TUSSENVORMEN BESTAAN NIET ? 1


 
;      GENERAL 

Zie vooral hier —>   tussenvormen bestaan niet (dit is ook een  uitgebreid   word -document dat apart inplakbaar is op gelijk welke internet pagina  en /of discussieplatform )

laat het  vergezeld gaan van  Vertebrate Fossils FAQ 

http://talkorigins.org/faqs/faq-transitional.html

Wat zijn overgangsfossielen? (Kathleen Hunt)

Wat zijn zogenaamde missing links? (Dominique Adriaens)

MISSING LINK ?
Elk ‘nieuw’ fossiel vult hiaten op en past in het rijtje naast andere fossielen
Ook al spreken de meeste opgevulde hiaten niet tot de verbeelding en wordt het nieuws niet gehaald.
Er worden continu tussenvormen gevonden/gecatalogiseerd die het totaalplaatje weer iets fijnmaziger maken.

Er zijn geen ontbrekende tussenvormen( = missing links )meer nodig

Het totaalplaatje van de evolutie is al een tijdje compleet.
‘Nieuwe’ fossielen voegen niets toe, behalve dat ze het plaatje fijnmaziger maken.

Tussenvorm ( missing link) is trouwens maar een handige benaming .
Er is een begin en een ‘eind’aan alle beschouwde afstammingslijnen .
Het ‘eind’ zijn de diersoorten die wij nu kennen.

In het Devoon was de tiltaalik een levenskrachtige vis ;geen ‘tussenvorm’ maar toen ook een eindproduct van een keten .

Tussenvormen zijn maar tussenvorm wanneer we hun nakomelingsschap in een serie kennen : het zijn uiteraard ook “soorten “ op zichzelf

MISSING LINK

http://scienceblogs.com/pharyngula/2010/12/i_get_email_72.phpThe missing link concept is built on a misconception and denial of the evidence;

The “missing link” is a copy from tabloid journalism. There is no “missing link”, scientists are not looking for one, and it’s silly to argue that we have to find something that evolution does not predict.

It’s populations that evolve, and we have plenty of examples of transitional forms. Look up ring species, or Tiktaalik, or whale fossils, or any of the hominid fossils. What you are calling the “missing links” are out there, and closing your eyes won’t make them go away.

 

Er bestaat natuurlijk niet zoiets als “de missende schakel”(= missing link ) , maar bepaalde fossielevondsten kunnen wel een duidelijker( en vermoedelijk betere ) beschrijving van tussenstadia in het verloop van evolutie tussen colaterale groepen verwanten , geven .

De term “missing link”.

Niet alleen is deze term wetenschappelijk gezien al lang achterhaald en onjuist, het geeft een verkeerde indruk van evolutie,

-Een term kan zich natuurlijk losgemaakt hebben van zijn oorspronkelijke afkomst en verandert van betekenis. Er zijn duizenden voorbeelden. Een ‘computer’ betekent oorspronkelijk ‘rekenmachine’.

Een missing link is een missende schakel, en het idee van schakels komt uit de voorstelling van evolutie als the great chain of being of scala naturae.

In deze voorstelling wordt evolutie gezien als één rechte lijn van

microbe -> ongewervelde -> vis -> amfibie -> reptiel -> zoogdier -> mens.

Wij zijn hierin het eindpunt (de laatste schakel), de rest van de dieren zijn slechts schakels om daar te komen. Dit is een uiterst antropocentrische visie van evolutie die in strijd is met de werkelijkheid (geen rechte lijn, maar een vertakkende boom, de mens niet als eindpunt, maar als slechts één van de vele (nog) niet uitgestorven takken). Daarom vind ik dat deze term niet gebruikt moet worden. Dat gebeurt ook niet meer in de serieuze literatuur, maar helaas nog zeer veel in de populaire boeken, tijdschriften, kranten en documentaires

Vanuit deze misvatting ontstaat ook de vraag die leken (en creationisten!) nogal eens stellen: “als evolutie waar is, waarom zijn er dan nog apen?”, implicerend dat apen (eigenlijk andere apen!) het einddoel van evolutie (de mens) nog niet bereikt hebben.

Het begrip “aapmens” komt ook hiervandaan: letterlijk de ‘schakel’ tussen aap en mens.

De in WOII verdwenen P .erectus ” choukoutien” fossielen ( door de journalistiek erg spitvondig “missing ” links gedoopt ) en de aapmens van Dubois werden door de journalistiek voor het eerst met dergelijke” ontbrekende schakel” labels bedacht en vooral gepopulariseerd als ” catchy phrase “

Ook het begrip aapmens is dus misleidend en zou niet gebruikt moeten worden (correct is hominine (mensachtige)).

Iets gelijks geldt voor ‘zoogdierachtige reptielen’ (beter: synapsida), zoogdieren stammen namelijk niet van reptielen af, het zijn twee verschillende takken die zich naast elkaar ontwikkeld hebben. Evenzo is het idee van ‘hogere’ en ‘lagere’ dieren gebaseerd op deze onjuiste voorstelling van zaken.

Overgangsvorm is het beste alternatief voor missing link, al moet daarbij niet vergeten worden dat elk dier (dat nageslacht heeft) een overgangsvorm is! Ik ben net zo goed een overgangsvorm tussen mijn ouders en mijn kinderen als bijvoorbeeld Tiktaalik dat was tussen zijn ouders en kinderen.

In die zin is Tiktaalik dus net zo bijzonder als elk ander dier. Wat het toch extra bijzonder maakt, is dat dit dier uit de fossiele tak komt van de stamboom van de gewervelde dieren die voor het eerst het land op gingen.

Dispuut over “missing links ” ?
http://www.sciohost.org/ncse/kvd/Padian/Padian_transcript.html
Over” missing links “klik op het hoofstuk

Classification, Ancestors, And Relationships

quote /slide 7

Slide 7

: Summary of what ID proponents do not understand about phylogeny reconstruction.(Right-click to download pdf.)

Zie vooral ook slide 8 waar duidelijk het verschil wordt uitgelegd tussen “linear” and “collateral “ancestry ….

Slide 8: Two kinds of ancestry,lineal and collateral. Collateral ancestor “is a legal term referring to a person not in the direct line of ascent, but is of an ancestral family” (Encyclopedia of Genealogy). Parents are lineal ancestors; siblings are collateral ancestors. Padian’s point is that both are informative about ancestry – you share 1/2 of your genome with your mother, but also share 1/2 with your sister. Similarly, you share 1/4 of your genome with both your grandparent and your cousin. Creationists claim that paleontologists must find direct ancestors to document common ancestry, but this can be done equally rigorously with cladistic methods that identify “sister” and “cousin” groups on the basis of shared characters.   (Right-click to download pdf.)

Credits: Graphic by Liz Perotti, U.C. Berkeley. Reproduced with permission.

Het is, volgens mij, duidelijk dat paleontologen het ALTIJD hebben over “collateral ancestry” , wanneer ze spreken over “transitionals”.

Een ander probleem met de term “missing link” , is dat het suggereert dat er één cruciale diersoort zou hebben bestaan die de link vormt (en als die gevonden wordt het allemaal duidelijk is).

In werkelijkheid zijn het er echter vele geweest, zowel directe voorouders, maar voornamelijk nauw verwante zijtakken (‘collaterale voorouders’).

Het onderscheid tussen beide is meestal overigens lastig, zo niet onmogelijk, te maken, waardoor een overgangsvorm niet noodzakelijk een directe voorouder hoeft te zijn geweest.(wat we trouwens nooit met absolute zekerheid kunnen vaststellen :ze hebben nu eenmaal geen geldige identiteits-kaart of geboorteakte bij )

TERMINOLOGY :

http://network.nature.com/people/henrygee/blog/2009/06/02/one-of-our-links-is-missing
http://www.visualthesaurus.com/cm/wordroutes/1871/

The ABUSE

The creationists’ “missing link” fallacy
http://www.science20.com/between_death_and_data/missing_link_fallacy-75791

http://blogs.discovermagazine.com/loom/2009/06/02/a-darwinius-carnival-plus-some-history-of-missing-links/
http://sandwalk.blogspot.com/2009/06/no-competing-interests.html
http://researchnews.osu.edu/blog/?p=103

ANDERE TALEN

De term ” Missing Link ” is geen exclusief engelstalige term gebleven
Hij is overgenomen door allerlei journalisten in allerlei talen en vooral populair geworden in het journalisten millieu ,
en de internationale “folk”lore , na de perikelen rond de verdwijning van de oorspronkelijke chou-kou-tien fossielen

 

 

OVERGANGSVORM

Het hele begrip “overgangsvorm “is eigenlijk ook al gedegradeerd tot een onding
Immers
elk individueel levend wezen is een overgang tussen dat wat ervoor komt en erna komt in diens stamlijn

Het is ook niet echt nodig voor de evolutietheorie.
Maar
Het is wel gemakkelijk om het te gebruiken als parapluterm bij populair -wetenschappelijk informatief werk zeker nu de term “missing link” helemaal gediskrediteerd is

Overgansvorm/transitional is vooral benadrukt en geadopteerd door creationisten, omdat ze denken dat ze het gemakkelijk kunnen misbruiken(= het is voor hen een synoniem voor missing link en al de prut die daaraan werd vastgeknoopt kan nu opnieuw worden gerecycleerd ) en /of daarmee een punt kunnen scoren.

De truc is:
zodra een fossiel is gevonden van een onvergangsvorm is het geen onvergangsvorm meer, maar een aparte geschapen soort.

Dan beginnen de creationisten onmiddellijk te mekkeren dat er tussen dit nieuwe fossiel en zijn voorganger(s) en opvolger(s) overgangsvormen zouden moeten zijn waarvan geen fossielen gevonden zijn.
Kortom, ze zijn pas tevreden met een stamboom per individueel levend wezen.
Daarom heeft het geduldig en arbeidsintensief plaatsen van elke mooie lijst met overgangsfossielen( tussen groepen ) geen enkele zin.( ze kijken er niet eens naar )

Wat ze er natuurlijk niet bij zeggen – wellicht zijn ze er ook te dom voor – is dat je op die manier ook kan beargumenteren dat ze zelf een alien moeten kunnen zijn .

De gekende stamboom van een doorsnee creationist -is hooguit 500 jaar oud ( er zijn natuurlijk uitzonderingen )maar de crea kan “niet bewijzen “dat al zijn voorouders van daarvoor tot de homo sapiens behoorden.
Evengoed kan je daarom staande houden dat al diens voorouders een jaar of 800 geleden vanuit de planeet Niburu hier op Aarde zijn ingeplant (of zelfs geland / gestrand ) .

 

 

 

 

 

 

 

      tetrapoden.

Transitional fossils illustrating the evolution of the tetrapod limb. Reproduced with the permission of Kevin Padian (2008) Dover/kitzmiller

http://www.sciohost.org/ncse/kvd/Padian/kpslides.html
http://www.geotimes.org/feb08/article.html?id=comment.html
http://www.springerlink.com/content/934652024q2677m1/fulltext.html

(anti- creato)____________________________________________________________________________________________

OVER  EVOLUTIE  van vis naar tetrapoden

°
Eerst waren er rudimentaire pootjes,
vervolgens konden de vissen die die hadden effectief overleven in ondiepe lagunes (buiten bereik van roofvissen!).
Pas in derde instantie leefden “visvoeters” verder landinwaards, en dan nog vooral in en nabij rivieren-
en na verloop van tijd specialiseerden de soorten zo in die omgeving dat ze eigenlijk geen vissen meer waren,
maar effectief de eerste amfibieën op aarde waren geworden.

°Hier komt “Het probleem van Mivart” om de hoek kijken
http://digitaljournal.com/article/267371
“wat heb je aan een half oog?” en “wat heb je aan een beetje camouflage?”, of
“wat heb je aan een halve vin of een halve poot?”.
” Pootjes” zijn niet alleen handig op het land maar ook in het water (zoals de rode poon).
Voor langzaam bewegen is kruipen op je vinnen handiger voor een bodemvis dan zwemmen. (sommige vissen (o.a. een haai ) doen dat

-Trouwens  vissen hebben geen pootje ( evolutionair) bij laten groeien, maar hun vinnen zijn over de loop van miljoenen jaren steeds sterker geworden,totdat ze dus uiteindelijk het hele lichaamsgewicht van het dier konden dragen.
de “pootjes” hoeven niet perse alleen nodig te zijn geweest om op land te kruipen, maar kunnen in het water ook een functie hebben gehad.
Bijv. dat het makkelijker maakt om tussen waterplanten door te manoeuvreren naar jouw eten dat zich tussen planten verstopt,
doordat je jouw pseudo-pootjes achter het plantje kan haken en dus niet opnieuw energie moet verspillen om dichter naar het plantje te komen.
Misschien konden deze vis-achtigen hierdoor eitjes dichter bij de kust afzetten waardoor roofdieren minder makkelijk bij de eitjes konden komen?
En hadden ze een evolutionair voordeel t.o.v. de versie met kleinere/ geen pootjes?
Er zijn meerdere van dergelijke ‘innovaties’ in de natuur te vinden die initieel een andere functie hadden, en uiteindelijk tot iets heel anders evolueerden.
Bacterieflagel is ook zo’n voorbeeld.

° blijkt uit het fossielenarchief dat de pootjes geleidelijk langer werden,
dat dus de oudste de kleinste pootjes hebben en de jongere de lange pootjes?
-Ja, die zijn er.
http://en.wikipedia.org/wiki/Tetrapods#Evolution en http://en.wikipedia.org/wiki/Tiktaalik

http://news.softpedia.com/news/How-did-fish-grow

Maar vergis je niet.. het is niet zo dat we elke verandering kunnen verklaren en op elke vraag een antwoord hebben.
Als we genoeg fossielen (en ander bewijs) hebben om aannemelijk te maken dat het oog in verschillende stadia is ontstaan,
dan kunnen we dus aannemen dat het (hoogstwaarschijnlijk) ook voor andere organen geldt.
Het zijn praktische problemen (de fossielen zijn nog niet gevonden; de fossielen zijn in te slechte staat; enz.) die ervoor zorgen dat
we het in dat specifieke geval niet zeker weten.

°
Evolutie is een enorme verspilling.
(bijvoorbeeld ) De dolfijnen hadden beter in zee kunnen blijven toen hun verre voorouders nog vissen waren
Zo zie je maar weer dat er geen groot plan achter evolutie zit, en dat contingentie alles is.

De vissen zijn aan land gekropen, omdat die omgeving ze meer overlevingskansen bood.
Als die omgeving vervolgens verandert en de zee biedt ze weer meer overlevingskansen, keren ze weer terug.

Daarom zijn walvissen ook zo boeiend.
Botten bij de staart van een gedegenereerd bekken.
De beweging van de staart overeenkomstig met de beweging van bijv. de mens in het water.
We bewegen tenslotte ook op en neer, en niet als een vis heen en weer.
En tja, je kleine zogen onder water? Wat is dat voor idioterie?
Welke intelligente designer /   mafkees ontwerpt een dier die onderwater zoogt, maar ook steeds boven water moet komen om te ademen?……   en hoe maf moet je wel zijn als je vroeger al een vis hebt ontworpen…?

°
EVOLUTIE KENT GEEN PLAN  .
Het is een proces dat zich blind en ongericht afspeelt.

 

Net zoals bijvoorbeeld de beweging van de planeten geen plan kennen.
Of een chemische reactie.
het is een wetmatigheid
Het gebeurt gewoon, of je dat als mens nou accepteert en logisch vindt of niet.

WISKUNDE  en MODEL

°” Planeten volgen in hun beweging wiskundige patronen. Dat is toch opmerkelijk.”
Nee dat is niet zo opmerkelijk.
De wiskunde is gemaakt door mensen om dit soort patronen te beschrijven en te begrijpen.
… maar wie garandeert dat wiskunde ook moet kloppen?
De wiskunde garandeert dat de wiskunde klopt, dat is het mooie.
Dus ik denk dat het een verkeerde vraag is.

Wiskunde kan zichzelf bewijzen … zie ook Gödel voor nadere precisering
Maar laat ik de vraag dan anders stellen..
Waarom beschrijft wiskunde de natuur zo goed?
Het is zo (of lijkt in ieder geval heel sterk zo te zijn, we hebben nog geen theory of everything), maar waarom is dat?

Wiskunde kan volledig los van de zichtbare werkelijkheid worden beoefend .
Daar heb je geen planeetbanen voor nodig.
Leuk dat haar uitkomsten dikwijls ook op je vingers (empirisch ) na te tellen zijn ….maar dat geldt dus niet voor je axioma’s
: dat zijn louter aannames gebaseerd op een consensus( binnen een bepaalde wiskunde ) die ze als onbewijsbaar maar “waar” aanneemt

Misschien zijn de aannames wel verkeerd .( of kunnen alleszins vervangen worden door andere aannames die inde meest extreme vorm het tegensgestelde beweren ? )…
http://forums.philosophyforums.com/comments.php? …

Er is tot nu toe nog niemand geweest die heeft kunnen verklaren waarom de wiskunde (blijkbaar) zo ontzettend goed is in het beschrijven van de werkelijkheid.

Wiskunde is een manier om met getallen om te gaan.
Met wiskunde kun je een(logisch samernhangend ) model van de natuur maken en
dat model kan dan de werkelijkheid mooi beschrijven (of niet).
Maar dat model is niet de wiskunde.
Wiskunde geeft je geen planeetbanen dat doet de wet van Newton, beschreven MET wiskunde.
Maar het vreemde is nu juist dat je met wiskunde een model kunt maken, en dan tot je verrassing merkt dat de natuur zich volgens dat model gedraagt.
Dat is net zo verassend als een afdakje bouwen omdat je droog wilt zitten en er tot je verbazing achter komt dat je droog zit onder je afdakje.

 ZINLOOS  en intelligent design  

° De hele levende wereld staat bol van de zinloze verspilling.
Waarom zou een vis honderduizenden eitjes moeten leggen om er een paar groot te krijgen?
-Simpel voorbeeld:
Een eend krijgt in de lente ongeveer 9 kuikens, terwijl er niet elk jaar meer en meer eenden bijkomen en de vijvers inmiddels overvol zitten.
Blijkbaar is die “verspilling” dus nodig om te kunnen overleven als populatie met een vaste stek door de eeuwen heen .
8 kuikens dienen als voer voor andere beesten of komen om van de honger, eentje overleeft het wel.
Zo blijft de soort bestaan.
Die “verspilling” heeft duidelijk nut, en dus is het geen verspilling.

 

 

Op halve poten kan je niet staan
door Digit / Koroek
( toevoegingen en selectie /Tsjok )
….. Maar twee vissen die een jong met longen en poten krijgen? Wat was het nut van rudimentaire longen en poten waarmee je toch nog niet uit het water kunt komen?
1.- Het is nooit voorgekomen dat “vissen” een “jong” kregen “met poten”.
Dit is een van de geliefkoosde truuks van de creationisten.
Zelf een absurde voorstelling geven van evolutie om aan de hand daarvan te bewijzen dat evolutie absurd is. ( stroman argumentatie )
Het gaat niet om “vissen” die van de ene dag op de andere aan land gekropen zijn, maar om een erg geleidelijk proces.
Lang voor de “landing” waren er al “kwastvinnigen”. Die hadden geen normale “straalvinnen” zoals de vissen, maar eerder gespierde “poten”.
Die gebruikten ze niet om aan land te gaan, maar om op de bodem naar voedsel te scharrelen.
En die konden ze later gebruiken om nieuwe gebieden in te palmen : gebieden die beurtelings nat en droog zijn : getijdenpoelen en mangroven, en de tropische rivieren met een droogteperiode.
Zo zijn ze stilaan, generatie na generatie beter in staat geweest om op land te overleven, en zijn ze na tienduizenden generaties uiteindelijk landdieren geworden.
Het is dan ook geen wonder dat de tropische longvis, die overleeft in de versteende modder van uitdrogende poelen een kwastvinnige is !
Het gebeurt vandaag de dag trouwens nog steeds :
Bovendien is in 2004 –2006 de vondst een transitionnal geplubiceerd –>

Op welke manier kunnen rudimentaire longen en poten generaties lang uitgroeien( in visachtige voorouders van tetrapoden ) als er generaties lang geen enkel voordeel mee te halen valt?.

(het is een klassieke creationistische argument
—> what good is half a wing ?
—> what good is half an ey )
1.- ( klasiek antwoord ) een half oog is beter dan geen oog
2.- Dat een voorouder van een stervoeballer in het bezit was van een aanleg om een goed voetballer te zijn was een neutrale eigenschap toen het voetbal nog niet uitgevonden was ….
Uiteraard is die eigenschap nu in een van zijn nakomelingen een groot voordeel in de strijd om het bestaan …zeker wanneer het hem de mogelijkheid verschaft om zijn daadwerkelijk nageslacht betere kansen te bieden …
Zulk een neutraal kenmerk dat in de toekomst van de stamlijn nuttig kan zijn , noemt een atavisme
Zolang ” halve” poten geen nadeel ( en ook niet onmiddelijk een voordeel zijn ) worden ze ook behouden ; ze zijn NEUTRAAL ( –> er staat geen selectiedruk op )
en ze kunnen later bij verdere ontwikkeling en in combinaties met andere in het organisme aanwezige veranderlijke eigenschappen , ofwel voordeel ofwel nadeel opleveren bij veranderingen in de biotopen / omgevingen
en/of vergroten de opportuniteiten en het koloniseren van nieuwe niches ….
Er wordt maar al te graag vergeten dat naast voordeel en nadeel mutaties er een hele pak neutrale en redundante( = backups , robuustheid vergrotende en overbodige) mutaties worden doorgegeven ( waarop niet direkt wordt geselekteerd )deze neutrale en verder alle behouden mutaties in de stamlijn kunnen natuurlijk opieuw verder muteren in zowel voordeel, nadeel(degeneratieve ) , uitgeschakelde genetische commando’s , backmutaties , lethale als neutrale opvolgers ervan –> ook de herstellingsmechanismen kunnen muteren
Er is dus een voortdurend ziftingsproces dat aangrijpt op het niveau van de expressie van het totale genoom in een individu ( en niet alleen maar een selectie op een geisoleerde eigenschap
maar op het totale organisme met AL zijn eigenschappen )
en nu dus “ What good is half a leg ?”
 

sommige vissen “lopen of staan  ” vandaag de dag over  of op   de zeebodem tijdens het opscharrelen van hun kostje;  Pootachtige structuren hebben dus duidelijk een voordeel  ? 

Een van de hedendaagse coelacanthen ” staat ”  soms  overeind  op de zeebodem , op een van zijn vinnen  -> latimeria chalumnea >zie –>levende fossielen
°
°
Een “lopende” primitieve haai —> Hemiscyillum freycineti
zie –>haaien
°
Andere waterbewoners ( krabben, kreeften , inktvissen af en toe ) hebben wel degelijk nut van poten of pootachtige structuren
( en sommige krabben zijn ook “ landkrabben ” geworden enkelen kruipen zelfs in bomen en plukken cocosnoten
°
°
2.- Hoe zijn die mutaties zomaar ontstaan?
—> Onze ogen, hersenen, lichamen, alle planten en bloemen, alle technische wonderen van de natuur en alle
schoonheid is het gevolg van… stom toeval ?
 Dit is echt een hele diepe zucht waard.
Hoe vaak moeten evolutionisten nog uitleggen aan creationisten dat evolutie NIET “toevallig” is.
Mutaties zijn weliswaar” willekeurig” ( maar wél het gevolg van mutagene stoffen , stralingen en kopieerfouten )
en zelfs ongelukken zoals de asteroide die ( verondersteld )de dinosaurussen wegvaagde is een samenloop van omstandigheden waarvan we de finesses niet kennen en daarom als ” toeval ”
klasseren /
genetische drift is eveneens zogenaamd “toeval ”
 
.. natuurlijke selectie is alleszins zeker geen “stom toeval!”
“stom toeval” bestaat zelfs niet
Slechts wat binnen de natuurwetten valt is mogelijk / alleen weten we van heel veel uitkomsten niet wat de zeer gecompliceerde begin-opstellingen en interacties met andere systemen waren en/of zijn …
iets aan ” toeval” toeschrijven is gewoon zeggen we weten het(nog) niet omdat het blijkbaar nog te gecompliceerd is voor onze kennis en voorstellingsvermogen /
Iets aan “stom toeval”toeschrijven is zeggen —> dat we het nooit zullen kunnen ontrafelen =maar ook dat weten we doodeenvoudig ook al niet ; die claim is dus onzin )
Get that into your thick evolved skull!
“Mutaties leveren geen( nieuwe ?) informatie”
Dit is niet ter zake doende nonsense.
Een genetische mutatie is een verandering in de genetische code.
De ene codering leidt ergens toe, de andere niet( =neutraal ) of is redundant of is lethaal of nadelig .
Als door een mutatie dus een stukje code verandert in een codering die ergens toe leidt, dan is er sprake van een nuttige mutatie.
Dat kan soms door een enkele verandering in een basepaar
Een prachitg voorbeeld vind ik altijd nog de nylon-bacterie.
Deze bacterie leefde eerst op koolstof.
Door een kleine indel- mutatie (= een frameshift (opschuiven van het leesraam door deletie of toevoeging van een “letter”) = absoluut GEEN variatie) bleek het nylon te kunnen verteren.
Ergo:
Nieuwe genetische informatie kan ontstaan door een mutatie.
PZ Myers heeft een stukje op zijn blog ‘pharyngula’ dat hierop ingaat.
http://scienceblogs.com/pharyngula/2007/03/a_straightforward_example_of_c.php#more

De tussenvorm Tiktaalik op scheppingofevolutie.nl

bron : “Daarom evolutie”  Fodor Steeman  http://www.daaromevolutie.net/default.asp?action=show&what=art&ID=79&topic=&segm=4 ( niet meer bereikbaar op het internet )

Iedere keer als er weer een vondst van een fossiele tussenvorm de nieuwsmedia haalt, is het altijd spannend om te horen hoe de creationistische gemeenschap er dit keer onderuit probeert te komen. Zo ook de recente vondst van Tiktaalik, de zoveelste schakel tussen vissen en landdieren. Ik wilde eens kijken naar de kwaliteit van de argumenten op de nederlandstalige site http://www.scheppingofevolutie.nl. Deze website brengt ondermeer vertalingen van artikelen van de engelstalige website en organisatie ‘Answers In Genesis!’. Zoals gewoonlijk geeft het artikel over Tiktaalik blijk van een gebrekkig inzicht in de kennis en werkmethoden op het gebied van de paleontologie. Laten we eens kijken…

Is Tiktaalik geen overgangsvorm?

Na een langdradige inleiding is het eerste betekenisvolle punt dat in het artikel naar voren wordt gebracht een ouder citaat van de zogenaamde ‘geoloog’ Paul Garner. Een man die, na slechts een bachelorgraad te hebben behaald, nooit wetenschappelijk onderzoek heeft uitgevoerd, maar daarentegen actief creationistische opvattingen heeft verspreid.

Dat de overgang van water naar land onmogelijk zou zijn, was al lange tijd een creationistisch credo, getuige het aangehaalde citaat van Garner. Bij vissen maakt de schoudergordel namelijk deel uit van de schedel. Om een effectief bewegingsapparaat voor op het land te hebben, is het echter van belang dat de schoudergordel los zit van de schedel, maar vast aan de wervelkolom.

pectoral girdles

<–klik

http://bio.sunyorange.edu/updated2/comparative_anatomy/anat_3/a_shoulder.htm

Het lijkt dus een kip-en-ei paradox: Kwam de schoudergordel eerst los, en met welk functioneel voordeel? Of ontwikkelden de poten zich eerst, al konden deze niet op het land gebruikt worden zolang de schoudergordel nog vast zat aan de schedel in plaats van de wervelkolom?

i-6cde26aa9e18385bbe5b402527ccc8c9-tiktaalik_fossil.jpg
a, Left lateral view; b, dorsal view with enlargement of scales; and c, ventral view with enlargement of anterior ribs. See Fig. 3 for labelled drawing of skull in dorsal view. Abbreviations: an, anocleithrum; bb, basibranchial; co, coracoid; clav, clavicle; clth, cleithrum; cbr, ceratobranchial; ent, entopterygoid; hu, humerus; lep, lepidotrichia; mand, mandible; nar, naris; or, orbit; psp, parasphenoid; ra, radius; suc, supracleithrum; ul, ulna; uln, ulnare. Scale bar equals 5 cm.

http://scienceblogs.com/pharyngula/2006/04/05/tiktaalik-makes-another-gap/

Wat de schrijver van het artikel over het hoofd ziet, is dat Tiktaalik nu juist een antwoord geeft op deze schijnbare paradox. Dit dier laat namelijk precies datgene zien wat we van een dergelijke overgang verwachten: Op de vingers na volledig ontwikkelde poten die noch aan de schedel vastzitten, noch aan de wervelkolom! Dus een levensvorm waarvan creationisten altijd hadden beweerd dat het bestaan onmogelijk was, blijkt gewoon te bebben bestaan.

i-b0b25d35216973e6b76df2f5ed9e177d-tiktaalik.jpg

This creature is called Tiktaalik roseae, and it was discovered in a project that was specifically launched to find a predicted intermediate form between a distinctly fish-like organism,Panderichthys, and the distinctly tetrapod-like organisms, Acanthostega and Ichthyostega.

Tiktaalik roseae was discovered in 2004 by University of Chicago evolutionary biologist Neil Shubin and his team in the Canadian Arctic. Credit: University of Chicago

MissingLink3

http://www.godlessgeeks.com/LINKS/MissingLink.htm

i-bf1a683ea9b60854ad45b3d4f319ac48-tiktaalik_splay.jpg
ab, Anterolateral view. cd, Ventral view. ac, Resting posture with the fin partially flexed at the antebrachium. In this position the radius is slightly more flexed than the ulna. bd, Resistant contact with a firm substrate entails flexion at proximal joints and extension at distal ones. The shoulder joint is flexed by ventral muscles, including the trans-coracoid muscle. The elbow is flexed (d, arrow 1), with slight pronation of the radius (d, arrow 2) and rotation of the ulna (d, arrow 3). The transverse joints distal to the ulnare and intermedium are extended (d, arrows 4)                              Lancelet has more. <—

De vraag waar deze poten dan voor nodig waren doet er verder niet toe, want blijkbaar hadden ze een zeker nut, anders zou het dier er niet mee zijn uitgerust.

Maar deze vraag was al beantwoord bij de vondst van de net meer visachtige Panderichthys. Samen met de platte schedel en het afgeplatte lijf lijkt het erop dat deze wezens in ondiep water leefden en mogelijk hele stukken over de bodem moesten kruipen en evt. door dichte vegetatie moesten worstelen, op ongeveer dezelfde manier als tegenwoordig slijkspringers (vissen uit de familie der grondels) dat doen.

Blog Image slijkspringer

°Dit heeft natuurlijk niets te maken met de coelacanth Latimeria, die op de open oceaan leeft, en dus niet een vergelijkbaar geval vormt, en die bovendien verder van de oorsprong van de viervoeters staat dan vormen zoals Eusthenopteron en Acanthostega.

Gestuntel met cladogrammen  //  Creationisten zoals de schrijver van dit artikel doen vaak alsof ze door de voorstellingen van wetenschappers heen kunnen prikken. Maar in feite blijkt dat ze maar heel weinig van de werkmethoden van deze wetenschappers begrijpen. Zo worden ook hier een aantal cladogrammen op onkundige wijze aan kritiek onderworpen en veronderstelde inconsistenties, hiaten en tegenstrijdigheden aangegeven.

Er moeten een aantal dingen goed begrepen worden wat betreft cladogrammen:

  1. Ze dienen om verwantschappen uit te beelden en niet dus voorouderlijke opeenvolgingen.
  2. Ze zijn de resultaten van een objectieve analysemethode en dus niet subjectieve constructies gebaseerd op vooringenomen veronderstellingen.

De verschillende soorten of geslachten in een cladogram, of verwantschapsdiagram, worden aan de uiteinden van de vertakkingen gezet. Dat wil dus zeggen dat de ene levensvorm, bijvoorbeeld Panderichthys, niet de directe voorouder is van die levensvorm op de opeenvolgende aftakking, bijvoorbeeld Tiktaalik. De voorouder van Panderichthys deelt een gemeenschappelijke voorouder met de voorouder van Tiktaalik. De gemeenschappelijke voorouders bevinden zich op de knooppunten, en de evolutionaire veranderingen vinden plaats op de takken.

Dit is een nauwkeurige benadering van hoe we verwachten dat evolutie in werkelijkheid verloopt. Er zullen een hoop evolutionaire vertakkingen voorkomen, waarvan we slechts een aantal vertegenwoordigers zullen terugvinden als fossiel. Men kan in principe nooit zeker weten of een ontdekte fossiele vorm op een knooppunt zit, daarom worden ze voor de zekerheid altijd aan de uiteinden van de takken geplaatst. Deze fossiele tussenvomen die we uiteindelijk vinden kunnen inmiddels hun eigen ontwikkeling hebben doorgemaakt sinds ze zich van de hoofdtak afsplitsten.

Wat dit betekent is dat het noch een probleem is dat primitievere vormen een aantal geavanceerde kenmerken bezitten (of dat geavanceerde vormen een aantal primitieve kenmerken bezitten), noch dat de primitievere vormen soms in jongere lagen worden gevonden.

Op dit punt lijkt het misschien dat men op deze manier alles weg kan verklaren, ook kenmerken die tegen een bepaalde evolutionaire verwantschap pleiten, maar hier komt de objectieve cladistische analysemethode om de hoek kijken.

<—KLIK VOOR EEN VERGROTING

Kunnen verwantschappen op objectieve wijze worden bepaald?

Omdat sommige kenmerken voor en andere tegen een bepaalde verwantschap pleiten, is het dus taak om zoveel mogelijk kenmerken te verzamelen en vervolgens door speciale computerprogramma’s te laten berekenen wat de zuinigste evolutionaire bomen zijn, dwz. die bomen die het minste aantal evolutionaire stappen vereisen.

Als er net zoveel kenmerken een bepaalde verwantschap tegenspreken als deze die bestendigen, dan gaat dat dus gelijk op en is er geen informatie die de verwantschap bevestigt. Er kan dus gekeken worden naar de veronderstelde consistentie van de verwantschappen en dit kan worden uitgedrukt in een index die van nul tot één loopt. De mate waarin de kenmerken wat over verwantschappen zeggen wordt een fylogenetisch signaal genoemd.

Het moge duidelijk zijn dat hiermee het geneuzel over losse kenmerken door creationisten, zoals de schrijver van het artikel en Andrew Lamb in een ander artikel, van geen enkele betekenis is. Als er werkelijk sprake zou zijn van een verzameling niet-verwante mozaïekvormen dan zou er geen enkel fylogenetisch signaal zijn en de consistentie-index nul benaderen. Het feit dat de consistentie-index in deze gevallen een hoge waarde heeft is dus juist een bevestiging van de hypothese van evolutionaire verwantschap tussen deze levensvormen! Creationisten hebben hier geen enkele verklaring voor behalve ‘toeval’ of: ‘God heeft het zo gewild’, wat natuurlijk geen verklaringen zijn.

Mozaïeken of overgangsvormen?

Met een vreemde kromspring lijkt in dit artikel verder te worden toegegeven dat vormen zoals Tiktaalik, maar ook bijvoorbeeld Archaeopteryx en de fossiele tussenvormen uit de overgang naar walvissen en die naar zoogdieren wel degelijk een mengeling van kenmerken bezitten.

Deze erkenning wordt verdraaid door te stellen dat er natuurlijk mozaïekvormen bestaan, maar dat die juist bewijs zijn voor schepping, want daaruit zou blijken dat de Schepper lichaamsdelen van verschillende levensvormen met elkaar heeft gecombineerd in één vorm. Er wordt echter nagelaten precies te definiëren hoe je een mozaïekvorm van een tussenvorm kan onderscheiden. Dus heb ik dat maar gedaan voor ze:

°Een  tussenvorm combineert de exacte kenmerken van hoogstens twee direct verwante levensvormen.     

°Een mozaïkvorm combineert de exacte kenmerken van minstens twee (eerder drie) niet direct verwante levensvormen.

GRIFFIOEN

Echte mozaïekvormen die een argument voor schepping zouden kunnen vormen combineren volledige ontwikkelde kenmerken van ver uiteenstaande groepen!

 De enige  dergelijke  echte mozaïekvormen die we kennen komen louter in de menselijke fantasie voor.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan een muis met vlindervleugels of een griffioen, die de kenmerken van arenden, wolven en leeuwen in zich combineert. Als een wezen zoals het vogelbekdier  EEN  ECHTE eendensnavel zou hebben, dan zou het een mozaÏkvorm zijn. De lederachtige snuit van het vogelbekdier lijkt echter alleen uiterst oppervlakkig op de hoornachtige eendensnavel.

Wat we daarentegen vinden zijn levensvormen die de kenmerken van twee nauw verwante diergroepen in zich combineren, bijvoorbeeld:

  • Kenmerken van vissen en amfibieën, zoals Tiktaalik en verwanten.
  • Kenmerken van amfibieën en reptielen, zoals Seymouria en verwanten.
  • Kenmerken van reptielen en vogels, zoals Archaeopteryx en verwanten.
  • Kenmerken van reptielen en zoogdieren, zoals Cynognathus en verwanten.
  • Kenmerken van landzoogdieren en walvissen, zoals Ambulocetus en verwanten.
  • En ga zo maar door…

En in tegenstelling tot wat de schrijver beweert, zijn de vele kenmerken van deze tussenvormen bovendien wel degelijk in geleidelijke overgang! Ze bezitten een morfologie die duidelijk tussen de twee uitersten in ligt, en zijn dus niet ”volledig gevormde structuren”.

Als de creationisten op een dag eens de feiten onder ogen durven te zien, kunnen ze niet ontkennen dat die fossielen waarvan zij erkennen dat het mengvormen zijn, in feite tussenvormen zijn. Wij wachten geduldig af…

Andere tegenargumenten

”Echter het schepsel wat het meest in de buurt komt van die gemeenschappelijke voorouder had geen  5 digits! Acanthostega had er 8, en Ichtyostega had er 7.””Als de lengte wel verwerkt was in het plaatje zou de opeenvolging dan nog zo logisch lijken?” ”Eerder is de zogenaamde overgangseigenschap een combinatie van volledig gevormde structuren die op zich geen overgang zijn. … Evolutie is niet in staat deze modulaire patronen te verklaren” –>

Nawoord

Het is verre van acceptabel als sommige creationisten voordoen alsof ze verstand van zaken hebben, maar voortdurend de plank misslaan als ze wetenschappelijke bevindingen onder de loep nemen. Deze personen zetten zich neer als authoriteiten binnen hun gemeenschap, maar in feite leiden ze de boel om de tuin. Daaraan maakt de oorspronkelijke schrijver van het artikel over Tiktaalik en vele anderen zich schuldig.

Hetzelfde harde oordeel geldt voor de vertalers van het stuk die evenmin verstand van zaken hebben, getuige de vele spelfouten in technische termen en kromme vertalingen. Voorbeelden van spelfouten zijn bijvoorbeeld ‘Ichtyostega‘ in plaats van ‘Ichthyostega‘ en ‘Eustenaopteran‘ in plaats van Eusthenopteron. Voorbeeld van een kromme vertaling is ‘pentadactyl 5-digit’ in plaats van gewoon ‘vijfvingerig’.

De schade die wordt aangedaan door de zichzelf aangemeten kundigheid van de oorspronkelijke schrijvers, en de kritiekloze overname door de vertalers is natuurlijk enorm. Hele bevolkingsgroepen worden de valse zekerheid gegeven dat hun wereldbeeld wat betreft het ontstaan van de moderne levensvormen, inclusief de mens, onwankelbaar is. De werkelijkheid is echter een heel andere.

Wetenschappelijk leesmateriaal:
  • Boisvert, C.A. (2005) The pelvic fin and girdle of Panderichthys and the origin of tetrapod locomotion. Nature 438:1145-1147
  • Shubin, N.L., Daeschler, E.D. & Jenkins, F.A. (2006) The pectoral fin of Tiktaalik roseae and the origin of the tetrapod limb Nature 440:764-771

°

GENETISCHE PUZZLE   : Van vin naar  arm 

Modern genetics confirm ancient relationship between fins and hands

December 22, 2014 //University of Chicago Medical Center
Summary:
Efforts to connect the evolutionary transition from fish fins to wrist and fingers with the genetic machinery for this adaptation have fallen short because they focused on the wrong fish. Now, researchers describe the genetic machinery for autopod assembly in a non-model fish, the spotted gar.
The same autopod-building genetic switches from gar are able to drive gene activity (purple) in the digits of transgenic mice; an activity that was absent in other fish groups studied. Credit: Andrew Gehrke, the University of Chicago

The same autopod-building genetic switches from gar are able to drive gene activity (purple) in the digits of transgenic mice; an activity that was absent in other fish groups studied.
Credit: Andrew Gehrke, the University of Chicago

 

 

 
De genetische schakelaars die de HoxD en HoxA genen controleren in de snoek, gedroegen  zich in muizenembryo’s net als muizengenen.

 

….

Zo’n 400 miljoen jaar geleden maakten dieren de overstap van een leven in het water naar het land. Hoe de vinnen van onze verre visachtige voorouders veranderden in ledematen is nog steeds niet helemaal duidelijk. Amerikaanse wetenschappers hebben nu genetische overeenkomsten gevonden tussen vinnen en handen.

Op het eerste gezicht hebben vinnen en handen weinig gemeen. De pols bestaat uit een groep kleine beentjes, met daarop aansluitend lange, dunne botten die de vingers vormen. Vinnen bestaan uit lange botten die eindigen op kleine ronde botjes. Ook de genen achter het ontstaan van vinnen en handen, de zogenoemde HoxD en HoxA genen, vertonen grote verschillen. Toen de wetenschappers de ‘schakelaars’ die de activiteit van die genen regelen in vissen overplaatsten in muizenembryo’s, leidde dat niet tot de vorming van handen.

Het begon de onderzoekers te dagen dat ze zich misschien gewoon op de verkeerde vissen concentreerden. De zogenoemde beenvissen zijn een goed bestudeerde groep die zowat 95% van de huidige vissoorten bevat. De wetenschappers haalden er een kaaimansnoek bij, een primitieve zoetwatervis.

De genetische schakelaars die de HoxD en HoxA genen controleren in de snoek, vertoonden wel grote overeenkomsten met de genetica van muizen. En in muizenembryo’s gedroegen ze zich net als muizengenen.

De onderzoekers wijten de grote verschillen met beenvissen aan een zogenoemde volledige genoomduplicatie. Zo’n 300 miljoen jaar geleden, nadat de voorouder van de latere viervoeters zich van de beenvisachtigen had afgescheurd, verdubbelde het genoom van de toenmalige voorouder van de beenvissen. Dat gaf de vissen de mogelijkheid zich aan een enorme variatie van leefomgevingen aan te passen, maar zorgde er tegelijk voor dat de genen die aan de basis liggen van de vinnen veranderingen ondergingen en andere functies kregen.

De kaaimansnoeken scheurden zich echter al van de beenvissen af vóór die duplicatie plaatsvond, zodat de gemeenschappelijke genetische oorsprongen van vinnen en handen wel nog vast te stellen is. (ddc)

http://eoswetenschap.eu/artikel/van-vin-tot-hand

http://nl.wikipedia.org/wiki/Kaaimansnoek

Afbeeldingen van kaaimansnoek  <—

 

kaaimansnoek

 

°
Genen van de vinnen van een primitieve zoetwatervis komen overeen met die van zoogdieren. 

Dit schrijven Amerikaanse paleontologen van de Universiteit van Chicago deze week in PNAS.

Fossielen wijzen erop dat landdieren geëvolueerd zijn uit visachtigen die miljoenen jaren geleden uit zee het land beklommen.

Wetenschappers konden tot dusver geen enkel genetisch verband vinden tussen de ontwikkeling van de pols en de kootjes van dieren aan de ene kant en die van vinnen van de huidige vissen aan de andere kant. Nu blijkt dat onderzoekers naar de verkeerde vissen hebben gekeken in voorgaande onderzoeken.

Beenvissen

Alle vissen die wij eten, houden en onderzoeken zijn zogenaamde beenvissen. Een verre voorouder van alle beenvissen heeft een totale dubbeling van zijn genetische informatie (genoomduplicatie ) opgelopen.

Zo’n duplicatie geeft enorme evolutionaire mogelijkheden, waardoor alle genetische overeenkomsten met eerdere voorouders uitgewist kunnen worden. De huidige beenvissen verschillen door de dubbeling dusdanig van dieren op het land, dat het genetische verband tussen pols en kootjes en vinnen niet meer te vinden is.

Primitieve vis

De paleontologen vonden in Amerikaanse rivieren en meren echter een vis die zo primitief is dat deze evolutionair al afgescheiden was voordat de beenvisvoorouder de (genoom)duplicatie (1) opliep.

Recentelijk is van deze Lepisosteus oculatus Gevlekte  kaaimansnoek   (2)– de totale DNA-volgorde bepaald, en wat blijkt: in dit beestje zijn wél overeenkomsten met polsen en kootjes te vinden.(3)

Met deze vondst is er weer extra bewijs voor de evolutionaire stap tussen zee- en landdieren bijgekomen.

  • Het acromion (deel van de schouderkop) schijnt nog een overblijfsel te zijn van deze vinnen toen we deze nog gebruikten en hadden.
    Dus verrassend is het onderzoek niet maar wel bijzonder dat het nu is bevestigd.                                                                                                                                                                                                http://en.wikipedia.org/wiki/Acromion                                                                                                 Acromion of left scapula01.pngAcromion of scapula06.png                                         Left scapula. Posterior view.                         Acromion shown in red.

°

THE FOSSIL RECORD

A 2004 discovery in the arctic of a transitional fossil from fish to land-dwelling animals is the latest substantiation of Darwin’s theory of evolution.

Chapter 5 thumbnail

watch chapter 5 in
QuickTime
Windows Media: hi | low

running time 8:36
chapter 5 transcript

in
Zie vooral ook  
Neil SHUBBIN     over   Your inner fish <— TIKTAALIK  
°
Het missing link idee
°
heeft vanaf The Origin of Species in 1859 symbool gestaan voor de grote uitdaging van Darwin’s evolutietheorie.
De verwachtingen om missing links te vinden waren hoog gespannen.
Maar overgangsvormen kun je niet op kommando vinden.
Het grote misverstand was dat overgangsvormen tussen huidige soorten gevonden moesten worden. (1)

Hoewel tegenwoordig in wetenschappelijk kringen veel meer belang gehecht wordt aan DNA als middel om verwantschap tussen soorten objectief vast te stellen,
leeft het idee van missing linknog steeds bij het grote publiek.

Er bestaat (bijvoorbeeld ) geen missing link tussen mens en aap omdat mensen niet van apen afstammen.
Mensen en apen hebben gemeenschappelijke voorouders.
Dat is wat anders dan een missing link ( een sport van een rechtstreekse
ladder tussen mens en aap )

(1)
Overigens is dat grote misverstand dat “tussenvormen tussen huidige soorten” moesten gevonden worden erg jammer, want Darwin zelf had daar al uitdrukkelijk tegen gewaarschuwd:
“I have found it difficult, when looking at any two species, to avoid picturing to myself, forms directly intermediate between them.
But this is a wholly false view; we should always look for forms intermediate between each species and a common but unknown progenitor;
and the progenitor will generally have differred in some respects from all its modified descendants.”
(Darwin, The Origin of species, hoofdstuk 9)
Paleontologie en missing link
Het betekent eigenlijk gewoon dat een fossiele “overgangsvorm” een vertegenwoordiger is van een groep die mogelijk(dicht of nabij) verwant( op grond van de morfologie of van de bewaarde fossiele fragmenten) is aan de andere groepen waar je ze mee vergelijkt …
Maar waarvan men nooit kan zeggen ( op grond van fossielen alleen ) of de vondst daadwerkelijk behoort tot de groep van de gemeenschappelijke voorouder
Je vind de (veronderstelde ) neven en de nichten ( op grond van familietrekken en overeenkomsten tussen hen ) maar je weet nooit of je de voorouderte pakken hebt …. ( ze hebben namelijk geen paspoort bij zich —> alhoewel DNA -codes ( een soort bar wodes ) daar misschien wel dicht bij komen
–> bijvoorbeeld gemeenschappelijke ervs en genetische lidtekens in genomen van twee verwante (huidige of geologisch recente ) groepen )

Fossiele overgangsvormen

Van Wikipedia

* Fossiele overgangsvormen zijn de gemineraliseerde overblijfselen van een organisme dat primitieve kenmerken bezit in vergelijking met de meer afgeleide levensvormen waarmee het direct verwant is. Volgens de evolutietheorie vertegenwoordigt een overgangsvorm een evolutionaire overgang.

Toen Charles Darwins boek De oorsprong der soorten voor het eerst uitkwam, was de kennis van het fossielenbestand nog erg onvolledig, en de bewering dat er geen fossiele overgangsvormen bestonden vrij redelijk. Echter, de ontdekking van Archaeopteryx slechts twee jaar later werd gezien als een overdonderende triomf voor Darwins theorie van gemeenschappelijke afstamming. Sinds die tijd zijn er voortdurend nieuwe fossiele overgangsvormen gevonden wat onze kennis van de evolutie van het leven steeds meer vergroot.

* Vaak wordt er gesproken over een ‘missing link’, zoals bijvoorbeeld tussen mensen en apen. De term leidt echter tot misvattingen, want het wekt de indruk dat er slechts sprake van een enkele ontbrekende schakel. In realiteit geven de opeenvolgende vondsten van meerdere fossiele overgangsvormen een steeds completer beeld van een evolutionaire overgang.

Overgangsvormen en kladistiek

V처처r de algemene aanvaarding van kladistiek of fylogenetische systematiek in de paleontologie, werden evolutionaire stambomen geschetst als het voortkomen van de ene groep uit de andere en de overgangsvormen werden op de grenzen hiervan geplaatst. Met de etablering van kladistische methoden worden verwantschappen tegenwoordig strikt uitgedrukt in zogenaamde cladogrammen, met daarin de reële vertakkingen van de evolutionaire lijn uitgedrukt. De verschillende natuurlijke ofwel monofyletische groepen vormen in elkaar geneste eenheden die niet overlappen. Binnen de kladistiek is er in principe dus geen sprake meer van overgang tussen categorieën, maar van differentiatie binnen categorieën. In deze context kunnen overgangsvormen gedefinieerd worden als de verschillende aftakkingen van een cladogram tussen één bepaalde aftakking en de kroongroep, d.i. de groep die aan het uiteinde van het cladogram wordt geplaatst.

Een voorbeeld hiervan is dat in de traditionele taxonomie het regelmatig gebeurt dat aan een groep dezelfde rang wordt toegekend als aan de groep die hem evolutionair gezien omvat. Zo maken vogels door hun afstammingsgeschiedenis deel uit van de reptielen, maar Aves (Vogels) en Reptilia (Reptielen) hadden beide de rang van Klasse. Dankzij de kladistiek is het veel duidelijker te zien dat de overgang van reptielachtige vormen naar vogelachtige vormen een glijdende transitie is en niet abrupt.

Evolutie Paleontologie

Zie ook ( 2009) Article
zie ook –>
Attachment

Alles wat leeft is een tussenvorm.

Wij zijn tussenvormen naar volgende generaties, net als dolfijnen tussenvormen zijn naar volgende generaties.

Tussenvormen die onder druk van natuurlijke selectie in de toekomst tot andere soorten gaan leiden

( creato ) Vroeger dacht men ook dat de coelacanth een tussensoort was die was geevolueerd, maar zoals we weten is die vis geen reet verandert …..

Dat is ook een tussenvorm. Net als jij en ik. Je buurman en je goudvis.

Wie zegt dat de coelacanth in al die honderden miljoenen jaren geen nieuwe soorten heeft voortgebracht terwijl ze ook in orginele vorm honderden miljoenen jaren hebben kunnen overleven?

Een geisoleerde groep coela’s bijvoorbeeld, kunnen makkelijk andere soorten hebben voortgebacht.

Terwijl de andere groep makkelijk zo perfect aangepast kan zijn aan de omgeving, dat ze nooit veel verandering nodig hebben gehad. Anders had natuurlijke selectie ze wel tot veranderen gedwongen of uit laten sterven.

Dat een soort nog bestaat zegt ten eerste precies niks of er wel dan niet andere soorten uit zijn geevolueerd, en dan eigenlijk nog is het een tussenvorm.

Want alles is een tussenvorm.

Ten tweede, welke wetenschapper heeft ooit gezegd dat dit een belangrijk transitioneel fossiel is, (zoals de voorbeelden hierboven) zoals jij claimt? Kan me er niks van herinneren.

Ten derde ;

De huidige coelacanthen ( Latimeria ) zijn de enig overlevende nog resterende loten van een gehele evolutionaire struik coelacanthii http://groups.msn.com/evodisku/glosi.msnw?action=get_message&mview=1&ID_Message=1954

ICHTYOSTEGALevende fossielen

http://groups.msn.com/evodisku/glosa.msnw?action=get_message&mview=1&ID_Message=2784&LastModified=0&ID_Topic=

Creationistische “stroman” -argumentatie
False Claims about the Platypus
bron : the falsehoods that this site covers:
http://members.cox.net/ardipithecus/evol/lies/index.html
zie ook

Defender’s Guide to Science and Creationism Mark I. Vuletic

http://www.vuletic.com/hume/cefec/

V: Paleontology

Particular transitional forms

http://www.vuletic.com/hume/cefec/

Miscellaneous paleontological objections to evolution

Uitsterven

Tomaso Agricola
Naast het ontstaan van soorten moet er in de evolutietheorie, wanneer de natuurlijke selectieheel streng selecteert, ook rekening worden gehouden met het uitsterven van soorten.Al vanaf het midden van de 18e eeuw was het duidelijk dat soorten kunnen uitsterven. Tenzij de soort een fossiel achterlaat, maar dat komt niet zo heel erg vaak voor (heeft u nog de schedel van uw overgrootvader bij de hand om te bewijzen dat u voorouders had en niet uit een schutting bent gezaagd?), zorgt dit uitsterven van een soort voor een gat in onze biologische kennis.
Het leven dat wij nu op aarde zien is niet de keten van soorten van primitief naar complex of van eencellig naar meercellig. Alle soorten hebben een evenlange evolutie ondergaan en geen van de huidige soorten kan gezien worden als een voorouder van een andere soort.
Ze staan allemaal aan de punt van een tak van de levensboomen alle takken zijn even lang. De gemeenschappelijke voorouders en tussenvormen zijn gestorven en verdwenen.Soms worden er fossielen gevonden die op de voorspelde tussenvorm lijken (bijvoorbeeld een voorspelde tussenvorm tussen landdier en walvis), maar dat vinden vraagt een grote portie geluk (en vaak, zie ook weer de walvis, een berekende inschatting waar je zou moeten zoeken).

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

2 Responses to TUSSENVORMEN BESTAAN NIET ? 1

  1. Pingback: REPTIEL en/of ZOOGDIER « Tsjok's blog

  2. Pingback: archaeopteryx « Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: