PRIMATEN EVOLUTIE


zie ook  

°overzicht en commentaren <— SCHEDELS EN SKELETTEN  (beeldmateriaal)

°Fossiele primaten en co <—-(beeldmateriaal)

VLIEGENDE KATTEN    Van boom tot boom

https://nl.wikipedia.org/wiki/Vliegende_katten

https://en.wikipedia.org/wiki/Colugo

     

   

Maleise vliegende kat (Galeopterus variegatus)           °°°°°°°°°°°filipijnse  Vliegende  kat

https://nl.wikipedia.org/wiki/Filipijnse_vliegende_kat

Colugo s ( of Vliegende katten ) zijn nieuwsgierige dieren . Deze kleine zoogdieren wegen ongeveer 1 of 2 kg
Ze worden verkeerdelijk ook wel neens ” vliegende lemuren ” genoemd “,
Maar ze zijn noch lemuur , noch vliegend of fladderend gedierte ;
Hun vleermuisachtige draagvleugel van gespannen huid ,laten hun alleen maar toe om zeer snel van boom tot boom te zweven, die anders buiten hun springbereik zouden vallen ….

Flying Lemur or Colugo (Cynocephalus variegatus)

C.Variegatus


C.volans



De colugo of” vliegende kat” ;
Het achterse gedeelte van des schedel wordt door huid verbonden met de klauwen van de vier ledematen en de staart
en vormt zodoende een functioneel zweef- vlak( een soort delta vleugel of parachute
) .

Dit kleine zuidoostaziatische zoogdier ( waarvan nog twee extante soorten bestaan Maleise vliegende katFilipijnse vliegende kat )schijnt de genetisch meest verwante zuster tak( =de dermoptera ) ___tot nu toe bekend ___ van de primaten te zijn …..

(klik op de foto’s )
http://animaldiversity.ummz.umich.edu/site/accounts/information/Dermoptera.html

Een internationaal team van genetici heeft zopas genetische overeekomsten in het genoom van de supergroep der Euarchontoglira bestudeerd .
Deze super- groep omvat de beide zustertakken primaten en dermaptera waaronder de colugo. (= Euarchonta ) de boomspitsmuizen ( scadentia ) knaagdieren( rodentia ) (1)
Dank zij deze genetische studies, hebben de auteurs ontdekt dat deze kleine zwxvende dermaptera deel uitmaken van een groep die het best bij die van primaten aansluiten
De identificatie van de het meest nabije “zusters ” van de primaten maakt het mogelijk om beter hun oorsprong en hun evolutie te begrijpen.

Een moleculaire analyse in twee fasen

Eerst hebben de genetici bepaalde DNA sequenties van de Euarchonta met deze van ongeveer dertig andere zoogdiersoorten vergeleken….op zoek naar zeldzame mutaties en groepseigen sequenties

Ze ontdekten dat primaten en colugos zeven van dergelijke groepseigen genetische sequenties deelden ,:
Ze moeten dus wel de meest nabije verwanten zijn ….. meer zelfs dan de boomspitsmuizen ____die ook één sequentie gemeenschappelijk hadden (1)….. (en zelfs de macrociroptera(2)die vroeger ook al als dichte verwanten van de primaten werden beschouwd ….. )

Vervolgens kwamen er nog andere genetische analyses ….Een computer vergeleek 19 genen fragmenten ( in totaal zo’n 14.000 baseparen van het DNa ) , Deze hebben hebben eveneens aangetoond dat colugos en primaten zeer dicht verwant zijn
Dat alles liet de fylogenetici toe een nieuwe” moleculaire ” genealogische stamboom van deze dierengroepen op te stellen ….waarbij dermoptera en primaten als een radiatie uit een voorouderlijke( nog niet ontdekte ) stamgroep worden beschouwd …

“( onze ) moleculaire stambomen wijzen erop dat [ primaten en colugos ] ongeveer 86 miljoen jaar geleden apartewegen insloegen , meer dan 30 miljoen jaar alvorens de moderne primaten of colugos in het fossiele verslag opduiken ,” zei mede-auteur William Murphy

Eric Sargis van Universiteit Yale in New Haven ,Connecticut😦 http://www.yale.edu/anthro/people/esargis.html)
.”Om de vroegste evolutieve geschiedenis van primaten te begrijpen ,is het essentieel om te weten uit welke zoogdiergroep de moderne primaten afsplitsten
De huidige studie alleen kan echter het debat over dejuistge zoogdiergroep die het dichtst verwant is met primaten , nog niet volledig beslechten …”
Één vorige studie/ontdekking
(4) onderzocht een even grote genetische gegevensreeks, maar kwam tot andere conclusies….
“[ Beide studies ] maken deel uit van het ” three of life project ” die de verdere analyse van nog meer taxa en meer gegevens zal omvatten ……Resultaten van deze grotere samenwerking kunnen een verschillend resultaat opleveren dan de nu gepubliceerde ”

Vanaf het begin is de orde der primaten biologisch wetenschappelijk geklasseerd volgens een aantal gedeelde kenmerken:
het bezit van grijpende handen, vijf vingers met nagels eerder dan klauwen, en voorwaartsgerichte ogen voor stereoscopisch dieptezicht .
Maar de eerste primaten bezaten misschien weinig duidelijke gemeenschappelijke eigenschappen met apen en de moderne apen

De “voorvaderen van vroege primaten, colugos, en boomspitsmuizen leken niet op hun moderne vormen,” zei bovengenoemde Murphy.
De “[ fysieke ] veranderingen die hebben geleid tot het verschijning van moderne primaten en vliegende katten ( dermoptera)gebeurden gedurende de miljoenen jaren die volgend op de genetische veranderingen die de twee stamlijnen sinds hun split in het Krijt .”zich verder genetisch van elkaar geisoleerd , ontwikkelden Het nog levende(extante ) schepsel dat de grootste fysieke gelijkenis met de oude gemeenschappelijke voorvader van al de boomspitmuizen , colugos en de primaten bezit is de lowii Ptilocercus, http://animaldiversity.ummz.umich.edu/site/accounts/information/Ptilocercus_lowii.html van Zuidoost-Azië,


Van alle boomspitsmuizen is deze waarschijnlijk (= speculatief ) het levende zoogdier dat het dichtst staat op de stamboom bij de theoretische gemeenschappelijke voorvader van alle drie de groepen (boom spitsmuizen , colugos en primaten)

De nieuwe studie toont ook aan dat deze lowii Ptilocercus, de enige overlevende is van een oude lijn die zich van de andere boom -spitsmuizen had afgescheiden
“Wij stellen voor om deze boomspitsmuis wettelijk ( als wereld-erfgoed) te beschermen en zijn habitat te behouden hert dreigende uitsterven van deze unieke soort zou het verlies betekenen van 63-miljoen-jaar-oude stamlijn ” zei Murphy nog

Onder de oudste verwanten van de primaten bevinden zich ook de boomspitsmuizen :hieronder enkele voorbeelden van extante soorten

Vederstaarttoepaja is elke dag dronken

Verwant van primaten houdt van nectar met 3,8 procent alcohol

/31 juli 2008 / Hester van Santen

De vederstaarttoepaja (Ptilocercus lowii) drinkt regelmatig nectar zo sterk als bier.
Biologen hopen dat onderzoek aan het beestje kan helpen om de alcoholzucht van de mens te verklaren.
De toepaja is een chronisch alcoholgebruiker.
Foto PNAS

Een zoogdiertje in Maleisië laaft zich elke nacht aan een bloem waarvan de nectar zo alcoholisch is, dat de plant naar een brouwerij ruikt. Het is goed mogelijk dat het beestje, de vederstaarttoepaja, zo veel drinkt dat hij naar menselijke maatstaven niet meer achter het stuur zou mogen zitten.

Het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences publiceerde deze week een studie naar het beest. Het is de eerste keer dat van een zoogdier nauwkeurig is vastgesteld dat het van nature leeft op een alcoholhoudend dieet. En dat is relevant, vindt de Duitse onderzoeker Frank Wiens. „Nu hebben we naast de mens nog een dier dat van nature regelmatig drinkt.”

Dat dieren dronken worden als ze maar genoeg bier of wijn wordt voorgezet, hebben biologen altijd met enthousiasme opgeschreven. Het was een van de observaties waarmee Charles Darwin zijn The Descent of Man (1871) begon. Een van zijn argumenten dat mensen nauw verwant zijn aan apen, was dat zij van dezelfde stoffen in een roes raken.

„Veel apensoorten hebben een sterke voorkeur voor thee, koffie, en alcoholische dranken: en, zoals ik zelf gezien heb, roken ze ook graag tabak.”

Er is in de natuur niet veel alcohol aanwezig. Als rijp fruit gist, bevat het vaak minder dan 0,5 procent alcohol. Een leven met alcohol is voorbehouden aan enkele diersoorten die veel fruit eten.

Fruitvliegen consumeren regelmatig alcohol, en ook fruit etende vleermuizen staan in de belangstelling. Dat olifanten dronken worden door fruit van de marula (een boom), is door biologen als een broodje aap afgedaan.

De vederstaarttoepaja (Ptilocercus lowii) schaart zich nu ook onder de schaarse alcoholconsumenten.

Tijdens veldwerk in het Maleisische regenwoud naar de voedselvoorkeur van toepaja’s en lori’s (halfapen) ontdekten Duitse biologen van de Universiteit van Bayreuth dat deze en andere kleine zoogdieren vaak afkwamen op een palm waarvan de bloemen flink naar gist roken.

De toepaja’s werden verder onderzocht. De Duitsers filmden bloeiende palmen, voorzagen de dieren van een zender, en analyseerden de nectar en de haren van de beesten. De toepaja’s bleken dagelijks meer dan tien planten te bezoeken en vertoonden sporen van chronisch alcoholgebruik. De bloem herbergt gistcultures die alcohol produceren. Het alcoholpercentage van de nectar lag rond de 0,5 procent maar werd in uitzonderlijke gevallen opgedreven tot 3,8 procent. Dat is zo sterk als bier. De toepaja’s leken niet onder de alcohol te lijden. De palm heeft baat bij het bezoek, want rondscharrelende zoogdieren zorgen voor de bevruchting.

De Duitse onderzoekers benadrukken dat de toepaja zo interessant is omdat het dier verwant is aan de primaten.

Het laat zien dat er al 55 miljoen jaar geleden blootstelling aan alcohol was”, zegt Wiens aan de telefoon.

Maar over de precieze plek van de in de zoogdierstamboom

Orde: Scandentia (Toepaja’s)

is het laatste woord nog niet gesproken, en de relatie tussen toepaja en palm is niet uniek. Ook ratten en eekhoorns bezochten de bloemen.

Hoe gaat de toepaja om met de alcohol en wat heeft hij eraan? Dat vraagstuk interesseert biologen die willen verklaren waarom mensen tot alcoholisme geneigd zijn.

Wiens: „Er zijn veel voordelen te bedenken. Suiker, vitaminen, sporenelementen, insecten op de bloemen.”

Misschien is de alcohol zelf voordelig voor de dieren. Maar dat zal moeten blijken.

http://ib.berkeley.edu/courses/ib173/lectures/lecture5/5-therian.html
http://en.wikipedia.org/wiki/Treeshrew

Euarchontoglires
Glires
Rodentia (rodents)
Lagomorpha (rabbits, hares, pikas)
Euarchonta
Scandentia (treeshrews)
Dermoptera (Colugos)
Plesiadapiformes
Primates


zie ook

http://news.nationalgeographic.com/news/2007/11/071101-lemur-relative.html
Scientists have discovered that flying lemurs are the closest group to primates from the entire class of living mammals. (More…)
Meet the colugo, a creature that loves to glide from tree to tree, which has been revealed to be one of your closest living relatives. (More…) From 300 candidate indels, the team found 196 that potentially could indicate the validity of the Euarchonta group and could determine primate affinities. (More…)
Evidence of insertion or deletion of specific genetic sequences in each species helped to construct an accurate evolutionary tree. (More…)


(1) De voorouders van de primaten leken volgens deze opvattingen nog het meest op boomspitsmuizen (Scandentia)of( soms ook ) Toepaja’s. Zo’n soort beestje:

(Noot 2)
Insectivora
en vleermuizen ( micro chiroptera) behoren daar ook toe volgens sommigen ,
De macrochiroptera ( de vruchtenetende vleerhonden )werden zelfs als de meest naaste verwanten van de primaten voorgesteld

zie ook
http://www.wetenschapsforum.nl/index.php?showtopic=9954

De mogelijke evolutieve pathways(vanuit de chiroptera )

The fallen angel’ hypothese:
De gemeenschappelijke voorouder van Chiroptera en Primaten kon vliegen. Primaten zouden het vliegen later verloren hebben.
Probleem: Is er een bewijs voor vliegende primaten (cf. Colugo)?

The deaf fruit bat’ hypothese:
Megachiroptera evolueren uit Microchiroptera en verliezen daarbij echolocatie en de daarmee geassocieerde fysiologische en anatomische kenmerken + ontwikkelen Primaten-hersenen.
Probleem: Waarom echolocatie verliezen?

The blind cave bat’ hypothese:
Microchiroptera evolueren uit de groep ‘Megachiroptera en primaten’. => Chiroptera is een niet monofyletische groep.
Probleem: Het oudste fossiel van Microchiroptera is 20 Ma ouder dan oudste fossiel van Megachiroptera, dus zijn ze vermoedelijk eerder ontstaan. Echolocatie en ondersteboven hangen waren reeds aanwezig.

The flying primate’ hypothese:
Eerst ontstaan de Microchiroptera, later de Megachiroptera uit de primaten. => Chiroptera is een niet monofyletische groep.
Probleem: Vliegen twee keer ontstaan? (Argument: glijden is ook meermaals ontstaan.–> paralelle of Convergente evolutie )

Waarom ontstaan:
Eoceen: opkomst en verspreiding Angiospermen => veel meer insecten => potenti챘le voedselbron?

Waarom nocturn:
Door ‘s nachts te vliegen verkleinen Chiroptera de competitie met vogels.
Is ‘s nachts vliegen nodig om uitdroging van het vliegmembraan tegen te gaan?
Of is ‘s nachts vliegen een methode om aan predatoren te ontsnappen.

Noot 3

Plesiadapiformes LINKS
http://afarensis.blogsome.com/2005/11/06/plesiadapiformes/
http://www.palaeos.com/Vertebrates/Units/480Archonta/480.100.html
http://acsarchaeology.com/projects/fossilremains.htm
http://members.tripod.com/cacajao/taxonomy_plesiadapiformes.html
http://www.fmnh.helsinki.fi/users/haaramo/metazoa/deuterostoma/chordata/synapsida/eutheria/Plesiadapiformes/plesiadapiformes.htm

Noot 4

“Fossils of ‘Most Primitive Primate’ Found Near Yellowstone” [Februarie 1, 2007].

Resten van een primitieve primaat ontdekt in Wyoming ….. op de valreep van het dinosauriers -tijdperk .Het dier, genaamd de Dryomomys szalayi, vormt wellicht de sleutel tot. de vroegste stadia van onze eigen evolutie, hoewel ze qua uiterlijk nu niet bepaald menselijk lijken

“Deze vondsten bewijzen dat onze allereerste primitieve voorouders niet groter waren dan een muis , in de bomen leefden en fruit aten ….”
Het dier behoort (voorlopig) volgens de meeste systematici tot de
Plesiadapiformes

An illustration depicts composite (left) and reconstructed (right) skeletons of a mouse-size animal called Dryomomys szalayidiscovered near Yellowstone National Park. Scientists who made the find say the animal is the most primitive known ancestor of modern primates.Illustration Bloch, et al./PNAS

early primatoformes

Vroegste primatoformes ———————————————————————————————————————————————————-

De kennis van de evolutie van de apen vertoont nog vele lacunes, omdat fossielen zeldzaam en vaak zeer fragmentarisch zijn.

Toch beginnen de grote lijnen zich af te tekenen. De apen hebben zich ontwikkeld uit halfaapachtige voorouders.

De meeste paleontologen menen dat de apenstammen zich afzonderlijk ontwikkeld hebben uit verschillende stammen van halfapen in het Vroeg-Tertiair (ca. 60 à 50 miljoen jaar geleden).

De fossielen die deze opvatting moeten bevestigen, ontbreken echter grotendeels nog.

Het is duidelijk dat de Breedneusapen in Amerika en de Smalneusapen in Afrika, Europa en Azië onderling nauw verwant zijn, wat onlangs door biochemisch onderzoek bevestigd is.

De eerste Smalneusapen worden reeds gevonden in het Boven-Eoceen (ca. 40 miljoen jaar geleden), hoewel over de juiste positie van deze fossielen nog twijfel bestaat.

Fossielen van Smalneusapen worden in latere tijden talrijker. Ook in Europa kwamen zij voor. Een van de noordelijkste vindplaatsen is Tegelen, waar in het Tiglien, dus in het begin van het Kwartair,makaken leefden die nauw verwant waren met de huidige staartloze magot van Noord-Afrika en Gibraltar.

De stam van de Hominoidea (Mensachtigen) is vermoedelijk ook rechtstreeks en afzonderlijk uit halfapen geëvolueerd en wellicht is Parapithecus fraesi uit het Onder-Oligoceen (ca. 35 miljoen jaar geleden) (UPDATE  ; tegenwoordig zijn veel oudere  vondsten  uit myammar en libye  mogelijke  aanwijzingen dat de oudste antropoiden waarschijnlijk uit azie  stammen )   van El Fajoem in Egypte een overgangsvorm; hij vertoont naast typische halfaaptrekken ook kenmerken van mensapen.

Propliopithecus haeckeli uit dezelfde periode is reeds duidelijk gibbonachtig, hoewel sommigen hem als een gemeenschappelijke voorvader van gibbons en mensapen willen zien. Uit latere perioden, Mioceen en Plioceen, zijn echte gibbons bekend.

De Eigenlijke Mensapen (Pongidae) hebben zich in het Vroeg-Mioceen (ca. 25 miljoen jaar geleden) in Oost-Afrika rijk ontwikkeld.

Onder de vele vormen heeft vooral Proconsul africanus door zijn vele ‘menselijke’ trekken de aandacht getrokken. Het is niet uitgesloten dat de stam van de Mensen (Hominidae) zich toen al van de stam van de Eigenlijke Mensapen (Pongidae) heeft afgescheiden. Deze laatste hebben zich tegelijkertijd in Midden-Afrika sterk ontwikkeld en zich verbreid tot in Indië (Siwalik-lagen) en Europa. In het latere Mioceen (ca. 20 miljoen jaar geleden) speelden de Dryopithecinae, die dicht bij gorilla en chimpansee staan, een grote rol in India en Afrika. Zij kwamen ook in Europa voor.

Wanneer de mensenstam (Hominidae) zich afsplitste van de gemeenschappelijke oerstam van Mensapen en Mensen, is onder de paleontologen een sterk omstreden kwestie.


OREOPITHECUS BAMBOLII

Uit het Boven-Mioceen of Onder-Plioceen van Toscane was reeds sinds 1871 Oreopithecus bambolii bekend, doch men rekende deze tot de Smalneusapen.

Sedert 1949 echter heeft Härzeler vele nieuwe vondsten gedaan en van hem is de theorie afkomstig dat Oreopithecus een vroege Hominide is. Indien dit juist is, zou de stam van de Hominiden reeds ruim 10 miljoen jaar oud zijn. Harzelers opvattingen worden door sommige onderzoekers gedeeld (o.a. Heberer, Kälin), door anderen echter bestreden (o.a. Von Koenigswald, Valois). Het is ook mogelijk dat Oreopithecus geen voorvader van de Hominidae is, maar een vroege zijtak.

De Oreopithecus bambolii had een vlak breed gezicht, kleine hoektanden en nogal brede bekkenbeenderen. Vooral dat laatste vond Härzeler een bewijs dat het dier op twee benen liep. Het komt namelijk alleen voor bij Hominiden (de mens en mensachtigen). Later is het skelet verder onderzocht en toen bleek dat het dier lange armen had en gewrichten die lijken op die van een orang-oetan. Het leefde dus in bomen in plaats van op de grond. Dat kan kloppen, want de omgeving waar het skelet is gevonden, was moerassig en bosrijk. Omdat het dier dus niet op twee benen liep, werd het niet langer beschouwd als voorouder van de mens.
In 1997 hebben twee Spaanse onderzoekers (M. Köhler en S. Moyà-Solà) de botten die van het dier gevonden zijn, nog eens grondig onderzocht. Zij kwamen tot de conclusie dat de Oreopithecus bambolii geen voorouder van de mens is, al liep hij wel degelijk gewoonlijk op twee benen.
Dit was een belangrijke ontdekking omdat we nu voor het eerst onszelf met een ander tweebenig dier kunnen vergelijken. Dat is temeer van belang omdat onze voorouders, toen de Oreopithecus al op twee benen liep, nog viervoetige boomklimmers waren en pas vier miljoen jaar later op twee benen begonnen te lopen.

Wateraap < Wateraap <

http://johnhawks.net/weblog/fossils/apes/oreopithecus/

http://www.geo.unifi.it/ricerca/bambolii.html


Drie nu nog voorkomende families apen zijn ontstaan uit een groep dieren die ongeveer 35 miljoen jaar geleden voor het eerst op aarde verscheen. De grijpstaartapen, waaronder de wolapen, de kapucijnerapen en de slingerapen, en de klauwaapjes, hier vertegenwoordigd door het zijdeaapje, behoren tot de onderorde breedneusapen, de apen van de Nieuwe Wereld, met grote neusgaten. De Cercopithidae, of apen van de Oude Wereld, hebben smalle neusgaten die dicht bij elkaar zitten. Tot deze familie behoren de magot, de neusaap, de resusaap, de baviaan en de hoelman. Apen zijn zeer sociale dieren. De meeste van hen leven in grote gemeenschappen. Het oudste of het sterkste mannetje heeft de leiding en is verantwoordelijk voor de veiligheid van de groep. Apen kunnen in twee ordes worden onderverdeeld: de apen van de Oude Wereld, ook wel smalneusapen genoemd, en de apen van de Nieuwe Wereld, ook wel breedneusapen genoemd. Tot de apen van de Oude Wereld behoren onder andere de families van de gibbons, de mensapen en de oerwoudkatten. Ze komen alleen maar op het oostelijk halfrond voor. Omdat hun neusgaten zo dicht bij elkaar staan, worden ze ook wel smalneusapen genoemd

http://www.worldwidebase.com/zoogdieren/apen.shtml

Posted Image

A

 Aegyptopithecus zeuxisAegyptopithecus zeuxi

Dryopithecus giganteus Dryopithecus cauthleyi Dryopithecus frickae

Dryopithecus pilgrimiDryopithecus fontani

Dryopithecus giganteus Dryopithecus cauthleyi

Dryopithecus frickae Dryopithecus pilgrimi

Dryopithecus fontani

E

Gigantopithecus blacki Gigantopithecus sp.

Gigantopithecus sp

Gigantopithecus sp.

Gigantopithecus sp. Gigantopithecus bilaspuriensis

Pri21-web

Gigantopithecus sp.

Gigantopithecus bilaspuriensis

Kenyanthropus platyopsKenyanthropus

Kenyapithecus wickeri Kenyapithecus wickeri

Kenyapithecus wickeri

Kenyapithecus wickeri

Meganthropus paleojavanicus Meganthropus paleojavanicus

Mesopithecus pentelici

Mesopithecus pentelici

N

O

Oreopithecus bambolii Oreopithecus bamboliiOreopithecus bambolii

Oreopithecus bambolii

Oreopithecus bambolii

Oreopithecus bambolii

P

Parapithecus fraasi

Parapithecus fraasi

Pliopithecus antiquus

Pliopithecus antiquus

Proconsul africanus

Proconsul africanus

Proconsul major

Proconsul major

Propliopithecus haeckeli

Propliopithecus haeckeli

Ramapithecus punjabicus Ramapithecus punjabicus

Ramapithecus punjabicus

Ramapithecus punjabicus

Sahelanthropus tchadensis

Sahelanthropus tchadensis

Sivapithecus sivalensis

Sivapithecus sivalensis

T

Earliest antropoids ? 

early-antropoids

http://www.wimssite.nl/?pagina=hobby&onderwerp=113

http://www-personal.umich.edu/~gingeric/PDGprimates/Primates.htm

Figure 1. Phylogeny of primates. Six major groups (superfamilies) of living primates are shown at the top (Tarsius representing Tarsioidea, through Lemur representing Lemuroidea). A selection of fossil primates known from skulls is shown in the body of the chart. This is a standard Darwinian time-form framework for studying evolution, with form (morphology) represented on the abscissa and evolutionary/geological time (independent variable) shown on the ordinate. Dashed lines link primate groups that are thought to be related. Note the position of the new middle Eocene primate Darwinius vis-à-vis Haplorhini and Strepsirrhini. Red arrows trace independent evolution of Strepsirrhini implied by new evidence that Darwinius and Adapoidea belong in Haplorhini. Figure updated from Gingerich (1984: Yearbook of Physical Anthropology; see publication list below). 

DE OUDSTE ?

Hobbit is aparte soort ?

DMANISI AAP OF MENS

°

Paleoceen (64 – 57 mjg)

De kennis van de evolutie van de apen vertoont nog vele lacunes, omdat fossielen zeldzaam en vaak zeer fragmentarisch zijn. Toch beginnen de grote lijnen zich af te tekenen. De meeste paleontologen menen dat de apenstammen zich afzonderlijk ontwikkeld hebben uit verschillende stammen van halfapen in het Vroeg-Tertiair (ca. 60 mjg). De fossielen die deze opvatting moeten bevestigen, ontbreken echter nog.

Na de massale uitsterving die het einde van het Krijt markeerde, begonnen de primaten te diversifi챘ren. Hoewel er maar weinig fossielen uit die tijd gevonden zijn, zijn er aanwijzingen dat zo’n 60 miljoen jaar geleden sommige primaten hun dieet begonnen aan te passen. Zij begonnen meer fruit te eten en tijdens het Eoceen splitste de orde zich op in twee groepen. Er ontstond een groep met maki-achtigen (Lemuroidea) en een groep met spookdiertjes-achtigen (Tarsoidea). Beide groepen zijn ingedeeld in de onderorde Halfapen (Strepsirhini). De Lemuroidea vertonen de meeste primatenkenmerken, o.a. een opponeerbare duim en platte nagels (uitgezonderd de tweede teen, die een klauwtje heeft). Deze groep komt nu voor in de tropen van de Oude Wereld, maar is fossiel ook bekend uit het Paleoceen van Eurazi챘 en Noord-Amerika. Uit één van deze groepen (welke is niet helemaal duidelijk) is het oudste primatengeslacht Plesiadapiformes voortgekomen.

Primatomorpha
De voorvader van zowel de knaagdieren als de primaten was vermoedelijk een dier dat leek op een kleine eekhoorn of boomspitsmuis Dit diertje behoorde tot dScandentia, een orde binnen de supeorde Euarchontoglires (samentrekking van Euarchonta (Primaatachtigen) en Glires (Knaagdierachtigen).
In het Laat-Krijt, dus nog 
tijdens het dinosauri챘rtijdperk, op een van de continenten van het noordelijk halfrond, begon het aan een onstuitbare opmars.

De allereerste primaten, de Primatomorpha, waren kleine nachtjagende insectivoren ter grootte van een muis.Zij leefden waarschijnlijk op de grond. Om de een of andere reden overleefden zij de nucleaire winter die veroorzaakt werd door een enorme meteoriet die 65 miljoen jaar de aarde raakte  ( Het einde van het tijdperk van de Dinosauriërs) en die de dinosauriërs waarschijnlijk volledig deed uitsterven. Dat de dino’s deze catastrofe niet overleefden was een gelukje voor ons, als ze het wel overleefd hadden, had de wereld er nu heel anders uitgezien.

De vroegste primaten waren nachtdieren, ze renden over de takken op zoek naar insecten. Ze zijn te vergelijken met de hedendaagse Lori’s en Spookdiertjes, ze waren solitair en kleurenblind, maar konden prima zien in het donker. Er twee dingen uniek aan hen, en die zouden kenmerkend worden voor de latere primaten, inclusief de mensen. In tegenstelling tot veel andere dieren hebben primaten hun ogen aan de voorkant van hun hoofd. Hierdoor overlappen de gezichtsvelden van de twee ogen elkaar, en hierdoor is het mogelijk dat primaten een driedimensionaal zicht hebben. Ook wij mensen hebben die eigenschap nog steeds. De Primaten ontwikkelde dit systeem om in de bomen van tak tot tak te kunnen springen, om te zorgen dat je niet verkeerd springt is het goed om de wereld in drie dimensies te kunnen zien. Een andere eigenschap zijn de handen. Met name op dunnere takken zijn handen erg geschikt om je vast te houden

De primaten ontwikkelde hun voor -en achterpoten tot slanke, behendige grijporganen waarmee ze zich door de bomen konden voortbewegen. Maar de grootste uitvinding is nog wel de combinatie van die twee eigenschappen. De Primaten ontwikkelde wat wij nu noemen een “oog-hand coördinatiesysteem”. Dat wil zeggen dat ze wat ze met hun ogen zagen konden grijpen met hun handen. Voor ons lijkt het heel normaal, maar veel dieren hebben zo’n coördinatiesysteem niet. Je ziet met je ogen wat je handen (met een voorwerp bijvoorbeeld) aan het doen zijn, je krijgt een feedback en kunt het voorwerp manipuleren (Zoiets al bewerken.). In feite werd hiermee de basis gelegd voor het gebruik van werktuigen, wat belangrijk is voor veel grote apen en natuurlijk helemaal voor ons mensen en onze voorouders. De vroege primaten gebruikten geen werktuigen, maar ontwikkelde deze eigenschappen om insecten uit de lucht te kunnen grijpen.

De Primaten uit het Eoceen, die zich ca. 55 miljoen jaar geleden zich uit de Vroegste primaten hadden ontwikkeld, waren solitaire, kleurenblinde, insectenetende nachtdieren, die heel goed aan het leven in de bomen was aangepast. Maar zo rond het Laat-Eoceen / Vroeg-Oligoceen begonnen de eerste overdag te leven.

Het Primatengeslacht Plesiadapiformes wordt op zijn gebitskenmerken door de paleotontologen gezien als de schakel tussen de Eurarchontoglires en de Primaten uit het Eoceen

      Bekijk de afbeelding op ware grootte.

http://www.wimssite.nl/?pagina=hobby&onderwerp=113

Plesiadapis
In het het Eoceen ontwikkelden zich eveneens uit de Eurarchontoglires de Knaagdieren en aan het eind van het Eoceen de Hazen en Konijnen (Lagomorpha).Eurarchontoglires – een samentrekking van de woorden EuropaArchonta en Glires – is de benaming van een superorde, waartoe tegenwoordig de Knaagdieren (Rodentia) (Muizen, Eekhoorns, Capibara’s) en de Hazen en Konijnen (Lagomorpha of Konijnachtigen) – tezamen de superorde Glires omvattend) vanwege hun nauwe verwantschap worden ondergebracht.De Primaten zijn ontstaan uit de Plesiadapis, een dier dat leefde in het Paleoceen in Noord-Amerika en Europa en dat de grootte had van een eekhoorn. (z. afb. rechts). Het dier wordt gezien als de schakel tussen de vroegste Eurarchontoglires en de Primaten.In Montana is in de gesteenten uit het laat Krijt één enkele kies gevonden van een dier dat volgens sommigen een primaat moet zijn geweest. Als dat klopt hebben onze verre voorouders dus nog tussen de dinosauriërs geleefd. De kies wordt toegeschreven aan een Purgatorius, dit is een dier waarvan wel meer fossielen bekend zijn, maar die stammen uit het Paleoceenhttp://www.ica-net.it/pascal/UOMO_JPG/purgatorius.htmPurgatorius       The mandible of Purgatorius, widely considered the most primitive primate. Here the skull is reconstructed with Notharctus and Vulpavus in mind, rather than Ptilocercus, the pen-tailed tree shrew, which is about the same size as Purgatorius.http://www.reptileevolution.com/notharctus-homo.htmPelycodus & related species (early Eocene) — Primitive lemur-like primates.
 Rond 55 miljoen jaar geleden bestond er een insectenetende halfaap, die heel goed aan het leven in de bomen was aangepast. In de loop van miljoenen jaren hebben zich verschillende vormen uit deze oervorm ontwikkeld. Deze vroegste primaten waren de voorouders van de Maki’s, die nu nog alleen maar voorkomen op het Afrikaanse eiland Madagaskar. Er zijn fossielen bekend van 60 soorten Halfapen, waaronder ook enkele grotere soorten. Zij waren verdeeld over de gehele Aarde.ca. 50 miljoen jaar geleden verschenen in Azi챘 hoger ontwikkelde Primaten ten tonele: de “Echte Apen” (Anthropoidea of Simiae), waartoe ook de Hominidae en dus ook de Mens behoren. In China is de vroegst bekende Antropo챦de opgegraven, Eosimias geheten. De Apen ontwikkelden zich tijdens het Midden-Eoceen, toen de wereld afkoelde, en leefden vooral op de gematigde breedten, met overvloedige bossen. Ondanks zijn primitieve bouw had Eosimias reeds de aapachtige gewoonte aangenomen om via het uiteinde van takken naar andere bomen te lopen in plaats van te springen zoals de vroegere Primaten.

Figure 1 - Unfortunately we are unable to provide accessible alternative text for this. If you require assistance to access this image, or to obtain a text description, please contact npg@nature.com

Figure 1

Right Eosimas talus (IVPP V11846) from Locality 1, Shanxi Province, China.

Figure 2 - Unfortunately we are unable to provide accessible alternative text for this. If you require assistance to access this image, or to obtain a text description, please contact npg@nature.com

Figure 2

Medial talar and calcaneocuboid features.

Full size figure and legend (34K)

Full size figure and legend (62K)

Figure 3 - Unfortunately we are unable to provide accessible alternative text for this. If you require assistance to access this image, or to obtain a text description, please contact npg@nature.com

Figure 3

Dorsal view of haplorhine calcanei.

Full size figure and legend (21K)

Bootstrap values, given in parentheses, are from 100 replications.

Figure 4

Consensus tree from PAUP analysis.

Full size figure and legend (12K)

From left to right the primate species depicted on the tree are: a lemur (Lemur catta), an adapid (Hoanghonius stehlini), a tarsier (Tarsius bancanus), an omomyid (Shoshonius cooperi), a proto-monkey (Eosimias centennicus), a South American monkey (Saimiri sciureus), an Old World monkey (Mandrillus sphinx), a great ape (Gorilla gorilla), and a human (Homo sapiens).
Graphics by Mark A. Klingler, Carnegie Museum of Natural

pg3_1

Our knowledge of Amphipithecus comes from fragments of two separate jaws. One portion was found in 1923, another (shown overlapping) in 1977.

pg3_2

This drawing of Amphipithecus is based on fossil evidence and an interpretation of the order of evolution of anatomical features found in living higher primates.

http://www.uiowa.edu/~bioanth/burma.html

Amphipitecus

http://www.wimssite.nl/?pagina=hobby&onderwerp=113

fragments of Pondaungia (right) and Amphipithecus (left) (Myanmar)

Full-size image (145 K)

Fig. 1. Cranial fragments NMMP 19 (A, B) and NMMP 27 (C, D) from the Pondaung Formation, previously interpreted as frontal bones of Amphipithecus mogaungensis. Specimens are depicted in dorsal (A, C) and ventral or endocranial (B, D) views. Scale bar equals 1 cm.

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0047248405000928

amphipithecus  mogaugensis

pg4

A family tree of the primates lists living groups at the top. The major fossil species, some of which left no descendants, are represented vertically by the branching tree. The Anthropoidea, or higher primates, are shown in orange; the Prosimii, or lower primates, which comprise all other primates, form a less unified group (yellow). Some early prosimians, perhaps a group related to lemurs and lorises, gave rise to the Anthropoidea. Amphipithecus and Pondaungia are transitional forms that possess a number of anthropoid features but also retain a few prosimian characteristics.

tarsier

Spookdiertje ( Tarsier )

De wereld rond in 25.000 jaar

De oudst bekende primaten(1) sprongen van tak tot tak en slaagden er zo in een reis rond de wereld te maken, zowat 55 miljoen jaar geleden.

Dankzij de intense opwarming van onze planeet konden ze van boom naar boom slingeren, vanuit Zuid-Azi챘 naar Europa en daarna via Groenland naar Noord-Amerika. Neen, het gaat niet om een wild gerucht maar om een artikel dat verscheen in het uiterst prestigieuze en zeer ernstige wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. De auteur van die studie is een paleontoloog van het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen van Belgi챘, Thierry Smith. Voor het onderzoek werkte hij samen met Amerikaanse vakgenoten.

Van China tot Dormaal

Thierry Smith en zijn Amerikaanse collega’s bestudeerden de trektochten van diertjes van het geslacht Teilhardina(2) de oudste bekende primaat.

Hiervan werden heel wat fossielen teruggevonden in Belgi챘, in het Vlaamse Dormaal, een dorp tussen Sint-Truiden en Tienen.
Thierry Smith, paleontoloog aan het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen van Belgi챘: “Dat diertje van een tiental centimeter groot was een neefje van de huidige spookdiertjes in Maleisië. Fossielen van Teilhardina werden eveneens op andere continenten aangetroffen: in Noord-Amerika en in Azië. Lang werd gedacht dat deze primaten gelijktijdig opdoken op verschillende plaatsen op aarde. Maar de fossielen in Azië bewezen dat de exemplaren daar nog veel primitiever waren dan de Europese en Amerikaanse. Wij wilden weten wanneer exemplaren van de Teilhardina opdoken op elk van die drie continenten. Dat tijdstip konden we bepalen door de hoeveelheid koolstof-13 te meten in de aardlagen waarin de fossielen gevonden werden. Uit die koolstof-13-datering is gebleken dat Teilhardina eerst leefde in Azië, en zich daarna via de straat van Turgai (tussen Europa en Azië) verspreidde over Europa en verder trok via Groenland naar Amerika. Wij hebben eveneens kunnen vaststellen dat de Teilhardina doorheen de hele noordelijke hemisfeer trok. De dieren legden dus zowat 20.000 kilometer af in minder dan 25.000 jaar.”

Tropen in Groenland

Konden deze kleine takspringers de oversteek maken van Azië naar Europa en daarna naar Noord-Amerika? Lange tijd werd die theorie lacherig van tafel geveegd. Via bomen de straat van Turgai oversteken? En dan ook nog Groenland doorkruisen, een immens gebied dat niet meteen bekend staat voor zijn dichte bebossing… Lang werd gesteld dat de straat van Turgai en Groenland onoverkomelijke hindernissen moesten vormen, zeker voor diertjes van nauwelijks een hand groot.
Uit nieuwe geologische gegevens blijkt evenwel dat ingrijpende klimaatsveranderingen een heel ander wereldbeeld opleverden.
Thierry Smith: “In het begin van het Eoceen zien we een intense opwarming van het klimaat. De temperatuur steeg tussen 5 en 10 graden over een periode van ongeveer 100.000 jaar. De gevolgen waren niet gering. De oceaanstromingen veranderden van richting en stuwden warme watermassa’s naar de diepste diepten in de oceaan. Dat leidde tot uitbarstingen van methaangas. Die gasbellen borrelden omhoog, doorheen het water tot in de open lucht. Door dit methaangas steeg het koolstofgehalte in de atmosfeer aanzienlijk.”

Broeikas

Lang voor de komst van de mens en zijn vervuilende activiteiten heeft onze goede oude moeder Aarde dus reeds een broeikaseffect gekend. En de gevolgen waren ingrijpend. Zo verdwenen heel wat diersoorten die in het water leefden. Gelijktijdig verschenen de eerste soorten primitieve paarden en primaten in Noord-Amerika en in Europa.
Thierry Smith:

De opwarming van het klimaat veroorzaakte een aanzienlijke daling van het waterpeil in de oceanen en ging gepaard met een sterke ontwikkeling van de flora.”

Dat was prima nieuws voor diertjes zoals de Teilhardina. De beenderstructuur van het diertje bewijst dat het op de bomen leefde, helemaal bovenaan in de kruin, en dat het nooit naar beneden kwam. Het verplaatste zich van tak tot tak. Met andere woorden: er ontstonden blijkbaar verbindingen, begroeid met bomen, tussen de continenten. Uiteraard is het moeilijk om zich vandaag een Groenland in te beelden begroeid met groene wouden. Stel je voor, Groenland met een warm en vochtig klimaat.
Thierry Smith:

En toch, fossiele resten van de primaten en andere tropische dieren uit het begin van het Eoceen zijn wel degelijk aan het daglicht gekomen in het noord-oosten van Canada. De primaten zijn zoogdieren die hoofdzakelijk leven in de tropische en subtropische wouden.”

Precies die gebieden vormen hun natuurlijke habitat. Niet zozeer de temperatuurverandering van het klimaat heeft hen aangezet om verder te trekken – het zijn geen dieren die een winterslaap nodig hebben of een trektocht houden bij de wisseling van de seizoenen. Ze trokken gewoon verder van boom tot boom, omdat er bomen stonden…
Daarbij doorkruisten ze continenten en zorgden voor een mysterie dat 55 miljoen jaar later door wetenschappers ontrafeld wordt… precies in een decennium waarin de opwarming van de aarde een ‘heet’ debat is. De Teilhardina leveren zo miljoenen jaren later waardevolle informatie op over wijzigingen in een ecosysteem na een intense opwarming van de planeet. En dat probleem is wel zeer actueel.

Niemand is sant in eigen land … De studie van Thierry Smith en van zijn Amerikaanse collega’s kreeg nauwelijks aandacht in de Belgische media. In de Verenigde Staten daarentegen zorgde het nieuws voor heel wat ophef en werden hun bevindingen besproken in de belangrijkste kranten zoals in de New York Times.

De verspreiding van de eerste primaten

De primaten worden verdeeld in twee grote groepen. De groep van de Strepsirrhini (Halfapen) bevat de lemuren, de loris en hun fossiele verwanten. De groep van de Haphlorhini bestaat uit de spookdiertjes en uit de apen, waartoe ook de mens behoort, en hun fossiele verwanten. We hebben slechts een vaag idee over de voorouders van de huidige primaten, evenals over die van andere moderne groepen zoogdieren, die plots opdoken aan het begin van een tijdperk dat het Eoceen wordt genoemd, zo’n 55 miljoen jaar geleden. Fossiele vondsten lijken aan te geven dat zij in de geschiedenis bijna gelijktijdig inAzi챘, Europa en Noord-Amerika verschenen. Meerdere scenario’s hebben geprobeerd de verspreiding van deze groepen over de verschillende continenten te verklaren. Uit resultaten van dit nieuw onderzoek blijkt geen van deze hypothesen overeind te blijven. Integendeel, er verschijnt een heel nieuw biogeografisch scenario.

De oplossing: koolstof!

Thierry Smith, paleontoloog bij ons Museum, deed een nieuwe studie naar de verspreiding van de eerste primaten, in samenwerking met zijn Amerikaanse collega’s Kenneth D. Rose van de Johns Hopkins University en Philip D. Gingerich van de University of Michigan.

Ze baseerden hun onderzoek op het genus Teilhardina, de oudste gekende primaat. Dit diertje van 10 cm groot, was een neefje van de huidige spookdiertjes in Maleisi챘. De drie onderzoekers konden zeer nauwkeurig het moment vergelijken waarop Teilhardina op elk van de drie continenten van het noordelijk halfrond verscheen. De ouderdom van de gesteentelagen met de fossielen kon namelijk bepaald worden door de aanwezige hoeveelheid koolstof-13 (een radioactieve vorm van C12).

Aan het begin van het Eoceen wordt een opvallende daling van de hoeveelheid koolstof-13 in de atmosfeer gemeten, die gepaard gaat met een periode van intense wereldwijde opwarming van ongeveer 100.000 jaar. Dit minimum aan koolstof-13 kan dus dienen als een merkpunt in de tijd.

Kaartje verspreiding van Teilhardina zo’n 55 miljoen jaar geleden

Kaartje verspreiding van Teilhardina zo’n 55 miljoen jaar geleden – Bron PNAS

In Azi챘 verscheen Teilhardina v처처r het koolstof-13 minimum, in Europa tijdens het minimum, terwijl de eerste Teilhardina in Noord-Amerika pas na het minimum verschijnt. Hieruit konden de onderzoekers een volledig nieuwe hypothese voorstellen: Teilhardina migreerde van Zuid-Azi챘 naar Europa, via de straat van Turgai (een oude landverbinding over de zee die toen Europa en Azi챘 scheidde), en daarna verder naar Noord-Amerika via Groenland

Spookdiertje

Spookdiertje

Globale opwarming: een duwtje in de rug voor snelle verspreiding?

Thierry Smith en zijn collega’s hebben kunnen aantonen dat de verspreiding van Teilhardina van Zuid-Azi챘 naar Noord-Amerika in minder dan 25.000 jaar gebeurde. Deze snelle verspreiding van het ene naar het andere continent was mogelijk dankzij landbruggen die in die tijd aanwezig waren. Tijdens die 25.000 jaar heeft Teilhardina zich ook met een grote snelheid aan zijn omgeving aangepast, waardoor drie verschillende soorten ontstonden op de drie continenten: T. asiatica in China, T. belgica in Belgi챘 en T. brandti in Wyoming. Deze drie soorten vertonen een evolutie in de morfologie van de tanden met een progressieve verkorting van de kaak, gecombineerd met een verandering in de voedingsgewoonten, net zoals ook de mens en zijn voorouders hebben doorgemaakt.

Onderkaak Teilhardina belgica

Onderkaak Teilhardina belgica

Maar dat is nog niet alles! De drie onderzoekers tonen ook aan dat, aangezien Teilhardina enkel in de bomen leefde, er in Groenland een ononderbroken gordel van wouden moet geweest zijn tijdens die erg warme periode. Het is aannemelijk dat de intense globale opwarming een belangrijke motor was voor de verspreiding van de eerste moderne zoogdieren, tenminste tussen Europa en Noord-Amerika.

Deze studie werd gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences van de Verenigde Staten. De onderzoekers werden gefinancierd door Federaal Wetenschapsbeleid, de National Geographic Society en de U.S. National Science Foundation.

Meer weten:

Thierry Smith, Kenneth D. Rose en Philip D. Gingerich (2006)
Rapid Asia–Europe–North America geographic dispersal of earliest Eocene primate Teilhardina during the Paleocene–Eocene Thermal Maximum.
In: PNAS 2006 103: 11223-11227

De bekende Amerikaanse wetenschapsjournalist Carl Zimmer heeft een commentaar geschreven op het artikel: klik hier voor het commentaar (wordt geopend in een nieuw venster – bestaat alleen in het Engels).


(1)primaat?
wat betekent het woord precies? Het woord is afkomstig van het Latijnse ‘primus’, of de eerste van een groep (wat eigenlijk een zeer positieve omschrijving is). In de biologie zijn de primaten een groep zoogdieren met zeer specifieke kenmerken zoals onder meer twee ogen vooraan het gezicht, wat een dieptezicht mogelijk maakt, zoals bij apen en… mensen.

(2)Teilhardina ontleent zijn naam aan de geleerde die het geslacht ontdekt heeft, Pierre Teilhard de Chardin, een Frans paleontoloog (1881-1955). Naast zijn wetenschappelijk werk was Teilhard de Chardin, een jezu챦et, ook actief als theoloog en deed hij pogingen om het katholicisme in overeenstemming te brengen met de moderne wetenschap door een origineel concept rond evolutie te ontwerpen.

OUDSTE APEN WAREN AZIAAT ?
19 januari 2009

Apen, de voorouders van de mens, zouden wel eens uit Azië kunnen stammen. Birmese en Franse onderzoekers leiden dit af uit de vondst in Birma van een tot dusver onbekende fossiele soort, BAHINIA PONDAUNGENSIS , die veertig miljoen jaar geleden leefde. Tot voor kort werd meestal aangenomen dat apen – net als mensen – hun evolutionaire wortels in Afrika hebben.

De oudste primitieve apensoort waarvan fossiele resten zijn gevonden, Eosimias van 49 miljoen jaar geleden, stamt uit China; in Afrika zijn geen oudere soorten ontdekt. Maar het Chinese beestje is zo primitief, dat soms werd betwijfeld of het wel tot de apen behoorde.
Tanden in het vrij complete fossiel van Bahinia blijken echter zo sterk overeen te komen met die van Eosimias, dat deze soort nu definitief als de oudst bewezen aapachtige kan worden beschouwd, stellen de onderzoekers in Science van 15 oktober.
De tanden van Bahinia – een diertje van vierhonderd gram – blijken in sommige opzichten ook te lijken op primaten die primitiever zijn dan de aapachtigen en nog ouder, tot 58 miljoen jaar.
Volgens de onderzoekers kan dit betekenen dat aapachtigen een veel langere geschiedenis hebben dan tot nu toe werd gedacht.
En één categorie van die primitievere primaten, de tarsiids, zou wel eens de directe voorouder van de aapachtigen kunnen zijn geweest, zo leiden de wetenschappers af uit onderzoek aan Bahinia.
http://www.athenapub.com/eosimias1.htm

http://www.paleoanthro.org/journal/content/PA20070026.pdf

Chicago (VS) – Chinese onderzoekers hebben de fossiele schedel van een aapje gevonden, de oudste tot nu toe.

9 juli 2008Ze woog ongeveer 30 gram – een vierde van wat de kleinste nu levende aap weegt -, at insecten en is heel erg in de verte familie van u; maar afgezien daarvan is er nog een hoop onduidelijk over Teilhardina asiatica, de oudste primatensoort waarvan ooit resten zijn gevonden. De schedel en kaakbeenderen zijn ongeveer 55 miljoen jaar oud en worden beschreven in de Nature van 1 januari.

In datzelfde nummer breekt er al onenigheid uit over de vondst. Volgens de Chinese vinders was het dier vooral overdag actief, omdat de oogkassen duiden op kleine ogen. Een Amerikaanse paleontoloog meent juist dat het een nachtdier betreft: in de snuit zit een relatief groot gat voor de snorhaar-zenuwen, iets wat hij juist bij nachtdieren verwacht.

Teilhardina asiatica 20081114033609978

Teilhardia asiatica lijkt sterk op fossielen van T. belgica, die voor het eerst werd gevonden in België«. De vindplaats – de Hunan provincie in China – zou erop kunnen wijzen dat de eerste primaten niet uit Noord-Amerika kwamen, waar tot nu toe de oudste apenfossielen vandaan kwamen, maar uit Azië«.

 

Bart Braun

NAGELS


Al 55,8 miljoen jaar geleden, ruim tien miljoen jaar eerder dan tot voor kort werd aangenomen, groeiden nagels aan vingers en tenen van sommige primaten.
Met nagels, in plaats van klauwen, aan handen en voeten konden primaten zich beter vastgrijpen in de bomen waarin ze leefden. Dat melden Amerikaanse wetenschappers in het wetenschappelijke bladAmerican Journal of Physical Antropology.


In a new study published online in the current edition of the American Journal of Physical Anthropology, University of Florida scientists help describe more than 25 new specimens of Teilhardina brandti, a primitive extinct primate that would have resembled the mouse lemur, seen here. (Photo copyright David Haring/Duke Lemur Center)

Teilhardina brandti

Rose%20et%20al%202011[1]  pdf 

Teilhardina_brandti-fig1Teilhardina_brandti-fig1
Amerikaanse antropologen bestudeerden de afgelopen zeven jaar 25 nieuwe fossiele resten van de Teilhardina brandti, een vijftien centimeter lange primaat die 55,8 miljoen jaar geleden leefde in het Wyoming Bighorn Bassin in Noordwest-Amerika. De Teilhardina brandti stamt uit het vroeg-eoceen, uit een periode van 200.000 jaar klimaatopwarming waarin zoogdieren kleiner werden.

Dat het gaat om de oudste en kleinste echte nagels die uit die periode gevonden werden bij primaten, bewijst dat nagels niet ontwikkelden met groter wordende lichamen, merkt professor Ken Rose van de John Hopkins University School of Medicine op.

Veranderingen
“Terwijl vroegere primaten klauwen hadden, kregen sommige moderne primaten nagels, frontale ogen en een grotere herseninhoud”, zegt Jonathan Bloch van het Florida Museum of Natural History.
Het gaat om de groep primaten die later evolueerde tot maki’s, apen en mensen.
“De huidige primaten hebben nog steeds dezelfde kenmerken en behalve de mensen leven ze allen in bomen.” (belga/sam)

http://www.science20.com/news_articles/teilhardina_brandti_oldest_known_nails_modern_primates-81703

16/08/11

Resten van oudste vingernagels ontdekt

 17 augustus 2011 0
theilhardina Brandti nails

De foto hierboven laat het botje uit de bovenkant van de ‘vinger’ van de T. brandti zien. Op de bovenkant van het bot zou een vingernagel hebben gezeten. Het is het alleroudste bewijs van een primaat met vingernagels.

Wetenschappers hebben bewijzen van de oudste vingernagels teruggevonden. De nagels zijn 55,8 miljoen jaar oud.

De nagels maakten miljoenen jaren geleden deel uit van het lijfje van de Teilhardina brandti. De primaat was klein: slechts 15 centimeter lang. Het dier leefde in bomen.

Klein
De nagels lijken nog niet erg op onze vingernagels. Ze zijn heel erg klein en doen nog sterk denken aan klauwen. “Hoewel we niet zeker weten wat de functie van nagels in primaten was, lijkt het erop dat ze nagels in de bomen ontwikkelden,” legt onderzoeker Jonathan Bloch uit. Mogelijk ontstonden de eerste ‘menselijke’ nagels om dieren in staat te stellen om kleine vruchten te pakken.

Plat
“Ze (de nagels, red.) hebben niet precies dezelfde vorm als onze nagels. Ze zijn plat, net als die van ons, maar ze zijn langer.” Toch zijn de onderzoekers ervan overtuigd dat de menselijke nagel afstamt van deze kleine nageltjes.

Voelen
En dat is zeker verrassend. Wetenschappers dachten altijd dat de vingernagels die wij mensen tegenwoordig hebben voor het eerst ontstonden bij grotere primaten. Maar blijkbaar was een klein aapje de eerste die mensachtige nagels ontwikkelde. De onderzoekers hopen door hun ontdekking meer te weten te komen over het ontstaan van de menselijke nagel. Maar daar blijft het niet bij: met de nagel ontstonden namelijk nog andere belangrijke onderdelen van het lichaam. Bijvoorbeeld vingers die de lichtste aanraking al voelden.

Bronmateriaal:
World’s first fingernails: tiny and sturdy” – News.discovery.com
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Zachary Randall / Florida Museum of Natural History.

°
04-11-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LIBYA
Barbara Debusschere
( Bron : De Morgen november 2010) 
Waarschuwing :
Dit (kennisgeving) artikeltje is lichtjes gewijzigd :
onder meer : alle mogelijke journalistieke sensatiezoekerij ( zoals steeds weer overvloedig aanwezig ) die de term “voorouder van de mens ” nu eenmaal impliceert, is NIET weerhouden :
Dat oneigenlijke gebruik van de term “menselijke voorouder(s) ” zet trouwens veel lezers op het verkeerde been en is eigenlijk onnodig koren op de molen van sommige professionele manipulerende creationisten die niets liever willen dan “verwarring ” zaaien over dit soort onderwerpen …
Uiteindelijk gaat het slechts om de mogelijke oeroude afstamming van de hypothetische voorouders van de hogere primaten en met als mogelijke oorsprongsplaats het aziatische continent

Samenvatting
Mensapen vermoedelijk ontstaan in Azië

De evolutionaire oorsprong van anthropoïde apen (waaronder de mensapen en de apen van de Oude Wereld vallen) is nog steeds een onopgeloste vraag in de paleontologie. Sommige auteurs menen dat anthropoïden ontstonden in Afrika tijdens het krijt (ca. 150-66 miljoen jaar gelden), terwijl anderen een meer recente oorsprong in Azië tijdens het cenozoïcum (ergens de voorbije 65 miljoen jaar) vooropstellen. De recente vondst van antropoïde fossielen in Libië biedt ondersteuning voor de tweede hypothese. Jaeger en collega’s beschrijven in een recent nummer vanNature fossielen van anthropoïden uit Dur At-Talah in centraal Libië, gedateerd rond 38 miljoen jaar oud. Een van de fossielen vertoont sterke gelijkenissen met een Aziatische apenfossiel. Anthropoïde apen waren in deze periode erg klein (amper tussen 120 en 470 gram); ze hadden opponeerbare duimen en een staart om zich te kunnen bewegen en te balanceren. De drie gevonden taxa zijn ook erg divers, wat enkel kan worden verklaard door aan te nemen dat ze reeds enige tijd geleden van elkaar zijn afgesplitst. Dat betekent ofwel dat deze diversificatie eerder plaatshad in Afrika (en dat fossiel materiaal daarvoor vooralsnog ontbreekt), ofwel dat mensapen oorspronkelijk uit Azië kwamen. Jaeger en collega’s zijn meer te vinden voor die laatste hypothese.

Ontdekking van gefossiliseerde tanden in Libische woestijn werpt nieuw licht op afstamming “apen “

Een aapje van 120 gram

Niet in Afrika, maar in Azië leefden bijna 40 miljoen jaar geleden de oudste voorouders van de antropoide apen Ze zagen eruit als mini-aapjes, wogen gemiddeld 120 gram en migreerden later naar Afrika.
Een Frans team antropologen komt tot die conclusie na ‘belangrijke ’ opgravingen in Libië.
Het is de zogenaamde voorouderlijke Dur At-Talah anthropoidea fauna

Dur At Talah formatie / Westelijk


Discovered : teeth from three completely different groups of anthropoids: Afrotarsiidae (which now includes Old World monkeys such as macaques), Parapithecidae (extinct primates also known from the Fayum region of Egypt), and Oligopithecidae (primates from the Fayum that gave rise to some Old World and New World monkeys).
Other kinds of animal fossils suggest that the site is between 38 million and 39 million years old, as does paleomagnetic dating, which relies on a pattern of well-dated reversals in Earth’s magnetic field recorded in sediments.

zie vooral —> http://www.nature.com/nature/journal/v467/n7319/fig_tab/nature09425_F2.html

a
fKaranisia arenula sp. nov. a, Right M3 (DT1-37), occlusal view. b, Right P3 (DT1-38), lingual view. c, Left P4 (DT1-39), occlusal view. d, Left M1 (DT1-41), occlusal view. e, Holotype left M2 (DT1-42), occlusal view. f, Fragmentary left M3 (DT1-43), occlusal view. gmAfrotarsius libycus sp. nov. g, Left M2 (DT1-33), occlusal view. h, Right M2 (DT1-34), occlusal view. i, Right P3 (DT1-31), occlusal view. j, Left P3 (DT1-32), occlusal view. k, Holotype left M1 or M2 (DT1-35), occlusal view. l, Holotype left M1 or M2 (DT1-35), oblique buccal view. m, Right M3 (DT1-36), occlusal view. npTalahpithecus parvus gen. et sp. nov. n, Holotype left M1 or M2 (DT1-31), occlusal view. o, Right P4 (DT1-30), mesial oblique view. p, Fragmentary right M1 or M2 (DT1-32), occlusal view. qwBiretia piveteauiq, Right M3 (DT2-23), occlusal view. r, Right M3 (DT1-28), occlusal view. s, Right M2(DT1-27), occlusal view. t, Left M1 (DT1-26), occlusal view. u, Right M2 (DT2-24), occlusal view. v, Right M2 (DT2-24), oblique buccal view. w, Left M3 (DT1-29), occlusal view.

De resten van de drie soorten, opgediept in de Saharawoestijn, verschillen zodanig van andere vondsten uit die periode en tonen gelijkenissen met soortgenoten die in Thailand en Birma werden gevonden. 

‘Ze illustreren een sleutelmoment in de evolutie van de antropoide apen ’, aldus de auteurs in het wetenschappelijke blad Nature.

Tweeëntwintig microscopisch kleine en gefossiliseerde tandjes die zijn opgegraven temidden van de Libische woestijn werpen een nieuw licht op de evolutie van onze vroegste verwante voorouders.
Een Frans-Libisch team van antropologen en paleontologen maken uit de vondst op dat de gemeenschappelijke basis voorouders van de mens, de (mens) apen en de andere antropoide primaten niet in Afrika maar in Azië ontstonden en evolueerden.

De ontdekking kan een hevig wetenschappelijk debat beslechten over de vraag op welk continent de wieg van deze belangrijke voorouders van de mens stond, zo claimen Jean-Jacques Jaeger (Universiteit van Poitiers) en zijn medewerkers.

Met massa’s fossielen van primaten en hun voorlopers die in Afrika zijn gevonden is bewezen dat twee à drie miljoen jaar geleden de mens is ontstaan uit behoorlijk potige aapachtigen.
De oudste gemeenschappelijke voorouder van de mens en de chimpansee liep vijf tot zeven miljoen jaar geleden over Afrikaanse vlaktes en ongeveer tien miljoen jaar geleden splitste de mens zich af van de gorilla.

Veel wetenschappers nemen aan dat ook de gemeenschappelijke voorouders van de grote Afrikaanse apen, de andere apensoorten en de mens zich eveneens in Afrika ontwikkelden.

De vondst van Jaeger en co. in Libië laat aan dat idee twijfelen .
Het moet in Azië zijn geweest dat die vroegste gemeenschappelijke voorouder het levenslicht zag.
De tanden die zijn ontdekt komen van drie verschillende soorten, waaronder één totaal nieuwe.

Tot nu toe kenden we maar één soort ‘antropoïde primaat’ en die is 37 miljoen jaar oud. Wij vonden maar liefst drie soorten die minstens 39 miljoen jaar oud zijn”, zegt Jaeger.
Dat betekent eerst en vooral dat deze oude soorten ten laatste 39 miljoen jaar geleden in Afrika opdoken.

En ze kwamen volgens Jaeger uit Azië.
Een exemplaar van de Libische fossielen vertoont namelijk opmerkelijk veel gelijkenissen met fossielen die in onder andere Thailand en Birma zijn gevonden en die liefst 55 miljoen jaar oud zijn.

Opmerkelijk is dat deze primaten erg klein en erg licht waren, zo’n 120 tot maximaal 500 gram.
Ter vergelijking: de antropoïde primaten die tot nu toe bekend waren wogen ongeveer drie kilo en de oudste mensachtige moet ongeveer een meter lang zijn geweest en 35 kilo hebben gewogen.

Maar de minuscule wezens waar nu fossielen van zijn ontdekt zijn wel degelijk eveneens primaten, die net als de mens opponeerbare duimen, ogen aan de voorkant van hun hoofd en nagels hebben.

Die heel kleine wezens, die bij wijze van spreken in een mensenhand zouden hebben gepast, zouden zo’n 40 miljoen jaar geleden een cruciale migratie hebben ondernomen vanuit Azië naar Afrika, waar de levensomstandigheden veel gunstiger waren en waar ze konden uitgroeien tot de veel grotere en zwaardere directe voorouders van de homo sapiens.

“In Azië zouden ze zijn uitgestorven.
De levensomstandigheden waren er (misschien ) veel zwaarder dan in Afrika.
Of ze vielen daar ten prooi aan toevallige plaatselijke ongelukken en/of predatoren ….
Mochten deze soorten niet zijn geëmigreerd dan waren er nooit mensachtigen kunnen ontstaan”,
 aldus Jaeger.

Blijft de vraag of de in Libië ontdekte soorten in drie aparte groepen uit Azië migreerden dan wel als één soort die zich later in Afrika opsplitste. Jaegers team suggereert het eerste. “Drie verschillende soorten die samen opduiken in die periode en op die plek, dat wijst erop dat ze als drie aparte groepen van continent verhuisden.”

Om dat hard te maken en om de ‘Aziëtheorie’ echt te bewijzen moeten gelijkaardige fossielen worden gevonden in Azië. In tegenstelling tot in Afrika, zijn dat soorten vondsten daar echter ( voorlopig toch – )hoogst zeldzaam.

A map of early anthropoid discoveries. (Keep in mind that some taxa, such as Altiatlasius from Morocco, are enigmatic and may not be anthropoids.)
From Beard, 2006.

http://www.wired.com/wiredscience/2010/10/where-did-all-these-primates-come-from-fossil-teeth-may-hint-at-an-asian-origin-for-anthropoid-primates/anthropoid-primates-map/

  

    

Archicebus achilles I

How Archicebus fits with respect to primate phylogeny. Credit: Mark A. Klingler/Carnegie Museum

Related Articles on Science 2.0

De AFRIKANEN  

Biretia
http://en.wikipedia.org/wiki/Biretia
http://www.hominides.com/html/actualites/actu291005-primate-anthropoide-fayoum.php

Biretia Megalopsis E.Seiffert/Science
altiatlasius
http://en.wikipedia.org/wiki/Altiatlasius
http://www-personal.umich.edu/~gingeric/PDFfiles/PDG216_Altiatlasius.pdf
Algeripithecus
http://en.wikipedia.org/wiki/Algeripithecus

Moeripithecus
oligopithecus

5142

Oligopithecus rogeri
Oligocene, Oman
Extremely rare 0.25″ tooth of a Catarrhine anthropoid prima
te 

Aegyptopithecus
Apidium
Catopithecus 

Proteopithecus
Figure 1

Maxillary dentition of P. sylviae DPC 15518. Scanning electron micrograph crown view (Upper) and lateral view (Lower). Magnification, ×11. Note anterior groove on canine, large P4, subequal M1–2 with distinct hypocones, and small M3.

http://www.pnas.org/content/94/25/13760.full

Parapithecus
qatrania
serapia
Arsinoea

De Aziaten

Eosimias Phenacopithecus
Eosimas


Siamopithecus
Amphipithecus
Bahinia
Mayanmarpithecus
(2006)

http://books.google.be/books?id=Ezm1OA_s6isC&dq=Algeripithecus+primate+fossils&source=gbs_navlinks_s

-interdisciplinaire studies hebben voorlopig aangetoond dat de vroegste anthropoidea verwant waren aan de kleine tarsier-achtige primaten en niet aan de lemur-achtighe adapiformes ( Ida en co ) , die traditioneel als de beste kandidaten waren naar voren geschoven …
Deze nieuwere opvattingen bepalen de hypothesen over het uitzicht van de voorouders en hoe lang geleden deze rondliepen ….

Waar onstonden de eerste antropoiden ?
tiny primates in Asia <–

Sommigen van de vroegst bekende antropoidale primaten werden ontdekt in noord afrika
– 37 MY Biretia
vandaar dat afrika op de eerste plaats kwam 

De oudste voorouder , -45 MY Eosimias werd echter ontdekt in Zuid China

Bewijsstukken voor de vroegste antropoidea afkomst uit azie groeit gestadig aan
In 1999 beschreef hetzelfde team paleontologen olv .J. Jaeger , een verwant van Eosimia en gevonden in Myanmar : Bahinia.
het leefde naast andere 
vroege anthropoiden zoals Amphipithecus.. Het was geen antropoiden voorouder maar Bahinia didbezat wel een aantal archaische eigenschappen die erop wezen dat het fossiel een sduccesvol lid was van een langlevende stamlijn , die zich al had vertakt
aan de basis van de voorouderlijke antropoiden groep
. De anatomy van dit “aapje ” leek op een tijdscapsule die de opgeslagen veranderingen gedurende de voorafgaande miljoenen jaren , bewaarde ….

Onlangs nog beschreef Sunil Bajpai et al , een -54 MY verwant van Eosimias genoemd Anthrasimias en gevonden in India.
http://en.wikipedia.org/wiki/Anthrasimias
http://www.pnas.org/content/105/32/11093.full

Dat breide het fossielen verlag uit naar het verleden toe die de afrikaanse fossielen met gemak achter zich liet

De-38 MY anthropoide Ganlea , Myanmar ( Beard & all ) was een ander geval waarbij een aziatische stamlijn van vroege antropoidea zich afsplitse

02-07-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<–(klik) GANLEA megacanina

Het afrikaanse voorouderlijke antropoide fossiel-archief komt nergens in de buurt , kwa ouderdom ….
Voor -40MY is er nergens een afrikaans voorbeeld te vinden , tenzij het controversieele taxa Altiatlasius uit marokko en waarvan niet eens vaststaat dat het een antropoide betreft
http://en.wikipedia.org/wiki/Altiatlasius
Al met al vallen de nu gevonden fossielen perfect binnneneen patroon waarbij de antropoidea onstonden in Azie ; ter plaatste evolutionair gingen radiëren : Afrika koloniseerden en daar opnieuw begonnen te vertakken ( en nieuwe gebied te veroveren )

En waarbij ( veel later ) een paar zich ontwikkelde tot de mensapen die zowel uitwaaierden in afrika ( Toumai …Tchadensis ) als een andere verwante stamlijn terug zag trekken naar azie/( –>en daar verder ontwikkelden tot bv. Gibbons / sicapithecus / gigantopithecus ? ) en misschien zelfs ( de oudste emigratiegolf ) naar zuid europa ?( P. Catalaunicus )) trok ?

http://news.sciencemag.org/sciencenow/2010/10/mouse-sized-primates-shed-light.html?ref=hp

Paleontologist Erik Seiffert of Stony Brook University in New York thinks that several of the fossils are so similar to those he and others have found in Egypt that they might be roughly the same age of 37 million years or younger—and thus not evidence for an earlier presence of anthropoids in Africa.

Paleontologist Richard Kay of Duke University in Durham, North Carolina, notes, however, that the Libyan fossils are smaller than those in Egypt, suggesting that they may indeed be older and more primitive. Their small size and other features, Jaeger says, also link the Libyan fossils to the earliest anthropoids in Asia—but not to Ida, a 47-million-year-old fossil primate from Germany whose discoverers controversially proposed her as an ancestor of anthropoids.

Only after the first wee primates migrated out of Asia and scooted rapidly to new habitats in Africa did some anthropoids begin to get larger and start evolving down the path toward becoming apes

http://www.nature.com/nature/journal/v467/n7319/abs/nature09425.html?lang=en
http://www.sciencedaily.com/releases/2010/10/101027133144.htm

Bijlagen:
Libye.JPG (116.4 KB)

Kwamen de antropoide apen  uit Azië?
28 oktober 2010  Caroline Kraaijvanger

Wetenschappers hebben in Libië de gefossiliseerde tanden van drie soorten kleine apen gevonden.
De restanten zijn zo’n 38 tot 39 miljoen jaar oud en suggereren dat onze  antropoide  apen-voorouders van Azië naar Afrika reisden en niet andersom.
Zou de oorsprong van de eerste verre  mensachtigen   in Azië liggen?
De onderzoekers van de Poitiers Universiteit denken van wel.

Experts zijn er heel lang van uitgegaan dat de vroegste  voorouderlijke antropoiden  in Afrika ontstonden.
Maar uit recent onderzoek blijkt dat de restanten van onze voorouders in Azië veel ouder zijn: tot wel 55 miljoen jaar.

Drie soorten
De nieuwe fossielen maken de zaak alleen maar complexer.
De gefossiliseerde tanden behoren namelijk toe aan drie verschillende soorten Afrikaanse apen en zijn veel ouder dan de fossielen die eerder werden ontdekt.
“We dachten tot voor kort dat er maar één vorm van anthropoïde aap was en deze was zo’n 37 miljoen jaar oud,” vertelt onderzoeker Jean-Jacques Jaeger.
“Nu zijn we verder terug in de tijd gegaan: naar 38 of 39 miljoen jaar geleden en hebben we drie types en van deze drie heeft één een Aziatische vorm.
Dat wijst erop dat de migratie van Azië naar Afrika bewoog.”

Klein
De soorten zouden zeer klein zijn geweest en hooguit zo’n 120 tot 470 gram hebben gewogen.
Hun grootte wijst erop dat de  antropoide aap heel klein is begonnen.

De vondst brengt nog één vraag met zich mee: ontstonden alledrie de soorten in Azië of ontwikkelde één Aziatische soort zich op het Afrikaanse continent tot drie soorten?
De onderzoekers vermoeden het eerste.

http://news.discovery.com/animals/primate-ancestors-evolution.html

http://news.discovery.com/animals/african-origin-of-primates-called-into-question.html

Nieuw bewijs dat onze roots toch echt in Azië liggen
Geschreven op 05 juni 2012  door Caroline Kraaijvanger


Wetenschappers hebben in Myanmar fossiele resten gevonden die erop wijzen dat onze echte roots niet in Afrika, maar in Azië liggen.
Dat is te lezen in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences. http://www.pnas.org/content/early/2012/05/29/1200644109.abstract

Het onderzoek onderschrijft de steeds sterker wordende theorie dat onze verre voorouderlijkke antropoiden   niet in Afrika, maar in Azië ontstonden en daar vandaan naar Afrika trokken.

Schakel
De onderzoekers vonden in Myanmar de fossiele resten van een nieuwe primatensoort.
Ze hebben de primaat de naam Afrasia djijidae gegeven.
Het dier leefde zo’n 37 miljoen jaar geleden en vormt een belangrijke schakel in de evolutie van de eerste anthropoïden: een groep waartoe onder meer mensapen en mensen behoren.

Over de primaten A. djijidae en A. libycus waren waarschijnlijk ongeveer zo groot als een spookdier (zie de foto bovenaan dit artikel) en wogen niet veel meer dan 3,5 kilo.
Hun tanden wijzen erop dat ze vooral insecten aten. Libië
De nieuwe soort lijkt opvallend genoeg sterk op de Afrotarsius libycus.
Deze werd onlangs in de woestijn van Libië ontdekt en is van een vergelijkbare leeftijd.
Het feit dat de twee zo op elkaar lijken, wijst erop dat familie van A. djijidae kort daarvoor naar het noorden van Afrika toog en zich daar ontwikkelde tot de A. libycus.
Als familie van A. djijidae eerder naar Afrika was vertrokken, hadden er reeds meer verschillen moeten zijn tussen A. djijidae en A. libycus.
“Afrasia bewijst niet alleen dat anthropoïden in Azië ontstonden, maar vertelt ons ook wanneer onze voorouders naar Afrika gingen en zich daar evolueerden tot apen en mensen,” concludeert onderzoeker Chris Beard.

Azië
Lang gingen onderzoekers ervan uit dat de voorouders van onze voorouders in Afrika ontstonden, zich daar ontwikkelden en uiteindelijk de wereld bevolkten.
Maar de laatste jaren worden in Azië regelmatig fossiele resten gevonden die voormelde werkhypothese  tegenspreken. Dat verklaart waarom wetenschappers in Afrika jarenlang tevergeefs naar fossiele resten van hele verre voorouders zochten.

Hoe?
Het onderzoek is belangrijk. Het bewijst namelijk niet alleen dat onze verre voorouders eigenlijk uit Azië komen, maar helpt ons ook om exacter vast te stellen wanneer deze Aziatische voorouders naar Afrika gingen.
Hoe deze primaten die reis precies maakten, blijft onduidelijk. Dat moet echter vrij lastig zijn geweest. In de tijd van A. djijidae bevond zich tussen Afrika en Eurazië veel water: de Tethysoceaan. 
 *

 Of het ook echt A. djijidae was die de oversteek maakte, is eveneens onduidelijk. Naar alle waarschijnlijkheid waren het overigens meerdere soorten primaten die uiteindelijk Afrika koloniseerden.
In Libië zijn namelijk ook fossiele resten gevonden van anthropoïden die niet direct lijken op A. djijidae.

*

  “”Het dier leefde zo’n 37 miljoen jaar geleden.”staat er in de tekst.De aarde zag er toen zo uit:
http://upload.wikimedia.org/wi…
Min of meer hetzelfde als nu dus:
http://upload.wikimedia.org/wi

‘Apenschedel gevonden van twintig miljoen jaar oud’
 2 augustus 2011Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. Nog een aap uit de mouw     //Ugandapithecus major  /  Grote aap uit Oeganda

*  zie video in de reply

– Wetenschappers hebben in Uganda een   fossiel van een uitzonderlijk  goed  bewaarde  apenschedel gevonden die
zo’n 20 miljoen jaar oud (1) zou zijn.
Het fossiel werd ontdekt op 18 Juli  ,  in de as- restanten  van  een   uitgedoofde voorwereldse   vulkaan   in de  verre  N-O  Karamoja regio.

Dat maakten Ugandese en Franse onderzoekers dinsdag bekend.

http://cache.daylife.com/imageserve/077deK94vifcu/610x.jpg

Images of a sub-complete skull of a fossil ape are projected on a wall during a news conference in Uganda’s capital Kampala August 2, 2011.
Ugandan and French scientists have discovered a fossil of a skull of a tree-climbing ape from about 20 million years ago in Uganda’s Karamoja region, the team said on Tuesday.


http://img.rasset.ie/0004d847-314.jpg

Karamoja – French funded expeditions to Uganda

Het dier, ___volgens de eerste  inschattingen en  nieuws – verslagen ____een  mannelijke  plantenetende boomklimmer, zou op ongeveer tienjarige leeftijd zijn gestorven.
Het dier   bezat  een  schedel  die ong  even groot is , als die van een chimpansee  maar   een kleiner brein huisveste  ,
dat eerder aan de (allometrische ) herseninhoud  van een  baviaan doet denken   …. ;   maar ook  dat is  nog altijd  relatief groot te noemen  binnen de  oudste groepen der  mensapen  .

Het dier is   hoogst waarschijnlijk   een  afstammeling  van  een collaterale   verwant   van  de  Grote (Afrikaanse ) mensapen …  een (door-geevolueerde )  basale (?)  vorm uit de  “hominidea.”
____of misschien wel  ( om nog verder te speculeren ) een daar voorafgaande vorm   en te  dichter  te  plaatsen   bij de  groep waruit ook de

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.<–(klik)Saadanius hijazensis    , afkomstig is     

Auteur: Iyad S. Zalmout

Het is al lange tijd bekend dat apen van de Oude Wereld (waaronder makaken, bavianen, en rhesusapen) en mensapen (waaronder chimpansees, gorilla’s en mensen) een gemeenschappelijke voorouder hebben. Genetisch onderzoek plaatst deze gemeenschappelijke voorouder tussen de 23 en 30 miljoen jaar, maar er was tot nog toe weinig fossiel bewijsmateriaal die deze datering ondersteunde. Ilyad Zalmout en collega’s beschrijven in het vakblad Nature een gedeeltelijk bewaarde schedel van een fossiele primaat, gevonden in Saoedi-Arabië, die mogelijk een gemeenschappelijke voorouder van mensapen en apen was. De schedel vanSaadanius hijazensis behoorde toe aan een primaat die ongeveer 15 à 20 kg woog, en die 29–28 miljoen jaar geleden leefde.

schedel

Deze schedel vertoont kenmerken die typisch zijn voor zowel apen als mensapen. Het dier had nog niet de moderne sinussen die kenmerkend zijn voor mensapen en apen, maar wel al een benige oorbuis, die niet aanwezig is in andere vroege primatenfossielen, maar die wel specifiek is voor mensapen en apen. Het fossiel is belangrijk, zowel ter ondersteuning voor de datering van de gemeenschappelijke voorouder van apen en mensapen, als voor een inkijk in de morfologisch evolutie van deze primaten.

Fossil links humans and monkeys 

  • (BBC)


    http://news.bbcimg.co.uk/media/images/54385000/jpg/_54385967_994_3954b.jpg

    Ugandapithecus
     (-20MY) :ergens afgestamd  uit  de buurt van
    Saadanius hijazensis of (waarschijnlijker nog volgens de fransen   ) dichtbij de  familie    
    Proconsulidae

    De  echte  studie  ( de  echte  wetenschappelijke  deliberatie over de identificatie  ,  een determinatiekwestie  dus )
    moet nog beginnen  ….
    Al het tot nu toe geopperde  is slechts  een  officieus  signaal  dat er ” iets is gevonden wat mogelijk belangrijk is
    “Maar dat neemt  zeker  niet weg dat  reeds veel is bekend over het hypothetische  genus dat al intensief is
    vergeleken met  o.a. de 
    proconsul  africanus
    Een  voorbeeld  uit het google document Distinctiveness of Ugandapithecus from Proconsul
    vind je hier  –> Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. Nog een aap uit de mouw


Volgens Franse wetenschappers kan de vondst een nieuw licht werpen op de evolutie binnen de  mensapen (en eventueel ook het  begrip over    de evolutie  tot  de mens., verbeteren  )
Volgens de paleontoloog Martin Pickford(College de France -) ,
die het team leidt dat de resten vond, is het de eerste keer dat een dergelijke

sub-complete apenschedel van deze leeftijd is gevonden.
http://cache.daylife.com/imageserve/0cyEdHc49Y5BC/439x.jpgMartin Pickfordhttp://static3.volkskrant.nl/static/photo/2011/18/11/0/20110802202153/media_xl_905805.jpg

http://www.dawn.com/wp-content/uploads/2011/08/apefossilAP543.jpg
Het 20 miljoen jaar oude fossiel. © apHij noemde het een ”zeer belangrijk fossiel”.                                                                                                                                                      De schedel vondst is zo  belangrijk omdat  het kan  geralateerd   worden met het  reeds van vroegere  fragmentaire   schedel  , kaak entandvondsten (o.a.  ook  toegeschreven aan dezelfde soort ) van het   in 2009 gecreerde  genus Ugandapithecus   :http://species.wikimedia.org/wiki/Ugandapithecus

Superfamilia: 
Hominoidea
Familia: incertae sedis
Genus: †Ugandapithecus
Species: 
U. gitongai – U. major
(waarvan dus nu de schedel )

* ( Klik  op Snelle weergave )
(PDF]
 Distinctiveness of Ugandapithecus from Proconsul

estudiosgeol.revistas.csic.es/index.php/estudiosgeol/article/download/.http://evodisku.multiply.com/667
– 
Snelle weergavedoor M Pickford – 2009 – Verwante artikelen
The decision to create the genus Ugandapithecus by Senut et al., 
“ Ugandapithecus” with inverted commas, implying some degree of doubt about its validity 

http://europa.sim.ucm.es/compludoc/AA?articuloId=730897&donde=castellano&zfr=0Het  wordt nu  relatief   nog  gemakkelijker  gemaakt om de  moleculaire evolutie -klok    bij de primaten  verder te ijken (ook naar de mensachtigen  toe ) :  zeker ook  omdat onlangs is vastgesteld dat er’maar zo’n 60 mutaties in het totale DNA van de mens
per generatie plaatsvindt.
Deze  fossiele  aap  is verder   een mooi anker op zoek naar onze eigen herkomst en hoe snel (langzaam eerder) dat   gegaan is.
Maar  het is  voorlopig slechts  uitkijken   naar verdere  officieele  studies over deze  vondst  . Brigitte Senut, profeseurMusee National d’Histoire Naturelle  verklaarde nog dat
De schedel naar Frankrijk zal  worden overgebracht om hem daar  verder  grondig   te kunnen bestuderen.( o.a. nogal uitgebreid te scannen ) ….Waarna  de schedel zal terugkeren naar Oeganda  ….NOTA (1)
* Primaten gaan  natuurljk  verder terug dan 20 millioen jaar.* De oudste makaak en baviaan -achtige apen klokken 33 millioen jaar,
*de oudste mensaapachtigen 30 millioen jaar


Van  de oudste   fossiele  chimpansee zijn tot nu toe  slechts enkele   fossiele tanden bekend  

http://news.nationalgeographic.com/news/2005/08/0831_050831_chimp_teeth.html

fossils-f

chimp teeth -fossils

Fossils of early humans are rare, but those of chimpanzees have been absent from the fossil record altogether, until now. In this week’s Nature, Sally McBrearty and Nina Jablonski describe the first report of fossils of a chimp. The fossils are modest — just three teeth — but they have the potential to change perceived wisdom about human evolution.

http://www.wired.com/medtech/health/multimedia/2005/08/68706

http://www.wired.com/medtech/health/news/2005/08/68706

APPENDIX 

Tegen het midden van de 19e eeuw werden mensaapachtige fossielen gevonden in Frankrijk.
Deze werden ingedeeld bij het geslacht 
Dryopithecus

Daarna is veel gelijkend materiaal gevonden in Duitsland , Spanje (Pierolapithecus catalaunicus) en Griekenland uit het Midden-Mioceen (16 – 12 mjg). Tegen het begin van de 20e eeuw werden meer dergelijke fossielen gevonden in Noord-India en Pakistan uit dezelfde periode. Hiervan werd materiaal ingedeeld bij het geslacht Dryopithecus, maar andere exemplaren werden in nieuwe geslachten ondergebracht. Later werd al het fossiele materiaal ingedeeld bij het geslacht Dryopithecinae,  genoemd naar de Dryaden uit de mythologie. Er kunnen nu drie á vier typen worden onderscheiden. 

De Dryopithecinae ontstonden ca. 18 mjg. In het Midden-Mioceen (ca. speelden zij een grote rol in Indië en Afrika. Ook kwamen zij in Europa voor. Het waren op vier ledematen lopende apen die kon lopen en springen op de grond en in de bomen, en op beide achterpoten kon staan. Ze hadden echter niet de lange armen die de huidige apen kenmerken.

In de tweede helft van het Mioceen verdween Dryopithecus en werd vervangen door vertegenwoordigers die leken op de huidige Apen van de Oude Wereld(Meerkatachtigen, Hondsapen). Deze waren beter aangepast aan het eten van grassen en bladeren dan Dryopithecus, die zich slechts kon voeden met vruchten, jonge scheuten en bessen.

  •  
    DryopithecusDryopithecus heeft door zijn “menselijke” trekken de aandacht getrokken en wordt door sommigen dan ook gezien als een voorouder van de Mensachtigen, de familie primaten die zich van andere apen onderscheiden door hun grotere formaat en het ontbreken van een staart.  

    De Dryopithecus zou volgens deze opvatting de laatste gemeenschappelijke voorouder geweest  zijn van de Pongo familie (Ponginae) (Orang-oetang) en de familie Homininae(Gorilla’s  en Hominini), of daar erg dicht bij in de buurt zitten

  • De Drypithecus gedroeg zich waarschijnlijk zoals de mensapen van nu, slingerend door de bomen op zoek naar vruchten. Zijn snuit was kort en zijn hersens groot vergeleken met kleinere apen. Opmerkelijk is het dat mannetjes en wijfjes ongeveer even groot waren. Gewoonlijk zijn bij primaten de mannetjes veel groter omdat ze onder elkaar vechten voor paarrechten, maar Proconsul lijkt een uitzondering te zijn geweest


    De Dryopithecus Africanus, de kleinste soort, was een viervoetige boombewoner.  Er zijn te weinig botten opgegraven om te kunnen vaststellen hoe deze dieren zich precies hebben voort bewogen of hoezeer zij gebonden waren aan het leven in de bomen
    09-04-08
    (bron : (verdwenen) Berts geschiedenissite )
    http://gruel.perso.neuf.fr/francais/evolution2_genre_homo.htm
  • Oude (nieuwe wereld) apenkop opgegraven22 03 2006Foto’s tonen een zwart glanzend apenschedeltje ter grootte van een golfballetje.
    Ondanks de ouderdom van 16,4 miljoen jaar is het gezichtje puntgaaf.
    Onderzoekers vonden het in Patagonië, het zuidelijkste puntje van Argentinië. Onderzoekers Marcelo Tejedor en zijn collega’s van de nationale universititeit van Patagonië beschouwen de vondst als voorouder van de breedneusapen in Zuid-Amerika.
    Het huidige kapucijnaapje en het doodshoofdaapje behoren daar ook toe.
    Het zijn uitzonderlijk rappe beestjes, die gezamenlijk jagen en binnen complexe sociale gemeenschappen leven. In vergelijking met de huidige apen heeft de fossiele vondst Killikaike blakei een vergelijkbaar gebold voorhoofd, maar een stuk smallere kaken.
    Daaruit concluderen de onderzoekers dat de evolutie van het brein vooraf is gegaan aan de aanpassing van de kaken. Dat zou betekenen dat intelligentie en handigheid eerst zijn ontstaan.
    Aanpassing van de kaak en tanden aan de winning van taai plantaardig voedsel is van later datum.
    Het tijdperk van de vondst, het Mioceen, wordt evolutionair gekenmerkt door de opkomst van allerlei nieuwe snellere zoogdieren, vogels en knaagdieren.
    De opkomst van snellere roofdieren hield daarbij de evolutionaire druk op de ketelDe fossiele aap Killikaike blakei – Foto: PNAS / Een 12 miljoen jaar oud primatenfossiel dat al 25 jaar ineen Argentijns museum lag, blijkt te behoren tot een nieuwe prehistorischesoort. Het is de directe voorloper van de huidige kapucijnaapjes. Van het aapje, , is het stompe aangezicht en het relatiefgrote voorhoofd over. Verder is op de oude vindplaats in Zuid-Argentinie vorig jaar ook nog een kaakfragment gevonden. Belangrijk aan deze nieuwesoort is dat ze al een grote frontale cortex bezat, het hogere hersendeel dat verantwoordelijk is voor planning en organisatie van gedrag. Volgens een bepaalde berekeningswijze van de hersenhoeveelheid ten opzicht van het lichaamsgewicht zou Killikaike zelfs het intelligentste wezen van 12miljoen jaar geleden kunnen zijn, zo schrijven paleontologen in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). Er zijn heelweinig fossielen van Zuid-Amerikaanse aapjes bekend.K.blakei is characterised by a relatively short face, narrow interorbital region, deep orbits, high arched frontals, complete post orbital closure and non-bunodont teeth. It’s dental formula is 2.1.3.3. and its’ dental arcade is notu-shaped like in other cebids. Size of the anterior cranial fossa was used to estimate brain size – apparently Killikaike blakei had a similar size brain to modern species such as Cebus and Saimiri —->http://scienceblogs.com/afarensis/2006/12/02/know_your_primate_saturday_edi_1http://www.cite-sciences.fr/francais/ala_cite/science_actualites/sitesactu/magazine/article.php?id_mag=3&lang=fr&id_article=6023Marcelo F. Tejedor, Ada´n A. Tauber, Alfred L. Rosenberger, Carl C. Swisher III, and Marı´a E. Palacios, 2006 New primate genus from the Miocene of Argentina, PNAS 103(14):5434-5441http://www.sciencedaily.com/releases/1999/10/991015080116.htm

29 oktober 2013

Eerst wegrennen, dan slang herkennen

 

29/10/2013 | Pieter Van Dooren
Ook al eens geschrokken van de tuinslang in uw gazon? Nog voor u besefte wat u zag, hadden uw hersens al beslist van liever blode Jan… Wij reserveren dan ook een deel van onze hersens enkel om op de uitkijk te zitten voor slangen.
Eerst wegrennen, dan slang herkennen

 

‘Aapachtigen ontwikkelden scherp zicht voor slangen’

Het scherpe zicht van primaten ontstond mogelijk door selectiedruk uitgeoefend door  slangen, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Japanse_makaak

File:Yakusaru monkey.JPG

Een grote groep specifieke zenuwcellen (1) van JAPANSE MAKAKEN  ( Macaca fuscata )wordt bijzonder actief als de dieren kijken naar beelden van slangen.

De neuronen reageren veel heftiger dan andere zenuwcellen die gevoelig zijn voor het waarnemen van bedreigingen.

De bevindingen suggereren dat het goede zicht van aapachtigen miljoenen jaren geleden is ontstaan onder invloed van het gevaar van slangen in de jungle. Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Californië in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Elektroden

De wetenschappers gebruikten bij hun studie twee resusaapjes uit een apenverblijf in Japan die nog nooit een slang hadden gezien. Bij de dieren werden elektroden geïmplanteerd in een hersenengebied dat is betrokken bij zicht.

Op die manier konden de wetenschappers meten hoe specifieke hersencellen reageren op visuele prikkels.

De aapjes werden vervolgens geconfronteerd met verschillende afbeeldingen van slangen, maar ook met foto’s van bedreigende apengezichten en niet-bedreigende symbolen zoals sterren en vierkantjes.

Gezichten

Van de ongeveer honderd hersencellen die actief werden bij het kijken naar de beelden reageerde 40 procent het sterkst op slangen.(1)

Daarmee lijkt het brein van de aapjes  gevoeliger voor slangen, dan voor bijvoorbeeld gezichten van soortgenoten. Slechts 29 procent van de hersencellen werd namelijk actief als de dieren naar apengezichten keken.

Wetenschappers vermoeden al langer dat de dreiging van slangen zorgde voor de evolutie van een scherper zicht bij de voorouders van apen en mensen. De nieuwe studie ondersteunt die theorie.

–dergelijke ontwikkelingen  zijn evenwel  niet doelgericht  — > Evolutie werkt uiteraard  door natuurlijke selectie: differentieel reproductief succes.  : Aapachtigen die  dus  minder goed reageerden op slangen hadden gewoon minder kans om nakomelingen op de wereld te zetten dan aapachtigen die beter reageerden, en dus werd de eigenschap verspreid en bekrachtigd en geoptimaliseerd .

Niet-bedreigende visuele stumuli zijn “niet-bedreigend” omdat ze in het evolutionaire verleden van de soort niet en/of nooit bedreigend zijn gebleken (of nooit zijn voorgekomen) en dus is er geen  (huidige ) reflex- reactie aan gekoppeld.Voor (beelden van) slangen geldt dat dus wel; als zo’n voorouder met een slang in aanraking kwam dan strekte een ingebouwde schrikreactie hem tot voordeel ten opzichte van zijn buurman die die reaktie (toevallig) niet vertoonde. Vandaag de dag bestaat de populatie dus uit nakemelingen van degene die wel wegrende voor slangen – en niet andersom.                                                                                                             Sommige mensen denken dat evolutie moeilijk te begrijpen is maar het is echt een hartstikke simpel principe, een kind kan het snappen.Je moet alleen wel de realiteit willen zien, anders kom je steevast met moedwillige misverstanden, zoals het eeuwige reli mantra dat zegt dat complexiteit niet “bij toeval” kan ontstaan. Nee dat kan niet nee. Maar dat is dus ook niet wat “evolutie door natuurlijke selectie” is (dat tweede deel -selectie- is waar het om gaat).

Het bliksemsnel herkennen van mogelijke slangen moet onze voorouders een duidelijk hogere overlevingskans geboden hebben 

Evolutie

“Ik kan geen andere verklaring voor de gevoeligheid van deze neuronen bedenken dan een evolutionair pad”, verklaart hoofdonderzoekster Lynne Isbell op de nieuwssite van de Universiteit van California Davis.

“Deze resultaten zijn consistent met het idee dat dat slangen een sterke selectieve druk hebben uitgeoefend op primaten”, aldus Isbell.

Waarschijnlijk evolueerden de eerste “giftige slangen” ongeveer zestig miljoen jaar geleden. De eerste primaten doken 65 tot 85 miljoen jaar geleden op.(2)

(Door: NU.nl/Dennis Rijnvis)

(1)

Deze cellen zijn gevestigd in  “In het mediale en dorsolaterale pulvinar  “.  Het PULVINAR ( latijn voor “kussentje ” ) is een hersendeel dat enkel bij de  primaten (vnml  apen , mensapen  en mensen )voorkomt 

Primaten hebben een sterk ontwikkeld zicht , mede dankzij ingewikkelde en energievretende hersenstructuren die andere dieren niet hebben . Weinig diieren kijken zo goed in stereo ( en in kleur )als juist de primaten….We zijn eveneens een kei in het negeren van schaduwen . We zien alle bladeren aan een boom als even groen , ook al wisselt hun kleur eigenlijk voortdurend door het spel van licht en schaduw . En we hebben die slang (bewegend of niet ) of zelfs een slangachtige tuinslang ,  meteen gezien tussen de bladeren .

Dank zij de pulvinar dus , een structuur die ook werkt bij andere dreigingen ( –> de schaduw van grote roofvogels / een kwaad gezicht ).Het pulvinar is rechtstreeks verbonden met ons netvlies , zonder een omweg via cellen die aan beeld-herkenning en analyse  doen .Het is ook rechtstreeks verbonden met een motorische kern die in ontwijkingsgedrag gespecialiseerd is  ; de bovenste colliculus

De pulvinar cellen bleken geen fijn detail nodig te hebben ( zoals schubben ) om de slang te herkennen  en bleken   onmiddelijk   reflexmatig paraat . Ruwe “slangerigheid ” was al genoeg:  Eerst wegspringen  en dan de details bekijken ( —> bij de mens is de ” slangerigheid ” zelfs “duivels ” demonisch of een “boze geest”—> Cultureel -aangeleerde  herkenningsmethodes en repertoires  die de relfex nog versterken doordat nog sneller wordt “herkent” ook al is de  voorhanden  confrontatie ,de allereerste keer )

(2)

Een beetje een  onzinnige  conclusie  —> Net alsof  alleen gifslangen “gevaarlijk” zijn  —->  ook wurgslangen zijn  grote  liefhebbers van primatenvlees  … Maar  in  feite zijn ALLE slang-achtigen  ” gevaarlijk”  in de apen-perceptie en niet alleen de giftige soorten

°

Bronnen :
Van Le, Q., L. A. Isbell, J. Matsumoto, M. Nguyen, E. Hori, R. S. Maior, C. Tomaz, A. H. Tran, T. Ono, and H. Nishijo. 2013 Pulvinar neurons reveal neurobiological evidence of past selection for rapid detection of snakes.
Proceedings of the National Academy of Science, early edition: 10.1073/pnas.1312648110
Pulvinar neurons

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

3 Responses to PRIMATEN EVOLUTIE

  1. Pingback: MENSACHTIGEN EN MENS « Tsjok's blog

  2. Pingback: oude split mensapen – apen | Tsjok's blog

  3. Pingback: Archicebus achilles | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: