Intelligentie (dieren )


 

 °
Een evolutionaire keuze ? 
Hoe groter de ballen, hoe kleiner de hersennen 
“….The correlation is likely an evolutionary tradeoff between having to maintain a large brain and producing lots of sperm…”   (Scott Pitnick, Syracuse University )
°
Attachment: Pitnicketal06.pdf
°
Researcher with bat

Kevin Rivoli  /  AP

°
A team led by Syracuse University biologist Scott Pitnick, pictured here, found that in bat species where the females are promiscuous, the males boasting the largest testicles also had the smallest brains.
door Tina De Gendt 2005 de Morgen
Energie die nodig is om grote teelballen of groot stel hersenen te doen werken heeft ervoor gezorgd dat mannelijke vleermuizen moesten kiezen  voor een van beide opties 
Mannetjes met de grootste teelballen hebben het minste hersennen  blijkt uit een studie bij vleermuizen. Het zou de eerste aanwijzing kunnen zijn voor de evolutionaire hypothese  dat mannelijke dieren sommige  hersenvermogens   inruilen voor seks.
De grote hoeveelheid energie die nodig is om een stel welgeschapen teelballen te onderhouden en die nodig is om een groot stel hersenen te laten werken betekent volgens de onderzoekers dat mannelijke vleermuizen op een bepaald moment hebben moeten kiezen tussen de twee.
Bij diersoorten met promiscue vrouwtjes, zoals de mens en de vleermuis, moet de man haar weten verleiden met zijn hoeveelheid sperma, waardoor de teelballen  soms  evolutionair ontwikkelen ten nadele van de mannelijke  hersenen.
Sommige vleermuizen pakken uit met geslachtsdelen die maar liefst 8,4 procent van hun hele lichaamsgewicht uitmaken.
” ….The finding is consistent with research conducted on primates. Promiscuous primates like chimpanzees, where any individual male’s sperm will have to compete with the sperm of a number of other males, have large testis to produce bigger amounts of sperm whereas less promiscuous species, like gorillas and orangutans, produce less sperm and have smaller testis-, and penis-, size since females are unlikely to mate with more than one male during a breeding season. For humans — considered moderately promiscuous for a higher primate — the testis to body weight ratio falls between that of chimps and gorillas…..”  (Scott Pitnick, Syracuse University )
Bij de mens zijn de  geslachtsdelen  slechts 0,75 procent van het lichaamsgewicht
Het onderzoeksteam van Scott Pitnick van de Universiteit van Syracuse in New York  (  en ook   :  Kate Jones / Zoological Society of London , Gerald Wilkinson / University of Maryland )vergeleek de grootte van het brein met dat van de teelballen van  334 soorten vleermuizen.
In welke mate  breinweefsel  werd ingeruild voor meer geslachtsomvang bleek in hoofdzaak afhankelijk van de promiscuïteit die  de vrouwtjes vertoonden.
( bij soorten met erg  veel  wisselende seksuele kontakten bij de wijfjes  ,  investeerden
de mannetjes  5 x meer in de ontwikkeling  van hun  testicles en 27 %  minder  in hun hersennen ) in brains
De invloed van het gedrag van vrouwen op de grootte van de geslachtsdelen is ook al bij andere diersoorten opgemerkt.
Vrouwelijke chimpansees bijvoorbeeld staan erom bekend meerdere partners te verslijten, waardoor de aap met de grootste penis ( en teelballen) het reproductieve voordeel  heeft. Vrouwelijke gorilla’s daarentegen verzamelen zich gewoonlijk rond een sterke mannelijke aap die de exclusiviteit over hen heeft. De menselijke teelballen liggen ergens tussen die twee extremen.
De onderzoekers besluiten dat het paringsgedrag van de vrouwen de meest bepalende factor is voor de grootte van de hersenen van de man. (1)
“Promiscuïteit bij mannetjes blijkt echter geen enkele evolutionaire rol te spelen”, aldus professor Pitnick.
Publicatiedatum : 08-12-2005
(1)
….en ook van het hersenverschil tussen vrouwen en mannen ?(= sexueel dimorfisme )   Maar  ook de vrouwelijke hersenen kunnen al een deel van hun hersenweefsel verloren zijn  tijdens de evolutionaire ontwikkeling van de soort  ( bijvoorbeeld  door beter te investeren  in de ontwikkeling van het placenta )
Uiteraard kan je niet onbeperkt hersenweefsel verliezen  … tenzij bij sommige diepzeevissen  ,waar het mannetje  een soort klein parasitair aanhangels  wordt van het wijfje …net zoals  larven van vastzittende zeedieren hun hersenen verliezen wanneer ze een geschikte  standplaats vinden …. 
…..Uiteraard  hebben verschillende kranten ook  al gewag gemaakt van het inruilen van het  mannelijk  “verstand” voor grotere teelballen ( of penissen ) maar  de vraag  naar  hoe  (menselijk) “verstandig “vleermuizen zijn is natuurlijk   volkomen  onzin   
°
Big eared townsend bat (Corynorhinus townsendii). Photo from the Nevada Bureau of Land Management.
°
Biggest balls, bat category The testes of African yellow-winged bat make up 0.11% of its body weight, while the Rafinesque’s big-earred bat is endowed with balls that represent 8.4% of its body weight. For a 180-pound (82 kg) man, this would be equivalent to 15 pounds (7 kg).
Rafinesque’s big-earred bat
page94_1

African yellow-winged bat (Lavia frons)

 

°
(Tjeerdo )
°
“…..Intelligentie is niet anders dan veren, tentakels of bloembladen. (1) Het kost ons energie wat ook gebruikt kan worden om warmte, extra spieren of onze afweer tegen ziektekiemen te optimaliseren.  Gezien de kosten die wij moeten maken om intelligentie in stand te  houden of te ontwikkelen, moet het ons ook iets opleveren.”
°
Welk voordeel levert intelligentie dan wel op.
Het trotseren van elementen,  het vinden van autosleutels, voedsel zoeken. ?
 °
Echter niet altijd is intelligentie een voordeel.  Het heeft ook te maken met de omstandigheden waarin wij verkeren.
Hier gaat Zimmer in zijn stukje  echter verder  niet op in.
Ikzelf  denk dat er gebeurtenissen zijn waarin de ratio niet op zijn plek is.
Instincten kunnen geprefereerd worden buiten de ratio.
Dit is discussiabel.
Kan intelligentie aangeleerd worden?
Er wordt onder meer  een experiment beschreven met fruitvliegjes.
Twee soorten fruit.
1 met chemische toevoegingen en de ander zonder.
De onwelriekende substantie wordt door enkele fruitvliegjes vermeden.  Dit heeft gevolgen voor het nageslacht.
De eitjes komen beter tot hun recht in de niet- chemisch bewerkte fruit-voedingsbodem.
Dus meer nakomelingen die zich storten op het natuurlijke fruit zonder toevoegingen.
Deze testomstandingheden worden regelmatig veranderd.
Andere (kwalijke) smaken etc.
Het blijkt dat de fruitvliegjes heel snel leren dat bepaalde omstandigheden niet bevorderlijk zijn.
Dit wordt doorgegeven aan volgende generaties.
 °
Spannende omgeving maakt domme muizen slimmer

http://www.kennislink.nl/publicaties/spannende-omgeving-maakt-domme-muizen-slimmer

°

Kernwoorden             

      

 

° Er zijn erfelijke afwijkingen die het leervermogen aantasten. Maar vaak kan een stimulerende omgeving de leerprestaties weer opvijzelen. Althans: bij muizen. Leidse en Amerikaanse onderzoekers komen onafhankelijk van elkaar tot gelijkluidende resultaten. Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) 24 maart 2000 Intelligentie is erfelijk bepaald. Leerprestaties worden beter in een stimulerende omgeving. Beide beweringen zijn waar, en we weten dat je niet kunt aanwijzen welk deel van iemands intelligentie is aangeboren en welk deel te danken is aan de omgeving.Tussen aanleg en milieu bestaat namelijk een complexe wisselwerking. Recent onderzoek van Amerikaanse onderzoekers van Princeton University (Rampon, Tang, Goodhouse, Shimizu, Kyin en Tsien) werpt nieuw licht op die wisselwerking. De onderzoekers publiceerden deze maand (maart 2000) in het tijdschrift Nature neuroscience. De auteurs hadden muizen met een aangeboren defect; in hersencellen in een bepaald hersengebied (de hippocampus) was een van de ontvangers uitgeschakeld die gevoelig zijn voor stimulerende signalen van andere hersencellen, de zogenoemde NMDA-receptor. Daardoor hadden die muizen moeite met leer- en geheugenprocessen. Ze konden onder andere geen geuren herkennen en onthouden. Als muizen een nieuw type voedsel voor hun neus krijgen, gaat één van hen er voorzichtig iets van eten. De andere dieren ruiken aan de voorproever en als die gezond blijft, dan eten ze datzelfde voedsel bij een volgende gelegenheid ook. De Amerikanen gaven verkenner-muizen ofwel voedsel met een kaneelluchtje ofwel voedsel met de geur van cacao. Soortgenoten mochten daarna aan een van de verkenners snuffelen en kregen later de keus tussen een bakje eten dat naar kaneel rook en eten dat naar cacao rook. Genetisch normale muizen kozen overwegend het voedsel met de geur die ze tevoren bij de verkenner hadden geroken, maar de genetisch defecte muizen vertoonden die voorkeur niet. Zij hadden het luchtje niet kunnen onthouden. Ook andere leertaken gingen hen slechter af. Echter: die aangeboren geheugenstoornis bleek te kunnen worden hersteld. De onderzoekers deden de proeven nog eens, maar nu met muizen die zich twee maanden lang drie uur per dag hadden mogen uitleven in een soort speeltuin met allerlei tredmolentjes en huisjes. En nu waren genetisch aangedane dieren even bedreven in het herkennen van geuren als hun soortgenoten. Een verrijkte omgeving, met andere woorden, kan bij muizen aangeboren leerproblemen opheffen. ° Onderzoek in Leiden In Leiden vonden prof. dr. E. R. de Kloet, dr. Melly Oitzl en drs. Jeanette Grootendorst dat ook. In het Sylvius Laboratorium, afdeling medische farmacologie van het Leiden Amsterdam Institute of Drug Research, doen ze hetzelfde type werk. Ook zij hebben een muizenstam met een genetische afwijking. Bij hun muizen ontbreekt in de hersenen het eiwit apoE dat van belang is voor de vetstofwisseling, maar dat ook van invloed bleek te zijn op leren, onthouden en herinneren. Oitzl: “Als het apoE bij mensen in de hersenen een defect heeft, is er een verhoogde kans op de ziekte van Alzheimer.” Gezonde muizen en apoE-mutanten werden losgelaten in een grote bak met water met daarin een iets verzonken platform waarop ze konden staan. Dat moesten ze leren vinden. “We hadden ze eerst in ondiep water aan de bak laten wennen,” vertelt Oitzl.  “Elk dier testten we vervolgens een aantal keren, waarbij het steeds een minuut in het water werd gelaten, elke keer op een andere plek. Het platform had een vaste plaats.” De gezonde dieren konden zich goed oriënteren. Ze onthielden waar het platform was en de meeste zwommen er na een paar testen rechtstreeks naartoe. De apoE-mutanten leerden nauwelijks en bleven elke keer kriskras rondzwemmen tot ze het platform bij toeval bereikten. “Toen wilden we weten hoe omgevingsfactoren op het leervermogen inwerken,” zegt Oitzl. “In ons geval ging het om stress. We zetten gedurende twee weken dagelijks een rat in een hok op de muizenkooi, zodat de muizen de rat konden ruiken. Dat vinden ze naar; in de natuur vermijden ze de nabijheid van ratten. In de derde week testten we ze op hun leervermogen in het waterbad.” De stress be챦nvloedde de prestaties. Zoals de onderzoekers verwachtten, deden de genetisch normale dieren het nu slechter. Ze hadden blijkbaar wel onthouden dat er een platform langs de rand was, maar wisten niet meer waar en gingen in cirkels rondzwemmen. “Tot onze verbazing echter leerden de apoE-mutanten nu veel beter dan toen er geen stress was,” zegt Oitzl. “Veel dieren zwommen na een paar keer rechtstreeks naar het platform toe, en gemiddeld deden ze het even goed als de gezonde dieren in de stresssituatie.” ° Voorgeschiedenis kennen  De les die de Leidse farmacologen kunnen trekken, is dat het bij onderzoek aan leergedrag uitermate belangrijk is de voorgeschiedenis van de proefdieren goed te kennen. Het is aannemelijk dat ook bij mensen het effect van een genetisch mankement op het leervermogen opgevangen kan worden door een stimulerende omgeving. Of dat veel praktische waarde heeft is nog maar de vraag. De muizen in het lab leven in een arme omgeving: ze zitten in een hok met enkel eten, drinken en soortgenoten en elke verandering is een belangrijke verrijking. Mensen leven echter meestal in een omgeving die hopelijk stimulerend genoeg is om het leervermogen op peil te brengen. Bezoek de website van het LUMC Zie ook: Koeien moeten meer pret maken in de stal   , Nationaal Centrum Alternatieven voor dierproeven (NCA) ,Het kan ook zonder proefdieren , Biotechnologie en ethiek , Dieren op ons bord , Nederlandse Vereniging voor Gedragsbiologie (NVG) ° De waarde van proefdieren en labopstellingen   als modellen  :

          Een muizenkooi met 24-uursbewaking moet gedragsbiologische onderzoeken weer vergelijkbaar maken. Rinze Benedictus          Bionieuws,         23 april 2004 Een muizenkooi met 24-uursbewaking moet gedragsbiologische onderzoeken weer vergelijkbaar maken. Het rommelt al een paar jaar in neurobiologisch onderzoeksland. In 1999 schreven Crabbe en collega’s in Science in eufemistisch wetenschappelijk jargon: …For some tests, the magnitude of genetic differences depended upon the specific testing lab. Thus, experiments characterizing mutants may yield results that are idiosyncratic to a particular laboratory…. Kort gezegdmutante muizen gedragen zich in elk laboratorium anders. Crabbe legde daarmee de vinger op de zere plek van neurobiologisch onderzoek naar de genetische basis van gedrag. Hij vergeleek drie verschillende laboratoria die met dezelfde muizenstammen dezelfde experimenten hadden gedaan. Afhankelijk van het lab, bleek een muis ander gedrag te vertonen. Terwijl de muizen genetisch identiek waren en de tests gestandaardiseerd heetten te zijn.

 Witte muisjes in een kooi Bron: Canadian Council on Animal Care, http://www.ccac.ca/ ‘Er zijn meer van dit soort berichten. Dat wil zeggen, off the record, in de wandelgangen bij congressen, hoor je mensen veel klagen over slecht vergelijkbare resultaten. Dat is hét grote probleem bij het in kaart brengen van het gedrag van genetisch gemodificeerde dieren. Binnen één observator heb je al verschillen, hoe moet het dan wel niet zijn tussen verschillende labs in verschillende landen! Bovendien interpreteren waarnemers altijd. Twee muizen zitten bij elkaar. Eén loopt naar de rand van de bak. Hij loopt weg, zeggen we dan. Maar hij kan ook ergens naar toe lopen. Het klinkt flauw, maar het maakt uit.’ Aan het woord is prof. dr. Berry Spruijt, gedragsonderzoeker aan de Utrechtse faculteit Diergeneeskunde. Om de methodologische problemen waar gedragsonderzoek mee kampt, op te lossen, werkt hij aan de automatisering ervan. ‘We proberen van ethologie een zo exact mogelijk vakgebied te maken, we proberen gedrag zo objectief mogelijk te meten.’ Uitlokken Zijn paradepaardje is een ‘verrijkte thuiskooi’. Met deze kooi van ongeveer veertig maal veertig centimeter is het via een camera mogelijk een muis 24 uur per dag te volgen. De essentie is een dier te observeren in een omgeving die verrijkt is met een aantal voor de muis belangrijke elementen. Op die manier hoeft hij niet van zijn leefkooi naar bijvoorbeeld een zwembad gesleept te worden voor een geheugenexperiment. Om in de thuiskooi te kunnen experimenteren, is het wel nodig dat prikkels gedrag uitlokken: de muis moet wat te doen hebben. Daarom kent de kooi een nest, donkere (veilige) en lichte (onveilige) stukken, stimuli waar het dier van schrikt (geluid of licht), beloningen (aantrekkelijk voedsel) en neutrale prikkels om beloningen aan te kondigen (voor leeronderzoek). Combineer deze omgeving met slimme software en je hebt een waardevol, vierentwintiguurs observatiesysteem in handen. De software legt de bewegingen van de muis continu vast en categoriseert de gedragingen. De computer ziet hoe vaak, hoe snel, hoe lang en waar de muis loopt. De software herkent ook dat een dier op z’n achterpoten staat. Door individuele muizen te markeren, kan het programma ook sociale interacties kwantificeren. Spruijt: ‘De losse ingrediënten van dit systeem zijn misschien niet zo bijzonder, maar de combinatie is uniek. Er zijn een paar andere initiatieven op dit gebied, maar wij zijn het meest georiënteerd op de flexibiliteit van de software.’ Spruijt experimenteert al sinds zijn promotie in 1985 met het digitaal vastleggen van gedrag. Dit streven nam een grote vlucht toen hij in contact kwam met Lucas Noldus, oprichter van Noldus Information Technology in Wageningen. Diens bedrijf is wereldwijd inmiddels een van de bekendste leveranciers van software en instrumenten om gedrag van mens en dier in kaart te brengen. Het idee voor de nieuwste kooi, die PhenoTyper gaat heten, komt voort uit de eis van het ministerie van LNV en VWS, dat onderzoekers van genetisch gemodificeerde proefdieren een welzijnsdagboek bij moeten houden. Via de kooi probeert Spruijt dat geautomatiseerd te doen. Maar de ontwikkeling kreeg een enorme impuls door het project Neuro-BSIK Mouse Phenomics. Met een subsidie van 13 miljoen euro gaan neurobiologen uit Utrecht, Amsterdam en Rotterdam op zoek naar nieuwe relaties tussen genen en gedrag. Grote aantallen willekeurige muismutanten worden daartoe in de nog te valideren PhenoTyper gehuisvest. Na een week screenen, brengt de software gedragsafwijkingen bij bepaalde mutanten aan het licht. Deze muizen worden vervolgens aan nader onderzoek onderworpen. Op deze manier hopen de neurowetenschappers diermodellen voor bijvoorbeeld angst, depressie of hyperactiviteit op het spoor te komen. Maar is het wel mogelijk muismodellen voor menselijke geestesziekten te maken? Spruijt: ‘Bij een muis zul je wellicht niet dezelfde diepe somberheid aantreffen die depressie bij mensen kenmerkt. Maar ook bij een muis kunnen verwante gedragingen gestoord zijn. Bijvoorbeeld een verlies aan belangstelling voor de omgeving of het gebrek aan vermogen om plezier te beleven, anhedonie, kun je wel degelijk zien bij een muis.’ Zover is het nog niet, de PhenoTyper moet eerst gevalideerd worden. Met de eerste zestien prototypes is dat werk begonnen. Muizen met bekende genetische defecten moeten in de PhenoTyper dezelfde gedragsafwijkingen vertonen die ze ook in de standaardtests laten zien. In onder meer de ‘open veld’-proef, om de mate van angstigheid te bepalen, lukt dat al goed. Het valideren van allerlei andere gedragingen zal nog enkele jaren duren. Valideren is noodzakelijk om de resultaten die uit de PhenoTyper rollen, aan te laten sluiten bij bestaande gegevens. ‘Maar’, zegt Spruijt, ‘wij gaan verder in het definiëren en analyseren van gedrag. We hebben bijvoorbeeld sociale aandacht op grond van alleen de snelheid en de richting van de beweging van twee dieren ten opzichte van elkaar gedefinieerd. Dat komt overeen met wat een menselijke observator ‘naderen’ en ‘weglopen’ noemt, maar in onze definitie speelt de vermeende intentie geen rol. Het is wetenschappelijke winst dat het ethogram zo expliciet gedefinieerd wordt.’ °

(1) Intelligentie  
is ( voor ethologen ) niets anders dan een   aangeboren capaciteit  eigen aan het zenuwstelsel ( en in meerdere of mindere mate aanwezig in de basisuitrusting van verschillende soorten )
NATUURLIJK KAN HET WORDEN ONTWIKKELD DOOR LEERPROCESSEN EN  IN HET DAGELIJKS   GEBRUIK ( oefening )
Net zoals dat met spieren en andere apparatuur en haar toepassingen het geval is
en ook
Net zoals een auto  zowel goed moet  worden ingereden als konstant worden
onderhouden ., indien  nodig  opgelapt / gerepareerd en zelf  geherprogrammeerd …..Use it or loose it  
Intelligentie word veelal  gebruikt als  aanduiding van een   aantal waarneembare( symptomatische )  eigenschappen aan een of andere vorm van “slim” handelen ( dat wil zeggen  ; het vinden van   goede oplossingen voor situationele problemen en het  optimaal gebruik maken van opportuniteiten ,  die  allen samen de  ” fitness ” bevorderen  van zowel , een individu een groep als uiteindelijk de soort en dat  d.m.v.( soms  uitgestelde  en/of corrigerende) handelingen die worden  gestuurd door een  processor  van  gecodeerde  gegevens in het zenuwstelsel )
Vooruit denken , plannen of  doelgericht denken behoort daar ook bij …
Iedereen die roofdieren ( bijvoorbeeld  een roedel afrikaanse  hyenahonden )  prooien in de val heeft zien bejagen , weet dat …
(Bovendien “zorgen “die honden zelfs voor hun gekwetse  soortgenoten ….
maar in hoeverre dit  altruisme  bedacht , een  “vrijwillige”  beslissing ,dwingend “instinkt ” of “empathie”is weten we niet )
°
Bevers die dammen bouwen en eekhoorns die een wintervoorraad aanleggen
handelen  misschien wel   volgens  overgeerfde  ingebouwde algemene  programma’s , maar de uitvoering ervan moet telkens weer worden aangepast aan de situatie ; eekhoorns die niet weten waar ze hun voorraden hebben verstopt , hebben er niets aan … intengedeel het is zelfs een verspilling aan energie …
°
Interessant in het artikel van Zimmer , is de nadruk die hij legt op het belang van de energie -ekonomie … ook Geeraat Vermeij  heeft het belang daarvan al nadrukkekijk srpake gebracht
°
Denken? Wat wij( menselijk ) denken noemen is (waarschijnlijk ) naturalistisch   te verklaren  :  alleen weten we nog niet  hoe onze hersens precies werken.  ( we zijn echter goed op weg ; verschillende nieuwe  technieken maken erg snelle ontwikkelingen van  de hersenwetenschap  met de dag duidelijker ) Wij zijn niets meer dan een ingewikkelde machine waarvan alles ( ooit ) na te bouwen is —> van gevoel tot zelfbewustzijnHet is alleen een kwestie van tijd voor we zulke complexe machines kunnen bouwen.
°
ABSTRACT DENKEN ? zeg je  …..

Hersencel muis voor begrip ‘nest’

maart 2008. Er bestaan zenuwcellen in het brein van muizen die heel precies reageren op het abstracte begrip ‘nest’.

Vorm, kleur, materiaal, locatie, geur – het maakt allemaal niks uit. Als de muis iets ziet dat als nest te gebruiken is, worden deze zenuwcellen actief. Als over een overigens prima nest een glasplaat wordt gelegd zodat het niet langer functioneel is als nest, reageren de zenuwcellen prompt niet meer. Dit blijkt uit Chinees-Amerikaans onderzoek dat gisteren is gepubliceerd in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. Al eerder was bij proefdieren gegezien dat individuele hersencellen actief kunnen zijn bij heel specifieke prikkels, maar daarbij ging het altijd om concrete zaken. Nu zijn voor het eerst cellen gevonden die echt een abstract begrip lijken te belichamen. De neurobiologen, onder leiding van Joe Tsien en Longnian Lin, beiden verbonden aan Boston University en de East China Normal University in Shanghai, vonden drie soorten ‘nest-cellen’ in de hippocampus van de muizen, een hersendeel betrokken bij de vorming van herinneringen. Het eerste type cel begint te vuren (oftewel elektrische stroompjes te produceren) als de muis een nest nadert, los van positie of naderingshoek. Het tweede type ‘nestcel’ vuurt als de muis zijn kop in het nest heeft en houdt daar pas mee op als de muis het nest weer verlaten heeft. Het derde type is het omgekeerde van type twee: deze cel doet juist niets als de muis in het nest zit. Van ieder type zijn twee of drie cellen gevonden. De neurobiologen hebben van alles geprobeerd om te kijken of deze cellen echt reageren op een abstract conceptAls de muizen sliepen of verdoofd waren (en hun ogen open waren) reageerden de cellen niet. Nesten op verschillende plaatsen, nieuwe of gebruikte, omgekeerde, nesten van metaal, plastic, porcelein, katoen, vierkanten, ronde, driehoekige. Alles waarin de muis veilig kon gaan liggen, werd beschouwd als nest. Een filmpje van het muizenexperiment is te zien op nrc.nl/redactie/wetenschap/muizen.avi
* Vroeger geloofden de zooologen  die het gedrag bestudeeerden  dat het gehele leven van een dier werd geregeld door “instincten ” : een verzameling aangeboren instructies ( of programma’s )of zelf  “hardwired”  regel en  cybernetische  apparatuur ( zie hierboven )  met terugkoppelingen die van generatie op generatie word doorgegeven als soorteigen  erfelijke eigenschap met modifikaties ,  in de afstammingslijnen  .
Volgens hen toonden dieren geen echte tekenen van “intelligentie”  (een vermogen tot redeneren / denken : Voorstanders van dit   vroeg 19 de eeuwse “instinct ” waren bijvoorbeeld de school van de franse entomologen  die  Fabre  als leermeester erkenden  ):
*De capaciteit ( redeneervermogen :denkvermogen )  hiertoe deed nu juist de mens van het dier verschillen.(en word nog regelmatig opgevoerd door diverse geloven  als een ” kenmerk of werking van de ziel ” )
Niemand beweert dat wij en dieren niet een hoop doen zonder er bij na te denken. Er zijn talloze cycli( slaap / waak rythme )  , systemen ( bijvoorbeeld  hormonen en zenuwpulsen / reflexen )in je lichaam die je besturen zonder dat je het beseft
 °
Natuurlijk kunnen dieren denken…  —>  Op http://members.lycos.nl/ronaldk/bewustz.html staat wel het een en ander over dit onderwerp.
Alleen ze denken  op een heel andere manier dan waarop mensen denken, en bovendien kunnen ook niet alle soorten dieren denken. Ook is er een verschil in niveau waarop verschillende diersoorten kunnen denken.
Maar overigens, bij een reptiel of een vis bestaat het gedrag  ( meestal ) puur uit instinctieve handelingen in reactie op prikkelingen uit de omgeving. ….Althans zo is lang geloofd  …. Deze dieren “denken”  dus niet. ( althans  dat was de overtuiging enkele jaren geleden ; ondertussen is de intelligentie van bijvoorbeeld  de witte mensenhaai en de tijgerhaai  buiten kijf )
Ga er maar vanuit dat dieren met een cortex (zoogdieren, vogels) de dieren zijn die zeker kunnen denken, hoewel dit denken zoals gezegd op een totaal ander niveau gezien moet worden als het denken van mensen. En dat lang niet allen meteen “genieen ” zijn …
Dieren beschikken namelijk  niet ( allemaal )  over een taalvermogen,  maar allen bezitten  een communicatievermogen.
Geïntereseerden moeten anders zeker even kijken op www.bewustzijn.net.
°
Leren 
Het leven van elk dier, van het meest eenvoudigste tot ingewikkelste schepsels, wordt door twee factoren beïnvloed: het aangeboren gedrag dat het deelt   met andere leden van dezelfde soort, en zijn vermogen door ervaring te leren.
°
Slimme hans
kluger-hans
  kluger20Hans
De gepensioneerde schoolmeester Van Osten kocht in 1900 een paard, een Arabische hengst uit Rusland. “kluger Hans “ Van Osten was ervan overtuigd dat dieren een intelligentie bezaten die gelijk was aan die van de mens en had er een groot deel van zijn vrije tijd aan besteed dat te bewijzen. Hij leerde het paard de getallen van één tot negen eerst met behulp van een rij kegels. Daarna verving hij de kegels door getallen op een schoolbord. Er werd een som op het bord geschreven, waarna het paard met zijn hoef het antwoord op de grond klopte. In korte tijd was het dier in staat tamelijk ingewikkelde berekeningen te maken.
Wetenschappelijke waarnemers stonden perplex en konden geen spoor van bedrog ontdekken. Na enige tests door een vooraanstaand wiskundige werd verklaard dat het paard het wiskundige vermogen bezat van een scholier van een jaar of 14.
Het paard en zijn eigenaar genoten overal groot aanzien, maar de wetenschappelijke wereld bleef sceptisch en een groep bekende professoren werd gevraagd het paard vijf weken lang aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Bij elke test gaf het paard het juiste antwoord op de sommen.Een van de geleerden, Oskar Pfungst, een psycholoog uit Berlijn, kreeg een inval. Zou het paard ook de juiste antwoorden geven als hij alleen de getallen kon zien? Terwijl een van de leden van het team de getallen opschreef en direct de ruimte verliet, nam verder iedereen, met inbegrip van Van Osten, achter het schoolbord plaats. Alleen het paard kon zien welke som op het bord was geschreven en wist geen enkel juist antwoord te geven.
Het paard had, veronderstelde Pfungst, gelet op vingerwijzigingen van zijn trainer of andere mensen in de ruimte. Het was in staat geringe bewegingen op te merken, zoals een miniem hoofdknikje, en de spanning te registreren die iedereen in de ruimte onderging als hij bij het correcte antwoord kwam.
Later ontdekten geleerden dat paarden (en honden) de hartslag kunnen waarnemen van iemand die in de buurt staat. Zodra het paard het antwoord dicht naderde, gaf een verhoging van de hartslag van de aanwezigen aan wanneer hij moest stoppen met kloppen.
Het verhaal laat zien hoe moeilijk het is dieren te testen om het bewijs van hun intelligentie te leveren.
°
Het testen van dierlijke intelligentie ;
Conditioneringsproef
Bij  conditioneringroeven  probeert men  aan te tonen dat een dier kan begrijpen dat de ene gebeurtenis de andere in tijd opvolgt, bijvoorbeeld dat een hond steeds voedsel kreeg als er een bel rinkelde.
Deze tests lieten zien dat ‘hogere’ dieren – vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren – (=gewervelden ) in staat zijn de opdrachten met succes uit te voeren, maar geven nauwelijks antwoord op de vraag of het ene dier intelligenter is dan het andere.
Goudvissen en haaien,  bijvoorbeeld, deden het even goed als ratten, honden en chimpansees.
Het hebben / verwerven  van een geconditioneerde  reflex  is niet hetzelfde als iets leren wat daarna intelligent wordt  gebruikt .( in het geval van  “kluger hans ” is dat heel moeilijk  te onderscheiden ) 
Iemand merkte op

Quote ” …. Vroeger hadden wij een kater en een pup. Volwassen katten vinden pups niet altijd leuk want een kat wil ook wel eens rustig slapen. De pup durfde wel de trap op maar niet naar beneden. De kater had dit opgemerkt en lokte de pup meerdere malen al mauwend en idioot doende de trappen op om daarna zelf snel naar beneden te rennen en lekker rustig in de stoel te gaan liggen. De pup al piepend en jankend bovenlatend. Als de kat alleen op een pavlof achtige manier zou kunnen leren zou het alleen maar wegkruipen bij het zien/horen van de pup. Een pup naar boven lokken heeft niets met reflex of instinct te maken …”

Een grote vraag binnen de leerpsychologie. alles hangt ervan af wat je onder denken verstaat. als dat associatief leren is, dan kunnen dieren zeer zeker denken. als je het daarentegen overdeductief redeneren hebt, dan blijken dieren achter te blijven
MAAR recent onderzoek toont ook deductieve aspecten bij sommige dieren ( bv. DeHouwer met zijn ratten-onderzoek )
°
RAT  De rat kan misschien een aanwijzing geven waarom sommige dieren intelligenter lijken dan andere. Net als de mens is de rat een generalist en een opportunist. Om in de riolen van de grote stad of op akkers in leven te blijven, moet hij het hoofd kunnen bieden aan elke gebeurtenis die de natuur voor hem in petto heeft. Hij heeft, bijvoorbeeld, een nauwe relatie met de mens opgebouwd: hij past zich snel aan allerlei menselijk voedsel aan, heeft geleerd oogsten en opslagplaatsen te plunderen, en voorkomt handig dat hij gepakt wordt.
°
Veel andere dieren, van de koala’s in Australië , tot de grondbewonende kakapo in Nieuw-Zeeland, zijn veel gerichter in hun gedrag en echte specialisten.
Ze leven in een bepaald milieu dat weinig verandert, eten altijd hetzelfde voedsel en verblijven op dezelfde plaatsen. Ze hebben weinig behoefte om zich aan veranderende omstandigheden aan te passen en tonen als gevolg daarvan zeer weinig uiterlijke tekenen van wat intelligent gedrag genoemd zou kunnen worden. Dit wil niet zeggen dat ze niet intelligent zijn: tijdens hun dagelijks leven is hier echter weinig van te merken.
°
onderscheidingstest Sommige tests, de zogenoemde ‘onderscheidingstests’, onthullen meer over de intelligentie van dieren. Bij een eenvoudige proefneming wordt dieren een reeks van overeenkomstige problemen voorgelegd, waarbij ze de overeenstemming moeten herkennen. Lukt dit, dan krijgen ze een beloning. De proef is vrij eenvoudig. Een lekker hapje word onder een van twee voorwerpen verborgen, bijvoorbeeld altijd onder het linker voorwerp  . Het dier moet geleerd worden altijd onder het linker voorwerp  te kijken om de beloning te krijgen. Heeft het dit door, dan komt de volgende test.
Het voedsel wordt onder uiteenlopende voorwerpen geplaatst, maar altijd onder het linker. De tijd die het kost voordat het dier onder het meest linkse voorwerp kijkt, is een maatstaaf voor zijn intelligentie. Ook hierbij moeten onderzoekers voorzichtig zijn met de interpretatie van de resultaten. Apen zijn uiteraard beter in het optillen van voorwerpen dan bijvoorbeeld ratten. Ook hebben ze een beter gezichtsvermogen. Apen leren sneller visuele opdrachten uit te voeren, maar ratten presteren beter bij reuktests, omdat hun reukvermogen beter  is
°

Hoe groter het brein, hoe meer zelfcontrole(= hoe vlugger aangeleerd gedrag kan worden omzeild = grotere beslissingsvrijheid en intelligentie )

eekhoorn

Nieuw onderzoek toont aan dat er een verband is tussen de grootte van een brein en de mate waarin een organisme zelfcontrole heeft. Organismen met het grootste hersenvolume zijn het best in staat om zichzelf te bedwingen.

Die conclusie trekken onderzoekers nadat ze experimenten uitvoerden met onder meer bonobo’s, chimpansees, Aziatische olifanten, vlaamse gaaien en zebravinken. In een eerste experiment verstopten de onderzoekers voedsel in een ondoorzichtige cilinder en leerden de dieren dat ze het voedsel daar konden vinden. Zodra de dieren dat doorhadden, veranderden de onderzoekers de opstelling. Nu legden ze het voedsel in een transparante cilinder. Vervolgens keken ze wat de dieren zouden doen. Zouden ze weer naar de ondoorzichtige cilinder lopen zoals ze geleerd was? Of zouden ze meer zelfcontrole vertonen en het voedsel direct uit de doorzichtige cilinder halen? Primaten met een groot brein – zoals bijvoorbeeld gorilla’s – presteerden uitstekend. Zij onderdrukten de drang om naar de ondoorzichtige cilinder te wandelen en gingen direct voor de doorzichtige cilinder. Organismen met een klein brein presteerden aanzienlijk slechter.

Een tweede experiment onderschrijft die resultaten. De onderzoekers zetten drie kopjes op tafel. Vervolgens stopten ze – terwijl onder meer eekhoorns toekeken – een snoepje onder één van de kopjes. Meestal was dat kopje A. Als de dieren drie keer op rij het juiste kopje aanwezen, gingen ze door naar de volgende ronde. Nu stopten de onderzoekers terwijl de dieren toekeken het snoepje onder kopje C. “De vraag was: zouden zij kopje A benaderen, omdat ze geleerd hadden dat daar het voedsel te vinden is of zouden zij wat ze geleerd hadden, updaten en hun voedsel op de nieuwe locatie halen?” vertelt onderzoeker Mikel Delgado. “Eekhoorns en woestijnratten waren geneigd om naar de plek te gaan waar ze geleerd hadden dat voedsel te vinden was.” Het laat zien dat ze er niet in slagen om de aangeleerde impuls te onderdrukken. “Het kan zijn dat de mate van succes in het leven van een eekhoorn net zo bepaald wordt als in het leven van mensen,” voegt onderzoeker Lucia Jacobs toe. “Namelijk door de mate waarin hij in staat is om even stil te staan en na te denken alvorens hij een beloning pakt.”

De resultaten van het onderzoek laten zien dat de dieren met het grootste hersenvolume – en dus niet het relatief gezien grootste hersenvolume – beter in staat zijn om zichzelf te remmen. Het geeft ons een nieuw inzicht in de intelligentie van dieren. Doorgaans wordt namelijk aangenomen dat de relatieve grootte van een brein een betere maatstaf is voor intelligentie dan de absolute grootte van een brein. Maar dit onderzoek trekt die aanname in twijfel. Mogelijk zegt de absolute grootte van het brein meer over de intelligentie. Hoe dat komt? Daarover kunnen de onderzoekers enkel speculeren. “Een mogelijkheid is dat wanneer de hersenen groter worden, het aantal zenuwcellen toeneemt en het brein in modules wordt opgedeeld, waardoor de evolutie van nieuwe cognitieve netwerken gefaciliteerd wordt.”

Bronmateriaal:
Brain size matters when it comes to animal self-control” – Berkeley.edu
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Acuzio (via Freeimages.com).

 –>uw zelfcontrole verbeteren (= een boost geven ) :

De mens is niks bijzonders   I

(1) Natuurlijk zijn er verschillen  tussen willekeurig welke intelligente diersoort en de mensheid,  maar die zijn gradueel, niet principieel.
Als we iets te laat waren geweest, dan waren wij nu de bedreigde diersoort en zat de chimpansee te bedenken wat te doen tegen global warming   16-09-2008  door meneer_opinie
°

Slimme kraai vist naar eten

26 mei 2009

http://www.teleac.nl/radio/index.jsp?site=site_radio&category=1683736&nr=1683209&item=2434743 Niet alleen apen en mensen maken en gebruiken gereedschap, ook sommige kraaiensoorten doen het. De roek, een grote kraaiachtige zangvogel, maakt met gemak gereedschap om complexe dilemma’s op te lossen. Daar kwamen Engelse onderzoekers achter door roeken moeilijk toegankelijk eten aan te bieden. Een voorbeeld: onderaan een lange dunne plastic buis legden ze een emmertje met een lekkere hap voor de vogel. Een onmogelijke plek om zomaar met de snavel bij te komen. Naast deze opstelling legden ze een metalen draad. De roek hoefde niet lang na te denken. Binnen enkele seconde en zonder aarzeling pakte hij de metalen draad, boog er een haakje in en viste zo het emmertje uit de plastic buis. Allemaal bij de eerste test en zonder te oefenen.

(klik op de foto’s )
    
      
feathered apes
  

Dit type gedrag was tot nu toe alleen beschreven bij bepaalde mensapen, en bij één andere kraaiachtige: de wipsnavelkraai. En onder die wipsnavelkraaien was er maar een individu die ook zo emmertjes kon vissen, Betty. Dit opmerkelijke gedrag maakte Betty in een klap wereldberoemd. Eigenlijk is het helemaal niet zo gek dat Betty dit kon. In het wild moeten de wipsnavelkraaien namelijk ook gebruik maken van gereedschap om te kunnen overleven. Met kleine takjes en twijgjes peuteren ze in kieren en spleten op zoek naar iets lekkers. Dit gedrag is zo geëvolueerd. Je bent er als wipsnavelkraai snel geweest wanneer je niet op deze manier aan voedsel kan komen. Maar bij de roek is dit anders. Die maakt in het wild helemaal geen gebruik van gereedschap. Het feit dat ze in gevangenschap zo makkelijk problemen oplossen met gebruik van gereedschap, zegt volgens de onderzoekers iets over de intelligentie van de vogels: die doet niet onder aan die van mensapen zoals de chimpansee. Bron: EurekAlert, Proceedings of the National Academy of Sciences http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/8059688.stm  <—met video’s http://www.sciencedaily.com/videos/661227.htm     2014 Jelbert SA, Taylor AH, Cheke LG, Clayton NS, and Gray RD. 2014. Using the Aesop’s Fable Paradigm to Investigate Causal Understanding of Water Displacement by New Caledonian Crows. PLoS ONE 9(3): e92895. doi:10.1371/journal.pone.0092895 http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2014/03/31/eureka-canny-crows-figure-out-water-displacement-to-get-noms/

°
Een eeuw of twee geleden wisten we het wel: de mensheid was iets zeer bijzonders. Zij heeft veel hersenen, cultuur, taal, maakt en gebruikt van gereedschap en is in het bezit van bewustzijn. Het kon niet anders of de mens was iets heel bijzonders en absoluut op geen enkele wijze familie van mens- of andere apen, laat staan dat er wat voor banden dan ook konden zijn met vogels of olifanten.
Helaas is dit beeld de laatste tijd nogal afgebrokkeld. Chimpansees blijken takken en stenen te gebruiken om termieten te vangen of noten te kraken. Dus gereedschap gebruiken bleek al niet zo bijzonder.
Maar de doodsklap kwam uit een andere hoek.  :
Genialiteit komt niet alleen maar voor bij apen en mensen  -ook kraaien weten soms wel raad met onbereikbaar voer in een doorzichtige buis:
°
De Caledonische kraai, een vogel nota bene, bleek niet alleen ijzerdraadjes te kunnen gebruiken, maar boog ze ook nog eens in de juiste vorm vóór gebruik. Daar sta je dan met je vuistbijl en je laptop. Onze instrumentenmakerij is geen eigenschap die ons principieel onderscheid van dieren, er is hooguit een gradueel verschil.
David Attenborough :wild caledonian crow
°
Kraaien zijn even slim als mensapen

Crows as Clever as Great Apes, Study Says

James Owen in London for National Geographic News
December 9, 2004
A crow and an orangutan
Photographs by George F. Mobley (top) and
Bates Littlehales, copyright National Geographic Society
°
Kraaien ( corvida familie ) hebben misschien meer gemeen met orang -oetangs en andere mensapen dan ooit werd gedacht …
Een studie suggereert dat beide dierengroepen dezelfde mentale werktuigen ___
zooals verbeelding en anticiperend vermogen ___gebruiken om problemen op te lossen …
°
Vogels, en kraaien in het bijzonder, zijn een stuk slimmer dan wij vaak denken. Uit onderzoek van Nicola Clayton (Universiteit Cambridge) blijkt dat ze rekening houden met de toekomst, een enorm geheugen hebben en in feite net zo slim zijn als chimpansees. En dat met zulke kleine hersentjes.
°
Apen
ANP op 05 januari ’10,
Chimpansees in Burgers Zoo in Arnhem (ANP)
– Apen zijn wèl intelligent, maar lang niet zo slim als sommige mensen denken. Hun sociale gedrag wordt flink overschat, terwijl een computermodel aantoont dat er nauwelijks een rationele gedachtegang ten grondslag ligt aan de handelwijze van apen.
°
GROOMING 
°
Dat stelt theoretisch biologe Charlotte Hemelrijk van de Rijksuniversiteit Groningen.
Hemelrijk onderzocht het vlooigedrag van apen, wat door andere wetenschappers vaak wordt opgevat als een bewijs dat apen net als mensen kunnen ‘denken’ in termen van winst, verlies en sociale patronen.Apen zouden daarvoor hun intelligentie gebruiken en heel berekenend zijn.
Volgens Hemelrijk vlooien apen echter vanzelf de dichtstbijzijnde soortgenoot, als ze bang zijn om in een gevecht te verliezen.
Het gaat nauwelijks om bewust gedrag en van bedachte ruilhandel of verzoening hoeft al helemaal geen sprake te zijn, aldus de biologe.
‘Apen vlooien elkaar omdat ze nu eenmaal andere apen willen vlooien’, aldus Hemelrijk.
Het door haar onderzoeksgroep ontwikkelde computermodel is ook geschikt om inzicht te krijgen in het groepsgedrag van andere dieren, bijvoorbeeld het zwermen van spreeuwen, aldus de Groningse universiteit.(1)
(1)
en dat geldt evenzeer voor het groepsgedrag van mensen….
Sociaal gedrag is  o.a.  mores  en  dat is  minstens  gedeeltelijk  ingebouwd in het ( in dit geval mensachtige )  universele  mentale  vermogen  .
Het heeft evengoed met EiQ( emotionele  intelligentie)als met IQ als met EQ (encefalisatie)  te maken
Verdedr heeft het alles te maken met empathie  en imitatie (–>spiegelneuronen )
°
Vooruiziend ( anticiperend )denken  /plannen 

Kunnen dieren plannen maken voor de toekomst?

°

“Planning for the future is uniquely human”: alleen mensen kunnen plannen maken voor de toekomst.

°
Dit is eigenlijk een volkswijsheid.
Iedereen weet het.
Maar deze wijsheid werd ook herhaald door psychologen (Wolfgang Köhler) en antropologen.
Maar volgens psycoloog Josep Call (directeur Wolfgang Köhler Primate Research Center) kunnen bonobos and orang-oetangs wel degelijk plannen voor de toekomst.
Het wordt pas echte planning als het om plannen voor de toekomst gaat.
Een recent experiment met bonobos en orang-oetangs liet de individuen kiezen uit verschillende tools om een tros druiven te pakken te krijgen.
Behalve het juiste gereedschap (een stok) lagen er ook controle gereedschappen (bord, kop) die wel iets met voedsel maar niet met de huidige proefopzet te maken hadden.
Nadat ze het probleem opgelost hadden, werden ze in vervolgexperimenten in de kooi binnengelaten terwijl het druiven-apparaat zichtbaar maar niet toegankelijk was.
De bedoeling was het juiste gereedschap te kiezen zonder dat ze het direct konden gebruiken.
Pas na 1 uur tot 14 uur (nachtverblijf) werden ze weer toegelaten tot de testruimte met toegankelijk druivenappararaat, maar zonder gereedschap.
De apen slaagden daarin (niet met 100% succes percentage).
Soms raakten ze de stok kwijt in het nachtverblijf.
In een verbeterd experiment waren de gereedschappen en proefopstelling niet gelijkertijd zichtbaar.
Ook dat lukte.
Ook werd de proef herhaald met ongetrainde apen die de proefopstelling nog nooit eerder hadden gezien. Twee van de vier namen de kozen de juiste tool en namen die de volgende dag mee. Om uit te sluiten dat ze honger of dorst hadden, werd het experiment herhaald met als beloning vruchtensap, terwijl ze in hun dagverblijf continue de beschikking hadden over drinkwater zodat ze geen dorst hadden. Dat lukte ook.
Een andere verbetering is dat ze het druiven apparaat konden zien zonder gereedschap. Op deze manier wordt steeds beter getest of apen echt kunnen plannen voor de toekomst. Call heeft hierover gepubliceerd (“Apes Save Tools for Future Use”) in Science 19 May 2006.
Call concludeert dat de aanzet voor plannen voor de toekomst al 14 miljoen jaar geleden is ontstaan bij de voorouders van de huidige mensapen.
°

Boze aap plant aanval op zoobezoekers uren vooraf 10/03/09 De chimpansee verzamelt de stenen terwijl hij kalm is. Een gracht scheidt Santino van zijn publiek. Enkele stenen die de woeste Santino naar de bezoekers gooide. De voorraad ligt al klaar: nu de bezoekers nog °

In de Zweedse Furuvik-zoo hebben wetenschappers opmerkelijk gedrag vastgesteld bij chimpansee Santino. Het 31-jarige alfamannetje verzamelde ’s ochtends vroeg een voorraad munitie om uren later bezoekers mee te bekogelen, meldt Current Biology. Rustig Opmerkelijk genoeg zoekt Santino stenen en andere objecten bij elkaar voor de zoo opent, in een kalme gemoedstoestand. Hij gooit de stenen pas uren later naar bezoekers, terwijl hij dominant gedrag vertoont en woest was. Mentale simulaties De Zweede onderzoeker Mathias Osvath, die de aap bestudeerde en sprak met personeel dat Santino al tien jaar verzorgt, noemt de resultaten opmerkelijk. “Het toont aan dat onze collega-primaten de toekomst bekijken op een heel complexe manier. Het impliceert dat ze een sterk ontwikkeld bewustzijn hebben, en mentale simulaties maken van mogelijke gebeurtenissen.” (sam)

°

Santino, de Zweedse Bokito

Ook chimps kunnen met voorbedachte rade rotstreken uithalen. Santino moet even binnenblijven, want hij gooit stenen naar de bezoekers van de dierentuin. Niet per ongeluk, maar met voorbedachte rade. En dat is bijzonder, want plannen en vooruitdenken zijn typisch menselijke eigenschappen. Dat verwacht je niet zo snel van een aap. Onderzoekers van de universiteit van Lund ontdekten dat de chimp ’s ochtends in alle vroegte stenen verzamelt, en die keurig op stapeltjes klaarlegt. Later op de dag, als er lekker veel bezoekers bij het chimpansee-eiland staan, gooit Santino zijn hele voorraad naar het publiek. Keileuk voor de onderzoekers, zo’n slimme aap die weloverwogen stenen verzamelt en naar het publiek gooit, maar voor de bezoekers minder gezellig. De Furuvik-dierentuin heeft dan ook besloten om de dertigjarige aap te castreren. Hopelijk houdt dat het machogedrag van de aap een beetje in toom. Het is niet de eerste maal dat chimps dit gedrag vertonen  Het is echter wel de eerste  maal  dat er van een  aantoonbare  planning vooraf sprake is

°
In Kolkata was een chimpansee het zo beu dat hij constant bekogeld werd met stenen door bezoekers van de dierentuin, dat hij wraak heeft genomen. De aap besloot om de bezoekers van de dierentuin zelf maar eens te bekogelen met stenen. Het dier verwondde hierbij een moeder en haar 6-jarig dochtertje. Het was niet de eerste keer dat de chimpansee voor opschudding zorgde in de dierentuin. Vorig jaar brak de aap het slot van zijn kooi open en ging hij ervandoor met een vrouwelijk aapje. (adv)
°
zie ook 
°
16/12/08
De mens is niet de enige die kan plannen voor de toekomst. en verrassend genoeg kunnen ook sommige vogels dat

Gaaien kunnen heel goed vooruitdenken

 22 febr.207
 Gaaien kunnen uitstekend plannen. Dat blijkt uit een Brits experiment met westelijke struikgaaien (Aphelocoma californica).
WesternScrub-Jay2003-09-18-001  Western scrub jay

De vogels wisten precies wat ze moesten doen om de volgende ochtend hun ontbijt niet te missen. Ze verstopten drie keer zoveel pijnboompitten in de kooi waar ze geen ochtendmaaltijd verwachtten. De resultaten verschijnen vandaag in het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Het elegante van het Britse experiment is dat de vogels moesten anticiperen op een gevoel: de honger van de volgende morgen die zij de avond tevoren nog niet hadden. De vogels werden in paartjes gehouden in kooien die in drie compartimenten onderverdeeld konden worden. In het middelste compartiment stond een voerbak, in het linker- en rechtercompartiment een bakje om ijsblokjes te maken. Elk vakje daarvan was gevuld met maïsschroot en diende als verstopplaats voor voedsel. In de trainingsfase leerden de vogels dat zij overdag overal konden komen, maar dat zij ’s ochtends twee uur opgesloten zaten in het linker- of rechtercompartiment. In het ene kregen zij ontbijt, in het andere niet. Overdag en ’s avonds kregen de dieren gemalen pijnboompitten, die je niet kunt verstoppen, maar meteen moet opeten. De getrainde vogels kregen ‘s avonds hele pijnboompitten opgediend. Ze aten ervan, maar begonnen ook een groot deel ervan te verstoppen in de ijsblokbakjes. Ze verstopten drie keer zoveel pitten in het compartiment waarvan zij uit ervaring wisten dat zij er zonder ‘ s ochtends honger moesten lijden. Zo bewijst de gaai opnieuw iets te kunnen wat voor uniek menselijk werd gehouden: vooruitzien. Eerder sneuvelde de exclusiviteit van gereedschapsgebruik, taal en logisch redeneren. °
Gebruik van werktuigen 
°
°
bearded monkey capucin 130227183502-large
°
Onze cultuur dan? Geen enkele diersoort die het equivalent van de Beatles of de breakdance heeft, toch? Helaas, de laatste jaren is duidelijk geworden dat bepaalde vormen van dans en handenschudden bij chimpansees in en uit de mode gaan. En bij bultruggen (walvissen) bleken nieuwe liedjes zich als een olievlek over de populatie te verspreiden. Dus ook wat cultuur betreft, is het verschil tussen mensen en dieren eerder gradueel dan principieel.Zelfbewustzijn dan? Jarenlang toch gezien als exclusief voor de mens, want persoonlijkheid, en zelfbewustzijn, dat zit in je neocortex. Dus hooguit apen en zoogdieren konden dat hebben, want de rest van het dierenrijk was niet met zo’n neocortex gezegend. Nou, van olifanten werd vorig jaar al aangetoond dat ze in ieder geval zichzelf herkennen in een spiegel en van eksters werd dat ook al aangetoond. Van chimpansees is ook al bekend dat ze zich in de situatie van een andere chimpansee kunnen inleven,(empathie )  een eigenschap die bij mensen meestal in de late peutertijd de kop opsteekt. Dus ook hier is er weer een gradueel verschil, geen principieel verschil.
°

Duiven herkennen zichzelf op televisie

Stadsduif overtreft peuter in mentale prestatie

24 juni 2008

Duiven kunnen livebeelden van zichzelf onderscheiden van oudere opnamen. Of duiven ook zelfbewust zijn, is een andere vraag.

 Hester van Santen

°

Het zijn typische reacties op de tribunes bij het EK voetbal. Je ziet de supporters kniezen, totdat ze in de gaten krijgen dat ze in beeld zijn op het grote scherm in het stadion. Ze leven op, stoten elkaar aan, lachen naar zichzelf.

Een doodgewone stadsduif kan iets dergelijks, zo beschrijven Japanse gedragsonderzoekers in het nieuwste nummer van Animal Cognition. De duiven merken het op wanneer ze live op tv zijn. Ze zien het verschil met oude opnamen van zichzelf, zelfs als de beelden met een paar seconden vertraging worden vertoond. Dat is een merkwaardige prestatie. Menselijke peuters van drie herkennen zichzelf n챠et, als een filmpje van hen twee tellen achterloopt. Koji Toda en Shigeru Watanabe namen vijf duiven onder hun hoede, van de hand gedaan door een duivensportvereniging in Tokio. Ze bouwden in hun kooien een dvd-installatie met een scherm ter grootte van een ansichtkaart. Vervolgens vertoonden ze twee soorten korte filmpjes aan de duiven: de duif hier en nu in zijn kooi, of een opname van een paar dagen geleden. Alleen hier en nu Het was al opvallend dat alle vijf de dieren konden worden afgericht om met hun snavel op een knop te drukken als ze directe beelden van zichzelf zagen, en om van de knop af te blijven als er oudere beelden werden vertoond. Maar de duiven gingen nog verder: als de livefilmpjes uit de vorige serie later nogmaals werden voorgeschoteld, reageerden de duiven niet meer. Weer pikten de duiven alleen als ze de video zagen van het hier en nu. Ook tot 7 seconden vertraagde livebeelden wisten de duiven van ‘oud’ te onderscheiden – een teken dat ze zich ook nog het een en ander herinneren. De test lijkt wel wat op een klassieke proef met een spiegel, waarover psycholoog Gordon Gallup in 1970 als eerste publiceerde. Hij gaf vier chimpansees een spiegel. Een paar dagen later verdoofde hij ze, en smeerde bij elk rode verf op een oor en een wenkbrauw. Prompt begonnen de apen zichzelf in de spiegel te inspecteren en aan hun vlekken te voelen. De spiegeltest is erg invloedrijk. Dieren die in hun spiegelbeeld zichzelf herkennen, en niet denken dat ze een soortgenoot tegenover zich hebben, wordt zelfbewustzijn toegedicht. Wat de duiven doen, is niet hetzelfde. Uit niks bleek dat de vogels zichzelf ook echt bekeken op de video, zoals de voetbalsupporters. De vogels weten wel, interpreteren Toda en Watanabe, dat wat zij op dat moment doen, overeenkomt met wat ze op het scherm zien. Maar de onderzoekers van de Keio Universiteit in Tokio vinden n챠et dat hun proef laat zien dat duiven ook een beetje zelfbewust zijn. Integendeel: ze werpen op dat de spiegeltest misschien ook geen zelfbewustzijn meet. „[Dieren] hebben mogelijk geen complexe cognitieve functies of sociale vaardigheden nodig om zichzelf van anderen te onderscheiden.” Critici Daarmee scharen ze zich in een traditie van critici van de spiegeltest. Al eerder, in 1981, speelden duiven daarin een hoofdrol. Science publiceerde toen een onderzoek van Robert Epstein uit de Harvard-groep van de bekende behaviorist B.F. Skinner. De duiven, zo bleek, konden leren om vlekjes op hun borst aan te raken, die alleen via een spiegel te zien waren. De duiven waren eerder voorzien van direct zichtbare vlekjes. Toen ze eenmaal wisten hoe die er in spiegelbeeld uitzagen, konden ze ook de plek van de onzichtbare vlek afleiden, redeneerden de gedragsonderzoekers. De duiven in het nieuwe onderzoek redeneerden op dezelfde manier, zeggen de Japanners. En dat beamen anderen. Ook cognitieonderzoeker Daniel Povinelli uit Louisiana betoogt dat de reactie van chimpansees niet duidt op zelfbewustzijn (een psychologisch inzicht dus), maar eerder op een bewustzijn van het eigen gedrag. ‘De aap concludeert niet „Dat ben ik!” maar: „Dat is hetzelfde als ik!”’, schreef hij eens in Scientific American. Dan nog blijft de vondst van de Japanners raadselachtig. Misschien kunnen duiven, waaraan doorgaans geen diepe gedachten worden toegedicht, inderdaad simpelweg afleiden dat hun gedrag hetzelfde is als wat ze op de band zien. Maar dan blijft het een mysterie waarom alleen de meest intelligent geachte, sociale dieren, slagen in de spiegeltest – voetbalsupporters niet uitgezonderd. °

Mensapen, dolfijnen en olifanten herkennen zichzelf

Voor zover bekend herkennen alleen mensapen, tuimelaars (dolfijnen) en olifanten zichzelf in hun spiegelbeeld – en zelfs lang niet altijd. Hierbij zou de herkenning stoelen op zelfbewustzijn, niet alleen op herkenning van het eigen gedrag, zoals de Japanse duivenonderzoekers Toda en Watanabe opperen. Dolfijnen roepen elkaar zelfs bij hun naam, zo toonden biologen in Schotland in 2006 aan. Iedere  Tuimelaar(Tursiops truncatus) heeft zijn eigen kenmerkende fluitje. Groepsgenoten herkennen dat en gebruiken het om de ander te roepen. Negen van de veertien testdolfijnen reageerden sterker op de fluitjes van een familielid dan op die van een vreemde. Ze draaiden hun kop vaker richting de luidspreker als zij een bekend geluid hoorden. Daarmee is de dolfijn het eerste dier naast de mens dat ‘namen’ gebruikt voor de aanduiding van soortgenoten, zo concludeerden de onderzoekers. Door geluiden met de computer na te bootsen konden ze laten zien dat de dieren elkaar niet herkennen aan het stemgeluid,( =de stem-kleur )  maar aan de specifieke variaties in toonhoogte, duur en volume.

Image26

 

  • How Smart Are Dolphins?
    How Smart Are Dolphins? These brainy marine mammals can “read,” plan ahead, and communicate in astounding ways.
°
Ekster herkent zichzelf in spiegel 19 augustus 2008
– Ekster(1) hebben hersenen met een omvang van een doperwt maar ze zijn buitengewoon intelligent.(2) Ze herkennen zichzelf in een spiegel. (3)
Dat is volgens wetenschappers een gave die is voorbehouden aan de pienterste wezens. Tot voor kort waren dat enkel de mens en de zoogdieren aap, olifant en dolfijn.
( en  sindsdien zijn daar  ook duiven  bijgekomen   )
Duitse onderzoekers van de Goethe Universiteit in Frankfurt en de Ruhr Universiteit in Bochum hebben nu echter aangetoond dat ook de ekster (Pica pica) in staat is zichzelf in de spiegel te herkennen, melden zij deze week in het online tijdschrift PLoS Biology.
Het is het eerste niet-zoogdier waarbij deze specifieke vorm van cognitieve intelligentie( zelfbewustzijn ?)is vastgesteld, aldus onderzoeker Helmut Prior van de Goethe Universiteit.
Tot nu toe werd aangenomen dat voor het vermogen tot zelfherkenning een neocortex is vereist.
Alleen zoogdieren beschikken daarover, een vogelbrein zit anders in elkaar. Blijkbaar kunnen hogere cognitieve functies zich dus ook langs andere evolutionaire lijnen ontwikkelen.
Bewijs voor de stelling kwam van onder anderen Gertie en Goldie, twee eksters die gekleurde stippen op hun keeltje kregen en een spiegel in hun kooi.
De vogels begrepen dat de vogel met stippen in de spiegel geen ander dier was maar een weerspiegeling van zichzelf. Ze probeerden met behulp van de spiegel en hun snavel de stippen van hun keel te verwijderen.
(1) De ekster is een kraaiachtige, Filmpje van David Attenborough   over  inventieve  japanse  kraaienhttp://www.youtube.com/watch?v=BGPGknpq3e0
Die beesten zijn inderdaad intelligenter dan menigeen denkt.
(2)Ze hebben ook sterke emoties . Heb ooit een ekster bij zijn net doodgereden partner zien staan. Ik heb werkelijk nog nooit zo’n afgrijselijk geklaag gekrijs gehoord. Sommige dieren waaronder de eksters hebben terdege emoties en zelfs verdriet
zie  ook –> Boerenzwaluw
(3) Ik vraag me af of herkenning in een spiegel wel zo’n uitermate goede weergave is voor “intelligentie. “? Misschien herkent een hond zichzelf ook wel , maar die is gewoon niet zo dom om daar zoveel waarde aan te hechten en vindt het doodgewoon.
Het gaat niet alleen maar  om intelligentie ( honden zijn  wel degelijk  intelligent )maar om  een  bepaalde vorm van   zintuigelijke ( in dit geval ” visuele ” )zelfherkenning Honden  herkennen  andere soortgenoten in de eerste  plaatst  door hun goed ontwikkelde reuk Wanneer de hond zijn spiegelbeeld “ziet”  , ruikt hij wel niets anders honds  dan  zichzelf …De reuk wint het Bij primaten (en beslist  bij vogels  ) is het in de eerste plaats het gezichtsvermogen dat telt –> vogels  zijn in de eerste  plaats oogdieren  
270px-   
eksterbaby
zo pas uit het nest
°
Intelligentie is niet genoeg 
Zichzelf in de spiegel herkennen, is volgens onderzoekers : een „cruciale stap voor de ontwikkeling van zelfbewustzijn” .
De spiegeltest laat zien dat een dier zijn spiegelbeeld niet interpreteert als een soortgenoot, maar als zichzelf. Het is de belangrijkste test in de gedragsbiologie om zelfbewustzijn bij dieren aan te tonen.
In het huidige experiment, kregen eksters een gekleurde sticker opgeplakt. Die zat onder de snavel, en konden zij dus alleen in de spiegel zien.
Drie eksters, voorzien van een rode of gele stip, bekeken zich in de spiegel en klauwden of pikten naar de sticker.
Twee van de drie haalden de sticker zelfs keer op keer weg, en besteedden er daarna geen aandacht meer aan.
Twee andere eksters slaagden niet voor de test. Zij zagen hun spiegelbeeld enkel als een soortgenoot, die ze aanvielen of juist het hof maakten.
Er bestaan dus  duidelijke   individuele   verschillen en talenten 
Het  zelfbewustzijn van eksters  schijnt  nogal ” variabel ” te zijn  
Dat is niets  speciaals :
ook bij mensen  zijn er verschillen in trappen van idiotie en  intelligentie 
en in sociale  vaardigheid  ( EQ  en IQ  )  ….
Primatologen betoogden al eerder dat het vermogen tot zelfbeschouwing dat de spiegeltest meet…. De noodzakelijke  basis vormt voor ingewikkelde sociale verhoudingen. Dat zou verklaren waarom  alleen  maar   intelligente/sociale dieren   voor de spiegeltest slagen
Ekster met gelesticker  (Credit: Courtesy Prior H, Schwarz A,  PLoS Biology,)

Prior et al. Mirror-Induced Behavior in the Magpie (Pica pica): Evidence of Self-RecognitionPLoS Biology, 2008; 6 (8): e202 DOI: 10.1371/journal.pbio.0060202

°
Kris Verburgh :
Een eenvoudig experiment heeft aangetoond dat ook eksters een zelfbewustzijn hebben. Onderzoekers brachten een felgekleurde vlek aan onderaan de bek van eksters (terwijl ze verdoofd waren) en namen dan waar hoe de eksters voor een spiegel de vlek probeerden aan te raken met hun poot.Dit is een belangrijke vondst, omdat zelfbewustzijn tot nu toe enkel werd waargenomen bij zoogdieren, namelijk mensen, de vier soorten mensapen (chimpansee, bonobo, oerang-oetang en gorilla) en dolfijnen en olifanten. Maar de hersenen van vogels zitten helemaal anders in elkaar dan die van zoogdieren, wat ook niet verwonderlijk is gezien de laatste gemeenschappelijke voorouder van zoogdieren en vogels zo’n 300 miljoen jaar geleden leefde. Dit onderzoek toont dus aan dat zelfbewustzijn een eigenschap is die al verschillende keren in de geschiedenis van het leven op aarde kon ontstaan.
1) 
Dat van die eksters is al een tijdje geweten 
ik heb er ooit eens over geblogd:
Dit ” nieuwe ” voorliggende  ekster-onderzoek en de nieuwere   inzichten over  zelfbewustzijn bij eksters,    is  toch wat   algemener  bekend geraakt   door  een artikel  in   de ”  Scientific American Mind”  van december 2008  , waarin men( weliswaar)  liet  uitschijnen dat het een spectaculair “nieuw “inzicht was.
Naast eksters zijn   ook  kraaien buitengewone vogels. ( zie hierboven  )Die vertonen  een zeer ver gevorderde vorm van intelligentie en, misschien nog wel interessanter,  ze zijn in staat puzzel op te lossen  en beschikken  over  een geweldige geheugen http://www.ted.com/index.php/talks/joshua_klein_on_the_intelligence_of_crows.html
°

Eksters beslissen sneller wanneer ze begluurd worden

 10 juni 2013   1

eksters Eksters die een lekker hapje gevonden hebben, laten dit natuurlijk niet graag achter. Zij schieten dan ook niet zo snel in de stress wanneer iemand dichterbij komt. Wanneer zij denken dat iemand hen begluurt, dichtbij of ver weg, besluiten zij veel sneller wat zij doen. Dat blijkt uit onderzoek. “Voor een lange tijd hadden wij het idee dat eksters op de één of andere manier weten wanneer zij geobserveerd worden,” begint Dr. Sang-im Lee, hoofd van het onderzoek, haar verhaal. “Vaak vliegen zij weg wanneer wij de vogels proberen te observeren. Wanneer wij echter indirect naar hen kijken, kunnen wij wel behoorlijk dichtbij komen zonder dat zij wegvliegen.” Hiermee ontstond het vermoeden bij de onderzoekster en haar collega’s van Seoul National University dat eksters sneller reageren wanneer mensen en eventueel andere bedreigingen zoals een kat direct naar hen kijken. Beslissen Beslissingen nemen kost tijd. Hoe snel dieren waaronder eksters in hun eigen leefomgeving beslissen, is nog niet eerder onderzocht. De onderzoekers vroegen zich af of een ekster sneller beslist wanneer mensen direct naar hem kijken. Ongeacht of hij een situatie als zeer bedreigend ervaart (waarbij hij kiest om weg te vliegen) of als minder bedreigend (waarbij hij kiest om verder te eten).

Veiligheid Dat dieren merken wanneer iemand een blik op hen werpt, is niet nieuw. Zij doen dit namelijk onderling in het sociale contact en ook als mensen hen als huisdier hebben. Als zij in het wild als prooi worden aangezien, zijn zij zich ook bewust van observatie. Eerder dachten wetenschappers dat dieren sneller reageren wanneer zij observatie als bedreigend ervaren. Nu blijkt echter dat eksters ook wegvliegen wanneer mensen op wijde afstand naar hen kijken. Daarnaast blijken de dieren sneller beslissingen te nemen; kiest de vogel om te blijven eten of vliegt hij weg voor zijn veiligheid? Stress Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de beslissing minder snel werd genomen wanneer naderende mensen niet naar de vogels keken. Zo hopten zij eerst een stukje weg. Wanneer mensen direct naar de eksters keken, namen zij veel sneller de beslissing om weg te vliegen of verder te eten; ook wanneer mensen ver weg en dus minder ‘bedreigend’ waren. Begluurd worden is dus hetgeen waarvan eksters in de stress schieten, niet het feit dat een mens of een andere bedreiging zich op korte afstand van de vogel bevindt. Hoewel blijkt dat eksters sneller een beslissing nemen wanneer iemand hen observeert, is ook waargenomen dat zij mensen negeerden en bleven eten. Waarom de eksters bij de ene persoon die naderde en keek niet wegvlogen en bij de ander wel, is voor de onderzoekers onduidelijk. Eksters zijn dus in staat meer informatie te halen uit de manier waarop mensen hen observeren. Zo reageren zij sneller wanneer zij zien dat een bedreiging continu aandachtig naar hen staart. Mogelijk zijn dit soort vaardigheden belangrijk geweest voor de overleving omdat zij in de nabijheid van mensen leven. Hoe meer informatie beschikbaar is voor het dier, hoe korter het beslissingsproces duurt, schrijven de onderzoekers in hun paper in wetenschappelijk blad PLoS ONE.

Bronmateriaal: Magpies take decisions faster when humans look at them” – Seoul National University (via: Eurekalert.org). De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door webted (cc via Flickr.com).
°
Dieren zijn dom ?
Dieren, met uitzondering van ons eigen mensenras, werden lang voor domme eetbare zool versleten. :
Honden zijn rechtlijnig trouw; ( erzijn ook echte valserikken onder hen  )
papegaaien konden slechts nabootsen ( alex is duidelijk anders  )  en
geen enkel ander dier vertoont intelligentie.
Mens als kroon op de schepping, u kent het fabeltje wel… Ook de God uit de christelijke bijbel vertelt dat dieren er slechts zijn als instrument van de mens. Als Hij het al zegt; wie zijn wij als kroon dan?
Het antwoord is eenvoudig: zoekend en onwetend. Een kroon zijn is ook niet alles…
°
Leervermogen 
Vogels hebben niet een aangeboren talent om mooi te zingen. Nieuw onderzoek toont aan dat ze heel precies naar hun eigen gefluit luisteren om het helemaal goed te ‘tunen’. Ornithologen gebruiken vaak het geluid van een vogel om te kunnen identificeren om welke soort het gaat. Studie van de Universiteit van Californi챘 in San Francisco toont aan dat zangvogels niet zijn voorgeprogrammeerd met een specifiek geluid, maar dit tijdens hun leven ontwikkelen.
Na hun geboorte beginnen de vogels met een soort ‘fluiterig’ gebrabbel. Ze verbeteren hun zangkwaliteiten met de hulp van een leraar. Wanneer ze eenmaal een eigen geluid hebben ontwikkeld gebruiken ze dit om hun territorium af te bakenen of een soortgenoot te verleiden. Kleine verschillen in de melodie onderscheidt de ene zangvogel van de andere. En het kost ze dan ook veel moeite om hun eigen sound hun hele leven vast te houden.
Om tot deze conclusies te komen hebben de wetenschappers verschillende proeven met zangvogels gedaan. E챕n hiervan was het niet laten functioneren van het gehoor. Hieruit bleek dat na een tijdje het geluid van de vogel steeds verder afweek van het oorspronkelijke deuntje.
Volgens de onderzoekers gebruiken vogels dezelfde manieren om hun geluid te produceren en terug te horen als wij. De resultaten van hun studie kunnen hierdoor nieuw licht werpen op het onderzoek naar stotteren bij mensen.
°
TAAL   <—Intelligent  ? 
Een eenvoudige papegaaiende papegaai qua vaardigheden overeen kan komen met een kind van zes jaar. Om het maar even cru te plaatsen: een papegaai kan cognitief beter zijn dan een mentaal gehandicapte. Vanzelfsprekend zijn dit soort vermogens relatief en laat ik cruheid verder in het midden…
Onderzoek  dat duidt op een zelfbeeld bij dieren.
Zo gek is dat niet, maar ’t is wel iets waar u en ik maar weinig bij stilstaan. We beginnen bij  vissen ,  die een logisch redenerend vermogen blijken te hebben.
Een cichlide Een cichlide ( Een cichlide )

Als u ooit wel eens in een fysiek gevecht bent verwikkeld dan zult u vast wel weten dat u niet de grootste dreiging gaat uitzoeken. Als u de keuze heeft tussen een teddybeer en een grizzly dan is de kans groot dan teddy’s vel verkocht wordt. De cichlide, de vis die u hierboven op foto ziet, denk daar hetzelfde over. Mannetjesvissen gebruiken, net als de mens, een ver ontwikkelde vorm van logische redenatie om potentieële tegenstanders in te schatten. Door te kijken hoe andere mannetjes presteren tijdens een gevecht, beslissen zogenaamde cichliden bij welke opponent ze de grootste kans hebben om zegevierend naar huis te gaan. Dit type redeneren wordt onder meer geleerd door jonge kinderen. Ook is het aangetoond bij primaten en ratten, maar wetenschappers uit Californië zijn de eerste die het bij vissen hebben ontdekt. “Deze resultaten tonen aan dat vissen wel degelijk redeneren om te bepalen waar ze zich bevinden op de sociale ladder. En dat nog wel alleen door naar andere mannetjes te kijken,” aldus Russel Fernald. Cichliden klimmen in de sociale ladder door gevechten aan te gaan en van hun tegenstanders te winnen. Deze vissoort is uitgekozen omdat het gemakkelijk te bepalen is wie er verloren heeft. Bijna alle toeschouwers kozen de zwakste vis, degene die het meest verloren heeft. “Ons experiment wijst uit dat mannelijke cichliden hun kans op succes kunnen uitvogelen door louter observatie. Vanuit het evolutionaire oogpunt, bespaart de logica de vissen tijd en energie,” zo besluit Fernald “Deze resultaten tonen aan dat vissen wel degelijk redeneren om te bepalen waar ze zich bevinden op de sociale ladder. En dat nog wel alleen door naar andere mannetjes te kijken,” aldus deskundige Russel Fernald. °

Vissen nemen elkaar de maat.

30 01 2007

In the experiment, the Stanford team used a popular laboratory fish called Astatotilapia burtoni, one of many cichlid species that inhabit Lake Tanganyika in eastern Africa. A. burtoni males are extremely territorial and regularly engage in aggressive fights, the outcome of which determines who gets access to food and mates. (Image courtesy of Stanford University)
 °

Vissen hebben geen gevoelens en eigenlijk ook nauwelijks gedachten, was lang  het idee. Uit onderzoek van de Stanford Universiteit is nu gebleken dat vissen, in ieder geval mannetjes vissen , kunnen logisch  nadenken. Het gaat hier om een experiment in Afrika met ciclides, een visje met territoriumdrift. Astatotilapia burtoni. Die visjes zijn de hele dag bezig met vechten voor een hogere plek in de sociale rangorde. Het is dus handig voor hen te weten met wie ze moeten vechten om hogerop te komen. Een leuke bijkomstigheid is dat deze vissen als ze gaan vechten een zwarte streep op hun snuit hebben, die na het gevecht bij de verliezer tijdelijk verdwijnt. Dat is makkelijk turven voor de onderzoekers. Het experiment ging als volgt: één vis werd apart gezet en kon de gevechten tussen vijf andere vissen volgen. Uit al die gevechten kwam een rangorde. Onderzoekers vroegen zich af zou die eenzame vis nou weten hoe de sociale rangorde was als uitkomst van het gevecht? Ja dat wist hij, consequent zocht de vis als hij weer bij de andere was gevoegd zijn zwakkere concurent op. Die vis had dus aan observatie genoeg om te onthouden hoe de rangorde was en wat zijn plaats daarin zou zijn als hij mee gevochten had. °

Vissen  leiden geen pijn- en gedachteloos bestaan.
Door Peter Dupont
 °
Vissen, zo stelden Britse onderzoekers vast, leiden geen pijn- en gedachteloos bestaan.
Vissers  blijven het  steevast ontkennen, maar nu blijkt dat wetenschappelijk gegrond. 
Vissen hebben geen pietluttig kortetermijngeheugen maar herinneren zich alles tot drie jaar geleden, blijkt uit Brits onderzoek.
Erg intelligent zien ze er op het eerste gezicht misschien niet uit.Toch gaat er meer om in een vissenkop dan gedacht. Onderzoek wijst uit dat een vis zijn gedrag verandert door naar andere vissen te kijken, of door het verwerken van een nederlaag.
regenboogforel
°
Vis heeft eigen persoonlijkheid
Zo blijkt een stoere vis ineens een stuk minder dapper als hij een tijdje naar een schuchtere soortgenoot heeft gekeken, blijkt uit Brits onderzoek. Een vis heeft niet alleen een eigen persoonlijkheid, dit onderzoek toont aan dat vissen, net als mensen, door het leven zijn getekend.Dat dieren in karakter van elkaar verschillen is al lang bekend. Zo is de ene labrador heel anders dan de andere.
Ook de ene vis is duidelijk de andere niet, ontdekte Lynne Sneddon, onderzoekster aan de University of Liverpool.
Onder forellen bijvoorbeeld blijken er heel verschillende karakters te zijn.
Sommige individuen zijn dapper en nieuwsgierig, andere passief of terughoudend.
Die karakteristieken kunnen echter snel veranderen als ervaringen de vis leren hoe hij het best met zijn omgeving omgaat.
In elk geval helpt het sommige vissen om niet in elk aas te happen dat aan hun neus voorbijkomt.
De durvers blijven blijkbaar sneller hangen aan een vishaak.
Niet alleen benaderen en verorberen ze sneller onbekende prooien, ze eten ook meer om hun surplus aan actie te compenseren. Meer verlegen karakters houden zich ver van verdachte prooien.
Volgens Sneddon maakt haar onderzoek een eind aan de bestaande stereotypering van vissen.
“Vissen zijn niet stom, ze leren uit ervaring. Ze hebben ook geen pietluttig kortetermijngeheugen, maar herinneren zich alles tot drie jaar geleden. Biologen gaan er momenteel van uit dat vissen erg gevarieerd gedrag vertonen.”
Sneddons regenboogforellen zijn daar het voorbeeld van.
 “Sommige zijn actief, agressief, ondernemend en leren snel, andere houden zich liever gedeisd.”

De vissen blijken ook van elkaar te leren, zo meldt Sneddon in het vakblad  Proceedings of the Royal Society B,

Allereerst werden de vissen getest door een legoblokje in het aquarium te leggen. De ene vis ging binnen een paar minuten al op onderzoek uit, terwijl andere vissen tien minuten nodig hadden om zich over hun angst voor het vreemde blokje te zetten.Op deze manier werden de stoere en de verlegen forellen herkend.
Daarna werden de individuele vissen geconfronteerd met soortgenoten die groter of kleiner waren.
Uit het gevecht dat hierop volgde – forellen zijn erg territoriaal ingesteld – kon Sneddon veel leren.
Als een dappere vis een gevecht verliest, is hij daarna een stuk minder stoer. Verlegen vissen die een gevecht wonnen, werden juist stoerder. Het zijn dus net mensen: ook vissen ontwikkelen een persoonlijkheid aan de hand van de belangrijke momenten in hun leven.
Wat blijkt echter nog ?  ;
Verlegen vissen die geregeld een gevecht hadden gewonnen, waren later veel actiever en nieuwsgieriger bij een legobombardement.
Dappere vissen die geregeld hadden verloren, werden dan weer voorzichtiger.
°
In een tweede experiment konden de vissen een soortgenoot zien reageren op de legoblokjes.
Dappere vissen werden voorzichtiger na het observeren van een voorzichtige vis.
De lafbekjes bleven na observatie van een dappere vis even voorzichtig.
Sneddon denkt dat ze geen heil zien in het kopiëren van een dominante soortgenoot waar ze het toch nooit tegen kunnen halen
°
‘Dolfijn dommer dan goudvis’
Gepubliceerd op maandag 21 augustus 2006
Dolfijnen mogen niet langer worden gezien als slimste dier op aarde.Dit stelt een Zuid-Afrikaanse onderzoeker, zijn studie laat zien dat de dolfijn niet is opgewassen tegen een taak zo simpel dat een goudvis het wel kan.Paul Manger, de onderzoeker, gaat zelfs nog verder en stelt ook dat walvissen dommer zijn dan de gemiddelde goudvis. Volgens de wetenschapper is de belangrijkste functie van een groot brein eerder warm blijven in koud water, dan dat het een teken van intelligentie is.
°
Dolfijnenbrein
° De mens gaat er al jaren vanuit dat dolfijnen tot de slimste soort van het dierenrijk behoren, ook het formaat van de hersenen speelt hierbij een rol. Daarom ontmoette Manger nogal wat kritiek op zijn studie.
Hij is echter overtuigd van zijn gelijk: “Al jaren denken we dat een groot brein verband houdt met intellect. Daarom stellen we ook dat dolfijnen slim zijn. Waar we de fout ingaan is dat we niet beseffen dat er verschillende soorten hersenen zijn. Als je naar de structuur van een dolfijnenbrein kijkt, dan zie je dat het niet gemaakt is om informatie te verwerken”.Manger is als neuro-etholoog bijzonder geïnteresseerd in de evolutie van de hersenen. “Het probleem is dat mensen denken dat alle hersenen hetzelfde zijn. Dit is niet waar. In een dolfijnenbrein zit veel bindweefsel en maar weinig neuronen. Dit maakt de dolfijn ongeschikt om te denken, maar wel uiterst geschikt om als zoogdier de temperatuurverschillen van de oceanen te lijf te gaan.”
IJzersterk geheugen
° Dr. Lance Barrett-Lennard, hoofd van een van de grootste aquaria in Canada is het geheel oneens met Manger.
Hij laat de hersengrote buiten beschouwing en kijkt voornamelijk naar de praktijk. Hij vindt datdolfijnen allang hebben bewezen sociaal intelligente dieren te zijn die een netwerk aan contacten om zich heen verzamelen. Verder hebben ze een ijzersterk geheugen. Ze weten precies welk voedsel waar te vinden is.”Een dolfijn kan de hersenomvang van een walnoot hebben, maar het beest leidt een uiterst complex en sociaal leven. Ze weten precies wie hun vrienden zijn, dit binnen een hiërarchisch bestaan vol met loyale omgangsnormen.”
°
Doosje
° Manger laat weten dat zijn eigen studie naar het gedrag van dolfijnen alleen maar onderbouwend is voor zijn huidige denkbeelden, ook al weet hij dat hij tegen zere schenen schopt.“Als je welk beest dan ook in een doosje stopt, hij springt er altijd uit. Zelfs een goudvis waarvan de kom te vol is, gaat uiteindelijk proberen zijn leefomgeving te vergroten. Een dolfijn zou zoiets nooit doen. In de aquaria waar ze gehouden worden zit hooguit een rand van tien centimeter en het volgende aquarium begint alweer, toch springen ze er nooit uit. Waarom niet? Het komt gewoon niet op in hun simpele geest”.“Ze springen door hoepels omdat ze weten dat ze daarna gevoerd worden. Dit lijkt me meer het gedrag van een simpel roofdier in plaats van een belezen denker. De kunstjes die ze aanleren zegt iets over de intelligentie van de trainer, niet over die van het dier”.Links:
  • Wees eens lief voor de goudvis
  • Dolphin Research Center

    Vissen zijn slimmer dan we denken

    Dat sommige dieren, zoals de uil en de vos, een reputatie hebben slim te zijn is bekend. Maar van vissen hebben wij doorgaans geen hoge dunk. Ten onrechte, zo schrijft de Sunday Telegraph, want de goudvis blijkt bijzonder intelligent te reageren als hij zich bedreigd voelt.Stereotiep beeld Tot die conclusie komt dr. Mike Webster een bioloog die is verbonden aan de Schotse St. Andrews universiteit.
     “Veel mensen hebben een stereotiep beeld van een goudvis als een dier met een geheugen van drie seconden, maar daar klopt niets van” zegt hij.
     “Vele vissoorten zijn in staat tot dezelfde intellectuele prestaties als ratten of muizen.” ° Experimenten Webster ontdekte dat op grond van een aantal experimenten waarbij hij naging hoe kleine vissen erin slagen te ontsnappen aan grote en gevaarlijke soortgenoten. Wanneer een vis in een bad door middel van een doorzichtig plastic scherm werd gescheiden van zijn school en er geen gevaar dreigde, deed het dier zijn eigen zin. Maar als er in dat bad een gevaarlijke vis werd gezet, deed de kleine vis na wat de rest van de school deed om aan dat gevaar te ontsnappen.Sociaal leergedrag Een en ander bewijst volgens Webster dat de visjes vertrouwen op sociaal leergedrag en dat ze op basis daarvan beslissingen nemen om te overleven. En dergelijk “sociaal leren”, aldus de bioloog, wordt normaal gesproken beschouwd als een menselijke eigenschap.
    (belga/tdb)
    31/08/08
°

Zelfbeeld herkennen? Hoe valt eigenlijk te zeggen of mens of dier een zelfbeeld heeft? Eén van de mogelijke signalen is zelfherkenning. Als u in een reflecterend object kijkt, men neme een spiegel, en u heeft geen flauw idee wie die dame of kerel is die zo dom staat te kijken, dan is de kans groot dat het matig met uw zelfbeeld is gesteld. Aziatische olifanten zouden het in dat geval stukken beter doen. De mastodonten weten zichzelf namelijk prima te herkennen, blijkt uit een onderzoek op drie olifantenwijfjes uit de Bronx zoo van New York. Een PDF van de studie vindt u via deze link. Vanzelfsprekend zijn het niet alleen olifanten die tekenen van een zelfbeeld vertonen. Ook Dolfijnen, mensapen (het kon uw buurman zijn) en andere onderzochte vissen vertonen hetzelfde patroon. Dumbo geen dombo De pratende olifantZelfbeeld hebben, dus begrip van de omgeving, betekent ook communicatie. De huisdierenliefhebber zal weten dat katten, honden of vogels met elkaar ‘praten’. Het gaat natuurlijk om (voor ons) onverstaanbare klanken, maar dat maakt het niet minder een taal. Daar houdt het echter niet bij op. Wat dacht u van een olifant die echt kan praten, in mensentaal? Een Zuid-Koreaanse dikhuid was de eerste waarvan dit officieel werd geregistreerd. U ziet het bewuste dier links op foto.


 ….In Zuid-Korea is een olifant gaan praten. Goed, nee, zitten en omdraaien zijn enkele van de acht Koreaanse woorden die Kosik, een 16-jarige Aziatische olifant, kan zeggen. De mannelijke dikhuid uit de dierentuin van Everland, het grootste amusementspark van Zuid-Korea, begon twee jaar geleden al menselijke klanken uit te stoten. De olifant doet dat door zijn slurf in zijn bek te stoppen en die tijdens het uitademen heen en weer te schudden. De directie bracht het nieuws over de pratende olifant niet eerder naar buiten uit angst dat het belachelijk gemaakt zou worden, meldde de krant The Hankyoreh vrijdag. Een hoogleraar bevestigde onlangs echter dat de klanken van het dier bijna helemaal overeenkomen met de stem van zijn verzorger, die Kosik al tien jaar begeleidt. Deskundigen hadden al geaccepteerd dat olifanten geluiden kunnen na-apen, nadat was gebleken dat een Keniaanse olifant het geluid van een vrachtwagen kon nadoen. Kosik is volgens de dierentuin ten zuiden van Seoul echter ’s werelds eerste olifant die de stem van een mens imiteert. Wetenschappers weten nog niet of de olifant ook begrijpt wat hij zegt. ”


De truckende Keniaanse olifant ( De truckende Keniaanse olifant ) °

Olifanten kunnen beter tellen dan mensen

Olifanten kunnen beter tellen dan mensen. Dat blijkt verrassend uit een Japans onderzoek waarbij tientonners uit de zoo van Tokio deelnamen aan een wiskundig experiment.Chinese vrijwilligers gooiden voor de ogen van de olifanten tegelijk appels in een mand, soms wel drie of vier tegelijk. Vervolgens was het benieuwd afwachten of de dieren er de mand met het meeste fruit zouden uitpikken. En jawel, in 74 procent van de gevallen gebeurde dat. De Aziatische olifant Ashya haalde zelfs een verbluffende 87 procent.Het experiment werd gefilmd, zodat mensen even later precies dezelfde test onder ogen kregen.
En wat bleek?
Zij haalden amper een scoringspercentage van 67 procent. “Het was best een moeilijke test”, geeft onderzoekster Naoko Irie toe. “Zelfs ik raakte in de war toen ik de appels in de mand liet vallen.” (svm)
22/08/08
Het  zijn natuurlijk   anecdotische gegevens  / er zal wel heel wat variatie bestaan  in deze vermogens  (zowel bij mensen als bij olifanten  )
bronnen  ;

 °

Onze rekenvaardigheid  is  aangeboren Iedereen kan tellen voor hij kan spreken Je hoeft geen getallen te leren benoemen  om te kunnen tellen. Dat blijkt uit een Britse studie naar de wiskundige prestaties van Aboriginal-kinderen die alleen woorden kennen voor de hoeveelheden ‘één’, ‘twee’ en ‘veel’. We zien de wereld al van bij onze geboorte in aantallen, net zoals we de wereld meteen in kleuren waarnemen. Zelfs wie een taal spreekt waarin geen woorden voor getallen bestaan, kan rekenen. Britse en Australische wetenschappers onderzochten het rekentalent van 45 Australische kinderen tussen vier en zeven jaar. De ene helft woonde in afgelegen gebieden en sprak Warlpiri of Anindilyakawa, Aboriginaltalen waarin maar een beperkt aantal woorden voor getallen bestaan. De andere helft woonde in Melbourne en sprak Engels. De onderzoekers van het University College in Londen waren benieuwd of de kinderen van inheemse Australische stammen ondanks hun beperkte taal de betekenis van grote hoeveelheden begrepen. Ook Veel  bantu talen hebben ook geen woorden voor getallen. Maar een mtu weet heel precies hoeveel geld hij terug moet krijgen als hij betaalt. De waSuahili hadden wegens hun handel met arabische kooplieden getallen nodig, en in hun taal, kiSuahili, heeft dan ook voor de ontbrekende getallen de arabische woorden geannexeerd.  De meeste bantu talen hebben ook alleen woorden voor rood, zwart en wit. Maar ze zijn niet kleurenblind. Andere kleuren worden omschreven als ‘kleur als gras’, ‘kleur als zee’ enz. Tegenwoordig worden meestal de engelse woorden gebruikt: bulu, grini enz. Relatie Het onderzoek vond plaats, omdat sommige wetenschappers geloven dat er een relatie bestaat tussen taal en wiskundig vermogen van mensen. Als iemand het woord ‘vijf ‘ niet kent, kan diegene ook geen vijf voorwerpen tellen in gedachten, zo luidt hun theorie. Die stelling is op zich aannemelijk. Zo is het voor de meeste mensen erg moeilijk om in 챕챕n oogopslag (dus zonder getallen te gebruiken) te bepalen welk aantal groter is: XXXXXXX of XXXXXXXXX. Toch is het mogelijk om het onderscheid te maken zonder de woorden voor getallen te kennen, zo bewezen de Aboriginal-kinderen. De resultaten zijn deze week gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS.
Ze lieten kinderen uit beide groepen  een aantal voorwerpen zien die op een mat lagen en vroegen hen het aantal te kopiëren. Dit lukte beide groepen foutloos. Vervolgens werd de hoeveelheid voorwerpen uit het zicht van de kinderen uitgebreid en stelden de onderzoekers dezelfde vraag. Opnieuw lukte het alle kinderen de opdracht correct uit te voeren. Bij de meest ingewikkelde opdracht sloegen de onderzoekers twee stokken een aantal keer tegen elkaar en moesten de proefpersoontjes een overeenkomend aantal voorwerpen aanduiden. Ook dat vormde voor beide groepen geen enkel probleem. Tijdens hun experimenten legden ze bijvoorbeeld vijf muntjes op tafel. Daarna bedekten ze de muntjes en vroegen ze de kinderen om zelf een even grote hoeveelheid munten neer te leggen. Dat bleek geen enkel probleem voor de proefpersonen, die vier tot zeven jaar oud waren. Geluiden “Het overtuigendste resultaat kwam uit een test waarbij de kinderen een aantal geluiden te horen kregen en daarna een gelijk aantal kralen op een telraam moesten verschuiven”, verklaarde hoofdonderzoeker Brian Butterworth tegenover Discovery. “Het is onmogelijk om dat te doen met visueel geheugen. De kinderen moeten op dat moment in hun hoofd een mentaal beeld oproepen van het getal.” Volgens Butterworth bewijst zijn studie dat het vermogen om te tellen is in de genen van de mens zit. Volgens de onderzoekers bewijst de test ook  dat woorden voor getallen niet noodzakelijk zijn om te kunnen tellen  . “We moeten af van de gedachte dat we woorden nodig hebben om getallen en simpele sommen te beschrijven. De prestaties van de Aboriginal-kinderen suggereren dat we een aangeboren systeem hebben om getallen te herkennen en weer te geven.” Toch zijn er uitzonderingen. Van kinderen met dyscalculie bijvoorbeeld zijn er aanwijzingen dat hun rekenstoornis aangeboren is, dus dat ze al van bij hun geboorte moeite hebben met rekenen. bronnen  Eos /Vermogen om te tellen lijkt aangeboren (c) NU.nl/Dennis Rijnvis large-486047

Als ik het artikel lees dan zie ik geen bewijs dat tellen aangeboren is : Het experiment met de muntjes kan je ook verklaren met visueel geheugen en het daarna reproduceren van het onthouden plaatje, het experiment met de geluiden kan je verklaren met audiotief geheugen en het daarna afspelen van het ‘deuntje’ en voor iedere toon een kraaltje geven. Maar misschien dat het orginele onderzoek de conclusie beter onderbouwt  ? 

°
De mens is niks bijzonders   II
°
Communicatie  ?  is zeker niet zeldzaam bij dieren en van verschillende soorten is duidelijk dat ze redelijk gecompliceerde boodschappen aan elkaar door kunnen geven. Toegegeven, het zullen nooit Shakespeares worden, maar het begin is er, dus ook hier kunnen we niet van een principieel verschil spreken. ° Hersenen en intelligentie dan.
Tja, toen bleek dat niet alleen dolfijnen, maar ook vrouwen relatief meer hersenen hadden dan mannen, kon dat criterium ook niet meer gebruikt worden. Het moest gaan om de kwaliteit, niet om de kwantiteit. Afgaande op de uitspraken en meningen van heel veel mensen, denk ik dat we over de kwaliteit maar niet al te optimistisch moeten zijn.
Bovendien, hoe meet je de intelligentie van dieren? (2)
Neem het volgende citaat van Douglas Adams uit zijn boek Hitchhikers guide to the galaxy eens in overweging:
Mensen achtten zichzelf veel intelligenter dan dolfijnen omdat ze Manhattan gebouwd hadden, naar de maan geweest waren en zowel geld als buskruit hadden uitgevonden, terwijl de dolfijnen alleen maar ronddartelden in zee. Dolfijnen achtten zichzelf veel intelligenter dan mensen vanwege precies dezelfde redenen.Enige bescheidenheid zou ons niet misstaan
Opmerking  1;-
Vermoedelijk berust   het graag aangehangen    menselijke  superioriteitsgevoel   op een  zeer wankele basis   .
Immers  ….de rationele verklaringen die we voor ons eigen gedrag plegen aan te voeren zijn meestal  niet meer dan achterafredeneringen over autonome processen in het onbewuste die beslissingen voor ons maken.
(2)(Mr.Opinie )  Je kunt intelligentie  pas goed beoordelen als er  taal aanwezig is   en om taal te ontwikkelen heb je intelligentie nodig.
Mijn hypothese is dat mannen wellicht steeds ingewikkeldere liedjes moesten zingen om een vrouw te krijgen (een beetje als de zingende  bultrugwalvissen). Op die manier kunnen intelligentie en taal zich hand in hand ontwikkelen.En echt, sexuele selectie is heel direct, het kan haast niet directer. je kunt nog zo’n goede jager en verzamelaar zijn, als de vrouwen je niet zien staan, geef je je genen niet door.
°
Wat is er zo  speciaal en uniek  aan de mens ?    
°De oorsprong van het “denken” ? Samenvatting presentatie van:  Marcel Roele  Sociobioloog en wetenschapsjournalist  NVRD Jaarcongres ‘Cogito Ergo Sum. Ik denk dus ik besta.’ Nijmegen 25 november 2004
°

Ze vreten energie en produceren enorme hoeveelheden afval: hersenen. Bij een mens meteen gemiddeld denk- en bewegingspatroon gaat een kwart van de calorieën en andere voedingsstoffen naar het brein. Bij een hond is dat maar tien procent en bij een lancetvisje nul procent. Zo’n duur orgaan als het menselijk brein kan in de natuurlijke selectie alleen ontstaan als het nut heeft. Als je de film van drie miljard jaar evolutie versneld afspeelt, zie je een race naar hogere  intelligentie. Een zeekomkommer heeft geen zenuwstelsel – laat staan hersenen – maar alleen een rijtje zenuwcellen (neuronen), waaronder eentje om de kieuw in te trekken,eentje voor onaangename en een andere voor onaangename sensaties. Een lancetvisje heeft een zenuwstreng met een paar honderd neuronen die eindigt in een knopje.  Het beest heeft geen kop, ogen of ledematen. Een mier heeft dat allemaal wel en bezit zo’n 50 duizend neuronen.  ° De octopus is de intellectueel onder de ongewervelde dieren met 170 miljoen neuronen. De mens bezit er zo’n 100 miljard. Verder zitten in onze hersenpan zo’n 900 miljard gliacellen. Zij zijn de butlers van de denkende cellen. Ze schuiven een fauteuil aan waarin de neuronen zich kunnen nestelen(bij mensen met multiple sclerose wordt die stoel weggevreten, waardoor verlammingen ontstaan), brengen berichtjes, eten en drinken op een presenteerblaadje en voeren het afval af. Het serieuze denkwerk verrichten we met de neocortex – een hersendeel dat eigenlijk  alleen bij zoogdieren en vogels tot ontwikkeling is gekomen. Bij een relatief dom zoogdier zoals de egel bestaat 16 procent van de hersenen uit neocortex; bij de mens 80 procent. Er zijn dieren met een groter brein dan de mens; een olifant bijvoorbeeld heeft zes kilo hersenen en een mens krap drie pond. Maar grote beesten hebben altijd extra hersenen nodig om het grote lijf te besturen en overal gevoel te hebben. Er is een formule om te corrigeren voor lichaamsgrootte en te beoordelen of een soort relatief veel hersenen heeft – die heet het encephalisatie quotient (EQ). Een miereneter scoort dan 0,5; een hond1; een olifant krap 2; een chimpansee 3 en een mens ruim 4. Tegenwoordig heeft het gemiddelde zoogdier een EQ van 1, maar 65 miljoen jaar geleden was dat 0,3. Niet alleen wij zijn slimmer dan onze verre voorouders, maar bijna alle moderne beesten. Een nieuwe soort kan alleen een plaatsje verwerven in de natuur als ze innovatief is en dat betekent heel vaak dat ze ook slimmer is dan oude soorten.Maar het is geen wet van Meden en Perzen dat een nieuwe soort slimmer is dan haarvoorgangers. De verre voorouders van onze lintworm moesten in de boze buitenwereldoverleven en daar hadden ze een (weliswaar heel primitief) breintje voor nodig. In onze darmen hoeven ze niet te denken en daarom hebben ze letterlijk hun verstand verloren. IN de natuurlijke selectie wordt alles wat overbodig is weggegooid. Dat kan zelfs in de loop van een dierenleven gebeuren. Jonge zeepoliepen zwerven en hebben een pak neuronen nodig om te overleven. Volwassen hechten zich aan een steen en filteren de rest van hun leven het voorbijstromend zeewater. Een brein is niet meer nuttig als je eenmaal gesettledbent. Ze gooien hun hersenen niet weg; dat zou zonde zijn. Ze eten ze op.Mensen verliezen in de loop van hun leven ook heel wat hersencellen, maar paradoxaal genoeg maakt ze dat alleen maar slimmer. Enkele jaren voor het uitbreken van de puberteit begint een golfbeweging van de achterhoofd naar het voorhoofd waarbij‘overbodige’ hersencellen afsterven. Dit proces beperkt de plooibaarheid van het brein(het bemoeilijkt bijvoorbeeld het vloeiend leren spreken van een nieuwe taal), maar zorgt ook voor een meer gestructureerde denkwijze. Midden in de puberteit vinden sloopwerkzaamheden plaats in het meest beschaafde deel van de menselijke hersenen, de prefrontale cortex, wat er (samen met de gierende geslachtshormonen) sterk toe bijdraagt dat pubers zo lastig zijn.  Sommige van hun hersendelen zijn tijdelijk gesloten wegens verbouwing. Als het volwassen brein eenmaal klaar is, sterven hersencellen geleidelijk af door aftakeling. Zolang als de mens niet zo oud wordt als Methusalem blijven er echter voldoende cellen over om de intelligentie op peil te houden. Mits de Alzheimer niettoeslaat, want dan wordt het brein vrijwel op dezelfde manier afgebroken als het ooit is opgebouwd. In de eerste vijf levensjaren nemen het aantal neuronen en het aantal verbindingen tussende neuronen alleen maar toe. Langzaam rijpen het cerebellum en de basale ganglia – die we gebruiken voor ingewikkelde motorische handelingen, zoals veters of een stropdas strikken, zonder dat we nou precies uit kunnen leggen hoe we die uitvoeren. De gebieden van Broca en Wernicke komen tot wasdom en daardoor leren we spreken. De hippocampus gaat pas echt goed werken als we een jaar of vier zijn; daardoor hebben we geen bewuste herinneringen aan onze vroegste kindertijd. Vervolgens komt er communicatie tussen de hippocampus en de prefrontale cortex tot stand en dat is cruciaal. Iedere gazelle kan leren dat een leeuw gevaarlijk is en dat in gindse doornstruik vaak een luipaard loert, maar een kleuter kan bovendien onthouden wanneer hij een leeuw of  luipaard heeft gezien en hoe hij heeft geleerd dat die beesten gevaarlijk zijn. En hij kan dat zelfs onder woorden brengen. Het menselijk bewustzijn is geboren. Cogito ergo sum, zei René Descartes – ik denk dus ik ben. En daarmee bedoelde hij het bewuste denken. Daar doen we niet zoveel aan: 99 procent van de processen in onze hersenen is onbewust. Niet alleen de regulatie van lichamelijke processen zoals de spijsvertering en de hartslag, maar ook aangeleerde automatismen, zoals autorijden, voetballen, tennissen, piano spelen enzovoort. Het bewustzijn kan hooguit vooraf een voornemen formuleren. “Ik ga op de backhand van de tegenstander spelen,” bijvoorbeeld.  Op het moment dat de bal op je afkomt, moet je zo snel reageren dat het bewustzijn dan niet meer in actie kan komen. Het inschakelen van het bewustzijn verloopt namelijk tamelijk traag: het kost een achtste van een seconde. We zien ons bewustzijn graag als de manager van onze hersenen die alle belangrijkebesluiten neemt. Maar het bewustzijn is meer de woordvoerder van een Poolse landdag  van hersendelen. Dehypothalamus en hypofyse vertolken onderbuikgevoelens van woede, angst of verliefdheid. Een coalitie van amygdala en prefrontale lob maant tot voorzichtigheid en trouw aan onze commitments, vrienden en partners. Derechterhersenhelft is doorgaans wat pessimistischer dan de linker. Het bewustzijn heeft de taak het besluit onder woorden te brengen.Het bewustzijn is er niet om ons inzicht te verschaffen in onze denkprocessen ofbeweegredenen; het is er om anderen te overtuigen – het is the great communicator. Mensapen, dolfijnen en olifanten hebben een rudimentair bewustzijn: ze weten dat ze sterfelijk zijn en herkennen zichzelf in de spiegel bijvoorbeeld. Veel dieren hebben een primitieve taal waarmee ze hun emoties uiten en elkaar waarschuwen voor gevaar of naar voedselbronnen lokken. Chimpansees doen hun jongen voor hoe ze met een steen noten moeten kraken en vouwen de vingers van het kind op de juiste manier om de steen. Wij mensen hebben onze hersenen verder ontwikkeld om elkaar een hele mondelinge gebruiksaanwijzing te geven – van een werktuig, maar bijvoorbeeld ook van de manier waarop je het beste kunt samenwerken aan een bepaalde taak. Wij zijn de enige dieren die onderwijzen en vergaderen. Ons bewustzijn maakt ons tot onderdeel van een collectief brein dat gedachten en uitvindingen van eeuwen geleden onthoudt en innovaties pijlsnel doet circuleren. De meest opvallende prestatie van dat collectieve brein is dat wij mensen de natuurlijke kringloop hebben doorbroken. De leeuwen in de Serengeti zijn gemaakt van dode gazellen, de gazelen van gras en het gras van de poep en karkassen van leeuwen en gazellen. De natuur bepaalt het tempo van de kringloop en hoeveel gras, gazellen en leeuwen er zijn. Als wij deel uit zouden maken van zo’n kringloop, zouden er in heel Nederland maar een paar duizend mensen kunnen leven. Onze samenleving bestaat doordat het collectieve brein heeft geleerd om in een onnatuurlijk tempo voedsel, kleding, gebruiksvoorwerpen enzovoort te produceren. Tot het moment waarop we hebben uitgevonden hoe de resten van al die producten in een even onnatuurlijk hoog tempo weer in de kringloop worden opgenomen, zitten wij met afval. Het voorlopig resultaat van de evolutie van het menselijk bewustzijn is niet zelfkennis; het is afval.

°
Intelligentie bij dieren

Zelfbewustzijn

Natuurlijk volgt een kip geen cursussen in het hoenderhok. En natuurlijk houdt een aap geen voordracht over bomenklimmen. Maar toch zijn dieren niet dom. Ze kunnen eenvoudige problemen oplossen, zelfs talen aanleren.
Dieren kunnen  communiceren
moederstem  Terwijl een wilde eendenmoeder haar legsel uitbroedt, praat ze al tegen haar nog in het ei zittend kroost – en ze praten terug. Ze begint het gesprek ongeveer 17 tot 19 dagen nadat ze haar eieren heeft gelegd, juist wanneer het embryokuiken zijn kop in de luchtkamer aan het uiteinde van het ei steekt. De jongen leren zo al enige tijd voor het uitkomen de eendenroep van hun eigen soort en, wat belangrijker is, de stem van hun moeder te herkennen. Direct na het verlaten van het ei reageren ze dus al op haar roep.
Deze les is belangrijk, want eendenkuikens blijven niet in een beschermd nest, maar moeten al direct op pad achter hun moeder aan. Om niet te verdwalen of ten prooi te vallen aan altijd op de loer liggende roofvijanden, moeten ze weten hoe ze hun moeder snel kunnen vinden. Geluid is hier de oplossing en het stemgeluid van hun moeder overstemt alles. Het geluid van de moeder is zelfs nog belangrijker dan hoe ze eruit ziet.
Dolfijnen kunnen een bepaalde spraakkunst aanleren. Zij kunnen bijvoorbeeld het verschil leren tussen de zinnen ‘Breng de rode frisbee bij het mandje’ en ‘Breng het mandje bij de rode frisbee’.
En mensapen kunnen gebarentaal aanleren en ermee ‘praten’.
Papegaai Alex kon 50 voorwerpen herkennen en benoemen. En ook zeven kleuren en vijf verschillende vormen.
Hij kon tot zes tellen en begrippen als ‘gelijk-verschillend’, ‘groter-kleiner’ en ‘geen enkel’ uit elkaar houden. Daarom noemde men  Alex makkelijk een ‘slimme’ papegaai. En wat te denken (met ons brein) van sommige dieren die zonder problemen hun weg terugvinden?
Ze kijken niet op de kaarten, maar ‘lezen’ wel de sterren en de zon. Of ze ‘voelen’ de weg via het magneetveld van de aarde.
Nog andere dieren ruiken de weg of maken van hun omgeving in hun brein zelf een soort landkaart, die ze de volgende keer dan kunnen gebruiken…
 
Bonobo’s (mensapen)
proberen zo stil mogelijk over de grond te bewegen. Om de roofdieren niet op te schrikken. En ze leggen zelf wegwijzers aan. Door twijgjes van planten van een bepaalde soort af te knijpen en ze als een wegwijzer net voor of na een kruispunt in het oerwoud neer te leggen. Bonobo’s schijnen ook een bepaald gevoel voor humor te hebben.
Practical jokes en dat soort dingen.
Volgens mij gaat er meer in dat Bonobo brein om dan wij ons voorstellen.
Dieren ‘leren’ ook heel snel van elkaar. 
Als één dier plots iets ‘heel slims’ heeft ontdekt, doen de andere het meteen na.
Zo bijvoorbeeld ;  Mezen onderzoeken graag nieuwe voedselbronnen en leren van elkaar nieuwe manieren om voedsel te vinden. Zo bleken Koolmezen en Pimpelmezen in 1950 in Groot-Brittannië van elkaar te leren hoe ze de dop van de melkflessen konden open prikken,
Blue tit and milk bottle
Britse melkboeren  stonden  in 1950  voor een raadsel.
Ze zetten ’s morgens vroeg volle melkflessen op de stoep van hun klanten. Maar die vonden hun flessen met kapotte doppen en een stukje ‘leeggedronken’. De daders werden ontdekt: het waren staartmezen. (pimpelmezen )
Eén van hen was er in geslaagd om de dop van een fles los te peuteren om de bovendrijvende room op te drinken.
°

Blue tits, pictured, are said to have a collective consciousness.

Blue tits are said to have a collective consciousness. Birds in the UK taught themselves to break into milk bottles and drink the cream from the top, pictured. Similar groups of the same species exhibited the same skills in other countries throughout Europe and Asia. This was despite the groups never meeting

Read more: http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-2509971/Are-PSYCHIC-Scientists-believe-animals–including-humans–collective-consciousness.html#ixzz2yiRTpCJy

En de andere mezen ( ook van andere soorten ) uit de buurt hadden dat trucje ook snel aangeleerd. Om in leven te blijven moeten de dieren zich soms van hun ‘slimste’ kant laten zien om bij voedsel te kunnen komen.
R Sheldrake geeft natuurlijk  een andere  overbodige  pseudo-wetenschappelijke   “verklaring”  net zoals dat  geval  met de aardappel-etende   japanse makaken
°
A similar phenomenon was observed among Japanese macaques learning to wash sweet potatoes, pictured,
Deze Japanse makaak heeft geleerd een zoete aardappel eerst te wassen
About half a century ago, a juvenile Japanese macaque developed sweet-potato washing on the island of Koshima. The habit spread to the rest of the population. None of these monkeys is still alive today, but their descendants are still washing potatoes.

http://www.nature.com/nature/journal/v399/n6737/full/399635a0.html

Het is  ondertussen   meteen ook  duidelijk geworden dat dit leervermogen ook de basis  vormt  van “cultuur”  overdracht

Koolmees jaagt in noodgevallen op vleermuizen’ http://www.vogelwerkgroepneede.nl/zangvogels/koolmees.htmhttp://www.suyderoogh.nl/t10001.htm  This pipistrelle bat has had its head pecked open by a great tit (Image: Péter Estók) This pipistrelle bat has had its head pecked open by a great tit (Image: Péter Estók) VIDEO http://brightcove.newscientist.com/services/player/bcpid1873822884?bctid=37869012001 9 september 2009  – Koolmezen(Parus major) jagen in periodes van voedselschaarste op vleermuizen die een winterslaap houden. Dat hebben wetenschappers ontdekt in Hongarije Onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Ornithologie observeerden twee winters lang het gedrag van koolmezen in het Bükk-gebergte in Hongarije. Ze merkten dat de vogels in periodes van voedselschaarste doelbewust zochten naar vleermuizen die een winterslaap hielden in een grot. In totaal waren de onderzoekers getuige van 18 gevallen waarbij een vleermuis werd gedood en opgegeten door koolmezen. Ook werden er lijkjes van vleermuizen gevonden met sporen van vogelsnavels.

Sneeuw

De resultaten van de studie zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Biology Letters. Normaal gesproken eten koolmezen alleen zaden en nootjes of kleine insecten zoals spinnen en rupsen. Bij sneeuwval in de winter kunnen ze dat voedsel echter veel moeilijker vinden. Om die reden gaan de dieren waarschijnlijk op vleermuizenjacht.

Geluiden

De koolmezen sporen de vleermuizen volgens de onderzoekers op door te luisteren naar de geluiden die uit grotten komen. Vervolgens vliegen de dieren een grot in om ongeveer tien minuten later weer naar buiten te komen met een vleermuis in hun snavel. Overigens eten koolmezen alleen vleermuizen van de kleinste soort, de Pipistrellus.pipistrellus)

Geen agressie

Toen de onderzoekers de hongerige koolmezen wat extra voedsel gaven, staakten de dieren hun vleermuizenjacht. “Het heeft niets met agressie te maken”, aldus hoofdonderzoeker Péter Estok in de Britse krant The Times“Het is puur een manier om te overleven. De vogels willen gewoon de winter doorkomen.” en  het gaat  ( volgens jerry Coyne ) ” waarschijnlijk ” om aangeleerd gedrag :het zou een lokale  hongaarse “koolmees”vinding en  doorgegeven” cultuur  “kunnen zijn  .  ….Maar dat is nog niet bewezen  © NU.nl/Dennis Rijnvis

Interessant is te bepalen in hoeverre een dier bewust is van zichzelf.
Spiegeltje
1198gallup2
Tijdens de  klassieke   “Gallup dye test ”  bracht men op de kop van een ( in slaap gebrachte ) chimpansee een felgekleurde verfstip aan. Toen het dier ontwaakte, zette  men het bij  een spiegel. Zonder aarzeling keek de chimpansee in de spiegel, bracht zijn hand naar zijn kop en begon de verf weg te krabben. Dit toonde aan dat de mensaap het verschil zag tussen zichzelf en andere individuen, met andere woorden, dat hij zich bewust was van zichzelf. Primitieve apen slaagden hier niet in. In plaats daarvan dreigden ze tegen hun spiegelbeeld of keken er zelfs achter, op zoek naar hun ‘rivaal’ die zich volgens hen aan de andere kant moest bevinden.
 
beslissingen nemen ?
Waarom zou een groep zebra’sdicht bij elkaar gaan staan als er gevaar dreigt ? Misschien bedoelt deze vraag   of dieren een bewuste keuze   maken voor iets?
Bij het zebra voorbeeld denk ik niet dat een zebra de beslissing maakt om bij de andere zebra’s te gaan staan, omdat dat misschien veiliger zou kunnen zijn. Het ligt in zijn aard (oftewel: het is een aangeboren reflex) om zo te handelen. onder die omstandigheden
Ibionieuws van 13 februari van 2004. 
zegt  dat wij mensen de intelligentie van dieren overschatten. Een paar voorbeelden van dieren en hun (volgens dit artikel) schijnbare intelligentie. (De schrijvers van dit artikel hebben onderzoek gedaan mbv computersimulatie: )Mieren:
een colonne mieren ‘kiest’ heel efficient voor de dichst bij het nest gelegen voedselbron, hoewel er in de buurt ook andere bronnen zijn die verkenners ontdekt hebben.
Zo lijkt het net of dat de mieren ruimtelijk inzicht hebben en collectief beslissingen kunnen nemen. Maar volgens de computersimulatie werkt dit heel anders. Mieren laten minieme hoeveelheid feromonen achter. Dit spoor werkt als positieve feedback omdat zij een voorkeur hebben voor een sterk feromoonspoor. Een dichtbij gelegen voedselbron krijgt zo automatisch de voorkeur.

intermezzo


Moelijker word het  bij de observatie  van het gedrag van  een karavaanmier-kolonie : het geheel (dat geen nest bewoond ) maar  bestaat uit een  onbeschermd ( maar dodelijk agressief ) kluwen levende individuen  vertoont als geheel een zeer speciale vorm van intelligentie —> ZWERMINTELLIGENTIE waardoor de zwerm reageert als een enkel intelligent organisme ….
”  God is nothing else but the “Swarm Intelligence” ina large men-nest ( compare it to caravan– ants colonnes ” )

een school vissen in zee: 
Een school vissen zwemt en wendt perfect synchroon, waarbij de vissendichtheid voorin het grootst is. De onderzoekers probeerden zich voor te stellen hoe die structuur ontstaat en hielden zich aan 3 regels: 1) bots niet met de vissen dichtbij je. 2) zorg dat je dezelfde kant opgaaat als vissen op middelgrote afstand. 3) zorg dat je naar andere vissen toegaat als je alleen zwemt.
De simulatie van een school vissen bleek er precies zo uit te zien als een echte school.
De hogere dichtheid voorin ontstaat doordat de voorste vissen geen soortgenoten als richtpunt hebben en daardoor heen en weer zwenken.
Vissen erachter zwemmen iets harder waardoor een ‘file’ ontstaat.
bij een groep intelligente primaten bleek het ook te werken: ze deden onderzoek naar de vrouwelijke dominantie bij bonobo’s: de dominante vrouwtjes zitten altijd in het midden de minst dominante helemaal aan de buitenkant. dit komt volgens deze onderzoekers niet persee door een aangeboren centripetaal instinct (dieren willen veilig in het midden zitten) maar doordat verliezers van gevechten het vaakst worden weggejaagd en aan de rand van de groep belanden. de meest dominante blijven over in het centrum. Dieren van dezelfde rangorde strijden door nabijheid het vaakst met elkaar waardoor deze structuur in stand blijft
Volgens Hemelrijk (de onderzoeker) zal niet alleen deze theorie het complexe gedrag verklaren maar wordt er bij andere onderzoeken te complex gedacht en te  weinig rekening gehouden met omgevingsfactoren.
Maar nu vraag ik mij af dat als deze meneer Hemelrijk gelijk heeft met zijn theorie wat dan het nut is van deze structuren.  waarom komen bijvoorbeeld de dominante bonobo’s in het midden terecht als zij niet beseffen dat het midden veilig is.
Als zij dit niet beseffen dan zou het ook niet uitmaken dat de minder dominante bonobo’s aan de rand zitten, en dan is de rangorde ook helemaal niet voor niets. En als de rangorde niet voor niets is waarom zouden deze dieren dan met elkaar vechten om een betere positie binnen de groep?Want als jij niet kan denken en geen bewustzijn hebt wat maakt het jou dan uit of jij populair bent of niet?Je hoort vaak dat de karakters van dieren van de zelfde soort van elkaar verschillen, dat er binnen een groep dominante en minder dominante dieren leven. Maar als deze dieren geen bewustzijn hebben en niet kunnen denken, waarom is het ene dier dan dominant en het andere minder dominant. Als dieren niet kunnen denken, waarom zijn de karakters van dieren binnen een groep dan zo verschillend?
Dieren kunnen denken.
Apen zijn bijvoorbeeld in staat om indirect dingen te bereiken. Wanneer ze niet bij een banaan kunnen komen, omdat deze te hoog aan een touwtje hangt, kunnen ze bedenken dat als ze er dingen onder leggen (of op elkaars schouders gaan staan) ze er wel bij kunnen. Dit getuigt duidelijk van een bewust gemaakte beslissing.
Kortom: ik denk dat er (veel) dieren zijn die enkel instinctief handelen, maar dat er toch ook wel dieren zijn die wel degelijk actief denken. Of ze zelfbewust zijn weet ik niet, maar ze kunnen toch wel degelijk denken. Ze hebben die hersens niet alleen om op automatische  piloot alles te doen wat ze doen
Geheugen
Het is zonder meer bekend dat zonder geheugen geen enkele  processing van gegevens mentaal mogelijk is ( tenzij een  ingebouwde  hardwired reflex ) : Ook de kracht van een computer is volledig afhankelijk van zijn  geheugencapaciteit …
Met geheugen bedoelt men over het algemeen het vermogen eerder opgedane informatie of geleerd gedrag terug te roepen of uit te voeren. Er zijn drie typen: direct geheugen ; waarbij informatie slechts enkele duizendsten van seconden wordt vastgehouden; korte-duurgeheugen :waarbij een beperkte hoeveelheid informatie enkele minuten wordt opgeslagen; lange-duurgeheugen :waarbij essentiele informatie voor lange tijd wordt opgeslagen.
Sommige dieren hebben een opmerkelijk goed geheugen, waaronder de honderden soorten sluipwespen die over de gehele wereld voorkomen. Bij een experiment werd een kring van denappels rond de toegang tot het nest van een graafwespvrouwtje aangebracht, terwijl zij binnen was.
Toen ze naar buiten kwam, vloog de wesp rond in de directe omgeving, waarbij ze kennelijk de plaats van de denappels controleerde. Terwijl ze weg was, werden de denappels verplaatst naar de plek links van het hol. Toen ze terugkwam, vloog de wesp recht naar het midden van de verplaatste appels.
Ze herinnerde zich dat de nestingang zich in het midden van de denappels bevond. Doordat deze waren verplaatst, kon ze de ingang niet meer terugvinden
°
Hoe zit het met de ongewervelden? 
Hebben insecten bijvoorbeeld bewustzijn, of wormen? En eencelligen? Is het immoreel om een plant die onder de luis zit, te bespuiten omdat de luizen daardoor lijden?
Zou een vlieg angst en verdriet hebben als hij in een spinnenweb terecht komt? En is de spin dan blij?
°
Soms denk ik wel dat wij het geweldige vermogen van ons brein projecteren op beesten die minder dan een speldekop aan hersenen bezitten. Dat al die dieren hetzelfde zouden ervaren als wij.
°
Eencelligen en planten hebben geen zenuwstelsel als wij. bijgevolg ook geen hersenen. er zijn ook heel wat dieren (oa kwallen) die geen zenuwbanen en hersenen hebben en bijgevolg geen pijn hebben en ook niet zullen denken. er zijn heel wat diersoorten met iets of wat dat je hersenen kan noemen, maar in hoeverre dat deze overeenkomen  met de onze ?
°
gebaseerd op materiaal  afkomstig  van

Hommel leert stelen

Koolmezen  die snoepen van melkflessen :Japanse makaken  die zoete aardappelen  wassen  vooraleer  ze , ze opeten  : het is allang bekend  ….. Sterke  aanwijzingen   dat   Orca’s  op  bepaalde  manieren gezamelijk  en creatief  jachtstrategieen organiseren  en aanleren  om  onervaren zeeleeuwenjongen  en  op ijschotsen  ronddrijvende  zeehonden  te verschalken  ,  dateren van later Tot nu toe  was het onstaan van zulk een  “materieele cultuur ” binnen  dierenpopulaties nog niet  gedocumenteerd bij  insekten en dergelijk grut  Daar komt nu verandering in …. althans  er zijn al een paar aanwijzingen , dat deze diertjes toch meer kunnen  zijn dan simpele  mechanische  mini-automaatjes  , zoals nog steeds algemeen  aangenomen als  onomstotelijk  waar …. Bloemen openknagen om nectar af te tappen is ( vanuit het standpunt van de plant ) ordinaire schade toebrengende “diefstal. “ Hommels leren die vrijbuiters- truc van elkaar, bewijzen twee Engelse onderzoekers, maar niet door  direct af te kijken. Sluit dit venster Een aardhommel die het roversvak prima onder de knie heeft. Foto Joaquim Alves Gaspar  Insecten zoals bijen en hommels brengen stuifmeel van de ene naar de andere bloem en krijgen daarvoor uitbetaald in nectar. Veel bloemen zijn diep, zodat de bezoekers ver naar binnen moeten duiken om bij de nectar te kunnen. Helaas hebben niet alle bezoekers daar zin in. Sommige onverlaten bijten een gaatje in de hals van een bloem en zuigen de nectar eruit zonder stuifmeelcontact. Bijen en hommels kunnen dat gedrag aanleren, schrijven Ellouise Leadbeater en Lars Chittka in Proceedings of the Royal Society B. Ze onderzochten eerst of hommels zelf gaatjes gingen knagen als ze geperforeerde bloemen tegenkwamen. Dat bleek zo te zijn: ze gingen om te beginnen nectar uit de illegale gaten zuigen, en zeven van de tien hommels veranderden hierdoor in kundige rovers die zelf gaten op de goede plek maakten. Vervolgens keken Leadbeater en Chittka of een hommel ook leert stelen als hij toekijkt bij berovingen door andere hommels. Dat gebeurde niet. De insecten leren dus alleen van de inbraaksporen van anderen, en dat is eigenlijk nog knapper dan afkijken. Elmar Veerman   http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/39520936/ http://journals.royalsociety.org/content/y1623225lw04268q/ http://www.bumblebee.org/ ° INKTVIS   Koppotigen zijn erg intelligente dieren, het is bijvoorbeeld bekend dat inktvissen leren van eerder gemaakte fouten. Ook hebben ze een bijzondere lichaamstaal met kleurpatronen die veroorzaakt wordt door pigmentcellen in de huid. (intelligentie gaat bijna onveranderlijk  gepaard met  uitgebreide  communicatiemiddelen en talen   met soortgenoten ?  ) Het kleurpatroon van een inktvis zegt iets over zijn gemoedstoestand: nieuwsgierigheid , angst, uitputting, afschrikking, rust, verstoppen voor predatoren   door onopvallendheid of interesse om te paren en zelfs plezier .

Meet the cuttlefish, one of the brainiest, most bizarre animals in the ocean.
°
octopus vulgaris is waarschijnlijk  het intelligentste lagere dier  en een ware  houdini- ontsnapping- specialist
Octopus
stuffworks.com/zoology/marine-life/octopus.htm
with video
Octopus Eats Shark
Verscheidene inteligentie test zijn uitgevoerd met octopussen. De resultaten waren opmerkelijk.
Deze dieren gebruiken werktuigen(water stralen) om hun omgeving te bewerken.
Zo kunnen ze hun hol groter maken als deze  niet naar hun zin is. Ze plaatsen ook stenen voor hun hol om dan bescherming te geven. Ze gebruiken die waterstraal om hun woning schoon te houden. Ze herkennen een groot gebied en kunnen zich orienteren. Ze zouden herkennings punten gebruiken om zich te oriënteren. Ze zijn instaat om te spelen(een belangrijke vorm van leren meestal typisch voor ‘hogere’ vertebraten).
Tijdens de spelletjes werd ook duidelijk dat elke octopus een heel gediferentieërd karakter had.
Alles dat je moet weten over inktvissen http://is.dal.ca/~ceph/TCP/chroma2.html
Alles over hun kleurveranderingen http://is.dal.ca/%7Eceph/TCP/behavior.html
Beetje over  inktvisgedrag www.szgdocent.org
De   Nachtelijke  Dief

….In een aquarium werden elke avond vissen gestolen, nadat ze cameras geplaatst hadden zagen ze dat de inktvis die in een van de aquaria huisde ’s avonds het stuk glas dat op zijn aquarium verschoof en er uit kroop om in de andere aquaria visjes te pakken. Dit getuigt volgens mij niet zo heel direct op inteligentie, het volgende wel: als hij klaar was met eten keerde hij terug en SLOOT zijn aquarium weer om dan van kromme haas te gebaren….

Ik heb het verhaal al verschillende keren gelezen maar is het waar ?
Quote:

Op de Brighton University heeft men er een husidier bij: Roger Moore, een octopus. Wetenschappers hebben het beest getraind om een potje krab open te maken. De eerste keer deed de inktvis er 21 minuten over, na drie dragen deed hij er minder dan een minuut over…. Roger heeft echter één grote handicap : Hij is zo vergeetachtig en heeft een vreselijk korte termijn geheugen Wanneer men hem na enkele potloze dagen weer een potje geeft is alles vergeten en moet ie er weer 21 minuten overdoen …. 


Indien de octopus vulgaris zo vergeetachtig is , is dat voor de (vermeende ) capaciteiten van Roger , op het gebied van plannende intelligentie ( waar dus korte en lange termijn termijn geheugenconditioneel komt bij kijken ) uiterst precair
Maar dat is  ook door later vervolgonderzoek grotendeels genuanceerd   …Andere  octopussen  bleken  doodeenvoudig niet zo vergeetachtig  als deze Roger Moore
Ik dacht echter  wel ( en ook mede  daarom)   dat bovenstaand verhaal van die dief -octopus een stadslegende zou kunnen zijn   ?… ik bleef echter verder zoeken   …Het bleek erg  dicht bij de waarheid  ….

Potje krab ?

 

Intelligent gedrag van Octopussen.

http://www.armslag.nl/default.asp?id=128

Interview met  Anton Dral (Artis) over inkttvissen door Willem Frankenhuis
Inktvissen zijn zowel jagers als prooidieren. Om succesvol te zijn bij de jacht en niet tegelijkertijd ten prooi te vallen aan andere roofdieren, moet de inktvis gebruik maken van een enorm assortiment aan fysieke kwaliteiten. Bijna alle inktvissen zijn ‘skeletloos’, waardoor ze zich in de meest ongelooflijk posities kunnen manoeuvreren. In hun krachtige tentakels of armen hebben ze een zeer hoge mate van coördinatie, en ze zijn bijzonder snel. Inktvissen hebben vooral buitengewoon hoog ontwikkelde zintuigen. Zo hebben ze bijvoorbeeld een fantastisch geurvermogen. In hun armen zitten sensoren waarmee ze ruiken, en die ze gebruiken om signalen van hun prooi op te pikken. Daarbij kunnen bij de meeste inktvissoorten pigmentveranderingen optreden, waardoor ze hun kleur en vlekkenpatroon snel kunnen aanpassen aan veranderingen in de omgeving. Ook spelen kleurveranderingen, in combinatie met lichaamsbewegingen, een grote rol in de onderlinge communicatie. Tenslotte hebben inktvissen een groot regeneratievermogen, zodat een afgebeten arm op termijn meestal weer herstelt.’
Werkelijke gedrag van de inktvis is nog zeer mysterieus. ‘Er is momenteel nog zeer weinig bekend over het gedrag van inktvissen. Veel denkbeelden van vroeger zijn de laatste tijd herzien. Dat komt doordat het buitengewoon moeilijk is om de dieren in het wild te bestuderen zonder hun natuurlijke gedrag te verstoren. Wel weten we dat veel inktvissen een donkere vloeistof uitstoten wanneer ze zich bedreigd voelen. Het roofdier ziet zich dan opeens door een enorme zwarte massa omgeven, waardoor de inktvis tijd heeft om te vluchten. Verder zijn sommige inktvissen giftig en andere niet. Niet giftige inktvissen bootsen – heel slim – vaak de kleuren van hun giftige neven na. Ook is het dieet van de meeste inktvissen veel gevarieerder dan we voorheen dachten. Er zijn in feite een heleboel verschillende soorten inktvissen met ieder hun eigen overlevingsstrategieën. Deze zijn allemaal op ingenieuze wijze aangepast aan hun specifieke leefomgeving. Door de grote hoeveelheid aan soorten binnen de inktvisfamilie, en de enorme variëteit aan fysieke en gedragskenmerken die zij aanwenden om te overleven, is de inktvis als soort buitengewoon flexibel. Ze komen dan ook als een van de weinige zeedieren voor over de gehele aarde.’
De vindingrijkheid en flexibiliteit ten top; het zijn echte ‘Houdinis’
Toch heeft de inktvis als soort zijn succes niet alleen aan  fysieke kwaliteiten te danken. Ze beschikken ook over een aanzienlijke hersencapaciteit, waardoor ze dingen kunnen leren. Hierdoor zijn ze ook geestelijk uiterst flexibel. Ze willen werkelijk alles onderzoeken en verkennen met hun uitzonderlijk goede ogen continu en intensief hun omgeving, zodat ze precies weten wat hun mogelijkheden zijn. Inktvissen proberen altijd ergens in, over of achter te komen. Het zijn echte ‘Houdinis’. En het is zeker dat (in ieder geval) sommige inktvissoorten een bepaalde intelligentie bezitten, waarmee ze hun omgeving optimaal kunnen benutten.
Zo troffen we enkele jaren geleden in Artis restanten aan van krabben in het toenmalige inktvissenverblijf. Dat verbaasde ons zeer, want de krabben zaten toentertijd in de bak ernaast. We hebben toen een infraroodcamera geïnstalleerd, zodat we dag en nacht de boel in de gaten konden houden. Tot onze grote verbazing bleek dat onze inktvissen ’s nachts uit hun aquarium klommen, om vervolgens via de grond de bak met krabben te bereiken. Heel behendig hezen ze zichzelf daar dan in, en vingen enkele prooidieren. Hierna ploeterden ze, weer via de grond, terug naar hun eigen verblijf. Pas daar werden de krabben geconsumeerd. Dit spektakel toont aan dat inktvissen niet alleen fysiek maar ook geestelijk heel wat in hun mars hebben. Nog verbazingwekkender is de snelheid waarmee ze door hebben hoe een garnaal kan worden bereikt in een jampot met schroefdeksel. De vindingrijkheid en flexibiliteit ten top. De inktvis  is een zoologische  topper
Het is allemaal begonnen met de observatie en meldingen van bijzonder gedrag, waarvan hierna een paar voorbeelden :
– Anton Dohrn observeerde in het Zoölogisch Station te Napels hoe een Zeekreeft keer op keer werd aangevallen door de aanwezige octopoden (kraken) in hetzelfde bassin. Hij maakte hieraan een eind door de kreeft in het ernaast gelegen aquarium te plaatsen. De twee bassins waren gescheiden door een (ondoorzichtbare) betonnen wand die twee centimeter boven het waterniveau uitstak. Nog dezelfde dag klom één octopus over het muurtje tot bij de kreeft, doodde deze en at hem op. De vraag is nu natuurlijk of de octopus de verzorger de kreeft heeft zien overzetten of of de octopus de kreeft nog kon ruiken.
– Alle kraken hebben een schuilhol. Indien de opening naar dit hol te groot is, dan ziet men de de octopus stenen verzamelt om het toegangsgat af te sluiten. Ze vertonen dus zeker de mogelijkheid om gecombineerde gedragspatronen en complexe handelingen aan te leren en uit te voeren.
Maar hier wringt nu het schoentje : is het feit dat octopussen complexe handelingen uitvoeren een teken van intelligentie? De ene wetenschapper zal hierop antwoorden ‘neen’ en de andere ‘ja’.
Voorstanders zijn hierdoor proeven gaan uitvoeren :
– proef met de witte en rode bal. Wanneer de octopus in het testaquarium bij de witte bal komt krijgt hij een schrik door een lichte electro-shock. Wanneer de octopus bij de rode bal komt (ziet hij als een tint van grijs) wordt hij beloond met voedsel. Alle octopussen gaan snel leren enkel de rode bal te benaderen of aan te raken. Deze conditionering wijst op lange termijn geheugen.
Verder nog : een aantal andere octopussen die als een soort publiek vanuit een ander aquarium de test mochten gadeslaan, gingen allen direct naar de rode schijf wanneer ze zelf de test dienden uit te voeren.
– Prooi in fles met kurk. Heel wat octopussen slagen erin om een fles te ontkurken wanneer ze zien dat er een prooi in zit. Niet alleen vertonen ze hierbij tekenen van intelligent gedrag maar gedragen ze zich ook als echte Houdini’s : de schijnbaar veel te grote octopus kruipt of beter gezegd ‘glijdt’ door de flessenhals om dan eens in de fles de prooi te verorberen.
Het enige echte harde aan een octopus zijn zijn kaken. Nu blijkt wanneer zijn kaken door een opening of gleuf passen dat dan heel de octopus erdoor kan.
Octopussen zijn hierdoor ongeloofelijke uitbreekartisten : een octopus die qua omvang op het eerste gezicht een volledige fles vult, kan snel en vlot door de hals van de fles of een spleet heen glijden.
– Alfred Kaestner voerde een proef uit met een eenvoudig doolhof : drie gangen naast elkaar vertrekken vanuit een centraal gedeelte waarin zich de octopus bevindt. In de linkse en rechtse kan de kraak alleen kijken door een glas. Hij kan enkel vertrekken vanuit de middelste gang. Eens in die gang kan de octopus niet meer links of rechts in de andere gangen kijken. Wanneer in de linkergang een krab (prooi) in een afgesloten pot (geen geurprikkels mogelijk!) wordt geplaatst zodat de octopus deze kan zien, gaan de meeste testdieren vrij snel in de middengang en slaan op het einde links af om dan naar hun prooi te kunnen. Eén dier dat 30 dagen naeen links werd geleid om zijn prooi te vangen, kreeg op de 31ste dag de krab in de rechtergang te zien. De octopus ging spontaan door de middelste gang en sloeg direct rechtsaf.
Of dit nu blijken zijn van intelligentie wordt sterk bediscuteerd : sommige wetenschappers aanvaarden het aanleren en uitvoeren van complexe handelingen niet als toonbeeld van intelligentie.
Anderzijds wordt over het algemeen aanvaard dat de mogelijkheid tot communicatie (tussen soortgenoten en andere soorten) als maatstaf voor intelligentie  wordt genomen :
Intvissen in het algemeen communiceren wel degelijk met elkaar en zelfs met hun potentiële prooien (om ze in de war te brengen of ze te intrigeren) met het vertonen en uitzenden van snel variërende kleurpatronen en –flashes (-flitsen).
Toch moet ik ook melden dat ‘het beoordelen van de graad van intelligentie’ met een korrel zout moet genomen worden :
– Men vergelijkt hier onbewust een ongewerveld dier met een zoogdier en in het bijzonder onzelf. Zo is het niet moeilijk om een dier als ‘niet-intelligent’ (naar onze normen) te beschouwen.
Anderzijds zijn de Cephalopoden binnen de Weekdieren (lagere invertebraten!) wel degelijk intelligent te noemen.
Maar zijn parasieten (bvb. Distomum die zombies maakt van barsteenslakken om zijn larven sneller en effectiever bij zijn eindgastheer (vogel) te krijgen) met hun ingewikkelde en fantastische levenscyclus ook niet ‘evolutief intelligent’ gebleken.
– Daar tegenover staat dat octopussen een – evolutief gezien – niet zo slim broedgedrag (broedzorg) vertonen : op het eerste gezicht heeft het vrouwtje zo’n verregaande broedzorg voor haar nest eieren dat we het als menselijk en aandoenlijk zouden kunnen beschouwen.
Het vrouwtje bewaakt haar nest eieren ononderbroken tot de larven ontluiken en wegzwemmen, ze gunt zichzelf niet eens de tijd om voedsel te zoeken. Maar haar devotie leidt tot de dood.
Tegen de tijd dat de jonge inktvisjes uitkomen en het moederdier sterft, staan de vissen op wacht om de meeste  uizwermende jongen op te eten; terwijl het moederdier nooit nog 1 ei zal produceren.
Het produceren van slechts 1 à 2 nesten in iemands leven is evolutief gezien niet slim, en dus in feite niet evolutief intelligent te noemen.
(Maar het is wel zo dat het investeren in slechts enkele nakomelingen , een
grotere kans op  “opvoeding “kans en  flexibelere  en complexere gedragingen , mogelijk maakt … dat is bijvoorbeeld  ook bij de mens het geval )
– Het is zeer eenvoudig om octopussen te vangen :
 gezien ze steeds zoeken naar schuilplaatsen worden ze gevangen door stenen potten aan touwen in zee te gooien; de octopussen nemen deze potten gewoon als schuilplaats en bij het ophalen van de potten kruipen ze er nog schuchter dieper in i.p.v. te vluchten.
Dit kan zeker niet als “zeer intellingent ” beschouwd worden..
Maar
Deze methode van vangen is  erg recent (—>  de  geologisch  jonge homo sap  moest eerst die pottentruuk uitvinden  … )  de intkwissen hebben doodeenvoudig  nog geen kans gekregen zicg daaraan aan te passen : wat er weer op wijst dat hun  ingebouwd  automatisch ” instinkt ” om in potten en holtes  te kruipen omzich veilig te voelen   , onder de veranderde omstandsigheden  een  serieuze  bedreiging wordt ( net zoals de voorkeur van de mens voor zoet , in de prehistorie een voordeel was toen zoet een schaars artikel in zijn dieet vertegenwoordigde , maar nu ( met de overvloed aan suikers in het aanbod ) de oorzaak van  een beschavingsziekte ( obesitas  etc ..)
  1. 5 feb. 2007 – Geüpload door casaciencias

    Are octopuses intelligent? This video was produced and filmed at Aquarium Finisterrae: http://www

  2. 27 feb. 2012 – Geüpload door seacoastsciencectr

    Watch Later Real Octomom Gives Birth to Little Octopods on Video Baby Octopuses Born Steinhart Aquarium

    Octopus Intelligence part 3 – YouTube

    12 mrt. 2012 – Geüpload door seacoastsciencectr

    The last of a three-part video featuring our new octopus Octopus Intelligence Testing, part 1by 

  3. Octopus demonstrates high intelligence. [VIDEO]

    http://www.wimp.com/octopusintelligence/
    30 jan. 2010

    Octopus demonstrates high intelligence. Prev · Random Video · Next · ATTENTION: This video will not

  4. HowStuffWorks Videos “The Ultimate Guide: Octopus: Octopus

    videos.howstuffworks.com › … › Marine LifeMollusks
    10 okt. 2008

    On Discovery Channel’s “The Ultimate Guide: Octopus,” learn about the intelligence of octopus.

  5. Video: How Smart Is an Octopus? | Watch NOVA scienceNOW

    Hold your fork – octopuses and other mollusks are more intelligent than you may think. Watch online: How
amphioctopus marginatus

 

Intelligentie bij Dieren

Hersenen en Intelligentie: van muis tot superman http://noorderlicht.vpro.nl/afleveringen/19519157/ Biologische intelligentie kan worden beschouwd als het vermogen van organismen adequate oplossingen te vinden voor problemen waarmee zij tijdens hun leven worden geconfronteerd. Deze problemen variëren van klimaatveranderingen en het vergaren van voedsel tot het vinden van een geschikte partner en het ontsnappen aan predatoren. Organismen die in een complexe omgeving leven, zoals de mens, zullen derhalve moeten beschikken over een hoog ontwikkeld en complex zenuwstelsel. In feite is de complexiteit van de hersenen een afspiegeling van de hoeveelheid informatie die het kan verwerken, en daarmee een maat voor de intelligentie van een dier. De uniformiteit in de bouw en het functioneren van de hersenen, in het bijzonder van de primaten, heeft het mogelijk gemaakt modellen te ontwikkelen die de groei en evolutie van de hersenen beschrijven in simpele mathematische termen. Het blijkt dat er fysieke grenzen zijn aan de groei van de hersenen en dat met de expansie van de menselijke hersenen in de afgelopen 2-3 miljoen jaar de grenzen van de biologische intelligentie bijna zijn bereikt.

Koppie, koppie / Apenbrein ook best groot

http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/5412221/ Sluit dit venster Orang-oetan (bron http://www.evolutionhappens.net/orangutan2.htm Niet de omvang, maar het aantal verbindingen in de hersenen maakt dat mensen vermogens hebben die apen missen. Negentig jaar geleden werd vastgesteld dat de frontale cortex, de buitenste schil van het mensenbrein voor in het hoofd – verantwoordelijk voor onder meer het rationele en abstracte denken – veel groter is dan bij apen. Fout, stelt nieuw onderzoek: chimpansees en orang-oetans hebben verhoudingsgewijs even veel frontale cortex. Rond 1860 kreeg de Franse arts Paul Broca een patiënt op bezoek. Wat de klachten waren kon de man niet zeggen, maar die werden Broca snel duidelijk: geen ander woord dan ‘tan, tan’ kwam over zijn lippen. De man overleed, en Broca onderzocht zijn hersenen. Die waren aan de linkerkant van het hoofd, ter hoogte van de slaap, zwaar beschadigd. Voor het eerst in de geschiedenis werd duidelijk dat de cortex, de buitenste hersenlaag van de mens, een grote rol speelt bij ‘hogere’ functies als taal. In de decennia die volgden werden meer van zulke gebieden gevonden. Met name het voorste gedeelte, de ‘frontale cortex’, bleek belangrijk voor hogere cognitieve vaardigheden, zoals abstract denken en logisch redeneren, het plannen van taken, en zaken als het bewust zijn van je eigen persoon. Die inzichten leiden rond 1910 tot enkele veel geciteerde publicaties van de Duitse neurobioloog Korbinian Brodmann, die als een van de eersten veronderstelde dat het brein van alle dieren allemaal hetzelfde bouwplan hebben, met zes ‘lagen’ – van diepgelegen delen als de hersenstam en de hypothalamus tot de buitenste cortex. Het idee was dat de evolutie elke volgende dierklasse (amfibie, reptiel, zoogdier) met een nieuwe, en vooral grotere hersenlaag uitrustte. De hoogste in rang – de mens – was een uitzonderlijk grote cortex toebedeeld, zo luidde het standpunt. Sinds Brodmann heet het dat mensapen als chimpansees en orang-oetans niet kunnen praten of logisch redeneren omdat de omvang van hun frontale cortex daarvoor ontoereikend is. Anders gezegd: wat de mens tot mens maakt, is zijn frontale cortex. Die aanname lag zo voor de hand, dat hij nooit meer is gecontroleerd. Alleen al daarom vroeg antropologe Katerina Semendeferi van de Universiteit van Californië in San Diego zich af of dat wel klopte. Met drie collega’s besloot ze de proef op de som te nemen, en maakte hersenscans van tien mensen, vijftien mensapen (chimpansees, bonobo’s, gorilla’s en orang-oetans), en negen ‘lagere’ apen. Natuurlijk bleken de menselijke hersenen groter – mensen hebben nu eenmaal een grotere schedel. Maar dat mensen ook een buitenissig grote frontale cortex zouden hebben, is onzin, zo schrijven de onderzoekers in het tijdschrift Nature Neuroscience. “Vergelijk je het volume van de frontale cortex met het volume van de volledige hersenhelften, dan blijkt de omvang van de menselijke frontale cortex verhoudingsgewijs gelijk te zijn aan die van de mensapen.” Ook de verhouding tussen de frontale cortex en de rest van de cortex bleek in hoge mate gelijk. Bij mensen varieerde die verhouding tussen de 36,4 en 39,3 procent, wat de waarden overlapt van die van orang-oetans (36,6 tot 38,7 procent), chimpansees (32,4 tot 37,5 procent) en gorilla’s (35 tot 36,9 procent). Bij de lagere apen lag dat percentage ‘significant lager’ rond de dertig, aldus de onderzoekers. Mensen hebben dus geen uitzonderlijk grote frontale cortex, luidt de conclusie. Dat wij wel meer en beter ontwikkelde cognitieve vermogens bezitten, zal dus ergens anders aan moeten worden toegeschreven. Semendeferi’s groep vermoedt dat dat het aantal verbindingen tussen de verschillende delen van de cortex is. Absoluut gezien is de menselijke cortex immers wel een stuk groter, zodat er domweg meer ruimte is voor veel meer verbindende zenuwcellen. Dat zou ook kunnen verklaren waarom mensapen wel over enige cognitieve vaardigheden beschikken (zo herkennen chimpansees zichzelf in een spiegel), maar lang zo rijk niet als die van de mens. Marc Koenen Katerina Semendeferi et. al.: Humans and great apes share a large frontal cortex. In: Nature Neuroscience, vol. 5, nr. 3, p. 272 (maart 2002).

Orang-oetan kan bonnen ruilen  30 december 2008

Als jij van mij de Grote Markt krijgt, mag ik dan van jou de Vreeburg? Mensen ruilen spullen om er beiden beter van te worden. Twee orang-oetans in een dierentuin in Leipzig blijken de truc ook te beheersen: ze wisselen voedselbonnen uit om bananen te bemachtigen. Bij mensapen is er weinig experimenteel bewijs dat zij berekend ruilhandel bedrijven. Een onderzoek dat afgelopen woensdag online verscheen in Biology Letters brengt verandering in die zaak.

Orang-oetan-kan-bon-197286q

Het was een experiment met het vrouwtje Dokana en het mannetje Bimbo, die in dezelfde orang-oetangroep leven. Eerst leerden ze de waarde van fiches. Leverden ze een fiche in, dan kregen ze een banaan. Vervolgens werden fiches geïntroduceerd zonder waarde, en fiches waarmee alleen de ánder aan eten kon komen. De twee konden de fiches ruilen door het hek dat hen tijdens het experiment scheidde.

Aan het begin was de rolverdeling ongelijk. Bimbo wees fiches aan die aan Dokana’s kant lagen, zij legde de voor hem nuttige fiches dan binnen zijn handbereik.

Maar in de 48 dagen dat de twee werden getest, veranderden de verhoudingen. Steeds vaker haalde Bimbo’s gebedel niets uit, en gaf hij Dokana fiches waar zíj wat aan had op de momenten dat ze toegaf. Na zeven weken lagen de verhoudingen nog scheef, maar de aantallen werden gelijker.

Volgens de onderzoekers – een gemengde groep uit Schotland, Duitsland en Frankrijk – is het gedrag van de twee doelbewust (ze gaven de nuttige fiches, bijna nooit de waardeloze), kennen ze de waarde en verwachten ze iets terug: drie voorwaarden voor een berekende ruil.

Het gedrag van chimpansees in de natuur deed de uitkomst wel vermoeden. Die vlooien elkaar, delen eten, vlooien elkaar voor eten, delen eten uit om vrienden te winnen, enzovoort. Maar – vreemd genoeg – toen de groep de fichesstudie met chimps herhaalde (een studie die nog niet gepubliceerd is) leverde dat weinig op. Een verklaring hebben de onderzoekers daarvoor niet.

http://www.nrc.nl/wetenschap/article2107768.ece/Orang-oetan_kan_bonnen_ruilen

Oude koek als inleiding  Intelligentie bij dieren. Hoe zulks aan te pakken?  Omdat we bij dieren natuurlijk geen IQ testen of iets dergelijks af kunnen nemen, wordt er daar meestal gebruik gemaakt van een andere maatstaf om intelligentie te meten. Hier wordt de de verhouding genomen tussen het werkelijke hersengewicht en het hersengewicht dat je op basis van het lichaamsgewicht van het dier zou mogen verwachten. Het is immers logisch dat zwaardere dieren ook een zwaarder brein hebben. Voor meer informatie over de achterliggende gedachte kan ik het boek The Evolution of the Brain and Intelligence van de hand van Harry Jerison aanbevelen.(1) Deze verhouding tussen werkelijk en verwacht hersengewicht wordt de encefalisatie quotiënt (EQ) genoemd. Verwar de term EQ dus niet met emotionele intelligentie (of iets anders pseudo-wetenschappelijks.) Dieren met een EQ hoger dan 1 hebben een brein dat zwaarder is dan je op basis van hun lichaamsgewicht zou verwachten. Een EQ van 2.0 betekent dat het brein tweemaal zo zwaar is als je op basis van lichaamsgewicht zou verwachten, en een EQ van 0.5 dat het brein half zo zwaar is als je zou verwachten. Dieren met een laag EQ, onder de 1.0, hebben vaak veel stereotype gedragingen, een beperkt geheugen en een gering vermogen tot leren. Ook zijn bij deze dieren meestal maar 챕챕n of twee sensorische systemen goed ontwikkeld (bij insekteneters zijn dit meestal de reuk en het gehoor).Dieren met een hoog EQ, daarentegen, hebben meestal meerdere goed ontwikkelde sensorische systemen. Een ander opmerkelijk verschil tussen dieren met een laag versus hoog EQ is hun gezichtsvermogen. Dieren met een laag EQ zijn vaak nachtdieren en hebben een zeer beperkt gezichtsvermogen, terwijl dieren met een hoog EQ vaak een zeer geavanceerd visueel systeem hebben met het vermogen om kleuren en diepte te kunnen zien. Tijd nu voor een top 10 van intelligentste dieren, op basis van hun EQ score: 1. Mens (7.5) 2. Dolfijn (bruinvis ) (4.9) 3. Kapucijnaap (3.4) 4. Gibbon (3.1) 5. Slingeraap (2.6) 6. Chimpanzee (2.5) 7. Java Aap (2.3) 8. Plompe Lori (2.3) 9. Vos (1.9) 10. Wezel (1.9) ( Opmerking *deze  gegevens stammen uit    1988) De sukkel van het dierenrijk is helaas de giraffe. Met een EQ van 0.4 moet de giraffe zelfs nog zijn meerdere erkennen in het schaap (0.5). Tot slot een foto van de vier dieren die, na ons, het intelligentst zijn. dieren20def

 Verschillen    tussen  dolfijnachtigen de tuimelaar (bottle nose dolhin) een EQ van 3.2.
de intelligentste onder de dolfijnen  is de bruinvis
Echter
Als je ziet dat de EQ van nachtdieren altijd lager is dan de EQ van dagdieren, dan moet je toch al even achter je oren krabben.
En als je dan ziet dat het EQ van dieren met meer dan een goedontwikkeld zintuigsysteem ook relatief hoog is, wordt het tijd om achterdochtig te worden.
Heeft EQ nu te maken met de basale verwerking van info uit het zintuigsysteem of met intelligentie?
De verbanden nachtdieren –> laag EQ,
dieren met ontwikkelde zintuigen –> hoog EQ,
dieren met een slecht geheugen –> laag EQ geldt natuurlijk niet voor alle dieren.We kennen allemaal de olifant en diens fabelachtig goede geheugen. T처ch komt het beest niet in de top 10 voor.
Waarschijnlijk komt dat toch door zijn enorme lichaamsgewicht.
Ik denk dat het een beetje fout loopt waar het het te verwachten hersengewicht betreft bij extreem zware dieren.
Daarbij wordt hun intelligentie wellicht onderschat.
Op dezelfde wijze wordt de intelligentie van lichte dieren wellicht overschat. Denk bij dit laatste aan het tengere kapucijnaapje, die belachelijk intelligent zou zijn volgens deze EQ bepalingen.
Als je dan ook nog ziet dat de chimpansee, die in gedragsexperimenten ruim intelligenter blijkt dan slingerapen, kapucijnaapjes en dolfijnen, dan wordt het de hoogste tijd om dat EQ maar bij de vuilnisbak te zetten.
 Zou me niets verbazen als de algemene EQ hierarchie
1) Omnivoren 2) Carnivoren 3)Herbivoren is.
Is  vlees eten een voorwaarde  waarbij  huidige menselijke brein en bijpassend EQ mogelijk werd .?
Overigens jagen chimpansees op andere apensoorten als ze trek hebben in vlees en voeren ze ook oorlog met andere chimpanseegroepen.
Er zijn verschillende gevallen gedocumenteerd van chimpansees die in hinderlaag gaan liggen om leden van een andere groep chimpansees te vermoorden.
In principe is het uitermate  goed aangepast  gedrag om vlees te eten.
Vlees is in principe namelijk veel veiliger om te eten.
Planten zijn vaak ontzettend giftig.
Planten zijn namelijk, in tegenstelling tot de meeste dieren, n챠et mobiel.
Dat betekent dat ze niet weg kunnen lopen als er iemand aan komt die hen op wil eten.
Dientengevolge heeft de evolutie maar bedacht dat planten dan maar ‘gif’ in de strijd moesten gooien als wapen tegen predatoren.
Ook zijn er  planten die zich qua uiterlijk voor doen als een zwaar giftige plant, maar dat in feite niet zijn.
Op die manier verkregen ze evolutionair een  uiterst ingenieuze optimisalatie  ; een
ontwerp dat verhnderd dat   ze gemakkelijk  worden opgepeuzeld.
Voor de huidige omnivore  mensen  is vlees eten gezond zolang je dat met mate doet.
Alleen vlees eten, zeker als dat mager vlees is, is erg ongezond.
Wie meer dan 50% van zijn energie uit mager vlees moet halen heeft na 6 weken een leverbeschadiging te pakken.
Wie meer dan 90% van zijn energie uit mager vlees moet halen, is binnen 8 weken dood. Wie gezond wil eten, eet gevarieerd en eet met mate.Echter, nog gezonder is het om vis te eten, vette vis.
Waarom dolfijnen door veel mensen als buitengewoon slim worden gezien is mij nog steeds een raadsel. Ik denk dat hier toch een stukje vooroordeel meespeelt: dolfijnen zijn schattig dus vast ook slim.
De meeste gedragingen van dolfijnen (afgezien van de niet zo schattige groepsverkrachtingen)zijn tamelijk standaard voor dieren die in groepen leven en jagen. Ik denk niet dat dolfijnen slimmer zijn dan wolven of leeuwen.
Die kun je ook door hoepels laten springen en door middel van geluid en lichaamshouding boodschappen laten overbrengen.
De vermeende intelligentie bij dolfijn-achtigen is ehter  niet alleen gebaseerd op het doen van leuke trucjes, maar vooral gebaseerd op de complexe ‘verbale’ communicatie, die per gebied schijnt te verschillen en daarmee ‘dialecten’ vertoont.De communicatie patronen onder dolfijnen zouden een stuk complexer en diverser zijn dan bij de grote walvissen, waardoor de dolfijn zich zou onderscheiden. Zoals de mens zich onder andere van andere primaten onderscheidt door complexere communicatie.Toegegeven dat hiervoor slechts dun bewijs is geleverd en zelfs als de communicatie veel complexer is, hoeft dit niet te betekenen dat er sprake is van hoge intelligentie.
Wolven en leeuwen hebben net zulk intelligent gedrag als dolfijnen.
Leeuwen zijn trouwens ook net zo amoreel als dolfijnen, alleen leggen ze zich toe op kindermoord i.p.v. groepsverkrachtingen

Overigens komen Aiello & Dean (An introduction to human evolutionary atonomy, Academic Press, London 1990)
tot een EQ voor chimpansees van 2.38 tot 3.01 en voor het capucijnaapje van 3.25.
Data die een aanzienlijk minder dramatisch verschil laten zien dan  hierboven presenteert.
De gibbon komt bij hen niet verder dan 2.40 – 2.60 en heeft dus een EQ gelijk aan of kleiner dan de chimpansee.De resultaten van de EQ-berekening hangen erg af van de manier waarop het hersengewicht wordt berekend (versgewicht, afgeleid van het volume, afgeleid van het gewicht van monsters bewaart in formaline etc.). En dan hebben we het nog maar niet over de steekproefgrootte en de foutenmarge.
 Het werk van Passingham (The human primate, Free press, Oxford, 1982) laat zien dat er een enorme overlap is in EQ waarden van de verschillende diergroepen:
– insectivoren: 0.2 – 0.8 – knaagdieren: 0.1 – 1.1 – hoefdieren: 0.5 – 1.7 – carnivoren: 0.5 – 1.7 – apen: 1.0 – 3.0En in elke groep zij er wel uitschieters naar boven en naar beneden.
Dus als je je soorten zorgvuldig kiest, kun je ook ‘bewijzen’ dat carnivoren slimmer zijn dan apen, dat insectivoren slimmer zijn dan carnivoren, etc. De enige die er echt bovenuitsteekt is de mens, maar sinds dat de diersoort is die de maat bedacht heeft, hoeven we ons daar niet over te verbazen.
 De EQ is tenslotte niet gebaseerd op een begrip van intelligentie of een bewezen samenhang tussen hersengewicht en intelligentie.
(1)Het is dus, zoals gewoonlijk in de wetenschap, allemaal niet zo eenduidig als populair wetenschappelijke boeken ons willen doen geloven.
Het boek dateerd      trouwens  uit    1988

breinen in het dierenrijk

 Kris Verburgh 17 augustus 2008

Hoe kan men aan de hersenen van een dier zien of het intelligent is of niet? Het meest voor de hand liggend zou zijn om de grootte van de hersenen te bepalen: hoe groter het brein, hoe intelligenter. Maar de hersenen van een potvis wegen negen kilo, in tegenstelling tot de 1,3 kg brein van een mens. Men kan het hersenvolume van het dier uitdrukken in verhouding tot het lichaamsgewicht. Maar dit is ook niet echt een goede manier.
Een muis heeft veel grotere hersenen in verhouding tot het lichaamsgewicht dan een mens. En muizen zijn niet echt slimmer dan mensen, tenzij we Douglas Adams, de schrijver van ‘The Hitchhikers guide to the galaxy’, moeten geloven. Al iets beter is het om de grootte van de cortex, of hersenschors te bepalen. De cortex is de buitenkant van onze hersenen, en bestaat uit een zestal lagen gevuld met cellichamen, die Hercule Poirots ‘grijze cellen vormen’. Deze cortexcellen hebben lange uitlopers (‘de witte materie’) die andere hersendelen onderling en lichaamsdelen met de hersenen verbinden. Als we het aantal cortexcellen tellen, dan krijgen we het volgende lijstje:mens: 11,5 miljard corticale neuronenAfrikaanse olifant: 11 miljard corticale neuronenchimpanzee: 6,2 miljard corticale neuronen dolfijn: 5,8 miljard corticale neuronen gorilla: 4,3 miljard corticale neuronen rat: 15 miljoen corticale neuronen Hier klopt nog steeds iets niet. Chimpansees en gorillas worden over het algemeen slimmer geacht dan olifanten en walvisachtigen.
Er is nog één cruciaal ingredient voor intelligentie nodig, en dat is myeline.  Myeline is een soort van isolatiemateriaal dat gewikkeld zit rondom de zenuwbanen, waardoor de zenuwsignalen sneller kunnen reizen.
Bij mensen en mensapen is dit isolatiemateriaal veel dikker dan bij olifanten en walvisachtigen, zodat de zenuwsignalen veel sneller kunnen reizen.
De breinen van olifanten en walvisachtigen zijn bovendien ook veel groter, zodat verschillende hersengebieden verder van elkaar liggen, en er ook meer voedende gliacellen tussen de hersencellen liggen, wat de communicatie nog meer bemoeilijkt.
Dieren zijn niet dom.
Neem deze chimpansee die na in een flits de getallen van 1 tot 9 gezien te hebben, ze in de juiste volgorde kan aanduiden. 
Primate Research Institute at Kyoto University, Japan.…chimp training artificial intelligence computer science physical visual arts
Of deze chimpansee die een manier bedenkt om een pindanoot uit een buis te vissen.

video

They are smarter than you might think!…Chimp Smarts vs Human Peanut National Geographic Nova
En deze dolfijn geniet ervan om te spelen met luchtbellen.
Gewoon voor de lol.
dedicated to the best employee at Sea World, Orlando.…Dolphin play bubble ring
Snuggere Tuimelaars vangen vis met een moddernet
En dan hebben we het nog niet gehad over papagegaaien die nieuwe woorden kunnen samenstellen, over bijen die gezichten herkennen of vogeltjes die honingdassen naar bijenkorfen lokken om die voor hen te laten openbreken zodat de slimme vogeltjes aan de honing kunnen geraken.
*Koko is een snuggere gorilla, 32 jaar oud, die naar verluid meer dan 1000 gebaren uit de menselijke gebarentaal beheerst. De website van de Koko Gorilla Foundation bevat een aantal videofilmpjes waarin Koko ‘praat’ met mensen.
bron;

Orka’s kieperen zeehonden met grote golven van schots

18 december 2007

Orka’s kieperen gezamenlijk zeehonden op ijsschotsen in het water en eten hen op. Voor het eerst is deze gezamenlijke jachttechniek op video vastgelegd en wetenschappelijk beschreven. De Nieuw-Zeelandse orkadeskundige Ingrid Visser (haar ouders zijn geëmigreerde Nederlanders) publiceert het onderzoek met vijf collega’s online in het vakblad Marine Mammal Science.

De onderzoekers analyseerden zes soortgelijke orka-aanvallen op dieren op een ijsschots, verschillende soorten zeehonden en een verdwaalde Adélaïdepinguïn. Enkele dieren overleefden de aanval, twee zeehonden en de pinguïn wisten te ontsnappen.

Het artikel beschrijft in detail de aanval van vijf orka’s op een krabbeneter in de wateren van het Antarcticsch schiereiland op 15 januari 2006. Visser filmde de aanval op deze zeehond van het begin tot het einde. Het onfortuinlijke dier zat op een smeltende ijsschots van vijftien bij tien meter toen de orka’s hem ontdekten. Regelmatig staken zij hun koppen boven water om hun slachtoffer te bekijken. Na enkele minuten doken twee orka’s tegelijk onder en veroorzaakten zo een grote golf die de schots van ongeveer vijftig centimeter dikte in vijf stukken deed breken. De zeehond zat nu op een stuk van vijf bij vijf meter.


video

orca to dislodge a crabeater seal from an ice floe – they made large waves to wash the seal off the relative safety of the ice. Later the orca In January 2006 while visiting Antarctica, we witnessed a most unusual method for orca to dislodge a crabeater seal from an ice floe – they made large waves to wash the seal off the relative safety of the ice. Later the orca put the seal back on the ice and dislodged the seal a second time which suggested strongly they were training their young.
_________________________________________________________________________________
De  Krabbeneter   slaagde erin te vluchten naar een grotere schots van vijfentwintig bij vijftien meter. Opnieuw vielen de orka’s aan met door duiken opgewekte golven, waardoor de ijsschots van de zeehond steeds kleiner werd. Nu duwden de orka’s de schots naar het open water, zodat hun slachtoffer niet opnieuw kon ontsnappen naar een grote schots.

Een kwartier na het begin van de aanval stak een orka zijn kop boven het water, terwijl de vier andere orka’s zich aan de andere kant van de schots groepeerden. De vier zwommen gezamenlijk met hoge snelheid en op hun rechterzij op de schots af, om op het laatste moment eronder te duiken. Dit veroorzaakte een grote vloedgolf die de zeehond van de schots spoelde. Het dier werd onmiddellijk gegrepen door zijn belagers. De orka’s lieten de zeehond weer ontsnappen en herhaalden het spel van golven maken, ijs breken en eraf spoelen nog twee keer voordat zij de krabbeneter verslonden. Volgens de onderzoekers is de waargenomen jachttechniek een voorbeeld van orkacultuur, een vaardigheid die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Door de zeehond te laten ontsnappen zouden jonge orka’s de kunst kunnen oefenen. zie  ook :

video

Valdes, Argentina

° SLIMME  PAPEGAAIACHTIGEN   °

Een  beroemde Afrikaanse  grijze  roodstaart: taalwonder  Alex 

Taal  <—-Archief document

http://nl.wikipedia.org/wiki/Grijze_roodstaartpapegaai http://nl.wikipedia.org/wiki/Alex_(papegaai) http://www.leukefilmpjes.nl/grijze_roodstaart_papegaai_alex.html

Wilde papegaaien geven hun  kinderen een naam

 18 juli 2011 4

Wetenschappers hebben ontdekt dat wilde papegaaien een ‘naam’ bedenken voor hun nageslacht en die aan hun kinderen leren. Nog voordat jonge papegaaien van de soort Forpus passerinus in staat zijn om geluiden te maken, leren hun vader en moeder ze een bepaalde serie klanken. Deze klanken gebruiken de papegaaien om individuen te herkennen. Wat de papegaaien dus eigenlijk doen is het nageslacht een naam leren – de serie klanken –(1)  die de jongen kunnen roepen zodat anderen weten waar ze uithangen en wie ze zijn. Aangeleerd? Het is al langer bekend dat papegaaien aan de hand van die kreten kunnen vaststellen of iemand een goede partner of een familielid is. Maar het was onduidelijk hoe de papegaaien deze kreten leerden. Kregen ze de naam echt van hun ouders? Of waren ze zelf geprogrammeerd om die kreten te ontwikkelen en te gebruiken? Experiment Onderzoeker Karl Berg en zijn team besloten het uit te zoeken. Ze bestudeerden al sinds 1987 een aantal nesten met wilde papegaaien. Ze haalden enkele eieren uit de nesten en legden deze in de nesten van andere papegaaien. De jongen die ‘geadopteerd’ waren, maakten geluiden die ze van hun adoptie-ouders hadden geleerd. Dat bewijst dat de kreten echt aangeleerd worden. Sociaal Dat dieren elkaar een naam geven om een beter beeld te krijgen van hoe ze zich tot elkaar verhouden, is niet nieuw. Ook dolfijnen doen het. En ook wij mensen. Papegaaien zijn ook heel sociaal dus het is ergens logisch dat zij de methode gebruiken. “Een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling is wanneer kinderen het verband beginnen te leggen tussen geluiden en de specifieke betekenis ervan,” zo schrijven de onderzoekers in het blad Proceedings of the Royal Society B. “Van deze geluiden is de eigen naam één van de eerste woorden die kinderen herkennen. Ons onderzoek suggereert dat zoiets soortgelijks ook plaatsvindt bij papegaaien.” Bovenstaande foto is gemaakt door Geek2Nurse (cc via Flickr.com). Bronmateriaal: Wild Parrots Get Names From Parents” – Wired.com

  • De ouders   leren de jongen een specifiek geluid te maken zodat de ouders ze kunnen herkennen aan dit roep-merkteken . Maar daarmee kennen de jongen de ouders nog niet, dus neem ik aan dat de ouders de jongen ook zullen leren hoe dat ze hun ouders kunnen herkennen.(vervolgonderzoek ? )

    • een naam van  een  mens is ook een aaneenschakeling van klanken dus  –>  een specifiek geluid

°

Papegaai imiteert de ander om conversatie te starten

23 november 2012   0

De papegaai hierboven is uitstekend in staat om andere papegaaien na te apen. En wetenschappers denken nu eindelijk te weten waarom de papegaai dat zo goed kan. De ander imiteren is voor de papegaaien een manier om te laten weten dat hij een conversatie met die ander wil beginnen. Dat schrijven onderzoekers van de universiteit van Kopenhagen in het blad PLoS ONE. Ze bestudeerden voor hun studie de kleine papegaai Aratinga canicularis. De papegaaien zijn in staat om een kreet die een soortgenoot slaakt, direct na te bootsen. Lang was onduidelijk waarom de papegaai deze vaardigheid ontwikkeld had, maar de onderzoekers zijn er nu uit. Experiment De wetenschappers vingen 36 papegaaien, afkomstig uit 27 verschillende groepen en plaatsten ze in kooien. Vervolgens maakten ze een opname van de kreet van de papegaaien. De opgenomen kreten lieten ze aan de papegaaien horen. Zodra de papegaaien hun eigen kreet hoorden, reageerden ze daar veel vaker en sneller op door de conversatie met de ander (in werkelijkheid dus een muziekspeler) aan te gaan. “Dit suggereert dat A. Canicularis een specifiek individu in een groep aanspreekt door zijn kreet na te doen,” schrijven de onderzoekers.

 

Verklaring Dat de papegaai deze aanpak ontwikkeld heeft, is goed te verklaren. De papegaaien leven in dynamische groepen. Dat wil zeggen dat ze een groep soms verlaten en dan weer een andere groep binnengaan. Elke dag komen ze dus met heel veel papegaaien in contact. Stel dat een papegaai nu met één van die papegaaien in contact wil komen: hoe kan hij dat dan aan die specifieke papegaai in die enorme groep duidelijk maken? Elke papegaai in een groep heeft een unieke kreet en daar maken de papegaaien gebruik van. Ze imiteren de kreet van de papegaai die ze willen spreken en die weet vervolgens dat er iemand is die zin heeft in een conversatie. “De vaardigheid om papegaaien middels imitatie aan te spreken, is waarschijnlijk ontstaan door de complexe structuur van de groepen waarin de papegaaien leven,” stellen de onderzoekers. “Iemand aanspreken in een voortdurend veranderend communicatienetwerk waarin heel veel individuen betrokken zijn, vraagt om een flexibel vocaal systeem om een specifiek individu in het netwerk aan te spreken.”   Bronmateriaal: Vocal Imitation in Parrots Allows Addressing of Specific Individuals in a Dynamic Communication Network” – Plosone.org Parrots imitate individuals when addressing them” – Plosone.org De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Lori Rielly (cc via Flickr.com).

Papegaaien kunnen logisch redeneren

 22 juni 2011 2

Na de mens en mensapen mogen nu ook de papegaaien zich in het rijtje der redenerende soorten scharen. Want de vogels doen aan logica! Wetenschappers verzamelden zeven grijze roodstaarten – Psittacus erithacus – en verzekerden zich ervan dat de vogels geen voorkeur hadden voor één van de twee etenswaren die ze voorgeschoteld kregen: zaden of walnoten. Vervolgens kon het experiment van start gaan. Experiment Elke papegaai was er getuige van hoe een onderzoeker een walnoot onder een kopje legde. Een zaadje verdween onder een ander kopje. Vervolgens werd er een scherm voor de kopjes gezet en haalde de onderzoeker één van de lekkernijen weg. Hij liet deze lekkernij daarna even aan de papegaai zien. Goed Het scherm werd weer omhooggetild en het was nu afwachten of de papegaai wist welke lekkernij nog over was en onder welk kopje deze zich zou bevinden. Slechts één van de papegaaien bleek hiertoe in staat: ze had het in 23 van de 30 experimenten goed. Indrukwekkend En dat is indrukwekkend. “Totnogtoe hadden alleen grote apen deze opdracht onder de knie,” legt onderzoeker Sandra Mikolasch uit. Ook in die experimenten konden overigens niet alle apen het vraagstuk oplossen: er ware er maar enkele die daartoe in staat waren. “Dus nu weten we dat   enkele  grijze roodstaart(en)  in staat zijn  om te beredeneren waarom één mogelijkheid aannemelijker is dan de andere.” De papegaaien die dat niet konden, kozen meer onwillekeurig en hadden blijkbaar niet in de gaten hoe het precies zat. Toen de onderzoekers het experiment echter vereenvoudigden (het scherm werd hierbij weggelaten) konden ook deze papegaaien de opdracht succesvol uitvoeren. Bovenstaande foto is gemaakt door grendelkhan (cc via Flickr.com). Bronmateriaal: Parrots join apes and Aristotle in the club of reason” – Newscientist.com

Papegaai kan net zo goed redeneren als driejarige

Geschreven op 08 augustus 2012 om 13:15 uur door 0

Wetenschappers hebben in een interessant experiment aangetoond dat een papegaai net zo goed in staat is om over oorzaak en gevolg te redeneren als een driejarig kind. De onderzoekers voerden het experiment met zes grijze roodstaartpapegaaien uit. De papegaaien waren tussen de tien en 35 jaar oud, de helft was van het mannelijke geslacht. De papegaaien namen plaats. Voor ze stonden bakjes. In sommige bakjes zat voedsel. De andere bakjes waren leeg. De onderzoekers schudden de bakjes heen en weer. De bakjes met voedsel erin, maakten veel lawaai. Vervolgens zetten de onderzoekers de bakjes weer terug. De vogel kon nu kiezen welk bakje hij wilde benaderen. De papegaai koos in dit geval altijd voor het bakje dat lawaai maakte, opende het en at de beloning op. Schudden Soms pakten de onderzoekers het experiment anders aan. Ze schudden nu alleen met het bakje dat leeg was. Opvallend genoeg beredeneerde de vogel nu dat de beloning dan in het andere bakje moest zitten. En dus koos hij voor het bakje dat de onderzoekers niet hadden aangeraakt. Om er zeker van te zijn dat de papegaai beredeneerde dat de beloning in het andere bakje moest zitten en niet simpelweg het bakje dat geen geluid maakte, vermeed, volgde een derde experiment.

Luidspreker De onderzoeker die de bakjes heen en weer schudde, droeg een luidsprekertje rond de polsen. Het zat verstopt in de mouw en was verbonden met een MP3-speler. Uit de luidsprekers kwam het geluid van walnoten (de beloning) die heen en weer werden geschud. Soms schudde de onderzoeker met het bakje in haar linkerhand en maakte de luidspreker links het geluid. Soms schudde ze met het bakje in haar rechterhand en maakte de luidspreker links geluid. De vogels kozen wederom voor het bakje dat het meeste lawaai maakte, maar alleen wanneer het geluid aan de juiste kant klonk. Oftewel: wanneer het linkse bakje geschud werd en ook het luidsprekertje links geluid maakte. De vogels gingen dus echt op het geluid af. “Dat suggereert dat de vogels het geluid behandelden alsof het door het voedsel veroorzaakt werd,” zo schrijven de onderzoekers in het blad Proceedings of the Royal Society B. Dat verband konden ze blijkbaar beredeneren. Bijzonder De resultaten zijn best bijzonder. “Tijdens de experimenten vonden we overtuigend bewijs van de vaardigheid van de grijze roodstaartpapegaaien om geluid dat door het schudden van een bakje ontstaat te gebruiken om verborgen voedsel op te sporen. Zelfs tijdens het allereerste experiment leidden de papegaaien uit het uitblijven van geluid af dat het voedsel in het andere bakje – dat niet geschud werd – moest zitten. Zulk gedrag is tot op heden enkel bij mensapen en bij geen enkel ander niet mensachtig dier aangetroffen.” En ook voor ons mensen is zo’n experiment overigens nog niet zo gemakkelijk. Kinderen van een jaar of twee kunnen bijvoorbeeld op basis van geluid nog niet beredeneren dat er iets in een doos zit. Pas als ze drie of vier jaar oud zijn, zijn ze daartoe in staat. Daaruit volgt dat de grijze roodstaartpapegaaien op dit gebied dus net zo goed kunnen redeneren omtrent oorzaak en gevolg als een kleuter. Bronmateriaal: Grey parrots use inferential reasoning based on acoustic cues alone” – Royalsocietypublishing.org De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Keith Allison (cc via Flickr.com). Geheugen  en imitatie/leervermogen 

Ontsnapte vogels leren wilde vogels praten

16 september 2011 1

Het komt in Australië steeds vaker voor dat er Engelse woorden uit de bomen klinken. Het zijn wilde vogels die taalles hebben gehad. Steeds meer mensen melden zich bij de Search and Discover Desk van het Australian Museum. De service is er om dieren te identificeren. Maar de laatste tijd komen er wel heel bijzondere verhalen binnen. Mensen melden er dat ze Engelse woorden uit de bomen horen komen. In het museum kunnen ze de rare waarneming inmiddels wel verklaren. Vogels die in gevangenschap hebben leren praten, ontsnappen regelmatig. En wanneer ze het in het wild redden, voegen ze zich vaak bij wilde soortgenoten. En dat levert opvallende resultaten op. “De vogels doen elkaar na,” legt ornitholoog Jaynia Sladek aan het blad Australian Geographic uit. Er is geen reden voor andere leden van de groep om de woorden die een nieuweling meebrengt niet op te pikken. Veelgehoorde kreten zijn ‘Hello Cockie’ en ook leren de in gevangenschap opgegroeide kaketoes hun wilde soortgenoten vloeken. En waarschijnlijk blijven de woorden in de familie. De vogels die nu leren praten, leren vaak ook hun jongen weer praten. Met dat fenomeen zijn ze in Australië wel bekend: zo zijn er nog steeds vogels die het geluid van een bijl of zeer oude fototoestellen maken. Het zijn geluiden waar hun voorouders vertrouwd mee raakten en die nu nog steeds van generatie op generatie worden doorgegeven. Of de woorden over enkele generaties nog net zo goed klinken als nu is overigens twijfelachtig: wanneer de vogels niet vaak met mensen in aanraking komen, kunnen ze de woorden wat gaan vervormen.

Figaro : Kaketoe ontdekt die zijn eigen gereedschappen maakt

 07 november 2012 0

Wetenschappers hebben ontdekt dat ook Goffins kaketoe – een kaketoesoort die nooit eerder in verband werd gebracht met gereedschappen – in staat is om zelf gereedschappen te vervaardigen en die vervolgens ook heel efficiënt in te zetten. Dat schrijven onderzoekers van de universiteit van Oxford in het blad Current Biology. De ontdekking was puur toeval: onderzoekers stuitten op het gedrag tijdens hun dagelijkse observaties van een Goffins kaketoe genaamd Figaro. “Figaro speelde met een kleine steen,” vertelt onderzoeker Alice Auersperg. “Op een gegeven moment stopte hij de steen door de tralies en viel deze net buiten zijn bereik. Na enkele niet succesvolle pogingen om de steen met zijn klauw te bereiken, pakte hij er een kleine stok bij en begon naar het speeltje te vissen.” Nootje Het gedrag intrigeerde de onderzoekers. “Om dit verder te onderzoeken plaatsten we later een noot op de plek waar eerder de steen lag en begonnen te filmen. Tot onze verbazing ging Figaro niet op zoek naar een stok, maar begon een grote splinter uit zijn hok los te bijten.” Hij beet de splinter op het moment dat deze net lang genoeg was en de juiste vorm had om als gereedschap te dienen, door. Vervolgens gebruikte hij de splinter om de noot te pakken. Met succes.

Doe-het-zelf “Het was al verrassend om hem een gereedschap te zien gebruiken, maar we verwachtten zeker niet dat hij zelf een gereedschap zou maken.” De onderzoekers confronteerden Figaro natuurlijk nog vaker met een noot die net buiten zijn bereik lag. En elke keer lukte het de kaketoe om de noot te pakken. “Bijna elke keer maakte hij daarvoor een nieuw gereedschap. Tijdens één poging brak hij een stuk van een tak af en paste het restant zo aan dat het de juiste grootte had om naar de noot te ‘harken’.” Gemakkelijk Wat het gedrag van Figaro extra bijzonder maakt, is dat het hem zo gemakkelijk af gaat. “Na het maken en gebruiken van zijn eerste gereedschap, leek Figaro exact te weten wat hij moest doen en tijdens latere proeven ook geen moment te twijfelen,” merkt onderzoeker Alex Kacelnik op. Figaro is op dit moment de enige bekende Goffins kaketoe die tot dit gedrag in staat is. “Figaro laat ons zien dat zelfs wanneer leden van een soort geen echte gereedschapsgebruikers zijn, maar wel nieuwsgierig, goede probleemoplossers zijn en een groot brein hebben, gereedschappen kunnen maken uit vormeloze bronmaterialen om zo in een nieuwe behoefte te voorzien.” Maar is dit nu iets wat Figaro zelf bedacht heeft? Of zijn er veel meer kaketoes die dat doen? Het is lastig te zeggen. Figaro doet de onderzoekers denken aan Betty, een kraai die ook zelf gereedschappen maakte. Haar soortgenoten vertoonden dat gedrag niet en daarom wordt het nog altijd gezien als een kwestie van individuele creativiteit en innovatie. En dat geldt – in ieder geval tot het tegendeel bewezen is – ook voor Figaro. “We moeten toegeven dat we nog steeds worstelen met het identificeren van de cognitieve processen die deze daden mogelijk maken.” Actie!

Wilt u Figaro wel eens in actie zien? Bekijk het filmpje dat de onderzoekers maakten, hier!
Bronmateriaal: Cockatoo ‘can make its own tools’” – Ox.ac.uk De foto bovenaan dit artikel is afkomstig van de Universiteit van Oxford.

Kaketoe beschikt over flink wat zelfbeheersing

 14 maart 2013  5

kaketoe Kaketoes beschikken over zeer veel zelfbeheersing, zo blijkt uit een nieuw onderzoek. De vogels waren in staat om een nootje in hun bek te bewaren en na verloop van tijd terug te geven wanneer ze wisten dat ze in ruil daarvoor een grotere beloning zouden krijgen. Onderzoekers van de universiteit van Wenen boden Goffins kaketoes een lekker nootje aan. Nadat enige tijd verstreken was, konden de kaketoes het nootje teruggeven en ontvingen ze een ander nootje dat ze veel lekkerder vonden. Dat nootje kregen ze echter alleen als het eerste nootje nog helemaal intact was, dus als er nog niet aan geknabbeld was. “Hoewel we als eerste nootje voor de pecannoot kozen, een noot die de vogels heel lekker vinden en die ze onder normale omstandigheden direct zouden opeten, ontdekten we dat alle veertien vogels tot wel tachtig seconden wachtten om het nootje van een hogere kwaliteit – een cashewnoot – in ontvangst te nemen (en de pecannoot terug te geven, red.),” vertelt onderzoeker Isabelle Laumer. De opzet van het experiment. De vogel krijgt eerst beide beloningen te zien en mag de beloning in de linkerhand pakken. Het is vervolgens aan de vogel om te beslissen om deze wel of niet op te eten. Doet deze dat niet, dan mag deze de beloning na verloop van tijd teruggeven en de tweede beloning pakken. Foto: Universiteit van Wenen. De opzet van het experiment. De vogel krijgt eerst beide beloningen te zien en mag de beloning in de linkerhand pakken. Het is vervolgens aan de vogel om te beslissen om deze op te eten. Doet deze dat niet, dan mag deze de beloning na verloop van tijd teruggeven en de tweede beloning pakken. Foto: Universiteit van Wenen. Bewuste keuze En het was geen trucje wat de kaketoes aangeleerd was en wat ze eindeloos herhaalden: de kaketoes wisten precies waar ze mee bezig waren. Zo ruilden ze het eerste nootje vaker wanneer ze wisten dat ze daarna een echt lekker nootje kregen. En ze aten het nootje direct op, wanneer ze wisten dat het nootje dat ze in ruil voor het eerste nootje konden krijgen minder lekker was. Dat is te lezen in het blad Biology Letters.

 

Indrukwekkend In het verleden toonden onderzoekers al aan dat onder meer kinderen en primaten tot zoiets in staat zijn. Zij kunnen zichzelf beheersen en een lekkernij inruilen voor een grotere of nog betere beloning. Maar ergens is de prestatie die de kaketoes leveren nog indrukwekkender, vindt onderzoeker Alice Auersperg. “Mensen of primaten kunnen de eerste beloning in hun hand houden, maar de vogels moesten tijdens het wachten het nootje in de snavel houden, direct tegen hun smaakorganen aan. Stel je eens voor dat je een koekje in de mond van een peuter stopt en hem of haar vertelt dat hij of zij enkel een stuk chocolade krijgt als hij of zij gedurende langer dan een minuut niet op het koekje knabbelt.” Uit eerder onderzoek bleek al dat ook raven en kraaien bereid zijn hun beloning in te ruilen voor een grotere beloning. Het getuigt van grote zelfbeheersing. “Recent dachten we nog dat vogels niet over zelfbeheersing beschikten,” vertelt onderzoeker Thomas Bugnyar. Maar dit onderzoek bevestigt nog eens hoezeer we de vogels ( de enige overlevende  tak der dino’s ) onderschat hebben. Bronmateriaal: Doing business with a parrot: Goffin cockatoos trade with nuts in an exchange experiment” – Univie.ac.at De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Sam at http://www.photos8.com (via Wikimedia Commons).

Kaketoes kunnen ingewikkelde sloten kraken

04 juli 2013r 1

kaketoe-2 De ongetrainde kaketoe Pipin is er in geslaagd om een ingewikkeld slot open te maken. Dit slot bestaat uit een reeks van vijf verschillende vergrendelingen. Nog nooit eerder is zoiets waargenomen in de dierenwereld. Achter een transparante deur ligt een nootje. Om dit nootje te bereiken moet een kaketoe een slot in vijf stappen ontgrendelen. Het lukt kaketoe Pipin om in een kleine twee uur tijd de juiste volgorde te ontrafelen. Pipin verwijdert eerst een pin, dan een schroef en vervolgens een bout. Dan draait de kaketoe een wieltje negentig graden om uiteindelijk een grendel opzij te schuiven. Kaketoe Pipin kraakt het slot door vijf stappen op de juiste manier uit te voeren. Kaketoe Pipin kraakt het slot door vijf stappen op de juiste manier uit te voeren. In totaal deden er tien ongetrainde kaketoes mee aan het experiment. Pipin was de enige kaketoe die het slot zonder hulp kraakte. Vijf andere vogels lukten het pas na het bekijken van Pipin in actie of na het inspecteren van de losse onderdelen van het slot. De onderzoekers vinden het opzienbarend dat de vogels bereid zijn om zo hard te werken voor slechts één nootje. Ook zien de wetenschappers dat de kaketoes steeds beter worden in het ontgrendelen van sloten, nadat zij al één slot hebben gekraakt. Probleem begrijpen? “We kunnen niet bewijzen dat een kaketoe de fysieke structuur van een probleem begrijpt zoals een mens dat doet, maar uit dit experiment kunnen wel afleiden dat hun gedrag gevoelig is voor zo’n structuur”, concludeert co-auteur Alex Kacelnik van de universiteit van Oxford. Nieuwsgierige vogels “De vogels werken continu aan het verbeteren van hun gedrag”, zegt onderzoeker Auguste von Bayern. “Dit komt waarschijnlijk doordat kaketoes extreem nieuwsgierig zijn en een groot doorzettingsvermogen hebben. Zo verkent een kaketoe zijn omgeving met zijn bek, tong en poten. Een dier dat alleen visueel is ingesteld, zou zo’n slot nooit kunnen kraken.” Bronmateriaal: Animal master-burglars: Cockatoos show technical intelligence on a 5-lock problem” – University of Vienna ° VERSCHIL MENS DIER  zit in DE HERSENEN  ….. O.A.  MENSELIJKE  GLIACELLEN  MAKEN HET VERSCHIL  

Menselijke hersensteuncellen maken muizen intelligent

Transplantatie van steuncellen uit menselijke hersenen maakt muizen een stuk intelligenter. Mogelijk zijn het deze cellen die ons slimmer maken dan andere dieren.

This image shows a human glial cell (green) among normal mouse glial cells (red). The human cell is larger, sends out more fibers and has more connections than do mouse cells. A human astrocyte (green) sends out more tentacles and monitors many more neuron-to-neuron connections than mouse astrocytes (red) do. Mice with human astrocytes implanted in their brains do better on learning and memory tests than normal  typical mice do, suggesting that human astrocytes are better than their rodent counterparts at modulating learning. Credit: X. Han et al/Cell Stem Cell 2013 http://www.npr.org/blogs/health/2013/03/07/173531832/Human-Cells-Invade-Mice-Brains-And-Make-Them-Smarter http://www.sciencenews.org/view/generic/id/348773/description/Mice_get_brain_boost_from_transplanted_human_tissue

In this image of the brain of the transplanted mice, the human astrocytes appear in green. (Credit: Image courtesy of University of Rochester Medical Center)

University of Rochester Medical Center

Human brain cells in a mouse glow green because researchers have tagged them with a gene that looks green under fluorescent light. Mice with the human cell transplants were smarter than normal mice, the researchers report.
Image: Computer artwork of nerve cells, or neurons (brown), and glial (support) cells (green). E.M. Pasieka/Science Photo Library/Corbis
This paper marks a departure from the past century of exclusive focus on neurons as the only important cells in information processing and cognition. “When considering how the brain works, we need to analyze and understand all the different types of cells in the brain and how they interact,” Malenka concludes.
Door: NU.nl/Jop de Vrieze

Dat tonen onderzoekers van de Universiteit van Rochester en de Universiteit van California in Los Angeles deze week aan in Cel Stem Cell. De zogeheten ‘gliacellen’ staan momenteel sterk in de wetenschappelijke belangstelling. Tot voor kort werd gedacht dat ze alleen steun gaven aan de neuronen die de elektrische signalen doorgeven. Glia betekent letterlijk ‘lijm’. Maar de gliacellen blijken manusjes van alles: ze verzorgen het onderhoud, komen in actie tegen indringers, en spelen een rol bij de aanleg van verbindingen in het brein die nodig zijn voor communicatie. Uit deze studie blijkt dat gliacellen uit mensenhersenen het jonge muizenbrein erg goed doen. De onderzoekers namen muizen zonder immuunsysteem, zodat ze de menselijke cellen niet zouden afstoten. Na de transplantatie volgden ze de ontwikkeling van de muizen en voerden een aantal tests uit. Ze lieten de diertjes onder meer los in een doolhof. Uit deze experimenten bleek dat de plasticiteit van de muizenhersentjes toenam, evenals hun geheugen en leervermogen. Ook konden ze beter met angst omgaan. Het is niet de bedoeling om straks heel slimme muizen of andere dieren te gaan kweken. De studie toont aan dat onze gliacellen superieur zijn aan die van muizen. In een begeleidend artikel schrijven collega’s van de Universiteit van Cambridge dat deze cellen wel eens het verschil gemaakt kunnen hebben in de evolutie tussen mensen en andere organismen. Intelligentie hangt in elk geval niet alleen af van de neuronen, schrijven ze. Ze zouden graag meer te weten komen over de rol van gliacellen bij andere processen in de hersenen, zoals het ontstaan van depressies. Het is al bekend dat verschillende antidepressiva de gliacellen aanzetten tot het afbreken en opnieuw aanleggen van verbindingen in de hersenen.

 08 maart 2013  

muis Muizen die menselijke gliacellen in hun brein getransplanteerd krijgen, zijn daarna slimmer dan muizen die het met hun eigen cellen moeten doen. Het wijst erop dat gliacellen een veel belangrijkere rol in ons brein spelen dan gedacht. Gliacellen worden ook wel gezien als de interieurverzorgers van ons brein. Ze verzorgen ( en isoleren )namelijk onze neuronen. Een belangrijke rol. Maar een nieuw onderzoek wijst er nu op dat de gliacellen nog op een andere manier van groot belang zijn voor ons mensen. “Deze studie wijst erop dat gliacellen niet alleen essentieel zijn voor het doorgeven van neurale signalen, maar suggereert ook dat de ontwikkeling van de menselijke cognitie de evolutie van uniek menselijke glia-vormen en -functies reflecteert,” stelt onderzoeker Steven Goldman. Met  andere woorden: de onderzoekers denken dat menselijke gliacellen unieke functionele voordelen hebben waar wij mensen wel maar andere diersoorten niet, van profiteren. Experiment Om te achterhalen of dat echt het geval was, besloten onderzoekers menselijke gliacellen in het brein van muizen te transplanteren. Ze verzamelden menselijke cellen waar later astrocyten – een bepaalde gliacel – uit voortkomen. Die cellen transplanteerden ze in het brein van pasgeboren muizen. De muizen groeiden op en de menselijke cellen ontwikkelden zich tot astrocyten. Deze astrocyten gingen de concurrentie aan met de gliacellen van de muizen zelf en wonnen. Ondertussen bleef het bestaande neurale netwerk in het brein van de muizen gewoon intact. “De menselijke gliacellen namen eigenlijk alles over, zodat uiteindelijk een groot deel van de astrocyten in de muis van menselijke origine waren en zich gedroegen en ontwikkelden zoals ze dat ook in het brein van een mens zouden doen,” legt Goldman uit.

Leren De onderzoekers waren vooral benieuwd of de cellen invloed hadden op de vaardigheid van het brein om nieuwe herinneringen aan te maken en nieuwe taken uit te voeren. De onderzoekers ontdekten dat de hersenfunctie van de muizen door toedoen van de menselijke gliacellen inderdaad verbeterde. De muizen leerden aanzienlijk sneller en ook hun geheugen was beter. Eerste bewijs Wij mensen zijn niet de enigen met astrocyten. Andere soorten hebben ze ook. Alleen komen astrocyten bij mensen wel in veel grotere aantallen voor. Bovendien zijn ze groter en diverser dan bij andere soorten. Menselijke astrocyten kunnen daarnaast de activiteit van duizenden synapsen coördineren. Astrocyten van muizen kunnen dat niet. Vandaar dat onderzoekers vermoedden dat menselijke astrocyten een fundamentele bijdrage leveren aan de complexe signaalactiviteit in het menselijke brein en dus mede onze hogere cognitieve functies mogelijk maakt. Dit onderzoek levert nu het eerste bewijs dat dat klopt. Blijkbaar kan de grootte en complexiteit van onze neurale netwerken alleen onze hogere cognitieve processen niet verklaren. “Ik heb het idee dat het menselijke brein alleen maar vaardiger is (dan dat van andere soorten, red.) doordat we een complexere neurale netwerken hebben altijd een beetje te simpel gevonden,” vertelt onderzoeker Maiken Nedergaard. “Want als je het hele neurale netwerk en al de activiteit erin bij elkaar pakt, heb je eigenlijk alleen nog maar een supercomputer. Maar menselijke cognitie is veel meer dan het verwerken van data (zoals een supercomputer doet, red.).”

glia cellen.docx (200.8 KB) 
MUIS EN MENS HERSENEN
…Eerder dit jaar  werd al   gevonden dat  de hersenen van de mens en muis tijdens leerprocessen hetzelfde werken
 25 februari 2013 1

 Dankzij experimenten van een groep Leuvense onderzoekers is vastgesteld dat mensen en muizen hun hersenen tijdens het leren op dezelfde manier gebruiken. In de zeventiende eeuw was de filosoof René Descartes ervan overtuigd dat mensenhersenen fundamenteel verschillen van de hersenen van dieren. Een paar honderd jaar lang bleven onderzoekers hiervan uitgaan. Ongeveer honderd jaar geleden begonnen onderzoekers te kijken naar het leergedrag van ratten en muizen. Dit deden zij met behulp van doolhoven. Op die manier kwamen zij erachter dat de hersenen van deze knaagdieren toch ongeveer op dezelfde wijze werken als die van de mens. De wetenschappers hoopten dat zij via onderzoek bij muizen en ratten meer te weten konden komen over het leervermogen bij de mens. Doolhof Voor het eerst vergeleken de Leuvense wetenschappers welke delen van de hersenen precies actief zijn. Dit deden zij door zowel mensen als muizen hun weg te laten zoeken in een doolhof. “Uiteraard leren mensen dergelijke taken veel sneller, maar uit onze experimenten bleek dat muizen verschillende delen van de hersenen tijdens een dergelijk leerproces op dezelfde manier gebruiken als mensen. En dat ondanks hun veel kleinere prefrontale hersenschors,” aldus Rudi D’Hooge, één van de onderzoekers. Niet alleen blijkt dus verwantschap te bestaan tussen de hersenen van mensen en knaagdieren, maar het brein functioneert ook op dezelfde manier.

 

Automatisch Alle begin is moeilijk. Dit geldt voor zowel mensen als knaagdieren. Bij het aanleren van een complexe taak is vooral het begin moeilijk. Na veel oefenen gaat het steeds beter tot u het met uw ogen dicht kunt doen. D’Hooge vervolgt zijn verhaal: “Iedereen heeft wel eens de weg moeten zoeken in een vreemde stad. In het begin moet je geconcentreerd te werk gaan, terwijl je na enkele dagen, schijnbaar zonder nadenken, naar je bestemming zal lopen.” Het onderzoek van D’Hooge toont aan dat het gedeelte dat vooraan in onze grote hersenen ligt, tijdens die eerste leerfases samenwerkt met het gedeelte dat dieper in onze hersenen ligt. Als wij verder oefenen wordt de activiteit in de grote hersenen steeds minder en wordt ons gedrag automatisch. Door de evolutie is een bepaald gebied van onze hersenen veel groter dan dat van andere dieren. Ook groter dan dat van mensapen, die toch nauw aan ons verwant zijn. Volgens D’Hooge verklaart dat waarom mensen complexe taken sneller en efficiënter leren dan andere dieren. Het volledige onderzoek van de wetenschappers is terug te vinden in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Over tsjok45
Gepensioneerd . Improviserend jazzmuzikant . Instant composer. Jamsession fanaat Gentenaar in hart en nieren

4 Responses to Intelligentie (dieren )

  1. Pingback: SLIMME CHIMPANSEE « Tsjok's blog

  2. Pingback: BREIN EN EVO | Tsjok's blog

  3. Pingback: NEURONEN | Tsjok's blog

  4. Pingback: BEREN | Tsjok's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: