MIEREN


 

 

Samenwerking  

 

°

EVOLUTIE  & FOSSIELEN Ward_2010_Ant_Ecology_Chapter 1.pdf – AntWeb http://www.formicidae.be/fossielen.htm © François Vankerkhoven 26 subfamilies ° 5 subfamilies zijn  aangeduid met een  kruisje  achter de naam omdat die alleen gekend zijn van fossiele vondsten.  Deze subfamilies zijn : Armaniinae (Krijt)  Brownimeciinae  Formiciinae (Eoceen)  Sphecomyrminae (Krijt)  Paleosminthurinae (Mioceen) (*) (*) Dat de interpretatie van fossielen niet altijd duidelijk en waterdicht is, mag blijken uit het feit dat deze fossiele ‘mier’ door Pierce & Gibson (1962) met een nieuwe familienaam (Paleosminthuridae) in de orde der Collembola werd geplaatst totdat Najt (1987) opmerkte dat het een mier bleek te zijn. Dit tot nader order! In 1966 werd de missing link in de evolutie van de mier ontdekt.  ° Voor die tijd gingen de oudste fossielen terug tot het Eoceen en behalve de slechte kwaliteit van de gevonden fossielen ging het ook telkens om species die duidelijk terug te voeren waren tot nog levende groepen.Zij gaven de evolutiebiologen geen inzicht in het ontstaan van de mieren. ° De ‘oermier’ werd gevonden door mr. en mevr. Edmund Frey. Zij vonden het stukje amber (22 x 18 x 17 mm) aan het strand van Cliffwood Beach in New Jersey. In het stuk amber bevonden zich twee werkster-mieren. Het fossiel werd geplaatst in het Krijt, de laatste grote periode van het Mesozoïcum en de ‘ingebedde mieren’ werden aanzien als de missing  link met de voorvaderlijke wespen. holotype en paratype  Sphecomyrma frey De twee werksters hadden korte kaken met slechts twee tanden zoals bij wespen. Op de thorax was een zone zichtbaar die de aanwezigheid van een metapleuraalklier liet vermoeden, typisch voor mieren maar onbekend bij wespen. Duidelijk zichtbaar was het verlengde eerste sprietlid of de scapus, gevolgd door een sprietzweep. Tussen borststuk en achterlijf was ook een eenvoudige steelknoop aanwezig. De 5 mm grote ‘mier’ kreeg de naam Sphecomyrma freyi Wilson & Brown, 1967. (*) De genusnaam Sphecomyrma betekent ‘wesp-mier’ en de soortnaam freyi geeft de erkentelijkheid weer ten opzichte van de vinder – het echtpaar Frey.

  • The first Mesozoic ants, with the description of a new subfamily.

The first Mesozoic ants, with the description of a new subfamily. <—pdf  ° Hölldobler, B. & Wilson, E.O. (1990) Na 1967 zijn er nog meerdere fossiele ‘mieren’ gevonden zodat vergelijking van materiaal mogelijk werd.  Dit vergelijkend onderzoek heeft ertoe geleid dat er nogal wat taxonomische verschuivingen plaatshadden waarbij vooral Dlussky voorstander was om formicoïde taxa tot familie te verheffen, zoals Armaniidae en Sphecomyrmidae. Bolton (1994) bracht de twee subfamilies terug onder de noemer van de enige familie der Formicidae. (* )  Laten we nog vermelden dat het holotype van Sphecomyrma freyi is verloren gegaan omdat alle pogingen om het fossiel te bewaren hebben gefaald zodat het diende te worden vervangen door een neotype dat in 1994 eveneens in New Jersey werd gevonden. ° iamber0001p4 Bij dit neotype (een vleugelloos wijfje) blijkt de aanwezigheid van de metapleuraalklier duidelijker aan te tonen dan bij het(verloren gegane holotype van 1967. Bij de typebeschrijving van deze ‘oermier’ werd dan ook de bedenking genoteerd dat: “… if we are mistaken about the presence of the metapleural gland, it would be possible to consider Sphecomyrma as a wasp rather than an ant.” * * * ° Wilson, E.O., Carpenter, F.M. & Brown, W.L. Jr., 1967. – The first Mesozoic ants, with the description of a new subfamily. – Psyche, vol. 74(1), p. 1-19. ° Grimaldi, D., Agosti, D. & Carpenter, J.M., 1997.- New and rediscovered primitive ants (Hymenoptera: Formicidae) in Cretaceous amber from New Jersey, and their phylogenetic relationship. – Am. Mus. Nov., 3208, 43 pp. http://digitallibrary.amnh.org/dspace/handle/2246/3615 ° Jagende koningin ° Mieren zijn geëvolueerd uit gevleugelde, solitair levende wespen. Hoe hun uiterst ingewikkelde sociale systeem is ontstaan, is nog onduidelijk. ° ‘In de late jaren zestig had ik het geluk de eerste twee exemplaren van mieren uit de Krijt-periode te vinden, in barnsteen uit New Jersey, zo’n 80 miljoen jaar oud’, vertelt Wilson. Later zijn er meer fossielen van die ouderdom opgedoken. Maar ze zijn heel zeldzaam. Veel zeldzamer dan je zou verwachten als mieren toen al net algemeen waren als nu. Dus ik denk dat ze zo’n 100 tot 120 miljoen geleden zijn ontstaan en pas vrij recent de wereldheerschappij hebben veroverde.’ Die eerste mieren hadden wel al een volledig ontwikkeld sociaal systeem. Onder de mieren die Wilson ontdekte in het 80 miljoen jaar oude barnsteen bevonden zich zowel werksters als koninginnen. °ICHNOFOSSIL wilson and taylor  fossil ant colony Een fossiel nest dat de antropologe Mary Leakey in de jaren zestig in Kenya opgroef en hem opstuurde, gaf een beeld van de bouw van een mierenkolonie in het Oligoceen (zo’n 30 miljoen jaar geleden). (Wilson ) ‘Ik herkende wevermieren. Waarschijnlijk was indertijd een deel van een kolonie uit een boom gevallen en door modder bedekt geraakt. Er zaten larven en poppen bij en ook zo veel volwassen mieren, dat ik een statistische analyse kon maken van het kastensysteem. Het bleek sterk overeen te komen met dat van een wevermierenkolonie van vandaag de dag.’ social%20antiquity[1] fossil weaver ant nest  <—pdf   Wilson … ( wevermieren genus Oecophylla,)

° Fossielen leveren  geen informatie over hoe het sociale systeem van mieren zich ontwikkelde. Maar Wilson heeft wel een idee hoe het gegaan is. http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2013/10/19/where-did-ants-and-their-social-behavior-come-from/ Evolution of the Aculeate Hymenoptera ° ‘Tegenwoordig vind je in Australië nog primitieve mieresoorten. Die gedragen zich nog erg wespachtig: de koningin verlaat het nest van tijd tot tijd om op jacht te gaan. Dat gebeurde waarschijnlijk ook in de vroege evolutie van de mieren. See  also  –> Chasing ants with multiple queens in one colony                                                                                         http://lis2.epfl.ch/media/gallery2/d/1879-1/science_2013_keller.pdf Uiteraard  zal  een dergelijke   koningin op jacht  gemakkelijker  verongelukken  of  ten prooi vallen van  predatoren dan eentje die in het nest blijft   ….maar de  werksters zijn bij die  soorten  meestal   gamergates  ……die in staat zijn  bij het wegvallen van de koningin  vruchtbaar te worden en broed voort te brengen ……. ° Het is niet moeilijk om je een overgang voor te stellen van een koningin die haar nakomelingen opvoedt in een nest, via een stadium waarbij een deel van de nakomelingen in het nest achterblijft en helpt bij de opvoeding van hun broertjes en zusjes, naar een mierenkolonie waarin de meeste van de nakomelingen onvruchtbaar zijn.’ Bulldogg ants   / “.Myrmecia is one of several ant genera which possess gamergates, female worker ants which are able to mate and reproduce, thus sustaining the colony after the loss of the queen. A colony of Myrmecia pyriformis without queen was collected in 1998 and kept in captivity, during which time the gamergates produced viable workers for three years” bulldog ants ° ° http://antbase.org/index.htm °

Duitsers ontdekken mier uit de oertijd in Amazone

Photo A new species of Martialis heureka, a blind, subterranean, predatory ant, in an undated photo. German biologists have discovered a new species of ant they believe is the oldest on the planet, dating back around 120 million years. REUTERS/Microscopic photo by C. Rabeling & M. Verhaagh/National Academy of Sciences/Handout


Duitse biologen hebben een nieuw soort mier ontdekt, die vermoedelijk afstamt van een mierengeslacht dat 100 miljoen jaar geleden leefde. “Dit is de meest spectaculaire vondst in mijn 26-jarige carriëre”,juichte een van de onderzoekers van het natuurhistorisch museum in Karlsruhe.3 mm De onderzoekers vonden de mier (3 millimeter lang) in 2003 in het regenwoud in de Amazone. Ze hopen dat het diertje meer duidelijk kan maken over de evolutionaire geschiedenis van mieren. Vermoedelijk stammen de huidige mieren af van een wespachtig dier. Ongeveer 120 miljoen jaar geleden moet die transformatie hebben plaatsgevonden.
Het blind miertje is zo’n rare snuiter, dat hij een heel aparte tak in de stamboom krijgt. De mier is slechts verre familie van alle andere mieren. Martialis heureka, heet hij officieel, vrij vertaald: ‘mier van Mars, hebbes!’ Naamgever Christian Rabeling verwijst daarmee naar woorden van Edward O. Wilson en Stephan Cover, die vijf jaar geleden twee van deze miertjes onder ogen kregen en concludeerden dat ze wel van Mars moest komen, zo vreemd waren ze. Die eerste twee gingen verloren door uitdroging – een beetje dom van ontdekker Manfred Verhaagh – maar nu is er dus eindelijk weer eentje gevonden. Deze keer bleef het beestje netjes bewaard. het exemplaar is vervolgens minutieus beschreven in Proceedings of the National Academy of Sciences. Een pootje hadden de onderzoekers nodig om DNA uit te halen, zodat ze genetische vergelijkingen met andere mieren konden maken. Daaruit bleek dat Martialis echt heel weinig met de rest van de familie gemeen heeft. De soort moet vlak na het ontstaan van de mierenfamilie, een jaar of 120 miljoen geleden, al afgesplitst zijn en lijkt misschien veel op de voorouders van alle mieren. In 1923 is voor het laatst een nieuwe subfamilie van mieren ondekt, aldus de onderzoekers. De twee tot drie millimeter lange miertjes leven ondergronds in het Amazonewoud. Ze zullen wel op wormen en larven jagen, denken de ontdekkers, maar niemand heeft dat nog gezien. Het is mogelijk dat er in tropische regenwouden nog veel naaste familieleden van de mier zullen opduiken, want echt goed gezocht is er nog niet. En ze vallen niet vanzelf op.
(anp/rtr/mvl)
17/09/08
*
°
                
vergelijking mier wesp  .
°
FARAO  MIER
Insectengemeenschappen eerder politiestaat dan democratie
°

Dit is zo’n exemplaar van de soort Forelius pusillus. Dapper genoeg om ’s nachts buiten te blijven, al kost het hem de kop. Foto April Nobile, California Academy of Sciences.

Links

ScienceNOW: ‘Last ant standing’

°

Mier infiltreert andere kolonies op een slimme manier

 

Een groepje zeer agressieve mieren heeft veel voedsel verzameld. Jij bent een mier uit een andere kolonie en wil graag deze voorraad stelen. Hoe doe je dit? Een nieuwe miersoort gebruikt een hele slimme truc. De mieren vermommen zich en infiltreren vervolgens andere koloniën, zonder dat iemand het doorheeft.

Maak kennis met de Cephalotes specularis, oftewel de spiegelende schildpadmier. Deze mier kopieert de eigenschappen van andere mieren om zo kolonies binnen te dringen. Eén van de slachtoffers is de Crematogaster ampla. Deze mieren hebben een unieke lichaamshouding. Toch is de spiegelende schildpadmier in staat om deze lichaamshouding over te nemen, waardoor iedereen denkt dat de Cephalotes specularis gewoon een Crematogaster ampla is. Bijzonder, nietwaar?

 

Cephalotes specularis, oftewel de spiegelende schildpadmier.

Cephalotes specularis, oftewel de spiegelende schildpadmier.

 

spiegelende schildpadmier (rechts) kopieert de houding van de mier links.

Wanneer de schildpadmier eenmaal is opgenomen in een kolonie, kan hij heel gemakkelijk het geurspoor volgen naar de voedselvoorraad. De wetenschappers onderzochten in Brazilië verschillende territoriums en troffen in 89 procent van de gevallen de spiegelende schildpadmier aan.

“Ik moest twee keer kijken toen ik spiegelende schildpadmieren in de andere kolonies zag”, vertelt Dr Powell. “Ze lijken namelijk exact op andere leden van een kolonie, alleen proberen ze directe confrontaties te vermijden. Ze houden een bepaalde afstand.”

°

REACTIES

  • Mieren communiceren niet uitsluitend met “hormonale geuren” = (of) feromonen en met geursporen ____maar ook visueel ….
    http://antvisions.wordpress.com/page/2/
  • Ook het nabootsen van de houding van de gastheer -mier en “dodging away quickly when they got too close to another ant” duidt ook hier op de visuele communicatie …

°

 

Dappere mier doet de deur dicht

°

In Braziliaanse suikerrietvelden melden zich elke avond mieren aan als vrijwilliger om de nestingang te verbergen. De volgende ochtend zijn ze meestal dood.

°

Mieren offeren zich bij gevaar zonder aarzelen op. Ze gaan aanvallers vol goede moed te lijf, zelfs als ze volkomen kansloos zijn. Jammer voor de individuele mier, maar goed voor de kolonie, en dus een vruchtbare strategie. En het gaat nog verder. Mieren geven hun leven soms ook als er geen onmiddellijk gevaar dreigt, ontdekte de Poolse bioloog Adam Tofilski.

°

Hij schrijft erover in het novembernummer van vakblad American Naturalist Mieren van de soort Forelius pusillus verbergen bij zonsondergang de ingangen van hun nest door er zand overheen te schuiven. Dat kan uiteraard alleen van buitenaf. Iedere avond blijven daarvoor een stuk of acht mieren buitenshuis. De volgende ochtend is de meerderheid daarvan dood, stelde Tofilski vast.°

°

Of de kolonie expres oude en zieke mieren de deur laat dichtdoen, weet hij niet. Ook is niet bekend waartegen de zandschuiverij de mierenkolonie moet beschermen.

°

Elmar Veerman Species: Forelius pusillus – AntWebSLAVENHOUDERS  en Co 

°

Tot slaven gemaakte mieren saboteren de boel op grote

schaal

27 september 2012  
Bronmateriaal:Sklavenrebellion bei Ameisen weit verbreitet” – Uni-Mainz.de April Nobile (via Antweb.org).

 April Nobile (via Antweb.org).Temnothorax longispinosus Mieren worden soms ‘gevangen genomen’ door andere mierensoorten en als slaven ingezet. Wetenschappers hebben nu ontdekt dat het heel normaal is dat de slaven het nest van hun onderdrukkers vervolgens gaan saboteren. De mier Protomognathus americanus valt nesten van de mier Temnothorax longispinosus aan. De volwassen mieren in het aangevallen nest worden gedood en de jongen meegevoerd naar het nest van P. americanus. Eenmaal daar aangekomen, worden de jongen als slaven ingezet. Ze moeten het nest verdedigen, hun ‘slavenmeesters’ van voedsel voorzien en de jongen verzorgen. In 2009 ontdekten wetenschappers dat de mieren dat met verve doen: zo voeden en verschonen ze de jongen van hun slavenmeesters. Maar: dat is maar tijdelijk. Op een bepaald punt stopt dat. “In eerste instantie kunnen de slaven waarschijnlijk niet weten dat de larven tot een andere soort behoren,” legt onderzoeker Susanne Foitzik uit. Maar als de larven zich verpoppen, verandert dat. “De poppen, die er al uitzien als mieren, dragen chemische stofjes bij zich die overduidelijk kunnen worden opgemerkt.” Ook door de slaven. Zodra de larven zich verpoppen, stoppen veel slaven met de verzorging of soms doden ze de jongen zelfs. Het resultaat? Minder dan de helft van de larven wordt uiteindelijk volwassen. Deze foto laat zien hoe slaven samen een larf aanvallen die zich aan het verpoppen is. Omdat de larf in de pop zit en zich dus amper kan verroeren, is deze bij zo’n aanval vaak ten dode opgeschreven. Foto: Alexandra Achenbach. Grote schaal Foitzik borduurt nu op dat onderzoek uit 2009 voort en toont aan dat dit gedrag op grote schaal voorkomt. Ze bestudeerde nesten in West Virginia, New York en Ohio. In het eerstgenoemde gebied bleek slechts 27 procent van de door slaven verzorgde larven volwassen te worden. In New York was dat 49 procent en in Ohio 58 procent. Dat zijn lage percentages. Zeker als u ze vergelijkt met het percentage larven van de soort T. longispinosus dat (wanneer zij opgroeien in een nest dat niet door P. americanus wordt aangevallen) gemiddeld volwassen wordt: 85 procent. Goede reden Maar waarom saboteren mieren de boel? Zelf hebben ze er immers helemaal niets aan. Volgens de onderzoekers hebben de mieren er desalniettemin een goede reden voor. Doordat slaven ervoor zorgen dat gemiddeld slechts 45 procent van de larven van P. americanus volwassen wordt, wordt het nest van de slavenmeesters zwakker en groeit het minder snel. En daardoor hebben de omringende nesten van T. longispinosus (de soort waartoe ook de slaaf behoort) een grotere overlevingskans. De mieren rebelleren dus op grote schaal. Maar ze zijn daarin lang niet altijd even succesvol. Zo hebben larven in West Virginia een veel kleinere kans om te overleven dan bijvoorbeeld in New York. De onderzoekers kunnen dat wel verklaren. Ze wijzen erop dat de mieren in New York agressiever zijn: ze leren rebellerende mieren graag een lesje. In West Virginia hebben de slaven weer meer baat bij een opstand, omdat onderzoek aantoont dat de nesten rondom hun slavenmeesters vaker familieleden bevatten. En dus is het heel nuttig om de slavenmeesters enorm te verzwakken en zo te voorkomen dat ze de omringende nesten gaan aanvallen. JAPANSE     SLAVENHOUDERS Japanse slavenhoudende mieren( Polyergus samurai ) willen enkel sterke mieren van de slavensoort (Formica japonica ) gebruiken. Wetenschappers stelden vast dat deze slavvenhouder – mieren bij voorkeur sterke kolonies aanvallen op zoek naar nieuwe slaven. Ze vermoeden dat de dieren een sterke verdediging als een signaal van een sterke populatie zien. Sommige mierensoorten vertonen een sterke drang tot slavenjagerij . Hun koningin produceert wel nakomelingen, maar die zijn lang niet in voldoende mate aanwezig en worden niet gebruikt voor de dagdagelijkse taken zoals het zoeken naar voedsel. In plaats daarvan gaan die werkster-mieren op zoek naar kolonies van slavensoorten die ze kunnen aanvallen. Daar stelen ze als het ware de verpoppende mieren die ze in hun eigen kolonie kunnen inzetten. In eerdere studies werd verondersteld dat de mieren “eerdere gemakkelijke doelwitten kiezen, ” maar in de studie van Sebastian Pohl deden de mieren juist het tegenovergestelde. De slavenhalende -mieren zouden aan risicoberekening doen. Zogenaamde ‘scouts'(verkenners ) in de kolonie zijn heel waardevol en het valt niet aan te raden om veel aanvalspogingen te plegen. Daarentegen moeten scouts meteen de juiste beslissing nemen over de verpoppende mieren die ze willen stelen. Dat is essentieel voor het overleven van de hele kolonie.slavenhouders (gb)

09/11/10

LINKS http://myrmecos.net/ archives http://myrmecos.net/index1.html

Mier vergast tegenstander op afstand

15 december 2011

Wetenschappers hebben ontdekt dat sommige mieren hun tegenstander met gas op een afstandje kunnen doden.

De onderzoekers bestudeerden de mier Crematogaster striatula. Dit dier kan steken. Maar die vaardigheid is lang niet altijd zo handig als u zou denken. Want om een tegenstander te steken, moet de mier deze wel van heel dichtbij benaderen.

Lucht De C. striatula heeft echter een methode ontwikkeld waardoor de mier de tegenstander niet meer van zo dichtbij hoeft te zien. De mier stoot de stofjes gewoon uit. Niet in het lichaam van de tegenstander, maar in de lucht. In veel gevallen is dat genoeg reden voor tegenstanders om op de vlucht te gaan. Maar termieten zijn een uitzondering. Zij houden dapper stand. En voor deze dieren heeft C. striatula een heel bijzondere aanpak.

Termieten Zodra een mier termieten tegenkomt, laat deze de stofjes los. Andere mieren ruiken dat en schieten de mier te hulp. Ze naderen de tegenstander tot een afstand van zo’n zes tot tien millimeter en richten de plaats waar de chemische stofjes vandaan komen op de termieten. Binnen tien minuten beginnen de omsingelde termieten te trillen. Ze vallen op de grond, rollen op hun rug, hun pootjes in de lucht. De mieren blijven erbij staan tot de verlamde beestjes geen teken van leven meer vertoonden. Daarop pakken de mieren de termieten op en brengen het maaltje thuis, zo vertellen de onderzoekers in het blad PLOSone

De doodsstrijd van een termiet. De mieren hebben hem omsingeld en het gas al afgegeven. Het beestje raakt verlamd en als deze niet meer beweegt, nemen de mieren hem mee. Foto’s: PLoS ONE.

Zo kunnen de mieren termieten zonder ze aan te hoeven raken, verlammen en doden. De onderzoekers hebben het stofje dat de mieren hiervoor gebruikten, bestudeerd. Mogelijk leidt het onderzoek op lange termijn tot beter bestrijdingsmiddelen

http://www.plosone.org/article/info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0028571

De evolutie van supersoldaten

Geheim van mieren met bizarre proporties ontrafeld

  • DOOR: NADINE BÖKE

Een extra dosis groeihormoon is genoeg om de soldaten van bepaalde mierensoorten uit te laten groeien tot supersoldaten, met een bizar grote kop. En: het werkt ook bij verwante soorten waarbij zulke supersoldaten normaal niet voor komen De rol van een mier ligt vast vanaf het moment dat hij (of zij) als larf uit het ei kruipt. Sommige larven zullen uitgroeien tot een gevleugelde koningin, de enige die eieren kan leggen en nieuwe kolonies kan stichten. Maar verreweg de meeste mieren ontpoppen zich tot werkvolk. Bij de mierengroepPheidole is dat werkvolk weer opgedeeld in twee duidelijk verschillende typen werkers: kleine mieren die voedsel zoeken en het nest onderhouden, en de iets grotere soldaten die het nest beschermen. © Alex Wild / alexanderwild.com Je zou het misschien niet zeggen, maar deze twee mieren behoren echt tot dezelfde soort. De linker is een gewone werkmier; de rechter is een supersoldaat.

      Twee miersoorten uit de omvangrijke Pheidole-groep kennen nog een vrij bizarre, derde soort werkers: de supersoldaat. Zij hebben niet alleen een iets groter lichaam dan de andere werkers; het opvallendste kenmerk is hun absurd grote kop. Met dat enorme hoofd kunnen ze de tunnels van het mierennest blokkeren, zodat vijanden niet naar binnen kunnen. Een groep Canadese biologen was benieuwd naar het genetische mechanisme achter deze supermieren. Wat zorgt ervoor dat de mierenlarven uitgroeien tot de megakoppige soldaten? En: de twee miersoorten in kwestie,Pheidole rhea en Pheidole obtusospinosa, zijn een stuk minder nauw verwant aan elkaar dan aan andere Pheidole-soorten. Zouden de supersoldaten dan twee keer, los van elkaar, zijn geëvolueerd? Rajendhran Rajakumar en zijn collega’s vermoedden dat soldatenlarven uitgroeien tot supersoldaten door een extra portie groeihormoon. Zij testten dit door zulke larven in te smeren met methopreen, een stof die sterk lijkt op het betreffende groeihormoon. En jawel: dit zorgde voor allerlei veranderingen in het groeiproces van de larven, waarna ze zich ontpopten tot supersoldaten. Maar de grootste verrassing in het onderzoek van de biologen kwam toen ze ook de larven van andere mierensoorten uit het Pheidole-genus insmeerden met de hormoonachtige stof. Deze larven ontwikkelden zich ook tot supersoldaten, terwijl die verschijningsvorm van nature niet voorkomt bij deze soorten. Rajakumar en zijn team concluderen hieruit dat het genetische mechanisme om uit te groeien tot supersoldaat al bij de voorouder van alle Pheidole-mieren aanwezig was. Bij sommige soorten zijn tijdens hun evolutie de genen die voor de ontwikkeling tot supersoldaat zorgen standaard ‘uit’ gezet. Terwijl ze het vermogen tot het ontwikkelen van de bizarre lichaamsproporties wel hebben behouden; het juiste groeihormoon, in de juiste dosis, zorgt ervoor dat de genen weer ‘aan’ gaan. De Canadese wetenschappers vermoeden dat de reden waarom bij de meeste Pheidole-mieren niet langer standaard supersoldaten geboren worden, is dat deze verschijningsvorm ook zo z’n nadelen heeft. Vooral voor de dieren zelf. Door hun vreemde lichaamsverhoudingen en koppen die maar net aan door de mierenhooptunnels passen worden de supersoldaten niet oud. Terwijl er ook andere manieren zijn om je volk te verdedigen dan tunnels blokkeren met je hoofd. De soort Pheidole hyatti bijvoorbeeld, die in een vergelijkbare omgeving leeft als P. obtusospinosa, gaat simpelweg over tot een grootscheepse evacuatie als hun nest aangevallen wordt door vijandige roofmieren. Bron: Rajendhran Rajakumar e.a., Ancestral developmental potentional faccilitates parallel evolution in ants, in: Science, 5 januari 2012

05 mei 2011 http://www.nu.nl/wetenschap/2507111/fossiel-van-reuzenmier-ontdekt.html Fossiele Mierenkoningin groter dan kolibri

In een meer in Wyoming in de Verenigde Staten zijn fossielen ontdekt van insecten die even groot zijn als een kolibrie. De soort, Titanomyrma lubei, leefde 50 miljoen jaar geleden in het eoceen. Zie ook http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-13269302 http://phys.org/news/2011-05-giant-fossil-ants-linked-global.html EOS

Het fossiel van een Mierenkoningin is groter dan vijf centimeter, en het lijfje is groter dan dat van een kolibrie. Geweten is dat de insecten leefden bij temperaturen van rond de 20 graden Celsius .Bij de fossielen zijn namelijk de resten van planten aangetroffen die alleen konden overleven bij een temperatuur van minimaal 20 graden Celsius. De wetenschappers vermoeden verder dat de insecten gedurende warme periodes in het tijdperk Eoceen in staat waren om via de Noordpool de oversteek van Europa naar Amerika te maken. De resultaten van het onderzoek naar de fossielen zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the Royal Society B. Over hun dieet is niets bekend. Bruce Archibald van de Simon Fraser University in Brits Columbia zei dat ze enkel een fossiel van een koningin hebben gevonden en helaas geen werkers. De onderzoekers brachten alle uitgestorven insectensoorten groter dan 3 centimeter in kaart. Alle fossielen konden worden geassocieerd met hogere temperaturen. Eerder werden dezelfde planten ook al gevonden bij fossielen van vergelijkbare mierensoorten in Engeland en Duitsland In het eoceen waren er wel meer soorten die de grote oversteek waagden. In die periode lagen de continenten bovendien nog anders geschikt. Tijdens extra warme periodes ging er veel leven van Noord-Amerika naar Europa en omgekeerd. De gelijkenissen tussen insecten in Brits Columbia en Europa zijn dan ook groot. Volgens Archibald is dit het eerste voorbeeld van leven dat warmte nodig heeft gehad om de oversteek te kunnen maken. Eerder werden al fossielen in Duitsland en op het Isle of Wight in het zuiden van Engeland gevonden die dateren van dezelfde periode. Daar waren de fossielen ongeveer even .groot als een winterkoninkje. (as).. formiciumgiganteum formiciumgiganteum. Messell pit lagerstate Versteinerung aus der Grube Messel (Mittleres Eozän). Alle Mitglieder der Familie Formiciinae sind ausgestorben. Mit einer Flügelspannweite von bis zu 15 cm (Königin im Bild) stellte die Gattung Formicium die größten Ameisen und sogar Hymenopteren insgesamt dar, die je lebten. giant-ant2 Fossielen van de reuzenmieren zijn gevonden in de groeve van Messel en het nabijgelegen Eckfeld Maar in Duitsland. <- reconstructie  (BBC) http://www.antweb.org/bigPicture.do?name=casent0172002&shot=h&number=1 http://www.notesfromunderground.org/archive/vol912/features/dinosaur%20ants.html Dinosaur ant Deze insecten vormen een zeer oude groep,. De werkmieren konden 1 tot 3 cm lang worden. De koninginnen konden wel 5,5 cm. lang worden en hadden een vleugelwijdte van 13 cm. Reuzenmieren waren vleeseters. Dieren die in het bos leefden en zich niet snel genoeg uit de voeten konden maken, werden door hen massaal aangevallen en gingen een verschrikkelijke dood tegemoet. mravlja  mravgl De grootste moderne mieren zijn overigens zogenaamde trekmieren(drijfjacht-mieren ) van het geslacht Dorylus. nml Dorylus molestus Deze koninginnen van die soort kunnen net als de prehistorische mieren ruim vijf centimeter lang worden The queens of African Dorylus army ants are with over 5cm body length the largest ants on Earth, and hold the world record in egg laying. The picture shows a queen of Dorylus molestus. Credit: Daniel Kronauer/Harvard University Dorylus molestus morphs   /  ants africa /dorylus molestus

PolymorphismThe photomontages are of specimens from the Central African Republic, collected at Bozo, by Degallier, 18.xii.1981. The various morphs, plus others from Congo, including a minima morph, are shown in detail below.

{Dorylus molestus major}Major


{Dorylus molestus media 1}Media 1


Media 2 {Dorylus molestus media}The photomontage is of a minimaspecimen from Congo, Réserve de Lésio-Louna, S 03°16’13.9″ E 015°28’21.2″; 6-9.xi.2007; n sp 30; pitfall trap 05, t 2.1; gallery forest; collected by Eric Zassi.


{Dorylus molestus media 4}Media 4


Minima {Dorylus molestus minima}

http://www.discoverlife.org/proceedings/0000/7.ants_africa/orgs/Dorylus/molestus/dorylus_molestus_morphs.html GENUS DORYLUS http://www.antweb.org/basicSearch.do?cx=008538965889557422720%3Abisxsxkgfmc&cof=FORID%3A11&ie=UTF-8&q=dorylus+molestus&siteurl=www.antweb.org%2Fdescription.do%3Frank%3Dspecies%26genus%3Ddorylus%26name%3Dmolestus&ref=tsjok45.wordpress.com%2F2012%2F11%2F19%2Fmieren%2F&ss=1729j439937j8   http://en.wikipedia.org/wiki/Dorylus_molestus http://eol.org/pages/1284982/overview ° BELAGERS KRABSPIN  VIJAND    en  NECROFIELEN   Krabspin Terwijl de krabspin de mier opeet, wordt het stervende vrouwtje belaagd door mannetjes die met haar willen paren. Het feit dat ze stervende is, lijkt ze niet te deren. Noch   het feit dat zich op slechts enkele centimeters afstand een geduchte vijand – de krabspin – bevindt. Chemicaliën Maar waarom doen deze mieren dat? Paren heeft immers geen zin: dit vrouwtje gaat geen jongen meer op de wereld zetten. Het heeft alles te maken met chemische stofjes, zo legt onderzoeker Walter Tschinkel aan Livescience uit. Mieren stoten die uit om met elkaar te communiceren. Bijvoorbeeld als het gaat om seks.(feronomen ? )  De jonge koningin ( tijdens of vlak na  haar bruidsvlucht in de klauwen van de vijand gevallen–> ze bezit immers haar vleugels nog  ) leeft nog en stoot waarschijnlijk nog steeds de geurstofjes uit .. de mannetjes ( ook de minder fitte of slechtere vliegers   )  reageren automatisch en komen ook aan bod   Dat ze daarbij   zelfs zo dicht bij een geduchte vijand willen komen om te paren, is ook goed te verklaren. Mieren leven in koloniën met aan het hoofd één of meerdere koninginnen. In die kolonie heeft iedereen een taak. Er zijn bijvoorbeeld werkers, maar ook mieren die het nest moeten verdedigen. Seks met een   koningin  (tijdens haar paarvlucht )  is maar voor weinige mannetjes  weggelegd. Geen wonder dat de heren nu hun (gemakkelijke )  kans schoon zien. Mieren die paren met een stervende koningin die op datzelfde moment wordt opgegeten: een natuurliefhebber legde het vast. (Het onderstaande filmpje is gemaakt door Adrián Skippy Purkart. In het filmpje is te zien hoe een mierenkoningin door een krabspin wordt verorberd.)

chemische  stofjes sturen het gedrag van de mannetjes  
 27 maart 2012 2

Bronmateriaal: Prenolepis nitens males ants mating with dying half-eaten queen” – Youtube.com Video Shows Ants Mating with Dying, Half-Eaten Queen” – Livescience.com De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com). ° KOLLASMOSOMA  SENTUM   Parasitoid wasp (Kollasmosoma sentum) ovipositing in ants (Cataglyphis ibericus)

Females of the parasitoid wasp Kollasmosoma sentum ovipositing in workers of the ant Cataglyphis ibericus. Recorded in slow motion video, at a rate of 300 frames per second. Madrid, August and September, 2010. Females of the parasitoid wasp Hybrizon buccatus ovipositing in the ant larvae transported by workers of Lasius grandis. In the last sequence a female of H. buccatus holds the tip of a grass stem with its legs, then bends the metasoma and touches the grass stem with its metasomal apex. Recorded in slow motion video, at a rate of 300 frames per second. Almazán (Soria, Spain), July and August, 2010. ZOMBIE ANTS 

Zombie-mier sterft altijd bij zonsondergang

Nieuw onderzoek wijst erop dat mieren die gehersenspoelt zijn door een schimmel , op vaste tijden sterven. De schimmel Ophiocordyceps kruipt in het brein van mieren en gaat hun bewegingen bepalen. Hierdoor lopen de mieren – die wel wat weg hebben van zombies – al slingerend over bladeren heen. De schimmel dwingt de mier na een wandeling om zich aan de onderkant van een blad op de voornaamste nerf vast te klemmen. Sporen De mier sterft daar en de schimmel kan vanaf die strategiscg  prachtige plaats verder groeien. Er groeit een stengel uit het kopje van de mier (zie de foto hierboven). Deze stengel zit dankzij de stevige greep van de dode mier goed vast aan het blad en de schimmel kan zijn sporen zo goed verspreiden en ervoor zorgen dat nog meer mieren gebrainwasht worden. Vaste tijd Nieuw onderzoek toont nu iets heel opvallends aan. De onderzoekers volgden zestien door de schimmel geïnfecteerde mieren. Ze ontdekten dat de mieren zich allemaal op een vast tijdstip aan het blad vastbeten en ook allemaal op een vast tijdstip het loodje legden. De mieren beten zich rond de middag vast en stierven bij zonsondergang. Opmerkelijk Onderzoeker David Hughes is onder de indruk. “Dat de zombie-mieren op dezelfde tijd bij hun graf aankomen is opmerkelijk. Het maakt dit indrukwekkende gebeuren nog complexer.” Hughes denkt wel te kunnen verklaren waarom mieren pas rond de zonsondergang het loodje leggen. “Waarschijnlijk verzekert de schimmel zich er zo van dat hij nog een koude nacht voor de boeg heeft die hij kan gebruiken om letterlijk uit het hoofd van de mier te barsten en de groei van de stengel te starten.” Op de foto hierboven is een dode mier te zien. De schimmel is al uit het kopje gegroeid. Foto: David Hughes. Bronmateriaal: Zombie Ants Bite at High Noon, Die at Sunset” – Livescience.com

°

[Mind Control: Gallery of Zombie Ants]

zombie ant  zombie ant   zombie ant fungal growth  zombie ant fungus    zombie ant carcass on leaf The zombie ant has a helper &mdash; a hyperparasite fungus. Shown here, a zombie ant with the brain-manipulating fungus (<em>Ophiocordyceps unilateralis</em>) having been castrated by the hyperparasite fungus (white with yellow material).   The mature, fruiting body of a zombie fungus is growing through this zombie ant's neck. The poor ant also has damage from a chewing insect; and a spider is making a home beneath its corpse.

Zombie-ant infected by fungus http://www.livescience.com/13046-zombie-fungus-carpenter-ant-brain-altering.html

 A parasitic fungus stalk erupted from the head of a dead carpenter ant whose jaws are gripping the underside of a leaf’s major vein. Credit: David Hughes.The original zombie-ant fungus, Ophiocordyceps unilateralis, was first identified in 1865, and it seems to exist around the world. [Mind-Controlling Parasites Date Back Millions of Years

INDIA

Oct. 26, 2010 — The discovery of a trove of insects and arachnids preserved for millions of years in amber raises new questions about how long India was isolated before it joined the Asian continent, researchers said in a new study. The insects — bees, termites and flies — had been entombed in the vast Cambay deposit in western India for some 50 million years. Scientists had long assumed that India was for a time an isolated island-continent, and consequently expected that the insects found in the amber would differ significantly from those elsewhere in Asia. But researchers wrote in their study appearing in Proceedings of the National Academy of Sciences that the insects were not unique as would be expected had India been sequestered for as long as they originally believed. “We know India was isolated, but when and for precisely how long is unclear,” says David Grimaldi, curator in the Division of Invertebrate Zoology at the American Museum of Natural History. “The biological evidence in the amber deposit shows that there was some biotic connection,” he wrote, suggesting that an extended separation would have given rise to a unique flora and fauna. India separated from present-day Africa and after about 50 million years collided with Asia, creating the Himalayas. Rather than finding evolutionary ties to Africa and Madagascar — land masses geologists say India was most recently linked to — the researchers found relatives in Northern Europe, Asia, Australia, and the Americas. “The amber shows, similar to an old photo, what life looked like in India just before the collision with the Asian continent,” says Jes Rust, professor of Invertebrate Paleontology at the Universitaet Bonn in Germany. “The insects trapped in the fossil resin cast a new light on the history of the sub-continent,” said Michael Engel, a professor in the Department of Ecology and Evolutionary Biology and curator of entomology at the University of Kansas. “What we found indicates that India was not completely isolated, even though the Cambay deposit dates from a time that precedes the slamming of India into Asia,” he said. “There might have been some linkages. Content provided by: AFP //Photo credit: David Grimaldi/American Natural History Museum

On the surface, the PNAS paper indicates the Indian paleofauna had non-intuitive connections to northern Europe and Australasia. Or, in the authors’ words, “India just prior to or immediately following contact shows little biological insularity.” But this conclusion depends very much on the integrity of the taxonomic identifications. And I think they’ve botched their exemplar ant: From the paper: ” ….Despite the biased comparisons to the Baltic amber paleobiota, phylogenetic affinities of the identified insects in Cambay amber also lie with Recent taxa from southeastern Asia and Australasia… In ants, a highly sculptured, distinctive myrmecine [sic] (Fig. 2B) is closely related to a small group of Recent southeast Asian and Australian genera,Lordomyrma, Meyriella [sic], and Austromorium…..” Let me offer an alternate interpretation. The mystery ant is not a myrmicine at all, Australian or otherwise. It’s an agroecomyrmecine. This is an ancient, presumably carnivorous lineage known only from Baltic amber (Agroecomyrmex), the Florissant fossil beds of Colorado (Eulithomyrmex), and a handful of rare extant Neotropical species (Tatuidris). I just did a set of quick-and-dirty measurements from the mystery specimen and from several other Antweb specimens of head length, eye placement on head, and mesosomal length: Several traits indicate an agroecomyrmecine affinity:

    • The position of the compound eye high on the head
    • The relatively broad and stubby mesosoma
    • The bulky post-petiole (=abd III) with a broad attachment to Abd IV
  • An apparently expanded Abd 4 tergite (not easy to see in the fossil).

Agroecomyrmecinae is one of the oddest, rarest, and least understood of all ant lineages. An excellently-preserved fossil on a 50 million year old Indian subcontinent adds considerably to our knowledge of the group. Of course, this identification also nixes Rust et al’s Australasian-India connection, but I’ll happily trade that for another agroecomyrmecine.     My taxonomic whinging aside, though, the Cambay amber is a major discovery. http://myrmecos.net/2010/10/26/a-major-new-fossil-deposit-with-a-note-on-taxonomic-caution/ http://www.scientias.nl/vuurmieren-maken-vlot-van-zichzelf/30018

Vuurmieren maken vlot…van zichzelf

Duizenden mieren kunnen samen een zeer stevig vlot vormen en zo maandenlang ronddobberen. Dat blijkt uit onderzoek. De vuurmieren kunnen een hoop hebben. Overstromingen, vuur, pesticiden: de agressieve dieren overleven het allemaal. Een belangrijke tactiek is nu door wetenschappers ontrafeld. Wanneer het water een kolonie overstroomt, klampen de mieren zich aan elkaar vast en vormen zo een vlot dat ze veilig naar een nieuw leefgebied brengt. Mieren klampen zich met poten en kaken aan elkaar vast. Experimenten De onderzoekers deden allerlei experimenten met de mieren om te achterhalen hoe de dieren zich in het water redden. Zo gooiden ze een aantal mieren in het water en keken ze hoelang het duurde voordat de dieren een vlot vormden. Ook de loopsnelheid van de mieren op het vlot werd bestudeerd. Om de structuur van het vlot te bestuderen, werd zo’n levend vlot in vloeibare stikstof ingevroren. En ook de kracht die de mieren in hun pootjes hadden, werd bestudeerd. Supersterk Uit de experimenten blijkt dat vuurmieren die in het water belandden razendsnel een rond vlot vormen door over elkaar heen te kruipen en elkaars poten met de kaken of poten vast te houden. Het patroon dat zo ontstaat is waterdicht. En het is een stevig vlot: de kracht waarmee de mieren elkaar vasthouden is vergelijkbaar met de kracht die een mens boven op een flatgebouw moet uitoefenen als er zes volwassen olifanten aan zijn arm hangen. Het kunstje van de mieren is indrukwekkend en kan ontwerpers op weg helpen om boten te bouwen. Misschien zelfs boten die – net als de vlotten van de mieren – zichzelf in elkaar zetten. De foto’s bovenaan en in dit artikel zijn gemaakt door respectievelijk T. Nowack; N. Mlot/N. Mlot et al., PNAS.

Bronmateriaal: Fire Ants Surf Floods on Rafts of Their Own Bodies” – Sciencemag.org

°

Zo bouwt een mier een vlot als water dreigt: kinderen eerst, koningin in het midden

 20 februari 2014

mier

Wanneer het water ze aan de lippen staat, bouwen mieren een vlot van hun eigen lijven. Onderzoekers hebben de samenstelling van dat vlot nu bestudeerd. Zo blijkt de koningin een plekje in het midden te krijgen, terwijl de jongen – de toekomst van de kolonie – heel verrassend helemaal onderop zitten.

Mieren die in gebieden leven die zomaar onder water kunnen komen te staan, zijn daar doorgaans goed op voorbereid. Zodra een overstroming dreigt, grijpen ze elkaar vast en vormen een levend vlot. Hoewel onderzoekers de totstandkoming van zo’n vlot al uitgebreid bestudeerd hebben, is nog maar weinig onderzoek gedaan naar de samenstelling ervan. Eennieuwe studie brengt daar verandering in.

Laboratorium
Onderzoekers verzamelden mieren die in Zwitserse uiterwaarden leefden en brachten ze naar het laboratorium. In het lab stelden de onderzoekers populaties met verschillende combinaties werkers, koninginnen en broedsels (bestaande uit larven en poppen) samen. Vervolgens confronteerden ze de populaties met water.

Broedsels
De onderzoekers ontdekten dat de mieren de basis van het vlot stelselmatig uit broedsels opbouwden. En dat verbaasde ze. “We verwachtten dat individuen die aan de basis van het vlot stonden en dus ondergedompeld werden de grootste verliezen zouden lijden, dus waren we verbaasd toen we zagen dat de mieren de jongste leden van de kolonie systematisch aan die basis plaatsten. Maar verdere experimenten toonden aan dat de broedsels van alle leden van de kolonie het beste in staat zijn om te blijven drijven en dat vervoer per vlot hun overlevingskansen niet verkleint.” En daarmee is het de beste samenstelling die mogelijk is: deze samenstelling eist namelijk de minste levens.

Verder ontdekten de onderzoekers dat de koningin altijd in het midden van het vlot wordt geplaatst. Daar wordt ze beschermd door alle mieren die haar omringen.

Bronmateriaal:
Ants build raft to escape flood, protect queen” – PLoS ONE (via Sciencedaily.com)
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Nathon Mlot.

Ants build a raft to escape flood and protect the queen.

Flood ants build a raft to escape a flood and protect the queen. Photograph by Jessica Purcell

http://newswatch.nationalgeographic.com/2014/02/19/ants-animals-flood-rafts-science-weird/

http://www.nu.nl/wetenschap/3707531/mieren-vormen-bootje-koningin-bij-overstroming.html

°

In een stuk amber uit Frankrijk : (charentes) SOCIAL INSECTS Most insects are solitary. Ants are one of the few species among the 900,000 who are social. The elaborate social systems of some insects are amazing Social insects have a disproportionate influence on the planet relative to other species. They outweigh most other organisms, including humans. They change the physical features of the environment through their social activities and their collective ability to do amazing things such as build enormous structures. And, as EO Wilson showed, social insects help us understand how organisms can get along and work collectively.

 

°

Algemene  Mieren-soorten  (Formicidae) van de benelux

Dat ook mieren eigenlijk wespen zijn mag gek klinken, maar een paar keer per jaar “gaan de mieren vliegen”. De dieren die gaan vliegen zijn mannetjes en koninginnen. Na de bevruchting beginnen de koninginnen een nieuwe kolonie. De meeste mieren die je ziet zijn werksters die nooit vleugels krijgen. Mieren vormen altijd grote kolonies. Vaak bouwen ze hun nest onder de grond, maar soms ook boven de grond. We spreken dan van een “mierenhoop”.

In heel veel tuinen vind je de Grauwzwarte Mier, die om onduidelijke redenen ook wel Bruine Mier wordt genoemd.

Deze kleine mier is nauw verwant aan de soms onaangename, maar zeer interessante Rode Bosmier die in het bos van die grote mierenhopen maakt.

 

De tuinsafari: mieren

foto Formica fusca

deze mier, waarschijnlijk de Bruine of Grauwzwarte Mier (Formica fusca), gaat soms vliegen. 

 

De grauwzwarte mier behoort tot de grootste mieren in West-Europa Meer…

De tuinsafari: mieren

foto Formica rufa

een gevleugelde koningin van de Behaarde Rode Bosmier (Formica rufa)

 

De behaarde rode bosmier is zelden in tuinen te zien. Het is deze soort die in naaldbossen grote mierenhopen maakt Meer… Hieronder een geel gekleurde soort, die dan ook Gele Weidemier heet. Ook deze soort woont in grote kolonies. Deze worden vooral in gras gemaakt en bestaan uit duidelijke mierenhoopjes tussen de grasstengels. Overigens zijn gazons net zo geschikt voor het diertje als weilanden en dus is de naam een beetje misleidend. Deze soort leeft veel meer ondergronds en wordt maar zelden rennend door de tuin gezien.

 

 

Dit is de Gele Weidemier (Lasius flavus), die onder meer onder de grond schimmels kweekt   

De tuinsafari: mieren

foto Lasius flavus

     

 

De gele weidemier maakt heel kleine mierenhoopjes in gazons en weilanden. Meer… Hieronder nog een gele soort. Hoewel de mier sterk lijkt op de Gele Weidemier hierboven, behoort hij tot een geheel andere soort. Let maar eens op de veel langere verbinding tussen voor en achterlijf! Volgens Jorgen Kienstra gaat het hier om een Myrmica-soort en waarschijnlijk Myrmica rubra. Een onaangenaam heerschap dat in het Nederlands de naam Rode Steekmier draagt, omdat de diertjes zijn uitgerust met een werkende angel (de meeste mieren steken niet maar bijten).

 

Nog een gekleurde mierensoort: de Rode Steekmier (Myrmica rubra).Deze soort en de soort hieronder heten in het Nederlands vaak allebei rode steekmier.  Meer…

foto Myrmica ruginodis

Rode Bossteekmier Myrmica ruginodis Deze rode mier heeft veel langere uitsteeksels aan het borststuk. Meer…

De meest bekende mier in de Benelux is zonder twijfel de Zwarte Wegmier. Een enigszins misleidende naam, want veel exemplaren zijn eerder donkerbruin dan zwart. Deze soort is in elke tuin te vinden en nestelt graag langs paden, onder tuin- en stoeptegels, muren enzovoorts. Het is een echte alleseter. Andere kleine diertjes worden overvallen en doodgebeten en vervolgens naar het nest getransporteerd. Maar ook kadavertjes, plantendelen, zaden en schimmels worden naar het nest gebracht. De soort melkt ook heel graag bladluizen en verdedigt deze zelfs tegen hun vijanden, zoals lieveheersbeestjes. Werksters en mannetjes zijn 3 tot 5 mm, de koningin 8 tot 9 mm. Koninginnen zie je vooral tijdens het uitvliegen in de zomer. De Zandmier lijkt sterk op deze soort, maar is een soort van heide en duin en vermijdt tuinen en parken.    

De gewoonste mier in de Benelux: de Zwarte Wegmier (Lasius niger).De Zwarte Wegmier vind je echt in elke tuin, hoe klein ook. Meer… Mieren vormen vaak enorme kolonies, die we meestal staten noemen. Eén mierenkolonie kan miljoenen exemplaren bevatten, vooral in de tropen. Er moet heel veel werk verzet worden om zo’n kolonie in stand te houden en daarom worden er gespecialiseerde mieren geboren: allereerst koninginnen die voor de voortplanting moet zorgen, soldaten die de kolonie moeten beschermen, werksters die meestal kleiner zijn dan de soldaten en die het voedsel versjouwen, het nest verzorgen en voor de jongen zorgen en tenslotte de mannetjes die alleen tijdens de paarvluchten een rol spelen. Soms zijn er zelfs nog verschillende soorten werksters: sommige hebben een grotere kop om het voedsel te versjouwen, andere gaan op zoek naar nieuwe voedselbronnen (‘verkenners’). Lasius niger mieren melken een bladluis.   De omgeving van een mier is nogal veranderlijk: bloemen komen en gaan, stenen blijven gelukkig langer bestaan. Er zijn dieren die in mierenkolonies wonen. Zo zijn er een aantal kortschildkevers die een voor mieren lekkere stof afscheiden. De mieren eten daarvan graag en als beloning mag de kever in het behoorlijk veilige mierennest wonen. Ook het witte pissebed hieronder woont in mierennesten. Of de mieren ook aan hem iets hebben, weten we niet. Meer over deze pissebed op de duizendpootpagina. De witte Pissebed Platyarthrus hoffmannseggi verdwijnt snel in het nest van de Zwarte Wegmier (Lasius niger COMMUNICATIE  EN   COMPLEXE   SAMENLEVING  

 

°

Mier heeft buitengewoon reukvermogen

 12 september 2012  0

Wetenschappers hebben ontdekt dat de mier uitzonderlijk goed kan ruiken. De mier blijkt vier tot vijf keer meer geurreceptoren te hebben dan elk ander insect. Waarschijnlijk stellen die extra receptoren de mieren in staat om hun heel ingewikkelde sociale samenlevingen te vormen. De zijderups heeft 52 eiwitten die verschillende geuren kunnen opvangen. Fruitvliegen tellen er 61. Muggen hebben er tussen de 74 en 158. De bij telt er 174. Maar de mier spant toch echt de kroon met 400 van deze receptoren. ORs De onderzoekers bestudeerden de mieren Camponotus floridanus en Harpegnathos saltator. De reukzin van insecten – en dus ook van mieren – is onder te verdelen in drie groepen: ORs, dat zijn receptoren die verschillende geurende stoffen en feromonen kunnen opmerken. GRs: receptoren die in staat zijn om onderscheid te maken tussen verschillende geuren en op sommige feromonen reageren. En IRs: receptoren die op verschillende giffen reageren. De mieren bleken vooral meer ORs te hebben, de hoeveelheid GRs en IRs is vergelijkbaar met die van andere insecten.

Ingewikkelde samenleving De onderzoekers hopen dat deze nieuwe ontdekking kan helpen om ze een beter beeld te geven van de mier. Zo verbazen wetenschappers zich nog altijd over de bijzonder complexe samenleving van de mier. Mieren hebben in die samenleving elk hun eigen taken. Ook zijn ze (samen) in staat om complexe problemen op te lossen. Het geheim? Communicatie tussen mieren. Het is al enige tijd bekend dat die communicatie plaatsvindt met behulp van chemische stofjes. “Dus het is een heel redelijke aanname om te stellen dat de enorm uitgebreide vaardigheid om geuren te detecteren, mieren in staat stelt om zo’n ingewikkelde sociale organisatie te vormen,” vertelt onderzoeker Laurence Zwiebel. Samenleving De ORs van beide mierensoorten bleken onderling nog wel te verschillen. Dat is logisch: de twee mierensoorten verschillen sterk van elkaar. C. floridanus leeft bijvoorbeeld in grote groepen met een koningin die alle vruchtbare eitjes produceert. De andere mierensoort leeft in kleinere groepen en in deze groepen kunnen ook werkers nageslacht op de wereld zetten. Vrouwtjes en mannetjes Ook bleken er verschillen te zijn tussen de hoeveelheid ORs van mannetjes en de hoeveelheid ORs van vrouwtjes. Mannetjes hebben slechts één derde van de ORs die bij vrouwtjes werden aangetroffen. “De belangrijkste rol van de mannetjes is de bevruchting van de eitjes, dus we nemen aan dat de ORs die mannetjes hebben en die vrouwtjes niet hebben, waarschijnlijk gericht zijn op het detecteren van feromonen die door de koningin worden geproduceerd,” legt onderzoeker Xiaofan Zhou uit. De onderzoekers benadrukken dat hun studie nog maar het begin is. Ze willen uiteindelijk achterhalen wat de mier allemaal kan ruiken en hoe deze op verschillende geuren reageert. Geuren   worden  collectief  “onthouden  ”  ? Mieren onthouden geur van vijand

Laatste update: 20 februari 2012 21:49 info

De geur van een tegenstander staat na een gevecht in het geheugen van een mier gegrift. Dat niet alleen, de hele kolonie onthoudt het luchtje van de vijand.

Foto: David Hu and Nathan J. Mlot

Dat ontdekten Australische wetenschappers, meldde de BBC maandag. De wetenschappers van de universiteit van Melbourne bekeken het gedrag van tropische weefmieren, die nesten in bomen bouwen waarin  een half miljoen mieren leven. Ze lieten mieren kennismaken met soortgenoten uit andere kolonies.

Daarna lieten ze twintig ‘vreemde’ mieren bij de kolonie. De mieren waarmee al kennis was gemaakt, werden veel agressiever aangevallen dan de onbekende mieren. Volgens de onderzoekers onthield de kolonie zeker zes dagen de geur van de vijand. MENSEN …..Professor Mark Elgar vergelijkt het gedrag van de mieren met dat van mensen.

Mieren onthouden geur van vijand

Laatste update: 20 februari 2012 21:49 info

LONDEN – De geur van een tegenstander staat na een gevecht in het geheugen van een mier gegrift. Dat niet alleen, de hele kolonie onthoudt het luchtje van de vijand.

Dat ontdekten Australische wetenschappers, meldde de BBC maandag. De wetenschappers van de universiteit van Melbourne bekeken het gedrag van tropische weefmieren, die nesten in bomen bouwen waarinel een half miljoen mieren leven. Ze lieten mieren kennismaken met soortgenoten uit andere kolonies.

Daarna lieten ze twintig ‘vreemde’ mieren bij de kolonie. De mieren waarmee al kennis was gemaakt, werden veel agressiever aangevallen dan de onbekende mieren. Volgens de onderzoekers onthield de kolonie zeker zes dagen de geur van de vijand. Professor Mark Elgar vergelijkt het gedrag van de mieren met dat van mensen. ‘‘Stel je voor dat je een slechte ervaring hebt met een groep mensen met een gelijk uiterlijk. Ze dragen bijvoorbeeld allemaal dezelfde sjaal van een voetbalclub. Dan waarschuw je collega’s ook voor mensen met zo’n sjaal”, zegt hij. De collega’s vertellen het verhaal weer door, waardoor een collectief geheugen ontstaat. ”Verander het woord collega’s in mieren en de sjaal in een geurtje en je snapt ons verhaal.” Mieren staan erom bekend dat ze communiceren via geuren. Ze gebruiken luchtjes om elkaar te herkennen en de weg naar hun kolonie terug te vinden.

Mieren behandelen eitjes met antischimmelgif

– Mieren weren schadelijke schimmels van hun eitjes door die te behandelen met gif, dat ze met hun mond aanbrengen.

14 december 2012 http://www.nu.nl/wetenschap/2982732/mieren-behandelen-eitjes-met-antischimmelgif.html

Dat melden Duitse en Oostenrijkse evolutiebiologen donderdag in Current Biology.

Het was al bekend dat werkstermieren de schimmel Metarhizium brunneum verwijderen van eitjes, om te voorkomen dat die worden aangetast. Maar dat ze de eitjes ook desinfecteren is nieuw. Werkstermieren van de soort Lasius neglectus maken het gif, mierenzuur, aan in hun achterlichaam. Ze gebruiken het ook als wapen tegen vijanden zoals spinnen en om routes uit te stippelen naar voedsel.

Zuurporie

Voor die doeleinden scheiden de mieren het gif uit via hun zuurporie, achterop hun lijf. Voor het behandelen van de eitjes blijken ze het gif eerst te transporteren naar een tweede opslagplek in hun hoofd, die is aangesloten op hun mond.

Mieren verzorgen hun zieke nestgenoten

 04 april 2012  

Mieren beschermen hun nestgenoten tegen ziekten door de zieken te verzorgen. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. Net als in overvolle steden, kunnen mierenkolonies te maken krijgen met uitbraken van ziekten. Om zichzelf hier tegen te beschermen, hebben de mieren een ‘sociaal immuunsysteem’. Als een mier ziek wordt, wordt hij verzorgd door één van zijn nestgenoten. Op deze manier wordt de gehele kolonie beschermd tegen ziekten. Immuniteit In het onderzoek, gepubliceerd in het tijdschrift PLoS Biology, gebruikten wetenschappers een combinatie van verschillende technieken om de werking van het sociale immuunsysteem te achterhalen. Met behulp van wiskundige modellen, gedrags-, microbiologische-, immunologische- en moleculaire technieken hebben zij bewijs geleverd dat immuniteit in groepen experimenteel gemanipuleerd en gemodelleerd kan worden. Schimmels Het team bracht gelabelde schimmelsporen aan op een groepje mieren en liet de groep contact maken met gezonde maatjes. En wat bleek? Mieren gaan hun zieke nestgenoten niet uit de weg, maar likken ze schoon. De overlevingskansen van de zieke mier nemen hierdoor toe, terwijl de helper het risico loopt de ziekte zelf te krijgen. De gelabelde schimmelsporen waren uiteindelijk verspreid over de gehele kolonie. Echter, het verspreiden van de infectie gebeurde op zeer laag niveau, waardoor de gezonde mieren een milde variant kregen. De onderzoekers stelden vast dat zij een set van immuungenen doorkregen, waardoor zij de ziekte zelf beter kunnen bestrijden. Op deze manier herstellen mierenkolonies van ziekten en wordt hun voortbestaan niet bedreigd. Dit sociale immuunsysteem kwam vroeger ook voor bij mensen. Het is de natuurlijke tegenhanger van de eerste menselijke inspanningen om ziekten als pokken tegen te gaan. In een tijd dat er nog geen vaccinaties bestonden, werd immuniteit bij mensen geïnduceerd door het overdragen van infecties op laag niveau. Door middel van deze studie kunnen wetenschappers in de toekomst mogelijk meer inzicht krijgen in dit verschijnsel bij de mens.

THE DINOSAUR ANT The world’s most primitive ant (Prionomyrmex macrops) is thought to have changed little for 60 million years, with a primitive anatomy and relatively relaxed social structure. In 1931, amateur naturalists in Western Australia collected the first living specimens of the wasp-like ant, but unfortunately failed to keep track of the precise location. Try as they might, nobody could find the site again. In 1977, a team from CSIRO, Canberra, were making one last expedition when their vehicle broke down more than 1,000 km from their destination. All seemed lost – until entomologist Bob Taylor stumbled on a Prionomyrmex specimen, and later a colony, just twenty paces from where they had been forced to set up camp. Prionomyrmex macrops – Dinosaur ants The dinosaur ant, Prionomyrmex macrops, is the world’s oldest known living ant species. 2 other species were previously known only from Baltic amber, but in 1931 it was discovered living near Balladonia in Western Australia. The site location wasn’t recorded so nothing more was known of it until 1977 when it was found at Poochera, 1300 km from Balladonia, also in Western Australia and later at Penong 180 km west of Poochera. It has primitive anatomy that is believed to have changed very little if at all over the last 60 million years. Its social structure is relatively relaxed compared to that of other ants. Some of its behaviours are similar to those of other ants. In an area of the same size on the southern edge of the arid zone 250 species have been found. Arid zone ants work 24 hours/day, some still foraging when the soil surface temperature reaches as high as 65o C. They have a range of diets – seeds, meat, termites or other ants. Some even attacking the nests of other species then taking the larvae and pupae, those they don’t eat they enslave. http://www.alexanderwild.com/keyword/prionomyrmex%20macrops/1/634975297_3cMDW#634975297_3cMDW http://en.wikipedia.org/wiki/Nothomyrmecia_macrops

Koningin of werkster? Een kwestie van genexpressie!

 20 januari 2014  1

mieren verzamelen zich rond dode bij

De grote diversiteit aan morfologie en gedrag bij sociale insecten wordt grotendeels bepaald door expressie van verschillende genen. Recent onderzoek bracht deze variatie in genexpressie in kaart voor een bepaalde mierensoort, Temnothorax longispinosus.

In een mierennest is het altijd extreem druk: sommige werksters voeden de jongen, andere leggen grote afstanden af om voedsel naar het nest te dragen en alles wordt bewaakt door soldaten. Ergens goed verstopt in het nest ligt de reusachtige koningin die zorgt voor de productie van de volgende generatie werksters. Ondanks deze diversiteit in gedrag en morfologie bezitten alle mieren in de kolonie hetzelfde genetische materiaal.

De sleutel tot de diversiteit is variatie in de expressie van verschillende genen. Met de opkomst van de nieuwe generatie DNA-sequentie-technieken (zogenaamde Next-Generation Sequencing, of NGS) kan de expressie van genen gedetailleerd in kaart gebracht worden.

Barbara Feldmeyer (Johannes Gutenberg Universiteit, Mainz) bestudeerde met haar collega’s de genexpressie bij de sociale mierensoort Temnothorax longispinosus. Zij vergeleken de koningin en drie types werksters: onvruchtbare broedverzorgers, vruchtbare broedverzorgers en voedselverzamelaars.


Conservatieve koningin
Tot nu toe zijn de genomen van zeven mierensoorten bestudeerd. Toch stuitte Barbara Feldmeyer bij de werksters op heel wat nieuwe genen waarvan de functie vooralsnog onbekend is. Andere studies op sociale insecten, zoals bijen en wespen, kwamen tot hetzelfde resultaat. Dit toont aan dat de evolutie van socialiteit bij insecten vooral gedreven wordt door de werkstersklasse waar er een sterke selectiedruk is op complexe morfologie. De evolutie van de koningin daarentegen is erg conservatief, omdat er waarschijnlijk een sterke selectie is op de reproductieve structuren.

Langer leven
Een gen dat sterk tot expressie komt bij de koningin codeert voor het multifunctionele eiwit vitellogenin, dat vooral bekend is als voorloper van de dooier bij ei-leggende dieren.

Het treedt ook op als antioxidant waardoor het een belangrijke rol speelt in de verlenging van de levensduur. Sommige mierenkoninginnen kunnen tot wel 30 jaar oud worden en waarschijnlijk vervult vitellogenin hierin een sleutelrol.

Bij T. longispinosus zijn er vier verschillende kopieën van dit gen aanwezig. Eén van deze kopieën (Vg6) komt het sterkst tot expressie bij de vruchtbare werksters.

Het is mogelijk dat dit eiwit een gloednieuwe functie verworven heeft.

Enkele genen kwamen enkel tot expressie in de koningin. Het merendeel is betrokken bij de reproductie, zoals de vorming van eicellen. Daarnaast werden ook genen die geassocieerd worden met de productie van specifieke lange koolwaterstoffen alleen in het genoom van de koningin geactiveerd.

Deze moleculen spelen een cruciale rol in het signaleren van vruchtbaarheid.

Wanneer de koningin verwijderd wordt uit het nest of sterft, dan stopt de productie van deze moleculen. Dit is het signaal voor vruchtbare werksters om zelf aan de reproductie te beginnen.

*

(Jente Ottenburghs (1988) heeft sinds zijn Master Evolutie en Gedragsbiologie aan de Universiteit van Antwerpen een brede interesse voor evolutionaire biologie. Sinds mei 2012 werkt hij als PhD-student bij de Resource Ecology Group aan de Universiteit van Wageningen. Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier.)

Bronmateriaal:
Feldmeyer, B., Elsner, D. & Foitzik, S. (2014) Gene expression patterns associated with caste and reproductive status in ants: worker-specific genes are more derived than queen-specific ones. Molecular Ecology, 23: 151-161. 
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door xx (cc via Flickr.com).

Afbeeldingen van Temnothorax longispinosus.  <—

http://www.antweb.org/description.do?name=longispinosus&genus=temnothorax&rank=species&project=pennsylvaniaants

http://nl.wikipedia.org/wiki/Temnothorax_longispinosus

Temnothorax longispinosus is een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.[1][2] De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1863 door Roger

Subfamily MYRMICINAE
Tribe FORMICOXENINI

Temnothorax longispinosus (Roger)

Temnothorax longispinosus worker head
Temnothorax longispinosus worder side view
Temnothorax longispinosus, full face view of worker (click photo to enlarge).
Temnothorax longispinosus, side view of worker (click photo to enlarge).
Temnothorax longispinosus, full face view of queen (click photo to enlarge).
Photo courtesy of http://www.antweb.org/
Temnothorax longispinosus, side view of queen (click photo to enlarge).
Photo courtesy of http://www.antweb.org/

°

Nieuwe Dracula-mieren scheppen duidelijkheid in mysterieus geslacht

labyrinth

Wetenschappers hebben zes nieuwe soorten Dracula-mieren ontdekt en direct het geslacht waartoe de mieren behoren herzien. De mieren blijken revolutionaire organismen te zijn: in tegenstelling tot andere mierensoorten bepaalt hun anatomie hun carrière niet.

De nieuwe soorten behoren allemaal tot het geslacht Mystrium. Ze hebben de namen Mystrium labyrinth (zie afbeelding hierboven), M. mirror en M. shadow gekregen. De vondst komt onderzoekers goed uit.

“Het geslacht Mystrium is de meest mysterieuze groep binnen de bizarre Dracula-mieren,” vertelt onderzoeker Masashi Yoshimura. Nieuwe soorten zijn dan meer dan welkom: ze kunnen meer duidelijkheid scheppen. En dat hebben deze zes soorten dan ook gedaan.

De onderzoekers presenteren ze in een paper waarin ze direct het hele geslacht herzien.

Normaal gesproken is aan het uiterlijk van een mier te zien welke rol deze in een kolonie vervult. Maar binnen het geslachtMystrium zit dat anders. “Mystrium is een moeilijke groep om te identificeren, omdat er zoveel variatie tussen soorten is,” vertelt onderzoeker Brian Fisher. Met name het classificeren van de mieren was altijd een probleem. Voornamelijk omdat aan de mieren niet te zien is welke rol ze vervullen. “Mieren die heel veel op elkaar lijken kunnen in de ene soort werkers zijn en in de andere soort koninginnen.”

Maar het mysterie lijkt nu een eind te zijn opgelost. “We ontdekten dat alle soorten in het geslacht Mystrium een aantal componenten gemeen hebben,” vertelt Yoshimura. Zo zijn er in elke kolonie bijvoorbeeld een koningin en hooggeplaatste en lagergeplaatste werkers te vinden. “Verder ontdekten we dat de hooggeplaatste of lagergeplaatste werkers zich in sommige soorten kunnen voortplanten en zelfs de positie van de koningin kunnen overnemen. Dat is een revolutionaire ontdekking in de anatomie-bepaalt-je-lot-wereld van de mieren. Taxonomen vergelijken de anatomie van mieren van dezelfde kaste om verschillen tussen soorten te ontdekken. Maar in het geval van het geslacht Mystrium moeten we individuen met hetzelfde fenotype en dus niet met een vergelijkbare plaats in de kolonie (kaste) vergelijken.”

Bronmateriaal:
Dracula ants from Madagascar: Minor workers become queens in Mystrium” – Pensoft.net
De foto bovenaan dit artikel is afkomstig uit Yoshimura M, Fisher BL (2014) A revision of the ant genus Mystrium in the Malagasy region with description of six new species and remarks on Amblyopone and Stigmatomma (Hymenoptera, Formicidae, Amblyoponinae). ZooKeys 394: 1–99. doi: 10.3897/zookeys.394.6446.

 

°

Gescheiden geslachten :  BRANDMIER/”LITTLE FIRE ANTS “

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/23036148/

Brandmier kloont zich liever

Sluit dit venster

 Kleine brandmier Foto: Florida University 

De tropische kleine brandmier heeft een unieke manier van voortplanting ontwikkeld. De oorlog tussen de seksen is er zover doorgevoerd dat de mannetjes en vrouwtjes als gescheiden soorten beschouwd kunnen worden. “Veel extremer kan het niet”, vindt bioloog Leo Beukeboom.

Het moet een lastige klus geweest zijn, want de kleine brandmier heet niet voor niets zo. Het twee millimeter kleine beestje is vanuit Zuid-Amerika verspreid naar ondermeer Afrika en tal van (sub-)tropische eilanden rondom de wereld. En overal is het diertje berucht om zijn pijnlijke steek, die grote rode bulten veroorzaakt. De Franse bioloog Denis Fournier en zijn collega’s hebben zich er niet door laten afschrikken. In Frans Guyana, naast Suriname, plunderden ze maar liefst 34 nesten, waar ze gemiddeld vier koninginnen uithaalden en acht werksters. In één van de nesten troffen ze ook negen jonge koninginnen aan. Van de mannetjes geen spoor, alleen poppen en het sperma dat de koninginnen nog van hen bij zich droegen. Vervolgens maakten de onderzoekers genetische profielen aan om de familieverbanden in kaart te brengen. In het wetenschapsblad Nature doen  verslag van hun verrassende bevindingen. De genetische variëteit is namelijk bijzonder klein bij deze mieren. Zo zijn in 33 van de 34 nesten de koninginnen genetisch identiek en ook gelijk aan de jonge koninginnen. Koninginnen uit eenzelfde nest dragen identiek sperma met zich mee, en eenzelfde sperma komt in verschillende nesten voor. De steriele werksters zijn de enigen met genetische variëteit. Al met al een bijzondere genetische puzzel, die op een zeer ongebruikelijke manier van voortplanting wijst. Normaal gaat het bij mieren zo dat mannetjes (die slechts één set chromosomen hebben) sperma inbrengen bij een koningin. Een koningin heeft een dubbele set chromosomen, haar eitjes bevatten een enkele set. Bevruchte eitjes ontwikkelen zich ofwel tot werksters of tot toekomstige koninginnen. Die dragen dan een dubbele set genen, waarvan de helft van de vader en de helft van de koningin-moeder afkomstig zijn. Uit onbevruchte eitjes (met één enkele set genen van de koningin) ontwikkelen zich nieuwe mannetjes. Zo vindt er een continue uitwisseling van genen plaats tussen de mannelijke en de vrouwelijke lijn. Immers, niet-bevruchte eitjes met uitsluitend genen van de koningin vormen de volgende generatie mannetjes. En nieuwe koninginnen danken de helft van hun set chromosomen aan hun vader. Niet zo bij de kleine brandmier. Daar is de nieuwe generatie koninginnen genetisch identiek aan hun moeder; mannetjes hebben er niks in de melk te brokkelen. De koninginnen hebben er de voorkeur aan gegeven zichzelf te klonen. Ze doen dat met een speciaal ei dat niet één maar twee sets chromosomen bevat. Daarmee hebben ze de mannetjes buiten spel gezet. Sluit dit venster

 Twee koninginnen van de kleine brandmier zorgen samen met de veel kleinere werksters voor de eitjes. Foto: Christian Koenig, copyright Nature 
De kleine brandmier (Wasmannia auropunctata). De grote mieren zijn koninginnen, de kleine werksters. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

(c)   IRD / Hervé  Jourdan  Wasmannia auropunctata: koninginnen en  werksters De mannetjes hebben op hun beurt wraak genomen. Ook zij klonen zichzelf, maar daar hebben ze wel de koningin voor nodig. De kleine mierenneukers insemineren de koningin en uit de bevruchte eitjes ontstaan, net als bij andere mieren, de werksters. Maar ook, en dat is uniek, mannelijke klonen. Op de een of andere manier werken mannelijke chromosomen die van de koningin eruit, waarna het ei zich verder ontwikkelt tot mannelijke kloon. De eliminatie van het genoom van één van de ouders is eerder beschreven bij vissen, amfibieën en insecten, maar nog nooit bij mieren. Bovendien was het tot nu toe altijd het mannelijke genoom dat werd uitgeschakeld. “Dit is echt nieuw”, reageert de Groningse bioloog Leo Beukeboom. Hij is net met een e-mail bezig aan de onderzoekers, want er zit hem toch iets dwars. “Hoe kan het dat bij een klein deel van de eitjes het mannelijke genoom eruit gekieperd wordt, en bij de rest niet. Al die eitjes zijn toch gelijk. Dat snap ik niet. Ik ben benieuwd wat ze daarover te melden hebben.” “Het resultaat zijn gescheiden mannelijke en vrouwelijke lijnen die, hoewel ze elkaar kruisen in de productie van steriele werksters, nooit vermengd worden”, vat evolutionair bioloog David Queller uit Houston het onderzoek samen in een begeleidend artikel. “Misschien moeten we ze als gescheiden soorten beschouwen. Als de vrouwtjes ‘Wasmannia auropunctata’ blijven, dan moeten we de mannetjes misschien maar ‘Wasmannia mars’ noemen”, suggereert Queller naar voorbeeld van de succesvolle boekenreeks ‘Vrouwen komen van Venus, mannen van Mars’ van John Gray. “Ja, dat is een beetje een woordspelletje”, vindt Beukeboom. Organismen behoren tot dezelfde soort als er genetische uitwisseling plaats kan vinden, maar bij klonen is dat niet meer het geval. “Maar dan moet je ook ieder stekje een nieuwe soort gaan noemen. En wat te denken van platwormen, sprinkhanen, wespen en hagedissen die zich ook ongeslachtelijk kunnen voortplanten.” Het soortbegrip sluit niet aan bij klonale voortplanting. “We willen de natuur graag in hokjes indelen”, constateert Beukeboom, “maar soms past dat niet.” Jos Wassink Ref. Denis Fournier, Arnoud Estoup, Jerome Orivel, Laurent Keller: “Clonal reproduction by males and females in the little fire ant”, Nature, Vol. 435, 30 juni 2005, p. 1230 – 1234 http://www.nature.com/nature/journal/v435/n7046/abs/nature03705.html http://www.the-scientist.com/news/20050630/01 http://icadc.cordis.lu/fep-cgi/srchidadb?CALLER=NEWS_FP5_PRESS_EN&ACTION=D&RCN=24079&DOC=16&QUERY=1 http://www.ird.fr/us/actualites/communiques/2005/june2005.htm Sluit dit venster

 Mierenvangen in Frans Guyana 

David Queller: “Males from Mars”, Nature, Vol. 435, 30 juni 2005, p. 1167 – 1168De WAARSCHUWING  slechte terminologie zie ook  :   http://tsjok45.multiply.com/photos/album/455#40 De combinatie van Solenopsis invicta ( de meest bekende  “vuurmier” in de amerikaanse literatuur  ) met( de zogenaamd “correcte” nederlandse naam) “brandmier” levert op Google geen enkele hit op; De combinatie met vuurmier geeft tientallen hits. Daarom is het beter om in navolging van velen de naam “vuurmier“, te gebruiken voor bepaalde  solenopsis  soorten   . Met “brandmier” worden beter  andere dan (genus)Solenopsis-soorten bedoeld.  Een voorbeeld van dergelijke ( onverantwoorde ) spraakverwarring is in het begin artikel ( van Noorderlicht ) te  vinden :  Hier  worden  (amerikaanse  populair zo benoemde  ) fire-ants (= vuurmieren ) en brandmieren door elkaar gegooid De “little fire ant ” ( vertaald als “de kleine vuurmier ” )is in  werkelijkheid de Wasmannia auropunctata/en dat is zelfs een ander genus dat men daarom beter kleine brandmier had gedoopt in de vertaling Uiteraard is het gebruik van de latijnse naam , nog beter 

Genetische echtscheiding
Sanne Jense / 30/06/2005
SAMENVATTING Bij sommige dieren lijken mannetjes en vrouwtjes wel verschillende soorten te zijn. Bij de kleine brandmier (Wasmannia auropunctata) zijn ze dat ook echt: zowel de mannetjes als de vrouwtjes klonen zichzelf – hun DNA mengt zich niet. Deze verbazingwekkende methode van voortplanten wordt deze week beschreven in een artikel in Nature.
Alle mannetjes van de kleine vuurmier zijn klonen van hun vader, en alle koninginnen zijn klonen van hun moeder. De mannetjes en vrouwtjes mengen hun genen niet, en zouden dus feitelijk beschouwd kunnen worden als verschillende soorten. Alleen de werksters, die niet paren en geen eieren leggen, hebben gemengd genetisch materiaal: alle genen van hun vader, en de helft van die van hun moeder . Het voordeel van deze op het eerste gezicht nutteloze vermenging is vermoedelijk dat de variatie binnen de kolonie zo groter wordt, waardoor deze minder kwetsbaar is voor ziektes en parasieten.

De koninginnen maken twee soorten eicellen. De eerste bevat al hun genetische materiaal. Dit ei wordt niet bevrucht, en het resultaat is een jonge koningin die een exacte kloon is van haar moeder (en haar oma, overgrootmoeder, etc.) – met een moeilijk woord heet dit parthenogenese. De tweede soort eicel die ze produceert bevat (net als bij bijna alle dieren) maar de helft van alle genen van de moeder. Deze wordt vervolgens bevrucht door een spermacel, die het DNA aanvult tot een complete set. Resultaat van deze bevruchting zijn de onvruchtbare werkers.


Here’s a diagram from the Nature summary The paternal gene set is blue (remember, he’s only got one!), while the two maternal gene sets are colored pink and red. The pathway labeled “a” is what happens if the pink or red gamete is unfertilized: it produces a haploid male with only his mother’s genes. The path labeled “b” is fertilization, and all of the progeny are diploid and female http://pharyngula.org/index/weblog/comments/clone_war_of_the_sexes/

Voortplantingschema. De grijze pijlen en het grijze kader beschrijven de normale voortplantingswijze van mieren. De groene pijlen en kruizen geven aan wat er anders is aan de manier van voortplanting bij de brandmier. Een gekleurd bolletje stelt een set chromosomen voor. (a) Een onbevrucht eitje wordt een man; (b) een bevrucht ei wordt ofwel (c) een koningin of (d) een onvruchtbare werkster. (e) Een ‘kloonkoningin’ identiek aan de moederkoningin, (f) een ‘kloonman’ net als vadermier. Beide kloonroutes (a en f) zijn nog nooit eerder beschreven voor mieren. Voor kloonkoninginnen maakt de koningin diplo챦de eitjes. Om kloonmannetjes te krijgen vernietigt het mannelijke DNA dat van de koningin in de bevruchte eicel.

Echter, zo af en toe gebeurt er wat anders: de spermacel slaagt er in om het DNA van de moeder te vernietigen en de eicel te kapen voor zijn eigen genen. Dan kruipt er een mier uit het ei die alleen maar de genen van zijn vader (en opa, en overgrootvader) heeft: een mannelijke kloon. Hoe het mannelijk DNA dit kan doen moet nog onderzocht worden. Dat het mogelijk is, was al wel bekend van andere soorten, hoewel het daarbij altijd het mannelijke DNA was dat door het vrouwelijke opgeruimd werd. Het interessante hieraan, evolutionair gezien, is dat koninginnen er dus eigenlijk niets aan hebben om zonen te krijgen: die bevatten namelijk helemaal niets van hun DNA. De mannetjes kunnen zich echter niet zonder eicellen (die ze zelf uiteraard niet kunnen produceren) voortplanten. Het resultaat is dat de mannetjes zich alleen nog kunnen voortplanten door middel van grof geweld: uitschakeling van het vrouwelijke DNA. De strijd tussen de seksen eindigt kortom weer eens in misdadige praktijken.

Opmerking

Het brandmierverhaal   gaat  om het principe van de reproductiemethode die in tegenspraak is met wat ID voorschrijft.

Als ID de  “theoretische  bevindingen  ” van  en uit  het  brandmier (of vuurmier) -verhaal falsifieerd,
en de realiteit toont  de  juistheid het verhaal van de brandmier aan, wat zegt dat dan over ID?
Zéér relevant dus.
….Dat het nu toevallig bij de brandmier voorkomt, een dier dat  (velen ) blijkbaar als onbelangrijk beschouwen  doet er helemaal niet toe.
Als er morgen één enkele appel spontaan uit een boom omhoog zou vallen ipv naar beneden dan staat de hele gravitatietheorie ook op losse schroeven, hoe onbelangrijk die appel zelf ook moge zijn.
Je kunt de gravitatietheorie dan niet meer verdedigen door te zeggen dat de bakstenen nog wel steeds naar beneden vallen.
Als ID een wetenschappelijke theorie zou zijn dan is de theorie door de brandmier gefalsificeerd, punt uit.
Er zijn trouwens 
nog gevallen  bekend van parthenogenetische en haploide   rariteiten  —-> bij bepaalde hagedissen   en veel andere  arthropoda    bijvoorbeeld

Gekke mieren paren risicoloos met broers en zussen

dinsdag 15 maart 2011 om 06u09 De superlangsprietmier houdt er een uiterst speciale voortplantingsstrategie op na.

Langsprietmieren. Broer en zus paren probleemloos met elkaar.

Langsprietmieren. Broer en zus paren probleemloos met elkaar.

De superlangsprietmier is een uiterst succesvol diertje dat de wereld aan het veroveren is. Dat gaat zo snel dat wetenschappers zelfs niet meer kunnen achterhalen waar de oorsprong van het beestje ligt. Het dier wordt in de wetenschappelijke volksmond ‘gekke mier’ genoemd, omdat het ogenschijnlijk geen logica in zijn verplaatsingen heeft, maar in alle richtingen rondschiet. In het vakblad Proceedings of the Royal Society B beschrijven entomoloog Morgan Pearcy van de Université Libre Bruxelles en zijn collega’s een mogelijke verklaring voor het succes van het diertje: het zou er een uiterst speciale voortplantingsstrategie op nahouden. Het slaagt er namelijk in met broertjes of zusjes te paren zonder dat daar inteelt aan te pas komt. Paren dus met een verwant alsof het een niet-verwant is. Dat vermijdt het oeverloze zoeken naar een potentieel geschikte partner. Klonen Dat dit niet tot problemen leidt, zou een gevolg zijn van het feit dat dochters een kloon zijn van hun moeder, en zonen een kloon van hun vader (wiens sperma in de moeder aanwezig is). Dat laatste vereist wel dat een eitje de moederlijke genen liquideert voor het bevrucht wordt. Het is  de tweede keer dat een dergelijk voortplantingssysteem wordt ontdekt – de eerste keer was trouwens ook bij mieren: kleine vuurmieren. Dirk Draulans

The worldwide invasion of Longhorn crazy ants appears to rely on a reproductive trick that allows production without the problems of inbreeding. In the early stages queens may have no choice but to mate with male relatives. But their eggs can hatch only non-working males instead of workers. This is disastrous for the colony , the longhorn crazy ant queens, in an incredibly bizarre system, produces only female offspring that are their clones and sons who are genetically unrelated clones of their fathers. Because both the queens’ offspring are genetically unrelated, they can mate with one another without the consequences of inbreeding. Genetically it can be called cheating. Longhorn crazy ants are so widespread that scientists do not know from where they appeared. They form series of connected colonies, called “supercolonies,” that greatly disrupt ecosystems, invading, human farms and homes. http://www.alexanderwild.com/ants crazy ant queen and two workers (aerial view) Crazy ant queen and two workers (aerial view)

ANTS pdf

Mieren & evolutie http://nl.wikipedia.org/wiki/Mieren http://en.wikipedia.org/wiki/Ant http://www.pnas.org/cgi/content/full/97/26/14028 http://www.pnas.org/cgi/content/full/97/25/13678?ijkey=80b12666820f57cb5048ab5e0769b4a734a2fc9a http://www.antnest.co.uk/origin.html http://biology.arizona.edu/sciconn/lessons2/shindelman/background.html http://www.fossilmuseum.net/Fossil_Galleries/Insect_Galleries_by_Order/Hymenoptera/hymenoptera_fossil_gallery.htm http://www.pbs.org/wgbh/evolution/library/01/3/l_013_05.html http://www.talkorigins.org/origins/postmonth/jan97.html http://www.schilthuizen.org/text/text16.htm http://www.schilthuizen.org/text/text54.htm http://www.sciencedaily.com/releases/1998/02/980202225034.htm http://www.calacademy.org/geninfo/newsroom/releases/2001/dracula_ants0101.html http://www.news.cornell.edu/releases/May03/ArmyAntBrady.bpf.html http://news.bbc.co.uk/1/hi/sci/tech/3014011.stm http://www.news.harvard.edu/gazette/daily/2006/04/06-ants.html http://www.sciencedaily.com/releases/2006/04/060407144825.htm http://en.wikipedia.org/wiki/Introduction_to_evolution http://en.wikipedia.org/wiki/Evolution …. Mieren vertonen meer gelijkenis met mensen dan je zou denken. Landbouw en veeteelt zijn namelijk niet uniek voor mensen. Al veel eerder dan wij hielden mieren ‘vee’ en verbouwden zij gewassen. Mede daardoor – denkt men – wist de mier als soort zulke enorme aantallen te bereiken. De Gele Weidemier   houdt  wortelluizen als ‘vee’: ze melken de” honing ” van de luizen en slachten ze om ze op te eten. In de evolutie geldt meestal het recht van de best aangepaste, maar van dit proces hebben beide soorten voordeel. De bladluis vormt een voedselbron voor de mieren, maar die laten hem in ruil daarvoor veilig in hun nest wonen en beschermen hem actief tegen rovers. De soorten zijn zelfs zo geëvolueerd dat ze niet meer zonder elkaar kunnen. ° Sommige mieren doen aan veeteelt. _…….Zo houdt de gele weidemier wortelbladluizen in zijn nest om ze op te eten en te kunnen leven van de honingdauw die deze luizen afscheiden. Aniek Ivens onderzocht hoe een dergelijke samenwerking evolutionair ontstaat. Zij ontdekte drie eigenschappen die bijdragen aan een succesvolle samenwerking: de dieren die ‘gehouden’ worden zijn genetisch vrijwel identiek, verspreiden zich nauwelijks en planten zich klonaal voort. Ivens promoveerde  met dit onderzoek op 23 november 2012 aan de Rijksuniversiteit Groningen. Aniek Ivens vergelijkt de samenwerking tussen de mieren en luizen met de samenwerking tussen de mens en melkkoeien. ‘De gele weidemier leeft van de honingdauw die de wortelbladluis produceert en eet bovendien de luizen op, als eiwitbron. In ruil voor die voedingsstoffen bouwen de mieren kamers voor de luizen en beschermen ze tegen rovers. De wortelbladluis is in de loop van de tijd zo geëvolueerd dat hij niet meer buiten een mierennest kan overleven.’ Eerder onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen wees al uit dat deze samenwerking niet alleen gunstig is voor de mieren en de luizen, maar ook de plantengroei in de buurt van de nesten beïnvloedt.

Stabiele samenwerking

De samenwerking tussen gele weidemieren en wortelluizen is maar een van de vele voorbeelden van samenwerking mutualisme – in de natuur. Zo zijn er andere mieren die schimmels kweken en zijn er in de zee tal van samenwerkingen tussen organismen te vinden. Ook de samenwerking tussen de mens en zijn darmflora en tussen mensen en hun vee zijn voorbeelden van mutualisme.

Evolutie

Wetenschappers hebben al ontdekt dat mutualisme heel belangrijk is voor de stabiliteit en veerkracht van een ecosysteem’, vertelt Ivens. ‘Over de evolutie van mutualisme is echter nog heel weinig bekend.’ Als je de gewone regels van evolutie volgt, dan zou je denken dat de sterkste soort uiteindelijk misbruik gaat maken van de ander. Dan zou die soort een parasiet worden. Talloze voorbeelden van mutualisme bewijzen echter dat deze theorie niet altijd op gaat. ‘

Schiermonnikoog

Het onderzoek van Ivens begon op Schiermonnikoog. Daar verzamelde ze drie soorten wortelbladluizen uit nesten van de gele weidemier. In een laboratorium in Kopenhagen onderzocht zij de genetische samenstelling van deze luizen. Daaruit bleek dat de wortelbladluizen zich vooral voortplanten door klonen en zich vrijwel niet verspreiden buiten een nest. ‘Hieruit blijkt dat mieren vooral aan monocultuur doen: ze houden vee dat tot één kloon behoort en dat zich snel vermenigvuldigt. Maar meestal hebben ze in een aparte kamer wel een andere kloon of soort achter de hand.’ Die lage diversiteit, geringe verspreiding en klonale voortplanting is ook bij andere mutualismen gevonden. Waarschijnlijk is dat dus een voorwaarde voor co-evolutie en is anders het samenwerkingsverband niet stabiel.

Kost en inwoning

Met behulp van een computermodel bootste Ivens de samenwerking tussen twee bacteriesoorten na. ‘Van te voren hadden we het idee dat samenwerking binnen een soort alleen evolueert als iedereen blijft zitten waar hij zit en goed met elkaar blijft samenwerken.’ Het computermodel liet echter iets heel anders zien. ‘We zagen juist dat organismen uit een populatie weggaan als de samenwerking goed gaat. Ze zoeken dan een populatie op die slechter samenwerkt en profiteren daar van het voordeel dat zij in hun eerdere ‘goede’ populatie hadden genoten.’ Een andere conclusie die Ivens uit het computermodel trok was dat samenwerking succesvol is als de verhouding tussen de kosten en baten van de samenwerking laag is. Bij de wortelbladluis is dat zeker het geval. De bladluis produceert honingdauw als bijproduct. Het feit dat de mieren dit opeten is voor de bladluis niet nadelig. Terwijl de bladluis er kost en inwoning voor terugkrijgt. Dat lijkt de ideale omstandigheid om een goede samenwerking te kunnen opbouwen.

Video

Bekijk video

KOLONIES   =  NEUROLOGISCHE  NETWERKEN   ….  

Mier stelt prioriteiten op basis van eerdere ervaringen

08 november 2013

mier Wanneer mieren een keuze maken, moeten ze prioriteiten stellen. Die prioriteiten baseren ze op eerdere relevante ervaringen, zo blijkt nu uit nieuw onderzoek. En daarmee zijn mieren opnieuw intelligenter dan gedacht. Onderzoekers verzamelden een aantal mieren van de soort Temnothorax rugatulus en confronteerden de mieren met een serie keuzes. Zo moesten de mieren telkens tussen twee nesten met elk verschillende kwaliteiten kiezen. Tijdens de ene keuze waren de ingangen van de nesten anders. Op een ander keuzemoment was de blootstelling aan licht in beide nesten anders. Aangezien de mieren een voorkeur hebben voor een kleine ingang en weinig licht, moesten ze prioriteiten stellen: ze konden het niet allemaal hebben. “Het is een beetje vergelijkbaar met mensen die een huis kopen,” vindt onderzoeker Stephen Pratt. “Er zijn zoveel opties om te overwegen: de grootte, het aantal kamers, de buurt, de prijs, een zwembad, enzovoort. Voor mieren is het net zo: hun holen kunnen donker, licht, groot of klein zijn. Met al die factoren is het heel onaannemelijk dat je een huis vindt dat alles heeft wat je in een huis zoekt.” En dus moeten mieren prioriteiten stellen: wat vinden ze de belangrijkste eigenschap van een toekomstig huis?

 

Op het moment dat mieren tijdens het experiment inderdaad voor die keuze stonden, gebeurde er iets opmerkelijks. Mieren bleken hun prioriteiten op basis van eerdere ervaringen aan te passen. Mieren die eerst een nest moesten kiezen op basis van de hoeveelheid licht die er binnenviel, vonden lichtinval wanneer ze aan het eind van de serie keuzes een definitief huis moesten kiezen, belangrijker dan de breedte van de ingang. En wanneer mieren eerst een keuze moesten maken voor een nest op basis van de breedte van de ingang, vonden ze lichtinval tijdens een later keuzemoment minder belangrijk.Het onderzoek wijst erop dat mieren – net als mensen – het verleden mee laten wegen wanneer ze verschillende opties tegen elkaar afwegen. EMERGENTE  ZWERMINTELLIGENTIE  van de kolonie  ? Groepsgedrag / zwermintelligentie/ robots <— Het grote verschil tussen mensen en mieren is echter dat mieren de uiteindelijke keuze als kolonie maken. “Je hebt honderden van deze mieren en op de één of andere manier komen ze tot een overeenstemming,” stelt Pratt. “Hoe doen ze dat zonder iemand die de leiding heeft en ze vertelt wat ze moeten doen?” Nader onderzoek moet dat uitwijzen. “Dit helpt ons te achterhalen hoe collectieve besluitvorming werkt en hoe deze verschilt van individuele besluitvorming. En mieren zijn niet de enigen die collectieve beslissingen nemen: mensen doen dat ook.” Bronmateriaal: ASU scientists discover that ants, like humans, can change their priorities” – ASU.edu

Mieren beslissen samen om infobesitas te voorkomen

 25 september 2012  

Misschien heeft u er ook wel last van: infobesitas, oftewel een overload aan informatie. Als dat het geval is, kunt u misschien nog wel iets leren van mieren. Nieuw onderzoek toont namelijk aan dat zij een effectieve manier hebben om infobesitas tegen te gaan. Onderzoekers van de Arizona State University bestudeerden mieren van de soort Temnothorax rugatulus. “Mensen denken vaak dat mieren stom zijn en dat ze niet in staat zijn om opties met elkaar te vergelijken,” vertelt onderzoeker Taka Sasaki. “Maar individuele mieren zijn zeker in staat om opties met elkaar te vergelijken en daarom kunnen ze ook een cognitieve overload doormaken.” Vergelijken Uit eerder onderzoek is gebleken dat een groep mieren twee nesten met elkaar kan vergelijken, zelfs als geen enkele mier in de groep beide nesten bezocht heeft. Sasaki en zijn collega’s bedachten dat mieren wellicht elk een stukje informatie over een nest verzamelden en dat vervolgens met hun soortgenoten deelden, zodat ze op basis van al die stukjes informatie een oordeel konden vellen. Op die manier zouden de mieren ook voorkomen dat ze aan teveel informatie werden blootgesteld.

 

Experiment Om te achterhalen of hun hypothese klopte, zetten de onderzoekers een experiment op. Ze lieten een groep mieren en individuele mieren kiezen tussen twee of acht nesten. In beide gevallen was de helft van de nesten ongeschikt. Uit het onderzoek blijkt dat individuele mieren veel slechtere keuzes maakten wanneer ze tussen acht in plaats van twee nesten moesten kiezen. Voor een groep mieren maakte het niet uit hoeveel keuzes er waren: zij bleven altijd even goede keuzes maken. Dat wijst erop dat de individuele mier te maken had met een overload aan informatie en door de bomen het bos niet meer zag, terwijl de groep daar geen hinder van had. Door lastige beslissingen samen te nemen, voorkomen mieren dat ze infobesitas krijgen en verkeerde beslissingen maken, zo concluderen de onderzoekers in het blad Current Biology. “In een groep leven komt met een prijs, dus mieren moeten er ook voordeel uithalen,” vertelt onderzoeker Stephen Pratt. “Door de last van het maken van beslissingen te delen, voorkomen koloniën de fouten die een eenling maakt wanneer deze teveel informatie tot zich neemt. Wat zo geweldig is aan deze mieren is dat we precies kunnen zien hoe ze dat doen: door zich ervan te verzekeren dat geen enkele mier meer informatie hoeft te verwerken dan deze in staat is om te doen.”

Mieren houden hun lokale “huizenmarkt” nauwlettend in de gaten

 02 oktober 2013  

mier Zo af en toe verhuizen mieren. Maar ze doen dat niet overhaast of zonder na te denken. Ze houden de huizenmarkt en dan met name de waarde van hun eigen huis nauwlettend in de gaten. Pas als er iets op de markt komt dat beter is dan hun oude stekkie, overwegen ze hun biezen te pakken. Onderzoekers van de universiteit van Bristol bestudeerden de stengelslankmier (Temnothorax albipennis). Voor deze mieren is het nest heel belangrijk: het is een plek waar ze zich veilig weten en waar de koningin in alle rust haar jongen op de wereld kan zetten.

 

Uit experimenten van de onderzoekers blijkt dat de mieren de nesten in hun omgeving goed in de gaten houden en precies weten wanneer een nest leeg komt te staan. De mate waarin de mieren de huizenmarkt in het oog houden, bleek verder samen te hangen met de kwaliteit van hun nest. Wanneer hun nest van slechte kwaliteit was, gingen ze actiever op zoek naar iets beters dan wanneer hun nest in prima staat was. De mieren maken daarmee een heel rationele keuze als het gaat om verhuizen, zo stellen de onderzoekers in het blad Biology Letters. “Ze passen hun zoektocht naar informatie aan hun behoeften aan,” stelt onderzoeker Carolina Doran. Tegelijkertijd wijst ze erop dat de mieren de huizenmarkt objectief en op grondige wijze bestuderen alvorens een keuze te maken. “Daar kunnen wij nog iets van leren.” Bronmateriaal: How ants investigate the housing market when searching for their ideal home” – Bristol.ac.uk De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door University of Arizona.

COMMUNICATIE 

Jonge mieren kwebbelen er op los

Geschreven op 08 februari 2013 om 15:56 uur door 1

myrmica Wetenschappers hebben ontdekt dat jonge mieren geluidjes gebruiken om met volwassen mieren te communiceren en hun sociale status in de kolonie te handhaven. Blijkbaar kunnen mieren met geluid én chemicaliën communiceren. Het is al een tijdje bekend dat mieren geluidjes maken. Maar de functie van die geluidjes was onduidelijk. Een nieuw onderzoek – verschenen in het blad Current Biology – laat zien dat de geluidjes heel belangrijk zijn voor de organisatie van de kolonie.

Experiment Zodra jonge  larven   gaan verpoppen beginnen ze geluidjes te maken, zo tonen de onderzoekers aan. In eerste instanties zijn het enkele kreten. Pas later stoten ze verschillende geluidjes opeenvolgend uit. Maar waarom? De onderzoekers lieten volwassen werksters de geluiden van  verpoppend broed  horen. Ze ontdekten dat deze werkers veel sneller geneigd zijn om mierenpoppen  die geluidjes maken te redden  bij nood  ( bij voorbeeld bij verstoringen van het nest door mens of dier   . Jonge mieren die door toedoen van de onderzoekers geen geluidjes konden produceren, hadden niet zo’n prioriteit: de werksters lieten ze eerder achter. Sociale status “Onze resultaten laten zien dat poppen van mieren geluiden gebruiken om met de volwassenen in hun kolonie te communiceren,” vertelt onderzoeker Karsten Schönrogge. “Maar ze laten ook zien dat de sociale status van poppen afhankelijk is van het feit of ze geluidjes kunnen maken.” We weten van mieren dat ze ook met chemicaliën communiceren. De onderzoeksresultaten wijzen erop dat geluidjes in deze fase van het leven van jonge mieren de chemicaliën vervangen. Ook bevestigt het onderzoek dat volwassen mieren in staat zijn om op meerdere manieren te communiceren: met stofjes en met geluidjes. Bronmateriaal: Ant pupae using sounds to maintain social status in their colony” – CEH.ac.uk De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Sarefo (cc via Flickr.com).

Mier haalt versterking bij te zware prooi

Als een prooi te zwaar is, haalt een mier een collega-mier op om de prooi vervolgens samen te verslepen. Dat blijkt uit onderzoek. De onderzoekers bestudeerden mieren van de soort Pachycondyla chinensis. Ze ontdekten dat mieren die een grote prooi vonden deze direct lieten vallen en terug naar hun nest gingen. Daar eenmaal aangekomen grepen ze een andere mier, droegen deze naar de prooi toe en zetten de mier daar neer. Vervolgens sleepten de mieren de prooi samen naar het nest. Hulp nodig? Onderzoeker Benoit Guenard vroeg zich af wanneer mieren besluiten om hulp te halen en nam de proef op de som. Hij verzamelde een aantal dode kakkerlakken. Hij verstopte een aantal kleine kakkerlakken nabij een mierennest en nam één grote kakkerlak (die voor de mieren te zwaar was om te tillen) en verstopte die op een andere plek. Slim De mieren gingen eropaf. “Ze leerden al snel dat ze iemand mee moesten brengen als ze naar de grote kakkerlak liepen,” vertelt Guenard. “Maar wij haalden een trucje met ze uit en verwisselden de kakkerlakken.” Binnen vijf minuten hadden de mieren in de gaten dat ze nu voor de prooi aan de andere kant hulp moesten halen. Scout “Het lijkt erop dat de eerste arbeider dienst doet als scout. Het komt bij het grote voedsel aan en beslist dat het te groot is om alleen te dragen en gaat hulp halen.” De mier die door de scout wordt meegesleurd laat het zich overkomen. Hij lijkt het niet erg te vinden dat de scout hem tussen zijn kaken neemt en meeneemt naar een andere locatie. Onduidelijk is hoe de mier zich – eenmaal gearriveerd – weer oriënteert. Volgens de onderzoekers bewijst de studie hoe vindingrijk en oplossingsgericht de mieren zijn. Het is voor het eerst dat dit gedrag onder mieren is waargenomen. Bronmateriaal: “Ant workers carry over friends to help forage for food” – BBC.co.uk Bovenstaande foto is gemaakt door S.alt (cc via Flickr.com). ZINTUIGEN 

Mier heeft buitengewoon reukvermogen

12 september 2012   

Wetenschappers hebben ontdekt dat de mier uitzonderlijk goed kan ruiken. De mier blijkt vier tot vijf keer meer geurreceptoren te hebben dan elk ander insect. Waarschijnlijk stellen die extra receptoren de mieren in staat om hun heel ingewikkelde sociale samenlevingen te vormen. De zijderups heeft 52 eiwitten die verschillende geuren kunnen opvangen. Fruitvliegen tellen er 61. Muggen hebben er tussen de 74 en 158. De bij telt er 174. Maar de mier spant toch echt de kroon met 400 van deze receptoren. ORs De onderzoekers bestudeerden de mieren Camponotus floridanus en Harpegnathos saltator. De reukzin van insecten – en dus ook van mieren – is onder te verdelen in drie groepen: ORs, dat zijn receptoren die verschillende geurende stoffen en feromonen kunnen opmerken. GRs: receptoren die in staat zijn om onderscheid te maken tussen verschillende geuren en op sommige feromonen reageren. En IRs: receptoren die op verschillende giffen reageren. De mieren bleken vooral meer ORs te hebben, de hoeveelheid GRs en IRs is vergelijkbaar met die van andere insecten.

Ingewikkelde samenleving De onderzoekers hopen dat deze nieuwe ontdekking kan helpen om ze een beter beeld te geven van de mier. Zo verbazen wetenschappers zich nog altijd over de bijzonder complexe samenleving van de mier. Mieren hebben in die samenleving elk hun eigen taken. Ook zijn ze (samen) in staat om complexe problemen op te lossen. Het geheim? Communicatie tussen mieren. Het is al enige tijd bekend dat die communicatie plaatsvindt met behulp van chemische stofjes. “Dus het is een heel redelijke aanname om te stellen dat de enorm uitgebreide vaardigheid om geuren te detecteren, mieren in staat stelt om zo’n ingewikkelde sociale organisatie te vormen,” vertelt onderzoeker Laurence Zwiebel. Samenleving De ORs van beide mierensoorten bleken onderling nog wel te verschillen. Dat is logisch: de twee mierensoorten verschillen sterk van elkaar. C. floridanus leeft bijvoorbeeld in grote groepen met een koningin die alle vruchtbare eitjes produceert. De andere mierensoort leeft in kleinere groepen en in deze groepen kunnen ook werkers nageslacht op de wereld zetten. Vrouwtjes en mannetjes Ook bleken er verschillen te zijn tussen de hoeveelheid ORs van mannetjes en de hoeveelheid ORs van vrouwtjes. Mannetjes hebben slechts één derde van de ORs die bij vrouwtjes werden aangetroffen. “De belangrijkste rol van de mannetjes is de bevruchting van de eitjes, dus we nemen aan dat de ORs die mannetjes hebben en die vrouwtjes niet hebben, waarschijnlijk gericht zijn op het detecteren van feromonen die door de koningin worden geproduceerd,” legt onderzoeker Xiaofan Zhou uit. De onderzoekers benadrukken dat hun studie nog maar het begin is. Ze willen uiteindelijk achterhalen wat de mier allemaal kan ruiken en hoe deze op verschillende geuren reageert. Bronmateriaal: Ants have an exceptionally high-def sense of smell” – Vanderbilt.edu De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Vic Phillips (cc via Flickr.com).

°

 

Mierenkoninginnen

 09 augustus 2011  2

HONINGMIER  koninginnen werken  soms heel nauw samen De mierenkoningin is de enige mier in de kolonie die nageslacht op de wereld kan zetten. Wetenschappers beschouwen de koningin dan ook altijd als een wat eenzaam figuur aan de top. Samenwerking Maar beelden van de BBC laten voor het eerst een heel andere kant van de mierenkoningin zien. Bij sommige soorten blijken koninginnen nauw samen te werken.

Arizona

De beelden werden gemaakt in de woestijn van Arizona en laten zien hoe een nieuwe kolonie van de mierensoort Myrmecocystus mimicus tot stand komt. Tot grote verbazing van de filmmakers en wetenschappers sloegen de mierenkoninginnen de handen ineen en werkten ze nauw samen om zo’n nieuwe kolonie te vormen. “Het niveau van de communicatie tussen hen was indrukwekkend en fascinerend,” stelt cameraman John Brown. En ook professor Bert Holldobler is onder de indruk. “Deze koninginnen waren geen familie. Ze kwamen uit verschillende koloniën, maar werkten desalniettemin samen tijdens de vorming van de kolonie.” Competitie Waarom werken de koninginnen samen? Holldobler kan er wel een reden voor bedenken. “Jonge koloniën gaan de competitie met elkaar aan en overvallen elkaar: ze stelen het voedsel van andere koloniën. Hoe groter de kolonie is, hoe beter de overvallen gaan.” De mierenkoninginnen slaan de handen dus ineen om tijdelijk samen de sterkste te zijn. De wetenschappers en filmmakers keken ook wat er daarna in het nest gebeurde. Een maand nadat de kolonie gevormd is, wordt de eerste koningin van de troon gestoten. Grotere nesten houden dan vaak nog meerdere koninginnen over. Soms tellen koloniën wel zes koninginnen. Of zij allemaal even belangrijk zijn en evenveel bijdragen aan het nageslacht: dat is onduidelijk Bronmateriaal:Honey ant queens share a throne” – BBC.co.uk

  • Het zorgt ook  voor genetische variatie in  de kolonie  ? (= minstens het sperma van twee mannetjes )    Hoe  mierenkolonies voordeel hebben bij  dergelijk, genetisch gemengd nageslacht(in de werksters )  , is de eerste  vraag en welke van de twee mannetjes uiteindelijk zijn genen levert   aan  de   uitzwermende vliegende seksdieren  bij de nieuwe paarvluchten,  is de tweede vraag 

LINKS    Meer dan  77.000  keer  IN CLOSE-UP    —>  prachtige close-upfoto’s van de mier op  Antweb” – Antweb.org

Advertisements

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

One Response to MIEREN

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: