangstigend, maar nog altijd minder erg dan in Turkije, waar meer dan de helft van de bevolking de evolutiegedachte categoriek afwijst.

Het lijkt voor de hand te liggen dat godsdienst hiermee te maken heeft. In Turkije wint het islamitische fundamentalisme aan belang, en dat heeft de neiging de Koran nogal letterlijk te interpreteren. Daarin is geen plaats voor verwantschap met apen. Christelijke fundamentalisten doen hetzelfde. Die geloven dat het scheppingsverhaal correct is, dat God ongeveer zesduizend jaar geleden eerst de aarde, en vervolgens al de rest schiep. Waarmee ze niet alleen de evolutieleer, maar ook andere wetenschappen, zoals astronomie, fysica, geologie en paleontologie, op de schroothoop gooien. Een wereld zonder wetenschap.

De groeiende twijfel die in de VS over evolutie gezaaid wordt, heeft ongetwijfeld te maken met een opstoot van conservatief-religieuze idee챘n. Het creationisme heeft er een modern, zelfs als wetenschap vermomd, kleedje gekregen: intelligent design , dat de evolutie als dusdanig niet ontkent, maar ze wel een sturende hand toekent.

Een sturende hand die er helaas niet veel van bakt, zo bewijst het tumult dat de wereld beheerst. Het intelligent design kan geen autobommen in Bagdad verklaren, geen zelfmoordaanslagen met vliegtuigen, geen kinderverkrachters of seriemoordenaars, geen kanker en geen chronische rugpijn.

Evolutie kan dat wel. Want evolutie steunt op toeval en variatie. Evolutie experimenteert voortdurend. Ook met wat er in ons hoofd zit, met onze hersenen. Evolutie varieert op een thema, en als daar iets nuttigs uitkomt, wordt dat uitvergroot. De kans dat het ge챘xperimenteer iets slechts oplevert, is even re챘el. Daarom zitten wij opgezadeld met psychopaten, op alle niveaus, van staatshoofd tot pedofiel. Geen Darwin zonder Marc Dutroux. Daarom kreunen wij van de kanker en de rugpijn, omdat onze lichamen nog niet aan de veranderingen zijn aangepast, aan het ouder worden en het rechtop lopen.

Als er een sturende hand achter dit alles zat, zou hij het leven ongetwijfeld een stuk makkelijker maken.

Bij ons gaan er bijna geen mensen meer naar de kerk. Toch wijst een vijfde van de bevolking evolutie af. Misschien zijn dat mensen die absoluut willen geloven dat wij uniek zijn, die menen dat ze minder speciaal zijn als ze van apen zouden afstammen. Die hun eigenwaarde door de evolutietheorie aangetast zien.

( noot 0) Maar natuurlijk is de mens uniek.

Zoals ook de bonobo uniek is. En de mier en de kakkerlak. Waarom kunnen we de wereld niet zien als een palet van unieke soorten? En ons verheugen in de vaststelling dat wij, dankzij de evolutie van onze hersenen, misschien wel de enige soort zijn die ten volle van dat palet kan genieten?

(1) Dit voorbeeld is daadwerkelijk geconstateert bij de progressieve afname van de lichaamslengte verdelingen van de individueen in het kabeljauwbestand //  Het is echter niet de enige correlatie ( –> of evolutionair adaptief verhaal ) dat kan worden gelegd tussen lengte afname bij de kabeljauw en deze ene vorm van selectiedruk

http://duurzaamvissen.nl/vdbergbv/index.php?option=com_content&task=view&id=154&Itemid=2Eugene Colbourne van het Northwest Atlantic Fisheries Centre in St. John’s bestudeert het effect van de temperatuur op de kabeljauw en stelde vast dat vier jaar oude vissen kleiner zijn naarmate ze in kouder water opgroeien.

“Blijkbaar groeien ze sneller in warmer water”, aldus Colbourne.

De relatief warme Golf van Maine is een van de weinig plaatsen voor de Canadese kust waar de kabeljauwpopulatie nooit echt is ingestort.

“Maar de kabeljauwvangst blijft laag”, zegt hij niettemin. “Mogelijk trekt de kabeljauw naar het noorden toe omdat hij het koudere water verkiest”, oppert George Rose van de Memorial University van Newfoundland.

Karakteristieken:
Kabeljauw komt voor in de Noordzee en in noordelijke Atlantische Oceaan, van de Golf van Biscaye tot Groenland, Spitsbergen en Nova Zembla.

De kabeljauw kan een maximale lengte bereiken van maar liefst 1,9 meter. Maar meestal zijn het de exemplaren van 30 tot 45 centimeter die in de vangsten terechtkomen.

De kabeljauw leeft in scholen, meestal nabij de bodem. Het is een trekkende vis die grote afstanden kan afleggen. De kabeljauw die in de Noordzee voorkomt paait in de eerste twee maanden van het jaar. Overigens is het dier in december al druk bezig met het vormen van kuit.

Voorheen was kabeljauw rond z’n zevenjarige leeftijd pas geslachtsrijp, maar door de enorme visserijdruk kan kabeljauw het laatste decennium reeds op vierjarige leeftijd al deelnemen aan het paaiproces. Sommige exemplaren zijn zelfs nog jonger.

Sep 5, ’06, edited on Sep 4, ’11    DE  MUSCULUS PALMARIS LONGUS 

 Deze kleine spier in de onderarm komt bij 11% van de mensen (niet meer?) voor en is waarschijnlijk handig bij het bungelen aan boomtakken.
Zonder deze spier functioneer je geheel naar behoren.
Bij mezelf bezit ik links wel, en rechts geen m. palmaris longus.
Maakt niets uit beide even onhandig.
Wat denk je is dit een evolutionair overblijfsel of een stukje ondoorgrondelijk design?
klik op de afbeeldingen
Front of right upper extremity. (Palmaris longus labeled at bottom, second from left.)
Transverse section across distal ends of radius and ulna. (Palmaris longus labeled at center top.)

http://en.wikipedia.org/wiki/Palmaris_longus_muscle

Palmaris longus has been suggested to be phylogenetically degenerate metacarpophalangeal flexor. (Williams et al, 1995 ).
Comparative Triceps Surae Morphology in Primates: A Review
http://www.hindawi.com/journals/ari/2011/191509/Tomaso /Fédor
http://www.bloggen.be/tsjokfoto/archief.php?ID=1303345

 GLYTOGRAPHEN 
jul 2, ’06, edited on Jun 16, ’11

DUIMAFDRUKKEN ?

http://www.daaromevolutie.net/default.asp?action=show&what=re&ID=62&segm=5&stype=6

6Dillion YK , Haynes J, Henneberg M (2001) The relationship of the number of Meissner’s corpuscles topdermatoglyphic characters and finger size. Journal of Anatomy 199: 577-584

http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1046/j.1469-7580.2001.19950577.x/abstract;jsessionid=E2E3A451129711F528D9AF729F50A424.d04t02

The function of the dermatoglyphics

The dermatoglyphics have a specific supporting role in the hand grip. On the one side the dermatoglyphics create more ‘grip’ in our hands: without these ribed skin structures objects would slip out of our hands easily. On the other side the dermatoglyphics do have another more specific rol, that is: the distribution of the perspiration in our hands. The perspiration is kind of the lubricating oil of the hand grip which makes that the skin of our palms doesn’t get damaged easily during the contact with objects.

( creato ) deze lijntjes worden dus veroorzaakt door een systeem dat voorkomt dat je spontaan de onderhuid blootlegt als je even over je huid wrijft.

Ja en bij de andere zoogdieren , die deze lijntjes niet hebben ____ maar toch ook beschikken over een zoogdieren- huid uit drie lagen ____ komt de onderhuid wél bloot te liggen na wrijving …..???

Leg me eens uit hoe die beesten dat flikken op een “andere” manier ….
Bijvoorbeeld bij het varken ( dat een zeer goed en veelgebruikt “model”lis voor het menselijk lichaam )

Spin , wol en brulapen uit de nieuwe wereld met grijpstaarten uitgerust met dermatoglyphen Deze staarten zijn in feite een vijfde ledemaat voor deze boombewoners en acrobaten ….

Dermatoglyphen zijn bij boombewoners( atelidae / koala’s ) wel degelijk hulpmiddeltjes op de contactzones van ALLE grijporganen die de grip op de takken moeten vergroten en geenzins secundaire eigenschappen die zijn veroorzaakt in plooiingen aan de bvenkant van de lederhuid die het loslaten van de opperhuid moeten verhinderen …

doorsnede mensenhuid ;

Die” plooingen” bevinden zich overal waar er maar menselijke huid is …
ik zie echter GEEN dermatoglyphen op mijn neus of op mijn kuiten ….
Misschie bij jou wél … maar dat is dan misschien van de ouderdom of misschien heeft een van uw voorvaderen wel in de bomen gehangen met zijn neus

Bovendien bestaat de bovenste laag “de opperhuid” uit een dode laag cellen , de hoornlaag….. die laat sowieso progressief los : die slijt af en wordt konstant van onderuit vernieuwd met nieuwe afgestorven en afstervende cellen ( dat is bijvoorbeeld een van de redenen waarom we huidschilfertjes produceren en er huistofmijten in ons bedddengoed huizen …)

Tip ;
(Misschien zijn de ogen van slechtziende spinnen wel veroorzaakt door hun chitinepantsers en wel om te verhinderen dat hun kop eraf valt ….? )

Besluit ;

De dermatoglyphen(ook) op de tenen bij mensen zijn wel degelijk restanten van onze evolutionaire gechiedenis

Het is ook geen anti-slip uitrusting op onze grote tenen …. mensen lopen niet rond op hun grote tenen ….

En of ze nog een functie hebben ?
zou kunnen ….dewelke dan wel , buiten de voormelde ?

De onregelmatige patronen op dermatoglyphen bij mensen , wijzen op allerlei genetische defekten en erfelijke ziekten …
Misschien heeft de ID-er wel deze dermatoglyphen op de tenen ontworpen ten behoeve van de heren dokters waardoor het stellen van diagnoses gemakkelijker wordt ? ….een teken van “go(o)dwil ? “

Vingerlijnen maken het voelen van fijne structuren mogelijk

31 januari 2009 / Rob van den Berg

De fijne patronen op onze vingertoppen, die samen de vingerafdruk vormen, helpen ons niet alleen om iets beter vast te houden, maar hebben bovendien precies de juiste afmetingen om fijne structuren en kleine objecten op een oppervlak waar te kunnen nemen.

 Dat hebben Franse onderzoekers van de Universiteit van Parijs aangetoond met behulp van een soort van kunstvinger die was uitgerust met trillingssensoren

De mens heeft twee verschillende systemen om op de tast waar te nemen, eentje voor grove structuren, groter dan 0,2 millimeter, ongeveer de breedte van een menselijke haar, en eentje voor fijne structuren.

Uit eerder onderzoek was gebleken dat we deze laatste waarnemen aan de hand van trillingen in de huid die ontstaan als we onze vingertoppen ergens overheen bewegen. Om beter te begrijpen hoe dit soort trillingen ontstaat en wat ze voor karakteristieke frequenties hebben, zou je onderhuidse metingen moeten doen bij proefpersonen. Maar aangezien dat niet mogelijk is, ontwikkelden Julien Schiebert en zijn collega’s een mechanische sensor. Die konden ze voorzien van een elastisch kapje met ofwel een volmaakt glad oppervlak, ofwel een serie parallelle richeltjes van dezelfde orde van grootte als onze vingerafdruk. Met dit kapje wreven ze over verschillende oppervlakken waarop willekeurige patronen waren aangebracht, en legden de opgewekte trillingen vast met microsensoren.

Het gladde kapje, zonder ‘vingerafdruk’, bleek alle trillingen die door structuren kleiner dan een halve millimeter worden opgewekt gelijkelijk door te laten. Het kapje met de vingerafdruk daarentegen versterkte de frequenties tussen de 200 en 300 hertz en filterde deze als het ware uit. Het is precies dit frequentiebereik waar bepaalde receptoren–de Paciniaanse lichaampjes–aan de uiteinden van tastzenuwen in de huid bij uitstek gevoelig voor zijn.

Het fijne patroon op onze vingers maakt het deze zenuwen dus gemakkelijker om fijne structuren op een oppervlak te detecteren en informatie daarover door te geven aan de hersenen.

TOMASSO http://www.volkskrantblog.nl/bericht/243881

Onze handen zijn zeer belangrijk wanneer het gaat om het onderzoeken van objecten. De tastzin op onze handen is zeer goed ontwikkeld en we kunnen er zeer precies mee bepalen hoe een voorwerp er uit ziet.

Een andere manier om eigenschappen van voorwerpen te bepalen is door er overheen te wrijven. Met wat we daarbij voelen kunnen we bepalen wat de oppervlaktestructuur is van een voorwerp en kunnen we uitspraken doen of het ribbelig, of juist glad is.

Een artikel vorige week online in Science met de titel The role of fingerprints in the coding of tactile information probed with a biomemetic sensor van Scheibert et al uit Parijs suggereerdt dat de structuur van de oppervlakte van de vingers hierbij ook een rol speelt.

Met een soort kunstvinger wreven ze over verschillende oppervlakken met dezelfde snelheid als een mens gemiddeld doet, en onderzochten de frequentie die deze wrijving in de huid van de kunstvinger opwekte. Wanneer de kunstvinger was voorzien van fijne ribbeltjes, een soort vingerafdruk, kwamen deze frequentie in de buurt van 200 tot 300 Hz (cycli per seconde). Precies de frequentie waarvoor de lichaampjes van Pacini, een receptor in de vinger die trillingen registreert en deze informatie doorgeeft aan de hersenen, het gevoeligst voor is. Bij een gladde vinger werden de frequenties veel meer gedempt en was er geen piek in de frequenties te zien.

Tot nu toe werd altijd gedacht dat de ribbeltjes op onze vingers die onze vingerafdruk maken vooral helpen bij het verhogen van de grip, wanneer we iets vasthouden. Het lijkt er echter op dat het ook kan helpen bij het versterken van tastsignalen voor het lichaampje van Pacini en daarmee bij het onderzoeken van de fijnstructuur van een oppervlak.

Dat betekent echter NIET , dat de grip-functie “larie en apekool” is…het is namelijk best mogelijk dat een enkel “kenmerk ” verschillend dfuncties kan vergmakelijke.

http://en.wikipedia.org/wiki/Pacinian_corpuscle

UPDATE

Over het nut van vingerafdrukken doen allerlei theorieen de ronde. Daarvan kan er weer een naar het rijk der fabelen worden verwezen. In plaats van meer, geven vingerafdrukken juist minder grip. Op zich is het een logische gedachte dat vingerafdrukken de grip verbeteren. Boomklimmers als koala’s hebben vingerafdrukken en een aantal Zuid-Amerikaanse apen heeft zelfs een geribbeld oppervlak op de staart, die ze om takken slingeren om zich voort te bewegen. Een geribbeld oppervlak geeft meer grip, zou je dus denken. Toch niet. Roland Ennos van de universiteit van Manchester vergeleek de grip van de vingers van een van zijn studenten met die van een vergelijkbaar glad object, en ontdekte dat de vinger steeds zo’n 33 procent minder grip had, schrijft hij in het Journal of Experimental Biology. Dat komt simpelweg omdat het geribbelde oppervlak van een vinger ervoor zorgt dat het contactgebied tussen vinger en object minder groot is. De huid van een vinger gedraagt zich daarmee net als rubber. Ook bijvoorbeeld een autoband heeft meer grip naarmate het contact met de weg groter is. Dat wil zeggen: zo lang het droog is. Als de weg nat is, kan een profiel juist helpen om het water af te voeren. Sommige wetenschappers denken dat ook de vingerafdruk dient om water af te voeren, en daarmee de grip in vochtige omstandigheden verbetert. Weer anderen denken dat de ribbels de gevoeligheid van de vingertoppen verbetert, zodat ze allerlei details kunnen waarnemen die zonder de ribbeltjes onopgemerkt blijven. Wat uiteindelijk het evolutionaire nut van vingerafdrukken blijkt te zijn geweest, dat is nog even afwachten. Maar dat ze de grip “verbeteren “is vanaf nu wél een broodje aap.

Bouwe van Straten 12-06-2009 http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/42087962/

May 26, ’06

DNA Tomaso Agricola

Desoxyribonucleinezuur oftewel Desoxyribonucleicacid (DNA) is de drager van onze erfelijke eigenschappen. DNA is opgebouwd uit 4 verschillende basen: Guanine (G), Adenine (A), Thymine (T) en Cytosine (C). Deze 4 basen worden in alle levende wezens (behalve veel virussen) gebruikt om genetische informatie vast te leggen. De stabiliteit van die informatie is van groot belang voor het overleven van het organisme zelf en het overleven van het nageslacht.

Guanine is chemisch niet stabiel. Guanine oxideert vrij gemakkelijk naar 8-oxoGuanine. Er is vastgesteld dat per dag in elke lichaamscel 100.000 Guanine moleculen veranderen in 8-oxoGuanine. Gelukkig hebben cellen een ingewikkeld herstelsysteem om dit tegen te gaan, zodat de situatie nog enigszins onder controle wordt gehouden. Toch veroorzaakt deze instabiliteit van Guanine uiteindelijk mutaties met als gevolg kanker en veroudering.

Eigenaardig genoeg is guanine rijkelijk aanwezig in menig functie van de cel. Het is niet alleen een onderdeel van DNA en RNA, maar het is ook betrokken bij signaaloverdracht in de cel en in het metabolisme van de cel.

Is het, gezien de instabiliteit, voorstelbaar dat een intelligente ontwerper het zou inbouwen in de genetische informatie? Het is alsof de 10 geboden worden geschreven in bijenwas!

Met de evolutietheorie kunnen we dit soort onvolkomenheden wel begrijpen. Zolang het molecuul zijn functie zo goed vervult dat het organisme dat er gebruik van maakt in ieder geval zo lang kan overleven dat het voldoende nakomelingen produceert zal het niet verdwijnen. En dat die mutaties veel kommer, kwel en ellende veroorzaken moeten we maar op de koop toe nemen, want zo af en toe zal het ook een voordelige mutatie opleveren.

Mar 21, ’06, edited on Nov 12, ’08

20 maart 2006 Tomaso Agricola

Unintelligent design (8): Kuitspieren

Laten we eens naar het onderbeen kijken. Er zit namelijk een spier in uw kuit die u helemaal niet gebruikt (overigens 10% kans dat u de spier helemaal niet heeft). Deze spier, Musculus plantaris (op het plaatje uitgeprepareerd) loopt van het bovenbeen via de achillespees naar de hak van de voet. De spier heeft meestal een kleine spierbuik van zo’n 7 tot 10 centimeter en is onderdeel van de spiergroep M. triceps surae. Deze spiergroep bestaat naast de M. plantaris uit nog twee grote kuitspieren: M. gastrocnemius en M. soleus. De functie van de spiergroep is het buigen van het kniegewricht, het buigen in de enkel en het naar binnen draaien van de voet.

Bij ongeveer 10% van de mensen ontbreekt de spier. Ook komt het voor dat de spier slechts bestaat uit een dunnen pees. Dit klinkt erger dan het is. De eigenaar van het bewuste onderbeen ondervindt hier geen hinder van. De werking van M. plantaris valt namelijk in het niets vergeleken met de twee grote kuitspieren. Het kleine spiertje levert dus, als die al aanwezig is, geen significante bijdrage aan de functie van de M. triceps surae. Waarom zouden wij zo’n spier bezitten? Vanuit het oogpunt van design is dit toch wel weer een hele vreemde en volkomen nutteloze constructie

Vanuit het oogpunt van de evolutietheorie kunnen we het wel begrijpen. Het antwoord is, alweer, te vinden in onze voorouders. Die leefden, net als onze naaste verwanten, de apen, in bomen. Apen, gebruiken de spier nog steeds. Zij hebben grijpkracht met hun voeten nodig (voor dat leven in bomen). Bij hun is de M. plantaris wel goed ontwikkeld en verbonden met de aponeurosis plantaris, een bindweefselplaat. Deze bindweefselplaat staat weer in verbinding met de tenen Hierdoor is het dier in staat de tenen krachtig te buigen. Zo kunnen de takken goed vastgegrepen worden met de voeten. De spier hecht bij deze dieren uiteneindelijk op de tenen aan, en niet op de hak zoals bij de mens. De M. plantaris bij de mens is dus een rudimentaire spier. Bovendien ondersteund de spier het idee dat wij van andere dieren afstammen, en is daardoor een bewijs voor macro-evolutie.

Unintelligent Design(9): De weg van het zaad.

Tomaso Agricola

10 april 2006

mannelijke geslachtsorganen

Kijken we bijvoorbeeld naar de weg die de zaadcellen moeten afleggen bij het mannelijk orgasme, dan zien we dat het zaad eerst via de zaadleider (11 en 15 op het plaatje) het lichaam binnengaat, en met een grote boog, over de uretra, (de buis tussen de nier en de blaas) heen gaat. Vervolgens weer naar beneden duikt en tenslotte via de prostaat (12) in de urinebuis (7) belandt. Deze boog is het gevolg van een beweging die teelballen (17) maken in de loop van de embryonale ontwikkeling. Ze ontstaan in de buikholte en bewegen zich dan na verloop van tijd naar beneden totdat ze buiten in het lichaam in het scrotum (18) eindigen, waar we ze dan ook meestal vinden na de geboorte. Soms gaat die reis niet helemaal goed en moet het jongetje na de geboorte eventueel nog geopereerd worden.

Maar waarom die grote boog? Het probleem waarvan hier sprake is lijkt op het probleem dat de tuinman hier heeft met zijn tuinslang. De oplossing is simpel. Je loopt langs de andere kant van de boom en je kunt weer verder. De oplossing die in het menselijk lichaam gevonden wordt is het verlengen van de tuinslang. Wanneer hier een intelligente hand achter zit zou je zeggen dat het met minder, en dus efficienter, kan.

De omweg is het bewijs dat er niet planmatig te werk is gegaan en een duidelijk teken van het knip-en-plak werk van een niet zo intelligente designer, of een evolutionair proces

Open riool in het paradijs

GEBOORTE

Mar 10, ’06, edited on Jun 16, ’11

De weg die een kind moet gaan wanneer het geboren moet worden is beklagenswaardig
 Hier is een animatie die laat zien hoe smal de opening ten opzichte van het kind eigenlijk is, en hoe moeilijk het, zonder complicaties, al kan zijn.
Iedereen die een kind heeft geboren zien worden weet dat dit ook effect heeft op het kind.
Op de animatie is de navelstreng te zien, en in de animatie doet hij precies wat er van hem wordt verwacht (netjes aan de kant gaan en niet aan hoofd of ledematen blijven haken).
Soms ,heb je een zeer lange navelstreng die slechts eenmaal losjes om de nek zit
Elders heb je een navelsnoer van pakweg een meter lang en die navelsnoer zit bijvoorbeeld drie keer om de nek 2 keer rond de buik en 1 keer om de armen en benen.
07 maart 2006 door Tomaso Agricola
Unintelligent Design (7): Geboorte
Kijk bijvoorbeeld eens naar onze voortplanting
Conceptie en groei in de baarmoeder lijken in orde te zijn.
De grootste crux zit hem in de geboorte.
Het is al ernstig genoeg dat het geboortekanaal niet alleen als geboortekanaal wordt gebruikt, maar dat er daar in de buurt ook nog urine, en iets verder
weg, ontlasting naarbuiten moet.
Dat deze twee uitgangen zo dicht bij elkaar zitten is aanleiding voor allerlei infecties over en weer, die ook gevaarlijk kunnen zijn voor het ongeboren
kind.
Daarnaast is de uitgang, door onze rechtopgang (ai, rechtoplopen wordt zo wel erg onhandig) zo klein geworden dat er haast geen doorkomen meer aan is.
Bovendien is er aan de andere kant ook nog een ontwikkeling ingezet naar grote hoofden.
Rechtopgang en meer hersenen rijden elkaar hier behoorlijk in de wielen.
Met veel pijn en moeite, en ik ben er drie keer bij geweest, dus ik weet een beetje waar ik het over heb, weten we er toch nog iets van te maken.
Kan dat niet anders?
Wanneer ik het moest ontwerpen zou ik een andere uitgang aanleggen voor het wurm, maar ja wie ben ik.
Als dit ontworpen is dan is het wel een raar ontwerp.
Tenzij het natuurlijk de bedoeling was, zoals in Genesis 3:16 wordt beweerd:
‘Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte
zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.’ (Staten vertaling, voor zover ik weet).
Uit evolutionair oogpunt is het wel te begrijpen.
Hier stoten twee onafhankelijke ontwikkelingen (rechtoplopen en grotere hersenen) aan een bepaalde grens, omdat ze elkaar in de weg zitten.
Zoals vaker in de natuur leidt dit tot sub-optimale oplossingen vanuit het oogpunt van ontwerp, maar wel tot oplossingen die (voorlopig) succesvol
genoeg zijn.
Kommentaren
Het zou handiger geweest zijn als de mens een buideldier was geweest.
Slechte evolutionaire ontwerpen, worden beter in de loop van de tijd.
Slechte ontwerpen hebben meestal een menselijke ontwerper.
Hiermee wil ik overigens helemaal niet zeggen dat ik tegen evolutie theorie ben en voor god of
intelligent design.
Wat ik wil zeggen is dat er wellicht een ontwerper is en wellicht niet, maar wanneer er een ontwerper is dat hij in ieder geval niet een intelligente
ontwerper is.
Het is eerder een prutser en een broddelaar.
In ieder geval is het een ontwerper die niet vooruit kijkt.
En daarmee verschilt hij dan niet zo bijster veel van het evolutionaire proces.
Intelligent design verklaart niets, waar kwam dan de designer vandaan, en waarom heeft hij er zo’n zoodje van gemaakt ?
Ik ben hier met een hele serie argumenten gekomen waarom ik denk dat de veronderstelde ontwerper in ieder geval niet zo intelligent is als wel wordt
beweerd.
Wanneer ID-ers met argumenten komen die kunnen verklaren hoe (of zelfs waarom) een intelligente ontwerper er bij komt om ons zo in elkaar te zetten,
dan kunnen we verder
Of ze moeten vertellen waarom wat hierboven, en in eerder afleveringen, staat er niet toe doet in de discussie.
Mensen die wetenschappelijk willen bewijzen dat er een intelligente designer bestaat overstrekken de mogelijkheden die de wetenschap te bieden heeft
(zie ook mijn stukje van afgelopen maandag). Wanneer ze dat toch willen proberen heb ik het volste recht om ze met tegenargumenten om de oren slaan.
Wetenschap is niet zomaar een meningenfabriek waarin ieders mening evenveel waard is.
Er wordt gewerkt met hypotheses en feiten.
De hypothese die de feiten het best verklaart is altijd superieur aan de andere hypothese.
En hypotheses die vooral gebaseerd zijn op persoonlijk gevoel, of een mystiek beleving horen in de wetenschap niet thuis.
( ID-er ./creationist )
evolutietheorie bewezen .?
Dat is zij niet!
Er zijn behoorlijk veel bewijzen voor evolutie.
Er zijn fossiele bewijzen, er zijn DNA-kaarten van oude soorten, die niet meer bestaan en soorten die nu bestaan, waarin het evolutionaire verloop te zien
is.
Er is microbiologisch bewijs van evolutie in enzym-systemen in bacteri챘n.
Er is recent een bewijs gevonden voor de symbiose-hypothese, die stelt dat een van de organellen, de mitochondri챘n, het resultaat zijn van een oude
symbiose.
Er zijn namelijk gistcellen gevonden die in de natuur op jacht gaan naar een bepaald type alg, die ze dan opnemen, maar niet vernietigen voor de losse
onderdelen. Maar ze gebruiken deze alg voor de foto-synthese, waarop de gistcel stopt met alle eigen methoden van voedsel/energie verzamelen.
De alg stopt met energie steken in verdedigings-systemen, waarop de gistcel die taak opneemt.
De volgende stap in de evolutie is een gezamelijke celdeling, zodat na celdeling niet een van de twee gistcellen op zoek moet naar een nieuwe alg voor
zichzelf.
Het stellen dat er geen bewijzen in het voordeel van evolutie zijn, laat zien dat de creationist absoluut geen weet heeft van de wetenschappelijke kennis die er op dit
moment beschikbaar is in de vakliteratuur , waarin experimenteel werk is gedaan om stappen in evolutie te bewijzen, dan wel aannemelijk te maken door indirecte bewijzen. en materiele bewijsstukken
De 챕nige manier waarop een complex vraagstuk als het ontstaan der soorten beantwoord kan worden, vooral omdat het zo gigantisch lang geleden heeft
plaatsgevonden, dat de bewijsmaterialen schaars zijn.
Het feit dat het onomstotelijke bewijs,
inclusief totale historische reconstructie, nog niet geleverd is, is nog geen basis om de totale kennis over evolutie en evolutie-mechanismen te
ontkennen.
De evolutietheorie verklaart op dit moment het best de diversiteit van het leven, inclusief de mens.
Zij verklaard op dit moment het best de werkelijkheid daarbuiten.
ID neemt de evolutietheorie en zet daar de intelligente onwerper nog een keer bovenop.
Maar ze voegt wetenschappelijk gezien niets toe
.
Vragen als hoe, waar en wanneer heeft deze intelligente designer ingegrepen? worden niet beantwoord.
Er gaat dus ook geen voorspellende kracht vanuit en de hypothese is niet wetenschappelijk toetsbaar (inmiddels verval ik in herhaling).
Bovendien zijn er daarbuiten een aantal dingen aan de hand die niet stroken met een intelligente designer
(eerder met een niet-zo-intelligente designer).
Het gaat er niet om welke theorie bewezen is.
Wat dat betreft begrijpt u nog niet veel van wetenschap.
Het gaat erom of een theorie falsificeerbaar is.
De evolutietheorie is dat wel.
Zij geeft een mechanistische verklaring van het ontstaan van soorten.
Men kan daarbuiten in de werkelijke wereld kijken of de gegevens kloppen met die mechanistische verklaring.
De ID-theorie is “niet falsificeerbaar” ( althans de ID-ers doen of willen het niet doen )
Zij geeft geen mechanisme en zij doet geen toetsbare voorspellingen die getest kunnen worden in de wereld daarbuiten.
 Maar er is een uitweg!
Laat niemand meer zeggen dat de ID theorie niet( minstens eenmaal ) toetsbaar is, want dat is ze wel./Tenzij men weigert de ID-er in te vullen met identiteit (wat de ID-ers dus doen )
De enige toets die ik kon bedenken was te zoeken naar niet-zo-intelligente oplossingen in organismen.
Ik heb mij voorlopig beperkt tot de mens en ik heb daar een lijstje van gemaakt.
En af en toe zet ik daarvan eentje op dit blog.
En als u denkt dat er toch een intelligente reden is waarom wij spataderen, aambeien n, rugklachten, platvoeten, zweetvoeten, verstandskiezen, appendixen,te kleine geboorte kanalen, binnenstebuitenste retina’s, mutaties waardoor wij geen Vitamine C meer kunnen maken etc. dan houdt ook ik mij aanbevolen.
Bovendien zijn  theoretische gronduitgangspunten van intelligentdesign (creationisme )  =  IC (behe ) en SC (demski) ook al lang ontkracht ….
 ID is retoriek en apologetiek
Mar 10, ’06
door Tomaso Agricola
Unintelligent design
16 februari 2006
Waarom deze serie Er is hier iemand op het weblog ( van de volkskrant ) een serie begonnen met de titel Intelligen Design (deel 27 is vandaag verschenen).
Nadat het mij in discussies niet mogelijk bleek om hem aan het verstand te peuteren dat hij onzin zat te schrijven ben ik mijn eigen serie begonnen
om te laten zien dat wij bij nadere betrachting helemaal niet zo intelligent in elkaar zitten als de Intelligent Design aanhangers beweren.
Dat is alles.
(6): Vitamine C
Wij hebben last van rugklachten, zweetvoeten, ontstoken blinde darmen, tekort aan vitamine c, etc..
Er is geen sprake van intelligent ontwerp.
Wanneer je goed kijkt is het allemaal gepruts en gebroddel.
Iedereen die denkt dat wij perfect ontworpen zijn kijkt niet verder dan zijn neus lang is.
Rugklachten hebben we sinds we rechtoplopen, toch alweer een dikke 3 miljoen jaar, het zit in onze rechtopconstructie ingebakken, sindsdien hebben we ook
zweetvoeten.
Ik weet niet hoelang wij al een appendix hebben, maar sindsdien ontsteekt hij.
Ook verstandskiezen hebben we waarschijnlijk al een miljoen jaar.
Sinds het ontstaan van de eerste primaten kunnen wij geen vitamine c meer maken en krijgen we scheurbuik.
Ik ben met opzet niet aan de problemen van andere diersoorten begonnen, omdat ID zeer op de mens is gefixeerd als de ‘kroon’ van de schepping.
Dat lagere dieren niet perfect zijn, en pijn leiden, is dan minder interessant.
Waar ik de nadruk op probeer te leggen is constructiefouten en zwakke plekken waar wij last van (kunnen) hebben zonder dat er sprake is van
concurrentie met individuen van de eigen soort, of andere soorten.

Dat zijn namelijk inherente constructiefouten die een intelligente ontwerper niet zou mogen maken.
Ons lichaam is in staat om veel stoffen zelf te maken uit het voedsel dat wij opnemen.
Een opmerkelijk hiaat zijn bepaalde vitamines.
De bekendste is vitamine C.
Mensen en andere primaten kunnen geen vitamine C maken.
De meeste andere dieren (uitzonderingen zoals cavia’s daargelaten) kunnen dat wel.
Onderzoek heeft ons geleerd dat er een bepaald gen aanwijsbaar is die voor deze productie verantwoordelijk is.
De meeste dieren hebben dat gen, maar wij niet.
Tenminste, het is niet functioneel.
Ergens in de loop van de geschiedenis, waarschijnlijk in de tijd dat de eerste primaten ontstonden is daar een mutatie in ontstaan (drie aminozuren zijn
verdwenen).
Het DNA is nog wel aanwezig en het wordt doorgegeven aan iedere volgende generatie, maar het werkt niet meer
(het behoort nu tot het zogenaamde ‘junk-DNA’).
Ook cavia’s hebben een mutatie in dit LGGLO gen, maar die verschilt van die van de primaten.
Als er een intelligente ontwerper is,
heeft die hier dan een goede beslissing genomen?
Het is namelijk een wat eigenaardige situatie.
Het DNA is er, op drie aminozuren na, en wordt doorgegeven aan iedere volgende generatie.
Die moeite nemen we toch al. Waarom het dan niet functioneel gelaten? Waarom werkt het wel bij al die andere dieren, maar is het gen bij ons kreupel?
Meestal krijgen we voldoende vitamine C binnen, maar er zijn toch ook wel heel veel gevallen van scheurbuik bekend die voorkomen waren wanneer het gen
wel had gewerkt. Wel in staat zijn om vitamine C te produceren lijkt toch echt de betere oplossing.
Vanuit evolutionair oogpunt is het wel te begrijpen.
Ten tijde van de mutatie was onze voorouder, net als wij nu, waarschijnlijk in staat om voldoende vitamine C binnen te krijgen via de voeding.
Eigen productie was (en is) meestal niet nodig en of het gen nou wel of niet bruikbaar is doet er dan niet toe.
Maar juist in tijden van schaarste zal dit gebrek een aantal van ons wel de das om doen.
Commentaren ….Primaten zijn fruiteters,en al wellicht al zo lang fruiteters , dat het gen dat voor vitaminde C codeert , weggevallen is wegens onnut
Mensen zijn geen echte fruiteters meer.
Wij zijn alleseters.
Een hond kan wel Vitamine C aanmaken
Tja die eet geen groente, Maar ook alleen uit de pens van zijn prooi krijgt hij een hoeveelheid vitamine C
Hij blijkt wel het gen te bezitten ….
De mens als alleseter bezit gelukkig genoeg mogelijkheden om op een vrij simpele manier genoeg vitamine C tot zich te nemen
Wat niet wordt gebruikt wordt simpelweg gedeleted ( ook in de afstammingslijnen van het genoom ) ….
bij een echt goede aanpassing laat je het gen verdwijnen ipv het bij het ‘junk-DNA’ te voegen.
Dat is dus niet gebeurt , het gen is alleen maar stuk gemaakt …
Nu wordt het voor de kat-z’n-viool doorgegeven aan de volgende generatie.
Voor alle duidelijkheid, wij dragen allemaal het gen voor het aanmaken van vitamine C, maar het is kapot.
Het is voor de mens helemaal niet zo erg is dat hij geen vitamine c maakt of meer kan maken
Tuurlijk niet :
ook zijn dierlijke voorouder-primaten konden ermee overleven
Daarnaast is het een feit dat er legio gevallen te vinden zijn in onze geschiedenis waarbij het van levensbelang was om wel in staat te zijn vitamine C
te kunnen maken (denk maar aan onze ‘eigen’ zeevaarders).
Uitgaande van een intelligente ontwerper is het toch wel ontzettend cru dat deze mensen wel het gen droegen, maar dat dit onklaar was gemaakt door een
mutatie.
Ik denk dat we als mensheid nog te kort en niet veelvuldig genoeg zeevaarders waren om het gen blijkbaar te behouden
Dus de Hoogintelligente Ontwerper wil niet dat we zeevaren? Dat is dan wel duidelijk….
(Tsjok)
Onze gemeenschappelijke voorouders met de chimpansee hebben ook geen vitamine C gen ( chimp en mens en andere apen hebben dezelfde mutatie op dezelfde locus van het vitamine C gen )
Bij chimpansees zijn geen zeevaarders bekend …
Rechtoplopen
DE mens had handen ging vuur maken ed.
Als de tijd lang genoeg is geweest , dan is rechtoplopen aanghouden omdat dat de mens blijkbaar zoveel voordeel opleverde dat die klachten er bij genomen werden
(Tsjok)
wel het bleken geen onoverkomelijke moeilijkheden om zich succesvol te kunnen voortplanten
Of je kunt stellen dt we nog niet genoeg aangepast zijn om rechtop de lopen
Kijk maar naar zwangerschap en de slagader in de nek
Bij evolutie kun je inderdaad niet alles hebben.
Het evolutionaire proces neemt bepaalde bezwaren ‘op de koop toe’, als het organisme in zijn totaliteit er maar op vooruit gaat. en voorplanting succesvol doorgaat
Een intelligente ontwerper had, wanneer hij echt intelligent is, bepaalde zaken heel anders aan moeten pakken.
Bovendien verklaart de intelligent design niet waarom onze retina verkeerd om zit terwijl die van een inktvis wel goed zit.
Ook het vitamine C verhaal kan ik niet verklaren met een intelligente ontwerper die ons laat evolueren.
Het rechtop lopen is begonnen toen de mens zijn handen ging gebruiken, vuur maken e.d.
Neen , de voorouders van de mensapen gingen rechtop lopen waardoor de handen vrij kwamen als grijpinstumenten ( bij een landaap ipv een boombewoner )ipv de muil … waardoor
uiteindelijk meer ruimte onstond voor de hersenen(verlies zeer sterke grijp en kauwspieren —>schedelkam gorilla bijvoorbeeld )
Vanaf dat moment is ook de cultuur begonnen
En is het rechtop lopen natuurlijk gezien niet erg handig
maar wel heel handig als je werktuigen gebruikt
gebruik van werktuigen is het mogelijke gevolg( opportuniteit ) niet het doel van het rechtop lopen

en langzaam is er genetisch het een en ander geevolueerd waardoor we redelijk zonder klachten rechtop kunnen lopen
De ingeslagen weg wordt door de doorgaande evolutie geoptimaliseerd of sterft uit …
Ik zou wel eens willen weten waarom die designer er in godsnaam voor gezorgd heeft dat wij oorlog voeren en mekaar afmaken
Dat lijkt me nou een goed voorbeeld om intellegent design te weerleggen
.
(Tomasso )
Het oorlog en afmaakverhaal heeft volgens de ID’ers niets met ID te maken.
Volgens de ID aanhangers zijn wij perfect ontworpen, maar hebben wij ook een vrije wil.
Die vrije wil maakt dat wij oorlogvoeren.
En daar hebben ze mogelijk gelijk in.
Het is ( gedeeltelijk) door onze eigen vrije wil dat wij oorlog voeren en elkaar afmaken.(Nota tsjok 🙂
Ik bestrijd eveneens dat wij perfect ontworpen zijn
Ook ons gedrag /en vooral onze onbewuste aandrijvingen )is (zijn) niet perfekt ontworpen
Maar er zijn ook sociale “gedragswijzen ” die onbewust meespelen en tot uitdrukking komen onder de druk van bedreigende omstandigheden

Een gedrag dat in de prehistorie een voordeel was (zoet en vet eten )is bij het huidige overaanbod een dodelijke ziekte …
Volgens mij heb ik redelijk duidelijk uitgelegd waarom ik innerlijke lichamelijke gebreken als voorbeeld neem en niet onze neiging om oorlog te voeren en moorden te plegen.
Ten eerste is dit maar 1 kant van de medaille
.
Wij zijn namelijk ook in staat om naastenliefde en altruisme te vertonen.
(–> zie bijvoorbeeld

Altruisme

Het veroorzaken van oorlog en ellende als tegenargument van ID gaat mijns inziens daarom maar half op.
Bovendien komt het argument van de vrije wil hier om de hoek kijken.
De lichamelijke gebreken echter zullen nooit veroorzaakt kunnen worden door de vrije wil.
Rechtoplopen doet iedereen voordat hij een vrije wil heeft.
Een appendix is aangegroeid voordat iemand een vrije wil heeft.
Hoe hard je ook wilt je retina groeit binnenstebuiten etc… Deze gebreken zijn het resultaat van het ontwerp.
En als een ontwerp gebreken vertoont, dan is de ontwerper een prutser.
Veronderstel je een intelligente ontwerper, dan is de intelligente onwerper een prutser.
Nou weet ik niet of een prutser toch intelligent kan zijn, maar naar mijn idee gaat dat niet echt samen.
De basis van het evolutieproces is knip en plakwerk.
Nieuwe onderdelen maken met oude spullen etc.. Veronderstel je dat een evolutionair proces aan het ‘ontwerp’ ten grondslag ligt,
dan blijkt het allemaal redelijk begrijpelijk te zijn.
FINE TUNERS ?
Dat de mens de kroon op het werk van een mogelijke alles-schepper is, is hoofdzakelijk een Katholieke/Islamitische gedachte en gewoon vierkant en ronduit onzin.
Ergens tolt de grootste melkweg van het heelal in het rond, misschien vindt de Designer ( van het iets-isme ) dat wel het’s beste werk.

( Tomasso )

Maar zolang ik geen bewijs heb van zulk een bewustzijn heb, beweer ik dat het die grootste melkweg niet ontworpen heeft en dat er géén bewustzijn is dat dat soort zaken regelt.
(tsjok) ; waar ik me volledig bij aansluit … —> want
Is wetenschap geloof ?    NEEN,natuurlijk niet  )
Maar ook ;
Als ik ( bijvoorbeeld ) vanuit het ( geloofs-systeem ) Boeddhisme dit soort zaken benader, kom ik er altijd op uit dat de antwoorden van binnen te vinden zijn.
Dat heeft niets met een intelligent ontwerp te maken, enkel met contemplatie, concentratie en iets dieper nadenken dan de
platvloerse beredenering genaamd ID.

 Mar 10, ’06, edited on Nov 12, ’08

14 februari 2006
Tomaso Agricola
Unintelligent Design (5): Zweetvoeten
In tegenstelling tot apen hebben wij handen en voeten.
Op die voeten lopen wij en met de handen kunnen wij dan voorwerpen manipuleren.
Het voordeel hiervan, als gevolg van het rechtop lopen heb ik al eerder besproken.
Maar ook aan onze voeten zit een nadeel.
Net als de handen zweten de voeten een beetje.
Voor de handen is dat goed.
Hierdoor krijgen ze net een beetje meer grip op de spullen die ze willen beetpakken.
Voor de voeten is dat minder goed.
Het effect van de normale zweetproductie is een paradijs voor bacterien en schimmels met als eerste resultaat ontzettend slecht ruikende voeten.
Onder invloed van stress wordt dit effect alleen maar sterker.
Menig mens zou dankbaar geweest zijn wanneer de voetzweetproductie wat minder zou zijn, maar toch gaat het onverminderd door.
Ik weet dat de gevolgen, bij genoeg hygienische maatregelen, over het algemeen niet ernstig hoeven te zijn, maar een bacterie of schimmelinfectie ligt hier
wel degelijk op de loer.
Dus toch een ontwerpfoutje?
Of is er, vanuit het evolutionaire gezichtspunt, een verklaring voor de overmatige zweetproductie bij de voeten?
Die is er, maar daarvoor moeten wij nog even terug naar onze naaste verwanten, de apen.
Apen hebben in tegensteling tot mensen 4 handen, die alle 4 voor het grijpen worden gebruikt.
Bij apen gaan in een noodsituatie ook alle 4 de handpalmen extra zweten, waardoor ze beter greep krijgen op de takken wanneer ze bijvoorbeeld moeten vluchten.
Toen wij in de loop van de evolutie rechtop gingen lopen verloren onze achterste handen de grijpfunctie.
De zweetproductie is hier echter nog niet op aangepast.
En met het uitbundige gebruik van geurvreters en spuitmiddelen is het onwaarschijnlijk dat dat nog zal gebeuren.
Tja lastig zweetvoeten… gelukkig heb ik er geen last meer van sinds ik de cederhouten inlegzolen van No Sweat gebruik.
De natuur zit prima in elkaar: de microbacterien in cederhout versus de zweetluchtbacterien…. prima toch?
Leuk is ook dat nu ook is bekend geraakt(of  erg  gefantaseerd  )  dat enkele mensen zo zijn “ontworpen ” dat ze op handen en voeten kunnen rondlopen ;
Of   ” is  niet elke mens   een ‘ homo erectus ‘  ?  “
BROODJE AAP   of internationale  GRAPJASSEN   
°
BRUSSEL / TURKIJE Eigen berichtgeving Marjan Justaert
VIJF UNIEKE TURKEN DIE OP HANDEN EN VOETEN LOPEN
Ze hebben iets weg van aapjes, maar wie goed kijkt ziet dat ze op hun handpalmen en niet op hun knokels lopen.
De vijf Turkse viervoeters zijn uniek in de wereld en kregen tot nu toe vooral lokale aandacht.
Het zijn vier zussen en hun broer die nooit rechtop hebben kunnen lopen, in tegenstelling tot de dertien andere leden van het gezin.
Het begin van een stap achteruit in de evolutie of een ontwikkelings afwijking?
De wetenschappelijke meningen lopen grondig uiteen.
De discussie over het gedrag en de constitutie van de vijfbroers en zussen loopt deze dagen zo hoog op, dat de zaak zelfs druk besproken wordt in de wandelgangen van het antropologencongres dat momenteel in Alaska plaatsvindt. De kans is niet gering dat de discussie er zelfs een officieel plaatsje verovert op de agenda.
Bijna dertig is Heseyin, en hij kan nog altijd niet lopen.
De Turkse jongeman gebruikt net als vier van zijn zussen zijn handpalmen om zich op ‘vier voeten’ voort te bewegen.
Rechtstaan kan hij wel, dat doet hij om dingen in zijn buideltas te verzamelen.
In tegenstelling tot zijn zussen is Heseyin niet verlegen.
Hij waagt zich al eens in het dorp, ook al wordt hij uitgelachen of met steentjes bekogeld door de kinderen en nagestaard als een attractie door de
volwassenen.
Maar Heseyin is geen circusaapje. Heseyin is een mens, ook al hebben wij het begrip mens tot nu toe altijd gedefinieerd als minstens een   rechtop lopende mens.
“Toen ik ze voor het eerst in levenden lijve zag,wist ik echt niet goed wat te denken.
Aan de ene kant is het heel raar, verwarrend ook, om mensen zich te zien voortbewegen op handen en voeten.
Anderzijds vond ik hen meteen ontzettend lief. Ze zijn zo aanhankelijk en vriendelijk… net als mongooltjes.
Maar eigenlijk is dat een erg foute vergelijking, want ook al zijn ze mentaal gehandicapt, ze zijn zo uniek dat je de documentaire moet zien om te
begrijpen wat ik bedoel.”
Een gril van de genetica?
Harrison:
“De ouders hebben negentien kinderen gekregen, van wie er drie gestorven zijn.
Onder de drie overleden kindjes was er ook één viervoeter.
Tien van de zestien overblijvende kinderen zijn helemaal ‘normaal’, eentje lijdt aan dezelfde hersenaandoening als zijn viervoetige zussen en broers maar  loopt rechtop. En de vijf anderen lijden én aan een hersenaandoening én lopen op vier voeten.”

Er zijn nog geen volledige DNA-gegevens en ook anatomisch onderzoek is moeilijk
.
De Turken zijn immers moslims, dus het is niet evident om hun lichaam te bestuderen.
 De situatie van de ‘human handwalkers’ blijkt een wetenschappelijke splijtzwam. Het enige waarover de onderzoekers het eens zijn, is dat hun conditie gelinkt is aan hun hersenaandoening.
Ze lijden immers alle vijf aan cerebellumaire ataxia, waarbij door een degeneratie van de kleine hersenen spraak-, loop- en coördinatieproblemen ontstaan.

Professor Uner Tan, een Turkse fysioloog, keek raar op toen hij enkele jaren geleden in een afgelegen gebied in Turks Koerdistan die familie tegen het lijf    ….De vijf spurtten met een berendrafje door de hooglanden van Oost-Turkije. Wetenschappers denken nu dat de familie een trekje uit de prehistorie in de genen draagt.

Drie van de vijf kunnen helemaal niet rechtoplopen, twee kunnen af en toe eens rechtstaan, kunnen enkele meters ver stappen, evenwel alleen met gebogen knieën en met het hoofd omlaag. Geen van hen heeft leren stappen als een hedendaagse mens. Bij het kruipen , steunen ze op hun polsen, met de handpalm opgericht. De rest van de familie, nog eens dertien broers en zussen, lopen normaal.

De opvallende manier van voortbewegen is erg eigenaardig. Ze deed bij Uner Tan een belletje rinkelen. Uit zijn lessen geschiedenis had hij onthouden dat de vroege mens er waarschijnlijk ook zo bijliep. Dat is althans wat sommige wetenschappers geloven.

Genengroepen van vader en moeder

Sceptici daarentegen beweren dat de vijf toch wat eigenaardig op handen en voeten bewegen en dat hun gestrekte benen daarbij wel erg onnatuurlijk zijn. ,,Onze bekende vroege voorouders of familieleden liepen dan misschien wel afwisselend rechtopstaand en op vier poten, ze deden dat wel met geplooide achterpoten”, laat een antropoloog zich daarover ontvallen. Eigenlijk lijkt de kruipmethode van de vijf in niks op die van onze nog levende verwante soorten zoals de bonobo, de chimpansee en de gorilla. ,,Die steunen bij het lopen op de geplooide vingers”, verduidelijkt de antropoloog.

Andere wetenschappers wijzen dan weer op het genetische karakter van de afwijking en zien dat als een argument om er meer achter te zoeken. Een team van Duitse genetici kon heel precies vaststellen welke genengroepen voor het eigenaardig gedrag verantwoordelijk zijn. ,,De combinatie van genen van de vader en de moeder, die erg nauw verwant zijn, heeft er misschien voor gezorgd dat een verloren gewaand gedrag uit de vroege prehistorie weer boven komt drijven”, geloven de onderzoekers. ,,Hier is sprake van omgekeerde evolutie, van het toevallig terug opduiken van een missing link .”

De harde kern van het missing link -kamp zet zijn redenering kracht bij door te wijzen op de aanzienlijke taalachterstand van de kruipers, iets wat naar hun zeggen zeker ook te maken heeft met het feit dat ze eigenlijk in de prehistorie thuishoren.

Volgens de eerste strekking van wetenschappers is de viervoetigheid van de vijf Turken een unieke, onomkeerbare genetische afwijking /mutatie / maar leefbare variant op de tweevoetige mens : waar ook ter wereld deze mensen geboren zouden zijn, ze zouden altijd gebukt gaan onder hun viervoetigheid.

“Die uitleg is mij te simpel”,
weerlegt de Britse professor Nicholas Humphrey die stelling van de Turkse artsen Osman Demirhan en Uner Tan van de universiteit van Cukorova (Adana), die in 2004 voor het eerst een genetische en neurologische studie publiceerden over het gezin.
Humphrey is verbonden aan de Londen School of Economics en de University of Cambridge en bestudeert de
‘five siblings who never stood up’sinds  eind vorig jaar.
“ Wat ik denk, is dat hun hersenaandoening niet zo uniek is, maar dat ze door een combinatie van (ontwikelings)omstandigheden (en omgeving )geleid heeft tot de viervoetigheid.”
Behalve op handen en voeten lopen, hebben de vijf een mentale achterstand en hun manier van voortbewegen is daarom volgens de deskundigen van de humpfreys strekking het simpele gevolg van hun onvolgroeide hersenen.
Alle vijf de broers en zussen hebben een aandoening waardoor bepaalde hersendelen minder goed ontwikkeld zijn.
Vier van de vijf kruipende gezinsleden zijn niet eens tot de meest eenvoudige taken in staat. Ze hangen wat rond bij het bescheiden optrekje van de ouders, een landelijke woning die meer wegheeft van een hut dan van een boerderij.
Af en toe trekken ze er samen op uit om wat in de omgeving rond te kruipen. Meestal zitten ze samen naar voorbijgangers te staren naast de voordeur.Slechts één van hen, de 28-jarige Huseyin, slaagde er ook in een aanvaardbaar sociaal leven te ontwikkelen. Af en toe huppelt hij op handen en voeten het lokale dorpscentrum in, waar de mensen hem intussen zo goed kennen, dat ze van zijn verschijning nog maar nauwelijks opkijken.; maar toch nog steeds een rare attractie bleef
Humphrey haalt verschillende argumenten aan om zijn versie te staven.
,,Verkeerde opgevoed” Volgens de e Britse evolutionair psycholoog Humphrey, gaat er van zijn kant veeleer van uit dat de opvoeding van de broers en zussen veel met hun gedrag te maken kan hebben. ,,De tolerantie tegenover het kruipen vanwege de ouders, toen hun kinderen opgroeiden, zal wellicht een rol hebben gespeeld”, denkt hij. Met andere woorden: ze kregen niet genoeg impulsen om rechtop te lopen.“ dat kruipen zit wel in de familie.
Alle negentien de kinderen kropen als baby op die bijzondere manier rond: Niet op handen en knie챘n maar op handen en voeten.
Ook de moeder doet het bij gelegenheid. Wanneer de camera’s niet draaiden, durfde ze wel eens haar handen in een paar slippers te steken om net als
haar telgen op vier voeten rond te lopen. Zoiets kan het onwikkellen van het loopproces ernstig vertragen.”
“Bij ons zit het lopen zo ingebakken, dat we het als een plicht beschouwen onze kinderen te leren lopen.
Hoeveel het ook kost.

De Turkse familie denkt daar anders over.
Niet alleen was het gezin zo kroostrijk dat de moeder in de praktijk weinig tijd had om al haar kinderen deftig te leren lopen, ook zijn die mensen
zo gelovig dat ze denken dat de aandoening een geschenk van Allah is.
Daarom voelen ze niet die plicht om in te grijpen.
Ze leven bovendien in een primitief, ruraal dorpje en hebben geen geld om hun kinderen elke dag naar de psychotherapeut te sturen.”
Dankzij Britse fondsen gebeurt dat nu wel.
Humphrey:
“De resultaten zijn spectaculair. Na enkele dagen konden de vijf al wat pasjes zetten met een looprekje en nu, na een dikke maand oefenen, kan de jongeman
al wandelen. De cameraman vertelde mij dat hij zich fier als een gieter, met een gigantische smileop zijn gezicht, rechtop voortbeweegt.”
Alvast één positief gevolg van de aandacht is dat de buren het gezin niet langer als vervloekt beschouwen.
Ze hebben hun vroegere vijandige houding ingeruild voor respect en ondersteuning van de familie.”
°
Over de Turkse quadrupeds
” …..Een aangeboren afwijking van de kleine hersenen veroorzaakt de bewegingsstoornis, die ook gepaard gaat met beperkte cognitieve functies.   Missing Link
Hun Turkse ontdekker, professor Uner Tan, spreekt van ‘omgekeerde evolutie’, waarbij een soort terugkeert naar een eerdere evolutionaire toestand.De bewegingsstoornis zou dan het gevolg zijn van een fout in het gen dat een rol speelt bij rechtoplopen. Dat zou inzicht kunnen bieden in de evolutie van aap tot rechtoplopende mensachtige, zo speculeert de Turkse wetenschapper, die denkt hiermee een ‘missing link’ te hebben gevonden….”
Volgens mij zijn alweer
heelwat joernalisten schuldig aan “sensationele ” overdrijvingen …. en overhaaste interpretaties
Er werd slechts gespeculeerd ; er zijn wat overhaaste werk-hypotheses opgesteld …
Het onderzoek is nog lopend en de meeste verslagen over de verschillede evolutionaire kwesties en genetische /evolutionaire invalshoeken moeten nog verchijnen in de vakpers maar de media zijn er al op gesprongen en zijn maar al te bereid te “betalen” met geld en roem …. althans dat denken de hoofdrolspelers alweer ….
Er is ook heelwat te doen geweest op de site van Carl Zimmer over deze kwestie
dat is eigenlijk zeer leerzaam over zowel de verhoudingen tussen media/wetenschap /wetenschappers/journ alisten en hun respectievelijkedeontologieen en interfererende menselijke trekjes , kuiperijen , intriges en elleboogwerkjes …en over naive goedgelovigheid , grapjasserij en pogingen om wetenschap / evolutieleer en wetenchappers belachelijk te maken . . . .
.Ik ga deze zaak zoveel mogelijk van nabij blijven volgen
C. ZIMMER
De door Zimmer “gekuiste” versie ; en vooral de COMMENTS op bovenstaand oorspronkelijke artikel
http://loom.corante.com/archives/2006/03/08/this_week_in_human_evolution.php#comments
Who claimed that (the family )represented an evolutionary throwback to our quadrupedal ancestors. ?I’m skeptical about the claims about this “throwback” (=nota een single gen ” backward ” mutatie of een “gen knock-out ” )to an ancestral gait.
If a child is born blind, you can’t automatically say it has leapt back to our eyeless ancestors.Research by Dr. Demirhan and German scientists, which has since been published in the Journal of Medical Genetics
http://jmg.bmjjournals.com/cgi/content/abstract/jmg.2005.040030v1
The paper identifies the gait as a genetically linked trait, which they traced to chromosome 17p.The end of the paper speculates on the evolutionary implications of this family
The authors raise an old hypothesis that our quadrupedal ancestors went through a stage in which they walked on their wrists–
as the Turkish family does–before becoming fully upright.”Does it in fact represent and atavistic trait, that has been exposed–possibly for the first time in recent human history–by the remarkable conjunction
of circumstances?” they write.
Later, they add,
“We think it is arguable that, in these modern human quadrupeds, we are indeed seeing the ‘rediscovery’ of something very like the quadrupedal gait used by our ancestors.”
Carl Zimmer I can’t tell from what I’ve read whether any of these scientists is really claiming that these people have a genetic mutation reverting them to our quadrupedal past.If they are, they’re nuts.Locomotion is a fantastically complex feature, and any particular kind of locomotion is made possible by the size and shape of bones, muscles, and tendons,
along with neural pathways to control them.It’s not controlled by some single gene that can switch back to an ancestral state in a single family.The evolution of bipedalism took millions of years.
The earliest hominids show some hints of bipedalism six million years ago, but hominids didn’t walk efficiently upright like we do for another four million years. In that time, a lot of changes, both subtle and dramatic, occurred.On the other hand, it is certainly true that unusual families can help scientists learn a lot about our origins.As I explain (in my new book on human evolution, )a family in London carries a mutation to a gene called FOXP2 that looks to have played a major role in the
evolution of language. But it was not enough for scientists to identify a mutation in this gene in a family who had trouble talking.They needed to show that it has precise effects on language-processing regions of the brain and that it shows signs of having undergone intense natural selection.
Overigens is de uitzending van de BBC geen ” freak show “, zoals Zimmer eerst ten onrechte suggereerde ….
Het begeleidend BBC artikel /aankondiging
http://news.bbc.co.uk/1/hi/sci/tech/4782492.stm
daarover geeft een goede samenvatting van de verschillende ( reeds naar voren gebrachte ) invalshoeken ….
 ….  “ze hebben leren lopen!” Heel ontroerend slot van de uitzending….
en heel relevant … vind ik
Ondertussen lopen deze mensen dus  rechtop, zelfs met een brede smile
tenminste als ze niet liever eventjes in hun prive op alle vier ” rondscharrelen ”
( zoals bijvoorbeeld op deze foto ’s : )wat me erg lastig lijkt te zijn  om constant te bliojven doen  ,zelfs voor iemand met een  hersenletsel en  een behoorlijke gewoonte  om een chronische ( gewenste ? )  “stijve” nek , te verwerven ….
Follow Up:Turkse quadrupeds
Aan de universiteit van Cukurova (Turkije) is een man ontdekt die zeer waarschijnlijk een missing link is tussen aap en mens.
De Turkse    meneer U.T. van de universiteit van Cukurova interpreteert het ziektebeeld in een Koerdische familie, waarvan een aantal leden niet rechtop kan lopen als ‘wellicht de missing link tussen aapachtige voorouders en de mens’.
 
 °De manier waarop deze man (U.T.) de ziektebeelden van deze Koerdische familie interpreteert, duidt op een buitengewoon laag cognitief vermogen.
°Verscheidene onderzoekers in Duitsland en Nederland vermoeden dat het IQ van U.T. vergelijkbaar is met dat van de reeds lang gezochte missing link.
 ‘Het bestuderen van U.T.’s manier van denken en communiceren verschaft ons een unieke gelegenheid om meer te weten te komen over de manier waarop de missing link dacht en sprak’
aldus diezelfde wetenschappers.
°
De berichtgeving over UT
verschaft ook een unieke gelegenheid om te zien hoe ‘broodje aap-verhalen’ zich verspreiden over het internet.
°Nederlandse en Duitse wetenschappers zijn van plan om door middel van wetenschappelijk geselecteerde zoekwoorden en zoekmachines de verspreiding van deze mythe over het internet te volgen.
°Verwacht wordt dat met name racistische, pseudowetenschappelijke en ˜conspiracy-oriented’ fora grote belangstelling zullen hebben voor dit bericht.

Lees ook de nieuwste commentaren op nieuwe artikels
http://scienceblogs.com/gnxp/2006/03/family_walking_on_all_fours.php

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

2 Responses to Rudimentaire organen / IP Theorie

  1. Pingback: INHOUD R « Tsjok's blog

  2. Pingback: NEURONEN | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: