Katten


cats summary  <— doc

KATACHTIGEN 

http://nl.pinterest.com/merelnoteboom/katachtigen/

http://www.pinterest.com/kreisky/wild-cats/

°BLACKFOOT  CAT

http://www.pinterest.com/tsjok/katachtigen-felis-negripens/

°Caracal

http://www.pinterest.com/tsjok/caracal/

°Cheetah

http://www.pinterest.com/pattydijigov/cheetahs/

http://www.pinterest.com/tsjok/cheetah-jachtluipaard/

°LEEUW

http://www.pinterest.com/tsjok/katachtigen-leeuw/

http://www.pinterest.com/search/pins/?q=big%20cats%20lions

°Lynx

http://www.pinterest.com/tsjok/katachtigen-lynx/

°Luipaard

http://www.pinterest.com/tsjok/luipaard-panthera-pardus/

°Nevelpanter

http://www.pinterest.com/tsjok/katachtigen-nevelpanter/

 

° Jaguar

http://www.pinterest.com/tsjok/katachtigen-jaguar/

 

°SERVAL

http://www.pinterest.com/tsjok/serval/

 

°Tijger

http://www.pinterest.com/tsjok/katachtigen-tijger/

°POEMA

http://www.pinterest.com/tsjok/poema-cougar/

° Europese Wilde kat  sylvestris groep

http://www.pinterest.com/tsjok/silvestris-europese-wilde-kat/

° Wilde kat  libyca groep

http://www.pinterest.com/tsjok/silvestris-lybica-group-afrikaanse-wilde-kat-huisk/

De familiebanden die alle katten verbinden

De angstaanjagende prehistorische sabeltijger, het gracieuze jachtluipaard en de huiskat behoren allen tot dezelfde hechte kattenfamilie. Dat blijkt uit recent onderzoek naar de genetische relatie tussen zowel levende als uitgestorven katachtigen. Hun gemeenschappelijke voorouders waren de verschrikkelijkste maar ook de mooiste roofdieren die op onze planeet rondwandelden.

Toen de dinosaurussen 60 miljoen jaar geleden uitstierven, eisten zoogdieren de rol op als heersende diersoort van onze planeet.

De laatste vijftien miljoen jaar evolueerde de familie van de katachtigen tot de belangrijkste roofdierenfamilie op het land.

Om de complexe stamboom van de katachtigen bloot te leggen, maakten zoölogen en paleontologen tot nu toe gebruik van de vorm, structuur en leeftijd van beenderen. Maar recent ontwikkelden wetenschappers een nieuw vergelijkingsinstrument op basis van het genetische materiaal van dode en levende dieren.

In kleine celstructuren, de mitochondri챘n, kan een speciale dnavorm gevonden worden buiten de celkernen.

Wetenschappers uit Engeland, de VS, Canada, Zweden en Australi챘 gebruikten dat dna uit het bloed van levende katten en uit de botten van dode exemplaren om de familiestamboom van de katachtigen te verfijnen. Hun bevindingen ondersteunen de resultaten van vroeger onderzoek, maar brachten ook fascinerende ontdekkingen aan het licht over het ontstaan van en de evolutie binnen de grote kattenfamilie.

Zo werden de Amerikaanse jachtluipaarden altijd aanzien als voorouders van de jachtluipaarden die vandaag in Afrika leven.

De dna-analyse bracht aan het licht dat de Amerikaanse jachtluipaarden veel meer verwantschap vertonen met de Amerikaanse poema dan met zijn Afrikaanse naamgenoten.

“Onze gegevens suggereren dat de Amerikaanse jachtluipaarden ongeveer zes miljoen jaar geleden in Noord-Amerika het levenslicht zagen”, vertelt Ross Barnett van de Oxford University. “De dichtste verwant is de Amerikaanse poema, die tot drie miljoen jaar ge leden een gemeenschappelijke voorouder deelde.”

De genetische verwantschap met het Afrikaanse jachtluipaard is een stuk kleiner, terwijl de ge lijkenissen in vorm en structuur van de beenderen erg groot zijn.

Het mechanisme waarbij dieren die geen recente gemeenschappelijke voorouder bezitten maar toch erg op elkaar lijken, noemen biologen convergente evolutie. De genetisch niet verwante dieren vertonen die gelijkenissen omdat ze een gelijkaardige plaats in hun ecologische leefmilieu bezetten.

De huidige studie deed geen uitspraak over de periode waarin de huiskat de laatste voorouder deelde met de poema, het jachtluipaard en de jaguar, zijn dichtste levende verwanten. Maar een Cypriotische studie toonde vorig jaar aan dat mens en kat al minstens 9.500 jaar goede vrienden zijn.

Herkomst katten in kaart gebracht

09 januari 2006

http://www.planet.nl/upload_mm/1/5/9/1959634057_1999997863_pallas.jpg

Uit een nieuwe DNA-studie blijkt dat de moderne katachtigen ongeveer 11 miljoen jaar geleden in Azië« zijn ontstaan. ( zie hierboven de eerste 4 berichten )

De huidige katachtigen behoren tot de succesvolste roofdierfamilies.

De 36 wilde kattensoorten hebben op Antarctica en Oceanië« na, gezamenlijk elk werelddeel veroverd.

Door gebrek aan fossielen was hun afstamming echter moeilijk te bepalen, maar met behulp van DNA-onderzoek hebben Amerikaanse onderzoekers toch helderheid verschaft over hun herkomst.

http://www.planet.nl/upload_mm/c/1/3/1982944748_1999994293_african_copy.jpg

Familiestamboom
De meeste katachtigen lopen evolutionair gezien nog maar kort op aarde rond en dat maakte het tot voor kort zeer lastig om de geschiedenis van de roofdieren in kaart te brengen.

Een team van het Amerikaanse National Cancer Institute in Frederick, Maryland, wist middels het Cat Genome Project toch een familiestamboom te creëren door het DNA van huiskatten en alle 36 wilde kattensoorten nauwkeurig te analyseren.

Daaruit bleek dat de herkomst van de katachtigen in Zuid-Oost-Azië ligt. Ruim 11 miljoen jaar geleden liep hier de voorouder van de moderne katachtigen rond, van waaruit alle kattensoorten zijn ontstaan.

Na Azië hebben de katachtigen zich vervolgens over de rest van de aardbol verspreid, waarbij acht hoofdstamlijnen worden onderscheiden. Na Azië migreerden katachtigen naar Europa en Afrika. Via de landbrug in de huidige Beringstraat werd tenslotte Noord- en vervolgens ook Zuid-Amerika gekoloniseerd.

Snelle evolutie
Het geslacht Pantherea, waartoe de grote katten zoals de tijger, leeuw, luipaard, sneeuwluipaard en jaguar behoren, onstond als eerste.

Kort daarna volgde een groep kleinere kattensoorten uit Azi챘 waartoe onder meer de Aziatische gouden kat en de marmerkat behoren, en een groep katachtigen in Afrika, met onder meer de caracal, serval en Afrikaanse goudkat.

In de Nieuwe Wereld is de ocelot de oudste vertegenwoordiger. Wat recenter ontstonden de afstammingslijnen van de lynx, poema, de Bengaalse kat (ook wel luipaardkat genoemd) en als laatste de huiskat.

Volgens onderzoeker Stephen O’Brien toont de snelle evolutie het succes van de katachtigen aan.

Katachtigen behoren evolutionair gezien tot de meest charismatische schepsels. Ze zijn in vinden in de hoogste gebergtes, maar ook in de heetste woestijnen,”  aldus O’Brien tegenover de Guardian.

Huiskat
De knorrende huisgenoot werd naar schatting zo’n tien tot twaalfduizend jaar geleden gedomesticeerd en stamt af van de Wilde katten uit Eurazie en Afrika (Felis silvertris).

Cyperse huiskat

Wilde kat voelt zich weer thuis in Nederland en ( binnenkort ?) Vlaanderen

http://images.fok.nl/upload/070114_76599_Felis_silvestris.jpg
De wilde kat lijkt veel op een cyperse huiskat, maar is enigszins anders getekend, vooral de staart. Ook is hij iets groter en vooral schuwer dan de huiskat. De katten die wij in huis nemen stammen af van de Noord-Afrikaanse ondersoort van de wilde kat. Oorspronkelijk kwam de wilde kat in vrijwel heel Europa voor, maar door menselijk ingrijpen is hij bijna overal uitgeroeid. Sinds de Romeinse tijd was de kat niet meer in ons land gezien.

In Noordoost-Frankrijk, de Ardennen en de Eifel overleefde een kleine populatie, die zich de laatste vijftig jaar weer aan het uitbreiden is. Nu hebben wilde katten zich ook genesteld in het bosrijke Zuid-Limburg, waar ze muizen vangen en genoeg schuilplaatsen vinden. Dat de dieren nu langzaam maar zeker weer terug lijken te keren, komt mogelijk doordat er in Nederland inmiddels weer meer natuur en bos beschikbaar is. Bovendien raakt het Eiffel-gebied steeds meer vervuild zodat de katten hun heil elders gaan zoeken.

De provincie Limburg heeft de laatste jaren de natuurlijke vorming van bossen zoveel mogelijk gestimuleerd. Daardoor wordt het voor de wilde dieren steeds aantrekkelijker om zich er te nestelen.

http://images.fok.nl/upload/070114_76599_Felis_silvestris.jpg
De wilde kat lijkt veel op een cyperse huiskat, maar is enigszins anders getekend, vooral de staart. Ook is hij iets groter en vooral schuwer dan de huiskat. De katten die wij in huis nemen stammen af van de Noord-Afrikaanse ondersoort van de wilde kat. Oorspronkelijk kwam de wilde kat in vrijwel heel Europa voor, maar door menselijk ingrijpen is hij bijna overal uitgeroeid. Sinds de Romeinse tijd was de kat niet meer in ons land gezien.

In Noordoost-Frankrijk, de Ardennen en de Eifel overleefde een kleine populatie, die zich de laatste vijftig jaar weer aan het uitbreiden is. Nu hebben wilde katten zich ook genesteld in het bosrijke Zuid-Limburg, waar ze muizen vangen en genoeg schuilplaatsen vinden. Dat de dieren nu langzaam maar zeker weer terug lijken te keren, komt mogelijk doordat er in Nederland inmiddels weer meer natuur en bos beschikbaar is. Bovendien raakt het Eiffel-gebied steeds meer vervuild zodat de katten hun heil elders gaan zoeken.

De provincie Limburg heeft de laatste jaren de natuurlijke vorming van bossen zoveel mogelijk gestimuleerd. Daardoor wordt het voor de wilde dieren steeds aantrekkelijker om zich er te nestelen.

  • Wilde kat keert terug in Nederland
    Gepubliceerd op vrijdag 09 april 2004  //oudste  gedomesticeerde  kat  op cyprus gevonden Het oudste bewijs van een gedomesticeerde kat werd in 2004 op het eiland Cyprus gevonden. Daar legden Franse archeologen een graf bloot van een gedomesticeerde kat van liefst 9500 jaar oud.Op Cyprus hebben Franse archeologen een graf blootgelegd van een gedomesticeerde kat van liefst 9500 jaar oud.De opmerkelijke vondst is een indicatie dat katten al in de Steentijd werden gedomesticeerd.Egypentaren
    Tot dusver werd gedacht dat de Egypentaren de eerste mensen waren die katten als huisdier hielden. De oudste bewijzen daarvoor dateren uit de periode 2000 tot 1900 jaar voor Christus.Waarschijnlijk werden deze katten in eerste instantie gebruikt voor de bestrijding van ratten en muizen, maar al snel ontwikkelden de katten zich tot gewaardeerde huisdieren die zelfs aanbeden werden. In Egypte zijn veel afbeeldingen van katten en mummies van katten gevonden.Gezamenlijk graf
    De vondst van het graf op Cyprus werpt nieuw licht op de historie van de kat als huisdier. Franse archeologen legde daar de resten van Shillourokambos bloot, een nederzetting uit de Steentijd die in de periode 9000 – 8000 voor Christus werd bewoond.De wetenschappers ontdekten onder andere een omvangrijk graf waarin het geraamte van een mens lag. Zo’n veertig cm verderop troffen de archeologen in hetzelfde graf het skelet van een jonge kat aan van circa acht maanden oud.Beide geraamtes verkeren in dezelfde staat en zijn in dezelfde positie gelegd, hetgeen het aannemelijk maakt dat mens en kat gelijktijdig zijn begraven, aldus de onderzoekers, die hun bevindingen in het tijdschrift Science hebben gepubliceerd.Halfwilde kat
    Volgens de archeologen was de kat nog geen echte huiskat (Felis domesticus), maar een Afrikaanse wilde kat (Felis silvestris lybica, zie foto boven), die in de regel wat groter zijn dan de gemiddelde huiskat.“De kat die we hebben opgegraven zat waarschijnlijk tussen het stadium van wild en gedomesticeerd in. Het is ook mogelijk dat het dier geheel gedomesticeerd was,” aldus professor Jean Guilaine van het Centrum voor Antropologie in Toulouse tegenover de BBC.Relatie tussen mens en kat
    De wijze van begraven doet de onderzoekers bovendien denken aan de manier waarop mensen worden gegraven. Ook vertoont het kattenslelet geen tekenen van slachting.“Daaruit kunnen we opmaken dat de kat waarschijnlijk als een individu werd gezien. Het gezamenlijke graf wijst op een relatie tussen mens en kat,” zo schrijven de archeologen in hun onderzoek. Ze vermoeden dat de kat is gedood nadat zijn baas, een dertigjarig persoon, kwam te overlijden.Opvallend is daarnaast dat katten in die tijd op Cyprus niet voorkwamen. De dieren moeten dus door mensen op het eiland zijn ge챦ntroduceerd.Status
    Er zijn zelfs aawijzingen dat de kat een bepaalde status genoot. In het graf troffen de archeologen een keur aan voorwerpen aan, zoals gepolijste stenen, bijlen, vuurstenen werktuigen en okerachtige verfstof.De vele voorwerpen maken het aannemelijk dat de persoon een hoge status genoot en mogelijk een speciale relatie met katten had. De acheologen sluiten zelfs niet uit dat de katten een religieuze betekenis hadden. “Mogelijk speelden de katten een symbolische rol in de verbeeldingskracht van deze bewoners uit de Steentijd, al is dat moeilijk te bewijzen”, aldus Guilaine.Net als in Egypte werden de katten waarschijnlijk in eerste instantie als muizenvangers gezien. In de late Steentijd kwam het verbouwen van graan in zwang, hetgeen een sterke toename van het aantal muizen tot gevolg had. Dat verklaart ook waarom mensen kattten naar Cyprus hebben vervoerd.Bronnen: BBC, Reuters, AFPLinks:

 

 


Johnson WE, Eizirik E, Pecon-Slattery J,Murphy WJ, Antunes A, Teeling E, and O’Brien SJ (2006) The Late Miocene Radiation of Modern Felidae: A Genetic Assessment. Science 311: 73-77.

http://www.guardian.co.uk/science/story/0,,1680257,00.html

http://www.sciencemag.org/cgi/content/summary/311/5757/12g

Science 6 January 2006:
Vol. 311. no. 5757, p. 12
DOI: 10.1126/science.311.5757.12g

Abstract
Unraveling the relatively recent speciation events that led to the modern cat family, which includes lions, tigers, clouded leopards, and domestic cats, has been hampered by an incomplete fossil record and a lack of distinguishing skeletal features. Johnson et al. (p. 73) analyze an extensive array of X-chromosome, Y-chromosome, and mitochondrial DNA sequences sampled from all 37 extant cat species to produce a phylogenetic tree that resolves the eight major lineages of cats. Modern cats appear to have originated in Asia 10 million years ago and undertook a series of 10 intercontinental migrations that correlate with major fluctuations in sea level.

Science 6 January 2006:
Vol. 311. no. 5757, pp. 73 – 77
DOI: 10.1126/science.1122277

The Late Miocene Radiation of Modern Felidae: A Genetic Assessment

Warren E. Johnson,1*Eduardo Eizirik,1,2Jill Pecon-Slattery,1 William J. Murphy,1{dagger}Agostinho Antunes,1,3Emma Teeling,1{ddagger}Stephen J. O’Brien1*Modern felid species descend from relatively recent (<11million years ago) divergence and speciation events that producedsuccessful predatory carnivores worldwide but that have confoundedtaxonomic classifications. A highly resolved molecular phylogenywith divergence dates for all living cat species, derived fromautosomal, X-linked, Y-linked, and mitochondrial gene segments(22,789 base pairs) and 16 fossil calibrations define eightprincipal lineages produced through at least 10 intercontinentalmigrations facilitated by sea-level fluctuations. A ghost lineageanalysis indicates that available felid fossils underestimate(i.e., unrepresented basal branch length) first occurrence byan average of 76%, revealing a low representation of felid lineagesin paleontological remains. The phylogenetic performance ofdistinct gene classes showed that Y-chromosome segments areappreciably more informative than mitochondrial DNA, X-linked,or autosomal genes in resolving the rapid Felidae species radiation.

1 Laboratory of Genomic Diversity, National Cancer Institute, Frederick, MD 21702–1201, USA.
2 Centro de Biologia Gen척mica e Molecular, Faculdade de Bioci챗ncias, Pontif챠cia Universidade Cat처lica do Rio Grande do Sul, Avenida Ipiranga 6681, Porto Alegre, RS 90619-900, Brazil.
3REQUIMTE, Departamento de Qu챠mica, Faculdade de Ci챗ncias, Universidade do Porto, Rua do Campo Alegre, 687, 4169-007 Porto, Portugal.

{dagger} Present address: Department of Veterinary Integrative Biosciences,Texas A&M University, College Station, TX, 77843–4458,USA.

{ddagger} Present address: Department of Zoology, University College Dublin,Belfield, Dublin 4, Ireland.

*To whom correspondence should be addressed. E-mail:

johnsonw@ncifcrf.gov(W.E.J.);

obrien@ncifcrf.gov (S.J.O.)

Katachtigen

Katachtige roofdieren zijn waarschijnlijk de meest efficiënte jagers van het dierenrijk.Ze zijn heel stil, snel en goed bewapend.De katachtige roofdieren hebben behalve de mens geen vijand.De familie der katachtige komt bijna over de gehele wereld voor (uitgezonderd Australie en de Polen).Van de katachtige zijn 38 verschillende soorten bekend.Afgezien van de afmetingen van de katachtige zien ze er voor het grootste gedeelte hetzelfde uit.De kat heeft niet zo als de hond een sterk ontwikkeld reukorgaan, maar heeft daar in tegen een heel scherp gehoor en hele goede ogen. Katachtige zijn geen lange afstand lopers, maar kunnen zeer snel rennen op korte afstanden. Doormiddel van hunlange katachtige poten kunnen ze in korte uitbarstingen enorm snel accelereren.Katachtige lopen op een soort vlezige kussens onder de poten.Deze kussens vergroten de grip van het dier en dienen ook al geluiddempers. Hierdoor kan een katachtige ene prooi besluipen zonder ook maar een geluid te maken.De nagels van een katachtige (behalve bij de jachtluipaard en de platkopkat) zijn intrekbaar en is het gevaarlijkste wapen van een katachtige. De katachtige hebben ook nog ene ander wapen namelijk hun gebit. De tong van de grote katachtige is zo ruw dat als bijvoorbeeld een leeuw je een lik zou geven, dan zou je huid er af getrokken worden.

Ocelot
Verschillen tussen grote en kleine katachtige zijn:
Ø Grote kunnen brullen en niet spinnen, kleine kunnen spinnen en niet brullen
Ø Grote rusten met gestrekte voorpoten, kleine rusten met ingetrokkenpoten
Ø Grote eten liggend, kleien eten geknield.

Het is mogelijk de ontwikkeling van de katachtige in de loop der tijden na te gaan door middel van fossiele overblijfselen.

Het is duidelijk dat de huidige katten familie een groep vormen,waarbij een sterke gelijkvormigheid naar voren komt.
Dat geldt voor lichaamsbouw als ook een aantal andere punten.
Zo hebben alle levende katten dezelfde aantal chromosomen. 19 paar chromosomen
De uitzonderingen zijn de kleine Zuidamerikaanse Leopardus en de Lynchailurus.
Ze hebben beide 36 chromosomen.
Ook hier is fusie van de chromosomen opgetreden ? Net zoals bij de mens in vergelijking met de andere afrikaanse mensenapen

De oorsprong van de kat gaat terug naar de voorouders van alle vleeseters: De Miacidae .Deze dieren bevolkteNoord – Amerika in de begin periode van het paleoceen: ongeveer 65 miljoen jaar geleden.Later trokken ze over de toen bestaande beringlandebgte naar Eurazie .

Het waren kleine vleeseters,die lang niet zo gespecialiseerd waren als de moderne kat.
In Oligoceen aardlagen (aardlagen van 40 miljoen jaar gelden)heeft men fossielen aangetroffen van de echte katten .

Deze katten hadden een gespecialiseerd gebit.

Men kan ze in twee groepen verdelen:

Ø De onder familie van de Machairodontinae ,deze hadden lange op sabels lijkende hoektanden in de bovenkaak.De hoektnaden in de onder – kaak waren verdwenen.

Ø De tweede groep bestond uit katten die behalve hun gebitstelsel ook in andere opzichten sterk op de tegenwoordige katten leken.
Tijdens het Pleistoceen (ongeveer 2 miljoen jaa geleden) stierven de Marchairodontinae gelijktijdig is niet bekend .De (tweede) familie van de katachtige zoals wij die kennen bleef over.

Dierkundige zijn het nog steeds biet eens over de indeling de katachtige . Men vindt dat de Nevelpanter noch in het geslacht Panthera ,noch in het geslacht Felis thuis hoort.Sommige dierkundigen gebruiken dan de naam Neofelis.De Lynxen worden tegenwoordig vaak ondergebracht in een eigen apart geslacht: Lynx.
De jachtluipaard vormt een heel andere geslacht omdat ze hun nagels zoals de andere katachtige niet kunnen in trekken.

Indeling van Katten/ wetenschappelijke naam

Kleine katten Felini
Huiskat – Felini catus
Europese wilde kat – Felini silvestris
Gele of Nubische kat – Felis silvestris lybica
Woestijnkat – Felis margarita
Gobi Kat – Felis bieti
Ocelot – Leopardus pardalis
Poema – Puma concolor
Viskat – Prionailurus viverrinus
Aziatische goudkat – Profelis temmincki
Grote katten Pantherini
Sneeuwpanter of irbis – Uncia uncia
Panter of luipaard – Pnthera pardus
Jaguar – Panthera onca
Tijger – Panthera tigris
Leeuw – Panthera leo
Onderfamilie Acinonychiae
Jachtluipaard – Acinonyx jubatus
http://berlage.student.uva.nl/pit.yau/Indeling/indeling.html
http://berlage.student.uva.nl/pit.yau/Indeling/Herkomst_en_indeling/herkomst_en_indeling.html

Feliforma (Feloidea) (Katachtigen)

De Carnivoren ontwikkelden zich in het Eoceen (57- 50 miljoen jaar geleden) tot twee groepen (onderorden): de Califormia en de Feliforma, de onderorde waartoe behalve de Katachtigen ook de Hyena’s, Civetkatten en Mangoesten behoren.

oligoceen-dieren

Toen de regenwouden zich in het Laat Eoceen (38 – 34 miljoen jaar geleden) terugtrokken en plaats maakten voor graslanden, kwamen de Miaciden de bomen uit, trokken de vlakte in en ontwikkelde zich in het Vroeg-Oligoceen (34 – 23 miljoen jaar geleden) tot de Katachtigen (Feliforma), de dodelijkste dieren die de wereld ooit gezien heeft.

De voorouders van de Feliforma waren mogelijk de Miaciden, kleine roofdiertjes, die leefden tussen de kleine zoogdieren en grote vogels die de uitgestrekte en dichtbegroeide regenwouden van bevolkten.

miacis4

Miacis

Miacis

 

Uit de subgroep (onderorde) Viverravidae (Civetkatten) van de Feliforma ontstonden de Hyena’s

stamboom-feliforma

Stamboom van de Feliforma

De Families Palaeofelids of Nimravidae (Schijnkatten) en Noefelids vormen zijtakken van deze stamboom, maar over hun werkelijke afstamming bestaat nog veel onzekerheid
Nimravus

http://www.sdnhm.org/exhibits/mystery/fg_nimravus.html

Tot de jaren ’90 van de 20e eeuw werden de Mangoesten tot de familie civetkatachtigen (Viverridae) gerekend. Daarna werden ze een aparte familie, die ook de onderfamilie Galidiinae uit Madagaskar omvatte. Die is later naar de familie Madagaskarcivetkatten (Eupleridae) verplaatst met de andere civetkatachtigen uit Madagaskar. Mangoesten – Wikipedia

De Palaeofids of Nimravidae ontstonden aan het einde van het Eoceen ((Laat-Eoceen)circa 35-40 miljoen jaar geleden). Deze dieren die zagen er uit als katten, maar waren het zeker niet. Er is nog veel onzekerheid omtrent de afstamming van deze groep schijnkatten, en of ze ontwikkeld hadden uit de Feliforma of uit de Califormia.

De Nimraviden bereikten hun hoogtepunt 28 miljoen jaar geleden. Daarna werden ze in een steeds sneller tempo door de echte katten vervangen.

De bekendste Nimraviden zijn Dinictis,

http://dinosaurs.about.com/od/mesozoicmammals/p/dinictis.htm

http://www.douglasfossils.com/port_dinictis.html

   

Dinictis

This small cat-like carnivoran fed upon the many Oligocene plant eaters. In this reconstruction, you can see its sharp stabbing teeth, smaller versions of the fangs found in sabre-toothed cats. 

Dinictis skeleton

  Dinictis skeleton

Hoplophoneus,

Hoplophoneus restoration

Hoplophoneus skeleton

 

Hoplohoneus skeleton

Hoplophoneus is an extinct genus of mammal that is often referred to as a Saber-toothed cat. Actually they are false saber-toothed cats belonging to the family Nimravidae, which originated roughly 55 million years ago. Hoplophoneus was similar to cats in outward appearance but the Nimravidae were not true cats. Among other differences, they also had a flange on the front of the mandible that projected downward as long as the canine tooth.

Hoplophoneus primaevus 739761m

hoplophoneus

http://www.sdnhm.org/exhibits/mystery/fg_nimravus.html

Vroeger rekende men de Schijnkatten (Eng. False Cats) bij de Katachtigen (Felidae) en dacht men dat de huidige vormen zich uit de Nimraviden hadden ontwikkeld. Tegenwoordig blijkt echter dat de Nimraviden een op zichzelf staande groep vormen, zonder een directe evolutionaire verbinding met de huidige katten.

Omdat de Nimraviden in de zelfde omstandigheden leefden als de katten hebben ze zo ongeveer het zelfde uiterlijk aangenomen en bij Barbourofelis die leefde in het Mioceen zijn zelfs de sabeltanden aanwezig die zo kenmerken voor zijn katachtige verwanten zijn. Er waren ook enkele verschillen, de vorm van zijn skelet doet meer aan een veelvraat denken dan aan een kat.

en Barbourofelis

 

Taxonomy: Carnivora: Barbourofelidae
Age: Miocene
Locality: Africa, Eurasia, North America
Length: 0.29 meters

Barbourofelis was a carnivorous mammal the size of a lion and is the latest in the family Nimravidae (false TIGRES). It lived during the Miocene, between 15 and 7 million years ago and had the largest canines of all nimravids. The fossils of this animal have been found in North America, Turkey and Spain. Alachua County in Florida (USA.)

Barbourofelis was een roofdier ter grootte van een leeuw, maar had hersens ter grootte van die van een lynx. Vergeleken met de Sabeltandkatten was hij niet erg intelligent, wat volgens de algemene theorie ook de reden is dat hij uitstierf en de katten overleefden. Naar men denkt voedde Barbourofelis zich voornamelijk met de kortpotige neushoorn Teleoceras.

Eofelis,

Nimravus,

Eusmilus

eusmilus skeleton

eusmilus  cerebralis

 

.

Eusmilus sp. cast skull
Cat-like mammal
John Day Formation, Oregon

Ca. 29 miljoen jaar geleden in het Oligoceen ontwikkelden zich uit de voorouders van de Civetkattenen Hyena’s deKatachtigen. 

De Sabeltandkatten vormen een aparte familie binnen de Katachtigen die zich ongeveer 20 miljoen jaar geleden afsplitste van de rest: de Noefelids

Een sabeltandkat onderscheidt zich niet van de andere katten door de lengte van zijn hoektanden, want er waren ook sabeltandkatten met korte hoektanden. De hoektanden van sabeltanden zijn afgeplat en niet kegelvormig zoals die van katten zoals leeuwen en luipaarden. Het is dus de vorm en niet het formaat van de tanden wat een sabeltandkat tot een sabeltandkat maakt.)

Tot de Sabeltandkatten behoorde de Smilodon

Fossielen van de befaamde sabeltandkat Smilodon zijn overvloedig gevonden in de teerputten van Rancho La Brea in Noord-Amerika.

Maar Sabeltandkatten zijn bijna overal ter wereld gevonden.

De familie der sabeltandkatten is ontstaan in het vroeg Oligoceen en stierven uit een paar duizend jaar geleden terug.

Ze leefden als familie langer dan welke dinosaurusfamilie ook, je zou dan ook kunnen zeggen dat de sabeltandkat het meest succesvolle type roofdier ooit is.
Smilodon was de grootste sabeltandkat, en binnen het genus Smilodon was S.populator uit Zuid-Amerika de grootste. De sabeltanden waren 30 centimeter lang, hij moest zijn bek 90 graden openen om nog te kunnen bijten en de kaken waren aangepast om zo ver te worden opengesperd. De tanden werden niet gebruikt om de prooi vast te grijpen, daar waren ze te breekbaar voor. Smilodon gebruiken alleen zijn voorpoten om de prooi te grijpen en tegen de grond te werken. Eenmaal op de grond werden de tanden in de hals van de prooi gestoken, waarbij de bloedvaten werden doorklieft en de luchtpijp werd afgesloten. E챕n beet was voldoende om de prooi te doden.
Smilodon was duidelijk een groepsdier. De enige hedendaagse kat die in groepen leeft en jaagt is de leeuw, maar sabeltandkatten deden dat ook.

Sommige Smilodonskeletten vertonen zware verwondingen, normaal zouden die dodelijk zijn, omdat het dier dan niet kon jagen. De verwondingen waren echter geheeld, dat kan alleen omdat de gewonden meeaten van de prooi die de gezonde Smilodons hadden gedood. Dit geeft dus aan dat Smilodon in groepen leefden en jaagden, en in tegenstelling tot veel andere katten een sociaal dier was.
Sabeltandkatten zijn eigenlijk een afsplitsing van de familie van de katten (Felidae),en worden gekenmerkt door de vorm van hun tanden.

Katten zoals de tijger en de leeuw hebben kegelvormige hoektanden, die van sabeltandkatten zijn meer afgeplat en vaak heel lang. Niet altijd trouwens, want er waren ook sabeltandkatten met korte hoektanden zoals Deinofelis en Homotherium.

Het is dus de vorm, en niet de lengte die bepaald of het een sabeltandkat is of niet. Alle sabeltandkatten zijn overigens uitgestorven, ook die met korte tanden.
Sabeltandkatten, inclusief Smilodon, jaagde op grote dikhuidige prooien. Dat is wat hen verschilt van andere katten met korte hoektanden. Leeuwen of luipaarden jagen in de meeste gevallen op dieren kleiner dan zijzelf. Het grootste dier dat een leeuw ooit zal doden is een buffel, maar de prooien die Smilodon bejaagde waren van het formaat neushoorn of nijlpaard. De sabeltandkat Homotherium schijnt zelfs op mammoeten te hebben gejaagd.

Voor sabeltandkatten was het trouwens niet mogelijk om kleine prooien te doden, hun sabeltanden zouden breken als ze in contact komen met bot en dat kan je niet voorkomen met kleine prooien. Nijlpaarden, neushoorns en olifanten kwamen tijdens de ijstijd overal ter wereld voor, dus overal ter wereld was er voedsel voor de sabeltandkatten. Met het aflopen van de ijstijden stierven de grote dieren overal uit, (Behalve in Afrika, hier komen hier dan ook wel geen sabeltandkatten meer voor, maar nog wel de grootste diversiteit aan katten.) dus dit is wellicht de reden dat ze uitstierven en alleen de katten met korte tanden overbleven.

smilodon-populator

Smilodon populator is the largest of its species. Found in the eastern part of South America.

Sabeltijger beet slapjes

http://www.docstoc.com/docs/83574620/Sabeltijger-beet-slapjes

http://www.nrc.nl/binnenland/article779714.ece/Sabeltijger_beet_slapjes

sabeltandtijger-115693e

Schedel van sabeltandtijger (Foto: Peter Halasz / Creative Commons)
http://blogs.discovermagazine.com/notrocketscience/2009/09/21/sabre-toothed-cats-had-weak-bites/Ed Yong
Sabre-toothed cats had weak bitesThe sabre-toothed cat is one of the most famous prehistoric animals and there is no question that it was a formidable predator, capable of bringing down large prey like giant bison, horses, and possibly even mammoths. The two massive canines – the largest teeth of any mammal – are a powerful visual. But while they were clearly powerful weapons, scientists have debated their use for over 150 years. Now, a new study shows that Smilodon, the most iconic of the sabre-tooths, had a surprisingly weak bite. They were a precision weapon that were used to deliver a single, final wound to an already subdued victim – the equivalent of an assasin’s stiletto rather than a swordsman’s blade. Earlier suggestions pictured Smilodon using its teeth to hang onto the back of large prey, to slash their abdomens open, or to impale them at the end of a flying pouce. One of the most popular theories said that the cat would have used its teeth to sever arteries and airways with a decisive bite to the throat – a quicker technique than the suffocating neck bites used by modern lions. Working out how strongly Smilodon could bite would go a long way towards deciding on one of these theories and to do that, palaeontologists have studied the animal’s fossilised skull. Even then, opinions have gone either way depending on which bit of the skull they looked at. The muscle attachment points suggest it has small jaw muscles, but the bite could have been powered from the neck. The lower jaw is smaller, but strongly built, lending weight to the idea of a powerful bite. To get some clearer answes, Colin McHenry and colleagues from the University of Newcastle, Australia decided to put Smilodon’s skull through a digital crash-test. They used a technique called ‘finite element analysis‘ or FEA, which is typically used in mechanical engineering and crash-testing for cars. They used a CT scanner to create detailed 3-D models of the skulls of a Smilodon from the famous La Brea Tar Pits in Los Angeles, and a lion from the Taronga Zoo in Sydney. With both predators weighing in fairly equally (the lion was particularly large and the sabre-tooth particularly small), McHenry assumed that they would have tackled similarly sized prey. The team also simulated the jaw and neck muscles of both animals, and put them through a series of simulated bites on the computer. In terms of skull power, the lion outclassed Smilodon in almost every way. The ‘king of beasts’ happily chomped down with a force of over 3000N (or 300kg), but a 229kg Smilodon only managed a measly 1000N. It’s jaws were remarkably under-powered for a cat of its large size and bulk, biting with the same amount of force as a jaguar about a third of its size. But the powerful neck muscles were factored in, Smilodon’s bite force increased to a more respectable 2000N – clearly, this was a predator that bit from the neck. But even with its restored reputation, McHenry’s analysis also found that Smilodon couldn’t have bitten prey on the run. Lions will frequently latch onto running buffalo, and its skull is built to handle the massive forces that would push and twist against it. Even with 2000N (200kg) of force pushing sideways on a lion’s canines, the teeth experience minimal stress. Not so with Smilodon – subjected to the same forces, it’s entire skull experienced tremendous stress and strain. If it tackled large prey that were still on their feet, it would have run a strong risk of snapping its teeth or skull. The sabre-toothed cat’s relatively wussy bite rules out a lot of the theories for its killing style. It couldn’t possibly have tackled running prey and slashing at the belly would have left it vulnerable to snapping teeth if the prey tried to get back up. Smilodon’s only real option was to use its teeth to deliver a killing bite when there was no chance of the prey actually moving. It was a one-use weapon, reserved for prey that had been brought down and pinned, preferably at the head, by the cat’s enormous bulk. Fortunately, the rest of the animal was superbly adapted for this. Smilodon had a physique that was more bear than cat and it had over-sized ‘dew claws’ on its ‘thumbs’. All of these traits would have given it enough power and inertia to bring down large animals in a way that modern lions simply can’t do. Lions often kill with a lengthy suffocating bite that can last for up to 13 minutes. In Smilodon’s case, the fate of the downed animal would have been sealed in seconds, especially if the sabre teeth severed the carotid artery. McHenry speculates that Smilodon’s technique could have evolved because of intense competition from other large predators. With fearsome animals like dire wolves, the short-faced bear and the immense American lion on the prowl and ready to fight over a carcass, Smilodon had little time for a long drawn-out kill. While its bulk and huge teeth would have made it well adapted for hunting large prey, McHenry thinks that that Smilodon, unlike modern cats, would have been woefully inadequate at killing smaller and more agile animals. When the large herbivores of the last Ice Age all died out, Smilodon would have been unable to compete with more versatile killers. 

Sander Voormolen

Sabeltijgers moesten hun prooi tegen de grond werken voordat ze die konden doodbijten. De bijtkracht van deze uitgestorven kat haalde het niet bij die van een leeuw.

De sabeltandtijger, een uitgestorven katachtige die er met zijn extreem grote hoektanden vervaarlijk uitzag, had slechts eenderde van de bijtkracht van een hedendaagse leeuw. Dat blijkt uit een reconstructie met computermodellen van een groep Australische ingenieurs en biologen. Deze week publiceren zij hun resultaten in het Amerikaanse blad Proceedings of the National Academy of Sciences..

De onderzoekers maakten een CT-scan van schedels van een sabeltandtijger Smilodon fatalis en van een leeuw. Zo verkregen ze een nauwkeurig en natuurgetrouw digitaal ‘draadmodel’ van deze schedels op basis waarvan ze verder konden rekenen. Bij een gesimuleerde grote bijtkracht bleken er zeer grote spanningen te ontstaan in met name de onderkaak van de sabeltandtijger. Een digitale leeuw die drie keer zo hard beet, vertoonde maar weinig tekenen van stress in botten en tanden.

Gesimuleerde zijwaartse krachten, die zouden ontstaan door een tegenspartelende prooi, maakten het verschil nog dramatischer. Waar bij de leeuw de spanningen vrijwel alleen in de korte hoektanden van boven- en onderkaak ontstonden, kleurden bij de sabeltandtijger onderkaak, hoektanden en grote delen van de schedel rood van de stress.

Een sabeltandtijger kan dus nooit zo gejaagd hebben als de moderne leeuw; door een prooi in de hals te grijpen en niet meer los te laten tot zijn slachtoffer gestikt is. Met in gedachten de prooien van Smilodon (mastodonten, mammoeten en neushoorns) zou een sabeltandtijger die zo’n aanval probeerde, dat hebben moeten bekopen met gebroken tanden, een gebroken kaak en flinke koppijn. De Australiërs concluderen dat sabeltandtijgers hun prooi eerst tegen de grond moeten hebben gewerkt alvorens hun dodelijke beet toe te dienen. En die was waarschijnlijk gericht op de hals van het slachtoffer.

Volgens de Utrechtse hoogleraar paleontologie Jelle Reumer liggen de conclusies van het Australische onderzoek voor de hand.

„Paleontologen kunnen aan de vorm van de onderkaak met aan het uiteinde het kroonuitsteeksel al duidelijk zien dat het dier een heel geringe bijtkracht moet hebben gehad. De aanhechting van de kauwspier die over de slaap loopt is heel klein.”

Het dier moet volgens Reumer dus inderdaad eerst zijn prooi op de grond hebben geworpen, waarbij het mogelijk zijn poten gebruikte.

„Dan zou het de hals kunnen doorbijten of het zou met zijn tanden de buik van het slachtoffer kunnen openrijten, een soort harakiri-techniek.” P

as als de prooi dood of versuft was kon Smilodon gaan eten.

Paleontoloog John de Vos van Naturalis zegt dat ook andere sabeltandkatten zoals Machairodus, die leefde van 15 tot 2 miljoen jaar geleden, in bijtkracht onderdeden voor de leeuw.

800px-Machairodus_giganteus_1

Machairodus giganteus. Age: Late Miocene, China.

This cat lived approximately 4.5 to 5 million years ago and was about the size of a lion, but with a longer muzzle and narrower skull. Machairodus is an excellent example of a saber-toothed cat. Found throughout the world, this Eurasian species had coarse serrations on its incisors, sabers and carnassials. 
Machairodus giganteus juvenile/ Sabertooth Cat,

°

Juvenile Machairodus giganteus

De Vos: „Dat concludeerde student Bas Brittijn een paar jaar geleden op basis van anatomische kenmerken.”

De voornaamste bijdrage van de Australiërs lijkt hun berekening van de maximale bijtkracht van de sabeltandtijger. Die steekt met 1.104 Newton bleekjes af bij die van de leeuw: 3.388 Newton.

Honger dreef sabeltandtijger toch niet

naar randje van de afgrond

Geschreven op 28 december 2012 om 16:06 uur door 13

sabeltandtijger

Twaalfduizend jaar geleden stierven de sabeltandtijgers uit. En lang werd gesteld dat dat het resultaat was van een tekort aan eten. Maar een nieuw onderzoek werpt dat argument van tafel: de sabeltandtijgers hadden het, in ieder geval tot kort voor hun uitsterven, qua eten meer dan goed.

Dat stellen wetenschappers van de VanderBilt University in het blad PLoS ONE. Maar hoe weten zij nu hoe rijkelijk het dieet van de sabeltandtijgers was? Dat is vrij simpel te achterhalen, legt onderzoeker Larisa deSantis uit. “We weten dat wanneer voedsel schaars wordt, carnivoren, zoals de grote katachtigen, meer van de karkassen die ze doden, opeten. Als ze meer tijd doorbrachten met het kauwen op botten, zou dat veranderingen in de slijtage van hun tanden moeten opleveren, die wij kunnen opsporen.”

Eerder onderzoek
Het is niet voor het eerst dat onderzoekers deze methode gebruiken om een beeld te krijgen van het dieet van sabeltandtijgers. In 1993 deden onderzoekers dat ook al eens. Toen stelden ze dat de tanden van sabeltandtijgers tegen de tijd dat ze uitstierven veel meer slijtage vertoonden dan de tanden van andere roofdieren uit die tijd. De conclusie die de onderzoekers toen trokken? “Deze vondst suggereert dat deze soorten karkassen grotendeels gebruikten en waarschijnlijk intensiever concurreerden voor voedsel dan grote vleeseters vandaag de dag doen.”

3D-beeld
De onderzoekers van de Vanderbilt University gebruikten een nieuwe techniek om de tanden van sabeltandtijgers te bestuderen. Ze maakten een 3D-beeld van de tanden en lieten dat vervolgens analyseren door speciale software. Onderzoekers gingen dus niet zelf op zoek naar slijtage, maar lieten de computer zoeken. Die aanpak wordt gezien als accurater, omdat een computer niet bevooroordeeld is en dus niet het verlangen kent om meer of minder sporen van slijtage te vinden.

Prooien
De onderzoekers bestudeerden niet alleen tanden van sabeltandtijgers die zo’n 12.000 jaar geleden leefden, maar ook van sabeltandtijgers die 35.000 jaar geleden leefden. Ze konden geen bewijs vinden dat sabeltandtijgers die 12.000 jaar geleden leefden langer op karkassen kauwden dan soortgenoten die 35.000 jaar geleden leefden. Maar hoe kan het dan dat onderzoekers tijdens eerdere studies zoveel gebroken tanden aantroffen bij sabeltandtijgers van zo’n 12.000 jaar oud? De onderzoekers wijzen erop tanden niet alleen breken doordat ze lang op karkassen bijten. “Tanden kunnen ook breken wanneer vleeseters prooien uitschakelen.” Dat sabeltandtijgers 12.000 jaar geleden meer gebroken tanden hadden dan andere roofdieren uit die tijd, zou te verklaren zijn door het feit dat de tanden van sabeltandtijgers groter waren (grote tanden breken sneller dan kleine tanden). Bovendien jaagden de sabeltandtijgers op relatief grote prooien als bisons en enorme grondluiaards.

Al met al trekt de studie de conclusie dat de sabeltandtijgers tegen het einde van hun bestaan met honger naar bed gingen, in twijfel. “Hoewel we niet kunnen bepalen wat dan wel de exacte oorzaak van hun ondergang is, is het onwaarschijnlijk dat het uitsterven het resultaat was van een geleidelijk afname van prooien (te wijten aan een veranderend klimaat of competitie met de mens), omdat hun tanden ons vertellen dat deze tanden niet wanhopig op karkassen kauwden en in plaats daarvan gedurende het late Pleistoceen een goed leven leidden, in ieder geval tot kort voor het einde.”

20 miljoen jaar geleden (Mioceen) ontwikkelde zich uit de

Proailurus de Pseudailurus. Van dit geslacht zijn zeer veel verschillende soorten bekend

Proailurus

De allereerste echte kat is Proailurus, een klein wezelachtig dier.

proailurus

pseudalurus lortetiUit de Pseudaelurus ontwikkelden zich ca. 10 miljoen jaar geleden (Mioceen) de echte katten, ook wel bijtende katten genoemd, waartoe alle huidige katten behoren.

De bijtende katten worden zo genoemd omdat ze hun prooi met een krachtige bijt in de keel doden. Sabeltandkatten hoefden door hun mesachtige sabeltanden niet te bijten om hun prooi te doden: ze ‘doodsteken’ was genoeg!

http://www.ijstijd.net/sabeltandkatten/laat.html

Laat Pleistoceen voorkomen van de sabeltandkat Homotherium Latidens
waarvan verschillende botten zijn opgevist uit de Noordzee.
Fossielen van Homotherium zijn altijd buitengewoon schaars. In Europa was Homotherium bekend uit Vroeg en Midden Pleistoceen en het tot op heden jongst bekende fossiel van Homotherium (een bovenkaaks-hoektand) was gevonden in Steinheim (D) en was gedateerd op 300.000 jaar.

Een mogelijk Laat Pleistocene voorkomen van Homotherium werd al door de tsjechische paleontoloog Mazak gesugereerd op grond van een klein beeldje van een katachtige uit het Aurignacien (ca 30.000 jr.) dat in 1896 was gevonden in de grotten van Isturitz (Fr.)
Homotherium-latidens

Homotherium latidens.

o.a.

Tekening van het stenen beeldje, voorstellende een sabeltandtijger, dat gevonden is in de grot van Isturitz.

°

Uit: Mazak, V., 1970. On a Supposed Prehistoric Representation of the Pleistocene Scimitar Cat, Homotherium Fabrini, 1890 (Mammalia, Machairodontidae). Z. f. Saugetierkunde, Bd. 35 (1970), H. 6, S. 359-362

Deze statuette van Isturitz was volgens hem geen afbeelding van een veronderstelde grottenleeuw, maar moest worden geïnterpreteerd als Homotherium, omdat de kat door de paleolithische kunstenaar bewust met een opvallend korte staart en uitstulpende onderkaken is afgebeeld, eigenschappen die gelden als kenmerken voor de Homotherium (Mazak, 1970).
Maar in maart 2000 is door de nederlandse viskotter UK 33 op de Noordzee ten Zuid Oosten van de Doggersbank een onderkaak van Homotherium latidens getrawld in een gebied waar doorgaans alleen Laat Pleistocene fossielen worden getrawld. Ook de fossilisatiegraad wees erop dat men hier mogelijk met een zeer bijzondere vondst te maken had.
Uitgebreide onderzoekingen en dateringen wezen tenslotte uit, dat de onderkaak gedateerd moest worden op ca 28. 000 jaar, en daarmee veruit het jongste voorkomen van Homotherium.
Homotherium mandible ca 28.000 jr BP

Overgenomen uit Journal of Vertebrate Paleontology 23(1):260-262, March 2003,
(Reumer et al, 2003 ).

Figur 1. A: Homotherium latidens ( Galobart et al. 2003), B: Ictitherium viverrinum British Museum C: Metailurus parvulus Paleontologisk Museum, Uppsala Universitet.Schädel von Homotherium crenatidens im Muséum national d'Histoire naturelle, Paris

Homotherium crenatidens im Museum national d’Histoire naturelle, Paris

Er zijn verschillende uitgestorven vormen van de bijtende katten bekend, en 12 miljoen jaar geleden ontstonden de meeste kattenvormen die we tegenwoordig kennen. De eerste kleine katten, de eerste lynxen en de eerste Jachtluipaarden (Acinonyx), katachtigen met niet volledig intrekbare klauwen, verschenen toen snel. Toch werden de bijtende katten overschaduwd door het succes van hun verwanten, de Sabeltandkatten.

De brullende grote katten (leeuw, tijger, panter, luipaard) ontwikkelden zich 3 miljoen jaar geleden, in een tijd dat de meeste Sabeltandkatten verdwenen waren.

218076103DSCN3355

Dit is een model van een Euraziatische holenleeuw / hij staat in Nederland(Emmeloord of Zwolle)

De “amerikaanse leeuw “ stamt af van een familietak van de katachtigen die onder meer de jaguar voortbracht
De wetenschappers van het Zoölogisch Museum in Kopenhagen en het C. Page Museum in Los Angeles hebben hun bevinding gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Vertebrate Paleontology.

Katachtigen
De wetenschappers bepaalden de precieze de afkomst van de holenleeuw door schedels van de dieren te vergelijken met die van andere katachtigen, zoals leeuwen, jaguars en tijgers.Uit de vergelijking bleek dat de “amerikaanse”  leeuw  waarschijnlijk nauwer verwant is aan de jaquar en de tijger, dan aan de leeuw.Tot nu toe werd het dier  beschouwd als een familielid van de Afrikaanse leeuw. Het dier leefde tot ongeveer 10.000 jaar geleden in een gebied dat zich uitstrekte van Alaska tot Mexico.

De Panthera atrox  was een kwart groter dan de Afrikaanse leeuw. Hij voedde zich onder meer met paardachtigen en herten

    • Hybriden en mutanten onder de grote katachtigen

    big-cat-hybrids

  • 27 oktober 2006

    National Geographics

    http://www.123video.nl/playvideos.asp?MovieID=495535    http://www.123video.nl/playvideos.asp?MovieID=354295&q=lijger

    Een kruising tussen een leeuw en een tijger, oftewel een lijger, heeft de magische grens van drie meter bereikt en is dus de grootste katachtige ter wereld.

    De lijger is nog maar drie jaar oud en een halve ton zwaar, en groeit nog steeds door. Eenmaal uitgegroeid zal de uit de kluiten gewassen katachtige vermoedelijk ongeveer 3,5 meter lang zijn en een gewicht hebben van meer dan negenhonderd kilo. Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken, zullen we maar zeggen.

    Lijgers en teeuwen
    De lijger (Panthera leo x tigris) is een hybride kruising tussen een mannetjesleeuw en een vrouwtjestijger. Deze dieren hebben het uiterlijk van een leeuw, maar de kenmerkende gestreepte vacht van een tijger, zij het wat diffuser. Ook hebben ze vaak vlekken in de vacht, die zijn ge챘rfd van de leeuw, hoewel die zelf geen zichtbare vlekken heeft. Lijgers kunnen wel twee keer zo groot worden als een gewone leeuw (en zijn daarmee de grootste katachtigen) en houden in tegenstelling tot hun niet gekruiste soortgenoten van zwemmen, net als tijgers.

    Een hybride kruising tussen een mannetjestijger en een vrouwtjesleeuw wordt meestal teeuw of tigon (van het Engelse tiger en lion) genoemd. In de vrije natuur worden geen lijgers en teeuwen geboren, omdat tijgers en leeuwen nooit in hetzelfde gebied voorkomen. De dieren zijn tot nu toe dus altijd het product geweest van menselijk ingrijpen. Hoe het komt dat gekruiste dieren zoveel groter dan hun ouders kunnen worden is niet helemaal duidelijk, maar waarschijnlijk heeft het iets te maken met het feit dat hybride dieren een bepaald gen missen dat de groei reguleert.

    Onvruchtbaar
    Voor zover bekend zijn alle mannetjesexemplaren van deze hybride katachtigen onvruchtbaar. De vrouwtjes kunnen wel voor nageslacht zorgen als zij paren met een gewone mannetjesleeuw of -tijger. Doordat er succesvol gekruist is tussen leeuwen, tijgers, lijgers en teeuwen, bestaan er inmiddels ook combinaties als te-teeuwen en li-teeuwen.

    De verzorgers van de grootste lijger moeten er wel wat voor over hebben: het dier eet gemiddeld 8 kilo rundvlees of kip per dag, maar wil ook nog wel eens een portie van 45 kilo naar binnen werken.

  • Wilde Kat: ondersoorten en de Huiskat
  • Een beetje meer een soort of een beetje minder
  • Katten sorteren op hun DNA.
  • Wilde kat en Wilde Kat.
  • Felis silvestris catus
  • sorteren en sorteren ten op zichte van
  • Ondersoorten en hun namen :
  • Een fylogenetische boom is een evolutionaire hypot…
  • een fylogenetische boom is een mobiel
  • Gesorteerde groep en fylogenetische boom
  • Sorteren op weinig en sorteren op meer gegevensGerdien de Jong (huis en wilde)Katten en fylogenie

    Katten

    Er zijn tenminste 37 en misschien 42 soorten katten. Daarvan staan er 37 – ½ of 42 – ½ op de rode lijst, en de halve is deze:kitten

    Alle soorten katachtigen behalve de huiskat dreigen uit te sterven, zeker in het wild. Van de huiskat zijn er vele miljoenen individuen.Zijn er 42 soorten katachtigen? Misschien. Dit lijkt het maximum aan aantal soorten. De Nevelpanter is dan als twee soorten gerekend, één in Indochina en één op Sumatra en Borneo, de Iberische Lynx is als een afzonderlijke soort gerekend, de Borneo Goudkat ook, en de Noord-Afrikaanse Wilde Kat en Gobi Kat zijn afzonderlijk gerekend naast de Europese Wilde Kat. Een lijst van soorten staat hier:

    groep Engels Nederlands Latijn, formele naam
    (let op: sommige namen zijn opklikbaar voor meer informatie)
    1 Clouded Leopard Nevelpanter Neofelis nebulosa
    1 Bornean Clouded Leopard Borneose nevelpanter Neofelis diardi
    1 Snow Leopard Sneeuwpanter, sneeuwluipaard Panthera uncia
    1 Jaguar Jaguar Panthera onca
    1 Leopard Luipaard, Panter Panthera pardus
    1 Tiger Tijger Panthera tigris
    1 Lion Leeuw Panthera leo
    2 Marbled Cat Marmerkat Pardofelis marmorata
    2 Asian Golden Cat Aziatische goudkat Pardofelis temminckii
    2 Bay Cat Borneo goudkat Pardofelis badia
    3 African Golden Cat Afrikaanse goudkat Caracal aurata
    3 Caracal Caracal Caracal caracal
    3 Serval Serval Caracal serval
    4 Pantanal Cat Pantanalkat Leopardus braccatus
    4 Colocolo Colocolokat Leopardus colocolo
    4 Geoffroy’s Cat Geoffroykat Leopardus geoffroyi
    4 Kodkod Nachtkat, kodkod Leopardus guigna
    4 Andean Mountain Cat Bergkat, Andeskat Leopardus jacobitus
    4 Pampas Cat Pampaskat, graskat Leopardus pajeros
    4 Ocelot Ocelot Leopardus pardalis
    4 Oncilla, tigrina Tijgerkat, oncilla Leopardus tigrinus
    4 Margay Margay Leopardus wiedii
    5 Canadian Lynx Canadese lynx Lynx canadensis
    5 Eurasian Lynx Euraziatische lynx Lynx lynx
    5 Iberian Lynx Iberische lynx Lynx pardinus
    5 Bobcat bobcat Lynx rufus
    6 Cheetah Jachtluipaard, cheetah Acinonyx jubatus
    6 Cougar Poema, bergleeuw Puma concolor
    6 Jaguarundi Jaguarundi Puma yagouaroundi
    7 Leopard Cat Bengaalse tijgerkat Prionailurus bengalensis
    7 Iriomote Cat Iriomotekat Prionailurus iriomotensis
    7 Pallas’s cat Manoel, Pallaskat Otocolobus manul
    7 Flat-headed Cat Platkopkat, marterkat Prionailurus planiceps
    7 Rusty-spotted Cat Roestkat Prionailurus rubiginosus
    7 Fishing Cat Vissende kat Prionailurus viverrinus
    8 Chinese Mountain Cat Gobikat Felis bieti
    8 Libyan Cat Noord-Afrikaanse wilde kat Felis libyca
    8 Jungle Cat Moeraskat Felis chaus
    8 Sand Cat Woestijnkat Felis margarita
    8 Black-footed Cat Zwartvoetkat Felis nigripes
    8 Wild Cat Europese wilde kat Felis silvestris

    fig 2 O’Brien et al 2008: verspreiding van kattensoorten
    Katten zijn gemakkelijk te herkennen. Kijk naar huiskat thuis en naar tijger in de dierentuin, en u herkent een beest als Kat: dat ronde hoofd, dat soepele maar niet erg lange lijf. En de vachtjes!
    ocelot
    °$
    De officiële diersystematiek karakteriseert de familie katachtigen, Felidae, onder andere aan hun gespecialiseerde tanden – 30 in totaal, weinig voor een zoogdier – en intrekbare klauwen. Dan zijn er duidelijk een aantal Grote Katten, Pantherinae: leeuw, tijger, luipaard, jaguar, ondergebracht in het geslacht Panthera, de nevelpanter in het geslacht Neofelis, het sneeuwluipaard in het geslacht Uncia. De rest heet Kleine Katten, Felinae. Sommige Kleine Katten zijn vrij groot: de puma in het geslacht Puma, het jachtluipaard in Acinonyx, en de lynxen in Lynx
    °. Maar dan.
    °
    Het zoogdierenboek van Eisenberg uit 1981 zegt dat de rest van de Kleine Katten vaak allemaal tot het geslacht Felis gerekend worden. De systematen konder er op grond van hun morfologie geen wijs uit.
    °
    Of soms werd een aantal soorten een eigen geslacht gegeven, zoals de Manoel het geslacht Otocolobus.

    manoel jonkies
    PALLAS  , wildcat magazine
    Leve het sequencen van DNA! DNA sequenties kun je sorteren, en daarmee is er helderheid in een onduidelijke situatie gekomen.Johnson et al (2006) analyseerden lange sequenties van kern DNA en mitochondriaal DNA, en zagen acht helder te onderscheiden groepen. Dat zijn de groepen die hierboven in de lijst 1 tot en met 8 genoemd zijn. In de volgende figuur hebben de groepen een verschillende kleur.

    fig 3 uit O’Brien 2008 naar Johnson 2006 De eerste splitsing (volgens DNA) in de familie katachtigen leidt tot de splitsing die de systematen altijd al gemaakt hadden: die tussen de Grote Katten en de Kleine Katten. Binnen de Kleine Katten komt dan de splitsing tussen de in Azië wonende Pardofelis tegen de rest, dan de ….Ok, het is op volgorde in de figuur te zien.De oorspronkelijke figuur van de fylogenie is ingekleurd naar waar de katten wonen. Het blijkt dan duidelijk dat de groepindeling volgens DNA vaak te maken heeft met de woonplaats van de katten. De Grote Katten, die eerder hun eigen weg zijn gegaan, zijn meer verspreid over de continenten.
    figuur 1 Johnson et al 2006 Science
    Johnson 2006
    figuur 1
    Pijltjes extra ondersteuning patroon, sterretjes patroon van opeenvolgende splitsingen niet helder; in de Grote Katten bv bij de volgorde van de splitsingen leeuw, tijger, luipaard, jaguar.
    In beide versies van de figuur komt de lengte van de lijnen overeen met het aantal verschillen in het DNA. Streepjes // geven aan dat de lijn onderbroken is, omdat de lijn te lang werd voor de lay-out.In de hier laatst gegeven maar oorspronkelijke versie van de figuur staan nog meer beesten genoemd. Onderaan: die beesten zijn samen de buitengroep. Een beest springt er uit: Prionodon linsang, de gestreepte linsang. Dat is geen kat, maar het blijkt duidelijk dat de linsang dichter bij de katten staat dan de overige beesten van de buitengroep.Er staat nog meer in de figuren: de tijd van splitsing. In een volgende blogpost – ooit – kom ik op die tijd terug. Eerst komt de verdere moleculaire indeling: niet alleen van de katten, maar van alle roofdieren. Volgende keer over de linsang!
  • De katten, dat wil zeggen de familie katachtigen, de Felidae, zijn in de vorige blogpost gesorteerd op hun DNA ten opzichte van een buitengroep van zeven soorten:

  • Johnson 2006 figuur 1, herhaling
    Die buitengroep bestaat uit allerlei onbekende beesten. Waarom geen bekend beest, als hond, wolf, marter, otter of beer genomen?‘Bekend’? Bekend voor Europeanen, en ook Amerikanen, dwz VS bewoners. Europeanen zijn groot geworden met een arme fauna: meestal weten ze dat niet. Er is nog zoveel meer. Dat zoveel meer aan beesten is in de figuur hierboven gebruikt als de buitengroep – omdat ze allemaal dichter bij de katten staan dan de honden doen.De orde Roofdieren, Carnivora, wordt gesplitst in twee grote groepen, de Hondvormigen Caniformia en de Katvormigen, de Feliformia. De splitsing is om te beginnen op morfologische gronden gebeurd, maar de twee groepen komen perfect uit een vergelijking van moleculaire sequenties van allerlei DNA.

    overzichts figuur hondvormigen en katvormigen
    In Nederland komt van de Katvormigen alleen de Huiskat voor, in Europa de Huiskat, de Wilde Kat en de Lynx. Alle Nederlandse wilde roofdieren behoren tot de Hondvormigen. Katvormigen zijn tropische beesten, uit Aziatisch of Afrikaans regenwoud of uit de steppes – geen beesten die wij gewend zijn. Wie in Nederland heeft enig idee van genetkatten of civetkatten? OK: stokstaartjes – die zijn op de TV, in de soap Meerkat Manor (op Animal Planet).

    Stokstaartje
    Alle beesten in de buitengroep in de eerste figuur zijn Katvormigen. De onderorde Feliformia bestaat volgens het zoogdierboek van Eisenberg uit 1981 uit de familie Katten, Felidae, de familie Hyaena’s, Hyaenidae, en in ieder geval één en misschien drie families: de wijde groepViverridae, of de nauwe Viverridae, met de Herpestidae en de Cryptoproctidae. De Herpestidae zijn dan de mangoesten, de familie Cryptoproctidae heeft één soort, de Fretkat of Fossa van Madagascar. De rest van de civetten en genetten zitten nog steeds in de Viverridae. Heel impopulaire beesten: bijna Wiki-loos:

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Civetkatachtigen


    civetkattenclub

    Als er in 1981 zelfs over de familie-indeling geaarzeld werd is het duidelijk dat het om een club beesten gaat waarbij veel onduidelijk is. Moleculaire onderzoek en sorteren op grond van DNA sequenties bracht veel duidelijkheid. Bij stukjes en beetjes, dus niet alle soorten tegelijk maar per handzame club soorten, is het DNA in kaart gebracht en gesorteerd.

    Gaubert en Veron publiceerden in 2003 een artikel over de hoofdindeling van de Katvormigen. Ze richtten zich op soorten die al enige tijd waar het raadsel zich leek te concentreren: de pardelroller of Afrikaanse palm civet Nandinia binotata, de Afrikaanse linsang Poiana richardsonii, de twee Aziatische linsangs, de gestreepte linsang Prionondon linsang en de gevlekte linsang Prionodon pardicolor:


    Afrikaanse linsang

    gevlekte linsang

    gestreepte linsang Gaubert en Veron gebruikten DNA uit de celkern voor een sortering van een aantal Katvormige beesten, met vijf Hondvormigen als buitengroep. Hun resultaten staan in de volgende figuur, ongelukkig genoeg met alleen officiële Latijnse namen.Lijstje:

    Nandinia binotata, Afrikaanse palm civet of pardelroller
    Prionodon pardicolor, gevlekte Aziatische linsang
    Felis, huiskat en Europese wilde kat
    Panthera,leeuw en tijger
    Crocuta crocuta, gevlekte hyena
    Cryptoprocta ferox,
    fretkat of fossa, van Madagascar
    Herpestes ichneumon, ichneumon, Egyptische mangoest
    Paguma larvata,
    witsnorpalmroller
    Paradoxurus hermaphrodius, loewak
    Civectitis civetta, Afrikaanse civetkat
    Viverricula indica, kleine indische civet
    Viverra, geslacht civetkatten
    Poiana richardsonii, Afrikaanse linsang
    Genetta, geslacht genetkatten

    figuur 3 Gaubert & Veron 2003.
    Pijl boven: Prionodon en katten
    Pijl beneden: Poiana en genetkatten

    De twee linsangs, de Afrikaanse en de Aziatische, zijn beide bewoners van dicht tropisch regenwoud. Er lijkt van beide weinig bekend. Ze lijken redelijk veel op elkaar, zeker op het eerste gezicht. Deze twee, en de Afrikaanse palm civet, zorgden min of meer voor een verrassing.

    De Afrikaanse palm civet Nandinia binotata bleek naast alle andere beesten van de Katvormigen te staan. In de fylogenetische boom is de eerste splitsing Nandina binotata tegen alle andere soorten; Nandinia binotata is de zustergroep van de overige Feliformia. Als gevolg daarvan heeft Nandinia nu een eigen familie gekregen, de Nandiniidae.

    Nandinia binotata De Aziatische linsang Prionodon pardicolor blijkt de zustergroep van alle katachtigen samen – net als in de figuur van de katachtigen hier helemaal bovenaan. De twee soorten Aziatische linsang hebben nu hun eigen familie, de Prionodontinae. Binnen de Katvormigen zijn de Aziatische linsangs het meest verwant met de katten.

    Prionodon pardicolor
    De Afrikaanse linsang Poianan richardsonii en de genetkatten gaan samen.
    Afrikaanse linsangDe Afrikaanse en de Aziatiasche linsang hebben weinig met elkaar te maken: omstreeks dezelfde levenswijze in omstreeks gelijke omgeving op een ander continent,De Afrikaanse palm civet en de linsangs laten zien hoeveel diversiteit en verschil in afstamming een onduidelijke morfologische groep als de civetkatten kan verbergen. Binnen de Katvormigen zijn er nu diepe lijnen met weinig soorten, als de Afrikaanse palm civet, de Aziatische linsangs en ook de hyaena’s. En heldere groepen met veel soorten, als de Katten en de Genetkatten.

    Gaubert en Veron vertellen dat de gestreepte Aziatische linsang het eerst beschreven is, van Java, in 1821, door Horsfield. Horsfield vatte de linsang als een beest dichtbij de katten op – en tot de moleculaire gegevens kwamen had niemand dat overgenomen.******************************************

    J.F. Eisenberg, 1981. The mammalian radiations. The Athlone Press, London.
    P. Gaubert & G. Vernon, 2003. Exhaustive sample set among Viverridae reveals the sister-group of felids: the linsangs as a case of extreme morphological convergence within Feliformia. Proceedings of the Royal Society of London B 270: 2523-2530.

    ********************************

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Felidae
    http://en.wikipedia.org/wiki/Felidae
    http://www.allemaalkatten.nl/wildekatten/index.html

    W.E. Johnson,E. Eizirik, J. Pecon-Slattery,1W.J. Murphy, A. Antunes, E. Teeling, S.J. O’Brien, 2006. The Late Miocene Radiation of Modern Felidae: A Genetic Assessment. Science 311; 73-77
    S.J. O’Brien, W. Johnson, C. Driscoll, J. Pontius, J. Pecon-Slattery, M. Menotti-Raymond, 2008. State of cat genomics. Trends in Genetics 24: 268-278
    J.F. Eisenberg, 1981. The mammalian radiations. The Athlone Press, London

    De traditionele systematiek had veel moeite met de indeling binnen de familie Katachtigen. Grote katten en Kleine katten – OK. Maar binnen de Kleine Katten? Eindeloos verschil van mening.

    Tot de moleculaire systematiek met een grote dataset langskwam, en een indeling in acht groepen maakte.


    Johnson etc 20006 Science fig 1 als op eerdere blog

    Kunnen we nu, nu we de acht groepen weten, ook nagaan of er toch niet een goed morfologisch kenmerk zou zijn voor elke groep? Hoe moeilijk is het eigenlijk om de acht groepen morfologisch terug te vinden?

    Daarvoor hebben we een tabel met kenmerken en soorten nodig. Mattern & McLennan hebben in 2000 een dergelijke tabel gepubliceerd. M&M gebruikten 10 kenmerken van de chromosomen en 58 morfologische kenmerken, naast een reeks DNA sequenties. M&M gebruikten alle kenmerken door elkaar voor een fylogenetische boom, morfologisch en moleculair. M&M kwamen ook tot acht groepen binnen de katten, bijna dezelfde groepen. De manoel en de roestkat zitten iets anders dan bij Johnson.

    Ik houd niet zo van het mengen van verschillende typen kenmerken bij het maken van een fylogenetische boom. Dat is een beetje een kwestie van smaak. Ik geef de voorkeur aan een fylogenetische boom gemaakt op grond van DNA sequenties, om daarna te kijken hoe de morfologische kenmerken op die fylogenetische boom passen.

    Van M&M’s 10 kenmerken van de chromosomen zijn er 9 wat moeizaam, van dat specialisten werk. Kenmerk 10 is de duidelijkste: fusie van chromosoom nummer 2 en chromosoom nummer 3 tot één chromosoom.


    huiskat 38 chromosomen

    De morfologische kenmerken zijn vaak erg (sorry dat ik het zeg). Het gaat vaak over aan- of afwezigheid van knobbeltjes op de kiezen, of richeltjes ergens bij oorbotjes. Kiezen zijn heel belangrijk voor indelen, en al hun bobbels, richels en dalen hebben namen. Het is bijna net zo erg als automerken en hun modellen. Een paar kenmerken is voor iedereen duidelijk te zien, zoals kwastjes op de oren of een korte staart.

    In de tabel van M&M staat of een kenmerk aanwezig of afwezig is. Wat is dat, dat een kenmerk afwezig is? Bijvoorbeeld dit: 38 chromosoomparen is geen kenmerk, omdat 38 chromosoompaar het basisaantal voor alle roofdieren is. Het is de toestand om vanuit te gaan. Een kenmerk voor indeling is juist de veranderde toestand, iets nieuws, hier chromosoomfusie tot 36 chromosoompaar. Chromosoomfusie is een gezamenlijk afgeleid kenmerk voor één groep katten, zoals haar voor de zoogdieren en knipkiezen voor de roofdieren.

    Ik heb de tabel wat gesorteerd, en ingekleurd; kenmerken die maar bij één of enkele katten optreden heb ik weggelaten. Elke soort kat krijgt een regel in de tabel. Elk kenmerk krijgt een kolom in de tabel. De acht groepen van Johnson (2006) uit Science zijn in kleuren aangegeven, en genummerd 1 t/m 8. De acht groepen zijn:

    1 Panthera groep = Grote Katten: leeuw, tijger enzo
    2 Pardofelis groep = marmerkat en twee andere katten
    3 Caracal groep = caracal, serval
    4 Leopardus groep = Zuid-Amerikaanse katten, oa ocelot
    5 Lynx groep = lynx
    6 Puma groep = poema en jachtluipaard
    7 Prionailurus groep = Zuidoost-Aziatische katten
    8 Felis groep = Nabije Oosten katten

    Verder heb ik per kenmerk en kat het vakje zwartgemaakt als het kenmerk aanwezig is.
    Dat levert dan de volgende sortering op, in kleuren:

    Figuur alle katten

    We zien drie dingen (of meer):
    Ten eerste is er geen enkele kolom zwart voor een groep en niet-zwart voor alle andere groepen. Er is geen enkel kenmerk waarop precies een scheiding te maken valt. Er is altijd wel ergens een beest buiten de groep dat een kenmerk ook heeft, of een beest in de groep dat een kenmerk niet heeft.
    Ten tweede zijn er in de linkerhelft twee grote gebieden in de tabel met veel zwart (omgeven met roze lijnen), en is er rechts daarvan een veel rommeliger patroon.

    Eerst de linker kant.


    Figuur Grote Katten en Kleine Katten

    Voor het derde punt kunnen we naar de uitvergroting van het linkerdeel kijken. Die omgeven een rechthoek verdeeld in vier andere rechthoeken. De verdeling is tussen de Grote Kattten en de Kleine Katten. We zien links bovenaan een rechthoek met veel zwart. Dat betekent dat de Grote Katten die kenmerken vaak hebben. Rechts bovenaan is een rechthoek met erg weinig zwart: de meeste Grote Katten hebben die kenmerken niet. Links onderaan is een rechthoek met vrij weinig zwart: de Kleine Katten vertonen die kenmerken niet, niet veel van de Kleine Katten tenminste. En rechts onderaan is een rechthoek met veel zwart, voor kenmerken die veel Kleine Katten gezamenlijk hebben.

    Dat betekent dat de Grote Katten en de Kleine Katten redelijk morfologisch uit elkaar te houden zijn. Maar dat wisten we altijd al.


    Figuur binnen de Kleine Katten

    Binnen de Kleine Katten werkt er heel weinig. Voor groep 2 Pardofelis is er maar 1 morfologisch kenmerk gezamenlijk, en dat delen ze dan ook nog met groep 8 Felis. Voor groep 3 het geslacht Caracal is er geen enkel kenmerk. De Zuid-Amerikaanse katten, groep 4 Leopardus, doen het beter: twee kenmerken om ze samen te nemen, maar een daarvan is de fusie van de chromosomen 2 en 3, en dat is een hele mooie.
    De volgende groep, Lynx, met korte staart, en puntige oren met pluimpjes, is heel duidelijk.

    Voor deze vier groepen is er geen enkel kenmerk naar de alternatieve kant, dat groepen samenneemt. Alleen de afsplitsingen hebben een kenmerk. Maar nu komt er iets dat de drie volgende groepen gezamenlijk hebben, één kenmerk, iets met chromosomen.

    De poema en het jachtluipaard komen samen op twee kenmerken op de achterpootbotten; en hun maat natuurlijk, maar die staat niet in de tabel. De Aziatische boskatten delen een schedelkenmerk. Felis tenslotte heeft 4 kenmerken, oa puntige oren en een relatief klein neusje. Tenminste, niet de eigenlijke neus, maar dat onbehaarde neusstukje dat wat vochtig hoort te wezen.

    Het is niet veel, aan morfologische oogst. Drie aftakkingen: groep 4 Zuid-Amerikaanse katten, groep 5 lynx, groep 6 poema en jachtluipaard. Lynxen en poema, jachtluipaard zien er anders uit en komen ook uit de morfologische lijst naar voren. De Zuid-Amerikaanse katten delen een chromosoomverandering. De lynx apart indelen is nooit een probleem geweest, de poema apart zetten ook niet. Het jachtluipaard bij de poema? Niet volgens de oudere indelingen.

    De rest? Heel erg algemeen ‘kat’, variatie op een thema.

    De vraag was: hoe moeilijk is het eigenlijk om de acht groepen morfologisch terug te vinden, als je eenmaal weet dat ze er moleculair zijn? Heel moeilijk. Op hun vachtjes op het oog herkennen lukt even goed, hoe onwetenschappelijk ook.


    Serval looking back

    ********************************
    W.E. Johnson, E.Eizirik, J. Pecon-Slattery, W.J. Murphy, A. Antunes, E. Teeling, S.J. O’Brien, 2006. The Late Miocene Radiation of Modern Felidae: A Genetic Assessment. Science 311: 73-77
    W.G. Nash, J.C. Menninger, H.M. Padilla-Nash, G. Stone, P.L. Perelman, S.J. O’Brien, 2008. The ancestral carnivore karyotype (2n = 38) lives today in Ringtails. Journal of Heredity 99: 241–253
    M.Y. Mattern & D.A.. McLennan, 2000. Phylogeny and Speciation of Felids. Cladistics 16: 232–253

    (prof dr . Gerdien De Jong)

    maandag 19 april 2010

    Zuinigheid (met vlijt …)

    Als we naar de morfologische kenmerken binnen de katten kijken, zien we dat er bijna geen een kenmerk is dat netjes groepen splitst. Kijk bijvoorbeeld bij de splitsing van de Grote Katten en de Kleine Katten. Er zijn drie kenmerken die alle zes de soorten Grote Katten hebben – maar die kenmerken komen her en der ook in de Kleine Katten voor. Er zijn drie kenmerken die niet in de Kleine Katten maar wel in de Grote Katten voorkomen. Twee van die drie kenmerken komen maar in vijf van de zes Grote Katten voor, niet dezelfde vijf Grote Katten. Van het derde kenmerk dat alleen in Grote Katten en niet in Kleine Katten voorkomt is niet bekend wat het is voor het Sneeuwluipaard. Dat is nog daarmee nog het beste kenmerk. Waarom weten we dit niet?
    Het kenmerk is iets met de bobbels op de achterste valse kies van het melkgebit, in de onderkaak. Jonkies sneeuwluipaard zijn zelden voorradig in de dierentuin, en dan moeten ze ook nog hun mond open willen doen voor de tandartsHet is dus binnen de familie Katten niet mogelijk om een indeling te maken die steeds een volgend kenmerk neemt, en dan de beesten splitst in een groep met en een groep zonder dat kenmerk. Maar we willen toch binnen de katten in groepen indelen. Wat is dan de volgende beste mogelijkheid voor indelen?Zuinigheid bijvoorbeeld. Dat waren we in feite toch al aan het doen, al legden we er niet de nadruk op.
    Een indeling die indeelt op: heeft kenmerk wel, heeft kenmerk niet, voor een opeenvolgende set kenmerken, maakt een indeling met de minst mogelijke verandering in kenmerktoestand. Twee groepen – wel-kenmerk, niet-kenmerk – is zuiniger dan vier groepen, twee met wel-kenmerk en twee met niet-kenmerk. Bij vier groepen – twee wel-kenmerk en twee niet-kenmerk – moeten we twee keer een overgang maken van niet-kenmerk naar wel-kenmerk; bij twee groepen – één wel-kenmerk, één niet-kenmerk – is er maar een keer een overgang van niet-kenmerk naar wel-kenmerk. Dat is zuiniger. Indelen op gezamenlijk afgeleid kenmerk geeft dus ook de zuinigste indeling die mogelijk is.Dat idee van zuinigheid bij indelen houden we vast. We maken de indeling die het zuinigst is in aantal overgangen. Hierbij een voorbeeld van het idee.
    Figuur blz 61 C.zimmer, TheTangled BankDit principe van zuinigheid bij indelen heet parsimony. In de plaatjes die ik uit artikelen haal wordt het vaak gebruikt voor indelen. Het is niet de enige of modernste manier van indelen, maar een heel gangbare.Het voordeel van zuinigheid bij indelen is dat het voor alle kenmerken gebruikt kan worden. Voor DNA sequenties, voor aminozuursequenties, voor kenmerken in levende organismen, voor kenmerken in fossielen – altijd te gebruiken.Stel bijvoorbeeld dat we 4 vogelsoorten willen indelen, twee aan twee (waarom twee aan twee? voor het voorbeeld.). Dan zijn er drie mogelijkheden voor de indeling – drie fylogenetische hypothesen.
    Campbell & Reece figure 25-14We gaan kijken of we onderscheid kunnen maken tussen de fylogenetische hypothesen, op grond van DNA gegevens.We hebben een sequentie van het DNA waarin op 7 plaatsen variatie tussen de soorten optreedt:
    Campbell & Reece, figure 25-15aOp plaats 1 verschilt soort I van de soorten II, III, en IV: base A en niet base G. De zuinigste indeling is dan die waarin er een verandering is opgetreden op plaats 1 na de laatste soortssplitsing tussen soort 1 en zijn naaste verwante soort: of dat nu soort II, soort III of soort IV is. Er is één verandering is nodig om het patroon op plaats 1 te krijgen.Het kan zijn dat in werkelijkheid soort II, én soort III én soort IV veranderd zijn: dat weten we niet. Dat vraagt 2 of 3 veranderingen: het is zuiniger om het op 1 verandering te houden.Eén verandering, op plaats 1 naar soort I, is het zuinigst. Maar plaats 1 vertelt ons niets over onze fylogenetische hypothesen. Plaats 2 ook niet, en de plaatsen 3 en 4 ook niet.Bij plaats 5 komt er schot in de zaak. Hier hebben de soorten I en II G, en de soorten III en IV A. Het is het zuinigst om te veronderstellen dat de verandering opgetreden is in de gemeenschappelijke voorouder van soort I en II (als het om een mutatie van A naar G gaat) of in de gemeenschappelijke voorouder van soort III en IV (als het om een mutatie van G naar A gaat). Dan gaat het om één verandering, die dan op de linker fylogenetische hypothese duidt. De middelste en rechter fylogenetische hypothese hebben hier twee veranderingen nodig.Plaats 6 doet hetzelfde als plaats 5: weer een stem voor de linker fylogenetische hypothese.Plaats 7 spreekt de plaatsen 5 en 6 tegen: Hier hebben de soorten I en III T, en de soorten II en IV G. Het is het zuinigst om te veronderstellen dat de verandering opgetreden is in de gemeenschappelijke voorouder van soort I en III (als het om een mutatie van G naar T gaat) of in de gemeenschappelijke voorouder van soort II en IV (als het om een mutatie van Y naar G gaat). Dan gaat het om één verandering, die dan op de middelste fylogenetische hypothese duidt. De rechter en linker hebben hier twee veranderingen nodig.Hoeveel veranderingen hebben we nodig in totaal, voor elk van de drie fylogenetische hypothesen?
    Linker fylogenetische hypothese: DNA plaatsen 1, 2, 3, 4 brengen elk één verandering in; plaatsen 5 en 6 brengen elk één verandering in; plaats 7 heeft twee veranderingen nodig: totaal 8 veranderingen.
    Middelste fylogenetische hypothese: DNA plaatsen 1, 2, 3, 4 brengen elk één verandering in; plaatsen 5 en 6 brengen elk twee veranderingen in; plaats 7 heeft één verandering nodig: totaal 9 veranderingen.
    Rechter fylogenetische hypothese: DNA plaatsen 1, 2, 3, 4 brengen elk één verandering in; plaatsen 5 en 6 brengen elk twee veranderingen in; ook plaats 7 heeft hier twee veranderingen nodig: totaal 10 veranderingen.De zuinigste fylogenetische hypothese is daarmee de linker: soort I indelen bij soort II, soort III bij soort IV.Is het niet verschrikkelijk dat kenmerken elkaar tegenspreken?
    Ligt er een beetje aan welke kenmerken het zijn. Hier gaat het om DNA, en omdat er maar 4 DNA basen zijn, is het nogal voor de hand liggend dat er door mutatie een zelfde toestand uitkomt, of dat er dezelfde mutaties optreden: als T één keer muteert is er 1/3 kans om op G uit te komen, en na lange tijd en veel mutaties is er ¼ kans om weer bij T terug te komen. Voor DNA is het daarmee te verwachten dat er tegenspraak optreedt als je naar verschillende base paren kijkt. Daarom wordt aan de zuinigste oplossing de voorkeur gegeven.Bij katten is het ook niet vreselijk als pluimpjes aan de oren of spitse oorpuntjes wat her en der over de kleine katten voorkomen. Vooruit, zoiets mag onafhankelijk ontstaan. Sommige dingen mogen niet. Een moleculaire indeling op één gen die de Zuid-Amerikaanse groep van zes katten, de groep van de ocelot, uit elkaar gooit maakt het nodig te veronderstellen dat de fusie van chromosomen 2 en 3 op precies dezelfde manier twee keer onafhankelijk van elkaar is opgetreden. Hier gaat zuinigheid op chromosoomgebied voor: de DNA sequentie is dan waarschijnlijk te kort om goed in te kunnen delen.***********************
    N.A. Campbell & J.B. Reece, 2002. Biology, 6th Edition, Benjamin Cummings; Prentice-Hall. (2002 is de editie waar de figuren uit zijn; intussen is editie 8 uit)
    C. Zimmer, 2009. The Tangled Bank: an introduction to evolution. Roberts and Company Publishers.
    Geplaatst door Gerdien de Jong op 09:40
    GROTE KATTEN
    Large-cat-skulls
  • De poema is een voorbeeld van een meestal genegeerde soort.
  • In vergelijking met andere grote katten is de poema voor de meeste europeanen toch altijd een bruine kat die echt niet tegen die prachtig gevlekte, gestreepte en gemaande andere grote katten op kon.Daarnaast jaagt de poema niet in groepen, is hij niet bijzonder zeldzaam, heeft hij geen bijzonder opvallende gewoontes en mist hij dat uiterst charmante dat grote katten normaal hebben.Eigenlijk viel de poema vooral op als het tegenovergestelde van al de dingen die zo mooi worden gevonden aan die andere grote katten en ook aan veel van de kleine katten.Echter wanneer je de stamboom van de katten en de geschiedenis van de poema wat nader bekijkt .besef je plotsdat ook deze (voor velen ) grijze mus zijn eigen interessante verhaal te vertellen heeft
    Van de grote katten behoren de tijger, de leeuw, de luipaard en de jaguar samen tot de zogenaamde ‘panterkatten’ van het genus Panthera (of de sneeuwluipaard hier ook bij hoort is een punt van discussie) ,maar de poema en de cheetah zijn hier niet bijzonder nauw aan verwant .
    De bergleeuw is ook geen “felis ” want dat zijn de huiskatten De poema zit comfortabel in zijn eigen genus.
    Dat genus heet toepasselijk Puma.De nauwste verwant van Puma is helemaal geen grote kat, zo weten we tegenwoordig. Dat is Herpailurus, dat tegenwoordig vertegenwoordigd wordt door de jaguarundi van Zuid-Amerika.De jaguarundi is een aparte kleine kat met korte poten en een bruine jas. Eigenlijk lijkt de jaguarundi wel een beetje op een miniatuur-poema. Zo veel zelfs dat sommige wetenschappers ze classificeren als Puma concolor en Puma yaguarundi.Dat gaat nogal ver . De jaguarundi lijkt misschien wel op een kleine poema maar is toch een eigenaardige kat en daarom lijkt het me beter hem in Herpailurus te houden. Ook brengen fossielen wat complicaties met zich mee .Na de jaguarundi is de nauwste levende verwant van de poema de cheetah (Acinonyx jubatus).Ik denk niet dat deze zeer snelle kat een introductie nodig heeft.
    De cheetah werd oorspronkelijk gezien als de eerste afscheiding in de kattenfamilie.
    Alle andere levende katten waren nauwer aan elkaar verwant dan aan de eigenaardige cheetah met zijn onintrekbare klauwen. Tegenwoordig weten we dus dat het niet meer is dan een extreme soort tussen ‘normale’ soorten en geen vreemde neef.
    Eerder een gek broertje.Tegenwoordig heeft deze zogenaamde ‘poema-groep’ dus maar drie levende leden die wel fysiek diverser zijn dan alle andere katten bij elkaar!Naast deze drie heeft de familie ook nog een paar fossiele leden: de proto-cheetah Sivapanthera, de reuzencheetah (Acinonyx pardinensis) van Eurazië, Schaub’s poema (Puma pardoidus) en twee soorten Noord-Amerikaanse ‘cheetahs’ (Miracinonyx).
    Deze laatste twee waren soorten die net als de echte cheetahs zeer snel werden en geen intrekbare klauwen meer hadden, maar nauwer verwant zijn aan de poema (en dus misschien de jaguarundi, maar ik ga er even vanuit dat die iets daarbuiten staat).De stamboom die je dus kunt tekenen van de poema-groep ziet er als volgt uit:

    Nu gaan we naar het verspreidingsgebied kijken en de genera verbinden aan een evolutionair scenario. We hebben de cheetahs in Afrika en Eurazië als de eerste afscheiding, wat wijst op een oorsprong in de Oude Wereld. Dus blijkbaar kwam deze vooral Amerikaanse groep daar pas na haar ontstaan terecht. Dan krijgen we, onverwacht, de jaguarundi in Zuid-Amerika. Er zijn helaas geen fossiele jaguarundi’s bekend dus we weten niet of hun voorouders ook kleine katten waren of dat de jaguarundi gekrompen is. Het formaat van de andere leden van de poema-groep suggereert het laatste. Schijnbaar vestigde de poema-groep zich in Noord-Amerika, waarna de voorouders van de jaguarundi Zuid-Amerika binnen trippelden. Mogelijk ontstond de jaguarundi daar ter plekke of is hij allereerst ontstaan in Noord-Amerika en daar later weer uitgestorven.

    Dan krijgen we Miracinonyx. Noord-Amerikaans en dus niet heel moeilijk te plaatsen. Ze stammen af van poema-katten die Noord-Amerika binnen waren gekomen vanuit Azië en in Noord-Amerika tot snelle sprinters evolueerden, zoals hun verwanten, de echte cheetahs, dat in de Oude Wereld deden.

    Vervolgens krijgen we dan Puma zelf. Wanneer we alleen naar de huidige soort kijken is het zo klaar als een klontje: Ook de poema evolueerde in Noord-Amerika en later veroverde hij Zuid-Amerika.

    Maar dan is er Puma pardoidus, een primitievere poema. Die in de Oude Wereld leefde.

    Jazeker, Schaub’s poema maakte in het Plioceen en het vroege Pleistoceen niet Noord-Amerika onveilig, maar Eurazië en Afrika. We hebben dus vroege echte poema’s die buiten Amerika leefden, terwijl hun nauwste verwanten Amerikaans zijn.

    Vanaf dat moment komt ons mooie scenario op losse schroeven te staan. Is Puma concolor eigenlijk wel Amerikaans van oorsprong?

    Er zijn nu namelijk drie scenario’s mogelijk (en dat is wanneer we er vanuit gaan dat de jaguarundi echt niet in Puma hoort!)

    · Scenario 1: Poema-katten evolueren in Amerika tot Herpailurus, Miracinonyx en Puma. Puma steekt al vroeg over via het regelmatig droog liggende Beringia naar Eurazië. Puma pardoidus ontstaat daar en verovert ook Afrika. Puma concolor stamt af van de overgebleven Amerikaanse poema’s en is dus Amerikaans in oorsprong.

    · Scenario 2: Poema-katten evolueren in Amerika tot Herpailurus en Miracinonyx. Een nauwe verwant van Miracinonyx steekt over via Beringia. Puma evolueert in de Oude Wereld. Puma concolor of de voorouder ervan verovert later de Amerika’s weer. De poema is dus niet Amerikaans.

    · Scenario 3: Poema-katten evolueren in Amerika tot Herpailurus en Miracinonyx. Een nauwe verwant van Miracinonyx steekt over via Beringia. Puma evolueert in de Oude Wereld. Puma pardoidus verovert Noord-Amerika en evolueert daar tot Puma concolor. Puma is niet Amerikaans, maar Puma concolor wel.

    Wat het hoe dan ook betekent, is dat poema’s an sich dus niet zo zuiver Amerikaans zijn als dat ze lijken. Nog tot misschien enkele honderdduizenden jaren geleden zou het onzinnig zijn geweest om ze te zien als een Amerikaanse tegenhanger van de panterkatten die pas met hen in aanraking kwam nadat deze Beringia overstaken en de Amerika’s veroverden.

    Misschien stak de poema wel tegelijkertijd over?
    1 Het tegenwoordige verspreidingsgebied van de soorten van Panthera is maar een overblijfsel van hun oorspronkelijke areaal. Een kleine en waarschijnlijk onvolledige opsomming:

    Panthera tigris, de tijger. Tegenwoordig beperkt tot Zuid-, Zuid-Oost en Oost-Azië. De tijger kwam nog tot relatief recent voor tot in de Kaukasus en Turkije. In het Pleistoceen kwam de tijger voor door geheel Sundaland (westelijk Indonesië en de Molukken, aaneengesloten door een lagere zeespiegel met elkaar en het vasteland van Azië), Japan en zelfs tot in Alaska, Afrika en waarschijnlijk ook verder westwaarts in Europa.)

    Panthera pardus, de luipaard. Nog altijd een soort die in grote delen van Afrika en Azië voorkomt, zij het in veel kleinere aantallen dan vroeger. Oorspronkelijk was de luipaard ook in de toen nog uit savanne bestaande Sahara te vinden, in een groot deel van het Midden-Oosten en door heel Europa (mogelijk met uitzondering van Scandinavië). De laatste West- en Zuid-Europese luipaarden stierven mogelijk pas tijdens de Oudheid of zelfs vroege Middeleeuwen uit. Opvallend genoeg lijkt de luipaard, een uiterst opportunistische en veelzijdige jager, nooit Noord-Amerika bereikt te hebben.

    Panthera uncia ( of Uncia uncia), de sneeuwluipaard. Een bewoner van de Himalaya die in het Pleistoceen en wellicht ook nog later een groter verspreidingsgebied had dat zich in ieder geval uitstrekte tot en met Pakistan.

    Panthera onca, de jaguar. Een soort van Centraal- en Zuid-Amerika, die nog tot vrij recent tot in de zuidelijke Verenigde Staten voorkwam. Ook dat verspreidingsgebied was echter een restant. Fossiele jaguars zijn bekend uit de rest van Noord-Amerika en, al eerder, uit Europa, Azië en Afrika. De jaguar is zonder meer een vrij recente immigrant in de Amerika’s.

    Panthera leo, de leeuw. Tegenwoordig beperkt tot steeds minder gebieden in Afrika bezuiden de Sahara en een relictpopulatie in India, maar oorspronkelijk de meest wijd verspreide ‘panterkat’. In historische tijden kwamen ze nog voor over grote delen van Azië, en ook het Midden-Oosten, Turkije, Griekenland, Spanje en Noord-Afrika. In het Pleistoceen kwamen leeuwen ook voor in vrijwel heel Europa, Azië, Noord-Amerika en zelfs westelijk Zuid-Amerika.

    Dit alles betekent dat soorten die elkaar tegenwoordig in het wild niet meer tegenkomen, zoals jaguars en tijgers, luipaarden en jaguars, jaguars en leeuwen maar ook tijgers en poema’s, leeuwen en poema’s, poema’s en cheetahs en cheetahs en tijgers elkaar in het Pleistoceen tegen het lijf gelopen zullen zijn.

    Leeuwen en tijgers

  • Oudste tijger ooit ontdekt

    02 december 2011 0

    Wetenschappers hebben in China de resten van de oudste tijger ooit gevonden. Het beest leefde meer dan twee miljoen jaar geleden.

    De oude tijger is een stuk kleiner dan de moderne variant. Zo heeft het beest qua grootte meer weg van een jaguar dan van de moderne tijger. De fossiele resten van de uitgestorven soort (Panthera zdanskyi) zouden tussen de 2,16 en 2,55 miljoen jaar oud zijn en doken op in China.

    De schedel van de tijger is in vergelijking met de moderne tijger zeer klein. Toch zijn er ook wel overeenkomsten tussen de twee soorten. Zo is de vorm van de schedel vergelijkbaar met die van de moderne tijger. Dat wijst erop dat het dieet van het dier in meer dan twee miljoen jaar amper veranderd is, zo is in het blad PLoS ONE te lezen.

    De onderzoekers zijn blij met de vondst van de tijger. Er is namelijk veel onduidelijkheid over de herkomst van het dier. Sommigen vermoeden dat het in het noorden van Siberië tot stand kwam. Anderen denken eerder aan het zuiden van China. Vondsten als deze kunnen helpen om daar een beter beeld van te krijgen.

    De gevonden schedel en een beeld van hoe de tijger er mogelijk uitzag. Tekeningen: Velizar Simeonovski ((Field Museum of Natural History, Chicago) / PLoS ONE.

    Amur-Tiger: Der evolutionäre Ursprung der Großkatzen liegt offenbar weiter zurück als gedacht.

    FILES-CHINA-RUSSIA-ANIMAL-TIGER
  • HET JAAR VAN DE TIJGER ?
  • Attachment: tijger.txt

  • Aantal tijgers in India daalt in rap tempo
  • De tijgerpopulatie in India gaat hard achteruit. Uit een nieuw onderzoek van The Wildlife Institute of India (WII) blijkt dat meer dan de helft
    van de katachtigen in de afgelopen vijf jaar is verdwenen.
    In vergelijking met de laatste cijfers uit 2002 is het aantal in sommige staten met 60 procent gedaald.
    Zoals in het centraal gelegen Madhya Pradesh, waarin een van de grootste tijgerpopulaties van India leeft.
    Volgens het tussentijdsrapport is het aantal dieren in deze staat gedaald van 710 tot 255.
    Volgens WII blijkt uit de nieuwe gegevens dat de huidige situatie veel slechter is dan verwacht.
    De telling uit 2002 zou veel te optimistisch zijn geweest.
    Het onderzoek is nog alleen maar in een deel van het land verricht en aan het eind van het jaar worden de definitieve cijfers verwacht.
    Natuurbeschermers leggen de schuld vooral bij stropers en de snelle urbanisatie door de toenemende bevolkingsgroei.
    Tijgers worden gestroopt voor hun vacht en hun beenderen.
    De botten worden gebruikt in traditionele Aziatische medicijnen.
    In India leeft ongeveer de helft van de wereld-tijgerpopulatie.
    Een eeuw gelden leefden nog 40 duizend van de katachtigen op het subcontinent.
    Aan het begin van deze eeuw waren daar nog maar een kleine vierduizend van over
    tijgers
  • .

    °

    Tijgers herontdekt in tropische wouden India

    11 september 2007

    In een jungle in het westen van India leven tegen de verwachting in toch tijgers. De grote katten zijn gezien in Sahyadri, een tropisch regenwoud waarvan werd gedacht dat stropers het dertig jaar geleden al hadden leeg geroofd.

    Male tiger

    Male tiger

    Er leven toch tijgers in tropisch regenwoud Sahyadri

    °Dat blijkt uit een studie van Indiase natuuronderzoekers. Voor de test speurden de onderzoekers een gebied af van ongeveer achthonderd vierkante kilometer in het westen van India. ‘Ik schat dat er zeker twintig tijgers leven,’ zegt een van de onderzoekers tegen persbureau Reuters.

    Reservaat
    In het gebied waren al sinds de jaren zeventig geen tijgers meer gezien. De onderzoekers vermoeden dat de grote katten ervan hebben geprofiteerd dat ook de stropers dachten dat er geen tijgers meer in het gebied leefden.

    Natuurbeschermers hopen dat Sahyadri nu een officieel tijgerreservaat wordt. Als dat gebeurt, krijgen de plaatselijke autoriteiten de middelen om het gebied te beschermen tegen stropers.

    Populatie
    Het gaat al lang slecht met de tijgerpopulatie in India en de rest van de wereld. Van de 40.000 dieren die er een eeuw geleden leefden, zijn er nog slechts enkele duizenden over. Lage schattingen gaan zelfs uit van een aantal tussen de 1.300 en 1.500 tijgers.

    De grote katachtigen zijn populair bij jagers. De vacht van het dier is bijzonder gewild, maar ook de botten van de tijgers zijn geliefd. Ze worden onder meer gebruikt in Chinese medicijnen.

    Conservation_Na21.01.2011_Mumbai Mirror_N_34633
    small tiger population found in Sahyadri Tiger Reserve – Western Ghats

    ° Wat jammer dat deze tijgers terug ontdekt zijn!

    Nu is het gedaan met hun rust en natuurlijk ritme. De mens, ( ook de wetenschapper) , gaat zich er weer mee bemoeien onder het mom van bescherming en onderzoek.

    Zo worden tegenwoordig de krokodil,de walvis, dolfijn leeuwen en ander groot wild te veel gevolgd en zijn deze beesten door de mens die deze dieren ook te eten geeft, voor de mooie plaatjes, straks uitgestorven omdat ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen.

    Laat ze allemaal met rust en het zal wel weer beter gaan, zie dit verhaal van de tijgers.

    de Maleisische tijger///07 december 2004 (oorspronkelijk van 2004 Neos.nl / Planet Internet)

    San Diego zoo http://www.sandiegozoo.org/animalbytes/t-tiger.html

    Foto: Indochinese tijger in de diergaarde van San Diego

    Met behulp van genetische analyse van het DNA van 130 tijgers is een nieuwe ondersoort van deze katachtige ontdekt.

    De tijgers van Maleisia, die tot voor kort tot de Indochinese tijger (Panthera tigris corbetti) werden gerekend, blijken recht te hebben op een eigen naam: Panthera tigris jacksoni.

    DNA
    Dat blijkt uit de genetische analyse die wetenschapper Shu-Jin Luo van Laboratory of Genomic Diversity in Maryland en haar team uitvoerden.

    Onderzoekers verzamelden DNA van tijgers uit heel Azië om te kijken of de traditionele onderverdeling van de tijgerrassen, die gebaseerd is op geografische verspreiding, grootte en de tekening van de pels, overeenkomen met de genetische diversiteit.

    Daarruit bleek dat de Indochinese tijger eigenlijk uit twee ondersoorten bestaat. De ondersoort van Maleisië kreeg daarop een nieuwe naam, gebaseerd op de natuurbeschermer Peter Jackson, die zich jarenlang heeft ingezet voor de bescherming van de wilde tijgers.

    Naast zijn wetenschappelijk naam Panthera tigris jacksoni, heeft het dier de naam ‘Maleisische tijger’ meegekregen. Naar schatting leven in Maleisië nog een kleine 500 tijgers in het wild.

    Zes resterende ondersoorten
    Het aantal bij de wetenschap bekende ondersoorten komt daarmee op negen, waarvan er drie vrij recent zijn uitgestorven. De kleinste ondersoort, de Balinese tijger(Panthera tigris balica) stierf begin jaren veertig uit. Begin jaren zestig volgde Kaspische tijger (Panthera tigris virgata), die kenmerkende lange buikharen had. In 1972 werd tenslotte het laatste exemplaar van de Javaanse tijger (Panthera tigris sondaica) gesignaleerd.

    Naast de Maleisische en Indochinese tijger leven er nog vier ondersoorten in het wild: De Siberische tijger, de Bengaalse of Indische tijger, de Chinese tijger en de Sumatraanse tijger. Alle ondersoorten kampen met een slinkend leefgebied. De Chinese tijger is met nog naar schatting dertig in het wild levende exemplaren de zeldzaamste.

    Bron: Nature: Malasian tigers

    Na dertig jaar weer Chinese tijger gespot
    12 oktober 2007
    PEKING – Voor het eerst in meer dan dertig jaar is er in China weer een wilde tijger gezien. Volgens de krant People’s Daily heeft een boer in de noordwestelijke provincie Shaanxi zelfs enkele foto’s kunnen maken van het roofdier.
  • Het gaat om een Zuid-Chinese tijger, een ondersoort waarvan wetenschappers dachten dat die was uitgestorven. In de jaren vijftig leefden er nog naar schatting 4000 exemplaren in Zuid- en Midden-China. .

    De laatste wilde Zuid-Chinese tijger in Shaanxi werd in 1964 gezien. Elders in China dook het dier daarna nog enkele malen op, maar in de afgelopen meer dan dertig jaar niet meer.

    Beloning

    De fotograferende boer heeft nu een beloning van 20.000 yuan (circa 2000 euro) gekregen voor de melding en zijn fotoafdrukken. Dat is voor Chinese plattelandsbegrippen een zeer grote som geld.

    In 2006 was er in het betrokken gebied al eens eerder gezocht naar de tijger na tips van de bevolking, maar toen leverde de zoektocht niets op.

    (c) ANP

    Six types of tiger

  • http://www.sandiegozoo.org/animalbytes/t-tiger.html#Photos
  • There are currently six subspecies of tigers.
    The different subspecies are found in areas of Asia, India, and Russia.
    The largest subspecies is found in snowy areas of Russia.
    The smallest and darkest subspecies is found farther south, in the jungles of Indonesia.
    Tigresses (females) are always smaller than males.Siberian or Amur tiger Panthera tigris altaica— The largest of the tiger subspecies, males can be as long as a station wagon! These tigers also have the palest orange coat and the fewest stripes. There are about 450 Siberian tigers left in their home range.Bengal or Indian tiger Panthera tigris tigris— This is the most common subspecies of tiger. Around 1,850 Bengal tigers remain in their native habitat.Indochinese tiger Panthera tigris corbetti— These tigers are about 20 percent smaller and are darker than Bengal tigers. Only 350 Indochinese tigers are believed to be left in the wild.Malayan tiger Panthera tigris jacksoni— This is the subspecies at the San Diego Zoo. In the wild, only about 500 Malayan tigers remain.Sumatran tiger Panthera tigris sumatrae— Even though the Sumatran is the smallest tiger subspecies, it’s still a pretty big cat. Imagine a tiger the same length as a school cafeteria table! The San Diego zoo Safari Parkhas a small group of Sumatran tigers, but in the wild there are only about 400 remaining.South China tiger Panthera tigris amoyensis— These tigers are slightly smaller than the Indochinese subspecies. In the 1950s, the Chinese government ordered that these tigers be destroyed because they were viewed as pests.
    Today, it is believed these tigers are most likely extinc
  •  Waarom …sommigen het een slecht idee vinden om bedreigde diersoorten (waaronder sommige soorten tijgers) te redden?TEN DODE OPGESCHREVEN ?

o

  • LAATSTE KANS VOOR DE LYNX ? http://www.iberianature.com/material/iberianlynx.htm
    http://www.iberianature.com/material/iberianlynxnews.htm#lynxbreeding
    http://lynx.uio.no/lynx/ibelynxco/20_il-compendium/home/index_en.htm
  • Een katachtige van de lynxen;                  Euraziatische lynx,
    female lynx lynxlynx lynx
  • Felis pardina
    Iberian Lynx Range Map (South West Europe)
    Iberische Lynx : verspreidingsgebied in zuid-west Europa

    Iberian Lynx

    De Iberische lynxleeft in de bergen van de Sierra Morena, maar die populatie zou nog amper uit een honderdtal dieren bestaan( eind 2007).
    In totaal zouden er nog 250 tot 350 Iberische lynxen overblijven

    De Spaanse overheid heeft biologen toestemming gegeven om Iberische lynxen te vangen ten behoeve van een fokprogramma.

    Het aantal van deze katachtige is sterk achter uit gegaan.

    Volgens Alejandro Rodriguez , lynx onderzoeker van het onderzoeksinstituut Estacion Biologica de Doñana in Sevilla is de populatie sinds 1988 gehalveerd. “Van het dozijn populaties dat we toen aantroffen,konden we er nu nog maar twee terug vinden. Een in het moeraspark Doñana en de andere in de oostelijke Sierra Morena”

    De hoofdoorzaak van de terugval is de sterke achteruitgang van het aantal konijnen door twee virusziekten : Myxomatose en rabbit heamorrhagic disease Rodriguez : “Het voedsel van de Iberische Lynx bestaat voor 90% uit konijnen. Dus : geen konijnen geen Lynxen “

    Ook wegenbouw,ontbossing en stroperij eisen hun tol..De lynx, is het slachtoffer van de( ook ” legale “) jachtopzichters en het verdwijnen van zijn biotoop….De Iberische Lynx is daardoor zeldzamer geworden dan de tijger

    Ook andere bewoners van het iberische lynx-areaal zoals de Spaanse adelaar, de Iberische wolf en de zwarte Ooievaar staan op de rode lijst …
  • °

    Zal de Spaanse lynx het redden?

     06 augustus 2013 om 11:40 uur door 1

    lynx

    de pardellynx of Spaanse lynx, de zeldzaamste katachtige op aarde. En als we onderzoekers moeten geloven, zal deze lynx – ondanks alle getroffen maatregelen – binnen vijftig jaar zijn uitgestorven.

    Ongeveer 250 pardellynxen zijn er nog in leven, in twee gebieden in Spanje en Portugal. In tegenstelling tot zijn grote neef, gaat het niet goed met de pardellynx. Bijna 100 miljoen euro is uitgegeven om de laatste 250 in het wild levende exemplaren te behouden. Toch is de verwachting dat de soort binnen 50 jaar zal zijn uitgestorven, aldus Miguel Araújo, hoogleraar aan de Universiteit van Kopenhagen.

    Bedreiging
    Niet alleen door de klimaatverandering zal het aantal in het wild levende pardellynxen snel slinken, maar ook wordt deze prachtige roofkat bedreigd door stroperij, de aanleg van wegen en het verlies van zijn leefgebied. Een ander groot probleem vormt de teruggang van het aantal konijnen. Deze belangrijkste voedselbron van de pardellynx is sterk achteruit gegaan door myxomatose, een dodelijke konijnenziekte.


    Fokprogramma
    De wetenschappers willen nu, met hulp van de Spaanse overheid proberen om via een fokprogramma een aantal dieren uit te zetten. Hiermee hopen zij dat het aantal lynxen in Spanje en Portugal weer zal groeien. Toch hebben de wetenschappers weinig hoop dat de lynx het uiteindelijk zal redden.

    De resultaten van het onderzoek kunt u vinden in Nature Climate Change.                                                                                                °

  •  Bronmateriaal:
    Current efforts will not save the world’s most endangered cat” – KU.dk
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Iberian Lynx Conservation Breeding Program.
  • wetenschappers hebben  onlangs embryo’s van de pardellynx hebben verzameld  Ze hopen de soort hiermee te gaan redden.
  • CANADESE LYNX 
     

    http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2010/07/31/caturday-felid-the-missing-lynx/

    Canadese lynx leefde ooit in Engeland

    Geschreven op 13 mei 2013 om 17:10 uur door 13

    canadese lynx

     Tot 100 jaar geleden  kwam de Canadese lynx in Engeland voor   Die conclusie trekken wetenschappers nadat ze in een Engels museum resten van de Canadese lynx – een katachtige die ongeveer twee keer zo groot is als onze huiskat – terugvonden.

    Dr. Ross Barnett van de Universiteit van Kopenhagen heeft, samen met wetenschappers van onder meer de universiteit van Durham, botten en huid onderzocht van een middelgrote katachtige, bewaard in de archieven van een Engels museum. Na een grondige analyse kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat botten en huid toebehoorden aan een Canadese lynx, een dier dat ruim twee keer zo groot is als onze gemiddelde huiskat. Onderzoek leverde het bewijs dat het dier in Engeland in het wild kon overleven.(1)

    Gevangenschap
    Niet alleen de huid en de botten zijn aan een grondige analyse onderworpen, maar ook het gebit. Hieruit kwam naar voren dat het dier lange tijd in gevangenschap moet hebben geleefd. (1)Onderzoekers troffen namelijk tandsteen aan: het resultaat van een onnatuurlijk dieet.

     

    Opgezet


  • Tijdens het onderzoek vonden de wetenschappers ook aantekeningen over de opgezette lynx. Een conservator van het museum dacht in 1903 dat hij te maken had met een zogenaamde Europese lynx, een soort die nauw verwant is aan de Canadese lynx. In de aantekeningen werd verder vermeld dat het dier aan het begin van de twintigste eeuw twee honden had gedood en dat de lynx daarna is doodgeschoten, in Devon.Het dier staat nu tentoongesteld in het Bristol Museums, Galleries and Archives. Het volledige onderzoek is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Historical Biology.                                                                                                                                            Bronmateriaal:
    Eksotisk kæmpekat huserede i England for 100 år siden” – Ku.dk
    De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Michael Zahra (via Wikimedia Commons).                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         (1)…Onderzoek leverde het bewijs dat het dier in Engeland in het wild kon overleven.”
    “Kon overleven” = heeft geleefd.                                                                                                                                                                                        
    “KON overleven ..” is geen bewijs dat het dit ook heeft effectief in het wild  heeft  gedaan.
    Het enige bewijs is dat het dier tijdje in gevangenschap leefde ergo, het dier kan gevangen geweest zijn in Canada en overgebracht zijn naar GB. ”                                                                                                                                                                                                          °RODE LYNX of BOBCATGROTE KATTEN -BLUES
  • Alle witte begaalse tijgers in gevangeschap stammen af van een enkele mannelijke tijger
  • in het wild bestaat er ook een donkere ( zeer zeldzame ) variant van deze ondersoort; het zogenaamder maltezer type
White Tigers White Tigers
Endangered
Names:
Tundra & Loki


More Info
Go To Webcams
Golden Tigers Golden Tigers
Endangered
Names:
Sherikon & Marcan


More Info
Go To Webcams
African Lions African Lions
Threatened
Names: King & Princess


More Info
Go To Webcams
Bengal Tigers Bengal Tigers
Endangered
Names:
Gypsy & Clarence


More Info
Go To Webcams
African Leopard African Leopard
Name: Sampson


More Info
Go To Webcams
African Black Leopard
Name: Midnight


More Info
Go To Webcams
Cougars
Endangered
Names:
Nevada & Rebate

More Info
Go To Webcams

Nov 1, ’07     Genoom van kat ( felis catus )ontcijferd
(belga/dm)

  • Wetenschappers zijn erin geslaagd het genoom van de huiskat( felis catus ) in kaart te brengen.
    Dit opent nieuwe mogelijkheden voor het medische onderzoek voor de mens.
    Het is tot dusver het zevende zoogdier, de mens inbegrepen, waarvan alle genen ge챦dentificeerd zijn.
    De resultaten van het onderzoek staan in het blad Genome Research van woensdag.
    Amerikaanse vorsers namen het DNA van een 4 jaar oude Abessijnse kat die Cinnamon (=kaneel —> want in het bezit van een kaneelkleurige blonde vacht (1) heet, onder de loep.
    cinnamon
    Of all of the cats in the world, Cinnamon was chosen to be the definitive genetic model for all cats in a project called the feline genome project. By donating a small vial of blood, Cinnamon provided scientists the wherewithal to map the feline genetic structure, eventually allowing for each gene’s function to be noted and studied. (
    Credit: University of Missouri College of Veterinary Medicine)
    De poes, met een stamboom van verscheidene generaties in Zweden, is samen met andere zoogdieren het voorwerp van een vergelijkende analyse waarin
    ander genetisch onderzoek dat al op katten gedaan werd en het genoom van andere zoogdieren gebruikt wordt.
    De genetici van Cold Spring Harbor Laboratory( http://www.cshl.edu/) in New York konden 20.285 genen identificeren die het genoom van de kat vormen.
    Daartoe analyseerden ze de gelijkenissen tussen het genoom van de katachtige en dat van zes zoogdieren die al ontleed zijn:
    de mens, de chimpansee, de muis, de hond, de rat en de koe.
    catgenome_470
    The domestic cat, aloof and sparing with its affection, may deliver significant insights into human disease. Cats suffer from more than 200 inherited genetic diseases that are analogous to human disorders, and it is frequently used for studies involving the eye and gut.
    For example, certain breeds are susceptible to retinitis pigmentosa, a progressive degeneration of the retina that can eventually lead to blindness; this also affects 1 out of 3500 Americans. Cats are vulnerable to a range of viruses that create natural disease models. Feline Immunodeficiency Virus (FIV), a relative of HIV, provides a model for AIDS. Feline coronavirus (FeCoV) provides a model for SARS and avian influenza; feline leukemia and sarcoma virus, a model for leukemia and sarcoma.

    (1) Meer over de haarkleur van katten

    Molecular Genetics and Evolution of Melanism in the Cat Family

    ” …..The cat MC1R gene consists of an intron-less 951 bp (317 codons) open reading frame, similar in structure to other mammalian homologs….”

    Jun 29, ’07

    De voorouder van alle wilde katten en gedomesticeerde katten
    leefde 130.000 jaar geleden in het nabije oosten en was de ‘wilde kat’ die nu nog voorkomt in het wild met 5 ondersoorten in de ‘oude wereld'(old world).
    De oudste gedomesticeerde kat is 9500 jaar oud en gevonden in een graf op Cyprus. De reden voor Domesticatie van de kat was waarschijnlijk het beschermen van graanvoorraden tegen muizen.
    Het genetische onderzoek naar de afstamming van de kat komt goed overeen met het feit dat
    ‘domestication of pretty much everything else in the world came from the Fertile Crescent.’
    Iets wat lezers van Jared Diamond bekend zullen voorkomen.
    Het merkwaardige is dat Diamond het verband tussen het domesticeren van katten en graanvoorraden helemaal niet legt.
    Graanvoorraden zijn essentieel voor het succes van agrarische beschavingen.
    Dus katten ook, zou je zeggen.
    Early cat.
    Egyptian picture of a cat guarding geese, circa 1120 B.C.E. Credit: Werner Forman/CORBIS
    Zie:

    Oudste fossiel ooit van grote katachtige ontdekt in Tibet

    4.4-million-year-old skull from Tibet is oldest big cat fossil yet

    This artist rendering by Mauricio Anton of the Proceedings of the Royal Society B shows a reconstruction of an extinct big cat, Panthera blytheae, based on skull CT scan data. A team of researchers have discovered this oldest-yet big cat fossil, a 4.4 million-year-old skull. The research was published Wednesday, Nov. 13, 2013 by the Royal Society B: Biological Sciences. (AP Photo/Proceedings of the Royal Society B, Mauricio Anton)

    Z. Jack Tseng/ RSPB //Entdeckter Schädel: “Das Fossil schließt eine große Lücke in der Evolutionsgeschichte der Katzen.”
    —> Three Views of a Panthera blytheae Skull Fossil
    From Z. Jack Tseng et al., Proceedings of the Royal Society
    Gro§katzen Fossil

    °

    Het fossiel bestaat uit de bovenkant van een schedel, een kaak en enkele tanden   °

    De voorouders van leeuwen, tijgers en panters ontstonden waarschijnlijk ongeveer tien tot zestien miljoen jaar geleden in het Tibetaans Hoogland.(1)

    Dat zou blijken uit een analyse van een vier tot zes miljoen jaar oud fossiel van een panter, dat is opgegraven in het gebied.

    Het is het  oudste fossiel van een grote katachtige ooit ontdekt. Dat schrijft de Britse krant The Guardian. De bijna complete schedel,  lijkt op die van het moderne sneeuwluipaard.(2) —> “De kat had een breed voorhoofd en een relatief kort gezicht”, verklaart hoofdonderzoeker Jack Tseng op BBC News.De voortanden vertonen ook sporen van hevige slijtage. “Alhoewel het niet lijkt een rechtstreekse voorouder te zijn van de huidige grote katachtigen zoals tijgers, leeuwen en jaguars, vertoont het fossiel een sterke gelijkenis met het sneeuwluipaard”, verklaart Jack Tseng van het American Museum of Natural History in New York.

    De ontdekking doet vermoeden dat de eerste katachtigen oorspronkelijk uit Azië kwamen voordat ze naar andere werelddelen migreerden.

    Het gevonden fossiel is ook een stuk ouder dan de vorige recordhouder, een gelijkaardig fossiel uit het Afrikaanse Tanzania. Dat was ‘maar’ 3,7 miljoen jaar oud.De nieuwe kattensoort heeft de naam ‘Panthera blytheae‘ gekregen, naar Blythe Haaga, wiens ouders geldschieters zijn van het Natural History Museum in Los Angeles County.

    Een reconstructietekening van Panthera blytheae. © ap.
    13/11/13 –  Bronnen: The Guardian

    “Het fossiel beantwoordt(vermoedelijk)  veel vragen over hoe de  katachtigen  evolueerden en(vooral)  zich over de wereld verspreidden”, aldus Tseng.  

    Biologen vermoedden lange tijd dat grote katachtigen uit Afrika kwamen. De fossielen die tot nu toe als de oudste werden beschouwd, kwamen namelijk uit dat continent.

    “Maar er was een discrepantie tussen gegevens uit DNA en de fossielen”, aldus Tseng.

    Rotsen

    Moleculen in de tanden van het fossiel uit Tibet doen vermoeden dat de prehistorische panter leefde in een omgeving van grasland met steile kliffen en veel rotsen.

    “Deze grote katten verbleven waarschijnlijk niet vaak op open vlaktes, maar jaagden rondom rotsen, net als sneeuwluipaarden vandaag de dag doen“, aldus Tseng in het Britse tijdschrift New Scientist.

    In het Tibetaans Hoogland zijn de laatste jaren veel oude fossielen van zoogdieren gevonden, zoals paarden, hyena’s en wolharige neushoorns.

    “In Tibet was tot voor kort nog relatief weinig onderzoek gedaan naar fossielen”, verklaart Lars Werdelin, een deskundige van het Zweedse Natuurhistorisch Museum die niet bij het onderzoek was betrokken. “Het gebied zou wel eens een evolutionair centrum kunnen blijken voor veel meer groepen zoogdieren.” 

    Door: NU.nl/Dennis Rijnvis

    Reacties en noten 
    1. (1)Lijkt me een nogal overhaaste  “conclusion jumping  .Er is 1 oud fossiel van een grote kat gevonden in het Tibetaanse hoogland en dat is meteen waar ze ontstonden? Wel weer een belangrijk stukje in de puzzel.
    2. (Antwoord 1)  …….Als al uit andere data bekend is dat de  gemeenschappelijke voorouder zo ongeveer  tussen 10 miljoen jaar geleden leefde (bijvoorbeeld uit DNA analyse), en vervolgens vind je een fossiel van een grote kat van 6 a 4 miljoen jaar oud, dan is het niet zo vreemd om te zeggen dat dit een (waarschijnlijke) afstammeling van de voorouder van grote katachtigen is, die (waarschijnlijk ) dichter bij die voorouderlijke groep  staat dan  de huidige grote katten…..Het is waarschijnlijker dat dit een nauwe verwant was van de voorouder, en dat die voorouder wellicht veel kenmerken met deze deelde.                                                                                                                                                         De waarde van dit fossiel is dat het de kennis van de grote katten weer een flik eind verder heeft gebracht. Niet meer en niet minder                                                                                                                                                                           Het artikel beweert ook niet dat dit een voorouder is, noch dat de groep der katten zijn oorsprong vindt in Tibet.
    3. (antwoord 2)………Uit het het abstract van het artikel,  blijkt dat de vinders deze vondst opvoeren als steun voor de hypothese dat de grote katachtigen hun oorsprong vinden in Asie.                                                                                                                                                            “Although the oldest pantherine fossils occur in Africa, molecular phylogenies point to Asia as their region of origin. This paradox cannot be reconciled using current knowledge, mainly because early big cat fossils are exceedingly rare and fragmentary. Here, we report the discovery of a fossil pantherine from the Tibetan Himalaya, with an age of Late Miocene–Early Pliocene, replacing African records as the oldest pantherine.                                                                                                                                                                                                                      A ‘total evidence’ phylogenetic analysis of pantherines indicates that the new cat is closely related to the snow leopard and exhibits intermediate characteristics on the evolutionary line to the largest cats.Historical biogeographic models provide robust support for the Asian origin of pantherines.
    4. (antwoord 3) …….De wetenschappelijke publicatie waarover dit artikel bericht stelt dat katachtigen waarschijnlijk in Azië ontstonden. Die hypothese bestond al langer, gebaseerd op genetisch onderzoek, maar er waren nog geen fossielen van katachtigen uit die periode gevonden in Azië. Deze vondst in Tibet is dus een bevestiging voor de hypothese dat katachtigen ontstonden in Azië. 
    5. (2)……..En wéér hebben paleontologen een tussenvorm gevonden
    AFP
    Apr 19, ’07, edited on Sep 6, ’11

    Amoerpanter bijna uitgestorven

    [large_397990.jpg]

    De toekomst van één van de meest bedreigde katachtigen in de wereld, de Amoerpanter, ziet er somber uit. Uit een nieuwe telling van de natuurbehoudsorganisatie Wereld Natuur Fonds (WWF) blijkt dat er nog maar 25 tot 34 Amoerpanters in het wild overleven. Het onderzoek vond plaats in samenwerking met de Wildlife Conservation Society en het Pacific Institute of Geography van de Russische Academie voor Wetenschappen.Pootafdrukken
    “In totaal werden er dit jaar pootafdrukken gevonden van zeven tot negen volwassen mannetjes, drie tot zeven vrouwtjes zonder jongen, vier vrouwtjes met in totaal vijf ˆ zes welpen, en nog zes tot acht ongeïdentificeerde afdrukken. Goed voor in totaal 25 tot 34 dieren”, aldus WWF.Vier nesten
    Toch is er nog goed nieuws: tijdens de telling werden minstens vier nesten panterwelpen ontdekt. “Maar opdat de soort op lange termijn zou kunnen overleven, zijn er minstens 100 dieren nodig”, aldus de organisatieOp de rand van de afgrond
    In 2003 werden 28 tot 30 Amoerpanters ontdekt. In 2000 noteerde WWF 22 tot 28 exemplaren van het dier dat in de regio tussen Vladivostok, in Rusland, en de grens met China leeft. “De telling van dit jaar toont eens te meer aan dat de Amoerpanter (Panthera pardus orientalis) nog altijd op de rand van de afgrond staat”, zei Pavel Fomenko, co철rdinator van het programma voor het behoud van de biodiversiteit in de oostelijke afdeling van WWF-Rusland.Nationaal park
    Volgens Fomenko zijn de oprukkende beschaving, nieuwe wegen, stroperij, bosexploitatie en de klimaatverandering verantwoordelijk voor de benarde toestand van het dier. “Vanuit mijn standpunt is niet het exacte aantal van de panter de belangrijkste vraag. Wat echt belangrijk is, is dat dit roofdier bijna uitgestorven is. En toch is er nog altijd geen beschermd gebied opgezet met de status van een nationaal park”, zei Fomenko.
    (belga/hln)

    Filipovskii, male Amur leopard

    Filipovskii, male Amur leopard

    Narva, female Amur leopard

    Narva, female Amur leopard

    Elduga, female Amur leopard

    Elduga, female Amur leopard

    Leopold, male Amur leopard

    Leopold, male Amur leopard

    Dalnyaya, female Amur leopard

    Dalnyaya, female Amur leopard

    Borisovskii, male Amur leopard

    Borisovskii, male Amur leopard

    Barabashevskii, male Amur leopard

    Barabashevskii, male Amur leopard

    Sanduga, female Amur leopard

    Sanduga, female Amur leopard

    Amur leopard, south-eastern Russia

    Amur leopard, south-eastern Russia/Eight amur leopards have been caught on camera traps in south-eastern Russia.

    Links:

    Mar 15, ’07

    Nevelpanter genetica

    .Recent DNA-onderzoek toont l aan dat de nevelpanter uit Borneo net zoveel verschilt van zijn Aziatische collega als een leeuw van een jaguar, zo meldt het WWF.Veertig verschillen
    Volgens onderzoekers van het Amerikaanse ‘National Cancer Institute’ heeft de nevelpanter uit Borneo zich ongeveer 1,4 miljoen jaar geleden afgesplitst van zijn Aziatische collega op het vasteland. Daardoor zijn de genetische verschillen tussen beide soorten net zo groot als de onderlinge verschillen tussen andere grote katachtigen, zoals de leeuw, de tijger, de luipaard, de jaguar en de sneeuwpanter.“DNA-testen hebben ongeveer 40 verschillen aangetoond tussen beide soorten”, zegt Stephen O’Brien van het National Cancer Institute. “Ter vergelijking: leeuwen en luipaarden hebben bijvoorbeeld 56 verschillen.”

    Grote hoektanden
    De resultaten van de DNA-testen stemmen ook overeen met de resultaten van een apart onderzoek naar de variatie bij de patronen en kleuren van nevelpanters. “Het is ongelooflijk dat niemand deze verschillen eerder heeft opgemerkt,” zegt Andrew Kitchener van het National Museum in Schotland. Nevelpanters hebben erg grote hoektanden. In de regenwouden op Borneo en Sumatra leven naar schatting nog tot 18.000 nevelpanters.Kaalslag
    Enkele weken geleden toonde een WWF-rapport aan dat wetenschappers in het laatste jaar alleen al minstens 52 nieuwe dier- en plantensoorten hebben ontdekt op Borneo. De natuurorganisatie roept dan ook op het regenwoud te beschermen tegen kaalslag. “De grootste bedreiging voor de nevelpanter is de vernieling van hun leefomgeving”, aldus het WWF. (belga/hln)

    NEVELPANTER    bestaat uit twee soorten

    De nevelpanters van Indonesië vormen een aparte soort ten opzicht van de nevelpanters die op het vastland van Azië leven.

    Dat blijkt uit biologisch onderzoek van de verschillende populaties, zo bericht het vaktijdschrift Current Biology.

    Aparte soorten
    De nevelpanter (Neofelis nebulosa) is een prachtige middelgrote kat die zijn naam dankt aan de op nevelachtige wolken lijkende vlekken op de vacht. Die geven het roofdier een perfecte schutkleur in zijn leefgebied, de tropische bossen en moerassen van Zuidoost-Azië.

    Daar leiden de zeldzame katachtigen een schuw bestaan. Biologen weten nog maar weinig van hun levenswijze in de vrije natuur en zelfs de ordening van de nevelpanter als soort herbergt nog verrassingen. Biologen gingen ervan uit dat er vier ondersoorten van de nevelpanter bestonden, maar die stelling is nu herzien.

    Uit morfometrische analyses (leer van het ontstaan der vormen van lichamen in de natuur) van 57 huidmonsters van nevelpanters die afkomstig zijn uit het hele verspreidingsgebied, blijkt dat de nevelpanters van het Aziatische vasteland en die van Sumatra en Borneo twee aparte soorten vormen.

    Het gemaakte onderscheid wordt versterkt door recent uitgevoerde genetische analyses, zo schrijven de onderzoekers. In de Current Biology hebben de twee soorten al een Latijnse naam gekregen: de Neofelis nebulosa voor de nevelpanters op het vasteland van Azië en de Neofelis diardi voor de nevelpanters die Indonesië bevolken

    Bescherming
    De nieuwe taxonomische indeling kan van invloed zijn op de bescherming van de zeldzame katachtigen. Beschermingsmaatregelen hangen vaak samen met het voorkomen van bijzondere soorten in een bepaald gebied. De als kwetsbaar te boek staande populatie van de nevelpanters bestaat in totaal naar schatting uit minder kan tienduizend volwassen exemplaren.

    Links  —>    Videobeelden van de nevelpanter

    2006 Planet Internet

    Genomica van  grote katachtigen

    Wetenschappers uit verschillende landen hebben het genoom van de tijger, leeuw en de sneeuwpanter in kaart gebracht.

    Daarmee zijn zij beter in staat de bedreigde diersoorten voor uitsterven * te behoeden.

    Tot nu toe was de huiskat de enige katachtige waarvan het geheel van de dragers van de erfelijke kenmerken in de celkernen was vastgelegd.(nucleogenoom )

    Dat meldt het natuurwetenschappelijke tijdschrift Nature Communications. De onderzoekers stonden onder leiding van de Zuid-Koreaan Yun Sung Cho.

    Zij brachten het genoom van een 9-jarige Siberische tijger uit een dierentuin in Zuid-Korea in kaart, waarna vier andere katachtigen volgden: de Afrikaanse leeuw, de sneeuwpanter,  en de  kleurvarianten (albino’s)  de witte Bengaalse tijger en de witte Afrikaanse leeuw.

    * Zijn vrij recent door toedoen van de mens  uitgestorven  ondersoorten (rassen )

    1. Kaspische Tijger( panthera tigris virgata ) in 1950 om de sport  en uit verveling uitgeroeid! werd ook beschouwd als “onkruid ” of ” ondier”

    Caspian tiger territory © Wikimedia

     http://nl.wikipedia.org/wiki/Kaspische_tijger

    Nagenoeg identiek

    DNA-moleculen van de in 1970 uitgestorven Kaspische tijger (Panthera tigris virgata) hebben onthuld dat de voorouders van de moderne Siberische tijgers zich waarschijnlijk via Centraal-China een weg hebben gebaand naar het oosten van Rusland. Genetisch onderzoek toont aan dat er zelfs op moleculair niveau nauwelijks verschillen blijken te bestaan tussen de genen van de Siberische en de Kaspische tijger. Beide soorten zijn dus zeer nauwe bloedverwanten en stammen af van dezelfde Centraal-Aziatische voorouder. “Je zou zelfs kunnen zeggen dat het verschil tussen beide ondersoorten min of meer gekunsteld is en er eigenlijk niet zoiets bestaat als een Siberische tijger”, aldus bioloog Carlos Driscoll. De verwantschap die bestaat tussen beide tijgertypes is zo innig dat het verschil hem slechts zit in één nucleotide.

    Recent DNA onderzoek toont  dat de Kaspische en de Amoer tijger eigenlijk tot één en dezelfde ondersoort gerekend moeten worden. Beide ondersoorten maakten deel uit van één grote aaneengesloten populatie tot aan het begin van de 19de eeuw. Achteraf kunnen we dus concluderen dat de Kaspische tijger blijkbaar toch niet is uitgestorven. Elk jaar worden er nog steeds wilde Amoer tijgers in Rusland gevangen, als gevolg van conflicten tussen mens en dier. Bovendien leven er maar liefst 500 Amoer tijgers in verschillende dierentuinen verspreid over de wereld. Ruim voldoende voor een goede bronpopulatie voor toekomstige herintroductie programma’s.

    AMOER TIJGER / SIBERISCHE TIJGER 

    http://wieland.wordpress.com/2008/11/23/panthera-tigris-virgata/

    Afghan crown prince Ayub Khan with tiger cub, Tehran, Iran © Boomiran/The Tiger Foundation

    1. Berberse leeuw (atlas gebergte) onderging in 1920 hetzelfde lot!
      • Panthera leo leo
        Carolus Linnaeus, 1758   
      • De Berberleeuw, Atlasleeuw of Barbarijse leeuw is een in het wild uitgestorven Afrikaanse leeuwensoort. Er zijn wel exemplaren in gevangenschap die worden gefokt en in de toekomst weer worden uitgezet in het Atlasgebergte. Wikipedia

    http://s6.zetaboards.com/Leo_Tigris_Elite/topic/1089973/

          




    Laatste Berberleeuwen in zoo Rabat,Marokko

    In Marokko en in het buitenland proberen dierentuinen Atlasleeuwen te fokken zodat ze in de toekomst weer kunnen worden uitgezet in het Atlasgebergte
    1. . Onder andere de dierentuin van Port Lympne heeft meerdere examplaren welke al succesvol jongen hebben voortgebracht. Deze leeuw leefde in heel noordelijk Afrika van Marokko tot Egypte.
      Dit is de ondersoort van de leeuw die de Romeinen in hun arena’s lieten vechten en die waarschijnlijk ook op het Nederlandse wapenschild staat afgebeeld. De Berberleeuw kon een lengte van drie meter bereiken[1]. De Atlasleeuw is een imposante leeuw met lange, meestal zwarte manen die zich uitstrekken van de kop, over de schouders en buik tot aan de liezen. Hij heeft een hoog achterhoofd, korte poten en een diepe borstkas. De  eveneens uitgestorven Kaapse leeuw vertoonde een grote gelijkenis met de Berberleeuw.
      De Berberleeuw stierf in 1920 in het wild uit, toen het laatste exemplaar in Marokko werd doodgeschoten.
      Het Marokkaans voetbalelftal is vernoemd naar deze leeuw, namelijk “Les Lions de l’Atlas”.
    2. ° Toen de Arabische gemeenschappen noordelijk van de Sahara groeiden, werd de inheemse leeuw een overlast. Vee werd aangevallen en opgegeten en uiteindelijk werd er een beloning uitgeloofd voor elke gedode leeuw. Deze officieel aangemoedigde uitroeiing ging vele jaren door totdat de berberleeuw overal zeldzaam was geworden. In Libië werd de laatste berberleeuw al gedood rond 1700. In Egypte konden een klein aantal zich handhaven tot het einde van de 18e eeuw. In Tunesië werd de laatste berberleeuw gedood in 1891. In Algerije werd de berberleeuw in het begin van de 20e eeuw als bijna uitgestorven vermeld. De laatste Algerijnse berberleeuw werd in 1912 gedood. De laatste berberleeuw in het wild werd in 1920 door een jager in Marokko doodgeschoten. Maar zo goed als zeker hebben er nog berberleeuwen in dierentuinen geleefd  en de koning van Marokko hield nog berberleeuwen aan zijn hof.
    3. Al deze dieren zijn in de loop van de tijd gekruist met andere ondersoorten van de leeuw, zodat hij verdween. Kan de Berberleeuw terug komen door selectieve fokkerij ? De vroegere populariteit van de berberleeuw als dierentuindier geeft de enige hoop om deze ondersoort weer terug te zien in het wild in Noord Afrika. Na jaren van onderzoek naar de wetenschap van de berberleeuw en naar verhalen over exemplaren die nog leven, heeft WildLink, in samenwerking met Oxford Universiteit, hun ambitieuze Barbary Project gelanceerd. Ze proberen met de laatste DNA-technieken het DNA profiel van de berberleeuw ondersoort te identificeren. WildLink heeft botmonsters genomen van overblijfselen van berberleeuwen uit museums in heel Europa, zoals in Brussel, Parijs, Turijn een anderen. Deze monsters zijn terug gegaan naar de Oxford Universiteit waar een team wetenschappers de DNA-ketens dat de Berberleeuw als aparte ondersoort identificeert er uit haalt.
    4. Hoewel de berberleeuw officieel uitgestorven is, heeft WildLink een handvol leeuwen in gevangenschap over de hele wereld geïdentificeerd die afstammelingen zijn van de originele berberleeuw, zoals de koninklijke leeuwen in de Temara Dierentuin in Rabat, Marokko. Deze afstammelingen zullen getest worden op het DNA-profiel en de graad van kruising door onderlinge kruisingen van verschillende ondersoorten. De beste kandidaten zullen een selectief fokprogramma ingaan dat de berberleeuw terug zal fokken. De eerste definitieve resultaten worden binnenkort verwacht. De laatste fase van het project is het uitzetten van de berberleeuwen in een wildreservaat in de Atlas gebergten van Marokko.

    °

    A

    B

    C

    D

    E

    F

    G

    J

    K

    L

    M

    N

    O

    P

    R

    S

    T

    V

    W

    Z

  • Wilde katten
    FELIS SILVESTRISwilde kat 2wilde kat

    Distribution

    Map showing the distribution of the Cats taxa

    The shading illustrates the diversity of this group – the darker the colour the greater the number of species. Data provided by WWF’s Wildfinder.

    Mammals

    Close-up of a male leopard yawningCarnivora

    Cats  :   Explore this group

    Catopuma [or Pardofelis] badia).

    Bay_cat_001-2

    Fig. 1. Captive bay cat. Photo by Jim Sanderson.

  • BayCatGlobalCanopyProgrammeAndre-1In the wild. From the website: “Researchers suspect there are less than 2,500 mature bay cats left in the wild. The species is endemic to Borneo and rampant deforestation is the main threat. Copyright: Global Canopy Programme. Photo by Jo Ross and Andrew Hearn.”Bay_cat_001-2Captive bay cat. Photo by Jim Sanderson.
    • Wildcat stalking on edge of a pine forestWildcat (species)

      Europese wilde kat

    • Portrait of a serval catServal (species)

      Boskat of Serval

    • Eurasian lynx walking through snowEurasian lynx (species)

      Canadese Lynx

    •  
    • Leopard Luipaard of Panter

      Verborgen kattensoort// Braziliaanse tijgerkat is stiekem twee soorten

      • Door: Elmar Veerman

      De wilde katten van Brazilië gedragen zich niet volgens het boekje. Ze hebben seks over de soortgrenzen heen. En wat één soort leek, blijkt juist een tweetal te zijn.

      Zoom
      tijgerkatten
      © Projeto Gatos do Mato – Brasil
      Foto’s van cameravallen van vier soorten Braziliaanse katten: A. de zuidelijke tijgerkat; B. de noordoostelijke tijgerkat; C. de Geoffroykat; D. de pampakat.
       

      De naamgeving van katachtigen had helderder gekund, en dat is nog mild uitgedrukt. Het Nederlandse woord ‘luipaard’ heeft bijvoorbeeld niets met slome rijdieren te maken, maar is een verbastering van het het Latijnse leopardus. En dat stamt af van de Griekse samentrekking van leon (leeuw) en pardos (panter). Luipaarden en panters staan tegenwoordig te boek als één soort, Panthera pardus, die leeft in Afrika en Azië. Er zijn wel allerlei ondersoorten.

      In Zuid-Oost-Azië leeft daarnaast de luipaardkat, die veel kleiner is. Ook die is verdeeld in allerlei ondersoorten.

      En om de verwarring te vergroten is er ook nog een Zuid-Amerikaanse groep katten die Leopardus heet, en uiterlijk veel weg heeft van de luipaardkat.

      Pardelkatten, heten ze in het Nederlands. In tegenstelling tot de echte luipaarden en de luipaardkat worden de pardelkatten wél ingedeeld in verschillende soorten. Geen daarvan is trouwens erg bekend.

      En misschien is dat maar goed ook, want Braziliaanse onderzoekers nemen de groep nu op de schop in het vakblad Current Biology. DNA-onderzoek wijst namelijk uit dat er een verborgen soort in het land rondloopt én dat verschillende soorten zich hier en daar vermengen.

      De pardelkatten zijn relatieve nieuwkomers in Zuid-Amerika. Hun voorouders kwamen 2,5 tot 3,5 miljoen jaar geleden uit Noord-Amerika aan, toen de twee continenten aan elkaar vast kwamen te zitten. Vervolgens hebben ze zich opgesplitst in tenminste zeven soorten. Tatiane Trigo en haar collega’s deden genetisch onderzoek naar drie van die soorten. De tijgerkat, een nogal kleine soort met een gelige vacht vol open rozetten (en dus geen strepen, zoals een tijger – maar ja, de naam ‘luipaardkat’ was natuurlijk al bezet). De steviger Geoffroykat, die grijzig tot geel is, met gesloten vlekken. En de pampakat, die er heel anders uitziet: strepen op zijn poten, verder bijna egaal bruin, en met puntige in plaats van ronde oren.

      De onderzoekers hadden eerder al vastgesteld dat sommige katten het niet zo nauw nemen met de soortgrenzen. Waar hun leefgebieden elkaar raken, doen tijgerkatten het af en toe met pampakatten en Geoffroykatten. Dat bleek ook weer bij deze grotere vergelijking, waarvoor het DNA van ruim tweehonderd katten werd vergeleken. Vooral de soortgrens tussen tijgerkatten en Geoffroykatten was erg vaag, zo vaag dat het niet raar zou zijn om van ondersoorten te spreken. Of, zoals de onderzoekers schrijven in Current Biology, van een hybride zone waarin de twee soorten samen vruchtbare nakomelingen krijgen.

      Binnen de tijgerkatten vonden ze juist wel een onverwachte, harde soortgrens. Dieren uit het noordoosten en het zuiden van Brazilië bleken genetisch sterk van elkaar te verschillen. Ook in het midden, waar die twee groepen beide leven, krijgen ze samen geen nakomelingen. Dat zijn dus wel echt twee verschillende soorten, terwijl ze tot nu toe te boek staan als één. De onderzoekers stellen dan ook voor om ze ieder een eigen naam te geven. De oude naam, Leopardus tigrinus, reserveren ze voor de katten in het noordoosten, terwijl de zuidelijke dieren Leopardus guttulus gaan heten.

      oncina's

      De twee soorten zijn waarschijnlijk aangepast aan verschillende omstandigheden, aldus onderzoeksleider Eduardo Eizirik in een persbericht. De noordelijke soort hoort thuis in droge savannegebieden, terwijl de zuidelijke soort vooral voorkomt in dichte, natte bossen. Omdat er niet veel geschikt leefgebied over is, zijn ze overigens allebei in gevaar. Eizirik: ‘Alle vier de soorten waarnaar we in dit onderzoek keken, worden bedreigd. En we moeten zo veel mogelijk te weten komen over hun genetica, ecologie en evolutie om effectieve beschermingsmaatregelen te kunnen ontwikkelen.’ Daar valt inderdaad nog wel wat te doen, want over die noordelijke soort is vrijwel niets bekend.

      Conservation International team discovered new species

      This wild cat was spotted before dawn about a mile from camp. While not rare, small wild cats such as this margay (Leopardus wiedii) are extremely shy and difficult to observe directly. Unlike most cats, the margay is adapted to a life in the trees, where it hunts birds, rodents and even monkeys

      Overigens heb ik de jaguar maar buiten dit verhaal gelaten, om het niet nog ingewikkelder te maken. Die leeft in Zuid- en Midden-Amerika en is een soort opgevoerde versie van de luipaard. Zijn Latijnse naam is Panthera onca. En, het zal eens niet zo zijn, ook de jaguar is te verdelen in een onduidelijk aantal ondersoorten.

      PANTHERA ONCA

      0

      zw jaguar

    • RASSEN  //  Ondersoorten van de luipaard/panter zijn:
  • http://en.wikipedia.org/wiki/Persian_leopard   —->
  • Clouded leopard(species)

        • Sneeuwluipaard

        •  Bronx zoo

  • cougar5

  • relatie cheetah   poema
  • Wild puma resting on the ground

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

5 Responses to Katten

  1. Pingback: IJSTIJDEN « Tsjok's blog

  2. Pingback: INHOUD K « Tsjok's blog

  3. Pingback: blog network

  4. Pingback: “Nevel”-panters | Tsjok's blog

  5. Pingback: Verklarende woordenlijst PALEONTOLOGY B | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: