PLATVISSEN


 

Trefwoorden

Vissen

PLATVISSEN 

• This is the skeleton of a Flatfish
• The skeleton is made up of the bones on the inside of the fish.
• A fish is an animal that lives in water, has gills, a cold blooded metabolism, fins but no legs, and is covered in scales.
• Flatfish live on the bottom of the sea.
• Flatfish are flattened from side-to-side so it can lie on the sea floor.
• Flatfish eat shrimps, squid and other fish.
http://www.thinktank.ac/page.asp?section=501§ionTitle=Flatfish+skeleton

Image © Birmingham Museum & Art Gallery

For the more advanced:

There are many different kinds of Flatfish, all of which belong to the Order with the scientific name Pleuronectiformes. This order includes many economically important fish, such as plaice, flounders, sole, turbot, dabs and halibuts.

Flatfish eat algae, plankton, marine worms, shrimps and other crustaceans, sea urchins squid and fish.

Most bony fish are flattened from side-to-side, whereas most cartilaginous fish (such as sharks and rays) are flattened from top to bottom. As the Flatfish is a bony fish, it lies on one side on the bottom of the sea.

As Flatfish lie on the sea bottom on one side it means one eye would always be looking at the sea floor. Baby flatfish swim above the surface like ordinary fish and have one eye on each side of the head, but as they grow up they begin to lie on one side, and the bottom eye migrates onto the other side of the head.

Most Flatfish have changeable protective colouration that helps disguise them from predators and prey. As they live on the sea bottom, many species partially or completely cover themselves with sediment to make them even more difficult to spot.

This is a small Flatfish only 28 cm long and 18 cm wide. The largest flatfish is the world is the Atlantic Halibut (with the scientific name Hippoglossus hippoglossus) which can grow to over 2 metres long and can weigh 325 kilograms.

For more information on Flatfish visit:

Absolute Astronomy, at: http://www.absoluteastronomy.com/topics/Flatfish

Animal Diversity Web, at:
http://animaldiversity.ummz.umich.edu/site/accounts/pictures/Pleuronectiformes.html

For more details of the collections at the Birmingham Museum Collection Centre (MCC), see:
http://www.bmag.org.uk/Museum-collections-centre

Provided by ‘Exploring the Natural World’, showcasing stunning specimens from Museums across the West Midlands of the UK. For more fascinating objects and data sheets visit: http://www.thinktank.ac/landing.asp?section=424§ionTitle=Exploring+the+Natural+World

Een platvis is geen platte vis

Trefwoorden

http://www.kennislink.nl/publicaties/wandelende-ogen

Ook al lijken ze totaal niet op elkaar, platvissen worden als rondvissen geboren! Uit de bevruchte eitjes komen larven, vaak niet meer dan enkele millimeters groot en daarmee de kleinste gewervelde dieren die we kennen. Die larven hebben een rondvis-symmetrie met een duidelijke linker-, rechter-, boven-, en onderkant. Het kleine grut zwemt vrij in het water. De meeste van de ruim dertigduizend vissoorten zijn rondvissen, zelfs die onwaarschijnlijk afgeplatte koraalvlinders die je bij koraalriffen ziet. Een platvis is echter geen platgeslagen pannenkoekversie van de rondvis. In meer dan 550 vissoorten ondergaan de larven een gedaanteverwisseling. Zoals een dikkopje een kikkertje wordt, worden deze larven platvissen.

Een in het oog springende metamorfose

De vissenmetamorfose begint met een verplaatsing van het oog. Eerst vrijwel onmerkbaar, maar net als bij loensende mensen zie je al heel snel dat de ogen van een larfje niet meer keurig naast elkaar staan. De larven kijken duidelijk scheel; één van de twee ogen verandert van plaats. In de meeste platvissoorten begint het linkeroog aan een reis naar de rechterkant van de schedel. Schedelbeenderen moeten wijken voor het bewegende oog, en in het kielzog van het verschuivende oog wordt de lege ruimte weer opgevuld met bot. In feite wordt de hele schedel van de platvis opnieuw in model gebracht.

Vissenoog-stadia

Hier zie je vissenlarven van de platvis Senegalese tong (Solea senegalensis), van 12, 18 en 24 dagen oud. De metamorfose begint meestal als de larven 15 dagen oud zijn, daarvoor zijn ze nog symmetrisch. In de larve van 18 dagen zie je al dat het linkeroog bijna de schedel heeft overgestoken. Yvette Wunderink, Universiteit van Cádiz (Spanje)

De verbouwing

Het migrerende oog verandert letterlijk de kijk van de platvis op de wereld. De hersenen moeten opnieuw geijkt worden op het nieuwe blikveld: waar eerst de ogen aan weerszijden van de kop zaten bevinden ze zich aan het einde van de metamorfose aan één zijkant. De metamorfose maakt van een rondvis een platvis die prachtig is aangepast aan een leven op de zeebodem. Door de oogmigratie behoudt de platvis het gebruik van beide ogen. Maar er verandert nog meer, ook zijn huidskleur verandert: de bodemzijde is lichtgekleurd, terwijl de zijde die van de bodem is afgekeerd vaak schutkleuren heeft. De larvale platvis eet plankton, de bodembewonende volwassen platvis is een vleesetende rover. Het maag-darmstelsel moet zich dan ook aanpassen aan het nieuwe dieet.

Een kritieke periode

De metamorfose die de platvislarve doormaakt is één grote voorbereiding op een nieuw leven: van de driedimensionale waterkolom naar de tweedimensionale zeebodem. Maar tijdens deze overgang is de platvis nog niet volledig aangepast aan zijn nieuwe dieet; het maag-darmstelsel is niet gelijk op orde. Tegelijkertijd moet het dier wél veel energie investeren om de uit- en inwendige metamorfose te bekostigen. Veel platvissoorten groeien dan ook niet tijdens de metamorfose en stoppen alle energie in de gedaanteverwisseling. Sommige soorten laten hun eten zelfs staan tot hun maag-darmstelsel weer een efficiënt systeem is. De sterfte onder larven is dan ook juist tijdens deze kritische overgangsperiode het hoogst.

De schele hoofdpijn van Darwin

De voordelen van twee ogen aan één lichaamszijde voor een bodembewonende platvis zijn overduidelijk, maar de evolutie van deze eigenschap vormt een heet hangijzer onder biologen. Volgens Charles Darwin is evolutie een gradueel proces. Veel kleine stapjes leidden uiteindelijk tot de grote variatie in lichaamsvormen we in de natuur zien. Dit zou betekenen dat de allereerste voorouders van onze platvissen slechts een béétje scheel zouden kijken; het eerste kleine stapje op weg naar volledige oogmigratie.

Maar welk evolutionair voordeel zouden deze primitievelingen van hun loensen hebben?

Darwin kwam er niet uit, en beschouwde platvissen als niet-verenigbaar met zijn theorie van graduele evolutie.

Anderen beschouwden platvissen als hopeful monsters, een soort Frankensteins met afwijkende lichaamsvormen ontstaan door één grootschalige verandering en niet een serie heel kleine stapjes.

 Matt Friedman

Heteronectes_matt_friedman

De vondst van wordt gezien als een ‘missing link’ in de evolutie van de platvis. Matt Friedman

Enkele jaren terug echter ontdekte de evolutiebioloog Matt Friedman in een onopgeruimde kast in het Naturhistorisches Museum in Wenen een fossiele afdruk van een nog onbekende vis. Het fossiel was ongeveer 50 miljoen jaar oud en opgegraven in Noord-Italië. Friedman zag tot zijn verrassing een duidelijk asymmetrische schedel, maar veel minder uitgesproken dan in moderne platvissen.

In schol en tong overschrijdt één oog duidelijk de middellijn bovenop de schedel. In dit fossiel bleven de twee ogen aan weerszijden van de kop, maar wel op verschillende hoogte. Een duidelijk schele tussenvorm dus.

Friedman doopte het dier Heteronectes, de ‘anderszwemmer’. Heteronectes wordt beschouwd als een bewijs dat de evolutie van de platvis-asymmetrie inderdaad in kleine stapjes kon gebeuren.

Een beetje scheel

Maar de vondst van Heteronectes als missing link verklaarde nog niet welk evolutionair voordeel deze vis had bij zijn scheelzien.

Daarover kan alleen worden gespeculeerd, en we komen een heel eind als we kijken naar nog levende soorten.

Veel platvissen gebruiken hun vinnen om zich op te richten van de bodem. Op dezelfde manier zou Heteronectes toch gebruik hebben kunnen maken van beide ogen. Sommige agressieve platvissoorten achtervolgen hun prooi vanaf de bodem het open water in, en dan is het handig om met één oog de prooi in de gaten te houden en met de andere de bodem. De ecologie verklaart de evolutie.

Bronnen:

  • Friedman, M. Osteology of Heteronectes chaneti (Acanthomorpha, Pleuronectiformes), an Eocene stem flatfish, with a discussion of flatfish sister-group relationships, Journal of Vertebrate Paleontology (32)4: 735-756, 2012

Een oog op weg naar de overkant

10 juli 2008 14:19 |

Michiel van Nieuwstadt/Remy van den Brand

File:Solea solea 1.jpg

De tong is een platvis – net als schol en bot – en heeft beide ogen aan een kant zijn kop zitten [Foto: Hans Hillewaert]

Er zijn twee voorlopers/overgangsvoren van de platvissen gevonden, en ze beslissen een oude kwestie in de evolutie-discussies .

De platvissen ontstonden geleidelijk, hun oog ging maar langzaam verhuizen naar uiteindelijk een kant .
Lelijk is de platvis misschien wel, maar een ‘hopeful monster’ is-ie niet, . De vraag was lange tijd of het beest een spontaan verschenen gedrocht (monster) was, of een soort die via tussenstappen uit een normale vis was ontstaan.
Liggend op de zeebodem wacht-ie geduldig op zijn prooi, zijn lijf ingegraven of stevig gedrukt tegen het zand, waartegen hij nauwelijks afsteekt. Alleen de priemende ogen, twee bolletjes op de bovenkant van de platte vis, verraden zijn aanwezigheid. Dat de ogen van een platvis op dezelfde kant van de kop zitten, is natuurlijk erg handig. Want uren op de zeebodem moeten liggen terwijl één oog continu in het zand steekt, is vast geen pretje. Maar hoe handig het ook is, het ziet er niet uit. Platvissen zijn gedrochten.
Desalniettemin zijn ze veelbesproken.
Want juist dat gedrocht-zijn fascineert wetenschappers al eeuwen.
De grote Charles Darwin bijvoorbeeld snapte er niks van. Volgens zijn theorie ontwikkelen soorten zich vooral geleidelijk. Via stapjes of ‘tussenvormen’ veranderen oftewel evolueren ze. Maar in het geval van de platvis leek dat niet zo te zijn gegaan. De platvis was er schijnbaar ineens. In de zee en musea bevonden zich alleen normale vissen – met aan elke kant van de kop een oog – en platvissen. Niks ertussenin.
Tot nu.
De Amerikaanse evolutiebioloog Matt Friedman presenteert deze week in Nature namelijk niet één, maar twee tussenvormen. Eén daarvan is geheel nieuw voor de wetenschap en gevonden in een stoffige la in het depot van het natuurhistorisch museum in Wenen.
Het andere beest was al lang bekend en tentoongesteld buiten het depot, maar verkeerd geplaatst in de soortenboom, zo blijkt nu.
De platvissen ontstonden uit vissen met een gewone torpedovorm die ooit, vele miljoenen jaren geleden op hun rechter- of linkerzij, zijn gaan liggen op de bodem en ook zo zijn gaan zwemmen.
Volgens de “hopefull-monster “theorieen zou dat in één klap gebeurd moeten zijn: door één enkele macro- mutatie die toevallig goed uitpakte.
Het alternatief: dat de platvissen stap voor stap ontstonden uit vissen wier linker oog beetje bij beetje overstak naar de andere kant van het lichaam, is voor sommige theoretische evolutionair biologen ( = en creationisten ) te gek om waar te zijn. Zo’n loensende vis zou het immers afleggen in de strijd met symmetrische soortgenoten.

Georgi Pchelarov The Classification of Fishes

Darwin wist al dat een platvis zijn leven niet start als een gedrocht. Een jonge tong, schol of bot is namelijk een heel gewoon visje, met het ene oog op de rechterkant van de kop en het andere links van het midden. Gedurende de ontwikkeling van de vissenlarve maakt één van beide ogen een wandeling, via de bovenkant van de kop, richting het andere oog. Eenmaal op de andere helft aangekomen, blijft het daar. Resulterend in het gedrocht dat een volwassen platvis is.

download <–

Eyes on one side: This series of skeletal images shows how a flatfish skull changes as one eye migrates to join the other. This process happens as fish go from fry to adult. A close look at fossils suggests evolution of this trait took many thousands to millions of years.

FISH EVOLUTION from Science News on Vimeo. http://www.sciencenews.org/view/generic/id/33976/title

This video shows the development of a flatfish from its juvenile to adult stage. Near the end, the fish’s eyes appear together on one side of its head. The stages of development of one flatfish essentially mirror the evolutionary history of adult flatfish morphology.

Bij de vissen die Friedman nu beschrijft, is die wandeling niet helemaal voltooid. De ogen van het nieuw beschreven geslacht ‘Heteronectes’ en de ópnieuw beschreven soort ‘Amphistium’ hebben de andere kant van de schedel niet gehaald. Ze zijn vlak voor het midden blijven steken.

Skulls of primitive pleuronectiforms showing incomplete orbital migration intermediate between generalized fishes and living flatfishes. The evolutionary origin of flatfish asymmetry

Matt Friedman Nature 454, 209-212(10 July 2008) doi:10.1038/nature07108

a, Heteronectes chaneti gen. et sp. nov., holotype, NHMW 1974.1639.25 (dextral morph); transfer preparation dusted with ammonium chloride and presented in right-lateral view. b, Counterpart, NHMW 1974.1639.24; transfer preparation dusted with ammonium chloride and presented in left-lateral view, showing migrated orbit. c, Amphistium paradoxum, Mus챕um national d’Histoire naturelle, Paris (MNHN), MNHN 10878b/Bol87 (sinistral morph); specimen presented in left-lateral view (photo credit: C. Lemzaouda, MNHN). d, Interpretive drawing. Solid grey shading indicates impression; diagonal hatching indicates damaged bone. e, Amphistium altum, Natural History Museum, London (BMNH), BMNH P. 3940 (dextral morph); silicone peel dusted with ammonium chloride and presented in left-lateral view, showing migrated orbit. f, Interpretive drawing. bsp, basisphenoid; ent, entopterygoid; f, frontal; hym, hyomandibular; la, lacrimal; le, lateral ethmoid; m.o, dorsal margin of migrated orbit; mes, mesethmoid; pmx, premaxilla; psp, parasphenoid; ri.par, parietal/epioccipital ridge; ri.pto, pterotic ridge; scl, sclerotic ring; sn, supraneural; soc, supraoccipital; names followed by ‘r’ or ‘l’ indicate right or left feature, respectively; ‘?’ indicates uncertain identification. Scale bars, 10 mm.

De kop van een ‘Heteronectes’ van twee kanten bekeken. Aan de ene kant van de kop zit het oog nog op de normale plek, het oog op de andere helft is aan de wandel gegaan [Foto: Matt Friedman]

Missing link’ flatfish has eye that’s moved halfway across its headhttp://scienceblogs.com/notrocketscience/2008/07/missing_link_flatfish_has_eye_thats_moved_halfway_across_its.php

Caught in the Middle: Transitional Flatfishes

ResearchBlogging.orgOne of the quirkiest products of evolution is the flatfish, of which there are several different species in the Pleuronectiformes order. They inhabit the sea-floor, and display some rather clumsly-looking adaptations. The ancestors of the flatfish, like other species of bony fish, were not flattened horizontally. But over time, they evolved into flat creatures that glide over the sea floor. The evolutionary history of these creatures isthought to be recapitulated in their development, which can be seen in the following videos:

As you can see, one of key developments is the migration of one eye from the bottom-facing side to the top. You can view the result of this curious adaptation in the picture below of the witch flounder (Glyptocephalus cynoglossus), which I snapped at an aquarium in Quebec City. The flatfish presents a textbook example of an evolutionary adaptation, although for a long time fossils that captured a transitional state between a symmetrical and asymmetrical skull were lacking. But this has changed with a new paper in this week’s Nature, which describes Eocene fossils that support a gradual evolution of the flatfish.Matt Friedman, the author of the paper, made his discovery while searching through neglected specimens in the basements of museums. One of the specimens is of a new species, which Friedman named Heteronectes chaneti, and it displays asymmetrical skull bones. The frontal bone on one side is smaller than on the other, and the orbit is displaced. However, like in most modern flatfish species, the orbit does not cross the dorsal midline to the other side. It represents an intermediate condition. Friedman also studied specimens of the Amphistium genus, which were once thought to have symmetrical skulls. However, Friedman used a computed tomography (CT) scan to study these skulls with greater detail, and was able to determine that they too exhibit an asymmetrical cranial morphology. He was also able to determine that these specimens are of adults by noting that they had completely mineralized skulls, which would not be the case if these were juveniles. Furthermore, all the Amphistium specimens are within a consistent size range, making it unlikely that they belong to a juvenile stage. The anatomical characteristics were also compared with the living Psettodes, a primitive flatfish, in order to confirm that the fossil specimens correspond to the adult stage. Friedman was also able to place Amphistium in the same lineage as modern flatfish species, by noting other shared characteristics in addition to the displaced orbits. Heteronectes and Amphistium also retain certain features of the ancestral perciformes. Some flatfish species tend to flatten towards one side, whereas the more primitive ones like Psettodes are observed to flatten in either direction. The Amphistiumspecimens display a similar pattern, with some flattening to the left and others to the right.Friedman’s findings provide strong evidence for a gradual evolution of Pleuronectiformes by bringing key fossil evidence to the table. They also highlight the fact that many exciting discoveries are made not only out in the field, but also in dusty basements of museums, where forgotten specimens are waiting to be examined with modern techniques and a fresh perspective. You can read more about this paper at The LoomNot Exactly Rocket Science, and GrrlScientist’s blog.(Heteronectes chaneti)Friedman, M. (2008). The evolutionary origin of flatfish asymmetry. Nature, 454(7201), 209-212. DOI: 10.1038/nature07108

Phylogenetic analysis of the order Pleuronectiformes (Teleostei) based on sequences of 12S and 16S mitochondrial genes
http://www.scielo.br/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S1415-47572008000200023

Onderzoekers die Amphistium voor Friedman onder de loep hadden genomen, dachten dat het gekke oog, zo vlakbij de bovenkant van de kop, stuk was gegaan tijdens het proces van fossilisering. Verder was het een heel gewone vis, vonden ze, met een symmetrische kop. Maar Friedman bestudeerde twee Amphistium-fossielen uit het Londense natuurhistorisch museum nog eens grondig, legde ze onder de scanner en concludeerde vervolgens dat de ‘beschadigingen’ van beide versteende vissen zo op elkaar leken, dat er eigenlijk geen sprake meer van beschadigingen kon zijn. Het zou wel heel toevallig zijn als ze precies op dezelfde manier stuk waren gegaan.

De onderzochte fossielen van Amphistium en Heteronectes waren ook geen jonge vissen, simpelweg overleden op een moment dat de wandeling van het oog nog niet was voltooid. Daarvoor zijn ze te groot en zijn hun botten te stevig, schrijft Friedman in Nature.

Jonge levende platvissen van wie het oog nog aan de wandel is, hebben nauwelijks of geen bot. Dat moet zich nog ontwikkelen. Kortom: de fossielen van Friedman zijn volwassen vissen met een gek, half gemigreerd oog. Oftewel een tussenvorm, ergens tussen gewone vis en platvis in.

Na darwin beweerde de Duitser Robert Goldschmidt (1878-1958) dat evolutie niet bestaat uit kleine stappen, zoals Darwin dacht, maar uit grote sprongen. Zogenaamde macromutaties in het DNA van dieren zouden ervoor zorgen dat er ineens gedrochten ontstaan, door Goldschmidt ‘hopeful monsters’ gedoopt. De platvis zou zo’n hopeful monster zijn: lelijk, maar ’t werkt wel.

Creationisten citeerden de theorie van Goldschmidt, maar vele andere wetenschappers vonden dit onzin, of althans het extreme karakter daarvan.

De natuur kon wel eens een sprongetje(= saltationisme ) maken, vond bijvoorbeeld bioloog en paleontoloog Stephen Jay Gould (1941-2002), maar niet continu van die enorme ‘leaps’ zoals Goldschmidt ze beschreef.

Macromutaties zouden een dier bovendien waarschijnlijk meer kwaad doen dan goed.

De discussie platvis lijkt nu ten einde. Dankzij Matt Friedman, geen grote als Darwin, Goldschmidt of Gould, maar gewoon een promovendus aan de universiteit van Chicago. Maar misschien wordt hij wel zo’n grote. Hij deed in ieder geval al eerder een grote ontdekking. In 2006 meldde hij in een ander vooraanstaand tijdschrift dat een fossiel dat eerder bestempeld was als een algemeen voorkomend beest, een coelacant was, een beroemde maar zeldzame oervis.

(Nature ) Phylogenetic placement of Heteronectes and Amphistium and implications for the origin of cranial asymmetry in flatfishes.

a, Topology arising from the analysis of a matrix comprising 19 taxa coded for 58 morphological characters (8 ordered) (number of cladograms = 1; cladogram length = 135; consistency index = 0.50; retention index = 0.74; rescaled consistency index = 0.37). Heteronectes and Amphistium are placed as successively more crownward plesions on the flatfish stem. Unordered analyses reconstruct these taxa in the same position. Numbers at nodes indicate Bremer decay index, bootstrap support and jackknife support, from top to bottom, respectively. Extinct taxa are marked (†) and ‘–’ indicates that bipartition occurs in fewer than half of cladograms arising from bootstrap or jackknife analysis. Previous placements of Amphistium outside Pleuronectiformes are rejected. See Supplementary Information for full details of the analysis. b, Reconstruction of Amphistium, showing sinistral (front) and dextral (back) individuals in the left lateral view (modified from ref. 20). c, Simplified cladogram adapted from a showing the progression of orbital migration across flatfish phylogeny. Neurocrania are depicted in left lateral (top), dorsal (middle) and right lateral (bottom) views.

De meer dan vijfhonderd soorten platvissen die tegenwoordig leven, kunnen dankzij hun camouflage plat op de bodem haast onzichtbaar zijn voor roofdieren en prooi. Hun evolutionaire geschiedenis is zelfs voor de oplettende platvisconsument lastig herkenbaar, maar het kan wel, zegt paleontoloog Philippe Janvier, verbonden aan het natuurhistorisch museum in Parijs.

In sommige platvissen liggen de ogen aan de bovenkant niet geheel symmetrisch”, aldus Janvier . „En de mond staat bij veel platvissen schuin en niet horizontaal, zoals het hoort.”

Janvier bespreekt in Nature de ontdekkingen van Friedman. Aan de jonge platvissen die tegenwoordig leven is hun evolutionair verleden nog duidelijker af te lezen, vertelt Janvier.

Als larve zijn platvissen namelijk symmetrisch. Pas wanneer ze uitgroeien, beweegt één van hun ogen over de bovenkant van de kop naar de andere kant.”

Dat vissen met twee ogen aan 챕챕n kant plotseling ge챘volueerd zouden zijn uit vissen met ogen aan weerszijden werd in de jaren dertig geopperd door geneticus Robert Goldschmidt.

Zo’n ‘veelbelovend monster’(hopefull monster ) zou in een enkele ingrijpend genetische mutatie kunnen ontstaan.

Critici zoals de Britse evolutiebioloog Richard Dawkins geloven in het geheel niet in dit soort sprongsgewijze veranderingen.

Ook al is experimenteel aangetoond dat een betrekkelijk eenvoudige ingreep op genetisch niveau het uiterlijk van een beest of plant dramatisch kan veranderen.

Zo kunnen genetici in het lab de poten van een fruitvlieg op de plaats van zijn ogen zetten. Maar de kans dat zo’n drastische verandering ineens de mogelijkheden voor een grote schare gezonde nakomelingen verbetert, is volgens Dawkins zo goed als nihil.

Nu toont Friedman dus aan dat de platvis zijn leven niet te danken heeft aan zo’n gelukkig genetisch ongeval. Welk direct voordeel de gewone torpedovormige vis had bij zo’n loensende blik blijft vooralsnog onduidelijk.

In zijn recente boek Het verhaal van onze voorouders merkt Dawkins op dat asymmetrische dieren vrij zeldzaam zijn. Een uitzondering is de scheef zwemmende pijlinktvis, de wonky-eyed jewelsquid, die met een groot linkeroog naar boven en met een klein rechteroog naar beneden speurt.

„Veel diersoorten kunnen hun ogen onafhankelijk van elkaar bewegen”, zegt paleontoloog Janvier.

Niet alleen vissen, maar ook een landdier als de kameleon. Dat heeft het voordeel dat je zowel boven als onder je kunt waarnemen. Misschien lagen de voorouders van onze platvissen in hinderlaag, net als de moderne platvissen, maar dan op hun zij. Een scheef oog zou hen geholpen hebben om prooidieren met twee ogen waar te nemen als ze hun lichaam een beetje van de grond tilden. Dan zouden ze bijvoorbeeld beter in staat zijn om de afstand tot een prooidier in te schatten.”

Matt Friedman: ‘The evolutionary origin of flatfish asymmetry’, Nature, 10 juli 2008

http://www.nature.com/nature/journal/v454/n7201/abs/nature07108.html

Philippe Janvier: ‘Squint of the fossil flatfish’, Nature, 10 juli 2008

Christopher Taylor at Catalogue of Organisms wrote The Ugly Stick in Action.

Ed Yong at Not Exactly Rocket Science wrote‘Missing link’ flatfish has eye that’s moved halfway across its head.

GrrlScientist at Living the Scientific Life wrote The Mysterious Origin of the Wandering Eye.

Carl Zimmer at The Loom wrote Dawn of the Picasso Fish.

Gedaanteverwisselingen

Platvissen zijn ‘bijzondere’ vissen. Zij beginnen hun leven als ‘normale’ vissen, keurig symmetrisch, recht met hun rug naar boven. Het duurt een week of zes tot de ‘rondvisjes’ zich hebben ontwikkeld tot platvis. De gedaanteverwisseling (zie onder) begint met het ‘afplatten’ van het lijf, waarna de vissen steeds meer de neiging krijgen naar 챕챕n kant over te hellen. Het pigment in de huid verhuist naar 챕챕n zijde.(1)

De schol

De jonge schol beweegt zich in het water een beetje scheef voort.

De volgende fase is spectaculair: het linkeroog verhuist van de witte naar de donkere zijde. In de schedel ondergaan de beenderen een ingrijpende verandering, maar de bek van de vis blijft vrijwel hetzelfde.

Zodra de metamorfose is voltooid, zwemt de schol horizontaal en kan hij zich op de zeebodem neervlijen, bij voorkeur gedeeltelijk in het zand.

Schol is een platvis die zich op de bodem van de zee ophoudt en zich daarin ‘ingraaft’.

De schol kan zich op de zeebodem prima camoufleren. De intensiteit en het patroon van de bovenkant van de schol, de gepigmenteerde zijde, kan namelijk worden aangepast aan de zeebodem.

    
In 1960 was een vrouwtjesschol volwassen bij een lengte van 35 cm; tegenwoordig is dat nog maar 30 cm.
De Tong
De eitjes hebben een diameter van 1 à 1,5 mm en zijn “pelagisch”, dat wil zeggen drijvend. Na ongeveer 2 weken komen daaruit de amper 0,5 cm lang zijnde visjes. Ze hebben, zoals de meeste jonge vissen, een dooierzak, welke hen in staat stelt de eerste dagen van hun bestaan op hun eigen voedselreserve te teren. In deze periode hebben ze een zwemblaas ontwikkeld en zijn ze geheel normale kleine visjes geworden. Heel normaal betekent hier dan dat ze gewoon met de buik naar beneden zwemmen en dat aan iedere kant van de kop zich één oog bevindt. De bek is eveneens heel gewoon symmetrisch.
Maar nu treedt een eigenaardige verandering op.
Dit duurt ongeveer 10 weken en dan is het gewone jonge visje veranderd in een kleine tong van amper 5 cm lang.
Het visje wordt platter, maar niet zoals de rog die ruggelings platter wordt, maar zijdelings.
Alsof ze het nu moeilijker krijgen om hun evenwicht te bewaren, beginnen ze stillaan over te hellen.
Alle jonge tongen hellen naar links.
Terzelfder tijd krijgt hun linkeroog er genoeg van en verplaatst zich naar boven. Het schuift langzaam over de kop tot het tenslotte aan de rechter zijde belandt.
Dan groeit de rugvin verder naar voor tot ze voorbij het oog komt. Soms gebeurt het dat de rugvin het eerst is, dan moet het oog maar dwars door de kop, die nog kraakbenig is, naar de rechterzijde.

Gelijktijdig is de bek meer en meer scheef getrokken, zodat de grootste opening naar links is. Daar komen ook de vele kleine tandjes.

Wanneer deze eigenaardige verandering gebeurd is, gaat het jonge broed nog meer overhellen, tot het tenslotte met de linkerzijde naar beneden zwemt.

Dan gaat het ook naar de bodem en wordt aldus een echte, zij het nog kleine tong. De linkerzijde, die dus voortaan gedoemd is om steeds naar het zand en slik gekeerd te zijn, verliest nu zijn kleur en wordt wit.

De zwemblaas, die een bodembewoner als de tong niet meer nodig heeft, verdwijnt dan ook heel eenvoudig.

Deze ganse evolutie komt bij alle platvissen voor.

De meeste hebben wel een vaste kant; dat wil zeggen dat het steeds de rechter- of linkerkant is die boven gekeerd is.

familieleden van de tong

1. de familie “BOTHIDAE” waaronder de tarbot en de griet

http://en.wikipedia.org/wiki/Turbot
http://en.wikipedia.org/wiki/Flatfish

2. de familie “PLEURONECTIDAE” waarvan enkele vertegenwoordigers: de heilbot, schar, schol, bot

heilbot

heilbot.

*Is de bovenstaande Heilbot het resultaat van een intelligente ontwerper of het resultaat van blinde evolutie ?Tot zes weken oud zwemmen de larven “˜rechtop” en zitten de ogen aan weerszijden van de kop. Na die zes weken verhuizen de ogen naar de andere kant en gaan ze verder als “buik”-schuivers (platvis).

* De griet (Scophthalmus rhombus), een van de belangrijkere platvissen uit de noordzee , kan zijn kleur aan de ondergrond aanpassen en zo zorgt hij voor een goede camouflage. Overigens kunnen alle platvissen dat , maar de griet is wel een kampioen

http://eol.org/pages/994475/overview

Griet

(1)

Dat het ook anders kan zie je bijvoorbeeld bij die andere ” platvissen ” : de roggen : Hier werd een “ronde “vis in de loop van de evolutie ( en deontwikkeling ) platgedrukt ( van rug naar buik =ruggelings ) : Maar dat zijn wel vertegenwoordigers van de oudere kraakbeenvissen ….

Schol

http://www.wur.nl/NL/nieuwsagenda/archief/nieuws/2007/Vissoorten_veranderen_onder_invloed_van_visserij.htm

http://blogs.discovermagazine.com/notrocketscience/2008/07/09/early-flatfish-has-eye-thats-moved-halfway-across-its-head/
http://blogs.discovermagazine.com/notrocketscience/2012/06/26/mystery-of-the-flatfish-head-solved-cough-four-years-ago-cough/

http://www.eurekalert.org/pub_releases/2012-06/foas-mot061912.php

Phylum Chordata > Subphylum Vertebrata > fisheshttp://www.wildsingapore.com/wildfacts/vertebrates/fish/fish.htmhttp://www.wildsingapore.com/wildfacts/vertebrates/fish/pleuronectiformes/pleuronectiformes.htm
The underside is usually pale
and unmarked.The pectoral fin on the underside is usually
reduced. The mouth on the underside
may bristle with tentacles and teeth!

If you learn only 3 things about them …

 They are ‘one-sided’ fishes as adults, but start life looking like other ‘normal’ fishes. Their transformation is fascinating.
 They can crawl slowly using the fins that border the body edge.
They are well camouflaged and some are tiny. Don’t step on them!

Where seen? Like animated leaves, these fishes are encountered on many of our shores.Tiny juvenile soles are sometimes seen by the eagle-eyed visitor on the sand, especially in seagrass areas. These may be as tiny as 2cm long. Some small ones may be mistaken for flatworms! Larger adults (20-40cm) are sometimes encountered too, usually when they are accidentally stepped upon.

What are flatfishes? Flatfishes belong to the Order Pleuronectiformes. These fishes are flat, with eyes on one side of their body.

Single-sided Fish: Flatfishes undergo an amazing change as they grow up. When it first hatches, a flatfish larva looks like the larva of other ‘normal’ fish. As the larva matures, it starts to swim on one side of its body.

One eye moves to what becomes the upperside, also called the eyed side. The mouth and one pectoral fin also becomes asymmetrically distorted.

There are also changes in the skeleton and digestive system. The change may be completed within five days.

Here is a fascinating photo of flounder larva and of flatfish hatching on Image Quest 3-D Marine Library

The underside or blind side tends to be flat and pale. The eyed side has camouflaging colours and patterns. Many flatfishes can change the colours and patterns of the eyed side to blend in with their surroundings. Some species are banded like a zebra on the eyed side!

Roving eye: If the right eye migrates to the left side, the flatfish is left-eyed (sinistral). If the left eye migrates to the right side, the fish is right-eyed (dextral). Left-eyed flatfish include the Family Paralichthyidae (lefteye flounders). Right-eyed flatfish include the Family Pleuronectidae (righteye flounders); Family Soleidae (true soles) and Family Cynoglossidae (tongue-soles). Here’s more on how to tell apart flatfish families commonly seen on our shores..

Best on the bottom:Adapted for life on the sea bottom, flatfishes have been observed ‘creeping’ along the bottom using the fins that edge the body. They swim by undulating their bodies.

What do they eat? The adult flatfish is an ambush predator. It usually lies just beneath the sediment or sand, with only its eyes sticking out. It snaps up small bottom-dwelling worms, crabs and prawns. It also snacks on buried animals such as bivalves.

Human uses: Many flatfishes are edible and some species are important commercially. Soles are said to retain their flavour for days.

Status and threats: Our flatfishes are not listed among the threatened animals of Singapore. However, like other creatures of the intertidal zone, they are affected by human activities such as reclamation and pollution. Poaching and overfishing can also have an impact on local populations.

Commerson’s sole


Tongue-sole


Peacock sole


Large-tooth flounder


Large-tooth flounder


Ovate sole


Indian halibut

 

Huidige straalvinnigen

De allereerste vissen (primitieve visachtigen) ontstonden aan het eind van het Ordovicium, ca 450 miljoen jaar geleden.

gedurende het Siluur ontwikkelden ze zich verder (eerste vissen met kaken) en werden tijdens het Devoon een dominante factor in zout- en zoetwater.

Aan het eind van het Devoon moet zich een massa-extinctie hebben voorgedaan in de wereldzeeen, waardoor de meeste “stammen” uitstierven. (bv de pantservissen, zoals het 10 m lange monster Duncleosteus)

Overigens : De allereerste haaien ontstonden in die tijd (laat-Devoon).
Haaien zijn “overlevenden” van massa-extincties.
Er zijn haaisoorten die nu in de diepzee leven, die sinds de Jura nagenoeg onveranderd zijn.

Een ander levend fossiel zijn kwastvinnigen, die ook tijdens het Devoon ontstonden, in het Carboon en perm hun bloeitijd hadden en in het krijt uitstierven …dacht men… (Coelacnthidae). Ook dit is een tak die alle “rampen” gedurende de eonen overleeft heeft, zei het dat er nog nauwelijks soorten over zijn.
In de Indische Ocean komen ze hier en daar nog voor. (o.m bij de Comoren eilanden, en in de Indonesische wateren worden ze af en toe gezien/gevangen). ze leven op dieptes van ca 200- 300 meter, meest aan rifranden van de continentale sokkel.

gedurende Carboon en Perm ontwikkelden de overgebleven stammen zich weer, waarna aan het eind van het Perm weer een massa-exitinctie optrad, die nagenoeg al het leven in de oceanen wegvaagde. Slechts 2% van alle soorten overleefde.
Men heeft in permisch mariene afzettingen vastgesteld dat de Oceanen aan het eind van het Perm tgv verzuring en zuurstofgebrek nagenoeg dood waren.

Het is daarom aannemelijk dat de huidige straalvinnigen zich in de Trias vanuit het zoete water weer over de oceanen verbreid hebben.

Een herkolonistatie.

‘Alle huidige straalvinnige zeevis stamt af van zoetwatervis’

10 februari 2012

– Alle straalvinnige zeevis die momenteel rondzwemt in de oceanen, stamt hoogstwaarschijnlijk af van zoetwatervissen

Dat stellen Amerikaanse biologen op basis van een groot onderzoek naar de diversiteit van de straalvinnigen, een klasse die 96 procent van de huidige (bekende ) vissoorten omvat. De biologen van de Universiteit van Stony Brook Universiteit in New York publiceren deze bevinding in Proceedings of the Royal Society B.

Hoornachtige structuren

Straalvinnigen zijn vissen met been- of hoornachtige structuren in hun vinnen. De andere klasse van vissen, kwastvinnigen, heeft een vleesachtige vinstructuur.

De Amerikanen startten hun onderzoek naar de visdiversiteit uit verwondering over de lage biodiversiteit in de wereldzeeën. Het land bestrijkt maar dertig procent van het aardoppervlak, en herbergt toch 70-85 procent van de soorten.

Fossielen

Ook vergeleken met zoetwatermeren en rivieren huisvesten de oceanen relatief weinig soorten: met een veel kleiner oppervlak bevat het zoete water op aarde voor zover bekend 15.150 soorten, de oceanen 14.740.

De Amerikanen reconstrueerden het ontstaan van de soorten die vallen onder de straalvinnigen aan de hand van nog levende vissoorten en fossielen. Daarbij vergeleken ze eigenschappen en voerden ze genetische analyses uit. Ze concludeerden op basis daarvan dat alle zoutwaterstraalvinnigen afstammen van zoetwaterstraalvinnigen en ongeveer 180 miljoen jaar geleden ontstaan zijn.

De allereerste vissoorten ontstonden wel in de oceaan.

De Amerikanen vermoeden dat deze oorspronkelijke zeevissoorten honderden miljoenen jaren geleden zijn uitgestorven, doordat de omstandigheden in zee plotseling onleefbaar werden. Later koloniseerden vissen afkomstig uit zoetwater de oceanen opnieuw.

Ongunstig : Collega-onderzoekers stelden pas nog dat de oceanen mogelijk minder soorten herbergen dan het land (1) omdat een zoute omgeving ongunstig zou zijn voor dierlijk leven.(2)

Hiervoor vonden de Amerikanen geen aanwijzingen.

(1) – in principe zijn er nog maar zeer weinig soorten in de oceanen geïdentificeerd die op meer dan 100 meter diepte leven. Maar op sommige plekken is de oceaan 11 kilometer diep. Grote kans dat je in die milieus (waar aanpassing door druk veel lastiger is als je een zoetwatervis bent geweest) andere vissoorten gaat vinden.
Daarnaast is de zee zoveel meer dan alleen vis.

* Conclusion jumping ” …. Niet heel verwonderlijk dat de zeeën minder biodiversiteit vertoont dan het leven op land of in zoetwater. Immers, voor het splitsen van een diersoort in twee aparte groepen die dan uiteengroeien (en zo dus uit 1 soort twee soorten creëren) is een stuk lastiger in de zee dan op land of in zoetwater.
Dit opsplitsen is moeilijker omdat de oceanen met elkaar verbonden zijn, de landmassa’s en veel zoetwater niet, hierdoor is de kans dat een populatie opgesplitst wordt door een of andere barrière kleiner en dus is de genetische groep niet in staat zich te splitsen. …”

Antwoord
Geografische isolatie( en allopatrische soortvorming ) is lang niet altijd nodig voor soortvorming.
Het bekendste voorbeeld hiervan zijn cichliden die in kratermeren voorkomen.
In een geologisch zeer korte tijd ( minder dan 100.000 jaar uit mn hoofd) is er enorm veel (sympatrische ?) soortvorming opgetreden, ondanks het feit dat ze allemaal in hetzelfde kratermeer leven.

(2)

Miljoenen jaren geleden was de oceaan minder zout ( althans dat wordt aangenomen ___tot nu toe op redelijke gronden en de huidige beschikbare gegevens : ___ ook uit ondertzoek aan oude mariene afzettingen , )

Volgens mij is het nog steeds zo dat over miljoenen jaren gerekend de oceanen steeds zouter worden en in het begin veel zoeter waren.
Water verdampt namelijk en valt als regen weer neer in de bergen en de rest van het land.
Dan stroomt het weer terug naar zee en neemt op zijn weg daar naar toe telkens weer opnieuw allerlei zouten en andere mineralen mee zodat het zoutgehalte van het zeewater steeds geconcentreerder wordt.Het witte zand wat op het strand en op de zeebodem ligt zijn feitelijk ook minuscuul kleine afgesleten stukjes steen en die al die miljoenen jaren door het water worden meegenomen op zijn weg vanaf de hogere droge delen naar zee toe.

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: